Week 7: opbouwen naar een topconditie

Dit belooft een rommelige week te worden. Ik weet al dat ik me niet heel netjes aan het schema zal kunnen houden. En er staat maar liefst 9 en een half uur klaar. Ik denk dat ik dat wel zal halen, maar hoe….

Maandag 12 februari ga ik met mijn favoriete mannelijke loopmaatjes op weg. Er staat geen training vandaag, maar Vincent moet deze week nog een stukje lopen en dan ga ik natuurlijk graag mee! Hij kiest voor de Woondome. Met het oog op Spa een slimme keuze om eens wat heuvelwerk te doen. We lopen langzaam in en Vincent voert het hoogste woord. Manuel rust uit van de halve marathon van Schoorl, dus die slaat de Woondome over. Hij loopt een paar minuten verder en zal terugkomen om ons op te halen. Ik heb iets bedacht: een piramide op de woondome, ha! Eerst rustig omhoog en hard naar beneden. Vincent haalt me met gemak in omlaag. Dan doen we steeds harder omhoog. Dat is lastig in te delen. En rustig omlaag. Daarna komt de top van de woondome-piramide: hard omhoog en bijna wandelend naar beneden. Mijn zoon haalt me aan het begin in, maar hoe hoger we komen hoe meer ik dichterbij kom! Dan volgt de steeds harder omhoog weer.

Kunstzinnig!

Het is voor mij geen centje pijn. En we doen nog een keer langzaam omhoog en snel naar beneden. Manuel is nog niet terug, ik ben nog niet moe, dus we doen de hele riedel nog een keer. En dat is een vergissing van Di Mama. Vincent krijgt het namelijk wel zwaarder. Zes keer de Woondome op en dan hard omlaag is nog te doen. Maar de zevende keer steeds harder haal ik hem te gemakkelijk in. De achtste keer hard omhoog doet hij nog mee en wacht Manuel hem op. Ik stuur de mannen de parkeerplaats op voor een rondje en ik maar de piramide moeiteloos af. Óf ik heb mijn best niet gedaan, óf ik ben superfit, maar mij kost het geen greintje moeite. We lopen wat verder terug langs de woonwinkels. Gelukkig zijn we met zijn drietjes, want het blijft er toch een beetje onguur. Vincent wordt behoorlijk moe, maar langzamer lopen is voor Manuel en mij te moeilijk. We lopen uiteindelijk dan ook 7 kilometer. Voor Manuel en mij een ‘stukkie’  voor Vincent en topprestatie! En voorgaande jaren deed ik de Woondome hooguit 12 keer. Oeps. Gelukkig heeft de jongen nergens last van!

Dinsdag 13 februari. Ik mis het zwemmen door het rapportgesprek. Maar hardlopen kan prima! Ik zie er een beetje tegenop, want ik moet nu 50 minuten telkens iets sneller. Zou het weer zo goed gaan als voorgaande weken? Ik voel me wel in topvorm, maar 9 kilometer telkens iets versnellen is wel een hele opgave. Ik begin netjes. Als ik nu eens echt 4 kilometer boven de 6 minuten blijf. Helaas. De derde gaat al in 5:58. Maar ik keur ‘m goed. Helaas pindakaas: de vierde kilometer zit al op 5:41. Het blijft toch lastig om een beetje sneller te gaan. Ik haal de vijf kilometer net binnen een half uur. De juf van Vincent doet daar haar best voor en ik weet dat de grootste opgave nog voor me ligt. Ik besluit vooral langzaam door te versnellen. Kilometer 6 zit echter al op 5:13. Ik wil het tempo vasthouden en maar iets optrekken, maar helaas: kilometer 7 zit nog net boven de 5 minuten. Dus kilometer 8 zal eronder moeten. Het is al best zwaar. Maar ik blijf denken: topvorm, topfit, lukt! En het lukt: 4:55. Nog een kilometer extra. Dan heb ik de wijk af. Het moet uit mijn tenen komen. Ik kan niet harder meer. Het gaat gewoon niet. Vasthouden is al moeilijk genoeg. De straat door. Tot het einde. Ik kan heel diep gaan, dat weet ik. Ik loop nog een kilometer onder de 5 minuten, maar ben een seconde langzamer dan hiervoor. Ik wandel de straat af. En dribbel terug naar huis. Ik haal de 10 kilometer desondanks binnen het uur. En de 11 kilometer maak ik ook vol. Dat was een pittig traininkje, topvorm of niet. Weer een grensje verlegd.

Woensdag 14 februari.Vincent heeft iemand te spelen, ik heb mijn werk af en ik heb tijd. Zondag kan ik de krachtblokken op de fiets niet doen, dus nu stap ik op de Tacx. Ben ik er toch voor thuis! Ik moet de telefoon vasthouden om de serie te kijken. Al snel krijg ik “wind mee”: de Tacx gaat dan soepeler opeens. Ik moet 5 versnellingen doen. Na het infietsen 2 minuten hoogste versnelling, niet zo hard trappen en dat is best zwaar. Het is warm onder de overkapping. Ik mag daarna 3 minuten uitfietsen. En dat 5 keer dan. Ik doe het braaf, terwijl de kinderen Minecraft spelen.

We gaan netjes volgens schema ook zwemmen. Daar heb ik geloof ik wind tegen, of golven tegen: het lukt me niet zoals anders. Ik mis een brokje snelheid. We doen 3 minuten zwemmen en ik kom net aan de andere kant uit. Lekker: kan ik mijn eigen tempo bepalen. Dat is wel goed voor mij. Ik zwem niet slecht, maar het voelt erg zwaar. En zonder achtje is het eigenlijk zelfs kansloos. Volgende keer beter.

Donderdag 15 februari. Net voor de baantraining ontdek ik waarom mijn buik al de hele dag zeurt en waarom het zwemmen gister niet ging. 1 Dag voor de menstruatie lukt me dat om een of andere reden niet. Ik had niet gedacht dat ik vandaag al aan de beurt was, want mijn hartslag blijft laag en met het verliezen van kilo’s schuift het vaak mee. Maar ja, op naar de baantraining! Ik heb alvast een excuus, haha. Inlopen doe ik voorop te hard. Ik heb geen zin in geklets vandaag. En al helemaal niet in loopscholing. Getver. Eigenlijk heb ik weinig zin vandaag, maar ja. We gaan aan de kern beginnen. 200m hard 5 keer gevolgd door 400, 800, 1200, 800, 400 meter rustig. Alle snelleriken sprinten weg. Ik doe met het rustige groepje mee, maar dat is me te gezellig en te rustig. Ik doe liever mijn eigen dingetje. Dus de tweede 200m snel loop ik alleen. En de 800 meter rustig ook. Prettig. Ik ben geen sprinter. Zeker vandaag niet. ‘Je past er net niet tussen he’ zegt de trainer. Hij zal blij zijn dat ik deze keer meer zin heb! Dan kom ik na de volgende 200m sprint een achterblijver tegen en we raken aan de praat. Ik trek haar tempo iets (teveel) op en zij skipt wat en loopt de 3 rondes (1200) met mij mee. Ik sprint steeds iets harder en steviger. En de 800m kwebbelen we weer. Ik maak het graag af en die tijd krijgen wij dan ook. De snelleren moeten nog een kilometer hard. Ik mag uitlopen of wachten. Ik loop liever en kies solo voor 2 rondjes over het gras. Eindelijk een soort van rust! Komt in het tweede rondje de volgende langs me lopen om bij te praten! Ik wil graag de tien kilometer volmaken en doe nog twee rondjes extra op de baan. De helft is al spiegelglad en ik ga superrustig. Check, weer een training afgerond!

Vrijdag 16 februari. Fietsen. Hoe we dat er tussen proppen: Vincent moet alleen naar huis lopen ‘s middags. Het is lekker weer buiten. Droog. Zonnig zelfs. Dus ik pak… de tijdritfiets! Ohjee, die moet echt afgestoft worden! Spannend hoor. Ik moet echt weer even wennen aan de lichtheid van de fiets en hoe gemakkelijk het gaat. Ik ga de Oostvaardersdijk op en heb dan toch wind mee. Ik ga lekker op de fiets liggen en ik geniet er van. Het is tof. Niet echt koud. Niet echt heel hard hoor, maar gewoon lekker. Ik word door een andere wielrenner ingehaald, maar ik vind dit prima zo. Op de Knardijk heb ik een lastig zijwindje. Ik rij helemaal door tot de sluizen en ga dan rechtdoor de Knardijk langs. In het eerste uur rij ik 25 km. Netjes dus. Dan wil ik graag 50km halen. Ik ga de versnellingen doen. Tel gewoon ruim 30 seconden af. Mijn horloge meet het tempo op de fiets nog steeds niet. Lastig, maar ik laat me er niet door leiden. Ik geniet langs het onbekende stuk Knardijk. Ik geniet enorm. Ik kom op de Vogelweg en dan weet ik het al: de moeilijke kilometers tegen de wind in komen nu. Afzien. Ik zing voor me uit: ” Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind…” De Vogelweg is eindeloos lang en zwaar. De wind valt tegen. Ik sla af als het fietspad ophoudt en ga richting Almere. Het is niet gemakkelijker geworden. Nog een uur en 25 kilometer haal ik niet. Ik moet nog een stukje tegen de wind in richting de manege en verheug me op de Trekweg waar ik wind mee zal hebben. Daar ga ik nog even helemaal los en dan de stad weer in. Ik doe langer dan twee uur over de 50 kilometer. Wat een toffe fiets heb ik.

Zaterdag 17 februari. Een lange duurloop. KH gaat mee en ze neemt haar zoon mee, die nog nooit meer dan 10 kilometer heeft gelopen. Hij luistert muziek en ik kwebbel met KH. Het tempo ligt erg lekker. De versnellingen kan ik gemakkelijk aan. Dan loopt NH met mij op met zijn jonge snelle benen. We nemen het spoorbaanpad richting Amsterdam, maar we gaan niet langs het stomme stuk. We slingeren helemaal om Poort heen naar de dijk bij Marina Haven. Heerlijk. We houden een korte stop voor gel. Ik loop erg prettig. Ik neem de heuveltjes wel. Toch voel ik me enige tijd schuldig dat ik KH en NH meeneem, terwijl zij misschien nog niet helemaal toe zijn aan deze afstand. We gaan de Hollandse Brug op. En weer af en omkeren en weer op en af. Ieder eigen tempo. Ik kom er helemaal in. NH loopt voorop, maar KH snijdt er niks van af. Ik loop haar weer tegemoet omhoog. Dan door het Kromslootpark terug. We nemen lopend een gel. KH stort in en het tempo moet omlaag. We blijven bij elkaar, ondanks dat Vincent op me wacht. Ik voel me nog energiek genoeg en doe de laatste versnelling ook zonder moeite. En dan wil ik toch kijken hoe ik de halve marathon ga lopen. Ik kan nog prima versnellen. In 2 uur en 4 minuten loop ik de 21,1 kilometer. En dan krijg ik het ook erg zwaar, maar we zijn er nog niet. Ik vind KH en NH echte helden om zo opeens een vette afstand te lopen. Ik heb hierheen gebouwd, maar zij niet. En opgeven – ho maar. NH versnelt zelfs nog wat. Die arme Vincent heeft 3 kwartier moeten wachten. Ik zal hem een grote reep chocolade moeten kopen! Al met al loop ik de 23 kilometer vol. Met een tevreden gevoel. ‘s Middags zijn we op visite en wandelen we nog een stukje. Voor het zwemmen ben ik eigenlijk te moe en dat sla ik node over.

18 februari. De laatste crosscup!! Ik ben voor ik begin al blij dat ik er bijna mee klaar ben. Note to me: volgend jaar NIET meedoen!! Vandaag is het heerlijk weer en mijn expectations zijn heerlijk laag. Ik heb alle excuses. KH mag niet meedoen van haar trainer. Ik doe het gewoon. En als het niet lukt, stap ik na twee ronden uit. De mok is toch al binnen! Vincent doet weer een natte-krantenloopje. Ik klets met de vriendinnen. Knuffel Joyce. Ik eet een appelgel en deze keer valt het best goed. Ik zou met MvdB mee gaan lopen. Lekker op haar rustige tempo. Goed voor mij. Ik ben totaal niet gespannen voor de race. Mijn hartslag ligt (ver) onder honderd. Op het startschot laat ik MvdB en haar kennis alleen, ik ga mijn eigen ding doen. Mijn tempootje. Ik krijg nog en high five van KH en Off I Go! Het valt me mee. Mijn benen lijken geen enkel probleem te hebben met de kilometers van gister. De modder valt ook mee. Ik vind het vooral zand en bos. En het zonnetje is lekker. Ik laat me inhalen, het kan mij niet schelen. Vandaag loop ik helemaal voor mezelf. Ik heb het koud. Dat overkomt mij niet vaak! Het komt vast omdat ik zoveel vet minder heb! Ik val nog steeds met kilo’s (!!) tegelijk af. Ik voel me er uitstekend bij en ik besef dat ik daardoor steeds lekkerder loop. Het bos loopt lekker, maar het veld valt me tegen. Dat is erg ongelijk en mij wat te glibberig. Ik vind het weer eens wat druk! Maar ik haal wel wat mensen in. Voor mij hoeven de bomen over het pad niet. Ik neem het halfverharde fietspad. Zal me wat, dat ik een beetje valsspeel zo, hihi. De tijden vallen me niet tegen. Ik loop nog best lekker door. Rond de 6 minuten per kilometer. Ommetje, langs de start en dan nog een ronde. Het wordt al rustiger. Ik zet het op een genieten. Tsjakka. Bos, boompje, vogeltje, zonnetje, benen doen het nog prima, hoofd doet lekker mee zonder gezanik, het veld is even doorbijten, leuke vrijwilligers, die lieve mensen die hun zoon aanmoedigen en dadelijk het bos weer in, stomme stammen over en het verharde fietspad nemen. Langs de start hoor ik aan MB dat ze weet dat ik gister ook al 23km liep. Ik neem een verkeerd ommetje in de start/finisharea en snap even niet of ik EA inhaal of dat zij klaar is. Ach wat. Dit is mijn laatste crosscuprondje ook. Laat ik ervan genieten. De meneer van de strandcrosscop mag/moet me maar inhalen. Het laatste rondje…. Dit doe ik echt niet meer! Of… nee, ik vind dit niet écht leuk. Ik vertraag. Expres. Omdat het kan. Ik hoeft en kan niemand meer inhalen. Ik heb niet meer zoveel zin. Eindelijk weer vier crossen gedaan. Bijna dan. En hoe! De eerste op mijn verjaardag. Eigenlijk ga ik me pas jarig voelen als deze ook klaar is, haha. Het veld is inmiddels erg glibberig geworden en de klei blijft zwaar plakken. Bleh. Er halen mij kerels in, maar laatste ben ik (nog lang) niet. In het bos loop ik de klei er weer af. Stap een boom over. Ik zal hier niks aan missen! Ik zwik een beetje en daar schrik ik van. Ik heb het nu toch wel warm. In tegenstelling tot op het strand. Tjonge, wat een kilheid was het toen zeg. En de vorige keer, daar is dit niets crossmodderigs aan. Ik denk nog even aan afsnijden en dan gediskwalificeerd worden, maar de fotograaf heeft nu net op het smalle deel zo’n mooi stukje. Die aardige fotograaf die er elke keer was. Koud of niet, lang of kort: elke keer dankbaar werk. Ik moet MB straks ook bedanken. Het laatste stukje zet ik nog aan. Jawel, dat lukt dus nog. Even wachten: dat lukt dus OOK nog! En ik heb al besloten dat ik dadelijk ook nog naar huis ga hardlopen. Dribbelen dan. Echt mijn eigen tempo. Manuel maakt nog een foto van me. Die is al lang binnen en omgekleed. Ik ben erg blij dat ik klaar ben. Dat was mijn crosscupcarriere. Ik ben er even stil van. Maar snel pak ik het weer op. Knuffel Joyce nog tien keer (bij lange na niet genoeg), zeg MvdB gedag, ga op de foto en drink water. En dan hobbel ik naar huis terwijl Manuel mee fietst. Ik ben gek. Ik dribbel er gewoon 4 kilometer achteraan. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het gaat niet snel, maar het gaat prima. Er is iets in mij, wat in topconditie is. Onvermoeibaar. Of zou het de roep van de M&Ms zijn? Vandaag laat ik de weight watchers voor wat ze zijn.

Ik heb deze week bijna 11 uur gesport. Op minder dan 5 minuten na. Veel te veel gelopen. Weinig gezwommen. Nu maar hopen dat ik niet te vroeg piek en ik me in Spa over twee nóg iets beter voel.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 7: opbouwen naar een topconditie

Week 6: schuiven zodat er maar liefst twee rustdagen ontstaan

Deze week zou het lastig worden. Ik wist al dat ik dinsdag waarschijnlijk niet kon lopen en donderdag ook niet. Dus op maandag 5 februari ging ik naar buiten om te lopen. Het was koel. Ik moest hetzelfde doen als vorige week en ik zag er een beetje tegenop. Zo goed als het vorige week ging met de 8 kilometer versnellen, zou me dat nog een keer lukken?! Na een paar honderd meter bleek het horloge uitgegaan te zijn. Geen best begin. De eerste kilometer ging ook langzaam. Ik wilde graag langzamer beginnen, dus dat was gelukt. Maar het is moeilijk, want je gaat toch twijfelen dat het vorige week zoveel beter ging! De tweede kilometer ook nog opwarmen. En zo ook de derde kilometer. Wel telkens iets sneller, maar in mijn achterhoofd wel: vorige week was het minder koud, had ik een rustdag gehad als excuses. De vierde kilometer net onder 6 minuten. En dan moet je dus iets versnellen. En is het schrikken als de vijfde kilometer in 5:30 gaat. Dat is wel een flinke stap en ik moet nog 3 keer sneller! Dan haal je de 5 kilometer nog niet eens in een half uur. In kilometer 6 verschoof er iets: ik voelde mezelf op bloemen lopen, rook bijna de geur en genoot van de snelheid, mijn stappen, mijn ademhaling, het ritme. Ze noemen het een runners high, maar ik heb dat maar heel zelden. Meestal zit mijn verstand ertussen. 5:17. Gelukkig hield de high nog even aan en kon ik moeiteloos het tempo vasthouden. Kilometer 7 ging wel iets sneller in 5:14. En toen die laatste kilometer. Het liefst wilde ik natuurlijk net onder de 5:01 van vorige week komen… het was hard werken. Geen bloemen meer! De beperking zat in mijn benen. Die konden gewoon niet harder. 4:58 zag ik staan! Vier achtenvijftig! Ik stond te springen in de straat! En toen uitdribbelen. Wat was ik trots op mezelf. Uiteindelijk moesten de tien kilometer vol. Goed begin van de week!

Op dinsdag blijft het steken bij de lunch-wandeling. En dat is prima.

Woensdag 7 februari haalde ik het wel in. Ik moest zwemmen volgens het schema en zou met Manuel rustig gaan lopen ‘s avonds. Als er dan een half uurtje over is op de middag, dan kruip ik snel met de serie de Tacx op. Gaat mijn triple vandaag toch weer mooi compleet zijn! Een half uurtje is snel voorbij. Ik doe er zelfs nog 4 versnellingen in.  Daarna door naar het zwembad. Dat gaat een stuk moeizamer! Ik zwem niet lekker, lig voor mijn gevoel te harken.Ik hou niet alles bij. Zeker niet zonder pullboy. Qua zwemmen is het niet de dag vandaag. Het was de dag voor een lekkere bijpraat-run! Dat ging heerlijk! We hebben ‘gewerkt’ en Manuel heeft me ‘een functioneel ontwerp’ maken uitgelegd. Tot ik het zat was! We liepen door het donker, maar samen gaat dat zo voorbij. De spinazie werkte blijkbaar goed. Tot kilometer 8 dan. Toen was het wel een beetje op. Maar ja, het werden er toch tien natuurlijk.

Donderdag 8 februari. De baan haalde ik niet. Zomaar een tweede rustdag in de week! Het moet niet gekker worden zeg.

Vrijdag de negende maakte ik het weer goed: eindelijk een dag keurig aan het schema gehouden. Twee uur op de Tacx. Gelukkig had ik nog genoeg van de serie over. Anders is het na een kwartier al saai! In het laatste uur moest ik 5 keer 30 luttele seconden aanzetten en dat heb ik keurig gedaan. Na anderhalf uur sloeg de verveling wel echt toe. Maar de vijftig kilometer moeten dan toch ook vol… Dus ruim twee uur op de Tacx. Wat een prestatie!

Zaterdag 10 februari: een gokje. Ik wilde de Noorderplassen rond, maar zou ik dat wel halen in de anderhalf uur van Vincents aikido? Hij had zijn telefoon bij zich. En ik zou zien hoe het ging. Ik had ruim ontbeten met magere yoghurt en banaan en cruesli. Het liep lekker. Ik nam de heuvel in het Beatrixpark. Het was lekker weer en ik had lekker muziek bij me. Ik liep van brug naar brug. een hele serie ophaalbruggen lag op me te wachten. In tegenstelling tot vorige week was ik minder aan het aftellen. En de hartslag lag de hele tijd iets te hoog, boven de 154. Dat mag van de trainster: ik hoeft niet perse langzamer als het gewoon goed voelt. Ik kon vandaag ook beter vooruit kijken als vorige week. Rechtop lopen. Ik ging de plassen langs. Lange rechte paden zonder afslag. Ik zag 1 fietser, haalde 1 hardloper in en kwam 1 triatleet tegen met zijn kinderwagen. En… een stuk of 6 koeien op de weg! Als de kinderwagen er langs kan, kan ik dat ook. Niet hardlopend, maar daarna mocht ik weer versnellen. Ik was lekker bezig: rende gewoon door en soms een fotootje. Ik versnelde waar moest en dribbelde dan ook eventjes rustig. 30 Seconden was een eitje. Voorbij de Schateilandbrug begon het te miezeren. Niet zo prettig. En toen telde ik wel even af. Maar ik ging het vast halen. En de tien engelse mijl ook wel. Ik ging nog een viaduct in de versnelling omhoog. En toen begon het een beetje leeg te raken. Het ging wat moeizamer, wat trager en ik zag er naar uit om het te halen. Maar nog een keer versnellen ging ook prima. En dan de andere kant het Beatrixpark weer uit. Toen wilde ik de laatste witte brug langs het Weerwater ook meepakken. Even appen naar Vincent en de 17 kilometer volmaken. Ik ga de halve marathon dus wel halen over 3 weken. Maar of dat met de Ardenner heuvels en de kou daar binnen 2 uur lukt, daar heb ik nog een hard hoofd in. Ik liep in 1 uur en 46 minuten 17,5 kilometer.    ‘s Middags weer zwemmen. Oei, ik had geen zin. Snel gekozen voor de rustigste baan: baan 1 dan maar. Ik ging kijken of ik 400meter kan zwemmen zonder pullboy. Dat lukte me in 8:42. Les was al geslaagd! Ik zwom de 200m hele slag en de 200m armen voorop. 200m vond ik een kwelling, maar ik heb het gedaan. We deden techniek en moesten zelf kiezen en dan overlegt een paar mensen beter dan 7 of 8. Zo haalden we baan 2 én baan 3 zelfs in! We moesten ook 10 keer 25 en elke baan ietsje sneller. Uiteindelijk kon ik maar 200m uitzwemmen met pullboy. Daar won ik 20 seconden op. Dus met pullboy. Ik ademde vandaag 1 op 2. Maar met 1 brilleglas in het water, zodat ik de andere zwemmers in de gaten kan houden. haha. Het viel reuze mee.

Op zondag 11 februari deed ik mee aan een zwemtest. Totaal niks voor mij. Ik kan me met niemand meten! Ik moet me dan ook met mezelf meten en over 6-8 weken kijken ze of ik sneller geworden ben. Gelukkig deed er nog iemand uit ‘mijn’ baan mee. Ik vond het niet echt leuk. Ik zwom veel in en was blij met achtje te mogen zwemmen. 400 Meter vind ik wel oké. Dan kom ik er in na een meter of 100 en diesel ik kei-hard verder. Slag na slag na slag. Ik haalde het binnen 8 minuten. Het andere meisje deed er langer over. Toen even uitrusten en mijn horloge resetten, die had niet goed meegeteld verdorie. Even uitzwemmen en toen moesten we de 200m doen. Ik deed er net iets minder dan 4 minuten over. Toch is het niks voor mij. Al die super-supersnelle heren die tegelijk de 50 meter willen starten om te kijken wie het snelste is, bleh. ik kan geen keerpunten. Ik zwem pas net. De 50m ging ik niet meer zo snel. Ik was het minst snel van iedereen. Sprinten zit niet in mijn systeem. Ik ging nog lekker even uitzwemmen: heerlijk rustig!

Weer thuis, stapte ik op de Tacx voor een uurtje krachtblokjes. 15 minuten infietsen en dan voor twee minuten door naar de hoogtste versnelling en hard trappen. Dat is de eerste keren nog wel te doen. Ik keek de serie op de iPad, maar die was wat donker en soms zag ik alleen de ondertiteling! Buiten begon het heel hard te hagelen. Dan is de Tacx opeens best prettig! Ik moest 8 krachtblokjes doen. Ik had het warm en vond het veel. Het idee ook nog een stukje te lopen, liet ik achterwege. Mijn beentjes werden erg moe van mij. In combinatie met het weer vond ik het niet zo’n goed idee meer. Ik ben flink afgevallen de afgelopen week en vandaag hou ik me niet in. Ik nam dan ook acht winegums bij het fietsen: na elk blokje had ik drie minuten rust om hem weg te sabbelen. Na een dik uur was ik klaar met serie, klaar met fietsen en klaar voor de douche. Deze week 19 bruggen overgerend, 3 uur en drie kwartier serie gekeken, 6,5 kilometer bij elkaar gezwommen, meer dan een kilo afgevallen en en tien uur en een kwartier gesport. Daar kijk ik tevreden op terug.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 6: schuiven zodat er maar liefst twee rustdagen ontstaan

Week 5: de draai gevonden

Maandag is mijn rustdag. Dan sport ik niet. Ik heb op 29 januari lekker in bad gelegen. Dan kun je ook een aflevering van de serie kijken!

Dinsdag de 30ste januari was ik in dubio. En niet zo’n beetje ook! Er stond hardlopen op het schema. Maar zwemmen kan ‘s avonds ook. Ik sprak voor woensdag af om te gaan hardlopen, dus is het verstandig om 3 dagen achter elkaar te hardlopen? En gaat het zwemmen op woensdag lukken? Wat zal ik doen… Rennend naar de zwemtraining kan ook nog! Ik woog, twijfelde, dacht en werkte er ook nog bij. Toen ik de auto in stapte, wist ik het: ik ga ‘gewoon’ lopen zoals op het schema staat, geen fratsen, geen gedoe. Nu was het niet helemaal ‘gewoon’ lopen, want de opdracht was 40 minuten en versnellen aan het einde. Ik ging pas laat. De wijk door. In de eerste kilometer werd ik door een soort AliB aangemoedigd dat hij sportiviteit wel mooi vond. Dat hielp me het komende uur door! Het plan was om 8 km te lopen en de eerste vier boven de 6 minuten, de laatste 4 er steeds verder onder. Ik begon met 6:26 – keurig dus. De tweede kilometer ging in 6:14. Ook nog niks aan de hand. Het ging lekker beheerst. De derde kilometer ging in 6:01 en toen werd die vierde kilometer al wat lastiger. Ik moest versnellen, maar een heel klein beetje. Het werd 5:50. Ik voelde dat er nog 4 zware kilometers aan gingen komen. Het is moeilijk aan te voelen tot hoe weinig je maar hoeft te versnellen. Het was stil in de straten. Niets wat mij ophield. Kilometer 5 ging in 5:31. Dat was ongeveer waar ik op uit had willen komen over twee kilometer. Ik zette aan en het werd al lastiger. Kilometer 6 ging in 5:12 en dat is wel een beetje mijn topsnelheid. Het werd lastig om nog 2 kilometer door te versnellen. Ik besloot zoveel mogelijk het tempo vast te houden. Dat lukte, maar het was niet gemakkelijk. Elke keer dat ik een deeltje bedacht van dit-lukt-niet, moest ik het ombuigen. Ik had een hoofd vol hinkelgedachten: ik heb te weinig gegeten <-> ik weeg alvast een stukje minder / ik hou dit tempo niet vol <-> het is net ook gelukt / dit kan ik niet <-> dat is alleen maar een gedachte/… enzovoorts. Er waren zelfs opmerkelijke gedachten: Het gaat hier alleen nog maar bergafwaarts! Je moest nou eenmaal moe worden van de trainster! Ik heb de beste kleren aan! Tot het einde van de straat! We kunnen vliegen!! 😎 Kilometer 7 ging net ietsje sneller in 5:10. En dan de laatste. Ik was zelfs een beetje wankel en zette alles op alles. Dadelijk mag je wandelen. De gedachte: het waren maar 40 minuten, geen vijfenveertig bande ik weg. De septemberstraat nog door, toepasselijk! Hoe harder je gaat, hoe sneller het voorbij is. Ik eindigde met een tijd van 5:01. Supertrots en doormoe wandelde ik een stuk terug. Ik dribbelde naar huis en wandelde aan het einde nog even. Ik was echt trots op mezelf. Dat ik mentaal een grensje doorbroken heb, dat ik zo hard kan in de laatste kilometers als ik al moe ben en dat ik goed getraind had.

woensdag 31 januari. Zwemmen met Vincent. Wij hadden DR als trainster en ik zwom in baan 2. Ik ging veel voorop. Graag. We deden elke keer de samengestelde rugslag als pauzeslag. Ik kreeg een heel lief compliment dat mijn insteek nu zo goed is, terwijl DR weet hoeveel moeite mij dat kost. Ik zwom veel en had er plezier in. Deze dag is het Blue Moon. De tweede volle maan in de maand. En dan moet je toch eigenlijk gaan hardlopen. Ik nam Joyce mee en er ging nog iemand mee van de meidengroep. We reden naar de parkeerplaats bij Schateiland en het hagelde. Ach ja. Dat het later maar niet zou vallen dan. We vertrokken pas om half 10. We gingen eerst de Hogering onderdoor. En daar hagelde het weer. Het ene moment was de maan helder te zien, 5 minuten later was het hagel in de rug! We gingen niet snel, het ging vooral om het genieten. Eenmaal op het schelpenpad naast de vaart was de maan weer terug. En wat was die fel! We hadden geen lichtjes nodig, want we konden onze eigen schaduwen zien. Ik vond het prachtig. Ik liep te kletsen met EB die de marathon van Rotterdam gaat lopen. We kwamen bij het sluisje. Daar stopten we weer voor een fotopauzetje. Toen liepen we het Wilgenbos in. Daar was de grond wit van de hagel. Heel, heel bijzonder. Het wilgenbos was zelfs nog goed verlicht door de maan. Ik rende hard de dijk op, dat is de enige keer dat ik eventjes versnelde. De baggerboten waren ook erg mooi en apart om eens aan het werk te zien. Bij het Blocq had ik er even genoeg van. Ik was door het gekwebbel heen. Dat duurde een stukje langs de Lepelaarsplas, maar toen ging ik lekker nog even klagen over de actiepunten van de weight watchers. We hadden 8 km gelopen (na een paar rondjes parkeerplaats). Het was laat, maar onvergetelijk mooi.

Donderdag 1 februari. Op naar de atletiekbaan. Weer een fijne trainer. We liepen eens andersom in. Ik kwebbelde met een nieuwkomer. Loopscholing is nog nooit mijn ding geweest. De maan was nog steeds mooi. We deden niet moeilijk: 400m op 90% van je tien-km tempo gevolgd door 800m op lager tempo en 20 seconden pauze. En dat dan drie keer. De eerste keer kletste ik nog mee. Maar in de 800 ging ik al alleen lopen. En in de tweede 400 verdween de zin. In de 800m werd het steeds minder. Ik dacht echt om maar te stoppen. Maar zo zit ik niet in elkaar. Dus nog 400m iets harder en iets minder zin. In de laatste 800m was het echt klaar. “Wat kijk je zuur”, zegt de trainer. “Ik heb geen zin meer”, antwoord ik hem. En wat zegt de goede trainer dan? “Dan moet je stoppen, je moet niet tegen je zin lopen”. Nou ja zeg. Nou JA zeg. Ik keek hem boos aan en vroeg: “Wat doen we nog meer?” Nog 2 keer 200m wandel/dribbel en 200m op hoog tempo. Ik ga het gewoon doen. Ik dribbelen voel me pissig door het stomme idee om te stoppen. De 200m snel zijn gemakkelijker als je boos bent. Eigenlijk heel goed van de trainer dus. Ik deed het rondje nog een keer, maar de zin was toch echt ver, ver te zoeken. Daarna gingen we uitlopen over het gras twee rondjes. Dat lage tempo lukt me wel hoor. Toen ging Vincent nog met zijn trainer praten en haalde ik de geskipte 400m uitlopen in en nog een rondje extra om de 10 kilometer te halen. Doorzetten is soms een must.

Vrijdag 2 februari. Fietsen op het programma. Met de buien en de serie op Netflix gecombineerd was de keuze snel gemaakt. De Tacx is beter afgesteld en trapt nu niet meer loodzwaar. Ik had alles bij de hand: bidon, warme trui, telefoon voor de serie. De katjes mochten ook onder de overkapping rauschen. Na een kwartiertje ging het weer soepeler. Ik keek lekker serie en na de eerste aflevering ging ik de 5 blokjes van 30 seconden hard doen. De serie vormde een prima afleiding. Toch is meer dan 5 kwartier op de Tacx wat lang. Ik deed de versnellingen netjes ongeveer elke tien minuten. Ik had het niets koud in mijn korte broek en shirtje. Het leukste moment was toen de hagel en regen neerstortte op de overkapping en ik lekker binnen doortrapte. Na 2 afleveringen heb ik nog een paar minuutjes rustig uitgefietst en na 110 minuten stapte ik van de fiets af. Bezweet, lekker gesport.

‘s Middags klaarde het op. Het zonnetje scheen vriendelijk en toen ik mijn werk afhad, moest ik naar buiten. Manuel appte dat ik ook kon fietsen (nee niet weer) of wandelen. Bijna goed. Ik ging dribbelen naar de berg toe. Ik moet toch echt heuvels gaan opzoeken voor de race in Spa. Raad het: toen ik naar buiten stapte begon het te regenen. Gelukkig duurde het niet heel lang. Bij de berg scheen de zon weer voluit en ik vond het geweldig heerlijk. Ik had niet heel veel tijd, want ik was gebonden aan Vincent ophalen op school. Ik rende vrolijk ongeveer dezelfde weg terug. Mijn benen vonden het beter dan ik verwacht had. Het werden niet eens 5 kilometer. Dat was een heel bakje overwinningen: geen ronde afstand, een mini-afstand, niet op het schema, langzaam aan, zonder poeha, zonder opdracht en zonder al te veel wijsheid. Maar het was even lekker!

Zaterdag 3 februari. Tijdens Vincents aikido ga ik weer hardlopen. Twijfelde ik van de week nog of drie dagen achter elkaar hardlopen niet te veel was?… Dezelfde 15 minuten blokjes als vorige week: 14 minuten gewoon tempo, 30 seconden snel en 30 seconden wandelen. Deze keer doe ik er 5. Het regent. Ik word nat en koud. Bij het inlopen al. Het gaat niet zo snel vandaag. Omdat ik nat en koud ben? Omdat ik vooral kijk hoeveel tijd en kilometers ik nog moet? Of omdat ik wat weinig gegeten heb? De hartslag blijft laag, maar het tempo ook. Een mevrouw haalt mij in en ze zegt dat de douche extra warm is straks. Ohja, de douche die nog even ontbreekt… Ik versnel wel, maar de hartslag die vorige week nog te hoog was, komt nu met moeite in de goede zone. Ik wandel en voel mijn benen afkoelen, dus handig is dat niet. Ik kijk veel naar de grond en weinig vooruit. Ik ga over het witte ophaalbrugje en door de muzikale wijk waar de keyboardles is, AliB woont en de muziekschrijver van GTST woont. Ik heb mijn rugzakje bij me met sportdrank erin, maar ik zal het niet aanraken. Ik mag de dijk op sprinten en dat komt goed uit met Spa! Het rechte fietspad op de dijk bekoort me. In de verte steekt een dier over. Een hond? Na een paar honderd meter keert hij voor mijn neus terug en het is duidelijk een vos. Prachtig. Ik sta stil en kijk. De telefoon is te nat voor een foto helaas. Oppakken van het tempo is lastig. Overal is het stil, er zijn zelfs weinig auto’s op de dijk. Ik neem het Da Vincipad en dat is modderig. Mijn voeten nat kan er ook nog wel bij. Onverhard is toch leuker. Dan de stad weer in, vind ik als je onder de Hogering doorgaat. Versnellen en verdwalen in muziekwijk. Ik kom hier nooit en ken dit niet. Uiteindelijk kom ik weer in het Beatrixpark. Ik merk dat de vermoeidheid en de honger me parten spelen. Beslissen is lastiger: hoe om moet ik gaan? Hoe ver moet ik nog? Haal ik dat voor Vincent klaar is? Ik ga rond in het centrum en versnel nog een laatste keer, maar het blijft stroperig. Ik wil perse het witte bruggetje over en jog erheen. Ik moet en zal de 15 kilometer halen. Dat lukt met wat ommetjes en tegelijk met Vincent ben ik klaar. De douche zittend in bad en opwarmen wint het van eten!

‘s Middags zwemmen. In baan 2 is het erg vol. We beginnen met  benen, maar ik mis de opdracht en ik word al ingehaald door de arm-zwemmers. Het irriteert me. Ik mis de aansluiting. Letterlijk en figuurlijk. Ik pak mijn spullen en verhuis naar baan 1, waar maar 3 mensen zwemmen. Het blijft onrustig. Ik zwem nu voorop. Dat vind ik niet erg, maar echt de slag krijg ik niet te pakken. Ik doe veel armen en tel mee met baan 1. We zijn net zo snel, alleen ik zwem nu alles en heb ruimte om de baan af te maken. MZ filmt mij. Vorige week filmde ik hem en dat was een (negatieve) openbaring voor hem, dus nu neemt hij wraak… Ik moet er om lachen en mijn toch al niet stabiele zwemslag wordt er nog minder strak van. Ik zwem graag nog even door als het bad leegstroomt om het uur vol te maken en in alle rust, zonder golfslag, goed op mijn slag te letten. Ik ben er moe van. En hongerig. Vandaag heb ik 32 Weightwatcherpunten bij elkaar gesport. En 23 punten opgegeten. Ik hou me in en laat het pak koekjes voor morgen liggen.

zondag 4 februari. Terwijl Vincent een dijk van een 5 kilometer wedstrijd loopt, zit ik op de Tacx. Met twee kilo minder, met een korte broek aan en met aflevering 6 van de serie. Ik moet 7 keer de hoogste versnelling inzetten voor 2 minuten. Die zijn best zwaar. Om de tel bij te houden leg ik 7 winegums klaar. Als beloning. De serie is best spannend soms. Maar tezamen met appjes en katjes kom ik het uur prima door. En koud heb ik het geen moment. De Tacx schakelt pas lichter als ik uitfiets na 55 minuten. Ik maak 25 kilometer in een dik uur.

Ik laat het zwemmen vandaag achterwege. Het breekt de middag teveel. En dit was een week van tien sporturen. Lijkt mij meer dan voldoende.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 5: de draai gevonden

Week 4: opnieuw op zoek naar een energiebalans…

Op maandag begin ik weer een keer met de Weight Watchers. Ik heb gister de kat gewogen op de weegschaal en zonder kat was het schrikbarend. Dat moet anders! Er moet minder gesnoept worden. En er is een aanbieding voor 3 maanden. Die kans neem ik. Op voor de magere yoghurt, veel fruit, 1 broodje en liters thee.

Zo'n trap kun je toch niet laten liggen?!

Op dinsdag en woensdag 22 en 23 januari waren we met Civity collega’s in Bergen. We gingen veel met elkaar praten, iedereen op 1 lijn krijgen, binnen zitten en samen zijn. Op mijn schema stond een run op dinsdag en zwemmen op woensdag. Ik had al bedacht op woensdag te gaan zwemmen in de vroege ochtend in het zwembad van het hotel. En dinsdagavond ging mijn hockeyende collega mee. We hebben met zijn allen een mooie wandeling in de duinen gemaakt. Mijn hockeycollega wilde echter pas twee uur na het diner gaan lopen en vond dat te laat. Toen de baas dat opving, strikte hij me meteen voor de volgende ochtend. We moesten wel vroeg gaan. Niet na het zwemmen, want dan zat ik niet op tijd in de vergaderzaal… Dat vergt dan in mijn hoofd even een schema-aanpassing. Dan ga ik dus op dinsdagavond zwemmen.

Sfeerverlichting!

Ik heb tot half tien mee Weerwolven gespeeld en toen ben ik snel het water ingedoken. Warm water, geen 25 meter bad en vaag verlicht. Ik was al snel de enige en de laatste. Heerlijk mijn eigen oefeningen gedaan. Gewoon dapper doorzwemmen. Tot half 11. Toen was ik er wel klaar mee. De rest vind mij maar raar: wie gaat er nu voor zijn plezier zwemmen zo laat op de avond? Ik bevestigde onze hardloopafspraak voor kwart over 7 en sliep niet al te best. Lopen met je baas die zich dan in moet houden voor je en een 20 jaar jongere hardloopcollega die mij met gemak bijhoudt… dat is me een uitdaginkje! Het was nog donker in de Bergense duinen. JM’s lichtje op zijn telefoon hielp wel iets. Ik had een banaan op en sportdrank, maar dat is niet echt een ontbijt te noemen. De straatlantaarns in Bergen dachten met ons mee en ging 1 voor 1 voor ons aan. Het tempo lag hoog, rond de 5:40 – maar dat lukte mij prima. Ik kwebbelde ook heerlijk.

Best wel donker nog...

Ik ben niet bang van het donker. Of van heuvelig terrein. De zee was nog wel een stuk weg. We kwamen bij een punt wat ik (zelfs in het donker) van Groet Uit Schoorl run herkende. Uiteindelijk moesten we dezelfde weg terug. Dat vind ik dan jammer. In de verte zagen we Bergen aan Zee liggen en de zon kwam op boven de zee.

Bergen aan Zee onder een opkomende zon

Heel gaaf. Eigenlijk. Op de weg terug werd het licht en ineens kreeg ik het wel lastig. Na 3 kwartier, een kilometer of 7/8 en ik had geen zin meer. Mijn hockeycollega liep moeiteloos door en nam het verhaal over. Ik had gewoon zo geen zin meer, erg lastig. Niet dat ik stop, maar ik vernietigde het tempo wel behoorlijk. JM had nog 1 uitdaging voor mij deze vroege ochtend: stop eens op 9,9 kilometer. Die is me daar gek! Ik vond het al een hele prestatie om te stoppen op 9,6 en te weten dat je de laatste 400 meter makkelijk binnen het uur red. Snel douchen, ontbijten met magere yoghurt, veel fruit en thee en dan weer op voor een dag praten.

Donderdag 24 januari ga ik na het werk zonder te eten door naar de baantraining. Ik vraag KD maar eens hoe dat zit met veel sporten en diëten. Ik heb namelijk elke dag erg veel extra punten van het sporten. Ik vind het lastig in te schatten of ik mezelf niet tekort doe qua voeding. Inlopen lukt prima en de loopscholing vind ik gewoon nog nooit leuk geweest. Ik heb er vandaag geen zin in. Het komt

Foto gemaakt door Vincent

ook niet meer. We lopen 1600m duurtempo en ik ga veuls te hard met MB mee. Dat gaat zich wreken! Dat we daarna 2 x achthonderd moeten doen op marathontempo (dus iets sneller nog), wordt al lastiger. Ik voel dat de energie opraakt. Ik leef vandaag dan ook op magere yoghurt met muesli en fruit, fruit als tussendoortjes en 1 mini-ciabattabroodje met optimel. Dat is op zijn minst gezegd wat karig om een tien kilometertempo na 3 kwartier training nog aan te kunnen! Niet dat ik stop – welnee-, maar ‘gemakkelijk’ is ver te zoeken. Het 5-kilometer tempo laat ik helemaal varen na de eerste keer toch een poging te hebben gewaagd. Wat er niet in zit, kan er ook niet uit. Het uur duurt lekker lang, maar ik ben ook lekker blij als het voorbij is. Hier moet even een energiebalans worden opgemaakt!

Vrijdag de 26ste. Fietsen. Ik ga met mijzelf en mijn mountainbike de oostvaardersplassen rond. Het is mistig, sombertjes en het tempo op de ATB is nog nooit je-van-het geweest. Accepteren en doortrappen. Ik zie heel veel groot wild: herten, paarden, reeen, runderen. Ze zitten allemaal aan de andere kant van het hek in de Oostvaardersplassen, want ook dat water staat blijkbaar hoog.

Runderen en paarden.

Ik luister naar de muziek en trap en trap en trap. Op de dijk zie ik niemand anders op het fietspad. Op de stomme Knardijk heb ik toch wind tegen, ook al is het windstil! Daar komt me een andere ATBster tegemoet: uitslover…. Ik zie een wandelaar en heel veel verderop zal ik nog twee fietsers ontmoeten, maar verder is het verlaten. Ik neem het fietspad vanaf de sluis en na een dik uur merk ik dat de energie weer te over laat. Deze week krijg ik echt voor mijn kiezen dat lijnen en sporten een zware combi is. Ik had de 40 kilometer graag volgemaakt, maar bij 36 houdt het op. Ik ben rond, ik ben thuis, ik ben er klaar mee, ik wil onder de overkapping lekker kletsen aan de telefoon en mijn voeten zijn veranderd in ijsklompjes.

Zaterdag 27 januari. Ik ga alleen hardlopen. De kwartierblokjes van 14 minuten rust, 30 seconden versnellen en 30 seconden wandelen zijn vier keer voor mij alleen vandaag. Rondje Weerwater en iets meer. Ik heb een muziekje op, weer dat sombere, saaie weer en een matig zinnetje. Rob wacht me op in de stad. Ik loop sloompies in en dan is het tempo niet gemakkelijk op te halen. Het blijft net boven de 6 minuten. Accepteren dan maar weer. Als ik bedenk dat ik weer met minimale brandstof loop, wordt het bijkans kansloos, maar opgeven of iets in die richting staat niet in mijn boek. Dus ik hobbel door en versnel met gemak. Dan wandel ik lekker ff en ik ga het kasteel langs hobbelen. Ik pak een iets hoger tempo op, maar de hartslag houdt me vandaag tegen.

De brug in Haven die mij niet ligt.

Ik zie de mensen die mijn pad kruisen, bekijk het kasteel, mijmer wat en het lijkt best lekker te gaan. Dat zie ik meteen terug in de tijden. Maar daar is dat stomme ophaalbrugje in Haven. En dan ga ik opzien tegen versnellen en hoe ver ik nog moet. Het gaat goed hoor, dat versnellen en het weer oppakken. Ik vind het fijn weer langs het Weerwater te rennen en de heuvel te bedwingen. En dan komen de twijfels weer terug opeens. Richting het centrum is het opeens weer op. Dan bedenk ik duidelijk dat ik totaal geen zin meer heb en dat is de voorbode van het energietekort.

Rondje Weerwater ++

Deze keer heb ik voor bijna een uur energie gehad, dus het gaat wel degelijk de goede kant op! Ik wil graag 12 kilometer halen en dan zie ik Rob aan de andere kant van het witte brugje. Ik moet nog tien minuutjes en ga het ziekenhuis nog een keer om. De laatste 500 meter maak ik lekker langzaam vol en we ontmoeten elkaar voor de bioscoop. Ik wandel mee terug, blij dat het erop zit. Het is nu eenmaal niet altijd feest en gloria, maar ik heb het toch mooi weer volbracht.

En ‘s avonds lekker naar het zwembad. Het is rustig ivm de kidneyrun. We zijn met zijn 5en in de baan. Wat ik geleerd heb: eerst een banaan eten: die helpt toch weer mooi het eerste half uur! Ik zwem een beetje achterop.

Dit zijn de opdrachten. De trainer houdt het in de gaten.

In de eerste serie moet ik een paar keer afremmen voor een duiker en raak ik alleen aan het zwemmen. Het brilletje zit niet lekker en ik verwissel die. Dat helpt. Maar ik hoeft niet voorop. We doen elke keer veel dingen. Ik doe alles met pulboui, dan kan ik op mijn armen letten. Wijd uitleggen, insteken, gehoekt doorhalen. We ademen 1op2, 1op3, 1op4 en 1op5 en weer valt me op dat 1op5 mij zo goed bevalt. Ik zwem gewoon een uur lang mee. Lekker veel, want dat is met J als trainer altijd zo. Hoeveel extra punten kun je scoren op een dag? Ik verdubbel mijn dagtotaal met actieve sportpunten zonder enige moeite. Kan ik mooi de chips opmaken op zaterdagavond. Wat een traktatie.

Zondag de 28ste januari. Om half drie naar de zwemtraining. Hoe verzinnen ze het?! Het breekt je hele middag. Ik neem BZ en MZ mee. Ik vind het best druk. We zijn met zijn vieren in baan 2. Oei, ik voel aan mijn armen dat ik gister ook al zwom!

Vandaag lezen we de opdrachten zelf. Ik mis het eerste deel dus en zet het horloge pas aan bij 'school'

Maar dat is er snel uit. Ik mis het inzwemmen omdat ik iemand help. We volgen zelf het programma vandaag. Er zijn te weinig trainers voor de zondag. Na de eerste oefening ‘mag’ ik voorop zwemmen. Dat vind ik niet erg, maar het is wel iets zwaarder. Ik doe gewoon mijn best en dat is blijkbaar meer dan goed genoeg, want ik blijf voorop gaan! Ook met paddels. Ik zwem alles met pullboui en let alleen op mijn armen: armen insteken, zo vlak mogelijk liggen, naar de bodem kijken, gehoekt doorhalen aan een trapje. Na de eerste serie kom ik er achter dat mijn horloge nog niet aan stond! Die 700m tel ik er straks wel bij. Grappig genoeg heb ik intussen de schoolslag door: dat is vooral lang uitdrijven! Aan het einde moeten we nog 6 keer 25 meter sprinten en dan merk ik wel dat ik een beetje moe geworden ben van het karretje trekken.

Thuis gekomen twijfel ik of ik buiten zal gaan fietsen of op de Tacx. Het wordt snel donker, de Tacx werkt mee en om kwart voor 5 zit ik op de fiets. In korte broek en t-shirt. Ik weet het inmiddels. Er staat een leuke serie op Netflix voor mijn neus en ik vergeet licht te schakelen. Het eerste kwartier rijd ik dus

lijkt koud, maar dat is het absoluut niet!

loodzwaar, ook al ga ik volgens de Tacx bergaf. Na 15 minuten schakel ik terug naar de kleinste versnelling. Ik kijk lekker door en ja hoor: ik heb het al erg warm. De serie kijkt lekker weg en vergeet me te laten bedenken hoe zwaar het eigenlijk is. Na een half uur schakel ik weer 10 minuten naar een zwaardere versnelling. De Netflix-serie zal langer duren dan het fietsen. De laatste tien minuten krijg ik wel heel erg veel honger, zin in een warme douche, druppel ik net zo leeg als de telefoon. Netflixen op de Tacx bevalt me prima, maar volgende keer nog iets beter voorbereiden! Na 51 minuten stap ik voldaan af. Dan moet ik nog katjes vangen, spullen opruimen en ik krijg het koud. Helaas werkt de douche niet mee en blijft die ook koud. Dat is not funny en in combinatie met de honger ook niet fijn.

Ik ben anderhalve kilo afgevallen deze week. Nog meer dan 5 kilo te gaan. Ik leer er weer goede keuzes door te maken en eet eerder een mandarijn dan een koekje. Het dieet combineert echter niet goed met 8,5 uur sporten. Elke dag heb ik 23 punten die ik op mag maken. Maar al sportend verdien ik er per dag gemiddeld 26 bij! Vanaf volgende week haal ik de stappenteller eruit en voer ik alleen wat ik echt sporten vind met de hand in. Ik weet niet of ik genoeg eet. Op zondag hou ik mijn ‘reservedag’ en dan eet ik lekker iets extra’s! Op naar een beetje minder van mij, en dan zoeken we opnieuw de balans wel weer.

 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 4: opnieuw op zoek naar een energiebalans…

Week 3 : De wind eronder!

Maandag 15-1 rustdag, werkfeestdagje, blue monday. (week 2 volgt nog wel ooit)

een schaap met vijf poten of een klodder tandpasta op de verkeerde kant van de tandenborstel?

Dinsdag 16-1 Rendag. Anke houdt zich aan het schema deze week. PlusPlus. De energie is terug, de motivatie weer hervonden, de kracht stroomt weer. Regen doet me niks: ik ga gewoon. Muziekje op. Drie kwartiertjes, laatste stukkie versnellen en daar ging ze de oude postwijk door. En met de wind mee en de hagel in de terug. En daarna wind tegen terug. Versnellen lukte, drie kwartier ook. woensdag 17-1. Zwemmen. Voor vandaag koos ik het breed-insteken uit. Ik leg mijn handen te recht voor me en kan dan minder kracht zetten. Ik zwem op I’s voeten. Dat kan omdat zij haar benen niet gebruikt. Zo dicht op haar, moet ik wel breed mijn armen neerleggen! Het helpt, het doet pijn op de goede plaatsen, namelijk in mijn bovenarm en het went ook. Slag gemaakt. Ik ga niet douchen, want ik ga straks na het rennen wel. Na het eten ga ik Manuel weer eens pesten, ophouden, bijpraten en aanhoren. Het valt niet mee om rustig te gaan. Ik voel me zo goed! Maar het gaat al kwebbelend ook wel prima. De hartslag ligt nog wat hoog. Douchen komt er niet van, want de douche houdt het water koud.

We lopen wel veel rondjes. Geen loopscholingsgeneuzel gelukkig.

Donderdag 18-1 Het stormt en ik moet twee handen aan het stuur houden. Net als ik spierpijn in mijn armen heb, zul je zien!! Onrustige dag en niet alleen vanwege de wind. De douche deed het weer vanmorgen, maar de overkapping is niet langer dicht na een flinke windvlaag. Er is genoeg werk te doen op deze donderdag. Als ik op de baan sta, is de wind gaan liggen, maar het is te glad. We moeten om de baan heen lopen. Het gaat me niet lekker: ik voel me zwaar, log en traag. Het gras bevalt me niet, mijn buik vind dat het eten te laat was, mijn voeten worden nat en ik ben moe. Onderweg maak ik een stop van een rondje op het toilet. Ik hobbel maar wat mee en vind de nieuwe trainer als trainer goed. Ik ben erg blij als het uur om is. Vrijdag 19-1 Ik ga in het biebcafé thee drinken met E. En ‘s middags moet ik op een pakje wachten: een nieuwe douche.

Muts geleend van Vincent, winterjas aan en in 'gewone' kleertjes: zo kan het ook

Wanneer dan fietsen?! Nou, ik ga op mijn stadsfiets naar het centrum voor de thee! met een ommetje langs het kasteel. En nog een extra rondje om het Weerwater. Haal ik dat in een half uurtje?! Nou, ik ben trots op mij: dat lukt me in 20 minuten! De 25 kilometer zitten er mooi op! Thee, kletsen en weten dat de ‘taak’ er al op zit is behoorlijk relaxed! Terugfietsen gaat fietsend wel goed, maar het Garminhorloge vertoond kuren en telt de rit niet mee. Dan is het pakket te vroeg. Middag niks. Wat?! Op naar Manuel met de ATB. Het is goed weer, ook al hebben we een stuk vet dikke wind tegen. 20 Kilometer extra. Het tempo is er nog wel niet, maar ik fiets wel en het hoeft niet op de Tacx. Weer 20 kilometer erbij. Thuis wissel ik nog een keer van fiets om Vincent op school op te halen. En zo trap ik toch dik 50 kilometertjes bij elkaar. Zaterdag 20-1: herstel de schade-dag. Maar eerst lopen met KH. We tetteren de hele tijd als we langs het Weerwater lopen. 14 minuten rustig kletstempo, 30 seconden hard die ik weer als 30 minuten heb ingesteld en dan 30 seconden (en geen 30 minuten) dribbelen. Het gaat volkomen moeiteloos en supersnel voorbij. Er gaat maar 1 ding verkeerd: ik let niet op en loop 7,98 kilometer. Kan eigenlijk niet. Gelukkig lopen we ook nog verder terug naar de fiets/auto. De douche is klaar, de overkapping volgt. En daarna zwemmen. Zonder trainers, want die worden… getraind. Ik zwem achterop en doe net als de rest. Maar dan breed-uitstekend. In mijn nieuwe badpak. Wat heerlijk zit. Fantastisch zwemt. Tikken we nog een uurtje af. Bingo.

zondag 21 – 1. En hield ik me tot nog toe aan het schema (met hier en daar een extraatje): vandaag niet. De crosscup in het Museumbos is vandaag en geen fietsen/zwemmen zoals op het schema staat. Zwemmen lukte toch niet. De crosscup: Ik had geen zin. Ik heb bedacht dat ik die modder en elke keer dezelfde rondjes niet zo tof vind.

Eerst de boomstammen over

Voor het klassement doe je er drie van de vier en ik heb er al twee gedaan. De enige reden om deze te doen is dat ik de volgende niet hoeft te doen. Geen beste motivatie, maar het is niet anders. Het is lekker weer: zonnetje, niet heel koud, geen regen, geen sneeuw zoals vorig jaar. Het is vol oude en nieuwe bekenden. Ik ben niet zo afwezig als vorige keer, maar de zin zal onderweg moeten komen. De eerste kilometer is glibberen, glijden, dwars door de plas: die is tof en ik ga langzaam. Ik word veel ingehaald en krijg mezelf maar moeilijk op orde. Het ademt zwaar, loopt als een baksteen en de tijden zijn sneu. Maar dan is de modder om en wordt het bospaden. Dat gaat me beter af. RC haalt me in met haar gemopper. Ik laat ze allemaal maar.

Anke geniet door de plas heen

Op de achtergrond: de man die werkelijk iedereen aanmoedigde!

Ik ga dit drie rondes doen en daar houdt het mee op. Ik ben niet de allerlaatste, zal geen eerste worden en ik doe maar wat. Voet voor voet. De tweede keer modder is al minder erg, want hierna hoeft het nog maar 1 keer. Ik spring lachend de plas door. Voor natte voeten ben ik niet bang, maar het geglij zint me gewoon niet zo. In het bos zie ik SG voor me lopen en ik steven er op af. Ik zet de diesel aan en ploeg me er doorheen. Ik haal haar in en ze roept me na dat ik haar dat vorig jaar ook flikte met mijn piepende horloge. Daar moet ik om lachen en dan kan er nog een klein tandje bij. De energie (of wat daarvan over is) vloeit wel een beetje weg. SG gaat naar binnen en W achter mij ook. Ik mag nog een rondje: ik moet nog een keer door de modder, mag nog een keer door de plas dansen. Het bos is van mij. Van mij alleen. Ver voor rent RC, te ver. Achter me 2 heren. Ver achter me. Die lieve toeschouwster op het bankje in de zon roept toe hoe dapper ze ons vindt. Ik heb het niet koud. En dan geniet ik er stiekem toch van. Van de rust. Het mooie zicht op het bos. Ik zie KH ver achter me. Ik voel het zand onder mijn voeten. De zon op mijn gezicht. Er dringt tot me door hoe fijn het is dat ik dit maar lekker effe doe. Nou zo dus. En dan kan het tempo me gestolen worden. Lekker jammer dan. Straks onder de nieuwe regendouche. Ik ga dit afmaken en volgend jaar doe ik niet meer mee.

bah

Ik ga de finish net binnen een uur over en de heren halen mij net bij. Prima hoor. Ik hoest me de adem erbij. Het was leuk geweest, maar vooral fijn dat het voorbij was! Mijn schoenen zijn erg vuil. Ik kan gelukkig nog net onder de douche voor die afgebroken wordt vanwege een lekje. Ik ben er deze keer wel moe van.

En zo heb ik me een beetje aan het schema gehouden. Ik voel me echt back-on-track. Van de 7 uur 20 heb ik 9 uur gemaakt. Zomaar effekes. Het kan dus.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 3 : De wind eronder!

Week 2: Let’s go on….

Op maandag staat mijn rustdag. Ik vind het niet eens echt erg. Op dinsdag voel ik me nog steeds niet helemaal 100%. Zal ik toch gaan? Zal ik overslaan? Ga ik lopen omdat dat in het schema staat? Of gaat deze ene training het verschil niet maken? Ik wacht tot ik me echt beter voel. Dan ga ik! Morgen alsjeblieft….

Op woensdag 10 januari gaat het beter. Ik wil weer sporten. Ik heb er zin in. Samen met Vincent ga ik proberen of we een run-bik-run kunnen doen. Zaterdag doen we de volle afstand, nu kleine stukjes. Een kilometertje rennen. Dat gaat nog best eigenlijk. De mountainbikes staan klaar. Ik doe lang over mijn schoenen wisselen, maar het is een training he. Vincent vind het fietsen erg zwaar. Ik krijg het er ook warm van. We fietsen 5 kilometertjes. Over de bospaden in de wijk. Dan weer wisselen en nog een keer dezelfde kilometer lopen. Mij gaat dat gemakkelijk af. We denken aan en verheugen ons op de chocolade. Deze kilometer gaat sneller, maar voor Vincent is het best afzien. We kunnen het!

Daarna gaan we zwemmen. Ik doe in baan 2 een groot deel voorop en een deel met achtje. Ik vind het allemaal behoorlijk leuk en ik voel mijn spieren, dus ik doe ook nog iets goed! Mijn horloge ligt thuis, dus ik tel hoeveel ik zwem. Ik zwem wel 500 m in! Het papiertje is voor de snelle banen: wij doen iets minder in baan 2. Al met al zwem ik met gemak de 2km weer vol.

Donderdag 11 januari. Bedrijfsuitje. We gaan naar Snowworld. Ik ben niet van het skiën en de kou en ik zie op tegen vallen, blesseren, pijn, ongemak. Ik treuzel met het skipak. Eenmaal op de latten, vind ik het al best aardig. Met mijn conditie kan ik best de sneeuw omhoog ploeteren. Recht naar beneden gaat ook. De ski-mat omhoog is nog het lastigst. Ik vind het leuk! Het remmen lukt aardig en ik wil gewoon zo vaak mogelijk. Niks koud. Niks vallen. Een klein uurtje een beetje op een andere manier voortbewegen. Je krijgt hier sterkere enkels van, dus zwemmen zou beter moeten gaan. Het viel me heel erg mee, maar de volgende sneeuwvakantie boeken we nog lange niet!

Vrijdag 12 januari. Ik lijk er echt doorheen. Aardig opgeknapt. Ik wil gewoon weer bewegen. Samen met Joyce ga ik lekker lopen naar het sluisje en door de modder. We kletsen en doen een rondje ‘zoons’. Ik praat ook weer mee en verveel Joyce. We stoppen een kort moment en dan zie ik KH in de verte lopen. Ik herken haar loopstijl. Ze reageert pas laat op ons geroep en dan lopen we een stuk met zijn drietjes. KH kletst minstens net zoveel als wij doen. We lopen de tien kilometer vol. Ik voel me verwarmd. ‘s Middags ben ik er wel moe van en ik sla het fietsen voor vandaag over. Even zuinig zijn op de hervonden energie.

Zaterdag 13 januari: Vincent en ik gaan meedoen aan de korte cross run-bik-run bij het Henschotermeer. Rob ging mee om foto’s te maken. We namen alledrie de mountainbikes mee. We haalden de startnummers en er blijken maar 8 mensen aan de korte cross mee te doen! Daarom starten we tegelijk met de langere cross. Wij gaan 2,5 kilometer hardlopen, gevolgd door 11 kilometer mountainbiken en sluiten af met 1,5 kilometer hardlopen. Vincent en ik blijven bij elkaar. De fietsen neerzetten is nog best lastig! Het is allemaal heel kleinschalig en het is meteen duidelijk dat Vincent de jongste deelnemer is en daar dan ook onmiddellijk mee opvalt. Na de briefing gaan we al van start. We worden door bijna iedereen ingehaald bij het hardlopen. Vincent blijft nog even achterom kijken, maar de hoofdzaak is het doorploegen in het zand. Best moeizaam… Het stukje gras is een verademing. We doen de eerste kilometer wat snel. De tweede kilometer stort ik een beetje in en laat ik Vincent voor me door het mulle zand ploegen. We lopen weer terug naar de brug en gaan het heuveltje over. We blijven in contact en bij elkaar. Ik vind dit het lastigste deel en schakel dan over op een laissez-fair houding en ga aan het genieten. We nemen nog een extra lusje en dan zijn de heuveltjes op best zwaar! We hebben het al niet meer koud en de zonnebril gaat af, want die beslaat. Ik had gehoopt dat we de 2,5 kilometer in een kwartiertje konden lopen, maar het heeft langer geduurd. Dat is het enigste momentje dat ik ook maar iets om de tijd gaf. We zijn al in de wisselzone. Het jasje is snel uit, ik pruts de fietsschoenen aan en de fietsbroek en Vincent doet dat ook. De man noemt onze namen en iedereen roept “kom op Vincent”. Met een paar winegums gaan we de wisselzone (zand) uit en stappen op. Het eerste heuveltje is al erg, haha! Dan het zand. Mul zand. Nog vrijwel zonder sporen. Ik maak meteen duidelijk dat afstappen en rennend verder er bij hoort! Iedereen moedigt Vincent aan omdat hij zo dapper en klein is, dat is erg leuk! Weg gaan het bos in en de heuveltjes moeten we nog wel ‘s afstappen. Ik herken wel wat dingen van vorig jaar. Bij het fietsen ga ik voorop. Ik kijk vaak om waar Vincent blijft en hou hem in het vizier. We worden ingehaald en houden zoveel mogelijk rechts. Bij de parkeerplaats wil ik Vincent zeggen dat we nu niet meer hoeven te stoppen of in te houden voor de inhalers, maar dan neem ik de verkeerde afslag. We gaan een stukje over de parkeerplaatsen en keren om. Dan gaan we nog een stukje verkeerd achter een andere ‘verdwaalden’ aan. Daarna komen we weer in het bos: dat is een lekker stukje! Vincent durft over de boomstam te fietsen, ik stap af want ik word ingehaald. Dan langs de somber uitziende camping en terug het bos in. We komen weer bij het Henschotermeer en ik betrap Vincent op een brede grijns. We zijn allebei erg aan het genieten. Rob zit op een heuveltje om iedereen te fotograferen. We zijn bijna het eerste rondje door. De lange cross doet vier ronden, wij hoeven er maar twee. Nu komen we het eerste heuveltje bijna op! Ik rij het water in en haal er een nat voetje, maar daar geef ik niks om. Het zand bestaat nu grotendeels uit een spoortje en aan het einde in het mulle zand moeten meer mensen afstappen. Hebben ze tijd om Vincent aan te sporen en ik wacht tot hij er ook is. Heuveltjes over en ons in laten halen. Dan gaan we het bos weer in en ik stuif even voor Vincent uit op mijn tempo. Omdat het kan op dit stukje en omdat ik dan een foto van hem kan maken! We nemen nu de goede route langs de parkeerplaatsen. Ik ga nog een keer een stukje vooruit. Vincents energie neemt af. Bij de boomstam wil ik er ook overheen, maar ik donder hard tegen de grond aan. Gelukkig is er niemand die het ziet! Ik wacht op Vincent, maar die valt ook. Hij gaat snel aan de kant, maar kan -net als ik- verder. Even vindt Vincent het niet meer leuk. Van de weeromstuit glijd hij nog een keer om en dan word ik boos omdat hij midden op het pad stopt en hij snauwt omdat ik boos ben. Hij wil harder, maar van mij hoeft dat niet. We hebben het heel snel uitgepraat en dan gaan we verder. Vincent voorop. Het is alweer leuk als de fotografe hem prijst en een verlaten toeschouwer applaudisseert. We komen langs Rob en pas daarna kan ik Vincent inhalen. Veel mensen die ons voorbij fietsen, roepen dat Vincent zo dapper is en vol moet houden. 1 Mevrouw vind het superleuk dat wij dit samen doen. Asfalt, heuveltjes nog een keer over en dan komt dadelijk de grootste opgave: nog een stukje hardlopen. Eerst zitten mijn fietsschoenen vast en krijg ik moeilijk gewisseld. Het duurt wat lang, maar who-cares.. “Mama, helm af” herinnert Vincent mij. “Pak een paar slokken sportdrank”, spoor ik hem aan. We lopen over de matten en dan het strand weer op voor het laatste kleine rondje. De aankomend winnaar van de lange cross is ook net aan de laatste loopronde begonnen. Vincent heeft het zwaar, maar geeft niet op. We blijven vlak bij elkaar. Ik voel me nu kiplekker en ben blij dat we dit samen kunnen doen en dat het mij lukt. We gaan de brug over en ik help Vincent het heuveltje op. We gaan de finish halen nu! Nog een brug over en we zijn allebei supertrots en blij. We gaan hand-in-hand de finish over. Als laatste van de korte cross, maar daar geven we niks om. We krijgen een mooie houten medaille. Wat ben ik supertrots en blij. Vincent huppelt er bijna van; als dat nog gelukt was tenminste… Ik ben maar een beetje moe. Ik heb last van mijn knie van het vallen. Bij het lopen voelde ik het gelukkig niet. Vincents pijn is al bijna weer weg. We zetten de spullen in de auto en gaan naar de brasserie voor de prijsuitreiking. Niet dat het mij boeit, maar voor Vincent moet het toch wel gaaf zijn! Hij is tweede bij de junioren. De winnaar is een kop groter en 13 jaar. En ik… ben tweede dame geworden. HAHAHA. De andere dame is pas 20. We mogen iets uitzoeken van de tafel en ik scoor een jackje en Vincent na lang twijfelen ene shirt. Dat is mooi meegenomen, maar de ervaring: dat is de hoofdprijs!

En dan … ben je een echte held als je ook nog gaat zwemmen! Vincent traint een uur mee, terwijl ik tevergeefs op een badpak jaag. Mijn energienivo is wat verminderd, maar ik ga toch zwemmen in baan 1. We zijn met zijn drietjes en ik zwem voorop. Baan na baan na baan. Ik heb er weinig moeite mee, maar voel dat ik op sportdrank zwem. Ik let goed op mijn doorhaal. Ook de 400m zwem ik lekker door. Ik doe alle oefeningen en het gaat weer goed.

Zondag 14 januari. Ik heb nergens last van, alleen een hele grote (pijnlijke) blauwe plek op mijn knie. Ik voel me echt weer de oude: energiek en overal zin in. We hebben een set weekendklusjes liggen. Als de fietsen schoon zijn, pak ik de racefiets er weer bij. De zon schijnt, het is droog: ik kan naar buiten! Ik kleed me warm aan, maar vergeet de dubbele sokken. Op de fiets geniet ik al snel: ik ga heel veel uitklikken vandaag om te oefenen. Dit is zoveel fijner dan de Tacx! Ik klik en merk dat het een korte, heftige beweging is. Door mijn oranje zonnebril lijkt alles nog zonniger. Het gaat lekker, ook al mag ik niet langs de Oostvaardersplassen (ivm winterafsluiting). Ik ga de dijk op richting de Noorderplassen. Ik ga eerst over het smalle pad. Het valt me op dat ik minder angstig ben. Ik ben ook niet gefocust op het tempo of de tijd. Ik kijk om me heen, naar het water, de zon, het beetje groen wat er nog is. Ik wacht heel geduldig tot het pad breder is en ik kan halen. Dan heb ik energie om flink door te trekken. Dadelijk op de dijk ga ik de krachtblokjes doen, maar ik weet niet meer hoelang ze moesten zijn volgens het schema. Ik lijk toch wind tegen te hebben op de dijk. Koud! Ik ga voor twee minuten naar de hoogste versnelling en trap dan door. Al na een minuut merk ik waar dit goed voor is! Verzurende beentjes… Ik rust een minuut en ga voor 3 minuten. Ik herhaal de 3 minuten 3 keer. Met het uitkijken bij het oversteken. Mijn voeten missen het paar extra sokken. Ik ga de dijk af en langs de kassen doe ik nog en 2 minuten blokje. Dan heb ik een uur gefietst en ga ik de 25 kilometer halen en ik trap rustig naar huis. Met een keer of tien uitklikken inclusief.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 2: Let’s go on….

Week 1: Let’s start!

En hoe ik gestart ben: Ik heb me ingeschreven voor de halve triatlon in Almere op 8 september! Let’s do it again.

Beetje beter leren zwemmen (working on that), beter leren fietsen (voor in de bochten) en andere sportvoeding gaan gebruiken.

Op 1 januari begon ik weer met hardlopen na 4 dagen geen beweging (tenzij bed-bank telt). Een keer lekker overdag. Om de champagne en oliebollen te compenseren. Het ging maar traag. Ik mocht versnellen in de tweede helft, maar ik was blij dat ik het tempo vast kon houden. laten we het positief bekijken: het blijft toch mooi zo langs de plassen (getuige de vele nieuwjaarswandelaars) en het kan dit jaar alleen maar beter worden! (he, dat schreef ik vorig jaar ook 🙂

Dinsdagavond 2 januari ging ik weer zwemmen. Ik ben snipverkouden. Ik moet afwachten of dit lukt, maar het gaat wonderwel goed. Ik adem geen 1 op 5, maar ik hou het vol en zwem lekker mee. We hebben voortaan op dinsdag een andere trainer. Maakt niet uit, ik blijf lekker in baan 2. En met mijn achtje kan ik me redden in het zwembad.

Woensdag 3 januari. Ik werk en haal Vincent op en we zijn net op tijd in het zwembad. Weer lig ik in baan 2. Gewoon lekker meezwemmen. En met paddels als dat mag. Gek genoeg twijfel ik toch of ik zaterdag wel 100m kan zwemmen.

Donderdag 4 januari. Ik ga weer naar de training. Is het verstandig? Dat weet ik niet. Heb ik er zin in? Natuurlijk niet. We zijn met 1 groep volwassenen en het inlooptempo is al hoog. Ik trek het wel, maar ik zie het niet zitten. op de baan gaan we 800tjes lopen. Er zitten versnellingen in, maar die sla ik over. Ik loop gewoon. En dribbel. En loop. En dribbel. Kilometer na kilometer in mijn eigen tempo. Soms is doen meer waard dan hoe. Tegen de wind in geniet ik enorm! Dat vind ik erg leuk. Als ik de tien km vol maak, krijgt Vincent zijn eigen trainer. Die is heel blij en gaat er vol voor dit jaar.

Vrijdag 5 januari. Ik hoest de hele nacht door. Het houdt mij (en Rob) wakker en het is vreselijk vermoeiend. We zouden gaan hardlopen op Soesterberg, maar wederom moet ik afzeggen. Ik ga het niet kunnen. Vincent gaat met Manuel een half uurtje lopen en ik ga fietsen. Op de stadsfiets nog wel! Maar ook dat is vreselijk vermoeiend. Ik kom lucht en energie tekort. Het begint niet erg lekker zo!

Op zaterdag 6 januari heb ik de zwemanalyse. Ik kan inzwemmen. Ook zonder achtje. Spannend hoor. Ik hoest nog steeds en ben niet heel fit. De trainster filmt ons en bespreekt dat. Ik lig weinig stabiel. We gaan oefeningen doen voor de doorhaal. Ik heb veel aan het laddertje waar je je zogenaamd aan optrekt. Het voelt erg ongelijk aan: links en rechts tegelijk lukt me niet om te bedenken. Ik moet aan veel dingen tegelijk denken! De zoomers die we aan onze voeten krijgen, hinderen me meer dan ze me helpen. Insteken valt nog mee, maar… ik steek veel te ver voor mijn hoofd in! Hoe breed ik ook denk, het is veel te krap. De twee uur vliegen voorbij. We maken nog een filmpje en dan is het alweer voorbij. Het is een wonder dat ik de halve triatlon heb kunnen zwemmen, zoveel valt er nog te verbeteren! Maar ik ga er graag voor. Ik ga naar de training om het uit te proberen. Ik merk dat ik moe ben. Ik ga niet de hele les. Ik voel goed waar ik mijn spieren moet versterken. Dit wordt een lang en leuk proces! Zwemmen 2.0: here we come!

Zondag 7 januari. Weer een slechte nacht. Ik zou moeten fietsen, maar ik besluit dat hardlopen in de korte tijd die ik heb leuker is. Ik vergeet dat ik meteen na het ontbijt vertrek. Het gaat niet. De hartslag blijft laag, maar het tempo is nog lager dan laag. Ik kan niet genieten van de blauwe lucht, de fluitende vogels en de onverharde paadjes. Het gaat gewoon niet, maar ik geef niet op. Ik help het buurmeisje naar huis en ga elke kilometer langzamer! Gelukkig waren het er maar 4. Maar die heb ik niet eens in een half uur gered.

 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 1: Let’s start!

Het jaar afsluiten!

Dan is het opeens alweer week 52! Het jaar is voorbij gevlogen. Iets met terugkijken…. 2017 gaat de boeken in als Het Jaar Dat Ik Triatleet werd. Het jaar begon niet goed, ik was heel ziek in de eerste week. Maar ik pakte het op. Ik ging gewoon weer lopen en zwemmen. Ik heb dit jaar vanalles opgepakt en uitgebouwd. Dat was het thema wel: proberen, overwinnen en verleggen!

Op maandag 25 december, eerste kerstdag, stond er ook gewoon een hardlooptraining. 40 minuten, waarvan de eerste helft rustig en de tweede helft versnellen. Voor de gourmet uit, was ik buiten te vinden. Kalm aan. Ik ben blij met de 40 minuten: ik vind de afstand van 7 kilometer het allerfijnste. Een halve marathon is 3 keer dat, een rondje Weerwater is 7 kilometer, het circuit van Spa is 7 kilometer. En dan hebben we alle meteen de wedstrijden te pakken waar het om draaide dit jaar! Hoe zwaar het laatste rondje Weerwater ook was, hoe emotioneel het rondje Spa: dit was gewoon 7 kilometer en net als vorige week 1 mooie oplopende steigerun. Na 20 minuten begon het zonnetje over de Oostvaardersplassen te schijnen en werd het mooi en bijna gemakkelijk om door te versnellen! Ik loop rechtop en geniet er simpelweg van. Behalve die laatste kilometer van de 7: ik moet echt doorpezen en het is zwaar! Maar ik ga dóór. Ook dat heb ik als nooit eerder geleerd: doorzetten, niet opgeven, doorgaan. Ik dacht dat ik dat al aardig kon, maar die grens heb ik in 2017 nog iets opgerekt. In Amsterdam bijvoorbeeld bij een bloedhete en superdrukke halve marathon. Ik liep uit en zo stonden er 8 kilometer op de teller. Net binnen de tijd!

Tweede kerstdag: rustdag, uitslaapdag, knutseldag. En ik ging fietsen. Op de Tacx. Vorig jaar wist ik niet wat dat was. Een rustige duurrit van een uurtje. Ook het fietsen is dit jaar naar een hoger plan getild. De tijdritfiets heeft er een nieuwe dimensie aan toegevoegd! Fietsen op de Tacx en op de racefiets bekoort mij niet, maar tijdens Duin blijkt er een andere Anke te zijn, die fietst op wedstrijd-motivatie. En die kwam ik ook tegen in Alphen a/d Rijn. Vandaag zat er geen wedstrijd aan: gewoon een uurtje trappen en ondertussen appen, candy-crushen, internetten. Het viel reuze mee, zeker toen de Tacx na 28 minuten besloot mee te werken en lichter te gaan trappen. Ik was niet te warm gekleed en het ging best lekker. Ik hou mezelf voor dat dit me helpt om volgend jaar nóg beter aan het fietsseizoen te beginnen!

Derde kerstdag. Als iemand me vorig jaar had durven te zeggen dat ik op een schaarse vrije op zou staan om te gaan zwemmen, dan had ik dat niet gegloofd. Of ik had gedacht dat er dan wel een heel overtuigende trainer moest zijn. Dat ik extra vroeg op zou staan, leek me ondenkbaar. Vanmorgen echter, telde er maar 1 ding: tussen half 9 en half 10 kan ik een uur zwemmen. Er zijn geen trainers bij TVA, dus ook geen trainingen, maar ik G A . Gek genoeg heb ik er nooit aan gedacht dat de vroege trainingsuren wel doorgaan en kwam ik een TVA-ster tegen! Half 8 had ik ook wel erg vroeg gevonden – er zijn grenzen! 5 over half 9 lag ik in het bad. Met pullboui. In BAAN 6. Samen met drie andere heren. Ik ga en ga en ga en ga en ga. Slag na slag na slag. Niet het snelste van de baan en soms laat ik de heren even voorbij gaan, maar ik ga maar door en door. Een uur lang. Lang niet elke slag is goed. Lang niet elke slag is constant. Het ademhalen kan nog beter. De benen doen niks. Maar ik zwem 2750 meter. Mooi zo. Dat begint de dag goed van het jaar waarin ik niet alleen leerde zwemmen, maar ook buiten zwom. En dat was geweldig. Wat niemand mij vorig jaar had kunnen voorspellen. Niemand.

Maar de dag is nog niet om. We gaan buiten fietsen. Vincent en ik. En niet zomaar ergens, maar over het circuit. In Zandvoort. Het regende, Stekker moest eerst naar de dierenarts en daarom waren we wat later. We hadden tussen kwart over 2 en 3 uur de tijd. Het regende nog steeds. Het was koud. Het waaide guur. Het was spannend. Maar bovenal was het GAAF GEWELDIG COOL VET FANTASTISCH BRILJANT. De grijns van Vincent was groter dan op zijn gezicht paste. Het was zo leuk om de kuipbochten door te gaan. De heuvels op. En vooral hard weer af. Om op het heerlijke asfalt te zijn. Tussen de crubstones. En er was bijna niemand anders. Ik had mijn oranje bril op, maar het was 1 groot zonnetje! Ik vloog met mijn kanariegele jasje open. Maar die hebben we op de start-finish even dichtgedaan en ik pakte de telefoon. Ik fotografeerde en filmde Vincent een hele ronde lang. Met koude vingers. En koude voeten. En een grote lach. Lekker  belangrijk dat we werden ingehaald! Ik denk dat er nog geen 20 mensen op de baan waren, dus het was echt uniek. In de derde ronde nam Vincent het kleine rondje om mij op de foto te zetten. Ik ging even hard. Leuk dat je veel moet schakelen. Ik verheug me nu al op 10 rondjes OD daar in juni. Dat wordt veel schakelen. En niet bang zijn! Vincent zet me op de foto en dan spreken we af dat Vincent nog een klein rondje doet en ik een groot rondje op eigen tempo. Heerlijk! Echt zo lekker. Vincent wacht me op in de pitstraat en de wedstrijd begint. Wij gaan de fietsen op de auto vastzetten, warme en droge kleren aandoen en chocomelk of Fristi drinken. Dit is georganiseerd door de fietsclub en de triatlonclub. En als je je meest foute kerstkado inlevert, maak je kans op een gratis startbewijs voor de triatlon. Wij gaan op zoek naar organisator Lars. We komen in het scheidsrechtershokje terecht, waar ze vertellen dat Lars nog moet komen. Intussen wordt Vincent blij van het vasthouden van het rondebord voor de racende fietsers. Als hij dan ook nog mag afvlaggen, is het feest helemaal compleet. Ik vermoed dat er niemand anders is, die een fout kerstkado komt afgeven. Waarmee ik mijn geld voor de OD teruggestort kan krijgen. Ik leg Lars uit dat Vincent nog te jong is om mee te doen aan het zwemmen in zee en om zijn dag helemaal compleet perfect te maken, zegt hij bij afscheid ‘tot over drie jaar aan de start’ tegen Vincent. Die hoeft niet meer naar de zee, die stuitert de rest van het jaar door van blijdschap! Wat een bijzondere middag.

EN TOEN GING HET MIS

Ik werd opeens hartstikke ziek. Keelpijn, oorpijn, hoofdpijn en moe-moe-moe. Ik sliep, dronk thee, sliep, waggelde naar de bank, sliep, waggelde terug naar bed en sliep weer. Dat ik de ringen van het horloge niet ging halen, waar ik al heel december mijn best voor deed, kon me niet boeien. Dat ik niet kon sporten, maakte mij niks uit. Ik voelde me beroerd, ziek en niet lekker. Op donderdag sliep ik uren achter elkaar. Op vrijdag was ik een deel van de dag op en voelde ik me al iets beter en op zaterdag was ik weer de hele dag op, maar niet in staat om te sporten. Zo begon ik 2017, dus zo eindig ik 2017 ook maar: rust!

Dat geeft tijd om terug te kijken: ik heb alles bij elkaar bijna

5500 KILOMETER

bij elkaar gesport. Om precies te zijn 5495 kilometer. Helaas liet mijn gezondheid de laatste 5 kilometer niet toe.

Daarvan ben ik het meest trots op de ongeveer 267 kilometer die ik zwemmend heb doorgebracht. Daar zitten meer dan 110 uren in. En ik vond het geweldig! Wat een overwinning!

Ik heb ook ruim 3500 kilometer gefietst. Wie had dat gedacht, dat ik dat in een jaartje bij elkaar ging fietsen?

En dan het hardlopen: ik heb in al die jaren nog niet vaak zo ‘weinig’  bij elkaar gelopen! “Maar” 1600 kilometer. En toch… Dat is prima! Aangezien het niet meer de enige activiteit was.

Er waren in 2017 slechts 62 dagen waarop ik NIET gesport heb. In totaal heb ik 467 uren sportend doorgebracht. Dat is een dikke maand van het hele jaar! Zo’n 39 dagen!

Dit is dé foto van het jaar! DE OVERWINNING

 

Maar de getallen zeggen niets over de overwinningen: Zwemmen in het buitenwater. Fietsen en hardlopen combineren alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Een run bike run. Op een triatlonfiets stappen. In de triatlon ontdekken dat er heel veel fiets-spirit in mij zit. Lang buiten zwemmen tussen de plantjes en eendjes. Genieten op de fiets tegen de wind in. Harder kunnen lopen na het fietsen, dan zonder het fietsen. Een solo-sporter zijn. En heel veel nieuwe vrienden en kennissen gemaakt. Het aangaan van heel veel zenuwen. Gewend geraakt aan nieuwe extremen. Natuurlijk was de halve triatlon de allergrootste overwinning. Over de grenzen van de overwinning heen. Op naar een nieuw jaar!

 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Het jaar afsluiten!

De week dat ik het weer oppakte…..

Op maandag 18 december werd ik wakker en ik dacht: het gaat beter! Ik maakte me niet meer zo druk om het werk en ik had weer overal meer zin in. Maar dit was een rustdag volgens het schema. En -ondanks dat ik gister ook niets heb gedaan-, hou ik me er toch aan.

Op dinsdag 19 december zag ik weer ouderwets uit naar een hardloopopdracht! Als een beloning na een dag hard werken. Dat was een hele tijd geleden dat ik het zo kon benaderen! Ik nam een muziekje mee en zou een wijkje verderop eens alle straten doorgaan. Ik moest 40 minuten gaan lopen: de tweede helft sneller dan de eerste. Ik begon wat voorzichtig: ik wilde de broze zin niet meteen stukmaken. Het was niet zo warm, maar mijn muziek was prettig en ik kon mijn eigen tempo goed oppikken. Ik ging steeds ietsje sneller. Al vrij snel zat ik onder de 6 minuten per kilometer. In de vierde kilometer moest ik stoppen voor de bus. En toen mocht ik ook echt sneller. Ik moet van deze trainster meer op mijn gevoel lopen dan op mijn hartslag. Ik vind dat erg prettig. Het voelde allemaal goed aan. Ik blijf een beetje terughoudend, want het goede gevoel moet nu wel aanhouden! Vanaf kilometer 5 steekt de prestatiedrang ook de kop op. Nu zal ik ook elke kilometer harder gaan ook! Terwijl ik naar de muziek luister, doen mijn benen hun werk. En dat doen ze goed. Kilometer 7 is echt hard werken en zweten en volhouden en doorduwen. Maar het helpt: begon ik de eerste kilometer op 6:18 – de zevende kilometer loop ik op 5:05. Dan hobbel ik langzaam terug naar huis. Ik heb alle maanden doorlopen. In plaats van 40 minuten loop ik 51 minuten. Dat levert mij echter geen groene training op! Die krijg je als je 85%-125% van de trainingstijd hebt gedaan en daar zit ik boven. Ja hé!! Ik vond het super gegaan en ik was tevreden. Lukte het mij om het nu weer vol te houden met nog een paar te drukke werkdagen voor de boeg?….

Op woensdag 20 december staat er alleen maar een uurtje zwemmen. Dat komt goed uit. En ook weer niet. Ik wil op de Tacx gaan fietsen, maar die moet geüpdatet worden en tegen de tijd dat die klaar is, neemt de woensdagmiddag vol afspraken het over. Ik kom om half 6 in het zwembad aangesjeest. We gaan een spel doen in groepjes. Mag ik ook eens in een andere baan zwemmen! Ik kan de allersnelsten toch niet bijhouden, maar ik doe gewoon mijn eigen best en leg maar bij neer. We spelen ganzenbord en elk vakje is een (zwem)opdracht. Ik zwem ook de baantjes, samen met ML die ook in baan 2 zwemt bij mij. Hem hou ik bij! Hoeft ik er niet uit om te gooien. En als de ‘grote jongens en het kleine meisje’ de 250m vlinderslag verdelen, kijken wij wel toe! Ik vind het aardig. We doen ook benen en 1 snelle jongen haalt me onder water in. Ik vind het goed hoor! Al met al zwem ik niet superveel, maar het was wel geinig!

Donderdag heb ik een super-superdrukke werkdag: de laatste van het jaar. Toch schuif ik alles tijdelijk opzij om naar de baantraining te gaan. Het is rustig, we zijn 1 groep volwassenen in de mist. Veel te zeggen of vertellen heb ik niet, veel af te reageren en te verwerken wel. Na het inlopen en de loopscholing doen we een piramide op de baan: 1 ronde, 2 rondes, 3 ronden, 2 rondes, 1 ronde op langzaam tempo gevolgd door 15 seconden rust. Maar dat is niet alles! Na de langzame rondes volgt 1 snelle ronde en 30 seconden rust. Ik zet wel aan in de snelle ronde, maar hou me ook een beetje in omdat ik bang mezelf te overlopen als ik nu teveel wil. Ik vind het best een beetje leuk en doe gewoon mijn eigen ding. Het langzame tempo vind ik het fijnste vandaag. De laatste snelle ronde laat ik een beetje voorbij gaan, sorry hoor! Al met al gaat dit mistige uur weer om en kan ik thuis na het douchen nog wat klussen afronden: tijd voor vakantie!

Op vrijdag gaan Vincent, Manuel en ik fietsen na een lekkere lunch. Op de mountainbikes in de mistige kou. Het valt niet echt mee qua tempo, maar….. ik vind het heerlijk en het hele tempo boeit me niet! We gaan onverhard (maar niet door te vette modder) en ook hele stukken wel verhard. Dat ik zoveel mogelijk aan het genieten ben, is echt het teken dat het weer goed gaat. Vandaag kan ik de hele lijst met to-do-dingen afwerken en dat voelt ook weer als vanouds. Ik heb uitgerekend dat ik voor een groene training minimaal 65 minuten moet fietsen, maar uiteindelijk worden het er toch mooi 80! Dan zitten we onder de modder en zijn we koud. Kortom: niets wat een warme douche niet prima kan verhelpen!

Dan is het alweer zaterdag 23 december. Het gaat nog steeds goed en het gaat ook steeds beter. Ik voel dat ik tot rust komt, dat ik weer kan lachen om gekke dingen. Ik vraag me af wat er nu al die tijd dat ik geen zin zat en me niet lekker in mijn vel voelde aan de hand was, maar ik ben ook blij dat ik weer opgeknapt ben. Ik moet de moeilijkste training van de week doen: 30 minuten nuchter direct uit bed met wat water op, gaan hardlopen. Om de pijn te verzachten trek ik Manuel mee. Die loopt daarna maar op zijn eigen tempo door, eerst trekt hij mij een rondje. Ik kwebbel ook weer als vanouds en dan hoeft ik niet op het tempo, de hartslag of de honger te letten. Prettig! Snel is anders, maar het gaat om de tijd en de effort zullen we maar denken. Zodra Manuel verder loopt, SMSt Joyce me de laatste kilometers door. Na 5,9 kilometer sta ik bij de voordeur en ik ben al over de 30 minuten heen. Een gele training of de 6 kilometer volmaken?! Ik twijfel maar eventjes…. Dus heb ik de eerste gele training van de week te pakken, maar wel 6 kilometers!

Later op zaterdag volgt de laatste TVA zwem training. Het was een SOF. De trainer komt niet opdagen, dus moet een andere trainer improviseren. Omdat de kinderen ook al een grote-groepstraining hebben gehad, bedenkt hij wat tijdens ons inzwemmen. Ik zwem lekker in, met de paddels, achtje, zonder. We krijgen een breedte training: de nummers 1 aan de ene lange kant van het bad, de nummers 2 aan de andere kant en we zwemmen de breedte van het bad over. Ik ben nu eenmaal niet de snelste, maar soms valt het me best mee. Ik doe mijn best en kijk af bij de betere dames en heren. Ik vind dit best lollig! Zelf voel ik dat ik een stuk beter ben dan vorig jaar. Na een dik half uur volgt een afvalrace. Ik ben het laatste aan de overkant samen met een andere vrouw en dat doet me pijn. Ik heb het afgelopen jaar de meeste vooruitgang geboekt van iedereen en dan is dit mijn beloning: ga maar aan de kant zitten. Ik ben hier om te zwemmen gvd! Het kan mij niet schelen welke kerel uit baan 6 het snelste is: dan kijk ik wel naar een wedstrijd. Hierna gaan we een wedstrijdje doen, roept de trainer. Ik pak mijn spullen en ga niet meedoen. Het gevoel wie-wil-mij-nou-in-het-team overheerst. Ik weiger dan ook: zelfs als het dan ongelijk is. Ze moeten rugzwemmen en ik baal ervan. Ik wil zwemmen en niet dit! Als ze nog een keer een wedstrijd willen doen, ga ik me douchen en omkleden. De groeten. Ik heb de zwemtrainingen van de TVA zeer ontevreden afgesloten. Dat was dan de allereerste keer dit jaar dat ik écht gestopt ben: een moedige beslissing van mij, maar ik vond het helemaal niet leuk en dat vind ik erg jammer.

Zondag 24 december: eindelijk op de Tacx! Er moet nog iets opnieuw geconfigureerd worden en dan kan ik eindelijk op dat zware apparaat gaan trappen. Al snel mogen de winterkleren uit en druppelt het vol onder me. Wat is dit heavy zeg! Geen verkoelende wind en ik fiets nog wel “bergaf”. Ik fiets een half uur heel erg hard en steeds iets minder hard omhoog. Het is saai. Ik word onwijs moe, maar ik denk wel dat ik mezelf er dit voorjaar dankbaar voor zal zijn. Het laatste kwartier fiets ik langzaam aan gewoon rechtuit. Ik ben blij dat ik dit overleefd heb en krijg niet meer bijgedronken vandaag! Ik zal straks ook blij zijn als ik naast het buiten zwemmen, ook weer buiten kan fietsen!

Al met al heb ik het deze week met 6,5 sporturen weer netjes opgepakt. En daarvan heb ik 90% toch echt genoten op de één of andere manier: hetzij omdat het zwaar was, uitdagend, gezellig, grappig of goed. En dat is hartstikke prettig!

Categories: Uncategorized | Comments Off on De week dat ik het weer oppakte…..

Zo ongeveer de slechtste week van het jaar!

11 december: hoezo 'code rood'? hoezo 'al donker'? hoezo 'dat was een lange dag'? hoezo 'rustdag'? hoezo 'gisteren crosscup'? hoezo een leeg schema? Als er sneeuw ligt waar je tot je enkels inzakt, dan móét je naar buiten.

En dan moet Manuel mee, want alleen in het bos is niet zo verantwoord. En als Vincent dan ook nog vraagt: zullen we rennen..... dan ploeteren wij om half 8 door de sneeuw!

Toen viel het stil…. Geen zin in zwemmen, me niet lekker voelen, geen zin in sporten, slapjes zijn.

Ik slaap wel veel, maar ben onrustig. Even pas op de plaats!

Geen baantraining op donderdag. Maar lekker samen met Joyce rondlopen en bijkletsen. Heerlijk!

Vrijdag de hele dag werken. En dan verras ik mezelf: ik koop een Tacx! Een fietsmachine zeg maar. Dat ik toch kan fietsen deze winter.

Met behulp van een computer kan ik virtuele routes fietsen en dan zorgt het vliegwiel ervoor dat het bergop zwaarder is. Ik kan zelfs meesturen!

Op zaterdag ga ik nuchter hardlopen. Dat staat op het schema. Ik vind het moeilijk: tempo laag houden en genieten. Ik zie wel hertjes staan! Zie jij ze ook in de verte? Ik ren 5 kilometer, maar ben ook blij weer thuis te zijn om te ontbijten!

Ik ga ook nog zwemmen. Dat heb ik een week niet gedaan en daar heb ik me dagen op verheugd, maar eenmaal in het water is de zin alweer weg. Ik zwem lekker achterop mee en hou mijn eigen tempo en stilte aan. In tegenstelling tot hardlopen waar ik niet kan sprinten, zwem ik op hoog tempo harder dan de anderen voor me!

Op zondag halen we de Tacx op, zetten we een kerstboom op en prutsen we om de computer bij de Tacx werkend te krijgen. Ik zal nog even moeten wachten voor ik onder de overkapping droog kan fietsen!

En dat was de week. In januari ben ik ziek geweest en trainde ik een half uurtje in een week. In de week na de halve triatlon deed ik ook rustig aan en trainde ik net geen vier uur. Dat waren -by far- de rustigste weken van 2017! Tot deze week… Ik trainde nog geen 3 en een half uur. Op het schema prijken vooral rode (= niet goed uitgevoerde) trainingen. Ik hou me vast aan het idee dat ik na de griep in januari ook een halve triatlon heb gedaan in september. Ik heb nog even! Fysiek ben ik in orde, er zijn geen blessures, mijn tempo ligt nog niet laag; maar de zin in mijn hoofd is even op. Als iemand me het bijtankstation kan wijzen, hou ik me aanbevolen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Zo ongeveer de slechtste week van het jaar!