browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

2019-5

Posted by on February 23, 2019

En dan moet je het heel langzaam weer oppakken: op woensdag 13 februari mocht ik 3 kwartier fietsen of lopen van de trainer. In lage hartslagzones, met wandelpauzes, onder voorbehoud, langzaam aan. Dat vind ik moeilijk. Ik kies voor hardlopen, omdat dat voor mij het beste vergelijkt. Ik kan dat ook goed combineren met het halen van pillen voor de katjes, dus op een mooie woensdagmiddag vertrek ik. Het is heeeeeeeerlijk buiten! Mooi weer, licht, ik heb gewerkt vanmorgen en Vincent is op een nieuwe school. Ik heb de tijd, ik hoeft en ga niet snel. Ik geniet ervan. Ik hou de hartslag in de gaten en heb drie keer 15 minuten hardlopen voor de boeg. Zeker de eerste 15 minuten gaan supergoed. Hoe blij kun je zijn dat het weer lukt… En dat met zulke langzame tijden. Maar goed, in de tweede 15 minuten word ik ingehaald! Het is dan lastig om niet te versnellen, maar ik doe het niet. Ik ga bij de dierenarts langs in de derde 15 minuten. Daarna gaat het minder. Ik vind het zwaar worden en het tempo is verdwenen. Ik heb al 5 kilometer gerend, maar ik moet nog wel naar huis. Na dik 6,5 kilometer ben ik blij weer thuis te zijn. Ik ben nog niet helemaal opgeknapt!

Donderdag de 14de gaan Rob en ik weer wandelen als Vincent op de baan traint. Dit gaat een heel stuk beter als een week geleden! Ik loop gewoon mee, kan zonder moeite lekker doorstappen. Waren de 3 kilometer vorige week nog een crime, nu dik 4 kilometer zonder moeite. Er zit wel degelijk verbetering in! Ik hoest nog wel, maar voel me al een stuk beter.

Vrijdag 15 februari pak ik de draad weer helemaal op. Ik heb nog 1 hoestbui, maar ik kan alweer de hele dag moeiteloos naar de stort, de winkels, het huishouden doen. En ‘s middags lekker fietsen met Manuel! Ik ga op de tijdritfiets. Wat een feestje. Zomaar in februari op de tijdritfiets. Die zit heerlijk, die fietst geweldig en ik hoeft me nergens aan te houden, zit niet aan een opdracht vast. Gewoon niet te hard en niet te lang en na het fietsen een stukje lopen. Mijn horloge werkt echter niet goed samen met de cadansmeter, waardoor ik volgens het horloge stilsta. Dat irriteert me dan vreselijk. Op de Trekweg kon Manuel nog net zijn zin afmaken: “Ga maar even als je dat wilt” en weg was ik! Manuel was op de ATB, dus dat is wat zwaarder. Ik kan moeiteloos de 35 halen als ik los ga. Dat voelt prettig. In- en uit-klikken ging ook goed. We gingen tot de Praambult en toen weer terug. Het was echt leuk. Ik vond het wel steeds zwaarder worden. Ik ging nog een stukje harder en toen was het ook wel goed. Gewoon lekker terug achter de TBS kliniek langs. Daarna ging Vincent mee hardlopen. Dat viel een beetje tegen. Niet Vincent, maar ik. Ik vond het zwaar, ging traag en moest halverwege een stukje wandelen. We gingen het rondje van 2,5 kilometer meten. Ik was blij toen het erop zat.

Zaterdag 16 februari. Alleen maar zwemmen…. Ik hoopte al dat er niet veel mensen waren in het kinderuur. Maar een hele baan voor mezelf alleen: dat is wel een droom! Kon ik rustig alle oefeningen doen van de borstcrawlcursus doen. Ik vond het fijn weer in het water te liggen. Dat gaat ook goed met ademhaling. Ik deed eerst 150 met achtje en daarna zonder achtje. Het beviel me echt goed dat ik niet opgejaagd werd en mijn eigen ding kon doen. Met flippers, met paddels: ik trainde gewoon en hoefde voor niets of niemand snel te gaan. Ik hoefde het alleen maar voor mezelf goed te doen en te proberen. Het mantra was: over de schouder draaien, hoge elleboog, rust en kalmte. Aan het einde ging ik met achtje 1 op 5 ademen en dat was me een partij prettig! Het zou heel fijn zijn als ik me dat aangeleerd krijg. Ik was extra blij toen de volwassenen met zijn achten in een baan lagen. Maar ja, die hoeven ook alleen maar ‘snel’ te gaan.

Zondag 17 februari. Ik preste net zo lang tot Rob lekker mee ging fietsen. Heerlijk! Hij op de racefiets en ik op de tijdritfiets. Super. Samen zit er best een goed tempo in. Dat is niet nodig, maar ook niet moeilijk. Op de dijk ging hij linksaf omhoog en ik rechtsom en ik moest vet aanzetten tegen de wind in om hem weer bij te halen! Tegen de 35 zat ik. Toen moest ik wel even uithijgen en bijhoesten, hihi. We reden weer terug en Rob vond het eerste half uurtje wel goed geweest, ik ging het rondje nog een keer. Tempo lag tot de dijk zeker iets hoger, maar daarna werd ik ook wat vermoeider. Dat valt me nog tegen, dat ik nog steeds sneller moe ben. Rob heeft wel het euvel met de cadansmeter-die-denkt-dat-het-een-snelheidsmeter-is opgelost. Ik fietste nog geen uurtje. Toen nam ik nog maar wat sportdrank en ging ik lopen. Daar zag ik iets meer tegenop, want dat blijkt toch zwaarder, maar ik ging heerlijk! Lekker een hoog tempootje en de eerste kilometer vloog voorbij in een bekende 5:40 die prima aanvoelde. Toen ging ik een heel stuk langzamer in de hoop dat de hartslag wat daalde, want die was best hoog. Ik wandelde een stukje en toen ging ik voor de laatste kilometer lekker nog een keer aanzetten. Zweten en lekker doorploeteren en maar even niet naar de hartslag kijken… Lekker in 5:30 en toen liep ik nog 3 kilometer vol. Het gaat toch steeds ietsje beter.

Op maandag 18 februari ging de zwemcursus niet door. Dat vond ik wel jammer. Maar zo werd het netjes een rustdag en kreeg ik de mogelijkheid om me deze week eens keurig aan het schema te houden. Ik nam me voor dat te doen! Op dinsdag stond een eigen looptraining: de trainer houdt er nog rekening mee dat ik niet helemaal fit ben. 6 Keer 10 minuten in zone 1 lopen met wandelpauzes. Tot zover het schema: ik ga dus echt niet wandelen! Ik hobbel het donker door om het Weerwater. Ooit moet dat toch lukken?! Ik besluit 1 keer te gaan wandelen, na een kilometer of 5. Het gaat niet snel en ik blijf absoluut niet in zone 1. Dat lukt me gewoon niet. Na een kort stukje wandelen ga ik aan het mijmeren en “in gesprek” met KH en dat leidt de aandacht mooi af van het lopen en hoe het gaat. Ik hobbel moeiteloos het rondje uit en maak er 10 kilometer van. Niet binnen een uur en niet in zone 1 en met maar 1 wandelpauze in plaats van 6, maar toch! Ik reis door naar het zwembad voor een training. Ik ga lekker in baan 1. Geen gejakker. De trainer laat me zien dat ik veel te ver naar voor insteek. Ik ga proberen naast me in te steken, dat voelt raar en is echt wennen. Ik doe de oefeningen mee, maar met enkel aandacht voor het insteken. Zwemmen gaat verbazingwekkend goed!

Woensdag ga ik langer werken en dan door naar het zwembad. Ik ga in baan 1 zwemmen, maar er zijn zo weinig kinderen, dat we baan 1 kunnen opdelen. Dat is heerlijk! Er zijn nog maar 4 mensen en we zwemmen allevier ongeveer gelijk. Ik ga voorop en doe netjes de opdrachten. En oefenen met vroeg insteken, breed insteken en lang uitdrijven. Alleen de 6x50m kilometertempo doe ik met achtje en dat gaat dan weer iets te hard… Ik zwem lekker en het gaat goed. Dan is het avond en ik heb nog een uurtje fietsen staan. Had ik niet zo lang moeten werken. Nu moet ik op de Tacx. Het is maar een uurtje en ik heb nog wat social media af te handelen. Ik moet twee keer 20 minuten op lage hartslag fietsen en dat gaat prima in combinatie met de telefoon. Het tempo  is (net als bij het lopen) nog niet je-van-het. Dan 8 keer 30 seconden sprinten gevolgd door 30 seconden rust. Ik heb maar 2 keer ingevoerd, dus de laatste 6 moet ik zelf meetellen. Dat gaat wel; de verveling is er meteen af! In de laatste sprint krijg ik “wind mee” van de Tacx: dan opeens gaat het trappen veel beter. Ik fiets nog even uit en dan zit het er weer op. Twintig schamele kilometertjes in het donker.

Donderdag 20 februari moet ik nog een rondje rustig aan doen en 6 keer 10 minuten zone 1. Ik vertik de wandelpauzes. Liefst had ik direct na het werk een uurtje zonlicht in Zeist meegepakt, maar het was weer zo walgelijk druk en stressvol dat het niet lukte. Daar baalde ik van en ik had al een baaldag, dus ik dacht dat het lopen wel op zou schieten: even afreageren. Het tegendeel was waar. Het liep waardeloos. Slecht. Ik begon de eerste kilometer met een hartslag boven de 170: dat is wedstrijd-hartslag, maar ik liep 6:30 per kilometer (nog geen 9 km per uur), wat zelfs beneden trainingstempo is. Ik kreeg het niet op orde: de hartslag bleef onverminderd hoog. Ik wilde niet wandelen, want dat helpt niet echt, maar het tempo leek meer en meer op wandelen. Ik had geen route, geen doel: ik deed maar wat. Malen in mijn hoofd, op de rem voor mijn benen – er was niks leuks aan. Het duurde oneindig en het werd steeds zwaarder. Toch nog een beetje griep? Teveel stress? Of een meetfout? Ik haal de 9 kilometer niet eens en ik ben meer dan een uur onderweg. Het maakt me niet meer uit, ik ben er klaar mee!

Vrijdag 21 februari hou ik me ook maar netjes aan het programma: fietsen. Het is de hele week heerlijk weer, maar vandaag is het mistig en somber. Ik neem de mountainbike en Manuel gaat mee. Ik moet in een hoge cadans trappen. Dat zijn heel veel rondjes van de trappers in een minuut. Als ik zelf mag kiezen zit ik tussen de 60 en 70 rondjes, maar ik moet nu een uur lang 80 a 90 rondjes trappen. De cadansmeter werkt wel, maar is niet terug te zien op mijn horloge. Ik moet dus zelf van tijd tot tijd tellen. Manuel en ik hebben geluk: er staat nauwelijks wind. We fietsen de polder in. De lange rechte wegen. En tot onze verbazing is het nog best druk ook! Na 3 kwartier bedenk ik dat we de route toch iets moeten inkorten en niet doorfietsen tot de Knardijk. Na een uur moet ik 8 minuten in een hogere hartslagzone met 95 tot 105 rondjes per minuut gaan trappen. Dat is een hele opgave. Het is een delicate balans tussen de hartslag en de rondjes per minuut (RPM). Tussendoor mag ik 2 minuten lekker bijkomen. De  Doddaarsweg trappen we op deze manier weg. Dan gaan we nog een keer naar rechts, want ik denk dat de brug daar is, maar natuurlijk is de Praambrug daar de mogelijkheid om de Vaart en de A6 over te steken. Ik heb vandaag teveel keer ingevoerd op het horloge: ik doe het geen 8 keer hoor! Maar zo kan ik wel iets langer pauze doorklikken om op de Trekweg te komen voor de laatste keer 8 minuten. Mijn RPM ligt iets te laag, maar ik vind het goed zo. Het miezert en mijn bril beslaat. Ik wil naar huis. Ik heb onderweg netjes een gel op en de bidon is bijna leeg. Dat is een prestatie op zich! Ik fiets lekker kalm terug over de brug en dan zet Manuel even aan. Moet ie toch nog op me wachten :p We fietsen net geen 40 kilometer (39) in 1 uur en 3 kwartier. Ik vond het zat.

Zaterdag 22 februari. Er staat ‘herstelloopje’ op het schema. Ik zou niet weten waarvan, maar goed… Ik mag een uur lang niet harder dan 9 kilometer per uur lopen. Ik denk dat me dat wel goed af zal gaan intussen, grrrrr 😐 In het zonnetje ga ik lekker langs de plassen joggen en dan is zichtbaar dat mijn horloge zone 1 wel heel erg laag heeft liggen! Ik zou onder de 130 moeten blijven of nog minder, maar zone 1 is tot 135. Misschien zat me dat de hele week dwars. Nu zie ik het en blijf ik onder de 130. Ik heb een muziekje meegenomen en geniet van het zonnetje en de prachtige omgeving. Dit is een rondje van 7 kilometer dus een beetje langer en een keer de berg op en het uur gaat wel voorbij! Ik ga niet snel, nog geen 9 kilometer per uur. Ik kom MZ tegen en maak onderweg zomaar een praatje!

Hi!

Zit de vijfde kilometer met het gekwebbel en de berg erin zomaar boven de 7 minuten. Ik krijg een beetje trek, want het is etenstijd. Ik haal de 9 kilometer niet in een uur en ben daar tevreden over. Loop ik ietsje langer en red ik de afstand wel. Dan snel een boterham eten en hersteldrank drinken! En daarna fietsen. Sorry, die staat niet op het schema, maar het is te lekker weer. Vincent gaat (min of meer vrijwillig) mee. Hij weer op zijn racefiets en ik … op ROBS racefiets! Ik heb zadelpijn van de mountainbike van gister. Verder is Robs fiets spannend, schakelt beter en fietst prima. We doen een paar versnellingen en Vincent moet blijven zitten als we de brug overgaan: hij gaat heel snel staan op zijn fiets. We oefenen ook met cadans. En dan doen we nog een versnelling en -eerlijk is eerlijk- ik hou ‘m niet bij! Het zal de fiets wel zijn (emoticon van een heilig boontje). We fietsen 3 kwartier. Dan even wat drinken en hupsakee: zwemmen! Ik zat met 4 veel snellere mensen in de baan. Ik ging gewoon zelf endurance zwemmen: baantje na baantje na baantje. Volhouden. Met achtje. Alleen op mijn armen. Vroeg insteken, breed insteken, 3 seconden uitdrijven. Kalm en zo beheerst mogelijk. Alleen aan de kant als ik de anderen voor moet laten. En 1 stapje omdat Vincent iets had. Uiteindelijk zwom ik 2500m in nog geen uur. De omgekeerde triatlon in ongelijke afstanden zit er weer op vandaag. Ik hou het weer goed vol, maar het tempo moet ik weer opbouwen.

En dan is het tijd om datgene te doen wat ik vaker doe als ik ziek ben geweest: ik schrijf me in voor de halve triatlon in Almere! Op 14 september moet ik (weer) 1,9 kilometer zwemmen (buiten), 90 kilometer fietsen (over de dijken) en 21 kilometer hardlopen (op een beetje beter tempo als ik afgelopen week heb gedaan aub)

Comments are closed.