Week 40 – Oktober begint

Maandag (1 oktober)  is de rustdag tegenwoordig. Heerlijk zo! Ik heb geen schema meer, geen doel en geen trainster. Ze zit (letterlijk en figuurlijk) net te ver van me af om me goed te kunnen helpen. Haar schema’s waren prima, maar de begeleiding, daar had ik meer van verwacht.

Dinsdag 2 oktober: we gaan naar de hardlooptraining van de TVA. Die is al jarenlang ook op de dinsdagavond, maar dan niet op de baan. Het begint op de plek waar ook de fietstrainingen starten- aan de andere kant van Almere. Meestal vind ik het te ver weg en ga ik later wel zwemmen. Maar nu traint de jeugd ook: lees “Vincent kan ook trainen”. En die gaat graag! Dus organiseren: op tijd stoppen met werken, op tijd eten, naar het Anna Park rijden en straks haalt Rob Vincent op en rij ik door naar het zwembad. We lopen in 1 grote groep: snelle en nog veel snelleren samen. Het wordt al snel donker. We doen heel veel loopscholing. Niet mijn favorietje. Ik klets met JdW, die dit jaar ELKE dag gerend heeft. Minstens 5 kilometer. Bijna elke dag dan, want 1 keer kwam hij maar tot 3 kilometer: de dag na de hele triatlon. Wow. Dan gaan we kleine rondjes lopen in een piramide: 2, 4, 6, 8, 6, 4, 2 minuten hardlopen in Z3/Z4 en daar tussenin 30 seconden wandelen. Ik hou ze bij. In het begin. Heel in het begin. In zone 5. Na het 4-minuten blok geef ik het op: laat iedereen maar kei-hard rennen, ik niet. Ik doe mijn eigen tempo en mijn hartslag blijft zone 5. Het rondje is klein, saai en donker. Keer op keer. Ik geniet niets van de training. Ik doe netjes wat ik moet doen, maar ik vind er geen hol aan. We lopen weer rustig uit en ik ben blij dat het klaar is. Door naar het zwembad. Het is lekker rustig. Ik moet in baan 2 mee. Dat lukt wel, ik zwem behoorlijk rustig nu en zoveel mogelijk zonder achtje. Gaat goed tot we 4 keer 100 doen: in de derde honderd krijg ik kramp. Vreselijke kramp. In mijn kuit. Ik sla een honderdje over en hinkel. Het trekt weg, maar het zeurt nog (een paar dagen zelfs) door. We zijn maar met twee vrouwen in de kleedkamer. Kan ik GN mooi even uithoren. En daarom ga ik toch een beetje tevreden naar huis.

Woensdag 3 oktober: Werken. En naar huis rijden. En bellen. En naar de winkels. We moeten het zwemmen laten vervallen voor de informatie-avond op school. Ik zou niet weten hoe ik anders moet eten. En  toch: het is zulk lekker weer! Ik moet er even uit! We gaan samen fietsen, Vincent en ik. Zijn korte rondje. Het kan me niks schelen dat er geen tempo in zit. Ik geniet van de 3 kwartiertjes buiten.

Donderdag 4 oktober: de baantraining van de TVA. Lekker rustig inlopen. Ik heb het niet meer zo de laatste dagen: ik geniet net te weinig, heb net te weinig richting en het idee dat ik het nergens voor doe, al dat sporten. Ik kan ook stoppen wanneer ik wil, maar dat doe ik niet. We doen 200m en 300m op hoog tempo, dan 400m en 500m en 600m op matig hoog tempo en tot slot 700m en 800m op laag tempo. Tussendoor steeds wandelen en dribbelen. Ik probeer mee te lopen met MB en de anderen, maar mijn snelle tempo ligt niet synchroon aan dat van hun. Mijn hartslag is weer torenhoog. Ik ga zelf mijn matige tempo wel doen. Ook dit zijn saaie rondjes en ik heb het niet zo. Mijn hartslag is te hoog en dat zit me niet lekker. Dan gaan de snelle heren zich weer aan het verrekenen en houden ze honderd meter te vroeg op. Mijn rustige tempo is dan wel weer hoger dan de rest. Ik vind het niets erg om alleen te lopen, ik heb toch niks te vertellen. Dan moeten we 1 kilometer op zijn allerhardst gaan lopen. Ik heb het niet meer. Mijn allerhardst: het zal me wat: ik doe gewoon nog een kilometer en dat is dat. Ik ben dus de langzaamste. 4:48. meer dan 12 kilometer per uur. Ik vind het mooi. We lopen nog een ronde uit en ik luister gedwee naar de snelle meneer die er wel lekker in zat vandaag. Ik heb te lang niet in de lage hartslagzones getraind. Nu is de marge heel klein geworden. Ik kan niet meer harder, omdat ik al een hoog tempo heb op mijn omslagpunt. Meer zit er dan niet in. Maar ik heb ook geen zin om vrijwillig langzaam te gaan lopen en een lage hartslag aan te houden. Dat kan ik niet in mijn eentje. Er is nog een kloof tussen weten (wat goed voor me is) en doen (wat goed voor me is)!

Vrijdag 5 oktober: Vincent is lekker een dagje vrij. Maar hij is intussen 12 jaar en kan en wil best een paar uur alleen blijven. Mooi, want mama wil fietsen! Ik neem muziek mee en het plan om een rondje Gooimeer te doen. Het is lekker weer en bijna windstil. Eerst is het nog even koud. Ik kies wat andere paden dan normaal en cirkel om Nobelhorst heen richting de Waterlandse weg en de Shell. Het rondje Gooimeer zal net iets te ver zijn. Ik besluit de grenzen van Almere te fietsen. Ik fiets naar de Stichtse Brug en het tempo houdt niet over. Maar dan kom ik op de lange rechte dijken. Dan krijg ik wind mee of ik krijg er zin in of ik kom op temperatuur, maar dat lukt me prima. Ik geniet van de boten, van de zon, van de muziek. Haven door en dan verder naar de volgende brug. Langs de Hollandse Brug stuur ik Vincent weer een foto en mijn routeplannetje. En dan de Oostvaardersdijk op. Het is altijd fijn om te zien dat je recht tegen de windmolens infietst, want dan heb je lekker wind mee. Niemand heeft mij ingehaald op dit rondje. Verbazingwekkend, want het is echt perfect buiten. Ik fiets de dijk af en dan langs de Oostvaardersplassen naar het bezoekerscentrum. Ik wil de grenzen nu even afmaken en de 60 kilometer volmaken, dus ik ga nog door het Kotterbos en over de Trekweg. Ik steek weer ‘naar binnen’ de gemeente in over hetzelfde pad waarover ik gekomen ben. Ondanks mijn zinloos-heid, het ontbreken van een trainster en een doel gaat het opbouwen toch weer goed.

Zaterdag 6 oktober: Vincent vraagt of ik mee ga fietsen. Natuurlijk kan ik dan geen ‘nee’ zeggen. We doen zijn iets langere rondje. Het tempo ontbreekt bij mij een beetje. Komt dat van gisteren? Ik weet het niet. We kiezen de 5de brug uit om terug te gaan. Maar als we ontdekken dat dat het Spoorbaanpad is, nemen we de vierde. We komen in het centrum uit. Het is leuk om samen te fietsen, maar ik hoeft niks en neem ruimschoots genoegen met 18 kilometer. De zaterdag is nog niet om. Als Vincent gaat zwemmen, ga ik een stukje hardlopen. Ik vraag mezelf het meeste af waarom eigenlijk. Omdat ik me anders verveel in het zwembad? Omdat ik me verplicht voel “alles te doen op 1 dag”? Omdat ik een teleurstelling van een vriendinnetje moet verwerken? Een combinatie van dat alles leidt me naar het Beatrixpark. Ik hobbel maar wat. Ik dwaal wat. Het tempo en de hartslag liggen weer hoog. Zinloos, moppert mijn duiveltje. Heerlijk, slijmt het engeltje. Dik 5 kilometer. En dan nog een zwemtraining. Daar heb ik dan wel zin in! Druk in de baan. En dan moet ik weer jakkeren. Ik moet ze bijhouden. Ik moet zonder achtje. Ik moet hard zwemmen. Ik moet-ik moet-ik moet…. En dat lukt niet: zonder achtje niet hard, niet bijhouden, anderen ophouden of achterop zwemmen. Ik doe het wel hoor: 150m benen, 4x100m armen, de schoolslag, de rugslag en 3x200m hele slag. Dan ben ik het zat. Bij de 5x100m met slepen erin, neem ik wel mijn achtje. Hou ik het wel bij. Kan ik me wel op de slag concentreren. Ik ben blij als de opdrachten voorbij zijn. Dan zwem ik zelf mijn 100m met achtje, 100m zonder achtje en 50m schoolslag. En dan heb ik in een uur veel gezwommen!

Zondag 7 oktober: Langzaam lopen. Als ik het niet alleen kan, moet ik anderen het voor me laten doen! En dit is de kans: de groep hardlopende dames van Almere gaat een rondje Weerwater doen. Om 10 uur. Zij zijn niet snel, er zitten erbij die net de 7 kilometer halen, 7:00 minuten op een kilometer is een goed tempo voor hun. Ik zie er tegenop, want mijn eigen tempo is 5:40. En langzaam lopen is minder gemakkelijk dan je denkt! Daar moet je je ook voor inspannen. Ik heb nog wat af te rekenen met de rondjes Weerwater. Dus ik ga eerst alleen een rondje. Om 10 over 9 loop ik vanaf de McDonalds. In mijn hoofd zit de coachpost, de herrie, de post, loop ik mensen voorbij, zie ik in de verte mensen lopen die er in werkelijkheid niet zijn, proef ik cola… Ik loop langs een post die er nu niet meer is. In werkelijkheid groet ik andere lopers en geniet van de zon. In mijn hoofd zwem ik door het gladde Weerwater naast me. In werkelijkheid glimlach ik om de familie die met papa’s duurloop meefietst. In mijn hoofd zie ik fietsers op tijdritfietsen op het fietspad naast me. Ik loop het enige stukje onverhard en stap voor stap wordt het beter: stap voor stap verwerk ik eindelijk wat me dwarszat. Mijn horloge staat op de hartslag en die moet van mezelf onder de 150 blijven. Het lopen voelt gemakkelijk. Toch loop ik de hele tijd harder dan 10km/per uur. De Esplanade is natuurlijk leeg en stil, maar ik geniet ervan. In mijn hoofd is het druk en afzien. Als ik even paniek krijg of ik het wel haal (natuurlijk!), gaat de hartslag direct omhoog. Ik tel redelijk en weet dat het moet lukken. De 5 kilometer zitten onder het half uur, de andere 2 moeten makkelijk lukken in 10 minuten! Ik kom een hardlopende dame tegen op de fiets. De enige reden dat ik naar de Mac wil, is om de WC. Over het rondje doe ik 41 minuten en nog wat. Keurig netjes. We verzamelen en we zijn met zijn tienen. De wissel/verzameltijd is zo tien minuten. Dan begint mijn pauzeronde! Ik loop al snel vooraan en langzaam, maar ik ga achterop lopen en aan het kletsen. Het leidt me af en mijn hartslag is superlaag. Zone 1! Ik zet mijn horloge stil als we een foto gaan maken. Een foto-moment met poseren en stilstaan. Hoe verzin je het? Ik heb er tien kilometer op zitten in exact een uur. En die laatste drie kilometer waren niet snel! Dezelfde snelle triatleet die Vincent en ik woensdag tegenkwamen rent voorbij. We hobbelen weer verder en ik klets wat, hou me in en maak foto’s. Dan zie ik mensen zwemmen. Ik ben onredelijk jaloers. Op de ziekenhuisbrug lassen we weer een pauze in. Stilstaan en bijpraten. Hoe verzinnen ze het? Maar voor mij is het oké! Ik heb eigenlijk al besloten dat ik nog een rondje mag. Verstandig of niet, ik moet nog een ronde eigen tempo doen. Ik ga weer om de trappen heen op de Esplanade. We wachten weer op elkaar. Het went niet. Maar de tempo’s komen nu uit elkaar te liggen. Ik kan moeiteloos spelen met mijn tempo: versnellen voor een foto, inhalen of juist inhouden. We wachten nog een keer en dan ben ik het zat. Ik wil graag aan mijn eigen ronde beginnen. Ik heb grote waardering voor de beginners en ieders tempo, want ze doen het toch maar mooi weer, maar ik ben anders. Arrogant? Misschien. Ik laat hen naar de McDonalds afslaan en ga zelf versnellen. De ronde samen duurde een uur (!) waarvan we bijna 50 minuten gerend hebben. Ik trek me niks meer aan van hartslag, ik ga gewoon hoe ik wil. Net iets te snel. Er loopt een man in het groen voor me, maar hij is net iets sneller dan ik. Ik ga naar de 11 kilometer per uur. Hou ik vol. Dit is wel zwaarder, maar het lukt me wel. Ik keer het een beetje in en vraag me nog een paar keer af ‘waarom eigenlijk’, maar na 15 of 16 kilometer is dat voorbij. Omdat het kan. Omdat ik  het kan. Ik neem nog een gel bij het strandje en stuur een berichtje. Daardoor ben ik even een kilometer iets minder snel (maar nog altijd 10+km/u op de teller) en dan loop ik weer de Esplanade over. Ik zit weer helemaal in het hier en nu en neem lekker de trap! Ik haal de 21 kilometer toch wel en het is er goed mee. Ik begin wat minder zin te krijgen en moe te worden. Nog volhouden tot de twintig kilometer. Ik ben precies 2 uur en 17 seconden onderweg. Waarvan het grootste deel ‘samen’ was. Ik trek het nog een kilometer, maar de energie is eruit. Het gaat nu om dat ik het doe. De meiden hebben bij de McDonalds gezeten en schreeuwen nog naar me vanaf hun fiets. Na 21 kilometer ga ik echt aan het joggen. Ik kan het. Ik kan het nog. Dit was een goede ronde. Het tempo was keurig 6:00 minuten per kilometer gemiddeld, ook al duurde de hele excercitie 2,5 uur in totaal. Ik heb daarvan 2:07 gelopen. Een halve marathon trainen. Duhh. En nergens last van hebben. Hm. Sluit ik een beetje een ontevreden, ongemakkelijke week af met tien en een half uur training en bijna 50 kilometer in de benen, toch met een heel goed gevoel af.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 40 – Oktober begint

Week 39 – Lekker op eigen tempo!

De maandag zijn voortaan vrij van trainingen: de fietstrainingen zijn wegens de vroeg invallende duisternis voorbij, dus we hoeven niet meer te haasten.

De dinsdag van deze week viel ook al uit en werd een rustdag door allerlei gesprekken.

En zo werd het woensdag en had ik zin om van de najaarszon te genieten! Vincent wilde niet mee, maar ik moest en zou fietsen. Rondje Oostvaardersplassen maar weer eens proberen. En toen viel er een soort kwartje: het gevoel iets te doen met een uitgerust lichaam. Heerlijk! En zonder verplichting, want het schema blijft nog even leeg en vrij in te vullen. Ik had wind mee op de dijk. Ik vlóóg! Veertig is echt een leuk getal om voor je te zien in het zonnetje! Nog harder dan bij de triatlon! In de verte fietsten 2 andere wielrenners en die moest ik natuurlijk inhalen 🙂 Het bleken heren die zelf ook vonden dat ze hard gingen. Wetend dat het ook tegen gaat zitten, nam ik het er gewoon lekker van. De Knardijk met zijn zijwind begint te wennen. Ik kon het tempo zonder angst om te vallen hoog houden. Ik besloot wel het smalle slingerpad door het bos te nemen in plaats van de open weg. Ik hield het tempo er redelijk in, maar de veertig was ver buiten zicht en de dertig ook! Ik fietste lekker naar huis en dacht nog even over een stukje rennen, maar omdat niks hoeft, deed ik dat niet.

Wel gingen we zwemmen. Ik moest naar baan 2. Ik zwem 100m met achtje in en dan 100m zonder achtje en dat is elke keer even wennen. Dan 50 of 100m schoolslag en ik kan mee. Ik sluit achteraan, want zonder achtje ben ik niet zo snel. Van de 8 mensen in de baan hebben er 6 wel een achtje. We zwemmen veel. 200m, 300m en 400m. Ze wachten maar eventjes op mij! Ik word er gewoon sterker van. Ik maak het uur vol.

Donderdag – ik meld me bij de baantraining. Volgens blogleester en clubgenote MB ben ik veel te negatief over de baantrainingen! Dus ik zal heel blij doen: ik had er (bijna) zin in! Omdat niets meer hoeft? Omdat ik gegaan was ook nu Vincent niet kon? Omdat ik lekker met MB mee kan lopen? Omdat ik niet snel hoeft te zijn? We gingen inlopen en mijn basistempo is oké, maar ik vind het niet moeilijk rustig aan te doen de eerste kilometer. We gingen een paar keer de brug op en ik liep te kletsen met BIJ. Ze is heerlijk langzaam en ik vind het niets erg. Zal ik gewoon bij haar blijven hobbelen vandaag? Het klinkt en voelt aanlokkelijk. Maar dat is zwaarder dan mijn eigen tempo oppikken straks. De opdracht op de baan is redelijk simpel: 400m (1 ronde) op flink tempo, dan 50m wandelen en 50m dribbelen en daarna 800m op duurtempo. En dat 3 of 4 keer. Ik loop achter MB en RO om mijn tempo laag te houden. Zij kwebbelen. Ik hou het prima een ronde vol. RO vertelt dat je de witte plastic stukken aan de binnenkant kunt tellen voor de meters. Na de 800m ben ik het gekwebbel zat, sorry MB! Het is heerlijk om naar jullie te luisteren, maar ik vind het ook fijn om naar mijn eigen gepieker te luisteren en de baan werkt daar prima voor. Dat het langzaam met prachtige luchten donkerder wordt helpt me ook. En voor mij lopen 2 heren met witte shirts die voor mij kunnen tellen, dus het komt vast goed. Ik haal de heren bij en daarvoor moet het tempo iets omhoog. Dat lukt me best. En dan gaat het sneller, sneller en sneller. Inclusief wandelen zit ik onder de 5 minuten op een kilometer. Alleen het tellen van de heren… We komen toch echt verkeerd uit! Ik haal de vier keer en de tien kilometer binnen het uur ook. We lopen uit om de baan en ik moet eerlijk bekennen: het was heerlijk! Ik ben uitgepiekerd, gezond moe, tevreden en bezweet. Ik kom weer vaker! (zo goed MB?! ;p)

Vrijdag. Ik zou met Joyce lopen, maar die is verkouden en Vincent is ziek thuis. Nou ja, zo ziek is hij niet meer. Dan maar genieten van de najaarszon met Manuel mee op de fiets. Ik heb het niet warm. En ik heb geen haast. We gaan naar Lelystad. Een hele ruime ronde Oostvaardersplassen. Ik ben voor een groot deel in gedachten verzonken, maar ik vind het fijn dat Manuel meefietst. Die let tenminste op de windrichting en kan mijn gedachten afleiden met zijn gekletst. We moeten achter elkaar fietsen naar de Knardijksluizen. Het gaat maar moeizaam. Ik heb zelfs nog een beetje zadelpijn van woensdag! Dan naar de witte brug. Het is verder als we dachten en we moeten achter elkaar blijven fietsen. Als ik met veel lef probeer mijn fiets met mijn gewicht de bochten door de sturen, hou ik Manuel ineens bij! We doen in Lelystad de oversteek onder de weg door met de fietsen door het zand. En dan langs de gevangenis. Nu kunnen we weer kletsen. Mijn hoofd is er niet echt bij, ik prakkeseer maar door in alle stiltes. Dan komen we eindelijk op de dijk en tatatata – nu gaat het opeens gemakkelijk! Hier hebben we al die voor geïnvesteerd: nu hebben we wind mee! Het is erg mooi, want de zon is ondertussen doorgekomen. We fietsen net geen twee uur, net geen 50 kilometer en ik twijfel even thuis, maar het is goed zo. Een koppeltraining is nergens voor nodig.

Toch voel ik me ‘s middags nog steeds onrustig. Vincent kan nog wel even alleen blijven. Ik wil mijn hoofd leegmaken en kan dat het allerbeste lopend. Tempo laag of in elk geval mijn eigen tempo. Het “gewone” rondje van 7 kilometer een keer nameten. Ik begin met een onrustige kilometer op 5:50. Uitstekend! Onrustig, omdat ik niet weet wat ik moet doen. Het tempo gaat omhoog en in de derde kilometer ga ik door naar 5:30 en langzaam lopen de twijfels mijn hoofd uit. Nieuwe ideeën ontstaan en borrelen in de 4de en 5de kilometer verder. Het landschap ken ik. Het gepieker laat ik achter tussen de eendjes. Het tempo blijft onverminderd hoog, maar zo voelt het niet. Het hoeft maar bij 7 kilometer te blijven. Ze hebben me goed geholpen en ik ben blij dat ik nog even gegaan ben. Ik ben nog geen 40 minuten onderweg geweest met een gemiddelde van 5:40. Dat is blijkbaar weer terug als mijn tempo.

Zaterdag. Niks doen. Alleen maar op de bank hangen en lezen. Ik geniet er enorm van. Er was iets met rust en noodzaak. Raar dat ik dat nu pas voel. Ik ga wel zwemmen. Tijdens Vincents les lees ik door. Ik spring erbij in baan 1. Geen gejakker, geen verplichting, de techniek trainen. We hebben de kritische trainer RO. Dat is jammer, want die kan in baan 1 het beste op je letten. Maar we zijn met zijn tweeen, dus ieder een kant. Zonder achtje, tempo is niet belangrijk. Dat zeg ik de trainer ook, dat ik daarom in baan 1 zwem. We doen 4 keer 50m oksel aantikken en arm hooghouden en dat moeten we dan 3 keer 100m toepassen. Ik let vreselijk goed op. De trainer is niet blij hoe ik mijn arm uit het water haal. Ik ‘zwiep’. Hij is wel blij dat ik rustig zwem. We moeten 6x50doen: 1op2, 1op3, 1op4, 1op5, 1op6 en 1op7 ademhalen. Ik vind het lastig combineren met een goede slag, maar ik doe alles tot op het laatst zonder achtje! Gek genoeg bevalt 1op5 en 1op6 me nog het beste. Dan loopt de trainer mee en zegt wanneer ik mijn arm uit het water moet halen. Recht omhoog. We doen benen voor mijn medezwemster. Dat gaat me goed af. En dan wil proberen de arm er “sneller” uit te halen. De beweging wordt veel groter en eindelijk drijf ik! Alle kracht ligt nu onder water. Ik haal voor mijn gevoel heel erg hoog over en raak bijna het plafond, maar nu kan ik uitdrijven en mijn benen erbij flipperen. De trainer wil het ook zien met achtje. En dan zegt hij: “als je zo zwemt ben ik helemaal zufrieden, dit is perfect”. WAAAAAATTTTT. Deze beweging moet ik erin rammen. Ik ga nog een paar banen op en neer en dan is het uur om helaas. Niet veel gezwommen, niet hard gezwommen, maar zoveel geleerd! De jeugdtrainster steekt mijn baan over als ik er aan kom en ze zegt: “Wat zwem jij sierlijk!” Twee complimenten binnen tien minuten is meer dan ik hebben kan. Ik ben er helemaal stil van. De komende uren zelfs.

Zondag. Ik wilde gaan zwemmen bij het banenzwemmen om te oefenen, maar ik kwam mijn bed niet uit. Na een ontbijtje ging de fietskleding aan en nam ik Vincent mee om een middellang rondje voor hem te verkennen. We gaan naar de Oostvaardersdijk, langs het Bloq en dan aan de buitenkant langs de Vaart. We kletsen en ik vertel over mijn boek. Het tempo ligt niet al te hoog, maar dat is prima voor een net herstelde zieke en zijn slome moeder. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is prima voor een lange broek! We komen veel fietsers tegen. Het pad is simpel: rechtdoor onder de bruggen door. Bij de laatste brug voor de A6 steken we de Vaart over en dan rijden we richting de manege. Hij vertelt ook over zijn boek en het uur vliegt voorbij. We leggen 22 kilometer af. Vincent 21.98 en ik 22 dan. Vincent gaat douchen en ik koppel hardlopen. Ongeacht voor hoeveel. Het gaat erg goed, ik heb werkelijk nergens last van, behalve mijn hoofd. Die heeft niet zoveel zin. Ik loop een beetje te piekeren en te twijfelen. Over vanalles, zelfs over de route en hoe lang ik ga. Mijn tempo gaat steeds omhoog, maar ik ga kijken naar mijn hartslag. Die ga ik laag proberen te houden en dat is best lastig. Ik maak er met wat ommetjes 5 kilometer van. Binnen een half uur. In zone 2 en 3. Dat is niets verkeerd. Ik ben niet moe als ik thuiskom. Maar wel toe aan de appeltaart!

September was het niet qua aantallen: nog niet eerder dit jaar zo weinig gelopen. Nog nooit zoveel lege dagvakjes. En toch: een wedstrijd voltooid! Op naar oktober

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 39 – Lekker op eigen tempo!

Week 38 – Gaan we weer verder? Of toch maar niet……

Maandag 17 september: Na weer een drukke dag werken nog even niet sporten. Ik ben wel weer opgeknapt en zit vol energie, maar qua sport went het al om niet te hard van stapel te lopen. We wandelen en dat doe ik liever dan de fietstraining. Ik word er niet meer moe van.

Dinsdag 18 september: Zwemmen ‘s avonds: ik heb er wel zin in, maar nog niet genoeg fut. Druk op het werk en nog maar een keer op tijd naar bed; moeilijk maar waar: dat is het beste! Morgen pak ik het ECHT weer op.

De laatste keer dat ik TIEN dagen achter elkaar niet gesport heb, is lang geleden. Heel lang geleden. Sinds 2017 begon en ik de eerste week ziek was van dat jaar, is een sportloze week niet meer voorgekomen. En nu is het al anderhalve week! Ik moet heel ver terugzoeken. Oktober 2014. Bijna 4 jaar lang heb ik gesport, gesport en het sporten weer opgepakt. Dat moet nu toch ook lukken?

Woensdag 19 september: Weer gewerkt in Zeist, maar dit is één van de laatste mooie zomerdagen. Ik moet en zal fietsen. Eerst heb ik met Vincent woordjes geleerd en daarna gaan we. Ik hoeft niet lang, niet hard- ik hoeft eigenlijk helemaal niks. In mijn schema staat: “ik denk dat het fijn is om even het gevoel van moeten niet te hebben -> dus even lekker doen waar je zin in hebt, wat goed voelt en daarna weer eens kijken hoe je er voor staat en wat je wil gaan doen de komende tijd”. Dat laatste….. Maar daar gaat het nog lang niet over! Als we op de fiets zitten in het zonnetje, merk hoe heerlijk het is om uitgerust te zijn! Ik voel me helemaal vrij. Niks hoeft en het gaat erg lekker. Ik heb niet veel te zeggen, maar des te meer te genieten. Het gaat dan ook lekker makkelijk, want we hebben wind mee. We gaan door het Kotterbos en gaan dan langs de Vaart tegen de wind in. Het tempo gaat omlaag, maar ik geniet er net zo van! Vincent vindt dit minder leuk en makkelijk. We gaan over de Trekweg terug en gaan dan hard fietsen met de wind mee. Achter langs de TBSkliniek en ik had al bedacht dat de Evenaar dan nog flink wind tegen is, maar Vincent gelukkig niet. Drie kwartiertjes gefietst. I’m back 🙂

En door naar het zwembad. Ik neem de trage baan. Ook nu hoeft ik niks. Als ik er na een half uur uit wil, mag ik dat doen. Mijn eigen tempo zwemmen graag. Geen gejakker in baan2. Ik doe 100m met achtje en dan 100m zonder achtje en dan 100m schoolslag. We krijgen de opdrachten en ik wil zoveel mogelijk zonder achtje doen en met 1 op 3 ademhaling. Ik doe lekker de opdrachten en heb moeite met tellen. Ik ga voorop. We zijn met zijn vieren en dat is fijn: niet te druk en ieder haar eigen tempo. Eerst lekker techniek met toepassen. We doen daarna alleen armen en ik neem de paddels. Ik let elke slag op, op mijn techniek. Arm hoog, breed insteken, lang uitdrijven, beetje beenslag. We doen ook 250m. Ik doe vast iets meer, maar ik hou het prima vol. Zonder achtje. We moeten ook nog 6 keer sprinten, niet mijn ding, maar ik probeer het wel. Na een half uur stop ik niet natuurlijk, ik zwem gewoon een uurtje. De kop is er weer af, maar ook nog lopen vandaag, dat laat ik maar achterwege!

Donderdag 20 september: De atletiekbaan op. Ik kan het nog vinden en ook hier geldt: stoppen als ik geen zin meer heb, tempo van ondergeschikt belang. Ik heb tien dagen niet gerend: hoe zou dat gaan?! Nou, niet. Ik weet nog hoe het moet, maar ik wist niet dat het zoveel spierpijn kon doen. Mijn benen doen echt pijn! Ik vind het inlooptempo volledig onterecht hoog. Trap op is zelfs lastig deze keer. Ik hoop maar dat ik er nog in kom. We gaan de baan weer op en doen de loopscholing. Sprinten is er al helemaal niet bij vandaag! Ik ben niet zo spraakzaam deze avond. Dan doen we een soort steigerun, waarvan ik alleen de eerste 200m Z3 onthou. Ik ga te hard en in Z4, maar ik zit er niks mee. Langzaam verdwijnt de pijn uit de benen. De trainer legt vanalles uit, maar ik luister half en kan het niet volgen. Ik loop achter een snel clubje aan en probeer de rest van de trainingstijd uit te vogelen wat de opdracht is. 100m Versnellen kan ik eruit halen, 400m Z4 (een hele ronde) en 200m dribbelen. Maar hoe vaak we dat doen en of ik niet te hard dribbel zou ik niet weten. En het boeit me ook niet. Ondanks de protesterende spieren, geniet ik wel weer van al die andere mensen op de baan en van het feit dat het vroeg donker wordt. Ik ga gewoon ronde na ronde na ronde door. We lopen uit rond de baan en ik haal de 9 kilometer. Het is mooi geweest, maar ik weet nu waarom ik nooit meer zo’n lange looppauze moet nemen: dat doet echt pijn! En voor iemand die nooit spierpijn heeft is dat wennen!

Vrijdag 21 september. De zomer is voorbij. Het regent. Het stormt. En Manuel en ik gaan hardlopen. In de regen rijden we naar de Kemphaan. Daar is het (even) droog. Het is niet koud. We gaan bijkletsen. Wat is dat lang geleden! Ik mopper, klaag, roddel, kwebbel, klets en die arme Manuel luistert. Het regent niet meer. We blijven toch maar een beetje op de verharde fietspaden. We lopen langs de berg en door het Museumbos en dan weer lekker over het fietspad. De zon laat zich inmiddels zien en het is warm en helemaal droog. Anke leutert maar door! Op de dijk hebben we wind tegen, maar daar geniet ik onwijs van! Manuel neemt het woord. Op het water staan witte golven. We rennen weer richting de berg en gaan omhoog. Mijn benen protesteren nog steeds een beetje. Ik hobbel gewoon lekker naar boven en daar genieten we van het uitzicht. Dan weer naar beneden en terug richting de Kemphaan. Omdat het me allemaal niet zo boeit qua tempo en duur, gaat het best lekker. Ik heb het gezelschap van Manuel echt gemist merk ik. Nog een stukje dik wind tegen met een grote grijns en dan over de bruggetjes. We gaan weer terug. Manuel heeft gisteravond een zware training gehad en die lijkt nog moe-er te zijn dan ik. Ik ben gewoon moe, geen gekkigheid, gewoon een beetje vermoeid. Maar als we nog een paar kilometer hadden gelopen, was dat gelukt. Manuel vindt het welletjes geweest en we gaan terug naar de auto. Ruim 12,5 kilometer. Met een lekker duurlooptempo van 6:11. Niks geen regen.

Zaterdag 22 september Zwemmen. In het zwembad. Ik wilde zo graag met MZ buiten zwemmen. Maar gister waaide het te hard en vandaag goot het van tijd tot tijd en was er kans op onweer. Dan is het zwembad een mager alternatief. En voor de training stond mijn gezicht dan ook op onweer. In de langzaamste baan zaten teveel langzame mensen. Dus ik moest naar de iets minder langzame baan. En ik ga zonder achtje zwemmen. Achteraan. Mijn tempo. Dan wachten ze maar op mij. Of niet. Kan me ook niet schelen. Ik doe gewoon mee en oefen elke slag: lang uitdrijven, trek-duw-uitduwen onder water, licht trappelen met de benen. Ik moet het een keer leren. Vervelend vind ik het dan pas als er na de training iemand komt vragen of ik een slechte dag had. Bah. Ik heb een hele goede training gehad. Maar wel gewoon op mijn tempo!

Zondag 23 september. We gaan hardlopen en in dit geval is ‘we’ een heel gemeleerd gezelschap: Vincent gaat mee, mijn mannelijke collega die 35 kilo afgevallen is vorig jaar en traint voor de 10 kilometer Singelloop en mijn eveneens jongere vrouwelijke collega die de Singelloop 5 kilometer wil halen, maar daar nu nog druk voor in opbouw is. Zij wordt het leidende tempo: 10 minuten hardlopen- 3 minuten wandelen – 10 minuten hardlopen. Lokatie: de startbaan in Soesterberg. Omstandigheden: Regen-kil-regen. Vincent en ik zijn er voor half 11. De collega’s komen op de fiets, raken de weg kwijt, moeten omkleden en dan hebben wij al drie kilometer ingelopen. Ik leer Vincent zijn knieën op te trekken en niet te sloffen. Spijt, want dan rent hij opeens weer voor me uit. We gaan met zijn vieren inlopen. Vincent en ik zijn al nat. We joggen een kilometer naar de startbaan en dan gaan we 10 minuten hardlopen. Het tempo zit er best in met 5:30 Volgens mij al iets te hard, maar voor mij is het te doen. Na tien minuten zijn we allemaal nat en aan de andere kant van de startbaan. We draaien om en maken foto’s. En dan teruglopen. Dat gaat inderdaad langzamer! Vincent trekt mijn vrouwelijke collega al kletsend mee en ik praat en film mijn andere collega. Vincent en zij zullen teruggaan naar de auto en het restaurant, mijn collega van de tien kilometer en ik zullen het rondje Paltz nog doen. Gaat hij lekker trail lopen voor het eerst van zijn leven! Ik zit er weer helemaal in en rijg de kilometers moeiteloos aan elkaar. Acht, negen, tien. Hij gaat versnellen zodra er (1) andere mensen langslopen (hihi) en (2) we een stukje verhard lopen. Ik grinnik erom. Voor de foto’s is het wat wazig en donker met de regen. Ik haal de tien kilometer en zelfs de elf. Mooi 6:30 gemiddeld. Hij heeft voor het eerst (!) in zijn hardloopcarierre de laatste kilometers harder gelopen als de eersten en dat komt hem op een groot compliment van Vincent te staan (hopelijk drong dat door) boven een beker welverdiende (warme) chocolademelk!

Ja, ik heb het weer opgepakt. 6 Uurtjes “maar”. Beetje zwemmen, beetje fietsen, beetje lopen. Het voelt weer goed.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 38 – Gaan we weer verder? Of toch maar niet……

WEEK 37 – (leeg)

 

 

Dat heb ik gedaan.

Niks.

Op maandag gewerkt en gewandeld, maar het werd steeds meer slaapwandelen, een wolkje in, de grote desintressemist tegemoet.

Dinsdag: Geslapen. Half uurtje lezen en weer in een diepe slaap vallen.

 

Slapen. Slapen. Slapen. Meer lukte me niet. Van één uur op, twee uur slapen. Hapje eten en dan vallen de ogen weer dicht en haal ik met veel moeite de trap op net voor ik weer in slaap val.

18-20 uur per dag slapen. Na een hele nacht slapen, toch nog intens moe wakker worden.

Twee dagen achter elkaar.

Net lang genoeg wakker zijn om me zorgen te maken of dit wel normaal is en dan weer in slaap vallen.

Teveel gevraagd? Ja. Teveel gevraagd in de wedstrijd? Nee, dat is het niet. Het is een intense, diepgewortelde moeheid die zich de afgelopen maanden mentaal heeft opgebouwd. En fysiek ook. Sinds juni hield 8 september me op de been. Op het werk, verheugend op de volgende training, uitkijkend naar het water of de baan. En nu was het op. Ik moest wel rusten en slapen-slapen-slapen. De moeheid zit tot in mijn vingertoppen en tenen. Ik kan me er alleen maar aan onderwerpen.

Donderdag lees ik al meer dan ik slaap. Ik kan ‘s avonds al een paar uur opblijven.

Vrijdag volgt de intense vermoeidheid pas in de namiddag. Zaterdag ben ik de hele dag op. Ik kom weer tot leven, zie weer uit naar de volgende training (maar dat gaat niet vandaag of morgen gebeuren), kijk weer een beetje rond in het zwembad en met een jaloerse blik op een triatlonnende Vincent en mijn ogen blijven open. Het is weer overgewaaid.

Zondag is er familiedag. Vincent gaat wel fietsen. Ikke niet. De wandeling door de vogeltuin is genoeg voor mij. Ik voel me weer levendig en sterk. Ik had even rust nodig.

Zoveel sportloze  dagen achter elkaar heb ik in 2018 niet meegemaakt. En in 2017 gebeurde dat in januari.

Categories: Uncategorized | Comments Off on WEEK 37 – (leeg)

Challenge Almere Amsterdam Middle Distance 2018

De avond van tevoren was onrustig: snel nog de fiets afmaken, laat eten. Ik kreeg mijn bord niet leeg en werd er zelfs een beetje misselijk van. Ik had genoeg geslapen in de week hiervoor, onrustig, maar genoeg. Deze nacht zou wel lastiger worden! En jawel, door de vage misselijkheid was dat ook zo. Om 6 uur stond ik op en ging naar de WC. En toen kondigde de menstruatie precies vandaag de startdag aan. Ik kon wel janken… Wat een slechte timing van mijn lijf. Het verklaarde de misselijkheid, de hoge hartslag, de onrust. En het stond de gedroomde PR van onder de 6 uur in de weg. Alles was zo goed: ik heb genoeg getraind, het lopen gaat fantastisch, mijn fiets is fijn, mijn gewicht is goed, ik sta in mijn kracht en het weer wordt fijn met wind de goede kant op en droog: alleen dit ene dingetje, waar ik maandenlang bang voor was zat me nu in de weg. Daar baalde ik van. Al had ik daar geen tijd meer voor; er moesten bidons klaargezet, tatoeages opgeplakt en een fiets in orde gemaakt. Naast de zenuwen was ik nu ook een beetje (veel) verdrietig. Alsof ik mezelf in de steek liet… Het overstemde de zenuwen een beetje, maar daardoor kreeg de misselijkheid wel kans flink door te zeuren.

Verder bleef alles mee zitten: parkeerplaats in de buurt, ik ben altijd blij als ik mijn fiets op die ideale plek in de wisselzone zie, die onder de zakjes droog gebleven is. Ik kreeg de voeding goed weg. Ik mocht alleen niet meer bij de groene tas om er voor na afloop een tamponnetje in te doen. Verder besloot ik dat de eerste dag toch niet het heftigste is en dat het prettig is een rood-zwart triatlonpakje te hebben 🙂 Drukte bij de WC’s, onrust in en om de tent. De misselijkheid bleef een beetje hangen. Snel het wetsuit aan, dat is een makkie gelukkig. Door naar de startvakken. Ik kan nog even inzwemmen gelukkig. Het water is koel, de bril zit goed. Ik ben hypernerveus en er al lang niet meer klaar voor.

Dan stouw ik me in een startvak en ga naast EA staan. Tenminste iemand. Ik ken veel mensen en groet velen, maar het is ook ongelooflijk druk in de startvakken. Veel geschuifel, pijnlijke voeten op het asfalt en heel lang wachten! Ik ben alweer opgedroogd en wacht maar niet met plassen tot in het water. Ik zie Rob en Vincent nog eventjes gelukkig. Ik vind dit te spannend voor mij, vreselijk! Pas om tien voor 9 ga ik starten. Per 5 mensen het water in. Een vrouw roept achter mij: “Veel plezier Anke!” Ik weet niet wie, maar die raad heb ik meegenomen: plezier. Ik ga gewoon lekker zwemmen, maar moet 1 op 2 ademen. Het is niet heel sterk, maar ik ken de weg en zoek snel de orientatiepunten. Straks ga ik wel ‘goed’ zwemmen, nu eerst gewoon proberen te zwemmen. Het komt de misselijkheid niet ten goede. Om me heen is het niet stikdruk. Ik ga links van de menigte zwemmen, kan ik rechts ademen. Het komt niet, de lekkere slag. Om de gele boeien heen. En dan ga ik naar de kleine boeitjes. Nog steeds links van de grote groep. Snij ik af? Nee, want de kanoster rechts moet iedereen naar links manen. Ik heb de ruimte. Maar nog steeds niet genoeg kracht om langere slagen te maken en 1 op 4 te ademen. Ik voel me zwaar en ploeter het water door. Het is ver naar de volgende boei, maar ik ben erg blij met de verkenning van afgelopen donderdag. Als we de grote gele boei omgaan (eindelijk) krijgen we golfjes tegen. Door naar de kleine gele ballen! En dan lukt het opeens wel, als ik me erbij neerleg dat het zwemmen de snelheid niet gaat opleveren vandaag: rustigere slagen, 1 op 4 ademen en maar om 12 slagen de route controleren. De misselijkheid verdwijnt niet, maar ik krijg er wel plezier in. Wat die mevrouw me toewenste. De plantjes onder me zien wegglijden. Het zonnetje. Al die andere zwemmers. Dat dit toch maar lekker lukt, ondanks dat ik ook een kramp door mijn baarmoeder voel schieten. En dan richting de finish. Dat oriënteert wat lastiger, maar ik blijf redelijk scherp. Ik ben wel klaar met zwemmen, door naar mijn fiets… Ik kom het water uit en heb nog langzamer gezwommen dan bij de oefenronde! Ik ben er ook niet duizelig van. Het wetsuit is snel uit en ik ren naar de tent.

Daar doe ik kalm maar gestaag wat ik moet doen: drinken, bidon in de volgende tas voor straks, wetsuit in de tas, sokken aan blijft lastig, jasje aan, mouwstukken erbij, schoenen aan (toch maar niet op de fiets) en dan moet ik even terug voor mijn bril. Die kan ik al lopend schoonmaken. Ik hobbel op de klikschoenen de hele 500 meter wisselzone door en zie een enthousiaste Vincent naast ‘n McLaren. Alle tijd voor de fietscomputer en naar de startstreep hobbelen. Ik heb echt aan alles gedacht: zelfs de versnelling staat goed!

Opstappen en gaan. Er komt zowaar een zonnetje door. Ik heb nog meer vertrouwen in mijn fiets dan ooit tevoren. Ik klik nog voor de ziekenhuisbrug al vast en hoppa: in de comfortzone. Ik ben zo blij dat ik dit fietspad goed doorheb en vaak geoefend heb. Voor de A6 haal ik EM in, we kennen elkaar nog niet, maar zij deed ook mee aan het trainingskamp. Ik roep haar toe en wens haar succes als ik voorbij steek. Ik ga meteen hard, dik boven de 25. In dat laatste rechte stukje zet ik zelfs extra aan. Ik schakel keurig mee als we de dijk op gaan. De ex-trainer kijkt de andere kant op. Almere Haven vind ik altijd wat gek: het is er rustig en toch ook weer niet. “Ik wil jullie succes wensen op de dijk” roept een eenzame omroeper. Dat eerste stukje zal hij bedoelen, tot de Hollandse Brug. Daar hebben we wind tegen. Ik merk het niet zo. Soms snellen superfietsen mij voorbij en dat verbaast me nog steeds: hoe suf hebben zij dan gezwommen, of zijn ze later gestart en zijn ze pas net bezig? Dat is zo gek met die rollende start, je hebt eigenlijk geen idee! Dan het ommetje onder de snelweg door. Ik roep hard tegen iemand dat ze echt niet voor rood hoeft te stoppen! Er fietst een andere groep wielrenners die ik splits. Hebben we dit ommetje vorig jaar ook gemaakt? Vast, maar ik weet het niet meer. Dan de Europadreef op. Ik zie oudere mensen die op hun telefoon staren of hun (klein)kind al in aantocht is. Volgend jaar wil ik een trackertje op mijn fiets! Nu paste mijn telefoon niet. Jammer, maar het is ook goed dat ik afgesloten en “alleen” ben. Ik denk even aan al mijn trainers en aan mijn huidige, die niets heeft laten horen. Ik denk aan die aardige JC, die maar wat trots op zijn zoons moet zijn: ééntje die dit mega-evenement organiseert en ééntje die meedoet. Ik besef me vandaag meer dan vorig jaar dat ik meedoe aan 1 van de oudste triatlons ter wereld en hoe mooi dat is. De rotondes rem ik niet eens meer voor af. Dan de Oostvaardersdijk op. Heerlijk. Het is geweldig om te zien dat de windmolens met je meedraaien. Ik verbaas me over de namen van het internationale gezelschap deelnemers. Remco zonder c, Frederic is een Fransman en ik haal dames in. De ene na de andere. Ook EA haal ik in. Mijn tempo gaat ook flink omhoog. Het is zo leuk om hier over de weg te fietsen! Daar verheug ik me gewoon op en nu is het zover. De misselijkheid is gaan liggen intussen en ik lig lekker op mijn fietsje. Schakel (eindelijk) omhoog, haal de klikjes uit de ketting en trappen maar. Op naar het Bloq! Dat gaat snel. Ik zie een verveelde tiener die met zijn ouders naast de kant moet kijken voor die ene vage kennis die zo voorbij zal flitsen. En  ik drink regelmatig. Voor het Bloq ga ik lekker te hard, yes, 36 staat op het bordje! Snel een gel en de bidon wegwerpen met water. Ik neem er een andere voor terug en zwaai naar de loopdames van Almere. CS staat me keihard toe te juichen. Na de rotonde komen we in mijn “achtertuin” en hoe het komt weet ik niet, maar ik word helemaal emotioneel. Alle spanning, alle werkstress, een heleboel verdriet komt er uit. Dikke tranen die op hoge snelheid wegwaaien. En dan ga ik onze eigen afslag voorbij en heb ik alle ruimte om te gaan genieten. Van de snelheid, van de schoonheid. Wat is het ongelooflijk mooi, wijds en uniek hier met water aan twee kanten. Ik wordt pas echt euforisch als ik de grote zeilboot (de Batavia?) zie in de verte die daar echt voor ons ligt. Gaaf! Wat een richtpunt. Ik had twee doelen: een bidon scoren die ik dadelijk aan Manuel kan afgeven en een blokje van 5km onder de 8 minuten rijden. Het is me allebei gelukt op de dijk. Ik spot Manuel, maar mijn bidon is nog niet leeg. Hij roept luid en duidelijk dat er geen coachpost is en dat hij niets af mag geven. Wel goverdo…. Ik kan de drank missen, maar het was me zo beloofd! Pissig ga ik de Knardijk op. Hier heb ik zo vaak tegen de wind in versneld en dagjesmensen ingehaald, dit is ‘common ground’. De boosheid komt me van pas. Ik haal nog meer mensen in en heb geen last van de zijwind, waar ik zo tegenop zag. Dadelijk wind tegen en dat kan en ken ik ook. Ik fiets met een groepje mannen mee. Een beetje om beurten voorop. Er zitten ook al rode ‘mannen’ tussen: die doen een hele triatlon. Gouden nummers zijn professionals, ik ben een paars nummer, de halve afstand mannen hebben oranje nummers. Ik fiets veel met Frederic uit Frankrijk, hij kan beter bergop, ik beter wind tegen. Praambruggetje over en door naar de Ibisweg. Al snel is er de post en neem ik weer een gel. Ik wissel de waterbidon, nu moet ik ‘m zelf bijhouden! Het water is (net als vorig jaar) vies. Maar ik kan me er prima mee afspoelen als ik geplast heb. Ik plas en boer erg veel vandaag. De lange, lange Doddaarsweg over. Ik denk aan toen ik hier moest werken en even lijk ik emotioneel te worden, maar ik wil niet aan werk denken. Dus ik ga liedjes zingen. Niet gek dat ze me dan inhalen! Het klinkt nergens naar, maar ik word er vrolijk van. “Chase the wind and touch the Sky” Ik verbaas me over de eeuwige grasmaaier en de rust hier. Er zijn wel de hele tijd veel fietsers hoor. Ik besluit tussen 50 en 70 kilometer wat kalmer aan te doen, zodat ik straks genoeg over heb. Terug naar 27/28 betekent dat. Even wind mee pakken en een extra gel banaan pakken vlak voor het bos. Daar heb ik zin in en het kan, ik heb extra bij me. Ik geniet in het bos en moet voor de eerst pro aan de kant. Ze lappen al mensen. De Winkelweg. Niet mijn favorietje. Daar valt de drukte me pas echt op. Ik zie een clubgenoot die volgens mij harder moet fietsen. Dat zeg ik hem en we spreken elkaar: hij heeft het niet vandaag en is ook al gevallen. Ik zag daarstraks een andere clubgenoot die er ook gevallen uitzag. Dan moet ik hem inhalen, want de jury rijdt er achter. Het is druk genoeg voor de jury om een ander aan te spreken dan mij. Weer een post en ik wissel het water snel om. Deze bidon is en blijft van mij! Ik pak het tempo weer op. Denk aan de molentjes en mijn beentjes die draaien. Dit stukje is wat bochtig. Ik kijk op mijn horloge naar de totaaltijd en het ziet er echt goed uit. Ik reken of mijn gemiddelde nog steeds boven de dertig ligt en stel tevreden vast dat dat zo is. Op naar Joyce onder de Stichtse Brug. Ze hoeft me niet boos te maken, want ik ben best tevreden en zal wel opschieten om de 90 kilometer binnen 3 uur te halen. Ik zie Joyce niet. Ze zal me toch niet gemist hebben? Zo zou ze me wel boos kunnen maken, maar ik raak er eerder bezorgd van. En van de ziekenwagen verderop. Ik merk zelfs dat we nu flink wind tegen hebben. Incasseren en afmaken. Ik haal 90 kilometer binnen drie uur, maar het geheel binnen drie uur zal lastig worden. Als we de dijk afgaan doe ik een laatste grote plas en dan nog 1 keer lekker aanzetten en genieten. De ex-coach kijkt nu wel en zegt gedag. Ik hoeft niet eens meer boos te worden. Naast het Weerwater zijn al vele lopers en ik moedig de buurman van verderop aan en een clubgenoot. Ik knal nog even door en haal het net niet in 3 uur. Ik zie Rob en werp hem een kushand toe. Ik ben heel tevreden, maar heb een hard hoofd in het lopen. Ik zie op tegen het lopen en denk eerder aan een schema van 5:50 op de halve marathon. Uitklikken gaat aan 1 kant goed, maar ik stap op tijd af en klik de andere uit. De lange tocht terug door de wisselzone begint weer.

Ik hang mijn fiets netjes terug en als ik naar de tent loop, trekt er een pijnscheut door mijn baarmoeder heen. Dat wordt lastig lopen, ik weet het meteen. Ik doe mijn schoenen aan, ruil de vieze piessokken en neem nog een slok sportdrank. Weer moet ik even terug, want ik vergeet bijna de flipbelt met voeding! En let’s go. Dat wordt een lange halve marathon, laten we op 6:00 gaan lopen. Moet lukken om de eindtijd onder de 6 uur te krijgen dan. Voor mijn gevoel ga ik rustig, maar de omgeving is mij wat onrustig. Ik neem van Vincent de bidon aan voor een paar slokken. Het begint hoopvol. Er staat een Engelsman die een high5 krijgt. En dan de eerste post al bijna. De eerste kilometer gaat heel snel, al voelt het totaal niet zo. Ik verlies mijn gels en vloek een keer, maar ik kan de Sanas aan. Op het parcours is het druk. Onrustig en druk, maar ook een beetje gezellig. Ik kom de mannen van het hardlopersforum op Facebook tegen met een grote grijns! Ik haal mensen in en loop goed soepel, maar het mag en moet langzamer. Moeilijk om dat aan te voelen. Ik vertraag wel. Ik neem bij de posten sponzen en water aan en mee. Ik kijk op het papiertje welke gel ik wanneer moet nemen. Dat is geplastificeerd: ik heb alles goed voorbereid! Ik heb nog 1 gel, en die neem ik netjes voor de derde post, zodat er water achteraan kan. En dan gaat het mis: er komen meer weeën opzetten en die doen pijn. Voor de mannen onder ons: dat is kramp, maar dan in je buik. Ren dan maar eens door! Ik ga alleen maar aan het aftellen. Ronde voor ronde overleven. Loslaten wat had-kunnen-zijn en doorbijten. Ik zeg nog mensen gedag en dan komt er een toeschouwende clubgenoot op me af: “Ik heb je gels”. Ik ben verbijsterd en blij tegelijk. Ik zie Joyce eindelijk: ze is oké gelukkig. Ik nu al niet meer zo. De eerste ronde zit erop. Ik zie papa en mama en ben ontzettend blij dat ze er zijn. Ik hoeft niets te drinken van Vincent en loop langs Manuel. Dan weer een high5 voor de Engelsman. De soepelheid is weg. De buikkrampen maken het niet gemakkelijk te genieten of in een ritme te komen. Water, sponzen. En voor de eerste post zie ik die stralende YZ: wat is zij een fijne supporter. Ik probeer een tempo te pakken, maar lukken doet dat niet. Zelf ben ik verbaasd dat ik tien kilometer in 57 minuten ren. Ik besef dat er nog 11 kilometer komen en dat ik dat niet binnen nog een uur ga redden. Dan maar niet binnen de 6 uur. Ik zeg de ex-trainer gedag, ren langs de luide muziek, score weer een bekertje water en de misselijkheid komt terug. Ik moet ook naar de WC, maar weiger daarvoor te stoppen. Naast de kant her en der bekenden. Dan haalt clubgenoot RV me in en we kletsen even. Ik wens hem het allerbeste toe: hij gaat superlekker. Ik gá alleen nog maar. Er rijdt een politie-auto op de busbaan een collega op het parcours aan te moedigen. Ik grinnik erom. En op het fietspad staan de aanmoedigingen voor KH en TK, die hier straks de hele doen. Mensen in hun laatste rondje moeten wandelen en mijn lijf (en maagstreek) schreeuwen om hetzelfde. Ik wil het zo lang mogelijk uitstellen. Plan bedenken voor straks: dan kan ik rennen en wandelen in de laatste ronde afwisselen. Mijn beenspieren trekken. Na post 3 gaan we het nieuwe asfalt op en dan is de wee te heftig. Ik wandel. ‘Dadelijk weer rennen’ roept één van de jongste clubgenoten me rennend toe. Omdat zij het zegt… Ik hobbel weer door en haal haar zelfs nog bij. Haar moeder moedigt me allervriendelijkst aan. Zij is bijna klaar. Ik heb nog een lange ronde voor de boeg. De drukte overvalt me weer en ik moet wel doorlopen voor iedereen. Bij Rob stop ik even en ik vertel hem dat ik teveel buikkrampen heb en dat de laatste ronde even gaat duren. De trainer RO en zijn lieve vrouw moedigen me aan. Ik denk aan zijn hele triatlon en verwerp dat idee onmiddellijk. Nu moet ik er niet aan denken dat ik dat ooit zou willen! Dat het slecht gaat herhaal ik bij Manuel en die korte stops geven me wel weer kracht. Ik ga bij elke post wandelen en zoveel mogelijk daar tussenin rennen. Voor de laatste keer een high 5 geven op z’n Engels en dan is het rustiger op het parkoers. Veel mensen zijn klaar, maar die zijn misschien ook eerder met zwemmen begonnen. YZ is weg. Ik neem een cola op de eerste post. Fijn. Ik heb een spons vast en dat geeft houvast. Het gaat weer een kilometer wat beter. Ik zie een jongen van 4 met een McDonaldsballon en zijn moeder met open mond staan te kijken. Dat soort knullen moeten we inspireren! Dag ex-coach, je “doorzetten” heeft geen grond meer, woede heeft geen zin meer voor me, ik zit er al lang doorheen. Ik loop langs een pro langs de coachpost: die krijgt zijn eigen voeding en zijn achterstand en loopt hard door. Ik doe ook wat ik kan. Nog een cola wandelend aannemen, er zit geen prik in. Ik zie iemand van het forum en moedig haar aan: deze ga je afmaken! En dan weer de heuvel op hobbelen. Het voelt traag, zwaar en moeilijk. Het is niet anders. Kon ik nog maar versnellen, dan haalde ik de 6 uur of zelfs de tijd van vorig jaar. Maar het is er niet. Mijn benen doen pijn, mijn voeten doen zeer, er trekt weer een kramp door mijn buik. In de verte zie ik MBB en ik ga haar inhalen. Dat geeft me een doel. En het doet me een beetje verdriet, want zij moet echt wel sneller zijn! Ze is eerder gaan zwemmen, dus ze is al even onderweg. Lopen is haar sterkste kant niet, dus ik haal haar bij. We praten even en ze ze roept me na: “Geniet van je finish”. Ik hoeft niets meer op de voedingsposten. Ik doe het hiermee qua voeding. Dat geeft me rust. Ik heb het moeilijk, maar wil blijven rennen. Een krampscheut weerhoudt me daarvan, maar ik pak het elke keer weer op. Stel kleine doelen: ren langs de supporters, ren tot de brug, haal degene net voor je in. Bij de post op het strandje pak ik nog maar een spons. Op het asfalt gaat het weer mis. Ik passeer de 6 uur en die doet zeer. Ik ga zelfs niet beter zijn dan vorig jaar. Hoe kan ik zoveel verliezen op het lopen? Verdikkeme. Vanaf de ziekenhuisbrug wil ik blijven rennen, maar het voelt als stroop. Ik red het net. Ik ben blij als ik de rode loper opga. Ik ga het tenminste halen! Ik denk nog aan de woorden van MBB en ik ben echt blij dat ik ga finishen. Ondanks dat het niet de gedroomde tijd is, ben ik trots op mezelf. Ik ga juichend de eindstreep over. Niet opgeven is ook een kwaliteit.

Ik wankel en voel me niet meer heel sterk. Kus Rob, huil uit, bedank Vincent, zie Manuel, knuffel Joyce. “Morgen weer?” vraagt Rob en ik antwoord eerlijk: misschien was dat beter geweest…. Rob maant me een Red Bull te drinken en die klok ik weg. Ik neem Robs telefoon mee, spreek af te gaan douchen en dan te bellen. Ik neem het finishershirt mee en spreek een trotse RV die zijn gedroomde eindtijd heeft gehaald. Daarna laat ik mijn medaille graveren. 6:10:41 Langzamer dan vorig jaar, maar ik weet waarom. Als ik de groene tas aanpak, is de kramp zo erg dat ik me moet vasthouden aan de tafel. Naar de douches. Daar spreek ik de Almeerse pro-atlete CN die de hele triatlon moest afbreken en dat doet me pijn. Bij het douchen voel ik me smerig en mis ik het tamponnetje enorm. Niemand heeft er 1 bij zich. Ik kwebbel wat en ga dan snel mama zoeken. Ik zie haar buiten direct, want ze had gebeld op Robs telefoon. Zij weet hoeveel buikpijn ik heb. Al kan ze zich dat niet hardlopend voorstellen, hihi. Papa is er ook. Ik ben moe, mijn spieren doen pijn, ik ben een beetje teleurgesteld en ik voel me ongesteld. We moeten de brug over en ik ben lang niet de laatste. Ik duik een WC in en Rob haalt de chocomelk voor me. Daar heb ik zin in. Verder nergens in. We gaan een hoody kopen voor mij en Vincent met daarop: Triathletes never Quit. Zo voelt het, maar soms moet ik even in mijn vuisten knijpen om een wee te weerstaan. Ik haal de tassen en daarna de fiets. Als ik de fiets zie, ben ik toch weer warm van trots: dat fietsen ging wel even geweldig! Onderweg zijn er steeds mensen die ik gedag moet zeggen. We gaan naar huis.

Met vlagen slaat de vermoeidheid toe. Mama helpt gelukkig met de wasmachine aanzetten en opruimen. Na een dikke hamburger en een heel slaperig potje Rummikub ga ik naar bed. Ik app nog wat en zie weinig mensen in mijn omgeving die hun halve triatlon tijd verbeterd hebben. Ik had 1 pechje vandaag. Verder ging eigenlijk echt alles heel goed. Eigenlijk ging alles net als vorig jaar, ik ben alleen 2 a 3 minuten langer in de wisselzone geweest. Die was dan ook veel groter. Ben ik tevreden? Ja en nee. Ja, ik heb gedaan wat ik kon. Nee, het had beter gekund en die wetenschap doet zeer. Volgend jaar…..?

Categories: Uncategorized | Comments Off on Challenge Almere Amsterdam Middle Distance 2018

Week 36: taperweek – zo rustig mogelijk naar de wedstrijd toe…

Maandag 3 september: Weer begonnen met werken, school, uitdagingen. En ik mag naar de fietstraining. Ik ga dat niet halen vandaag. Dus ik ga zelf een stukje fietsen. Even geen druk alsjeblieft. Ik voel me niet al te lekker. Mijn hartslag in rust is erg verhoogd. Niet dat ik me daar nu nog door tegen laat houden, maar het voelt niet als de stabiele basis die ik wekenlang heb gehad. Ik ga met Manuel fietsen. Als zijn band gefixt is. Lekker rustig aan langs de kassen en de dijk en via het Bloq en langs de vaart weer terug. Het wordt al sneller donker.

Dinsdag 4 september: Ik ga even niet zwemmen. Morgen ga ik wel en donderdag wil ik mee het proefrondje zwemmen. Vandaag even niet!

Woensdag 5 september: Het komt nu echt dichterbij…. Ik heb veel te doen en te organiseren. De onwaarschijnlijke hoeveelheid werk beneemt me soms de adem. Ik combineer een half uurtje lopen met het  halen van een presentje voor iemand. Het tempo is prima, ik heb het warm, maar het gaat gewoon goed. 5:40 is echt een tempo wat me heel goed voelt.

‘s Middags meld ik me weer eens in het zwembad. Het is druk, onrustig en saai. Ik zwem keurig de baantjes mee, maar de bril wil niet meewerken. En de reservebril loopt ook vol. Dat is wat minder. Ik ben blij als ik naar huis kan, want ik ga mijn oude hobby verkopen. Dit jaar kan ik na de triatlon niet terugvallen op harp spelen!

Donderdag 6 september: Stress op het werk! Lang doorwerken, ik krijg niks af en ik wil zo graag zwemmen in het Weerwater! Uiteindelijk ben ik eerder te vroeg dan te laat. Ik zie mijn clubgenoten en kleed me snel om van werkkleren naar wetsuit. DR stelt voor met me mee te zwemmen. Ik ben haar dankbaar. En niet een beetje, maar heel erg! Het water is lekker. Ik heb geen haast. We hobbelen naar de boei en kwebbelen onderweg. Ik ga 1 stuk volkomen uit de richting. “Volg de rode boeien” zegt DR me, maar met mijn blauwe brilletje zijn ze geel. Na 47 minuten kom ik tevreden en blij het water uit. Mooi dat ik deze route ook verkend heb. Dan begint mijn oog te ontsteken. Het oog is rood, geïrriteerd en zit dicht. Kan ik niet goed gebruiken! Ik hou het schoon en slaap er prima mee.

Morgen mag ik op de weg fietsen!!!!!! Ik verheug me er al op.

Vrijdag 7 september: Alles is voor elkaar eigenlijk. Mijn oog is hersteld, het voedingsplan klopt, KvH zet me helemaal in mijn kracht en ik ben tamelijk rustig. Ik ga nog fietsen op de dijk om te kijken hoe koud het is en dat valt tegen: korte mouwen (of alleen een tri-suit) lijkt mij te kil. Ik moet me haasten voor de briefing en het is al druk in de stad! Vanaf dan begint een soort haastklus van fiets op orde brengen, spullen pakken en pas laat eten. Na het eten word ik misselijk. Van de spanning.

Zaterdag 8 september: RACE DAY!

Zondag 9 september: Goed geslapen, maar nog altijd onrustig. Ik heb een lijstje van dingen die ik moet doen en daar staat ook fietsen op. Rob gaat lekker met me mee. We gaan lekker langs de Praamberg. Ik heb slechts een beetje spierpijn en een beetje zadelpijn, maar dat is na het korte, rustige fietsrondje weer weg. Mijn hoofd is echter nog verre van leeg.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 36: taperweek – zo rustig mogelijk naar de wedstrijd toe…

Wæk 35: Denmårk i føtø’s

mååndæg 27 ægustus

Jeg wil chøcølæde! De winkėl zit op 2,9 kilometer hier våndåån.

De winkæls zijn hier lång øpen.

Jeg bin ruim vøør het dœnker weer terug. Dan is de ærste reep øøk al øp!
Het tæmpø wås primå!

Wøensdåg 29 ægustus

Tid vøør een længe løb!

Het ærste stuk wås ingen succes. 80 weg, geen fietspåd. Wel snel daardoor.

Øp de Blåbjerg. Gemækt døør een Duitse hårdløper.

Døør de Dænse duinen. Ik dåcht æn Joyce en åppte hær øf ze meeløbte. Dat dæd ze! Lekker ønverhard.

We zøchten øøk såmen huisjes uit. Deze! Til salg is te køøp.

Bij de treinbæn werd ik opgewåcht met de drøne.

 

Ik liep 17 km. In 1:38. Twee kilømeter gingen heel rustig (8 en 17) De 10 EM net niet in anderhalf uur. En het ging gemakkelijk en goed. Tevreden!

30 augustus

Fietsen huren!

We gingen røute 407 vølgen. Een måråthønafstånd fietsen. Het wæide. Hård. We deden eerst wind tegen. Denemarken is sååi: plåt, rechte wegen.

Længs het wåter wind mee! Maar een læstig påd. Na Børk Havn een røtweg met zijwind en werkverkær. Øp nær Nymindegab!

De månnen gingen rusten in de duinen. En ik? Rennen op het strånd! 1 kilometer wind mee, 1 kilometer in de duinen wind tegen.

Terug døør de duinen, eindelijk wind mee! De bank løkte… Røb. Mij niet. Ik wil meer fietsen!

Dus ging ik allæn route 406 doen. Eerst wind mee. Yø!

Tøen tussen de plåssen døør. Ge-wel-dig! Mær wåt een wind! En wåt een stæntjespåd.

Nee, ik sprøng er niet in! Gåve løøpbrug.
Dærna døør de duinen.

En tøt slør: heuvelige bøssen. 75 kilømeter verzåmeld op de fiets våndæg. Trek, zådelpijn, møøie indrukken toegevøegd. Lekkere mix.

31 augustus

De lætste run in Denmark

We gåån såmen,Vincent og mig.

Åchter de kirke vån Lønne heb ik een møøi pad gezien. Onverhård. Bøs. Duin. Mul zænd. Omhøøg! Uitzicht kædø.

Træilrunnen is zwærrrr. Mær øøk veel leuker.

We zwerven en kømen långs wåter.

Tussen de våkåntiehuisjes raken we de weg kwijt. Wåt wil je øøk met zø’n børd?!

We løb dik 8 kilømeter. Dæg Denmårk!

2 september

Weer thuis. Plat Nederland. De tijdritfiets moet hoognodig worden uitgelaten.

 

Langs de Oostvaardersplassen. Ik snap niet waarom ik zoveel mensen op de dijk tegenkom, tot ik aan de andere kant fiets. Dan heb ik wind mee! De snelheid loopt flink op.

Volgende week (ARGH, dan al!!) is de weg van mij! Nu train ik lekker 45 kilometer weg in 100 minuten.

Niet gezwommen deze week. Veel meer gefietst dan ik gedacht had.

Op naar de taperweek: rustig aan doen en voorbereiden op de wedstrijd.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Wæk 35: Denmårk i føtø’s

Week 34 Denemarken – Danmark

20 augustus.

Det er stille i poolen. Ik niet, ik ben niet rustig. Ik geniet van de glijbanen en gil me suf in de trechter. Sid på en stol. Word nat onder een emmer. Ik vind het grappig dat ik de angst die altijd een beetje had voor water, zo kwijt ben.Det er stille i et bad. Det er for mig!Al is het maar 20 minuten. Ik ga op en neer zwemmen. Geen techniek, alleen volhouden. Sikkert 20 minutter har jeg halvt bad for mig alene. Na 25 minuten wordt het druk. Også sjovt, svømning omkring mennesker. Ook leerzaam. Ik ontdek dat het bad geen 17 meter is, maar meer. Jeg tæller stregerne. Adem soms 1 op 3. Zoek de kalmte en de lange slag. Det tager altid et stykke tid. Na een half uur is het te druk en onrustig. Toch mooi gedaan!

Later in de middag gaan we hardlopen,Vincent og mig. Het park uit richting de zee. Vincent forlader mig efter en kilometer en ik ga door tot 3 kilometer en keer dan terug naar hem. Det er fladt, jeg har vind,het is onverhard en het is net als thuis en toch ook weer niet. Jeg kommer til havnen og til molen. Ik maak fotootjes en keer om. Ik weet het al: Nu har jeg en vind. Dat is genieten voor mij. Ik ga nog steeds op flink tempo. Even uitwaaien. Jeg skal til Vincent. Beuk tegen de wind in. Ik ben wel wat gewend, men det er en god vind! Vincent beukt met me mee. Meer iets voor mij dan voor hem. Trapje af en dan iets rustiger zonder de wind tegen. Vi går tilbage gennem parken. Heeft hij er bijna 3 kilometer op zitten en ik 6. Lekker ingelopen. Danmark: her er jeg.

22 augustus.

De tusend trin van gisteren waren een leuke workout, maar tæller ikke! Vandaag weer in het zwembad. Efter alle lysbilleder er det tid til een zwemsessie en mensen verjagen! Nee hoor, det er stille. Ik kom snel in een trage slag. Op og ned, gang efter gang. Minutenlang. Ademen 1 op 2, 1 op 3 en 1 op 4. Het licht is erg fel en heel vermoeiend, gør ondt i dine øjne. Het water is eigenlijk for varmt. Men jeg vil fortsætte! Na een half uur zwemt er een meneer met mij mee. Jeg er allerede træt, maar ga door of ved. De meneer stopper mig ikke. Efter 2 kilometer is het wel klaar. Tre kvartaler af en time. Op naar het bubbelbad!

Later in de middag ga ik løb. Ik heb niet goed naar de opdracht gekeken en ga lekker en time. Op naar de pier! Eerst een half uur rustig, accelerere derefter. Eh. rustig… 5:40? Eerst vind mod. Mooi, kan ik straks doorversnellen. Eh. Straks sneller…. 5:30? Ik ben zo op de pier en dan vaart de færgen voorbij! Ik film, geniet en verwonder me terwijl het uret er stationært. Wow. Og tilbage igen. Wind mee. Eerst nog kalm proberen te houden. Med lethed net onder de 5:30. Na 5 kilometer in 27 minuten (!!) tempoet går op. Nieuw ritme en tsjakka- door naar 5:14. Ik ga het rechte pad maar verder af. Og endnu mere. Tot 7 kilometer. Dan sta ik bij het nudiststrand. Forførende …. maar ik ga door! Op 8 kilometer neem ik een gel (High5). Dan ga ik het unpaved sti af. Het tempo kan nog hoger. Viel even terug naar 5:22 (på grund af trapper), maar nu zet ik door. Jeg er varm en rood. Kilometer 9 gaat in 5:06 ofzo. Ik wil graag op 53 minuten uitkomen bij de tien kilometer. Det er stadig ret tungt. Het park is te klein. Jeg løber gennem til børnene. Dan ben ik ook kapot. 53 Minuten. Jeg jogger terug naar het huisje en loop 11 kilometer vol. Binnen een uur. Jeg føler mine ben!

 

24 augustus

Na een dag door København wandelen gisteren, ligt min præference vast: doe mij maar 15 kilometer løb in plaats van at slentre! Vandaag voelde ik de spieren nog. Eerst die spierpijn eruit zwemmen. I den subtropiske swimmingpool. Het was tryk in het bad. Maar ik ging på mit “eget” sted op en neer aan het crawlen. In een rustig tempo. Dan kom ik er snel in. Ik dacht aan een en halv time. Maar dat werd steeds iets meer. 1000 meter, 1500 meter en dan wil ik 1900 meter halen. Det blev to kilometer in precies 45 minuten. Alt uden otte! Het beste zou ik 1 op 5 kunnen ademen. Maar 1 op 4 zit er beter in. De muskel smerte is weg.

Later op de middag ga ik nog een keer zwemmen. Fordi det stadig kan. Vincent filmt mijn slag. Kan ik se tilbage. Ik ga met paddels, maar dan moet ik veel teveel op de andere mensen letten. Beter gewoon mijn gestage slag trainen. Ik maak lange slagen. Jeg går kun i tyve minutter. Een kilometer. Mooi geweest hier.

Op het schema staat 2 uur løb vandaag. Vind ik er lastig tussen te passen. Het waait. Det blæser hårdt. Heel hard. Het regent ook. Brusere. Maar ik ga toch. Om 4 uur ben ik klaar met moed verzamelen en zijn we het zwembad uit. Rugtasje mee, water mee, regenjasje mee. De opdracht is: accelerere i den anden time. Dus ga ik eerst wind tegen. Het park uit, het pad op naar rechts. Richting Kramnitze. Følg stien. De eerste 5 kilometer gaan nog wel (op een gel) med vind fra siden, maar dan krijg ik de wind recht van voren. Hestearbejde! De golven zijn zo hoog, dat ik de druppels voel. Het landschap is weids en leeg. Op kilometer 7 valt een byge. De druppels verwaaien. Det har jeg ikke noget imod. Ik ploeter met een glimlach door. Ik denk: Jeg vil lukke snart! Met 8 kilometer ben ik bij de havn van Kramnitze. Det er ikke meget. Een fotostopje en drinkstopje. En dan terug. Ik kan vliegen! Heerlijk. Vooral de stilte, nu gør vinden ikke længere støj. Ik kan de zee beter bekijken. Dan moet ik. Lastige plek! Der er ingen. Ik duik een bosje in. Det flyver op. En weer door! Het tempo gaat flink omhoog nu ik wind mee heb. Toch moet ik til rytme igen. Ik twijfel lang: Jeg er færdig med stien of stop ik bij het zwembad? Ik ga door! Ik besef dat ik dan ook nog vind mod krijg. Na 16 kilometer sta ik in RødbyHavn. Ik voel het ook in mijn benen en vermoeidheid hoor! Vinden er tiltrukket. Stormachtig. Ik kreun en steun me er doorheen. Og nyd. Tel af tot de vlag. Det er tungt. Dan het park weer door. Ik wil nu alleen in lige linjer lopen! Ik ben moe. Ik loop op en neer om 20 kilometer aan te gaan tikken. Jeg skal defekte igen. De 21 kilometer zit er niet in. De twintigste kilometer gaat in minder dan 10 kilometer per uur. Først og fremmest. De rest ging allemaal harder. Ik had een halv marathon in 2 uur kunnen lopen. Maar nu jaag ik Vincent de toiletter af. De tweede tien kilometer gingen meget hurtigere end den første. 57:38 tegen 56:12. Ik was geen to timer onderweg. Het is goed geweest. Nu heb ik weer muskel smerte.

26 augustus

We zijn gister til den anden side van Denemarken gereisd. Weer een leuk vakantiehuisje, med vidunderlige senge! Vandaag was ik trætte. Een soort lome trætthed. En ik zou moeten gaan fietsen ifølge tidsplanen. Maar het regende veel in dikke buien. We gingen lekker gå langs kysten. Mooie luchten, vele kwallen, een vette regnbruser en goed uitwaaien. Omdat we goed doorliepen vond ik het al meetellen. Maar ik kan wel fietsen! Ook als het regent! In de fitnessruimte. Gratis. Rob ging de race kijken en ik ging cyklus. Stom apparaat. Het was er snerpet en ik zweette al snel. Maar ik kon met de WIFI ook de race volgen! God, dat leidde lekker af. Ik trapte maar en trapte maar. Og droppet tomt. Vincent kwam me een schoon shirt brengen en speelde en rende zelf ook wat. Ik wil dit fietsen namelijk link til at gå. Ik fietste de hele race vol. En dacht wel honderd keer: Jeg gik der, elke keer met een glimlach. Na 80 (!!) minuten was ik helemaal klaar met het cykel gear. Ik kleedde me om bevond me in een ingewikkelde overgangsrum, met zwembadkluisjes en bandjes. Vincent ging meerennen. Jeg var kold. We renden om het park en ik voelde me nog steeds sløvt. Het tempo was ook matigjes. We gingen om het park heen. Toen liepen we OVER de jernbanespor. Het is een verlaten stuk, maar toch! We dwaalden tussen ferieboliger en ik kwam er niet goed in. Vincent ging terug naar ons huisje. Er zaten al twee kilometer op, maar het voelde als syv. Ik ging nog even door en kwam weer op en blindgyde. Wurmde me tussen de struiken door naar het jernbanespor. Deze keer pakte ik het naastgelegen cykelsti. Mijn zin was op. Ik heb vakantie, honger en ikke mere fornuftigt. Ik liep over broen terug het park in. Klaar d’rmee. Ik ging mijn spullen ophalen in de “transitiezone” en wandelde naar het huisje. Naar de småkager, de bruser en de bænk.

Misschien heb ik den sidste uge niet zo veel getraind als tidligere uger. Maar hé, ik had vakantie! En heb heel veel hiked. Ik heb in elk geval gjort mit bedste. Jeg forsøger ikke at tro, at jeg kun har to uger … Nu eerst: En anden hel uge med ferie te gaan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 34 Denemarken – Danmark

Week 33 op weg naar de vakantie

Nog 1 lange week…. hou ik mezelf de hele tijd voor: op het werk is de week extra lang, vol, druk en onoverzichtelijk en qua sport ga ik deze week mee op ‘trainingskamp’. Een kamp voor vrouwen, die ieder mee kunnen trainen vanuit hun eigen lokatie. Wel delen de ervaringen op Facebook en krijgen een schema van JB. Ik hou mijn eigen schema aan. En daar staat maandag anderhalf uur fietstraining. Met de overvolle, lange werkdagen is die alvast niet te combineren! Ik zal blij zijn als ik er om 7 uur ben met de auto en iets fatsoenlijks te eten in mijn buik. Ik haal Vincent namelijk tussendoor ook nog op in Hilversum. Maar netjes bijtijds staan wij klaar en doordat we rijden, “missen” we een fikse bui. De groep is alweer groter. Ik ben de enige dame. Eigenlijk niet, want 1 man heeft zijn dochter bij zich in het kinderstoeltje. Zelfs dan zijn zij samen nog sneller dan ik! We gaan naar het industrieterrein en daar fietsen we een aantal vierkantjes. Ik ken de weg intussen zo goed daar, dat ik zelfs al niet meer rem voor de bochten. Het minfietsen gaat op 30+ km per uur. Midden in de groep lukt mij dat wel. Maar dan moeten we een opdracht doen: nog 1 ronde infietsen en daarna rondes versnellen. Nog harder?! Alleen? Want de rest van de groep is snel weg. En dan iets met drie keer, herhalingen. Ik geef het op. Na twee rondes weet ik het al: hier heb ik niks aan. Sorry trainer: hier word ik niet beter van. Dit vind ik niet leuk. Ik wacht ze op, zwaai en fietst op mijn snelst naar het kasteel. Waar ik wel wat aan heb is dit: me moe fietsen en over het natte fietspad het stuk challenge fietsen tussen de kasteel en de dijk. Met bochten. Daar heb ik wat aan, daar kweek ik vertrouwen mee. “Waarom kun je dan wel hard mama”, zal Vincent later vragen. Hij heeft gelijk: met een doel en een idee voor ogen, lukt het wel. Ik scheur binnen drie minuten vanaf het kasteel naar de dijk. En terug nog harder, want ik moet het hele Weerwater nog langs en ik moet op tijd terug zijn voor Vincent! Tevreden trap ik terug. Ik ben niet blij over de training, vind het extra stom dat maar 1 iemand wacht bij Vincent van de grote-mensengroep. De trainer is al lang weg. Slechte training. Ik heb het omgebogen naar iets voor mezelf, maar als training was het pet. In de kader van het trainingskamp hebben we elke avond een live-sessie over een onderwerp. Vandaag gaat het over rust. Ik luister de sessie bij de buurkatjes. Heel erg interessant!

Dinsdag werk ik thuis. Weer werk ik hard, maar het lijkt zo onbegonnen om iets voor de vakantie af te ronden. Ik kan door het thuiswerken wel op tijd weg om naar de nieuwe zwemgroep te gaan. Deze komt ook voort uit het “trainingskamp”. We komen samen in Amsterdam. Natuurlijk ben ik behoorlijk zenuwachtig: wat als ik de langzaamste ben, wat als ik de enige ben in wetsuit, wat als iedereen van me wegzwemt, of nog erger: als het heel erg traag gaat…. Ik ben zo slecht in dit soort dingen… Maar ik ga wel. Ik ben absoluut niet de enige in wetsuit. Eigenlijk gaan er van de 15/20 mensen maar 2 NIET in wetsuit. En 1 van die twee is nog langzamer dan ik. Duidelijk. Die blaast voor het eerst een boei op. We lopen ver, ze laten niet eens hun slippers achter op het strand! En dan als groep te water. Onder het bruggetje door en het lukt me wel. We zijn al snel bij de eerste boei. En dan wachten we op elkaar! Dit is nieuw voor mij, na een paar meter al weer samenkomen. En dan een instructie krijgen hoe verder te zwemmen. Nog iets versnellen en naar het volgende strandje. Ik zwem altijd gewoon maar! De rest ver voor me uit en ik zwem honderden meters alleen. Niet hier, hier blijven ze bij elkaar, let je op elkaar. Ik zwem niet als traagste. Bij lange na niet. Zin in heel veel oefeningen heb ik niet. Er zijn twee groepen en 1 duidelijke instructrice. Zij verzint het. Ze wijst de snelle groep op 2 boeien. Die eerste is circa 35o meter ver weg en daar zwemmen we rustig heen. Dan wachten we weer op elkaar. Ik moet daar nog steeds aan wennen. En dan naar de andere boei links daarvan die ongeveer 200m weg is op snelheid. Zijn er verschillende snelheden dan?! Dan weer wachten op elkaar en daarna terug, maar dan andersom: eerst de 200m kalm en dan de 350 snel. En onderweg bij de boei op de terugweg: wachten op elkaar. Ik ben verbijsterd. Ik ga maar met de snelle groep mee, dan kunnen ze tenminste op mij wachten! Dat is een misrekening. Ik zwem gewoon kalm en ben niet eens in de buurt van de langzaamste. We zijn met 9 mensen en ik kom als 4de of 5de aan. Lang wachten. Ze kletsen! Daarna versnellen. Omdat we dicht bij elkaar zwemmen kan ik spieken bij de anderen. Omdat het water zo lekker is, zo helder, zie ik zelfs onder water wat ze doen. Ik pak een kalm ritme en versnel vast wel een beetje. 200 Meter zijn zo gezwommen. Wachten. Ik vind het apart. Niet erg, maar wel apart. De tweede trainster is 35 weken zwanger (!!) en geeft hier een daar tips. Ik zwem in haar buurt en door die dikke buik zie ik dat zij met haar hele lijf veel meer roteert. Ze zien zelfs op tegen het laatste lange stuk versnellen. Ik ben het wachten het eerste moe (iedereen is er hoor) en vertrek. De snelle zwemmers halen me in en ook zij roteren veel meer, waardoor ademen een twee kanten gemakkelijker wordt. Ik probeer het ook en hela! De hele beweging wordt groter, sterker en ik kan met gemak links ademen. We komen met de hele groep weer bijeen en ik ben blij met mijn ‘ontdekking’. Wij snelle zwemmers mogen nog naar het midden van de plas. Twee aan twee alsjeblieft. Op elkaar letten. Ik vind dat moeilijk, let alleen op mezelf. Mijn grote slag, mijn rotatie. Nu moet ik me zelfs een beetje inhouden. Maar ik kan de man aan twee kanten zien en hoeft niet meer perse links van hem te zwemmen. De zon gaat onder en ik geniet enorm. Vrienden van de TVA: zo kan het ook, lekker prestatieloos! Wachten op elkaar. Niemand eraf zwemmen. Kletsen ondertussen. Ik ben tevreden.

Woensdag. Henschotermeergames

Donderdag. De werkdag is extreem lang, druk, onbevredigend, vermoeiend en zwaar. Het is niet af. Niet eens in de buurt ervan. En dat voelt niet goed. Dat voelt helemaal niet lekker. Uitlopen, staat er op mijn schema. Ik breng Vincent naar de baan en zie meerdere langzame mensen. Dit moet lukken. Ik ga op de baan mee. Dan blijft de WC in de buurt. Gewoon mijn eigen tempo. Stomme trainer, waarbij we altijd te snel gaan en dat begint al bij inlopen. Vind ik niet erg, ik loop voorop en ben stil. Ik wil vakantie. Ik heb vakantie. Maar het voelt niet als vakantie. Ik doe vandaag de versnellingen niet mee. Ga maar een beetje sneller. Niet teveel. Op de baan huppelen we eerst nog wat rond en dat heet dan loopscholing. Daarna gaan we 4 keer een kilometer lopen op eigen tempo. Tussendoor krijgen we snelheidsopdrachten. Ik doe het lekker alleen. Op mijn eigen tempo, die kilometer. En de snelheidsopdrachten sla ik straks wel over! De kilometer gaat hard. Onwaarschijnlijk. Dan is het 100m wandelen, 100m sprint of zoiets. Ik vind het wandelen verschrikkelijk. Doe het 1 keer. Sprinten doe ik een beetje harder. Weer een kilometer lekker op mijn eigen hoge tempo. Alleen alsjeblieft. Dan 200m rust en 200m sprinten ofzo. Rust is dribbelen voor mij. Ik draai gewoon stom de rondes. Dan nog een kilometer. Ik loop vlak en hard. De baan he. We gaan uitlopen en tot mijn verbazing train ik 10 kilometer in een uur. Hard voor een training met loopscholing erin. Nu zijn mijn benen moe en is mijn hoofd ook nog moe. Ik ben aan vakantie toe! Ohnee, die heb ik al. Maar waar dan?

Vrijdag. Twee keer fietsen. En dat terwijl iedereen thuis is! Dat wordt een hele opgave, maar ik kan doorschuiven naar morgen. Ik ga vroeg. Dan heb ik het maar gehad. Kan ik daarna opruimen, inpakken, doorpakken, oppakken…. Kwart over 8 zit ik op de fiets. Dit zijn de krachtblokken. Ik ga een grote ronde Oostvaardersplassen doen. Infietsen en daarna 8 keer 4 minuten op het hoge verzet en daartussen in 2 minuten kalm aan. Het gaat goed. Ik fiets lekker om en halverwege de dijk gaan de krachtblokken in. Het is stil, ik zie 1 andere fietser op de dijk. Ik geniet van het uitzicht. Mijn benen vinden het wat minder fijn vandaag na de training van gisteren. Training, zullen we maar zeggen. Ik heb wind mee op de dijk, maar daar ga ik niet spectaculair hard van. Ik vind de 4 minuten elke keer lang en ga aan het tellen. Dan probeer ik de minuut te tellen, zo precies mogelijk. Of ik probeer 4 minuten af te tellen, tot 240. De borden staan klaar langs het parkoers voor de challenge op 8 september. Ik neem een gel op de Praambrug en dóór…. Ik ga weer tellen op de lange saaie weg met wind tegen. Dan gaat het ergens mis. Ik vertel me, kijk verkeerd op het horloge en mis compleet de 2 minuten rust. Dat vinden mijn benen echt niet meer fijn. Ze willen naar huis en ik eigenlijk ook. Ik haal de veertig kilometer weer vandaag. In anderhalf uur. Met een soort van gemak. Kom nog een mevrouw tegen die wandelt in wat ik een pyjama vind.

Ik treuzel, aarzel, kijk een leuk filmpje, draal. Ga ik… of niet…. van het schema hoeft het niet… het hoeft van niemand.. ik kan de douche in en verder met de dag. Maar ja, lopen hoort erbij. Ja, nee, toch! En ik ga. Een opbouwend loopje. Door de wijk. Door het park, op het eerste fietspad naar links, achter langs. Het gaat best goed. Ik krijg het warm, zie dezelfde mevrouw als ik op de fiets al zag en ga lekker door. Toch lukt me dit goed. Ik ga steeds iets sneller. Achter de wijk langs en dan weer terug het fietspad op. Zie ik dezelfde mevrouw voor de derde keer! Ik hou het hoge tempo vast, maar voel de training van gisteren nu echt goed. Door het park weer naar huis en na 6 kilometer vind ik het mooi. Douchen en de rest van de dag. DvA appt of ik meega met een zijn koppeltraining: fietsen rond de plas en daarna stukje lopen. Te laat 🙂

‘s Avonds neem ik DvA mee naar het zwemmen. Ik ben er onzeker over. Wil het rondje eiland, maar kan DvA dat ook, wil iedereen dat? Moeten we weer vroeg eten. Gewoon in wetsuit gelukkig. MZ gaat mee en 2 snelle heren ook. Het korte rondje eiland wordt het. Ik doe mijn eigen ding, zie dat DvA met gemak met de snelle mannen mee kan en zwem niet als laatste. Verder vind ik het best. We wachten bij de boei. Ik probeer 1 op 3 te ademen. Dat is wennen. Dus ik schakel terug naar het vertrouwde 1 op 4. Vind het even jammer voor de heren dat ze op me moeten wachten, maar het is zo.Ik moet ook wachten en ben verbaasd dat MZ achter me zwemt. Dan het stuk tegen de zon in. Ik hou MZ bij en bij de brug is niemand. Ik mag doorzwemmen van MZ en doe dat ook. Dit stukje kom ik altijd in mijn ritme en dan ga ik los. Zouden spieren een geheugen hebben? Dat sommige stukken wel gaan (dit stuk) en sommige stukken nooit willen lukken (het stuk voor de brug)? Ik zie de andere heren ver voor me met hun boeitjes. Ik stop straks wel voor MZ. Net de bocht om, kijk ik om en zwemmen ze opeens achter me. Huh? Ze hebben gewacht aan de linkerkant en ik adem rechts. Ik zag ze niet. Zij gaan weer door en ik ook. Om de boei heen. Ik ben niet meer zo snel, maar ik doe het lekker wel! Uiteindelijk hoeft ik alleen maar een uur te halen, zodat ik morgen niet naar het zwembad hoeft.Voor vandaag is het genoeg.

Zaterdag. Vandaag ga ik fietsen. Lang en ver. In tempoblokken. Ik ga alleen. Als Vincent iets anders doet. Ik sta op, doe fietskleren aan en heb totaal geen zin. Ik ben onrustig en moet inpakken. Zal ik Rob Vincent laten ophalen? Rob stelt voor dat we samen Vincent wegbrengen en dat ik een nieuwe koptelefoon ga kopen. Ik kleed me terstond om. Eerst de dingen die moeten, als er tijd over is, ga ik wel fietsen. Ik koop een mooie nieuwe koptelefoon om te sporten. En ga klaarleggen. Alles klaarleggen. Kamer voor kamer. Dan is Vincent al klaar. Ik had het toch niet gered. Vincent wil ook een koptelefoon en ik verdoe mijn tijd. Ik ben nog lang niet klaar met pakken! Thuis ga ik nog even door en dan ligt alles klaar. Er is tijd over. Vincent wil wel een ijsje bij Mariola. Dus gaan we toch samen fietsen. Dan maar geen tempoblokken. Op naar Almere Haven! in zijn tempo. Prima. Vincent wijst de weg tot het kasteel. Dan wil ik door naar de dijk. Wind tegen hebben we. De hele tijd. Want dan hebben we ‘m straks mee op de Oostvaardersdijk. Hij eet een ijsje. Ik ben nog onrustig van het inpakken en op vakantie moeten en onaf werk. Vanaf Almere Haven naar de Hollandse Brug trek ik Vincent tegen de wind in. Heerlijk vind ik dat. Dan over de parkeerplaatsen en de dijk op. Het duurt nog even, maar dan draait de wind mee en gaan wij gemakkelijk hard. Waarom gaat dat zo snel voorbij?! Langs de plas terug en we fietsen 45 kilometer vol in 2 uur. Niet heel snel, maar: gedaan! Op een hele lage hartslag. Door met verzamelen en inpakken. Als de onrust kwijt is, kan de vakantie beginnen. Maar het lukt nog niet echt.

‘s Avonds tegen zonsondergang word ik iets rustiger. Ik wil mijn koptelefoontje proberen. Gewoon lekker even mijn eigen tijd. Met een ommetje naar de Albert Heijn. Het gaat lekker. De benen doen het goed. Ik besluit er een elke-kilometer-iets-sneller rondje van te maken. Onhandig als je begint op 5:45. De hartslagmeter is ingepakt, dus ik doe het met het horloge zelf. Die is wel heel mild! Ik zet iets aan en ga mijn neus achterna. Ik vind dit tijdstip, zo rond zonsondergang, echt heerlijk. Ik ga de trap op. “De wenteltrap naar boven, die neem ik, ik moet naar de top” Boudewijn de Groot heeft er een mooi lied over: Hoogtevrees. Ik pieker, prakkeseer en laat wat zaken los. De werkcomputer is uit. De spullen liggen klaar. De was is gedaan (behalve wat ik aan heb). De katjes zijn in goede handen. Waarom voel ik me nog niet vrij? Ik ga harder en harder. De vijfde kilometer zal nog een ding worden met een vierde kilometer in 5:04! Ik zet door en voel mezelf vliegen. Net onder de 5 minuten. Ik druppel lekker uit bij de Albert Heijn. De sportweek zit er wel op. Of….. In Nederland in elk geval wel.

Zondag rijden we, varen we, wandelen we, reizen we. Dat is vermoeiend, maar geen sport!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 33 op weg naar de vakantie

Henschotermeergames 2018 De Swim Run Swim Run

Een drukke dag in een drukke week. En ‘s middags word ik weer een meisje. Met een beetje buikkramp. Dat komt niet heel goed uit. Niet voor een zwemmen, rennen, zwemmen, rennen wedstrijd tenminste. Vooral dat zwemmen is dan wat minder. En net nu ik Vincent moet proberen te verslaan! Hij is een betere zwemmer dan ik ben, maar ik was tot nog toe de beste lopen. Of zou hij op triatlonkamp zoveel geleerd hebben? We gaan tegen elkaar aan het strijden vandaag.

We gaan met een hele club richting Woudenberg: net als vorig jaar gaat RW meedoen, maar nu alleen. Ook JvA en zijn vader DvA gaan mee. DvA traint net als ik voor de halve triatlon en zijn zoon is Vincents beste vriend en die doet mee aan de junior challenge. Ik ben (by far) de zwakste zwemmen van ons vijftal, zeker vandaag. We zijn zo vroeg dat we alle plaatsen in de wisselzone nog kunnen innemen.

Ik ga aan het inzwemmen. Dat vind ik fijn en wil ik wel eens uitproberen. Bang dat ik het koud krijg, ben ik niet. Het is niet heel warm en zelfs niet zonnig. Ik kijk even waar de boeien liggen. Vincent en JvA spelen in het zand. Ik ga nog even langs de toilet en neem een slok van de raar smakende Sanas sportdrank. Precies om 7 uur gaat de laagdrempelige wedstrijd van start. Alleen voor Vincent en mij is het onderling een wedstrijd, voor de rest is het een training; geen restricties, geen medailles, geen podium.

Ik ga midden tussen de mensen het water in. Schop en sla een beetje mee en kom in een slagje. Snel bij de boei en daar hoor ik ‘hoi mama’ naast me. Heb ik snel gezwommen of Vincent langzaam? Ik keer om en raak verstrikt achter een dame. En dan schiet er een pijnscheut door mijn buik heen. Onhandig. Ik trek me er niks van aan en probeer om de dame heen te zwemmen. Vincent ben ik kwijt geraakt. Ik kom als laatste het strand op van ons vijven, maar nu ga ik inhalen! Ik ben snel de wisselzone uit, want Vincent en JvA weten niet precies de uitgang. En zo loop ik vlak achter Vincent en vlak voor DvA. Het tempo ligt hoog. Gruwelijk hoog. Ik heb 3 kilometer om Vincent in te halen en ga die tijd ook nemen. Ik blijf lang vlak achter hem. Hoor dat anderen “die kleine” aanmoedigen als hij langskomt, maar mij niet! 12 Kilometer per uur lopen we. Onafgebroken. Dat is echt hoog tempo voor mij, en voor hem ook! Ik haal hem in de tweede ronde in, na een kilometer of 2. En blijf er dan voor. Mijn buik doet een beetje pijn en ik heb het niet gemakkelijk.

Zwembril op en snel mijn achtje mee. Sorry Vincent: dit is mijn valsspelen! Ik zwem hard en goed, zeker voor mijn doen. Het gaat echt lekker. Mijn buik vind dit een prima idee, gek genoeg. Als ik het water uitkom, staat Vincent naast mij op. De wissel valt me verkeerd. Ik ben duizelig als nooit tevoren, val om in het zand en voel me totaal niet goed. Mijn buik lijkt helemaal omgedraaid.

Weer rennen. Deze keer haalt DvA ons in en verdwijnt hij. Ik ren achter Vincent en zie hem. Ik loop langzaam in, ondanks dat ik me niet zo goed voel. Ik heb de tijd. Het tempo ligt nog steeds hoog. Ik volg hem gewoon voorlopig. Eigenlijk voel ik me behoorlijk beroerd en ik heb zand op mijn handen. Vincent kijkt om en ik hou hem bij. Na anderhalve kilometer lukt me dat nog steeds, maar ik voel mijn tempo afzwakken. Mijn handen en vingers beginnen te tintelen en dat is geen goed teken: dan ben ik meestal ziek aan het worden. Ik haal Vincent bij en stel voor het samen af te maken en gelijk te finishen. Hij zegt ja en dat hij ook moe is en ik beken dat ik niet veel harder mee kan. Hij wel. En dan blijkt ja toch nee te zijn en voert hij het tempo wat op. Ik kan niet volgen. Ik moet naar de WC voor een grote boodschap en mijn darmen en buik doen echt pijn. Opgeven: ik denk er serieus aan. En laat Vincent gaan. Ik blijf in de buurt, maar mijn tempo moet iets omlaag. Net onder de twaalf kilometer per uur. Hij loopt met een meisje op, wat de hele tijd achter mij heeft gelopen. Het liefst zou ik doorrennen naar de WCs. Mijn darmen ook en ze houden het niet. Smerig, maar waar. Ik voel me niet blij meer en behoorlijk ziek, maar ik maak het af. Vincent en het meisje versnellen, maar ik kan dat echt niet meer. Een paar seconden na Vincent finish ik. Hij is terecht superblij. Ik voel me vies, misselijk en afgemat.

Ik loop snel naar mijn spullen en gris wat plastic tassen en schone kleren bij elkaar. Ik ben draaierig en kan heel erg weinig zeggen. Zo afgemat ben ik niet snel! Meestal ben ik snel bij, maar nu voel ik me echt niet goed. Ik ben zo snel ik kan bij de WCs. Ik loop daar even leeg. En kleed me voorzichtig om. Langzaam gaat de buikkramp liggen en ik voel me weer een beetje mens worden. Stiekem ben ik supertrots op Vincent. Bijna iedereen is al binnen als ik me weer kan vertonen. Ik kan nog net mee RW opvangen! We zijn met het team uit Almere ook bijna als laatste de wisselzone uit. Iedereen heeft genoten en Vincent is supertrots. Ik blijf nog een paar uur wankel, maar heb wel weer trek.

Zou de sportdrank verkeerd gevallen zijn? Of de tijd van de maand die me tegenstond? Heb ik iets teveel gevraagd van mezelf? Gelukkig heb ik er een dag later al geen last meer van en blijk ik maar 4 seconden langzamer te zijn geweest als Vincent! Dat verschil gaat de komende jaren alleen maar oplopen, hoe goed ik mij ook voel.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Henschotermeergames 2018 De Swim Run Swim Run