Week 24 — Absurdisme ** (de blogs waren al weer veel te lang ‘gewoontjes’)

Maandag 11 juni

De blauwe Reiger

De reiger is solitair

Zij gaat en staat alleen

Geen groepen vogels om haar heen

Niet vliegen in de vorm van een V

Niet op de snelheid van de anderen mee

Overal tussenin

Niet snel, de bochten zijn de uitdaging

Al is het ronde na ronde na ronde na ronde na ronde na ronde na ronde na ronde

uitzichtloos en saai

Daar kiest de reiger voor

en dat kan ook genieten zijn

 

Dinsdag 12 juni

Cl

Cee-El

Na heel veel sprinten

op en neer

verlaat

de ChloorLucht mij

niet meer 

 

Woensdag 13 juni

Een windmolentje zo voel ik mij

Elke keer komt er een andere kleur voorbij

Vrolijk draaien mijn armen in het rond

Op een gewone woensdagavond

Ze draaien het water door

En brengen mij naar voor

Straks zal ik wel moe zijn

Wat is het Gooimeer toch fijn!

 

Donderdag 14 juni

De Fiets      Het Zeil       De Wind

Wind Mee       Wind Tegen

De Dijk

en honderdduizend vliegen

Zeilend op de Fiets

een beetje heen en weer

Toeren maar

Voor deze keer

 

Vrijdag 15 juni

Rust – dat is “alleen maar”

  • alle keukenkastjes opruimen en schoonmaken
  • voedingsplannen maken
    • met de buurvrouw een kort en langzaam rondje lopen
      • En muggen en vliegjes wegmeppen
  • naar de school, winkel, muziekles rijden

 

Zaterdag 16 juni

Kit, boortjes en korting

09:32 Aikido, gels en laces

10:44 Cappuccino, thee en de bibliotheek

13:08 De trein, meereiskorting en oma

15:15 Strijken, spelen en glaspanelen

17:32 Sprint, 200 en armen

21:27 Hardloopschoenen Jurk, douchecabine en choco crunches

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 24 — Absurdisme ** (de blogs waren al weer veel te lang ‘gewoontjes’)

De TriHartLon

Ik val maar meteen met de deur in huis: het was geweldig. Echt fantastisch. Ik heb genoten. Dan nu maar vertellen waarom he…..

Het was relaxt. Dit was geen wedstrijd. Er waren geen prijzen te verdelen. Dit was voor de “fun”. Dit was met zijn allen. Niet voor mij alleen, niet voor de snelheid. En dat haalde alle druk weg. Alles mocht. Alles kon. Ik zou alles doen, alle onderdelen van de achtste triatlon en Vincent en Joyce zouden meegaan waar mogelijk. Het was maar een klein beetje spannend: zonder wetsuit zwemmen, zomaar naast Vincent…. En heel veel bochten op de fiets. Maar er kon niet echt iets mis gaan. Wat is er gebeurt in het afgelopen jaar dat 500 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer lopen een “tussendoortje” is geworden?!

Vanmorgen alles ingepakt. Zelfs daar komt een routine in en iets meer rust. Maar het blijft stressvol. Rob ging ook mee. Biddinghuizen is ook geen wereldreis! Het is een beetje bekend terrein. We haalden de nummers op en namen de fietsen mee het terrein op. Vandaag de nieuwe racefiets voor mij. De kortste afstand begon net. Fascinerend! Kleine kinderen met hun stoere vaders. Kinderfietsen. Moeders die naast hun kroost pareren. Badpakjes. Ongekend. Iedereen kon echt meedoen. Je mocht ook zelf bepalen wie wat deed, wie hoeveel rondes zou doen: als de chip alles maar deed. Ik had de chip strak om.

Fietsen geplaatst in een eenvoudige wisselzone. Sokken klaargelegd en Vincent nog even geholpen met sokken. Het is fantastisch om daar te zijn. Ik vind het een wonderlijke ervaring: er komt een stevige vader aan met een tijdritfiets van heb-ik-jouw-daar en een team-trisuit. En die zegt tegen zijn zoontje van 6: wil je ook nog rennen, terwijl hij de standaard van de kinderfiets zoekt. Samen rennen ze verder op kindertempo. Of die tienjarige die alleen fietst en de wisselzone wordt ingeloodst. We roepen dat oma aan de kant moet. En daar komen twee vijftigers aan met hun stadsfiets om die in de rekken te zetten! Ze kijken verbaasd naar onze helmen. Terwijl achter de wisselzone een moeder met haar dochter hardloopt en luidop aanmoedigt dat ze er bijna zijn. De trots druipt er vanaf. Even verderop staan vaders met een hypersjieke zwembril hun dochters van 11 -in een badpak- te helpen met een badmuts. Dochterlief hipt zenuwachtig op en neer of het niet te koud is. Een andere familie komt juichend binnen onder de finishboog in de vorm van een hart. Hier juicht niemand omdat hij eerste is, maar omdat finishen de ultieme overwinning is. Rob kan midden op het veld op het gras gaan liggen. Tassen kunnen gewoon tegen een hek geplaatst. Het is nergens druk of vervelend. Het is heel relaxt. Dan zelf omkleden en de trisuit aan. Plassen. Toch een beetje spanning, want ik heb nog nooit 500m zonder wetsuit gezwommen. En dan de vervelende ontdekking dat ik te weinig gegeten heb en dat ik nog maar een kwartier heb! Toch een broodje, 2 sportrepen en even het water in. Samen met Vincent. Het is niet koud. Wel plantjes. Nog een keer plassen terwijl we naar de briefing luisteren. Pilonnen links houden bij het fietsen, dat hoor ik en sla ik op. En naar de verste boei zwemmen. Het water in met een betrekkelijk kleine groep. Vincent is het enige kind. We gaan samen. Pang!

Wegzwemmen, omkijken, Vincent zoeken; ‘mama, ik ben hier’, verder zwemmen, toch veel andere armen en benen, zwemmen, Vincent waar ben je, nog naast me en het gaat je goed af, de gele boei in de verte. Wat zwemt het leuk hier. Er komt een beetje rust. Vincent zwemt nog naast me, maar hij wankelt wat. “Mama, ik zit vast in de planten”. Ik verzeker hem dat hij door kan zwemmen en niet blijft haken en dan zwemmen we naar de boei. Ik ben verbijsterd als we er al bijna zijn! Ik ben blij dat ik Vincent kan bijhouden. Ik heb het gevoel laatste te zijn, maar er zwemmen nog een paar mensen achter ons. De boei rond. En dan even oriënteren op twee witte tentjes. Vincent heeft teveel tijd nodig om te kijken. Dat houdt hem op. We bespreken even dat het goed gaat, waar we heen gaan en dan zwemt hij er vandoor. Ik moet om hem heen steken, want ik adem 1 op 2 en naar rechts, dus ik moet links van hem zwemmen. Dan moet ik gaan aanzetten, want hij krijgt het te pakken. Er zwemt een schoolzwemmer en die moeten we inhalen. Voor mij is het doorknallen, maar het lukt wel zo’n beetje. Vincent zwemt voor me uit. Natuurlijk, zou ik ook doen als ik mijn moeder ergens op kon achterlaten! Hij is eerder het water uit dan ik en rent voor me uit de wisselzone in. Ik wankel de wisselzone in, maar lap wel netjes mijn horloge.

Kort vragen of het goed ging. Het is al druk in de wisselzone. Of zijn dat mensen uit andere heats? Whatever! Sokken aan, vieze voeten van het gras. Gedoe. Ik moet erbij zitten. Helm op, bril op, gelletje mee: zijn we klaar voor het volgende deel? Vincent gaat achter me aan en dan de baan op. Het is er rustig. We kunnen overleggen, we gaan samen en gaan proberen de mensen voor ons in te halen. Het is dan wel geen wedstrijd, maar dat betekent niet dat we gaan lanterfanten! Vincent stayert dapper achter me aan. We worden ingehaald en ik roep dat Vincent erachter moet gaan hangen. Ik verlies wat in de bochten en moet dan weer aanzetten. Dat kan ik prima, maar Vincent zou het niet kunnen. En er zijn me een hoop bochten! Je ziet de hardlopers (ook als ze wandelen) en iedereen moedigt elkaar aan en is vriendelijk. Ik blijf tegen Vincent zeggen dat hij moet aansluiten. We rijden voortdurend hard, boven de dertig. Dan blijft onze voorfietser steken bij een stadsfiets. Het duurt even voor ik Vincent duidelijk heb gemaakt dat dit onder ons tempo is. De snelle mannen zijn we kwijt. We halen de stadsfietsers in en blijven bij een racefietsvrouw die denkt dat wij haar stadsfietspartner zijn. Als ze haar fout ontdekt, moet zij wachten en halen we haar ook in. Nu moet Vincent achter mij stayeren. Er zitten al twee ronden op. Ik durf steeds iets meer in de bochten, neem ze met meer rechte lijnen. Het tempo hou ik hoog. Tegen de wind in trekt Vincent dat niet meer. Ik eet een colagel. Dat gaat weer niet goed: ik kokhals en krijg moeite met ademen. Vincent heeft het achter mij niet door. Drinken lukt me niet. Halverwege het derde rondje is duidelijk dat Vincent het niet trekt. Ik verzeker hem dat het niet erg is als hij een ronde eerder uitstapt en een rondje rust voor het lopen neemt. Daar wordt niemand boos om. Nu kan het. Hij stemt toe en ik voel de gel inspringen en trek het tempo omhoog. Mijn hartslag ook. Geen probleem. Ik zie team Noah voor me liggen en nog twee fietsers. Ook al zitten ze in een andere ronde, ze zijn een mooi en dankbaar doel. Ik zie ook andere teams en ouderen op de fiets. Het is erg gaaf, maar ook raar om daar met 35+ op de teller langs te knallen. We doen hetzelfde en toch ook weer zo totaal niet! Aan het einde kom ik ze allemaal tegelijk tegen: Team Noah en de ouderen. Ik moet even inhouden, maar da’s niet erg, dat hoort erbij. Het parkoers was toch al zo heerlijk en ik heb na vier rondes de bochtenfobie ook achter me gelaten. Tijdig uitklikken en de wisselzone in. Joyce en Vincent staan te trappelen.

Snel schoenen wisselen. Ik ben er klaar voor! Het is werkelijk fantastisch weer. Bewolkt, goede temperatuur en niet te zonnig. Heel, heel fijn. Daar gaan we dan rennen! Vincent en ik kletsen alsof het niks is en eerlijk? Zo voelt het voor mij ook. Ik hou me in en loop gewoon lekker. We discussiëren hoe we over de finish gaan en dat we de loopster voor ons in moeten gaan halen de komende 5 kilometer. Vincent weet dat zij geblesseerd is geweest. Die kletst echt met iedereen! Ik bedoelde toen echt niet in de eerste kilometer inhalen, maar het gebeurde wel. Niet zo gek ook, want we lopen 5:30!! Voor mij voelt dat totaal niet zo, maar Joyce voelt het wel. Die loopt op haar top. En Vincent en ik maar kletsen over het fietsen en het zwemmen. Er zit een grasje tussen mijn tenen en mijn schoenen zitten wat los, maar voor de rest gaat het vanzelf. Ik neem een sponsje mee en voel me ook niet verhit of vermoeid. Vincent wordt boos op me als ik hem afkoel. De tweede kilometer gaat nog zo hard en Joyce en Vincent besluiten mij de derde ronde alleen te laten doen. Dan doen we samen de laatste ronde. Dat wil ik ook graag, samen het laatste stukje. Vincent haakt af bij de wisselzone, Joyce bij de bekertjes. Ik zet aan en ga mijn eigen tempo lopen. Nog harder dus. Soepel. Even voel ik me totaal alleen, maar al snel zie ik mensen in de verte voor me lopen. Het is goed een doel te hebben. Ik haal ze met een vervelend soort gemak in. Ik voel me schuldig en schaam me een beetje. Gaat Joyce helemaal mee om te lopen, moet ze door mij afhaken. Ook schuldgevoel geeft me (net als boosheid) vleugels, want de kilometertijd gaat naar 5:20. Het voelt nog steeds niet zo. Ik zie mijn team weer bij de post en moet verdikkie aanzetten om ze bij te halen, grapjurkjes! Spons mee en dan staat er een karretje op het pad. Is het hele parcours verkeersvrij, hebben wij een vrachtwagentje op het pad. Ik word er boos van op dat moment, maar achteraf vind ik het alleen maar leuk! Ik heb even het gevoel dat ik Joyce en Vincent niet kan bijhouden, maar al snel heb ik weer genoeg over om te vragen of we zullen afsnijden… Of course not!! We worden ingehaald door een bruingebrande zestigplusser meneer die zo hard loopt dat het lijkt of wij joggen. Mijn vierde kilometer gaat in 5:06, dat is verre van jogging! Groot respect. Dan denk ik aan al die mensen die dit niet kunnen en voor wie we dit doen. Voor al die harten die niet zo goed kloppen en even ben ik ook stil. Voor onze pap dan maar. Ik slik de brok weg en we gaan er nog even voor. Ik moedig Vincent en Joyce aan. Got, wat ben ik trots op ze. Mijn hart zwelt er van op – figuurlijk gelukkig. Juichend gaan we de finish over, hoe overweldigend is dit! Ik kijk even naar de tijd en noteer 1:17 en nog wat en dan is het al klaar. Ben ik kapot? Nou nee. Ben ik trots op de medaille? Ach. Maar wat is de medaille prachtig mooi. Echt, de mooiste medaille die ik ooit heb gekregen. We gaan op de instant-foto op Vincents manier: met de handen in de vorm van een hart. Ik drink bij, want vochtinname was bedroevend. Ik eet vier spekjes en dan is het wel weer goed. Ik ben nog niet eerder zo relaxt geweest. Sta lekker na te praten. Krijg het niet koud. Ben onwijs trots op Vincent, die zo goed zwemt en fietst. Joyce heeft mijn sta-uren en bewegingsring gered. Ik app mijn collega even, ben blij met mijn looptijd. Eigenlijk met de gehele tijd. En nu het niets van belang is, kan het me echt niet schelen wie er sneller waren!

In de wisselzone herkent iemand mijn bidon: of ik dit jaar net als zij, weer de challenge ga doen in Almere…. We kleden om, kletsen maar door en dan halen we onze diploma’s. We geven tips om het nog beter te maken (helm verplichten, startnummer op de hand schrijven, gaatjes in het startnummer) en die worden dankbaar aanvaardt. Het is cool een diploma te hebben met een foto erop van jezelf met Vincent die je wetsuit dichtdoet. We zijn zelfs tweede geworden, maar dat doet me niks. Het eerste team heeft de onderdelen verdeeld en dan kan je de besten inzetten. Ik heb mijn best gezwommen, overtroffen gefietst en briljant gelopen. Ik kan me niets meer wensen.

Thuis staat me -naast het bijhouden van de social media, die ontploft met alle wedstrijden- nog twee dingen te doen: strijken (tijdens de F1race) en hardlopen met de buurvrouw! Ik ruim op, we eten een welverdiende bord patat met hamburger en dan gaan we rennen. Jawel. Weer. Intervallen van 2 minuten hardlopen, 1 minuut wandelen. Het gaat boven verwachting. Beter dan vorige week! Weer hou ik het tempo hoog. We kletsen nu al samen! Pas de laatste minuten begin ik mijn benen te voelen: ze worden eindelijk ook eens wat zwaar. Toch doe ik ook dit tamelijk moeiteloos.

Ik verbaas me over mij. Wat is er gebeurt in een jaar tijd?! Vorig jaar was ik net Duin voorbij op de sprint en nu dit. Minder zwemmen weliswaar, maar zonder wetsuit. Zonder vermoeidheid. Fiets mezelf voorbij, terwijl de trainingen prut zijn. Loop als een piloot vliegt in zijn Boeing. Wat is er gebeurt in twee jaar tijd?! Toen zwom ik niet. Toen liep ik langzamer. Toen fietste ik op de stadsfiets en een oude racefiets. Het kan hard gaan.

Hart.

Hartverwarmend.

HARTstikke goed. HARTelijk bedankt. Iedereen die daar was, Joyce voor het geduld en de kracht om een stap opzij te doen, Vincent voor het tonen van kinderkracht en de toekomst en Rob voor het meegaan, rijden, fietsen maken, er zijn.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De TriHartLon

Week 23 – het schema en ik.

Elke week maakt GR een schema voor mij. Ze zet dat digitaal in het programma Training Peaks. De wedstrijden staan er in, de vorm van de training (fietsen, rennen of zwemmen) en als er speciale opdracht zijn, staan die er ook bij. Heuveltraining of TVA-training bijvoorbeeld.

Deze week staan er tien uur in. En op zondag de TriHartLon. Een achtste triatlon voor het goede doel (de Hartstichting) en voor mij: voor de fun! Het is dus best een beetje aanpoten deze week.

Op maandag 4 juni staat de fietstraining van de club. Ik ga maar weer. Deze keer ben ik niet de enige vrouw, maar wel de langzaamste. Dat zie ik meteen. De rest fietst altijd in een peloton, maar ik durf dat niet zo. Ik heb dus nooit wind-mee of het groepsvoordeel. Dat betaalt zich in de wedstrijd uit, want dan ben ik gewend, maar in de training is het niet zo motiverend. Bij de versnelling leg ik het trainer J uit, zolang ik rustig ga en nog kan praten tenminste. Ik ga volgens opdracht echt steeds sneller tot voor mij topsnelheid! Dan gaan we bochten rijden op de parkeerplaats waar een Ferrari staat. DR helpt mij en fietst bij me om aan te geven hoe ik een bocht moet insturen. Ik ben haar dankbaar. Ik vind het lastig en eng om niet te remmen. Maar ik krijg door dat ik kan hangen op de fiets! Wegens de drukte gaan we elders verder trainen. DR vertelt van haar vakantie. We gaan vierkantjes fietsen met in het midden een lange zijde waar we tegen elkaar moeten sprinten. Kansloos. Ik kan, wil en hoeft niet te winnen. Als ik zonder remmen vier bochten doorga, ben ik blijer. Ik trap wel hard hoor, maar sprint me niet onnodig stuk. De laatste van de vier keer, ga ik perfect alle bochten door! Ik kijk ver vooruit de bocht in en niet meer dichtbij. Dat is dikke winst!! Training geslaagd en sorry RS, dat ik nauwelijks tegen je sprintte, ligt aan mij, niet aan jouw. Pak je gemakkelijke winst. Iedereen wist van tevoren dat MC zou winnen. Mijn nog nooit gehaalde wedstrijdtempo is zijn trainingstempo. Duhh. Ik vind het niet erg, maar ook niet leuk. We gaan nog naar het industrieterrein voor een ander rondje vier keer met elke keer een zijde meer op tempo. Ik doe op mijn tempo. Dat gaat prima, tot ik bijna door een auto word geschept. Dan is de angst voor kwetsbaarheid snel weer terug. Ik ga mijn eigen hard. Alleen. En fiets ook een ronde uit. Als ik terugkom, gaan we meteen verder. Begrijp me niet verkeerd: liever dat dan uitklinken, maar het toont zó dat iedereen op míj moet wachten en het lijkt alsof ik mijn best niet gedaan heb om de rust te verdienen. We fietsen “rustig” terug. Ik vraag me af of ik dit de hele zomer volhou met dez gecombineerde groep. Het tast mijn zelfvertrouwen meer aan dan dat het mijn wedstrijdtempo goed doet. Al wéét ik dat dat laatste gebeurt! Ik haal de tijd op het schema niet, want wij rijden met de auto naar huis. De andere kinderen hebben geen Cito-toetsen of wonen dichtbij genoeg; Vincent moet naar bed. De training is geel: wel gedaan, maar niet genoeg. Dat helpt ook niet. En voor deze week zal het voor elke training voelen alsof het geel is.

dinsdag is Rob laat thuis. Er staat zwemmen op het schema. Maar dat lukt dus niet. Niks erg. Ik ga wel met de buurvrouw hardlopen. We bouwen langzaam op. De training is rood: zwemmen niet gedaan. De looptraining is grijs.

woensdag 6 juni. Zwemmen staat er op het schema. En 5 kwartier hardlopen. Die laatste wordt het voorlopig niet. Schoenen halen en huishouden eisen voorrang. We gaan wel buiten zwemmen. In het Henschotermeer. Mijn droom verwezenlijken: een rondje om het eiland. Mijn helpers zijn Vincent en mijn collega L. Het water is warm. Zonder wetsuit dus. L heeft nog nooit meer dan schoolslag gezwommen. Op en neer is 100m. Als we dat weten, laat ik L en Vincent achter voor hun zwemcursus en ga ik het rondje zwemmen. Navigeren met beslaande bril is lastig, maar genieten is gemakkelijk! Het is gaaf om het warm te hebben, onder de brug door te gaan en niet bang te hoeven zijn dat je verdrinkt. Het stukje dam is het lastigst- te ondiep om te zwemmen. Een klein half uur over een kilometer. Niet geweldig qua tijd, maar qua genieten veel te kort. Ik kan het gewoon! Ik kan buiten zwemmen in borstcrawl voor een kilometer achter elkaar! Yes. Dan eten we een klef broodje en daarna ga ik met Vincent 500m zwemmen. Hij zwemt mij er uit. Moet steeds omkijken en wachten. Gossie, maar we kunnen het wel 🙂 Daarna ga ik L de borstcrawl bijbrengen. Even de benen, dan met achtte de armen. Zolang haar hoofd boven blijft, is het te doen. Overhalen leer ik haar met slepen. Ademhalen is een verhaal apart. Het lijkt wel vakantie zo op het strand in de zon. Ik maak 2000m vol. Eindelijk een groene training deze week! En nog wel 1 met een gouden randje ook.

Maar dan hardlopen. 5 kwartier: het zit niet meer in de avond en niet meer in mij. Ik heb wel nieuwe schoenen, Asics. Met een omweg van dag heb ik ze vanmiddag opgehaald. Ze moeten worden geprobeerd. Vincent ligt in bed en ik ga het kleine rondje lassen maken van 6 kilometer. Even genieten. Even mijn eigen tempo. En dat valt mee! Ik ga elke keer iets sneller. Zonder al teveel moeite. Met veel zweet en een rood hoofd, dat wel. En bakken vliegjes. Dat heb je bij zonsondergang. Het is wel heel mooi hier. Het verbaast me niet meer, maar verwondert me toch steeds weer. En dan kom ik in kilometer vijf Rob op zijn racefiets tegen! Ik praat nog wel, maar in korte zinnen. Dat ik 5:10 wil halen deze km. Even doorbeuken en -voila- vijf nul één. Tsjakka. Nadeel; 5 kwartier is ver te zoeken haha. 3 kwartier haal ik al niet, hoe kalm ik ook uitloop. Weer een rode training dus, maar de schoenen zijn dik goedgekeurd. Die kunnen sneller dan ik.

donderdag 7 juni. Weer haasten voor de training in de hitte? Op de saaie baan? Vol snelle mensen? Ik pas vandaag. Ik wil rustig en goed eten, rummikub spelen en dan ga ik straks wel. Zelf. Alleen. Mooi. Ik raad mijn collega aan niet elke dag te lopen nu hij eenmaal de 5 kilometer haalt. Zelf ga ik wel weer lopen. Hm. 🤔 een uur. 10 kilometer? Ik ga vlak lopen. En genieten. Niet van de hitte of d vliegjes, maar van de zon, de plassen, ‘mijn’ mooie achtertuin, de kikkers, de stilte -op die kikkers na dan! Ik voel overal pijntjes. Kleine pijntjes, maar toch… ik loop heen en weer. Één lijn. Saai qua routetekening, mooi qua omgeving. Ik moet nog even op en neer naar het station lopen om 10 vol te maken en ik doe er precies een uur over. Hoera, weer een groene training! Maar deze voelt iets minder groen, want ik heb niet netjes de baan-intervallen gedaan en het is misschien wat veel lopen zo. Morgen ga ik immers weer (twee keer).

vrijdag 8 juni. Fietsen staat er. Twee keer. Een duurroute van 2 uur en intervallen van een uur. Het regent. Min of meer gelukkig. Want ik ga hardlopen met Joyce. We brengen de kinderen naar de Kemphaan voor een excursie en wij gaan trailen. Ik had geen rekening gehouden met regen. Er is niks ergs aan, maar een regenjasje heb ik niet. We gaan het gras over, het bos door, zwerven door het groen. Joyce kletst. Het tempo is matig. De ondergrond rechtvaardigt het. Die zorgt ook dat mijn pijntjes verdwijnen. We rijgen de kilometers aaneen. Na een stuk of zes stoppen we voor wat drinken bij het parkje bij Almere Overgooi met de bruggen. We “klagen” over onze sportverslaving. Dan door naar de Almeerse Alp. Lekker. Bergop jassen. Fijn. Boven wacht ons een verrassend ontvangstcomité, al hadden de uitwerpselen op het pad al veel verraden. Heel veel schaapjes. Onderweg omlaag jagen we ze op, ook al gaan we niet snel. Dan door het bos terug. Het begint nu echt te regenen. Ik vind het beter dan de zon. We moeten nog een adempauze inlassen en lopen door het bos terug de Kemphaan op. We maken in blokjes de 14 kilometer vol. Een stuk sneller dan vorige week. Een stuk gemakkelijker dan vorige week. En druipnat. Een grijze training. Vandaag had ik moeten fietsen. Niet lopen.

dat fietsen ga ik ‘s avonds dan maar doen. Met Vincent. Want tja, dat staat op het schema. Twee uur lijkt wat lang, maar de avonden zijn ook lang gelukkig. En dat schema…. ik vind anderhalf uur ook oké. Het is min of meer droog. In het begin heb ik het koud. Het Kotterbos door proberen we een groep in te halen. Dat lukt als wij gaan stayeren en samen de tweede vijf kilometer op tempo gaan rijden. Lekker! Tijdens 5 kilometer rustig leg ik het Vincent uit. Hij gaat in mijn wiel rijden tot ik onder de dertig kom en dan moet hij even. We gaan het proberen en we gaan over de weg. Het gaat hartstikke lekker. We gaan 5km lang meer dan 30 km per uur. Dan 5km rustig aan de sluizen bij de Knardijk over met een plaspauze. We gaan onder de A6 door en dan liggen er balen hooi. Slalommen! Dan halen we de groep nog een keer in, want zij hebben een lekke band en namen het fietspad. Dan weer 5km hard. Rechte weg, wind mee, ik doe veel kopwerk en de laatste km is van Vincent. Hard! Dan weer kalmpjes aan. We gaan de brug over want Vincent verkiest de Trekweg. De Trekweg is te kort voor ons tempo, we gaan weer de A6 over en de heuvel en bochten kosten energie en tijd. Net geen 30 dan. We fietsen kalmer en dan moeten we het verre fietspad nemen. Ik ga mijn tijd halen! En we gaan door voor veel kilometers. Op de Evenaar gaan we door op langzaam tempo voor veertig kilometer in 1 uur 40: yes groen! Ook al was het een eigen invulling.

Dan gaan we nog een keer hardlopen er achteraan koppelen met de buurvrouw. Evy- intervallen. Vincent kletst en we wisselen rennen en wandelen af. Tot het decemberpad en terug. Drie minuten hardlopen en wandelen wisselen. Lukt bijna prima. De buurvrouw kletst het laatste stukje. Dit is een grijze training. Die hoort niet, staat nergens gemeld maar heb ik toch gedaan! Sorry trainster, dat ligt aan mij 🤷‍♀️

Zaterdag 9 juni. Zwemmen en loslopen staat er op het programma. En laat ik me er vandaag nu eens aan houden (ook al loop ik voor de vierde dag achtereen, niks aan mijn collega vertellen 🤫) zwemmen doe ik van vijf tot zes. In baan 2. Lekker met zijn vieren. Het sprinten is mijn ding niet en onder water zwemmen ook niet. Ik ben “langer” gaan zwemmen, neem meer tijd voor mijn slag, meer ruimte in de lengte. Daar wordt het duurzwemmen beter van. Ik zwem van het uur in het bad maar 45 minuten daadwerkelijk en dat is een gele training. Ik vind van niet en corrigeer naar 58minuten, want daar zitten benen bij en korte pauzes.

Ik ga ook nog lopen. Het tempo is lekker niks, maar ik bedenk me waarom ik de triHARTlon ga doen en niet de almere City run. Niet alleen omdat triatlon tegenwoordig meer mijn ding is dan hardlopen, maar omdat ik intussen als geen ander mijn hartspecialist waardeer. Geen wedstrijd, geen verliezers, met elkaar; ik heb er zowaar zin in! Op naar de triHARTlon.

Ik heb niet genoeg gedaan van het schema. En nog vreselijk slordig ook. Gewisseld, te weinig gefietst, gedaan in plaats van getraind… Tijd om te bedenken dat 9uur sport in een week, op welk tempo en met welke intensiteit dan ook, toch maar een kadootje is! Er zijn veel meer mensen die dat niet kunnen, dan triatleten voor wie dat een makkie is.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 23 – het schema en ik.

Week 22…. De vrouw alleen, de kantjes eraf en de vooruitgang

Maandag 28 mei. Fietstraining. Ik heb niet zomaar, zoals gewoonlijk, geen zin; ik heb TOTAAL geen zin. Niet in fietsen, niet in trainen en al helemaal niet om met een groep te snelle fanatiekelingen te trainen tegen een suffe luidruchtige brug op en neer in de warmte. Met een gezicht op onweer (waar ik zelfs op hoop) ga ik toch, omdat Vincent wel graag wil. Mijn vermoedens worden bewaarheid: alleen maar mannen, op 1 na allemaal heul veul sneller en fanatieker dan ik. De eerste opmerking die ik hoor: “ik kom op maandag voor een intervaltraining, dus als ik na de wedstrijd gister rustig aan had willen doen, was ik hier niet geweest.” Nee, dat maakt het beter 😐 En nog een liefhebber van de Hollandse Brug als trainer ook. Ik ga maar midden in de groep fietsen en vraag hoe anderen hun wedstrijd ervaren hebben. We gaan niet naar de brug, maar naar het industrieterrein. Vierkantjes fietsen. De trainer doet het keurig: we

Op de brug zie je nog net mijn schaduw! 🙂

gaan twintig minuten fietsen. Voor iedereen gelijk! 5 minuten zone 1, 10 minuten de korte zijdes op z1/z2, de lange zijdes op z3 en dan 5 minuten Z1. Voor iedereen anders en voor die heren een stuk sneller dan voor mij. Mooi zo. Laat ze maar gaan en doe je eigen best. Mijn einddoel is om over een dik half uur dit vierkantje te fietsen zonder te remmen. Ik schakel een beetje tussen mijn horloge voor de tijd en de hartslag. En ik trap. Harder, zachter, wind mee, wind tegen, hogere versnelling, lagere versnelling en soms zomaar een bocht proberen zonder te remmen -aaarrggghhh- Ik zie in de verte nog wel iemand, maar doe gewoon mijn eigen ding. En ik ga netjes terug na 20 minuten. Bemerk dan mijn GROTE fout: sokken, fietsschoenen en totaal kapotte hielen: dat klikt niet goed los, dat schuurt los en open en doet pijn. 🙁 We doen nogmaals 20 minuten in dezelfde verdeling, alleen tegen de wind in op de lange zijde in z4. Net zo goed. De langzamere man keert huiswaarts. Ik geniet nog een kwartier, want tegen de wind in is prima! Ik haal z4 niet, daar ben ik te moe voor. Hartslag gaat niet snel omhoog. En dan zet ik mezelf ertoe, ik heb alle bochten geprobeerd: hier komt het rondje zonder te remmen. Ik ben superblij in de laatste bocht: het is me gelukt!! Niemand van die kerels staat daar tevredener te zijn 😀 (en ze hebben ook geen van allen zoveel pijn aan hun hielen). We fietsen een flink stuk om terug en ik spreek nog even met de Run2Day meneer van vrijdag-ik ken hem dus echt. Het viel enorm mee qua training. Mijn hielen vallen tegen: er loopt een straaltje bloed uit en ik kan opnieuw beginnen met herstel. Ei.

Zo voelt het… blijven zwemmen…. blijven zwemmen

Dinsdag 29 mei. Zwemtraining. In het zwembad. Want buiten onweert het. Ik weet dat deze training niet zal lukken: morgen is de dag waarop ik de avond ervoor niet goed kan zwemmen. Baan 1 is prima. Ben ik weer de enige vrouw in de baan! Inzwemmen is 500 meter en als ik daarmee klaar ben voor baan 2 klaar is en omdat ik baan 1 niet wil ophouden, stap ik over. Nog steeds de enige dame in de baan. We zwemmen 50m zo hard mogelijk. Dan hou ik de kerels niet bij! Goed dat ik ben overgestapt, want we gaan 200m op Z4 zwemmen. En alleen voor mij weet de trainer wat dat is. 1:54 per 100m. Ik ga dus maar voorop en zwem 200m wat mij genoeg tijd geeft om uit te rekenen hoe lang ik er over mag doen. Ik ben 8 seconden sneller. Dan volgen 200m in Z3. Voor mij: 1:57. Zozo, dat scheelt. Rustiger zwemmen dus. Ergens onderweg valt het kwartje: rustig aan, langere, slomere slagen. 4 minuten minus zes seconden, maar ik ben 14 seconden sneller. De trainer scheld nog net niet, maar vind dat ik de test opnieuw moet doen. 200m in Z2, door voor 4:02 over 200m. Heus, ik ga lekker kalm, maar ben nog altijd met gemak tien seconden te snel. Dan 400m armen. Oh, doe ik ooit iets anders dan…. Eén van de heren mag vooraan en ik verveel me bijna onderweg. Adem 1 op drie, maak langzame slagen en drijf uit, adem 1 op 5, flipper met de benen. Fijne oefening. Dan 50m schoolslag en 50m rugslag. Beide moeiteloos. Tot slot nog elke 1:15 vertrekken voor 50m en dat tien keer. ik hou de tijd bij, maar tien keer…. We gaan om beurten voorop. Met mij net iets meer pauze, met een ander net iets minder, maar het lukt. Nu blijf ik de kerels wel voor! Ik zwem nog lekker uit en doe ook 50m zonder pullboy.

Woensdag 30 mei. Ik ga ‘s morgens hardlopen met de buurvrouw. Les 6 van Evy. Het is benauwd. Ik heb mijn voeten afgeplakt. De eerste minuut lopen we flink door, maar die is snel om. We kletsen. Dan 2 minuten hardlopen. We gaan over de Evenaar. Rechtdoor. Wandelen en hardlopen zijn even warm. We lopen 3 minuten hard en het tempo gaat al omlaag. Ik vind het niet erg. Kletsen, lopen; prima. Ik moet wel op tijd terug zijn om naar de winkel te gaan. We zijn nog geen half uurtje onderweg en ik kleed me snel om. Straks ga ik zelf nog wel. Vanavond, als het koeler is. Maar eerst zwemmen. Niet handig op deze dag. Maar het kan nog net. In het zwembad is het zo mogelijk nog benauwder dan buiten. Zelfs het water is warm. Ik zwem in in baan 2 en het is er druk. De trainster gaat aan het herverdelen en ik ga baan 3 proberen. Als MB maar meegaat en ik lekker met pullboy mag blijven zwemmen. Nu is er maar 1 heer in de baan en die mag voorop. We zwemmen vooral veel. Ik hou het tempo bij. Ook met armen, want ik doe gewoon rustig aan. Lange slagen maken en dat helpt enorm. Gewoon rustig aan doen en 1 op 2 ademen en lang uitdrijven. Ik leer het in no-time. ik heb nog nooit zoveel gezwommen. Ik mag nooit meer terug naar baan 1 vrees ik. Ik besluit ‘s avonds niet meer te gaan lopen. Hoe koel het ook is. Doe maar even rustig aan. De kantjes eraf voor vandaag.

Donderdag 31 mei. Baantraining. Het is warm en benauwd in Nederland. Hoge luchtvochtigheid en ik heb hele grote onweersbuien doorgereden. Het was een lange dag en zonder al te veel verwachtingen ga ik naar de training. Het inlopen is al zwaar: 2 lantaarnpalen snel, 1 rustig terug. Het lijkt eindeloos. Op de baan volgen drie tempo’s, we mogen zelf bepalen wat tempo 1, tempo 2 of tempo 3 inhoudt qua tijd en zwaarte enzo! In elk geval is het 400 meter (1 ronde) tempo 1, 800 meter tempo 2, 1200 meter tempo 3, nogmaals 1200 meter tempo 3, dan weer 800 meter tempo 2 en 400 meter tempo 1. MB vraagt voor de zekerheid na of tempo is het snelste zou moeten zijn en bedenkt dan tijden van 5:30 voor tempo 1, 6:00 voor tempo 2 en 6:30 voor tempo 3. Kan ik mee leven en ga ik letterlijk en figuurlijk in mee. We gaan te snel. Zoals gewoonlijk. En we kunnen nog doorpraten. Zoals gewoonlijk. Ik kan niet veel sneller als we gaan en dat is ongewoon. Ik voel me er niet zo goed bij en dat is ook ongewoon. Maar ik overleef het wel. Zoals gewoonlijk. En we gaan stelselmatig te snel, ook in tempo 3. Zoals gewoonlijk. MB blijft ook gewoon rennen en praten.

Het zonlicht spat er vanaf! Bedankt MB (weer) voor de foto

Die praat alleen onder water niet, hebben we al geconstateerd. De laatste 400 meter kletsen wij zelfs niet meer en zweten we leeg. We overleven het. Dan uitlopen en MB bedenkt om op blote voeten over het gras te rennen! Goed idee, stiekem, maar mijn hielen zijn nog niet geheeld en de blaarpleister liet al bij het inlopen los. Ik trek node mijn schoenen en sokken uit, maar het gaat goed en het voelt HEERLIJK. Ik klets nog een rondje met MZ en geniet van het gekriebel aan mijn voeten. Vincent loopt ook nog een rondje mee uit op blote voeten. Ondanks dat ik nog 400m te kort kom voor de tien kilometer, heb ik het helemaal gehad. Ik ben gebraden en klaar met hardlopen.

Vrijdag 1 juni. Met Joyce naar kasteel Groeneveld. Lopen voor de lol. Er staat geen lopen op mijn schema, dus ik hoeft het nergens voor te doen. Voor de lol. Door mooie natuur. En het is ook prachtig! De bruggetjes, het water, de minuscule kikkertjes, onverhard, de paarden. Ik loop te ratelen. Joyce luistert en dat leidt haar af. De eerste kilometers moet ze echt ‘opwarmen’, maar ik denk dat het juist door de warmte komt dat het lijf even moet aanpassen. Ik heb het ook benauwd en ik heb heel vaak wel veel lekkerder gelopen! De prachtige omgeving maakt alles goed. Onder de bomenoverkapping door. Over de spoorlijn bij een nauwelijks bewaakte overgang. Het is niet zonnig en eerder bewolkt, maar de luchtvochtigheid is nog altijd groot en het is benauwd. We komen langs prachtige poelen. Door oude bossen. We zwerven, want de route waren we na twee kilometer al bijster. We gokken een beetje de goede kant op. Dan komt Joyce los en kwebbelt zij mij er doorheen. Ik loop namelijk aan alle kanten leeg, zo voelt het. Soms stoppen we kort om op adem te komen of we wandelen een paar stappen. We komen bij Kivietsdal en steken de weg over. Nu is het even echt zwerven om de terugweg aan te houden en niet in Lage Vuursche te belanden. Ik voel me er onzeker en onprettig bij, bij het zoeken van de weg over de onverharde paden. Joyce vertelt gelukkig gewoon door! We komen bij de Zwarteweg en ik weet de weg weer. We lopen langs de weg richting de stoplichten en steken weer over. Tien kilometer gaan we halen vandaag! De bomen zijn weer mooi, maar ik moet. Bij gebrek aan een WC in het bos, zoek ik een beetje een beschut plekje in het bos. Dat loopt wat lichter daarna! We slingeren weer door het bos en gaan parallel aan de spoorlijn lopen. Tja, die moeten we ook weer terug over… Ineens doemt er een prachtige overgang op! Een heleboel treetjes later staan we bijna in Baarn. Op het pad wat ik vanuit de auto altijd zie; nu weet ik waar het heen leidt, hooray. We steken het scoutingterrein nogal kriskras over en ik ben het zat. Ik ben vermoeid, ik ben wat leeg, ik heb geen zin meer. We slingeren een beetje terug en ineens zie ik kasteel Groeneveld onverwacht rechts van ons opdoemen. We lopen erheen, rechtstreeks. Jammer, want nu moeten we de 14 kilometer vollopen op het parkeerterrein, anders hadden we een bruggetje mee kunnen nemen. Na 14 kilometer is het ook wel zat. Het tempo was niet hoog, maar het was weer supermooi, weer megagezellig en naar weer.

Na een lunch met wentelteefjes ga ik node doen wat er wel op het schema stond: fietsen. Als ik onderweg ben, merk ik dat het best donker kijkt…. ik was van plan gewoon rustig een kleine 80 minuten te fietsen, maar als ik bij de atletiekbaan ben, heb ik twee dingen bedacht: Ten eerste – ik ga langs de Vaart rijden want dan kan ik onder 1 van de bruggen schuilen indien nodig. Ten tweede – ik ga tempoblokjes op mijn manier doen: de eerste 5 kilometer inrijden, nu 5 kilometer (wind mee) lekker hard. Het gaat lekker! Ik rij helemaal tot de brug bij de Kemphaan. Terug via Nobelhorst zonder enige schuilmogelijkheid? Nee, ik ga aan de andere kant van de vaart terug. Heb ik weer 5 kilometertjes rust en dan nog 5 kilometer met wind tegen knallen. Is toch altijd iets lastiger in de stad, maar ik maak een ommetje om het te redden met een veilige schuilbrug in de buurt. Ik heb ze nog steeds niet nodig…. Ik verlaat de ene Vaart en ga richting de andere. Ik knal er nog een stuk uit, zodat het uur dadelijk vol is. Ik volg min of meer de andere Vaart en verminder na 26 kilometer in een uur vaart 🙂 Ik trek nog even door op de Trekweg, maar ik heb het eerlijk gezegd wel gehad. En ach, dit is de week van de kantjes eraf. Ik hobbel terug naar de school en samen met Vincent maak ik dertig kilometer vol. Ik vind het wel best!

De sportdag is nog niet precies voorbij: ik ga nog met de buuf! Het miezert ondertussen wel zo in de avond, maar dat is echt geen straf. Hardlopen afgewisseld met wandelen. Ik vind het niets erg dat het tempo er vandaag niet zo in zit. Je hebt dat zo. Ik kwetter de tijd wel vol. Over hartslagmetingen. We lopen stukjes onverhard (ach ja, nog niet gedaan vandaag, duh) en we lopen iets te ver. Daarom rennen we een klein stukje extra op de brug. Het is joggen vandaag, maar nogmaals: I don’t care!!

Zaterdag 2 juni. Ik merk het dan ook ‘s dat ik gister heb gesport en gesport. En nog eens even gesport. Mijn lijf is moe en juicht me toe dat het deze zaterdagochtend niet hoeft te hardlopen. Mijn voeten zijn blij met me. Totdat ze de hele stad doorgewandeld zijn dan… Echter, niet het schema volgen als het wel kan is ook geen optie, dus ik ga tijdens Vincents zwemtraining. Hardlopen. Heuveltraining staat er. Volgens iedereen is het weer een stuk beter dan de afgelopen dagen, dus ik gok het erop. Naar de heuvel in het Annapark. 6 Keer omhoog staat er op het schema. In 30 seconden. En dan langzaam omlaag en 6 minuten dribbelen, maar dat red ik niet met de tijd. 45 Minuten. Inlopen gaat zwaar en traag. Ik ga de tijd aftellen vrees ik. Ik hol de heuvel op en 30 seconden is nu nog best rustig. Dan twijfel ik hoe ik het rondje terug zal lopen en dat kost tijd. Het wordt er niet sneller op en ik vind het toch nog wel erg benauwd en niet lekker. Ik zweet me stuk! Nog een keer de berg op en gewoon over het asfalt terug. Ik kijk niet meer hoe lang ik er over doe, het zal wel. De kantjes van de week die eraf gaan. Mijn lijf voelt moe. Maak ik dit af? Ik ga nog een derde keer omhoog en dan loop ik de lange, onverharde route achterom terug. Ik ga nog 3 keer de andere kant omhoog, de lange kant. Ik haal dat niet in 30 seconden, maar zet wel lekker aan. Over het asfalt terug. Het zwaar opgemaakte, rokende meisje op het bankje ziet me weer voorbij komen zwoegen. Het voelt echt als zwoegen en ik vraag me regelmatig af waarom ik het afmaak. Nog een keer omhoog. Ik zal de zes halen ook! Ik kom een beetje op tempo, maar gemakkelijk gaat het niet. Nog 1 keer omhoog en ik ben snel boven. Klaar d’ermee… Of niet? Ik heb nog geen foto en keer om. Nog een keer de korte kant fel omhoog. Voor deze keer snoep ik er een kantje bij. Ik ben er nu toch. En omdat ik terug moet ook nog maar een keer de lange kant op omhoog. Ik zie beneden iemand lopen die ik ken; zal ik haar bijhalen? Ze gaat de andere kant op en ik laat het maar gaan. Ik ben best trots op mezelf dat ik zo tegen wil en dank toch acht van de zes keer die rotheuvel heb bedwongen. Ik neem een klein ommetje terug en weer spelen mijn darmen op. Daardoor is de laatste kilometer een ‘interval’ geworden, want de darmen, benen, zweetklieren én voeten die willen wandelen: daar kan het hoofd niet van winnen! 45 minuten, 7 kilometer en snel naar de WC.

Ik twijfel of ik ga zwemmen. Dit heeft zoveel energie gekost, kan ik nog wel zwemmen nu? Ik douche, doe langzaam aan en spring in het heerlijk koele water. Het is rustig, ik mag in baan 1 en het lukt. Ik ga met achtje: anyway! Of met flippers als we benen moeten doen. We zijn met zijn drietjes en 1 meneer is er voor het eerst. Ik weet wat hij voelt, hoe uitputtend dit is voor hem. Ik doe gewoon mijn banen, baan na baan na baan na baan. Ik zwem rustig en hoeft mijn hoofd niet ver op te tillen om te ademen, want ik vind het voor het eerst niet erg om wat water binnen te krijgen. We doen 4 keer 50: armen/benen(flippers)/ slepen/bijleggen. Dan 4 keer 100 versnellen. Het gaat me allemaal goed af. Ik drijf tegenwoordig langer uit en in de pauze klets ik bij. Gaat het uur ook om, haha. Dan 400 meter op kilometertempo. Ik tel af: 100 m 1 op 4 ademen, 100 m 1 op 3 ademen, 100 m 1 op 4 ademen en weer 100 m 1 op 3 ademen en dan raak ik toch de tel kwijt met het inhalen… Achja, who cares. 50 rug. Evengoed. En dan 4 keer 100m op kilometertempo. Ik denk niet meer aan stoppen, ik doe heerlijk mijn eigen tempo, mijn slag en er is niks geploeter aan. Met groot respect kijk ik naar de man die nog geen twee banen kan borstcrawlen en ik vind hem supersterk. Ik herken het nog zo! We moeten nog 100 meter schoolslag doen en dan zwem ik onder meter uit zonder pullboy en met benen om de 2000m te halen. Ik zwem nog een keer om tegen het uur aan te zitten en dan is het klaar. Klaar-klaar-klaar. Ruim 9 en een half uur de kantjes er vanaf gelopen deze week. Het voelt allemaal als net-te-weinig, net-niet-op-tempo, net-niet-getraind, net-niet-genoeg-me-best-gedaan. En net-teveel.

Zondag is mijn rustdag. Ik doe ook rustig aan, we wandelen met hond en peuter nog geen 2 kilometer in drie kwartier en zitten urenlang op het terras. Gelukkig mag ik met de buurvrouw nog een stukje mee! Het is een echte interval met 7 keer 2 minuten hardlopen en 1 minuut rust. Het blijft wel een rustdag he!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 22…. De vrouw alleen, de kantjes eraf en de vooruitgang

Week 21 op naar Duin…..

Maandag 21 mei: Ik was moe. Had nergens zin in. De hele dag niet. Met Vincent meegegaan om te oefenen voor een triatlon, maar ik had nergens echt lol in vandaag op deze tweede Pinksterdag. Mooi weer, maar moe. Na het eten toch maar gaan fietsen bij gebrek aan fietstraining. Lekker zeg: even zonder haasten. Vincent ging onverwacht mee. Infietsen voor 13 minuten door het Kotterbos en afspraken maken waar we gaan fietsen. Dan 2 minuten hard en 2 minuten rustig wachten op Vincent. Ik kan hard. Ook tegen de wind in. En!!!! Ik heb een paar bochten niet geremd, niet eens gestopt met trappen 😀 Na de eerste die (van de 8 keer versnellen), draaide we de weg op met wind mee. De snelheid kon omhoog. De laatste twee keer ging ik de hele tijd boven de 40 kilometer per uur. En ik ging zelfs een stukje 47,5 km per uur! Brug af, wind mee…. Op de Trekweg op weg naar huis (tegen de wind in weer), stayerden we: ik trok voorop door tot 29km/h en dat hield Vincent vol, maar andersom had hij moeite de 27km/h vast te houden. Hij voelde goed wat het doet. Netjes een uur gefietst en 26 km gehaald.

Dinsdag 22 mei: Buiten zwemmen; ik had het nog iets te weinig gedaan. Dus ik strikte MZ om mee het Weerwater in te gaan. Het was niet al te koud, maar ook niet warm en er waren ook al nauwelijks golven. Toch… ging het eerst moeizaam.  De eerste kilometer kreeg ik de ademhaling niet onder controle, had ik steken in mijn zij en moesten we gelukkig stoppen voor MZ’s brilletje. Had ik opeens wel een slag te pakken, ging ik totaal de verkeerde kant op! MZ zwom voor mij uit. Bij de boei, na een kilometer keerden we om voor de rechte lijn terug. Toen kwam ik er langzaam in. Ademen kon naar 1 op 3 en ik hield het beter vol. Ik begon ook meer te genieten. Het was niet. Het een rechte lijn, maar met een ommetje. Omdat MZ zo lekker ging. Ineens zwom ik bijna tegen hem op en daar schrok ik zo van, dat de kramp me in mijn kuit sloeg! Auwauw, dat heb ik nog nooit gehad. Ja, toen ik zwanger was, maar niet in het water. Het trekt ook weer weg, maar ik ga rechtstreeks terug. Vind ik het eindelijk leuk, heb je dat! Uiteindelijk 2100m gezwommen in bekant een uur. Op naar 1500m Duin….

Daarna ging ik weer met de buur mee. Op de zonsondergang tegemoet. 1 minuut hard, 1 minuut wandelen, 2 keer 2 minuten hard en daartussen 2 minuten wandelen. Het is een feestje voor mij. Zo grappig om elke keer te merken dat hoe verder de training vordert, hoe minder tempo er overblijft. Ik klets ons er wel doorheen.

Woensdag 23 mei. Vincent moet ook nog buitenzwemmen voor Duin. En wisselen en navigeren eens nader onder de loep nemen. Om maar te zwijgen van ‘in het water springen’. Vorig jaar durfde ik niet met hem, maar nu kan hij beter zwemmen dan ik en hoeft hij mij niet te redden. De boei, loopschoenen en talkpoeder gaan mee.  Eerst een keer of tien rent hij van de waterkant over het zand en oefent met pak losritsen. Dan het water in. Snel gaan zwemmen in de schoolslag. Het is spannend en hij blijft in de buurt. Vlakbij! We kletsen en heel langzaam aan een beetje borstcrawlen. Ik zit er vandaag veel beter in en geniet van de plantjes, van moeiteloos 1 op 4 ademen; ook al is dat tegen de golven in. We zwemmen niet lang achter elkaar. We gaan naar boei N56. Dat is een kwestie van navigeren. Ik vind het geweldig in het kwadraat om mijn ventje naast me te zien zwemmen. Wat een onverwacht beeld! Voor hem is het een wereldafstand. Maar het tempo is ook niet hoog. We zwemmen terug en navigeren op het groene huisje. We proberen nog de boei te wisselen, maar dat is geen succes. We worden allebei een beetje moe, maar zwemmen door. Aan de kant gaan we nog oefenen met pak uittrekken en foto’s maken. Tot de kilometer vol is. Was dat Ff gaaf!

Ikw as van plan ‘s avonds te gaan rennen, maar dan herinnert iemand me aan de triatlonledenvergadering. Sjips. Dan moet ik maar meteen gaan rennen voor het eten. De zin en de energie ontbreekt, maar ik ga. Nu is het warm en dat zal het zaterdag bij Duin ook zijn, dus het is een goede oefening. Ik blijf in de buurt, dat ik snel terug kan als de zin echt op is. Beetje door het bos, beetje onverhard, dan toch over de brug en een minirondje langs de plas. Het is allemaal best mooi, maar mijn (natte) koppie loopt niet lekker mee. Na de zesde kilometer ga ik wandelen. Te warm. Ik voel me niet goed en ik heb geen zin meer. Op deze manier komt de tijd ook vol. Door het bos hobbel ik nog wat, maar het is een beetje klaar. Op de Laan der VOC haalt een dame me in en ik probeer haar bij te houden. Dat lukt niet zo goed, maar het houdt me even bezig.

Donderdag 24 mei: Het is op. Ik slaap heel weinig en vandaag ben ik gewoon moe. Ik heb geen zin om te trainen en doe het dan ook niet. Eens in de twee weken een rustdagje zou moeten kunnen toch? Misschien ben ik dan klaar voor Duin, maar ik denk eerlijk gezegd van niet….

Vrijdag 25 mei. Morgen de wedstrijd. Het zou logisch zijn vandaag ook niks te doen, maar dat is niet de bedoeling! Ik mag even loslopen. En een stukje fietsen van gisteren. Ik pak de tijdritfiets en ga gelletjes halen. Met deze fiets rij ik liever niet de stad in, maar het moet toch. Sta ik bij de Run2Day en vraagt de verkoper: heb je er zin in morgen?! Betrapt… de atleet die op het laatste moment nog gels moeten halen, oeps… ik doe rustig aan en maak een tussenstop voor een glas water en een knuffel bij Joyce. Ik ga rustig lopen als Vincent muziekles heeft. In de felle zon. Niet fijn. Deze keer maak ik een tussenstop bij SG om naar de toilet te gaan. Ik ben in trisuit en het tempo is goed.

Dan volgt de mooiste sport van vandaag: proefzwemmen bij Duin in het Markermeer samen met Vincent. Een soort van verjaardagskadootje. Als iemand 12 jaar geleden had gezegd dat ik samen met mijn zoon in het Markermeer zou gaan zwemmen op zijn 12de verjaardag, had dat op geen enkele manier gebracht kunnen worden zodat ík dat zou geloven. Het was een onmogelijkheid! En kijk ons nu eens: van skippybal naar skippybal. Ze hangen op zijn kop met hun smileys. We crawlen. Als iemand had gezegd dat Vincent mij er uit zou zwemmen op zijn twaalfde verjaardag had ik hem teruggeduwd destijds – grapje- 🙂 We oefenen met uit het water komen en zwemmen al met al maar een kwartiertje. Het water is koud genoeg voor een wetsuit. Daarna zetten we ons in om bordjes in de wisselzone op te hangen. Ik heb een heerlijke plek, vlak bij de WC, vooraan in het rek. Maar of ik zin heb in Duin? ……..

Mijn bordje hangt klaar….

Ik ga nog met de buuf rond. Als we een stukje hebben gehobbeld en ik haar op de laan der VOC echte lantaarnpalen-intervallen heb uitgelegd, mogen we nog een keer 3 minuten. Oeps. Sorry! Maar de buurvrouw laat zich niet kennen en doet het gewoon. Voor een rustdag zo vlak voor de wedstrijd was dit best geinig: alle drie de sporten! En rennen nog wel twee keer.

De wedstrijd heb ik in een aparte blog beschreven, maar daarmee is de week nog niet om!

Zondag 27 mei. Het was best vermoeiend. Warm. Ik slaap wel redelijk lang. Ik lig wel wakker van de pijn aan mijn hielen. Ze zijn ontveld en en pijnlijk. Deze zondag wilden we naar de snelle triatleten gaan kijken, maar het komt er niet van. Weer parkeren, weer lopen, weer in de hitte: we gaan uitfietsen. Vincent en ik. Voor een ijsje bij de IJspressie. Naar de dijk, via het industrieterrein en langs de gevangenis. Kleine calculatiefout: we hebben de wind tegen op de dijk. Voor de rest is het eigenlijk superrustig overal. Langs de prachtige plassen terug en dan iets verder naar de Evenaar. En zo zijn we na 3 kwartier bij de IJspressie! Welverdiend. Ik ga ‘s avonds met pijnlijke voeten ook nog hardlopen met de buurvrouw. We zijn al van de minuut af en lopen 3 minuten achter elkaar!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 21 op naar Duin…..

Duin Triathlon OD (olympic distance)

Twijfel, twijfel: alles compleet, ligt alles goed..

Zaterdag 26 mei. Het is heet vandaag. Extreem warm. Meer dan 25 graden. En op mijn lijstje afstanden op de triatlon ontbreken er nog twee: de hele triatlon en de olympische afstand. De olympische afstand is een kwart triatlon met meer zwemmen, 1500 meter. Zo gek nog niet dat die ontbrak bij mij! Maar vandaag, in de hitte, ga ik deze afstand doen. Ik zie er tegenop: zal ik dat hele eind zwemmen wel redden zonder te verzuipen? Of ga ik vreselijk verbranden op de fiets? Ik zie mezelf ook al oververhit uitvallen bij het hardlopen, wat normaal toch mijn beste onderdeel is. De nodige zenuwen zijn er in elk geval weer! Ik start pas om twee uur en Vincent is om half 5 aan de beurt voor de jeugdafstand van 375 meter zwemmen, 10 kilometer fietsen en 2,5 kilometer hardlopen. Sinds gister komt hij er niet meer onderuit: hij hoort in de categorie 12- 16 jarigen.

We komen laat aan en het is al warm. Ik heb maar en half uurtje tot de briefing, maar wij dames en de 50+heren starten een kwartier later. Ik leg snel en degelijk al mijn spulletjes in de transitieruimte en klets en knuffel met mijn vriendinnetjes. Ik heb mijn pak snel aan en werk netjes het eten naar binnen. Ik ga even zwemmen en het koude water is heerlijk. Alleen de golven…. die zijn wat zwaarder dan gisteren! In het zwemmen heb ik bijna een beetje zin, maar ik zie nu al op tegen hardlopen. Zou geen best voorbeeld zijn als deze mama wordt afgevoerd omdat ze haar grens niet kent…. Mijn hartslag is hoog, KH ziet er weer perfect uit en ik ben onrustig. Daar gaan we!

Water in en zwemmen. Ik adem 1 op 2, ik borstcrawl en mijn benen doen lekker niks. Ik heb even wat minder ruimte en zwem op de gele boei af. Op de verkeerde merk ik op. Ik heb geen last van de andere zwemmers, doe gewoon mijn eigen ding en mijn eigen slag. Zoek mijn eigen weg wel door het water. Ik ga toch maar op de linker gele boei af, dan komt die andere dadelijk wel! Ik zwem er lekker krap omheen en warempel ik ben nog niet eens laatste! Dan heb ik golven mee en ik kom helemaal lekker in mijn slag! Gewoon maar heerlijk doormaaien. Ik ben blij dat ik dadelijk nog een stukje mag zwemmen. De landlap gaat leuk, veel witte badmutsen (snelle mannen) gaan het water uit en ik zie Rob en Vincent. Vincent roept dat het goed gaat en omdat het ook zo is, hoeft ik mijn vinger nog niet op te steken. Weer het water in en aj – golven tegen. Veel golven tegen. Best hoog. Ik hap zelfs water! Soms moet ik even schoolslagen doen om het doel in het oog te houden. Toch borstcrawl ik liever. Dit is een beetje een gevecht. De man naast mij doet schoolslag, dus die kan ik volgen voor de richting. Als ik de boei voorbij ben, wordt het gemakkelijker, hou ik mezelf maar voor. Ik ben trots als ik de boei gerond heb en kom dan weer in mijn slag. Ik drijf inderdaad iets langer uit en dat geeft rust. Ik ben niet laatste, dat is ook altijd fijn. Na de volgende boei krijg ik weer golven mee, maar ik word wel moe voel ik. Ik ga in mijn gestage slag door, maar wijk af. Soms moet ik even schoolslag doen om te kijken waar ik heen moet. Ik hark maar door en krijg bijna zin om te fietsen! Mijn benen hebben daar in elk geval zin in. Het strand komt maar langzaam dichterbij, maar daar is het dan toch en ik hap water in mijn pak, stap op en krijg snel mijn pak uit. Niks geduizel, dus ik kan nog harder zwemmen. Ik ben niet echt een van de snelsten. Ik jog de transitieruimte in en zie Vincent naast me meerennen. Soepel dat pak uit, ophangen, fietsschoenen aan, gel naar binnen duwen: alles gaat goed.

Fiets pakken, net niet opstappen voor de streep en dan fietsen. Ik merk het meteen: wind tegen. Ik pak ook meteen iemand en dan de eerste chicane al. Ik klik meteen vast en doe ietsje kalmer aan. De dijk op. De wind tegen zet best aan, maar in mijn hoofd zit dat ik dit kan, dus het lukt. Daar staan YZ en haar man MZ en ze moedigen ook mij aan. Dat doet me goed! Rob en Vincent zijn nu voor Vincent bezig. Ik ga aan het pacmannen en met een grijns haal ik dames in. Tot mijn verbazing ook wat teamgenotes waarvan ik had gedacht dat ze sneller zouden zwemmen. Dan komen we op een stuk met wind van opzij. Ik lig net op mijn fiets en ik vind het erg akelig. Ik weet niet waar ik heen moet sturen, hoe ik ‘m liggend recht hou. Ik hou links op het stuur vast en rechts op het ligstuur en verzamel moed. Zodadelijk zijn we de bocht door en hebben we recht wind tegen. Ik drink zo nu en dan en wijk dan wat uit als de NTB motor langskomt en me terugwijst. Jaja…. Zo nu en dan haal ik ook mensen in en ik zie andere vrienden en vriendinnen me tegemoet komen op hoge snelheid. Soms een handje opsteken, soms een grijns en soms mis ik ze. Ik kijk ook om me heen en ik vind de polder mooi. De ganzen, de kale vlakte, de masten in de verte, de bootjes, de fietsende recreanten. Dan is het keerpunt er al. Snel! Ik keer langzaam en ga snel weer aan het trappen en dan komt de snelheid erin. Hard ga ik! Veertig kilometer per uur, tadaa. En dan wordt je voorbij gezeild door mannen met dichte wielen waarbij het lijkt of je alsnog stilstaat. Ach, zij winnen er net zo min mee als ik! Ik drink, ik kijk om me heen en ik trap. Fijne verdeling dit: eerst wind tegen en straks uitrusten voor het lopen met wind mee. Met dit fietsje ben ik toch maar een goed team! Ik zie anderen alweer tegen de wind in ploeteren. Sneller als ik gedacht had, ben ik bij de chicane en bij het keerpunt. Ik hoor MB, maar zie haar niet echt goed, ik ben bezig met schakelen, wie er om me heen fietst, keren en weer opschakelen. Ene Yvo komt me voorbij, maar ik kan die meneer niet bijhouden. Oudere mannen he, die kunnen hard fietsen en niet zwemmen…. YvZ en MvZ toveren weer een grijns op mijn gezicht en dan begint het pacman spelen pas echt. Ik fiets opvallend harder als anderen tegen de wind in. Deze keer blijf ik liggen in de bocht met wind van opzij. Ik hark gewoon door. Er komt een einde aan het stuk wind tegen. Gedag knikken en trappen, meer doe ik niet voor een kilometertje of tien. Een beetje afzien, niet echt erg. Slokken drinken en me voortbewegen. Het is nu rustiger op de dijk. Na het keerpunt denk ik aan Vincent die dadelijk mag starten. Ik baal ervan dat ik niet op tijd ben om hem aan te moedigen, dus ik doe het hardop vanaf mijn fietsje. Het werkt blijkbaar als een tierelier, want ook nu haal ik nog diverse mensen in. Ook 1 van mijn baangenoten bij de zwemtrainingen. Die zal wel denken: rare meid, die kletst op de fiets! Ik moet nu een gel nemen en ga dus maar eens proberen hoe je met 35km per uur iets naar binnen slobbert. De berrygel is binnen te houden, hoe wonderlijk! Slok drinken er achteraan en dan kom ik weer in de chicane. Ik zet nog even aan en klik opmerkelijk laat uit zonder vrees of tegenwerking en stap af.

In de wisselzone heb ik moeite met het wegzetten van mijn fiets; die wil niet lekker hangen. Ik wissel rap de schoenen en probeer de Ascis nog goed te doen, maar ik vrees al dat het niet goed meer gaat werken. Helm af, fietscomputer uit en dan gaan hardlopen. De enige hickup is dat ik het horloge te vroeg lap en dus weer moet aanzetten als ik ga hardlopen. Mis ik een half minuutje. Ik verwacht niet teveel van het hardlopen en dat is goed. Het begint best fijn, want ik weet niet in welke ronde de andere deelnemers zitten, die ik inhaal of die mij voorbij razen. Ik heb mijn bril nog op, maar gooi die naar S van KD. Die vraag ik wel terug later. In het bos valt het me mee, want daar is schaduw. Onder de graafmachine door, water over me heen gooien. Het fietspad daarna, wat een beetje oploopt in de felle zon is een stuk erger. Dit eerste rondje is al zwaar, maar gaat nog; ronde 2 en 3 zullen zwaar zijn en rondje 4 overleven. Laat ik proberen niet te wandelen. De tijden zijn best bemoedigend. Ik voel mijn hielen al stukgaan. Het doet pijn. Op het heen en weer fietspad is het leuk anderen te zien en er is schaduw. Het bevalt me daar nog best! De dijkopgang is dichterbij het finishgebied en daar staan YvZ, MvZ en RA te roepen. Dat maakt dit een dragelijke kilometer. Ronde 1 zit erop. Sponzen meenemen en uitknijpen, bos door en blijven rennen. Ik wil in elk geval 5 kilometer hardlopen en binnen een half uur ook! Dat is twee rondes. Ik snotter en smeer het gewoon maar af. De gel laat ik voor wat het is. Ik probeer water te drinken, maar spuug het uit. Het zonnige fietspad over. Deze hitte is zo niets voor mij. Fietspad, gedag zeggen of knikken en de leuke vrijwilliger op het keerpunt die zegt: nog een klein stukje. Mocht ie willen! Weer aanmoediging van MZ&YZ en dan zitten er twee rondes op: de helft, 5 kilometer in 28 minuten – dat wordt geen uur. Vertragen kan, maar liever niet. Sponzen, veel wandelaars in het bos en ik blijf rennen. Dat wordt mijn doel: blijven rennen. Ik probeer weer te drinken, maar het mislukt. Ik hou me maar wat koel. Mijn hielen doen nu echt officieel pijn en zijn stuk. De zesde en zevende kilometer loop ik door omdat ik niet oplet. Ik zie mijn vriendinnen wandelen en wil ze wel toeschreeuwen: blijf joggen! Misschien is het hun laatste ronde? Ik hobbel maar door en door. Hopelijk komt het tempo niet boven de 6 minuten, maar echt interesseren doet het me niet meer. Doorrennen. Dat is het enige doel. Dan zie ik SG voor mij naar de EHBO-ers lopen en dat haalt me uit mijn balans. Ik word kwaad en wil haar wel meetrekken, meesleuren en uitschelden, maar het kost me teveel energie merk ik. Niet opgeven, schreeuwt alles in mij. Tot 8 kilometer rennen. Daarna mag ik wandelen. De laatste ronde. Ik zie de snelste jeugd aankomen, wat betekent dat Vincent mij niet meer gaat inhalen. Alleen overleven dus. De achtste kilometer gaat in 6:02. Logisch. Maar nu wil ik toch koste wat koste proberen alles te rennen. Dan nog maar iets langzamer, maar gek genoeg geeft de laatste ronde me wat kracht en gaat het weer iets sneller de laatste keer door het bos. Nog 1 keer water over me heen en MB loopt me tegemoet. Zulk een lieve support. Het fietspad op en neer. Ik zie KH wandelen.  “Gas erop Anke” roept D, de vriend van KH. Grapjas! Ik word er niet boos om, ik grinnik erom. Ik moedig wat jeugd aan, terwijl ik blijf rennen. Het wordt wel zwaar nu, maar halen zal ik het! Ik zie ouders van andere kinderen, YZ&MZ en RA moedigen mij nog aan, HT roept vanaf de kant toe dat ie respect voor me heeft en dan zitten er tien kilometer op. Ik mag wandelen! Maar wandelend over de finish is ook al zo wat…. Ik zoek de finish nog even en dan is het klaar. Binnen 3 uur. Gelopen binnen een uur.

RV vangt me op, samen met KH. Iedereen heeft het zwaar gehad. Ik werk 3 winegums naar binnen en dan telt er nog maar 1 ding: Vincent opvangen. Het duurt lang in mijn beleving, maar daar komt mijn held: ik vang het met open armen op en knuffel en kus hem. Hoe knap, dat hij met deze golven heeft gezwommen en met deze hitte heeft gelopen. Ik prop hem vol met spekkies en daar is Rob. Ik klets nog wat rond en ben moe, vies en misselijk en blij tegelijk.  Vraag her en der hoe het ging. Ik doe mijn schoenen uit. Niet verstandig, want het asfalt is ook warm, maar mijn hielen zijn pijnlijk stuk. We halen de spullen weer op. Ik heb trek en toch ook niet. We wandelen ver terug naar de auto, leunend op de fietsen. In de auto drink ik het warme water, ik denk de theesmaak erbij.

Thuis is het een kwestie van eten en opruimen. Ik heb supernetjes gezwommen voor mijn doen! 2:09 op de 100m. Ik heb wel veel extra gezwommen…. Fietsen ging met net geen 32 kilometer per uur. Ook niks mis mee! En lopen… 5:45 op de kilometer. Dit is precies wat ik kan met deze hitte. In totaal ben ik 2:52:56 onderweg geweest. Ik ben moe, maar het ergste zijn mijn kapotte voeten. Voor het donker liggen wij in bed.

Voorlopig ontbreekt alleen de hele triatlon nog. Ik ga een niet al te warm land uitzoeken als ik die afstand ooit wil afstrepen!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Duin Triathlon OD (olympic distance)

Week 20 alweer: minder foto’s, meer tekst (en een kattebelletje)

Maandag 14 mei fietstraining. Ik vind ze niet leuk. Ik haast me naar huis. Haast eten naar binnen en we haasten ons naar de training toe. Op nieuwe fietsen. En op tijd. En al moe voor we er zijn! Maar goed… ik ga lekker midden in de groep fietsen, het is lekker weer en het gaat prima tussen mij en de fiets. We gaan naar de Hollandse Brug. 4 keer omhoog in tweetallen. De ene staat op de hoogste versnelling, de ander zit op de laagste versnelling. Ik ga met FS, want wij zijn lekker niet snel. Ik hoeft niet snel, ik vind staan eng. Maar het lukt wel. En het gaat best goed! We mogen nog 1 keer op en neer op eigen tempo en dan valt het mee: vooral tegen de wind in ga ik net zo hard als met wind mee. We fietsen weer terug en ik heb het wel gehad.

Dinsdag 15 mei zwemtraining. Ik vind ze niet leuk. Ik haast me naar huis. Haastig en laat eten en ik ga alleen naar de training toe. Ik ga vooraan in baan 2 aan het zwemmen. Het is een zware training met de ene versnelling na de andere. Ik doe het, maar het komt van diep. Ik maai me er doorheen. Moeten we 100m in 1:54 zwemmen. Vier keer. Ik voorop, want dit is mijn tempo. Vier keer in 1:49, duhuh. En dan 400m armen. Ik vervloek de trainer. Hij wil dat ik langer uitdrijf en dat oefen ik aan het einde ook nog een hele tijd. De trainer zegt “sorry” maar niet voor het afbeulen, maar omdat hij zich realiseert dat hij altijd commentaar op me heeft. Ik weet dat hij het met de allerbeste bedoelingen doet, want hij wil net zo graag als ik dat ik beter zwem. Hij krijgt persoonlijk de schuld als dat zo is!!

woensdag 16 mei looptraining. Ik vind ze leuk. De negatieve split. 3 kwartier, dat is 7 kilometer – elke kilometer iets sneller. Ik heb vrij vanmiddag, dus ik hoeft me niet te haasten. Kilometer 1 gaat tegen de wind in en is best koud met korte broek aan. 6:27 – netjes. Kilometer 2 is mooi langs de Oostvaardersplassen en nog steeds heerlijk rustig. Wel een beetje saai dit tempo, maar laten we de eerste 3 km boven de 6 minuten houden. Helaas: kilometer 3 gaat er nét onder. Niet erg, want nu komen we in een lekker tempo voor de komende kilometers. Wat is het toch mooi hier. Vincent belt, maar opnemen met dit tempo lukt net niet meer. Keurig ga ik steeds iets sneller. 5 Kilometer haal ik binnen een half uurtje. Dan begint het buffelen voor twee kilometer. En wie fietst mij daar op de brug over de Hogering tegemoet? Mijn kleine vent! Helaas zijn van mijn kant geen hele gesprekken meer mogelijk. Wind mee, tempo zit er goed in. Verdikkeme (ik riep ik iets sterkers onderweg): 4:59 op de zesde kilometer. En ik moet er nog 1! Dat is dan afzien. Keihard rechtdoor. Ik heb het bloedheet nu. Hoe ik het ga doen, weet ik niet, maar ik zal onder de 5 minuten blijven. Buffelen. Harken. Benen het werk laten doen. Niet opgeven. Niet. Ik tel af: tot de tang dynastie, dan verder tot de snackbar. Op de hoek ben ik er. 4:47. Vier zevenenveertig. Tsjakka. Ik wandel even om bij te komen en jog dan nog een kilometer naar huis toe in ongeveer hetzelfde tempo als de eerste kilometer. Ik heb diep gegraven, maar ben wel trots dat het gelukt is!

en daarna zwemtraining. Ik vind het niet zo leuk. Maar ik ga en de snelsten worden doorgestuurd naar baan 3. Dat vind ik wel zo eerlijk! Nu zijn we met een man/vrouw of 5 a 6 en dat is perfect. Ik doe netjes het inzwemmen 500m, maar wel alles met pullboy. Ik voel mijn armen nog van gister en mijn benen…. Die doen het alleen met flippers geloof ik. We gaan om de beurt voorop en ik doe ook netjes mijn deel vooraan. En ook met het sprinten, al is dat niet van harte. Als ik mijn benen gebruik en ook nog eens uitdrijf, zit er best een lekker tempo in. Nu nog leren volhouden en automatiseren. Op dit moment is het een uur instructies denken: breed insteken, gehokt doorhalen, wel doorduwen maar niet uitplonzen, hoog overhalen, uitdrijven, benen flipperen vanuit de heupen, buikspieren aanspannen en tussendoor ademhalen. 1170 keer ongeveer. Bij elke slag weer.

Donderdag 17 mei baantraining. Ik vind ze niet leuk. Ik zie er tegenop om in de groep te lopen, omdat ik dan ‘voor hun’ moet presteren voor mijn gevoel. Ik probeer me er niks van aan te trekken, maar dat kan ik nog steeds niet. Ik heb geen foto gemaakt vandaag, ik doe het anders. Ik schrijf een briefje voor mijn medeloopster:

Beste M,

Ik had al respect voor je. Jij loopt als een klokje, je loopt strak en sterk en in mijn ogen ben je een kleine heldin (ondanks je lengte), omdat je de hele triatlon al hebt gedaan en een heel gezin van triatleten draaiend houdt naast je baan. Je bent daarnaast gewoon een geweldig leuk mens! Het is fijn om met je mee te lopen en je begrijpt als geen ander dat grote zoons hun moeder voorbij lopen. Ik kwebbel er vrolijk tegen je op los bij het inlopen. We doen loopscholing en wat vind ik dat niet leuk zeg. Maar ik doe gewoon een beetje mee en lach me inwendig rot om alle opmerkingen. Daarna doen we een piramide en omdat jij zegt dat het een tafelberg is, weet ik dat we 1, 2, 3 , nog eens 3, 2 en 1 ronde doen. Ik blijf bij je hangen, want jij belooft rustig aan te gaan. Ik twijfel nog even over je beloofde 10km per uur, maar het zal wel loslopen! En daar ga je weer: bijna 12 kilometer per uur. Ik hou het prima bij en klets gewoon maar verder. Die ene ronde. En alle rondes die volgen in vrijwel hetzelfde tempo. En W en W lopen ook mee in ‘ons’ groepje. Je bent je er niet van bewust, maar met je soepele tred trek je ons mee. Doordat jij keurig de tijden in de gaten houdt, hoeven wij niet zo op te letten. Omdat jij strak op 1 tempo kunt lopen (ook is dat harder dan je beloofd had), kunnen wij mee. Lieve M: je maakt mijn dag goed als je DS toeroept dat hij goed bezig is. Je meent het! DS is wat minder snel dan wij, maar jij weet, waardeert en herkent zijn persoonlijke prestatie. Zo geweldig van je! Je laat stiekem zien wat een fijn mens je bent. Het tempo gaat iets omhoog, maar niet schrikbarend. Ik hoeft voor niemand sneller te gaan of af te haken, ik kan gewoon lekker mee. Ik hoeft me nergens druk over te maken – wat een winst! Stiekem geef ik jouw “de schuld” dat ik het zo heerlijk heb! Alleen in de laatste ronde van de twee rondjes haak jij af voor een bezoekje aan het toilet en dan nog hou je onze tijd bij! Hoe lief! Geen gezeur, we maken het af, ook al is de rest al klaar: wij gaan nog 1 rondje volgens de opdracht. Dat vind ik nog een prettige eigenschap van je: doorzetten, niet opgeven. Hoe sterk die eigenschap bij jouw is, vertel je me als we uitlopen. Je doet niet alleen de hele triatlon, maar je doet dat ook nog met een chronische ziekte onder de leden! Zelf is het bijna luchtig hoe je reageert; dat je er alleen bij het lopen last van hebt, dat het onder controle is voor de rest: het gaat niet meer weg. Ik had al respect voor je, maar daar kon  nog een schepje bovenop. M, je bent een topmens: bedankt dat je me moeiteloos door deze training van 9 kilometer in een uur heen hebt geholpen: zo was het een makkie, die baantraining. RESPECT voor je. Groetjes! 

Vrijdag 18 mei Er staan maar liefst twee fietstrainingen vandaag. Toe maar… Ik wilde eerst dit, dan dat, maar uiteindelijk fietste Manuel gewoon lekker een rondje mee om de Oostvaardersplassen. Het was wat somber weer. En eigenlijk is dat rondje net te kort, maar we gingen over de weg, terug richting de knardijk-sluis en daar het bos in. Manuel remt dan nauwelijks, terwijl ik voor elke bocht de rem indruk. Ik fiets dan wel weer bij, maar het is wel apart. Ik heb 1 keer niet geremd, maar dan heb ik meteen een hoge hartslag van de angst om uit de bocht te vliegen! We reden ook om het Bovenwater heen. Ondertussen hebben we gekletst. We hebben de meeste wind mee op de dijk. Maar het is wat wankel. Ik zit er niet zo goed in vandaag. Ik weet niet of twee trainingen lukt, ik wil op de bank slapen en ik ga dadelijk met de buurvrouw hardlopen. Haar eerste hardlooptraining! Ik heb Evy gekopieerd in mijn horloge. Voor mij is het een hele korte koppeltraining. Ik ben netjes op tijd bij haar en we gaan 1 minuut hardlopen, 1 minuut wandelen. Dat gaat nog best snel! Dan 2 minuten hardlopen en dat gaat al minder hard. Het maakt mij niks uit, ik kwebbel de tijd wel vol. Daarna doen we nog een keer 3 minuten hardlopen en dat is al wat zwaarder, maar de buurvrouw houdt zich uitstekend! Uit haar verhaal maak ik op dat ze het type doorzetter is, en daar hou ik wel van. Overmorgen weer!

‘s Middags kijk ik naar Loreena McKennitt op omroep Fryslan en daarna ga ik een uur fietsen. Alleen. Tempoblokjes. Ik ga de andere kant op op de Oostvaardersdijk. 3 Minuten hoge versnelling en doortrappen, 2 minuten rust. Ik doe 2 minuten in plaats van 3, dan zit ik met elke 5 minuten. Vandaag heb ik moeite met de klikpedalen. Ze willen niet soepel los. Ik ga terug langs de gevangenis en kom op het industrieterrein en dat is onpraktisch. Zeker als ik hard moet! Ik fiets nog een stuk om en neem het hele Meridiaanpad omdat ik nog tijd heb voor ik Vincent haal op school. Bijna een uur vol als ik thuis ben en ik vind het goed genoeg! Alles bij elkaar dik 60 kilometer op de fiets gemaakt vandaag.

Zaterdag 19 mei. Duurlooptraining. Ik heb er zin in, want Joyce gaat mee. Het idee is twee keer om het Weerwater heen. We zetten het op een hobbelen. En vooral: op een praten. Er staan wat grote levensvragen klaar en 2 vakanties en meer dan 3 weken zonder elkaar. Twee rondjes Weerwater gaan bij lange niet genoeg zijn. Ik zie mensen zwemmen in het Weerwater en ik ben stikjaloers. Ik versnel heel even een minuutje, maar het tempo van 6:10 bevalt mij prima. We lopen door het ongelijke bos en dan bedenk ik dat we beter terug kunnen steken. Joyce twijfelt of ze dat wel kan, maar ik heb er alle vertrouwen in. We praten maar door en door. Weer langs de (onbekende) zwemmers. En maar praten, praten, praten en we zijn nog niet eens in de buurt van de vakanties! We hobbelen vrolijk door al gaat het tempo niet omlaag en laat de zon zich ook niet zien. We halen tien kilometer binnen 65 minuten. We hobbelen nog door en kletsen ook nog door. Dat laatste blijft moeiteloos lukken. We lopen nog om de kermis heen en dan is mijn zin ook een beetje op. Na 12,5 kilometer vind ik het wel best. Het bankje op het schoolplein is de beste plek om foto’s te kijken van de vakantie in Amerika!

Zwemtraining. Ik heb er totaal geen zin in. En het komt ook niet. De hele les niet. Ik tel de minuten af. Ik zit in baan 1 en zelfs dat gaat moeizaam vandaag. Het lijf is moet en ik moet me neerleggen bij 1 op 2 ademen, dan lukt het nog een beetje. Vergis je niet: ik doe alles: alles. Ik doe veel beentjes en die redden me, houden het tempo er een beetje in. Echt mijn best lukt me niet vandaag. Ik ben blij als het uur om is en ik 2000m heb gehaald. Ondanks de pullboy was het vandaag gewoon “pet”

Zondag 20 mei Eigenlijk zit de trainingsweek erop en is dit de rustdag. Maar “rustdag” is wel heel breed…. Het is een drukke verjaardagsdag. En Vincent heeft een fiets gekregen en een fietscomputertje. Dus die wil hij uitproberen. Zijn rondje, zijn plan, ik mag mee. We gaan naar de Oostvaardersdijk langs de Oostvaardersplassen en dan weer terug. Het gaat wel lekker. Vincent vindt een half uur genoeg, dus we zijn na 12 kilometer weer thuis. Dan gaan we hardlopen met de buurvrouw: les 2 van Evy. Vincent gaat ook mee, hetzelfde rondje als de eerste keer. Maar dan iets langer. En we rennen iets langer achter elkaar. Het is een mooie intervaltraining. We komen de andere buurvrouwen tegen als we aan het hardlopen zijn gelukkig! En dan heb ik 11 uur gesport in de week. Zomaar zo’n beetje.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 20 alweer: minder foto’s, meer tekst (en een kattebelletje)

Week 19 In Turkije & fietsen in Nederland

maandag 7 mei: mijn eerste ingediende vakantiedag van 2018 besteed ik goed, maar niet sportend. We wandelen twaalf kulmeter rondom het kasteel en de haven en de winkels van Alanya. Ik maak tig foto’s en doe een dutje in de bus. Ik luister naar de gids, klauter op de trappen en we varen op een boot om Alanya heen. Gelukkig is er geen zwemmigelijkheid, want die spullen heb ik niet bij me. Het is een geweldige dag. Ook zonder sport 😀

dinsdag 8 mei: eindelijk een nacht meer dan 7 uur geslapen. Voor het eerst deze week. Het is vandaag weer koeler in Turkije dan in Nederland. De zee is gevaarlijk terrein om te zwemmen met de hoge golven. Om 10 uur spring ik het rustige zwembad in. Dat kan met paddles! Ik doe schoolslag en dan de paddles aan. Ik doe kalm aan, het blijft vakantie hihi ! De donkere bril werkt ook slecht in het felle licht. Ik zwem lekker op en neer en maai niemand om. Ik let goed op de slag. Ik doe nog een paar techniekoefeningen en nog even zonder paddles en dan is er een half uurtje om. Tijd voor mijn boek op mijn luie reet.

‘s Middags koelt het af als de zon weg is. Het bad is niet druk en ik neem nogmaals mijn kans. Schoolslag en dan de hele riedel aan techniek heen en toepassen terug: slepen, oksel, bijleggen. Ik oefen ook ademen: 1 op 2, 1 op 3, 1 op 4 en 1 op 5! Die laatste was best lastig. Dan de paddles aan en halve baantjes benen doen. Half?! Ja, ik vind 42 meter gewoon teveel haha. Ik ‘paddle’ op en neer. En dan ga ik 1 op 3 ademen. Lekker rustig, maar 1 op 4 blijft mijn comfortzone. Ik zwem de 1200m vol en ga dan nog even ‘open water’ zwemmen. Lollig: op de sattelietkaart is nog geen zwembad te bekennen! Mag ik me lekker tegoed doen aan wafels. Ik sta langs de zee, maar alleen gaan zwemmen bij een rode vlag vind ik zelfs dom!

en dan nog lekker hardlopen. Ik heb een route, een rondje. Het is bewolkt en ‘maar’ 23 graden, prima dus! Ik zet de kaart aan en gaan. Naar de moskee, daarna linksaf omhoof de Fatih Cadessi op omhoog. Rust en kalmte. Nu ja, omhoog is ook een hartslag omhoog en wat temperatuur omhoog, maar ik doe kalm aan. En dan is de Fatih Cadessi opengebroken. Ze graven de weg weg. Ik heb geleerd in Oostenrijk sat je dan om moet draaien.  Tot zovee het rondje- grimas. Omlaag gaat lekker op tempo. Terug langs de moskee naar de volgende moskee, maar sat blijkt een hotel met koepeltjes te zijn. Het tempo zit ee best in, maar ik vind de hotels qua omgeving niet zo leuk. De citrusbomen en de arbeiders die mij met open mond (en peuk) nakijken zijn wel mooi. Ik ga naar het kanaaltje en steek de brug over. Dan links, zo zie ik op de kaart. Ik doe 5km net in een half uur. De schaapherder is prachtig, maar er tegenover zit een vieze bouwplaats. De voetballertjes die worden opgehaald zijn schattig, maar daarachter staat een vreetpaleis-hotel. Het brommertje wat me nafluit is mooi, maar de toeristenbus erachter stinkt. Zo is het telkens, net niet. Ik voel het tenminste zo. Na 6km is het een beetje op. Ik loop richting de hotels en nepbazaars. En ik moet naar de wc. Ik ga de brug over de (smerige) rivier weer over en de orangeboomgaard door. Er lopen meer mensen, dus het zal wel lukken. Mooi! Maar…-weer een maar- het begint te druppelen. Niet erg, eerder verfrissend. Maar… je kunt er niet doorheen! De anderen die er lopen zijn ook Hollandse toeristen die verdwalen. We komen langs een groot hotel over een soort afvoersluis te lopen met grote afvoergaten erin. Leuk voor een film, maar akelig om langs te rennen. En dan moet ik er als ik de andere hollanders passeer ook afspringen. Ik moet al nodiger en weet niet waar ik ben. Daar is de meneer met zijn kameel! Ik loop langs de pinautomaat en blijk er bijna te zijn. Het regent nu gestaag en het tempo is eruit. Ik loop nog om ons parkje heen langs ons balkonnetje. Het laatste stukje moet ik knijpen en heel rustig joggen. Het worden 9 kilometer. Even douchen en dan weer lekker eten.

9 mei: de hele dag op excursie! We gaan wel raften, wat als sport telt vind ik. We wandelen genoeg vandaag!

10 mei: Hehe, het is eindelijk goed genoeg weer om op het strand te liggen en in de zee te zwemmen. Ik lig eerst een tijd op het strand om moed te verzamelen en in mijn boek te lezen. maar rond het middaguur ga ik het wagen! De zee is smerig. Het smaakt vies, zout. Ik doe schoolslag. Wennen aan de golfjes, aan de grootte, aan de weidsheid. Koud is het niet! Ik zwem naar de lijn en maak een klein en traag rondje. Weinig borstcrawl tot op het eind, voor de foto. Ik eet er lekker een paar wafels voor in ruil en ga weer op het strandbedje liggen. Een paar uur later ga ik samen met Vincent nog een keer. Vincent vind het heel eng en ik blijf vlakbij. Ik vind het niet meer eng en doe graag de borstcrawl nu. We zwemmen samen langs de lijn en dan zet ik Vincent weer af bij het strand. Het ergste zijn de steentjes op het strand. Je kan er niet lekker lopen. Ik zwem nogmaals naar de lijn en doe nu wel veel borstcrawl. Het is niet echt mooi onder water. Ook lastig is het dat het brilletje zo beslaat. Ik ga nog verder zwemmen, meer richting Alanya (in elk geval die kant op). Het is heerlijk om te doen! Ik adem 1 op drie en dat gaat perfect. Soms is er opeens een steen onder me. Ik cirkel weer terug, want het is best een beetje vermoeiend. Hoe ik straks in de Noordzee moet zwemmen met wat meer tempo is me een raadsel! Ik haal nu een kilometer in 42 minuten. maar mijn vakantie is geslaagd!

Later op de middag doe ik iets wat nog stoerder is voor mij: of eigenlijk: ik doe niks. Ik heb mijn loopspullen bij me, ik mag nog een half uurtje volgens schema, maar ik heb geen zin. Ik heb vakantie en ik wil nog even in het zwembad spelen met Vincent. Ik verkies het laatste en laat het hardlopen achterwege.

11 mei: de lange reis weer terug naar huis, na een nachtje met minder dan 6 uur slaap en de nieuwe CD van Loreena McKennitt.

12 mei: thuis, saai, plat, gewoon, herkenbaar Nederland. We halen een nieuwe racefiets voor Vincent en die mag ik mee uitproberen natuurlijk! We fietsen langs de plas naar de Oostvaardersdijk die we gister uit het vliegtuig nog zagen liggen. het is onwijs mooi. En we fietsen lekker door! We gaan langs het Bloq en terug langs de Noorderplassen,helemaal langs de vaart. Ik vergis me in de bruggen en we maken een rondje van bijna 25 kilometer. Lekker…. En dan zwemtraining. Ik verkies baan 1 omdat die hetzelfde moeten doen als baan 2 en in baan 1 zijn we met zijn drieën en in baan 2 liggen ze met zijn achten. Ik volg de training zelf wel. met achtje, goed lettend op mijn slag en het gaat lekker. Gewoon goed. Ik ben iets sneller zelfs dan baan 2. Ik zwem langer uit. Behalve de sprints (6x50m) gaat het me prima af. En dan heb ik nog niet gelopen vandaag… We zijn toch sportief bezig en wat wil ik graag de plassen langs lopen. Ik vertrek wat laat, alleen, met de muziek van Loreeena. De zon is weg. Toch is het nog altijd prachtig mooi. Rustig, dieren, stil. Ik ga op mijn eigen tempo van 5:40 en het kan nog iets harder ook. De 5 kilometer haal ik in 27 minuten en dan ga ik het bos in. Daar begint de ellende. Ik moet. Dat kan niet in het bos en mijn buik doet er pijn van. Ik vertraag, maar dat komt ook omdat het onverhard is nu en ik genieten verkies boven snelheid. In kilometer 7 moet ik wandelen van de buikkramp. Ik vind het niet erg, des te meer tijd om van het bos te genieten! Wat ik met volle teugen doe. Ik wandel, jog, hardloop de zonsondergang tegemoet. Dan sta ik oog in oog met twee hertjes. Adembenemend. En later steekt er nog een hinde voor me over. Wow. En dan gaat de buikkramp over en wil ik de tien kilometer volmaken. Ik loop om de wijk terug, maar moet weer wandelen en dan protesteren mijn darmen heel hard. Het is voornamelijk wandelen en joggen wat nog lukt. Uiteindelijk haal ik thuis maar net en heb ik lang over de tien kilometer gedaan, maar ik heb er erg van genoten!

13 mei: We gaan naar oma in Hilversum fietsen. Op de nieuwe racefietsen met klokpedalen. Het is geen best weer, we vertrekken en als snel druppelt het. We schuilen wel even, maar zijn dan al nat. Helaas niet 1 keer, maar uiteindelijk zullen we drie keer nat worden. We rijden een stukje om over de Musweg om meer dijk en wind mee te hebben. We fietsen niet snel en mij bevalt dat prima. van alle sporten gister voel ik mijn armen en ben ik best moe vandaag. En de regen werkt ook niet mee. Toch trappen we gestaag door. Eigenlijk is anderhalf uur namelijk een klein stukkie. Het in- en uitklikken gaat prima bij Vincent. Ik klik te weinig vast. Als we onder de A1 door zijn komt het zonnetje door, maar eigenlijk is dat te laat, want we zijn al nat en de fietsen zijn al smerig.

Ik heb deze week ruim 8 uur gesport. Voor mijn gevoel alles op vakantie-snelheid. manjana, een beetje maar, om bezig te blijven. maar goed, ik heb lekker veel gezwommen en gek genoeg in het weekend ook nog eens veel gefietst! Tijd om het toch wat serieuzer op te pakken, want Duin is al over twee weken – oh jee.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 19 In Turkije & fietsen in Nederland

Week 18 – Rommeldebommel van Nederlandse drup tot in Turkije

maandag 30 april: ik tel de uren die ik nog moet werken voor we op vakantie gaan 1 voor 1 af. En er zijn nog zoveel zaken tussendoor: een gesprek voor Vincent, inpakken, en al dat werk afronden! Deze maandag regent het. Van tijd tot tijd. Ik ben nu al moe en wil er mijn nieuwe prachtfiets niet aan wagen. Schoonmaken krijg ik er niet tussen gepropt. Het wordt qua sport dus spontaan een rustdag!

dinsdag 1 mei. Nog vele werkuren tussen Nederland en Turkije. Vandaag is het droog, mooi weer. Ik wik en weeg: zwemmen, fietsen, inpakken…. het wordt fietsen. Zwemmen kan volgende week ook en inpakken… ehhh… later! Vincent gaat mee. Gezellig! We gaan gewoon, geen opdracht mee; gewoon fietsen. Het rommelt toch al deze week. We kijken of de plassen al toegankelijk zijn, maar helaas… dan maar anders rond.  Lekker langs de gevangenis, naar de dijk. En dan helemaal doorsteken over het meridiaanpad naar de vaart. Mooi rondje. Na het fietsen lopen we het donker in: altijd koppelen als het kan! Vincent heeft er echt wat aan. 3 Kilometer met tien kilometer gemiddeld per uur. Keuriggggg

woensdag 2 mei. Extra werken, zodat ik morgen vroeg weg kan om in te pakken. Maar zwemmen zal ik! En ik ga straks iemand aan een koppeltraining helpen. We hebben FS als trainster. Fijn! Geen benen op het programma. Dubbel fijn! Vijf mensen in de baan. Driewerf fijn!! Ik zwem het eerste stuk vooraan; hebben we dat gehad. Dan met paddles. De eerste vier keer 50 ga ik voor, dan blijkt het tien keer te moeten en ga ik zes keer achteraan (met ruimte) Ik leer het. In deze 500m met paddles leer ik het. Hoe het moet voelen. Spierpijn en kracht in de slagen. Ik ben erg blij.

Snel eten en dan naar MvL fietsen. Ze doet de run bike run in Duin maar heeft nog nooit gekoppeld. Lets do it! Zij op haar hybride fiets, ik op een dure racert. Haar tempo, haar training. We fietsen naar de sluis op de Knardijk. Wind mee gaat wel lekker! Wind tegen… en nog regen ook. Verdikkeme: fiets toch nog schoonmaken straks 🙁 we kiezen het Kotterbos in plaats van de Trekweg. Dit is goed voor mij, even ambitieloos inhouden. Ik zou mezelf voorbij fietsen. Ik wil de 22km volmaken, dus we fietsen langer door in de regen die inmiddels is aangezet. Dan snel schoenen wisselen en gaan lopen. Het valt me me qua tempo. 6:30. Ik klets MvL er wel doorheen met mijn gebabbel. De tweede km is trager en dat is meer dan genoeg voor MvL. Ik ben trots op haar! Door de regen en het donker naar huis om de fiets te poetsen. Weer niets ingepakt

donderdag 3 mei. Nog wat uren werken. Ik slaap slecht. Heel weinig. Ik moet veel. Veel afmaken. Veel werk. Veel huishouden. Veel bedenken. Om 3 uur laat ik Civity alleen en leg ik heel veel vakantiespullen klaar. Vincent gaat naar de koppeltraining, ik niet naar de baantraining. Ik wil zelf vrij zijn om te lopen op mijn moment. Niet forceren! We wandelen en als een paar uur later alles klaar ligt, ga ik onze eigen mooie oostvaardersplassen in om de zonsondergang te bekijken. Mooi is het. Adembenemend. Rustig. Goudkleurig. Rustgevend. Het tempo niet, maar ik haal er meer energie uit dan ik er in stop. Ik geniet er helemaal van, neem de berg mee (trap af) en maak een ommetje door het bos. Opgeladen kom ik thuis voor een laatste machine was en voor het uitzetten van de werkmail. Eindelijk vakantie!

vrijdag 4 mei: Lang naar uitgekeken, maar toch weer slecht geslapen. Eerst inpakken en veel van die zenuwslopende “laatste dingetjes”. De weegschaal is erg aardig voor me: ik kan wel wat toetjes aan! Mijn menstruatie is net op gang fekomen, dus zwemmen morgen gaat het niet worden. Tot mijn grote verdriet en frustratie. Om 11 uur pakken we de trein naar Schiphol. Dan zien we al dat we vertraging faan hebben met het vliegtuig. Ik ben er gelaten onder: vanaf nu laat ik alles los met ‘moeten’ en ‘tijd‘ en’to-do’. Lang staan bij incheckbalie, eten, een koptelefoonen m&m’s kopen: tijd genoeg! We wachten nog bij de gate en ik wil slapen. Moet een uur of wat inhalen van afgelopen nachten en de helft van de vlucht slaap ik. Voor het eerst in Azie. Het is al laat intussen. Lang wachten op de koffers. Dat is het enige moment dat ik zou willen hardlopen en de benen strekken. Verder leg ik me neer bij rust. Dat het schema meld dat ik een half uurtje mag lopen bij aankonst is niet haalbaar. We zitten ook nog anderhalf uur in de bus. Al met al lopen we met een bliksemschicht na enen het vakantiepark op en willen dan alleen nog maar slapen!

5 mei. Kwart over zes: wakker. Kwart over 7 in Turkije, maar weer een korte nacht. Ik loop zo leeg dat zwemmen écht niet lukt vandaag. Balen! Maar lekker ontbijten, kijken naar de zee grrrr, Vincent zien plonzen en in de zon liggen lukt wel! Het is heet, 30+ graden. Wennen aan niks-doen, geen werkmail, niets meer hoeven gaat me niet gemakkelijk af. Ik word onrustig en lees een heel boek uit. ‘s Nachts…

6 mei. Slaaptekort loopt op, maar verder is alles beter. Minder bloedheet, de stop kan erop bij mij en ik eet weer goed. We gaan naar het megazwembadenparadijs. Het is bewolkt met wat regen en dus stil rondom de baden. Heerlijk! Het water is niet koud, maar de zee kan ik niet in; die is te onstuimig. Ik lig lekker op een bedje. Ook fijn! Het went al 🙂 zwemmen zal ik en rond twee uur ga ik in het 42 meterbad banen maken. Tussen de andere mensen door. 4 keer school, 4 keer borstcrawl, 1 keer school, 4 keer borstcrawl. “En zonder achtje he mama” zegt Vincent, die met jaloersmakend gemak (veel) sneller zwemt! Het andere bad is rustiger en ik verhuis opVincents aanraden. De zon weerspiegelt op de bodem, ik kom in de slag en geniet er erg van. Meer hoeft niet al doe ik nog wat techniek. Dit badpak is inderdaad niet erg geschikt voor banenzwemmen, ik heb de hele tijd inkijk volgend mij ! Er is maar 1 kerel die mij omzwemt en daar ‘misbruik’ van maakt. Piep… We verhuizen nog ff terug en na 40 minuten is de zin op. Dit is vakantie en ik stop meteen en haal een wafel.

Rennen voor een uur staat op ‘t programma. En dat doe ik ook. Het is niet zo heet vandaag, dus dat moet lukken. Een route? Geen idee. Sorry mam, het is maar goed dat je het niet weet: je oudste dochter gaat met alleen haar telefoon rennen door Turkije. In korte broek en  ingesmeerd.  Ik ga de stoep over tot ie ophoudt. Richting de moskee, die mij boeit. Ik vind het gezang gaaf, het oproep tot gebed dat van de minaret schalt uit een oud cassettebandje. Ik neem de grote weg naar rechts. Asfalt. Ik loop netjes rechts, haal wandelaars in en wordt nagetoeterd en nagezwaaid. Als ik een “duwtje” krijg van een Turk die wil weten of mijn kont echt is (blijkbaar wel) ga ik links lopen, het verkeer tegemoet. En dan begint het oproep tot gebed. Als ik van de ene moskee naar de andere loop. Ik geniet er enorm van! Met een brede grijns loop ik daar. Het valt me mee met de hitte, zeker zolang de zon zich verschuilt. Het tempo ligt redelijk hoog. Voor onbekend terrein, hitte en heuvels. Of gaat het alleen maar omlaag?! Ik ga linksaf op een rotonde. En dan omhoog! Boven keer ik om. 4,5km heen en hetzelfde terug. Ik kijk mensen en katten en kippen en scootertjes en autos. En soms is het opeens doodstil. Ik hobbel hoog tempo terug, niks gevaarlijks aan hoor mam! Langs kassen, manderijnbomen, supermarkets, de moskee. Ik maak een stukje extra omde bazaar heen. En tot de bogen. De laatste kilometer doe ik heel erg rustig aan. Ik ben zo rood als een overrijpe tomaat. En warm. Maar erg tevreden met tien km onder het uur.

De weekafgesloten met te weinig sporturen. Dat komt niet vaak voor dat ik anderhalf uur mis. Maar ik leg me ee moeiteloos bij neer. Vakantie hoor! ‘s Avonds lees ik op facebook dat ik zonder het te weten iemand tot triatlon heb geinspireerd. Mijn dag is goed!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 18 – Rommeldebommel van Nederlandse drup tot in Turkije

Week 17 snel-snel

Maandag 23 april: een dag niks. dat het kan! Maar ik doe iets interessants: ik schaf (via marktplaats) een nieuwe racefiets aan. Full carbon, ultegra afgemonteerd. Dat betekent dat fietsen op de racefiets lichter gaat aanvoelen.

Dinsdag 24 april: zwemtraining van 9 tot 10. Met zijn vieren in de baan en WJ kwam uit baan 3 om voorop te zwemmen en zoals ze zelf sneert “ons moe te maken”, maar daar trap ik niet in. Ik doe gewoon wat ik zelf kan. Met pullboy gaat dat prima. We zwemmen lekker veel. Ik moet ONDER me doorhalen.

Woensdag 25 april: Fietsen met de nieuwe fiets! Een kwartiertje. Dat gaat al direct erg lekker. Soepeltjes. Daarna op de oude vertrouwde, goed afgemeten Scott samen met Vincent. We doen uit de losse pols tempoblokjes en ook die verteer ik erg goed. Ook op deze fiets dus. Na het fietsen doen we de training die ik maandag had moeten doen: inlopen naar een heuvel en de trappen op. Vincent loopt mee in. Ik hou het tempo hoog. Ik ga drie keer de trap op, loop dan rustig naar beneden en doe het nog drie keer. We lopen samen weer terug naar huis. Daarna gaan we nog zwemmen. Een heerlijk training met veel techniekopdrachten. Dat valt me heel erg goed. Ik vind het zelfs leuk.

Donderdag 26 april: het moet niet gekker worden, maar we doen weer niks! Ik ga uit eten met Vincent. Dat doen we.

vrijdag 27 april. Sloffen over de vrijmarkt. En dan de fiets instellen en op mij afmeten. Ander zadel, hoger zetten, andere pedalen. Dan ga ik fietsen. Om de oostvaardersplassen. Ik doe lekker mijn eigen tempo, mijn eigen tempoblokjes en het gaat uitstekend. Ik geniet echt van de fiets en hoe snel het lukt. 40 kilometer in anderhalf uur. Niet ontevreden.

zaterdag 28 april. als vincent zwemt, ga ik lopen. Lekker door het beatrixpark. Geen idee hoe ver ik kom, ik wil naar de noorderplas aan de andere kant van het water de heuvel op en terug. In kwartierblokjes. 3 maar. Gaat me goed. Ik kan de heuvel op door over een hekje te klauteren. Dan pikt de GPS me pas op. Ik kies een onbekend pad, maar dat komt uit op de busbaan. Ik cirkel door het beatrixpark en wil geen dubbele weg pakken. Netjes 47 minuten. Tijd om om te kleden en te douchen en dan zwemmen. Ik ga 250m proberen zonder pullboy, want dat moet morgen ook. Precies in 5:30. Met pullboy zwem ik de rest van de training achter A aan. Aan het einde doe ik weer 25om zonder pullboy: ook in 5:30 (een paar seconden meer hooguit). Weet ik het dus voor morgen.

zondag 29 april. de triami sprint triatlon in Deventer. Eerst start Vincent. We hebben het goed voorbereid, maar het is wel vervelend regenachtig weer. Ik help Vincent in de transitiezone. We tellen zijn fietsrondes. Dan ga ik inzwemmen in het andere buitenbad. Heerlijk. Daarna wachten in het warme bad. Ik vind het spannend. Niet het zwemmen, maar het wachten tot ik mag starten. Iedereen heeft zijn eigen starttijd. Lekker overzichtelijk. Maar wel spannend. Toch. niet brekend, maar toch… Ik klets met nummer 166 die een minuut voor me start. Precies om 12:34 start ik. Lekker door het koele water maaien. Ik begin met 1 op 4 ademen, ga in de banen op en neer. Onder lijn door en weer terug. Er is niemand om me te supporter of om te kijken hoe ik zwem. Rob warmt Vincent op. Vind ik niks erg. Ik zwem gewoon wat ik kan. Gok ‘s: 5:31! Ha! Dan naar de fiets rennen bij het gele jasje. Snel de natte fietsschoenen aan, de helm op. Gaat allemaal best goed. Fiets mee, rennen naar de baan en dan fietsen. Over het natte asfalt. Op de nieuwe fiets. Eng. Vastklikken lukt niet meteen. Tempo en de goede versnelling vinden ook niet. Ik vind het echt akelig in elke bocht. Ik rem teveel, ben te bang. Ik tel hardop de rondes. Het gaat niet erg snel. Ik word vies. alles is nat. ik word veel ingehaald. en toch is het overzichtelijk. Ik tel de rondjes echt af. Alle 8. De laatste gaan iets beter: iets rustiger op de baan en iets meer lef in anke.

Bah!

Dan uitklikken, met de fiets rennen, gedoe met natte, vieze schoenen wisselen, net een beetje afdrogen en gaan rennen. Comfort zone. Ik moet sneller lopen als Vincent, want bij zwemmen en rennen en wisselen heb ik ingeleverd. Ik geniet niet echt. Laat dit maar snel voorbij zijn, deze kippestukkies. Ik zie de mevrouw nr166 voor me lopen en ga haar inhalen. Daar heb ik niet veel tijd voor nodig. Ik ga hard ja. Eindelijk. Heel hard. Het is niet gemakkelijk, maar dit kan ik tenminste. Als ik er maar zo snel mogelijk vanaf ben. En de volgende inhalen. 4:37. welja. Bruggetje over, richting de baan. bah. Ik hou het hoge tempo vol, want de andere TVAers staan te kijken. De baan is saai, ik haal nog met gemak een meneer in en dan is het met 43:49 klaar. Mooi zo. Net iets sneller dan Vincent. Ietsje maar. maar Vincent wordt tweede in zijn categorie! Ik heb het niet erg koud, maar ben wel vies. Net als de fiets. Lekker naar huis toe met een blije tiener in de auto.

En wat denk je? Ik ben ook tweede geworden in mijn categorie!

Deze rustweek niet veel gelopen en “maar” 7 en een half uur gesport. Nieuwe fiets, eerste wedstrijd van het seizoen: al met al toch wel iets gedaan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 17 snel-snel