Week 17: brief aan de trainster

Beste G,

Op maandag de 16de april heb ik eigenlijk nergens last van. Geen spierpijn tenminste, geen last van wat-dan-ook in mijn lijf, nog geen zadelpijn. Ik ben alleen moe. Deze “oude taart” kan niet zo goed tegen weinig slapen geloof ik…. Daarom ga ik niet mee met de fietstraining: vlak op elkaar rijden en een vertraagd reactievermogen is niet zo wijs. Maar we wandelen lekker door de avondzon en praten samen bij. Dat gaat uiteraard prima. Ik wil eigenlijk wel hardlopen. Mijn hoofd zit vol van het weekend en mijn arme loopmaatje moet dat allemaal aanhoren. Het tempo is gestaag traag, maar ik maak het moeiteloos vol. Sorry, ik ben echt een sport-addict en een rupsje-nooit-genoeg 🙂 Omdat MB er iets van heeft gezegd, wil ik het bijna van Strava afhalen.

Dinsdag doe ik weer netjes volgens het schema: zwemmen in de avond! Ik heb er bijna zin in na wat ik zaterdag heb geleerd. Volgens de trainer gaat het beter, maar mijn gehobbel is nog niet helemaal weg. Ik zwem voorop en misschien is dat niet zo goed voor mij. Dan moet ik van de trainer zonder pullboy zwemmen. Ik hou me er aan vast dat het van jouw mag mét, maar jij bent er niet bij! Het valt me niet mee, maar ik hou het de hele les vol. Ik let ontzettend goed op mijn doorhaal, maar gaandeweg de training wordt dat steeds lastiger. En dan blijft deze trol na de training nog een uur nakletsen. Ligt de oude taart weer heel laat in bed.

Woensdag plan je naast het zwemmen nu ook fietsen in en dat is top. Het is namelijk zomers weer. Ik smeer me zelfs in! Ik haal Vincent met een ijsje over om mee te gaan. Dan laat ik de intervallen achterwege – sorry! We doen wel “wedstrijdjes”: die Vincent bij voorbaat wint, maar ik hou het tempo hoog. Hij stayert achter me aan tot het laatst en scheurt me dan voorbij. Allebei tevreden. Nog steeds geen zadelpijn of niks. Ik ben opmerkelijk flexibel. Het wordt lang wachten bij de ijswinkel en het kost me drie bolletjes! Daarna haasten we ons naar het zwembad. We doen heel veel slepen en bijleggen en ik moet voorop en stukken zonder pullboy: dat bevalt me allemaal niks. Ik zwem daarna meer achterop en heb dan ruim de tijd om heel goed op de doorhaal te studeren. In de rustige tempo’s gaat het heerlijk. Ik zwem me de directe spierpijn in mijn armen in: dus ik doe iets goed.

Donderdag: op mijn schema stond weer een lange baantraining, natuurlijk. Gister vroeg mijn vriendin SG al of ik mee wilde gaan zwemmen, en alles in mij gilde JA, behalve het verstand; man niet thuis, kind met koppeltraining, twee afspraken buiten de deur voor het werk… wat had ik spijt van de “nee”, toen ik langs het Weerwater stond in de zomerse zon. Wat huilde mijn hart om de “nee” met de zomerse temperatuur. En toen bedacht ik een ja, ten koste van de baantraining.  Dubbele pret dus eigenlijk. Als een lammetje liep ik te huppelen en als een kip zonder kop ook. Wetsuit aan, trisuit, nivea op mijn snoet. Het was koud. Bij mijn voeten. Even. Daar heb ik wisseldouches voor gehad. Beetje schoolslag en dan borstcrawl en dan het hoofd in het water. Het valt mee. Alles valt mee. Ik zwem. Tegen de zon in. Stilte. Klotsend water. Water scheppen en vooruit komen op eigen kracht. OHJa, die  navigatieskills… ik moet even nieuwe kaarten uploaden! En dat brilletje beslaat. Tegen de zon in. We keren om en ik geniet. Van elke slag, van moeiteloos 1 op 4 ademen. Ik was het weer een beetje vergeten, maar het was zo heerlijk als in mijn droom. Dat glinsterende water. SG in de verte. Toch een verschil tussen baan 2 en baan 5, hihi. Koud? Alleen mijn voeten. We keren om bij de boom. Weer tegen de zon in. Wat een geluk dat ik dit kan hè. Zo zalig. En dan maak ik de bril even schoon. De zon schijnt als goud over het water. SG voor me met haar kalme, krachtige slag. Water op ooghoogte, glitterend. De stilte, de rust, het kabbelende rustgevende geluid. Het is opnieuw adembenemend. Wie had ooit bedacht dat ik buiten zwemmen zou missen? Ik neem ook een kalme slag op me en kijk naar de miniplantjes in het zand beneden me. Ik word wel wat vermoeid. Dit vergt toch wel iets van je. Ik wil ook de kilometer volmaken. Dan gaan we terug naar de kant. Alles lijkt ietsje mooier te zijn op deze zomerse avond. Ik bedwing me om niet toch nog te gaan lopen. Ik heb er de rode training voor over (met enige moeite).

En dan is het weer een zomerse vrijdag. Hopelijk heb je zelf ook van het weer kunnen genieten! Ik in elk geval wel. Ik ging fietsen met KH. Op de tijdritfiets. We moeten er allebei aan wennen. Ik smeer me in, want de zon is kei-fel vandaag. Ik fiets naar het Weerwater, waar we hebben afgesproken. Ik heb er een hard hoofd in: ik voel een tijdsdruk omdat ik om 12 uur bij de pedicure moet zijn en Spakenburg klinkt ver weg. Ik zou liever in de zon hangen. Maar we gaan natuurlijk toch! Het is windstil en heerlijk weer. Ik voel me wat mopperig, maar KH krijgt me al snel vrolijk. Ik klets me suf over het weekend – prettig, want KH kent al die mensen ook. Beste TVA-vrienden: jullie zijn bijna allemaal ‘besproken’, hahaha! We gaan de Stichtse Brug over en dan richting het Eempontje. Door de lege polders: het is heerlijk. Ik vrees nu eindelijk eens zadelpijn te gaan krijgen, vanwege de warmte. We komen bij het pontje wat ons met zijn tweetjes overvaart. Dan even kasseitjes van Eembrugge en weer de dijk op. Ik vind de tijdritfiets heerlijk. Ergens voel ik een dipje: ik word dan wat nukkig. Dat los ik op door te drinken en door even op tempo te gaan rijden. We komen bij Nijkerk en gaan de brug weer over. Nu gaan we aan de andere kant langs het Eemmeer rijden door het bos. Ik weet niet of het aan mij ligt of aan KH, maar we lijken te vertragen. KH krijgt last van d’r rug door de fiets en de houding. Ik heb weer nergens last van. Behalve het geratel van mezelf 🙂 Al snel zijn we bij de Eemhof. De bollenvelden staan aardig in bloei. Het is de hele route redelijk druk met fietsers die wij (moeiteloos natuurlijk) inhalen, maar 1 keer worden wij zelf voorbij gereden. We gaan onder de Stichtse Brug door en dan gaat KH een stukje met mij mee terug richting Almere Buiten. De fietsen worden nog smerig als we onder de A6 doorgaan. Dan gaat KH naar links terug naar huis en ik naar rechts, door naar de pedicure. Op de Trekweg kom ik er achter dat ik het grote voorblad helemaal niet heb gebruikt. Haal ik de 30+ toch nog! Ik fiets een klein stukje om in de wijk om de 75 kilometer te halen in dik drie uur. Omdat ik ‘maar’ 2,5 uur mocht rijden, scoor ik een gele training. Ik heb me niet aan de tempoblokjes gehouden, gewoon samen gefietst. Hopelijk vind je dat niet erg? En… geen spierpijn of zadelpijn.

Zaterdag had je een loop-training van anderhalf uur in kwartierblokjes voor me neergezet. Ik loop dan 14 minuten en dan 30 seconden hard en daarna nog 30 seconden wandelen. In de mail laatst gaf je aan, dat je dat doet omdat het anders zo saai is. Vandaag ga ik met mijn vriendin lopen; dat is al niks saai, dus ik laat de tempoblokjes eruit. We hebben elkaar veel te lang niet gezien en er is veel gebeurd, dus we zullen aan anderhalf uur niet genoeg hebben! Zij begint met praten en haar ademhaling zit hoog. Het tempo ligt niet zo hoog, maar daar ga ik vandaag ook niet voor. We kletsen en kletsen en kletsen en kletsen. Soms stoppen we even om op adem te komen. Om op ’emotie’ te komen zeg maar. Voor een slokje water. Het is vreselijk zonnig. Ik heb vandaag nergens last van, het gaat mij uitstekend. Ik hou tempo, kracht en gemak prima vast. Zelf heb ik het eerste deel niet veel te vertellen, ik hoeft alleen maar te luisteren. Op de dijk maken we een fotootje. Na het goede nieuws van haar kant, begin ik te tetteren. En dan komen we SG tegen die een bricktraining afwerkt: fietsen-rennen-fietsen-rennen-fietsen-rennen. We lopen een stukje samen op. Dan gaan wij saampjes weer verder kletsen. We halen eigenlijk zomaar de tien kilometer. In63 minuten. Het doet mij allemaal niks. We lopen nog door tot het anderhalf uur vol is en er 14 kilometer op zitten. Echt moe ben ik niet. Ik heb namelijk alleen maar genoten en dan vliegt het voorbij. Dankjewel Joyce.

‘s Middags ruimen we de schuur op. Lekker vermoeiend! Daarna naar het zwembad. Ik zwem eerst even in baan 1, zodat Vincent me kan filmen. Verder dobber ik een beetje achter ze aan in baan 2. Heerlijk! Geen banen tellen, gewoon het lijstje volgen en de rest volgen en letten op de doorhaal. Ik ben nog niet echt mijn mijn benen bezig, maar wel met het aanspannen van mijn buik en billen. Die laatste is nieuw, en dat werkt wel! Met pullboy hou ik ze gemakkelijk bij, zonder pullboy moet ik daar moeite voor doen.

Nou, ik heb het toch mooi bij elkaar gesport deze week of niet? Netjes gedaan toch? Ik heb met de wandeling erbij tien uur en 51 minuten gesport, maar eigenlijk vind ik de wandeling niet tellen, dus er gaat een uur af. En als ik dan kijk bij de statistieken, dan… heb ik te weinig gelopen. Ik vergeet meteen dat ik de rest teveel heb gedaan en ik heb nog een boodschap te doen. Mooi weer. Ik ga gewoon rennend! Op naar de Dag van de Aarde badge van Apple! Het gaat niet zo goed: ik vind het warm. Maar ik mopper niet en het is maar een kippestukkie. In de winkel vergeet ik het horloge uit te zetten, dus er zit een hele trage kilometer tussen. Na 4 uur en een dik half uurtje ben ik met een vol rugzakje weer thuis. 11 uur 25. Maar dat uur wandelen gaat er nog af! Anders heb ik veel te veel gedaan. Sorry, dat hoort nou eenmaal bij mij! Jouw grootste uitdaging zit ‘m in mij afstoppen. En als ik volgende week de rustige week zie staan, kan dit er best af! Op naar de taart en de zandkoekjes…. Groetjes Anke

 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 17: brief aan de trainster

Week 16 op naar het trainingsweekend…..

Maandag: Er stond een hardloopoefening, maar dat werd een fietstraining. Het seizoen is weer begonnen voor de fietstrainingen en op deze maandagmiddag had ik vrij. Niet dat dat het beter maakte, want we moesten vliegen: fietsen pakken, helmen zoeken, handschoenen combineren, bidons uit de kast trekken, plassen…. Net op tijd sloten we aan. Ik sloot achteraan. As usual! Dat verandert niet. Ik fietste met FS en kwebbelde. Ik kon wel harder kop over kop, maar ze hield me dan niet bij. Wij hielden de rest niet bij! Toen de brug op, vier keer. Twee keer in de laagste versnelling (zoekzoek) en twee keer in de hoogste versnelling met staan op de pedalen. Dat laatste vind ik dus echt eng. Geen controle meer en dat is mij te zwaar ook nog eens. Maar ik ging wel degelijk vier keer! Dan wachten ze maar ff op mij. En dan door het zand, ook akelig. Het is al beter met mij en de fiets, maar de held in mij moet ik nog vinden! Ik durf nog steeds niet in de groep en sluit net niet aan. “Je blaast je benen op omdat je in een te zware versnelling fietst”, snauwt de trainer. He, grappenmaker: hiermee red ik het in de wedstrijd en nu moet ik wel, wil ik nog een beetje aansluiten! Het daagt me waarom ik in de wedstrijd wel kan fietsen. Nu haal ik de 30 kilometer misschien niet, maar in de wedstrijd kan ik als geen ander alleen fietsen en missen jullie het ‘veilige’ groepje. We schijnen in het weekend 27 km per uur te gaan fietsen. Daar zit ik wel echt over in. Ik kan dat namelijk niet. Geef mij de kaart maar mee!

Dinsdag: Zwemmen. Ik heb het al lopend en fietsend geprobeerd en met succes afgerond: buikkramp, van die maandelijkse ongein. In het zwembad was het mij tot vanavond onbekend. Ik ging naar het zwembad met het idee: baantje 1, lekker rustig. Of – in noodgevallen als ze daar te rustig zwemmen- achteraan in baan 2. Tot zover het goede plan. Mag jij 1 keer raden wie er voorop zwemt in baan twee. Het hele uur. We moesten 5 keer honderd in zone 4 doen. De trainer had de tijden. Hij las ze eerst op voor baan 3. En guess what…. Mijn tijd ligt dichter bij die van baan 3 dan van baan 2…. Uch: baan 1 is verboden terrein zeg ik. Ik moet de 100m dan in 1:57 zwemmen. Dat lukte alleen de laatste keer: alle andere 4 keer gingen in ongeveer 1:55. Toch doe ik nog steeds iets verkeerd, want ik ‘wiebel’ nog altijd. Ik heb ontdekt dat ik bij erge kramp stukken met ogen dicht kan zwemmen. Dan is voorop misschien het beste!

Woensdag: Ze hebben me gister iets raars aangedragen: rust…. Dat je dan niks doet, dat er niks op Strava staat. Leek de heren wel iets voor mij. Ik heb er even over nagedacht. Met het oog op een trainingsweekend leek het me wel wat. Voor een minuut of vijf dan. Toen was het weer over. Ik zou vandaag gaan hardlopen. Wisselen met maandag. Half uurtje frequentietraining. (fru-kwen-sie-treening). Loop in richting een trapje, ga die op souplesse 2 keer 6a8 keer omhoog en dan nog een versnelling van nauwelijks iets en dan kijken of teruglopen anders aanvoelt. Het gaat om beentjes optrekken, kortere pasjes maken. Ik deed mijn korte broek aan. Dat was de eerste keer dit jaar. En het rode Trihartlonshirt. Ik liep rustig in en mijn benen waren zo blij dat ze mochten. Die dachten met rustig aan 5:30. Het voelde zwaarder. Er is iets met die trap: hoog. Zou de trainster dit bedoelen?! Ik denk eigenlijk van niet en vind 4 keer omhoog genoeg. Souplesse met een rood hoofd. Dan het pad omlaag en nog 4 keer de 55 treden op. In ongelijke delen. Het is een rare trap. Versnellingen va20 seconden zijn maf kort. De brug weer over dribbelen en dan kijken of het anders voelt. Ik wil cola drinken. Naar huis. Ik heb wind mee. Dus JA, het voelt anders. Mijn passen zijn gemakkelijker. De tijd is iets sneller met 5:20

Na de cola door naar de zwemtraining. Die staat ook op het schema. De keuze tussen rust en het schema is nu toch al gemaakt. Kijken hoe dat gaat: zwemmen vandaag. Ik zwem alleen maar stukjes voorop. We doen allerlei ‘rare’ dingen. Bijleggen op de rugslag. IN DE LUCHT! Samen zwemmen. En de trainster weet wat er scheelt: zij kan blijkbaar wel onder water kijken. Mijn vingers wijzen niet naar de bodem. Als dat het is…. Ik pas het toe, maar lichter wordt het daar niet van. Ik zwem het liefst lekker gemakkelijk middenin met mijn achtje. Ik voel een excuus…. En spierpijn in mijn armen.

Als ik het concept rust dan toch laat varen, kunnen we dan ook nog een stukje fietsen? Dat ik twee groene trainingen heb? Manuel gaat mee uitfietsen. Prettig. Net voor het donker. Een half uurtje. Bijpraten. Heerlijk rustig. Geen stress. Maar we fietsen wel om, want we komen de loopgroep tegen. Da motten we nie hebbu. Dus is het aardig schemerig en haal ik lekker de drie kwartier. Twee groene trainingen op 1 dag. Het is nauwelijks rust te noemen. Het excuus: het ging niet zo snel vind ik dan opeens ook tellen!

Donderdag: Noodgedwongen doe ik het dan echt: rust. belachelijk recept. Vincent traint (niet zo heel erg) lekker op de baan en ik wandel. Rondom het Leeghwater. Het is mooi, mooi weer, onverhard en gruwelijk saai. Vind ook mijn horloge. Van de 56 minuten wandelen maakt hij 26 bewegingsminuten. Sorry heren, het concept rust is niet aan mij besteed. Misschien dat ik het na een trainingsweekend met meer succes wil aangaan.

Vrijdag: Omdat ik pas vanavond aan het trainingsweekend begin, mis ik een hardlooptraining van anderhalf uur. Die vul ik dus ‘s morgens zelf in. Samen met Manuel die na de marathon de loopbenen weer aanzet. Heerlijk rustig dus! Alle tijd om bij te kletsen. En ik vermoed dat de kaakspieren ook meer te lijden hadden dan de been spieren! Bij mij in elk geval… We lopen onder de bloesems door. En dan besluiten we Almere Buiten niet uit te gaan. Keren we bij de andere bloesems terug en gaan richting de manege, maar voor die tijd weer terug langs de Vaart. We lopen heel lang langs de Vaart. En maar tetteren! Ik wil graag door het bos en met het langzame gestage tempo lukt Manuel dat ook nog prima. Komen we de hardlopende meiden van Almere tegen! Ik herken ze heel snel. Het bos is zo kaalgeslagen dat het echt een deceptie is: de mooie hoge bomen zijn een herinnering, er is niks meer van te vinden. Dan lopen we toch maar weer naar huis. 12 Kilometer heb ik gehad. Nu kan ik gaan inpakken. Alsof ik drie weken wegga in plaats van 2 dagen!

‘s Avonds rij ik naar Oldebroek: daar zitten we in een groot huis. Met een man/vrouw of 30. Van allerlei pluimage. Ik slaap bij 6 andere malloten, speel mee 30 seconds en heb “helaas” de loodzware motorcrossbaan-training gemist. Na heel veel gekwebbel gaan om 2 uur pas de oogjes dicht.

Zaterdag: Om 7 uur gaat de wekker onder mijn kussen echter alweer. Gespannen sta ik op: ik moet met de groep meefietsen vandaag. Ik denk niet eens over de snelle groep…. Maar eerst ontbijten: we komen dit weekend helemaal NIETS tekort. Geweldig; aan alles is gedacht. Fruitbiscuits voor onderweg, een fietspomp, kilo’s brood, stroop: alles is er werkelijk. Om 9 uur gaan we fietsen: het begint met zand en daarna ga ik achter DS aan, die heeft een route. Ik ben er van overtuigd dat ik geen urenlang 27 km per uur kan fietsen. Ik fiets midden in de groep naast RV en we kletsen. Kletsen, kwebbelen, vertellen, luisteren, delen; over werk en kinderen en sport en partners. Ongemerkt fiets ik totaal moeiteloos 27 kilometer per uur. Rijden we over fietspaden, door dorpen. De heuvel merk ik wel, maar die kom ik op. Hoe ver we gaan, hoe goed het gaat: eigenlijk merk ik het niet echt op. Ik geniet er gewoon van. Dat het lukt, dat het gezellig is en dat RV zo’n goeie vent is. We halen de 55 kilometer net niet en ik maak me er niet druk om. Ik ga het trainingsweekend wel overleven! We gaan lunchen. Met knakworstjes erbij deze keer. En dan moeten we naar het zwembad. We gaan met auto’s. Zwemmen vind ik leuk, ik heb er zin in. Als we maar geen wedstrijdjes gaan doen, want dat vind ik altijd zo sneu voor de rest van mijn team. Ik mag vooraan in baan 1. We doen gekke dingen: borstcrawl achterstevoren enzo. Veel geinige techniekdingen (die ik niet zo heel goed kan). Na een uur gaan we echt iets leuks en nuttigs doen: er ligt een boei, we vertrekken allemaal tegelijk en zwemmen om de boei heen. Net als echte triatleten. Ik ben de snelste niet, maar ik schrik ook nergens van. Ik zwem zonder pullboy. Ik maai gewoon door, ook al krijg ik een beuk of trekt een ‘concullega’ me. We doen ook drie rondjes, waarbij de snelleren ons moeten inhalen. Ha! Ik merk het niet eens, ik doe volkomen mijn eigen ding en ik vind het geweldig. Er zit toch een andere spanning op als de veilige baan op en neer zwemmen. Daarna volgt de onvermijdelijke estafette. Ze hebben geluk: de snelste gast zit ook bij mij, die heffen mij mooi op. Ik doe borst-school-rug-borst om de 25 m (hoe moet ik weten waar dat is) en we winnen deze ronde. Ligt niet aan mij. Op de 25m superspeed bewijs ik dat dan: dat kan ik niet echt. Ik doe mijn best maar. Dan komt DR me nog helpen: ze leert me de doorhaal onder water. Ze laat me in een paar minuten het water wegduwen en mijn arm buigen. Zonder pullboy, aan het einde van een voor mij vermoeiende les, kan ik toch 1 op 6 ademen! Dit is het dus: wegduwen, ik voel de spieren. Ik stap stralend het bad uit: iets geleerd ook nog op het trainingsweekend! Al twee dingen zelfs: ik kan fietsen in de groep en de doorhaal. Dikke winst! In de auto op de weg terug ben ik moe en doe ik een mini-dutje. We moeten ook nog lopen immers. Niet dat ik daar tegenop zie. Geen moment. MS gaat ons voor en we gaan onverhard lopen. Traag. Ik keer in mezelf. Ik hou dit uren vol, maar dan gaan we wandelen. Potdikkeme. De langzaamsten haken af, maar ik loop MS en MV op de voeten. Dit is niks voor mij: doorlopen alsjeblieft. Ik heb het lef niet om zelf hard voor te gaan. We wandelen veel. Ik hoor de vogels en let niet op de snelweg. Ik hoor het geleuter, maar doe even niet mee. De heuveltjes zijn een korte afwisseling. En dan weer wandelen. Op het einde op het asfalt halen de mannen me in op hun hoge tempo. Ook zij mokken, maar anders dan ik: trailen kunnen ze niet. Ik hoeft ze niet bij te houden. Drie dingen geleerd: ik kan iets wat de rest niet zo goed kan. Dan volgt douchen in 1 van de twee damesdouches en een heerlijk nasi-avondmaaltijd. Zegt MB opeens: wie gaat er mee wandelen? Natuurlijk, laten we eens iets doen 8-} Ik ga graag mee. Kort en traag, maar superleuk. Dan hebben we nog een verrassing: een team-triatlon op het droge. We moeten iemand optillen om te zwemmen, een band plakken, een teamlid verbinden, schoenen uit de knoop halen en een stukje rennen met fietshelm op. Wij dames werken zo goed samen dat we zo glansrijk winnen dat niemand het doorheeft! Dan is het weer tijd voor lachen, gieren, brullen en 30seconds spelen. Om half 12 is het wel op (en niet alleen bij mij) en nog dezelfde dag slapen we weer.

Zondag: Kwart over 7 deze keer, maar dan ben ik al wakker. Ontbijt met een eitje. Vandaag zie ik zo mogelijk nog meer op tegen het fietsen, want het heeft vannacht geregend. En vandaag gaan we nog langer. Ik heb de plaatsnamen van de route op mijn telefoon staan. Even over 9 zijn we weg. Het is droog. Ik klets met M van de TTW. Zij is ook nog geen held, maar ook gezegend met een onverslaanbaar sterk gestel. We fietsen door Zwolle. Het zonnetje komt er langzaam door. We komen ook langs Vilsteren. Eigenlijk is het best mooi. Ik fiets dan met de ene, dan met de andere. Soms even zwijgend, soms in een gesprek. Een korte stop wordt gevolgd door een lekke band an W, die hij snel ‘volspuit’. Dan krijgt TV een lekke band. Tijd voor een winegum. Ik red het op de sportdrank en vier boterhammen. Het duurt even voor de band gefixt is. We komen door kleine dorpen, langs kerken, molens, kasteeltjes. Dan nog een lekke band. Ze bedenken dat er geen tijd meer is om te hardlopen. Dat haalt mij onderuit. Ze bedenken ook dat er geen tijd is voor koffie, maar dat vind ik niet erg. Na een kilometer of 60 kom ik in een dipje. Ik fiets achteraan en dan is het een intervaltraining: inhouden en bijhalen is retezwaar. Gebrek aan eten en slaap spelen me parten. Zeker als ik door moet trekken tot 30+. Ik ga wel alleen verder. Dat denk ik. Geen zin in praten. Ik ben te moe om tussen de groep te fietsen, mijn reactietijd is duidelijk verlengd. Samen met SK fiets ik zwijgend achteraan. W en RV steunen ons en houden ons erbij, maar ik zit niet meer om een praatje verlegen. M voegt zich ook achteraan en geeft toe net als ik wat op de reserves te rijden. Zwolle door gaat in hoog tempo! En dan de dijken op langs de IJssel. Daar heb ik geluk: het begint te regenen. Dat is mijn comfort zone dan weer: een beetje afzien en nog tien kilometer te gaan. ik fiets wat naar voren en de brug op is een makkie. Dan zit ik vooraan in de groep en het gaat weer even iets beter. Ik ruik de stal… Na 87 kilometer zijn we rond. Ik ben prikkelbaar. J en W gaan lopen en ik ga mee. Punt. Ik trek MB mee en MoederB gaat ook mee. Met zijn 6-en zijn we. MoederB haakt af en ik kan het hoge tempo aan. Ik mopper wel de hele tijd: dit is mijn uitlooptempo niet, maar het gaat prima. De snelle groep komt ook langs en dan blijken de meeste heren toch sneller dan ik. ik vind  4 kilometer uitlopen op 5:30 pittig, maar het voelt wel heel erg goed! Dan is het lunchen met heel veel vla, daar geniet ik van en inpakken. Het is weer voorbij. Ik heb mezelf overtroffen: ik kan veel meer dan ik gedacht had. Ik durf best. Heb me aan mensen geërgerd, maar dat wist ik. Ik heb me verwonderd. En hemel, wat heb ik gelachen! Ik heb een beetje afgezien. Ik heb lekker gesport. Het was gewoon SUPERgeweldigLEUKfantastischENERVERENDprachtigHEERLIJKfijnGEZELLIGgoed

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 16 op naar het trainingsweekend…..

Week 15: lopen kan ik, nu het zwemmen en fietsen nog leren!

maandag 2 april.


Na een dag rust gister, stond ik weer te trappelen…. Maar dan met pijnlijk stukgelopen voeten. Ik twijfelde de halve dag of ik met de spontane paastraining mee zou gaan, waar niemand behalve ik op reageerde. En dan ben ik al heel snel bang de rest op te houden. De trainer van Vincent is nou eenmaal een stuk sneller en zijn maatjes ook. Maar ja, hadden ze het maar niet openbaar moeten vragen! Zenuwachtig en met pleisters op mijn hielen ging ik mee. 2 (snelle)Jeugdleden, 2 supersnelle heren en ik. Verwacht van mij dan geen hele gesprekken! Ik hou het bij, voel al snel mijn voeten geen pijn meer doen. We gaan lekker onverhard de Kemphaan over. Als ik aan het tempo gewend ben (ik kijk niet hoe hard), lukt het prima. We gaan versnellinkjes doen: 15, 30 en 45 seconden. Met rust tussendoor. De mannen stuiven weg, de dame houdt haar tempo aan. Ik vind 45 seconden best lang! 😉 Dan weer verder langs het volgende pannenkoekenhuis. We doen op het rechte pad nog 3 keer een langere versnelling van 30 seconden per stuk. Ik heb het al warm. Over het bruggenpad en we zien een enge, supergrote vis. Dan doen we onverhard nog een keer of wat 45 seconden versnellen. Ik hou de knul nu behoorlijk bij. Ik ga sneller, hij iets minder hard. De mannen niet; die gaan onverminderd hard. Het uur halen we niet, de 10 kilometer niet, maar het tempo lag best hoog. Voor een paasdagje. Voor mij dan.

Dinsdag 3 april.

Zwemmen. In baan 2. Baan 1 kreeg echt instructie. Ik zwem een groot deel voorop. Verder geen idee meer wat we hebben gedaan. Het blijft een beetje knokken met het water.

Woensdag 4 april.

Als Vincent net thuis is en net voor zijn vriendje komt spelen, is het nog droog en ga ik fietsen. Op de racefiets. Meestal kan ik daar minder hard en soepel mee, maar vandaag staan de fietsbeentjes aan. Ik fiets in voor tien minuutjes. Dan ga ik 2 minuten op hoge versnelling en 70 rpm. Geen idee wat dat is, maar ik voel het wel in die fietsbeentjes! Ze worden wat zwaar…. In verband met het verkeer moet ik de vierde keer een minuut uitstellen. Ik ga naar het Bloq en keer dan om de dijk weer op. Wind mee. Ik ga twee keer drie minuten op wedstrijdtempo. Hoe moet ik nou weten wat dat is?! De laatste wedstrijd hier op de dijk had ik een andere fiets, meer wind mee en de rechte weg voor me. Nu is er een matig windje, een racefiets en een fietspad. Ik haal de 34 km per uur en hou dat vol. Ik keer om en rust uit en dan haal ik ‘maar’ 27 km per uur tegen de wind in voor 3 minuten lang. Ik fiets rustig uit aan de andere kant van het hek langs de Oostvaardersplassen en geniet van de dieren daar. Best tevreden. Zou de Tacx geholpen hebben?

Daarna zwemtraining. Deze trainer vind ik niet aardig als mens, maar als trainer…… hij vertelde me naar beneden te kijken. Naar de bodem, niet naar voren, maar recht omlaag. Ik ging het proberen en daar was het! Zo moet het! Dan adem ik beter, zonder mijn hoofd op te tillen, dan hou ik mezelf niet tegen, dan heb ik ruimte om breed in te steken, dan voelt het hele zwemmen soepeler en kost het minder kracht. Ik weet waarom ik het ben gaan doen: het is te druk in deze baan. Tien mensen is wat veel en ik zwem nu weer tegen mijn voorganger op, want ik zie ze niet langer. Dat neem ik voor lief. Ik neem de drukte ook voor lief, want ik doe dit toch voor mezelf. Dan maar iets meer afstand nemen.

Donderdag 5 april.

Baantraining. We lopen langzaam in. Ik heb zelfs tijd om de volgende afspraak bij elkaar te appen! Op de baan gaan we 8 keer 400 doen. We mogen kiezen welk tempo: 2:25-2:10-1:55 of 1:40. De eerste ronde doen we langzaam met een groepje en het wordt 2:06. Net niets dus. We gaan steeds iets sneller en als ik na een keer of 5 het groepje verlaat, blijkt 1:59 mij het beste te passen. Maar echt moe word ik niet. Ik mis het aantal, dus of ik het 8 of 9 keer doe, geen idee. Daardoor mis ik 1 van de twee keer 200 meter die je sneller moet doen. Dat is wel even leuk en iets zwaarder. Maar dan gaan we alweer uitlopen. Traag is niet erg, en vandaag is het prima, maar mijn lol haal ik er niet uit.

Vrijdag 6 april. Werkdag in Den Haag. Mooi weer, maar ik wandel alleen maar van het station naar huis. Daar wachten nieuwe hardloopschoenen. Ze zijn PRECIES gelijk aan het vorige paar. Zelfde merk, zelfde maat, zelfde kleuren. Maar dan met 1000 kilometer meer demping en stralend schoon.

Zaterdag 7 april. Ik ga lopen met MBB. Ze is een heldin voor mij: doet hele triatlons, schrijft prachtige blogverhalen en in mijn ogen is ze goed. Ze is in elk geval een razendsnelle zwemster en ik heb bewondering voor haar. We hebben dezelfde trainster. Ze beweert minder snel te kunnen lopen dan ik, maar ik betwijfel dat. Misschien op dit moment, nu ze moederschap, een baan en sporten op nivo wil combineren met een evenzo sportende man, maar ze is wat jonger dan ik. Zij doet een training met tempowisselingen, ik ga weer voor mijn kwartierblokjes waarin ik na 14 minuten versnel en de laatste 30 seconden wandel. We halen MBB thuis op, brengen Vincent met de auto naar de aikido en we gaan van daaruit hardlopen. Ander terrein voor MBB. Ze doet langzaam aan en dat is heerlijk voor mij! Eindelijk mezelf niet voorbij lopen, niets hoeven te presteren, niet naar de kilometertijden kijken. En op mijn nieuwe hardloopschoenen! We kletsen. Daar is alle ruimte voor. MBB loopt iets boven haar tempo, ik iets onder het mijne. We hebben het over de zwaarte van de combinatie sportgezin en een dreumes, over loslaten en over waar we heen lopen. Ik loop 30 seconden hard, wandel terug en zij wandelt die minuutjes even. We gaan de Oostvaardersdijk niet halen, want MBB wil de 5 kwartier niet overschrijden: dat lukt haar lijf (vandaag) niet. Als ik nog geen respect voor haar had, dan groeit dat nu nog meer: toegeven dat je 10,5 kilometer in 5 kwartier genoeg vind en dat meer er niet in gaat zitten, ook geen kwartier extra! Ik vind het geweldig iemand te horen die én een klein kind thuis heeft, én een man die ook sport, én een baan, én die ook nog gaat verhuizen! Soms wil ik haar wel toeroepen: “vind je het gek dat het niet allemaal vanzelf gaat met sporten, dat moest er ook nog bijkomen; dan liep ik niet met je mee!” Ik weet zeker dat ze, wanneer ze straks rust, ritme en regelmaat vind, keihard vooruit gaat en dit jaar gewoon de hele triatlon in Almere kan doen. (wat mij nog niet lukt!) We lopen over de ophaalbrug en het is geen moment stil. Dat ligt ook aan mij: ik babbel maar door. We lopen lekker over het asfalt en hebben zelfs een stukje wind tegen: dat deert haar dan weer wel, terwijl ik in eerste instantie niet weet waar ze het over heeft! We lopen terug over het brugje wat ik zo graag eens wilde en dan weer onder de Hogering door. MBB heeft het zichtbaar zwaarder. Ze weet niet hoeveel respect ik voor haar heb als ze zegt: loop jij maar even door, ik moet wandelen. Wow, ik wilde dat ik mezelf zo kende en dat vaker aandurfde! We gaan nog terug via het Beatrixpark en we overschrijden de 5 kwartier met een minuut of vijf a tien. Maar we lopen ook 12 kilometer! Ik ben heel erg content, want ik heb het in lange tijd niet zo ongedwongen leuk gehad.

‘s Middags ga ik weer zwemmen. A zwemt voorop: die wil altijd vooraan zwemmen en ik mag ‘m niet, maar het is prettig dat hij de banen telt en het tempo bepaalt. Ik zwem wel mee. Behalve op benen, dan is hij langzamer en behalve op armen, want dan schiet hij er vandoor. Jij zwemt alles op armen, meldt A zuur. Ja, daar ben ik nog mee bezig! En het gaat hartstikke goed: ik zwem op zijn voeten, maar raak hem nauwelijks. Ik zie de bodem en het beste: het gevecht is voorbij: dit gaat uitstekend. Rust en kalmte in het water. Ik adem 1 op 4 en tel tot 3 en blaas dan uit: dan heb ik heel weinig inademtijd nodig. Ik leer het wel!

Zondag 8 april. Er stond nog een fietstraining van vrijdag open. 2 Uur. Met tempoblokken. Vincent vindt 2 uur te lang (misschien ook wel terecht) en gaat maar 1 uur mee. Maar eerst….. kost het me een uur (!) om de band twee keer om te draaien. Hij draaide niet de goede richting in. We fietsen een half uur in langs de bloesems natuurlijk en kunnen niet over het Kolibriepad, maar moeten langs de manege. We rekenen uit hoe hard Manuel de marathon in Rotterdam moet lopen. Dan gaan we onder de A27 door op een nieuw pad voor Vincent. Ik moet minuutjes versnellen. Het pad is smerig, maar wel erg overzichtelijk. Vincent haalt me in de rust weer bij. Tussen de modderknollen door. Dan de lange rechte polderwegen. Het ontbreken van wind is een zegen. De bloemen zullen hier straks prachtig zijn! Ineens gaat die kleine me bijhouden in de snelle minuten! Potverdikkeme. Wen d’r maar aan, moeders! We fietsen helemaal naar de brug over de A6. Manuel vertraagt en wij rekenen door wanneer hij binnen moet komen. We fietsen terug naar huis en Vincent besluit dat hij nog gaat hardlopen. Ik fiets nog een uur door. Op naar de Oostvaardersdijk! 1 keer gaat het niet goed: ik kan niet snel genoeg uitklikken, niet oversteken en rij in het gras tot ik me aan een dikke bom kan vastgrijpen en rustig kan uitklikken. Dan pak ik het weer op, maar ik heb een tempoblokje te weinig ingesteld. Op de dijk is het ronduit koud. Het waait koud. Mijn rondje gaat niet groot genoeg zijn voor twee uur – heb ik weer. Het is overal druk buiten: fietsers, wandelaars, fotografen, hardlopers. Ik slinger terug en ga op eigen tellen versnellen. Dat gaat ook prima en op het rechte fietspad ga ik heerlijk hard! Ik leer het echt met deze fiets! De Tacx heeft enorm geholpen, ik wen aan de fiets en ben niet meer zo schrikachtig. Ik moet de wijk nog rond en dan is het wel oké, maar ja, stoppen op 48 kilometer is a no-go, dus ik ga de wijken nog een keer rond! 50 kilometer in iets meer dan 2 uur: ik vind het mooi. Genoten van het prachtige weer, het gezelschap, de buitengewone veelzijdigheid van Almere. Bloesems, bloemen in de dop, lange rechte wegen, dijken, water, de Oostvaardersplassen…. En nog een fijne zondag voor me.

 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 15: lopen kan ik, nu het zwemmen en fietsen nog leren!

Week 13: …. en de winnaar is….. rustig opbouwen naar een (mislukte?) zwemloop

Zondagavond 25 maart: Ik krijg een mailtje wat ik nauwelijks serieus durf te nemen. Enige weken heb ik een quote van het wandellied van Tolkien ingeleverd bij een prijsvraag en ik blijk de winnaar te zijn! Ik heb een horloge gewonnen! Een superluxe hardloophorloge waar je muziek op kunt zetten en in de toekomst mee kunt betalen. Ik lees het wel honderd keer over, maar pas als ik het op de website zie staan geloof ik het. Ik win nooit wat! En net nu mijn trouwe Garmin 735 in de revisie is, krijg ik een horloge kado! Hoeft ik Vincents horloge niet meer te lenen om te zwemmen, want dat kan ook met de nieuwe Garmin 645.


Maandag 26 maart: Hardlopen. De straatjes weer eens door. Deze keer met een vrolijke noot aan het zware langzame begin: Vincent ging lekker mee! Door het licht wat overgaat in de nacht. De eerste kilometers zijn zo moeilijk, zo traag. En dat valt zo zwaar. Ik had het oude horloge nog om en die is al niet zo vriendelijk en accuraat als mijn trouwe 735: die heeft iets meer moeite met de lengte van de kilometer. Vincent boog af terug naar huis na de Januaristraat. Toen hadden we er drie kilometer op zitten, netjes boven de 6 minuten per kilometer. Ik vertraagde iets in kilometer 4 en toen moest en kon ik aanzetten. En dat ging beter! Door naar 5:30. Dan volgen er weer twee zware kilometers…. In de zesde kilometer doorversnellen naar 5:09 is al geen cookie meer en dan nóg een kilometer harder…. Dat is flink werken! Ik wilde graag onder de 5 minuten komen en het lukte! 4:52. Toen wandelde ik eventjes en daarna hobbelde ik rustig naar huis. De douche was alweer vrij.

Dinsdag 27 maart: Zwemtraining. De trainer-die-me-zo-graag-alles-goed-wil-laten-doen-ondanks-dat-we-beide-weten-dat-ik-geen-olympisch-zwemmer-meer-wordt is er. Ik zwem in baan 2, want baan 1 is vol nieuwe mensen. Ik zwem vooraan. Alles. De trainer wil me duidelijk graag helpen om effectiever (en sneller) te zwemmen, maar weet niet goed hoe. Net zo min als ik. We zwemmen vooral niet in zone 1 vandaag. Er is veel moeilijks bij. Ik doe mijn best.

Woensdag 28 maart: Hij is er! Mijn winnaarshorloge! Een superlicht horloge en heel gemakkelijk in te stellen. Het is wel een hardloop-horloge en triatlon komt er niet in voor. Maar dat wil niet zeggen dat ik er niet mee kan zwemmen! Dat zal het eerste zijn wat ik er mee ga doen. In het begin tel ik zelf of het horloge de banen niet goed. Ik hou het op het horloge eigenlijk… Ik zwem voorop en we doen veel met de ademhaling. Na een dik half uur heb ik niet meer zoveel zin. Bij het sprinten is het wel zo’n beetje op eigenlijk. Ik ga de 3 keer 250 meter lekker achteraan zwemmen in mijn eigen iets langzamere tempo. Dan telt het horloge opeens wel weer erg goed! Het horloge zwemt prima, nu ik nog.

Donderdag 29 maart: ik hoeft niet naar de baantraining. Met het oog op de wedstrijd en de drukte die in mijn hoofd zit, is dat niks erg. Ik ga graag zelf een stukje rennen: mijn eigen tempo, waar ik zin in heb. De kans dat dat volgens schema bij een half uurtje blijft, acht ik klein! Vincent is toch een uur en een beetje op de baan aan het lopen, dus ik kan prima naar het gemaal. Met mijn hardloophorloge: hier is ie voor gemaakt! Ik ga snel weg, want ik heb geen zin om met iemand te praten, er zit genoeg in mijn eigen koppie. Ik loop lekker en heb een muziekje ter afleiding meegenomen. Al snel loop ik aan de andere kant van de Vaart. Het is heerlijk weer: nog steeds licht, ondergaande zon. Ik loop al snel langs de Noorderplassen en kijk op van de (snelle) tijd. Dit gaat erg lekker! Zo haal ik de tien kilometer binnen het uur wel. Ik loop gewoon lekker en let niet op de hartslag. Het zal aan het horloge liggen! Ik ga langs het gemaal en over de bruggen en ik geniet ervan. Meer hoeft ik niet te doen als genieten van het bos, de bruggen, het ritme, het sluisje, het zonnetje. En dat is gemakkelijk! Ik loop nog een stukje om, want ik heb tijd over en wil de tien kilometer halen. Ik besluit de laatste kilometer door te versnellen en haal de tiende kilometer in 4:52! Ik hobbel nog een kilometer uit en doe een rondje op de baan als de rest klaar is. Goed besteedde avond, maar misschien niet echt rustig….

Vrijdag 30 maart: ‘s Morgens haal ik de racefiets van de Tacx af. Nog best een karweitje voor mij! Ik ga met Vincent fietsen. Rustig een uurtje. Met per 5 minuten 20 seconden versnellen. We gaan de stad een beetje uit en komen weer bij de Noorderplassen langs. Het gaat niet heel snel, maar dat hoeft ook niet echt. Op de dijk zanikt Vincent over wind tegen, terwijl het nauwelijks waait. We mogen niet langs het buitencentrum en fietsen maar om de wijk heen. Ik wil het tempo hoog hebben, om Vincent te laten voelen hoe hardlopen aanvoelt na te hard fietsen, maar het echte tempo blijft nogal uit. We lopen door het park als de fietsen weer in de schuur staan. Het valt Vincent zwaar, maar mij niet. Als is een heel klein stukje ook wel genoeg.

Zaterdag 31 maart: De Zwemloop in Utrecht bij Het Lint van de Vrouwentriatlon. Ik heb niet zoveel zin ‘s morgens. Gedoe met spullen pakken en voor twee mensen denken, want Vincent gaat ook en die start voor me. Ik ga 500 meter zwemmen in een zwembad en 5 kilometer hardlopen. Met Vincent hebben we geoefend met schoenen wisselen. Het is warm en onrustig in het zwembad. We doen een trisuit aan en ik zet snel mijn spullen buiten klaar. Dan heeft Vincent nog een paar minuutjes en meld hij zich bij baan 1. Ik leg mee zijn spullen klaar. Ik loop weer naar de tribune en zie hem goed zwemmen. Dan naar buiten om te kijken hoe hij loopt en dat is geweldig! Hij wordt derde jongen en heeft snoeihard gerend. Dan moet ik alweer snel naar binnen, naar de WC, mijn zwembrilletje pakken en het water in. Net iets te onrustig allemaal. Ik zwem een beetje in en dan ben ik opeens superzenuwachtig. En dan starten we. Ik kom niet weg met het zwemmen. Geen ritme en zeker niet in mijn ademhaling. Ik moet 1 op 2 ademen en dat zelfs met moeite. Alsof ik vergeten ben hoe het moet! Het lukt totaal niet. Ik ga de 500 meter aftellen. Er zwemt 1 iemand achter me en de andere drie raak ik snel kwijt. Ik kom er niet in. Heel even, als ik gelapt wordt, gaat het wel en weet ik weer: breed insteken, maar het is te laat en ik haal de 500 meter niet eens in tien minuten. Na 11 minuten kom ik heel boos en opgefokt het zwembad uit. Ik baal er enorm van. Wat ben ik boos! En dan kom ik bij mijn spullen en heb ik mijn schoenen niet goed neergezet en niet open gezet. Gezooi met het horloge en schoenen aandoen en ik duizel heel even, maar ik ben vooral kwaad. Kwaad op mezelf dat ik in een zwembad niet kan zwemmen. Ik doe niks aan over mijn trisuit en ga rennen. Hard. Want ik ben pislink. Ik haal de een na de ander in. Lopen kan ik tenminste. En elke keer als ik dat denk, ben ik weer laaiend. Ik moet leren zwemmen! Kilometer 1 zit op 4:37. Ik bedenk kwaad dat 5:37 ook wel goed was geweest. De woede helpt me in elk geval aan tempo. Het zijn maar 5 kilometer. Ik vind het saai. De volgende dame haal ik in. Het tempo blijft hoog. Ik keer om en wil liever achter de vrijwilliger om. Ik blijf opgefokt en vol adrenaline. Het is ongelooflijk, maar de kilometertijden blijven onder de 5 minuten liggen. Ik wist niet dat ik dat kon, maar de boosheid helpt me. Ik kom al langs bij Rob en Vincent met een gezicht op onweer. Ik drink niet, ik knal lekker door. Het enige wat ik leuk vind, zijn de twee kleine jongens en hun moeder op het bankje. Ik weet nog dat ik hier fietste. Het tempo blijft hoog. Ik zie het wel. De volgende is lastiger in te halen, maar het geeft mijn boosheid een doel. Nu is er nog iemand voor me. Ik denk dat ik niet bij de laatsten hoor. Helaas geniet ik niet van het weer, van de passen, van het gemak waarmee ik loop. Daar is naast de woede te weinig plek voor. Eigenlijk wil ik de mevrouw voor me in haar sjieke trisuit nog inhalen. Ik moet aanzetten. Alsof ik nog een kilometer kan aanzetten…. Maar ik wil het omdat het dan maar snel voorbij is en ik ergens tegenaan kan schoppen uit woestheid. Misschien dat dat helpt. Ik haal de sjieke trisuit niet meer in, maar ik zet nog wel aan. Nog nooit heb ik de 5 kilometer zo snel gelopen. Ik ben boos. Schreeuw: laat me maar met rust, en gooi met mijn startnummer. Ik eet een paar winegums en dan zakt de woede een beetje, maar het blijft niet goed voelen en opgefokt. Ik wil gewoon weg. Mijn voeten doen pijn van de schoenen. Raar dat ik niet kan genieten dat ik alles met meer dan 12 kilometer per uur heb gelopen, dat ik derde werd en dat ik alleen maar baal van mezelf dat ik zo slecht heb gezwommen. Ik leg me er wel bij neer en volgende keer beter. Ik kleed me om en mijn voeten zijn kapot gelopen. We wachten niet tot de snellere groep klaar is. We willen naar de zwemtraining vanmiddag!

En zo zit ik later bij het zwembad voor Vincents training en daarna voor mijn eigen training. Het water is kouder. Dat bevalt me beter. Ik zwem moeiteloos 1 op 4 ademend 250 meter in 4 en een halve minuut. We zijn met zijn tweetjes in baan 1, ieder een kant. Heerlijk: ik hoeft me niet aan iemands tempo te houden. We krijgen een briefje en dat is nog fijner. Ik doe alles met aandacht en kom tot de conclusie dat het exemplarisch was vanmiddag in het (warme, onrustige) zwembad in Utrecht. Ik kan nu prima zwemmen. Buitenwater? Minder stress? En dan dringt het door, dat ik dus wel erg goed heb gelopen. En dat ik daar maar weinig moe van ben. Het enige wat echt zeer doet zijn mijn ontvelde hielen.

Het is paaszaterdag en vandaag is de tweede blue moon van dit jaar. Vorige keer heb ik Vincent beloofd dat hij mee mag rennen op deze avond. Ondanks de wedstrijd, ondanks de pijnlijke voeten, ondanks de zwemtraining: we gaan! Maar het meest ontbreekt… de maan. Het is zwaar bewolkt en het regent zelfs. We lopen heerlijk langzaam. Traag. En als de straatverlichting ontbreekt, lopen we hand in hand, want dat is spannend als je elf bent. En genieten als je 44 bent 🙂 We lopen nog geen half uurtje. Mijn voeten vormen zich wel en schikken zich. De pleister voorkomt meer schuren en pijn. Uiteindelijk waren er nog 24 dames van de snelle serie sneller vanmiddag in Utrecht. Ik word 26ste. Van de 56 deelneemsters. Een slechte zwemtijd van 46ste wordt opgeheven door een 19de looptijd. Bij de 40+-ers ben ik zesde. In mijn looptijd zit de wissel ook, waardoor het langzamer lijkt: maar ik heb echt de 4,98 kilometer gedaan in 23:18. Totaal in 35:51.

zondag 1 april: Geen spierpijn. Hooguit in mijn armen! Mijn hielen doen wel serieus pijn. Vandaag zouden we naar Hilversum fietsen, maar het is regenachtig. Ik vind het jammer. Maar voornamelijk omdat ik dan niet netjes uitfiets en aan het schema voldoe. Voor de rest besef ik dat ik niet echt een oefen-wedstrijd heb gehouden, maar gewoon snoeihard heb gelopen. En dan mag een dag rust best, is het zelfs beter misschien. Vind ik een moeilijke keuze om te maken, maar kom amper buiten.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 13: …. en de winnaar is….. rustig opbouwen naar een (mislukte?) zwemloop

Week 12 We bouwen weer op!

Maandag 19 maart – Ik schuif een beetje, zodat aan het einde van de week (lees zondag) een rustdag kan inbouwen. Dus de looptraining van morgen gaat naar vandaag, zodat ik morgen de zwemtraining van zondag kan doen. Dan kan woensdag de fietstraining van zondag en het zwemmen van die dag bij elkaar. Snapt u ‘m nog 😉 Vandaag mag ik Manuel ophouden. Eigenlijk staat er een heuveltraining voor morgen die naar vandaag gaat (snapt u ‘m nog), maar het wordt een gewone training. Ik voel me mopperig. Arme Manuel… Die luistert braaf en hobbelt er gewoon naast. Snel, gemakkelijk en leuk ontbreken bij mij, maar ik hou het 8 kilometer vol. So be it.

Dinsdag 20 maart – We gaan in de lage zones zwemmen. Ik zwem in baan 1, maar gezien mijn tijden had baan 2 gemakkelijk gekund. Langzaam zwemmen is ZOOOOOO moeilijk!! We zwemmen altijd allemaal stelselmatig te snel. En hoe langzaam we nu ook zijn, het blijft elke 50 meter een paar seconden te snel gaan. Dit is niks voor triatleten! Die zitten allemaal te stuiteren op de bank na deze les omdat ze zich niet moe genoeg voelen. Ikke niet. Ik let op mijn techniek. En dat is ook zwaar. Hoe langzaam ook.

Woensdag 21 maart – Het fietsen van zondag gaat naar vandaag. Iets met die zondag vrijmaken, snapt u ‘m nog…. Het is lekker weer (redelijk lekker weer) en Vincent fietst graag mee op zijn racefiets! We maken goede afspraken over het pad volgen, want ik ga na 10 minuten infietsen blokjes van 2 minuten hard en 3 minuten rust in. Ondanks de goede afspraken, moet ik toch een keer omkeren omdat Vincent wel geluisterd heeft! Het gaat lekker op mijn tijdritfiets. Dat ding trapt zó fijn! We gaan de Oostvaardersdijk op. Wind mee! Vincent scheurt me de eerste 30 seconden voorbij, dan haal ik hem bij en dan hou ik het de laatste minuut ook nog vol. En dan heeft hij 3 minuten om bij me te komen. Na de helft draaien we om op de dijk. Dan hebben we wind tegen en haalt Vincent me in drie minuten nauwelijks meer bij. De laatste versnelling komt daarom na de dijk. En dan is het tijd voor mama’s “bommetje”: na het fietsen gaan we nog een stukje lopen. Dat moet Vincent leren. Het wisselen duurt wel erg lang met fietsen ophangen, andere schoenen aandoen, katten uit de serre halen… Nieuwe dingen voor in de transitiezone 🙂 De eerste kilometer is zwaar voor Vincent. We gaan het park door. Ik kan dit erg goed. Dan versnelt Vincent. Zei ik net dat ik dit goed kan, nu is zijn tempo de baas. Ik hou het bij, maar niet meer gemakkelijk! Dan trekt mama het laatje open en ga ik Vincent mentaal trainen. We lopen richting ons huis, maar ik kondig aan dat we een extra blokje lopen en hetzelfde (hoge) tempo aanhouden. Lopen we daar bijna 12 kilometer per uur en heb ik nog hele teksten… “je moet dénken dat je dit kunt” “niet afzakken, maar nu doorlopen” “niet aan pijn denken, maar aan de chocolade thuis” En als het blokje rond is, heeft mama nog een laatste verrassing: “Wie het eerste bij de brievenbus is” Gelukkig is het maar een paar honderd meter! Ik moet bijzetten om de knul bij te houden. Auw. Kleine jongens worden groot en dit is één van de laatste keren dat ik hem zal ‘laten winnen’. Volgende keren wint hij uit zichzelf. We wandelen naar huis. 2 Hele snelle kilometers rijker. En een mentaal aangesterkt jongetje. Die ook nog mee gaat zwemmen. Natuurlijk. En nog goed ook. Ik kom wel mee, maar de woensdag is minder mijn dag in de drukke baan. We moeten veel zonder pullboy zwemmen. Dat is lastig voor me. Ik mis dan net extra drijfvermogen. Van de trainster mag ik ook eerst de armslag en ademhaling goed krijgen voor ik de beenslag toevoeg. Maar ik zwem wel 400 meter zonder pullboy! Weer eens 3 sporten op 1 dag voltooid. Bingo. En nu volgt een zware periode: mijn Garmin horloge is even in de revisie. Het fietsprofiel is stuk, waardoor ik op het horloge geen snelheid te zien krijg. Lastig. Nu is mijn meest trouwe maatje in alle sporten even terug naar Garmin. Ik behelp me met fietscomputer, oud hardloophorloge en… lease het horloge van Vincent om te zwemmen.

Donderdag 22 maart – De baantraining. We hebben een andere trainer, maar ik krijg toch het idee dat ze het hebben afgesproken: deze week pesten we de atleetjes met lage hartslagzones…. Net als dinsdag moet alles langzaam vandaag. Maar dan hardlopend. Ik loop gezellig met KH en MB mee, maar het is niet al te vermoeiend. Dat is niet erg, maar vandaag had harder ook gelukt. Ik ben verbijsterd dat MB nog nooit een halve marathon onder de twee uur heeft gelopen: in mijn ogen is zij snel! Vincent zet een jaloersmakende 4:20 neer op de kilometertest. “Ik hield mezelf voor de gek mama, toen het zwaar werd” Kijk, daar word ik nog trotser van 😀 mijn prestaties zijn niet om over naar huis te schrijven.

Vrijdag 23 maart – Ik ga fietsen met KH. Zij is een fietsbeest (en ook een zwem- en loop-held, maar dat terzijde). Als het niet voor haar was geweest, was ik omgekeerd naar de Tacx: ik had het koud, sloom, zwaar en dat geslinger door de stad is niet geschikt voor mijn TTB (tijdritfiets). Maar eenmaal samen kleppen we, kletsen we, ratelen we, bespreken we, roddelen we. En dat trapt de kilometers weg. Wind van opzij richting de Stichtse Brug: KH vangt het voor me af, hihi. Door Huizen? KH weet de weg en ik oefen bochten op de rotondes. KH mag maar een uurtje, maar die draait voor 2 uur haar hand niet om. Ik moet tempoblokken doen, maar die gaan verloren in duizenden woorden. Ik mag 2 uur, maar het rondje is groter en gezelliger dan verwacht. Ik durf zelfs een foto te maken op de TTB! Eindelijk hebben we wind mee en dan gaan we weer terug naar ons gezamenlijke beginpunt. Grappig genoeg lijken we nog niet eens uitgepraat! Ik sukkel alleen naar huis, wat een stuk makkelijker is met wind mee. Ik heb KH beloofd het concept ‘rust’ te proberen en niet meer te gaan hardlopen, ook al is er tijd over. Maar het werk eist de aandacht op en verhelpt het lopen én de rust. Ik heb 62 kilometer gefietst. Niet echt ver toch?! En maar 3 kwartier te veel. Gemiddelde snelheid laat nog wel te wensen over, maar hé: het seizoen is net begonnen en er stond best wat wind!

Zaterdag 24 maart – Vincent naar de aikido, ik het oude horloge weer om, rugzakje mee en anderhalf uur lopen. Het andere horloge voelt alsof ik net niks bij me heb. Ik doe de bekende tempoblokken weer: 14 minuten gewoon tempo, 30 seconden versnellen, 30 seconden heel rustig (ik wandel niet). Ik ga naar het Spoorbaanpad. Richting de Hollandse Brug. Ik zou daar nooit meer lopen, maar doe het nu toch. Ik vind het pad saai, slecht en recht. Maar vandaag is dat precies wat ik wil!  Ik wil rond de 6 minuten lopen op de kilometer. Er loopt een hele groep voor me, die (op 2 personen na) voor mij afslaan. Ik haal ze niet in. Ik doe gewoon mijn eigen ding. Geen muziek. Ik ben net zo snel als zij. Alleen een minuut achter ze. Hoe snel precies is lastig te zien, het zit onder de 6 minuten. De eerste 5 kilometer gaan in 29 en een halve minuut. Prima dus. Ik drink wat en ga onder de snelweg door. Op naar het Kromslootpark! Dat is een stuk mooier. Ik hoor de vogeltjes en de schapen. En de snelweg ook. Ik wil de tien kilometer ook onder het uur. Lukt me! 59 minuten. Ik neem een winegum en hobbel maar verder. 15 kilometer in anderhalf uur zit er wel in. Ik bedenk wat ik gisteravond over trainingsleer allemaal heb gehoord. Wat was dat interessant! Ik geniet nog na. Ik haal een meneer in die sloft en het lijkt of hij me volgt en ik hoor het sloffen de hele tijd. Maar dat is niet zo, want het is iets in mijn rugzak. Het drinktuutje laat los en het is gruwelijk lastig als het materiaal niet meewerkt. Nu kan ik geen winegum meer pakken en water drinken is lastig. Ik mis een beetje dat het pad wat ik wil nemen afgesloten is door het materiaal-geklooi. Na 4 keurige versnellingen (moeiteloos), moet ik nu omlopen door Almere Haven en ik wil terug de snelweg over, maar weet niet waar. Ik mis de versnelling. Dan zie ik de sloffende meneer wandelend uit een pad komen: dat pad moet ik hebben! En dan ga ik de snelweg over. Ik ga 15 kilometer ook halen in anderhalf uur: 1:28:25. Maar zonder extra eten voelt het wel een beetje als afzien. En ik moet op tijd terug zijn voor Vincent en de speling die ik had heb ik in Haven verspeeld 🙁 Nu moet ik zoeken en de weg gokken, want die ken ik hier niet zo goed. Ik haal de 10 engelse mijl ook (16 kilometer) en dan ben ik d’r wel klaar mee. De laatste kilometer gaat langzaam, want ik moet ook enorm naar de WC. Op 16,95 kilometer sta ik weer bij de aikido en daar laat ik wat achter. Naar de auto toe zet ik het horloge nog even aan om de 17 kilometer te halen in 1 uur en 42 minuten. Dat is keurig 6:00 minuten per kilometer. 😀

‘s Middags ga ik zwemmen. Met Vincents horloge. Wat me anderhalve euro kost! We moeten het zelf lezen van het briefje. Kan de trainer op iedereen letten en tips geven. Je raadt het al: die tips krijg ík. Van deze trainer zéker. Ik moet mijn hand recht insteken en dat krijg ik snel voor elkaar. Ik zie het als een groot compliment dat er op mijn insteek niets meer aan te merken is. Nu is het de rotatie in mijn lichaam: ik heb een mooi tempo, maar hou mezelf tegen omdat ik zo draai. Hij laat me zien hoe strak anderen liggen. Ik zie het wel, maar hoe pas ik het toe? Is het mijn ademhalen: dat ik teveel uit het water kom? Ik denk het en doe mijn best. Ik wil dit graag verbeteren, want dan word ik echt sneller! Ik waardeer de aanwijzingen ook, maar besef nu dat ik ze krijg omdat ik beter wil worden: de rest zwemt ook niet allemaal even goed, maar die luisteren toch niet. Ik verlaat het briefje en oefen voor mezelf. Ik heb deze week 10 en een half uur gesport. Morgen een rustdag? Ja! Warempel. Want een wandeling op sloftempo door het Amsterdamse Bos telt niet mee, zelfs niet voor mijn horloge. De wandeling duurde anderhalf uur, maar volgens de Apple Watch waren er daar  maar11 minuten écht beweging van! Ik kan je vertellen: moeilijker dan een rustdag was het nog niet eerder deze week!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 12 We bouwen weer op!

Week 11- Een fotoboekje!

Maandag 12 maart: we schuiven wat aan het begin van deze week, want de woensdag gaat raadselachtig verlopen.... Dus vandaag een loopje. Van het begin van de Evenaar......

.... tot het einde van de Evenaar. Het ging moeizaam. Lastig. Mijn hoofd zit vol. Niet alleen snotverkouden, maar ook met gedachten. Mijn buik doet pijn. Ik heb geen zin en het gaat traag.

Dinsdag 13 maart: zwemmen. De verkoudheid is weer weg, ik ga voorop in de baan en oefen armen-armen-armen. Baan 1 is het rustigst, want die is zogenaamd voor de minst snellen. Ik kan ook in baan 2, net als MZ, maar waarom zouden we? Baan 2 is vol.

wonesdag 14 maart: we zijn bij Flevonice. Voor filmopnames voor de TriHartLon die half juni georganiseerd wordt. En daar is promotiemateriaal voor nodig. Het weer is mooi, maar koel. Zeker voor korte kleding! Alles voor de film!

We fietsen en rennen en wachten. En! Dan moet er ook gezwommen worden. Ik ben nog NOOIT in zulk koud water gedoken. En NIEMAND had me kunnen voorspellen vorig jaar dat ik er naar uit zou kijken. Samen met de 'filmvader' duik ik nog geen twee minuten onder.

Het was koel en ZO COOOOOOOOOL. Wanneer begint het buitenseizoen weer?!?!

15 maart: Baantraining. Inlopen en dan rondjes lopen. Ik volg het wel en doe gewoon mijn dingetje. iets met 800 rustig, 600 waarvan 400 snel en 200 rustig, dan 200 sprint en dan weer 600 waarvan de eerste 200 rustig en 400 snel en dan 800 deurtempo. Zoiets. En we doen nog iets, maar dat weet ik niet meer. opmerking van de dag: Een supersnelle kerel (2 minuten per kilometer sneller dan ik) haalt mij in en zegt gekscherend dat hij door de jonkies voorbij wordt gesneld alsof hij stilstaat! Welkom in mijn wereld meneer MC 🙂

vrijdag 16 maart: ik ben de hele dag druk. Fietsen komt er pas laat van, in de avond. En dan nog wel twee uur! Ik doe het eerste uur, stop Vincent in bed en dan nog een uur met kwartieren tempoblokjes. het is een hele zit.

30min infietsen - 15 minuten in 1 minuut hard, 2 minuten rust - dan weer 15 minuten rustig en die kwartieren herhalen zich.

Zaterdag 17 maart: het is koud en mijn horloge is niet goed ingesteld. Anderhalf uur lopen is soms opgave genoeg. Vandaag wel. Ik neem SG mee, want ik kom langs haar huis. We zorgen dat we de ijskoude wind in de rug hebben op de Oostvaardersdijk.

En 's middags zwemmen. In baan 1, want daar zijn we met zijn vieren (ook al horen er twee in baan 3 en 6!) en de rest is vol met 8+ mensen. Heerlijk. Ik doe mijn ding. Armen gaan nu goed, door voor de ademhaling: 1 op 3 en heel weinig het water uit. Op de foto doe ik alleen benen, meestal gebruik ik die niet en heb ik het achtje niet voor me, maar drijf erop, zodat ik de benen niet hoeft te gebruiken

Zondag 18 maart: Het is chilling koud buiten, maar onder de overkapping uit de wind is het 25+ graden. Dus ik zit zwetend in korte kleren op de fiets voor een uurtje. Op de tafel liggen de warme kleren klaar.....

.... om te gaan lopen. Vincent bepaalt de route en het tempo, ik volg. Gaat hij sneller, ik moet ook mee. Vincent doet 1 rondje van bijna 4 kilometer, ik herhaal het rondje een keer alleen, maar precies eender! Kom ik op ruim 7 kilometer. Het ging supergoed en koud?! Ikke niet!

 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 11- Een fotoboekje!

Week 10: Anke (ANkE en ankuh) gaat bijkomen en bijtanken

Maandag 5 maart: Anke blijft een dagje thuis van het werk. Anke is nog een beetje zwakjes. Zwakjes uitgedrukt. Dat is moeilijk voor Anke. Dat accepteert Anke niet zo heel goed. Die voelt zich weer een hele piet. Maar Anke moet niet gaan sporten. Anke is nog lang niet bijgegeten. En Anke slaapt zelfs nog een ochtend door. Anke heeft vreselijke spierpijn. Dat heeft Anke nog nooit zo erg gehad. Zelfs niet na de marathon!

Dinsdag 6 maart: Anke gaat wel werken, maar niet sporten. Dat wil wat zeggen: Anke heeft nóg spierpijn. Op elke trap. En Anke eet nog steeds niet echt normaal. Anke is heel verstandig 8-|

Woensdag 7 maart: We gaan een filmpje opnemen, Joyce en ik. Over onze hardloopdroom. Voor de lol. In het bos. We lopen, lachen, filmen, rusten. Lopen voelt goed, maar het is nauwelijks de moeite, die ene kilometer. Daarna zwemmen. In het zwembad. Anke haalt het niet. Het valt zelfs op! MB vraagt waarom Anke het niet bijhoudt tijdens de les. Anke voelt dat de energie er nog lang niet is. Dit is een heel belangrijke les voor Anke: de reserves waren op! Anke heeft de laatste reserves in Spa verbruikt (en hoe!), maar kon niet bijkomen en bijtanken. En nu duurt het herstel lang. Ongewoon lang. Anke zwemt achteraan. Met moeite. Maar! Met heel veel plezier.

Donderdag 8 maart: Het schema werkt mee. Het is heel rustig deze week. Alsof de trainster het wist. Ze heeft mijn vertrouwen weer terug, nadat ze iets sneller reageert op de mail en meteen al vroeg hoe het was in België. Ze is wel (terecht) kritisch op het afvallen. En daar staat ze niet alleen in. Dus deze week raak ik de weight watchers niet aan. Bijkomen is belangrijker. Anke neemt de les van gister ter harte: ze gaat vandaag niet op de baan trainen. Dat is een overwinning op zich! Het helpt dat MB trots op me is en compleet achter de beslissing staat. We gaan wandelen, Rob en ik. Heerlijk! Wandelen en bijkletsen. Wat zegt dat, als ik dat leuker vind dan baantraining en er ook een beetje moe van wordt?

Vrijdag 9 maart: de spierpijn is  eindelijk volledig weg, het gaat echt weer heel erg de goede kant op. Ook met eten. Met het weer. De tijdritfiets kan weer naar buiten. Met Anke d’rop! Dat is goed voor mij, wennen aan deze fiets. Niet terugschrikken voor deze fiets. We hoeven niets, lekker rustig een half uurtje toeren. Naar de dijk en terug. Alleen maar te genieten. Vandaag doen we iets nieuws: we gaan twee keer trainen. Dat past me hartstikke goed: als dit niet lukt, ga ik vanmiddag al helemaal niet, want dan moet ik nog wat extra kracht bijzetten. Maar dit gaat wonderwel. Ik geniet alleen maar. En ergens kriebelt het dan: dan wil ANkE (de steber in mij, de fanatiekeling in mijn hoofd) kijken of lopen ook lukt. Ik heb toch een uurtje de tijd, ik heb (alleen maar) loopkleren aan. Maar er is ook een andere ankuh (een twijfelaar, een braverik, een luilak zo nu en dan): Die weet dat ik net niet genoeg gegeten heb (het brood was op), die weet dat het niet op het schema staat, die vraagt zich af of het slim is. Helaas wint ankuh het bijna nooit van ANkE. Ook nu niet. Al is er wel een compromis: kort. Twee kilometer. Helaas (?) krijgt ANkE gelijk: dit ligt mij zo supergoed! Het tempo ligt voor dik 2 km (compromis….) boven de tien km per uur. Voelt supergoed. En de buschaffeur moedigt me aan! Ik huppel bijna naar huis 🙂

Niks in de weg om ‘s middags met voldoende lunch in de buik en fietskleding aan weer op de tijdritfiets te stappen. Rondje moet iets langer: ANkE is er klaar voor en het gaat nog veel beter. Genieten en snelheid en hoge versnelling en zelfs weer gaan trappen in de bocht (voor het allereerst in mijn fietscarriere!!!!!) lukt me allemaal. De dijk is mine en net te kort, hihi. ankuh protesteert iets harder: het hoeft niet, echt niet, de trainster vind het koppelen vast niet goed, waarom willen we dat, je kunt gewoon uitrusten en bellen en dan hebben we tijd om de fiets te poetsen…. Maar helaas overschreeuwt ANkE weer: drie kilometer, op tempo! Kwartiertje maar!! ANkE wint en het tempo ligt beduidend hoger en dat gaat ook. Het is vermoeiender (ankuh: zie je wel), maar ook superhars op 5:20 (ANkE: zie je wel). En daarna blijkt bellen en fiets poetsen een goede combinatie. Anke is erg blij met haar mooie tijdritfietsmonstertje. En Anke is er wel weer! ‘s Avonds gaat Anke met Joyce uit eten. Bijkletsen en eten in plaats van bijkletsen en lopen. Een geheel nieuwe ervaring, die in het kader van bijeten prima past in deze wat kalme week van bijkomen.

Zaterdag 10 maart: Duurloop. Slechts drie kwartiertjes. Anke gaat van de aikido naar huis rennen. Drie kwartier is niks. Ik wil niemand met mijn tempo vervelen. Ik ga alleen. ANkE en Ankuh samen. Eens dat we niet over het spoorbaansaaie-pad gaan. Oneens over tempo en de inzet. Ankuh lijkt gelijk te krijgen: lekker rustig, 6:30 is oké. Ze heeft even gelijk, ‘n kilometer lang ongeveer. Dan door de stad, over de brug, nog een brug, drie bruggen op de Leeghwaterplas. Anke zit er lekker in. En dan komt ANkE zich er weer mee bemoeien: we gaan toch zeker wel de 5 km binnen een half uur halen?! ankuh kruipt weg en moet aanzetten. 29:58 jubelt ANkE. Maar die heeft de volgende uitdaging alweer uitgestippeld: de negatieve split. De laatste 5 kilometer sneller dan de eerste 5. ankuh voert aan dat het niet hoeft, niet slim is, we zijn zo verkouden en we hoeven maar drie kwartier. Soms zouden we ons iets meer van ankuh aan moeten trekken, maar nee; de benen volgen ANkE moeiteloos. Die hoeven geen gekibbel, die knallen er gewoon snellere tijden uit. Die luisteren niet naar ANkE of ankuh, die draaien gewoon moeiteloos harder. Het is dat hoofd wat maar moeizaam meegaat. Na 8 kilometer is er echt strijd, maar daar trekken de benen zich niks van aan gelukkig. In de laatste kilometer en bij de laatste en twaalfde brug binden ook de benen wat in en die gaat niet meer onder de 5:40, maar net erboven. De negatieve split is gelukt, roept ANkE. Ik moet naar de WC en het is warm, mokt ankuh.

ankuh heeft 1 slag gewonnen: we doen niet mee aan de tva-zwemloop. Alleen voor leden. En wij willen/kunnen/gaan ons niet meten met die clubgenoten. Wij kunnen niet goed genoeg zwemmen. Wij vinden dat niet leuk. We doen het niet. Wij willen gewoon zwemmen zoals op het schema staat. ankuh is heel tevreden. Het zwembad rustig. RD en ik delen baan 2. RD is sneller, maar ik doe mijn best. Lekker veel, lekker moeilijk tellen. Goed op de armslag letten. RD zwemt normaal in baan 3, dat is waar ook! Na 3 kwartier proef ik toch weer een gebrekje aan energie, maar dat mag de pret niet drukken. Ik zwem heerlijk op mijn rug uit. Anke is tevreden.

Zondag 11 maart: ankuh en ANkE gaan op de Tacx. Het regent buiten (ANkE: de ATB?), de serie is leuk (ankuh’s idee) en de trainster vindt de Tacx prima controleerbaar (ook hier grijnst ankuh bij) en nu is er geen helm nodig en alleen maar een korte broek. Deze wint ankuh dubbel en dwars. De zin blijft nog een beetje hangen. 30 minuten infietsen: dat is het restant van aflevering 2. Daarna moet ik 1 minuut hard en 2 minuten rustig en dat vijf keer. Aflevering 3 is spannend en dat helpt me door de versnellingen heen. Ik heb het op het horloge ingeprogrammeerd, dus het is wel heel erg gecontroleerd deze keer. Dubbele punten voor ankuh vandaag. Na een kwartiertje rustig kijken volgen de 5 versnellingen nog een keer. Ik mis de laatste – het was echt even spannend- en ruil de twee minuten en 1 minuut om: even komt ANkE  om de hoek kijken. Dan nog een kwartier uitfietsen. Aflevering 3 is 5 minuten te vroeg klaar en dan besef ik pas dat ik al die tijd moeiteloos op de Tacx heb doorgebracht. Snotverkouden. Zonder nat te worden van de regen en toch kan ik druppelend meteen de regendouche in. ‘s Middags gaan we in het bos wandelen bij mooi weer, met kinderen, buggy en hondje. Langzaam bijkletsen en genieten van buiten. En weer uit eten: Anke is er weer bij! Bijgekomen, bijgetankt, bijgegeten. Op naar nieuwe uitdagingen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 10: Anke (ANkE en ankuh) gaat bijkomen en bijtanken

Week 9: Onderweg naar Spa

Maandag weer een rustdag! De komende weken worden even wat rustiger. Deze week om energie te sparen voor de run op het circuit van Spa Francorchamps en volgende week om daarvan uit te rusten.

Dinsdag wil ik op tijd naar huis om te gaan hardlopen in het licht en daarna te gaan zwemmen. Dan hoeft ik niet te zwemmen op woensdag. Maar het werk liep lang door. Ik was ruim níét voor het donker thuis en het werd ook kouder en het sneeuwde. Ik vroeg of ik Manuel mocht ophouden en dat vond hij gelukkig niet erg. We gingen wel pas laat. Dat kwam goed uit, want zo had het laagje sneeuw tijd om aan te groeien. Een heel dun en droog laagje, maar geschikt voor trailschoenen. Ik ging warm gekleed. Dat was niet nodig. Het was al snel prima op temperatuur. Ik had niet zo heel veel te kletsen, want ik zou alleen maar klagen. Ik mopperde wel een stukje, maar dat kwam niet door het tempo, de koud of omdat het donker was. Integendeel: het was licht met de sneeuw en de heldere maan die bijna vol is. Ik had mijn handschoenen uit gedaan intussen. Ik moest ook nog de heuvel op. Daar zag ik wat tegenop. Uiteindelijk versnelden we de brug op en die was een beetje eng glad. Toen ging ik drie keer de heuvel op. Elke keer in 50 seconden. En toen nog een keer de brug op versnellen. We hobbelden weer terug en kwamen op 9 kilometer uit. Ik had maar een half uurtje gehoeven.

Woensdag ging ik wel op tijd weg op het werk. Om te zwemmen. Ik verheugde me  de hele middag op het water. Het ging lekker. Ik zwom niet zo snel als de snelle twee voorop en nam mijn eigen ruimte. Ik lette vreselijk goed op mijn insteek, zwom veel zonder pullboy en deed mijn best. Ik vond het water inderdaad fijn. Na het inzwemmen (100m pb / 100m hele slag / 100m met paddels) gingen we tien keer 50m en elke keer moest 1 seconde sneller. Ik hoefde niet vooraan en dat ging dus best. Tussendoor elke keer samengestelde rugslag. Die doe ik nu als rust en dat gaat prima. Toen twee keer vlak achter elkaar zwemmen om breed in te steken. Topoefening voor mij! Daarna gingen we 100m met paddels (ik), 200m hele slag en 300m armen. Tussendoor samengestelde rugslag. Ik deed het voornamelijk mijn eigen tempo. Dan halen ze me maar op. Toen nog 8 keer 25m met heen hele slag (zonder pb) en terug benen in de wisselslag volgorde. Mijn benen vonden dit niet zo erg. Daarna uitzwemmen. Ik had een fijne training gehad. Bedankt DR!

Donderdag, de eerste dag van maart, was weer een rustdag. Dat kwam goed uit, want het was ijs- en ijskoud in Nederland.

Vrijdag dan écht richting Spa. Snel inpakken, auto nog naar de garage en pas rond het middaguur weg. Het was een blij stukje rijden! Toen we de snelwegen verlieten begonnen er kleine vlokjes sneeuw te vallen. Toen we er waren, sneeuwde het wat door. Naar de winkels door de sneeuw en dan even rusten. Tenminste, dat verkozen de heren… ik mocht, kon en wilde in de sneeuw lopen! Kort, langzaam, genieten. En of ik de friet mee wilde nemen. Ik bleef op het park, omhoog, langs de huisjes, door maagdelijke sneeuw, stilte, een witte wereld; het was heeeeeeel dik genieten. Langzaam klopte met 7/8 minuten per kilometer en naar beneden ietsje sneller. Kort klopte ook want ik was na 2,5 kilometer bij de snackbar. Daar was het erg warm binnen. Wachten. En dan snel terug met de friet. Een paar kilometer maar, maar wat heb ik genoten!! Het wordt een hele opgave morgen, maar zolang het leuk blijft is er niks aan de hand. Ik at goed en toen zijn we nog gaan zwemmen. Ik ben alle ongemakkelijke gevoel in het water kwijt. Heerlijk, ik kan op mijn rug buiten zwemmen met mijn neus in de sneeuw. Echt super gaaf. Lijkt wel wintersportvakantie!

 

En dan de race zelf: die doe ik in een aparte blog. Lees maar verder dus!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 9: Onderweg naar Spa

De Spa Francorchamps Circuit Run 2018

Het viel me zwaar: de sneeuw was een tegenvaller en dat de baan niet geveegd zou kunnen worden ook. Dan zou ik niet onder de twee uur komen. En allemaal tegelijk starten beviel me ook helemaal niet. Dan is het veel te krap. Het was wel erg prettig om uit te kunnen slapen, om goed te kunnen ontbijten. Ik koos voor de rugzak, om warm water te hebben onderweg en mijn eigen spullen mee te kunnen nemen. Vincent vond het ook spannend. Het was zo mooi buiten in de Ardennen met die sneeuw! Prachtig gewoon. De wegen waren goed begaanbaar. Ik dronk de bidon sportdrank netjes leeg. We waren zo keurig op tijd dat we ‘boven’ konden parkeren. Ik vond het spannend, maar de overmatige druk die ik ken, was er niet. Daar stond ik niet zo bij stil, maar dat was wel erg prettig.

relaxed! bijna dan....

Het was simpel: het zou lukken of niet onder de twee uur. En zo niet, dan was het de sneeuw en de omstandigheden. De andere meiden van Almere zei ik even gedag en we zaten rustig in de auto in het zonnetje. Het was niet koud. Wel glad. Er lag echt een laagje ijs. Ze waren aan het racen op het circuit, daarom mochten we er niet op. Ik ging wel 5 keer (op tijd) naar de toiletten. Het werd uiteindelijk twee uur en we hadden verschillende startvakken, Vincent en ik. Of zoiets. Ook nu was de hartslag niet superhoog, de spanning eenvoudig te dragen. Vincent stond voor me. Ik ging dit toch alleen doen. Ik had netjes ingelopen, alles was in orde.

' startvak'

De start is verlaat. De start was niet fijn! Na nog geen 50 meter liepen we op tegen de starters op kortere afstanden die nog moesten gaan hardlopen. Stilstaan. Telt de tijd dan mee? Horloge even stilzetten. Op de lijn weer aangezet en ik zag 1:20 op de klok staan. Raar hoor. Ik zette er meteen de sokken in. Genoeg geslapen, genoeg gevoed, genoeg getraind: what can go wrong? Nou, er was maar een smal pad ont-ijst. En daar wil iedereen lopen. NB riep me nog na, ik haalde haar al voor de hairpin in. Mijn eigen ding doen. Mijn tempo. Mijn wedstrijd. Ik ging heel veel over de sneeuw. Die smolt, was nat en koud. Net als mijn voeten. Maar daar geef ik niks om. Ik heb wel met koudere voeten gelopen na een stuk fietsen. Lopen op ijsklompjes beheers ik. Eau Rouge in. Ook daar een smalle begaanbare strook asfalt. Ik vond het knap lastig. Door de sneeuw, om mensen heen, wandelaars ontwijken. Ik moet door! Ik kan ook door en Eau Rouge is werkelijk snel voorbij. Dan over de sneeuw Kemmel op. Omdat er zoveel mensen zijn die ingehaald moeten worden, gaat ook dit snel voorbij. Ik kan niet vooruit kijken, niet omhoog kijken. Ik zie de grond en hou mijn eigen kracht vast. In de chicane ben ik blij met mijn rugzak, ik hoeft niet te stoppen onderweg! Het gaat uit elkaar lopen en ik heb een prettige positie. Ik kijk wat rond en ken het nu inmiddels wel. Waar zou Vincent zijn? Voor me lopen een hele horde mensen. Ik

Daar is Anke.....

ging in 6:30 omhoog. Als ik maar niet boven de 7 minuten kom, is het oké. Dan moet het lukken! Naar beneden gaat heerlijk. Ik kies een asfaltpad en hou me vast aan het feit dat de volgende ronden rustiger zijn. Er staat een luidspreker aan en dat is leuk, dat je muziek hoort. Ik doe mijn best Vincent te zien. Dan zitten de eerste 5 kilometer erop. Binnen 25 minuten. Goed. Op schema. Het is zo moeilijk in te schatten met die heuvels! Dit is de eerste van de drie rondjes / sporten, het “zwemmen” en dat gaat me goed af tot nog toe. In het stukje waar de daling eindigt neem ik mijn gel. De gele. Mis. Ik vind het zo vies, ik hyperventileer ervan, maar het moet en zal naar binnen. Ik neem een slok koud water, want het warme water zit op mijn rug. De gel valt me erg tegen. Straks weer 1. Ik zie er nu al tegenop! Ik heb het warm intussen. De buff uitdoen? Het jasje kan ik niet uitdoen, daar zit mijn nummer op. Gezien de slecht ervaringen met dingen af- en uitdoen hou ik alles bij het oude. De handschoenen waren op Kemmel al uit. Er is 1 stukje in de schaduw nog erg glad. We gaan langzaam stijgen. Ik ga nog steeds op koers. De eerste ronde moet onder de 40 minuten en dat gaat mij lukken en Vincent dus ook. Het stijgen gaat me erg goed af, dan zit ik in een lekker ritme. De kartbaan is dicht vandaag. In de verte zie ik de busstop chicane al liggen. Nog anderhalve kilometer, hoor ik iemand zeggen. En dan staat Rob daar om een mooie foto te nemen. Hij moet door de sneeuw rennen naar Vincent. Die zit voor me. De eerste ronde zit erop. Ik zie en schreeuw naar Vincent, die is stuk en moe. Maar zeker binnen de veertig minuten. ” … en 42 seconden”  hoor ik hem roepen, maar wat? 38, 39? Ik moet door. Rustiger inderdaad nu de 7 kilometerlopers klaar zijn. Fijn. Ik geniet even als ik naar beneden loop langs de GP2 pits. Het lukt me toch maar mooi om hier weer te lopen! Deze keer valt Eau Rouge me zwaarder. Ik zie nu tot waar ik moet. Ik heb mijn eigen baan en mijn tempo verlaagt even, maar ik wandel niks! Langs Kemmel Straight kan ik wel een duwtje gebruiken. Ik neem Joyce even mee: die zou zich kapot schrikken van dit tempo. DR zit op mijn andere schouder en kijkt even naar het watertje wat écht Eau Rouge is. Ik denk ineens aan MC, wat hij hier zou lopen. En aan trainer JZ, voor wie ik het ook wel wat vind. Verder loop ik voor mezelf. Ik ben toch degene die dit doen moet en niemand anders. Ik ben sneller boven dan ik gedacht had. Een tijd van 7:07 en daar baal ik even van. Het gaat er nu om hoe ik de tien km loop. Ik mag weer omlaag en hoor in de afdaling de uitreiking van de 7 kilometer. Wel leuk hoor. Afdalen nu het rustiger is gaat prima. Ik hou me niet in. Oké, tien kilometer in 56 minuten. Het gaat er echt om spannen, de volgende 11 / ELF kilometer binnen 65 minuten is een uitdaginkje. En anders haal ik het niet. Zo simpel is dat.

De baan wordt steeds begaanbaarder

Ik neem de volgende gel op elf kilometer. Uitstel van een kilometer. De paarse deze keer. Nog viezer. Ik kokhals en hyperventileer het weer naar binnen. Dit gaat echt niet goed.Het staat me zo tegen. Maar het moet. Alles plakt. Het koude water spuug ik uit, het warme water slok ik weg. De volgende op 16 kilometer. Ik zie er nog meer tegenop. Het hoekje om en we gaan weer klimmen. Ik merk wel dat ik moe begin te worden. Stoppen na 2 rondjes… Nee, zou zonde zijn. Ik moet toch weten of de twee uur in beeld zou komen. De busstopchicane is zwaar. Ik moet op 1 uur en twintig minuten de finish door komen. NB zwaait nog naar me en moedigt me aan. Lief! Het lukt net in 1uur20. Ik heb dus nog 40 minuten. Of loopt de klok en mijn horloge met die rare start anders? De hoek om, omlaag en daar staat een heel clubje supporters dik inpakt. Niet voor mij, maar wel grappig om te zien. De sneeuw is aardig weg, de baan goed begaanbaar. En dan staan Rob en Vincent daar. Wat een topplek! Ik zwaai naar Rob en Vincent staat op het asfalt. Je tijd? roep ik. Zesendertig twee-enveertig. 36 minuten! Mijn hart wordt groot van trots: wat een supersnelle, knappe tijd! Dit gaat mij helpen. Zijn doel bereikt, nu ik de mijne. Nog 1 keer Eau Rouge op. Een man met een oranje jas maakt een foto. Een andere dame ook. Ik zie weinig dames, dus deze wil ik graag inhalen. Als het dan niet onder de 2 uur lukt, dan wil ik voor Joyce en DR toch derde worden. Dat lijkt me een droom! Daar kan ik best mee thuiskomen. Ik denk aan Vincents toptijd en er kan een tandje bij. Ook nu wandel ik niet en doe ik meer dan 7 minuten over de stijging. Ik ga in Kemmel de andere dame inhalen. Mijn tempo omhoog is niks mis mee. Ik kan nu goed rondkijken. Ik “overleg” met Joyce. Ik zie zo op tegen de gel dat het beter is deze over te slaan. Ik beloof haar een winegum te nemen, maar die belofte houdt geen stand omdat de winegums net te ver weg zitten en ik het vergeet. De beslissing geen gel meer te nemen, geeft me onmiddellijk rust. Dat is mijn comfort-zone: ik kan prima op (bijna) niks lopen. Hoe erg ook… Boven gaat de andere dame drinken en dan stuift ze mij voorbij. Ook goed, ik kan het niet meer bijhouden en zij is een Belgische (staat op haar shirt) en dus gewend aan heuvels. Ik ben van de polder. De sneeuw in het bos is weg. Naar beneden gaat minder soepel nu, mijn knieën vinden het niet meer zo leuk. Mijn voeten doen ook pijn intussen. Dat is niet fijn, dat heb ik nog nooit gehad, maar nu doen ze echt zeer. De zon is fel op het smeltende water. Ik drink nog wel wat. Ik heb het niet meer te heet. Ik loop weer een beetje te genieten en heb de tijd aardig losgelaten. Ik ben wel moe. Meestal geen goed teken, maar ik denk dat ik de finish wel haal. Genoeg geslapen vannacht. En ik spreek mezelf toe: topvorm! Maar zo voelt het niet meer precies. Het blijft toch een halve marathon en een zwaar parkoers. Ik kijk heel soms naar de hartslag, maar die is onverminderd hoog, zoals het hoort. Nog één keer de zware klim naar boven. Ik kan niet harder, maar ga ook niet zachter lopen. De andere dame ligt te ver voor. Het blijft toch mijn eigen wedstrijd. En als het de overbekende tijd van 2:01:30 wordt, hoeft ik mij niet te schamen. Ik zit dus weer op bekend terrein: net iets te weinig gegeten, net iets te zwaar. Maar het haalt het nog niet bij de halve tri qua afziennivo. Ik buffel omhoog. De eerste drie dames worden opgeroepen. Daar zit ik dus niet meer bij helaas. Dan maar de twee uurs grens doorbreken! Ik hou het tot op het laatst spannend. Mijn horloge en de klok geven een iets andere tijd aan. EB en NB van de Almeerse dames moedigen me aan dat het nog een klein stukje is, maar dat kleine stukje gaat omhoog en is best zwaar. Vincent juicht me toe. Ik zie de klok. Twee heren halen me nog in en roepen dat twee uur prachtig is. Ik ben op die klok de twee uur met 50 of 55 seconden gepasseerd. Ik vind het tellen. Zeer zeker. Want ik starte later. Was het startschot het begin? Of toen ik over de mat kwam? Mijn horloge zegt 1:59:55. Het is allemaal goed. Ik ben er erg moe van. Mijn voeten doen erg zeer. Ik durf de sokken er nog niet vanaf te halen, want volgens mij zijn ze kapot! We halen de medaille en ik knuffel Vincent om zijn wereldprestatie. We kletsen nog even met E en N. Ik ben erg trots op mezelf. Ook al was het geen 21 km en misschien net niet binnen de twee uur, ik heb toch een superprestatie neergezet! Met deze hoogteverschillen en dit weer. Toch echt een verbetering ten opzichte van de vorige keer. In de auto eet ik pas de winegums op. In het huisje bekijk ik de schade aan mijn voeten: 1 enkel stukgelopen en een paar blaren. Verder nergens last van. Ik douche en ruim alles op. We gaan naar het zwembad en zullen daar eten, maar dan gaat het helemaal MIS. De hitte, de snackbar die dicht is, het tekort aan voeding: ik ga bijna onderuit. We moeten weer naar de Marketdome en wanhopig en draaierig wacht ik op de hamburger. Om daar maar de helft van op te kunnen en het wordt niet beter. Ik voel me beroerd. We kunnen het zwembad niet in en ik slof mee naar het huisje terug. Ik voel me duizelig en totaal niet goed. Ik krijg wel hele lieve berichtjes en ook van mijn trainster. Maar ik lig uitgeteld op de bank en de hamburger belandt in het toilet. Dat voelt even beter en ik slaap even heel diep en dan komt de rest van hamburger ook in de pot terecht. Ik voel me belazerd. Net iets teveel gevraagd van mezelf. Het gaat de hele nacht door: alles wat ik erin stop komt eruit. Om 3 uur ga ik op de bank liggen omdat ik de trap niet snel genoeg af ben om mijn darmen te legen. Ik eet of drink niks meer: een paracetamol, melk, zelfs water: niks blijft binnen. Om 5 uur hyperventileer ik en ben ik helemaal bezweet. Daarna val ik pas op de bank in een wat diepere slaap. Om half 8 ga ik naar boven om nog even in bed te slapen. Ik voel me slap, maar niet meer zo ziek. Vervelend voor de mannen. Dat ik niet mee kan zwemmen. Ik voel me een beetje beduveld door mezelf. Het ging zo lang goed… we liggen in de bed tot de uitslagen komen. Vincent is twintigste geworden van de 139 mannen. En ik? De bruto tijd staat op 2:00:54, maar de netto tijd op 1:59:32. Doel bereikt. Vijfde van de 22 dames. Ondanks de slapte voel ik me al een stuk beter! Nu weer even op krachten komen en dan moet ik de voedingsproblematiek wel aanpakken. Te snel afgevallen? Te laat bijgegeten? De gels die me genekt hebben? Desalniettemin: Ik heb in de sneeuw, met in totaal ongeveer 600 hoogtemeters een halve marathon binnen de twee uur gelopen. Topvorm

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Spa Francorchamps Circuit Run 2018

Week 8: Hoe hou je een goede conditie vast?

Maandag 19 februari was bijna de zwaarste dag van de week: niks doen. Ik voelde me prima, dus waarom niks-doen…. Maar ik heb me wel aan het schema gehouden en netjes niks gedaan.

Op dinsdag haalt ik het wel weer in: er stond een hardloop-heuveltraining op het programma. Ik was op tijd thuis en nam Vincent mee de heuvel op. Dan hadden we nog wat licht! Het was erg mooi. Ik ging 8 keer de heuvel op. Vincent ging 4 keer mee. Ik deed er elke keer tussen de 49 seconden en 52 seconden over. Dat was niet precies volgens schema, want ik hoefde maar 30 seconden. Het laatste stukje was best zwaar. Ik hobbelde weer omlaag en dan hup, weer omhoog! Het werd langzaam donker. We liepen ook weer terug naar huis. Het was een mooie training.

En toen had ik tijd over voor de zwemtraining. Ik weet al dat ik zondag niet kan en nu lukt het wel. Vooruit werken heet dat 😉 Terwijl ik naar de toilet was, kondigde de trainer aan dat hij de testen die ik vorige week zondag al heb gedaan ging doen en dat hij mij daar graag bij had! Gelukkig riep KH direct dat ik de test al had gedaan. Godzijdank. Maar baan 2 was wel bezet en baan 1 zat vol rustige mensen. Dus MZ en ik gingen naar baan 3! Daar ligt het tempo een (paar) tandje(s) te hoog voor ons. We waren met zijn vijven en dat deelde goed in de baan. Het was flink aanpoten, maar ik deed veel kopwerk voor MZ en zwom flink door! We hadden ons eigen programma op de muur ‘geplakt’. Ik vind dat wel prettig: gewoon in je eigen tempo doen wat er staat. Ik was wel flink moe na de training, maar o-zo tevreden dat ik de CSS niet meer bij deze trainer hoefde te doen. En toen bleek iemand van de triatlon vereniging ook nog eens heel goed van pas te komen voor mijn werk!

Op woensdag weer naar het zwembad. Meer tijd was er niet. Het was onrustig. Ik zwom mee in baan 2. Soms vooraan, maar soms middenin. Lekker met pullboy, want mijn armen voelden gister nog. Het was een doodgewoon lesje.

Donderdag baantraining. Het was koud. Bij het inlopen draaide ik lekker warm en was ik heel rustig en stil. We gingen het trapje op en naar beneden. Op de baan was KH er en we hoefden geen loopscholing te doen gelukkig. We gingen 800tjes lopen. 600 op 90% van je tienkilometertempo en dan 200 meter dribbelwandelen. Iets van 6 keer of zo. Ik ging met KH meelopen. Hield ik mezelf in toom op de 600m en haar in toom op de dribbel. Het tempo leek me niet hoog te liggen. Ik voelde me echt rustig aan doen. Het ging ontzettend goed en we bleven maar kletsen. Eigenlijk ging het steeds ietsje sneller, maar al kwebbelend letten we er helemaal niet op. Heerlijk saai, de rondjes op de baan. En toen nog uitlopen over het gras. Ik kreeg de mogelijkheid om de tien kilometer vol te maken. En toen ik thuiskwam, had ik niet het gevoel getraind te hebben. Ik was amper vermoeid en berispte mezelf dat ik mijn best niet genoeg had gedaan. De tijden spraken dat echter tegen: als dit 90% is van het tienkilometertempo…. We gingen behoorlijk hard! Bij de laatste keer zaten we onder de 5 minuten en mijn hartslag? ZONE 3!

Vrijdag: ik werkte de hele dag. De mannen waren (een beetje) ziek en ik deed een fitcheck, waaruit wel bleek dat ik fit ben en met de juiste voeding nog beter kan worden.

Zaterdag moest ik het weer inhalen. Ik ging eerst fietsen, die stond open van vrijdag. Het was KOUD. Heel koud. De wind tegen was snijdend koud. Ik ging op de tijdritfiets. Kalm aan. Richting de sluizen. Elke 5 minuten moest ik er 2 van in een hoge versnelling en doortrappen. Ik had het al snel wat warmer. Maar het was niet makkelijk en een beetje tempo bleef uit. En die wind! wel een strakblauwe lucht. Bij de sluizen op de Knardijk had ik de wind van opzij en ik werd bijna omgeblazen. Kei – eng. En toen de bonus: wind mee! Eindelijk stilte op mijn oren en tempo. Dat ging veel te snel voorbij. Had ik er heen 35 minuten op gezwoegd, terug kon in 25. Ik dronk koud water, deed een plas en ik trok de hardloopschoenen aan. Door voor wat wel op het programma stond: hardlopen. Maar ik ging niet in tempoblokjes. Dit is een koppeltraining en dat is genoeg. Ik liep naar waar ik de RA-pijlen had gezien. Loop ik toch een beetje met ze mee. Het ging lekker. Heerlijk. Ondanks dat ik op ijsklompjes liep, gewikkeld in twee paar sokken. Het voelde relaxed aan. Eigenlijk was het rondje best saai en erg bekend. Ik appte onderweg nog met Manuel ook! En toen doorzetten. Gek genoeg liep ik weer eens op bijna niks. Een beetje biogarde en druiven! Ongelooflijk. Pas na een kilometer of 8 werd het iets zwaarder. Ik liep nog de witte brug over en de laatste kilometer tegen de wind in naar het Oostvaarderscentrum was tenminste echt zwaar. Maar ik liep de tien kilometer binnen 55 minuten. Wat?!?!?! Ik koppel ‘zomaar effe’ en loop dan nog 5:30 gemiddeld op de kilometer. Ik verbaas mezelf. Op een weinig gevuld tankje ook nog. Ik dribbelde en wandelde terug naar huis. Dat moest wel, want mijn sluitspier vroeg alle aandacht.

‘s Middags ging ik weer zwemmen. We waren met zijn tweetjes in baan 1. Tegen acht mensen in baan 2. We deelden de baan, dus ik had 1 helft. Dat werkt niet zo goed voor mij, dan heb ik het gevoel geen ruimte te hebben. Ik zwom veel zonder achtje. Zoveel mogelijk. Echt wel wat zwaarder. Dat was het dan weer eens alledrie op 1 dag. Afgevinkt.

Zondagochtend had ik nog een stukje fietsen tegoed. Ik had er niet zoveel zin in. Daarom besloot ik op de Tacx te gaan zitten. Ik stond voor twee uur op het schema. Serie erbij, 2 afleveringen voor de boeg en het was nog niet zo warm. Ik moest een paar keer versnellen. De katten vonden het geweldig dat ze op en neer naar buiten mochten rauschen! Ze leven zich dan helemaal uit. Ik keek de serie en er viel de ene dode na de andere. Vanmiddag gaan we naar een verjaardag. Ik heb dus niet zoveel tijd om te douchen. Na een uur heb ik al veel minder zin. Ik ga netjes elke 10 minuten een minuutje harder, maar echt tempo zit er niet in vandaag. Steeds meer krijg ik het gevoel dat ik dit alleen maar doe ‘omdat het moet’ en ik kreeg steeds minder zin. Toen ik ook geen zin meer had in de serie, begon ik anderhalf uur ook wel genoeg te vinden. Het werd te warm onder de overkapping, de serie was een beetje saai. Na 95 minuten stapte ik af. Tijd om te douchen en even bij te komen.

 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 8: Hoe hou je een goede conditie vast?