2020-33

De Gear Week

Deze week interviews met de hardloopschoenen, fietsen, de iPhone en andere mee-sportende artikelen.

7 september De Zwarte Ascis Sportschoenen. Zowel Mevrouw Links als meneer Rechts doen het woord. “Fijn dat jullie tijd voor me vrijmaken. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: hoe was het lopen vandaag?”

Mevrouw Links: “Nou ja, hoe zullen we het zeggen….” Meneer Rechts: “Kijk, wij zijn zeer respectabele Ascis. Eigenlijk gemaakt voor asfalt, maar over een beetje modder doen wij niet moeilijk.” Mevrouw Links valt haar rechtergenoot bij: “Nee, we hebben heel veel zand en stof gezien toch?!” Meneer Rechts vervolgt zijn verhaal: “Maar een beetje tempo vinden wij wel fijn, toch?” Mevrouw Links knikt. “En vandaag gingen we eerst wandelen. Dat is toch wel wat raar, niet?” “En hoe”, vervolgt mevrouw Links; “Het ging echt erg traag.” “Gelukkig worden wij niet gek van dat geklets boven ons”, vult Meneer Rechts aan, “en dat was maar goed ook!” “We gingen ons net afvragen of we ook dienst mochten doen, maar na weer een pauze, kwamen eindelijk de loopspullen te voorschijn!” “Gelukkig”, verzucht Meneer Rechts.

“Eerst dus een wandeling om op te warmen? Dat is…” Meneer Rechts onderbreekt me: “Warm?! Ja, dat zeker wel! Het viel weer niet tegen!” “Ik schat zo’n kilometer of drie wandelen”, peinst Mevrouw Links. “Toen we eenmaal mochten hardlopen, bleef het ook allemaal onverhard”, gaat Meneer Rechts onverstoorbaar verder, “Het tempo ging wel iets omhoog, maar niet eens zo heel erg veel!” Mevrouw Links doet een duit in het zakje: “Ondertussen weten wij het, dit is zone 1. We vroegen ons af hoe lang het zou duren.” “Nou,” weet Meneer Rechts, “dat waren 20 minuten. Die duurden lang!” “En weer wandelen daarna!” snuift Mevrouw Links verontwaardigd. “Was het wel allemaal onverhard?” Vraag ik snel, voor ik geen kans meer krijg met dit drukpratende stel.”Ja, meestal wel hoor!” roept Mevrouw Links uit, “het was hartstikke mooi groen overal.”

“Maar denk niet dat het tempo omhoog ging”, klaagt Meneer Rechts verder, “Weer twintig minuten dat ons onwaardige gehobbel”. “Ochjee” leef ik met het onfortuinlijke paar mee, “was het zo erg?” “Neu”, zwakt Mevrouw Links haar wederhelft af, “De bazin zal het wel wat zwaarder hebben gehad.” “En er waren mooie stukken bij, langs de dieren”, valt Meneer Rechts bij. “Alleen na 20 minuten weer wandelen he.”

Even valt het stil, maar voor ik mijn volgende vraag kan stellen, neemt Mevrouw Links het woord: “Toen gingen we hetzelfde pad weer op als bij de wandeling!” “Jep”, beaamt Meneer Rechts, “weinig diepgang.” “Ach,” zegt Mevrouw Links, “Ik geloof werkelijk dat de bazin het niet makkelijk had. Het tempo was niet zo hoog, maar dat ding piepte wel. Het was een beetje aftellen geloof ik”

“Er waren wel nóg meer dieren”, herinnert Meneer Rechts zich, “Allemaal verschillenden. Die moesten natuurlijk op de foto!” “Stilstaand”, voegt Mevrouw Links er aan toe. “Al met al best een mooie tocht dus? Waar waren jullie precies?”

“De Kemphaan”, weet Meneer Rechts, “we deden de natuur-apen-zintuigen-route. Of alledrie.” “Ik was blij dat het zowat klaar was,” zegt Mevrouw Links, “De bazin liep zo te zuchten en soms wandelden we ook stukjes.” “Ja, ik denk dat het qua tempo wat tegenviel”, zegt Meneer Rechts een beetje vilein, “Ik mat nog geen 8 kilometer in een uur”. “Komt door de wandelpauzes en zone 1,” zegt Mevrouw Links wijsneuzerig, “Uiteindelijk liepen we 9 kilometer, dat is toch ook wat waard? In die lage zones!” Meneer Rechts schudt zijn neus.

Ik concludeer dat het wat tegenviel. “Welke cijfer zouden jullie de training geven?” vraag ik voorzichtig. Het antwoord verbaast me, omdat ik een onvoldoende verwacht: “Een zes en een half”, zegt Meneer Rechts, “want we hebben het toch maar weer gedaan, of niet?!” Dat beaamt Mevrouw Links volmondig.

We gaan voorzichtig door naar De Nieuwe Fiets. Een blinkend paars-blauw paradepaard. Nog nooit buiten geweest. Helemaal geconstrueerd uit het beste materiaal. Laten we eens kijken of de Nieuwe Fiets daardoor hoog van de toren blaast!

“De eerste rit buiten…. Hoe was dat?” “Ik was een een beetje zenuwachtig,” aldus een duidelijk articulerende Nieuwe Fiets, “Ik kan natuurlijk geen krasjes hebben en nu moet wel alles werken.” Dat snap ik meteen. “Kijk, ik loop dan wel gesmeerd, maar ik had nog een klein rammeltje voor in het stuur”, vertrouwt Nieuwe Fiets me toe. “Eerst ging De BouwMeester proberen.” “Was het leuk?”, kan ik me niet meer inhouden. “Nou, het was…. ik weet het niet…. geweldig?” zegt Nieuwe Fiets, “Ik weet het niet natuurlijk… ik kende dit helemaal niet, dat je banden vuil worden, de wind langs je heen…” “Kon je meteen voluit gaan?” vraag ik nieuwsgierig. “Nee, hoor, we moesten even wennen en een keertje stoppen en toen liepen dezelfde bekenden voor de derde keer langs om me te bewonderen, haha”. Als de lach is weggestorven vervolgt Nieuwe Fiets zijn verslag: “Toen gingen we met mevrouw rijden, die was wel een beetje voorzichtig hoor. In het begin dan. Daarna gingen we even los en dat was echt, ehhh, gaaf, zoals ze dat tegenwoordig noemen. Ja, zeg dat wel.” Ik durf Nieuwe Fiets bijna niet te onderbreken, hij lijkt in vervoering. “Schakelen en liggen tegelijk, ik geloof dat ik daar werkelijk in uitblink. En blinken kan ik!” De Nieuwe Fiets knipoogt er zowaar bij!

“Passen jullie goed bij elkaar?”, waag ik te vragen. De Nieuwe Fiets denkt even na: “Ja, we moeten nog wennen en dit was pas het begin natuurlijk. Ik moest nog even tentoongesteld worden. En nu krijg ik nog een stuurlint. En nog iets… Dit smaakt naar meer!” Ik laat een zeer tevreden Nieuwe Fiets achter die al droomt over de volgende avonturen.

Dinsdag 8 september. We komen de Cannondale tegen vandaag, want ‘oude fiets’ klinkt zo onaardig. Cannondale en Nieuwe Fiets hebben de hele nacht wetenswaardigheden met elkaar gedeeld, zo fluistert Cannondale me in. “Maar vandaag mocht ik weer mee!”, juicht Cannondale er hardop achteraan. “Waarom?”, ontglipt me, maar Cannondale neemt er geen aanstoot aan. “Wij hebben samen al zoveel beleefd en zoveel kilometers gemaakt, we zijn gewoon vertrouwd met elkaar,” antwoordt Cannondale mijn vraag, “En voor alle zomaar-ritjes mag ik voorlopig nog gewoon mee. Vandaag ook zo’n gewoon ritje: beetje tegen de wind in, door de stad, langs de schapen, over het snelle rode fietspad en de witte ophaalbrug.

We kwamen ook een nieuw bord tegen, dat heb je als je alles weet, dan verbaas je je over iets nieuws! En dan op de dijk lekker scheuren. Kijk, ik ben dan wel een oud-gediende, maar ik kan ook nog gewoon goed doortrappen hoor! En met een muziekje op en zonder haast, gaan de bazin en ik nog prima samen. We kunnen heel goed genieten met z’n tweetjes. We trappen op een avondje zo 25 kilometer weg. Dat hoeft toch niet perse binnen een uur, ben je gek, wij trainen! Het racen laat ik aan de racepaarden over, maar ik ben gewoon je-beste-maatje-voor-de-rest, snapje?”

Ik knik, overdonderd door de stortvloed aan woorden van Cannondale. “Kijk, wij gaan al bijna 9000 kilometer met zijn tweetjes en dan ben je op elkaar ingespeeld. Dat moet dat ‘paarse monster’ (zegt ze met een brede grijns) nog maar eens halen! Wij hebben samen al zoveel meegemaakt, dat nemen ze me nooit meer af. Ik denk echt dat ik de tienduizend ook nog wel haal, ook al ben ik niet zo ‘flitsend’, gestroomlijnd en gesmeerd!” En daarmee bedank ik Cannondale voor het eerlijke en optimistische verslag.

Woensdag 9 september

Vandaag zit ik tegenover 2 uitgelaten sokken, die onafgebroken kwekken. “We zijn nog nooit geïnterviewd!” “Wat een verrassing.” “Ohjee, ik weet echt niet of ik alles goed zeg, hoor, is dat erg.” Ik onderbreek de 2 kwebbels met de vraag wat ze vandaag mochten doen. “We gingen fietsen, hoewel we niet perse voor fietsen zijn”, brandt de ene Kalenji los, “Is het goed als ik dat vertel?” “Dat is het begin”, vult de andere Kalenji ogenblikkelijk aan, “want we hebben ook gelopen en dat was spannend want…” Ik onderbreek het gesprek om te proberen enige regelmaat in het gesprek te brengen, terwijl de Kalenji’s elkaar vragen welke kant ze voor moet houden voor een persfoto. Als ik de attentie weer heb, stuur ik het gesprek terug naar het fietsen. “Welke fiets hadden jullie mee?”, probeer ik. “Geen idee, is dat erg…” antwoordt de ene Kalenji ongelukkig. “De witte schoenen, dat weet ik wel.” “Zijn er meer fietsen dan?” fronst de andere Kalenji. Even zijn ze stil.

Ik vraag ze snel hoe het ging, maar ze beginnen allebei tegelijk te praten, dat het altijd heerlijk is om buiten te zijn en dat ze weer veel gekletst hoorden, maar dan met de jongeman. Ik onderbreek maar weer om te vragen of er nog iets is opgevallen in het gesprek. “Ja, we gingen veel door het groen!” “Het was niet druk”. “Ik weet het weer, ze waren allebei op een oude fiets!” “Op een oude fiets moet je het leren”. De meiden gieren het uit en ik ben de draad weer kwijt.

“We zijn wel een keer gestopt”, weet 1 van de Kalenji’s nog te vertellen als ze klaar zijn met giebelen. “Ja, toen werd het donker!” vult de andere aan. “Best donker”, herhaalt de eerste. Veel wijzer worden we hier niet van, maar dan komt de aap uit de mouw: “We zijn ook nog gaan hardlopen.” “Ja, daarom mochten wíj natuurlijk mee op de fiets.”, verklaart de ander. “Het was nu al echt donker”, weten de dames te melden. “Ze hadden een plan, dat heb ik afgeluisterd”. “Rondjes om het park.” Om de beurt vertellen de meiden het verhaal. “Drie kilometer.” “Ja en de jongeman deed meer geloof ik.” “Ja, die deed dan drie en een halve ronde.” “Maar eerst gingen ze samen.” “Ze waren ergens boos over.” “Dat weet ik ook, weer iets afgelast.” “En toen ging de jongen sneller.” Om de beurt en zin voor zin weet ik het wel uit de Kalenji-dames te halen! “De bazin ging gewoon maar door.” “Allemaal verhard.” “Op de witte schoenen.” “Wat minder past bij ons zwart natuurlijk en dat is echt zonde.” “Niet dat je dat zag, want het was echt donker.” “Wij gingen gewoon de hele tijd even hard.” “Geen moeite natuurlijk.” “En we hebben gewandeld.” “Ja, want de jongen was weg.” “Nou, dan wandelen wij uit.” “Net zo gemakkelijk.” Het lijkt wel een tenniswedstrijd, ik kijk elke keer van de één naar de ander! “Ja, maar wel netjes 6:55 gelopen.” “Ik geloof iets meer dan 3 kilometer.” “Ja, dat denk ik ook.” Ineens zijn de meiden stil en kijken ze me verwachtingsvol aan: “Was dat goed?” “Hebben we alles verteld?” vragen ze me onzeker. Ik stel ze gerust dat ik er een verhaal van zal maken en dan raken ze weer verwikkeld in een gesprek over de wasmachine en hoe je haren daaronder lijden.

Op 10 september is er geen sportende gear beschikbaar. De camera’s en de spijkerbroek hebben een hele tijd gezeten, maar die sporten niet. Toch jammer dat ik geen zwemspullen ontmoet deze week, maar dat zit er blijkbaar niet in.

Vrijdag 11 september. Op deze dag ontmoeten we het sporthorloge, de Garmin 745XT. “Dat is een hele mond vol”, glimlacht het horloge, “Noem mij maar gewoon Garmin, dat is voldoende.” De Garmin kan ons heel veel vertellen, omdat ‘ie bijna dag en nacht aan de baas vast zit. “Welnee,” wuift de Garmin onze nieuwsgierigheid weg, “Ik lig overdag vaak lekker aan de voeding hoor! Ik mag mee slapen en mee sporten en dat vind ik heerlijk en dat is genoeg voor mij.” Wat was er vandaag te doen voor het klokje met het blauwe bandje? De Garmin denkt even na: “Het slapen gaat wat rommelig de laatste tijd, ik ben vaak mee wakker ‘s nachts. Maar je wilt het zeker liever over het sporten hebben?”

Ik knik en de Garmin vervolgt op rustige toon het verhaal: “We zijn vandaag gaan fietsen. Op de Paars Blauwe Fiets. Samen met De Garmin van Vincent. Die gaat vaak mee hoor! Dan hoor ik de jongeman kletsen en denk ik altijd: oh, gezellig, dit scheelt weer een paar hartbeats. Ja, ik zie dat meteen terug!” Oh, de nieuwe fiets mocht weer mee! Wat leuk! “Ja,” beaamt de Garmin, “De cadansmeter krijg ik nog niet binnen. Ik had denk ik die van Vincent. Die is bezig met het verhogen van de cadans, dat is een goede zaak. Wij blijven meestal rond de 70 hangen, dus dat kunnen we echt verbeteren.”

Ik vraag naar de route van vandaag. De Garmin glimlacht: “Het is niet erg origineel deze week! We moesten 25 kilometer voor de IronmanVR – tja, ik moet alles bijhouden natuurlijk- en dat is weer een rondje om de Noorderplassen heen net als een paar dagen geleden. Hier en daar een beetje anders, maar wel weer door de stad en later langs de dijk. Het waaide nu niet zo hard. We hebben gestopt om de mooie zeilboot te fotograferen. Ik ga bij het fietsen dan even op pauze.” Ik vraag de Garmin of ‘ie nog een een leuke anekdote heeft. “Nou,” zegt de Garmin na even denken, “Ik kan me het gesprek in het begin nog goed herinneren. Zegt Vincent tegen het baasje: “Je kunt niet meer ophouden met lachen! Je hebt een grijns van helm tot helm.” Ik denk zelf dat het door de nieuwe fiets kwam en door het gemak waarmee ze kon fietsen en schakelen. Ik moet maar eens vragen of ik ook mee mag kijken bij het schakelen, want de fietscomputer kan dat ook.” De Garmin valt even stil. Dat is ook lastig voor een grote dataverzamelaar om te weten dat er meer gegevens beschikbaar zijn.

Ik informeer of het beter ging ten opzichte van de vorige keer. “Ja,” denkt de Garmin, “Het ging iets sneller dan een paar dagen terug, maar niet heel veel hoor.” Ik vraag of het gelukt is met de vijfentwintig kilometer. “Natuurlijk!” antwoordt de Garmin. “En er moest ook gelopen worden, wat denk jij dan?” Ongeveer een seconde verbaas ik me daarover, maar dan snap ik het wel weer. “Niet veel hoor,” vult de Garmin aan, “Maar 1 rondje om het park, een kilometer. Ook voor de Ironman VR22. Natuurlijk mocht de Garmin van Vincent en Vincent zelf ook mee. Niet zo snel. Gewoon om het doen, weet je wel.” Aan de Garmin durf ik het wel te vragen: “Is de baas altijd zo fanatiek?” De Garmin lacht: “Ja, daar moet je even aan wennen, maar eigenlijk wel! Die rustdagen, dat zijn we niet zo gewend.” De Garmin lacht er vriendelijk om. Er moet ‘m nog wel 1 ding van het hart: “We hebben al een tijd niet meer gezwommen. Gezien de verhoogde rusthartslag, denk ik ook dat we dat even niet kunnen, maar het duurt langer dan anders.” We hopen samen dat het wel bijtrekt en hebben er alle vertrouwen in.

Zaterdag 12 september. We spreken de telefoon vandaag. De iPhone 11. Een nieuwe exemplaar van nog geen maand oud. Blijkbaar voelt de iPhone zich een beetje aangesproken omdat hij niet eerder is gevraagd. “Ik ga altijd mee, sinds ik binnen ben,” klinkt het uit de hoogte, “Ik ga overal mee naar toe, gewoon omdat ik onmisbaar ben met al mijn functies.” Ik informeer meteen maar waar de reis vandaag heen is gegaan. “Kijk,” legt de iPhone me op pedante toon uit, “We gingen naar Lelystad. En ik kan bijna alles, maar vandaag hoefde ik alleen maar mee voor de muziek. Ik ben er natuurlijk ook altijd bij voor de veiligheid en als noodlijn, maar de route hoeft ik niet te doen. Dat is wel zonde van mijn capaciteiten, maar goed. Daar blijkt de fietscomputer voor te zijn.” Ik concludeer dat er gefietst werd vandaag. “Ja, we gingen dus naar Lelystad,” vervolgt de iPhone onverstoorbaar zijn verhaal, “Om de fiets te laten zien aan meneer de Trainer. Ik ken de Trainer van alle mails en whats-app berichten natuurlijk inmiddels. Goeie gozer, dat wel. En ik heb al een heleboel foto’s van blauw-paarse fiets mogen maken. Dat ding heeft wel wat, al ik ben ik zelf natuurlijk nog belangrijker.” De iPhone laat zich niet van zijn bescheiden kant zien. Ik vroeg of het lekker ging. “Jaja”, beaamt de iPhone, “We hadden eerst wind mee. Dat is natuurlijk altijd leuk voor het tempo. Gelukkig wordt het tempo niet door de muziek bepaalt, want die afspeellijst is niet van de snelle beats.” De iPhone zucht een keer diep, alsof hij zelf voor iets anders zou kiezen.

“Meneer de Trainer was, zoals verwacht, enigszins onder de indruk van de fiets. Ik heb een foto mogen maken op de lokatie. Wellicht is het volgende keer handig als ik ook de meldingen geef voor de voeding, want de bazin luistert naar niemand zo goed als naar mij! Ik zou er voor zorgen dat ze meer dan genoeg dronk en at. Met het fietscomputertje gaat het redelijk hoor, maar ik denk dat ik het beter zou doen.” Ik onderbreek de iPhone door naar de terugweg te informeren. “Tja, dat fietscomputertje doet z’n best, maar het ding rammelde. En Lelystad rammelt ook. Dan kan ik nog zulke fijne muziek hebben, dan is het toch niet erg rustig. Maar we kwamen bij wat de bazin ‘de Anaconda’ noemt. Op de brug mocht ik de foto’s verzorgen.”

“En toen zijn we langs het water gaan fietsen. Ik heb even opgezocht dat we het over de Lage Vaart hebben en dat we die kunnen blijven volgen tot thuis.” Ik zeg nog iets over de wind. “Tja, die was nu tegen ons gekeerd. Maar de bazin weet er wel raad mee. En ik verzorg de afleiding. Daar maak ik geen probleem van.” Ik informeer naar de afstand en het gemiddelde tempo. “Door die wind zakt het tempo natuurlijk. Maar voor een eerste iets langere rit was dat niet zo erg. Leuk apparaatje, die fiets, al zeg ik zelf. En je vroeg naar de afstand. Ja, dat was een dingetje. Want voor de IronmanVR23 moesten we 50 kilometer fietsen. En niks minder. Dus dat doen we dan. Met een stukje extra op het eind. Nee, vertel mij dat ik netjes 50 kilometer moet fietsen en dan doe ik dat!” Ik geef de iPhone een compliment, wat hij minzaam in ontvangst neemt. “We zijn nog niet klaar,” gaat de iPhone verder, alsof ik zijn monoloog onderbrak, “want we gaan natuurlijk ook nog hardlopen. Uiteraard ga ik mee. Ik heb een eigen tasje. Ik zei al: onmisbaar, dat ben ik! De jongeman Vincent gaat ook mee.” De iPhone schakelt even: “Wil je zijn nummer, dat kan ik natuurlijk zo geven”, maar ik knik van niet.

“Het was niet veel hardlopen. Een mijl. Dat meet het horloge natuurlijk af, daar hoeft ik niks voor te doen. Dat horloge, daar kan ik mee communiceren. Wij zijn van dezelfde onmisbare elite. Al ben ik er áltijd en óveral bij.” Ik knik en rol met mijn ogen over zoveel eigendunk, maar de iPhone gaat alweer verder: “Het was Rommelroute, dat had ik op Facebook gezien, dus de straat stond vol mensen. Dat is niks voor de bazin. Dus anderhalf rondje om het park werd voor het laatste stukje onverhard door het park.”

“Puik idee, ik had het kunnen verzinnen. Het tempo was wel eens beter. Ik hou het op de zon of dat het niet perse hoefde, daar zal het mee te maken hebben. Al met al liepen moeder en zoon een mijl in iets van 10 minuten. En toen werd ik even aan de kant gelegd.” “Moest je worden opgeladen?”, ontglipt mij. De iPhone kijkt me ontstemd aan: “Natúúrlijk niet! Ik mocht gewoon even uitrusten. Opladen… Tjongejonge…” Binnensmonds volgt wat gemopper en een boze blik is mijn deel. “Bedankt voor dit gesprek,” zeg ik nog, maar de iPhone is alweer bezig met het verzenden van berichten, het ordenen van foto’s en het ontvangen van e-mails.

13 september. De laatste keer dat we met Gear in gesprek gaan, spreken we met de trailrugzak.

“Ja, ik mocht er weer een keertje uit!” roept de trailrugzak met een overslaande stem. “Geen heuvels en voor mijn doen koud”, giebelt ze. “Weet je dat ik een hele koude waterzak meekreeg? Wow, die was ingevroren geweest. Dat is toch stoer!” Ik vraag haar of ze ook is gaan trailen. “Nee, niet alleen maar, ook over de wegen hoor.” luidt het antwoord. “Mevrouw heeft beloofd goed te voeden, dus ik mag weer mee. Water en gels en zakdoekjes gingen mee. En Vincent ging ook mee.” Dat is altijd leuk om te horen! Maar is er dan een rugzak nodig? “Oh ja, zeker!” volgt het antwoord direct, “Als ze meer dan een uur gaan, dan wel. En de bedoeling was 12 kilometer. Dat is niet niks zeg, en dat dan heel rustig. Dat zei Vincent wel tien keer 🙂 “.

Ik herinner me dat de iPhone me vertelde van de IronmanVR23 en dat daarvoor inderdaad 12 kilometer gelopen moest worden, maar Rugzak zegt dat niet te weten. “Ik ben van de voeding, niet van de data,” verontschuldigt ze zich. Dan vraag ik maar of het goed ging. “Nou, het was nog best warm, maar dat zijn we gewend,” vertrouwt Rugzak me toe, “en het ging heel rustig, maar dat ben ik ook wel gewend.” Ik denk dat ze doelt op de onverharde routes door de bossen. “Ja, dat klopt, maar nu gingen we niet door het bos. Het horloge van Vincent moest in zone 1 blijven. Dat is niet erg hoor, want we hadden genoeg water bij ons.”

Ik vraag me af of er ook water gebruikt is, de bazin kennende. “Jaja”, zegt de Rugzak, “Na 4 kilometer stopten we en gingen ze drinken. Dat was wel lekker, want de Camelbag klotste een beetje. Komt door die kou vermoed ik.” Ik ben verbaasd en vraag of er dan echt goed gedronken is. “Nou en of,” beaamt de Rugzak, “zowel door Vincent als door Mevrouw. Ze had alleen moeite de gel open te krijgen. Trok ze een leuk gezicht bij hoor! Daar moesten Vincent en ik om grinniken.” Ging het tempo na de 4 kilometer omhoog? “Nee, joh”, weet de Rugzak me te vertellen, “gewoon lekker doorhobbelen. We waren nu wel in het bos, maar allemaal asfalt. Dat bos komen ze vaak.” Oh, dat moet het Kotterbos zijn! “Ja, en een drukte ook met fietsers enzo. We zijn daarna onverhard gaan lopen. Langs het water. Daar was het rustiger. En raad het: op 8 kilometer weer gestopt! Gel en drinken, ze leert het wel, de Mevrouw.”

Ik val bijna om van verbazing. Twee keer stoppen voor voeding! En dan raak ik bezorgd: “Ging het slecht?” wil ik weten. “Och, nee,” knikt de Rugzak, “Gewoon z’n gangetje. Misschien moet dit ook voor de Irondinges, dat weet ik niet, dat moet je aan de iPhone vragen. Die mag ik dan dragen, maar die zegt niks tegen mij hoor, die vindt mij maar een lapje.” Ik kan me dat wel indenken van de arrogante iPhone, maar hou mijn mond. Gelukkig gaat de Rugzak onverstoorbaar verder: “We zijn toen best een stukje onverhard blijven lopen. Dat gaat ons eigenlijk beter af, daar zijn Mevrouw en ik samen hartstikke goed in, al zeg ik het zelf.”

Ik moet daarom glimlachen. “We koesteren mooie herinneringen samen.” gaat de Rugzak verder, “maar meestal ga ik niet alleen mee, maar heeft ze ook iemand om mee te kletsen. Nou, die Vincent kan er ook wat van hoor! Die hoefde ook niet zo hard te lopen, dat hij zijn adem moest sparen. Maar ik hou daar wel van.” Ik vraag hoever ze uiteindelijk gelopen hebben. “We zijn door de straten terug gelopen, dat wel.” vertelt de Rugzak, “en toen moesten de 12 kilometer vol. Daarna zijn we meteen gestopt. Ik was toen een beetje leger. In elk geval geen geklots meer! Nu hang ik weer netjes op mijn plekje. Het was weer leuk om deze bij te schrijven.” Met deze mooie en tevreden afsluiting nemen we afscheid.

Zo, dat was mijn weekje interviews met sportspullen. Allemaal heel verschillende artikelen, die elk een belangrijke bijdrage leveren! Helaas kon ik de pulboy voor het zwemmen niet aan de ‘rand’ voelen, maar het was leuk om van schoenen, sokken, fietsen, een horloge, een rugzak en een iPhone te horen hoe hun kant van het verhaal is! Volgende week mag de bazin en mevrouw Anke zelf weer vertellen wat ze doet!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-32

Maandag 31 augustus. Ik ben wat vermoeid en het is onrustig nu Vincent een Corona-test moet doen. Is hij ziek? Moeten we straks in quarantaine? Worden wij ook ziek? De kat houdt ons uit onze nachtrust en het werk houdt ons bezig. Ik wil ‘s avonds even naar buiten en ga dan maar een stukje fietsen. Muziekje op, want ik wil en mag niemand mee nemen. Ik fiets een rondje om de Oostvaardersplassen. Ik kom een clubgenoot tegen en we kletsen even op anderhalve meter. Dan de dijk af, en vandaag heel relaxed zonder wind. Het fietscomputertje maande me keurig om te eten en drinken en ik hield me netjes aan de piepjes! Ik vond het wel lekker, even alleen. Om me heen kijken, me aan niemand aan hoeven te passen.

Op de Knardijk heb ik lekker wind mee. Ik maak me niet druk over mijn tempo. Het is overal lekker rustig. Voor september ligt mijn uitdaging klaar:

  • 1 Rustdag in de week, waarop ik echt niks mag doen wat met sport van doen heeft (dus ook geen yoga of wandeling)
  • 3 Kilo afvallen (ik begin vanaf week 2)
  • Elke training langer dan een uur voldoende drinken of eten. Dat heb ik al gedaan vandaag!

Dinsdag 1 september. Nieuwe maand, nieuwe kansen, maar eerst…. wachten op de uitslag van Vincents Coronatest. Ik maak me er druk om en dat is ook niet goed voor de nachtrust. Een lange dag werken zonder bericht van het RIVM helpt niet mee. Uiteindelijk komt om kwart voor 7 het verlossende antwoord: Vincent heeft geen Corona! Hij is wel heel erg verkouden. Na het eten en het spelen van GeoGuessr ga ik nog een stukje hardlopen. Zonder plan, want mijn schema komt pas volgende week en ik weet het niet voor deze week wat er wel en niet lukt. Als ik op weg ben, merk ik dat ik wel een paar intervallen wil proberen. Ik spreek met mezelf af dat ik 2 kilometer inloop tot het Schanullekesluisje en dan 500m voluit ga en 500m rustig, verdeeld in 250 dribbel en 250 joggen. Ik ga heerlijk! Even graven, even het beste beentje voor en even inspanning voelen wat ik al een lange tijd niet meer heb gedaan! Ik ga echt hard, maar moet zelf op de tijd en afstand letten. Drie keer, spreek ik met mezelf af, ik doe dit 3 keer.

Het wordt alweer vroeg donker. De tweede keer ga ik ook goed. Gewoon langs het water knallen, rechtdoor. De 500 meter rustig lijkt lang te duren. De derde poging gaat ook nog steeds goed. Ik tel elke keer. Afleiding. Zeker 2 minuten aftellen. Scheelt ook de hele tijd op het horloge kijken. Ik loop de 5 kilometer binnen een half uur, waar ik eerder vandaag geïrriteerd was door clubgenoten die PR’s posten met pauzes onderweg. Dan daag ik mezelf maar uit: nog een keer extra…. En ik doe toch een vierde keer! Het gaat iets minder gemakkelijk en iets minder hard, maar ik doe het wel zeker!

Te donker voor foto’s intussen!

Ik denk over de vijfde keer. En ik denk nog een keer. Maar ik heb er eigenlijk geen zin meer in en net iets te weinig puf meer voor. Drie werd vier en dat is genoeg. op de Laan der VOC doe ik nog een paar lantaarnpalen versnellen, maar ik zit er wel redelijk aan het einde van mijn energie. Ik loop ruim 7 kilometer.

2 september. Vincent wil ook weer een beetje sporten Dus we gaan maar fietsen. Dat is het minst belastend. Na weer een nacht slapen, voel ik me wat zwak. Ik maak me nu zorgen om de zwemtocht om Pampus, want ik moet 3 rondjes binnen een uur zwemmen door het Corona-protocol. En ik weet niet of ik dat wel kan! Zit er opeens weer tijdsdruk op. We fietsen een beetje op de gok.

Over de Ibisweg en dan helemaal door Nobelhorst. We nemen het nieuwe fietspad langs de busbaan. Ik vind het licht echt alweer vroeg weggaan. Door mijn vermoeidheid heb ik het zwaarder dan Vincent met zijn snotneus! We maken er 15 kilometer van. Ik kijk er nu alweer naar uit, dat het tot na 9 uur licht is buiten! En dan is september nog maar net begonnen.

Donderdag 3 september. Een rustdag!! Dat moest he. Nou ja… Ze bellen of ze morgen de nieuwe kozijnen kunnen komen plaatsen. Dus wij moeten de overkapping afbreken, de kamers ontruimen en er moet ook gewoon gewerkt worden! Het regent de hele dag. ‘s Avonds ga ik met mijn vriendinnen uit eten. Een rustdag is zo niet erg moeilijk! Mijn lijf werkt ook niet mee en stelt uit wat niet uitgesteld (maar ongesteld) zou moeten worden. Ik voel me er oud onder. Dat gaat niet goed uitkomen met de zwemronde om Pampus heen!

Vrijdag 4 september. Ik slaap nog steeds niet goed. Om diverse redenen: de kat mauwt, ik ben midden in de nacht klaarwakker, ik maak me zorgen om het rondje Pampus en meer dan eerder in dit jaar ben ik bang ziek te worden. Ik besef nu wat de gevolgen zijn. Vandaag komen de bouwvakkers met veel lawaai en ik ga ‘s morgens fietsen met DR. Ik liep met haar de halve marathon in Linschoten en zij heeft nu triatlon ontdekt en afgelopen weekend Duin gedaan. We zijn een paar weken terug ook samen gaan zwemmen. Zij; jong, fris en enthousiast en ik voel me vandaag oud, vermoeid en opgefokt. We doen een groot rondje Oostvaardersplassen. Tempo niet van belang, maar de gezelligheid des te meer! Ik moet doortrappen om mee te kunnen, maar ondertussen mag ik naar haar raceverslag luisteren. We doen het hele grote rondje langs Lelystad en de McDonalds. Ondertussen klets ik haar ook de oren van het hoofd!

Voor de IronmanVR22 moet je 1 kilometer hardlopen, 25 kilometer fietsen en 6 kilometer hardlopen. Ik denk dat ik vandaag de 25 kilometer fietsen maar vast doe! Dan moet ik straks de meting stopzetten en opnieuw opstarten voor de laatste 25 kilometer. Dat doen we bij het sluisje. Ik maak de 35 kilometer vol. Dan start ik opnieuw het horloge. 25 Kilometer is nog best een eindje, maar we hebben tot half 12 de tijd en dat gaan we wel halen! Zelfs als het tempo voor mij iets lager komt te liggen. We gaan langs de plassen achter de Haje en stuiten op een stel lodderig kijkende dames.

We gaan de hele Ibisweg af, want de tegenwind valt reuze mee. Het is echt heerlijk weer: bewolkt, prima temperatuur, wind tegen is behapbaar en wind mee is heerlijk! 1 Nadeeltje: door al het geklets vergeet ik genoeg te drinken! We fietsen nog door Nobelhorst om de 25 kilometer en in totaal de 60 kilometer vol te maken. Om kwart over 11 ben ik thuis. De ramen zitten er al in! Ik heb ‘s middags nog energie om de overkapping weer mee in elkaar te zetten zelfs.

5 september. Rondje Pampus. Dit was de laatste van mijn serie uitdagingen in 2020. De Trail de Fantomes heb ik gedaan, de halve triatlon in Amsterdam en nu deze zwemtocht nog. Hier had ik mij het meest op verheugd, maar ik ben het minst goed voorbereid en uitgerust. Ik moet vroeg op, want om 8 uur moet ik in Muiden zijn en me melden. SG gaat ook mee zwemmen. Wij doen de prestatietocht: 3 rondjes om het eiland. Ik wil er graag drie doen, maar we krijgen maar een uur de tijd. SG weet niet of ze met haar schouderblessure de 3 rondes red. Eerder stoppen kan altijd. Ik heb genoeg gegeten en om half 9 zitten we met mondkapjes op op de boot naar Pampus.

Er doen ongeveer 100 mensen mee. De volgende ploeg vertrekt over een uur en dat zijn de recreanten; die doen 1 of 2 rondjes. Het is lekker weer intussen, want vannacht en vanmorgen regende het nog. Ik weet dat de wind zal aantrekken. Maar ik zie het wel. Iedereen heeft een gerecyclede badmuts gekregen, die van eerdere jaren overgebleven zijn. Ik heb een roze, maar een meneer die een gele heeft, wil met me ruilen om zijn collectie compleet te maken. Al snel zijn we op het eilandje. We moeten ons onder een zeiltje omkleden.

Ik heb snel mijn wetsuit aan en mijn spullen bij elkaar. We gaan naar de verzamelplek vol ervaren zwemmers, waartussen ik me een beetje verloren voel. Maar he: 5 jaar geleden kon ik NIET zwemmen en nu…. Het Rondje om Pampus! Wat een droom! We moeten binnen 3 kwartier 2 rondjes gezwommen hebben. “Dat haal je wel”, zegt SG. 1 voor 1, als een rollende start, springen we in het water. Er is geen tijdwaarneming. Ik vind het spannend. Ik weet nooit hoe zwemmen gaat tot ik aan het zwemmen ben. En misschien gaat het vandaag wel minder. Op de steiger staan die pijn doet aan de blote voeten en ik zet op tijd mijn horloge aan.

Dit is de andere groep, maar zo sta je op de steiger, achter elkaar.

Ik spring erin en weet het binnen een paar slagen: minder. We zwemmen wel mijn kant op: met de klok mee. Dat betekent dat ik het eiland de hele tijd kan zien. En de gele boeien die we links moeten laten liggen ook.

Ze halen de boeien op waar we omheen moeten zwemmen, dat je een idee hebt hoe groot en geel ze zijn.

Ik zwem wel lekker, maar er zit niet veel kracht in. Door een week slecht slapen en verbouwingen, is de energie sterk verminderd. Dat voel ik nu. Ik geniet ook en kijk naar het eilandje achter de golven. Het water onder me is prachtig! Er zijn wat plantjes en even later zie ik zelfs de bodem met schelpjes! Ik navigeer strak van boei naar boei. Ik word ingehaald, maar dat maakt me niets uit. Ik adem 1 op 4 of 1 op 2; er komt niet echt rust in. Dan zijn we aan de andere kant van het eiland en krijgen we golven mee. Dat zwemt heel relaxed. Ik raak 1 boei even een beetje kwijt. Op het eiland zie je het fort. Ik doe mijn best, maar veel snelheid levert het me niet op. Normaal zou ik dat niet erg vinden, want ik ben hier voor het genieten, maar nu moet ik toch snel door. Dat vind ik jammer.

Van boei naar boei, ik vergeet ze te tellen. Het gaat heel lekker! Ik zie de tentjes al en de vlag in de verte. Er zwemmen veel mensen om me heen. Dan komen de golven weer. Ik zwem langs het paviljoen en daar is het onrustig. Voorbij het steigertje jubel ik echt even: ik heb het rondje Pampus gezwommen! Of het er nu nog 2 worden of niet, ik heb het helemaal gedaan!! Veel tijd om te jubelen is er niet: de golfslag wordt hoog. Ongekend. Of eigenlijk: heel bekend. Ja, de Frysman was erger, maar ik moet er nu dwars tegenin. Ik krijg zelfs wat water binnen! Gewoon 1 op 2 ademen en naar de boei zwemmen. Daarna zal het beter gaan. Het duurt lang en ik raak onrustig. Dit is niet mijn ding! Ik wil hier genieten en een beetje afzien mag, maar dit hoeft niet echt. Ik weet dat het over gaat en dat het maar 2 boeien is. Er zijn nog steeds andere mensen die om me heen zwemmen. Joh, al ben ik de laatste… En dan kan ik weer genieten: de bodem zien, naar het fort kijken. Almere of bebouwing is niet te zien, want daarvoor lig je te laag en zijn de golven te hoog. Ik schrik als ik de tijd zie van de kilometer. Dat is echt veel! En ik moet nog een stukkie! Met de golven haal ik dat dus niet 3 keer. Ik weet niet of ik het jammer vind. Wil ik nog een keer de golven door? Als ik weer in de rust zwem, denk ik van wel, maar aan de andere kant: kan ik dat met mijn vermoeidheid nog een keer? Als ik de tentjes zie en de vlag, denk ik: ach, ik ben er nu. Als ik mag, ga ik nog een ronde. Ik ben bijna weer bij de steiger als ze mij en een hele grote groep terugsturen. Fijn, want dan weet ik waar ik naar toe moet om eruit te gaan tenminste. Dat wist ik namelijk niet!

Ik klets met een mevrouw terwijl we naar de steiger zwemmen en er zijn zeker 20 a 30 mensen die terug moeten. Aan de ene kant ben ik wat teleurgesteld, aan de andere kant ben ik blij dat ik niet zelf hoefde te beslissen. SG is toch doorgegaan, want ze is er nog niet. Ik zwem 1900m in iets van 50 minuten. Het laatste stukje naar de kant, inclusief kletsen en schoolslag en het enge trapje op klimmen zit er dan bij. Ergens ben ik net te moe om echt van de prestatie te genieten.

Ik wacht op SG en zij is helemaal superblij! Ondertussen zie ik iemand die ik ken en gedag zeg in de andere groep. SD van Trispiration. Ik vind haar superlief en zo stoer, dat ze zonder pak gaat!

Snel omkleden en van iedereen hoor ik dat het zwaar was en steeds erger werd. Dat is prettig voor me. We zien de andere groep vertrekken en … we zien dat ze aankomen ook! Want zij mogen echt maar 1 ronde vanwege de golven. Dat doet mij goed. Het was dus echt zwaar. Er zitten witte schuimkoppen op de golven. Windkracht 4 a 5 is dat. Een medaille hoort hier niet bij, maar de badmuts en het foldertje zeggen genoeg.

Ik eet een reep met pindakaassmaak, die ik niet zo heel lekker vind! Als we op de boot terug gaan, zie ik vooral heel, heel veel zeilboten. Voor hen is het prachtig weer! Ik zelf vind het toch maar jammer van die derde ronde en dat ik er niet genoeg van heb kunnen genieten door de vermoeidheid. Op het moment dat we in Muiden aan land stappen, begint het te stortregenen. We drinken nog iets, SG en ik. Dat zit mijn ‘sportjaar’ erop. Zo voelt het. Een jaar van niks. De trainer bagatelliseert mijn opmerking over “golfjes” meteen. Dat doet me wel goed.

‘s Middags help ik met de restjes energie die er nog zijn de zijde van de overkapping afbreken en opnieuw opbouwen.

Hier is het bewijs:

IK HEB HET RONDJE OM PAMPUS GEZWOMMEN

En een bonusrondje door de golven erbij! Wat ik heel, heel lang wilde: de golven weer in. Na de Frysman.

Zondag 6 september. Hoewel ik nog naar de Ironman Hoorn ga begin oktober, voelt het toch alsof het jaar klaar is. En van alle nachten slecht slapen, zorgen om Corona en ziekte, verbouwingen, gewijzigd(e) werk(tijden) en een lichaam wat me duidelijk maakt dat ik de jongste niet meer ben, ben ik voornamelijk moe. We maken vandaag de overkapping af.

Aan de ene kant moet ik sporten van mezelf. Maar ik ben moe en ik heb er geen zin in. Ik weet even niet waarom. Behalve dat het zou moeten, omdat ik anders ‘maar’ 6 uur heb gesport. Mijn weerstand is laag, gezien de koortslip die niet echt weg wil en de zweertjes in mijn mond, die ik heel lang niet heb gehad. Deze rustdag kan er wel bij. Ik leg me erbij neer dat dat het beste voor mij is.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-31

24 augustus. Ik heb geen spierpijn van de halve triatlon – helemaal NIKS. Nergens! Wel heb ik last van andere zaken: mijn billen zijn geschuurd van het (natte, vieze) zadel en mijn gezicht is verbrand. Ik ben er in mijn hoofd moe van en een nacht slecht slapen door een overactief mauwende kat, maakt het niet beter. Het ergste is mijn verbrande gezicht. Weet je waarom? Omdat ik de hele zomer braaf heb opgelet en ook gister netjes ben ingesmeerd terwijl het regende! Het is een ‘domme’ fout, terwijl je bij spierpijn tenminste nog voelt dat je iets hebt gedaan! Ik hoeft niet te werken, maar ben toch een uurtje kwijt aan een noodzakelijke bespreking. Dat geeft me ‘s avonds wel tijd om te gaan fietsen met Vincent. TRA–AA–HAAA-GGG. We gaan de zonsondergang op de Oostvaardersdijk tegemoet. Het begin is even lastig met zitten op het zadel en ook trappen voelt even behoorlijk zwaar.

Vincent doet de route, dat soort stomme dingen zijn dan te vermoeiend voor mijn hoofd. We gaan langs de gevangenis en dan rechtdoor langs het industrieterrein. Vincent raakt het spoor bijster en we fietsen de hele Bolderweg over. Dat is onverwacht en ik kijk mijn ogen uit, want hier kom ik nooit. Net het pad wat hij zo graag wil vermijden, daar komen we uit! Zul je zien. We zijn net na het donker thuis, omdat de zon tegenwoordig alweer vroeg ondergaat. De beentjes en de billen zijn alweer bijgekomen!

25 augustus. De website op het werk moet af. Er moeten allemaal grote en kleine zaakjes geregeld worden en de kat die ons om 3 uur, om 4 uur en om 5 uur probeert luid mauwend ons iets duidelijk te maken, zorgen dat ik me niet minder vermoeid voel in de loop van de dagen! Na het werk, eigenlijk net te snel na het werken om 5 uur al, gaan Vincent en ik met MW zwemmen. Buiten. Op de plek waar de Duin Triatlon aankomende zondag is. In de golven. GROTE golven. Regenbuien. Slecht weer. Vincent doet er lang over om in het water te springen, wat warmer is dan de lucht. Het irriteert me mateloos (misschien had ik ook meer moeten eten van tevoren 1). Dat MW geen boei heeft vind ik ook erg onhandig. Ze vindt zichzelf wel een geweldige zwemmer, maar deze omstandigheden maken dat je elkaar slecht ziet en ik blijf dicht bij Vincent.

Ergens in de verte is een gele boei te zien……..

We zwemmen naar de gele boei en dat is wel te doen. Geen haast. Dan keren we om en is het gedaan met wel-te-doen. Golven tegen. De andere 2 zwemmen voor mij uit. Mijn lichaam heeft hier moeite mee (misschien had ik ook meer moeten eten van tevoren 2). Ik ploeter. Ik krijg geen water binnen en ik kan Vincent blijven zien en de andere gele boei in de verte ook, dus zo erg is het allemaal niet, maar dit roept herinneringen op aan de Frysman. En dat blokkeert een beetje. En de vermoeidheid die van zondag nog rest. Ik kom er ook wel. Maar genieten zoals Vincent doet, dat lukt mij niet. Het voelt in mijn hoofd en benen zwaarder dan het is. (misschien had ik ook meer moeten eten van tevoren 3)

We zwemmen iets van 1200m en ik vergeet het horloge uit te zetten als we door de kou en regen naar de auto teruglopen, dus ik heb meer meters gemaakt. Ik moet nog langs het kantoor voor de laatste spullen en dan kan ik eindelijk gaan eten!

26 augustus. Een dag vol bedrijfsuitje! Vanaf half 9 tot 12 uur valt het gemakkelijkste deel voor mij: het vergaderen en overleggen wat mijn baas heeft bedacht. Vanaf de lunch heb ik alles georganiseerd: een schilderworkshop, oud-Hollandse spelletjes, een letterspel en ik maak de verse frieten.

Een leuke dag, maar -hemel- wat vermoeiend! Ik heb deze week namelijk nog niet 1 nacht meer dan 6 uur geslapen (ik denk dat we Stekker binnenkort in het stop-contact steken). Toch wil ik ‘s avonds even gaan hardlopen. Ik moet frisse lucht! Ik moet even mijn gedachten verzetten!

Manuel gaat mee. Om diverse redenen:

  • Hij mag de route verzinnen (in kleine stukjes, want mijn informatieverwerkingssysteem kan niet zoveel aan)
  • Om te blijven kletsen
  • Omdat ik anders ga wandelen
  • Omdat het vroeg donker word en ik bang ben in het donker en dan weet ik de weg helemaal niet meer!

Ik wandel niks, we lopen 6 kilometer, het blijft droog en ik ‘pest’ Manuel door mijn hele rustige gestage tempo aan te houden van rond de 6:20. Mij valt dat mee, maar voor Manuel is dat een wandeling! 3 Dagen na de halve triatlon en ik loop alweer. Best raar. Misschien ga ik morgen toch echt het concept rust maar weer eens bezigen.

27 augustus En jawel: niks gedaan op sportgebied. Als de rode ring van de Apple-watch, die de hartslag meet, volloopt terwijl je niks doet en zelfs sta-uren mist, dan is de hartslag iets hoger dan normaal. Ik voel een koortslip en werk hard door om de website af te krijgen. We hebben nog een team-meeting en dan ben ik er even klaar mee! Vroeg naar bed maar.

28 augustus. Het moet niet gekker worden, want ik doe nog een dag niks. Niet aan sport. De koortslip zet door, alles doet net een beetje pijn en we hebben het heel druk met de overkapping. Mijn rode doel op de telefoon komt akelig moeiteloos vol!

29 augustus. Ik kan niet nog een dag niks doen! Dat kan ik niet. Ik heb meer dan 10 uur geslapen en dat helpt net zo goed als de zinkzalf. Het voelt allemaal wat beter. Vincent voelt zich echter niet beter en is te verkouden om te gaan zwemmen. Ik ga later op de middag fietsen. Omdat het regenachtig is ga ik op de mountainbike. Dat is wat stabieler dan de dunne racefietsbandjes. Ik ga met mezelf en mijn eigen muziek. Mijn neus achterna, die me over de Oostvaardersdijk leidt. Daar zie ik een mooi zeilschip varen.

De nieuwe telefoon maakt er een prachtige foto van, ook als ik inzoom! Ik worstel tegen de wind in en besluit een ommetje te maken, zodat ik straks wind mee heb op deze plek. Over de Wilgenbrug, door het Wilgenbos, over de sluis en dan over de Lage Vaart om aan de andere kant langs de Noorderplassen, camping en de rode ophaalbrug over. Het is overal heel stil en rustig op dit tijdstip.

Daarna ga ik langs het Bloq en nu heb ik wind mee! Dat schiet beter op! Ik zie in de verte de geheimzinnige windmolens weer. Ik kan maar niet bepalen waar die staan. Met dit fototoestel kan ik ze wel fotograferen.

rechts van het meest rechter witte zeiltje…..

Als ik langs de parkeerplaats gaat, trapt de ATB opeens door. Ik denk: de ketting erop leggen. Maar! Ik zie geen ketting meer! Die is gebroken. Ik wandel wel naar huis, het is 4 kilometer. Dat is nog best een stuk, maar vanaf de Almeerplant over het viaduct ontdek ik het steppen. Dat is vermoeiender, maar wel sneller.

Als ik thuis kom, zijn Rob en Vincent met een andere fiets voor Vincent bezig. Samen met Vincent ga ik na 6 pannekoeken ook nog even fietsen om te kijken hoe hij past op de (aangepaste) fiets van zijn vader.

Een paar uur later blijkt het allemaal vergeefs te zijn, want Vincent heeft koorts boven de 38. In 2019 noemden ze dat griep of zware verkoudheid, anno 2020 gaan alle alarmbellen af: je bent nergens meer welkom, testen, quarantaine!

30 augustus. Als Vincent niet naar de Duin triatlon mag, kan ik ook niet. Ik slaap er heel slecht van, van een zieke met zoveel onvoorziene complicaties. Zondagmorgen beslissen we toch echt dat we ons niet bij Duin vertonen. We regelen een corona-test, moeten de plaatsing van de kozijnen omzetten en accepteren dat Vincent (en wij ook) de komende dagen afgezonderd worden. Maar ik moet naar buiten. Ik moet iets doen! Ik wil zo graag (voor mezelf) laten weten dat je een week na een halve triatlon een sprint zou kunnen doen! Zwemmen lukt niet, dus ik maak er een run-bike-run van. 3 Kilometer hardlopen (is ongeveer gelijk aan 750m zwemmen), 20 kilometer fietsen de Oostvaardersdijk op en neer om dezelfde wind te hebben als bij Duin en nog 5 kilometer hardlopen. Ik hou de rondes simpel. De wisselzone is onder de helft van de overkapping die nog staat.

Ik zoek een zo droog mogelijk moment uit om te fietsen. Terwijl ik hardloop, breekt het zonnetje zelfs door! Ik heb het snel warm.

3 Kilometer is zo ver niet. Ik hoeft nergens voor te haasten. Dat zou ik bij Duin ook niet hebben gedaan. Dit gaat om het dóén. Misschien bij Duin voor de medaille, maar daar geef ik niet zo heel veel om. Er is – net als bij Duin- geen publiek, maar dit is wel heel stil! Er is geen enkel wedstrijdgevoel. Na 2,5 kilometer moedigt een man op de fiets me aan “Jij bent sportief!!” en dat doet me wel goed. Ik loop de 3 kilometer (precies) onder de 18 minuten.

Door het huis, fietsspullen aan, snoepje eten en binnen twee minuten ben ik de ‘wisselzone’ weer uit. Het wordt beuken op de fiets. Het waait ontzettend hard. En er zijn toch een paar andere fietsers of weggebruikers waar ik even voor moet uitkijken. Ik ben vergeten het jasje dicht te doen, dus dat wappert. De wind is NIET LEUK. Ik hou het tempo rond de 22 kilometer per uur, maar met moeite. Nu mis is echt elke uitdaging. Het wordt pas echt erg als ik de dijk opdraai richting Lelystad. De wind komt van OPZIJ en ik hang scheef op de fiets. Instabiel en ongelukkig. Dit vind ik helemaal niks leuk. Ik tel af tot ik op 10 kilometer ben en het duurt lang ook. Ik permitteer me een stop, ook al kan dat in een wedstrijd niet, maar dan heb je meer uitdaging aan de andere deelnemers. Ik krijg de telefoon nauwelijks te pakken en dat irriteert me mateloos. Het jasje kan dicht.

Ik keer me om en krijg nu grotendeels wind mee. Meer dan eens vraag ik me af ‘waarom’. Ik vind die niet leuk. Hier heb ik echt geen lol in. Ik ben gewoon blij dat ik niet bij Duin hoeft te rijden, maar aan de andere kant had ik dat wellicht wel leuker gevonden. Nu is het een uiterst eenzaam gevecht met de wilskracht. Ik kijk uit naar het hardlopen, maar vraag me ook daarbij af: waarom. Als ik langs de Oostvaardersplassen raas, krijg ik wel wind kado om me zo snel mogelijk naar huis te brengen, maar ook wandelende en vertragende wandelaars. 48 Minuten doe ik over 20 kilometer fietsen. En dan ben ik blij in de wisselzone te zijn. Ik lees een appje dat Duin ook een run-bike-run wordt omdat het voor het zwemmen te hard waait. ‘Doe ik ook’, denk ik bij mezelf, ‘dus stuur die medaille maar op.’ Dan gaat het nog ergens voor! Ik graai de sleutel mee en neem een gel en dan ga ik hardlopen. Het miezert intussen. Prima omstandigheden, maar….een saaie en overbekende route! Ik moet langs rijdende auto’s slingeren en langs honden.

Het tempo blijft boven de tien kilometer per uur liggen en ik geef nu niet meer op, maar het moet uit mijn eigen tenen komen! Ik wil graag binnen 1 uur en drie kwartier halen. Ik kan ook naar huis gaan en 3 kilometer hardlopen. Dat doe ik niet. Lopen gaat me goed af en hou ik wel vol. Uiteindelijk is het ook maar 5 kilometer.Ik ben mijn eigen foto-service en ik app ook naar huis voor de finishfoto. Ik ben zelf van de route. Bij 4 kilometer weet ik dat ik de 5 kilometer ga halen en dat ik de 5 kilometer ook binnen een half uur zal lopen ook! Daarmee moet het me lukken binnen de 7 kwartier te blijven. Ik wilde achterom gaan, maar strak voor de voordeur heb ik de 5 kilometer gelopen in 29 minuten. Klaar d’rmee! Geen gelukkig-finish-gevoel. Ik ga door de achterdeur voor de finishfoto.

1 uur 40 minuten en 16 seconden. De mensen bij Duin die andere atleten om zich heen hadden, niet naar de route hoefden te kijken, enige support hadden (ook al waren het er maar tien, dat zijn er tien meer dan ik) en echt een wedstrijd deden (de enige triatlon op Almeerse bodem), waren veelal sneller. Maar…. ze liepen maar 2 kilometer en fietsten maar 17,7 kilometer. Ik heb gewoon een week na de halve triatlon laten zien dat je een sprint kan doen!

Een rustige week met nog geen 6 uur sport. Het weer en de gezondheid, het materiaal en de mogelijkheden: alles liet het afweten van tijd tot tijd. Maar ik heb weer eens aangetoond dat ik wilskracht bezit om door te gaan als ik het niet leuk vind en mijn eigen grenzen wel bepaal! Dat ik doorga – ook als het (allemaal) tegenzit en niet vanzelf gaat. Dat ben ik.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-30 Trispiration Island Halve Triathlon

MV is een adaptive sportvrouw die 4 jaar geleden nog in een rolstoel zat, maar met behulp van triatlon heeft ze zich daaruit weten te vechten door 3 verschillende sporten te gaan doen onder begeleiding van JB, die coach is bij Trispiration. JB doet de hele race samen met MV als haar buddy. Op 23 augustus zou MV haar halve triatlon in Duisburg doen, maar vanwege Covid-19 ging dat niet door. Toen organiseerde JB een triatlon voor haar coachee in Amsterdam en de rest van het Trispiration Team mocht ook meedoen. Ik had al meteen gezegd dat ik de halve dan ook wel ging doen, maar voor bijna alle anderen was dat te hoog gegrepen; dus die konden (desnoods in teams) de OD afstand volbrengen. Er was vanaf de woonboot van JB, die The Island heet (vanwege de grootte en de liefde voor Lanzarote), een heen- en weer-zwemparcours, een route van 45 fietskilometers rondom Marken, Monnickendam en Ilpendam en een looproute van 5 kilometer rondom het Zeeburgereiland. Ik was genoeg hersteld van de Trail de Fantomes van twee weken geleden om de uitdaging aan te gaan, na een werkweek van meer dan 40 uur. Ondertussen had ik me ook aangemeld voor de IronmanVR die dit weekend volbracht moest worden met de afstand van de halve triatlon, maar met 5 kilometer hardlopen in plaats van zwemmen. Vincent zou me de hele dag begeleiden. Drinken aangeven op de fiets, een rondje meelopen, klaarstaan met alle spullen en helpen waar mogelijk.

Op zondag 23 augustus gaat om half 7 de wekker. Ik heb verbazingwekkend goed geslapen! 3 Bolletjes eten zonder enige honger-prikkel blijft een flinke uitdaging. Alles stond al klaar.

Rob hielp mee de fietsen plaatsen, Vincent neemt zijn stadsfiets mee. Het regent. Dat komt de temperatuur ten goede, maar het fietsen wordt er niet beter op. Het levert wel een prachtige regenboog op!

Ook als we over de stille snelwegen naar Amsterdam rijden, regent het. Het tunneltje staat zelfs akelig vol met water. We kunnen nog net aan de weg parkeren en dan pakken we de spullen. De meeste meiden zijn er al. Ik zet snel alles klaar. Probeer zo rustig mogelijk te blijven, maar er is veel onrust om me heen en voor Vincent is het lastig te helpen.

Ik kan in wetsuit zwemmen. Alles in een tasje proppen en het fietscomputertje met het onmisbare eetschema staat klaar. Zaak is vandaag te blijven voeden.

Het bewijs dat ik me heb ingesmeerd, ondanks de regen!!

Ondanks de regen smeer ik me nog even in en ik ga nog naar de WC, want ik heb een beetje last van mijn darmen. Niets ergs aan, geen excuus. Van iemand krijg ik een banaan, die van mijn is geplet in de tas. Het is wel een lief team, allemaal op eigen niveau gaan ze vandaag presteren. Dat vind ik tof. Mijn HD is niet beter dan de eerste triatlon van ZGvG bijvoorbeeld. Na een briefing die ik slecht volg (gelukkig heb ik het rondje al gefietst en staat die ook op het computertje, want alle pijlen op de weg zijn weggeregend) kunnen we het water in. Ik spring er gauw in en het is heerlijk. Ik lig eventjes te wennen.

En ik zwem op en neer. Dit gaat lekker. Er komt nog een buitje over. Vincent kijkt vanaf boven op de boot toe. Dan is het aftellen en gaan! Eerst heel even de ademhaling onder controle krijgen en dan kan ik moeiteloos 4 op 1 ademen. Of wisselen tussen 1 op 2 en 1 op 4. Er zijn bijna geen golven, het water is vlak en donker. Ik maak gewoon lange slagen en volg de (paar) zwemmende boeien voor me. Hoeft ik ook niet echt op de route te letten, ha! Er zitten maar drie mensen voor mij. Ik zing in mijn hoofd van “de zwemmer zwemt, hij zwemt in zee, hij zwemt weg van het strand, maar neemt bepaalde beelden met zich mee van wat hij achterliet op het land”.

Gele boei, groene boei, groene boei. We zijn al snel bij de gele boei. De groene is te zien en best dichtbij. Ik geniet van het zwemmen. Onder me komen plantjes en die maken het nog ondieper en leuker om omlaag te kijken. Dan lig je nog beter. Ik zwem achter een roze zwemboei aan. De groene boeien liggen dicht bij elkaar en navigeren is een eitje. We gaan terug naar de gele boei en ik blijf achter de roze boei aan zwemmen. Om de boei heen, de supper gedag zeggen en terug over de plantjes naar de boot.

We moeten er voor langs in plaats van achter langs en ik kom op de voeten van de roze boei te liggen. Maak het me gemakkelijk! Ik vraag me wel af wie dit is. Ik zwaai naar Vincent bij de boot en draai dan om.

Er komt zowaar een zonnetje en ik geniet enorm. Nu is er iets meer tegenwind, maar niks om enige zorgen over te maken. We ronden het bootje (ik zeg ‘we’ omdat ik trouw achter de roze boei aan zwem) en ik kijk naar de plantjes. Misschien kan ik iets harder, maar ik vind dit vooral heel erg lekker en ik zwem super! De roze boei bedankt de supper en er liggen veel mensen achter ons. Zij navigeert voor me op schoolslag, maar dan haal ik haar wel steeds bijna in. Ik ga naast haar zwemmen want ik moet weten wie ze is en het blijkt SvdW te zijn, dat had ik aan het accent kunnen horen! Ondertussen heb ik al twee keer in het water geplast. Ik ga dadelijk nog een keer alleen op en neer naar het bootje, want zij zwemmen 1500 meter en ik zwem er 1900. Het gaat niet zo snel als ik gedacht had.

Ik zwem ook heerlijk alleen en let goed op waar ik heen moet. 1 Keer kijken, dan iets hoogs uitzoeken, zodat je de goede kant op gaat en doorharken. Ik ben niet eens de laatste in het water! Natuurlijk zijn MV en buddy JB er, maar er ligt nog iemand in. Ik zwem kalm terug naar de boei en baal dat het geen 1900m worden. Ik klim met wat moeite weer de boot op en doe snel de slippers aan. Ik heb lang gezwommen eigenlijk, maar wel heel erg lekker. Laat het de rest van de dag ook maar zo gaan!

Vincent staat bij mijn fiets. Het wetsuit is snel uit (dankzij de babyolie) en de sokken zijn snel aan. Gelletje naar binnen, helm op. Vincent heeft het fietscomputertje aangezet. Ik ga snel weg, want ik wil door! Nog voor ik de straat uit ben piept het computertje dat ik moet drinken. Ik fiets de brug op en het computertje blijft piepen. In plaats van elke 15 minuten, lijkt het wel alsof het elke minuut 15 keer piept! Ik ga wel netjes drinken, want ik heb dorst. Komt zeker van het vele plassen. Over de brug moeten we anders rijden als bij de routeverkenning in verband met een afgesloten weg. Nadeel is dat het fietscomputertje nu helemaal blijft piepen: de route gewijzigd en ik moet maar blijven drinken. Het irriteert me mateloos en ik mopper op Vincent, wat me helpt een flink tempo te vinden. Ik haal PK en SD in, die heerlijk samen rijden op de (tour)fiets en met volle teugen genieten. Ik gun het die twee zo! In Durgerdam is het prachtig, ik hou echt daarvan met die huisjes en dat ik kan zien waar ik vandaan kom. Ondanks de klinkertjes die het fietsen wat hobbeliger maken. Ik reed hier doorheen toen ik met Joyce in Marken ging lopen en dacht toen hoe leuk het was daar eens te fietsen en -kijk- hier ben ik dan! Ik heb wind mee tot Marken. 2 Heren (met tatoeages) halen me in en ik blijf zo’n beetje achter ze hangen. In deze wedstrijd mag dat. Het tempo zit er goed in en ik kan zelfs op de bars liggen en drinken. Ik weet dat het ‘feest’ bij Marken voorbij is en dat ik dan geen wind meer mee heb.

Op de dijk naar Marken moeten we een heen- en weertje maken. Dat is leuk, want ik zie de anderen die voor mij fietsen me tegemoet komen! Geen idee hoe ver ik er achter zit, want dat keerpunt zie ik maar niet!

Ik kom in Marken en keer maar op de parkeerplek, waar het druk dreigt te worden. Ook kom ik MV tegen. Buddy JB wacht voor het op-en-neertje voor een plas. Ik moet ook. Maar nu moet ik eerst de tegenwind trotseren! Er zijn mensen aan het zwemmen bij het gemaaltje. Ik geniet ook van de tegenwind. Dan door Monnickendam. Ik kijk goed rond en zie de tekst over de kikker op de school tegenover de speeltuin met de vis. Ik kom op het kruispunt en ga door het tunneltje. Voor me fietst mijn banaan-geefster. Ik ga haar inhalen. Mijn sportdrank is al op! Ik moet vandaag genoeg voeding naar binnen werken, dat is de hoofdopdracht. Ik giet de gel-watermix in de bidon aan de voorkant en haal de bananen-schenkster in. Het begint te regenen en de wind staat vol aan in tegengestelde richting van waar wij moeten fietsen! Ik ga liggen, drink wat en trap. Gewoon doortrappen en blijven lachen. En soms even denken: dit was ook zo bij de Frysman en toen was ik voor het fietsen al verdronken, dus dit is een ‘eitje’. Ik ben al bijna op een derde. Voor me fietst nog een dame en dat is DB, met wie ik hier ook fietste in de verkenningsronde. Ik ga naast haar fietsen en maak een foto.

We fietsen samen op. Natuurlijk ligt mijn tempo zelf hoger, maar ik ben hier voor de lol. Het zwemmen duurde toch ook al langer. Intussen moet ik echt nodig plassen. In Ilpendam laat ik het maar gewoon lopen. Mocht er in mijn urine sporen van Covid zitten, dan kunnen ze volgende week Ilpendam en IJburg wel afsluiten! Flink spoelen met water, daar heb ik een extra bidon voor. Het voelde opgelucht en ik zag het krijt in de bochten weer staan. Ik fietste DB weer bij en zij had het zwaar met de tegenwind. Ik bleef erbij fietsen en kwebbelen. Zo leuk dat we de saaie rechte weg weer samen fietsten! Bij de golfbanen vroeg ik haar wat ik al een hele tijd wilde weten en gelukkig had ik me voor niks ‘zorgen’ gemaakt. Al snel kwamen we weer in Amsterdam en was het eerste rondje bijna klaar. De brug nog een keer over en ik vinkte meteen af dat ik van de twee keer al twee keer geluk had zonder open brug. Bij de stoplichten stonden nog 2 meiden van de club.

We moesten lang wachten bij de verkeerslichten. Ik haalde ze in, want ik had zin om even op Vincent te schelden over het fietscomputertje. Het gevolg van het eindeloze gepiep was dat allebei mijn bidons leeg waren, dus het had wel gewerkt! Vincent keek even schuldig en we wisselden snel flessen om. Ik zei hem andere sokken klaar te leggen, want deze sokken en schoenen die ik van Vincent heb geleend, zijn ‘soppig’. In een mum van tijd ben ik weer weg.

Ik heb te ver gefietst, want ik heb er al 48 kilometer op zitten. Dan heb ik minder geluk: de brug staat open. Ik kan Vincent nog een keer appen welke sokken ik wil en wacht zo geduldig mogelijk.

Een stoplicht en een open brug – duhhhhhh. Het is duidelijk een unieke ‘wedstrijd’! Dan ga ik weer door Durgerdam heen. Het is duidelijk drukker geworden op de wegen, maar na Durgerdam is het ineens heel erg rustig. De wind is aangetrokken merk ik. Fijn tot Marken, maar daarna is de wind zo gedraaid dat het nog erger zal zijn. Hoe ver zou MV achter me zitten? Zij stonden aan de andere kant voor de brug en ik denk dat zij minder snel keren. Ik drink maar weer volgens de opdracht. Ik geniet van het Kinselmeer, de dijk en het weidse uitzicht terwijl ik op de bars lig en doorstoom. Door Uitdam waar ik zing van “Nederland is opgedeeld, verhuurd, verkocht, verpacht- geregeld, betegeld, uitgedacht”. Dan kom ik op het heen- en weertje bij Marken. Nu zie ik wat er vorige keer is misgegaan: omdat ik op de tegenliggers lette, zag ik het keerpunt over het hoofd. Ik fiets nu nog iets door en maak een foto.

Zo leuk om vanaf deze kant te kijken. En dan heb ik tot Monnikendam VOL de wind tegen. Daarstraks was het nog maar ‘een beetje’ in vergelijking met dit. Maar dit snap ik! Geef mij maar tegenwind in plaats van heuvels. Ik zing hardop: “Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over HAAR stuur tegen de wind…..”. O, wat moet ik daar van lachen! Gelukkig is er verder niemand op de dijk. Intussen moet ik wéér plassen. Gekkigheid. Nog voor ik Monnikendam in ga laat ik het lopen. Ik word er goed in en die sokken en schoenen zijn toch al te smerig. In Monnikendam doe ik wat rustiger aan en wissel ik de drank weer. Even op adem komen. Ik ben goed op weg met het fietsen. En dan…. kan er nog een brug openstaan! Hoe dan?

Het is er druk als ik het tunneltje door moet. Dan komt het moeilijkste stuk naar Ilpendam. Saai, alleen en tegenwind. Ik ga liggen en ben een kilometer of 8 alleen maar bezig met fietsen. Drinken. Trappen. Even klein houden.

Ik slinger door Ilpendam en zet het gedag. Dan fiets ik voor het eerst langs de grote weg zonder te kletsen. De wind is met me meegedraaid en zorgt voor een lekker tempo. Ik kijk naar de schaapjes, drink wat, zie de bushalte voor een verlaten huis en kom door Watergang. Warempel, ik ben hier voor de derde keer, maar ik heb nog nooit van Watergang gehoord! Er ligt nog meer bebouwing een stuk verder langs de weg, zou dat Watergang-Buiten zijn? Watergang…. Ik haal mensen in als ik een brug over ga (die ik ook voor het eerst opmerk trouwens) en moet dan eventjes wachten bij de stoplichten. Deze snap ik. Dan ga ik langs de golfvelden en ik merk op dat dit ook best een mooi stukje is. Langs de volkstuintjes. Het begint nu wel saai te worden met dat fietsen. Er komt altijd een moment dat je er eigenlijk klaar mee bent. Ik doe er al lang over, langer dan de geplande 3 en een half uur. Stomme bruggen ook. En dan is alle voeding op. Ik ben geslaagd! Ik heb nog snoepjes en een beetje water. Maar dat water bewaar ik voor -je gelooft het niet- nog een flinke plas langs de volkstuinen. Weet je dat zelfs plas bij de derde keer gaat plakken? Nu is echt alles op. Straks maar onder de tuinslang doorlopen. Ik kom er aan! Nog maar 1 keer de brug over en ik zie het al: WEER OPEN.

Nu word ik er echt wel sjachereinig van. En lang ook. Ik kan zelfs met Vincent appen dat de tuinslang wel klaar mag liggen. Ik heb er 90 kilometer op zitten. Dus het worden er weer meer. Nog 1 stoplicht en dan fiets ik naar de wisselzone. Daar staan al veel meiden die klaar zijn en mij aanmoedigen. Teveel drukte voor mij. Ik wissel sokken en schoenen. Zonnebril af. Gel eten en Vincent verordonneren mee te fietsen, want ik ken het looprondje niet. Een wissel van nog geen 2 minuten! Dat is het voordeel van al die mensen die hup-hup roepen, dan ben ik snel weg! Ik hoor alleen SD, waar ik van geniet omdat ze zo’n schat is. Nu mag niemand het meer lezen van de Trispiration club, haha, want dan denken ze dat ik de rest minder vind, maar SD is echt een lieverd. De rest ook trouwens, maar op dat moment kan ik niet bedenken welke fantastische prestaties zij al hebben geleverd, ik moet eerst de mijne afmaken. En een halve marathon is…. toch nog echt 21 kilometer hardlopen!

Heeft Vincent op de grond gekrijt…..

Terwijl ik zoek op mijn horloge, lap ik hem en is het horloge klaar. Ik vloek hartgrondig en zet het ding gelijk weer aan, maar nu tellen de kilometers anders en mis ik ongeveer 100m. De woede helpt het tempo wel en ik tel toch door. Vincent fietst naast me en kletst van zijn dag, dat hij gekrijt heeft en gekletst en honderd keer sorry van de fietscomputer. Ik loop heerlijk! Het gaat bijna te soepel! We komen bij stoplichten, op de route, verkeerslichten! Gelukkig is dit Amsterdam en is uitkijken te prefereren boven de kleur van het licht. Geen idee hoe dat straks moet als ik niet meer zo goed kan uitkijken. Ik klets met Vincent over de open bruggen en dat ik te veel heb gefietst. MV en JB komen aangefietst.

Ik lig maar een paar kilometer op ze voor, maar dit lopen gaat mij beter af dan MV zal doen. Ach, het is toch ieder haar eigen wedstrijd. JB wisselt even met haar man de buddy-positie af. Vincent vertelt me dat die man de pijlen opnieuw is gaan plaatsen, wat verklaart dat ze er vanaf Ilpendam opeens weer waren.

Er volgt een nare oversteek, een smal paadje door, langs de huizen over de keien en dan de dijk op. In de volle zon. Het tempo ligt nog onder de 6 minuten! Ik ga het vast niet halen om een halve marathon in 2 uur te lopen en onder mijn doeltijd van 6 uur en 35 minuten te blijven (Trail de Fantomes-tijd), maar nu voelt het allemaal heel erg goed. Tussen de hondjes door, langs de boten en op naar het keerpunt en de post. Bij de post neem ik een paar slokken van de electrolytendrank die ik heb aangemaakt vanmorgen. Zonder te stoppen. Ik moet blijven rennen. En dan weer terug de dijk over. Deze keer is het nog leuk. Bij de afslagen op de weg naar de boot, gaat Vincent vooruit fietsen om gel met water te mengen die ik moet drinken. Het is een drukte van jewelste in de keerzone met joelende meiden terwijl ik moet drinken uit de bidon. Het gaat, maar ik vind de combinatie drukte en moeten niet praktisch. Ik heb Vincent gevraagd het derde rondje mee te rennen, maar hij dacht het tweede rondje, dus hij gaat snel even terug om de fiets weer te pakken. Kan ik hem rustig vragen of hij straks tegen de crew wil zeggen dat ik overdonderd raak van de support. Ik loop nog steeds goed en rond 5 kilometer af in 29 minuten! Mooi, op naar de tien kilometer in een uur dan. Eerlijk gezegd is het rondje al saai. En eigenlijk best druk langs een een drukke weg. En kort. En zonnig, maar daar doet Vincent zijn best voor om de wolken voor de zon te slepen. Het zal hem weldra lukken ook!

We kletsen nog een beetje door en ik merk dat mijn tempo al rond de 6 minuten komt te liggen. Het voelt al iets zwaarder. Vind ik wat vroeg, want ik moet nog een end! Ik mag voor op de het smalle pad, langs de huizen waar niemand zich bewust is van de wedstrijd die zich onder hun balkons afspeelt. Dan de dijk weer op en Vincent ziet nu ook de open brug. Ik krijg altijd een snotneus van het sporten en veeg die af aan mijn kleren (nog zo’n detail wat je liever niet leest). Inmiddels zit mijn rechtermauw vol…. Ik hoeft even geen elektrolyten. We kunnen nog praten en ik trek me maar niks meer aan van het tempo. We spreken af dat we later op de picknickbankjes zullen gaan zitten. MV en buddy-voor-de-eerste-tien-kilometerBR komen ons tegemoet. Blijven hardlopen geldt voor mij. Er zitten 7 kilometer op. Dat is voor mij het eerste rondje van de drie, want ik tel in zevens. Ik krijg al iets meer moeite om dat Vincent uit te leggen. Hij gaat voor me uit om de volgende bidon te vullen en dan rijdt JvR me voorbij. Zij zou ook de halve doen, maar besloot toen de kwart te doen en vannacht moest ze door blessures beslissen dat ze helemaal niet mee kon doen. Daar baalde ik van en mijn hart springt echt op dat ze toch even komt kijken! Zo lief! Van dat soort kleine momenten ga ik het moeten hebben nu. Vincent rijkt me weer een bidon aan en ik keer gewoon, ze juichen lief en zacht voor me en dat bevalt me, maar de gel krijg ik extreem moeilijk weg. Voor driekwart nog maar. Vincent laat de telefoons achter, dus de foto’s komen nu van de fotografen en Rob maakt zich zorgen dat ik gestopt ben. Vincent gaat naast me rennen.

Ik doe 10 kilometer binnen een uur! Maar ik weet al dat ik de overige 11 kilometer niet hetzelfde kunstje kan herhalen, want de vermoeidheid slaat toe. Het derde rondje is het meest moeilijk: je bent er nog (lang) niet, weer hetzelfde saaie stukje en Vincent loopt gemakkelijk naast me en versnelt om op de stoplichtknoppen te drukken. We spreken af dat hij me gaat voeren met gelsnoepjes en dat ik elektrolyten drink. In de vierde ronde mag ik van mezelf wandelen en hardlopen afwisselen. Vincent noemt het liever dribbelen in plaats van wandelen, maar ik heb het gevoel dat dribbelen het hardlopen al heeft overgenomen. We gaan echt richting de 6:30 en het kan me niet schelen ook! We lopen naar de post en MV loopt voor me, zij stopt, ik niet. We gaan ze lappen, zegt Vincent. Ik vind dat onwijs moeilijk. Ik heb ze eerder ook al zien wandelen en ik probeer dat moment zo lang mogelijk uit te stellen. Maar we lopen ze echt voorbij en ik zeg nog dat ze maar niks moeten zeggen en hun eigen tempo moeten vasthouden. Ga maar lantaarnpalen tellen, oppert Vincent. Met de eerste ben ik klaar. Dat zet geen zoden aan de dijk. Ik merk de andere voetgangers, de hangjeugd, de zon, de loopfiets op, maar ik kan er in mijn hoofd en in mijn gevoel niks mee doen. Ik beken Vincent dat ik dit vooral doe voor de IronmanVR20 medaille, omdat hij zei dat die zo mooi is voor 2020. Daarom doet Vincent nu alsof hij een halve marathon loopt, op de fiets. Dat hij het ook een keer kan halen met de Ironman.

Aftellen. Blijven lopen. We gaan weer langs de wissel en Vincent pakt snel de fiets, de bidon en de snoepjes. Het zijn cola-snoepjes, maar mijn darmen zijn nu toch al definitief van streek. Nog 1 rondje, nog 1 rondje…. En dan een stukje op en neer, waarvan ik totaal vergeten ben hoe! Vincent vraagt het na voor me, ik moet de straat heen en weer. Bij de stoplichten moet ik voor het eerst 3 stappen wandelen omdat het rood is en ik 1 auto voor moet laten gaan. Maar nu heb ik mijn zinnen gezet op de 10 engelse mijl om te blijven hardlopen. Hoe langzaam ook! En dan de drukke straat maar gewoon door. Nee, het voelt nu niet meer goed en de eerste 5 kilometer ‘gemakkelijk’ liggen ver achter me. Het is nu een kwestie van doorbeuken, blik op oneindig. Vincent geeft me de gelsnoepjes met twee tegelijk. Ik loop alleen langs de huizen, want Vincent gaat vooruit om het water te pakken en ik blijf rennen. Liever 7 minuten over een kilometer dan wandelen, want met wandelen is het hek van de dam en wil ik niet meer opstarten. Ik ken me. Langs de bankjes waar we straks willen gaan zitten. Onder het bruggetje is het op. Ruim 17 kilometer heb ik onafgebroken hardgelopen, maar nu is het klaar en wil ik wandelen. De laatste kilometers komen er ook. Hoe dan ook. Hoe langzaam ook. En ik haal het toch niet binnen 6,5 uur. Afmaken is het enige wat nu nog telt. Het lag aan de bruggen, aan de wind, aan het zwemmen: ik kon het niet harder vandaag. Period.

Bij de post neem ik nog twee slokken. Mijn lieve clubgenoten SD en ZGvG staan daar. Ik zou ze willen zeggen: ‘kijk naar me, zo ziet vermoeidheid eruit’, maar ik kan het niet meer. Vincent bedankt ze namens mij. We tellen lantaarnpalen op de weg terug naar het viaduct. Hardop. Heb ik iets anders om me druk over te maken. Het is nog lastig ook om de cijfers in de goede volgorde te roepen en ik merk dat ik zelfs slis om maar zo duidelijk mogelijk te roepen, maar het helpt! Ik blijf rennen. Ik hoor heel vaag de plaatselijke bewoner die zijn respect uit. Maar al dat soort dingen komen niet aan in een verneveld brein. Tussen het viaduct en de bankjes lukt het weer niet meer om te blijven rennen en wandel ik. Of nog iets langer niet, tot de Z. Dan zegt Vincent dat ik weer moet lopen tot het volgende steigertje. Maar dat zijn er meerdere. Ik registreer dingen, maar mijn hoofd kan er niks meer mee, dus ik kan niet vragen welke steiger hij bedoelt. Praten en uit mijn woorden komen is nu echt lastig. Geen snoepjes meer! Die laatste 2 kilometer haal ik ook wel! Vincent blijft bij me fietsen. Het stukje de straat op en neer straks doe ik alleen. Ik wandel nog een keer stuk. Mijn voeten doen zeer. Op het keerpunt kunnen ze zich bijna niet inhouden met hup toepen, zo lief: dat komt meer aan bij me dan de herrie! Op en neer. Ik probeer de lantaarnpalen te tellen, maar het lukt me niet. Ik zie de hond van JB en BR en een oudere man die hem uitlaat, maar ik kan niet bedenken wie die man is, het zal opa zijn voor hun kinderen denk ik. Hij moedigt me aan: nog een klein stukje, maar het voelt alsof het nog ver is. Ik ga zelfs nog een stukje het fietspad op, want het moeten wel echt 21,1 kilometer worden (voor de Ironman en voor mezelf). En dan piept mijn horloge. Met de eerste fout staan de kilometers er nu op. Ik heb de afstand in de pocket! Het maakt niks meer uit! Zo raar dat het dan opeens weer lukt.

Ik zie het team staan in de verte en dan doen mijn benen het nog prima opeens: de passen vergroten, ik loop rechtop de finish tegemoet. Ze staan als in een haag te juichen, de schatten. Ik geniet er even van!

En dan is het klaar. Ik heb een halve triatlon gedaan. De tijd is anders dan ik had gehoopt met 6 uur en 56 minuten. Dat zit toch een beetje dwars en ik vind het maar moeilijk me te realiseren dat ik twee weken geleden nog alles van mijn lichaam heb gevraagd bij de Trail de Fantomes. Laat mij even met rust, ik eet de banaan op en na een kwartier ben ik er weer. In dat kwartier raad ik iedereen af om de halve of hele triatlon ooit te willen doen. Dat lopen valt altijd zo tegen!

Voordeel is dat ik niet zo lang op MV hoeft te wachten die aan haar laatste ronde bezig is. Ik krijg de medaille en geef die met een kus door aan Vincent. Hij zegt heel lief dat hij er al zo één heeft en dat dit de mijne is. Gossie. Het oranje shirt hou ik aan vandaag! Ik bel met Rob die zich zorgen maakte omdat Vincent de telefoons had weggelegd en hij dacht dat ik gestopt was. Of ik naar huis wil fietsen, vraag ie voor de grap….. Nou, mijn voeten willen niks meer en ik voel me vies! Laat mij maar even met rust in een hoekje. Het broodje is niet aan mij besteed, maar de chocomelk is in 1 slok weg. Het zwemmen was geweldig leuk, het fietsen zwaar en leuk, het lopen zwaar – dat is de korte versie. Als ik even heb gezeten en tot mezelf gekomen ben, begint het trillen en de moeite met alles, maar ik verzamel met moeite en hulp van Vincent alle zooi. Ik spoel me zo goed en kwaad als het lukt af, terwijl Vincent zijn schoenen wast. De nep-crocks aan mijn voeten en een sportbroek aan en dan komt MV voor het laatste keerpunt. Een groot deel van het team loopt mee, maar mij lukt dat niet meer. Er komt nog een politiewagen en SvdW haalt hen over MV mee binnen te halen. Ik loop het laatste stukje ook nog even mee, maar dat is een slecht idee met slippertjes en ik struikel er nog bij ook! Niks ergs, schaafje op de knie erbij. Dan wil ik opruimen. Alle zooi is verzameld. Ik ben eigenlijk net iets te moe om te rijden. Maar ik doe het toch en rustig ook. Thuis eerst alles binnen zetten en douchen. Weldadig! Ik ben verbrand in mijn gezicht. Verdikkeme de hele zomer goed doorgekomen! Dit gaat energie kosten, maar ja. Ik wandel met Rob naar de snackbar voor De Hamburger en langs de AH voor voetencreme en M&Ms. De frietjes en hamburger smaken me. Ik ben moe aan alle kanten, maar opruimen lukt nog prima. Het daalt niet echt in en de grote feestvreugde dat ik het maar weer heb gered ontbreekt. Trots is niet aan mij besteed! Ik straal nog wel als ik de IronmanVR medaille bestel. Race nummer 20. In 2020. En Vincent krijgt de pet en het shirt van mij.

In mijn hoofd tolt het nog een tijdje na, waardoor ik bijna te moe ben om te slapen! Ik ben alleen maar trots op het feit dat ik bij het fietsen ALLES heb opgemaakt -al is dat bij het lopen weer wat minder gegaan- en ik ben verbijsterd als ik een opname zie die Vincent van me heeft gemaakt bij het zwemmen: ik heb in een paar jaar tijd zo goed leren zwemmen!! Waar is dat vandaag gekomen? En de volgende dag heb ik geen enkele spierpijn. Niks. Alleen mijn verbrande gezicht doet zeer. Mijn voeten varen wel bij de voetenzalf en mijn billen doen zeer van zitten op een nat (en goor) zadel. Ik moet bloggen, wassen, mijn fiets schoonmaken en een uurtje werken. De hele tijd blijft het aan de oppervlakte, alsof het niet doordringt wat me gelukt is, alsof er alleen die twee kleine puntjes zijn om blij mee te wezen. Tot ik deze post zie van de fotografe:

Dan komt het aan. Ik lachend met die lieve DB die gebleven is, met die schattige hartveroverende PK, met de juichende mensen, met JvR die gekomen is en de stoel van die geweldige DvM. En de opmerking van SD die op de post stond toen ik hier aankwam. Dat zweefmomentje liet even op zich wachten, maar hier zie ik het!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-29

Maandag 17 augustus. Eigenlijk was ik geloof niet van plan om veel te doen, maar voor de Ironman VR stond er nog 3 kwartier hardlopen open. Ook voor Vincent. Hij deed de route, ik het hele trage tempo. Echt zone 1. We liepen naar het Oostvaarderscentrum. Ik hobbelde gewoon maar een beetje.

We liepen langs de plassen richting het Kotterbos. Ik liep niet gemakkelijk en het tempo bleef gewoon heel, heel laag. Ik was moe. Nergens last van, gewoon vermoeid. Ik vond 6 kilometer net te kort dus we gingen nog een stukje door het Kotterbos en we namen een brug verder terug.

Ik kon alleen maar blijven lopen. Rustiger dan rustig, maar aan de gang blijven! Dat ging niet vanzelf en het werd zwaarder en het tempo werd ook lager. Vincent beurde me op, maar echt helpen deed het niet. “Tel de lantaarnpalen, mama” zei hij. Ik werd er echt nog pissiger van, maar ik deed het wel en warempel het leidde goed af. Er staan 21 palen tot de busbaan. Fijn om te weten. We liepen terug via het station en de 7 kilometer kwamen vol. Toch maar even kalmer aan doen de rest van de week.

Dinsdag 18 augustus. Kalm aan, maar niet in totale ruststand! Vincent en ik gaan lekker fietsen. Ik kijk snel naar de wind en wil naar de sluis op de Knardijk. Eerst de Trekweg dus, gezien de wind. We kletsen lekker. Vincent heeft genoeg te ratelen over de eerste schooldag.

Het is lekker weer. Terug wil Vincent niet via het smalle pad, dus we gaan naar de weg. De wind-tegen valt reuze mee! We zijn erger gewend. We trappen door het Kotterbos en zo kalm aan zit er toch weer 27 kilometer op!

Woensdag werk ik tot laat. Op kantoor nog wel. Vermoeiend aan alle kanten. Een prima rustdag, die op andere wijze minstens zo moe maakt als een flinke fietstocht!

Donderdag 20 augustus werk ik ook. Het is weer heet in Holland. Niet in de airco op kantoor. Ik slaap slecht en ik had op de fiets willen gaan, maar ik zie er van af. Kost meer moeite dan dat het iets oplevert. En dan vraagt DR (waarmee ik in Linschoten liep) of iemand mee wil zwemmen buiten. Ideaal! Blijkt dat Vincent liever mee zwemt dan naar de baan gaat, dus de plannen wijzigen en voor het eerst dit jaar ga ik naar het Weerwater! Het water is warm. Ik ga zonder wetsuit. Met achtte, dat wel…. DR wil haar wetsuit proberen en Vincent mag niet van mij, te heet.

we gaan van boei naar boei. Het gaat super! Geen plantjes, prima temperatuur, geen beperkend pak. En bij de boei eventjes wachten. Door naar het ponton en de volgende boei. Het gaat zo lekker! Ik adem 1 op 4. Bij de boei wil ik verder, maar DR en Vincent gaan terug. En dat durf ik nu, ik durf en kan prima alleen met mijn boei. Ik kan navigeren, ik kan zwemmen (hoor mij) en ik ben niks bang. Ik geniet enorm.

Van het zonnetje. Het water. Dat ik de boei kan zien. Van de rust. Dat er niks kan. Niks hoeft. Geen foto, ik zal het zelf moeten onthouden. En dan om de boeien en weer terug. Wat nog gemakkelijker lijkt te gaan. Geweldig gewoon! Terug naar de boei. Op 1500 meter zwem ik door plantjes, trilt het horloge én doe ik een plas in de plas; allemaal tegelijk. Dan heb ik moeite om tegen de zon in het ponton te vinden, maar ik zwem wel de goede richting op. Bij de volgende boei zie ik Vincent en DR die nu zonder pak zwemt. Ik maak samen met haar het hoekje vol, vincent zwemt terug. Ineens heb ik een hele strakke, snelle slag te pakken. Een hele lange en dan gaat het echt heel snel! Ik zwem ruim 2500 meter. Binnen een uur.

Het was super! Leuk gezelschap en ideale omstandigheden en het ging gewoon lekker. Open water zwemmen is top. Toen ik met DR in Linschoten liep, in december, zei ik tegen haar hoe ik uitkeek naar het zwemseizoen. Toen snapte ze dat niet zo goed, maar nu wel!

Vrijdag 21 augustus. Een extra weekdag, extra vroeg, extra meeting en al om 6 uur gewekt door de kat. Weer een hete, lome dag. Buiten dan, want in de airco op kantoor merk ik het niet. Tussen de middag wandel ik met mij. Collega maar het nieuwe rode bruggetje. Heo zou dat pad verder gaan? Ik ga rond 4 uur naar huis en ben moe en lam. Slecht voorbereid voor een halve triatlon zondag. Met Vincent ga ik een stukje fietsen. Hij laat me zien hoe ik naar mijn werk moet fietsen door de drukke stad en tegen de wind in. Het schiet niet op. Op het rode bruggetje stoppen we eventjes en dan kunnen we het pad op.

HEt is anders dan ik had gedacht…. we rijden langs Poort en dan naar de dijk toe. De zon staat prachtig.

we hebben wind mee op de dijk. Na de bocht tenminste. En dan gaat het gemiddelde van 22km/u rap omhoog! We fietsen 30 a 40 kilometer per uur. We vliegen! En het licht van de ondergaande zon is geweldig. We maken ruim 36 kilometer. Het wordt alweer vroeger donker. Ik heb door heo het fietscomputertje werkt met een drink- en eet-waarschuwing. Dat is tenminste iets wat ik heb uitgevogeld voor de halve triatlon!

22 augustus. Morgen heb ik een halve triatlon. In Amsterdam. En om Amsterdam. Dus vandaag moet de fiets schoonmaakt, de spullen bij elkaar gepakt en (het moeilijkste) een voedingsschema bedenken. Het houdt me aardig bezig! Voor de IronmanVR20 moet ik dit weekend een halve triatlon doen. Dat combineer mooi! Maar… In plaats van zwemmen moet je 5 kilometer hardlopen. Het hoeft niet achter elkaar. Als Vincent gaat zwemmen ga ik een stukje hardlopen.5 Kilometer. Dan hoeft ik morgen “alleen nog maar” 90 kilometer te fietsen en 21 kilometer hard te lopen. Ik ga de andere kant op, niet naar het park, maar langs het fietspad. Een jongere moedigt me aan. In plaats van richting de fietstraining ga ik rechtdoor met het water links van me. Ik hou het water links van me en hobbel ook onverhard lekker door. Het is niet echt koel, nog steeds niet.

Ik loop wel lekker. Nog maar even door dan. Dan worden het 6 kilometer. Ik blijf maar doorlopen en dan denk ik dat het rode bruggetje wel binnen bereik zou kunnen liggen. Ik kom hier nooit, maar bij de Gamma ga ik de Hogering over en ik kom op het fietspad waar we gisteren waren. En onder de ietwat bijzondere brug door. Dan naar het rode bruggetje. Ik maak me een beetje zorgen, want ik zit al over de 4 kilometer heen. Op het rode bruggetje maak ik een selfie en dan loop ik natuurlijk ook door langs mijn werk!

Hoe ver het precies terug is naar het zwembad weet ik niet, maar 5 kilometer heb ik precies in een half uur gerend. Ik ga de Cissy van Marxveldtstraat af, wat ook te lang is voor de adresboeken. Het is een lange weg. Ik kom langs de verzamelplek voor de fietstrainingen en ga rechtdoor. Ik krijg het nu wel echt warm en besluit eerder te stoppen met rennen dan het rondje lang is. Ik maak de 7 kilometer vol en loop over volkomen onbekend terrein. Eigenlijk wilde ik het rondje ergens weer raken. Op 7,5 kilometer zie ik nog niks bekends en ik loop maar door. Veel meer dan 8 kilometer moet het niet worden. Als ie op 8 kilometer springt kijk ik even goed rond en zie ik een bekend stukje en daar loop ik heen. Waar ik rechtdoor ging eerder vandaag, stop ik nu mijn horloge en wandel ik ontspannen terug naar het zwembad.

Mijn horloge is tevreden, ik ben aardig warm en ik zit blijkbaar op een piek. Dat komt goed uit en geeft moed voor morgen! Trispiration Island Triatlon: here i come!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-28

Op maandag 10 augustus stond er zoiets raars op mijn schema, en nog wel in rode letters ook. R.U.S.T. Heel maf. Ik dacht nog de hele dag dat het een afkorting was voor Rennen, Uitfietsen, Steppen of Trailen. Of voor Roeien, Uitlopen,Springen, Tennissen. Alsof ik zou gaan tennissen! Rob opperde Ramen wassen, Uitbuiken, Slapen en Thuisblijven. Gezien de hitte (het is meer dan 30 graden) klonk Slapen en Thuisblijven wel goed.

De Belg die we zaterdag de laatste kilometers hebben meegesleept kwam met de mooie term Recupereren. Uiteindelijk hebben we het concept R-U-S-T dan maar geprobeerd op te vullen met Werken, Toiletten schoonmaken, Koken, Eten, Naar de winkel, M&M’s eten en op Tijd naar Bed. Dat heeft best veel te maken met dat rare geR.U.S.T. Al krijg ik er wel spierpijn van in de bovenbenen en word ik er moe van.

Dinsdag 11 augustus. Weer een tropisch warme dag. Het went. Een soort van. Het went om stil te zitten en te werken. Ik heb nog een klein beetje spierpijn in de bovenbenen. Verder herstel ik met gemak.

Ik wil ‘s avonds met Vincent gaan hardlopen. Maar onweer en buien dreigen. Dus gaan we meteen om 5 uur of zo snel als ik klaar ben met werken. Voor de IronmanVR moeten we 3 kwartier. Van mij moet er water mee en dik insmeren. Ieder een bidon vol water. Vincent heeft een route in de wijk, zodat we ook snel naar huis kunnen. De warmte is als een dikke deken, waar je doorheen moet. Alsof je door dichte wolken rent die je tegenhouden. We passen het tempo aan. De route loopt niet dicht genoeg langs de huizen voor schaduw. Ik dirigeer Vincent het bos in achter de wijk langs. Met de kilometers wordt het niet gemakkelijker. We drinken onderweg en gebruiken het water ook om onszelf nat te houden. Het gaat. Het valt me mee, maar het is echt zwaar. En het waait een beetje. Er dreigt donkere lucht in de verte. We houden hartslagen in de gaten en blijven 3 kilometer lang hardlopen.

Dan gaan we een stukje wandelen. Even bijkomen. Vincent heeft het te zwaar en de drie kwartier kan hem gestolen worden. Hij slaat de laatste straatjes over en gaat naar huis. Ik hobbel verder. Blij met tijden ónder de 7 minuten! Ik loop nog om het park. De zon is een beetje weg, maar de hitte drukt enorm. Ik hou mezelf goed in de gaten. Ruim 6 kilometer maak ik. In drie kwartier. Ik vind dat ontzettend knap.

Vorige week begon ik met hitte-adaptie. Mijn horloge meet hoe ik me aanpas aan de hitte. Ik – die hitte haat. Verbranden, teveel zon, warmte niet kwijt kunnen en een paar weken geleden zelfs nog ging het even heel slecht met kippenvel. Vorige week was de hitte-adaptie door rennen bij temperaturen boven de 22 graden 22%. En door op donderdag weer in de hitte te trainen, steeg dat naar 40%. Het gaat dus wel snel! In de Ardennen kwam de hitte-adaptie op 70%. Ik begin er dus echt aan te wennen! Vandaag heb ik doorgetraind naar 80%.

Fysiologische aanpassingen die het gevolg zijn van acclimatisering

Beter zweten

Verbeterde reacties van de bloedstroom in de huid

Verbeterde cardiovasculaire stabiliteit (vermogen om bloeddruk en cardiale output te behouden)

Lager metabolisme

(Volgens Garmin op https://www.garmin.com/nl-NL/performance-data/running/)

13 augustus. Omdat het nog niet meteen donker is en omdat het maar warm en droog blijft, gaan Vincent en ik woensdagavond een stukje fietsen. Lekker rustig aan, geen gejakker, geen verplichting: gewoon omdat het kan. Omdat we dan kunnen bijkletsen en omdat de UV-kracht van de zon voor Vincent lekker laag is. We gaan een heel ruim rondje Weerwater doen, via de Kemphaan en het Kerkuilenpad. Lekker kwebbelen onderweg. Bij het Weerwater was een heel mooi nieuw blauw fietspad.

Het werd wel redelijk snel donkerder. We fietsen niet over het Spoorbaanpad. We gaan door richting de Leeghwaterplas. En dan via ht Fanny Blankers Koen Park weer naar huis. Een lekker ritje van 28 kilometer.

13 augustus. Om half 6 ben ik al wakker. Vincent ook. We gaan vandaag voor de hitte uit lopen. Rondom zonsopgang. Het is stil op straat en Vincents horloge doet raar. Hij kan het lopen wel opnemen, maar alleen maar in het Engels. Voordat we bij de uitkijkheuvel zijn, is het al warm. En we hebben natuurlijk ook nog niet gegeten. We hebben wel allebei een bidon met sportdrank bij ons. Het tempo ligt laag, maar voelt aan alsof het heel hard zou moeten gaan!

Bij het tweede bankje stoppen we even om foto’s van de opkomende zon te maken. Het is wel erg mooi!

We lopen gewoon maar door en Vincent moppert dat ik wil dat elke kilometertijd met een 6 begint en dat we te snel gaan. We moeten 3 kwartier lopen om de Ironman-badge te halen. Het gaat steeds langzamer. Er is bijna niemand, op 1 fotograaf na. We zweten ons nu al rot! Iets voorbij het Oostvaarderscentrum is mijn energie opeens op en we wandelen een stukje. De 7 minuten over een kilometer zijn onvermijdelijk nu. Op het andere uitkijkpunt zitten ook mensen. We zijn niet de enigen die weinig slapen met dit warme weer!

Heel rustig hobbelen we weer naar huis. Vooral het viaduct op gaat in jog-jog-tempo. Het is 7 uur en nu is het al heet en boven de 25 graden! We gaan door het park. Ik moet naar de WC en ik ben er eigenlijk wel klaar mee ook. We maken 3 kwartier vol en halen 7 kilometer. De rest van de dag koel ik niet meer af en blijf ik moe. Dit is niet de beste combinatie voor me: vroeg, nuchter én bloedheet.

14 augustus. Op deze dag wordt het koeler. Tegenwoordig is alles onder de 30 graden “koel”. Ik ga met Manuel fietsen. Dat is een hele tijd geleden! Ik heb veel te kletsen en Manuel is gewaarschuwd. Ik erger me aan mensen en hun gedragingen. We fietsen naar de manege en dan door naar Nobelhorst over het nieuwe fietspad. We hebben geen haast en ik klets Manuel de oren van het hoofd. We rijden langs de Shell en via de dijk naar Almere Haven. Het zit daar vol kleine vliegjes die overal tussen kruipen en blijven plakken en die door mijn gekletst ook naar binnen vliegen! Blerghhh. We kijken goed uit bij de nieuwe drempels die in de havenkom liggen en blijkbaar gevaarlijk zijn voor fietsers, maar wij gaan niet zo hard. We zijn al snel bij de Hollandse brug en passen weer even op voor het zand bij Almere Duin. Ik had 3 uur moeten fietsen vandaag, maar ik merk al dat ik daar gewoon totaal geen zin in heb. Op de dijk wordt dat ernstig versterkt door tegenwind. Ik heb van tevoren gekeken op windfinder.com, maar die voorspelde zeker te weten windkracht 1 uit het zuidwesten. Als wij daar fietsen is het windkracht 3 uit het noordoosten. We rusten even op het bankje bij het Da Vinci pad.

Als we weer zijn opgestapt hebben we al snel zo genoeg van de wind dat we door de Noorderplassen terugrijden! Langs het behoorlijk lege strandje en langs de atletiekbaan en dan rijden we door onze eigen wijk en nog langs het Oostvaarderscentrum. Omdat we de 50 kilometer willen halen. Ik dacht erover om via het Kotterbos om te fietsen, maar de Evenaar is prima. hier zitten namelijk weer wolken vol vliegjes die irritant zijn. Het is op de fiets niet echt te warm. We fietsen 2 uur en een kwartier. Was echt weer een keer leuk om met Manuel te fietsen!

Zaterdag 15 augustus

We gaan de schuur opruimen. In de ochtend is het koel en ‘s middags gaan we naar de stort. Tot zover het zwaarste deel van de dag! Om 4 uur gaat Vincent zwemmen in het zwembad. Ik ga hardlopen. Ik heb mijn badpak aan onder de loopkleding om na Vincents training te gaan zwemmen. Intussen is het weer onbarmhartig opgewarmd! Ik ga het Beatrixpark in op zoek naar wat schaduw. Ik ga ongeveer 3 kwartier aan het lopen. Ik cirkel overal tussendoor en kies zelfs een keer een zandpad! Het gaat redelijk; als je niet naar het tempo kijkt, maar naar het feit dat ik dit dóé! Ik zweet me leeg.

Ik ga ook nog een keer het park de andere kant op door. En dan over de berg heen natuurlijk! In de volle zon. Na vorige week valt de hoogte wel mee, maar ik wil liever in de schaduw lopen! Toch ga ik nog een keer de volle zon door en dan terug naar het zwembad. Ik vergeet het horloge uit te zetten, waardoor de zevende kilometer langzaam is. Ik pak de zwemspullen en doe een ander zwempak aan, deze is al doorweekt zonder in het water te zijn geweest!

Ik ga lekker met 1 iemand anders in baan 1 zwemmen. Zij doet haar eigen programma en er is eerst geen trainer, maar een mede-zwemmer offert zich op en geeft wat op. 4 keer 100m, waarvan de eerste keer de eerste 25m snel, de tweede keer de 2de 25m enzovoort. Ik probeer baan 2 bij te houden en soms lukt dat en soms keer ik langzamer en lukt het niet. We doen ook 3 keer 150m met de eerste, tweede en laatste 50m versnellen. Ik doe lekker alles met achtje. Het gaat. We mogen 100m een andere slag doen, maar ik hou gewoon de borstcrawl aan. En dan het hele riedeltje nog een keer. Ergens bij de 100tjes raak ik de tel kwijt en na 2 keer 150 heb ik het helemaal gehad. Ik hoefde (van mezelf en het schema) maar 3 kwartier. Uiteindelijk zwem ik de 2000m vol en ik stop maar ietsje eerder. In het kleedlokaal hoor ik al die andere gewéldige atleten en ik ben sjachereinig als ik wegga, want wat ik doe stelt dan niet zoveel voor en ik schep er zeker niet over op! Na het eten staat er nog 1 onderdeel open: fietsen dus!

Vincent gaat lekker mee en hij doet de route. Ook iets van 3 kwartier. Hij moet de route verlengen. De lucht is prachtig. We rijden over de Trekweg met wind mee. En dan terug langs de Vaart. Grappig dat Vincent zijn route moet oplengen, maar daar leert hij van! We fietsen een klein uurtje. Dan heb ik alle drie de sporten op 1 dag gedaan. Ik weet niet of anderen dat niet nodig hebben of dat niet doen, maar ik doe alles niet op een hele hoge intensiteit. En ik dóé het wel! Net zoals de schuur opruimen en andere huishoudelijke klussen.

16 augustus. Ergens in huis klinkt een alarm, maar ik moet toch vroeg op. Om 9 uur sta ik bij knooppunt 63 op ZGvG te wachten, zodat we samen naar de Stichtse Brug kunnen fietsen voor de Trispiration Triatlon. Ik heb mijn triatlontas bij me, die raar zwaar is. Ik ken de weg en we kletsen de hele tijd, terwijl het tempo heerlijk hoog ligt. We zijn er binnen 3 kwartier, maar ik heb dan pas 18 kilometer gefietst en we hebben tijd over. Ik ga de brug nog een keer op en af. En dan komen er meer dames. We zijn met een heel clubje. JB gaat ons uitleggen hoe we moeten wisselen, maar door haar vakantie en privé-omstandigheden is het niet heel erg sterk voorbereid. We gaan oefenen om met de fiets te lopen.

Ik leun op de fiets en luister…..

Ik kan dat niet zo goed, maar als ik mijn zadel met rechts vasthou, gaat het opeens prima! Ik vind het nog altijd een beetje eng om op mijn fiets te springen. Ik heb vandaag een trisuit aan. We gaan het in het echt oefenen met een stukje fietsen de brug op en af en een stukje rennen over een bospad. Ik doe sokken aan en handschoentjes. Iedereen doet zijn eigen dingetje. Voor mij zijn de afstanden net te kort om echt vast te klikken en snelheid te maken of in een loopritme te komen. We doen het nog een keer, maar dan vanuit het water. Het water was echt lekker koel! Ik zat te rommelen met mijn horloge.

Ik hoefde niet snel te zijn ofzo, gewoon even proberen. Ik vond het wel alweer warm worden. Houdt dat nu nooit op?

Daarna wordt er een hele hoop gekletst. In de zon. Gezellig, maar hoewel ik iets anders dacht, gaat het me nu niet meer om de gezelligheid. Ik weet wat ik volgende week mag doen bij de halve triatlon en ik weet hoe ik dat zal aanpakken. Nu wil ik zwemmen! De rest gaan aan het strand zitten, maar ik en JvR gaan zwemmen. Van boei naar boei. Heerlijk! Het water is op een prettige temperatuur, ik hoeft geen wetsuit aan en er is maar een klein stukje plantjes. Ik zie de boeien goed en wacht bij de boei elke keer op JvR. We zwemmen een dik half uurtje en ik heb 1450m gezwommen.

En dan wil ik weer niet in de zon hangen, maar terug naar huis fietsen. Met hetzelfde trisuit gewoon nog steeds aan. Deze keer hebben ZGvG wind tegen en ik ben wat vermoeider, dus we gaan niet zo hard. Ik verberg het door lekker te kletsen!

Als ik thuis ben, wil ik eigenlijk ook nog een stukje hardlopen. Vincent gaat node nog even mee. Het is bloedjeheet. Het gaat wel. We lopen om de wijk heen. Op conversatie-tempo. Het trisuit wordt nu net zo nat als toen ik aan het zwemmen was! Ik hoeft van mezelf maar 3 kilometer hard te blijven lopen. We zoeken wel de schaduw op. De laatste kilometer wissel ik wandelen en dribbelen af.

Al met al heb ik bijna 11 uur gesport. In een week dat het heet was. In een week na de Trail de Fantomes. Ik kan ook zeggen dat het allemaal wat langer duurde, doordat het niet hard of intensief ging, maar HALLO, hitte+zware trail+werken+schuur opruimen en dan ook nog 11 uur sporten= best wel heel oke! Door naar de volgende challenge volgende week: nog meer werken en een halve triatlon in Amsterdam!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-27 De Trail de Fantomes

Vorig jaar ergens hebben Joyce en ik bedacht dat we wel een keer samen een echte trail willen lopen. Een wedstrijdje. We dachten dat we 33 kilometer wel zouden redden. En dan de grote van de groten: de Trail de Fantomes! Ingeschreven ergens in december, maar 2020 bracht ons andere zaken: eerst een blessure van Joyce waardoor ze pas in maart weer kon gaan opbouwen en toen vanaf maart legde Corona de plannen stil. We trainden door. En werd daar de ene na de andere wedstrijd afgezegd, de Trail de Fantomes bleef heel lang staan. En toen was daar opeens het bericht dat het doorging!

In een -voor ons en mij- ideale vorm: geen duizenden lopers die op 1 dag starten tegelijk, maar maximaal 150 deelnemers per dag, verdeeld over een maand. Je kon zelf je dag kiezen. De route was anders dan normaal, de afstanden-keuze beperkter. Wij kozen voor 27 kilometer en legden de B&B vast in het startdorp Maboge. We trainden verder en ik verzuchtte: “alles best, als het maar geen 25 graden of meer wordt….” Helaas voor mij was dat ijdele hoop. Temperaturen boven de 30 graden werden voorspeld. We hadden negen uur de tijd voor deze race. Maar hoe hou ik mezelf 9 uur op de been met de voeding?! Samen met de trainer bereidde ik alles zo goed mogelijk voor. En toen bleek dat we een uur eerder mochten starten, was ik behoorlijk blij! De langste tijd dat iemand er over had gedaan was 8 uur. Wij gingen niet voor een tijd. Deze twee poldermeisjes gingen dit doen.

Vrijdag 7 augustus gaan Joyce en ik naar de Ardennen. In een auto zonder airco, maar we kletsen ons ongans. De hele route door. We stoppen een keer voor een broodje en ik neem 2 bolletjes met rauwkost. Jammie! Ik was brood en lunch vergeten. We deden het stukje bij beetje. Eerst Maboge vinden, dan door naar de punten waar we extra water/sportdrank/cola gingen plaatsen. Het was even zoeken en we zagen geen bordjes, maar we zaten echt op de route volgens het horloge.

Hier is ongeveer het 21 kilometerpunt en er staat een geel plastic tasje met onze eigen bevoorrading.

We zochten ook bij de post bij Nadrin hoe het eruit zag en extra spullen plaatsen. Dan naar de B&B. Dat is gek, met een mondkapje. De kamer is groot en dubbel uitgevoerd met een boven en een beneden. Dan naar La Roche om te eten met macaroni. Het wordt spaghetti met 4-kazen. Ik heb de hele dag sportdrank gedronken. Lekker gegeten en toen weer naar de b&b voor thee en kippebouillon en alles klaarzetten. Ik sliep boven in de hitte en Joyce beneden. Nou ja, slapen…. ik heb wel veel wakker gelegen. Uit onrust. En ik moest plassen.

Om 6 uur ging de wekker. Bolletjes eten. Ik had trek (niet zo best) en at er moeiteloos 2 en een derde tijdens het aankleden. Om kwart voor 7 ontbeten we beneden en nam ik extra kwark met banaan. Ik dronk nog een bidon sportdrank leeg. We hadden afgesproken dat we bij elkaar zouden blijven, hoe dan ook. Samen finishen of samen niet finishen, geen andere mogelijkheid. Van andere lopers hadden we gehoord dat het veel vallen was en een grote hike in plaats van hardlopen. Dat baarde ons zorgen. En het zou heet worden. Bloedheet. 35 graden. Daarom mochten we dus al om 8 uur starten. Daar stonden we dan met een man of tien. Ik vond het 1 keer overweldigend spannend, maar meestens was het te doen qua stress, omdat we samen waren. 

We zouden rustig beginnen en elke kilometer onder de 15 minuten was winst. De start lag verderop. We dribbelden en ik starte mijn horloge later, net voor de start. Vanaf daar ging het naar beneden. Onverhard, breed pad. Joyce zei de hele tijd: “naar beneden is geen goed begin, want we moeten omhoog!” Maar ik vond het lekker met een tijd van 7 minuten de eerste kilometer te doen. Dat was winst! We werden veel ingehaald, dan stapten we gewoon opzij. Ieder zijn eigen race. Toen ging het even stijgen. Dat was slikken. En daarna ging het heftig stijgen. Ik herkende dat. Van boomtak naar boomtak. Klimmen. Stap voor stap. Laat het rennen maar zitten. En dan een prachtig uitzicht als beloning.

Ik ben hier volgens mij wel ooit eerder geweest in 2016.

Daar rennen de anderen voorbij, maar wij maken een foto. We blijven op hoogte en smal pad. Stijgen kost meer tijd, maar de tijd blijft op 10 minuten.

Op 5 kilometer gingen we aan het stijgen. Zonder rennen. Een stel liep ons voorbij. Ik kan stijgen, gewoon rustig. Niet rennend. Joyce blijft iets achter. Ik stap door en door. Op exact 5km neem ik een gel. Ik ben trots op mijzelf!

Boven wacht de man op zijn vrouw, maar in de felle zon kan ik niet wachten. Ik wacht in de volgende bocht op Joyce. Op cp1. Een mooi, smal, redelijk vlak pad met veel groen. Joyce geeft aan dat ze het heel, heel erg zwaar heeft. Ik maak me zorgen, maar wil haar niet dwingen. Al moet ik haar startnummer nemen, zij zal ook 27 lopen! Maar goed, we beslissen nog niks. Ik voel me prima en de gel werkt goed.

Hier loop ik hardop Het Land van Maas en Waal te zingen! En andere kinderliedjes. Gewoon omdat het kan 🙂

Ik drink veel, lekker lurken. We komen op de afslag voor de 13 en dat herkende ik van vorige keer. Godzijdank hoeven we nu niet de heftig zonnige helling op, maar mogen we langs een prachtig riviertje lopen. Omhoog. Ik ga en ga en ga en ga. En dan even wachten tot Joyce er ook is. Nu is het uitkijken naar de post op 9 kilometer. We lopen over een breed pad te kletsen. Nouja, ik klets 🙂 dan komen we in Nadrin op de verharde weg. We proberen even te rennen, wat raar voelt na al het flinke doorwandelen en op asfalt in het zonnetje. We moeten even goed kijken en daar is onze persoonlijke bevoorrading! Ik drink de 500ml sportdrank moeiteloos leeg. Met verbazend gemak.

Zo ziet de post eruit. Tonnen met water en een vuilniszak.

Even wat kletsen bij de post en dan door. Nog even verhard, maar al snel een smal pad op. We gaan weer stijgen en ik voel me echt top door de sportdrank. Op 10km sla ik de gel over. Ik maak me wel zorgen dat ik niet genoeg water heb en neem een flesje over van Joyce, dan draag ik het tenminste zelf!

We lopen langs de rivier en dat is mooi en goed te doen en we blijven rennen. Joyce gaat mee de 27 lopen. Hoe langzaam ook. Ik vind dat geen probleem en ga niet voor haar uit lopen. Wel stukken, maar nooit ver. Joyce loopt achter me langs de prachtige rivier en er wandelen 2 jongens tussendoor. Dan gaan we stijgen. Door weer een prachtig dal en ik voel me perfect en ga maar door.

Ik sta stil voor checkpoint 2. Het duurt lang voor Joyce komt en ik ga zelfs even terug (wat gaat dalen toch veel gemakkelijker).

Joyce heeft met de knullen gekletst. We lopen samen cp2 over. Dan een stukje verharde weg op in de volle zon. Het is pas half 11. Meestal valt de warmte mee, vooral in het bos. Maar op de open paden warmt het nu wel flink op. Wij wandelen flink door en joggen als het afdalen en de zon dat toelaten en het pad wordt heel smal. Ik klets weer.

We komen bij een kruis en dalen af naar de rivier. Over een breed pad naar beneden in de zon. Het uitzicht is mooi en ik maak een foto.

We komen langs de rivier en dat loopt gemakkelijk. We rennen weer. Ik verbaas me dat het pas 11 uur is. De camping is vol aan de andere kant. Al die mensen hebben het warm, maar wij niet echt. Mijn telefoon is leeggelopen. Het fototoestel is aan blijven staan. Ik vervloek mezelf eventjes. We moeten een viaduct op en we staan ineens op een overvolle hete parkeerplaats aan het Nisramont meer. We mogen snel het bos in en dat vind ik fijn. Ik word gek van al die mensen. De aftakking voor de 42 laten we links liggen. We dalen weer even. Maar al snel staan we tussen de kanoërs die geen stap opzij doen en me onwijs irriteren. Ik heb geen tijd om me druk te maken, want we moeten de dam over. Niks voor mij.

Er zijn doorkijkluikjes die ravijnen voor me zijn. Ver omlaag kijken aan de ene kant en ik wil er snel weg, te druk en onrustig. Dan weer omhoog.

De pijlen en de route zijn onmisbaar en erg duidelijk. Hier is de 42 kilometer afgesplitst.

We komen wandelaars tegen die 15km doen. Dan flink stijgen en 1 keer boven zien we niet direct een bordje. De route is onwijs goed bewegwijzerd. Kan niet missen. We lopen even verhard en zitten op 16km, maar we zien geen post. Wel een man met ‘n Mercedes en drank. Joyce gaat hem vragen en hij is niet van de post, maar heeft wel koel water. We drinken opeens veel. Mijn water is zo goed als op. Een paar tellen later staan we toch bij de post en bij cp3. Ik vul mijn waterzak.

Even een appje naar huis en mijn telefoon bijladen. En dan verder afdalen, maar ik merk dat m’n waterzak klotst en dat is niks. Niet te rennen. We komen langs de rivier, maar daar is niet te lopen. Het pad ontbreekt grotendeels. Ik vind het niks en voel me instabiel door de drinkzak die klotst.

Op en neer over stenen. Vreselijk vermoeiend. Ineens staan we voor een rots die steil omhoog gaat. Met een touw.

Dat is een inspanning! Daarna gaat de stijging nog verder. Zonder touw weliswaar, maar het blijft omhoog gaan en de zon is inmiddels voelbaar. Aan de andere kant van het dal zitten mensen op een steen. Ik ga een heel smal paadje in, wat nog verder stijgt. Gelukkig merk ik het niet, maar Joyce is hier en daar tijdens de tocht wel bezorgd over de afgronden vlak naast de smalle paden…. Joyce zei nog: naar de volgende post kost ons uren en ik kon dat maar moeilijk geloven. Maar deze kilometer kost ons een half uur!

Zo gaat het omhoog! Wij komen van beneden.

We liepen even vlak. Intussen is het rustig om ons heen. Lekker! Wel raak ik het spoor wat bijster. Ik besluit onmiddellijk een gel te nemen. Boven ontlucht ik de rugzak eindelijk. We lopen door de felle zon en intussen is dat echt loeiheet. Dan het bos weer in omhoog en ik stap flink door. We tellen nu de hellingen af. Maar dat is nog een foute inschatting! Ineens moeten we weer met een touw omhoog. Dat kost echt kracht.

Maar dan ben je er dus nog niet! Dan moeten we naar beneden!! En dat is nog steiler. Ook met touw ga ik op mijn bips omlaag.

Letterlijk en figuurlijk niet geheel vlekkeloos. Het touw is nog niet eens de helft van de afdaling en we zoeken ons een weg door een droge rivierbedding met losse stenen. Deze kilometer duurt meer dan een half uur en ik voel me gesloopt. We zitten straks op een halve marathon na een uurtje of 4,5. We gaan gewoon omhoog en ik kijk uit naar de extra drank, al ligt die niet precies op de route. Ik ben even volledig alleen in een stuk bos waar het stil en prachtig is.

Zie hoe duidelijk de pijlen de weg aangeven!

Ik krijg Joyce niet geappt dat ik door wil lopen voor de drank, maar ze is dichterbij dan ik dacht. We zijn ruim op 21 kilometer en ik moet iets extra hebben aan voeding. Ik loop om, terwijl Joyce op me wacht op de route. Ik wandel alleen nog maar. Dan moeten we 6 kilometer ook redden.

Ik klok de sportdrank weer weg. We stoppen de flesjes weg en vinden zeer welkome pretsils (chips) om te eten. We hobbelen weer stukjes naar beneden, maar de benen voelen pappig aan. Flinke looppas is ook goed. Breed pad. Doorlopen. Nog 3 beklimmingen. We zijn bijna bij de rivier en dan weer omhoog. Nog een touw denk ik, want we raken er bijna aan gewend. De rust is van korte duur, want naar beneden volgt razendsnel. Met touw. Dit is wel de steilste.

Ik ben er bijna klaar mee en het laatste stukje geef ik me over en vertrouw ik even op het restje evenwichtsgvoel. Dan door een dalletje en nog 2 zware beklimmingen. Een touw, met knopen erin. Dus echt optrekken. Hijgend sta ik boven.

Weer door, want we zijn nog niet op de helft naar boven. Het blijft een breed pad. Ineens sta je boven in de felle zon. Die is zo heet dat je echt lucht als een dikke deken op je voelt. Je zou bijna naar de bosrand willen rennen, maar dat kan niet meer- dat rennen. Er staan bordjes langs de kant hoeveel kilometer het nog is. En een kilometer met klimmen en afdalen kan zomaar veel tijd kosten. We worden moe en ik weet het niet meer precies. Het was een mengeling van aftellen, angst voor wat nog komt aan dalen en overleven. De kans om te vallen wordt groter met de tijd die je onderweg bent en vermoeid raakt. Je moet de hele tijd onafgebroken letten op de route voor je, op boomwortels, stapjes en je voeten op blijven trekken. Ik heb gemerkt dat lurken aan water en stijgen mij goed helpen, omdat ik dan ook door mijn mond adem en ik dan drink. We dalen gewoon af langs de rivier. En dan weer omhoog. Dan ben je al lang blij dat het geen gedoe is met touwen. Het is de laatste grote stijging. Dan komen we weer aan de rivier. Daar staat een jongen te kotsen. Hij is er slecht aan toe en wij gieten water over hem heen. Hij loopt met ons mee. Joyce kletst tegen hem.

Ik geef hem een winegum en hij krijgt onze cola. De Belg uit Brussel knapt op. Ik wil alleen maar de rivier oversteken, maar dat is nog een keer omhoog en omlaag. Ik kijk er naar uit en vertrouw de slecht voorbereide Belg niet zo erg. We lopen langs koeienvlaaien en gras langs het water.

De laatste kilometer lijkt een eeuwigheid. Een oneindige opgave. Ineens moeten we nog een keer door de stof omlaag. En dan eindelijk de rivier. Koel. Zonder angst stap ik er doorheen.

Jonas gaat liggen. Hij koelt teveel af. Weet niet zo goed wat hij doet, die gast: hij dacht er 2,5 uur over te doen op een litertje water en zonder telefoon of startnummer. Het is hier druk rond de rivier de dagjesmensen verkoeling geeft. Kan ik niet meer hebben. Ik wil finishen binnen 6 uur en 39 minuten. Het is nog “quarante” (??) meters volgens die Franse mevrouw, maar mijn hoofd kon daar geen kaas van maken. Omhoog. Nog meer stof en stijgen. Ik ben er klaar mee. Laat dit maar afgelopen zijn. En dan sta ik boven voor de finish. Ik wacht op Joyce. Er komen auto’s voorbij en er zijn heel veel mensen. Nu moet Jonas maar een foto van ons maken; is ie niet voor niks meegegaan!

Het is gelukt binnen 7 uur, binnen 6 uur en 45 minuten zelfs.

Ik ben flabbergasted. Het is zo druk, zo onoverzichtelijk. Ik wil de 28 volmaken, ik wil hier weg, ik ben blij, ik ben trots op Joyce, ik ben blij dat de voeding klopte, ik ben er klaar mee, ik wil Jonas netjes afleveren, we zijn geen moment in gevaar geweest, we hebben het gewoon geflikt en ik wil drinken. Maar bovenal tol ik. Alles in en aan me tolt. Meer figuurlijk dan letterlijk. Ik app Rob en Vincent dat het gelukt is. Ze zijn blij voor mij. Ik loop op en neer. Moet uitkijken voor auto’s en dan met Joyce terug naar Maboge. Ik blijf nog even tollen. Foto bij de zuil.

Waar we 7 uur geleden ook waren! Maar nu met modderbillen….

De klok slaat drie uur. Medaille halen. Mondkapje op. Een plekje zoeken. Bier drinken. Appen met de trainer die gelijk reageert. Emoties. Joyce kletst. Ik drink bier!

Het is lekker, maar raakt me hard. Ik waggel de b&b weer in. Als een bezopen katje. Kletsen met een triatleet. Rust. Dan pas lijkt het heet. Ik ben niet verbrand, heb alles goed gedaan met voeding en daar ben ik super-super tevreden over. Ik drink een liter chocomelk als hersteldrank. Geen schuurplekken, geen pijntjes, maar wel overweldigend moe. Na de douche ga ik een half uurtje slapen! Daarna krijg ik een aanval van extreme sjacherein en gaan we eten in La Roche.

De hamburger valt erg tegen en de friet krijg ik niet weg. De honger ontbreekt ook. Mijn zin is op. Ik functioneer. Da’s alles. Rij mee, bel met Rob en Vincent. We hebben er officieel 6 uur en 36 minuten over gedaan. Daarmee zijn we niet laatste geworden, zelfs niet in de top 10 van onderaf. Ik slaap in de koelere kamer beneden naast Joyce. Al die social media maakt me bijna gek. Ik kijk morgen maar. Nu slaat de kerkklok al niet meer (die stopt om 10 uur). De dag zit er op. Challenge 1 van 3 afgerond. Met een dikke, dikke voldoende!

9 augstus. Na een nachtje redelijk slapen, maar niet teveel, pakken we de rommel in en gaan nu lekker van het uitgebreide ontbijt (met chocoladebroodjes) genieten! En kletsen met de vrouw van de triatleet. Joyce en ik hebben gisteren bier gedeeld na afloop, maar mijn ‘prijs’ ligt nog te wachten: zwemmen in de Ourthe! We lopen erheen (mondkapje op) en dan ga ik het water in. Ik loop terug voor mijn schoenen. In het water twijfel ik even, maar als je er eenmaal door bent is het heerlijk!!

Het is net diep genoeg om op en neer te zwemmen.

lekker laf met een achtje!!

Even later komt Joyce ook en ik ga ietsje verder. Door al het stoppen, raakt mijn horloge de lengte totaal kwijt. Joyce’ horloge is er nog veel erger aan toe, die heeft nog nooit gezwommen in open water!

Ik ga op en neer zwemmen, terwijl het snel drukker wordt. We maken foto’s en ook filmpjes. Op de bodem kun je heel goed de steentjes zien. Het is geweldig om hier te zwemmen!

Als ik voorbij de boom zwem, zie ik opeens 2 dikke grote vissen naast me! Ik schrik me het apezuur. Gelukkig kun je overal staan. Ik ben niet bang, plantjes en nu ook stenen ken ik wel, maar dikke vissen…. Dat is nieuw!

Eigenlijk is een half uurtje nog veel te kort, maar we moeten nog verder inpakken, afspoelen en naar huis rijden.

Ik ben trots op d’r! Met haar sneeuwmannenbadmuts!!

Ik heb geen andere schone kleren meer dan de reserve-sportkleding. pas tegen half 12 verlaten we de B&B, maar niemand doet moeilijk. Op de weg terug halen we lekkere broodjes die we in de auto opeten, omdat het REGENT dat het giet! Een enorme onweersbui trekt over. Wij hebben medelijden met de andere deelnemers, maar gelukkig bereikt dit noodweer Maboge niet. We zijn rond 4 uur weer thuis en daar lijkt het veel heter. Ik heb voor Joyce nog een kettinkje met een hardloopstertje gekocht, voor ons allebei dezelfde. Ik ruim snel alles op. Nu eet ik wel lekkere Almeerse friet en een echte huis-hamburger! En dan ga ik met Vincent uitfietsen!

De zonsondergang in Almere. Niks saais aan zeg ik!

Het gaat heel rustig aan. Niet omdat ik ergens last van heb, maar omdat ik heel moe ben. Heel moe! Het was een prachtig avontuur. Geweldig. Het voelde als een vakantie. Een belevenis. Iets om later, als deze poldermeisjes oud zijn, met veel genoegen op terug te kijken! Bovenal was het fantastisch om dit samen met Joyce te doen. Als ik alleen was geweest, was ik waarschijnlijk een half uurtje sneller geweest. Maar dat half uurtje weegt in niets op tegen het feit dat we dit samen mochten en konden doen. Echt fantastisch!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-26

26 juli

Een run bike run. Het zou heet zijn. Vincent fietste mee. Eerst het rondje van 7km (langs de Oostvaardersplassen) tegen de klok mee. De wind maakte het koel. Tempo moest in z2 blijven. Dat ging prima, tot ik onverhard ging, toen was het moeilijk laag te houden. Vincent gaf me netjes sportdrank aan, die ik dronk zonder te stoppen. Was best druk, vooral met kinderwagens. Over de berg heen gelopen. Vincent fietste regelmatig vooruit, maar dat was niet erg. Het tempo nam af. Ommetje gemaakt door het bos, om de 7km zeker te halen. Netjes ruim 45 minuten gelopen. Rode trisuit aan wat ooit van SG was en mij nu uitstekend past en wat heerlijk zit. Ingesmeerd. Witte schoenen aan.

Fietsen- alleen. Route van Vincent, maar de eerste 5km door de stad kosten teveel tijd. Toen op het fietspad gebleven. Zelf een route uitgezocht zo lang mogelijk langs de Vaart gebleven. Richting de dijk over het industrieterrein. Heerlijk hard op de dijk en toen nog via de Evenaar naar huis om 20km te halen, maar net niet binnen 45 minuten. Onderweg bijna de bidon leeg gedronken!

Weer hardlopen. Vincent mee. Gel genomen voor ik ging lopen. Rondje nu met de klok en de wind mee. Nu in zone 3. Even inkomen. Toen ik in zone 3 zat aan het einde van de straat ongeveer, toen kwam ik in een ritme en ging het wel goed. De berg weer over. Het ommetje even overgeslagen. Daarna onverhard blijven en toch weer merken dat dat minder gemakkelijk is. Op 3km bij het bankje een gel genomen, even heel kort pauze.

Vincent kwam iets later. Ik liep een jongeman bij, die ging net iets minder hard. Daardoor ging ik harder en net zone 3 uit. Hij zag mij/ons echter en ging versnellen. Dan wil je er achter blijven. Liep niet fijn, liep iets teveel leeg. Onder het treinviaduct weer een korte stop voor sportdrank, want ik zat vol met de gels. Toen de zon in en de wind tegen en het werd iets moeilijker het viaduct op. Ik liet het tempo gaan, al liep ik tot nog toe onder de 6 minuten per km. De hartslag liep op en het tempo liep af. Het was nog even afzien en vooral aftellen. Vincent jatte het adagium” fluffy as a cloud” en ik probeerde te denken aan voetafwikkeling en arminzet en naar de wolken kijken. De laatste kilometer gingen aanzienlijk trager en intervallen zaten er niet meer in, maar ik probeerde het nog even. 7 KM net niet in 42 minuten en toen voor de deur even uitpuffen en uitzweten. (kijk, zo kort kan het hele verslag dus ook 🙂 )

Week zonder Garmin. Met 7,5 uur sport. Als je het wandelen niet meerekent. Anders is het 10,5 uur. Ik vind dat het wandelen wel degelijk meeteelt! En van de trainer mag het. 10,5 uur dus. 😐

Maandag 27 juli. Ik wil fietsen. Maar eerst moet ik werken. En dan eten maken en eten. En daarna spelen we Geogessr in Canada (dat is onze vakantie dit jaar). Ik heb Vincent overgehaald om mee te gaan. Als we onze fietsen willen pakken, regent het. Mij kan je niet sjachereiniger krijgen! De hele dag lekker weer en net nu buien. Grrrr. Ander plan dan maar: op de mountainbike. Dat is passen en meten, want Vincent wil niet op zijn groene fiets en op die van Rob past hij minder goed dan op de mijne met Robs zadel. Volg je het nog? We gaan rustig trappen en snel nog een jasje aan en dan gaan we. Eenmaal op de fiets bedenk ik een rondje Weerwater. Maar zonder het Spoorbaanpad. We moeten om door Almere Haven, want ‘t Rondje Weerwater is niet meer wat het geweest is met alle bouwwerkzaamheden voor de Floriade. Het zal ooit weer mooi worden, maar nu nog niet.

Dan rijden we terug onder de hoogspanningsmasten door. We kletsen en het wordt al wat donkerder. We gaan richting de manege en dan bedenk ik dat we onverhard kunnen rijden. Dat vinden we gaaf. Vincent nog meer dan ik en nu is hij opeens weer om met mountainbiken! We gaan daarna nog even onverhard bij de Eilandenbuurt. Ik vind het altijd een beetje lastig en akelig en eng, omdat ik het gevoel heb dat je kunt vallen. Dat mis ik op de racefiets. We trappen toch 25 kilometer weg.

28 juli. Vincent moet infietsen en dan 3 kilometer heel hard lopen en dan uitfietsen. Hij heeft er de hele dag over kunnen nadenken hoe en wat, maar op het moment dat we naast de fietsen staan, lijkt hij nergens over te hebben gedacht. Ik app gauw Joyce, die gelukkig thuis is en we gaan 20 minuutjes infietsen naar haar huis, zodat Vincent langs de Vaart een lang, recht fietspad heeft om te lopen. We fietsen om via de manege zodat we 20 minuten halen. Bij Joyce kleedt Vincent zich om en ik ga naast hem fietsen bij het lopen. Dat bevordert niet mijn tempo, maar dat is niet zo erg. Hoe de wind precies waait, blijft raadselachtig. Ik roep tegen Vincent dat hij vooruit moet kijken, dat het goed gaat, dat hij zijn tempo hoog moet houden en dat het naar beneden gaat.

Ik zie dat hij niet lekker loopt. Gespannen, hoge schouders, onrustig. Hij doet zijn best en ik zeg er niks van, maar een toptijd wordt niet voor hem. Misschien zit er toch nog wat kamp in de benen. Of heeft hij gelijk en past rennen na fietsen hem niet zo best. In elk geval keren we op tijd en zou ik nog altijd een moord doen voor de kilometertijden die hij haalt! 14 minuten en 12 seconden. Ooit, ooit lukte mij dat ook. Tien kilo geleden. We halen de fiets weer op. Nu gaan we de andere kant langs terugfietsen, want Vincent moet 40 minuten uittrappen. De donkere luchten zijn mooi, maar dreigend. We voelen een paar druppels als we de sluis overgaan. In het Wilgenbos lijkt het harder te regenen, maar door de bomen merken wij dat nauwelijks. Als we de dijk omhoog gaan, halen we 2 dames in en ik zeg ze nog dat niet heel de polder plat is. Op de dijk is het nat. Daar heeft het (hard?) geregend, maar nu is het voorbij. Dat vinden we lollig. Ik denk er de hele tijd over of ik nog 10 minuten zo hard mogelijk ga lopen of dat ik die maar zal skippen omdat ik morgen ook al ga hardlopen. Ik twijfel enorm. Het schemert ook al intussen. En dan wil Vincent meefietsen, omdat ik dat voor hem ook heb gedaan. Als we de straat inrijden weet ik het opeens: ik doe het gewoon! Kijken hoe ik op dit voor mij ideale tijdstip en na het fietsen nog kan lopen. Ik wissel schoenen en Vincent gaat mee op de racefiets. We lopen de straat door en dan komen we de mevrouwen van de dijk weer tegen! Ik weet niet of ze ons herkennen, maar ze zeggen heel vriendelijk: sportief hoor. Ik heb al geen puf meer om het Vincent te vertellen. Ik ren gewoon zo hard ik kan en alle onzinnige opmerkingen die ik tegen Vincent maak als hij rent, krijg ik terug.

De eerste kilometer lukt nog wel, maar dan merk ik al dat ik nog steeds een dieet volg. Ik zet door. Ik kan veel dingen niet (zo goed), maar doorbijten lukt me. Ik zit niet onder de 5 minuten. Eigenlijk wilde ik 2 kilometer lopen in 10 minuten, maar dat ga ik net niet redden. Ik moet ter plekke de route bedenken en maak nog een ommetje rond het huis. Het is intussen eigenlijk donker. Ik doe er 10 minuten en 17 seconden over. Ik druppel helemaal leeg, maar ik ben altijd snel weer bij. Ik kan het ook nog!

woensdag 29 juli. Omdat Garmin er een tijdje uitgelegen heeft, moest ik de route via Komoot op de Apple Watch volgen. Weer eens iets anders… we gaan vandaag de N70 lopen. Dat is een route bij Nijmegen en Berg en Dal en naast Zuid-Limburg zijn hier de meeste hoogteverschillen. Een goede en broodnodige training voor de Ardennen! Maar ik zie er wel wat tegenop. Gelukkig is het weer Perfect. Droog, bewolkt en een graadje of twintig. We rijden met de Mercedes naar het beginpunt en gelukkig kunnen we dan kletsen! We zijn er om kwart over 11. De nieuwe herzogsokken heb ik snel aan. Dan moeten we hoognodig een bosplas doen voor we gaan. Daarna de rugzak op, die altijd weer zwaar aanvoelt.

We spotten meteen de groene paaltjes en dan gaan we. De eerste 200m gaan prima! Bergaf, bos en energie. Dan gaan we een enorm ongelijk pad af het dal in. On-Nederlands mooi en zwaar! Het is echt even op adem komen en wennen aan de belasting en zweten. Ik voel direct spieren in mijn benen die in de platte polder nooit aan het werk worden gezet! We lopen tussen de velden door. Wat me meteen opvalt en niet meer loslaat: dit is een drukke route. Veel wandelaars. Beide kanten op. Dat is soms storend, want je moet inhalen en ik doe het liever alleen en soms is het de betere uitdaging om in te halen. Het tempo ligt laag. Heel laag. Ergens stoort me dat, aan de andere kant kan het niet veel harder. We komen op de toegangsweg en daar lijken de dalen helemaal meer op Luxemburg. We gaan trapjes af en op.

De route is super aangegeven en niet opvallend. En anders kies je het meest gebaande pad. Ik heb de route opgedeeld in blokjes van 5 kilometer. Die wil ik zoveel mogelijk joggen. En na 5km  gel-pauze. Het valt niet mee. Maar mooi dat het is! Het is echt zonde dat je op de grond naar boomwortels moet kijken en je niet voortdurend om je heen kan kijken. Omhoog, omlaag, oud bos en natuur alom. Ik ben gek op een boerderijtje wat er staat en dat wel Oostenrijks zou kunnen zijn. De route is op het horloge aardig te volgen, maar ik kan nauwelijks kijken, de grond en omgeving gaan voor! Prachtige vergezichten en vennetjes; het volgt elkaar op. Ondertussen puffen wij er doorheen, omhoog en omlaag.

De meeste mensen die we inhalen vinden ons stoer. Dat is goed voor het ego. We lopen telkens iets uit elkaar. Joyce klimt sneller (ik moet teveel kilo’s omhoog duwen), maar houdt het minder lang vol. Dan zijn we op 5km op een soort van hoogvlakte. We nemen wat en ik drink zoveel mogelijk, want dat verlicht de rugzak. Een knul halen we twee keer in. Die had het verkeerde trapje. Er zijn er ook veel. Echt veel. Ik loop wel minder zwaar als eerdere keren, maar ik weet niet of dat komt door gewichtsafname of training of door het weer. Door de aaneenschakeling van mooie plekken, springt er niks echt uit. Mijn horloge gaat uit als ik te langzaam ga. We lopen ook stukjes door het dorp en verhard. Niet dat dat vlak is, maar ja wat wil je ook in Berg en Dal? Voor mijn gevoel al snel lopen we Nijmegen in en dan zijn we bij eens cafeetje op de route op het verste punt. De eerste kilometers waren het zwaarst.

Nu lopen we over keitjes en daarna langs de weg op de stoep. Omhoog. En verder omhoog. Blijven lopen, bijt ik Joyce toe en dat doen we allebei maar. Het bos weer in en uitzicht op Pannerden.

Er staan veel bankjes, maar wij mogen van onszelf pas op 10km rusten. Een fotostopje of klimvertraging hoort erbij, maar stoppen straks pas. We kletsen niet heel veel, gewoon omdat we genoeg hebben aan lopen. Naar benden rennen we zoveel mogelijk. We zien heel veel verschillende mensen; wandelend met de hond, met dure bergschoenen, jong en oud. Andere trailers zijn er echter niet in ons tijdsblok. We passeren een meneer met een grote hoed en wandelstok en een mevrouw in lange alternatieve kleding. En dan door de zon een pad tussen de velden naar beneden.

Ineens geniet ik, lukt het en waan ik me op vakantie. Dan weer trapjes omhoog. Misschien komen we nu pas bij het uitzicht, ik weet het niet meer hoor. Ik krijg een aanmoedigingsSMSje van mijn kind. Te schattig. We gaan een bruggetje over en er is een paddenstoelroute. En dan  zitten de tien kilometer er opeens op. Bij een watertje. Kunstmatig, maar niet minder mooi. We nemen staand naast het bankje nog een gel. Er zijn mensen die ons wijzen op de zeldzame Aaronskelk die er bloeit. En er zijn een opa en oma die met de kleinkinderen de kabouterroute doen en de poepende kabouter aanwijzen. Die moeten we zien, ook al is het een extra trapje! Dan komen we bij het wasvrouwtje aan het water en in de ‘stad” en drukte.

We zien 1 andere renner. En fietsers bij het toppunt. Dit was de enige keer dat we eventjess naar de paaltjes moesten kijken. We gaan weer een stuk verhard (misschien was dit dat stijgstuk) en dan gaat het weer stijgen en dalen in het bos. Ik denk elke keer: dit is de Duivelsberg, maar dan komt er weer een heftiger stuk stijgen. Ik wandel net zoveel als ik ren. Ik wist het al meteen: we doen het eerste stuk nog een keer, maar Joyce begint erover; dat ze daar niet genoeg van genoten heeft. Aan de ene kant zal ik blij zijn als de route klaar is, aan de andere kant is 14km niet genoeg. We hebben nog zo’n miljoen treetjes tegoed. Zo voelt het. Daar zijn sjieke mensen die duidelijk niet ver gaan en daarom denk ik dat we er snel zullen zijn. De Duivelsberg is dichtbegroeid en er is geen uitzicht. Dan zijn we inderdaad rond. 14 kleine kilometertjes. De auto staat er nog, het is drukker geworden en wij doen het begin nog een keer. Het holle pad met de steentjes, al had dat niet gehoeven van Joyce. Ik merk dat deze sokken minder strak zijn en vrees zelfs blaren. Voor de rest heb ik geen last, behalve dat het simpelweg geen cookie is!

We lopen weer langs de velden, de varens, de grenspaal en door het bos. Het is veel verder dan ik nog wist! Toch is het ook gemakkelijker dan de eerste keer, omdat we nu gewend zijn. Maar ik voel de ook vrijer, gek genoeg. We hebben de hele route gedaan en dit is bonus. We komen weer bij de dalen en proberen de indruk te fotograferen. Ik kijk op de kaart en zie dat we door het dal kunnen. Een ommetje wat voor het oprapen ligt. En als ik daar door dat dal loop en me nietig voel en het kleine Joyceje zie bij de torenhoge bomen geniet ik van mijn pijnlijke tenen tot mijn bezwete kruintje. Geen afgestompt pad, omlaag lopen en stilte ervaren in de wind.

Het is super, bijna overweldigend. Het is een stukje buitenland in Nederland. Helaas komen we na 15km weer onderaan de trapjes. Ik zit in een bubbel en verbaas me nog over de bomen die een kleine boom in zich hebben. Dan weer naar boven klimmen en lopen. We hebben bij de Duivelsberg het echte uitzichtpunt gemist, maar dat maken we nu nog goed. 10 Engelse mijlen lopen we. Voor de platte-poldermeiden een hele prestatie met al die bergen. We zitten even op een bankje bij het uitkijkpunt over Duitsland. Mijn telefoonverbinding geeft aan dat ik in het buitenland ben.

En dan nog 1 keer al die trapjes en de saaie Duivelsberg over. Dik 16 kilometer in 2 uur en 3 kwartier tijd. We hebben een twintig minuten daarvan niet gelopen. Dus 27 kilometer halen we in België ook. Binnen de gestelde tijd. Bij het pannenkoekenhuis staat een rij. Die laten we staan. We rijden weg op zoek maar iets anders, maar het lege terras wat ik zie wat op de route zit is nog niet open. Laat dan maar. Met crackers en nootjes rijden we naar huis. 

De enige reden dat ik niet ga zwemmen, is omdat ik me dan moet haasten en daar heb ik geen zin in.

Ga ik wel een stukje uitfietsen ‘s avonds. Vincent rent alleen, ik fiets alleen. De beentjs zijn er blij mee. Dat ze even iets anders mogen doen. Ik heb een muziekje op en ik ga mijn neus achterna. Die komt zoals zo vaak over de Oostvaardersdijk en langs de Oostvaardersplassen. Ik bedenk dat ik net zoveel moet fietsen als lopen en daardoor pak ik ook nog een stukje Kotterbos mee. Het is niet heel warm, maar na de eerste tien minuten merk ik daar niks meer van.

30 juli. Spierpijn in mijn bovenbenen. Het is zo ontzettend lang geleden dat ik spierpijn had! Maar nu is het duidelijk aanwezig en nog duidelijker als ik de trap af moet. En moe van de inspanning. Ik werk een dagje op kantoor en dat is gelukkig op de begane grond! ‘s Avonds ga ik een stukje uitfietsen. Muziekje op en om de Noorderplassen heen. Ik haal mensen in, ik ga voor mijn doen op een lekker tempo en ik trap gewoon door. Ik ken het uitzicht, ik ken de route, ik begrijp de wind, ik luister naar de muziek en ik trap en trap en trap. Niks aparts aan. Het hele rondje niet. Ik maak een rondje om de wijk om de 25 kilometer te halen. Deze keer heb ik nul foto’s gemaakt. Ik had gewoon geen zin om er voor te stoppen en ik zou ook niet weten waar. Gewoner wordt het niet! Maar de spierpijn gaat er ook niet van over helaas.

31 juli. Vincent heeft zijn 3 schoolvrienden uitgenodigd voor een slaapfeestje. Op de warmste dag van het jaar! In plaats van dat ze de hele tijd achter een schermpje hangen, gaan we zwemmen in de Koploper. Zij gaan spelen en ik ga zitten. Ik ga bloggen. Als dat gedaan is, wil ik zwemmen, maar er is niet echt een baantjesbad. Dus ik zoek een groot bad uit wat er niet zo druk uit ziet. Daar ga ik aan de kant zwemmen. Eerst 500m zonder achtje. Mijn achtje ligt op de kant en dat vind ik dan ook weer niet fijn. Ik zwem in twee blokjes van 250 meter. Het is altijd een uitdaginkje: tussen de mensen, speelattributen en springers door. Vooral die springers die op je kunnen landen vind ik akelig. Ik pak mijn achtje voor het 3de blokje van 25m. Ik heb geen badmuts op. Ik hinder nauwelijks andere mensen. Omgekeerd is de baan van 25 meter soms wel 28 meter!

Ik doe 4 blokjes en dan zit er een kilometer op. Even kijken of ik de trainer nog te pakken kan krijgen. Dat lukt helaas niet. Ik zit nog een tijdje aan de kant en dan wil ik nog een stukje zwemmen. Maar de grote baden worden net dan afgesloten. Ik ga in het kleine badje, waarvan ik niet weet hoe lang het is. Of kort. Ik tel de tegeltjes, maar dan weet ik dat het er 77 zijn. Het kortste wat het horloge aankan is 14 meter. Dit is nog erger dan het grote bad: warmer water, meer drukte en meer keren. Het is opletten, ontwijken en bijna met je hoofd boven water zwemmen. Ik zwem volledig zonder achtje, omdat ik dan beter kan uitwijken. Die lastige knullen die proberen te koprollen, het elfjesmeisje wat achteruit zwemt, de pubers die op de mat spelen: het is een goede oefening voor een wedstrijd waarin iedereen tegelijk start zullen we maar denken. Echt leuk is het niet en snel al helemaal niet, maar ik maak nog een keer 1000m.

‘s Avonds wil ik hardlopen. Het is bloedheet. De hele dag al. Ik heb in het zwembad niet extra veel meegekregen, maar ik geloof dat het 30 graden was. Dat wordt het volgende week in België ook, dus laat ik maar oefenen. Ik doe nu mee aan de IronmanVR wedstrijden. Daar moet ik dit weekend 3 kilometer voor hardlopen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer hardlopen. Wat er wanneer van komt weet ik niet, maar ik ga proberen de tien kilometer te doen vanavond. Ik moet op lage hartslag lopen. Met de hitte zal het tempo nog wel lager zijn. 5 Keer een kwartier in zone 2 en 1 minuut wandelen er tussendoor. Al in de straat blijkt dat ik de training in afstand heb ingevoerd in plaats van in tijd. Dus ik tel zelf wel de tijd uit. Ik vind het een uitdaging om de hartslag laag te houden; onder de 145 zeker. Ik zit rond 141/142. Al binnen een kilometer gutst het zweet van me af. Het is niet anders…. Ik wil eigenlijk wel naar de dijk, maar ik zie wel of ik dat haal. Het is stil op het fietspad langs de Oostvaardersplassen. Intussen is het dan ook rond 9 uur en dan zijn de meeste mensen weer binnen. Dan hoor je krekels. Een heel concert! Ik loop te genieten. Hou de hartslag laag, maak een fotootje van de laagstaande zon en luister.

Er is niemand. 1 Fietser passeert me. Verder niemand. Ik loop netjes na 15 minuten en dan zitten er pas 2 kilometer op. Zo haal ik de dijk wel. Als ik me er maar bij neerleg dat in deze omstandigheden 7 minuten over een kilometer prima is. En dat doe ik! Ik hobbel weer verder. Dan bedenk ik dat mijn zus vandaag aan zee naar de zonsondergang ging kijken en dat ik dat wel op de dijk kan doen! Als ik het haal. Maar het gaat prima. Het koelt al wat af heb ik het idee. De dijk omhoog loopt de hartslag even op naar 151, maar ik ben prachtig op tijd. Je hoort het water, heel in de verte een auto en natuurgeluid. De fietser staat aan de andere kant. Ik maak foto’s en film.

Echt driedubbel genieten! Maar goed, voor het donker ben ik niet thuis nu. En het is nog dik 5 kilometer terug. Ik hobbel weer door. Het koelt merkbaar af. De krekels zijn nog luidruchtiger en het is geweldig mooi hier. Prachtig, prachtig. De kleuren zijn roodachtig en donker is het nog niet. Ik tel de vijf minuten erbij op voor de wandelpauze. Er ritselt vanalles in het struikgewas. Ik weet dat ik hier na zonsondergang eigenlijk niet meer mag zijn, maar er is niemand die mij überhaupt ziet. Ik loop toch maar even door tot na de bossages. De lucht is geweldig gekleurd.

Ik ga tien kilometer halen. Dat wel. Maar niet binnen 70 minuten. Ik moet de hartslag wel een beetje in de gaten houden. Die gaat naar 146. Als ik door de bochten ga verandert de kleur naar geelgroen. Sommige struiken lijken wel lichtgevend groen! Ik pauzeer en fotografeer als ik het hek door ben. Nu nog naar huis lopen. Het wordt steeds donkerder.

Inmiddels is het ook tegen tienen. De brug op is wat vermoeiender, maar ik probeer te blijven rennen. Ik trek me niet veel meer aan van de wandelpauzes. Voor me loopt een knul met heel lang haar. Hij loopt te swingen. In de wijk is het eigenlijk donker nu en de maan is goed zichtbaar. Ik zie de knul een foto maken en ik maak ook een foto. Dan ga ik rustig door de straat naar huis. De tien kilometer haal ik nog niet eens in 70 minuten. 10,5 kilometer. En ik ben ontzettend blij. En leeggezweet.

Zaterdag 1 augustus. Het slaapfeestje begint alweer vanaf 8 uur. Niet dat ik daar voor op hoeft te staan… Ik kan de hele ochtend lekker rustig aan doen. Om 3 uur worden de boys opgehaald. Behalve eentje. Die moet naar huis terug fietsen. En Vincent gaat met hem mee. Met een vermoeid hoofd. Lijkt me niet zo verantwoord. Dus ik ga ook mee. Voor de terugweg. Stadsfiets en racefiets gaan voor me uit.

De ene weet de eerste helft van de route, de andere kan ons door Almere Haven leiden. Ik kom op plekken waar ik het bestaan niet van wist! Alle kids zijn veilig thuis, nu moet ik de mijne weer veilig naar huis loodsen! We nemen een andere route Almere Haven zo snel mogelijk weer uit langs de gebaande wegen! Vincent reageert iets trager en we kunnen lekker napraten. We gaan ook iets verder om over de fietspaden langs het Weerwater, omdat een racefiets wat meer vlakte en eenvoud vraagt dan een stadsfiets met brede banden. Al met al fietsen we 26 kilometer. En dan heb ik geen zin meer om buitenzwemmen te organiseren. Vincent is ook moe en meer gebaat bij rust. En ik ga morgen ver fietsen, dus ik mag ook best even kalm aan doen. Hoe lastig ook.

zondag 2 augustus. Een lange fietstocht vandaag. Rond tien over negen ging ik er met 2 bidons sportdrank, een rugzakje met water en hardloopschoenen erin en een fietscomputertje met de route erop, op weg. Eerst naar Amsterdam bij IJburg. Ik had daar met de meiden van Trispiration afgesproken om 11 uur voor het verkenningsrondje voor de (halve) triatlon later deze maand. Eerst Almere door. Het was lekker rustig overal. Spoorbaanpad af. Ik koos soms zelf de route, want dan zag ik het fietscomputertje niet zo goed. Ik ging langs de Esplanade die nog steeds niet af is (maar wel mooi word) en langs mijn werk. Ik kreeg het fietscomputertje goed, zodat ik het prima zag ineens. Dan door het Kromslootpark.

Er zat geen tempo in. Ik had genoeg tijd, maar wat ging ik traag zeg. De Hollandse Brug over en ik keek naar Pampus. Wat leuk toch. De zon brak langzaam door. Ik besloot het pad langs het water te nemen bij Muiderberg. Is toch mooier dan het rechte pad naar Muiden. Wel kwam ik meer snelle (en brede) groepen wielrenners tegen. Lekker naar het kasteel kijken. En dan Muiden door. Ook nog heerlijk stil. Toen over het fietspad achter de centrale langs. Ik keek naar het water en de schaapjes. Intussen begon ik me toch wel zorgen te maken dat ik niet ruim op tijd zou zijn. Hooguit vijf a tien minuutjes. Ik ging er nauwelijks harder om fietsen. Tussen de schaapjes door slingeren met een grote grijns. En dan in het Diemerpark. Daar waren hardlopers op de paden. Ik volgde trouw het fietscomputertje, want hier weet ik niet precies de weg. Langs het winkelcentrum van IJburg en dan de bruggen over. Ik had de hele tijd oortjes in gehad, maar geen muziek aangezet. De stoplichten waren wat lastige onderbrekingen. Ik fietste om. En toen vergiste ik me in de weg en moest ik terug. Ik was er als tweede om 10 voor elf. Ik weet nu dat ik 36 kilometer alleen maar tegenwind had. Dat verklaart het gemiddelde van slechts 22 kilometer per uur een beetje. Samen met DvM, die een aangepaste fiets heeft en een beenspalk. Dat maakt haar niks minder sportief. Integendeel! We wachten op de rest. Dat duurde een hele tijd. 3 Dames hadden het rondje al op snelheid gefietst. Nu gingen we met z’n zessen voor de gezelligheid.

1 van de liefste ‘meiden’ ( ouder dan ik) kon het niet goed vinden. Dan Amsterdam uit. Ik had de route voor me. Al snel ben je de drukte uit en rij je langs het water over de dijk naar Marken. Ik ben niet snel, maar ook niet heel langzaam. Ik kletste met JvR, als we samen konden fietsen en niet achter elkaar vanwege motoren, groepen of auto’s. Ik vind die dijk erg leuk. Ik kletste ook een stuk met MV. De rest raakte achterop en MV ging naar ze toe. JvR en ik fietsten op en neer richting Marken.

Na het keerpunt trok de wind dik aan. Echt wel vet. Ik gebruikte JvR om achter te stayeren. Ze is nu eenmaal een betere fietser dan ik. De rest was niet op en neer naar Marken gegaan en wachtte ons bij Durgerdam (??) op. Gingen we gezamenlijk het drukke dorp door over de natte brug en door het tunneltje. We waren PK kwijt, of zij ons. PK fietst op een toerfiets. In een iets ander tempo. Ik haalde haar met D weer op.

Toen bleef ik lekker bij D fietsen. We kletsten. Over de borstcrawl. Ik vind het moeilijk te vertellen dat ik de hele heb gedaan. We kwamen bij det theetuin. Ik zou alleen verder gaan, want ik wilde op tijd thuis zijn. Maar het zat er vol. We waren PK weer kwijt. D en ik fietsten weer terug, maar we zagen haar nergens. We fietsten naar het volgende dorp met het keerpunt erin. Ik heb niet goed opgelet omdat ik gezellig kletste met D. Maar de route is niet moeilijk en erg mooi. Heel Hollands. Ik wees D op de mogelijkheid om te proberen een halve triatlon te doen, of de Brouwersdam-afstand (1900-90-10) Ik liet me afzakken om met DvM te gaan fietsen. Ze was wel iets minder snel, maar niet eens zoveel. Ik klets wel hoor! Over het smalle fietspad, wat wel drukker werd met dagjesmensen. Vooral even lastig op het steile brugje! Toen kwamen we Amsterdam weer in. Ik wilde niet meer mee lopen, ik moest nog 30-35 kilometer naar huis fietsen. Ik wilde er voor de Picnic kwam, zijn. Weer drukte. Ik had 48 km gefietst met de meiden. Genoeg voor de Ironman. Ik deed de drie afstanden afzonderlijk in Garmin. Het fietscomputertje telde ze allemaal bij elkaar op. Het gemiddelde was naar 22,3km per uur gegaan. Ik dacht dat ik de weg terug wel wist en zette de afstand voor. Ik had 1 afslag te vroeg nog voor ik in het Diemerpark was. Nu had ik duidelijk wind mee, zeker gezien het tempo. Ik maakte een inschattingsfoutje met inhalen en tegenliggers en die vrouw begon mij toch uit te kafferen! Ik was er ook snel voorbij, maar ik heb me tot ver in Almere daarover geschaamd. Het was nu zo druk met fietsers, hardlopers, dagjesmensen dat het voortdurend opletten was. En dat met een tempo van rond de dertig en een beetje vermoeidheid maakte het ongemakkelijk. Waar ik hard kon, genoot ik daarvan. En het gemiddelde liep op. Bij Muiden was de brug dicht. Drómmen mensen.

Ik nam nu wel het rechte pad nu ik wind mee had. Ik haalde andere wielrenners in en lag zelfs even op de fiets. Tot de bug zat het echt lekker mee. Ik hoopte op tijd thuis te zijn. Op de bug zat ik op honderd kilometer.

Doel gehaald, maar nog niet thuis! Ik werd ineens rechts ingehaald door een wielrenner. Ik ben dus niet de enige die fouten maakt hoor. Later bij het stoplicht haalde ik weer in. Kromslootpark. Daar waren fietsers die elkaar én mij afsneden. Ik dronk veel sportdrank, maar kreeg ook wat trek. Ik ging langs het Weerwater en besefte dat ik wat langzamer reageerde, maar rustiger kon ik nu niet meer. Door de drukte van de stad en dan de rustige paden op en pas bij station Parkwijk het Spoorbaanpad op. De kilometers liepen maar op. Het gemiddelde ging naar 23,1. Ik miste het begin van de race. Na 6 uur en 5 uur fietstijd was ik weer thuis. 117 Kilometer op de teller. Net op tijd voor de Picnic. Of net ietsje te laat.

Ik zat rustig en at lekker M&Ms. Mag best een keer. We aten ook frietjes en ik genoot ervan. We speelden een spelletje en toen moest ik nog rennen voor de virtueleIronman. 3 Kilometer. Vincent moest een wisseltraining doen. Hij wist dat we om 8 uur zouden gaan, maar hij stond niet klaar. Ik wilde weg, ik wilde er vanaf zijn. Hij had niks bedacht. Of hij op de fiets wilde en waarheen dan. Dat irriteerde me. Want hij had wel op de bank gezeten. En nu moest ik op ‘m wachten. Uiteindelijk ging hij mee op de fiets en zou ik op zijn fiets teruggaan, maar we waren nog geen kilometer weg of er was nog iets vergeten.

Ik liep door, ik ging hard en ik liep lekker. Een beetje irritatie helpt voortreffelijk! Tijden onder de 6 minuten redde ik. Na 3 kilometer ging ik nog even verder. En het ging steeds sneller. Terwijl ik ondertussen met Rob belde en berichtjes stuurde dat Vincent gewoon moest gaan. Ik was nog niet bij het afgesproken punt en ik had nog energie. Gek hoe dat kan, na zoveel fietsen. Vincent kwam me bij. Ik liep 4 kilometer in 22 minuten en toen was ik uitgeraast en wandelde ik over de Kotterbosweg naar het bankje.

Bij het bankje had ik rust en ging hij wisselen oefenen. Klein stukje rennen, fietsschoenen van de elastiekjes af en een blokje fietsen. Ik kreeg het wel wat koel, maar ik was nu even fietsenrek. Ik mocht terugfietsen op zijn Red Shadow en dat was een beetje laag. Vincent liep voor zijn doen rustig. Sportdagje! En wat een sportweek. Ik heb wel 16 uur gesport!

maandag 3 augustus. ‘s Avonds moesten we mijn schoenen ophalen die JvR gisteren had geleend. We zouden samen gaan zwemmen in de Vecht. Half 7 hadden we afgesproken, maar om 6 uur ontdekte ik dat de weg dicht was en dat we weer moesten omrijden. Ik probeerde nog een kortere weg dor Weesp te nemen, maar het hielp niks. Ik reed bijna 3 kwartier en ik was flink sjachereinig daarover. We waren er pas om tien voor 7. Vincent was er ook bij, nadat hij eerder vandaag een supersnelle 3 kilometer heeft gelopen. Ik was nog moe van het fietsen-lopen en van werken. We sprongen er maar snel in toen we de wetsuits aan hadden.

Vincent bleef wat achter. Ik ging ook niet zo snel, maar ik vond het wel erg mooi deze keer met de molens. maar het was niet meer nieuw. We zouden 1500 zwemmen en ik vond dat prima. JvR ging ons voor. Ik wachtte soms op Vincent en dan is het horloge zo lekker positief in de afstand! We wachten op elkaar bij het betonblok en toen bleef ik bij Vincent zwemmen. We lagen allebei een beetje te rommelen. Gewoon, dat de benen zakken, dat de slagen wat onzorgvuldig zijn en dat er geen ritme in komt.

En dat 750 meter terug heel veel ploeteren is. Wel in het zonnetje en met amper wind, maar soms gaat het niet zo best. Ik was blij dat ik er was en we even gezellig konden napraten. De terugweg ging vanzelf, want daar mag je wel komen.

4 augustus. Rustdag. Nou ja, werken op kantoor en alvast veel drinken voor aankomend weekend. Het wordt bloedheet in België. Verre van de ideale omstandigheden. Maar goed, vandaag goed eten en Geoguessr spelen. En toen moest Vincent nog een half uurtje fietsen. “Ik ga mee”, zei ik. Toen ging Rob ook mee! Leuk! We gingen langs de Oostvaardersplassen naar de dijk. Het voelde alsof we hard fietsten, maar daar was niks van waar. Op de dijk was de lucht prachtig gekleurd.

We fietsten weer terug en het is grappig om de mannen zo samen te zien fietsen voor me uit. Het was iets langer dan een half uurtje en net iets meer dan 10 kilometer. Maar geen rustdag dus. Oeps.

5 augustus. Ik werkte thuis en het werd steeds warmer. De voorspellingen voor België worden ook steeds warmer. Ik moet voor de IronmanVR nog een uur hardlopen, maar ik weet niet of dat in 1 keer moet. ‘s Middags wandelen we een lunchwalk, maar meteen na het werk wil ik rennen. Uiteindelijk duurt het weer wat langer, maar om half 6 staan Vincent en ik buiten. Bij 28 graden. Gewoon gaan en blijven lopen.

Vincent kwebbelt de hele tijd, maar ik spaar en blijf zo constant rustig mogelijk lopen. In de zon is het erg warm, maar in de schaduw valt het mee. We lopen om de wijk heen. Het tempo ligt de hele tijd rond de 6:10/6:15. Als we in de zon lopen, ben ik blij als ik in de verte schaduw zie. Mijn hartslag blijft behoorlijk laag, dat verbaast me. We lopen de wijk op en neer. Ik loop de 5 kilometer vol in 31 minuutjes. Eigenlijk zou ik nog een rondje moeten doen, maar ik heb geen zin en ik wil eten. Als de activiteit is opgeslagen, zie ik dat ik een uur in 1 sessie had moeten lopen voor de IronmanVR. Misschien morgen dan. Als het weer zo warm is. Noem het maar hitte-adaptie.

6 augustus. Vincent mag even niet meer in de volle zon. En ik werk overdag en wil niet in de volle zon, dus we gaan in de avond. Rond een uur of 8. We zullen naar het bos gaan en zoveel mogelijk in de schaduw blijven. Rustig aan, we hebben geen enkele haast. De zon is al bijna weg en het lijkt niet meer zo heet. We lopen onze straat uit en dan even door de zon over de brug. De vader van Vincents vriendje rent mee; die heeft een triatlon zaterdag. Het kan erger…. Wij gaan rechtdoor het bos in. We lopen lekker te kletsen over hoe lang Vincent denkt dat wij de Trail de Fantomes gaan lopen. Vincent vergeet de hoogtemeters. En de hitte. Ik denk echt dat we wel 6 uur nodig gaan hebben. Echt! Of meer.

We blijven door het bos slingeren en ik roep meestal rechts op een kruising. We komen bij het fietspad en Vincent heeft echt geen idee waar hij gebleven is! We lopen voor het wildrooster naar links het bos weer in. De zonkracht is intussen weg gelukkig. Het tempo valt mee. Omdat ik gewoon goed gegeten heb denk ik. We houden nu weer rechts aan en komen op allemaal andere paden. Het is zo mooi in dit bos in de zomer als de bomen groen zijn en de zon er laag doorheen valt! Ook Vincent ziet het en geniet ervan.

We lopen gewoon door en blijven in het bos. De zon is eigenlijk alweer achter de bomen verdwenen als we de Hogering opnieuw oversteken. We gaan het trapje af en blijven onverhard lopen achter onze wijk door. Het gaat mij allemaal gemakkelijk af en dat geeft vertrouwen voor zaterdag. Maar ja, zaterdag rennen we wel door de zon bij meer dan dertig graden… We lopen door de Laan der VOC en dan ben ik wel een beetje moe. Vincent perst er nog een paar versnellingen uit, maar ik niet. Ik maak de tien kilometer vol in iets van 65 minuten. Dat is toch oke! Nu inpakken en voorbereiden voor de Tail de Fantomes die ik samen met Joyce ga lopen in de Belgische Ardennen met tropische temperaturen en heel erg veel hoogtemeters.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-25 (tussen haakjes)

Maandag 20 juli. Ik heb weer gewerkt (thuis), het kind is op triatlonkamp (jaloersmakend!) en het is lekker weer (weinig wind dus). Ik ga ‘s avonds met Manuel mee fietsen (vanwege die weinig wind). Ik doe weer aan diëten (Sonja Bakker maakt de dienst uit) want de weegschaal herkent mij niet meer. Dus rustig aan (alsof ik ooit anders doe) en Manuel zal wel versnellen. Rondje Oostvaardersplassen, eerst het Kotterbos door kwebbelen. Wind mee zit er niet in, want die komt van ‘opzij’ de hele tijd (noordwest). Op de Knardijk gaat Manuel versnellen, hij zal aan het einde van de dijk wel op me wachten (want ik ben niet zo snel en heb ook net iets te weinig versnel-energie van SonjaB meegekregen). En zo fietst hij voor me uit (logisch, want hij gaat 30+ rijden). Nadat we weer “boven” zijn (na het bezoekerscentrum gaat de weg een soort van omhoog), gebeurt er iets gek (want dit is al tijden afwezig!): ik zou het sneu vinden voor Manuel als hij lang op me moet wachten (dat is omdenken, want meestal denk ik dat het nu eenmaal zo ís dat ik niet hard kan en wil en ga). Dus ik versnel ook. Ik ga liggen op mijn fiets. Schakel op. Constateer wind tegen. En ga in hoge vaart richting Manuel (die intussen al een ruime voorsprong heeft). Laten we eerlijk zijn, inhalen zit er niet in, maar wat is het lekker om me even uit te sloven (en het is voor een goed doel, want dan hoeft Manuel niet zo lang te wachten dus). Manuel houdt zelfs iets in, terwijl ik er in kom. Totdat er tegenliggers zijn, dan hou ik me iets meer in. ‘t Is wel eens prettig om alleen maar te denken in hard-blijven-fietsen. Manuel kijkt wel een keer om, maar zal later zeggen dat hij dacht dat ik een andere fietser was, omdat hij mij daar niet verwacht had. Ja, het is niet gemakkelijk; ja, ik push mezelf even door; ja, de wind is niet lekker en ja, de snelheid blijft boven de 30 liggen. Weet je wat het ergste is: Manuel had liever wat langer rust gehad!! (zucht)

Ik kijk moeilijk omdat we wind tegen hebben hoor!! (dat is een rotsmoes)

Op de Oostvaardersdijk rijden we weer samen en ik zit er nu lekker in (al hoeft ik niet nogmaals te versnellen), maar Manuel is wat minder positief. We worden beiden gek van de zijwind (die niks meehelpt). Manuel gaat ook niet meer versnellen en hij wil ook niet mee omrijden (ik had dat best gekund, maar niet zo snel). Dus samen fietsen we terug naar huis, met als enige omweg terug over de Evenaar (dan is het rondje tenminste netjes rond en toch fietsen we niks dubbel).

Dinsdag 21 juli. Werken op kantoor vandaag (leuk en vermoeiend, maar ik schiet wel lekker op). En ‘s avonds weer (een Sonja-beetje) eten. Dan ga ik hardlopen (met een topje aan, want het lijkt me best warm). ik ben lief voor mezelf (lees dit nog eens over, want dat komt maar heel zelden voor!): ik ga gewoon zo lang als het lukt (door het lijnen ontstaat er hoe dan ook een energietekort zou je zo zeggen). Is het een half uurtje, dan is het ook goed. Ik merk het in de eerste kilometer vast wel. Richting de Oostvaardersplassen (en richting de dijk). Het gaat goed in de eerste kilometer (6 minuten precies!). Muziekje aan en rust behouden en heel dicht bij mezelf blijven. Ik ga toch maar richting de dijk (dat is wat lastiger met inkorten, maar op 3 / 4 km kan ik ook terug en dan worden het 6 of 8 kilometer). Het gaat goed! Ik loop lekker, ik geniet ervan, ik hoeft niks (dat is lief van mezelf he). Kilometer 2 gaat al iets sneller (iets van 5:53) en kilometer 3 volgt ook eenvoudigweg (iets tussen de 5:50 en 5:58). Dus de route terug door het bos hoeft niet van mij (maar ik hou er voortdurend rekening mee dat er een moment komt dat ik leeg ben). Ik hobbel gewoon maar door: eerst 3km onafgebroken, dan door naar 5 onafgebroken. Toch ga ik niet op en neer naar de dijk (dat is hetzelfde stuk heen als terug), maar langs de kassen. Kilometer 5 zitten erop in 30 minuten en 12 seconden (toch even jammer van die 12 seconden). En dan denk ik (iets minder lief voor mezelf): laten we proberen tien kilometer te lopen in een uur – precies. (dan moet ik inderdaad 12 seconden versnellen!) Kijken of dat kan lukken (ik voel me nog goed). Kilometer 6, 7 en 8 zijn altijd afzien: je bent er nog (lang) niet, toch al over de helft, maar tien is ook nog niet in zicht. Toch blijft het goed gaan (geen honger, geen moppergevoel) dus ik loop de 8 kilometer ook onafgebroken door. Om tien kilometer te halen moet ik ook blijven hardlopen (en er komt nog een viaduct aan). Ik ga iets sneller dan 10 kilometer per uur, maar die seconden heb ik ook wel nodig (12 om precies te zijn, maar graag wat speling erbij alsjeblieft). Ik ga rustig het viaduct op en iets sneller eraf (kilometer 8 in 5:58) en dan zie ik in dat mijn rondje net te kort is (jammer weer, maar dat wist ik toen ik na 4,5 kilometer omdraaide toch al?!). Ik verbaas me wel dat ik nog energie heb (want de voeding moet ongeveer op zijn).

Was ik maar zo mager…. (als een boomstam), maar helaas….

Dan is de busbaan afgesloten (vandaar die herrie dag en nacht) en moet ik voorzichtig oversteken (dan zet ik het horloge 30 seconden uit hoor). En dan weer oppakken en de negende kilometer volmaken (5:56) Feit 1 (van 3): Ik ga tien kilometer halen/ Feit 2 (van 3): ik ga dat ook in een uur halen / Feit 3 (van 3) Ik kan pas thuis rusten! Ik moet nog een ommetje om de AH (supermarkt) en nu begin ik toch wat te voelen van energieverlies (tempo vasthouden is lastiger merk ik), maar nu móét en zál het ook!! (10kilometerbinneneenuur) Ik ben bijna thuis (en zie dezelfde 2 wandelaars die ik zag op kilometer 2 en die mij zeggen dat ik goed bezig ben – nee zij!) en dan ren ik 10,01 kilometer in 1:00:01 – preciezer gaat het nooit meer worden! (en weet je wat:) Ik ben er trots op, dat ik met weinig eten nog 10 kilometer kan hardlopen op een keurig tempo! (en ook weer niet, want wat zegt het over mij dat ik beter loop zonder voeding…) En ik verheug me er maar alvast op dat het met een aantal kilo minder weer gemakkelijk (en sneller) loopt.

Woensdag 22 juli. Het zwembad (dat is die grote waterbak met chloor erin en medezwemmers, waar je niet zomaar in mag plassen). Het zwembad en ik hebben elkaar al een hele lange tijd niet meer gezien (en ik heb het zwembad niet gemist en het zwembad mij vast ook niet). Vandaag rij ik (op de onmogelijke tijd van 17:35) met MW mee naar dat zwembad voor een uurtje tva-training. We zijn met z’n 5-en in de baan en A zwemt vooraan (mooi zo). Inzwemmen (met achtje) en dan piramides zwemmen: 50-75-100-75-50 (A kan heel goed hard en zacht zwemmen, dus ik blijf achter hem). Ik doe ook een stuk zonder achtje (maar dat is vermoeiender) (en ik ben een luie zwemmer). We doen 50armen-50benen-50armen en ik vind benen niet leuk (mijn benen en energiesystemen vinden het gewoon zwaar). Nog een piramide-iets en ik kan ook blijven zwemmen (op lage energie). Ik voel het even na 3 kwartier (en dan heb ik ook even totaal geen zin meer), maar ik ga gewoon door. Ik weet ook weer waarom ik het zwembad niet zo leuk vind: andere zwemmers en allemaal dingen die moeten (hard, zacht, 3 banen dit, 2 banen dat, A bijhouden, I niet ophouden etc). Bijna een uur gezwommen (want ik zet in de uitlegpauzes het horloge maar even stil) en dat is toch wel weer aardig aan onze hernieuwde kennismaking; tussen het zwembad en mij. En de volgende dag: spierpijn in mijn armen, schouders en rug als aandenken van mij als aandenken aan het zwembad (dat is ook een beetje jammer, maar niet erg hoor!)

Donderdag ben ik aan het werk en ‘s avonds hebben we coachcall over hartslagen (van het Trispiration-team). Interessant dus (ik maak er een prachtig schema van), maar voor het klaar is, is het half 10 en dan is de rustdag een feit (dan ga ik dus liever slapen dan sporten). Dat komt goed uit, want Garmin heeft een probleem: die zijn uit de lucht (dat is dan toch ook wel weer heel erg vervelend, dat alle data mist)

Vrijdag 24 juli. We gaan Vincent vanmiddag ophalen van zijn triatlon-kamp in Vierhouten (die heeft een drukke sportweek gehad). “Zullen wij daar bijtijds heen gaan en een stukje gaan wandelen”, vraagt Rob me en ik roep direct ja (wat een goed idee)! Het is er mooi en heide en samen wandelen is zo gaaf! We zijn er om half 3 en we hebben tot 6 uur de tijd (dat moet genoeg zijn). We volgende de Elspeetse Heideroute in de variant van 9 kilometer (dat is misschien zelfs wat kort). Dat moet makkelijk lukken! We wandelen de hei op en Rob moet nog een digitale afscheidsborrel bijwonen (via G4 gedag zeggen, grappig hoor). Ik klim de heuvel op voor uitzicht over… nog meer heide.

Daar staat ie dan te bellen (en digitaal gedag te zeggen)

We volgen de oranje-rode route (hoewel we de rode hadden moeten hebben, maar die zien we nergens). Kriskras op en neer over de hei. Glooinkje op, glooinkje af, door zand en langs (paarse) torren. We kletsen en stappen (en ik draag de rugzak). Ik dieet nog steeds, dus meer dan 3 crackers heb ik niet gehad vanmiddag (en heel veel thee). We stappen door en kwebbelen. Wandelen gaat zo lekker gestaag, geen gejaag!

Op en neer de hei over (lekker weertje)

Als we over de kleur van de torren discussiëren, zijn de beesten ineens allemaal verdwenen (of dan zien we ze niet meer). Het is best warm, maar de zon schijnt gelukkig niet zo ongenadig (gelukkig, want ik heb geen zonnebrand). Ik opper een bankje, maar dat dient zich pas aan bij 5 kilometer. Prima moment, want we zijn op de helft (stukje van en naar de auto meegerekend). Er staat een stenen tafel met de LAW wandelingen erop, met stenen er omheen om op te zitten (we zoeken wel een fijne steen uit). Daar zitten we even om te drinken en ik eet een stuk ontbijtkoek (er komen vierdaagse-wandelaars voorbij). En weer door! We zien nu zelfs routebordjes, maar de ingekorte route van 6 kilometer (zo denken we) hoeven we niet, dus wij nemen de lange route door het bos (koelte).

Rode pijltjes, bruine paaltjes, zeshoekige teksten (en dan nog….)

We houden in de gaten hoe ver de auto weg is (dat zie je op de telefoon in de app kaarten), maar welke kant de auto op staat, verbaast je dan elke keer weer! Na een tijdje komen we in Elspeet. Daar is het dan opeens echt druk, na alle bos- en heide-rust (veel fietsers vooral). Wij hoeven geen terras, we kopen liever zelf iets te drinken bij een supermarkt. Daarvoor lopen we een kilometertje om naar de Plus, die eruitziet alsof die in het buitenland staat (een chalet-achtig gebouw met hout en een puntdak)! Blikjes drinken en snoepjes voor Rob en een blikje cola-light voor mij. We lopen het dorp weer uit volgens het bordje langs de grote weg (we zijn op en neer gelopen), op zoek naar het volgende bordje en een bankje (om ons drinken op te maken). We hebben nog een uur en de auto is nog 4 kilometer weg (volgens de app). Terwijl we toch al tien kilometer hebben gelopen… Dat is gek. Ergens klopt er dus iets niet (maar we zoeken nu niet uit wat, dat doen we thuis wel). Het uitblijven van een bordje langs de ietwat drukke weg bevestigt dat vermoeden. We komen op een kruising waar we al eerder zijn geweest (die Rob eerder herkent dan ik). Nu nemen we het fietspad. Asfalt loopt toch sneller, en 4 kilometer in een uur met een pauze is toch een beetje een uitdaginkje. (hoewel we meestal een stuk sneller lopen dan 5 kilometer per uur) We komen op een bankje bij de heide en daar zitten we even (met prullenbak voor de lege blikjes). We willen het liefst over de hei weer terug in plaats van langs de weg en het fietspad (met fietsers die ons tegemoet komen). En zo komen we terug op dezelfde route als die we heen hebben gelopen! Langs het stenen tafeltje en over dezelfde weg over de hei (al ziet dat er deze kant om anders uit). Mijn voeten doen pijn (gevoelig). Als ik wist dat we zoveel gingen lopen had ik andere schoenen en sokken aangedaan (geen katoenen sokken en oude schoenen)! Dan begint Vincent te appen dat het kamp afgelopen is, maar wij moeten nog een kilometer of 2 wandelen (dus nog zeker 20 minuten). En het is nog geen 6 uur ! We kijken wat de kortste route is en zo lopen we toch weer op het fietspad (jammer voor de voeten). We stappen intussen flink door (en ik heb al trek). Ik vind het vervelend dat Vincent vraagt waar we zijn en dat ik nu opeens snel ‘moet’ gaan lopen (Rob houdt het tempo goed vast op snoepjes, maar mijn taakje is best leeg). We gaan de 15 kilometer halen! We lopen over het vakantiekampen-terrein en zijn pas na 16 kilometer weer bij de auto (10 engelse mijl!). Om 2 minuten over 6 zijn we bij Vincent, die schor is en moe en heel erg heeft genoten! Volgens de trainer telt onze wandeling (van 3 uur)

Zaterdag 25 juli. Het Sonja-Bakkeren werkt ontzettend goed – zelfs zo goed, dat ik ernstig twijfel aan de metingen (zowel die van vandaag als die van gisteren). Ik ga pas in de middag samen met Joyce hardlopen (ze heeft eerst een andere afspraak en het regent), maar eerst ga ik met Vincent fietsen (uitfietsen voor hem). “Rustig aan, mama”, zegt hij er streng bij. We kijken wel even naar de wind, zodat we op de Ibisweg lekker hard kunnen (Vincent heeft de ronde bedacht). Het is even door de wijk slingeren (bah) en vrijwel direct is duidelijk dat Vincent iets meer energie heeft dan ik (hij fietst easy voor me uit). Hij vertelt me over de wisseltraining en dan zijn we op de Ibisweg (ik zal niet zeggen hoe we deze lange saaie rechte weg noemen). Hier fietst hij helemaal een half wiel voor me, dus ik zeg dat hij maar zelf mag gaan (eigen tempo). Hij wacht op me bij de Grote Trap. En ZOEFF weg-is-ie. Ik ga al dertig-plus, maar hij gaat nog veel harder met de wind mee (ik haal 35+)! Op het fietspad rijdt hij weer heel langzaam (dan kan ik erbij komen). Omdat we nu wind mee hebben, besluiten we naar de Praambrug te gaan (een afslag verder). Vincent gaat er nog een keer vandoor, maar nu kan ik hem bijhalen voor we de brug op gaan (liggen en trappen). Op de Praambult maken we een foto en drinken we een heleboel ranja (goedkope sportdrank).

Ranja erbij (dan krijg je suiker binnen)
Ja leuk hier in Flevoland (er reed een toeristentreintje voorbij in de Oostvaardersplassen)

Dan tegen de wind in (logisch na wind-mee). Het valt mee (de wind dus). We kletsen gewoon en dan is het zo erg nog niet met de wind. En doortrappen (maar wat moet je anders op de fiets). We gaan lekker door het bos (dat breekt de wind). Al met al fietsen we 22 kilometer en daar doen we nog geen uur over. Vincent heeft gemiddeld boven de 25 km/u gefietst, ik net daaronder (24,9). “We gaan niet zo hard” duh. Dan wacht ik even tot Joyce komt en neem ik een gelletje (ik moet het toch ergens van doen). Ik hoop maar dat ik kan hardlopen, maar Joyce heeft deze week ook al erg veel gelopen, dus die hoeft ook niks hard (gotzijdank). En niemand die het ziet op Garmin (ze zijn nog altijd offline), dus dat komt goed 🙂 Ik heb al binnen een kilometer door dat ik simpelweg lekker loop. Eindelijk weer eens een keer! Moeiteloos en gemakkelijk. Ik kan wel dansen van blijdschap, want hier lijn ik voor (niet om er beter uit te zien, maar om beter te hardlopen)! Maar ik hou een slag om de arm, want dit kan ook nog op het gelletje zijn en wie weet hoe lang het goed blijft gaan! Joyce kletst de eerste 3 kilometer. Zij heeft het zwaarder deze keer (en dat vind ik lastig). Als we de Trekweg op lopen, check ik bij Joyce hoe het gaat. Met mij gaat het nog steeds prima (dansje). We blijven wel op het asfalt vandaag.

We kijken allebei wel heel blij (als een chocolade-ei)

Ik begin te kletsen (kan Joyce rustig luisteren). Het enige probleem is dat het een beetje van de hak op de tak is (ik wil teveel vertellen). Na 4 kilometer gaan we vertragen (dat wil Joyce), maar dat is lastig voor me. We lopen de grote ronde door het Kotterbos. Na 5 kilometer voel ik me nog steeds prima, maar Joyce heeft het dubbel zo zwaar (we willen ruilen: ik een beetje bruin van haar, zij een beetje energie van mij). Voor we bij de 6 kilometer zijn, pauzeren we even (Joyce heeft kramp). Vind ik niet erg natuurlijk! In mijn achterhoofd blijf ik bang dat ik ook nog een hamer tegenkom (dat de energie ineens op is). Het blijft gewoon goed gaan (en gemakkelijk). Ik durf het lot niet te tarten door de berg (een paar keer) op te gaan, dus we gaan het viaduct op. Lekker rustig (wandelend), want stijgend mag dat, haha. We zitten op 7 kilometer en het zullen er dus ‘maar’ 9 worden (ik ken mijn routes). We gaan door het park (over het skeelerend) en terug langs de Laan der VOC. Ik hou het vol. Het blijft goed gaan. Het blijft gemakkelijk. (en de gel is toch wel opgebruikt) Ik ben er nog lang niet met kilo’s verliezen (not even half way), maar dit is een opsteker! We kletsen nog een tijdje voor de deur (met zijn allen) en dan gaan we pannenkoeken eten. Heerlijk (ik eet er wel vier, met appel en met kaas).

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-24

11 juli. Als we wakker worden….. regent het! Ik wil hier gewoon weg, ik ben Drenthe en het Nederlandse weer spuugzat. We pakken alles in en rijden naar Almere terug. En daar is het droog. En zelfs een beetje zonnig! We pakken alle spullen weer uit en de wasmachine draait al snel weer. We zijn op tijd voor alle pakketjes, en Vincent krijgt ook een prachtpakket van Trispiration met een fietsjasje en zwembroek! Ik heb ook een mooi fietsjasje. En dan? Dan kunnen we hier zwemmen! Gewoon buiten, want Vincent zijn nieuwe wetsuit is ook binnen. Jammer dat we er nu voor moeten rijden.

Als we bij het water zijn, voelt het kouder aan dan ik dacht, dus ik ga ook in wetsuit. Er zijn best wat golfjes eigenlijk. We gaan naar de boei zwemmen. De verre boei. Er zijn maar weinig badgasten. Het duurt weer even voor Vincent er met zijn nieuwe wetsuit doorheen is. De golven vallen mee als je eenmaal gaat. Voor Vincent valt het niet mee om te blijven zwemmen. Die moet steeds op me wachten. Ik gebruik redelijk mijn benen, maar door de golven en het steeds stoppen is een ritme lastig te vinden. We halen de boei! En daarna zwemmen met golven mee terug. Maar dat is nog veel lastiger! Het valt me echt erg tegen! De golven komen een beetje van schuin en ik raak er wankeler van, dan van toen we tegen de golven in zwommen! Het zou makkelijker moeten gaan, maar zo voel ik dat absoluut niet. Ook nu halen we het strandje weer. Dan hebben we tussen de 900-1700m gezwommen.

Het pak is øke, maar hij mag nog iets doorgroeien (Vincent, het pak groeit niet meer)

‘s Avonds gaan we op zoek naar een geocache bij de Oostvaardersdijk. Op de racefietsen. Rob blijft thuis. Het kan niet moeilijk zijn om de cache op de gemeentegrens te pakken te krijgen, maar de realiteit is anders…..

We zoeken op de dijk en de golven zijn hoog. Met fietsschoentjes klautert dat wat ongemakkelijk. Na 15-20 minuten geven we het op en fietsen we weer naar huis.

Allebei in onze nieuwe fietsjasjes van Trispiration!

12 juli. Tijd om toch nog te gaan hardlopen deze week! Het is mooi weer en ik wil wel 15 of meer kilometers lopen. Mooi weer, mooi weer…. Het is gewoon warm en heet! Net nu we weer thuis zijn natuurlijk, maar goed. Ik krijg Vincent zo ver dat hij meegaat op de stadsfiets. Dan kan ik door het bos. Het plan is om naar de dijk te lopen, en dan terug door het Kotterbos. Misschien worden het wel 21 kilometer… We kletsen nog even met de buurman en dan gaan we. Eerst door het bos. Ik heb het al snel bloedheet.

In het bos valt het nog mee, daar is van tijd tot tijd schaduw. Ik tel de kilometers af tot ik mag drinken en eten. Vincent vertelt me over Pokemons en fietst er rustig naast of bij. Na 4 kilometer stop ik voor een gelletje.

Hoewel ik hoop dat het nog mee zal vallen, weet ik al dat ik geen halve marathon zal lopen. Straks loop ik onafgebroken in de zon en ik heb het nu eigenlijk al wel heel erg veel te warm. En weer door hobbelen. Ik besluit niet over de dijk te gaan, maar gewoon over het fietspad langs de Oostvaardersplassen terug te lopen. Aan de ene kant is het superfijn dat Vincent erbij fietst, want ik hoeft zelfs niet eens mijn telefoon te dragen! Aan de andere kant voel ik me bezwaard en een beetje alsof ik voor hem moet blijven lopen.

In de felle zon langs het Oostvaarderscentrum kom ik tot de conclusie dat het prima is als ik minder lang loop, omdat het gewoon ontzettend zwaar aanvoelt. Laat het Kotterbos maar zitten, echt schaduw is daar ook niet! Dus ik buffel door en ik krijg nog een gel en wat sportdrank van Vincent. We gaan over de Evenaar terug naar huis. Het gaat niet erg snel (meer). En dan na 9,8 kilometer voel ik me íntens moe opeens, ik weet even niet meer precies hoe ik de ene voet voor de andere zet, ik word misselijk en ik krijg kippenvel. Ik voel me even helemaal niet goed en ik ga nog wel naar beneden de brug af! Vincent fietst voor me en ik moet stoppen. Ik zwalk zelfs een beetje en ik voel me even niet goed. Ik maak de tien kilometer vol en zet het horloge uit. Ik sta even stil, maar overal is zon en hitte. Ik wandel door. Ik moet ook naar de toilet, wat niet meehelpt. Na een stukje lopen kom ik weer bij en dan jog ik heel langzaam naar huis.

Ik zet mijn horloge voor die laatste kilometer in 7:45 nog wel aan! Thuis ga ik naar de WC, ga ik aan het drinken en trekt het wel weer bij. Dit is niet goed. Het is een combinatie van te weinig drinken, te veel zon, te veel willen en vooral teveel extra gewicht aan Anke.

We gaan ‘s avonds nog wel wandelen om geocaches te zoeken in het Kotterbos. Mijn benen zijn iets minder snel dan normaal, maar ik ga wel gewoon weer mee. Overigens zijn van d 4 caches er maar 2 bereikbaar, omdat er zoveel mensen in het bos zijn op deze avond.

13 juli. Een vakantiedag. Gewoon thuis. Weer zo’n zonnige dag. Vincent is vandaag aan de beurt om te hardlopen. Hij moet 6 keer een kilometer op tempo. Dan kan ik mee op de fiets! Staan we weer gelijk… Ik ga op de racefiets, dus hij kan niet door het bos. Hij loopt ook richting de dijk. Ook voor Vincent is het warm. Ik kwebbel wat terwijl hij inloopt.

Dat rustig fietsen is saaier en moeilijk dan je zou denken! Hij gaat een kilometer versnellen, maar de allerhoogste snelheid zit er niet in. Hij wandelt met liefde in zijn pauze en dan krijgt hij te drinken van me. Hij besluit het eigenlijk maar 4 keer te doen in plaats van 6 keer. Ik laat hem in plaats van over de dijk over de verbindingsweg lopen. Daar is nog een beetje meer schaduw. Het gaat niet veel sneller, zoals ik van ‘m gewend ben.

Aangezien mijn slechte ervaringen gisteren, snap ik het wel en ga ik ook niet lopen pushen. Dan ga ik hem vermaken met het vertellen van moderne sprookjes. Het is niet voor herhaling vatbaar, maar Roodkapje had een rode sluier en de overvaller van oma hulde zich in oma’s djebella. Vincent kon niet meer hardlopen, zo hard moest hij lachen! Ach, het hield hem gaande… De wandelpauzes sloegen we in elk geval niet over!

We gaan nog langs de Plus. Ik haal brood en heb eindelijk door waar de bars op mijn fiets voor zijn! Het laatste stukje fiets ik even alleen, dan kan Vincent heel kalm uitwandelen.

We wandelen nog langs de laatste 2 caches in de warmte en dan snel eten, want om kwart voor 7 hebben Vincent en ik afgesproken dat we mee mogen zwemmen met mensen in de Vecht! Dat wilde ik nou altijd al, eens in een echte rivier zwemmen. Vincent vindt het wat spannend, maar ik vind het vooral spannend om er via de slingerwegen naar toe te rijden. Het is een groepje zwemmers uit Weesp. 1 Daarvan ken ik via Trispiration. En zo staan we aan de rand van de Vecht bij Weesp.

We zien wel hoe hard of hoe ver we zullen gaan! Ik geniet enorm van het beperkte uitzicht op de molens en de huizen. Geen weidsheid en ook geen golven! Geen geploeter, gewoon lekker zwemmen en echt het gevoel hebben in de vrije natuur te zijn. Zwemmen gaat niet vanzelf, maar op deze manier is dat niet zo erg. Op het 750-meter punt wacht een groepje op elkaar. Vincent gaat weer terug, maar ik wil nog wel verder. Er gaat nog iemand terug en ik ga verder door. Langs het ponton, aan de kant. Er zijn ook hele snellen. En dan weer terug. Dan zie ik vooral riet, maar er zijn ook suppers aan de andere kant die ik in de gaten hou. Het gaat lekker! Wat gaaf dat ik dit nu zomaar kan zeg. Na 1500m ga ik mijn benen gebruiken en dat is ook super, alleen moet ik nu wel goed uitkijken voor nog meer suppers en dat vertraagt. Na 2000m op mijn horloge vertraag ik lekker om nog eenmaal te kijken naar de haven, de brug in de verte, Weesp en de ondergaande zon. Ik heb echt lekker gezwommen!

Er blijkt een snelle weg terug te zijn.

14 juli. Ik durf even niet meer zo goed te gaan hardlopen, na de slechte ervaring van zondag. En de weegschaal heeft me ook de waarheid vertelt. Maar een suf dagje niksdoen – wat?- een VAKANTIEdagje niks doen, maakt mijn verslaafde sporthart onrustig, dus in de avond ga ik toch echt nog een stukje rennen. Dan is het wat koeler. En morgen gaat het weer regenen. Muziekje mee en hobbelen maar! Eerst sta ik met de buurman te kletsen die zijn rondje net afrondt. 700m later kom ik MW tegen en ook daar sta ik mee te kletsen. Ik ben al een half uur weg en nog geen kilometer opgeschoten, maar… ik voel me wel een stuk opgewekter! En dat helpt. Ik loop lekker. Het kost niet zoveel moeite. En het is mooi, ook al kan ik dit uitzicht ook met mijn ogen dicht voor me halen.

Ik vind het wel fijn dat het wat later is en wat rustiger aan alle kanten. Ik loop gewoon de stukjes onverhard. En ik geniet ervan dat het een keer weer lukt om te lopen en de kilometertijden onder de 6 minuten te houden. Ik maak een rondje over de berg.

Ook dat is bekend, maar het is toch wel eens goed om er bij stil te staan dat dit zo dichtbij ligt voor ons! Uiteindelijk loop ik lekker 7,5 kilometer.

15 juli. Schildpad op de Fiets. Zo heet de geocache. De fietsroute start bij het Oostvaarderscentrum en is ongeveer 25 kilometer lang. Voor ons een mooie kans als de regen weggetrokken is! Vincent en ik gaan op pad. Onderweg moeten we een twaalftal punten langs, waar we cijfertjes moeten ophalen. Het is apart om een door iemand anders voorgekauwd rondje te fietsen, dat je eigenlijk ook allemaal al wel kent. Ik vind het vervelend. Stoppen, zoeken, stilstaan, opschrijven.

Dingen die er dan niet zijn of die discussie opleveren… Laat mij maar doorfietsen. Maar goed, we gaan netjes alle knooppunten af en slingeren om ons huis heen. We komen nog langs de cache aan de gemeentegrens op de dijk en daar wil ik nog wel even kijken. Zonder fietsschoentjes aan, zodat ik over de rotsen kan klimmen.

Deze keer geen golven en al snel spot Vincent de ingenieuze cache die we eerder niet hadden kunnen vinden. Dan maken we het fietsrondje af. Vanavond gaan we met zijn viertjes de cache zelf zoeken in een avondwandeling. We speuren ons rot, verbeteren nog een aanwijzing en zoeken tot we een ons wegen, maar de cache vinden we niet. Wel vinden we een andere cache. En maken we een fijne wandeling!

16 juli. Zul je zien, op deze dag weer somber en regen! Net nu ik met Joyce een hoogtemeters-trail ga lopen. Bij Rhenen. We gaan pas in de middag. Het is een stukkie rijden en we gaan pas na de lunch. Rond 2 uur staan we in het bos. Om 10 over 2 ga ik nog ergens de bosjes in en om kwart over 2 bestijgen we een trap die voor mijn gevoel wel duizend treden heeft!

Het uitzicht is prachtig! Het voelt echter wel alsof het toch weer 30 graden is! En het voelt zwaar. Maar ik ga gewoon maar lekker door. We hebben een route van Strava die iemand anders eerder liep. Wat zij fout liepen, moeten wij nu ook doen 🙂 Het slingert door het bos. Geen idee waar we blijven. Overal liggen plassen en ik ga er toch maar dwars doorheen. Natte schoenen krijg ik toch wel. Het gaat op en neer met het landschap.

Dit is de Paasberg.

We kletsen wat, we lopen door en heel soms drink ik wat. Ik heb anderhalve liter mee en die moet eigenlijk wel op. Er zit weinig tempo in. Niet dat het me boeit, maar ik voel gewoon dat er minstens 3 kilo teveel in de weg zitten. Het is wel ongelooflijk mooi. Nog net geen Ardennen, maar daar zijn dan ook nog eens veel meer hoogtemeters. En dit is al aardig wennen voor de meisjes van de polder 🙂

Alles is wat zompig. Maar liever dan zoNNig, wat mij betreft! Van tijd tot tijd wandelen we gewoon. Ik weet net zo goed als Joyce dat een halve marathon er vanmiddag niet inzit. We komen op plekken waar we al zijn geweest of vlak langs zijn gelopen. Het blijft een beetje in het ongewisse. We komen bij een prachtig vennetje.

We stoppen en genieten onderweg gewoon. Wij nemen de tijd. Dit is geen wedstrijd om zo snel mogelijk te lopen, maar een avontuur! Diep in mijn hart vind ik het totaal niet erg dat Joyce niet zo’n snelle loopster is. Ik zou wel willen dat het gemakkelijker was voor mij. En dat ik de route meer onder controle had. Nu wist ik alleen hoeveel kilometers het nog waren.

Er vloog een Apache helicopter over. En later straaljagers. Verder was het erg stil in het bos. Soms een plukje wandelaars, maar voordeel van dit sombere weer is dat de fietsers en dagjesmensen ontbreken! We staken wel een paar keer een grotere weg over, maar of dat dezelfde is dan? Zoveel mogelijk probeerden we de paden omlaag hard te lopen, dan konden we omhoog iets rustiger aan doen. Ik werd het een beetje zat. Gewoon moe-achtig en verveeld. En dan moet ik er dus niet aan dénken dat we in de Ardennen nog zwaarder en veel langer moeten! En dat het dan misschien wel heel zonnig is. Nog 1 keer omhoog en toen was ik het wel zat en ging ik lekker wandelen. We stonden weer boven bij de trap, maar nu ging het omlaag de andere kant langs. Daar lag nog een prachtig meertje!

Ik begon er net weer een beetje bovenop te komen, maar toen waren we er plotseling! Het waren 16 kilometer geworden en het gemiddelde tempo lag laag. De anderhalve liter was nog absoluut niet op, net de helft pas. Oei, niet zo best…. Ik had alles nat, vooral mijn voeten. Maar ik was ook tevreden. Want we hebben het toch maar wel weer gedaan!

17 juli. Ik heb hoofdpijn van het te grote vochtverlies. Spierpijn of gevoelige kuiten, blaren op voeten van het vocht, ernstige schuurplekken van het ondergoed: dat zou logischer zijn geweest, maar daar heb ik totaal geen last van! De lattenbodems die al 3 dagen vertraging hebben opgelopen komen vanmiddag, dus op deze droge, windstille ochtend kunnen Manuel, Vincent en ik prima gaan fietsen! Over de Grote Trap en dan langs de Groene Kathedraal. Mijn benen vinden het iets minder, maar die kunnen gelukkig niet praten. En het tempo zal me wat!

We hebben ook veel smalle paden en langs de vaart, waar ik nog nooit geweest ben. Dat vind ik erg fijn. Vincent fietst dan voorop. Het nadeel van met zijn drietjes fietsen is, dat er geen drie mensen naast elkaar kunnen fietsen. Dus kletsen we om de beurt met Manuel. We fietsen langs de Groene Kathedraal en dan langs de Vaart weer terug. Het is opmerkelijk dat Vincent tegenliggers, obstakels en overzicht net iets later ziet dan wij. Ik vraag me af of dat komt door onervarenheid of omdat hij nog net te jong is om hard te gaan autorijden in het verkeer.

We fietsen ongeveer 12 kilometer per persoon.

‘s Avonds gaan Vincent en ik weer met de meiden (en heer) meezwemmen in Amsterdam. Het is haasten, totdat blijkt dat we naar een ander (dichterbij gelegen) adres moeten. Parkeren blijft een puntje.

En dan snel wetsuit aan en in het koude water springen. Ik vind het behoorlijk kil, zeker omdat er net een hele groep is ingesprongen met alleen een zwembroek aan! We gaan naar de groene boei zwemmen. Ik ga lekker. Heel lekker. Het gaat een beetje vanzelf. Lekker gemakkelijk. Ik haal meiden in en bij de boei zwem ik er omheen en weer terug. We gaan naar de volgende rode boei. Vincent zwemt langs me, maar ik merk het niet, want ik kijk alleen naar rechts. Dan wachten we tot ongeveer een groot deel van de groep er weer is. Ik wil zwemmen-zwemmen-zwemmen. Laat dat wachten en kletsen maar achterwege. Ik zwem terug via de groene boei, naar de rode boei en naar de andere groene boei. Ik moet niet in de hele groep. En dan zoek ik een rode boei uit in de hele verte, bij de brug. Daar moet ik heen! Dat is lastiger navigeren. Beetje uitdaging mag wel.

Een groep zwemt terug en ik maak een ruimer ommetje. Vincent keert terug, terwijl de rest voor me zwemt onder de brug door. Vincent en ik wisselen van boei. Vincents boei is lichter, maar daar zit ook geen telefoon in. Ik moet nog naar mijn rode boei-doel en ga dan ook onder de brug door. Ik wil naar het hoekje van de steiger. De rest is klaar met discussiëren en zwemt weer terug. Ik ga nu nog naar een groene boei aan deze kant van de brug.

Ik permiteer me een moment om te genieten van het uitzicht over het IJ en Amsterdam. Het water is spiegeltjevlak. Dan weer naar de rode boei. Iedereen is het water al uit en ik heb nog geen zin om eruit te gaan. Ik maak nog een ommetje naar een klein drijvend stootkussentje. Dat is nog een navigatieuitdaging. Dan ga ik er ook maar uit.

Ik heb niet eens 2 kilometer gezwommen, terwijl dat makkelijk had gelukt. Maar goed, niet iedereen hoeft op mij te wachten. Ik doe gauw kleren aan die al even snel ook nat zijn en dan de drukte van Amsterdam graag zo snel mogelijk weer uit. Het zwemt lekker, maar het is er zo vol met zeker 20 andere zwemmers op de steiger en bootjes en dat vlak bij een terras vol mensen en een brug vol fietsers. Overal om je heen huizen en verkeer…. Vanavond was het heerlijk, maar de kale open wateren van Almere zijn minder gemakkelijk te temmen!

18 juli. Het is ineens weer warm buiten, dus we stellen het hardlopen uit. Vincent moet voor de TVA-competitie deze week 2,5 kilometer lopen. Het was even zoeken naar een stuk weg waar het rustig is en waar je zonder moeite 2,5 kilometer rechtuit kan lopen. De Kotterbosweg werd het.

En ik ga mee op de MTB van Rob. Als Vincent klaar is met lopen, zal ik dan terugrennen, dan kan hij fietsen. Vandaar de MTB van Rob: die is verstelbaar. Eerst 3 kilometer inlopen. Hij doet oefeningen, knieheffen en versnellen. Het is best warm – zegt ie. Op de Kotterbosweg zetten we de metingen aan (al lukt dat niet bij mij) en loopt meneer er vandoor met 14/15 kilometer per uur. Het ziet eruit alsof dat voor iedereen haalbaar is, maar ik weet heel zeker dat dat niet zo is!

Hij heeft ook even last van steek, maar ik klets dat hij door moet lopen en dat hij vooruit moet kijken en dat het maar eventjes afzien is. Met een gemiddelde van 4:17 per kilometer is Vincent na 10,5 minuut klaar. Hij is erg moe. Even dan. Daarna doet hij mijn helm op, zetten we het zadel lager en weet ik dat ik dik 5 kilometer moet teruglopen. In mijn eigen tempo.

Deze keer krijg ik van Vincent een modern sprookje wat hij vertelt. Mijn eerste kilometer gaat precies in 6 minuten. Ik kan beamen dat het best warm is! Vincent is alweer aardig op adem gekomen. Ik loop de tweede kilometer sneller en we gaan de 5 minuten in. Vincent fietst soms voor me uit. Dat ik zo snel liep, is lang geleden. Ik besluit het door te zetten en de derde kilometer ook harder te lopen. Er is nu weinig meer te kletsen voor mij, maar ik kan Vincent nog wel even vooruit sturen. Voor een foto en dat hij even kan afkoelen in de fietswind.

Ik verwacht Vincent bij de berg, maar hij staat al eerder op me te wachten. Ik doe mijn best om kilometer 3 harder te lopen, met de wetenschap dat kilometer 4 en 5 dan nog sneller zullen moeten.

Het voelt goed me weer eens een keer vreselijk in te spannen. Met al mijn extra kilo’s en mijn dikke billen. De brug op valt me tegen en ik moet echt pushen. Kilometer 3 en 4 zie ik allebei voorbij komen in 5:24. Ik ben nu behoorlijk buiten adem en het moeilijk aan. Vincent pusht me nog en hoewel alles in mij schreeuwt dat ik mag stoppen en dat mijn lijf het niet lukt, zit in mijn hoofd dat ik de fietser nog in moet halen. Ik doe mijn stinkende best en kilometer 5 gaat ook in 5:24! Achteraf zullen kilometer 3 en kilometer afgerond worden op 5:25. Ik ben ook even erg moe. De Laan der VOC doe ik nog in intervallen van 2 lantaarnpalen hard en 1 lantaarnpaal rustig. Het voelt goed dat ik weer eens een keer hard heb gelopen en 5 kilometer in 28 minuten heb gerend.

19 juli. Ik ga fietsen met MBB. Zo leuk, dat ik eindelijk een keer met een “klein” idool van me, die een ontzettend lieve en gewone meid blijkt te zijn! We kunnen samen heerlijk roddelen. Ik ben wat vroeg en doe een rondje extra. Wat wonderlijk is voor me, is dat ik niet meer dan een vaag idee van een route heb. We rijden de polder door. Lange rechte wegen, breed en we kunnen prima naast elkaar kletsen. Zeker als we wind mee hebben! Ik trek me maar niks aan van het tempo, al die andere mensen mogen 30 rijden in hun trainingsrondje: wij gaan gewoon hoe het gaat. In het begin vond ik het koel, maar boven op de Hoge Vaart bij Zeewolde heb ik het warm en kan het jasje van MBB uit.

We komen nu op fietspaden die ik nog niet ken(de) en rijden door het bos naar het Horsterwold. Daar gaan we naar links in plaats van richting de Flehiteweg. Leek mij een keer leuk! Ik raak de richting wel een beetje kwijt. We gaan de bordjes naar Almere volgen en komen langs Zeewolde. Pas als we de Hoge Vaart weer overgaan, ben ik weer op koers en weet ik waar ik ben. We fietsen terug richting de Grote Trap. Ik zie de tijd voor me, dus ik heb niet zo’n goed idee hoe hard (of zacht) we rijden. Het is heerlijk om samen te kletsen! We roddelen wat af, wij tweetjes 🙂 Over de Grote Trap komen we helemaal op de Ibisweg. Het gaat mij prima af en ik ben verbaasd dat ik alweer de 50 kilometer ga halen! We blijken 24 kilometer per uur te rijden. Ik vind het prima.

We kletsen nog even bij het Paradijsvogelpad en dan maak ik op weg naar huis de zestig fietskilometers in 2,5 uur vol. Al met al toch nog een lekker sportweekje, waarin ik veel leuke dingen heb gedaan!

Categories: Geen categorie | Leave a comment