browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Mijn verhaal….. Van de eerste hardloopstappen tot een halve triatlon binnen 7 jaar tijd.

1 februari 2012.

Met behulp van de Weight Watchers ben ik de afgelopen maanden bijna tien kilo afgevallen. Ik vind dat ik ook moet gaan sporten en mijn collega is enthousiast begonnen met hardlopen met Evy. Misschien is dat ook wel iets voor mij? Ik heb nooit gesport, dat zit niet in mij, ik weet er simpelweg niks van, ik weet alleen dat ik het niet leuk vind. Vroeger, toen ik 6 jaar was, deed ik aan klassiek ballet. Ik was daar goed in, maar toen ik moest kiezen tussen piano spelen en balletles, won het klavier. Ik speelde jarenlang en kan als de beste noten spelen. Ik had ooit een racefiets gekocht en was reuzenrots op mijn eerste Peugot, maar echt fietsen in mijn eentje: ik wist niet hoe dat moest. We wandelden in de bergen met scouting: dat vond ik gaaf! Ik was steevast de achterste en kon uren doorlopen in mijn eigen tempo, genietend van dezelfde uitzichten als de rest, maar dan rustiger. Ik heb ook ooit gemountainbiked in de Ardennen in de sneeuw: dat was wel het meest zware wat ik ooit had gedaan en niet voor herhaling vatbaar. Zwemdiploma’s heb ik ook: A en B nog wel, maar dat heeft een zwembad vol aan tranen gekost en ik vind water het engste wat er is: daar verzuip je alleen maar in. Ook heb ik mijn sportambities ooit getest in een volleybalteam, maar ik kan me geen enkele naam van een clubgenote herinneren en vond het totaal niet leuk. Nee, sporten is gewoon niets voor mij.

Maar oké, 20 minuten hardlopen en wandelen afwisselen, klinkt als een haalbare mogelijkheid. Ik heb nog een paar “soort-van” sportschoenen, een kantoenen broek en ik zet de podcast op de telefoon op. Ik vind het niks om met goede voornemens te beginnen op 1 januari, dus ik start op 1 februari. Op naar buiten. Ik begin niet goed: na een minuut wandelen zegt Evy: ” Dat was uw eerste minuut hardlopen! Die zit er al op.” Aha – lopen is dus hardlopen! Dit begint lekker, maar na 3 minuten zit de eerste minuut hardlopen er voor mij dan ook echt op. 20 Minuten later ben ik weer thuis en… ik heb genoten! Wat vond ik dit leuk, ik verheug me al op de volgende keer. Overmorgen. Dezelfde middag nog staan alle traininkjes in mijn agenda: voor pasen (begin april) wil ik een half uur kunnen hardlopen. Heb ik daar de juiste schoenen voor? Nee. Een horloge? Ook niet. Weet ik waar ik aan begin? Ik heb geen idee! 3 keer twintig minuten per week, dat moet me echt wel lukken.

Maart 2012 Het is ijskoud. Er ligt ijs zo dik dat je er op kunt schaatsen. Rob en Vincent gaan dat ook doen op het water in onze wijk. En ik? Ik trek een winterjas aan en een dikke spijkerbroek (!) en ga lopen. Vandaag mag ik 8 minuten achter elkaar hardlopen. Van de witte brug tot het einde van het fietspad op de t-splitsing. Ik haal het en ben de koning te rijk. Al weet ik het nog niet: dit is de eerste hele kilometer hardlopen van velen.

7 april 2012: Keurig, lesje voor lesje heb ik volbracht met Evy op de achtergrond. En dit is goede vrijdag. Ik loop 30 minuten achter elkaar. Ik ben nog 3 kilo afgevallen en voel me veel beter, fitter en gelukkiger. Ik heb nog steeds geen dure schoenen gekocht, geen weet van hoeveel kilometer ik loop of op welk tempo. Al neem ik het sinds maart op op mijn telefoon met Runtastic. Over 5 kilometer doe ik 32 minuten. Op naar de tien kilometer voor de zomervakantie! Daar heeft Evy ook een programmaatje voor.

26 juli 2012. Ik loop tien kilometer achter elkaar. Dat kost me net iets meer dan een uur. De vijf kilometer loop ik in 27 minuten. Ik ben in een half jaar 12 kilo afgevallen en ben een hardloper. Nu wil ik voor de zomervakantie 10 engelse mijl kunnen lopen. Daar heeft Evy geen programma voor, dus ik zal zelf iets moeten verzinnen. En dat, gecombineerd met vakantie en een kind thuis, is niet eenvoudig. Niet dat ik opgeef, maar ik heb geen idee hoe ik verder zal gaan of wat ik zou moeten doen. Ik loop gewoon maar wat en breidt de afstand uit. Ik heb geen kennis van hardlopen en tel uit hoe hard ik loop in kilometers per uur. Schema, opbouw: ik weet van niks. Laat staan dat ik met andere mensen loop!

Er is een mevrouw die mij inhaalt. Ik zit in de wandelminuten. Ik kijk haar na en denk bij mezelf: “er komt een dag, dat ik ook kan blijven lopen. Dan loop ik je voorbij, dan kan ik ook in een tempo lopen. Ooit…” Let op iedereen: je weet nooit wie je inspireert. Deze mevrouw zag mij amper, maar ik zie haar nog voor me uit lopen.

augustus 2012: Run 2 Day Almere “Hoi, ik kom hardloopschoenen kopen. Ik heb mijn oude schoenen bij me.” “Maar dit zijn geen officieel hardloopschoenen hoor!” “Nee, dat weet ik, dus ik wil nu wel goede schoenen.” “Je hebt hier geen blessures mee opgelopen? Of dat je ergens last van hebt?” (bij het woord ‘blessure’ zag de verkoper me moeilijk kijken denk ik) “Nee, ze zitten echt heerlijk.” “En hoeveel loop je nu ongeveer?” “Ik heb gister nog 12 kilometer gelopen (trots)” De verkoper knikt alleen maar en zegt ongelovig: “Jij moet echt hardloopschoenen hebben.”

september 2012: Ik loop naar mijn tante vanuit het huis van mijn ouders. Ongeveer 6 kilometer heen en dan na een kus voor tante Zus weer iets meer dan 6 kilometer door het bos terug. Ware het niet dat ik een afslag mis of verkeerd neem en dan ligt de E3Plas aan de verkeerde kant en moet ik omlopen. Ik kom er op uit, op de 10 engelse mijl. 16 kilometer heb ik gelopen en ik ben bék-af. We gaan pannenkoeken eten op 200 meter van mijn ouderlijk huis en dat red ik maar net om te wandelen. En dan? Door voor een halve marathon maar! Dat moet lukken voor 2012 voorbij is.

December 2012: Het is niet gelukt. Ik heb in oktober een heus sporthorloge gekocht, maar loop sindsdien steeds minder. Het wordt vroeg donker en ik ben verkouden. Ik loop steeds minder, maar verlaat het lopen niet. ik geniet er toch genoeg van om het elke keer weer op te pakken. Aan het einde van het jaar loop ik 15 kilometer. Opgebouwd van niks naar 15!

27 januari 2013: Sneeuw en kou. En in mij een voornemen: binnen een jaar moet en zal ik de halve marathon lopen. Ik bouw op en dan begint de sneeuw aan het einde van de maand te smelten. Deze ochtend ga ik. Mijn voeten zijn al snel nat en koud. Ik mis een stuk van het inlopen omdat het horloge het te koud vind. Maar na 2 uur en 20 minuten heb ik 21.1 kilometer gelopen. Ik ben apetrots. Dat is me gelukt voor 1 februari! Of dat snel is of goed is, daar heb ik geen idee van. Ik mis referentie en ik weet van geen kader. Wedstrijden zou ik niet weten te vinden. Dat er andere hardlopers zijn, is mij onbekend. En toch… ik zal iets moeten doen nu!

19 februari 2013: Als ik eigenlijk de griep heb en koortsig ben zit ik bij een avond van een loopclub in Almere om me aan te melden voor de trainingscursus naar de Almere City Run toe. Ik weet dat ik 21 kilometer kan lopen, dus zal me voor die afstand gaan inschrijven, maar eerst moet ik maar eens kijken of ik met andere mensen kan en wil hardlopen.

Maart 2013: Intervallen? Wat bedoelen die mensen met 6:15 per kilometer? Waarom kletsen die mensen zoveel? Waarom ren je elke keer eenzelfde kleine blokje om? Warming up? Pauze tussendoor? De wereld van hardlopen is compleet nieuw voor mij. Ik red het prima qua snelheid en met de andere mensen mee. Ik leer heel veel nieuwe dingen en blijk best mee te kunnen praten. We krijgen een papiertje met een schema erop. Mogen we zelf kiezen of we drie of vier keer per week trainen. Ik kies voor 4. Schrijf er elke training bij hoe het ging en wat ik deed. Ik ga hardlopen tijdens de vakantie op Tenerife. Niet ver weg, want het is warm. Maar ja, dat kan bij de Almere City Run ook zomaar gebeuren…

16 juni 2013 Mijn eerste Wedstrijd! Ik ben gespannen, maar ik heb de anderen die meetrainden om me heen. Het is warm. Ik ga naar de WC, nog maar eens naar de WC en na de foto van de groep nog een keer naar de WC. Elk tempo is goed, als ik binnen 2 uur en een kwartier binnenkom, is alles best en winst. Ik loop lekker, ik loop lekker door, ik kijk goed om me heen en geniet van de wedstrijd, de andere mensen en de koelte in de schaduw. Ik loop redelijk alles op hetzelfde tempo, al is het einde wel erg warm. En dan kom ik onder de finish door en zie ik daar 1:59:57 staan. Ik ben door het dolle heen. Ik heb nog energie over en voel me oppermachtig. In anderhalf jaar tijd ben ik van een niet-sporter naar een lange afstandsloper gegroeid.

En dan wil ik verder. Voor ik op 12 november 2013 40 jaar wordt, wil ik de marathon lopen. Met de Cliniclowns (mijn grootste opdrachtgever) naar New York? Nee, ik kies voor de Berenloop op dezelfde dag, maar dan dichter bij huis op Terschelling. De trainer van de loopclub maakt een trainingsschema voor me. Ik schuif ermee, loop op hartslag, doe Yassos en een paar wedstrijden. Ik raak uitgeblust en heb een paar dagen last van een knieblessure. Daardoor mis ik 1 training. Ik volg cranio-sacrale therapie, die me veel leert over mezelf en me beschermt tegen slopende blessures. In de topweken ging ik er ook bij fietsen en deed ik 5 trainingen per week. Dat leverde me een enorme weerzin op voor de wedstrijd aan het einde van de week. Ik was kapot nadat ik mijn record op de 15 kilometer had aangescherpt en wilde liever even stoppen met hardlopen. Ongeveer anderhalf uur lang! De duurlopen werden langer en langer en ik liep de halve marathon in Eindhoven. Ik mocht niet hard om te kunnen herstellen voor de marathon, maar ik kon me ook niet inhouden en liep de halve marathon in 1:56:30.

100 Uur. Wat heb ik veel geleerd. Afzien. Doorgaan. Grenzen oprekken. Niet opgeven. Genieten. Kracht vinden. Wanhoop gevoeld. Woedend geweest. Rechtop lopen. 4 maanden. Ik ben in die tijd als mens en als loper gegroeid. Op naar mijn veertigste verjaardag. Dit jaar valt het op 3 november, 42,2 kilometer om te vieren.

2 november, Terschelling. Het gaat stormen morgen, op de dag van de marathon. De schade van de vorige storm is net opgeruimd en de bossen zijn veilig verklaard. Morgen stormt het weer, over het strand van Terschelling, rond de 35 kilometer. Op een eiland als Terschelling is het moeilijk om gewonden door de marathon af te voeren, dus de organisatie moet besluiten de wedstrijd te annuleren. De eigenaar van het vakantiehuisje komt het ons vertellen. Ik begrijp het volledig. Maar dat zegt niets over hoe ik me voel. “Er zijn ergere dingen”, zegt mijn moeder door de telefoon. “Maar niet voor ons Ank”, zegt mijn vader. En zo is het. Ik huil, ben intens verdrietig. Voor mijn veertigste kan ik de marathon niet meer lopen. Dat is heel zwaar.

Ik zoek een andere marathon en kom uit bij de Marathon van Spijkenisse op 15 december. Ik pak het schema gewoon weer 6 weken terug. Dat gaat prima, maar na mijn veertigste verjaardag wordt het een mentale doodslag. De loopzin vergaat me, het vertrouwen is volledig weg. Ik kan fysiek alles lopen, maar mijn hoofd gelooft er niet meer in: het kan sneeuwen in december en dan lassen ze het misschien af. Waar doe ik het voor? Ik krijg een enorme buikgriep, zodat ik de halve marathon mis. Ik vind het lopen niet meer leuk, maar zet door. Ik pak het langzaam weer op, door veel gas terug te nemen en me voornamelijk op genieten te richten. Er is een wanhoop in geslopen, maar ook die loop ik voorbij en op 15 december sta ik op de atletiekbaan waar de Marathon van Spijkenisse start. Er zijn 200 deelnemers. Ik heb een knieband om. Ik loop met een vrouw mee die ook de Berenloop heeft laten gaan. Ik ga voor vier en een half uur. Ik neem netjes een gel, klets en kijk goed rond in het onbekende terrein. Vanaf 28 kilometer raak ik het echter een beetje kwijt. De knieband is stuk gelopen en ik ga opdelen in kleinere stukjes. Er zijn geen andere deelnemers meer in de wijde omtrek te bekennen. Doorgaan werd kilometerslang de enige en hele kleine optie. Ik moest van tijd tot wandelen en had de grootste moeite me te concentreren. Na 38 kilometer was het één grote veldslag: ik kon niet meer, ik wist niet meer hoe ver nog. Het duurde nog 24 uur voor ik bedacht dat ik na 25 kilometer totaal vergeten ben om ook maar iets te eten. Ik haalde de finish. In 4 uur en 42 minuten. Ik was kapot en bekaf. Ik kon niet meer lopen of denken. Het duurt dagen voor het tot me doordringt dat ik geen 12 minuten gefaald heb, maar dat ik de marathon helemaal uitgelopen heb en dat ik daar apetrots op moet zijn!

In 2o14 heb ik binnen 2 jaar alle mogelijke hardloopafstanden gedaan. Door voor nog langer? Absoluut niet, maar sneller wilde ik wel! Ik wilde een halve marathon lopen in 1 uur 50 minuten en de tien kilometer onder 50 minuten. Degene die het schema voor de marathon had gemaakt, vond het doel scherp, maar ik ging ervoor. Ik zette de tien kilometertijd in een regenachtig en stormachtig Schoorl naar 52:10 en begin te bloggen.

2014 gaat wat mij betreft het jaar in als de ezel en die bekende steen…. Ik begin fanatiek aan een schema, dat gaat een week of drie goed en heel goed en heel snel en dan sluipen er wat pijntjes in – die ik negeer. Ze worden erger, maar ik geef niet op. Op 14 mei loop ik een record op de 10 kilometer in Dronten: 47:14. En dan zetten de pijntjes flink door. Ik heb een peesplaatblessure. Toch ga ik door en als de fysio zegt dat ik 3 dagen niet moet lopen voor ik weer rustig mag beginnen, loop ik na een paar dagen extra rust 12 kilometer. Ik heb dan zoveel pijn dat de halve marathon afgeschreven is. In plaats van 21 kilometer loop ik er 7.

Ondanks een zomer die uit meer werken dan lopen bestaat, blijft de peesplaat sluimeren. Het werk is veel, geweldig leuk en de laatste montageklus. Ondertussen ligt mijn vader met hartklachten in het ziekenhuis in mijn geboorteplaats bij Eindhoven. Ik ga van vier keer in de week hardlopen terug naar twee keer in de week en heb er niet altijd even veel plezier in. Ik ben moe en gestresst.

Maar begin september komt de ezel om de hoek van de steen kijken: ik heb nog 6 weken tot de halve marathon in Eindhoven en daar wil ik graag 1 uur en 50 minuten lopen. Mijn vader is dan hopelijk genoeg herstelt om erbij te zijn. Hij elke dag een half uur wandelen, ik weer vier keer per week hardlopen. Maar de pijntjes blijven doorzeuren en de gedrevenheid is groter dan de fysieke kracht. Het dieptepunt was de 10 kilometer bij de Dertig van Almere. Ik moest en zou onder de 50 minuten lopen. Ik was woest op mezelf met 50:12. Dertien seconden teveel! Laaiend was ik. Zelfs toen ik de snelste dame in mijn leeftijdscategorie bleek te zijn. Met de cranio-ssacrale fysiotherapeute spreek ik af dat ik na de halve marathon 3 weken volledige rust zal nemen. Maar een week voor de halve marathon is het op: na een rampzalige training en een compleet gebrek aan loopzin laat ik zonder wroeging de 3 weken rust onmiddellijk ingaan.

Ik had op dat moment prima kunnen stoppen met hardlopen: ik vond het niet meer leuk, vond een training mislukt als ik de tien kilometer niet binnen een uur liep en was erg moe. Ik werd ziek en miste wekenlang niks aan het hardlopen. Gelukkig kwam het langzaam weer terug en ik besloot een trainer in de arm te nemen omdat ik zelf niet kan doseren. Ik schreef een mail en kwam bij Positri uit. Ik kreeg drie belangrijke ‘opdrachten’ mee:

  • Op lage hartslag traag gaan lopen
  • Onverhard lopen
  • Geen tijdsdoelen stellen

De eerste was een maand of twee lang rampzalig en moeilijk, tot ik de tweede erbij combineerde. Op 9 januari 2015 liep ik een trail en ik genoot daarvan! Tijd voor nieuwe plannen….

Eerst de halve marathon in Almere weer. Niet op tijdsdoel, maar op “mijn best haalbare”: dat ik het na afloop weer net zo leuk vond als twee jaar eerder, toen ik nog onbevangen was. Ik omarm het hardlopen weer en volg het schema. Dat geeft me houvast. In het eerste weekend van maart 2015 loop ik de mooiste race ooit: over het circuit van Spa Francorchamps. 14 Kilometer lang genieten, en toch nog te snel… Ik loop mijn eerste trailrun – wedstrijd en vergis me met de voeding. Naast de nervositeit voor wedstrijden, is ook het nemen van voeding niet mijn sterke punt.

Ik volg alle trainingen vol vertrouwen en sta blij aan de Almere City Run. Opdracht is op hartslag lopen en genieten. Dat lukt zoveel mogelijk. Pas op 19 kilometer schakel ik naar de tijd en dan moet ik het onderste uit het kannetje halen. In 1:50:16 kom ik over de finish en ik vind dat 1 uur vijftig stáát: ik ben apetrots, blij en heel tevreden. Ik ben de trainer dankbaar.

De volgende grote beslissing: Ik zou nooit meer een marathon lopen, maar die moet ik herroepen. Met deze trainer durf ik het wel aan. Eindhoven 2015, geen tijdsdoel en genieten dat mijn vader zichzelf beter gewandeld heeft. Een zomer in het licht van de lange duurloop. Tijdens de 25 kilometer van de marathon in 3 dagen besloot ik dat we zouden gaan trouwen. In alle stilte. Ik schreef het niet in de blog, maar we planden het na de marathon: de laatste wedstrijd op mijn meisjesnaam.

De tien kilometer Just Aap Run die ik liep waren de voorbode van een regelrechte wedstrijdangst, de prachtige eindtijd werd overschaduwd door de angst die ik voor de start had ondergaan. De beste én slechtste training ooit viel in september. We liepen 35 kilometer en ik liep op vrijwel niks: 500 gram yoghurt, 2 ontbijtkoekjes, 1 of 2 gels en een halve reep. Ik raakte leeg en ging kapot en leerde op een harde manier dat onderweg gegeten moet worden. Aan het einde van de maand leerde ik dat het ook anders kon: op een lage hartslag lopen en elke 5 kilometer een gel nemen gaf me zoveel energie dat ik de laatste 5 kilometer alleen maar kon doorversnellen. Ik was klaar voor de herkansing op de marathon. Mijn trouwe loopmaatje Manuel zou me de laatste 10 kilometer van de marathon vergezellen.

De marathon zelf brengt zoveel spanning dat ik maar heel weinig slaap (3 of 4 uur) en stiekem zit er toch een tijdsdoel in mijn hoofd wat werkt als een blokkade. Het is heerlijk weer, papa brengt me, ik ben perfect in vorm, Manuel zal me helpen. Het gaat kilometers lang heel erg goed: ik reken vanalles uit, hou een keurig tempo en een nette hartslag aan, maar na 25 kilometer word ik erg moe. Ik kijk uit naar Manuel, maar het er niet op geteld dat hij in zijn eentje het woord zal moeten doen, omdat ik te moe raak om terug te kletsen. Ik doe mijn water-voedingsbelt af en geef die aan mijn zusje, waardoor ik uit balans raak en misselijk word. Ik ren door, ik zet geen enkele wandelpas. Het is behoorlijk zwaar aan het einde. Ik finish in 4 uur en vijf minuten. Tijdsdoel niet gehaald, maar alle reden om apetrots te zijn. Ik herstel erg snel weer. Op supercompensatie loop ik de Zevenheuvelenloop in 1:16:35.

2015 is een zeer geslaagd jaar. “Volgend jaar een kleine triatlon?” stelt de trainer voor, maar dat is niks voor mij! Ik kan niet zwemmen, vind water eng en geld voor een fiets heb ik niet. Hoewel ik van hem ook op een stadsfiets mag deelnemen, is er vrijwel geen animo. Ik laat het aan mijn zoon over. 2016 heeft andere doelen: werk vinden, lopen leuk blijven vinden en misschien een trailrun. In die volgorde.

Dat gaat goed: op 15 maart begin ik aan een vaste baan in Zeist. Dat vraagt een heel andere energie dan trainen voor een marathon! Ik loop gewoon rustig door en met werk komt ook een inkomen en zelfs vakantiegeld! Voor dat geld koop ik een racefiets. Jammer dat ik het gezicht van de trainer niet heb gezien toen hij las dat er wat fietstrainingen tussen gezet konden worden! In juli word ik lid van de Triatlon Vereniging Almere. Om de trainingstijden van mijn zoon en mij beter te combineren. De eerste kennismaking met het zwembad is funest: Ik kan helemaal niks en de trainer moppert dat ik een lange weg te gaan heb. Ik begin er vol goede moed aan en start in het pierenbad. Ik vind het zwemmen leuker en zwaarder dan trailrunnen. Met 3 sporten gaan de trainingsuren drastisch omhoog en daar moet ik aan wennen. In augustus doe ik twee leuke dingen: ik probeer met Vincent naar Veldhoven te fietsen en ik loop de Trail des Fantomes in de Belgische Ardennen. In september sta ik voor het eerst bij de triatlon in Almere te kijken: uitgedaagd, maar meer iets voor “anderen”. Langzaam echter breidt ik uit en probeer ik vrijwillig eens een koppeltraining. Ik zwem drie of vier keer in de week en fiets op de mountainbike van Rob. Binnen een half jaar is de angst voor water weg, vind ik 8 uur sporten in een week normaal en heb ik een volledig blessurevrij jaar achter de rug!

2017 Begint goed en toch ook niet: ik heb eerst de griep en schrijf me dan in voor de grootste uitdaging die ik nooit had verwacht toen ik op 1 februari 5 jaar eerder twintig minuutjes ging hardlopen: de halve triatlon van Almere. Nog nooit een triatlon gedaan, nog nooit buiten gezwommen… In maart komt alles bij elkaar: ik kan 11,5 uur sporten, ik schaf een tijdritfiets aan, ik doe de eerste run-bike-run wedstrijd en de allermooiste wedstrijd van het jaar in Spa Francorchamps samen met Vincent 7 kilometer puur genieten. Ik neem afscheid van de trainer, terwijl ik op het punt sta mijn eerste triatlon te doen. Op vrijdag 12 mei is de Grote Dag: ik ga voor het eerst van mijn leven buiten zwemmen. Ik vind het direct overGEWLDIGend. Eind mei gebeurt het onmogelijke: ik word een echte triatleet bij de Duin Triatlon. Ik geniet er enorm van. In juni neem ik een nieuwe schema-maker in de arm om mij naar de halve triatlon te trainen en word ik zelfs eerste bij de Vrouwentriatlon! Dat is het begin van een heel nieuw terrein: ik doe mee aan een swim-run in het Henschotermeer en word derde bij de kwart triatlon van Urk. In augustus train ik in de bergen van Oostenrijk en zwem ik daar in het 50 meter bad na 14 kilometer ‘inlopen’.

Op 9 september 2017 voltooi ik de halve triatlon van Almere. Wat opvalt zijn de zenuwen vooraf die me ongenadig zwaar vallen, het plezier wat ik beleef -met name aan het fietsen- en hoe zwaar een halve marathon kan zijn. Ik verleg alle grenzen die ik kende en finish! Ik beschik over veel wilskracht en blijk zomaar 6 aan een stuk te kunnen sporten! In triatlon heb ik helemaal mijn passie gevonden. Dat ik kan doorzetten als ik denk dat ik de grens bereikt hebt, sterkt me maandenlang. Hoezo kan een vergadering voorzitten moeilijk zijn als je nog 21 kilometer kunt hardlopen na 93 kilometer fietsen?!

Half oktober doe ik mee aan de halve marathon in Amsterdam met als doel te finishen onder de twee uur. Door de drukte red ik dat niet en ik knap voorgoed af op de overvolle toeristische marathons. Ik doe een tijd zonder een trainer of een schema, maar vind in november toch een nieuwe trainster. Ik heb speciaal gezocht naar een vrouw, omdat ik nu eenmaal een vrouw bén en die anders zijn dan mannen! Ik doe nog een paar wedstrijdjes en fiets op het circuit van Zandvoort. De laatste dagen van het Jaar Waarin ik Triatleet Werd sluit ik doodziek af.

2018: Het eerste wat ik doe is me opnieuw inschrijven voor de halve triatlon in Almere. Ik pak het schema van harte aan en op en wil weer van de winterkilo’s af. De eerste mijlpaal van het jaar is de Spa Francorchamps Circuit Run op 5 maart. De tijd van de halve marathon onder de 2 uur brengen in de sneeuw lukt me met name omdat Vincent daar een topprestatie neerzet. De prijs die ik betaal voor mijn afschuw van de gels is een hele zieke misselijk lange nacht. Daar leer ik van en ik ga de voeding aanpassen om de halve triatlon door te komen. Mijn trouwe sporthorloge  vertoont ook kuren, maar die kan worden gewisseld en geruild en ik win zelfs een nieuwe! Ondertussen loop ik mijn beste 5 kilometer in een zwemloop, omdat ik het zwemmen verpruts en daar veel woede uit haal; ik loop goed op boosheid. In april ga ik mee met het trainingsweekend van de triatlonvereniging. Ik sport veel: ik maak graag veel trainingsuren. Ik werk ook veel en dat levert veel stress op. Het combineert niet altijd even gemakkelijk. Gelukkig leer ik in Turkije al vroeg in het seizoen de warmte te omarmen, want het zal een hete zomer worden! Duin is een mooie wedstrijd in de hitte, die ik met glans doorsta. In juni doe ik twee fantastische wedstrijden: De TriHartLon en de triatlon rondom circuit Zandvoort. De triaHartlon is samen zwemmen met Vincent en te hard lopen en Zandvoort wordt een run-bik-run helaas, waar ik twee dingen leer: ik kan hard fietsen en ik moet onderweg beter op de voeding letten! Er doemt nog een spelbreker op bij de wedstrijd in Urk: die ene dag in de maand dat ik verre van op-mijn-best ben. Ik zwem en fiets in een mooie tijd en kan nog prima 10 kilometer hardlopen, maar het is niet gemakkelijk! Dat ik een vrouwelijke trainster heb, helpt me niet door dit soort dagen heen. Ze helpt me wel aan nog meer trainingsuren en de conditie en het tempo gaan met de week beter. Blijkbaar gedij ik prima in de tropische hitte! Dat is iets wat ik nooit had vermoed. Op 3 augustus fietsen Vincent en ik van Almere naar Veldhoven. Bijna 160 kilometer genieten en alles zit mee. Naast heel veel sporturen, is het werk ook onrustig. Augustus duurt lang voor we op vakantie gaan. Inmiddels zal deze “oude moeder” moeten accepteren dat ze door haar 12-jarige zoon wordt ingehaald! Op zwemsnelheid won hij altijd al, maar lopen kan hij ook steeds harder. In Denemarken sport ik op mijn eigen manier door: zwemmen in het golfslagbad, fietsen tegen de wind in op een gehuurde fiets en hardlopen op de verlaten spoorlijn. Toch heb ik het gevoel twee belangrijke weken te missen, zo vlak voor de halve triatlon. Trainen en vakantie vallen niet goed samen voor mij. Op 8 september doe ik weer mee aan de halve triatlon in Almere: ik zou graag 9 minuten sneller zijn om onder de 6 uur te finishen, maar ik heb nog een keer pech: de triatlon valt samen met de start van de menstruatie. Fietsend blijkt mijn vooruitgang en heb ik nergens last van, maar mijn beste onderdeel -hardlopen- wordt danig verziekt door ernstige buikkrampen. Ik sla me dapper door de ongemakken heen, maar finish zelfs iets langzamer dan een jaar eerder. Dan blijkt ook mijn energie een grens te hebben en ik ben een week lang extreem moe. Ik pak langzaam de draad weer op, want van tien uur sporten in de week terug naar niks kan ik ook niet! En dat wil ik ook niet. Ik ga niet verder met mijn trainster. Ik blijf uit de buurt van wedstrijden en prestatiedrang en langzaam kom ik qua sport en werk tot rust. Ik ga met een nieuwe trainer in zee en maak in 2018 meer fietsuren, hardloopuren en zwemuren als in het jaar 2017. Ten opzichte van 2013 maak ik 3 keer zoveel kilometers, verdeeld over 3 keer zoveel sporten.

Binnen 7 jaar tijd ben ik veranderd van een aarzelende hardloper zonder enige sportervaring tot een triatleet: een recreatieve duursporter. De eerste twintig minuten hardlopen zijn nu niet meer de moeite om je schoenen aan te trekken. De eerste keer 5 kilometer zijn nu een opwarmrondje. 10 jaar geleden kwam het niet in me op te gaan hardlopen, 5 jaar geleden kwam het niet in me op buiten te gaan zwemmen. Nu doe ik beide. Hopelijk nog jarenlang!