2024 – 18 a Bornsdorf Sprint Triatlon

19 juli – zwemmen in de Senftenberger See zonder wetsuit

Het is een kalme, wederom bloedhete vakantiedag. Vandaag hoef er niet zoveel. Ik werd vannacht 3 keer paniekerig wakker. 1 Keer omdat ik Stekker kwijt was in mijn dromen, de andere twee keer op hoogte. Verder voel ik me wel goed! Het lopen heb ik prima verwerkt. Ik heb wel elke keer overal een beetje pijntjes, maar niks wat beklijft of echt opspeelt. Ik kijk even op mijn werk, wat ik misschien niet had moeten doen, want ik verneem dat er nog een superlijve collega vertrekt. Voor hem geweldig en ik gun ‘m de wereld, maar ik vond hem net zo leuk! Ik blog en rommel wat en we spelen weer de Crew. ‘s Middags heb ik het onzalige idee om in de plaats van een selfmade triatlon te kijken of er geen echte is. Nu we toch hier zijn, is zwemmen, een rondje om de Senftenberger See fietsen en de 5 kilometer van gisteren nog een keer hardlopen natuurlijk wel gaaf. Vincent moet van zijn trainer dan 750 meter zwemmen. Ik zoek even en er is een triatlon hier in de omgeving op een uurtje rijden van ons vandaan. Kan dat echt?! Vincents trainer juicht het toe en die van mij…. die heeft niet veel in te brengen. Ik weet niet of het me gaat lukken, maar wie het niet probeert weet zeker dat het niet kan. We kunnen nog inschrijven op de dag zelf. Deal. Ben ik gek? Vast wel. Maar wie het niet probeert, weet ook niet waar de grens ligt toch?

Vincent moet zwemmen. Hij onderhandelt met het oog op de verdere plannen uit dat hij 3 keer 500 meter moet zwemmen. Het water is inmiddels 23 of 24 graden en dan is een wetsuit dus echt uitgesloten. We gaan in trisuit en wandelen op (te kleine) slippertjes naar het strand toe. Zelfs dat is al warm genoeg om dadelijk lekker in het water te kunnen springen!

Brilletje op, boei mee en ik neem ook mijn achtje mee! We spreken af dat we dezelfde route zwemmen als vorige week en dat Vincent na elke 500 meter zal wachten. Het duurt even voor we in het water liggen. maar dan is het doorzwemmen. Ik vind het wel lekker, maar nu meet ook Vincents horloge goed en is 500 meter een behoorlijk stuk! Ik doe er best lang over, zo zonder steun van een wetsuit. Ik heb dan minder drijfvermogen. Kan Vincent langer pauzeren. Je voelt zonder wetsuit veel beter de verschillen in watertemperatuur. Nog een keer 500 meter. Ik kom precies op 1000m bij Vincent aan daar heb ik dan 25 minuten voor nodig gehad. Dat is best lang. Nou ja, ik ben geen zwemmer van nature, dus hier midden op het meer liggen is al heel wat! Misschien gaat het morgen ietsje beter, maar dat hoeft niet. We gaan richting de haven en zwemmen het laatste blokje van 500 meter. Ik ga iets lekkerder. Het is een mooi ommetje en ik zwem 1750 meter bij elkaar, maar dat laatste stuk gaat heel kalmpjes aan!

20 juli – Sprint Triatlon Bornsdorf met heel wat tegenslag!

Ik sliep niet heel erg goed: het was benauwd, ik moest een paar keer naar de WC en ik schrok nog een keer van de hoogtes en kwam niet meer goed in slaap. Mr Garmin prees me dat ik hersteld was door goed slapen; dat ding is soms echt raar. Om 8 uur opstaan en gelukkig had ik alles gister al klaargelegd.

Het spannendste was of we vandaag, op de dag van de wedstrijd nog konden inschrijven en tot hoe laat. De website was van Oost-Duitse kwaliteit: onduidelijk en de tijden spraken elkaar tegen. De buurvrouw van het huisje schrok helemaal dat wij de fietsen op de drager zetten: ze was bang dat we al weggingen! Ik dronk het bidonnetje leeg: het beloofde een warme dag te worden. Mijn knieën deden om de beurt pijn en ik voelde me stijfjes en totaal niet klaar voor het hardlopen. Ik neig nogal te vergeten dat de marathon nog geen week geleden is! We moesten aardig door het binnenland rijden en toen was de weg ook nog afgesloten en opeens leken we op het parkoers te zitten met pijlen en borden “opletten voor fietsers”. Dat beloofde niet veel goeds toen er een bordje met 8% helling stond. We parkeerden de auto even voor tienen op een veld een redelijk eindje van de start af. We gingen eerst kijken of we ons nog konden inschrijven, een eindje wandelen naar de camping, het was een beetje onoverzichtelijk allemaal met kinderen die al bezig waren (een paar). Maar we konden ons inschrijven!

Niet de Staffel, maar de Jedermann….

Ik deed het een paar keer fout ook nog met invullen, maar het lukte en we betaalden en ik had nummer 162 en Vincent nummer 163. Het water was 26,9 graden! Wetsuit was dus echt uitgesloten. Het beloofde ook warm te gaan worden. We haalden de fietsen en de spullen op. Lekker op tijd. Ik was zelfs bang dat ik me zou gaan vervelen en had mijn boek bij me. Maar niets was minder waar: mijn voorband was leeg. Niet leeg-leeg, maar 2 of 3 bar nog slechts. Rob ging weer op en neer naar de auto die 500m verderop stond om de pomp en de herstelspullen te halen. Ik at intussen de broodjes netjes op.

Hij legde er een nieuwe band op en spoot er wat spul in. En toen was de achterband ook leeg gelopen! Hoe dan?! Ik werd een beetje wanhopig en de tijd werd wel wat kort zo, maar we spoten de achterband vol. Heb ik dat ook een keer gedaan. Alles zat onder, dat was wel stom.

Toen deden de remmen het niet meer goed (genoeg). De voorrem helemaal niet en achter net aan. Rob deed een noodreparatie zodat ik in elk geval door de keuring heen zou komen en achter in elk geval goed kon remmen. De race zou starten om 12 uur en het was intussen 20 voor 12. Vincent ging zijn fiets inleveren en kwam terug om de helm vaster te zetten: ze waren nog streng ook. Ik ging om kwart voor 12 de wisselzone in en ze checkten me niet heel erg goed gelukkig. Ik moest snel een plek zoeken. Mooie wisselzone wel met houten blokjes.

De briefing was in het Duits en ik was er niet bij. Vincent ook niet. Zijn DI2 werkte niet meer, hij kon niet schakelen. Alleen het grote blad nog. Thuis in Almere hebben we alles opgeladen en dat werkt dan wekenlang. Rob kon er niks meer aan doen. Ik werkte nog een banaan naar binnen. Het was 5 voor 12 en we moesten naar het water. Ik appte Annemarie nog net en gaf Rob mijn telefoon.

Ik kon nog precies even het water voelen en aan iemand vragen in mijn knullige Duits waar we heen moesten zwemmen. Toen was het drei-zwei-eins en gaan. Op hoop van zegen!
Uiteraard zat mijn hartslag door alle spanning met de banden en de stress ergens on top en moest ik zonder wetsuit zwemmen in een massastart, al viel de massa wel mee. Maar wel mensen op schoolslag en ik met hoge ademhaling. Het ging niet echt lekker. En ik ben al geen sterke zwemmer! Dan had je ook nog een armbandje in plaats van een enkelbandje voor de tijdregistratie. Na een paar trappen vond ik wat ruimte en probeerde ik wat gecontroleerder te gaan. Dat viel niet mee. Ik zwom wel strak de goede kant op. Na het ronden van de eerste oranje boei kreeg ik de zon tegen en moest ik weer aanpassen en 1 op 3 ademhalen. Nog een boei ronden en dan weer terug. Ik was niet eens helemaal de laatste, maar mannen met schoolslag konden me bijhouden of inhalen. Ach wat: ik doe hier toch mee voor de lol, dacht ik en toen realiseerde me dat ik maar moest genieten. Het water lekker warm, weer een grens verlegd door te zwemmen zonder wetsuit en wie weet is dit wel het enige wat ik kan doen, dus laat ik maar het beste er van maken. Ik ging wat krachtiger zwemmen met 1 op 3 ademen en denken dat dit makkelijker is dan een machine op komen! Gewoon rustig kom ik er ook. Langs de gele boeien en dadelijk maar eens kijken hoe ik dat moet doen met dat chipje. Ik ging rustig het water uit en zag dat ik maar liefst 21 minuten had ‘genoten’ en dat het meer dan 750 meter was. Het bandje haal je dan langs een bord en dan is de tijd geregistreerd. Grappig systeem. Ik zag Rob en verder was het al lekker rustig. Joh, ik ga dit toch niet winnen, niet te veel willen.

De banden nog hard, Vincent was 6de of 7de en ik nam nog wat water extra mee en nam nog een slok. Ik ken het wel in de wisselzone en doe netjes alles wat ik moet doen. Rustig met die fiets de wisselzone uit en opstappen na de streep.

Oke…… In de allerzwaarste versnelling. Ik kwam nauwelijks weg. Uiteraard ging de weg een beetje omhoog. Superlastig. Zomaar 4 of 5 mensen die me inhaalden. Die zwommen dus nog trager, maar dat terzijde.

Het duurde wel een kilometertje voor ik er wat in kwam. De rem was dusdanig vast gedraaid dat het wat aanliep en dat ankertje had ik dus ook extra bij me. Maar he: ik fiets hier, heb me niet goed ingesmeerd en ik ga gewoon een beetje over dit asfalt trappen. Het ging best omhoog. Door het dorpje waar 10 mensen een aanmoezigingsfeestje hielden. Daarmee was al het publiek ook zo goed als op 🙂 k werd ingehaald door een redelijk stevige dame, terwijl ik net een beetje tempo kreeg. Ach. Het ging best een beetje vals plat omhoog. Tussen de zonnebloemen door. Het was een heen en weer parkoers, dus straks ben ik hier weer! De eerste 5km gingen in 12+ minuten, dus ik ben wel effe bezig. Toen kwam de 8% helling en weet je: ik schijn dat te kunnen. Laag verzetje, kracht op de pedalen en ik haalde de dame en 2 heren in. Ikke, uit de polder. Verder genoot ik van de bossen en dat het gewoon best stoer is om hier een triatlon te doen, zomaar in de vakantie! We kwamen nog een dorpje door en tralala ik genoot van de huisjes, het bord hoe hard je gaat (47 voor de auto achter me en 27 voor mij). ik trapte gewoon maar door wat me lukte en paste. De allersnelste mannen kwamen al terug. Ik telde ze om te kijken waar Vincent zat. Ondertussen ging ik omhoog. Gestaag, maar het ging niet echt veel harder de tweede 5 kilometer. Onder de treintunnel door en ik dacht: straks weer… Dan ga ik de goede kant op. Dan weet je hoe ver het nog is tot het volgende dorpje, Crizin en daar moet je keren, dat wist ik. Het was een end het dorp in en keren midden op de weg. Gleich Zuruck, zei ze. Ik had al een heleboel vrouwen voor me geteld, ook ouderen, dus ik liet het er maar bij en zette mijn zinnen op finishen. Er stond nog 1 man te kijken naar alle fietsers door zijn dorp. Verder wederom nul publiek! Ik was lang niet de laatste, dat was prettig. Treintunnel. Dorpje met mooie kerkje. Ik had het best naar mijn zin en dronk wat en ik at zelfs een fruit gellie! 8% naar beneden ging lekker hard en ik grijnsde breed. Haal ik net de 50 niet. Zonnebloemen. Al op 15 kilometer en het lukt wel. Nog 7 kilometer te gaan. En dan moet ik lopen. Laat ik eerst dit maar overleven. Er stond een heel erg schattig kasteelruinetje.

Ik ging het dorpje Bornsdorf in. Werd bijna blij. Het aanmoedigingspubliek weer (een paar mensen minder) en toen voelde ik het: de band loopt leeg. Dan heb je weinig tijd om na te denken: doorrijden en de velg stuk rijden? Nee, dat zeker niet. De band volpompen met dat spul? Kost teveel tijd. Ik zit op 20 kilometer. Ik stap direct na de bocht af en ga lopen. Ik moet die fiets in de wisselzone krijgen. Ze vragen nog even wat er is en ik hoef alleen maar op de band te drukken. Ik zie de borden Triatlon staan en langs de kerk laat ik nogmaals mijn band zien. Het is nog 1,5 kilometer. De dames halen me in. Tja, zo is het, ik snap het. Ik ren een stukje, maar op fietsschoentjes is dat lastig en ik moet dadelijk nog hardlopen, nu niet alles opmaken aan energie. De band ploft er nu echt af. Ik kan wel drinken en neem nog veel water. Nu merk ik het nadeel van de automatische overgangen op het horloge: Garmin weet echt niet of ik in de wisselzone zit of hoeveel kilometer ik nu heb afgelegd. Het fietscomputertje is minder strikt en die hou ik aan. Ik zal ze later wel allebei bewaren. Ik neem deze tegenslag mee. Niets aan te veranderen, wandelen. Ik moet nog een paar bochten door en er komt een meneer op zijn stadsfiets die aanbiedt om te wisselen, dat ik zijn fiets pak en hij wandelt. Hij bedoelt het echt heel lief, maar ik laat deze fiets niet achter en daarbij: ik moet dit zelf doen. Maar zo schattig. Ik kom dadelijk op het loopparkoers en kijk of ik Vincent zie. Ik kom langs de auto. Nog minder dan een kilometer. Ik ga dit gewoon echt wel doen hoor! Inmiddels ben ik vast en zeker de laatste. Ik heb de dames voorbij zien komen. Maar net als een lekke band, heb ik ook dat nog nooit meegemaakt. De achterfietser vraagt of ik het verder alleen red. Ik ben dus echt de laatste en ik ga het wel redden hoor! Hij viel inderdaad netjes niet op. Ik kijk of ik Vincent zie lopen. Als ik er bijna ben, zie ik Vincent en Rob ook. Vincent is al gefinisht. Ik heb geen idee hoe lang ik er over heb gedaan. Rob vraagt nog overbodig of de band lek is. Ik ga de wisselzone in en zet mijn fiets netjes neer. “Stap je uit?” vraagt Rob. Wat Denk Je Zelf. Ik heb die teringfiets hier naar toe gesleept en ik ga nu hardlopen ook! Ik neem de tijd om mijn sokken aan te doen. De fijne blauwe. En ik spoel mijn voeten af. De mevrouw van de wisselzone voelt nog aan mijn band, alsof ze me moet controleren ofzo! Ik voel me een beetje pissig over alles. Het ging best goed namelijk. En dan ga ik hardlopen. Wat kan er nog mis gaan joh?

Er staan sponzen en die pik gelijk mee en even verderop pak ik wat ‘wasser’ aan. En ik ren. Ik bedoel: eindelijk iets wat me makkelijk af gaat! Het is onverhard. No problemo. Er liggen matten tegen de modder en ook daar kijk ik niet van op of om. Ik ren gewoon. Voel ik ergens pijntjes? Nee, totaal niet. Stukje kiezels. De eerste kilometer zit er al op en die gaat in 5:30. Dat is prima en vooral: het gaat ook prima. Nog een stukje zaagsel gevolgd door zand: joh, dan hebben we alles maar gehad. Het is lekker in het bos. Inmiddels zou het toch bloedheet moeten zijn, maar ik heb lekker een spons vast die opgedroogd is en ik loop hard. 1 Bocht om en dan ga je het bos uit en schijnt de zon fel op de nog steeds onverharde route van zand. Geen centje pijn of moeite. Eigenlijk is dat raar, zo een weekje na de marathon, maar ik ben hartstikke blij dat er iets lukt en ik zal proberen te blijven hardlopen ook. We gaan de verharde weg op. Er staan wel 9 pijlen dat je links moet lopen, maar iedereen voor mij loopt natuurlijk rechts. Ikke niet. Brandende zon op asfalt en het tempo is nog steeds hoog. Auto’s langs, beetje aanmoediging. 1 Mevrouw zegt dat het er hartstikke goed uit ziet. Tja. I know. Je kent de rest van het verhaal niet. Ik haal mensen in, die lopen te zweten en het moeilijk te hebben. Zij zijn er vast dadelijk. Ik heb de eerste ronde al gehad en vraag aan Rob waar ik in s hemelsnaam heen moet.

Er loopt een smal stukkie langs de wisselzone. Onverhard uiteraard. Ik lever mijn spons in en pak de volgende mee die ik uitknijp. Niet op mijn rug, dat komt niet goed met de schuurplekken. Ik zet ongeveer 6 wandelstappen om het water te drinken. En dan is er dikke rust. Op de matten, in het bos. Alhoewel het stikt van de dagjesmensen en sommige kutkinderen niet begrijpen dat 6 breed met uitstekende luchtbedden het hele pad beslaat. Ik hoor ‘als die Niederlande’ en denk: mooi dat Vincent gehuldigd wordt. Mijn kansen zijn verkeken. Of ik word laatste. Ik zie iemand voor me sjokken. Ik haal je moeiteloos in ouwe meneer. Hij vraagt of de Olympik 4 rondes zijn. Ik zeg ja, maar ik hoop niet dat hij denkt dat ik dat moet doen, want dan zou ik wel heel snel zijn! Ook met waterpost gaat de derde kilometer in 5:30 of daar omtrent. En warempel: iets verderop weer iemand die er om vraagt om ingehaald te worden met zijn sjoktempo! De man met de wandelstokken zie ik denk ik voor de 5de keer intussen. De zon wordt warm op het zand en meerdere mensen wandelen. Ik heb daar echt geen enkele behoefte toe. Dat is het enige wat ik nog kan ‘scoren’: 5 kilometer hardlopen zonder wandelen. En dat is geen enkel probleem. Ook al is het nu dik boven de 30 graden. Ik heb geen enkel pijntje, niet moe, werkelijk nergens last van. Weer op het asfalt en uiteraard komen nu de snelsten van de OD al binnen (of was dat al in de vorige ronde). Ik kijk nog even of ik binnen de 2 uur kan finishen, maar wat maakt het eigenlijk uit? Ik heb een triatlon in 4 delen gedaan: stress-zwemmen, fietsen, wandelen, hardlopen. Ik ga op de finish af en juich nog wel.

Niet eens binnen de 2 uur. Die man begint me vanalles te vragen. Sodemieter op met je Duits, ik versta je niet en ik wil niet. Ich war plat. In eerste instantie baal ik er dus echt enorm van dat ik hier niks heb kunnen laten zien en hoe geweldig Vincent wel niet is. Ik baal van de lekke banden, ook al kan ik er niks aan doen. En ik baal dat er geen medaille is, vind ik gewoon jammer. De ouwe man finisht ook. Dan gaat mijn Garmin ook nog moeilijk doen en de hartslag niet downloaden en vervolgens herstarten. Ik geef ‘m aan Vincent maar de activiteit is tenminste opgeslagen. Ik wil eigenlijk best weg, maar we moeten wachten tot Vincent de derde prijs krijgt. Hij heeft heel hard gelopen en strijd geleverd en ondanks dat hij niet kon schakelen ook heel hard gefietst. Ik heb op een andere manier veel strijd geleverd en dan merk ik op dat ik gewoon 5:30 heb gelopen. En dat ik werkelijk nergens last van heb. Helemaal niks. Niet eens moe! Ik vind het wel leuk dat ik 2de ben in mijn leeftijdscategorie, ook al zijn het er maar 2.

Vincent krijgt een pot augurken en de eeuwige roem en een urkunde. Dan ben ik toch wel trots op hem, hoe hij de plaatselijke Duitse triatleten opzij heeft gezet. Ik schrijf het Annemarie en ook naar Joyce dat het wel erg veel beren waren op de weg die mijn banden lek beten. Ze wist het al van Rob. En hoera: er is ook een urkunde voor mij en mijn tweede plaats. Hartstikke leuk.

Toch een soort van medaille. Als je de tijd wegdenkt van 2 uur en 11 seconden. We pakken de spullen. Het is hier een hoog ons-kent-ons gehalte en een ongeorganiseerde gezelligheid. Rob neemt de fiets mee en ik allebei de tassen.

Bij de auto worden we nog aangesproken door een oud stel dat Vincent herkent als de prijswinnaar. Het is gek, eigenlijk heb ik vanalles goed gedaan: de voeding, de organisatie, de zenuwen. Alhoewel de zenuwen er wel waren, maar die lagen volkomen buiten mijn macht met 2 lekke banden voor de start. Rob is blij dat ik nog 20 kilometer wel heb gehaald. Het zwemmen was vooral te moeilijk voor mij denk ik. Maar ik heb de finish gehaald! Annemarie is trots op mij, want velen zouden hebben opgegeven. Ikke niet dus. Ik wil maar niet echt moe of hongerig of oververhit raken. Ik heb echt nergens last van. Misschien was dit wel mooi om aan te tonen dat ik fysiek in elk geval sterk genoeg ben om te hardlopen in de hitte en dat ik blijkbaar ook best mentaal wat kan verwerken. Daar is geen prijs voor.

Ik zet daarna wel wat berichten op Instagram en kan in het huisje meteen de was doen en alles bijwerken.

Categories: Wedstrijd | Tags: | Leave a comment

2024 – 18

15 juli – de dag na de marathon.

Ik stond twee keer op midden in de nacht om te gaan plassen. De benen waren wat stijf, maar ik kon naar de toilet wankelen. 1 opstapje. Verder sliep ik redelijk, maar om kwart over 6 was ik klaarwakker. Met honger. Ik kon opstaan, maar mijn kuiten waren stijf en mijn knieën deden pijn. Die honger was het ergste. Ik ging om kwart over 7 mijn bed uit om te gaan eten en lekker thee te gaan drinken. Het viel me mee. Ik heb geen blijvende pijntjes aan de marathon overgehouden. Geen blaren en slechts een paar schuurplekjes van de rugzak op mijn rug. Wel ben ik erg moe. In mijn hoofd. Iiteindelijk reageren er maar weinig mensen op Strava en op de Weight Watchers. Grappig genoeg herkent mijn nichtje uit Eindhoven mij daar wel! In mijn hoofd heb ik al een bericht op Insta geschreven.
Het schema voor de komende week ziet er als volgt uit:

Wat denk je zelf?! Ik ga vandaag alvast uitfietsen. Ik wilde zelfs op de stadsfiets gaan, maar die is echt te wankel. Ik ben bang voor uitklikken. Ondanks dat het oke lijkt te gaan, ben ik natuurlijk niet zo sterk vandaag. Maar het lukt. Vincent en ik gaan samen en Vincent neemt het rugzakje, zodat we langs de winkel kunnen. Ik wil namelijk heel erg graag Engelse Drop. Sinds vannacht. Fietsen, uitklikken, rondtrappen: dat is allemaal geen enkel probleem. We spelen een spelletje op de fiets en het is maar 18 kilometertjes. Tempo ligt laag. Tot zover prima. Wat wel aan het onmogelijk moeilijke grenst, is het opletten en het verwerken van de prikkels. In het dorpje met auto’s die achterop komen en mensen die oversteken. Daarna wordt het nog moeilijker met tegenliggers. Ik kan met moeite mijn ogen openhouden, nooit geweten dat dat ook zoveel energie kan kosten. Ik kan ook lastig inschatten hoe snel de tegenliggers er aan komen. Vincent gaat weer aan de buitenkant fietsen. Ik durf ook niet te drinken, daarvoor moeten we even stoppen in de haven.

Vincent heeft bedacht dat we met de fietsschoenen moeilijk door de winkel kunnen lopen. Ik doe er lang over om te bedenken dat we mijn slippers hadden moeten meenemen. Ik ben echt nog erg, erg vermoeid. Het zit niet in mijn benen, rug of fysiek: de problemen na zo’n grote wedstrijd zitten in mijn hoofd en het verwerkingsplan. Ik ben ook nog steeds niet echt trots of dat ik echt besef dat ik weer een marathon heb gelopen. Best lastig, dat intens vermoeide. Moeilijk te omschrijven ook. We halen mijn slippers en dan gaan we naar de winkel. Vincent noemt het: de Bugatti als boodschappenwagen gebruiken.

Hij blijft bij de fietsen en ik ga de winkel in. Dat is een stormvloed aan indrukken, zoeken, mensen en geluiden. Bij de kassa val ik bijna om en dan kwebbelen ze ook nog in het Duits tegen me waar het mandje heen had gemoeten. Gelukkig is het maar een heel klein stukje terugfietsen en rijdt de ‘Bugatti’ stapvoets! Het tempo zat er niet in, maar ik ben er moe-er van dan van het fietsen naar Polen. De spieren zijn wel lekker los en de afstapjes zijn al minder hoog. Ik voel mijn knieën en vooral veel spanning op de kuiten. Ik vreet een aantal Engelse Dropjes en dan is het alweer genoeg.

Rob vraagt of ik mee ga wandelen. Het is inmiddels weer dik 30 graden en warm en vermoeiend drukkend weer. Ik ga mee op de andere hardloopschoenen, die zijn het stevigst. Lopen kan ik wel, maar na 2 kilometer voelt het alsof ik een anker meesleep.

De vermoeidheid is nog steeds abnormaal, maar ik kan niet echt goed overdag in slaap vallen. Ik maak de blog af, maar de Instagram post laat lang op zich wachten. Er zijn toch zeker een paar heldendaden weer, waardoor mensen niet echt om hoeven te kijken naar ankiepankie die ergens ver weg in Duitsland de medaille voor de marathon binnen hengelt. Er lijkt maar 1 iemand te zijn die nadenkt en net iets verder doorvraagt… ik vind het heerlijk om verdere plannen te maken voor de vakantie. Tegen de avond merk ik de afstapjes al niet meer op! Fysiek zijn het alleen de knieën nog een beetje en de kuiten. Het zou mooi zijn als het vliesje in mijn hoofd nu ook nog even oplost.

Ik zoek het in de avond op en ik ontdek dat mijn hersenen ook gewoon ‘spierpijn’ hebben. Die schijnen ook een tekort aan glycogeen te kunnen hebben, een tekort aan voeding en die hersenen moeten toch blijven doorwerken en de stappen aansturen en de route blijven volgen en een beetje blijven nadenken. En daar raak ik uitgeput van. Ik ben blij dat ik het weet en dat ik pas aan het einde van de dag uit kan zoeken hoe het zit, zegt misschien wel genoeg. Slapen en suikers eten: dat heeft geholpen.

16 juli Fietsen op de tijdritfiets

Ik slaap lang en redelijk diep ook. Mijn HRV en mijn rusthartslag zijn nog niet op orde, maar ik heb eigenlijk geen last meer van de spieren. Vannacht deed het linkerbeen nog moeilijk en de kuit is wat stijf. Ik blijf lekker lang liggen in bed en sta rustig op na een boel potjes Candy Crush. Een warme douche lost eigenlijk alle pijntjes op. Mijn hoofd is ook weer tot rust gekomen en ik snap de dingen weer. Ik eet weer ‘gewoon’, maar nog wel lekker iets meer dan anders en ik zit lekker buiten nu het nog niet zo heet is. Na het middageten gaan we naar de Energiefabrik, een museum. Ik zit lekker achterin als we door het Lauzitser achterland rijden te genieten van de landschappen en de dorpjes. Na een reis van 3 kwartier rijden we live Abandoned Engineering binnen. Dat is een programma over bouwwerken en industrieel erfgoed in verval.

Er is bijna niemand in het museum. We gaan eerst naar de tentoonstellingen en die vertellen over de fabriek, de mensen die er woonden en werkten. Het is informatief en goed opgezet.

Dan gaan we naar het uitzicht. Ik kan het prima aan en maak veel foto’s.

Het vervallen en vergane erfgoed vind ik supermooi. Er spreekt een kracht uit die ooit was. En die mijnen zijn al zo enorm! Daar delven ze het bruinkool, in deze fabriek werden de briketten gemaakt. Dan moeten we een open trap op. Een ware nachtmerrie voor mij. Vincent blijft in de buurt. Ik span me in tot het uiterste, zweet peentjes en worstel me naar boven, want ik moet en zal boven komen.

Hoewel het heel moeilijk was voor me, heb ik geen seconde spijt gehad dat ik boven in de fabriek ben gestart. Het was echt, het voelde aan als een plek waar gewerkt was, waar de stof rond dwarrelde en ik heb in tijden niet zoiets moois gezien. Ik vind het kunst. Fotogenieker wordt het voor mij niet. Schoonheid.

In elk metertje, in alle teksten, op de deuren, in alle buizen, in de enorme machines en de lopende banden die stilstaan. Er ligt een ongekende schoonheid in die ik altijd alleen maar zag op de TV en nu stond ik er ineens middenin. Ik kon niet stoppen met foto’s maken. Ik heb ontzettend genoten.

We daalden af in de fabriek en elke verdieping had zijn eigen ‘lelijke’ schoonheid. Er was niemand behalve wij en gek genoeg hing er een stilte die de fabriek die ooit een enorme herrie moet zijn geweest een extra dimensie van verlatenheid.

We moesten een helm op tegen het stoten. Ik heb ademloos naar een filmpje staan kijken waarin de machines draaiden en naar de mensen. Ik kon er nauwelijks genoeg van krijgen. Wat was dat fantastisch zeg. We gingen weer naar buiten en we konden niet verder omdat er een festival werd gehouden later. Ik ging nog even kijken om een foto van het gebouw te maken en toen kwam ik bij de machinekamer.

Ik riep Rob en Vincent en we gingen nog even kijken. Ik was verbijsterd: bruine afgeleefde tegeltjes, honderden metertjes en enorme machines: het leek wel een film! Het was zo typisch, zo authentiek dat het bijna onwerkelijk was. De lichtval was adembenemend met de zon door de grote ramen.

Het is dan misschien geen sport voor deze sportblog, maar ik schrijf het toch maar hier op. Wat een prachtige ervaring! Echt even vakantie, want ik vergat alles behalve wat ik op dat moment zag.

Op de terugweg zat ik voorin en kon ik nog een keer van het landschap genieten.

Dan toch nog het sportverhaal van vandaag, want Vincent moest nog fietsen. Veertig kilometer. Ik had geen tijd meer genomen voor een route, want ik wilde ook op de tijdritfiets en dan iets rustigs aan wegen graag. Ik koos voor de bekende routes, al wilde ik de marathonroute liever ontwijken. Maar ja, dat is wel bekend, dus doen we toch maar. De hartslagmeter maar weer om, ondanks de schuurplekken… Dus we gingen weer richting het dorpje. Ik moest even wennen aan de tijdritfiets die niet zo heel goed remt. Ik weet de weg nu, dus ik gaf Vincent ook de mogelijkheid zijn eigen tempo te doen en dan kon ik dat ook doen. Ik wist waar hij me zou opwachten. Op de rotonde bij het familiepark. Ik genoot van het mooie licht en van de fiets en van de rust op de fietspaden.

In het dorpje fotografeerde ik eindelijk de kerk. We gingen wat lastig onder het tunneltje door met andere fietsers. Wij hadden geduld, maar zij gingen steeds zo fietsen dat die lastige tikkersfietsen hun voorbij konden. Langs het kanaal waren we alleen en gingen we een aantal bochten door. Ik wist dat de fietssnelweg kwam en wat is er dan mooier met de tijdritfiets dan die optimaal benutten? We spraken af op het kanaalbrugje. Weer heerlijk ieder even zijn eigen ding op de lege wegen en in het mooie licht. Ik was echt aan het genieten en zelfs ik ging hard! Vincent wachtte me iets eerder al op toen hij niet wist welke kant op. Maar we hadden nog een stuk ‘vliegen’ tegoed. Zelfs ik zat boven de 30! Dan door het bos. Het was nu nog mooier als in de ochtend. Tot een afslag vloog Vincent er ook nog een stukje vandoor. En toen kwamen we toch op het marathonparkoers. Ik liet Vincent even gaan, zodat ik alleen wat dingen kon herbeleven. Het is idioot dat we ‘pas’ 24 kilometer hadden gefietst en dat we bij de kilometeraanduidingen van 27 en 28 kilometer zaten van de marathon. Het voelde bekend en toch ook anders, zo op de fiets.

Vincent wachtte me weer op en toen ik hem. We gingen bij de parkeerplaats naar beneden omdat ik van het prachtige, geweldige mooie licht een foto wilde. De lage zon maakte er goud van.

We deden nog ieder een stukje apart tot het brugje/keerpunt. Voor mij was dat een lastig stukje omdat ik nu weet wat ik anders had moeten doen: blijven voeden. Maar ja. Goed om terug te kijken.

Toen kwamen we op het stuk waar Vincent ook had gelopen (in tegengestelde richting) en we bleven bij elkaar. Kon hij zeggen: hier wist ik dat het niet zou lukken, hier ging het weer omhoog en hier irriteerden die anderen me. Ik wilde een foto bij het typische oostduitse gebouwtje.

En toen reden we terug door Senftenberg. Langs de sporen en onder het spoor door ging nog wel, maar de wegen was lastiger met de cobblestones. Het mooie gemiddelde van 27 kilometer per uur in het eerste uur ging wel snel verloren! Vincent filmde nog een stoere auto bij het stoplicht. het licht rondom het Schloss in de doodstille stad was echt ook supermooi. Bij de haven raakten we elkaar kwijt. Vincent fietste door en ik had dat niet gezien. Dan merk ik nog dat ik nog moe ben, want ik raak dan een beetje in paniek en doe er net iets te lang over om te denken aan “zoek-mijn-vincent”. Dan rij ik door de haven in plaats van door te gaan. Maar we vonden elkaar. Het werd wat donkerder al. Vincent stopte op 40 kilometer. Ikke niet. Ik fiets alles toch? We gingen op het bankje zitten vlak bij ons. Dat bankje is altijd bezet, maar nu niet.

Nu mochten wij! Ik maakte 44km vol en kwam lachend thuis omdat de stoere buurman op de racefiets gedag tegen mij zei. 🙂 Ik ben dus weer helemaal hersteld! Eigenlijk doen mijn spieren geen enkele pijn meer. Knieën niet, stappen niet en de opstapjes zijn weer allemaal weg in het huisje. En mijn hoofd is ook weer in orde. Ik ben hartstikke trots dat ik een marathon kan lopen en ook weer zo snel kan herstellen en weer verder kan genieten en vakantie kan vieren. Laat de rest hun geweldigheid op Instagram maar tentoonspreiden in allemaal reeltjes met veel kijk-mij-teksten erbij (liefst 4 keer per dag): deze ‘slome’, oude sportster doet het lekker zelf wel!

17 juli – Een dagje naar Berlijn – wandelenwandelenwandelen

We reden naar een plaatsje onder Berlijn, nog altijd een dik uur rijden. Daar namen we de trein naar Berlijn. Ik had een lange broek aan gedaan en lekkere sokken en de Jedite hardloopschoenen om zoveel mogelijk steun te hebben. We stapten uit bij Friedrichstrasse en wandelden naar de Reichstag. Ik had mijn horloge direct op wandelen gezet. Als ik stil sta, pauzeert ‘ie vanzelf. Het was bewolkt en helemaal niet warm. Altijd even wennen, zo’n drukke stad met allemaal indrukken en mensen en geluiden. We gingen door naar de Brandenburger Tor en dat is wel echt het gevoel van Berlijn.

Daarna liepen we door het Joods monument. Ik wil dan weten ‘waarom’ en het is om het gevoel van desoriëntatie mee te geven zoals die bevolkingsgroep zich voelde. Dat kreeg ik wel mee, maar al die groepen mensen er omheen, iedereen die je tegenkomt en zich ‘onlogisch’ gedraagt, de herrie van sirenes: voor mij hoeft de marathon van Berlijn niet, veel te druk. We liepen naar Checkpoint Charlie. Rob wist de weg, want die was hier een paar maanden geleden voor zijn werk. Gelukkig maar, anders was ik verloren gelopen! We zagen Trabantjes en grijze gebouwen die echt Oost-Europa zijn en ik vond het idee hier-stond-de-muur wel tof.

Checkpoint Charlie was heel druk en onrustig. Daarom niet zo indrukwekkend. Toen liepen we naar de muur of het laatste stukje wat er van over is.

Het is een raar idee dat deze geschiedenis nog tijdens mijn leven zich heeft afgespeeld! Maar verder is Berlijn een stad zonder echte historie. Opgezet vanaf de 20ste eeuw pas, doordat er bruinkool was in het gebied waar wij zitten, opgebloeid in de roaring twenties en heel hard gevallen in de crisis. Ook door het wegvallen van de energie. Diep gezonken in de tweede wereldoorlog en vooral plat gebombardeerd. Daarna werd het pas unieke geschiedenis, doordat het werd opgedeeld op basis van ideologie. Maar dat is afgebroken en op dit moment alleen nog een levende herinnering zonder kathedraal of groot museum. Heb je dat gezien, dan ben je eigenlijk klaar in Berlijn. De zon kwam er intussen door.

We liepen naar de McDonalds in de Mall of Berlin en naar de WC daar die top is! Toen was het druk en we gingen langs een Lego winkel en daarna weer terug naar de mcDonalds. Al die stappen zijn dan ‘binnen’ en die rekent de Garmin niet mee, maar ook dan leg je dus hele stukken af. En nog een keer naar de WC en daarna gingen we de lange wandeling aan naar de Classic Remise. Langs de Potzdammer Platz naar het park. Rust. Maar mijn knieën gingen pijn doen. Vooral mijn rechterknie. Beetje stekerig. Duidelijk een gevalletje overbelasting. Logisch, maar ook lastig. Ik vond het vooral heel rottig dat ik niet de snelheid en het gemak heb met wandelen. We kwamen op de lege weg tussen het monument en de Brandenburger Tor. Beetje indrukwekkend wel, maar… dit is zoals ik het nu voor altijd ken.

Langs het monument met veel teveel trapjes die niet goed zijn voor gevoelige knieën. En dan weer door. Het was kilometerslang saai, grijs achtergebleven woonwijken.

Die Classic Remise moest het wel echt waard zijn! Ik had er hartstikke moeite mee. Ik had al tien kilometer gewandeld voor we er waren! Ik zette de Garmin even uit, want hij bleef aan en uit gaan. Later zou die zelf de wandeling ongevraagd opslaan.

De Classic Remise was het waard. De auto’s waren echt geweldig en Vincent met open mond zien rondlopen was ook fijn.

Ik vond het zelfs stoer om een Lamborghini te zien en horen! En al die andere auto’s, ik wist niet welke ik het meest gaaf vond! Ook de klassiekers waren tof, een Jaguar. Of vond ik de blauwe Lamborghini het mooiste? Of toch die Bugatti Veyron?

Zelfs ons eerste autootje, een witte Peugeot 205 Lacoste, stond daar.

En een race-auto. Het was geweldig veel. Echt: als je Berlijn zat bent, is de Classic Remise the next place to be.

Zodra ik niet meer hoefde te wandelen was de pijn weg. Dat was wel prettig. We gingen even iets drinken. Ik deed een knieband om de rechterknie. We gingen weer verder naar de Lego winkel. Dat was ook zo’n 4 kilometer en door de woonwijken en langs het water, de Spree. Mijn telefoon was vol. Dat kan ik dan net niet goed handelen. Mijn andere knie ging nu pijn doen. Door het park nam Rob me lekker mee. Het werd zelfs toch nog wat benauwd in de stad. Ik kocht een souvenirtje en toen stonden we tussen de neonlichten op wat later de Kurfurstendam bleek te zijn. Helemaal overweldigend!

We gingen nog een keer naar de Mac. Niet dat mijn maag en darmen dat nou echt leuk vonden, maar zitten met uitzicht was wel lekker. Daarna liepen we naar de trein bij Berlin Zoo. Het was intussen al tegen 8 uur en we zaten een uur in de trein.

Daarna reed Rob naar huis en tikte hij de hoogste snelheid van 227 nog even aan. Toen we eindelijk ‘thuis’ waren was het donker. Vermoeiend zeg! Al met al gaf mijn Garmin aan dat ik wel 25 kilometer had gelopen. Nou, dat voelde ik! Het zou ietsje minder kunnen zijn en het ging niet zo hard natuurlijk, maar 3 dagen na de marathon is het toch een flinke afstand! Van de sokken had ik warmtebuitjes op mijn enkels. Mijn benen doen al geen pijn meer, maar ik sliep binnen 5 minuten!

18 juli – DE OVERWINNING en een stukje hard-joggenGluck AUF

‘s Morgens had ik eigenlijk weinig last meer van mijn benen of de bultjes en al helemaal niet meer van mijn knieën. Gelukkig. Wel was ik wat mokkig. Gewoon een beetje net-niet en met het verkeerde been uit bed gestapt.
We ontbeten lekker laat en toen had ik zoiets van: laten we naar het Bergbauwerk F60 gaan. Een mijnbouwmachine voor het afgraven van de open mijnbouw. Het leek mij al moeilijk voor mij. Ik heb hoogtevrees. Een uitkijktoren met open trappen kan ik niet op. Ik kom simpelweg niet boven. Na 6 of 7 meter hoogte weigeren mijn benen dienst. Ik kan de volgende stap nauwelijks zetten, mijn ademhaling stokt en ik zweet me kapot. Fysiek kan ik natuurlijk makkelijk naar boven, maar ik ben zo bang dat ik stil val. Een mijnbouwmachine op? Dat gaat een flinke klus worden! Er zal toch wel een lift zijn en de folder belooft dat hoogtevrees geen belemmering hoeft te zijn.

Het ziet er gaaf uit en ik zie allemaal mensen lopen. Hoe erg kan het zijn? De gids is Duitstalig en wij volgen een Engelse guide op het oortje. Ik kon het allebei maar moeilijk volgen, want er waren nogal veel woorden die geen echte context hadden. De enormiteit van de machine overviel me een beetje.

Allemaal open trappen dus. Ik verstond de gids wel toen hij zei dat we het hem moesten laten weten als het teveel was. Nou maat… Maar ik wil en zal. Doe het moeilijkste wat je je kunt bedenken en je kan alles. Gluck Auf, dat is wat de mijnwerkers vroeger zeiden, toen ze onder de grond gingen voor de mijnbouw. Dan moest je hopen weer veilig boven te komen. Ook al is dit dagbouw en ga je niet meer onder de grond, de wens Gluck Auf is gebleven. Ik vind het heel toepasselijk: Veel Geluk Omhoog.

Vincent moest voor me uit en Rob achter me. Iedereen ‘rent’ naar boven en ik moet naar Vincents schoenen kijken. Alles is open roostertjes, open trappen en hoogtes. Ik kan niet om me heen kijken. Ik moet rustig adem blijven halen. Ik had Garmin op wandelen aangezet, maar het gaat te langzaam voor dat ding om te detecteren.

Ik blijf aan de binnenkant en hou me voortdurend aan beide relingen vast. Rob is blij dat hij me bij kan houden, Vincent vindt het ook spannend. Ik concentreer me op alles onder controle houden. De rest van de groep gaat ver voor ons uit, maar ik ben blij met elke stap vooruit.

Rob maakt de foto’s. Ergens zeggen ze tegen me: je staat op een verdieping hoor, maar ik ben alleen maar bezig met ‘nu’ en de volgende stap. Bijna mindfull! Ik weet niet of Vincent voor of achter me loopt. Ik moet een ritme hebben en me aan beide kanten vasthouden. Ik ben echt erg bang, maar ik hoor Rob achter me en dan is het goed. Soms hoor ik ze praten en dan denk ik: ik zie niks en moet er ook vooral niet over nadenken. Ik zag een duif als zij een sperwer onder ons bewonderen. Die duif zat net in mijn gezichtsveld. De rest van de groep is far out of sight. Dan begint het draaierige. De ademhaling is dus niet oke en ik moet iets bedenken! Ik ga hardop zeggen: stapje-stapje-stapje-stapje. En dan bij elke armbeweging. Daarmee komt er rust in de ademhaling en kan ik verder.

Ik voel me een insect. Dat is stom, maar ik ‘ben’ een insect met vier pootjes die contact moet houden met dit ding waar ik op zit. Door niet mezelf te zijn met mijn doodsangst kom ik steeds verder. Geen idee hoe lang ik al worstel en hoe ver ik nog moet. Rob heeft intussen alle audio al geluisterd en begrepen. Er steekt een zuchtje wind op. En de roosters golven opeens. insect zijn. pootje-pootje-pootje-pootje. Dan zie ik een heel stuk voor me omhoog. Leeg. Onwaarschijnlijk eng en akelig. Geen idee of Vincent me in kan halen of dat ook deed, maar ik kan zo niet vooruit kijken. Stap-stap-stap-stap. Het tempo kan nog lager, want nog hoger en hoger is een opgave. En dan een uitstekel en ik zeg: stap-ding-stap-stap. Ik vind het steeds akeliger worden! En dan komt er een open trap op extreme hoogte. HOE DAN. Ik kan al lang niet meer terug. Dan maar treetjes tellen. Vincent roept dat ik het niet zo keihard moet doen. Rob lacht zich achter mij stiekem kapot, want ik tel veel meer treden dan er in werkelijkheid zijn. Voor mijn gevoel zijn het er veertig. En dan ben ik boven.

Er is een schafthokje en daar kan ik in en staat een stoel. Ik ga zitten. Even danst alles om me heen. Ik kijk naar de hartslag maar die is laag. Heel voorzichtig stap ik ook rond. Binnen. De kindertjes maken herrie. Ze rennen zelfs rond! Ik kan best van het uitzicht genieten. Binnen. Op 75 meter hoogte. Het voelt voor mij veel hoger. Zo’n getal zegt mij niks. Dat hier mensen buiten van het uitzicht kunnen genieten en kunnen praten is een wonder voor mij.

Dan die stap naar buiten en weer naar beneden moeten gaan.

Vincent blijft achter me. En Rob daar achter. Naar beneden is niet zo erg. Ik kan een beetje om me heen kijken. Misschien went het een beetje ook? Als ik maar op 4 punten contact hou: 2 handen vast en 2 benen op dat ding. het zicht naar beneden is wel mooi door dat enorme bouwwerk heen.

Gelukkig is Rob blij en geniet hij met volle teugen. Ik kan het hem ook niet uitleggen. Dan steekt er weer een zuchtje wind op. Meteen weer bang! Ik moet iets anders verzinnen en ga tot vier tellen. Het is muziek, dit bouwsel en ik ben de noten. Dat hoeft niet hardop gelukkig. Na een paar doodenge trapjes met 11 treden (dat kan niet!!), maak ik er een wals van. Een-twee-drie-een-twee-drie. vastpakken-vastpakken-vastpakken. En elke tel is een arm. He! Dit lijkt wel zwemmen! En dat kan ik dan weer.

Ik ga ooit weer beneden komen. Een tijdlang zie ik nog een paar mensen van de groep, maar hoewel ik sneller ga (Rob blij), kunnen al die mensen toch iets wat mij niet vanzelf af gaat. Ik denk vaak: wacht maar tot je moet rennen na het fietsen, dat kan ik lekker wel! Dan doe ik 12 stappen (4×3) zonder me vast te houden. Achteraf schiet mijn hartslag op dat moment door naar 150!! Alsof het allemaal nog niet echt genoeg was. Ik kan steeds ietsje meer zien en merk de letters op. Ik zwaai naar de gids die even moet aanwijzen waar ik heen moet. Vincent en Rob zitten nog achter me. Ik vind het bijna een beetje jammer dat het voorbij is, maar ik zal zo blij zijn als ik weer vast grond onder mijn voeten heb! De rest van de groep is al lang en breed klaar. Je ziet ze toch nooit meer, zegt Rob. Het kan me niet schelen. Die mensen hebben geen idee. Hoe het voelt om een insect te zijn… hahaha. Ja, beneden kan ik weer lachen, ook al tril ik een paar minuten als een rietje. Ik wil nog weten hoeveel herrie dat ding maakte en vraag het bij de gids. het is als naast een goederentrein staan die langsrijdt. Dan was ik er nooit op gekomen!

In de winkel koop ik een magneetje. Een medaille. Voor getoonde moed en dapperheid. Ik ben er hartstikke trots op!! Rob heeft echt genoten en gekeken en foto’s gemaakt. Vincent lacht me nog weken uit: stap-stap-stap-mijn moeder is gek geworden…. In de auto ben ik doodop. Echt doodmoe eventjes. Maar we moeten naar de winkel. Even terug in organisatiestand. Ik krijg het alsnog benauwd als ik de foto’s zie.

Dit is meer wat voor mij 😉

Ik weet nu al dat ik vannacht wakker word en alsnog doodga van de angst. Ik heb mezelf bewezen dat ik niet alleen fysiek sterk ben, maar ook mentaal meer dan krachtig. Ik heb alle trucs ingezet. Iets doen wat je echt niet durft maakt je zo sterk! En ook supertrots. Zo wordt een marathon een makkie 😀 Elke keer als ik denk: dit kan ik niet, denk ik aan dat hoge open trapje waar ik ook boven ben gekomen. Dan valt alles mee.

Hardlopen weer proberen

‘s Middags in de bloedhete zon op het terras staar ik voor me uit en weet ik wat er aan schort: ik wil hardlopen. Ik heb dat gewoon nodig. Het is een verslaving. Ik heb een bloedhekel aan de uitslovers die elke dag moeten hardlopen en de ene marathon na de andere rennen, maar ergens snap ik het ook wel. Het is niet precies wat Annemarie in het schema heeft gezet, maar ik geniet van de vakantie! Ik laat Garmin een route verzinnen. In tegenstelling tot iedereen die dat zonder moeite kan binnen de week na een marathon, twijfel ik enorm of ik niet iets kan beschadigen. Vincent gaat graag met me mee. Hij doet het rondje daarna wel op zijn eigen tempo. Ik doe de nieuwe hardloopbroek aan en de compressiesokken. Voor 5 summiere kilometertjes… In de hitte. Met wandelpauzes als dat moet. Of stoppen als het teveel pijn doet.

Vincent zet meteen zijn autospotten aan, we zijn de straat amper uit. Het gaat langzaam, dat voel ik ook wel. Maar het gaat. We gaan het bos in en ik loop eventjes verkeerd bij een stuwtje. Wie had ook gedacht dat we onverhard het bos door moesten?

Er zit een raar ommetje in, maar dat moet ook zo, want de rechte weg blijkt privé terrein. Altijd met die rare routes van Garmin. We kletsen onderweg. Het gaat echt rond de 7 minuten per kilometer. Ik voel vanalles, maar niets wat echt blokking pijn doet. Het valt mee. We gaan omhoog langs de weg naar Brieske. Dat heb ik vandaag ontdekt: een tuinstad van begin 20ste eeuw voor de mijn bouwwerkers. Heel schattigjes. We zien de trein die tentoongesteld is. Het licht is gaaf.

Dan ontbreekt het pad wat Garmin heeft ingetekend. En de volgende mogelijkheid is veranderd in een bouwproject. We lopen nog verder omhoog en dan langs de lieve huisjes terug richting de route. het gaat me wat traag, maar he! ik looooooopppppp.

Vincent spot auto’s, maar bewaart ze voor straks als hij zelf rent. Iemand heeft hard Madonna aan staan: Material Girl. Het past goed, dat blijven hangen in ‘vroeger’. We nemen nog een doorsteekpad. Het is echt weer benauwd! Ik krijg het nu wel moeilijker, er zitten pas 4 kilometer op! Geen pijntjes, maar zwaar. En ik moet weer schijten. Het is nog een stuk knijpen tot het huisje en ik wist niet eens dat dat omhoog liep! uiteindelijk worden het 5,5 kilometer in 40 minuten. Tempo prut, diarree in de pot en wat licht stijf. Maar ik ben zo blij dat ik weer gelopen heb! Zo is het een echte vakantiedag. Sorry Annemarie, de helft van het schema klopt! Dat stukje vakantie vieren 😉

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2024 – 17a Lausitzer Seenland Marathon

De wekker stond om 5 uur. Naar bed gegaan bij zonsondergang (21:17), 2 keer naar de toilet gelopen en om 5 uur weer op. Ik at wit brood met appelstroop. Heerlijk. Ik zit toch erg met de voeding en besluit een paar gelletjes bij me te steken. Ja, ik was best zenuwachtig en ja, vooral vanwege dat er geen Dixies zijn. Vlak voor we gaan leeg ik nog een keer mijn darmen. Dat gaat goed. Tijdens het rijden moet ik mijn best doen de stress in bedwang te houden. De cursus komt van pas: het hoort erbij dat ik stress ervaar en ik moet mezelf voorhouden dat me het wel lukt. Ik drink een halve bidon leeg en we lopen naar de sporthal. Ik ga meteen weer naar de WC en leeg nogmaals mijn darmen. Rob vervangt de startnummerband voor de speldjes. Het is half 7 op een zondagochtend. Ze bevestigen dat er vanwege het natuurgebied geen Dixies zijn, maar dat ik de bosjes wel in kan gaan als dat nodig is.

Ik ga inlopen en ik weet het dan eigenlijk al: het is niet echt mijn ideale dag. Het voelt net iets te zwaar. Geen gemakje. Ik ga nog maar een keer naar de WC voor de zoveelste plas om 5 voor 7. En dan de muziek aan: eerst Loreena McKennitt, dan de marathon hardlooplijst. Vincent helpt me nog even met de Shockz. En dan staat het clubje marathonlopers en duo-marathonneers en halve marathon wandelaars klaar. Er was bijzondere muziek, waar ik nog even mijn muziek voor uit zette, want ik zag Vincent reageren.

Om 1 minuut over 7 vertrokken we. Het voelde beter als ik eerst dacht en ik kwam lekker op gang. De eerste kilometer ging superkeurig en exact in 5:30. Ik zag mensen die gingen duiken in het meertje. Toen gingen we omhoog. Dat was een flink stukje klimmen en ik vond het best zuur zo snel aan het begin! Maar ik was voorbereid gelukkig. We hadden de route op de fiets verkend, dus ik wist wat er ging komen. Daar was ik blij om.

Ik werd al wel wat ingehaald, maar ik doe toch mijn eigen ding. En dat was veel afvragen hoe het eigenlijk echt voelde en ging. Boven gingen we met een scherpe bocht langs het water lopen. Ik vond de fabriek best gaaf aan de rechterhand. We reden er vanmorgen langs en het is nog in bedrijf. Toen ging het weer omhoog. Ik denk dat er veel zijn die daar wat sterker in zijn dan ik… Het zonnetje is ook al best fel.

Maar het ziet er prachtig uit over het water. Ik ben nog steeds bezig met bedenken hoe het eigenlijk gaat. Gek genoeg zijn er ook mensen die me inhalen als duo. Die zijn vast ietsje na ons gestart. Dan moet ik al gaan eten. Ik duw een fruit gellie naar binnen in 4 happen en drink water. De eerste post zit pas op 5,1km; daarna zijn het er telkens veel. Ik heb dus een liter zelf mee aan water. Het gellie gaat niet zo best. Het tempo is best wel lekker en wat ik had gehoopt: rond de 5:40. Maar dan als het vlak is! Omhoog is het lager. Elke kilometer is aangegeven met een papiertje op de weg. Echt druk is het niet onderweg. Er zijn andere lopers, maar niet eens veel. De eerste 5 kilometer gaan binnen een half uur. Daar ben ik blij mee, maar ik voel ook dat het niet houdbaar is. Ik zie de helling alweer.

Die ligt in de felle zon en is echt fiks. De dames halen me voorgoed in. En ik laat het gaan. Ik ga mijn eigen pace omhoog, voel mijn eigen buik en misselijkheid. Dat is onprettig en belooft weinig goeds. Ik neem water bij de post en giet ook water over me heen. Het gaat nog even door met stijgen. Op het pad waar Vincent op de fiets opmerkte: ze wilden zeker maar de helft betalen, dat ze niet alles hoefden te asfalteren.

We gaan naar een soort uitkijkpunt en een monument. Er is daar geen WC en dat is stom. Ik moet namelijk toch alweer. De misselijkheid trekt weg. Na 7 kilometer denk ik: stik-het-tempo, het zal al wat zijn als ik dit binnen 5 uur kan afmaken. Niet meer hopen op een PR of onder de 4 uur. Loslaten en accepteren. Net als wat SK altijd zegt: constateren, accepteren en dooooor. Daar moet ik even aan wennen, dat het niet zo gemakkelijk gaat als in de afgelopen trainingen. Maar ik ga het niet opgeven! Maak dit maar leuk en uniek. Ik denk aan wat Joyce schreef: dat ik er ben met Rob en met Vincent die dadelijk gaat starten. Ik app Rob. Die schrijft: doe jij je eigen ding maar. Ik merk dat ik behoefte heb aan meer contact, maar ik laat hem Vincent maar begeleiden naar diens halve marathon. Ik maak een foto van het uitzicht met in de verte een grote mijnbouwmachine en het bordje 10% daling.

Het helpt niet echt, dat het naar beneden gaat. Ik hou de fruit gellies netjes bij. Niet omdat het leuk is, maar omdat het moet. Mijn gedachten dwalen af naar Annemarie. Toch echt een topatlete, maar een losse marathon lukt haar niet om te voltooien. Het is een meedogenloze afstand. Ik weet dat het pas begint aan het einde, maar daar ben ik nog lang niet en ik weet niet hoe het dan gaat. Als het slechter gaat als nu, blijft er (te?) weinig over! Ik doe het dan maar voor Annemarie, al had ik voor haar graag de beker meegenomen, dat wordt m nu echt niet. De medaille hou ik zelf! Al zal ik die eerst moeten ophalen. Desnoods doe ik er 5 uur over. Bij de volgende post weer twee bekertjes water. We zijn op de kruising. Een heel oost-Europees plaatje, wat ik nog steeds niet heb vastgelegd. Ik weet dat er genoeg bosjes komen.

Ik geniet van de treinen en het open terrein en de lichte glooiingen. Weer een post joh! Ik weet dat dit stuk verder is dan je zou denken en steven op de 10 kilometer af. Binnen een uur. Ik weet dat het niet vol te houden zal zijn. Maar deze heb ik toch mooi binnen! Accepteren, muziek luisteren en afmaken. De zon op het asfalt is niet mild. 11 kilometer. Ik verlaat mijn ‘veilige’ plek in het veld en duik even de bosjes in. Zware diarree. Het lucht wel op en niemand die het ziet. Nu kom ik in een ander groepje. Hoewel dat veel gezegd is, want het loopt enorm uit elkaar.

Ik doe het maar in kleine stukjes. Op naar de tunnel. Daar zit een post die zelfs sponzen heeft! De tunnel is leuk, want eigenlijk leeg en voor mij alleen.

Ik kom langs het punt waar Vincent gaat keren en de mensen die startnummers gaan checken komen er net aan. Ik vind het wat vervelend voor Vincent dat ik hem zo’n stille, saaie en best heuvelige halve marathon in de maag heb gesplitst. Hij is meer van het publiek en de drukte. Voor mij is dit prima. Het bruggetje over.

Dan een stuk wat een beetje nieuw is. Ik zie iemand al strekken en een jongen die daarstraks nog zo hard van start ging. We zijn op 14km. Een derde. Het andere meer.

Om mij heen lopen een man en vrouw samen. Ik denk dat hij haar haast en op 6 minuten de kilometer houdt. Dan komen ze netjes op 4:15 uit. Ik weet dat ik op het einde veel zal verliezen. Dan gaat het voedingstekort inslaan. Maar nu hou ik me keurig aan de fruit gellies! Ik heb ontdekt dat het heel goed werkt om hele kleine hapjes te nemen. Dan zijn het zuurtjes en kan ik ze goed verwerken. Ik heb 1 moment gemist, maar ik snap niet zo goed hoe. Ik denk dat ik een doorlooptrance zit of bij de post stond. Er zijn genoeg posten met water. Daar is ook cola voor straks. Er is ook meer te eten, zoals koekjes en pretsils, maar daar ga ik niet aan als het niet hoeft. Ik ga op naar de vreselijke 16 kilometer. We lopen wel redelijk in de schaduw. Ik hou het echtpaar een beetje bij, wel zo lekker qua tempo. Een man die nu al moest strekken, gaan we voorbij. Er loopt nog een vrouw bij met een groene rugzak. En een fietsstelletje van 2 dames. Over de parkeerplaats bij de ziekenwagen en ik wandel gewoon bij de posten en drink water. De eersten komen ons eindelijk tegemoet. Dat zijn fietsduo’s. Je ziet al de afstanden staan voor de terugweg, daar hou ik me aan vast. Als ik hier straks ben, zit ik al op 27 kilometer! Ik vraag de man van het stel een foto te maken van me.

En dan voel ik me opeens wel weer goed. Ik krijg een appje van MvdB dat ik al bijna op de helft ben. Ik ben pas op 18km. Het doet me goed hoor, een klein beetje support van buitenaf, maar ik reageer even niet. Ik hoop de halve marathon in 2:10 te redden, dan heb ik nog wat over voor de tweede helft. Ik versnel wat en dat gaat goed. Loop ik weer alleen.

Ik luister naar de muziek en ben best blij en happy en positief. Ik ga het toch afmaken! Dat wil ik en daar ben ik hier voor. Annemarie heeft me succes gewenst, maar ik app terug dat ik al op weg ben en dat het ruk gaat. Dat lucht op. Op naar de halve marathon! Mijn horloge loopt wat voor.

Eigenlijk wil ik dit aan Joyce laten weten, maar ik moet ook opletten op wie tegemoet komen lopen. De snelste vrouw ligt gewoon tweede overal. Die vliegt ofzo. Met zo weinig deelnemers moedig je elkaar maar aan. We komen langs een camping (ik weet niet precies meer op welk moment eigenlijk) en daar zitten wat mensen bij hun camper aan te moedigen. Er is daar een uitzichtpunt waar ook 2 mensen staan te kijken en klappen. Tot zover het totale publiek. Dan het kanaal. Zo grappig dat we hier straks weer terug komen ook.

Ik ga nog een stukje echt goed. Lekker tempo onder de 6 minuten per kilometer en ik kijk uit naar de andere mensen (er liggen zeker 10 vrouwen voor me) en ik voel me wel goed. Ik zie een duo die problemen heeft met de fiets. Dat is wel echt lastig, want dan kan je samen niet verder. De zon accepteer ik en het is zo vlak als ik me maar kan wensen. Ik reken naar het keerpunt toe. En dan zie ik aan de andere kant al afstanden staan die steeds dichterbij komen. Zal ik eens zien of ik laatste word!

De rest zit nog in de buurt: het echtpaar, 2 mannen met muziek (hinderlijk), het damesduo en de vrouw in het groen. Ik ga richting de 25 kilometer. Daar zit weer een post. Er liggen nog mensen achter me. Meer dan genoeg. Ook de jonge jongen die vooral over de berm loopt. Ik denk dat hij een weddenschap verloren heeft, hihi. De man met kramp loopt ook nog. Er zijn 2 langzame dames als laatsten. De fietser houdt ruim afstand van ze. De fruit gellies beginnen nu wel irritant te worden. Hoe klein de hapjes ook zijn. Het meer ligt er prima bij.

Annemarie zal wel moeten lachen dat het echt weer iets voor mij is om onderweg een uitgebreide fotoreportage te maken! We gaan het kanaal weer over en ik buffel naar de post toe. Ik haal de duodames in. Bij de post duik ik achter de auto voor een plas. De dame die gaat lopen ziet me en grinnikt. Het valt me niet helemaal goed, dat plassen. Ik moet echt gaan buffelen om naar 27 kilometer te komen. Dat vind ik eigenlijk wat vroeg al. Vincent heeft een mooie eindtijd neergezet op de halve marathon en een PR, maar niet onder de anderhalf uur. Ik voel met hem mee. Het is niks makkelijk om hier te lopen! Is het gewoon niet. Het wordt warm. De schaduw valt weg. Ik ga wat minder hard lopen en voel de strijd om naar de 30 kilometer te komen. De post en de ziekenwagen staan verder weg dan ik dacht in de felle zon. Niet zo lekker. Ik zit ook niet meer binnen de 3 uur, maar dat had ik ook niet verwacht. Nog anderhalf uur voor de laatste 12 kilometer? De man en vrouw en de herriemannen halen me in, maar die gaan uitgebreid drinken. Ik ga liever snel door. De fietsdames liggen net voor ons. Ik wist dat ze vanaf 32 kilometer zouden gaan aftellen aan bordjes. Daar loop ik naar toe.

Het vuur, het gemak en de helderheid werd minder. Dat je gaat tellen of het haalbaar is binnen 4,5 uur, maar ik wist het gewoon niet meer. Ik hoor het nummer van de Piano Man. Dat lijkt eindeloos te duren. Ik ga al die tijd maar door met hardlopen en kom op de hoek bij de ‘imbiss’. Ohja, die zat hier ook. Het is nog verder terug naar het brugje. Ik zag de Ilsetunnel in de verte al met de oranje palen.

De vrouw met groene rugzak haalde me voorgoed in. Geen probleem. Ik was klaar met de fruit gellies. Ik zag nu veel andere fietsers die op zondagmiddag in grote getalen en groepen tegemoet kwamen fietsen. We liepen langs een mooi zonnenbloemenveld.

Ergens wilde ik Rob appen dat het nog wel even ging duren. Maar ook dat kwam er niet van. Hij liep in gedachten wel de hele tijd met me mee. Ik wist dat Rob aan het wachten was en baalde dat hij langer moest wachten. Ik dacht dat er nog een post was, maar die bleek er niet te zijn. De volgende post was eigenlijk te ver weg. Hier had ik nog iets moeten nemen. Achteraf bezien had ik daar dus een gel of fruit gellie moeten nemen, maar ik heb geen buddy die me daar toe dwingt of die mijn rugzakje voor me draagt. Die het water voor me gaat pakken. Ik moet alles zelf beslissen. Allemaal mijn eigen verantwoordelijkheid. Het lijkt een beetje op triatlon dit, hoewel er veel meer mag. Ik heb een telefoon bij me en mag muziek luisteren, maar de eenzaamheid en zelfstandigheid is hoger dan bij de gemiddelde marathon. Ik vond het aftellen wel leuk, maar ik kreeg het niet op de foto. En ik dacht: 9 kilometer nog, dus dat is een uur. We kwamen weer bij de brug.

Ergens dacht ik: ik moet nu proberen rond de 4,5 uur uit te komen en ik moet blijven rennen zoveel als mogelijk is. Alles wat ik ren, in welk tempo dan ook, is meegenomen. Ik kwam weer bij de tunnel en genoot weer van het alleen in de tunnel zijn.

Daarna een felle klim en ik wandelde naar boven. Boven was de post. Met de sponzen. Ik nam cola! Gek genoeg geven die Duitsers dan weer niks om de plastic bekertjes die ze gebruiken. Met plastic handschoentjes aan. Ik probeerde even wat te zeggen, maar taalbegrip is een beetje weg. Dat kostte me wat tijd, maar ik had het even nodig. En een spons mee. Die koelt mij, mijn rug en mijn nek lekker af. En het geeft me houvast, om een spons fijn te knijpen. Ik merkte dat ik warm werd. De hartslag bleef onder controle. Nog 7 kilometer. Ik appte Joyce. Dat ik nog 7 kilometer moest doodgaan. Volgens Joyce kan ik dat. Ik wist niet meer precies hoe. De man en vrouw haalden me in. Voorgoed. Dat wist ik.

De mannen liet ik ook passeren met hun muziek herrie. Ik luisterde naar Kate Bush die Running up that Hill zong. Nog 6 kilometer staat er dan en ik denk: HOE. Er was weer een post. Ik nam nog wat cola. Ik haalde nu een paar wandelaars in van de halve marathon en een tweetal mannen die de marathon gingen uitwandelen. Ik bleef dribbelen en dacht bij elke kilometer: mooi onder de 7 minuten! Daar was ik dan blij mee. Ik kreeg last van de cola. Tja. Ik hield me een beetje vast aan de hamburger die de snackbar in Almere me heeft beloofd als ik een marathon loop. Hoe kan ik het die jongen laten weten? Dat vraag ik me dan af. Ik hoor het liedje van Touch the Sky, maar het voelt niet echt top meer. Ik wist dat een paar uur geleden al, dat het ‘mis’ zou gaan, maar nu weet ik het niet meer zo goed. Ik zat wel in het moment, maar dat was best donker, ondanks de zon en hitte. En ik werd moe. Nog maar 5 kilometer.

Mijn horloge liep verder uit de pas, want zij telden echt af van 42,2, dus de 200 meter extra en mijn horloge zat er 300 meter naast. Allemaal leuk, maar hoe weet ik dan hoe ver of hoe lang het nog werkelijk is?! Die Duitsers kenende doen ze het op de 100 meter precies. Ik appte naar Rob: nog 4 kilometer, maar ik weet niet hoe. Rob appte terug dat ik al 90% had gehad en positief moest blijven. Ik dacht alleen maar: ik moet en zal het halen. Voor Annemarie. Voor de knipkaart. Voor Joyce. Voor Vincent. Die appte ‘hup mama’. Hij had het ook erg zwaar gehad na afloop. Er was niemand meer in de wijde omtrek. Niet voor me, niet achter me. Dat vond ik niet makkelijk.

Het was wel makkelijk om even te wandelen, tot ik dacht: dribbelen gaat sneller. En dan gingen mijn beentjes weer. Nog een post. Die mevrouw kletste tegen me, maar ik had echt geen idee wat ze wilde. Tot ze me de wijn aanbood. Nee, dank je…. Ik dronk water en goot nog water over me heen. Ik wandelde soms heel eventjes en zag de stad in zicht komen. En dan is het verdikkeme nog ruim 2 kilometer! Rob stond op de rotonde.

Ik zie aan die foto’s dat de stappen kleiner worden en dat ik echt strijd. Ik ga een park in. Een onverhard pad. HOW. Of beter WIESO. Alles wat ik kan rennen is meegenomen.

Er is nog een post waar ik wazig als ik ben wat drink en koel en dan begint het grote afmaken. We lopen een stuk terug en het gaat nog maar eens een keer omhoog en dan wat we vanmorgen in kilometer 2 omhoog liepen naar beneden. Ik tel af met de bordjes en geniet niet meer van de zon of het uitzicht. Ik zie het bord ZIEL en vind dat grappig: ik weet dat het Duits is voor doel, maar ik denk dat Vincent het gelezen heeft als waar je je ziel kan inleveren. It feels like that.

Er staat een mevrouw die me aanmoedigt en het lijkt alsof ze mijn naam weet, maar dat kan een illusie zijn door de muziek en vermoeidheid heen. Naar beneden rennen is eigenlijk helemaal niet gemakkelijk! Dat trekt aan alle spieren. Ik heb gelukkig mijn lange compressiesokken aan, maar ik voel de spieren protesteren. Ik moet en zal de wandelaars inhalen. Ze prijzen me in het Duits en hij zegt ook dat mijn sokken nog langer zijn dan de zijne. Leuk en aardig, maar ik begrijp het nauwelijks. Ik zeg dankjewel in het Nederlands. De bordjes tellen per 200 meter af. Kan ik rekenen dat ik het binnen 4,5 uur ga halen. Want de tijd op mijn horloge klopt wel degelijk!

Dan zie ik Rob weer en is het nog 1 bocht. Ik kan niet stoppen met rennen meer. Hoe zacht ook. Got wat ben ik blij dat ik er ben. Tranen in mijn ogen als ik nog genoeg vocht had gehad.

Ik ga alle loopafstanden afstrepen. En binnen 4,5 uur ook. Ik kijk nog even naar de klok, juich en zie Vincent staan. Rob rende me achterna. Kon ie een keer. Ik ga juichend de finish over.

En dan ben ik op. Meestal is dat een kwestie van een paar minuten, maar nu niet. Hier met die medaille. Vincent is trots. Rob is ook heel erg trots. Het is toch een marathon. Ik ben alleen maar leeg. Geen pijn ergens, maar ik voel me vies van al het water en op-op-op. Wil ik zitten, wil ik drinken, wil ik eten. Ik heb niet zo’n goed idee. Ik app Joyce. 4 uur en 27 minuten. De marathon is binnen.

Ik app Annemarie en ik weet nog steeds niet wat ik wil of moet eigenlijk. Ik drink ijsthee en als we dan gaan zitten, begint een schreeuwerige prijsuitreiking. Ik ben aardig leeg en wil weer weg. De trapjes op. Daar ga ik zitten op de grond. Rob moet een foto maken met de medaille. Ik drink de chocomelk op.

Vincent haalt een slush en ik kom een beetje bij zinnen. We halen een urkunde in de hal en warempel: ik ben derde bij de 50+ vrouwen! Er is geen aparte prijs voor elke ‘alterklasse’ en voor mijn part zijn het er maar 3, maar het staat gaaf.

Vincent is eerste in zijn categorie! (desnoods ook enigste, maar dik de snelste) Hij was neergevallen na de finish. Ik kleed me om. Dan moet je de trap op. Ik ben nog steeds niet bij. Niet trots, niet dat ik het echt besef ofzo. Al lopen daar een paar tranen over mijn wangen. Ik versta de Duitse dames met hun bekers (voor wat dan) niet zo goed. De trappen af en dan moeten we terug naar de auto. Zo’n vierhonderdduizend treden op. Zo voelt het tenminste.

Ik heb nu wel een paar pijntjes en ben instabiel. Ik heb de compressiesokken aangehouden. In de auto eet ik wat wafels. Geen extreme honger, nog steeds niet echt blij. In het huisje zit ik even en dan ruim ik op en gaan we douchen. Dan heb ik een serie schuurplekken op mijn rug en mijn benen protesteren wel degelijk! Die ga ik voelen. De knieën (binnen- en buitenkant) en de buitenkant van de bovenbenen zijn nogal gevoelig. Was ik vorige week nog blij dat we een gelijkvloers huisje hebben, nu blijkt dat er tig drempels zijn! In de hal 1, naar de kamer 1 en drie treetjes naar de wasmachine. De was is gedaan! En alles is opgeruimd. Ik zit even buiten en maak een Instagram post.

We gaan naar de McDonalds voor de hamburger. Ik heb niet echt extreem veel eetlust, alleen zin in thee met suiker. Ik app met wat mensen die echt belangstelling hebben. MvdB appte me toen ik net de finish over was met en-en? Lief dat ze zo had meegeteld. Mama belt me! Vincent strompelt ook rond. We kunnen niet meer echt veilig gaan uitfietsen.
Om 9 uur zijn de uitslagen er. Ik ben 3de van vijf 50+vrouwen. Een goed vertegenwoordigde categorie! 11de van de in totaal 17 vrouwen. De snelste op de marathon was een vrouw die binnen 3 uur de marathon heeft gelopen. De langszaamste was ook een vrouw die ruim 5,5 uur nodig had. Ik sta op de 44ste plaats overall, van de 68 finishers in totaal. Achtenzestig! En dan waren er ook nog 17 duo’s (fietsen en rennen afwisselen), waarvan ik er 2 achter me gelaten heb. Die twee dames net; op 2 seconden. Er waren op dat parkoers dus 85 mensen bezig met de marathon. Tussen 13 kilometer en 33 kilometer was het 10 kilometer heen en terug. Ik heb alle deelnemers gezien.

https://lausitz-timing.de/2024/pdf/LSL_24_lauf_42km_gesamt.pdf

De dag heeft lang geduurd, maar ik rek ‘m met moeite tot zonsondergang, wat gelukkig om kwart over 9 al is. Omdat het kan: van zonsopgang tot zonsondergang. Soort van kan.

Categories: Wedstrijd | Tags: | Leave a comment

2024-17

1 juli – En dan is het OP
Het kan. Ineens is het op. Ballonnetje leeg.
Vannacht goed geslapen, maar kort, want om half 8 zit ik alweer in de trein voor een dag werken in Leiden. Kan ik mooi even alle social media bijwerken! De werkdag is intensief. Heel veel tickets die openspringen, veel overleggen. Wel leuk hoor! Ik ga wandelen met de collega’s door Leiden. Fysiek gaat het best wel goed eigenlijk. Even lekker een frisse neus halen! Heerlijk weer. Prima temperatuur, droog en het waait. En intussen is thuis Vincent een beetje van de leg. En Rob is ook niet thuis, die is in München voor het werk en een presentatie. Dus ik ga alleen naar huis en zal straks alleen naar de stomme bootcamp gaan. Ik had een stok achter de deur aan Vincent, maar die moet dus werken. Moet ik alleen naar die vervelende mensen. Die -net als zovelen- helemaal niet snappen wat een halve triatlon is. Het is jammer dat ik daar de knipkaart nog op moet maken. iIk heb er zelden zin in. Als ik thuis kom, blijkt er eigenlijk geen eten te zijn. Er is alleen ontbijt en ik moet over 20 minuten weer naar de bootcamp vertrekken. Ik eet de restjes op en kleed me om. Ik heb écht geen zin. En dan bedoel ik nog minder dan anders. Ik meld me af.
🫥🤯
Ik ga in sportkleren op de bank zitten en dan is het op en af en klaar. Alles doet me pijn, ik ben erg moe en ik wil alleen maar chocolade eten. Ik ben ook nog eens zo’n beetje ongesteld geworden na een maand overslaan en dat trekt ook door me heen.

Stilte. Ik wil niets meer. Dan is het blijkbaar echt klaar.
Ik sleep me nog naar de winkel en daarna moet ik strijken. Is er tenminste iets van de lijst af voor morgen. Ik neem het mee als kracht”training”. Het is namelijk een hele krachttoer om alles op te ruimen, zijn spullen te strijken, mijn spullen te strijken en weer alles op te ruimen. Het is me goed zo.
Ik heb hoofdpijn, ben moe, vermoeid en voel me slechter dan slecht. Niks powervrouws meer aan (zo noemt notabene KH me!!), geen energie meer. Blijkbaar houdt het ergens zelfs voor mij op. En dan voel ik me helemaal niet geweldig of goed of sportvrouw.
In het huis van de triatleten staan de bidons net zo leeg te zijn.

2 juli – Een duurrit van 100 minuten

Het is iets beter, maar nog steeds voel ik weinig zin en animo. Ik wil eigenlijk hardlopen, maar er staat nou eenmaal fietsen en zo’n vrije dag vult zich altijd met vanalles: kapper, organiseren met Vincent samen, fiets poetsen etc. De middag ben ik alleen en ik ga maar gewoon op de tijdritfiets met de muziek hard aan een rondje oostvaardersplassen. De wind is RUK. Letterlijk bijna. Die komt vanaf het Markermeer. Ik kies dan voor wind mee op de Knardijk. Ik begin met wind tegen en ik neem maar gelijk een ommetje. Op de dijk staat dus een dikke wind van opzij. Die is lastig. Om te liggen en om mee om te gaan. Het ergste zijn de auto’s. Ik merk overduidelijk dat die een soort kolkjes veroorzaken en daardoor draait de hele wind dan even. Achter het dijkje gaat het wel. Ik lig zoveel mogelijk. Moet er maar mee om leren gaan toch? Ik fiets zoveel mogelijk links. Er is toch geen enkele andere fietser. Dan kan ik naar buiten geblazen worden. Het gebeurt een paar keer, zeker als er een vrachtwagen de luchtstromen beinvloedt!

Ik kom 1 brommer tegen en die heeft het moeilijk omdat ze mijn richting op geblazen wordt. k zit dan al in de laatste bocht. Ik luister naar de muziek. Op de Knardijk gaat het uiteraard heerlijk! Ik moet ook hier wat extra pakken. Ik zie geen computertje voor mijn neus, bewust. Daar laat ik me dus niet door beinvloeden, want anders had ik het allemaal vast te sloom gevonden. Al had ik dat al wel door. Op de Ibisweg gaat het best lekker. Wind van de andere kant. Is ook niet mals en er staat file, dus het is druk op de weg met auto’s. Ik ga nog een stukje tegen de wind in en de stad door en dan heb ik totaal geen zin meer. De tijd zit er bijna op, ik heb 40km gered en ik vind het helemaal best. Ik heb het weer geprobeerd.

3 juli – 15’z1+50’z2 hardlooptaal voor: 15 minuten heeeeeeel erg rustig en dan 50 minuten rustig

de beentjes wilden niet echt graag, maar de hartslag bleef te laag om het ze gemakkelijk te maken. Arme beentjes🦵🏼 Dat koppie had wel zin, maar die darmen dan weer niet. En het vrouwelijke deel haakte vanmorgen al af, begon om 6 uur met krampen en toen dacht het hoofd: ik blijf thuis. Het verstand zei: op naar Leiden jij! Het verstand won (en een trein later). Even laatste overleggen met M en die lieve schat van een Je die me vraagt of het nog wel lukt. Die jongen is echt een engeltje. 👼 Met de 🚆 weer naar huis en ondertussen is de kramp weg maar staat de 🩸 kraan open. Gevuld met 🍫 en 🍟. Rob is er weer. Het leven klopt weer. Maar ik ben vermoeid. Dan is een uurtje lopen in z1/z2 aantrekkelijk. Mis! Zone 1 is een km wennen en dan heerlijk suf joggen! Maar dan z2. Ik moet er hard voor werken met de beentjes. Het tempo is dan ook hoog. 🌬️ mee. Door het begroeide Kotter🌳 tempo ⬇️ maar de 💗 iets ⬆️.

Wel supermooi 🤩 daarna weer verhard. Ik moet hier en daar wat extra. Het gemak is er af, maar alle pijntjes zijn ook weg. Ik begon met knieen, kuiten, maar vooral de vingerkramp is idioot. Ik loop achter langs en ga kalmer aan. Het begint een beetje te regenen 🌧️ heerlijk! Ik maak 10km vol in een uur. En ga door voor de elf. T worden er 1111 en het tempo valt wat tegen eigenlijk. Wel een uitvoeringsscore van 90%! ❤️

Ik moet 💩. Maar vochtmeting is het belangrijkste. Ik woog 68 voor ik ging en daarna ongeveer 76,3 en na de 🚽 nog maar 66,9. Ik heb weer overal kleine rotpijntjes: 🦶🏼 voeten, knie rechts: dat soort dingen. Het loopje was niet wat ik gehoopt had. De muziek was wel fijn.
Sommige vrouwen met vet overgewicht en een blessure lopen dit tempo ook. 😒 Dat valt me dan tegen als ik ook 5:30-jes heb zien langskomen bij mezelf. Niet getreurd: ik heb 6 uur voor een marathon. Ik gok op 4,5. Doel: sneller dan een halve triatlon. Goed idee he?! 🙄 Ik heb vakantiestress. Inpakken en weggaan naar een plek van niks. Why?! Voor de fucking marathon?! 😵‍💫

4 juli – Fietsen – 7×2’ sneller, yeahRight (oftewel: zeven keer 2 minuten harder)

na een dag zo min mogelijk losse eindjes op het werk achterlaten en een paar (heerlijke) telefoongesprekken (wie zei dat ik dat niet kon) een een bezoek aan fysio K wat eerst meer pijn oplevert na een nacht met verdachte knie pijn, was ik moe. Teveel suikers gesnoept, niet goed voor mezelf geweest en ik heb zweertjes in mijn mond. En morgen moet ik inpakken. Ineens is er dan vakantie. Ik mis Jo en Je nu al. Rob maakt mijn rem en ik ga fietsen. Muziek aan. Geen ‘je-best’ aan. Ik voel het buitenste kniebandje rechts. Maar fietsen mocht echt. Ik zie KD weer en rij via het asiel. Het is me niet veel: wind tegen, bochten en veel moeite. Op de dijk wind mee en het licht is fantastisch. Ik ga hard, maar dat geeft niet echt meer energie.

Ik kom niemand tegen. De plassen zijn erg mooi in het licht en met het water. Ik zie een zee-arend.

Dan 2 minuten versnellen als ik de Knardijk op draai met wind van opzij. Valt niet mee. Zelfs de rust niet. Ik ga door tot de sluizen. De band is lek. Doet het nog wel, maar is niet meer hard. Ik red het niet elke keer om 2 minuten te versnellen binnen de watts, maar dat lukt vrijwel nergens in de training. De vijfde tegen de wind in liggend achter de Jahe langs gaat heerlijk. Ik durf de Trekweg aan voor de laatste! Dapper tegen de wind ik. Dacht ik. De eerste auto’s verbazen me. Maar dan blijven ze komen. Doodeng. Liggen onmogelijk. Hopen dat ik net genoeg ruimte krijg. De A6 is dicht. Verdomme. Kut karren. Heel erg eng. Vooral in de bochten. Ik bid elke keer maar dat ze me zien. Ik moet door de planten. Wind tegen spelen met je leven. Met een slappe band. Ik kom zeker 100 autos tegen en kan niet snel genoeg op de brug zijn. Dan ben ik echt heel erg moe. Ik rij terug en langs de Vaart. Ik maak 40km vol en doe ongeveer de opgegeven anderhalf uur op een minuut na. Ik vind het wel best. Sneu gemiddelde weer van net geen 27,5. Kijk maar niet naar de cadans, die is nog lager. En de uitvoeringsscore is 22%. Dus niet echt hoog gescoord!!

5 juli – Op de tijdritfiets met wind mee en regen.

we moeten inpakken en op vakantie gaan, maar ik heb geen zin. Dus ga ik eerst maar fietsen. De band van de racefiets is lek, dus ik moet op de tijdritfiets. Ik zet de Mask&Mirror weer op en ga maar door de stad tegen de wind in. Het gaat maar zo-zo. Ik kan niet echt goed mijn route bepalen. Maar ik kom via de normale route langs de NPW op de dijk en stop heel kort.

Op de dijk gaat het hard! Echt hard, heelijk windkracht 4 mee. Als ik langs de OVP rij, zet ik zelfs aan en gaat het heel erg hard. Dan flitst alles als een razende voorbij. Eng en spannend en geweldig tegelijk. Het is ook hartstikke rustig en de kleuren in de lucht zijn mooi. Ik probeer tussen de parkeerplaatsen in echt het tempo hoog te houden. Alsmaar boven de 40, wow. Net niet onder de 7 minuten. Ik fiets gewoon 30km binnen een uur!

Nog even een stopje voor water. De Knardijk met zijwind is andere koek. Maar ook daar lekker rustig en prachtig licht. Het belooft niet veel goeds, maar de kleuren zijn geweldig. Ik rij door het oostvaardersveld en ook daar mooi geel en het lijkt geregend te hebben. Zou ik geluk hebben? Ik kan ook prima tegen de wind in het tempo hoog houden (geen 40 hoor). Na 40km begint het dan toch te regenen helaas. Maar het is niet anders en ik wijk er niet voor en trap gewoon door. Zitten er druppels op het vizier.

Met 43km wordt het droger en na 45km is de regen gestopt. Ik rij een stukje om om de 50km te halen en om de training van 1 uur 45 minuten precies vol te maken. Helaas moet ik nu nog een keer de fiets schoonmaken. Daar baal ik dan wel van.

6 juli – Een dag reizen en dan even een korte wandeling in Senftenberg.

Na een hele lange, vooral vermoeiende reis. Om half 9 weg. Eerst Vincent rijden 3 kwartier. Dan Rob na een korte plasstop. Ik zat achterin en daarna voorin. Toen ging ik rijden. Vincent zag weer een stoere auto hoor en we stonden te kletsen met de boys. Ik ging rijden. De auto doet veel zelf. Daarna file. Eindeloos lang file. Broodje eten. En maar wachten en schuifelen en verkeerde rijen kiezen. Anderhalf (!!) uur lang. Ik reed tot Marienburg. Benauwd en teveel airco. Weer naar de wc en toen kijken bij de grenspost. Unheimisch. Regen op de golfplaten.

Rob reed moeiteloos en ik zat achterin. Hoofdpijn en bijkomen met suikerspekken. Daarna ging ik weer rijden. Het begon te regenen en stortregenen en onder Berlijn door. Ik reed ook nog verkeerd, want afslag was afgesloten. Daarna onweer. Vincent zat ook voorin. Lachen hoor, maar vermoeiend.

Om kwart voor 7 in Senftenberg. Het regende nog net. Duits van de buurvrouw met de sleutel kan ik dan nauwelijks volgen. Alles in het huis gooien en dan naar de winkel. Moeilijk te bedenken. We aten brood. Daarna deze korte wandeling naar het water. Het was droog en qua kleur echt fantastisch!

Ik liep met moeite een half uur vol. Reizen is een vermoeiend ding. Alle wisselingen: temperatuur, omgeving, snelheid, aanpassen, doorgaan, alles een plek geven kost letterlijk en figuurlijk moeite.
En ondertussen doe ik heel trouw de oefening die ik heb opgekregen om de knieën sterker te maken. Elke dag tien minuten.

7 juli – Een verkenningstocht op de fiets en 14km hardlopen in het Lauzitser Seenland

Eerst waren er al fietsen die niet goed remden. De remmen hebben geleden van het reizen en nat worden op de snelweg, met olie-achtig water. Rob maakte wel iets. Vooral Vincents tijdritfiets is lastig en dat is de enige die hij bij zich heeft. Toen gingen we eerst lekkere warme witte broodjes lunchen. Gingen we eindelijk weg, reed ik verkeerd, was ik de route kwijt op het fiestcomputertje en moesten we omdraaien. Toen gingen we tegen de richting in, maar dan bleef de fietscomputer wel aan en roepen dat ik een ubocht moest maken zodat ik de snelheid (welke?) niet zag. We gingen door de stad. Leuk stadje hoor, maar wel onrustig met klinkertjes en fiets-wandelpaden. Het ging allemaal niet snel. We kwamen langs de industrie en ik vond het indrukwekkend. Een soort Abanadoned Egineering In real life. Vooral langs het spoor. Het was wel lekker asfalt en lekker rustig ook. Soms een paar gewone fietsers. En veel bos! Ik had geen idee waar we waren. We kwamen bij een mooi uitzicht en stopten even om een foto te maken.

Daarna gingen we door en kwamen we bij een werkelijk geweldig tunneltje! Met luchtgaten.

We gingen langs een kanaal. Heel apart en gaaf. Toen een brugje over. Ik filmde Vincent. Daarna werd het wat saaier. Niet verkeerd, niet druk (zeker niet voor een zondagmiddag), veel bos, langs het water aan de rechterhand. Overal bordjes dat het verboten gebiet is.

Heerlijk asfalt, maar wel wind tegen! We kwamen weer over een bruggetje waar het druk was. Op de meren was niemand. En maar doorfietsen.

Toen kwamen we opeens bij een uitzichtspunt. Vincent ging omhoog en ik ontdekte dat we net een heel lang stuk van de route van het hardlopen hadden verkend! Behoorlijk saai dus, maar… genoeg bosjes!! Ik hoorde Vincents schoenen omhoog gaan. Ik moest plassen. Er was een WC. Maar zo ver kom ik dan weer net niet….. Toen weer verder; het was drukker. Langs een vliegveld en toen veel geslinger en een dorp door. Niks voor mij! We reden het bos weer in en langs een soort kanaal. Achteraf is dat een eiland. Langs een druk vakantiepark en nog een uitzichttoren die we voorbij lieten gaan. Ik was echt kwijt hoe ver nog en hoe het ging. Behalve dat het erg langzaam ging met nog geen 25km/u. Ik zag op tegen het hardlopen en toen opeens zag ik het lieveheersbeestje weer die ik op de heenweg ook had gezien en ik dacht nog: die hebben ze hier allemaal, maar toen waren we alweer “thuis”! 38km. Laag gemiddelde.

Hardlopen 14km: 3 km rustig – daarna 3x 2km op marathontempo en 1 kilometer rust en 2 kilometer uitlopen.

Ik zag er tegenop. Ik ontdekte dat ik maar 2 korte hardloopbroeken heb. Ik moest alles nog klaarleggen. 7km heen, 7km terug. Water mee, 3 gelletjes. Telefoon moest opgeladen worden en mee, dus kabels zoeken. Anyway: het duurde even. Vincent had koppelloopje ook even uitgesteld. Ik ging terug richting lieveheersbeestje en maar zien hoe het gaat. Afbreken als het niet goed voelt, had Annemarie gezegd in verband met de knie. Ik moest even denken: brugje over en dan? Maar het ging soort van vanzelf goed en ik was snel in het bos. Tempo van 5:52 ofzo en dat voelde erg makkelijk. Hartslag bleef weer laag.

Ook kilometer 2 ging prima en vanzelf. Ik had de muziek aan. Kilometer 3 ging ook op een prima tempo en hartslag. Ik was al bij de uitkijktoren! Ik dacht nog: zal ik het rondje afmaken, want dat kan hierna nooit meer. Lang over nagedacht. Maar wijsheid won. Op en neer. Dan 2 kilometer op marathontempo. Wat is dat in ‘s hemelsnaam?! Hoe moet ik dat weten? Hoe hard moet ik dan gaan?! Ik had iets met de hartslag ingesteld. Ik zou blij zijn als ik een marathon in 5:55 kan lopen! Maar ik ga de hartslagzone in en doe maar wat me lukt met de benen. Het tempo ligt duidelijk hoger, de hartslag moet nog even mee. Het tempo verbaast me, is hoog. het wordt warm en ik heb dorst. Gelukkig heb ik zelf bij me.

Na de 2 kilometer jog ik en ik eet een gellie en drink een flesje leeg. Daar moet de rugzak voor af, maar dat is dan maar zo. Ik heb er 400m voor nodig en jog verder. Niet stoppen, tenzij het (ik) echt moet. 5km binnen een half uur geloof ik. Maar ik let er niet op. Ik versnel weer. Fietsers in de buurt. Ik kom bij de camping en de drukte. De fietsers zijn langzamer en zitten me op de rotonde nog een keer in de weg.

Ik keer keurig om op 7km. Stukje onverhard. Ik moet wat dieper voor het hogere tempo, maar dat lukt. Nu. Geen 42km lang. Ik eet/drink weer netjes in de ‘rust’,maar ik blijf rennen. En zo kom ik op 9km. Die tien gaan ook binnen een uur, maar dat zit in de laatste keer sneller lopen. Die zijn zwaar. Saai (wen er maar aan) en ik moet een beetje.

Het tempo is top met 2km onder de 11 minuten. Ik app met Vincent en maak wat foto’s ook. ik drink alleen maar in de laatste ‘rust’. Dan 2 km uitlopen op mijn eigen tempo. het is wel wat zwaarder, maar ik moet vooral niet aan drie keer zoveel denken … Ik moet steeds meer en app Vincent de wc vrij te houden. Dan word ik aangesproken op het bruggetje door mensen die iets zoeken vanuit hun auto, alsof ik iets zou weten hier 😳 Ik ben net klaar in de straat en wandel en knijp mijn billen bij elkaar. Het is flink veel en ik voel me eigenlijk beter dan vanmorgen! Ik eet chocolade en drink fristi. Mijn knie doet geen pijn!! Ik had de compressiesokken aan. Dit was een mooie test en ik zal blij zijn als ik dit tempo ook haal op een marathon, maar alles is goed. Mooie uitvoeringsscore, daar ben ik echt blij mee!!!!! Die ligt op 97%.

8 juli – Wandelen in een benauwde nieuwe omgeving voor de supermarkt en andere inkopen

Het wordt best wel snel warm eigenlijk! De grote flessen hadden we al gehaald op zaterdagavond, maar we komen ernstig mokken tekort (2 stuks) en theekoppen hebben ze helemaal niet. Maar de Kaufmarkt had alleen dure dingen. We moesten wel andere dingetjes hebben. De route was niet apart of mooi en het was wel warm en benauwd.

En ‘s middags zijn we weer naar het centrum gegaan, want we moesten die mokken hebben en rem-reiniger. De rem-reiniger was er wel bij een fietsenwinkel ver buiten het centrum. Niemand spreekt hier Engels, maar dit meisje wel een beetje. En toen bleek ze een Nederlandse te zijn! Het was voor haar meer schakelen dan voor ons! Maar de rem-reiniger was in de ‘baumarkt’ te verkrijgen, dus we zijn nog een stukje verder Senftenberg doorgelopen. Het was warm en niet echt leuk. Ik hou niet zo van dat benauwende en daar moet ik dan echt aan wennen. Ik heb vandaag bijna net zoveel stappen gezet als gisteren!

Het mannetje gaat van rood naar groen, meer is er in Senftenberg niet te doen!
Onthaasten.

9 juli – Een ‘eet-alle-glycogeen-op-uit-de-spieren-training” samen met Vincent die rustig moet lopen.

Midden op de dag. Het is al heet, we moeten nog lunchen. Het ideale moment voor een training?! Vast niet, maar dan kan ik vanmiddag lekker snoepen! Vincent moet 7km, ik 40 minuten. Dus ik moet hard en hij moet zacht. Zo staat het ook in onze respectievelijke schema’s. Eerst 20 minuten inlopen. Richting de haven, langs de camping, nog best veel schaduw. Tempo ligt goed en hoog en het gaat prima! We zien een eekhoorn.

Dan 5 minuten lang hard. “Een kilometer”, zegt Vincent. Voor mij is dat fors hard. Ik haal een mevrouw op de fiets in en we komen bij de haven. Ik haal het: 4:53 gemiddeld. Wow. 2 minuten dribbelen is welkom, maar dan alweer snel door naar 3 minuten harder. Nog harder? Er zijn hekjes en mensen en Vincent gaat voor me uit.

Ik zet flink aan en vind wel een soort van maximaal. Vincent maakt een foto en kan nog aanmoedigen ook: voor hem een makkie. Ik zweet me kapot en tel af. 4:43 gemiddeld. WOw. Even wat wandelen om bij de komen, een minuutje hooguit. Dan nog een keer 2 minuten. Of Vincent me op 4:30 wil hazen. Ik moet alle moeite doen om hem bij te benen, en daar zit ook de beperking: in de mijn benen. Die kunnen niet harder. Hartslag en ademhaling op orde, maar mijn benen kunnen gewoon niet meer dan dit. Ze doen geen pijn hoor, maar grotere passen of meer kracht hebben ze gewoon niet. Ook geen verzuring, maar gewoon maximaal. Ik tel af. Vicnent roept wel dat het 4:30 is, maar zijn horloge loopt op hem achter. Waarom schijnt de zon zo hard en is er als ik harder dan hard moet elke keer géén schaduw??! 4:33. WOW. Ik wandel nu echt omdat ik het nodig heb. En dan weer dribbelen en daarna 9 minuten uitlopen.

We halen de 7km in 40 minuten makkelijk. Ik moet weer eens naar de plee. Stomme darmen. 7km in 38nogwat minuten. Abnormaal. We lopen mijn 40 minuten ook vol en dan de 7,5 kilometer ook voor de deur, maar ik knijp intussen mijn billen flink bij elkaar en dat gaat ten koste van het tempo. Ik drink chocomelk en snoep veel, van de weeromstuit doen we geen lunch. Wel muffins maken. En verder doe je met 32 graden gewoon niks. Dat is namelijk veel te warm. Die gekke Garmin noemt mijn training “herstel”. Sinds wanneer is een VO2max-training herstel?! Die is bevangen door de hitte denk ik. Of 7,5 kilometer telt gewoon niet meer mee, dat kan ook hahaha. 😆

10 juli – Zwemmen in de Senftenberger See

We gingen rond het middaguur richting de Senftenberger See. Ik denk: dan hebben we het maar gehad. Het was warm en benauwd en toen we de straat uit liepen, hoorden we het rommelen. Rechtsomkeert. Vincent zei nog: het ziet wel donker daar. Weer ‘thuis’ volgde een enorme onweersbui. Even koelde het af, maar daarna weer op en toen deed ik het wetsuit vast aan en gingen we nog een keer proberen om te zwemmen. Het water was lekker. Vincent ontdekte vissen.

Het water was eerst helder, maar daarna donker. We gingen langs de gele boeien. Vincent zwemt wel harder dan ik, maar ik doe mijn best en zwem prima. We gaan naar het steigertje en van daar uit zie je iets anders verderop en daar gaan we dan heen. Ik stop telkens mijn horloge. We zwemmen naar de derde boei. Ik wil dat Vincent wat langere stukken zwemt, hij moet even in de ademhaling komen en doet wat kalmer aan. We mogen niet voorbij de boeien en zwemmen nog een keer 4 boeien verder en dan samen naar het bordje waar verboden op staat. Vincent heeft al veel meer gezwommen! We zwemmen in 1 ruk terug en Dat gaat me wel goed af. Ik heb geen haast toch? het water is lekker, ik voel me oke en ik zie Vincent (ver) voor me. Ik ga nog een keer de gele boeien langs, want Vincent staat al veilig aan de kant vissen te kijken en te filmen.

Dan nog is de 2000m bij mij niet vol en die maak ik wel vol natuurlijk! Stom op en neer langs de boeien en de andere zwemmers. het is drukker geworden. Ik deed mijn pak uit en toen ging ik met een boei en in badpak. Dan voel ik het water en temperatuur veel beter, maar ik merk dat ik veel minder sterk zwem! Ik kan het wel, maar mijn benen moeten iets meer doen en ik vind het ook wel gaaf. Nog een keer langs de boeien en naar de steiger en dan nog de 500m vol maken. Het gaat zeer veel langzamer!!

Vincent ging rennen, want die moest nog 10 kilometer en ik ging even op de fiets kijken of we de route morgen goed kunnen volgen met het computertje en met de bordjes. We kwamen elkaar natuurlijk tegen.

Ik fietste nog even door en kwam door het dorpje. So far, so good. Prima te volgen en goed te doen. Omkeren of de Senftenberger See rond? Het zag donker en donderde wat in de verte, dus toch maar omkeren.

En toen kreeg ik een appje van Rob dat het ‘echt droog zou blijven’. Het regende nog niet, maar dat kwam er duidelijk wel aan, want het werd donker en dreigend. Ik fietste heel hard door. Er kwamen ongeveer 100 Hele Grote hageldruppels naar beneden, maar het viel me mee. Zou ik het halen? Ik haalde Vincent bij en ik reed met hem mee en toen regende het.

Lastig, want ik heb deze setup morgen ook nodig! Maar Vincent ondersteunen die bij beginnend onweer in een uitkijktoren stond, was ook even nodig. Het had in Senftenberg veel harder gegoten en het viel gelukkig wel mee. Komt vast wel goed morgen. We nemen de tijd en halen Polen vast wel.

11 juli – Van Senftenberg naar Polen: 100 kilometer met Vincent fietsen

Het meeste (of eigenlijk bijna alles) heb ik bij me: 4 gevulde bidons en een rugzakje met accupacks en regenjasjes en heel veel fruit gellies en een portemonnee. Vincent heeft 1 bidon en veel gelletjes bij zich.

Ik moest alleen de route doen, want Vincents Garmin horloge kon dat niet aan. We gingen een route volgen die volgens Vincent uit een blauw etend pacmannetje bestond. Het ging goed qua route. Ik kon het prima aflezen op de fietscomputer. Het eerste stuk ging hard en gemakkelijk. Lekker hoge cadans, rust in het bos en nog bekend terrein ook. (ik was hier gister al) Afspraken maken over wie waar rijdt als we inhalen enzo. Soms heel eventjes een klein stukje verkeerd gereden, maar ook dat had ik snel door. Langs het kanaaltje.

Toch niet afsnijden en aan de andere kant om de See heen. Een fietssnelweg! Leeg, strak geasfalteerd en heerlijk te befietsen tussen bos en meer. Helemaal top!

We zagen niemand, op 2 bessenpukkende oudjes na. Wel weer even over het hardloopparkoers van zondag en het lijkt oneindig ver! Dan door een dorpje Welzow wat Abandonad Egineering in real life is! We keken onze ogen uit naar de vervallen gebouwen. Heel gaaf. We fietsen door een achterland en na 30km zitten we eindelijk op een weg waar ook auto’s ons kunnen inhalen. We komen bij de mijn en kijken uit over het enorme complex.

Ontzettend mega indrukwekkend. Het is echt enorm. Maar de route is opgeslokt door de mijnbouw, dus we moeten de weg er omheen volgen. Dat is met het fietscomputertje lastiger, want die wil je dan terug hebben naar de route waar je die verliet. We kijken nog een keer en zien een weg die voor auto’s afgesloten lijkt, maar voor fietsers niet. Dat klopt ook. We komen er aan de andere kant toch 2 auto’s op tegen! Soms is het urenlang doodstil en nu opeens zelfs 2 auto’s!

En dan even zoeken naar de route en hoe we die naar Spremberg moeten volgen. Ik verloor een bidon op het mega-hobbelige fietspad en toen moesten we er opeens af en was het onverhard en ik schakelde niet snel genoeg terug, dus ik moest lopend de berg op. Ik had even een dipje. Maar Vincent gelukkig niet!

Toen via prachtige bospaden naar “Spermaberg” zelf. Daar even zoeken, want zo’n stad is dan druk en onrustig en de route lastig te vinden. We hadden een korte irritatie en toen gingen we over een onverhard pad langs het water. Het pad was prachtig, maar niet zo geschikt voor onze fietsen en vermoeiend.

We kregen wat trek en hadden nog geen winkel gevonden. We keken bij een dorpje zonder naam en Vincent zocht de supermarkt op. Het donderde in de verte, maar dat zou volgens Rob net langs ons heen gaan.

Op en neer naar Irenes winkel. We kochten broodjes en cola met muntgeld. Toen konden we weer door met wat hernieuwde energie! Daarna een stuk saai en ook apart: velden, zonnebloemen, licht glooiend. We speelden wie-heb-ik-in-mijn-hoofd, maar Vincent wilde een blackbox doen. En dan het bos weer in. Prachtige lichtval, echt genieten. Soms stond er alleen maar een fietsbordje met een pijltje een kant op, maar intussen had ik het fietscomputertje door! Door dorpjes met duidelijk andere huizen.

Echt opvallend veel bos. We reden dan ook op de mooie routes. Er lag veel viezigheid op de weg en op sommige plekken leek het geregend te hebben. Nog een stopje voor een plas en wat eten. Bij een wolvenplek. Het is inmiddels 2 uur. We gaan langs het water en toch merk je dan iets moe-er te zijn. Net iets beter op moeten letten en uit moeten kijken. Het gaat allemaal prima, want het is nergens echt druk ofzo. We speelden blackbox en die van mij was te moeilijk. Ik lette op de omgeving en toch ook wat minder. Ik ga dan toch de kilometers aftellen. Best wat klimmetjes soms, niet hoog, maar het gaat wat omhoog en omlaag en dat merk je dan gelijk aan het tempo. En dan de rechte, drukke weg naar Bad Muskau. Niet de route meer, al was die rustiger geweest en verstandiger. En dan Polen.

We staan langs de rivier die de grens is en Duitsland is duidelijk met een grenspaal en er is zelfs een soort controle! Maar het is wel onrustig daar. Dan de brug over. VRE-SE-LIJK: kraampjes, drukte, gekriegel. Polen is een grote NEE. Geen vlag, geen bord, niks, alleen kraampjes en koopjesjagers. Bah. Door het park is beter. Op de rustige brug maken we foto’s.

Ik heb de 100km vol! Het rommelt in de verte. Dat komt wel dichterbij. Rob komt er aan en ik bel hem om wat af te spreken. We gaan naar de winkelparkeerplaats. Vincent maakt de 100km ook vol door (hard) op en neer te rijden in het Poolse park. Het gedonder wordt erger en we ontwaren een stuk of tien druppels. We zijn snel bij de parkeerplaats en nog geen 5 minuten later is Rob er ook. Moe van alle omwegen en het vreselijke weer onderweg. Overal om ons heen is het vreselijk noodweer, maar wij hebben niks gehad! Ik ben er niet heel erg moe of hongerig van. Wel wat, maar niet echt veel. Het ging gewoon lekker soepel! De bidons waren voldoende en de telefoons zijn ook niet leeg geraakt. Het gemiddelde was 24 km per uur en dat valt me mee. De cadans is net blijven steken. Maar dat is van ondergeschikt belang! We hebben veel plezier gehad samen. We rijden naar het huisje terug door enorme buien en via de snelweg. Na het douchen gaan we naar de McDonalds, dat heeft Vincent absoluut verdient!

12 juli: Fietsverkenning van het loopparcours en het laatste koppelloopje

Ik dacht: laten we maar op tijd gaan, want vanmiddag voorspellen ze slecht weer, vanaf 12 uur al. We gaan uiteraard niets hard! eerst door Senftenberg heen hobbelen. Vreselijk veel klinkertjes en dat soort ellende.

Dan bij het station langs. Het weer is goed, maar er staat een stevige wind. Ik voel ook nog de fietstocht van gisteren, gewoon iets minder energie aan alle kanten. De stukken van de tocht zijn best lang en vooral saai eigenlijk. Maar er zijn bosjes en ik ga me wel redden. Ik moet niks he. We kijken nog even bij het keerpunt voor de halve marathon. Ik ga nog 10 kilometer heen en 10 kilometer terug langs de andere See.

Ik doe maar weer een plas. Ik drink me vandaag echt ongans! Dan het stuk naar Grossraschen. We doen het niet al te logisch. Ik denk niet dat ik in heel Europa een saaiere halve marathon voor Vincent had kunnen uitzoeken! We komen bij de haven en daar zijn ze net begonnen. De man maakt een foto voor ons.

Wij fietsen verder en het is mooi, maar…. heuvelig!! Dat hadden we niet afgesproken… Het is ook op de fiets best een eindje. En hier en daar even echt klimmen. Er is een uitzichtspunt. Het zicht over de See is wel erg mooi.

En nu is het er weer doodstil. We komen weer bij het beginpunt uit en gaan weer door de stad. Nu pakken we de andere kant om de hobbels voor Vincents tijdritfiets te vermijden. Het is warm buiten en het waait dus. In de stad is het vooral druk en onrustig en krap en lastig. Ach, vandaag hoeft het tempo al helemaal niet!! We gaan nog rustiger dan gisteren 🙂

koppelloopje

Ik had een trisuit aan, dus ik kon ook echt gelijk door! Nog geen slecht weer in aantocht, maar het was wel warm. Echt warm. Vincent is al voor me uit weg. Ik ga gewoon hartstikke goed! Het tempo ligt hoog, het gaat best redelijk, maar het is erg warm en ik zweet me kapot en ik hoef natuurlijk niet hard of goed of moeilijk. Straks denken ze nog dat ik zo hard een marathon kan lopen! maar dan spelen er dus andere dingen: een rugzakje vol drinken en eten, darmen, drang en druk. Nu is het een kwartiertje en dan mag ik eten en rusten. Na 2km op tempo hou ik me in, al blijft het gewoon hard gaan. Ik maak de 3km vol en ben dan veel vocht kwijt geraakt. Ik drink het wel weer bij.

Nogmaals: dit tempo hou ik 3 of 5 kilometer vol na het fietsen, maar ab-so-luut geen 42! En zeker niet als het omhoog en omlaag gaat. Nu is het zaak op eten en vooral drinken te gaan letten. Ik voel me leeg en raar, dat al het trainingswerk gedaan is. Het zit er op voor de marathon. Meer kan ik niet doen. Dat voelt echt gek. Het voelt kaal. OP de een of andere manier wel genoeg, maar of ik het ook echt kan weet ik niet natuurlijk. Ik wil vooral niks kapot lopen, zoals ik gewoonlijk altijd wil. We halen in de namiddag de startnummers. Ik merk dat ik een beetje in mezelf keer. Maar ik heb wel zoiets van: ik heb vakantie! Al gaat huishouden met een wasmachine en eenvoud huis wat schoon moet blijven en zelf koken nooit helemaal op. Ik slaap prima en na een drukkend hete ochtend volgde een flink onweersgebied. Het trok aan ons voorbij, maar het regent wel en het koelt af. Gelukkig dat we even niet meer hoeven te sporten! Kunnen we letterlijk en figuurlijk nog even afkoelen.

Over het waarom we hier in het Lauszitser Seenland zijn en waarom we juist hier een (halve) marathon gaan lopen, heb ik een aparte blog geschreven.

13 juli is een rustdag. Veel drinken. En een stukje wandelen ofzo.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2024 – Warum: De Lausitzer Seenland Marathon

Tja, hoe komt het zo dat we hier verzeild zijn geraakt in het Lausitzer Seenland in Duitsland tussen Berlijn en Dresden in en dat ik zondag 14 juli een marathon ga lopen? Dat behoeft wellicht enige uitleg…

Het was ergens half maart toen Vincent van zijn trainer de opdracht kreeg om half juli ergens een snelle en vlakke halve marathon te lopen. Hij had net in Spa met veel hoogtemeters zijn eerste halve marathon gelopen in ruim anderhalf uur en voor de halve triatlon moest hij nog maar een keer laten zien wat hij kon. Ik ging op zoek en vond een halve marathon én een marathon in Friesland op 13 juli. Ideaal. Het eerste wat Rob zei: “dan gaan we daar met vakantie naar toe! Ik zoek een groot huis en jullie kunnen daar lopen en fietsen en zwemmen!” Hoe geweldig tof en onbetaalbaar is dat?! Ik zag het al zitten: een namiddag marathon waarbij je met de bus naar de start gaat en terugloopt. Rob zei: “je kan de Afsluitdijk af fietsen en kijk eens naar dit huisje, dat ligt aan het water.” Maar ik wilde het eerst aan mijn trainster voorleggen, want een marathon midden in het seizoen… Dat moet wel passen. Annemarie keek mee en een paar dagen later kwam ze met de ontluisterende mededeling: ‘die marathon wordt volgens mij afgelast.’ En ze had -helaas-pindakaas- gelijk! Toen begon een grote zoektocht naar een andere vlakke halve marathon in Europa, liefst met een marathon erbij. In Nederland is er in deze periode helemaal niks meer in verband met de vakantie-periode. Ik had net een nieuwe baan, dus het aantal vakantiedagen was beperkt tot 2 weken en in die tijd kan je niet naar Finland rijden. In de Duitse Alpen is ook een loopcombinatie mogelijk, maar de hoogtemeters rijzen daar de pan uit. In Frankrijk dan? Ook dat is niet vlak of juist een trail. En toen vond ik Lausitzer Seenland 100. Een multisportsevenement in het weekend van 13 en 14 juli met fietsen en hardlopen en longboarden en wandelen en allemaal op zijn Duits: met ontbijt en vrolijk opgemaakt in jaren-70 stijl.

Rob zegt: “wat maakt het uit, ik zoek een leuk vakantiehuis en we rijden naar het Lausitzer Seenland met de fietsen achterop.” En zo ging het dus. Het is niet grootschalig, niet extreem duur om mee te doen. We vinden een huis via AirBnB in het nabijgelegen Senftenberg. Als trainingslocatie is het ideaal: dit oude mijnbouwgebied wordt ingericht als (water)sportlocatie. De oude mijnen zijn omgeturnd in meren. Er zijn hypermoderne fietspaden aangelegd. Als je traint voor een halve triatlon, dan is dit een prachtig gebied!

Het Lausitzer Seenland ligt tussen Berlijn en Dresden. Het kan er natuurlijk wel heel warm worden. Het ligt op een plateau. Er is veel bruinkool afgegraven. Of er echt veel te doen is, valt te bezien, maar als liefhebbers van het programma Abandoned Egineering zal het voormalige Oost-Duitsland wel in een behoefte voorzien.

Voor sommige mensen is het niet interessant, zo’n (halve) marathon als deze op een onbekende plek. Runners World is op zoek naar mensen die écht op vakantie gaan voor een loopwedstrijd, maar daar horen wij niet bij. Ze laten nooit meer iets van zich horen op mijn reactie. En toch voel ik het als een mooie ervaring. Ik vind het bijzonder en waardeer enorm dat Rob dit voor ons doet! Voor mij lijkt het juist een ideale marathon: kleinschalig, niet idioot veel prikkels, toegankelijk en origineel. Voor mensen als Dennis, Gaby of Irene ben ik een softie die ‘slechts’ 1 marathon per jaar loopt over het asfalt en dan in een tijd waar zij niet eens voor opstaan en op een plek waar zij hun goedgevulde portemonnee niet voor open maken. Maar daar tegenover staan wel een dozijn Joyces die best zouden willen ruilen met mijn tijd, zo’n honderd Wendy’s die nooit een marathon zullen hardlopen en duizend Kevins die onderuitgezakt op de bank blijven zitten.
Er zijn veel mensen die zullen denken: dat doet die Anke ook maar weer eventjes, en zelfs Vincent heeft dat idee. MAAR ZO IS HET NIET. Ook ik train er hard voor en ben van tevoren erg zenuwachtig. Ik besef dat alles moet kloppen op die ene dag dat je dan gaat hardlopen. Een marathon is een kwestie van 27 kilometer inlopen, 10 kilometer afzien en 5 kilometer uitlopen. Ik schreeuw het niet van de daken op Instagram of op Strava. Ik vind het ontzettend dapper van mezelf dat ik een dag van tevoren aankondig dat ik een marathon ga lopen. Er is eigenlijk toch niemand die weet hoe of waarom ik dat doe; de meeste mensen zijn bezig met zichzelf en hun eigen geweldige prestaties.

Ik ga de zevende marathon lopen in mijn leven. De eerste marathon liep ik in Spijkenisse in 2013, toen ik nog geen 5 jaar aan hardlopen deed en het me (door de afgelasting van de marathon, niet door mijn schuld) niet lukte om voor mijn 40ste de koningsafstand te lopen. Ik deed er 4 uur en 47 minuten over en het koste me daarna vele uren om te bedenken dat ik zo uitgeput was omdat ik na 25km niet meer had bijgegeten. De tweede marathon liep ik in 2015. Ik trainde toen enkel op het hardlopen en in Eindhoven zette ik mijn PR neer op 4 uur en 5 minuten. Ik was toen 10 jaar jonger en heel goed getraind! Daarna werd de marathon een onderdeel van de hele triatlon. De dynamiek is dan totaal anders. De losse marathontijd telt een stuk minder mee. In 2019 deed ik in de Frysman 5 en een half uur over de marathon. Ik hield zelfs geen cola binnen en was die dag al uitgeput door het zwemmen en het fietsen. De totaaltijd telde. In de marathon die onderdeel was van de Ironman in Hamburg in 2022 had ik ook zo’n 5 en een half uur nodig. Ook daar was de voeding het breekpunt. Toch is dat de marathon waar ik het meest trots op ben, omdat het een mentale overwinning was. In december van 2022 deed ik opnieuw de marathon in Spijkenisse, net als in 2013. Ik had er 4 en een half uur voor nodig. Vorig jaar probeerde ik de marathon in de Hardman triatlon te wandelen. Ik had een blessure die hardlopen voor enige maanden onmogelijk had gemaakt. Uiteindelijk moest ik na 29 kilometer opgeven omdat ik (vanwege kou) niet meer verder kon. Daar deed ik 5 uur over.
Ik schat nu zo in dat ik tussen de 4 uur en een kwartier en 4 en een half uur nodig ga hebben om de marathon te voltooien morgen. Het ziet er uit dat ik harder kan lopen dan ooit, maar ik reken op extra tijd die ik nodig heb om bij te tanken en de bosjes in te gaan. Ik ga niet voor een PR, al zit de sub 4 uur altijd in het hoofd. Dan hoor je bij de ‘snelle vrouwen’. Ik reken me totaal niet rijk.

En zo werd een marathon tussen het triatlonprogramma in gepland. Naast het trainen voor een halve triatlon in Zeewolde, moesten er ook lange duurlopen gepland. Mijn nieuwe werk gaat hartstikke goed en ik blijf blessurevrij! Uiteraard telt de leeftijd mee, maar fysiek ben ik in orde. Door het afvallen gaat het hardlopen ook steeds beter. Het is wel even slikken als ik zie dat juni helemaal vol zit met wedstrijden en er komt natuurlijk heel veel stress kijken bij de eindexamens. Ik doorsta het. Ik pas alle trainingen in elkaar. Annemarie van Train3Sports zal wel eens gedacht hebben: hoe nu weer…… Ik heb het in elk geval meer dan eens door mijn hoofd laten schieten. Het slechte weer, maar ook de warmte benut ik om te trainen.
Ik vind een losse marathon moeilijk en zwaarder dan een halve triatlon. Een marathon is voor mij onberekenbaar. Ik zit met de voeding en vooral met mijn darmwerking. Ik mail met de organisatie en hoor dat er vanwege de natuurgebieden waar we doorheen lopen, geen Dixies zullen zijn onderweg. Daar maak ik me zorgen over. Ik moet veel fruit gellies eten en veel drinken onderweg. Gelukkig zijn er erg veel posten, zowat elke 4 kilometer. Ik heb alle tijd: de cut off tijd is 6 uur. Ik moet wel al om 7 uur ‘s morgens starten en daar hou ik niet zo van, dat vind ik wel erg vroeg. Voordeel: zondagmiddag ben ik zeer zeker klaar! Aan de andere kant: het blijft een marathon en de eerste 25-30 kilometer gaan nog wel, maar daarna begint het pas echt. En ik ken hele sterke en goede triatleten die kunnen bevestigen dat een losse marathon moeilijker is dan die in een hele triatlon! En daar maak ik me wel wat zorgen over; dat ik mezelf daar zo midden in het seizoen, in het onbekende en warme buitenland wél toe in staat acht. Die arrogantie bezit ik niet.

Het voordeel van een marathon: als dit niet lukt, zijn er meer mogelijkheden aan het einde van het seizoen. Maar ik ga er van uit dat het hoe dan ook lukt en dat ik een medaille mee kan nemen naar de snackbar in Almere voor een hamburger! Ze hebben mij een hamburger beloofd als ik een hele marathon loop. Senftenberg heeft ook een McDonalds.

Nu zijn we in het Lausitzer Seenland en de trainingsmogelijkheden zijn uitstekend, maar verder is de vakantie vooral lekker rustig. Goed wennen aan de warmte. Veel fietsen. Vincent en ik hebben de route verkend en er zijn genoeg bosjes voor mij. 🙂 Er zijn ook meer hoogteverschillen als we in Friesland hadden gehad. En het is oersaai. Strak asfalt, heen en terug en ik verwacht weinig publiek. 10 kilometer heen langs het meer en diezelfde 10 kilometer weer terug. Dat je de hele tijd kan zien hoe ver je achter ligt en op wie je voor ligt. 1 Brugje, 1 tunneltje, maar bovenal: 1 finish. En daarna hebben we nog een hele week vakantie!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2024-16

27 juni – Intergevallig met hitte en Vincent samen.

Repeat: beste mensen: ik hou niet van de hitte. Geen tropische zon voor mij. Teveel zweten, niet op te kleden, niet aan te ontkomen. En het water warmt te snel op! Ik droomde vannacht dat ik een wedstrijd uit moest per vergissing omdat de rondjes op waren en ik werd wakker in paniek. En dacht: ik doe overmorgen een halve triatlon! Toen was de paniek echt en terecht. Ik heb niet genoeg gellies! Ik ben niet getraind voor die afstand (Annemarie ontkent) en de tijdritfiets is daar (óók) niet klaar voor!! Ik haal diep adem en ga eerst deze werkdag doorkomen. Ik ben overigens gezonder als ik in weken ben geweest. Geen pijntjes ofzo. Werken is ook al wat: mensen bellen, tickets genoeg. En in mijn hoofd zeurt: de halleve… Annemarie helpt me op weg dat me dit best lukt (ik kan zelfs op halve voeding uiteraard). Om 5 uur ontdek ik dat het water te warm is voor een wetsuit! 2km door plantjes ploeteren zonder ondersteuning! Het is 27 graden buiten en ik hou niet van warmte. Ik ga lopen met Vincent. Hij moet meer doen (12km) en wil met bidon zeulen. Ik stel dan maar hét vierkommatwee rondje voor. Ik moet eerst 30minuten kalm. Met de warmte en het paniekerige gevoel is dat dus echt rustig.

Is niet easy voor Vincent, sloffen lijkt makkelijk, maar eigen tempo is makkelijker. In km 3/4 door het bos stikt hij bijna echt door de vliegjes. Ik hark gewoon op 6:05 de kms door. Langs huis begint mijn interval: 4 keer 3 minuten rond 5:30. De eerste keer in de straat gaat nog niet best en net niet goed. Dan 2 minuten rust. Vincent gaat mee, voor hem is het allemaal ‘rustig an’. De tweede tel ik en gaan al beter. Loopt ie zo weg voor een foto.

De derde vind ik lastig, maar het tempo zit erin. Wandelmomentje en dan verhard blijven lopen. De vierde is echt doorzetten en aftellen, maar die gaat ook wat te hard. Het loopt oke, maar niet vanzelf. Ik doe een rondje om het park alleen om de training met 10 minuten uitlopen af te maken. Uitdruppelen! Toch viel het mee. Zonder zon. Zonder zorgen. Lets go

28 juni – Slecht slapen is slecht voor je en het helpt ook niet aan een goede koppeltraining

Vannacht heb ik een paar uur kunnen slapen op de bank, Rob lag zo te snurken. Dus alles doet pijn en met een halve nacht slapen voelt het niet goed. Ik wilde best, maar niks kon. Geen repen bij de Decathlon, geen voeding. Ik krijg niet genoeg eten naar binnen. Ik moest een uur fietsen en Vincent langer. Het ging ongelooflijk moeizaam. Ook op de tijdritfiets. Kreeg gewoon de benen niet rond en kwam de bochten niet door. Druk in de stad. Heb er geen vertrouwen in voor morgen. Ik ga vast finishen, maar een keer laatste worden is mij ook prima. Gelukkig weet ik dat ik kan zonder voeding haha.

en dan een kort koppelloopje. Ik heb toch een trisuit aan. Een rode. Het ging moeizaam. De eerste kilometer hard en daar moet ik diep voor graven. De tijd zit dan op 5:20 of zo. Daar heb ik wel eens gemakkelijker aan gekomen. Daarna 1,5km rustiger en dat ging nog wel.

Ik besluit niet meer te gaan zwemmen. Even een dutje doen. We zien wel morgen.

29 juni – De halve Triatlon in Zeewolde.

Weer een wedstrijd, dus weer apart beschreven! En wel HIER

En wat doe je dan in de avond? Dan ga je ook nog zwemmen in het zwembad, omdat Vincent gaat en omdat hij degene is die auto rijdt. Kan ik dus gewoon. Vincent reed en dat ging ook. Goed voor hem. Ik had nog een keer een grote boodschap thuis en me even afgespoeld en opgeruimd. Unstoppable. Zolang het kan, doe ik het maar. Ooit zal de adrenaline wel op zijn. Baan 2. Achtje. I vroeg meteen naar de wedstrijd en vond het wel stoer en apart. Ik eigenlijk ook. het is een soort van: we zien wel. 100m inzwemmen. Ik baal ENORM dat Garmin de triatlon niet heeft opgepakt. Zo kut. 400m zone 1. Ik doe maar wat. Ik vind het rustig. Dan 2x100m sneller en dat vind ik wel zwaar. Ik ga voorop natuurlijk. Weer 400m. Ik tel ze wel af. Ik krijg trek. Daarna 4x50m. Nu wordt het een beetje honger zelfs. Ongemakkelijk.

Ik krijg ook krampjes hier en daar en ik krijg het koud. Ik zwem in baan 1 100m uit en dan doe ik ook nog 100m ZONDER achtje. Omdat ik knettergek ben. Dat moet het wel zijn! Die gaan ook niet (meer) zo snel. Ik ga er eerder uit. Ben een onderbroek vergeten en de reservespullen waren natuurlijk allemaal gesneuveld. Door voor veel papat en een dikke hamburger!

IK HEB GEWOON DE HALVE TRIATLON BINNEN GEHENGELD. WAAR DAT OOIT M E G A WAS, VANDAAG GEWOON GEDAAN. MET TE WEINIG SLAPEN (2 nachten (ver) onder de 7 uur) EN MET WEINIG VOEDING (al viel dat wel mee achteraf) EN VOOR DE DERDE WEEK OP RIJ. IN DE FREAKIN’ HITTE.
OERSTERK

30 juni – uitfietsen

Ik ben toch moe en het is niet mijn dag, in niks niet. Moet nog teveel opruimen, poetsen, bijhouden en verwerken. Mijn knie doet pijn bij het opstaan. Een typsich gevalletje ‘overbelasting’, maar daar lig ik niet wakker van. Het kan ook een combi zijn tussen de vervroegde tijd van de maand en zenuwen en alles. Rob gaat op reis en ik ga fietsen op de racefiets. Nou ja, racen. Sloom is prima! Ik ben ook gewoon best moe. Ik moet nog schoenen zoeken (die van gister staan te drogen 😇) en sleutels pakken. En ik vergeet op windfinder te kijken. Dat is dom. Ik begin met veel wind tegen langs de oostvaardersplassen. En op de dijk ook. Er zit weinig kracht in. niet niks, maar ook weinig animo. Muziek hard aan.

Ik maak een foto en dan kan ik het toestel lastig terug stoppen. Ik merk dat mijn voorrem het niet doet!! Ik stuur het gras in en dat remt prima af en het is veilig, maar voor remgrage Anke een moeilijk idee. De achterrem is nog prima. Ik ga met wind mee naar huis, maar qua tempo en cadans en gevoel is het niet zoveel. Als ik afstap, is mijn knie echter blij en losgemaakt. Ik heb 15km volgemaakt en de hele maand juni elke dag iets gedaan van minstens 30 minuten. Gezondheid is een rijkdom. Ondergewaardeerde rijkdom.

Met papa en mama samen ga ik nog wandelen in het Pampushout en daarna gaan we heerlijk uit eten en maak ik alle punten op die ik met een halve triatlon heb verdiend!

De maand juni:
Een mooie 183 kilometer gelopen (oei, dat is best veel! Hoe kan dat nou?!)
Een aardige 626 kilometer gefietst. (gemiddelde snelheid een sneue 26,6)
Netjes 16 kilometer (!!) gezwommen
4 uur en 42 minuten van die stomme krachttraining en
bijna 20 kilometertjes gewandeld.
En dat voor een maand waarin het bittere ellende was. Waarin een havo-diploma (nog) niet gelukt is. Een maand vol spanning en wedstrijden. Maar ook met 2 bekers! En een hoop liefde.
Blij dat de maand om is. Slechter kan het niet worden. Juli moet beter! Ook zonder tig wedstrijden daarin.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2024-16b Zeewolde Endurance Middle Distance

De Halve Triatlon met eigen afstanden in Zeewolde. – 2000m zwemmen – 80 kilometer fietsen – 20 kilometer hardlopen.

Vooraf niet zenuwachtig. Ik weet wat er mis is en mis zal gaan: voeding gaat geen voldoende opleveren. Ik heb net-aan genoeg gelletjes, niet lang genoeg over de voeding nagedacht. Ben ik daar al ooit aan doodgegaan? Is nog niet gelukt en al vaak geprobeerd. Nou, dan zal het nu ook niet gebeuren. Ik ontbijt dus redelijk rustig, al is het weer vroeg dag. Ik wil om half 8 weg. Rob gaat mee, Vincent komt op de fiets naar de Biezenburcht op de Knardijk. Ik drink alvast een bidon leeg. Alle spullen liggen klaar, ook het wetsuit. De temperatuur is te hoog voor een wetsuit, maar ik hoop ontzettend dat het gezakt is! Ik zwem beter en liever met wetsuit. We parkeren de auto en eventjes ben ik dan toch overdonderd door al die enorme fietsen en geweldige mensen. Maar ik hoef vandaag alleen maar te finishen, de snelste ga ik hier niet worden, dat is zeker! Ze doen alleen de snelste 3 vrouwen en ik weet al dat ik daar niet bij hoor. Daar kom ik met mijn leeftijd niet aan. k ga mijn nummer halen en zie dan dat ik met wetsuit mag! Mijn dag is meteen weer goed. Wat ontzettend fijn. Een no-brainer: ik ga met wetsuit. Period. Als we aankomen zie ik meteen Annemarie en ik zie in de wisselzone ‘collega’s’ van de triatlonvereniging. Ik weet wat ons hier bindt… Maar zij niet. Ik sta met mijn fiets op de ideale plek, dicht bij de fietsin- en uitgang. Tussen W en TR in. Makkelijk te vinden, zeer ruim en weinig geren met de fiets.

Ik vergeet totaal om zenuwachtig te zijn. Geen buikpijn, geen stress: dit ga ik gewoon maar doen. Ik spreek nog iemand die de sprint gaat doen (WS) die ik lang niet heb gezien en ik hijs me in het pak. Naast het water tref ik een Eindhovense die duidelijk zenuwachtiger is dan ik. Ik praat met haar en ben bijna verbijsterd hoe rustigjes ik zelf ben. Het water in met een setje dames. De mannen zijn al 5 minuten voor ons vertrokken.

Ik test even het nieuwe brilletje en het pak zit goed. En hoppa: gaan. Zwemmen is in 1 woord: HEERLIJK! Ik genoot van het nieuwe brilletje waarmee ik prima navigeer, maak gewoon simpelweg slag na slag. Ik adem 1 op 4 en voel me helemaal prima. Ja, er zijn plantjes, maar mij storen ze totaal niet. Het is wel even kijken hoe ik zwemmen moet, maar de boeien zijn herkenbaar en de paar roze badmutsjes ook. Ik doe mijn ding. Vind mijn plek en de ruimte.

Het is wel grappig met zoveel haven om me heen. Oranje boei. Ik heb sterk het idee dat er wat dames afsnijden, want ik ga strak door naar de gele boei en dat moet ook echt. Als ik me zorgen begin te maken of het horloge wel aan staat, zijn we al op 500 meter. De temperatuur is prima en er zijn werkelijk nul golven, niks. De gele boei om. Dan moet ik even kijken en in de verte is een oranje boei. Ik zie ook al witte badmutjes en haal er ook een paar in! Dat zijn gewoon mannen he…. Ik ga strak en gestaag naar de oranje boei en er wordt gefloten voor andere dames. Ik ben niet de laatste. Ik kijk naar de bootjes en daarna naar de huizen. De oranje boei snel om en dan naar de volgende. Het is heerlijk rustig met veel ruimte en leuk om te kijken. Dan naar weer een boei en ik kom bij het bruggetje.

Ik zie Rob staan en zwaai zelfs even naar hem. Het gaat echt super. Dat slootje is superleuk. Ook om vanaf het water het publiek te zien. En dan weer door voor de tweede ronde. Ik vind het niet erg. Ik ben niet moe, niet misselijk, voel me uitstekend. Een vrouw haalt me in. Wonderlijk. Ik probeer even in haar benen te hangen, maar ze gaat te snel. Ik heb gewoon geen zin om me over de kop te zwemmen. Ik haal nog meer mannen in. 1 Heeft het moeilijk, maar hij zwemt weer door gelukkig. Ik ga om de boei heen en geniet nog een keer van het luxe bootje en de man die daar in de kano zit te zitten. Ik zwem strak en steady verder. Nu neem ik soms wat plantjes mee. Ik ben echt blij hoe dit gaat en hoe leuk ik dit vind! Ik zie Rob weer en steek een duimpje op.

Nog een keer door het kanaaltje en dan voorbereiden op de het afscheid nemen van dit heerlijke zwemtochtje. Water happen, plasje doen, nog een keer ademhalen voor ik de trap op ga. Ik ben achtste vrouw, zeggen ze. Boeie. Ik kijk ook niet naar de tijd en ga niet rennen ofzo. (tijd valt achteraf ietsje tegen, toch maar 1900m gezwommen volgens Garmin) Ik wankel ook niet.


T1; kalm aan. Hardop praten. Geen stress. Ik doe wat ik moet doen, neem wat te eten en drink het warme water. Vergeten dat die zwarte bidons zo warm worden in de zon. Jakkiebah. Ik zie H, die heeft langzaam gezwommen. En dan de wissel uit en eventjes lopen en rustig opstappen.

Ik wist het al met 5km: geen fietsbenen. Ik ben net de stad uit en over de rotonde en op het fietspad. Lig niet lekker, geen gemakje. So be it. Moet je het mee doen. Al is 80km dan lang, maar goed: 4 rondes. En die rondes kan je aftellen. Ik moet het maar zien als een lange duurrit, zo zonder al te goeie kracht.

Al bij het ophaalbruggetje heb ik me erbij neergelegd. Ik probeer het nog wel op het fietspad, maar het is zo rustig!! Waar is iedereen?! Er zijn nog mensen van de sprint in hun tweede rondje ofzo. Er rijdt politie met zwaailichten langs; toch niet voor Vincent, paniek ik heel even. Dan ben ik al bij de Biezenburcht en daar staat Vincent. We gaan de weg op, dat is wel leuk!

H haalt me in en roept dat hij zijn horloge heeft moeten opduiken. (misschien zag ik hem worstelen?) Er zijn nog behoorlijk veel mannen die me inhalen. Maar absoluut geen drommen, geen drukte. En geen wind. Misschien voedt dat mijn verveling ook, er is nul strijd. Geen afleiding en weinig mensen om me heen eigenlijk. We gaan een andere weg op met een leuke bochtencombinatie. Nog even zie ik de snelle mannen voor me, maar ik voel “hét” niet vandaag. Ik drink water+gels. Ook warm, maar het is goed voor mij. Alles wat ik nu naar binnen werk, helpt me later vandaag. Over lange polderwegen met een grote weg ernaast. Het kan me niet bekoren, niet afleiden. Wat niet is, is er niet. Accepteren en doortrappen. Langs de EHBO en dan komen we elkaar nog even tegen op het keerpunt. Ik ben niet de laatste, maar het is wel een enorm niemandsland. Ik bekijk de post en eet een gellie en drink zelf. Dat dat betreft top. Dan de Knardijk weer op, over de steentjes en langs Vincent de weg op.

De weg zou leuk moeten zijn zonder wind, maar er is geen uitdaging. Niemand om in te halen, niets. ik doe mijn best en wil best boven de dertig blijven, maar de wilskracht ontbreekt. Dan door Zeewolde. Ondanks de vele bochten vind ik dat wel leuk. Ik moet alleen niet blijven liggen op de drempels. Alle 4 de drempels. Hier liepen we ooit toen Vincent wel kon rennen en ik ziek en/of geblesseerd was. Dan Zeewolde in en Rob roept me waar ik heen moet voor de volgende ronde.

In ronde 2 al met alfabetten begonnen: wat-hoort-bij-ons (A+R+V), wat vind ik echt leuk en waar wil ik heen verhuizen. Dan zitten er nog geen 30 kilometer op. Het leidt af. Je denkt niet aan andere dingen, alleen aan de letter waar je iets voor zoekt. Arteon- Badnews – Catan…… Zo erg was het: dat was nodig. Al vroeg in de race dus. Ik denk over de H als ik Vincent weer passeer.

Ik zie het vissertje en verder zie ik bijna niemand. Misschien heel in de verte eens een fietser. Gewoon een rondje polder door. Bij het keerpunt blijk ik niet de enige te zijn en dat weet ik ook wel, maar het is best saai. Als ik “ons” alfabet heb gehad ga ik maar door met wat ik écht leuk vindt. Het is bijna een noodgreep, want het is wel goed om te denken aan leuke dingen. Ik tel niet echt in kilometers, wel een beetje in rondes. De bidon is bijna leeg, dus dat gaat goed. Ik wissel om met water en dat gaat prima. Het stukje niet inhalen, Zeewolde door en ik ben al op de helft. In 1 uur en 20 minuten, dus 2,5 uur ga ik absoluut niet redden. Maar ik ga het wel halen en soms, op sommige dagen, is het gewoon niet meer of minder dan dat. Ronde 3 was heel stil. Ik heb het hele fietspad tot aan de ophaalbrug volkomen voor mezelf. Saai. Erg, erg saai. Het alfabet helpt nauwelijks genoeg. Dan is Vincent weg en de weg is ook leeg. Het past mij uitstekend, begrijp me goed, maar ik heb me nog nooit verveeld. En bij de V staat op de leuke-dingen-lijst absoluut niet Verveling. Vincent denk ik wel. Op de slingerweg langs de wildrooster heb ik goed geplast. Ik heb water zat en er is niemand die er last van kan hebben. Qua tempo zal het me allemaal wat. Daar ben ik helemaal niet meer bezig. Dit is het. Zo is het als je geen fietsdag hebt. Gelukkig zijn het geen 93 kilometer en slechts 80. Ik blijf wel positief hoor. Het zwemmen ging lekker en je kan niet alles maar mee hebben zitten als je elk weekend een triatlon doet. In Zeewolde word ik ingehaald door een vrouw! Dat geeft tenminste iets sjeu. hHet betekent twee dingen: ik ben niet meer alleen en al ben ik nu misschien de laatste, er is tenminste iemand anders nog! En laten we eerlijk zijn: de 60 kilometer zijn ook voorbij gegaan. Raar idee dat we deze afstand die ik nog moet fietsen, straks ook nog moeten lopen. Hopelijk heb ik wel betere loopbenen. En anders niet. Finishen is genoeg. Nu niet lek rijden.

In ronde 4 kreeg ik ineens de geest! Wist ik weer hoe ik moest liggen. Ik haal de andere dame in en kan het fietspad af. De laatste 15km lig ik weer goed op de fiets en op de weg en ik zie het water enzo. Nou, dat is helaas wat laat, maar ook dat zij zo. Hoewel het nu echt stil is, kijk ik goed. Volgens mij zie ik wel wagens of was dat in een eerdere ronde? Na het keerpunt zie ik de vrouw niet al te ver achter me zitten en zij kan zeker beter lopen. Ik plas nog en wissel nog een bidon en ik heb voldoende gegeten en gedronken. Al dat plassen geeft zo’n ontzettend vies gevoel. Ik spoel veel met water, maar het blijft onpraktisch. Op de weg gaat het weer wat minder easy. (misschien stak er wat wind op?) Met deze stilte en deze rust en leegte knal ik nog lekker door in het niet-inhalen stukje en ik bedankt de verkeersregelaars. Dan in Zeewolde vind ik het wel best. De vrouw mag me met al die bochten inhalen en ik ga me voorbereiden op lopen en ben blij dat het fietsen voorbij is. Ik heb het gehaald. Nee, fietsen was geen hoogtepunt.

T2: sokken aandoen, rust, drinken (jek, warm) en gaan lopen. Ik doe niks verkeerd, maar absoluut ook niets snel of overhaast. Gewoon de korte sokjes aan. Schoenen goed doen. En dan gaan rennen, de wisselzone uit.

He, dat gaat goed! Ik kom achter W te lopen en ik vind de drukte hier in schril contrast met het fietsen nu wel prettig. Acht rondjes, er lopen nog mensen van de OD (denk ik), dus veel mensen, maar genoeg ruimte. En je weet niet wie waar zit. Straks anders, maar nu ben ik blij om te rennen. Eerste km’s te hoog tempo onder de 5:20. Nergens voor nodig. Ik kijk goed rond. Veel publiek, veel mensen. Ook op het strand. Weinig tot geen schaduw. Rob en Vincent zitten naast de kant. Ook dit ga ik maar rondje voor rondje doen. Daar ben ik goed in.

Ik loop langs Fika, een restaurantje en dan langs de eerste post waar ik drink en een gellie neem en ik pak ook sponzen mee. Gek genoeg valt de warmte me mee. Waar trainen al niet goed voor is… Maar geen Dixie. Ik zie Annemarie en met haar luide gymjuffenstem roept ze iedereen toe. Ik zit pas in ronde 1 en ben nog blij. Sowieso eigenlijk wel.

H haalt me in. Hij ligt eigenlijk maar 1 ronde voor. Ook bij de andere post geen Dixie. Ik voel dat ik die wel nodig ga hebben. Ik laat W iets uitlopen. Het is hartstikke zonnig op het fietspad. Na de eerste ronde snap ik ook het keerpunt. Rondje 2. Sponzen, water, gellie, bochten, andere mensen. Ik loop met een vrouw die het zwaar heeft op de kwart. Ik heb het niet zwaar. Maar ik moet en er zijn geen bosjes. Niet. Wel een strand WC. Ik roep naar Vincent dat hij naar de FIKA moet gaan om de WC vrij te houden. 5 Kilometer doet ik met gemak in een half uur. Het tempo ligt gewoon hoog. Al voelt het wel als rustig en kalm en beheersbaar.

Dan moet ik behoorlijk. Op km6 bij FIKA ren ik naar binnen en de WCs zijn vrij. Gewoon een dikke drol. Ik eet netjes een gellie, drink en spoel mijn handen. Het trisuit kan weer aan. Ik zie Annemarie weer en vertel haar welke oplossing ik heb genomen. Ik heb een lekker loopritme, zegt ze me. Dat is belangrijk. Geen moeite. Ik kan ook met saaie rondjes omgaan. Gewoon tellen tot de helft en dan aftellen. Dit is al ronde 3. Ik pak zo het ritme weer op. Ik pak elke keer sponzen aan.

Als ik ronde 4 in ga, heb ik met gemak 10 kilometer in 58 minuten gelopen. Inclusief dixiestop van circa 2 minuten. Acceptabel….. En weer door! Nu komen de moeilijkere rondjes. Al is 5 ook nog prima. Ik hou het tempo van 5:30 redelijk vast zonder idioot veel moeite. Ik koel goed, ik blijf eten. Uit deze ronde heb ik minder herinneringen. Al valt het me nu voor het eerst op dat het omhoog loopt als je de laatste bochten aan het einde hebt gehad. Ik vind het strand grappig: al die zomerse mensen die zitten al te warm vinden.

Mannen die moeten plassen. Rondje 5 is wat saai. AC en BT moedigen me aan. Bij het keerpunt zegt iemand die mij intussen voor de zoveelste keer ziet: Dat is ook gewoon nog steeds hardlopen in een prima tempo. Ik heb het ook niet moeilijk. Dat is wel verwonderlijk. Het lopen beheers ik blijkbaar! De omroeper zegt dat ik de volgende ronde in ga, maar Genesen zegt hij niet goed. Het werd wel steeds leger, maar dat kan ik ook. Rondje 6 was het moeilijkst, dacht ik. De omroeper zegt mijn naam verkeerd en ik roep naar Vincent dat hij dat echt moet rechtzetten straks. Ze zijn ergens anders gaan staan.

Nog een keer naar de WC. Accepteren. Het trisuit gaat iets moeilijker aan, maar mijn darmen zijn nu echt leeg en ik heb toch weer een fruit gellie op. Ik drink elke keer water. En pak daarna het looptempo en het loopritme weer op. Dat is natuurlijk best heel erg sterk! Rondje 6 duurt wat langer, maar ook de 15 kilometer loop ik binnen anderhalf uur. Inclusief 2 stops! Dan moet je nog 5 kilometer, wat beter klinkt dan “nog twee ronden”. Ik was vergeten dat rondje 7 naar de vreselijke 10 engelse mijl loopt en nog stiller is. Nu is de rust prima, maar het heeft ook iets saais, waardoor wandelen aantrekkelijker wordt. Niemand die het ziet… Ik zie Annemarie nog even die naar huis fietst en vertel haar dat ik nog een rondje moet hierna.

Uiteindelijk gestopt met eten erin proppen en mijn buik klotste ook van het water. Wel sponzen en koelen. De stilte is niet erg, dat kan ik wel handelen. Ik haal het absoluut niet meer binnen de 5 uur. Even jammer. Iemand van Proschema loopt mee met een deelneemster, maar ik heb dat niet nodig. Ik heb het niet meer vanzelf, maar het is behapbaar. Als ik maar blijf koelen. Nog 1 keer keren. Ik heb een medaille gezien, dus ik doe het niet voor niks en dat stemt me gerust.

Rondje 8 was het moeilijkste: weinig mensen meer en wat er nog loopt, ploetert. Ik bedank de vrijwilligers en sla de posten over met drinken. Dat ik nu minder voeding heb, merk ik een beetje. De wil is ook minder. Ik wandel soms een paar lantaarnpalen. Wat maakt het uit?! Maar ik ren dan liever en ga langer door en kan dat ook. Ik wist dat ik het zou gaan halen en ook binnen de 6 uur. Vond ik prima en de rest boeide me niet echt. 3 wedstrijden in 3 weken is heel wat voor mij! Ik geef de sponzen af en loop heel blij naar de finish. Het zit er op. Ik ga juichend de finish over en hij zegt mijn naam goed!

Hier met die medaille. Er kan een dik vinkje bij de halve triatlon. Uiteindelijk 5:22:22 en meteen weer helemaal bij. Niet hongerig of erg moe of kapot. Heel raar.

Weer wat rondgekletst (er zijn wel lieve mensen) en spullen gepakt. Dat was ‘m dan. Het is zo raar dat het allemaal ‘niks’ voorstelt. Vijfde van de 35+ vrouwen (7) en in totaal negende van de 16 vrouwen. Uiteraard een dik PR en eindelijk onder de 6 uur, maar wat wil je met 13km minder fietsen. Wat fijn is op de niet-beste-fietsbenendag. De wisselzone is ook veel korter. En het is minder druk, mentaal en qua mensen. Het hardlopen is veelbelovend, maar ontbrekende dixies baren me zorgen. Ik had de halve marathon rond de 2 uur kunnen lopen. Dat is met de hitte een heel fijn idee.

Op voor de hamburger en alles opruimen. Ik kan maar niet beslissen of ik echt trots ben of het weird is om “zomaar” een halve triatlon te doen, terwijl dat een paar jaar geleden nog een enorm ding was.

Categories: Wedstrijd | Tags: | Leave a comment

2024-15

16 juni – Een lange duurrit met 2 snotneuzen

Vanmorgen opgestaan met verkoudheid. Verder werkelijk nergens last van. Al is niezen en snotteren ook vermoeiend. En ik voel een zonnetje in mijn gezicht! Rustig aan maar. Blog afmaken, wasje draaien en s middags op de bank zitten en een dutje doen. Ik snoep veel teveel en ik voel me gewoon niet 100% fit. Terwijl alle andere geweldenaren de Almere City Run sneller dan snel doen, kom ik bij. Ik ben niet ziek ofzo, maar ook niet topfit. ‘s Avonds ga ik met Vincent fietsen. Het is dan eindelijk droog. Samen met Vincent was echt supergezellig!! Spelletjes gedaan en dan viel het wel mee. Ik weet dat 3,5 uur zoals mijn schema zegt niet haalbaar is. We gaan pas tegen 7 uur en zelfs op deze ‘zomer’avond is het niet zo lang licht. We doen rondjeS Oostvaardersplassen. Als het niet lukt, kunnen we na 1 stoppen. Kalmpjes aan. Mijn benen trappen wel hoor, maar echt energie hebben ze niet over. Op de dijk wind mee is makkelijk.

We gaan “wie heb ik in mijn hoofd” spelen. Dikke pret! De kilometers vliegen voorbij. We stoppen voor een plasje. Wind tegen valt wel mee.

Bij het centrum nog een plas-eetmomentje. We doen nog een rondje, maar dan met blackbox. Ik neem aardrijkskunde en Vincent denkt er (gelukkig?) helemaal niet aan! Fotootje bij de paarden.

De zon is wel fijn en mooi. Mijn superbril maakt het allemaal nog flitsender! Vincent is met twee rondjes klaar. Ik ga nog op en neer naar de dijk en naar de parkeerplaats. Het wordt koud als de zon lager zakt. Ik maak 80km vol en net geen 3 uur.

Het is een wonder, de week is voorbij. Het is uitgelopen op een grote teleurstelling met een paar lichtpuntjes. En 13 uur sport, waarvan 12:20 uur triatlonnen. Weet je; die anderen doen vandaag in het grote licht hun best en lopen harder dan ze kunnen, maar ik weet niet of die morgen ook zo pijnvrij opstaan als ik en ondanks alles toch weer gaan fietsen. Want dat doe ik wel!!!! En dan niet een beetje uitfietsen, maar gewoon 80 kilometer op een zondagavondje.

17 juni – Een beetje bootcamp en wandelen

De verkoudheid is geweken. Rob komt weer thuis van de zakentrip. Met Vincent in de pauze even gaan wandelen in de zon en later op de dag (uren later) naar de bootcamp gewandeld. Mooie lucht. Fijn weer.

Maar ik ben onrustig weer en ongeconcentreerd en vooral ontzettend aan het schransen. Zie je wel; zo goed ben ik niet. Ik kom wel redelijk toe aan mijn werk, maar ook dat is onrustig.
Dan de bootcamp. Eerst bij het uitzichtpunt wat opdrukken enzo. Dan naar de trap wandelen/joggen. 1 Van de meiden heeft de Almere City Run gedaan. Ik prijs haar dat ze nu alweer hardloopt, maar hou zelf mijn mond. Ik deed mijn 5km zomaar 5 minuten sneller.

De trap 7x op en af. Tussen alle kwebbelaars door. En dan weer wandelen, lekker in mijn uppie. Heerlijk, ik heb niet zoveel te melden.
Dan nog 2 rondes bootcampoefeningen: ik begin telkens iets eerder, zodat ik meer dan 30 seconden doe. Ik doe heus mijn best, want ik ga hier beter van zwemmen, maar echt animo ontbreekt.
Tot slot een rondje buikspieren. En dan is het alweer klaar. Ik vond er geen klap aan.

18 juni – things go wrong in life

Niet mijn best gedaan op dit loopje. Sinds ik vol goede moed thuis kwam van Cranio sacrale therapie die echt goed hielp met “ik-ben-sterk” is alles met een doodzieke Vincent opeens weer anders. Vanmorgen moe na slecht slapen en me zorgen maken. Papa en mama maar uitgenodigd voor 30 juni. Ik stelde het lopen uit. Goed idee bij de therapie: we gaan tanken, Vincent rijdt en ik ren naar huis en hij rijdt alleen terug voor het eerst. Maar Vincent sliep en voelde zich slap en niet lekker. 38,7 is toch geen koorts, zei hij. Ik stond er bij en het was echt waar: 38,6. Grote griep. Hij wil zo graag zijn herexamen maken! Maar het kan niet. En hoe verder is verdomd lastig te vinden na 6 uur als alles dicht is. Ik zou gerust zijn op de veilige weg: halen dat examen, dan maar in augustus. Annemarie en Joyce zijn me tot steun. Na het eten ga ik toch nog maar rennen. Ik moet 200tjes doen en ik zie wel. Niet is ook goed. Regenjasje aan. Bij het inlopen app ik met Vincent en doe het jasje uit. Het is droog en zal ook droog blijven.

Ik probeer de 200tjes gewoon op de nieuwe schoenen en het gaat wel. De hartslag blijft achter en ik doe niet mijn best. In de eerste zie ik iemand die zijn papegaai uitlaat. In de tweede een paar schoenen in de berm, keurig naast elkaar. In de derde een tuinstoel. Elke keer dribbel tussen de slakken in de rust. In de vierde steken moeder en 8 eendjes over. En dan moet ik weer bermpoepen. Er is toch niemand in de wijde omtrek. Op het vebindingspad word ik angstig. Er zitten grote dingen in het bos die ik hoor en ik zie niemand verder. Ik ben zelden bang, maar nu voel ik me onveilig op 1 of andere manier. In de 6de 200 springt er een hert uit de bosjes en we kruisen elkaar maar net in vliegende vaart. Ik weet nu tenminste wel wat ik hoorde. Ik dribbel de pauzes door. Geen hele hoge inspanning. Ik ga gewoon over de weg. Er staat een camper met een engerd erin. Ik vind het wel lastiger worden eigenlijk, want de vraag waarom dringt zich weer op. Waarom doe ik dat versnellen eigenlijk? En zo braaf? Om niks? Ik ben met honderd dingen bezig, maar niet met tempo. Ik voel me wel okay en redelijk sterk, maar ook onthand en ietwat wanhopig. Ik jog maar gewoon door over de slechte weg.

Van de opdracht, de lage hartslag en het tempo trek ik me niets aan. Ik ga met moeite over de brug achter almeerplant. Het is mistig van het vocht en de lucht is best raar warm. Ik jog de opdracht vol en heb nog een uitvoeringsscore van 66 ook! Ik maak 10km vol binnen een uur en ga naar de Etos door voor een coronatest. Ik laat de 11 km maar zitten en wandel gewoon vanaf het fietspad. Ik wandel naar de ah en dan naar huis. Vincent is zo beroerd, maar geen corona. Het is zo vervelend. Niet weten hoe of wat, de grip kwijt zijn. Maar ik heb gerend hoor. Tempo is okidoki en hartslag laag en inspanning voelt ook matig, maar ik ben buiten geweest en heb wat stoom afgeblazen. Ik ben wel sterk. Hoor. (al ligt opschrijven en voelen ver uit elkaar)

19 juni – fietsen om niks

Fietsen om niks. Even de wind voelen. En is er zon?! ☀️ waarom? Té sa dorcha innui. Ik kan moeilijk iets beslissen. Zelfs de weg bepalen is lastig. Het moest tussendoor. Werken en een etentje en zoveel dingen te regelen. Vincent is veel te ziek voor het herexamen en dat trekt ook een wissel op mij. Mega slecht slapen, want ik hoor hem hoesten en ik maak me enorme zorgen. De thermometer en de gulzige ogen zijn duidelijk: een herexamen is onmogelijk vandaag. Overdag naast het werk regelen dat hij naar het derde tijdvak kan. En hij is zo ontzettend ziek. Ik snap de consequenties: weg zomer, weg zorgeloos trainen, weg hulp van school; maar Vincent is daar nog te ziek voor. En dan oud-collega’s die aan me trekken en alles uitleggen aan mensen: het is loodzwaar en trekt veel energie weg. Ik ga meteen vanaf het werk even uitwaaien, maar ik hou me erg in. Ik vergiet een paar tranen, maar eigenlijk is daar weinig ruimte voor.

Ik vind beslissen vandaag extreem moeilijk en ik ben erg moe. Ik ga na het fietsen ook nog met de oud-collega’s uit eten. Ik weet dan al niet meer waar ik gefietst heb.

20 juni – Mama Is Boos 4x6minuten wedstrijdtempo

Ik had geen zin. Om 3 uur kakte ik in op het werk en had ik veel suiker nodig. Ik heb keurig het werk afgemaakt hoor, maar mijn ogen wilden liever dicht. Mijn hoofd zeurde: “ik wil op de tijdritfiets fiehietsen”. Mijn verstand zei: niet doen, je bent te moe. Mijn benen zeiden: lekker binnen met afleiding gaan fietsen. Mijn hoofd won. Hup, pak die fiets en probeer het maar. Ik wilde zo graag, maar was extreem moe van de hele week ‘groot en sterk’ zijn.

Ik háát het en erger me kapot aan mensen die in hun trainingen net zo hard of harder rijden dan in een wedstrijd. Got, wat heb ik ze opgezocht na triAlmere. En kijk nou: ik snap ze. Het drong mooi door tijdens deze rit. Die mensen zijn heel ongelukkig en boos en gebruiken trainingen om zich af te reageren en te bewijzen dat ze toch wel iets kunnen, wat in het normale leven mist. Want zo’n training was dit. Ik was woest op alles en hoe alles gaat en de muziek van LoreenaMcK stond heel hard. Ik trok me nergens iets van aan, van niemand niet; alleen dat ik iedereen in wilde halen en wilde laten zien (aan mezelf) dat ik heus wel iets kan. Ik heb gezongen, gedanst en geschreeuwd op de fiets. Mijn benen deden pijn en verzuurden en ik schold en mopperde. Dan gaat de training dus op wedstrijdtempo. Arme rest.

Overigens klopt de vermogensmeter absoluut niet. Ik ben blij met de fiets. Dus ik vond het eng om te gaan van tevoren, maar ik kwam wakker en blij van de fiets af. Volgende keer als ik rustig fiets zal ik het bedenken: ik train en ben blijkbaar gelukkig genoeg om te trainen. In de race moet ik maar boos worden 😉

Ik kletste zelfs in de rust met een meneer die ik had ingehaald en hij vroeg: intervallen? Hahaha. Dikke doei. En ik kreeg een 👍 van een man in een hele grote dure Mercedes! Hij bewondert mij en mijn gele bril vanuit zijn dikke bak. Op de dijk toeterde er zelfs een busje! Daarom rijden de anderen zo hard: in hun echte leven missen ze dat blijkbaar.

21 juni – De 30km hardlopen met 3x4km tempoblokken. Rondjes om het huis van 4,2km

Het was natuurlijk een ramp deze week, Vincent ziek. We zouden samen de marathon lopen, maar dat gaat dus niet door. Plan B was ook nog een wens: 7 keer het 4,2-rondje lopen, wat langer is als ik in Ierland heb gehaald. Alleen stond er nu 30km op de planning met blokken in marathon tempo. Ik zag er tegenop, natuurlijk. Gaat het echt wel lukken na zo’n emotionele rollercoaster? Daarom zijn de rondjes prima: ik kan stoppen, ik kan naar de WC en ik kan elke 4,2km drinken. We halen eerst de nieuwe auto, want ‘s middags zou het droog en warm zijn. Ik ben erg moe als ik opsta, uitzonderlijk vermoeid. Ik ga ‘s middags om half 3 ongeveer. Twee bidons water klaargezet naast de Arteon, gellies in het rugzakje, Loreena muziek aan. Eerste 2 rondes (9km) z1/2: rustig aan. Eigenlijk is het een kwestie van rustig aan blijven gaan. Niets forceren. De eerste 2 rondes gaan vanzelf! Het tempo rond 5:57, lekkere muziek, nergens last van. Iets drinken kost ca 20 seconden.

Het begint alleen te regenen in ronde 2. Eerst ruikt het lekker, dan is het even jammer en daarna is het gewend. Het blijft zeker anderhalf a 2 rondes licht regenen. In ronde 3 moet ik versnellen. 4km lang. De hogere hartslag haal ik niet, maar het tempo kan wel moeiteloos omhoog! Best fors, dus ik hou me na 10km binnen een uur in en zit dan op 5:40. Daar ben ik blij mee.
Maar dan moet ik toch weer: ik maak het 4km blok af en duik de plee in. Horloge even uit (GPS glitch voorkomen). Vincent staat klaar met de fiets. Een km rustig aan. En dan moet ik weer harder. Muziek is uit, Vincent heeft wat moeite met fietsen zelfs nog en weinig te vertellen. Wel over de auto. Ik zit al op de helft met 15km en het gaat prima. Misschien wel 8 rondjes…

Maar opeens is het dan toch zwaar: ik moet weer en duik de bosjes willekeurig in. De darmen zijn van slag. Ik laat het horloge aan staan. Dan moet ik nog een stuk door en het tempo ligt minder hoog. Het is nog te doen, maar V zwaait dadelijk af. De bidon voor na het MT blok staat klaar. Ik maak de halve marathon vol in 2:06 (of 2:08) en ondertussen appt Manuel. Onhandig. Maar de tijd is best oke.

Ik ren het huis voorbij, maar het tempo is een beetje minder. Als Vincent weg is, doet mijn rechterheup pijn. Muziek weer aan. Inhouden en tempo loslaten! De bidon staat net te ver, ik eet weer en zit op 23km. Nog 1km rust en dan nog zes – hoe dan. het is weer droog. Ik neem de bidon mee, die ‘splasht’. Concentratie. Het moet allemaal niet meer, en zeker niet hard, liever een wandelpauze als dat moet. Ronde 6 is gewoon lastig. Ik tel de kilometers af. En de rondes ook. Ik probeer de blije gedachtes aan Ierland, maar het is erg trekken en slepen. Een hond heeft mijn stront ontleed.

De pijn in de heup verdwijnt, maar een strak ritme is lastig te vinden. Kilometer 27 en 28 gaan voorbij. iemand haalt me in, weet die gast veel. ik wandel nog even en dan de laatste kilometer. Ik haal het met de ronde en thuis. Ik heb bedacht dat 3 uur 10 uitstekend is, het is zelfs nog neller! Daar ben ik blij mee, maar het einde was wel zwaar en mijn benen doen behoorlijk pijn. Ik moet echt even bijkomen op de vloer en in de douche. Nog 12km extra… Maar dit is langer en sneller dan wat ik in 2023 heb ‘hard’gelopen. En dat na een rampzalige week en een ons extra. hartslag blijft laag, iedereen reageert opeens op Strava. Haha, nu ben ik het, die “uit het niets” opeens 30km loopt 😀 De schoenen zijn geweldig!! En ohja, op 2,5km van het rondje zat het OVERVOL met vogels, hoe hard de muziek ook stond, die hoorde ik er bovenuit! 3keer DarkNightofTheSoul geluisterd.

Ik schrijf in het trainingslogboek: Ik zag hier erg tegenop na deze rampzalige en energieslurpende week. Ik snoep weer veel, want ik slaap slecht en ik kom dus aan en ik ben voortdurend moe en ik baal nu ook van alles, nu de regelstand een beetje uit kan. Ik ben altijd al een sporter geweest met een hoofd wat minder sterk is dan ik fysiek ben. Dus dit was een gok. Ik zou met Vincent gaan, maar die kan dus nog weinig, hoeveel beter het ook met hem gaat. Dus dit doen: 7 keer precies hetzelfde rondje en verder komen als ik in Ierland was gekomen, was mentaal een vele male grotere opgave dan het voor mijn benen zou zijn. De eerste 18km (4,5 ronde) gingen uitstekend. Vincent ging ronde 4 en 5 mee. Toen was hij kapot. En ik daarna ook eigenlijk wel. De laatste 1,5 ronde vond ik zwaar. Ik had last van mijn rechterheup en been, maar dat trok weg. Vandaag ben ik emotioneel helemaal afgevlakt: ik ben niet blij met de supergave nieuwe auto, niet trots op 30km hardlopen, niet vrolijk dat Vincent opknapt en ook niet boos dat niemand op school iets van zich laat horen of geïrriteerd door mijn moeder die vindt dat Vincent ook een paar weken vakantie moet hebben zonder te leren. En nu ben ik het: ik zet vanuit het niets op Strava ineens een 30km loop. En op een redelijk tempo (al kan iedereen dat straks onverhard weer verbeteren of zich beroemen op hoe goed zij dat vroeger ook konden; geloof me: dat hoor ik best een paar keer van verschillende mensen). Ik heb instant last van spierpijn en stijve (boven)benen. Niet ernstig

En hier komt het verslag van 1 van de moeilijkste trainingen van het jaar: De training die ik NIET heb gedaan!!!!!!!!!

Annemarie schreef me ooit: ‘je ziet niet wat anderen niet doen’ en dat is blijven hangen. Niemand behalve zij en ik zien hier wat ik bewust níét heb gedaan. Dat is extreem moeilijk voor mij!!!! Maar buiten zwemmen na 30km lopen en met de ervaring van 2 weken geleden en ik zou alleen moeten gaan, voelde nóg onmogelijker dan een rode training. En naar een andere dag schuiven zie ik ook niet meer gebeuren. Een echte rode training: dat is de eerste dit jaar. Vind ik moeilijker dan 30km hardlopen!

22 juni – uitfietsen!

Anke staat op na weer een te korte nacht om naar de wc te gaan en… het trekt een beetje, maar eigenlijk niks. Na een heleboel spelletjes candycrush (je kan maar iets kunnen) sta ik echt op om te gaan ontbijten en is er helemaal niks meer aan de hand. Ik voel me prima! Moe, maar een nacht met 7+ uur slapen zal MrGarmin, de HRV en ik vast waarderen en verhelpt dat. De laatste weken haal ik de 7 uur niet. Een paar fijne lieve en gemeende berichtjes doen de rest en voila: anke doet het weer. Ik ga uitfietsen. Een uurtje. Ik wil een rondje noorderplassen fietsen, maar merk dat ik bij de manege beland dus ik ga langs de vaart. De wind is best heavy! Mijn benen hebben geen zin in hoge cadans of het viaduct, maar verder doen ze hun werk. De muziek hard. Smile. Ik kom de geweldige LucE tegen met zijn kind op het fietsje en ik ga wat door de stad. Met een smile. Ik hoef niks. Lekker geen tempo.

Ik vreet vandaag toch teveel. Dit is een in-between-dagje van nauwelijks iets. Ik rij op de dijk wel lekker hard en makkelijk met wind mee. Ik maak 25km vol via de Evenaar en het is wel zat ook. Door met eten en op familiebezoek en in de auto zitten. Gezellig!

23 juni – Sprint Triatlon Rotterdam – “hersteltraining”

Een bijzondere hersteltraining, maar de sprint triatlon is binnen! Hier lees je hoe en wat.

maandag 24 juni – wat vermoeid, maar vooral geïrriteerd bij de bootcamp

Nergens last van. Geen enkel pijntje of trekkend spiertje. Volgens Garmin ben ik overbelast, want de HRV is wel laag. Rob is ziekjes, maar Vincent knapt op. De collega’s komen niet naar Almere, dus ik werk thuis en ik doe alle was. Ik voel wel vermoeidheid, ben moe en ongeconcentreerd op het werk. En bang. Dat het mis gaat. Dat ik toch ergens geblesseerd raak. Ik kan niet alles kunnen. Ik voel me overweldigd. En ook dom. Maar wel fysiek sterk. Bang. En echt wel in mijn hoofd vermoeid. Wazig. Nooit goed genoeg. Vooral dat. Al win ik alles (dat kan niet), dan nog niet goed genoeg. En ik ben verbaasd dat ik zo genoten heb gister. Verbijsterd dat ik dat allemaal kan.

Ik ga naar de AH en de bootcamp wandelen.

Vroeger in vwo2 had ik een vriendin die alleen maar over zichzelf praatte. En wat haar bezig hield. Die jongen waar ze een oogje op had. Dat was nog in de tijd van de telefoon met een draadje en een hoorn. Ik hoefde de hoorn maar neer te leggen en heel soms ‘ja’ te zeggen. Als zij uren vol praatte. Ik trek dat soort mensen aan. En ik kan er niet mee omgaan. Zij haalde het VWO wel, maar ik niet. Die mensen die zijn allemaal geweldig en verkondigen dat blijkbaar graag tegen mij. Daarna had ik een vriendin die vooral sneu en zielig was. Gelukkig heb ik nu maar weinig mensen meer in de buurt die mijn energie met hun geweldigheid opslurpen. (ik zeg niet geen, want triatleten zijn daar een uniek soort in, die het tot een kunst hebben verheven) Maar de bootcamp zette me weer even 35 jaar terug in de tijd. Hoe mensen je toch zo teleur kunnen stellen. Alleen maar over zichzelf praten en energie opslurpen. “Kijk mij geweldig zijn. Blessure voel ik nog hoor, maar ik loop 3 dagen achter elkaar. En fiets vanuit het niks 3 keer per week 120km bij elkaar. Van een beetje bootcamp oefeningetjes.” verkondigen. Als ik dan vertel van mijn rampenweek, dan hoor ik maar 1 keer een gemeend “dat is vervelend”. Bij de rest voel ik aan dat ie zichzelf met z’n ex zieliger vind. Als ik zeg dat ik onder die omstandigheden 30 kilometer heb gelopen, heb ik er niks, maar dan ook helemaal niks aan als tie begint over hoe zwaar het was om te lopen met die ex, toen je nog 5 kilometer met haar liep, een jaar of wat geleden. Dan interesseert mij dat deze keer niet. Dat soort zuigt mij leeg. Helemaal op. Dat soort snapt er niks van. Als je wist wat het betekende om 30km in 7 dezelfde rondjes te lopen, boven de dertig te fietsen in de wedstrijd en emotioneel iets meer te verhappen te krijgen dan de nieuwe vriend van je ex van jaren geleden, dan begin je niet weer over jezelf en dat je 7km gelopen hebt. “Langzaam met 6’ gemiddeld.” Als je het echt snapt, luister naar je hartslag, sukkel. Nog 1 keer naar deze bootcamp en dan ga ik nooit meer. Dan laat ik de knipkaart verlopen. Ik heb deze ellende met niet luisterende en uitzuigende ‘vrienden’ al meer dan vaak genoeg getraind. Ik leer niet zo snel blijkbaar.

Bij de bootcamp doe ik mijn best maar hier word ik echt niet sterker van. Elke keer hetzelfde, niks uitdagends aan. Ik train mijn irritatiespier vooral door al dat geneuzel van die mensen. Wellicht voel ik me daar als triatleet te goed voor. 9x de trap, wandelen, ronde 1, dennenboom (ik doe echt mijn best en hou de spieren vast tot het gevoelig is), nog een ronde en dan nog 6 oefeningen en tot slot buikspieren. Elke keer hetzelfde, ook met de buikspieren. Ik ben er zo klaar mee. Ik haat het dat ik me er te goed voor voel en dan stuiter ik helemaal terug de andere kan op en voel mezelf het allerslechtst. Ik zit uitgeteld op de bank. Gelukkig kan ik Candy Crushen als de beste!!

25 juni – Hardlopen in de hitte en huishouden en strijken als krachttraining!

Ik voel me beter, al is de HRV nog laag. Ik ben een kilo aangekomen, maar nu ga ik weer goed voor mezelf zorgen. Klaar met zielig zijn! Veel thee drinken. Het is warm buiten. Is het opeens zomer. Er ligt veel strijkwerk en ondertussen bel ik met mijn zus. Dan valt het strijkwerk wel mee. Ik moet vandaag ook nog het huis schoonmaken en het onkruid weghalen uit de tuin. Vincent is weer op zoek gegaan naar informatie op school en we gaan weer verder met hoe de zaken er nu voorstaan.

Er staat in deze relatief rustige week hardlopen op het programma. Een uurtje De training is 40 minuten deurtempo en dan 8 keer versnellen voor 30 seconden en anderhalve minuut rust tussendoor en dan nog 5 minuten uitlopen. Ik ging samen met Vincent, die weken niet gelopen heeft en nog steeds verkouden is. Het is maar een uurtje. En het is erg warm. Goede training voor Duitsland, want daar verwacht ik ook warmte! Dus dat dacht ik elke keer: dit is een goede training voor de warmte.

Vincent had het er maar zwaar mee. Hij moet dan ook ‘sloffen’. Ik doe gewoon wat lukt. eerst gaat de hartslag weer totaal niet omhoog. de eerste paar kilometer echt niet. Ik loop om zodat Vincent even kan wandelen en bijkomen. Ik blijf gewoon hobbelen. Het gaat best nog wel op een matig tempo. Ik ga gewoon door en ik heb niet echt de behoefte aan wandelen ofzo. Ik cirkel nog een keer om Vincent heen.

Ik moet acht keer versnellen straks en heb niet zo goed uitgeteld hoe lang mijn training dan is. Ik neem een extra blokje om, dan kan Vincent ook even zijn eigen tempo doen. Dat gaat dan wel ook weer lekker voor mij, alleen met mezelf. Daarna beginnen de 30 seconden versnellen. Dat valt een beetje tegen, kost iets meer moeite en ik krijg het er warm van. Anderhalve minuut dribbelen. Dan zie ik dat ik dat maar 2 keer hoef te doen volgens de training. Het waren er toch echt 8?! Dus ik ga ze zelf maar timen, want 8 is 8. Ik doe dan maar een minuut rust en jog over de Evenaar. Mijn hartslag gaat nu wel lekker omhoog! En het voelt iets lastiger aan. Er zijn auto’s en obstakels. Ik jog gewoon verder in de rust. De training heb ik best goed gedaan m et hoge uitvoeringsscore voor de verandering hihi. Ik doe er nog 2 versnellingen en lap mijn horloge. En dan uitlopen tot 10km doe ik dan maar. Dat valt niet mee, ik vind het heet en ongemakkelijk.

Maar ik maak 10km vol en ga dan thuis snel uitdruppelen, drinken en douchen.
Ik ga vanavond niet zwemmen. Het komt niet uit, ik voel me niet 100% fit als ik opsta en wil dat chloor niet riskeren met vroeg opstaan morgen.

26 juni Zomeravondbijkletsfietsrondje

Manuel vroeg of ik mee wilde! Wat een eer! Daar schuif ik de rustdag we voor opzij. Wilde ik toch al doen, want dit is de dertigste dag dat ik een half uurtje sport. En wandelen kwam er niet zo van op deze uberzonnige dag. Nou ben ik niet van hoogzomerse hitte en brandende zon. Daar word ik sloom en moe van. En er stond een rustdag met diëtiste-bezoek. Qua gewicht enzo ga ik (ook al) goed. Ik reis op en neer naar Leiden en candycrush mijn talent. Fietsen is wel lekker! Maar ik zet me niet zo in. Geen zin an. We kletsen gewoon onderweg. Van de vakantie.

Op de ibisweg wind mee, maar zelfs daar hoef ik niet echt iets anders dan genieten van het zonnetje en het gezelschap. Sorry voor het ophouden Manuel, het omatempo is geheel aan mij te wijten! Maar ik haal het stappendoel van de maand, de fietstijd, de 30dagen-goal en de slaapmaand. Dus al met al best super! Was ik maar niet zo suffig door die hitte. Ik ga nooit naar een tropisch land verhuizen! En ik maak me Grote Zorgen over de halve triatlon zaterdag. Ik onderschat het een beetje denk ik. “Maar” 2km zwemmen zonder wetsuit, “gewoon” 80 kilometertjes fietsen en “ach” 20km hardlopen. Daar heb ik dus helemaal niet voor getraind, denk ik dan!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2024-15a Sprint Triatlon Rotterdam

Een bijzondere hersteltraining!

‘s Morgens als ik opsta (of wakker wordt) voel ik me niet heel klaar voor een sprint triatlon. Ik heb overal kleine pijntjes. Mijn knieën doen pijn, maar ik weet niet echt of ik links of rechts pijn heb en mijn benen zijn stijfjes. Ik twijfel erg over het hardlopen, want ik wil niets stuk maken. Als ik naar de AH loop ben ik zelfs wat wankel! De bootcamp sla ik sowieso over. Het is niet zo dat ik geen zin heb, integendeel, maar ik zie er wel tegenop, tegen 5 kilometer hardlopen in een sprint. Dat het warm is of ver rijden vind ik niet zo erg. Vincent gaat ook mee, hoewel hij met zijn verkoudheid en net ziek geweest, niet kan starten. Dat is balen. De fiets zit hartstikke snel op de nieuwe auto, ik heb mijn spullen inmiddels ook vaak genoeg verzameld om te weten hoe het moet. In de auto zit ik achterin en ik luister nog maar eens naar online sportpsychologie cursus. Het gaat over confidence (vertrouwen) en selftalk. Dat is wel goed voor mij. Ik heb geen tijd voor zenuwen of stress, ik moet deze wedstrijd gewoon binnen hengelen. Klaar. Als het hardlopen lukt, dan kan ik dat vast wel. Vertrouwen hebben. Rob en Vincent vinden dat ik eigenlijk ook moet winnen, maar ik weet het niet. Ik voel die druk in elk geval niet, er doen 7 vrouwen mee in mijn categorie en ik ken ze niet.
Als we de parkeerplaats op rijden, zien we een oud klasgenoot van Vincent! Die herkent ons niet. Hij is wel geslaagd. Het is een groot grasveld. Ik maak me eigenlijk weinig druk, voor mijn doen zeker. Misschien is dat na dit weekje ellende op, het ‘druk maken’. Ik heb mijn koptelefoon nog op. Het is een komen en gaan van mensen overal. Spulletjes halen en dan mijn fiets wegzetten. Ik zie de oude juf van Vincent en mijn allergrootste insta-oma-heldin. Oudere vrouwen, die me even aanhoren en begrijpen. Ik zet de spullen weg; ik weet hoe het moet. Ik twijfel niet of ik een wetsuit aandoe, natuurlijk! Er heerst een ontspannen sfeer. Dan kom ik Rafi tegen! Nog zo’n held! We zijn allebei in Hamburg een Ironman geworden. Het is een nog lievere man als ik al dacht!

Pak aan, zonnebril zoeken die in het brillenkokertje zit, banaantje eten en plassen. Het is een soort routine. Ik ga bij de rest staan en klets wat. Rafi is wel gespannen. De Yvonnes horen me uit en redden me. Het is voor mij ondenkbaar dat ik hier moeite mee zou moeten hebben.
Als we het water in mogen, vind ik het meteen koud. Een massastart. Dat is een tijd geleden! Eigenlijk in Ierland. Ik vind het best. Ik lig best in het midden. Pang – off we go.

Ik heb nooit idioot veel moeite met de wasmachine en het gestamp, ik doe ontzettend mijn eigen ding en heb geen enkele haast. Eigenlijk vind ik al heel snel mijn ruimte en mijn plek. Ik zwem gewoon door. Ademhalen gaat oke en slagen maken al helemaal. Ik snap de route niet zo heel goed en weet niet al te best waar ik heen moet. Dan zie ik ook nog eens weinig, want mijn brilletje is vies en beslaat. Ik neem een kort moment om schoon te maken. Ik adem 1 kant op en maai gewoon maar door. Kan mij het schelen of het hard gaat of niet! Even denk ik wel laatste te liggen, maar dat is onmogelijk. Ik heb 1 moment last van iemand en dan ga ik onder de brug door.

Ik zie de gele boei, aha, daar moet ik omheen. Het spreekt voor zich eigenlijk. Jammer dat ik maar de helft zie. Om de gele boei heen en wel zo krap mogelijk en gewoon op borstcrawl. Dan adem ik tegen de zon in. Ik zag al niks, maar nu helemaal niet meer. Doorzwemmen dan maar. Ik kom in een comfortzone van lang doorzwemmen en maar gewoon genieten. Het vechten met het water is al heel lang voorbij. Het is eigenlijk best ver en ik ga gewoon langs de rooie boeitjes en achter wat mensen aan.

Ik haal ook mensen in, maar dat is vast omdat zij te snel begonnen zijn en niet omdat ik sneller ga zwemmen. Ik doe gewoon mijn ding. En dat is best leuk zo. Nog een boei om en dan ga ik richting het trapje. Daar zie ik dan even tegenop, maar deze zijn erg fijn. Ik huppel het water uit.

Dat gaat lekker, roep ik tegen Vincent. Ik zie het, roept Vincent terug. Ik hijs mijn pak uit en zwaai naar Rob. Geen idee hoe lang ik bezig was, maar ik jog gewoon lekker de wisselzone in. Het valt me even op dat er nog meer dan genoeg fietsen staan. Pak ophangen, helm op, slok drinken: allemaal op routine zonder gekkigheden. Dan komt de volgende er pas aan. Ik trek mijn enkelbandje nog even wat strakker en ga de wisselzone uit. Opstappen, fietscomputertje aan en gaan met die banaan!

Ik ga heel snel al liggen. Hier moet ik tijd winnen voor het hardlopen straks. Ik zit al heel erg snel in mijn element. Het horloge pakt het allemaal keurig op en is naar fietsen gewisseld. Er zijn wat bochten waarin ik mijn verlies maar neem. Ik ga aan het inhalen. En niet zomaar een beetje, het lijkt wel alsof ik vlieg! Dit zijn mensen die 3 kwartier eerder zijn gestart en die de rookie race doen. Chicane, de brug op en af, dan soort van wind tegen en nog een bocht, weer een brug op en af en dan rechtdoor met wind tegen. Dat is een ding voor mij: normaal zou ik niet durven te blijven liggen met windvlagen die ik voel, maar vandaag heb ik er vertrouwen in. Ik moet dit even leren. Niet rechtop gaan zitten als ik iemand inhaal, maar gewoon even ruimte nemen. Er is genoeg ruimte. Er zijn ganzen en iemand gaat bellen, hoe grappig! Ik hou m boven de 30.

Dan nog een brug en een scherpe bocht en daarna even wind mee, maar net te kort om echt vaart te maken. Nog een bocht en dan kom je in publieksarea. Wat een mooie fiets, hoor ik. Ik kom langs Rob en Vincent en het gaat dus echt ontzettend goed. Ik voel me uitstekend en sterk en over het algemeen ook een beetje boos. Ik ga snoeihard op het eerste rechte stuk, al ietsje harder door de chicane. De brug op blijft wat behoudend, maar daarna pacman ik weer verder, soms roepend: pas op. Ik zie de andere dames en roep ze toe. Sorry, ik ben het racemonster vandaag. Bochtjes, wind tegen valt mee en dan het rechte stuk ‘wind tegen’ weer. Ik ga snel liggen en hard trappen. Soms zijn de dingen simpel! Ik ben al op de helft joh. Het gaat alleen maar harder! En ik heb er hartstikke lol in. Ik heb wel een beetje dorst. Een enorm goed gebouwde triatlete met een dicht wiel passeert me en is klaar, maar ik snap niet wat zij doet bij de amateurs. Het NK is al geweest. De tweede ronde zit er al weer op als ik naar Rob en Vincent zwaai.

Ik de derde ronde ga ik echt helemaal los. Ik passeer de meiden en Rafi alsof ze stil staan, laat de vrachtwagen netjes door en ik durf in een paar bochten al te trappen en de meeste hoef ik niet meer bij te remmen. Het is rustiger. Ik word ingehaald door een dicht wiel, net voor de scherpe bocht. Zelfs hij trap niet door. Op het rechte stuk loop hij langzaam uit, maar ik doe mijn eigen ding en ik maak me nergens zorgen om. Ik heb het loopparcours gezien en dat is felle zon en saai en recht. In de vierde ronde zal ik ietsje langzamer gaan, maar het hoeft niet en het is leeg. Ik tik de 40 aan met wind mee en alle ruimte. Ik word er niet eens moe van, van dit. Ik heb ook geen negatieve gedachten en denk: ach, vanaf hier kan ik rennend met de fiets naar de wisselzone op 18km. De laatste bochten gaan eigenlijk hartstikke goed, maar het parkoers is inmiddels ook best leeg. Op naar het rennen!

Ik loop de verkeerde rij in. Maar er is plek zat, dus ik kan met fiets en al onder het rek door en daar heeft niemand last van. Ik drink en zet mijn spullen aan de kant. Routinewerk. Ik doe geen sokken aan en schuif (voor de laatste keer nu echt?) in de witte schoenen die vol babypoeder zitten. Nog meer drinken en dan ga ik de wisselzone uit. Ik merk meteen dat het lopen goed gaat. Geen pijntjes. Nog 5 kilometer doodgaan, roep Vincent. Die is van de opbeurende teksten vandaag. Maar ik lach er wel om. En dan ga ik maar. Ik zet kleine stapjes en het gaat zoals het gaat en ik weet dat het niet eens heel slecht is, maar dit is het begin pas. Ik loop gewoon lekker door in mijn eigen ritme.

Even achter een meneer, maar die verlaat ik omdat ik ietsje harder ga. Op de post neem ik weer drinken aan, maar dat blijkt sportdrank te zijn, zie ik aan de kleur. Ik drink het toch, maar het valt niet goed. Het is bloedheet op het fietspad, maar dat deert mij gek genoeg helemaal niet. De eerste kilometer gaat simpelweg hard. En moeiteloos. Dat verbaast mezelf nog het allermeest. Ik denk even dat dit toch herstel moet zijn, maar het gaat zo lekker! Ik blijf gewoon rennen. Keren en dan weer terug. Iets met wind tegen, maar dat vind ik wel lekker, een beetje verkoeling. Het tempo blijft hoog liggen. Ik kijk naar de andere mensen. En blijf gewoon maar rennen. Ik begin me af te vragen waar ik lig eigenlijk. Ik neem nu wel water en giet het over me heen. Ik ga mezelf niet over de kop rennen, blijf gewoon doen wat ik doe. Ik vraag aan Rob hoe ik ga en wat ik kan verliezen, maar hij zegt me dat ik 28ste lig ofzo. Stom antwoord.

Kilometer 3 gaat nog ietsje harder. Een deelnemer vraagt bij de post hoeveel rondjes hij moet lopen. 2 Zegt de vrijwilliger, maar als je er 3 loopt, krijg je gratis drinken van me. Smile. Ik kijk en moedig de anderen aan. Vind ik lastig, dat ik ze zo gemakkelijk inhaal. Toch begin ik het nu ook een beetje te voelen. Niet dat ik denk dat ik moet wandelen ofzo, maar gewoon iets minder op het gemakje. Dan tel ik hoe lang het nog duurt en dat is niet zoveel. Het tempo blijft gewoon echt dik hoog en die laatste kilometer ga ik ook redden. Ik vraag me echt wel af waar ik lig en hoe lang ik bezig ben enzo. Eventjes. Nog een stukje verder en dan weet ik het. Ik lach om mezelf, dat ik twee dingen goed kan: een beetje rennen na het fietsen en Candy Crushen! Wat een talenten zeg….. Het publiek is nu wel uitgedund.

Hup, ik ga hard en juichend de finish over. Dat was het dan. Ik kijk meteen en zie dat ik eerste 50+er ben in een tijd van 1:24 nog wat. Is dat goed? Vincent staat te juichen. Ik ben alweer bij joh. Even afkoelen en wat water drinken. Ik heb nergens last van. Ongelooflijk maar waar: helemaal niks geen pijntjes. Ik ben gewoon erg blij en ook dat ik heel ruim eerste ben geworden. Ik ben verbijsterd dat ik zelfs 4de ben bij de vrouwen. Van alle vrouwen die de sprint hebben gedaan he! Ik snoep het één en ander en zelfs een stukje kersenvlaai. We moeten wachten op de prijsuitreiking. De medailles zijn helaas wel op. Maar ik krijg een beker. De uitslagen zal ik later wel bekijken. Ik blijf nog even voor de andere dames en klets wat met mensen. Dan op het hoogte podium springen en ook dat is goed te doen.

Ik geef mijn bloemen door aan YV. Ik vind haar zo’n leuk mens. Ik pak mijn spullen en alles en dan kunnen we weer naar huis. We moeten omrijden via Schiphol. Ik snoep veel en het is laat inmiddels. We halen nog een hamburger. Annemarie is gelukkig niet ‘boos’ dat deze hersteltraining ietsje anders uitpakte….. Ik zie dat ik dik boven de 30 heb gefietst en 26 minuten heb hardgelopen. En netjes gezwommen onder de 2 minuten per 100 meter. Daar mag ik heel blij mee zijn. Na een week zoals ik die heb gehad en 30 kilometer hardlopen op vrijdag. Het is ook ongelooflijk. Ik ruim ook nog alles op. Maar opscheppen verzuim ik. Even kort op Instagram.

HOE KAN IK NERGENS MOEITE MEE HEBBEN

Categories: Wedstrijd | Tags: | Leave a comment

2024-14

12 juni – tisniks

Om de zenuwen voor de eindexamenuitslag een beetje onder controle te houden, gingen we samen wandelen. De hartslag is toch al hoog. We krijgen een enorme bui over ons heen.

Dat voorspelt al niet veel goeds en de bui worden inderdaad tranen met tuiten: gezakt. Dan zakt de grond even weg inderdaad. Het is niet kansloos, dus we gaan op school uitzoeken wat er te redden is en welk herexamen we moeten doen. Dat kost veel energie. Heel veel. Er zijn mogelijkheden.
‘s Avonds wil ik er wel even uit en wat sporten. De NPW triatlon is naar vandaag gezet, maar daar heb ik dus echt geen enkele zin in. Op mijn bericht dat wij waarschijnlijk niet komen is nul reactie gekomen, maar de lijst is wel aangevuld met de plaatselijke toppers die uiteraard moeten shinen. Ik ga hardlopen. Nou ja, hard zit er niet aan. Een hele rustige duurloop. De hartslag opzettelijk laag houden en het tempo van niks. Muziekje op en het Kotterbos door.

Aantal andere hardlopers: NUL. Aantal keren plassen onderweg: 1 Aantal keer schijten onderweg: ook 1. Aantal keer wandelen onderweg: keer of 6. Aantal vuilnisbakken weggezet: 2 En dan komt het ergste: na een kilometer of 6/7 trekt het in mijn voet. Kramp of is de blessure terug? Ik maak me nog grotere zorgen. Ik ga iets harder lopen en het wordt minder, maar het trekt niet weg. Ik maak met moeite 10 kilometer vol. Net onder de 7 gemiddeld. Ik heb dan echt aan alle kanten het gevoel dat ik niet voldoe. En ik heb overal spierpijn!

13 juni – Een suffige duurrit

De onrust is nog niet over. Het is niks, het leven is teveel en sport even te weinig. Ik doe maar wat. Tempo en cadans en gevoel: allemaal net niet. Ik ga omdat ik morgen niet hoef. Ik doe maar wat, heb geen idee. Niet voor een route, niet voor een opdracht, niet voor een doel. Alles gaat toch anders. Ik zou heel blij kunnen zijn met de contractverlenging en de lovende woorden, maar er is weinig plek voor. Aardrijkskunde, dat ene ticket wat me niet alleen lukt, Rob die op reis gaat, de tri in zandvoort die een runbikerun wordt, geen vraag van wie-dan-ook (“en jij” zou genoeg zijn), te weinig interesse. Er is alleen de oneindige steun van Joyce en de brede lach van Vincent in de Mercedes aan het rijden. De rest is grijzig. Ook met een gele bril op. Die verduistert ook.

Ik eet ook weer slecht en ik voel me slecht en weinig waardevol. Zo fiets ik ook. Stukje bij beetje, bochtje en rechte weg. Piekerend, suffig en ergens vol jaloezie op ‘iedereen’ bij wie het vanzelf gaat of wie zoveel zorg krijgt van de overheid. Ik was ook blij geweest met anderhalf uur fietsen. Maar toen was ik nog niet thuis. Er was nauwelijks wind. En weinig mensen. Veel polder.

Hazen, een hertje, buizerds, een wilde kat. Het is het allemaal nét niet; tempo net geen 27, cadans de eeuwige 77, geen 2 uur en net 45km. Maar het was tenmonste droog. Het weer is ook saai. Like me. Is juni al voorbij? Nog lang niet he….

14 juni – Zwemmen in een warm, klein binnenbadje

Buiten zwemmen een half uurtje was het idee wat op het schema stond, maar nee, dat lukt niet. Dan dit maar. Binnen, korte reistijd, past overal net tussen. Maar het bad is klein en ik heb het ingesteld op 15m. Maar misschien is het nog wel minder? Achteraf denk ik dat het rond de 12 meter was, als ik wat tweak met de getallen. Vaak aantikken en keren en om de anderen heen zwemmen. Meestel ging het goed en ik heb geduld als het moet. En dat in het warme water. Ik voelde me onwijs een buitenbeentje! Alleen al omdat ik een badmuts op had 🙈 alles met achtje. Poepoe. Ik hield het onafgebroken een half uur vol. Doorzwemmers: zo heette de baan, dus ik zat goed. 😊 snel weer verder met de dag!

15 juni – een run bike run in Zandvoort in plaats van een sprinttriatlon

Toch ben ik samen met Joyce naar de wedstrijd gegaan. Hier staat het wedstrijdverslag.
En ‘s avonds lekker uitzwemmen. Niet om toch een triatlon te doen op 1 dag, maar omdat Vincent me er naar toe wil rijden!

Het was te doen, maar vermoeiend. Kort ingezwommen en toen de 450m: heel-armen-heel-benen-heel-school-heel-rug-heel. Benen wilden niet. Samen met W in de baan, die een uur extra zwom. Toen 700 m achter elkaar. Met stukjes sneller.

W voorop, maar ik weet niet wat sneller ging en of het wel genoeg was. Toen moest ik het alleen doen: 50-100-150-200-250 met eerste en laatste baan snel (dus de eerste 2 allebei) Daarna was het idee nog 100-25xnel-100-50snel etc, maar ik kwam tot 100-50snel-100-50snel-100. Toen nog een rond getal maken. Er was wel wat minder kracht. Daarna reed Vincent door de regen naar de snackbar voor de welverdiende hamburger! Ik ben moe, maar niet kapot. Al was het een hele enerverende dag.

Categories: Geen categorie | Leave a comment