2020-27 De Trail de Fantomes

Vorig jaar ergens hebben Joyce en ik bedacht dat we wel een keer samen een echte trail willen lopen. Een wedstrijdje. We dachten dat we 33 kilometer wel zouden redden. En dan de grote van de groten: de Trail de Fantomes! Ingeschreven ergens in december, maar 2020 bracht ons andere zaken: eerst een blessure van Joyce waardoor ze pas in maart weer kon gaan opbouwen en toen vanaf maart legde Corona de plannen stil. We trainden door. En werd daar de ene na de andere wedstrijd afgezegd, de Trail de Fantomes bleef heel lang staan. En toen was daar opeens het bericht dat het doorging!

In een -voor ons en mij- ideale vorm: geen duizenden lopers die op 1 dag starten tegelijk, maar maximaal 150 deelnemers per dag, verdeeld over een maand. Je kon zelf je dag kiezen. De route was anders dan normaal, de afstanden-keuze beperkter. Wij kozen voor 27 kilometer en legden de B&B vast in het startdorp Maboge. We trainden verder en ik verzuchtte: “alles best, als het maar geen 25 graden of meer wordt….” Helaas voor mij was dat ijdele hoop. Temperaturen boven de 30 graden werden voorspeld. We hadden negen uur de tijd voor deze race. Maar hoe hou ik mezelf 9 uur op de been met de voeding?! Samen met de trainer bereidde ik alles zo goed mogelijk voor. En toen bleek dat we een uur eerder mochten starten, was ik behoorlijk blij! De langste tijd dat iemand er over had gedaan was 8 uur. Wij gingen niet voor een tijd. Deze twee poldermeisjes gingen dit doen.

Vrijdag 7 augustus gaan Joyce en ik naar de Ardennen. In een auto zonder airco, maar we kletsen ons ongans. De hele route door. We stoppen een keer voor een broodje en ik neem 2 bolletjes met rauwkost. Jammie! Ik was brood en lunch vergeten. We deden het stukje bij beetje. Eerst Maboge vinden, dan door naar de punten waar we extra water/sportdrank/cola gingen plaatsen. Het was even zoeken en we zagen geen bordjes, maar we zaten echt op de route volgens het horloge.

Hier is ongeveer het 21 kilometerpunt en er staat een geel plastic tasje met onze eigen bevoorrading.

We zochten ook bij de post bij Nadrin hoe het eruit zag en extra spullen plaatsen. Dan naar de B&B. Dat is gek, met een mondkapje. De kamer is groot en dubbel uitgevoerd met een boven en een beneden. Dan naar La Roche om te eten met macaroni. Het wordt spaghetti met 4-kazen. Ik heb de hele dag sportdrank gedronken. Lekker gegeten en toen weer naar de b&b voor thee en kippebouillon en alles klaarzetten. Ik sliep boven in de hitte en Joyce beneden. Nou ja, slapen…. ik heb wel veel wakker gelegen. Uit onrust. En ik moest plassen.

Om 6 uur ging de wekker. Bolletjes eten. Ik had trek (niet zo best) en at er moeiteloos 2 en een derde tijdens het aankleden. Om kwart voor 7 ontbeten we beneden en nam ik extra kwark met banaan. Ik dronk nog een bidon sportdrank leeg. We hadden afgesproken dat we bij elkaar zouden blijven, hoe dan ook. Samen finishen of samen niet finishen, geen andere mogelijkheid. Van andere lopers hadden we gehoord dat het veel vallen was en een grote hike in plaats van hardlopen. Dat baarde ons zorgen. En het zou heet worden. Bloedheet. 35 graden. Daarom mochten we dus al om 8 uur starten. Daar stonden we dan met een man of tien. Ik vond het 1 keer overweldigend spannend, maar meestens was het te doen qua stress, omdat we samen waren. 

We zouden rustig beginnen en elke kilometer onder de 15 minuten was winst. De start lag verderop. We dribbelden en ik starte mijn horloge later, net voor de start. Vanaf daar ging het naar beneden. Onverhard, breed pad. Joyce zei de hele tijd: “naar beneden is geen goed begin, want we moeten omhoog!” Maar ik vond het lekker met een tijd van 7 minuten de eerste kilometer te doen. Dat was winst! We werden veel ingehaald, dan stapten we gewoon opzij. Ieder zijn eigen race. Toen ging het even stijgen. Dat was slikken. En daarna ging het heftig stijgen. Ik herkende dat. Van boomtak naar boomtak. Klimmen. Stap voor stap. Laat het rennen maar zitten. En dan een prachtig uitzicht als beloning.

Ik ben hier volgens mij wel ooit eerder geweest in 2016.

Daar rennen de anderen voorbij, maar wij maken een foto. We blijven op hoogte en smal pad. Stijgen kost meer tijd, maar de tijd blijft op 10 minuten.

Op 5 kilometer gingen we aan het stijgen. Zonder rennen. Een stel liep ons voorbij. Ik kan stijgen, gewoon rustig. Niet rennend. Joyce blijft iets achter. Ik stap door en door. Op exact 5km neem ik een gel. Ik ben trots op mijzelf!

Boven wacht de man op zijn vrouw, maar in de felle zon kan ik niet wachten. Ik wacht in de volgende bocht op Joyce. Op cp1. Een mooi, smal, redelijk vlak pad met veel groen. Joyce geeft aan dat ze het heel, heel erg zwaar heeft. Ik maak me zorgen, maar wil haar niet dwingen. Al moet ik haar startnummer nemen, zij zal ook 27 lopen! Maar goed, we beslissen nog niks. Ik voel me prima en de gel werkt goed.

Hier loop ik hardop Het Land van Maas en Waal te zingen! En andere kinderliedjes. Gewoon omdat het kan 🙂

Ik drink veel, lekker lurken. We komen op de afslag voor de 13 en dat herkende ik van vorige keer. Godzijdank hoeven we nu niet de heftig zonnige helling op, maar mogen we langs een prachtig riviertje lopen. Omhoog. Ik ga en ga en ga en ga. En dan even wachten tot Joyce er ook is. Nu is het uitkijken naar de post op 9 kilometer. We lopen over een breed pad te kletsen. Nouja, ik klets 🙂 dan komen we in Nadrin op de verharde weg. We proberen even te rennen, wat raar voelt na al het flinke doorwandelen en op asfalt in het zonnetje. We moeten even goed kijken en daar is onze persoonlijke bevoorrading! Ik drink de 500ml sportdrank moeiteloos leeg. Met verbazend gemak.

Zo ziet de post eruit. Tonnen met water en een vuilniszak.

Even wat kletsen bij de post en dan door. Nog even verhard, maar al snel een smal pad op. We gaan weer stijgen en ik voel me echt top door de sportdrank. Op 10km sla ik de gel over. Ik maak me wel zorgen dat ik niet genoeg water heb en neem een flesje over van Joyce, dan draag ik het tenminste zelf!

We lopen langs de rivier en dat is mooi en goed te doen en we blijven rennen. Joyce gaat mee de 27 lopen. Hoe langzaam ook. Ik vind dat geen probleem en ga niet voor haar uit lopen. Wel stukken, maar nooit ver. Joyce loopt achter me langs de prachtige rivier en er wandelen 2 jongens tussendoor. Dan gaan we stijgen. Door weer een prachtig dal en ik voel me perfect en ga maar door.

Ik sta stil voor checkpoint 2. Het duurt lang voor Joyce komt en ik ga zelfs even terug (wat gaat dalen toch veel gemakkelijker).

Joyce heeft met de knullen gekletst. We lopen samen cp2 over. Dan een stukje verharde weg op in de volle zon. Het is pas half 11. Meestal valt de warmte mee, vooral in het bos. Maar op de open paden warmt het nu wel flink op. Wij wandelen flink door en joggen als het afdalen en de zon dat toelaten en het pad wordt heel smal. Ik klets weer.

We komen bij een kruis en dalen af naar de rivier. Over een breed pad naar beneden in de zon. Het uitzicht is mooi en ik maak een foto.

We komen langs de rivier en dat loopt gemakkelijk. We rennen weer. Ik verbaas me dat het pas 11 uur is. De camping is vol aan de andere kant. Al die mensen hebben het warm, maar wij niet echt. Mijn telefoon is leeggelopen. Het fototoestel is aan blijven staan. Ik vervloek mezelf eventjes. We moeten een viaduct op en we staan ineens op een overvolle hete parkeerplaats aan het Nisramont meer. We mogen snel het bos in en dat vind ik fijn. Ik word gek van al die mensen. De aftakking voor de 42 laten we links liggen. We dalen weer even. Maar al snel staan we tussen de kanoërs die geen stap opzij doen en me onwijs irriteren. Ik heb geen tijd om me druk te maken, want we moeten de dam over. Niks voor mij.

Er zijn doorkijkluikjes die ravijnen voor me zijn. Ver omlaag kijken aan de ene kant en ik wil er snel weg, te druk en onrustig. Dan weer omhoog.

De pijlen en de route zijn onmisbaar en erg duidelijk. Hier is de 42 kilometer afgesplitst.

We komen wandelaars tegen die 15km doen. Dan flink stijgen en 1 keer boven zien we niet direct een bordje. De route is onwijs goed bewegwijzerd. Kan niet missen. We lopen even verhard en zitten op 16km, maar we zien geen post. Wel een man met ‘n Mercedes en drank. Joyce gaat hem vragen en hij is niet van de post, maar heeft wel koel water. We drinken opeens veel. Mijn water is zo goed als op. Een paar tellen later staan we toch bij de post en bij cp3. Ik vul mijn waterzak.

Even een appje naar huis en mijn telefoon bijladen. En dan verder afdalen, maar ik merk dat m’n waterzak klotst en dat is niks. Niet te rennen. We komen langs de rivier, maar daar is niet te lopen. Het pad ontbreekt grotendeels. Ik vind het niks en voel me instabiel door de drinkzak die klotst.

Op en neer over stenen. Vreselijk vermoeiend. Ineens staan we voor een rots die steil omhoog gaat. Met een touw.

Dat is een inspanning! Daarna gaat de stijging nog verder. Zonder touw weliswaar, maar het blijft omhoog gaan en de zon is inmiddels voelbaar. Aan de andere kant van het dal zitten mensen op een steen. Ik ga een heel smal paadje in, wat nog verder stijgt. Gelukkig merk ik het niet, maar Joyce is hier en daar tijdens de tocht wel bezorgd over de afgronden vlak naast de smalle paden…. Joyce zei nog: naar de volgende post kost ons uren en ik kon dat maar moeilijk geloven. Maar deze kilometer kost ons een half uur!

Zo gaat het omhoog! Wij komen van beneden.

We liepen even vlak. Intussen is het rustig om ons heen. Lekker! Wel raak ik het spoor wat bijster. Ik besluit onmiddellijk een gel te nemen. Boven ontlucht ik de rugzak eindelijk. We lopen door de felle zon en intussen is dat echt loeiheet. Dan het bos weer in omhoog en ik stap flink door. We tellen nu de hellingen af. Maar dat is nog een foute inschatting! Ineens moeten we weer met een touw omhoog. Dat kost echt kracht.

Maar dan ben je er dus nog niet! Dan moeten we naar beneden!! En dat is nog steiler. Ook met touw ga ik op mijn bips omlaag.

Letterlijk en figuurlijk niet geheel vlekkeloos. Het touw is nog niet eens de helft van de afdaling en we zoeken ons een weg door een droge rivierbedding met losse stenen. Deze kilometer duurt meer dan een half uur en ik voel me gesloopt. We zitten straks op een halve marathon na een uurtje of 4,5. We gaan gewoon omhoog en ik kijk uit naar de extra drank, al ligt die niet precies op de route. Ik ben even volledig alleen in een stuk bos waar het stil en prachtig is.

Zie hoe duidelijk de pijlen de weg aangeven!

Ik krijg Joyce niet geappt dat ik door wil lopen voor de drank, maar ze is dichterbij dan ik dacht. We zijn ruim op 21 kilometer en ik moet iets extra hebben aan voeding. Ik loop om, terwijl Joyce op me wacht op de route. Ik wandel alleen nog maar. Dan moeten we 6 kilometer ook redden.

Ik klok de sportdrank weer weg. We stoppen de flesjes weg en vinden zeer welkome pretsils (chips) om te eten. We hobbelen weer stukjes naar beneden, maar de benen voelen pappig aan. Flinke looppas is ook goed. Breed pad. Doorlopen. Nog 3 beklimmingen. We zijn bijna bij de rivier en dan weer omhoog. Nog een touw denk ik, want we raken er bijna aan gewend. De rust is van korte duur, want naar beneden volgt razendsnel. Met touw. Dit is wel de steilste.

Ik ben er bijna klaar mee en het laatste stukje geef ik me over en vertrouw ik even op het restje evenwichtsgvoel. Dan door een dalletje en nog 2 zware beklimmingen. Een touw, met knopen erin. Dus echt optrekken. Hijgend sta ik boven.

Weer door, want we zijn nog niet op de helft naar boven. Het blijft een breed pad. Ineens sta je boven in de felle zon. Die is zo heet dat je echt lucht als een dikke deken op je voelt. Je zou bijna naar de bosrand willen rennen, maar dat kan niet meer- dat rennen. Er staan bordjes langs de kant hoeveel kilometer het nog is. En een kilometer met klimmen en afdalen kan zomaar veel tijd kosten. We worden moe en ik weet het niet meer precies. Het was een mengeling van aftellen, angst voor wat nog komt aan dalen en overleven. De kans om te vallen wordt groter met de tijd die je onderweg bent en vermoeid raakt. Je moet de hele tijd onafgebroken letten op de route voor je, op boomwortels, stapjes en je voeten op blijven trekken. Ik heb gemerkt dat lurken aan water en stijgen mij goed helpen, omdat ik dan ook door mijn mond adem en ik dan drink. We dalen gewoon af langs de rivier. En dan weer omhoog. Dan ben je al lang blij dat het geen gedoe is met touwen. Het is de laatste grote stijging. Dan komen we weer aan de rivier. Daar staat een jongen te kotsen. Hij is er slecht aan toe en wij gieten water over hem heen. Hij loopt met ons mee. Joyce kletst tegen hem.

Ik geef hem een winegum en hij krijgt onze cola. De Belg uit Brussel knapt op. Ik wil alleen maar de rivier oversteken, maar dat is nog een keer omhoog en omlaag. Ik kijk er naar uit en vertrouw de slecht voorbereide Belg niet zo erg. We lopen langs koeienvlaaien en gras langs het water.

De laatste kilometer lijkt een eeuwigheid. Een oneindige opgave. Ineens moeten we nog een keer door de stof omlaag. En dan eindelijk de rivier. Koel. Zonder angst stap ik er doorheen.

Jonas gaat liggen. Hij koelt teveel af. Weet niet zo goed wat hij doet, die gast: hij dacht er 2,5 uur over te doen op een litertje water en zonder telefoon of startnummer. Het is hier druk rond de rivier de dagjesmensen verkoeling geeft. Kan ik niet meer hebben. Ik wil finishen binnen 6 uur en 39 minuten. Het is nog “quarante” (??) meters volgens die Franse mevrouw, maar mijn hoofd kon daar geen kaas van maken. Omhoog. Nog meer stof en stijgen. Ik ben er klaar mee. Laat dit maar afgelopen zijn. En dan sta ik boven voor de finish. Ik wacht op Joyce. Er komen auto’s voorbij en er zijn heel veel mensen. Nu moet Jonas maar een foto van ons maken; is ie niet voor niks meegegaan!

Het is gelukt binnen 7 uur, binnen 6 uur en 45 minuten zelfs.

Ik ben flabbergasted. Het is zo druk, zo onoverzichtelijk. Ik wil de 28 volmaken, ik wil hier weg, ik ben blij, ik ben trots op Joyce, ik ben blij dat de voeding klopte, ik ben er klaar mee, ik wil Jonas netjes afleveren, we zijn geen moment in gevaar geweest, we hebben het gewoon geflikt en ik wil drinken. Maar bovenal tol ik. Alles in en aan me tolt. Meer figuurlijk dan letterlijk. Ik app Rob en Vincent dat het gelukt is. Ze zijn blij voor mij. Ik loop op en neer. Moet uitkijken voor auto’s en dan met Joyce terug naar Maboge. Ik blijf nog even tollen. Foto bij de zuil.

Waar we 7 uur geleden ook waren! Maar nu met modderbillen….

De klok slaat drie uur. Medaille halen. Mondkapje op. Een plekje zoeken. Bier drinken. Appen met de trainer die gelijk reageert. Emoties. Joyce kletst. Ik drink bier!

Het is lekker, maar raakt me hard. Ik waggel de b&b weer in. Als een bezopen katje. Kletsen met een triatleet. Rust. Dan pas lijkt het heet. Ik ben niet verbrand, heb alles goed gedaan met voeding en daar ben ik super-super tevreden over. Ik drink een liter chocomelk als hersteldrank. Geen schuurplekken, geen pijntjes, maar wel overweldigend moe. Na de douche ga ik een half uurtje slapen! Daarna krijg ik een aanval van extreme sjacherein en gaan we eten in La Roche.

De hamburger valt erg tegen en de friet krijg ik niet weg. De honger ontbreekt ook. Mijn zin is op. Ik functioneer. Da’s alles. Rij mee, bel met Rob en Vincent. We hebben er officieel 6 uur en 36 minuten over gedaan. Daarmee zijn we niet laatste geworden, zelfs niet in de top 10 van onderaf. Ik slaap in de koelere kamer beneden naast Joyce. Al die social media maakt me bijna gek. Ik kijk morgen maar. Nu slaat de kerkklok al niet meer (die stopt om 10 uur). De dag zit er op. Challenge 1 van 3 afgerond. Met een dikke, dikke voldoende!

9 augstus. Na een nachtje redelijk slapen, maar niet teveel, pakken we de rommel in en gaan nu lekker van het uitgebreide ontbijt (met chocoladebroodjes) genieten! En kletsen met de vrouw van de triatleet. Joyce en ik hebben gisteren bier gedeeld na afloop, maar mijn ‘prijs’ ligt nog te wachten: zwemmen in de Ourthe! We lopen erheen (mondkapje op) en dan ga ik het water in. Ik loop terug voor mijn schoenen. In het water twijfel ik even, maar als je er eenmaal door bent is het heerlijk!!

Het is net diep genoeg om op en neer te zwemmen.

lekker laf met een achtje!!

Even later komt Joyce ook en ik ga ietsje verder. Door al het stoppen, raakt mijn horloge de lengte totaal kwijt. Joyce’ horloge is er nog veel erger aan toe, die heeft nog nooit gezwommen in open water!

Ik ga op en neer zwemmen, terwijl het snel drukker wordt. We maken foto’s en ook filmpjes. Op de bodem kun je heel goed de steentjes zien. Het is geweldig om hier te zwemmen!

Als ik voorbij de boom zwem, zie ik opeens 2 dikke grote vissen naast me! Ik schrik me het apezuur. Gelukkig kun je overal staan. Ik ben niet bang, plantjes en nu ook stenen ken ik wel, maar dikke vissen…. Dat is nieuw!

Eigenlijk is een half uurtje nog veel te kort, maar we moeten nog verder inpakken, afspoelen en naar huis rijden.

Ik ben trots op d’r! Met haar sneeuwmannenbadmuts!!

Ik heb geen andere schone kleren meer dan de reserve-sportkleding. pas tegen half 12 verlaten we de B&B, maar niemand doet moeilijk. Op de weg terug halen we lekkere broodjes die we in de auto opeten, omdat het REGENT dat het giet! Een enorme onweersbui trekt over. Wij hebben medelijden met de andere deelnemers, maar gelukkig bereikt dit noodweer Maboge niet. We zijn rond 4 uur weer thuis en daar lijkt het veel heter. Ik heb voor Joyce nog een kettinkje met een hardloopstertje gekocht, voor ons allebei dezelfde. Ik ruim snel alles op. Nu eet ik wel lekkere Almeerse friet en een echte huis-hamburger! En dan ga ik met Vincent uitfietsen!

De zonsondergang in Almere. Niks saais aan zeg ik!

Het gaat heel rustig aan. Niet omdat ik ergens last van heb, maar omdat ik heel moe ben. Heel moe! Het was een prachtig avontuur. Geweldig. Het voelde als een vakantie. Een belevenis. Iets om later, als deze poldermeisjes oud zijn, met veel genoegen op terug te kijken! Bovenal was het fantastisch om dit samen met Joyce te doen. Als ik alleen was geweest, was ik waarschijnlijk een half uurtje sneller geweest. Maar dat half uurtje weegt in niets op tegen het feit dat we dit samen mochten en konden doen. Echt fantastisch!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-26

26 juli

Een run bike run. Het zou heet zijn. Vincent fietste mee. Eerst het rondje van 7km (langs de Oostvaardersplassen) tegen de klok mee. De wind maakte het koel. Tempo moest in z2 blijven. Dat ging prima, tot ik onverhard ging, toen was het moeilijk laag te houden. Vincent gaf me netjes sportdrank aan, die ik dronk zonder te stoppen. Was best druk, vooral met kinderwagens. Over de berg heen gelopen. Vincent fietste regelmatig vooruit, maar dat was niet erg. Het tempo nam af. Ommetje gemaakt door het bos, om de 7km zeker te halen. Netjes ruim 45 minuten gelopen. Rode trisuit aan wat ooit van SG was en mij nu uitstekend past en wat heerlijk zit. Ingesmeerd. Witte schoenen aan.

Fietsen- alleen. Route van Vincent, maar de eerste 5km door de stad kosten teveel tijd. Toen op het fietspad gebleven. Zelf een route uitgezocht zo lang mogelijk langs de Vaart gebleven. Richting de dijk over het industrieterrein. Heerlijk hard op de dijk en toen nog via de Evenaar naar huis om 20km te halen, maar net niet binnen 45 minuten. Onderweg bijna de bidon leeg gedronken!

Weer hardlopen. Vincent mee. Gel genomen voor ik ging lopen. Rondje nu met de klok en de wind mee. Nu in zone 3. Even inkomen. Toen ik in zone 3 zat aan het einde van de straat ongeveer, toen kwam ik in een ritme en ging het wel goed. De berg weer over. Het ommetje even overgeslagen. Daarna onverhard blijven en toch weer merken dat dat minder gemakkelijk is. Op 3km bij het bankje een gel genomen, even heel kort pauze.

Vincent kwam iets later. Ik liep een jongeman bij, die ging net iets minder hard. Daardoor ging ik harder en net zone 3 uit. Hij zag mij/ons echter en ging versnellen. Dan wil je er achter blijven. Liep niet fijn, liep iets teveel leeg. Onder het treinviaduct weer een korte stop voor sportdrank, want ik zat vol met de gels. Toen de zon in en de wind tegen en het werd iets moeilijker het viaduct op. Ik liet het tempo gaan, al liep ik tot nog toe onder de 6 minuten per km. De hartslag liep op en het tempo liep af. Het was nog even afzien en vooral aftellen. Vincent jatte het adagium” fluffy as a cloud” en ik probeerde te denken aan voetafwikkeling en arminzet en naar de wolken kijken. De laatste kilometer gingen aanzienlijk trager en intervallen zaten er niet meer in, maar ik probeerde het nog even. 7 KM net niet in 42 minuten en toen voor de deur even uitpuffen en uitzweten. (kijk, zo kort kan het hele verslag dus ook 🙂 )

Week zonder Garmin. Met 7,5 uur sport. Als je het wandelen niet meerekent. Anders is het 10,5 uur. Ik vind dat het wandelen wel degelijk meeteelt! En van de trainer mag het. 10,5 uur dus. 😐

Maandag 27 juli. Ik wil fietsen. Maar eerst moet ik werken. En dan eten maken en eten. En daarna spelen we Geogessr in Canada (dat is onze vakantie dit jaar). Ik heb Vincent overgehaald om mee te gaan. Als we onze fietsen willen pakken, regent het. Mij kan je niet sjachereiniger krijgen! De hele dag lekker weer en net nu buien. Grrrr. Ander plan dan maar: op de mountainbike. Dat is passen en meten, want Vincent wil niet op zijn groene fiets en op die van Rob past hij minder goed dan op de mijne met Robs zadel. Volg je het nog? We gaan rustig trappen en snel nog een jasje aan en dan gaan we. Eenmaal op de fiets bedenk ik een rondje Weerwater. Maar zonder het Spoorbaanpad. We moeten om door Almere Haven, want ‘t Rondje Weerwater is niet meer wat het geweest is met alle bouwwerkzaamheden voor de Floriade. Het zal ooit weer mooi worden, maar nu nog niet.

Dan rijden we terug onder de hoogspanningsmasten door. We kletsen en het wordt al wat donkerder. We gaan richting de manege en dan bedenk ik dat we onverhard kunnen rijden. Dat vinden we gaaf. Vincent nog meer dan ik en nu is hij opeens weer om met mountainbiken! We gaan daarna nog even onverhard bij de Eilandenbuurt. Ik vind het altijd een beetje lastig en akelig en eng, omdat ik het gevoel heb dat je kunt vallen. Dat mis ik op de racefiets. We trappen toch 25 kilometer weg.

28 juli. Vincent moet infietsen en dan 3 kilometer heel hard lopen en dan uitfietsen. Hij heeft er de hele dag over kunnen nadenken hoe en wat, maar op het moment dat we naast de fietsen staan, lijkt hij nergens over te hebben gedacht. Ik app gauw Joyce, die gelukkig thuis is en we gaan 20 minuutjes infietsen naar haar huis, zodat Vincent langs de Vaart een lang, recht fietspad heeft om te lopen. We fietsen om via de manege zodat we 20 minuten halen. Bij Joyce kleedt Vincent zich om en ik ga naast hem fietsen bij het lopen. Dat bevordert niet mijn tempo, maar dat is niet zo erg. Hoe de wind precies waait, blijft raadselachtig. Ik roep tegen Vincent dat hij vooruit moet kijken, dat het goed gaat, dat hij zijn tempo hoog moet houden en dat het naar beneden gaat.

Ik zie dat hij niet lekker loopt. Gespannen, hoge schouders, onrustig. Hij doet zijn best en ik zeg er niks van, maar een toptijd wordt niet voor hem. Misschien zit er toch nog wat kamp in de benen. Of heeft hij gelijk en past rennen na fietsen hem niet zo best. In elk geval keren we op tijd en zou ik nog altijd een moord doen voor de kilometertijden die hij haalt! 14 minuten en 12 seconden. Ooit, ooit lukte mij dat ook. Tien kilo geleden. We halen de fiets weer op. Nu gaan we de andere kant langs terugfietsen, want Vincent moet 40 minuten uittrappen. De donkere luchten zijn mooi, maar dreigend. We voelen een paar druppels als we de sluis overgaan. In het Wilgenbos lijkt het harder te regenen, maar door de bomen merken wij dat nauwelijks. Als we de dijk omhoog gaan, halen we 2 dames in en ik zeg ze nog dat niet heel de polder plat is. Op de dijk is het nat. Daar heeft het (hard?) geregend, maar nu is het voorbij. Dat vinden we lollig. Ik denk er de hele tijd over of ik nog 10 minuten zo hard mogelijk ga lopen of dat ik die maar zal skippen omdat ik morgen ook al ga hardlopen. Ik twijfel enorm. Het schemert ook al intussen. En dan wil Vincent meefietsen, omdat ik dat voor hem ook heb gedaan. Als we de straat inrijden weet ik het opeens: ik doe het gewoon! Kijken hoe ik op dit voor mij ideale tijdstip en na het fietsen nog kan lopen. Ik wissel schoenen en Vincent gaat mee op de racefiets. We lopen de straat door en dan komen we de mevrouwen van de dijk weer tegen! Ik weet niet of ze ons herkennen, maar ze zeggen heel vriendelijk: sportief hoor. Ik heb al geen puf meer om het Vincent te vertellen. Ik ren gewoon zo hard ik kan en alle onzinnige opmerkingen die ik tegen Vincent maak als hij rent, krijg ik terug.

De eerste kilometer lukt nog wel, maar dan merk ik al dat ik nog steeds een dieet volg. Ik zet door. Ik kan veel dingen niet (zo goed), maar doorbijten lukt me. Ik zit niet onder de 5 minuten. Eigenlijk wilde ik 2 kilometer lopen in 10 minuten, maar dat ga ik net niet redden. Ik moet ter plekke de route bedenken en maak nog een ommetje rond het huis. Het is intussen eigenlijk donker. Ik doe er 10 minuten en 17 seconden over. Ik druppel helemaal leeg, maar ik ben altijd snel weer bij. Ik kan het ook nog!

woensdag 29 juli. Omdat Garmin er een tijdje uitgelegen heeft, moest ik de route via Komoot op de Apple Watch volgen. Weer eens iets anders… we gaan vandaag de N70 lopen. Dat is een route bij Nijmegen en Berg en Dal en naast Zuid-Limburg zijn hier de meeste hoogteverschillen. Een goede en broodnodige training voor de Ardennen! Maar ik zie er wel wat tegenop. Gelukkig is het weer Perfect. Droog, bewolkt en een graadje of twintig. We rijden met de Mercedes naar het beginpunt en gelukkig kunnen we dan kletsen! We zijn er om kwart over 11. De nieuwe herzogsokken heb ik snel aan. Dan moeten we hoognodig een bosplas doen voor we gaan. Daarna de rugzak op, die altijd weer zwaar aanvoelt.

We spotten meteen de groene paaltjes en dan gaan we. De eerste 200m gaan prima! Bergaf, bos en energie. Dan gaan we een enorm ongelijk pad af het dal in. On-Nederlands mooi en zwaar! Het is echt even op adem komen en wennen aan de belasting en zweten. Ik voel direct spieren in mijn benen die in de platte polder nooit aan het werk worden gezet! We lopen tussen de velden door. Wat me meteen opvalt en niet meer loslaat: dit is een drukke route. Veel wandelaars. Beide kanten op. Dat is soms storend, want je moet inhalen en ik doe het liever alleen en soms is het de betere uitdaging om in te halen. Het tempo ligt laag. Heel laag. Ergens stoort me dat, aan de andere kant kan het niet veel harder. We komen op de toegangsweg en daar lijken de dalen helemaal meer op Luxemburg. We gaan trapjes af en op.

De route is super aangegeven en niet opvallend. En anders kies je het meest gebaande pad. Ik heb de route opgedeeld in blokjes van 5 kilometer. Die wil ik zoveel mogelijk joggen. En na 5km  gel-pauze. Het valt niet mee. Maar mooi dat het is! Het is echt zonde dat je op de grond naar boomwortels moet kijken en je niet voortdurend om je heen kan kijken. Omhoog, omlaag, oud bos en natuur alom. Ik ben gek op een boerderijtje wat er staat en dat wel Oostenrijks zou kunnen zijn. De route is op het horloge aardig te volgen, maar ik kan nauwelijks kijken, de grond en omgeving gaan voor! Prachtige vergezichten en vennetjes; het volgt elkaar op. Ondertussen puffen wij er doorheen, omhoog en omlaag.

De meeste mensen die we inhalen vinden ons stoer. Dat is goed voor het ego. We lopen telkens iets uit elkaar. Joyce klimt sneller (ik moet teveel kilo’s omhoog duwen), maar houdt het minder lang vol. Dan zijn we op 5km op een soort van hoogvlakte. We nemen wat en ik drink zoveel mogelijk, want dat verlicht de rugzak. Een knul halen we twee keer in. Die had het verkeerde trapje. Er zijn er ook veel. Echt veel. Ik loop wel minder zwaar als eerdere keren, maar ik weet niet of dat komt door gewichtsafname of training of door het weer. Door de aaneenschakeling van mooie plekken, springt er niks echt uit. Mijn horloge gaat uit als ik te langzaam ga. We lopen ook stukjes door het dorp en verhard. Niet dat dat vlak is, maar ja wat wil je ook in Berg en Dal? Voor mijn gevoel al snel lopen we Nijmegen in en dan zijn we bij eens cafeetje op de route op het verste punt. De eerste kilometers waren het zwaarst.

Nu lopen we over keitjes en daarna langs de weg op de stoep. Omhoog. En verder omhoog. Blijven lopen, bijt ik Joyce toe en dat doen we allebei maar. Het bos weer in en uitzicht op Pannerden.

Er staan veel bankjes, maar wij mogen van onszelf pas op 10km rusten. Een fotostopje of klimvertraging hoort erbij, maar stoppen straks pas. We kletsen niet heel veel, gewoon omdat we genoeg hebben aan lopen. Naar benden rennen we zoveel mogelijk. We zien heel veel verschillende mensen; wandelend met de hond, met dure bergschoenen, jong en oud. Andere trailers zijn er echter niet in ons tijdsblok. We passeren een meneer met een grote hoed en wandelstok en een mevrouw in lange alternatieve kleding. En dan door de zon een pad tussen de velden naar beneden.

Ineens geniet ik, lukt het en waan ik me op vakantie. Dan weer trapjes omhoog. Misschien komen we nu pas bij het uitzicht, ik weet het niet meer hoor. Ik krijg een aanmoedigingsSMSje van mijn kind. Te schattig. We gaan een bruggetje over en er is een paddenstoelroute. En dan  zitten de tien kilometer er opeens op. Bij een watertje. Kunstmatig, maar niet minder mooi. We nemen staand naast het bankje nog een gel. Er zijn mensen die ons wijzen op de zeldzame Aaronskelk die er bloeit. En er zijn een opa en oma die met de kleinkinderen de kabouterroute doen en de poepende kabouter aanwijzen. Die moeten we zien, ook al is het een extra trapje! Dan komen we bij het wasvrouwtje aan het water en in de ‘stad” en drukte.

We zien 1 andere renner. En fietsers bij het toppunt. Dit was de enige keer dat we eventjess naar de paaltjes moesten kijken. We gaan weer een stuk verhard (misschien was dit dat stijgstuk) en dan gaat het weer stijgen en dalen in het bos. Ik denk elke keer: dit is de Duivelsberg, maar dan komt er weer een heftiger stuk stijgen. Ik wandel net zoveel als ik ren. Ik wist het al meteen: we doen het eerste stuk nog een keer, maar Joyce begint erover; dat ze daar niet genoeg van genoten heeft. Aan de ene kant zal ik blij zijn als de route klaar is, aan de andere kant is 14km niet genoeg. We hebben nog zo’n miljoen treetjes tegoed. Zo voelt het. Daar zijn sjieke mensen die duidelijk niet ver gaan en daarom denk ik dat we er snel zullen zijn. De Duivelsberg is dichtbegroeid en er is geen uitzicht. Dan zijn we inderdaad rond. 14 kleine kilometertjes. De auto staat er nog, het is drukker geworden en wij doen het begin nog een keer. Het holle pad met de steentjes, al had dat niet gehoeven van Joyce. Ik merk dat deze sokken minder strak zijn en vrees zelfs blaren. Voor de rest heb ik geen last, behalve dat het simpelweg geen cookie is!

We lopen weer langs de velden, de varens, de grenspaal en door het bos. Het is veel verder dan ik nog wist! Toch is het ook gemakkelijker dan de eerste keer, omdat we nu gewend zijn. Maar ik voel de ook vrijer, gek genoeg. We hebben de hele route gedaan en dit is bonus. We komen weer bij de dalen en proberen de indruk te fotograferen. Ik kijk op de kaart en zie dat we door het dal kunnen. Een ommetje wat voor het oprapen ligt. En als ik daar door dat dal loop en me nietig voel en het kleine Joyceje zie bij de torenhoge bomen geniet ik van mijn pijnlijke tenen tot mijn bezwete kruintje. Geen afgestompt pad, omlaag lopen en stilte ervaren in de wind.

Het is super, bijna overweldigend. Het is een stukje buitenland in Nederland. Helaas komen we na 15km weer onderaan de trapjes. Ik zit in een bubbel en verbaas me nog over de bomen die een kleine boom in zich hebben. Dan weer naar boven klimmen en lopen. We hebben bij de Duivelsberg het echte uitzichtpunt gemist, maar dat maken we nu nog goed. 10 Engelse mijlen lopen we. Voor de platte-poldermeiden een hele prestatie met al die bergen. We zitten even op een bankje bij het uitkijkpunt over Duitsland. Mijn telefoonverbinding geeft aan dat ik in het buitenland ben.

En dan nog 1 keer al die trapjes en de saaie Duivelsberg over. Dik 16 kilometer in 2 uur en 3 kwartier tijd. We hebben een twintig minuten daarvan niet gelopen. Dus 27 kilometer halen we in België ook. Binnen de gestelde tijd. Bij het pannenkoekenhuis staat een rij. Die laten we staan. We rijden weg op zoek maar iets anders, maar het lege terras wat ik zie wat op de route zit is nog niet open. Laat dan maar. Met crackers en nootjes rijden we naar huis. 

De enige reden dat ik niet ga zwemmen, is omdat ik me dan moet haasten en daar heb ik geen zin in.

Ga ik wel een stukje uitfietsen ‘s avonds. Vincent rent alleen, ik fiets alleen. De beentjs zijn er blij mee. Dat ze even iets anders mogen doen. Ik heb een muziekje op en ik ga mijn neus achterna. Die komt zoals zo vaak over de Oostvaardersdijk en langs de Oostvaardersplassen. Ik bedenk dat ik net zoveel moet fietsen als lopen en daardoor pak ik ook nog een stukje Kotterbos mee. Het is niet heel warm, maar na de eerste tien minuten merk ik daar niks meer van.

30 juli. Spierpijn in mijn bovenbenen. Het is zo ontzettend lang geleden dat ik spierpijn had! Maar nu is het duidelijk aanwezig en nog duidelijker als ik de trap af moet. En moe van de inspanning. Ik werk een dagje op kantoor en dat is gelukkig op de begane grond! ‘s Avonds ga ik een stukje uitfietsen. Muziekje op en om de Noorderplassen heen. Ik haal mensen in, ik ga voor mijn doen op een lekker tempo en ik trap gewoon door. Ik ken het uitzicht, ik ken de route, ik begrijp de wind, ik luister naar de muziek en ik trap en trap en trap. Niks aparts aan. Het hele rondje niet. Ik maak een rondje om de wijk om de 25 kilometer te halen. Deze keer heb ik nul foto’s gemaakt. Ik had gewoon geen zin om er voor te stoppen en ik zou ook niet weten waar. Gewoner wordt het niet! Maar de spierpijn gaat er ook niet van over helaas.

31 juli. Vincent heeft zijn 3 schoolvrienden uitgenodigd voor een slaapfeestje. Op de warmste dag van het jaar! In plaats van dat ze de hele tijd achter een schermpje hangen, gaan we zwemmen in de Koploper. Zij gaan spelen en ik ga zitten. Ik ga bloggen. Als dat gedaan is, wil ik zwemmen, maar er is niet echt een baantjesbad. Dus ik zoek een groot bad uit wat er niet zo druk uit ziet. Daar ga ik aan de kant zwemmen. Eerst 500m zonder achtje. Mijn achtje ligt op de kant en dat vind ik dan ook weer niet fijn. Ik zwem in twee blokjes van 250 meter. Het is altijd een uitdaginkje: tussen de mensen, speelattributen en springers door. Vooral die springers die op je kunnen landen vind ik akelig. Ik pak mijn achtje voor het 3de blokje van 25m. Ik heb geen badmuts op. Ik hinder nauwelijks andere mensen. Omgekeerd is de baan van 25 meter soms wel 28 meter!

Ik doe 4 blokjes en dan zit er een kilometer op. Even kijken of ik de trainer nog te pakken kan krijgen. Dat lukt helaas niet. Ik zit nog een tijdje aan de kant en dan wil ik nog een stukje zwemmen. Maar de grote baden worden net dan afgesloten. Ik ga in het kleine badje, waarvan ik niet weet hoe lang het is. Of kort. Ik tel de tegeltjes, maar dan weet ik dat het er 77 zijn. Het kortste wat het horloge aankan is 14 meter. Dit is nog erger dan het grote bad: warmer water, meer drukte en meer keren. Het is opletten, ontwijken en bijna met je hoofd boven water zwemmen. Ik zwem volledig zonder achtje, omdat ik dan beter kan uitwijken. Die lastige knullen die proberen te koprollen, het elfjesmeisje wat achteruit zwemt, de pubers die op de mat spelen: het is een goede oefening voor een wedstrijd waarin iedereen tegelijk start zullen we maar denken. Echt leuk is het niet en snel al helemaal niet, maar ik maak nog een keer 1000m.

‘s Avonds wil ik hardlopen. Het is bloedheet. De hele dag al. Ik heb in het zwembad niet extra veel meegekregen, maar ik geloof dat het 30 graden was. Dat wordt het volgende week in België ook, dus laat ik maar oefenen. Ik doe nu mee aan de IronmanVR wedstrijden. Daar moet ik dit weekend 3 kilometer voor hardlopen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer hardlopen. Wat er wanneer van komt weet ik niet, maar ik ga proberen de tien kilometer te doen vanavond. Ik moet op lage hartslag lopen. Met de hitte zal het tempo nog wel lager zijn. 5 Keer een kwartier in zone 2 en 1 minuut wandelen er tussendoor. Al in de straat blijkt dat ik de training in afstand heb ingevoerd in plaats van in tijd. Dus ik tel zelf wel de tijd uit. Ik vind het een uitdaging om de hartslag laag te houden; onder de 145 zeker. Ik zit rond 141/142. Al binnen een kilometer gutst het zweet van me af. Het is niet anders…. Ik wil eigenlijk wel naar de dijk, maar ik zie wel of ik dat haal. Het is stil op het fietspad langs de Oostvaardersplassen. Intussen is het dan ook rond 9 uur en dan zijn de meeste mensen weer binnen. Dan hoor je krekels. Een heel concert! Ik loop te genieten. Hou de hartslag laag, maak een fotootje van de laagstaande zon en luister.

Er is niemand. 1 Fietser passeert me. Verder niemand. Ik loop netjes na 15 minuten en dan zitten er pas 2 kilometer op. Zo haal ik de dijk wel. Als ik me er maar bij neerleg dat in deze omstandigheden 7 minuten over een kilometer prima is. En dat doe ik! Ik hobbel weer verder. Dan bedenk ik dat mijn zus vandaag aan zee naar de zonsondergang ging kijken en dat ik dat wel op de dijk kan doen! Als ik het haal. Maar het gaat prima. Het koelt al wat af heb ik het idee. De dijk omhoog loopt de hartslag even op naar 151, maar ik ben prachtig op tijd. Je hoort het water, heel in de verte een auto en natuurgeluid. De fietser staat aan de andere kant. Ik maak foto’s en film.

Echt driedubbel genieten! Maar goed, voor het donker ben ik niet thuis nu. En het is nog dik 5 kilometer terug. Ik hobbel weer door. Het koelt merkbaar af. De krekels zijn nog luidruchtiger en het is geweldig mooi hier. Prachtig, prachtig. De kleuren zijn roodachtig en donker is het nog niet. Ik tel de vijf minuten erbij op voor de wandelpauze. Er ritselt vanalles in het struikgewas. Ik weet dat ik hier na zonsondergang eigenlijk niet meer mag zijn, maar er is niemand die mij überhaupt ziet. Ik loop toch maar even door tot na de bossages. De lucht is geweldig gekleurd.

Ik ga tien kilometer halen. Dat wel. Maar niet binnen 70 minuten. Ik moet de hartslag wel een beetje in de gaten houden. Die gaat naar 146. Als ik door de bochten ga verandert de kleur naar geelgroen. Sommige struiken lijken wel lichtgevend groen! Ik pauzeer en fotografeer als ik het hek door ben. Nu nog naar huis lopen. Het wordt steeds donkerder.

Inmiddels is het ook tegen tienen. De brug op is wat vermoeiender, maar ik probeer te blijven rennen. Ik trek me niet veel meer aan van de wandelpauzes. Voor me loopt een knul met heel lang haar. Hij loopt te swingen. In de wijk is het eigenlijk donker nu en de maan is goed zichtbaar. Ik zie de knul een foto maken en ik maak ook een foto. Dan ga ik rustig door de straat naar huis. De tien kilometer haal ik nog niet eens in 70 minuten. 10,5 kilometer. En ik ben ontzettend blij. En leeggezweet.

Zaterdag 1 augustus. Het slaapfeestje begint alweer vanaf 8 uur. Niet dat ik daar voor op hoeft te staan… Ik kan de hele ochtend lekker rustig aan doen. Om 3 uur worden de boys opgehaald. Behalve eentje. Die moet naar huis terug fietsen. En Vincent gaat met hem mee. Met een vermoeid hoofd. Lijkt me niet zo verantwoord. Dus ik ga ook mee. Voor de terugweg. Stadsfiets en racefiets gaan voor me uit.

De ene weet de eerste helft van de route, de andere kan ons door Almere Haven leiden. Ik kom op plekken waar ik het bestaan niet van wist! Alle kids zijn veilig thuis, nu moet ik de mijne weer veilig naar huis loodsen! We nemen een andere route Almere Haven zo snel mogelijk weer uit langs de gebaande wegen! Vincent reageert iets trager en we kunnen lekker napraten. We gaan ook iets verder om over de fietspaden langs het Weerwater, omdat een racefiets wat meer vlakte en eenvoud vraagt dan een stadsfiets met brede banden. Al met al fietsen we 26 kilometer. En dan heb ik geen zin meer om buitenzwemmen te organiseren. Vincent is ook moe en meer gebaat bij rust. En ik ga morgen ver fietsen, dus ik mag ook best even kalm aan doen. Hoe lastig ook.

zondag 2 augustus. Een lange fietstocht vandaag. Rond tien over negen ging ik er met 2 bidons sportdrank, een rugzakje met water en hardloopschoenen erin en een fietscomputertje met de route erop, op weg. Eerst naar Amsterdam bij IJburg. Ik had daar met de meiden van Trispiration afgesproken om 11 uur voor het verkenningsrondje voor de (halve) triatlon later deze maand. Eerst Almere door. Het was lekker rustig overal. Spoorbaanpad af. Ik koos soms zelf de route, want dan zag ik het fietscomputertje niet zo goed. Ik ging langs de Esplanade die nog steeds niet af is (maar wel mooi word) en langs mijn werk. Ik kreeg het fietscomputertje goed, zodat ik het prima zag ineens. Dan door het Kromslootpark.

Er zat geen tempo in. Ik had genoeg tijd, maar wat ging ik traag zeg. De Hollandse Brug over en ik keek naar Pampus. Wat leuk toch. De zon brak langzaam door. Ik besloot het pad langs het water te nemen bij Muiderberg. Is toch mooier dan het rechte pad naar Muiden. Wel kwam ik meer snelle (en brede) groepen wielrenners tegen. Lekker naar het kasteel kijken. En dan Muiden door. Ook nog heerlijk stil. Toen over het fietspad achter de centrale langs. Ik keek naar het water en de schaapjes. Intussen begon ik me toch wel zorgen te maken dat ik niet ruim op tijd zou zijn. Hooguit vijf a tien minuutjes. Ik ging er nauwelijks harder om fietsen. Tussen de schaapjes door slingeren met een grote grijns. En dan in het Diemerpark. Daar waren hardlopers op de paden. Ik volgde trouw het fietscomputertje, want hier weet ik niet precies de weg. Langs het winkelcentrum van IJburg en dan de bruggen over. Ik had de hele tijd oortjes in gehad, maar geen muziek aangezet. De stoplichten waren wat lastige onderbrekingen. Ik fietste om. En toen vergiste ik me in de weg en moest ik terug. Ik was er als tweede om 10 voor elf. Ik weet nu dat ik 36 kilometer alleen maar tegenwind had. Dat verklaart het gemiddelde van slechts 22 kilometer per uur een beetje. Samen met DvM, die een aangepaste fiets heeft en een beenspalk. Dat maakt haar niks minder sportief. Integendeel! We wachten op de rest. Dat duurde een hele tijd. 3 Dames hadden het rondje al op snelheid gefietst. Nu gingen we met z’n zessen voor de gezelligheid.

1 van de liefste ‘meiden’ ( ouder dan ik) kon het niet goed vinden. Dan Amsterdam uit. Ik had de route voor me. Al snel ben je de drukte uit en rij je langs het water over de dijk naar Marken. Ik ben niet snel, maar ook niet heel langzaam. Ik kletste met JvR, als we samen konden fietsen en niet achter elkaar vanwege motoren, groepen of auto’s. Ik vind die dijk erg leuk. Ik kletste ook een stuk met MV. De rest raakte achterop en MV ging naar ze toe. JvR en ik fietsten op en neer richting Marken.

Na het keerpunt trok de wind dik aan. Echt wel vet. Ik gebruikte JvR om achter te stayeren. Ze is nu eenmaal een betere fietser dan ik. De rest was niet op en neer naar Marken gegaan en wachtte ons bij Durgerdam (??) op. Gingen we gezamenlijk het drukke dorp door over de natte brug en door het tunneltje. We waren PK kwijt, of zij ons. PK fietst op een toerfiets. In een iets ander tempo. Ik haalde haar met D weer op.

Toen bleef ik lekker bij D fietsen. We kletsten. Over de borstcrawl. Ik vind het moeilijk te vertellen dat ik de hele heb gedaan. We kwamen bij det theetuin. Ik zou alleen verder gaan, want ik wilde op tijd thuis zijn. Maar het zat er vol. We waren PK weer kwijt. D en ik fietsten weer terug, maar we zagen haar nergens. We fietsten naar het volgende dorp met het keerpunt erin. Ik heb niet goed opgelet omdat ik gezellig kletste met D. Maar de route is niet moeilijk en erg mooi. Heel Hollands. Ik wees D op de mogelijkheid om te proberen een halve triatlon te doen, of de Brouwersdam-afstand (1900-90-10) Ik liet me afzakken om met DvM te gaan fietsen. Ze was wel iets minder snel, maar niet eens zoveel. Ik klets wel hoor! Over het smalle fietspad, wat wel drukker werd met dagjesmensen. Vooral even lastig op het steile brugje! Toen kwamen we Amsterdam weer in. Ik wilde niet meer mee lopen, ik moest nog 30-35 kilometer naar huis fietsen. Ik wilde er voor de Picnic kwam, zijn. Weer drukte. Ik had 48 km gefietst met de meiden. Genoeg voor de Ironman. Ik deed de drie afstanden afzonderlijk in Garmin. Het fietscomputertje telde ze allemaal bij elkaar op. Het gemiddelde was naar 22,3km per uur gegaan. Ik dacht dat ik de weg terug wel wist en zette de afstand voor. Ik had 1 afslag te vroeg nog voor ik in het Diemerpark was. Nu had ik duidelijk wind mee, zeker gezien het tempo. Ik maakte een inschattingsfoutje met inhalen en tegenliggers en die vrouw begon mij toch uit te kafferen! Ik was er ook snel voorbij, maar ik heb me tot ver in Almere daarover geschaamd. Het was nu zo druk met fietsers, hardlopers, dagjesmensen dat het voortdurend opletten was. En dat met een tempo van rond de dertig en een beetje vermoeidheid maakte het ongemakkelijk. Waar ik hard kon, genoot ik daarvan. En het gemiddelde liep op. Bij Muiden was de brug dicht. Drómmen mensen.

Ik nam nu wel het rechte pad nu ik wind mee had. Ik haalde andere wielrenners in en lag zelfs even op de fiets. Tot de bug zat het echt lekker mee. Ik hoopte op tijd thuis te zijn. Op de bug zat ik op honderd kilometer.

Doel gehaald, maar nog niet thuis! Ik werd ineens rechts ingehaald door een wielrenner. Ik ben dus niet de enige die fouten maakt hoor. Later bij het stoplicht haalde ik weer in. Kromslootpark. Daar waren fietsers die elkaar én mij afsneden. Ik dronk veel sportdrank, maar kreeg ook wat trek. Ik ging langs het Weerwater en besefte dat ik wat langzamer reageerde, maar rustiger kon ik nu niet meer. Door de drukte van de stad en dan de rustige paden op en pas bij station Parkwijk het Spoorbaanpad op. De kilometers liepen maar op. Het gemiddelde ging naar 23,1. Ik miste het begin van de race. Na 6 uur en 5 uur fietstijd was ik weer thuis. 117 Kilometer op de teller. Net op tijd voor de Picnic. Of net ietsje te laat.

Ik zat rustig en at lekker M&Ms. Mag best een keer. We aten ook frietjes en ik genoot ervan. We speelden een spelletje en toen moest ik nog rennen voor de virtueleIronman. 3 Kilometer. Vincent moest een wisseltraining doen. Hij wist dat we om 8 uur zouden gaan, maar hij stond niet klaar. Ik wilde weg, ik wilde er vanaf zijn. Hij had niks bedacht. Of hij op de fiets wilde en waarheen dan. Dat irriteerde me. Want hij had wel op de bank gezeten. En nu moest ik op ‘m wachten. Uiteindelijk ging hij mee op de fiets en zou ik op zijn fiets teruggaan, maar we waren nog geen kilometer weg of er was nog iets vergeten.

Ik liep door, ik ging hard en ik liep lekker. Een beetje irritatie helpt voortreffelijk! Tijden onder de 6 minuten redde ik. Na 3 kilometer ging ik nog even verder. En het ging steeds sneller. Terwijl ik ondertussen met Rob belde en berichtjes stuurde dat Vincent gewoon moest gaan. Ik was nog niet bij het afgesproken punt en ik had nog energie. Gek hoe dat kan, na zoveel fietsen. Vincent kwam me bij. Ik liep 4 kilometer in 22 minuten en toen was ik uitgeraast en wandelde ik over de Kotterbosweg naar het bankje.

Bij het bankje had ik rust en ging hij wisselen oefenen. Klein stukje rennen, fietsschoenen van de elastiekjes af en een blokje fietsen. Ik kreeg het wel wat koel, maar ik was nu even fietsenrek. Ik mocht terugfietsen op zijn Red Shadow en dat was een beetje laag. Vincent liep voor zijn doen rustig. Sportdagje! En wat een sportweek. Ik heb wel 16 uur gesport!

maandag 3 augustus. ‘s Avonds moesten we mijn schoenen ophalen die JvR gisteren had geleend. We zouden samen gaan zwemmen in de Vecht. Half 7 hadden we afgesproken, maar om 6 uur ontdekte ik dat de weg dicht was en dat we weer moesten omrijden. Ik probeerde nog een kortere weg dor Weesp te nemen, maar het hielp niks. Ik reed bijna 3 kwartier en ik was flink sjachereinig daarover. We waren er pas om tien voor 7. Vincent was er ook bij, nadat hij eerder vandaag een supersnelle 3 kilometer heeft gelopen. Ik was nog moe van het fietsen-lopen en van werken. We sprongen er maar snel in toen we de wetsuits aan hadden.

Vincent bleef wat achter. Ik ging ook niet zo snel, maar ik vond het wel erg mooi deze keer met de molens. maar het was niet meer nieuw. We zouden 1500 zwemmen en ik vond dat prima. JvR ging ons voor. Ik wachtte soms op Vincent en dan is het horloge zo lekker positief in de afstand! We wachten op elkaar bij het betonblok en toen bleef ik bij Vincent zwemmen. We lagen allebei een beetje te rommelen. Gewoon, dat de benen zakken, dat de slagen wat onzorgvuldig zijn en dat er geen ritme in komt.

En dat 750 meter terug heel veel ploeteren is. Wel in het zonnetje en met amper wind, maar soms gaat het niet zo best. Ik was blij dat ik er was en we even gezellig konden napraten. De terugweg ging vanzelf, want daar mag je wel komen.

4 augustus. Rustdag. Nou ja, werken op kantoor en alvast veel drinken voor aankomend weekend. Het wordt bloedheet in België. Verre van de ideale omstandigheden. Maar goed, vandaag goed eten en Geoguessr spelen. En toen moest Vincent nog een half uurtje fietsen. “Ik ga mee”, zei ik. Toen ging Rob ook mee! Leuk! We gingen langs de Oostvaardersplassen naar de dijk. Het voelde alsof we hard fietsten, maar daar was niks van waar. Op de dijk was de lucht prachtig gekleurd.

We fietsten weer terug en het is grappig om de mannen zo samen te zien fietsen voor me uit. Het was iets langer dan een half uurtje en net iets meer dan 10 kilometer. Maar geen rustdag dus. Oeps.

5 augustus. Ik werkte thuis en het werd steeds warmer. De voorspellingen voor België worden ook steeds warmer. Ik moet voor de IronmanVR nog een uur hardlopen, maar ik weet niet of dat in 1 keer moet. ‘s Middags wandelen we een lunchwalk, maar meteen na het werk wil ik rennen. Uiteindelijk duurt het weer wat langer, maar om half 6 staan Vincent en ik buiten. Bij 28 graden. Gewoon gaan en blijven lopen.

Vincent kwebbelt de hele tijd, maar ik spaar en blijf zo constant rustig mogelijk lopen. In de zon is het erg warm, maar in de schaduw valt het mee. We lopen om de wijk heen. Het tempo ligt de hele tijd rond de 6:10/6:15. Als we in de zon lopen, ben ik blij als ik in de verte schaduw zie. Mijn hartslag blijft behoorlijk laag, dat verbaast me. We lopen de wijk op en neer. Ik loop de 5 kilometer vol in 31 minuutjes. Eigenlijk zou ik nog een rondje moeten doen, maar ik heb geen zin en ik wil eten. Als de activiteit is opgeslagen, zie ik dat ik een uur in 1 sessie had moeten lopen voor de IronmanVR. Misschien morgen dan. Als het weer zo warm is. Noem het maar hitte-adaptie.

6 augustus. Vincent mag even niet meer in de volle zon. En ik werk overdag en wil niet in de volle zon, dus we gaan in de avond. Rond een uur of 8. We zullen naar het bos gaan en zoveel mogelijk in de schaduw blijven. Rustig aan, we hebben geen enkele haast. De zon is al bijna weg en het lijkt niet meer zo heet. We lopen onze straat uit en dan even door de zon over de brug. De vader van Vincents vriendje rent mee; die heeft een triatlon zaterdag. Het kan erger…. Wij gaan rechtdoor het bos in. We lopen lekker te kletsen over hoe lang Vincent denkt dat wij de Trail de Fantomes gaan lopen. Vincent vergeet de hoogtemeters. En de hitte. Ik denk echt dat we wel 6 uur nodig gaan hebben. Echt! Of meer.

We blijven door het bos slingeren en ik roep meestal rechts op een kruising. We komen bij het fietspad en Vincent heeft echt geen idee waar hij gebleven is! We lopen voor het wildrooster naar links het bos weer in. De zonkracht is intussen weg gelukkig. Het tempo valt mee. Omdat ik gewoon goed gegeten heb denk ik. We houden nu weer rechts aan en komen op allemaal andere paden. Het is zo mooi in dit bos in de zomer als de bomen groen zijn en de zon er laag doorheen valt! Ook Vincent ziet het en geniet ervan.

We lopen gewoon door en blijven in het bos. De zon is eigenlijk alweer achter de bomen verdwenen als we de Hogering opnieuw oversteken. We gaan het trapje af en blijven onverhard lopen achter onze wijk door. Het gaat mij allemaal gemakkelijk af en dat geeft vertrouwen voor zaterdag. Maar ja, zaterdag rennen we wel door de zon bij meer dan dertig graden… We lopen door de Laan der VOC en dan ben ik wel een beetje moe. Vincent perst er nog een paar versnellingen uit, maar ik niet. Ik maak de tien kilometer vol in iets van 65 minuten. Dat is toch oke! Nu inpakken en voorbereiden voor de Tail de Fantomes die ik samen met Joyce ga lopen in de Belgische Ardennen met tropische temperaturen en heel erg veel hoogtemeters.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-25 (tussen haakjes)

Maandag 20 juli. Ik heb weer gewerkt (thuis), het kind is op triatlonkamp (jaloersmakend!) en het is lekker weer (weinig wind dus). Ik ga ‘s avonds met Manuel mee fietsen (vanwege die weinig wind). Ik doe weer aan diëten (Sonja Bakker maakt de dienst uit) want de weegschaal herkent mij niet meer. Dus rustig aan (alsof ik ooit anders doe) en Manuel zal wel versnellen. Rondje Oostvaardersplassen, eerst het Kotterbos door kwebbelen. Wind mee zit er niet in, want die komt van ‘opzij’ de hele tijd (noordwest). Op de Knardijk gaat Manuel versnellen, hij zal aan het einde van de dijk wel op me wachten (want ik ben niet zo snel en heb ook net iets te weinig versnel-energie van SonjaB meegekregen). En zo fietst hij voor me uit (logisch, want hij gaat 30+ rijden). Nadat we weer “boven” zijn (na het bezoekerscentrum gaat de weg een soort van omhoog), gebeurt er iets gek (want dit is al tijden afwezig!): ik zou het sneu vinden voor Manuel als hij lang op me moet wachten (dat is omdenken, want meestal denk ik dat het nu eenmaal zo ís dat ik niet hard kan en wil en ga). Dus ik versnel ook. Ik ga liggen op mijn fiets. Schakel op. Constateer wind tegen. En ga in hoge vaart richting Manuel (die intussen al een ruime voorsprong heeft). Laten we eerlijk zijn, inhalen zit er niet in, maar wat is het lekker om me even uit te sloven (en het is voor een goed doel, want dan hoeft Manuel niet zo lang te wachten dus). Manuel houdt zelfs iets in, terwijl ik er in kom. Totdat er tegenliggers zijn, dan hou ik me iets meer in. ‘t Is wel eens prettig om alleen maar te denken in hard-blijven-fietsen. Manuel kijkt wel een keer om, maar zal later zeggen dat hij dacht dat ik een andere fietser was, omdat hij mij daar niet verwacht had. Ja, het is niet gemakkelijk; ja, ik push mezelf even door; ja, de wind is niet lekker en ja, de snelheid blijft boven de 30 liggen. Weet je wat het ergste is: Manuel had liever wat langer rust gehad!! (zucht)

Ik kijk moeilijk omdat we wind tegen hebben hoor!! (dat is een rotsmoes)

Op de Oostvaardersdijk rijden we weer samen en ik zit er nu lekker in (al hoeft ik niet nogmaals te versnellen), maar Manuel is wat minder positief. We worden beiden gek van de zijwind (die niks meehelpt). Manuel gaat ook niet meer versnellen en hij wil ook niet mee omrijden (ik had dat best gekund, maar niet zo snel). Dus samen fietsen we terug naar huis, met als enige omweg terug over de Evenaar (dan is het rondje tenminste netjes rond en toch fietsen we niks dubbel).

Dinsdag 21 juli. Werken op kantoor vandaag (leuk en vermoeiend, maar ik schiet wel lekker op). En ‘s avonds weer (een Sonja-beetje) eten. Dan ga ik hardlopen (met een topje aan, want het lijkt me best warm). ik ben lief voor mezelf (lees dit nog eens over, want dat komt maar heel zelden voor!): ik ga gewoon zo lang als het lukt (door het lijnen ontstaat er hoe dan ook een energietekort zou je zo zeggen). Is het een half uurtje, dan is het ook goed. Ik merk het in de eerste kilometer vast wel. Richting de Oostvaardersplassen (en richting de dijk). Het gaat goed in de eerste kilometer (6 minuten precies!). Muziekje aan en rust behouden en heel dicht bij mezelf blijven. Ik ga toch maar richting de dijk (dat is wat lastiger met inkorten, maar op 3 / 4 km kan ik ook terug en dan worden het 6 of 8 kilometer). Het gaat goed! Ik loop lekker, ik geniet ervan, ik hoeft niks (dat is lief van mezelf he). Kilometer 2 gaat al iets sneller (iets van 5:53) en kilometer 3 volgt ook eenvoudigweg (iets tussen de 5:50 en 5:58). Dus de route terug door het bos hoeft niet van mij (maar ik hou er voortdurend rekening mee dat er een moment komt dat ik leeg ben). Ik hobbel gewoon maar door: eerst 3km onafgebroken, dan door naar 5 onafgebroken. Toch ga ik niet op en neer naar de dijk (dat is hetzelfde stuk heen als terug), maar langs de kassen. Kilometer 5 zitten erop in 30 minuten en 12 seconden (toch even jammer van die 12 seconden). En dan denk ik (iets minder lief voor mezelf): laten we proberen tien kilometer te lopen in een uur – precies. (dan moet ik inderdaad 12 seconden versnellen!) Kijken of dat kan lukken (ik voel me nog goed). Kilometer 6, 7 en 8 zijn altijd afzien: je bent er nog (lang) niet, toch al over de helft, maar tien is ook nog niet in zicht. Toch blijft het goed gaan (geen honger, geen moppergevoel) dus ik loop de 8 kilometer ook onafgebroken door. Om tien kilometer te halen moet ik ook blijven hardlopen (en er komt nog een viaduct aan). Ik ga iets sneller dan 10 kilometer per uur, maar die seconden heb ik ook wel nodig (12 om precies te zijn, maar graag wat speling erbij alsjeblieft). Ik ga rustig het viaduct op en iets sneller eraf (kilometer 8 in 5:58) en dan zie ik in dat mijn rondje net te kort is (jammer weer, maar dat wist ik toen ik na 4,5 kilometer omdraaide toch al?!). Ik verbaas me wel dat ik nog energie heb (want de voeding moet ongeveer op zijn).

Was ik maar zo mager…. (als een boomstam), maar helaas….

Dan is de busbaan afgesloten (vandaar die herrie dag en nacht) en moet ik voorzichtig oversteken (dan zet ik het horloge 30 seconden uit hoor). En dan weer oppakken en de negende kilometer volmaken (5:56) Feit 1 (van 3): Ik ga tien kilometer halen/ Feit 2 (van 3): ik ga dat ook in een uur halen / Feit 3 (van 3) Ik kan pas thuis rusten! Ik moet nog een ommetje om de AH (supermarkt) en nu begin ik toch wat te voelen van energieverlies (tempo vasthouden is lastiger merk ik), maar nu móét en zál het ook!! (10kilometerbinneneenuur) Ik ben bijna thuis (en zie dezelfde 2 wandelaars die ik zag op kilometer 2 en die mij zeggen dat ik goed bezig ben – nee zij!) en dan ren ik 10,01 kilometer in 1:00:01 – preciezer gaat het nooit meer worden! (en weet je wat:) Ik ben er trots op, dat ik met weinig eten nog 10 kilometer kan hardlopen op een keurig tempo! (en ook weer niet, want wat zegt het over mij dat ik beter loop zonder voeding…) En ik verheug me er maar alvast op dat het met een aantal kilo minder weer gemakkelijk (en sneller) loopt.

Woensdag 22 juli. Het zwembad (dat is die grote waterbak met chloor erin en medezwemmers, waar je niet zomaar in mag plassen). Het zwembad en ik hebben elkaar al een hele lange tijd niet meer gezien (en ik heb het zwembad niet gemist en het zwembad mij vast ook niet). Vandaag rij ik (op de onmogelijke tijd van 17:35) met MW mee naar dat zwembad voor een uurtje tva-training. We zijn met z’n 5-en in de baan en A zwemt vooraan (mooi zo). Inzwemmen (met achtje) en dan piramides zwemmen: 50-75-100-75-50 (A kan heel goed hard en zacht zwemmen, dus ik blijf achter hem). Ik doe ook een stuk zonder achtje (maar dat is vermoeiender) (en ik ben een luie zwemmer). We doen 50armen-50benen-50armen en ik vind benen niet leuk (mijn benen en energiesystemen vinden het gewoon zwaar). Nog een piramide-iets en ik kan ook blijven zwemmen (op lage energie). Ik voel het even na 3 kwartier (en dan heb ik ook even totaal geen zin meer), maar ik ga gewoon door. Ik weet ook weer waarom ik het zwembad niet zo leuk vind: andere zwemmers en allemaal dingen die moeten (hard, zacht, 3 banen dit, 2 banen dat, A bijhouden, I niet ophouden etc). Bijna een uur gezwommen (want ik zet in de uitlegpauzes het horloge maar even stil) en dat is toch wel weer aardig aan onze hernieuwde kennismaking; tussen het zwembad en mij. En de volgende dag: spierpijn in mijn armen, schouders en rug als aandenken van mij als aandenken aan het zwembad (dat is ook een beetje jammer, maar niet erg hoor!)

Donderdag ben ik aan het werk en ‘s avonds hebben we coachcall over hartslagen (van het Trispiration-team). Interessant dus (ik maak er een prachtig schema van), maar voor het klaar is, is het half 10 en dan is de rustdag een feit (dan ga ik dus liever slapen dan sporten). Dat komt goed uit, want Garmin heeft een probleem: die zijn uit de lucht (dat is dan toch ook wel weer heel erg vervelend, dat alle data mist)

Vrijdag 24 juli. We gaan Vincent vanmiddag ophalen van zijn triatlon-kamp in Vierhouten (die heeft een drukke sportweek gehad). “Zullen wij daar bijtijds heen gaan en een stukje gaan wandelen”, vraagt Rob me en ik roep direct ja (wat een goed idee)! Het is er mooi en heide en samen wandelen is zo gaaf! We zijn er om half 3 en we hebben tot 6 uur de tijd (dat moet genoeg zijn). We volgende de Elspeetse Heideroute in de variant van 9 kilometer (dat is misschien zelfs wat kort). Dat moet makkelijk lukken! We wandelen de hei op en Rob moet nog een digitale afscheidsborrel bijwonen (via G4 gedag zeggen, grappig hoor). Ik klim de heuvel op voor uitzicht over… nog meer heide.

Daar staat ie dan te bellen (en digitaal gedag te zeggen)

We volgen de oranje-rode route (hoewel we de rode hadden moeten hebben, maar die zien we nergens). Kriskras op en neer over de hei. Glooinkje op, glooinkje af, door zand en langs (paarse) torren. We kletsen en stappen (en ik draag de rugzak). Ik dieet nog steeds, dus meer dan 3 crackers heb ik niet gehad vanmiddag (en heel veel thee). We stappen door en kwebbelen. Wandelen gaat zo lekker gestaag, geen gejaag!

Op en neer de hei over (lekker weertje)

Als we over de kleur van de torren discussiëren, zijn de beesten ineens allemaal verdwenen (of dan zien we ze niet meer). Het is best warm, maar de zon schijnt gelukkig niet zo ongenadig (gelukkig, want ik heb geen zonnebrand). Ik opper een bankje, maar dat dient zich pas aan bij 5 kilometer. Prima moment, want we zijn op de helft (stukje van en naar de auto meegerekend). Er staat een stenen tafel met de LAW wandelingen erop, met stenen er omheen om op te zitten (we zoeken wel een fijne steen uit). Daar zitten we even om te drinken en ik eet een stuk ontbijtkoek (er komen vierdaagse-wandelaars voorbij). En weer door! We zien nu zelfs routebordjes, maar de ingekorte route van 6 kilometer (zo denken we) hoeven we niet, dus wij nemen de lange route door het bos (koelte).

Rode pijltjes, bruine paaltjes, zeshoekige teksten (en dan nog….)

We houden in de gaten hoe ver de auto weg is (dat zie je op de telefoon in de app kaarten), maar welke kant de auto op staat, verbaast je dan elke keer weer! Na een tijdje komen we in Elspeet. Daar is het dan opeens echt druk, na alle bos- en heide-rust (veel fietsers vooral). Wij hoeven geen terras, we kopen liever zelf iets te drinken bij een supermarkt. Daarvoor lopen we een kilometertje om naar de Plus, die eruitziet alsof die in het buitenland staat (een chalet-achtig gebouw met hout en een puntdak)! Blikjes drinken en snoepjes voor Rob en een blikje cola-light voor mij. We lopen het dorp weer uit volgens het bordje langs de grote weg (we zijn op en neer gelopen), op zoek naar het volgende bordje en een bankje (om ons drinken op te maken). We hebben nog een uur en de auto is nog 4 kilometer weg (volgens de app). Terwijl we toch al tien kilometer hebben gelopen… Dat is gek. Ergens klopt er dus iets niet (maar we zoeken nu niet uit wat, dat doen we thuis wel). Het uitblijven van een bordje langs de ietwat drukke weg bevestigt dat vermoeden. We komen op een kruising waar we al eerder zijn geweest (die Rob eerder herkent dan ik). Nu nemen we het fietspad. Asfalt loopt toch sneller, en 4 kilometer in een uur met een pauze is toch een beetje een uitdaginkje. (hoewel we meestal een stuk sneller lopen dan 5 kilometer per uur) We komen op een bankje bij de heide en daar zitten we even (met prullenbak voor de lege blikjes). We willen het liefst over de hei weer terug in plaats van langs de weg en het fietspad (met fietsers die ons tegemoet komen). En zo komen we terug op dezelfde route als die we heen hebben gelopen! Langs het stenen tafeltje en over dezelfde weg over de hei (al ziet dat er deze kant om anders uit). Mijn voeten doen pijn (gevoelig). Als ik wist dat we zoveel gingen lopen had ik andere schoenen en sokken aangedaan (geen katoenen sokken en oude schoenen)! Dan begint Vincent te appen dat het kamp afgelopen is, maar wij moeten nog een kilometer of 2 wandelen (dus nog zeker 20 minuten). En het is nog geen 6 uur ! We kijken wat de kortste route is en zo lopen we toch weer op het fietspad (jammer voor de voeten). We stappen intussen flink door (en ik heb al trek). Ik vind het vervelend dat Vincent vraagt waar we zijn en dat ik nu opeens snel ‘moet’ gaan lopen (Rob houdt het tempo goed vast op snoepjes, maar mijn taakje is best leeg). We gaan de 15 kilometer halen! We lopen over het vakantiekampen-terrein en zijn pas na 16 kilometer weer bij de auto (10 engelse mijl!). Om 2 minuten over 6 zijn we bij Vincent, die schor is en moe en heel erg heeft genoten! Volgens de trainer telt onze wandeling (van 3 uur)

Zaterdag 25 juli. Het Sonja-Bakkeren werkt ontzettend goed – zelfs zo goed, dat ik ernstig twijfel aan de metingen (zowel die van vandaag als die van gisteren). Ik ga pas in de middag samen met Joyce hardlopen (ze heeft eerst een andere afspraak en het regent), maar eerst ga ik met Vincent fietsen (uitfietsen voor hem). “Rustig aan, mama”, zegt hij er streng bij. We kijken wel even naar de wind, zodat we op de Ibisweg lekker hard kunnen (Vincent heeft de ronde bedacht). Het is even door de wijk slingeren (bah) en vrijwel direct is duidelijk dat Vincent iets meer energie heeft dan ik (hij fietst easy voor me uit). Hij vertelt me over de wisseltraining en dan zijn we op de Ibisweg (ik zal niet zeggen hoe we deze lange saaie rechte weg noemen). Hier fietst hij helemaal een half wiel voor me, dus ik zeg dat hij maar zelf mag gaan (eigen tempo). Hij wacht op me bij de Grote Trap. En ZOEFF weg-is-ie. Ik ga al dertig-plus, maar hij gaat nog veel harder met de wind mee (ik haal 35+)! Op het fietspad rijdt hij weer heel langzaam (dan kan ik erbij komen). Omdat we nu wind mee hebben, besluiten we naar de Praambrug te gaan (een afslag verder). Vincent gaat er nog een keer vandoor, maar nu kan ik hem bijhalen voor we de brug op gaan (liggen en trappen). Op de Praambult maken we een foto en drinken we een heleboel ranja (goedkope sportdrank).

Ranja erbij (dan krijg je suiker binnen)
Ja leuk hier in Flevoland (er reed een toeristentreintje voorbij in de Oostvaardersplassen)

Dan tegen de wind in (logisch na wind-mee). Het valt mee (de wind dus). We kletsen gewoon en dan is het zo erg nog niet met de wind. En doortrappen (maar wat moet je anders op de fiets). We gaan lekker door het bos (dat breekt de wind). Al met al fietsen we 22 kilometer en daar doen we nog geen uur over. Vincent heeft gemiddeld boven de 25 km/u gefietst, ik net daaronder (24,9). “We gaan niet zo hard” duh. Dan wacht ik even tot Joyce komt en neem ik een gelletje (ik moet het toch ergens van doen). Ik hoop maar dat ik kan hardlopen, maar Joyce heeft deze week ook al erg veel gelopen, dus die hoeft ook niks hard (gotzijdank). En niemand die het ziet op Garmin (ze zijn nog altijd offline), dus dat komt goed 🙂 Ik heb al binnen een kilometer door dat ik simpelweg lekker loop. Eindelijk weer eens een keer! Moeiteloos en gemakkelijk. Ik kan wel dansen van blijdschap, want hier lijn ik voor (niet om er beter uit te zien, maar om beter te hardlopen)! Maar ik hou een slag om de arm, want dit kan ook nog op het gelletje zijn en wie weet hoe lang het goed blijft gaan! Joyce kletst de eerste 3 kilometer. Zij heeft het zwaarder deze keer (en dat vind ik lastig). Als we de Trekweg op lopen, check ik bij Joyce hoe het gaat. Met mij gaat het nog steeds prima (dansje). We blijven wel op het asfalt vandaag.

We kijken allebei wel heel blij (als een chocolade-ei)

Ik begin te kletsen (kan Joyce rustig luisteren). Het enige probleem is dat het een beetje van de hak op de tak is (ik wil teveel vertellen). Na 4 kilometer gaan we vertragen (dat wil Joyce), maar dat is lastig voor me. We lopen de grote ronde door het Kotterbos. Na 5 kilometer voel ik me nog steeds prima, maar Joyce heeft het dubbel zo zwaar (we willen ruilen: ik een beetje bruin van haar, zij een beetje energie van mij). Voor we bij de 6 kilometer zijn, pauzeren we even (Joyce heeft kramp). Vind ik niet erg natuurlijk! In mijn achterhoofd blijf ik bang dat ik ook nog een hamer tegenkom (dat de energie ineens op is). Het blijft gewoon goed gaan (en gemakkelijk). Ik durf het lot niet te tarten door de berg (een paar keer) op te gaan, dus we gaan het viaduct op. Lekker rustig (wandelend), want stijgend mag dat, haha. We zitten op 7 kilometer en het zullen er dus ‘maar’ 9 worden (ik ken mijn routes). We gaan door het park (over het skeelerend) en terug langs de Laan der VOC. Ik hou het vol. Het blijft goed gaan. Het blijft gemakkelijk. (en de gel is toch wel opgebruikt) Ik ben er nog lang niet met kilo’s verliezen (not even half way), maar dit is een opsteker! We kletsen nog een tijdje voor de deur (met zijn allen) en dan gaan we pannenkoeken eten. Heerlijk (ik eet er wel vier, met appel en met kaas).

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-24

11 juli. Als we wakker worden….. regent het! Ik wil hier gewoon weg, ik ben Drenthe en het Nederlandse weer spuugzat. We pakken alles in en rijden naar Almere terug. En daar is het droog. En zelfs een beetje zonnig! We pakken alle spullen weer uit en de wasmachine draait al snel weer. We zijn op tijd voor alle pakketjes, en Vincent krijgt ook een prachtpakket van Trispiration met een fietsjasje en zwembroek! Ik heb ook een mooi fietsjasje. En dan? Dan kunnen we hier zwemmen! Gewoon buiten, want Vincent zijn nieuwe wetsuit is ook binnen. Jammer dat we er nu voor moeten rijden.

Als we bij het water zijn, voelt het kouder aan dan ik dacht, dus ik ga ook in wetsuit. Er zijn best wat golfjes eigenlijk. We gaan naar de boei zwemmen. De verre boei. Er zijn maar weinig badgasten. Het duurt weer even voor Vincent er met zijn nieuwe wetsuit doorheen is. De golven vallen mee als je eenmaal gaat. Voor Vincent valt het niet mee om te blijven zwemmen. Die moet steeds op me wachten. Ik gebruik redelijk mijn benen, maar door de golven en het steeds stoppen is een ritme lastig te vinden. We halen de boei! En daarna zwemmen met golven mee terug. Maar dat is nog veel lastiger! Het valt me echt erg tegen! De golven komen een beetje van schuin en ik raak er wankeler van, dan van toen we tegen de golven in zwommen! Het zou makkelijker moeten gaan, maar zo voel ik dat absoluut niet. Ook nu halen we het strandje weer. Dan hebben we tussen de 900-1700m gezwommen.

Het pak is øke, maar hij mag nog iets doorgroeien (Vincent, het pak groeit niet meer)

‘s Avonds gaan we op zoek naar een geocache bij de Oostvaardersdijk. Op de racefietsen. Rob blijft thuis. Het kan niet moeilijk zijn om de cache op de gemeentegrens te pakken te krijgen, maar de realiteit is anders…..

We zoeken op de dijk en de golven zijn hoog. Met fietsschoentjes klautert dat wat ongemakkelijk. Na 15-20 minuten geven we het op en fietsen we weer naar huis.

Allebei in onze nieuwe fietsjasjes van Trispiration!

12 juli. Tijd om toch nog te gaan hardlopen deze week! Het is mooi weer en ik wil wel 15 of meer kilometers lopen. Mooi weer, mooi weer…. Het is gewoon warm en heet! Net nu we weer thuis zijn natuurlijk, maar goed. Ik krijg Vincent zo ver dat hij meegaat op de stadsfiets. Dan kan ik door het bos. Het plan is om naar de dijk te lopen, en dan terug door het Kotterbos. Misschien worden het wel 21 kilometer… We kletsen nog even met de buurman en dan gaan we. Eerst door het bos. Ik heb het al snel bloedheet.

In het bos valt het nog mee, daar is van tijd tot tijd schaduw. Ik tel de kilometers af tot ik mag drinken en eten. Vincent vertelt me over Pokemons en fietst er rustig naast of bij. Na 4 kilometer stop ik voor een gelletje.

Hoewel ik hoop dat het nog mee zal vallen, weet ik al dat ik geen halve marathon zal lopen. Straks loop ik onafgebroken in de zon en ik heb het nu eigenlijk al wel heel erg veel te warm. En weer door hobbelen. Ik besluit niet over de dijk te gaan, maar gewoon over het fietspad langs de Oostvaardersplassen terug te lopen. Aan de ene kant is het superfijn dat Vincent erbij fietst, want ik hoeft zelfs niet eens mijn telefoon te dragen! Aan de andere kant voel ik me bezwaard en een beetje alsof ik voor hem moet blijven lopen.

In de felle zon langs het Oostvaarderscentrum kom ik tot de conclusie dat het prima is als ik minder lang loop, omdat het gewoon ontzettend zwaar aanvoelt. Laat het Kotterbos maar zitten, echt schaduw is daar ook niet! Dus ik buffel door en ik krijg nog een gel en wat sportdrank van Vincent. We gaan over de Evenaar terug naar huis. Het gaat niet erg snel (meer). En dan na 9,8 kilometer voel ik me íntens moe opeens, ik weet even niet meer precies hoe ik de ene voet voor de andere zet, ik word misselijk en ik krijg kippenvel. Ik voel me even helemaal niet goed en ik ga nog wel naar beneden de brug af! Vincent fietst voor me en ik moet stoppen. Ik zwalk zelfs een beetje en ik voel me even niet goed. Ik maak de tien kilometer vol en zet het horloge uit. Ik sta even stil, maar overal is zon en hitte. Ik wandel door. Ik moet ook naar de toilet, wat niet meehelpt. Na een stukje lopen kom ik weer bij en dan jog ik heel langzaam naar huis.

Ik zet mijn horloge voor die laatste kilometer in 7:45 nog wel aan! Thuis ga ik naar de WC, ga ik aan het drinken en trekt het wel weer bij. Dit is niet goed. Het is een combinatie van te weinig drinken, te veel zon, te veel willen en vooral teveel extra gewicht aan Anke.

We gaan ‘s avonds nog wel wandelen om geocaches te zoeken in het Kotterbos. Mijn benen zijn iets minder snel dan normaal, maar ik ga wel gewoon weer mee. Overigens zijn van d 4 caches er maar 2 bereikbaar, omdat er zoveel mensen in het bos zijn op deze avond.

13 juli. Een vakantiedag. Gewoon thuis. Weer zo’n zonnige dag. Vincent is vandaag aan de beurt om te hardlopen. Hij moet 6 keer een kilometer op tempo. Dan kan ik mee op de fiets! Staan we weer gelijk… Ik ga op de racefiets, dus hij kan niet door het bos. Hij loopt ook richting de dijk. Ook voor Vincent is het warm. Ik kwebbel wat terwijl hij inloopt.

Dat rustig fietsen is saaier en moeilijk dan je zou denken! Hij gaat een kilometer versnellen, maar de allerhoogste snelheid zit er niet in. Hij wandelt met liefde in zijn pauze en dan krijgt hij te drinken van me. Hij besluit het eigenlijk maar 4 keer te doen in plaats van 6 keer. Ik laat hem in plaats van over de dijk over de verbindingsweg lopen. Daar is nog een beetje meer schaduw. Het gaat niet veel sneller, zoals ik van ‘m gewend ben.

Aangezien mijn slechte ervaringen gisteren, snap ik het wel en ga ik ook niet lopen pushen. Dan ga ik hem vermaken met het vertellen van moderne sprookjes. Het is niet voor herhaling vatbaar, maar Roodkapje had een rode sluier en de overvaller van oma hulde zich in oma’s djebella. Vincent kon niet meer hardlopen, zo hard moest hij lachen! Ach, het hield hem gaande… De wandelpauzes sloegen we in elk geval niet over!

We gaan nog langs de Plus. Ik haal brood en heb eindelijk door waar de bars op mijn fiets voor zijn! Het laatste stukje fiets ik even alleen, dan kan Vincent heel kalm uitwandelen.

We wandelen nog langs de laatste 2 caches in de warmte en dan snel eten, want om kwart voor 7 hebben Vincent en ik afgesproken dat we mee mogen zwemmen met mensen in de Vecht! Dat wilde ik nou altijd al, eens in een echte rivier zwemmen. Vincent vindt het wat spannend, maar ik vind het vooral spannend om er via de slingerwegen naar toe te rijden. Het is een groepje zwemmers uit Weesp. 1 Daarvan ken ik via Trispiration. En zo staan we aan de rand van de Vecht bij Weesp.

We zien wel hoe hard of hoe ver we zullen gaan! Ik geniet enorm van het beperkte uitzicht op de molens en de huizen. Geen weidsheid en ook geen golven! Geen geploeter, gewoon lekker zwemmen en echt het gevoel hebben in de vrije natuur te zijn. Zwemmen gaat niet vanzelf, maar op deze manier is dat niet zo erg. Op het 750-meter punt wacht een groepje op elkaar. Vincent gaat weer terug, maar ik wil nog wel verder. Er gaat nog iemand terug en ik ga verder door. Langs het ponton, aan de kant. Er zijn ook hele snellen. En dan weer terug. Dan zie ik vooral riet, maar er zijn ook suppers aan de andere kant die ik in de gaten hou. Het gaat lekker! Wat gaaf dat ik dit nu zomaar kan zeg. Na 1500m ga ik mijn benen gebruiken en dat is ook super, alleen moet ik nu wel goed uitkijken voor nog meer suppers en dat vertraagt. Na 2000m op mijn horloge vertraag ik lekker om nog eenmaal te kijken naar de haven, de brug in de verte, Weesp en de ondergaande zon. Ik heb echt lekker gezwommen!

Er blijkt een snelle weg terug te zijn.

14 juli. Ik durf even niet meer zo goed te gaan hardlopen, na de slechte ervaring van zondag. En de weegschaal heeft me ook de waarheid vertelt. Maar een suf dagje niksdoen – wat?- een VAKANTIEdagje niks doen, maakt mijn verslaafde sporthart onrustig, dus in de avond ga ik toch echt nog een stukje rennen. Dan is het wat koeler. En morgen gaat het weer regenen. Muziekje mee en hobbelen maar! Eerst sta ik met de buurman te kletsen die zijn rondje net afrondt. 700m later kom ik MW tegen en ook daar sta ik mee te kletsen. Ik ben al een half uur weg en nog geen kilometer opgeschoten, maar… ik voel me wel een stuk opgewekter! En dat helpt. Ik loop lekker. Het kost niet zoveel moeite. En het is mooi, ook al kan ik dit uitzicht ook met mijn ogen dicht voor me halen.

Ik vind het wel fijn dat het wat later is en wat rustiger aan alle kanten. Ik loop gewoon de stukjes onverhard. En ik geniet ervan dat het een keer weer lukt om te lopen en de kilometertijden onder de 6 minuten te houden. Ik maak een rondje over de berg.

Ook dat is bekend, maar het is toch wel eens goed om er bij stil te staan dat dit zo dichtbij ligt voor ons! Uiteindelijk loop ik lekker 7,5 kilometer.

15 juli. Schildpad op de Fiets. Zo heet de geocache. De fietsroute start bij het Oostvaarderscentrum en is ongeveer 25 kilometer lang. Voor ons een mooie kans als de regen weggetrokken is! Vincent en ik gaan op pad. Onderweg moeten we een twaalftal punten langs, waar we cijfertjes moeten ophalen. Het is apart om een door iemand anders voorgekauwd rondje te fietsen, dat je eigenlijk ook allemaal al wel kent. Ik vind het vervelend. Stoppen, zoeken, stilstaan, opschrijven.

Dingen die er dan niet zijn of die discussie opleveren… Laat mij maar doorfietsen. Maar goed, we gaan netjes alle knooppunten af en slingeren om ons huis heen. We komen nog langs de cache aan de gemeentegrens op de dijk en daar wil ik nog wel even kijken. Zonder fietsschoentjes aan, zodat ik over de rotsen kan klimmen.

Deze keer geen golven en al snel spot Vincent de ingenieuze cache die we eerder niet hadden kunnen vinden. Dan maken we het fietsrondje af. Vanavond gaan we met zijn viertjes de cache zelf zoeken in een avondwandeling. We speuren ons rot, verbeteren nog een aanwijzing en zoeken tot we een ons wegen, maar de cache vinden we niet. Wel vinden we een andere cache. En maken we een fijne wandeling!

16 juli. Zul je zien, op deze dag weer somber en regen! Net nu ik met Joyce een hoogtemeters-trail ga lopen. Bij Rhenen. We gaan pas in de middag. Het is een stukkie rijden en we gaan pas na de lunch. Rond 2 uur staan we in het bos. Om 10 over 2 ga ik nog ergens de bosjes in en om kwart over 2 bestijgen we een trap die voor mijn gevoel wel duizend treden heeft!

Het uitzicht is prachtig! Het voelt echter wel alsof het toch weer 30 graden is! En het voelt zwaar. Maar ik ga gewoon maar lekker door. We hebben een route van Strava die iemand anders eerder liep. Wat zij fout liepen, moeten wij nu ook doen 🙂 Het slingert door het bos. Geen idee waar we blijven. Overal liggen plassen en ik ga er toch maar dwars doorheen. Natte schoenen krijg ik toch wel. Het gaat op en neer met het landschap.

Dit is de Paasberg.

We kletsen wat, we lopen door en heel soms drink ik wat. Ik heb anderhalve liter mee en die moet eigenlijk wel op. Er zit weinig tempo in. Niet dat het me boeit, maar ik voel gewoon dat er minstens 3 kilo teveel in de weg zitten. Het is wel ongelooflijk mooi. Nog net geen Ardennen, maar daar zijn dan ook nog eens veel meer hoogtemeters. En dit is al aardig wennen voor de meisjes van de polder 🙂

Alles is wat zompig. Maar liever dan zoNNig, wat mij betreft! Van tijd tot tijd wandelen we gewoon. Ik weet net zo goed als Joyce dat een halve marathon er vanmiddag niet inzit. We komen op plekken waar we al zijn geweest of vlak langs zijn gelopen. Het blijft een beetje in het ongewisse. We komen bij een prachtig vennetje.

We stoppen en genieten onderweg gewoon. Wij nemen de tijd. Dit is geen wedstrijd om zo snel mogelijk te lopen, maar een avontuur! Diep in mijn hart vind ik het totaal niet erg dat Joyce niet zo’n snelle loopster is. Ik zou wel willen dat het gemakkelijker was voor mij. En dat ik de route meer onder controle had. Nu wist ik alleen hoeveel kilometers het nog waren.

Er vloog een Apache helicopter over. En later straaljagers. Verder was het erg stil in het bos. Soms een plukje wandelaars, maar voordeel van dit sombere weer is dat de fietsers en dagjesmensen ontbreken! We staken wel een paar keer een grotere weg over, maar of dat dezelfde is dan? Zoveel mogelijk probeerden we de paden omlaag hard te lopen, dan konden we omhoog iets rustiger aan doen. Ik werd het een beetje zat. Gewoon moe-achtig en verveeld. En dan moet ik er dus niet aan dénken dat we in de Ardennen nog zwaarder en veel langer moeten! En dat het dan misschien wel heel zonnig is. Nog 1 keer omhoog en toen was ik het wel zat en ging ik lekker wandelen. We stonden weer boven bij de trap, maar nu ging het omlaag de andere kant langs. Daar lag nog een prachtig meertje!

Ik begon er net weer een beetje bovenop te komen, maar toen waren we er plotseling! Het waren 16 kilometer geworden en het gemiddelde tempo lag laag. De anderhalve liter was nog absoluut niet op, net de helft pas. Oei, niet zo best…. Ik had alles nat, vooral mijn voeten. Maar ik was ook tevreden. Want we hebben het toch maar wel weer gedaan!

17 juli. Ik heb hoofdpijn van het te grote vochtverlies. Spierpijn of gevoelige kuiten, blaren op voeten van het vocht, ernstige schuurplekken van het ondergoed: dat zou logischer zijn geweest, maar daar heb ik totaal geen last van! De lattenbodems die al 3 dagen vertraging hebben opgelopen komen vanmiddag, dus op deze droge, windstille ochtend kunnen Manuel, Vincent en ik prima gaan fietsen! Over de Grote Trap en dan langs de Groene Kathedraal. Mijn benen vinden het iets minder, maar die kunnen gelukkig niet praten. En het tempo zal me wat!

We hebben ook veel smalle paden en langs de vaart, waar ik nog nooit geweest ben. Dat vind ik erg fijn. Vincent fietst dan voorop. Het nadeel van met zijn drietjes fietsen is, dat er geen drie mensen naast elkaar kunnen fietsen. Dus kletsen we om de beurt met Manuel. We fietsen langs de Groene Kathedraal en dan langs de Vaart weer terug. Het is opmerkelijk dat Vincent tegenliggers, obstakels en overzicht net iets later ziet dan wij. Ik vraag me af of dat komt door onervarenheid of omdat hij nog net te jong is om hard te gaan autorijden in het verkeer.

We fietsen ongeveer 12 kilometer per persoon.

‘s Avonds gaan Vincent en ik weer met de meiden (en heer) meezwemmen in Amsterdam. Het is haasten, totdat blijkt dat we naar een ander (dichterbij gelegen) adres moeten. Parkeren blijft een puntje.

En dan snel wetsuit aan en in het koude water springen. Ik vind het behoorlijk kil, zeker omdat er net een hele groep is ingesprongen met alleen een zwembroek aan! We gaan naar de groene boei zwemmen. Ik ga lekker. Heel lekker. Het gaat een beetje vanzelf. Lekker gemakkelijk. Ik haal meiden in en bij de boei zwem ik er omheen en weer terug. We gaan naar de volgende rode boei. Vincent zwemt langs me, maar ik merk het niet, want ik kijk alleen naar rechts. Dan wachten we tot ongeveer een groot deel van de groep er weer is. Ik wil zwemmen-zwemmen-zwemmen. Laat dat wachten en kletsen maar achterwege. Ik zwem terug via de groene boei, naar de rode boei en naar de andere groene boei. Ik moet niet in de hele groep. En dan zoek ik een rode boei uit in de hele verte, bij de brug. Daar moet ik heen! Dat is lastiger navigeren. Beetje uitdaging mag wel.

Een groep zwemt terug en ik maak een ruimer ommetje. Vincent keert terug, terwijl de rest voor me zwemt onder de brug door. Vincent en ik wisselen van boei. Vincents boei is lichter, maar daar zit ook geen telefoon in. Ik moet nog naar mijn rode boei-doel en ga dan ook onder de brug door. Ik wil naar het hoekje van de steiger. De rest is klaar met discussiëren en zwemt weer terug. Ik ga nu nog naar een groene boei aan deze kant van de brug.

Ik permiteer me een moment om te genieten van het uitzicht over het IJ en Amsterdam. Het water is spiegeltjevlak. Dan weer naar de rode boei. Iedereen is het water al uit en ik heb nog geen zin om eruit te gaan. Ik maak nog een ommetje naar een klein drijvend stootkussentje. Dat is nog een navigatieuitdaging. Dan ga ik er ook maar uit.

Ik heb niet eens 2 kilometer gezwommen, terwijl dat makkelijk had gelukt. Maar goed, niet iedereen hoeft op mij te wachten. Ik doe gauw kleren aan die al even snel ook nat zijn en dan de drukte van Amsterdam graag zo snel mogelijk weer uit. Het zwemt lekker, maar het is er zo vol met zeker 20 andere zwemmers op de steiger en bootjes en dat vlak bij een terras vol mensen en een brug vol fietsers. Overal om je heen huizen en verkeer…. Vanavond was het heerlijk, maar de kale open wateren van Almere zijn minder gemakkelijk te temmen!

18 juli. Het is ineens weer warm buiten, dus we stellen het hardlopen uit. Vincent moet voor de TVA-competitie deze week 2,5 kilometer lopen. Het was even zoeken naar een stuk weg waar het rustig is en waar je zonder moeite 2,5 kilometer rechtuit kan lopen. De Kotterbosweg werd het.

En ik ga mee op de MTB van Rob. Als Vincent klaar is met lopen, zal ik dan terugrennen, dan kan hij fietsen. Vandaar de MTB van Rob: die is verstelbaar. Eerst 3 kilometer inlopen. Hij doet oefeningen, knieheffen en versnellen. Het is best warm – zegt ie. Op de Kotterbosweg zetten we de metingen aan (al lukt dat niet bij mij) en loopt meneer er vandoor met 14/15 kilometer per uur. Het ziet eruit alsof dat voor iedereen haalbaar is, maar ik weet heel zeker dat dat niet zo is!

Hij heeft ook even last van steek, maar ik klets dat hij door moet lopen en dat hij vooruit moet kijken en dat het maar eventjes afzien is. Met een gemiddelde van 4:17 per kilometer is Vincent na 10,5 minuut klaar. Hij is erg moe. Even dan. Daarna doet hij mijn helm op, zetten we het zadel lager en weet ik dat ik dik 5 kilometer moet teruglopen. In mijn eigen tempo.

Deze keer krijg ik van Vincent een modern sprookje wat hij vertelt. Mijn eerste kilometer gaat precies in 6 minuten. Ik kan beamen dat het best warm is! Vincent is alweer aardig op adem gekomen. Ik loop de tweede kilometer sneller en we gaan de 5 minuten in. Vincent fietst soms voor me uit. Dat ik zo snel liep, is lang geleden. Ik besluit het door te zetten en de derde kilometer ook harder te lopen. Er is nu weinig meer te kletsen voor mij, maar ik kan Vincent nog wel even vooruit sturen. Voor een foto en dat hij even kan afkoelen in de fietswind.

Ik verwacht Vincent bij de berg, maar hij staat al eerder op me te wachten. Ik doe mijn best om kilometer 3 harder te lopen, met de wetenschap dat kilometer 4 en 5 dan nog sneller zullen moeten.

Het voelt goed me weer eens een keer vreselijk in te spannen. Met al mijn extra kilo’s en mijn dikke billen. De brug op valt me tegen en ik moet echt pushen. Kilometer 3 en 4 zie ik allebei voorbij komen in 5:24. Ik ben nu behoorlijk buiten adem en het moeilijk aan. Vincent pusht me nog en hoewel alles in mij schreeuwt dat ik mag stoppen en dat mijn lijf het niet lukt, zit in mijn hoofd dat ik de fietser nog in moet halen. Ik doe mijn stinkende best en kilometer 5 gaat ook in 5:24! Achteraf zullen kilometer 3 en kilometer afgerond worden op 5:25. Ik ben ook even erg moe. De Laan der VOC doe ik nog in intervallen van 2 lantaarnpalen hard en 1 lantaarnpaal rustig. Het voelt goed dat ik weer eens een keer hard heb gelopen en 5 kilometer in 28 minuten heb gerend.

19 juli. Ik ga fietsen met MBB. Zo leuk, dat ik eindelijk een keer met een “klein” idool van me, die een ontzettend lieve en gewone meid blijkt te zijn! We kunnen samen heerlijk roddelen. Ik ben wat vroeg en doe een rondje extra. Wat wonderlijk is voor me, is dat ik niet meer dan een vaag idee van een route heb. We rijden de polder door. Lange rechte wegen, breed en we kunnen prima naast elkaar kletsen. Zeker als we wind mee hebben! Ik trek me maar niks aan van het tempo, al die andere mensen mogen 30 rijden in hun trainingsrondje: wij gaan gewoon hoe het gaat. In het begin vond ik het koel, maar boven op de Hoge Vaart bij Zeewolde heb ik het warm en kan het jasje van MBB uit.

We komen nu op fietspaden die ik nog niet ken(de) en rijden door het bos naar het Horsterwold. Daar gaan we naar links in plaats van richting de Flehiteweg. Leek mij een keer leuk! Ik raak de richting wel een beetje kwijt. We gaan de bordjes naar Almere volgen en komen langs Zeewolde. Pas als we de Hoge Vaart weer overgaan, ben ik weer op koers en weet ik waar ik ben. We fietsen terug richting de Grote Trap. Ik zie de tijd voor me, dus ik heb niet zo’n goed idee hoe hard (of zacht) we rijden. Het is heerlijk om samen te kletsen! We roddelen wat af, wij tweetjes 🙂 Over de Grote Trap komen we helemaal op de Ibisweg. Het gaat mij prima af en ik ben verbaasd dat ik alweer de 50 kilometer ga halen! We blijken 24 kilometer per uur te rijden. Ik vind het prima.

We kletsen nog even bij het Paradijsvogelpad en dan maak ik op weg naar huis de zestig fietskilometers in 2,5 uur vol. Al met al toch nog een lekker sportweekje, waarin ik veel leuke dingen heb gedaan!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-23

5 juli 2020. Niet dat het echt zomers weer wordt, dat niet. Maar van tijd tot tijd is het droog. Terwijl naar de F1 kijken bijvoorbeeld, terwijl Vincent in het water speelt. En het is droog als we een wandeling maken. Naar het hunebed.

Het is zelfs wat warm! Maar na het avondeten, dan regent het zo nu en dan. En daar word ik onrustig van! Ik wil wel hardlopen. Of niet. Ik wil naar buiten! Of blijf ik lekker binnen? Ik ga zitten, eet koekjes, sta weer op. Ik drentel en dan zegt Rob: “Ga nog even lopen, nu is het droog”. Ik doe mijn spullen aan en vertrek. Als het weer regent voor ik het park af ben ga ik wel weer terug. Maar dat doet het niet. Pas na 3 kilometer voel ik wat druppels. Ik heb een route van 10 kilometer in mijn horloge staan. Die gaat over de wetlanden. Dat is lekker zompig! Ik wil blijven lopen, maar als er een prachtige regenboog verschijnt, is mijn voornemen van de baan.

De donkere lucht, de stilte: het is hier best mooi! Mijn muziek heb ik nog geen seconde gehoord.


Ik loop weer verder en kom op een knooppunt. Het tempo zit er best lekker in, maar mijn benen voelen wat vermoeid aan. Ik ga over het fietspad lopen en dat gaat prima. Rondom de camping zie ik een paar mensen, maar voor de rest is het rust alom. Toch denk ik niet dat ik 10-12 kilometer kan lopen, dat zou niet verstandig zijn. Niet alleen vanwege de koekjes, maar ook omdat ik te laat vertrokken ben en op onbekend terrein in het donker lopen lijkt me niet verstandig. Ik kijk op de telefoon en zoek welk stuk ik kan afsnijden. Het voelt een beetje als ‘valsspelen’. Ik loop te mijmeren. Over MB die niet meer zomaar loopt en zwemt, terwijl ik haar dat gun. Over PL die nu routes loopt in Limburg. Dat ik Strava maar weer eens moet uitzetten, omdat de druk weer wat hoog wordt en ik mezelf opfok dat ik op verschillende terreinen bovenaan in de klassementen moet staan. Ik loop langs de weg van de Kandelaarkerk en de Coop. Dan kom ik weer op een rotonde waar ik kan beslissen of ik nog een ommetje doe of dat ik rechtstreeks terug ga. Ik doe het rondje om het water nog maar. Dat is 2 kilometer om en dan zal het op ongeveer 9 kilometer uitkomen. Dan loop ik het laatste stukje over de weg. Maar eerst moet ik om de huizen heen. En dan kom ik opeens bij een behoorlijk meer dat erbij ligt alsof ik niet in Drenthe, maar in Canada ben! Ik mis alleen de bergen op de achtergrond.

Ondanks het voornemen om rustig door te blijven lopen, móét ik wel even stoppen voor een fotootje. Ik loop onverhard op paadjes die omhoog en omlaag gaan. Er is niemand! Het is groter dan ik had gedacht en ik hobbel er lekker omheen.

Het lijkt elke keer een vleugje Canada. Alleen zonder de enge wilde dieren. Ik zie wel een mevrouw lopen. Het schemert onder de bomen al een beetje. Dat maakt het nog buitenlandser. Ik loop om een soort camping heen. Ik ben blij dat ik dit ommetje nog heb gedaan, maar het is ook wel genoeg nu. Ik moet nog langs de weg lopen naar huis. Ook hier schemert het intussen, dus het is goed dat ik niet verder omgelopen ben. Ik zet een muziekje aan en kijk naar de ondergaande zon.

9 Kilometer die mijn onrust hebben opgelost.

6 Juli. Een jaar na de Frysman. Ik denk er wel aan, maar het beïnvloedt mijn dag niet. Alleen ‘s avonds denk ik er aan, als het 8 uur is. Ik weet nog goed hoe 8 uur ‘s avonds tijdens de Frysman aanvoelde: toen duurde het nog even. Blijkbaar werkt het weer op 6 juli vaker niet mee. Het weer trekt nog niet echt aan, het blijft van tijd tot regenen en het waait hard. We bezoeken Zuidlaren vandaag en we kunnen buiten zitten. Er zijn stevige buien, maar in de zon en uit de wind op ons terrasje is het lekker. Vincent moet voor de TVA-competitie een kilometer zo hard als hij kan lopen. Ik ga met hem mee op de fiets. We vertrekken na de middag. Ik moet omfietsen, want ik mag niet door de boerderij heen. Vincent loopt rustig in. We doen hetzelfde rondje als eerder van de week. Hij doet de oefeningen en dan gaan we 500m naar links, zodat hij 1 kilometer terug kan lopen. In die 500 meter regent het kei-hard. Dikke grote druppels. Niet prettig. Maar als we omkeren, dan is het weer droog. Ik moedig Vincent aan. Zeg hem dat hij harder moet, waar hij is en dat hij door moet lopen. Op de fiets lukt me dat wel!

Hij loopt zijn kilometer onder de 4 minuten! Dat is best hard en zal mij nooit meer overkomen, vrees ik. Ik fiets met hem mee als hij rustig uitloopt en dan regent het nog een keer, maar niet meer zo hard. Vincent gaat naar het huisje terug en ik fiets door. Mijn neus achterna voor onbepaalde tijd. Ik ga naar het zuiden geloof ik. Bij knooppunt 82 kijk ik op de borden.

Ik kan twee nummertjes vooruit onthouden. Dus ik rijd naar nummer 17 en nummer 45. Dan steek ik terug naar Taarlo is het idee. Ik fiets lekker, heb wind mee en deze fietsnummertjesconstructie ligt me wel. Eigenlijk is Drenthe saai. Het lijkt op Brabant: het slingert, is authentiek, maar het zou net zo goed Denemarken kunnen zijn. Ik kom bij de Vaart bij nummer 45 en ga dan toch maar verder naar nummer 11. Ben ik toch bij Assen. Zomaar. Van nummer 11 door naar nummer 68 en 67. Daar krijg ik nog een keer een bui over me heen. Ik was net droog. Die kleine dorpjes zijn wel echt Drents: een grasveld in een driehoekje met schapen erin en rietgedekte huisjes er omheen. De fietspaden slingeren. Na Loon kom ik dan toch op een soort van heidevlakte.

Het fietspad slingert door het bos. Mijn tempo is gewoontjes. Net als de rest. Ik ga maar 1 keertje mis: dan sta ik op een onverhard pad naast de molen en een veld vol met ooievaars.

Zo is er weer even zon. Als ik even later over de hei rij en een bord tegenkom met de waarschuwing: “Let op, water op fietspad”, mis ik het water op het fietspad, maar het komt ineens in stralen de hemel uit! Dit lijkt me wel genoeg. Ik fiets gewoon door, terwijl de elektrische dagjesfietsers proberen te schuilen onder een boom.

In het bos word ik ingehaald door een oudere wielrenner. Ik fiets wel lekker, maar ik vind er niks speciaals aan. Ik zal blij zijn als ik er strakjes weer ben. Ik zie het meteen als ik ‘rond’ ben en knooppunt 82 weer bijna nader. Tussen knooppunt 82 en 85 – die voor het vakantiepark ligt- vindt het weer dat ik toch nog maar een keer nat moet worden. Ik fiets 32 kilometer.

Als ik later op de avond iemand zie zwemmen, ben ik soort van onredelijk jaloers. Als ik nu ook wil zwemmen en het kan in het meer voor de deur: dan moet ik dat toch maar doen! Rob zegt dat het niet koud is, het water. Vincent zal me helpen als ik er uit kom. Ik ga in trisuit met achtje. Als ik in het water ga, sta ik lang te treuzelen. Het is écht wel zeker killer dan zaterdag!! Maar goed, diep ademhalen en ik ga.

De heren kunnen me volgen met de telescoop! Ik ga oriënteren oefenen. Eerst naar het witte springkussen. Dan door naar een witte boei. Echt warm is het niet, maar het is wel te doen. Ik zwem gewoon door. Om de betonboei heen. Ik ga even iets verder en dan naar de regenboogpunt.

Daarna in een rechte lijn naar het witte blok. Ik zie er dingen in het water liggen ver onder me, voor de duikers vermoed ik. Ik adem 1 op 4 of 1 op 2. Wat me uitkomt. Dit is geen wedstrijd, dit is gewoon een potje zwemmen. Omdat het kan! Ik kom iets te dicht aan de kant. Links natuurlijk, want ik adem eigenlijk voornamelijk rechts. De plantjes zijn dichtbij, dus ik moet corrigeren. Ik zwem het kommetje rond. Daar is het niet erg diep, maar het is wel meer privé-terrein bij de huisjes. Grappig genoeg is het stukje naar de steiger voor mijn gevoel het langst! Dat is niet zo, maar het voelt zo. Ik ga me afvragen hoeveel sneller ik zou zijn als ik mijn benen ga gebruiken. Ze zeggen dat het 20% oplevert. Ik krijg niet uitgerekend hoeveel dat is van mijn 2:12 op de 100m. Dan wind mee langs ons huisje.

Ik zwaai naar Vincent en zie Rob staan. Maar hiervoor adem ik dus eigenlijk aan de verkeerde kant. Dan haal ik mijn hoofd veel te ver uit het water. Ik navigeer naar het kleine peuterglijbaantje. Dan zie ik dat Vincent er net niet zal zijn, dus ik ga nog iets omzwemmen. Over de kilometer doe ik 21:45. Nogmaals doe ik een poging om te bedenken hoeveel 20% harder zou zijn, maar ik kom er niet uit. Ik zwem terug als ik Vincent zie staan.

Ik heb lekker gezwommen. Meteen doe ik een truitje aan, maar de kou valt mee. In het huisje ga ik in een lekker warm bad. Was toch weer een geinig dagje.

7 juli. Ik slaap hier niet zo best. Lig dan uren wakker midden in de nacht en slaap lang in de ochtend. Vandaag een rustig dagje. Het weer is matig, maar met een droge middag zijn we al blij tegenwoordig! We wachten de bui af terwijl Vincent lekkere muffins maakt voor ons. Dan stappen we alledrie op de fiets. Rob gaat de eerste 13 kilometer mee en daarna gaan Vincent en ik nog 17 kilometer verder. Als we net het park af zijn, merk ik al dat het wat moeizamer is vandaag. Misschien hebben we wind tegen? Er is veel ander verkeer, waar we voor moeten inhouden en weer samen gaan fietsen. Vincent is master van de route. We volgen zijn computertje en de fietsroutenummers. We moeten vaak het spoor over of oversteken. Dat geeft ook onrust. En vlak windkracht 5 niet uit!

Het regent gelukkig niet. Rob is 3 kwartier later weer binnen. Vincent en ik fietsen verder over het pad waar hij gisteren hardliep. We gaan het spoor weer over en dan hebben we een lange weg heel veel wind tegen. Niet leuk meer. We kunnen niet echt iets vinden in Drente wat heel spannend is. De A28 aan de ene kant, het spoor aan de andere kant en saaie velden er tussenin. En windkracht 5 tegen. We komen bij de Willemsvaart. Met een scheve ophaalbrug. En dan weer door naar punt 08 en 09. We zijn vlakbij het vliegveld en horen een vliegtuig landen. We zitten weer op een Drents fietspad en voor mijn gevoel hebben we nog steeds wind tegen! We rijden door een dorpje, maar de brievenbus ontbreekt. Dan hebben we eindelijk wind mee! Feit is dat dat altijd veel korter duurt dan wind tegen. We gaan het kanaal weer terug over natuurlijk.

Dan komen we in Tynaarlo, op een soort van industrieterrein. En warempel, daar is de plaatselijke brievenbus! We gaan weer terug naar punt 79. Na 30 kilometer staan we weer op het vakantiepark. Eerlijk gezegd ben ik er blij om! Voor zwemmen of lopen kan ik vandaag geen fut meer opbrengen.

8 juli. Het goede weer in Nederland is wel een beetje voorbij. Zul je precies zien! Als wij met vakantie zijn, staan er meer wolkjes en regendruppels op het weerbericht dan zonnetjes. Welk bericht we ook opzoeken! Maar goed, vanmiddag is het nog droog. Dan gaan wij dus mooi een stuk wandelen. En niet zomaar een stukje, nee, we gaan geocachen!

Rob en ik kennen dat al en Vincent heeft ook wel eens iets gedaan, maar nu kan hij zijn eigen telefoon gebruiken. We lopen naar de parkeerplek en dan door het bos naar het Hunebed 06. Daar liggen enkelvoudige geocaches. Om er even in te komen.

Daarna doen we een cache met meerder punten en tellen van boomstammen en brugdelen. Dat is nog meer “wack” – of hoe die moderne taal ook gaat, volgens Vincent. Tja, dan hebben we lekker gewandeld en dat was super leuk! Maar ik ben hier (ook) om te zwemmen. En mijn boek is uit, dus dat gedeelte vakantie is me al gelukt. Ik zie meisjes in het water spelen en dan durf ik het ook. “Het water is afgekoeld, hoor”, zegt Rob. Dat gaan we dan maar zien! Ik doe er nog langer over om in het water te gaan, maar het is niet kouder. En dan ga ik zwemmen. Naar de witte betonboei, door naar de gele bol, terug naar de regenboogboei en dan naar het witte betonblok. Het gaat niet minder dan uitstekend! Ik ga gewoon lekker, het is niet koud, het gaat supergemakkelijk en ik hoeft niet snel. Gewoon lekker lange, slome slagen maken.

Gezien door de telescoop zwem ik naar de regenboogboei.

Het water voelen, lekker 1 op 3 ademhalen en diep omlaag kijken. Het gaat echt lekker. Dan naar het andere deel van het water. Niet te dicht langs de kant, want daar zaten veel planten. Ik ga nu naar de steiger en weer is het verder als het lijkt! Daarna door het ondiepe water en dat is zelfs wárm. Dan steek ik terug richting ons huisje, maar ik heb nog meer dan genoeg energie en zin en nu lig ik toch in het water! Ik ga dus nog een keer naar de regenboogboei. Zie ik het ook eens van de andere kant. Het blijft lekker en gemakkelijk gaan.

Hoewel het mijn doel niet is, ga ik toch best snel. Omdat ik van die lange (in mijn ogen ‘slome’) slagen maak. En dan ga ik de laatste 500m mijn benen gebruiken. Ik ga eens gewoon actief meeflipperen. De snelheid verbaast mij zelfs! Ik schiet echt het water door! Het ligt lekker strak. Ik zwem dan ook onder de 2 minuten op de honderd meter. Dan heb ik 2000 m gezwommen.

Het was echt heerlijk! Ik heb simpelweg genoten en ik ben opgetogen dat uit de data blijkt dat benen gebruiken echt iets oplevert. Misschien moet ik dat toch maar leren dan?

Na het avondeten vraag ik Vincent om mee te gaan fietsen. Hij heeft nog een route van ongeveer 26 kilometer liggen. Let’s do so! We gaan aan het kletsen over zijn vrienden. We komen bij een leuke brug

En daarna is het pad onverhard! Leuk voor de electrische fietsen, maar minder geslaagd voor racefietsbandjes. Ik zit dan wat verkrampt. Maar de omgeving is wel een stuk landelijker! Het tempo ligt een stuk lager. Dubbel tijd om te genieten dus.

We komen langs dorpjes met van die Drentse dorpspleintjes en langs veel campings. En dan ineens zijn we in Zuidlaren. We fietsen op een paar kilometer van het vakantiepark, maar we zijn pas op de helft! We fietsen door het centrum van Zuidlaren waar het nu lekker stil is en dan door de ‘achter-af-buurten’. Geen idee waar we blijven, maar de paden zijn weer onverhard 🙁 Dan kunnen we niet verder kletsen omdat we achter elkaar moeten fietsen. Vincent heeft de route en ik hoeft alleen maar mee te fietsen.

Dit geeft wel meer gevoel van Drenthe dan waar we eerder fietsten. Pas richting Zeegse krijg ik weer wat feeling met waar we zijn. We doen nog een stopje om naar de koeien te kijken, maar die willen liever niet in beeld lopen. Daar hebben we veel lol om!

We fietsen bijna anderhalf uur. Door al dat onverharde terrein moet je extra goed opletten.

9 juli. En dan is de sportweek afgelopen. Het regent. En regent. En motregent. De hele dag regent het onafgebroken. Leuk om lekker spelletjes te spelen! En om op de bank te hangen en tot rust te komen. Dat wel. Maar ik wil graag naar buiten. We hebben nu het geocachen ontdekt en in de avond gaan we nog een keer een rondje wandelen om het meer waar ik eerder deze week was. Het is veel zoekwerk en heel veel druppels.

Maar het is wel lekker om buiten te zijn met zijn drietjes! Door de onafgebroken regen wil ik het liefst naar huis. Alles is nat en rommelig en kil en somber. Op vrijdag voor tienen zijn we weg. Terwijl het blijft regenen. Tot we in Almere zijn! Als de was gedaan is en het droog blijft, doen we nog een geocache in de buurt in combinatie met een supermarktbezoek. We hebben het geocachen herontdekt!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-22

Maandag 29 juni. Na een dagje werken, stond er op mijn schema dat ik met Vincent mee mocht fietsen. Hij ging hardlopen! Dan kan ik hem alleen maar bijhouden op de fiets. Ik had een beetje spierpijn, maar ik ben vooral over het algemeen heel erg moe: in mijn hoofd en een beetje in mijn benen. Het is meer een algemeen gevoel. We gaan richting het Kotterbos. Vincent loopt ‘lekker rustig’ in met 11 kilometer per uur. Om te fietsen is dat prima te doen! Ik ben op de mountainbike gegaan. Na een kwartiertje gaat Vincent een kilometer knallen. Dat gaat best lekker… Hij loopt harder dan 12 kilometer per uur. Zonder fiets was ik kansloos geweest. Dan heeft hij eventjes pauze en geef ik hem de bidon aan. Langs de Vaart hebben we wind mee. De tweede kilometer gaat als iets harder dan de eerste. Dat betekent dat de tijden op de kilometer met een vier beginnen. Dat komt bij mij echt nooit voor! Hij wordt er wel moe van gelukkig.

Ik jut hem een beetje op dat hij eigenlijk moet proberen om elke kilometer sneller te lopen dan de voorgaande. Erg he 😉 Bij de derde kilometer krijgt hij de wind tegen, maar dan zijn we in het bos. Hij presteert het onder gemopper om nog iets sneller te gaan! De vierde en laatste keer moet hij onder de 4:30 lopen. Dat is snoeihard. Ik kwebbel gewoon door, want op de fiets is dat te doen. En dan komt hij op 4:18 uit! Niet te geloven. We gaan achter de Sieradenbuurt door naar huis en maken een uur vol. “Wind tegen?” vraagt iemand als ze mijn fietstochtje op Strava zien staan. Haha! Volgende keer doe ik alsof ik zo hard kan lopen :-p

Dinsdag 30 juni is een rustdag. Gewoon een dagje niks. Ik wil zwemmen, mag niet zwemmen, want er is geen plek bij het zwemmen en het regent teveel om te fietsen. Kortom: 1 van die zeldzame dagen dat het er niet van komt.

Woensdag 1 juli. Samen met Joyce ging ik de trailmarathon van PL rondom Heidezicht bij Bussum afmaken. Vandaag stond de langste afstand van 18 kilometer op het programma. Langs 6 landgoederen. Het rugzakje met drinken begint vertrouwd te worden. Samen met de hartslagband schuurt het mijn rug stuk. Het is droog, niet heet en een beetje bewolkt. Een klein buitje kunnen we aan. We maken er gebruik van dat we weer samen mogen rijden. Route aanzetten en off we go!

Ik merk altijd snel of het goed gaat of niet en vandaag is zo’n dag dat het goed gaat. Ik kan gewoon rustig aan blijven hardlopen. We gaan deze keer de Natuurbrug van Crailoo over. Dat ken ik tenminste zo’n beetje! Gewoon een kwestie van blijven hardlopen, dan kom je vanzelf boven! En daarna mag je omlaag. We gaan de weg over en dan lopen we een stukje verkeerd. De route geeft dat snel aan. Het is soms ook lastig om tegelijk op je horloge te kijken en de wortels van de bomen in de gaten te houden. Mijn voorkeur gaat uit naar het correct opvolgen van dat laatste gedeelte, voor ik op mijn neus lig. Het gaat zelden mis eigenlijk. Gelukkig. We komen langs de camping. Leuk beschilderde en aparte verblijfjes staan daar. Het pad is mooi smal en prima begaanbaar. Het is niks koud! Dan komen we op de berg, waar we natuurlijk even overheen lopen!

We slingeren een beetje door het bos over de leuke bruggetjes. Ondertussen kletsen we maar door alsof we elkaar niet wekelijks zien en niet dadelijks op whatsapp hebben. En zo komen we bij het capitooltje. Hier zijn we al vaker geweest, maar dan begon de tocht eigenlijk pas net.

De bruggetjes zijn prachtig! Het regent nog een beetje geloof ik, maar dat is eerder verfrissend dan vervelend. We komen over het kabouterpad en slingeren door het bos. Het is er mooi, dat zeker! De kilometers rijgen zich aaneen. We hebben vooral geen enkele haast! Voor ons is trailen een belevenis. Geen wedstrijd of iets om snel voorbij te laten gaan. We staan even stil bij een bruggetje en nemen de omgeving goed in ons op.

Dan komen we opeens weer op een bekend stukje. Grappig is dat ik nog heel goed weet waar we vorige keer over kletsten, ook al was dat niet wereldschokkend. Omdat het mij aardig gaat, doe ik soms een stukje mijn eigen tempo. Ik wacht dan later wel weer, al is dat nooit erg lang. En zo komen we bij mijn lievelingsstukje tussen de rodondendrons door. Vind ik echt geweldig! Tussen de hoge planten door. En dat eindigt in een bruggetje.

We komen nu op het ommetje langs een landgoed waar Joyce een keer is gevallen, waardoor zij toen niet verder kon. We letten nu goed op en overwinnen echt een nare ervaring. Het gaat ook veel op en neer, maar ik vind het echt heerlijk. Nu gaan we richting het Spanderswoud. We lopen over de hei waar ik met PL alleen liep (toen Joyce gevallen was) en ook nu weet ik precies weer waar wij toen over spraken. We komen in het bos en ondertussen zijn we al een beetje moe aan het worden. Ik vind 18 kilometer stom qua afstand. Is niet goed op te delen of af te tellen. We wandelen van tijd tot tijd. Enerzijds omdat de vermoeidheid toeslaat, maar aan de andere kant ook om extra lang van dit mooie stukje te genieten! Er zitten ongeveer 14 kilometer op. Dat betekent dat we nog maar 4 a 5 kilometer hoeven. Echter, als je in je achterhoofd bedenkt dat 21 kilometer een veel en veel mooiere afstand is, dan is het nog 7 kilometer. En dat is toch wel veel meer! Maar eigenlijk willen we over de bruggetjes en we willen stiekem ook de halve marathon lopen. Om onszelf te bewijzen dat we dat best kunnen.

Dan komen we bij de vlondertjes. Ja, ik kan het nog en ja, Joyce doet het nog gewoon, dus we zullen een ommetje maken. Omdat de vlonders onder de zendmast van Hilversum er weer zijn. Omdat het kan. En omdat het een stukje extra is. Maar vooral omdat het puur genieten is!

We lopen bovenlangs terug. Het ziet er onnederlands uit met de donkere lucht en het water.

Ik blijf hardlopen. Dat is de enige mogelijkheid. Ik ben moe. We zitten pas op 17 kilometer. Ik zal de hele natuurbrug niets anders doen dan blijven hardlopen. Ik moet proberen te vergeten dat we nu ook nog 4 kilometer moeten, maar dat lukt niet en het drukt zwaar op me. Ik heb (weer, weer, wéér) net te weinig gegeten met mijn ene gelletje. Drinken is wel redelijk gegaan. Maar ja, ik zou er dan ook zijn. Aan de ene kant denk ik: ‘wat kan me die halve marathon schelen’, aan de andere kant zit het duiveltje dat roept: ‘dit is je kans! Doorzetten nu!’ Als ik op Joyce wacht zit ik op 18 kilometer. Joyce is iets verder, want haar horloge gaat niet uit als ze stilstaat en die van mij wel. En die heeft dan elke keer een tiental meters nodig om weer op te starten.

Drie kilometer nog. De route is nog maar 1 kilometer. Dus ik maak ommetjes. Ik loop voor Joyce uit, want ik moet nu mijn eigen tempo aanhouden. Joyce snapt het wel. Ik wacht dan elke keer. Onder de boompjes. Ik hou de route in het oog, maar eigenlijk gaat alles ook net iets trager. Dat weet ik wel en ik weet dat het komt omdat ik hoognodig voeding moet hebben, maar het is nu onomkeerbaar. Ik heb mijn zinnen gezet op een halve marathon, dus die zal er hoe dan ook komen. We komen bij het bankje waar we vorige keer ook hebben gezeten. Ook nu genieten we even van de tekst op het bankje “Heb het leven lief”

Het is nog 1 kilometer rechtstreeks terug. Voor mij net te kort, dus ik moet echt nog iets langer over de hei zwerven. Eigenlijk is het op. Het is loeizwaar. Maar het moet en zal. Linksom en rechtsom, of ik wil of niet. 21,1 kilometer en eerder stop ik niet! Ik vertraag, maar stoppen niet. Ik hoopte op een nettotijd van 2,5 uur, maar dat lukt zeker niet. De brutotijd onder de 3 uur moet wel lukken. Ik moet naar een toilet. Ik moet eten. Ik wil niet meer…. Maar ik maak het vol. hoera.

We gaan nu dubbel en dwars genieten van een dikke boterham bij Heidezicht. Ik ben natuurlijk snel weer bij. Het was geweldig! Dat wij dat ‘zomaar’ kunnen. Die beentjes van ons. Voeg er nog een paar heuvels aan toe en dan komen wij er aan Ardennen!

‘s Avonds heeft Vincent een wedstrijd. Waar hij jarenlang als het kleine ventje werd gezien, die maar een beetje aanklooide bij de triatlonvereniging, is hij nu serieus geworden. Hij traint hard. Hij is geconcentreerd. En hij wordt sneller in alle disciplines. We denken er ook over na en tellen uit of klikpedalen op deze korte afstand zin hebben. (niet dus) Vincent komt als vierde het water uit en verrast me daarmee. Hij fietst onwaarschijnlijk hard op zijn prachtige Red Schaduw fiets. Als hij de wissel in komt, staan er pas 2 andere fietsen. Hij loopt kei-hard. Achteraf zal hij vertellen dat hij zelf ook verbaasd was de nummer 2 bij te halen en hoe die elkaar hebben opgejut. Vincent kon nog versnellen in de laatste 500 meter. En hield zo 2 jongens achter zich. Werd tweede. Hij geeft zijn visitekaartje af. Met een baksteen erbij die hard neerkomt. Voor al die ouders die ons niet serieus nemen. Voor al die vriendjes die de sportklas doen naast het VWO. Voor zijn klasgenootje. Voor de trainers. Ik kan er alleen maar vol trots naar kijken.

2 juli. Een extreem vermoeiende en lange dag op het werk. Ik ben pas om 8 uur ‘s avonds thuis. En dan heb ik op papier wel vakantie, maar in de praktijk moet ik morgenochtend nog alles inpakken en nog werk afmaken. Ik heb iets te vieren, want zowel Vincent als ik hebben een prima rapport gekregen. Vincent is over naar de tweede en ik krijg een contract voor onbepaalde tijd en meer complimenten dan ik kan bevatten. Nu kan ik op deze avond gaan strijken, gaan inpakken, op de bank gaan zitten; maar ik wil fietsen! Vincent gaat met me mee gelukkig. Ik ben extreem moe (want ik heb slecht geslapen voor het gesprek natuurlijk) en ook mijn benen voelen de halve marathon van gister nog goed. Vincent verzorgt de route. Dat is een hele ervaring voor mij! We gaan anders als ik zelf ooit bedacht zou hebben. Heerlijk! Door de woonwijken, langs de Vaart, nieuwe combinaties en we gaan niet ver van huis. Na 12 kilometer is het nog 1 kilometer terug naar huis, maar wij fietsen nog verder! Uiteindelijk is het rondje 19 en een beetje kilometer. Ik vind het helemaal best. Ik ben bekaf. Het dringt maar niet tot me door dat ik volkomen terecht een contract krijg. Voor een goede nachtrust ben ik -raar genoeg- te moe!

3 juli. Vroeg op. Inpakken. Werken. Als de nieuwsbrief verzonden is, komt er een beetje rust. Inpakken. En dan strijken. Ik ben vermoeid tot in mijn botten lijkt het. Inpakken. Eten. De laatste dingetjes. Fietsen mee. En dan rijden we naar Drenthe. Een onrustige rit met veel verkeer. Als we bij het huisje staan, is Vincent lyrisch!

Het is een groot huisje met 3 slaapkamers en uitzicht op het meer! Dat meer roept heel hard: zwem in me, zwem in me! Maar eerst uitpakken en naar de winkel. Dan eten. We wandelen een rondje op het park en dan is de roep van het water te luid. Vincent gaat mee. In trisuit. Ik neem het achtje mee, Vincent de boei. Het is even koud en even wennen om erin te springen. En dan zwemmen.

Het gaat heerlijk. Het gaat geweldig. Het voelt fantastisch. Het is briljant. Vincent naast me. Helder water. 1 op 3 ademhalen. Geen haast. Geen moeite. Het huisje naast ons. Onderweg korte stopjes maken en kunnen kletsen.

We gaan eerst naar het ene deel en dan terug. Vincent heeft het zwaarder zonder achtje. Hij heeft het altijd kouder, omdat hij het vetlaagje wat ik wel heb, mist. Ik wil het water niet uit! Ik wil hier blijven zwemmen! Vincent gaat eruit en geeft mij de boei. Ik ga nog op en neer zwemmen. Het is echt genieten. Dat doe ik bij elke slag. Tempo kan me niet schelen, maar de vrijheid van het water voelen, van de wind, van het brilletje wat weer zicht geeft, van de duidelijke doelen waar ik heen kan en wil zwemmen, dat is echt geweldig. Ik voel me rijk en gelukkig dat ik zomaar kan oversteken over het water. Dat ik langs de waterfietsers kan en richting de speelattributen. En daarna weer terug. Tot ik de regenboogkegel zag waar ik heen wilde. En dat dat dan gewoon kan. Ik las de letters erop: ac-es juli 2019. Klonk voor mij als 6 juli.

Dan terug naar het huisje zwemmen. Ook gewoon lekker door kunnen gaan. Ik maak de 1500m vol. In een half uurtje. Dat komt omdat mijn horloge met de stopjes aan het begin altijd heel erg ‘floepert’. Toch heb ik gezwommen zoals ik dat ook kan. Het is wel even koud als ik door de wind terugloop naar het huisje, maar ik gloei helemaal van binnen omdat het zo geweldig was.

4 juli. Wij zijn op vakantie en het weer is net zo Hollands als Drenthe: regenachtig en somber. We gaan naar de Decathlon om sportspullen te kopen. Is dat echt het enige sportieve van de dag?? Dat kan toch niet! Ik wil lopen. Ik heb een route van 5 kilometer net buiten het park. Ik moet de omgeving gewoon verkennen en mijn neus buiten de deur steken. Vincent gaat met me mee. Regenjasjes aan maar. Het begin is altijd even moeilijk. We slingeren een beetje door het park en gaan door de boerderij heen (!) het park af. En dan langs het spoor. We zien het enorme drijvende zonnepark. En we worden nat. Vincent vindt het vre-se-lijk. Hij mokt. Niet op het tempo, maar op de druppels en de wind die zijn capuchon afwaait. Ik heb ‘t warm. Na 2 kilometer begin ik echt te genieten. Het gaat niet vanzelf, maar wel gemakkelijk. We gaan kijken bij de eendenkooi. Vincent gelooft niet dat de eenden nep zijn. Fotomomentje!

Dan weer verder. Ik wil nog wel langer, maar Vincent is echt klaar met nat worden. We gaan nog even naar de parkeerplaats die de Drentse Aa ontsluit en kijken op de borden.

Het gaat alleen maar meer regenen. Vincent neemt de korte route naar het huisje, ik ga het park rond. Dan voelen de kampeerders onder het luifeltje zich beter als ze dit verzopen katje zien, zal ik maar denken. Dik 5 kilometer. Met een mooi gemiddelde van 5:51. Jammer dat alles nat is geworden, want ik heb hier geen wasmachine. Het is toch te hopen dat het beter weer wordt!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-21

Maandag 15 en dinsdag 16 juni zijn rustdagen. De maandag is dat eigenlijk al een hele tijd, maar meestal skip ik die. Nu maar eens een keertje niet! En dinsdag kwam het ook niet van sporten.

Woensdag 17 juni. Dat ga ik allemaal op 1 dag inhalen! Ik ga op deze woensdag fietsen, een trail lopen, nog eens fietsen en zwemmen… Ik pak de trailspullen en mijn racefiets. Dat is even sjouwen, maar ik hoeft de trailmeuk maar een paar kilometer mee te zeulen en dan laat ik het achter bij Joyce. Zij rijdt naar Bussum. Net als zondag gaan we een trail uitgezet door PL volgen. Deze keer heeft hij 10km uitgezet, maar ik heb de route verlengd tot 16 kilometer. Eerst daar naartoe trappen! Ik rij vanaf Joyce’ huis tot aan station Almere Muziekwijk achter een scooter met 2 heren erop. Heerlijk moeiteloos 26+ rijden. Dan moet je omrijden in Almere Poort en de brug over. Het ging iets sneller dan ik had gedacht. Ik had lekker een muziekje mee. Nadeel is dat ik het fietscomputertje niet zo goed kan lezen met de zonnebril op. Nu is dat tot Naarden Vesting geen probleem, want dan weet ik de weg wel. Ik maakte een fotootje

En toen moest ik Bussum door. Dat is wel lastig als je de route niet zo goed ziet en die midden door de drukke stad gaat. Vond ik wat minder, maar ik kwam langs de rijke wijken daarna en ik volgde ook mijn instinct naast het fietscomputertje. We hadden om 10 uur afgesproken. Op het einde kwam ik nog door een fijn park en toen was ik er! Precies op tijd. Lekker opgewarmd. Ik hield het singlet aan. De fiets ging in de auto. Met de helm en fietsschoenen erbij. Ik nam het trailrugzakje en even later konden we vertrekken voor de 3 Heides-Route.

Heide + zon = hitte = gelijk aan ‘verbranden’ en dan zeker voor mij als ik me anderhalf uur eerder voor het laatst heb ingesmeerd… Maar daar is niks aan te doen. Ik kan me ergeren, maar het is niet zo benauwd als zondag en ik loop een stuk lekkerder. De route is beter te volgen. De ondergrond is minder stoffig. Het is minder druk op de hei. En we hebben elkaar alweer nieuwe dingen te vertellen. Gek dat het nooit ophoudt tussen ons… Toch vond ik elk boompje en schaduwtje wel welkom! Het ging me echt een stuk beter af dan zondag! Deze keer gingen de kilometers meer vanzelf. Dat je denkt: “zijn het er al vier, dan zijn we al op een kwart”.

De koeien waren echt geweldig! Zo midden op het pad in al hun slomige lodderigheid! We staan dan stil om ze te fotograferen en er van te genieten. Trail. Kan ons het tempo schelen. We hebben de tijd en zijn hier voor onze lol. En als we iets willen drinken of een gel naar binnen moeten werken, stoppen we ook gewoon even. In de schaduw. We staken de weg over en dan ga je het bos in. Heerlijk! Smalle paadjes, op en neer.

En toen raakte ik het spoor kwijt. Het was echt heel erg mooi, maar de route liep anders dan wij. We liepen er in cirkeltjes omheen. Tot we ‘m weer vonden! En weer de hei op. Nu verlaten we de route van PL en gaan we langs wat minder verborgen paden. Langs de Leeuwenkuil richting Hilversum.

En langs het Wasmeer. Het zag er met de drinkende runderen heel on-Hollands uit. Gelukkig ligt de waterzuivering aan de andere kant en is het bankje bezet door een rollator, anders had het ook Noord-Amerika kunnen zijn. En dan komen we in Anna’s Hoeve. Ik ben uitgeklaag…- ehhh… uitgekletst! We gaan de heuveltjes over. Ik denk aan toen ik hier de eerste run-bike-run deed. Het is nog altijd best mooi, dit kleinschalige bosje met de brugjes.

We wandelen langs de snelweg een miniheitje over. En dan komen we achter de berg van Anna’s Hoeve uit en gaan we het bos weer in. Ik dacht echt dat we over de verharde weg zouden lopen, maar het is een mooie bosroute! Langs de Natuurspeeltuin en de Schaapskooi. De kilometers rijgen zich aaneen. We wandelen tussendoor. Soms loop ik een stuk op mijn eigen (maar niet veel snellere) tempo en dan wacht ik daarna wel weer. We gaan over het saaie en ietwat drukke fietspad. Door de zon. Alsof ik die gemist had… En zo komen we bij het Bluk. De hei ligt er prachtig bij. Ik wil persé het lange pad omhoog door de felle zon nemen! Ook al is dat niet precies de route.

Ik geniet daar enorm van! Het is ook wijds en toch heeft het een duidelijk eindpunt wat je dan mist in het bos. Omhoog tot ‘boven’ en de boom aldaar.

Dan steken we terug naar de route. Wandelend. Ik vind het niet erg. Lekker relaxed! Geloof het of niet, maar we ratelen gewoon door. Zouden we na de Trail de Fantomes zijn uitgepraat? Joyce heeft het wat zwaarder. Die mist een stukje training door haar blessure aan het begin van dit jaar. Komt net wat kracht tekort. We wandelen gewoon een kilometer door het bos over de onverharde ondergrond. Dan gaan we kilometer 14 weer hardlopen. Onder het tunneltje door. Boven bij het tunneltje staat Paddestoel Nummer 1. Dus staan we weer stil. Die moet echt bewonderd worden!

Dat vind ik hartstikke leuk. We gaan de hei weer op voor de laatste oversteek. Ik eet en drink deze keer weer goed. Nu heb ik meer sportdrank bij me. Het zal wel meer dan 16 kilometer worden. We rennen weer een stuk over de smalle heidepaadjes, want nu zitten we weer op de route van PL. Ik vind het heerlijk om zo vrij te voelen als een vogel, terwijl we over de doodstille heide lopen!

Als we in de verte het einddoel zien liggen, gaan we nog even lekker op een bankje zitten om van het uitzicht, de zon en de rust te genieten. Het enige wat mij stoort is, dat ik op 16,9 ga uitkomen. Ik loop dus een stukje om. Op de heide blijf je elkaar toch wel zien. Joyce heeft een aanvaring met een hond. Ligt niet aan het beest, maar aan de begeleidster. En dan zijn we er. Rondje over de parkeerplaats en de 17 kilometer zitten erop. Ja, ik ben een beetje vermoeid, maar tevredenheid overheerst veel meer!

We gaan lekker een dikke dubbele boterham eten op het terras. Netjes volgens de corona-regels. En dan ga ik weer naar huis fietsen.

Helaas heb ik nu wel wind tegen. Maar ik heb geen haast. Ik moet niks. Ik navigeer op gevoel en op herinnering Bussum door. Ik volg iemand Naarden Vesting in, maar raak hem dan kwijt. Gek genoeg, als je Naarden Vesting dan uit rijdt, dan voelt het alsof je er bijna bent. Is nog niet zo, maar als het bekend is, voelt het korter. Langs de golfbaan over het on-Nederlandse fietspad en ik luister ondertussen lekker naar de muziek. De brug op speelt er wel wat vermoeidheid op. Als ik het saaie stuk Poort door ga, vliegt er een steekbeestje mijn mond in en meteen weer uit, maar er lijkt wel een prikje te zijn. Het voelt een aantal kilometers vreemd aan. Dan over het Spoorbaanpad. Ik begon het echt wel zwaar te vinden en bedacht me dat er geen enkele reden was om ook nog te gaan zwemmen. Door de Stad en dan naar Joyce’s huis om de spullen weer op te halen. Intussen is het ook best wel heel warm geworden! Het laatste stukje is echt even doorbijten en de wind tegen en de rugzak maken dat het nog zwaarder voelt. Maar ik kom thuis!

Douchen. Even rusten. En dan… gaat zwemmen eigenlijk ook wel weer. Dus ik ga naar het zwembad in Poort. Er is een plekje in baan 1/2. We zijn met zijn viertjes, dus als ik rustig aan doe, heeft niemand daar last van! Ik begin dan en dan bedenk ik wat ik wil doen. Vandaag wordt het 4x500m. Met zoveel mogelijk 1 op 3 ademen. Het gaat wel. Gewoon doorzwemmen. Ik hoeft niets anders te doen. Even wat water drinken en dan weer zwemmen. Ik klets even na 1,5 kilometer en dan nog 500m zwemmen. Ik doe nog 100m schoolslag en dan is het wel genoeg geweest!

Donderdag 18 juni
Een dag werken op kantoor vergt toch iets meer dan thuis werken. En misschien – héél misschien…- zijn mijn benen ook een beetje moe van gisteren. Maar ik ga tijdens de training van Vincent op de baan toch maar een stukje lopen. Geen intervallen, daar ben ik te moe voor. Als we naar de baan rijden, blijk ik mijn horloge vergeten! Wat (een) dom-per. Gelukkig is daar Strava die ook kan opnemen. Ik ga naar de sluis en dan niet te ver om, zodat ik terug kan of kan stoppen wanneer ik wil. Het is warm. En ik voel allemaal spieren die protesteren. Eigenlijk heb ik twee protesterende onderdanen. Gelukkig hoor ik ze niet door de muziek. Ik heb nog nooit zo kilometertje voor kilometertje geteld. Dan denk ik: als het niet lukt, blijf dan 2 kilometer hardlopen. En dan over de onverharde paden… Als ik bij twee ben, rek ik het op naar drie.

Het protest wordt niet minder. Ik ga over de brug en het asfalt is nog warmer. Het voelt echt als slepend. Vier kilometer…. Ik denk dat als ik stop ik helemaal niet meer start! Ik wil 6 kilometer lopen, maar het is (weer) iets verder. Bij de 6km ga ik een steigertje op. Strava uitzetten en een foto maken.

Om verder te hobbelen valt inderdaad niet mee… En dan ook nog de brug over… Men, wat heavy. Ik loop nog een rondje om de baan heen, omdat ik nog even tijd heb. En dan zie ik dat ik Strava niet opnieuw heb aangezet! Godvvv… De enige die klopt is de Apple Watch. En dat is ruim 7,5 kilometer. Strava zijn er maar 6 dus. Ik voer het in Garmin maar handmatig in.

Vrijdag 19 juni

We gaan swimrunnen. Met de meiden in Amsterdam – en een paar heren, waaronder Vincent. Die vindt het leuk. Ik vind het heel erg spannend. Hoe moet je dan zwemmen met schoenen aan? Welke schoenen moet Vincent aan? Hoe moet je rennen met wetsuit? Ik vind dat veel te warm! Maar alleen met een trisuit aan…. Is dat niet te koud? Hoe neem ik een boei mee? En waar laat ik de autosleutel? Ik heb meer vragen dan zin in zoiets. De enige reden om het wel te doen is, dat iedereen het heel leuk lijkt te vinden.

Vincent krijgt oude schoenen van mij en gaat in wetsuit en ik ga in trisuit met een constructie voor mij achtje. Met een (beetje berg) buikpijn rijden we naar Amsterdam, naar het Nieuwe Diep. We zijn met een man/vrouw of tien en de meesten zijn wat nerveus. Ik ben de enige in enkel een trisuit! De rest heeft swimsuits of wetsuits aan.

JB legt uit dat het allemaal niet snel hoeft. Ik heb de boei en Vincent moet bij mij blijven. Ik heb gedreigd dat hij anders naar huis moet lopen! We gaan hardlopen en die eerste 250m lukt me nog wel.

Dan het water in. Ik doe het maar snel en de temperatuur valt mee. Het valt allemaal mee! Ik kan zwemmen met schoenen en achtje en Vincent zwemt rechts van me. Elke keer als ik opkijk, zie ik een stralend gezicht.

Ik vind het ook wel spannend. Ik gebruik mijn benen nooit met zwemmen en nu ook niet, dus ik schop mezelf niet. Vincent trapt mijn brilletje om, maar ik kan ‘m rechtzetten. Heb ik dat ook eens meegemaakt! Ik kan 1 op 4 ademen afwisselen met 1 op 2. Het is niks koud en ik geniet ervan! Vincent steekt zijn duimpje op. We zwemmen een behoorlijk eind, iets van 400m.

Dan zet ik mijn horloge stil en ik wissel van sport. We gaan lopen. Benieuwd hoe me dat nu weer af zal gaan…. Ik heb het heel even koud als we het water uitgaan, maar eenmaal aan het lopen, is dat alweer weg. Ik schuif het achtje naar mijn dijbeen en laat de boei leeglopen en haak die aan de startnummerband.

Ik loop met JB moeiteloos vooraan. Vincent wil met de andere man meelopen en kletsen. De verschillen zijn groot, maar we wachten op elkaar.

We lopen door het park en ik ben blij dat ik niemand ken hier… We gaan het water weer in. Lekker koel!

Ik vind de stukjes allemaal best kort zo. Vincent en ik gaan weer samen zwemmen. We hebben halverwege een discussie waar we precies heen moeten. We komen weer op dezelfde plek. Ik vind het echt geweldig.

We gaan weer lopen langs het kanaal, onverhard. Dat lopen gaat prima en ik ga nu met MV kletsen. Veel te snel gaan we het water weer in. Vincent en ik vertrekken laat en dan wil hij met achtje proberen. Ik zwem dus zonder achtje en met schoenen aan en dat is best heavy! Moet ik toch nog even mijn best doen… Maar het lukt ook.

We verzamelen en 1 van de lieverds maakt met de onderwatercamera nog mooie beelden van ons.

Dan joggen we terug naar de auto’s. Het was geweldig! Echt erg, erg leuk. En zo fijn dat Vincent ook genoot! Hij wil alleen ook met achtje zwemmen voortaan. Volgende week doen we het voor de wedstrijd. Maar eigenlijk willen we morgen weer….

Zaterdag 20 juni

Het wordt weer warm. Ik wil misschien wel hardlopen, maar wanneer dan… Als Vincent zwemt, kan het niet, want dan spring ik wel heel bezweet het zwembad in. Dus ik ga alleen maar zwemmen. In het zwembad. Lekker saai. Baan 1/2. 300m Met achtje, 300m zonder achtje. Het gaat wel. Ik keer maar twee keer vervroegd om en de rustige zwemmers wachten netjes. Als ik met achtje zwem adem ik 1 op 3. Dan raak je dat zo gewend dat ik het zonder achtje ook een hele tijd volhou. Ik zwem tot de bel gaat. Bijna 6 keer gelukt om 300m te zwemmen.

Zondag 21 juni.

Verslag van Vincent: “hihihihi. Waar moet ik beginnen? hahahaha.” (AdB: zo leuk was het nou ook weer niet, maar goed) “We beginnen opnieuw. hahaha.” (AdB vraagt zich af of we nog gaan starten) “Oke. Hahahaha.”

Vincent: “Zondagochtend half 8. Opstaan en eten. Tijd om vandaag lekker een keer te gaan fietsen. Ons plan is om om 8 uur te vertrekken, maar met een beetje uitstel vertrekken we pas om kwart voor 9. We gaan vandaag het rondje Challenge fietsen, met 5 kilometer meer. Het rondje Challenge is het rondje van de triatlon en is 90 kilometer lang. Of eigenlijk iets meer dus. We fietsen eerst naar de Oostvaardersdijk toe. Het is nog lekker rustig in de Oostvaardersplassen. (AdB En er is heel erg weinig wind gelukkig!) Op de dijk gingen we naar Lelystad zoals afgesproken naar de Knardijk. Wij haalden fietsers in (AdB: ik zeg nog: die meneer op de dijk kunnen we niet inhalen, maar jawel hoor) en wij werden ook ingehaald. (AdB: maar het ging niet om de snelheid vandaag) Op de Knardijk was het gezellig en we hadden afgesproken dat we de eerste stop op de Praambult zouden houden. We waren niet eens de enige met dat plan, want er stopte nog iemand met de racefiets!

We hebben wel drie treinen gezien. (AdB: ondertussen dronken we iets en Vincent at winegums) Daarna zijn we de A6 overgestoken richting de Ibisweg. Het was nog steeds reuze gezellig. We besloten op de Dodaarsweg in het Engels ‘raad de persoon’ te doen. Het spelletje was heel gezellig en we waren zo afgeleid dat we niet eens doorhadden dat we aan het fietsen waren! We besloten om het nog een keertje op de Winkelweg te doen. hahahahaHAHAHAHAHA HAHAHAHAHA *lachen-gieren* mahahaham (AdB hihihihi). Okay, weer verder met het verslag: Als we bij het bruggetje aankomen, komt er een man achter ons aan stayeren. Daar ben ik nog een beetje boos over (AdB profiteur op een lastig stukje). Alleen gaan wij met een scherpe bocht naar rechts en hij gaat naar links. Doei… Op de Winkelweg doen we nog een keer “Guess Who”. Ik heb een erg moeilijk persoon gekozen en mama heeft er heel lang over na moeten denken wie het nou ook alweer was. Toen hebben we een pauzetje gehouden. We zaten al op 61 (AdB nietes, 51) kilometer.

We zagen een stoere auto langsrijden en we dronken nog wat water (AdB en sportdrank die daarna verder ging met lekken). Nu nog het stuk naar de dijk. We kunnen niet over de weg fietsen, dus moeten we een stukje omfietsen. Als we na 2 oversteken eindelijk op de dijk komen, hebben we volle wind mee en besluiten we naar het kasteel en terug te fietsen, zodat we de afstand halen – de honderd kilometer. Als we naar het kasteel en terug zijn gefietst gaan we een ijsje halen bij Mariola. Ik denk dat we weer op 61 kilometer zitten (AdB Maar het zijn er bijna 70). Ik besluit om een keertje 2 smaken te nemen, ik dacht erover om witte chocolade en vanille te halen. Alleen was er geen witte chocolade, dus dan maar weer ‘s vanille 😉

Het ijsje is zo lekker, dat ik besluit nog een ijsje te halen! Toen we na alle ijsjes weer weggingen, over alle dijken naar huis, besluiten we dat we als we bij de Gooimeerdijk en Oostvaardersdijk overgaan in elkaar een stop te houden. Als we in Duin aankomen, blijkt mama haar horloge vergeten weer aangezet te hebben. (AdB: en daar was ik héél sjachereinig van) Dat was even minder gezellig.

We waren wel heel snel Duin door! Na Duin werden we weer gezelliger en gingen we verder met kwebbelen. We hadden wind mee op de dijk. (AdB en toen konden we veel harder dan we gedacht hadden. Dat hielp ook voor de sfeer) Daarom sloegen we de pauzes over bij de Gooimeer-Oostvaardersdijk. Bij het Bloq van Kuffeler ging ik nog een pauze houden.

Mama wou weer terugfietsen en de honderd kilometer halen. (AdB maar dat was duidelijk niet zo gezellig met wind tegen) Ohja! Van mama moest ik sportdrank drinken en dan hoefde ik geen gelletje. Dus ik krijg de bidon dus ik neem een slok en ik besef: hier zit water in…. Die kan ik wel leegdrinken…. hihihi. Toen mama terug kwam van het extra fietsen, was zij er ook achter gekomen dat zij de sportdrank had meegenomen. Ach, wat jammer…. (not) De laatste 10 kilometer nog naar huis. We gaan goed! Ik had al sinds Almere Haven trek, maar nu kreeg ik echt zin in tosti’s. Mama wilde wentelteefjes. (AdB we hadden nog steeds wind mee en de wind was zelfs aangetrokken, gelukkig. Daardoor bleven we tamelijk moeiteloos 30+ rijden!) Als we er af gaan van de dijk, bij de Oostvaardersplassen besluiten we om de Oostvaardersplassen te vermijden vanwege de drukte. Dus fietsen we om via de kassen. Als we het laatste bruggetje op fietsen, zien we dat ik de afstand niet ga halen, dus moeten we nog meer fietsen. Joepie. Gniffel. (AdB ‘papa’s’ metertje is er als eerste, die heeft de extra 5 km ook meegefietst, maar die zet ik mooi stil!) Door vermoeidheid weet ik het niet meer heel erg goed, maar na een stukje omfietsen, haal ik ook de 100 kilometer!!

Als we thuis zijn en we gaan lunchen ben ik wel verbrand, maar verder heb ik nergens last van! (AdB: tot je morgen naar school moet fietsen…..) Ik vind het een grote prestatie van mezelf en ik vond het erg gezellig.” Aldus Vincent.

Maandag 22 juni. Een onrustige dag met een halve dag kantoor en veel warmte. Een rustdag, maar Rob gaat lekker mee fietsen. Heerlijk rustig aan! Het is druk buiten. Ik heb geen enkele moeite met het lage tempo! Het voelt zelfs soms alsof ik flink moet aanzetten. Rondje door het Kotterbos en achter langs de Sieradenbuurt. Een half uurtje. Nog geen 12 kilometer. Ik heb geen last van spierpijn of zadelpijn, maar ik ben erg moe.

Dinsdag 23 juni. Ik ga met Vincent fietsen. Zwemmen zit er niet in vandaag en ik had zin in een rondje om de Oostvaardersplassen. Gewoon rustigjes aan, geen enkele haast. Dan moet ik heel lang wachten tot Vincent ook klaar is en dat is wel irritant. We gingen door het Kotterbos en dan naar de Praamweg. Het was best rustig en we hadden wind tegen. Er waren wel redelijk wat vliegjes. We namen de weg langs het Oostvaardersveld. Het was nog best warm. Na het Oostvaarderscentrum bij Lelystad besloten we dat we maar eens moesten proberen om een vrij bankje te vinden om van het uitzicht te genieten. Dat lukte.

Na een paar minuten hebben we het wel gezien en na een plas gaan we weer verder. We komen op de Oostvaardersdijk en hebben dan wind mee. Dat gaat lekker, maar halverwege heb ik totaal geen zin meer. Niks niet. Ik zeg Vincent ook: “ik heb geen zin meer” Vincent verzint tegenwerpingen: ” kijk hoe mooi het hier is”, maar ik mopper alleen maar dat ik geen zin meer heb. Er zitten echt twee stemmetjes: “kijk een mooie boom” – “ik heb geen zin meer” – “wat leuk om hier te fietsen” – “IK HEB GEEN ZIN” – “ik ken hier alles al” – “weer een boom“… Vincent ligt dubbel, maar ik krijg er niet meer zin van als ik op zoek moet naar rode bloemen of auto’s moet gaan kijken. Dan bedenkt Vincent dat we wel een dierenslang kunnen maken in het Engels. Dat is flink nadenken en puzzelen. Het leidde totaal af van de geen-zin en het was dolle pret. We zaten elke keer vast. En dat maakte het zeer hilarisch. Fietste een man ons voorbij, riep ik dat dat alleen mocht als hij een dier in het Engels met een E wist. Zegt die man: “merci”. We waren extreem hard en veel aan het lachen. En zo vergat ik helemaal om geen-zin meer te hebben. Maar een dier met de E is het Engels blijft lastig…..

24 juni. Een middag vrij. Een bloedhete middag niks te doen. Ik zou gaan hardlopen met Joyce, maar die heeft gisteren een eind gefietst en doet vandaag rustig aan. Verstandig, gezien de hitte. Maar ik ben slecht in rustig aan. Ik drentel rond. Verveel me. Niet dat er niks te doen is, maar ik heb geen zin. Vincent wil niet mee swimrunnen en ik kan eigenlijk ook niet swimmen. Dan maar weer fietsen. Ik ga alleen en zorg dat ik onder de zonnebrand zit. Muziek hard aan en ik ga een rondje Noorderplassen doen. Het valt heel erg mee met de drukte. Blijkbaar blijft iedereen in de schaduw. Het gaat heel goed met fietsen. Ik kom op de dijk en heb wind mee en dan ga ik echt hard aan het fietsen. Dat gaat gemakkelijk. Leuk! Ik weet wel dat ik straks terug moet met wind tegen, maar dat heb ik er voor over. Ik geniet nu van 37 kilometer per uur. Bij het Da Vincipad moet ik wachten op de oversteek. Snel een fotootje nemen.

Er komt een meneer bij me staan op zijn stadsfiets voor een kletspraatje over het weer en de hitte. “je moet nu wel deze kant op, met de wind” Ik moet nog terug, denk ik bij mezelf. En dan vlieg ik er vandoor als ik hem een fijne rit toewens. Ik ben binnen een half uurtje bij Polder Love and Garden. Dan nog even een stukje wat sneller, maar op het hobbelfietspad krijg ik toch wind tegen. Ik trap gewoon hard door. Ik drink flink veel. Zeker voor mijn doen. Als ik langs het strandje fiets, ben ik blij dat ik daar niet ben: drukte alom! Ik bedacht dat ik nu toch moest proberen hoe dat hardlopen in de hitte voelt. Gewoon rustig en een klein stukje. Toen ik achter in de wijk onder de bomen door fietste en het koud had, wist ik het zeker: nog een half uurtje lopen er achteraan!

Thuis dronk ik de bidon leeg en met mijn fietsbroek aan ging ik. De buurman van no5 zei me dat ik net te laat was, want dat hij al gelopen had. Ik pakte mijn kans en we hadden een gesprek over hardlopen! Hij rent (flink) veel harder dan ik en 3 keer in de week. 2 Keer hetzelfde rondje en 1 keer 12 kilometer: hetzelfde rondje maar dan iets langer. Ik vond dit zo verrassend dat ik er vandoor schoot! De eerste kilometer ging lekker en veel te hard. Na anderhalve kilometer was ik onder de bomen en was het toch heet en toen was ik al een beetje op. Joyce appte mee en op 2 kilometer zette ik mijn horloge uit en appte ik terug.

Toen de volgende kilometer. Na elke kilometer stond ik even stil in de schaduw en zette ik het horloge ook uit. Na 3,5 kilometer ging het niet meer zo goed. Ik liep in de volle zon op de Evenaar en ik wankelde eventjes. Ik wist dus dat ik me niet goed voelde en ik kon niet beslissen of ik onmiddellijk moest stoppen, maar de wil om de kilometer vol te maken was sterker. Ik liep wel naar huis. De arbeiders die in de schaduw zaten uit te puffen vonden mij een held, maar ik was net iets te wazig. Thuis zaten de vier kilometer erop. Maar ik wilde er vijf doen. De buurvrouw van no7 zei me dat het te warm was. Ik was net iets te ver weg om te reageren. In mijn hoofd zat 5 kilometer, dus ik ging nog een keer rennen. Ik wilde 5 kilometer in 30 minuten lopen. Ik moest nog even iets inhouden en ik vond het zwaar, maar ik moest en zou het afmaken. De buurvrouw zei dat ze trots op me was. Ik ben niet trots op mezelf, maar ik heb het wel gedaan! Binnen 30 minuten volgens Garmin.

Maar ik vind dat niet zo eerlijk, als mensen dat zo doen. Dus ik heb als aanklacht op Facebook gezet dat ik er eigenlijk 34 minuten over heb gedaan. En weet je wat: dat vind ik reuze meevallen! Ik heb de hitte getrotseerd en dat voelt beter dan binnen zitten.

25 juni. Vincent heeft een koppeltraining: ze gaan de wissels oefenen, dus hij moet zijn fiets meenemen naar de baan (en ook zijn zwembrilletje trouwens). Dan gaan we maar weer op de fiets. Het is rond de dertig graden vandaag, dus een dikke laag zonnebrand is een must. Ik weet niet zeker of ik wel zin heb in wéér fietsen… We gaan lekker rustig naar de baan en ik heb een kwartiertje langer voor ze terug zullen zijn. Ik ga naar de dijk, want ik heb gezien dat ik dan het meeste wind mee heb. De wind werkt verkoelend en het is eigenlijk best prettig zo! Ik kom bij het Bloq van Kuffeler de dijk op en voor het eerst zie ik de ophaalbrug open staan!

Ik fiets lekker, ik ga niet racen ofzo, ik heb de tijd. Ik ga door tot Duin. Ik denk wel dat ik dat haal. Ik heb een klok voor mijn neus, dus ik heb niet zo’n idee hoe hard of zacht ik fiets. Op de stranden is het druk. Ik ga door naar het Kromslootpark. Met fietsers is het niet erg druk. Ook tegen de wind in gaat het nog redelijk. Ik drink veel, voor mijn doen dan! Ik ga langs het Weerwater en dan moet ik echt even denken hoe ik ook alweer naar de atletiekbaan moet rijden. Intussen ga ik me afvragen of de 50 kilometer op een avondje zomaar kan halen. Het Lumierestrand is overvol.

Ik scheur langs de Leeghwaterplas terug via het Noorderplassenstrandje, waar het natuurlijk ook druk is. De kids zijn al weg. Ik kom om 20:12 bij de baan aan en ze zijn al even klaar en alweer opgedroogd. Ik fiets rustig samen met Vincent terug. En weet je: het fietsen was niet vervelend ofzo, maar ik vind 45 kilometer genoeg.

26 juni

‘s Ochtends verveel ik me een beetje. Het is warm en benauwd. Manuel gaat fietsen, maar ik ga niet mee. Ik ga later vandaag nog een swimrunnen en dan is het misschien niet erg handig om al moe te zijn van het fietsen. Ik hang op de bank en achter de PC. Ik hang in de tuin en zie op tegen een race in de bloedhitte. Ik ben op tijd bij SG, want we vertrekken vanuit haar huis. Zij heeft lekker veel water in de buurt. KH en haar zoon NH komen ook.

Dit is de laatste wedstrijd van de Trispiration Competitie.Voor mij is het al lang geen wedstrijd meer, want ik ben niet de snelste of de beste of degene die het voor zichzelf het gemakkelijkste maakt om eerste te worden. KH wel, die gaat lekker knallen samen met haar zoon. Knallen en dertig graden is geen combinatie voor mij. SG is het daarmee eens, totdat we onderweg zijn! Dan lopen ze met 5:20 weg! Het is maar een kilometer, maar wel een zware vind ik. Over asfalt, terwijl de school uitgaat en het vol is met kindertjes op de fiets. Na een kilometer stoppen ze en dat verwart me dan weer, want we zijn nog niet bij het water. Daar hobbelen we heen, waardoor we wat meer lopen. Ik stop de tijd, blaas de boei op en dan gaan we het water in. Heerlijk koel! Het zwemmen lukt me wel, maar SG en KH verdwijnen snel voor me uit. Mijn brilletje beslaat en ik zie weinig. NH zwemt ook niet zo heel hard. Dan bedenk ik me dat ik de sport niet goed heb omgezet! Ik doe het alsnog en zwem lekker verder. We zijn weer klaar en gaan 1 kilometer hardlopen. Dat gaat ook op een flink tempo. Het is hier ook druk bij het water. Ik ploeg me er doorheen. Meer kan ik er niet van maken: ik vind 5:30 meer dan hard genoeg. SG loopt met mij mee, KH en NH voor ons uit. We zijn weer bij het water. Ik zet nu eerst de sport om en dan druk ik op stop. Weer het water in is wel erg lekker! We zwemmen nu iets verder en er zijn erg veel planten. Onder de brug door en dan weer een steigertje op. Daar maakt een aardig meisje een fotootje van ons.

We gaan nu een flink stuk hardlopen. In de felle zon. Met natte voeten. Ik hoeft niet te winnen! De andere drie hollen voor me uit. Als we op weg zijn, merk ik dat ik weer aan het zwemmen ben blijven plakken op mijn horloge. Ik zet het snel om en ontwikkel dan een tempo. Door het natte pak ben je niet zo oververhit. Ik ga op 5:35/5:40 lopen en haal langzaam SG in. Ik ga gewoon door. Om hier maar zo snel mogelijk vanaf te zijn eerlijk gezegd. Ik zet de blik op oneindig en ga door, ook als KH en NH stoppen omdat zij 3km hebben. Ze halen me nog maar een keer in. Ik ga door tot bij het brugje en wildrooster. Dan heb ik pas 3,75km gelopen, maar ik vind het best. Ik blaas de boei op en het is onwijs druk op de vaarroute die we willen oversteken. Leuk, ik heb me hier op verheugd! Voor NH is het een hele afstand en ook een heel aangaan. Die moet in mijn buurt blijven, want ik heb een boei en zij niet.

We moeten er eventjes inklauteren over de gladde stenen. Mijn boei, badmuts en bril zitten niet goed. Ik doe mijn bril af en dan schiet mijn glaasje los! Er zitten glaasjes in op sterkte. Dat ding zinkt naar de bodem en daar sta ik dan. Mijn zin is net zo verdwenen als het glaasje. Sjit! Een drukke vaargeul over in waterpolo-slag! En ik ben al best vermoeid. Maar oke, dan gaan we maar! Ik hou de slag goed vol, maar mijn badmuts kruipt omhoog. Het is eigenlijk wel fijn om goed zicht te hebben. Mijn armen hebben het erg zwaar. NH blijft in mijn buurt en KH zwemt ook niet ver voor haar kind uit, want die vindt de bootjes die langsrazen ook niet zo lekker. SG wacht verderop, maar ik wil alleen maar door om er zo snel mogelijk vanaf te zijn! We komen op een overvol strandje en moeten de 600m vol zwemmen. Tjeempie: ik ben even kwijt waarom ik swimrunnen leuk vond. We laveren tussen de mensen door. Tussen alle grote kerels en halfnaakte dames staat een klein meisje van een jaar of 6. Ze ziet ons voorbij stappen en als ik als laatste langs haar loop, steekt ze een duimpje op en trekt een bewonderd gezicht. Die lieve schat maakt de dag! We moeten nog 2 kilometer hardlopen. “Ik ga niet hard meer hoor” zegt SG. Zodra ik begin met lopen, denk ik dat het nog maar 2 kilometer is en dan is het klaar. Ik ga nu gewoon door en dat gaat best goed. Over het schelpenpaadje. Ik hou KH en NH een beetje bij en pak gewoon het tempo weer op. Op het asfalt lopen ze op me uit. Ik zal hoe dan ook de 9,3 kilometer volmaken en dan stop ik!

Ik ben erg blij dat het erop zit en van mij hoeven we niet nog een stukje extra te doen. We wandelen terug naar SG’s huis. Ik heb alle wedstrijden van Trispiration gedaan!! joepie! Ik heb grenzen verlegd en nieuwe dingen gedaan en ik ben absoluut niet de snelste, maar ik heb wel alles netjes volgens de regeltjes gedaan. Ik baal van het brilletje, dat is wel zonde, maar het is niet anders.

Als ik naar het weer kijk, denk ik dat Vincent en ik vandaag ook de korte afstand moeten doen. Ik kan niet goed beslissen hoe en waar we dat moeten doen, maar morgenochtend met onweer lijkt me niet verstandig. Ik ga naar huis en we eten pannenkoeken. Veel pannenkoeken. Dan pakt Vincent zijn spullen en ga ik nog een keer mee voor de volgende ronde.

Met de auto naar de Noorderplassen. Vincent staat te trappelen, hij heeft er zin in. Ik voel me licht gestoord dat ik dit weer ga doen.

We gaan over het Plassenpad lopen langs de schaapjes. Het gaat me niet gemakkelijk af. Na een kilometer zijn we op de parkeerplaats bij het Boathouse. Het is nog steeds razend druk op het strandje. Het voelt raar om daar gewoon tussen de zandkasteeltjes en kleuters met je schoenen aan en een boei het water in te stappen. Ik heb mijn oude blauwe brilletje. We gaan achter de balkenlijn en daarna gaan we zwemmen. Ineens snap ik waarom ik nooit kon navigeren: ik zie niks door de bril! Nauwelijks iets! We gaan om het bord heen en dan tussen de bootjes door. Het zwemmen lukt wel, maar zonder zicht is hopeloos. En dan heb ik 100m gemist omdat mijn horloge niet aanstond. Grrrrr. We zwemmen naar het volgende bord. Dan ga ik nog op en neer. Vincent doet wat aanbevolen is: spelen en genieten! Maar ik denk: ja, het is ook een wedstrijd he! We gaan er rustig uit en dan gaan we weer lopen. Vincent blijft netjes bij me. Ik doe mijn best en loop flink door. De natte voeten wennen. Vincent went niet aan het achtje wat afzakt en moppert en sleept wat af. We lopen langs de auto en de vele bbq’ende mensen. Het is overal soort van gezellig druk. Ik vind 2 kilometer best als veel aanvoelen nu. Echt afgekoeld is het namelijk nog niet! We gaan richting de camping en kijken waar we eruit kunnen. Als we nog iets van 200m te gaan hebben. Er zijn een paar jongens aan het spelen en Vincent hoort ze roepen: “Broeders, die triatleten komen hier zwemmen, dat zijn echte sporters!” We komen aan de waterkant. Er ligt veel slib. Ik let goed op dat ik het horloge correct omzet. Lekker zwemmen dan voor 100 metertjes. We gaan iets verder, omdat we naar de kant terugmoeten. Door het slib er weer uit.

Nu gaan we een kilometer lopen. Terug langs de barbecues en de grote dure auto’s. Vincent houdt de moed erin. Kwebbelt over Pokemons en auto’s. We komen weer bij de Noorderplas en nu weet Vincent waar we erin moeten. Nog 300m. Nog een keer weinig kunnen zien. Gewoon rechtdoor zwemmen naar het strandje. Ik ben best wel een beetje moe aan het worden, maar ik zwem door en door. Ik ga over op 1 op 3 en dat lukt me. Heb ik ook ietsje meer zicht. Dat gaat beter en strakker. Halverwege het strandje gaan we het wel halen en gaan we terug. Mijn horloge blijft steken op 298 meter. Ik vind het best. Nog 2 kilometer hardlopen en ik ben helemaal klaar met de Trispiration Competitie! Op meerdere vlakken.. Er zit niet veel tempo meer in mij. We doen hetzelfde rondje als de eerste kilometer. Als we weer bij het Plassenpad zijn, zeg ik Vincent dat hij zijn eigen tempo maar moet gaan lopen. En weg is ie. Ik kan hem alleen maar tevreden nakijken. Ik loop ook door, maar gewoon niet zo hard. Dag schaapjes, dag mevrouw met fototoestel, dag mooie lucht, dag nu-lege-vaargeul…

Langs het strandje is het rustiger. Ik denk even aan afsnijden, maar ik doe het niet. Ik wilde twee afstanden doen en dan doe ik ze ook helemaal ook! De zon is nog best sterk en mijn benen zijn dat dat niet meer zo. Maar van opgeven weten ze niet. Dan komt Vincent mij weer tegemoet. “We gaan samen finishen, mama”. Dat is toch echt teamspirit he?! Hij pakt mijn hand en midden op het fietspad staan wij te juichen bij de ondergaande zon en rode lucht. My Hero.

We maken nog foto’s en hemeltje, wat ben ik blij dat het erop zit. Ik heb op een tropische dag 14 kilometer hardgelopen en 2000m gezwommen. Je blijft koel door de afwisseling, maar eenvoudig is het bepaalt niet. Ik heb er niet heel erg van genoten, omdat het door de wedstrijd aanvoelde als een soort ‘sneller’ moeten en ‘precies’ goed doen. Spontane swimruns gaan we vaker doen!

Zaterdag 27 juni is een welverdiende rustdag. Ik doe even helemaal niks aan sport. Het weer is onstabiel en we gaan lekker weer eens naar Veldhoven.

Zondag 28 juni ga ik weer met Joyce trailen. Ik slaap niet zo best, maar gelukkig hebben we pas om half 11 afgesproken. Ik vergeet bijna mijn hardloopschoenen aan te doen en sta al op sokken buiten als ik het merk! Ik heb een akkefietje met de auto en bel met mijn trainer en zo onrustig kom ik aan om voor de derde keer de trail Polder Garden of Love and Fire te gaan lopen.

Al binnen een kilometer is mij duidelijk dat mijn lijf nog niet echt uitgerust is van de swimruns. Het gaat gewoon niet zo snel. Hoewel het heerlijk weer is: lekker koel en veel wind. Het bos is mooi en door het gras kletsen wij gewoon maar door. Ik wil eigenlijk een paar kilometer lang alleen maar lopen, maar bij het water staan we toch al stil. Dat kleine poeltje dat onopvallend in het groen ligt.

We lopen twee rondjes om de heuveltjes te oefenen. Ik geniet ervan! Eventjes voel ik me helemaal vrij. Dan vervolgen we de tocht van PL door het bos. Ondanks dat ik voldoende drink, het prettige gezelschap en het fijne weer voelt het allemaal een beetje trekkerig. We slaan het heen-en-weertje over omdat ik denk dat het bruggetje verderop niet meer zal bestaan. En dan moeten we omlopen. We hobbelen en kletsen vrolijk verder terwijl we door Almere Pampushout slingeren.

Van tijd tot tijd wandelen we een klein stukje en we zijn alleen maar stil als de paden te smal zijn. Ik vind het stukje langs de weg altijd heel mooi. En dan door het bos. Daarna komen we een pad tegen dat te begroeid is inmiddels. We lopen naar het fietspad en steken terug. Daar is een smal pad waar het fietspad eindigt in het niks. Dat pad loopt langs de velden en is een grote massa van kriebelplantjes. We komen op een veld en daar lopen we vast. We gaan de verkeerde kant op en lopen het hele veld rond. Dan komen we weer op de goede plek bij de uitgang en steken we het fietspad weer over het bos in waar we het mini-hertje zagen, Vincent en ik. Nu lopen we langs de boot-opgraafplaats.

We hobbelen verder. Bos en bos. Ik ben de afstand en tijd een beetje kwijt geraakt. Het gaat niet snel. We komen bij het rustpunt. Ik vind het zonnig en neem een gel. Dan weer verder! Langs de velden en de bossen tegen de wind in. We komen bij het bruggetje. Wat ik al vreesde is waar: het bruggetje is niet meer.

We lopen om. Niet dat ik er niet op had gerekend, maar het is toch een kilometertje (of meer) om. We vinden een heel mooi brugje.

En dan naar de dijk. Op de dijk zullen we wind mee hebben. Als ik daarboven sta, en ik zie de golven wil ik dolgraag in het water springen om over de golven-windkracht-5 te trotseren! Er zijn veel bootjes en veel golven. Nu gaan we over het (warme) asfalt lopen.

Ik wijs Joyce nog een keer op de enorme golven en dan pak ik mijn eigen tempo. Voorzover dat er (nog) is. Gewoon even drie kilometer je verliezen in een lang, recht, saai pad en luisteren naar de golven en zo nu en dan nasprayen van een golf. Ondertussen wind mee en aftellen. Ik zal op 15 kilometer zitten als ik bij het begin van de IJmeerdijk ben en tot die tijd doe ik niets anders dan doorlopen. En Vincent appen dat hij frikandellenbroodjes moet maken.

We kijken naar de golven en de surfers. Ik vind het erg mooi en zal moeite moeten doen om de laatste kilometer nog af te leggen.

Over het einde van de Oostvaardersdijk en dan oversteken. We zijn er bijna, maar het worden meer dan 16 kilometer en dat voel ik overal. Door het bos komen we achter het kunstwerk uit en dan zijn we rond!

We hebben er heerlijk lang van genoten! De twee gels zijn op en van de sportdrank heb ik zeker een dikke liter gedronken.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-20

Maandag 8 juni
Weer aan het werk (nog wel thuis), weer naar school (nog wel halve dagen), regen: de vakantie is nu echt weer even voorbij! En dat merk je dan. Iets minder energie. Iets minder tijd om te sporten. Maar wel: een ligstuurtje voor op de racefiets. Eigenlijk is de maandag een rustdag, maar dat stuurtje moet toch echt getest worden!

Ik ging samen met Vincent en we zouden eens de andere kant op gaan, naar de Groene Kathedraal. Dan moest ik de route doen! Ik vond het stuurtje in het begin maar niks en maakte er geen gebruik van. Pas op de rechte Paradijsvogelweg. En toen was het heel eng! Om te schakelen, om de volle controle kwijt te zijn. Mijn benen vonden trouwens ook dat ze een rustdag hadden moeten hebben. Op een verlaten fietspad ging Vincent het ook even proberen.

Het zwaartepunt ligt gewoon anders, maar ik voel dat ze nog meer naar beneden moeten en wat “verder weg”, zeg maar. We fietsen niet om de Groene Kathedraal heen, maar er langs. Vincent heeft het kunstwerk van bomen die een kerk vormen nog nooit opgemerkt! En dan fiets hij er (ondanks dat hij geen ligstuurtje heeft) er lekker een heel stuk vandoor. Ik vind het met 25 kilometer wel genoeg voor de maandag-rustdag-avond!

9 juni

Het stuurtje is een beetje verzet. En er staat een fiets-loop-combi op het programma. Dus dat moet lukken! Vincent gaat weer mee fietsen. Misschien dat ik daarna ga hardlopen. Maar eerst trappen met die beentjes. We gaan een stukje de dijk richting Lelystad heen en weer. Om het verschil in wind te voelen. En voor een mooie foto. De avond is namelijk goed opgeklaard na een hele dag regen.

Het fietst met de benen beter dan gisteren, het stuurtje ligt ook beter en voelt nu echt als een verschil: het gaat makkelijker. Of dat nu een betere houding is, of het verleggen van het zwaartepunt; dat weet ik niet.

We kijken naar de ‘oude boten’ die voor Pampus hebben gelegen als protest. Leuk, al die zeilen! We hoeven vandaag niet zo lang of ver en na 18 kilometer zijn we weer thuis. Ik heb geen enkele zin om te gaan lopen. Kan het gewoon niet opbrengen. Bijtijds naar bed voor een dag op kantoor morgen en een gesprek met de nieuwe baas is misschien beter.

10 juni

Ik ging op 5 maart weg van kantoor en keek uit naar de Spa Francorchamps Circuit Run. Daarna ben ik niet meer in het pand geweest. Ziek, Corona-sluiting, thuiswerken, Teams-bellen: er zit een enorm nieuwe ervaring in de afgelopen drie maanden. Het is nog steeds stil op kantoor, want er werken niet veel mensen tegelijk. Ik ben er en mijn collega en mijn baas komt ook. Die ziet er net even anders uit als op Teams (ik had niet door dat hij zo lang was!). Het gesprek loopt goed (maar overrompelt me nogal, ook al hebben we het driekwart van de tijd over sport!), ik kan lekker met mijn collega kwebbelen en het kantoor is al na een half uurtje als vanouds. En het kantoor zit vlak bij het zwembad in Poort. Ik ben deze week nergens ingedeeld, maar er is een plekje vrij, wat ik me maar toe-eigen. In Poort is het nog erger met de regels, maar goed: ik kom om te zwemmen.

Ik ga in baan 1/2 en deze keer ben ik de “aso” die zich niet teveel van de anderen aantrekt en baantje na baantje doorzwemt. Met achtje, dat wel. Ik tel mee en zwem 1 kilometer. Even wat drinken en dan nog een keer een kilometer. Die zou iets sneller moeten zijn, maar ik heb toch 1 keer een misverstand met inhalen (sorry-sorry-aardige-meneer-die-ik-niet-ken-maar-hij-mij-wel-blijkbaar) waardoor het ietsje langzamer is. Hoe hard ik ook zwem, de onrust van het gesprek met de nieuwe baas laat me niet zomaar los.

Donderdag 11 juni. Een dag thuiswerken. Het schiet niet op wat ik aan het doen ben en ik wil iets anders doen eigenlijk. De regen de hele dag is niet zo erg als je binnen zit! Aan het einde van de dag ben ik moe. Van die vermoeidheid die overal een beetje insluipt. Ik zou misschien op de baan zijn gaan lopen, maar dat is alleen nog voor de kinderen. Ik ga wandelen met Rob. Lekker flink doorstappen in de avondzon. Een ander rondje dan anders en lekker bijpraten. Ik heb wel drie keer gezegd dat ik blij was dat ik niet hoefde hard te lopen!

Vrijdag 12 juni. Vandaag dan: de fiets-loop-combinatie. Van het schema. Anderhalf uur fietsen en een uur hardlopen. Ik moet dit weekend ook nog een tijdrit doen voor de Trispiration. Zestig kilometer. Ik heb een langer polderwegen-route. Maar die zal ik morgen wel doen, vandaag ga ik hardlopen! Het is warm en zonnig. Manuel fietst langer door. We gaan samen een rondje Oostvaardersplassen rijden. Eerst tegen de wind in en dan op de dijk heel veel wind mee! Ik heb genoeg te kletsen en te klagen. Arme Manuel! Maar hij luistert wel. Als we op de Knardijk fietsen met wind mee, besef ik dat ik opzie tegen de 60 kilometer die ik morgen weer moet fietsen. Manuel vindt het niet erg als ik mee fiets. Dus ik besluit om de 60 kilometer nu maar gelijk te fietsen. Op de dijk gaat het wel lekker! Al moten we een keer wandelend langs een gemeente-auto die bezig is met het maaien van het gras. We doen een korte stop aan het einde/begin van de Oostvaardersdijk.

Dan weer verder richting Almere Haven. Ik weet niet of Manuel niet toch liever alleen zou fietsen, want ik kwek maar door! Het is goed de ergernis even van me af te kletsen. Op de Gooimeerdijk hebben we wind tegen. Ik ga liggen en dan is het ineens minder zwaar. Manuel rent heel veel, dus hij heeft het deze keer wat moeilijker. Dat is ook nieuw voor mij! Ik wil de 60km nu zo snel mogelijk volfietsen. Eigenlijk heb ik net te weinig voeding bij me voor zo’n lange tocht, maar ach- what’s new! Ik heb een bidon sportdrank en winegums. Als we net de Vaart over zijn voorbij de Shell heb ik 60 kilometer gefietst binnen 2 uur en een kwartier. Niet het snelste van allemaal vermoed ik! Maar ik ben blij dat het erop zit. We fietsen verder over de Vogelweg naar de Grote Trap. Eigenlijk gaan we niet eens veel rustiger! Als we net op de Grote Trap zijn, staat het fietspad vol met koeien!

Gelukkig komen dé oude zwemtrainer RO en zijn superlijve vrouw HO eraan en die jagen de beesten weg! We kletsen eventjes – wat zijn het toch lieve mensen. Die zitten echt in mijn hart ingepakt. Voor de verandering hebben we geen wind tegen op de Grote Trap die al aardig begroeid raakt. Op de Ibisweg hebben we zelfs wind mee! We halen de 75 kilometer. Al moeten we nog een keer afstappen om langs een gemeente-auto te wandelen, maar deze is processierupsen aan het weghalen, dus die mag voor. Ik ben er compleet klaar mee met het fietsen op 77,8 kilometer. De badge van Garmin waar het om gaat om 100 kilometer te fietsen in een week heb ik ruimschoots verdiend.

Ik ga eerst lunchen voor ik ga hardlopen. ‘s Middags doe ik lekker even rustig aan. Dan maar (weer) niet hardlopen. ‘s Avonds wil ik samen met Vincent gaan zwemmen buiten, maar als we naar de Noorderplassen rijden, ziet de lucht er angstaanjagend geel en dreigend uit. Voelt niet goed, eerder alsof we kunnen worden overvallen door onweer, dus we gaan niet zwemmen. Voelt toch een beetje als falen gek genoeg. Niet gezwommen en niet gerend.

13 juni. Als Vincent naar het zwembad gaat waar ik niet ben ingedeeld, kan ik gaan hardlopen. Maar dan kan ik invoegen in het uur na Vincent. En douchen kan niet meer van tevoren. Vincent en ik moeten de tijdrit op de korte afstand nog doen: 20 kilometer knallen. Ik ben niet van het zo-snel-mogelijk. Zie ik tegenop. Maar goed: laten we het nu doen, dan hebben we dat maar gehad. We fietsen eerst met een ommetje in naar de Oostvaardersdijk. Er is weinig wind en het is bloedheet. We beginnen bij het stuk waar geen onderbrekingen meer zijn. De horloges zullen niets opnemen als we onder de 20 rijden. Vincent gaat voor. We keren om als we bij de Knardijk zijn. En we stoppen op 20 kilometer direct. Wachten op elkaar (lees: Vincent op mij) en dan rustig terug naar huis fietsen.

We hebben een kleine valse start en dan verdwijnt Vincent uit beeld voor me. Ik kan niet zo goed tegen die warmte! En ik krijg een signaal van mijn benen die roepen: “Vijfenzeventig gister!!”, maar ik luister maar niet. Volgens mij staat er wél wind en ik weet zeker dat we die nu tegen hebben tot de Knardijk! Na 5 kilometer tel ik hoeveel Vincent voor mij zit als hij de bocht om gaat. Ik ga 27 seconden later pas de bocht in. En dan komt er een duiveltje dat me zegt dat ik die ‘ukkepuk’ toch niet voor moet laten gaan! Ik lig op mijn stuurtje, vergeet in te houden in de bocht en ga op ‘jacht’. In de volgende bocht zit hij nog 14 seconden voor me. Hij wordt moe en ik begin op stoom te komen. Ik zet de teller vast rond de 32 km per uur. En haal hem bij! Hij kan wel wat hulp gebruiken. Ik blijf hem voor en we gaan kop over kop, maar ik doe het meeste werk nu even. Dat lukt me ook. Bij de Knardijk moeten we even iets drinken.

Dan keren we om en gaan we terug. De teller kan door naar 35 km/u. Wind mee dus. We rijden kop over kop, totdat ik Vincent zeg dat we naar 36 kunnen en hij naar 38 gaat. Dat trek ik net niet. Maar Vincent redt dat dan maar weer een kilometer of 4,5 en dan kom ik weer bij. De laatste kilometer doen we samen en hard. Ik wil graag onder de 40 minuten blijven. Na 37,5 minuut zijn we klaar met de 20 kilometer. We stoppen midden op de dijk om de bidon leeg te maken en de metertjes te stoppen.

We zijn verhit! We fietsen ‘rustig’ naar huis, hoewel we nog steeds 27+ fietsen! We halen het zwemmen eigenlijk net niet, dus besluiten we dat het heerlijk weer is om buiten te zwemmen en dat dat net zoveel tijd kost.

Na een bijtankpauze thuis, pakt Vincent zijn nieuwe tweedehands wetsuit om te proberen en gaan we naar de Noorderplassen. Drukte op het strand, maar op het water valt het mee. Omdat de bovenlucht zo warm is, lijkt het water koud! Ik zwem al maanden, maar nu vind ik het water koud!

Het pak is Vincent nog wat te ruim. We gaan naar de boei zwemmen. Hoeft niet snel, als we maar doorzwemmen. Eenmaal door de kou heen is het heerlijk! Ik zwem links van Vincent en zie hem elke keer dat ik ademhaal. We blijven dicht bij elkaar in verband met de boten. We gaan naar de boei, precies 500m op mijn horloge. Ik zwem een stukje verder, terwijl Vincent rust. 3 Jongemannen in een bootje bieden me bier, een borrel of een flesje water aan. Ik bedank beleefd en ze vinden me een held. “Wat zeiden ze mama” vraagt Vincent direct! We zwemmen met een klein ommetje terug. Ik ga echt supergoed. Rustige slagen, goede ademhaling en Vincent vlak bij me. Wat wil ik nog meer?! Ik ga om het bootje heen, hij gaat rechtdoor. Vincent wil terug naar het strand, hij had al geen zin meer. Ik wil nog door en zwem op en neer. Ik kan er geen genoeg van krijgen eigenlijk en het gaat te snel, maar na 2000m ga ik toch ook weer het strand op.

Heerlijk gezwommen! Echt superfijn! En ook prettig dat je je van je wetsuit kunt ontdoen en nog niet koud wordt. Ga ik ‘s avonds nog hardlopen? Nou… nee. Morgen dan maar, dan ga ik hoe dan ook.

14 juni. Vandaag zou ik door de zee zwemmen, over het circuit en fietsen en over de boulevard van Zandvoort rennen. Dit is de eerste keer dat ik een wedstrijd écht mis, dat ik baal dat ik geen spullen hoeft te verzamelen en niet zenuwachtig hoeft te zijn. Gelukkig kan ik dat laatste toch wel doen, omdat ik met Joyce samen een trail ga lopen bij Bussum. 14 Kilometer. En ik heb en week niet meer gelopen, dus ik vrees direct dat ik het verleerd ben! Ik hoeft niet veel te verzamelen. Als ik uitstap is het niet zozeer zenuwen als een gebrek aan zin. Dat komt door het dekentje. Een dekentje van hitte. En ik hou niet van hitte. Mijn lijf is niet van de warmte. We hebben allebei de route op ons horloge staan en het is best druk op de hei. Rugzakje mee met een liter sportdrank erin en dan gaan de dames maar!

Al snel heb ik het warm en loopt het zweet langs me heen. Ergens ben ik blijf dat ik niet over het hete asfalt hoeft te fietsen. Al klinkt de zee wel verkoelend! We moeten al snel wandelend de weg zoeken. Ik kijk teveel naar het horloge wat elke keer van de kaart af springt en opeens is er geen pad meer! Ik weet nog wel hoe ik moet lopen, maar mijn benen vinden deze temperaturen en luchtvochtigheid net zo min prettig als mijn hoofd. We slingeren door het bos. Joyce heeft dé uitspraak om mij (ons) hier doorheen te helpen: “Het kan in België als wij de Trail de Fantomes doen, ook zo’n warm en drukkend weer zijn.” Ik hoop van niet, maar dan moeten we nog maar eens aan dit geploeter door het Bussumse bos denken! En de hei over. Het is niet heel zonnig gelukkig, dat moest er ook nog bijkomen!

We gaan de Natuurbrug over over de A1. Grappig, want ik ken dit helemaal niet en ik weet ook niet waar ik blijf. We steken een weg over en zitten op 4 kilometer en dan maken we een stopje. Ik drup leeg. Ik drink er wel bij, maar het voelt helemaal niet zoals je je na een week rust zou moeten voelen! We gaan de hei over en er staat een beetje wind. Ik vind een ritme en geniet er even van.

Dan komen we weer bij een grote weg. Ik neem me telkens voor: nu blijf ik voorlopig hardlopen, maar dan is er een weg of een obstakel en dan ijshut goede voornemen weer weg. We komen bij het eerste bergje en gaan via een ommetje omhoog. Alsof het nog niet zwaar genoeg is! We nemen weer een pauzetje. Intussen heb ik me erbij neergelegd dat het mijn weer en mijn dag niet is, maar dat ik dit wel gewoon ga uitlopen. We lopen door het bos, volgen zoveel mogelijk de route en Joyce merkt op: “Ik kan dit morgen weer doen en dan is alles net zo nieuw.” Ik moet er om lachen en voel hetzelfde. We kwebbelen ondertussen van tijd tot tijd, maar er zijn ook veel single paadjes en dan loop ik net vooruit. We komen bij het volgende bergje: de Sijsjesberg. Ik herken vooral het zwembad!

Boven komen we even op adem en sporen een paar fietsers aan. En verder door het bos! We gaan een stuk langer aan het lopen en ik volg de route zo goed mogelijk, met hier en daar een lusje om weer op het rode lijntje te komen. Dan komen we na een oversteek weer op de heide uit. Ik wil blijven lopen, maar… koeien!

Die zijn te grappig. We blijven lang staan kletsen met een wandelaarster. in de verte begint het te rommelen. Dat vind ik niks… Niet vanwege de regen, maar onweer op de heide zit ik niet op te wachten. Het gedonder in de verte vind ik dan weer leuk! We rennen weer verder en komen bij het laatste bergje. Het hoogtepunt van het Gooi.

Ik vind het lastig om elke keer weer op te starten, dat is niet zo mijn ding. Liever gewoon maar doorbuffelen, hoe rustig ook. Maar dan is het weer oversteken en is het ritme weer weg. Er vallen een paar druppels. Dat hindert niks! Het is juist heerlijk, want de temperatuur daalt ook. Het drukkende verdwijnt uit de lucht. En het pad is smal en simpel te volgen. We komen weer terug bij de natuurbrug. “Vanaf nu gaan we 1,5 kilometer hardlopen” zeggen we tegen elkaar. Om vervolgens wandelend verder te gaan. Bij het bankje gaan we toch weer hardlopen en dan zoeken we een ritme wat past bij de paden en waarop de route te volgen is. Houden we zomaar 2 kilometer vol! De regen zet niet door en het gerommel is geweken. We staan pas weer stil bij een herdenkingskruis. Intussen zitten we op 13,5 kilometer.

Dit is een historisch moment, wat wel een goed vertrouwen geeft voor de Trail de Fantomes: mijn sportdrank is op! Ik heb een liter weggedronken en 1 gel genomen. Voor de grootste-niet-eter een prestatie van formaat! We gaan terug en stoppen nog maar 1 keer voor om een puppy te knuffelen. Ik ben blij dat we er zijn! We zijn bijna 3 uur onderweg geweest. Daarvan hebben we bijna de helft stilgestaan. Ik vond het zwaar, maar ik denk dat dat echt komt door het weer. Hopelijk is het bij de Trail de Fantomes niet zo benauwd warm.

Thuis eet ik wat en dan doen we de tuin. Ik ben moe en toch ook niet. Ik heb trek en toch ook niet. Ik wil wel, maar toch ook niet. Na het avondeten hebben we Rob zover dat we nog even gaan fietsen. Net voor de regen. Een kort stukje. Dijk en terug. Mijn benen vinden dit GEEN goed idee. Ze willen voor geen meter. Ze doen zelfs pijn om hun ongenoegen kracht bij te zetten. Het viaduct voelt als een heuse berg. Wind tegen voelt als storm. Eenmaal op de dijk verstommen de protesten. Het druppelt. We gaan gelukkig terug naar huis. Ik versnel om een foto te kunnen maken. Dat kunnen de benen dan weer wel! Verraders!

Ze moeten zelfs twee keer 30+ rijden, want ik moet de heren ook weer bijhalen. Als we langs jeugdland rijden, zijn de protesten weer duidelijk voelbaar. Ik ben zo blij dat we weer thuis zijn, dat ik genoegen neem met 11,96 kilometer! In deze week heb ik nog geen 15 kilometer hardgelopen, maar wel dik tien keer zoveel gefietst. En zowel binnen als buiten gezwommen. En niet te vergeten: 4 dagen gewerkt. Intussen ziet het huis en de tuin er (met wat hulp van de Roborock, hogedrukreiniger en wasmachine) weer piekfijn uit en heeft Vincent de tijd gehad om zijn kamer naar eigen inzicht in te richten. Ik doe het ervoor!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-19

Vrijdag 5 juni
We gingen zwemmen. In Amsterdam. Met de meidenclub. En Vincent en 1 andere man. Klein clubje van 7 in totaal. Ik vind dit een leuke plek. Voor de verandering ben ik best veel aan het praten. Het lijkt mee te vallen met de kou – maar die eerste minuut blijft even naar adem happen… We gaan naar de groene boei. Ik blijf even bij Vincent die altijd wat meer moeite heeft met doorkomen en dan kan ik hem volgen en beginnen we een soort inhaalrace. Ik ga lekker. Het voelt eenvoudig allemaal. Als we op elkaar wachten bij de boei en ik even de andere kant op ga, snap ik waarom: we hebben nu nog wind mee! We gaan door tot de hoek en ik kan de mannen best bijhouden. We gaan nog iets verder na een korte stop. De stops zorgen ervoor dat mijn horloge gaat zoeken waar ik ben en daardoor zwem ik veel meer.

Dan keren we om. Ik wist al dat we nu wind tegen hebben, maar echt hoge golven zijn het niet. Hoewel ik mezelf dat voorhou, voelt het heel anders. Ik ben bang, een onrealistische angst voor golven en ik heb de hele tijd het gevoel terug van de Frysman. Ik zeg tegen mezelf wel dat dit mini-golfjes zijn, maar het voelt niet zo. Ik adem zo rustig mogelijk door en ik zwem door, maar ik voel overal spanning zitten. We wachten weer even bij de boei en Vincent ziet het ook wel. Ik kan prima doorzwemmen, heel goed zelfs door de agressie! Als ik maar blijf zwemmen. En liever nog zou ik nu nog hogere golven hebben en echt door de angst heen gaan, maar meer wordt het niet. We zijn terug en ik wil nog iets verder. Vincent springt er weer in en ik versla de golven en hou het overzicht. Genieten past even niet erbij. Bij de boot wachten we op elkaar en ik zou zo graag de grotere uitdaging opzoeken, maar dit is nu even genoeg. We zwemmen met wind mee terug. Na een dik half uur zijn weer aan de kant. Ik heb 1 op 3 geademd en ben daar wat dizzy van even. Vincent heeft weer net iets teveel gezwommen en is daar lang duizelig en zelfs een beetje misselijk van. Zonder de zon is het aan de kant killer dan in het water.

6 juni

We gaan met de trainer lopen. Vincent en ik en hij. Eerst zouden we naar Bussum, maar wegens een melddienst (van de trainer) is Lelystad beter. Ik heb een route door het Hollandse Hout opgesnord. Vincent doet de route, ik doe het tempo en de trainer gaat mee voor de gezelligheid: uitstekende verdeling! Ik ben altijd bang van tevoren dat ik het niet ga halen. Als we uitgestapt zijn en op het punt staan van vertrekken begint het te regenen. Niet hard gelukkig. We lopen langs de koeien door de velden. Het gaat eigenlijk wel prima! Vincent en de trainer kletsen meer dan genoeg. Ik hoeft niks te zeggen! We gaan door hekjes. Ik weet wel dat ik vorige keer andersom liep. We hebben lekkere brede paden. Dat is fijn als je wilt bijpraten. De regen is alweer gestopt en het wordt warm. Ik hou mijn jasje gewoon aan. We lopen langs water. Na 4 kilometer (een derde deel) stoppen we even voor een foto en we moeten even schuilen voor een bui.

Ik begin eventjes te praten! Vincent is een perfecte navigator. Hij slaat 1 onbegaanbaar pad over en gaat 1 keer rechtdoor. Ik ben dan aan het kletsen met de trainer. Hij vindt het leuk dat we de Trail de Fantomes kunnen gaan doen en heeft een heleboel waardevolle tips omtrent de voeding. Hij helpt me beslissen dat het beter is de trail op zaterdag te doen.

Vincent is niet langer afgeleid en heeft het dan moeilijker. Het wordt ook weer warm. Ik vind het niet zo moeilijk allemaal. We zijn al op de helft en het hoeft niet hard en ik hoeft niet naar de route te kijken. We komen bij een poort die dicht is. Het is de vraag of we er tussendoor kunnen, maar dat lukt ons alledrie! Even wurmen en friemelen, maar dan staan we aan de andere kant. We hobbelen weer verder en nu mag Vincent even met de trainer lopen te kletsen. Dan gaan we meteen een stuk harder lopen!

Ik kan me bijna niet voorstellen dat we intussen al tien kilometer hebben gelopen, het ging zo snel voorbij! We zijn niet echt nat geworden van de regen. Ik heb hetzelfde als de vorige keer: het is een prachtige route vol lekker brede paden die vandaag het doel ‘bijkletsen’ heel goed mogelijk maakten, maar er zijn mooiere trails. We maken de 12 kilometer vol. In 5 kwartier of zoiets. Het ging prima!

‘s Middags gaat Vincent eerst zwemmen en daarna ik. Voor de Garmin badge moet je echter ook wandelen en dat ga ik doen als Vincent zwemt. 5 Kilometer. Ik verveel me al na 500 meter, maar bedenk dat ik een podcast over triatlon kan luisteren. Dit is de eerste podcast die ik ooit luister! Het is wel grappig. Ik zoek nog een andere uit: een interview met Yvonne van Vlerken en zo loopt ze lekker met mij mee door het park, slingeren we tussen het groen door en over zand en over de berg. Ik slinger net iets teveel, want ik moet me haasten voor het zwemmen!

Als ik er ben, is baan 1-2 eigenlijk vol met 8 mensen. Wie gaat er naar baan 3-4? Ik probeer het maar! Moeten ze maar op mij wachten… 7 Mensen in de baan, waarvan er 4 mijn tempo hebben. Het gaat heerlijk. Fantastisch gemakkelijk. Geen golven in het zwembad en gewoon recht toe recht aan zwemmen. Baan na baan, maar wel met achtje. Ik hoeft al met al hooguit een keer of 3 te stoppen om anderen voor te laten. En 1 keer doet er iemand schoolslag en keer ik eerder om. Het gaat relaxed. Al ben ik wel een beetje moe en ik tel ik de tijd af. Op de één of andere manier zit er nog niet echt in mijn hoofd dat ik in baan 3 zou moeten zwemmen als het zo gaat als het nu is. Ik zwem 50 minuten en op gepaste afstand klets ik nog eventjes. Ik vind dat mijn sportdag er wel op zit.

Zondag 7 juni

Het brood is op. En de melk bijna. En er is ook geen cakemix. En ik moet 5 kilometer hardlopen voor het ontbijt. Dat wordt dus noodgedwongen nuchter! Ik zou 5km in een half uur moeten lopen, maar dat is nuchter een beetje veel gevraagd. Ik hoop dat het droog blijft! Maar nu schijnt het zonnetje. Ik ga rustig, want de hartslag moet laag blijven. Ik voel mijn rechterhiel trekken. En later mijn linkerhiel. Dat is niet best, maar het is niet erg pijnlijk en ook niet tegelijk. Na een kilometer in 7 minuten trekken alle pijntjes weg.

Ik loop in het zonnetje met mijn rugtasje door een redelijk stille wereld. De meeste mensen zijn binnen door alle buien. Ik hoor overal vogels. De 3 mensen die ik tegenkom, groet ik vriendelijk. Ik wil best gaan wandelen, maar ik hobbel gewoon. Het gaat wel iets sneller en ook iets beter als ik helemaal achter de wijk door hobbel. Ik moet ook nog om de Sieradenbuurt heen. Daar is de zon fel en na 3,36km voel ik opeens dat het nog stroperig gaat. Ik vertraag om de hartslag niet te hoog te laten oplopen. Maar ik hobbel gewoon in een eentonig ritme door. Dit is niet gemakkelijk, maar ik heb het ook niet heel moeilijk vandaag. Op 4,5km steekt de wind op. Als ik het maar haal voor de volgende bui om in de AH te zijn! Ik sta met 4,96km voor de AH en maak er 5km van. Dan ga ik brood en melk en koekjes kopen!

‘s Middags moet ik nog een stukje fietsen. Ik ga samen met Joyce. Niet te lang en niet te hard allemaal, maar bij voorkeur wel droog! We vertrekken wat later, om half 5 fiets ik op de ATB naar Joyce toe. We gaan samen naar de Rode Ophaalbrug. Tempo kalm aan en bijkletsen vooral! En heel, heel veel vliegjes happen. Ik eet er niet zoveel, maar ze kruipen in mijn kleren. We gaan wel lekker hard op de dijk!

Langs de plassen zitten nog meer vliegjes, hele wolken vol. We gaan naar de Evenaar en dan rijden we samen tegen de wind in. Ik maak er 23 kilometer van. En 23 miljoen vliegjes. Sportweek zit er op! Dat was een lekker volle met 12 uur en 2 uur wandelen erbij. Mijn benen zijn wel moe, maar het voelt niet als heel veel sport, da’s het gekke.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-18

We werken een keer omgekeerd: Ik begin wat ik ‘vandaag’ doe en dan werken we terug tot de laatste keer dat ik je digitaal op de hoogte hield. Eens andersom dus! Nadeel is dat ik niet meer alles weet en dat ik een eind terug moet, maar ja….

Vanmorgen (donderdag 4 juni alweer) heb ik een lekkere wandeling gemaakt door het Kromslootpark met een vriendin. Veel bruggetjes en veel gekletst. Regendruppels zagen we pas toen we in de auto stapten! Het is donderdag en normaal moet ik werken, maar met Pinksteren hadden we toch al een vrije dag en ik moet de dagen voor 1 juli opmaken, dus dit is ook een weekje vrij.

Vanavond ben ik naar de atletiekbaan gegaan. Om Vincent af te zetten. Ik ga zelf een training doen van het schema van de trainer. 20 minuten inlopen in zone 1 en dan 5 keer 1 kilometer hard in zone 4. Inlopen in zone 1 is al moeilijk, maar dat langzame tempo in de regen gaat me nog wel lukken. Het moeilijkste is het om 20 minuten op te zien tegen hard moeten gaan lopen! Maar goed, ik vind van mezelf dat het toch 4 keer moet lukken! En na 15 minuten is zone 1 en 7 minuten per kilometer ook wel eens klaar. Ik ga aan het tellen als afleiding van het zogenaamde hard-lopen. De kilometer duurt best lang eerlijk gezegd.

En voelt best zwaar eerlijk gezegd. De 2,5 minuut wandel-dribbel zijn best welkom eerlijk gezegd. De regen valt mee. De tweede keer gaat het iets beter, maar niet echt veel. Echt superhard zit er niet in. Vandaag. Of tegenwoordig. Ik mopper in mezelf op de trainer. Van al mijn langzame, eigen tempo ben ik niet beter geworden. Ik zit nu iets meer in de buurt met tellen. Kom nu ook onder de 5:30. Maar ik bedenk ook wanhopig dat ik nog niet eens op de helft ben! Waarom wilde ik dit ook weer? Omdat het moet van de trainer! Omdat hij me heeft “uitgedaagd” ook eens één van zijn trainingen te volgen! De derde keer is het zwaarste. Ik heb geen zin (meer). Ik kan dit toch niet. Ik ben geen sprinter, ik ben een diesel. De route is te kort. Zal ik de volgende brug nemen. Ik raak de tel kwijt. En ik maak de snelste kilometer. Duhh- natuurlijk.

En doe ik er dan nog 1 of nog twee? Laat ik het bij vier houden. Ik realiseer me dat het saai is. Ik tel behoorlijk goed. Ik kachel gewoon door. Zin had ik toch al niet. Ik wil wandelen! Alles in mij wil wandelen!! Maar dat doe ik niet. En na de vierde hoeft ik er nog maar 1 te doen. Ik mag de brug af en twee rondjes om de baan en dan is het netjes gedaan. Ik tel niet meer. Dit ram ik er gewoon uit. Dit is een goed trainingsprikkel! Als ik hier dadelijk weer ben, is het klaar. Dan maar weer geen 10 kilometer, het is er goed mee. Zo zonder zorgen over ‘later’ gaat deze kilometer eindelijk een beetje echt snel onder de 5:20. Maar dan ben ik er ook helemaal superklaar mee! En een beetje ietsiepietsie trots dat ik deze inspanning ben aangegaan en mezelf een uitdaging heb gegeven.

Gisteren, 3 juni, fietste ik nog om het Kromslootpark heen waar ik vandaag heb gewandeld. Het was de laatste zonnige dag. Dat sloot dan een reeks van hele zonnige dagen af. Ik moet het schema een beetje beter volgen en daar stond vandaag een koppeltraining op van fietsen en lopen. Ik wilde ook graag lopen om de Global Running Day-badge van Garmin te halen! En fietsen is ook wel lekker als je je goed insmeert. Ik vroeg Joyce of ze zin had om mee te gaan. Die kiest voor het fietsen. Ik moest wat langer, dus ik fietste het eerste half uurtje een ommetje naar Joyce toe. Ik op de racefiets, Joyce op de ATB. We fietsen achterlangs naar het Beatrixpark. Soms ga ik een stukje racen en dan keer ik om om Joyce weer op te halen. Ik hoeft niet echt ver terug. Ik wil graag door het Beatrixpark. Ik heb daar al zo vaak gelopen, maar nog nooit gefietst! Van daaruit gaan we naar de Noordeplassen. Op het rode fietspad zet ik lekker aan en zo komen we bij het ophaalbrugje. De zon is even weg, maar het is niks koud.

Op de dijk hebben we flink de wind tegen! Ik vind dat niet zo erg, maar het is Joyce’s beurt om er ook nog bij te kletsen. Het tempo kan me vandaag gestolen worden. Ik fiets hier omdat ik fietsen leuk vinden en fietsen samen met Joyce nog veel leuker! En uiteindelijk krijgen we vast ook wind mee Ergens! En dat gebeurt dan aan de andere kant, als we naar Almere Haven fietsen. Ik ga er eventjes alleen vandoor en dat kan lekker hard!

We vinden dat we een ijsje hebben verdiend van Mariola. Dan fietsen we door over de dijken en omdat het zo lekker gaat en omdat het nu nog kan, fietsen we iets verder door richting de heuvel van het Cirkelbos. Ondertussen kletsen wij samen onafgebroken. Vraag me niet waarover precies allemaal, maar het gekwebbel stopt echt geen moment! We gaan terug over het vierbruggenpad, waar tegenwoordig zelfs 5 bruggen in zitten! Ik probeer mijn iets bredere band goed uit door in alle bochten te blijven trappen en dat lukt best goed, al zeg ik zelf.

De Vijfde Brug

Al met al ben ik al een heel eindje aan het fietsen en komt het er zelfs van dat ik een stukje dubbel! Dat is niet erg, maar ik zie dan een beetje op tegen hardlopen straks… Uiteindelijk trap ik 57 kilometer weg. Is toch iets langer geworden als op het schema stond… Maar ik neem het er maar van nu het nog kan! Vincent wacht me al op in zijn loopkleren. We zullen 6 kilometer gaan lopen over de bekende route langs de Oostvaardersplassen. Het is nu een stuk warmer, lijkt het. Vincent kletst nu tegen me. Het tempo zit er nog best goed in. We besluiten dat we op de helft een pauze zullen houden.

Mijn schoenen doen het prima en ik eigenlijk ook. Ik moet wel de sleutels in mijn hand houden tegen het rammelen en onderweg heb ik ook wat energie uit de winegums nodig. Dan struikelt Vincent bijna over een kikker. Die lijkt wel dood, zo stil zit hij.

Dan hobbelen we verder naar huis. Van Vincent mag het tempo wel wat lager, maar ik wil graag snel weer thuis zijn! Ik stop mijn horloge op 1 tiende deel van de fietsafstand, maar dan zijn we ook mooi thuis! Blijkt het ook nog World Cycling Day te zijn. Heb ik me toch mooi aan gehouden!

Dinsdag 2 juni. Een dagje rustig aan. Zomaar. Omdat het bloedheet is. En omdat ik moet wachten op mijn nieuwe band. Maar die is er ‘s avonds en ik haal Rob over om mee een klein stukje te gaan uitfietsen. Goed voor hem en voor mij!

Apple begrijpt ons 🙂

Maandag 1 juni. Het is Pinksteren. Het is goed weer en ik heb weer een triatlon staan. Voor Trispiration. Ik heb zaterdag met Vincent de korte afstand gedaan en vandaag moet ik ‘alleen’ de lange afstand doen. Alsof het een echte triatlon is: eerst 1500m zwemmen, dan 40 kilometer fietsen en tot slot 10 kilometer hardlopen. Vincent blijft op de kant als ik ga zwemmen. En zal me op de stadsfiets begeleiden als ik loop. Ik weet niet of ik dit vandaag in deze hitte wel ga kunnen, maar ongeacht de omstandigheden vind ik altijd wel twijfels! Ik sta om 10 uur aan de waterkant. Zwemmen heb ik wel zin in! Maar ik zie er ook tegenop, want dit is de slechtste dag van de maand om te zwemmen. Maar ja, als er een wedstrijd is moet er ook een stop op en gaan, dus dat doe ik nu ook maar.

Ik zal van boei naar boei gaan. Gelukkig is het zowel op het strandje als op het water nog niet druk. Ik heb nog nooit alleen gezwommen. Wat een enorme vooruitgang: 3 jaar geleden zwom ik amper buiten, nu ga ik alleen met mijn boei en oranje badmuts anderhalve kilometer zwemmen zonder angst! Ik vind het wel lekker dat ik nergens rekening mee hoeft te houden als met mezelf. Mijn navigatie, mijn slagen, mijn tempo. Ik zwem gewoon lekker. Niet supersnel en ook geen horloge wat de afstanden overhoop haalt. Als ik terugzwem richting het strandje, kom ik er qua ademhaling helemaal in en geniet ik enorm van het zwemmen. Dat mij dit lukt, dat ik dit kan, dat ik dit al triatlonnent heb bereikt. Na 35 minuten kom ik het water uit.

De wissel gaat lekker lang duren. Dat mag ook. Die tijd hoeft je niet mee te tellen. Ik kleed me bij de auto om naar fietskleding. Ik rij naar huis en daar kan ik naar de WC. Dan stap ik op de fiets voor een groot rondje Oostvaardersplassen. Ik vind fietsen in mijn eentje met een startnummer op raar. Op de bekende paden en toch een wedstrijd doen is gek voor me. Toch merk ik dat iets meer mijn best doe! Ook al zal ik niet zo snel zijn, ik doe dit toch maar zo’n beetje achter elkaar en op mijn eigen best! Omdat dit niet echt een officiële wedstrijd is, neem ik lekker mijn muziek mee. Ter compensatie van de bandjes langs de route zullen we maar zeggen 🙂

Ik rij eerst tegen de wind in, zodat ik straks op de dijk wind mee heb. Op mijn eigen best vlieg ik naar de sluizen op de Knardijk. Ik zit maar heel even vast achter een wielrenner en handbiker. Na de sluizen ga ik het bos in. Ik ben blij met de verkoeling, maar niet blij met de bochtjes en het smalle pad. Dat ligt mij niet zo best. Toch hou ik mijn hoge tempo goed vol. Ik kom maar weinig mensen tegen. Ik kies op het laatst toch maar even voor de weg in plaats van het stukje langs de camping. Eenmaal op de Knardijk speel ik even ‘vals’: ik stop zowel mijn fiets als mijn horloge. Ik moet namelijk even wat eten. En er zijn geen posten, dus ik permitteer me deze vrijheid.

Ik app Vincent of mij me tegemoet wil fietsen op de Oostvaardersdijk. Ik denk dat hij een minuut of 20/30 heeft voor ik bij onze eigen afslag ben. En ik zal 1 afslag verder moeten om de 40 kilometer te halen. Op de dijk draait de wind met me mee en word ik een snelheidsmonstertje! De dagjesmensen zijn weinig partij, maar wel leuke inhaaldoelen. Ik haal ook de handbiker nog een keer in. Ik ga hard. De hele tijd. En ik geniet daarvan. Ik doe echt mijn best, want dit is het stuk waarop ik me mag uitleven! Ik fiets tien kilometer binnen 17 minuten. Als je bedenkt dat de dijk 13 kilometer is en het tempo niet omlaag gaat, kun je op je vingers natellen dat Vincent er nog niet is! Ik ga niet op hem wachten, ik fiets eerst een afslag verder en kom dadelijk weer terug. Ik ga door het bos onder de dijk langs en nu het tempo er eenmaal inzit, laat ik het lekker niet meer los! Ik zie Vincent nog niet en ga terug richting de dijk, maar het tempo blijft boven de dertig liggen. Ik knal het brugje over en dan komt Vincent me tegemoet. Tijd voor uitleg neem ik niet, ik heb nu 37 kilometer gefietst en de laatste 3 ga ik niet inhouden!

Ik ga langs de kassen om de dagjesmensen te vermijden. Vincent zal zijn best moeten doen om mij in te halen, maar hij is jong en fris. Ik blijf boven de 30 fietsen en dan ineens verschijnt de knul naast me. Mijn fiets voelt niet meer oke. 39 Kilometer. Ik wil binnen 1 uur 20 nu, dus ik hou vast. En dan is mijn band lek. Tubeless lek. Ik fiets de laatste kilometer vol en stop onmiddellijk daarna. Ik ben bij de kruising achter de ATB-kas. Mijn band is op 3 plekken lek en 2 plaatsen kan de band aan, maar de derde niet. Vincent is erbij gelukkig. We bellen Rob en die zegt dat ik de band moet oppompen en dan maar rustig naar huis komen. Weer een lange wissel dus!

Rustig en voorzichtig fiets ik naar huis met Vincent naast me. Thuis kleed ik me om naar hardloopkleren en neem ik nog een gel. De nieuwe stralend witte hardloopschoenen gaan aan en Vincent pakt de bidons met water. Hij moet me op 4 en 8 kilometer een gel aanpraten. Op voor 10 kilometer binnen een uurtje. In 25 graden plus. Ik wil een route met schaduw, dus ik ga richting Kotterbos.

Gewoon maar accepteren dat het heet is, er zit niks anders op. Vincent fietst rustig naast me. De zon brandt. Het asfalt is heet. Ik hoopte op 5:40 te kunnen lopen, maar het wordt 5:45. Dat is in deze omstandigheden voor mij echt maximaal. Op de Evenaar word ik bijna aangereden door een meneer op een fiets, maar hij maakt het goed door hard “sorry Anke, hup, hup” te roepen. ‘Ken je hem?’ vraagt Vincent. ‘Nee’, zeg ik, ‘mijn startnummer!’ Dat geeft energie, onbekend publiek! Ondertussen denk ik aan de andere mensen die vandaag hebben uitgekozen om te ploeteren. En ik denk aan hoe fijn de schoenen weer zitten. Ik denk dat ik dit maar gewoon moet doen. Vincent geeft me bidons aan. In het bos is het redelijk druk, maar te doen en ik ga gewoon door. De schaduw ontbreekt. Aan de ene kant is Vincents aanwezigheid heel prettig, aan de andere kant voel ik me opgejaagd als hij naast me fietst. Ik stuur hem naar de 4 kilometer, dat hij een gel kan pakken. Ik ga wel iets verderop in de schaduw staan! Weer permitteer ik me een korte stop. Op de Trekweg zal ik ook al geen schaduw hebben. Maar wel wind mee! Als dat nog helpt… Ik ben er allemaal best moe van. Na een kilometer of 6 besef ik dat ik de gel eerder nodig heb en Vincent zal me bij het Schanullekesluisje voorzien. Hij gooit ondertussen water over mij heen of ik doe dat zelf als hij de bidon aangeeft. Ik hou het tempo zo hoog als ik kan en dat lukt me redelijk. De gedacht hier-heb-ik-voor-getraind geeft me houvast.

Ik werk de gel snel naar binnen en tel af dat het wel zal lukken, maar niet gemakkelijk. Dat maakt het toch echt wel een wedstrijd! Vincent moedigt me aan met hup-mama, maar gek genoeg voel ik me niet mama, maar Anke. We lopen het mooie-meisjes-pad af, maar ik zie of constateer weinig meer om me heen. We gaan aan de schaduwkant de Evenaar langs, zodat ik op de stoep uit de zon kan lopen. De laatste kilometer zal flink ploeteren worden, ook al weet ik wel dat ik het haal binnen een uur. Voor de één zal dat een snelheidsrecord zijn, voor de andere deelnemer een langzame duurloop, maar voor mij is dit wel maximaal haalbaar. We moeten nog om via de huisartsen en ik neem even het nieuwe pad. Ik ga wel langzamer en mijn hartslag verhoogt, maar ik kom niet boven de 6 minuten uit. Uiteindelijk heb ik 58 minuten nodig voor de 10 kilometer. Al met al rond ik de OD triatlon af binnen 3 uur. 2:57 als je de wisseltijden op 2 minuten zet. Dat is voor mijn doen echt oke! Zeker voor een tweede triatlon in 1 weekend.

31 mei. Het was weer een warme dag. Ik voel me vandaag een beetje sloom, maar ik wil wel graag even naar buiten. Ik heb nieuwe hardloopschoenen gekocht. Precies dezelfde als ik had, van Ascis. Maar deze zijn weer oorspronkelijk wit en hebben nog zolen er onder zitten. Toch is hardlopen vandaag even niet zo verstandig, dat moet morgen toch weer. Vincent is nog moe van zijn langste triatlon ooit en verder wil of kan er niemand mee, dus ik ga maar alleen fietsen. Mag ik het fietscomputertje ook meenemen. Ik ga maar proberen om de route om de grenzen van Almere heen te fietsen. Vincent zet de route voor me klaar, wat niet moeilijk is, want er is er maar 1. Dacht ik. Ik ga gewoon rustig aan doen. Toch klopt de route niet. Ik dacht echt dat ik de Paradijsvogelweg af zou moeten, maar het computertje is het totaal oneens met mij. Ik doe lekker mijn eigen ding. Ik kom er achter dat ik de wind niet heb nagekeken en dat deze vanmiddag gedraaid is. Dus ik moet maar niet over de dijken terug gaan! Ik ga eerst richting Almere Haven. Met mijn muziekje op. Op de dijk bij Haven gaat het lekker met wind mee. Halverwege gun ik mezelf een pauze.

Ik zit lekker heel even op het bankje en flits dan weer verder langs Almere Haven en het drukke surfstrandje. Ik zal terugrijden door het Kromslootpark en door de stad. Dan heb ik wind tegen. Dat merk ik meteen als ik in het Kromslootpark fiets! Goed dat ik de dijk niet over hoeft. Ik neem een keer de brug over de A6 die ik nog niet eerder heb genomen. Ik ga een stukje langs het Weerwater en dan onder de hoogspanningsmasten door. Het is een beetje zoeken naar de weg en luisteren naar de muziek en bij het stoplicht drink ik zowaar mijn bidon met sportdrank leeg! Dan is het tijd om terug naar huis te gaan. Al met al toch weer een tochtje van 46 kilometertjes.

30 mei

We gingen saampjes een triatlon doen: Vincent en ik. Gelukkig kan ik vandaag nog zwemmen en voel ik me beter dan gisteren. Eigenlijk kwam ik er pas gisterenavond achter dat deze achtste triatlon de langste is die Vincent gaat doen! Hij doet normaal een tiende en nu moet hij het dubbele zwemmen, 2 kilometer meer fietsen en 800 meter langer lopen. Ik denk dat hem dat wel lukt. We gaan bij een collega van Rob uit de tuin, die woont in de Noorderplassen, vlak bij het water. Ik was vergeten hoeveel spullen je ook alweer mee moest nemen!

En dan staan de fietsen er nog niet bij… het zonnetje kregen we er gratis bij en een beetje zenuwen ook. Rob zijn collega is ontzettend aardig. Die vond het wel apart en stelde voor dat we iets verderop het water in zouden gaan en dan terugzwemmen naar het ophaalbrugje. Rob zou ons afzetten en ons opwachten met de fietsen. Vincent zag er erg tegenop, maar ik niet zo.

Het water is lekker diep en best even koel. Mijn horloge wilde de satellieten weer eens niet vinden. Toen Vincent er ook in lag, gingen we aan het zwemmen.

Ik ging al snel overheerlijk! Plantjes onder me, zon boven me en Vincent naast me. Beter kan het wat mij betreft niet worden! Vincent vond de plantjes echter niks. En het leek allemaal zo ver. Dus ging hij vaak over op schoolslag. Daardoor hoefde ik dan weer niet zo hard! Onder de brugjes hadden we telkens even overleg. Ik vind de plantjes leuk om naar te kijken. In tegenstelling tot Vincent raak ik er dan ook niet in verstrikt. Misschien doe ik toch iets verkeerd nog… De 750 meter zaten er al op voor we de ophaalbrug in de gaten kregen. Ik zwom (door de missing satelites) weer eens heel snel de kilometer! En toen onder de ophaalbrug door. Dat was echt genieten. En Vincent maar roepen: ik doe dit zo rustig, dan kan ik er extra lang van genieten!

Rob en zijn collega stonden ons op te wachten met de fietsen. Ik was vergeten de handdoeken erbij te leggen, maar gelukkig telden wisseltijden niet mee. Ik nam ook nog de moeite me in te smeren. Startnummers op en gaan! Eerst binnendoor en dan zo lang mogelijk over de dijk met wind mee. Ik genoot echt met volle teugen van dat gevoel droog te waaien en nat op de fiets te zitten met een startnummer in de weg. En snelheid maken! Maar ook grappig om dat samen te doen en te kletsen onderweg en de enigen die je kunt inhalen zijn dagjesmensen. Dat doen we dan ook vol overgave! Ik probeer er wel een beetje tempo in te brengen, omdat het toch een beetje een wedstrijd is en dat is anders dan een traininkje. Als we de dijk op gaan, gaan we los. Vincent mag van mij voor op de dijk, maar ik hou hem bij en ik voel ook dat ik dat wil! Ik heb geen zin om te stoppen voor een foto. We zien onze basis liggen links van ons. En halen weer een groepje mensen in. Het is wel even uitkijken met oversteken, maar dan op hoog tempo weer door! Tot aan de afslag naar het kunstwerk, maar ook daarna houden we ons niet aan de maximum snelheid van 30 die er opgegeven staat, hihi! We nemen het tweede fietspad naar links en dat is niet handig, want dat is een hobbelpad. Als loper merk je dat niet, maar op de fiets worden we nog even door elkaar geschut. Over het Rode Fietspad gaan we weer hard. Naast ons rijdt een bruine Mercedes C-klasse (dat moet ik van Vincent vermelden!!) Cabrio met open dakje. Ik zeg tegen Vincent: Je weet hoe die auto is met drempels, wij kunnen harder!! Met een brede grijns halen we de Mercedes (met gemak) in! En dan over het bruggetje: “daar zwommen we net nog”. We zijn intussen helemaal opgedroogd. En we hebben wel wat vocht nodig! We komen na 20 kilometer fietsen met een gemiddelde van 29 kilometer per uur weer aan in de ‘wisselzone’. Tot grote verbazing van de collega, gaan we in deze hitte ook nog 5 kilometer hardlopen. Eerst een bidon leegdrinken en ik neem een gel. Vincent zit eventjes op een stoel in de wisselzone! Dat is ook nieuw, maar echt lang duurt het niet. We lopen in de volle zon, dat is onvermijdelijk. Ik hou het goed vol. We lopen weer over de dijk en moeten de fietsers nu ontwijken.

Vincent wordt herkend in zijn rode TVA pakje. We lopen het Da Vinci Pad op. Onverhard schelpenpad. Ik vind het niet erg qua ondergrond, maar de zon vind ik wel heftig! Vincent vindt de zon prima, maar de ondergrond minder. Het tempo blijft iets hoger liggen dan ik gewend ben, rond de 5:35. het hoeft niet, maar het kan gewoon.

We zitten al op 3 kilometer! We nemen een fietspad eerder en ik merk dat ik even inzak, maar nu houdt Vincent mij aan het tempo. Ik krijg serieus trek. We moeten nog 1 kilometer over het rode fietspad. Mijn tekst is een beetje op. Ik maak het vol en wil dan nog langs het bruggetje lopen. We lopen de 5 kilometer binnen 28 minuten. Even uitpuffen en op de foto bij het witte ophaalbruggetje waar alles een beetje omheen draaide vanmorgen!

We lopen heel erg rustig terug naar de tuin van de collega. Op naar een glas water met ijsblokjes! Wij hebben dit naar beste vermogen gedaan en Vincent heeft zomaar eventjes zijn allerlangste triatlon ooit gedaan!

Zijn we niet stoer als de Rode Brigade?

Als we uitgepuft zijn, pakken we alle spullen weer bij elkaar. Ik worstel nog even met het idee dat ik dit nog een keer moet doen over twee dagen met een dubbele afstand. We slaan het zwemmen in het zwembad vandaag eventjes over….

29 mei
We zouden vanavond onze triatlon gaan doen. Ik zit er de hele dag tegenaan te hikken, want ik ben een beetje sloom en down vandaag. Maar dan belt de collega van Rob dat het hem niet uitkomt en of we ook op een ander moment kunnen. Ik weet dat niet zeker, maar als we vanavond niet gaan, dan vind ik dat niet erg! Maar ik wil wel even naar buiten. Dus trek ik (die arme) Vincent mee voor een fietstochtje. “tje” Ik wil eens de andere kant op en de Grote Trap helemaal over. We zullen ook over de Knardijk gaan. Van haast is geen sprake! We fietsen naar de sluizen op de Knardijk.

Het wordt pas vreemd als dat aanvoelt als een ‘klein stukje’. Dan gaan we de Knardijk op. Vincent fietst duidelijk voor me uit, maar ik hou me gewoon rustig. Ik wijs hem op de werkeilanden. Er is ergens een enorm vuur met rookontwikkeling. We komen vrijwel niemand tegen. Tot we bij de volgende sluizen komen: daar stikt het van… de schapen! Ik moet me inhouden om een lammetje niet om te rijden. Het geblaat is niet van de lucht en overal te horen. Zo schattig!

We houden een stop bij de sluizen. Dan gaan we langs één van de Vaarten fietsen. Dat gaat lekker, want we hebben wind mee! Ik kom op een stuk van het fietspad wat ik nog nooit heb gedaan, maar het ligt er goed bij. We zijn al een aardig eind op weg eigenlijk. Dan komen we bij de Grote Trap. Op kilometer 33. Het is er best mooi en apart, maar ook nog steeds een beetje kaal, zo lijkt het. Het is wel mooi met de ondergaande zon.

We houden een stopje om even iets te drinken en even de beentjes te strekken. Het zal toch wel stiekem weer 40+ kilometer worden….

We hebben nog wind mee op de Ibisweg en maken daar flink gebruik van! Uiteindelijk fietsen we op deze avond bijna 2 uurtjes. En 47 kilometer. Het is een saai vierkant rondje om te zien op de kaart, maar de schaapjes en de ondergaande zon maakten het zeer de moeite waard.

28 mei

Vincent ging mee trainen op de baan. Jeugd mag dat weer, maar volwassenen nog niet. Dan ga ik ondertussen zelf maar een rondje lopen. Ik ben een beetje onrustig, want er komen nog werkappjes binnen. Ik ga het rondje Rode Ophaalbrug, het Bloq en door het Wilgenbos weer eens doen. Verder geen opdracht. Gewoon lopen. Ik mis de Rode Brug omdat ik dan aan het appen ben voor het werk. Dat maakt het er niet beter op, maar ik kan er nu toch niet naar kijken!

Mijn schoenen zijn eigenlijk op. En het is eigenlijk ook behoorlijk warm. En ik wil eigenlijk misschien wel iets teveel vandaag. Na 4 dagen werken. Kortom: ik kom niet echt tot rust en niet echt in het lopen. Ik ken de weg eigenlijk wel. Het is groen.

En water. Er zit ook niet echt snelheid in. in het bos voel ik de wilgendruppels. Ik moet toch echt zoeken waar dat nou precies vandaan komt. Ik zie de boten. En bedenk weer iets wat ik eigenlijk even moet nakijken. En ik moet straks toch even nakijken voor het werk of niet iets doms heb gedaan… Zo loop ik dan voort. Van de ene pieker in de volgende. Ohja, ik moet een foto maken! Mooi licht. Maar net te weinig voor een foto. Ga ik de ronde eigenlijk wel halen? Hopelijk is het rustig bij de sluisjes, misschien is het wel eens leuk als ze open zijn, dan kan ik rusten. Dat zijn ze niet, maar zo gaan mijn gedachten alle kanten op. Ik bedenk me dat ik het ga halen. En dat ik maar gewoon doorloop en direct stop als ik er ben. Ik hoeft geen rond getal, geen tien kilometer: ik moet blij zijn als ik weer aan de atletiekbaan sta. En als ik daar ben, ga ik ook meteen zitten. Op gepaste afstand, blij dat ik er ben. Voordeel: hartslag is ook binnen de perken gebleven.

27 mei. Werken en binnen zitten. Op deze prachtige, warme dag. Dat kan ik alleen maar als ik mezelf beloof dat er vanavond nog meer dan genoeg tijd is om te zwemmen! En Vincent gaat lekker met me mee. Naar de Noorderplassen. Omdat het daar zo lekker ondiep begint. Het is druk op het strandje. Maar het is niet koud in het water!

We gaan naar de boei zwemmen. Dat is goed voor het navigeren zullen we maar zeggen. Ik blijf lekker bij Vincent in de buurt, maar mijn horloge vind toch dat ik een stuk harder zwem! Het gaat wel lekker. Ik vind dat we best snel bij de boei zijn. Vincent heeft iets meer contact nodig onderweg. Niet erg hoor, wel gezellig juist. En dan weer terug. We hebben wind mee nu, maar veel is het niet. En dan ineens krijg ik kramp. In mijn maagstreek. Het is zeer onprettig en een beetje misselijkmakend, maar ik zwem gewoon door. Wat moet ik anders?! Misschien even iets langzamer, maar ik zal toch terug naar de kant moeten, hoe dan ook. Vincent zwemt gewoon door gelukkig. En even later trekt het ook weer weg. Vincent heeft nog niet helemaal een kilometer gezwommen, terwijl ik al over de 1500 meter zit. De waarheid ligt ergens in het midden.

We hebben een heel lekker half uurtje gezwommen!

Dinsdag 26 mei. We gaan vandaag aan het einde van de werkdag maar weer eens een stukje fietsen. Rondje Oostvaardersplassen. We gaan over de weg eens een keertje naar de Knardijk toe. Eigenlijk wilde Vincent niet echt een heel rondje, maar ik beloof hem dat we dan wind mee hebben op de dijk en dat we genoeg tijd hebben. Hij stemt een beetje onwillig toe. We kletsen. Op de dijk gaat het lekker. We blijven gewoon fietsen zonder ook maar 1 foto te maken! Vincent fietst 25 kilometer per uur met zijn horloge en met zijn fietscomputertje, ik fiets maar 24,9. We fietsen 33,56 of 33,60 of 33,90 afhankelijk van het apparaat waar je naar kijkt.

Maandag 25 mei. Verjaardag en werkdag. Alles is gewoon zoals de Coronatijd met thuiswerken gewoon aan het worden is. Maar met een verjaardagsrandje. En rust. Mijn beentjes zijn ook wel eens een beetje moe. Wel gaan we wandelen. Heerlijk bij de ondergaande zon in het bos!

Categories: Geen categorie | Leave a comment