2019-4 Ziek!

Op maandag 4 februari ging ik naar Lelystad, naar het zwembad. Ik heb de eerste les van 10 lessen voor een betere borstcrawl gemist. Nu vind ik het spannend in een nieuw groepje te komen. Ik moet opschrijven wat ik wil leren en dan kiezen uit 1 van de 6 banen. Elke 2 banen hebben hun eigen oefeningen en aandachtspunten. Ik sluit me al bijna aan bij baan 1 en 2 voor de ademhaling, maar uit de oefeningen blijkt dat ze hier nog geen 200m borstcrawl kunnen zwemmen. Baan 3 en 4 gaan met nog iets anders aan de slag, dus ik ga naar baan 5 om 200m in te zwemmen. Rustig en gemakkelijk. We moeten anders starten en dat oefenen we. Dan gaan we de doorhaal oefeningen doen. Goed opletten op de doorhaal, ik hoeft niet de snelste te zijn. Er zijn een aantal oortjes en de trainer kan tijdens het zwemmen aanwijzingen geven. Ik krijg vooral tips voor mijn benen en dat is best oké. Ik vind het doen van de vele oefeningen wel leuk en ik let goed op de insteek. We moeten ook veel benen doen. Ik heb het idee dat we maar de helft doen van wat op het schema staat. Ik hoest pas mijn longen eruit als we weer aan de kant staan. Een aantal mensen wordt gefilmd, ik snap van 4 van de 5 niet wat ze hier doen.

Dinsdag 5 februari. We verven, we zoeken een vloer uit, we verven verder, de keuken is leeg, het is een rommel en ik hoest. Ik hoest en hoest en het doet zeer.  Ik hoest ‘s nachts en mijn borst is aan de rechterzijde vreselijk pijnlijk. Maar ik heb niet zomaar de hele dag voor niks gewerkt en ik wil gaan hardlopen. Vincent gaat met me mee en we gaan dezelfde oefening doen als die ik vorige week deed. 12 minuten inlopen, 3 keer 15 minuten zone 2. Toen ging het niet, nu moet het beter gaan! Ik loop te hijgen en te puffen. Het gaat niks beter, het gaat zelfs veel slechter. Ik heb last van het hoesten, van ademnood, Ik kom niet vooruit, ik haal zone 2 niet eens. Ik ben moe, stijf en mijn benen houden mij nauwelijks staande. Wandelen lukt nog net. Vincent maakt zich terecht zorgen en ik ben blij dat hij er bij is. Ik moet een blok van 15 minuten hardlopen skippen. De laatste 15 minuten joggen we met grote moeite van mijn kant naar huis. Heeft de verbouwing er in gehakt of het hoesten? Ik moet het sporten even op een lager pitje zetten.

Woensdag 6 februari. Tijdens de zwemtraining, na een dag verven en alles in orde maken, na een dag wachten tot de keuken, de vloer, een matras ben ik moe. Het hoesten doet erg veel pijn. We wandelen door de regen. Eten onderweg bij een snackbar en ik vind het ver, ga langzaam en ben moe. Op donderdag ga ik naar de dokter. Ik heb zo hard moeten hoesten dat ik er spierpijn van heb gekregen. Dat voel ik. Verder zijn mijn longen en luchtwegen schoon. Opgelucht voel ik me weliswaar iets beter, maar ik ben nog heel moe en niet op mijn best. De keuken wordt door anderen geplaatst en ik kan rustig aan doen. Meer kan ik eigenlijk ook niet. Ook tijdens de baantraining gaan Rob en ik wandelen. Het gaat iets beter, maar ik vind 3 kilometer een enorm zwaar eind. Ongelooflijk dat ik dat normaliter lachend hardlopend zou afleggen. Dat verbouwen trekt een zware wissel.

Op vrijdag help ik Rob een nieuwe vloer te leggen. Ik pak planken, leg ze aan de kant en rust dan uit. Ik zit op de bank. Manuel helpt me om 2 keer naar de stort te rijden. Ik hoest en kuch. Ik ben er moe, maar kan nu niet stoppen tussen het stof. Sporten kan én wil ik ook niet. We gaan vroeg naar bed. Op zaterdag gaat het hetzelfde. Ik leg twee planken neer en zijg neer op de bank. Ik voel me zwak en vervelend. Zwemmen kan ik weer niet. Ik veeg en schrob de vloer en dat is net zo vermoeiend als een halve marathon lopen vandaag!

Zondag ruim ik de keuken samen met Vincent in. 4 dingen inpakken, een half uur op een stoel zitten. Ik ben niks waard. Maar ik geef het ook niet op. Normaal kan ik alles tegelijk, maar nu even niet. Ik overleg met de trainer en doe voorlopig even niks. Op maandag 11 februari blijf ik ziek thuis van mijn werk om bij te komen. Ik slaap en kan nog niet eens 2 trappen op en af lopen. De verplichte rust bevalt me niet, maar ik kan niet anders. Niets kunnen doen bevalt me niets.

Dinsdag 12 februari doe ik ook nog rustig aan, in de hoop dat het herstel dan sneller gaat. De trainer en Rob vinden dat een uitstekend idee. Morgen mag ik weer heel rustig beginnen en dan ga ik ook weer werken.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-4 Ziek!

2019-3

Beste trainert. Ik zal het maar eens even opschrijven om het één en ander duidelijk te maken. De vorige week was een rustweek en dat voelt voor mij totaal anders dan deze week, waarin weer lekker veel trainingen zijn opgenomen. Jaja, mijn eigen schuld, heb ik om gevraagd… maar ik krijg er de zenuwen van. Want er moeten ook zo gruwelijk veel andere dingen: de spelletjesavond met de collega’s, hoe pas ik een uurtje extra training op woensdag in met een verjaardagsvisite, ik moet ook wat extra uren werken en de keuken kost een hoop aandacht. Vorige week hoefde ik niet zoveel uren en werden het er simpelweg tien, maar als er meer dan tien uur op het schema staan, barst ik van de twijfels. En dan heb je gezegd dat ik maandag rustig aan mag doen na de 3 kilometer tempotest. Ik voel me prima! Nergens last van, geen spierpijn en al niet meer moe. Maar toch blijf ik braaf op de bank zitten. Wikkend en wegend of niet alvast iets van later in de week kan doen, zodat ik straks meer ruimte heb. De besluiteloosheid maakt het er allemaal niet beter op. Tel daar dan ook nog bij op dat het weer de afgelopen week verre van ideaal was! Ik zag op dinsdag de bui al hangen: letterlijk en figuurlijk. Op het schema stond vreselijk walgelijk rustig een uurtje uitlopen (ik vroeg me toch werkelijk even af waarvan, maar je zal de 3000m test bedoelen) en uur zwemmen. Nu kan zwemmen altijd wel, omdat het binnen is. Maar rennen in de sneeuw… Ik wist het nog zo niet, maar had ‘s morgens de briljante inval om de hardloopkleren mee te nemen. Kon ik altijd in de sneeuw gaan lopen direct na werktijd. Dat was een geweldige ingeving: ik kon kiezen uit uren filerijden of een stukje door het donkere besneeuwde bos in Zeist. Ik twijfelde heel erg, maar een appje van mijn vriendin dat zei: ‘neem de kans’ gaf de doorslag. Rustig mocht ik en heel rustig ging ik. Nieuwe paden, in het donker, over de sneeuw. Ik ken de weg een beetje van de lunchwandelingen, dus echt verdwalen zat er niet in. Het was niet zo koud en doodstil. Voor zover dat kan vlak bij de A28. Ik dwaalde wat. Ik genoot enorm en voelde me tegelijkertijd schuldig dat ik niet op weg naar huis was om gezamenlijk te eten. Ik volgde voetstappen in de sneeuw waardoor ik de doorgang in het hek kon vinden, ik maakte de eerste voetstappen op een parkeerplaats, ik lachte de file uit en zei mijn collega’s bij de bushalte gedag. Het volle uur ging ik niet halen. Ik vergat alleen dat ik nu na etenstijd met dubbele trek in de auto zat en over de glibberige route naar huis moest rijden. Het rijden was zo akelig dat ik een ritje naar het zwembad liever oversloeg. Zo kwam het zwemmen er dus niet van! Thuis viel ik aan op eten en toen vroeg ik mijn kind: Wil jij de kans laten lopen om door de sneeuw te rennen? Hij twijfelde even (van wie zou het hij hebben) en ging toen snel mee. Kort op het eten, een kort stukje door de wijk. Dat was best knap van hem, want hij had vandaag het schoolrecord op de shuttle run test verpulverd. We wandelden ook stukjes, want haast had ik niet. Zat ik thuis op de bank, ging het loopmaatje door de sneeuw lopen. Ach…. ik had mijn hardloopkleren toch nog aan… Dus ik ging weer (na een goed bezoek aan de toilet). Ook niet snel en ik kwekte aardig door het geknerp heen. Uiteindelijk werd zelfs ik een beetje moe. Hoe traag ook, ik liep toch 5 en 8 kilometer. Lopen beheers ik wel, maak je niet ongerust. Op woensdag de 23ste is mijn schoonvader jarig. Na een ochtend hard werken reden we daarheen. Niet een uurtje op de Tacx, maar een stukje taart en gezellig kletsen. Maar wel naar de zwemtraining. Ik zwom lekker mee. Zoveel mogelijk zonder achtje en zo min mogelijk benen, maar er was geen ontkomen aan. Het ging wel lekker eigenlijk. Na het diner bedacht ik me opeens dat een uurtje eigenlijk niet zo lang is. Boek erbij, Tacx aanslingeren en gaan. Het uur vloog om met de hoofdstukken over de Amerikaanse Burgeroorlog! Ik volgde keurig de opdracht. En zo ging het eigenlijk best wel goed. Donderdag had ik dus die spelletjesavond. Dat was superleuk, want ik ben dol op Weerwolven en Exploderende Katten en Dixit, maar ik voel me ook schuldig dat ik de baantraining oversla. Alweer. Ook al is het te glad op de baan. En ik weet dat ik zaterdag een lange duurloop ga doen, dus dat uur sla ik niet zomaar over. Op vrijdag is alles volgepland: pedicure, extra werken, oude keuken verkopen, de was doen…. De ochtend was vrij voor sport en dan pak ik het liefst de langste training op om niemand in de weg te zitten op zondag. Drie uur. Kwart voor 9 begon ik met 35 minuten lopen in de koude en hier en daar gladde sneeuw in duurtempo 1. Traag. Mijn hartslag moet laag blijven, maar dat lukt gewoon niet. Ik heb me al genoeg schuldig gevoeld de afgelopen week, dit accepteer ik maar. Ik loop richting jeugdland, wetende dat ik dit rondje nog twee keer ga doen. Ik neem het eerste fietspad naar links, terug richting huis. Ik moet een klein ommetje maken en haal 5,25km. Dan moet ik fietsen. Op de Tacx. Een kwartiertje fietsen is te doen, dan kan je de keuken adverteren, appen, een keertje een game spelen en dan is het alweer voorbij. Ondertussen werk ik 2 mini-Bounty’s naar binnen en ruim een kwart bidon sportdrank. Ik vind de afwisseling prima, beste trainer, maar ik voel me er smerig bij. Dan moet die bezweette jas weer aan, de natte schoenen. Manuel ging mee met de volgende 35 minuten duurtempo 2. Weer langs jeugdland, maar dan een fietspad verder. Tempo matig. Eigenlijk mag ik nog steeds niet hard. En als het glad is, valt het tempo helemaal een beetje weg. Deze ronde voel ik me dan weer schuldig dat ik Manuel ophou en daar zanik ik dan zo over dat hij me verbied sorry te zeggen. Sorry hoor ;p. Hij loopt even door, ik ga weer 15 minuten fietsen. En dan zijn mijn beentjes eindelijk opgewarmd en gaat het lekker. Blijkbaar fiets ik prima op Dove-mini’s. De sportdrank is op! Wil je die bij de prestaties schrijven? Dan moet ik nog een keer 35 minuten hardlopen in duurtempo 3. Manuel noemde dit schema gekscherend “slavendrijverij” en ik neig het er steeds meer mee eens te zijn. Duurtempo 3 doe ik heerlijk alleen. Naar jeugdland en dan het laatste fietspad op, waar het niet glad is. Eindelijk een beetje tempo! Tot ik op een ijsbaantje sta waar ik voorzichtig overheen moet. Ik haal de 6 kilometer deze keer, maar nu verlangt mijn lijf naar de mini-Maltesers! Ik begin een beetje leeg te raken, vermoeid en merk dat ik overga op vetverbranding. Ik zie op tegen nóg een kwartier fietsen, maar trek voor de laatste keer de vieze natte jas uit en gebruik de smerige buff om mijn lopende neus te stoppen. Ik fiets echt rustig uit, het gaat wel goed, maar het voelt zwaar aan. Daarna volgt de dag in razend tempo: hersteldrank, keuken verkopen, douchen, lunchen, pedicure, werken, bij-eten. Nou zo dus. Ik zie alweer op tegen morgen: dan doen we de lange duurloop en ik moet de weg wijzen. Weer twijfel ik of wat ik vandaag heb gedaan wel zo slim was. Normaal volgt op de zondag een rustdag… Ik weet niet of het kan, maar dat vraag ik me zeer regelmatig af. Zo twijfel ik alle schema’s door. Maar ja, die trailrun krijg ik wel voor elkaar. Ik hobbel mee, regen aan het begin meteen mee kletsnat, klets ons er doorheen en doe de route. Ik verdwaalde al in het Emmapark haha! Maar dat gaf niet, want we deden het rondje gewoon andersom, langs Soestdijk en naar de Naald en dan weer terug. Met regelmatig een foto-stop! Toen nam ik de GPS ter hand. Ik vond het moeilijk dat Joyce niet soepeltjes mee kon lopen. Niet erg, maar ik vond het jammer voor haar vooral. Ik weet dat ze het wel kan namelijk. We liepen lekker over de heide, want dat wilde ik graag en toen begreep ik de GPS ook. Het ging een stuk beter dan de vorige keer, maar ik had wel weer moeite met de gels op precies 10 kilometer te nemen. Die van 5 km hadden we allemaal gehad, maar de volgende nam ik pas op 12 kilometer. We lieten Joyce achter en toen kreeg SG het de laatste kilometers minder gemakkelijk. Toen werd ik eindelijk ‘wakker’ samen met KH en begonnen we te beppen. Nee, we hebben niet geroddeld over je hoor (lees dat maar op sarcastische toon hihi) De 20 kilometer moesten vol, maar 21 hoefde niet van mij deze keer. Ik vond het wel best, ik heb het gezien tussen de kastelen. We dronken de heerlijkste witte chocolademelk ever! Aan hersteldrank had ik ook gedacht. Thuis waren ze er wat minder blij mee dat ik weer de hele ochtend had gesport en dat drukt de pret dat ik dat toch maar kan na de zware training van gister wel een beetje en maakt me onrustig. Er is nu al veel te doen voor de keuken, dus op de bank uitrusten zat er niet in! En weer naar het zwembad. Ik deed iets meer met pullboy, want de beentjes vonden het wel best. Dan was mijn tempo ook niet veel te laag ten opzichte van de rest. Wel moest ik vaak opzij en dat is toch niet zo leuk. Ik ben niet meer zo spraakzaam als de baan vol “geweldige” triatleten ligt; je weet wel hoe ik over ze denk toch? En ik mag ook niet meer uitzwemmen in het volgende uur, dat zijn de verenigingsregels die ik nog niet kende. Op zondag deed ik eerst al die dingen die ik moest doen: verf kopen, uitslapen, de keuken leegruimen, een presentatie maken voor het werk, naar de winkel, de was. Pas toen er wat tijd over bleef, ging ik de Tacx op. Dat had vrijdag gemoeten, maar was nog over. Ik ben niet dol op fietsen. De Tacx vind ik echt saai, maar het helpt als het buiten op de overkapping regent. En het helpt als ik lekker kan lezen. Dat leidt me het beste af. Ondertussen piept mijn horloge of ik binnen de opgegeven hartslagzones blijf. Ik moest 10 minuten op D1 fietsen, 10 minuten op D2 en dat ging prima. Daarna 4 blokjes van 8 minuten D3 en op een RPM van 80-90. Of zoiets. Ik kan de RPMs niet invoeren, dus die moet ik onthouden. Is lastig bij te houden als ik over indianen, quakers en Amerikanen in 1776 zit te lezen. Ik dronk in de pauzes van 2 minuten. En dan gaat na een minuut of veertig de Tacx weer veel gemakkelijker en ga ik veel harder. Is toch iets raars, maar wel leuk om 35km/u te zien staan! Dat lijkt ergens op. Het laatste half uur moest ik uitfietsen en ik trok me maar even niks meer aan van de RPM’s. Ik had geen zin meer. Eerlijk: ik heb echt 30 minuten afgeteld en stapte direct de fiets af na anderhalf uur. Ik vond het genoeg deze week. Het ging niet altijd even gemakkelijk van de week, beste trainer. Er zat veel twijfel in, veel onzekerheden, veel geschuif, veel gerommel. Laat me maar weten wat jij er van vond. Aan de ene kant baal ik dat ik niet precies het schema keurig kon volgen, aan de andere kant ben ik trots dat ik -ondanks het weer, veel sociale bijkomstigheden, extra werk en gezenuw, toch veel uren heb gesport. Ik zie al op tegen de komende week met heel veel extra werk, een nachtje weg, veel keuken-gedoe en een wedstrijd ook nog! Gelukkig ben je die vergeten in het schema te zetten, dus die kan ik altijd overslaan, haha. Let’s go on! Veel groeten Anke

ps: Nog een weekje extra in de brief vermelden dan maar…  Want na deze twee weken die gewoon hartstikke goed gingen, was het koekje op leek het wel. Dat nachtje weg met het werk, mygot- dat hakte erin! Je zit de hele dag op een stoel met collega’s te overleggen in het engels en mee te denken en strategieën te overleggen en planningen te maken. Hoe vermoeiend kan het zijn? Nou… Onwijs! We gingen met drie collega’s van verschillende nivo’s op maandagavond een stukje lopen. De langzaamste zat op 2 keer 15 minuten met wandelpauze en daar hielden we ons dus maar aan. Alleen tijdens het wandelen ging ik juist versnellen! We liepen met zijn drietjes de drie kilometer in 20:36. Ik liep iets meer, met “stofzuigen” erbij. Toen deed ik hetzelfde rondje nog een keer op mijn hoge tempo. Haal ik er zomaar 4 minuten vanaf! Op zo’n korte afstand was dat best goed. En toen aten we superveel pannenkoeken. Nog een hele dag besprekingen wachtte en ‘s avonds was ik weer thuis. Toen kon ik ‘gemakkelijk’ naar de hardlooptraining. Ik was moe. In mijn hoofd vooral. Dus ik ging maar alleen een rondje lopen, geen gekwebbel meer aan mijn koppie! Ik koos voor een rondje Weerwater en je had als opdracht 12 minuten inlopen in zone 1 en dan 3 keer 15 minuten zone 2 met een minuut wandelen ertussen. Nounou. Ik vond zone 1 al wel zat. Zone 2 haalde ik maar net en al na tien minuten zone 2 ging ik uitkijken naar het wandelen. Mijn hoofd buitelde vol gedachten en mijn benen voelden aan als meeslepende balken. Ik vervloekte mezelf dat ik rond het water was gaan lopen, want rechtstreeks terug was geen optie! Toen gingen mijn darmen ook nog in de tegenwerking. Ik hobbelde door naar de McDonalds en haalde opgelucht adem, hoewel ik tot twee keer toe bijna aangereden werd. Ik besloot dat ik het zwemmen achterwege zou laten en met mijn kind naar huis ging rijden na de training. Ik was doodmoe. Uiteindelijk hobbelde ik 9 kilometer bij elkaar. Op woensdag moest ik voor werk naar Den Haag op mijn normaal vrije-middag. Ik was pas om 8 uur thuis, dus ik kon niet meer gaan zwemmen. Weer niet. Door al dat extra werk, kwam ik ook niet echt tot rust. En ik heb dan wel vakantie volgende week, maar dan moet de hele keuken afgebroken en verbouwd worden! Het werd donderdag en ik moest dubbel werken voor de vakantie. Voor de baantraining was ik eigenlijk nog steeds te moe. Ik ging later op de avond samen met mijn loopmaatje lopen. Het ging weer niet soepeltjes. Gelukkig stond mijn loopmaatje in klets-modus, want ik had genoeg moeite mijn benen het tempo te laten volhouden. Onderweg deden we hier en daar een versnelling en dat vond ik leuk: gewoon op gevoel even afspreken tot waar we gaan (de afrit, de brug) en dan een tempo pakken. Op vrijdag had ik eindelijk een ochtendje redelijk rust: ik hoefde alleen maar te fietsen en ik liet de keuken uitruimen, werkmails beantwoorden, de was opruimen en al die andere kleine zaken voor wat ze waren. Ik ging aan het bellen met mijn zusje. Toen ik de telefoon uit de computer trok, trok ik de Tacx kabel ook mee. Moest ik alles opnieuw starten… Mijn horloge gaf de opdracht aan. Al bellend ging het prima. Praatte mijn zus 10 minuten als ik sneller moest fietsen, had ik daarna 5 minuten voor mijn verhaal. Ik fietste nog een hele tijd door en toen was alle apparatuur leeg: mijn computer gaf geen afstand meer mee en de telefoon piepte ook. Ik vond het intussen wel behoorlijk zwaar. Het is wel leuk om te fietsen in de sneeuw! Ik heb toch maar mooi drie uur gefietst. Toen kon ik weer doorjakkeren voor nog een extra middag werken. Daarna volgde het noodzakelijke keuken-leegruimen. Op zaterdag stond de Henschotermeergames op het programma. Jij had ‘m overgeslagen in je schema, dus ik hoefde niet echt… Ik had zelf bedacht dat ik de korte afstand beter kon doen dan de lange. Dan was ik tegelijk met mijn kind klaar die de estafette deed. Het loopgedeelte was 2,5km onverhard en dan 10 kilometer mountainbiken en vervolgens nog anderhalve kilometer lopen. Ik zag er als een berg tegenop. Had buikpijn, was gespannen, wilde niet. Je zou het een keer moeten meemaken, anders geloof je niet hoe zenuwachtig op niks ik kan zijn. Ik ben bang dat ik het mountainbiken niet red, vermoed iets te gaan breken bij het lopen over de gladde brug en ik vrees dat ik veel te langzaam ben of domme dingen doe, zoals mijn helm vergeten of de weg kwijtraken. Het gaat nergens over, maar op dat moment zijn de zenuwen een reële angst. Mijn clubgenootjes GN en AA vonden het geen goede instelling, maar mij hielp het enorm dat ik van mezelf mocht stoppen als ik onderweg echt geen zin meer had. Ik wéét dat ik dat niet zal doen, maar dat het mág, geeft me de kracht om er aan te beginnen. En dan in het startvak ben ik volkomen gelaten. En na het startschot begin ik te lachen en ga ik gewoon lekker een uurtje trainen. Natuurlijk is het zand zwaar, zijn de heuveltjes killing en ik loop ik eerder achteraan dan voorop, maar als ik eenmaal ben gestart, kan me dat niet meer boeien. Dan geniet ik van het bos en het water waarin ik heb gezwommen, dan ben ik elke koukleumende vrijwilliger dankbaar, dan mag je me passeren en dan vind ik het geluid op de brug extra leuk. Ik doe er bijna 15 minuten over, maar dit is een training voor mij, geen wedstrijd. In de wissel let ik even goed op en neem een slok drinken. En dan huppakkee, de fiets meenemen het bos in en gaan trappen. Het begint te sneeuwen en ik vind dat voor de wintergames nog veel gaver! Ik schakel lekker licht, wordt al ingehaald, maar het zal me een worst wezen. Mijn uitdaginkje is gewoon zoveel mogelijk op de fiets te blijven zitten en te genieten. Dat laatste doe ik moeiteloos. Stoppen moet ik niet aan denken! Ik moet wel afstappen bij de kleine heuveltjes en het mulle zand. In de volgende ronde word ik al ingehaald door de snelle heren die de lange afstand doen. Na de eerste vijf of tien hoeft ik niet meer zo nodig aan de kant, want die mannen gaan net zo min meer winnen als ik. Ik trap en schakel gewoon lekker door en haal een vader met zoon in zelfs. Het gaat steeds harder sneeuwen, maar koud heb ik het niet. Mijn grijns wordt wel steeds groter. Ik ben ontzettend blij dat ik voor de korte afstand heb gekozen, moet er niet aan denken alle rondjes drie keer te doen met dit weer. In het derde rondje (er zijn 3 verschillende rondjes en de eerste doen we dubbel) moet ik vaker afstappen bij de heuveltjes en in het mulle zand. Het zal me wat! Het eerste rondje is het gemakkelijkste en ik ben blij dat ik die mag dubbelen. Mijn fiets maakt door al het zand de meest onheilspellende geluiden. Het gaat goed op een lage versnelling en met mijn fietsbeentjes. Dan wissel ik iets sneller terug naar de natte loopschoenen voor een klein rondje hardlopen. Ik lig ergens achteraan, maar dat kan me niks schelen! Ik zie Vincent bijna binnenkomen. Omdat ik alleen loop en rust heb, geniet ik nog meer van de sneeuw op het losgelopen zand en de vrijwilligers bedank ik hardop. De brug is een beetje wit en nog niet glad. Ik haal bijna een knul in die moet wandelen. Ik kan niet veel harder meer, maar wandelen komt niet in me op. Ik doe er ruim een uur over en ben heel tevreden dat ik het volbracht heb. Dat is na zo’n drukke en onrustige week toch ook wat waard?! Zowel het team van mijn kind als ikzelf zijn vierde geworden in onze eigen categorie. Waarmee zij laatste duo zijn en ik een-a-laatste ben geworden. We kunnen door naar huis met natte en vieze en koude troep. De keuken slopen. In 1 moeite door. Geloof het of niet: ik kan prima netjes alles afbreken. Zwemtraining gaat echter zonder onze aanwezigheid door. Weer ergens heen te moeten rijden… dat trek ik niet meer. Dan heb ik wel heel weinig gezwommen de afgelopen week toch? Dus ik meld me op zondagochtend om kwart over 8 in het warme bad van Almere Buiten. Ik kan daar een paar uur zwemmen. Mijn opgave is ‘endurance’; lang achter elkaar de baantjes blijven draaien. Moeilijk is het niet, maar ik krijg bij tijd en wijle wel trek. Lastig is dat ik één van de weinige borstcrawlzwemmers ben. Ik hou het vol en heb aan het einde nog een leuk gesprekje met een andere vrouw die beter borstcrawl zwemt, maar wel aan me ziet dat ik train voor een triatlon. Dan moet de rest van de keuken worden afgebroken, dan moet de was worden gestreken, dan moet en moet en moet….. Uiteindelijk ben ik de week doorgekomen, maar ik maak me wel een beetje zorgen om mijn gehoest.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-3

2019-2

En dan ineens zo een week waarin ik qua bloggen moet bijwerken en nauwelijks foto’s ter ondersteuning heb gemaakt! Ik hou in Garmin goed bij wat ik doe, dus dat is mijn houvast.

Dinsdag 15 januari. Ik ging fietsen. Lang. Met als hoofddoel: leren consumeren op de fiets. Ik drink en eet veeeeeeel te weinig tijdens mijn trainingen. Dat heeft me al regelmatig plezier en kracht gekost. Samen met de trainer ga ik daar iets aan doen. In deze anderhalf uur durende training moet ik 2 bidonnen met sportdrank leeg drinken. Waar ik normaal in twee uur een half bidonnetje water leeg maak… En ik ‘moet’ na 3 kwartier ook wat eten: omdat elke keer gels nogal prijzig is, mag dat een Snickers zijn of een Mars. De trainer denkt vast: als je maag dat aankan… Ik zoek de kleinste bidonnen in huis uit en 3 mini-Snickertjes uit een doos Merci’s. De oefening is 9×10 minuten met in de laatste minuut oefeningen. Nou, daar gaan we dan…. Ik ga aan het appen met Manuel, omdat ik me verder een beetje verveel tussen de 2de en de 9de minuut. De eerste minuut van de tien gebruik ik om te drinken.

De trainer krijgt het ook even zwaar te verduren. Ik ben namelijk ook net begonnen met lijnen, dus ik ben hartstikke prikkelbaar.

Ik trap dapper verder, want ik hoeft me niets aan te trekken van RPM’s of hartslagzones. Dat is dan wel weer positief!

Al met al hou ik het 90 minuten vol. Anderhalve bidon leeg, twee Snickertjes op en 35 kilometer gefietst. De laatste minuut heb ik nog genoeg sportdrank-energie over om hard te gaan trappen en de 35 te halen! Het tempo houdt te wensen over, maar ik ben trots op mijn twee bidons die leeg zijn!

Woensdag 16 januari. Voor het geval je het je afvraagt: dit is de rustweek. DUH. Dat betekent voor vandaag dat ik ga zwemmen en hardlopen. Ik ga aan het oefenen met het doorhalen van mijn arm door alleen mijn schouder te gebruiken bij de zwemtraining. Ik zwem mee in baan 2 en het gaat verrassend goed! Of dat door de rust komt of door het doorhalen weet ik niet. Ik heb wel een energiedipje na een dikke drie kwartier, maar die neem ik voor lief. Daar kom ik wel doorheen, maar het snoepen laat ik achterwege.

‘s Avonds ga ik door weer en wind met Manuel mee. Of eigenlijk gaat Manuel met mij mee. Ik ga met een rustige hartslag inlopen, maar dat is al moeilijk tegen de wind in. Dan doen we versnellingen, maar eigenlijk gaat mijn hartslag dan teveel omhoog. Het voelt niet gemakkelijk. Om niet teveel af te koelen wijzigen we de wandelpauze regelmatig in dribbelpauze.

Donderdag 17 januari. Vincent gaat niet naar de baan, want hij heeft toetsen. Hij wil wel graag lopen, dus we gaan saampjes. Ik moet toch langzaam lopen, omdat dit mijn rustweek is. Ik zoek iets eenvoudigs uit: eerst 25 minuten laag tempo. Dat vind ik moeilijk, maar Vincent kwebbelt er heerlijk doorheen. Dan valt het wel mee. Na een half uur is hij weer thuis en ik ga nog een half uur door. Mijn benen voelen aan als lood. Ik krijg niet veel lucht, want ik hoest al een paar dagen zwaar over de longen. Ik eet dus niet zoveel suiker en het maakt me wel lichter en blijer, maar deze avond niet sneller of beter. Ik tel het uur af en het tempo is niet om over naar huis te schrijven.

Vrijdag 18 januari. Voor je dit gaat lezen: bedenk nog een keer dat dit mijn rustweek is. Ik heb wat overhoop gehaald vandaag. Ik hoefde alleen maar heel rustig een uur te lopen en een half uur te fietsen. Hoe ik zondag ook nog een paar uur fietsen er tussen zou moeten passen, wist ik niet. Wegens de zware benen van gister, leek een uur lopen me ook wel prima. Ik wilde niemand tot last zijn en mijn eigen lage tempo aan kunnen houden zonder schuldgevoel. Hoe moeilijk ook, ik ging alleen. Het was koud, maar zonnig. En toen bleek de Oostvaardersplassen nog steeds open te zijn! Ik ging heel rustig. Ondanks dat het nog niet erg soepel liep, voelde ik me wel iets beter. Ik koos het stuk dat ik iets harder mocht lopen om het bos in te gaan. Dan blijft het tempo net zo laag, maar kan ik lekker het bos in. Het was wel mooi, maar ik vond niet heel erg veel rust. Er was bijna niemand, op 1 man met een groot fototoestel na die ‘op jacht’ was voor een plaatje. Ik ontweek hem en koos een ander pad. En wie vond de herten denk je?! Ikke dus! Ik verlegde de wandelpauze. Toen naar huis hobbelen. Ik moest gaan uitfietsen. Ook een laag tempo. En een hoge cadans. Dat viel ook al niet mee en dit half uur leek lang te duren. Toen had Manuel een goed voorstel: hij wilde ‘s middags buiten gaan fietsen en wilde op mij wachten. Dan kon ik de past-niet-training van zondag alvast doen! In elk geval het eerste uur op laag tempo. Daarna een half uur blokjes van een iets hoger tempo moest toch wel lukken? Ik had maar plek voor 1 bidon, maar Manuel had helemaal niks bij zich. We zouden een rondje Oostvaardersplassen gaan fietsen. Het was koud, maar zo fijn buiten! We konden kletsen, hoefden niet hard en tot de Knardijk was het uitstekend. We namen het bos, om de wind een beetje tegen te gaan. Daar voelde ik de energie afnemen. Mijn gezelligheid ook. En toen moesten er nog een stuk of wat blokjes hoger tempo! De rust vond ik al moeilijk! Maar er is maar 1 manier om thuis te komen… Ik vond het erg zwaar en leerde nog maar eens dat energie vanaf het begin moet worden bijgetankt. Is een rustweek met 3,5 uur sporten op 1 dag nog wel een rustweek?!

Zaterdag 19 januari. Zwemmen. Ik deed eerst mee in het kinderuur, toen ik zeker wist dat de kinderen dan genoeg ruimte hadden in de bananen er niet teveel volwassenen waren. Ik oefende weer met het zwemmen vanuit de schouder. Dan hou ik de drie snelle mannen niet bij, maar dat is dan jammer! Ik dronk veel. Elke 100m bij het inzwemmen. Toen had Vincent paniek en -ach wat jammer NOT- sloeg ik de benenserie over. Het zwemt toch een beetje katterig als Vincent zo doet, maar ik ging weer verder. Daarna ging ik nog even meezwemmen in baan 1 tijdens het volwassenenuur. Ik kwam nog wat tijd te kort. Gingen we daar een bakje kracht-oefeningen doen! Polo-borstcrawl, bijleggen achter… En toen 3 keer 150 armen zonder pullboy. Ik deed het wel, maar niet meer vanzelf! De bidon was WONDER BOVEN WONDER leeg. Daar was ik trots op! Ik had 100 minuten gezwommen. Dik 3000m.

Zondag 20 januari.Met de trainer zou ik de 3000m test overdoen. 1 op 1. Het was koud en ik wilde wat extra opwarmtijd. Ik had er een hard hoofd in met de loopjes van de afgelopen week, maar goed…. Gister heeft KH de test ook gedaan en zij was sterk verbeterd ten opzichte van 22 december toen we het samen deden. Ik liep toen alleen en liep de eerste kilometer in 4:36, de tweede in 5:04 en de derde in 5:06. In totaal deed ik er toen 14:46 over. Ik wilde vlakker lopen, meer elke kilometer hetzelfde. Ik liep rustig in, deed wat oefeningen en warmde op. Versnellingen vind ik dan lastig. Ik kwam de trainer tegen na 2 kilometer en hij zou mij hazen: ik moest zijn tempo lopen en dat zou vlak zijn en 10 tot 30 seconden sneller als de vorige keer. Dat vind ik lastig, want dan is het net alsof ik het zelf niet kan. Dat ís wel zo, maar toch… Ik doe het graag zelluf. De trainer moest me de eerste kilometer inhouden, maar later niet meer hoor! Ik keek recht vooruit, zocht punten uit om naar toe te lopen. Mijn gedachten zaten niet mee. Al na 500m had ik geen zin meer (dan loop ik door mijn omslagpunt heen). De kilometer duurde oneindig lang. Ik ergerde me aan de trainer die op zijn horloge keek en alles bepaalde, maar het hielp me niet aan tempo. Ik ging steeds zwaarder en langzamer geloof ik. Het goedbedoelde ‘het-gaat-goed’ was niet aan mij besteed. Aan de andere kant was het heerlijk dat ik niet op mijn horloge hoefde te kijken en alleen maar bezig hoefde te zijn met zo hard mogelijk lopen. Ik had moeite met genoeg zuurstof binnenkrijgen, dat vond ik raar, want dat heb ik nooit; ik hoestte zelfs onderweg! Keren is ook al niet mijn ding. En wind me merkte ik ook niks van. Kortom, genoeg te mopperen. Kou had ik het al lang niet meer. Ik probeerde het echt op het einde, maar ik was wel flink op! Ik wilde in elk geval de brug op wandelen, daar hield ik me de laatste anderhalve kilometer aan vast. We waren onderaan de brug begonnen, dus ik wist tot waar ik moest! Het leek superlang te duren. De laatste tijd van 4:45 kreeg ik nog net mee. Dat is behoorlijk! Ik was buiten adem, maar de trainer was blij. We wandelden omhoog! De trainer vertelde me dat hij op 4:50 had gemikt, maar dat ik nog harder had gelopen. Ik hoefde gelukkig niets te zeggen! Die 4:45 heb ik dankzij hem vlak gelopen. En ik was een stukje sneller als vorige maand! We dribbelden/wandelden terug naar de auto. Hij was tevredener als ik, want ik was er vet moe van. Uitfietsen liet ik achterwege. Mooie rustweek met bijna 10 uur sport.     Ahum.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-2

2019-1

Dinsdag 1 januari: uitslapen, bijkomen, de weegschaal bij voorkeur verkopen, de laatste dingetjes doen en dan is er niks meer: ik verveel me bijna! Er zit maar 1 ding op: ga lekker sporten. Klim op de Tacx? Hm, lekker sporten! Combi van de Tacx en lopen? Leuk, maar ook wat lang. Ik kies de hardloopopdracht voor zaterdag: 2 minuten inwandelen en die gaan op aan de deur voor Vincent opendoen en een sleutel pakken. Dan 10 minuten in zone 1 (hartslag tot 130). Ik heb het koud. De wind is kil en mijn ene truitje is niet genoeg. Volgens Manuel was het warm, maar ik merk het niet! De hartslag is regelmatig te hoog. Het tempo blijft steken op 6:30 Dan 20 minuten zone 2. Ik ga langs de Oostvaardersplassen: het is zo mooi en een beetje ‘van mij’. Maar vandaag deel ik het met hele hordes dagjes-wandelaars. Ik hou me in om in zone 2 te blijven en geniet van de omgeving. Ik kom TE (pa van BE) tegen op de fiets en hij groet me hartelijk. Ik blijf koud, zo dik tegen de wind in. Ik wil 5 kilometer vollopen tot aan het bruggetje, graag binnen het “slome” deel van deze loop. Dat lukt: 32 minuten over de eerste 5 kilometer. Ik draai om en ga 3 keer 8 minuten in zone 3 lopen met 1 minuut wandelen en 1 minuut dribbelen. Ik vraag me af of ik dan binnen 30 minuten terug ben. Ik heb wind mee, er zit een heerlijk tempo in en ik voel me prima! Eindelijk warm. Ik neem de Oostvaardersplassen goed in me op. Als ik er doorheen vlieg. En fotografeer als ik moet wandelen. Ik slinger om de mensen heen en hou lekker een 5:15 vast. Ik ga het redden met 3 keer anderhalve kilometer in 8 minuten. Het laatste stukje is wel iets zwaarder; zo weer terug de wijk in, maar het tempo blijft hoog en de uitdaging om de 10 kilometer binnen een uur te halen is groter dan ‘een beetje’ vermoeidheid. Ik red het. Dus heb ik 28 minuten gelopen over de 2de 5 kilometer. *big smile* Ik loop om het huis uit en dan ben ik het jaar goed begonnen!

woensdag 2 januari. Weer aan het werk en jeetje, dat kost best veel energie! Ik werk wat langer door en ga naar Zeist. Aan het einde van de middag haal ik Vincent op bij opa en oma in Hilversum om te gaan zwemmen. Ik doe dapper mee in baan 2. Niet eens als allerlangzaamste en ook nog eens zonder pullboy. We zwemmen hartstikke veel!

Donderdag 3 januari. Weer een dag werken en daarna een baantraining met een grote groep volwassenen. We lopen lekker kalm in en dan gaan we 35 minuten hardlopen op de baan. 400m op een tempo van rond de 12km/u en als je daarboven zit, dan heb je 4 minuten rustig doordribbelen, daaronder 3 minuten. We moeten er dus boven blijven! Ik loop met MB mee en we ontdekken dat net boven de 12km/u ons dribbeltempo op anderhalve ronde legt. Zij is een sprinter, ik een duurloper: ik moet aanzetten op de 400m om haar bij te houden, ik dribbel te hard. Heerlijk vind ik het, gewoon maar doorlopen, ronde na ronde na ronde na ronde… We gaan 400m te hard, maar dribbelen dan ook extra langzaam. Ik klets de tijd wel vol. Dat gaat simpel! Voor het eerst in tijden heb ik geen zin om de tien kilometer vol te maken.

Vrijdag 4 januari. Er zijn allemaal dingetjes te doen en tussendoor moet ik fietsen plakken. Zo voelt het ook: als ertussenin gepropt. Op de Tacx gefrut. Ik reduceer twee uur tot een uur. Ik moet eigenlijk 6 keer 20 minuten doen, maar dat zal 3 keer worden. 10 minuten zone 1, 3 minuten zone 3 en 7 minuten zone 2. Ik pak mijn boek erbij en dat is net iets te boeiend. Ik mis zo nu en dan de tijd en trap niet hard genoeg. Het lukt me om er in te komen. Ik zit ruim een uur uit, maar geniet er niet van. Ik laat de opdracht maar een beetje los. Ik ben blij als ik afstap. Volgende keer beter – hoop ik dan maar. ‘s Middags gaan we met paps en mams ook nog en stukje wandelen.

Zaterdag 5 januari. Ik ben een beetje moe van dagelijks sporten. Dus vandaag doe ik niks extra, alleen maar zwemmen. Tijdens het kinderuurtje deel ik de baan met 5 anderen die razendveel sneller zijn. Ik doe niet mee aan de training, ik wil een uur lang onafgebroken zwemmen. Eerste 100m met pullboy, dan baantje na baantje na baantje gewoon zwemmen. Ik let op de slag, doe mijn best, maar zwem ook gewoon. Ik probeer het trapje te visualiseren. In een uur zwem ik 2600 meter. Ik schrijf me in voor een borstcrawlcursus om beter te gaan zwemmen.

Zondag 6 januari. De trainer heeft iets voor me bedacht: deze trainer is van de combinaties, niet van een lange duurloop. Zes blokjes vandaag: drie keer 25 minuten hardlopen, gevolgd door 20 minuten fietsen. In verschillende hartslagzones, maar niet de hoge. Ik wil naar buiten, op de taco stappen, vind ik niet zo handig omdat je dan zo zweet en dan blijf je omkleden. Nu doe ik een truitje aan en leg een fietsbroek en fietsjas klaar, zet de MTB onder de overkapping en doe hardloopschoenen aan. Vincent gaat mee. Eerst 2 minuten wandelen (dat lukt nog wel) en dan 25 minuten in zone 1. Dat gaat niet zo best. De hartslag is torenhoog (zone 5+), bij een tempo van niks. We worden er mopperig van. Ik weet dat ik altijd wat warming-up nodig heb, maar nu heb ik niet zoveel tijd. Het gaat inderdaad wat beter na 3 kilometer, maar na 4 kilometer zijn we thuis. Jasje wisselen, schoenen wisselen, fietsbroek aan en op de MTB. Vincent gaat straks pas weer mee, die blijft nu even thuis. Het pad tussen de Oostvaarderplassen is nog open en ik ga genieten van de zon die het riet goud kleurt, de blauwe lucht en het tempo wat lekker is in zone 2. Alleen is het net iets te lang voor 20 minuutjes. Ik wissel weer van schoenen en jas als ik thuis ben en ga hardlopen in zone 2. Ik ben net opgewarmd en lopen gaat me nu goed af. Ik dribbel in plaats van wandelen. Ik ga de andere kant op, richting de Seizoenenbuurt. Het tempo zit er flink in in zone 2. Geen inhouden meer! Fijn. Ik loop dan ook 5:45 ongeveer. Ik moet steeds een stukje verder om om 25 minuten vol te maken. Uiteindelijk haal ik 5 kilometer. Dat voelt beter. Terug naar de fiets met een flinke slok sportdrank en een gel op voor het kleine rondje Oostvaardersplassen. De jas voelt al wat smerig om aan te doen. Ik heb wind mee en ga lekker hard. Ik neem een brug verder terug en dan is het een beetje op aan het raken. Ik heb trek. Ietsje minder zin als een uur geleden. Gelukkig gaat Vincent dadelijk weer mee lopen en fietsen. Ik verheug me niet op nog drie kwartier. De zon is ook weg en de bril is te klein. Ik kleed me weer om voor nog een blokje van 25 minuten zone 2. Maar dan laag in zone 2 in verband met Vincent. Nog een gel eten en we gaan weer. Vincent lijkt blij met het hogere tempo en kletst voluit. Het tempo ligt net zo hoog als wanneer ik alleen ben. Eerlijk is eerlijk, na drie kilometer doet Vincent het beter dan zijn moeder. Ik ben moe, kan wat moeilijker opletten en wat moeilijker praten ook nog ‘s. Vincent vindt het wel grappig dat de rollen een keer omgedraaid zijn. Vanaf de brug bepaalt hij de route maar. Mijn hartslag gaat omhoog bij een gelijkblijvend tempo. We lopen binnen een half uur de 5 kilometer. Omdat Vincent een klasgenoot tegenkomt, kan ik niet eens gaan wandelen! En dan nóg een keer fietsen. De jas is smerig, maar de oranje bril maakt het allemaal wat rooskleuriger. In zone 1 fietsen: uitfietsen. Een tempo wat Vincent ook kan. En ik ook nog haal! Richting de AH voor brood. Een kort ommetje. Fietsen is wel gemakkelijker dan lopen. Ik moest soms zelfs ietsje harder om in zone 1 te blijven! Ik heb alle trainingen los opgenomen en het is een hele lijst als we weer thuis zijn. Ik heb megaveel honger. Het is dan ook al zomaar middag geworden.

Ik heb de elf uur sporten in deze week net niet gehaald, maar ik vind het allemaal prima zo! Was een leuke afwisseling die de trainer bedacht had.

Dinsdag 8 januari. Op naar de hardlooptraining in de avond! Ik twijfelde over de rustige of de iets snellere groep, maar de aardige trainer JdW gaf de doorslag. Gelukkig kwam de trainer voor de hele snelle groep net op tijd, want met 1 grote club had ik spijt gekregen! We gingen een heel eind inlopen, weer eens een andere kant op! Bij het inspringen bleef ik ver achter en ik had toch spijt van de beslissing: ik ben niet zo een goeie sprinter, zeker niet in de eerste 3 kilometer! Daarna gingen we de brug op en dan omdraaien en tegen de wind in en omhoog extra tempo! Dat vind ik leuk, maar snel ben ik dan nog niet. We liepen terug naar het “gewone” driehoekje-vierkantje-rondje. Daar gingen we vier ronden lopen op net-iets-hoger-dan-duurtempo. Ik ging het op gevoel doen. Alleen op gevoel en dan maar net iets langzamer dan sommigen en maar net iets sneller dan anderen. Elke ronde moest ongeveer gelijk zijn, maar ik doe een reeks van 2:32 – 2:30 – 2:28 en 2:26. Natuurlijk: dan gaat het me goed af, als ik warmgelopen ben en gewoon mijn eigen ding een beetje mag doen. We moesten twee rondes lopen en dan op het gemiddelde van de vier rondjes (de trainer had voor iedereen de 4 ronden tijd geroepen) minus 6 seconden. Ik liep met MB mee en de eerste ronde liepen we in 2:17 (duh), dus de tweede ronde een heel stuk trager! We kwamen gemiddeld goed uit, maar het was goed te weten dat ik sneller kon! Toen nog 1 ronde en die moest 3 seconden sneller. Ik wist dat ik dat ging halen, maar zette lekker nog iets meer aan en toen werd het 2:07. Een rondje is 475 meter. We liepen nog uit. De dinsdag werd echter in het zwembad vervolgd. We hoefden niet hard en ik zwom op techniek lettend in baan 2. Nog steeds bezig met breed insteken. En zonder achtje zwemmen.

Woensdag 9 januari. Het was lekker weer, beetje zonnig, geen storm, niet ijskoud. En ik had een beetje tijd, dus ik pakte de fiets. Ik twijfelde over de tijdritfiets, maar vond het toch iets te glad, dus de mountainbike maar. En waarheen dan? Ik weet het niet. Ik ga mijn neus achterna. De stad in, de fietspaden over, de Vaart langs, de andere kant op, een brug verder, wind mee, de dijk niet bereikt, over de witte brug, langs het datacentrum terug. Ik ging gewoon en het was lekker. Ik zag zwanen, voorzichtig langs de honden, een mooie roofvogel die bleef zitten. Ik werd lekker smerig op het bospaadje en ook dat was erg leuk. Daarna gingen we nog zwemmen. Ik zwom in baan 1, net als MB die ook naar baan 3 kan als baan 2 te druk is. We deden een boel verschillende slagen in 1 oefening. DR geeft altijd net iets anders dan anders trainingen. Het voelde aan alsof ik supersnel gezwommen had, maar dat was absoluut niet waar.

Donderdag 10 januari. De baantraining. Ik had geen zin. Niet om 5 voor 7. Niet om kwart over 7. Niet om 5 over half 8. En om 5 over 8 ook niet. We liepen lekker rustig in met een grote groep. Het miezerde de hele tijd. Dat deert mij niet. Maar ik word altijd een beetje gek van het getetter als ik geen zin heb. Op de baan was het simpel: 400-800-1200-1600-1200-800-400 rustig tempo met 10-20-30-40-30-20 pauze. Ik liep achteraan. Expres. Me in te houden. In stilte. Het was geen probleem, maar ik had het toch niet gemakkelijk. Na de 1600 was ik het wel zat en nam ik 35 seconden pauze in plaats van meer. Eindelijk rust, eindelijk mijn eigen tempo. Ik bleef mopperig en ik haalde er geen zin meer uit. Van de 800 liep ik er maar 400 en daar baal ik dan van. De rest mocht nog hard, ik gelukkig niet! We liepen uit en ik nam het extra rondje op de baan er nog bij. Maar het laatste beloofde rondje kon me gestolen worden en dan waren de tien kilometer maar niet vol. Het boeide me niet, want ik had toch geen zin!

vrijdag 11 januari. Ik sprong al vroeg op de Tacx. Twee lange uren! Verdeeld in 6 keer 20 minuten, waarvan 20 minuten D2 met twee keer 3 minuten een hogere RPM en 3 minuten een hogere hartslag en 7 minuten een lagere hartslag. Kun je het volgen? Ik ook niet, dus ik zet de training in het horloge en hoeft het alleen maar te volgen. Ondertussen zet ik Netflix aan. Na twintig minuten appte mijn zus of we konden bellen. Dat kan ook best, maar het is even improviseren met Netflix uitzetten en de telefoon op de speaker. En soms moet mijn zus even drie minuten volpraten. Het volgende anderhalf uur vloog voorbij. Ik kon me niet altijd even goed aan de 3 minuten hogere RPM’s houden, want door het bellen miste ik wel wat signaaltjes, maar ik fietste lekker weg! De Tacx heeft het ook lastig van tijd tot tijd: dan gaat het na een half uurtje opeens een heel stuk soepeler. Uiteindelijk fietste ik de 50 kilometer toch maar vol, zonder een meter vooruit te komen. En toen trok ik de bezweette fietskleren uit en hardloopkleren aan. RUSTIG, had ik naar Manuel geschreven, want we gingen samen. Het ging heel moeizaam bij mij. Alles boven de 6 minuten per kilometer vind ik traag en dit zat tussen de 6:00 en 6:20. Omdat het eten op was, had ik niet al te veel gehad bij het ontbijt en tussendoor had ik een gel genomen, maar in al dat trappen was ook wat energie gaan zitten. We liepen langs de Oostvaardersplassen richting de dijk – zo vaak mogelijk doen zo lang het kan!- en ik moet elke keer denken aan de hete zomer als ik nu het water zie staan, waar het een half jaar geleden bijna droog stond. We gingen door het bos terug. Ik genoot er wel van, maar Manuel moest op een gegeven moment het praten overnemen, want alles in mij schreeuwde: WANDELEN!! Het tempo ging omlaag, maar ik ging niet wandelen, hoe graag ik ook wilde. Ik luisterde naar Manuel en uiteindelijk waren we na 7,5 kilometer weer terug bij huis en snakte ik naar hersteldrank en de douche. Niet direct naar het bedrijfsuitje, maar de calorieën van het diner wat erbij hoorde, die waren welkom!

Zaterdag 12 januari. Soort van rustdag. Eindeloos in bed blijven liggen, boekje lezen en op de bank zitten. Maar ook zwemmen. Het was veel te druk in de banen. Bij de kinderen, maar ook zeker bij de volwassenen. 7 Mensen en dan ben ik veel te langzaam. Ik ben de hele tijd bezig met kijken wie me kan inhalen en opzij gaan. Ondertussen had Vincent me proberen uit te leggen hoe ik rustiger moet zwemmen en dat probeerde ik dan maar. Ik deed gewoon een heel klein beetje mee met paddles en op en neer zwemmen, maar zonder flippers. Het was enorm onrustig. Ik ging met Vincent in het pierenbad, dat hij kon kijken wat ik nou moest veranderen, maar dat is lastig te zeggen voor hem. We troffen RP, die supergoed zwemt, maar nu even niet omdat hij zijn arm gebroken had. Hij vroeg mij naar mijn doel en dat is met minder energie langer zwemmen. Hij kon pérfect uitleggen hoe mijn doorhaal dan wel zou moeten gaan: ontspanning, draaien vanuit de schouder. De praktijk is een heel ander verhaal, maar begin bij mij maar met de “waarom”. Toen ik wegliep, kreeg ik een soort van trap na, omdat ze zaten te roddelen bij de ingang: “en dan die lieden van baan 1 die er tussendoor harken”. Flikker op zeg. Ik weet wie het zegt en een ander zei ook wel dat ik er keurig rekening mee hield, maar ik ben het wel zat dan en blijf met een katterig gevoel achter.

Zondag 13 januari Je hebt van die dagen dat je heerlijk loopt, dat het vanzelf lijkt te gaan. Van die dagen dat je gewoon door kunt praten en het tempo moeiteloos hoog kunt houden. Van die dagen dat je de volgens hoort en de bossen prachtig zijn. Er zijn dagen waarop je zin hebt in de gels, alle kleren lekker zitten en de kilometers onder je door vliegen. Zo’n dag had ik NIET. Te weinig geslapen? Te veel balast? Het einde van een drukke sportweek? Gewoon mijn dag niet? Omdat ik de route al kende? Vind ik dit groepje niet zo leuk? Ik weet het niet, waarschijnlijk een combinatie van alles. In elk geval hobbelde ik er lekker achteraan. We liepen met PL mee, een groter groepje van 7-10 mensen deze keer. (3 mensen gingen na een paar kilometer hun eigen weg en tempo) We waren weer bij Baarn, kasteel Groeneveld, kasteel Soesterberg, bos en trail en modder. De regen viel onwijs mee, eigenlijk was er geen regen. Genieten en op de verzorging letten was de opdracht: genieten lukte me maar niet zo. Ik liep mijn eigen tempo, gewoon strak achteraan. Vind ik niet erg, maar motiveert ook niet. Er zat gewoon niet meer (zin) in. 1 Van de mannen keek wel netjes achterom en ze stopten regelmatig, maar dat trekt me nu juist niet zo: ik kachel liever door. Achterop lopend was dat een zekerheid. Na 5km nam ik netjes een gel en die viel niet lekker in mijn buik. Dat rommelde. Voor de rest geef ik niks om natte voeten, natte hondenneuzen en loopneuzen. We gingen over het ATBpad, dat is wel aardig, maar eigenlijk vind ik het voor de fietsers. Dan moet je steeds opzij. We deden de korte route van 15 kilometer en daar baalde ik van. Dat kwam mijn motivatie niet ten goede. Wel liep de route zo totaal anders als de vorige keer. Ik was stil en dat was prima. Een paar andere meiden gingen vertragen, maar ik bleef rustig achteraan lopen op hetzelfde trage en gestage tempo. Op 10 kilometer nam ik weer netjes een gel, maar deze is wel lekkerder en viel iets beter, maar was weer moeilijk weg te krijgen. Na 15 kilometer waren we rond en schoot ik de WC in. Toen daar alles gedumpt was, voelde ik me beter en wist ik het zeker: ik hoeft geen koffie, ik ben nu toch al nat en ik ben nu toch hier: de komende kilometers hier in het park zijn voor mij! Ik liep gemakkelijker, lichter, ongedwongener (niet veel sneller, dat niet) en kon beter om me heen kijken en genieten. Ik fotografeerde een groepje mannen op de ATB op de wijnberg en maakte het rondje. Ik maakte 20 kilometer vol en had geen zin meer om de 21 ook nog te doen. Ik had lang genoeg gelopen en grappig genoeg kwam ik de rest tegen die de koffie net op had! Mijn telefoon was in een lock gegaan en ik kon niet bellen of iemand bereiken. Een raar soort stilte krijg je dan. Ik moest nog tanken en had aan honger grenzende trek! Thuis wilde ik douchen en bijkomen en bij- eten en -drinken. En zo was de week weer vol met ruim 11 uur sporten. Dat mag je ook wel voelen toch?!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-1

31 december 2018 De laatste blog van het jaar – over de getallen

Terugkijken op het jaar, dat doet iedereen vandaag. De nummers, de aantallen, de prestaties worden vandaag breed uitgemeten. Strava maakt een filmpje, Garmin telt de cijfers op. De één nog fantastischer dan de ander: meer, sneller, beter dan verwacht, beter dan eerdere jaren! Facebook staat er vol mee, iedereen doet er aan mee. De prachtigste plannen komen langs, de mooiste voornemens, doelen groter dan ooit. Ik ontkom er niet aan. En ik heb er een vreselijke hekel aan en ben er dol op. Omdat ik zo’n hekel heb aan dat vergelijk waar je niks mee opschiet, laat ik Strava sinds een paar maanden links liggen. Ik hoeft niet meer de meeste uren, de langste afstand, hoog in de weekscore te komen. Ik heb alleen maar Garmin die mijn getallen bijhoudt. En Garmin is opeens mijn vriend niet meer…. Ik kom “te kort”! Ik haal de 6100 kilometer niet dit jaar! Ik moet nog 21 kilometer fietsen, nog een stuk hardlopen… Gelukkig heb ik alles opgeruimd, gestreken in de kast liggen, bijgewerkt. Ik zou de hele dag kunnen sporten, voor de oliebollen en de champagne.

Dan zie ik de post van MC: die heeft het hele jaar voor een hele triatlon getraind. Het kost hem veel minder tijd, gezien de snelheden die hij haalt. Geen vergelijk met mij dus: met mijn halve triatlon, met mijn dames-tempo. Ik kom er zo op terug. Daarnaast staat de post van KH: zij heeft geen weet van de getallen, het interesseert haar niet; ze is dolblij dat ze heel is gebleven en zoveel heeft kunnen sporten. Ik denk dat haar getallen heel wat mensen omver zou blazen! Vriendin Joyce heeft haar doel ook dubbelendwars gehaald, ruim 40 kilometer per week hardlopen. Dat is mij niet gelukt! SG heeft net als ik de halve triatlon gedaan, maar haar cijfers blijven achter bij die van mij. Ik word moe van het vergelijken en raak hier en daar verbijsterd. Ik hou het even bij mezelf.

Nog 21 kilometer fietsen. Ik lig in bed en maak een afspraakje met mijn kind om buiten te gaan trappen. Snel eten en om half 11 zitten we op de mountainbikes. Zijn tempo, mijn route. De Oostvaardersplassen gaan dicht, dus daar fietsen we doorheen. Bij een licht zonnetje: ik geniet er enorm van. Het hoeft niet snel van mij. Straks fiets ik hier niet meer tot ergens in mei. We gaan over de dijk en daar is het weer saai en grijs en zelfs een beetje wind tegen. We fietsen langs het Bloq en door het Wilgenbos. Met een kleine pauze. We gaan rond bij het nieuw geasfalteerde pad en over het schelpenpad terug naar het sluisje. De boten zijn weg, het Wilgenbos is nog altijd leeg. Terug over de dijk hebben we wind mee en dan nog 1 keer langs de plassen. We halen 21 kilometer fietsen en doen daar ruim een uur over. Fiets-kilometers 2018: vierduizendtwee. Missie volbracht! Ik kan met gemak naar Alanya fietsen. Via Parijs.

Ik maak op 31 december altijd een loop onder de snelweg door, al jarenlang dezelfde route: soms iets langer, soms net niet. Ik loop onder de A6 door een betrekkelijke rust in de polder tegemoet en dan terug de vuurwerkherrie in. Dit jaar is de route niet mogelijk door de werkzaamheden: De terugweg is afgesloten. Dus ik moet een stuk verder. Dat komt mooi uit, want om 1700 kilometer te lopen, moet ik nog 16 kilometer. Dat is eigenlijk best veel… Rugzakje op, gels mee en gaan maar. Muziekje op, tempo en duur van ondergeschikt belang. Alhoewel…, rond de 6 minuten op de kilometer zou wel fijn zijn: getallen zijn zo machtig! Het gaat soepel en ik blaas niks op. Na 5 kilometer loop ik over de lange rechte polderweg. Ik deel het maar op in 3 blokjes van 5 kilometer, anders lijkt het zoveel. 10 Engelse Mijl. Ik pieker over alle cijfers en getallen, over alle sporturen en mijmer over wat ik allemaal gedaan heb en met wie en met wie niet. Het ging best soepel dit jaar. Op die ene belangrijke dag na. En toen ik bij het Henschotermeer was. Ik zie een paar jagers: die knallen ook! De brug is een heel eind weg. Het tempo ligt prima rond de 5:53. Bij tien kilometer ben ik de bruggen over en dat ging wat minder snel. ‘Mijn’ liedje komt voorbij en ik trek weer door op de Trekweg. Ik zal iets verder om moeten lopen om 16 kilometer te halen. Ik kom MZ tegen: de held gaat de marathon lopen. Weer zo’n doel, weer zo’n presteerder. Ik heb het een beetje gehad met lopen, maar draaf dapper door. Ik ga 15 kilometer volmaken ook. Dat is de macht die de cijfertjes hebben op mij. Meestal houden ze me prima aan de gang! Iets sneller, iets langer, iets verder. Voorbij het Oostvaarderscentrum wordt het best zwaar. Ik weet dat ik op 16 kilometer ga uitkomen en ben voor het trappetje op de 15 kilometer onafgebroken hardlopen. De laatste kilometer dribbel ik. Dan heb ik 1700 kilometer hardgelopen in een jaar. Meer dan vorig jaar. Op en neer naar Kopenhagen via Legoland. Toevallig 😉

Daar komt mijn staatje dan:

  • Totaal : 6118,95 kilometer (wandelen, combi-sporten, fietsen, zwemmen…. alles meegerekend)

  • Hardlopen: 1700,35 kilometer
  • Fietsen: 4002,06 kilometer
  • Zwemmen: 282,79 kilometer
  • Multisporten: 380, 30 kilometer

 

Is dat veel? Dat vraag ik me ook af. Joyce en Manuel hebben veel meer gelopen. SG in alles veel minder. Ik heb altijd het idee dat ik veel sport en dat wordt bevestigd door de getallen van MC. Hij heeft in totaal nog geen 50 kilometer meer afgelegd. MC is een fietser, dus die heeft 600 kilometer meer gefietst. Maar hardlopende Anke haalt rennend 400 kilometer meer. Ik zwem meer, ik multisportte meer. En dan zeggen de getallen mij iets: MC heeft een hele triatlon gedaan, ik een halve. Wat ik het hele jaar al dacht: ik hoeft niet te twijfelen of ik een hele triatlon qua training aankan; dat heb ik dit jaar laten zien. De hele triatlon is wel een doel voor mijn vijftigste jaar, dus ik heb nog een paar jaar! Iets met getallen… Nog 5 jaar de tijd. Wat ik volgend jaar doe? Ik wil me niet echt ergens op vastleggen, heb me voor een aantal leuke wedstrijden ingeschreven: Spa-run, Duin, Zandvoort. Een soort van subdoel is twee keer een halve triatlon (ik twijfel nog over Almere) en een marathon als het lukt – ik blijf een loper! Meer zeg ik er niet over: waar, wanneer en of het er van komt: dat lees je wel. Ik pin me niet vast, als het niet lukt wil ik me op het laatste moment nog kunnen terugtrekken zonder het gevoel te hebben dat het moet – voor de cijfers.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 31 december 2018 De laatste blog van het jaar – over de getallen

Week 52: de laatste van het jaar

Dit

is de week

van kerst. Van de

kerstboom. Maandag kerstavond.

Overdag een wandeling en verder niks!

25 december begint met een nuchtere ontbijtloop

Vincent gaat met me mee. De zon schijnt en het is druk met

hardlopers. Wij gaan niet zo heel hard. Ik heb nog niet gegeten en

mijn hartslag moet laag blijven. We maken een rondje van 5 kilometer

met wandelpauzes na elke tien minuten. Dan kunnen we de rest van de dag

gezellig kerst vieren in Hilversum! Op tweede kerstdag doen we dezelfde op-

dracht: dezelfde route, samen,  ik geen ontbijt, lage hartslag, wandelpauzes.

Maar op deze minder stralende ochtend kruist geen enkele andere hardloper

ons pad. We gaan ietsje sneller. 34 minuten. Dan kunnen we de rest van

de dag gezellig

kerst vieren in

Veldhoven.

 

DΞ  dλg  nλ  kΞΓςt  gλ  ↓k  f↓ΞtςΞn  mΞt  MλnuΞl. Θp  dΞ  MTB  ΞΞn  hΞlΞ ΓΘndΞ  ovΞΓ  dΞ  KnλΓdijk  Ξn  hΞt  ↓ς  bΞςt  ΞΞn  bΞΞtje kΘud. WΞ  f↓ΞtςΞn  toch  ↓Ξtς  van  dΞΓt↓g  k↓lΘmΞtΞΓ.   Θmdat  ↓k  n↓Ξt  gΞdλcht  hλd  dλt  ΞΓ  bλλntΓλ↓n↓ng  zΘu  z↓jn,  maaΓ  ↓k  hΞb  de  tΓ↓λtlξtξn ΘndξΓςchλt:  zξ  z↓jn  ξΓ  wξl!   ↓k  lΘΘp  lξkkξΓ Γuςt↓g  mξt  YS  mξξ  ξn  kwξbbξl  dξ  t↓jd   vΘl.

 

28 december: een lange lange lange lange lange

lange

lange

 

lange lange

 

 

lange lange

 

lange wandeling. In tijd

 

tijd tijd tijd

tijd,•

 

niet in tempo o o

o o o

 

o o

o o .

 

In de duinen bij Castricum. Bijkletsen.

De trainer telt het mee, ik eigenlijk niet.

📆Zaterdag 29 december

🚴🏻‍♀️op de Tacx. Die ontbreekt nog deze week📅! Een uurtje⏱ 12 minuten infietsen📕, 12 minuten rustig📗 en dan een paar keer 5 minuten hard 📘en 4 minuten 📙bijkomen afgewisseld. 📚 ik ga lezen 📖 op de 🚴🏼‍♂️ Weer ‘ns iets anders🙃 de tijd 🕰 en de hoofdstukken 📑 vliegen 🛩 voorbij,

daarna 🏊🏼‍♀️ In het kinder👦Uurtje. Ze doen spelletjes🎲 ik vind dat niet zo leuk 😕 maar ik doe dapper 🎭 mee. Ik 🏊🏼‍♀️ zelf even uit bij de grote 😶mensen.

 

 

Zondag 30 december

Lopen met de hardlopende Almeerse dames én Vincent met nieuwe schoenen. Ik liep in en dat ging niet goed: de hartslag was veeeeeeeel te hoog voor zone 1

 

Met z’n allen jogden/hobbelden/sjokten/wandelden we verder. Het voelde niet lekker: hartslag te hoog, te laag, steken, sloom…

Het was wel erg gezellig en ik heb fijn gekletst en Vincent ook. Maar ik voelde me een dikke, vette, slepende oliebol. Ik at er geen en we gingen snel naar huis terug. 10 Kilometer, maar niet zo best

Ik had Vincent beloofd te gaan zwemmen en hij nam een vriend mee. Kon ik wat baantjes trekken. Vergissings! Druk in het bad, vol spelende, springende, dobberende kinderen die ik ontweek. Ik zwom een kilometer bij elkaar, net voor het bad sloot.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 52: de laatste van het jaar

Week 51 in Tekst

Deze week heb ik vrijwel geen foto’s gemaakt. En dat bevalt me prima. Ik ga het volgend jaar denk ik ook zo doen: wat minder foto’s en wat minder frequent bloggen. Ik ga in tekst bijhouden wat ik doe, maar het lukt me niet om elke week uitgebreid verslag te doen.

Vooralsnog blijft de maandag een rustdag. Daar ben ik snel klaar mee 🙂

Dinsdag 18 december is een dag waarop ik dolgelukkig ben en een droomprijs win, die ik helaas moet afzeggen, waar ik heel verdrietig om ben 🙁 We draaien een bijna perfect webinar op het werk, maar er komen slechts twee mensen kijken. De uiteenlopende emoties liggen allemaal erg dicht bij elkaar, en daar moet op gelopen worden! De hardlopers onder ons, snappen mij volledig. Ik meld me bij de TVA en baal dat er 1 grote groep is: dan zijn ze allemaal te snel voor mij. Aan de andere kant: het is donker en ik doe mijn eigen ding. Dat behelst weinig gekwebbel. We lopen een “rondje-met-vier-zijden” : hij blijft leuk 😀 Eerst 1 zijde snel, dan 2, daarna 3 en ten slotte alle 4. De eerste loop ik veel te snel mee in de groep, de tweede laat ik ze zowat allemaal voorgaan en de derde zit dan in mijn eigen emotionele ritme. In de 4 zijde (het hele ronde ‘vierkant’) ben ik bij de emotie boos (waarom komen er maar twee mensen) en dan versnel ik (flink) door, maar ik ga me niet over de kop lopen. We dribbelen verder en doen nog een paar oefeningen. Ik laat alle emoties achter me in het vierkante-rondje en ben een stuk aardiger en gezelliger. Clubgenoot MB vertelt superlief over haar zoon die een halve marathon loopt met een gemiddelde kilometertijd van 3:52. Megaknap, want dan kan ik geen 5 kilometer! Zij ook niet, maar ze is terecht trots.

Daarna ga ik zwemmen. Alsjeblieft, gewoon midden in de groep of achteraan, want ik moet oefenen en denken: breed, breed, breed. In mijn eigen tempo, of dat nu langzamer is of sneller. Breed, hoek, afzetten bij het doorhalen, breed enzovoort! We moeten 3 keer 100 meter aan de andere kant ademen. Ik adem altijd rechts en blijk het ook links te kunnen. Al komt dat de slag niet ten goede. De trainer zegt nu dat mijn benen te onstabiel zijn, maar daar kan ik me nog niet druk om maken! Het is een redelijk compliment dat hij opeens niet meer over mijn insteek zanikt! We doen ook een estafette. Dat lukt mij niet met een glimlach, want ik heb daar een hekel aan. We doen de wisselslag, ieder een deel. Ik mag de rugslag doen en doe toch mijn best.

Woensdag 19 december komt het zwemmen er niet van in verband met de kerstdiners. Ik ga fietsen, dat staat op vrijdag in het schema, maar ik mag de trainingen onderling wel wisselen. Ik ga pas laat aan het fietsen en heb de training tussen de bedrijven door ingevuld. Daar is iets mis gegaan. De eerste 12 minuten infietsen is niks mis mee. Dan moest ik de overige 48 minuten verdelen in blokken van 6 keer 8 minuten. 2 minuten zone2, 2 minuten zone 3, 2 minuten zone 4 en 2 minuten rust. Ik heb bij het invoeren een foutje gemaakt en na elke 2 minuten in een zone 2 minuten rust gezet. Dan gaan er twee dingen mis: ten eerste is het in twee minuten de hartslag laten dalen en twee minuten om in zone 4 te komen is vrij lastig. Het irriteert me en toch probeer ik het drie keer. Dan begint te tijd te dringen en bemerk ik mijn vergissing! Ik probeer de oefening nog een keer zoals het wel zou moeten en dat lukt prima. De Tacx heeft zichzelf halverwege weer eens op “lichter” gezet, waardoor ik superhard heb gefietst! Voor mijn doen tenminste. Sorry trainer, volgende keer voer ik de training goed in!

Donderdag 20 december: de laatste werkdag van het jaar. Ik kom wel op tijd naar huis, maar heb geen zin om me te haasten om tijdig bij de atletiekbaan te zijn. Vincent en ik gaan later op de avond en Manuel gaat mee. Vincent ongeveer 5 kilometer, Manuel en ik meer. Vincent praat. En kletst. En vertelt. Manuel en ik hoeven en mogen alleen luisteren. Dat is ons geluk, want het tempo gaat steeds omhoog! Met 10,5 kilometer per uur, kletst Vincent alsof het wandelingetje is! Wij oudjes puffen er naast 🙂 Na 5 kilometer gaat Vincent naar huis en wij lopen verder. Iets langzamer! ik neem Vincent getetter over. Als je dit leest: enig medelijden met Manuel is nu volkomen op zijn plaats! Manuel komt terug van de blessure en die komt na 8 kilometer met tuutende oren thuis. Dan is het stil. Ik ga nog een stukje extra en dan kan mijn tempo toch weer iets omhoog; zeker als er iemand voor me loopt! Ik kom op 11 kilometer.

Vrijdag de kortste dag qua licht van het jaar, ga ik samen met Joyce bijpraten. Het regent. Het eerste uur blijven we dan ook hangen op de bank, maar om 10 uur begint het natregenen. Weer tetter ik vooral. Sorry vrienden, meestal ben ik stil en luister ik liever dan ik praat, maar jullie moeten het ontgelden! Als je eenmaal nat bent, is er niet veel meer aan te doen. Ik dacht dat de Oostvaardersplassen dicht waren, dus we rennen langs de bult en het Oostvaarderscentrum naar het Kotterbos. Ik ken de omgeving goed genoeg om door te blijven praten. Joyce’ bril moet af door de regen, maar dan ziet ze weer net te weinig wat haar dizzy maakt. Mij maken de stops niks uit: ik ren als bonus, want er staat niks op mijn schema van hardlopen voor vandaag! We lopen tien kilometer en kletsen uit onder het afdakje voor de deur. Niet dat we klaar zijn met kletsen, maar we moeten ons douchen, anders stonden we daar nog.

Uit pure gewoonte een leuke foto gemaakt!

Ik moet eigenlijk zwemmen. Die staat nog van woensdag. Ik wil oefenen en niet alle eindejaarspelletjes. Dus ik koop een ticket om een uurtje te zwemmen in Almere Poort tijdens het banenzwemmen. Geen gedoe: alleen maar borstcrawl zwemmen. Eerst 500m met pullboy, tot de bril goed zit en dan ga ik zonder zwemmen. Ik besluit een kilometer te doen. En maar opletten en denken. Ik probeer het tempo los te laten, maar dat is best lastig! De anderen in de baan zijn sneller met hun flipturns. Alle 2 dan, want druk is het niet. Ik schuif naar een andere baan en doe na de 1000m een stuk met pullboy om wat te rusten. Dan ga ik nog 400m doen, de CSS test-afstand. Kijken of me dat binnen 8 minuten lukt! Ik moet de banen tellen en dat blijkt te lastig. En op de slag letten en tellen: dat lukt mij niet! Ik zwem 450 meter en daar heb ik net iets meer dan 8 minuten voor nodig. Niet slecht, omdat ik al een flinke afstand gezwommen heb! Ik zwem nog even door tot de 3000m op mijn teller staan. Zwemmen kan dus ook zonder al die techniek-oefeningen!

Zaterdag 22 december: met onze trainer die KH en ik allebei hebben gaan we een 3000m test hardlopen doen. Om 9 uur ‘s ochtends sta ik een beetje zuur bij het Kromslootpark. Ik vind het te vroeg, te onbekend wat ik moet doen en waarom en ik heb net genoeg gegeten. Het is niet mijn beste dag van de maand. We gaan inlopen door het bos en KH en trainer FW kletsen in mijn plaats. We wandelen, versnellen, dribbelen. Het is niet mijn ding, maar ik weet dat het nodig is. 4 Kilometer inlopen. Ik wil graag de route weten en een strak parkoers lopen, maar ik kom er niet echt achter. Als we naar maximaal moeten, stuift KH me voorbij. Ik ben niet in de beste doen vanmorgen. De trainer zal met me meelopen en me op 1,5 kilometer laten keren, maar ik loop liever alleen. Op 4 kilometer stipt zullen we beginnen: 3 kilometer zo hard mogelijk lopen. We beginnen berg (dijk) af en wind mee. Ik voel de hartslag pieken en het begint goed. 3 Kilometer moet me lukken! KH is wat minder snel, maar ik hoor ze nog even achter me en dan kom ik in een roes. Ik loop ietwat instabiel door de telefoon, dat voel ik. Dan nemen mijn benen het over en de eerste kilometer zit op 4:38. Ik grinnik, had ook een vijf kunnen zijn aan het begin, maar ik verwacht toch net onder de 5 te kunnen blijven op deze korte afstand. Ik keer net voor de Beginweg (waar Almere begon) en kom KH en FW tegen: tot mijn grote irritatie moedigt FW me luid aan. Dat maakt me pissig en dat is prettig, zo tegen de wind in. Ik zal straks het laatste stukje moeten stijgen. De tweede kilometer gaat in 5:02. Eigenlijk had ik liever niet naar mijn horloge gekeken, het houdt je dan zo bezig! Ik vind het best zwaar worden en hoop boven aan de dijk te halen, maar het maakt niet uit hoe snel ik ga of ik dat haal: 3 kilometer is 3 kilometer. Ik zal er waarschijnlijk iets eerder mee klaar zijn dan KH, maar boven de dijk haal ik dan ook net niet. De laatste 200m zijn erg heftig. Ik zie op mijn horloge hoe ver het nog is. Ik loop op de limiet, veel meer kan ik niet. 5:04. Ik stop en wandel direct. Net niet boven. Ik dribbel en wandel terug tot ik KH en FW weer zie. Ik zeg nog steeds nauwelijks iets. Er zat me teveel verval in en ik had mezelf iets sneller ingeschat. Maar wel binnen de 15 minuten! Ik klets een beetje mee en praat nog na met KH die (zo blijkt achteraf) mijn vijf-vier hetzelfde vond als haar vijf-vier; mijne was 5:04, hare 5:40. Bijna! Ik ben blij dat dit gedaan is.

Zaterdagmiddag zwemmen. Niet de juiste dag hiervoor, maar ik wil het volwassenuur vermijden met de spelletjes en estafette. We zijn met vier volwassenen in de baan: 2 hele snelle en 1 die langzamer is dan ik. We zwemmen in en ik doe netjes 100 meter benen. Arme aangeslagen benen die nog wat natrillen van de arbeid in de ochtend. De snelle 2 doen 6 keer 25 meter alleen linkerarm, 50 meter hele slag, 25 meter alleen rechterarm. Ik doe het 5 keer en 1 keer 50 meter de hele slag. Ik neem de pullboy mee om uit te puffen als we tussendoor 150m doen. Dan doen we 6 keer 25 meter linkerzij alleen benen, 50 meter hele slag, 25 meter rechterzij alleen benen. Ik doe flippers aan en dat helpt! Moet ik het wel 6 keer doen…. Dan uitzwemmen en oefenen. Vincent filmt me. Er valt nog steeds veel te verbeteren, maar ik ben duidelijk op de goede weg! Ik ben moe van het zwemmen, vooral mijn benen zijn mij moe!

Zondag 23 december. Dit jaar regent het met kerst. En nu ook al. Het is amper licht overdag. Ik heb nog een training staan met 45 minuten hardlopen – 30 minuten fietsen – 45 minuten hardlopen -30 minuten fietsen. Dat lopen lukt me wel, zeker in zone 1 en 2, maar fietsen… Ik wil gewoon buiten fietsen! Oké, doen we dat: op de mountainbike naar buiten. Het kost enige uren, maar om half 3 heb ik moed genoeg verzameld. Ik ga alleen, ik kan dit niemand aandoen! 2 Minuten wandelen (tot het fietspad) en dan 5 minuten zone 1. Mijn hartslag stijgt enorm, moet even aan de kou en nattigheid wennen denk ik. Dan 4 minuten zone 2. Die gaat beter. Ik heb het hardlopen en fietsen in 1 training gezet. Ik heb de hartslagzones van Garmin gepakt, maar wordt in zone 2 beknot op 135. Dat had hoger mogen liggen, maar nu deed ik het ermee. Over het asfalt vandaag, alleen asfalt. Ik kwam R tegen en een fietser die mij een held vond. Ik dacht nog: dadelijk ga ik ook nog fietsen hoor! Ik nam mijn gewone 7 kilometer ronde en moest telkens weer in het zone2-ritme komen. Al rennend valt de ellende qua regen mee. Ik had 30 seconden over en zette thuis het horloge stil. Jassen wisselen, fietsbroek aan, helm op. Ik nam nog een gel, want de lunch vandaag was meer lekker dan bestendig. En toen -hoppa- de MTB op! Ik genóót van buiten fietsen! Ondanks de regen en kou die het zwaar maakte: heerlijk, buiten zijn!! Naar de dijk en verrek-het fietspad is nog open! Terug langs de plassen en ik bedacht me dat ik nu eenmaal koud en heftig op de fiets zat en niet tussendoor weer moest gaan lopen. Dat zou vragen om moeilijkheden zijn. Ik fietste door. Deze hartslag had ik met de hand ingevoerd. De hartslag was te laag, omdat ik het koud had? Moe werd? Het volgende half uur mocht de hartslag lager zijn, dus ik trok me er niks van aan. Het werd wel donker, maar ik had meer licht dan sommige andere stadsfietsers. Er waren nog een aantal hardlopers ook! Ik fietste maar en fietste maar en verkilde en werd tot op elke draad nat. Met 1 zo’n opdracht is het superlastig rekenwerk hoe lang je moet fietsen enzo, maar ik haalde net geen 22 km in een uur. Ik fietste helemaal om alle wijken heen. Ik kwam ijskoud thuis en ging douchen voor ik de hersteldrank nam of de wasmachine aan zette.

Saai zo, met alleen maar tekst?! Wen er maar aan! Een boek bestaat ook niet uit plaatjes (en een stripboek is dit niet)

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 51 in Tekst

Week 50: Het ging zo goed……

Op maandag 10 december hou ik me netjes aan de rustdag. Ik voel me prima, had best kunnen en willen lopen of Tacxen, maar ik doe gewoon niets sportiefs. Het vervelende is dat mijn hartslag toch nog redelijk hoog is.

Dinsdag 11 december zijn we eigenlijk net een beetje te laat bij de hardlooptraining. De langzaamste groep is al weg en de minder-snelle groep bestaat uit 4 mensen en 1 trainer. 3 Dames, 1 knul en ik die me nog moet omkleden: daar heb ik de halve inloopronde voor nodig. We doen geinige loopscholing en het gewone werk met sprintjes. Dan gaan we naar het overbekende rondje en dat lopen we eerst heel rustig gezamenlijk. Ik heb moeite erin te komen. We moeten een minuut gaan lopen en dan goed onthouden waar we uitkomen. Daarna moeten we (zonder kijken) precies 2 minuten lopen: tot waar we in de 1 minuut kwamen en terug. Ik ben te langzaam… Daarna lopen we 4 minuten rond: ongeveer anderhalf rondje. Ik ga aan het meetellen: een minuut lukt me vrij precies. We gaan naar het beginpunt en dan moeten we nog een keer hardlopen, maar dan iets harder: we moeten zelf bedenken hoeveel meer afstand we aankunnen. Superlastig. Ik doe net als de rest: ik loop te hard en ben mijn doel met een paar extra meters 15 seconden voorbij! We moeten nog een keer de 2 minuten timen: met meetellen haal ik het exact. Het was allemaal niet ver of hard lopen, maar wel een super-supergoede oefening in tempo vasthouden. Dank JdW: fijne training.

Daarna ga ik zwemmen en ook daar is tempo een ding: we doen 16 keer 25 m in blokken van vier: 1ste keer zone 1, dan zone 2, daarna zone 3 en dan zone 4. Dat scheelt maar een paar seconden per baan en ik hou me er behoorlijk goed aan. Scheelt hooguit 2 seconden. Terwijl ik nog wel voorop moet zwemmen. En alles zonder pullboy. Als we afstanden gaan zwemmen: 300m, dan is dat alleen armen en ga ik lekker. Het voelt rustig en goed aan, maar ik heb wel een beetje trek!

Woensdag 12 december: Zwemtraining van F. Ze was snotverkouden. We kregen briefjes met opdrachten. Halverwege ging F me helpen dat ik breder moest zwemmen. Dat probeer ik dan, maar ze zegt: nog breder! Dat was even heel raar, alsof ik te weinig plek heb in de baan hihi. F had nog een tip: ik moest proberen meer over het water te slepen, meer hoeken met mijn arm. Ik vind het erg knap van haar dat ze zo goed ziet wat ik doe: als je zelf niet beter weet en technisch goed zwemt, leg dan maar eens uit aan een klungel hoe het beter moet. Ik wil het in elk geval dolgraag leren en verlaat de opdrachten om off-sync van de rest te gaan oefenen en oefenen. Ik doe het eerst met achtje en dan moet ik nog minder mijn hoofd uit het water halen om te ademen. Het gaat zo raar, veel beter en toch ook volkomen nieuw. Ik moet er veel meer bij nadenken: breed-hoek en arm laag houden-breed-hoofd laag houden…. Maar het zwemmen zelf is een stuk minder vermoeiend. Ik kan opeens 1 op 4 ademen zonder pullboy. En ik haal de rest steeds bij. Ik weet dat dit nog heel veel training vergt, maar wat ben ik blij met F’s uitleg en tips! Liefst zou ik nog een uurtje doorzwemmen.

‘s Avonds ga ik met Manuel mee hardlopen: hij komt terug van een blessure en mag weer een beetje opbouwen. Ik ben niet te beroerd om hem op te houden. Met een volle maag, doe ik het nuchtere loopje. Ik heb weinig zin, de hartslagmeter hapert. Ik heb een zone 5 hartslag bij een tempo van niks. Ik voel me niet senang en heb geen idee hoe dat komt. Het ligt niet aan Manuel, maar ik loop als een krant en een slak gecombineerd. Op de spiegel word ik verwelkomt door de spreuk die me herinnert aan de realiteit.

En dan krijg ik ‘s nachts erge keelpijn. Ik voel me beroerd. De hartslag zou heel goed overeen kunnen komen met hoe mijn lijf zich voelt: ziek! Verdikkeme…. Het ging zo lekker. Met dikke amandelen kan ik niet werken en ik vind het niet eens erg dat ik dan ook even niet kan lopen: ik voel me er te ziek voor. Niet dat ik hoge koorts heb of geen eetlust, maar donderdagochtend heel diep doorslapen helpt me er doorheen. Voorlopig. Ik baal als een stekker dat ik nu rustig aan moet doen, maar ik kan niet anders.

Op vrijdag ga ik wandelen. Dat lukt alweer! Maar het maakt me duidelijk dat ik er goed aan heb gedaan om even pas op de plaats te maken. Hoe moeilijk het ook is: ik sta even stil…

Zaterdag voel ik me alweer beter. En dan lijkt het zo goed! Ik ga fietsen. Toch maar op de Tacx, dan kan ik afstappen wanneer ik wil. Ik ben het zat om Outlander-afleveringen op de bank te kijken! Ik hou het een uur, een hele aflevering vol. De hartslag is hoog en het valt niet mee, maar het voelt een stuk beter.

Op zondag doet mijn keel nog maar een heel klein beetje pijn. Tijd om weer verder te gaan dus! Ik app met de trainer over het jaarplan en heb steeds meer vertrouwen in hem. Vooral als ik wedstrijden mag wegstrepen: ik ga vooral trainen en dan bij een paar wedstrijden op scherp staan. Welke wedstrijden dat zijn en welke doelstellingen daarbij horen, hou ik nog even voor mezelf. Om alle druk te vermijden. Vol goede moed, met een muziekje en een ingewikkelde training, stap ik op de Tacx. Ik begin 4 minuten rustig in te fietsen en dan 1 minuut heel kalm doorpeddelen. Daarna 4 minuten iets sneller in zone 2. Weer een minuut rustig doorpeddelen en dan 4 minuten in zone 4. Dat is best doorknallen, maar 4 minuten is ook te overzien. Na nog een minuut peddelen, ga ik 5 keer 4 minuten in zone 4 doen en met een cadans van meer dan 100 slagen per minuut. Ik hou de RPM (cadans) bij op de fietscomputer, de zone op het horloge. Ik kijk geen TV en ben heerlijk enkel bezig met hoe hard ik trap en hoe hard mijn hart werkt. Tussen het hard trappen door, heb ik 4 minuten heel rustig trappen. Ik maak voor het eerst kennis met schakelen, RPM’s en hartslagzones. Ik heb altijd op een veel te hoge versnelling gefietst! Dat wist ik wel een beetje, maar nu pas merk ik wat er anders kan. Volgens de trainer doen profs het ook zo. We will see.

Daarna rustig omkleden en uitwringen. Ondanks de kou, zweet je namelijk heel hard op de Tacx! Vincent heeft ook tijd om zich om te kleden, want hij gaat met me mee. Ik ga 6 keer 10 minuten rennen op een hartslag tussen de 130 en 140. En na de tien minuten moet ik een minuut wandelen. Dit is voor mij een eitje. We lopen helemaal achter om de wijk en de mist verandert in duisternis, maar dat gaat niet zo snel. We hebben tijd om te kletsen onderweg. Dit is voor mij prima te doen, voor Vincent is het best een heel eind. We komen bij de Vaart en gaan naar rechts. Vincent moet terug en ik ga met hem mee, kan hij nog niet zijn eigen tempo doen, maar hoeft ie ook niet alleen in het donker. Bij het station gaat hij naar huis en ik ga rechtdoor over de Evenaar. Ik maak de 10 kilometer vol en doe daar ruim een uur over. Lekker zo!

Terwijl ik ziek was, toch nog 7,5 uur gesport. Veel geleerd, veel nieuwe dingen: zwemmen en breed maken, tempo-houden en minuten tellen, de cadans meter gebruiken…. Wat goed begon, ging even wat minder, maar ik kom wel weer terug.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 50: Het ging zo goed……

Week 49 – Sinterklaasgedichten-week!

Deze week komt en gaat de Sint,

Vandaar dat je deze week in dichtvorm vindt.

Over maandag ben ik kort:

Ik heb niet gesport

 

Dinsdag kreeg ik op het werk een loopgedicht en een kado,

Dus miste ik de looptraining zowiezo.

Maar het zwembad wil ik echt niet overslaan,

Ook al moet ik in baan 2 vooraan;

Ik heb de tijden van de test paraat,

Waardoor het lekker rustig gaat.

Dat was de bedoeling en ik hield me eraan,

De rest moest en wilde daarin meegaan.

 

Woensdag pakte ik wat uren vrij,

Dus kon de training er ‘s ochtends al bij.

Eerst een uur lopen langs de stille plassen,

Ik hoefde alleen op een laag tempo te passen.

Dat was puur genieten:

De Oostvaardersplassen blijft 1 van mijn favorieten.

De stilte en het landschap zo weids en groot,

Geloof me maar dat ik er flink van genoot.

Zelfs 15 seconden sprinten beviel me goed,

Omdat ik nu eenmaal weet hoe hardlopen moet.

Daarna een uur fietsen in zone twee,

Dat geeft mij minder een idee.

De trappers moeten 85 tot 95 keer rond per minuut,

Dat geeft mij moeite: absoluut.

Ik kijk op de RPM meter voor mijn neus,

En mijn horloge meet de hartslag serieus.

Tussendoor staat Netflix aan,

Dat uurtje trappen is zo voorbij gegaan.

Maar voor de gourmet werd aangestoken,

Zijn Vincent en ik het zwembad nog ingedoken.

Ik koos lekker voor de langzame baan,

Met zijn viertjes kun je je eigen tempo daar gaan.

Ik moet dan wel voorop het tempo bepalen,

En dat ging in het begin ‘balen’.

Het ging hartstikke stroef in het begin,

Maar later kwam er een ritme in.

Ik nam mijn eigen strakke tempo aan

En kon met gemak 500 meter blijven gaan.

Meer omdat ik niet kon tellen,

En maar doorging met versnellen.

Toen de sporten alledrie weer waren gedaan,

Konden we uitgebreid aan het gourmetten gaan!

 

Op donderdag is Sinterklaas weer weggegaan,

En konden we rustig gaan trainen op de baan.

Eigenlijk was het te warm weer,

En dat nekte me deze keer.

In het begin was ik niet vooruit te branden,

Het duurde een hele tijd voor ik ontspande.

Ik voelde me zo traag als stroop in de sprintminuten alle twee,

En ook 4 minuten zat me nog niet mee,

Bij 6 minuten kwam ik er helemaal in,

En 8 minuten duurloop ging naar volle zin!

Toen weer 6, 4 en twee heel snel,

Dat lukte me op het einde wel!

Al met al een beetje tevree,

Ook al ging ik nauwelijks met de anderen mee.

 

Vrijdag was een dag vol regen,

Maar de Tacx die kan daar tegen!

Ik fiets terwijl het giet en donker wordt,

De dagen zijn nu vreselijk kort.

Ik moest 6 keer 20 minuten, waarvan 3 minuten snel,

Maar ik kwam vreselijk in de knel:

de hartslag en de ronden per minuut liepen scheef,

Terwijl ik het uur lang aan het proberen bleef.

Het laatste uur liet ik het maar gaan,

En trok ik me van RPM en hartslag niks meer aan.

Dat is qua schema natuurlijk eigenlijk niks,

Maar ik was afgeleid door twee afleveringen op Netflix,

Na 2 uur stapte ik direct van de fiets,

Twee uur Tacxen vind ik niets.

Maar ik heb het toch mooi weer gedaan!

En ik ben niet van de fiets afgegaan!

 

Op zaterdag mocht ik weer met PL mee,

Een trail net als op 18 november was het idee.

Maar iedereen zegde af vanwege andere dingen en regen,

Zodat alleen wij tweeën overbleven.

Voor PL is mijn tempo wat te traag,

Gelukkig doet hij samenlopen graag!

We laten ons niet weerhouden door de regen en de wind:

En PL zegt dat hij ons bikkels vind.

Eigenlijk is hij mijn grote held!

We starten bij Kasteel Groeneveld,

Lopen door de tuin van koningin Emma naar de naald,

De eerste kilometers hebben we droog gehaald.

Dan gaan we achter Soestdijk de bossen in,

Ik heb het aardig naar mijn zin!

We kletsen over diverse zaken,

Zonder buiten adem te raken.

Ik geniet erg van de heide waarvan ik niet wist dat die hier lag,

En zeggen bij Drakenstein de marechaussee gedag.

We steken Lage Vuursche door;

De eerste tien kilometer gaan prima hoor!

We dwalen door het bos op zoek naar een pad,

Maar PL die vindt altijd wel weer wat.

Weer een kerstmarkt bij de stoplichten waar we oversteken

Terwijl we de Almere-Veldhoven fietstocht bespreken.

Die arme PL moet maar luisteren naar mijn verhalen,

Terwijl we terug richting Groeneveld dwalen.

Wachten op een lange trein,

Als we bijna in de kasteeltuinen zijn.

Dan nog een ommetje voor een halve marathon,

Ik wist wel dat ik het kon!

Nog een kopje cappuccino (PL) en thee,

Dit viel me alles mee.

 

Daarna energie verzamelen om het zwembad in te gaan,

Gelukkig sluit ik in het kinderuurtje aan.

Dan zwemmen de snellen voor me uit,

maar dat boeit me geen fluit!

Ik doe geen vlinderslag, die kan ik niet,

En de pullboy is voor mijn benen favoriet.

Ik zwem heel netjes de opdrachten mee

En dat stemt me hartstikke tevree

 

Op zondag ga ik nog nuchter lopen zonder ontbijt,

Die oefening ben ik liever kwijt.

Maar met mijn kleine loopmaatje aan mijn zij,

Stemt het trage tempo en de hoge hartslag me blij.

We bekijken bij de Almeerplant de kerstshow,

En hebben dan nog tien minuten joggen naar huis in petto.

 

Zo sport ik mij zonder een probleem,

Door 11 uren heen.

Ik voel me hartstikke goed,

En dat is hoe het gaan moet!

Sommige weken zit je er gewoon lekker in,

En dit was een positief begin!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 49 – Sinterklaasgedichten-week!

Week 48 – Keep up met het schema

Maandag is de rustdag. Nu ik op zondag meteen na de training aan hersteldrank ben begonnen, voel ik me op maandag niet meer erg moe.

Dinsdagavond gaan we op bezoek bij een school en daarna zetten Rob en Vincent me af bij de zwemtraining. We gaan een CSS-test doen: 400m en 200m zwemmen op je hardst en daarmee je zwemzones bepalen. We zwemmen flink in. Ik doe zoveel mogelijk zonder pullboy. Vorige keer heb ik de test met pullboy gedaan en zwom ik 7:53 over de 400m. Nu ga ik zonder pullboy. Het voelt een stuk minder soepel, maar ik zwem graag de langere afstanden. We timen zelf. Ik doe er 8 minuten over. Dat is heel redelijk! De 200m doe ik ook zonder pullboy en daar ga ik dan nauwelijks harder in. 3:57. Ik ben heel tevreden, maar de trainer heeft het idee dat het toch echt nog beter moet kunnen als ik technisch de slag goed onder de knie krijg.

Woensdag ga ik ook weer zwemmen. Ik moet meedoen in baan 2 en zwem heerlijk! Het gaat goed zonder pullboy, achterop en ik doe lekker mee. Daarna heb ik in Lelystad inspanningstesten van de nieuwe trainer. Daarmee bepalen wij mijn hartslagzones. Zowel voor lopen als fietsen. Ik neem de tijdritfiets mee. Daar loopt de ketting af als we de achterband eraf halen en gaat er iets fout met de derailleur. Fietsen gaat niet lukken. Ik ben al gestresst, want inspanningstesten vind ik niet zo leuk: die lijken wel heel erg op een wedstrijd… We kunnen wel lopen op de loopband. Geen lol aan, maar ik geniet van de mensen die in de sportschool bezig zijn en ik loop gewoon zoals ik loop. Ik hoeft niet te weten hoe hard ik loop, dat boeit me niet. Ik voel wel wanneer ik op mijn omslagpunt zit: dan heb ik even totaal geen zin meer. Tegenwoordig loop ik daar doorheen en ga ik nog harder lopen. Ik haalde de 13 kilometer per uur geloof ik. Mijn hartslagzones klinken bekend! Jammer dat we niet hebben kunnen fietsen.

Donderdagavond wil ik rust. We rennen elke avond van hot naar her en ik wil niet naar de baantraining. Vincent is te verkouden voor de training. Ik ga zelf wel intervallen lopen als Vincent in bed ligt. Ik ga de straatjes weer door. 2 heel rustig, 2 sneller maar niet te, 1 dribbelen, 3 sneller, 1 dribbelen, 3 sneller, 1 dribbelen, 2 heel snel en dan weer 1 dribbelen. Ik steek de busbaan over en loop heel hard de laan der VOC over. Dan de straten achter ons huis: helft hard, 3 kwart hard, hele straat hard, 3 kwart hard, helft hard en onze straat hard terug. Dan doe ik dezelfde regeling met de straatjes weer, maar dan maar 1 rustig om te beginnen. 2 Sneller maar niet te, dribbelen, 3 sneller, 1 dribbelen en dan hard terug naar huis. Leuk gedaan!

Op vrijdagmiddag kruip ik ‘s middags op de Tacx. Met de serie en 2 uur opdrachten in hartslagzones met een aantal sounds per minute. Ik gebruik het horloge voor de tijden, kijk op het fietscomputertje voor de RPM en de tacx telt mee hoeveel kilometer ik rij. Ik kijk naar Netflix en druppel leeg. Twee uur is een hele tijd, maar ik zit en peddel ‘m uit.

Zaterdagochtend begint voortaan met een half uurtje nuchter lopen. Op een hele lage hartslag en een heel laag tempo. Met wandelen tussendoor. Ik vind het afzien en zwaar, maar ik doe het wel elke keer. ‘s Middags zwemmen, maar ik kan niet bij de kinderen meezwemmen. Ik zwem in het volwassenenuur mee en daar is het druk. 9 mensen in baan2 en ik ben de enige die terug durft naar baan1, waar maar 2 mensen zwemmen. Belachelijk! Ik erger me daaraan. Ik zwem daar niet beter op. Het is me te druk, te onrustig en de lijn ontbreekt. We moeten rustig zwemmen, maar ik lijk wel de enige die zich daar aan houdt. We zwemmen veel, maar ik kom er niet in en het gaat prut. Dat levert wel een chocoladeletter P op.

Zondag na het maken van de surprise wacht er een combitraining: 3 kwartier infietsen, dan 1 uur hardlopen en nog een kwartier uitfietsen. Ik stap weer op de Tacx, want het regent. Serie lukt niet zo heel goed en ik tel gewoon 3 kwartier af. Het lopen bestaat uit 10 minuten zone1 en 50 minuten zone2. Vincent gaat mee. De regen valt mee en het is warm. Mijn hartslagmeter heeft kuren. Ik loop bijna 12 kilometer per uur in zone1. Vincent doet soms de kortere route en wacht op mij. De hartslagmeter geeft een lagere hartslag, terwijl ik harder en harder loop. Het gaat prima, maar de hartslag moet wel hoger liggen. Vincent raad me aan de meter maar ontkoppelen en dan gaat het beter. Het tempo ligt nog steeds op bijna 11 kilometer per uur. Het uitfietsen vind ik saai, maar die twintig minuutjes zijn heel snel voorbij.

De tijdritfiets heeft een nieuwe derailleur nodig, ik heb een beetje meer tijd nodig, maar dat komt omdat ik niet de fietstest heb kunnen doen. Ik heb het idee dat de trainingen gemakkelijker zijn geworden met de nieuwe trainer FW al voelt dat tijdens de trainingen nog niet zo aan 😉

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 48 – Keep up met het schema