2019-13 Cadans in balans en de ‘boze benen’

Voor iedereen die meeleest: ga er maar eens even voor zitten!! De laatste keer dat jullie op de hoogte waren was een maand geleden bij blokje 2019-10. De tussentijd bestaat uit nog veel meer sporturen en dan schiet het bloggen er een beetje bij in. Maar ik zal jullie op de hoogte brengen. Het is een kwestie van teruguit lezen. Als je ver achterloopt, begin dan bij blog 2019-11 en lees dit als laatste. Deze week heb ik beduidend minder foto’s.

14 april: Vincent wil een nieuw stuurlint op zijn fiets. Daarvoor fietsen we naar het stadscentrum waar de fietsenwinkel zit. En op een mooie zondag fietst Rob graag mee. Voor in de winkel en tijdens de wachttijd nemen we hardloopschoenen mee. Vincent doet de kortste route. We zoeken stuurlint uit wat lekker aanvoelt en dan blijkt dat er op zondag geen wachttijd is – in de slechtste zin van het woord: morgen kunnen we de fiets ophalen! Dan stelt ons voor een probleem, want hoe kom je met drie mensen en twee racefietsen terug naar huis?! De oplossing zit ‘m in de hardloopschoenen: die kan ik aan, Robs zadel kan omlaag en dan past Vincent er net op, Rob kan op mijn fiets. En zo wordt het een beetje een koppeltraining. Ik neem de kortste weg terug die Vincent me net gewezen heeft. Er speelt een beetje ambitie mee, omdat ik maximaal de dubbele tijd nodig wil hebben. Ook al heb ik niet precies onthouden wat de fietstijd was, hahaha. Iets van 20/21 minuten. Dus ik moet binnen 40/42 minuten 7,5 kilometer rennen. Rennend kun je binnendoor. Ik doe mijn best en red het. Het is wel warm met een fietsjasje aan. Eenmaal gedoucht, komt het bericht dat de fiets tóch vandaag gedaan is! Zucht. We halen de fiets op met de auto. In de auto hoor ik mezelf vragen: “Wil je het stuurlint nog proberen?” Vincent zegt onmiddellijk ‘ja’. Dus we fietsen nog een stukje!! Ik ga op de tijdritfiets, heb ik die ook even geprobeerd. Aantal foto’s vandaag in anderhalf uur sporten: NUL. Ik denk dat dat het grootste unicum is!

15 april: Fietstraining. Gek genoeg vind ik het rustiger om er heen te fietsen dan fietsen op te laden en te moeten rijden en fietsen weer af te laden. Vincent fietst mee op de heenweg. We hebben wind mee en het gaat lekker. Er blijkt 1 groep volwassenen te zijn. Dan ben ik bepaald 1 van de langzaamsten. Ik laat de rest racen en gaan langs het Weerwater. Dan gaan we naar de brug tussen de Kemphaan en Nobelhorst. Die moeten we 3 keer op en af. Dan ben ik al niet meer de langzaamste! Dat doet me goed: de snelle arrogante fietser inhalen 🙂 We fietsen over de lange weg en moeten in tweetallen fietsen, maar de dame waarmee ik fiets pakt de weg en ik het fietspad. We houden elkaar wel bij en als ik voorop mag, halen we de heren voor ons in. Mijn wiel loopt aan. Ik weet niet precies hoe en waar, maar het maakt herrie. We fietsen naar de dijk. Daar ga ik eens op mijn cadans letten. Volgens mijn trainer moet ik een cadans van 90 gaan draaien. Als ik zelf mag kiezen zit ik rond de 70. Ik vind het vreselijk vermoeiend om veel rondjes met de benen te draaien. Op de dijk richting Almere Haven hebben we wind mee en mogen we hard. Ik kijk naar mijn cadans en breng die in een lage versnelling omhoog. Dan schakel ik op. Het tempo gaat ook omhoog en het gaat heerlijk! Ik haal zelfs een paar kerels in. Dezelfde arrogante fietser van de brug. Mijn training is geslaagd, grin :|| Na de havenkom mogen we nog een stukje zo-hard-je-kan met 3 keer een topversnelling van 30 seconden. Ik laat de cadans even los en ga in mijn hoogste versnelling trappen en dan kan ik me een partij hard! Ik haal de 44 km/u en ik haal de mannen bij. Het houdt me bezig als we terugfietsen: wat is de cadans, waarom moet die zoveel hoger worden, hoe komt het dat ik dat niet kan, hoe kan ik er beter van worden… Ik fiets alleen naar huis, want Rob haalt Vincent op. Ik blijf over de cadans piekeren. Tegen de wind in. Op mijn schema staat dat ik nog moet hardlopen, maar er stond ook maar anderhalf uur fietsen op. Ik ga toch nog even lopen. Een paar kilometertjes. Tot het helemaal donker is. Verwonderlijk eigenlijk: op een ‘gewone’ maandagavond fiets ik 45 kilometer en loop ik een paar kilometer. Van de cadans-vragen zijn mijn benen moe, ze lopen niet zo hard. Dat luidt het thema van de week vol in.

16 april: Het is zowat een rustdag! Ik hoeft alleen maar te zwemmen! Niet dat ik zin heb, maar ik ga toch maar. Dat is ook het

paddles

thema van de week: ik heb niet zo’n zin, maar ik ga. Moeten we een kilometer zwemmen! hoe?! Nou, zonder achtje dus. Er zwemt iemand achter me en dat is gemakkelijker met de stroming, dus ze tikt me soms aan. Dat maakt me onrustig. Elke keer weer moet ik terug naar de ademhaling. Ik hoeft niet snel, ik adem 1 op drie, ik ga door en door. Het lukt me! Beter dan sprinten en techniekoefeningen. We moesten ook met paddels zwemmen: die doe je om je handen en dan merk je of je slag goed is. Dat was nog zwaar. Toch was ik blij met deze training!

17 april: Ik heb het opgezocht: de cadans heeft te maken met vermogen, met kracht sparen om nog te lopen, met wattages en zo meer dat de cadans hoog moet zijn. Topwielrenners stoempen niet zoals ik doe, die fietsen soepel op een hoge cadans. Slechts één site meldt dat je in het begin niet op het tempo moet letten, ‘dat komt goed’ beloven ze. Ik ben gedreven genoeg om het ten minste uit te proberen. Van onverhard en rustig lopen ben ik ook sterker en sneller geworden, terwijl dat in het begin afzien was en onbegrijpelijk leek. Het is woensdagmiddag, mooi weer en ik ga er mee aan de slag. Cadans moet elke 5km iets hoger zijn. Een cadanspiramide! Daar gaan we. Ik kies ook maar gelijk voor het hoogste. Negentig. Ik kijk en mijn benen draaien zich suf. Letterlijk en figuurlijk SUF. Ik vind het simpelweg niet leuk. Het voelt niet gemakkelijker – integendeel!! Tot mijn verbazing valt het tempo wel mee: ik ga niet eens zo heel zacht, maar de energie die ik er in moet stoppen, lijkt zich totaal niet uit te betalen. Ik voel me vermoeid en kan niet van het fietsen genieten. Ik ga de dijk op en neer om het verschil in de wind te ervaren. Is het mooi hier? Ik zie er niks van vandaag: ik zie de nummers. De cadans loopt netjes op en ook op de dijk gaat de cadans omhoog. 90, 93, 94, 98. Ik ruik de bloembollen en daar geniet ik even van, maar de aandacht ligt al snel weer bij de cadans. Sluisje over zet ik de meter even uit, kan ik ook mensen op weg helpen. Dan begint de ellende pas echt, want na 98 moet ik door naar honderd! Ik ga alleen maar rechtuit, zie straks wel hoe ik thuis kom. Het voelt rampzalig, maar ik doe het! Het meest rare is dat mijn hartslag alleen maar heel hard omhoog gaat. Ik vraag me ernstig af of dat de bedoeling is of dat dat komt omdat ik net met deze ellende begin. Na 25 km ga ik terug naar een lagere cadans. Het lijstje is keurig, maar ik moet hier erg aan wennen.

En toch… de zwemtraining gaat heel soepel! Die benen lijken wel moe, maar ze doen toch keurig mee. Oefeningen, paddels, armen. En dan moeten we 6 keer 50m en elke minuut vertrekken. Ze duwen mij met mijn horloge voorop. Ik doe het achtje er wel bij dan en ik haal het! Elke keer. Ik ben er erg moe van. Ik heb erg goed gezwommen.

18 april De benen zijn moe. Het hoofd is vermoeid. Ik heb geen zin. Het is mooi weer. Ik wil wandelen met Rob en lekker bijkletsen. Geen gejakker op de baan. Maar ik wil ook lopen en van de zonsondergang genieten in mijn eigen tempo! Ik kan niet goed kiezen. Het wordt beide: we wandelen als Vincent op de baan rent en na de wandeling van een uur waarvan ik genoten heb, trek ik de korte broek aan en ga naar huis hardlopen. Het zijn maar 5 kilometertjes. De benen komen langzaam in het verweer. Of ze nog moe zijn van het rondjes draaien, of ze moeten nog wennen aan de warmte of ze zijn moe van de wandeling: ik weet het niet, maar soepel voelt het niet. Het voelt alsof ik 5 minuten op een kilometer loop, maar het gaat veeeeeeel minder hard. Ik ga toch een stukje om om 7 kilometer te halen. Daar heb ik na 6 kilometer erge spijt van, maar ik dribbel het uit. De benen die het eerder moe zijn dan het hoofd: dat is totaal nieuw! Meestal wil het hoofd ergens niet meer, maar stijve benen heb ik zelden. Ik kan me dus niet voorstellen dat de hoge cadans goed is.

19 april: De auto moest naar de garage. En er stond fietsen op het schema. Combi: naar huis fietsen vanuit de garage…. Maar ik had niet erg veel tijd, want er kwam iemand om Vincents oude racefiets over te nemen. Ik nam de racefiets mee in de achterbak en fietste met een klein ommetje naar huis. Ik hou de cadans weer hoog: boven de 80 minstens. Misschien dat het ooit went. Ik merk wel dat de hartslag verhoogd raakt van de hogere cadans.

Als de fiets verkocht is, ga ik met Manuel een stukje fietsen. Ik doe 5 kilometer op de hoge cadans en dan 5 kilometer op een ‘eigen’ cadans. Het is 5km afzien, 5km die snel voorbij zijn. Het is heel duidelijk dat het verschil in hartslag erg verschilt. Hoge cadans = hoge hartslag. Dat kost me dus veel meer inspanning. Het tempo wijzigt lang niet zo significant. En op 5 kilometer wijzigen de omstandigheden ook niet heel erg. Wind tegen blijft wind tegen! We gaan naar de Knarsluis. op een hoge cadans is de fietscontrole wel veel beter: bochtjes maken is gemakkelijker en minder akelig. Daarna hebben we wind mee en is het tempo wel tof! Mijn ‘gewone” cadans is al van 70 naar 75 gegaan. De 3 blokjes met hoge cadans lopen keurig op: 85, 98 en 97. Ik kijk naar de tijd en ben zo blij dat ik even klaar ben met fietsen, dat ik de dertig kilometer niet ga volmaken.

En dan is de auto klaar. Hoe zal ik die eens ophalen?! Ik ga hardlopen. Het is warm geworden buiten. En dat moet ik toch ook oefenen? Ik besluit dat ik niet hard hoeft. Morgen heb ik namelijk een tijdrit-wedstrijd. Manuel merkt op dat ik water mee zal moeten nemen en ik zie bijna van het plan af. Maar ik krijg Vincent zo ver dat hij naast me komt fietsen op zijn stadsfiets. Dan fietst hij alleen naar huis als ik terugrij. Goede oefening voor hem. Het valt niet mee om naast een rennende mama te fietsen! Drinken aangeven, een foto maken, naar het gezanik luisteren, de moed erin houden, weer drinken geven, de route opzoeken…. Hij heeft het drukker dan ik! De eerste kilometer gaat goed, de tweede iets sneller, de derde weer ietsje sneller, de vierde gaat goed en de vijfde zet ik aan. Ik zweet me kapot! En ik weet dat het zinloos is, dus de zesde en zelfs de zevende kilometer dribbel ik bijna. De bidon is leeg! Vincent vertelt me moppen in de laatste kilometers. Het zijn zelfs bijna 7,5 kilometer. Ik ben heel blij dat de airco weer werkt in de auto, heel blij! Het lijkt een gestolen dagje, maar ik heb toch best veel gesport. Mijn benen zijn furieus. Wit omdat de zon ze nog niet genoeg gezien heeft en rood van woede. Hoge cadans en hardlopen: mijn benen vragen zich duidelijk af waar de bank is gebleven!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-13 Cadans in balans en de ‘boze benen’

2019-12

Ergens in de afgelopen weken is het dan toch gebeurt: ik ben in een triatleet veranderd. Al die tijd voelde het als amateur-sport, als doe-maar-wat, als een gelukkige omstandigheid, maar nu… Nu is er een doel. En nu is er een mindset aangezet. Ergens in de afgelopen weken is het vertrouwen er tussenin gesijpeld. Omdat ik al die sporturen aan blijk te kunnen? Omdat iedereen die het weten moet nu op de hoogte is? Omdat ik een duidelijke focus heb neergezet? Omdat alles een tandje beter en gemakkelijker lijkt te gaan? Of misschien speelt het mee dat de trainer (ook) tevreden is? Of omdat ik weer begonnen ben met het eten van (rijk gevulde) maaltijdshakes? Wellicht is het een combinatie van alle factoren bij elkaar: Door de shakes slaap ik beter, de trainer is tevreden omdat ik dat zelf ook ben, ik ben meer gefocust waardoor ik andere zaken kan laten liggen, ik ben tot rust gekomen en ik ben tot inzicht gekomen dat het prettig is dat ik alles ‘zomaar’ aan kan. Gelukkig zie ik nog steeds een paar beren op de weg staan: hoe hou ik dit vast, hoe kan ik nog verder uitbouwen en wat als de focus verstoort wordt door een tegenslag? Op dit moment geniet ik van de kracht die ik blijkbaar heb en die zich ontvouwd. De andere helft van de tijd verbaas ik me over de kracht waarvan ik niet wist dat ik die in me had.

Op maandag 8 april was er nog steeds geen spoor van pijntjes of ongemakken van de zware week hiervoor achtergebleven: geen zadelpijn, nergens ook maar een vleugje spierpijn of een trekkend peesje. Rust, lage hartslag, gezond eten. ‘s Avonds gingen we naar de fietstraining, Vincent en ik. We waren wat aan de late kant. Vincent was eigenlijk net op tijd, maar toen ik mijn fiets nog aan het afladen was, ging de groep al weg. Ik had door kunnen werken en kunnen roepen dat ze op me moesten wachten, maar ik vond alleen gaan ook prima. Ik fietste lekker door op een hoge cadans (ja, trainer, misschien leer ik het ooit nog) richting de dijken. Ik had even ietsje langer na moeten denken, want wind mee richting de Hollandse Brug betekent wind tegen op de Oostvaardersdijk. Met de heerlijke snelheid vergat ik dat, maar dat gaf niks, want ik genoot er lekker van. Langs de strandjes richting de Marinahaven.

Dat moment waarop je de windmolen ziet die met je meedraait en denkt: de dijk is langer vandaag!

Eenmaal op de Oostvaardersdijk was het even slikken, maar niets kon mijn positieve stemming breken; zeker wind tegen niet! Word je sterk van. De zonsondergang was formidabel. Tegen de wind in genoot ik ook. Ik nam eigenlijk een afslag te ver, want ik vergis me daar altijd in. Nu moest ik over het halfverharde Da Vincipad. Gelukkig viel de wind weg. Daarna had ik wind mee, maar dat is altijd veel sneller voorbij dan wind tegen! Ik slingerde terug de stad in en kwam nog een bekende tegen waar ik even mee op fietste. Binnen een uur had ik 25 kilometer gefietst. Lekker genoten.

Dinsdag 9 april. In de avond reden wij weer richting de andere kant van Almere om te gaan hardlopen. Ze zijn bezig met wegopbrekingen en toen was daar een ongeluk gebeurd en konden we niet op de afgesproken locatie komen. Vet vervelend, maar niks aan te doen. Je ziet de tijd dan verstrijken, terwijl je rondrijdt en niet van de weg af kunt. Uiteindelijk heb de auto in de buurt neergezet en zijn Vincent en ik gaan zoeken naar andere clubleden. We kwamen de snelle volwassenen tegen, maar dan kan Vincent niet mee. We zagen geen kinderen. Na twee kilometer die een beetje buiten het inlooptempo vielen sloten we aan bij de “langzame” volwassenen van GN. Dat langzame staat tussen aanhalingstekens omdat ze dat helemaal niet echt zijn. We gaan ook gewoon versnellen en van tijd tot tijd heel hard lopen. Bergjes op en af. Vincent kletst gelukkig ook veel. Of hij wordt aangesproken door trainster GN en holt ons allemaal voorbij. Ik vind de wat langere afstanden beter voor mijn frustratie (die niet van het omrijden komt, maar door het werk). De sprints zijn mijn ding niet. Ik loop uiteindelijk tien kilometer. En dan rij ik door naar het zwembad, waar Rob Vincent ophaalt. Ik ga in baan 2. Liever niet tellen, maar goed opletten op mijn doorhaal en mijn ademhaling. Ik merk dat ik meteen onrustig wordt als ik de ademhaling niet onder controle heb. Ik zwem ook met achtje als me dat uitkomt. Ik doe echt mijn best, ook als de zin naar 3 kwartier op is. Ook de onwijze trek in pennywafels krijgt mij het water niet uit. Pas als het uur om is en ik onder de douche sta, kunnen de ogen dicht. Het pak pennywafels thuis is in een oogwenk verdwenen.

woensdag 10 april. Het is een rustweek, dus deze week hoeft ik me echt niet uit te sloven. Op woensdag ga ik dan ook alleen maar zwemmen. Omdat Vincent gaat. Anders was ik misschien echt wel op de bank blijven zitten. Ik moest moeite doen om in het zwembad te blijven en niet gewoon maar te vertrekken. Ik zwom in baan 1 en hoefde niet eens vooraan te zwemmen. Het was meer een kwestie van volhouden en aftellen. Ik hield de ademhaling onder controle.

donderdag 11 april. Blijkbaar ben ik in deze rustweek een beetje verveeld, want ook de baantraining kon me niet echt bekoren. Dat is niet erg, want het hoefde allemaal ook niet op hoge intensiteit. Als we dan te traag gaan inlopen, dan kom ik ook maar heel langzaam op gang. Ik werd onderweg wel “betrapt” door een onverwachte teamgenoot die de startlijsten blijkbaar goed bestudeert! Op de baan liepen we kilometertjes. Op 90% van je 10-kilometertempo. Easy. Zo voelde het ook de hele tijd. Ik liep wel te genieten van de ondergaande zon. Het uur ging voorbij en ik hoefde totaal niet de tien kilometer vol te maken.

vrijdag 12 april. Een ochtendje fietsen. Een paar uurtjes fietsen is ook geen echte uitdaging meer, maar voor de gezelligheid ging Manuel mee. Hij had echter andere afspraken, dus moest wel eerder afhaken. Het leek koud te worden, maar dat viel reuze mee uiteindelijk. We hadden eerst wind tegen en ik moest echt even bijkomen omdat ik nog had gewerkt voor ik ging fietsen. Halverwege kreeg ik een goed bericht wat me wat relaxter maakte. We hadden eerst wind tegen, zodat we later op de Oostvaardersdijk wind mee zouden hebben. Konden we op een kalm tempo lekker bijpraten! Ik zat op Robs racefiets en Manuel had zijn mountainbike. We kwamen maar weinig andere sporters tegen. Bij de sluizen op de Knardijk schakelde ik verkeerd om waar je steil de dijk op moet. Daardoor verloor ik teveel snelheid en was ik net niet snel genoeg losgeklikt. En toen lag ik op de grond. Het ging in alle opzichten niet hard gelukkig, dus ik hield er niets aan over. De Knardijk viel mee en de zon kwam er een beetje door. Daarna kregen we wind mee op de Oostvaardersdijk. Dat was prettig! Het was minstens zo fijn dat ik geen clou had over het tempo en daar niet door werd afgeleid. Ook de cadans was niet zichtbaar voor me. Dat geeft mij rust. Manuel sloeg af naar Almere en ik vervolgde alleen de Oostvaardersdijk. Ik zag er tegenop om alleen te moeten rijden, maar het viel mee. Gewoon blijven trappen en als alles meezit de uitdaging aan gaan om 5 kilometer onder de tien minuten te gaan. Dat lukte en toen ging ik al richting Duin. Het was kraakhelder en deze kant fiets ik niet zo vaak op. Ik merkte op dat je Pampus heel goed kunt zien. Ik genoot van het uitzicht. Bij de brug kon ik terug gaan over het Spoorbaanpad, maar het ging lekker en ik had nog tijd te over, dus ik ging richting Almere Haven. Dan had ik wel wind tegen. Dat was wel even slikken, maar toen ik het accepteerde viel het ook wel weer mee en was Haven dichterbij als het leek. Ik besloot de dijk verder te volgen, want ik wilde eigenlijk toch wel 80 kilometer fietsen. Richting de andere brug dus! Ik genoot erg van het fietsen, maar had toch geen zin om helemaal tot de brug te fietsen en dan weer terug te steken. Dus ik nam het slingerpad door het bos. Dat beviel me heel goed. Ik stak over bij de stoplichten en werd bang dat ik de 80 kilometer niet ging halen. Dus ik ging omfietsen door Almere Hout. Leuk fietspad, maar het bracht me niet waar ik gehoopt had. Toen fietste ik langs de Bolderburen en daarna over het Paradijsvogelpad. Daar zijn ze ook aan het bouwen en ik voelde het gebeuren toen ik over de bouwstenen-afval reed: pang, psssst, band lek! Achterband natuurlijk. Ik bleef rustig en dacht: als het moet kan ik 6 kilometer naar huis wandelen. Ik heb rustig en aandachtig de band gewisseld. Het enige nadeel was, dat de band er niet goed op lag en ik wat lucht eruit moest laten lopen. Daardoor was het CO2patroon iets te vroeg leeg en was de band niet zo goed opgepompt. Dat werd 5 kilometer afzien en hopen op 75 kilometer. Ik was best trots dat ik de band vervangen had- helemaal zelf! Ik haalde Vincent op op school en reed nog een rondje extra om 75 kilometer te halen. Ruim drie uur gefietst en goed geoefend met het vervangen van een band!

Zaterdag 13 april. Mijn racefiets ging van de Tacx af en daarbij moest meteen de achterband (zowel binnen als buiten) worden vervangen. We trainen gewoon door met banden vervangen! Ook Vincents oude fiets had nog een platte band. Fietsen schoongemaakt en toen moesten we naar het zwembad! Tijdens het kinderuurtje waren er maar 3 volwassenen: de andere twee zijn (veel) sneller dan ik, maar dat is met zo weinig mensen geen probleem. Ik ging lekker endurance zwemmen: proberen lang vol te houden. Eerst met achtje en letten op de ademhaling. Ik laat de snelle lieden dan voorbij. Na een kilometer ging ik proberen met mijn hele lijf te zwemmen: schouders dieper in het water, beetje rotatie. Dat was nieuw en vermoeiend, maar eenmaal gewend ging het goed. Na 2 kilometer ging ik zonder achtje verder. Dat is dan ook even wennen, maar dat doe ik ook nog 500m. En daarna 50 meter schoolslag en het uurtje is weer voorbij. De sporttijd voor deze week zit er op. En de week is nog een dag langer!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-12

2019-11

ma2503: Borstcrawlcursus. Eerst uitleg over ademhaling, toen inzwemmen en ik merkte al meteen dat dit niet de beste zwemdag van de maand is. Jammer, want vandaag krijgen we coopertest. 12 Minuten zwemmen, alsof ik dan mijn banen kan tellen, echt niet dus. Ik zwem gewoon en kijk wel op mijn horloge hoeveel ik gezwommen heb. Daarna moesten we slagen tellen. Duh. Ik voel me niet goed genoeg en ik heb een beetje het idee dat sommige anderen zich ook een beetje rijker tellen, maar goed. Daarna ging hij mij eindelijk filmen, alsof ik niet al genoeg gezenuwd had. Deze cursus was niet echt mijn beste!

di2603: Ik besloot om maar weer eens met de iets snellere groep mee te gaan. Er moet toch iemand het langzaamst zijn… We gaan lang inlopen en DH heeft zo’n mopperbui dat ik er van moet lachen. Daarna gaan we op de splitsing bij de brug 3 keer omhoog lopen op hoog (hoger) tempo en rustig naar beneden. Dan een minuutje pauze en daarna nog een keer en dan een ronde uitlopen. Ik ga gewoon mijn eigen (minder hoge) tempo doen. Net zo goed hoor. En dan loop ik ook lekker tien kilometer vol. Ik zit nog vol stress van het werk en als ik nu gaan overdrijven met sporten, ga ik een blessure oplopen. Ik ga na het lopen ook nog zwemmen. Trainer is JvdK. Ik ga in baan 1. Hij doet zijn best ons te leren dat we breeeeeeed in moeten steken. Ik vind hem niet erg vriendelijk les geven, een beetje snauwerig, maar hij geeft ons wel tijd om het te trainen en gaat niet stug door met de training. We moesten ook 8 keer 50 meter zwemmen met elke minuut vertrekken. Of ik heb het verkeerd verstaan, maar ik haal dat dus echt niet.

wo2703: Lekker weer. Ik ga gewoon fietsen. Ook al staat dat niet op het schema. Doe ik de training die later deze week staat. Een uur zone 1 en lage cadans en dan 3 keer een kwartier hogere cadans en hogere hartslagzone en 5 minuutjes rust. Twee uur dus. Vincent speelt bij een vriendje. Ik pak de tijdritfiets. En een muziekje. Ik kijk naar de windrichting en ga dan de Oostvaardersplassen rond rijden. Heerlijk! Het tempo op de dijk is formidabel en voelt goed. Toen fietste ik te ver en ging ik langs de sluis aan de kant van Lelystad. Daarna kwam ik op een heerlijk fietspad en had ik wind mee én mocht ik naar een hogere cadans. Ik vlóóg zowat! Het ging echt fijn. Het was even de route zoeken, maar die vond ik en ik knalde lekker door. Net toen ik me zorgen ging maken, kwam ik de Valkweg tegen. Ik had wind tegen en het was even ietsje zwaarder. Ik ging liggen en trappen. Niets meer of minder om me druk over te maken. Tot de dijk in de verte. Daarna nog een stukje vet doorfietsen. Ik maakte me maar niet meer druk over de cadans, want dat haalde ik toch niet. Ik ging nog een klein stukje om om de 50 kilometer te halen en dat lukte me gemakkelijk binnen 2 uur. Mooi toch?

Daarna zwemmen bij de TVA. Ik ging lekker in baan 1 en zoveel mogelijk zonder achtje. Maar ik ging niet voorop zwemmen.

do2803 We gingen wandelen. Even rustig aan.

vrij2903 This blog is for my Greek collegae. We worked together for the Swedish Dataplatform, so we try to speak 3 languages! One day I want to take him out to the boundaries of my home town Almere. Today I went around Almere on my bike. Starting close in the Kotterbos. It is strange to know the route so well and make turns when you know there is a short route. The roads are long and straight. Windmills are turning. I take a wrong turn and cross the A27 highway. Still long straight roads. No flowers yet. I want to go the cycle pad close to the giant windmills. The wind is against me, but I don’t care. I sing along with the (Irish) music. Now a stupid thing is going to happen: I have to cross a canal and the only bridge is 5 kilomtres to the west, an encounter with the only traffic lights on this route and then 5 kilometers to the east. I can see the Stichtse Bridge, but it is a half hour later when I am there. From now on the route is over dykes. On the left hand side is water, but is not a sea. You can see the other shore. The wind has turned and I am flying over the dyke towards the harbor of Almere. Really, we also have harbors! I have to speed up and that’s an easy thing overhere. I enjoy the wind and the sun! After the harbor there is another dyke and I imagine I can take my greek collegae for a swim outside. He’s a good swimmer, but I think not so used to the cold Dutch water! He can cycle as well, but I fear the 40 kilometers I’ve done now might be a little bit too much…. There is the other bridge, with the highway to Amsterdam. I take a little d-tour to avoid a trafficlight. Believe it or not, now I start to pass dunes! Beaches! And after that another harbor, with sailing boats. I never realized this reclaimed land was so divers. It feels like I’m heading homewards, although it’s a long way to get there. The wind is in my back and now I really speed up to over 30km/h. The wind mills are gigantic and majestic. The ships on the lake are beautiful. There is one cyclist behind me and I do the best I can to keep in front, at least for the time I have to go fast. Then I encounter the wetlands on the right side and the water on the left side is clearly on higher level than the land is. It’s an amazing sight and somewhat frightening to realize this small dyke is the only protection. I pass the pumping station and a drawbridge. There is one piece of dyke left. I can see the Oostvaardersplassen wetlands. In the sun it looks very non-Dutch. Unfortunately I can’t take the cycle path close to the Oostvaardersplassen, but when my collegae is ready, I hope they will be open. Now I pass the glasshouses. I cycled for 0ver 60 kilometers. I know the shortest rout to my home, but have to go around. To cycle around took me oer 2,5 hours and it was 67 kilometers. I enjoyed. One day I will show you this remarkable piece of land, my collegae and you can take the pictures! Start practicing your pedaling ánd don’t forget your swimming gear!

Na de fietstocht nam ik Manuel mee op sleeptouw. Want als je al vanalles hebt gezien: de prachtige bloesems zijn ook enorm de moeite waard. Ik zag een beetje op tegen het lopen, omdat ik niet voldoende sportdrank gedronken had. Ik heb wel netjes de gels genomen. Het viel me redelijk mee. Vooral ook omdat voor deze ENE keer Manuel het met zijn verkoudheid en drukte op het werk wat zwaarder had. Ik hoefde niet zo lang. De bloesems waren echt mooi, maar het was wel druk met fotograferende mensen in hun auto, trouwjurk, kinderwagen etcetera. Uiteindelijk liep ik een keurige 5:47 per kilometer over ruim 5kilometer.

za3003 We gingen meedoen aan een Asics Run. Vincent en ik. En heel veel hardlopende dames uit Almere. Een fun run. Een social run. Een loopje voor de lol. Dat het 5 kilometer is weten we. Meer niet. Bij de winkel blijkt het druk te zijn. Heel druk. De groep wordt ingedeeld in mensen die 25 minuten over de 5 km doen en mensen die er langer over doen. Leuk, maar voor Vincent lastig in te schatten en 80% van de groep zit bij de 25+. We gingen even rekken en strekken. Vond ik lollig, want dat doe ik echt nóóit! Toen gingen we lopen. Ik was nog een beetje humeurig en vond het wel lastig om een tempo te bepalen. Van de meeste weet ik dat ze langzamer zijn en ik vind langzaam niet erg, maar ook niet erg gemakkelijk. We liepen langs de dijken in de Lelystadse zon. Mooi! Langs de haven. Ik vond het ook wel gek om Vincent achter te laten, maar die had al meteen een vriend en ik hoorde dat ze ons inhaalden en dat hij achter me liep te kwebbelen. De eerste paar kilometer liep ik lekker zelf en alleen: dat vind ik niet zo erg. De route lijkt wel heel simpel rechttoe rechtaan. Als Vincent me heeft ingehaald en lekker met iemand anders meeloopt, loop ik terug tot een andere eenzame loopster en we raken aan de praat. Mijn sjacherein is weg en ik klets gezellig met deze mevrouw. We lopen om Batavia Stad heen. Lekker langs de boot. Leuk om eens ergens anders te lopen. Het is niet helemaal 5 kilometer en ik vind het dan ook echt weinig. Ik loop weer terug naar Joyce en haar dochter. Die lopen achteraan. Leuk dat iedereen gewoon zijn (of haar) eigen tempo kan lopen. Vincent heeft onze goodiebags al opgehaald en met de teamgenoot die in de winkel werkt gekletst. Ik klets nog heel lang met de meiden.

‘s middags ga ik zwemmen in het kinderuurtje. Er zijn alleen maar 5 (veel) snellere mensen. Ik neem het achtje en ga achter ze aan zwemmen. Zij doen iets van 300m, 2 keer 150, 3 keer 100 enzovoort. Na 250 laat ik ze voor en als ik dan achter ze stop, vind één van het hen het nodig te zeggen dat ik nog 50 zou moeten. Het irriteert me énorm. Ik ga de 300tjes doorzwemmen, dan kunnen zij harder zwemmen en de pauzes nemen. Het werkt supergoed. Ik zwem goed omdat ik me erger. Pas bij de 12 keer 50 hebben zij meer rust dan ik wanneer ik rustig zwem en voor deze ene keer zitten ze mij in de weg. Zij zijn klaar en gaan één voor één het bad uit. Ik heb nog 50 meter tegoed en ga gewoon door. Ik bedenk dat ik gewoon iets moet zeggen van deze vervelende opmerking. Intussen heb ik supergoed en superveel gezwommen; dat maakt me wel milder. Als ik de man vriendelijk aanspreek dat ik mijn 50 meter ruimschoots heb ingehaald, laat hij weten het tegen de mopperpot die achter me stond te zeggen. Iedereen doet zijn eigen training, voegde hij er (enigszins te laat) vriendelijk aan toe. En die van mij was best goed geweest eigenlijk, toevallig!

z03103: Een vreselijke nuchtere duurloop die ik lekker afbrak. Dat was de aantekening. Ik moest een uur nuchter lopen, dat betekent zonder ontbijt. Dan moet je heel langzaam. Het voelde niet goed, geen moment. Maar ik liep wel 7 kilometer. Ik kon niet genieten van de schoonheid om me heen. In plaats van een uur, was ik blij dat ik na 3 kwartier rond was en ik ging snel naar huis.

ma 0104: eerst een fietstraining waar de sjacherein maar niet overging, daarna zwemmen in Lelystad en dat was eigenlijk maar een half uurtje en een half uurtje bommetjevol informatie. Ik zag mijn filmpje en ik zwem onder water veel te breed

Dat waren mijn aantekeningen waarop de blog bleef hangen…. We hadden fietstraining van JvdK. Ik fietste achteraan, want ik hoeft niet hard-hard-hard. We hadden niet echt een opdracht, alleen het slingerpad beviel me redelijk. 

di0204 een hardlooptraining met zijn zessen en ik was veruit de langzaamste. Ik wilde totaal niet meer, maar ging toch door. Ik wou gaan zitten en nooit meer opstaan, maar ik hobbelde keer op keer de heuvel op.

wo0304 Op de tacx met een cursus zelfvertrouwen en een tijdje oogjes dicht. Dan op de nieuwe schoenen een supersnelle piramide. Ik ging ook nog eens in baan 2 zwemmen en dat ging lekker, want ik ging lekker niet voorop! Ik lette heel heel erg goed op de doorhaal onder water. het hielp enorm. Ik ben (weer) verkouden

Zoals je ziet, het snelle bloggen is ingetreden!!

do0404 Een dagje rust! In verband met de vette training morgen, geen baantraining

vrij0504 Een training van 5 uur. VIJF uur. Ik zag er tegenop. Dat is namelijk behoorlijk veel, en als je alle wissels optelt, is de dag om. En Vincent was (nog een heel klein nietig beetje) ziek thuis. 50 minuten hardlopen, 50 minuten uitfietsen, weer 50 minuten hardlopen, maar dan in zone 2, 50 minuten uitfietsen en dan nog een keer 50 minuten hardlopen in zone 2 en nog eens 50 minuten uitfietsen. Gek genoeg baarde het hardlopen me nog de minste zorgen. Maar ik moest heel veel dingen klaarleggen en voorbereiden. Deze training gaat over voeden tijdens het fietsen en volhouden. Ik ga eerst onder de bloesems doorlopen en over de Trekweg en de witte brug. Ondertussen hou ik mijn kleine reporter thuis een beetje op de hoogte. Het tempo in zone 1 is als altijd vreselijk en lastig vol te houden. Ik neem een ommetje omdat ik denk dat ik anders niet uitkom, maar ik kom uiteindelijk 9 minuten te kort. Ik heb in de eerste van de 6 stages een fout gemaakt: ik heb niks gegeten en eigenlijk weinig ontbeten. Dat wordt bijbunkeren voor de rest van de sportdag. Thuis eet ik eerst een Twix weg. Ik ga op de Tacx en drink met gemak de hele bidon sportdrank leeg. Het is vreselijk saai op de Tacx. Mijn telefoon moet bijladen en ik tel 50 minuten af. Duurt een eeuwigheid en ik heb wind tegen op de Tacx: het schiet niet op. Ik haal 15 kilometer in drie kwartier. Na een half uurtje verorber ik een gel. Mijn assistent/reporter is er vandoor en zit boven. Ik verheug me alweer op het lopen en ga nu het rondje langs de plassen lopen. Lekker in zone 2. Het tempo ligt wel hoger, maar is nog niet optimaal. Ik geniet er echter alleen maar van. Het is ook veel te lang geleden dat ik een brug verder liep, ook al is het onverhard. Het gaat lekker en ik voel dat ik nu genoeg voeding binnen heb. Thuis is eerst de Twix aan de beurt, dan heeft mijn assistent de racefiets van Rob klaargezet. Kijken of dat ook zo traag is of dat de Tacx me toch al die tijd belazerd heeft. En dat blijkt! Ik ga zelfs met wind tegen een stuk sneller door het Kotterbos. Bij de Praambult keer ik om zodat de Trekweg me wind mee geeft. Dat schiet lekker op! Ik haal in 50 minuten 5 kilometer meer dan op de Tacx: dat geeft te denken. De bidon is weer leeg en er zit ook weer een gel in. Why change a working plan?! Ik begin wel moe te worden. Vincent maakt frikandellenbroodjes voor zichzelf als ik weer ga hobbelen. Ik ga langs de kassen en durf niet te kijken of de Oostvaardersplassen open zijn. De hekken in het bos waren wel al open, maar ik moet heel ver om als het niet zo is. Ik merk dat het zwaar is. Maar gek genoeg is het tempo nog hoger dan eerst! Ik zit zelfs op de tien kilometer per uur. Ik schiet deze keer vaker zone 2 uit, jammer dan. Ik tel uit dat ik iets meer dan 8 kilometer moet lopen om de 25 kilometer vandaag te halen. Ik pieker er de hele tijd over of het met de fiets”pauzes” nu gemakkelijker is of juist niet. Ik loop de 8,5 kilometer nog binnen 51 minuten ook. Over de 25 kilometer heb ik dus 160 minuten gedaan. Ik word echt moe en besluit dat het laatste deel echt uitfietsen is. Ik neem alvast de hersteldrank mee. Het wordt een feestje! De Oostvaardersplassen zijn alweer open, wind mee op de dijk, door het mooie Wilgenbos en langs het schattige sluisje. Het tempo lijkt meer op de Tacx, maar ik geniet er enorm van. Ik haal vandaag de 50 kilometer fietsen ook (en zonder Tacx was het waarschijnlijk nog meer geweest) en heb de tijd. Ik verheug me op de koekjes. Vanmorgen had ik het met lange mouwen en jasje eigenlijk te warm, nu heb ik het met korte broek net niet warm genoeg. Langs de atletiekbaan en om de wijk naar huis om de 50 minuten te halen. Ik fiets al met al 55 kilometer en dan is het klaar. Ik ben meer dan 6 uur onderweg geweest. Ik ben er vermoeid van, maar niet echt doodmoe. Na koekjes, hersteldrank en een warme douche zet ik me aan de huishoudelijke klussen. Voor het werk is vandaag geen plek.

za0604 Ik sliep uit. Wat slaap ik goed tegenwoordig 😉 Vincent ging naar Jeugdland voor de eerste keer en ik ging mee. Ik combineerde het maar met hardlopen, want in stadfietsbanden oppompen had ik geen zin… Ik zou wel zien hoe het ging en ik wilde niet hard gaan. Ik heb van gisteren GEEN spierpijn, geen ENKEL pijntje, NERGENS moeite mee. Misschien een klein beetje vermoeid, maar verder helemaal niks. Darmen, spieren, pezen, hartslag: alles is volkomen onaangedaan. Ik loop rustig en Vincent fietst mee. Op het jeugdland vul ik de formulieren in en ik ga naar de WC en dan hobbel ik verder. In zone 1. Tempo net onder de 7 minuten op een kilometer. Dat hou ik prima vol. Ik verbaas me vooral, dat ik dit gewoon maar moeiteloos kan. Ik hobbel over industrieterrein De Vaart tussen de kassen door. Het is er druk vanwege de kom-in-de-kas dag. Bah. Normaal is het doodstil. Nu rijden er auto’s af en aan. Ik twijfel of ik door de Oostvaardersplassen zal lopen. Uiteraard wil mijn hoofd zo nu en dan stoppen, maar mijn benen hobbelen gewoon door. Ik heb geen muziek bij me en geen afleiding en geen idee hoe ver ik zal gaan. Ik weet dat door de plassen iets verder is en dat ik boven de tien kilometer uit zal komen, maar ik geniet dan wel meer. Ik loop om en geniet nog meer! Misschien dat het daardoor zo gemakkelijk gaat. De bloesems en de geuren, de paarden in de verte, de ontluikende natuur: het is echt heerlijk. En dat het zo gemakkelijk is. Alleen mijn ogen zijn moe. Ik ben pas na 11 kilometer weer thuis en dat heeft tijd gekost (76 minuten om precies te zijn), maar geen moeite.

Naar het zwembad rijden in Lelystad in plaats van op de bank mijn boek lezen, kost me moeite, maar ik doe het. Even denk ik dat ik maar alleen ben, maar gelukkig komen er nog twee anderen. Veel persoonlijke aandacht dus! Ik moet leren 1 op 3 te ademen en onder water uitblazen. Dat maakt me rustiger. En ik moet dichterbij mijn lichaam doorhalen. We doen oefeningen die ons alledrie helpen. Met 1 arm zwemmen om de andere na te kijken, benen snel en armen rustig, dubbele insteek. Ik moet ook met mijn hele lijf kracht achter de doorhaal zetten. Dat is totaal nieuw voor me. Het is een fijne, maar ook een beetje lastige les als er zo op je gelet wordt! Ik heb ontzettend veel geleerd in de cursus, ben weer iets minder bang van het water.

zo0704 Om 9 uur vertrok ik op Robs racefiets. Ik ga met SG fietsen en ik mik op de honderd kilometer. We ontmoeten elkaar vlak bij de Kemphaan: we gaan richting Lage Vuursche fietsen. We kletsen lekker en ik laat de cadans even voor wat ie is. Het gaat goed, ons tempo ligt heel erg gelijk. SG vertelt van haar vakantie. Ik van onze keuken. We zijn al snel de Stichtse Brug over en het is nog rustig op de dijk bij Eemnes. Ik ben blij met mijn lange mouwen. Ik drink lekker veel sportdrank. We gaan langs de kastelen en volgen de weg naar mijn werk. Lekker bekend, ik hoeft er niet over na te denken. We gaan zelfs richting Huis ter Heide en ik wil over de startbaan fietsen. Daar moeten we helaas omkeren, want de startbaan is vanwege een vogel afgesloten. Dan maar langs de grote weg om Soesterberg heen terug Soest in. We rijden door Soest en dan zijn we over de helft en krijg ik ook zin in een terrasje. Maar we komen niet echt iets tegen. We nemen dezelfde weg weer terug vanaf kasteel Soestdijk. Bij kasteel Groeneveld willen we gaan zitten, maar we mogen onze fietsen niet bij ons houden. Dan niet dus. Ik moet even door de zure appel heen. De dijk bij Eemnes is intussen hartstikke druk en dat is lastig, elke keer weer uit elkaar fietsen. We kletsen door over vanalles en ik ontdek waar een fietsbroek echt voor dient: zonder onderbroek kan die aan (is niks vies aan hoor, gewoon iets wat ik nog niet wist!). Bij de theetuin stoppen we voor thee en koffie. Het is nog 30 kilometer en we hebben wind tegen. Gelukkig helpen de gels en het vocht goed. De brug gaan we best snel over, eigenlijk ongemerkt. Ik vind het aan de ene kant saai, twee keer dezelfde weg; aan de andere kant is het wel lekker bekend. Ik ga de honderd niet zomaar halen. Ik fiets nog een stuk met SG mee. Het is echt heel erg fijn dat we hetzelfde tempo hebben, zij heeft zich voor mij ook nauwelijks in hoeven houden. Ik rij om en merk dat ik zelfs nog door de Oostvaardersplassen om zal moeten rijden. Dat doe ik met alle liefde, maar op deze stralende zondagmiddag met dit heerlijke lenteweer is het overal inmiddels wel druk met dagjesmensen. Ik ben trots op mijn honderd kilometer. 103 zelfs. En ik ben trots dat ik nog nooit zoveel uur in een week heb getraind: meer dan 17 uur. En ik ben trots dat ik daar geen enkele last van heb. Dat ik ook nog energie heb om onkruid te verwijderen. En een uurtje om mijn boek te lezen. En ook voel ik me maar kleintjes: mijn vriendin en bekenden lopen de hele marathon, anderen lopen na een weekje niet-lekker zijn weer belachelijk hoge tempo’s, er zijn er meerderen die mijn weekrecord maar een beginnetje vinden. Maar als ik op Strava zou staan, zou ik met mijn 50 loopkilometers op de derde plek staan bij de hardlopende Almeerse dames en met mijn 17 uur op de vierde plek bij de honderden triatlonliefhebbers. Ik heb nergens last van: mijn darmen verwerken alles prima, geen spierpijn, geen zadelpijn, geen enkele pees die trekt of gevoelig is, geen vreetbuien, ik ben niet kapot, niet oververmoeid, dalende rusthartslag, voorkeur voor gezonder eten: het enige wat ik kan bedenken is dat ik een beetje vermoeider ben (mijn ogen willen graag dicht vallen) en hoest.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-11

2019-10

Maandag 18 maart. Na een dag werken, reis ik weer af naar Lelystad voor de borstcrawltraining. Deze keer zijn de beentjes aan de beurt! Niet mijn favoriete onderdeel – eerlijk gezegd – mijn benen gebruik ik vaker niet dan wel! En tijdens de training blijkt waarom: ik haal er maar weinig kracht uit. Ik lig best recht, maar  ik ga niet heel erg hard vooruit. Ik flipper me suf, maar na alle actie van het weekend, zijn mijn beentjes hier niet blij mee. Dan pakken we het ademhalen er bij en dat bevalt me beter. We ademen 1 op 3. Het blijft wennen, maar volgens de trainer moet je het een weekje volhouden en dan weet je niet beter. Daarna maakt hij een filmpje van mij. Hoe zenuwachtig kun je zijn?! En ik hoeft niet eens snel! Ik kan best op en neer zwemmen. Benieuwd wat hij er van vindt, maar dat hoor ik volgende week.

Dinsdag 19 maart. Na een vreselijke dag werken, reis ik samen met Vincent naar de andere kant van Almere voor een hardlooptraining. Ik hoeft en mag niet hard vandaag. Eigenlijk mag ik maar een half uurtje, maar mijn werk slokt me zo op emotioneel, dat ik liever niet alleen ga lopen malen. Maar in de groep moet ik ontzettend uitkijken me in te houden. En dat doe ik een uur lang. Die lieve GN heeft wel een zware training: we lopen korte stukjes in 5 kilometer tempo. Ik heb geen idee: mijn 5 kilometerwedstrijd zorgt voor een tijd van 7:00 minuten per kilometer, maar dat bedoelt ze vast niet. Ik voel dat al mijn spieren gespannen zijn, net als de stress in mijn hoofd. Ontspannen lopen lijkt verder weg dan ooit. Bij de derde keer loop ik met een langzame loopster mee te kletsen om mezelf niet onder teveel druk te zetten. Heel langzaam neemt de spanning af en op het einde moet ik zelfs grinniken als het over chocoladetaartjes gaat! Ik had aan het begin van de training gedacht dat ik niet meer wist hoe dat moest, dus stiekem was het een toptraining.

Woensdag 20 maart. Ik moest fietsen, de was doen, yahtzee spelen en om 3 uur heb ik een afspraak die net voor het zwemmen klaar is. De wasmachine kan best tegelijk met het fietsen draaien, maar yahtzee spelen…. Vincent regelt een plank en de workmate en komt naast me zitten. Ik moet eerst in de lage zones fietsen en dat combineert prima met yahtzee op de Tacx! Helemaal leuk als ik ook nog win 😀 Zo nu en dan moet Vincent een pen, papiertje of dobbelsteen van de grond halen of voor mij schrijven. Het horloge piept soms dat ik het niet helemaal goed doe. De tijd vliegt voorbij en ik geniet nog na van 2 uit 3 overwinningen in de snelle blokjes die de training afsluiten. Ik ben nog steeds een beetje gestresst, maar de middagafspraak haalt de angel eruit. Ik kan gaan zwemmen, maar ook daar is het niet de bedoeling me in te gaan spannen. Ik zwem in baan 1. Ik weiger voorop te zwemmen, want ik doe langzaam aan. Ik ga wel alles zonder pullboy zwemmen. Dan maar iets langzamer. De snelsten zwemmen met hun pullboy voor me uit. Het kan me niet schelen. Of in elk geval maar een beetje. Ik doe de oefeningen ook allemaal. Ik probeer 1 op 3 te ademen. Het licht op het einde van de les is adembenemend. De zon schijnt op het water.

Donderdag 21 maart. Na weer een intensieve dag op het werk ga ik moeizaam naar de baan. Ik mag deze training overslaan, want morgen staat me weer wat te wachten… Ik ga en als ik zie dat de trainer, de groep of de samenstelling van de groep me niet bevalt dan ga ik alleen lopen. Het valt alledrie tegen: 1 grote groep, een stevige trainer en weinig langzame mensen. Ik ga dus alleen lopen, want het inlopen gaat me al te hard. Ik ben vermoeid vandaag. Van het werk, niet van het sporten. Ik ga even bij Joyce langs voor een knuffel. Helaas is ze er niet. Ik loop door en ga over de Vaart heen, dan kan ik dadelijk om de Leeghwaterplas heen lopen. Het is veel verder dan ik dacht. Was ik figuurlijk de weg al een beetje kwijt, de letterlijke wijze volgt. Dat beangstigt me wat. Het lijkt ook donker. Eenmaal op het lange fietspad langs het Leeghwater heb ik een kalm tempo ontwikkeld en komt er een lichtpuntje in. Aan de andere kant van de plas is het bijna licht! Ik ga de tien kilometer halen en loop lekker. Heel langzaam aan kan ik er figuurlijk bij stilstaan dat ik blij moet zijn dat ik kan lopen, dat ik fietsend kan yahtzeeën, dat het mooier weer wordt en dat ik fijne nieuwe schoenen heb. Ik maak het rondje af en ben netjes op tijd weer bij de baan.

Vrijdag 22 maart. We gaan het vandaag weer doen: 4 keer een half uur lopen en een half uur fietsen. En vanavond uitfietsen. Een flink programma. Ik begin met lopen zodra Vincent naar school vertrokken is. De Tacx staat klaar. Het eerste half uurtje zone 1 is weer het moeilijkste. Er zit geen tempo in. Ik hou me echt keurig aan de hartslagbeperking, hoe vervelend ook. Het is er mistig bij. Ik loop het rondje richting de Oostvaardersplas en AlmeerPlant. Ik haal 4 kilometer in precies een half uur. Tijdens het fietsen ga ik bellen met mijn zusje. Dat gaat prima en een half uur vliegt voorbij! Weer hardlopen. Ik mag nu in zone 2. Ik ga het fietspad richting het centrum op en zal teruggaan via de Evenaar. Ik maak vandaag elke keer ongeveer 4 bochten en pak met de volgende loop het laatste stukje van de voorgaande loop weer op. Ik bedenk me dat ik er een middagpauze tussen zal nemen. Dan doe ik vanmorgen de eerste 3 en dan lunchen we samen en daarna fiets ik eerst, doe het hardlopen van het vierde blokje en fiets dan (als het kan buiten) uit. Ik heb me helemaal vergist dit rondje. Na 4 kilometer ben ik thuis, maar ik heb nog zomaar een minuut of 7 over. Blokjes om het huis dan maar. En zo kom ik drie keer langs de dakkapel die uitgeladen wordt. Ik loop 5 kilometer in een half uur. En dan weer op de fiets. Deze keer verveel ik me een beetje. Ik blijk vanmiddag niet te kunnen inhalen, want er komt een monteur. Dat haalt mijn spirit er uit. Aan de andere kant ben ik besluiteloos: ik zie wel wat ik vanmiddag nog kan en wil doen. Nu eerst nog een keer hardlopen onder de bloesems door. Ik doe mijn Asics weer aan, net als de eerste run. Ik wissel de Hoka’s en de Asics om te kijken of ik verschil voel. De Hoka’s voelen een stuk krachtiger. Maar de Ascis en deze derde ronde gaan als een tierelier! De hartslag is lager bij een hoger tempo. Dadelijk nog even fietsen en dan ben ik klaar voor vanmorgen. De ochtend is dan ook voorbij. Ik drink en eet genoeg deze ochtend. Elke keer een gel, twee bidons. Het uitfietsen doe ik zonder enige afleiding. Het half uur duurt onmetelijk lang. Op het einde schakelt het vliegwiel in van de Tacx en komt er eindelijk tempo in alsof ik de berg af ga. Om 12 uur ben ik klaar voor de lunch en de pauze. Hopelijk komt de monteur snel en kan ik nog gaan. Ik want en wacht en kijk pas tegen drie uur op het papiertje en dan blijkt de monteur volgende week te komen. 😐 Ga ik nog rennen… fietsen… Het is intussen heerlijk weer. Ik wacht tot Vincent thuis komt (en dat duurt lang, want die staat te kletsen). Rob wisselt het zadel van zijn fiets om en ik sluit de cadansmeter aan. Off we go: op naar een ijsje in Almere Haven. We doen een redelijk tempo, maar door de stad is altijd wat gehobbel. Vincent kijkt op de route, ik doe het een beetje uit mijn hoofd naar de Kemphaan toe. Voorbij het kasteel neemt Vincent het over en slingeren we door Almere Haven. Ik vind het grappig en geniet er van dat we niet verdwalen! Hij krijgt twee bolletjes vanille-ijs en ik neem iets wat yoghurt zou moeten zijn. Eindelijk heeft Vincent het koud in zijn korte broek! Ik heb een lange broek aan. Het is heerlijk weer. We fietsen over de dijk terug en gaan ergens terug richting de Kemphaan. Weer een nieuw pad! We kijken huizen. Dan scheuren we langs Stichting Aap en daarna aan de andere kant van de Vaart. We bewonderen een grote boot, halen ‘m in en fietsen er op de brug overheen. Bij de moskee gaan we richting het spoorbaanpad. We nemen nog een keer een andere route om het centrum te ontwijken. Na bijna 34 kilometer zijn we weer thuis. Ik heb niet het volledige rondje gesport en de 5 uur niet helemaal gehaald, maar het is genoeg geweest.

Zaterdag 23 maart. Er staat een optioneel rondje fietsen. Ik ben ongedurig vandaag, maar heb geen last van spierpijn of wat-dan-ook. Ik ga het gewoon proberen of ik last heb van zadelpijn! Ook dat niet. Ik hoeft ‘maar’ een uurtje. Vandaag staan er wel weer cadansaanwijzingen bij. En dat bevalt me voor geen meter. Ik moet in een lage hartslagzone 80 tot 90 rondjes per minuut maken. Het duurt een hele tijd voor ik de mix gevonden heb. Mijn beentjes worden boos. Heel boos. Die willen niet overdreven veel rondjes draaien. Ook niet op de lekkere supersportdrank. Ze voelen niet oké en beginnen te mopperen op de trainer die dit verzonnen heeft. En met een beetje wind tegen, gaat de hele mix direct naar de filistijnen. Ik moet op het horloge kijken voor de cadans en dat stoort me ook mateloos. Het voelt aan alsof ik superlangzaam ga. De tijd kan ik niet ook nog ergens zien. Ik irriteer me op de fiets. En de Trekweg is ook geen pretje. Maar het kan nog erger: ik moet in zone 3 gaan fietsen met een cadans tussen de 95 en 105. Het voelt bijna onmogelijk en de brug over tegen de wind in, maakt het niet makkelijker. Ik mopper en vloek op de trainer. Als ik gewoon eens ga weigeren aan dat stomme cadans-gedoe?! na 2 minuten pauze en een cadans van onder de zestig -lekker puh- probeer ik het nog 1 keer op het lange rechte fietspad. Ik haal het zowaar na drie minuten! Het evenwicht is precair en ik word er niet blijer van. Tot ik omschakel naar het tempo en dat is heel behoorlijk. Het voelt alsof mijn benen kapot gaan, maar het is niet voor niks tenminste. Ik blijf maar rechtdoor fietsen, want het moet nog een keer na een pauze van 2 minuten. Ik hou het niet vol. Als ik de rode flats voorbij ben, geef ik het op. Mijn benen gaan in staking, die willen niet meer hard rondjes trappen. Ik fiets rustig uit en neem nog een stukje bloesem mee. Het zal voor een goed doel zijn, maar ik moet navragen bij de trainer waarom. Daarna nog zwemmen. Ik ga 400 metertjes zwemmen. Op mijn tempo. De eerste met achtje. De tweede niet. De derde en vierde weer wel. Ik moet soms aan de kant voor de snelle zwemmers, maar ik hou gewoon vol. Mijn opdracht is 1 op 3 ademen. Keer op keer op keer op keer op keer. De vijfde ook met achtje. En dan bedenk ik me iets wat JtW me jaren geleden heeft gezegd: kijk naar voor als je ademt. Dat doe ik. En dan verandert er opeens vanalles! Ik moet er voortdurend bij nadenken, maar het wordt gemakkelijker. Logischer. Lichter. Rechts gaat beter dan links. Ik kan nog wel een uurtje doorzwemmen zo. Maar dat hoeft niet.

Zondag 24 maart. Eerst maar eens lekker uitslapen en wakker worden met vers brood. Dan rustig een aantal huishoudelijke karweitjes afvinken en na de lunch gaan Vincent en ik naar opa en oma in Hilversum fietsen. Ik heb een horlogemount op de fiets, Vincent heeft een hartslagmeter om, we hebben allebei een cadansmeter. Ik heb gister even overlegd met de trainer en ik mag (als het echt niet goed lukt) de cadans maximaal 5 slagen lager leggen. Dat belooft wat vandaag, want ik moet een uur in zone 1 bij een cadans van 70-80 en een uur met een cadans van 80-90 één hartslagzone hoger. Ik ga mijn best doen, maar de hartslagmeters en horloges maken er een potje van. Welke hartslagmeter ik ontvang blijft onduidelijk, maar mijn hartslag flippert tussen de 75 (veel te laag) en de 175 (veel en veel te hoog). Nogal rommelig. Het fietsen gaat echter lekker en we houden allebei een hoge cadans aan. Volgens mijn trainer hou je het dan langer vol, maar mijn benen denken daar toch echt anders over. Ik ben blij dat ik op het laatst nog een jasje aangedaan heb, want het is ondanks de zon toch frisjes. Bij het Shellstation doet Vincent de hartslagmeter af, maar mijn hartslag blijft rommelig. We kijken motors en gaan lekker de brug over. Ik merk dat Vincent wat vermoeider raakt, maar dat mag ook wel voor de eerste lange rit van het jaar. Als we de A27 over zijn, klaagt hij over steken in zijn zij. Misschien valt de sportdrank niet goed of ligt het verse brood ‘m dwars. We nemen een andere (iets rustigere) route door Eemnes. Op de dijk is het weer passen en meten en inhalen. Er rijden klassieke auto’s langs en een DB9. Onder de A1 door en dan begint het al op te schieten. Een nieuw snelheidsrecord ligt op de loer. Nog nooit hebben we binnen anderhalf uur naar Hilversum gereden. We rijden rustig langs Anna’s Hoeve en dan zet ik Vincent aan tot flink doortrappen. Hij wil hierna gaan lopen en het zal goed voor hem zijn dat met zware benen te voelen. We zijn er met gemak binnen anderhalf uur, 1 uur en 24 minuten. Vincent doet snel de hardloopschoenen aan en vertrekt. Voor mij is dat niet zo zinvol, want ik fiets weer naar huis terug straks. Ik drink lekker veel thee en help opa en oma van een heel kunstwerk aan paaseitjes af. Het is fijn even lekker te kunnen kletsen en rustig te kunnen zitten. Rond half 5 stap ik weer op de fiets. Een half uurtje zone 1 en cadans 70-80 en daarna een uur in zone 2 met een cadans van 80-90. Ik hou mezelf voor dat dit bergaf gaat en dat ik wind mee heb. Het lijkt er wel op, want in zone 1 kan ik al behoorlijk tempo maken bij de juiste cadans. Ik heb mijn koptelefoontje op, maar die zet ik op de Wakkerendijk bij Eemnes pas aan. Ik moet inhouden voor overstekende koeien. Ik ben Eemnes binnen een half uur voorbij! Vlak bij Blaricum halen 2 andere racefietsen me in, maar ik weet dat ik doorga naar de volgende zone en dan haal ik hen weer in. Zij kunnen (voor de helft) beter de brug op fietsen zonder hartslagbeperking. Ik neem snel nog wat sportdrank. Op de heenweg heb ik de halve bidon leeggedronken. Dat is al heel wat voor mij, maar de bidon had ook leeg gemogen. En nu dreig ik het te vergeten. Geen goede beurt, maar ik heb nog een hele polder om het in te halen. En ik heb het nodig! Niet om de brug af te scheuren, want ik ga superduperhard (43 kilometer per uur, jippie!!!) Dan krijg ik wind tegen en gaat het minder lekker. Het is lastig om cadans hoog te houden. Mijn zin verdwijnt een beetje met het tempo en de cadans. Ik luister de muziek en trap maar verder. Langs de berg, langs de Shell, nog een paar flinke slokken en dan langs de Vaart. Daar is het nog iets zwaarder met de wind. Ik schiet aardig op en zal mijn best doen ons eerder op de middag aangescherpte record te gaan verbeteren! Ik tel een beetje uit dat ik het binnen 1 uur 20 moet kunnen halen. Maar dan moet ik nog wel even doortrappen. Dat lukt pas weer voorbij het data-centre. Sorry trainer, ik laat de cadans even los en ga gewoon even lekker los! Op de Trekweg vlieg ik er een beetje doorheen. Ineens is de sportdrank op wonderlijke wijze ook op. Ik ga de wijken door op een ietwat gevaarlijk hoge snelheid. Niet voor mij, maar voor de andere weggebruikers. Stukje bloesem meepakken en dan wil ik als het even kan binnen de 5 kwartier uitkomen. Ik zet nog aan, maar had dat misschien iets eerder moeten doen. Ik ben thuis in 1:16. Nadeel: nu moet ik nog even uitlopen, anders zit ik niet op het schema. Geen uur meer, maar een kort stukje. Niet op Vincents tempo, want dat haal ik ammenooit niet, maar mijn eigen tempootje. Dat ik vermoeid ben, blijkt wel uit het feit dat ik het horloge zo’n 700m te laat aanzet. Ik vind het tempo laag houden erg lastig. En de ronde aanhouden ook. Dus ik doe geen van beide meer heel zorgvuldig. Ik ben blij dat ik op de bus mag wachten, loop 3 kilometer vol en dan ben ik blij, trots en hongerig omdat een dikke vette sportweek er op zit. Nieuw record: 14 en een half uur. Ik ben er wel een beetje moe van en vanmorgen had ik spierpijn van het zwemmen, maar verder ging het redelijk goed.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-10

2019-9

En dan de volgende dag, de dag na Spa (10 maart): spierpijn! Ik ga het eerst uit proberen te fietsen op de Tacx. Buiten is geen optie, want het regent en stormt vandaag de hele dag. Ik ga erbij lezen en dan gaat het erg goed. Met mijn hoofd in de 18de eeuw trap ik de rondjes weg. Lage versnelling (de trainer kan trots zijn op de cadans) en een laag tempootje. Ondertussen bellen met mams en opzien tegen uitdribbelen. Ik krijg gezelschap van Vincent die ook kampt met spierpijn. Maar dat wordt overstemt door een hele dikke laag trots! Tijdens het dribbelen op een superlaag tempo kan hij er niet stil over blijven. We lopen 2 keer 10 minuten en wandelen een minuutje. Daar worden we nat genoeg van!

Maandag 11 maart: Weer een borstcrawlcursus. Mijn ‘favoriete’ trainer van de TVA komt me kijken hoe de trainingen gegeven worden. Ik hoeft alleen maar te zwemmen en leer het keerpunt! Dat is heel erg eng voor me en ik word er nog altijd dizzy van, maar ik probeer het toch. Dat is een hele drempel over voor me!

Dinsdag 12 maart. Ik ga weer eens mee met de club hardlopen. Met het langzame groepje mee, voor het herstel. Ik moet nu echt niet te hard van stapel gaan lopen! Dat is moeilijk voor me. We gaan rondjes lopen: een grote en een kleine. Het waait hard en het is nat. Ik houd me in. Ga gewoon iets onder mijn 10- en 5-kilometertempo lopen. Maar ik hou dat tegen de wind in niet meer vol! Dan komt de strijdlust in mij naar boven en zit ik toch op een iets te hoge hartslag door te bijten. Ik doe zelf nog een rondje van een minuut of 15 extra voor het schema. Het fietsen wat na het lopen in het schema staat, besluit ik over te slaan. Ik ben al nat en moe en ik wil in de douche in plaats van op de Tacx. Ik heb de dinsdag en de woensdag toch al omgedraaid. Qua schema maak ik er een beetje een rommeltje van!

Woensdag 13 maart: Geruild en geschoven in het schema van deze week en nog steeds geen lekker weer. Ik ben aangewezen op de Tacx en de regenkleding. Op deze woensdagmiddag ga ik alle onderdelen van de triatlon weer eens passeren: eerst fietsen, dan rennen en daarna zwemmen. Er is nog iets met de volgorde, maar dat komt vast wel ooit goed 🙂 Fietsen is een opdracht van anderhalf uur. “20′ dt1 + 4x 15′ dt2,3,2 en 4 rpm 85-90, p=2’30“; staat er dan op mijn schema. Vertaald: 20 minuten infietsen op een laag tempo en daarna 15 minuten in tempo 2, twee en een halve minuut rust, 115 minuten in tempo 3 met 2,5 minuut rust en dan nog een keer 15 minuten tempo 2 met de 2,5 minuut rust daarna en tot slot nog 15 minuten tempo 4. De tempo’s zijn afhankelijk van de hartslagzones die erbij horen. Ik moet proberen tussen de 85 en 90 rondjes per minuut te draaien. ‘t Is altijd een heel ding om in mijn horloge te zetten, die piept als ik iets anders moet gaan doen. Ondertussen ga ik lezen en dat werkt heel goed bij mij, dan vliegt de tijd voorbij. Na het fietsen ga ik 20 minuten hardlopen. Dat doe ik dan wel buiten. Ik ga het fietspad tussen de wijken door af. Eerst tegen de wind in en aan het einde van het pad draai ik om. Ik hoeft even niet te letten op de hartslag en me niet in te houden of in te spannen. Twintig minuutjes zijn snel voorbij. Dan moet ik inspringen op het werk. Daar baal ik van, want dan kan ik me niet meer afspoelen voor we gaan zwemmen. We zijn zelfs ietsje te laat in het zwembad! Ik zwem voorop in baan 1. Blij als ik even achter iemand kan zwemmen, want dan hoeft het niet snel-snel. We doen een ‘piramide’: 25 meter, 50 meter, 100 meter, 200 meter, 400 meter, 200 meter, 100 meter, 50 meter en 25 meter. Ik tel me suf aan de baantjes: dat is het nadeel van voorop zwemmen. En dat ik dus op moet schieten en minder bezig ben met techniek dan met tellen en doorgaan. Naast (over)werk heb ik er deze woensdag dus een stukje triatlon op zitten: 40 kilometer gefietst (binnen), 3 en en halve kilometer gelopen en 1800 meter gezwommen. That’s how we do it!

Donderdag 14 maart: laat thuis van het werk en morgen staat er een zware opgave voor de deur, dus vanavond kies ik er voor om met Rob te gaan wandelen in plaats van me uit te sloven op de baan. Kunnen we even bijpraten. Het tempo ligt hoog, want we zijn allebei ietwat gefrustreerd over werkzaken. We lopen net geen 6 kilometer.

Vrijdag 15 maart: De lange training… Ik moest 35 minuten in zone 1 lopen, gevolgd door 30 minuten fietsen en bijvoeden. Daarna zone 2 en fietsen en dat nog ‘s en dan weer fietsen en bijvoeden…. Weet je wat? Ik neem jullie wel ‘live’ mee, anders duurt de uitleg langer dan de omschrijving. Ik moest flink wat moed verzamelen en de Tacx klaarzetten, zodat Vincent -die een vrije stakingsdag had- alles in de gaten kon houden. Bidons staan klaar, verschillende opdrachten staan in het horloge. Ik ga op voor een paar uur sporten! Eerst hardlopen richting het Centrum van Almere Buiten. Inlopen in de laagste zone. Dat was niet zo handig, want ik had meteen (stormachtige) wind tegen en dan blijft de hartslag niet laag. In combinatie met de afwijking, schiet de hartslag door naar zone 6, terwijl ik alleen maar loop te sloffen. Na een dik kwartier keer ik om en krijg ik wind mee. Het blijft geploeter met de rem er op. Ik zie op tegen de vele uren die nog komen en slinger naar huis. 1 Windrichting hardlopen afgevinkt, ga ik snel naar de WC thuis en dan op de fiets binnen stappen. Ik hoeft maar een half uurtje. Dat gaat appent en spelend wel voorbij. Daarna weer hardlopen, deze keer richting de Eilandenbuurt. Ik mag nu ook in zone 2 gaan lopen en dat is een stuk gemakkelijker. Ik maak een ommetje om onder de bloesem door te gaan en heb dan even maar wind tegen. Ik word ingehaald door racefietsers! Die hebben lef met deze wind. De bloesem aan de ene kant is er nog net niet, aan de andere kant al wel. En dan zitten er iets meer kilometers op dan de vorige keer en ben ik al bijna op de helft. Ik wissel schoenen, eet snoepjes en stap op de Tacx. Het nadeel van elke keer van sport wisselen, is dat je ook elke keer van kleren moet ruilen. Ik heb niet oneindig verse setjes, dus dat is een beetje improviseren en er niks om geven dat je de ene keer met lange broek op de fiets zit en de keer daarna met korte broek. Het fietsen gaat heel lekker soepel. Ik kijk de serie af die minder eng is als ik dacht en Vincent schildert zijn schatkist. Dan kleed hij zich om, want de volgende ronde vergezelt hij me. De ronde richting de berg in het Kotterbos. De ronde waarin ik weer in zone 2 zal lopen. Vincent gaat mee. We moeten de route een beetje aanpassen, want ik wil zo weinig mogelijk dubbelingen. Deze ronde gaat mij niet zo soepel. En dan begint het te waaien en te regenen. Het zit ons niet mee! Vincent blijft lachen en ik blijf maar lopen. Moeizaam, maar wel in zone 2. Ik maak de 35 minuten vol. Vincent gaat in de douche en ik ga… fietsen! Geen idee wat ik doe dat half uurtje, maar ik eet flink bij. Ik neem een gel en een stuk of tien snoepjes en ik drink de bidon leeg. Het fietsen gaat steeds ietsje beter. Ik kijk naar buiten en ik kijk naar buienradar, maar ik ga waarschijnlijk net tussen de buien door lopen. Vincent zou meegaan op de stadsfiets omdat ik twijfel of ik wel blijf hardlopen, maar hij staat nog onder de douche als ik voor de laatste keer ga lopen. Ik mag nu in zone 3, ietsje harder. Kijken of dat lukt en anders niet. Ik ben wat vermoeider, want ik vergeet mijn telefoon. Ik ben aan het einde van de straat op de witte brug en daar barst een hagelbui los van heb-ik-jouw-daar. Voor ik de brug over ben, ben ik doorweekt. Zeiknat. Ik ben blij dat Vincent niet mee is en dat ik mijn telefoon niet draag. Ik kan nu niet meer stoppen en ren in een lekker hoog tempo dwars door alle plassen heen. Het maakt niet meer uit. Ik wil de 5 kilometer nu binnen dat half uur halen ook! En fietsen hierna, dat lukt nu niet meer. Ik ga me niet weer omkleden. Ik moet eerst opwarmen als ik dadelijk thuis ben. Aan de ene kant ben ik dus vermoeid, maar aan de andere kant ben ik heel verstandig en alert. Ik kijk goed om me heen en weet mijn route te verlengen langs het Oostvaarderscentrum. Ik haal de 5 kilometer prima binnen 30 minuten en neem dan een te lange route om voor de 6 kilometer. Ook 6 kilometer haal ik binnen 35 minuten. Ik ben helemaal nat. Buiten stroop ik de kleren onder de overkapping af en ik drink hersteldrank en ga de douche in. Gered. Ik heb “zomaar” bijna 4 uur gesport. Ik heb 23 kilometer hardgelopen en 30 kilometer gefietst. Ik heb mijn lijf urenlang aan het sporten gehouden. Kan ik ‘s avonds lekker in bad, want ik heb wel instant spierpijn. Die is morgen weer over!

Zaterdag 16 maart. Ik heb nog wat fietsen in te halen. En ik weet hoe ik aan de volgende serie kan beginnen. Tel dat bij elkaar op en ik kruip maar weer op de Tacx. Ik fiets eerst een kwartiertje in. Last van zadelpijn heb ik niet, maar de hartslag in zone 1 houden is best lastig. Soms hapert de serie, en ik soms ook… Ik ga door naar de volgende zone en nu haal ik de voorgeschreven cadans van 90-95 niet meer. Jammer dan. De serie hapert voor een kwartier lang meer dan ik. In de 3 minuten pauze drink ik. Dan zone 3. Dat is wel haalbaar, maar de cadans blijft weer achter. Na een rust en drinken volgt nog zone 4. Dat is in beide gevallen hopeloos, zowel qua hartslag als qua cadans en nu haper ik meer dan de serie. Ik zet de serie (als ie loopt) gewoon wat harder. Ik fiets nog twintig minuten uit, maar nu hapert de serie serieus. Ineens gaat de Tacx wel meewerken en haal ik de cadans met groot gemak op lage hartslag. Ik fiets 30 kilometer en kijk de serie af op de bank.

Op zaterdag staat er ook nog zwemmen. Ik ga in het kinderuurtje en doe mijn eigen programma. 200 metertjes: eerst alleen armen, dan de hele slag, dan techniekoefeningen, daarna flippers, paddels en ademhaling 1 op 3. Nog een keer armen, nog een keer flippers en zo zwem ik tussen de 3 andere snellere zwemmers door. Met aandacht voor de techniek. Soms met een pauze om ze door te laten. Aan het einde waren we nog met zijn tweetjes en ik ging gewoon gestaag 400 meter zwemmen. Niet snel, maar technisch. Ik kwam er helemaal in en raakte in een soort trance en zwom en zwom maar. Tot ik er uit moest.

Zondag 17 maart. Ik koop nieuwe hardloopschoenen. Bij de Run2Day. Ik pas wel 4 verschillende paren! De trouwe Brooks die ik heb, bieden eigenlijk niet genoeg ondersteuning voor me. Ik heb New Balance schoenen aan. En Ascis. En een paar Brooks, maar die zitten veel te licht. Als ik eigenlijk voor de New Balance heb gekozen, vertelt de verkoopster me dat Hoka echt een triatleten merk is. Ik probeer ze ook nog maar. Ze zitten raar, maar wennen snel. Op blote voeten de schoen in schieten geeft de doorslag. Over van Brooks naar Hoka. Het meest vreemde voor me is het strikken van hardloopschoenen 🙂 Ik heb altijd snelveters.

En dan moet ik toch een stukje lopen. Ook al had ik een rustdag kunnen nemen. Vincent gaat mee, we moeten kijken hoe ver de bloesems zijn. We gaan rustig, is het idee. Vincent begint te kletsen over zijn computerspelletjes en heeft adem te over. De bloesems zijn nog niet zo ver. De schoenen lopen als een zonnetje. Heerlijk! Ook als we harder gaan, kletst Vincent maar door. Moeiteloos. Ik vind het wel zwaar, zo in de wind en vooral omdat het voor hem zo niks voorstelt. 5 Kilometer binnen 29 minuutjes en we zijn weer thuis. Ik besluit dat ik nog even een stukje rustiger alleen verder ga. Dream on… Ik voel de schoenen en elke stap voelt goed; stevig, krachtig. Ik ga gewoon door in het hoge tempo. En met wind mee gaat het alleen nog maar harder! Natuurlijk krijg ik het wel warm en in mijn hoofd zit het idee: dit-is-geen-wedstrijd-ik-hoeft-niet-hard, maar mijn benen denken daar totaal anders over. Ik loop 10 kilometer binnen 56 minuten. De hartslag liep pas tegen het einde op. Het voelt gewoon goed. De schoenen vliegen en ik ga maar mee.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-9

2019 – 8 Spa Francorchamps Circuit Run

9 maart 2019

Alles ligt al klaar qua kleding en we vertrekken met zijn drietjes om kwart over 8 naar België. Ik heb al 3 witte boterhammen op en Vincent heeft ook goed gegeten. Ik heb voor onderweg ook nog bolletjes bij me. Ik ga nog flink drinken en de weersvoorspellingen zijn goed. Eventjes naar de Ardennen. Het klinkt zo gek! Maar het meest vreemde is dat de zenuwen ook maar blijven ontbreken. Ik heb meer gegeten dan ooit, meer dan voor een marathon of een halve triatlon. De trainer heeft me een voedingsschema voorgeschoteld, waar ik de afgelopen dagen aan gewerkt heb. En ik heb een opdracht mee voor onderweg: elke 5 kilometer een gel. Iets anders hoeft ik niet te doen. Geen twee uurs-doel, geen ‘zo snel als je kunt’. Uit de therapie heb ik gister meegenomen dat ik er van moet genieten voor mezelf. Om me heen kijken. Accepteren en er figuurlijk bij stilstaan hoe fijn het is dat ik ‘zomaar’ een halve marathon kan lopen.

Rob rijdt lekker door. Bij Nederweert moet ik van al die sportdrank en dat water natuurlijk plassen. Als we de Ardennen inrijden en Luik voorbij zijn wordt het even wat spannend, maar alles is geregeld, dus er kan niks gebeuren. Tegen elven rijden we het circuit op onder de tunnel door. Voor de vijfde keer alweer! Het is droog, het zal droog blijven en het is een perfecte 9 graden en bewolkt. Eerst naar de WC, dan de startnummers halen, even rondkijken. We zijn al aangekleed, de rugzak is klaar en zit goed. Nog maar een keer naar de WC, een praatje maken en dan gaat Rob alvast vooruit lopen voor de foto. Ik breng Vincent naar de 7 kilometer streep. Hij gaat zijn best doen de geweldige tijd van 36:46 te verbeteren. Ik weet niet of hem dat gaat lukken. Langzaam drentel ik rond in het 21 kilometer vak. Ik ben onrustig, maar er zijn geen verlammend zenuwen. En dan mogen we! Ik start rustig op en kom al heel snel de grote groep 7 kilometer-recreanten tegen. Ik haal ze een beetje in en geniet van mijn eigen ding. Dat mijn benen het doen, dat ik er weer ben. Ik luister naar de mensen om me heen. Moet wat cirkelen om de eerste wandelaars heen. In de verte loopt iemand met een hondje naar boven! Suf. Dan Eau Rouge op en dan wordt het stil. Ik hobbel gewoon omhoog. Er zitten al een kilometer op en ik zie nu al op tegen de 5 kilometer waarop ik een gel moet nemen! Het lange stuk omhoog geniet ik. Ik moet er (bijna) van huilen, zo leuk vind ik het terug te zijn. Ik doe mijn eigen dingetje, mijn eigen tempootje. Ondertussen erger ik me kapot aan het geklots van mijn rugzak. Ontluchten op zeenivo is anders als in de heuvels van België. Potverdikkie! Het stoort me mateloos. Ik heb het water nodig en de gels ook. Laat het een reden zijn om veel te drinken! Ik denk ook aan Vincent: haalt hij het… En dan gaan we naar beneden. Het uitzicht is zo mooi! Ik moet nu maar eens goed opletten hoe de bochten hier lopen. Het is een heel stuk naar beneden. Dan een bocht waarin ik een bord zie, wat ik nog nooit eerder heb gezien. De bocht gaat naar links en verder omlaag. Dan nog een bocht die ik en vele anderen oversteken. Het blijft omlaag gaan. Ik kijk een keer om om me te oriënteren. We gaan nog een bocht door die ik altijd vergeten heb en dan loop je richting het medical Centre en de kartbaan en de automotive fabriek. Dan weer omhoog. Ik moet nu een gel nemen en doe dat dan ook keurig netjes. De fotograaf komt langs en ik hoop dat hij het heeft vastgelegd. Afleiding helpt me en ik krijg de high5 goed weg. Drinken. En dan naar boven. Ik kijk op mijn horloge: hoe ver zou Vincent zijn? Haalt hij het? Een bocht om en dan in de verte en in de hoogte ligt de eretribune. Al 6 kilometer. Ik tel niet in een halve marathon, ik tel in rondjes. Ik hoop zo dat Vincent er intussen is. Dat hij het gered heeft. Ik zie Rob in de verte al voorbij de finish staan. Hij wijst me Vincent die mijn bidon sportdrank heeft. Die moet ik aannemen nu! Vincent roept me luid en duidelijk zijn tijd toe: 34:42. Onder de 35 minuten! Wat een wereldtijd! Ik ben apetrots en loop door. Rustiger nu. Voor me loopt een mevrouw van RunTMC. Ik pak bij de andere pits mijn telefoon. Ik app Joyce en Manuel. Ik krijg zelfs antwoord van Manuel. Ik maak foto’s. Niet dat ik stop, maar het leidt me af. Ik ben blij dat het wat rustiger is, maar het nadeel is dat ik het geklots nu nog veel duidelijker hoor. Ik kan in de volgende ronde de rugzak aan Rob geven. Bij dit soort wedstrijden mag dat! Nog een keer Eau Rouge op. Ik geniet ervan! Kijk omhoog. Hobbel kleine stapjes. Ik hobbel naar boven over Camel Straight. Geen zorgen over de toekomst, over wat nog komen gaat, gewoon doorhobbelen. Boven trekt de wind wat aan. Kijk, daar kan ik mee omgaan! We mogen dadelijk weer naar beneden. Nu beginnen de muntjes in de rugzak ook tegen elkaar aan te rammelen. En weer naar beneden! Ik maak nog maar een paar foto’s. Zeker nu het zonnetje zich laat zien. Als ik de moed lijk te laten zakken, denk ik snel aan Vincents supertijd. Ik maak in de bochten die ik nog niet zo goed kende foto’s. Ik zou de eerste ronde in D3 lopen en de tweede in D4, maar met de hoogteverschillen is een strakke hartslag onmogelijk. Ik laat het gaan. De hartslag staat wel voor op mijn horloge, maar ik kijk amper. Ik hou alleen de afstand in de gaten voor de gels. Ik snap de bocht nu heel goed en dat troost me. Ik kijk goed om me heen en het helpt me om foto’s te maken. Dan hou ik het nog iets langer vast. De telefoon geeft ook houvast. Intussen heb ik het warm gekregen. En weer omhoog! Een mevrouw loopt me voorbij en zegt hoe goed we bezig zijn. Ik antwoord dat het weer ook lekker meewerkt. Ze loopt me voorbij. Ik geniet nog maar extra. Van de toeschouwers, de bomen, de oranje doorgangen. In de verte ontwaar ik Rob en Vincent. Ze lopen tegen de richting in! Dat is niet mijn bedoeling, want ik moet nog een gel nemen op 15 kilometer. Ik had gehoopt ze daarna tegen te komen om de klotsrugzak af te geven. Nu neem ik weer sportdrank aan van Vincent. Het is ook goed ze te zien. De sportdrank werkt super bij me. Ik merk het al in de busstop chicane dat ik er lekker op loop. Ik heb wel degelijk minder hard gelopen, maar dat zal me wat. Nog een rondje! Ik vraag me even af of ik ook een medaille krijg als ik nu stop, maar als ik de rust voor me zie, loop ik door. Natuurlijk wel. De baan voor me is leeg, het hotel in La Source ligt in de lage zon. Wow. En ik mag over de curbes lopen. De RunTMC mevrouw gaat naar de WC en naar de post. Die heb ik voorgoed ingehaald. Ik vind de rust heerlijk. Kan ik nog beter kijken. Zie ik nog beter hoe hoog Eau Rouge is. Ik blijf dribbelen. Geen gewandel. Boven aan de heuvel ben ik aan de laatste gel toe. Die neem ik, maar het helpt me niet om de lange klim over Camel te verlichten. We hebben wind tegen. Ik denk maar 1 ding: het is al twee keer gelukt en nu kom ik ook boven! Op naar de zendmast. Dan maar rustiger. En juist van dat afzien kan ik ook beetje gelaten genieten. Ik loop hier toch zomaar even eenentwintig kilometer. Heb ik in maanden niet gedaan. Vorige maand nog ziek, nu loop ik hier weer. Geen excuus, maar meer hoe ik in elkaar zit: lekker doorbijten. Boven is de wind heel fel en dat vind ik heerlijk! Ik doe alsof ik vlieg en ik geloof dat de fotograaf me net mist. Hij staat in de weg. Nog even omhoog en dan mag ik een lang eind naar beneden. Nog 1 keer dat mooie onvergetelijke uitzicht op de finish. Dan weer naar beneden. Ik begin mijn benen te voelen, dat zal wat worden morgen. En dan zie ik Rob zitten. Heel snel beslis ik zonder rugzak de laatste kilometers af te leggen met de telefoon in de hand. Ik ruil met Vincent de bidon met sportdrank. Die gaat me nog even helpen en ik drink een paar flinke slokken. Zien ze dat ik die weer terugwerp? Ik loop door en SMS Rob de bidon op te halen. Ik loop straks wel door om ze weer op te vangen. Dat SMSte ik zelfs nog! En toen was er rust. Ik hoefde nog maar 1 ding te doen: finishen. Geen irritant geklots of gerinkel meer. Geen drukte meer. Ik had het ritme gevonden en ging weer omhoog. Hoe prachtig! Ik verheugde me op uitdribbelen en hoopte Rob en Vincent maar voor Eau Rouge tegen te komen. De prijsuitreiking voor de 21 km was al bezig. Dat boeide me niet. De busstop chicane is best zwaar die laatste keer, maar ik zat er goed in. Ik had mijn telefoon paraat. 20 kilometer in precies 2 uur. Dus daaronder werd het niet meer. Ook de mij zo bekende 2:03 ging ik niet halen. Jammer dan! Meer niet. Gewoon lekker naar de finish lopen. Ik probeerde te fotograferen en wilde nog even onder de 2:05 komen, maar ook dat was niet haalbaar. Dan maar gewoon de finish over. Al snel zag ik Vincent. Niet doordribbelen dus! Wel onder de 2:06. Moet ik morgen extra lang fietsen om de sporturen van de week te halen. Dat is wel jammer. Ik ben niet kapot. Wel moe, maar niet stuk. Ik geef Vincent een dikke knuffel en vertel hem hoe trots ik ben. We lopen naar Rob. Ik kan prima mee. Niks geen ontevredenheid over de tijd ofzo, ik ben gewoon trots en blij dat ik de gels gegeten heb, dat ik genoten heb en dat ik dat uit mijn mouw heb geschud. Ik vind het even jammer dat we niet rond gaan wandelen. We halen mijn medaille en dan op naar de hersteldrank en naar de WC. Het begint te regenen. Ik heb nog energie om de zakdoekjes te gaan halen. Ik kleed me even om en dan kunnen we weer terugrijden naar Almere. Dat gaat ook snel, onderweg kan ik weer lekker appen. Het was een hele bijzondere dag. Niet zo fascinerend als eerdere jaren, omdat het niet nieuw meer was. Maar wat een kleine topatleet heb ik in huis! ‘s Avonds eten we lekker thuis patat en een hamburger. Rob heeft hele mooie foto’s gemaakt.  Ik ben trots op de medaille én op de 3 lege gels!

Ik voel me moe maar niet stuk, ben simpelweg blij met wat ik bereikt heb: geen zenuwen, goed gevoed, flink genoten en niet ziek geworden zoals vorig jaar. Ik sta in de middenmoot bij de vrouwen. 18de van de 36. Ik ben 2de van de 4 45plusser-dames. Het was gewoon een hele erge leuke en geslaagde dag en wedstrijd.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019 – 8 Spa Francorchamps Circuit Run

2019-7

Even wat minder de komende week: minder overwerken, ietsje minder sport en zeer zeker minder lekker weer! Ik heb besloten dat ik mijn werk zo goed mogelijk zal doen. Het sporten moet ik deze week wel goed doen, en vooral het eten zal ik goed moeten doen, want we gaan weer naar Spa Francorchamps!

Maandag de vierde maart weer borstcrawlcursus in Lelystad. Hij legt opeens de insteek heel goed uit, met een ring waar je doorheen moet. Ik leer ook ademen. Dat vind ik erg eng, want ik moet mijn hoofd heel erg in het water laten liggen. Als ik het rustig doe en met flippers, lukt het aardig. Het voelt ongemakkelijk en een beetje eng zelfs. We doen ook een oefening om op het juiste moment te ademen. Dit is iets waar ik mee bezig moet, maar niet meer vanavond!

Dinsdag vijf maart ga ik zelf een hardloopoefening doen. Het lijkt een eitje: inlopen en dan vier keer drie minuutjes hard. “Maar slim” staat erbij in het schema. Dat betekent dat ik elke 3 minuten even hard hard moet lopen. Ik loop een nieuwe wijk in en dan rechtdoor. Inlopen is snel gedaan en dan 3 minuten hard. Niet te hard, want dan red ik het straks niet meer. Na 3 minuten even wandelen en even dribbelen en dan nog een keer. Ik tel mee. 180 seconden aftellen. Het gaat goed. Ik kom op het spoorbaanpad uit. Oké dan. In de volgende 3 minuten komt er iemand voor me lopen. Ik hoop voor de brug klaar te zijn en hem net in te halen. Beide mislukt. Nog 1 keer. Het is behoorlijk vermoeiend. Ik weet niet hoe hard ik ga. Ook niet of ik gelijk blijf qua tempo. Nu haal ik in drie minuten de iemand voor me wel in. Uithobbelen tot 5 kilometer in precies 30 minuten en dan door naar KH voor thee en een goed gesprek. Ik mis het zwemmen, door de thee en het goede gesprek. Ik heb de opdracht niet helemaal goed gedaan: ik ga steeds harder! Begin met 3 minuten op 5:15, dan 3 minuten op 5:05, daarna 3 minuten op 4:46 en tot slot 3 minuten op 4:44. Wonderlijk hard dus. Op het einde. Maar niet allemaal even hard…

Woensdag zes maart. We gaan hetzelfde doen: hard maar slim. Maar dan eerst een half uurtje infietsen. Gezien het weer neem ik de toevlucht tot de Tacx en WhatsApp voor het vermaak. Dan ga ik de wijk in. Ik loop ietsje meer in en start ook harder. Kijken of ik vandaag 4 keer 3 minuten rond de 5:00 kan lopen. Ik word bijna omver gefietst door een voetballertje met aandacht voor zijn telefoon. Ik haal ‘m in! Door. De tweede keer tel ik mee. Het weer is beroerder vandaag. De derde keer lijk ik er pas in te komen, maar ik vind het weer zwaar. De vierde keer gaat ook nog goed. Ik ben sneller vandaag, want over de 5 kilometer doe ik nu maar 29 minuten. Weer thuis stap ik terug de Tacx op. Verbijsterd bekijk ik het loopresultaat: de eerste ging harder ja, in 5:05. De tweede in 4:57 en de derde en vierde in 4:47 en 4:44. Precies, maar dan ook bijna precies hetzelfde als gister! Omdat de Tacx nu wind mee geeft, ga ik een stuk harder als bij het infietsen. Ik hou het een half uur vol. Dan gaan we naar het zwembad. Ik zwem mee in baan 1. Het is er rustiger en ik kan op de slag letten. Toch weer drie uurtjes gesport op een woensdagmiddagje.

Donderdag zeven maart. Geen baantraining ivm Spa-run. Wel staat er nog een interval training voor mij. Ach ja… Het regent, het stormt, het stortregent. Maar ik ga toch. Ik moet eerst 20 minuten inlopen in zone 1, daarna 3 keer zone 2 (4 minuten), zone 3 (3 minuten) en zone 4 (1 minuut) opbouwen. De eerste 20 minuten zijn een disaster: mijn hartslag zit in zone 6 (170+) terwijl ik dribbel en ondertussen nog kan zingen. Het voelt niet goed. Daarna trekt het wel bij en het lijkt een meetfout, maar senang is het niet. Mijn Apple Watch geeft namelijk dezelfde hoge hartslag. Mijn zin is al weg na 15 minuten. In zone 2 dropt de hartslag en dan kan ik prima overweg. Het tempo wordt wel steeds lager, terwijl de regen steeds harder gaat. Ik beuk door, maar geniet er totaal niet van. Pas als ik denk dat het in Spa ook zo kan regenen, leg ik me erbij neer en doe de training gewoon. Ik moet even langs de Etos en drup daar leeg. Ik red 10 kilometer in een dik uur en ben nat tot op mijn onderbroek. Laten we maar zien of het in Spa ook zulk vreselijk weer is.

Vrijdag acht maart. Een uurtje rustig zwemmen. Mag. Kan. Maar de dag zit zo vol en zwemmen kost veel tijd. Reistijd, omkleedtijd. Ik dub. Ik heb weer eens therapie en voor de race van morgen gelden maar twee dingen: ik moet er gewoon van genieten. En ik ben al twee dagen bezig met eten. Ik eet heel veel. Drink me ongans. Ik ga fietsen. Ik wil gewoon even naar buiten. Manuel gaat mee. Hij op de ATB, ik rustig op Robs racefiets. Ik kwebbel en klaag. We fietsen eerst wind mee en daarna wind tegen. Het blijft kalm met mij. Gelukkig blijft het droog. En dan door naar triathlonheld LM die de hele triatlon in Hawaii heeft gedaan. Hij is niet alleen een held, hij is ook nog onwaarschijnlijk aardig, eerlijk en open. ‘s Avonds prop ik me vol met pannenkoeken.

Er ontbreekt iets: spanning. Er is totaal geen spanning voor de Spa Francorchamps Circuit Run. Niks. Ik ga gewoon een halve marathon rennen. Niet meer en niet minder. Het is raar. Ik heb zoveel doelen gehad: ik moest zoveel: een tijd halen, genieten, Vincent steunen. En dit jaar hoeft ik niks: uitlopen en tijdig gels wegwerken. Dat moet lukken. Hoop ik dan maar. Het is niet zo dat ik de zenuwen mis -integendeel- maar het is vooral een rare gewaarwording.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-7

2019-6

Zondag 24 februari. Eerst handel ik alle karweitjes af en wacht tot een uur na het eten. Dan komt de koppel-brick training. Ik ga eerst 35 minuten hardlopen, dan fietsen en dan nog een keer hardlopen. Oorspronkelijk nog een keer fietsen en hardlopen, maar dan ga ik deze week wel heel erg over de tijdslimiet heen. Ik doe een driekwart broek aan en toch maar lange mouwen, ondanks het zonnige en lekkere weertje. En daar ga ik weer langs de Oostvaardersplassen! Het is druk op deze zondag en ik ga de hartslag onder de 150 proberen te houden. Dat is zone 2. Dat loopt een stuk prettiger. Het tempo is beter en het voelt gemakkelijker. Ik lach om de snaterende eendjes, de peuter die bijna in het water dondert en ik help een paar mensen op de fiets op weg. Goed voor de hartslag! Ik app als ik bij de Ferarri ben dat ik er aan kom. Vincent en Rob gaan mee fietsen. Ik ga naar de WC en neem een gel. Voor mij is het fietsen vooral bijvoeden. Blijft toch lastig. Vincent en ik nemen allebei een cadansmetertje. We fietsen in hoge cadans. Soms gaat Rob er vandoor met Vincent en soms doe ik een stukje iets harder. Ik span me niet al teveel in: dit is mijn ‘rust’. Thuis ga ik weer naar de WC (heb ik dan genoeg gedronken?) en nog een keer hardlopen. Dit gaat nog beter qua tempo. De hartslag ligt dan ook iets hoger. Ik doe precies hetzelfde rondje. Net waren het 6 kilometer en nu ook. En 12 kilometer gefietst. De dag van de zessen. Na een kilometer of vier wordt het wat zwaarder. In de zin van dat ik me vermoeid voel en dat ik iets meer in mezelf keer. Ik loop op het mantra dat de hartslag omlaag moet, maar mijn benen blijven te blij met dit tempo. Ik ben een minuut sneller. En het is nog zulk lekker weer, dus ik neem alvast wat hersteldrank en ga dan op Robs racefiets uitfietsen. Alleen, lekker op mijn dooie gemakje. Vincent heeft een snelle run gekoppeld en staat toch in de douche. Ik vergeet de fietsbroek helaas. Robs fiets past me prima, maar het zadel niet. Ik besluit ook hetzelfde fietsrondje te doen, maar dan niet te letten op tempo of cadans. Het gaat niet verkeerd. Ik drink de bidon leeg. Uiteindelijk ben ik zelfs ietsje sneller. Ik ben blij dat ik niet nog een keer hoeft te rennen, zoals oorspronkelijk in het schema stond, maar dat waren maar kwartiertjes fietsen en niet twee keer een half uur. Dit past beter bij vandaag. Ik ben blij dat ik weer opkrabbel en voel me weer ouderwets energiek. Al met al heb ik de afgelopen week 12 uur getraind; om in de zessen te blijven! Dat komt er van als je traag bent 🙂

Ojee! Als ik dit schrijf, loop ik inmiddels wel heel ver achter…. Een week of twee moet ik even ‘bijwerken’…

Snel maar eens doen dan!

Op 25 februari had ik weer borstcrawlcursus. Ik ging in baan 3/4. Het is zo prettig dat het bij de cursus niet gaat om hard, om de groep bijhouden, om zwemmen tussen de lijnen. Het gaat om goed opletten wat je doet. Dat je met flippers zwemt, zodat je de insteek met de armen vooral goed kunt oefenen. Er zijn geen lijnen, er is geen tempo van de voorste waar je aan moet voldoen. Deze keer gingen we de benen onder de loep nemen. Gek genoeg gingen we watertrappelen daarvoor! En opeens had ik het wel door. Soepeltjes, dat er kracht uit de voeten komt. Kijk, daarvoor ga ik naar de cursus, niet om 2000m in een uur te zwemmen of achter MB, IS of wie-dan-ook te gaan hangen.

Een dagje later, op dinsdag ben ik laat thuis van mijn werk. Ik rijd doodmoe door naar de looptraining van Vincent om met Rob te gaan wandelen. Zo heel nu en dan is een wandeling genoeg. Dan bestempel ik dit meteen als mijn rustdag!

Woensdag 27 februari haal ik het weer in. Het is een mooie dag en ik ga onder werktijd met Joyce een stukje lopen. Het is zo walgelijk druk op het werk, ik moet vanavond ook aan de bak en ik haal dat uur met gemak in. Maar het duurt ik voor ik lekker loop, zonder schuldgevoel. Joyce en ik hebben zoveel te kletsen: we zouden met gemak een ultra kunnen lopen! Het is prachtig weer. Zonnig, warme en in korte broek!! De Oostvaardersplassen lijken wel in de Spaanse zon te liggen. Ik doe 1 rondje en haal Vincent op van school.

Na de lunch zet ik weer al het werk opzij: buiten fietsen nu het kan! Vincent gaat met me mee, ik op de tijdritfiets, hij op de racefiets. Net als vanmorgen trek ik me niks aan van een tempo of een opdracht op het schema: ik ga nu omdat het kan, omdat het mooi weer is. we fietsen naar de Kemphaan en dan om de Kemphaan heen. Langs de woonboten. Op het fietspad van het Challenge-parkoers gaan we lekker even hard. We rijden niet door naar de dijk, maar gaan terug richting Stichting Aap. En dan zijn we de Kemphaan rond en blijven we aan de andere kant van de Vaart tot het spoorbaanpad om weer naar huis te gaan. Het was echt enorm genieten van het weer!

Als ik dit schrijf, regent het alleen maar. Het regent al de hele week. Sinds die veelbelovend lente-achtige woensdag heeft het alleen maar geregend geloof ik. Dus ik ben blij dat ik er toen toch gebruik van heb gemaakt!

Maar de woensdag was nog niet voorbij: ik moest toch iets doen van het schema en er stond een uurtje zwemmen op. Hoewel dat gelijk zou vallen met de grote release op het werk, kon ik wel een half uurtje gemist worden. Het werd een goede zwemtraining: niet zozeer vanwege de oefeningen, maar ik voelde me gespannen voor de release. Had de hele tijd de neiging het bad uit te rennen om mee te gaan kijken. Ik voelde overal de spanning zitten en dat belemmert het zwemmen. Ik deed keurig mee en niet eens zo heel slecht, maar het voelde aan alsof ik onder hoogspanning stond. En dat is precies wat ik ervaar als ik aan een wedstrijd begin. Dus het was goed om er doorheen te denken: rustig tellen, uitdrijven, kalme slagen blijven maken. Toen de les voorbij was, zat ik al op de telefoon mee te kijken in de app. En dat heb ik tot en uur 11 ‘s avonds gedaan. En hard gewerkt en fijn getraind: een afwisselende dag!

Donderdag 28 februari heb ik me weer eens voorgesteld bij de baantraining. Ik was nog steeds volkomen hyper van het werk en kwam er maar moeilijk in bij het inlopen buiten de baan. De groep was te groot en te divers: we liepen met alle volwassenen samen. Eenmaal op de baan viel het wel uiteen en we moesten 800tjes lopen. 600 matig tempo, 200 wandel/dribbel. En dat vijf keer. Ik liep eerst een beetje achterop, toen mijn tempo en toen een rondje met YS om met haar te kletsen. Maar dat was een andersoortig rondje, ander tempo. Toen deed ik een rondje alleen op weer een wat hoger tempo. Uiteindelijk deed ik d 5 rondes ook, maar dan net even anders. Wie maalt er ook om? Na een uur was ik de werkstress helemaal kwijt.

En ze was februari voorbij en werd het 1 maart. Een droge, maar sombere en kille dag. Op het schema stond fietsen. Een hele tijd fietsen met verschillende cadansen. Manuel ging mee op de mountainbike. We deden een luizenrondje: eerst het Schanullekesluisje in Almere Buiten, dan naar de sluizen op de Knardijk, over de Knardijk naar de sluizen aan de andere kant en dan terug door de polder naar huis. Nu wilde het geval dat we wind mee hadden op de Knardijk. Dan is het heel erg fijn om de wieken van de windmolens te horen suizen. Ik was nog nooit eerder zo ver de Knardijk afgefietst. Leuk om een keer iets nieuws te doen! Wat me wel ergerde was dat ik tussen de 85 en 95 rondjes per minuut moest draaien. Dat is best veel. En ik wist al dat ik daarna tien minuten nog meer rondjes moest gaan draaien en dat we dan geen wind mee meer hadden! Ook langs de Vaart op deze plek, was ik nog niet eerder geweest. Ik vond het niet leuk om zo hard mijn benen rond te moeten draaien, zonder dat daar tempo uit kwam. Maar ik deed het wel netjes elke keer. Het werd pas echt irritant toen we ook nog wind tegen kregen! Uiteindelijk duurde het meer dan een uur voor we een auto zagen die ons inhaalde. Manuel had de pee in van de wind. Die vind ik niet zo erg, maar dat de cadans dan zo hoog moet zijn, vind ik niet leuk. We gingen terug door het Kotterbos. Zo scharrelden we toch 50 kilometer bij elkaar. In 2 en een half uur. Voor mijn gevoel had ik overdreven veel getrapt!

Op zaterdag 2 maart was er veel te doen: schilderen van de salontafel, opruimen, schoonmaken, wassen. Het was nog een keertje lekker weer en ik zat er op te wachten om te gaan fietsen. Uiteindelijk bleef er heel weinig tijd over. Ik sprong ietwat gefrustreerd op Robs zijn fiets en knalde een half uurtje over de dijk. Daar had ik wind tegen en ik draaide om om te voelen hoe wind-mee dan aanvoelt. Toen door het bos met wind tegen weer terug. Op het zijpad viel de zijwind tegen, dus ging ik over het industrieterrein langs de kassen met wind-mee weer terug. Daarna pakten Vincent en ik snel de zwemspullen. Ik wilde niet meezwemmen in het kinderuurtje. Ik wilde gewoon even rustig zwemmen in baan 1. Dus ik ging hardlopen in het uurtje dat Vincent zwom. Gewoon door het Beatrixpark. Nog altijd een beetje gefrustreerd, had ik geen zin in een opdracht. Ik liep rustig in en eenmaal in het park ging ik op de skatebaan versnellen. Ik nam de berg mee en het ging lekker. Even geen gemier met een lage hartslag, gewoon lopen-lopen-lopen. Drie rondjes lang. Even lekker lopen, maar niet te hard (ik moet nog zwemmen hierna). Toen was alle sjacherein verdwenen en kon ik rustig gaan zwemmen. In baan 1. Omdat ik dan rustig kan oefenen en ik hoeft niet perse snel/snel in baan 2. Gingen we heel veel benen doen… Maar dat was een mooie oefening na maandag en het gaat echt beter. We deden ook veel lange slag. Ik vond het prettig dat ik niet hoefde te jagen. En zo had ik toch weer een sportdagje erop zitten.

Zondag 3 maart. Ik ga niet overdrijven, dus ik doe ietsje minder dan de lange 3 urige training vandaag. Ik vind de afwisseling lopen en fietsen erg fijn, dus dat is wel goed. Zo ga ik eerst een half uurtje lopen in zone 1. Dat is zo’n gerem de hele tijd, dat doe ik wel alleen. Ik nam de berg maar weer eens mee. Het regende. En waaide. Ik zag op tegen het fietsen wat ik hierna moet doen. Rennen in de regen is tot daar aan toe, maar fietsen is mijn ding niet. En dan ben je al nat en vies. Nee, ik zat er niet zo lekker in. Thuis drinken pakken en op de MTB springen. Node. Maar het ging lekker eigenlijk! Ik had geen last van de regen en het was maar een klein blokje. Ik slingerde wat en eerlijk gezegd vond ik het zelfs leuker als rennen in zone 1. Ik ben al naar het noorden en naar het westen gegaan, nu naar het oosten voor een boodschap bij de winkel. In zone 2 deze keer. Dat is een stuk beter! De regen merk ik al niet meer op. Dat de winkel dicht is, stoort me wel, nu moet ik gaan zoeken bij de Action. Dat kost veel tijd en ik krijg het er koud van. En dan weer terug naar huis hobbelen. We gaan naar het zuiden vanmiddag voor een verjaardag. Met de auto. En als ik de wandeling op de rustdag meetel, zit er weer bijna 12 uur sporten in de week. Tezamen met een paar uur overwerk. Gek he, dat het bloggen er dan een beetje bij inschiet? 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-6

2019-5

En dan moet je het heel langzaam weer oppakken: op woensdag 13 februari mocht ik 3 kwartier fietsen of lopen van de trainer. In lage hartslagzones, met wandelpauzes, onder voorbehoud, langzaam aan. Dat vind ik moeilijk. Ik kies voor hardlopen, omdat dat voor mij het beste vergelijkt. Ik kan dat ook goed combineren met het halen van pillen voor de katjes, dus op een mooie woensdagmiddag vertrek ik. Het is heeeeeeeerlijk buiten! Mooi weer, licht, ik heb gewerkt vanmorgen en Vincent is op een nieuwe school. Ik heb de tijd, ik hoeft en ga niet snel. Ik geniet ervan. Ik hou de hartslag in de gaten en heb drie keer 15 minuten hardlopen voor de boeg. Zeker de eerste 15 minuten gaan supergoed. Hoe blij kun je zijn dat het weer lukt… En dat met zulke langzame tijden. Maar goed, in de tweede 15 minuten word ik ingehaald! Het is dan lastig om niet te versnellen, maar ik doe het niet. Ik ga bij de dierenarts langs in de derde 15 minuten. Daarna gaat het minder. Ik vind het zwaar worden en het tempo is verdwenen. Ik heb al 5 kilometer gerend, maar ik moet nog wel naar huis. Na dik 6,5 kilometer ben ik blij weer thuis te zijn. Ik ben nog niet helemaal opgeknapt!

Donderdag de 14de gaan Rob en ik weer wandelen als Vincent op de baan traint. Dit gaat een heel stuk beter als een week geleden! Ik loop gewoon mee, kan zonder moeite lekker doorstappen. Waren de 3 kilometer vorige week nog een crime, nu dik 4 kilometer zonder moeite. Er zit wel degelijk verbetering in! Ik hoest nog wel, maar voel me al een stuk beter.

Vrijdag 15 februari pak ik de draad weer helemaal op. Ik heb nog 1 hoestbui, maar ik kan alweer de hele dag moeiteloos naar de stort, de winkels, het huishouden doen. En ‘s middags lekker fietsen met Manuel! Ik ga op de tijdritfiets. Wat een feestje. Zomaar in februari op de tijdritfiets. Die zit heerlijk, die fietst geweldig en ik hoeft me nergens aan te houden, zit niet aan een opdracht vast. Gewoon niet te hard en niet te lang en na het fietsen een stukje lopen. Mijn horloge werkt echter niet goed samen met de cadansmeter, waardoor ik volgens het horloge stilsta. Dat irriteert me dan vreselijk. Op de Trekweg kon Manuel nog net zijn zin afmaken: “Ga maar even als je dat wilt” en weg was ik! Manuel was op de ATB, dus dat is wat zwaarder. Ik kan moeiteloos de 35 halen als ik los ga. Dat voelt prettig. In- en uit-klikken ging ook goed. We gingen tot de Praambult en toen weer terug. Het was echt leuk. Ik vond het wel steeds zwaarder worden. Ik ging nog een stukje harder en toen was het ook wel goed. Gewoon lekker terug achter de TBS kliniek langs. Daarna ging Vincent mee hardlopen. Dat viel een beetje tegen. Niet Vincent, maar ik. Ik vond het zwaar, ging traag en moest halverwege een stukje wandelen. We gingen het rondje van 2,5 kilometer meten. Ik was blij toen het erop zat.

Zaterdag 16 februari. Alleen maar zwemmen…. Ik hoopte al dat er niet veel mensen waren in het kinderuur. Maar een hele baan voor mezelf alleen: dat is wel een droom! Kon ik rustig alle oefeningen doen van de borstcrawlcursus doen. Ik vond het fijn weer in het water te liggen. Dat gaat ook goed met ademhaling. Ik deed eerst 150 met achtje en daarna zonder achtje. Het beviel me echt goed dat ik niet opgejaagd werd en mijn eigen ding kon doen. Met flippers, met paddels: ik trainde gewoon en hoefde voor niets of niemand snel te gaan. Ik hoefde het alleen maar voor mezelf goed te doen en te proberen. Het mantra was: over de schouder draaien, hoge elleboog, rust en kalmte. Aan het einde ging ik met achtje 1 op 5 ademen en dat was me een partij prettig! Het zou heel fijn zijn als ik me dat aangeleerd krijg. Ik was extra blij toen de volwassenen met zijn achten in een baan lagen. Maar ja, die hoeven ook alleen maar ‘snel’ te gaan.

Zondag 17 februari. Ik preste net zo lang tot Rob lekker mee ging fietsen. Heerlijk! Hij op de racefiets en ik op de tijdritfiets. Super. Samen zit er best een goed tempo in. Dat is niet nodig, maar ook niet moeilijk. Op de dijk ging hij linksaf omhoog en ik rechtsom en ik moest vet aanzetten tegen de wind in om hem weer bij te halen! Tegen de 35 zat ik. Toen moest ik wel even uithijgen en bijhoesten, hihi. We reden weer terug en Rob vond het eerste half uurtje wel goed geweest, ik ging het rondje nog een keer. Tempo lag tot de dijk zeker iets hoger, maar daarna werd ik ook wat vermoeider. Dat valt me nog tegen, dat ik nog steeds sneller moe ben. Rob heeft wel het euvel met de cadansmeter-die-denkt-dat-het-een-snelheidsmeter-is opgelost. Ik fietste nog geen uurtje. Toen nam ik nog maar wat sportdrank en ging ik lopen. Daar zag ik iets meer tegenop, want dat blijkt toch zwaarder, maar ik ging heerlijk! Lekker een hoog tempootje en de eerste kilometer vloog voorbij in een bekende 5:40 die prima aanvoelde. Toen ging ik een heel stuk langzamer in de hoop dat de hartslag wat daalde, want die was best hoog. Ik wandelde een stukje en toen ging ik voor de laatste kilometer lekker nog een keer aanzetten. Zweten en lekker doorploeteren en maar even niet naar de hartslag kijken… Lekker in 5:30 en toen liep ik nog 3 kilometer vol. Het gaat toch steeds ietsje beter.

Op maandag 18 februari ging de zwemcursus niet door. Dat vond ik wel jammer. Maar zo werd het netjes een rustdag en kreeg ik de mogelijkheid om me deze week eens keurig aan het schema te houden. Ik nam me voor dat te doen! Op dinsdag stond een eigen looptraining: de trainer houdt er nog rekening mee dat ik niet helemaal fit ben. 6 Keer 10 minuten in zone 1 lopen met wandelpauzes. Tot zover het schema: ik ga dus echt niet wandelen! Ik hobbel het donker door om het Weerwater. Ooit moet dat toch lukken?! Ik besluit 1 keer te gaan wandelen, na een kilometer of 5. Het gaat niet snel en ik blijf absoluut niet in zone 1. Dat lukt me gewoon niet. Na een kort stukje wandelen ga ik aan het mijmeren en “in gesprek” met KH en dat leidt de aandacht mooi af van het lopen en hoe het gaat. Ik hobbel moeiteloos het rondje uit en maak er 10 kilometer van. Niet binnen een uur en niet in zone 1 en met maar 1 wandelpauze in plaats van 6, maar toch! Ik reis door naar het zwembad voor een training. Ik ga lekker in baan 1. Geen gejakker. De trainer laat me zien dat ik veel te ver naar voor insteek. Ik ga proberen naast me in te steken, dat voelt raar en is echt wennen. Ik doe de oefeningen mee, maar met enkel aandacht voor het insteken. Zwemmen gaat verbazingwekkend goed!

Woensdag ga ik langer werken en dan door naar het zwembad. Ik ga in baan 1 zwemmen, maar er zijn zo weinig kinderen, dat we baan 1 kunnen opdelen. Dat is heerlijk! Er zijn nog maar 4 mensen en we zwemmen allevier ongeveer gelijk. Ik ga voorop en doe netjes de opdrachten. En oefenen met vroeg insteken, breed insteken en lang uitdrijven. Alleen de 6x50m kilometertempo doe ik met achtje en dat gaat dan weer iets te hard… Ik zwem lekker en het gaat goed. Dan is het avond en ik heb nog een uurtje fietsen staan. Had ik niet zo lang moeten werken. Nu moet ik op de Tacx. Het is maar een uurtje en ik heb nog wat social media af te handelen. Ik moet twee keer 20 minuten op lage hartslag fietsen en dat gaat prima in combinatie met de telefoon. Het tempo  is (net als bij het lopen) nog niet je-van-het. Dan 8 keer 30 seconden sprinten gevolgd door 30 seconden rust. Ik heb maar 2 keer ingevoerd, dus de laatste 6 moet ik zelf meetellen. Dat gaat wel; de verveling is er meteen af! In de laatste sprint krijg ik “wind mee” van de Tacx: dan opeens gaat het trappen veel beter. Ik fiets nog even uit en dan zit het er weer op. Twintig schamele kilometertjes in het donker.

Donderdag 20 februari moet ik nog een rondje rustig aan doen en 6 keer 10 minuten zone 1. Ik vertik de wandelpauzes. Liefst had ik direct na het werk een uurtje zonlicht in Zeist meegepakt, maar het was weer zo walgelijk druk en stressvol dat het niet lukte. Daar baalde ik van en ik had al een baaldag, dus ik dacht dat het lopen wel op zou schieten: even afreageren. Het tegendeel was waar. Het liep waardeloos. Slecht. Ik begon de eerste kilometer met een hartslag boven de 170: dat is wedstrijd-hartslag, maar ik liep 6:30 per kilometer (nog geen 9 km per uur), wat zelfs beneden trainingstempo is. Ik kreeg het niet op orde: de hartslag bleef onverminderd hoog. Ik wilde niet wandelen, want dat helpt niet echt, maar het tempo leek meer en meer op wandelen. Ik had geen route, geen doel: ik deed maar wat. Malen in mijn hoofd, op de rem voor mijn benen – er was niks leuks aan. Het duurde oneindig en het werd steeds zwaarder. Toch nog een beetje griep? Teveel stress? Of een meetfout? Ik haal de 9 kilometer niet eens en ik ben meer dan een uur onderweg. Het maakt me niet meer uit, ik ben er klaar mee!

Vrijdag 21 februari hou ik me ook maar netjes aan het programma: fietsen. Het is de hele week heerlijk weer, maar vandaag is het mistig en somber. Ik neem de mountainbike en Manuel gaat mee. Ik moet in een hoge cadans trappen. Dat zijn heel veel rondjes van de trappers in een minuut. Als ik zelf mag kiezen zit ik tussen de 60 en 70 rondjes, maar ik moet nu een uur lang 80 a 90 rondjes trappen. De cadansmeter werkt wel, maar is niet terug te zien op mijn horloge. Ik moet dus zelf van tijd tot tijd tellen. Manuel en ik hebben geluk: er staat nauwelijks wind. We fietsen de polder in. De lange rechte wegen. En tot onze verbazing is het nog best druk ook! Na 3 kwartier bedenk ik dat we de route toch iets moeten inkorten en niet doorfietsen tot de Knardijk. Na een uur moet ik 8 minuten in een hogere hartslagzone met 95 tot 105 rondjes per minuut gaan trappen. Dat is een hele opgave. Het is een delicate balans tussen de hartslag en de rondjes per minuut (RPM). Tussendoor mag ik 2 minuten lekker bijkomen. De  Doddaarsweg trappen we op deze manier weg. Dan gaan we nog een keer naar rechts, want ik denk dat de brug daar is, maar natuurlijk is de Praambrug daar de mogelijkheid om de Vaart en de A6 over te steken. Ik heb vandaag teveel keer ingevoerd op het horloge: ik doe het geen 8 keer hoor! Maar zo kan ik wel iets langer pauze doorklikken om op de Trekweg te komen voor de laatste keer 8 minuten. Mijn RPM ligt iets te laag, maar ik vind het goed zo. Het miezert en mijn bril beslaat. Ik wil naar huis. Ik heb onderweg netjes een gel op en de bidon is bijna leeg. Dat is een prestatie op zich! Ik fiets lekker kalm terug over de brug en dan zet Manuel even aan. Moet ie toch nog op me wachten :p We fietsen net geen 40 kilometer (39) in 1 uur en 3 kwartier. Ik vond het zat.

Zaterdag 22 februari. Er staat ‘herstelloopje’ op het schema. Ik zou niet weten waarvan, maar goed… Ik mag een uur lang niet harder dan 9 kilometer per uur lopen. Ik denk dat me dat wel goed af zal gaan intussen, grrrrr 😐 In het zonnetje ga ik lekker langs de plassen joggen en dan is zichtbaar dat mijn horloge zone 1 wel heel erg laag heeft liggen! Ik zou onder de 130 moeten blijven of nog minder, maar zone 1 is tot 135. Misschien zat me dat de hele week dwars. Nu zie ik het en blijf ik onder de 130. Ik heb een muziekje meegenomen en geniet van het zonnetje en de prachtige omgeving. Dit is een rondje van 7 kilometer dus een beetje langer en een keer de berg op en het uur gaat wel voorbij! Ik ga niet snel, nog geen 9 kilometer per uur. Ik kom MZ tegen en maak onderweg zomaar een praatje!

Hi!

Zit de vijfde kilometer met het gekwebbel en de berg erin zomaar boven de 7 minuten. Ik krijg een beetje trek, want het is etenstijd. Ik haal de 9 kilometer niet in een uur en ben daar tevreden over. Loop ik ietsje langer en red ik de afstand wel. Dan snel een boterham eten en hersteldrank drinken! En daarna fietsen. Sorry, die staat niet op het schema, maar het is te lekker weer. Vincent gaat (min of meer vrijwillig) mee. Hij weer op zijn racefiets en ik … op ROBS racefiets! Ik heb zadelpijn van de mountainbike van gister. Verder is Robs fiets spannend, schakelt beter en fietst prima. We doen een paar versnellingen en Vincent moet blijven zitten als we de brug overgaan: hij gaat heel snel staan op zijn fiets. We oefenen ook met cadans. En dan doen we nog een versnelling en -eerlijk is eerlijk- ik hou ‘m niet bij! Het zal de fiets wel zijn (emoticon van een heilig boontje). We fietsen 3 kwartier. Dan even wat drinken en hupsakee: zwemmen! Ik zat met 4 veel snellere mensen in de baan. Ik ging gewoon zelf endurance zwemmen: baantje na baantje na baantje. Volhouden. Met achtje. Alleen op mijn armen. Vroeg insteken, breed insteken, 3 seconden uitdrijven. Kalm en zo beheerst mogelijk. Alleen aan de kant als ik de anderen voor moet laten. En 1 stapje omdat Vincent iets had. Uiteindelijk zwom ik 2500m in nog geen uur. De omgekeerde triatlon in ongelijke afstanden zit er weer op vandaag. Ik hou het weer goed vol, maar het tempo moet ik weer opbouwen.

En dan is het tijd om datgene te doen wat ik vaker doe als ik ziek ben geweest: ik schrijf me in voor de halve triatlon in Almere! Op 14 september moet ik (weer) 1,9 kilometer zwemmen (buiten), 90 kilometer fietsen (over de dijken) en 21 kilometer hardlopen (op een beetje beter tempo als ik afgelopen week heb gedaan aub)

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-5

2019-4 Ziek!

Op maandag 4 februari ging ik naar Lelystad, naar het zwembad. Ik heb de eerste les van 10 lessen voor een betere borstcrawl gemist. Nu vind ik het spannend in een nieuw groepje te komen. Ik moet opschrijven wat ik wil leren en dan kiezen uit 1 van de 6 banen. Elke 2 banen hebben hun eigen oefeningen en aandachtspunten. Ik sluit me al bijna aan bij baan 1 en 2 voor de ademhaling, maar uit de oefeningen blijkt dat ze hier nog geen 200m borstcrawl kunnen zwemmen. Baan 3 en 4 gaan met nog iets anders aan de slag, dus ik ga naar baan 5 om 200m in te zwemmen. Rustig en gemakkelijk. We moeten anders starten en dat oefenen we. Dan gaan we de doorhaal oefeningen doen. Goed opletten op de doorhaal, ik hoeft niet de snelste te zijn. Er zijn een aantal oortjes en de trainer kan tijdens het zwemmen aanwijzingen geven. Ik krijg vooral tips voor mijn benen en dat is best oké. Ik vind het doen van de vele oefeningen wel leuk en ik let goed op de insteek. We moeten ook veel benen doen. Ik heb het idee dat we maar de helft doen van wat op het schema staat. Ik hoest pas mijn longen eruit als we weer aan de kant staan. Een aantal mensen wordt gefilmd, ik snap van 4 van de 5 niet wat ze hier doen.

Dinsdag 5 februari. We verven, we zoeken een vloer uit, we verven verder, de keuken is leeg, het is een rommel en ik hoest. Ik hoest en hoest en het doet zeer.  Ik hoest ‘s nachts en mijn borst is aan de rechterzijde vreselijk pijnlijk. Maar ik heb niet zomaar de hele dag voor niks gewerkt en ik wil gaan hardlopen. Vincent gaat met me mee en we gaan dezelfde oefening doen als die ik vorige week deed. 12 minuten inlopen, 3 keer 15 minuten zone 2. Toen ging het niet, nu moet het beter gaan! Ik loop te hijgen en te puffen. Het gaat niks beter, het gaat zelfs veel slechter. Ik heb last van het hoesten, van ademnood, Ik kom niet vooruit, ik haal zone 2 niet eens. Ik ben moe, stijf en mijn benen houden mij nauwelijks staande. Wandelen lukt nog net. Vincent maakt zich terecht zorgen en ik ben blij dat hij er bij is. Ik moet een blok van 15 minuten hardlopen skippen. De laatste 15 minuten joggen we met grote moeite van mijn kant naar huis. Heeft de verbouwing er in gehakt of het hoesten? Ik moet het sporten even op een lager pitje zetten.

Woensdag 6 februari. Tijdens de zwemtraining, na een dag verven en alles in orde maken, na een dag wachten tot de keuken, de vloer, een matras ben ik moe. Het hoesten doet erg veel pijn. We wandelen door de regen. Eten onderweg bij een snackbar en ik vind het ver, ga langzaam en ben moe. Op donderdag ga ik naar de dokter. Ik heb zo hard moeten hoesten dat ik er spierpijn van heb gekregen. Dat voel ik. Verder zijn mijn longen en luchtwegen schoon. Opgelucht voel ik me weliswaar iets beter, maar ik ben nog heel moe en niet op mijn best. De keuken wordt door anderen geplaatst en ik kan rustig aan doen. Meer kan ik eigenlijk ook niet. Ook tijdens de baantraining gaan Rob en ik wandelen. Het gaat iets beter, maar ik vind 3 kilometer een enorm zwaar eind. Ongelooflijk dat ik dat normaliter lachend hardlopend zou afleggen. Dat verbouwen trekt een zware wissel.

Op vrijdag help ik Rob een nieuwe vloer te leggen. Ik pak planken, leg ze aan de kant en rust dan uit. Ik zit op de bank. Manuel helpt me om 2 keer naar de stort te rijden. Ik hoest en kuch. Ik ben er moe, maar kan nu niet stoppen tussen het stof. Sporten kan én wil ik ook niet. We gaan vroeg naar bed. Op zaterdag gaat het hetzelfde. Ik leg twee planken neer en zijg neer op de bank. Ik voel me zwak en vervelend. Zwemmen kan ik weer niet. Ik veeg en schrob de vloer en dat is net zo vermoeiend als een halve marathon lopen vandaag!

Zondag ruim ik de keuken samen met Vincent in. 4 dingen inpakken, een half uur op een stoel zitten. Ik ben niks waard. Maar ik geef het ook niet op. Normaal kan ik alles tegelijk, maar nu even niet. Ik overleg met de trainer en doe voorlopig even niks. Op maandag 11 februari blijf ik ziek thuis van mijn werk om bij te komen. Ik slaap en kan nog niet eens 2 trappen op en af lopen. De verplichte rust bevalt me niet, maar ik kan niet anders. Niets kunnen doen bevalt me niets.

Dinsdag 12 februari doe ik ook nog rustig aan, in de hoop dat het herstel dan sneller gaat. De trainer en Rob vinden dat een uitstekend idee. Morgen mag ik weer heel rustig beginnen en dan ga ik ook weer werken.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-4 Ziek!