2020-37

Maandag 5 oktober. Het is zeldzaam. Extreem zeldzaam. Eerlijk gezegd kan ik me niet heugen dat dit ergens in de afgelopen twee jaar is voorgekomen.

Ik heb geen zin en ik ga niet sporten vandaag.

En dat zeg ik, voor deze ene keer, was getekend Anke

In minstens 99% van de gevallen vind ik ‘geen zin’ een slechte reden. Geen-zin hoort meestal bij ‘onzin’. Zeker om niet te gaan hardlopen, wat vandaag op het schema staat. Nog niet eens een uur, 50 minuten zone 1 en zone 2. ‘Geen zin’ betekent in al die 99% van de gevallen: ik-ga-het-toch-proberen-al-is-het-voor-12-minuten-dan-ga-je-wel-verder. Meestal is er wel één of ander te doel te verzinnen. Maar vandaag NIET. Er is geen doel en ik zie meer smoezen dan zin: het regent, dit hoeft voor niemand, ik ben moe, ik heb slecht geslapen, er is geen doel en het regent hard. Vandaag – en alleen vandáág- vind ik alle smoezen goed en hoop ik dat het nog harder gaat regenen ook! Ik moet wel blijven sporten van de trainer (ja, duhhhhh), maar het mag wel minder zijn de komende tijd. Ik zou me schamen dat ik niet ga – in al die 99% van de andere gevallen! Laat het maar lekker regenen. De bank is ook goed.

Dinsdag 6 oktober. Meestal is oktober ook zo’n eind-van-het-seizoen-en-tijd-voor-niks-meer-periode. Maar ik ga vandaag toch naar het zwembad! Het is behoorlijk druk en ik ben mijn mondkapje vergeten. Dus ik mag pas naar binnen als het ook echt 9 uur is. In baan 2 liggen wel 12 mensen. Dus er moet geschoven worden. Ik ga naar baan 3. Dan maar met achtje, maar daar zijn we netjes met zijn zessen. En niet allemaal baan-3 snelheid! Twee snelle heren voorop, 1 heer er achteraan en dan wij twee meiden. Zo is het ongeveer. We gaan minuten zwemmen. Eerst 3 minuten redelijk tempo, dan 2 minuten hard en daarna 1 minuut heel hard. Ik haal in de 2 minuten 100m, hoewel ik niet als eerste start! We doen het 4 keer. Ik neem niet elke keer mijn achtje mee, maar meestal wel. Dan doen we 4 keer honderd meter met elke keer een andere baan hard.

Ik doe mijn best. Want het is net iets harder werken dan baan 2. En ik eet niks meer vanaf vandaag tussen 8 uur ‘s avonds en 12 uur de volgende ochtend. Intermitted fasting (onderbroken vasten) heet dat. Daarmee kan ik in elk geval zwemmen, zo bewijs ik deze avond. We zwemmen nog 200m rustig en doen dan nog 4×50, waarvan de helft snel.

Woensdag 8 oktober. We gaan fietsen, Vincent en ik. Omdat het kan. We gaan op de ATB en we gaan het bos in. Ik ga de modderige stukken vermijden. Het is rustig in het bos, dus we kunnen ons wat rare paden permitteren. Dan is het hartstikke leuk om door het gras te rijden!

Het blijft droog, we pakken de gemakkelijke berg en het licht gaat mooi onder. Het is lekker om even samen buiten te zijn!

8 oktober. Het regent. Dit is ook het seizoen van de herfst en de regen en de wind. De kachel en vroeg donker. Ik heb me uitgeschreven voor de TVA vanaf 1 december. Tot die tijd ga ik nog naar de trainingen. Vandaag naar de baan. Omdat het redelijk droog zal zijn. En om te testen hoe Intermitted Fasting werkt met hardlopen. Ze vertrekken meteen als ik er ben.

Het inlopen valt me al niet zo mee, maar ik klets lekker met RV. Die zal ik wel een beetje missen. Op de baan gaan we 4×400 lopen: de eerste keer 300m steigerun en 100m wandel/dribbel, de tweede keer 300m 5-kilometertempo en 100m wandel/dribbel, de derde keer 100m sprint, 100m rustig, 100m sprint en 100m wandel/dribbel, de vierde keer is de seriepauze met 400m rustig lopen. Die hele serie vier keer.

Ik loop met MB en vertel haar dat ik wegga. Haar zal ik ook missen (niet omdat je meeleest hoor!). Het mooiste van de baantraining vind ik het om naar Vincent te kijken. Daar hoeft ik zelf niet voor hard te lopen! Het gewisseld van tempo valt me niet gemakkelijk. Ik heb het te lang niet gedaan. En ik mis motivatie. Waarom zou ik dit doen? Maar goed, ik doe het en ik wil de vierde serie ook volmaken met de sprint/rustig/sprint/dribbel. Dan lopen we uit en ik moet de 10 km volmaken. Het heeft niet echt geregend, maar het is wel donker intussen. Intermitted Fasting werkt, maar ik drink direct na de training nog een chocomelk. Dan gaan mijn 16 uur vasten weer in. Benieuwd hoe het morgen gaat!

9 oktober. Vanmorgen ga ik met de trainer hardlopen. Nuchter dus. Benieuwd of dat lukt. Voor de zekerheid neem ik een gel mee. Ik rij naar de trainer toe in Lelystad en we drinken eerst thee. Hij zit ziek thuis en ik vind dat hij er erg moe uitziet. We gaan lekker naar het bos. Voor de rust. Tempo laag. Voor ons allebei het beste. Ik vind het vervelend om de altijd vrolijke trainer somber te zien en ik hoop dat hij opknapt, maar dat zal ‘m tijd kosten. Ik probeer de onrust die hij over zich heen heeft te temperen en kwebbel de route vol.

Ik loop moeiteloos. Niet snel, maar ook zonder problemen. We wandelen stukjes. Het is een mooi stuk bos bij de Zandzuigerplas. Gelukkig weet de trainer wel de weg! We gaan ook even op een bankje zitten, van het uitzicht genieten. Daar is hij net te rusteloos voor!

We lopen, dribbelen en wandelen een dik uur. Ik klets het moeiteloos vol en ik hoop maar dat ik niet te veel gerateld heb. Aangezien ik nu echt een supertrainer heb gevonden, wens ik hem een goed herstel van harte toe! En weet je wat mijn overwinning is? Ik had geen moeite met het lopen, pas na 50 minuten dacht ik dat het wat leger aanvoelde! Tof he. Als je je aanpast, is super-nuchter lopen dus ook prima te doen. Voor mij dan.

10 oktober. Ik lig lekker lang in bed. Honger te hebben. Als ik opsta zegt Rob: “lekker weer om te fietsen!” Het is droog. En een beetje zonnig. En koud. Ik hoeft niet echt te fietsen, maar vandaag ben ik een slechte beslisser. Misschien doordat ik trek heb? Ik ben wel (minstens) een pond kwijt. Maar ik weet niet precies hoeveel ik vorige week woog, dat heb ik toen even overgeslagen omdat ik wat was losgeslagen. Als ik kan fietsen, ga ik maar. Met het oog op buien die van tijd tot tijd vallen, kies ik de ATB. Dat gaat niet zo snel. Ik hou de flinke trek. Ook onderweg.

Daardoor trap ik gewoon maar een beetje. Langs de plassen naar de Praambult, zodat ik wind mee heb op de Trekweg en daarna weer terug tegen de wind in. Dan heb ik een beetje wind tegen en ik kom zo’n tien druppels tegen. Na 15 kilometer wordt het pas echt zwaar. Gewoon, omdat ik echt iets wil eten. Ik voel me slapjes. Dus tot zover. Ik sukkel voor mijn gevoel naar huis en ben erg blij als ik daar ben. Ik rek het eten nog op en kan dan opeens niet meer zoveel naar binnen werken!

‘s Middags ga ik zwemmen. Ik heb veel uitgerust, maar vandaag ben ik over het algemeen een beetje gedesoriënteerd aan alle kanten. Ik heb moeite met de tijd en met wat ik allemaal nog zou moeten van mijn to-do-lijstje en ik lig op de bank. Het regent buiten. Er zijn veel acties van andere mensen waar ik me aan erger. Ik zit een uur in het zwembad te wachten met een mondkapje op tot Vincent klaar is. Ik ga het uur niet volmaken, dat weet ik al. Mijn sporttijd van deze week zit er met een half uurtje op. Ik ‘hoeft’ dus maar 30 minuutjes. Het is niet druk. We zijn met zijn viertjes in baan 2. Ik ga zonder achtje. Inzwemmen. Er zwemmen 2 snellere mensen voor me. Prima. We gaan 1000m doen: 200m rustig, 50m snel en dat vier keer. De eerste keer hou ik bij, zonder achtje. De tweede keer niet meer. De derde keer helemaal niet meer, ook al doe ik die met achtje.

Het verwarde gevoel wordt erger. De ademhaling wordt onrustig en moet goed nadenken wat ik aan het doen ben. Ik doe mijn best rustig te blijven, maar dat kost me veel energie. De vierde keer sla ik de 50m versnellen over. We zijn nog maar met zijn drietjes in de baan. Ik maak me druk dat de andere twee last van mij hebben. We doen 4×50 techniek: slepen, oksel, bijleggen en vuisten. Die doe ik met achtje. Ik kijk maar op de klok en hoop dat de tijd sneller gaat. Net als bij het fietsen vanmorgen, vind ik het niet echt leuk. De motivatie is weggeëbd. Dan gaan we 50 armen doen en 50 benen, maar ik ruil de 50 benen in voor schoolslag. Als uitzwemmen doe ik schoolslag heen en borstcrawl terug en dat twee keer en dan ben ik het helemaal ZAT. Ik ga het bad uit na nog geen drie kwartier. Wat 10 minuten meer is als ik gedacht had. Ik heb het erg koud en ik raak in het kleedhokje bijna verstrikt in de volgorde van aankleden! Of het gevoel van desoriëntatie komt omdat mijn lichaam moet wennen aan het overslaan van het ontbijt, aan het veel te lang in bed blijven liggen of aan het sombere weer – ik weet het niet. Vanavond maar lekker op tijd naar bed.

11 oktober. Het heeft geholpen om een keer op tijd naar bed te gaan. Wat ook helpt is een keer ontbijten, omdat het moet van Vincent. We gaan namelijke een virtuele wedstrijd lopen om 10 uur. Met een app en oortjes in starten we vanuit huis en lopen 10 kilometer. We hadden ook op de esplanade kunnen starten, maar het weer is wat instabiel met regenbuien en Vincent kent de route dan niet. Nu lopen we naar de Oostvaardersdijk en terug. Om kwart voor 10 staan we buiten en doen we aan inlopen!

Om 10 uur gaan we van start. Via de app horen we het gejuich. Heel lollig! Vincent blijft het eerste stuk bij mij en zal daarna kijken of hij kan versnellen. Ik leg het tempo meteen hoog. Ik hoop onder het uur te lopen. De eerste kilometer gaat in 5:25 en daarmee liggen we tweede. Gek genoeg allebei! Ik krijg last van mijn rug, wat ik heel lang niet heb gehad. Dan loop ik iets te hard, maar daar moet ik dan even doorheen. Veel kletsen doen we niet. Het is soms stil, maar hier en daar staat dan een ‘band’ die muziek voor je maakt. En we krijgen informatie over “Ally”. Na 2 kilometer kan ik niet meer aanzetten, maar Vincent wel. Hij mag gaan van me, maar niet te snel teveel. Langzaam loopt hij van me weg. Ik hou mijn tempo rond de 5:25. Dat lukt me, al heb ik het al wel warm intussen. Het is droog en de zon schijnt. Op 4km krijg ik te horen dat mijn tempo op 11,1 gemiddeld ligt en dat ik net het ‘kuitenbijtersbruggetje’ heb gehad. Ik ken de route goed genoeg om te weten waar dat is! Door voor de 5 kilometer. We krijgen een lekker stukje muziek en het juichen werkt ook, al is er niemand te zien. 5 Kilometer loop ik in iets van 26 minuten en ik lig tweede in deze wave. Degene die eerste ligt komt me na het keerpunt tegemoet en roept trots dat hij eerste is. Hij loopt nog steeds lekker soepel. Dan aftellen en terug gaan lopen.

Als we de Oostvaardersplassen weer indraaien zie ik een moeder met kind aankomen. Ik ken dat jongetje van vroeger, toen zijn oudere zus met mijn kind speelde in de kleutergroep! Ik vind het geweldig om te zien, want zo zijn Vincent en ik ook begonnen en kijk hem daar nu eens lopen ver voor me. Na 6,5 kilometer krijg ik het zwaar. De zin vervaagt en ik ga het nu toch wel lopen binnen het uur, het gaat zo hard! Maar het is ook nog zo ver, nog zomaar dik 20 minuten. Ik raak Vincent uit het oog. Als ik een wandelaar inhaal, beginnen ze net te cheeren voor mij, zo geinig getimed! Bij 7,5 kilometer gaan ze je moed inpraten en dat is best welkom. Dat ik het ga halen en er volgt een hele drumband met het deuntje wat ik zo leuk vind. Ik weet dat kilometer 6 tot en met 8 het zwaarste zijn: vermoeidheid gaat tellen en dan komt wilskracht om de hoek kijken. We moeten de Hogering over en ver voor me zie ik Vincent. Ik wil gaan tellen hoe ver hij voor me zit, maar als hij in de schaduw verdwijnt komt er een wandelaar aan, waardoor er een soort persoonsverwisseling plaatsvindt en ik het tellen vergeet. Het is nog even afzien!

Deze kilometer is het minst snel en de enige die boven de 5:30 uitkomt. De brug af hou ik het tempo zo veel mogelijk aan en haal ik het onderste uit het kannetje. Er zit niet veel meer in, maar toch… Nu is het nog maar eventjes. Ze zijn nog bezig met het krachtuurtje. Ik zoek Vincent. Nu wil ik opeens op 53 minuten uitkomen. 55 Minuten zou ook tof zijn, want dan is het tempo 5:30, maar ik wil zo op het laatst, toch altijd iets meer proberen te bereiken. Maar hallo: dit is echt wel een dik tempo voor mij! Ik ben geen 14 meer, ik ben geen man, ik heb nog altijd een BMI die hoger is dan 5 jaar geleden! De witte brug over. Waar is Vincent? De straat nog door en dan opeens hoor ik in mijn oor dat ik van de laatste meters moet genieten. Ik zie Vincent, juich en verwacht een finishmoment.

Mijn horloge zit op 10 kilometer en die liepen bijna gelijk. Net geen 53 minuten meer, maar ook absoluut geen 55 minuten. Ik loop nog even door en denk dan: ik moet er zijn! En dan stop ik. Ik heb er precies 54 minuten over gedaan.

Ik sta in de top 10! Vincent heeft onder de 52 minuten gelopen. Hij moet even faken dat hij 18+ is, voor hij in de uitslagen mag en op de tweede plaats van de wave binnenkomt. Ik ben 5de.

We zijn er behoorlijk moe van. Ik vond het geweldig om dit op deze manier te doen! Je kunt niet sjoemelen met je tijd en met rustpauzes en je krijgt wat afleiding onderweg. Uiteindelijk presteer ik ook nog niet slecht, van alle 50 deelnemers (verdeelt over 4 waves), ben ik tiende geworden. Tweede bij de vrouwen. Maar vooral trots dat ik weer eens zo lekker gelopen heb en dat ik zomaar 10 kilometer kan lopen met een gemiddelde van 5:24!

maandag 12 oktober. Gewerkt, het huis geschrobt met het kind wat vakantie heeft, tienerkleren gekocht (online) en op de bank gezeten. Wat al een heleboel is als het enige wat je zou willen is in bed blijven liggen. Maar er moet gesport worden, want het is lekker weer. Vincent moet mee. We gaan fietsen. Niet rond de Oostvaardersplassen, want dat is wat ver en we hebben het vertrek te lang uitgesteld. We gaan naar de Grote Trap. Via het Kotterbos. We constateren dat we geen van beiden zin hebben en dat het koud is. Uiteindelijk zullen we 25 kilometer blijven hopen op de komst van zin (tevergeefs). We gaan naar links na de bruggen. “We moeten toch rechts?”, vraagt Vincent. Hij heeft gelijk. Zo blijkt later. Dus we fietsen maar om. Hebben we nog wind mee. Op de Vogelweg hebben we wind tegen en kijken we uit naar de Grote Trap. Ik zou ‘m nog gemist kunnen hebben! Als we er zijn is het ook daar saai, recht en koud. Plus wind tegen. En als bonus doen mijn bovenbenen pijn. Dat doen ze nooit, maar vandaag wel. We maakten foto’s.

Daarna kwam we een scooter tegen en een serie koeien. 1 Stond midden op het pad met enge ogen naar ons te kijken. We vonden de route zo saai dat we wie-heb-ik-in-mijn-hoofd gingen spelen. Dat hielp tegen de verveling en de wind tegen op de Ibisweg, die eigenlijk met dikke minpunten was afgekeurd, maar het alternatief was verder om. Na 80 minuten kou, verveling, pijntjes, een traag tempo en nog steeds geen zin hadden we niet eens meer trek om de 30 kilometer vol te maken!

13 oktober. Een lekker stuk lunchwandelen tussen de middag. Met Manuel en Vincent. Telt niet echt of wel? Maar ik vind het goed. Ik heb geen zin om naar het zwembad te gaan. Ik heb even nergens zin in. Dus ik doe niks dan de lunchwandeling.

Woensdag 14 oktober. Ik heb een rotdag: met het verkeerde been uit bed gestapt. Ik vind niks leuk, had helemaal niet uit bed willen stappen, heb nergens echt zin in en erger me aan vanalles en iedereen. En dan komt er een pakje voor me:

De medaille die ik heb verdiend met de Trispiration Halve Triatlon! De medaille is zwaar, maar ik ben er apetrots op! Het shirtje en de pet zijn voor mijn helper van die dag: die mag Vincent hebben. Anywhere is Possible!

Tussen de middag ga ik een lunchrun doen met Manuel. Veel gezelligheid zal ik niet inbrengen, maar ik moet er even tussenuit! Om 12 uur staat Manuel voor de deur. Ik doe het kleine rondje van 6 kilometer langs de Oostvaardersplassen, Manuel plakt er een extra kilometer op zijn eigen tempo aan vast. In de eerste 2 kilometer kletst Manuel me er lekker doorheen. Ik vind het wat zwaar en mijn tempo ligt niet zo hoog als dat van hem, maar eenmaal gewend gaat het wel en onverhard verbaas ik mezelf over het tempo! Terwijl ik dan ook nog kan kletsen. (lees: klagen 🙂 ) Bij het Oostvaarderscentrum gaat Manuel rechtdoor en ik ga naar het trapje. Ik zou langzamer moeten gaan, maar het gaat nu net lekker.

Ik maak de 5 kilometer vol binnen het half uur en wacht op de brug tot Manuel er weer bij is.

Samen lopen we naar huis terug en dan heb ik 6 kilometer hardgelopen. Het helpt me niet van mijn verkeerde-been-uit-bed af helaas.

Donderdag 15 oktober. We zijn 5 jaar getrouwd vandaag. Onze Houten Bruiloft. Rob en ik hebben een dagje vrij en Vincent heeft herfstvakantie. We maken er een heerlijk rustige dag van! Met uitslapen, een spelletje Rummikub en ‘s middags gaan we met zijn drietjes wandelen in…
Almere Hout! We zoeken de schat.

‘s Avonds eten we thuis pannenkoeken.

16 oktober. Het valt niet mee om energie te vinden om je te houden aan hardloopschema’s zonder doel, aan trainingen die nergens toe lijken te lijden en aan sporten terwijl het in bed lekker warm is. Daar is maar 1 oplossing voor, waarvan ik nooit had gedacht die nodig te hebben: ik ga niet alleen! Dus ik wacht tot Joyce gaat. Het is lekker weer buiten met de zon en droog (om te fietsen bijvoorbeeld), maar ik zoek een boek uit. Het is zelfs een prima moment om de Tacx tevoorschijn te halen, maar ik doe het huishuiden. Als Joyce om half 3 laat weten dat ze eerder kan, maak ik haast. Rugzakje mee met water en gaan! Lengte, tempo, route: mij maakt het niks uit, ik ben nogal onverschillig. Ik heb alleen zin om Joyce te spreken! Gewoon langs de Vaart gaan we. We kletsen. Over Maarten van der Weijden (die Joyce opbelt!!!), over wat anderen doen aan sport, over Corona natuurlijk en we rijgen kilometer aan kilometer. We kletsen en lopen maar door. De kou valt mee met lange mouwen aan. Het tempo is wat mij betreft perfect.

Geen gemiep over buiten-spelen, zoals het tegenwoordig een hype is om te noemen, nee gewoon hardlopen. Ik kijk niet naar de tijden. Joyce vertelt ook heel veel over haar vakantie. Dat las ik wel, maar het is heerlijk te hóren hoe fijn ze het heeft gehad. pas na kilometer 8 denk ik dat 9 kilometer een prima afstand is en laat die 12km maar zitten. Geen moment dat we stoppen – niet met kletsen en niet met lopen. We gaan over de tien kilometer heen en voor de deur bij Joyce maken we de 11 kilometer vol. Dit was gewoon een manier om bij te kletsen! Niets meer en niets minder. En dat was supergeslaagd. Dat we ondertussen ook weer kilometers hebben gelopen…. dat is mooi meegenomen.

17 oktober. Ik slaap onrustig en voel me ook onrustig. Ik ben van alle kanten een beetje boos en verveel me daarop ook nog. Het huishuiden is hartstikke klaar, ik ben een beetje futloos en heb niet echt ergens zin in. En dan mag ik niet zwemmen, want het is ‘mijn beurt’ niet en dat is mijn eigen schuld (had ik dinsdag of woensdag maar moeten gaan) en dat irriteert me allemaal bij elkaar. Ik ga fietsen. Het is droog, er is geen wind, ik ga gewoon.

Ik ga richting de Oostvaardersdijk en luister naar mijn muziek. Ik trap door, maar het tempo maakt mij niks uit. Ik besluit nog een rondje om de Oostvaardersplassen heen te fietsen, nu het nog kan. Het is wel afgekoeld. Duidelijk. Op de dijk ga ik op mijn fiets liggen. En dat doe ik kilometers lang. Ook in de bochten. Ik hoeft niet om me heen te kijken. Ik hoeft niet te piekeren. Ik hoeft me niet te ergeren. Ik hoeft alleen maar te trappen. En op de Knardijk moet ik wat mensen inhalen en roepen dat er een fietser aankomt, want het is overal hartstikke druk. Ik neem het pad langs de Vaart. Ook hier hoeft ik niet te kijken en heb ik windkracht 2 tegen, maar dat is zo goed als niks. Trappen. Alleen maar trappen. Het helpt me van de irritatie en verveling af. Gewoon 35 kilometer volmaken. Ik hoeft geen afstand, geen virtuele dingen; gewoon volfietsen. En dan thuis de fiets wegzetten en als Vincent (wel) zwemt, wandel ik samen met Rob een ronde. Dat helpt ook!

18 oktober. Nog een dag lang blijven liggen in bed! Deze keer sta ik wel met het goede been op. Ik voel me een stuk beter dan eerdere dagen. Daarom wil ik eigenlijk niet op een (voor mij) heel rustig tempo met MV en PS door de Soesterduinen lopen. Wel de 10 kilometer die we hebben afgesproken, maar ik hoeft daar geen 1,5 uur over te doen! Ik ga meteen na de lunch weg met mijn rugzakje en zal op de andere parkeerplaats gaan staan. Die is MUTJEvol. Ik wacht 7 minuten voor ik iemand zie vertrekken. We hebben om 2 uur afgesproken op 4 kilometer van de plek waar ik sta (of het rondje andersom, op 1,5 kilometer) en ik moet gewoon doorlopen. Niet te gek, maar op een tempo wat lekker aanvoelt.

Het is druk. Overal wandelaars, families, honden. Niet leuk meer. Tenzij je even van het pad af bent, dan is het lekker rustig. Maar rond het zand is het overvol. Zonder ook maar 1 mondkapje. Ik loop 6:35. Behalve die ene kilometer over het zand, die gaat in 6:50. Mijn horloge piept nogal irritant, maar als we dadelijk met z’n drietjes zijn, houdt ie gelukkig op! Ik slinger tussen iedereen door en heb de goede afslag en precies om 2 uur sta ik bij MV (van de Island Trispiration Triatlon – zij komt uit een rolstoel en doet volgend jaar de hele triatlon) en PS. PS woont hier in Soest en kent de weg. Ik heb er 3,7 kilometer opzitten.

PS is ouder dan ik ben en heeft ook twee oudere zoons. De eerste kilometers hoor ik haar uit, dan kan MV op stoom komen. We houden MV’s tempo aan. Dat is gelukkig een heel stuk gemakkelijker dan wanneer ik het tempo van Manuel zou moeten bijbenen! Het is allemaal onverhard. Gelukkig, want ik heb mijn trailschoenen aan. Na een kilometer of 6 (voor mij) gaan we even wandelen. Ik vind het prima, kan ik mijn gel nemen. En een foto van het mooie bos.

De oranje-zwarte paaltjes zijn goed te volgen, leuk dat dat ook de kleuren zijn van Trispiration! MV gaat nu goed en kwebbelt lekker mee. Ik heb het totaal niet moeilijk, maar dat mag ook wel toch? We kletsen veel over het team, wat ons bindt, maar ik blijf toch een einzelgänger met veel interesse in andere mensen, maar ik hoeft niet perse ergens bij te horen. In dit bos is het lang zo druk niet, want hier mogen honden niet los en het is allemaal wat verder van de parkeerplaatsen af. Dit ligt meer richting de dierentuin en Amersfoort.

We lopen nog een keer een stuk en staan zelfs even stil. Ik vind het lastigste om dan weer op gang te komen. We kijken bij iets wat de manege is of misschien de paardenkamp en dat brengt hele slechte montage-herinneringen in mij naar boven! Weg hier! Dan komen we bij het zand en de heuveltjes. Yes! Ik laat de anderen wandelen, maar ik wil graag het zand omhoog ploegen.

Daarna wordt het nog leuker met singletracks die op en neer gaan. Ik loop even door en mis in mijn enthousiasme de oranje paaltjes. Maar ik zie ze verderop op het zand staan. Ik ga erheen en wil verder en verder. Zand ploegen, dat kun je maar het beste rennend doen, dan is het het snelste voorbij. Of is dat helaas 😉 Ik geniet er echt even enorm van.

Maar dan wordt het weer druk en komen we richting de parkeerplaats. En dan opeens zijn we er weer. Nog een klein ommetje om voor hun de 10 kilometer vol te maken. Ik wil straks de 15 kilometer halen. PS heeft koffie, thee en cake bij zich. Omdat ik nog anderhalve kilometer moet, hou ik het bij thee. Niet gaan zitten en net niet teveel afkoelen, na een kwartiertje ga ik weer naar de Lange Duinen om de blauwe paaltjes route af te maken. Door de drukte mis ik nog een stukje ook, maar ik weet dat je het zand niet meer op hoeft. Zit ik weer op een keurige kilometertijd van 6:35! Ik heb nog genoeg energie, dat is het fijne van rustig lopen. Ik weet precies hoe ver dit is en ik haal ook precies de 15 kilometer.

Bij de auto app ik of er nog cake is en zij zijn nog op dezelfde parkeerplek. Ik rij er heen door de drukte en de cake is echt verrukkuluk! We kletsen nog een tijd na. Fijn dat dit nog altijd kan, ondanks Corona. Ik had het even nodig geloof ik! Over de 15 kilometer heb ik wel lang gedaan, 2 uur. Maar ik ging niet voor een snelle tijd.

maandag 19 oktober. Een halve dag werken en het blijft maar droog. Misschien is dat de rest van de maand niet meer zo. Ik heb wat te mopperen. En tijd. En Joyce heeft ook tijd. En zin om te lopen. Zij heeft een route, ik neem de auto mee en we rijden naar… Natuurpark Lelystad! Niet zo heel ver en toch komen we er zelden. Het is koud buiten, de lange broek mag weer van stal.

Joyce heeft een route deze keer en die is 16 kilometer. Ik heb geen idee of ik dat ga halen, maar het tempo doet er weer niet toe. Het is grotendeels verhard, maar wel leuk in het park. We lopen langs de Prcezwalski (?) paarden en voor mijn gevoel cirkelen we door het park heen. Ik vind het lekker dat ik nergens op hoeft te letten. Het voelt alleen niet simpeltjes! Het voelt alsof ik gisteren ook al heb gelopen. haha….

We lopen de eerste vier kilometer in 27 minuten. We hobbelen lekker door en kletsen dat het een lieve lust is! Je vraagt je echt af of wij nou nooit uitgepraat raken en ik vermoed dat het zo is. Als ik dit schrijf, zijn we enige uren verder en ik weet zo nog 2 dingen die ik niet heb verteld! Over de gecancelde vakanties, over onbetaalde doelen, over scholen en kinderen. We nemen de grote omweg en ik vind dat het tempo wel wat lager mag. We wandelen gewoon ook stukjes! Om een foto te maken of gewoon even te kijken waar we heen moeten.

We gaan het park uit en lopen langs de weg naar Dronten en langs Lelystad. Ik zit helemaal in een flow en voor mijn gevoel gaat het volkomen rustig, maar het hangt rond de 6:40. We lopen terug richting het park en ik heb het idee dat we op 10 kilometer zullen uitkomen. Maar dan steken we het park weer in. Over tien kilometer doen we 68 minuten, maar nu gaan we echt vertragen. We zullen wandelen en hardlopen afwisselen. 500 om 500 meter is het idee, maar na 200m staan we weer stil voor een prachtig edelhert!

Dit is de tijd van genieten! We lopen door, zien het hert weer voor ons uit en wandelen stilletjes langs en we lopen langs en om het hert heen. Prachtig.

We gaan rustig de brug over en dan zit er weer opeens een kilometer op die anders is dan de rest! Qua tijd, maar ook qua beleving. Zoals Joyce zegt: “Je herinnert je over een jaar niet meer hoe lang je erover deed, je herinnert je het hert.” En zo doen we ongeveer 500m rennen en 500m wandelen we dan flink door. Het is nog redelijk druk, zeker voor een maandagmiddag. We komen langs nog meer hertjes en de zwijntjes.

Dan is het eigenlijk wel een beetje klaar zo vind ik. Wat mij betreft gaan we niet meer om en nemen we de route van 1,6 kilometer naar de uitgang. In ‘intervallen’- tempo. We zoeken nog naar de otters en dan hebben we in 300m volgens de bordjes 1 kilometer gelopen. Na 14 kilometer staan we weer bij de parkeerplaats. Ik vind het mooi geweest, mijn benen zijn er klaar mee en het is wel goed geweest! Over de laatste 4 kilometer hebben we 37 minuten gedaan. Maar die laatste 4 kilometer herinner ik me voorlopig en die eerste 4 waarschijnlijk niet.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020 – 36

Deze week maar weinig foto’s, maar niet eens zo heel weinig gedaan. De spirit na een beetje een verloten triatlonjaar is er wel zo ongeveer uit. Dat de wedstrijd in Hoorn, waar ik me toch op had verheugd, die oorspronkelijk op het eind van deze week stond gepland, geen doorgang vindt werkt ook weinig motiverend. Er is nu niks meer om naar uit te kijken of te plannen. Daarbij lijkt de herfst toch echt zijn intrede te doen en is het lekkere weer voorgoed voorbij. De avonden worden merkbaar korter en nodigen nog minder uit tot fietsen.

Maandag 28 september. Ik ga lekker met Joyce hardlopen. Het is droog, kalm en bewolkt weer. We lopen vanuit mijn huis en gaan richting de Oostvaardersdijk. We lopen door het bos en we kletsen-kletsen-kletsen. Dat kunnen we zo goed saampjes! We lopen zo lekker dat we doorgaan tot de dijk.

We keren weer om en gaan terug door het bos. Maar dan zoveel mogelijk aan de andere kant van het bos. Als we het bos uitkomen, komen we tot de conclusie dat we toch weer 10 kilometer zullen volmaken. Lastig is dat ik inmiddels (weer eens) last heb van aandrang. Maar ik haal thuis en wat doen wij dan? Verder kletsen! Het maakt niet uit of we lopen of zitten, dat gekwebbel gaat maar door.

Dinsdag 29 september. Ik ga fietsen! Meteen om half 7, dan ben ik net voor het donker thuis. Ik neem mijn mooie blauwpaarse fiets en ga alleen met een muziekje op. Ik ga even wat tempo proberen te maken en 25km binnen een uurtje proberen te halen. Ik ga hard, maar vooral op de lange rechte stukken. In de bochten en langs de vaart zijn veel mensen en moet ik opletten, dan gaat het tempo omlaag. Ik rij een groot rondje en haal 24 kilometer en daar ben ik in 58 minuten mee klaar. Ik heb gemiddeld 25,7 gefietst. Het is redelijk donker als ik thuis kom.

Woensdag 30 september. De laatste dag van de maand. Ik ben begin van de maand een uitdaging aangegaan van Trispiration. Ik heb er zelfs 3 uitdagingen van gemaakt! Afgelopen weekend ben ik op de weegschaal gaan staan en die 3 kilo ben ik kwijt!Die dag rust 1 keer per week is ook gelukt. Ik kom er aan het einde van deze blog op terug.

Nu eerst maar eens de maand volmaken! ‘s Middags ga ik samen met Manuel een lunchloopje doen. Ik ga maar 5 kilometer en het gaat best goed en redelijk qua tempo ook. Eigenlijk wil ik nog even alle sporten doen…. Morgen heb ik weer een rustdag en nu voel ik me lekker. Zal ik fietsen…. Haal ik dat met de tijd…. Ik stop iets eerder met werken en tussen half 5 en 5 uur zit ik samen met Vincent op de fiets. Het is een beetje haastig allemaal. Dat is jammer.

Vandaag zijn we ook nog maar naar het zwembad gegaan. In verband met de aangescherpte Covid-regels weet je nooit of dat de komende tijd mogelijk blijft. Dat is ook een domper, dat de regels nu weer aangescherpt zijn en dat thuiswerken weer verplicht is. Het was rustig in het zwembad. Ik heb het grootste deel zonder achtje gezwommen, alleen daar waar moest. 1 Van de andere dames in mijn baan zwom met achtje en die wilde vooraan zwemmen. Van mij mag ze! We deden veel oefeningen in 4x50m: 4 keer techniek, 4 keer met ademhalen, 4 keer slagen in de baan tellen. Dat soort dingen. En dan hier het maandoverzicht:

het moet natuurlijk 2020 zijn…… 🙂

Dit is de verklaring die ik erbij heb geschreven:

Kortom: ik mag er best trots op zijn. Helaas is het niet genoeg om te winnen, omdat er 5 dames zijn die hun doel gehaald hebben (misschien had ik de lat iets minder hoog gelegd, dan had ik makkelijk 100% gered) en 2 anderen zijn uit de loting gekomen. Ik heb deze maand genoeg gesport!

Rustdag op donderdag: het weer nodigt niet uit en ik heb geen zin en Vincent gaat ook niet naar de baan. Eigenlijk zou ik morgen mijn eerste Ironman wedstrijd doen in Hoorn. Een kwart triatlon. Maar ook die gaat niet door. Ik doe de virtuele wedstrijden dan wel, maar dat is toch niet zo echt!

Vrijdag 2 oktober. Ik heb een soort van wacht-op-Vincent-dag. Wat doe je dan als hij op school zit? En het is droog? En het kan? Dan ga je hardlopen. Nodig je een goede vriendin uit die tijd heeft. Rugzakje mee, goede zin mee en een rondje Weerwater lopen. Alsof we elkaar weken niet hebben gezien, zo kletsen we weer verder! Het waren 4 dagen….

Het Rondje Weerwater is hier en daar een beetje aangepast. Je moet een ommetje maken en de Ouroubouros-brug over. En er is ook een nieuw pad. En we zijn over de nieuwe Esplanade gelopen. Na 1 rondje was het eigenlijk ook wel genoeg. Het tweede rondje zou haasten worden. We lopen de tien kilometer wel vol met een rondje om de school van Vincent.

Dan is het even wachten op de knul en die ga ik afzetten bij de orthodontist aan de andere kant van Almere. En dan moet ik weer een uurtje wachten. Dus… loop ik nog maar een rondje. Langs de straten die naar goden zijn vernoemd. In een mooi rondje. Het is leuk om eens in een andere buurt te lopen. Ik kijk goed om me heen. Mensen die een kasteeldeur hebben en kantelen, een huis met retentierecht, veel Varisecure-beveiliging. Na 4 kilometer merk ik dat ik al gelopen heb. Ik moet aan de winegums om te blijven lopen.

Ik zoek mijn rondje uit om een leuk vormpje te krijgen. Daarom ga ik nog door de oorlogsgoden-straten. Ik moet van de winegums (?) weer naar de toilet en loop maar weer terug. Heb ik al met al toch 17 kilometer gelopen! intussen heeft Vincent zijn beugel aangemeten gekregen. Dat staat hem best goed!

En dan? Klaar? Nou… Voor de Ironman moeten we dit weekend 1 kilometer hardlopen, 25 kilometer fietsen en 6 kilometer hardlopen. En vandaag is het nog droog…. Dus ik neem Vincent nog voor het eten mee om te gaan fietsen. Het bekende rondje om de Noorderplassen dan maar. Met een paar klein ommetjes van Vincent om de 25 kilometer te halen. En (ook namens Vincent) wind mee op de dijk.

Om nog een kilometer te lopen, zie ik vanavond niet zitten.

Op zaterdag 3 oktober zijn we aan het leren voor geschiedenis en biologie. Ik ga voor de moederhavo en Vincent voor de tweede klas! We hebben het over voeding, voedingstoffen en koolhydraten. En het regent. Die combinatie lijkt ideaal voor het zwembad, maar dat is niet zo. Mijn lijf hoeft geen zwembad vandaag en we hebben alle tijd nodig om te leren. Na het eten van koolhydraatrijk pannekoeken met vetten uit kaas, leren we nog een paar uur door. En dan moeten we voor de IronmanVR nog 1 kilometer hardlopen. Ik heb het hele programma nu zowat gedaan en rond half 10 is het eventjes droog.

WE DOEN ER NIET EENS HARDLOOPKLEREN VOOR AAN, voor dat kilometertje om het park!! Doet de joggingbroek ook zijn naam eer aan. Hardloopschoenen nog net wel. De kilometer lopen we harder dan 10 kilometer per uur en na 6,5 minuut zijn we weer binnen. Het was de héle tijd 🙂 droog!

Zondag 4 oktober. We hebben het over voedingsproblematiek. Anorexia, verdeling van voedsel over de wereld en gevolgen van overgewicht. Als we een tijdje hebben gestampt, gaan we zelf de laatste 6 kilometer van de IronmanVR’s ‘stampen’ op hardloopschoenen.

Dan heb ik alle oefenafstanden volbracht. De een iets eerlijker dan de andere…. Maar deze gaan we netjes samen doen! Langs de Oostvaardersplassen. En we praten onderweg verder over eten. Waar een sporter zijn voeding vandaan haalt en hoe anorexia werkt. Vincent neemt zijn nieuwe trailrugtasje mee. Hij is er APETROTS op! Water en telefoon bij de hand; wat een luxe.

We lopen gemiddeld best lekker door! Waarschijnlijk hebben we wind mee! We stoppen voor een foto bij het vosje.

mammmmaaaaaa……..

Dan lopen we de 6 kilometer vol door het park. Daar hebben we nog even wind tegen. We bekijken thuis meteen hoeveel KJ we hebben verbrand en of we de tompouce daarvan kunnen opeten! Dan ben ik een trotse Ironman Finisher.

Deze prachtige medaille bestaat uit 5 hoeken en die wil ik hebben! Het bijgeleverde t-shirt en de cap zijn voor Vincent. Het is een hap uit het budget, maar ik vind dat ik het heb verdiend! De hele triatlon die je volgende week kunt doen, laat ik achterwege. Ik ga even iets kalmer aan doen. Laten we die optie zo eens in de twee jaar een keer proberen!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-35

Laten we weer eens een keer een normale blog doen!


Maandag 21 september

De ochtend op de maandag werk ik. Dan heb ik de middag vrij voor… een trailloop vandaag! Samen met Joyce. Op de Kemphaan. Ik mag een uur en een kwartier. Er staan ook hartslagzones bij en wandelpauzes, maar daar ga ik me niks van aantrekken. Ik heb mijn trailschoenen weer gevonden! Ik weet de route intussen: natuuraapzintuigen. En daar gaan we: kwebbel-kwebbel-kwebbel-kwebbel. Over de vakanties (die niet doorgaan), over de kinderen, over fietsen, over medeloopsters. Al snel worden de schoenen nat van het gras. Nou ja, snel…. Het gaat niet zo hard en dat hoeft ook niet. Door al dat gekwebbel van ons –hebben we het al over …. gehad, weet je wat die doet – gaat de tijd en de route aan ons voorbij. Op 7,5 kilometer houden we zomaar een stop.

En dan weer door. Ook met kletsen. Over de klussen in huis en het werk wat ik nog moet doen. Ik tel de kilometers wel een beetje af. Of eigenlijk: langzaam bij elkaar op. We lopen nog een blokje om. En dan moeten we weer stoppen met kletsen – en met lopen- omdat de klussen in het huis op ons wachten.

dinsdag 22 september

De zomer doet nog even flink zijn best! Maar dit schijnt toch echt de laatste dag te zijn. Ideaal om te fietsen. Of hardlopen. Maar nee. Ik ga naar het zwembad! Het zwembad. Daar ben ik lang niet geweest. Ik ga samen met YZ naar binnen en vergeet helemaal dat ik intussen veel beter ben gaan zwemmen door het geploeter in de golven en het vele buitenzwemmen.

Zo ziet een kleedkamer anno 2020 eruit. Afstand houden iedereen!

Ik ga maar naar baan 1. Even weer wennen. Een rare vergissing, want ik zwem beter dan dat. Maar ik vind het prima. Ik ga wel vooraan zwemmen. Ik doe met YZ mee: GEEN ACHTJE. En dat gaat me prima af! Vergeleken met golven is dit een makkie. We moeten naar baan 2, want daar moeten 5 mensen zijn. Dan kunnen we 1 voor 1 de andere vier in proberen te halen op 100m. Onmogelijke opgave, maar je spant je wel in! Dat doe ik met achtje, maar daarna is die weer weg. En dat gaat ook. Ik zwem het uur vol en hou het horloge een vol uur aan.

Woensdag 23 september.

Een dag werken op kantoor. En dan -als het buiten regent dat het giet- naar het zwembad. Weer. Maar dan het andere zwembad. De toegangsweg is afgesloten en ik moet me haasten en ik weet de weg niet en irriteer me dood. Maar ik ben net op tijd. En Vincent ook. Het is niet zo druk. Ik ben een handdoek vergeten. Als ik dat merk, appt MvdBB me dat ze haar handdoek vergeten is 🙂

Zwemmen. Zonder achtje. Zoveel mogelijk zonder achtje, maar de oefeningen niet. Ik zwem alles vooraan. Alles. Dat vind ik niks erg. We moeten er 5 minuten voor tijd uit. Ik kan de handdoek samen met Vincent delen. Weer een uurtje gesport naast het harde werken.

Donderdag 24 september

Op het werk hebben we een digitale beurs. Waarvan ik twee weken geleden de organisatie op me genomen heb. Onrust. Niks kunnen doen. En toch van hot naar her. Geen klanten zien. Samen met de collega’s. Ik word er moe van. Maar dan wil ik júíst even mijn hoofd leeglopen in plaats van een rustdag! Dus ik schuif de rustdag even uit. En ga na het avondeten met Vincent een stuk lopen. Om de wijken heen. In het donker. Want om half 8 gaat het licht al uit tegenwoordig. Vreselijk. We lopen en kletsen.

Nou ja, Vincent kletst hoofdzakelijk. Over Pokemons. En school. En zijn vriendjes. Meisjes. En alles wat hij maar bedenken kan. Het tempo ligt lekker niet zo hoog. Raar om te bedenken dat ik nu ‘zomaar’ 10 kilometer met mijn zoon kan lopen. Na 6 kilometer krijg ik last van aandrang. We lopen over het bruggetje wat we vaak zien liggen en waar Vincent wel eens overheen wilde.

Ik moet steeds meer. Shit zeg. Hardlopend hou ik dat niet vol en we moeten nog best ver eigenlijk. We lopen en wandelen. Vincent houdt de moed erin en ik knijp. Het wordt voor mij steeds minder leuk. Eerlijk. En ik weet hoe ver het nog is. We lopen ruim 10 kilometer. Elf. En dan, vlak bij huis, lukt het knijpen net niet meer helemaal. Toch iets te snel na het eten van witte rijst gaan lopen! Niet meer doen.

Vrijdag 25 september.

De hele ochtend klusjes doen. Voor IronmanVR25 kan ik pas na 12 uur gaan fietsen. Ik moet 56 kilometer fietsen. En ook nog 1,2 kilometer hardlopen. En 13.1 kilometer hardlopen. Dit weekend. Vincent doet het loopgedeelte mee. Maar het fietsen haalt hij niet met schoolwerk. Dus ik ga alleen. Maar de wind neemt toe. En de buien ook. Het nodigt steeds minder uit. Koppig en gedreven als ik ben, ga ik toch maar. Om half 3. Op de paarse, maar in dit weer vooral blauwe fiets. Met muziek op. En met weinig route-idee. De wind komt op alle lange dijken van opzij. Ik besluit dat ik tussen de Hollandse Brug en Duin optimaal van het enige stukje wind mee wil genieten. Ik zou 22 kilometer per uur gemiddeld willen rijden. Het lukt niet zo goed. Ik ga naar de Stichtse Brug eerst. De lucht is blauw met vele wolken. Tot Almere Haven is het droog. Dan komen de druppels. Ik schuil even in Haven. Heel even. Maar ga dan weer door. Ik had langer moeten schuilen. Net voorbij het surfstrandje komt de regen naar beneden. Het voelt als hagel met de stevige wind. Ik trap door. En wordt nat. Dadelijk, dadelijk heb ik wind mee. Even afzien en dan ben ik over de helft! Ik zie weinig meer door de natte (zonne-)bril. Onder de Hollandse Brug zit ik op 28 kilometer. Het is weer droog geworden. Om me heen. Ik niet. En dan PANG – achterband LEK. Een tubeless band lek gereden. Dat kan ik niet verhelpen onderweg. Dus ik bel Rob. Hij moet me komen halen. Balen. Als een stekker. Enorm balen. Geen wind mee. Geen 56 kilometer. Ik wandel de 30 kilometer vol. Om bij de parking te komen van het Almeerderstrand. En om warm te blijven.

Dan begint het getwijfel thuis. Ik moet nog 26 kilometer fietsen. Vandaag? Met Vincent? In de regen? Op welke fiets? Ik wil wel! Maar… wanneer dan? En we gaan nog hardlopen. De sessie afsluiten? Vals spelen? Ik twijfel. Ik wil zo graag, ik was zo ver. De band is weer gemaakt. Het wordt te vroeg donker. En het regent. Ik moet het afbreken. Onverantwoord. Enorm balen. Dan gaan we maar hardlopen. 1 rondje om het park. Vincent gaat in korte broek, ik heb mijn fietsspullen nog aan. Hij gaat heel hard. Ik ga een beetje sneller. Hij loopt zijn snelste kilometer ooit in 3:51. Ik zit onder de 6 minuten. Mijn VO2 Max stijgt naar 46. Dat gaat van uitstekend naar voortreffelijk. Dus ik ben ook blij.

zaterdag 26 september

Vincent gaat vertellen van onze trailrun: Nou…. Oke. hahaha. Gaan we nou dit weer krijgen? Zucht. hahahaha. Uhmmmmm. Huhm.

Vincent vertelt: ” Ik wilde met mama voor mijn naamdag kado een trail met haar lopen. Dus ons plan was om in het Kotterbos te gaan lopen, omdat mama daar de weg weet. Maar we moesten 13 kilometer lopen voor de IronmanVR series, daardoor was het Kotterbos dus te klein, dus gingen we maar naar de Kemphaan, want daar wist mama ook de weg. Ik denk dat ik het helemaal niet goed ga vertellen! Wij reden daarheen en toen we daar aan kwamen, keken we op het bord met alle routes. Want ik moest de route doen! Dat wilde ik graag. Ons plan was om eerst de groene route te volgen en daarna een stuk van de gele route zodat wij bij de ruïne uitkwamen. Dat was mijn eerste doel. Daarna wilde ik doorlopen naar het labyrint in het museumbos. Dus we vertrokken vol goede moed! haha. Ik wist de weg nog op de Kemphaan en ehhh…. we liepen heerlijk, tenminste ik wel.

Toen we weg waren uit de drukte en ik nog dacht dat ik wist waar ik heen moest, gingen we naar links en kwamen we een houthakker tegen. We liepen rustig door en waren lekker aan het kletsen. Volgens mama gingen we de goede kant op, dus dat was een goed teken! Het enige stressende was, dat als elke keer als ik naar links of naar rechts zei, dat mama dan begon te lachen 🙂 Uiteindelijk wees mama waar de de ruïne lag en ik besloot die kant op te lopen, ik dacht: ik zie wel. En ik vond een stuk waar je kon afsnijden – tien meter 😐 Toen kwamen we de gele route tegen ineens en wij moesten de gele route volgen. Dus we hebben een heel stuk de gele route gevolgd en toen zijn we ergens afgeslaan en toen vond ik het niet meer leuk en toen zijn we weer afgeslaan en toen zijn we zo een stukje gelopen toch? Als we ineens weer een pad vinden waar we kunnen afsnijden! Dus we lopen rustig verder over het bospad als mama de opmerking maakt: he Vincent, heb je die auto niet eerder gezien of die man… Ik zag de houthakker staan en ik dacht: we hebben een rondje gelopen, dus besloot ik mama maar een nieuw pad te laten zien. Nou snap ik waarom mama die nog nooit heeft genomen, aangezien er aan het einde niks meer was, dus mama heeft ‘m meteen twee keer gezien!! 😀

Toen we op 4 kilometer een gel-pauze hadden, besloot ik mama’s telefoon erbij te pakken voor een kaart. Nadat ik eindelijk de route had bepaald (verhard), besloten we weer te gaan lopen en hopen dat ik iets beter wist waar ik heen moest! (mama: we waren hemelsbreed nog geen twee kilometer opgeschoten….) En het lukte! Uiteindelijk kwamen we bij het verharde fietspad uit waar we moesten uitkomen om bij de ruïne te komen. Maar ja, verhard was niet mama’s ding, want we gingen onverhard trailen, dus we besloten het paardenpad te pakken. Het liep voor geen meter!! Dus bij de ruïne wilden we doorlopen naar een steigertje en besloten we een bospad in te gaan die ik weer uitgezocht had op mama’s telefoon. We liepen heerlijk onverhard en we vonden een heel mooi fotoplekje voor het kasteel!

Ik liep nog steeds heerlijk en ik denk dat mama het ook nog wel leuk vond, want ik stond de hele tijd tegen haar te kletsen. Als we uiteindelijk het steigertje hebben gezien zitten we al op acht (toch?) kilometer. Na het labyrint is nu te ver, want dan lopen we teveel kilometer. Dus besluiten we om het mooie bospad weer op te gaan, DIE MAMA NOG NIET KENDE, om van daaruit weer proberen om onverhard terug te lopen naar de Kemphaan. We hadden afgesproken dat mama op 12 kilometer de route zou overnemen. We hielden nog een stop voor een gelletje en ik controleerde nog en keer de route en nam de rugzak over. Uhm. We gingen een bruggetje over (blijkbaar).

En mama wist natuurlijk precies waar ze was, maar we zouden anders afstand tekort komen. Dus besloot ik maar om een omweg te nemen. Niet dat mama het daarmee eens was….. En -heel raar- ik heb weer een nieuw pad voor mama gevonden!! Als je het nog een pad kon noemen. We kwamen een prachtig grijze-jager pad tegen, dus een foto-moment!

We zaten toen op 12 kilometer en mama nam de weg over en ik was MOE. UBUDUBUDU. Ik weet het even niet meer zo goed HAHAHA. Uhm. Toen mama de route overnam, moest ze ook eerst kijken waar ze heen moest gelukkig. Wist zij gelukkig wel de weg en liepen we langs de weg om ineens bij het bruggetje te komen waar we onderdoor wilden. Vanaf toen weet ik het niet meer zo goed, maar wel op het plein. Want toen kreeg ik van mama een drankje aangeboden! Toen we bij de auto waren waren we nog niet helemaal klaar want we wilden 14 kilometer lopen omdat mijn naamdag ook 14 jaar was. Dus uiteindelijk toen we allebei op 14 kilometer waren bij de kaart en we liepen naar het restaurant.

Het was heerlijk en ik heb er ontzettend van genoten! Van het drankje en van de chips en ook van het trailen. Maar het meest van het trailen. Bedankt mama, voor deze ervaring.

Op zondag 27 september had ik een R.U.S.T. dag. VeRjaaR-naamdag, van Sint Vincentius, oprUimen, Snoepen en visiTe.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-34 Uit het fotoboek.

Maandagmiddag 14 september.

Eerst gingen we lekker fietsen, Joyce en ik. We hadden de wind niet mee, maar ach… dan hebben we extra tijd om te kletsen! 30 (en voor mij 35) kilometer weggetrapt.
En daarna lekker een stukje rennen. Ik wilde de 6 kilometer volmaken en ik ren als een zonnetje direct na het fietsen, maar Joyce was klaar na 5 kilometer. Op haar topsnelheid. Die ik moeiteloos had volgeklets.

Dinsdagavond 15 september.

Het Weerwater in, nu het nog kan! Het water is bovenaan warm, en onderaan koud. We zwemmen ver. Helemaal naar de achterste boei. DR en H zijn er ook bij. Rustig zwemmen. We zwemmen iets tussen de 2000 en 2700 meter.
Mooier wordt het niet! Prachtig ondergaande zon, naast Vincent zwemmen en daarom 1 op 3 ademhalen, geen golven, een geweldig ritme en plantjes onder me. Fantastisch! Helemaal in de Flów! Ik genoot enorm.

Woensdagmiddag 16 september

Lunchloop met Manuel. Manuel heeft alle tijd om veel te kletsen, ik vind het wat warm zo midden op de dag! We raken elkaar kwijt als ik eigenwijs de berg op ga en Manuel versnelt. Gelukkig kijkt Manuel achterom! Na 7 kilometer ben ik weer thuis.

Woensdagavond 16 september

Fietsen met Vincent. Na 5 kilometer, net op de Oostvaardersdijk, loopt zijn ketting eraf! Vincent wordt opgehaald door Rob.
Ik fiets door.

Vrijdag 18 september

Run met 5km in 29:09, toen fietsen – moest eigenlijk een half uur maar een uur en rondje Noorderplassen is zoveel leuker! En toen nog een keer run die uit mijn tenen kwam met 5km in 28:46. Toen was alle energie op: de cracker met boter, magere melk en 2 gels in water tijdens het fietsen.

zaterdagmiddag 19 september

Rondjes om het park. Vincent doet er 4, ik haal 3. Hij loopt ruim 4 kilometer, ik 3,75. Die rondjes om het park zijn zó saai…… Goede mentale oefening. En veel bekijks onderweg!
Naar de Oostvaardersdijk. En dan fietst Vincent tegen de wind in hard van me weg. Na 20 minuten omkeren en dan fiets ik wind mee even voor hem. Ik ga hard, maar Vincent gaat nog veel harder! We moeten iets verder om, anders halen we veertig minuten niet.
30 lange, warme minuten. Weer rondjes om het park! Vincent zie ik al snel niet meer, zo hard gaat hij. Het komt uit mijn tenen en na 2 rondjes ben ik er al klaar mee, maar stoppen met rennen – NO WAY. Doorzetten. Ik doe de 5 kilometer vandaag in 27:56! Weer iets sneller dan gisteren… Vincent haalt een kilometer meer in een minuut meer. Hij heeft er echt een mooie wedstrijd van gemaakt en laten zien hoe snel hij geworden is!

Zondagmiddag 20 september

Uitfietsen. Omdat het nog steeds kan in deze mooie nazomer. Samen met Vincent op de Purple Blue Star. We gingen op de foto bij de paarden langs de weg, toen we wind tegen hadden. Op de dijk hadden we wind mee. Al met al een week met dik tien uur sport. Lekker als vanouds! Omdat het nog kan. Met de nazomer in september.
Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-33

De Gear Week

Deze week interviews met de hardloopschoenen, fietsen, de iPhone en andere mee-sportende artikelen.

7 september De Zwarte Ascis Sportschoenen. Zowel Mevrouw Links als meneer Rechts doen het woord. “Fijn dat jullie tijd voor me vrijmaken. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: hoe was het lopen vandaag?”

Mevrouw Links: “Nou ja, hoe zullen we het zeggen….” Meneer Rechts: “Kijk, wij zijn zeer respectabele Ascis. Eigenlijk gemaakt voor asfalt, maar over een beetje modder doen wij niet moeilijk.” Mevrouw Links valt haar rechtergenoot bij: “Nee, we hebben heel veel zand en stof gezien toch?!” Meneer Rechts vervolgt zijn verhaal: “Maar een beetje tempo vinden wij wel fijn, toch?” Mevrouw Links knikt. “En vandaag gingen we eerst wandelen. Dat is toch wel wat raar, niet?” “En hoe”, vervolgt mevrouw Links; “Het ging echt erg traag.” “Gelukkig worden wij niet gek van dat geklets boven ons”, vult Meneer Rechts aan, “en dat was maar goed ook!” “We gingen ons net afvragen of we ook dienst mochten doen, maar na weer een pauze, kwamen eindelijk de loopspullen te voorschijn!” “Gelukkig”, verzucht Meneer Rechts.

“Eerst dus een wandeling om op te warmen? Dat is…” Meneer Rechts onderbreekt me: “Warm?! Ja, dat zeker wel! Het viel weer niet tegen!” “Ik schat zo’n kilometer of drie wandelen”, peinst Mevrouw Links. “Toen we eenmaal mochten hardlopen, bleef het ook allemaal onverhard”, gaat Meneer Rechts onverstoorbaar verder, “Het tempo ging wel iets omhoog, maar niet eens zo heel erg veel!” Mevrouw Links doet een duit in het zakje: “Ondertussen weten wij het, dit is zone 1. We vroegen ons af hoe lang het zou duren.” “Nou,” weet Meneer Rechts, “dat waren 20 minuten. Die duurden lang!” “En weer wandelen daarna!” snuift Mevrouw Links verontwaardigd. “Was het wel allemaal onverhard?” Vraag ik snel, voor ik geen kans meer krijg met dit drukpratende stel.”Ja, meestal wel hoor!” roept Mevrouw Links uit, “het was hartstikke mooi groen overal.”

“Maar denk niet dat het tempo omhoog ging”, klaagt Meneer Rechts verder, “Weer twintig minuten dat ons onwaardige gehobbel”. “Ochjee” leef ik met het onfortuinlijke paar mee, “was het zo erg?” “Neu”, zwakt Mevrouw Links haar wederhelft af, “De bazin zal het wel wat zwaarder hebben gehad.” “En er waren mooie stukken bij, langs de dieren”, valt Meneer Rechts bij. “Alleen na 20 minuten weer wandelen he.”

Even valt het stil, maar voor ik mijn volgende vraag kan stellen, neemt Mevrouw Links het woord: “Toen gingen we hetzelfde pad weer op als bij de wandeling!” “Jep”, beaamt Meneer Rechts, “weinig diepgang.” “Ach,” zegt Mevrouw Links, “Ik geloof werkelijk dat de bazin het niet makkelijk had. Het tempo was niet zo hoog, maar dat ding piepte wel. Het was een beetje aftellen geloof ik”

“Er waren wel nóg meer dieren”, herinnert Meneer Rechts zich, “Allemaal verschillenden. Die moesten natuurlijk op de foto!” “Stilstaand”, voegt Mevrouw Links er aan toe. “Al met al best een mooie tocht dus? Waar waren jullie precies?”

“De Kemphaan”, weet Meneer Rechts, “we deden de natuur-apen-zintuigen-route. Of alledrie.” “Ik was blij dat het zowat klaar was,” zegt Mevrouw Links, “De bazin liep zo te zuchten en soms wandelden we ook stukjes.” “Ja, ik denk dat het qua tempo wat tegenviel”, zegt Meneer Rechts een beetje vilein, “Ik mat nog geen 8 kilometer in een uur”. “Komt door de wandelpauzes en zone 1,” zegt Mevrouw Links wijsneuzerig, “Uiteindelijk liepen we 9 kilometer, dat is toch ook wat waard? In die lage zones!” Meneer Rechts schudt zijn neus.

Ik concludeer dat het wat tegenviel. “Welke cijfer zouden jullie de training geven?” vraag ik voorzichtig. Het antwoord verbaast me, omdat ik een onvoldoende verwacht: “Een zes en een half”, zegt Meneer Rechts, “want we hebben het toch maar weer gedaan, of niet?!” Dat beaamt Mevrouw Links volmondig.

We gaan voorzichtig door naar De Nieuwe Fiets. Een blinkend paars-blauw paradepaard. Nog nooit buiten geweest. Helemaal geconstrueerd uit het beste materiaal. Laten we eens kijken of de Nieuwe Fiets daardoor hoog van de toren blaast!

“De eerste rit buiten…. Hoe was dat?” “Ik was een een beetje zenuwachtig,” aldus een duidelijk articulerende Nieuwe Fiets, “Ik kan natuurlijk geen krasjes hebben en nu moet wel alles werken.” Dat snap ik meteen. “Kijk, ik loop dan wel gesmeerd, maar ik had nog een klein rammeltje voor in het stuur”, vertrouwt Nieuwe Fiets me toe. “Eerst ging De BouwMeester proberen.” “Was het leuk?”, kan ik me niet meer inhouden. “Nou, het was…. ik weet het niet…. geweldig?” zegt Nieuwe Fiets, “Ik weet het niet natuurlijk… ik kende dit helemaal niet, dat je banden vuil worden, de wind langs je heen…” “Kon je meteen voluit gaan?” vraag ik nieuwsgierig. “Nee, hoor, we moesten even wennen en een keertje stoppen en toen liepen dezelfde bekenden voor de derde keer langs om me te bewonderen, haha”. Als de lach is weggestorven vervolgt Nieuwe Fiets zijn verslag: “Toen gingen we met mevrouw rijden, die was wel een beetje voorzichtig hoor. In het begin dan. Daarna gingen we even los en dat was echt, ehhh, gaaf, zoals ze dat tegenwoordig noemen. Ja, zeg dat wel.” Ik durf Nieuwe Fiets bijna niet te onderbreken, hij lijkt in vervoering. “Schakelen en liggen tegelijk, ik geloof dat ik daar werkelijk in uitblink. En blinken kan ik!” De Nieuwe Fiets knipoogt er zowaar bij!

“Passen jullie goed bij elkaar?”, waag ik te vragen. De Nieuwe Fiets denkt even na: “Ja, we moeten nog wennen en dit was pas het begin natuurlijk. Ik moest nog even tentoongesteld worden. En nu krijg ik nog een stuurlint. En nog iets… Dit smaakt naar meer!” Ik laat een zeer tevreden Nieuwe Fiets achter die al droomt over de volgende avonturen.

Dinsdag 8 september. We komen de Cannondale tegen vandaag, want ‘oude fiets’ klinkt zo onaardig. Cannondale en Nieuwe Fiets hebben de hele nacht wetenswaardigheden met elkaar gedeeld, zo fluistert Cannondale me in. “Maar vandaag mocht ik weer mee!”, juicht Cannondale er hardop achteraan. “Waarom?”, ontglipt me, maar Cannondale neemt er geen aanstoot aan. “Wij hebben samen al zoveel beleefd en zoveel kilometers gemaakt, we zijn gewoon vertrouwd met elkaar,” antwoordt Cannondale mijn vraag, “En voor alle zomaar-ritjes mag ik voorlopig nog gewoon mee. Vandaag ook zo’n gewoon ritje: beetje tegen de wind in, door de stad, langs de schapen, over het snelle rode fietspad en de witte ophaalbrug.

We kwamen ook een nieuw bord tegen, dat heb je als je alles weet, dan verbaas je je over iets nieuws! En dan op de dijk lekker scheuren. Kijk, ik ben dan wel een oud-gediende, maar ik kan ook nog gewoon goed doortrappen hoor! En met een muziekje op en zonder haast, gaan de bazin en ik nog prima samen. We kunnen heel goed genieten met z’n tweetjes. We trappen op een avondje zo 25 kilometer weg. Dat hoeft toch niet perse binnen een uur, ben je gek, wij trainen! Het racen laat ik aan de racepaarden over, maar ik ben gewoon je-beste-maatje-voor-de-rest, snapje?”

Ik knik, overdonderd door de stortvloed aan woorden van Cannondale. “Kijk, wij gaan al bijna 9000 kilometer met zijn tweetjes en dan ben je op elkaar ingespeeld. Dat moet dat ‘paarse monster’ (zegt ze met een brede grijns) nog maar eens halen! Wij hebben samen al zoveel meegemaakt, dat nemen ze me nooit meer af. Ik denk echt dat ik de tienduizend ook nog wel haal, ook al ben ik niet zo ‘flitsend’, gestroomlijnd en gesmeerd!” En daarmee bedank ik Cannondale voor het eerlijke en optimistische verslag.

Woensdag 9 september

Vandaag zit ik tegenover 2 uitgelaten sokken, die onafgebroken kwekken. “We zijn nog nooit geïnterviewd!” “Wat een verrassing.” “Ohjee, ik weet echt niet of ik alles goed zeg, hoor, is dat erg.” Ik onderbreek de 2 kwebbels met de vraag wat ze vandaag mochten doen. “We gingen fietsen, hoewel we niet perse voor fietsen zijn”, brandt de ene Kalenji los, “Is het goed als ik dat vertel?” “Dat is het begin”, vult de andere Kalenji ogenblikkelijk aan, “want we hebben ook gelopen en dat was spannend want…” Ik onderbreek het gesprek om te proberen enige regelmaat in het gesprek te brengen, terwijl de Kalenji’s elkaar vragen welke kant ze voor moet houden voor een persfoto. Als ik de attentie weer heb, stuur ik het gesprek terug naar het fietsen. “Welke fiets hadden jullie mee?”, probeer ik. “Geen idee, is dat erg…” antwoordt de ene Kalenji ongelukkig. “De witte schoenen, dat weet ik wel.” “Zijn er meer fietsen dan?” fronst de andere Kalenji. Even zijn ze stil.

Ik vraag ze snel hoe het ging, maar ze beginnen allebei tegelijk te praten, dat het altijd heerlijk is om buiten te zijn en dat ze weer veel gekletst hoorden, maar dan met de jongeman. Ik onderbreek maar weer om te vragen of er nog iets is opgevallen in het gesprek. “Ja, we gingen veel door het groen!” “Het was niet druk”. “Ik weet het weer, ze waren allebei op een oude fiets!” “Op een oude fiets moet je het leren”. De meiden gieren het uit en ik ben de draad weer kwijt.

“We zijn wel een keer gestopt”, weet 1 van de Kalenji’s nog te vertellen als ze klaar zijn met giebelen. “Ja, toen werd het donker!” vult de andere aan. “Best donker”, herhaalt de eerste. Veel wijzer worden we hier niet van, maar dan komt de aap uit de mouw: “We zijn ook nog gaan hardlopen.” “Ja, daarom mochten wíj natuurlijk mee op de fiets.”, verklaart de ander. “Het was nu al echt donker”, weten de dames te melden. “Ze hadden een plan, dat heb ik afgeluisterd”. “Rondjes om het park.” Om de beurt vertellen de meiden het verhaal. “Drie kilometer.” “Ja en de jongeman deed meer geloof ik.” “Ja, die deed dan drie en een halve ronde.” “Maar eerst gingen ze samen.” “Ze waren ergens boos over.” “Dat weet ik ook, weer iets afgelast.” “En toen ging de jongen sneller.” Om de beurt en zin voor zin weet ik het wel uit de Kalenji-dames te halen! “De bazin ging gewoon maar door.” “Allemaal verhard.” “Op de witte schoenen.” “Wat minder past bij ons zwart natuurlijk en dat is echt zonde.” “Niet dat je dat zag, want het was echt donker.” “Wij gingen gewoon de hele tijd even hard.” “Geen moeite natuurlijk.” “En we hebben gewandeld.” “Ja, want de jongen was weg.” “Nou, dan wandelen wij uit.” “Net zo gemakkelijk.” Het lijkt wel een tenniswedstrijd, ik kijk elke keer van de één naar de ander! “Ja, maar wel netjes 6:55 gelopen.” “Ik geloof iets meer dan 3 kilometer.” “Ja, dat denk ik ook.” Ineens zijn de meiden stil en kijken ze me verwachtingsvol aan: “Was dat goed?” “Hebben we alles verteld?” vragen ze me onzeker. Ik stel ze gerust dat ik er een verhaal van zal maken en dan raken ze weer verwikkeld in een gesprek over de wasmachine en hoe je haren daaronder lijden.

Op 10 september is er geen sportende gear beschikbaar. De camera’s en de spijkerbroek hebben een hele tijd gezeten, maar die sporten niet. Toch jammer dat ik geen zwemspullen ontmoet deze week, maar dat zit er blijkbaar niet in.

Vrijdag 11 september. Op deze dag ontmoeten we het sporthorloge, de Garmin 745XT. “Dat is een hele mond vol”, glimlacht het horloge, “Noem mij maar gewoon Garmin, dat is voldoende.” De Garmin kan ons heel veel vertellen, omdat ‘ie bijna dag en nacht aan de baas vast zit. “Welnee,” wuift de Garmin onze nieuwsgierigheid weg, “Ik lig overdag vaak lekker aan de voeding hoor! Ik mag mee slapen en mee sporten en dat vind ik heerlijk en dat is genoeg voor mij.” Wat was er vandaag te doen voor het klokje met het blauwe bandje? De Garmin denkt even na: “Het slapen gaat wat rommelig de laatste tijd, ik ben vaak mee wakker ‘s nachts. Maar je wilt het zeker liever over het sporten hebben?”

Ik knik en de Garmin vervolgt op rustige toon het verhaal: “We zijn vandaag gaan fietsen. Op de Paars Blauwe Fiets. Samen met De Garmin van Vincent. Die gaat vaak mee hoor! Dan hoor ik de jongeman kletsen en denk ik altijd: oh, gezellig, dit scheelt weer een paar hartbeats. Ja, ik zie dat meteen terug!” Oh, de nieuwe fiets mocht weer mee! Wat leuk! “Ja,” beaamt de Garmin, “De cadansmeter krijg ik nog niet binnen. Ik had denk ik die van Vincent. Die is bezig met het verhogen van de cadans, dat is een goede zaak. Wij blijven meestal rond de 70 hangen, dus dat kunnen we echt verbeteren.”

Ik vraag naar de route van vandaag. De Garmin glimlacht: “Het is niet erg origineel deze week! We moesten 25 kilometer voor de IronmanVR – tja, ik moet alles bijhouden natuurlijk- en dat is weer een rondje om de Noorderplassen heen net als een paar dagen geleden. Hier en daar een beetje anders, maar wel weer door de stad en later langs de dijk. Het waaide nu niet zo hard. We hebben gestopt om de mooie zeilboot te fotograferen. Ik ga bij het fietsen dan even op pauze.” Ik vraag de Garmin of ‘ie nog een een leuke anekdote heeft. “Nou,” zegt de Garmin na even denken, “Ik kan me het gesprek in het begin nog goed herinneren. Zegt Vincent tegen het baasje: “Je kunt niet meer ophouden met lachen! Je hebt een grijns van helm tot helm.” Ik denk zelf dat het door de nieuwe fiets kwam en door het gemak waarmee ze kon fietsen en schakelen. Ik moet maar eens vragen of ik ook mee mag kijken bij het schakelen, want de fietscomputer kan dat ook.” De Garmin valt even stil. Dat is ook lastig voor een grote dataverzamelaar om te weten dat er meer gegevens beschikbaar zijn.

Ik informeer of het beter ging ten opzichte van de vorige keer. “Ja,” denkt de Garmin, “Het ging iets sneller dan een paar dagen terug, maar niet heel veel hoor.” Ik vraag of het gelukt is met de vijfentwintig kilometer. “Natuurlijk!” antwoordt de Garmin. “En er moest ook gelopen worden, wat denk jij dan?” Ongeveer een seconde verbaas ik me daarover, maar dan snap ik het wel weer. “Niet veel hoor,” vult de Garmin aan, “Maar 1 rondje om het park, een kilometer. Ook voor de Ironman VR22. Natuurlijk mocht de Garmin van Vincent en Vincent zelf ook mee. Niet zo snel. Gewoon om het doen, weet je wel.” Aan de Garmin durf ik het wel te vragen: “Is de baas altijd zo fanatiek?” De Garmin lacht: “Ja, daar moet je even aan wennen, maar eigenlijk wel! Die rustdagen, dat zijn we niet zo gewend.” De Garmin lacht er vriendelijk om. Er moet ‘m nog wel 1 ding van het hart: “We hebben al een tijd niet meer gezwommen. Gezien de verhoogde rusthartslag, denk ik ook dat we dat even niet kunnen, maar het duurt langer dan anders.” We hopen samen dat het wel bijtrekt en hebben er alle vertrouwen in.

Zaterdag 12 september. We spreken de telefoon vandaag. De iPhone 11. Een nieuwe exemplaar van nog geen maand oud. Blijkbaar voelt de iPhone zich een beetje aangesproken omdat hij niet eerder is gevraagd. “Ik ga altijd mee, sinds ik binnen ben,” klinkt het uit de hoogte, “Ik ga overal mee naar toe, gewoon omdat ik onmisbaar ben met al mijn functies.” Ik informeer meteen maar waar de reis vandaag heen is gegaan. “Kijk,” legt de iPhone me op pedante toon uit, “We gingen naar Lelystad. En ik kan bijna alles, maar vandaag hoefde ik alleen maar mee voor de muziek. Ik ben er natuurlijk ook altijd bij voor de veiligheid en als noodlijn, maar de route hoeft ik niet te doen. Dat is wel zonde van mijn capaciteiten, maar goed. Daar blijkt de fietscomputer voor te zijn.” Ik concludeer dat er gefietst werd vandaag. “Ja, we gingen dus naar Lelystad,” vervolgt de iPhone onverstoorbaar zijn verhaal, “Om de fiets te laten zien aan meneer de Trainer. Ik ken de Trainer van alle mails en whats-app berichten natuurlijk inmiddels. Goeie gozer, dat wel. En ik heb al een heleboel foto’s van blauw-paarse fiets mogen maken. Dat ding heeft wel wat, al ik ben ik zelf natuurlijk nog belangrijker.” De iPhone laat zich niet van zijn bescheiden kant zien. Ik vroeg of het lekker ging. “Jaja”, beaamt de iPhone, “We hadden eerst wind mee. Dat is natuurlijk altijd leuk voor het tempo. Gelukkig wordt het tempo niet door de muziek bepaalt, want die afspeellijst is niet van de snelle beats.” De iPhone zucht een keer diep, alsof hij zelf voor iets anders zou kiezen.

“Meneer de Trainer was, zoals verwacht, enigszins onder de indruk van de fiets. Ik heb een foto mogen maken op de lokatie. Wellicht is het volgende keer handig als ik ook de meldingen geef voor de voeding, want de bazin luistert naar niemand zo goed als naar mij! Ik zou er voor zorgen dat ze meer dan genoeg dronk en at. Met het fietscomputertje gaat het redelijk hoor, maar ik denk dat ik het beter zou doen.” Ik onderbreek de iPhone door naar de terugweg te informeren. “Tja, dat fietscomputertje doet z’n best, maar het ding rammelde. En Lelystad rammelt ook. Dan kan ik nog zulke fijne muziek hebben, dan is het toch niet erg rustig. Maar we kwamen bij wat de bazin ‘de Anaconda’ noemt. Op de brug mocht ik de foto’s verzorgen.”

“En toen zijn we langs het water gaan fietsen. Ik heb even opgezocht dat we het over de Lage Vaart hebben en dat we die kunnen blijven volgen tot thuis.” Ik zeg nog iets over de wind. “Tja, die was nu tegen ons gekeerd. Maar de bazin weet er wel raad mee. En ik verzorg de afleiding. Daar maak ik geen probleem van.” Ik informeer naar de afstand en het gemiddelde tempo. “Door die wind zakt het tempo natuurlijk. Maar voor een eerste iets langere rit was dat niet zo erg. Leuk apparaatje, die fiets, al zeg ik zelf. En je vroeg naar de afstand. Ja, dat was een dingetje. Want voor de IronmanVR23 moesten we 50 kilometer fietsen. En niks minder. Dus dat doen we dan. Met een stukje extra op het eind. Nee, vertel mij dat ik netjes 50 kilometer moet fietsen en dan doe ik dat!” Ik geef de iPhone een compliment, wat hij minzaam in ontvangst neemt. “We zijn nog niet klaar,” gaat de iPhone verder, alsof ik zijn monoloog onderbrak, “want we gaan natuurlijk ook nog hardlopen. Uiteraard ga ik mee. Ik heb een eigen tasje. Ik zei al: onmisbaar, dat ben ik! De jongeman Vincent gaat ook mee.” De iPhone schakelt even: “Wil je zijn nummer, dat kan ik natuurlijk zo geven”, maar ik knik van niet.

“Het was niet veel hardlopen. Een mijl. Dat meet het horloge natuurlijk af, daar hoeft ik niks voor te doen. Dat horloge, daar kan ik mee communiceren. Wij zijn van dezelfde onmisbare elite. Al ben ik er áltijd en óveral bij.” Ik knik en rol met mijn ogen over zoveel eigendunk, maar de iPhone gaat alweer verder: “Het was Rommelroute, dat had ik op Facebook gezien, dus de straat stond vol mensen. Dat is niks voor de bazin. Dus anderhalf rondje om het park werd voor het laatste stukje onverhard door het park.”

“Puik idee, ik had het kunnen verzinnen. Het tempo was wel eens beter. Ik hou het op de zon of dat het niet perse hoefde, daar zal het mee te maken hebben. Al met al liepen moeder en zoon een mijl in iets van 10 minuten. En toen werd ik even aan de kant gelegd.” “Moest je worden opgeladen?”, ontglipt mij. De iPhone kijkt me ontstemd aan: “Natúúrlijk niet! Ik mocht gewoon even uitrusten. Opladen… Tjongejonge…” Binnensmonds volgt wat gemopper en een boze blik is mijn deel. “Bedankt voor dit gesprek,” zeg ik nog, maar de iPhone is alweer bezig met het verzenden van berichten, het ordenen van foto’s en het ontvangen van e-mails.

13 september. De laatste keer dat we met Gear in gesprek gaan, spreken we met de trailrugzak.

“Ja, ik mocht er weer een keertje uit!” roept de trailrugzak met een overslaande stem. “Geen heuvels en voor mijn doen koud”, giebelt ze. “Weet je dat ik een hele koude waterzak meekreeg? Wow, die was ingevroren geweest. Dat is toch stoer!” Ik vraag haar of ze ook is gaan trailen. “Nee, niet alleen maar, ook over de wegen hoor.” luidt het antwoord. “Mevrouw heeft beloofd goed te voeden, dus ik mag weer mee. Water en gels en zakdoekjes gingen mee. En Vincent ging ook mee.” Dat is altijd leuk om te horen! Maar is er dan een rugzak nodig? “Oh ja, zeker!” volgt het antwoord direct, “Als ze meer dan een uur gaan, dan wel. En de bedoeling was 12 kilometer. Dat is niet niks zeg, en dat dan heel rustig. Dat zei Vincent wel tien keer 🙂 “.

Ik herinner me dat de iPhone me vertelde van de IronmanVR23 en dat daarvoor inderdaad 12 kilometer gelopen moest worden, maar Rugzak zegt dat niet te weten. “Ik ben van de voeding, niet van de data,” verontschuldigt ze zich. Dan vraag ik maar of het goed ging. “Nou, het was nog best warm, maar dat zijn we gewend,” vertrouwt Rugzak me toe, “en het ging heel rustig, maar dat ben ik ook wel gewend.” Ik denk dat ze doelt op de onverharde routes door de bossen. “Ja, dat klopt, maar nu gingen we niet door het bos. Het horloge van Vincent moest in zone 1 blijven. Dat is niet erg hoor, want we hadden genoeg water bij ons.”

Ik vraag me af of er ook water gebruikt is, de bazin kennende. “Jaja”, zegt de Rugzak, “Na 4 kilometer stopten we en gingen ze drinken. Dat was wel lekker, want de Camelbag klotste een beetje. Komt door die kou vermoed ik.” Ik ben verbaasd en vraag of er dan echt goed gedronken is. “Nou en of,” beaamt de Rugzak, “zowel door Vincent als door Mevrouw. Ze had alleen moeite de gel open te krijgen. Trok ze een leuk gezicht bij hoor! Daar moesten Vincent en ik om grinniken.” Ging het tempo na de 4 kilometer omhoog? “Nee, joh”, weet de Rugzak me te vertellen, “gewoon lekker doorhobbelen. We waren nu wel in het bos, maar allemaal asfalt. Dat bos komen ze vaak.” Oh, dat moet het Kotterbos zijn! “Ja, en een drukte ook met fietsers enzo. We zijn daarna onverhard gaan lopen. Langs het water. Daar was het rustiger. En raad het: op 8 kilometer weer gestopt! Gel en drinken, ze leert het wel, de Mevrouw.”

Ik val bijna om van verbazing. Twee keer stoppen voor voeding! En dan raak ik bezorgd: “Ging het slecht?” wil ik weten. “Och, nee,” knikt de Rugzak, “Gewoon z’n gangetje. Misschien moet dit ook voor de Irondinges, dat weet ik niet, dat moet je aan de iPhone vragen. Die mag ik dan dragen, maar die zegt niks tegen mij hoor, die vindt mij maar een lapje.” Ik kan me dat wel indenken van de arrogante iPhone, maar hou mijn mond. Gelukkig gaat de Rugzak onverstoorbaar verder: “We zijn toen best een stukje onverhard blijven lopen. Dat gaat ons eigenlijk beter af, daar zijn Mevrouw en ik samen hartstikke goed in, al zeg ik het zelf.”

Ik moet daarom glimlachen. “We koesteren mooie herinneringen samen.” gaat de Rugzak verder, “maar meestal ga ik niet alleen mee, maar heeft ze ook iemand om mee te kletsen. Nou, die Vincent kan er ook wat van hoor! Die hoefde ook niet zo hard te lopen, dat hij zijn adem moest sparen. Maar ik hou daar wel van.” Ik vraag hoever ze uiteindelijk gelopen hebben. “We zijn door de straten terug gelopen, dat wel.” vertelt de Rugzak, “en toen moesten de 12 kilometer vol. Daarna zijn we meteen gestopt. Ik was toen een beetje leger. In elk geval geen geklots meer! Nu hang ik weer netjes op mijn plekje. Het was weer leuk om deze bij te schrijven.” Met deze mooie en tevreden afsluiting nemen we afscheid.

Zo, dat was mijn weekje interviews met sportspullen. Allemaal heel verschillende artikelen, die elk een belangrijke bijdrage leveren! Helaas kon ik de pulboy voor het zwemmen niet aan de ‘rand’ voelen, maar het was leuk om van schoenen, sokken, fietsen, een horloge, een rugzak en een iPhone te horen hoe hun kant van het verhaal is! Volgende week mag de bazin en mevrouw Anke zelf weer vertellen wat ze doet!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-32

Maandag 31 augustus. Ik ben wat vermoeid en het is onrustig nu Vincent een Corona-test moet doen. Is hij ziek? Moeten we straks in quarantaine? Worden wij ook ziek? De kat houdt ons uit onze nachtrust en het werk houdt ons bezig. Ik wil ‘s avonds even naar buiten en ga dan maar een stukje fietsen. Muziekje op, want ik wil en mag niemand mee nemen. Ik fiets een rondje om de Oostvaardersplassen. Ik kom een clubgenoot tegen en we kletsen even op anderhalve meter. Dan de dijk af, en vandaag heel relaxed zonder wind. Het fietscomputertje maande me keurig om te eten en drinken en ik hield me netjes aan de piepjes! Ik vond het wel lekker, even alleen. Om me heen kijken, me aan niemand aan hoeven te passen.

Op de Knardijk heb ik lekker wind mee. Ik maak me niet druk over mijn tempo. Het is overal lekker rustig. Voor september ligt mijn uitdaging klaar:

  • 1 Rustdag in de week, waarop ik echt niks mag doen wat met sport van doen heeft (dus ook geen yoga of wandeling)
  • 3 Kilo afvallen (ik begin vanaf week 2)
  • Elke training langer dan een uur voldoende drinken of eten. Dat heb ik al gedaan vandaag!

Dinsdag 1 september. Nieuwe maand, nieuwe kansen, maar eerst…. wachten op de uitslag van Vincents Coronatest. Ik maak me er druk om en dat is ook niet goed voor de nachtrust. Een lange dag werken zonder bericht van het RIVM helpt niet mee. Uiteindelijk komt om kwart voor 7 het verlossende antwoord: Vincent heeft geen Corona! Hij is wel heel erg verkouden. Na het eten en het spelen van GeoGuessr ga ik nog een stukje hardlopen. Zonder plan, want mijn schema komt pas volgende week en ik weet het niet voor deze week wat er wel en niet lukt. Als ik op weg ben, merk ik dat ik wel een paar intervallen wil proberen. Ik spreek met mezelf af dat ik 2 kilometer inloop tot het Schanullekesluisje en dan 500m voluit ga en 500m rustig, verdeeld in 250 dribbel en 250 joggen. Ik ga heerlijk! Even graven, even het beste beentje voor en even inspanning voelen wat ik al een lange tijd niet meer heb gedaan! Ik ga echt hard, maar moet zelf op de tijd en afstand letten. Drie keer, spreek ik met mezelf af, ik doe dit 3 keer.

Het wordt alweer vroeg donker. De tweede keer ga ik ook goed. Gewoon langs het water knallen, rechtdoor. De 500 meter rustig lijkt lang te duren. De derde poging gaat ook nog steeds goed. Ik tel elke keer. Afleiding. Zeker 2 minuten aftellen. Scheelt ook de hele tijd op het horloge kijken. Ik loop de 5 kilometer binnen een half uur, waar ik eerder vandaag geïrriteerd was door clubgenoten die PR’s posten met pauzes onderweg. Dan daag ik mezelf maar uit: nog een keer extra…. En ik doe toch een vierde keer! Het gaat iets minder gemakkelijk en iets minder hard, maar ik doe het wel zeker!

Te donker voor foto’s intussen!

Ik denk over de vijfde keer. En ik denk nog een keer. Maar ik heb er eigenlijk geen zin meer in en net iets te weinig puf meer voor. Drie werd vier en dat is genoeg. op de Laan der VOC doe ik nog een paar lantaarnpalen versnellen, maar ik zit er wel redelijk aan het einde van mijn energie. Ik loop ruim 7 kilometer.

2 september. Vincent wil ook weer een beetje sporten Dus we gaan maar fietsen. Dat is het minst belastend. Na weer een nacht slapen, voel ik me wat zwak. Ik maak me nu zorgen om de zwemtocht om Pampus, want ik moet 3 rondjes binnen een uur zwemmen door het Corona-protocol. En ik weet niet of ik dat wel kan! Zit er opeens weer tijdsdruk op. We fietsen een beetje op de gok.

Over de Ibisweg en dan helemaal door Nobelhorst. We nemen het nieuwe fietspad langs de busbaan. Ik vind het licht echt alweer vroeg weggaan. Door mijn vermoeidheid heb ik het zwaarder dan Vincent met zijn snotneus! We maken er 15 kilometer van. Ik kijk er nu alweer naar uit, dat het tot na 9 uur licht is buiten! En dan is september nog maar net begonnen.

Donderdag 3 september. Een rustdag!! Dat moest he. Nou ja… Ze bellen of ze morgen de nieuwe kozijnen kunnen komen plaatsen. Dus wij moeten de overkapping afbreken, de kamers ontruimen en er moet ook gewoon gewerkt worden! Het regent de hele dag. ‘s Avonds ga ik met mijn vriendinnen uit eten. Een rustdag is zo niet erg moeilijk! Mijn lijf werkt ook niet mee en stelt uit wat niet uitgesteld (maar ongesteld) zou moeten worden. Ik voel me er oud onder. Dat gaat niet goed uitkomen met de zwemronde om Pampus heen!

Vrijdag 4 september. Ik slaap nog steeds niet goed. Om diverse redenen: de kat mauwt, ik ben midden in de nacht klaarwakker, ik maak me zorgen om het rondje Pampus en meer dan eerder in dit jaar ben ik bang ziek te worden. Ik besef nu wat de gevolgen zijn. Vandaag komen de bouwvakkers met veel lawaai en ik ga ‘s morgens fietsen met DR. Ik liep met haar de halve marathon in Linschoten en zij heeft nu triatlon ontdekt en afgelopen weekend Duin gedaan. We zijn een paar weken terug ook samen gaan zwemmen. Zij; jong, fris en enthousiast en ik voel me vandaag oud, vermoeid en opgefokt. We doen een groot rondje Oostvaardersplassen. Tempo niet van belang, maar de gezelligheid des te meer! Ik moet doortrappen om mee te kunnen, maar ondertussen mag ik naar haar raceverslag luisteren. We doen het hele grote rondje langs Lelystad en de McDonalds. Ondertussen klets ik haar ook de oren van het hoofd!

Voor de IronmanVR22 moet je 1 kilometer hardlopen, 25 kilometer fietsen en 6 kilometer hardlopen. Ik denk dat ik vandaag de 25 kilometer fietsen maar vast doe! Dan moet ik straks de meting stopzetten en opnieuw opstarten voor de laatste 25 kilometer. Dat doen we bij het sluisje. Ik maak de 35 kilometer vol. Dan start ik opnieuw het horloge. 25 Kilometer is nog best een eindje, maar we hebben tot half 12 de tijd en dat gaan we wel halen! Zelfs als het tempo voor mij iets lager komt te liggen. We gaan langs de plassen achter de Haje en stuiten op een stel lodderig kijkende dames.

We gaan de hele Ibisweg af, want de tegenwind valt reuze mee. Het is echt heerlijk weer: bewolkt, prima temperatuur, wind tegen is behapbaar en wind mee is heerlijk! 1 Nadeeltje: door al het geklets vergeet ik genoeg te drinken! We fietsen nog door Nobelhorst om de 25 kilometer en in totaal de 60 kilometer vol te maken. Om kwart over 11 ben ik thuis. De ramen zitten er al in! Ik heb ‘s middags nog energie om de overkapping weer mee in elkaar te zetten zelfs.

5 september. Rondje Pampus. Dit was de laatste van mijn serie uitdagingen in 2020. De Trail de Fantomes heb ik gedaan, de halve triatlon in Amsterdam en nu deze zwemtocht nog. Hier had ik mij het meest op verheugd, maar ik ben het minst goed voorbereid en uitgerust. Ik moet vroeg op, want om 8 uur moet ik in Muiden zijn en me melden. SG gaat ook mee zwemmen. Wij doen de prestatietocht: 3 rondjes om het eiland. Ik wil er graag drie doen, maar we krijgen maar een uur de tijd. SG weet niet of ze met haar schouderblessure de 3 rondes red. Eerder stoppen kan altijd. Ik heb genoeg gegeten en om half 9 zitten we met mondkapjes op op de boot naar Pampus.

Er doen ongeveer 100 mensen mee. De volgende ploeg vertrekt over een uur en dat zijn de recreanten; die doen 1 of 2 rondjes. Het is lekker weer intussen, want vannacht en vanmorgen regende het nog. Ik weet dat de wind zal aantrekken. Maar ik zie het wel. Iedereen heeft een gerecyclede badmuts gekregen, die van eerdere jaren overgebleven zijn. Ik heb een roze, maar een meneer die een gele heeft, wil met me ruilen om zijn collectie compleet te maken. Al snel zijn we op het eilandje. We moeten ons onder een zeiltje omkleden.

Ik heb snel mijn wetsuit aan en mijn spullen bij elkaar. We gaan naar de verzamelplek vol ervaren zwemmers, waartussen ik me een beetje verloren voel. Maar he: 5 jaar geleden kon ik NIET zwemmen en nu…. Het Rondje om Pampus! Wat een droom! We moeten binnen 3 kwartier 2 rondjes gezwommen hebben. “Dat haal je wel”, zegt SG. 1 voor 1, als een rollende start, springen we in het water. Er is geen tijdwaarneming. Ik vind het spannend. Ik weet nooit hoe zwemmen gaat tot ik aan het zwemmen ben. En misschien gaat het vandaag wel minder. Op de steiger staan die pijn doet aan de blote voeten en ik zet op tijd mijn horloge aan.

Dit is de andere groep, maar zo sta je op de steiger, achter elkaar.

Ik spring erin en weet het binnen een paar slagen: minder. We zwemmen wel mijn kant op: met de klok mee. Dat betekent dat ik het eiland de hele tijd kan zien. En de gele boeien die we links moeten laten liggen ook.

Ze halen de boeien op waar we omheen moeten zwemmen, dat je een idee hebt hoe groot en geel ze zijn.

Ik zwem wel lekker, maar er zit niet veel kracht in. Door een week slecht slapen en verbouwingen, is de energie sterk verminderd. Dat voel ik nu. Ik geniet ook en kijk naar het eilandje achter de golven. Het water onder me is prachtig! Er zijn wat plantjes en even later zie ik zelfs de bodem met schelpjes! Ik navigeer strak van boei naar boei. Ik word ingehaald, maar dat maakt me niets uit. Ik adem 1 op 4 of 1 op 2; er komt niet echt rust in. Dan zijn we aan de andere kant van het eiland en krijgen we golven mee. Dat zwemt heel relaxed. Ik raak 1 boei even een beetje kwijt. Op het eiland zie je het fort. Ik doe mijn best, maar veel snelheid levert het me niet op. Normaal zou ik dat niet erg vinden, want ik ben hier voor het genieten, maar nu moet ik toch snel door. Dat vind ik jammer.

Van boei naar boei, ik vergeet ze te tellen. Het gaat heel lekker! Ik zie de tentjes al en de vlag in de verte. Er zwemmen veel mensen om me heen. Dan komen de golven weer. Ik zwem langs het paviljoen en daar is het onrustig. Voorbij het steigertje jubel ik echt even: ik heb het rondje Pampus gezwommen! Of het er nu nog 2 worden of niet, ik heb het helemaal gedaan!! Veel tijd om te jubelen is er niet: de golfslag wordt hoog. Ongekend. Of eigenlijk: heel bekend. Ja, de Frysman was erger, maar ik moet er nu dwars tegenin. Ik krijg zelfs wat water binnen! Gewoon 1 op 2 ademen en naar de boei zwemmen. Daarna zal het beter gaan. Het duurt lang en ik raak onrustig. Dit is niet mijn ding! Ik wil hier genieten en een beetje afzien mag, maar dit hoeft niet echt. Ik weet dat het over gaat en dat het maar 2 boeien is. Er zijn nog steeds andere mensen die om me heen zwemmen. Joh, al ben ik de laatste… En dan kan ik weer genieten: de bodem zien, naar het fort kijken. Almere of bebouwing is niet te zien, want daarvoor lig je te laag en zijn de golven te hoog. Ik schrik als ik de tijd zie van de kilometer. Dat is echt veel! En ik moet nog een stukkie! Met de golven haal ik dat dus niet 3 keer. Ik weet niet of ik het jammer vind. Wil ik nog een keer de golven door? Als ik weer in de rust zwem, denk ik van wel, maar aan de andere kant: kan ik dat met mijn vermoeidheid nog een keer? Als ik de tentjes zie en de vlag, denk ik: ach, ik ben er nu. Als ik mag, ga ik nog een ronde. Ik ben bijna weer bij de steiger als ze mij en een hele grote groep terugsturen. Fijn, want dan weet ik waar ik naar toe moet om eruit te gaan tenminste. Dat wist ik namelijk niet!

Ik klets met een mevrouw terwijl we naar de steiger zwemmen en er zijn zeker 20 a 30 mensen die terug moeten. Aan de ene kant ben ik wat teleurgesteld, aan de andere kant ben ik blij dat ik niet zelf hoefde te beslissen. SG is toch doorgegaan, want ze is er nog niet. Ik zwem 1900m in iets van 50 minuten. Het laatste stukje naar de kant, inclusief kletsen en schoolslag en het enge trapje op klimmen zit er dan bij. Ergens ben ik net te moe om echt van de prestatie te genieten.

Ik wacht op SG en zij is helemaal superblij! Ondertussen zie ik iemand die ik ken en gedag zeg in de andere groep. SD van Trispiration. Ik vind haar superlief en zo stoer, dat ze zonder pak gaat!

Snel omkleden en van iedereen hoor ik dat het zwaar was en steeds erger werd. Dat is prettig voor me. We zien de andere groep vertrekken en … we zien dat ze aankomen ook! Want zij mogen echt maar 1 ronde vanwege de golven. Dat doet mij goed. Het was dus echt zwaar. Er zitten witte schuimkoppen op de golven. Windkracht 4 a 5 is dat. Een medaille hoort hier niet bij, maar de badmuts en het foldertje zeggen genoeg.

Ik eet een reep met pindakaassmaak, die ik niet zo heel lekker vind! Als we op de boot terug gaan, zie ik vooral heel, heel veel zeilboten. Voor hen is het prachtig weer! Ik zelf vind het toch maar jammer van die derde ronde en dat ik er niet genoeg van heb kunnen genieten door de vermoeidheid. Op het moment dat we in Muiden aan land stappen, begint het te stortregenen. We drinken nog iets, SG en ik. Dat zit mijn ‘sportjaar’ erop. Zo voelt het. Een jaar van niks. De trainer bagatelliseert mijn opmerking over “golfjes” meteen. Dat doet me wel goed.

‘s Middags help ik met de restjes energie die er nog zijn de zijde van de overkapping afbreken en opnieuw opbouwen.

Hier is het bewijs:

IK HEB HET RONDJE OM PAMPUS GEZWOMMEN

En een bonusrondje door de golven erbij! Wat ik heel, heel lang wilde: de golven weer in. Na de Frysman.

Zondag 6 september. Hoewel ik nog naar de Ironman Hoorn ga begin oktober, voelt het toch alsof het jaar klaar is. En van alle nachten slecht slapen, zorgen om Corona en ziekte, verbouwingen, gewijzigd(e) werk(tijden) en een lichaam wat me duidelijk maakt dat ik de jongste niet meer ben, ben ik voornamelijk moe. We maken vandaag de overkapping af.

Aan de ene kant moet ik sporten van mezelf. Maar ik ben moe en ik heb er geen zin in. Ik weet even niet waarom. Behalve dat het zou moeten, omdat ik anders ‘maar’ 6 uur heb gesport. Mijn weerstand is laag, gezien de koortslip die niet echt weg wil en de zweertjes in mijn mond, die ik heel lang niet heb gehad. Deze rustdag kan er wel bij. Ik leg me erbij neer dat dat het beste voor mij is.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-31

24 augustus. Ik heb geen spierpijn van de halve triatlon – helemaal NIKS. Nergens! Wel heb ik last van andere zaken: mijn billen zijn geschuurd van het (natte, vieze) zadel en mijn gezicht is verbrand. Ik ben er in mijn hoofd moe van en een nacht slecht slapen door een overactief mauwende kat, maakt het niet beter. Het ergste is mijn verbrande gezicht. Weet je waarom? Omdat ik de hele zomer braaf heb opgelet en ook gister netjes ben ingesmeerd terwijl het regende! Het is een ‘domme’ fout, terwijl je bij spierpijn tenminste nog voelt dat je iets hebt gedaan! Ik hoeft niet te werken, maar ben toch een uurtje kwijt aan een noodzakelijke bespreking. Dat geeft me ‘s avonds wel tijd om te gaan fietsen met Vincent. TRA–AA–HAAA-GGG. We gaan de zonsondergang op de Oostvaardersdijk tegemoet. Het begin is even lastig met zitten op het zadel en ook trappen voelt even behoorlijk zwaar.

Vincent doet de route, dat soort stomme dingen zijn dan te vermoeiend voor mijn hoofd. We gaan langs de gevangenis en dan rechtdoor langs het industrieterrein. Vincent raakt het spoor bijster en we fietsen de hele Bolderweg over. Dat is onverwacht en ik kijk mijn ogen uit, want hier kom ik nooit. Net het pad wat hij zo graag wil vermijden, daar komen we uit! Zul je zien. We zijn net na het donker thuis, omdat de zon tegenwoordig alweer vroeg ondergaat. De beentjes en de billen zijn alweer bijgekomen!

25 augustus. De website op het werk moet af. Er moeten allemaal grote en kleine zaakjes geregeld worden en de kat die ons om 3 uur, om 4 uur en om 5 uur probeert luid mauwend ons iets duidelijk te maken, zorgen dat ik me niet minder vermoeid voel in de loop van de dagen! Na het werk, eigenlijk net te snel na het werken om 5 uur al, gaan Vincent en ik met MW zwemmen. Buiten. Op de plek waar de Duin Triatlon aankomende zondag is. In de golven. GROTE golven. Regenbuien. Slecht weer. Vincent doet er lang over om in het water te springen, wat warmer is dan de lucht. Het irriteert me mateloos (misschien had ik ook meer moeten eten van tevoren 1). Dat MW geen boei heeft vind ik ook erg onhandig. Ze vindt zichzelf wel een geweldige zwemmer, maar deze omstandigheden maken dat je elkaar slecht ziet en ik blijf dicht bij Vincent.

Ergens in de verte is een gele boei te zien……..

We zwemmen naar de gele boei en dat is wel te doen. Geen haast. Dan keren we om en is het gedaan met wel-te-doen. Golven tegen. De andere 2 zwemmen voor mij uit. Mijn lichaam heeft hier moeite mee (misschien had ik ook meer moeten eten van tevoren 2). Ik ploeter. Ik krijg geen water binnen en ik kan Vincent blijven zien en de andere gele boei in de verte ook, dus zo erg is het allemaal niet, maar dit roept herinneringen op aan de Frysman. En dat blokkeert een beetje. En de vermoeidheid die van zondag nog rest. Ik kom er ook wel. Maar genieten zoals Vincent doet, dat lukt mij niet. Het voelt in mijn hoofd en benen zwaarder dan het is. (misschien had ik ook meer moeten eten van tevoren 3)

We zwemmen iets van 1200m en ik vergeet het horloge uit te zetten als we door de kou en regen naar de auto teruglopen, dus ik heb meer meters gemaakt. Ik moet nog langs het kantoor voor de laatste spullen en dan kan ik eindelijk gaan eten!

26 augustus. Een dag vol bedrijfsuitje! Vanaf half 9 tot 12 uur valt het gemakkelijkste deel voor mij: het vergaderen en overleggen wat mijn baas heeft bedacht. Vanaf de lunch heb ik alles georganiseerd: een schilderworkshop, oud-Hollandse spelletjes, een letterspel en ik maak de verse frieten.

Een leuke dag, maar -hemel- wat vermoeiend! Ik heb deze week namelijk nog niet 1 nacht meer dan 6 uur geslapen (ik denk dat we Stekker binnenkort in het stop-contact steken). Toch wil ik ‘s avonds even gaan hardlopen. Ik moet frisse lucht! Ik moet even mijn gedachten verzetten!

Manuel gaat mee. Om diverse redenen:

  • Hij mag de route verzinnen (in kleine stukjes, want mijn informatieverwerkingssysteem kan niet zoveel aan)
  • Om te blijven kletsen
  • Omdat ik anders ga wandelen
  • Omdat het vroeg donker word en ik bang ben in het donker en dan weet ik de weg helemaal niet meer!

Ik wandel niks, we lopen 6 kilometer, het blijft droog en ik ‘pest’ Manuel door mijn hele rustige gestage tempo aan te houden van rond de 6:20. Mij valt dat mee, maar voor Manuel is dat een wandeling! 3 Dagen na de halve triatlon en ik loop alweer. Best raar. Misschien ga ik morgen toch echt het concept rust maar weer eens bezigen.

27 augustus En jawel: niks gedaan op sportgebied. Als de rode ring van de Apple-watch, die de hartslag meet, volloopt terwijl je niks doet en zelfs sta-uren mist, dan is de hartslag iets hoger dan normaal. Ik voel een koortslip en werk hard door om de website af te krijgen. We hebben nog een team-meeting en dan ben ik er even klaar mee! Vroeg naar bed maar.

28 augustus. Het moet niet gekker worden, want ik doe nog een dag niks. Niet aan sport. De koortslip zet door, alles doet net een beetje pijn en we hebben het heel druk met de overkapping. Mijn rode doel op de telefoon komt akelig moeiteloos vol!

29 augustus. Ik kan niet nog een dag niks doen! Dat kan ik niet. Ik heb meer dan 10 uur geslapen en dat helpt net zo goed als de zinkzalf. Het voelt allemaal wat beter. Vincent voelt zich echter niet beter en is te verkouden om te gaan zwemmen. Ik ga later op de middag fietsen. Omdat het regenachtig is ga ik op de mountainbike. Dat is wat stabieler dan de dunne racefietsbandjes. Ik ga met mezelf en mijn eigen muziek. Mijn neus achterna, die me over de Oostvaardersdijk leidt. Daar zie ik een mooi zeilschip varen.

De nieuwe telefoon maakt er een prachtige foto van, ook als ik inzoom! Ik worstel tegen de wind in en besluit een ommetje te maken, zodat ik straks wind mee heb op deze plek. Over de Wilgenbrug, door het Wilgenbos, over de sluis en dan over de Lage Vaart om aan de andere kant langs de Noorderplassen, camping en de rode ophaalbrug over. Het is overal heel stil en rustig op dit tijdstip.

Daarna ga ik langs het Bloq en nu heb ik wind mee! Dat schiet beter op! Ik zie in de verte de geheimzinnige windmolens weer. Ik kan maar niet bepalen waar die staan. Met dit fototoestel kan ik ze wel fotograferen.

rechts van het meest rechter witte zeiltje…..

Als ik langs de parkeerplaats gaat, trapt de ATB opeens door. Ik denk: de ketting erop leggen. Maar! Ik zie geen ketting meer! Die is gebroken. Ik wandel wel naar huis, het is 4 kilometer. Dat is nog best een stuk, maar vanaf de Almeerplant over het viaduct ontdek ik het steppen. Dat is vermoeiender, maar wel sneller.

Als ik thuis kom, zijn Rob en Vincent met een andere fiets voor Vincent bezig. Samen met Vincent ga ik na 6 pannekoeken ook nog even fietsen om te kijken hoe hij past op de (aangepaste) fiets van zijn vader.

Een paar uur later blijkt het allemaal vergeefs te zijn, want Vincent heeft koorts boven de 38. In 2019 noemden ze dat griep of zware verkoudheid, anno 2020 gaan alle alarmbellen af: je bent nergens meer welkom, testen, quarantaine!

30 augustus. Als Vincent niet naar de Duin triatlon mag, kan ik ook niet. Ik slaap er heel slecht van, van een zieke met zoveel onvoorziene complicaties. Zondagmorgen beslissen we toch echt dat we ons niet bij Duin vertonen. We regelen een corona-test, moeten de plaatsing van de kozijnen omzetten en accepteren dat Vincent (en wij ook) de komende dagen afgezonderd worden. Maar ik moet naar buiten. Ik moet iets doen! Ik wil zo graag (voor mezelf) laten weten dat je een week na een halve triatlon een sprint zou kunnen doen! Zwemmen lukt niet, dus ik maak er een run-bike-run van. 3 Kilometer hardlopen (is ongeveer gelijk aan 750m zwemmen), 20 kilometer fietsen de Oostvaardersdijk op en neer om dezelfde wind te hebben als bij Duin en nog 5 kilometer hardlopen. Ik hou de rondes simpel. De wisselzone is onder de helft van de overkapping die nog staat.

Ik zoek een zo droog mogelijk moment uit om te fietsen. Terwijl ik hardloop, breekt het zonnetje zelfs door! Ik heb het snel warm.

3 Kilometer is zo ver niet. Ik hoeft nergens voor te haasten. Dat zou ik bij Duin ook niet hebben gedaan. Dit gaat om het dóén. Misschien bij Duin voor de medaille, maar daar geef ik niet zo heel veel om. Er is – net als bij Duin- geen publiek, maar dit is wel heel stil! Er is geen enkel wedstrijdgevoel. Na 2,5 kilometer moedigt een man op de fiets me aan “Jij bent sportief!!” en dat doet me wel goed. Ik loop de 3 kilometer (precies) onder de 18 minuten.

Door het huis, fietsspullen aan, snoepje eten en binnen twee minuten ben ik de ‘wisselzone’ weer uit. Het wordt beuken op de fiets. Het waait ontzettend hard. En er zijn toch een paar andere fietsers of weggebruikers waar ik even voor moet uitkijken. Ik ben vergeten het jasje dicht te doen, dus dat wappert. De wind is NIET LEUK. Ik hou het tempo rond de 22 kilometer per uur, maar met moeite. Nu mis is echt elke uitdaging. Het wordt pas echt erg als ik de dijk opdraai richting Lelystad. De wind komt van OPZIJ en ik hang scheef op de fiets. Instabiel en ongelukkig. Dit vind ik helemaal niks leuk. Ik tel af tot ik op 10 kilometer ben en het duurt lang ook. Ik permitteer me een stop, ook al kan dat in een wedstrijd niet, maar dan heb je meer uitdaging aan de andere deelnemers. Ik krijg de telefoon nauwelijks te pakken en dat irriteert me mateloos. Het jasje kan dicht.

Ik keer me om en krijg nu grotendeels wind mee. Meer dan eens vraag ik me af ‘waarom’. Ik vind die niet leuk. Hier heb ik echt geen lol in. Ik ben gewoon blij dat ik niet bij Duin hoeft te rijden, maar aan de andere kant had ik dat wellicht wel leuker gevonden. Nu is het een uiterst eenzaam gevecht met de wilskracht. Ik kijk uit naar het hardlopen, maar vraag me ook daarbij af: waarom. Als ik langs de Oostvaardersplassen raas, krijg ik wel wind kado om me zo snel mogelijk naar huis te brengen, maar ook wandelende en vertragende wandelaars. 48 Minuten doe ik over 20 kilometer fietsen. En dan ben ik blij in de wisselzone te zijn. Ik lees een appje dat Duin ook een run-bike-run wordt omdat het voor het zwemmen te hard waait. ‘Doe ik ook’, denk ik bij mezelf, ‘dus stuur die medaille maar op.’ Dan gaat het nog ergens voor! Ik graai de sleutel mee en neem een gel en dan ga ik hardlopen. Het miezert intussen. Prima omstandigheden, maar….een saaie en overbekende route! Ik moet langs rijdende auto’s slingeren en langs honden.

Het tempo blijft boven de tien kilometer per uur liggen en ik geef nu niet meer op, maar het moet uit mijn eigen tenen komen! Ik wil graag binnen 1 uur en drie kwartier halen. Ik kan ook naar huis gaan en 3 kilometer hardlopen. Dat doe ik niet. Lopen gaat me goed af en hou ik wel vol. Uiteindelijk is het ook maar 5 kilometer.Ik ben mijn eigen foto-service en ik app ook naar huis voor de finishfoto. Ik ben zelf van de route. Bij 4 kilometer weet ik dat ik de 5 kilometer ga halen en dat ik de 5 kilometer ook binnen een half uur zal lopen ook! Daarmee moet het me lukken binnen de 7 kwartier te blijven. Ik wilde achterom gaan, maar strak voor de voordeur heb ik de 5 kilometer gelopen in 29 minuten. Klaar d’rmee! Geen gelukkig-finish-gevoel. Ik ga door de achterdeur voor de finishfoto.

1 uur 40 minuten en 16 seconden. De mensen bij Duin die andere atleten om zich heen hadden, niet naar de route hoefden te kijken, enige support hadden (ook al waren het er maar tien, dat zijn er tien meer dan ik) en echt een wedstrijd deden (de enige triatlon op Almeerse bodem), waren veelal sneller. Maar…. ze liepen maar 2 kilometer en fietsten maar 17,7 kilometer. Ik heb gewoon een week na de halve triatlon laten zien dat je een sprint kan doen!

Een rustige week met nog geen 6 uur sport. Het weer en de gezondheid, het materiaal en de mogelijkheden: alles liet het afweten van tijd tot tijd. Maar ik heb weer eens aangetoond dat ik wilskracht bezit om door te gaan als ik het niet leuk vind en mijn eigen grenzen wel bepaal! Dat ik doorga – ook als het (allemaal) tegenzit en niet vanzelf gaat. Dat ben ik.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-30 Trispiration Island Halve Triathlon

MV is een adaptive sportvrouw die 4 jaar geleden nog in een rolstoel zat, maar met behulp van triatlon heeft ze zich daaruit weten te vechten door 3 verschillende sporten te gaan doen onder begeleiding van JB, die coach is bij Trispiration. JB doet de hele race samen met MV als haar buddy. Op 23 augustus zou MV haar halve triatlon in Duisburg doen, maar vanwege Covid-19 ging dat niet door. Toen organiseerde JB een triatlon voor haar coachee in Amsterdam en de rest van het Trispiration Team mocht ook meedoen. Ik had al meteen gezegd dat ik de halve dan ook wel ging doen, maar voor bijna alle anderen was dat te hoog gegrepen; dus die konden (desnoods in teams) de OD afstand volbrengen. Er was vanaf de woonboot van JB, die The Island heet (vanwege de grootte en de liefde voor Lanzarote), een heen- en weer-zwemparcours, een route van 45 fietskilometers rondom Marken, Monnickendam en Ilpendam en een looproute van 5 kilometer rondom het Zeeburgereiland. Ik was genoeg hersteld van de Trail de Fantomes van twee weken geleden om de uitdaging aan te gaan, na een werkweek van meer dan 40 uur. Ondertussen had ik me ook aangemeld voor de IronmanVR die dit weekend volbracht moest worden met de afstand van de halve triatlon, maar met 5 kilometer hardlopen in plaats van zwemmen. Vincent zou me de hele dag begeleiden. Drinken aangeven op de fiets, een rondje meelopen, klaarstaan met alle spullen en helpen waar mogelijk.

Op zondag 23 augustus gaat om half 7 de wekker. Ik heb verbazingwekkend goed geslapen! 3 Bolletjes eten zonder enige honger-prikkel blijft een flinke uitdaging. Alles stond al klaar.

Rob hielp mee de fietsen plaatsen, Vincent neemt zijn stadsfiets mee. Het regent. Dat komt de temperatuur ten goede, maar het fietsen wordt er niet beter op. Het levert wel een prachtige regenboog op!

Ook als we over de stille snelwegen naar Amsterdam rijden, regent het. Het tunneltje staat zelfs akelig vol met water. We kunnen nog net aan de weg parkeren en dan pakken we de spullen. De meeste meiden zijn er al. Ik zet snel alles klaar. Probeer zo rustig mogelijk te blijven, maar er is veel onrust om me heen en voor Vincent is het lastig te helpen.

Ik kan in wetsuit zwemmen. Alles in een tasje proppen en het fietscomputertje met het onmisbare eetschema staat klaar. Zaak is vandaag te blijven voeden.

Het bewijs dat ik me heb ingesmeerd, ondanks de regen!!

Ondanks de regen smeer ik me nog even in en ik ga nog naar de WC, want ik heb een beetje last van mijn darmen. Niets ergs aan, geen excuus. Van iemand krijg ik een banaan, die van mijn is geplet in de tas. Het is wel een lief team, allemaal op eigen niveau gaan ze vandaag presteren. Dat vind ik tof. Mijn HD is niet beter dan de eerste triatlon van ZGvG bijvoorbeeld. Na een briefing die ik slecht volg (gelukkig heb ik het rondje al gefietst en staat die ook op het computertje, want alle pijlen op de weg zijn weggeregend) kunnen we het water in. Ik spring er gauw in en het is heerlijk. Ik lig eventjes te wennen.

En ik zwem op en neer. Dit gaat lekker. Er komt nog een buitje over. Vincent kijkt vanaf boven op de boot toe. Dan is het aftellen en gaan! Eerst heel even de ademhaling onder controle krijgen en dan kan ik moeiteloos 4 op 1 ademen. Of wisselen tussen 1 op 2 en 1 op 4. Er zijn bijna geen golven, het water is vlak en donker. Ik maak gewoon lange slagen en volg de (paar) zwemmende boeien voor me. Hoeft ik ook niet echt op de route te letten, ha! Er zitten maar drie mensen voor mij. Ik zing in mijn hoofd van “de zwemmer zwemt, hij zwemt in zee, hij zwemt weg van het strand, maar neemt bepaalde beelden met zich mee van wat hij achterliet op het land”.

Gele boei, groene boei, groene boei. We zijn al snel bij de gele boei. De groene is te zien en best dichtbij. Ik geniet van het zwemmen. Onder me komen plantjes en die maken het nog ondieper en leuker om omlaag te kijken. Dan lig je nog beter. Ik zwem achter een roze zwemboei aan. De groene boeien liggen dicht bij elkaar en navigeren is een eitje. We gaan terug naar de gele boei en ik blijf achter de roze boei aan zwemmen. Om de boei heen, de supper gedag zeggen en terug over de plantjes naar de boot.

We moeten er voor langs in plaats van achter langs en ik kom op de voeten van de roze boei te liggen. Maak het me gemakkelijk! Ik vraag me wel af wie dit is. Ik zwaai naar Vincent bij de boot en draai dan om.

Er komt zowaar een zonnetje en ik geniet enorm. Nu is er iets meer tegenwind, maar niks om enige zorgen over te maken. We ronden het bootje (ik zeg ‘we’ omdat ik trouw achter de roze boei aan zwem) en ik kijk naar de plantjes. Misschien kan ik iets harder, maar ik vind dit vooral heel erg lekker en ik zwem super! De roze boei bedankt de supper en er liggen veel mensen achter ons. Zij navigeert voor me op schoolslag, maar dan haal ik haar wel steeds bijna in. Ik ga naast haar zwemmen want ik moet weten wie ze is en het blijkt SvdW te zijn, dat had ik aan het accent kunnen horen! Ondertussen heb ik al twee keer in het water geplast. Ik ga dadelijk nog een keer alleen op en neer naar het bootje, want zij zwemmen 1500 meter en ik zwem er 1900. Het gaat niet zo snel als ik gedacht had.

Ik zwem ook heerlijk alleen en let goed op waar ik heen moet. 1 Keer kijken, dan iets hoogs uitzoeken, zodat je de goede kant op gaat en doorharken. Ik ben niet eens de laatste in het water! Natuurlijk zijn MV en buddy JB er, maar er ligt nog iemand in. Ik zwem kalm terug naar de boei en baal dat het geen 1900m worden. Ik klim met wat moeite weer de boot op en doe snel de slippers aan. Ik heb lang gezwommen eigenlijk, maar wel heel erg lekker. Laat het de rest van de dag ook maar zo gaan!

Vincent staat bij mijn fiets. Het wetsuit is snel uit (dankzij de babyolie) en de sokken zijn snel aan. Gelletje naar binnen, helm op. Vincent heeft het fietscomputertje aangezet. Ik ga snel weg, want ik wil door! Nog voor ik de straat uit ben piept het computertje dat ik moet drinken. Ik fiets de brug op en het computertje blijft piepen. In plaats van elke 15 minuten, lijkt het wel alsof het elke minuut 15 keer piept! Ik ga wel netjes drinken, want ik heb dorst. Komt zeker van het vele plassen. Over de brug moeten we anders rijden als bij de routeverkenning in verband met een afgesloten weg. Nadeel is dat het fietscomputertje nu helemaal blijft piepen: de route gewijzigd en ik moet maar blijven drinken. Het irriteert me mateloos en ik mopper op Vincent, wat me helpt een flink tempo te vinden. Ik haal PK en SD in, die heerlijk samen rijden op de (tour)fiets en met volle teugen genieten. Ik gun het die twee zo! In Durgerdam is het prachtig, ik hou echt daarvan met die huisjes en dat ik kan zien waar ik vandaan kom. Ondanks de klinkertjes die het fietsen wat hobbeliger maken. Ik reed hier doorheen toen ik met Joyce in Marken ging lopen en dacht toen hoe leuk het was daar eens te fietsen en -kijk- hier ben ik dan! Ik heb wind mee tot Marken. 2 Heren (met tatoeages) halen me in en ik blijf zo’n beetje achter ze hangen. In deze wedstrijd mag dat. Het tempo zit er goed in en ik kan zelfs op de bars liggen en drinken. Ik weet dat het ‘feest’ bij Marken voorbij is en dat ik dan geen wind meer mee heb.

Op de dijk naar Marken moeten we een heen- en weertje maken. Dat is leuk, want ik zie de anderen die voor mij fietsen me tegemoet komen! Geen idee hoe ver ik er achter zit, want dat keerpunt zie ik maar niet!

Ik kom in Marken en keer maar op de parkeerplek, waar het druk dreigt te worden. Ook kom ik MV tegen. Buddy JB wacht voor het op-en-neertje voor een plas. Ik moet ook. Maar nu moet ik eerst de tegenwind trotseren! Er zijn mensen aan het zwemmen bij het gemaaltje. Ik geniet ook van de tegenwind. Dan door Monnickendam. Ik kijk goed rond en zie de tekst over de kikker op de school tegenover de speeltuin met de vis. Ik kom op het kruispunt en ga door het tunneltje. Voor me fietst mijn banaan-geefster. Ik ga haar inhalen. Mijn sportdrank is al op! Ik moet vandaag genoeg voeding naar binnen werken, dat is de hoofdopdracht. Ik giet de gel-watermix in de bidon aan de voorkant en haal de bananen-schenkster in. Het begint te regenen en de wind staat vol aan in tegengestelde richting van waar wij moeten fietsen! Ik ga liggen, drink wat en trap. Gewoon doortrappen en blijven lachen. En soms even denken: dit was ook zo bij de Frysman en toen was ik voor het fietsen al verdronken, dus dit is een ‘eitje’. Ik ben al bijna op een derde. Voor me fietst nog een dame en dat is DB, met wie ik hier ook fietste in de verkenningsronde. Ik ga naast haar fietsen en maak een foto.

We fietsen samen op. Natuurlijk ligt mijn tempo zelf hoger, maar ik ben hier voor de lol. Het zwemmen duurde toch ook al langer. Intussen moet ik echt nodig plassen. In Ilpendam laat ik het maar gewoon lopen. Mocht er in mijn urine sporen van Covid zitten, dan kunnen ze volgende week Ilpendam en IJburg wel afsluiten! Flink spoelen met water, daar heb ik een extra bidon voor. Het voelde opgelucht en ik zag het krijt in de bochten weer staan. Ik fietste DB weer bij en zij had het zwaar met de tegenwind. Ik bleef erbij fietsen en kwebbelen. Zo leuk dat we de saaie rechte weg weer samen fietsten! Bij de golfbanen vroeg ik haar wat ik al een hele tijd wilde weten en gelukkig had ik me voor niks ‘zorgen’ gemaakt. Al snel kwamen we weer in Amsterdam en was het eerste rondje bijna klaar. De brug nog een keer over en ik vinkte meteen af dat ik van de twee keer al twee keer geluk had zonder open brug. Bij de stoplichten stonden nog 2 meiden van de club.

We moesten lang wachten bij de verkeerslichten. Ik haalde ze in, want ik had zin om even op Vincent te schelden over het fietscomputertje. Het gevolg van het eindeloze gepiep was dat allebei mijn bidons leeg waren, dus het had wel gewerkt! Vincent keek even schuldig en we wisselden snel flessen om. Ik zei hem andere sokken klaar te leggen, want deze sokken en schoenen die ik van Vincent heb geleend, zijn ‘soppig’. In een mum van tijd ben ik weer weg.

Ik heb te ver gefietst, want ik heb er al 48 kilometer op zitten. Dan heb ik minder geluk: de brug staat open. Ik kan Vincent nog een keer appen welke sokken ik wil en wacht zo geduldig mogelijk.

Een stoplicht en een open brug – duhhhhhh. Het is duidelijk een unieke ‘wedstrijd’! Dan ga ik weer door Durgerdam heen. Het is duidelijk drukker geworden op de wegen, maar na Durgerdam is het ineens heel erg rustig. De wind is aangetrokken merk ik. Fijn tot Marken, maar daarna is de wind zo gedraaid dat het nog erger zal zijn. Hoe ver zou MV achter me zitten? Zij stonden aan de andere kant voor de brug en ik denk dat zij minder snel keren. Ik drink maar weer volgens de opdracht. Ik geniet van het Kinselmeer, de dijk en het weidse uitzicht terwijl ik op de bars lig en doorstoom. Door Uitdam waar ik zing van “Nederland is opgedeeld, verhuurd, verkocht, verpacht- geregeld, betegeld, uitgedacht”. Dan kom ik op het heen- en weertje bij Marken. Nu zie ik wat er vorige keer is misgegaan: omdat ik op de tegenliggers lette, zag ik het keerpunt over het hoofd. Ik fiets nu nog iets door en maak een foto.

Zo leuk om vanaf deze kant te kijken. En dan heb ik tot Monnikendam VOL de wind tegen. Daarstraks was het nog maar ‘een beetje’ in vergelijking met dit. Maar dit snap ik! Geef mij maar tegenwind in plaats van heuvels. Ik zing hardop: “Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over HAAR stuur tegen de wind…..”. O, wat moet ik daar van lachen! Gelukkig is er verder niemand op de dijk. Intussen moet ik wéér plassen. Gekkigheid. Nog voor ik Monnikendam in ga laat ik het lopen. Ik word er goed in en die sokken en schoenen zijn toch al te smerig. In Monnikendam doe ik wat rustiger aan en wissel ik de drank weer. Even op adem komen. Ik ben goed op weg met het fietsen. En dan…. kan er nog een brug openstaan! Hoe dan?

Het is er druk als ik het tunneltje door moet. Dan komt het moeilijkste stuk naar Ilpendam. Saai, alleen en tegenwind. Ik ga liggen en ben een kilometer of 8 alleen maar bezig met fietsen. Drinken. Trappen. Even klein houden.

Ik slinger door Ilpendam en zet het gedag. Dan fiets ik voor het eerst langs de grote weg zonder te kletsen. De wind is met me meegedraaid en zorgt voor een lekker tempo. Ik kijk naar de schaapjes, drink wat, zie de bushalte voor een verlaten huis en kom door Watergang. Warempel, ik ben hier voor de derde keer, maar ik heb nog nooit van Watergang gehoord! Er ligt nog meer bebouwing een stuk verder langs de weg, zou dat Watergang-Buiten zijn? Watergang…. Ik haal mensen in als ik een brug over ga (die ik ook voor het eerst opmerk trouwens) en moet dan eventjes wachten bij de stoplichten. Deze snap ik. Dan ga ik langs de golfvelden en ik merk op dat dit ook best een mooi stukje is. Langs de volkstuintjes. Het begint nu wel saai te worden met dat fietsen. Er komt altijd een moment dat je er eigenlijk klaar mee bent. Ik doe er al lang over, langer dan de geplande 3 en een half uur. Stomme bruggen ook. En dan is alle voeding op. Ik ben geslaagd! Ik heb nog snoepjes en een beetje water. Maar dat water bewaar ik voor -je gelooft het niet- nog een flinke plas langs de volkstuinen. Weet je dat zelfs plas bij de derde keer gaat plakken? Nu is echt alles op. Straks maar onder de tuinslang doorlopen. Ik kom er aan! Nog maar 1 keer de brug over en ik zie het al: WEER OPEN.

Nu word ik er echt wel sjachereinig van. En lang ook. Ik kan zelfs met Vincent appen dat de tuinslang wel klaar mag liggen. Ik heb er 90 kilometer op zitten. Dus het worden er weer meer. Nog 1 stoplicht en dan fiets ik naar de wisselzone. Daar staan al veel meiden die klaar zijn en mij aanmoedigen. Teveel drukte voor mij. Ik wissel sokken en schoenen. Zonnebril af. Gel eten en Vincent verordonneren mee te fietsen, want ik ken het looprondje niet. Een wissel van nog geen 2 minuten! Dat is het voordeel van al die mensen die hup-hup roepen, dan ben ik snel weg! Ik hoor alleen SD, waar ik van geniet omdat ze zo’n schat is. Nu mag niemand het meer lezen van de Trispiration club, haha, want dan denken ze dat ik de rest minder vind, maar SD is echt een lieverd. De rest ook trouwens, maar op dat moment kan ik niet bedenken welke fantastische prestaties zij al hebben geleverd, ik moet eerst de mijne afmaken. En een halve marathon is…. toch nog echt 21 kilometer hardlopen!

Heeft Vincent op de grond gekrijt…..

Terwijl ik zoek op mijn horloge, lap ik hem en is het horloge klaar. Ik vloek hartgrondig en zet het ding gelijk weer aan, maar nu tellen de kilometers anders en mis ik ongeveer 100m. De woede helpt het tempo wel en ik tel toch door. Vincent fietst naast me en kletst van zijn dag, dat hij gekrijt heeft en gekletst en honderd keer sorry van de fietscomputer. Ik loop heerlijk! Het gaat bijna te soepel! We komen bij stoplichten, op de route, verkeerslichten! Gelukkig is dit Amsterdam en is uitkijken te prefereren boven de kleur van het licht. Geen idee hoe dat straks moet als ik niet meer zo goed kan uitkijken. Ik klets met Vincent over de open bruggen en dat ik te veel heb gefietst. MV en JB komen aangefietst.

Ik lig maar een paar kilometer op ze voor, maar dit lopen gaat mij beter af dan MV zal doen. Ach, het is toch ieder haar eigen wedstrijd. JB wisselt even met haar man de buddy-positie af. Vincent vertelt me dat die man de pijlen opnieuw is gaan plaatsen, wat verklaart dat ze er vanaf Ilpendam opeens weer waren.

Er volgt een nare oversteek, een smal paadje door, langs de huizen over de keien en dan de dijk op. In de volle zon. Het tempo ligt nog onder de 6 minuten! Ik ga het vast niet halen om een halve marathon in 2 uur te lopen en onder mijn doeltijd van 6 uur en 35 minuten te blijven (Trail de Fantomes-tijd), maar nu voelt het allemaal heel erg goed. Tussen de hondjes door, langs de boten en op naar het keerpunt en de post. Bij de post neem ik een paar slokken van de electrolytendrank die ik heb aangemaakt vanmorgen. Zonder te stoppen. Ik moet blijven rennen. En dan weer terug de dijk over. Deze keer is het nog leuk. Bij de afslagen op de weg naar de boot, gaat Vincent vooruit fietsen om gel met water te mengen die ik moet drinken. Het is een drukte van jewelste in de keerzone met joelende meiden terwijl ik moet drinken uit de bidon. Het gaat, maar ik vind de combinatie drukte en moeten niet praktisch. Ik heb Vincent gevraagd het derde rondje mee te rennen, maar hij dacht het tweede rondje, dus hij gaat snel even terug om de fiets weer te pakken. Kan ik hem rustig vragen of hij straks tegen de crew wil zeggen dat ik overdonderd raak van de support. Ik loop nog steeds goed en rond 5 kilometer af in 29 minuten! Mooi, op naar de tien kilometer in een uur dan. Eerlijk gezegd is het rondje al saai. En eigenlijk best druk langs een een drukke weg. En kort. En zonnig, maar daar doet Vincent zijn best voor om de wolken voor de zon te slepen. Het zal hem weldra lukken ook!

We kletsen nog een beetje door en ik merk dat mijn tempo al rond de 6 minuten komt te liggen. Het voelt al iets zwaarder. Vind ik wat vroeg, want ik moet nog een end! Ik mag voor op de het smalle pad, langs de huizen waar niemand zich bewust is van de wedstrijd die zich onder hun balkons afspeelt. Dan de dijk weer op en Vincent ziet nu ook de open brug. Ik krijg altijd een snotneus van het sporten en veeg die af aan mijn kleren (nog zo’n detail wat je liever niet leest). Inmiddels zit mijn rechtermauw vol…. Ik hoeft even geen elektrolyten. We kunnen nog praten en ik trek me maar niks meer aan van het tempo. We spreken af dat we later op de picknickbankjes zullen gaan zitten. MV en buddy-voor-de-eerste-tien-kilometerBR komen ons tegemoet. Blijven hardlopen geldt voor mij. Er zitten 7 kilometer op. Dat is voor mij het eerste rondje van de drie, want ik tel in zevens. Ik krijg al iets meer moeite om dat Vincent uit te leggen. Hij gaat voor me uit om de volgende bidon te vullen en dan rijdt JvR me voorbij. Zij zou ook de halve doen, maar besloot toen de kwart te doen en vannacht moest ze door blessures beslissen dat ze helemaal niet mee kon doen. Daar baalde ik van en mijn hart springt echt op dat ze toch even komt kijken! Zo lief! Van dat soort kleine momenten ga ik het moeten hebben nu. Vincent rijkt me weer een bidon aan en ik keer gewoon, ze juichen lief en zacht voor me en dat bevalt me, maar de gel krijg ik extreem moeilijk weg. Voor driekwart nog maar. Vincent laat de telefoons achter, dus de foto’s komen nu van de fotografen en Rob maakt zich zorgen dat ik gestopt ben. Vincent gaat naast me rennen.

Ik doe 10 kilometer binnen een uur! Maar ik weet al dat ik de overige 11 kilometer niet hetzelfde kunstje kan herhalen, want de vermoeidheid slaat toe. Het derde rondje is het meest moeilijk: je bent er nog (lang) niet, weer hetzelfde saaie stukje en Vincent loopt gemakkelijk naast me en versnelt om op de stoplichtknoppen te drukken. We spreken af dat hij me gaat voeren met gelsnoepjes en dat ik elektrolyten drink. In de vierde ronde mag ik van mezelf wandelen en hardlopen afwisselen. Vincent noemt het liever dribbelen in plaats van wandelen, maar ik heb het gevoel dat dribbelen het hardlopen al heeft overgenomen. We gaan echt richting de 6:30 en het kan me niet schelen ook! We lopen naar de post en MV loopt voor me, zij stopt, ik niet. We gaan ze lappen, zegt Vincent. Ik vind dat onwijs moeilijk. Ik heb ze eerder ook al zien wandelen en ik probeer dat moment zo lang mogelijk uit te stellen. Maar we lopen ze echt voorbij en ik zeg nog dat ze maar niks moeten zeggen en hun eigen tempo moeten vasthouden. Ga maar lantaarnpalen tellen, oppert Vincent. Met de eerste ben ik klaar. Dat zet geen zoden aan de dijk. Ik merk de andere voetgangers, de hangjeugd, de zon, de loopfiets op, maar ik kan er in mijn hoofd en in mijn gevoel niks mee doen. Ik beken Vincent dat ik dit vooral doe voor de IronmanVR20 medaille, omdat hij zei dat die zo mooi is voor 2020. Daarom doet Vincent nu alsof hij een halve marathon loopt, op de fiets. Dat hij het ook een keer kan halen met de Ironman.

Aftellen. Blijven lopen. We gaan weer langs de wissel en Vincent pakt snel de fiets, de bidon en de snoepjes. Het zijn cola-snoepjes, maar mijn darmen zijn nu toch al definitief van streek. Nog 1 rondje, nog 1 rondje…. En dan een stukje op en neer, waarvan ik totaal vergeten ben hoe! Vincent vraagt het na voor me, ik moet de straat heen en weer. Bij de stoplichten moet ik voor het eerst 3 stappen wandelen omdat het rood is en ik 1 auto voor moet laten gaan. Maar nu heb ik mijn zinnen gezet op de 10 engelse mijl om te blijven hardlopen. Hoe langzaam ook! En dan de drukke straat maar gewoon door. Nee, het voelt nu niet meer goed en de eerste 5 kilometer ‘gemakkelijk’ liggen ver achter me. Het is nu een kwestie van doorbeuken, blik op oneindig. Vincent geeft me de gelsnoepjes met twee tegelijk. Ik loop alleen langs de huizen, want Vincent gaat vooruit om het water te pakken en ik blijf rennen. Liever 7 minuten over een kilometer dan wandelen, want met wandelen is het hek van de dam en wil ik niet meer opstarten. Ik ken me. Langs de bankjes waar we straks willen gaan zitten. Onder het bruggetje is het op. Ruim 17 kilometer heb ik onafgebroken hardgelopen, maar nu is het klaar en wil ik wandelen. De laatste kilometers komen er ook. Hoe dan ook. Hoe langzaam ook. En ik haal het toch niet binnen 6,5 uur. Afmaken is het enige wat nu nog telt. Het lag aan de bruggen, aan de wind, aan het zwemmen: ik kon het niet harder vandaag. Period.

Bij de post neem ik nog twee slokken. Mijn lieve clubgenoten SD en ZGvG staan daar. Ik zou ze willen zeggen: ‘kijk naar me, zo ziet vermoeidheid eruit’, maar ik kan het niet meer. Vincent bedankt ze namens mij. We tellen lantaarnpalen op de weg terug naar het viaduct. Hardop. Heb ik iets anders om me druk over te maken. Het is nog lastig ook om de cijfers in de goede volgorde te roepen en ik merk dat ik zelfs slis om maar zo duidelijk mogelijk te roepen, maar het helpt! Ik blijf rennen. Ik hoor heel vaag de plaatselijke bewoner die zijn respect uit. Maar al dat soort dingen komen niet aan in een verneveld brein. Tussen het viaduct en de bankjes lukt het weer niet meer om te blijven rennen en wandel ik. Of nog iets langer niet, tot de Z. Dan zegt Vincent dat ik weer moet lopen tot het volgende steigertje. Maar dat zijn er meerdere. Ik registreer dingen, maar mijn hoofd kan er niks meer mee, dus ik kan niet vragen welke steiger hij bedoelt. Praten en uit mijn woorden komen is nu echt lastig. Geen snoepjes meer! Die laatste 2 kilometer haal ik ook wel! Vincent blijft bij me fietsen. Het stukje de straat op en neer straks doe ik alleen. Ik wandel nog een keer stuk. Mijn voeten doen zeer. Op het keerpunt kunnen ze zich bijna niet inhouden met hup toepen, zo lief: dat komt meer aan bij me dan de herrie! Op en neer. Ik probeer de lantaarnpalen te tellen, maar het lukt me niet. Ik zie de hond van JB en BR en een oudere man die hem uitlaat, maar ik kan niet bedenken wie die man is, het zal opa zijn voor hun kinderen denk ik. Hij moedigt me aan: nog een klein stukje, maar het voelt alsof het nog ver is. Ik ga zelfs nog een stukje het fietspad op, want het moeten wel echt 21,1 kilometer worden (voor de Ironman en voor mezelf). En dan piept mijn horloge. Met de eerste fout staan de kilometers er nu op. Ik heb de afstand in de pocket! Het maakt niks meer uit! Zo raar dat het dan opeens weer lukt.

Ik zie het team staan in de verte en dan doen mijn benen het nog prima opeens: de passen vergroten, ik loop rechtop de finish tegemoet. Ze staan als in een haag te juichen, de schatten. Ik geniet er even van!

En dan is het klaar. Ik heb een halve triatlon gedaan. De tijd is anders dan ik had gehoopt met 6 uur en 56 minuten. Dat zit toch een beetje dwars en ik vind het maar moeilijk me te realiseren dat ik twee weken geleden nog alles van mijn lichaam heb gevraagd bij de Trail de Fantomes. Laat mij even met rust, ik eet de banaan op en na een kwartier ben ik er weer. In dat kwartier raad ik iedereen af om de halve of hele triatlon ooit te willen doen. Dat lopen valt altijd zo tegen!

Voordeel is dat ik niet zo lang op MV hoeft te wachten die aan haar laatste ronde bezig is. Ik krijg de medaille en geef die met een kus door aan Vincent. Hij zegt heel lief dat hij er al zo één heeft en dat dit de mijne is. Gossie. Het oranje shirt hou ik aan vandaag! Ik bel met Rob die zich zorgen maakte omdat Vincent de telefoons had weggelegd en hij dacht dat ik gestopt was. Of ik naar huis wil fietsen, vraag ie voor de grap….. Nou, mijn voeten willen niks meer en ik voel me vies! Laat mij maar even met rust in een hoekje. Het broodje is niet aan mij besteed, maar de chocomelk is in 1 slok weg. Het zwemmen was geweldig leuk, het fietsen zwaar en leuk, het lopen zwaar – dat is de korte versie. Als ik even heb gezeten en tot mezelf gekomen ben, begint het trillen en de moeite met alles, maar ik verzamel met moeite en hulp van Vincent alle zooi. Ik spoel me zo goed en kwaad als het lukt af, terwijl Vincent zijn schoenen wast. De nep-crocks aan mijn voeten en een sportbroek aan en dan komt MV voor het laatste keerpunt. Een groot deel van het team loopt mee, maar mij lukt dat niet meer. Er komt nog een politiewagen en SvdW haalt hen over MV mee binnen te halen. Ik loop het laatste stukje ook nog even mee, maar dat is een slecht idee met slippertjes en ik struikel er nog bij ook! Niks ergs, schaafje op de knie erbij. Dan wil ik opruimen. Alle zooi is verzameld. Ik ben eigenlijk net iets te moe om te rijden. Maar ik doe het toch en rustig ook. Thuis eerst alles binnen zetten en douchen. Weldadig! Ik ben verbrand in mijn gezicht. Verdikkeme de hele zomer goed doorgekomen! Dit gaat energie kosten, maar ja. Ik wandel met Rob naar de snackbar voor De Hamburger en langs de AH voor voetencreme en M&Ms. De frietjes en hamburger smaken me. Ik ben moe aan alle kanten, maar opruimen lukt nog prima. Het daalt niet echt in en de grote feestvreugde dat ik het maar weer heb gered ontbreekt. Trots is niet aan mij besteed! Ik straal nog wel als ik de IronmanVR medaille bestel. Race nummer 20. In 2020. En Vincent krijgt de pet en het shirt van mij.

In mijn hoofd tolt het nog een tijdje na, waardoor ik bijna te moe ben om te slapen! Ik ben alleen maar trots op het feit dat ik bij het fietsen ALLES heb opgemaakt -al is dat bij het lopen weer wat minder gegaan- en ik ben verbijsterd als ik een opname zie die Vincent van me heeft gemaakt bij het zwemmen: ik heb in een paar jaar tijd zo goed leren zwemmen!! Waar is dat vandaag gekomen? En de volgende dag heb ik geen enkele spierpijn. Niks. Alleen mijn verbrande gezicht doet zeer. Mijn voeten varen wel bij de voetenzalf en mijn billen doen zeer van zitten op een nat (en goor) zadel. Ik moet bloggen, wassen, mijn fiets schoonmaken en een uurtje werken. De hele tijd blijft het aan de oppervlakte, alsof het niet doordringt wat me gelukt is, alsof er alleen die twee kleine puntjes zijn om blij mee te wezen. Tot ik deze post zie van de fotografe:

Dan komt het aan. Ik lachend met die lieve DB die gebleven is, met die schattige hartveroverende PK, met de juichende mensen, met JvR die gekomen is en de stoel van die geweldige DvM. En de opmerking van SD die op de post stond toen ik hier aankwam. Dat zweefmomentje liet even op zich wachten, maar hier zie ik het!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-29

Maandag 17 augustus. Eigenlijk was ik geloof niet van plan om veel te doen, maar voor de Ironman VR stond er nog 3 kwartier hardlopen open. Ook voor Vincent. Hij deed de route, ik het hele trage tempo. Echt zone 1. We liepen naar het Oostvaarderscentrum. Ik hobbelde gewoon maar een beetje.

We liepen langs de plassen richting het Kotterbos. Ik liep niet gemakkelijk en het tempo bleef gewoon heel, heel laag. Ik was moe. Nergens last van, gewoon vermoeid. Ik vond 6 kilometer net te kort dus we gingen nog een stukje door het Kotterbos en we namen een brug verder terug.

Ik kon alleen maar blijven lopen. Rustiger dan rustig, maar aan de gang blijven! Dat ging niet vanzelf en het werd zwaarder en het tempo werd ook lager. Vincent beurde me op, maar echt helpen deed het niet. “Tel de lantaarnpalen, mama” zei hij. Ik werd er echt nog pissiger van, maar ik deed het wel en warempel het leidde goed af. Er staan 21 palen tot de busbaan. Fijn om te weten. We liepen terug via het station en de 7 kilometer kwamen vol. Toch maar even kalmer aan doen de rest van de week.

Dinsdag 18 augustus. Kalm aan, maar niet in totale ruststand! Vincent en ik gaan lekker fietsen. Ik kijk snel naar de wind en wil naar de sluis op de Knardijk. Eerst de Trekweg dus, gezien de wind. We kletsen lekker. Vincent heeft genoeg te ratelen over de eerste schooldag.

Het is lekker weer. Terug wil Vincent niet via het smalle pad, dus we gaan naar de weg. De wind-tegen valt reuze mee! We zijn erger gewend. We trappen door het Kotterbos en zo kalm aan zit er toch weer 27 kilometer op!

Woensdag werk ik tot laat. Op kantoor nog wel. Vermoeiend aan alle kanten. Een prima rustdag, die op andere wijze minstens zo moe maakt als een flinke fietstocht!

Donderdag 20 augustus werk ik ook. Het is weer heet in Holland. Niet in de airco op kantoor. Ik slaap slecht en ik had op de fiets willen gaan, maar ik zie er van af. Kost meer moeite dan dat het iets oplevert. En dan vraagt DR (waarmee ik in Linschoten liep) of iemand mee wil zwemmen buiten. Ideaal! Blijkt dat Vincent liever mee zwemt dan naar de baan gaat, dus de plannen wijzigen en voor het eerst dit jaar ga ik naar het Weerwater! Het water is warm. Ik ga zonder wetsuit. Met achtte, dat wel…. DR wil haar wetsuit proberen en Vincent mag niet van mij, te heet.

we gaan van boei naar boei. Het gaat super! Geen plantjes, prima temperatuur, geen beperkend pak. En bij de boei eventjes wachten. Door naar het ponton en de volgende boei. Het gaat zo lekker! Ik adem 1 op 4. Bij de boei wil ik verder, maar DR en Vincent gaan terug. En dat durf ik nu, ik durf en kan prima alleen met mijn boei. Ik kan navigeren, ik kan zwemmen (hoor mij) en ik ben niks bang. Ik geniet enorm.

Van het zonnetje. Het water. Dat ik de boei kan zien. Van de rust. Dat er niks kan. Niks hoeft. Geen foto, ik zal het zelf moeten onthouden. En dan om de boeien en weer terug. Wat nog gemakkelijker lijkt te gaan. Geweldig gewoon! Terug naar de boei. Op 1500 meter zwem ik door plantjes, trilt het horloge én doe ik een plas in de plas; allemaal tegelijk. Dan heb ik moeite om tegen de zon in het ponton te vinden, maar ik zwem wel de goede richting op. Bij de volgende boei zie ik Vincent en DR die nu zonder pak zwemt. Ik maak samen met haar het hoekje vol, vincent zwemt terug. Ineens heb ik een hele strakke, snelle slag te pakken. Een hele lange en dan gaat het echt heel snel! Ik zwem ruim 2500 meter. Binnen een uur.

Het was super! Leuk gezelschap en ideale omstandigheden en het ging gewoon lekker. Open water zwemmen is top. Toen ik met DR in Linschoten liep, in december, zei ik tegen haar hoe ik uitkeek naar het zwemseizoen. Toen snapte ze dat niet zo goed, maar nu wel!

Vrijdag 21 augustus. Een extra weekdag, extra vroeg, extra meeting en al om 6 uur gewekt door de kat. Weer een hete, lome dag. Buiten dan, want in de airco op kantoor merk ik het niet. Tussen de middag wandel ik met mij. Collega maar het nieuwe rode bruggetje. Heo zou dat pad verder gaan? Ik ga rond 4 uur naar huis en ben moe en lam. Slecht voorbereid voor een halve triatlon zondag. Met Vincent ga ik een stukje fietsen. Hij laat me zien hoe ik naar mijn werk moet fietsen door de drukke stad en tegen de wind in. Het schiet niet op. Op het rode bruggetje stoppen we eventjes en dan kunnen we het pad op.

HEt is anders dan ik had gedacht…. we rijden langs Poort en dan naar de dijk toe. De zon staat prachtig.

we hebben wind mee op de dijk. Na de bocht tenminste. En dan gaat het gemiddelde van 22km/u rap omhoog! We fietsen 30 a 40 kilometer per uur. We vliegen! En het licht van de ondergaande zon is geweldig. We maken ruim 36 kilometer. Het wordt alweer vroeger donker. Ik heb door heo het fietscomputertje werkt met een drink- en eet-waarschuwing. Dat is tenminste iets wat ik heb uitgevogeld voor de halve triatlon!

22 augustus. Morgen heb ik een halve triatlon. In Amsterdam. En om Amsterdam. Dus vandaag moet de fiets schoonmaakt, de spullen bij elkaar gepakt en (het moeilijkste) een voedingsschema bedenken. Het houdt me aardig bezig! Voor de IronmanVR20 moet ik dit weekend een halve triatlon doen. Dat combineer mooi! Maar… In plaats van zwemmen moet je 5 kilometer hardlopen. Het hoeft niet achter elkaar. Als Vincent gaat zwemmen ga ik een stukje hardlopen.5 Kilometer. Dan hoeft ik morgen “alleen nog maar” 90 kilometer te fietsen en 21 kilometer hard te lopen. Ik ga de andere kant op, niet naar het park, maar langs het fietspad. Een jongere moedigt me aan. In plaats van richting de fietstraining ga ik rechtdoor met het water links van me. Ik hou het water links van me en hobbel ook onverhard lekker door. Het is niet echt koel, nog steeds niet.

Ik loop wel lekker. Nog maar even door dan. Dan worden het 6 kilometer. Ik blijf maar doorlopen en dan denk ik dat het rode bruggetje wel binnen bereik zou kunnen liggen. Ik kom hier nooit, maar bij de Gamma ga ik de Hogering over en ik kom op het fietspad waar we gisteren waren. En onder de ietwat bijzondere brug door. Dan naar het rode bruggetje. Ik maak me een beetje zorgen, want ik zit al over de 4 kilometer heen. Op het rode bruggetje maak ik een selfie en dan loop ik natuurlijk ook door langs mijn werk!

Hoe ver het precies terug is naar het zwembad weet ik niet, maar 5 kilometer heb ik precies in een half uur gerend. Ik ga de Cissy van Marxveldtstraat af, wat ook te lang is voor de adresboeken. Het is een lange weg. Ik kom langs de verzamelplek voor de fietstrainingen en ga rechtdoor. Ik krijg het nu wel echt warm en besluit eerder te stoppen met rennen dan het rondje lang is. Ik maak de 7 kilometer vol en loop over volkomen onbekend terrein. Eigenlijk wilde ik het rondje ergens weer raken. Op 7,5 kilometer zie ik nog niks bekends en ik loop maar door. Veel meer dan 8 kilometer moet het niet worden. Als ie op 8 kilometer springt kijk ik even goed rond en zie ik een bekend stukje en daar loop ik heen. Waar ik rechtdoor ging eerder vandaag, stop ik nu mijn horloge en wandel ik ontspannen terug naar het zwembad.

Mijn horloge is tevreden, ik ben aardig warm en ik zit blijkbaar op een piek. Dat komt goed uit en geeft moed voor morgen! Trispiration Island Triatlon: here i come!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-28

Op maandag 10 augustus stond er zoiets raars op mijn schema, en nog wel in rode letters ook. R.U.S.T. Heel maf. Ik dacht nog de hele dag dat het een afkorting was voor Rennen, Uitfietsen, Steppen of Trailen. Of voor Roeien, Uitlopen,Springen, Tennissen. Alsof ik zou gaan tennissen! Rob opperde Ramen wassen, Uitbuiken, Slapen en Thuisblijven. Gezien de hitte (het is meer dan 30 graden) klonk Slapen en Thuisblijven wel goed.

De Belg die we zaterdag de laatste kilometers hebben meegesleept kwam met de mooie term Recupereren. Uiteindelijk hebben we het concept R-U-S-T dan maar geprobeerd op te vullen met Werken, Toiletten schoonmaken, Koken, Eten, Naar de winkel, M&M’s eten en op Tijd naar Bed. Dat heeft best veel te maken met dat rare geR.U.S.T. Al krijg ik er wel spierpijn van in de bovenbenen en word ik er moe van.

Dinsdag 11 augustus. Weer een tropisch warme dag. Het went. Een soort van. Het went om stil te zitten en te werken. Ik heb nog een klein beetje spierpijn in de bovenbenen. Verder herstel ik met gemak.

Ik wil ‘s avonds met Vincent gaan hardlopen. Maar onweer en buien dreigen. Dus gaan we meteen om 5 uur of zo snel als ik klaar ben met werken. Voor de IronmanVR moeten we 3 kwartier. Van mij moet er water mee en dik insmeren. Ieder een bidon vol water. Vincent heeft een route in de wijk, zodat we ook snel naar huis kunnen. De warmte is als een dikke deken, waar je doorheen moet. Alsof je door dichte wolken rent die je tegenhouden. We passen het tempo aan. De route loopt niet dicht genoeg langs de huizen voor schaduw. Ik dirigeer Vincent het bos in achter de wijk langs. Met de kilometers wordt het niet gemakkelijker. We drinken onderweg en gebruiken het water ook om onszelf nat te houden. Het gaat. Het valt me mee, maar het is echt zwaar. En het waait een beetje. Er dreigt donkere lucht in de verte. We houden hartslagen in de gaten en blijven 3 kilometer lang hardlopen.

Dan gaan we een stukje wandelen. Even bijkomen. Vincent heeft het te zwaar en de drie kwartier kan hem gestolen worden. Hij slaat de laatste straatjes over en gaat naar huis. Ik hobbel verder. Blij met tijden ónder de 7 minuten! Ik loop nog om het park. De zon is een beetje weg, maar de hitte drukt enorm. Ik hou mezelf goed in de gaten. Ruim 6 kilometer maak ik. In drie kwartier. Ik vind dat ontzettend knap.

Vorige week begon ik met hitte-adaptie. Mijn horloge meet hoe ik me aanpas aan de hitte. Ik – die hitte haat. Verbranden, teveel zon, warmte niet kwijt kunnen en een paar weken geleden zelfs nog ging het even heel slecht met kippenvel. Vorige week was de hitte-adaptie door rennen bij temperaturen boven de 22 graden 22%. En door op donderdag weer in de hitte te trainen, steeg dat naar 40%. Het gaat dus wel snel! In de Ardennen kwam de hitte-adaptie op 70%. Ik begin er dus echt aan te wennen! Vandaag heb ik doorgetraind naar 80%.

Fysiologische aanpassingen die het gevolg zijn van acclimatisering

Beter zweten

Verbeterde reacties van de bloedstroom in de huid

Verbeterde cardiovasculaire stabiliteit (vermogen om bloeddruk en cardiale output te behouden)

Lager metabolisme

(Volgens Garmin op https://www.garmin.com/nl-NL/performance-data/running/)

13 augustus. Omdat het nog niet meteen donker is en omdat het maar warm en droog blijft, gaan Vincent en ik woensdagavond een stukje fietsen. Lekker rustig aan, geen gejakker, geen verplichting: gewoon omdat het kan. Omdat we dan kunnen bijkletsen en omdat de UV-kracht van de zon voor Vincent lekker laag is. We gaan een heel ruim rondje Weerwater doen, via de Kemphaan en het Kerkuilenpad. Lekker kwebbelen onderweg. Bij het Weerwater was een heel mooi nieuw blauw fietspad.

Het werd wel redelijk snel donkerder. We fietsen niet over het Spoorbaanpad. We gaan door richting de Leeghwaterplas. En dan via ht Fanny Blankers Koen Park weer naar huis. Een lekker ritje van 28 kilometer.

13 augustus. Om half 6 ben ik al wakker. Vincent ook. We gaan vandaag voor de hitte uit lopen. Rondom zonsopgang. Het is stil op straat en Vincents horloge doet raar. Hij kan het lopen wel opnemen, maar alleen maar in het Engels. Voordat we bij de uitkijkheuvel zijn, is het al warm. En we hebben natuurlijk ook nog niet gegeten. We hebben wel allebei een bidon met sportdrank bij ons. Het tempo ligt laag, maar voelt aan alsof het heel hard zou moeten gaan!

Bij het tweede bankje stoppen we even om foto’s van de opkomende zon te maken. Het is wel erg mooi!

We lopen gewoon maar door en Vincent moppert dat ik wil dat elke kilometertijd met een 6 begint en dat we te snel gaan. We moeten 3 kwartier lopen om de Ironman-badge te halen. Het gaat steeds langzamer. Er is bijna niemand, op 1 fotograaf na. We zweten ons nu al rot! Iets voorbij het Oostvaarderscentrum is mijn energie opeens op en we wandelen een stukje. De 7 minuten over een kilometer zijn onvermijdelijk nu. Op het andere uitkijkpunt zitten ook mensen. We zijn niet de enigen die weinig slapen met dit warme weer!

Heel rustig hobbelen we weer naar huis. Vooral het viaduct op gaat in jog-jog-tempo. Het is 7 uur en nu is het al heet en boven de 25 graden! We gaan door het park. Ik moet naar de WC en ik ben er eigenlijk wel klaar mee ook. We maken 3 kwartier vol en halen 7 kilometer. De rest van de dag koel ik niet meer af en blijf ik moe. Dit is niet de beste combinatie voor me: vroeg, nuchter én bloedheet.

14 augustus. Op deze dag wordt het koeler. Tegenwoordig is alles onder de 30 graden “koel”. Ik ga met Manuel fietsen. Dat is een hele tijd geleden! Ik heb veel te kletsen en Manuel is gewaarschuwd. Ik erger me aan mensen en hun gedragingen. We fietsen naar de manege en dan door naar Nobelhorst over het nieuwe fietspad. We hebben geen haast en ik klets Manuel de oren van het hoofd. We rijden langs de Shell en via de dijk naar Almere Haven. Het zit daar vol kleine vliegjes die overal tussen kruipen en blijven plakken en die door mijn gekletst ook naar binnen vliegen! Blerghhh. We kijken goed uit bij de nieuwe drempels die in de havenkom liggen en blijkbaar gevaarlijk zijn voor fietsers, maar wij gaan niet zo hard. We zijn al snel bij de Hollandse brug en passen weer even op voor het zand bij Almere Duin. Ik had 3 uur moeten fietsen vandaag, maar ik merk al dat ik daar gewoon totaal geen zin in heb. Op de dijk wordt dat ernstig versterkt door tegenwind. Ik heb van tevoren gekeken op windfinder.com, maar die voorspelde zeker te weten windkracht 1 uit het zuidwesten. Als wij daar fietsen is het windkracht 3 uit het noordoosten. We rusten even op het bankje bij het Da Vinci pad.

Als we weer zijn opgestapt hebben we al snel zo genoeg van de wind dat we door de Noorderplassen terugrijden! Langs het behoorlijk lege strandje en langs de atletiekbaan en dan rijden we door onze eigen wijk en nog langs het Oostvaarderscentrum. Omdat we de 50 kilometer willen halen. Ik dacht erover om via het Kotterbos om te fietsen, maar de Evenaar is prima. hier zitten namelijk weer wolken vol vliegjes die irritant zijn. Het is op de fiets niet echt te warm. We fietsen 2 uur en een kwartier. Was echt weer een keer leuk om met Manuel te fietsen!

Zaterdag 15 augustus

We gaan de schuur opruimen. In de ochtend is het koel en ‘s middags gaan we naar de stort. Tot zover het zwaarste deel van de dag! Om 4 uur gaat Vincent zwemmen in het zwembad. Ik ga hardlopen. Ik heb mijn badpak aan onder de loopkleding om na Vincents training te gaan zwemmen. Intussen is het weer onbarmhartig opgewarmd! Ik ga het Beatrixpark in op zoek naar wat schaduw. Ik ga ongeveer 3 kwartier aan het lopen. Ik cirkel overal tussendoor en kies zelfs een keer een zandpad! Het gaat redelijk; als je niet naar het tempo kijkt, maar naar het feit dat ik dit dóé! Ik zweet me leeg.

Ik ga ook nog een keer het park de andere kant op door. En dan over de berg heen natuurlijk! In de volle zon. Na vorige week valt de hoogte wel mee, maar ik wil liever in de schaduw lopen! Toch ga ik nog een keer de volle zon door en dan terug naar het zwembad. Ik vergeet het horloge uit te zetten, waardoor de zevende kilometer langzaam is. Ik pak de zwemspullen en doe een ander zwempak aan, deze is al doorweekt zonder in het water te zijn geweest!

Ik ga lekker met 1 iemand anders in baan 1 zwemmen. Zij doet haar eigen programma en er is eerst geen trainer, maar een mede-zwemmer offert zich op en geeft wat op. 4 keer 100m, waarvan de eerste keer de eerste 25m snel, de tweede keer de 2de 25m enzovoort. Ik probeer baan 2 bij te houden en soms lukt dat en soms keer ik langzamer en lukt het niet. We doen ook 3 keer 150m met de eerste, tweede en laatste 50m versnellen. Ik doe lekker alles met achtje. Het gaat. We mogen 100m een andere slag doen, maar ik hou gewoon de borstcrawl aan. En dan het hele riedeltje nog een keer. Ergens bij de 100tjes raak ik de tel kwijt en na 2 keer 150 heb ik het helemaal gehad. Ik hoefde (van mezelf en het schema) maar 3 kwartier. Uiteindelijk zwem ik de 2000m vol en ik stop maar ietsje eerder. In het kleedlokaal hoor ik al die andere gewéldige atleten en ik ben sjachereinig als ik wegga, want wat ik doe stelt dan niet zoveel voor en ik schep er zeker niet over op! Na het eten staat er nog 1 onderdeel open: fietsen dus!

Vincent gaat lekker mee en hij doet de route. Ook iets van 3 kwartier. Hij moet de route verlengen. De lucht is prachtig. We rijden over de Trekweg met wind mee. En dan terug langs de Vaart. Grappig dat Vincent zijn route moet oplengen, maar daar leert hij van! We fietsen een klein uurtje. Dan heb ik alle drie de sporten op 1 dag gedaan. Ik weet niet of anderen dat niet nodig hebben of dat niet doen, maar ik doe alles niet op een hele hoge intensiteit. En ik dóé het wel! Net zoals de schuur opruimen en andere huishoudelijke klussen.

16 augustus. Ergens in huis klinkt een alarm, maar ik moet toch vroeg op. Om 9 uur sta ik bij knooppunt 63 op ZGvG te wachten, zodat we samen naar de Stichtse Brug kunnen fietsen voor de Trispiration Triatlon. Ik heb mijn triatlontas bij me, die raar zwaar is. Ik ken de weg en we kletsen de hele tijd, terwijl het tempo heerlijk hoog ligt. We zijn er binnen 3 kwartier, maar ik heb dan pas 18 kilometer gefietst en we hebben tijd over. Ik ga de brug nog een keer op en af. En dan komen er meer dames. We zijn met een heel clubje. JB gaat ons uitleggen hoe we moeten wisselen, maar door haar vakantie en privé-omstandigheden is het niet heel erg sterk voorbereid. We gaan oefenen om met de fiets te lopen.

Ik leun op de fiets en luister…..

Ik kan dat niet zo goed, maar als ik mijn zadel met rechts vasthou, gaat het opeens prima! Ik vind het nog altijd een beetje eng om op mijn fiets te springen. Ik heb vandaag een trisuit aan. We gaan het in het echt oefenen met een stukje fietsen de brug op en af en een stukje rennen over een bospad. Ik doe sokken aan en handschoentjes. Iedereen doet zijn eigen dingetje. Voor mij zijn de afstanden net te kort om echt vast te klikken en snelheid te maken of in een loopritme te komen. We doen het nog een keer, maar dan vanuit het water. Het water was echt lekker koel! Ik zat te rommelen met mijn horloge.

Ik hoefde niet snel te zijn ofzo, gewoon even proberen. Ik vond het wel alweer warm worden. Houdt dat nu nooit op?

Daarna wordt er een hele hoop gekletst. In de zon. Gezellig, maar hoewel ik iets anders dacht, gaat het me nu niet meer om de gezelligheid. Ik weet wat ik volgende week mag doen bij de halve triatlon en ik weet hoe ik dat zal aanpakken. Nu wil ik zwemmen! De rest gaan aan het strand zitten, maar ik en JvR gaan zwemmen. Van boei naar boei. Heerlijk! Het water is op een prettige temperatuur, ik hoeft geen wetsuit aan en er is maar een klein stukje plantjes. Ik zie de boeien goed en wacht bij de boei elke keer op JvR. We zwemmen een dik half uurtje en ik heb 1450m gezwommen.

En dan wil ik weer niet in de zon hangen, maar terug naar huis fietsen. Met hetzelfde trisuit gewoon nog steeds aan. Deze keer hebben ZGvG wind tegen en ik ben wat vermoeider, dus we gaan niet zo hard. Ik verberg het door lekker te kletsen!

Als ik thuis ben, wil ik eigenlijk ook nog een stukje hardlopen. Vincent gaat node nog even mee. Het is bloedjeheet. Het gaat wel. We lopen om de wijk heen. Op conversatie-tempo. Het trisuit wordt nu net zo nat als toen ik aan het zwemmen was! Ik hoeft van mezelf maar 3 kilometer hard te blijven lopen. We zoeken wel de schaduw op. De laatste kilometer wissel ik wandelen en dribbelen af.

Al met al heb ik bijna 11 uur gesport. In een week dat het heet was. In een week na de Trail de Fantomes. Ik kan ook zeggen dat het allemaal wat langer duurde, doordat het niet hard of intensief ging, maar HALLO, hitte+zware trail+werken+schuur opruimen en dan ook nog 11 uur sporten= best wel heel oke! Door naar de volgende challenge volgende week: nog meer werken en een halve triatlon in Amsterdam!

Categories: Geen categorie | Leave a comment