2020-23

5 juli 2020. Niet dat het echt zomers weer wordt, dat niet. Maar van tijd tot tijd is het droog. Terwijl naar de F1 kijken bijvoorbeeld, terwijl Vincent in het water speelt. En het is droog als we een wandeling maken. Naar het hunebed.

Het is zelfs wat warm! Maar na het avondeten, dan regent het zo nu en dan. En daar word ik onrustig van! Ik wil wel hardlopen. Of niet. Ik wil naar buiten! Of blijf ik lekker binnen? Ik ga zitten, eet koekjes, sta weer op. Ik drentel en dan zegt Rob: “Ga nog even lopen, nu is het droog”. Ik doe mijn spullen aan en vertrek. Als het weer regent voor ik het park af ben ga ik wel weer terug. Maar dat doet het niet. Pas na 3 kilometer voel ik wat druppels. Ik heb een route van 10 kilometer in mijn horloge staan. Die gaat over de wetlanden. Dat is lekker zompig! Ik wil blijven lopen, maar als er een prachtige regenboog verschijnt, is mijn voornemen van de baan.

De donkere lucht, de stilte: het is hier best mooi! Mijn muziek heb ik nog geen seconde gehoord.


Ik loop weer verder en kom op een knooppunt. Het tempo zit er best lekker in, maar mijn benen voelen wat vermoeid aan. Ik ga over het fietspad lopen en dat gaat prima. Rondom de camping zie ik een paar mensen, maar voor de rest is het rust alom. Toch denk ik niet dat ik 10-12 kilometer kan lopen, dat zou niet verstandig zijn. Niet alleen vanwege de koekjes, maar ook omdat ik te laat vertrokken ben en op onbekend terrein in het donker lopen lijkt me niet verstandig. Ik kijk op de telefoon en zoek welk stuk ik kan afsnijden. Het voelt een beetje als ‘valsspelen’. Ik loop te mijmeren. Over MB die niet meer zomaar loopt en zwemt, terwijl ik haar dat gun. Over PL die nu routes loopt in Limburg. Dat ik Strava maar weer eens moet uitzetten, omdat de druk weer wat hoog wordt en ik mezelf opfok dat ik op verschillende terreinen bovenaan in de klassementen moet staan. Ik loop langs de weg van de Kandelaarkerk en de Coop. Dan kom ik weer op een rotonde waar ik kan beslissen of ik nog een ommetje doe of dat ik rechtstreeks terug ga. Ik doe het rondje om het water nog maar. Dat is 2 kilometer om en dan zal het op ongeveer 9 kilometer uitkomen. Dan loop ik het laatste stukje over de weg. Maar eerst moet ik om de huizen heen. En dan kom ik opeens bij een behoorlijk meer dat erbij ligt alsof ik niet in Drenthe, maar in Canada ben! Ik mis alleen de bergen op de achtergrond.

Ondanks het voornemen om rustig door te blijven lopen, móét ik wel even stoppen voor een fotootje. Ik loop onverhard op paadjes die omhoog en omlaag gaan. Er is niemand! Het is groter dan ik had gedacht en ik hobbel er lekker omheen.

Het lijkt elke keer een vleugje Canada. Alleen zonder de enge wilde dieren. Ik zie wel een mevrouw lopen. Het schemert onder de bomen al een beetje. Dat maakt het nog buitenlandser. Ik loop om een soort camping heen. Ik ben blij dat ik dit ommetje nog heb gedaan, maar het is ook wel genoeg nu. Ik moet nog langs de weg lopen naar huis. Ook hier schemert het intussen, dus het is goed dat ik niet verder omgelopen ben. Ik zet een muziekje aan en kijk naar de ondergaande zon.

9 Kilometer die mijn onrust hebben opgelost.

6 Juli. Een jaar na de Frysman. Ik denk er wel aan, maar het beïnvloedt mijn dag niet. Alleen ‘s avonds denk ik er aan, als het 8 uur is. Ik weet nog goed hoe 8 uur ‘s avonds tijdens de Frysman aanvoelde: toen duurde het nog even. Blijkbaar werkt het weer op 6 juli vaker niet mee. Het weer trekt nog niet echt aan, het blijft van tijd tot regenen en het waait hard. We bezoeken Zuidlaren vandaag en we kunnen buiten zitten. Er zijn stevige buien, maar in de zon en uit de wind op ons terrasje is het lekker. Vincent moet voor de TVA-competitie een kilometer zo hard als hij kan lopen. Ik ga met hem mee op de fiets. We vertrekken na de middag. Ik moet omfietsen, want ik mag niet door de boerderij heen. Vincent loopt rustig in. We doen hetzelfde rondje als eerder van de week. Hij doet de oefeningen en dan gaan we 500m naar links, zodat hij 1 kilometer terug kan lopen. In die 500 meter regent het kei-hard. Dikke grote druppels. Niet prettig. Maar als we omkeren, dan is het weer droog. Ik moedig Vincent aan. Zeg hem dat hij harder moet, waar hij is en dat hij door moet lopen. Op de fiets lukt me dat wel!

Hij loopt zijn kilometer onder de 4 minuten! Dat is best hard en zal mij nooit meer overkomen, vrees ik. Ik fiets met hem mee als hij rustig uitloopt en dan regent het nog een keer, maar niet meer zo hard. Vincent gaat naar het huisje terug en ik fiets door. Mijn neus achterna voor onbepaalde tijd. Ik ga naar het zuiden geloof ik. Bij knooppunt 82 kijk ik op de borden.

Ik kan twee nummertjes vooruit onthouden. Dus ik rijd naar nummer 17 en nummer 45. Dan steek ik terug naar Taarlo is het idee. Ik fiets lekker, heb wind mee en deze fietsnummertjesconstructie ligt me wel. Eigenlijk is Drenthe saai. Het lijkt op Brabant: het slingert, is authentiek, maar het zou net zo goed Denemarken kunnen zijn. Ik kom bij de Vaart bij nummer 45 en ga dan toch maar verder naar nummer 11. Ben ik toch bij Assen. Zomaar. Van nummer 11 door naar nummer 68 en 67. Daar krijg ik nog een keer een bui over me heen. Ik was net droog. Die kleine dorpjes zijn wel echt Drents: een grasveld in een driehoekje met schapen erin en rietgedekte huisjes er omheen. De fietspaden slingeren. Na Loon kom ik dan toch op een soort van heidevlakte.

Het fietspad slingert door het bos. Mijn tempo is gewoontjes. Net als de rest. Ik ga maar 1 keertje mis: dan sta ik op een onverhard pad naast de molen en een veld vol met ooievaars.

Zo is er weer even zon. Als ik even later over de hei rij en een bord tegenkom met de waarschuwing: “Let op, water op fietspad”, mis ik het water op het fietspad, maar het komt ineens in stralen de hemel uit! Dit lijkt me wel genoeg. Ik fiets gewoon door, terwijl de elektrische dagjesfietsers proberen te schuilen onder een boom.

In het bos word ik ingehaald door een oudere wielrenner. Ik fiets wel lekker, maar ik vind er niks speciaals aan. Ik zal blij zijn als ik er strakjes weer ben. Ik zie het meteen als ik ‘rond’ ben en knooppunt 82 weer bijna nader. Tussen knooppunt 82 en 85 – die voor het vakantiepark ligt- vindt het weer dat ik toch nog maar een keer nat moet worden. Ik fiets 32 kilometer.

Als ik later op de avond iemand zie zwemmen, ben ik soort van onredelijk jaloers. Als ik nu ook wil zwemmen en het kan in het meer voor de deur: dan moet ik dat toch maar doen! Rob zegt dat het niet koud is, het water. Vincent zal me helpen als ik er uit kom. Ik ga in trisuit met achtje. Als ik in het water ga, sta ik lang te treuzelen. Het is écht wel zeker killer dan zaterdag!! Maar goed, diep ademhalen en ik ga.

De heren kunnen me volgen met de telescoop! Ik ga oriënteren oefenen. Eerst naar het witte springkussen. Dan door naar een witte boei. Echt warm is het niet, maar het is wel te doen. Ik zwem gewoon door. Om de betonboei heen. Ik ga even iets verder en dan naar de regenboogpunt.

Daarna in een rechte lijn naar het witte blok. Ik zie er dingen in het water liggen ver onder me, voor de duikers vermoed ik. Ik adem 1 op 4 of 1 op 2. Wat me uitkomt. Dit is geen wedstrijd, dit is gewoon een potje zwemmen. Omdat het kan! Ik kom iets te dicht aan de kant. Links natuurlijk, want ik adem eigenlijk voornamelijk rechts. De plantjes zijn dichtbij, dus ik moet corrigeren. Ik zwem het kommetje rond. Daar is het niet erg diep, maar het is wel meer privé-terrein bij de huisjes. Grappig genoeg is het stukje naar de steiger voor mijn gevoel het langst! Dat is niet zo, maar het voelt zo. Ik ga me afvragen hoeveel sneller ik zou zijn als ik mijn benen ga gebruiken. Ze zeggen dat het 20% oplevert. Ik krijg niet uitgerekend hoeveel dat is van mijn 2:12 op de 100m. Dan wind mee langs ons huisje.

Ik zwaai naar Vincent en zie Rob staan. Maar hiervoor adem ik dus eigenlijk aan de verkeerde kant. Dan haal ik mijn hoofd veel te ver uit het water. Ik navigeer naar het kleine peuterglijbaantje. Dan zie ik dat Vincent er net niet zal zijn, dus ik ga nog iets omzwemmen. Over de kilometer doe ik 21:45. Nogmaals doe ik een poging om te bedenken hoeveel 20% harder zou zijn, maar ik kom er niet uit. Ik zwem terug als ik Vincent zie staan.

Ik heb lekker gezwommen. Meteen doe ik een truitje aan, maar de kou valt mee. In het huisje ga ik in een lekker warm bad. Was toch weer een geinig dagje.

7 juli. Ik slaap hier niet zo best. Lig dan uren wakker midden in de nacht en slaap lang in de ochtend. Vandaag een rustig dagje. Het weer is matig, maar met een droge middag zijn we al blij tegenwoordig! We wachten de bui af terwijl Vincent lekkere muffins maakt voor ons. Dan stappen we alledrie op de fiets. Rob gaat de eerste 13 kilometer mee en daarna gaan Vincent en ik nog 17 kilometer verder. Als we net het park af zijn, merk ik al dat het wat moeizamer is vandaag. Misschien hebben we wind tegen? Er is veel ander verkeer, waar we voor moeten inhouden en weer samen gaan fietsen. Vincent is master van de route. We volgen zijn computertje en de fietsroutenummers. We moeten vaak het spoor over of oversteken. Dat geeft ook onrust. En vlak windkracht 5 niet uit!

Het regent gelukkig niet. Rob is 3 kwartier later weer binnen. Vincent en ik fietsen verder over het pad waar hij gisteren hardliep. We gaan het spoor weer over en dan hebben we een lange weg heel veel wind tegen. Niet leuk meer. We kunnen niet echt iets vinden in Drente wat heel spannend is. De A28 aan de ene kant, het spoor aan de andere kant en saaie velden er tussenin. En windkracht 5 tegen. We komen bij de Willemsvaart. Met een scheve ophaalbrug. En dan weer door naar punt 08 en 09. We zijn vlakbij het vliegveld en horen een vliegtuig landen. We zitten weer op een Drents fietspad en voor mijn gevoel hebben we nog steeds wind tegen! We rijden door een dorpje, maar de brievenbus ontbreekt. Dan hebben we eindelijk wind mee! Feit is dat dat altijd veel korter duurt dan wind tegen. We gaan het kanaal weer terug over natuurlijk.

Dan komen we in Tynaarlo, op een soort van industrieterrein. En warempel, daar is de plaatselijke brievenbus! We gaan weer terug naar punt 79. Na 30 kilometer staan we weer op het vakantiepark. Eerlijk gezegd ben ik er blij om! Voor zwemmen of lopen kan ik vandaag geen fut meer opbrengen.

8 juli. Het goede weer in Nederland is wel een beetje voorbij. Zul je precies zien! Als wij met vakantie zijn, staan er meer wolkjes en regendruppels op het weerbericht dan zonnetjes. Welk bericht we ook opzoeken! Maar goed, vanmiddag is het nog droog. Dan gaan wij dus mooi een stuk wandelen. En niet zomaar een stukje, nee, we gaan geocachen!

Rob en ik kennen dat al en Vincent heeft ook wel eens iets gedaan, maar nu kan hij zijn eigen telefoon gebruiken. We lopen naar de parkeerplek en dan door het bos naar het Hunebed 06. Daar liggen enkelvoudige geocaches. Om er even in te komen.

Daarna doen we een cache met meerder punten en tellen van boomstammen en brugdelen. Dat is nog meer “wack” – of hoe die moderne taal ook gaat, volgens Vincent. Tja, dan hebben we lekker gewandeld en dat was super leuk! Maar ik ben hier (ook) om te zwemmen. En mijn boek is uit, dus dat gedeelte vakantie is me al gelukt. Ik zie meisjes in het water spelen en dan durf ik het ook. “Het water is afgekoeld, hoor”, zegt Rob. Dat gaan we dan maar zien! Ik doe er nog langer over om in het water te gaan, maar het is niet kouder. En dan ga ik zwemmen. Naar de witte betonboei, door naar de gele bol, terug naar de regenboogboei en dan naar het witte betonblok. Het gaat niet minder dan uitstekend! Ik ga gewoon lekker, het is niet koud, het gaat supergemakkelijk en ik hoeft niet snel. Gewoon lekker lange, slome slagen maken.

Gezien door de telescoop zwem ik naar de regenboogboei.

Het water voelen, lekker 1 op 3 ademhalen en diep omlaag kijken. Het gaat echt lekker. Dan naar het andere deel van het water. Niet te dicht langs de kant, want daar zaten veel planten. Ik ga nu naar de steiger en weer is het verder als het lijkt! Daarna door het ondiepe water en dat is zelfs wárm. Dan steek ik terug richting ons huisje, maar ik heb nog meer dan genoeg energie en zin en nu lig ik toch in het water! Ik ga dus nog een keer naar de regenboogboei. Zie ik het ook eens van de andere kant. Het blijft lekker en gemakkelijk gaan.

Hoewel het mijn doel niet is, ga ik toch best snel. Omdat ik van die lange (in mijn ogen ‘slome’) slagen maak. En dan ga ik de laatste 500m mijn benen gebruiken. Ik ga eens gewoon actief meeflipperen. De snelheid verbaast mij zelfs! Ik schiet echt het water door! Het ligt lekker strak. Ik zwem dan ook onder de 2 minuten op de honderd meter. Dan heb ik 2000 m gezwommen.

Het was echt heerlijk! Ik heb simpelweg genoten en ik ben opgetogen dat uit de data blijkt dat benen gebruiken echt iets oplevert. Misschien moet ik dat toch maar leren dan?

Na het avondeten vraag ik Vincent om mee te gaan fietsen. Hij heeft nog een route van ongeveer 26 kilometer liggen. Let’s do so! We gaan aan het kletsen over zijn vrienden. We komen bij een leuke brug

En daarna is het pad onverhard! Leuk voor de electrische fietsen, maar minder geslaagd voor racefietsbandjes. Ik zit dan wat verkrampt. Maar de omgeving is wel een stuk landelijker! Het tempo ligt een stuk lager. Dubbel tijd om te genieten dus.

We komen langs dorpjes met van die Drentse dorpspleintjes en langs veel campings. En dan ineens zijn we in Zuidlaren. We fietsen op een paar kilometer van het vakantiepark, maar we zijn pas op de helft! We fietsen door het centrum van Zuidlaren waar het nu lekker stil is en dan door de ‘achter-af-buurten’. Geen idee waar we blijven, maar de paden zijn weer onverhard 🙁 Dan kunnen we niet verder kletsen omdat we achter elkaar moeten fietsen. Vincent heeft de route en ik hoeft alleen maar mee te fietsen.

Dit geeft wel meer gevoel van Drenthe dan waar we eerder fietsten. Pas richting Zeegse krijg ik weer wat feeling met waar we zijn. We doen nog een stopje om naar de koeien te kijken, maar die willen liever niet in beeld lopen. Daar hebben we veel lol om!

We fietsen bijna anderhalf uur. Door al dat onverharde terrein moet je extra goed opletten.

9 juli. En dan is de sportweek afgelopen. Het regent. En regent. En motregent. De hele dag regent het onafgebroken. Leuk om lekker spelletjes te spelen! En om op de bank te hangen en tot rust te komen. Dat wel. Maar ik wil graag naar buiten. We hebben nu het geocachen ontdekt en in de avond gaan we nog een keer een rondje wandelen om het meer waar ik eerder deze week was. Het is veel zoekwerk en heel veel druppels.

Maar het is wel lekker om buiten te zijn met zijn drietjes! Door de onafgebroken regen wil ik het liefst naar huis. Alles is nat en rommelig en kil en somber. Op vrijdag voor tienen zijn we weg. Terwijl het blijft regenen. Tot we in Almere zijn! Als de was gedaan is en het droog blijft, doen we nog een geocache in de buurt in combinatie met een supermarktbezoek. We hebben het geocachen herontdekt!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-22

Maandag 29 juni. Na een dagje werken, stond er op mijn schema dat ik met Vincent mee mocht fietsen. Hij ging hardlopen! Dan kan ik hem alleen maar bijhouden op de fiets. Ik had een beetje spierpijn, maar ik ben vooral over het algemeen heel erg moe: in mijn hoofd en een beetje in mijn benen. Het is meer een algemeen gevoel. We gaan richting het Kotterbos. Vincent loopt ‘lekker rustig’ in met 11 kilometer per uur. Om te fietsen is dat prima te doen! Ik ben op de mountainbike gegaan. Na een kwartiertje gaat Vincent een kilometer knallen. Dat gaat best lekker… Hij loopt harder dan 12 kilometer per uur. Zonder fiets was ik kansloos geweest. Dan heeft hij eventjes pauze en geef ik hem de bidon aan. Langs de Vaart hebben we wind mee. De tweede kilometer gaat als iets harder dan de eerste. Dat betekent dat de tijden op de kilometer met een vier beginnen. Dat komt bij mij echt nooit voor! Hij wordt er wel moe van gelukkig.

Ik jut hem een beetje op dat hij eigenlijk moet proberen om elke kilometer sneller te lopen dan de voorgaande. Erg he 😉 Bij de derde kilometer krijgt hij de wind tegen, maar dan zijn we in het bos. Hij presteert het onder gemopper om nog iets sneller te gaan! De vierde en laatste keer moet hij onder de 4:30 lopen. Dat is snoeihard. Ik kwebbel gewoon door, want op de fiets is dat te doen. En dan komt hij op 4:18 uit! Niet te geloven. We gaan achter de Sieradenbuurt door naar huis en maken een uur vol. “Wind tegen?” vraagt iemand als ze mijn fietstochtje op Strava zien staan. Haha! Volgende keer doe ik alsof ik zo hard kan lopen :-p

Dinsdag 30 juni is een rustdag. Gewoon een dagje niks. Ik wil zwemmen, mag niet zwemmen, want er is geen plek bij het zwemmen en het regent teveel om te fietsen. Kortom: 1 van die zeldzame dagen dat het er niet van komt.

Woensdag 1 juli. Samen met Joyce ging ik de trailmarathon van PL rondom Heidezicht bij Bussum afmaken. Vandaag stond de langste afstand van 18 kilometer op het programma. Langs 6 landgoederen. Het rugzakje met drinken begint vertrouwd te worden. Samen met de hartslagband schuurt het mijn rug stuk. Het is droog, niet heet en een beetje bewolkt. Een klein buitje kunnen we aan. We maken er gebruik van dat we weer samen mogen rijden. Route aanzetten en off we go!

Ik merk altijd snel of het goed gaat of niet en vandaag is zo’n dag dat het goed gaat. Ik kan gewoon rustig aan blijven hardlopen. We gaan deze keer de Natuurbrug van Crailoo over. Dat ken ik tenminste zo’n beetje! Gewoon een kwestie van blijven hardlopen, dan kom je vanzelf boven! En daarna mag je omlaag. We gaan de weg over en dan lopen we een stukje verkeerd. De route geeft dat snel aan. Het is soms ook lastig om tegelijk op je horloge te kijken en de wortels van de bomen in de gaten te houden. Mijn voorkeur gaat uit naar het correct opvolgen van dat laatste gedeelte, voor ik op mijn neus lig. Het gaat zelden mis eigenlijk. Gelukkig. We komen langs de camping. Leuk beschilderde en aparte verblijfjes staan daar. Het pad is mooi smal en prima begaanbaar. Het is niks koud! Dan komen we op de berg, waar we natuurlijk even overheen lopen!

We slingeren een beetje door het bos over de leuke bruggetjes. Ondertussen kletsen we maar door alsof we elkaar niet wekelijks zien en niet dadelijks op whatsapp hebben. En zo komen we bij het capitooltje. Hier zijn we al vaker geweest, maar dan begon de tocht eigenlijk pas net.

De bruggetjes zijn prachtig! Het regent nog een beetje geloof ik, maar dat is eerder verfrissend dan vervelend. We komen over het kabouterpad en slingeren door het bos. Het is er mooi, dat zeker! De kilometers rijgen zich aaneen. We hebben vooral geen enkele haast! Voor ons is trailen een belevenis. Geen wedstrijd of iets om snel voorbij te laten gaan. We staan even stil bij een bruggetje en nemen de omgeving goed in ons op.

Dan komen we opeens weer op een bekend stukje. Grappig is dat ik nog heel goed weet waar we vorige keer over kletsten, ook al was dat niet wereldschokkend. Omdat het mij aardig gaat, doe ik soms een stukje mijn eigen tempo. Ik wacht dan later wel weer, al is dat nooit erg lang. En zo komen we bij mijn lievelingsstukje tussen de rodondendrons door. Vind ik echt geweldig! Tussen de hoge planten door. En dat eindigt in een bruggetje.

We komen nu op het ommetje langs een landgoed waar Joyce een keer is gevallen, waardoor zij toen niet verder kon. We letten nu goed op en overwinnen echt een nare ervaring. Het gaat ook veel op en neer, maar ik vind het echt heerlijk. Nu gaan we richting het Spanderswoud. We lopen over de hei waar ik met PL alleen liep (toen Joyce gevallen was) en ook nu weet ik precies weer waar wij toen over spraken. We komen in het bos en ondertussen zijn we al een beetje moe aan het worden. Ik vind 18 kilometer stom qua afstand. Is niet goed op te delen of af te tellen. We wandelen van tijd tot tijd. Enerzijds omdat de vermoeidheid toeslaat, maar aan de andere kant ook om extra lang van dit mooie stukje te genieten! Er zitten ongeveer 14 kilometer op. Dat betekent dat we nog maar 4 a 5 kilometer hoeven. Echter, als je in je achterhoofd bedenkt dat 21 kilometer een veel en veel mooiere afstand is, dan is het nog 7 kilometer. En dat is toch wel veel meer! Maar eigenlijk willen we over de bruggetjes en we willen stiekem ook de halve marathon lopen. Om onszelf te bewijzen dat we dat best kunnen.

Dan komen we bij de vlondertjes. Ja, ik kan het nog en ja, Joyce doet het nog gewoon, dus we zullen een ommetje maken. Omdat de vlonders onder de zendmast van Hilversum er weer zijn. Omdat het kan. En omdat het een stukje extra is. Maar vooral omdat het puur genieten is!

We lopen bovenlangs terug. Het ziet er onnederlands uit met de donkere lucht en het water.

Ik blijf hardlopen. Dat is de enige mogelijkheid. Ik ben moe. We zitten pas op 17 kilometer. Ik zal de hele natuurbrug niets anders doen dan blijven hardlopen. Ik moet proberen te vergeten dat we nu ook nog 4 kilometer moeten, maar dat lukt niet en het drukt zwaar op me. Ik heb (weer, weer, wéér) net te weinig gegeten met mijn ene gelletje. Drinken is wel redelijk gegaan. Maar ja, ik zou er dan ook zijn. Aan de ene kant denk ik: ‘wat kan me die halve marathon schelen’, aan de andere kant zit het duiveltje dat roept: ‘dit is je kans! Doorzetten nu!’ Als ik op Joyce wacht zit ik op 18 kilometer. Joyce is iets verder, want haar horloge gaat niet uit als ze stilstaat en die van mij wel. En die heeft dan elke keer een tiental meters nodig om weer op te starten.

Drie kilometer nog. De route is nog maar 1 kilometer. Dus ik maak ommetjes. Ik loop voor Joyce uit, want ik moet nu mijn eigen tempo aanhouden. Joyce snapt het wel. Ik wacht dan elke keer. Onder de boompjes. Ik hou de route in het oog, maar eigenlijk gaat alles ook net iets trager. Dat weet ik wel en ik weet dat het komt omdat ik hoognodig voeding moet hebben, maar het is nu onomkeerbaar. Ik heb mijn zinnen gezet op een halve marathon, dus die zal er hoe dan ook komen. We komen bij het bankje waar we vorige keer ook hebben gezeten. Ook nu genieten we even van de tekst op het bankje “Heb het leven lief”

Het is nog 1 kilometer rechtstreeks terug. Voor mij net te kort, dus ik moet echt nog iets langer over de hei zwerven. Eigenlijk is het op. Het is loeizwaar. Maar het moet en zal. Linksom en rechtsom, of ik wil of niet. 21,1 kilometer en eerder stop ik niet! Ik vertraag, maar stoppen niet. Ik hoopte op een nettotijd van 2,5 uur, maar dat lukt zeker niet. De brutotijd onder de 3 uur moet wel lukken. Ik moet naar een toilet. Ik moet eten. Ik wil niet meer…. Maar ik maak het vol. hoera.

We gaan nu dubbel en dwars genieten van een dikke boterham bij Heidezicht. Ik ben natuurlijk snel weer bij. Het was geweldig! Dat wij dat ‘zomaar’ kunnen. Die beentjes van ons. Voeg er nog een paar heuvels aan toe en dan komen wij er aan Ardennen!

‘s Avonds heeft Vincent een wedstrijd. Waar hij jarenlang als het kleine ventje werd gezien, die maar een beetje aanklooide bij de triatlonvereniging, is hij nu serieus geworden. Hij traint hard. Hij is geconcentreerd. En hij wordt sneller in alle disciplines. We denken er ook over na en tellen uit of klikpedalen op deze korte afstand zin hebben. (niet dus) Vincent komt als vierde het water uit en verrast me daarmee. Hij fietst onwaarschijnlijk hard op zijn prachtige Red Schaduw fiets. Als hij de wissel in komt, staan er pas 2 andere fietsen. Hij loopt kei-hard. Achteraf zal hij vertellen dat hij zelf ook verbaasd was de nummer 2 bij te halen en hoe die elkaar hebben opgejut. Vincent kon nog versnellen in de laatste 500 meter. En hield zo 2 jongens achter zich. Werd tweede. Hij geeft zijn visitekaartje af. Met een baksteen erbij die hard neerkomt. Voor al die ouders die ons niet serieus nemen. Voor al die vriendjes die de sportklas doen naast het VWO. Voor zijn klasgenootje. Voor de trainers. Ik kan er alleen maar vol trots naar kijken.

2 juli. Een extreem vermoeiende en lange dag op het werk. Ik ben pas om 8 uur ‘s avonds thuis. En dan heb ik op papier wel vakantie, maar in de praktijk moet ik morgenochtend nog alles inpakken en nog werk afmaken. Ik heb iets te vieren, want zowel Vincent als ik hebben een prima rapport gekregen. Vincent is over naar de tweede en ik krijg een contract voor onbepaalde tijd en meer complimenten dan ik kan bevatten. Nu kan ik op deze avond gaan strijken, gaan inpakken, op de bank gaan zitten; maar ik wil fietsen! Vincent gaat met me mee gelukkig. Ik ben extreem moe (want ik heb slecht geslapen voor het gesprek natuurlijk) en ook mijn benen voelen de halve marathon van gister nog goed. Vincent verzorgt de route. Dat is een hele ervaring voor mij! We gaan anders als ik zelf ooit bedacht zou hebben. Heerlijk! Door de woonwijken, langs de Vaart, nieuwe combinaties en we gaan niet ver van huis. Na 12 kilometer is het nog 1 kilometer terug naar huis, maar wij fietsen nog verder! Uiteindelijk is het rondje 19 en een beetje kilometer. Ik vind het helemaal best. Ik ben bekaf. Het dringt maar niet tot me door dat ik volkomen terecht een contract krijg. Voor een goede nachtrust ben ik -raar genoeg- te moe!

3 juli. Vroeg op. Inpakken. Werken. Als de nieuwsbrief verzonden is, komt er een beetje rust. Inpakken. En dan strijken. Ik ben vermoeid tot in mijn botten lijkt het. Inpakken. Eten. De laatste dingetjes. Fietsen mee. En dan rijden we naar Drenthe. Een onrustige rit met veel verkeer. Als we bij het huisje staan, is Vincent lyrisch!

Het is een groot huisje met 3 slaapkamers en uitzicht op het meer! Dat meer roept heel hard: zwem in me, zwem in me! Maar eerst uitpakken en naar de winkel. Dan eten. We wandelen een rondje op het park en dan is de roep van het water te luid. Vincent gaat mee. In trisuit. Ik neem het achtje mee, Vincent de boei. Het is even koud en even wennen om erin te springen. En dan zwemmen.

Het gaat heerlijk. Het gaat geweldig. Het voelt fantastisch. Het is briljant. Vincent naast me. Helder water. 1 op 3 ademhalen. Geen haast. Geen moeite. Het huisje naast ons. Onderweg korte stopjes maken en kunnen kletsen.

We gaan eerst naar het ene deel en dan terug. Vincent heeft het zwaarder zonder achtje. Hij heeft het altijd kouder, omdat hij het vetlaagje wat ik wel heb, mist. Ik wil het water niet uit! Ik wil hier blijven zwemmen! Vincent gaat eruit en geeft mij de boei. Ik ga nog op en neer zwemmen. Het is echt genieten. Dat doe ik bij elke slag. Tempo kan me niet schelen, maar de vrijheid van het water voelen, van de wind, van het brilletje wat weer zicht geeft, van de duidelijke doelen waar ik heen kan en wil zwemmen, dat is echt geweldig. Ik voel me rijk en gelukkig dat ik zomaar kan oversteken over het water. Dat ik langs de waterfietsers kan en richting de speelattributen. En daarna weer terug. Tot ik de regenboogkegel zag waar ik heen wilde. En dat dat dan gewoon kan. Ik las de letters erop: ac-es juli 2019. Klonk voor mij als 6 juli.

Dan terug naar het huisje zwemmen. Ook gewoon lekker door kunnen gaan. Ik maak de 1500m vol. In een half uurtje. Dat komt omdat mijn horloge met de stopjes aan het begin altijd heel erg ‘floepert’. Toch heb ik gezwommen zoals ik dat ook kan. Het is wel even koud als ik door de wind terugloop naar het huisje, maar ik gloei helemaal van binnen omdat het zo geweldig was.

4 juli. Wij zijn op vakantie en het weer is net zo Hollands als Drenthe: regenachtig en somber. We gaan naar de Decathlon om sportspullen te kopen. Is dat echt het enige sportieve van de dag?? Dat kan toch niet! Ik wil lopen. Ik heb een route van 5 kilometer net buiten het park. Ik moet de omgeving gewoon verkennen en mijn neus buiten de deur steken. Vincent gaat met me mee. Regenjasjes aan maar. Het begin is altijd even moeilijk. We slingeren een beetje door het park en gaan door de boerderij heen (!) het park af. En dan langs het spoor. We zien het enorme drijvende zonnepark. En we worden nat. Vincent vindt het vre-se-lijk. Hij mokt. Niet op het tempo, maar op de druppels en de wind die zijn capuchon afwaait. Ik heb ‘t warm. Na 2 kilometer begin ik echt te genieten. Het gaat niet vanzelf, maar wel gemakkelijk. We gaan kijken bij de eendenkooi. Vincent gelooft niet dat de eenden nep zijn. Fotomomentje!

Dan weer verder. Ik wil nog wel langer, maar Vincent is echt klaar met nat worden. We gaan nog even naar de parkeerplaats die de Drentse Aa ontsluit en kijken op de borden.

Het gaat alleen maar meer regenen. Vincent neemt de korte route naar het huisje, ik ga het park rond. Dan voelen de kampeerders onder het luifeltje zich beter als ze dit verzopen katje zien, zal ik maar denken. Dik 5 kilometer. Met een mooi gemiddelde van 5:51. Jammer dat alles nat is geworden, want ik heb hier geen wasmachine. Het is toch te hopen dat het beter weer wordt!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-21

Maandag 15 en dinsdag 16 juni zijn rustdagen. De maandag is dat eigenlijk al een hele tijd, maar meestal skip ik die. Nu maar eens een keertje niet! En dinsdag kwam het ook niet van sporten.

Woensdag 17 juni. Dat ga ik allemaal op 1 dag inhalen! Ik ga op deze woensdag fietsen, een trail lopen, nog eens fietsen en zwemmen… Ik pak de trailspullen en mijn racefiets. Dat is even sjouwen, maar ik hoeft de trailmeuk maar een paar kilometer mee te zeulen en dan laat ik het achter bij Joyce. Zij rijdt naar Bussum. Net als zondag gaan we een trail uitgezet door PL volgen. Deze keer heeft hij 10km uitgezet, maar ik heb de route verlengd tot 16 kilometer. Eerst daar naartoe trappen! Ik rij vanaf Joyce’ huis tot aan station Almere Muziekwijk achter een scooter met 2 heren erop. Heerlijk moeiteloos 26+ rijden. Dan moet je omrijden in Almere Poort en de brug over. Het ging iets sneller dan ik had gedacht. Ik had lekker een muziekje mee. Nadeel is dat ik het fietscomputertje niet zo goed kan lezen met de zonnebril op. Nu is dat tot Naarden Vesting geen probleem, want dan weet ik de weg wel. Ik maakte een fotootje

En toen moest ik Bussum door. Dat is wel lastig als je de route niet zo goed ziet en die midden door de drukke stad gaat. Vond ik wat minder, maar ik kwam langs de rijke wijken daarna en ik volgde ook mijn instinct naast het fietscomputertje. We hadden om 10 uur afgesproken. Op het einde kwam ik nog door een fijn park en toen was ik er! Precies op tijd. Lekker opgewarmd. Ik hield het singlet aan. De fiets ging in de auto. Met de helm en fietsschoenen erbij. Ik nam het trailrugzakje en even later konden we vertrekken voor de 3 Heides-Route.

Heide + zon = hitte = gelijk aan ‘verbranden’ en dan zeker voor mij als ik me anderhalf uur eerder voor het laatst heb ingesmeerd… Maar daar is niks aan te doen. Ik kan me ergeren, maar het is niet zo benauwd als zondag en ik loop een stuk lekkerder. De route is beter te volgen. De ondergrond is minder stoffig. Het is minder druk op de hei. En we hebben elkaar alweer nieuwe dingen te vertellen. Gek dat het nooit ophoudt tussen ons… Toch vond ik elk boompje en schaduwtje wel welkom! Het ging me echt een stuk beter af dan zondag! Deze keer gingen de kilometers meer vanzelf. Dat je denkt: “zijn het er al vier, dan zijn we al op een kwart”.

De koeien waren echt geweldig! Zo midden op het pad in al hun slomige lodderigheid! We staan dan stil om ze te fotograferen en er van te genieten. Trail. Kan ons het tempo schelen. We hebben de tijd en zijn hier voor onze lol. En als we iets willen drinken of een gel naar binnen moeten werken, stoppen we ook gewoon even. In de schaduw. We staken de weg over en dan ga je het bos in. Heerlijk! Smalle paadjes, op en neer.

En toen raakte ik het spoor kwijt. Het was echt heel erg mooi, maar de route liep anders dan wij. We liepen er in cirkeltjes omheen. Tot we ‘m weer vonden! En weer de hei op. Nu verlaten we de route van PL en gaan we langs wat minder verborgen paden. Langs de Leeuwenkuil richting Hilversum.

En langs het Wasmeer. Het zag er met de drinkende runderen heel on-Hollands uit. Gelukkig ligt de waterzuivering aan de andere kant en is het bankje bezet door een rollator, anders had het ook Noord-Amerika kunnen zijn. En dan komen we in Anna’s Hoeve. Ik ben uitgeklaag…- ehhh… uitgekletst! We gaan de heuveltjes over. Ik denk aan toen ik hier de eerste run-bike-run deed. Het is nog altijd best mooi, dit kleinschalige bosje met de brugjes.

We wandelen langs de snelweg een miniheitje over. En dan komen we achter de berg van Anna’s Hoeve uit en gaan we het bos weer in. Ik dacht echt dat we over de verharde weg zouden lopen, maar het is een mooie bosroute! Langs de Natuurspeeltuin en de Schaapskooi. De kilometers rijgen zich aaneen. We wandelen tussendoor. Soms loop ik een stuk op mijn eigen (maar niet veel snellere) tempo en dan wacht ik daarna wel weer. We gaan over het saaie en ietwat drukke fietspad. Door de zon. Alsof ik die gemist had… En zo komen we bij het Bluk. De hei ligt er prachtig bij. Ik wil persé het lange pad omhoog door de felle zon nemen! Ook al is dat niet precies de route.

Ik geniet daar enorm van! Het is ook wijds en toch heeft het een duidelijk eindpunt wat je dan mist in het bos. Omhoog tot ‘boven’ en de boom aldaar.

Dan steken we terug naar de route. Wandelend. Ik vind het niet erg. Lekker relaxed! Geloof het of niet, maar we ratelen gewoon door. Zouden we na de Trail de Fantomes zijn uitgepraat? Joyce heeft het wat zwaarder. Die mist een stukje training door haar blessure aan het begin van dit jaar. Komt net wat kracht tekort. We wandelen gewoon een kilometer door het bos over de onverharde ondergrond. Dan gaan we kilometer 14 weer hardlopen. Onder het tunneltje door. Boven bij het tunneltje staat Paddestoel Nummer 1. Dus staan we weer stil. Die moet echt bewonderd worden!

Dat vind ik hartstikke leuk. We gaan de hei weer op voor de laatste oversteek. Ik eet en drink deze keer weer goed. Nu heb ik meer sportdrank bij me. Het zal wel meer dan 16 kilometer worden. We rennen weer een stuk over de smalle heidepaadjes, want nu zitten we weer op de route van PL. Ik vind het heerlijk om zo vrij te voelen als een vogel, terwijl we over de doodstille heide lopen!

Als we in de verte het einddoel zien liggen, gaan we nog even lekker op een bankje zitten om van het uitzicht, de zon en de rust te genieten. Het enige wat mij stoort is, dat ik op 16,9 ga uitkomen. Ik loop dus een stukje om. Op de heide blijf je elkaar toch wel zien. Joyce heeft een aanvaring met een hond. Ligt niet aan het beest, maar aan de begeleidster. En dan zijn we er. Rondje over de parkeerplaats en de 17 kilometer zitten erop. Ja, ik ben een beetje vermoeid, maar tevredenheid overheerst veel meer!

We gaan lekker een dikke dubbele boterham eten op het terras. Netjes volgens de corona-regels. En dan ga ik weer naar huis fietsen.

Helaas heb ik nu wel wind tegen. Maar ik heb geen haast. Ik moet niks. Ik navigeer op gevoel en op herinnering Bussum door. Ik volg iemand Naarden Vesting in, maar raak hem dan kwijt. Gek genoeg, als je Naarden Vesting dan uit rijdt, dan voelt het alsof je er bijna bent. Is nog niet zo, maar als het bekend is, voelt het korter. Langs de golfbaan over het on-Nederlandse fietspad en ik luister ondertussen lekker naar de muziek. De brug op speelt er wel wat vermoeidheid op. Als ik het saaie stuk Poort door ga, vliegt er een steekbeestje mijn mond in en meteen weer uit, maar er lijkt wel een prikje te zijn. Het voelt een aantal kilometers vreemd aan. Dan over het Spoorbaanpad. Ik begon het echt wel zwaar te vinden en bedacht me dat er geen enkele reden was om ook nog te gaan zwemmen. Door de Stad en dan naar Joyce’s huis om de spullen weer op te halen. Intussen is het ook best wel heel warm geworden! Het laatste stukje is echt even doorbijten en de wind tegen en de rugzak maken dat het nog zwaarder voelt. Maar ik kom thuis!

Douchen. Even rusten. En dan… gaat zwemmen eigenlijk ook wel weer. Dus ik ga naar het zwembad in Poort. Er is een plekje in baan 1/2. We zijn met zijn viertjes, dus als ik rustig aan doe, heeft niemand daar last van! Ik begin dan en dan bedenk ik wat ik wil doen. Vandaag wordt het 4x500m. Met zoveel mogelijk 1 op 3 ademen. Het gaat wel. Gewoon doorzwemmen. Ik hoeft niets anders te doen. Even wat water drinken en dan weer zwemmen. Ik klets even na 1,5 kilometer en dan nog 500m zwemmen. Ik doe nog 100m schoolslag en dan is het wel genoeg geweest!

Donderdag 18 juni
Een dag werken op kantoor vergt toch iets meer dan thuis werken. En misschien – héél misschien…- zijn mijn benen ook een beetje moe van gisteren. Maar ik ga tijdens de training van Vincent op de baan toch maar een stukje lopen. Geen intervallen, daar ben ik te moe voor. Als we naar de baan rijden, blijk ik mijn horloge vergeten! Wat (een) dom-per. Gelukkig is daar Strava die ook kan opnemen. Ik ga naar de sluis en dan niet te ver om, zodat ik terug kan of kan stoppen wanneer ik wil. Het is warm. En ik voel allemaal spieren die protesteren. Eigenlijk heb ik twee protesterende onderdanen. Gelukkig hoor ik ze niet door de muziek. Ik heb nog nooit zo kilometertje voor kilometertje geteld. Dan denk ik: als het niet lukt, blijf dan 2 kilometer hardlopen. En dan over de onverharde paden… Als ik bij twee ben, rek ik het op naar drie.

Het protest wordt niet minder. Ik ga over de brug en het asfalt is nog warmer. Het voelt echt als slepend. Vier kilometer…. Ik denk dat als ik stop ik helemaal niet meer start! Ik wil 6 kilometer lopen, maar het is (weer) iets verder. Bij de 6km ga ik een steigertje op. Strava uitzetten en een foto maken.

Om verder te hobbelen valt inderdaad niet mee… En dan ook nog de brug over… Men, wat heavy. Ik loop nog een rondje om de baan heen, omdat ik nog even tijd heb. En dan zie ik dat ik Strava niet opnieuw heb aangezet! Godvvv… De enige die klopt is de Apple Watch. En dat is ruim 7,5 kilometer. Strava zijn er maar 6 dus. Ik voer het in Garmin maar handmatig in.

Vrijdag 19 juni

We gaan swimrunnen. Met de meiden in Amsterdam – en een paar heren, waaronder Vincent. Die vindt het leuk. Ik vind het heel erg spannend. Hoe moet je dan zwemmen met schoenen aan? Welke schoenen moet Vincent aan? Hoe moet je rennen met wetsuit? Ik vind dat veel te warm! Maar alleen met een trisuit aan…. Is dat niet te koud? Hoe neem ik een boei mee? En waar laat ik de autosleutel? Ik heb meer vragen dan zin in zoiets. De enige reden om het wel te doen is, dat iedereen het heel leuk lijkt te vinden.

Vincent krijgt oude schoenen van mij en gaat in wetsuit en ik ga in trisuit met een constructie voor mij achtje. Met een (beetje berg) buikpijn rijden we naar Amsterdam, naar het Nieuwe Diep. We zijn met een man/vrouw of tien en de meesten zijn wat nerveus. Ik ben de enige in enkel een trisuit! De rest heeft swimsuits of wetsuits aan.

JB legt uit dat het allemaal niet snel hoeft. Ik heb de boei en Vincent moet bij mij blijven. Ik heb gedreigd dat hij anders naar huis moet lopen! We gaan hardlopen en die eerste 250m lukt me nog wel.

Dan het water in. Ik doe het maar snel en de temperatuur valt mee. Het valt allemaal mee! Ik kan zwemmen met schoenen en achtje en Vincent zwemt rechts van me. Elke keer als ik opkijk, zie ik een stralend gezicht.

Ik vind het ook wel spannend. Ik gebruik mijn benen nooit met zwemmen en nu ook niet, dus ik schop mezelf niet. Vincent trapt mijn brilletje om, maar ik kan ‘m rechtzetten. Heb ik dat ook eens meegemaakt! Ik kan 1 op 4 ademen afwisselen met 1 op 2. Het is niks koud en ik geniet ervan! Vincent steekt zijn duimpje op. We zwemmen een behoorlijk eind, iets van 400m.

Dan zet ik mijn horloge stil en ik wissel van sport. We gaan lopen. Benieuwd hoe me dat nu weer af zal gaan…. Ik heb het heel even koud als we het water uitgaan, maar eenmaal aan het lopen, is dat alweer weg. Ik schuif het achtje naar mijn dijbeen en laat de boei leeglopen en haak die aan de startnummerband.

Ik loop met JB moeiteloos vooraan. Vincent wil met de andere man meelopen en kletsen. De verschillen zijn groot, maar we wachten op elkaar.

We lopen door het park en ik ben blij dat ik niemand ken hier… We gaan het water weer in. Lekker koel!

Ik vind de stukjes allemaal best kort zo. Vincent en ik gaan weer samen zwemmen. We hebben halverwege een discussie waar we precies heen moeten. We komen weer op dezelfde plek. Ik vind het echt geweldig.

We gaan weer lopen langs het kanaal, onverhard. Dat lopen gaat prima en ik ga nu met MV kletsen. Veel te snel gaan we het water weer in. Vincent en ik vertrekken laat en dan wil hij met achtje proberen. Ik zwem dus zonder achtje en met schoenen aan en dat is best heavy! Moet ik toch nog even mijn best doen… Maar het lukt ook.

We verzamelen en 1 van de lieverds maakt met de onderwatercamera nog mooie beelden van ons.

Dan joggen we terug naar de auto’s. Het was geweldig! Echt erg, erg leuk. En zo fijn dat Vincent ook genoot! Hij wil alleen ook met achtje zwemmen voortaan. Volgende week doen we het voor de wedstrijd. Maar eigenlijk willen we morgen weer….

Zaterdag 20 juni

Het wordt weer warm. Ik wil misschien wel hardlopen, maar wanneer dan… Als Vincent zwemt, kan het niet, want dan spring ik wel heel bezweet het zwembad in. Dus ik ga alleen maar zwemmen. In het zwembad. Lekker saai. Baan 1/2. 300m Met achtje, 300m zonder achtje. Het gaat wel. Ik keer maar twee keer vervroegd om en de rustige zwemmers wachten netjes. Als ik met achtje zwem adem ik 1 op 3. Dan raak je dat zo gewend dat ik het zonder achtje ook een hele tijd volhou. Ik zwem tot de bel gaat. Bijna 6 keer gelukt om 300m te zwemmen.

Zondag 21 juni.

Verslag van Vincent: “hihihihi. Waar moet ik beginnen? hahahaha.” (AdB: zo leuk was het nou ook weer niet, maar goed) “We beginnen opnieuw. hahaha.” (AdB vraagt zich af of we nog gaan starten) “Oke. Hahahaha.”

Vincent: “Zondagochtend half 8. Opstaan en eten. Tijd om vandaag lekker een keer te gaan fietsen. Ons plan is om om 8 uur te vertrekken, maar met een beetje uitstel vertrekken we pas om kwart voor 9. We gaan vandaag het rondje Challenge fietsen, met 5 kilometer meer. Het rondje Challenge is het rondje van de triatlon en is 90 kilometer lang. Of eigenlijk iets meer dus. We fietsen eerst naar de Oostvaardersdijk toe. Het is nog lekker rustig in de Oostvaardersplassen. (AdB En er is heel erg weinig wind gelukkig!) Op de dijk gingen we naar Lelystad zoals afgesproken naar de Knardijk. Wij haalden fietsers in (AdB: ik zeg nog: die meneer op de dijk kunnen we niet inhalen, maar jawel hoor) en wij werden ook ingehaald. (AdB: maar het ging niet om de snelheid vandaag) Op de Knardijk was het gezellig en we hadden afgesproken dat we de eerste stop op de Praambult zouden houden. We waren niet eens de enige met dat plan, want er stopte nog iemand met de racefiets!

We hebben wel drie treinen gezien. (AdB: ondertussen dronken we iets en Vincent at winegums) Daarna zijn we de A6 overgestoken richting de Ibisweg. Het was nog steeds reuze gezellig. We besloten op de Dodaarsweg in het Engels ‘raad de persoon’ te doen. Het spelletje was heel gezellig en we waren zo afgeleid dat we niet eens doorhadden dat we aan het fietsen waren! We besloten om het nog een keertje op de Winkelweg te doen. hahahahaHAHAHAHAHA HAHAHAHAHA *lachen-gieren* mahahaham (AdB hihihihi). Okay, weer verder met het verslag: Als we bij het bruggetje aankomen, komt er een man achter ons aan stayeren. Daar ben ik nog een beetje boos over (AdB profiteur op een lastig stukje). Alleen gaan wij met een scherpe bocht naar rechts en hij gaat naar links. Doei… Op de Winkelweg doen we nog een keer “Guess Who”. Ik heb een erg moeilijk persoon gekozen en mama heeft er heel lang over na moeten denken wie het nou ook alweer was. Toen hebben we een pauzetje gehouden. We zaten al op 61 (AdB nietes, 51) kilometer.

We zagen een stoere auto langsrijden en we dronken nog wat water (AdB en sportdrank die daarna verder ging met lekken). Nu nog het stuk naar de dijk. We kunnen niet over de weg fietsen, dus moeten we een stukje omfietsen. Als we na 2 oversteken eindelijk op de dijk komen, hebben we volle wind mee en besluiten we naar het kasteel en terug te fietsen, zodat we de afstand halen – de honderd kilometer. Als we naar het kasteel en terug zijn gefietst gaan we een ijsje halen bij Mariola. Ik denk dat we weer op 61 kilometer zitten (AdB Maar het zijn er bijna 70). Ik besluit om een keertje 2 smaken te nemen, ik dacht erover om witte chocolade en vanille te halen. Alleen was er geen witte chocolade, dus dan maar weer ‘s vanille 😉

Het ijsje is zo lekker, dat ik besluit nog een ijsje te halen! Toen we na alle ijsjes weer weggingen, over alle dijken naar huis, besluiten we dat we als we bij de Gooimeerdijk en Oostvaardersdijk overgaan in elkaar een stop te houden. Als we in Duin aankomen, blijkt mama haar horloge vergeten weer aangezet te hebben. (AdB: en daar was ik héél sjachereinig van) Dat was even minder gezellig.

We waren wel heel snel Duin door! Na Duin werden we weer gezelliger en gingen we verder met kwebbelen. We hadden wind mee op de dijk. (AdB en toen konden we veel harder dan we gedacht hadden. Dat hielp ook voor de sfeer) Daarom sloegen we de pauzes over bij de Gooimeer-Oostvaardersdijk. Bij het Bloq van Kuffeler ging ik nog een pauze houden.

Mama wou weer terugfietsen en de honderd kilometer halen. (AdB maar dat was duidelijk niet zo gezellig met wind tegen) Ohja! Van mama moest ik sportdrank drinken en dan hoefde ik geen gelletje. Dus ik krijg de bidon dus ik neem een slok en ik besef: hier zit water in…. Die kan ik wel leegdrinken…. hihihi. Toen mama terug kwam van het extra fietsen, was zij er ook achter gekomen dat zij de sportdrank had meegenomen. Ach, wat jammer…. (not) De laatste 10 kilometer nog naar huis. We gaan goed! Ik had al sinds Almere Haven trek, maar nu kreeg ik echt zin in tosti’s. Mama wilde wentelteefjes. (AdB we hadden nog steeds wind mee en de wind was zelfs aangetrokken, gelukkig. Daardoor bleven we tamelijk moeiteloos 30+ rijden!) Als we er af gaan van de dijk, bij de Oostvaardersplassen besluiten we om de Oostvaardersplassen te vermijden vanwege de drukte. Dus fietsen we om via de kassen. Als we het laatste bruggetje op fietsen, zien we dat ik de afstand niet ga halen, dus moeten we nog meer fietsen. Joepie. Gniffel. (AdB ‘papa’s’ metertje is er als eerste, die heeft de extra 5 km ook meegefietst, maar die zet ik mooi stil!) Door vermoeidheid weet ik het niet meer heel erg goed, maar na een stukje omfietsen, haal ik ook de 100 kilometer!!

Als we thuis zijn en we gaan lunchen ben ik wel verbrand, maar verder heb ik nergens last van! (AdB: tot je morgen naar school moet fietsen…..) Ik vind het een grote prestatie van mezelf en ik vond het erg gezellig.” Aldus Vincent.

Maandag 22 juni. Een onrustige dag met een halve dag kantoor en veel warmte. Een rustdag, maar Rob gaat lekker mee fietsen. Heerlijk rustig aan! Het is druk buiten. Ik heb geen enkele moeite met het lage tempo! Het voelt zelfs soms alsof ik flink moet aanzetten. Rondje door het Kotterbos en achter langs de Sieradenbuurt. Een half uurtje. Nog geen 12 kilometer. Ik heb geen last van spierpijn of zadelpijn, maar ik ben erg moe.

Dinsdag 23 juni. Ik ga met Vincent fietsen. Zwemmen zit er niet in vandaag en ik had zin in een rondje om de Oostvaardersplassen. Gewoon rustigjes aan, geen enkele haast. Dan moet ik heel lang wachten tot Vincent ook klaar is en dat is wel irritant. We gingen door het Kotterbos en dan naar de Praamweg. Het was best rustig en we hadden wind tegen. Er waren wel redelijk wat vliegjes. We namen de weg langs het Oostvaardersveld. Het was nog best warm. Na het Oostvaarderscentrum bij Lelystad besloten we dat we maar eens moesten proberen om een vrij bankje te vinden om van het uitzicht te genieten. Dat lukte.

Na een paar minuten hebben we het wel gezien en na een plas gaan we weer verder. We komen op de Oostvaardersdijk en hebben dan wind mee. Dat gaat lekker, maar halverwege heb ik totaal geen zin meer. Niks niet. Ik zeg Vincent ook: “ik heb geen zin meer” Vincent verzint tegenwerpingen: ” kijk hoe mooi het hier is”, maar ik mopper alleen maar dat ik geen zin meer heb. Er zitten echt twee stemmetjes: “kijk een mooie boom” – “ik heb geen zin meer” – “wat leuk om hier te fietsen” – “IK HEB GEEN ZIN” – “ik ken hier alles al” – “weer een boom“… Vincent ligt dubbel, maar ik krijg er niet meer zin van als ik op zoek moet naar rode bloemen of auto’s moet gaan kijken. Dan bedenkt Vincent dat we wel een dierenslang kunnen maken in het Engels. Dat is flink nadenken en puzzelen. Het leidde totaal af van de geen-zin en het was dolle pret. We zaten elke keer vast. En dat maakte het zeer hilarisch. Fietste een man ons voorbij, riep ik dat dat alleen mocht als hij een dier in het Engels met een E wist. Zegt die man: “merci”. We waren extreem hard en veel aan het lachen. En zo vergat ik helemaal om geen-zin meer te hebben. Maar een dier met de E is het Engels blijft lastig…..

24 juni. Een middag vrij. Een bloedhete middag niks te doen. Ik zou gaan hardlopen met Joyce, maar die heeft gisteren een eind gefietst en doet vandaag rustig aan. Verstandig, gezien de hitte. Maar ik ben slecht in rustig aan. Ik drentel rond. Verveel me. Niet dat er niks te doen is, maar ik heb geen zin. Vincent wil niet mee swimrunnen en ik kan eigenlijk ook niet swimmen. Dan maar weer fietsen. Ik ga alleen en zorg dat ik onder de zonnebrand zit. Muziek hard aan en ik ga een rondje Noorderplassen doen. Het valt heel erg mee met de drukte. Blijkbaar blijft iedereen in de schaduw. Het gaat heel goed met fietsen. Ik kom op de dijk en heb wind mee en dan ga ik echt hard aan het fietsen. Dat gaat gemakkelijk. Leuk! Ik weet wel dat ik straks terug moet met wind tegen, maar dat heb ik er voor over. Ik geniet nu van 37 kilometer per uur. Bij het Da Vincipad moet ik wachten op de oversteek. Snel een fotootje nemen.

Er komt een meneer bij me staan op zijn stadsfiets voor een kletspraatje over het weer en de hitte. “je moet nu wel deze kant op, met de wind” Ik moet nog terug, denk ik bij mezelf. En dan vlieg ik er vandoor als ik hem een fijne rit toewens. Ik ben binnen een half uurtje bij Polder Love and Garden. Dan nog even een stukje wat sneller, maar op het hobbelfietspad krijg ik toch wind tegen. Ik trap gewoon hard door. Ik drink flink veel. Zeker voor mijn doen. Als ik langs het strandje fiets, ben ik blij dat ik daar niet ben: drukte alom! Ik bedacht dat ik nu toch moest proberen hoe dat hardlopen in de hitte voelt. Gewoon rustig en een klein stukje. Toen ik achter in de wijk onder de bomen door fietste en het koud had, wist ik het zeker: nog een half uurtje lopen er achteraan!

Thuis dronk ik de bidon leeg en met mijn fietsbroek aan ging ik. De buurman van no5 zei me dat ik net te laat was, want dat hij al gelopen had. Ik pakte mijn kans en we hadden een gesprek over hardlopen! Hij rent (flink) veel harder dan ik en 3 keer in de week. 2 Keer hetzelfde rondje en 1 keer 12 kilometer: hetzelfde rondje maar dan iets langer. Ik vond dit zo verrassend dat ik er vandoor schoot! De eerste kilometer ging lekker en veel te hard. Na anderhalve kilometer was ik onder de bomen en was het toch heet en toen was ik al een beetje op. Joyce appte mee en op 2 kilometer zette ik mijn horloge uit en appte ik terug.

Toen de volgende kilometer. Na elke kilometer stond ik even stil in de schaduw en zette ik het horloge ook uit. Na 3,5 kilometer ging het niet meer zo goed. Ik liep in de volle zon op de Evenaar en ik wankelde eventjes. Ik wist dus dat ik me niet goed voelde en ik kon niet beslissen of ik onmiddellijk moest stoppen, maar de wil om de kilometer vol te maken was sterker. Ik liep wel naar huis. De arbeiders die in de schaduw zaten uit te puffen vonden mij een held, maar ik was net iets te wazig. Thuis zaten de vier kilometer erop. Maar ik wilde er vijf doen. De buurvrouw van no7 zei me dat het te warm was. Ik was net iets te ver weg om te reageren. In mijn hoofd zat 5 kilometer, dus ik ging nog een keer rennen. Ik wilde 5 kilometer in 30 minuten lopen. Ik moest nog even iets inhouden en ik vond het zwaar, maar ik moest en zou het afmaken. De buurvrouw zei dat ze trots op me was. Ik ben niet trots op mezelf, maar ik heb het wel gedaan! Binnen 30 minuten volgens Garmin.

Maar ik vind dat niet zo eerlijk, als mensen dat zo doen. Dus ik heb als aanklacht op Facebook gezet dat ik er eigenlijk 34 minuten over heb gedaan. En weet je wat: dat vind ik reuze meevallen! Ik heb de hitte getrotseerd en dat voelt beter dan binnen zitten.

25 juni. Vincent heeft een koppeltraining: ze gaan de wissels oefenen, dus hij moet zijn fiets meenemen naar de baan (en ook zijn zwembrilletje trouwens). Dan gaan we maar weer op de fiets. Het is rond de dertig graden vandaag, dus een dikke laag zonnebrand is een must. Ik weet niet zeker of ik wel zin heb in wéér fietsen… We gaan lekker rustig naar de baan en ik heb een kwartiertje langer voor ze terug zullen zijn. Ik ga naar de dijk, want ik heb gezien dat ik dan het meeste wind mee heb. De wind werkt verkoelend en het is eigenlijk best prettig zo! Ik kom bij het Bloq van Kuffeler de dijk op en voor het eerst zie ik de ophaalbrug open staan!

Ik fiets lekker, ik ga niet racen ofzo, ik heb de tijd. Ik ga door tot Duin. Ik denk wel dat ik dat haal. Ik heb een klok voor mijn neus, dus ik heb niet zo’n idee hoe hard of zacht ik fiets. Op de stranden is het druk. Ik ga door naar het Kromslootpark. Met fietsers is het niet erg druk. Ook tegen de wind in gaat het nog redelijk. Ik drink veel, voor mijn doen dan! Ik ga langs het Weerwater en dan moet ik echt even denken hoe ik ook alweer naar de atletiekbaan moet rijden. Intussen ga ik me afvragen of de 50 kilometer op een avondje zomaar kan halen. Het Lumierestrand is overvol.

Ik scheur langs de Leeghwaterplas terug via het Noorderplassenstrandje, waar het natuurlijk ook druk is. De kids zijn al weg. Ik kom om 20:12 bij de baan aan en ze zijn al even klaar en alweer opgedroogd. Ik fiets rustig samen met Vincent terug. En weet je: het fietsen was niet vervelend ofzo, maar ik vind 45 kilometer genoeg.

26 juni

‘s Ochtends verveel ik me een beetje. Het is warm en benauwd. Manuel gaat fietsen, maar ik ga niet mee. Ik ga later vandaag nog een swimrunnen en dan is het misschien niet erg handig om al moe te zijn van het fietsen. Ik hang op de bank en achter de PC. Ik hang in de tuin en zie op tegen een race in de bloedhitte. Ik ben op tijd bij SG, want we vertrekken vanuit haar huis. Zij heeft lekker veel water in de buurt. KH en haar zoon NH komen ook.

Dit is de laatste wedstrijd van de Trispiration Competitie.Voor mij is het al lang geen wedstrijd meer, want ik ben niet de snelste of de beste of degene die het voor zichzelf het gemakkelijkste maakt om eerste te worden. KH wel, die gaat lekker knallen samen met haar zoon. Knallen en dertig graden is geen combinatie voor mij. SG is het daarmee eens, totdat we onderweg zijn! Dan lopen ze met 5:20 weg! Het is maar een kilometer, maar wel een zware vind ik. Over asfalt, terwijl de school uitgaat en het vol is met kindertjes op de fiets. Na een kilometer stoppen ze en dat verwart me dan weer, want we zijn nog niet bij het water. Daar hobbelen we heen, waardoor we wat meer lopen. Ik stop de tijd, blaas de boei op en dan gaan we het water in. Heerlijk koel! Het zwemmen lukt me wel, maar SG en KH verdwijnen snel voor me uit. Mijn brilletje beslaat en ik zie weinig. NH zwemt ook niet zo heel hard. Dan bedenk ik me dat ik de sport niet goed heb omgezet! Ik doe het alsnog en zwem lekker verder. We zijn weer klaar en gaan 1 kilometer hardlopen. Dat gaat ook op een flink tempo. Het is hier ook druk bij het water. Ik ploeg me er doorheen. Meer kan ik er niet van maken: ik vind 5:30 meer dan hard genoeg. SG loopt met mij mee, KH en NH voor ons uit. We zijn weer bij het water. Ik zet nu eerst de sport om en dan druk ik op stop. Weer het water in is wel erg lekker! We zwemmen nu iets verder en er zijn erg veel planten. Onder de brug door en dan weer een steigertje op. Daar maakt een aardig meisje een fotootje van ons.

We gaan nu een flink stuk hardlopen. In de felle zon. Met natte voeten. Ik hoeft niet te winnen! De andere drie hollen voor me uit. Als we op weg zijn, merk ik dat ik weer aan het zwemmen ben blijven plakken op mijn horloge. Ik zet het snel om en ontwikkel dan een tempo. Door het natte pak ben je niet zo oververhit. Ik ga op 5:35/5:40 lopen en haal langzaam SG in. Ik ga gewoon door. Om hier maar zo snel mogelijk vanaf te zijn eerlijk gezegd. Ik zet de blik op oneindig en ga door, ook als KH en NH stoppen omdat zij 3km hebben. Ze halen me nog maar een keer in. Ik ga door tot bij het brugje en wildrooster. Dan heb ik pas 3,75km gelopen, maar ik vind het best. Ik blaas de boei op en het is onwijs druk op de vaarroute die we willen oversteken. Leuk, ik heb me hier op verheugd! Voor NH is het een hele afstand en ook een heel aangaan. Die moet in mijn buurt blijven, want ik heb een boei en zij niet.

We moeten er eventjes inklauteren over de gladde stenen. Mijn boei, badmuts en bril zitten niet goed. Ik doe mijn bril af en dan schiet mijn glaasje los! Er zitten glaasjes in op sterkte. Dat ding zinkt naar de bodem en daar sta ik dan. Mijn zin is net zo verdwenen als het glaasje. Sjit! Een drukke vaargeul over in waterpolo-slag! En ik ben al best vermoeid. Maar oke, dan gaan we maar! Ik hou de slag goed vol, maar mijn badmuts kruipt omhoog. Het is eigenlijk wel fijn om goed zicht te hebben. Mijn armen hebben het erg zwaar. NH blijft in mijn buurt en KH zwemt ook niet ver voor haar kind uit, want die vindt de bootjes die langsrazen ook niet zo lekker. SG wacht verderop, maar ik wil alleen maar door om er zo snel mogelijk vanaf te zijn! We komen op een overvol strandje en moeten de 600m vol zwemmen. Tjeempie: ik ben even kwijt waarom ik swimrunnen leuk vond. We laveren tussen de mensen door. Tussen alle grote kerels en halfnaakte dames staat een klein meisje van een jaar of 6. Ze ziet ons voorbij stappen en als ik als laatste langs haar loop, steekt ze een duimpje op en trekt een bewonderd gezicht. Die lieve schat maakt de dag! We moeten nog 2 kilometer hardlopen. “Ik ga niet hard meer hoor” zegt SG. Zodra ik begin met lopen, denk ik dat het nog maar 2 kilometer is en dan is het klaar. Ik ga nu gewoon door en dat gaat best goed. Over het schelpenpaadje. Ik hou KH en NH een beetje bij en pak gewoon het tempo weer op. Op het asfalt lopen ze op me uit. Ik zal hoe dan ook de 9,3 kilometer volmaken en dan stop ik!

Ik ben erg blij dat het erop zit en van mij hoeven we niet nog een stukje extra te doen. We wandelen terug naar SG’s huis. Ik heb alle wedstrijden van Trispiration gedaan!! joepie! Ik heb grenzen verlegd en nieuwe dingen gedaan en ik ben absoluut niet de snelste, maar ik heb wel alles netjes volgens de regeltjes gedaan. Ik baal van het brilletje, dat is wel zonde, maar het is niet anders.

Als ik naar het weer kijk, denk ik dat Vincent en ik vandaag ook de korte afstand moeten doen. Ik kan niet goed beslissen hoe en waar we dat moeten doen, maar morgenochtend met onweer lijkt me niet verstandig. Ik ga naar huis en we eten pannenkoeken. Veel pannenkoeken. Dan pakt Vincent zijn spullen en ga ik nog een keer mee voor de volgende ronde.

Met de auto naar de Noorderplassen. Vincent staat te trappelen, hij heeft er zin in. Ik voel me licht gestoord dat ik dit weer ga doen.

We gaan over het Plassenpad lopen langs de schaapjes. Het gaat me niet gemakkelijk af. Na een kilometer zijn we op de parkeerplaats bij het Boathouse. Het is nog steeds razend druk op het strandje. Het voelt raar om daar gewoon tussen de zandkasteeltjes en kleuters met je schoenen aan en een boei het water in te stappen. Ik heb mijn oude blauwe brilletje. We gaan achter de balkenlijn en daarna gaan we zwemmen. Ineens snap ik waarom ik nooit kon navigeren: ik zie niks door de bril! Nauwelijks iets! We gaan om het bord heen en dan tussen de bootjes door. Het zwemmen lukt wel, maar zonder zicht is hopeloos. En dan heb ik 100m gemist omdat mijn horloge niet aanstond. Grrrrr. We zwemmen naar het volgende bord. Dan ga ik nog op en neer. Vincent doet wat aanbevolen is: spelen en genieten! Maar ik denk: ja, het is ook een wedstrijd he! We gaan er rustig uit en dan gaan we weer lopen. Vincent blijft netjes bij me. Ik doe mijn best en loop flink door. De natte voeten wennen. Vincent went niet aan het achtje wat afzakt en moppert en sleept wat af. We lopen langs de auto en de vele bbq’ende mensen. Het is overal soort van gezellig druk. Ik vind 2 kilometer best als veel aanvoelen nu. Echt afgekoeld is het namelijk nog niet! We gaan richting de camping en kijken waar we eruit kunnen. Als we nog iets van 200m te gaan hebben. Er zijn een paar jongens aan het spelen en Vincent hoort ze roepen: “Broeders, die triatleten komen hier zwemmen, dat zijn echte sporters!” We komen aan de waterkant. Er ligt veel slib. Ik let goed op dat ik het horloge correct omzet. Lekker zwemmen dan voor 100 metertjes. We gaan iets verder, omdat we naar de kant terugmoeten. Door het slib er weer uit.

Nu gaan we een kilometer lopen. Terug langs de barbecues en de grote dure auto’s. Vincent houdt de moed erin. Kwebbelt over Pokemons en auto’s. We komen weer bij de Noorderplas en nu weet Vincent waar we erin moeten. Nog 300m. Nog een keer weinig kunnen zien. Gewoon rechtdoor zwemmen naar het strandje. Ik ben best wel een beetje moe aan het worden, maar ik zwem door en door. Ik ga over op 1 op 3 en dat lukt me. Heb ik ook ietsje meer zicht. Dat gaat beter en strakker. Halverwege het strandje gaan we het wel halen en gaan we terug. Mijn horloge blijft steken op 298 meter. Ik vind het best. Nog 2 kilometer hardlopen en ik ben helemaal klaar met de Trispiration Competitie! Op meerdere vlakken.. Er zit niet veel tempo meer in mij. We doen hetzelfde rondje als de eerste kilometer. Als we weer bij het Plassenpad zijn, zeg ik Vincent dat hij zijn eigen tempo maar moet gaan lopen. En weg is ie. Ik kan hem alleen maar tevreden nakijken. Ik loop ook door, maar gewoon niet zo hard. Dag schaapjes, dag mevrouw met fototoestel, dag mooie lucht, dag nu-lege-vaargeul…

Langs het strandje is het rustiger. Ik denk even aan afsnijden, maar ik doe het niet. Ik wilde twee afstanden doen en dan doe ik ze ook helemaal ook! De zon is nog best sterk en mijn benen zijn dat dat niet meer zo. Maar van opgeven weten ze niet. Dan komt Vincent mij weer tegemoet. “We gaan samen finishen, mama”. Dat is toch echt teamspirit he?! Hij pakt mijn hand en midden op het fietspad staan wij te juichen bij de ondergaande zon en rode lucht. My Hero.

We maken nog foto’s en hemeltje, wat ben ik blij dat het erop zit. Ik heb op een tropische dag 14 kilometer hardgelopen en 2000m gezwommen. Je blijft koel door de afwisseling, maar eenvoudig is het bepaalt niet. Ik heb er niet heel erg van genoten, omdat het door de wedstrijd aanvoelde als een soort ‘sneller’ moeten en ‘precies’ goed doen. Spontane swimruns gaan we vaker doen!

Zaterdag 27 juni is een welverdiende rustdag. Ik doe even helemaal niks aan sport. Het weer is onstabiel en we gaan lekker weer eens naar Veldhoven.

Zondag 28 juni ga ik weer met Joyce trailen. Ik slaap niet zo best, maar gelukkig hebben we pas om half 11 afgesproken. Ik vergeet bijna mijn hardloopschoenen aan te doen en sta al op sokken buiten als ik het merk! Ik heb een akkefietje met de auto en bel met mijn trainer en zo onrustig kom ik aan om voor de derde keer de trail Polder Garden of Love and Fire te gaan lopen.

Al binnen een kilometer is mij duidelijk dat mijn lijf nog niet echt uitgerust is van de swimruns. Het gaat gewoon niet zo snel. Hoewel het heerlijk weer is: lekker koel en veel wind. Het bos is mooi en door het gras kletsen wij gewoon maar door. Ik wil eigenlijk een paar kilometer lang alleen maar lopen, maar bij het water staan we toch al stil. Dat kleine poeltje dat onopvallend in het groen ligt.

We lopen twee rondjes om de heuveltjes te oefenen. Ik geniet ervan! Eventjes voel ik me helemaal vrij. Dan vervolgen we de tocht van PL door het bos. Ondanks dat ik voldoende drink, het prettige gezelschap en het fijne weer voelt het allemaal een beetje trekkerig. We slaan het heen-en-weertje over omdat ik denk dat het bruggetje verderop niet meer zal bestaan. En dan moeten we omlopen. We hobbelen en kletsen vrolijk verder terwijl we door Almere Pampushout slingeren.

Van tijd tot tijd wandelen we een klein stukje en we zijn alleen maar stil als de paden te smal zijn. Ik vind het stukje langs de weg altijd heel mooi. En dan door het bos. Daarna komen we een pad tegen dat te begroeid is inmiddels. We lopen naar het fietspad en steken terug. Daar is een smal pad waar het fietspad eindigt in het niks. Dat pad loopt langs de velden en is een grote massa van kriebelplantjes. We komen op een veld en daar lopen we vast. We gaan de verkeerde kant op en lopen het hele veld rond. Dan komen we weer op de goede plek bij de uitgang en steken we het fietspad weer over het bos in waar we het mini-hertje zagen, Vincent en ik. Nu lopen we langs de boot-opgraafplaats.

We hobbelen verder. Bos en bos. Ik ben de afstand en tijd een beetje kwijt geraakt. Het gaat niet snel. We komen bij het rustpunt. Ik vind het zonnig en neem een gel. Dan weer verder! Langs de velden en de bossen tegen de wind in. We komen bij het bruggetje. Wat ik al vreesde is waar: het bruggetje is niet meer.

We lopen om. Niet dat ik er niet op had gerekend, maar het is toch een kilometertje (of meer) om. We vinden een heel mooi brugje.

En dan naar de dijk. Op de dijk zullen we wind mee hebben. Als ik daarboven sta, en ik zie de golven wil ik dolgraag in het water springen om over de golven-windkracht-5 te trotseren! Er zijn veel bootjes en veel golven. Nu gaan we over het (warme) asfalt lopen.

Ik wijs Joyce nog een keer op de enorme golven en dan pak ik mijn eigen tempo. Voorzover dat er (nog) is. Gewoon even drie kilometer je verliezen in een lang, recht, saai pad en luisteren naar de golven en zo nu en dan nasprayen van een golf. Ondertussen wind mee en aftellen. Ik zal op 15 kilometer zitten als ik bij het begin van de IJmeerdijk ben en tot die tijd doe ik niets anders dan doorlopen. En Vincent appen dat hij frikandellenbroodjes moet maken.

We kijken naar de golven en de surfers. Ik vind het erg mooi en zal moeite moeten doen om de laatste kilometer nog af te leggen.

Over het einde van de Oostvaardersdijk en dan oversteken. We zijn er bijna, maar het worden meer dan 16 kilometer en dat voel ik overal. Door het bos komen we achter het kunstwerk uit en dan zijn we rond!

We hebben er heerlijk lang van genoten! De twee gels zijn op en van de sportdrank heb ik zeker een dikke liter gedronken.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-20

Maandag 8 juni
Weer aan het werk (nog wel thuis), weer naar school (nog wel halve dagen), regen: de vakantie is nu echt weer even voorbij! En dat merk je dan. Iets minder energie. Iets minder tijd om te sporten. Maar wel: een ligstuurtje voor op de racefiets. Eigenlijk is de maandag een rustdag, maar dat stuurtje moet toch echt getest worden!

Ik ging samen met Vincent en we zouden eens de andere kant op gaan, naar de Groene Kathedraal. Dan moest ik de route doen! Ik vond het stuurtje in het begin maar niks en maakte er geen gebruik van. Pas op de rechte Paradijsvogelweg. En toen was het heel eng! Om te schakelen, om de volle controle kwijt te zijn. Mijn benen vonden trouwens ook dat ze een rustdag hadden moeten hebben. Op een verlaten fietspad ging Vincent het ook even proberen.

Het zwaartepunt ligt gewoon anders, maar ik voel dat ze nog meer naar beneden moeten en wat “verder weg”, zeg maar. We fietsen niet om de Groene Kathedraal heen, maar er langs. Vincent heeft het kunstwerk van bomen die een kerk vormen nog nooit opgemerkt! En dan fiets hij er (ondanks dat hij geen ligstuurtje heeft) er lekker een heel stuk vandoor. Ik vind het met 25 kilometer wel genoeg voor de maandag-rustdag-avond!

9 juni

Het stuurtje is een beetje verzet. En er staat een fiets-loop-combi op het programma. Dus dat moet lukken! Vincent gaat weer mee fietsen. Misschien dat ik daarna ga hardlopen. Maar eerst trappen met die beentjes. We gaan een stukje de dijk richting Lelystad heen en weer. Om het verschil in wind te voelen. En voor een mooie foto. De avond is namelijk goed opgeklaard na een hele dag regen.

Het fietst met de benen beter dan gisteren, het stuurtje ligt ook beter en voelt nu echt als een verschil: het gaat makkelijker. Of dat nu een betere houding is, of het verleggen van het zwaartepunt; dat weet ik niet.

We kijken naar de ‘oude boten’ die voor Pampus hebben gelegen als protest. Leuk, al die zeilen! We hoeven vandaag niet zo lang of ver en na 18 kilometer zijn we weer thuis. Ik heb geen enkele zin om te gaan lopen. Kan het gewoon niet opbrengen. Bijtijds naar bed voor een dag op kantoor morgen en een gesprek met de nieuwe baas is misschien beter.

10 juni

Ik ging op 5 maart weg van kantoor en keek uit naar de Spa Francorchamps Circuit Run. Daarna ben ik niet meer in het pand geweest. Ziek, Corona-sluiting, thuiswerken, Teams-bellen: er zit een enorm nieuwe ervaring in de afgelopen drie maanden. Het is nog steeds stil op kantoor, want er werken niet veel mensen tegelijk. Ik ben er en mijn collega en mijn baas komt ook. Die ziet er net even anders uit als op Teams (ik had niet door dat hij zo lang was!). Het gesprek loopt goed (maar overrompelt me nogal, ook al hebben we het driekwart van de tijd over sport!), ik kan lekker met mijn collega kwebbelen en het kantoor is al na een half uurtje als vanouds. En het kantoor zit vlak bij het zwembad in Poort. Ik ben deze week nergens ingedeeld, maar er is een plekje vrij, wat ik me maar toe-eigen. In Poort is het nog erger met de regels, maar goed: ik kom om te zwemmen.

Ik ga in baan 1/2 en deze keer ben ik de “aso” die zich niet teveel van de anderen aantrekt en baantje na baantje doorzwemt. Met achtje, dat wel. Ik tel mee en zwem 1 kilometer. Even wat drinken en dan nog een keer een kilometer. Die zou iets sneller moeten zijn, maar ik heb toch 1 keer een misverstand met inhalen (sorry-sorry-aardige-meneer-die-ik-niet-ken-maar-hij-mij-wel-blijkbaar) waardoor het ietsje langzamer is. Hoe hard ik ook zwem, de onrust van het gesprek met de nieuwe baas laat me niet zomaar los.

Donderdag 11 juni. Een dag thuiswerken. Het schiet niet op wat ik aan het doen ben en ik wil iets anders doen eigenlijk. De regen de hele dag is niet zo erg als je binnen zit! Aan het einde van de dag ben ik moe. Van die vermoeidheid die overal een beetje insluipt. Ik zou misschien op de baan zijn gaan lopen, maar dat is alleen nog voor de kinderen. Ik ga wandelen met Rob. Lekker flink doorstappen in de avondzon. Een ander rondje dan anders en lekker bijpraten. Ik heb wel drie keer gezegd dat ik blij was dat ik niet hoefde hard te lopen!

Vrijdag 12 juni. Vandaag dan: de fiets-loop-combinatie. Van het schema. Anderhalf uur fietsen en een uur hardlopen. Ik moet dit weekend ook nog een tijdrit doen voor de Trispiration. Zestig kilometer. Ik heb een langer polderwegen-route. Maar die zal ik morgen wel doen, vandaag ga ik hardlopen! Het is warm en zonnig. Manuel fietst langer door. We gaan samen een rondje Oostvaardersplassen rijden. Eerst tegen de wind in en dan op de dijk heel veel wind mee! Ik heb genoeg te kletsen en te klagen. Arme Manuel! Maar hij luistert wel. Als we op de Knardijk fietsen met wind mee, besef ik dat ik opzie tegen de 60 kilometer die ik morgen weer moet fietsen. Manuel vindt het niet erg als ik mee fiets. Dus ik besluit om de 60 kilometer nu maar gelijk te fietsen. Op de dijk gaat het wel lekker! Al moten we een keer wandelend langs een gemeente-auto die bezig is met het maaien van het gras. We doen een korte stop aan het einde/begin van de Oostvaardersdijk.

Dan weer verder richting Almere Haven. Ik weet niet of Manuel niet toch liever alleen zou fietsen, want ik kwek maar door! Het is goed de ergernis even van me af te kletsen. Op de Gooimeerdijk hebben we wind tegen. Ik ga liggen en dan is het ineens minder zwaar. Manuel rent heel veel, dus hij heeft het deze keer wat moeilijker. Dat is ook nieuw voor mij! Ik wil de 60km nu zo snel mogelijk volfietsen. Eigenlijk heb ik net te weinig voeding bij me voor zo’n lange tocht, maar ach- what’s new! Ik heb een bidon sportdrank en winegums. Als we net de Vaart over zijn voorbij de Shell heb ik 60 kilometer gefietst binnen 2 uur en een kwartier. Niet het snelste van allemaal vermoed ik! Maar ik ben blij dat het erop zit. We fietsen verder over de Vogelweg naar de Grote Trap. Eigenlijk gaan we niet eens veel rustiger! Als we net op de Grote Trap zijn, staat het fietspad vol met koeien!

Gelukkig komen dé oude zwemtrainer RO en zijn superlijve vrouw HO eraan en die jagen de beesten weg! We kletsen eventjes – wat zijn het toch lieve mensen. Die zitten echt in mijn hart ingepakt. Voor de verandering hebben we geen wind tegen op de Grote Trap die al aardig begroeid raakt. Op de Ibisweg hebben we zelfs wind mee! We halen de 75 kilometer. Al moeten we nog een keer afstappen om langs een gemeente-auto te wandelen, maar deze is processierupsen aan het weghalen, dus die mag voor. Ik ben er compleet klaar mee met het fietsen op 77,8 kilometer. De badge van Garmin waar het om gaat om 100 kilometer te fietsen in een week heb ik ruimschoots verdiend.

Ik ga eerst lunchen voor ik ga hardlopen. ‘s Middags doe ik lekker even rustig aan. Dan maar (weer) niet hardlopen. ‘s Avonds wil ik samen met Vincent gaan zwemmen buiten, maar als we naar de Noorderplassen rijden, ziet de lucht er angstaanjagend geel en dreigend uit. Voelt niet goed, eerder alsof we kunnen worden overvallen door onweer, dus we gaan niet zwemmen. Voelt toch een beetje als falen gek genoeg. Niet gezwommen en niet gerend.

13 juni. Als Vincent naar het zwembad gaat waar ik niet ben ingedeeld, kan ik gaan hardlopen. Maar dan kan ik invoegen in het uur na Vincent. En douchen kan niet meer van tevoren. Vincent en ik moeten de tijdrit op de korte afstand nog doen: 20 kilometer knallen. Ik ben niet van het zo-snel-mogelijk. Zie ik tegenop. Maar goed: laten we het nu doen, dan hebben we dat maar gehad. We fietsen eerst met een ommetje in naar de Oostvaardersdijk. Er is weinig wind en het is bloedheet. We beginnen bij het stuk waar geen onderbrekingen meer zijn. De horloges zullen niets opnemen als we onder de 20 rijden. Vincent gaat voor. We keren om als we bij de Knardijk zijn. En we stoppen op 20 kilometer direct. Wachten op elkaar (lees: Vincent op mij) en dan rustig terug naar huis fietsen.

We hebben een kleine valse start en dan verdwijnt Vincent uit beeld voor me. Ik kan niet zo goed tegen die warmte! En ik krijg een signaal van mijn benen die roepen: “Vijfenzeventig gister!!”, maar ik luister maar niet. Volgens mij staat er wél wind en ik weet zeker dat we die nu tegen hebben tot de Knardijk! Na 5 kilometer tel ik hoeveel Vincent voor mij zit als hij de bocht om gaat. Ik ga 27 seconden later pas de bocht in. En dan komt er een duiveltje dat me zegt dat ik die ‘ukkepuk’ toch niet voor moet laten gaan! Ik lig op mijn stuurtje, vergeet in te houden in de bocht en ga op ‘jacht’. In de volgende bocht zit hij nog 14 seconden voor me. Hij wordt moe en ik begin op stoom te komen. Ik zet de teller vast rond de 32 km per uur. En haal hem bij! Hij kan wel wat hulp gebruiken. Ik blijf hem voor en we gaan kop over kop, maar ik doe het meeste werk nu even. Dat lukt me ook. Bij de Knardijk moeten we even iets drinken.

Dan keren we om en gaan we terug. De teller kan door naar 35 km/u. Wind mee dus. We rijden kop over kop, totdat ik Vincent zeg dat we naar 36 kunnen en hij naar 38 gaat. Dat trek ik net niet. Maar Vincent redt dat dan maar weer een kilometer of 4,5 en dan kom ik weer bij. De laatste kilometer doen we samen en hard. Ik wil graag onder de 40 minuten blijven. Na 37,5 minuut zijn we klaar met de 20 kilometer. We stoppen midden op de dijk om de bidon leeg te maken en de metertjes te stoppen.

We zijn verhit! We fietsen ‘rustig’ naar huis, hoewel we nog steeds 27+ fietsen! We halen het zwemmen eigenlijk net niet, dus besluiten we dat het heerlijk weer is om buiten te zwemmen en dat dat net zoveel tijd kost.

Na een bijtankpauze thuis, pakt Vincent zijn nieuwe tweedehands wetsuit om te proberen en gaan we naar de Noorderplassen. Drukte op het strand, maar op het water valt het mee. Omdat de bovenlucht zo warm is, lijkt het water koud! Ik zwem al maanden, maar nu vind ik het water koud!

Het pak is Vincent nog wat te ruim. We gaan naar de boei zwemmen. Hoeft niet snel, als we maar doorzwemmen. Eenmaal door de kou heen is het heerlijk! Ik zwem links van Vincent en zie hem elke keer dat ik ademhaal. We blijven dicht bij elkaar in verband met de boten. We gaan naar de boei, precies 500m op mijn horloge. Ik zwem een stukje verder, terwijl Vincent rust. 3 Jongemannen in een bootje bieden me bier, een borrel of een flesje water aan. Ik bedank beleefd en ze vinden me een held. “Wat zeiden ze mama” vraagt Vincent direct! We zwemmen met een klein ommetje terug. Ik ga echt supergoed. Rustige slagen, goede ademhaling en Vincent vlak bij me. Wat wil ik nog meer?! Ik ga om het bootje heen, hij gaat rechtdoor. Vincent wil terug naar het strand, hij had al geen zin meer. Ik wil nog door en zwem op en neer. Ik kan er geen genoeg van krijgen eigenlijk en het gaat te snel, maar na 2000m ga ik toch ook weer het strand op.

Heerlijk gezwommen! Echt superfijn! En ook prettig dat je je van je wetsuit kunt ontdoen en nog niet koud wordt. Ga ik ‘s avonds nog hardlopen? Nou… nee. Morgen dan maar, dan ga ik hoe dan ook.

14 juni. Vandaag zou ik door de zee zwemmen, over het circuit en fietsen en over de boulevard van Zandvoort rennen. Dit is de eerste keer dat ik een wedstrijd écht mis, dat ik baal dat ik geen spullen hoeft te verzamelen en niet zenuwachtig hoeft te zijn. Gelukkig kan ik dat laatste toch wel doen, omdat ik met Joyce samen een trail ga lopen bij Bussum. 14 Kilometer. En ik heb en week niet meer gelopen, dus ik vrees direct dat ik het verleerd ben! Ik hoeft niet veel te verzamelen. Als ik uitstap is het niet zozeer zenuwen als een gebrek aan zin. Dat komt door het dekentje. Een dekentje van hitte. En ik hou niet van hitte. Mijn lijf is niet van de warmte. We hebben allebei de route op ons horloge staan en het is best druk op de hei. Rugzakje mee met een liter sportdrank erin en dan gaan de dames maar!

Al snel heb ik het warm en loopt het zweet langs me heen. Ergens ben ik blijf dat ik niet over het hete asfalt hoeft te fietsen. Al klinkt de zee wel verkoelend! We moeten al snel wandelend de weg zoeken. Ik kijk teveel naar het horloge wat elke keer van de kaart af springt en opeens is er geen pad meer! Ik weet nog wel hoe ik moet lopen, maar mijn benen vinden deze temperaturen en luchtvochtigheid net zo min prettig als mijn hoofd. We slingeren door het bos. Joyce heeft dé uitspraak om mij (ons) hier doorheen te helpen: “Het kan in België als wij de Trail de Fantomes doen, ook zo’n warm en drukkend weer zijn.” Ik hoop van niet, maar dan moeten we nog maar eens aan dit geploeter door het Bussumse bos denken! En de hei over. Het is niet heel zonnig gelukkig, dat moest er ook nog bijkomen!

We gaan de Natuurbrug over over de A1. Grappig, want ik ken dit helemaal niet en ik weet ook niet waar ik blijf. We steken een weg over en zitten op 4 kilometer en dan maken we een stopje. Ik drup leeg. Ik drink er wel bij, maar het voelt helemaal niet zoals je je na een week rust zou moeten voelen! We gaan de hei over en er staat een beetje wind. Ik vind een ritme en geniet er even van.

Dan komen we weer bij een grote weg. Ik neem me telkens voor: nu blijf ik voorlopig hardlopen, maar dan is er een weg of een obstakel en dan ijshut goede voornemen weer weg. We komen bij het eerste bergje en gaan via een ommetje omhoog. Alsof het nog niet zwaar genoeg is! We nemen weer een pauzetje. Intussen heb ik me erbij neergelegd dat het mijn weer en mijn dag niet is, maar dat ik dit wel gewoon ga uitlopen. We lopen door het bos, volgen zoveel mogelijk de route en Joyce merkt op: “Ik kan dit morgen weer doen en dan is alles net zo nieuw.” Ik moet er om lachen en voel hetzelfde. We kwebbelen ondertussen van tijd tot tijd, maar er zijn ook veel single paadjes en dan loop ik net vooruit. We komen bij het volgende bergje: de Sijsjesberg. Ik herken vooral het zwembad!

Boven komen we even op adem en sporen een paar fietsers aan. En verder door het bos! We gaan een stuk langer aan het lopen en ik volg de route zo goed mogelijk, met hier en daar een lusje om weer op het rode lijntje te komen. Dan komen we na een oversteek weer op de heide uit. Ik wil blijven lopen, maar… koeien!

Die zijn te grappig. We blijven lang staan kletsen met een wandelaarster. in de verte begint het te rommelen. Dat vind ik niks… Niet vanwege de regen, maar onweer op de heide zit ik niet op te wachten. Het gedonder in de verte vind ik dan weer leuk! We rennen weer verder en komen bij het laatste bergje. Het hoogtepunt van het Gooi.

Ik vind het lastig om elke keer weer op te starten, dat is niet zo mijn ding. Liever gewoon maar doorbuffelen, hoe rustig ook. Maar dan is het weer oversteken en is het ritme weer weg. Er vallen een paar druppels. Dat hindert niks! Het is juist heerlijk, want de temperatuur daalt ook. Het drukkende verdwijnt uit de lucht. En het pad is smal en simpel te volgen. We komen weer terug bij de natuurbrug. “Vanaf nu gaan we 1,5 kilometer hardlopen” zeggen we tegen elkaar. Om vervolgens wandelend verder te gaan. Bij het bankje gaan we toch weer hardlopen en dan zoeken we een ritme wat past bij de paden en waarop de route te volgen is. Houden we zomaar 2 kilometer vol! De regen zet niet door en het gerommel is geweken. We staan pas weer stil bij een herdenkingskruis. Intussen zitten we op 13,5 kilometer.

Dit is een historisch moment, wat wel een goed vertrouwen geeft voor de Trail de Fantomes: mijn sportdrank is op! Ik heb een liter weggedronken en 1 gel genomen. Voor de grootste-niet-eter een prestatie van formaat! We gaan terug en stoppen nog maar 1 keer voor om een puppy te knuffelen. Ik ben blij dat we er zijn! We zijn bijna 3 uur onderweg geweest. Daarvan hebben we bijna de helft stilgestaan. Ik vond het zwaar, maar ik denk dat dat echt komt door het weer. Hopelijk is het bij de Trail de Fantomes niet zo benauwd warm.

Thuis eet ik wat en dan doen we de tuin. Ik ben moe en toch ook niet. Ik heb trek en toch ook niet. Ik wil wel, maar toch ook niet. Na het avondeten hebben we Rob zover dat we nog even gaan fietsen. Net voor de regen. Een kort stukje. Dijk en terug. Mijn benen vinden dit GEEN goed idee. Ze willen voor geen meter. Ze doen zelfs pijn om hun ongenoegen kracht bij te zetten. Het viaduct voelt als een heuse berg. Wind tegen voelt als storm. Eenmaal op de dijk verstommen de protesten. Het druppelt. We gaan gelukkig terug naar huis. Ik versnel om een foto te kunnen maken. Dat kunnen de benen dan weer wel! Verraders!

Ze moeten zelfs twee keer 30+ rijden, want ik moet de heren ook weer bijhalen. Als we langs jeugdland rijden, zijn de protesten weer duidelijk voelbaar. Ik ben zo blij dat we weer thuis zijn, dat ik genoegen neem met 11,96 kilometer! In deze week heb ik nog geen 15 kilometer hardgelopen, maar wel dik tien keer zoveel gefietst. En zowel binnen als buiten gezwommen. En niet te vergeten: 4 dagen gewerkt. Intussen ziet het huis en de tuin er (met wat hulp van de Roborock, hogedrukreiniger en wasmachine) weer piekfijn uit en heeft Vincent de tijd gehad om zijn kamer naar eigen inzicht in te richten. Ik doe het ervoor!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-19

Vrijdag 5 juni
We gingen zwemmen. In Amsterdam. Met de meidenclub. En Vincent en 1 andere man. Klein clubje van 7 in totaal. Ik vind dit een leuke plek. Voor de verandering ben ik best veel aan het praten. Het lijkt mee te vallen met de kou – maar die eerste minuut blijft even naar adem happen… We gaan naar de groene boei. Ik blijf even bij Vincent die altijd wat meer moeite heeft met doorkomen en dan kan ik hem volgen en beginnen we een soort inhaalrace. Ik ga lekker. Het voelt eenvoudig allemaal. Als we op elkaar wachten bij de boei en ik even de andere kant op ga, snap ik waarom: we hebben nu nog wind mee! We gaan door tot de hoek en ik kan de mannen best bijhouden. We gaan nog iets verder na een korte stop. De stops zorgen ervoor dat mijn horloge gaat zoeken waar ik ben en daardoor zwem ik veel meer.

Dan keren we om. Ik wist al dat we nu wind tegen hebben, maar echt hoge golven zijn het niet. Hoewel ik mezelf dat voorhou, voelt het heel anders. Ik ben bang, een onrealistische angst voor golven en ik heb de hele tijd het gevoel terug van de Frysman. Ik zeg tegen mezelf wel dat dit mini-golfjes zijn, maar het voelt niet zo. Ik adem zo rustig mogelijk door en ik zwem door, maar ik voel overal spanning zitten. We wachten weer even bij de boei en Vincent ziet het ook wel. Ik kan prima doorzwemmen, heel goed zelfs door de agressie! Als ik maar blijf zwemmen. En liever nog zou ik nu nog hogere golven hebben en echt door de angst heen gaan, maar meer wordt het niet. We zijn terug en ik wil nog iets verder. Vincent springt er weer in en ik versla de golven en hou het overzicht. Genieten past even niet erbij. Bij de boot wachten we op elkaar en ik zou zo graag de grotere uitdaging opzoeken, maar dit is nu even genoeg. We zwemmen met wind mee terug. Na een dik half uur zijn weer aan de kant. Ik heb 1 op 3 geademd en ben daar wat dizzy van even. Vincent heeft weer net iets teveel gezwommen en is daar lang duizelig en zelfs een beetje misselijk van. Zonder de zon is het aan de kant killer dan in het water.

6 juni

We gaan met de trainer lopen. Vincent en ik en hij. Eerst zouden we naar Bussum, maar wegens een melddienst (van de trainer) is Lelystad beter. Ik heb een route door het Hollandse Hout opgesnord. Vincent doet de route, ik doe het tempo en de trainer gaat mee voor de gezelligheid: uitstekende verdeling! Ik ben altijd bang van tevoren dat ik het niet ga halen. Als we uitgestapt zijn en op het punt staan van vertrekken begint het te regenen. Niet hard gelukkig. We lopen langs de koeien door de velden. Het gaat eigenlijk wel prima! Vincent en de trainer kletsen meer dan genoeg. Ik hoeft niks te zeggen! We gaan door hekjes. Ik weet wel dat ik vorige keer andersom liep. We hebben lekkere brede paden. Dat is fijn als je wilt bijpraten. De regen is alweer gestopt en het wordt warm. Ik hou mijn jasje gewoon aan. We lopen langs water. Na 4 kilometer (een derde deel) stoppen we even voor een foto en we moeten even schuilen voor een bui.

Ik begin eventjes te praten! Vincent is een perfecte navigator. Hij slaat 1 onbegaanbaar pad over en gaat 1 keer rechtdoor. Ik ben dan aan het kletsen met de trainer. Hij vindt het leuk dat we de Trail de Fantomes kunnen gaan doen en heeft een heleboel waardevolle tips omtrent de voeding. Hij helpt me beslissen dat het beter is de trail op zaterdag te doen.

Vincent is niet langer afgeleid en heeft het dan moeilijker. Het wordt ook weer warm. Ik vind het niet zo moeilijk allemaal. We zijn al op de helft en het hoeft niet hard en ik hoeft niet naar de route te kijken. We komen bij een poort die dicht is. Het is de vraag of we er tussendoor kunnen, maar dat lukt ons alledrie! Even wurmen en friemelen, maar dan staan we aan de andere kant. We hobbelen weer verder en nu mag Vincent even met de trainer lopen te kletsen. Dan gaan we meteen een stuk harder lopen!

Ik kan me bijna niet voorstellen dat we intussen al tien kilometer hebben gelopen, het ging zo snel voorbij! We zijn niet echt nat geworden van de regen. Ik heb hetzelfde als de vorige keer: het is een prachtige route vol lekker brede paden die vandaag het doel ‘bijkletsen’ heel goed mogelijk maakten, maar er zijn mooiere trails. We maken de 12 kilometer vol. In 5 kwartier of zoiets. Het ging prima!

‘s Middags gaat Vincent eerst zwemmen en daarna ik. Voor de Garmin badge moet je echter ook wandelen en dat ga ik doen als Vincent zwemt. 5 Kilometer. Ik verveel me al na 500 meter, maar bedenk dat ik een podcast over triatlon kan luisteren. Dit is de eerste podcast die ik ooit luister! Het is wel grappig. Ik zoek nog een andere uit: een interview met Yvonne van Vlerken en zo loopt ze lekker met mij mee door het park, slingeren we tussen het groen door en over zand en over de berg. Ik slinger net iets teveel, want ik moet me haasten voor het zwemmen!

Als ik er ben, is baan 1-2 eigenlijk vol met 8 mensen. Wie gaat er naar baan 3-4? Ik probeer het maar! Moeten ze maar op mij wachten… 7 Mensen in de baan, waarvan er 4 mijn tempo hebben. Het gaat heerlijk. Fantastisch gemakkelijk. Geen golven in het zwembad en gewoon recht toe recht aan zwemmen. Baan na baan, maar wel met achtje. Ik hoeft al met al hooguit een keer of 3 te stoppen om anderen voor te laten. En 1 keer doet er iemand schoolslag en keer ik eerder om. Het gaat relaxed. Al ben ik wel een beetje moe en ik tel ik de tijd af. Op de één of andere manier zit er nog niet echt in mijn hoofd dat ik in baan 3 zou moeten zwemmen als het zo gaat als het nu is. Ik zwem 50 minuten en op gepaste afstand klets ik nog eventjes. Ik vind dat mijn sportdag er wel op zit.

Zondag 7 juni

Het brood is op. En de melk bijna. En er is ook geen cakemix. En ik moet 5 kilometer hardlopen voor het ontbijt. Dat wordt dus noodgedwongen nuchter! Ik zou 5km in een half uur moeten lopen, maar dat is nuchter een beetje veel gevraagd. Ik hoop dat het droog blijft! Maar nu schijnt het zonnetje. Ik ga rustig, want de hartslag moet laag blijven. Ik voel mijn rechterhiel trekken. En later mijn linkerhiel. Dat is niet best, maar het is niet erg pijnlijk en ook niet tegelijk. Na een kilometer in 7 minuten trekken alle pijntjes weg.

Ik loop in het zonnetje met mijn rugtasje door een redelijk stille wereld. De meeste mensen zijn binnen door alle buien. Ik hoor overal vogels. De 3 mensen die ik tegenkom, groet ik vriendelijk. Ik wil best gaan wandelen, maar ik hobbel gewoon. Het gaat wel iets sneller en ook iets beter als ik helemaal achter de wijk door hobbel. Ik moet ook nog om de Sieradenbuurt heen. Daar is de zon fel en na 3,36km voel ik opeens dat het nog stroperig gaat. Ik vertraag om de hartslag niet te hoog te laten oplopen. Maar ik hobbel gewoon in een eentonig ritme door. Dit is niet gemakkelijk, maar ik heb het ook niet heel moeilijk vandaag. Op 4,5km steekt de wind op. Als ik het maar haal voor de volgende bui om in de AH te zijn! Ik sta met 4,96km voor de AH en maak er 5km van. Dan ga ik brood en melk en koekjes kopen!

‘s Middags moet ik nog een stukje fietsen. Ik ga samen met Joyce. Niet te lang en niet te hard allemaal, maar bij voorkeur wel droog! We vertrekken wat later, om half 5 fiets ik op de ATB naar Joyce toe. We gaan samen naar de Rode Ophaalbrug. Tempo kalm aan en bijkletsen vooral! En heel, heel veel vliegjes happen. Ik eet er niet zoveel, maar ze kruipen in mijn kleren. We gaan wel lekker hard op de dijk!

Langs de plassen zitten nog meer vliegjes, hele wolken vol. We gaan naar de Evenaar en dan rijden we samen tegen de wind in. Ik maak er 23 kilometer van. En 23 miljoen vliegjes. Sportweek zit er op! Dat was een lekker volle met 12 uur en 2 uur wandelen erbij. Mijn benen zijn wel moe, maar het voelt niet als heel veel sport, da’s het gekke.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-18

We werken een keer omgekeerd: Ik begin wat ik ‘vandaag’ doe en dan werken we terug tot de laatste keer dat ik je digitaal op de hoogte hield. Eens andersom dus! Nadeel is dat ik niet meer alles weet en dat ik een eind terug moet, maar ja….

Vanmorgen (donderdag 4 juni alweer) heb ik een lekkere wandeling gemaakt door het Kromslootpark met een vriendin. Veel bruggetjes en veel gekletst. Regendruppels zagen we pas toen we in de auto stapten! Het is donderdag en normaal moet ik werken, maar met Pinksteren hadden we toch al een vrije dag en ik moet de dagen voor 1 juli opmaken, dus dit is ook een weekje vrij.

Vanavond ben ik naar de atletiekbaan gegaan. Om Vincent af te zetten. Ik ga zelf een training doen van het schema van de trainer. 20 minuten inlopen in zone 1 en dan 5 keer 1 kilometer hard in zone 4. Inlopen in zone 1 is al moeilijk, maar dat langzame tempo in de regen gaat me nog wel lukken. Het moeilijkste is het om 20 minuten op te zien tegen hard moeten gaan lopen! Maar goed, ik vind van mezelf dat het toch 4 keer moet lukken! En na 15 minuten is zone 1 en 7 minuten per kilometer ook wel eens klaar. Ik ga aan het tellen als afleiding van het zogenaamde hard-lopen. De kilometer duurt best lang eerlijk gezegd.

En voelt best zwaar eerlijk gezegd. De 2,5 minuut wandel-dribbel zijn best welkom eerlijk gezegd. De regen valt mee. De tweede keer gaat het iets beter, maar niet echt veel. Echt superhard zit er niet in. Vandaag. Of tegenwoordig. Ik mopper in mezelf op de trainer. Van al mijn langzame, eigen tempo ben ik niet beter geworden. Ik zit nu iets meer in de buurt met tellen. Kom nu ook onder de 5:30. Maar ik bedenk ook wanhopig dat ik nog niet eens op de helft ben! Waarom wilde ik dit ook weer? Omdat het moet van de trainer! Omdat hij me heeft “uitgedaagd” ook eens één van zijn trainingen te volgen! De derde keer is het zwaarste. Ik heb geen zin (meer). Ik kan dit toch niet. Ik ben geen sprinter, ik ben een diesel. De route is te kort. Zal ik de volgende brug nemen. Ik raak de tel kwijt. En ik maak de snelste kilometer. Duhh- natuurlijk.

En doe ik er dan nog 1 of nog twee? Laat ik het bij vier houden. Ik realiseer me dat het saai is. Ik tel behoorlijk goed. Ik kachel gewoon door. Zin had ik toch al niet. Ik wil wandelen! Alles in mij wil wandelen!! Maar dat doe ik niet. En na de vierde hoeft ik er nog maar 1 te doen. Ik mag de brug af en twee rondjes om de baan en dan is het netjes gedaan. Ik tel niet meer. Dit ram ik er gewoon uit. Dit is een goed trainingsprikkel! Als ik hier dadelijk weer ben, is het klaar. Dan maar weer geen 10 kilometer, het is er goed mee. Zo zonder zorgen over ‘later’ gaat deze kilometer eindelijk een beetje echt snel onder de 5:20. Maar dan ben ik er ook helemaal superklaar mee! En een beetje ietsiepietsie trots dat ik deze inspanning ben aangegaan en mezelf een uitdaging heb gegeven.

Gisteren, 3 juni, fietste ik nog om het Kromslootpark heen waar ik vandaag heb gewandeld. Het was de laatste zonnige dag. Dat sloot dan een reeks van hele zonnige dagen af. Ik moet het schema een beetje beter volgen en daar stond vandaag een koppeltraining op van fietsen en lopen. Ik wilde ook graag lopen om de Global Running Day-badge van Garmin te halen! En fietsen is ook wel lekker als je je goed insmeert. Ik vroeg Joyce of ze zin had om mee te gaan. Die kiest voor het fietsen. Ik moest wat langer, dus ik fietste het eerste half uurtje een ommetje naar Joyce toe. Ik op de racefiets, Joyce op de ATB. We fietsen achterlangs naar het Beatrixpark. Soms ga ik een stukje racen en dan keer ik om om Joyce weer op te halen. Ik hoeft niet echt ver terug. Ik wil graag door het Beatrixpark. Ik heb daar al zo vaak gelopen, maar nog nooit gefietst! Van daaruit gaan we naar de Noordeplassen. Op het rode fietspad zet ik lekker aan en zo komen we bij het ophaalbrugje. De zon is even weg, maar het is niks koud.

Op de dijk hebben we flink de wind tegen! Ik vind dat niet zo erg, maar het is Joyce’s beurt om er ook nog bij te kletsen. Het tempo kan me vandaag gestolen worden. Ik fiets hier omdat ik fietsen leuk vinden en fietsen samen met Joyce nog veel leuker! En uiteindelijk krijgen we vast ook wind mee Ergens! En dat gebeurt dan aan de andere kant, als we naar Almere Haven fietsen. Ik ga er eventjes alleen vandoor en dat kan lekker hard!

We vinden dat we een ijsje hebben verdiend van Mariola. Dan fietsen we door over de dijken en omdat het zo lekker gaat en omdat het nu nog kan, fietsen we iets verder door richting de heuvel van het Cirkelbos. Ondertussen kletsen wij samen onafgebroken. Vraag me niet waarover precies allemaal, maar het gekwebbel stopt echt geen moment! We gaan terug over het vierbruggenpad, waar tegenwoordig zelfs 5 bruggen in zitten! Ik probeer mijn iets bredere band goed uit door in alle bochten te blijven trappen en dat lukt best goed, al zeg ik zelf.

De Vijfde Brug

Al met al ben ik al een heel eindje aan het fietsen en komt het er zelfs van dat ik een stukje dubbel! Dat is niet erg, maar ik zie dan een beetje op tegen hardlopen straks… Uiteindelijk trap ik 57 kilometer weg. Is toch iets langer geworden als op het schema stond… Maar ik neem het er maar van nu het nog kan! Vincent wacht me al op in zijn loopkleren. We zullen 6 kilometer gaan lopen over de bekende route langs de Oostvaardersplassen. Het is nu een stuk warmer, lijkt het. Vincent kletst nu tegen me. Het tempo zit er nog best goed in. We besluiten dat we op de helft een pauze zullen houden.

Mijn schoenen doen het prima en ik eigenlijk ook. Ik moet wel de sleutels in mijn hand houden tegen het rammelen en onderweg heb ik ook wat energie uit de winegums nodig. Dan struikelt Vincent bijna over een kikker. Die lijkt wel dood, zo stil zit hij.

Dan hobbelen we verder naar huis. Van Vincent mag het tempo wel wat lager, maar ik wil graag snel weer thuis zijn! Ik stop mijn horloge op 1 tiende deel van de fietsafstand, maar dan zijn we ook mooi thuis! Blijkt het ook nog World Cycling Day te zijn. Heb ik me toch mooi aan gehouden!

Dinsdag 2 juni. Een dagje rustig aan. Zomaar. Omdat het bloedheet is. En omdat ik moet wachten op mijn nieuwe band. Maar die is er ‘s avonds en ik haal Rob over om mee een klein stukje te gaan uitfietsen. Goed voor hem en voor mij!

Apple begrijpt ons 🙂

Maandag 1 juni. Het is Pinksteren. Het is goed weer en ik heb weer een triatlon staan. Voor Trispiration. Ik heb zaterdag met Vincent de korte afstand gedaan en vandaag moet ik ‘alleen’ de lange afstand doen. Alsof het een echte triatlon is: eerst 1500m zwemmen, dan 40 kilometer fietsen en tot slot 10 kilometer hardlopen. Vincent blijft op de kant als ik ga zwemmen. En zal me op de stadsfiets begeleiden als ik loop. Ik weet niet of ik dit vandaag in deze hitte wel ga kunnen, maar ongeacht de omstandigheden vind ik altijd wel twijfels! Ik sta om 10 uur aan de waterkant. Zwemmen heb ik wel zin in! Maar ik zie er ook tegenop, want dit is de slechtste dag van de maand om te zwemmen. Maar ja, als er een wedstrijd is moet er ook een stop op en gaan, dus dat doe ik nu ook maar.

Ik zal van boei naar boei gaan. Gelukkig is het zowel op het strandje als op het water nog niet druk. Ik heb nog nooit alleen gezwommen. Wat een enorme vooruitgang: 3 jaar geleden zwom ik amper buiten, nu ga ik alleen met mijn boei en oranje badmuts anderhalve kilometer zwemmen zonder angst! Ik vind het wel lekker dat ik nergens rekening mee hoeft te houden als met mezelf. Mijn navigatie, mijn slagen, mijn tempo. Ik zwem gewoon lekker. Niet supersnel en ook geen horloge wat de afstanden overhoop haalt. Als ik terugzwem richting het strandje, kom ik er qua ademhaling helemaal in en geniet ik enorm van het zwemmen. Dat mij dit lukt, dat ik dit kan, dat ik dit al triatlonnent heb bereikt. Na 35 minuten kom ik het water uit.

De wissel gaat lekker lang duren. Dat mag ook. Die tijd hoeft je niet mee te tellen. Ik kleed me bij de auto om naar fietskleding. Ik rij naar huis en daar kan ik naar de WC. Dan stap ik op de fiets voor een groot rondje Oostvaardersplassen. Ik vind fietsen in mijn eentje met een startnummer op raar. Op de bekende paden en toch een wedstrijd doen is gek voor me. Toch merk ik dat iets meer mijn best doe! Ook al zal ik niet zo snel zijn, ik doe dit toch maar zo’n beetje achter elkaar en op mijn eigen best! Omdat dit niet echt een officiële wedstrijd is, neem ik lekker mijn muziek mee. Ter compensatie van de bandjes langs de route zullen we maar zeggen 🙂

Ik rij eerst tegen de wind in, zodat ik straks op de dijk wind mee heb. Op mijn eigen best vlieg ik naar de sluizen op de Knardijk. Ik zit maar heel even vast achter een wielrenner en handbiker. Na de sluizen ga ik het bos in. Ik ben blij met de verkoeling, maar niet blij met de bochtjes en het smalle pad. Dat ligt mij niet zo best. Toch hou ik mijn hoge tempo goed vol. Ik kom maar weinig mensen tegen. Ik kies op het laatst toch maar even voor de weg in plaats van het stukje langs de camping. Eenmaal op de Knardijk speel ik even ‘vals’: ik stop zowel mijn fiets als mijn horloge. Ik moet namelijk even wat eten. En er zijn geen posten, dus ik permitteer me deze vrijheid.

Ik app Vincent of mij me tegemoet wil fietsen op de Oostvaardersdijk. Ik denk dat hij een minuut of 20/30 heeft voor ik bij onze eigen afslag ben. En ik zal 1 afslag verder moeten om de 40 kilometer te halen. Op de dijk draait de wind met me mee en word ik een snelheidsmonstertje! De dagjesmensen zijn weinig partij, maar wel leuke inhaaldoelen. Ik haal ook de handbiker nog een keer in. Ik ga hard. De hele tijd. En ik geniet daarvan. Ik doe echt mijn best, want dit is het stuk waarop ik me mag uitleven! Ik fiets tien kilometer binnen 17 minuten. Als je bedenkt dat de dijk 13 kilometer is en het tempo niet omlaag gaat, kun je op je vingers natellen dat Vincent er nog niet is! Ik ga niet op hem wachten, ik fiets eerst een afslag verder en kom dadelijk weer terug. Ik ga door het bos onder de dijk langs en nu het tempo er eenmaal inzit, laat ik het lekker niet meer los! Ik zie Vincent nog niet en ga terug richting de dijk, maar het tempo blijft boven de dertig liggen. Ik knal het brugje over en dan komt Vincent me tegemoet. Tijd voor uitleg neem ik niet, ik heb nu 37 kilometer gefietst en de laatste 3 ga ik niet inhouden!

Ik ga langs de kassen om de dagjesmensen te vermijden. Vincent zal zijn best moeten doen om mij in te halen, maar hij is jong en fris. Ik blijf boven de 30 fietsen en dan ineens verschijnt de knul naast me. Mijn fiets voelt niet meer oke. 39 Kilometer. Ik wil binnen 1 uur 20 nu, dus ik hou vast. En dan is mijn band lek. Tubeless lek. Ik fiets de laatste kilometer vol en stop onmiddellijk daarna. Ik ben bij de kruising achter de ATB-kas. Mijn band is op 3 plekken lek en 2 plaatsen kan de band aan, maar de derde niet. Vincent is erbij gelukkig. We bellen Rob en die zegt dat ik de band moet oppompen en dan maar rustig naar huis komen. Weer een lange wissel dus!

Rustig en voorzichtig fiets ik naar huis met Vincent naast me. Thuis kleed ik me om naar hardloopkleren en neem ik nog een gel. De nieuwe stralend witte hardloopschoenen gaan aan en Vincent pakt de bidons met water. Hij moet me op 4 en 8 kilometer een gel aanpraten. Op voor 10 kilometer binnen een uurtje. In 25 graden plus. Ik wil een route met schaduw, dus ik ga richting Kotterbos.

Gewoon maar accepteren dat het heet is, er zit niks anders op. Vincent fietst rustig naast me. De zon brandt. Het asfalt is heet. Ik hoopte op 5:40 te kunnen lopen, maar het wordt 5:45. Dat is in deze omstandigheden voor mij echt maximaal. Op de Evenaar word ik bijna aangereden door een meneer op een fiets, maar hij maakt het goed door hard “sorry Anke, hup, hup” te roepen. ‘Ken je hem?’ vraagt Vincent. ‘Nee’, zeg ik, ‘mijn startnummer!’ Dat geeft energie, onbekend publiek! Ondertussen denk ik aan de andere mensen die vandaag hebben uitgekozen om te ploeteren. En ik denk aan hoe fijn de schoenen weer zitten. Ik denk dat ik dit maar gewoon moet doen. Vincent geeft me bidons aan. In het bos is het redelijk druk, maar te doen en ik ga gewoon door. De schaduw ontbreekt. Aan de ene kant is Vincents aanwezigheid heel prettig, aan de andere kant voel ik me opgejaagd als hij naast me fietst. Ik stuur hem naar de 4 kilometer, dat hij een gel kan pakken. Ik ga wel iets verderop in de schaduw staan! Weer permitteer ik me een korte stop. Op de Trekweg zal ik ook al geen schaduw hebben. Maar wel wind mee! Als dat nog helpt… Ik ben er allemaal best moe van. Na een kilometer of 6 besef ik dat ik de gel eerder nodig heb en Vincent zal me bij het Schanullekesluisje voorzien. Hij gooit ondertussen water over mij heen of ik doe dat zelf als hij de bidon aangeeft. Ik hou het tempo zo hoog als ik kan en dat lukt me redelijk. De gedacht hier-heb-ik-voor-getraind geeft me houvast.

Ik werk de gel snel naar binnen en tel af dat het wel zal lukken, maar niet gemakkelijk. Dat maakt het toch echt wel een wedstrijd! Vincent moedigt me aan met hup-mama, maar gek genoeg voel ik me niet mama, maar Anke. We lopen het mooie-meisjes-pad af, maar ik zie of constateer weinig meer om me heen. We gaan aan de schaduwkant de Evenaar langs, zodat ik op de stoep uit de zon kan lopen. De laatste kilometer zal flink ploeteren worden, ook al weet ik wel dat ik het haal binnen een uur. Voor de één zal dat een snelheidsrecord zijn, voor de andere deelnemer een langzame duurloop, maar voor mij is dit wel maximaal haalbaar. We moeten nog om via de huisartsen en ik neem even het nieuwe pad. Ik ga wel langzamer en mijn hartslag verhoogt, maar ik kom niet boven de 6 minuten uit. Uiteindelijk heb ik 58 minuten nodig voor de 10 kilometer. Al met al rond ik de OD triatlon af binnen 3 uur. 2:57 als je de wisseltijden op 2 minuten zet. Dat is voor mijn doen echt oke! Zeker voor een tweede triatlon in 1 weekend.

31 mei. Het was weer een warme dag. Ik voel me vandaag een beetje sloom, maar ik wil wel graag even naar buiten. Ik heb nieuwe hardloopschoenen gekocht. Precies dezelfde als ik had, van Ascis. Maar deze zijn weer oorspronkelijk wit en hebben nog zolen er onder zitten. Toch is hardlopen vandaag even niet zo verstandig, dat moet morgen toch weer. Vincent is nog moe van zijn langste triatlon ooit en verder wil of kan er niemand mee, dus ik ga maar alleen fietsen. Mag ik het fietscomputertje ook meenemen. Ik ga maar proberen om de route om de grenzen van Almere heen te fietsen. Vincent zet de route voor me klaar, wat niet moeilijk is, want er is er maar 1. Dacht ik. Ik ga gewoon rustig aan doen. Toch klopt de route niet. Ik dacht echt dat ik de Paradijsvogelweg af zou moeten, maar het computertje is het totaal oneens met mij. Ik doe lekker mijn eigen ding. Ik kom er achter dat ik de wind niet heb nagekeken en dat deze vanmiddag gedraaid is. Dus ik moet maar niet over de dijken terug gaan! Ik ga eerst richting Almere Haven. Met mijn muziekje op. Op de dijk bij Haven gaat het lekker met wind mee. Halverwege gun ik mezelf een pauze.

Ik zit lekker heel even op het bankje en flits dan weer verder langs Almere Haven en het drukke surfstrandje. Ik zal terugrijden door het Kromslootpark en door de stad. Dan heb ik wind tegen. Dat merk ik meteen als ik in het Kromslootpark fiets! Goed dat ik de dijk niet over hoeft. Ik neem een keer de brug over de A6 die ik nog niet eerder heb genomen. Ik ga een stukje langs het Weerwater en dan onder de hoogspanningsmasten door. Het is een beetje zoeken naar de weg en luisteren naar de muziek en bij het stoplicht drink ik zowaar mijn bidon met sportdrank leeg! Dan is het tijd om terug naar huis te gaan. Al met al toch weer een tochtje van 46 kilometertjes.

30 mei

We gingen saampjes een triatlon doen: Vincent en ik. Gelukkig kan ik vandaag nog zwemmen en voel ik me beter dan gisteren. Eigenlijk kwam ik er pas gisterenavond achter dat deze achtste triatlon de langste is die Vincent gaat doen! Hij doet normaal een tiende en nu moet hij het dubbele zwemmen, 2 kilometer meer fietsen en 800 meter langer lopen. Ik denk dat hem dat wel lukt. We gaan bij een collega van Rob uit de tuin, die woont in de Noorderplassen, vlak bij het water. Ik was vergeten hoeveel spullen je ook alweer mee moest nemen!

En dan staan de fietsen er nog niet bij… het zonnetje kregen we er gratis bij en een beetje zenuwen ook. Rob zijn collega is ontzettend aardig. Die vond het wel apart en stelde voor dat we iets verderop het water in zouden gaan en dan terugzwemmen naar het ophaalbrugje. Rob zou ons afzetten en ons opwachten met de fietsen. Vincent zag er erg tegenop, maar ik niet zo.

Het water is lekker diep en best even koel. Mijn horloge wilde de satellieten weer eens niet vinden. Toen Vincent er ook in lag, gingen we aan het zwemmen.

Ik ging al snel overheerlijk! Plantjes onder me, zon boven me en Vincent naast me. Beter kan het wat mij betreft niet worden! Vincent vond de plantjes echter niks. En het leek allemaal zo ver. Dus ging hij vaak over op schoolslag. Daardoor hoefde ik dan weer niet zo hard! Onder de brugjes hadden we telkens even overleg. Ik vind de plantjes leuk om naar te kijken. In tegenstelling tot Vincent raak ik er dan ook niet in verstrikt. Misschien doe ik toch iets verkeerd nog… De 750 meter zaten er al op voor we de ophaalbrug in de gaten kregen. Ik zwom (door de missing satelites) weer eens heel snel de kilometer! En toen onder de ophaalbrug door. Dat was echt genieten. En Vincent maar roepen: ik doe dit zo rustig, dan kan ik er extra lang van genieten!

Rob en zijn collega stonden ons op te wachten met de fietsen. Ik was vergeten de handdoeken erbij te leggen, maar gelukkig telden wisseltijden niet mee. Ik nam ook nog de moeite me in te smeren. Startnummers op en gaan! Eerst binnendoor en dan zo lang mogelijk over de dijk met wind mee. Ik genoot echt met volle teugen van dat gevoel droog te waaien en nat op de fiets te zitten met een startnummer in de weg. En snelheid maken! Maar ook grappig om dat samen te doen en te kletsen onderweg en de enigen die je kunt inhalen zijn dagjesmensen. Dat doen we dan ook vol overgave! Ik probeer er wel een beetje tempo in te brengen, omdat het toch een beetje een wedstrijd is en dat is anders dan een traininkje. Als we de dijk op gaan, gaan we los. Vincent mag van mij voor op de dijk, maar ik hou hem bij en ik voel ook dat ik dat wil! Ik heb geen zin om te stoppen voor een foto. We zien onze basis liggen links van ons. En halen weer een groepje mensen in. Het is wel even uitkijken met oversteken, maar dan op hoog tempo weer door! Tot aan de afslag naar het kunstwerk, maar ook daarna houden we ons niet aan de maximum snelheid van 30 die er opgegeven staat, hihi! We nemen het tweede fietspad naar links en dat is niet handig, want dat is een hobbelpad. Als loper merk je dat niet, maar op de fiets worden we nog even door elkaar geschut. Over het Rode Fietspad gaan we weer hard. Naast ons rijdt een bruine Mercedes C-klasse (dat moet ik van Vincent vermelden!!) Cabrio met open dakje. Ik zeg tegen Vincent: Je weet hoe die auto is met drempels, wij kunnen harder!! Met een brede grijns halen we de Mercedes (met gemak) in! En dan over het bruggetje: “daar zwommen we net nog”. We zijn intussen helemaal opgedroogd. En we hebben wel wat vocht nodig! We komen na 20 kilometer fietsen met een gemiddelde van 29 kilometer per uur weer aan in de ‘wisselzone’. Tot grote verbazing van de collega, gaan we in deze hitte ook nog 5 kilometer hardlopen. Eerst een bidon leegdrinken en ik neem een gel. Vincent zit eventjes op een stoel in de wisselzone! Dat is ook nieuw, maar echt lang duurt het niet. We lopen in de volle zon, dat is onvermijdelijk. Ik hou het goed vol. We lopen weer over de dijk en moeten de fietsers nu ontwijken.

Vincent wordt herkend in zijn rode TVA pakje. We lopen het Da Vinci Pad op. Onverhard schelpenpad. Ik vind het niet erg qua ondergrond, maar de zon vind ik wel heftig! Vincent vindt de zon prima, maar de ondergrond minder. Het tempo blijft iets hoger liggen dan ik gewend ben, rond de 5:35. het hoeft niet, maar het kan gewoon.

We zitten al op 3 kilometer! We nemen een fietspad eerder en ik merk dat ik even inzak, maar nu houdt Vincent mij aan het tempo. Ik krijg serieus trek. We moeten nog 1 kilometer over het rode fietspad. Mijn tekst is een beetje op. Ik maak het vol en wil dan nog langs het bruggetje lopen. We lopen de 5 kilometer binnen 28 minuten. Even uitpuffen en op de foto bij het witte ophaalbruggetje waar alles een beetje omheen draaide vanmorgen!

We lopen heel erg rustig terug naar de tuin van de collega. Op naar een glas water met ijsblokjes! Wij hebben dit naar beste vermogen gedaan en Vincent heeft zomaar eventjes zijn allerlangste triatlon ooit gedaan!

Zijn we niet stoer als de Rode Brigade?

Als we uitgepuft zijn, pakken we alle spullen weer bij elkaar. Ik worstel nog even met het idee dat ik dit nog een keer moet doen over twee dagen met een dubbele afstand. We slaan het zwemmen in het zwembad vandaag eventjes over….

29 mei
We zouden vanavond onze triatlon gaan doen. Ik zit er de hele dag tegenaan te hikken, want ik ben een beetje sloom en down vandaag. Maar dan belt de collega van Rob dat het hem niet uitkomt en of we ook op een ander moment kunnen. Ik weet dat niet zeker, maar als we vanavond niet gaan, dan vind ik dat niet erg! Maar ik wil wel even naar buiten. Dus trek ik (die arme) Vincent mee voor een fietstochtje. “tje” Ik wil eens de andere kant op en de Grote Trap helemaal over. We zullen ook over de Knardijk gaan. Van haast is geen sprake! We fietsen naar de sluizen op de Knardijk.

Het wordt pas vreemd als dat aanvoelt als een ‘klein stukje’. Dan gaan we de Knardijk op. Vincent fietst duidelijk voor me uit, maar ik hou me gewoon rustig. Ik wijs hem op de werkeilanden. Er is ergens een enorm vuur met rookontwikkeling. We komen vrijwel niemand tegen. Tot we bij de volgende sluizen komen: daar stikt het van… de schapen! Ik moet me inhouden om een lammetje niet om te rijden. Het geblaat is niet van de lucht en overal te horen. Zo schattig!

We houden een stop bij de sluizen. Dan gaan we langs één van de Vaarten fietsen. Dat gaat lekker, want we hebben wind mee! Ik kom op een stuk van het fietspad wat ik nog nooit heb gedaan, maar het ligt er goed bij. We zijn al een aardig eind op weg eigenlijk. Dan komen we bij de Grote Trap. Op kilometer 33. Het is er best mooi en apart, maar ook nog steeds een beetje kaal, zo lijkt het. Het is wel mooi met de ondergaande zon.

We houden een stopje om even iets te drinken en even de beentjes te strekken. Het zal toch wel stiekem weer 40+ kilometer worden….

We hebben nog wind mee op de Ibisweg en maken daar flink gebruik van! Uiteindelijk fietsen we op deze avond bijna 2 uurtjes. En 47 kilometer. Het is een saai vierkant rondje om te zien op de kaart, maar de schaapjes en de ondergaande zon maakten het zeer de moeite waard.

28 mei

Vincent ging mee trainen op de baan. Jeugd mag dat weer, maar volwassenen nog niet. Dan ga ik ondertussen zelf maar een rondje lopen. Ik ben een beetje onrustig, want er komen nog werkappjes binnen. Ik ga het rondje Rode Ophaalbrug, het Bloq en door het Wilgenbos weer eens doen. Verder geen opdracht. Gewoon lopen. Ik mis de Rode Brug omdat ik dan aan het appen ben voor het werk. Dat maakt het er niet beter op, maar ik kan er nu toch niet naar kijken!

Mijn schoenen zijn eigenlijk op. En het is eigenlijk ook behoorlijk warm. En ik wil eigenlijk misschien wel iets teveel vandaag. Na 4 dagen werken. Kortom: ik kom niet echt tot rust en niet echt in het lopen. Ik ken de weg eigenlijk wel. Het is groen.

En water. Er zit ook niet echt snelheid in. in het bos voel ik de wilgendruppels. Ik moet toch echt zoeken waar dat nou precies vandaan komt. Ik zie de boten. En bedenk weer iets wat ik eigenlijk even moet nakijken. En ik moet straks toch even nakijken voor het werk of niet iets doms heb gedaan… Zo loop ik dan voort. Van de ene pieker in de volgende. Ohja, ik moet een foto maken! Mooi licht. Maar net te weinig voor een foto. Ga ik de ronde eigenlijk wel halen? Hopelijk is het rustig bij de sluisjes, misschien is het wel eens leuk als ze open zijn, dan kan ik rusten. Dat zijn ze niet, maar zo gaan mijn gedachten alle kanten op. Ik bedenk me dat ik het ga halen. En dat ik maar gewoon doorloop en direct stop als ik er ben. Ik hoeft geen rond getal, geen tien kilometer: ik moet blij zijn als ik weer aan de atletiekbaan sta. En als ik daar ben, ga ik ook meteen zitten. Op gepaste afstand, blij dat ik er ben. Voordeel: hartslag is ook binnen de perken gebleven.

27 mei. Werken en binnen zitten. Op deze prachtige, warme dag. Dat kan ik alleen maar als ik mezelf beloof dat er vanavond nog meer dan genoeg tijd is om te zwemmen! En Vincent gaat lekker met me mee. Naar de Noorderplassen. Omdat het daar zo lekker ondiep begint. Het is druk op het strandje. Maar het is niet koud in het water!

We gaan naar de boei zwemmen. Dat is goed voor het navigeren zullen we maar zeggen. Ik blijf lekker bij Vincent in de buurt, maar mijn horloge vind toch dat ik een stuk harder zwem! Het gaat wel lekker. Ik vind dat we best snel bij de boei zijn. Vincent heeft iets meer contact nodig onderweg. Niet erg hoor, wel gezellig juist. En dan weer terug. We hebben wind mee nu, maar veel is het niet. En dan ineens krijg ik kramp. In mijn maagstreek. Het is zeer onprettig en een beetje misselijkmakend, maar ik zwem gewoon door. Wat moet ik anders?! Misschien even iets langzamer, maar ik zal toch terug naar de kant moeten, hoe dan ook. Vincent zwemt gewoon door gelukkig. En even later trekt het ook weer weg. Vincent heeft nog niet helemaal een kilometer gezwommen, terwijl ik al over de 1500 meter zit. De waarheid ligt ergens in het midden.

We hebben een heel lekker half uurtje gezwommen!

Dinsdag 26 mei. We gaan vandaag aan het einde van de werkdag maar weer eens een stukje fietsen. Rondje Oostvaardersplassen. We gaan over de weg eens een keertje naar de Knardijk toe. Eigenlijk wilde Vincent niet echt een heel rondje, maar ik beloof hem dat we dan wind mee hebben op de dijk en dat we genoeg tijd hebben. Hij stemt een beetje onwillig toe. We kletsen. Op de dijk gaat het lekker. We blijven gewoon fietsen zonder ook maar 1 foto te maken! Vincent fietst 25 kilometer per uur met zijn horloge en met zijn fietscomputertje, ik fiets maar 24,9. We fietsen 33,56 of 33,60 of 33,90 afhankelijk van het apparaat waar je naar kijkt.

Maandag 25 mei. Verjaardag en werkdag. Alles is gewoon zoals de Coronatijd met thuiswerken gewoon aan het worden is. Maar met een verjaardagsrandje. En rust. Mijn beentjes zijn ook wel eens een beetje moe. Wel gaan we wandelen. Heerlijk bij de ondergaande zon in het bos!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-17 Trailmarathon Almere in 3 dagen

3 dagen, 3 loopmaatjes, 3 verschillende paren schoenen,

3 verschillende gebieden en 3 verschillende weertypes.

Ik wilde graag in drie dagen, alledrie de door PL uitgezette trails in Almere lopen. De Garden of Love and Fire heb ik wel al gelopen op 16 april en ook de Kotterbostrail is al een keer grotendeels voorbij gekomen, maar dat is niet drie dagen achter elkaar de hele marathon afstand! Op donderdag 21 mei had ik al gelopen in de vroege ochtend, maar mijn drie dagen gingen vrijdag in.

vrijdag 22 mei

Samen met mijn eerste loopmaatje die me zo vaak op vrijdag vergezelt: Manuel. Op mijn Hoka’s die hierna toch echt aan vervanging toe gaan zijn. Het was broeierig warm buiten. Niet zonnig, maar heet en drukkend. Totaal niet het weer waar ik van hou! We beginnen met de Trailvogelaars, omdat we die vanuit huis kunnen lopen. Ik haal rond 10 uur Manuel op. Heb ik mijn rugzakje bij me vol sportdrank en de laatste gelletjes die we nog in huis hebben, Manuel heeft niks bij zich. Hij heeft drie koppen thee gedronken. We lopen naar de Sieradenbuurt. Als je het mij vraagt, zou ik nu eerst de route oppakken op de hoek, maar wij lopen rechtstreeks naar de Pluktuinen en de bruggetjes. We maken een paar minuscule routewijzigingen en lopen de brug aan het einde van de Evenaar over. Dan naar rechts het bos in. Als vanzelf pak ik ‘mijn’ pad (de ATB-route) in plaats van het brede bospad. Een smal paadje is toch veel leuker? Dat is meteen het nadeel als je het bos zo goed kent en ook een voordeel: je kunt de route een beetje aanpassen en hoeft die niet perse te volgen, omdat je weer naar de correcte paden terug kunt keren. We pakken het ‘heuvelige’ ATB pad weer op. Veel hebben we (nog) niet te kletsen, maar ik geniet op een laag tempo van de struiken en hoe groen alles is en dat ik lekker kan lopen. We moeten een al aardig begroeid pad over en komen dan in het donkere bos wat vroeger nog mooier was. We lopen richting de Kotterbosweg en gaan verder langs het water. Wij komen nu bij het beginpunt. Op de parkeerplaats laat Manuel me zien hoe je een route oppakt en dan gaan we verder het bos in. Dit gedeelte heb ik met Vincent al een keer ‘voorgelopen’ eerder deze maand. We kletsen en zweten intussen onafgebroken.

Ik zou moeten ophouden met me te langzaam voelen voor Manuels tempo, want hij klaagt ook over zware benen, maar dat zal me nooit echt lukken. We slingeren door het bos wat afgesloten was en ik ben echt verbijsterd dat er al 6 kilometer op zitten! We gaan de berg over en dan het Knuppelpad ook over. Het is er mooi en niet zo drassig en “gevaarlijk” als Manuel vreesde.

We slaan de modderafslag verderop over, die zal Manuel een andere keer proberen. We lopen de hele natuurbrug af en komen weer op de Kotterbosweg. We lopen niet langs de vogeltjes, gek genoeg, want dat zou je verwachten bij de Vogelaarstrail! Manuel laat mij het meest voorop lopen omdat ik dan het tempo moet aangeven. We komen bij het PL-paadje: smal en heel dichtbegroeid. Een maand geleden leuk en goed te doen, maar nu een beetje veel te veel overwoekerd! Voordeel als je het bos kent: dan nemen we de andere paden totdat we weer op de route in het bos zijn. Ik vind het daar altijd zo mooi groen! Echt een uniek stukje. Fietspad oversteken en dan weer terug richting de bult. We zien zowaar een fietser in het bos, net als we het er over hebben dat je die maar zelden tegenkomt. We horen kikkers en vragen ons af waarom dit trailen toch zo heerlijk is: is het de rust die de natuur geeft, de extra inspanning die het kost of het loslaten van de snelheidsdrang? Dan wil ik wel een stopje houden om een gel op te maken en we besluiten bij het water stil te staan. Nog net geen bankje!

De wilgen ‘huilen’; er komen druppels omlaag. Manuel onderzoekt of het gewoon water is. Als we doorlopen, komen we geocachers tegen met een ouderwetse GPS. Manuel geeft mij onderricht in boomsoorten. En dan pakken we Dat Ene Andere Pad wat ik vrijwel nooit neem. Ik zal altijd langs de Spoorbaan gaan. Maar deze keer een beetje iets anders en nieuws. Dan het paadje langs het spoor, waar kinderen lekker aan het spelen zijn. Ik ga dan liever net over de berg heen via het ATB-pad. Helemaal naar boven hoeft niet, maar net tot de helft. Het is een gek idee dat ik straks door het andere bos loop, terwijl ik nu vlak bij huis ben voor mijn gevoel. We gaan naar het overbekende pad langs de plassen. Ik heb het even iets zwaarder omdat ik nog zover ‘moet’ en omdat ik hier niet hoeft te kijken: ik was hier gisteren ook en toen was het nog veel mooier met de zonsopkomst! Er zitten ook al 12 kilometer op, dus het grote aftellen is begonnen. We lopen langs het centrum en komen een andere hardloopster van de Almeerse Dames tegen. En dan pakken we in het bos nog een redelijk nieuw pad, wat ik voor het eerst zou lopen als ik dat niet al eerder deze week had gedaan! De broeierige warmte went eigenlijk ook wel een beetje. Dan door het open hek en zo komen we in het Oostvaardersbos. Ik begin het wel zat te worden en de route over de grijze steentjes met de hete lucht erboven vind ik niet zo tof. Ik wil eigenlijk nog een stopje voor de laatste gel om thuis te halen, maar ik wil niet op dat pad wachten waar je het gevoel hebt onder een deken door te lopen. We stoppen aan de bosrand en ik vergeet de vogel te bekijken. We lopen nu over het huiswerk van Vincent te kletsen! Het gelletje werkt gelukkig goed en ik hoeft nu nog maar een paar kilometer. Mijn hartslag en tempo gaan vandaag geen records breken. De brug over en dat is zo bekend dat ik niks meer er van weet en dan het trapje af. We lopen over het onverharde pad achter de wijk en daar is het ook warm. Intussen ben ik best moe. Wat ik aan het begin al vermoedde wordt nu bewaarheid: het ommetje naar de Sieradenbuurt had ik liever in het begin gemaakt. Nu voelt het alsof het verder weg ligt. Maar we maken de route af! Hoe lang het ook zal worden! En dan zijn we rond en lopen we precies dezelfde weg weer terug naar huis. Pfoe! Het worden 19 kilometer maar liefst. Met een gemiddeld tempo van net geen 9 kilometer per uur, maar dat boeit me niet. Ik moet nog 2 dagen hierna! Ik ben in een topje gegaan wat ik heb gevonden toen ik de kast opruimde. Geloof het of niet, ondanks dat er nauwelijks zon was, ben ik helemaal bijgekleurd op mijn schouders!

Zaterdag 23 mei

Vandaag neem ik Joyce mee. Naar de enige route die nog nieuwe paden belooft: de Kemphaan. Ook hier kom ik vaak en denk ik het meeste echt wel te weten. Het is minder heet vandaag. Maar ik heb meer pijntjes: mijn achillespees links, mijn schaambeen, mijn knie (ik weet niet of het links of rechts zit): allemaal kleine zorgenplekjes. Ik doe de nieuwste zwarte Ascis schoenen aan, want het kan wel aan de Hoka’s liggen die bijna 1000km met mij hebben gelopen. Gelukkig willen Joyce en ik niet hard gaan lopen. En misschien plakken we nog een blokje aan de loop van 12 kilometer, maar dat zullen we aan het einde wel zien! We gaan het kabouterpad over en nemen een verkeerd afslagje. Ach, dat kunnen we later overdoen! Nu komen we weer op de route. Joyce heeft veel te bepraten en ik vind het prima, als het maar niet snel hoeft! Het duurt een kilometer of twee, drie voor mijn pijntjes zich gezet hebben en verdwenen zijn. We slingeren achter over de Kemphaan voor mijn gevoel en sommige stukken zijn overbekend, maar andere zien er anders groen uit. We komen op een smal pad en daar loop ik verkeerd. We maken een geinig vierkantje, lachen erom en dan vinden we het goede nog smallere pad. We zwerven een beetje achterlangs en komen op de grote cirkel. Raar dat we nog niet heel veel ver zijn, terwijl het voelt alsof er al een heel stuk op zit! We lopen langs de weg en steken die bij het brugje over en dan gaan we het bos weer in. De nieuwe paden moeten nog komen! Het is heel goed te doen om de route te volgen. We dwalen lekker door en ik weet wel waar ik blijf, maar niet precies hoe ik zal uitkomen. We lopen achter Stichting Aap en zullen straks aan de andere kant weer terugkeren. Hoewel het niet zo benauwd is als gisteren, is het toch nog zonnig en warm. Ik heb vandaag een t-shirtje aan. Altijd een korte broek. Ook mijn rugzakje is er weer bij en gisteren zijn nieuwe gels binnengekomen. Ik heb intussen wel wondjes op mijn rug van het schuren van de rugzak. Mijn voeten houden het prima. Mijn knieën en de rest ook. En dan komen we op paden die mij totaal nieuw zijn. Misschien ook omdat ik niet meer zo goed oplet en we lekker aan het kletsen zijn. Ik dacht dat we verder de Kemphaan op zouden gaan richting Nobelhorst, maar we komen aan de Vaart uit. Daar lopen we even over het fietspad tot we onder de Waterlandse Weg door zijn. Daar moet een prachtig verborgen pad zijn, maar ik heb deze opgang al vaker gezien. Na een paar honderd meter echter, komt het pareltje tevoorschijn! Smal, groen, door het bos en er zijn prikplanten en brandnetels die de hoogte in komen.

Het is er prachtig en we wandelen er lekker doorheen. Vandaag ligt het tempo nog lager en dat is helemaal niet erg, voor geen van ons beiden. Midden in het bos stoppen we. Een energybreak. Geen idee meer waar we precies zijn, maar we zijn op de helft ofzo. We dwalen weer verder en bij het algehele gevoel van trailen hoort ook dat het niet meer echt uitmaakt waar je bent of heen gaat. Gewoon lopen en vertrouwen hebben. We komen op een breed pad en Joyce gaat even door haar rug. Ik maak me zorgen, maar dat is gelukkig niet nodig. We maken veel meer stops dan gisteren! We gaan over het brede pad en dat is niet mijn ding met de zon. Dan het brugje over het Schapenbos in. Herten zien we niet vandaag, die horen ons van verre al aankomen. We lopen even verkeerd en moeten op onze schreden terugkeren. Het pad wat terugleidt naar de route houdt op te bestaan. Dan lopen we door een totaal nieuw stuk bos en opeens staat er een paddestoel uit hout gesneden te staan. Zomaar.

We maken er een lange fotostop van. Omdat het kan. Ik begin te vermoeden dat het bij 12 kilometer blijft vandaag en eigenlijk vind ik dat ook prima! Morgen nog een dag… Alhoewel ik dat ook zou kunnen skippen, omdat ik die al eens heb gelopen. Gisteren begreep ik dat het niet drie dagen achter elkaar hoeft. Als je ze alle drie maar een keer doet! We hobbelen weer verder en dan liggen er geitjes op ons pad!

Ik heb veel gezien op de paden; runderen, herten en zelfs ooit een zwijntje, maar een wilde geit nog niet! Er is een schattig kleintje die ik wel wil meenemen, maar ik kom er niet aan en we lopen snel verder als de papa-bok er aan komt. Dan komen we weer op het brede pad in de zon. Dan lopen we naar het bogen-bomen-poortje wat nu prachtig groen is. Heerlijk, echt geweldig.

Ik vind het klaar daar. Wat mij betreft lopen we terug, maar we gaan nog een klein ommetje maken langs de aapjes. Joyce maakt een foto en ik ga in de schaduw staan. Ik voel me vermoeid.

We lopen rustig verder langs de apen in quarantaine. Klinkt zo leuk tegenwoordig! We lopen weer verder en bijna verzwik ik mijn linkerenkel, maar het gaat gelukkig goed. We stoppen nog bij de lama’s: die kijken zo schetig!!

En dan lopen we over het middenterrein van de Kemphaan en tussen de bomen door. Het is wel goed geweest voor mijn gevoel, maar ik wil nog wel de 13 kilometer volmaken. Grappig genoeg scheelt dat toch altijd per horloge, dus heeft Joyce iets anders gelopen dan ik! We lopen nog een keer over het kabouterpad en namen de andere afslag. Die leidde langs trappetjes en een schattig brugje. En zo komen we weer bij de auto. We hebben heel, heel rustig gelopen. En heel, heel veel genoten!

Zondag 24 mei.

Tijd voor een rustig trailloopje met het laatste loopmaatje: Vincent gaat me vergezellen vandaag! Op de laatste dag dat hij 13 is. De fijnste witte ascis gaan aan en het rugzakje is een blijvertje. Het weer is totaal anders vandaag: zwaar bewolkt en regenachtig. Ik wil niet over de dijk, dus ik heb de route een beetje aangepast. Vincent doet zijn regenjasje aan, maar ik kies ervoor om de berichten te lezen die pas vanmiddag regen voorspellen. We hebben de tijd aan onszelf, maar ik wil dit vanmorgen afronden! Als we in de auto zitten regent het. Zou het straks dan droog zijn?! Dan ruikt het in elk geval lekker, zeggen we nog tegen elkaar. De pijntjes zijn zo’n beetje weg en ik vind het een geruststelling dat het niet hoeft, omdat ik dit al een keer heb gedaan. Vincent pakt mijn horloge, want hij wil de route volgen. Dat is in het begin even wennen, maar daarna gaat het heel goed. In het bos is de grond nog niet nat, maar de bladeren zijn dat al wel en het blijft druppelen. Het gras naast het bos is wel nat en voor we een kilometer onderweg zijn, onze voeten, sokken en schoenen dus ook. Het tempo ligt laag, maar dat is prima! Het begint minder hard te regenen. Wij slingeren door het bos en het is hier ook best mooi eigenlijk, nu ik de tijd heb om rond te kijken. Alles is groen en fris. En steeds een beetje natter… net als wij. We komen bij een plek waar het wit is van de pollen! Het lijkt wel sneeuw!

Vincent doet zijn capuchon op en af, hij kan niet kiezen. Ik heb het niet koud maar ik besef wel dat natregenen de hele tour niet gemakkelijker maakt. Je kunt niet even stoppen, want dan wordt het te koud. We lopen een rondje om het meertje. Het kruis zien we niet meer.

We hobbelen weer verder door het bos. We proberen wat sneller te gaan, want er zit een koekoek die onafgebroken ‘koekoek’ roept. Nu is dat heus het werk van zo’n beest, maar deze weet van geen ophouden en werkt op de zenuwen! De herrie vergezelt ons zeker een kilometer lang. Vincent roept netjes links en rechts. We komen een mevrouw met paraplu en hond tegen. Ja, het regent nog steeds en niet echt zacht ook. Of dat zijn de druppels die van de bladeren af komen, dat kan ook. We gaan even schuilen onder het bruggetje op het fietspad. Vincent checkt de Pokemons en ik krijg het kil. We nemen niet het op-en-neertje naar het kruis. Omdat het regent. We willen het bos weer in! De voeten zijn toch nat. We slingeren tussen het groen door en komen op het kruip-door-sluip-door-pad. Nu is het meer een nat-pad.

Natte bladeren en natte boomstammen. We wandelen er half doorheen en wandelen langs de weg ook even om te bespreken of we dit wel zullen afmaken. We zitten nog niet op de helft en we zijn allebei best vermoeid. Natuurlijk wil ik het volbrengen! Ik denk erover om Vincent terug naar de auto te sturen, maar hij wil ook wel bij me blijven lopen.

Daar loopt mijn kleine held! Natte voeten, natte haren en donkere lucht, maar we gaan gewoon lekker verder!

We lopen weer door het bos en daar is het iets droger. We komen op bekende paden en dan op een onbekend pad. Ik dacht echt dat we de andere kant op moesten, maar goed… Ik zie iets in de verte onder de boom en sta accuut stil. Het is een hertje! We lopen voorzichtig op het hert af en dan rent ze weg. Ik zie nog steeds iets liggen….

Heel voorzichtig lopen we door en wat we dan zien maakt alle regen en al het afzien goed. Daar ligt een minuscuul klein hertje. Het is zo goed als zeker net geboren. Ik denk dat er zelfs nog vruchtwater omheen ligt.

Dit kleintje is nog kleiner dan onze katten! En grote ogen. Arm ding, we hebben zijn moeder verjaagd! We lopen er voorzichtig voorbij en dan staat het ukkie op en springt de andere kant op als zijn moeder. We vertrouwen erop dat ze elkaar weer zullen vinden. Wat een prachtig en uniek gezicht! Als we verder lopen, ben ik onder de indruk. Totdat we de koekoek weer horen. Onafgebroken. Stom beest! We lopen zelf maar gewoon door en de regen wijkt zelfs een beetje! Het is echt even droog. Ik kan me weinig herinneren dat ik hier ooit eerder liep, volgens mij had PL een iets andere route vorige keer, maar we komen goed uit op het fietspad en de route op het horloge volgen we precies. We zien ineens 4 andere lopers en 2 ervan herken ik zelfs! We stoppen even zodat Vincent de winegums kan pakken. Dat moet hem dan maar even op de been houden als we nog een kilometer of 5/6 voor de boeg hebben. Vincent wil graag bovenlangs lopen en dat mocht van PL niet, maar ik vind het goed. We komen op hetzelfde punt uit, langs het water.

We komen langs het derde kruis en die hangt er nog. Dit is de enige die we zullen zien! We hobbelen nu rustig verder en zullen het samen afmaken. Ik merk elke keer als ik een gel heb genomen dat ik weer even opkikker en de winegums doen Vincent goed. Vincent stelt voor een spel te spelen met de woordslang. Dat is slim van hem, want het leidt lekker de aandacht af. We komen over de weg en dan gaan we het laatste stukje bos in na een stopje. Het is opgehouden met regenen en dat maakt het een stuk beter! Ik zeg elke keer: daar is het bordje, maar ik heb het elke keer verkeerd! Ik heb in dit deel de route gewijzigd, zodat we een rondje lopen voordat we de verharde weg terug naar de auto op gaan. Vincent vind het niet erg dat we met dit drassige weer het boomstammenbrugje zullen overslaan. We moeten de woordslang staken. Dan komen we over een brug waar ik elke keer zo graag overheen wilde!

Het is helder dat ik vanaf nu de route heb gedaan, want het is saai en rechttoe-rechtaan. We zitten boven de 10 kilometer en daar hebben we ellenlang over gedaan! Onze horloges lopen 400m uiteen. Vincent gaat meer lopen dan ik! Nu is het een kwestie van teruglopen. Niets meer en niets minder. Over asfalt. Er zijn opeens veel andere zondagochtendrenners. Als we langs het watertje lopen, begint het weer te regenen. Ja, dat kan er ook nog wel bij! Het ging net weer lekker en we halen het gemiddelde tempo omhoog op dit asfalt. We waren toch al nat en koud. Dat kost veel energie. In vergelijking met dit was het gister en eergisteren een stuk gemakkelijker! Ik ben blij dat Vincent erbij is blijven lopen. Om het nog extra cachet te geven, waait het intussen ook flink over de polder heen. Het is gewoon afzien, maar we ploeteren door! Tellen elke kilometer af en blijven rennen op de vreselijke saaie, koude, kille, natte en uitzichtsloze Brikweg. Vincent kwebbelt wel lekker door en houdt de moed erin. We horen dat ze (in de buurt) aan het jagen zijn. Als ze de koekoek nu eens opzoeken…. Ik ben blij dat Vincent erbij is. Als ik alleen was, was ik gaan sjokken. Er zit toch een marathon in 3 dagen op! Ik ben klaar, dit hoeft niet meer! Maar lopend ben je sneller en koel je minder af. Het regent weer. We zijn helemaal nat. Ja, zo voelt het om de marathon af te maken ja. Trots en vermoeidheid en berusting. Dan loopt Vincent volgens zijn horloge maar meer. Ik wil er zijn! Vincent verheugt zich op de (allerlaatste) hersteldrank zelfs! De hoek nog een keer om en dan zien we de auto. Ik haal ook de 13 kilometer. Ook de telefoon is net te nat voor een scherpe foto.

We willen niet eens meer langs het kunstwerk lopen. 13 Kilometer is mooi geweest. Een warme trui, stoelverwarming en M&Ms wachten! We rijden doornat en vies, maar uiterst voldaan naar huis. Ik heb bijna 60 kilometer gelopen in een week. Ik mag mijn herinnering gaan ophalen bij PL, maar ik ben best blij dat PL zelf onderweg is om te hardlopen. Dat komt later wel een keer! Dan herinner ik me de loopjes met maatjes, met teveel hitte en regen. Dan herinner ik me het groen en de lama’s, geitjes en een mini hertje. Dan zijn de scherpe kantjes eraf die vermoeiend en pijnlijk waren. Dan herinner ik me alleen nog hoe mooi Almere is! Bedankt PL voor het uitzetten en de uitdaging. Bedankt voor het meelopen Manuel, Joyce en Vincent.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-16

14 mei Terwijl Vincent weer eens (na 8 weken!) op de trainingsbaan hardliep en keurig afstand hield, ging ik samen met Rob wandelen. En ons vooral verbazen over de nummering van de rode bruggen. Als wij de logica al missen…. Maar de wandeling was heerlijk!

15 mei SG komt naar me toe. We moeten voor Trispiration dit weekend 10 kilometer hardlopen, 60 kilometer fietsen (dat was eerst 90) en 1 kilometer zwemmen. Hoeft niet achter elkaar. En als zwemmen niet lukt, mag je ook 3 kilometer lopen. Ik kan beter lopen, want dan ben ik sneller, maar ik vind zwemmen een leukere uitdaging, dus ik doe netjes wat er staat! SG doet ook mee en zondag gaan we samen fietsen. Deze ochtend gaan we samen hardlopen. SG komt naar mij toe, want deze omgeving kent ze helemaal niet. We gaan niet om het hardst lopen, gewoon lekker rustig en lekker bijkletsen. De wedstrijd laten we aan anderen over! Voor mij is de route bekend en ik kijk niet meer op van de Oostvaardersplassen. We kletsen aan 1 stuk door en daar is het tempo uitstekend aan aangepast! We lopen naar de dijk. Het zal ons wat dat het meer dan tien kilometer wordt. Op de dijk is het helemaal heerlijk!

Nadeel van al dat groen is dat het ook licht wegneemt!


Het wordt alweer drukker op de dijk. We gaan teruglopen door het bos. Ik sta er figuurlijk maar eens bij stil hoe prachtig groen het intussen geworden is hier. Letterlijk staan wij niet stil en zijn we ook niet stil. Ik kan heerlijk kletsen met SG. En ik loop ook heel gemakkelijk eigenlijk. 11 Kilometer maak ik weer zonder moeite vol.

‘s Middags ga ik met een andere vriendin wandelen in het Beatrixpark. Zij is iets minder sportief en een rondje om het Weerwater van 7 kilometer is hoog gegrepen voor d’r! We lopen rustig rond en hoewel zij al langer in Almere woont dan ik (zij heeft Big Brother gemonteerd in Almere, toen ik van het bestaan van Almere nog niet afwist), kent ze het Beatrixpark minder goed. We zitten in het Den Uylpark op een bankje. En ondertussen kletsen we ook gewoon.

Voor veel mensen zou dat meer dan genoeg sportiviteit zijn op 1 dag, maar niet voor mij! Ik ga vanavond samen met andere mensen van Trispiration zwemmen in Amsterdam en Vincent gaat ook mee! Dan vind ik het minder spannend, maar deze keer is de uitdaging om Amsterdam door te rijden. Tjongejonge, wat is het parkeergeld vreselijk duur. Maar goed, ik klaag niet en ik klets lekker met mede-Trispiration-vrouw PK. Vandaag heb ik een verjaardagsfilmpje voor JB gemonteerd en ik heb alle leden zowat voorbij zien komen. PK heeft mijn hart gestolen als rasechte Amsterdamse die door Trispiration buiten is gaan zwemmen. In het echt is ze nog veel authentieker! De rest van de groep komt ook. Nadeel hier is dat je eigenlijk geen spullen kunt achterlaten (hoewel ze voor het entreegeld wel een kluisje hadden kunnen regelen zeg) en we moeten nog een stukje lopen naar de boom. Omdat ik twee afstanden doe -zowel de korte als de lange- moet ik eigenlijk ook twee keer een kilometer zwemmen. Vind ik niet erg. Maar dan moet de rest op ons wachten. Vincent inclusief. We zijn met een man/vrouw of tien.

Ik ga met Vincent het water in en hij heeft het koud. “Zit ook geen vet op” zegt JB. Het arme kind heeft het echt lastig en ik blijf met hem praten tot we in de zon komen en het warmer is. Ik ben er dan al door. Het water is ook troebel. ‘Ik ga eigen tempo zwemmen’ zegt Vincent en ik kan hem zowaar een tijdje volgen. Ik merk dat ik ontzettend lekker ga. Ik zie de anderen voor mij zwemmen, want die waren er eerder doorheen dan mijn kind, maar ik kan ze ook nog altijd bijhalen. Ik weet niet wie ik inhaal, maar ik zit er gewoon echt goed in. Ik vind de temperatuur top, ik adem aan twee zijden en ik zwem gewoon moeiteloos. Het zullen de pannekoeken zijn! De groep wacht aan de andere kant en Vincent is daar al bij. Het gaat hem nu hartstikke goed af. Als JB verbaast zegt dat ‘de kleine’ voorbij kwam zwemmen, voelt die ‘kleine’ zich een beetje in zijn wiek geschoten! Ik zal een groter ommetje maken, terwijl Vincent met de (snelle) mannen mee terug zwemt. Dan zwem ik heerlijk en met een topgevoel alleen richting links. Ik zoek een kraan uit in de verte die als navigatiemast kan dienen en ga lekker zwemmen. Ik stop als ik bij 1 kilometer ben en volgens mij heeft het horloge me aardig voor de gek gehouden en heb ik harder gezwommen dan ooit, maar het klopt wel met hoe goed ik me voel en ik doe het er lekker voor! Ik zwem op een andere oranje boei af. De rest zwemt ver rechts van mij. Ik geniet ervan hoe veilig ik me voel in het water en hoe lekker ik zwem en hoe gemakkelijk het ademen gaat en hoe leuk het is. Ik maak een grote oversteek richting de rest en heb geen idee hoe ver ik ben. Ik zie Vincent in de verte zitten en hij zegt me dat hij heel veel te vertellen heeft. Ik moet nog een paar honderd meter zwemmen en dat doe ik dan maar door op en neer te zwemmen. Had ik vorige week nog moeite met 2 kilometer, nu zwem ik ze zo weg en vind ik het nog jammer ook dat het voorbij is! De tweede kilometer is wat meer op mijn echte tijd…

Ik klim met een klappertandende Vincent het water uit. Lastig dat je spullen dan ver weg liggen. Mijn lievelingsplek is dit niet, hoewel ik heerlijk gezwommen heb. Ik moet Vincent echt overhalen om te gaan lopen, terwijl PK op ons en de autosleutel moet wachten. Pas bij de auto lukt het me om Vincent om te turnen. Voor de korte afstand moeten wij als team 1 kilometer zwemmen (net gedaan) en 5 kilometer hardlopen. Ergens dit weekend moeten we ook nog 20 kilometer fietsen. Nu zijn we toch bezig, dus laten we de Trispiration kleren aandoen en gaan lopen! We hebben wel even op de kaart gekeken en we zouden om het water heen moeten kunnen lopen. Ondertussen gaan we ook de ‘fartlek’ van de bingo-kaart afstrepen. Dan pak je iets en bij elk voorwerp ga je twintig passen versnellen. We denken dat het wel meevalt met de drukte en kiezen tegenliggers uit. We gaan rechtsom en tellen om de beurt de passen.

Verder zullen we niet heel snel zijn na het enorme snelle zwemmen wat Vincent heeft gedaan en het feit dat ik vanmorgen ook al heb hardgelopen. Als we de bocht omgaan, blijkt het stervensdruk in het park! We komen bijna niet meer toe aan rust en we beginnen de paden te kiezen die er het meest stil uit zien of af te slaan voor we mensen moeten inhalen. We lopen langs het Science Park en raken zo een beetje het spoor en het water bijster. Niet erg, want we hebben ontzettende lol met filmen en passen tellen en naar de brug toe lopen waarvan ik denk dat er Skippy op staat, maar als we dichtbij zijn staan er de letter SCPRK.

We proberen maar mensen te ontwijken, wat in Amsterdam een hele kluif is! Om onszelf een plezier te doen besluiten we de tweede voorbijganger te nemen, maar dan moeten we nog meer tellen en bijhouden en dat is al lastig! Dan zijn weer terug in het park en opeens zien we een bijna leeg pad!

Nadeel is dat we dan weer langs de auto lopen en pas 3 van de 5 kilometers hebben gehad. We gaan terug richting het water en dan zien we een brug. Die gaan we op natuurlijk, maar ik vind het gewiebel en de grootte echt eng! Vincent ziet alleen de megagrote schepen in het kanaal en stuitert van opwinding.

Ik denk bij mezelf: ik moet ook weer naar beneden… Na een korte stop voor foto’s dalen we weer af en ik merk dat ik echt moet wordt. We lopen een stukje tussen het kanaal en het water waarin we zwommen en gaan dan onderlangs terug, omdat daar niemand loopt gelukkig. Ik besluit om na 5 kilometer ook direct te gaan wandelen. Nou, dan is het aardig op bij mij hoor! De 5 kilometertijd is dan ook geen hoogtepunt, maar desondanks vond ik het superleuk om te doen samen met Vincent! That’s what counts!

16 mei Een lekker slome, stille zaterdag. Ik heb eigenlijk nergens zin in. Ik maak het hele huis schoon en ik doe alle klussen die ik moet doen, zodat ik hierna kan genieten van een week vakantie. Het is een soort verplichte vakantie, want ik moet mijn dagen voor 1 juli opmaken. Het fietsen met Vincent stel ik uit tot de avond. En dan heb ik eigenlijk nog niet zoveel zin. Maar goed: 20 kilometer is te overzien. We gaan naar de Praambult en we hebben wind mee. Het lukt me ook niet echt om zin te maken, hoewel samen met Vincent fietsen nooit een straf is. Maar toch fiets ik zo hard mogelijk om er maar zo snel mogelijk vanaf te zijn. Op de Praambult maken we foto’s van de vlakte en Trispiration.

Dan fietsen we snel weer terug. De twintig kilometer komen vol en soms is dat mooi genoeg. Voor mij vandaag tenminste wel! Ons team is klaar met de korte afstand!

17 mei Maar de lange afstand moet ik nog doen… Ik heb vanmorgen met SG afgesproken om te gaan fietsen. Eerst zou het 90 kilometer zijn omdat de Brouwersdam Triatlon die dit weekend zou plaatsvinden, ook zoveel fietsen in zich heeft, maar gelukkig is dat ingekort tot 60 kilometer. Dat vind ik helemaal niet erg! Wij gaan wederom niet voor de snelheid. Ergens heeft SG gezegd dat ze 25 kilometer per uur heel mooi zou vinden, maar ik voel dat alsof het voor mij te snel is en dat maakt me nerveus. SG doet de route en we gaan het Gooi in. Een route voor SG bekend, maar deze keer niet voor mij! Nu moet ik haar kant op fietsen en om 9 uur vertrek ik met maar een heel klein beetje zin en te warm aangekleed. Als we samen Almere uit fietsen, vind ik het al leuker en gezelliger worden en kom ik waar ik nog niet eerder ben geweest! SG verzekert me dat 25 maar een getal is en dat het helemaal niet uitmaakt, dus ik let er niet meer op. Ik heb de mouwtjes uit en we kletsen gewoon weer verder alsof we elkaar niet vrijdag nog zagen! De Hollandse Brug over en dan richting Naarden. We gaan de andere kant langs en dan gaan we richting de Hilversumse Meent. Het is rustig om sommige plekken op deze zondagochtend, maar als we bij ‘s Graveland zijn is het opeens weer superdruk. SG doet de route en het is heerlijk dat ik me daar niet druk over hoeft te maken. We fietsen langs kanaaltjes en over rechte weggetjes. We komen bij Ankeveen en dan gaan we een paadje op wat onverhard blijkt te zijn. Langs de Wijde Blick. Het pad is prachtig en ik geniet er enorm van.

De kattige vrouw langs de kant en de man met een grote fietskar kan mijn humeur niet bederven wat intussen helemaal is opgekalefaterd! Dan rijden we door Nederhorst den Berg waar het druk is en daarna binnendoor naar de Vecht. Ik ben al heel wat kilometers aan het verzamelen. Het gaat prima zo! We komen bij het pontje bij Nigtevegt en die kan ik niet laten liggen, ondanks dat de route er niet langs gaat!

Aan de overkant genieten we van het zonnetje en zoeken we uit of we ook aan de andere kant langs de Vecht kunnen fietsen. Dat is voor mij ook weer nieuw en het is ontzettend mooi en redelijk rustig. Opeens komen we weer op de grote weg bij Naarden en gaan we terug richting het Naardermeer. In mij komt het stomme plan op dat ik zo lekker fietsen en dat we dadelijk dan eindelijk wind mee zullen hebben, dus dat ik dan maar over de dijken terug zal gaan en er 90 kilometer van kan maken. Met dat idee was ik echt nooit weggegaan, maar nu het kan…. SG fietst met me mee over de IJmeerdijk. ik zit op 70 kilometer en tussen Duin en de bocht hebben we nog wind tegen. Ik heb het even zwaar, want nog 20 kilometer erbij is best wel een stuk nog! Maar dan gaat de wind meewerken en wordt het gemakkelijker. SG gaat naar huis, zij zal de 60 kilometer ook met gemak halen. Ik vlieg door. Bij het Bloq zie ik twee clubgenoten en ik prent me haar fietskleur in die ik prachtig vind. Dan fiets ik door naar huis. Het zal op 85/87 kilometer uitkomen. Nou, dat niet dus! Nu ga ik de negentig ook volmaken ook. Ik rij om via de Evenaar en kom mooi uit! Het gemiddelde ligt op 24,5 en dat vind ik heel mooi! Mijn lange afstand zit er ook op.

18 mei Echt uitrusten doe ik niet! Ik doe een heleboel leuke dingen op mijn eerste dag vrij sinds ik bij Qonsío werk. Er staan ook nog twee hardloop-opdrachten op de bingo. Allebei zijn ze zwaar voor mij! Een intervaltraining is vandaag aan de beurt. Ik weet dat je die niet moet onderschatten. 15 keer 30 seconden versnellen. Ik ga rustig inlopen op mijn bekende route over de Evenaar en daarna aan de versnellingen beginnen.

Een clubgenoot fietst me tegemoet. Ik tel 30 seconden af. En dan weer kalmpjes aan voor anderhalve minuut. Dat lijkt lang, maar ik weet al dat ik ze straks nodig heb. Een meneer in een lange broek haalt me in. Ik haal hem in als ik weer versnel. We gaan ongeveer samen het onverharde pad op en hij haalt mij weer in. En dan ik hem weer. Hij keert om, en ik hoop niet dat het door mij komt!

Ik tel en in het begin kijk ik nog na een minuut of ik alweer mag. Na 5 keer spreek ik in dat het inderdaad niet meevalt! na 7 keer ben ik bij het Oostvaarderscentrum. Nu kan ik gaan aftellen! Het wordt wel steeds zwaarder, ook al lijken het maar dertig seconden. Ik heb steeds iets meer tijd nodig voor ik weer ga rennen. Ik ga over de berg en daarna ga ik weer het bos in. Na 10 keer neem ik nog een kleine opname. Elke keer loop ik 100m. Niet snoeihard, maar voor vandaag is het prima! En zeker op de bos-ondergrond. Ik moet ook de brug op versnellen en de laatste keer is de wijk in. Ik ben blij dat ik het heb gehaald, maar echte sprintster is aan mij niet verloren gegaan!

‘s Avonds ga ik nog lekker fietsen samen met Vincent. Ik heb een beetje een gekke route – anders dan anders- in mijn hoofd. Vincent fietst vrolijk mee de andere kant de Trekweg op de hele Ibisweg af. Ik ga niet zo hard (meer), maar ik heb geen enkele last van zadelpijn of ongemakken. We fietsen lekker door Nobelhorst en dan langs het water naar het kasteel. We gaan de stad in en ik heb het idee om maar eens te kijken of Vincents school er nog is. Hij vind het wel leuk om de stille plek te zien. Dan doet hij de route terug, die van zijn vriendje. We fietsen weer 25 kilometer.

19 mei. Ze zitten er tussen, van die dagen dat er niet echt iets lukt of je eigenlijk nergens zin in hebt. Voor mijn baas is het een prima dag omdat ik vakantie heb en dus ook niets hoeft te doen eigenlijk! Maar dan komt het appje van MB of ik mee ga fietsen. Ik weet niet hoe snel ik ‘ja’ moet terugtypen! Ik maak mee het huiswerk een beetje af en om 2 uur vertrek ik richting haar in Almere Haven. Dat is goed voor mij, want dan kan ik even de warming-up zelf doen en de eerste muizenissen in de tegenwind verliezen. Ik hoeft weer niet hard of ver. Een rondje van 50km heb ik uitgezet, over de Grote Trap. Ik word blij als ik MB zie staan op de dijk in het rood van de club. Per onmiddellijk een big smile! Ik weet niet hoe ze het doet, maar mijn humeur knapt er enorm van op. (en dat is niet omdat ze meeleest….) We gaan wind meenemen als we over de Gooimeerdijk fietsen. Ondertussen kletsen we alsof we elkaar maanden niet hebben gezien. Wacht – dat is ook zo! Ik weet niet zoveel aan deze kant, maar MB wel en we fietsen door tot de Eemhof. Sommige mensen vinden dat we niet genoeg opzij gaan, andere heren halen ons zomaar in. Ik heb de tijd voor gezet zodat ik me niet kan opwinden over het (ontbreken van) tempo. Dat geeft mij rust. Dat de wind nog niet tegen waait, zorgt dat je prima kan blijven praten! We gaan een lange gewone weg op door de polder, maar ik ben hier nog nooit geweest. En dan een klein paadje. Ik vertel honderduit. Je zou bijna medelijden krijgen met MB omdat ik zo’n goeie zin heb gekregen en haar de oren van het hoofd klets. We komen bij een fietspaadje wat ons binnendoor richting het Horsterwold brengt en dan hebben we wind tegen. Niks kan mijn goede bui meer bederven en wind-tegen al helemaal niet! We gaan door het Horsterwold en hebben het over kippenlevertjes. Dan twijfelen we even hoe we uitkomen als we een ander pad pakken, maar we willen over de Grote Trap en dan moeten we toch echt eerst het water over. Op de Grote Trap hebben we wind tegen. Dat wisten we. Je rijdt nu tussen het hoge ‘onkruid’ door en dat is prachtig. We slaan de bankjes over, maar ik voel wel een kleine behoefte aan een momentje zonder wind. Dat het ruim 50 kilometer worden staat ook vast. Pas na de Vogelweg nemen we een klein stopmomentje.

We rijden over de Ibisweg en dan steken we door naar de Trekweg. Ik ben bijna rond en MB zal terugfietsen naar Almere Haven. Als ik na 58 kilometer de fiets af stap, ben ik zoveel blijer dan toen ik vertrok!!

Woensdag 20 mei. Ik doe een lunchwandeling met Manuel. En verder vier ik vakantie. Zeg maar.

Donderdag 21 mei. Er staat nog 1 vakje open op de bingo: lopen bij zonsopgang. Dat is de moeilijkste voor mij, want ik ben meer van de zonsondergang. Op deze Hemelvaartsdag staat de wekker op 5 uur. En Vincents wekker ook. We zullen nuchter gaan lopen. Om 10 over 5 staan we buiten. Het is niet zo koud, maar wel stil en mega-rustig. De bus rijdt voorbij. Verder is er geen mens te zien. Toch is het niet meer echt donker.

We lopen langzaam het bekende rondje over de Evenaar naar de berg en verder langs de plassen naar het Oostvaarderscentrum en dan via de trap weer terug. Niet teveel vanmorgen en zeker niet te hard! Pas op de Evenaar durven we hardop te gaan praten. Onze voetstappen en de vogels maken de allergrootste herrie. We gaan de heuvel op en zien de rode lucht in de verte al verschijnen.

Er hangt een prachtige mist boven het water. We lopen rond de 7 minuten per kilometer, want we hebben niks gegeten. We lopen onverhard. Elke auto op de Hogering maakt het geluid van een vrachtwagen! We gaan langs het water lopen en het is net na half 6. We zien de zon boven de Oostvaardersplassen opkomen. We staan er echt voor stil, want dit gaan we niet meer heel vaak meemaken!

De zon is best snel op, kwestie van een minuutje en dan verandert de kleur van roodgetint naar geelgetint. De mist boven het water vibreert en de vogels kwetteren door de frisse lucht heen! De ganzen gaan in grote getalen aan het zwemmen. Wij lopen weer door en voelen dat de energievoorraad uit de vetten moet komen. Vooral voor Vincent is dat een nieuw fenomeen! Ik kom in een soort van comfortzone terecht van ‘gewoon doorlopen’ en terugverlangen naar bed. Ik kruip straks echt terug hoor!

Het voelt een beetje als vakantie, als je vroeg voor de hitte uit op pad moet. Vincent omschrijft het erg mooi: “in deze stilte lijkt de rest van de wereld zo ver weg. Alsof er geen corona bestaat of andere ellende“. Alhoewel stilte… Natuur maakt een enorme hoop herrie! We lopen langs het centrum en intussen is het licht geworden. We gaan naar het trapje.

Dan door de doodstille wijk weer naar huis. Er is zelfs nog niemand zijn hond aan het uitlaten! De voeten lijken te stampen op de brug. We lopen samen door het park tot de helft, Vincent pakt daar iets liever de weg. De zon staat nu al best hoog en we komen weer een bus tegen. Ik heb 6 kilometer gelopen en dat vind ik mooi.
Na een glas melk kruip ik snel terug en Vincent ook! We slapen zelfs nog even. Hoewel ik dit niet snel weer zal doen, neemt niemand ons deze ervaring meer af.

Vincent heeft een familiekado gekregen: een fietscomputertje van Garmin waar routes op kunnen worden gereden. Hij had een goedkoper apparaatje, maar die was tamelijk groot. De Garmin 530 is klein van stuk en kan met een houder prachtig voor zijn neus op het stuur.

Ondanks dat Vincent al twee keer heeft hardgelopen vandaag, moesten we natuurlijk een route testen! We hadden een route gemaakt in Garmin Connect en die op de het apparaatje gezet. En toen mocht ik met Vincents route mee 🙂
Naar de dijk, door het bos om de hordes vliegjes te vermijden en toen richting de gevangenis. Ik ging even lekker op tempo om Vincent bij te halen, kon hij veilig op knoppen drukken. Het ging heel gemakkelijk! Vincent blij omdat het een leuk ding is, ik blij dat ik de routes niet meer hoeft te doen!

We gingen ook testen hoe snel dat ding een andere route vond. Dat deden we bij de Evenaar, toen gingen we strak de andere kant op expres. Hij wilde ons terug naar het punt waar we waren afgeweken, maar toen we weer op de route waren, herstelde de Garmin Edge zich. We reden naar het Kotterbos en het tempo zat er lekker in. Ik vond al die mensen waar we omheen moesten slingeren irritant. En het was hartstikke druk overal! We gingen nog een keer expres van de route af, waar we er later vanzelf weer op zouden komen en dat vond de Edge ook goed. Toen hadden we 25 kilometer gefietst toen we thuiskwamen. We waren voor de zonsondergang thuis, dat wel 😉

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-15

1 mei

De dagen vloeien allemaal een beetje in elkaar over. Vrije dagen, ziektedagen, werkdagen thuis: soms weet je niet meer of het maandag of vrijdag is! We slapen heel wisselend: de ene nacht redelijk, dan weer uren wakker. En was het vorige week nog prachtig weer: vandaag regent het en lijkt het mooie voorjaar weer voorbij. Dat maakt fietsen lastiger in te plannen. Dus ik ga weer hardlopen. Ik moet ook nog fietsen, maar dat zal wel Tacx worden. Ik ga lopen samen met Manuel. Hij moet rustig van mij. Alles in de 6 minuten. Behalve het tempo, mag ik ook de route bepalen. Kotterbos dan maar, want dat schijnt weer helemaal open te zijn! We hobbelen naar de berg en we hebben wind mee, dus ik keur het net goed met 5:56 omdat er een 6 in zit… Ik loop kalm aan op mijn gemak. In mijn korte broek en regenjasje. We gaan “mijn” pad op en lopen te kletsen de hele tijd. Manuel gaat versnellen. Dat vind ik prima, loop ik even alleen door wetende dat ik (vandaag zeker) zijn tempo toch niet kan bijhouden. Ik geniet van de regen. Het klinkt gek, maar dit is echt mijn weer. Heerlijk! Niet koud, maar regen en frisse lucht. Dat voelt voor mij echt goed. We lopen lekker onverhard en ik laat me maar niet opjagen. We gaan langs het water lopen en Manuel gaat op de verharde weg weer versnellen, maar hij had een ander punt in gedachten dan ik, dus lopen we iets verder dan ik dacht. Ik vind het wel grappig en knap dat Manuel zo kan versnellen! Mijn beentjes praten nog na over de training van gisteren. Ik luister gelukkig niet…. Dan gaan we het fietspad op wat net weer open is en daar het bos door. Ik voel me goed en het tempo is prima en het gezelschap ook, maar toch ben ik even vermoeid. Desondanks besluit ik de route te verlengen. Omdat ik gewoon lekker loop! Manuel gaat twee keer op hoog tempo de berg op en ik wacht hem op voor een foto. Een legendarische foto waarop Manuel lacht!

Dan weer verder door het bos naar de volgende berg. We kletsen en Manuel gaat snel de berg op. Ik niet natuurlijk! We gaan onder het spoor door en lopen terug langs de Oostvaardersplassen. Voordeel van dit weer is dat er vrijwel niemand is voor wie je uit moet wijken. 1 Wandelend stelletje.

Manuel doet een lange versnelling, dus ik loop heerlijk in mijn uppie te genieten van het water en de natuur. Ik kan niet kiezen tussen het intervallenpad naar de volgende berg of het trapje, maar Manuel stelt een ommetje voor door het bos. Die kletsen we vol en op het fietspad gaat Manuel zich nog 1 keer ‘uitsloven’. Ik denk dat ik de 14 kilometer ook haal. Zomaar. We lopen samen door het park en dan heeft Manuel meer en sneller gelopen, maar deze keer heb ik het zelf gezien! Ik kom toch wel erg nat thuis. Ik kan de rest van de dag de zin in de tacx nergens meer vinden en laat het achterwege.

2 mei. Een zaterdag die begint met onweer en het wonderlijke feit dat ik als laatste opsta! Het hagelt hard en harder en het onweert ook nog ‘s morgens een keer. Buiten is niet erg aanlokkelijk! Behalve als tussendoor de zon bedrieglijk schijnt. ‘s Middags wordt het beter. Samen met Vincent schrijf ik 6 kaarten. Een opdracht van de bingo: breng kaartjes hardlopend rond. De eerste gaat in de brievenbus op weg naar mijn tante in het zuiden van het land. Vincent doet de route en mag van mij niet dubbelen. Ik draag de kaartjes in de rugzak en het bibliotheekboek.

Door naar mijn teamgenootje die dichtbij woont. Vincent doet de bezorging er ook nog bij. Dan gaan we bij Manuel langs met een heerlijk neppe vakantiekaart uit “Huisaloniki”. Daarna is de vriend van Vincent aan de beurt die ook in onze wijk woont. We gaan rustig verder, want ik heb echt geen haast vandaag en ik mis ook een beetje kracht. We gaan naar mijn andere teamgenootje. ‘t Is best een rare bezigheid zo, want geen idee of de ontvangers het waarderen! Dan maakt Vincent een klein, grappig en achteraf best slim ommetje. We moeten nu nog naar de bieb en een vriendin die Almere Buiten woont. Ik klets tegen Vincent en hou zijn tempo laag. Meestal hoor ik over zijn Pokemons, maar vanmiddag klets ik hem de oren van het hoofd. We brengen het boek terug en dan gaan we langs DR voor de laatste kaart.

We dubbelen bijna, maar blijven aan de andere kant van de straat! Ik begrijp dat het slome gehobbel van mij voor Vincent ook lastig is, dus hij mag een heel stuk eigen tempo doen. Dan vindt hij ineens weer gemakkelijker! We zijn te warm gekleed in onze regenjasjes. We gaan weer naar huis en in de wijk versnelt Vincent nog een keer. “Hou je hem niet meer bij”, vraagt de buurman-wacht die altijd zijn hond uitlaat. Ik antwoord lachend: “al lang niet meer”. We maken 7,5 kilometer vol. Ik heb echt in zone 1 gelopen!

Thuis zit ik te dralen en te appen en te wachten tot de zandkoekjes klaar zijn. Na 3 zandkoekjes ga ik toch nog even fietsen. Op de ATB. Alleen. Hoeft niet zo lang. Het is niet meer zo stil in de Oostvaardersplassen want er kwetteren kei-veel vogels. En dan hoor ik iets aparts in deze tijd: er vliegt een vliegtuig over! Ik val bijna letterlijk van mijn fiets van verbazing. Ik heb wind tegen. Op een zware fiets. Maar niemand die last van me heeft. Ik ga de dijk op en dan heb ik pas echt wind tegen. Schuin voor vanaf het woelige water. Dat woelige water met hoge golven en schuimkoppen beangstigt me. Dat is voor het eerst sinds hele lange tijd. Ik zie hoe hoog de golven zijn en zie mezelf ook weer zwemmen, ploeteren en verzuipen. Ik ga het dijkje even op om het goed in me op te nemen.

Daar word ik rustiger van. Dan besluit ik iets verder te fietsen. Naar de ophaalbrug maar. Liever dan het Wilgenbos, maar eigenlijk kan niet zo goed kiezen! Ik zie zowaar weer een vliegtuig. De wandelaars die ik inhaal, kijken ook al omhoog. De ATB gaat allemaal niet zo hard met mij. Zal ik gewoon teruggaan door het Wilgenbos? Dan kan ik ook genieten van wind-mee op de dijk! Ik heb de tijd en het lukt wel met fietsen. Dus dat doe ik. Hoge Vaart over en dan weer een stuk wind tegen. Ik ploeter me er wel doorheen. Sluisje over en een fotootje maken.

Wie zou er aangebeld hebben? Ik kijk niet verder – dom- want het was Joyce met haar nieuwe fiets! Dan was ik alsnog terug naar haar gereden!! Nu ga ik door het bos en over de brug en dan het dijkje op in de laagste versnelling. Blijft akelig. Vanaf nu heb ik wind mee. Dan vallen de golven ook wel mee. Het is leuk dat ik nu 27 fiets op de ATB, maar daarstraks ging het niet zo hard! Ook langs de plassen is het genieten. Wind mee, mooie kleuren, vergezichten. En zouden ze een nieuwe route vanaf de dijk de plassen in aan het maken zijn? Ik zie wel een soort van bruggetje. Oh, dat zou fijn zijn! En dan hoor ik nog een vliegtuig! De derde al vandaag. Het is een wonder. Ik heb me een beetje verkeken op de afstand, want ik dacht 15-20 kilometer te fietsen, maar het worden er 25. Het fietste wel lekker, alleen erg jammer dat ik Joyce heb gemist.

3 mei. We gaan de Corona Triatlon doen vandaag, Vincent en ik. De Corona Triatlon gaat om fun hebben en hoe je het ook doet: als je het deelt in foto’s of een filmpje, dan krijg je een unieke medaille. Wij hebben ons ingeschreven voor een achtste triatlon: 5 minuten droogzwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer hardlopen. En toen zag ik wat je kon winnen en opeens wilde ik mijn best doen! Ik sliep slecht -en dan bedoel ik: extreem slecht, of eigenlijk helemaal niet, dus zo slecht kon het ook niet zijn! Toen kreeg ik een leuk idee voor een film! Het wordt een avontuur in zwart-wit! In een uurtje schrijf ik het idee uit. Een heuse wedstrijd tussen moeder en zoon, maar dan ludiek, als in een oudhollands journaal. We zouden na de middag beginnen, want er gaat een hoop werk in zitten, in het filmen. We gingen de badkamer in voor het droogzwemmen in het bad en in de douche. Het was hilarisch. We lachten meer dan dat we zwommen en niet alleen wij waren nat, maar de hele badkamer! We maakten prachtige plaatjes.

Door de vermoeidheid kon ik wat lastiger beslissingen nemen. Maar ik wist wel dat we meteen alles in de wisselzone “achtertuin” moesten opnemen. Inclusief de finish. Rob had onze startnummers voorzien van onze namen. Ik nam Vincent op, hij mij. Terwijl we de finish filmden, werd het al donkerder. Ja, helaas: nog voor we de triatlon hadden afgerond, stond de finish al vast… Film is bedrog!

En toen begonnen de druppeltjes. Dat was te verwachten. We zouden wachten tot na de bui en dan gaan fietsen. Maar die bui – daar was onze badkamer niks bij! Het hagelde en alles werd drijfnat. Geen optie meer om te gaan fietsen. Die fietsen stonden onder de overkapping maar ternauwernood droog. We proberen het morgen nog wel een keer.

Maar ik wilde wel hardlopen hoor! Dus in de avond gingen Vincent en ik trailen door het Kotterbos. PL is daar een route aan het uitzetten en ik wilde wel eens weten of hij nog paadjes heeft gevonden die ik niet ken. Eentje. We parkeerden de auto op de parkeerplaats in het midden. De route stond in mijn horloge. We gingen door het pas geopende gedeelte over paden die ik heel lang niet heb gelopen. Het tempo lag niet zo hoog, want dat lukte niet met mijn vermoeidheid. Ik loop dan een beetje als met een jet-lag. Net alsof alles net buiten bereik is. Besef van tijd is zoek.

Ik liep lekker toch de berg over! We liepen over het prachtige knuppelpad.

En over het modder-ommetje. En de natuurbrug. Toen langs de vogeltjes- ieder een andere kant langs. Het werd heel langzaam aan donker. Maar heel langzaam. We slingerden er overal doorheen en dat is wel erg leuk. Op en neer ga je. Allemaal onverhard. Ik kon de route goed volgen.

Vincent pakt even zijn eigen tempo op langs het spoor en dan de berg op. De lucht is mooi rood. Vincent gaat de route doen en neemt mijn horloge over. We komen mountainbikers tegen. Dan gaan we de brug omhoog en in plaats van naar huis gaan we nog een keer het bos door. Over ‘mijn’ pad. Geinig maar waar gaat Vincent nu nog een keer hetzelfde stuk als Manuel vrijdag deed op eigen tempo. Kan ik weer lekker in mijn eigen tempo genieten! De geuren zijn echt overweldigend. De grondmist maakt alles sprookjesachtig. Dan het donkere bos in en over het ATB-pad slingeren. Het wordt nu donkerder, maar toch is alles nog te zien. We moeten een stukje verhard lopen en dan het laatste stukje langs het water. Daar is de grondmist helemaal mooi, maar ongrijpbaar.

Het zullen net geen 10 kilometer worden. Als we bij de parkeerplaats zijn is daar net iets teveel volk om nog 500m rondjes te lopen. We stappen snel in. Het is half 10.

4 mei

We gaan het opnieuw proberen met de Corona Triatlon. We moeten alleen de beelden onderweg nog maken op de fiets en bij het hardlopen.
We kijken naar het weerbericht, maar dat ziet er voor vandaag prima uit. We pakken de spullen. Gelukkig hoeven we niet op de kleuren te letten, want het filmpje wordt zwart-wit! Ik vind dat ik toch zoveel mogelijk het idee van triatlon moet vasthouden, dus ik ga eerst ‘droogzwemmen’. Niet in de douche, maar nu op een kist liggend. Dat valt best tegen! Het is nog best zwaar met de zon, een brilletje wat beslaat, slechte buikspieren en een slag die je niet helpt! Ik moest het 5 minuten volhouden en dat lukte, maar Vincent sloeg even over!

Daarna gingen we fietsen. We gingen gewoon naar de dijk en langs het Bloq. Al na 2,5 kilometer zag ik dat we mooi konden filmen op de plek waar het fietspad hoog en laag langsgaat. Horloges uit, fietsen aan de kant en de telefoon klaarzetten om te filmen. Tegen een bidon aan. En dan langsfietsen. Maar toen waaide de telefoon om! Even denken…. Daar heb je twee bidons voor! Klemmen met die telefoon en dan rond fietsen. Gek genoeg zijn die onderbrekingen nog zwaarder dan gewoon hard doorfietsen. Op de dijk gingen we nog een keer filmen. We gingen een parkeerplaatsje op. De golven waren best flink. Op en neer fietsen. Toen Vincent mij wilde gaan filmen, toen kwam er een DHL-busje pauzeren op d plek waar wij wilden filmen! Ik vroeg hem iets verder te gaan staan en de jongeman grijnsde om onze opnames bij zijn boterhammetje. Toen fietsen we snel door naar het Bloq. De brug achter het Bloq (de Wilgenbrug) leende zich ook weer voor opnames. Weer stoppen en op en neer fietsen. De telefoon stond wel leuk tussen het riet en twee bidons! Hij was weer gevallen, maar pas op het allerlaatste moment gelukkig.
Toen gingen we eventjes doorfietsen. Tot het sluisje in elk geval.

Ik dacht: we hebben de opnames, ik ben het een beetje zat. En toen bedacht ik dat wel even bij Joyce langs konden gaan, zodat ik haar fiets kon zien. Helaas was Joyce niet thuis. Toen ging Vincent kijken of zijn vriendjes er waren en ik fietste even rond, maar ik zag Joyce niet. We kwamen weer snel en onverrichter zaken bij elkaar en toen dacht ik dat we maar eens anders moesten gaan fietsen richting de medaillemaker. Ik was een beetje kregel doordat het niet zo opschoot aan alle kanten. Ik raakte echt geïrriteerd toen mijn collega dingen ging vragen op mijn vrije dag. En toen schakelde Vincent zijn ketting vast. Dat was de druppel. Ik was pissed op mijn collega die ik moest gaan helpen en dat we moesten lopen en dat mijn handen zwart waren: even niet leuk. We liepen terug naar Joyce’ huis en Joyces man zei dat we het wiel even moesten loshalen en toen ging het goed met de ketting. Gelukkig maar. Ik was erg mokkig en zwijgend fietsten we de 20 kilometer vol. We moesten ook nog gaan lopen, maar eerst moest ik die collega helpen. Ik baalde er echt van, maar ik mailde en belde en loste het op.

Toen gingen we hardlopen. Het was nog best warm, maar het ging wel goed. We liepen een rondje om de wijk, want we hoefden maar 5 kilometer te lopen. Op het onverharde pad gingen we filmen. Vincent zei de hele tijd met een knipoog: maar ik heb al gewonnen, dus ik hoeft niet hard te lopen! Ik had ontzettend trek intussen, dus ik wilde wel flink doorlopen. En het ging ook goed. Achter de wijk gingen we nog een keer filmen. We gingen ook even kijken voor PL of er een pad liep, maar dat was er niet. Al die stopjes bij het lopen zijn juist minder vermoeiend! De laatste kilometer wilden we nog even aanzetten, maar toen reed PL voorbij en toeterde naar ons. We kletsten nog even.

Hier staat het filmpje van de Corona-triatlon (ingesproken door Rob)

https://www.badnews.nl/corona.html

Eenmaal thuis ging ik eerst lekkere dingen naar binnen werken! Het filmpje moet maar even wachten. Mijn conditie is helemaal op zijn top! Een VO2max van 48 is mega-mega-hoog.

5 mei Ik had geen zin vandaag. Nergens in. Niet dat er iets was, maar ik zat niet lekker, lag niet lekker en wilde niet. Er kwam ook niks uit mijn handen. Zelfs niks doen lukte niet echt. We zouden gaan fietsen, Vincent en ik, maar ook daar kon ik geen zin voor vinden. Zo’n met-het-verkeerde-been-uit-bed-dag. Doe je niks aan. Toch maar gaan fietsen dus. We zouden het rondje om het Gooimeer gaan doen. Eerst wind mee op de Oostvaardersdijk en dan door Huizen terug. De zin kwam niet. Het fietste niet slecht of vervelend, maar de zin ontbrak. Het voelde niet als een vrije dag. Eens in de 5 jaar is 5 mei vrij, maar het voelde niet zo. Ik moest ook nog iets werken, wat ik al had gedaan ‘s morgens, maar ‘s middags moest controleren, dus het was ook niet echt vrij. Toen we bij Duin fietsten overlegden we wat we zouden doen en we besloten gewoon door het Kromslootpark en de stad terug te fietsen. We maakten een plasstop bij een bankje en een bosje.

Allebei een beetje van de route. Langs de snelweg en grappig genoeg kwamen we toen achter het kasteel uit. We kletsten en overlegden en toen reden we toch 45 kilometer. Dat paste vandaag gewoon beter dan de bedachte 70 kilometer. Dan moet je maar zorgen dat je het goede been pakt om weer in bed te stappen ‘s avonds!

6 mei

Tijdenlang vroeg ik me al fietsend op de Oostvaardersdijk richting het Bloq af wat er nou toch aan de overkant lag… En meestal was ik het dan weer vergeten als ik thuis was. Tot een week geleden: toen ging ik het eindelijk eens nakijken: daar ligt Marken. Ongeveer op dezelfde dag kwam de uitnodiging binnen om mee te doen aan de Virtuele Water Run. Ik combineerde die twee meteen en SMSte Joyce of ze mee een rondje om Marken ging lopen. Route uitgestippeld over de dijken en langs het vuurtorentje van ongeveer 14 kilometer.

Nu keek ik vanaf de fiets gisteren of ik dat torentje kon zien staan, maar ik zie vooral veel zeiltjes van bootjes. We spreken af aan het begin van de toegangsdijk om Marken niet in te hoeven rijden. We lopen dus een ander stukje extra. Het beloofde prachtig weer te worden, dus een beetje zonnebrand op en het rugzakje vullen en na weer even bijspringen op het werk naar Amsterdam rijden. Ik moet binnendoor omdat er een ongeluk is gebeurd op de A10 en daardoor kom ik door pittoreske dorpjes. Het weggetje is smal en een beetje onnederlands, maar het water en de Zaanse huisjes er omheen maken dat ruimschoots goed! Ik ben er bijna als Joyce me appt dat zij er is samen met een miljoen muggen. Dat is een heel zuinige schatting… Ik denk eerder aan miljarden. Een hele toegangsdijk tot Marken lang lopen we door mugjes-mugjes en nog meer mugjes. Het is 3 kilometer lang en ik tegen de verwachting in loop ik gemakkelijk. Ik zag er tegenop, want ik vind 14/15 kilometer ook best veel. We kletsen een beetje, maar de vliegjes laten het niet zo toe. Aan de kant van de weg staat dat Marken is afgesloten. Ik weet niet dat ik of ik ooit eerder in Marken was, ik weet er niks van. Het is voor mij ‘de andere kant’ als waar ik woon. Joyce kent het wel van de boot vanuit Volendam, maar die vaart niet meer natuurlijk tijdens de Corona stilte.

We gaan het hobbelige paadje aan de buitenkant volgen vanaf paaltje 12 tot aan paaltje 1. De vliegjes nemen gelukkig af. En dan staan we in de haven van Marken. Het ziet er popperig uit. De bootjes en huisjes zijn echt schattig. We zien twee plantsoenmedewerkers die ons gedag zeggen en 1 bewoonster staat buiten. We kijken even naar de stilte en Joyce verzekert me dat het hier normaal vol toeristen zou moeten staan.

Ik weet niet wat ik er van denk eigenlijk, ik vind het vooral mooi en lieflijk in de prachtige zon. En ik ben blij dat de vliegjes geweken zijn! We verlaten de haven en beginnen nu bij paaltje 85 en dat vind ik dan weer lollig: aftellen tot 12. We lopen in een kalm tempo door richting de onafgemaakte dam. Die zullen we overslaan vandaag, want we moeten nog terug naar het ‘vasteland’. Ik twijfel even of ik alleen op en neer zal lopen, maar het is niet verstandig en we zijn hier samen, dus om Joyce nu een half uur op mij te laten wachten – nee. Verstandig zijn. En dat is helemaal niet zo moeilijk, want nu lopen we de goede kant op: we gaan uitkijken van Almere tot aan Lelystad. Ik denk de hele tijd: oh, ik ben aan de andere kant! Zomaar! Ik loop hier nu!

Er ligt een jaren-70 wijkje en de inwoners moedigen ons aan. Het water kabbelt. En er is niemand. Het pad blijft hobbelig, het water de hele tijd aanwezig; wat mooi is voor een virtuele water run! De plaatselijke bewoners moedigen ons aan en we mogen terugkomen voor de koffie als we klaar zijn! We komen niemand tegen, kilometers lang niet. Hoeven we alleen maar te kijken naar wat nu de overkant is en naar het prachtige vuurtorentje. We maken foto’s.

Haast is vandaag niet ons motto. Bij het vuurtorentje zijn twee racefietsers, 1 ervan heb ik al bij Uitdam ingehaald. We kijken en genieten uitgebreid en lang. Op het strandje met 1000 foto’s en dan zie je weer waar de Oostvaardersplassen moeten liggen en daarna zie je de IJbrug bij Amsterdam, er is een zeilbootje en vogels en een be-safe spandoek bij het vuurtorentje. Er zijn golfjes en een klein vliegtuigje. Ook is er een saaie toilet, maar zelf dat stelt me gerust, omdat ik niet hoeft. Er staat een oerhollandse koe met zijn spiegeling in het water.

En dan zie je Almere weer – het lijkt zo dichtbij eigenlijk! Na een uitgebreid geniet-moment gaan we verder met paaltjes aftellen. Ik loop vooruit tot paaltje 35, maar Joyce blijft niet echt ver achter.

Er zijn lammetjes en een paar tegenliggers. In de verte huisjes. We lopen langs de authentieke huisjes met een fiets en de was ervoor. Weer even een fotootje.

En daar ligt Almere voor ons. We komen samen tot de conclusie dat het eigenlijk niet goed genoeg is doorgedrongen hoe stil het centrum was. We willen allebei nog een keer terug. Ik kan dat wel, maar dan worden het meer dan 15 kilometer. We hebben het er voor over. We lopen via de ‘grote’ weg naar het dorp. De zon is lekker fel nu en ik drink door alle stops veelvuldig van de sportdrank. Dat geeft me energie. En het feit dat ik hier ben en kan zijn en mag genieten geeft me nog meer kracht en energie.

We komen bij het ophaalbrugje langs de parkeerplaats. Er is niemand. Niet bij de klompenmakerij, niet op de brug, niet bij de huisjes daarachter, niet bij de lammetjes. 1 Jongentje die de hond uitlaat en 1 auto, maar de foto’s van ons zijn volledig vrij van toeristen. Aan de ene kant prachtig, uniek en super-authentiek; aan de andere kant: waar moeten die mensen nu van leven? Er is geen winkeltje open. Geen terrasje gevuld. Er wordt geschilderd en we moeten ons langs een steiger wurmen. Een bewoonster zit in haar tuin te lezen en verder wordt er wel geleefd, maar de stilte is ook… drukkend en onwerkelijk.

Joyce wordt vermoeider en we doen rustig aan. We hoeven dit alleen maar in ons op te nemen, deze training hoeven we niet te winnen. We komen weer in de haven en er is nog steeds niemand.

De plantsoenmedewerkers herkennen ons! Twee bewoonsters zonder klederdracht staan te kletsen. Je hoort vogels, water en wind en een pomp van een vijvertje. Geen Japans, geen fototoestellen, geen gejoel en geschreeuw, geen drukte. We zitten op het bankje. Er komt een medewerkster aangefietst van een cafe voor een overlegje op straat. En dat zijn werkelijk alle mensen die er zijn. We voelen ons de toeristen van de dag. Alle twee. Twee toeristen – we vragen ons af of we in de plaatselijke courant vermeld zullen worden. We lopen nog naar het beeld en kijken naar Volendam en dan gaan we terug van paaltje 1 naar paaltje 12. Ik kan nog steeds met gemak lopen, ook al zitten er al 15 kilometer op. Joyce zit nog in de opbouw en ze neemt het dappere besluit dat ze achter zal blijven en dat ik de auto ga halen.

De vliegjes zijn sterk gedecimeerd, of dat nu komt omdat we ze vanmorgen hebben doodgelopen of doordat er meer wind of zon is zal me een worst wezen! Ik heb nog 3 kilometer voor de boeg in mijn eigen tempo. Ik heb geen haast, maar ik heb nog kracht zat. En een missie! De zon brandt nu wel meer. Ik loop naar de molens toe. 2 Motoren overleggen of ze nu wel of niet Marken in mogen. Als ik de hoek om ga, wordt het gras gemaaid en ruikt het heerlijk. Voor mij, dat ik het volhoud en gewoon lekker blijf lopen! Vincent belt me of ik kom lunchen. De laatste kilometer is iets zwaarder, want die wil ik de snelste laten zijn. Dat lukt en ik kom toch nog 3 dikke zwermen vliegen tegen. 18 Kilometer. Ik loop soort van ‘zomaar’ achttien kilometer! En dat met een gemiddelde van onder de 7 minuten, want ik heb lekker mijn horloge uitgezet bij de lange stops. We zijn wel minstens een half uur langer onderweg geweest, maar dat kan me niet schelen. Bij de auto wordt het opeens druk met andere picknickers en daar zijn wel nog veel vliegjes. Ik stap in, leg de handdoek klaar voor Joyce en rij naar haar toe, terwijl ik de hersteldrank al wegdrink. Als we weer samen bij de parkeerplaats zijn pikken we snel het laatste bankje in en drinken de cola en eten de nootjes. We kletsen door alsof we nog geen 3 uur samen zijn geweest. Dan gaan we ieder met onze eigen auto weer terug naar huis.

Het was geweldig. Uniek. Niks virtueels aan. Wel veel water. En vooral heel, heel weinig mensen. Thuis ben ik eigenlijk alweer aardig bij en blijkt dat ik keurig een liter sportdrank heb gedronken! We maken het filmpje van de Corona triatlon ook nog af. Zo kan het van de ene dag op de andere verschillen!

7 mei Een dag werken. En Rob moest naar het ziekenhuis voor een bezoek en die moest ik weer ophalen ook, want hij mocht niet zelf rijden van de narcose. Niets ernstigs gelukkig, maar wel onrustig met het werken erbij. Ik wilde toch eventjes naar buiten! Dus ik vroeg Joyce of ze nog ging fietsen en die vraag kwam als geroepen. Want zij wilde wel, maar het kwam er nog niet van. We spraken af voor half 8 en eindelijk mocht ik de brandschone, nieuwe, stralende ATB van Joyce ook aanschouwen! Het was heerlijk fietsen samen: geen haast, lekker kletsen zonder moeite en uitkijken op Marken. Dat zag er nog best groot uit en de vuurtoren was ontzettend herkenbaar. hoe kan ik die al die jaren hebben gemist….

We gingen langs de Noorderplassen. Veel vliegjes. En over de rode ophaalbrug. En toen gebeurde het….. Op de brug. Ik fietste raar en hoorde PLOEF en toen was de band plat. Kei-plat.

En Rob mag niet rijden. En Joyces man is niet bereikbaar. Ik baalde er niet van ofzo, maar besefte wel dat het een lastig parket was. Mijn conditie is top, dus ik loop wel. Joyce vond het idee dat een ATBband lek kan raken niet zo prettig, want daar had ze juist een ATB voor gekocht! Joyce zou naar haar huis fietsen en de auto pakken en me ophalen. Ik liep richting het sportpark. De band klonk de hele tijd als flofff-floef. Ik liep op klikpedalen! Ik liep flink door en fotografeerde de ganzen.

Ik sleepte de fiets en mij de brug op en was echt snel. Toen het sportpark in en ik dacht wel de baan te halen. We hadden iets minder goed het waar afgesproken. Ik liep naar het zwembad. Daar haalde Joyce mij op en zette mij en mijn fiets thuis af. Gister hielp ik haar, vandaag zij mij! Het bleek dat het ventiel stuk was gegaan. Dus de stelling dat de band van een ATB niet lek kan raken, blijft gelukkig redelijk overeind!

8 mei Ik had mijn werkdag geruild met 4 mei, dus op deze vrijdag was ik aan het werken. Dat vind ik niet erg hoor! Maar dat het steeds rustiger wordt aan de telefoon vind ik wel jammer. Ik zou vanavond naar Amsterdam gaan om te gaan zwemmen. Met de groep waar ik nu lid van ben: Trispiration.

Een groep vrouwen, dames, meiden die op hun eigen niveau en naar eigen vermogen triatlons doen. Onder leiding van JB, die de drijvende kracht en inspiratie is. Ze heeft een 5-tal triatlon-achtige wedstrijden georganiseerd. Als lid van de club mag ik vanzelf meedoen. Ik ben er nog niet aan toe om het te promoten, maar SG en KH doen ook mee. De snelste ga ik niet worden. Het is een uitdaging, laten we maar zeggen. De eerste uitdaging is het om 2000m te zwemmen en 10 kilometer te lopen in dit weekend. Ik doe namelijk (natuurlijk) mee voor de lange afstand. Dit hoeft niet achter elkaar, maar het mag wel en dat ga ik natuurlijk ook doen! Maar eerst rij ik naar IJburg om te gaan zwemmen. We moeten op tijd eten. Ik vind het altijd erg spannend als ik met anderen mee moet. Mag. Ga. Elke keer komt die vraag boven: “wat als dit de keer is dat het niet lukt?” Ik heb al buiten gezwommen, dus zo erg zal het niet zijn. Ik parkeer de auto en betaal voor het laatste kwartiertje. Dan loop ik naar de andere 3 dames. Ik ben een beetje stilletjes, voor mij geen circus. Spullen aan en dan vertelt 1 van de meisjes dat ze zou uitkomen in de eredivisie. Ineens voel ik me heel klein en vooral heel erg langzaam. In een halve triatlon heeft ze 30 minuten gezwommen, ik op mijn beste dag ooit 40 minuten. Ze hoeven niet op mij te wachten hoor! Ik doe mijn eigen ding wel. JB vraagt me hoe lang over een kilometer zwem en ik zeg dat ik blij ben met 22 minuten. Voor mij is dit een training, geen echte wedstrijd. We zullen langs de huizen gaan zwemmen, tot de tweede brug en dan terug. Zij zwemmen voor mij uit en dan zullen we elkaar weer tegenkomen. Ik vind het prima, maar laat mij mijn eigen gang gaan alsjeblieft!

We beginnen bij de boei. Ik kan het nog! Het lukt nog! Het water is troebel, maar niet koud. De andere twee boeitjes verdwijnen voor me net niet uit het zicht. Dan kan ik mooi iets volgen. De omgeving is onrustig met alle vlonders, bootjes, huizen. Er zijn geluiden, geurtjes, heel veel vormpjes. Het is lastig in mijn rust te komen en ik blijf een beetje gejaagd voelen. Ik vind het wel weer erg leuk om onder de brug door te gaan. Echt erbij stilstaan/liggen doe ik niet, want ik moet wel een beetje doorzwemmen. Dan begin ik me opeens zorgen te maken dat 2 kilometer voor mij een enorm stuk is. Dat is net zoveel als iemand die normaal tien kilometertjes loopt, opeens een halve marathon aan te bieden. Die anderen zijn sterkte zwemmers, maar ik niet. Hoewel dit wel gemakkelijk zwemt zonder golven. Als ik me erbij neerleg dat ik niets meer of minder hoeft te doen dan 2 kilometer volzwemmen, dan gaat het iets beter. Mijn slag is niet heel sterk vandaag. Ik kan wel 1 op 4 ademen, maar dat is net teveel gevraagd. 1 op 2 is dan weer te onrustig. Ik kom de anderen tegen onder de tweede brug. Iets verderop zegt Josta me tot de groene boei te zwemmen en dan om te keren, dat is ongeveer 700 meter. Ik zou wel tot 1000m willen zwemmen en dan omkeren, dan weet ik zeker dat het lukt. Ik zie ze nu niet meer voor me, ze zijn ver weg. De onrust maakt het vermoeiender. Nog lastiger zijn de kinderen op de motorboot en het vlot, waarvan ik niet goed kan inschatten of zij wel met mij rekening houden. Ik ga heus 2000m halen, maar voor mij is het prima als ik dat binnen 3 kwartier zou redden. En anders niet hoor, als ik het maar volzwem! Ik ga afwisselend 1 op 4 en 1 op 2 ademen, dat is erg prettig. En zo kom ik dan ook in een laat-mij-maar-lekker-gaan-ritme.

En dan is JB daar opeens weer! Ze vraagt of het nog lukt en dat kan ik bevestigen. Ze zwemt een stukje mee, maar onmiddellijk voel ik de druk dat zij zich voor mij moet inhouden of ik voor haar sneller zou moeten zwemmen. Gelukkig zwemt zij door en dan ga ik de laatste 500m ook nog wel halen en ik ben de huizen voorbij en heb letterlijk en figuurlijk meer ruimte om me heen. Dat doet me goed. Mijn slagen worden langer en ik iets rustiger. Ik kan nu van boei naar boei gaan zwemmen. Dan hou ik de afstand een beetje in de gaten. Als ik een beetje mijn best doe, dan gaat het lukken. Ik ben heel blij als ik binnen 45 minuten klaar ben met de 2 kilometer. Ik heb het gewoon gehaald en voor mijn doen binnen een prima tijd nog ook! Dat de anderen al bijna omgekleed zijn, zal me wat. Het meisje van de eredivisie heeft shinsplits, dus die zit met hardlopen. Tja, niet in haar eigen tempo waarschijnlijk. Ieder z’n ding! Ik kleed me om en ga beleven hoe het ook weer was om met natte spullen aan te lopen. Ik mag dit alleen doen, nu gaat er niemand meer mee. Behalve mijn eigen muziek. Gelletje erin en dan ga ik met mijn nieuwe Trispiration topje aan. Brug over. Tempo hoeft niet hoog te zijn van mezelf. Maar eens genieten van deze nieuwe omgeving. De eerste kilometer gaat top! Dan ga ik het lange pad op langs het park, waar ik ooit met Joyce ging hardlopen van Amsterdam naar huis. Toen was er niemand, nu was het slingeren om de mensen heen. Je hoort idioot veel talen! En er zijn konijnen. Ik zag een mevrouw in een sari met sportschoenen. En ik hoorde kikkers. De tweede kilometer ging ook goed en al iets sneller. Ergens in de derde kilometer plopte het idee op om de tien kilometer in een uur te lopen. Vind ik heel redelijk. Ik liep onderlangs. Op 4 kilometer stond ik aan het einde van het park en ik maakte foto’s.

Ik was aardig opgedroogd en alle kleren zaten perfect. De zon is mooi en ik geniet even, maar bedenk dat 10 kilometer hardlopen na 2 kilometer zwemmen ook niet gemakkelijk zou moeten zijn. Ik loop bovenlangs terug en ga dan het park door. Het wordt zwaarder. Dat voelt zo. Ik ben minder scherp en ik begin met aftellen. Ik heb de 5 kilometer netjes binnen het half uur gedaan, dus een uur moet lukken. Ik ga aan het zwerven in de zesde kilometer. Anders ben ik met 8 kilometer weer bij de auto. Ik begin me zorgen te maken over het wetsuit, of dat wel goed ligt in de auto. Ik zoek een onverhard pad uit in de zevende kilometer. Mul zand is erg, maar losse kiezels is een ramp!

Ik moet aan de zijkanten lopen, anders verspeel ik mijn uur. De zon gaat onder en het is wel erg mooi nu hier, zo midden in de stad. Ik maak nog een ommetje en kom op 8 kilometer uit. Gelukkig maar, want ik begin het een beetje zat te worden. Waarom wilde ik dit ook alweer…. Wie moet ik iets bewijzen ook alweer…. En dan nog maar 1 kilometer terug naar de auto. Ik ga het halen binnen een uur, maar ruim is het niet. Het schemert al. Ik ben netjes bij de auto op 10 kilometer en daar heb ik ruim 59 minuten over gedaan. Met stopjes erin natuurlijk wel iets langer dan een uur, eerlijk is eerlijk…. het wetsuit ligt er uiteraard prima bij. Nu moet ik naar huis om te plassen. Ik ben blij en trots op mezelf dat ik dit heb gedaan!

9 mei Vincent wil ook buiten zwemmen. Hij heeft een nieuwe (tweedehands) wetsuit, maar die is nog te groot. Ik bedenk dat we dan ook de korte afstand van Trispiration kunnen doen: dat is 1 kilometer zwemmen en 5 kilometer lopen. Dus we pakken de loopspullen ook in. In de middag rijden we naar de Noorderplassen. Het is er druk. Er is zelfs ijs te koop! Kindertjes spelen in hun badpakjes in het water. Komen wij aan… Maar goed, het is de eerste minuut niet warm. Vincent vindt het spannend.

Ik ben er snel doorheen en het is fijn dat je hier de bodem kunt zien. Ik blijf vlak bij Vincent die veel meer moeite heeft met doorkomen. We houden de schoolslag aan. Ik blijf met hem praten en dan steekt hij toch heel voorzichtig zijn hoofd in het water. Ik voor mijzelf zou zo weg willen zwemmen, want ik vind het niet koud of moeilijk. Het is wel retedruk op het water. Vol met bootjes. We gaan zwemmen en ik blijf in Vincents buurt, links van hem, zodat ik rechts kan kijken. Gek genoeg heb ik geen enkele last van het feit dat ik gister al gezwommen heb. We zwemmen naar de boot. Daar kletsen we weer even en dan weer terug. We zullen doorgaan tot Vincent een kilometer heeft. Ik zet mijn horloge elke keer stil als we niet zwemmen. We zwemmen weer terug en nu ik aan de andere kant zwem, kan ik opeens 1 op 3 ademen omdat ik Vincent wil blijven volgen! Ik zwem echt lekker, hoeft mijn best niet te doen en dan zijn mijn slagen heel rustig. Ik kan zelfs eens even op mijn techniek letten, nu ik hier toch in het water lig! We zwemmen het strand voorbij. Ik zit al op een dikke kilometer, maar Vincent nog niet. Het is verzamelen, maar dan lukt het toch mooi en kunnen we het water uit. Het is gelukkig niet koud en de zon schijnt volop!

We kletsen nog met de moeder van een mooie meisje (volgens Vincent) in een kano. Wij gaan ons omkleden in wisselzone achterbak. Ondertussen maken we een ‘vlog’ Vroeger heette dat filmen, maar nu is het “vloggen”. Dat we voor Trispiration nog 5 kilometer gaan hardlopen. Lekker rustig aan. Dat het warm is. En dat we nat zijn. Dat zetten we op film. We hebben geen haast, we gaan gewoon lekker lopen! Het is in elk geval gezellig en we lachen ons suf om het Plassenpad en dat we kunnen hardlopen. De hitte valt mee. Als we langs het andere strandje lopen, blijkt bij ons strandje de drukte ook mee te hebben gevallen! We lopen nog best redelijk hard eigenlijk. We gaan de Hogering over en lopen lekker in de schaduw. Vincent heeft mijn Trispiration shirt aan en noemt het “mijn” shirt. Hm, ik weet niet of ik dat wel over heb voor lekker samen sporten!! Na 3 kilometer in een keurig tempo weet ik dat voor mij het moeilijke stuk komt: in de volle zon over een saai industrieterrein. Vincent houdt me vrolijk en houdt het tempo op peil. Omdat we wind tegen hebben, valt het wel mee. Dan komen we weer langs de drukke stukken. Het gaat lekker en we gaan elke kilometer iets sneller. Dus de laatste kilometer zeg ik maar niks meer en we lopen best door. Dat gaat wel eigenlijk. We lopen 5 kilometer binnen het half uur.

En dan kunnen we naar huis om af te spoelen en ik ben behoorlijk tevreden met de zwemloop die ik na gisteren toch maar weer even heb uitgevoerd. Ook al kost het me een Trispiration-shirt! Om het af te maken gaan we ‘s avonds met zijn drietjes nog een rondje om de wijk wandelen.

Kopje thee voor de wissel-pauze tijdens de triatlon?

10 mei. Het is moederdag. Kan mij niet boeien, maar het voelt toch raar dit jaar. Geen moeders te bezoeken. En ik heb ook niet meer heel veel werk en dingen te doen. Vincent wel, die heeft een beetje hoofd- en buikpijn. Hij gaat niet met mij mee en ik ga lekker alleen fietsen. Ik ga richting de Oostvaardersdijk en geniet even van de stilte en het alleen zijn. Dat komt niet zo heel vaak (meer) voor in deze periode. Alleen thuis zijn heb ik al maanden niet meer beleefd. Wel keert er nu wat rust en gewenning terug, want Rob gaat weer beter en het thuis-werken went. Morgen is Vincents vakantie weer voorbij en wordt het thuis-leren ook weer gewoner. Ik heb over de dijk wind mee en dat gaat lekker! Ik besluit mijn cadans eens hoog te houden. Het gaat zo lekker dat ik bij de Noorderplassen besluit door te fietsen naar het Garden of Love and Fire kunstwerk. Ik ga dan door de stad om de wind tegen een beetje te breken. Zin om een foto te maken ontbreekt me. Het gaat echt lekker, ook al halen kuddes heren me in. De wind langs het kunstwerk valt ook nog mee en het tempo dat daarbij hoort dus ook. Ik ga rechtdoor entwijfel nog even om ook nog om het Weerwater te gaan, maar dat doe ik toch maar niet, want ik heb ook een beetje trek in lunch!

Ik ga terug over het Spoorbaanpad en het tempo blijft maar hoog. Dus misschien word je van die hoge cadans toch later moe. Ik neem nog een ommetje om de 30 kilometer vol te maken. En dan zit ik ook eens op een gemiddelde van 27 kilometer per uur! Kwestie van kijken naar de wind, misschien een hoge cadans aan blijven houden en doorfietsen. Ik smul van het frikandellenbroodje!

‘s Middags heb ik nog steeds niet zo heel veel te doen. Ik voel me prima, dus ik ga denk ik maar hardlopen. De extra uitdaging van de bingo is afgelopen vrijdag ingegaan en je moet daarvoor 4 kilometer achter elkaar hardlopen. Ik ben nu toch bezig, dus laat ik doorgaan! Ik ga alleen. Ik combineer deze opdracht met een andere opdracht van de bingo, namelijk de “pitstop thuis”. Dan doe je 2 rondjes met je huis als middelpunt. Ik wil 4 rondjes doen van een kilometer. En dan elke keer langs huis lopen. Het waait hard, maar ik loop lekker. Ik vind het grappig om zo rond te lopen en na dik een kilometer ben ik weer bij huis en loop ik langs. En langs de meneer van nummer 19 uit onze straat die zijn hondje uitlaat. “Je loopt je huis voorbij” zegt hij. Ik ga door tegen de wind in en maak het tweede ommetje iets groter, zodat ik dadelijk aan de andere kant ook een rechthoekje kan maken. “Daar ben je weer” zegt de meneer met het hondje verbaasd. Ik neem thuis een slok drinken en maak gebruik van de camera-bel die we hebben voor een kort filmpje. Dan een rondje richting het station en ik ga voor het spoor naar rechts. Ik loop gewoon door over het gras en ontdek zowaar in de wijk op nog geen kilometer van huis een prachtig onverhard paadje langs het spoor! Dat soort dingen maken me opgetogen.

Ik loop over de Evenaar en dan bij de AH ga ik terug richting het station. Ik hoeft nu nog maar 1 klein rondje te lopen. Ik ga niet langs huis, dat is niet nodig. Ik loop om de oude Albert Heijn heen die nu een bouwput is en dan word ik het ook wel een beetje moe. Maar het klavertje zal ik volmaken! Het tempo blijft lekker hoog en doet niet onder voor gisteren. Ik onthoud de tijden waarop ik thuis langs heb gelopen voor de camera. Ik loop 6 kilometer.

11 mei Om de extra bingo-opdracht toch vol te maken, moet ik vandaag ook lopen. Ik werk de hele dag en dan kijk ik er aan de ene naar uit en aan de andere kant zie ik er tegenop. We hebben ook nog een virtuele Roparun uitstaan voor een mooie medaille in de vorm van een molentje. Voor Vincent en mij.

Na het klavertje gister, heb ik bedacht vandaag een molentje te lopen! Vincent had de route uitgedacht. Na het eten gaan we en ik vind het best zwaar. Eerst dezelfde blokjes als gisteren, maar Vincent maakt ze kleiner. Dat vind ik niet erg, want ik wil niet heel veel lopen. Voor de bingo zou ik maar 1 mijl te hoeven, maar daar doe ik mijn schoenen niet voor aan! We gaan de wieken lopen aan de andere kant van het spoor. Vincent kan zijn wiek niet precies maken zoals hij had gedacht, maar ik weet dat het goed komt. Ik ga me er tot ergernis van Vincent tegenaan bemoeien.

We lopen de vierde wiek ook vol discussie, want zijn idee van het huisje onder de molen is ook een vierkantje, terwijl ik op zoek ga naar een driehoekje. We steken de Evenaar over en moeten een klein stukje te ver en dan volgens Vincent te lang terug. Hij denkt niet dat het een driehoekje wordt, maar ik heb hoop! Ondanks de driftige discussie is het wel gemoedelijk lopen. Voor mijn gevoel gaat het supertraag. We steken weer door de wijk terug en het worden meer kilometers dan gisteren! Al met al zijn het er 7 en ik ben best blij dat het er op zit! Het is een prachtige molen geworden, die heel herkenbaar is.

En dan heb ik ook nog vier dagen achter elkaar gelopen!

12 mei Doen we een wandelingetje met zijn drietjes. Een drukke werkdag, een hele serie sportdagen achter elkaar: zelfs ik word wel eens een heel klein beetje moe! We combineren het met een bezoekje aan de Albert Heijn, maar was winkelen vroeger al niet leuk, nu is het helemaal een mislukte stoelendans tussen afstand houden, geduld bewaren en proberen producten te vinden. Kan ik mooi iets anders met jullie delen, waar ik heel, heel blij van werd. Deze foto:

Dit is heel lang geleden, ik gok in 2013 en ik loop achteraan. Dit was de eerste groepstraining die ik ooit heb gedaan bij Just Run. Eigenlijk is dit de ontbrekende schakel in mijn hardloopcarriere! Ik heb me al die jaren afgevraagd of ik vanaf het begin met Joyce meeliep en hoe het toch kwam dat ik me haar totaal niet van Just Run kan herinneren. En hier staat het bewijs: ze loopt voor me in het roze. Voor de rest zie ik aan mezelf in alles één brok onervarenheid: de joggingbroek; niet eens echte hardloopkleren, de warme trui, de losse haren en niet te vergeten: niet eens hardloopschoenen!! Maar wel een hele grote lach en dat is het allerbelangrijkste.

13 mei Deze week werk ik vier dagen. Dus ik zit de hele woensdag achter mijn thuisbureautje. ‘s Avonds wil ik er toch graag even uit, dus ik vraag of Joyce mee gaat fietsen en dat wil ze wel! Vincent wil eigenlijk ook wel mee, maar ons damestempo en zijn racefiets zijn geen beste match en met zijn drietjes is ook niet zo prettig, dus ik stel hem voor zijn vriend JvA uit de straat te vragen mee te gaan. Die ziet het wel zitten! Kunnen de boys samen voor ons uitfietsen. Ik maak heel duidelijke afspraken met Vincent: waar ze op ons wachten, waar zij versnellen en een langer rondje maken en vooral dat het geen wedstrijd is en dat verkeer altijd voor gaat. Ik ga op de ATB. Als we naar Joyce fietsen, rij ik voor de racers uit en ik merk dat ik lekker trap. Onder ons door de Vaart vaart een heel groot vrachtschip, mooi om te zien!

Bij Joyce laten we de heren voorgaan, maar echt heel veel harder dan wij gaan ze niet. Zij moeten ook veel bijkletsen. Net als wij. Er staat best een stevige wind tegen. Ik vind dat alleen maar leuk eigenlijk, maar van Joyce had het niet gehoeven. Bij het sluisje komen we het grote schip weer tegen, maar we kunnen er nog over! Dan door het Wilgenbos. Ik ben heerlijk aan het fietsen. Als we de dijk op gaan, wachten de jongens voor de laatste keer op ons.

Zij zullen om de Noorderplassen fietsen, wij gaan binnendoor. We hebben nu wind mee en ik geniet van de mooie avond. We gaan tussen de plassen door en klagen over alle corona-gerelateerde zaken: dat het stil is, dat er mensen zo lijden en ziek zijn, dat het ook overspannen is. Deze keer steken we veilig de Rode Ophaalbrug over zonder lekke banden.

We komen de jongens alweer tegen en samen fietsen we aan de andere kant van de Vaart terug. Ik zeg Vincent en JvA maar zelf naar huis te fietsen en zie dat ze dat ook netjes veilig doen met de stoplichten. Ik fiets met Joyce mee die de 20km nog vol wil maken.

We staan natuurlijk nog een hele tijd stil omdat we nog niet zijn uitgepraat! Ik ga terug via de manege in mijn eentje en kan nu op de ATB lekker een keer door het bos fietsen. Heb ik toch weer lekker dik 30 kilometer de beentjes laten draaien!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-14

Maandag 20-04: Wandeldag. Ik mag kiezen tussen yoga of wandelen met zijn drietjes. Dus wij wandelen. Zigzaggend door de wijkjes.

Dinsdag 21 april. Weer een werkdag. Deze keer ga ik tussen de middag met Manuel een lunchrun doen. Meestal gaat Manuel met iemand anders mee of alleen, zodat zijn tempo over het algemeen een stuk hoger ligt dan ik vandaag ga en wil redden! Gelukkig kan Manuel ook rustiger lopen en dan kletsen we weer eens bij. We lopen achter langs en het is best wel warm. Ik vond een tempo rond 6:30 prima, maar het ging iets sneller. Elke keer iets sneller. We wilden 7 a 8 kilometer lopen, maar halverwege bedachten we dat 7 kilometer prima zou zijn, dus gingen we door de wijk terug. Voor de concentratie hielp het niet echt ‘s middags, maar het was wel lekker!

‘s Avonds ging ik nog fietsen met Vincent. Op zijn ‘oude’ fiets, want de nieuwe moet nog iets aan hersteld worden. We gingen naar de sluizen op de Knardijk. Dat ging ook nog redelijk snel, aangezien we wind tegen hadden.

Op de Knardijk hadden we wind van opzij en dat was echt niet zo tof! Toen kwamen we bij de tulpenvelden. We stopten om te kijken, te ruiken en foto’s te maken. Het was echt gaaf.

Ik nam een foto met een bloem in de ondergaande zon en bedacht toen: “ondergaande-zon….” Oei, we moeten nog terug! We gingen langs de Reigerplas en de Ooievaarsplas. Vincent was daar nog nooit geweest en hij vond het prachtig. Dat is het ook! Toen hadden we wind mee op de Ibisweg. Ging dat ook eens een keer lekker! Een voorbijrijdende auto vond het nodig om ons met zijn ruitenwissers nat te maken – hoe kinderachtig! We gingen keurig opzij. Toen snel terug naar huis!

woensdag 22 april. Ik heb een ochtend vrij en ga met Joyce om de Reigersplas en Ooievaarsplas heen lopen. Lekker rustig aan, om te genieten en om 12 kilometer vol te maken. Joyce verheugt zich op de Knardijk, maar ik kan me daar niks bij voorstellen. We kletsen en hebben een hoop te bespreken. Even de situatie evalueren, deze en gene bespreken, familie-aangelegenheden doornemen. Het is heel rustig op het fietspad. We lopen lekker richting de sluizen op de Knardijk en ook omhoog lopen we gewoon door.

Het is leuk om het water onder de sluizen een keer goed te zien in plaats van vanaf de fiets. Dan de Knardijk op en daar waait het heel erg hard! Een brommertje komt niet omhoog en wij heel traag. Ik ben ook blij als we mogen afslaan naar de bloemvelden. Ik verheug me op de plassen. Het is weer lekker weer. Flink zonnig, maar dat went intussen. Dan komen we een rund tegen op het fietspad! Die heb ik daar nog niet eerder gezien.

Gaaf! We hebben geen haast vandaag, en voor genieten nemen we de tijd. Zo mag ik ook een keer omhoog naar het prieeltje. Heel apart, zo’n kleine oase van rust en schoonheid naast de snelweg.

We gaan natuurlijk over de bruggen. De ene brug zie je vanaf de snelweg, maar de brug die erachter ligt is nog veel mooier en het uitzicht is een pareltje wat je niet vermoed als je over de A6 raast.

We lopen langs het water. Het tempo gaat iets omlaag, maar dat maakt niks uit; hoe langer we kunnen genieten! We komen bijna niemand tegen. Ik zie er wel van komen dat we de 12 kilometer niet volmaken. Niet zo erg hoor! We moeten de Praambrug nog over langs het koolzaad, dat geurig geel voor de bloemen staat te pronken.

We komen met krap 11 kilometer op de Praambult aan. Mij deert het niet, maar Joyce wil toch de 12 volmaken – beter nu even pijn dan spijt! Ik vind het prima, ik kwebbel de tijd en kilometers wel vol. We zien de zee-arend nog vliegen: die is zoveel groter dan de rest! Ik heb voor op het plaatselijke bankje cola light en nootjes meegenomen. De nootjes worden door de wind verspreid -helaas- terwijl wij van het uitzicht over de Oostvaardersplassen genieten. Dan fiets ik weer terug over de Trekweg met wind mee.

Dat is een stuk makkelijker dan vanmorgen! Ik heb een leuke bike-run-bike achter de rug. Die helpt me ‘s middags als de zaken een andere wending nemen en ik Rob (na uren buiten wachten) in het ziekenhuis moet achterlaten. Hij heeft teveel last van zijn darmen. Ook op donderdag voert de onrust en ziek-zijn de boventoon. Ik moet werken en veel regelen en er is veel onrust, veel onzekerheid en veel te doen wat ineens niet meer zo belangrijk lijkt, maar na 26 uur ziekenhuis mag ik Rob weer ophalen.

‘s Avonds moet ik er nog even uit: even zelf. Ik pak de fiets en ga bij KH langs. We drinken thee en ik moet hard doortrappen naar huis om voor het donker thuis te zijn. Uiteindelijk word ik er toch rustiger van na heel veel onrust en hectiek.

Vrijdag 24 april. Ik ga met SG fietsen. Het hoeft niet snel, gewoon even heerlijk bijpraten en een rondje trappen. Ik ga haar ophalen en ik fiets alleen naar de Noorderplassen. Ik heb nu wind mee en hoewel ik de eerste kilometers denk dat het helemaal niks gaat worden, valt het op de dijk wel mee.

Het is warmer dan ik dacht. Als ik SG zie bij de witte ophaalbrug, doe ik eerst de mouwtjes af. We gaan een rondje fietsen en kletsen over de gewijzigde situatie voor haar en voor ons en wat we missen en over de wedstrijden. Ongemerkt zijn we snel bij de Hollandse Brug en een oogwenk later zijn we weer een paar onderwerpen verder en rijden we Almere Haven door. De wind tegen op de Gooimeerdijk valt ook wel mee. Het lijkt er echt op dat we nu eens een rondje hebben dat driekwart wind mee heeft! Bij de Stichtse Brug gaan we terug het land in om de Vaart over de steken bij het tankstation. Dan heb ik het even iets lastiger om de een of andere reden. We gaan niet veel trager ofzo, maar ik voel me wat minder happy, misschien omdat we over dieeten kletsen, waar ik van de week weer hoopvol mee begon, maar wat niet lukte. Dan de Vogelweg af. Het gaat ongemerkt allemaal heel snel. We gaan de Grote Trap affietsen richting de Ibisweg. Dan hebben we wel serieus wind tegen! Het is overal behoorlijk rustig eigenlijk. We rijden langs de Reiger- en Ooievaarsplas. Zo kom je er maanden niet en nu ben ik hier voor de vierde keer deze week! Eerlijk gezegd is het nu wel iets te voorspelbaar geworden, ook al rijd ik deze keer andersom.

We gaan nog richting de Knardijk. Ik moet vanmiddag nog werken en een paar zaken organiseren, dus rond 12 uur wil ik thuis zijn. SG kan het rondje om de Oostvaardersplassen nog meepakken, maar dat is voor mij iets te ver om. Ik hoop de 75 kilometer vol te fietsen, dat zou voor het eerst dit jaar zijn dat ik zo ver fiets. En dan ook binnen de 3 uur graag. Ik hou me dus niet in als ik alleen fiets en wind mee heb. Ik red het prima! Zelfs 76 kilometer en ook die binnen 3 uur met een gemiddelde boven de 25,5. Dat maakt het werken ‘s middags een stuk gemakkelijker.

Zaterdag 25 april. Het is niet mijn dag. Totaal niet. Ik slaap nauwelijks. Zie alle scenario’s die mis hadden kunnen gaan voor me. Rob snurkt me wakker. De kat mauwt me wakker. Alle niet-georganiseerde wedstrijden voor dit seizoen mis ik nu opeens. Ik voel me ontzettend niet-blij, zielig, verdrietig en wanhopig tegelijk. En ik ben het overzicht van alles wat ik nog zou moeten doen een beetje kwijt. Mijn huis is een bende (in mijn ogen) en ik besluit om half 6 ‘s nachts dat ik vandaag niet kan doen wat op het schema staat en zo hard mogelijk 3 kilometer lopen in een 1 op 1 training. Om 8 uur ben ik klaar met wakker blijven liggen en ik sta op om alvast te gaan schrobben. Ik heb de trainer een bericht geschreven dat ik Vincent wel kom brengen. Als we vertrekken, is de benedenverdieping alweer op orde. Ik neem nog snel een koptelefoontje mee. Naast ongelukkig ben ik ook moe. Vincent en de trainer lopen weg voor Vincents snelle tijd. Ik weet niet wie het spannender vindt: Vincent of de trainer die bang is dat hij de knul niet kan bijhouden! Ik ga het bos maar in in de buurt. Met een muziekje. Het voelt zwaar en log en onhandig en ik pieker met welke bingo-opdracht ik dit zou ‘moeten’ combineren en ik had een route ‘moeten’ maken en ik ‘moet’ vooral nog veel machines was doen. Ik ‘moet’ ook nog mails schrijven en ik ‘moet’ nog zoveel dat ik er extra moe van wordt. Alle ‘moetens’ druppelen eruit en het is maar goed dat er niemand te bekennen is op het schelpenpaadje. Echt verrassend is het niet. Ik steek een smal pad het bos in, maar dat loopt dood, dus ik ga terug. Ik kom bij volkstuintjes en moet daar glimlachen om de plantjesmarkt op afstand. Ik hobbel verder langs de manege, maar ook daar kies ik weer een doodlopend pad. Ik heb geen idee waar ik ben en of ik rond kan. Het is beter me daar nu even druk over te maken. Ik ga weer het bos in over een tamelijk breed pad en dan word ik iets rustiger. Het pad wordt smaller. Niet zo erg, maar dan is het pad opeens weg. Wat rest zijn bomen, brandnetels tot je enkels en een richtingsgevoel.

Ik wandel wat tussen de brandnetels door en moet er om lachen, omdat juist dan de songtekst: “and the paths are overgrown” langskomt. Dan ontwaar ik een smal amper-pad wat ik maar even volg. Ik mag blij zijn dat alles zo droog is. Voor mijn idee loop ik echt de goede kant op, maar dan gaat het ‘pad’ aan het afbuigen. Aangezien de planten buiten het ‘pad’ nog hoger zijn volg ik het ‘pad’ nog maar even. Het gepieker en de zorgen blijven daar mooi achter in het bos. Jammer dat Joyce er niet bij is!

Dan kom ik weer op het doodlopende pad achter de manege. Ik ga gewoon dezelfde weg terug geloof ik, de mannen zullen wel redelijk klaar zijn! Ik groet de meneer met de gieter bij de moestuintjes en ze zien er vriendelijker uit als op de heenweg, maar toen zag ik maar weinig. Ik maak een beetje haast op het schelpenpad. De mannen zijn al terug en het viel Vincent vies tegen. Hij liep langzamer dan in januari. Dat zal de week wel zijn! Ik heb 6 kilometer gelopen en het ging erg traag, maar het voelt wel beter. Kan ik alles wassen, strijken en schoonmaken voor de rest van de dag. Ik maak weer plannen voor de rest van het jaar. Gelukkig dat ik nog kan lopen, maar het was een stom stuk bos.

zondag 26 april. Ik sliep goed en lang. Dan voelt de hele dag anders. Ik nam ook lekker lang rust: beetje achter de computer hangen, Vincent helpen; dat soort dingen. Pas in de loop van de middag ging ik de intervallen opdracht doen. Er is een nieuwe bingo-kaart. Met prijzen deze keer en de duidelijke regel: 1 training per opdracht. Ik had vandaag op mijn schema 10 keer 4 minuten in zone 3 staan met een minuut pauze. Op de bingo-kaart staat de opdracht extensieve interval met 8 keer 4 minuten op 10-km-wedstrijdtempo en anderhalve minuut pauze. De combi is snel gemaakt. Vincent gaat daarna mee uitfietsen. Op zijn nieuwe fiets. Ik loop in en het voelt alsof ik mezelf vooruit moet duwen en slepen. Rustig inlopen is moeilijk en het zal een opgave worden, maar ik wil minstens 8 keer 4 minuten hard hardlopen halen. Na 7 minuten begin ik en ik moet in de eerste interval een viaduct over. Dat valt niet mee. Ik tel rustig tot 240, maar dat haal ik niet helemaal. Ik loop 750 meter in 4 minuten. Tot zover de goede conditie, denk ik terug aan de tijd dat ik 800 meter haalde. Rustig dribbelen tussen al die andere mensen door die buiten zijn. Dan de tweede. Ik tel weer verkeerd (te rustig) en loop iets meer. Ik begin er in te komen! Ik loop door het Kotterbos. De derde keer alweer. Ik heb het heet intussen.

Deze keer haal ik zelfs 770 meter. Ik besluit nog 1 keer te dribbelen en dan de anderhalve minuut rust wandelend in te vullen. Ik loop over de weg bij het Kotterbos en ik voel me omgeven door fietsers en wandelaars. Ik hijg, puf en tel. Ik heb nu wind tegen, maar ik loop de vierde en de vijfde keer evenveel: 760 meter. Na de vierde keer ben ik blij dat het aftellen begint. Ik ren gewoon door en heb verder nergens last van, alleen dat tellen steeds lastiger blijkt. Ik loop helemaal langs de Vaart, maar ik weet niet hoe ver ik zal gaan. In de zevende keer steek ik midden de Regenboogbuurt door. En dan kom ik op de Evenaar en heb ik 8 keer gedaan. elke keer tussen de 750 en 770 meter. Nu ga ik er toch nog twee doen, maar dan netjes in zone 3. Gek dat dat opeens langzaam aanvoelt! 730 meter haal ik. Over het Tijdpad ga ik terug en de laatste keer doe ik best langzaam aan. Ik wil ook de tien kilometer binnen een uur lopen en dat lukt. Dan is het me wel goed en ik dribbel naar huis. Toch nog een kilometer extra…
Daar staat Vincent klaar met de fietsen en een route. “We gaan naar de dijk” zegt hij “over de Vogelweg”. Ik kan dat niet combineren, maar hij wil over de Gooimeerdijk! Op naar Almere Haven dan maar. Ik kan nog best doorfietsen. Op de Wulpweg laat hem even voorgaan. We kletsen en fietsen lekker, maar ik heb wel een beetje trek. We fietsen naar de Gooimeerdijk door het bos.

We verwachten wind tegen te hebben op de dijk, maar ook daar valt het mee. Bij de manege gaan we terug en we fietsen langs het kasteel. Dan gaan we het Castellumpad op, dat is nieuw. Ook voor mij. We fietsen door het bos naar de Vaart terug en dan via de eerste brug terug naar huis. Aan het einde gaan we nog een klein stukje om, zodat ik nergens op dezelfde plek heb gefietst en gelopen vandaag. Al met al 35 kilometer.

Het was een rare week, een rotweek. Een week met enorme downs en te weinig ups. Maar ik heb toch zo’n 12 uur gesport. Me veelal afgereageerd in dit geval. Maar er zaten ook kleine pareltjes tussen. Op naar het vervolg van de Corona-tijd. Geen wedstrijden, geen vakantie voorlopig, maar wel een aantal solo-triatlon uitdagingen en een hardloopbingo! Keep it up.

27 april. Het is Koningsdag. Zonder fysieke vrijmarkt. Zonder drukte in het oranje. Iedereen moet thuis Woningsdag vieren. Thuis het Wilhelmus zingen. Het is mooi weer. Dus ik ga niet in huis blijven. Vincent en ik gaan fietsen. Dat hadden we al besloten toen SG me appte of ik mee wilde gaan zwemmen. Buiten! Ik wilde allebei doen, dus gingen Vincent en ik al om 10 uur weg. Tussen de zingende mensen in het oranje door. Op Vincents nieuwe Red Shadow. De rem is gerepareerd. In Lelystad zijn een aantal ‘enge’ bruggen waar we heen zullen fietsen. Rustig aan. We gaan eerst over de Oostvaardersdijk, want dan hebben we wind mee. Het gaat heel lekker en gemakkelijk. Het is rustig vind ik. We gaan rechtdoor in plaats van de Knardijk op. Dat gaat nog steeds lekker hard. Onder bij het gemaal doen we een korte stop.

We hebben de tijd vandaag. We gaan door over het sluisje en dan de brug op. Ondertussen kwebbelen we. Als we langs de woonboten fietsen, heeft Vincent last van zijn zadel. Zijn fiets doet gek. Ik ga voor hem fietsen omdat het stuk met het tunneltje een beetje raar is. Als we weer naast elkaar fietsen, blijkt dat het niet aan Vincents zadel ligt, maar dat hij een lekke achterband heeft! De tubeless band is leeg gelopen!

We bellen Rob op en hij zal komen met een pomp en vloeistof voor in de band, want dat had hij nog niet gedaan. Het is een gemakkelijk te verhelpen lekje. Ik zit er over in dat Rob nu moet gaan rijden. Wij lopen verder, naar het wijkje toe. Daar gaan we bij de bushalte wachten. In het zonnetje.

Rob komt binnen 20 minuutjes en hij spuit voldoende spul in de band die het lek zal dichten. Oppompen en even wachten en dan blijft de band hard. Rob gaat weer naar huis en neemt de overtollige kleding mee. Mijn horloge is gereset. Wij weten nog niet of we de kortere route zullen nemen. Voor het zwemmen haal ik het wel. Dus we gaan richting de Anaconda-brug. Over het spoor en dan de brug over naar links. We rijden het fietspad af en gaan naar rechts. Dan komen we niet goed uit, deze dreef is te breed. Dus ik denk dat we de wijk moeten doorsteken. Dat gaat ten koste van de snelheid. We slingeren door de straatjes die verdacht veel op Almere Haven lijken. Doolhof. We komen bij een winkelcentrum met een Albert Heijn en dan blijkt dat we te ver zijn gegaan en we moeten een stukje terug. Ik doe de route op mijn telefoon en leer het een beetje uit mijn hoofd. Als we op de goede weg zitten, zien we de brug al liggen. Deze witte brug gaat de grotere weg over en is een soort van ‘open’. We maken foto’s in het midden.

Dan gaan we door naar de volgende brug over het water. Die is kei-eng! Dat vind ik tenminste. Vincent vind ‘m prachtig, maar hij mag niet stoppen van mij in het midden – ik wil snel van deze brug af die nog opener is!

We komen nu in het bos en gaan langs de KFC, maar we moeten een stukje omrijden onder de snelweg door. En langs het industrieterrein. De band blijft hard. We gaan langs de stoplichten en weer de snelweg onderdoor en dan langs de ooievaarsnesten. Nog een klein stukje langs de garage en dan weet Vincent weer dat hij hier al wel ooit eerder heeft gefietst. We hebben nu wind tegen en we gaan iets rustiger. We kletsen vrolijk verder en fietsen ook achter elkaar als het te smal is. Op de witte brug die je vanaf de A6 kunt zien houden we nog een stop. Voor het uitzicht.

Dan fietsen we door naar huis, maar dat is nog altijd een kilometer of 15. Langs de sluizen en dan richting de Praamberg. Dat deel kennen we ondertussen! Het is al na lunchtijd en ik heb inmiddels trek gekregen. We fietsen de 50 kilometer vol. Eigenlijk wilde ik gaan hardlopen na het fietsen, maar het wordt lunchen en het wetsuit pakken!

Aan de ene kant heb ik enorm veel zin in zwemmen, aan de andere kant is het vreselijk spannend. SG kan heel goed zwemmen. Zou het wel warm genoeg zijn? Weet ik nog wel hoe dat moet; zwemmen? Hoe neem ik de autosleutel mee? Ik hoeft alleen maar de sleutelbaard mee te nemen en laat het electrische deel in de auto. “Leg maar in de achterbak” appt Rob me. Er zijn andere zwemmers die net uit het water komen en zeggen dat het te doen is. We zijn absoluut niet de enigen met een wetsuit aan vanmiddag! Mijn wetsuit past nog. SG doet er langer over. Dan lopen we met mijn boei en bril en 2 badmutsen naar het water. Slippers aan de kant en nog een laatste fotootje en dan -onder toezicht van de vele strandgangers- het water in.

De kou valt mee. Maar voor het allereerst vind ik het water vies. Niet aan denken… SG duikt er het eerst in en dan ga ik ook. Ik kan nog zwemmen! Voordeel van als je iets al niet zo goed kon: het wordt niet beter! Ik adem 1 op 4. Ik kijk naar de bodem en wacht op de brainfreeze, maar die blijft uit. We kletsen nog even en SG zwemt met gemak voor me weg. Haar goed recht! Ik doe mijn eigen slagen en adem 1 op 3, maar dat werkt ook niet. 1 op 2 al helemaal niet en 1 op 4 is nog het beste. De zon is even weg. SG wacht nog een keer op me, maar nu ik hier ben wil ik zwemmen en zwemmen!! We gaan naar rechts vanaf het strandje en daarna weer terug. Dan hebben we wind tegen, maar ik merk dat niet zo erg. Ik ga 1 op 4 en 1 op 2 ademen afwisselen en dat bevalt me uitstekend. Niet aan denken dat het goor is. En gewoon lekker doorzwemmen. De zon komt door en het licht wordt nog mooier. Ik zwem zo 500m weg. Ik hoeft niet snel. Ik moet genieten en zwemslagen herhalen. Lukt allebei. Ik heb veel meer dan SG gezwommen volgens mijn horloge. Dat is raar. Er zijn ook andere zwemmers. We zwemmen weer terug en ik zwem de kilometer vol. SG zet haar horloge steeds stil, maar ik doe dat niet. Ik zwem weer terug richting het strandje en dan heb ik al 1300m gezwommen. Ik ben niet moe en ik vond het heerlijk! Behalve die gorigheid… Ik pak voorzichtig mijn telefoon en maak van SG een paar plaatjes. Mijn boei blijft hoog.

We gaan naar de slippers en dan wil ik de sleutelbaard pakken, maar de boei is leeg!!!!! Geen paniek, niet in de stress raken, maar zoeken. We lopen naar de auto terug en zijn nat. Ik moet het pak uitdoen en staar naar de grond. We gaan terug naar het water. Ik bel Rob dat hij Vincent moet sturen met de reservesleutel. Ik baal hiervan. We gaan in het water zoeken en in het zand, maar een sleutelbaard vinden… Een echte speld in een hooiberg! Vincent komt onze kant op. Ook nu valt het gelukkig mee met de kou, want de zon schijnt weer. Ik blijf zoeken en kijken, rondom de auto, nog een keer op en neer lopen. En dan… zie ik de sleutelbaard liggen! Aan de rand van de parkeerplaats! Vincent bellen dat hij om kan keren en snel de handdoeken pakken. Dan wil ik de spullen uit de achterbak pakken, maar die krijg ik met geen mogelijkheid open. Ik moet er helemaal voor door de auto klauteren met een nat trisuit aan. Het is een domme bedoening, maar ik kan er bij en dan kan ik me ook snel omkleden. Laten we het houden op avontuurlijk…..

Na het avondeten wil ik eigenlijk ook nog hardlopen. Dan heb ik alle drie de sporten op 1 dag gedaan. We gaan de zintuigenloop doen. Die staat op de nieuwe bingokaart. Elke kilometer een ander zintuig. Ik heb er meer dan de geijkte 5.

We gaan in een gewoon tempo en langs de Oostvaardersplassen. We zullen elke 600m van zintuig wisselen. We beginnen met luisteren. Om de beurt noemen we iets op wat we horen. Gekwebbel van Vincent, gehijg, stappen, een auto. Het luisteren is best lastig. Dan gaan we kijken. We noemen dingen op die we nog niet eerder zagen: dat bord, die twee beelden, de krijttekeningen, het spandoek. Door naar wat we ruiken. Dat is wel lastig! Zand en de geur van stro, Vincent laat nog een scheet!

Ik vind het erg leuk, maar Vincent vindt het wat saai. Dan gaan we door naar smaak. Die is echt lastig, want het enige wat we proeven is zweet. We lopen langs de berg en zijn nog bezig met kijken en luisteren. Dan gaan we door naar gevoel. Ik voel het stof van mijn sokken en mijn shirtje. Vincent voelt de wind!

Dat brengt ons bij thermo: we voelen de temperatuur en hebben het niet koud. Ook niet te warm. Dan door naar de lastigste; die we meestal uitschakelen: pijn. Als je er op let, voel je overal pijntjes en trekkende spieren en buikpijn. We lopen het Oostvaarderscentrum voorbij. Nu gaan we over op evenwicht! We voelen dat we rechtop lopen, of juist net niet, maar aan de rand van het pad. We voelen dat we het trapje op moeten. We hebben niet goed geteld blijkbaar, want ik heb er nog maa 1 over en een dikke kilometer. We hebben het over propositie: het gevoel dat je je spieren kunt aansturen. Dat blijft gelukkig lukken. Ik voel dat ik naar de toilet moet! Dat voel ik goed en daarom blijft het bij 5,75 kilometer! Ik heb een triatlon gedaan! Met lange en aparte wisselpauzes en in een unieke volgorde en ongewone afstanden ook nog, maar het is gedaan. Ik ben er tevreden over. Mijn Koningsdag was prima zo.

28 april. Geloof het of niet, maar ik doe niks. Een wandeling in de avond met Vincent om naar de winkel te gaan. En ik werk. Maar sporttechnisch gezien doe ik niks.

29 april. Na een dag werken, wil ik toch weer even naar buiten! We zouden vanmorgen vroeg de zonsopgangloop gaan doen, maar daar ontbrak iets voor: namelijk de zon! Ik weet niet wat we dan wel van de bingo kaart zullen kiezen, totdat ik een berichtje zie van iemand die 5 keer de heuvel is opgelopen. Hé, dat kunnen wij ook! Na het avondeten neem ik Vincent dus mee voor de heuveltraining.

Daar gaat Vincent al!

Uiteraard pakken wij de zwaardere variant van 10 keer en Vincent wil zelfs 12 keer, maar al warmlopend richting de heuvel aan het einde van de Evenaar, ga ik twijfelen. 5 Keer is ook mooi genoeg… We zullen elke keer timen vanaf het hekje en dan rustig de trap af. Vincent gaat me natuurlijk (met gemak) voor! De banker-lap gaat op 56 seconden. Daar blijf ik omheen zitten: de ene keer 55 seconden, dan 57 en nog een keer 56. Ik bedenk al bij de derde dat ik er vast 10 zal gaan doen, maar Vincent mag er ook maar 10 doen! Dat vindt hij niet zo’n probleem, haha….

We maken een fotootje en dan gaan we aftellen. Ik bedenk me dat ik inderdaad moet gaan tellen, dan weet ik of ik kan versnellen en meteen ga ik sneller! Ik ga tot 53 seconden opeens! Voor Vincent zou dat een wandeling naar boven zijn. De laatste keer zet hij mij op de foto en ik doe ook een keer mijn best. Ik zit op 50 seconden. Vincent gaat ook nog een keer zijn best doen en komt op 30 seconden. Zal zo’n 30 kilo verschil zijn denk ik. En 30 jaar. En man-vrouw. We zijn er allebei moe van en hobbelen weer naar huis.

30 april. De maand is bijna om. Ik heb deze maand bijna 1000 kilometer gemaakt in totaal. 900 bijna. Ik heb heel erg veel gefietst! Wel 693 kilometer. Dit is de op twee na beste maand qua kilometers ooit! Dat is best raar in een tijd waar je ‘nergens’ voor traint en geen vakantie hebt. Mei en augustus 2019 komen er nog bovenuit. Maar ik wil nog iets meer en ik wil nog lopen vandaag om de verhouden lopen-fietsen naar 20/80 te brengen. En omdat lopen gewoon gemakkelijker is voor mij. We vertrekken pas om half 9, Vincent en ik. We gaan de progressieloop van de bingo doen vanavond. 5 Kilometer en elke kilometer moet harder dan de vorige. Ik heb dit al veel vaker gedaan en vind het erg leuk en uitdagend. Je moet vooral sloooooom starten en je hoeft maar 1 tijd te onthouden. Voor Vincent is het nieuw en zit de crux vooral in het eerste: heel langzaam beginnen. Hij heeft het plan om te beginnen op 7:30 en dan elke kilometer 30 seconden sneller te lopen. Maar 7:30 is moeilijk en vooral als het ook nog begint te regenen. De horloges lopen uit elkaar: ik ben na 7:07 al klaar, Vincent na 7:20 pas. En dan is het zaak maar een heel klein beetje harder te gaan lopen. Vincent kijkt op het horloge, ik probeer het te voelen, maar als je zo langzaam gaat denk je dat je nooit meer sneller kan! En zeker vanavond niet. Ik heb er een zesde kilometer aan toegevoegd die op 5 minuten zal moeten. De tweede kilometer loop ik in 6:52. Sjokken door de straatjes zeg maar. Het voelt nog steeds erg zwaar en ik zie het de laatste kilometers niet goed komen. We gaan alle straten door en komen al in de Seizoenenbuurt met 6:29 per kilometer. Ja, ik kom er in! Nu naar een kilometer in 6 minuten en die doen we keurig in 5:59.

Vanaf nu zal Vincent het woord moeten voeren en de tijd in de gaten moeten houden. Ik moet beduidend sneller. Ik heb spijt van de laatste toegevoegde kilometer. De 5de kilometer loop ik in 5:22, dus moet de laatste hoe dan ook sneller dan dat! Vincent haast me en ik roep nog net ‘busbaan’ en ‘links’. Ik eindig netjes op 5:01 en dan ben ik heel erg moe. Vincent loop nog 100m verder en is er dan ook. Het was een hele opgave! We dribbelen weer naar huis terug zodat we weer 7 kilometer hardlopen. De laatste kilometer is net zo sloom als de eerste. Ik teken de bingo af en sluit de maand af met 913,5 kilometer, waarvan 46 lekker gewandeld!

Categories: Geen categorie | Leave a comment