Missing blog-verhalen

De blogs tijdens de vakantie in Canada zijn nog in de maak!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-33

Maandag 26 september – Fietsen ingeruild voor de bank ivm 🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧🌧 😔

27 September 🌧 gaat maar door. Maar ik ook! Hardlopen.

Je wordt maar 1 keer nat! En daarna een half uur natter.

14 minuten in een lage zone, 1 minuut aanzetten naar zone 3 en dan 30 seconden dribbelen. Die stonden als 3 minuten, dus die tikte ik handmatig door.

Waarom de Vaart 1 groene drab is geworden, weet ik niet. Het ziet er gek uit.
Ik was net te laat om het hert te fotograferen! Ik hoorde naast me in de bosjes lawaai en voor ik mijn toestel kon pakken stond ik oog in oog met een enorm gewei. Ik vind herten prachtig! Zo groot! De regen stopte.
De zon kwam er zelfs door! En dan glinstert al het groen. Zo gek dat het nu in de herfst prachtig groen is en de afgelopen zomer vergeeld. Ik hou van tien graden om te hardlopen.

Dik een uur later, ruim tien kilometer rond en lekker gelopen. Mijn benen zijn gevoelig en ik heb een warme douche verdiend!

28 September zwemmen

Hier hadden de voetjes moeten blijven staan. Boos. Ik ben boos op alles en iedereen. En dan zwem ik best aardig. Zonder pullboy. Als enigste.

En dat maakt me na afloop dan een beetje blij.

29 September. hrdlpn Eigen intervallen ipv baantraining, want ik had een business-unit-meeting met couscous en collega’s.

Samen met Vincent naar de Sieradenbuurt gelopen. Daar had ik een rondje in driekhoeksvorm van 520m: Choker, Parure, Collier (de wegen) en een driehoekje de andere kant op van ruim 200m. Vincent 8 keer, ik 7 keer. De 500m hard, 200m rust. We kwamen elkaar steeds tegen.

De vijfhonderdjes deed ik keurig gelijk in 2:40 of ietsje sneller allemaal. Dat is elke keer ongeveer 4:57.

Op de weg terug moest ik hoognodig, maar dit was wel leuk geweest!

30 September – 10EM met Joyce in het Amsterdamse Bos.

Dat was veel te lang geleden, dat we samen gingen!! En dit is de laatste dag dat Joyce in the fifties is, dus we moeten iets! Amsterdamse Bos. Ik had een wandelroute van 10 Engelse mijl. “Er kan een bui vallen”, zei Joyce. Er viel een bui. Het eerste uur.

Een hele leuke en verrassende brug in het Bloesempark! Zo ver ben ik nog nooit geweest in het Amsterdamse Bos.
Dus heb ik deze stinkerds in het Hooglander-parkje een poepie laten ruiken 😊 De zon brak door. Regenjasje uit en gel eten.

En toen was er een omleiding. Ik kwek de hele tijd. Joyce houdt het tempo vast. Na de omleiding kwamen we achter Schiphol en was het ineens hartstikke druk!

Hier viel het pad weer mee. Hiervoor was het niet zuinig modderig en glad.

We lopen 16,3km bij elkaar. Het is misschien niet mijn basis-tempo, maar ook dat is niet altijd makkelijk vol te houden om in te houden. Maar het gezelschap, het samen lopen, kletsen met mijn beste vriendin en samen door de modder, over de brugjes, langs het water, over het grind: dat is onbetaalbaar geweldig en fantastische en fijn!

Stats September:

48 activiteiten – 704 km in totaal – 43,5 uur gesport

Zwemmen 13km – net zoveel als wandelen 🙂

Hardlopen 154km (dat is wel eens meer geweest)

Fietsen 522km

In triatlons en een duathlon heb ik 177km afgelegd. Het was een maand met elk weekend een wedstrijd: de Floriadeloop, de Challenge halve triatlon, de Bosbaan triatlon en een run-bike-run.
En heel onrustig met werken en weer een puber naar school en een huishouden en zieken in de familie en vroeg donker en slecht weer. Nieuwe doelen gezet. Door voor oktober 2022.

1 oktober 2022 – Zwemmen

De hele dag hoofdpijn en moe. Ondanks veel slapen, toch moe. En overal pijntjes. Spierpijn, rugpijn. Ouwe taart. Ik ga toch zwemmen. In het jeugduurtje.

Zwemtas

We zijn met 2 volwassenen in een baan. Ieder een kant. Hij rechts. Ik ga alleen maar op en neer zwemmen. Met pullboy. Tot ik het zat ben. Na 40 minuten. En dan ga ik nog een kwartier door. Tot ik 2500m heb gezwommen. Zonder toptijd. De hoofdpijn is gebleven.

2 oktober Fietsen en rennen. 🚴🏻‍♀️🚴‍♂️🤧🍦 – 🏃‍♀️🥵

Hoofdpijn weg, maar onrust en verkoudheid niet. Voel me niet 100% okay. Wel fietsen. Met Vincent. Kalm aan, want herfst geeft geen fietsomgeving.

Er stond eigenlijk hardlopen op het schema. Dat moet ik toch altijd wel kunnen of niet? Zo niet, dan stop ik. Inlopen 20 minuten, dan 5 minuten hard en 5 minuten rust en dat moet ik 5 keer doen. En uitlopen. Tot mijn schrik was het niet maar een uurtje, maar 80 minuten! let’s give it a try.

Inlopen ging oke, met muziek op en de bekende weg. Versnellinkjes vielen niet makkelijk. De eerste keer 5 minuten hard was ook niet makkelijk: de hartslag kwam niet zo hoog. Maar dat ging later wel goed. Ik ging wandelen na de 5 minuten hard tot ik in zone 1 verviel en dan nog ongeveer 4 minuten in zone 2 lopen. Dat was lekker. Daarna kwam ik in de zones en ging ik meetellen tot 300.
De derde keer was ik eerder bij een kilometer dan bij de 5 minuten hard! Ik dacht dat ik maar 4 keer zou doen, maar de vierde keer ging bewust wat rustiger. En maar op en neer de wegen door langs de kassen. Dat ik kan afbreken. Maar het voelde niet als het echt moest. Mijn benen wel, die deden pijn.
De vijfde keer ging zelfs echt snoeihard. Zo ziek kan ik niet zijn dus. Geen ademnood of mega moeite. Wel gewoon warm. Alleen echt pijnlijke benen. Linkerknie speelt ietsje op. Terughobbelen viel niet mee, maar rennend ben je dan toch het snelste thuis he. Na 80 minuten niet thuis, maar de 15km hoefde ik niet vol te maken. Van mij.
Leuk vormpje! Deze week 49,93km hardgelopen. Die laatste 70 meter laat ook maar zitten!
Mijn schaduw op de brug. Vaag. Invoegen? De rechte weg volgen? Kweet-t-ff-nie-psies. Lastig om mijn eigen weg te volgen als ik niet weet hoe ik op de eindbestemming kom. Rennend kom ik er vast. En zeker.
Het eerste doel voor 2023 is betaald. Nu doorsparen voor de rest! Want de helft kost in 2023 het dubbele van de hele.
Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-32 – RUSTweek – bijkomen en een hele rare run-bike-run

Maandag 19 september – Medals Monday

Iedereen showt altijd op maandag de medailles van het weekend. Ik doe dat meestal niet, hou niet van dat kijk-mij-eens. Maar deze maandag doe ik alle medailles in 1 keer:

Echt oplettende kijkers zijn er dus niet. 1. Eén iemand schrijft me dat er ook een hardloopmedaille bij ligt. Verder doe ik niks vandaag. Net als gister. Niks sportiefs. Wel werken, naar de therapie, eten en uitrusten. En sportieve plannen maken.

20 September 2022 – Stukkie fietsen. Voor appeltaart. Vincents vriendin heeft appeltaart gebakken. En iemand moet die keuren. Ik werp me graag op. Vincent hoeft geen appeltaart, die gaat ergens anders voor mee. We gaan over de dijk. Het maakt mij niet zo uit hoe snel we gaan of hoe het gaat, we trappen gewoon! Ze maken een gat in de dijk bij het Bloq! In het asfalt op dit moment, maar ik hoop dat ze niet te diep gaan. We hebben wind mee dacht ik. En we moeten de weg zoeken, want naar de Literatuurwijk ga ik zelden. Het komt goed. Iets te laat, maar de appeltaart is nog warm! En heel erg lekker. In mijn fietskleding heb ik een heel fijn gesprek met de andere moeder van dit schattige stel. Doordat het zo’n prettig gesprek is, vergeet ik de tijd. En dan moeten we op de terugweg racen! Over het drukke Spoorbaanpad. Heel lastig en onrustig. Als ik had geweten wat de toestand was van Vincents remmen, had ik hem met de trein gestuurd! Maar we zijn op tijd thuis om te eten net voor de Picnic komt en we door moeten naar school. Ik heb deze keer helemaal niet meer aan een fotootje gedacht! Ik heb zelfs niet kunnen denken aan het uitwerken van mijn volgende plannen. Soms is het leven druk.

woensdag 21 september. Waar hebben we vandaag zin in? Behalve niks-doen, boekje lezen en een hoop werk verzetten in elk geval NIET in zwemmen. Enorm niet in zwemmen. Ik heb de zwemspullen wel bij me op kantoor, maar ik heb zó geen zin. Dus ik ga niet. Dat mag deze week. Hoe gek dat ook is voor mij. Mijn hoofd en mijn lijf moeten tot rust komen. Toch moet ik ook naar buiten na zo’n kantoordag. Hardlopen zou het leukste zijn, maar het is alweer zo vroeg donker en dan moet ik zo lang wachten na het eten. Dus -hup- de fiets op en Vincent weer meetrekken. Hij doet de route. Naar de atletiekbaan en dan via de camping over de rode brug naar de dijk. Klonk niet direct verrassend, maar dat pakte anders uit! Naast de Lepelaarsplassen wilde ik stoppen voor een foto, want het was zo mooi.

En toen kwamen we op de Oostvaardersdijk. De zon ging net onder en ik heb het nog nooit zo helder gezien! Ik zag de windmolens aan de overkant van het Markermeer en we konden ook kijken tot de windmolens bij Urk. Ontzettend zeldzaam helder. En MOOI. Prachtig. Adembenemend.

Zou je niet zeggen he, dat dit Almere is?! Toen we naar huis fietsten, koelde het wel af. Hoe ver of hoe hard we hebben gefietst en met welke cadans of op welk wattage, geen enkel idee. Onbelangrijk. De kogel is door de kerk voor wat betreft mijn volgende doel.

donderdag 22 september. Terug naar de atletiekbaan. Ik zou mijn best moeten doen volgens het schema. Na 3 kwartier dacht ik, glimlachend in mezelf, dat dat het enige was wat ik in elk geval probeerde. We gingen inlopen en ik kwebbelde wat mee. Ik had weinig zin om te versnellen. En dat zat er ook niet echt in. Op de baan gingen we nog een aantal versnellingen doen en ik merkte echt dat me dat gewoon niet gegund was vandaag. Als je dan eenmaal in een rustige toestand gaat, dan is het dat gewoon. Dan kan ik wel verwachten dat ik me na een paar (loop)rustige dagen beter voel, maar de werkelijkheid is gewoon dat alles in en aan mij vooral uit lijkt te zijn op rust!

De baantraining bestond uit: 2x 800m en 400m. 800=200rustig, 200sneller, 200rustig, 200sneller. 1 minuut stilstaan en rust. Die beviel me wel. Ik heb lekker ook het horloge even uitgezet. 400=100rust, 100sneller, 100rust, 100sneller. 200rust (wandel/dribbel). Er was bij mij weinig verschil tussen rustig en sneller. Heel weinig verschil. Hoe zeer ik ook mijn best deed. Daarna 2×600 en 300. 600=200snel, 200rustig, 200snel. 300=100snel, 100rust, 100snel. 100 wandel/dribbel. Hetzelfde: ik ging lekker alleen lopen het donker in, deed mijn best en daar bleef het bij.

Toen moesten we nog een keer iets doen met 200m en 100m, maar ik kon het niet meer onthouden en ik ging gewoon lekker 600m rondjes lopen. Als er dan niks hoeft, dan kom ik tot rust en loop ik ook nog even lekker! Ik ben er moe van. Uitlopen om de baan en dan is het druk vanwege voetbal en zoveel onrust, daar word ik helemaal hyper van.

Vrijdag 23 september. Uitslapen. Lezen. Op de bank liggen. Niks. Fietsen. Staat er. Maar ik wil niet fietsen! Ik ga maar eens kijken hoe ik me voel. Volgens de Garmin bevind ik me in een piek, maar zo voelt het echt niet. Absoluut niet. Als ik wil weten hoe het gaat zit er maar 1 ding op: hardlopen. Ik had nog iets staan van dinsdag met minuten en zones, maar ik heb het vereenvoudigd. 2 Kilometer rustig (op gevoel) dan 700 of 800 meter versnellen en 200m dribbelen. Muziek aan en richting de dijk. Ik had niet echt een route-plan of hoe lang of hoe om. En ik heb ook totaal niet opgelet. Ik droomde weg, rende en dat was het. Kilometer 1 in 6:15. Kilometer 2 in 6:09. Dan versnellen en dat was wel fijn, even zo’n prikkel. Na 800m weer terug de rust in. Ik ken de weg wel en kijk echt nergens naar. Kilometer 4 gaat weer in 6:15 en kilometer 5 in 6:08 ofzo. Ik loop naar de dijk. Daar kijk ik wel even op. Bekend en mooi apart.

Ik besluit terug te gaan en dan zie ik wel of het de kassen worden of het bos. Het versnellen schiet er wat bij in door de foto’s, maar ik zet wel iets aan. Het wordt het bos, voor het geval ik weer moet. Dan hobbel ik maar iets minder hard. Als ik maar blijf rennen. Simpel zat. Blijf rennen. Bos. Dag mensen, daar ben ik weer en ja het gaat goed bedankt en dag meneer met verrekijker ik heb geen idee wat je ziet. Blijf rennen. Het rechte saaie pad. En dan moet ik weer. Ik ga gewoon langs het pad zitten. Er is niemand. Het maakt mij ook niet meer uit. En dan vervolg ik het beetje tempoverschil. De brug op gaat me slecht af en dan wandel ik gewoon even, het kan me ook niet schelen. Dit gaat zoals het gaat.


Ik heb alle triatlon-afstanden in the pocket. En nu heeft Rob me uitgedaagd om ook alle hardloopafstanden te volbrengen. Vorige week vrijdag al. Stel je voor: Pannekoeken eten. In Huize de Boer. Rob bakt, we eten de pannekoeken vers op. uit de pan. Omstebeurt. Ik was vanmiddag bij HB om hem (…) te vertellen en over Almere na te praten. HB heeft echt lekker een rustweek. Volgende week gaat hij weer verder voor de marathon van Amsterdam. Zo vertelde ik, mijn pannenkoek opetend. En toen vroeg Rob, al bakkend: wanneer is de marathon van Amsterdam? Toen had ik direct in staking moeten gaan. Ik had het moeten zien aankomen! Maar nee, ik antwoord nog netjes ook: over 6 weken. Zelfs bij de opmerking van achter het formuis: ‘nee, dat is wat snel’ ben ik niet met messen gaan gooien. Toen Vincent zijn pannenkoek kreeg opperde Rob zo onschuldig mogelijjk: maar een marathon moet je toch ook nog wel kunnen vinden dit jaar. 😳 KLIK 💡ratel-ratel – even zoeken – split second – Berenloop begin november is ook te snel – terug naar Spijknisse eind november? kahan. Kan heeeeel misschien eigenlijk bestwelprima. Rob telde gewillig mee: de 10 kilometer Floriaderun heb je gedaan én in Rotterdam de kwart marathon, de halve marathon in Kampen. En Vincent snapte het maar niet. Zou Rob me graag het huis uit willen hebben? Ben ik echt zo erg als ik op de bank lig? Nog voor de mix opgebakken is, heeft Rob al meegeholpen met zoeken naar een 10EM en een 5km wedstrijd in de buurt. Denk je dat ‘ik-mag-van-mijn-man-alles-sporten’ een goede reden is voor een echtscheiding? Ik heb gewoon geeist bij de laatste pannenkoek dat ik er nog een nachtje over mag slapen. Of twee.

Ik heb er over nagedacht, nagevraagd bij de coach en gezocht naar wedstrijden. Ik ga de marathon van Spijkenisse opnieuw lopen. Negen jaar geleden was dat mijn eerste marathon. Toen at ik niets meer na de 25 kilometer. En vond ik de marathon het allerzwaarste wat ik ooit heb gedaan. Dat vraagt om een herkansing. Ik verheug me op lange duurlopen, dat kan ik prima handelen!

Op deze vrijdag maak ik ongeveer 11 kilometer vol. Het is wat het is en het gaat zoals het gaat. De gel die ik bij me heb is over de datum. Als ik klaar ben met hardlopen, ga ik weer op de bank liggen lezen. En piano spelen. Het is tenslotte bijkom-en-rustweek.

Zaterdag 24 september Weer zo’n to-do lijstje. Regen. Slecht slapen. Vervelende periode. Vallende blaadjes. Boek lezen. En dan de fiets schoonmaken. Hij piepte nogal met de achterrem. Ik ga even testen of dat nog zo is. Muziekje op, en expres geen fietscomputertje mee. Ik ga op gevoel fietsen. Het kan me niet schelen wat het tempo, de cadans of wat dan ook is. Het waaide redelijk. Ik reed naar de dijk en toen weer terug over het ‘vernieuwde’ fietspad. Toen had ik wind mee, maar ik reed op gevoel. Dat was het. Nog geen half uurtje. De fiets is oke.

En daarna naar het zwembad. Ik ben daar in eeuwen niet geweest. Geen idee wat ik eens zal doen. Er zijn 5 volwassenen in de baan en 3 daarvan zijn (heel veel) sneller. Ik zwem met achtje in. En dan volgen we de training. Behalve als we benen moeten doen, dan doe ik gewoon lekker de borstcrawl. Heel bewust. Als we armen doen, kan ik de mannen bijna bijhouden! Een ene-opener: zij hebben dus veel meer kracht in de beenslag, dat maakt echt het verschil. Ergens ga ik lekker oefenen op 1 op 3 ademen. Voor mij is het een goede training, voor mij persoonlijk. Ik maak het uur vol en ik zwem in verschillende gradaties: hard, te hard, heel bewust, net anders dan anders. En dat was ook oke.

25 September De Kut-dag (sorry-not sorry) Dit verhaaltje kan misschien iets te eerlijk zijn… maar het loopt goed af!

De sprint triathlon in Lelystad op 10 juli (lekker naast de deur) werd geannuleerd (te weinig verkeersregelaars) en ik kon nog net voor de vakantie naar Canada de wedstrijd verschuiven naar Nijmegen. Maar voor Vincent ging dat niet goed, wat we veel te laat ontdekten. En toen werd de triathlon Nijmegen een run-bike-run wegens de lage waterstand en de blauwalg. Ik had het erbij laten zitten, ware het niet dat Vincent toch netjes kon worden opgedoekt. En dat Rob best naar Nijmegen wilde rijden. Dan sluiten we toch lekker het triatlonseizoen af met een run bike run?! We moesten starten om 10:15. En dan is Nijmegen best ver rijden. Het was droog, het was mooi buiten met de optrekkende grondmist en we waren keurig op tijd om op het grasveld te parkeren. We waren er om half 10. Liepen de kade op en sloten aan in de rij. Een enorm lange rij.

De wedstrijd die om half 10 begon was uitgesteld. Er was een stroomstoring, waardoor inschrijven lastig was. Ik moest naar de WC. Voor een grote boodschap. Niet ernstig, ik kon wel wachten in de rij. Timing (met de matten) was ook lastig zonder stroom. We hoorden ook dat onze start een kwartier later zou zijn. Maar het ging niet vooruit. Dames mochten voor, maar ik wilde bij Vincent blijven. Het werd tien uur. Ik kan echt mijn fiets en loopschoenen wel binnen 10 minuten wegzetten. Het werd kwart over tien. De wedstrijd werd een half uur uitgesteld. En we stonden nog in de rij. De rookie wave was gestart. De rij opschoven. Half elf. En toen begon ik me ook te ergeren. Een kwartier en ik moest echt nog naar de Dixie en spullen plaatsen: kansloos. Ik snap dat de organisatie zijn best doet, maar een dik uur in de rij? Vincent was natuurlijk niet goed ingeschreven. Dus die moest omgeboekt. Daar hielpen ze dan weer voortreffelijk mee. Iedereen mocht starten op het moment dat ze zelf wilden. Kwart voor 11: de wisselzone in en de fietsen wegzetten. Ik moest Vincent overtuigen zijn jasje uit te doen.

En ik moest toch echt naar de Dixie. Ik mocht voor. Voor de wedstrijd al aan de diarree zijn is me nog niet vaak gelukt. Maar het werd nog erger: ik werd op dit moment ongesteld. Niks meer aan te redden. We moesten starten, Vincent en ik. Tijdens mijn allereerste run-bike-run in Hilversum op 19 maart 2017 gebeurde me precies hetzelfde. Weer een kringetje wat ik rondmaak! Terwijl Vincent op de WC zat, sprak ik de meiden van de eerste divisie. Die liepen er al tussendoor dus. Vlak voor ons starten de kinderen. Ik vroeg het nog even na: wij zijn van de uitgestelde start van de 10:15 sprint; jaja, ga maar, zei de man van de NTB. Vincent en ik gaven elkaar een boks en we liepen de mat over. Zo’n sneue start heb ik werkelijk nog nooit gehad! Dan zijn zenuwen nog beter. Het was 11 uur. Vincent ging wel hard. Ik merkte al meteen dat de krampen me parten zouden gaan spelen. De brug op. De brug onderdoor en ik realiseerde me dat ik behalve de afstanden niks wist: niets van de route. 5 km rennen in 2 lussen van 2,5 kilometer, 20 kilometer fietsen en dan nog een keer de lus. De brug af en dan over een veerooster (!) en onverhard. Heen en weer. Tussen de plassen door. Met krampen. Ik dacht nog: hoe dan, zal ik stoppen, dit is zinloos! Ik had weinig tijd om om me heen te kijken. Er waren veel mensen: rookies van de eerdere start in hun laatste rondje, mensen in hun tweede rondje, een onhandig keerpunt en dan terug. Ik bleef rennen, maar met weeen er tussendoor is dat niet zo prettig. Vincent riep dat hij verkeerd was gegaan. Veerooster. Veel mensen. De brug weer op. De brug weer onderdoor.

En dan kom ik Rob tegen: je loopt verkeerd, je moest daarachter keren! Ja, ik zag wel iets, maar niemand keerde daar, niemand. En ik loop niet heel zacht ofzo. Terug de brug op, onder de brug door, terug naar het veerooster. Ik hoor ze nu roepen: dit is het keerpunt, maar ik scheld ze hardop uit: had dat daarnet gedaan klootzakken! Ik dacht weer: ik kap hiermee. Dit is niks. Auw en vervelend, dat is het. Maar ik ben niet van het opgeven en ik denk: rennend gaat dit het snelste voorbij. Er lopen kinderen, er lopen andere mensen van wie ik niet weet hoe of wat. En dan neem ik wat water in de hoop dat het helpt tegen de krampen, maar ik weet al hoe zinloos het zal zijn. Dadelijk maar weer naar de Dixie toe in de wisselzone. Ik ben misselijk. Veerooster, brug en dan richting de wisselzone. Ik loop er volkomen alleen en denk slechts: doe ik dit nou goed?! Weer omhoog en dan de wisselzone in. De Dixie is te druk! Niemand die weet dat ik bezig ben met een soort van wedstrijd: het is volkomen onoverzichtelijk. Ik hobbel naar mijn fiets. Zal ik nu stoppen dan? Slok drinken, helm op, schoenen wisselen. En dan rustig de wisselzone uit waar mensen weer binnenkomen, mensen spullen klaar zetten en ik tussendoor moet laveren. Ik stap lekker rustig op.

We fietsen de brug weer op. En daarna over klinkertjes! Een hele serie nog wel. Over een halve weg. Naast de dagjesmensen. Over een drempel. En er zijn veel fietsers. Dan tegen de wind in. Het zal best mooi zijn, maar ik ben teveel bezig met opletten en zie niks van Nijmegen. Omhoog en meteen daarna een scherpe bocht. Niet mijn specialiteit. Maar ik zit niemand in de weg geloof ik. Boven langs en wind mee. Het is smal. Liggen ga ik sowieso niet durven. Waar moet ik heen als ik oversteek? En dan weer een smal stukje. Ik moet een mini-drempel over en voel alles op mijn fiets rammelen. Dat niet meer. Er is nog een drempel met een hele kleine doorgang. In een training neem ik die al langzamer! En daarna omhoog richting de brug, wat ik niet kan. 3,5 Kilometer. Brug, klinkertjes, terras, onder een brug door, dijk wind tegen. Ik pik wat snelheid op. Aangezien niet stayeren hier onmogelijk is, doe ik even mee, maar dat bevalt niet. Hoeveel rondes moet ik eigenlijk rijden?! Bocht, wind mee, kruising over, de smalle doorgangetjes.

Ik zie Rob en roep hoeveel rondes? Zes, zegt ie. Ik zit op 2. In ronde 3 pak ik het tempo echt op. Ik moet wel, ik moet hier zo snel mogelijk weg zijn! Straks is iedereen weg en doe ik mijn eigen ding wel. Vincent haalt me in. Hij zit al in ronde 5. We praten even en dan gaat hij door. De krampen zijn opgehouden. Ik ga gewoon mijn eigen hard. Blijkt ook boven de dertig te zijn! In ronde 4 ga ik me zorgen maken, al fiets ik gewoon flink door. Ik zag de eerste divisie starten en dan moet ik van het parkoers af! Ik zie nergens niemand van de organisatie of NTB. Stayeren is er al niet meer bij, het is bijna leeg. Ik haal YV in: zij is oud en word in haar categorie eerste straks als enige deelnemer. Ik ga snel ronde 5 in. Het is nu echt rustig. Alsof ik niks kan! Het voelt zo niet als een wedstrijd of iets wat leuk is. Brug, hup roepen tegen Z, klinkertjes, wind tegen doet me harder fietsen. Scherpe bocht met dezelfde vrijwilliger als vorige week bij de Bosbaan die rustiger aan riep. Ik zwaai naar de mensen in de tuinen. Ze hebben een mooi uitzicht over de Waal eigenlijk. Ze mogen me er toch niet afhalen, dat zou zoooo oneerlijk zijn! Aan de andere kant: dan kap ik wel mee. Weer omhoog en iemand moedigt me aan, een man die ik ken: maar ik kan dit niet met de kramp die er meteen in schiet. Nog 1 ronde, roept Rob. En niemand kijkt naar me. De laatste ronde zijn er nog 4 fietsers op het parkoers. Ik ga snoeihard. Ik ben hier zo klaar mee! Dit is zo niet leuk! Wel dat ik hard kan, maar verder helemaal niks. Voor me stapt een wandelaar het parkoers op, ik ontwijk hem, maar moet er niet aan denken dat hij ietsje later was. Nog 1 keer omhoog en dan de wissel in. Ik moet mensen die oversteken ontwijken! Flikker allemaal eens op zeg, ik doe dit ook. Ik stap netjes af en zelfs de vrijwilliger hindert me. In de wisselzone is het nog erger: mijn fiets staat op de plek van de divisieleden. Rot op, ik ben aan een wedstrijd bezig! Hij schuift ‘m opzij en wenst me succes. Ik grijns wel, maar ik vind hier niks leuks aan. En dan ren ik volkomen alleen weer de brug op. Iedereen is al klaar. De prijsuitreiking is om half 1. Kijk, die mevrouw loopt vast in, hoor ik. Neeeeeeee!!! Ik doe dit ook nog! De fotograaf ziet me niet. Ik blijf rennen en de krampen komen kei-hard terug. Ik zie het keerpunt bordje nu tenminste. Nu er nog 6 andere deelnemers tussen de plassen door lopen. Zal ik gewoon wandelend dit afmaken? Het is echt wanhopig. Zondagswandelaars komen me tegemoet: ‘nog een klein stukje, kom op’ zeggen ze. Ik neem me voor hen hardlopend nog in te halen na het keerpunt. Niet wandelen dus. De eerste kilometer gaat nog best hard. Gezien de krampen. Als ik stop, ga ik spugen, dus dat moet ik niet doen. Ik zie YV weer en roep tegen haar: je kan rechtstreeks door naar het podium! De man achter haar lacht er om, maar ik weet dat ik gelijk heb! Ik haal de wandelaars in en zie dat ik niet eens de laatste ben. Waarom ik nog blijf rennen? Omdat ik voor mijn eigen tijd ga. Ik ben ook later gestart en ik ben benieuwd naar mijn eigen tijd ten opzichte van mijn leeftijdsgenoten. Dan trekt de kramp door naar mijn benen. Dat betekent een enorm krachtverlies. En het doet pijn. Weeen in de onderrug en benen en baarmoeder zijn echter geen reden voor mij om te gaan wandelen. Ik vertraag wel ernstig als ik omhoog moet lopen en moet goed oppassen bij het veerooster. Helemaal alleen loop ik de brug over, langs de fotograaf die mij eindelijk ook ziet en langs de enige jongen die de weg wees. Ik lach wel, maar ik zie ook in het filmpje wat Rob maakte dat ik voorover loop en gebogen van de pijn. Met de moed der wanhoop.

De finish is ook troosteloos: er is niemand meer, niemand in de buurt, niks om voor te strijden. Ik juich voor het filmpje, maar daar is verder geen enkele reden voor. Ik ben ontzettend blij dat ik hier finish, want ik heb nog nooit zo vaak gedacht: laat maar.

Ik doe er ruim anderhalf uur over, wat echt slecht is. En ik kan niet meer. Ik kán niet meer. Ik sta te trillen op mijn benen. Ik kan een paar stappen doen, moet mezelf oppakken en de krampen zijn extreem. Ik kan niks eten of drinken, ik kom nergens. Ik denk: zal ik naar de EHBO gaan, maar ik zie niks en niemand ziet mij. Het helpt toch niet. Naar de Dixie dan. Maar die haal ik niet, want mijn benen dragen mij niet meer en ik moet zitten. Ik voel me vies en erg ongelukkig. Mijn vingers tintelen en dat is een heel slecht teken, dan ben ik erg van de kaart. Zelfs bij de hele triathlon duurde het niet zo lang voor ik weer ‘bij’ was. Ik zoek Rob en Vincent en we moeten blijven voor de prijsuitreiking voor Vincent misschien. Onbekend. Ik ga wat eten halen en vooral drinken en dan heb ik een heel leuk gesprek met M van de Challenge Almere die vraagt of ik twee weken na de halve alweer iets wilde doen. Ik vertel haar van al mijn afstanden en van de Bosbaan vorige week. Door haar zie ik dat ik 3 weekenden achter elkaar gepresteerd heb en wat suiker doet me goed. Ik ga terug naar Rob en we moeten lang wachten want ze waren de mannen onder de 23 vergeten. Vincent heeft geen podium. YV staat wel op het podium. Ik zeg iedereen maar dat dit echt ruk was. Van tijd tot tijd verkramp ik nog. En dan tussen de divisiefietsers door. Ik vind het totaal onoverzichtelijk allemaal en spreek nog even met AB(S) die me waarschuwt dat wegkomen ook niet makkelijk zal zijn. Ik pak de fiets, er is een ambulance en een BMW die vast zit en we lopen langs de gevaarlijke weg. Ik kleed me om bij de auto en dat voelt al wat beter, nu ik veilig verder kan met de menstruatie en ik kan zitten. Vincent gaat een foto maken en wegkomen is lastig omdat er weer een ambulance langs moet.
Als ik terugkijk in Garmin ben ik blij met mijn tempo’s: lopend nog altijd rond de 5:30, ondanks de krampen en fietsend heb ik de 30 gehaald! Ik eet een paar pepernoten en voel nog een beetje kramp, maar nu zit ik. Als ik de auto uit stap, is alles verstijft. Maar we moeten door, want Robs collega komt uit Polen voor een week in Nederland werken. En ik heb hem aangezet tot hardlopen, dus ik zal nog een keer moeten rennen vandaag! Toen we afspraken wist ik niet dat de run-bike-run zo’n fiasco zou worden. We halen hem op, ik heb geen tijd om echt te eten of me af te spoelen. We kletsen en om half 5 gaan we weer rennen. Vincent gaat mee op de fiets.

Het kleine rondje Oostvaardersplassen. Mijn benen doen dit. De krampen zijn weg. We gaan op een lekker tempo, maar ik wil wel een pauze op de berg! Voor de trap stop ik de tijd.

We kijken rond. Het is lekker weer.

We kletsen in het brabbelengels. Ik heb aan deze collega van Rob gedacht bij de Ironman in Hamburg! Ik noemde hem KM: dat hij nooit een marathon moet willen lopen. Ik vertel het hem nu in levende lijve. We lopen nog steeds flink door. Dat het kan zeg. Dat ík dit kan. Het is gek met mij! We lopen zelfs nog verder over het andere onverharde pad. Als ik op de volgende heuvel maar weer mag uitrusten!

Er staat een regenboog en we springen. Ik heb het nu meer naar mijn zin dan ik vandaag heb gehad. Voor alles wat ik al heb gedaan ligt het tempo gewoon superhoog en dik op de 10 kilometer per uur. Ik snap het niet zo goed, maar dit is gezellig en mooi en leuk. En dus makkelijk. Vincent wil het best overnemen, maar ik vind het ook wel stoer. Het is een fijn idee dat het kan en niet hoeft!

We gaan ook nog door het park. K versnelt zelfs een beetje! Ik kan heus mee, maar ik voel het wel hoor! Plakt die gekke Anke er gewoon nog dik 7 kilometer achteraan. Op 5:38 gemiddeld zonder de pauzes. Een douche doet wonderen.

En dan lees ik dat de laatste wedstrijden in Nijmegen zijn afgeblazen. Gevaarlijk parkoers. Dat neemt wel de overhand op de andere kritiek die ik ervaren heb: zomaar starten, een veerooster, chaos. Ik ben onwijs trots dat ik van de 16 vrouwen van mijn leeftijdscategorie 6de geworden ben! Als laatste binnenkomen en toch zesde zijn: het is gek.

De tijden kloppen echter totaal niet. Want ik liep 6 en 3 kilometer en niet 5 en 2,5. We halen met zijn vieren patat en een hamburger. Ik heb hem echt verdiend! Het is hartstikke idioot: wat een dag was dit! De marathon in Berlijn in een nieuw wereldrecord, allemaal geweldige mensen die de meest wonderlijke plannen hebben zonder een plan, klagers die eerste worden, supermensen en losers, een wedstrijd die nergens op sloeg en een mooi loopje that made very much sense, maar zeker een kutdag om ongesteld te worden. Sorry not sorry.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-31

11 September – Rustdag. Verjaardag. Moe dag. Klaar dag. Hoe fijn kan het zijn om even niks te doen. Niks geen honger. Niks geen spierpijn. Maar wel enorm moe-moe-moe.

12 September. Op mijn werk zijn mijn collega’s trotser op mij dan ik op mezelf ben of kan zijn. Ik ben wel erg slecht geconcentreerd. En in een negatieve stemming. Ik ben heel moe. Mijn hoofd neemt alle spierpijn op zich!
Mijn collega geeft me een helder inzicht: ik heb waarschijnlijk veel te veel prikkels gehad. Eerst de wedstrijd, dan lang op het wedstrijdterrein geïmponeerd worden en daarna nog luisteren naar Rob. Ook de zondag zat vol met indrukken, bloggen tijdens het rijden en vakantiefoto’s. Het is er een beetje bij ingeschoten om iets aan verwerking te doen. Mijn hoofd loopt over.
Deze week is het: doe iets als je er zin in hebt. Maar er staan wel dingen in het schema. Da’s leuk, maar dan ‘moet’ ik toch iets min of meer. Gelukkig had ik vandaag wel zin om te fietsen. Met Vincent mee. Rondje Noorderplassen. Tempo maakt niet uit, cadans ook niet. Nieuwe wielen die veel herrie maken. Het tempo voelde als hoog, maar was laag. Veel verkeer op de weg. Vincent ging kijken bij het tennisveld en ik ging alleen verder. Toen kwam er wel rust in. Bekende omgeving, alleen, stilte en op de dijk helemaal kalmte.

Het is er mooi dan. Een beetje tempo. Van dit bewegen word ik rustiger dan van op de bank hangen! Hier komen mijn gedachten meer tot rust dan als ik stil ga zitten. Kan ik hiervoor ook professionele hulp aanvragen? Een buddy? Neurologische aandoening? Ik fiets een dik uur en geniet ervan. Dat er niks moet. Feitelijk.

Dinsdag 13 september – ik droom me suf ‘s nachts. Heel onrustig en toch ook weer niet. Ik krijg wat meer werk verzet en verwerk ook het 1 en ander, maar aan Almere volgend jaar moet ik niet denken! Ik eet bijtijds om met Manuel te gaan lopen. Manuel komt terug uit een blessure en moet opbouwen met zooltjes. Hij gaat rennen en wandelen afwisselen. Ik denk dat ik dat wel kan! Als ik naar zijn huis loop, denken mijn spieren WTF, wat doe jij nou? Maar al snel zijn ze gewend, al gaat Manuel de 600m wel flink op tempo. Wandelen kan ik dan weer beter!

Ik geniet enorm, omdat het ouderwets gezellig is. Omdat ik hardlopend lekker kan doorlopen en omdat het fijn weer is. We halen een pakje op bij de Plus. 400m wandelen is echt heel lang, maar goed… morgen is iedereen de triathlon weer vergeten toch? Dan kunnen we weer lekker verder!

14 september. De nieuwe manager, de laatste sprinttriatlon en geen water

Het is een ongelooflijke drukke en extreem stressvolle dag. Collega’s die het niet meer trekken met de nieuwe manager. Ik zit alleen achter een doorlopend rinkelende telefoon. En de mails blijven binnen komen. Dan heb ik ook nog een gesprek. En de middag zit opeens vol met mijn eigen werk. En dan komt het bericht: de sprint triathlon in Nijmegen wordt een run-bike-run. Er is niet genoeg water in de SpiegelWaal en wat er nog is, zit vol blauwalgen. Ik sloeg bijna op tilt. Wat baalde ik enorm!! Rob begreep het meteen! Hij zocht of er nog meerdere sprint-triatlons zijn de komende weken. En ja: de Bosbaan komend weekend, Alphen aan de Rijn.

Om 5 uur schrijf ik een mail richting de organisatie van de Bosbaan Triathlon of er nog een plekje is. Ik heb geen puf meer om te gaan zwemmen. Helemaal niks. Ik zit er echt even doorheen! Gelukkig reageren ze snel vanuit de Amsterdamse Bosbaan: er zijn nog blanco tickets! Mooi, dan is het seizoen eerder afgelopen. Ik ga bijtijds naar bed.

15 September. Baantraining op zijn elfendertigst

Het is een rust- en bijkomweek, volgens het schema. Al stel ik die nog maar een weekje uit denk ik. Als het seizoen er echt op zit. Werken doe ik vandaag thuis, wat het niet rustiger maakt met iedereen zowat voortdurend om me heen. En al die geweldige verhalen op social media doen mij ook weinig goed. Vandaag mag ik naar de baantraining toe, maar ik hoef mijn best niet te doen als ik daar geen zin in heb. Dat is voor mij echt een heerlijk relaxed uitgangspunt! Al mijn favoriete mensen zijn er niet. Maar ik klets er niet minder om. Het is een kleine groep en velen hebben -net als ik- de tatoeage nog op hun been staan. Om de baan heen lopen we in. Ik merk dat ik nog steeds niet super trots ben. Gewoon gedaan dat gedoetje afgelopen weekend. Op de baan doen we een setje oefeningen met armzwaaien en zo. Ik vind ze zelfs leuk en vooral ook nuttig! Dan gaan we 800tjes lopen. Vier stuks. Bestaande uit: 400m heel erg rustig en 400m rustig. En dan 30 seconden stilstaan. Met de hele groep. De eerste gaat wel erg rustig, maar het gaat steeds iets sneller. Ik ga niet met de snelle mensen mee. Gewoon lekker kalm aan hobbelen.

En dan nog gaan het best flink op tempo. Ik stop gewoon mijn horloge elke keer. Ik loop te kletsen met mensen waarvan ik dat nooit gedacht had! Met M die voor me uit fietste en maar half door had dat ik een stayer-waarschuwing kreeg. En met RO, die altijd maar blijft praten. We gaan 200tjes doen, die mogen op iets meer tempo. En dan wandelen we 50m terug. Dat kan ik, dat wandelen! Iets meer tempo is bij mij ook maar “iets”. Het regent nog een keer en ik heb last van verminderde zin. Ik kwebbel de tijd wel vol. 9 kilometer. Het lijkt best goed gegaan te zijn, maar dat is als je je horloge uitzet op elk rustmoment! 🙂

16 September. Door wind en regen bikkelen op een zware fiets – I can

De badge van Garmin voor 40km fietsen wil Manuel graag halen. Maar vandaag is de herfst ingetreden. Regen, wind, buien, koel. Manuel moet en zal het halen, dus die zoekt een gaatje in de wolken. Vanaf 11 uur. Zegt ie. Ik zie er tegen op om op de racefiets te gaan met z’n smalle bandjes op het gladde, natte wegdek. Dus ik ga op de ATB. Het gaat toch niet om tempo. Een rondje OVP heeft Manuel uitgezocht. Met een ommetje via Almere Binnen. We kwebbelen en zo nu en dan zijn er druppels. Maar als we de Oostvaardersdijk op rijden blijken we wind mee te hebben! En dat is lekker! Ik vertel vanalles. De zon schijnt en het fietst lekker makkelijk weg. Maar ik weet alweer waarom de ATB niet zo lekker is: het zadel zit niet prettig en de fiets is duidelijk niet afgemeten op me. Dat waardeer ik weer in de racefiets dan! Als we de Knardijk op rijden, stoppen we even voor wat drinken.

De bui haalt ons in. De wind van zij. Maar ik vind het niet zo erg. Een beetje bikkelen vind ik wel leuk. Hoge cadans draaien en doortrappen. En verder hoef ik niks. Er zijn ook geen andere fietsers. We gaan de sluizen over en dan tegen de wind in laat ik Manuel lekker voorgaan. Ook langs de plassen. Ik heb er een beetje zat van, maar dat stopt mij niet natuurlijk. Dan ga ik juist door. Tegen de wind en dan fietst er aan de andere kant van de vaart een andere sportfietser! Ik ben blij dat we niet de enige malloten zijn. Praambult over en het worden 40km, zoveel is duidelijk. De zon komt door en het wordt nog heet ook! We gaan het Kotterbos door en na 42km ben ik weer thuis. Dit vond ik leuk. Het ging niet hard, maar het was lekker een beetje gek en afzien. Ik heb niet alleen de badge gehaald voor Garmin, maar ook de 900 dagen achter elkaar het bewegingsdoel van Apple!

Het is vrijwel de hele middag droog…

17 September – De laatste afstand: de sprint op de Bosbaan

Als ik mij voorneem om alle triathlon afstanden te doen in een jaar, dan doe ik dat. Zo simpel is het. Dan kunnen mensen zeggen: maar als je zo geen zin hebt, waarom doe je het dan? Nou, omdat ik me dat heb vóórgenomen, daarom! Dus toen de sprint in Nijmegen werd omgezet naar een run-bike-run, moest er een oplossing komen. De Bosbaan dus. Een week na de halve triathlon. Vincent ziek, Rob net weer beter en hij gaat met me mee naar Amsterdam. Op zaterdagochtend moet ik alle spullen nog pakken. Dat is inmiddels een routineklusje. We zijn er om 13:00 uur en eerst moeten we een startnummer te pakken krijgen. We zeggen ZGvG gedag en naar de tent. Het is makkelijk om een nummer te krijgen, ik sta op een lijstje en ik vraag of ik al om 2 uur mag starten. Om kwart over 1 heb ik nog 3 kwartier om alles te regelen. Het is droog. Het is haasten. En dan spreekt iemand me ook nog aan op de parkeerplaats, waarvan ik geen idee heb wie ze is. Geen idee!! Het ergste is dat ik mijn plek in de wisselzone niet kan vinden. Dat kost me ruim 5 minuten. Ik sta dan ook helemaal vooraan. En dat is een rommelige plek! Alles in tasjes, zodat ik met droge schoenen kan gaan lopen. En dan om 10 voor 2 het wetsuit aanhijsen. Ik mis de briefing. Ik vind de haast niks, maar beter dan dodelijke zenuwen!

En dan het water in. 5 voor 2. Het is best koud. Ik concentreer me, plas en tel mee af. Laten we dit nu maar even gaan doen.

In het begin is het zwemmen erg lastig. Veel mensen om me heen, trappen, onrust, een klap. Lastig te oriënteren. Dat ken ik helemaal niet! Maar ik vecht me er tussenuit en ga strak naar de eerste boei en al helemaal naar de tweede boei. Dit is waarschijnlijk de laatste keer dat ik buiten zwem en zeker dat ik in de Bosbaan zwem, dus laten we maar even laten zien wat ik kan! Ik zwem onwijs sterk. 1 op 4 ademen. Na de tweede boei weet ik niet precies waar ik heen moet. Ik ga in iemands voeten liggen. Het water is niet helder en ik tik elke keer zijn voeten aan, maar ik blijf gewoon hangen. Hopelijk weet ie de weg. Geen schoolslag vandaag. Ik haal iemand in en ik ga even naast de man zwemmen, maar vlak voor de volgende boei ga ik er weer achter hangen. Dan nog een boei om en daarna verlaat ik mijn voorzwemmer. Het scheelt echt enorm! Ik kan zo naar het trapje en daar dring ik nog even voor. Ik bedank de man als hij sorry zegt dat ie me een onbedoelde mep verkoopt. Niet duizelig en erg tevreden over dit onderdeel. Zo zwem ik dus als de zenuwen achterwege blijven. Hard, strak en sterk.

De wisselzone is grappig: ik doe wat ik moet doen en ondertussen klets ik met 2 finishers van de OD over de medaille. Ik hobbel een heeeeeel eind met de fiets de wisselzone uit, dat heb je als je vooraan staat. Het is nog steeds zonnig. Hoppa, het fietsparkoers op. Het is rustig. Ik moet even schakelen – letterlijk en figuurlijk en dan de Bosbaan rond rijden. In de tweede kilometer voel ik de enorme windvlagen. ENG. Ik knijp echt in het stuur. Maar het is gelukkig rustig, dus ik kan iets meer het midden pakken.

Ik ga gewoon fietsen. Grappig mannetje die maant dat ik voor de bochten rustig aan moet doen. En dan achter langs wat bochten, die ik ook kan nemen zonder anderen die er niet te zijn te hinderen. Heel prettig. ik fiets flink door. Voor mijn doen. Door het bos over het ongelijke fietspad. Van wind mee merk je niks. Over het brugje en dan zit de eerste ronde er weer op en zie ik Rob en ZGvG.

En nog een keer… De wind is minder ernstig. Of ik maak me er minder druk om. Ik moet me wel inhouden omdat het geen echt racen is. Ik strijd tegen niemand, zal echt niet de snelste zijn en ik fiets zo in niemandsland!

Ik stayer even een beetje, maar net ver genoeg denk ik. Bochtjes door, zonnetje erbij, de geur van pannekoeken, het bos. Ik zie eens een andere hardloper, let op de weg en de vrijwilliger en over de ophaalbrug. Dag Rob! Ik ga best lekker!

Ronde 3 mag ik van mezelf rustiger aan doen, maar ik kan dat toch niet merk ik. Er zit dan wel een kop op. Toch. Zeker nu de wind echt milder wordt. De andere serie is gestart. Ik ga me richten op de kleine dingen: meerkoetjes. De fotograaf. De vissers. Een vogel die staat te drogen. De meneer die met zijn handen wappert. De wielrenner die mij inhaalt, maar niet aan de race meedoet. De vrouwen op het bankje. En de rust in het bos. Het mooie bruggetje waar je niet mag inhalen. De ronde gaat ook voorbij en niet eens veel rustiger.

En dan de laatste ronde. Nu kan me niks meer gebeuren! Een vrouw haalt me in. Ze doet maar. Zij heeft geen tattoo van de Challenge op haar been staan.

Het is nu tenminste iets voller en er rijdt iemand voor me in het bos. Die me mijn gemiddelde naar 29 doet brengen. Ik moet de jonge gast inhalen voor het bruggetje! Lukt me en dan terug de wisselzone in. Onverhard nog een stuk, jawel. Natuurlijk stap ik op tijd af, ik zag de gast met het fluitje al klaar zitten. Dus, ik ben geen rookie!
In de wisselzone snel de fiets weghangen en dankjewel zeggen. Ik doe bewust geen sokken aan. Ik vraag mezelf of ik het zeker weet! Ja hoor. Ik hoef alleen de finish maar te halen.

Het duurt ook lang voor ik weer de wisselzone uit hobbel. De laatste stint levert nu ook fietsers op. Vandaar dat het iets drukker was. Het loopparkoers op. Kilometerrondjes. Ik sluit aan bij een man en pak een tempo. Gewoon hardlopen. Nou ja… het vreemde rondje maken: tussen pilonnen door, bochtjes. Achter me valt een meneer over een pilon. Hij staat op. Er is een stukje ongelijk en onverhard om het trappetje heen. Dat triggert bij mij onmiddellijk een trail-nivo van alertheid! Ik neem water bij de post. Rennend krijg ik een aantal slokken binnen. Bruggetje, omhoog en ronde 1 zit er op!

De kilometertijd verbaast me. Zo snel. Dat ben ik ook gewend. In de tweede ronde merk ik dat mijn spieren en lijf vermoeid zijn van vorige week. Lopen op dit tempo is zwaar voor mij, maar ik voel een extra last die ik niet herken. Ik roep PK van Trispiration, maar ze verwacht mij hier zo niet natuurlijk na de halve triathlon van vorige week! Eigenlijk is het ook gek ook, dat ik dit kan. Fysiek. Naar beneden, bruggetje, omhoog, al twee rondes. En ik blijf rennen.

Ietsje drukker op het parkoers en nu kickt mijn doorzettingsvermogen in: mijn benen nemen dit over, gaan gewoon door en mijn hoofd wordt met gemak overtroefd. Wandelen op 5km – het is geen optie. In de derde kilometer komt er een toeschouwer naast me rennen. Ik vraag hem hoe laat het is en we converseren kort. Ik vraag hem of hij ook rent, want hij loopt lekker. Maar hij is op weg naar zijn fiets en deze paar 100m is het enige wat hij doet vandaag. Ik moet er van lachen. Ik tel nog een keer en ik ga hier over een kwartier mee klaar zijn.

3 Rondjes gehad! Het ziet er leuk uit, maar ik vind het niet makkelijk. Niet om iemand in te halen en dat gebeurt regelmatig nu. Het tempo gaat nog omhoog ook! Raar is dat. Ik krijg het warm. Ik weet niet of ik zweetdruppels voel of een traan van de emotie dat eindelijk tot me doordringt dat ik dit kán. Dat ik fysiek zo sterk ben. Voor een vrouw van mijn leeftijd. Dat mijn lijf dit zomaar doet. En doorgaat.

Nog 1 rondje. ZGvG roept mij (en iedereen) toe. Eén van de omstanders merkt op dat ik steeds harder ga lopen. Ja, ik ben er nu bijna klaar mee! Ook PK klapt nu voor me. De drankpost voorbij. Onder langs. Het dringt volledig tot me door dat ik alle afstanden zal gaan halen dit jaar. Over een paar minuten. En ik ben er blij om! Trots op zelfs! In mijn hoofd klinken die woorden ‘und-als-die-niederlande’ en hier kom ik: gemaakt van ijzer

Ik juich en ga heel blij de finish over. Tijd of prestatie kan me geen ruk schelen. Alle afstanden van de triathlon heb ik voltooid. Allemaal. Ik neem de medaille aan en dan spreekt ZGvG me al aan hoe knap dit is, twee weken na de halve triathlon. Ik verbeter haar direct: vorige week! Ik laat de tattoo nog zien. En dan ben ik weer helemaal bij, aanspreekbaar en niet moe of niks. Ik eet spekkies en zoek Rob. Nu sta ik vijfde en ik was langzamer dan 3 jaar geleden, maar het boeit mij niks. Ik kijk even om me heen de Bosbaan over. Geflikt! Ik loop nog langs de organisatie om te bedanken. En dan gaan we daar even zitten. Ik wil gewoon weer naar huis. Prikkel-vermijdend gedrag.

Kijk pap: met vliegtuig!

Als ik mijn fiets ophaal en rookies hoor kletsen die de afstap hebben gemist en ik zie mijn fiets en het vliegtuig erboven, ben ik even onwijs dankbaar. Dat ik dit kan. Wanneer ik mijn fiets de wissel uit rij, merkt de vrijwilliger op dat ik en een Ironman bandje draag én het challenge nummer. Apetrots meld ik dat alle afstanden afgestreept zijn. Mooi om dat te kunnen zeggen! De man kent Hamburg, deed zelf vorige week ook de halve en toont respect. Nu wil patat! ZGvG wil mij volgend jaar nadoen. Enerzijds leuk om een voorbeeld te zijn, anderzijds voelt het voor mij meteen ook van: zie je wel, iedereen kan het. ‘s Avonds eet ik lekker veel friet en de hamburger.

zondag 18 september. Het regent. Ik wil uitslapen, bloggen, bijkomen en een mooie fotocollage maken, maar ik heb beloofd te helpen met monteren. En dan doe ik dat dus ook. Net als trainen: dat doe ik ook, zin of geen zin. Wilskracht. Dan doe ik het bloggen en het maken van de fotocollage maar tussen de bedrijven door. Ik heb de knipkaart vol.

En daar ben ik best een beetje trots op!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Challenge Almere Amsterdam Middle Distance 2022

10 september

Ongeveer 3 uur ‘s nachts: ik word (weer) wakker en moet plassen. De plek waar normaal mijn maag zit is een steen geworden. Zenuwen. Ik kan honderd keer tegen mezelf zeggen: niet nodig, maar de steen wordt niet vergruisd.
6 uur: opstaan, vol met steen en met moeite 1 broodje erin duwen. Ik leg me daar bij neer.
Kwart voor 7: De decal wil niet op mijn arm plakken!
Ik ben vreselijk zenuwachtig. Bang dat ik het niet ga redden. Ik ben niet zo goed getraind. Moe. Wat te zwaar. Onzeker. De omstandigheden zijn slecht: qua wind en regen.
Kwart over 7: ik wil liever niet starten. Het is geen optie. Maar ik wil liever wegrennen.
Half 8: ik ben vreselijk gespannen. Er is niks aan te doen. Ik sluit me af, wandel door de mist. Doe wat ik moet doen qua spullen en voorbereiding.
Kwart voor 8: de regen. Enorme regen. Mooi om mijn tranen niet te zien, want van de spanning huil ik alleen maar. Waarom weet ik niet: de angst dat er iets is met de fiets en ik moet afhaken, de angst om weer misselijk te worden, de angst dat ik het niet ga kunnen. Ik moet mijn tas kwijt! En een wetsuit aan. Ik sta bij HB, RV en Rob. Alles gaat op de automatische piloot als vanzelf, maar die steen zit nu overal. Het is pijnlijk. Ik doe mijn best en wil niet onderdoen voor al die bekenden, maar ik ben weer bang. Niks helpt.

Ik blijf bij Rob staan, maar er valt niks tegen me te zeggen. Hij wordt net zo nat als ik door dit rotweer. Ik ga met RV het startvak in, een lekker snel vak. Ik zie ook anderen staan die er niet thuishoren. Ik doe nog een gebedje en zwaai naar MB.


Half 9: Ik spring in het water, lekker warm en de spanning is weg. Mooi! En nu kalm gaan zwemmen. Ik haal binnen 100m alle ambities eruit: mijn enige doel vandaag is de finish halen. Hoe, dat gaan we zien en voelen. Ik adem 1 op 4. Zonder paniek. Zonder moeite. Lekkere lange slagen maken. Een plekje zoeken en vooral gebruik maken van de drag van anderen! Ik ken de weg en anders kan het niet missen 🙂 Boei rustig ronden en ik voel mijn horloge dat ik al 500m heb gehad. Die staat dus aan en had ik verwacht te voelen hier. Even krijg ik het moeilijk als ik de motor ruik en haal ik 1 op 2 adem, maar ik kom er weer in. Het zwemmen beheers ik. Heerlijk! Vond ik het eerder al geen gevecht meer, nu is er zelfs ruimte om te bedenken wat en hoe ik het doe. Golfjes merk ik niet en ik hoef ook niet te kijken. Ik navigeer soepel en zoek zelfs even een paar benen uit om achter te hangen. Ik voel de regen. Ik bedenk verschrikt dat ik niets heb voor op de fiets als ik het koud krijg! Terug naar de realiteit: hier en nu zwemmen. Plantjes onder me. Boei ronden. Sukkel met schoolslag. Maak me niet druk. Op de weg terug ga ik zelfs 1 op 3 ademen om het beter in de gaten te kunnen houden. En daarmee nog iets stabieler te liggen. Ik gebruik mijn benen niet. Ik zwem op wetsuit en armen. Nog een bui. Richting de boog terug en lang doorzwemmen. Ik ben eerder benieuwd of ik dizzy ben dan dat ik me nog ergens zorgen over maak.

Ik ben niet duizelig, kijk tevreden naar de tijd en doe rustig aan in de wissel. De tent is zo vochtig dat er een waas hangt van mist! Ik pak kalm de goede tas, stop het wetsuit in de plastic tas en ik doe de sokken aan op de stoel. Geen last van duizeligheid of iets. Dan loop ik naar mijn fiets. Ik maak geen haast. Waarom zou ik?

Ik zwaai nog her en der, contstateer dat het droog is en niet koud en dan stap ik op. Ik hoor her en der vaak mijn naam. Leuk, dank iedereen. Ik stap op en ook hier meteen het gevoel: we zien wel wat het wordt.

Ik lach blij naar de fotograaf en dan ga ik eigenlijk lekker hard. Ik zet het wattage voor. De natte baan valt mee, ik ga niet liggen. Iedereen mag me inhalen. Ik ben hier om te finishen. Op het stukje naar haven zijn er heel veel vliegjes, jakkes. Haven is een ramp met de steentjes, het is maar goed dat ik niet wil racen. En dan het fietspad en de wegen langs bij Qonsío. Het is droog en warm. Honderd gedachten buitelen door mijn hoofd. Ik denk aan hoe ik hier wandel met mijn collega. Ik peins over vanalles. We pakken het fietspad! Da’s anders dan ik verwacht had. Daar zit M, supersupporter. Net als ik HansB inhaal. De enige die ik inhaal. In mijn zwarte pakje ben ik iets minder herkenbaar voor mijn supportersvjgjgjgui merk ik. Er zijn geen startnummers. Dan over de weg, omdat ik die niet verwachte is mijn bocht niet zo strak. De enige keer dat ik iemand hinder. Fietspad richting de dijk. Er is zelfs even zon! Ik zie nu ook veel zonnebloemen die ik met EvdS samen niet zag. En dan de dijk op. Ik zie het meteen: de windmolens zijn zo opgesteld dat we wind tegen hebben. Het is niet anders. Bikkelen tot Lelystad. Ook al is het niet veel wind.

andere dijk

De stilte. Dat valt me op op de dijk. Geen auto’s geeft stilte. Zo nu en dan een dicht wiel, maar vooral veel stilte. En ik zie ook veel mensen met een lekke band. Het is druk op de dijk. Filerijden. Ik word nog steeds veel ingehaald. Maar dat stoort me niet. Ik ga lekker liggen. Alles zo bekend. Op naar Bloq. Ik rij netjes 27 volgens het bord. Dank vrijwilligers en doei! Daar zijn J&D weer, die zie ik overal geloof ik. Ze waren net nog in de wisselzone. Netjes ben ik aan het drinken en eten. Brokjes. Ik word door M ingehaald en ik denk bij mezelf: laat ik daar eens even achter blijven hangen. Er zijn zoveel treintjes. Ik doe het niet opvallend en kan lekker even wat tempo halen. Helaas komt de motor die me waarschuwt dat ik of moet inhalen of twee strepen afstand moet houden. Ik neem afstand en laat M gaan. Dan ga ik liggen en genieten van de weg voor me, de rust en ik kijk nog even opzij naar waar we zwommen.

Ik kom in een flow en hoef alleen maar te trappen in deze prima versnelling en verder niks. Heerlijk! Ik laat me even niet afleiden door drinken en fiets. In een flow. Dan de Knardijk op helaas. Krap en veel mensen die inhalen en die ik ook wil inhalen. We moeten op het fietspad blijven. Het gaat wel aardig zo, en dadelijk heb ik wind mee! Het stuk langs het veld gaat volkomen aan me voorbij. Bij de Praambrug staat DR met het roze team. Zo leuk!! En van tijd tot tijd komt KH voorbij want die volgt haar hubby met de motor. Hij zit in mijn buurt. Ik moet plassen. Doddaarsweg gaat helemaal voorbij aan me. Liggen en fietsen. Heerlijk niets. 50 of 60 Kilometer alweer. Ik tel maar niet. Eigenlijk is het tamelijk saai en gedachteloos. Ook twijfelloos. En ietwat tempoloos. Ik hoop 29 gemiddeld te halen. Straks, als ik wind mee heb. Nu zakt het iets af. Ik wordt door de eerste 2 toppers ingehaald. En dan langs het technische stuk door het koude bos. De ideale plek om te plassen, maar het lukt me niet zo. Ik hou de voeding goed in de gaten. Winkelweg. Ik heb even niet meer zoveel zin, maar KH rijdt weer voorbij. Hier gaat het makkelijk hard. Gelukkig maar. Dan langs het nieuwe stuk bij de windmolens. DM van KH haalt me in en de volgende groep toppers ook. Die fietsen dicht op mekaar. Op het fietspad is iemand gebotst. De ziekenauto komt er aan.

KH filmt mij in 1 moeite door. En dan kijk ik naar de windmolens en zie ik dat we weer wind tegen hebben. Ze zijn gedraaid. Sjips. We mogen de weg op! Dat is dan wel weer leuk. Liggen en plassen. Het lukt een beetje. We rijden nu om over de weg. En dan de laatste dijk op. Meestal heb ik hier kracht om een tandje bij te zetten, maar vandaag niet. Of het de wind is of dat ik niet klaar zal zijn na 90km of wegens het plassen: het gemiddelde gaat niet omhoog naar 29.

En dan weer terug de stad in. Dan ben ik gerust, want nu ga ik het halen. Dan maar niet in een snelle tijd.

Ik plas nog een keertje. Er zijn al veel mensen op het loopparkoers en ik zie DS nu al wandelen daar. De zon schijnt volop. Netjes afstappen en de wisselzone door.

Ook nu rust en kalm. Ik pak de gels en doe schoenen aan. Ik schaam me kapot, maar nu lukt het plassen wel. Jakkes, sorry mensen. Ik loop snel weg en kom B van JB tegen. We lopen samen naar buiten.

Ik ben opgelucht dat ik kan gaan rennen. Ik doe dit dan weer met gemak. Even inkomen in de drukte.

En gedag roepen tegen MB en Manuel. Dan ga ik DM inhalen en KH neemt ons beide op de foto.

Ik doe gewoon rustig wat goed voelt. We zien wel hoe en wat. Ik ga het redden voor de cut off tijd. Blijven rennen. Het gaat best hard eigenlijk. Ik neem water op de posten. Ook over me heen om de plas af te spoelen. Ik groet mensen en bij het brugje zie ik EvdS. Lieve meid. Daar staat de organisatie in stropdasje en die mevrouw ken ik.. Ik ben een van de weinige die een naam heeft staan op een pakje en de mevrouw zegt ‘hop anke’. Goh, mevrouw Jorritsma, ooit burgemeester van Almere! Veel tijd om er mee bezig te zijn heb ik niet, ik kan onder een sproeier door lopen en dan langs een herrietentje en over steentjes de parking van de Floriade op. KH staat daar en dan over een zonnige parking richting de Floriade. Het gaat me goed -voor nu. De eerste ronde ren ik in elk geval! Op de Floriade is sjieke muziek en sjieke mensen en rust en het is even leuk. Er is ook water. Dan door naar de verre post, inmiddels in de felle zon. Water van JS. En dan de brug over. Het gaat nog makkelijk en ik neem de gel. Bij de brug support van AA en mensen die mijn naam zien. En dan het kleine brugje. Daar is mijn trainster!

Langs de flats zitten mensen die blij zijn dat ze mijn namen weten. Ik mis het startnummer niet. De gel valt niet helemaal goed. Verd*mme. Het is nog niet erg, maar de misselijkheid is er weer. Ik loop er wel doorheen. 5km in 28 minuten, suffe Anke: dat hou je niet vol. Maar voor nu is het oke. Bij de volgende post staat MD, mijn held! “Ze loopt alweer joh” roept ie. Het is ook hier nog wat druk, maar ik doe vandaag mijn ding. Lumierepark en de zon door langs het water. Het is verdulleme heet.

Daar staat AD en na de Red Bull zijn J&D er weer bij de TVA tent. Ziekenhuisbrug over en de eerste ronde heb ik binnen! Maar ik moet. Dat was te verwachten, maar lastig. Ik ga de Arena door, probeer me af te sluiten. Ik zwaai naar Vincent en even later naar Rob en Manuel die bij het hotel staan. Hou die voeding alsjeblieft zeg. Ik heb een moment gemist, maar dat voelt niet verkeerd.

En MB. Er lopen ook toppers tussendoor. Daar staat mijn vriendin SH! Speciaal voor mij! Ik lach naar iedereen, alsof het leuk is en goed gaat, maar ik ben misselijk van binnen en hoef net niet te spugen. En dan naar de eerste post door naar de Dixie. Ik schijt alle energie er weer uit. Narigheid. Het ging zo lekker. Ik pak het tempo weer op en dat gaat best goed, maar het hoef niet meer nu. Van mij. Ik mag wandelen. Ik blijf echter grotendeels rennen denk ik. Herrietentje. Parkeerplaats. “Cola” roept KH. Echt? Parkeerplaats. 10 Kilometer met dixiestop nog altijd binnen een uur. En dan de Floriade op en daar zitten LM en zijn vrouw G. Schatten!

Ik stop bij het water en zal vanaf nu niet meer alles rennen. Waarom zou ik? Niks te winnen of verliezen. Ik neem nog een gel. Met water. Bij de post. Weer niet. Ik zeg het even bij de trainster. Ik wissel het rennen nu wat af en consolideer. Bij MD op de post ga ik over op cola. Stappend in het Lumierepark. Rennend onder hoogspanningsmast. Met een man achter me. Ik praat even met hem, hij heeft een finishersshirt aan van eerdere editie. Hij vindt mijn looptempo prettig. Maar ik wandel nog een stukje tot de Red Bullboog en ren daarna weer. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Ziekenhuisbrug en Arena zal ik moeten rennen. Ik zie R&H en zij roepen me toe. Zo blij dat zij er zijn, ik krijg er kippenvel van.

Ik blijf een stuk rennen, maar niet meer vanzelf. Ik zie Vincent wel denk ik. Nog 1 rondje. Ga ik hoe dan ook doen. Rob is weg, die doet zijn eigen werk nu. Manuel loopt een stukje mee. Dat is lief van hem. Zo hard ga ik niet meer hoor. En dat hoeft ook niet. Ik kijk nog even naar de tijd, maar die gaat niet echt goed worden. Ik kijk uit naar SH, maar ik zie haar niet. Het is nu duidelijk rustiger, de meeste mensen zijn klaar en de toppers voor de marathon komen er pas net aan. Vind ik fijn, die rust. Kan ik ongestraft stappen. Meteen gaan om me heen dan mensen zeggen: kom op, niet wandelen, maar hou-s-op-zeg: dat is mijn eigen beslissing! Dit is omdat het kán, niet omdat het moet! La me me eige ding doen! Ik kies zorgvuldig uit waar ik wandel. Hele kleine stukjes. Dan begint de cola te werken. Mijn maag komt tot rust, de misselijkheid ebt weg. Prettig. Nog een keer onder de douche door, even KH gedag zeggen. En dan even over de stomme parkeerplaats en langs de NTB coach. Ik ga een stuk rennen voor Joyce. Minstens tot de Floriade! Daar zijn L&G en ze roepen hoe mooi het er nog uit ziet, maar ik vertel ze dat het schijn is. Water drinken en even wandelen hier op de Floriade. Kort. Ik zie M, die mij op de fiets voorbij schoot en nu haal ik hem in. Pas definitief na de post. De brug op heb ik het wel even zwaar. De volgende brug wandel ik over. De trainster is weg. Ik wandel nu lekker iets meer, maar de cola helpt. Ik heb gewoon nul ambities om me te overhaasten of kapot te gaan!

Op het Lumierestrand neem ik uiterst dankbaar en nederig cola aan van MD. Daar loop ik heel erg goed op en ik wil zelfs een tijd niet wandelen! SZ maakt een foto van me als ik toch nog even wandel. Zelfs dan zie je de flinke stappen.

Langs AD die weet wat ik allemaal heb gedaan. Ik sluit ‘m in mijn hart. WF rent me voorbij en ik roep Respect en hij kijkt even op en roept in het voorbijgaan: wederzijds. Als ik eenmaal ren, ziet dat er heel soepel uit. Dat hoor ik meer dan eens. Niet dat het zo voelt, maar de buitenkant en de binnenkant zijn het nou eenmaal niet altijd eens.

Ik wandel nog even langs de Red Bull boog en dan ren ik weer. DdK haalt me in -over mooi lopen gesproken- en we wensen elkaar succes voor de TVA tent. Haha, dan hebben ze het echt niet meer tegen mij hoor!

Ik stap nog de ziekenhuisbrug over, waarom niet? En dan langs R&H, supermensen. Manuel rent nog een stukje mee, wat ik erg waardeer. Nog een paar mensen in het publiek en ik ren gewoon naar de Arena toe. In mijn hoofd klinkt het anders: “Und aus die Niederlande…” Ik spring en dans de finish weer over, want ik ben blij dat ik het heb gered. Simpelweg.

Ik kijk niet om naar de tijd. Iemand spreekt me aan, maar ik heb geen idee wie, ik krijg een medaille en ik zie Rob.

Ik ben niet moe of uitgeput of doodmoe. Ook niet trots, tevreden of blij. Ze staan klaar voor de top die gaat finishen. Ik haal mijn shirt, drink 3 bekertjes chocomelk en zoek Vincent op. Ik weet niet zo goed wat ik wil of moet. Net als de rest van de dag: ik hoef niks meer. De tijd is de slechtste ooit hier: 6:22. Ik heb de medaille binnen gehengeld, meer of minder dan dat is het niet.

Als de toppers finishen zit ik aan een tafeltje. Om me heen te kijken. Ik ga mijn tas halen bij een andere lieve Trispiration-vrijwiligster en spreek M nog aan. Dat wij als oudjes dit nog mooi doen! Ik ga naar de douche die voor mij alleen is. Heerlijk!

Ik vraag me wel af waardoor het komt dat ik weinig emotie over heb, ik zou wel willen huilen, maar ik denk dat de tranen vanmorgen op zijn gegaan. Ik heb nu ook schuurplekken van het trisuit op mijn been. De halve decal is al weg. Ik klets boven een bak yohgurt met BR (van JB) die gevallen is, met DS (mijn nieuwe maatje) en ik ben apetrots op MH die zichzelf overtroffen heeft. Ik hoor van veel lekke banden, meedraaiende tegenwind. Ik hoor supertijden en tegenvallende tijden. Ik loop nog heel lang rond samen met Vincent en EvdS. Zoveel mensen om mee te praten. TVA en Trispiration. Mensen die ik respecteer (die mee gaan traillopen) en mensen die ik diep in mijn hart enorme verliezers vind (mensen die onze trailafspraak vergeten zijn). In de zon op de tribune. Op een bankje. Met mijn finishersshirt en de medaille. Lopend naar de McDonalds, maar ik heb niet echt trek eigenlijk. Ik heb ook goed gevoed, alleen voelde het niet goed. Rob is pas na 7 uur klaar en dan halen we mijn fiets en zooi op en gaan thuis patat en een hamburger eten. Ik krijg de patat niet eens op. Opruimen en de was doen lukt. Trots op anderen (of afgunst in sommige gevallen) lukt me beter dan op mezelf. Ik denk niet dat ik volgend jaar weer meedoe -maar dat heb ik al heel vaak gedacht! (Maar nu écht)

Heel misschien komt het over een paar dagen, maar trots ontbreekt. Ik weet niet wat ik er precies van vind. Gedaan. Kwartet. Vinkje op de alle-afstanden kaart. Geleerd van de hele triatlon dat ik mijn spullen in de helm in een tasje moest doen, geleerd te accepteren. Wat ik nog moet leren? Die vreselijke spanning onder controle krijgen en de voeding tijdens het lopen.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-30

29 Augustus – de NPW triatlon met dubbel plezier 🏊🏻‍♀️🚴🏻‍♀️🚴🏻‍♀️🏃‍♀️🏃‍♀️

Ik zag het staan: de fietsroute van de NPW triatlon is ingekort met 1 rondje minder en is nog maar 18km. Dat beidt perspectief. Vincents vriendin is komen kijken bij de triatlon, ze loopt een beetje hard en ik stel haar voor om samen deze triatlon te doen. Ze was enthousiast, het mocht van haar ouders, maar zwemmen gaat net te ver. Dus die doe ik alleen en we gaan samen fietsen en hardlopen. Ze heeft nog nooit op een racefiets gezeten. Wij faciliteren de racefiets. Ze probeert ‘m twee keer. En denkt dat het vast goed komt. Dat weet ik zeker, maar voor de ‘wedstrijd’ krijg ik toch de zenuwen. Nu ben ik niet alleen verantwoordelijk voor mezelf maar ook voor haar! Vincent pusht ons om op tijd te zijn, maar het lukt niet. Ik hoop voor haar een beker te hebben geregeld, maar dat begrijpt de organisatie niet. Teleurstellend. Die denkt alleen aan zichzelf en de topprestaties in snelheid. We hebben ook krijtjes geregeld voor aanmoediging. We zijn lekker vroeg! En toch kost het tijd: samen doornemen hoe dat gaat met fietsen, alles klaarzetten, betalen, startnummerbanden, nog iemand gedag zeggen. Tijdens de uitleg trek ik mijn wetsuit aan. Ik heb er over getwijfeld om het niet te doen (goede oefening), maar iedereen doet het en waarom ook niet eigenlijk. Vincent krijgt nog een grappig compliment van TK en ik spring als laatste het water in.

Ik heb nog net tijd voor een plas en dan gaan we al. Geen inspanning vandaag, ik ga gewoon zwemmen. Beetje ruimte zoeken en dan strak achter de snelle gasten aan. Scheelt navigeren. Alles zit goed en ik ga goed. Zwemmen is zo moeilijk niet meer. Ik doe rustig aan; krachtig en kalm. Ik ben al snel bij de boei en blijf lekker doormaaien. Ik denk dat ik alles bij elkaar 1 keer navigeer. Ik ga zelfs over op een 1 op 3 ademhaling! Het is een training dit. Ik wil snel door naar het fietsen samen!

Het trapje op blijft lastig voor me. Ik zie een toptijd en zoek mijn slippers. Men, ik ben dizzy! Ik moet zelfs iemand vastpakken en dat mag, maar ik zou niet weten wie het was met het beslagen brilletje. Mijn wetsuit is snel uit, ik win geen tijd door nu te gaan haasten. Ik blijf wat woppy en doe lang over sokken aandoen. Liever dat ze me nu inhalen dan straks als we samen fietsen. EvdS staat al klaar. Een paar mensen halen haar in en dan zit ik happy in mijn natte trisuit op de fiets. Ik fiets aan de buitenkant. Vinden we allebei het prettigst. We maken duidelijke afspraken en wind mee kan ik trots melden dat we 28 fietsen! Een nieuw record voor de dame naast me. Ik zeg haar hoe stoer ze is, wat een lef, maar zij vindt het alleen maar leuk! De bocht om en dan is de weg wat slechter, zien we de eersten al terugkeren, zwaaien we naar Vincent en voelen al meer wind. EvdS kent het hier amper. Ik kwebbel gewoon door. Het is vaak wisselen van plek, maar dat gaat hartstikke goed. We halen al mensen in; die doen niet mee aan de wedstrijd, maar het voelt wel leuk 🙂 Het keren op de rotonde gaat ook lekker. We zijn niet eens de laatste! En dan terug kletsend. Wind tegen laat ik haar voelen, ik laat voelen wat het doet als ik voor haar fiets en we zwaaien naar de fotograaf.

En naar Vincent die nu lekker even stayert. Over het keerpunt maken we duidelijke afspraken, ik snap dat het spannend is. Hoewel ook nog iemand vlakbij fietst en E een paar pilonnen wegslaat (dat heb je met een tennisser) gaat het goed.

Er rijden auto’s, we zien Vincent en anderen die al terugkeren en die nog een ronde moeten en we hebben weer wind mee. Boven de dertig rijden we! Ze durft! Heldenstatus is loading. Ze wordt wel een beetje moe, dus na de bocht klets ik lekker over onze misrekening op de halve marathon. Een wandelende mevrouw vraagt: doen jullie een wedstrijd en ik bevestig haar vraag. Ik ben content met het tempo wat we kunnen halen. De rotonde is deze keer voor ons allebei wat lastiger omdat er een auto rijdt en iemand wil inhalen of niet, ik snap het niet precies. En weer terug! We zijn niet eens de laatsten! We hebben het over het hardlopen en ze heeft wel ooit 5 kilometer gelopen, maar niet zonder pauzes. Ik verzeker haar dat we die nu ook nemen en dat dat helemaal niet erg is. Het laatste stukje tegen de wind in ga ik expres voor haar fietsen. Een stuk. Ik beken haar dat ik nog altijd op zie tegen het hardlopen. Natuurlijk kan ik dat, maar ik denk altijd van niet. Volgens mij ben ik daar de enige dummy in, maar E denkt vast van niet. Lief he?! We spreken goed af hoe de wissel voor haar gaat: ik ga vooruit, Rob helpt haar afstappen, ik wissel schoenen (strikken!) en we moeten wat drinken. Ik heb wel gedronken op de fiets, maar zij niet.
Ik heb ‘r gewaarschuwd: hardlopen is raar. De eerste gaat al finishen! De krijttekeningen staan garant voor een enorme glimlach. Wij lopen flink door met 5:20

Dat ken ik wel en ik leg het haar uit, maar ik verzeker haar dat ze elk moment mag gaan wandelen (na de fotograaf pas natuurlijk!). En voorbij de bocht doet ze dat ook. Gelukkig maar. We gaan punten afspreken: zullen we vanaf de vuilnisbak weer gaan hardlopen? Dat principe snapt ze meteen en zo doen we het. Tot het hoekje. Tempo iets minder hoog. Ik loop alleen maar trots te zijn, da’s ook wel ‘s erg lekker! Niet hoeven te pushen, niet met snelheid bezig zijn, maar puur voor het plezier en in-dienst-van. We wandelen richting de ophaalbrug en gaan dan weer een heel stuk hardlopen. De brievenbus wordt een punt. Dan weer wandelen tot het brommertje. We moeten de hoek om rennen, Vincent is al klaar. Ze rent netjes verder tot we net uit zicht zijn. Net voorbij de fotograaf die zegt dat we de bus kunnen nemen.

Natuurlijk gaat ze drie rondjes rennen, hoezo zou ze stoppen? Puntje hoger in de heldenstatus. De teksten op de grond zijn echt heel erg leuk. Behalve ‘toppertje’, die mag ik niet zo. En weer een stukje rennen. We kletsen over veel, over pianoles en over je gedachten de baas zijn en over vanalles. Ze halen ons allemaal in, maar ik vind het niet erg. Dit is die keer dat het niet gaat om snelheid, maar om échte prestatie. Vuilnisbak, hoekje, wandelen. Een meneer met hond die mee wil op ons theekransje. Van mij mag ie, maar Sjaak haakt al af zonder te beginnen. Naast mij loopt geen grote mond, maar een big smile. Hoewel ik soms aan de ademhaling hoor dat we eigenlijk moeten wandelen, maar nee: heldinnenstatus verhoogd met dubbele punten als ze zegt: toch tot de brievenbus. Daar ben ik echt gek op, die kracht vind ik mieters. We hebben dorst, dus we gaan weer eerder hardlopen om bij de bidons te zijn! Vincent zal het laatste rondje meelopen. We drinken wat en Vincent meldt dat hij tweede is geworden. Vincent en ik praten, kan E luisteren en doorlopen tot het hoekje. Heeft zo z’n voordelen, zo’n vriendje ernaast: onbewust doet ze nog net iets meer haar best. We zijn de laatsten op het parkoers. Vincent snapt niet waar we het over hebben qua vuilnisbak. Het licht richting de ophaalbrug is prachtig zo tegen zonsondergang. We gaan het waarschijnlijk net halen voor de zon onder is. Van de hoek tot de brievenbus. E is een enorme doorzetter. Groots. Al voel ik dat ze het zwaar heeft. Ik stel voor vanaf de tweede brommer te lopen tot het einde. Hoogtepunt heldenstatus bereikt ze als ze resoluut zegt: de eerste, ik haal het tot het einde. Bikkel. Ook al doet haar been/voet pijn. Dan komt HL ons tegemoet. Ik moet mijn tranen verbijten omdat het me overweldigt. Een topatleet, een Ironman, een hardloper en een geweldig man komt ons ophalen. Kan me niet schelen dat hij niet langer wil wachten, hij doet het en verder niemand anders! We versnellen, ik ga met E mee. T O P

En dan finishen we. Als allerlaatste. Eindelijk snapt DdK het (een beetje) en E krijgt ongevraagd een medaille. Maar de knuffel van Vincent is ‘t belangrijkst. Ik ben apetrots op ‘r. Alsof het bijna mijn eigen dochter is.

Haar moeder is dat ook. Op mijn aanraden geeft DdK de beker die voor de afwezige dames-winnaressen zouden zijn aan het talent wat 2de en 3de is geworden, maar niet meeract. Vincent heeft zichzelf overtroffen, zeker qua hardlopen en de beker is zeer verdiend. E krijgt de andere beker. De snelste 40+ heer is HL en RV verdient ook een beker.

Die van E is het allermeest verdient. Voor de grootste glimlach. En ik? ik ben vrijwillig laatste geworden. Ik had met gemak kunnen winnen, maar ik ben als laatste binnengekomen. E en haar familie en Vincent waarderen dat. De organisatie van deze laagdrempelige wedstrijd begríjpt het niet eens, wat pijnlijk is. Dan ga ik ook niet bedankt zeggen. Ik krijg bloemen van E, wat natuurlijk super-superlief is. Als we de spullen opladen wordt het donker. Deze foto spreekt het meest: een trotse moeder, een blije begeleidster en 2 superlieve, sterke kinderen.

30 augustus. Lange 🚴🏻‍♀️-🏃‍♀️trainingen waar ik niet te lang over wil schrijven.

Slecht slapen. De foto’s komen binnen. Ik ben niet echt moe. Overweldigd misschien. Ach, slapen hoort niet bij deze periode. De kat irriteert. Ik heb een dag vrij voor een lange training. Het voedingsplan moet getest. De tijdritfiets moet getest. De route moet getest. Rustig opstaan met enorme hoofdpijn. Paracetamol dan maar. Zaken afwikkelen en dan alles voor het fietsen pakken. Wind tegen. Zie ik. Constatering. Kwart voor 11 ga ik weg. Het begin gaat nog wel, aardig tempo en ik voel me redelijk goed. De dijk op. Veel wind. Het valt altijd tegen. De dijk is lang. Het tempo laag tussen de 22 en 24. IK DURF NIET te gaan liggen. De fiets en wind beangstigen me. Slecht nieuws. Toch een effect van het vallen. Bah. Niet makkelijker. Andere fiets maar nemen dan. Knardijk ook niet liggend. Wel iets harder. Ik word weer ingehaald. Ik drink in elk geval veel en ik eet keurig en graag de blokjes. Ook langs het Oostvaardersveld gaat het niet veel harder, ondanks dat ik wind mee heb. Ik heb te weinig energie. Van een slechte nacht? Van gister? Dit moment in de maand? Onzekerheid? Twijfels. Dat ik geen fietser ben. En dat 96km lang is. Heel lang. Voor een niet-fietser. De Ibisweg gaat wel redelijk en ik durf warmpel een kilometer lang te blijven liggen. Maar al snel is er een auto, tractor, reden om te gaan zitten. De bidon is leeg. Drinken is ook eng. De Doddaarsweg is druk. Elke keer als ik even lig met de zijwind, komt er een tractor. Ik kan zo naar huis gaan, maar het komt niet in me op. Wel dat het niet goed gaat, niet snel, niet makkelijk, niet leuk. Weinig veelbelovend. Deze weg is lang, maar hier kom ik doorheen. De weg naar rechts gaat even hard. De training volg ik niet. Ik moet plassen. De weg richting de paarden is zo mogelijk nog drukker met wel 4 auto’s, een tractor, wegwerkzaamheden en een bus op het kleine stukje! Bij het hek stop ik voor een plas.

Dit is een training en geen wedstrijd namelijk. Er is niemand en waarom zou ik het mezelf moeilijker maken? Sportdrank wisselen, een beetje moed verzamelen en weer verder. Het bos is leuk. De Winkelweg: eindelijk kan ik tempo oppakken en meer dan een kilometer gaan liggen waar de fiets voor bedoelt is. Kort. Ik zoek de bank, maar de nieuwe afslag is eerder. Het hek is open, ik zie het verboden toegangsbord niet 😇 Ik vind de weg prettig. Eindelijk rust en windmolens en iets nieuws! De gel knoeit. Irritant. De Eemhof langs en dan de lange dijk richting de brug. Er zit een redelijk tempo in. Compenseert de dijk niet. Nog steeds druk. Vooral na de brug. Maar ik zal Almere Haven ook bereiken! Ik blijf keurig eten en drinken. Haven door hobbelen. En daarna de nieuwe route van vorig jaar. De route op mijn horloge is nog die van 98 kilometer. Maar ik ken de weg. Half 2 inmiddels. Rode brug, gehobbel, maar we zullen straks het asfalt wel nemen. Het fietspad langs Poort. Zucht. Dan een kleine gok: naar rechts en daarna naar links denk ik, gezien de staat van de wegen hier. Ik pik het een klein beetje op en leg me neer bij mijn belabberde fietskwaliteiten. Dan de dijk weer op. Het is harder gaan waaien, ik zit al op iets van 75km en ik ben al moe. Ik moet slome mensen inhalen die me naroepen dat ik geen bel heb. Ik snauw dat ik ook geen motortje heb. Dat ik ook geen gehoorapparaat heb, horen ze vast niet meer. 22 haal ik. Met heel veel moeite. Echt zwaar. Niet leuk. NIET. En dan ga ik liggen. Eindelijk. Na al die tijd ga ik nog liever liggen en bangig zijn dan rechtop tegen de wind in. Het is afzien. Laten we dit alsjeblieft niet hebben op de tiende. Maar dan is dit het begin. Ik ben echt moe en de hoofdpijn is weer terug. Was fietsen al niet mijn ding, nu zeker niet meer.

Nog een korte stop voor een foto en een gel. Ik wil niet meer, ik wil deze fiets niet meer, ik wil hardlopen en ik wil die halve triatlon al helemaal niet meer! Alle bidons zijn leeg, zelfs het water is voor de helft op. En toch… Toch snij ik niet af. Onbegrijpelijk. Niet van de dijk af, maar dezelfde afgang als opgang nemen. Door de plassen en nog een stukje extra. Bij het Oostvaarderscentrum kijkt niemand uit. Ik zou wel willen schreeuwen: dombo, ik heb er al 90km op zitten, kijk zelf uit! 96 kilometer in 3 uur en 3 kwartier. Bijna in 4 uur als de pauzetijd doorloopt. Het wordt een kwestie van overleven in de halve triatlon. Voor deze slappe fietstut. In oktober doe ik alleen nog wat ik leuk vind: hardlopen. En dan mag Annemarie proberen een fietser van me te maken voor volgend jaar.

Fiets aan de kant. Plassen! Gels pakken. Schoenen aan. 1 Kilometer op tempo, dan 2 rustig. Mijn benen gaan hard, maar ze hebben het zwaar. Ik ook. Ik krijg het tempo niet onder controle. De mind ook niet. Langs de kassen bedenk ik dat ik geen water heb. En het is heet. Ik vraag Vincent te komen. Kilometer 4 moet weer hard, maar het zit er niet in. Z W A A R Ik wil wel, maar ik kan niet. Ik blijf rennen, maar ik voel me vele malen slechter dan bij de lange trail vorige week. Er zit dan een soort zwartigheid omheen. Mist. Ik ren door richting de dijk. Een gel komt als ik water heb. Op 5km, vlak voor de dijk, moet ik stoppen.

Ik ben misselijk en ik tol. Maar ik moet nog terug. Ik haat het dat ik de data vervals door stil te staan en het horloge te stoppen. Vincent komt er aan. Op mijn tijdritfiets. Mijn voorstel. Liggend. “Wat een racemonster, ik kan wel 37” roept hij. Auw. Alles deed al pijn, maar dat hij dit vindt van de fiets die ik de afgelopen 4 uur niet heb kunnen temmen, dringt nog door. Ik loop tot 6km, de plassen in omhoog. Dan drink ik en ik maak mezelf nat en ik neem een gel. Weer stilstaand. De laatste 4 kilometer komen er. Hoe dan ook. Vincent gaat terug. Ik moet versnellen, maar ondanks het water en de gel is het er niet meer. Mijn benen kunnen het niet meer. Ik ook niet meer. Tempoverschillen zijn er niet meer echt. Het is alleen maar dat ik wil blijven doorlopen. Na 8km lukt dat opeens even niet meer. Dan maar wandelen.

De halve triatlon heb ik wel water en posten en anders cola, misschien is het minder warm en zonnig. Misschien minder wind. Minder buikkramp, minder hoofdpijn en wat ik het meest hoop: minder moeite. Ik moet nog een keer wandelen als ik het viaduct op ga. Ik ben intens moe. Dat is voor een training echt niet oke. Morgen maar niks doen. Ik haal de 10 kilometer net binnen een uur. Ik ben in de straat, hobbel nog even door en dan is het mooi geweest. Diarree en drinken. Het gaat ‘m niet worden met de halve triatlon. Afronden en wegstrepen.
Dat waren veel woorden. Voor een training van zo’n 5 uur. Het had korter gekund: het ging kut vandaag.

Ik lees vol verbazing hoeveel mensen in augustus hebben gerend en gefietst en gezwommen en gesport. Daar ben ik niet echt mee bezig geweest, ik heb er geen oog voor gehad. Ik loop niet zoveel: 153 kilometer. Maar dat is meer dan degenen die geblesseerd en gedwongen thuis zitten. Ik fiets alles bij elkaar 566 kilometer. Met een gemiddelde van 26,4. Hoewel het supertraag voelt in vergelijking, ben ik de afgelopen maanden met zo’n 2 a 3 kilometer gemiddeld omhoog gegaan. Een zwemmaand was het niet: 13 kilometer in het water gelegen. Dat is dan grappig genoeg wel veel harder gegaan dan ooit eerder. Ik sportte 55 uur. Ruim anderhalf uur per dag gemiddeld. Gek he, dat ik daar moe van wordt? Want er moest ook worden gewerkt, vakantie gevierd, de was gedaan, ontspannen.

1 september – Duur+baantraining

Als ik op kantoor ben eet ik alvast de 2 boterhammen die ik ‘s morgens heb gesmeerd met appelstroop op. Ik moet dus altijd vooruit denken met dat sporten! Het is drukke dag op kantoor met veel karweitjes. Moe kom ik thuis. Op mijn schema staat vandaag dat ik eerst zo’n 40 minuten rustig moet inlopen en dan volgt de baantraining. Het is 5 kilometer naar de baan toe, dus die ga ik maar hardlopend afleggen dan. MOEIZAAM. Het is warm, ik sleep mezelf vooruit en tel kilometers af tot ik er ben. En dan zal ik er zelfs nog niet helemaal zijn! Ik heb muziek op mijn oortjes, maar daar dreunt ook flink wat wanhoop doorheen. En ik moet naar de WC. En ik vraag me echt af of ik nog wel kan trainen als ik er eenmaal ben. Met het ommetje om de baan kom ik op 6 kilometer uit. HAA OO EE ga nu nog een uur op de baan lopen? Echt met een soort van moed der wanhoop. Laat mij allemaal maar met rust, ik heb genoeg aan mijn eigen demonen. Jullie zouden dit allemaal kunnen, maar ik effe niet. En toch doe ik het! Zo lang als het gaat tenminste. Ik loop te kletsen met AS die ook de halve triatlon gaat doen en ik heb iemand gevonden die ook niet zo sterk is met fietsen en zich net als ik afvraagt hoe anderen dat toch doen! Dat doet me goed, maar we lopen achteraan. Zij denkt ook dat ze lang over de halve gaat doen en kijkt zonder schroom naar de 7 uur. Vind ik een troost. De trainer komt ons vragen of wij nog ‘wat’ doen in Almere, maar -net al de meeste triatleten om me heen, op AS na- schept hij ook wel graag even op over wat hij zelf gaat doen. Ik zie nog steeds op tegen de training. Eerst nog veel drinken, mijn darmen zijn tot rust gekomen. We moeten nog springen en oefeningen doen! Die krijg ik er echt amper uit, maar het komt wel even los.

Dan gaan we de kern doen: 400m net iets boven duurtempo – 400m onder duurtempo – 300m net iets boven duurtempo – 300m onder duurtempo – 200m net iets boven duurtempo – 200m onder duurtempo – 100m net iets boven duurtempo – 100m onder duurtempo. Er is geen rust, de stukken ‘onder duurtempo’ is de rust. Goed indelen dus. Ik blijf maar bij AS lopen denk ik, maar zoals gewoonlijk stuift men er vandoor. 4:55 is het tempo wat hoort bij iets boven duurtempo. Met een aardige groep mensen wordt er veel gekletst. De rust is 5:45. Ik weet intussen dat het op de baan nou eenmaal harder gaat. De 300m hou ik dus hetzelfde tempo aan. En de rust ook. Het telt wel lekker makkelijk door, deze afstanden. Bij de 200 en de 100m vertraagt de rest al iets. Ik kan dat niet uitstaan, begin dan niet zo snel! Jullie weten het toch intussen… Ik loop in op de heren die een halve baan vooruit gestoven zijn. 1 Kerel praat altijd en is o-zo-geweldig, dus ik ga daar liever bijlopen, dan hoef ik alleen maar te luisteren. Maar vooral in de rust gaat het tempo bij iedereen omlaag. Dus ook deze heren haal ik in. HB zegt: ‘Anke hoeft alleen een vinkje op te halen’ en ik moet me echt ontzettend inhouden om geen middelvinger op te steken. Bemoei je met je eigen zaken zeg! Ze stikken er allemaal maar in, hoe goed, fantastische en geweldig ze ook zijn. Ik doe mijn eigen tempo’s wel weer.

De kilometers tellen op. Omdat ik elke ronde lap, ben ik het overzicht een beetje kwijt. Heerlijk. Je hoeft alleen maar te denken: 400-300-200-100. En dat zijn lekker overzichtelijke stukjes. Ik vergeet helemaal dat ik dit eigenlijk niet kan. Zeker als de zon ondergaat, kom ik in een uitstekend stille, saaie mood. Na het tweede blok stop ik even het horloge (dat heb ik al zo vaak gedaan) en ik drink wat. Dan nog een keer het hele riedeltje. Ik vind dat ik dat net moet halen. Makkelijk was het toch al niet en beter wordt het ook niet meer. In de 300 rust loopt CN tot mijn verbazing een stukje mee. Bij haar denk ik altijd aan haar agapurna’s en in weze is ze echt een onwijs lieve schat. Ze praat tegen me en zegt dat ik niet eens zo heel langzaam loop. Dat vleit me, maar zij loopt in haar rustige tempo als ik op z’n hardst ga! En ik ben nogal in mezelf gekeerd op dit moment. Iedereen is gestopt, maar ik heb de 200 rustig en de 100 nog voor de boeg, wat precies nog 1 ronde is! Die ga ik doen ook. Ik maak het af, roep ik. In mijn hoofd mopper ik: want na 90 kilometer fietsen, pikt ook niemand me op en moet ik er nog 6.

De eerste badge voor september is binnen. Ik heb 15 kilometer hardgelopen.

Ik loop heel rustig uit buiten om de baan heen. Warempel, nu heb ik het toch niet opgegeven en toch afgemaakt! En in de training op de baan enorm veel tijd goed gemaakt. Dat is hard gegaan, die baankilometers! De trainer vindt het wel grappig dat ik alle afstanden wil doen, maar ik hoor hem denken: dat doe ik training gewoon, appeltje-eitje. HB kletst nog tegen me. Ik denk niet dat iemand echt begrijpt hoe het is als het niet meer lukt. “Je doet het toch voor de lol”, “wat maakt die tijd nou uit”, “geniet er maar van”, “dit kan jij makkelijk” – de standaard teksten helpen heus niet. Over de parkeerplaats maak ik de 16km vol. Het is ook de tijd van de maand en het lange wachten, dat ik me nergens goed over voel.

2 September – Fietsen en hardlopen

Lekker fietsen samen met Manuel. 45 Kilometer staat er. Niks over tempo of cadans, gewoon vijfenveertig kilometer. Manuel heeft de route gemaakt. Ik ben bijtijds klaar, maar het verzamelen van moed kost nog wat extra tijd. En dan blijkt vlak voor ik opstap het maandelijkse feestje dan toch eindelijk los te barsten. Nou jippie. Al snel merk ik dat ik qua fietsen gewoon een tandje te kort kom. Er zit geen kracht in. Door het lopen van gister, door de fietsritten eerder deze week, door de buikkrampen, door de wind tegen of omdat er ook een soort van grens aan mij zit: het ontbreekt aan energie om op hoog tempo of een hoge cadans. We kletsen daarentegen wel weer lekker bij! Het gezelschap is heerlijk. In mijn eentje was ik gaan kniezen, nu accepteer ik het gewoon. Naar de sluizen op de Knardijk en dan verder de Knardijk af. We hebben eigenlijk de hele tijd wind tegen. We gaan nieuwe paden op.

De Appelvinkweg en tussen de fruitbomen door naar de Sterappellaan. Klinkt heel vriendelijk. We hadden wind mee, maar ook dan fietsen we geen 30plus. We gaan terug over de Grote Trap. Dan hebben we wel wind mee, maar het is bochtig en je moet goed opletten voor de koeienpoep. Uiteindelijk doen we lekker lang over de rit van maar liefst zesenveertig kilometer!

En dan moet ik ook nog 3 kilometer hardlopen koppelen. Slepen. Trekken. Sloffen. Joggen. Proberen. Zweten. Sjokken. Afzien. Wanhopen. Onverhard. Het zijn er maar drie. Onafgebroken. Lang. Nu is niet alleen mijn hoofd er klaar mee, maar ook mijn benen voelen aan alsof ze het helemaal gehad hebben. Het gebrek aan motivatie reikt tot mijn tenen.

3 September – Floridarun, heel veel plezier

Van tevoren sluipt de twijfel er toch weer in: kan ik dit wel, het lopen gaat al zo slecht, wat als ik onderweg weer moet, hoe moet dat tussen al die mensen, wat moet ik eten, wat moet ik aan? Ik wissel op het laatste moment naar mijn Ironman shirt. Eet halfslachtig. Mijn fiets is schoon. Dat geeft een beetje rust. En de hormonen zijn weer rustig. Geeft ook een iets beter gevoel. Als ik maar niet zo in de stress was om te gaan rennen! Nog een keer naar de WC. Gespannen het terrein op lopen. Het slaat weer nergens op. Ik besluit op het laatste moment om de Shockz te proberen. Met deze oortjes op heb ik mijn eigen muziek, maar hoor ik ook nog alles. Let’s try!

Ik meng me overal tussen en klets wat. Niet teveel. De muziek overstemt de herrie niet in het startvak. Vooraan starten of achteraan? Ik weet het niet, maar we gaan rap van start. Ik zie wel. Het lopen gaat goed. Voor nu. Ik zie de kinderen voor me lopen en ga ze even inhalen. Zo leuk, dat setje!

Ik maak foto’s. Tuurlijk. Tijd te over! En ik loop best flink door. Ik zie dan GN voor me lopen. Ik ben blij dat ze erbij is en dat haar blessure weer weg is! Ik haal haar bij en klets met ‘r. Zo zie ik niet zoveel van de Floriade! Ik hoor de muziek van de fluiten en we lopen kris-kras rond. Dan over het driehoekje waar ik ooit onderdoor gezwommen ben.

Achter me zie ik dat de kinders nog steeds rennen. We zitten al op 2 kilometer! Eigenlijk gaat het te snel. Ik hoor nu wel de muziek tussendoor. Er lopen nog meer mensen. Ik laat GN en PS achter me. Vind ik leuk, want PS liep altijd veel harder dan ik deed. Altijd, al die jaren lang. We komen over de brug. Wow! Wat een mooi licht.

Ik loop echt te genieten intussen. Met een soort voorbehoud en in mijn achterhoofd de gedachte: blijft dit wel goed gaan… Dan lopen we langs de vuurtoren en aan de achterkant het terrein op. Onverhard. Dat deert me niks, maar de herinnering overvalt me: hier heb ik voor het eerst kennis gemaakt met de TVA jeugd. Het is een zoete herinnering die ik even koester. Op 11 kilometer per uur. En dan de andere brug over, waar ik ze daarstraks al zag rennen, de allersnelsten. Ik doe mijn eigen snel. Ik zwaai (samen met GN) naar de fotograaf. Altijd mijn held.

En dan over smalle paden. Het is nog steeds best druk met lopers, want de 5 kilometerlopers doen ook nog mee. We lopen over de laan naar beneden. En dan langs de tuintjes. Links, rechts, muziek, Duitsland. PL komt bij me lopen. Hij zoekt mensen en kletst met ze. Voor me uit loopt hij de kas (!) door.

En dan versnelt hij. We komen langs het water en daar gaan we omhoog. Weer een herinnering: hoe we hier vorig jaar liepen bij de triatlon. Ook zoet. En dan speelt op de achtergrond mijn eigen muziek in het echt. Dat helpt. Het is mooi en straks zal het nog mooier zijn met de ondergaande zon. Ik vind dit wel leuk, maar echt genieten vind ik nog steeds moeilijk. Ik moet mijn vrolijke gedachten erbij houden. Dan naar beneden op weg naar de finish. Ik zeg hardop WOW, want het ziet er met het kronkelpad mooi uit!

Ik loop de finish voorbij en neem een beker water, die ik lopend drink. Heb ik dat ook eens geprobeerd, denk ik met een smile. En dan haal ik PL in die met iemand loopt. Deze ronde ga ik enorm genieten. Voor mezelf. Het is opeens stil om me heen. Het pad ligt voor me en ik steek voor PL langs. ‘He’, zegt de Held, “Anke haalt mij eens een keer in.” Ook leuk, maar ik doe dit omdat ik een foto wil maken.

En dan over de brug loop ik met de mannen op. Het licht is inderdaad prachtig. Het zijn kleine dingen die me opvallen nu: het rusthokje, de tegel voor het ‘monster’, de fluitmuziek. Ik maak een foto en geef een welgemeend duimpje.

Voor me loopt iemand in het oranje. Ik herken hem! Het is D, van KH! HELD. Tof om hier te lopen. Ik ga zijn kant op en verslap nu niet. Hem wil ik voorbij. Supercoole gast. PL haalt me weer bij en ik vraag hem van mij een foto te maken. Dat doet ie en hij houdt mijn telefoon vast. Dat vind ik even moeilijk, ik moet bij iemand anders in de buurt blijven, wiens tempo vanzelf hoger ligt. Ik kan het. Als we op de brug zijn, houdt PL in en maakt een foto.

Van mij ook, roept DM (van KH). PL doet dat na mijn goedkeuring. En dan geeft hij mijn mijn telefoon terug en ik vertel hem van wie hij een foto heeft gemaakt. PL gaat terstond kennis maken! Ik roep nog iemand terug die verkeerd loopt. En dan geniet ik even ontzettend. Het is zo mooi, zo stil. De vuurtoren, de weg voor me.

Joyce had hierbij moeten zijn. De vrijwilliger roept tegen me dat het er soepel uitziet. Ik heb nog genoeg kracht om te zeggen dat het zo niet echt voelt, maar het compliment neem ik aan! Dan onverhard gaan lopen en ik haal nog wat mensen in. Stilte. Dit is voor mij. PL maakt de foto die ik in mijn hoofd heb gemaakt.

Langs de luisterpalen door elkaar die ik als symbool voor het waterprobleem zie. Langs een lamp die aangaat, want het wordt donker. Langs heggen richting de brug. Daar is Rob.

Ik vind het leuk! Even is al het andere op de achtergrond: ik loop gewoon maar lekker. Duurt allemaal niet meer zo lang. Smalle pad. Wandelaars inhalen. En dan naar de brug en langs de fluit vanaf de andere kant. Ik vraag MaB of zijn moeder niet meedoet en hij ontkent. Ik krijg het lied van Touch the Sky op mijn oren en die dringt diep door. Ik kan de lucht aanraken, ik doe mijn best wat ik kan en dat doe ik volgende week ook. I can fly. Helemaal in mijn element ben ik!

We mogen de tuintjes nog door. Langs de blije hardlopende dames. Een man met kind. Ik zie het tuintje van Oekraïne. Een grasveld. Ik grijns. En dan de trommels die iedereen nu persoonlijk aanmoedigen. Vlak voor de kas zie ik Rob, Vincent en E. Ze zijn klaar en hebben het keurig gedaan. De kas is van Suriname. Ik kijk nog een keer goed. Hier kom ik namelijk nooit meer. Ik kijk naar Almere en dat ligt er zo mooi bij. Dat maakt me trots. Ik zie de ouders van KH en die maken me ook blij. Ik loop nog even omhoog. Kan ik. Tempo vasthouden. Het gaat niet meer vanzelf en ik moet even vechten om niet te gaan wandelen. Maar dan zou ik dat doen, zodat het langer duurt! De weg weer op en nu is het nog mooier. Leeg, bijna donker. Emotioneel mooi. Dat ik dit zo leuk vind en zo geniet, was broodnodig. Daar zijn de kids weer en Vincent loopt mee.

Ik ga versnellen. Of course. Ik vraag Vincent mee. Omdat hij mee kan. Maar dit is mijn moment! Ik geef hem snel mijn telefoon. Ik zie mensen die ik ken en ik ben gewoon heel erg blij om mezelf. Yes, I can do this!

Binnen de 55 minuten. Maar ik zie het amper. Ik zie zoveel mensen die ik ken en ik ben er blij mee. Ik hoef niet naar een toilet. Ik krijg een tasje en een bloem en van de organisatrice zelf krijg ik de houten medaille.

Ik kan wel huppelen van blijdschap! Omdat ik het leuk vond! Omdat ik lopen beheers. Daar hoef ik niet bang voor te zijn. Ik drink wat water. RV spreekt me aan, maar ik wil eigenlijk even naar Rob. Ik ben verbazend snel weer helemaal bij! ‘k Zou zo nog een rondje kunnen lopen. Het is dat ik dat niet kan maken. Zoveel mensen om even gedag te zeggen. Er zit een meneer in zijn eentje op de grond. Ik vraag of het gaat en hij springt gelukkig zo op. We kletsen en ik heb nog nooit iemand met open mond van waardering naar mij zien kijken, maar ik durf in mijn euforie eindelijk een keer te zeggen dat ik de hele triatlon heb gedaan. Dat ik een halve doe volgende week verbijstert hem al, en ik zie hem anders naar me kijken. Hij wil zelf een kwart gaan doen. Vind ik evenzo sterk! Na je 50ste nog leren zwemmen: ik weet wat hem te wachten staat, deze fietser en hardloper. Het wordt donker, maar ik heb ergens een lichtje gevonden! En een bak wortels, tomaatjes en een prachtmedaille gewonnen.

4 September. Zwemmen en fietsen.

Al lang wil ik zwemmen in het uitvalshaventje naast de Oostvaardersdijk. Vandaag haal ik Vincent over mee te gaan. Ik ben moe. Moe. Maar ik wil zwemmen! Na de lunch gaan we. In wetsuit. Als ik dan de borden voor de Challenge zie, kriebelt het wel een beetje. Niet vervelend, want ik heb me neergelegd bij het feit dat het tijdtechnisch geen topresultaat wordt. De gesprekken met anderen minderen goden, opbeurende woorden van de trainster en willekeurige mensen doen me inzien dat ik het gewoon doe zoals ik het doe: een vinkje halen en proberen te genieten – dat zal moeilijk genoeg zijn. Vincent doet zijn wetsuit aan bij de auto en ik sta in de zon het te heet te hebben.

Dan is er geen trapje aan de steiger! Hoe moeten we dan het water in? En vooral: weer eruit?! We klauteren over de stenen. Ik glij er na even voorzichtig in. Vincent vindt het echt heel erg eng. Heel erg.

Maar hij komt ook. Ik heb het even koud. Maar ik wen snel! Vincent niet. Zijn ademhaling is in een hogere versnelling geschoten, hij houdt het koud en hij komt er niet in. We zwemmen naar de gele boei. Daar zijn we al snel. Ik zwem kalm en beheerst. Geen haast. Proberen 1 op 3 te ademen. We blijven bij elkaar. Ik zwalk! 1 op 3 ademen is voor de navigatie nog niet best! Vincent krijgt het niet goed voor elkaar. We gaan richting het einde. Volgens mijn horloge zwem ik hard, maar ik geloof er niks van! Vincent spreekt met me af dat hij na 500m op zijn horloge omkeert. Het lukt hem niet. Ik ga op en neer en wil wel naar het einde, maar ik wil niet dat hij alleen over rotsen moet stunten. Dus we gaan samen terug en dan zwem ik wel wat extra. Ik blijf heel kalm en vol vertrouwen aan het zwemmen. De temperatuur van het water is erg raar: de bovenste laag warm, vlak daaronder koud. Mijn voeten kunnen het warm hebben en mijn handen opeens ijskoud. Ik zou moeten oefenen met navigeren, maar ik oefen vooral het heel koel blijven. Dat ik hier nu ben vind ik leuk en daar geniet ik van. Dan maar iets minder training! Ik zwem en navigeer terug naar de gele boei. En dan samen naar de stenen. Vincent moet blijven zitten, dan kan ik nog een extra blokje zwemmen. Om de steiger heen. Naar het andere einde. Ik zie Vincent zitten in de verte. Tussen de meeuwen door. Ik kijk even uit over het Markermeer en dan terug. Ik zwem gewoon steady en moeiteloos.

Dan onder de steiger door, voorzichtig en dan zit ik op 2000m en 3 kwartier. Mooi. Voorzichtig de stenen over. Ik voel me een walrus in dit pak in deze houdingen! We kleden ons in kleedkamer ‘de auto’ om.

Dat was een leuke ervaring voor mij en een ervaring voor Vincent. Hij heeft gevoeld hoe het is om te zwemmen als angst/zenuwen blijft hangen. Ik ben er wel moe van. Of was ik dat al?
En dan wil Vincent ook nog zijn parkoers verkennen voor het fietsen voor de Junior Challenge! Ik heb mijn racefiets schoongemaakt. Moet even testen, de banden enzo. Cadans hoog houden. Ik vertrouw mijn racefiets meteen. We gaan over het spoorbaanpad. Naar het begin. Ik heb het gevoel dat we flink hard gaan. Maar ik voel me geen snelheidsfietser, maar een verkeersdeelnemer zo midden in de stad met zijn tweetjes. Overal mensen die wandelen, willen oversteken, hun hond uitlaten. We moeten heel even kijken op de rotonde hoe verder. Vincent komt hier nooit, dus dit is goed voor hem. Nu weet hij van het schapenbos, de verdwaaltuintjes en waar KH achter een boom is gekropen. Hij kent de bochten. We gaan even op de Esplanade kijken.

Het gemiddelde tempo valt me flink tegen eigenlijk. En dan hebben we op de weg terug wind mee! Terwijl het donker wordt. Daar heeft mama het niks mee, die ziet vooral overstekende engerds en gevaarlijke brommertjes en andere gevaren op de weg. Uiteindelijk maken we 30 kilometer vol. Mijn powermeter is blij met me. De cadans is ook lekker hoog. Het tempo laat ik achterwege.
En dan heb ik 13 uur gesport in een week. Vlak voor de halve triatlon. Dat kan ik dan weer wel. Tot vlak van tevoren doorbuffelen. Aankomende week is het een kwestie van de vermoeidheid beheersen en het vertrouwen ergens vandaan toveren. Iemand nog een potje staan ergens?!

maandag 5 september Hardlopen – WAARDELOOS hopeloos slecht

Na een dag werken. Het is benauwd. Vroeg donker alweer, dus fietsen lukt niet. Vincent gaat mee. Ik heb G E E N Z I N. Ik moet een paar intervallen doen, die voor Vincent peanuts zijn. 8 minuten lage zone, 2 minuten zone 3 en dan 1 minuut dribbelen. De 8 minuten zijn net te doen. Net. Dan is de brug ook nog afgesloten.

Ik ben niet vrolijk. Niet gemotiveerd. En hoe Vincent ook zijn best doet: er kan geen lachje af. Ik moet naar zone 3 en ik zet aan qua tempo, maar het levert niet veel op en zone 3 blijft ver buiten bereik. Geen energie, geen kracht. Ik ben moe. Slecht slapen. Ik sleep me voort. Eigenlijk had ik na 12 minuten om moeten draaien, maar dat kwam niet in me op. Mijn knieën doen ook al pijn. (links) Ik verheug me vooral op de minuut dribbelen die ik gereduceerd heb tot wandelen. En toch probeer ik het elke keer weer, om ergens zone 3 te vinden en tempo en vooral: om iets leuk te vinden. Hopeloos.


De laatste heb ik half wandelend doorgebracht, omdat ik ook nog moest poepen en toen moesten we ook nog pinnen. Snel vergeten dit. Had weinig te maken met hardlopen. Of met motivatie.

dinsdag 6 september. Fieieieieietsen

Zo geen zin! Die fiets staat me tegen. Maar ik wil nog een keer het voeden oefenen en in zie wel hoe het gaat. Ik stel het uit, regel het computertje in en ga maar eens letten op de wattage. Het gaat hard. Verbazingwekkend. Ik merk het meteen al wanneer ik langs de Oostvaardersplassen fiets. Het waait nauwelijks, maar ik heb wel degelijk wind mee! Ik ga gewoon liggen. Op de dijk. Ook waar ik gevallen ben. Kop omlaag en liggen op de racefiets. Kijk nergens naar. Hoef niks. Ik kan toch niet fietsen. Gewoon cadans hoog houden en die hartslag is stom. Drinken accepteer ik, dat ik tijd verlies met het pakken van een bidon, maar ik let goed op het schema. Ook op de Knardijk lig ik. Een beetje luisteren naar muziek, beetje wegdromen. Wind tegen valt mee langs de paardenvelden. Een andere fietser haal ik in, hij haalt mij in en doei. Het is druk, veel auto’s, er zal wel file staan op de A6 – en ja hoor. Ibisweg. Wel wind tegen en ook veel verkeer.

Ik ga onbegrijpelijk hard. Ik snap er zelf echt helemaal niets van. Niks. Hoe kan dit nou? Waarom blijf ik maar boven de 30 fietsen?

Op de Doddaarsweg. Ik durf te liggen op deze fiets en ik drink veel. Ik let wel op met tractoren. Netjes gel en reep nemen. Over de Vogelweg de 1,5 minuut versnellen. Ver, ver boven zone 3, in zone 5 bij 250watt. Soms. Ik kijk naar de wattage, maar ik snap er niks van. Hopelijk ga ik dat leren en daarmee ook het fietsen begrijpen. Ik ga terug over de boerenweg en stop zelfs een keer voor een tractor. Ik maak de tempoblokjes af en doe de laatsten wind mee om te kijken wat dat doet. 45km in anderhalf uur, wat een grap. Ik rij rustig uit. Gaat het gemiddelde hard omlaag. Het voelt stom, boven wedstrijdtempo fietsen. Ik snap niet waarom? Waarom vrijdag nog 24 gemiddeld fietsen en nu 29? Fietsen beheers ik niet. Dat staat me tegen.

Een paar uur later ga ik zwemmen met mijn collega en sportmaatje MB. Rustig aan. Zij zwemt meestal wat sterker, maar ze zwemt niet zoveel buiten. Bij het surfstrandje. Ben ik volgens mij nog niet geweest dit jaar. Wetsuit aan. De goeie. Dan kan die nog drogen.

Zin heb ik niet meer, maar acceptatie intussen wel. Zwemmen gaat me wel lukken. Dat was ooit anders. We gaan samen het water in en er zijn planten. Veel planten. Heel veel planten. Ik ben niet bang van planten. Maar ze zijn wel lastig. Het zwemt onhandig. Ik adem aan twee kanten. Er is weinig te navigeren hier. Gewoon zo een beetje rechtdoor. Mijn benen doen lekker niks. Dat mogen ze. Ik zwem op armen. En op rust. Ik zwem op lange slagen en kalmte. Geen haast gaat het hardst. Steady is het beste. We stoppen zo nu en dan om te klagen over de planten. Maar ik zwem graag grote stukken door. We gingen een kilometer en toen terug. Ik ging 500m aan 1 stuk zwemmen. Maaien krijgt door de planten een andere betekenis. Het is vooral zaak kalm te blijven en door te maaien! Ik weet niet hoe lang ik er over deed, maar ik vond dat ook niet zo belangrijk. En dan terug naar het strandje. Ik bedacht dat ik ook nog eens moest oefenen met het uitdoen van mijn wetsuit. Ik gaf mezelf de opdracht om sneller te zijn dan MB en voor zij uit het water komt, mijn wetsuit uit te hebben. Dan moet ik nog even aanzetten en even merken hoe het gaat met duizeligheid. Ik ben eerder, gooi mijn spullen op het zand en ik heb de helft uit voor MB het water uit komt. Maar ik ga terug, want al dat zand vind ik niks. Lekker 2000m gezwommen. Op de jungle onder water na, compleet relaxed.

Woensdag 7 september. Ik doe niks. Niks sportiefs. Hard werken. Slecht slapen. En zenuwen. Diëtiste. Mijn rusthartslag is laag. Maar dit is het moment om even te vertellen wat er gister gebeurde: ik was in de stad om mijn rijbewijs te halen. Vincent had me uitgedaagd mijn startnummer te vinden in de wisselzone, waar hij een overzichtsfoto van stuurde. Dus ik liep er toch even langs. Zocht naast het hek mijn nummer en zag iemand die ik vaag kende bezig met tie-raps. “Zal ik een foto maken”, vroeg de man. “Welk nummer heb je?”

Toen hij wegliep daagde het me opeens: ik hoef die halve niet voor mezelf te doen. Ik kan het doen voor al die vrijwilligers, al die mensen langs de kant. Daarmee geef ik het uit handen. “Wat sta je mooi, bij de lantaarnpaal”, komt de man terug. Hij doet ook de halve, met rugpijn. Voor deze man, voor degenen die aan de kant staan, voor de lachende vrijwilligers, voor de mensen die nu bezig zijn met opbouwen: ik hoef het niet alleen te doen. Er valt een last van me af. Wie de man is weet ik niet, maar hij heeft me veel meer gegeven dan alleen een startnummer!

8 September. Junior Challenge en proefzwemmen.

Vincents dag. Hij gaat vandaag de tiende triatlon doen. En het regent. Ik vind het zo oneerlijk. Na zo’n hele zomer vol hitte en droogte, vandaag regen. We vertrekken vroeg, zodat we al om half tien zijn spullen kunnen ophalen. Het wordt droog. We zetten de spullen neer. Het is allemaal wat los-vast. Ik waardeer de vrijwilligers weer. Anneke, Frank, Marjan, de docenten: klasse. Ik laat de opschepperige schreeuwers voor wat ze zijn. Ik begeleidt Vincent wel zelf. De spanning er even uit lopen. Drinken. Een alfabet verzinnen. De trainers laten hem links liggen, of ze nou van de NTB zijn of zijn vroegere trainer: ze kijken over Vincent heen. Ik dring voor als hij start. Zie dat het zwemmen niet lukt. Voel met hem mee als hij vol boze adrenaline het water uit komt. Trots als hij fietst. En dan zie ik de man van het startnummer! Ik zoek hem op en we praten verder. Hij heeft geen idee wat hij heeft betekent. En dan is Vincent alweer terug! Hij gaat rennen in niemandsland. Ik vind het spannend om hem op te wachten. Maar hij sleept hem binnen hoor, die derde plek in zijn leeftijdscategorie! Lange neus aan alle andere begeleiders, de eerste knuffel is voor mij!

Dan begint het lange wachten in de zon op de podiumceremonie. Ik klets met veel mensen. De angst die ik ‘s nachts heb voor de onbedwingbare zenuwen, ebt overdag wat weg. Als Vincent gekroond is, ga ik zwemmen. Ik heb HB zo ver gekregen dat hij ook wacht (hoe lief) en wij kunnen prima samen zwemmen. Ik moet even mensen van me afschudden en dan tussen de planten springen. Ik zie ze de hele dag al maaien. En terecht. Het water is helder, maar begroeid. Het begin gaat stroef, het navigeren. We gaan iets te ver om geloof ik. Maar ik adem 1 op 3. Kalm, beheerst. Lekkere temperatuur. Mijn eigen ding, met uitzicht op HB. En op de stad. En ik navigeer prima naar de eerste boei. Ik vind het leuk, andersom. Bij de boei naar de vuurtoren navigeren. Fijn. Maar nee. De golfslag wijzigt en ik kan even niet mee. Ik raak een beetje in paniek, de rust is uit de slag. Een veld vol planten. De boei komt niet snel genoeg dichtbij. En dan moet ik even alles op alles zetten om te kalmeren. Om het terug te pakken. Om me te concentreren op de ademhaling – terug naar 1 op 3-, op de lange slagen, op de rust. Het vechten in het water is er opeens weer. Maar het is tijdelijk! Ik kan het oppakken, ik ga weer eerst 1 op 4 ademen en ik ga weer strak zwemmen. Een overwinning op zich! Ook het zwemmen beheers ik inmiddels. Op mijn eigen tempo, maar ik zwem vaker prettig dan dat ik vecht en dat is wel anders geweest! Dan naar het gebouw links. Dit navigeert echt top! Ik kom er helemaal in. Heel fijn. Als HB links van me zwemt, adem ik zeker 1 op 3. En ik stop even bewust om te kijken naar de stad. Dan hoef ik dat zaterdag niet meer te doen! Dan droom ik helemaal weg. Ik denk aan mijn einddoel, hoe ik dat HB kan vertellen. Wat het voor me betekent. Daar kom ik helemaal van tot rust. Ik hou van een driehoekje zwemmen in een meer.

We moeten nog verder naar een kleine blauwe boei. En dan terug. Nog 1 keer door een plantenbak en ik moet even goed kijken qua navigatie. Eigenlijk wil ik nog wel even doorzwemmen, want het gaat zo lekker! Ik zet nog even aan en ben benieuwd hoe lang het nu is en hoe lang we er over hebben gedaan. Verder ben ik in een aangenaam dromenland. Het wetsuit is snel uit en de zon houdt het warm. Ik kijk naar alle geweldenaren, maar vanaf een afstand. Er zijn zoveel bekenden… De trainster gaf me mee na de Floriaderun: “al die leuke mensen zijn er in Almere ook”. Hb spreek ik niet meer alleen, maar ik ben hem dankbaar voor dit zwemuitje. Rob en Vincent halen me op. Ik ben apetrots op mijn zoon. En nat. Ik hoop dat ik de angst buiten kan sluiten zaterdag. Ik vraag aan iedereen hulp! Dapper he. Als ik het voor hen doe, is dat hetgeen ik terugvraag: geef mij je rust en ik doe voor jou de race.

9 September – losfietsen en -rennen en klaarmaken voor de middel distance

“Ben je er klaar voor?” “Heb je er zin in?” Ik heb het tientallen keren gehoord. Nee en nee. Het is stom om te denken dat een halve “makkelijk” is als je al een hele hebt gedaan. Of als je maar veel traint, zoals ik. Het zijn de omstandigheden. Ik slaap slecht, ik ben te dik, ik ben oud en ik struggle mij er maar doorheen. Het gaat om het weer, hoe je je voelt op de dag van de race, hoe de wind staat en of ik de zenuwen onder bedwang kan houden. En zin in een wedstrijd? Hoe voelt dat? Tot zover – nee. Maar ik vraag naar jou en ben een kei in het verleggen van de focus. Ik ken alles en ik ben voorbereid. Op alles. Ik weet hoe het is als het mijn dag niet is. Ik ken de route. Ik weet wat ik moet eten. Ik begrijp wat me te doen staat.

Maar vanmorgen eerst nog even fietsen en rennen. Gek he, dat ik een dag van tevoren nog ga koppelen, maar voor mij is dat prima. Ik fiets met Vincent mee naar de andere kant van Almere, naar zijn afspraak bij de orthodontist. Voor hem uitfietsen, ik in een heerlijk laag tempo. Ik ga alleen terug over een stuk van de route.

Ik word veelvuldig ingehaald door dichte wielen, stoere helmen en mannen met een tempo wat ik in de wedstrijd nog niet haal. Dat ik er maar vast aan wen. Op de dijk is het nog erger: de mensen fietsen op de weg in plaats van op het fietspad! Niet doen!! Ik zeg een vrouw “good luck” in het engels. Ik ga zelfs even liggen op mijn fiets nu ik wind mee heb. Ik zie niet vaak zoveel fietsers met dure fietsen op dit stuk! Ik ga langzaam, maar dat accepteer ik. Voor nu prima. Iets meer als moest. Ik zie nog twee dappere meiden die samen gefietst en gerend hebben en roep ze gedag. En dan ga ik hardlopen. Heel rustig en gecontroleerd. Een rondje om de wijk. Ik kijk nauwelijks. Niet om me heen, niet naar de tijd. Vincent belt me onderweg. Ik heb het warm. Maar verder merk ik nauwelijks dat ik hardloop. Dat is een gewoonte.

Ik pak alle spullen bij elkaar. Het is gemakkelijk. Als ik maar achteraan begin. Nog geen uurtje en ik ben klaar. Ronddolen op het evenemententerrein duurt langer. Er zijn er een paar die ik hun allerbeste dag toewens: SZ-B -zoveel getraind voor de hele als moeder van een puber-, P -haar eerste halve-, MH -haar eerste halve met haar waterangst- en ES, die zo eerlijk was over al zijn twijfels (deze lamme heeft hem geholpen en talloze berichten gestuurd als support) en DM natuurlijk, die de rollen heeft omgedraaid met KH! Ik hoop op een goede dag voor mij, waarop ik alles kan accepteren. Dan komt het vast goed.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-29

We passen het schema aan: even de mojo terugvinden, me niet laten kisten door het fietsparkoers en wat minder doen waar mogelijk.

Maandag 22 augustus – Intervallen Hardlopen

Een drukke dag op kantoor gehad en ik wil graag hardlopen. Er staat zwemmen, maar dat is wat lastig te regelen en buiten ga ik liever niet alleen. Hardlopen dus. Ruim na het eten, dan kan ik ook even rust pakken. Ik moet 15 minuten inlopen. Dat is al zwaar! Ik voel me log, dik en sleep mezelf voort. Op het tempo van Joyce wat sprinten is hobbel ik het viaduct over. Het is nog warm ook. Alle mensen praten tegen hun honden, ik moet eens vragen of dat normaal is. Ik heb een koptelefoontje op, maar hoor alles. Hoe moet ik dadelijk maar liefst 9 keer in een hoge hartslag komen als ik nu al niet heel hoog uitkom?! Het is 300m hoge hartslag en die ga ik maar proberen te bereiken. Ik ga zien op welke tijd ik uitkom. 1:35. Oke, dat zijn 95 tellen. Ik dribbel 200m en dan ga ik aan het tellen. Ik zou best per 3 het tempo willen verhogen. Dat is voor de laatste 2 in elk geval de bedoeling. De tweede gaat ook in 1:35. Maar de derde gaat iets sneller. Per 2 het tempo verhogen dan? Maar de vierde gaat weer in 1:34.

Dan moet ik de Oostvaardersplassen in lopen: omhoog, wind tegen en in de warmte zonder schaduw. Ik zal flink mijn best moeten doen om de 1:35 te halen, maar ik doe zo mijn best dat ik op 1:29 uitkom. De vijfde gaat dan weer iets minder hard, want het scheelt enorm of je precies op tijd begint of al iets voor de 300m ingaan. Ik loop gewoon lekker rechtdoor en ik heb het heet inmiddels. Ik zit elke keer rond dezelfde tijd. Ik hoop dat het uitkomt met het wildrooster en dat gelukje heb ik.

En dan de laatste 2. Ik ga echt zo hard als ik kan, het zijn maar 300m en ik tel ze wel af. De achtste gaat echt goed op 1:25. Da’s mooi tien seconden sneller en ik mag nu best 100m wandelen! Dan nog een keer en in de bochten gebeurt waar ik altijd bang voor ben: ik kom fietsers tegen die mij niet zien met de laagstaande zon en ik word op hoog tempo van het fietspad gedrukt. Ik schreeuw erbij en dan komt de volgende. Ik hou het tempo vast en zet zelfs nog aan, met veel moeite. 1:26. Dat is me mooi gelukt! Dan ga ik in zone 2 uitlopen. Ik kom een katje tegen wat ik daarstraks ook al zag.

Hij rolt voor me, wil een aai en mauwt tegen me. Ik stop en knuffel met de kat met 2 verschillende kleuren ogen. Als er een mevrouw met een fiets aan komt, klets ik zelf tegen de kat dat ie opzij moet! Ik heb een volger. Voor even.

Met een glimlach ga ik het viaduct weer op, ondanks de stank van dood dier. Ik ben met 9km thuis en vind het wel mooi geweest.

Dinsdag 23 augustus – Met heel veel tegenzin

Zwemmen staat er. Ik ga zaterdag in de Rijn zwemmen, maar ik moet iets vaker buiten zwemmen. Er gaat niemand mee. Mijn collega en sportgenootje zegt: ik ga vanavond naar het zwembad. Ik had nog niet aan die mogelijkheid gedacht, maar dat is de uiterste optie.
Het is acht uur en ik heb totaal geen zin om te gaan zwemmen. Echt Helemaal NIET. We gaan minuten zwemmen, zo heb ik op Facebook geziene maar er is niks wat me aan zin helpt. Omdat ik niet weet of ik de rest van de week nog kan, moet ik wel vandaag. Maar eigenlijk wil ik op de bank zitten en snoepen en op tijd naar bed.

Ik sleep me naar het zwembad en ben laat. Ik ga maar in baan 1 en ik beloof mezelf dat als het echt niet lukt, ik gewoon stop. Dan zoek ik later in de week wel een mogelijkheid. Ik zwem in zonder mijn pullboy. Kom ik gewoon toch nog tot 250m. Dan gaan we dus minuten zwemmen. Iets met 2 en 4 en 6 en 8. En sommigen alleen armen. Die doe ik wel met pullboy en dat gaat helemaal makkelijk. Maar ook zonder pullboy doe ik gewoon hele slag mee. Dat gaat best lekker. Ik ben niet zo snel als mijn collega-zwemmaatje, maar ook niet zo langzaam als de andere 2 in de baan. Het gaat behoorlijk hard al met al. Als je dan toch geen zin hebt, maakt dat eigenlijk niet uit. Dus ik dacht: er is toch al geen bal aan, laat ik dan 1 op 3 ademhaling oefenen. Omdat ik toch al geen zin had. Dan doe je zo moeilijk mogelijk! Maar ik doe het wel. Ook een hele tijd achter elkaar zwemmen zonder pullboy en 1 op 3 ademend. Als de andere wel een pullboy pakt, mag ie even voor. Dan is het net wat makkelijker voor mij. Ik had al geen zin, ik krijg geen zin en ik ben ook niet blij dat ik gegaan ben. Laat mij maar met rust allemaal. Maar goed, ik heb weer gezwommen en netjes en veel ook!

Woensdag 23 augustus Misrekening bij een halve marathon trail

Ik moet ‘s morgens werken. Ik heb geruild met dinsdag. En ik moet pasfoto’s laten maken voor mijn rijbewijs. Als ik op en neer loop in mijn jurk over mijn sportkleren heen, heb ik het al warm! Het belooft een hete lange middag te worden. Ik heb met Joyce afgesproken bij de Ossenstal in Epe. Zij komt vanuit Dronten. Ik ben een kwartiertje later door het rijbewijs. Als ik uitstap, blijk ik zelfs nog als eerste te zijn. Ik heb de loop niet goed voorbereid: de route staat nog net op mijn horloge heb ik gezien, maar hoe we bij het punt komen waar we vorige keer gestopt zijn, weet ik nog niet. Joyce heeft gekeken: we lopen naar het 19km punt en dan rechtdoor. Daar zijn we vorige keer gestopt. In de zon is het heet.

We lopen het bos in en ik begin lekker te kletsen. Het tempo is voor mij goed te doen. Hoewel ik dat natuurlijk wel weet, heb ik me de afgelopen dagen echt wel zorgen gemaakt of ik 21,1 km zou kunnen lopen. Zo’n lange afstand heb ik in maanden niet gedaan! Maar ik kwebbel wel en Joyce heeft het zwaar. Meestal kan zij beter tegen de hitte en haar kilometrage is vele malen beter dan de mijne, maar vandaag niet. Vind ik niet erg, want dan wandelen we gewoon door het stof! Overal is het droog. Ik klets zelfs zo veel dat we even van de route af raken en we ook nog een behoorlijk stuk terug moeten lopen! Dan komen we op het stuk wat gelijk is aan waar we gestopt zijn. Rechtdoor. Er staat een verboden toegang bord.

We lopen het pad wel in, maar het voelt niet goed. We lopen terug en zoeken een route er omheen. Die gaat dan wel een stuk over asfalt. Nog iets warmer dan in het bos. Ik neem vast een gel. Niet op kilometers vandaag, maar op gevoel. Van tijd tot wandelen we, omdat het gewoon zwaar is met dit drukkende, bloedhete weer. En overal is zand. Totdat we bij de vlondertjes komen!

Daar is warempel zelfs nog een beetje water over. De vlondertjes zijn wel weer snel voorbij helaas. Ik heb werkelijk geen idee of rustig we gaan of hoeveel kilometers we al gehad hebben. Ik hou wel de moed erin. En neem de tijd. Ook om te schommelen onderweg.

Voor mij is het vandaag simpeler dan voor Joyce. Dan komen we op de heide. Het is er mooi qua paars.

Maar.. het is ongenadig heet. Zinderend. En zand. Hardlopen is vrijwel onmogelijk. Voor mij, maar zeker voor Joyce. Het deert me niets, dan stappen we wel!

Er is ook vrijwel niemand anders nergens. Ik ga een stukje rennen om maar eerder in de schaduw te zijn. Ik wacht liever dan de volle zon. Hoe zwaar dat dan ook is, om even te rennen! Ergens geniet ik er van, dat ik dat er toch uitgeperst krijg.

Ergens op de 16km of misschien nog iets later zegt Joyce tussen neus en lippen door dat het nog 10 kilometer is. Wij tellen tot 21,1 km en ik heb al gezegd dat het er zeker niet meer dan 22 worden. Maar de heuvels, wortels, hei en omgeving nemen veel aandacht in beslag.

Dan is er weer een verboden-toegang bord wegens rustgebied voor het woud. We navigeren om de route heen en verzamelen nog wat extra meters. We komen langs het verborgen dorp.

Daar wil ik al zo lang heen en nu… viel het enorm onwijs tegen. 1 hutje. Het lijkt nep en is niet echt indrukwekkend. De grootste ellende komt nog: een omgeploegd pad waar het werkelijk onmogelijk is om te hardlopen. Wandelen is al erg lastig. We lopen op de rand van de heide en het bos.

Heuveltje op en af langs de hei denk ik daar ‘s over na, dat de route nog zo lang zou zijn, want ik heb dat ook nog. Eenmaal in het bos dringt het langzaam tot me door: van 19km naar 42,2km is wat meer dan 21,1. En dan zijn we ook nog eens naar dat 19km-punt toe gegaan rennend… het zou wel eens kloppen. Vreselijk dat we daar niet eerder aan gedacht hebben! Ik voel me dom. En intussen moet er een oplossing komen, want Joyce kan niet meer. Ze kan de halve volmaken en dan is het voor haar wel echt op. Nog een ruim uur wandelen lijkt me niet de oplossing. We rennen de halve marathon vol. Zo stoer, dat Joyce nog gaat hardlopen en net op 3 uur afklokt. Mijn horloges zijn het oneens: de Garmin is gestopt en mist honderden meters, maar is sneller en de Apple Watch zit ruim over de 3 uur heen.

Dan is het probleem dat er nog 6,5 kilometer route over is, levensgroot. Zes en een halve kilometer. Als we ze verklaard hebben, weet ik de oplossing. We kijken op de kaart en na ongeveer 23km is een rotonde die ik met auto kan bereiken en waar Joyce heen kan. Ik kan de laatste 6km alleen doen. Niet meer razendsnel, maar het moet mij lukken. Ik ben nog niet op. Mijn water wel.

We gaan uit elkaar, wetend dat we over een uur weer zullen meeten. Ik kan rustig een kilometer rennen en om me heen kijken. Ik heb genoeg gels op en ik zou er nog wel 1 willen, maar niet zonder water. Ik ren zeker 1,5 km gestaag door. Dan moet ik het prachtige ven fotograferen.

En weer door. Hardlopend gaat toch het snelst. Joyce is bij de rotonde waar ze kan wachten. Ik kom weer bij het begin, het 19km punt en dan voel ik ook wel een bodempje. Ik tel de kilometers af. En moet echt vaak wandelen. Ik loop flink door, want ik wil naar de cola in de auto. En ik tel keer op keer uit hoeveel kilometers het zullen worden. Na 27,5 kilometer ben ik bij de auto. Moe, dorstig, maar niet kapot. Ik neem de hersteldrank en cola. Dan rij ik naar Joyce en ik mis haar nog ook! Heb ik de verkeerde rotonde! Het is echt de dag van niet-te-lang-nadenken.

We gaan samen een welverdiende pannenkoek eten! En drinken. Inmiddels wordt het donker. Als ik naar huis rij, moet ik flink remmen voor een everzwijn en 4 kleintjes. Mijn ademhaling slaat er van op hol, zo gaaf! Dit was een flinke aanslag, maar fysiek kan ik dat aan. Dat had ik mentaal even nodig.

Donderdag 24 augustus. uit-uit-uitfietsen.

Een hele lange en extreem vermoeiende werkdag: een beoordelingsgesprek, een vergadering, Surinaams eten en dealen met behoorlijk serieuze problemen. Ik ben echt vermoeid van gisteren. Geen spierpijn, maar echt vermoeid. Niet zozeer slaperig, maar ik kan het moeilijk op een rijtje zetten. Eenmaal thuis moet ik nog fietsen. Of niet? Ik sleep mezelf de fiets op. Ik vergeet mijn telefoon. Geen muziek. Geen afleiding. Mijn hoofd is vol. Proppievol. Ik ga een rondje Noorderplassen. Mijn benen willen ook al niet. Het voelt alsof ik berg op blijf rijden (dat klopt vast niet). Alsof ik wind tegen heb (dat klopt volgens mij wel). De lucht is net zo wazig als ik ben. Heiig. Er is niks aan. Niks nieuws. Niks aparts. Niks snels. Niks goeds. Waarom kunnen al die anderen dat wel en ik niet? Die rennen, zwemmen, fietsen maar hard en goed en veel. Ik niet. Wind mee gaat het ietsje beter, maar niet zo heel veel. De cadans laat ook al te wensen over. Op het eind ga ik nog een km boven de 30, maar dat kost me erg veel energie. Het is wel even leuk. Dan wordt het donker. Ik maak 25 kilometer vol en ik vind alles wel best.

vrijdag 26 Augustus Rustdag in België bij de GP. 🏎🇧🇪
We doen lang over de rit naar Spa Francorchamps, heel lang. We kijken F1 auto’s en F3 racers. We worden heel erg nat en drogen weer op. We zitten in het stof. Het is ontzettend leuk en erg fijn dat ik niets moet vandaag qua sport. Ook de weg terug is een lange belevenis.

zaterdag 27 augustus. geen Rijntocht, maar wat dan wel?

Met Vincent samen zou ik in de Rijn gaan zwemmen. Geweldig leuk natuurlijk, maar… het gaat niet door. Niet omdat de Rijn te laag staat, maar er is blauwalg geconstateerd. Echt heel erg vind ik het niet. De dag van gisteren en de afgelopen week waren vermoeiend genoeg. Er is genoeg te doen. In en om huis. Rust proberen te nemen. Ik wil eigenlijk wel gaan hardlopen. Maar we eten te laat. Dan ga ik maar fietsen. Ik wilde al een tijdje de tijdritfiets proberen. Laat ik dat vanavond meteen na het eten maar even doen. Ik moet de banden oppompen en echt het stof van de fiets halen! Auw. Ik ga altijd op de racefiets. Op de tijdritfiets zit geen cadansmeter. Nou ja, dat red me ook lekker 😉 Langs de plassen merk ik al dat de wind veel sterker is als donderdag en dat ik ‘m mee zal hebben op de dijk. Maar ik durf niet zo goed op de tijdritfiets… Effect van het vallen? Onzekerheid? Angst? Liggen vind ik echt te eng. Ik fiets wel iets harder en makkelijker. Op de dijk ga ik voorzichtig toch liggen en dan ga ik echt lekker hard. Eventjes. Want bij de rotonde zit ik al lang weer rechtop en heb ik netjes teruggeschakeld! En dan volgt oversteek na oversteek, dus soort van rustig aan maar. Al zit ik boven de dertig. Richting de Noorderplassen gaat het tempo wel hard omhoog, maar ik heb zijwind. Dan voel ik me dus niet stabiel genoeg om te gaan liggen. Ik ga wel dusdanig harder dat ik besluit een extra ommetje te maken. Weer oversteken en dan is het pad slecht: weer een reden om niet te gaan liggen. Ik word ingehaald alsof ik stilsta. Dat krijg ik straks ook natuurlijk. De vraag die levensgroot verschijnt is nu welke fiets ik op de halve triatlon moet nemen: deze snellere, zodat het minder lang duurt. Of duurt het toch al langer en ga ik lekker op de vertrouwde racefiets? Op de racefiets past alles qua voeding. Deze niet. Dit is de laatste keer dat ik een race op deze tijdritfiets kan doen. Ik ga nog wel even liggen als ik achter langs ga en wind mee heb. Tot ik een auto tegenkom. Ik kom natuurlijk niks tegen op de dijken straks in de wedstrijd. Dan over het hobbelige fietspad. Tegen de wind in. Mijn tempo blijft best goed hoog. Voor mijn doen. Dan beginnen mijn spieren wat te trekken. In mijn linkerheup. Rechterknie. Ohja, dat was met deze fiets. Zou dat effect hebben op het lopen? Ik ga tegen de wind in al helemaal niet meer liggen. Als het druk is zeker niet. En het gehobbel langs het noorderplassenstrand is uitgesloten om te liggen. Ik ga ook langs de atletiekbaan. De spirit is er alweer uit. Zin is op. Ik wil naar huis! Ik stop bij 29km, het kan me niet schelen. Dan ga ik plassen, doe ik andere sokken aan en ik ga hardlopen. Eventjes. Rondjes om het park. Het gaat meteen goed. Uitgevouwen. Geen pijntjes meer. Niet vanzelf, maar hardlopen lukt me altijd wel. Na het eerste rondje ga ik onverhard. Minder hard. Maar nog altijd hard. Ik doe nog een half rondje extra en rond deze expres af op 2,9km. Een tiende van het fietsen. Ik vind het prima. Lopen is dus geen probleem. Eten wel. Fietsen ook. Nog twee weken en dan ben ik klaar met de halve triatlon. However.

28 augustus. Hardlopen 🏃‍♀️

De weegschaal is niet aardig voor mij en de chocolade. I know. Ik doe kalm aan deze zondag. Blog afmaken, kast opruimen, met Rob naar de opslag en F1 kijken op TV. Ik ga rennen na de F1. Eerst inlopen, dan 5 intervallen zone 3/4 en wandel/dribbel. Ik weet dat het 1500 meter intervallen zijn. En 25 minuten inlopen. Het inlopen gaat lekker. Dit kunstje beheers ik. Het hardlopen. Op asfalt. In een bekende omgeving. Eitje. Inhouden, consolideren. Er zijn al veel vallende bladeren en zo ruikt het ook. Langs de Vaart bedenk ik dat ik eigenlijk best weer een misrekening heb gemaakt met de route en de afstand. 5 keer 1500 is namelijk 7,5 kilometer. En 25 minuten zijn er (met dit tempo) zeker 4. We zien wel. Ik zal eerst zone 3 en zone 4 moeten overleven. Tegen de tijd dat ik bijan naar zone 3 moet, ga ik alvast aan de bovenkant van zone 2 zitten. Het is in de zon even doorbijten en ik vind 800m ook lang. Eigenlijk. De verrassing dat ik in zone 4 400m moet is even onaangenaam. Maar daarna mag ik wandelen en dat kan ik!

Mooi hier eigenlijk!

Hoe ga ik dit 5 keer doen? Ik moet van mezelf 4 keer. En dan -hoppa- and e volle zon nog een keer zone 3 en zone 4 tot aan de berg. Ik moet zeker oplengen! Asfalt aanhouden langs de buitenring. Echt herfstig. Eigenlijk valt zone 3 wel mee. Knutselwerkzaamheden aan het fietspad, oke dan. Het tempo ligt lager, zone 3 ligt hoger gek genoeg. Misschien de wind of vermoeidheid. Ik heb in elk geval controle over het hardlopen. Even stappen. En dan weer een keer hard langs het Oostvaarderscentrum. Helemaal tot aan de berg. Ik ga even over de berg in de hoop dat ik boven een foto kan maken, maar helaas. Past net niet. Ik heb wel mooi tien kilometer gerend. Met wandelpauzes.

Voor een vrouw van (bijna) 60 die ik ken een toptijd. Voor mannen van 30 (die ik ook volg) een makkie. Voor mij – gewoon lekker en goed! En dat was interval vier. Ga ik vijf doen? Ja. Maar dan ben ik thuis en ik mag ook uitlopen. Ga ik over het viaduct bij AlmeerPlant? Ja. Waarom?! Van mezelf. Ik moet niks van AR-trainster, maar van mezelf. En dat neem ik mijn kwalijk. En haar trouwens ook. Ik vind ons allebei niet leuk als ik in de volle zon in zone 4 zo hard mogelijk omhoog ren.

En daarna ga ik uitlopen. Rustig de wijk door. Ik moet zonder muziek lopen, dat past mij beter. En ik hoef niet de bosjes in! Dat is erg fijn. Hardlopen, daar heb ik wel vertrouwen in. Of ik mijn best ga doen weet ik niet, maar dat komt vast goed. Zag ik maar niet zo op tegen dat fietsen! Ik heb deze week 50+ kilometers hardgelopen. Dat geeft weer vertrouwen. Als ik de halve heb gedaan, ga ik doen wat ik leuk vind. Hardlopen dus. En ik ben al bezig met hét volgende doel. Waar alles om draait. Ik hou nog in het midden wat, eerst dit jaar afmaken. Maar daarna pas ik alles aan: de fiets, een powermeter, krachttraining. Voor een vrouw van bijna 50.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-28

15 augustus. Onweer 🌩

‘s Morgens begint de dag met een hele flink zware onweersbui die boven ons huis tot uitbarsting komt. Letterlijk. Maar de hitte is nog niet weg. Het is een combinatie van slechte luchtkwaliteit die hier in Europa het weer anders maakt dan in Canada denk ik. Het blijft vies drukkend en benauwd en warm. Ik ben op kantoor. Daar is klimaatcontrol en een nieuwe managSTER en we wandelen even buiten, de HR medewerkster en ik. In de volle zon. Ik heb het even heel erg moeilijk en dreig ‘out’ te gaan, maar ik wandel er doorheen en zij merkt het niet eens. Geen last verder. Van geen zin. Totaal geen zin. Niet weer op de fiets! Ik wil niet! Thuis eten Rob en ik samen, omdat de jongeman werkt. En dan moeten we mijn nieuwe horloge bandje ophalen Echt mooi van Garmin. Ik stel het fietsen uit. Hoef maar 40 minuten. Moedeloos en moe doe ik de fietskleren aan. En dan dondert het in de verte. Nee toch. Ik app met Joyce waar het spookt en dondert en regent. Uitstellen dan maar. De druppels vallen mee bij ons. Ik ben met mijn zusje en het wordt donker. Ik zit in mijn fietskleren te kletsen. Ik sla het fietsen over. IK DOE NIKS. RUSTDAG. Slome dag. Hoe is het mogelijk? Ik voel me er niet eens slecht bij.

16 augustus. Een koppeltraining. Weer. 😞

Weer. Ik ben de animo een beetje kwijt. Weer sporten. Weer hitte. Weer plakkerig. Maar een halve triatlon komt niet vanzelf. Niet bij mij. Dus geen zin is geen optie. Er staat een intervallentraining op de rol met hard hardlopen er achteraan. Ik sleep mezelf en de fiets naar buiten. De fietskleren van gister lagen er toch nog. Ik stel het nog even uit door de kinders iets leuks voor te stellen. Dan stap ik op. 30 minuten infietsen. Muziek aan. Cadans hoog houden. Geen zin. Niet zeuren. Als ik de plassen langs fiets, voel ik een paar druppels. Het zijn er echt een paar. En dan blijkt het fietspad vochtig. Even verderop zelfs heel nat. Hier heeft het flink geregend! Mijn remmen piepen er van. De mensen stoppen omdat ze er van schrikken en ik roep dat ik het ben, niks aan de hand. De dijk op. Er zijn zelfs plassen. Ik hou niet van nat na zo’n lange droge periode. Dan is het glad. Mijn banden zijn zo smal. Eng. De temperatuur schommelt enorm. Dan zijn mijn knieën warm en mijn benen koud. Het tempo ligt wel hoog. Doordrammen maar. Het blijft nat, dus het heeft echt flink geregend. Let op de cadans. Door de regen is het wel lekker rustig. Tempo elke 5km iets hoger leggen? Ik zie wel of het lukt. Dan komen de intervallen als ik de Noorderplassen al voorbij ben en net ben overgestoken. Ik ga liggen, hard trappen, cadans hoog houden en dan gaat het tempo mee. Al kom ik niet zone 4. Niet zeuren, geen zin. Drinken in de pauze. Tweede interval ook oke, lekker wind mee en gedag zeggen tegen DvA uit de straat. Tempo loopt mooi op. Rechtop in de rust. Derde interval is even lastig met oversteken en een hond die net op tijd wordt tegengehouden, maar ik hou het tempo hoog. Vierde interval kan maar deels liggend ivm hobbelig fietspad. Drinken in de rust. Het is weer vies warm. De vijfde keer interval is helemaal onmogelijk op het hobbelige fietspad en wind tegen. Ik haal zone 4, maar tempo ligt beduidend lager. Dan door de stad terug. Ik ben er al zo klaar mee. Tot mijn verbazing ligt het gemiddelde tempo weer hoog. Geen tijd en zin voor een foto. Ik ga door de stad terug en voel me best asociaal omdat ik mijn tempo belangrijker vind dan het verkeer. Ik let wel goed op, maar ik vind dat ik voorrang zou moeten hebben! Ik denk dat ik eigenlijk een gel moet eten, maar dat doe ik in de wissel wel. Ik drink nog wel. Mijn benen zijn echt moe, mijn hoofd is het figuurlijk moe. gemiddeld 28,5. Nog even en ik beheers het trucje.

Mokkend kom ik thuis aan. Ik vind mijn trainster nu even niet zo leuk. Het is een stomme training. Ik denk dat ze mij een beetje overschat. Ik moet 2,5 kilometer hard hardlopen op een tempo van 5:00-5:10. Da’s echt flink voor mij! En dan 3,5 kilometer rustiger op 5:45. Is ook best fors eerlijk gezegd. Ik ga snel verder met de nieuwe schoenen. Gel erin en weg ermee.

Ik kijk soms even met een schuin oog naar het tempo en dat is perfect: hard. Heet. Ongemakkelijk. Op het kilometerpunt krijg ik geen reactie van het horloge. Ben ik vergeten om het aan te zetten. 😡🤬🥵 En die drie dan in hoofdletters. Ik loop nog een kilometer zo hard het lukt, maar het is echt zo warm en drukkend en zwaar! Ik red 5:09. Met viaduct er in. Ik doe nog een kilometer mijn uiterste best tot op de rand van wat ik kan. Nog een kilometer op 5:07. Ik kan niet meer. Ik stop even, fotografeer beide horloges, baal en bedenk dat ik op de bel precies kan zien hoe laat ik wegging.

Verder. Het moet maar. Onverhard rustiger. Het is zo walgelijk, vreselijk heet. Zo benauwd. Ik zweet me kapot en ben net zo rood als mijn pakje. Niet leuk. Echt niet. Ik ga door het bos en het ruikt al naar herfst. De bomen verliezen ook al bladeren. Dan in de zon het viaduct op en het tempo is nog steeds best hoog. Ineens is het op. Mijn lijf geeft het even op en ik moet wandelen, anders ga ik tegen de vlakte. Dan maar geen 5:45! Ik pak na een paar keer diep ademhalen het hardlopen weer op. Naar beneden en op weg naar huis gaat het weer beter. Dit is zo zwaar en ongemakkelijk! Als ik moet kiezen tussen fietsen en hardlopen is het eigenlijk makkelijk: dan fiets ik wel iets minder hard! Die eerste kilometer zit me flink dwars. Ik loop nog op een flink tempo de straat door en doe volgens Garmin de 5km in 27:23. Plus iets van 5:10 – ik krijg het niet uitgerekend. Ik haal de vuilnisbak. Dit was niet leuk en ik had gelijk met mijn geen-zin. Maar het zal wel weer zin hebben gehad voor iets.

Ik heb de eerste kilometer zeker hard gelopen! Ik vertrok om 17:22:06 en om 17:27:?? zette ik het horloge aan en toen was ik al iets verder dan de eerste kilometer. ‘t Is wat het is – of eigenlijk wat het niet is. Dit was ‘m niet.

17 augustus – een rare ervaring bij de zwemtraining

Een lange enerverende dag op kantoor. En dan door naar het zwembad in Stad. Vóór mij in baan 2 (niet echt de snelsten, maar ik wilde even niet me uitsloven in baan 3) zwom tig jaar triatlonervaring, meer zwemuren dan ik ooit zal maken en ik zwom achterop keurig benen te doen en bleef een halve baan achter, vanwege hun hulpmiddeltjes. Mogen ze, want ik haal de gemiddelde leeftijd omlaag. Zij voor mij hebben zich allemaal al dubbel en dwars bewezen. Moest ik ze inhalen en flink doorzwemmen. Goed voor me. Letten op de techniek: lange slagen, krachtige bewegingen. Maar de mensen in het midden klaagden: het ging veel te hard. Klopt, het tempo lag erg hoog. Dus iemand ruilde met mijn plekje achteraan. Ik kwam er lekker in en ik moet bekennen: ook met een hulpmiddel. Proberen 1 op 3 te ademen.

Netjes meedoen met de rugslag en de schoolslag. Een andere van de geweldenaren schoof naar achter, want hij was kapot. Ik begon me te vervelen met het tempo. Dat ging steeds minder hard. Ik scherpte mijn techniek aan. Moest me dan weer inhouden. Weer iemand weg uit de baan die het zat was. Toen moesten we 50-100-150m rustig doen en daartussen 50m armen hard. 1 Iemand zwom nog voor me. Met flippers. Ik kon rustig mijn pullboy achterwege laten. Daar zwom de kliek aan het einde van training -achter mij op wat ‘normaal’ rustig was, maar ik vond het zoooooo slap. Als je begint op een tempo van 3,1 en nu afzakt naar 2,6; dan snap je dus niks van tempo-indeling, van training, van deze sport. Ik ging voorop in de 50m hard. Liet de rest een halve baan achter me. Er zijn een aantal mensen van hun voetstukje gevallen in dat uurtje. Ik was er echt een beetje verdrietig van. En boos. En hongerig. Ontdaan. Een goed gesprek met een supervrouw (SZ-B) hielp me over de teleurstelling heen. En friet met M&Ms.

donderdag 18 augustus – Lopen met MV

MV is een triatlete met een beperking. Schijnbaar. Ik weet niet precies wat ze heeft, maar er is sprake van een spierziekte waar ze buddy’s voor nodig heeft en moeite met prikkelverwerking, maar ze kan wel een hele triatlon doen. Nu traint ze voor de challenge in Almere en ze past op een huis in Almere in haar vakantie. Ik heb vandaag hardlopen in mijn programma staan en zij ook, dus ik ben bereid een uurtje eerder te stoppen met werken en met haar mee te gaan voor 15km hardlopen door mijn achtertuin. Maar haar hondje is ziek en ze rijdt van de dierenarts in Almere naar Amsterdam. Ik zou van minder in de stress raken en ik ga eerst eten. Zij heeft minder last van de stress denk ik en staat voor de deur. Ik ben benieuwd wat haar probleem is! Het is raar dat iemand een auto voor de deur zet met een gehandicaptenkaart er in om vervolgens in training voor een hele triatlon met mij te gaan hardlopen. Vincent gaat ook mee. MV’s tempo en mijn route en Vincent voor de gezelligheid. Het is best warm en ik ben vermoeid van het werken. We lopen kletsend de Oostvaardersplassen in. Vincent en ik praten, want voor ons is 6:58 een moeiteloos tempo. MV is nog wat stil, maar is nog wel veel bezig met haar hondje. Haar loophouding is niet je-van-het, maar verder is er niks mis met haar. We gaan naar het uitkijkpunt.

En dan weer verder. Met z’n drieën lopen is niet heel handig, daarvoor is het fietspad net te smal. Dat deert MV niet echt, volgens mij. Er zijn best wat vliegjes. Aan het einde van het fietspad gaat Vincent via het bos alleen terug. MV en ik gaan naar de dijk toe. Kunnen we kletsen en kan ik mooi doorvragen!

We gaan langzaam de dijk op, want MV heeft ergens last van. Verbazingwekkend dat zij nog iets kan hebben met alle medische begeleiding die ze achter zich heeft! MV kent veel mensen, maar dat er nu elke dag iemand met haar mee gaat nu ze in Almere is, dat valt tegen. Ze doet wel mee aan de elitewedstrijd aanstaande zaterdag. Ik ben daar nog nooit voor toegelaten!

We gaan weer terug na de dijk. Echt motiverend en superenthousiast gezelschap is MV niet. Ze is logischerwijs veel bezig met haar eigen triatlon. Wel vertelt ze me over haar toekomstplannen en de andere van het team. We gaan het bos in. Ik vind het benauwd buiten. Heeft MV ook geen last van. Ik wijs haar ook op fietsers, maar ook daar let ze uitstekend zelf op. Ik moet even de bosjes in om wat krokodillen te verjagen. Hoewel het tempo voor mij niet hoog ligt, gaat het niet vanzelf. Ik vraag na wat ik graag wil weten, zij stelt (gelukkig) niet zoveel vragen. De bosgrond vertraagt ons wel wat. Dan lopen we terug langs de lama’s en over het viaduct. Levert weinig problemen op: niet qua prikkels (wandelaars, fietsers en omhoog tegelijk) en ook niet qua moeite. We gaan zelfs iets harder! Dat merkt en kan ze ook. Maar 15 kilometer worden het niet vandaag, ze vindt -net als ik- 11 kilometer wel prima. Door het park naar huis. Ik weet niet goed wat ik er van moet vinden. Het was minder gezellig dan ik had gedacht en zij minder speciaal als ik had gedacht. Eerlijk, als zij ziek is en buddy’s nodig heeft, dan wil ik dat voor de zenuwen en de voeding ook wel!

19 augustus – de inspanningstest en losfietsen

Vincent heeft een inspanningstest bij Tri2One coaching. Hij wordt gemeten door HS en ander verrassend bezoek wat voor Vincent erg goed uitpakt. Het kind kan snoeihard lopen terwijl het er ook nog makkelijk uit ziet.

Nu weten we zijn hartslagzones. Veelbelovend. Thuis eten we een frikandellenbroodje en daarna ga ik fietsen met Manuel. Mijn idee was een rondje Oostvaardersplassen, maar Manuel wil de 40km wel aantikken. Ik hoef niet zo hard en Manuel is nog steeds op de MTB. We kletsen mee als ik gister met MV kon. We worden verrast door een enorm jacht wat op het Markermeer ligt.

We maken een ommetje en ik vind het zo leuk als Manuel over zijn werk vertelt! Mijn hart gaat naar hem uit omdat hij niet meer kan hardlopen door een blessure. Tegen de wind in laat het tempo te wensen over en ook de cadans raak ik een beetje uit het oog, maar ik vind het wel een stuk leuker! Echt waar. Omdat ik me vandaag ook niet druk hoef te maken. Dat doe ik morgen wel! We fietsen de 40 kilometer vol voor de badge.

En daarna ga ik met de meiden pannenkoeken eten, waarbij het verhaal van MV en de wedstrijd waar ze voor uitgenodigd is, net anders blijkt te liggen. We maken een wandeling op slippers.

20 augustus Kwart(je) Anna Pauwlona

De kwart afstand van 1 kilometer zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer hardlopen is niet dik gezaaid in Nederland. Het is allemaal 1500m zwemmen. Deze viel eigenlijk wel goed en ik heb vluchtig gekeken waar Anna Pauwlona lag en me ingeschreven. Voor de lijst alle-afstanden-in-een-jaar. Eigenlijk ligt Anna Pauwlona helemaal in de kop van Noord-Holland en is het een flink eind rijden. Rob gaat alleen mee, want Vincent moet werken. Ik ben slecht voorbereid en verdiep me eigenlijk pas een dag van tevoren in de route en wat er mee moet. Het is anders dan anders: zwemmen op een andere plek, de fiets nemen naar de hardloopplaats. het verwart me. En… het water is warm. Te warm voor een wetsuit. Ik zou me zorgen moeten maken, maar zelfs dat doe ik niet. Ik heb gewoon geen zin. Simpelweg geen zin, geen motivatie, weinig animo. We zijn op tijd (om 11 uur) in Breezand, waar ik ga hardlopen en daar zet ik mijn schoenen neer.

Dan rijden Rob en ik naar de jachthaven bij Anna Pauwlona en daar zijn we ook vroeg. We gaan op een bankje in het dorpje zitten. Daar ligt de zin ook niet echt. Rond kwart voor 1 gaan we met fiets en spullen naar de jachthaven. Het is er druk, maar ik heb me voor alles een beetje afgesloten. Niet zenuwachtig, da’s mooi meegenomen. Maar ook niet geboeid of dat ik er naar uitkijk. Wel onder de indruk van al die snelle atleten om me heen. Ik zoek geen contact en ga op de steiger zitten te wachten. Een klein beetje gespannen, maar ik heb iets gevonden: ik ga zitten te bidden! Dat leidt af, is een saai mantra en geeft rust. Als de mannen weg zijn om kwart over 1 mogen wij het water in. Lekker water. Inzwemmen naar de steiger. Beetje gespannen, maar alles zit goed. En dan mogen we zwemmen! Ik kom wat lastig weg, moet even wennen en mijn plekje vinden. Dat kost me tijd. Dan kom ik in een slag met 1 op 4 ademen en lekker doormaaien. Breed, ver, doorhaal. Het gaat goed. Ik vind het zelfs een tijd heel leuk!

We zijn al snel bij de eerste gele boei die zo ver weg leek. Ik ga hard voor mijn doen! In een groepje. Dan wind mee naar de brug. Dat navigeert helemaal lekker. Ik kijk niet naar de tijd.

Na de boei moet ik me oriënteren. De zon staat nu lastig voor een enkel-rechts-ademer en er zwemmen mensen om me heen en het ritme is even weg. Ik kan ook niet tegen die stank van diesel. Ik ben niet de laatste. Dan krijg ik een slok water binnen, wat ik zelden meemaak en zeer vervelend voelt. Ik maak me even zorgen of ik de kilometer wel zal halen en hoe dan, maar het voelt hartstikke goed! Als ik dan het water uit ga, ben ik wat teleurgesteld over de tijd. Ik kom het water niet lekker uit; dizzy en ik val een beetje. Ik doe alles netjes in de plastic zak en er zijn al heel veel fietsen weg! Sokken aan lukt ook al niet soepel. Maar het moeilijkste is het opstappen! Ik kom niet goed op mijn fiets en daar baal ik van.

En dan gaan fietsen. Volgens mij beginnen we tegen de wind in. Ik haal een aantal mensen in, en ook mannen die tien minuten eerder zijn gestart. Ik doe gewoon mijn ding en let op de cadans. Hoog inzetten. En gaan. Ik erger me aan het slechte wegdek. Langs het water. Ik moet even zoeken naar mijn eigen ritme. En denken waar ik eens aan zal gaan denken. Wat zouden anderen doen op de fiets eigenlijk? We komen bij een brug bij een plaatsje. De pijlen op de weg zijn duidelijk, de vrijwilligers zijn er in overvloed. De eerste 10 kilometer gaan best snel voorbij en dan zit ik in een lekkere flow. Het tempo ligt wat hoger, ik speel met de wind en kijk een beetje om me heen. Het voelt niet vertrouwd om te gaan liggen, maar ik weet niet precies waarom niet. Ik drink grote slokken. Dan begint er een soort gedraai en ik weet niet waar ik blijf. Er loopt vanalles door elkaar, mijn gedachten, de plekken waar ik langs kom.

Het spoor over, de dijk langs en tempo oppikken wind mee, bloemenvelden, grote boerenbedrijven en veel steunvlaggen, mensen in hun tuintje, vrijwilligers op kruisingen. Ik denk niet zoveel aparts. Waarom er water op de velden staat. Welke bloemen ze kweken. Hoe ver 40 kilometer is. Ik neem netjes een gel op 20km en drink voor mijn gevoel behoorlijk. Door naar de 30 kilometer. Spoor, kinderen in tuinen, over een stuk van het loopparkoers – wat zal ik straks blij zijn als ik 7 kilometer zie staan. En ik fiets in niemandsland. Wind tegen. Keren. Wind mee. Ik vind het stom dat ik geen idee heb waar ik zit. Het lijkt op de Frysman. En op Hoorn. En ook op Almere, met de rechte wegen. Niemand voor me. Op het laatst 1 iemand en iemand die me nog inhaalt, maar zonder startnummer? Ik wil wel plassen, maar hoef niet echt. Een breed fietspad, hoekje langs de derde lege spoorbaan. Ik ga de 40 kilometer net niet redden in 80 minuten, dus net geen 30. Valt ook weer wat tegen qua moeite en tempo.

In de wisselzone pers ik wel een paar druppels eruit. Ik wissel snel. Ook nu alweer veel fietsen. Ik hoef alleen maar naar de finish voor mijn knipkaart. Mijn idee is gewoon te lopen met een tempo tot 6:30. Het dorp uit hobbelen. Ik sluit me volledig af voor alle publiek. Mijn eigen ritme pakken, mijn eigen ding doen. Ik kijk niet naar het tempo, maar na de eerste kilometer ben ik wel verbaasd met 5:33. Dat is niet vol te houden, maar het moet zo blijven voelen: easy en steady. Het is bewolkt. Dorp uit. Weer geen idee hoe en waar. Maar dit trucje beheers ik. Stappen maken. Me niks aantrekken van warmte.

Het publiek buiten het dorp charmeert me meer: met sponzen en klappen en water. Ik blijf hardlopen, haal een dame in en pak hardlopend water aan. Ik blijf achter John. Het voelt enorm makkelijk en steady en het tempo komt rond de 5:40 te liggen. Er gloort ambitie: niet meer boven de 6:00 uitkomen. Voor ik de ambitie kan vangen, is het weer weg. Ik hobbel echt heerlijk voort. Het allerliefste van de dag is de peuter die mij met zijn papa een spons aangeeft. Ik mis bijna de pijlen naar rechts! Maar ook hier: overal behulpzame vrijwilligers en mensen langs de kant. Naar het pontje en het stuk waar we ook fietsten. We zitten al op 5 km in 28 minuten nog wat, dus dat gaat mooi. Ik span me nog steeds niet in. Langs de andere kant van het water. In de 6de kilometer vat ik het plan op om de laatste 2 kilometer te versnellen. Om te kijken wat ik nog kan en mezelf moe te maken. Ik word nu niet moe van het hardlopen. 1 Kilometer ging iets langzamer (die met de spons van de peuter?), maar dik onder de 6:00. En doorrrrr. De stad weer in. Veel publiek, veel mijn naam. Ik kijk uit naar de laatste 2 kilometer. Maar kilometer 7 en daarna kilometer 8 moet ik wel wat dieper voor graven. De hartslag blijft niet meer onder de 150. Ik moet me gaan afsluiten. Aan de andere kant van de dijk lopen al veel mensen terug. Ik blijf achter John, zo vertellen ze mij meermaals. Maar John is 10 minuten eerder gestart mensen. Ik doe mijn eigen ding lekker. En bedenk dat er idioten zijn die dit keer 4 doen. Straks wil ik stroopwafels. Daar heb ik echt zin in en kijk ik naar uit. Ik keer ook om en ga het brugje over om aan de andere kant van het water terug te gaan, wil aanzetten en dan voel ik het: niks gegeten. Geen energie. Weer. Ik ben boos op mezelf en stel het plan bij: niet gaan wandelen, blijven rennen en alles wat er nog is in de laatste 2 kilometer stoppen. Dan maar niet versnellen! Tempo houden zal moeilijk genoeg zijn. Ik ga het halen. Hier rijden auto’s langs. Ik heb genoeg gedronken en koel gehouden, maar geen gel genomen. Verdikkeme. Kilometer 8 duurt lang en is niet makkelijk, maar ik had op iets anders gehoopt. Dat de misselijkheid zou terugkeren omdat ik me aan het inspannen ging, niet omdat ik weer vergeten ben een gel te nemen. Ik moet poepen! Zul je altijd zien. Verder loop ik volkomen behoudend nog steeds en ongeïnteresseerd in het eindresultaat. Nog 1 kilometer. Veel mensen langs de kant roepen: nog een klein stukje, maar dat voelt echt anders gasten! Ik blijf op tempo. Tot de laatste snik. Ik moet namelijk echt meteen door naar de WC dadelijk. Gelijk. En dan is daar de finish. Ja leuk, ik kom uit Almere, maar ik train niet voor Almere (niet echt), en daar zie ik tegenop als de motivatie dan net zo laag is en ik zie een totaaltijd en denk: komt overeen met de reistijd.

En dan zeg ik Rob gedag en loop door naar de WC. Daar moet ik poepen en neemt de misselijkheid en slapte af. Zoals bekend heel snel. Ik ben echt snel weer bij, nauwelijks moe, maar ook niet trots of blij. Mama is gefinisht!

Volkomen behoudend geracet: geen laatste geworden, geen eerste, geen PR, niets heel erg verprutst – of eigelijk alles tot wissel2-, niet stuk gegaan, sterk gelopen en lekker gezwommen. Maar ook weer in de eetproblematiek getrapt, weinig gemotiveerd, niet echt genoten, niet gestreden. Rob haalt stroopwafels en mijn schone kleren. Na 2 stroopwafels zit vol. Lekker een jurkje aan en dan wandel ik alweer met gemak naar de auto. Nog een paar stroopwafels en de verdiende hamburger. Ik heb in vergelijking met de rest niet zo hard gefietst (maar in Almere werd gestayerd) en wel hard gelopen! In zone 2/3 een tempo van 5:42 gemiddeld: daar mag ik blij mee zijn!

21 augustus – Uitfietsen 🚴🏻‍♀️ 😪

De zin is op. Helemaal leeg het potje. Ik denk dat het komt omdat het niet meer uitmaakt: met het verlengen het fietsparcours van Almere kan ik zeker niet beter presteren dan ooit eerder. De ene of andere training meer of minder maakt niet uit. Het wordt niet meer beter of slechter. Ik moet me mijn bed uit slepen en zoeken tot op de bodem om te gaan uitfietsen. Om tien uur ga ik echt, beloof ik mezelf. Kwart over tien. Dan lukt het pas. Geen idee van route, hoe lang ik dit ga volhouden en of ik ergens wat motivatie tegenkom. Ik zoek het richting de manege. Niet. Over de brug naar Almere Haven. Ook niks. Ik denk wel na hoe het komt dat ik niet meer wil. Volgens mij is het oplengen van het fietsen in de challenge Almere funest voor mijn motivatie. Ik kan toch niet veel harder fietsen, dus daar verlies ik het op. En dan maakt het niet uit of ik veel of weinig train, ik finish toch wel. Desnoods wandel ik ‘m lekker uit! Ik moet nog de voeding op orde krijgen en verder is die halve weinig uitdagend. Ik moet het er maar eens over hebben met de trainster, wat ik nog zou moeten trainen. Ik zoek naar de motivatie in het Kromslootpark en ook daar ligt het niet voor het oprapen.

Ik ga langs het rechte fietspad. Intussen heb ik de muziek aangezet. Ik heb op de fietscomputer de tijd neergezet, zodat ik niet word afgeleid door tempo (te laag) of de cadans (ook te laag) en gewoon maar wat doe. Eindelijk ga ik de dijk op. Wind mee. Maar eigenlijk is het te laat: de motivatie, de zin, de animo: ver te zoeken. Ik ga het in Almere niet meer vinden. Ik leg me er maar bij neer.

Toch vind ik in een ver hoekje nog het idee om vandaag dan ook maar 40 kilometer te fietsen. Op een trainingstempo. Dan kan ik tenminste zien wat het verschil is met een wedstrijd. Het komt van heel diep. Uit een hele donkere hoek. Alles is ook zo saai hier, zo bekend, zo ‘gewoontjes’. Maar ja, dat gaat de Challenge niet oplossen! Integendeel… Ik zou nog 1 keer moeten trainen met voeding en een lange fietsrit en een stuk hardlopen. Maar wanneer?! Misschien ben ik er de komende week wat te moe voor met 3 kantoordagen, 1 F1 dag en een halve marathon. Het sterkste moment van de training volgt op 38 kilometer: ik fiets een stukje om richting de Evenaar. Ik fiets extra veel, zonder dat ik daar een reden voor heb. 40 Kilometer in meer dan 1,5 uur. Tsjonge. Ik krijg een berichtje van Rob dat Vincents vriendinnetje op een racefiets zit. Daar kikker ik nou enorm van op! Hoe stoer, leuk, dapper is dat? Ik kom ze tegen in de wijk.

Ze is mijn heldin en mijn tempo, cadans en route zijn opeens totaal niet meer boeiend. Die twee zien fietsen en zij op mijn (!!) racefiets met een brede smile, on-be-taal-baar. Ze hebben net samen een rondje om het park gerend. Die meid is goud waard! Wat een supervrouw! Ik heb de twee uur fietsen niet gehaald, het tempo is bagger en de cadans is nauwelijks beter. Maar de afgelopen week 10 uur gesport. Da’s meer dan genoeg!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-27

8 augustus Welkom terug-fietsen 🇳🇱
We zijn weer thuis. Na een hele lange nacht met maar een paar keer wakker door de stilte, ben ik eigenlijk wel weer bij! Het valt me mee. Ik heb wel hoofdpijn, maar het vochttekort is nauwelijks op te lossen. Lekker hoor, weer gewoon standaard ontbijt, alle was kunnen doen en in een groot huis leven met frikandellen en hagelslag. Ik loop nog achter met het bloggen, maar dat komt vast wel weer een keer op orde. In de avond gaan Vincent en ik fietsen. Ik heb mijn fiets gemist en het is best een beetje magisch om mijn paarsblauwe gevaarte weer uit de schuur te halen en bandjes goed op te pompen. Geen idee hoe het gaat! We gaan het rondje Oostvaardersplassen doen. Ik pak deze week per dag de training die me het beste past uit het schema. Dat is eerst gewoon weer fietsen. We hebben wind tegen op de Oostvaardersdijk. De Oostvaardersplassen zijn inmiddels verandert in een mooie groenvlakte zonder plassen. Oostvaardersvennen. We gaan een alfabet doen met mensen die we kennen. Valt nog niet mee, maar het leidt mooi af van de wind! Op de Knardijk gaat het iets harder, maar niet zoveel. Vincent is vermoeider dan ik ben. We nemen de weg en er staat een auto stil voor de paarden. Als er nou een beer zat of een moose… We gaan even kijken op de Praambult. Er zit een meneer heel enthousiast te zijn over wel duizend herten en 3 zee-arenden. Ik mag even van zijn verrekijker gebruik maken en dat vind ik grappig en mooi.

We fietsen weer verder tussen alle vliegjes door en denken nog een keer met een alfabet aan alles wat in Canada was. We maken het fietstochtje af op 35 kilometer en dat gaat minder snel dan ik had gehoopt. Die moeten we nog even terugpakken! Ik ga naar het toilet en doe een loopbroek aan en dan ga ik nog even het bekende rondje hardlopen. Ik moet toch aan de 10.000 stappen komen! En dat gaat rennend nou eenmaal het snelste. Ik zie wel hoe het lukt. Het gaat aardig. Niet vanzelf of supergemakkelijk, maar gezien de lage hartslag en het tempo de eerste drie kilometer helemaal prima. De zonsondergang boven de plassen is eigenlijk ook wel mooi.

En het is best fijn als alles bekend is en vlak. Ik neem de korte route over het trapje. Soms stop ik gewoon lekker eventjes. Ik maak de 6 kilometer vol en dan is het wel weer best!

9 augustus Warme duurloop met Vincent en jetlag

Bij een jetlag horen slaapproblemen. Moeite met in slaap komen, opeens klaarwakker: ik snap het. Ik mag weer werken. Het is lastig besluiten te nemen als je moe bent. Vincent heeft van zijn trainster een uur lopen opgekregen. Ik zoek voor vandaag ook het hardlopen uit: 2 km zone 1, 6km zone 2 en dan 1km zone 3 en 1km uitlopen. We gaan richting de dijk. Zone 1 voelt als hobbelen, gaat als hobbelen en lijkt op hobbelen.

In de zon. Vincent heeft het rugzakje met water. In het bos gaan we door naar zone 2, maar dat gaat nauwelijks beter, makkelijker of soepeler. We houden rechts aan. Tot we op het fietspad komen, dan gaan we naar links. En ik ga links een klein rondje extra maken over de parkeerplaats.
Vincent kwalificeert deze zware, trage, ongemakkelijke loop als Kwalitatief Uiterst Teleurstellend. Afgekort als K. U. T. Ik ben het met hem eens, maar hardlopen gaat altijd nog sneller dan wandelen. Na 8km moet ik nog een km zone 3 doen. Vincent gaat rechtstreeks naar huis. Natuurlijk moet ik in de zon, het viaduct op, van start. Zucht. Daarna over het asfalt door de schaduw gaat het lekker. Ik haal Vincent weer bij.

Ik maak tien kilometer vol, hij maakt een uur vol. Ging niet makkelijk, maar Garmin is zeer tevreden en ik zit weer op VO2Max van voor de vakantie.

10 augustus – Zwemtraining

Volgens Garmin heb ik uitmuntend geslapen. Het voelt anders. Werken gaat wel, maar niet heel geconcentreerd. In blokken. Ik maak een flinke wandeling tussen de middag. Met Rob en met Manuel. Op slippers. Hoofd is er toch niet helemaal bij! Om half 6 gaan we zwemmen, Vincent en ik. Bij de TVA in Almere Stad. Daar zijn maar 6 banen in plaats van 8. 1 Voor de 2 jeugdleden. Ik klets met mensen. Ik zwem in in baan 2. Maar daar zijn dus 6 mensen en 3 in baan 3. Dan schuif ik wel op. Wel met pullboy! Achter de 3 mannen aan. We doen een lange stint van 100 meter borstcrawl (BC), 50m rugslag, 100m bc, 50m schoolslag en 100m bc. 1 Man is zo snel, dat hij een baan opschuift. Ik moet flink doorwerken. Ook wel eens leuk: even wat training wakkerschudden! De halve triatlon is over een maand. OK.

We gaan een piramide zwemmen. 200-100-50-100-200: 200 rustigst, 50 snelst. Ik neem alles los op en zwem achteraan, maar de tijden zijn superstrak gelijk en hoog. MB komt in onze baan erbij. We moeten 50m schoolslag doen. Kan ik wel blijkbaar. Zwemmen met schoolslag en wandelend een halve marathon. Ik zie mogelijkheden. Nog een piramide: 50-100-200-100-50. 50 snelst, 200 rustigst. Ik zit er intussen in en kom gewoon mee. Nog ‘s 50 schoolslag dacht ik. En dan 4 keer 100m bc waarvan de laatste 25m aanzetten. Elke keer netjes rond de 1:57. De laatste doe ik zonder pullboy. Aanzienlijk minder snel! En dan is het mooi geweest. Ik heb goed gezwommen.

11 augustus. Bloedhete, zware baantraining. 🥵

Weer gewerkt op kantoor. Ik kan met de hitte omgaan, al voelt 30 graden in Nederland met een to-do lijst anders dan in Canada tijdens de vakantie. Heel gek 😉 Ik heb geen zin in de hitte van de training, maar Vincent moet van zijn trainster, dus ga ik ook maar. Hopelijk is het niet druk en hopelijk is het niet te moeilijk… We hebben training van GN, met zo’n 10 volwassenen. Twee rondes inlopen om de baan heen gaan nog wel. Dan 400-800-600m in MAXIMAAL zone 3 (echt niet meer vandaag) en 200m die in zone 4 mogen. De pauze is 100m dribbelen. Na de serie volgt een wandelpauze van 400 meter. De eerste 400m lopen we nog in een groepje, wat ik altijd lastig vind. Ik weet niet precies waar mijn zone 3 eindigt, maar ik gok zo rond 157? Dat hou ik een beetje aan. Ik zit niet makkelijk te hoog, maar ik ga ook niet erg hard. De ademhaling zit hoog. Dribbelen lukt ook nog samen. Dan laat ik ze in de 800m even gaan.

Mijn eigen tempo werkt het beste, laat de rest maar sneller zijn en doorkletsen. Mijn motivatie moet ik zelf zoeken, ergens vandaan halen en vastpakken. De 600m; daar ben ik de afstanden al bijna vergeten 😀 Ik ben moe! Ik drink wat in de hoop op iets energie. Dan nog 200m hoger tempo. Dat vind ik dan fijner. Maar het best bevalt me de 400m wandelen! Dat kan ik! Echt, op een flink tempo en ondertussen drinken en bijkomen. Ben ik behoorlijk goed in! Dan haal ik ze weer in zelfs. Daarna pak ik de draad weer op met hardlopen. Maar de zon is erg fel en het is hartstikke warm.

Soms dribbel ik en soms wandel ik. De sleutel van deze training is verstandig zijn. Geen grenzen opzoeken, maar die juist zorgvuldig bewaken. En kalm blijven. Dan red ik het wel. De tweede serie gaat best prima, als ik me er maar bij neerleg dat snelheid er niet toe doet. Van tijd tot tijd stop ik mijn horloge in plaats van deze te lappen. Ook vermoeidheid. Bij het wandelen sluit ik mijn ogen.

Nog een serie dan maar. De 400m gaan elke keer weer prima. De 800m vallen me zwaar. Ik besluit de 600 over te slaan en me nog 1 keer uit te leven in de 200m. Ik zie straks wel hoe snel het ging. En dan ben ik moe en ga ik lekker z i t t e n te wachten tot Vincent ook klaar is. Geen tien kilometer meer willen halen, gewoon zitten en het is me wel goed. Dit was geen makkelijk training en ook niet snel of goed, maar wel heel erg sterk op andere vlakken: behoudend, berekenend, op gevoel.

12 augustus. Fietsrit Almere – Stompetoren – Maxis

Heel lang geleden, voor ik dacht aan hardlopen of triatlon werkte ik als video-editor. Mijn kind was nog heel klein met luiers aan en ik werkte in Hilversum. Ergens in die tijd heb ik een videoclip gemonteerd en dat heeft de (Turkse) zanger altijd onthouden. Ik monteer niet meer, ik ren en zwem en ik heb een puber, maar hij zingt nog en is nog meer gebrand op doorbreken dan jaren geleden! Hij heeft videoclips opgenomen en gevraagd of ik mee wilde kijken en denken. Dat wil ik best! Maar het moet te combineren zijn met het huidige leven, sport dus! “Ik kom op de fiets”, appte ik. “Dan spreken we wel in de buurt af, op zo’n 30 km van je huis?” was het antwoord. Ik moest er om lachen en zei dat dat loopafstanden zijn! Kortom: ik ga op de fiets richting Alkmaar, naar Stompetoren en hij en zijn vrouw zorgen voor een gevulde omelet en een douche. Triatleten doen het voor minder… 70-72 kilometer. Route op de fietscomputer. Zonnebrand. 4 Bidons. Muziek op de Shokz. Elk uur een sportreep. Almere door over het Spoorbaanpad. Saai, maar behapbaar. Hoef ik niet op de route te letten. De hitte valt mee. Nu nog. Over de brug. Bij Muiderberg denk ik: laat ik eens precies de fietsroute op de fietscomputer volgen, dan weet ik straks in Purmerend dat me dat lukt. Ik rij een woonwijkje in en sta opeens voor een trapje, waar ik bijna vanaf verongeluk! Stom ding. Voorbij Muiderberg weet ik de weg weer en ik scheur naar Muiden. Vlaggen, koeien, kasteel.

In Muiden moet ik wachten voor de brug en de sluis. De hele ronde. 4 minuten lang. Het moment voor een reep! Dan weer door over de rechte wegen naar de centrale. Ik ken de weg en zie de pijlen van Trispiration. Pas vanavond zal ik bedenken dat de F voor fietsen staat. Langs de schapen in de schaduw, over de fietssnelweg en over de beha-brug. Dan de volgende ophaalbrug die open staat. 6 minuten lang.

Weer drinken en de bidons wisselen. De brug wordt vochtig gehouden. Nu ga ik een minder bekend stuk in. Ik vind het fietspad en 1 man fietst achter me aan. Fietspad afgesloten. GVD. Ik naar links, man naar rechts, man heeft gelijk, ik achter hem aan. Fijn, dan zie ik hoe het fietspad loopt. Richting Purmerend aanhouden, fietsroute is volledig overbodig nu. Leuk dorpje, lekker Hollands met ophaalbrugje en huisjes. Ergens pik ik de route weer op langs de grote saaie weg. Ik haal de man in. Hij stayert. Kort gesprekje bij stoplicht: hij naar de familie op Texel vanuit Woerden, ik naar Alkmaar. Purmerend door. Maar 1 keer verkeerd: niet de winkelstraat in. Man (gelukkig) kwijt. Rondje stoplichten en dan onder de A7 door en langs het kanaal/de vaart. heerlijk. Temperatuur lager, mooi.

Molens. Bootjes. Rustig breed fietspad. Wind mee. Omkeren want ik moet naar rechts de polder in. Beemster-land. Verrassend. Schaduw, prettig fietsen, heel Hollands met huisjes, kerkjes en omgekeerde vlaggen. Ruimtelijk. Weg naar links is -jawel- afgesloten. GRMBL. Volgende weg naar links dan maar. Mooi met bomen op weg naar Schermerhoorn.

Een lieflijk plaatsje, maar ben ik Stompetoren al voorbij of niet? Een blik op de kaart zegt van niet, nog een paar kilometer verder. Ik kom er aan! Op hoog tempo langs een weg (nu niet meer afgesloten) en dan Stompetoren in. Ik vind het huis snel in dit minidorp. Lieve mensen. Heerlijke omelet. Lekker koele douche. Leuk onbegrip: “je fietst toch niet echt weer terug, we zullen je wel brengen!” Verhalen over werk, muziek, video kijken en triatlon. Passie is een gedeeld begrip.

Half vier: ik moet echt weer gaan. Bidons vullen, trisuit aan in plaats van de jurk (er zijn dagen dat ik me niet 3 keer omkleed) en tegen vier uur stap ik op de fiets met een andere route die de afgesloten weg vermijden zal. Ik zie op tegen de hitte. Ik had moeten opzien tegen de andere route! Ik mis een weg (blijkbaar) en zit op een lange rechte weg zonder schaduw. Als er wel even schaduw is en een paar huizen is het tof, maar ik leg het tempo hoog om hier snel vanaf te zijn. Ik kom bij West-Grafdijk en wil naar Purmerend. Ik moet Grafdijk door slingeren. Hmmm. En dan weer langs het water! Dat snap ik! Straks komt het goed. Tempo lekker heel hoog. Koelte. Mensen in het water. Leuke omgeving. Flink doortrappen naar Purmerend. Tot hoe ver ga ik door, want naar huis toe gaat ‘m niet worden. Maxis, Muiderberg? Ik ga superlekker, maar hoe lang nog? Trisuit zit echt superlekker, koelt zelfs af ook al is het zwart. Molen.

En dan Purmerend weer in. Ik heb ontdekt dat ik gewoon het lijntje van de heenweg kan volgen. Duidelijk. Zo kom ik Purmerend door. 100 Kilometer. Hoe ver is het nog? Ik besluit tot de Maxis te gaan. Niets overdrijven. Ik ga anders verbranden. Die hitte voel ik. Langs de grote weg en Watergang. Hoog tempo. Ter compensatie. 1 Man haalt me in. 110 Kilometer. Het fietspad wat dicht is. Gelukkig kan ik het lijntje volgen. Veel drinken. Ik stop bij het leuke dorpje even om te appen naar Rob en om te eten.

Om 6 uur bij de Maxis. En dan Amsterdam weer in. Geen gedoe met de brug, alleen drukte en stoplichten. De fietssnelweg is nu drukker. Schapen zijn iets meer verspreid in de schaduw. Ik mis de afslag gek genoeg. Want ik zit op 127 kilometer en het kunnen er dus 130 worden. Nog even kijken waar de Maxis nou precies is: achter me.

Schapen halen heel vaak adem in de hete zon, echt hijgen. Gossie. Over de parkeerplaats, 130 volmaken, Rob zoeken, Rob vinden. Klaar. Mooie tocht geweest. Een beetje een watje dat ik niet naar huis ben gefietst, maar 6 uur is laat genoeg. Ik moet nog wandelen voor de stappen en nog eten. Dit was goed zo. Niet verbrand. Niet hard gereden al met al en een matige cadans. Maar wel in Stompetoren geweest en wat respect afgedwongen – ook altijd leuk.

13 augustus – Trapfrequentie, tempo en geen zin

Ik heb totaal geen zin. Niks niet. Het is warm en benauwd in dit beklemmende land. Weer fietsen- bah. Mag ik overslaan? Ik heb nieuwe hardloopschoenen en ik wil niet weer fietsen. Het is kwart over 8, ik heb een bak M&Ms voor me staan en die wil ik liever opeten, maar ik ga NU fietsen. Als het echt niet leuk is, ben ik na een kwartier weer terug.

Soms is het meest dappere überhaupt om óp de fiets te stappen! Vandaag zeker. Ik erger me al snel aan de cadans. Trapfrequentie, noemden ze het gisteren. Altijd te laag. Ik ga vandaag een trapfrequentie (dat woord snap ik tenminste) halen van 80 of meer. Veel rondjes maken. Leuk is het toch al niet. Na 5km ga ik een tandje opschakelen en hou ik de cadans hoog. Dan wordt het ietsje leuker. Ik haal iemand in. En ik zet de cadans op mijn horloge. De fietscomputer ligt thuis, dus ik word niet afgeleid door tempo. Wat best hoog ligt. Dan haal ik een oudere meneer in op een dito racefiets. ZONDER HELM. Doodeng vind ik dat. Dom vind ik dat. Natuurlijk is deze meneer zelf een top-wielrenner, maar al die anderen hoeven dat niet te zijn. Hij gaat achter me hangen. ZONDER HELM. Ik ga hard en ik wil niet op iemand anders letten die levensgevaarlijk bezig is. Dus ik roep dat ik naar links ga over de weg. Hij zit namelijk links van me. En ik roep dat ik naar rechts ga. Meer wil ik niet met deze oen te maken hebben. Ik ben zelf bezig: liggen, rondjes trappen en tempo en cadans hoog houden. Op sommige momenten heb ik het echt koud! In de schaduw en langs het water. Ik ga naar rechts de Knardijk op. Meneer haakt af en ik roep nog: volgende keer een helm op! maar ik weet niet of het doordringt. Dat stukje is het lastigst: redelijk hoge versnelling, veel bochten, fietstechniek nodig. Fietspad terug op. Ik vind de snelheid zelf wel leuk, maar ook wat eng: ik mis simpelweg het reactievermogen voor deze snelheden! Ik stop even om een foto te maken van de ondergaande zon.

En dan weer door met een volgend blokje. Ik schakel nu elke keer een tandje lager en dan is het zaak het tempo zo hoog mogelijk te houden. En de vliegjes te negeren. Mijn gemiddelde lag net op 28 en de cadans op 84. De cadans zakt nog even naar 83 en het tempo gaat omhoog naar 28,3, maar de cadans wil ik naar 85 brengen. Dus door de stad heen op een hoge cadans, terwijl het niet meer zo licht is. Ik merk dat dat tempo kost, maar het is kiezen of delen. Kortom: ik leer heel snel dat veel bochten cadans en tempo kost. Daarom zijn de rechte dijken zo ideaal! Ik vind dit heel leerzaam, maar genieten van de training lukt me niet echt. De zin komt niet. Mocht ik op deze manier nog meer ontdekken, dan lijkt me zonder zin fietsen vooral heel erg zinvol!!

14 augustus – Zwemmen, fietsen, hardlopen

Het is een bloedhete zondag. Weer. Ik ga op tijd met Vincent naar het water. Dat was tenminste het idee, maar vroeg opstaan valt niet mee! Voor mij deze keer, want vandaag is de puber mooi op tijd. Ik niet. We vertrekken pas om half 11 en ik weet niet zo goed waar ik heen wil: bij de dijk of naar de Noorderplassen West? Als we langs de Noorderplassen dichterbij rijden, besluit ik daar even te kijken en de drukte valt mee. Ik doe het pak aan en dat is wel heel erg warm als ik in de zon moet wachten tot Vincent ook klaar is. Dan het water in. Niet koud en al snel blijken de plantjes ook mee te vallen. Zwemmen gaat lekker. Goed overleg naar de eerste rode boei. Ik blijf iets minder wachten, want Vincent kan prima zwemmen. Als de boei al aardig in de buurt is, daag ik hem uit: “wie er het eerste is” Natuurlijk wint hij gigantisch, maar voor ons allebei is de snelheidsprikkel wel even goed! De vogel vliegt weg. We gaan naar de groene boei op links. Ik moet letten op lange slagen en navigeren. Dat navigeren gaat goed en ik denk regelmatig aan de lange slagen. We blijven bij elkaar, want er zijn wel wat boten. Dat merkt Vincent meteen aan de golven. Het is verder echt glad water! Het tempo zit er dan ook best in en het gaat ook lekker makkelijk. Ik vind het in elk geval leuk! Niet zo leuk als in helder Canadees water, maar goed genoeg. We zwemmen naar de volgende rode boei. Die is voor Vincent wat te ver, maar op een gegeven moment zeg ik dat ik er om heen ga zwemmen en hem dan weer tegemoet zal zwemmen. Als we weer samen zijn, groeten we een bootje en gaan we terug naar de groene boei. Een beetje iets meer tegen de wind in en door de vaargeul, dus ik blijf bij Vincent. We gaan een flink stuk zwemmen vandaag! Dan terug naar de rode boei, we doen het bijna in 1 keer zonder al te veel pauzes. Vincent geniet ook, want hij hoeft niet zo hard te zwemmen, maar het is wel een end voor hem. Als we bij de rode boei komen, roep ik tegen de vogel: “he, aftiefen” en de vogel vliegt verstoord op. Vincent moet er hard om lachen. Terug naar het strandje is altijd best een stuk, maar ik ben voorbereid. Vincent niet heel erg. Hij wordt moe en gaat over op schoolslag. Ik zwem door (met zijn medeweten) en ineens kom ik in een slag! Het gaat vanzelf, een zwemmachine. 1 op 3 ademen en doormaaien zonder moeite. Dit zou ik uren vol kon houden en het is me een partij leuk en zalig! Ik ga nog terug naar Vincent en dan weer richting het strand. Ik mag van hem de spullen alvast uit de auto halen. Ik pak de prettige slag op, maar er liggen wat boten te klooien bij het strand, dus dan ben ik liever met zijn tweeën. En ik zwem graag de 2500m vol. We zwemmen een uur en voor Vincent is het de langste afstand ooit buiten. Snel het pak uit! En dan breng ik Vincent naar zijn meissie toe.

Ik erger me weer eens. Dat heb ik elk jaar weer: iedereen fietst zo ongenadig hard! Ik heb vrijdag op mijn lange duurrit (zonder alle pauzes) nog geen 27 gefietst, maar alle dames die enigszins vergelijkbaar zijn met mij halen (met gemak, in een groep, met een buddy) de 28. Keer op keer. Dt is mij gister 1 keer gelukt, maar de 28 van gister is al een prestatie voor mij. In de wedstrijd komt dat wel een beetje goed, maar het is zooooo frustrerend! Wat doe ik verkeerd?! Na het eten neem ik Vincent mee. Als buddy, om me uit de wind te houden en om het tempo hoog te houden. Ik zoek een route uit met de wind mee en die eindigt bij Joyce die ik al veel te lang niet meer heb gezien, waardoor de vertragende stadsomgeving vermeden wordt. Lange rechte wegen. Het is rustig en het tempo zit er strak in en Vincent fietst ook door, zodat ik wel mee moet! Ik hou de cadans hoog. Misschien helpt dat. Ik moest intervallen doen: 4 minuten hoge zone en 30 seconden pauze. En dat 5 keer. Ik zal de even keren doen, Vincent gaat de oneven keren voorop. De eerste keer ga ik hard en diep, maar door de wind tegen en het minder vlakke wegdek is het tempo minder hoog dan op de rechte weg wind mee. Drinken in de pauze en dan gaat Vincent voor. Dan kom ik niet in de goede hartslagzone, want stayeren helpt, MAAR… ik moet na elke bocht zo hard doortrekken, dat ik het toch vaak red! Mijn fietsbeheersing is dus erg slecht. Bochten kosten mij veel te veel. De route zal veel te kort zijn. De derde keer ga ik weer voor en is er maar 1 kruising waar ik het lastig vind om niet voor in te houden. In de pauze bespreken we de vierde keer: Vincent moet voor want het is wind tegen en het viaduct over. Die vind ik helemaal echt lastig! Dan valt het niet mee achter hem te blijven en de cadans hoog te houden als ik omhoog moet. Niet de beste keer, want er zit ook nog een gevaarlijke bocht in. Vincent gaat terug naar huis om lopen te koppelen, ik ga de laatste interval alleen doen. De gemiddelde snelheid ligt hoog. Heel hoog. Ruim boven de 28! Boven de 29 zelfs. De laatste keer haal ik alleen dat gemiddelde nog omhoog: rechte weg, vlak, wind mee. En dan moet ik uitfietsen. Ook dan hou ik het tempo hoog, al moet ik door de stad en via de atletiekbaan om de tijd vol te maken. Veel bochten, veel mensen, goed opletten – niet zo tof. Het gemiddelde blijft heel hoog liggen. Bij Joyce zet ik de training mooi uit. Ik kan het ook! En goed zelfs. We kletsen een hele tijd en vlak voor het donker rij ik weer naar huis. Iets minder hard, de bekende snelheid die het gemiddelde dus omlaag zou halen. Voor een foto geen tijd.

Dan hardlopen koppelen. Het is Vincent niet gelukt met de intervallen. Hij is gestopt en naar huis gewandeld, want het duizelde hem. De warmte en te weinig drinken en moe en hard gefietst. Maar hij gaat in de herkansing met mij mee! Dat is dapper. Ik doe de nieuwe schoenen aan. Tempo is vrij. Afstand moet ongeveer 4 kilometer zijn, want ik moet en zal voor de dertigste dag de 10000 stappen halen voor de badge! Vincent gaat nu beter, nu ik hem ophou en hij kwebbelt maar door. Over de Evenaar om de auto te zien. Midden over de evenaar heen en straks terug over het fietspad. Het wordt heel langzaam aan donker.

De schoenen ligt het niet aan. Ze maken het niet beter en niet slechter. Het is benauwd, al is het niet meer zo walgelijk heet. Wel nog drukkend. Omdat het tempo vrij is doen we een omgekeerde split: telkens iets langzamer. So be it. Het lijkt een keuze te zijn: hard fietsen en niet lekker lopen. De auto is chroomzilvergrijs. Voor een foto net te donker. Ik ben het op een gegeven moment wel zat. De hartslag is niet hoog en Vincent kan nu wel meelopen, dus dat is fijn en hij is ook vrolijk. We maken de 4 kilometer vol. En dan moet ik thuis gewoon nog zo’n 100 stappen zetten! Die doe ik in de woonkamer. Dan heb ik de welverdiende batch!

Daar stop ik weer mee, want zo thuis vind ik het veel stappen naast al het andere sporten. Een raar soort van triatlonnetje gedaan vandaag. Terwijl het in Nederland hoogzomer, droog, warm, heet, drukkend en onprettig weer is. Ik heb het sporten deze week weer opgepakt. Op naar de halve triatlon, waar ik niet zo heel veel vertrouwen in heb. Zeker niet nu het fietsparcours 9% langer is. Voor een slechte fietser als ik niet goed. Je hoort nou nooit van een marathon die 45km is, dus waarom dat met fietsen wel kan vind ik stom.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-24

11 juli – De NPW achtste triatlon + wat extra’s – let’s try someting new

Totaal geen zin in deze wedstrijd: mijn hoofd staat er niet naar (ik moet op vakantie), de lokatie is zo saai (zoveel asfalt), fietsen zit me niet lekker en het gezelschap is zo vervelend qua kijk-mij-eens-shinen. Er zijn gelukkig op de 40 mensen deze keer ook heel veel mensen die wel echt leuk, lief en aardig zijn en waarvan ik blij ben ze te zien. Verder een routine-klusje qua afstand, dat ik alleen maar doe om af te kunnen strepen van de triatlonafstanden. Van de trainster mag ik een keer proberen of ik voluit kan fietsen en wat dat met lopen doet, maar nogmaals: mijn hoofd is er niet echt bij. Alles klaarzetten en het wetsuit aan. Ik vind het spannend en ik ben ongeinteresseerd tegelijk. Er zijn veel mensen. Dan blijkt dat we niet via de steiger kunnen. Jammer hoor dat dat gladde stukje steiger vermeden wordt, maar niet heus. We zullen nu meer moeten zwemmen. Het water is lekker warm. Ik geloof dat we pas na zeven uur van start gaan.

Drukte om me heen en ik heb last van al die mensen. Waar zal ik eens heen zwemmen? Maar ik ga gewoon mijn eigen lange slagen maken en druk de gedachte wat-doe-ik-hier-eigenlijk weg. Ik vind ruimte en voor ik het weet ben ik al bij de groene boei. Ik denk eventjes aan afsnijden, maar dat vind ik niet eerlijk. Ik zwem op met een gouden badmuts rechts van me. Dan alweer terug en ik kom veel zwemmers tegen en moet wat uitwijken naar rechts, naar de gouden badmuts, die maar rare grote slagen maakt. Ik navigeer niet zo best, maar er zijn genoeg mensen voor me om de weg te wijzen. Ik kijk even op mijn horloge op de 500m: 10:33. Tsjakka. Ik heb liever het smerige water dan het trapje.

Ik pak mijn slippertjes en zie Vincents slippers nog staan, maar Rob verzekert me dat hij het water al lang uit is. Ik hobbel naar de fiets en wordt gehinderd door een meisje met step. Pas de derde keer vraag ik haar aan de kant te gaan. Dan ben ik al bij mijn fiets. Het wetsuit is snel uit en de fietsschoenen snel aan. Ik zie veel mensen nu pas het water uit komen, maar ik ben vooral bezig met mezelf. Fietsen – gatver. Hoppa, gaan! Ik kom lastig opgestapt en lastig op gang. Fietscomputer aan, inklikken lukt niet en zal de hele tijd niet lukken. En dan snelheid oppakken. Ik ga hard. Liggen durf ik nog niet zo goed. Ik zie het randje van de straat. Voor me een paar mensen. Omdat ik dit niet leuk vind, laat ik het maar zo snel mogelijk afhandelen. Rare gedachte. Maar het helpt als een tierelier. Ik ga genieten van de snelheid. Voor me fietst nummer 25. Fijn, een richtpunt. Ik ga net iets sneller. Nu tenminste. Vincent ligt derde zie ik. Bink. Op de rotonde loopt nummer 25 weer uit en dan haal ik hem op het lange stuk met wat meer wind bij. Als we wind tegen hebben ga ik er zonder scrupules achter ‘m fietsen. Stayeren! Samen halen we een andere dame in. Er liggen er twee voor me. Nu nog één.

Dan het rondje maken en ik doe het snel, zeker voor mijn doen. Weg uit die drukte en onrust! En weer wind mee. Ik durf even te gaan liggen als ik nummer 25 achter me laat. Ik ga echt de hele tijd 30+. Lachen. Nummer 25 trekt me nog even voort en dan heb ik energie verzameld om hem voor de rotonde voorgoed achter me te laten. Zal ik afsnijden? Maar nee, dat is net zo lastig. Vincent stayert ook. Ik vind de lachende mensen leuk die ik zie als ze me tegemoet rijden. Inmiddels lig ik vooraan bij de vrouwen.

Ik zie een ander doelwit en die haal ik bij. Ik ken hem en hij mag me dadelijk voorblijven en uit de wind houden. Samen halen we zelfs nog iemand in! En dan haal ik ze allebei in voor het wisselpunt, zodat het stayeren niet opvalt.

Ik kijk om me heen en denk enigszins triomfantelijk: wie had dat nou gedacht, die Anke aan kop! Ik zie alleen KH en denk: als jij het kan, dat hard fietsen, kan ik het ook. Ik weet niet wat ik daar straks hardlopend van vind en ik hou mijn hart vast, maar het is een oefening. Een dappere poging. Ik heb het nog niet eerder gedurfd om hard te fietsen. Dag Rob, ik geef hem een kusje vanaf de fiets.

Ik hou de man voor me niet bij en fiets de laatste ronde wat meer alleen. Ik zie dat GN achter me zit, maar ik heb een voorsprong, al weet ik dat zij ook hard loopt. De laatste keer tegen de wind in moet ik alleen doen en ik pak een hogere cadans. Hopelijk helpt het bij het lopen. De 25km fiets ik in 45 minuten. Voor een achtste triatlon staan 20 fietskilometers, maar hier zijn dat er 27. Daar moet je de winst dus op pakken. Ik fiets volkomen berekenend. De halve bidon is leeg en daar voel ik me goed bij. Ik besluit geen gel te gaan nemen. Gewoon maar rennen dadelijk.

In de wissel loopt KH mee. Mijn schoenen gaan lastig aan. Ik sla de sokken toch maar over, omdat ik de voorsprong nodig heb. Gel in de zak en voelen. Mijn voet doet meteen pijn in een spiertje, mijn schoenen zitten niet lekker, de passen voelen niet krachtig en ik ben er niet gerust op. De ademhaling zit echt heel erg hoog. In de eerste kilometer voelt het al helemaal verkeerd. Oerzwaar. Ik voel nog even het asfalt op de knie, maar dat trekt weg als HL me inhaalt en aanmoedigt met mijn naam. Ik kom de fotograaf tegen en vraag hem hoe laat het is. Mijn collega zou er om 8 uur zijn, maar die is vast alweer weg, want het is al kwart over 8. Het tempo ligt erg hoog met 5:01 over de eerste kilometer. Ik heb nu al geen zin meer.

AA komt er net aan om aan te moedigen. Mannen lopen me voorbij alsof ik loop te sloffen. HB loopt me voorbij. En daar zijn twee toppers met water! Ik gooi het over me heen. Dat frist me op en ik vind het even zelfs leuk, dit lopen! Heel even. Ik loop lekker te boeren. Na de eerste ronde roept DdK dat ik eerste vrouw lig en dat irriteert me mateloos. Ik ben hier mijn eigen wereldprestatie aan het neerzetten: zo hard gefietst en nu hard lopen, dat is totaal onafhankelijk van de positie in het veld. Niet boeiend. Nu moet ik me er weer mee bezig houden. Ik hou het vol, het hoge tempo van rond de 5:10. Er zijn leuke jochies verderop in het gras: “lekker snel hoor mevrouwtje” Ik moet naar de WC, ik heb het heet, ik vind het niet leuk en ik stamp door. De fotograaf roept weer de tijd. “Voor het donker ben je thuis!”

Lachen helpt. 3 Kilometer alweer ofzo en als ik dit volhou ben ik met 12 minuten wel klaar. Geruststelling. Geen WC, geen gedoe, 2 slokken water en daar is Vincent die al klaar is. “Je ligt eerste mama”, rot toch op zeg. Ik mag nog een rondje. De ademhaling wordt weer zwaarder. Komt het door de band? Ik vind twee vlechtjes ook niet zo handig, die beuken. Ik zag dat GN achter me zit en ik laat ook wat mannen achter door dit tempo vol te houden. Eigenlijk wil ik niet vooraan eindigen, dat past me niet. Mijn rechterhiel is stuk aan het gaan in de schoenen en dat doet ontzettend veel pijn. Ik merk dat ik dit niet voor mezelf doe, zo voelt het niet. Ik doe het voor Joyce en de trainster, die moeten maar trots op mij zijn. In de vierde kilometer voel ik al dat ik dat zelf niet zal wezen. Ik hou het vast, maar goed of leuk of prima past al weer niet meer. Op het laatste stukje haalt een vrouw me in. Het voelt een beetje als een opluchting, of moet ze nog een rondje? Ik loop 5 kilometer in 25:40 of zoiets en dat vind ik echt geweldig. Lukt me dus na 27 kilometer heel hard fietsen! Ik kom als tweede over de streep in iets van 1 uur en 32 minuten.

Mijn hiel doet onwijs pijn. Er zijn nog veel aardige mensen en ik klets even wat en neem mijn welverdiende medaille mee. Vincent is derde geworden overall. Bij zijn looptempo verbleekt dat van mij. Zijn fietstempo met stayeren zorgt voor mijn ‘leuke poging’. Ik bedank meneer nummer 25 en vind het leuk te horen van een man dat ze me gewoon niet konden bijhouden, niet lopend, niet fietsend. Maar trots, echt blij: dat ontbreekt weer eens. Ik wil M&Ms en snoepen en dat ik geen pijn heb in mijn hiel. En ik zou blij en trots willen zijn, maar het komt niet. Het voelt als: ‘zo gedaan, streep die achtste maar weg’. Experiment gelukt: ik kan hard fietsen als ik durf en daarna hardlopen, maar leuk vind ik dat niet. Mijn hoofd staat er nog steeds niet naar als de M&Ms op zijn. Een combinatie van hormonen, vakantiestress, slecht slapen en vermoeidheid.

Deze NPW triatlon doe ik voor de derde keer. Al zijn de afstanden wat gewijzigd. 1 Keer ging ik maximaal hard, maar toen bungelde ik onderaan in het veld. De keer daarop deed ik gewoon, niet maximaal. Scheelt vooral in het fietsen. Gek genoeg ging ik vorig jaar nog ietsje harder met fietsen (nu 33 gemiddeld en toen 33,1) en rende ik maar iets langzamer. Het zwemmen ging echt veel beter dit jaar (maar nu met wetsuit). En nu sta ik aardig bovenaan in een veel drukker veld. Maar vooral de hartslag is aanzienlijk lager. Zo voelde het niet, maar dat is denk ik toch echt de supercompensatie.

Dinsdag 12 juli – Sloompjes fietsen voor ijs

Geen zin. Nergens in. Ik slaap maximaal 3 uur. En dan is niets leuk, makkelijk of prettig. Dan is nergens energie voor. Niet voor werken, niet voor piano spelen en niet om iets te verzinnen. Vincent gaat wel mee. We gaan naar Almere Haven om te kijken waar ik de cadans meter ben verloren. En daarna een ijsje eten bij Mariola. We komen weer totaal via een andere kant door Almere Haven. Nieuwe paden, nieuwe gebieden. Vincent doet de route. We vinden het elastiekje van de cadansmeter wel, maar de meter zelf niet. Ook niet na zorgvuldig speurwerk. Dan rijden we door het centrum van Almere Haven en we nemen allebei een ijshoorntje met 2 smaken.

Ik heb geen zin om te fietsen. Er zit ook geen tempo in. We gaan terug via het centrum en Vincents school. Een ommetje extra! Ondertussen spelen we ik-heb-iemand-in-mijn-hoofd en dat is erg leuk. Maar verder is het fietsen en alles gewoon ruk. Alsof ik niet geslapen heb. Wat ook zo is!

woensdag 13 juli Zwemmen TVA training

Een dag hard werken op kantoor vol goed nieuws en nieuwe mensen en een paar eindjes die ik vandaag moeiteloos aan elkaar knoop, nu de hormoonstorm weer is gaan liggen. Of eigenlijk: losgebroken is. Niet de ideale dag om te gaan zwemmen. Ik heb ook weer geen zin. Zucht. Vincent ook niet. Maar we gaan toch! Node. Ik vertrek laat op het werk, wat helemaal de goede kant op gaat. Ik twijfel lang, maar het wordt de iets snellere baan. Vincent kijkt en roept bestraffend dat het achtje weg moet. Ik luister braaf. 50 Meter! Dan pak ‘k het achtje erbij. Achter me zwemmen 2 meiden die normaliter echt een stuk sneller zijn dan ik. Al vinden zij van niet. We doen 5 keer 50m waarvan 25m heen techniek. Met achtje dus. En vooraan. Ik neem de pauze nooit zo ruim. Dan moeten we 4 keer 100m versnellen. Ik doe afgewisseld met en zonder achtje. WH houdt het niet bij. Met achtje niet. SZ wel. Achter mij! Met achtje. Ondanks dat ik geen zin heb, gaat het wel erg goed. Degelijk. Lange slagen, goede doorhaal. Wie doen 2 keer 200m op wedstrijdtempo. Hoe moet ik nou weten wat dat is?? De eerste keer met achtje zit ik op 1:53 gemiddeld. Dat mocht ik willen zeg. De tweede keer ga ik achter SZ en zitten we op 2:06. Zonder achtje. Dat lijkt er meer op. Dan 100m rugslag. En ik had al geen zin. Maar ook daar kom ik in en dan ram ik wel door. We doen ook nog 4 keer 75m, waarvan de laatste 25m sprint. De eerste en laatste keer met achtje zijn niet eens zoveel sneller dan de middelste twee zonder. Schoolslag. En dan moeten nog 450m zwemmen. Doeig. Echt niet. Met achtje doe ik er 500 en die gaan binnen 10 minuten. Geen zin is ook een optie om gewoon flink door te zwemmen.

Donderdag 14 juli. Hardlopen.

De laatste drukke werkdag voor de vakantie. Niet naar de baan vandaag gelukkig. Ik ga met Vincent hardlopen. We moeten allebei 40 minuten. Hij in intervallen, ik gewoon lekker kalm aan. Het inlopen kunnen we samen doen. Het voelt alsof ik een olifant ben. Knieen doen pijn, ik sleep en voel me zwaar. Het is een kwestie van goede afspraken: Vincent loopt 4 minuten in zijn zone 3 en ik hobbel verder. Hij wandelt en wacht. Als hij (met gemak) van me wegloopt de prachtige avondzon in, loop ik wat makkelijker. En iets sneller. Het is mooi om te zien, dat jochie voor me in het prachtige licht.

Hij wacht netjes en maakt een foto. Ik ga steeds iets sneller. Dus ik ga de 5km versnellen nog maar eens proberen. De derde kilometer onverhard is flink aanzetten, maar het gaat steeds beter en krachtiger. De dikke loggigheid maakt plaats voor flinke passen en een stevige afzet. De laatste kilometer wordt een vette uitdaging! Met viaduct erin moet ik rond de 5 minuten uitkomen. Domme actie, maar ik wil en zal! Mijn ademhaling komt weer hoog te zitten en het is zweten en afzien. Maar ik red het. Km 1 in 6:04 en km 5 in 5:02.

Wacht en wandel op Vincent en een foto voor hem maken van de auto. Dan wil ik in de laatste kilometer weer terug naar 6:04. Dat lukt precies. Het voelt beter nu we gelopen hebben. Vincent heeft het ook keurig gedaan. Ik ga hem coachen en begin al iets meer van de data te begrijpen. Dat is ook leuk!

15 juli. Inpakstress afreageren op de fiets en rennend. Half.

Ik ben ongedurig. Na ‘kerstinkopen moeten doen bij Albert Heijn’ staat inpakken op de lijst van Vreselijke Dingen. Kerstinkopen hoeft nog lang niet, maar om op reis te gaan met het vliegtuig is inpakken en organiseren een must. Onrustig. Niks vergeten. Alles moet gewassen worden. Passen in de koffer. Papieren in orde gemaakt. Onrustig. Er staat 3 uur aan training, maar het wordt ‘m niet. Bij lange na niet. Ik denk zelfs ernstig aan overslaan, maar dat kan ik niet. Na het eten ga ik met Vincent de helft van het fietsen doen: een uurtje. Rustig aan. Omdat het hierna 3 weken niet meer kan.

We kletsen en het gaat wel lekker. We evalueren de NPW triatlon. Daar heeft ie wat aan. Ik heb geen fietscomputertje voor mijn neus, dus ik ben niet bezig met snelheid of cadans. Dat is wel eens lekker. Naar de sluizen en terug.

Langs de Lepelaarsplassen. Ik krijg er niet echt gevoel bij van leuk of fijn. Het gaat goed hoor en ik ga zelfs 4 keer een minuut versnellen. Dat lukt ook allemaal, maar mijn hoofd zit nog in de stand niks-vergeten en de-laatste-was. Afstand en zo maken me eigenlijk ook niet uit. Ik had er 6,5 kilometer lopen aan moeten koppelen, maar daar heb ik helemaal geen zin meer in. En dat is onmogelijk met de was. Drie kilometer dus. De eerste kilometer hard. Kei Hard

Ik loop zo hard als mijn ademhaling het toestaat. Mijn spieren of mijn hartslag zijn niet de beperkende factor, maar ik krijg simpelweg niet genoeg lucht. Toch loop ik een kilometer in 4:49! Dat is voor mijn doen heel, heel hard. Zeker op de weg met bochten.

Daarna 2 kilometer rustig uitlopen en lekker door het park. Dan blijft het tempo hoog. Daarna snel de wasmachine aan en de laatste dingen in de koffers duwen. Op naar een andere tijdszone. Een ander land. Een andere omgeving. De hardloopschoenen en het trisuit zijn ingepakt.

Categories: Geen categorie | Leave a comment