browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

2019-9

Posted by on March 17, 2019

En dan de volgende dag, de dag na Spa (10 maart): spierpijn! Ik ga het eerst uit proberen te fietsen op de Tacx. Buiten is geen optie, want het regent en stormt vandaag de hele dag. Ik ga erbij lezen en dan gaat het erg goed. Met mijn hoofd in de 18de eeuw trap ik de rondjes weg. Lage versnelling (de trainer kan trots zijn op de cadans) en een laag tempootje. Ondertussen bellen met mams en opzien tegen uitdribbelen. Ik krijg gezelschap van Vincent die ook kampt met spierpijn. Maar dat wordt overstemt door een hele dikke laag trots! Tijdens het dribbelen op een superlaag tempo kan hij er niet stil over blijven. We lopen 2 keer 10 minuten en wandelen een minuutje. Daar worden we nat genoeg van!

Maandag 11 maart: Weer een borstcrawlcursus. Mijn ‘favoriete’ trainer van de TVA komt me kijken hoe de trainingen gegeven worden. Ik hoeft alleen maar te zwemmen en leer het keerpunt! Dat is heel erg eng voor me en ik word er nog altijd dizzy van, maar ik probeer het toch. Dat is een hele drempel over voor me!

Dinsdag 12 maart. Ik ga weer eens mee met de club hardlopen. Met het langzame groepje mee, voor het herstel. Ik moet nu echt niet te hard van stapel gaan lopen! Dat is moeilijk voor me. We gaan rondjes lopen: een grote en een kleine. Het waait hard en het is nat. Ik houd me in. Ga gewoon iets onder mijn 10- en 5-kilometertempo lopen. Maar ik hou dat tegen de wind in niet meer vol! Dan komt de strijdlust in mij naar boven en zit ik toch op een iets te hoge hartslag door te bijten. Ik doe zelf nog een rondje van een minuut of 15 extra voor het schema. Het fietsen wat na het lopen in het schema staat, besluit ik over te slaan. Ik ben al nat en moe en ik wil in de douche in plaats van op de Tacx. Ik heb de dinsdag en de woensdag toch al omgedraaid. Qua schema maak ik er een beetje een rommeltje van!

Woensdag 13 maart: Geruild en geschoven in het schema van deze week en nog steeds geen lekker weer. Ik ben aangewezen op de Tacx en de regenkleding. Op deze woensdagmiddag ga ik alle onderdelen van de triatlon weer eens passeren: eerst fietsen, dan rennen en daarna zwemmen. Er is nog iets met de volgorde, maar dat komt vast wel ooit goed 🙂 Fietsen is een opdracht van anderhalf uur. “20′ dt1 + 4x 15′ dt2,3,2 en 4 rpm 85-90, p=2’30“; staat er dan op mijn schema. Vertaald: 20 minuten infietsen op een laag tempo en daarna 15 minuten in tempo 2, twee en een halve minuut rust, 115 minuten in tempo 3 met 2,5 minuut rust en dan nog een keer 15 minuten tempo 2 met de 2,5 minuut rust daarna en tot slot nog 15 minuten tempo 4. De tempo’s zijn afhankelijk van de hartslagzones die erbij horen. Ik moet proberen tussen de 85 en 90 rondjes per minuut te draaien. ‘t Is altijd een heel ding om in mijn horloge te zetten, die piept als ik iets anders moet gaan doen. Ondertussen ga ik lezen en dat werkt heel goed bij mij, dan vliegt de tijd voorbij. Na het fietsen ga ik 20 minuten hardlopen. Dat doe ik dan wel buiten. Ik ga het fietspad tussen de wijken door af. Eerst tegen de wind in en aan het einde van het pad draai ik om. Ik hoeft even niet te letten op de hartslag en me niet in te houden of in te spannen. Twintig minuutjes zijn snel voorbij. Dan moet ik inspringen op het werk. Daar baal ik van, want dan kan ik me niet meer afspoelen voor we gaan zwemmen. We zijn zelfs ietsje te laat in het zwembad! Ik zwem voorop in baan 1. Blij als ik even achter iemand kan zwemmen, want dan hoeft het niet snel-snel. We doen een ‘piramide’: 25 meter, 50 meter, 100 meter, 200 meter, 400 meter, 200 meter, 100 meter, 50 meter en 25 meter. Ik tel me suf aan de baantjes: dat is het nadeel van voorop zwemmen. En dat ik dus op moet schieten en minder bezig ben met techniek dan met tellen en doorgaan. Naast (over)werk heb ik er deze woensdag dus een stukje triatlon op zitten: 40 kilometer gefietst (binnen), 3 en en halve kilometer gelopen en 1800 meter gezwommen. That’s how we do it!

Donderdag 14 maart: laat thuis van het werk en morgen staat er een zware opgave voor de deur, dus vanavond kies ik er voor om met Rob te gaan wandelen in plaats van me uit te sloven op de baan. Kunnen we even bijpraten. Het tempo ligt hoog, want we zijn allebei ietwat gefrustreerd over werkzaken. We lopen net geen 6 kilometer.

Vrijdag 15 maart: De lange training… Ik moest 35 minuten in zone 1 lopen, gevolgd door 30 minuten fietsen en bijvoeden. Daarna zone 2 en fietsen en dat nog ‘s en dan weer fietsen en bijvoeden…. Weet je wat? Ik neem jullie wel ‘live’ mee, anders duurt de uitleg langer dan de omschrijving. Ik moest flink wat moed verzamelen en de Tacx klaarzetten, zodat Vincent -die een vrije stakingsdag had- alles in de gaten kon houden. Bidons staan klaar, verschillende opdrachten staan in het horloge. Ik ga op voor een paar uur sporten! Eerst hardlopen richting het Centrum van Almere Buiten. Inlopen in de laagste zone. Dat was niet zo handig, want ik had meteen (stormachtige) wind tegen en dan blijft de hartslag niet laag. In combinatie met de afwijking, schiet de hartslag door naar zone 6, terwijl ik alleen maar loop te sloffen. Na een dik kwartier keer ik om en krijg ik wind mee. Het blijft geploeter met de rem er op. Ik zie op tegen de vele uren die nog komen en slinger naar huis. 1 Windrichting hardlopen afgevinkt, ga ik snel naar de WC thuis en dan op de fiets binnen stappen. Ik hoeft maar een half uurtje. Dat gaat appent en spelend wel voorbij. Daarna weer hardlopen, deze keer richting de Eilandenbuurt. Ik mag nu ook in zone 2 gaan lopen en dat is een stuk gemakkelijker. Ik maak een ommetje om onder de bloesem door te gaan en heb dan even maar wind tegen. Ik word ingehaald door racefietsers! Die hebben lef met deze wind. De bloesem aan de ene kant is er nog net niet, aan de andere kant al wel. En dan zitten er iets meer kilometers op dan de vorige keer en ben ik al bijna op de helft. Ik wissel schoenen, eet snoepjes en stap op de Tacx. Het nadeel van elke keer van sport wisselen, is dat je ook elke keer van kleren moet ruilen. Ik heb niet oneindig verse setjes, dus dat is een beetje improviseren en er niks om geven dat je de ene keer met lange broek op de fiets zit en de keer daarna met korte broek. Het fietsen gaat heel lekker soepel. Ik kijk de serie af die minder eng is als ik dacht en Vincent schildert zijn schatkist. Dan kleed hij zich om, want de volgende ronde vergezelt hij me. De ronde richting de berg in het Kotterbos. De ronde waarin ik weer in zone 2 zal lopen. Vincent gaat mee. We moeten de route een beetje aanpassen, want ik wil zo weinig mogelijk dubbelingen. Deze ronde gaat mij niet zo soepel. En dan begint het te waaien en te regenen. Het zit ons niet mee! Vincent blijft lachen en ik blijf maar lopen. Moeizaam, maar wel in zone 2. Ik maak de 35 minuten vol. Vincent gaat in de douche en ik ga… fietsen! Geen idee wat ik doe dat half uurtje, maar ik eet flink bij. Ik neem een gel en een stuk of tien snoepjes en ik drink de bidon leeg. Het fietsen gaat steeds ietsje beter. Ik kijk naar buiten en ik kijk naar buienradar, maar ik ga waarschijnlijk net tussen de buien door lopen. Vincent zou meegaan op de stadsfiets omdat ik twijfel of ik wel blijf hardlopen, maar hij staat nog onder de douche als ik voor de laatste keer ga lopen. Ik mag nu in zone 3, ietsje harder. Kijken of dat lukt en anders niet. Ik ben wat vermoeider, want ik vergeet mijn telefoon. Ik ben aan het einde van de straat op de witte brug en daar barst een hagelbui los van heb-ik-jouw-daar. Voor ik de brug over ben, ben ik doorweekt. Zeiknat. Ik ben blij dat Vincent niet mee is en dat ik mijn telefoon niet draag. Ik kan nu niet meer stoppen en ren in een lekker hoog tempo dwars door alle plassen heen. Het maakt niet meer uit. Ik wil de 5 kilometer nu binnen dat half uur halen ook! En fietsen hierna, dat lukt nu niet meer. Ik ga me niet weer omkleden. Ik moet eerst opwarmen als ik dadelijk thuis ben. Aan de ene kant ben ik dus vermoeid, maar aan de andere kant ben ik heel verstandig en alert. Ik kijk goed om me heen en weet mijn route te verlengen langs het Oostvaarderscentrum. Ik haal de 5 kilometer prima binnen 30 minuten en neem dan een te lange route om voor de 6 kilometer. Ook 6 kilometer haal ik binnen 35 minuten. Ik ben helemaal nat. Buiten stroop ik de kleren onder de overkapping af en ik drink hersteldrank en ga de douche in. Gered. Ik heb “zomaar” bijna 4 uur gesport. Ik heb 23 kilometer hardgelopen en 30 kilometer gefietst. Ik heb mijn lijf urenlang aan het sporten gehouden. Kan ik ‘s avonds lekker in bad, want ik heb wel instant spierpijn. Die is morgen weer over!

Zaterdag 16 maart. Ik heb nog wat fietsen in te halen. En ik weet hoe ik aan de volgende serie kan beginnen. Tel dat bij elkaar op en ik kruip maar weer op de Tacx. Ik fiets eerst een kwartiertje in. Last van zadelpijn heb ik niet, maar de hartslag in zone 1 houden is best lastig. Soms hapert de serie, en ik soms ook… Ik ga door naar de volgende zone en nu haal ik de voorgeschreven cadans van 90-95 niet meer. Jammer dan. De serie hapert voor een kwartier lang meer dan ik. In de 3 minuten pauze drink ik. Dan zone 3. Dat is wel haalbaar, maar de cadans blijft weer achter. Na een rust en drinken volgt nog zone 4. Dat is in beide gevallen hopeloos, zowel qua hartslag als qua cadans en nu haper ik meer dan de serie. Ik zet de serie (als ie loopt) gewoon wat harder. Ik fiets nog twintig minuten uit, maar nu hapert de serie serieus. Ineens gaat de Tacx wel meewerken en haal ik de cadans met groot gemak op lage hartslag. Ik fiets 30 kilometer en kijk de serie af op de bank.

Op zaterdag staat er ook nog zwemmen. Ik ga in het kinderuurtje en doe mijn eigen programma. 200 metertjes: eerst alleen armen, dan de hele slag, dan techniekoefeningen, daarna flippers, paddels en ademhaling 1 op 3. Nog een keer armen, nog een keer flippers en zo zwem ik tussen de 3 andere snellere zwemmers door. Met aandacht voor de techniek. Soms met een pauze om ze door te laten. Aan het einde waren we nog met zijn tweetjes en ik ging gewoon gestaag 400 meter zwemmen. Niet snel, maar technisch. Ik kwam er helemaal in en raakte in een soort trance en zwom en zwom maar. Tot ik er uit moest.

Zondag 17 maart. Ik koop nieuwe hardloopschoenen. Bij de Run2Day. Ik pas wel 4 verschillende paren! De trouwe Brooks die ik heb, bieden eigenlijk niet genoeg ondersteuning voor me. Ik heb New Balance schoenen aan. En Ascis. En een paar Brooks, maar die zitten veel te licht. Als ik eigenlijk voor de New Balance heb gekozen, vertelt de verkoopster me dat Hoka echt een triatleten merk is. Ik probeer ze ook nog maar. Ze zitten raar, maar wennen snel. Op blote voeten de schoen in schieten geeft de doorslag. Over van Brooks naar Hoka. Het meest vreemde voor me is het strikken van hardloopschoenen 🙂 Ik heb altijd snelveters.

En dan moet ik toch een stukje lopen. Ook al had ik een rustdag kunnen nemen. Vincent gaat mee, we moeten kijken hoe ver de bloesems zijn. We gaan rustig, is het idee. Vincent begint te kletsen over zijn computerspelletjes en heeft adem te over. De bloesems zijn nog niet zo ver. De schoenen lopen als een zonnetje. Heerlijk! Ook als we harder gaan, kletst Vincent maar door. Moeiteloos. Ik vind het wel zwaar, zo in de wind en vooral omdat het voor hem zo niks voorstelt. 5 Kilometer binnen 29 minuutjes en we zijn weer thuis. Ik besluit dat ik nog even een stukje rustiger alleen verder ga. Dream on… Ik voel de schoenen en elke stap voelt goed; stevig, krachtig. Ik ga gewoon door in het hoge tempo. En met wind mee gaat het alleen nog maar harder! Natuurlijk krijg ik het wel warm en in mijn hoofd zit het idee: dit-is-geen-wedstrijd-ik-hoeft-niet-hard, maar mijn benen denken daar totaal anders over. Ik loop 10 kilometer binnen 56 minuten. De hartslag liep pas tegen het einde op. Het voelt gewoon goed. De schoenen vliegen en ik ga maar mee.

Comments are closed.