WEEK 37 – (leeg)

 

 

Dat heb ik gedaan.

Niks.

Op maandag gewerkt en gewandeld, maar het werd steeds meer slaapwandelen, een wolkje in, de grote desintressemist tegemoet.

Dinsdag: Geslapen. Half uurtje lezen en weer in een diepe slaap vallen.

 

Slapen. Slapen. Slapen. Meer lukte me niet. Van één uur op, twee uur slapen. Hapje eten en dan vallen de ogen weer dicht en haal ik met veel moeite de trap op net voor ik weer in slaap val.

18-20 uur per dag slapen. Na een hele nacht slapen, toch nog intens moe wakker worden.

Twee dagen achter elkaar.

Net lang genoeg wakker zijn om me zorgen te maken of dit wel normaal is en dan weer in slaap vallen.

Teveel gevraagd? Ja. Teveel gevraagd in de wedstrijd? Nee, dat is het niet. Het is een intense, diepgewortelde moeheid die zich de afgelopen maanden mentaal heeft opgebouwd. En fysiek ook. Sinds juni hield 8 september me op de been. Op het werk, verheugend op de volgende training, uitkijkend naar het water of de baan. En nu was het op. Ik moest wel rusten en slapen-slapen-slapen. De moeheid zit tot in mijn vingertoppen en tenen. Ik kan me er alleen maar aan onderwerpen.

Donderdag lees ik al meer dan ik slaap. Ik kan ‘s avonds al een paar uur opblijven.

Vrijdag volgt de intense vermoeidheid pas in de namiddag. Zaterdag ben ik de hele dag op. Ik kom weer tot leven, zie weer uit naar de volgende training (maar dat gaat niet vandaag of morgen gebeuren), kijk weer een beetje rond in het zwembad en met een jaloerse blik op een triatlonnende Vincent en mijn ogen blijven open. Het is weer overgewaaid.

Zondag is er familiedag. Vincent gaat wel fietsen. Ikke niet. De wandeling door de vogeltuin is genoeg voor mij. Ik voel me weer levendig en sterk. Ik had even rust nodig.

Zoveel sportloze  dagen achter elkaar heb ik in 2018 niet meegemaakt. En in 2017 gebeurde dat in januari.

Categories: Uncategorized | Comments Off on WEEK 37 – (leeg)

Challenge Almere Amsterdam Middle Distance 2018

De avond van tevoren was onrustig: snel nog de fiets afmaken, laat eten. Ik kreeg mijn bord niet leeg en werd er zelfs een beetje misselijk van. Ik had genoeg geslapen in de week hiervoor, onrustig, maar genoeg. Deze nacht zou wel lastiger worden! En jawel, door de vage misselijkheid was dat ook zo. Om 6 uur stond ik op en ging naar de WC. En toen kondigde de menstruatie precies vandaag de startdag aan. Ik kon wel janken… Wat een slechte timing van mijn lijf. Het verklaarde de misselijkheid, de hoge hartslag, de onrust. En het stond de gedroomde PR van onder de 6 uur in de weg. Alles was zo goed: ik heb genoeg getraind, het lopen gaat fantastisch, mijn fiets is fijn, mijn gewicht is goed, ik sta in mijn kracht en het weer wordt fijn met wind de goede kant op en droog: alleen dit ene dingetje, waar ik maandenlang bang voor was zat me nu in de weg. Daar baalde ik van. Al had ik daar geen tijd meer voor; er moesten bidons klaargezet, tatoeages opgeplakt en een fiets in orde gemaakt. Naast de zenuwen was ik nu ook een beetje (veel) verdrietig. Alsof ik mezelf in de steek liet… Het overstemde de zenuwen een beetje, maar daardoor kreeg de misselijkheid wel kans flink door te zeuren.

Verder bleef alles mee zitten: parkeerplaats in de buurt, ik ben altijd blij als ik mijn fiets op die ideale plek in de wisselzone zie, die onder de zakjes droog gebleven is. Ik kreeg de voeding goed weg. Ik mocht alleen niet meer bij de groene tas om er voor na afloop een tamponnetje in te doen. Verder besloot ik dat de eerste dag toch niet het heftigste is en dat het prettig is een rood-zwart triatlonpakje te hebben 🙂 Drukte bij de WC’s, onrust in en om de tent. De misselijkheid bleef een beetje hangen. Snel het wetsuit aan, dat is een makkie gelukkig. Door naar de startvakken. Ik kan nog even inzwemmen gelukkig. Het water is koel, de bril zit goed. Ik ben hypernerveus en er al lang niet meer klaar voor.

Dan stouw ik me in een startvak en ga naast EA staan. Tenminste iemand. Ik ken veel mensen en groet velen, maar het is ook ongelooflijk druk in de startvakken. Veel geschuifel, pijnlijke voeten op het asfalt en heel lang wachten! Ik ben alweer opgedroogd en wacht maar niet met plassen tot in het water. Ik zie Rob en Vincent nog eventjes gelukkig. Ik vind dit te spannend voor mij, vreselijk! Pas om tien voor 9 ga ik starten. Per 5 mensen het water in. Een vrouw roept achter mij: “Veel plezier Anke!” Ik weet niet wie, maar die raad heb ik meegenomen: plezier. Ik ga gewoon lekker zwemmen, maar moet 1 op 2 ademen. Het is niet heel sterk, maar ik ken de weg en zoek snel de orientatiepunten. Straks ga ik wel ‘goed’ zwemmen, nu eerst gewoon proberen te zwemmen. Het komt de misselijkheid niet ten goede. Om me heen is het niet stikdruk. Ik ga links van de menigte zwemmen, kan ik rechts ademen. Het komt niet, de lekkere slag. Om de gele boeien heen. En dan ga ik naar de kleine boeitjes. Nog steeds links van de grote groep. Snij ik af? Nee, want de kanoster rechts moet iedereen naar links manen. Ik heb de ruimte. Maar nog steeds niet genoeg kracht om langere slagen te maken en 1 op 4 te ademen. Ik voel me zwaar en ploeter het water door. Het is ver naar de volgende boei, maar ik ben erg blij met de verkenning van afgelopen donderdag. Als we de grote gele boei omgaan (eindelijk) krijgen we golfjes tegen. Door naar de kleine gele ballen! En dan lukt het opeens wel, als ik me erbij neerleg dat het zwemmen de snelheid niet gaat opleveren vandaag: rustigere slagen, 1 op 4 ademen en maar om 12 slagen de route controleren. De misselijkheid verdwijnt niet, maar ik krijg er wel plezier in. Wat die mevrouw me toewenste. De plantjes onder me zien wegglijden. Het zonnetje. Al die andere zwemmers. Dat dit toch maar lekker lukt, ondanks dat ik ook een kramp door mijn baarmoeder voel schieten. En dan richting de finish. Dat oriënteert wat lastiger, maar ik blijf redelijk scherp. Ik ben wel klaar met zwemmen, door naar mijn fiets… Ik kom het water uit en heb nog langzamer gezwommen dan bij de oefenronde! Ik ben er ook niet duizelig van. Het wetsuit is snel uit en ik ren naar de tent.

Daar doe ik kalm maar gestaag wat ik moet doen: drinken, bidon in de volgende tas voor straks, wetsuit in de tas, sokken aan blijft lastig, jasje aan, mouwstukken erbij, schoenen aan (toch maar niet op de fiets) en dan moet ik even terug voor mijn bril. Die kan ik al lopend schoonmaken. Ik hobbel op de klikschoenen de hele 500 meter wisselzone door en zie een enthousiaste Vincent naast ‘n McLaren. Alle tijd voor de fietscomputer en naar de startstreep hobbelen. Ik heb echt aan alles gedacht: zelfs de versnelling staat goed!

Opstappen en gaan. Er komt zowaar een zonnetje door. Ik heb nog meer vertrouwen in mijn fiets dan ooit tevoren. Ik klik nog voor de ziekenhuisbrug al vast en hoppa: in de comfortzone. Ik ben zo blij dat ik dit fietspad goed doorheb en vaak geoefend heb. Voor de A6 haal ik EM in, we kennen elkaar nog niet, maar zij deed ook mee aan het trainingskamp. Ik roep haar toe en wens haar succes als ik voorbij steek. Ik ga meteen hard, dik boven de 25. In dat laatste rechte stukje zet ik zelfs extra aan. Ik schakel keurig mee als we de dijk op gaan. De ex-trainer kijkt de andere kant op. Almere Haven vind ik altijd wat gek: het is er rustig en toch ook weer niet. “Ik wil jullie succes wensen op de dijk” roept een eenzame omroeper. Dat eerste stukje zal hij bedoelen, tot de Hollandse Brug. Daar hebben we wind tegen. Ik merk het niet zo. Soms snellen superfietsen mij voorbij en dat verbaast me nog steeds: hoe suf hebben zij dan gezwommen, of zijn ze later gestart en zijn ze pas net bezig? Dat is zo gek met die rollende start, je hebt eigenlijk geen idee! Dan het ommetje onder de snelweg door. Ik roep hard tegen iemand dat ze echt niet voor rood hoeft te stoppen! Er fietst een andere groep wielrenners die ik splits. Hebben we dit ommetje vorig jaar ook gemaakt? Vast, maar ik weet het niet meer. Dan de Europadreef op. Ik zie oudere mensen die op hun telefoon staren of hun (klein)kind al in aantocht is. Volgend jaar wil ik een trackertje op mijn fiets! Nu paste mijn telefoon niet. Jammer, maar het is ook goed dat ik afgesloten en “alleen” ben. Ik denk even aan al mijn trainers en aan mijn huidige, die niets heeft laten horen. Ik denk aan die aardige JC, die maar wat trots op zijn zoons moet zijn: ééntje die dit mega-evenement organiseert en ééntje die meedoet. Ik besef me vandaag meer dan vorig jaar dat ik meedoe aan 1 van de oudste triatlons ter wereld en hoe mooi dat is. De rotondes rem ik niet eens meer voor af. Dan de Oostvaardersdijk op. Heerlijk. Het is geweldig om te zien dat de windmolens met je meedraaien. Ik verbaas me over de namen van het internationale gezelschap deelnemers. Remco zonder c, Frederic is een Fransman en ik haal dames in. De ene na de andere. Ook EA haal ik in. Mijn tempo gaat ook flink omhoog. Het is zo leuk om hier over de weg te fietsen! Daar verheug ik me gewoon op en nu is het zover. De misselijkheid is gaan liggen intussen en ik lig lekker op mijn fietsje. Schakel (eindelijk) omhoog, haal de klikjes uit de ketting en trappen maar. Op naar het Bloq! Dat gaat snel. Ik zie een verveelde tiener die met zijn ouders naast de kant moet kijken voor die ene vage kennis die zo voorbij zal flitsen. En  ik drink regelmatig. Voor het Bloq ga ik lekker te hard, yes, 36 staat op het bordje! Snel een gel en de bidon wegwerpen met water. Ik neem er een andere voor terug en zwaai naar de loopdames van Almere. CS staat me keihard toe te juichen. Na de rotonde komen we in mijn “achtertuin” en hoe het komt weet ik niet, maar ik word helemaal emotioneel. Alle spanning, alle werkstress, een heleboel verdriet komt er uit. Dikke tranen die op hoge snelheid wegwaaien. En dan ga ik onze eigen afslag voorbij en heb ik alle ruimte om te gaan genieten. Van de snelheid, van de schoonheid. Wat is het ongelooflijk mooi, wijds en uniek hier met water aan twee kanten. Ik wordt pas echt euforisch als ik de grote zeilboot (de Batavia?) zie in de verte die daar echt voor ons ligt. Gaaf! Wat een richtpunt. Ik had twee doelen: een bidon scoren die ik dadelijk aan Manuel kan afgeven en een blokje van 5km onder de 8 minuten rijden. Het is me allebei gelukt op de dijk. Ik spot Manuel, maar mijn bidon is nog niet leeg. Hij roept luid en duidelijk dat er geen coachpost is en dat hij niets af mag geven. Wel goverdo…. Ik kan de drank missen, maar het was me zo beloofd! Pissig ga ik de Knardijk op. Hier heb ik zo vaak tegen de wind in versneld en dagjesmensen ingehaald, dit is ‘common ground’. De boosheid komt me van pas. Ik haal nog meer mensen in en heb geen last van de zijwind, waar ik zo tegenop zag. Dadelijk wind tegen en dat kan en ken ik ook. Ik fiets met een groepje mannen mee. Een beetje om beurten voorop. Er zitten ook al rode ‘mannen’ tussen: die doen een hele triatlon. Gouden nummers zijn professionals, ik ben een paars nummer, de halve afstand mannen hebben oranje nummers. Ik fiets veel met Frederic uit Frankrijk, hij kan beter bergop, ik beter wind tegen. Praambruggetje over en door naar de Ibisweg. Al snel is er de post en neem ik weer een gel. Ik wissel de waterbidon, nu moet ik ‘m zelf bijhouden! Het water is (net als vorig jaar) vies. Maar ik kan me er prima mee afspoelen als ik geplast heb. Ik plas en boer erg veel vandaag. De lange, lange Doddaarsweg over. Ik denk aan toen ik hier moest werken en even lijk ik emotioneel te worden, maar ik wil niet aan werk denken. Dus ik ga liedjes zingen. Niet gek dat ze me dan inhalen! Het klinkt nergens naar, maar ik word er vrolijk van. “Chase the wind and touch the Sky” Ik verbaas me over de eeuwige grasmaaier en de rust hier. Er zijn wel de hele tijd veel fietsers hoor. Ik besluit tussen 50 en 70 kilometer wat kalmer aan te doen, zodat ik straks genoeg over heb. Terug naar 27/28 betekent dat. Even wind mee pakken en een extra gel banaan pakken vlak voor het bos. Daar heb ik zin in en het kan, ik heb extra bij me. Ik geniet in het bos en moet voor de eerst pro aan de kant. Ze lappen al mensen. De Winkelweg. Niet mijn favorietje. Daar valt de drukte me pas echt op. Ik zie een clubgenoot die volgens mij harder moet fietsen. Dat zeg ik hem en we spreken elkaar: hij heeft het niet vandaag en is ook al gevallen. Ik zag daarstraks een andere clubgenoot die er ook gevallen uitzag. Dan moet ik hem inhalen, want de jury rijdt er achter. Het is druk genoeg voor de jury om een ander aan te spreken dan mij. Weer een post en ik wissel het water snel om. Deze bidon is en blijft van mij! Ik pak het tempo weer op. Denk aan de molentjes en mijn beentjes die draaien. Dit stukje is wat bochtig. Ik kijk op mijn horloge naar de totaaltijd en het ziet er echt goed uit. Ik reken of mijn gemiddelde nog steeds boven de dertig ligt en stel tevreden vast dat dat zo is. Op naar Joyce onder de Stichtse Brug. Ze hoeft me niet boos te maken, want ik ben best tevreden en zal wel opschieten om de 90 kilometer binnen 3 uur te halen. Ik zie Joyce niet. Ze zal me toch niet gemist hebben? Zo zou ze me wel boos kunnen maken, maar ik raak er eerder bezorgd van. En van de ziekenwagen verderop. Ik merk zelfs dat we nu flink wind tegen hebben. Incasseren en afmaken. Ik haal 90 kilometer binnen drie uur, maar het geheel binnen drie uur zal lastig worden. Als we de dijk afgaan doe ik een laatste grote plas en dan nog 1 keer lekker aanzetten en genieten. De ex-coach kijkt nu wel en zegt gedag. Ik hoeft niet eens meer boos te worden. Naast het Weerwater zijn al vele lopers en ik moedig de buurman van verderop aan en een clubgenoot. Ik knal nog even door en haal het net niet in 3 uur. Ik zie Rob en werp hem een kushand toe. Ik ben heel tevreden, maar heb een hard hoofd in het lopen. Ik zie op tegen het lopen en denk eerder aan een schema van 5:50 op de halve marathon. Uitklikken gaat aan 1 kant goed, maar ik stap op tijd af en klik de andere uit. De lange tocht terug door de wisselzone begint weer.

Ik hang mijn fiets netjes terug en als ik naar de tent loop, trekt er een pijnscheut door mijn baarmoeder heen. Dat wordt lastig lopen, ik weet het meteen. Ik doe mijn schoenen aan, ruil de vieze piessokken en neem nog een slok sportdrank. Weer moet ik even terug, want ik vergeet bijna de flipbelt met voeding! En let’s go. Dat wordt een lange halve marathon, laten we op 6:00 gaan lopen. Moet lukken om de eindtijd onder de 6 uur te krijgen dan. Voor mijn gevoel ga ik rustig, maar de omgeving is mij wat onrustig. Ik neem van Vincent de bidon aan voor een paar slokken. Het begint hoopvol. Er staat een Engelsman die een high5 krijgt. En dan de eerste post al bijna. De eerste kilometer gaat heel snel, al voelt het totaal niet zo. Ik verlies mijn gels en vloek een keer, maar ik kan de Sanas aan. Op het parcours is het druk. Onrustig en druk, maar ook een beetje gezellig. Ik kom de mannen van het hardlopersforum op Facebook tegen met een grote grijns! Ik haal mensen in en loop goed soepel, maar het mag en moet langzamer. Moeilijk om dat aan te voelen. Ik vertraag wel. Ik neem bij de posten sponzen en water aan en mee. Ik kijk op het papiertje welke gel ik wanneer moet nemen. Dat is geplastificeerd: ik heb alles goed voorbereid! Ik heb nog 1 gel, en die neem ik netjes voor de derde post, zodat er water achteraan kan. En dan gaat het mis: er komen meer weeën opzetten en die doen pijn. Voor de mannen onder ons: dat is kramp, maar dan in je buik. Ren dan maar eens door! Ik ga alleen maar aan het aftellen. Ronde voor ronde overleven. Loslaten wat had-kunnen-zijn en doorbijten. Ik zeg nog mensen gedag en dan komt er een toeschouwende clubgenoot op me af: “Ik heb je gels”. Ik ben verbijsterd en blij tegelijk. Ik zie Joyce eindelijk: ze is oké gelukkig. Ik nu al niet meer zo. De eerste ronde zit erop. Ik zie papa en mama en ben ontzettend blij dat ze er zijn. Ik hoeft niets te drinken van Vincent en loop langs Manuel. Dan weer een high5 voor de Engelsman. De soepelheid is weg. De buikkrampen maken het niet gemakkelijk te genieten of in een ritme te komen. Water, sponzen. En voor de eerste post zie ik die stralende YZ: wat is zij een fijne supporter. Ik probeer een tempo te pakken, maar lukken doet dat niet. Zelf ben ik verbaasd dat ik tien kilometer in 57 minuten ren. Ik besef dat er nog 11 kilometer komen en dat ik dat niet binnen nog een uur ga redden. Dan maar niet binnen de 6 uur. Ik zeg de ex-trainer gedag, ren langs de luide muziek, score weer een bekertje water en de misselijkheid komt terug. Ik moet ook naar de WC, maar weiger daarvoor te stoppen. Naast de kant her en der bekenden. Dan haalt clubgenoot RV me in en we kletsen even. Ik wens hem het allerbeste toe: hij gaat superlekker. Ik gá alleen nog maar. Er rijdt een politie-auto op de busbaan een collega op het parcours aan te moedigen. Ik grinnik erom. En op het fietspad staan de aanmoedigingen voor KH en TK, die hier straks de hele doen. Mensen in hun laatste rondje moeten wandelen en mijn lijf (en maagstreek) schreeuwen om hetzelfde. Ik wil het zo lang mogelijk uitstellen. Plan bedenken voor straks: dan kan ik rennen en wandelen in de laatste ronde afwisselen. Mijn beenspieren trekken. Na post 3 gaan we het nieuwe asfalt op en dan is de wee te heftig. Ik wandel. ‘Dadelijk weer rennen’ roept één van de jongste clubgenoten me rennend toe. Omdat zij het zegt… Ik hobbel weer door en haal haar zelfs nog bij. Haar moeder moedigt me allervriendelijkst aan. Zij is bijna klaar. Ik heb nog een lange ronde voor de boeg. De drukte overvalt me weer en ik moet wel doorlopen voor iedereen. Bij Rob stop ik even en ik vertel hem dat ik teveel buikkrampen heb en dat de laatste ronde even gaat duren. De trainer RO en zijn lieve vrouw moedigen me aan. Ik denk aan zijn hele triatlon en verwerp dat idee onmiddellijk. Nu moet ik er niet aan denken dat ik dat ooit zou willen! Dat het slecht gaat herhaal ik bij Manuel en die korte stops geven me wel weer kracht. Ik ga bij elke post wandelen en zoveel mogelijk daar tussenin rennen. Voor de laatste keer een high 5 geven op z’n Engels en dan is het rustiger op het parkoers. Veel mensen zijn klaar, maar die zijn misschien ook eerder met zwemmen begonnen. YZ is weg. Ik neem een cola op de eerste post. Fijn. Ik heb een spons vast en dat geeft houvast. Het gaat weer een kilometer wat beter. Ik zie een jongen van 4 met een McDonaldsballon en zijn moeder met open mond staan te kijken. Dat soort knullen moeten we inspireren! Dag ex-coach, je “doorzetten” heeft geen grond meer, woede heeft geen zin meer voor me, ik zit er al lang doorheen. Ik loop langs een pro langs de coachpost: die krijgt zijn eigen voeding en zijn achterstand en loopt hard door. Ik doe ook wat ik kan. Nog een cola wandelend aannemen, er zit geen prik in. Ik zie iemand van het forum en moedig haar aan: deze ga je afmaken! En dan weer de heuvel op hobbelen. Het voelt traag, zwaar en moeilijk. Het is niet anders. Kon ik nog maar versnellen, dan haalde ik de 6 uur of zelfs de tijd van vorig jaar. Maar het is er niet. Mijn benen doen pijn, mijn voeten doen zeer, er trekt weer een kramp door mijn buik. In de verte zie ik MBB en ik ga haar inhalen. Dat geeft me een doel. En het doet me een beetje verdriet, want zij moet echt wel sneller zijn! Ze is eerder gaan zwemmen, dus ze is al even onderweg. Lopen is haar sterkste kant niet, dus ik haal haar bij. We praten even en ze ze roept me na: “Geniet van je finish”. Ik hoeft niets meer op de voedingsposten. Ik doe het hiermee qua voeding. Dat geeft me rust. Ik heb het moeilijk, maar wil blijven rennen. Een krampscheut weerhoudt me daarvan, maar ik pak het elke keer weer op. Stel kleine doelen: ren langs de supporters, ren tot de brug, haal degene net voor je in. Bij de post op het strandje pak ik nog maar een spons. Op het asfalt gaat het weer mis. Ik passeer de 6 uur en die doet zeer. Ik ga zelfs niet beter zijn dan vorig jaar. Hoe kan ik zoveel verliezen op het lopen? Verdikkeme. Vanaf de ziekenhuisbrug wil ik blijven rennen, maar het voelt als stroop. Ik red het net. Ik ben blij als ik de rode loper opga. Ik ga het tenminste halen! Ik denk nog aan de woorden van MBB en ik ben echt blij dat ik ga finishen. Ondanks dat het niet de gedroomde tijd is, ben ik trots op mezelf. Ik ga juichend de eindstreep over. Niet opgeven is ook een kwaliteit.

Ik wankel en voel me niet meer heel sterk. Kus Rob, huil uit, bedank Vincent, zie Manuel, knuffel Joyce. “Morgen weer?” vraagt Rob en ik antwoord eerlijk: misschien was dat beter geweest…. Rob maant me een Red Bull te drinken en die klok ik weg. Ik neem Robs telefoon mee, spreek af te gaan douchen en dan te bellen. Ik neem het finishershirt mee en spreek een trotse RV die zijn gedroomde eindtijd heeft gehaald. Daarna laat ik mijn medaille graveren. 6:10:41 Langzamer dan vorig jaar, maar ik weet waarom. Als ik de groene tas aanpak, is de kramp zo erg dat ik me moet vasthouden aan de tafel. Naar de douches. Daar spreek ik de Almeerse pro-atlete CN die de hele triatlon moest afbreken en dat doet me pijn. Bij het douchen voel ik me smerig en mis ik het tamponnetje enorm. Niemand heeft er 1 bij zich. Ik kwebbel wat en ga dan snel mama zoeken. Ik zie haar buiten direct, want ze had gebeld op Robs telefoon. Zij weet hoeveel buikpijn ik heb. Al kan ze zich dat niet hardlopend voorstellen, hihi. Papa is er ook. Ik ben moe, mijn spieren doen pijn, ik ben een beetje teleurgesteld en ik voel me ongesteld. We moeten de brug over en ik ben lang niet de laatste. Ik duik een WC in en Rob haalt de chocomelk voor me. Daar heb ik zin in. Verder nergens in. We gaan een hoody kopen voor mij en Vincent met daarop: Triathletes never Quit. Zo voelt het, maar soms moet ik even in mijn vuisten knijpen om een wee te weerstaan. Ik haal de tassen en daarna de fiets. Als ik de fiets zie, ben ik toch weer warm van trots: dat fietsen ging wel even geweldig! Onderweg zijn er steeds mensen die ik gedag moet zeggen. We gaan naar huis.

Met vlagen slaat de vermoeidheid toe. Mama helpt gelukkig met de wasmachine aanzetten en opruimen. Na een dikke hamburger en een heel slaperig potje Rummikub ga ik naar bed. Ik app nog wat en zie weinig mensen in mijn omgeving die hun halve triatlon tijd verbeterd hebben. Ik had 1 pechje vandaag. Verder ging eigenlijk echt alles heel goed. Eigenlijk ging alles net als vorig jaar, ik ben alleen 2 a 3 minuten langer in de wisselzone geweest. Die was dan ook veel groter. Ben ik tevreden? Ja en nee. Ja, ik heb gedaan wat ik kon. Nee, het had beter gekund en die wetenschap doet zeer. Volgend jaar…..?

Categories: Uncategorized | Comments Off on Challenge Almere Amsterdam Middle Distance 2018

Week 36: taperweek – zo rustig mogelijk naar de wedstrijd toe…

Maandag 3 september: Weer begonnen met werken, school, uitdagingen. En ik mag naar de fietstraining. Ik ga dat niet halen vandaag. Dus ik ga zelf een stukje fietsen. Even geen druk alsjeblieft. Ik voel me niet al te lekker. Mijn hartslag in rust is erg verhoogd. Niet dat ik me daar nu nog door tegen laat houden, maar het voelt niet als de stabiele basis die ik wekenlang heb gehad. Ik ga met Manuel fietsen. Als zijn band gefixt is. Lekker rustig aan langs de kassen en de dijk en via het Bloq en langs de vaart weer terug. Het wordt al sneller donker.

Dinsdag 4 september: Ik ga even niet zwemmen. Morgen ga ik wel en donderdag wil ik mee het proefrondje zwemmen. Vandaag even niet!

Woensdag 5 september: Het komt nu echt dichterbij…. Ik heb veel te doen en te organiseren. De onwaarschijnlijke hoeveelheid werk beneemt me soms de adem. Ik combineer een half uurtje lopen met het  halen van een presentje voor iemand. Het tempo is prima, ik heb het warm, maar het gaat gewoon goed. 5:40 is echt een tempo wat me heel goed voelt.

‘s Middags meld ik me weer eens in het zwembad. Het is druk, onrustig en saai. Ik zwem keurig de baantjes mee, maar de bril wil niet meewerken. En de reservebril loopt ook vol. Dat is wat minder. Ik ben blij als ik naar huis kan, want ik ga mijn oude hobby verkopen. Dit jaar kan ik na de triatlon niet terugvallen op harp spelen!

Donderdag 6 september: Stress op het werk! Lang doorwerken, ik krijg niks af en ik wil zo graag zwemmen in het Weerwater! Uiteindelijk ben ik eerder te vroeg dan te laat. Ik zie mijn clubgenoten en kleed me snel om van werkkleren naar wetsuit. DR stelt voor met me mee te zwemmen. Ik ben haar dankbaar. En niet een beetje, maar heel erg! Het water is lekker. Ik heb geen haast. We hobbelen naar de boei en kwebbelen onderweg. Ik ga 1 stuk volkomen uit de richting. “Volg de rode boeien” zegt DR me, maar met mijn blauwe brilletje zijn ze geel. Na 47 minuten kom ik tevreden en blij het water uit. Mooi dat ik deze route ook verkend heb. Dan begint mijn oog te ontsteken. Het oog is rood, geïrriteerd en zit dicht. Kan ik niet goed gebruiken! Ik hou het schoon en slaap er prima mee.

Morgen mag ik op de weg fietsen!!!!!! Ik verheug me er al op.

Vrijdag 7 september: Alles is voor elkaar eigenlijk. Mijn oog is hersteld, het voedingsplan klopt, KvH zet me helemaal in mijn kracht en ik ben tamelijk rustig. Ik ga nog fietsen op de dijk om te kijken hoe koud het is en dat valt tegen: korte mouwen (of alleen een tri-suit) lijkt mij te kil. Ik moet me haasten voor de briefing en het is al druk in de stad! Vanaf dan begint een soort haastklus van fiets op orde brengen, spullen pakken en pas laat eten. Na het eten word ik misselijk. Van de spanning.

Zaterdag 8 september: RACE DAY!

Zondag 9 september: Goed geslapen, maar nog altijd onrustig. Ik heb een lijstje van dingen die ik moet doen en daar staat ook fietsen op. Rob gaat lekker met me mee. We gaan lekker langs de Praamberg. Ik heb slechts een beetje spierpijn en een beetje zadelpijn, maar dat is na het korte, rustige fietsrondje weer weg. Mijn hoofd is echter nog verre van leeg.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 36: taperweek – zo rustig mogelijk naar de wedstrijd toe…

Wæk 35: Denmårk i føtø’s

mååndæg 27 ægustus

Jeg wil chøcølæde! De winkėl zit op 2,9 kilometer hier våndåån.

De winkæls zijn hier lång øpen.

Jeg bin ruim vøør het dœnker weer terug. Dan is de ærste reep øøk al øp!
Het tæmpø wås primå!

Wøensdåg 29 ægustus

Tid vøør een længe løb!

Het ærste stuk wås ingen succes. 80 weg, geen fietspåd. Wel snel daardoor.

Øp de Blåbjerg. Gemækt døør een Duitse hårdløper.

Døør de Dænse duinen. Ik dåcht æn Joyce en åppte hær øf ze meeløbte. Dat dæd ze! Lekker ønverhard.

We zøchten øøk såmen huisjes uit. Deze! Til salg is te køøp.

Bij de treinbæn werd ik opgewåcht met de drøne.

 

Ik liep 17 km. In 1:38. Twee kilømeter gingen heel rustig (8 en 17) De 10 EM net niet in anderhalf uur. En het ging gemakkelijk en goed. Tevreden!

30 augustus

Fietsen huren!

We gingen røute 407 vølgen. Een måråthønafstånd fietsen. Het wæide. Hård. We deden eerst wind tegen. Denemarken is sååi: plåt, rechte wegen.

Længs het wåter wind mee! Maar een læstig påd. Na Børk Havn een røtweg met zijwind en werkverkær. Øp nær Nymindegab!

De månnen gingen rusten in de duinen. En ik? Rennen op het strånd! 1 kilometer wind mee, 1 kilometer in de duinen wind tegen.

Terug døør de duinen, eindelijk wind mee! De bank løkte… Røb. Mij niet. Ik wil meer fietsen!

Dus ging ik allæn route 406 doen. Eerst wind mee. Yø!

Tøen tussen de plåssen døør. Ge-wel-dig! Mær wåt een wind! En wåt een stæntjespåd.

Nee, ik sprøng er niet in! Gåve løøpbrug.
Dærna døør de duinen.

En tøt slør: heuvelige bøssen. 75 kilømeter verzåmeld op de fiets våndæg. Trek, zådelpijn, møøie indrukken toegevøegd. Lekkere mix.

31 augustus

De lætste run in Denmark

We gåån såmen,Vincent og mig.

Åchter de kirke vån Lønne heb ik een møøi pad gezien. Onverhård. Bøs. Duin. Mul zænd. Omhøøg! Uitzicht kædø.

Træilrunnen is zwærrrr. Mær øøk veel leuker.

We zwerven en kømen långs wåter.

Tussen de våkåntiehuisjes raken we de weg kwijt. Wåt wil je øøk met zø’n børd?!

We løb dik 8 kilømeter. Dæg Denmårk!

2 september

Weer thuis. Plat Nederland. De tijdritfiets moet hoognodig worden uitgelaten.

 

Langs de Oostvaardersplassen. Ik snap niet waarom ik zoveel mensen op de dijk tegenkom, tot ik aan de andere kant fiets. Dan heb ik wind mee! De snelheid loopt flink op.

Volgende week (ARGH, dan al!!) is de weg van mij! Nu train ik lekker 45 kilometer weg in 100 minuten.

Niet gezwommen deze week. Veel meer gefietst dan ik gedacht had.

Op naar de taperweek: rustig aan doen en voorbereiden op de wedstrijd.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Wæk 35: Denmårk i føtø’s

Week 34 Denemarken – Danmark

20 augustus.

Det er stille i poolen. Ik niet, ik ben niet rustig. Ik geniet van de glijbanen en gil me suf in de trechter. Sid på en stol. Word nat onder een emmer. Ik vind het grappig dat ik de angst die altijd een beetje had voor water, zo kwijt ben.Det er stille i et bad. Det er for mig!Al is het maar 20 minuten. Ik ga op en neer zwemmen. Geen techniek, alleen volhouden. Sikkert 20 minutter har jeg halvt bad for mig alene. Na 25 minuten wordt het druk. Også sjovt, svømning omkring mennesker. Ook leerzaam. Ik ontdek dat het bad geen 17 meter is, maar meer. Jeg tæller stregerne. Adem soms 1 op 3. Zoek de kalmte en de lange slag. Det tager altid et stykke tid. Na een half uur is het te druk en onrustig. Toch mooi gedaan!

Later in de middag gaan we hardlopen,Vincent og mig. Het park uit richting de zee. Vincent forlader mig efter en kilometer en ik ga door tot 3 kilometer en keer dan terug naar hem. Det er fladt, jeg har vind,het is onverhard en het is net als thuis en toch ook weer niet. Jeg kommer til havnen og til molen. Ik maak fotootjes en keer om. Ik weet het al: Nu har jeg en vind. Dat is genieten voor mij. Ik ga nog steeds op flink tempo. Even uitwaaien. Jeg skal til Vincent. Beuk tegen de wind in. Ik ben wel wat gewend, men det er en god vind! Vincent beukt met me mee. Meer iets voor mij dan voor hem. Trapje af en dan iets rustiger zonder de wind tegen. Vi går tilbage gennem parken. Heeft hij er bijna 3 kilometer op zitten en ik 6. Lekker ingelopen. Danmark: her er jeg.

22 augustus.

De tusend trin van gisteren waren een leuke workout, maar tæller ikke! Vandaag weer in het zwembad. Efter alle lysbilleder er det tid til een zwemsessie en mensen verjagen! Nee hoor, det er stille. Ik kom snel in een trage slag. Op og ned, gang efter gang. Minutenlang. Ademen 1 op 2, 1 op 3 en 1 op 4. Het licht is erg fel en heel vermoeiend, gør ondt i dine øjne. Het water is eigenlijk for varmt. Men jeg vil fortsætte! Na een half uur zwemt er een meneer met mij mee. Jeg er allerede træt, maar ga door of ved. De meneer stopper mig ikke. Efter 2 kilometer is het wel klaar. Tre kvartaler af en time. Op naar het bubbelbad!

Later in de middag ga ik løb. Ik heb niet goed naar de opdracht gekeken en ga lekker en time. Op naar de pier! Eerst een half uur rustig, accelerere derefter. Eh. rustig… 5:40? Eerst vind mod. Mooi, kan ik straks doorversnellen. Eh. Straks sneller…. 5:30? Ik ben zo op de pier en dan vaart de færgen voorbij! Ik film, geniet en verwonder me terwijl het uret er stationært. Wow. Og tilbage igen. Wind mee. Eerst nog kalm proberen te houden. Med lethed net onder de 5:30. Na 5 kilometer in 27 minuten (!!) tempoet går op. Nieuw ritme en tsjakka- door naar 5:14. Ik ga het rechte pad maar verder af. Og endnu mere. Tot 7 kilometer. Dan sta ik bij het nudiststrand. Forførende …. maar ik ga door! Op 8 kilometer neem ik een gel (High5). Dan ga ik het unpaved sti af. Het tempo kan nog hoger. Viel even terug naar 5:22 (på grund af trapper), maar nu zet ik door. Jeg er varm en rood. Kilometer 9 gaat in 5:06 ofzo. Ik wil graag op 53 minuten uitkomen bij de tien kilometer. Det er stadig ret tungt. Het park is te klein. Jeg løber gennem til børnene. Dan ben ik ook kapot. 53 Minuten. Jeg jogger terug naar het huisje en loop 11 kilometer vol. Binnen een uur. Jeg føler mine ben!

 

24 augustus

Na een dag door København wandelen gisteren, ligt min præference vast: doe mij maar 15 kilometer løb in plaats van at slentre! Vandaag voelde ik de spieren nog. Eerst die spierpijn eruit zwemmen. I den subtropiske swimmingpool. Het was tryk in het bad. Maar ik ging på mit “eget” sted op en neer aan het crawlen. In een rustig tempo. Dan kom ik er snel in. Ik dacht aan een en halv time. Maar dat werd steeds iets meer. 1000 meter, 1500 meter en dan wil ik 1900 meter halen. Det blev to kilometer in precies 45 minuten. Alt uden otte! Het beste zou ik 1 op 5 kunnen ademen. Maar 1 op 4 zit er beter in. De muskel smerte is weg.

Later op de middag ga ik nog een keer zwemmen. Fordi det stadig kan. Vincent filmt mijn slag. Kan ik se tilbage. Ik ga met paddels, maar dan moet ik veel teveel op de andere mensen letten. Beter gewoon mijn gestage slag trainen. Ik maak lange slagen. Jeg går kun i tyve minutter. Een kilometer. Mooi geweest hier.

Op het schema staat 2 uur løb vandaag. Vind ik er lastig tussen te passen. Het waait. Det blæser hårdt. Heel hard. Het regent ook. Brusere. Maar ik ga toch. Om 4 uur ben ik klaar met moed verzamelen en zijn we het zwembad uit. Rugtasje mee, water mee, regenjasje mee. De opdracht is: accelerere i den anden time. Dus ga ik eerst wind tegen. Het park uit, het pad op naar rechts. Richting Kramnitze. Følg stien. De eerste 5 kilometer gaan nog wel (op een gel) med vind fra siden, maar dan krijg ik de wind recht van voren. Hestearbejde! De golven zijn zo hoog, dat ik de druppels voel. Het landschap is weids en leeg. Op kilometer 7 valt een byge. De druppels verwaaien. Det har jeg ikke noget imod. Ik ploeter met een glimlach door. Ik denk: Jeg vil lukke snart! Met 8 kilometer ben ik bij de havn van Kramnitze. Det er ikke meget. Een fotostopje en drinkstopje. En dan terug. Ik kan vliegen! Heerlijk. Vooral de stilte, nu gør vinden ikke længere støj. Ik kan de zee beter bekijken. Dan moet ik. Lastige plek! Der er ingen. Ik duik een bosje in. Det flyver op. En weer door! Het tempo gaat flink omhoog nu ik wind mee heb. Toch moet ik til rytme igen. Ik twijfel lang: Jeg er færdig med stien of stop ik bij het zwembad? Ik ga door! Ik besef dat ik dan ook nog vind mod krijg. Na 16 kilometer sta ik in RødbyHavn. Ik voel het ook in mijn benen en vermoeidheid hoor! Vinden er tiltrukket. Stormachtig. Ik kreun en steun me er doorheen. Og nyd. Tel af tot de vlag. Det er tungt. Dan het park weer door. Ik wil nu alleen in lige linjer lopen! Ik ben moe. Ik loop op en neer om 20 kilometer aan te gaan tikken. Jeg skal defekte igen. De 21 kilometer zit er niet in. De twintigste kilometer gaat in minder dan 10 kilometer per uur. Først og fremmest. De rest ging allemaal harder. Ik had een halv marathon in 2 uur kunnen lopen. Maar nu jaag ik Vincent de toiletter af. De tweede tien kilometer gingen meget hurtigere end den første. 57:38 tegen 56:12. Ik was geen to timer onderweg. Het is goed geweest. Nu heb ik weer muskel smerte.

26 augustus

We zijn gister til den anden side van Denemarken gereisd. Weer een leuk vakantiehuisje, med vidunderlige senge! Vandaag was ik trætte. Een soort lome trætthed. En ik zou moeten gaan fietsen ifølge tidsplanen. Maar het regende veel in dikke buien. We gingen lekker gå langs kysten. Mooie luchten, vele kwallen, een vette regnbruser en goed uitwaaien. Omdat we goed doorliepen vond ik het al meetellen. Maar ik kan wel fietsen! Ook als het regent! In de fitnessruimte. Gratis. Rob ging de race kijken en ik ging cyklus. Stom apparaat. Het was er snerpet en ik zweette al snel. Maar ik kon met de WIFI ook de race volgen! God, dat leidde lekker af. Ik trapte maar en trapte maar. Og droppet tomt. Vincent kwam me een schoon shirt brengen en speelde en rende zelf ook wat. Ik wil dit fietsen namelijk link til at gå. Ik fietste de hele race vol. En dacht wel honderd keer: Jeg gik der, elke keer met een glimlach. Na 80 (!!) minuten was ik helemaal klaar met het cykel gear. Ik kleedde me om bevond me in een ingewikkelde overgangsrum, met zwembadkluisjes en bandjes. Vincent ging meerennen. Jeg var kold. We renden om het park en ik voelde me nog steeds sløvt. Het tempo was ook matigjes. We gingen om het park heen. Toen liepen we OVER de jernbanespor. Het is een verlaten stuk, maar toch! We dwaalden tussen ferieboliger en ik kwam er niet goed in. Vincent ging terug naar ons huisje. Er zaten al twee kilometer op, maar het voelde als syv. Ik ging nog even door en kwam weer op en blindgyde. Wurmde me tussen de struiken door naar het jernbanespor. Deze keer pakte ik het naastgelegen cykelsti. Mijn zin was op. Ik heb vakantie, honger en ikke mere fornuftigt. Ik liep over broen terug het park in. Klaar d’rmee. Ik ging mijn spullen ophalen in de “transitiezone” en wandelde naar het huisje. Naar de småkager, de bruser en de bænk.

Misschien heb ik den sidste uge niet zo veel getraind als tidligere uger. Maar hé, ik had vakantie! En heb heel veel hiked. Ik heb in elk geval gjort mit bedste. Jeg forsøger ikke at tro, at jeg kun har to uger … Nu eerst: En anden hel uge med ferie te gaan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 34 Denemarken – Danmark

Week 33 op weg naar de vakantie

Nog 1 lange week…. hou ik mezelf de hele tijd voor: op het werk is de week extra lang, vol, druk en onoverzichtelijk en qua sport ga ik deze week mee op ‘trainingskamp’. Een kamp voor vrouwen, die ieder mee kunnen trainen vanuit hun eigen lokatie. Wel delen de ervaringen op Facebook en krijgen een schema van JB. Ik hou mijn eigen schema aan. En daar staat maandag anderhalf uur fietstraining. Met de overvolle, lange werkdagen is die alvast niet te combineren! Ik zal blij zijn als ik er om 7 uur ben met de auto en iets fatsoenlijks te eten in mijn buik. Ik haal Vincent namelijk tussendoor ook nog op in Hilversum. Maar netjes bijtijds staan wij klaar en doordat we rijden, “missen” we een fikse bui. De groep is alweer groter. Ik ben de enige dame. Eigenlijk niet, want 1 man heeft zijn dochter bij zich in het kinderstoeltje. Zelfs dan zijn zij samen nog sneller dan ik! We gaan naar het industrieterrein en daar fietsen we een aantal vierkantjes. Ik ken de weg intussen zo goed daar, dat ik zelfs al niet meer rem voor de bochten. Het minfietsen gaat op 30+ km per uur. Midden in de groep lukt mij dat wel. Maar dan moeten we een opdracht doen: nog 1 ronde infietsen en daarna rondes versnellen. Nog harder?! Alleen? Want de rest van de groep is snel weg. En dan iets met drie keer, herhalingen. Ik geef het op. Na twee rondes weet ik het al: hier heb ik niks aan. Sorry trainer: hier word ik niet beter van. Dit vind ik niet leuk. Ik wacht ze op, zwaai en fietst op mijn snelst naar het kasteel. Waar ik wel wat aan heb is dit: me moe fietsen en over het natte fietspad het stuk challenge fietsen tussen de kasteel en de dijk. Met bochten. Daar heb ik wat aan, daar kweek ik vertrouwen mee. “Waarom kun je dan wel hard mama”, zal Vincent later vragen. Hij heeft gelijk: met een doel en een idee voor ogen, lukt het wel. Ik scheur binnen drie minuten vanaf het kasteel naar de dijk. En terug nog harder, want ik moet het hele Weerwater nog langs en ik moet op tijd terug zijn voor Vincent! Tevreden trap ik terug. Ik ben niet blij over de training, vind het extra stom dat maar 1 iemand wacht bij Vincent van de grote-mensengroep. De trainer is al lang weg. Slechte training. Ik heb het omgebogen naar iets voor mezelf, maar als training was het pet. In de kader van het trainingskamp hebben we elke avond een live-sessie over een onderwerp. Vandaag gaat het over rust. Ik luister de sessie bij de buurkatjes. Heel erg interessant!

Dinsdag werk ik thuis. Weer werk ik hard, maar het lijkt zo onbegonnen om iets voor de vakantie af te ronden. Ik kan door het thuiswerken wel op tijd weg om naar de nieuwe zwemgroep te gaan. Deze komt ook voort uit het “trainingskamp”. We komen samen in Amsterdam. Natuurlijk ben ik behoorlijk zenuwachtig: wat als ik de langzaamste ben, wat als ik de enige ben in wetsuit, wat als iedereen van me wegzwemt, of nog erger: als het heel erg traag gaat…. Ik ben zo slecht in dit soort dingen… Maar ik ga wel. Ik ben absoluut niet de enige in wetsuit. Eigenlijk gaan er van de 15/20 mensen maar 2 NIET in wetsuit. En 1 van die twee is nog langzamer dan ik. Duidelijk. Die blaast voor het eerst een boei op. We lopen ver, ze laten niet eens hun slippers achter op het strand! En dan als groep te water. Onder het bruggetje door en het lukt me wel. We zijn al snel bij de eerste boei. En dan wachten we op elkaar! Dit is nieuw voor mij, na een paar meter al weer samenkomen. En dan een instructie krijgen hoe verder te zwemmen. Nog iets versnellen en naar het volgende strandje. Ik zwem altijd gewoon maar! De rest ver voor me uit en ik zwem honderden meters alleen. Niet hier, hier blijven ze bij elkaar, let je op elkaar. Ik zwem niet als traagste. Bij lange na niet. Zin in heel veel oefeningen heb ik niet. Er zijn twee groepen en 1 duidelijke instructrice. Zij verzint het. Ze wijst de snelle groep op 2 boeien. Die eerste is circa 35o meter ver weg en daar zwemmen we rustig heen. Dan wachten we weer op elkaar. Ik moet daar nog steeds aan wennen. En dan naar de andere boei links daarvan die ongeveer 200m weg is op snelheid. Zijn er verschillende snelheden dan?! Dan weer wachten op elkaar en daarna terug, maar dan andersom: eerst de 200m kalm en dan de 350 snel. En onderweg bij de boei op de terugweg: wachten op elkaar. Ik ben verbijsterd. Ik ga maar met de snelle groep mee, dan kunnen ze tenminste op mij wachten! Dat is een misrekening. Ik zwem gewoon kalm en ben niet eens in de buurt van de langzaamste. We zijn met 9 mensen en ik kom als 4de of 5de aan. Lang wachten. Ze kletsen! Daarna versnellen. Omdat we dicht bij elkaar zwemmen kan ik spieken bij de anderen. Omdat het water zo lekker is, zo helder, zie ik zelfs onder water wat ze doen. Ik pak een kalm ritme en versnel vast wel een beetje. 200 Meter zijn zo gezwommen. Wachten. Ik vind het apart. Niet erg, maar wel apart. De tweede trainster is 35 weken zwanger (!!) en geeft hier een daar tips. Ik zwem in haar buurt en door die dikke buik zie ik dat zij met haar hele lijf veel meer roteert. Ze zien zelfs op tegen het laatste lange stuk versnellen. Ik ben het wachten het eerste moe (iedereen is er hoor) en vertrek. De snelle zwemmers halen me in en ook zij roteren veel meer, waardoor ademen een twee kanten gemakkelijker wordt. Ik probeer het ook en hela! De hele beweging wordt groter, sterker en ik kan met gemak links ademen. We komen met de hele groep weer bijeen en ik ben blij met mijn ‘ontdekking’. Wij snelle zwemmers mogen nog naar het midden van de plas. Twee aan twee alsjeblieft. Op elkaar letten. Ik vind dat moeilijk, let alleen op mezelf. Mijn grote slag, mijn rotatie. Nu moet ik me zelfs een beetje inhouden. Maar ik kan de man aan twee kanten zien en hoeft niet meer perse links van hem te zwemmen. De zon gaat onder en ik geniet enorm. Vrienden van de TVA: zo kan het ook, lekker prestatieloos! Wachten op elkaar. Niemand eraf zwemmen. Kletsen ondertussen. Ik ben tevreden.

Woensdag. Henschotermeergames

Donderdag. De werkdag is extreem lang, druk, onbevredigend, vermoeiend en zwaar. Het is niet af. Niet eens in de buurt ervan. En dat voelt niet goed. Dat voelt helemaal niet lekker. Uitlopen, staat er op mijn schema. Ik breng Vincent naar de baan en zie meerdere langzame mensen. Dit moet lukken. Ik ga op de baan mee. Dan blijft de WC in de buurt. Gewoon mijn eigen tempo. Stomme trainer, waarbij we altijd te snel gaan en dat begint al bij inlopen. Vind ik niet erg, ik loop voorop en ben stil. Ik wil vakantie. Ik heb vakantie. Maar het voelt niet als vakantie. Ik doe vandaag de versnellingen niet mee. Ga maar een beetje sneller. Niet teveel. Op de baan huppelen we eerst nog wat rond en dat heet dan loopscholing. Daarna gaan we 4 keer een kilometer lopen op eigen tempo. Tussendoor krijgen we snelheidsopdrachten. Ik doe het lekker alleen. Op mijn eigen tempo, die kilometer. En de snelheidsopdrachten sla ik straks wel over! De kilometer gaat hard. Onwaarschijnlijk. Dan is het 100m wandelen, 100m sprint of zoiets. Ik vind het wandelen verschrikkelijk. Doe het 1 keer. Sprinten doe ik een beetje harder. Weer een kilometer lekker op mijn eigen hoge tempo. Alleen alsjeblieft. Dan 200m rust en 200m sprinten ofzo. Rust is dribbelen voor mij. Ik draai gewoon stom de rondes. Dan nog een kilometer. Ik loop vlak en hard. De baan he. We gaan uitlopen en tot mijn verbazing train ik 10 kilometer in een uur. Hard voor een training met loopscholing erin. Nu zijn mijn benen moe en is mijn hoofd ook nog moe. Ik ben aan vakantie toe! Ohnee, die heb ik al. Maar waar dan?

Vrijdag. Twee keer fietsen. En dat terwijl iedereen thuis is! Dat wordt een hele opgave, maar ik kan doorschuiven naar morgen. Ik ga vroeg. Dan heb ik het maar gehad. Kan ik daarna opruimen, inpakken, doorpakken, oppakken…. Kwart over 8 zit ik op de fiets. Dit zijn de krachtblokken. Ik ga een grote ronde Oostvaardersplassen doen. Infietsen en daarna 8 keer 4 minuten op het hoge verzet en daartussen in 2 minuten kalm aan. Het gaat goed. Ik fiets lekker om en halverwege de dijk gaan de krachtblokken in. Het is stil, ik zie 1 andere fietser op de dijk. Ik geniet van het uitzicht. Mijn benen vinden het wat minder fijn vandaag na de training van gisteren. Training, zullen we maar zeggen. Ik heb wind mee op de dijk, maar daar ga ik niet spectaculair hard van. Ik vind de 4 minuten elke keer lang en ga aan het tellen. Dan probeer ik de minuut te tellen, zo precies mogelijk. Of ik probeer 4 minuten af te tellen, tot 240. De borden staan klaar langs het parkoers voor de challenge op 8 september. Ik neem een gel op de Praambrug en dóór…. Ik ga weer tellen op de lange saaie weg met wind tegen. Dan gaat het ergens mis. Ik vertel me, kijk verkeerd op het horloge en mis compleet de 2 minuten rust. Dat vinden mijn benen echt niet meer fijn. Ze willen naar huis en ik eigenlijk ook. Ik haal de veertig kilometer weer vandaag. In anderhalf uur. Met een soort van gemak. Kom nog een mevrouw tegen die wandelt in wat ik een pyjama vind.

Ik treuzel, aarzel, kijk een leuk filmpje, draal. Ga ik… of niet…. van het schema hoeft het niet… het hoeft van niemand.. ik kan de douche in en verder met de dag. Maar ja, lopen hoort erbij. Ja, nee, toch! En ik ga. Een opbouwend loopje. Door de wijk. Door het park, op het eerste fietspad naar links, achter langs. Het gaat best goed. Ik krijg het warm, zie dezelfde mevrouw als ik op de fiets al zag en ga lekker door. Toch lukt me dit goed. Ik ga steeds iets sneller. Achter de wijk langs en dan weer terug het fietspad op. Zie ik dezelfde mevrouw voor de derde keer! Ik hou het hoge tempo vast, maar voel de training van gisteren nu echt goed. Door het park weer naar huis en na 6 kilometer vind ik het mooi. Douchen en de rest van de dag. DvA appt of ik meega met een zijn koppeltraining: fietsen rond de plas en daarna stukje lopen. Te laat 🙂

‘s Avonds neem ik DvA mee naar het zwemmen. Ik ben er onzeker over. Wil het rondje eiland, maar kan DvA dat ook, wil iedereen dat? Moeten we weer vroeg eten. Gewoon in wetsuit gelukkig. MZ gaat mee en 2 snelle heren ook. Het korte rondje eiland wordt het. Ik doe mijn eigen ding, zie dat DvA met gemak met de snelle mannen mee kan en zwem niet als laatste. Verder vind ik het best. We wachten bij de boei. Ik probeer 1 op 3 te ademen. Dat is wennen. Dus ik schakel terug naar het vertrouwde 1 op 4. Vind het even jammer voor de heren dat ze op me moeten wachten, maar het is zo.Ik moet ook wachten en ben verbaasd dat MZ achter me zwemt. Dan het stuk tegen de zon in. Ik hou MZ bij en bij de brug is niemand. Ik mag doorzwemmen van MZ en doe dat ook. Dit stukje kom ik altijd in mijn ritme en dan ga ik los. Zouden spieren een geheugen hebben? Dat sommige stukken wel gaan (dit stuk) en sommige stukken nooit willen lukken (het stuk voor de brug)? Ik zie de andere heren ver voor me met hun boeitjes. Ik stop straks wel voor MZ. Net de bocht om, kijk ik om en zwemmen ze opeens achter me. Huh? Ze hebben gewacht aan de linkerkant en ik adem rechts. Ik zag ze niet. Zij gaan weer door en ik ook. Om de boei heen. Ik ben niet meer zo snel, maar ik doe het lekker wel! Uiteindelijk hoeft ik alleen maar een uur te halen, zodat ik morgen niet naar het zwembad hoeft.Voor vandaag is het genoeg.

Zaterdag. Vandaag ga ik fietsen. Lang en ver. In tempoblokken. Ik ga alleen. Als Vincent iets anders doet. Ik sta op, doe fietskleren aan en heb totaal geen zin. Ik ben onrustig en moet inpakken. Zal ik Rob Vincent laten ophalen? Rob stelt voor dat we samen Vincent wegbrengen en dat ik een nieuwe koptelefoon ga kopen. Ik kleed me terstond om. Eerst de dingen die moeten, als er tijd over is, ga ik wel fietsen. Ik koop een mooie nieuwe koptelefoon om te sporten. En ga klaarleggen. Alles klaarleggen. Kamer voor kamer. Dan is Vincent al klaar. Ik had het toch niet gered. Vincent wil ook een koptelefoon en ik verdoe mijn tijd. Ik ben nog lang niet klaar met pakken! Thuis ga ik nog even door en dan ligt alles klaar. Er is tijd over. Vincent wil wel een ijsje bij Mariola. Dus gaan we toch samen fietsen. Dan maar geen tempoblokken. Op naar Almere Haven! in zijn tempo. Prima. Vincent wijst de weg tot het kasteel. Dan wil ik door naar de dijk. Wind tegen hebben we. De hele tijd. Want dan hebben we ‘m straks mee op de Oostvaardersdijk. Hij eet een ijsje. Ik ben nog onrustig van het inpakken en op vakantie moeten en onaf werk. Vanaf Almere Haven naar de Hollandse Brug trek ik Vincent tegen de wind in. Heerlijk vind ik dat. Dan over de parkeerplaatsen en de dijk op. Het duurt nog even, maar dan draait de wind mee en gaan wij gemakkelijk hard. Waarom gaat dat zo snel voorbij?! Langs de plas terug en we fietsen 45 kilometer vol in 2 uur. Niet heel snel, maar: gedaan! Op een hele lage hartslag. Door met verzamelen en inpakken. Als de onrust kwijt is, kan de vakantie beginnen. Maar het lukt nog niet echt.

‘s Avonds tegen zonsondergang word ik iets rustiger. Ik wil mijn koptelefoontje proberen. Gewoon lekker even mijn eigen tijd. Met een ommetje naar de Albert Heijn. Het gaat lekker. De benen doen het goed. Ik besluit er een elke-kilometer-iets-sneller rondje van te maken. Onhandig als je begint op 5:45. De hartslagmeter is ingepakt, dus ik doe het met het horloge zelf. Die is wel heel mild! Ik zet iets aan en ga mijn neus achterna. Ik vind dit tijdstip, zo rond zonsondergang, echt heerlijk. Ik ga de trap op. “De wenteltrap naar boven, die neem ik, ik moet naar de top” Boudewijn de Groot heeft er een mooi lied over: Hoogtevrees. Ik pieker, prakkeseer en laat wat zaken los. De werkcomputer is uit. De spullen liggen klaar. De was is gedaan (behalve wat ik aan heb). De katjes zijn in goede handen. Waarom voel ik me nog niet vrij? Ik ga harder en harder. De vijfde kilometer zal nog een ding worden met een vierde kilometer in 5:04! Ik zet door en voel mezelf vliegen. Net onder de 5 minuten. Ik druppel lekker uit bij de Albert Heijn. De sportweek zit er wel op. Of….. In Nederland in elk geval wel.

Zondag rijden we, varen we, wandelen we, reizen we. Dat is vermoeiend, maar geen sport!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 33 op weg naar de vakantie

Henschotermeergames 2018 De Swim Run Swim Run

Een drukke dag in een drukke week. En ‘s middags word ik weer een meisje. Met een beetje buikkramp. Dat komt niet heel goed uit. Niet voor een zwemmen, rennen, zwemmen, rennen wedstrijd tenminste. Vooral dat zwemmen is dan wat minder. En net nu ik Vincent moet proberen te verslaan! Hij is een betere zwemmer dan ik ben, maar ik was tot nog toe de beste lopen. Of zou hij op triatlonkamp zoveel geleerd hebben? We gaan tegen elkaar aan het strijden vandaag.

We gaan met een hele club richting Woudenberg: net als vorig jaar gaat RW meedoen, maar nu alleen. Ook JvA en zijn vader DvA gaan mee. DvA traint net als ik voor de halve triatlon en zijn zoon is Vincents beste vriend en die doet mee aan de junior challenge. Ik ben (by far) de zwakste zwemmen van ons vijftal, zeker vandaag. We zijn zo vroeg dat we alle plaatsen in de wisselzone nog kunnen innemen.

Ik ga aan het inzwemmen. Dat vind ik fijn en wil ik wel eens uitproberen. Bang dat ik het koud krijg, ben ik niet. Het is niet heel warm en zelfs niet zonnig. Ik kijk even waar de boeien liggen. Vincent en JvA spelen in het zand. Ik ga nog even langs de toilet en neem een slok van de raar smakende Sanas sportdrank. Precies om 7 uur gaat de laagdrempelige wedstrijd van start. Alleen voor Vincent en mij is het onderling een wedstrijd, voor de rest is het een training; geen restricties, geen medailles, geen podium.

Ik ga midden tussen de mensen het water in. Schop en sla een beetje mee en kom in een slagje. Snel bij de boei en daar hoor ik ‘hoi mama’ naast me. Heb ik snel gezwommen of Vincent langzaam? Ik keer om en raak verstrikt achter een dame. En dan schiet er een pijnscheut door mijn buik heen. Onhandig. Ik trek me er niks van aan en probeer om de dame heen te zwemmen. Vincent ben ik kwijt geraakt. Ik kom als laatste het strand op van ons vijven, maar nu ga ik inhalen! Ik ben snel de wisselzone uit, want Vincent en JvA weten niet precies de uitgang. En zo loop ik vlak achter Vincent en vlak voor DvA. Het tempo ligt hoog. Gruwelijk hoog. Ik heb 3 kilometer om Vincent in te halen en ga die tijd ook nemen. Ik blijf lang vlak achter hem. Hoor dat anderen “die kleine” aanmoedigen als hij langskomt, maar mij niet! 12 Kilometer per uur lopen we. Onafgebroken. Dat is echt hoog tempo voor mij, en voor hem ook! Ik haal hem in de tweede ronde in, na een kilometer of 2. En blijf er dan voor. Mijn buik doet een beetje pijn en ik heb het niet gemakkelijk.

Zwembril op en snel mijn achtje mee. Sorry Vincent: dit is mijn valsspelen! Ik zwem hard en goed, zeker voor mijn doen. Het gaat echt lekker. Mijn buik vind dit een prima idee, gek genoeg. Als ik het water uitkom, staat Vincent naast mij op. De wissel valt me verkeerd. Ik ben duizelig als nooit tevoren, val om in het zand en voel me totaal niet goed. Mijn buik lijkt helemaal omgedraaid.

Weer rennen. Deze keer haalt DvA ons in en verdwijnt hij. Ik ren achter Vincent en zie hem. Ik loop langzaam in, ondanks dat ik me niet zo goed voel. Ik heb de tijd. Het tempo ligt nog steeds hoog. Ik volg hem gewoon voorlopig. Eigenlijk voel ik me behoorlijk beroerd en ik heb zand op mijn handen. Vincent kijkt om en ik hou hem bij. Na anderhalve kilometer lukt me dat nog steeds, maar ik voel mijn tempo afzwakken. Mijn handen en vingers beginnen te tintelen en dat is geen goed teken: dan ben ik meestal ziek aan het worden. Ik haal Vincent bij en stel voor het samen af te maken en gelijk te finishen. Hij zegt ja en dat hij ook moe is en ik beken dat ik niet veel harder mee kan. Hij wel. En dan blijkt ja toch nee te zijn en voert hij het tempo wat op. Ik kan niet volgen. Ik moet naar de WC voor een grote boodschap en mijn darmen en buik doen echt pijn. Opgeven: ik denk er serieus aan. En laat Vincent gaan. Ik blijf in de buurt, maar mijn tempo moet iets omlaag. Net onder de twaalf kilometer per uur. Hij loopt met een meisje op, wat de hele tijd achter mij heeft gelopen. Het liefst zou ik doorrennen naar de WCs. Mijn darmen ook en ze houden het niet. Smerig, maar waar. Ik voel me niet blij meer en behoorlijk ziek, maar ik maak het af. Vincent en het meisje versnellen, maar ik kan dat echt niet meer. Een paar seconden na Vincent finish ik. Hij is terecht superblij. Ik voel me vies, misselijk en afgemat.

Ik loop snel naar mijn spullen en gris wat plastic tassen en schone kleren bij elkaar. Ik ben draaierig en kan heel erg weinig zeggen. Zo afgemat ben ik niet snel! Meestal ben ik snel bij, maar nu voel ik me echt niet goed. Ik ben zo snel ik kan bij de WCs. Ik loop daar even leeg. En kleed me voorzichtig om. Langzaam gaat de buikkramp liggen en ik voel me weer een beetje mens worden. Stiekem ben ik supertrots op Vincent. Bijna iedereen is al binnen als ik me weer kan vertonen. Ik kan nog net mee RW opvangen! We zijn met het team uit Almere ook bijna als laatste de wisselzone uit. Iedereen heeft genoten en Vincent is supertrots. Ik blijf nog een paar uur wankel, maar heb wel weer trek.

Zou de sportdrank verkeerd gevallen zijn? Of de tijd van de maand die me tegenstond? Heb ik iets teveel gevraagd van mezelf? Gelukkig heb ik er een dag later al geen last meer van en blijk ik maar 4 seconden langzamer te zijn geweest als Vincent! Dat verschil gaat de komende jaren alleen maar oplopen, hoe goed ik mij ook voel.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Henschotermeergames 2018 De Swim Run Swim Run

week 32

Maandag 6 augustus

We fietsen naar de training toe. Lekker kalm aan over het spoorbaanpad. Vincent gaat natuurlijk ook mee! Het is lekker zonnig. We zijn met een klein groepje volwassenen. 7 Mensen, 6 snelleren dan ik. We gaan infietsen met 30 kilometer per uur. Godzijdank ben ik in vorm! Ik klets met SJ en fiets voorop. We gaan een lange tocht maken. Op dit tempo?! Ach wat, ik ga mee en het gaat me goed. Tot de brug trek ik het voorop, daarna ga ik er lekker achter hangen. Veel gemakkelijker. En die lieve vader van DR en RP houden me in de gaten. Hé, ik red me wel hoor! Ik ben een kei in bijhalen. We gaan door Muiderberg over de koppelstones en ik klets met de vader. We zijn al snel bij het kasteel van Muiden. En dan terug richting de brug. We gaan over de A1 naar het Naardermeer! Ik fiets nog wel achteraan, maar nu geniet ik enorm. Ik vertraag om ervan te genieten dat ik hier fiets. Mijn telefoon wil het molentje helaas niet vastleggen. Er is nog iemand die het tempo even niet bijhoudt. Op de weg terug over de brug maak ik wel een foto. Ze moeten even op me wachten. Jammer dan voor hun! We fietsen terug en ik fiets met DR vooraan. Even bijkletsen! Toch ligt het tempo voor mij wat hoog dan. Als we de brug weer op gaan, laat ik ze gaan. Ik kom er straks wel bij of niet, en dan fiets ik zelf wel terug. We moeten over dat vreselijke stuk spoorbaanpad. T raadt me aan een veel kleiner verzet te kiezen. Dat voelt wel beter inderdaad, maar ook raar. Ik heb meteen honderd vragen: wennen de spieren daaraan? Waarom kom je dan gemakkelijker de bocht door? Is het net als met hartslagzones: hoe lager, hoe sneller je in het hoge kan? Ik hou mijn vragen voor me. We moeten ook nog naar huis fietsen en gelukkig gaat dat wat langzamer!

Dinsdag 7 augustus

Buiten zwemmen. Ik wil graag nog 1 keer het rondje eiland doen. W gaat mee. We zwemmen ongeveer gelijk, maar hij is eerder moe. Ik doe mijn wetsuit toch nog aan, ondanks dat het nog steeds tropisch is. Ik kan geen rondje zwemmen zonder, dat red ik niet. Het wetsuit geeft me iets meer drijfvermogen. Ik ga lekker. Kalm aan, mijn eigen tempo. W wacht straks wel. Wel veel planten al! Het is druk op het water. Ik ga lekker naar de boeien, maar wijk iets teveel af naar rechts om er omheen te gaan. Dan naar het eiland toe. Dat lukt me altijd nog wel. Ik zwem bijna tegen de groene boei op, oei. De zon is niet meer zo fel, dus ik hou redelijk richting en redelijk W bij. Achter langs het eiland is niet mijn ding. Er zijn veel planten, het water is vies, warm bij momenten, navigeren ligt me niet hier. Drukke kinderen in een bootje. Bij het bruggetje wacht W op mij. Daarna pak ik het altijd weer op. Zou dat ook een soort geheugen zijn? Ik ga kalmer zwemmen, hou W bij tot voorbij de bocht en navigeer op de vuurtoren. In de bocht moet ik controleren waar mijn spullen zijn in de boei en daardoor raak ik achter. Ik ga gewoon mijn eigen tempo verder. Dit stuk ligt me wel! Voor de grote oversteek jakkeren er nog twee boten voorbij. W wacht op me. Hij gaat nog een eindje om, want hij moet voor de hele trainen. Ik ga terug. In de verte zie ik een oranje boei. Ik denk dat het BIJ is met mijn boei en zwem erheen, maar afstanden zijn op het water nog moeilijker in te schatten. De boei is er al en vervuil het water lekker nog meer. De boei blijkt van de mannen te zijn. Zij zijn een half uurtje later vertrokken. Ik kleed me om en wacht nog tot ik zeker weet dat W er ook is. De rondhangende rokende jeugd vind het maar een wereldprestatie om om het hele eiland heen te zwemmen. Ik vind het genieten. 3000m op het tellertje. (maar met een stukje strandwandelen, want toen schoot ie weer aan)

Woensdag 8 augustus

Twee keer een uur. Eerst een uur duurloop en dan ‘s avonds een uur intervallen. Na enig dubben en niemand die mee gaat, ga ik alleen. misschien combineer ik de trainingen wel. Het is afgekoeld gelukkig, maar ik heb geen zin om drinken mee te nemen. Ik zet de bidon bij de deur en ga 2 of 3 keer het rondje van 7 kilometer doen. Eerst rustig, dan intervallen, dan misschien nog een keer rustig. Rustig en gestaag is bij mij 5:40/5:45. Heerlijk afgemeten tempo. Ik ken de weg, mijn spieren kennen de weg en daar houden we van. Alles wat ik nu doe, moet ik straks ook doen in de volgende ronde of rondes. Als snel merk ik dat het best 3 rondes kunnen worden. Vincent doet zijn eigen koppeltraining. Heldje! Langs de plassen onverhard, 5 kilometer alweer. Ik vind drie keer zeven heel prettig. Jammer dat ik niet het weerwater rond kan, dan hoeft ik daar straks ook niet meer op te letten. Brug over en het tempo is strak. Ik heb wel dorst nu. Na enig telwerk weet ik dat ik nog een ronde de duurloop aan het afmaken ben en aan het inlopen ben. Ik doe een blokje extra en ren dan het huis in naar het kleine kamertje. Enige minuten later kom ik lichter weer naar buiten, drink de halve bidon leeg en ga door. Nog een rondje. Het gaat nu iets sneller, maar ik zie op tegen de intervallen. Raar idee, dat ik 21 kilometer ga lopen in ongeveer 2 uur. Ik heb over de eerste ronde precies 40 minuten gedaan. Het tempo gaat iets omhoog en het regent ook even. Heerlijk. Brug over, lange rechte fietspad. De overgang van de afdaling naar vlak lopen vind ik het lastigst! Dezelfde mensen weer die wandelen. Ik moet tot het centrum zeker! Ik besluit tot de 11 kilometer te gaan en dat als eerste uur duurloop aan te merken. Ik zet dan het horloge uit, neem een foto en start de intervallen training op. De eerste 20 minuten zijn inlopen. Of: de ronde afmaken. Maar dan met een horloge wat de hartslag te hoog vindt. Ik krijg zelfs trek nu, maar het tempo blijft er lekker in. Ik tel me suf hoe lang ik nu over de tweede ronde doe. En dan telt het nog af ook! Ik haal het in elk geval ook weer binnen de 40 minuten. Gel naar binnen, bidon leegslurpen, Vincent gedag roepen en weten dat het zwaarste deel nog komen gaat. Nog net in het park en over de witte brug zit de eerste versnelling van 90 seconden. Ik ga flink harder, grotere passen. Dat kan dus nog. Ik tel elke keer de interval af. Dat maakt het draaglijker. Brug op is best lastig, maar ik doe het toch wel. Dan 3 keer 60 seconden versnellen. Het centrum weer voorbij. Ik merk aan alles dat ik moe word. Mijn spieren trekken zelfs een beetje. 3 keer 30 seconden zijn snel voorbij en 3 keer 15 seconden is echt een makkie: die knal ik eruit, ook al is het onverhard. Ik permitteer me 15 seconden wandelen om bij te komen. Dan begint het gereken weer: haal ik het in 2:03 (mijn standaard halve marathon tijd) of niet? Ik tel en reken. Nu moet ik twee trainingen optellen. En dan bij de brug word ik ingehaald op de fiets door mijn schatje! Ik ben niet meer heel spraakzaam, het is nog 2 kilometer overleven. De brug op. Er zit een kilometer boven de 6 minuten tussen. Grmbl. Ik denk dat ik qua looptijd rond de twee uur uitkom. Natuurlijk heb ik er langer over gedaan met de (korte) stops. Het tempo gaat weer iets omhoog naar 5:50, maar het wordt nu wel merkbaar zwaarder. Hoe doe ik dit volgende maand na het zwemmen en fietsen?! Een maand….. ARGHHH. Nu eerst dit afmaken. Nog een blokje om het huis en Vincent fietst lief mee. Tien kilometer zitten erop in 58 minuten. De eerste keer deed ik daar een minuut minder over. Vincent wacht me op voor nog een foto terwijl ik al binnen ben en hem zoek. Uiteindelijk zijn de twee tijden opgeteld 2 uur en 1 minuut. Training Anke, training! Met intervallen erin én delen onverhard. Ik drup leeg en ben tevreden. Ik heb er nog altijd ‘maar’ 2 uur en 9 minuten over gedaan. Met een stop op de Dixie 🙂

Vrijdag 10 augustus

Eerst een krachttraining vandaag. Ik vertrek samen met Manuel om half 11 om de bui voor te blijven die over een uur gepland staat. Helaas ben ik niet zo snel als Manuel en is een uurtje om de Oostvaardersplassen wat veel gevraagd. We hebben wel wind mee op de dijk, zodat het infietsen lekker snel gaat! Ik heb zes krachtblokken staan: op hoge versnelling zwaar trappen voor 4 minuten en dan 2 minuutjes rust. Ik kort het infietsen wat in en op de Knardijk ga ik aan de blokken beginnen. Manuel houdt gewoon zijn eigen versnellingskeuze aan. De wind is krachtig van opzij. Ik kan dit goed: stoempen op de fiets. Trappen op de grote versnelling tegen de wind in. Het is zwaar, maar ik vind het leuk. Tegen de wind in nog iets liever dan de wind vanaf de zijkant. Na 3 blokjes komen we bij de brug bij de Praambult. De enige schuilmogelijkheid. Gezien die oprukkende wolken, kiezen we hiervoor. Een afkoelpauze. We worden vergezeld door een triatleet met een nog duurdere fiets die de hele triatlon gaat doen. De regen laat even op zich wachten, maar uiteindelijk schuilden we niet voor niets. En dan verder over het natte fietspad. Manuel blijft achter opeens. Hij heeft zijn telefoon stuk laten vallen en baalt terecht. Ik laat 1 van de tempoblokken voor wat het is. Gezien de omstandigheden vind ik dit prima. Ik fiets uit rondom de wijk en kom een paar minuten te kort voor de anderhalf uur.

‘s Middags volgt een tempotraining. In mijn eentje. Het Zeewolde stuk van het rondje van de challenge. Ik ben niet blij, want ze hebben de voedingssponsor gewijzigd bij de challenge. Het merk waarvoor ik ben overgestapt is veranderd. Ik weet niet of ik daar op kan terugvallen. En daar baal ik ontzettend van! Al fietsend merk ik dat niet zozeer het probleem is dat ik het nu zelf mee zal moeten nemen en regelen, maar dat ik me zo dom voel door al die mensen die op Facebook zetten: “daarom-heb-ik-mijn-eigen-plan”. Ik wens ze toe dat hun supporters op verkeerde plekken staan en ze niets hebben en misselijk worden van het nieuwe merk tijdens de triatlon. Nu probeer ik met de wind mee en de wind tegen op de lange Winkelweg de tempoblokken te doen. Ik maak gedichtjes onderweg. Naast het tellen van tempo’s. Weer eens wat anders!

Ik voel me klein en nietig

Een speelbal in de wind

Ik voel me fijn en ik geniet

En speel wat met de wind

 

Grote molens, kleine molens

Pedalen en bochten

Ze draaien allemaal mee

De wind bepaalt ons tempo

Een richting geven we er zelf aan mee

 

Het regent in de verte

Tussen de wolken door

Daar regent het zonnestralen

En ik fiets lekker door

 

11 augustus

Zwemtraining om 9 uur. Mij ligt het niet. Te vroeg. Nog niet wakker. Nog niet toe aan zoiets technisch als zwemmen. Het is best druk. Ik ga in baan 1. Vandaag zijn we met meer gelijke zwemmers. De trainer geeft me goede tips en ik doe echt mijn best. Lange slagen maken, ademhaling onder controle houden en niet nazwaaien als mijn arm uit het water komt. Ik maak het uur netjes vol.

Nog een uurtje een negatieve split-loop. Als het lekker gaat, mag ik in de tweede helft versnellen. Ik heb de nieuwe voeding binnen en ik ga het maar meteen proberen. Of ik de gel lust, of mijn maag er tegen kan, hoe ik reageer. Lekker naar de dijk lopen. Op mijn eigen tempo. Het gaat lekker. Al denk ik de eerste paar kilometer alleen maar: straks kan ik niet meer sneller, ik ga nu al 11 kilometer per uur. Ik geniet ontzettend van de mooie omgeving. Wat is het toch prachtig in de Oostvaardersplassen. Ik loop 5 kilometer in iets van 28 minuten. De zesde kilometer gaat wat kalmer over de dijk met een even adembenemend uitzicht en een klein stopje om de gel te eten. Hm. Cola is vrij heftig: het smaakt mij meer naar rum-cola. Caffeine en alcohol: beide zijn niet aan mij besteed…. Ik maak de 6km vol en verbaas me dat het tempo al iets hoger ligt rond de 5:25. Nu door gaan pakken en kijken hoe het gaat. Ik verhoog het tempo. Dat merk ik, dat voel ik, maar kan ik aan. Al schrik ik me stuk als ik 5:04 zie staan. Doe mij nog zo’n gel 😀 Ik hou het tempo redelijk vast. De wind heb ik nu niet mee, die komt zowel nu als op de heenweg van opzij. Dus dat is het niet. Ik krijg het wel wat warmer. Mijn buik verwerkt de gel ook goed. Maar mijn benen hebben er het meeste baat bij! Er komen drie kilometers voorbij onder de 5:10. De tien kilometer knal ik er in 54 minuten doorheen. Terwijl ik toch al heel tevreden was (vorige week nog!) met 57 minuten. Ik voel het wel, natuurlijk, maar ik ga er niet stuk aan. Ik moet wel doorzetten, maar ik krijg mezelf niet onderuit. Ook niet als ik ga doemdenken, dan lach ik mezelf eerder uit. Want voor het uur ga ik nu 11 kilometer lopen. En met een ‘rust-kilometer’ erin (de zesde) ook. Het gaat zelfs nog iets rapper richting de 5 minuten. Dat is bijna 12 kilometer per uur. En dat hou ik dus 3 kilometer vol. Veel harder gaat ook even niet meer. Door het park he, onverhard! 11 Kilometer in 59 minuten. Balen, is het uur nog niet vol ook 😉 Doe mij maar deze gels!! Hier ga ik een halve marathon op lopen. Als ik straks niet ziek word, ben ik om. Ga ik nog juichen ook dat ze een maand van tevoren van merk wisselen. Gaaf dit. Ik loop een kilometer uit, want dat gun ik mijn spieren nu ook. Yeah, ik kan ook langzaam nog gelukkig. Met die laatste kilometer in 6:33 haal ik nog een gemiddelde van 5:27 – dat is 11 kilometer per uur. Waar kan ik deze drugsgels bestellen? Misschien zit er wel echt rum in 😀

 

12 augustus. een koppeltraining. Ik heb een minuscuul beetje spierpijn, wat al over is als ik bij de toilet ben, maar niet erg veel trainingszin vandaag. Kom op, een uurtje koppelen moet toch lukken. Half uurtje fietsen met  7 minuten rust en 3 minuten doortrappen en daarna een klein half uurtje lopen in tempoblokjes van 2 minuten rustig en 3 minuten hard. Ik ga zelf wel tellen. En zo fiets ik rustig richting de Oostvaardersdijk. De stukjes op snelheid bevallen me wel. Ik kijk vrolijk rond. Fietsen gaat best goed, maar ik voel weinig energie om mezelf te overtreffen. Gewoon lekker trappen. Ik moet mijn ronde vergroten. Het gaat best, maar niets meer dan dat. Als ik thuis kom moet ik wachten tot Vincent mee gaat. Ik loop vast de eerste twee minuten hard en heb het gelijk erg warm met mijn lange mouwen. Vincent komt er later bij en de 3 minuten lopen we samen. Dan schiet ik er weer van door. Het tempo ligt hoog voor 2 minuten. Maar het gaat niet lekker, het voelt erg zwaar. Ik loop met Vincent zijn rondje mee. We spreken af bij de Ferrari en ik neem op mijn snelheid het bos. Ik haal het onderste eruit, maar de twee minuten duren lang. We ontmoeten elkaar weer bij de Ferrari. Vincent loopt naar huis, die heeft het nog zwaarder en warmer en ik loop uit door de wijk. Ik ben het zat. Ik heb voor het eerst deze week totaal geen zin meer. Het is me klaar. Kan me opeens niets meer schelen als het half uur niet volkomt, de 4 kilometer niet vol komen, als het tempo eruit gaat, als ik ga wandelen. Ik loop naar huis en het is klaar voor deze week. Het tempo was niet eens laag, de vier kilometer zijn niet vol. Ik heb het goed gedaan. Soms is het gewoon zo. Het kan niet elke dag top zijn. Ik heb 12 uur gesport. Een uurtje wandelen telt niet mee. Tempo’s verlegd, afstanden vergroot, onder wisselende weersomstandigheden en dat is best oké! Ik hoor in het webinar dat een hersteltraining ook goed is voor je en dat je dat midden in de training kan aanpassen. Dat is wat ik vandaag heb gedaan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on week 32

week 31 Veel sport, weinig blog :)

Fietstraining: heengefietst – vierkantjes op het industrieterrein. Grote op snelheid, kleine rustig. Ik ging snel alleen. Bochten, bochten, bochten. Ik ging steeds beter en durfde steeds meer. Het tempo voor mij was ook lekker in de grote rondes. De laatste rondjes met DR en die gaf nog een bochtentip. Toen uitfietsen en rustig naar huis trappen. De eerste 2 uur training en de eerste 50 kilometer zitten erop!

zwemmen, buiten met Vincent, BIJ en BT die de hele tri doet as zondag. Hij in zwembroek, kind en ik in wetsuit, BIJ voor de eerste buitenwaterervaring in trisuit. Kind en BIJ een boei. Uitleg. Over waar we heen zwemmen. BT is geduldig. Ik blijf bij Vincent en BIJ in de buurt. Rustig tempo. Het is genieten. Veel stoppen. Bij de dichtstbijzijnde boeien gaat BT verder. Dat kan ie wel! Wij gaan op verzoek van BIJ terug. Ik zwem een stuk mee en ga dan (na overleg) nog een stuk linksom. Het was nog geen drie kwartier en in een laag tempo, maar ik ben trots op kind en vriendin!

Woensdag staan er eigenlijk twee looptrainingen, maar ik werk vanaf vroeg en lang door. Dus het is pas ‘s avonds als ik ga hardlopen en de buurvrouw gaat mee. Nu moet ze zich eens aan mij aanpassen! We rennen het kleine rondje langs de Oostvaardersplassen. Samen naar de Hogering en dan pak ik mijn tempo op en gaat zij vast richting Oostvaarderscentrum. Even door naar de 5:20…. Dan weer samen voorthobbelen langs de prachtige plassen. De buurvrouw gaat weer op een bankje zitten en hoopt dat er geen beestjes zullen zijn, terwijl ik een rondje extra loop. Kom ik weer dezelfde knul tegen! Even zweten. En dan weer doorjoggen. Minstens net zo vermoeiend. De heuvel. Zij wandelt naar boven en wacht, ik ga drie keer rennen omhoog. Bij de ondergaande zon. Zo hebben we toch allebei een training! Ik ren door het park bij de Evenaar en ren haar telkens tegemoet. Zij wandelt. Uiteindelijk doe ik tien kilometer. In 72 minuten. Daar zat minder eigen tempo bij dan haar tempo!

Donderdag rust.

Vrijdag. Fietsen naar Veldhoven.

Zaterdag: om 9 uur in het zwembad. Gelukkig niet zo druk deze keer. Met 3 andere mensen in baan 1. Ik voorop. We doen rustig het programma. Het geheel halen we niet. Een uur volzwemmen lukt wel.

‘s Avonds ga ik met de buurvrouw hardlopen. Ze doet twee keer 15 minuten. In die 15 minuten halen we de 2 kilometer niet eens! Dat zegt iets over het tempo. Zij doet haar best. Ik ook, om zo langzaam te blijven lopen. Het is een heel lang half uur voor 4 kilometer. Het is wel lekker afgekoeld!

Zondag: een fartlek training. Mooi woord voor doe-maar-wat! Ik ga met Joyce. We gaan door het Kotterbos. Om 4 uur bij het Oostvaarderscentrum. Ik ren er heen. Ruim 2 kilometer inlopen. Dan gaan we aan het kletsen. Vandaag mag alles door elkaar: onverhard, heuvels, versnellingen. Maar eerst horen hoe het bij Joyce gaat! Dan zijn we bij de heuvel en die ga ik 2 keer op. Het is best zonnig en warm vandaag. Het waait er een beetje bij. Ik wil het bos in! Maar dat is dor en onverhard. We betrappen nog een stelletje… Ik versnel een stukje, dadelijk wacht ik wel weer. Dan komen we bij de volgende heuvel. We kletsen verder en rennen het bos in. Eindelijk even schaduw. Verder hangt overal herfstgeur en vallen de bladeren van de droogte. Het lijkt meer op Zuid Frankrijk dan op Holland. We moeten een ommetje maken en dan langs de Vaart versnel ik weer. Moeiteloos eigenlijk, ondanks het zand. We gaan eindelijk het bos door, maar het Kotterbos is niet opgeknapt van de boswerkzaamheden. Ik versnel nog een keertje door. Dan weer naar de heuvel. Ik ga twee keer omhoog. Doorzetter of streberig: vul zelf maar in. We lopen langs de plassen terug en dan wil Joyce er nog een kilometer aan plakken, dus hobbelen we nog even door naar de laatste heuvel die we niet meer op gaan. Ik zit op 15 kilometer, zij op 12. Ik hobbel naar huis en pak het tempo van de eerste kilometers weer op, maar ze voelen gelukkig wel iets zwaarder! 17 kilometer in 1 uur en 48 minuten. Met grote delen onverhard en 4 keer de hoge heuvel.

Dat maakt alles bij elkaar 14 uur 59 minuten. Bijna 15 uur gesport. 248 kilometer in een week gesport. Zonder noemenswaardige gevolgen. Nou ja: trots, blijheid en tevredenheid gecombineerd met een beetje vermoeidheid. Lang niet slecht 😀

Categories: Uncategorized | Comments Off on week 31 Veel sport, weinig blog :)

3 augustus 2018: Fietsen naar Veldhoven – vanaf Almere.

Vrijdag 3 augustus. Het wordt een warme dag. Droog. Klein beetje wind uit het noorden. En Vincent en ik gaan naar Veldhoven fietsen. We willen zo vroeg mogelijk vertrekken en zijn al om 6 uur opgestaan. De fietsen zijn klaar: een ander voorwiel voor Vincent, geen klikpedalen voor Anke. De route is bepaald en het rugzakje ingepakt. Uiteindelijk moeten we de fietsroutenummertjes nog improvisatorisch vastmaken met elastieken en is het kwart over 7 als we vertrekken. Het eerste stuk kennen we en doen we uit ons hoofd.

Het is nog stil op  straat en we fietsen soepeltjes en kalm aan naar de Trekweg, richting de Vaart. Langs de Vaart volgen een paar strubbelingen omdat we het oneens zijn over hoe we 170 door 5 moeten delen. We komen er uit en fietsen door naar de Shell en langs de Almeerse Alp en de naturistencamping. Overal is het nog rustig, maar het is dan ook nog maar pas 8 uur. We steken de Stichtse Brug over en maken een paar foto’s. Op weg naar beneden doen we wie het langste kan blijven fietsen zonder trappen. Anke wint, maar net! Dan gaan we een nieuw pad op langs de snelweg om de Wakkerendijk bij Eemnes te vermijden. We komen niemand tegen. In Eemnes steken we door de stad, maar dat is nog altijd leuker dan de lange dijk. Nu hebben we tot de A1 nog maar een kort stukje recht fietspad voor de boeg.

Na de A1 slingeren we het de rotonde over en Vincent en een mevrouw in een auto remmen allebei net op tijd. Langs Groeneveld en door Baarn. Vincent wijst me op een bedrijf met een stomme naam. Ik rij hier elke dag en zal nu elke keer dat bedrijf zien! Even verder is een huis waarbij Vincent de bewoners caravanverslaafde noemt. Daar kom ik ook nooit meer vanaf! We fietsen langs Paleis Soestdijk. Onderweg nemen we vaak een slok drinken. Het is nog niet te warm. We halen wel gewone fietsers in, maar soms komt er een andere racefietser ons voorbij. Dan langs Soest af en door het bos. Weet je, het is daar zelfs een beetje koud in de schaduw! We draaien richting Den Dolder en dan is de McDonalds nog 7 kilometer verwijderd. Die duren best een beetje lang. Ondertussen zoeken we een huis met zwembad uit, zwaaien naar Soesterberg en hebben alle stoplichten mee. Om half tien komen we bij de McDonalds aan. De eerste stop en het gaat voorspoedig! Vincent neemt frietjes, ik eet cruesli bij de McDonalds. Een aardige mevrouw denkt dat wij gezellig samen aan het fietsen zijn, maar dat slaat om in ongeloof als we zeggen dat we naar Eindhoven onderweg zijn zonder een nachtje slapen. Om tien uur vervolgen we onze reis met ijsblokjes in de bidon en de fietsroutenummers in de aanslag.

We gaan een nieuw stuk route doen. Vincent houdt zijn fietscomputertje bij de hand en weet zo de fietsnummertjes razend eenvoudig en snel te vinden. Dat zal de rest van de dag veel zoeken en onzekerheid schelen. We komen maar een heel klein stukje onverhard pad tegen. We rijden onder een mooie poort door bij Rhijnauwen en slingeren langs Utrecht af. In de verte zie ik Houten liggen. We gaan richting Werkendam en daar zullen we de bekende route weer oppakken. We beginnen aan een spelletje: “Ik ga op de fiets en ik neem mee….” en dan maar aanvullen. Werkendam gaat aan ons voorbij. De kilometers vliegen ook voorbij. En tijdens het spelletje gaat het tempo ongemerkt ook omhoog. Een helm, fietshandschoenen, klikpedalen, een bidon… We nemen vanalles mee en proberen het in groepjes van 3 te onthouden. We komen maar tot 12 dingen omdat we ondertussen ook op de fietsroutenummers moeten letten en op het overig verkeer. De zon wordt intussen feller. We gaan het volgende spelletje doen: een woordslang. Dan gaan de kilometers en het tempo helemaal ongemerkt omhoog! We bedenken het ene dier na het andere! Over het kanaal, een fietsgroepje inhalend, langs de polderweg: wij zitten in de beestenbende en hebben de grootste lol. Als Vincent een dier met de S moet verzinnen is er geen schaap te bekennen. Wel een pontje! We wachten en nemen de drukke pont. Even een rustmomentje om te laten weten aan het thuisfront dat we goed gaan.

Door Beusichem heen, verder richting de A15. We laten de dieren voor wat ze zijn. Hier zijn we al vaker verdwaald, maar deze keer helpt het fietscomputertje en zie ik ook geen bordje over het hoofd. We komen op stukjes die ik inderdaad nog nooit heb gezien. De A15 over en we zien geen goederentrein helaas. Het gaat nog steeds van een leien dakje. We zijn op weg naar de volgende McDonalds. We roddelen wat en stellen de bestelling alvast samen. We zijn al over de helft! Of we nu 170 of 160 kilometer gaan fietsen. Het wordt nu wel warmer. Rond 12 uur zijn we bij de McDonalds. Voor frietjes en Fristi. En om handen te wassen, even uit te rusten en water bij te tanken. We gaan hartstikke goed.

Na een half uurtje kunnen we verder: de grote brug over. Ik maak lekker veel foto’s en we komen zonder lekke band weer beneden. We rijden lekker langs Zaltbommel en ik zing van de Torenspits van Bi-Ba-Bommel. Met het fietscomputertje verdwalen we deze keer niet, al doe ik de rotonde 4 kwart rond. We rijden langs de tekeningen van Fiep Westendorp en ik vertel over mijn tijd bij scouting, waar Vincent nog nooit van heeft gehoord. De wegen zijn wat saai en naar Den Bosch is elke keer verder dan we denken. Het wordt nu ook steeds warmer en zonniger en benauwder. Voor het eerst drink ik beter dan Vincent. We steken de Maas over en ik bespeur vermoeidheid. Ik stel Vincent voor om goed na te denken of opa hem moet komen halen. Dat doet hij als we langs de leger-opslag rijden en door het natuurgebiedje. Maar hij gaat door. Hij wil iets rustiger gaan fietsen, maar het wel afmaken. We slingeren door Den Bosch en dat is altijd onrustig en lastig als je moe bent. We komen op de Parade bij de Sint Jan en daar is weer festival: theaterfestival. We ploffen neer en Vincent knapt op van 2 Friti’s. Het is twee uur en we hoeven “nog maar” 45 kilometer. Dat gaan we redden vanmiddag!

We fietsen snel over het zonnige fietspad door de natuur naar de snelwegen toe. Ik maak foto’s met de Sint Jan op de achtergrond. We weten dat er nog onverharde paden aankomen. Maar nu gaan we eerst het spelletje wie-heb-ik-in-mijn-hoofd doen. Dat doodt de tijd en de kilometers. Ongemerkt gaan we St-Michielsgestel voorbij en dan houdt de Garmin Edge het voor gezien. Net als voorgaande keren. We draaien de bospaadjes op. Dat is te doen, maar meer ook niet. Het is droog en extra zwaar. We gaan over de Dommel en dan volgt nog een stukje onverhard pad. Daarna is het voorbij. Vincent heeft liever een ijsje in Liempde bij de supermarkt waar we elk jaar gestopt zijn dan de McDonalds in Best. Gek genoeg lopen de kilometers nu harder af dan op! Nog maar 25. Dat is bijna niks meer. Ik haal drinken in de supermarkt en we vervangen water voor AAdrink. In de snackbar tegenover de supermarkt verkopen ze een extra grote losse Raket. We slingeren de kermis langs en dan gaan we doorfietsen tot opa en oma. Ik schat er nog anderhalf uur over te doen en om 5 uur aan te komen.

We komen langs het punt waar we de eerste keer gestrand waren en rijden dan Best door. Vincents route wijst ons de weg, want aan de ene kant van Best ligt punt 70 en punt 12 ligt 100 bochten verder aan de andere kant van de stad. Ik keur Best af en vind het niet “best”. Dan het fietspad op richting Eindhoven met de kringeltjes in plaats van streepjes. Dat vindt Vincent dan weer niet best. Langs het kanaal en over het kanaal. Er vliegt een vliegtuig laag over. Vorig jaar regende het hier, maar dit jaar zal ons dat niet gebeuren. We fietsen langs het vliegveld en dan zijn we in Eindhoven. Waarom we vorig jaar (nat en moe) aan het einde nog de mist in gingen is duidelijk: er volgt nog een stukje onverhard pad. Deze keer nemen we het gewoon en dan komen we in Meerhoven en bij de McDonalds van Veldhoven aan. Ik wil een rondje over de grote fietsbrug en merk dan pas dat we alleen maar wind mee hebben gehad. We volgen de route trouw en moeten alleen in Zeelst nog omfietsen voor de kermis die daar in de weg staat. Ik ken de weg. En dan fietsen we langs de speeltuin zo de wijk in.

158 kilometer. Het is tien voor 5. We zijn 9 uur en 40 minuten onderweg geweest. We hebben 7 uur en 9 minuten gefietst. Gemiddeld 22 kilometer per uur. Dat is allemaal heel, heel erg netjes en knap. Fijn dat de fietsen zich zo goed gehouden hebben! Fijn dat wij ons zo goed gedragen hebben! En vooral heel knap voor de kleine beentjes.

Ik drink wat AAdrink en wil gaan hardlopen. Natuurlijk. Het is wel warm, maar dit kan ik! Wat zeg ik: het is bloedheet hier in het zuiden met 34 graden. Ik ga toch. Het gaat goed. Heel goed. Niet opjutten. Dat betekent dat ik 5:20 loop. Stop bij de stoplichten en daarna nog harder loop. Bijna moeiteloos. Weer stoplichten en dan nog een stuk park. Ik ga gewoon door. Het is zo raar: wanneer houdt dit op? Waar ligt mijn grens dan? Ik keer om in het park en ik moet naar de WC. Voor de kleine boodschap. Bij het stoplicht wacht ik weer even. En dan ga ik onverhard lopen in de schaduw. Het lijkt niet op te houden, maar in kilometer 4 word ik ook moe en valt de tijd “terug” naar 5:36. Dan is er iemand die meent op te moeten merken vanaf zijn fiets dat het geen weer is voor sportinspanning. Wat een …. Weet hij veel!! Maar ik krijg het wel zwaarder. Die 5 kilometer gaan er komen, maar ik loop nu in de felle zon richting de kerk. Dat wil ik graag. Ik ga echt rustiger. Ik maak vijf kilometer vol binnen 28 minuten. En dan ben ik ook moe.

Tijd voor friet!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 3 augustus 2018: Fietsen naar Veldhoven – vanaf Almere.