browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

De TriHartLon

Posted by on June 10, 2018

Ik val maar meteen met de deur in huis: het was geweldig. Echt fantastisch. Ik heb genoten. Dan nu maar vertellen waarom he…..

Het was relaxt. Dit was geen wedstrijd. Er waren geen prijzen te verdelen. Dit was voor de “fun”. Dit was met zijn allen. Niet voor mij alleen, niet voor de snelheid. En dat haalde alle druk weg. Alles mocht. Alles kon. Ik zou alles doen, alle onderdelen van de achtste triatlon en Vincent en Joyce zouden meegaan waar mogelijk. Het was maar een klein beetje spannend: zonder wetsuit zwemmen, zomaar naast Vincent…. En heel veel bochten op de fiets. Maar er kon niet echt iets mis gaan. Wat is er gebeurt in het afgelopen jaar dat 500 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer lopen een “tussendoortje” is geworden?!

Vanmorgen alles ingepakt. Zelfs daar komt een routine in en iets meer rust. Maar het blijft stressvol. Rob ging ook mee. Biddinghuizen is ook geen wereldreis! Het is een beetje bekend terrein. We haalden de nummers op en namen de fietsen mee het terrein op. Vandaag de nieuwe racefiets voor mij. De kortste afstand begon net. Fascinerend! Kleine kinderen met hun stoere vaders. Kinderfietsen. Moeders die naast hun kroost pareren. Badpakjes. Ongekend. Iedereen kon echt meedoen. Je mocht ook zelf bepalen wie wat deed, wie hoeveel rondes zou doen: als de chip alles maar deed. Ik had de chip strak om.

Fietsen geplaatst in een eenvoudige wisselzone. Sokken klaargelegd en Vincent nog even geholpen met sokken. Het is fantastisch om daar te zijn. Ik vind het een wonderlijke ervaring: er komt een stevige vader aan met een tijdritfiets van heb-ik-jouw-daar en een team-trisuit. En die zegt tegen zijn zoontje van 6: wil je ook nog rennen, terwijl hij de standaard van de kinderfiets zoekt. Samen rennen ze verder op kindertempo. Of die tienjarige die alleen fietst en de wisselzone wordt ingeloodst. We roepen dat oma aan de kant moet. En daar komen twee vijftigers aan met hun stadsfiets om die in de rekken te zetten! Ze kijken verbaasd naar onze helmen. Terwijl achter de wisselzone een moeder met haar dochter hardloopt en luidop aanmoedigt dat ze er bijna zijn. De trots druipt er vanaf. Even verderop staan vaders met een hypersjieke zwembril hun dochters van 11 -in een badpak- te helpen met een badmuts. Dochterlief hipt zenuwachtig op en neer of het niet te koud is. Een andere familie komt juichend binnen onder de finishboog in de vorm van een hart. Hier juicht niemand omdat hij eerste is, maar omdat finishen de ultieme overwinning is. Rob kan midden op het veld op het gras gaan liggen. Tassen kunnen gewoon tegen een hek geplaatst. Het is nergens druk of vervelend. Het is heel relaxt. Dan zelf omkleden en de trisuit aan. Plassen. Toch een beetje spanning, want ik heb nog nooit 500m zonder wetsuit gezwommen. En dan de vervelende ontdekking dat ik te weinig gegeten heb en dat ik nog maar een kwartier heb! Toch een broodje, 2 sportrepen en even het water in. Samen met Vincent. Het is niet koud. Wel plantjes. Nog een keer plassen terwijl we naar de briefing luisteren. Pilonnen links houden bij het fietsen, dat hoor ik en sla ik op. En naar de verste boei zwemmen. Het water in met een betrekkelijk kleine groep. Vincent is het enige kind. We gaan samen. Pang!

Wegzwemmen, omkijken, Vincent zoeken; ‘mama, ik ben hier’, verder zwemmen, toch veel andere armen en benen, zwemmen, Vincent waar ben je, nog naast me en het gaat je goed af, de gele boei in de verte. Wat zwemt het leuk hier. Er komt een beetje rust. Vincent zwemt nog naast me, maar hij wankelt wat. “Mama, ik zit vast in de planten”. Ik verzeker hem dat hij door kan zwemmen en niet blijft haken en dan zwemmen we naar de boei. Ik ben verbijsterd als we er al bijna zijn! Ik ben blij dat ik Vincent kan bijhouden. Ik heb het gevoel laatste te zijn, maar er zwemmen nog een paar mensen achter ons. De boei rond. En dan even oriënteren op twee witte tentjes. Vincent heeft teveel tijd nodig om te kijken. Dat houdt hem op. We bespreken even dat het goed gaat, waar we heen gaan en dan zwemt hij er vandoor. Ik moet om hem heen steken, want ik adem 1 op 2 en naar rechts, dus ik moet links van hem zwemmen. Dan moet ik gaan aanzetten, want hij krijgt het te pakken. Er zwemt een schoolzwemmer en die moeten we inhalen. Voor mij is het doorknallen, maar het lukt wel zo’n beetje. Vincent zwemt voor me uit. Natuurlijk, zou ik ook doen als ik mijn moeder ergens op kon achterlaten! Hij is eerder het water uit dan ik en rent voor me uit de wisselzone in. Ik wankel de wisselzone in, maar lap wel netjes mijn horloge.

Kort vragen of het goed ging. Het is al druk in de wisselzone. Of zijn dat mensen uit andere heats? Whatever! Sokken aan, vieze voeten van het gras. Gedoe. Ik moet erbij zitten. Helm op, bril op, gelletje mee: zijn we klaar voor het volgende deel? Vincent gaat achter me aan en dan de baan op. Het is er rustig. We kunnen overleggen, we gaan samen en gaan proberen de mensen voor ons in te halen. Het is dan wel geen wedstrijd, maar dat betekent niet dat we gaan lanterfanten! Vincent stayert dapper achter me aan. We worden ingehaald en ik roep dat Vincent erachter moet gaan hangen. Ik verlies wat in de bochten en moet dan weer aanzetten. Dat kan ik prima, maar Vincent zou het niet kunnen. En er zijn me een hoop bochten! Je ziet de hardlopers (ook als ze wandelen) en iedereen moedigt elkaar aan en is vriendelijk. Ik blijf tegen Vincent zeggen dat hij moet aansluiten. We rijden voortdurend hard, boven de dertig. Dan blijft onze voorfietser steken bij een stadsfiets. Het duurt even voor ik Vincent duidelijk heb gemaakt dat dit onder ons tempo is. De snelle mannen zijn we kwijt. We halen de stadsfietsers in en blijven bij een racefietsvrouw die denkt dat wij haar stadsfietspartner zijn. Als ze haar fout ontdekt, moet zij wachten en halen we haar ook in. Nu moet Vincent achter mij stayeren. Er zitten al twee ronden op. Ik durf steeds iets meer in de bochten, neem ze met meer rechte lijnen. Het tempo hou ik hoog. Tegen de wind in trekt Vincent dat niet meer. Ik eet een colagel. Dat gaat weer niet goed: ik kokhals en krijg moeite met ademen. Vincent heeft het achter mij niet door. Drinken lukt me niet. Halverwege het derde rondje is duidelijk dat Vincent het niet trekt. Ik verzeker hem dat het niet erg is als hij een ronde eerder uitstapt en een rondje rust voor het lopen neemt. Daar wordt niemand boos om. Nu kan het. Hij stemt toe en ik voel de gel inspringen en trek het tempo omhoog. Mijn hartslag ook. Geen probleem. Ik zie team Noah voor me liggen en nog twee fietsers. Ook al zitten ze in een andere ronde, ze zijn een mooi en dankbaar doel. Ik zie ook andere teams en ouderen op de fiets. Het is erg gaaf, maar ook raar om daar met 35+ op de teller langs te knallen. We doen hetzelfde en toch ook weer zo totaal niet! Aan het einde kom ik ze allemaal tegelijk tegen: Team Noah en de ouderen. Ik moet even inhouden, maar da’s niet erg, dat hoort erbij. Het parkoers was toch al zo heerlijk en ik heb na vier rondes de bochtenfobie ook achter me gelaten. Tijdig uitklikken en de wisselzone in. Joyce en Vincent staan te trappelen.

Snel schoenen wisselen. Ik ben er klaar voor! Het is werkelijk fantastisch weer. Bewolkt, goede temperatuur en niet te zonnig. Heel, heel fijn. Daar gaan we dan rennen! Vincent en ik kletsen alsof het niks is en eerlijk? Zo voelt het voor mij ook. Ik hou me in en loop gewoon lekker. We discussiëren hoe we over de finish gaan en dat we de loopster voor ons in moeten gaan halen de komende 5 kilometer. Vincent weet dat zij geblesseerd is geweest. Die kletst echt met iedereen! Ik bedoelde toen echt niet in de eerste kilometer inhalen, maar het gebeurde wel. Niet zo gek ook, want we lopen 5:30!! Voor mij voelt dat totaal niet zo, maar Joyce voelt het wel. Die loopt op haar top. En Vincent en ik maar kletsen over het fietsen en het zwemmen. Er zit een grasje tussen mijn tenen en mijn schoenen zitten wat los, maar voor de rest gaat het vanzelf. Ik neem een sponsje mee en voel me ook niet verhit of vermoeid. Vincent wordt boos op me als ik hem afkoel. De tweede kilometer gaat nog zo hard en Joyce en Vincent besluiten mij de derde ronde alleen te laten doen. Dan doen we samen de laatste ronde. Dat wil ik ook graag, samen het laatste stukje. Vincent haakt af bij de wisselzone, Joyce bij de bekertjes. Ik zet aan en ga mijn eigen tempo lopen. Nog harder dus. Soepel. Even voel ik me totaal alleen, maar al snel zie ik mensen in de verte voor me lopen. Het is goed een doel te hebben. Ik haal ze met een vervelend soort gemak in. Ik voel me schuldig en schaam me een beetje. Gaat Joyce helemaal mee om te lopen, moet ze door mij afhaken. Ook schuldgevoel geeft me (net als boosheid) vleugels, want de kilometertijd gaat naar 5:20. Het voelt nog steeds niet zo. Ik zie mijn team weer bij de post en moet verdikkie aanzetten om ze bij te halen, grapjurkjes! Spons mee en dan staat er een karretje op het pad. Is het hele parcours verkeersvrij, hebben wij een vrachtwagentje op het pad. Ik word er boos van op dat moment, maar achteraf vind ik het alleen maar leuk! Ik heb even het gevoel dat ik Joyce en Vincent niet kan bijhouden, maar al snel heb ik weer genoeg over om te vragen of we zullen afsnijden… Of course not!! We worden ingehaald door een bruingebrande zestigplusser meneer die zo hard loopt dat het lijkt of wij joggen. Mijn vierde kilometer gaat in 5:06, dat is verre van jogging! Groot respect. Dan denk ik aan al die mensen die dit niet kunnen en voor wie we dit doen. Voor al die harten die niet zo goed kloppen en even ben ik ook stil. Voor onze pap dan maar. Ik slik de brok weg en we gaan er nog even voor. Ik moedig Vincent en Joyce aan. Got, wat ben ik trots op ze. Mijn hart zwelt er van op – figuurlijk gelukkig. Juichend gaan we de finish over, hoe overweldigend is dit! Ik kijk even naar de tijd en noteer 1:17 en nog wat en dan is het al klaar. Ben ik kapot? Nou nee. Ben ik trots op de medaille? Ach. Maar wat is de medaille prachtig mooi. Echt, de mooiste medaille die ik ooit heb gekregen. We gaan op de instant-foto op Vincents manier: met de handen in de vorm van een hart. Ik drink bij, want vochtinname was bedroevend. Ik eet vier spekjes en dan is het wel weer goed. Ik ben nog niet eerder zo relaxt geweest. Sta lekker na te praten. Krijg het niet koud. Ben onwijs trots op Vincent, die zo goed zwemt en fietst. Joyce heeft mijn sta-uren en bewegingsring gered. Ik app mijn collega even, ben blij met mijn looptijd. Eigenlijk met de gehele tijd. En nu het niets van belang is, kan het me echt niet schelen wie er sneller waren!

In de wisselzone herkent iemand mijn bidon: of ik dit jaar net als zij, weer de challenge ga doen in Almere…. We kleden om, kletsen maar door en dan halen we onze diploma’s. We geven tips om het nog beter te maken (helm verplichten, startnummer op de hand schrijven, gaatjes in het startnummer) en die worden dankbaar aanvaardt. Het is cool een diploma te hebben met een foto erop van jezelf met Vincent die je wetsuit dichtdoet. We zijn zelfs tweede geworden, maar dat doet me niks. Het eerste team heeft de onderdelen verdeeld en dan kan je de besten inzetten. Ik heb mijn best gezwommen, overtroffen gefietst en briljant gelopen. Ik kan me niets meer wensen.

Thuis staat me -naast het bijhouden van de social media, die ontploft met alle wedstrijden- nog twee dingen te doen: strijken (tijdens de F1race) en hardlopen met de buurvrouw! Ik ruim op, we eten een welverdiende bord patat met hamburger en dan gaan we rennen. Jawel. Weer. Intervallen van 2 minuten hardlopen, 1 minuut wandelen. Het gaat boven verwachting. Beter dan vorige week! Weer hou ik het tempo hoog. We kletsen nu al samen! Pas de laatste minuten begin ik mijn benen te voelen: ze worden eindelijk ook eens wat zwaar. Toch doe ik ook dit tamelijk moeiteloos.

Ik verbaas me over mij. Wat is er gebeurt in een jaar tijd?! Vorig jaar was ik net Duin voorbij op de sprint en nu dit. Minder zwemmen weliswaar, maar zonder wetsuit. Zonder vermoeidheid. Fiets mezelf voorbij, terwijl de trainingen prut zijn. Loop als een piloot vliegt in zijn Boeing. Wat is er gebeurt in twee jaar tijd?! Toen zwom ik niet. Toen liep ik langzamer. Toen fietste ik op de stadsfiets en een oude racefiets. Het kan hard gaan.

Hart.

Hartverwarmend.

HARTstikke goed. HARTelijk bedankt. Iedereen die daar was, Joyce voor het geduld en de kracht om een stap opzij te doen, Vincent voor het tonen van kinderkracht en de toekomst en Rob voor het meegaan, rijden, fietsen maken, er zijn.

Comments are closed.