2020-17 Trailmarathon Almere in 3 dagen

3 dagen, 3 loopmaatjes, 3 verschillende paren schoenen,

3 verschillende gebieden en 3 verschillende weertypes.

Ik wilde graag in drie dagen, alledrie de door PL uitgezette trails in Almere lopen. De Garden of Love and Fire heb ik wel al gelopen op 16 april en ook de Kotterbostrail is al een keer grotendeels voorbij gekomen, maar dat is niet drie dagen achter elkaar de hele marathon afstand! Op donderdag 21 mei had ik al gelopen in de vroege ochtend, maar mijn drie dagen gingen vrijdag in.

vrijdag 22 mei

Samen met mijn eerste loopmaatje die me zo vaak op vrijdag vergezelt: Manuel. Op mijn Hoka’s die hierna toch echt aan vervanging toe gaan zijn. Het was broeierig warm buiten. Niet zonnig, maar heet en drukkend. Totaal niet het weer waar ik van hou! We beginnen met de Trailvogelaars, omdat we die vanuit huis kunnen lopen. Ik haal rond 10 uur Manuel op. Heb ik mijn rugzakje bij me vol sportdrank en de laatste gelletjes die we nog in huis hebben, Manuel heeft niks bij zich. Hij heeft drie koppen thee gedronken. We lopen naar de Sieradenbuurt. Als je het mij vraagt, zou ik nu eerst de route oppakken op de hoek, maar wij lopen rechtstreeks naar de Pluktuinen en de bruggetjes. We maken een paar minuscule routewijzigingen en lopen de brug aan het einde van de Evenaar over. Dan naar rechts het bos in. Als vanzelf pak ik ‘mijn’ pad (de ATB-route) in plaats van het brede bospad. Een smal paadje is toch veel leuker? Dat is meteen het nadeel als je het bos zo goed kent en ook een voordeel: je kunt de route een beetje aanpassen en hoeft die niet perse te volgen, omdat je weer naar de correcte paden terug kunt keren. We pakken het ‘heuvelige’ ATB pad weer op. Veel hebben we (nog) niet te kletsen, maar ik geniet op een laag tempo van de struiken en hoe groen alles is en dat ik lekker kan lopen. We moeten een al aardig begroeid pad over en komen dan in het donkere bos wat vroeger nog mooier was. We lopen richting de Kotterbosweg en gaan verder langs het water. Wij komen nu bij het beginpunt. Op de parkeerplaats laat Manuel me zien hoe je een route oppakt en dan gaan we verder het bos in. Dit gedeelte heb ik met Vincent al een keer ‘voorgelopen’ eerder deze maand. We kletsen en zweten intussen onafgebroken.

Ik zou moeten ophouden met me te langzaam voelen voor Manuels tempo, want hij klaagt ook over zware benen, maar dat zal me nooit echt lukken. We slingeren door het bos wat afgesloten was en ik ben echt verbijsterd dat er al 6 kilometer op zitten! We gaan de berg over en dan het Knuppelpad ook over. Het is er mooi en niet zo drassig en “gevaarlijk” als Manuel vreesde.

We slaan de modderafslag verderop over, die zal Manuel een andere keer proberen. We lopen de hele natuurbrug af en komen weer op de Kotterbosweg. We lopen niet langs de vogeltjes, gek genoeg, want dat zou je verwachten bij de Vogelaarstrail! Manuel laat mij het meest voorop lopen omdat ik dan het tempo moet aangeven. We komen bij het PL-paadje: smal en heel dichtbegroeid. Een maand geleden leuk en goed te doen, maar nu een beetje veel te veel overwoekerd! Voordeel als je het bos kent: dan nemen we de andere paden totdat we weer op de route in het bos zijn. Ik vind het daar altijd zo mooi groen! Echt een uniek stukje. Fietspad oversteken en dan weer terug richting de bult. We zien zowaar een fietser in het bos, net als we het er over hebben dat je die maar zelden tegenkomt. We horen kikkers en vragen ons af waarom dit trailen toch zo heerlijk is: is het de rust die de natuur geeft, de extra inspanning die het kost of het loslaten van de snelheidsdrang? Dan wil ik wel een stopje houden om een gel op te maken en we besluiten bij het water stil te staan. Nog net geen bankje!

De wilgen ‘huilen’; er komen druppels omlaag. Manuel onderzoekt of het gewoon water is. Als we doorlopen, komen we geocachers tegen met een ouderwetse GPS. Manuel geeft mij onderricht in boomsoorten. En dan pakken we Dat Ene Andere Pad wat ik vrijwel nooit neem. Ik zal altijd langs de Spoorbaan gaan. Maar deze keer een beetje iets anders en nieuws. Dan het paadje langs het spoor, waar kinderen lekker aan het spelen zijn. Ik ga dan liever net over de berg heen via het ATB-pad. Helemaal naar boven hoeft niet, maar net tot de helft. Het is een gek idee dat ik straks door het andere bos loop, terwijl ik nu vlak bij huis ben voor mijn gevoel. We gaan naar het overbekende pad langs de plassen. Ik heb het even iets zwaarder omdat ik nog zover ‘moet’ en omdat ik hier niet hoeft te kijken: ik was hier gisteren ook en toen was het nog veel mooier met de zonsopkomst! Er zitten ook al 12 kilometer op, dus het grote aftellen is begonnen. We lopen langs het centrum en komen een andere hardloopster van de Almeerse Dames tegen. En dan pakken we in het bos nog een redelijk nieuw pad, wat ik voor het eerst zou lopen als ik dat niet al eerder deze week had gedaan! De broeierige warmte went eigenlijk ook wel een beetje. Dan door het open hek en zo komen we in het Oostvaardersbos. Ik begin het wel zat te worden en de route over de grijze steentjes met de hete lucht erboven vind ik niet zo tof. Ik wil eigenlijk nog een stopje voor de laatste gel om thuis te halen, maar ik wil niet op dat pad wachten waar je het gevoel hebt onder een deken door te lopen. We stoppen aan de bosrand en ik vergeet de vogel te bekijken. We lopen nu over het huiswerk van Vincent te kletsen! Het gelletje werkt gelukkig goed en ik hoeft nu nog maar een paar kilometer. Mijn hartslag en tempo gaan vandaag geen records breken. De brug over en dat is zo bekend dat ik niks meer er van weet en dan het trapje af. We lopen over het onverharde pad achter de wijk en daar is het ook warm. Intussen ben ik best moe. Wat ik aan het begin al vermoedde wordt nu bewaarheid: het ommetje naar de Sieradenbuurt had ik liever in het begin gemaakt. Nu voelt het alsof het verder weg ligt. Maar we maken de route af! Hoe lang het ook zal worden! En dan zijn we rond en lopen we precies dezelfde weg weer terug naar huis. Pfoe! Het worden 19 kilometer maar liefst. Met een gemiddeld tempo van net geen 9 kilometer per uur, maar dat boeit me niet. Ik moet nog 2 dagen hierna! Ik ben in een topje gegaan wat ik heb gevonden toen ik de kast opruimde. Geloof het of niet, ondanks dat er nauwelijks zon was, ben ik helemaal bijgekleurd op mijn schouders!

Zaterdag 23 mei

Vandaag neem ik Joyce mee. Naar de enige route die nog nieuwe paden belooft: de Kemphaan. Ook hier kom ik vaak en denk ik het meeste echt wel te weten. Het is minder heet vandaag. Maar ik heb meer pijntjes: mijn achillespees links, mijn schaambeen, mijn knie (ik weet niet of het links of rechts zit): allemaal kleine zorgenplekjes. Ik doe de nieuwste zwarte Ascis schoenen aan, want het kan wel aan de Hoka’s liggen die bijna 1000km met mij hebben gelopen. Gelukkig willen Joyce en ik niet hard gaan lopen. En misschien plakken we nog een blokje aan de loop van 12 kilometer, maar dat zullen we aan het einde wel zien! We gaan het kabouterpad over en nemen een verkeerd afslagje. Ach, dat kunnen we later overdoen! Nu komen we weer op de route. Joyce heeft veel te bepraten en ik vind het prima, als het maar niet snel hoeft! Het duurt een kilometer of twee, drie voor mijn pijntjes zich gezet hebben en verdwenen zijn. We slingeren achter over de Kemphaan voor mijn gevoel en sommige stukken zijn overbekend, maar andere zien er anders groen uit. We komen op een smal pad en daar loop ik verkeerd. We maken een geinig vierkantje, lachen erom en dan vinden we het goede nog smallere pad. We zwerven een beetje achterlangs en komen op de grote cirkel. Raar dat we nog niet heel veel ver zijn, terwijl het voelt alsof er al een heel stuk op zit! We lopen langs de weg en steken die bij het brugje over en dan gaan we het bos weer in. De nieuwe paden moeten nog komen! Het is heel goed te doen om de route te volgen. We dwalen lekker door en ik weet wel waar ik blijf, maar niet precies hoe ik zal uitkomen. We lopen achter Stichting Aap en zullen straks aan de andere kant weer terugkeren. Hoewel het niet zo benauwd is als gisteren, is het toch nog zonnig en warm. Ik heb vandaag een t-shirtje aan. Altijd een korte broek. Ook mijn rugzakje is er weer bij en gisteren zijn nieuwe gels binnengekomen. Ik heb intussen wel wondjes op mijn rug van het schuren van de rugzak. Mijn voeten houden het prima. Mijn knieën en de rest ook. En dan komen we op paden die mij totaal nieuw zijn. Misschien ook omdat ik niet meer zo goed oplet en we lekker aan het kletsen zijn. Ik dacht dat we verder de Kemphaan op zouden gaan richting Nobelhorst, maar we komen aan de Vaart uit. Daar lopen we even over het fietspad tot we onder de Waterlandse Weg door zijn. Daar moet een prachtig verborgen pad zijn, maar ik heb deze opgang al vaker gezien. Na een paar honderd meter echter, komt het pareltje tevoorschijn! Smal, groen, door het bos en er zijn prikplanten en brandnetels die de hoogte in komen.

Het is er prachtig en we wandelen er lekker doorheen. Vandaag ligt het tempo nog lager en dat is helemaal niet erg, voor geen van ons beiden. Midden in het bos stoppen we. Een energybreak. Geen idee meer waar we precies zijn, maar we zijn op de helft ofzo. We dwalen weer verder en bij het algehele gevoel van trailen hoort ook dat het niet meer echt uitmaakt waar je bent of heen gaat. Gewoon lopen en vertrouwen hebben. We komen op een breed pad en Joyce gaat even door haar rug. Ik maak me zorgen, maar dat is gelukkig niet nodig. We maken veel meer stops dan gisteren! We gaan over het brede pad en dat is niet mijn ding met de zon. Dan het brugje over het Schapenbos in. Herten zien we niet vandaag, die horen ons van verre al aankomen. We lopen even verkeerd en moeten op onze schreden terugkeren. Het pad wat terugleidt naar de route houdt op te bestaan. Dan lopen we door een totaal nieuw stuk bos en opeens staat er een paddestoel uit hout gesneden te staan. Zomaar.

We maken er een lange fotostop van. Omdat het kan. Ik begin te vermoeden dat het bij 12 kilometer blijft vandaag en eigenlijk vind ik dat ook prima! Morgen nog een dag… Alhoewel ik dat ook zou kunnen skippen, omdat ik die al eens heb gelopen. Gisteren begreep ik dat het niet drie dagen achter elkaar hoeft. Als je ze alle drie maar een keer doet! We hobbelen weer verder en dan liggen er geitjes op ons pad!

Ik heb veel gezien op de paden; runderen, herten en zelfs ooit een zwijntje, maar een wilde geit nog niet! Er is een schattig kleintje die ik wel wil meenemen, maar ik kom er niet aan en we lopen snel verder als de papa-bok er aan komt. Dan komen we weer op het brede pad in de zon. Dan lopen we naar het bogen-bomen-poortje wat nu prachtig groen is. Heerlijk, echt geweldig.

Ik vind het klaar daar. Wat mij betreft lopen we terug, maar we gaan nog een klein ommetje maken langs de aapjes. Joyce maakt een foto en ik ga in de schaduw staan. Ik voel me vermoeid.

We lopen rustig verder langs de apen in quarantaine. Klinkt zo leuk tegenwoordig! We lopen weer verder en bijna verzwik ik mijn linkerenkel, maar het gaat gelukkig goed. We stoppen nog bij de lama’s: die kijken zo schetig!!

En dan lopen we over het middenterrein van de Kemphaan en tussen de bomen door. Het is wel goed geweest voor mijn gevoel, maar ik wil nog wel de 13 kilometer volmaken. Grappig genoeg scheelt dat toch altijd per horloge, dus heeft Joyce iets anders gelopen dan ik! We lopen nog een keer over het kabouterpad en namen de andere afslag. Die leidde langs trappetjes en een schattig brugje. En zo komen we weer bij de auto. We hebben heel, heel rustig gelopen. En heel, heel veel genoten!

Zondag 24 mei.

Tijd voor een rustig trailloopje met het laatste loopmaatje: Vincent gaat me vergezellen vandaag! Op de laatste dag dat hij 13 is. De fijnste witte ascis gaan aan en het rugzakje is een blijvertje. Het weer is totaal anders vandaag: zwaar bewolkt en regenachtig. Ik wil niet over de dijk, dus ik heb de route een beetje aangepast. Vincent doet zijn regenjasje aan, maar ik kies ervoor om de berichten te lezen die pas vanmiddag regen voorspellen. We hebben de tijd aan onszelf, maar ik wil dit vanmorgen afronden! Als we in de auto zitten regent het. Zou het straks dan droog zijn?! Dan ruikt het in elk geval lekker, zeggen we nog tegen elkaar. De pijntjes zijn zo’n beetje weg en ik vind het een geruststelling dat het niet hoeft, omdat ik dit al een keer heb gedaan. Vincent pakt mijn horloge, want hij wil de route volgen. Dat is in het begin even wennen, maar daarna gaat het heel goed. In het bos is de grond nog niet nat, maar de bladeren zijn dat al wel en het blijft druppelen. Het gras naast het bos is wel nat en voor we een kilometer onderweg zijn, onze voeten, sokken en schoenen dus ook. Het tempo ligt laag, maar dat is prima! Het begint minder hard te regenen. Wij slingeren door het bos en het is hier ook best mooi eigenlijk, nu ik de tijd heb om rond te kijken. Alles is groen en fris. En steeds een beetje natter… net als wij. We komen bij een plek waar het wit is van de pollen! Het lijkt wel sneeuw!

Vincent doet zijn capuchon op en af, hij kan niet kiezen. Ik heb het niet koud maar ik besef wel dat natregenen de hele tour niet gemakkelijker maakt. Je kunt niet even stoppen, want dan wordt het te koud. We lopen een rondje om het meertje. Het kruis zien we niet meer.

We hobbelen weer verder door het bos. We proberen wat sneller te gaan, want er zit een koekoek die onafgebroken ‘koekoek’ roept. Nu is dat heus het werk van zo’n beest, maar deze weet van geen ophouden en werkt op de zenuwen! De herrie vergezelt ons zeker een kilometer lang. Vincent roept netjes links en rechts. We komen een mevrouw met paraplu en hond tegen. Ja, het regent nog steeds en niet echt zacht ook. Of dat zijn de druppels die van de bladeren af komen, dat kan ook. We gaan even schuilen onder het bruggetje op het fietspad. Vincent checkt de Pokemons en ik krijg het kil. We nemen niet het op-en-neertje naar het kruis. Omdat het regent. We willen het bos weer in! De voeten zijn toch nat. We slingeren tussen het groen door en komen op het kruip-door-sluip-door-pad. Nu is het meer een nat-pad.

Natte bladeren en natte boomstammen. We wandelen er half doorheen en wandelen langs de weg ook even om te bespreken of we dit wel zullen afmaken. We zitten nog niet op de helft en we zijn allebei best vermoeid. Natuurlijk wil ik het volbrengen! Ik denk erover om Vincent terug naar de auto te sturen, maar hij wil ook wel bij me blijven lopen.

Daar loopt mijn kleine held! Natte voeten, natte haren en donkere lucht, maar we gaan gewoon lekker verder!

We lopen weer door het bos en daar is het iets droger. We komen op bekende paden en dan op een onbekend pad. Ik dacht echt dat we de andere kant op moesten, maar goed… Ik zie iets in de verte onder de boom en sta accuut stil. Het is een hertje! We lopen voorzichtig op het hert af en dan rent ze weg. Ik zie nog steeds iets liggen….

Heel voorzichtig lopen we door en wat we dan zien maakt alle regen en al het afzien goed. Daar ligt een minuscuul klein hertje. Het is zo goed als zeker net geboren. Ik denk dat er zelfs nog vruchtwater omheen ligt.

Dit kleintje is nog kleiner dan onze katten! En grote ogen. Arm ding, we hebben zijn moeder verjaagd! We lopen er voorzichtig voorbij en dan staat het ukkie op en springt de andere kant op als zijn moeder. We vertrouwen erop dat ze elkaar weer zullen vinden. Wat een prachtig en uniek gezicht! Als we verder lopen, ben ik onder de indruk. Totdat we de koekoek weer horen. Onafgebroken. Stom beest! We lopen zelf maar gewoon door en de regen wijkt zelfs een beetje! Het is echt even droog. Ik kan me weinig herinneren dat ik hier ooit eerder liep, volgens mij had PL een iets andere route vorige keer, maar we komen goed uit op het fietspad en de route op het horloge volgen we precies. We zien ineens 4 andere lopers en 2 ervan herken ik zelfs! We stoppen even zodat Vincent de winegums kan pakken. Dat moet hem dan maar even op de been houden als we nog een kilometer of 5/6 voor de boeg hebben. Vincent wil graag bovenlangs lopen en dat mocht van PL niet, maar ik vind het goed. We komen op hetzelfde punt uit, langs het water.

We komen langs het derde kruis en die hangt er nog. Dit is de enige die we zullen zien! We hobbelen nu rustig verder en zullen het samen afmaken. Ik merk elke keer als ik een gel heb genomen dat ik weer even opkikker en de winegums doen Vincent goed. Vincent stelt voor een spel te spelen met de woordslang. Dat is slim van hem, want het leidt lekker de aandacht af. We komen over de weg en dan gaan we het laatste stukje bos in na een stopje. Het is opgehouden met regenen en dat maakt het een stuk beter! Ik zeg elke keer: daar is het bordje, maar ik heb het elke keer verkeerd! Ik heb in dit deel de route gewijzigd, zodat we een rondje lopen voordat we de verharde weg terug naar de auto op gaan. Vincent vind het niet erg dat we met dit drassige weer het boomstammenbrugje zullen overslaan. We moeten de woordslang staken. Dan komen we over een brug waar ik elke keer zo graag overheen wilde!

Het is helder dat ik vanaf nu de route heb gedaan, want het is saai en rechttoe-rechtaan. We zitten boven de 10 kilometer en daar hebben we ellenlang over gedaan! Onze horloges lopen 400m uiteen. Vincent gaat meer lopen dan ik! Nu is het een kwestie van teruglopen. Niets meer en niets minder. Over asfalt. Er zijn opeens veel andere zondagochtendrenners. Als we langs het watertje lopen, begint het weer te regenen. Ja, dat kan er ook nog wel bij! Het ging net weer lekker en we halen het gemiddelde tempo omhoog op dit asfalt. We waren toch al nat en koud. Dat kost veel energie. In vergelijking met dit was het gister en eergisteren een stuk gemakkelijker! Ik ben blij dat Vincent erbij is blijven lopen. Om het nog extra cachet te geven, waait het intussen ook flink over de polder heen. Het is gewoon afzien, maar we ploeteren door! Tellen elke kilometer af en blijven rennen op de vreselijke saaie, koude, kille, natte en uitzichtsloze Brikweg. Vincent kwebbelt wel lekker door en houdt de moed erin. We horen dat ze (in de buurt) aan het jagen zijn. Als ze de koekoek nu eens opzoeken…. Ik ben blij dat Vincent erbij is. Als ik alleen was, was ik gaan sjokken. Er zit toch een marathon in 3 dagen op! Ik ben klaar, dit hoeft niet meer! Maar lopend ben je sneller en koel je minder af. Het regent weer. We zijn helemaal nat. Ja, zo voelt het om de marathon af te maken ja. Trots en vermoeidheid en berusting. Dan loopt Vincent volgens zijn horloge maar meer. Ik wil er zijn! Vincent verheugt zich op de (allerlaatste) hersteldrank zelfs! De hoek nog een keer om en dan zien we de auto. Ik haal ook de 13 kilometer. Ook de telefoon is net te nat voor een scherpe foto.

We willen niet eens meer langs het kunstwerk lopen. 13 Kilometer is mooi geweest. Een warme trui, stoelverwarming en M&Ms wachten! We rijden doornat en vies, maar uiterst voldaan naar huis. Ik heb bijna 60 kilometer gelopen in een week. Ik mag mijn herinnering gaan ophalen bij PL, maar ik ben best blij dat PL zelf onderweg is om te hardlopen. Dat komt later wel een keer! Dan herinner ik me de loopjes met maatjes, met teveel hitte en regen. Dan herinner ik me het groen en de lama’s, geitjes en een mini hertje. Dan zijn de scherpe kantjes eraf die vermoeiend en pijnlijk waren. Dan herinner ik me alleen nog hoe mooi Almere is! Bedankt PL voor het uitzetten en de uitdaging. Bedankt voor het meelopen Manuel, Joyce en Vincent.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-16

14 mei Terwijl Vincent weer eens (na 8 weken!) op de trainingsbaan hardliep en keurig afstand hield, ging ik samen met Rob wandelen. En ons vooral verbazen over de nummering van de rode bruggen. Als wij de logica al missen…. Maar de wandeling was heerlijk!

15 mei SG komt naar me toe. We moeten voor Trispiration dit weekend 10 kilometer hardlopen, 60 kilometer fietsen (dat was eerst 90) en 1 kilometer zwemmen. Hoeft niet achter elkaar. En als zwemmen niet lukt, mag je ook 3 kilometer lopen. Ik kan beter lopen, want dan ben ik sneller, maar ik vind zwemmen een leukere uitdaging, dus ik doe netjes wat er staat! SG doet ook mee en zondag gaan we samen fietsen. Deze ochtend gaan we samen hardlopen. SG komt naar mij toe, want deze omgeving kent ze helemaal niet. We gaan niet om het hardst lopen, gewoon lekker rustig en lekker bijkletsen. De wedstrijd laten we aan anderen over! Voor mij is de route bekend en ik kijk niet meer op van de Oostvaardersplassen. We kletsen aan 1 stuk door en daar is het tempo uitstekend aan aangepast! We lopen naar de dijk. Het zal ons wat dat het meer dan tien kilometer wordt. Op de dijk is het helemaal heerlijk!

Nadeel van al dat groen is dat het ook licht wegneemt!


Het wordt alweer drukker op de dijk. We gaan teruglopen door het bos. Ik sta er figuurlijk maar eens bij stil hoe prachtig groen het intussen geworden is hier. Letterlijk staan wij niet stil en zijn we ook niet stil. Ik kan heerlijk kletsen met SG. En ik loop ook heel gemakkelijk eigenlijk. 11 Kilometer maak ik weer zonder moeite vol.

‘s Middags ga ik met een andere vriendin wandelen in het Beatrixpark. Zij is iets minder sportief en een rondje om het Weerwater van 7 kilometer is hoog gegrepen voor d’r! We lopen rustig rond en hoewel zij al langer in Almere woont dan ik (zij heeft Big Brother gemonteerd in Almere, toen ik van het bestaan van Almere nog niet afwist), kent ze het Beatrixpark minder goed. We zitten in het Den Uylpark op een bankje. En ondertussen kletsen we ook gewoon.

Voor veel mensen zou dat meer dan genoeg sportiviteit zijn op 1 dag, maar niet voor mij! Ik ga vanavond samen met andere mensen van Trispiration zwemmen in Amsterdam en Vincent gaat ook mee! Dan vind ik het minder spannend, maar deze keer is de uitdaging om Amsterdam door te rijden. Tjongejonge, wat is het parkeergeld vreselijk duur. Maar goed, ik klaag niet en ik klets lekker met mede-Trispiration-vrouw PK. Vandaag heb ik een verjaardagsfilmpje voor JB gemonteerd en ik heb alle leden zowat voorbij zien komen. PK heeft mijn hart gestolen als rasechte Amsterdamse die door Trispiration buiten is gaan zwemmen. In het echt is ze nog veel authentieker! De rest van de groep komt ook. Nadeel hier is dat je eigenlijk geen spullen kunt achterlaten (hoewel ze voor het entreegeld wel een kluisje hadden kunnen regelen zeg) en we moeten nog een stukje lopen naar de boom. Omdat ik twee afstanden doe -zowel de korte als de lange- moet ik eigenlijk ook twee keer een kilometer zwemmen. Vind ik niet erg. Maar dan moet de rest op ons wachten. Vincent inclusief. We zijn met een man/vrouw of tien.

Ik ga met Vincent het water in en hij heeft het koud. “Zit ook geen vet op” zegt JB. Het arme kind heeft het echt lastig en ik blijf met hem praten tot we in de zon komen en het warmer is. Ik ben er dan al door. Het water is ook troebel. ‘Ik ga eigen tempo zwemmen’ zegt Vincent en ik kan hem zowaar een tijdje volgen. Ik merk dat ik ontzettend lekker ga. Ik zie de anderen voor mij zwemmen, want die waren er eerder doorheen dan mijn kind, maar ik kan ze ook nog altijd bijhalen. Ik weet niet wie ik inhaal, maar ik zit er gewoon echt goed in. Ik vind de temperatuur top, ik adem aan twee zijden en ik zwem gewoon moeiteloos. Het zullen de pannekoeken zijn! De groep wacht aan de andere kant en Vincent is daar al bij. Het gaat hem nu hartstikke goed af. Als JB verbaast zegt dat ‘de kleine’ voorbij kwam zwemmen, voelt die ‘kleine’ zich een beetje in zijn wiek geschoten! Ik zal een groter ommetje maken, terwijl Vincent met de (snelle) mannen mee terug zwemt. Dan zwem ik heerlijk en met een topgevoel alleen richting links. Ik zoek een kraan uit in de verte die als navigatiemast kan dienen en ga lekker zwemmen. Ik stop als ik bij 1 kilometer ben en volgens mij heeft het horloge me aardig voor de gek gehouden en heb ik harder gezwommen dan ooit, maar het klopt wel met hoe goed ik me voel en ik doe het er lekker voor! Ik zwem op een andere oranje boei af. De rest zwemt ver rechts van mij. Ik geniet ervan hoe veilig ik me voel in het water en hoe lekker ik zwem en hoe gemakkelijk het ademen gaat en hoe leuk het is. Ik maak een grote oversteek richting de rest en heb geen idee hoe ver ik ben. Ik zie Vincent in de verte zitten en hij zegt me dat hij heel veel te vertellen heeft. Ik moet nog een paar honderd meter zwemmen en dat doe ik dan maar door op en neer te zwemmen. Had ik vorige week nog moeite met 2 kilometer, nu zwem ik ze zo weg en vind ik het nog jammer ook dat het voorbij is! De tweede kilometer is wat meer op mijn echte tijd…

Ik klim met een klappertandende Vincent het water uit. Lastig dat je spullen dan ver weg liggen. Mijn lievelingsplek is dit niet, hoewel ik heerlijk gezwommen heb. Ik moet Vincent echt overhalen om te gaan lopen, terwijl PK op ons en de autosleutel moet wachten. Pas bij de auto lukt het me om Vincent om te turnen. Voor de korte afstand moeten wij als team 1 kilometer zwemmen (net gedaan) en 5 kilometer hardlopen. Ergens dit weekend moeten we ook nog 20 kilometer fietsen. Nu zijn we toch bezig, dus laten we de Trispiration kleren aandoen en gaan lopen! We hebben wel even op de kaart gekeken en we zouden om het water heen moeten kunnen lopen. Ondertussen gaan we ook de ‘fartlek’ van de bingo-kaart afstrepen. Dan pak je iets en bij elk voorwerp ga je twintig passen versnellen. We denken dat het wel meevalt met de drukte en kiezen tegenliggers uit. We gaan rechtsom en tellen om de beurt de passen.

Verder zullen we niet heel snel zijn na het enorme snelle zwemmen wat Vincent heeft gedaan en het feit dat ik vanmorgen ook al heb hardgelopen. Als we de bocht omgaan, blijkt het stervensdruk in het park! We komen bijna niet meer toe aan rust en we beginnen de paden te kiezen die er het meest stil uit zien of af te slaan voor we mensen moeten inhalen. We lopen langs het Science Park en raken zo een beetje het spoor en het water bijster. Niet erg, want we hebben ontzettende lol met filmen en passen tellen en naar de brug toe lopen waarvan ik denk dat er Skippy op staat, maar als we dichtbij zijn staan er de letter SCPRK.

We proberen maar mensen te ontwijken, wat in Amsterdam een hele kluif is! Om onszelf een plezier te doen besluiten we de tweede voorbijganger te nemen, maar dan moeten we nog meer tellen en bijhouden en dat is al lastig! Dan zijn weer terug in het park en opeens zien we een bijna leeg pad!

Nadeel is dat we dan weer langs de auto lopen en pas 3 van de 5 kilometers hebben gehad. We gaan terug richting het water en dan zien we een brug. Die gaan we op natuurlijk, maar ik vind het gewiebel en de grootte echt eng! Vincent ziet alleen de megagrote schepen in het kanaal en stuitert van opwinding.

Ik denk bij mezelf: ik moet ook weer naar beneden… Na een korte stop voor foto’s dalen we weer af en ik merk dat ik echt moet wordt. We lopen een stukje tussen het kanaal en het water waarin we zwommen en gaan dan onderlangs terug, omdat daar niemand loopt gelukkig. Ik besluit om na 5 kilometer ook direct te gaan wandelen. Nou, dan is het aardig op bij mij hoor! De 5 kilometertijd is dan ook geen hoogtepunt, maar desondanks vond ik het superleuk om te doen samen met Vincent! That’s what counts!

16 mei Een lekker slome, stille zaterdag. Ik heb eigenlijk nergens zin in. Ik maak het hele huis schoon en ik doe alle klussen die ik moet doen, zodat ik hierna kan genieten van een week vakantie. Het is een soort verplichte vakantie, want ik moet mijn dagen voor 1 juli opmaken. Het fietsen met Vincent stel ik uit tot de avond. En dan heb ik eigenlijk nog niet zoveel zin. Maar goed: 20 kilometer is te overzien. We gaan naar de Praambult en we hebben wind mee. Het lukt me ook niet echt om zin te maken, hoewel samen met Vincent fietsen nooit een straf is. Maar toch fiets ik zo hard mogelijk om er maar zo snel mogelijk vanaf te zijn. Op de Praambult maken we foto’s van de vlakte en Trispiration.

Dan fietsen we snel weer terug. De twintig kilometer komen vol en soms is dat mooi genoeg. Voor mij vandaag tenminste wel! Ons team is klaar met de korte afstand!

17 mei Maar de lange afstand moet ik nog doen… Ik heb vanmorgen met SG afgesproken om te gaan fietsen. Eerst zou het 90 kilometer zijn omdat de Brouwersdam Triatlon die dit weekend zou plaatsvinden, ook zoveel fietsen in zich heeft, maar gelukkig is dat ingekort tot 60 kilometer. Dat vind ik helemaal niet erg! Wij gaan wederom niet voor de snelheid. Ergens heeft SG gezegd dat ze 25 kilometer per uur heel mooi zou vinden, maar ik voel dat alsof het voor mij te snel is en dat maakt me nerveus. SG doet de route en we gaan het Gooi in. Een route voor SG bekend, maar deze keer niet voor mij! Nu moet ik haar kant op fietsen en om 9 uur vertrek ik met maar een heel klein beetje zin en te warm aangekleed. Als we samen Almere uit fietsen, vind ik het al leuker en gezelliger worden en kom ik waar ik nog niet eerder ben geweest! SG verzekert me dat 25 maar een getal is en dat het helemaal niet uitmaakt, dus ik let er niet meer op. Ik heb de mouwtjes uit en we kletsen gewoon weer verder alsof we elkaar niet vrijdag nog zagen! De Hollandse Brug over en dan richting Naarden. We gaan de andere kant langs en dan gaan we richting de Hilversumse Meent. Het is rustig om sommige plekken op deze zondagochtend, maar als we bij ‘s Graveland zijn is het opeens weer superdruk. SG doet de route en het is heerlijk dat ik me daar niet druk over hoeft te maken. We fietsen langs kanaaltjes en over rechte weggetjes. We komen bij Ankeveen en dan gaan we een paadje op wat onverhard blijkt te zijn. Langs de Wijde Blick. Het pad is prachtig en ik geniet er enorm van.

De kattige vrouw langs de kant en de man met een grote fietskar kan mijn humeur niet bederven wat intussen helemaal is opgekalefaterd! Dan rijden we door Nederhorst den Berg waar het druk is en daarna binnendoor naar de Vecht. Ik ben al heel wat kilometers aan het verzamelen. Het gaat prima zo! We komen bij het pontje bij Nigtevegt en die kan ik niet laten liggen, ondanks dat de route er niet langs gaat!

Aan de overkant genieten we van het zonnetje en zoeken we uit of we ook aan de andere kant langs de Vecht kunnen fietsen. Dat is voor mij ook weer nieuw en het is ontzettend mooi en redelijk rustig. Opeens komen we weer op de grote weg bij Naarden en gaan we terug richting het Naardermeer. In mij komt het stomme plan op dat ik zo lekker fietsen en dat we dadelijk dan eindelijk wind mee zullen hebben, dus dat ik dan maar over de dijken terug zal gaan en er 90 kilometer van kan maken. Met dat idee was ik echt nooit weggegaan, maar nu het kan…. SG fietst met me mee over de IJmeerdijk. ik zit op 70 kilometer en tussen Duin en de bocht hebben we nog wind tegen. Ik heb het even zwaar, want nog 20 kilometer erbij is best wel een stuk nog! Maar dan gaat de wind meewerken en wordt het gemakkelijker. SG gaat naar huis, zij zal de 60 kilometer ook met gemak halen. Ik vlieg door. Bij het Bloq zie ik twee clubgenoten en ik prent me haar fietskleur in die ik prachtig vind. Dan fiets ik door naar huis. Het zal op 85/87 kilometer uitkomen. Nou, dat niet dus! Nu ga ik de negentig ook volmaken ook. Ik rij om via de Evenaar en kom mooi uit! Het gemiddelde ligt op 24,5 en dat vind ik heel mooi! Mijn lange afstand zit er ook op.

18 mei Echt uitrusten doe ik niet! Ik doe een heleboel leuke dingen op mijn eerste dag vrij sinds ik bij Qonsío werk. Er staan ook nog twee hardloop-opdrachten op de bingo. Allebei zijn ze zwaar voor mij! Een intervaltraining is vandaag aan de beurt. Ik weet dat je die niet moet onderschatten. 15 keer 30 seconden versnellen. Ik ga rustig inlopen op mijn bekende route over de Evenaar en daarna aan de versnellingen beginnen.

Een clubgenoot fietst me tegemoet. Ik tel 30 seconden af. En dan weer kalmpjes aan voor anderhalve minuut. Dat lijkt lang, maar ik weet al dat ik ze straks nodig heb. Een meneer in een lange broek haalt me in. Ik haal hem in als ik weer versnel. We gaan ongeveer samen het onverharde pad op en hij haalt mij weer in. En dan ik hem weer. Hij keert om, en ik hoop niet dat het door mij komt!

Ik tel en in het begin kijk ik nog na een minuut of ik alweer mag. Na 5 keer spreek ik in dat het inderdaad niet meevalt! na 7 keer ben ik bij het Oostvaarderscentrum. Nu kan ik gaan aftellen! Het wordt wel steeds zwaarder, ook al lijken het maar dertig seconden. Ik heb steeds iets meer tijd nodig voor ik weer ga rennen. Ik ga over de berg en daarna ga ik weer het bos in. Na 10 keer neem ik nog een kleine opname. Elke keer loop ik 100m. Niet snoeihard, maar voor vandaag is het prima! En zeker op de bos-ondergrond. Ik moet ook de brug op versnellen en de laatste keer is de wijk in. Ik ben blij dat ik het heb gehaald, maar echte sprintster is aan mij niet verloren gegaan!

‘s Avonds ga ik nog lekker fietsen samen met Vincent. Ik heb een beetje een gekke route – anders dan anders- in mijn hoofd. Vincent fietst vrolijk mee de andere kant de Trekweg op de hele Ibisweg af. Ik ga niet zo hard (meer), maar ik heb geen enkele last van zadelpijn of ongemakken. We fietsen lekker door Nobelhorst en dan langs het water naar het kasteel. We gaan de stad in en ik heb het idee om maar eens te kijken of Vincents school er nog is. Hij vind het wel leuk om de stille plek te zien. Dan doet hij de route terug, die van zijn vriendje. We fietsen weer 25 kilometer.

19 mei. Ze zitten er tussen, van die dagen dat er niet echt iets lukt of je eigenlijk nergens zin in hebt. Voor mijn baas is het een prima dag omdat ik vakantie heb en dus ook niets hoeft te doen eigenlijk! Maar dan komt het appje van MB of ik mee ga fietsen. Ik weet niet hoe snel ik ‘ja’ moet terugtypen! Ik maak mee het huiswerk een beetje af en om 2 uur vertrek ik richting haar in Almere Haven. Dat is goed voor mij, want dan kan ik even de warming-up zelf doen en de eerste muizenissen in de tegenwind verliezen. Ik hoeft weer niet hard of ver. Een rondje van 50km heb ik uitgezet, over de Grote Trap. Ik word blij als ik MB zie staan op de dijk in het rood van de club. Per onmiddellijk een big smile! Ik weet niet hoe ze het doet, maar mijn humeur knapt er enorm van op. (en dat is niet omdat ze meeleest….) We gaan wind meenemen als we over de Gooimeerdijk fietsen. Ondertussen kletsen we alsof we elkaar maanden niet hebben gezien. Wacht – dat is ook zo! Ik weet niet zoveel aan deze kant, maar MB wel en we fietsen door tot de Eemhof. Sommige mensen vinden dat we niet genoeg opzij gaan, andere heren halen ons zomaar in. Ik heb de tijd voor gezet zodat ik me niet kan opwinden over het (ontbreken van) tempo. Dat geeft mij rust. Dat de wind nog niet tegen waait, zorgt dat je prima kan blijven praten! We gaan een lange gewone weg op door de polder, maar ik ben hier nog nooit geweest. En dan een klein paadje. Ik vertel honderduit. Je zou bijna medelijden krijgen met MB omdat ik zo’n goeie zin heb gekregen en haar de oren van het hoofd klets. We komen bij een fietspaadje wat ons binnendoor richting het Horsterwold brengt en dan hebben we wind tegen. Niks kan mijn goede bui meer bederven en wind-tegen al helemaal niet! We gaan door het Horsterwold en hebben het over kippenlevertjes. Dan twijfelen we even hoe we uitkomen als we een ander pad pakken, maar we willen over de Grote Trap en dan moeten we toch echt eerst het water over. Op de Grote Trap hebben we wind tegen. Dat wisten we. Je rijdt nu tussen het hoge ‘onkruid’ door en dat is prachtig. We slaan de bankjes over, maar ik voel wel een kleine behoefte aan een momentje zonder wind. Dat het ruim 50 kilometer worden staat ook vast. Pas na de Vogelweg nemen we een klein stopmomentje.

We rijden over de Ibisweg en dan steken we door naar de Trekweg. Ik ben bijna rond en MB zal terugfietsen naar Almere Haven. Als ik na 58 kilometer de fiets af stap, ben ik zoveel blijer dan toen ik vertrok!!

Woensdag 20 mei. Ik doe een lunchwandeling met Manuel. En verder vier ik vakantie. Zeg maar.

Donderdag 21 mei. Er staat nog 1 vakje open op de bingo: lopen bij zonsopgang. Dat is de moeilijkste voor mij, want ik ben meer van de zonsondergang. Op deze Hemelvaartsdag staat de wekker op 5 uur. En Vincents wekker ook. We zullen nuchter gaan lopen. Om 10 over 5 staan we buiten. Het is niet zo koud, maar wel stil en mega-rustig. De bus rijdt voorbij. Verder is er geen mens te zien. Toch is het niet meer echt donker.

We lopen langzaam het bekende rondje over de Evenaar naar de berg en verder langs de plassen naar het Oostvaarderscentrum en dan via de trap weer terug. Niet teveel vanmorgen en zeker niet te hard! Pas op de Evenaar durven we hardop te gaan praten. Onze voetstappen en de vogels maken de allergrootste herrie. We gaan de heuvel op en zien de rode lucht in de verte al verschijnen.

Er hangt een prachtige mist boven het water. We lopen rond de 7 minuten per kilometer, want we hebben niks gegeten. We lopen onverhard. Elke auto op de Hogering maakt het geluid van een vrachtwagen! We gaan langs het water lopen en het is net na half 6. We zien de zon boven de Oostvaardersplassen opkomen. We staan er echt voor stil, want dit gaan we niet meer heel vaak meemaken!

De zon is best snel op, kwestie van een minuutje en dan verandert de kleur van roodgetint naar geelgetint. De mist boven het water vibreert en de vogels kwetteren door de frisse lucht heen! De ganzen gaan in grote getalen aan het zwemmen. Wij lopen weer door en voelen dat de energievoorraad uit de vetten moet komen. Vooral voor Vincent is dat een nieuw fenomeen! Ik kom in een soort van comfortzone terecht van ‘gewoon doorlopen’ en terugverlangen naar bed. Ik kruip straks echt terug hoor!

Het voelt een beetje als vakantie, als je vroeg voor de hitte uit op pad moet. Vincent omschrijft het erg mooi: “in deze stilte lijkt de rest van de wereld zo ver weg. Alsof er geen corona bestaat of andere ellende“. Alhoewel stilte… Natuur maakt een enorme hoop herrie! We lopen langs het centrum en intussen is het licht geworden. We gaan naar het trapje.

Dan door de doodstille wijk weer naar huis. Er is zelfs nog niemand zijn hond aan het uitlaten! De voeten lijken te stampen op de brug. We lopen samen door het park tot de helft, Vincent pakt daar iets liever de weg. De zon staat nu al best hoog en we komen weer een bus tegen. Ik heb 6 kilometer gelopen en dat vind ik mooi.
Na een glas melk kruip ik snel terug en Vincent ook! We slapen zelfs nog even. Hoewel ik dit niet snel weer zal doen, neemt niemand ons deze ervaring meer af.

Vincent heeft een familiekado gekregen: een fietscomputertje van Garmin waar routes op kunnen worden gereden. Hij had een goedkoper apparaatje, maar die was tamelijk groot. De Garmin 530 is klein van stuk en kan met een houder prachtig voor zijn neus op het stuur.

Ondanks dat Vincent al twee keer heeft hardgelopen vandaag, moesten we natuurlijk een route testen! We hadden een route gemaakt in Garmin Connect en die op de het apparaatje gezet. En toen mocht ik met Vincents route mee 🙂
Naar de dijk, door het bos om de hordes vliegjes te vermijden en toen richting de gevangenis. Ik ging even lekker op tempo om Vincent bij te halen, kon hij veilig op knoppen drukken. Het ging heel gemakkelijk! Vincent blij omdat het een leuk ding is, ik blij dat ik de routes niet meer hoeft te doen!

We gingen ook testen hoe snel dat ding een andere route vond. Dat deden we bij de Evenaar, toen gingen we strak de andere kant op expres. Hij wilde ons terug naar het punt waar we waren afgeweken, maar toen we weer op de route waren, herstelde de Garmin Edge zich. We reden naar het Kotterbos en het tempo zat er lekker in. Ik vond al die mensen waar we omheen moesten slingeren irritant. En het was hartstikke druk overal! We gingen nog een keer expres van de route af, waar we er later vanzelf weer op zouden komen en dat vond de Edge ook goed. Toen hadden we 25 kilometer gefietst toen we thuiskwamen. We waren voor de zonsondergang thuis, dat wel 😉

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-15

1 mei

De dagen vloeien allemaal een beetje in elkaar over. Vrije dagen, ziektedagen, werkdagen thuis: soms weet je niet meer of het maandag of vrijdag is! We slapen heel wisselend: de ene nacht redelijk, dan weer uren wakker. En was het vorige week nog prachtig weer: vandaag regent het en lijkt het mooie voorjaar weer voorbij. Dat maakt fietsen lastiger in te plannen. Dus ik ga weer hardlopen. Ik moet ook nog fietsen, maar dat zal wel Tacx worden. Ik ga lopen samen met Manuel. Hij moet rustig van mij. Alles in de 6 minuten. Behalve het tempo, mag ik ook de route bepalen. Kotterbos dan maar, want dat schijnt weer helemaal open te zijn! We hobbelen naar de berg en we hebben wind mee, dus ik keur het net goed met 5:56 omdat er een 6 in zit… Ik loop kalm aan op mijn gemak. In mijn korte broek en regenjasje. We gaan “mijn” pad op en lopen te kletsen de hele tijd. Manuel gaat versnellen. Dat vind ik prima, loop ik even alleen door wetende dat ik (vandaag zeker) zijn tempo toch niet kan bijhouden. Ik geniet van de regen. Het klinkt gek, maar dit is echt mijn weer. Heerlijk! Niet koud, maar regen en frisse lucht. Dat voelt voor mij echt goed. We lopen lekker onverhard en ik laat me maar niet opjagen. We gaan langs het water lopen en Manuel gaat op de verharde weg weer versnellen, maar hij had een ander punt in gedachten dan ik, dus lopen we iets verder dan ik dacht. Ik vind het wel grappig en knap dat Manuel zo kan versnellen! Mijn beentjes praten nog na over de training van gisteren. Ik luister gelukkig niet…. Dan gaan we het fietspad op wat net weer open is en daar het bos door. Ik voel me goed en het tempo is prima en het gezelschap ook, maar toch ben ik even vermoeid. Desondanks besluit ik de route te verlengen. Omdat ik gewoon lekker loop! Manuel gaat twee keer op hoog tempo de berg op en ik wacht hem op voor een foto. Een legendarische foto waarop Manuel lacht!

Dan weer verder door het bos naar de volgende berg. We kletsen en Manuel gaat snel de berg op. Ik niet natuurlijk! We gaan onder het spoor door en lopen terug langs de Oostvaardersplassen. Voordeel van dit weer is dat er vrijwel niemand is voor wie je uit moet wijken. 1 Wandelend stelletje.

Manuel doet een lange versnelling, dus ik loop heerlijk in mijn uppie te genieten van het water en de natuur. Ik kan niet kiezen tussen het intervallenpad naar de volgende berg of het trapje, maar Manuel stelt een ommetje voor door het bos. Die kletsen we vol en op het fietspad gaat Manuel zich nog 1 keer ‘uitsloven’. Ik denk dat ik de 14 kilometer ook haal. Zomaar. We lopen samen door het park en dan heeft Manuel meer en sneller gelopen, maar deze keer heb ik het zelf gezien! Ik kom toch wel erg nat thuis. Ik kan de rest van de dag de zin in de tacx nergens meer vinden en laat het achterwege.

2 mei. Een zaterdag die begint met onweer en het wonderlijke feit dat ik als laatste opsta! Het hagelt hard en harder en het onweert ook nog ‘s morgens een keer. Buiten is niet erg aanlokkelijk! Behalve als tussendoor de zon bedrieglijk schijnt. ‘s Middags wordt het beter. Samen met Vincent schrijf ik 6 kaarten. Een opdracht van de bingo: breng kaartjes hardlopend rond. De eerste gaat in de brievenbus op weg naar mijn tante in het zuiden van het land. Vincent doet de route en mag van mij niet dubbelen. Ik draag de kaartjes in de rugzak en het bibliotheekboek.

Door naar mijn teamgenootje die dichtbij woont. Vincent doet de bezorging er ook nog bij. Dan gaan we bij Manuel langs met een heerlijk neppe vakantiekaart uit “Huisaloniki”. Daarna is de vriend van Vincent aan de beurt die ook in onze wijk woont. We gaan rustig verder, want ik heb echt geen haast vandaag en ik mis ook een beetje kracht. We gaan naar mijn andere teamgenootje. ‘t Is best een rare bezigheid zo, want geen idee of de ontvangers het waarderen! Dan maakt Vincent een klein, grappig en achteraf best slim ommetje. We moeten nu nog naar de bieb en een vriendin die Almere Buiten woont. Ik klets tegen Vincent en hou zijn tempo laag. Meestal hoor ik over zijn Pokemons, maar vanmiddag klets ik hem de oren van het hoofd. We brengen het boek terug en dan gaan we langs DR voor de laatste kaart.

We dubbelen bijna, maar blijven aan de andere kant van de straat! Ik begrijp dat het slome gehobbel van mij voor Vincent ook lastig is, dus hij mag een heel stuk eigen tempo doen. Dan vindt hij ineens weer gemakkelijker! We zijn te warm gekleed in onze regenjasjes. We gaan weer naar huis en in de wijk versnelt Vincent nog een keer. “Hou je hem niet meer bij”, vraagt de buurman-wacht die altijd zijn hond uitlaat. Ik antwoord lachend: “al lang niet meer”. We maken 7,5 kilometer vol. Ik heb echt in zone 1 gelopen!

Thuis zit ik te dralen en te appen en te wachten tot de zandkoekjes klaar zijn. Na 3 zandkoekjes ga ik toch nog even fietsen. Op de ATB. Alleen. Hoeft niet zo lang. Het is niet meer zo stil in de Oostvaardersplassen want er kwetteren kei-veel vogels. En dan hoor ik iets aparts in deze tijd: er vliegt een vliegtuig over! Ik val bijna letterlijk van mijn fiets van verbazing. Ik heb wind tegen. Op een zware fiets. Maar niemand die last van me heeft. Ik ga de dijk op en dan heb ik pas echt wind tegen. Schuin voor vanaf het woelige water. Dat woelige water met hoge golven en schuimkoppen beangstigt me. Dat is voor het eerst sinds hele lange tijd. Ik zie hoe hoog de golven zijn en zie mezelf ook weer zwemmen, ploeteren en verzuipen. Ik ga het dijkje even op om het goed in me op te nemen.

Daar word ik rustiger van. Dan besluit ik iets verder te fietsen. Naar de ophaalbrug maar. Liever dan het Wilgenbos, maar eigenlijk kan niet zo goed kiezen! Ik zie zowaar weer een vliegtuig. De wandelaars die ik inhaal, kijken ook al omhoog. De ATB gaat allemaal niet zo hard met mij. Zal ik gewoon teruggaan door het Wilgenbos? Dan kan ik ook genieten van wind-mee op de dijk! Ik heb de tijd en het lukt wel met fietsen. Dus dat doe ik. Hoge Vaart over en dan weer een stuk wind tegen. Ik ploeter me er wel doorheen. Sluisje over en een fotootje maken.

Wie zou er aangebeld hebben? Ik kijk niet verder – dom- want het was Joyce met haar nieuwe fiets! Dan was ik alsnog terug naar haar gereden!! Nu ga ik door het bos en over de brug en dan het dijkje op in de laagste versnelling. Blijft akelig. Vanaf nu heb ik wind mee. Dan vallen de golven ook wel mee. Het is leuk dat ik nu 27 fiets op de ATB, maar daarstraks ging het niet zo hard! Ook langs de plassen is het genieten. Wind mee, mooie kleuren, vergezichten. En zouden ze een nieuwe route vanaf de dijk de plassen in aan het maken zijn? Ik zie wel een soort van bruggetje. Oh, dat zou fijn zijn! En dan hoor ik nog een vliegtuig! De derde al vandaag. Het is een wonder. Ik heb me een beetje verkeken op de afstand, want ik dacht 15-20 kilometer te fietsen, maar het worden er 25. Het fietste wel lekker, alleen erg jammer dat ik Joyce heb gemist.

3 mei. We gaan de Corona Triatlon doen vandaag, Vincent en ik. De Corona Triatlon gaat om fun hebben en hoe je het ook doet: als je het deelt in foto’s of een filmpje, dan krijg je een unieke medaille. Wij hebben ons ingeschreven voor een achtste triatlon: 5 minuten droogzwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer hardlopen. En toen zag ik wat je kon winnen en opeens wilde ik mijn best doen! Ik sliep slecht -en dan bedoel ik: extreem slecht, of eigenlijk helemaal niet, dus zo slecht kon het ook niet zijn! Toen kreeg ik een leuk idee voor een film! Het wordt een avontuur in zwart-wit! In een uurtje schrijf ik het idee uit. Een heuse wedstrijd tussen moeder en zoon, maar dan ludiek, als in een oudhollands journaal. We zouden na de middag beginnen, want er gaat een hoop werk in zitten, in het filmen. We gingen de badkamer in voor het droogzwemmen in het bad en in de douche. Het was hilarisch. We lachten meer dan dat we zwommen en niet alleen wij waren nat, maar de hele badkamer! We maakten prachtige plaatjes.

Door de vermoeidheid kon ik wat lastiger beslissingen nemen. Maar ik wist wel dat we meteen alles in de wisselzone “achtertuin” moesten opnemen. Inclusief de finish. Rob had onze startnummers voorzien van onze namen. Ik nam Vincent op, hij mij. Terwijl we de finish filmden, werd het al donkerder. Ja, helaas: nog voor we de triatlon hadden afgerond, stond de finish al vast… Film is bedrog!

En toen begonnen de druppeltjes. Dat was te verwachten. We zouden wachten tot na de bui en dan gaan fietsen. Maar die bui – daar was onze badkamer niks bij! Het hagelde en alles werd drijfnat. Geen optie meer om te gaan fietsen. Die fietsen stonden onder de overkapping maar ternauwernood droog. We proberen het morgen nog wel een keer.

Maar ik wilde wel hardlopen hoor! Dus in de avond gingen Vincent en ik trailen door het Kotterbos. PL is daar een route aan het uitzetten en ik wilde wel eens weten of hij nog paadjes heeft gevonden die ik niet ken. Eentje. We parkeerden de auto op de parkeerplaats in het midden. De route stond in mijn horloge. We gingen door het pas geopende gedeelte over paden die ik heel lang niet heb gelopen. Het tempo lag niet zo hoog, want dat lukte niet met mijn vermoeidheid. Ik loop dan een beetje als met een jet-lag. Net alsof alles net buiten bereik is. Besef van tijd is zoek.

Ik liep lekker toch de berg over! We liepen over het prachtige knuppelpad.

En over het modder-ommetje. En de natuurbrug. Toen langs de vogeltjes- ieder een andere kant langs. Het werd heel langzaam aan donker. Maar heel langzaam. We slingerden er overal doorheen en dat is wel erg leuk. Op en neer ga je. Allemaal onverhard. Ik kon de route goed volgen.

Vincent pakt even zijn eigen tempo op langs het spoor en dan de berg op. De lucht is mooi rood. Vincent gaat de route doen en neemt mijn horloge over. We komen mountainbikers tegen. Dan gaan we de brug omhoog en in plaats van naar huis gaan we nog een keer het bos door. Over ‘mijn’ pad. Geinig maar waar gaat Vincent nu nog een keer hetzelfde stuk als Manuel vrijdag deed op eigen tempo. Kan ik weer lekker in mijn eigen tempo genieten! De geuren zijn echt overweldigend. De grondmist maakt alles sprookjesachtig. Dan het donkere bos in en over het ATB-pad slingeren. Het wordt nu donkerder, maar toch is alles nog te zien. We moeten een stukje verhard lopen en dan het laatste stukje langs het water. Daar is de grondmist helemaal mooi, maar ongrijpbaar.

Het zullen net geen 10 kilometer worden. Als we bij de parkeerplaats zijn is daar net iets teveel volk om nog 500m rondjes te lopen. We stappen snel in. Het is half 10.

4 mei

We gaan het opnieuw proberen met de Corona Triatlon. We moeten alleen de beelden onderweg nog maken op de fiets en bij het hardlopen.
We kijken naar het weerbericht, maar dat ziet er voor vandaag prima uit. We pakken de spullen. Gelukkig hoeven we niet op de kleuren te letten, want het filmpje wordt zwart-wit! Ik vind dat ik toch zoveel mogelijk het idee van triatlon moet vasthouden, dus ik ga eerst ‘droogzwemmen’. Niet in de douche, maar nu op een kist liggend. Dat valt best tegen! Het is nog best zwaar met de zon, een brilletje wat beslaat, slechte buikspieren en een slag die je niet helpt! Ik moest het 5 minuten volhouden en dat lukte, maar Vincent sloeg even over!

Daarna gingen we fietsen. We gingen gewoon naar de dijk en langs het Bloq. Al na 2,5 kilometer zag ik dat we mooi konden filmen op de plek waar het fietspad hoog en laag langsgaat. Horloges uit, fietsen aan de kant en de telefoon klaarzetten om te filmen. Tegen een bidon aan. En dan langsfietsen. Maar toen waaide de telefoon om! Even denken…. Daar heb je twee bidons voor! Klemmen met die telefoon en dan rond fietsen. Gek genoeg zijn die onderbrekingen nog zwaarder dan gewoon hard doorfietsen. Op de dijk gingen we nog een keer filmen. We gingen een parkeerplaatsje op. De golven waren best flink. Op en neer fietsen. Toen Vincent mij wilde gaan filmen, toen kwam er een DHL-busje pauzeren op d plek waar wij wilden filmen! Ik vroeg hem iets verder te gaan staan en de jongeman grijnsde om onze opnames bij zijn boterhammetje. Toen fietsen we snel door naar het Bloq. De brug achter het Bloq (de Wilgenbrug) leende zich ook weer voor opnames. Weer stoppen en op en neer fietsen. De telefoon stond wel leuk tussen het riet en twee bidons! Hij was weer gevallen, maar pas op het allerlaatste moment gelukkig.
Toen gingen we eventjes doorfietsen. Tot het sluisje in elk geval.

Ik dacht: we hebben de opnames, ik ben het een beetje zat. En toen bedacht ik dat wel even bij Joyce langs konden gaan, zodat ik haar fiets kon zien. Helaas was Joyce niet thuis. Toen ging Vincent kijken of zijn vriendjes er waren en ik fietste even rond, maar ik zag Joyce niet. We kwamen weer snel en onverrichter zaken bij elkaar en toen dacht ik dat we maar eens anders moesten gaan fietsen richting de medaillemaker. Ik was een beetje kregel doordat het niet zo opschoot aan alle kanten. Ik raakte echt geïrriteerd toen mijn collega dingen ging vragen op mijn vrije dag. En toen schakelde Vincent zijn ketting vast. Dat was de druppel. Ik was pissed op mijn collega die ik moest gaan helpen en dat we moesten lopen en dat mijn handen zwart waren: even niet leuk. We liepen terug naar Joyce’ huis en Joyces man zei dat we het wiel even moesten loshalen en toen ging het goed met de ketting. Gelukkig maar. Ik was erg mokkig en zwijgend fietsten we de 20 kilometer vol. We moesten ook nog gaan lopen, maar eerst moest ik die collega helpen. Ik baalde er echt van, maar ik mailde en belde en loste het op.

Toen gingen we hardlopen. Het was nog best warm, maar het ging wel goed. We liepen een rondje om de wijk, want we hoefden maar 5 kilometer te lopen. Op het onverharde pad gingen we filmen. Vincent zei de hele tijd met een knipoog: maar ik heb al gewonnen, dus ik hoeft niet hard te lopen! Ik had ontzettend trek intussen, dus ik wilde wel flink doorlopen. En het ging ook goed. Achter de wijk gingen we nog een keer filmen. We gingen ook even kijken voor PL of er een pad liep, maar dat was er niet. Al die stopjes bij het lopen zijn juist minder vermoeiend! De laatste kilometer wilden we nog even aanzetten, maar toen reed PL voorbij en toeterde naar ons. We kletsten nog even.

Hier staat het filmpje van de Corona-triatlon (ingesproken door Rob)

https://www.badnews.nl/corona.html

Eenmaal thuis ging ik eerst lekkere dingen naar binnen werken! Het filmpje moet maar even wachten. Mijn conditie is helemaal op zijn top! Een VO2max van 48 is mega-mega-hoog.

5 mei Ik had geen zin vandaag. Nergens in. Niet dat er iets was, maar ik zat niet lekker, lag niet lekker en wilde niet. Er kwam ook niks uit mijn handen. Zelfs niks doen lukte niet echt. We zouden gaan fietsen, Vincent en ik, maar ook daar kon ik geen zin voor vinden. Zo’n met-het-verkeerde-been-uit-bed-dag. Doe je niks aan. Toch maar gaan fietsen dus. We zouden het rondje om het Gooimeer gaan doen. Eerst wind mee op de Oostvaardersdijk en dan door Huizen terug. De zin kwam niet. Het fietste niet slecht of vervelend, maar de zin ontbrak. Het voelde niet als een vrije dag. Eens in de 5 jaar is 5 mei vrij, maar het voelde niet zo. Ik moest ook nog iets werken, wat ik al had gedaan ‘s morgens, maar ‘s middags moest controleren, dus het was ook niet echt vrij. Toen we bij Duin fietsten overlegden we wat we zouden doen en we besloten gewoon door het Kromslootpark en de stad terug te fietsen. We maakten een plasstop bij een bankje en een bosje.

Allebei een beetje van de route. Langs de snelweg en grappig genoeg kwamen we toen achter het kasteel uit. We kletsten en overlegden en toen reden we toch 45 kilometer. Dat paste vandaag gewoon beter dan de bedachte 70 kilometer. Dan moet je maar zorgen dat je het goede been pakt om weer in bed te stappen ‘s avonds!

6 mei

Tijdenlang vroeg ik me al fietsend op de Oostvaardersdijk richting het Bloq af wat er nou toch aan de overkant lag… En meestal was ik het dan weer vergeten als ik thuis was. Tot een week geleden: toen ging ik het eindelijk eens nakijken: daar ligt Marken. Ongeveer op dezelfde dag kwam de uitnodiging binnen om mee te doen aan de Virtuele Water Run. Ik combineerde die twee meteen en SMSte Joyce of ze mee een rondje om Marken ging lopen. Route uitgestippeld over de dijken en langs het vuurtorentje van ongeveer 14 kilometer.

Nu keek ik vanaf de fiets gisteren of ik dat torentje kon zien staan, maar ik zie vooral veel zeiltjes van bootjes. We spreken af aan het begin van de toegangsdijk om Marken niet in te hoeven rijden. We lopen dus een ander stukje extra. Het beloofde prachtig weer te worden, dus een beetje zonnebrand op en het rugzakje vullen en na weer even bijspringen op het werk naar Amsterdam rijden. Ik moet binnendoor omdat er een ongeluk is gebeurd op de A10 en daardoor kom ik door pittoreske dorpjes. Het weggetje is smal en een beetje onnederlands, maar het water en de Zaanse huisjes er omheen maken dat ruimschoots goed! Ik ben er bijna als Joyce me appt dat zij er is samen met een miljoen muggen. Dat is een heel zuinige schatting… Ik denk eerder aan miljarden. Een hele toegangsdijk tot Marken lang lopen we door mugjes-mugjes en nog meer mugjes. Het is 3 kilometer lang en ik tegen de verwachting in loop ik gemakkelijk. Ik zag er tegenop, want ik vind 14/15 kilometer ook best veel. We kletsen een beetje, maar de vliegjes laten het niet zo toe. Aan de kant van de weg staat dat Marken is afgesloten. Ik weet niet dat ik of ik ooit eerder in Marken was, ik weet er niks van. Het is voor mij ‘de andere kant’ als waar ik woon. Joyce kent het wel van de boot vanuit Volendam, maar die vaart niet meer natuurlijk tijdens de Corona stilte.

We gaan het hobbelige paadje aan de buitenkant volgen vanaf paaltje 12 tot aan paaltje 1. De vliegjes nemen gelukkig af. En dan staan we in de haven van Marken. Het ziet er popperig uit. De bootjes en huisjes zijn echt schattig. We zien twee plantsoenmedewerkers die ons gedag zeggen en 1 bewoonster staat buiten. We kijken even naar de stilte en Joyce verzekert me dat het hier normaal vol toeristen zou moeten staan.

Ik weet niet wat ik er van denk eigenlijk, ik vind het vooral mooi en lieflijk in de prachtige zon. En ik ben blij dat de vliegjes geweken zijn! We verlaten de haven en beginnen nu bij paaltje 85 en dat vind ik dan weer lollig: aftellen tot 12. We lopen in een kalm tempo door richting de onafgemaakte dam. Die zullen we overslaan vandaag, want we moeten nog terug naar het ‘vasteland’. Ik twijfel even of ik alleen op en neer zal lopen, maar het is niet verstandig en we zijn hier samen, dus om Joyce nu een half uur op mij te laten wachten – nee. Verstandig zijn. En dat is helemaal niet zo moeilijk, want nu lopen we de goede kant op: we gaan uitkijken van Almere tot aan Lelystad. Ik denk de hele tijd: oh, ik ben aan de andere kant! Zomaar! Ik loop hier nu!

Er ligt een jaren-70 wijkje en de inwoners moedigen ons aan. Het water kabbelt. En er is niemand. Het pad blijft hobbelig, het water de hele tijd aanwezig; wat mooi is voor een virtuele water run! De plaatselijke bewoners moedigen ons aan en we mogen terugkomen voor de koffie als we klaar zijn! We komen niemand tegen, kilometers lang niet. Hoeven we alleen maar te kijken naar wat nu de overkant is en naar het prachtige vuurtorentje. We maken foto’s.

Haast is vandaag niet ons motto. Bij het vuurtorentje zijn twee racefietsers, 1 ervan heb ik al bij Uitdam ingehaald. We kijken en genieten uitgebreid en lang. Op het strandje met 1000 foto’s en dan zie je weer waar de Oostvaardersplassen moeten liggen en daarna zie je de IJbrug bij Amsterdam, er is een zeilbootje en vogels en een be-safe spandoek bij het vuurtorentje. Er zijn golfjes en een klein vliegtuigje. Ook is er een saaie toilet, maar zelf dat stelt me gerust, omdat ik niet hoeft. Er staat een oerhollandse koe met zijn spiegeling in het water.

En dan zie je Almere weer – het lijkt zo dichtbij eigenlijk! Na een uitgebreid geniet-moment gaan we verder met paaltjes aftellen. Ik loop vooruit tot paaltje 35, maar Joyce blijft niet echt ver achter.

Er zijn lammetjes en een paar tegenliggers. In de verte huisjes. We lopen langs de authentieke huisjes met een fiets en de was ervoor. Weer even een fotootje.

En daar ligt Almere voor ons. We komen samen tot de conclusie dat het eigenlijk niet goed genoeg is doorgedrongen hoe stil het centrum was. We willen allebei nog een keer terug. Ik kan dat wel, maar dan worden het meer dan 15 kilometer. We hebben het er voor over. We lopen via de ‘grote’ weg naar het dorp. De zon is lekker fel nu en ik drink door alle stops veelvuldig van de sportdrank. Dat geeft me energie. En het feit dat ik hier ben en kan zijn en mag genieten geeft me nog meer kracht en energie.

We komen bij het ophaalbrugje langs de parkeerplaats. Er is niemand. Niet bij de klompenmakerij, niet op de brug, niet bij de huisjes daarachter, niet bij de lammetjes. 1 Jongentje die de hond uitlaat en 1 auto, maar de foto’s van ons zijn volledig vrij van toeristen. Aan de ene kant prachtig, uniek en super-authentiek; aan de andere kant: waar moeten die mensen nu van leven? Er is geen winkeltje open. Geen terrasje gevuld. Er wordt geschilderd en we moeten ons langs een steiger wurmen. Een bewoonster zit in haar tuin te lezen en verder wordt er wel geleefd, maar de stilte is ook… drukkend en onwerkelijk.

Joyce wordt vermoeider en we doen rustig aan. We hoeven dit alleen maar in ons op te nemen, deze training hoeven we niet te winnen. We komen weer in de haven en er is nog steeds niemand.

De plantsoenmedewerkers herkennen ons! Twee bewoonsters zonder klederdracht staan te kletsen. Je hoort vogels, water en wind en een pomp van een vijvertje. Geen Japans, geen fototoestellen, geen gejoel en geschreeuw, geen drukte. We zitten op het bankje. Er komt een medewerkster aangefietst van een cafe voor een overlegje op straat. En dat zijn werkelijk alle mensen die er zijn. We voelen ons de toeristen van de dag. Alle twee. Twee toeristen – we vragen ons af of we in de plaatselijke courant vermeld zullen worden. We lopen nog naar het beeld en kijken naar Volendam en dan gaan we terug van paaltje 1 naar paaltje 12. Ik kan nog steeds met gemak lopen, ook al zitten er al 15 kilometer op. Joyce zit nog in de opbouw en ze neemt het dappere besluit dat ze achter zal blijven en dat ik de auto ga halen.

De vliegjes zijn sterk gedecimeerd, of dat nu komt omdat we ze vanmorgen hebben doodgelopen of doordat er meer wind of zon is zal me een worst wezen! Ik heb nog 3 kilometer voor de boeg in mijn eigen tempo. Ik heb geen haast, maar ik heb nog kracht zat. En een missie! De zon brandt nu wel meer. Ik loop naar de molens toe. 2 Motoren overleggen of ze nu wel of niet Marken in mogen. Als ik de hoek om ga, wordt het gras gemaaid en ruikt het heerlijk. Voor mij, dat ik het volhoud en gewoon lekker blijf lopen! Vincent belt me of ik kom lunchen. De laatste kilometer is iets zwaarder, want die wil ik de snelste laten zijn. Dat lukt en ik kom toch nog 3 dikke zwermen vliegen tegen. 18 Kilometer. Ik loop soort van ‘zomaar’ achttien kilometer! En dat met een gemiddelde van onder de 7 minuten, want ik heb lekker mijn horloge uitgezet bij de lange stops. We zijn wel minstens een half uur langer onderweg geweest, maar dat kan me niet schelen. Bij de auto wordt het opeens druk met andere picknickers en daar zijn wel nog veel vliegjes. Ik stap in, leg de handdoek klaar voor Joyce en rij naar haar toe, terwijl ik de hersteldrank al wegdrink. Als we weer samen bij de parkeerplaats zijn pikken we snel het laatste bankje in en drinken de cola en eten de nootjes. We kletsen door alsof we nog geen 3 uur samen zijn geweest. Dan gaan we ieder met onze eigen auto weer terug naar huis.

Het was geweldig. Uniek. Niks virtueels aan. Wel veel water. En vooral heel, heel weinig mensen. Thuis ben ik eigenlijk alweer aardig bij en blijkt dat ik keurig een liter sportdrank heb gedronken! We maken het filmpje van de Corona triatlon ook nog af. Zo kan het van de ene dag op de andere verschillen!

7 mei Een dag werken. En Rob moest naar het ziekenhuis voor een bezoek en die moest ik weer ophalen ook, want hij mocht niet zelf rijden van de narcose. Niets ernstigs gelukkig, maar wel onrustig met het werken erbij. Ik wilde toch eventjes naar buiten! Dus ik vroeg Joyce of ze nog ging fietsen en die vraag kwam als geroepen. Want zij wilde wel, maar het kwam er nog niet van. We spraken af voor half 8 en eindelijk mocht ik de brandschone, nieuwe, stralende ATB van Joyce ook aanschouwen! Het was heerlijk fietsen samen: geen haast, lekker kletsen zonder moeite en uitkijken op Marken. Dat zag er nog best groot uit en de vuurtoren was ontzettend herkenbaar. hoe kan ik die al die jaren hebben gemist….

We gingen langs de Noorderplassen. Veel vliegjes. En over de rode ophaalbrug. En toen gebeurde het….. Op de brug. Ik fietste raar en hoorde PLOEF en toen was de band plat. Kei-plat.

En Rob mag niet rijden. En Joyces man is niet bereikbaar. Ik baalde er niet van ofzo, maar besefte wel dat het een lastig parket was. Mijn conditie is top, dus ik loop wel. Joyce vond het idee dat een ATBband lek kan raken niet zo prettig, want daar had ze juist een ATB voor gekocht! Joyce zou naar haar huis fietsen en de auto pakken en me ophalen. Ik liep richting het sportpark. De band klonk de hele tijd als flofff-floef. Ik liep op klikpedalen! Ik liep flink door en fotografeerde de ganzen.

Ik sleepte de fiets en mij de brug op en was echt snel. Toen het sportpark in en ik dacht wel de baan te halen. We hadden iets minder goed het waar afgesproken. Ik liep naar het zwembad. Daar haalde Joyce mij op en zette mij en mijn fiets thuis af. Gister hielp ik haar, vandaag zij mij! Het bleek dat het ventiel stuk was gegaan. Dus de stelling dat de band van een ATB niet lek kan raken, blijft gelukkig redelijk overeind!

8 mei Ik had mijn werkdag geruild met 4 mei, dus op deze vrijdag was ik aan het werken. Dat vind ik niet erg hoor! Maar dat het steeds rustiger wordt aan de telefoon vind ik wel jammer. Ik zou vanavond naar Amsterdam gaan om te gaan zwemmen. Met de groep waar ik nu lid van ben: Trispiration.

Een groep vrouwen, dames, meiden die op hun eigen niveau en naar eigen vermogen triatlons doen. Onder leiding van JB, die de drijvende kracht en inspiratie is. Ze heeft een 5-tal triatlon-achtige wedstrijden georganiseerd. Als lid van de club mag ik vanzelf meedoen. Ik ben er nog niet aan toe om het te promoten, maar SG en KH doen ook mee. De snelste ga ik niet worden. Het is een uitdaging, laten we maar zeggen. De eerste uitdaging is het om 2000m te zwemmen en 10 kilometer te lopen in dit weekend. Ik doe namelijk (natuurlijk) mee voor de lange afstand. Dit hoeft niet achter elkaar, maar het mag wel en dat ga ik natuurlijk ook doen! Maar eerst rij ik naar IJburg om te gaan zwemmen. We moeten op tijd eten. Ik vind het altijd erg spannend als ik met anderen mee moet. Mag. Ga. Elke keer komt die vraag boven: “wat als dit de keer is dat het niet lukt?” Ik heb al buiten gezwommen, dus zo erg zal het niet zijn. Ik parkeer de auto en betaal voor het laatste kwartiertje. Dan loop ik naar de andere 3 dames. Ik ben een beetje stilletjes, voor mij geen circus. Spullen aan en dan vertelt 1 van de meisjes dat ze zou uitkomen in de eredivisie. Ineens voel ik me heel klein en vooral heel erg langzaam. In een halve triatlon heeft ze 30 minuten gezwommen, ik op mijn beste dag ooit 40 minuten. Ze hoeven niet op mij te wachten hoor! Ik doe mijn eigen ding wel. JB vraagt me hoe lang over een kilometer zwem en ik zeg dat ik blij ben met 22 minuten. Voor mij is dit een training, geen echte wedstrijd. We zullen langs de huizen gaan zwemmen, tot de tweede brug en dan terug. Zij zwemmen voor mij uit en dan zullen we elkaar weer tegenkomen. Ik vind het prima, maar laat mij mijn eigen gang gaan alsjeblieft!

We beginnen bij de boei. Ik kan het nog! Het lukt nog! Het water is troebel, maar niet koud. De andere twee boeitjes verdwijnen voor me net niet uit het zicht. Dan kan ik mooi iets volgen. De omgeving is onrustig met alle vlonders, bootjes, huizen. Er zijn geluiden, geurtjes, heel veel vormpjes. Het is lastig in mijn rust te komen en ik blijf een beetje gejaagd voelen. Ik vind het wel weer erg leuk om onder de brug door te gaan. Echt erbij stilstaan/liggen doe ik niet, want ik moet wel een beetje doorzwemmen. Dan begin ik me opeens zorgen te maken dat 2 kilometer voor mij een enorm stuk is. Dat is net zoveel als iemand die normaal tien kilometertjes loopt, opeens een halve marathon aan te bieden. Die anderen zijn sterkte zwemmers, maar ik niet. Hoewel dit wel gemakkelijk zwemt zonder golven. Als ik me erbij neerleg dat ik niets meer of minder hoeft te doen dan 2 kilometer volzwemmen, dan gaat het iets beter. Mijn slag is niet heel sterk vandaag. Ik kan wel 1 op 4 ademen, maar dat is net teveel gevraagd. 1 op 2 is dan weer te onrustig. Ik kom de anderen tegen onder de tweede brug. Iets verderop zegt Josta me tot de groene boei te zwemmen en dan om te keren, dat is ongeveer 700 meter. Ik zou wel tot 1000m willen zwemmen en dan omkeren, dan weet ik zeker dat het lukt. Ik zie ze nu niet meer voor me, ze zijn ver weg. De onrust maakt het vermoeiender. Nog lastiger zijn de kinderen op de motorboot en het vlot, waarvan ik niet goed kan inschatten of zij wel met mij rekening houden. Ik ga heus 2000m halen, maar voor mij is het prima als ik dat binnen 3 kwartier zou redden. En anders niet hoor, als ik het maar volzwem! Ik ga afwisselend 1 op 4 en 1 op 2 ademen, dat is erg prettig. En zo kom ik dan ook in een laat-mij-maar-lekker-gaan-ritme.

En dan is JB daar opeens weer! Ze vraagt of het nog lukt en dat kan ik bevestigen. Ze zwemt een stukje mee, maar onmiddellijk voel ik de druk dat zij zich voor mij moet inhouden of ik voor haar sneller zou moeten zwemmen. Gelukkig zwemt zij door en dan ga ik de laatste 500m ook nog wel halen en ik ben de huizen voorbij en heb letterlijk en figuurlijk meer ruimte om me heen. Dat doet me goed. Mijn slagen worden langer en ik iets rustiger. Ik kan nu van boei naar boei gaan zwemmen. Dan hou ik de afstand een beetje in de gaten. Als ik een beetje mijn best doe, dan gaat het lukken. Ik ben heel blij als ik binnen 45 minuten klaar ben met de 2 kilometer. Ik heb het gewoon gehaald en voor mijn doen binnen een prima tijd nog ook! Dat de anderen al bijna omgekleed zijn, zal me wat. Het meisje van de eredivisie heeft shinsplits, dus die zit met hardlopen. Tja, niet in haar eigen tempo waarschijnlijk. Ieder z’n ding! Ik kleed me om en ga beleven hoe het ook weer was om met natte spullen aan te lopen. Ik mag dit alleen doen, nu gaat er niemand meer mee. Behalve mijn eigen muziek. Gelletje erin en dan ga ik met mijn nieuwe Trispiration topje aan. Brug over. Tempo hoeft niet hoog te zijn van mezelf. Maar eens genieten van deze nieuwe omgeving. De eerste kilometer gaat top! Dan ga ik het lange pad op langs het park, waar ik ooit met Joyce ging hardlopen van Amsterdam naar huis. Toen was er niemand, nu was het slingeren om de mensen heen. Je hoort idioot veel talen! En er zijn konijnen. Ik zag een mevrouw in een sari met sportschoenen. En ik hoorde kikkers. De tweede kilometer ging ook goed en al iets sneller. Ergens in de derde kilometer plopte het idee op om de tien kilometer in een uur te lopen. Vind ik heel redelijk. Ik liep onderlangs. Op 4 kilometer stond ik aan het einde van het park en ik maakte foto’s.

Ik was aardig opgedroogd en alle kleren zaten perfect. De zon is mooi en ik geniet even, maar bedenk dat 10 kilometer hardlopen na 2 kilometer zwemmen ook niet gemakkelijk zou moeten zijn. Ik loop bovenlangs terug en ga dan het park door. Het wordt zwaarder. Dat voelt zo. Ik ben minder scherp en ik begin met aftellen. Ik heb de 5 kilometer netjes binnen het half uur gedaan, dus een uur moet lukken. Ik ga aan het zwerven in de zesde kilometer. Anders ben ik met 8 kilometer weer bij de auto. Ik begin me zorgen te maken over het wetsuit, of dat wel goed ligt in de auto. Ik zoek een onverhard pad uit in de zevende kilometer. Mul zand is erg, maar losse kiezels is een ramp!

Ik moet aan de zijkanten lopen, anders verspeel ik mijn uur. De zon gaat onder en het is wel erg mooi nu hier, zo midden in de stad. Ik maak nog een ommetje en kom op 8 kilometer uit. Gelukkig maar, want ik begin het een beetje zat te worden. Waarom wilde ik dit ook alweer…. Wie moet ik iets bewijzen ook alweer…. En dan nog maar 1 kilometer terug naar de auto. Ik ga het halen binnen een uur, maar ruim is het niet. Het schemert al. Ik ben netjes bij de auto op 10 kilometer en daar heb ik ruim 59 minuten over gedaan. Met stopjes erin natuurlijk wel iets langer dan een uur, eerlijk is eerlijk…. het wetsuit ligt er uiteraard prima bij. Nu moet ik naar huis om te plassen. Ik ben blij en trots op mezelf dat ik dit heb gedaan!

9 mei Vincent wil ook buiten zwemmen. Hij heeft een nieuwe (tweedehands) wetsuit, maar die is nog te groot. Ik bedenk dat we dan ook de korte afstand van Trispiration kunnen doen: dat is 1 kilometer zwemmen en 5 kilometer lopen. Dus we pakken de loopspullen ook in. In de middag rijden we naar de Noorderplassen. Het is er druk. Er is zelfs ijs te koop! Kindertjes spelen in hun badpakjes in het water. Komen wij aan… Maar goed, het is de eerste minuut niet warm. Vincent vindt het spannend.

Ik ben er snel doorheen en het is fijn dat je hier de bodem kunt zien. Ik blijf vlak bij Vincent die veel meer moeite heeft met doorkomen. We houden de schoolslag aan. Ik blijf met hem praten en dan steekt hij toch heel voorzichtig zijn hoofd in het water. Ik voor mijzelf zou zo weg willen zwemmen, want ik vind het niet koud of moeilijk. Het is wel retedruk op het water. Vol met bootjes. We gaan zwemmen en ik blijf in Vincents buurt, links van hem, zodat ik rechts kan kijken. Gek genoeg heb ik geen enkele last van het feit dat ik gister al gezwommen heb. We zwemmen naar de boot. Daar kletsen we weer even en dan weer terug. We zullen doorgaan tot Vincent een kilometer heeft. Ik zet mijn horloge elke keer stil als we niet zwemmen. We zwemmen weer terug en nu ik aan de andere kant zwem, kan ik opeens 1 op 3 ademen omdat ik Vincent wil blijven volgen! Ik zwem echt lekker, hoeft mijn best niet te doen en dan zijn mijn slagen heel rustig. Ik kan zelfs eens even op mijn techniek letten, nu ik hier toch in het water lig! We zwemmen het strand voorbij. Ik zit al op een dikke kilometer, maar Vincent nog niet. Het is verzamelen, maar dan lukt het toch mooi en kunnen we het water uit. Het is gelukkig niet koud en de zon schijnt volop!

We kletsen nog met de moeder van een mooie meisje (volgens Vincent) in een kano. Wij gaan ons omkleden in wisselzone achterbak. Ondertussen maken we een ‘vlog’ Vroeger heette dat filmen, maar nu is het “vloggen”. Dat we voor Trispiration nog 5 kilometer gaan hardlopen. Lekker rustig aan. Dat het warm is. En dat we nat zijn. Dat zetten we op film. We hebben geen haast, we gaan gewoon lekker lopen! Het is in elk geval gezellig en we lachen ons suf om het Plassenpad en dat we kunnen hardlopen. De hitte valt mee. Als we langs het andere strandje lopen, blijkt bij ons strandje de drukte ook mee te hebben gevallen! We lopen nog best redelijk hard eigenlijk. We gaan de Hogering over en lopen lekker in de schaduw. Vincent heeft mijn Trispiration shirt aan en noemt het “mijn” shirt. Hm, ik weet niet of ik dat wel over heb voor lekker samen sporten!! Na 3 kilometer in een keurig tempo weet ik dat voor mij het moeilijke stuk komt: in de volle zon over een saai industrieterrein. Vincent houdt me vrolijk en houdt het tempo op peil. Omdat we wind tegen hebben, valt het wel mee. Dan komen we weer langs de drukke stukken. Het gaat lekker en we gaan elke kilometer iets sneller. Dus de laatste kilometer zeg ik maar niks meer en we lopen best door. Dat gaat wel eigenlijk. We lopen 5 kilometer binnen het half uur.

En dan kunnen we naar huis om af te spoelen en ik ben behoorlijk tevreden met de zwemloop die ik na gisteren toch maar weer even heb uitgevoerd. Ook al kost het me een Trispiration-shirt! Om het af te maken gaan we ‘s avonds met zijn drietjes nog een rondje om de wijk wandelen.

Kopje thee voor de wissel-pauze tijdens de triatlon?

10 mei. Het is moederdag. Kan mij niet boeien, maar het voelt toch raar dit jaar. Geen moeders te bezoeken. En ik heb ook niet meer heel veel werk en dingen te doen. Vincent wel, die heeft een beetje hoofd- en buikpijn. Hij gaat niet met mij mee en ik ga lekker alleen fietsen. Ik ga richting de Oostvaardersdijk en geniet even van de stilte en het alleen zijn. Dat komt niet zo heel vaak (meer) voor in deze periode. Alleen thuis zijn heb ik al maanden niet meer beleefd. Wel keert er nu wat rust en gewenning terug, want Rob gaat weer beter en het thuis-werken went. Morgen is Vincents vakantie weer voorbij en wordt het thuis-leren ook weer gewoner. Ik heb over de dijk wind mee en dat gaat lekker! Ik besluit mijn cadans eens hoog te houden. Het gaat zo lekker dat ik bij de Noorderplassen besluit door te fietsen naar het Garden of Love and Fire kunstwerk. Ik ga dan door de stad om de wind tegen een beetje te breken. Zin om een foto te maken ontbreekt me. Het gaat echt lekker, ook al halen kuddes heren me in. De wind langs het kunstwerk valt ook nog mee en het tempo dat daarbij hoort dus ook. Ik ga rechtdoor entwijfel nog even om ook nog om het Weerwater te gaan, maar dat doe ik toch maar niet, want ik heb ook een beetje trek in lunch!

Ik ga terug over het Spoorbaanpad en het tempo blijft maar hoog. Dus misschien word je van die hoge cadans toch later moe. Ik neem nog een ommetje om de 30 kilometer vol te maken. En dan zit ik ook eens op een gemiddelde van 27 kilometer per uur! Kwestie van kijken naar de wind, misschien een hoge cadans aan blijven houden en doorfietsen. Ik smul van het frikandellenbroodje!

‘s Middags heb ik nog steeds niet zo heel veel te doen. Ik voel me prima, dus ik ga denk ik maar hardlopen. De extra uitdaging van de bingo is afgelopen vrijdag ingegaan en je moet daarvoor 4 kilometer achter elkaar hardlopen. Ik ben nu toch bezig, dus laat ik doorgaan! Ik ga alleen. Ik combineer deze opdracht met een andere opdracht van de bingo, namelijk de “pitstop thuis”. Dan doe je 2 rondjes met je huis als middelpunt. Ik wil 4 rondjes doen van een kilometer. En dan elke keer langs huis lopen. Het waait hard, maar ik loop lekker. Ik vind het grappig om zo rond te lopen en na dik een kilometer ben ik weer bij huis en loop ik langs. En langs de meneer van nummer 19 uit onze straat die zijn hondje uitlaat. “Je loopt je huis voorbij” zegt hij. Ik ga door tegen de wind in en maak het tweede ommetje iets groter, zodat ik dadelijk aan de andere kant ook een rechthoekje kan maken. “Daar ben je weer” zegt de meneer met het hondje verbaasd. Ik neem thuis een slok drinken en maak gebruik van de camera-bel die we hebben voor een kort filmpje. Dan een rondje richting het station en ik ga voor het spoor naar rechts. Ik loop gewoon door over het gras en ontdek zowaar in de wijk op nog geen kilometer van huis een prachtig onverhard paadje langs het spoor! Dat soort dingen maken me opgetogen.

Ik loop over de Evenaar en dan bij de AH ga ik terug richting het station. Ik hoeft nu nog maar 1 klein rondje te lopen. Ik ga niet langs huis, dat is niet nodig. Ik loop om de oude Albert Heijn heen die nu een bouwput is en dan word ik het ook wel een beetje moe. Maar het klavertje zal ik volmaken! Het tempo blijft lekker hoog en doet niet onder voor gisteren. Ik onthoud de tijden waarop ik thuis langs heb gelopen voor de camera. Ik loop 6 kilometer.

11 mei Om de extra bingo-opdracht toch vol te maken, moet ik vandaag ook lopen. Ik werk de hele dag en dan kijk ik er aan de ene naar uit en aan de andere kant zie ik er tegenop. We hebben ook nog een virtuele Roparun uitstaan voor een mooie medaille in de vorm van een molentje. Voor Vincent en mij.

Na het klavertje gister, heb ik bedacht vandaag een molentje te lopen! Vincent had de route uitgedacht. Na het eten gaan we en ik vind het best zwaar. Eerst dezelfde blokjes als gisteren, maar Vincent maakt ze kleiner. Dat vind ik niet erg, want ik wil niet heel veel lopen. Voor de bingo zou ik maar 1 mijl te hoeven, maar daar doe ik mijn schoenen niet voor aan! We gaan de wieken lopen aan de andere kant van het spoor. Vincent kan zijn wiek niet precies maken zoals hij had gedacht, maar ik weet dat het goed komt. Ik ga me er tot ergernis van Vincent tegenaan bemoeien.

We lopen de vierde wiek ook vol discussie, want zijn idee van het huisje onder de molen is ook een vierkantje, terwijl ik op zoek ga naar een driehoekje. We steken de Evenaar over en moeten een klein stukje te ver en dan volgens Vincent te lang terug. Hij denkt niet dat het een driehoekje wordt, maar ik heb hoop! Ondanks de driftige discussie is het wel gemoedelijk lopen. Voor mijn gevoel gaat het supertraag. We steken weer door de wijk terug en het worden meer kilometers dan gisteren! Al met al zijn het er 7 en ik ben best blij dat het er op zit! Het is een prachtige molen geworden, die heel herkenbaar is.

En dan heb ik ook nog vier dagen achter elkaar gelopen!

12 mei Doen we een wandelingetje met zijn drietjes. Een drukke werkdag, een hele serie sportdagen achter elkaar: zelfs ik word wel eens een heel klein beetje moe! We combineren het met een bezoekje aan de Albert Heijn, maar was winkelen vroeger al niet leuk, nu is het helemaal een mislukte stoelendans tussen afstand houden, geduld bewaren en proberen producten te vinden. Kan ik mooi iets anders met jullie delen, waar ik heel, heel blij van werd. Deze foto:

Dit is heel lang geleden, ik gok in 2013 en ik loop achteraan. Dit was de eerste groepstraining die ik ooit heb gedaan bij Just Run. Eigenlijk is dit de ontbrekende schakel in mijn hardloopcarriere! Ik heb me al die jaren afgevraagd of ik vanaf het begin met Joyce meeliep en hoe het toch kwam dat ik me haar totaal niet van Just Run kan herinneren. En hier staat het bewijs: ze loopt voor me in het roze. Voor de rest zie ik aan mezelf in alles één brok onervarenheid: de joggingbroek; niet eens echte hardloopkleren, de warme trui, de losse haren en niet te vergeten: niet eens hardloopschoenen!! Maar wel een hele grote lach en dat is het allerbelangrijkste.

13 mei Deze week werk ik vier dagen. Dus ik zit de hele woensdag achter mijn thuisbureautje. ‘s Avonds wil ik er toch graag even uit, dus ik vraag of Joyce mee gaat fietsen en dat wil ze wel! Vincent wil eigenlijk ook wel mee, maar ons damestempo en zijn racefiets zijn geen beste match en met zijn drietjes is ook niet zo prettig, dus ik stel hem voor zijn vriend JvA uit de straat te vragen mee te gaan. Die ziet het wel zitten! Kunnen de boys samen voor ons uitfietsen. Ik maak heel duidelijke afspraken met Vincent: waar ze op ons wachten, waar zij versnellen en een langer rondje maken en vooral dat het geen wedstrijd is en dat verkeer altijd voor gaat. Ik ga op de ATB. Als we naar Joyce fietsen, rij ik voor de racers uit en ik merk dat ik lekker trap. Onder ons door de Vaart vaart een heel groot vrachtschip, mooi om te zien!

Bij Joyce laten we de heren voorgaan, maar echt heel veel harder dan wij gaan ze niet. Zij moeten ook veel bijkletsen. Net als wij. Er staat best een stevige wind tegen. Ik vind dat alleen maar leuk eigenlijk, maar van Joyce had het niet gehoeven. Bij het sluisje komen we het grote schip weer tegen, maar we kunnen er nog over! Dan door het Wilgenbos. Ik ben heerlijk aan het fietsen. Als we de dijk op gaan, wachten de jongens voor de laatste keer op ons.

Zij zullen om de Noorderplassen fietsen, wij gaan binnendoor. We hebben nu wind mee en ik geniet van de mooie avond. We gaan tussen de plassen door en klagen over alle corona-gerelateerde zaken: dat het stil is, dat er mensen zo lijden en ziek zijn, dat het ook overspannen is. Deze keer steken we veilig de Rode Ophaalbrug over zonder lekke banden.

We komen de jongens alweer tegen en samen fietsen we aan de andere kant van de Vaart terug. Ik zeg Vincent en JvA maar zelf naar huis te fietsen en zie dat ze dat ook netjes veilig doen met de stoplichten. Ik fiets met Joyce mee die de 20km nog vol wil maken.

We staan natuurlijk nog een hele tijd stil omdat we nog niet zijn uitgepraat! Ik ga terug via de manege in mijn eentje en kan nu op de ATB lekker een keer door het bos fietsen. Heb ik toch weer lekker dik 30 kilometer de beentjes laten draaien!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-14

Maandag 20-04: Wandeldag. Ik mag kiezen tussen yoga of wandelen met zijn drietjes. Dus wij wandelen. Zigzaggend door de wijkjes.

Dinsdag 21 april. Weer een werkdag. Deze keer ga ik tussen de middag met Manuel een lunchrun doen. Meestal gaat Manuel met iemand anders mee of alleen, zodat zijn tempo over het algemeen een stuk hoger ligt dan ik vandaag ga en wil redden! Gelukkig kan Manuel ook rustiger lopen en dan kletsen we weer eens bij. We lopen achter langs en het is best wel warm. Ik vond een tempo rond 6:30 prima, maar het ging iets sneller. Elke keer iets sneller. We wilden 7 a 8 kilometer lopen, maar halverwege bedachten we dat 7 kilometer prima zou zijn, dus gingen we door de wijk terug. Voor de concentratie hielp het niet echt ‘s middags, maar het was wel lekker!

‘s Avonds ging ik nog fietsen met Vincent. Op zijn ‘oude’ fiets, want de nieuwe moet nog iets aan hersteld worden. We gingen naar de sluizen op de Knardijk. Dat ging ook nog redelijk snel, aangezien we wind tegen hadden.

Op de Knardijk hadden we wind van opzij en dat was echt niet zo tof! Toen kwamen we bij de tulpenvelden. We stopten om te kijken, te ruiken en foto’s te maken. Het was echt gaaf.

Ik nam een foto met een bloem in de ondergaande zon en bedacht toen: “ondergaande-zon….” Oei, we moeten nog terug! We gingen langs de Reigerplas en de Ooievaarsplas. Vincent was daar nog nooit geweest en hij vond het prachtig. Dat is het ook! Toen hadden we wind mee op de Ibisweg. Ging dat ook eens een keer lekker! Een voorbijrijdende auto vond het nodig om ons met zijn ruitenwissers nat te maken – hoe kinderachtig! We gingen keurig opzij. Toen snel terug naar huis!

woensdag 22 april. Ik heb een ochtend vrij en ga met Joyce om de Reigersplas en Ooievaarsplas heen lopen. Lekker rustig aan, om te genieten en om 12 kilometer vol te maken. Joyce verheugt zich op de Knardijk, maar ik kan me daar niks bij voorstellen. We kletsen en hebben een hoop te bespreken. Even de situatie evalueren, deze en gene bespreken, familie-aangelegenheden doornemen. Het is heel rustig op het fietspad. We lopen lekker richting de sluizen op de Knardijk en ook omhoog lopen we gewoon door.

Het is leuk om het water onder de sluizen een keer goed te zien in plaats van vanaf de fiets. Dan de Knardijk op en daar waait het heel erg hard! Een brommertje komt niet omhoog en wij heel traag. Ik ben ook blij als we mogen afslaan naar de bloemvelden. Ik verheug me op de plassen. Het is weer lekker weer. Flink zonnig, maar dat went intussen. Dan komen we een rund tegen op het fietspad! Die heb ik daar nog niet eerder gezien.

Gaaf! We hebben geen haast vandaag, en voor genieten nemen we de tijd. Zo mag ik ook een keer omhoog naar het prieeltje. Heel apart, zo’n kleine oase van rust en schoonheid naast de snelweg.

We gaan natuurlijk over de bruggen. De ene brug zie je vanaf de snelweg, maar de brug die erachter ligt is nog veel mooier en het uitzicht is een pareltje wat je niet vermoed als je over de A6 raast.

We lopen langs het water. Het tempo gaat iets omlaag, maar dat maakt niks uit; hoe langer we kunnen genieten! We komen bijna niemand tegen. Ik zie er wel van komen dat we de 12 kilometer niet volmaken. Niet zo erg hoor! We moeten de Praambrug nog over langs het koolzaad, dat geurig geel voor de bloemen staat te pronken.

We komen met krap 11 kilometer op de Praambult aan. Mij deert het niet, maar Joyce wil toch de 12 volmaken – beter nu even pijn dan spijt! Ik vind het prima, ik kwebbel de tijd en kilometers wel vol. We zien de zee-arend nog vliegen: die is zoveel groter dan de rest! Ik heb voor op het plaatselijke bankje cola light en nootjes meegenomen. De nootjes worden door de wind verspreid -helaas- terwijl wij van het uitzicht over de Oostvaardersplassen genieten. Dan fiets ik weer terug over de Trekweg met wind mee.

Dat is een stuk makkelijker dan vanmorgen! Ik heb een leuke bike-run-bike achter de rug. Die helpt me ‘s middags als de zaken een andere wending nemen en ik Rob (na uren buiten wachten) in het ziekenhuis moet achterlaten. Hij heeft teveel last van zijn darmen. Ook op donderdag voert de onrust en ziek-zijn de boventoon. Ik moet werken en veel regelen en er is veel onrust, veel onzekerheid en veel te doen wat ineens niet meer zo belangrijk lijkt, maar na 26 uur ziekenhuis mag ik Rob weer ophalen.

‘s Avonds moet ik er nog even uit: even zelf. Ik pak de fiets en ga bij KH langs. We drinken thee en ik moet hard doortrappen naar huis om voor het donker thuis te zijn. Uiteindelijk word ik er toch rustiger van na heel veel onrust en hectiek.

Vrijdag 24 april. Ik ga met SG fietsen. Het hoeft niet snel, gewoon even heerlijk bijpraten en een rondje trappen. Ik ga haar ophalen en ik fiets alleen naar de Noorderplassen. Ik heb nu wind mee en hoewel ik de eerste kilometers denk dat het helemaal niks gaat worden, valt het op de dijk wel mee.

Het is warmer dan ik dacht. Als ik SG zie bij de witte ophaalbrug, doe ik eerst de mouwtjes af. We gaan een rondje fietsen en kletsen over de gewijzigde situatie voor haar en voor ons en wat we missen en over de wedstrijden. Ongemerkt zijn we snel bij de Hollandse Brug en een oogwenk later zijn we weer een paar onderwerpen verder en rijden we Almere Haven door. De wind tegen op de Gooimeerdijk valt ook wel mee. Het lijkt er echt op dat we nu eens een rondje hebben dat driekwart wind mee heeft! Bij de Stichtse Brug gaan we terug het land in om de Vaart over de steken bij het tankstation. Dan heb ik het even iets lastiger om de een of andere reden. We gaan niet veel trager ofzo, maar ik voel me wat minder happy, misschien omdat we over dieeten kletsen, waar ik van de week weer hoopvol mee begon, maar wat niet lukte. Dan de Vogelweg af. Het gaat ongemerkt allemaal heel snel. We gaan de Grote Trap affietsen richting de Ibisweg. Dan hebben we wel serieus wind tegen! Het is overal behoorlijk rustig eigenlijk. We rijden langs de Reiger- en Ooievaarsplas. Zo kom je er maanden niet en nu ben ik hier voor de vierde keer deze week! Eerlijk gezegd is het nu wel iets te voorspelbaar geworden, ook al rijd ik deze keer andersom.

We gaan nog richting de Knardijk. Ik moet vanmiddag nog werken en een paar zaken organiseren, dus rond 12 uur wil ik thuis zijn. SG kan het rondje om de Oostvaardersplassen nog meepakken, maar dat is voor mij iets te ver om. Ik hoop de 75 kilometer vol te fietsen, dat zou voor het eerst dit jaar zijn dat ik zo ver fiets. En dan ook binnen de 3 uur graag. Ik hou me dus niet in als ik alleen fiets en wind mee heb. Ik red het prima! Zelfs 76 kilometer en ook die binnen 3 uur met een gemiddelde boven de 25,5. Dat maakt het werken ‘s middags een stuk gemakkelijker.

Zaterdag 25 april. Het is niet mijn dag. Totaal niet. Ik slaap nauwelijks. Zie alle scenario’s die mis hadden kunnen gaan voor me. Rob snurkt me wakker. De kat mauwt me wakker. Alle niet-georganiseerde wedstrijden voor dit seizoen mis ik nu opeens. Ik voel me ontzettend niet-blij, zielig, verdrietig en wanhopig tegelijk. En ik ben het overzicht van alles wat ik nog zou moeten doen een beetje kwijt. Mijn huis is een bende (in mijn ogen) en ik besluit om half 6 ‘s nachts dat ik vandaag niet kan doen wat op het schema staat en zo hard mogelijk 3 kilometer lopen in een 1 op 1 training. Om 8 uur ben ik klaar met wakker blijven liggen en ik sta op om alvast te gaan schrobben. Ik heb de trainer een bericht geschreven dat ik Vincent wel kom brengen. Als we vertrekken, is de benedenverdieping alweer op orde. Ik neem nog snel een koptelefoontje mee. Naast ongelukkig ben ik ook moe. Vincent en de trainer lopen weg voor Vincents snelle tijd. Ik weet niet wie het spannender vindt: Vincent of de trainer die bang is dat hij de knul niet kan bijhouden! Ik ga het bos maar in in de buurt. Met een muziekje. Het voelt zwaar en log en onhandig en ik pieker met welke bingo-opdracht ik dit zou ‘moeten’ combineren en ik had een route ‘moeten’ maken en ik ‘moet’ vooral nog veel machines was doen. Ik ‘moet’ ook nog mails schrijven en ik ‘moet’ nog zoveel dat ik er extra moe van wordt. Alle ‘moetens’ druppelen eruit en het is maar goed dat er niemand te bekennen is op het schelpenpaadje. Echt verrassend is het niet. Ik steek een smal pad het bos in, maar dat loopt dood, dus ik ga terug. Ik kom bij volkstuintjes en moet daar glimlachen om de plantjesmarkt op afstand. Ik hobbel verder langs de manege, maar ook daar kies ik weer een doodlopend pad. Ik heb geen idee waar ik ben en of ik rond kan. Het is beter me daar nu even druk over te maken. Ik ga weer het bos in over een tamelijk breed pad en dan word ik iets rustiger. Het pad wordt smaller. Niet zo erg, maar dan is het pad opeens weg. Wat rest zijn bomen, brandnetels tot je enkels en een richtingsgevoel.

Ik wandel wat tussen de brandnetels door en moet er om lachen, omdat juist dan de songtekst: “and the paths are overgrown” langskomt. Dan ontwaar ik een smal amper-pad wat ik maar even volg. Ik mag blij zijn dat alles zo droog is. Voor mijn idee loop ik echt de goede kant op, maar dan gaat het ‘pad’ aan het afbuigen. Aangezien de planten buiten het ‘pad’ nog hoger zijn volg ik het ‘pad’ nog maar even. Het gepieker en de zorgen blijven daar mooi achter in het bos. Jammer dat Joyce er niet bij is!

Dan kom ik weer op het doodlopende pad achter de manege. Ik ga gewoon dezelfde weg terug geloof ik, de mannen zullen wel redelijk klaar zijn! Ik groet de meneer met de gieter bij de moestuintjes en ze zien er vriendelijker uit als op de heenweg, maar toen zag ik maar weinig. Ik maak een beetje haast op het schelpenpad. De mannen zijn al terug en het viel Vincent vies tegen. Hij liep langzamer dan in januari. Dat zal de week wel zijn! Ik heb 6 kilometer gelopen en het ging erg traag, maar het voelt wel beter. Kan ik alles wassen, strijken en schoonmaken voor de rest van de dag. Ik maak weer plannen voor de rest van het jaar. Gelukkig dat ik nog kan lopen, maar het was een stom stuk bos.

zondag 26 april. Ik sliep goed en lang. Dan voelt de hele dag anders. Ik nam ook lekker lang rust: beetje achter de computer hangen, Vincent helpen; dat soort dingen. Pas in de loop van de middag ging ik de intervallen opdracht doen. Er is een nieuwe bingo-kaart. Met prijzen deze keer en de duidelijke regel: 1 training per opdracht. Ik had vandaag op mijn schema 10 keer 4 minuten in zone 3 staan met een minuut pauze. Op de bingo-kaart staat de opdracht extensieve interval met 8 keer 4 minuten op 10-km-wedstrijdtempo en anderhalve minuut pauze. De combi is snel gemaakt. Vincent gaat daarna mee uitfietsen. Op zijn nieuwe fiets. Ik loop in en het voelt alsof ik mezelf vooruit moet duwen en slepen. Rustig inlopen is moeilijk en het zal een opgave worden, maar ik wil minstens 8 keer 4 minuten hard hardlopen halen. Na 7 minuten begin ik en ik moet in de eerste interval een viaduct over. Dat valt niet mee. Ik tel rustig tot 240, maar dat haal ik niet helemaal. Ik loop 750 meter in 4 minuten. Tot zover de goede conditie, denk ik terug aan de tijd dat ik 800 meter haalde. Rustig dribbelen tussen al die andere mensen door die buiten zijn. Dan de tweede. Ik tel weer verkeerd (te rustig) en loop iets meer. Ik begin er in te komen! Ik loop door het Kotterbos. De derde keer alweer. Ik heb het heet intussen.

Deze keer haal ik zelfs 770 meter. Ik besluit nog 1 keer te dribbelen en dan de anderhalve minuut rust wandelend in te vullen. Ik loop over de weg bij het Kotterbos en ik voel me omgeven door fietsers en wandelaars. Ik hijg, puf en tel. Ik heb nu wind tegen, maar ik loop de vierde en de vijfde keer evenveel: 760 meter. Na de vierde keer ben ik blij dat het aftellen begint. Ik ren gewoon door en heb verder nergens last van, alleen dat tellen steeds lastiger blijkt. Ik loop helemaal langs de Vaart, maar ik weet niet hoe ver ik zal gaan. In de zevende keer steek ik midden de Regenboogbuurt door. En dan kom ik op de Evenaar en heb ik 8 keer gedaan. elke keer tussen de 750 en 770 meter. Nu ga ik er toch nog twee doen, maar dan netjes in zone 3. Gek dat dat opeens langzaam aanvoelt! 730 meter haal ik. Over het Tijdpad ga ik terug en de laatste keer doe ik best langzaam aan. Ik wil ook de tien kilometer binnen een uur lopen en dat lukt. Dan is het me wel goed en ik dribbel naar huis. Toch nog een kilometer extra…
Daar staat Vincent klaar met de fietsen en een route. “We gaan naar de dijk” zegt hij “over de Vogelweg”. Ik kan dat niet combineren, maar hij wil over de Gooimeerdijk! Op naar Almere Haven dan maar. Ik kan nog best doorfietsen. Op de Wulpweg laat hem even voorgaan. We kletsen en fietsen lekker, maar ik heb wel een beetje trek. We fietsen naar de Gooimeerdijk door het bos.

We verwachten wind tegen te hebben op de dijk, maar ook daar valt het mee. Bij de manege gaan we terug en we fietsen langs het kasteel. Dan gaan we het Castellumpad op, dat is nieuw. Ook voor mij. We fietsen door het bos naar de Vaart terug en dan via de eerste brug terug naar huis. Aan het einde gaan we nog een klein stukje om, zodat ik nergens op dezelfde plek heb gefietst en gelopen vandaag. Al met al 35 kilometer.

Het was een rare week, een rotweek. Een week met enorme downs en te weinig ups. Maar ik heb toch zo’n 12 uur gesport. Me veelal afgereageerd in dit geval. Maar er zaten ook kleine pareltjes tussen. Op naar het vervolg van de Corona-tijd. Geen wedstrijden, geen vakantie voorlopig, maar wel een aantal solo-triatlon uitdagingen en een hardloopbingo! Keep it up.

27 april. Het is Koningsdag. Zonder fysieke vrijmarkt. Zonder drukte in het oranje. Iedereen moet thuis Woningsdag vieren. Thuis het Wilhelmus zingen. Het is mooi weer. Dus ik ga niet in huis blijven. Vincent en ik gaan fietsen. Dat hadden we al besloten toen SG me appte of ik mee wilde gaan zwemmen. Buiten! Ik wilde allebei doen, dus gingen Vincent en ik al om 10 uur weg. Tussen de zingende mensen in het oranje door. Op Vincents nieuwe Red Shadow. De rem is gerepareerd. In Lelystad zijn een aantal ‘enge’ bruggen waar we heen zullen fietsen. Rustig aan. We gaan eerst over de Oostvaardersdijk, want dan hebben we wind mee. Het gaat heel lekker en gemakkelijk. Het is rustig vind ik. We gaan rechtdoor in plaats van de Knardijk op. Dat gaat nog steeds lekker hard. Onder bij het gemaal doen we een korte stop.

We hebben de tijd vandaag. We gaan door over het sluisje en dan de brug op. Ondertussen kwebbelen we. Als we langs de woonboten fietsen, heeft Vincent last van zijn zadel. Zijn fiets doet gek. Ik ga voor hem fietsen omdat het stuk met het tunneltje een beetje raar is. Als we weer naast elkaar fietsen, blijkt dat het niet aan Vincents zadel ligt, maar dat hij een lekke achterband heeft! De tubeless band is leeg gelopen!

We bellen Rob op en hij zal komen met een pomp en vloeistof voor in de band, want dat had hij nog niet gedaan. Het is een gemakkelijk te verhelpen lekje. Ik zit er over in dat Rob nu moet gaan rijden. Wij lopen verder, naar het wijkje toe. Daar gaan we bij de bushalte wachten. In het zonnetje.

Rob komt binnen 20 minuutjes en hij spuit voldoende spul in de band die het lek zal dichten. Oppompen en even wachten en dan blijft de band hard. Rob gaat weer naar huis en neemt de overtollige kleding mee. Mijn horloge is gereset. Wij weten nog niet of we de kortere route zullen nemen. Voor het zwemmen haal ik het wel. Dus we gaan richting de Anaconda-brug. Over het spoor en dan de brug over naar links. We rijden het fietspad af en gaan naar rechts. Dan komen we niet goed uit, deze dreef is te breed. Dus ik denk dat we de wijk moeten doorsteken. Dat gaat ten koste van de snelheid. We slingeren door de straatjes die verdacht veel op Almere Haven lijken. Doolhof. We komen bij een winkelcentrum met een Albert Heijn en dan blijkt dat we te ver zijn gegaan en we moeten een stukje terug. Ik doe de route op mijn telefoon en leer het een beetje uit mijn hoofd. Als we op de goede weg zitten, zien we de brug al liggen. Deze witte brug gaat de grotere weg over en is een soort van ‘open’. We maken foto’s in het midden.

Dan gaan we door naar de volgende brug over het water. Die is kei-eng! Dat vind ik tenminste. Vincent vind ‘m prachtig, maar hij mag niet stoppen van mij in het midden – ik wil snel van deze brug af die nog opener is!

We komen nu in het bos en gaan langs de KFC, maar we moeten een stukje omrijden onder de snelweg door. En langs het industrieterrein. De band blijft hard. We gaan langs de stoplichten en weer de snelweg onderdoor en dan langs de ooievaarsnesten. Nog een klein stukje langs de garage en dan weet Vincent weer dat hij hier al wel ooit eerder heeft gefietst. We hebben nu wind tegen en we gaan iets rustiger. We kletsen vrolijk verder en fietsen ook achter elkaar als het te smal is. Op de witte brug die je vanaf de A6 kunt zien houden we nog een stop. Voor het uitzicht.

Dan fietsen we door naar huis, maar dat is nog altijd een kilometer of 15. Langs de sluizen en dan richting de Praamberg. Dat deel kennen we ondertussen! Het is al na lunchtijd en ik heb inmiddels trek gekregen. We fietsen de 50 kilometer vol. Eigenlijk wilde ik gaan hardlopen na het fietsen, maar het wordt lunchen en het wetsuit pakken!

Aan de ene kant heb ik enorm veel zin in zwemmen, aan de andere kant is het vreselijk spannend. SG kan heel goed zwemmen. Zou het wel warm genoeg zijn? Weet ik nog wel hoe dat moet; zwemmen? Hoe neem ik de autosleutel mee? Ik hoeft alleen maar de sleutelbaard mee te nemen en laat het electrische deel in de auto. “Leg maar in de achterbak” appt Rob me. Er zijn andere zwemmers die net uit het water komen en zeggen dat het te doen is. We zijn absoluut niet de enigen met een wetsuit aan vanmiddag! Mijn wetsuit past nog. SG doet er langer over. Dan lopen we met mijn boei en bril en 2 badmutsen naar het water. Slippers aan de kant en nog een laatste fotootje en dan -onder toezicht van de vele strandgangers- het water in.

De kou valt mee. Maar voor het allereerst vind ik het water vies. Niet aan denken… SG duikt er het eerst in en dan ga ik ook. Ik kan nog zwemmen! Voordeel van als je iets al niet zo goed kon: het wordt niet beter! Ik adem 1 op 4. Ik kijk naar de bodem en wacht op de brainfreeze, maar die blijft uit. We kletsen nog even en SG zwemt met gemak voor me weg. Haar goed recht! Ik doe mijn eigen slagen en adem 1 op 3, maar dat werkt ook niet. 1 op 2 al helemaal niet en 1 op 4 is nog het beste. De zon is even weg. SG wacht nog een keer op me, maar nu ik hier ben wil ik zwemmen en zwemmen!! We gaan naar rechts vanaf het strandje en daarna weer terug. Dan hebben we wind tegen, maar ik merk dat niet zo erg. Ik ga 1 op 4 en 1 op 2 ademen afwisselen en dat bevalt me uitstekend. Niet aan denken dat het goor is. En gewoon lekker doorzwemmen. De zon komt door en het licht wordt nog mooier. Ik zwem zo 500m weg. Ik hoeft niet snel. Ik moet genieten en zwemslagen herhalen. Lukt allebei. Ik heb veel meer dan SG gezwommen volgens mijn horloge. Dat is raar. Er zijn ook andere zwemmers. We zwemmen weer terug en ik zwem de kilometer vol. SG zet haar horloge steeds stil, maar ik doe dat niet. Ik zwem weer terug richting het strandje en dan heb ik al 1300m gezwommen. Ik ben niet moe en ik vond het heerlijk! Behalve die gorigheid… Ik pak voorzichtig mijn telefoon en maak van SG een paar plaatjes. Mijn boei blijft hoog.

We gaan naar de slippers en dan wil ik de sleutelbaard pakken, maar de boei is leeg!!!!! Geen paniek, niet in de stress raken, maar zoeken. We lopen naar de auto terug en zijn nat. Ik moet het pak uitdoen en staar naar de grond. We gaan terug naar het water. Ik bel Rob dat hij Vincent moet sturen met de reservesleutel. Ik baal hiervan. We gaan in het water zoeken en in het zand, maar een sleutelbaard vinden… Een echte speld in een hooiberg! Vincent komt onze kant op. Ook nu valt het gelukkig mee met de kou, want de zon schijnt weer. Ik blijf zoeken en kijken, rondom de auto, nog een keer op en neer lopen. En dan… zie ik de sleutelbaard liggen! Aan de rand van de parkeerplaats! Vincent bellen dat hij om kan keren en snel de handdoeken pakken. Dan wil ik de spullen uit de achterbak pakken, maar die krijg ik met geen mogelijkheid open. Ik moet er helemaal voor door de auto klauteren met een nat trisuit aan. Het is een domme bedoening, maar ik kan er bij en dan kan ik me ook snel omkleden. Laten we het houden op avontuurlijk…..

Na het avondeten wil ik eigenlijk ook nog hardlopen. Dan heb ik alle drie de sporten op 1 dag gedaan. We gaan de zintuigenloop doen. Die staat op de nieuwe bingokaart. Elke kilometer een ander zintuig. Ik heb er meer dan de geijkte 5.

We gaan in een gewoon tempo en langs de Oostvaardersplassen. We zullen elke 600m van zintuig wisselen. We beginnen met luisteren. Om de beurt noemen we iets op wat we horen. Gekwebbel van Vincent, gehijg, stappen, een auto. Het luisteren is best lastig. Dan gaan we kijken. We noemen dingen op die we nog niet eerder zagen: dat bord, die twee beelden, de krijttekeningen, het spandoek. Door naar wat we ruiken. Dat is wel lastig! Zand en de geur van stro, Vincent laat nog een scheet!

Ik vind het erg leuk, maar Vincent vindt het wat saai. Dan gaan we door naar smaak. Die is echt lastig, want het enige wat we proeven is zweet. We lopen langs de berg en zijn nog bezig met kijken en luisteren. Dan gaan we door naar gevoel. Ik voel het stof van mijn sokken en mijn shirtje. Vincent voelt de wind!

Dat brengt ons bij thermo: we voelen de temperatuur en hebben het niet koud. Ook niet te warm. Dan door naar de lastigste; die we meestal uitschakelen: pijn. Als je er op let, voel je overal pijntjes en trekkende spieren en buikpijn. We lopen het Oostvaarderscentrum voorbij. Nu gaan we over op evenwicht! We voelen dat we rechtop lopen, of juist net niet, maar aan de rand van het pad. We voelen dat we het trapje op moeten. We hebben niet goed geteld blijkbaar, want ik heb er nog maa 1 over en een dikke kilometer. We hebben het over propositie: het gevoel dat je je spieren kunt aansturen. Dat blijft gelukkig lukken. Ik voel dat ik naar de toilet moet! Dat voel ik goed en daarom blijft het bij 5,75 kilometer! Ik heb een triatlon gedaan! Met lange en aparte wisselpauzes en in een unieke volgorde en ongewone afstanden ook nog, maar het is gedaan. Ik ben er tevreden over. Mijn Koningsdag was prima zo.

28 april. Geloof het of niet, maar ik doe niks. Een wandeling in de avond met Vincent om naar de winkel te gaan. En ik werk. Maar sporttechnisch gezien doe ik niks.

29 april. Na een dag werken, wil ik toch weer even naar buiten! We zouden vanmorgen vroeg de zonsopgangloop gaan doen, maar daar ontbrak iets voor: namelijk de zon! Ik weet niet wat we dan wel van de bingo kaart zullen kiezen, totdat ik een berichtje zie van iemand die 5 keer de heuvel is opgelopen. Hé, dat kunnen wij ook! Na het avondeten neem ik Vincent dus mee voor de heuveltraining.

Daar gaat Vincent al!

Uiteraard pakken wij de zwaardere variant van 10 keer en Vincent wil zelfs 12 keer, maar al warmlopend richting de heuvel aan het einde van de Evenaar, ga ik twijfelen. 5 Keer is ook mooi genoeg… We zullen elke keer timen vanaf het hekje en dan rustig de trap af. Vincent gaat me natuurlijk (met gemak) voor! De banker-lap gaat op 56 seconden. Daar blijf ik omheen zitten: de ene keer 55 seconden, dan 57 en nog een keer 56. Ik bedenk al bij de derde dat ik er vast 10 zal gaan doen, maar Vincent mag er ook maar 10 doen! Dat vindt hij niet zo’n probleem, haha….

We maken een fotootje en dan gaan we aftellen. Ik bedenk me dat ik inderdaad moet gaan tellen, dan weet ik of ik kan versnellen en meteen ga ik sneller! Ik ga tot 53 seconden opeens! Voor Vincent zou dat een wandeling naar boven zijn. De laatste keer zet hij mij op de foto en ik doe ook een keer mijn best. Ik zit op 50 seconden. Vincent gaat ook nog een keer zijn best doen en komt op 30 seconden. Zal zo’n 30 kilo verschil zijn denk ik. En 30 jaar. En man-vrouw. We zijn er allebei moe van en hobbelen weer naar huis.

30 april. De maand is bijna om. Ik heb deze maand bijna 1000 kilometer gemaakt in totaal. 900 bijna. Ik heb heel erg veel gefietst! Wel 693 kilometer. Dit is de op twee na beste maand qua kilometers ooit! Dat is best raar in een tijd waar je ‘nergens’ voor traint en geen vakantie hebt. Mei en augustus 2019 komen er nog bovenuit. Maar ik wil nog iets meer en ik wil nog lopen vandaag om de verhouden lopen-fietsen naar 20/80 te brengen. En omdat lopen gewoon gemakkelijker is voor mij. We vertrekken pas om half 9, Vincent en ik. We gaan de progressieloop van de bingo doen vanavond. 5 Kilometer en elke kilometer moet harder dan de vorige. Ik heb dit al veel vaker gedaan en vind het erg leuk en uitdagend. Je moet vooral sloooooom starten en je hoeft maar 1 tijd te onthouden. Voor Vincent is het nieuw en zit de crux vooral in het eerste: heel langzaam beginnen. Hij heeft het plan om te beginnen op 7:30 en dan elke kilometer 30 seconden sneller te lopen. Maar 7:30 is moeilijk en vooral als het ook nog begint te regenen. De horloges lopen uit elkaar: ik ben na 7:07 al klaar, Vincent na 7:20 pas. En dan is het zaak maar een heel klein beetje harder te gaan lopen. Vincent kijkt op het horloge, ik probeer het te voelen, maar als je zo langzaam gaat denk je dat je nooit meer sneller kan! En zeker vanavond niet. Ik heb er een zesde kilometer aan toegevoegd die op 5 minuten zal moeten. De tweede kilometer loop ik in 6:52. Sjokken door de straatjes zeg maar. Het voelt nog steeds erg zwaar en ik zie het de laatste kilometers niet goed komen. We gaan alle straten door en komen al in de Seizoenenbuurt met 6:29 per kilometer. Ja, ik kom er in! Nu naar een kilometer in 6 minuten en die doen we keurig in 5:59.

Vanaf nu zal Vincent het woord moeten voeren en de tijd in de gaten moeten houden. Ik moet beduidend sneller. Ik heb spijt van de laatste toegevoegde kilometer. De 5de kilometer loop ik in 5:22, dus moet de laatste hoe dan ook sneller dan dat! Vincent haast me en ik roep nog net ‘busbaan’ en ‘links’. Ik eindig netjes op 5:01 en dan ben ik heel erg moe. Vincent loop nog 100m verder en is er dan ook. Het was een hele opgave! We dribbelen weer naar huis terug zodat we weer 7 kilometer hardlopen. De laatste kilometer is net zo sloom als de eerste. Ik teken de bingo af en sluit de maand af met 913,5 kilometer, waarvan 46 lekker gewandeld!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-13

Pas op woensdag 15 april ging ik weer sporten. De wandeling op dinsdagavond telt niet echt mee toch? Het gaat weer niet zo goed met lijnen, de spirit is er even uit; want waar doe je het eigenlijk voor als er niks doorgaat…. ‘s Morgens moest ik werken. En ‘s middags ging ik met Joyce mee de vestingloop doen. Dat is een virtuele wedstrijd. Ach ja, we moeten iets tegenwoordig! Je mag een loop rondom een vestingstad naar keuze doen en als je je hebt ingeschreven en foto’s en route als bewijs stuurt, krijg je de medaille.

We hebben een startnummer! Het is warm en zonnig. We doen eerst het rondje verhard. Er zijn nog meer mensen aan het lopen en wandelen, maar niemand met startnummer zoals wij. Het ziet er zo mooi uit langs de verdedigingswallen! We hebben heel wat bij te praten met de verhuizing, thuiswerken, onze kinders en de situatie in de wereld. En soms zijn er stil, er hoeft tussen ons niet altijd gepraat te worden. Joyce heeft het wat zwaarder nu ze weer een keer 10 kilometer mag aantikken. Ik vind het niks erg en ga mee in haar tempo. Ik wil haar absoluut niet opjagen. We besluiten om het verharde rondje gewoon drie keer te doen! Komen we ook aan de tien.

In het tweede rondje fotografeer ik. Joyce’ vrolijke shirtje tegen de grijze verdedigingswallen, het groen, de schaduw. De andere mensen die we tegenkomen groeten we vriendelijk. In het derde rondje ga ik ‘aan’ en klets ik Joyce de oren van het hoofd. Dan kan zij haar adem en aandacht sparen om de tien kilometer vol te maken! Uiteraard lopen we onafgebroken. Het is raar dat de knuffel dan ontbreekt, maar die doen we ook virtueel!


‘s Avonds ga ik nog fietsen met Vincent. We hebben een cadans-oefening staan. Vincent verzint de weg naar het Bloq, over het Wilgeneiland en dan langs de Vaart. Ik ken het natuurlijk, maar voor hem is het nieuw. We mot het eerste half uur met een cadans van 80-90 fietsen. Voor mensen die normaal 60-70 rondjes draaien, is dat even wennen!

Maar op de dijk met wind mee gaat het wel lekker! We houden het met de hand bij. Dan gaan we 9 minuten met en cadans van 90-100 fietsen en 1 minuut sprinten. Vincent gaat er vandoor en dat maakt me niet vrolijk. We doen het hele riedeltje nog een keer, maar nu hebben we wind tegen en dan is het lastiger vol te houden met een cadans van 90. Het laatste stukje gaan we een cadans van 100 aanhouden en dat is echt trappen op niks! Het voelt enorm als hobbelen.

donderdag 16 april

De dagen gaan voorbij en soms lijkt de ene dag op de andere: een beetje boven werken, vakantie in juli blijft twijfelachtig en goede berichten van school voor Vincent: hij doet het voortreffelijk. Ik ben onderdeel van het Trispiration Team geworden: een triatlonclub van vrouwen. En zo springt de dag van jippie-a-jee naar oh-nee. Om kwart over 7 hebben we afgesproken met PL en CK om de trail te gaan lopen die PL heeft uitgezet. Vincent en ik gaan meelopen, net voor het donker is. Als we parkeren bij het kunstwerk Garden of Love & Fire in Almere, zijn ze aan het filmen en dan komt de politie kijken of ze wapens hebben. Ze kijken ook naar onze auto! Vooroordelen….

We gaan met zijn vijven. CK wil op afstand blijven en daar luister ik naar, al schreeuwt het iets meer. Ik begin heel rustig door het bos. We hebben meteen een PL-paadje te pakken! En dan door een nevel van water van de boer die zijn land besproeit. Ik vind dit gebied altijd apart: het ligt midden in de stad en de hele tijd zie je weer huizen of bebouwing, maar er is ook ontzettend aangelegd bos. Er zijn originele bevers en strakke rechte paden. We zoeken de 5 steden bij de Maltezer Kruizen. De eerste ligt aan een prachtig water.

Dan door naar het volgende verborgen plekje, dat is dan weer een hang-out voor jongeren lijkt het. Ik klets wat met CK op afstand en geniet van PL en Vincent die voor ons uit lopen alsof het geen enkele moeite kost. Waarschijnlijk is dat voor hen ook zo! CK weet niet of ze alles mee zal lopen en Vincent twijfelt ook. Ik niet, terwijl ik misschien nog het suffigste ben! Maar goed, ik hobbel wel door. Bij de derde stad heeft PL zijn ‘voedingspakket’ achtergelaten. Het is zo’n schat! En Vincent is intussen ook groot fan. Die kletst hem de oren van het hoofd.

Dan besluit CK de kortere route te nemen: tien kilometer is genoeg voor haar. Ik wil nog graag over de dijk, maar vrees de zonsondergang te missen. We lopen even met zijn drietjes en ik moet duidelijk wat flinker lopen. We komen langs het bordje van Strijder.

Weer hetzelfde als overal in dit bos: er is een trimbaan aangelegd, paden met steentjes en een monument voor een schip wat hier gevonden is toen het nog onder water stond; dit land. Dit aangelegde en georganiseerde gebied. Maar het is ook natuur met vogeltjes en roofvogels die biddend boven het land hangen en met een dijk die hoger ligt. We moeten een eng brugje over dat bestaat uit 1 boomstam.

Ik verstap me een beetje denk ik, want daarna trekken de spieren aan de voorkant onder mijn navel weer. We gaan de dijk op en de zon gaat onder. Het is geweldig. De kleuren zijn prachtig! De zon is bloedrood en er staat wind waar we tegenin moeten lopen.

Ik laat de heren hun eigen tempo lopen en blijf zelf doorlopen op 5:45 ongeveer. Niet slecht als er al 11 kilometer opzitten, maar de jongens lopen sneller. Ik vind het geweldig om te zien en ben trots op mijn kleine kerel.

Ik vecht me tegen de wind in en de fietsers die me tegemoet komen groeten vrolijk. De bocht om en dan wordt het steeds donkerder. En koeler. We moeten nog 1 stad vinden en de jongens klimmen over de stenen. Ik begin moet te worden en de rode lucht verandert het perspectief nog eens extra.

We lopen terug naar de auto’s via het kunstwerk. We hebben op een donderdagavond 14 kilometer gelopen. Vincent en ik ook! Het is pas echt donker als we naar huis rijden. De spieren aan mijn voorkant zijn helaas echt pijnlijk, ik weet niet precies waarom.

Vrijdag 17 april. ‘s Morgens werk ik in en om huis allemaal dingetjes bij. De pijn trekt gelukkig langzaam aan weg. Ik vraag me af of het verstandig is om te gaan hardlopen, maar ik heb weer eens afgesproken met Manuel. En ik wil fietsen! Ik ga alleen fietsen en ga even langs bij MBB om naar het huis van haar buren te kijken. We kletsen even in de deuropening.

Het is fijn even echt contact te hebben, ook al is het een beetje raar. Ik heb met wind mee en een hoge cadans op de heenweg lekker doorgefietst, maar terug is een andere uitdaging! En ik heb om half 3 met Manuel afgesproken! Ik sta iets later voor zijn neus met mijn korte broek en korte mouwen. Het weer is echt lekker tegenwoordig. Mijn armen zijn al ongewoon bruin ondertussen. Manuel heeft zonnebrand op en dat ruikt heel fris en zomers. We zullen niet hard lopen, want dat durf ik niet aan. Maar het blijft een feit dat ik prima kan lopen na het fietsen. Het voelt easy terwijl we 6 minuten de kilometer lopen. We gaan richting het Kotterbos. We kletsen. Aan de ene kant is er veel te vertellen, aan de andere kant maak je ook niet echt veel mee. We gaan onverhard en van het ene pad naar het andere.

We dwalen door het bos, maar niet gewoon recht-toe-recht-aan over de natuurbrug. Op de berg aan het einde van de natuurbrug gaat Manuel versnellen. Ik hobbel gewoon door. Dan zoeken we weer een ander pad uit; het gaat heel harmonisch elke keer. Mijn zin is plots op. Niet dat ik dan stop, maar ik denk dat de sportdrank verbruikt is! We gaan naar de andere berg en daar ga ik lekker even zitten terwijl Manuel 2 keer de trap opgaat.

Het waait er nogal koel, dus we gaan snel verder door naar huis. Ik had een kilometer of 8, 9 prima gevonden, maar het worden er al met al zomaar 11! Ik mag nog even met Rob een paar kilometer uitfietsen op de nieuwe fiets van Vincent die richting zijn voltooiing gaat.

18 april
Ik slaap slecht. Weinig. Onrustig. Dat er een tijd was dat ik dit wekenlang volhield! Het voelt niet goed, alles blijft een beetje wazig, net iets buiten mijn gezichtsveld. We hebben om 10 uur met trainer afgesproken in het Kotterbos om te gaan traillopen. Vincent zal de route doen, maar met de vorige keer in mijn hoofd, heb ik toch een plannetje… We gaan heel rustig en we kletsen aan 1 stuk door. Het knuppelpad is erg leuk! Ik loop wel oké, ondanks het wattige hoofd.

De route is heerlijk, maar er zijn veel mountainbikers vandaag. We kijken even op de bergen. En dan via-via weer terug. Het laatste stukje doet Vincent. Samen met de trainer loopt hij voor me uit te kwebbelen. Vanzelf gaan zij wat sneller, maar ik niet. Om deze week de 50 kilometer te halen, moet ik 9 kilometer lopen, maar het worden er 7. Dat vind ik niet erg.

Deze middag voeg ik me bij het Trispiration Team. Ik check iedereen die erbij zit (gelukkig geen honderden!) en lees me in. Het zijn allemaal vrouwen die op hun eigen niveau aan triatlon doen. In mei en juni organiseren het team solo-triatlons: die doe je zelf. Ik twijfel welke afstanden ik zal doen. Ik stel me voor en dat is voor mij altijd een moment om er even bij stil te staan dat ik vanuit niks tien jaar geleden nu (een soort van) triatleet ben.

Rob zet Vincents fiets verder in elkaar. En als die af is, moet er natuurlijk getest worden! Ik mag mee, want in zijn eentje op een nieuwe fiets… Hij fietst nu nog gemakkelijker van me weg! Ik maak geen haast. Ik maak de foto’s op de dijk. Het is een prachtfiets. Om te zien zeker. En volgens Vincent ook nog eens (dubbel en dwars) om op te fietsen. We maken een paar rare ommetjes en hij schiet er een paar keer vandoor – maar we spreken goed af hoe lang. Zo heb ik ook weer 15 kilometertjes gefietst!

Zondag 19 april

Ik heb me verveeld. Dat mag best wel eens een keer, maar ik ben er niet zo goed in. Ik ga wat lezen, drentel nog eens rond, lig onder de overkapping in de warmte, nergens echt zin in hebben alsof je maar zit te wachten en nis kunnen bedenken wat nog zou ‘moeten’. Alles ligt gestreken in de kast, het huis is (behoorlijk) schoon, Vincent wast de auto en er zijn nauwelijks klusjes meer. Ik moet eigenlijk ook nog 4 kilometer op 5:30 lopen, of tenminste toch 1,5 kilometer om de 50 kilometer deze week vol te maken, maar ik kan me er niet toe zetten. Als Vincent klaar is met de auto wassen en zijn huiswerk (hoeft ik ook al niet meer bij te helpen) gaan we fietsen. Hij wil zó graag op zijn nieuwe fiets dat hij zelf heeft uitgezocht hoe de wind staat op de Oostvaardersdijk. We gaan een rondje Oostvaardersplassen doen. Na 500 meter keren we al om, want er schakelt iets niet goed op Vincents fiets. Als dat verholpen is gaan we voor de herkansing. Het is druk in het Kotterbos en we moeten om iedereen heen slingeren. Dan gaan we vol tegen de wind in en dat is best fors! Ondanks de wind blijft het tempo behoorlijk hoog liggen. Fijn voor Vincent op zijn nieuwe fiets, maar ik verbaas mezelf door het ook best te redden. Tegen de wind in al 25/26 rijden hoeft niet zo vaak van mezelf. Op de Knardijk komt de wind van de zijkant. De drukte valt enorm mee. Vincent verheugt zich al op de Oostvaardersdijk! We maken goede afspraken tot waar hij doorvliegt en op zijn ‘ouwe, trage’ mammie zal wachten. Hij zet het direct op een vliegen! Ik ga ook niet rustig en haal weer eens mooi 5 kilometer onder de 8 minuten! Aan de ene kant geniet ik van het water, de Ferrari, het uitzicht tot aan Amsterdam en de golfjes; aan de andere kant verveel ik me omdat ik het ook wel ken. Ik word ingehaald en zie dat deze meneer veel lichter trapt. Ik ga dat ook maar eens proberen en dan kan ik nog harder! Zit ik ook op 40 km per uur. Vincent is al aan de horizon verdwenen, maar dat gun ik hem van harte. Hij wacht netjes op de afgesproken plek, maar ik zie hem stoppen, dus echt veel rust heeft hij niet.

We gaan samen verder en dan steek ik nog even terug over de dijk tegen de wind in, terwijl Vincent het bospad neemt. Da’s andere koek! Gelukkig maar een klein stukje. We gaan langs de plassen naar huis. Vincent is moe en fietst iets minder hard. Ik heb weer eens een keer mijn oude fout gemaakt: niks gegeten of gedronken. Ik wil de 40 kilometer nu wel volmaken en binnen anderhalf uur ook. Zelfs met mensen passeren moet dat lukken, maar dan moeten we wel terug over de Evenaar. Inclusief de eerste hele langzame kilometer, zit ik na 1 uur en 28 minuten op de 40 kilometer. Vincent is opnieuw gaan tellen en die moet dus 1 kilometer verder om (en ik ga even mee) en doet het zelfs nog sneller! Dan moet hij van mij nog mee hardlopen. Daar heeft hij geen zin in, maar ik vind het een goede training om nu een paar kilometer te lopen, nu hij moe is. Ik moet op 5:30. De eerste stappen zijn eventjes ‘auw’, maar dan ga ik los. Te hard, mama, te hard, roept Vincent elke keer. Ik luister niet, want het voelt niet als te hard, het voelt als haalbaar. Na een kilometer in 5:10 word Vincent kwaad! Hij loopt voor me uit en ik snap dat 4 kilometer voor hem niet haalbaar is, maar ik wil het proberen. Ik stuur hem naar huis en ga zelf het rondje om de wijk afmaken. Ik zweet peentjes en het wordt steeds zwaarder, maar ik loop ook de tweede kilometer ver onder de afgesproken doeltijd! Ik knal gewoon door en de derde kilometer zit ook weer onder de 5:10. De laatste kilometer hoeft niet meer zo snel en ik voel voor het eerst dat mijn hart het net niet aankan, waardoor ik iets moet inhouden. Ik krijg een steek onder mijn ribbenkast links. Nu heb ik wind mee, maar ik heb het ook erg warm. Ik zal stoppen op 4 kilometer, maar dan loop ik ook net de straat in! De laatste kilometer is het rustigst met 5:14! Ik ben eventjes stuk, maar kom ook weer heel erg snel bij en na 5 minuten merk ik er al niks meer van.
Zo kom ik het Trispiration Team in met een week van dik 11 uur sporten met 50 kilometer hardlopen en 100 kilometer fietsen. We gaan ‘s avonds nog een stuk wandelen door het Wilgenbos, dat is prachtig! We maken foto’s voor het huiswerk.

Met alle wandelingen erbij ben ik 13,5 uur actief bezig geweest. En dat bevalt me beter dan met een boek onder de overkapping in slaap vallen! Ik krijg er meer energie van.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-12

Corona-tijd duurt voort: quarantaine, thuiswerken, anderhalve meter afstand: alles went. Meestal. Maandag 6 april is een gewone werkdag: de trap op lopen rond kwart over 8, e-learning maken, wat telefonisch overleg met collega’ en een paar bellers. Ondertussen heeft Vincent wat ditjes en datjes en we lunchen samen en ‘s avonds gaan we samen wandelen. We hebben elkaar steeds minder te vertellen, maar een rondje buitenlucht is heerlijk! Even uitkijken over de Oostvaardersplassen om de dag af te sluiten.

Op dinsdag 7 april weer een dag werken op de eerste verdieping. Ik schiet in de middag minder goed op dan ‘s morgens. Groot voordeel is wel dat we om half 6 de loopschoenen aanhebben en dat we kunnen gaan hardlopen, Vincent en ik. Vincent doet zijn eigen opdracht: hij loopt eerst 7 minuten sloom met mij in en zal dan 3 minuten hard en 2 minuten zacht gaan, waardoor hij iets verder komt dan ik. We spreken af dat hij het rondje verder loopt. Ik ga 15 minuten heen en in 14 minuten terug. Dat is ook voor kaart 2 een bingo-opdracht. Ik doe precies hetzelfde als eerder: de Oostvaardersplassen in en dan omkeren en terug. Vorige keer haalde ik de 5km net niet, dus nu wil ik dat graag wel halen! Het inlopen gaat goed en gezellig met Vincent, maar na de brug neemt hij een ander rondje. Ik vind het goed, hij weet waar ik loop.

Ik ga iets sneller dan vorige keer, maar niet teveel, want ik moet ook wel terug dadelijk! Ik kom inderdaad net een paaltje verder. Als ik me omkeer, komt Vincent me tegemoet en dat is best gek, want ik snap zijn rondje dan niet zo goed. Ik moet nu wel lekker door gaan lopen. Ik haal er al binnen een kilometer een minuut af, dus dat is een goed teken! Ik kijk uit naar Vincent, maar moet me ook op het tempo concentreren en flink doorstappen. Ik zie hem in de verte, maar ik ga even door nu! Het wordt wel warm, maar ik ga echt lekker en ik ga het redelijk gemakkelijk halen! Liep ik heb 6:30, 5:53 en 5:30; nu loop ik 5:08 en 5:15 en de laatste doe ik wat kalmer aan, want ik haal het prima binnen 14 minuten! Ik sta na 28 minuten en 30 seconden weer thuis. Dan is het wachten op Vincent die ook een half uurtje moest lopen. Ik kijk om, maar zie hem nog niet. En ik wacht. En wacht. En ik zie hem maar niet. Ik loop terug en ik zie hem maar niet komen. Ik moet nog eten maken. Ik begin me zorgen te maken, op zo’n klein stukje weet hij toch wel dat ik voor hem zat? ik dribbel terug en kom hem aan het einde van de straat tegen. Hij kon niet geloven dat ik voor hem zat en was dus terug gelopen, terwijl ik daar al lang voorbij was! We dribbelen samen terug. Als er niks ernstigers gebeurt dan dat hij niet kan geloven dat mama ook snel kan zijn…..

Na het eten gaan we nog fietsen. Daar is nog tijd voor. We moeten foto’s maken bij zonsondergang. Ik wil wel een keer op tempo gaan fietsen. Al die anderen gaan altijd met een soort gemak harder dan 25 kilometer per uur, maar ik red dat eigenlijk zelden. Er is weinig wind en wat we aan wind hebben nemen we mee op de Oostvaardersdijk. We gaan de grote ronde Noorderplassen doen. Halverwege op de dijk maken we foto’s met tegenlicht en strijklicht.

Op het rode fietspad stuift Vincent voor me uit. Het lage tempo ligt blijkbaar niet aan hem…. Daarna is het mijn taak weer het tempo er in te houden. We kijken naar de supermaan die opkomt en behoorlijk groot is. We trappen flink door. We gaan ruim 25 kilometer in een uur en dat is hartstikke mooi! Ik kan het dus wel…..

Op woensdag 8 april werk ik toch een halve dag ‘s ochtends, terwijl dat niet echt moet. ‘s Middags ga ik fietsen samen met Vincent. Het is prachtig weer: zonnig, voorjaar, warm en weinig wind. We weten nog niet of we naar opa en oma in Hilversum zullen fietsen of een rondje Gooimeer zullen doen. We zullen eerst naar de Stichtse brug fietsen en daar beslissen. Het gaat erg lekker: we fietsen over de Kemphaan en het tempo zit er goed in. We kletsen ook ondertussen en drinken gretig van de bidons. Eén van de voordelen van langs oma gaan, is dat we de bidons kunnen bijvullen. Maar het is wel ver en we kunnen niet worden opgehaald. En we moeten op een afstand blijven. Op de brug besluiten we dat het lekker gaat en dat we doorfietsen naar Hilversum.

Vincent zet zijn fietscomputertje aan voor de kortste route. Die is verrassend! We gaan midden door Blaricum. Over hobbelige weggetjes en het centrum. We gaan door naar Laren, waar het ook druk is. Dat maakt het fietsen onoverzichtelijk en vermoeiend, maar het is wel de kortste route. We komen vanaf de andere kant en moeten even om het spoor heen. Na 1 uur en 20 minuten zijn we in Hilversum. Het is heerlijk om Klaas en Betty even te zien en pijnlijk tegelijk, omdat we niet mogen knuffelen en buiten moeten blijven staan.

We fietsen terug over de lange, saaie Eemdijk. Dan weten we de weg en dan is het niet zo onrustig. We mogen best wat rustiger aan doen, we hebben alle tijd. Met volle bidons gaan we weer op weg. Het fietspad tussen Anna’s Hoeve en de stoplichten is een vernieuwde racebaan geworden. En bij de stort is het onwaarschijnlijk druk! Op de Eemdijk hebben we wind tegen en het gaat iets minder snel, maar dat is niet erg. De drukte valt mee (op zondagmiddag is het vaak drukker) en we hebben het toch gezellig saampjes. Eigenlijk is het heel knap dat Vincent ook mee terug kan fietsen. Dat heeft hij nog nooit gedaan. Het is ook niet niks: we zullen rond de 60-65 kilometer uitkomen. Op de brug maken we weer een foto.

We fietsen aan de andere kant van de Vaart terug. Vincent wilde eigenlijk nog een stukje gaan hardlopen, maar dat mag hij niet van mij: dit is echt even genoeg. Achteraf vind hij dat niet zo erg… Uiteindelijk worden het wel degelijk vijfenzestig kilometer! De heenweg was maar een minuutje sneller als de terugweg en bijna precies even lang. Het gemiddelde ligt nog altijd keurig op 24 km per uur. Na het eten hebben we ook nog energie om een stukje met zijn drietjes te wandelen ook!

donderdag 9 april. Hard werken zat er vandaag niet in. Ik was verdrietig, want de laatste wedstrijd in juni is nu ook van de baan. Blijkbaar had ik me op “Zandvoort” het meest verheugd, want dat dit niet doorging, raakt me echt. Dat de tijdrit niet doorgaat, deed me niks. Duin was jammer-maar-helaas, de teamcompetities afgelast: ook jammer, maar niet verdrietig. Deventer eind april: zonde. Hoorn: dat was een tik, maar die is ‘uitgesteld’. En de vakantie in Frankrijk in april/mei met de familie werd gister duidelijk: gaat ook niet door. Dat was fijn om daar duidelijkheid over te hebben. En dan vandaag Zandvoort en nu is er ‘niks’ meer dit jaar. Ineens leek alles weg, alle doelen en plannen.

Dit komt ook dichtbij de zomervakantie in Canada. Ik had even geen zin meer in een schema of in sporten eigenlijk en ik stelde het uit. Tot ik bedacht dat Vincent en ik dan maar iets leuks moesten doen. Op de bingo stond een extra opdracht om met de hond te gaan lopen. Wij hebben geen hond. Maar ik dacht: laten we een knuffelhond meenemen! Vincent ging op zoek en kwam terug met 6 knuffels. Acht wat: die nemen we allemaal mee! Rugzakje, rustig lopen in plaats van het gejaag op het schema en nog geen uurtje, want dan is het donker. Vincent ging mee en al voor de deur lag hij dubbel! We gingen door het park en giebelden wat af.

Ik dacht dat het niet zo druk zou zijn achter de Stripheldenbuurt, maar daar vergiste ik me in. Het is tegenwoordig overal druk met avondwandelaars. Uiteindelijk liepen we nog niet eens heel zacht, wat maar weer bewijst dat veel lachen echt helpt bij het hardlopen!

Er was 1 meisje op een stepje met een brilletje en haar familie en die staarde ons al aan en toen zei ik heel serieus: “we laten de honden uit”. Haar mond viel open en ik heb echt tranen met tuiten gelachen! Toen bedacht ik dat we de meute maar even van het uitzicht op de berg moesten laten genieten. Daar kreeg ik wel een beetje haast van, want het werd een beetje donker.

De mensen op het andere bankje spraken geen Nederlands en gingen onverstoorbaar door met foto’s maken van de herten. Ook wel lollig! Wij liepen 6 kilometer en kwamen voor ons huis nog de andere mensen tegen die elke dag 3 honden uitlaten. Ze zien ons vaak hardlopen en moesten nu kei-hard lachen, omdat wij ook de honden uitlieten. Zo hebben we niet alleen zelf een leuke avond gehad, maar kon iedereen ook nog eens meelachen! Ook via Facebook krijgen we leuke reacties.

10 april: Ik sliep er al met al slecht van, de hondenuitlaatservice had me maar tijdelijk veel lol gebracht en ‘s nachts was het even op denk ik. Vrijdag ging ik schoonmaken. Het hele huis schrobben. Dat helpt een beetje. ‘s Middags ging ik met Manuel fietsen. Manuel gaat op de MTB en die hoeft gelukkig ook niet hard. We hebben ook veel tijd nodig om samen bij te praten! We fietsen langs het water bij de Haje en dan de Knardijk op. De tulpen staan er allemaal prachtig bij en aan de natuur ligt het niet!

We komen GN tegen, maar die is al gauw sneller dan wij zijn. We gaan over het smalle fietspad langs de Vaart en dan zo snel mogelijk de weg op. Daarna gaan we terug over de Grote Trap. Zo druk als het op sommige plekken is, zo enorm rustig is het daar. We fietsen maar liefst 50 kilometer.

En dan ga ik met Vincent nog een extra opdracht doen van de Bongokaart: ploegen. Dan jog je met een vuilniszak en handschoenen aan en ruim je alle rommel op die je tegenkomt. Wij hobbelden over de Evenaar. Ik voelde best dat ik al gefietst had en dat het stikheet was.

Ik kijk op deze foto precies zoals ik het vind: niks! Het gaat sloom, je moet de hele tijd kijken en bukken en het is ontzettend hopeloos werk! Ik heb Vincent gezegd dat hij maar braaf moet zijn, dat hij geen papiertjes hoeft te gaan prikken. Onderweg krijgen we wel bijval van een ouder echtpaar en van een groep jongeren op de fiets die ons werk goed vinden, maar leuker wordt het niet. We liepen terug over het Tijdpad en dat is helemaal een zakkenvuller!

Drie kilometer en de grote zak zit propvol! We lopen nog een kilometer naar huis met een volle, zware, smerige zak en dan kan ie de bak in. Dikke krul op de Bingokaart verdiend!

11 april

We gaan de coopertest doen. Dat is een Bingo-opdracht die ik combineer met wedstrijd-met-je-kind (hij wint) en met een virtuele afspraak: iemand anders zal vandaag ook de coopertest doen, maar dan elders in Nederland. Ik heb vandaag mijn dag niet: krampen, die ene dag dat je leegloopt, dat je nogal geïrriteerd bent. Eigenlijk wil ik het wel uitstellen, maar ja: ik heb een virtuele afspraak he. En Vincent telt er ook op. De coopertest, die deed ik op de middelbare school voor het laatst en dat was een ramp. Je moet 12 minuten aan 1 stuk door hardlopen. Vond ik een oneindig lange tijd toen ik 15 was! Nu is 12 minuten niet zoveel. Er bestaan omrekentabellen die iets zeggen over je conditie. Als ik 2300m haal, valt mijn conditie in de categorie ‘uitstekend’. Vincent gaat ook mee. Hij moet 2700m lopen voor een uitstekend. We warmen heel rustig op met wat versnellingen. Ik heb een weg uitgezocht waarvan ik denk dat die rustig is, langs de kassen. Heen en weer. Het is warm. 20 Graden ofzo. Ik hou niet zo van dit soort dingen: ik ‘moet’ toch iets presteren, zo voelt het dan. We starten tegelijk en dan verdwijnt Vincent al aan de horizon. Hij wil graag 3 kilometer halen.

Ik loop flink door. De eerste kilometer zit (ruim) onder de 5 minuten. Vincent draait na de eerste kilometer al om. Ik ga tot het einde van de weg. Geen idee of ik het haal dan. Ik blijf hard gaan, ook al wordt de ademhaling wel zwaarder. Als ik omkeer, vraagt een wielrenner of hij mij iets mag vragen. Nou…. Hij wil weten hoe hij bij de Oostvaardersplassen komt en ik zeg links-links, terwijl het rechts-rechts is volgens mij. Maar ik ga hard door! Het wordt warmer en zwaarder en ik heb het idee dat de weg omhoog loopt, maar ik kan al gaan aftellen. Ook de tweede kilometer gaat onder de 5 minuten! De 2300m ga ik halen. Maar ik zet nog alles op alles om het tempo vast te houden en in de verte zie ik Vincent alweer. Het is nog even afzien en dan zitten de 12 minuten erop. 2440 meter. Vincent is achter me gestopt en komt ook aangestrompeld.

Ik ben al heel erg snel weer bij. Vincent heeft 2900 meter gelopen. We wandelen terug de brug over. We krijgen allebei het predicaat “uitstekend”, maar hij heeft het allermeest gelopen. Ik ben sinds janauri het meest vooruit gegaan: hij liep 3km in 12:35 toen en ik in 14:55. Bij mij is dat een gemiddelde net boven de 5 minuten, terwijl ik er nu onder zit. We dribbelen en druppelen naar huis terug.

12 april

Eerste paasdag. In stilte. Geen visites. In joggingbroek. Of jurk. Geen verplichtingen. Saai. Uitslapen. Stokbrood laten halen bij de AH door Vincent. En dan ga ik fietsen. Alleen. Met een muziekje op. Joyce had een visioen en idee van mij gehad dat ik in mijn uppie ging genieten op de pedalen, dus dan doe ik dat maar. Even kijken naar de wind, ronde Oostvaardersplassen plus en gaan. Eerst naar de Oostvaardersdijk. Het gaat lekker, lekker op tempo bij de muziek. Ik begrijp dat je harder gaat als je alleen bent: je hoeft niet samen mensen in te halen, niet te kletsen. Gewoon trappen, veel rondjes maken en tijdig bellen! Op de dijk gaat het echt lekker hard met wind mee en in de bochten hoeft ik me ook niet meer in te houden. Ik geniet. De kleine eendjes. Fietsende gezinnen. Een lachende wielrenner die wind tegen niet erg vind. De zeilbootjes. Het water en de plassen die eindeloos lijken. De vogels. Dat ik lekker kan blijven trappen. Ik twijfel een beetje over de route, maar ik zie het wel. Ik ga niet de Knardijk op en voor het Gemaal naar rechts. Het valt mee met de drukte vind ik. Ik ga de brug over en langs de woonboten. Daar kom ik wat vertragende factoren tegen in karretjes. En dan het saaie fietspad langs Lelystad. Ik weet dat ik straks wind tegen heb en ik kies maar de route met de meeste bos langs de witte brug. Dan gebeurt er iets grappigs: ik haal een scooter in! Ja, ik rij voortdurend 30plus, maar dit is wel geinig. Ik haal ook een vader in die met 1 dochter rent terwijl de andere meefietst. Ik scheur langs de gevangenis, onder het spoor door, aan de woonboulevard voorbij, over de brug terwijl ik iemand inhaal. Heerlijk. Het gaat heerlijk. Ik heb ruimte voor mijn eigen gedachten en overpeinzingen. In mijn hoofd klets ik met deze en gene en ik luister naar de muziek. Ik scheur langs de autodealer en ga het fietspad op tegen de wind in, maar ik merk het amper. Het tempo blijft maar hoog! Ik hoeft niet zoveel mensen te ontwijken. Dan kom ik op de witte brug. Ik stop even voor een paar foto’s en om te genieten van de mensen op het bootje met het speelgoedbootje.

Dan ga ik weer verder tot aan de sluizen. Daar ga ik overheen in hetzelfde genadeloze tempo, wat nog altijd easy aanvoelt. De surfplank op de Knardijk is weg. Ik zie in de verte mensen fietsen richting de Haje, die zal ik straks wel inhalen! Ik vlieg langs de bloemen en dan zitten er mensen op het bankje. Da’s te makkelijk inhalen…. Maar even later moet ik toch voorbij ze, net voor de brug. En dan langs het water met 1 bootje erop. Genieten! Ik heb me ingesmeerd, want woensdag was ik duidelijk verkleurd op mijn armen en vrijdag met Manuel was ik zelfs een beetje rood geworden. En dan steek ik tussen een zee van gele bloemen de Praambrug over en ik snuif de geur diep op. Als ik keihard naar beneden vlieg, komt kopzorgen-van-een-triatleet-held HS naar boven. Geeft even stof tot nadenken als ik richting het Kotterbos rijd. Ik haal 40 kilometer met een soort gemak binnen 1,5 uur. Ooit onmogelijk, maar nu niet meer blijkbaar. Ik wil 50km fietsen. Nog even door dus. Het Kotterbos is behoorlijk druk. Ik slalom overal omheen. Dan nog even door naar het Oostvaarderscentrum om het rondje af te maken. 52 kilometer en er zijn nog steeds geen 2 uur voorbij. Dat was lekker! Ik kan dus ook een gemiddelde van 27,6 fietsen als ik dat wil.

En echt moe ben ik er niet van. Een beetje misschien, maar ook energiek. Ik twijfel of ik nog met Vincent mee ga lopen, maar hij gaat me te hard. Dus hij gaat alleen en ik zal klaarstaan om met hem mee te fietsen. Eventueel. Rustig. Ik ga mee en hij verzint een route. Hij zal het laatste rennen overslaan en vervangen door fietsen. Ik vind het prima. Naar de manege, langs de medailleman en dan over de vaart naar rechts. Het is in de stad veel drukker en lastiger slalommen. We gaan over de ophaalbrug.

En even lekker doortrappen over de dijk! Ik ben eerlijk gezegd wel blij dat het niet zo hard hoeft. We fietsen net geen 25 kilometer. Het is tijd voor de paas-gourmet! De week is voorbij met wandelingen, fietsen en hardlopen. Alles bij elkaar lekker veel buitenlucht gehad, zo tijdens het voorjaar en de quarantaine! Dat geeft mij energie.

13 april. Tweede paasdag. Met de wekker nog aan. Vol van de gourmet. Lekker uitdoezelen, laat opstaan en de was doen. Ik hoeft niet echt iets te doen, heb niet echt iets te doen. Ik neem Vincent mee voor een stukje fietsen. Vandaag is het koud. Het waait ook hard. Op de Paradijsvogelweg met wind mee is dat heerlijk…. We stoppen bij de bloemenvelden.

Dan gaan we richting de snelweg en daar is wind-tegen. Fors wind tegen. Ook na de snelweg. Razende wind tegen. Ik kan daar wel van genieten, ook al is het wat overdreven en is dit nog ‘maar’ vanaf de zijkant. We stoppen nog een keer bij een veld.

Dan ploeteren we door naar de Vogelweg. Vincent achter me. Op de Vogelweg valt het wel mee met de wind door de bomen. Dan gaan we de Grote Trap op en daar valt het niet mee! De wind waait vol van opzij. Gelukkig is het rustig en kan Vincent achter me aan stayeren. Het is echt even stoempen! We komen nog een mooi veld tegen en zoeken onze lievelingskleur uit. Met alle wind heb ik Vincent beloofd dat we de Ibisweg wind mee nemen. Hij scheurt er vandoor. Nou, die neem ik niet mee op sleeptouw dus. Ook het bos door heeft hij meer wind mee dan ik. En dan gaan we naar rechts de Trekweg op voor het laatste stukje tegenwind. We rijden achter de Sieradenbuurt door en komen op 24 kilometer uit.

Dan ga ik iets doen wat ik al heel lang niet meer heb gedaan: een koppeltraining! Ik ga even hardlopen! ‘Vroeger’ zo gewoon, maar nu al in geen maanden meer gebeurd. Ik ga alleen, want Vincent hoeft even niet meer. Ik zie wel hoe het gaat. Het is even wennen door het park en de eerste kilometer gaat niet echt hard, maar dan begrijp ik ook dat ik wind tegen heb. En het tempo deed er niet toe. Gewoon blijven lopen. Trapje af, korte rondje van 6 kilometer is oke. Ik heb nog wind tegen tot ik bij het Oostvaarderscentrum ben. Dan zijn er een meisje op een fietsje en haar zusje met rolschaatsen die ik inhaal en zij mij en we zullen elkaar nog tig keer kruisen. Ik ga tussen de ganzen met hun jongen door. Ik kijk naar de plassen. En ik ga gewoon door. Kilometer na kilometer. Het gaat nog best gemakkelijk als ik het weer gewend ben. Het tempo komt er lekker in.

Ik besluit 5 kilometer te lopen en dan zie ik wel of ik nog zo hard blijf gaan. Het gaat steeds iets beter. Ik zie de meisjes weer en ga de brug over. Ik loop gewoon nog even door nu het lekker gaat en wil niet 1 hetzelfde pad als toen we fietsten, dus ik ga om via het station. Dan kom ik ook aan de 6 kilometer. Nou bijna dan… Ik kan niet uittellen hoeveel procent 6 kilometer van 35 kilometer is. Thuis loop ik nog even op en neer en dan is het goed voor vandaag. Op de avondwandeling na natuurlijk.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-11

Zondag 22 maart. We stelden het een beetje uit, want is het wel verstandig om naar al die drukke plaatsen te gaan… Vincent en ik zouden gaan trail runnen. We wilden naar de Soesterduinen, maar de oproepen om afstand van elkaar te houden waren ook duidelijk. Uiteindelijk besloten we naar de Kemphaan te gaan. Dicht bij huis en ik ken de weg, maar Vincent kan dan lekker dwalen. En als het heel druk is, gaan we snel weer weg. De drukte valt mee. De kou valt ook mee. We gaan het bos in bij het natuur-educatiecentrum en langs de grote ‘ronde’ en dan door naar de weg. Helaas moeten we dan al verhard lopen, maar mooi om er even in te komen! We nemen het mountainbikepad en dan gaan we snel het bos weer in. Het is heerlijk dwalen met Vincent! Door het bos en dan zijn we bij het brugje en lopen achter de extra gebouwen van Stichting Aap langs. Het is echt heerlijk en ik loop eindelijk weer eens gemakkelijk. Vincent moppert de hele tijd dat het veel te snel gaat met de tijd, dat we veel te kort gaan genieten. We lopen onder de weg door en dan door de bomentunnel.

We komen weer terug op het fietspad en nemen zo snel mogelijk het grote pad naar links. We komen op de weg uit richting Almere Haven en moeten even over het asfalt lopen voor we bij de bruggetjes komen.

Dat is genieten! We zitten al op 5 kilometer en ik moet een gelletje nemen. Dan komen we over het mini-brugje. We gaan het cirkelbos in. Vincent vindt het heerlijk dat hij de route mag kiezen. Dan komen we bij de berg. Natuurlijk gaan we omhoog! Vincent is eerder boven dan ik. Boven waait het kil.

We hollen de berg weer af en gaan even het museumbos in. Niet helemaal door, maar langs de oude boom en dan het fietspad op naar links. het Cirkelfietspad. Vincent babbelt de hele tijd door en is razend enthousiast. We komen bij de stoplichten en kunnen doorlopen. Dan gaan we terug richting de Kemphaan en Vincent kiest de onverharde ruiterpaden. Ik heb net een gel op, maar dit is even ploeteren! Dan neemt Vincent het rugzakje over.

We lopen over het vierbruggenpad. Vincent vindt de rugzak maar onhandig. We nemen het onverharde pad terug richting de auto en dan wisselen we weer van rugzak en route. Hij de route, ik de rugzak. We hebben er intussen al 12 kilometer op zitten, maar Vincent is het nog lang niet moe! Die zou nog wel een uurtje door kunnen zwerven. Zolang ik de rugzak maar neem. We maken nog een ommetje over de Kemphaan om de 13 kilometer vol te krijgen. In een mooie tijd van iets van 1 uur 23. Het was echt heerlijk!

Maandag 23 maart

We moesten een foto maken voor de handenarbeidlessen van Vincent. We hebben al foto’s gemaakt met forced perspectief en het thema triatlon. Nu nog iets met een fiets en natuur. We wilden op de dijk kijken of Vincent over een bloemetje kan fietsen. Eenmaal op de dijk, zijn er alleen maar hele kleine bloempjes. En de zon. We maken een prachtige foto:

Deze is onbewerkt!

We fietsen nog even door door het Wilgenbos en over het sluisje. Het gaat lekker en we zijn lekker even buiten geweest.

Dinsdag 24 maart.

We maken een lunchwandeling. Maar ‘s middags moet ik er toch nog even op uit. En Vincent mag weer mee! We fietsen naar de Ibisweg onder de bloesembomen door en dan door het Kotterbos weer terug.

De ondergaande zon is erg mooi, maar Vincent is een beetje moe. Hij gaat terug vanaf het Oostvaarderscentrum en ik scheur nog even door richting de dijk. Dat is best even lekker, zo alleen! Even geen jongentje wat ik bij hoeft te houden, even geen rekening houden met iemand anders. Die tijd is nu effe belangrijk voor me en ik geniet er dan ook van tot de zon zowat onder is gegaan!

Woensdag 25 maart.

Een halve dag werken en een halve dag huiswerk maken samen met Vincent. Ondertussen is Rob nog steeds ziek ‘thuis’. De onrust wordt er niet minder van. Het is niet heel ernstig, maar het gaat ook maar niet over. Er zijn heel veel kleine dingen die moeten en die lopen met dat thuiswerken allemaal door elkaar. Ik vind dat lastig te combineren allemaal. Vanavond gaan we hardlopen. Het grotere rondje. Ik moet 15 minuten inlopen in zone 1 n dan 6 keer 10 minuten zone 2, waarvan de laatste 20 seconden sprinten. Natuurlijk gaat Vincent weer mee! Hij houdt mij wel bij. Vooral zone 1 duurt altijd eindeloos. Dan blijft het gevoel van sjokken zo hangen! Ook al mogen we soms even hard.

We lopen onder de snelweg door en komen dan op de lange saaie Ibisweg. Ik krijg een idee: laten we het NATO alfabet eens erin gooien! Vincent pakt ‘m snel op en daar lopen we dan te oefenen en soms even op te zoeken: Alfa, Bravo, Charlie….. De tijd vliegt en we lopen verder zonder moeite. We hebben het niet eens door. Soms een stukje versnellen en dan weer terug naar Kilo, Lima, Mike. We lopen een stukje om en doen namen en zo komen we zomaar uit op 11,66 kilometer! Vincent is de koning te rijk dat hij zomaar even een afkortingenalfabet heeft geleerd!

Donderdag 26 maart

Even terug naar de bingo-kaart: ik heb nog een paar opdrachten open staan. Ik moet er nog 5. Vandaag ga ik er twee afstrepen! Of misschien wel drie. De fanatieke Anke staat op: die bingo-kaart moet vol! Eerst ga ik alleen lopen: 15 minuten heen en hetzelfde stuk in 14 minuten terug. Dat is dus lekker rustig heenlopen en dan iets harder terug. Ik ga de Oostvaardersplassen in en merk als ik een hoek omga, dat ik eerst naar de wind had moeten kijken! Nu heb ik op de weg terug wind tegen en dat is niet zo slim. Na 14 minuten draai ik om en kom ik weer dezelfde (bosjes) mensen tegen. Ik kan ook best iets harder lopen en geniet daarvan. Eigenlijk heb ik binnen een kilometer al bijna 50 seconden ‘gewonnen’. Ik moet aan het einde zelfs vertragen! Maar ik loop net geen 5 kilometer in 29 minuten.

Thuis wacht Vincent me op voor de volgende opdracht: 5 kilometer gaan lopen en elke kilometer een krachtoefening. We steggelen even wie er drie moet bedenken en wie 2. Ik begin met jumping jacks, midden in de woonwijk.

Vincent doet de route, maar hij heeft het iets onderschat. De volgende opdracht van hem zijn kniebuigingen. Mensen kijken even raar uit het raam en wij liggen dubbel. Dan lopen we om de Regenboogbuurt heen en ik laat ons squats doen. We babbelen vrolijk verder. Na de vierde kilometer moet ik van Vincent het ‘gestoorde elfje’ doen: klappen en stappen maken. Ik mis de coördinatie gewoon!

Ik ben ook een beetje moe intussen. We lopen door de Seizoenenbuurt over het fietspad en zien een vriend van Vincent. Even later doen we de laatste opdracht: loopscholing. Ik ben een beetje vermoeid geraakt! We lopen bijna 6 kilometer en ik kan nog een bingovakje vullen: gelijke cijfers in de tijd. 38:38 doen we erover!

Vrijdag 27 maart.

Nog twee open bingovakjes: een piramide en een ochtendloop. Ik merk dat ik van dit soort dingen ook wat te fanatiek wordt. Dan wil ik de vakjes vol hebben om er vanaf te zijn. Ga ik teveel dagen achter elkaar lopen en sporten. Maar ik ga toch! Ik ga alleen deze ochtend. Een piramide doen. Het is niet moeilijk: 1 minuut hard, 1 minuut zacht, 2 minuten hard, 2 minuten zacht en dat loopt op tot 5 minuten hard en 5 minuten zacht en dan weer af. 50 Minuten. Maar hard is op de vrijdagochtend hard niet meer. Daar baal ik van.

In de tijd dat ik rustig mag lopen geniet ik van de zon en van de vogels en het prachtige weer. Ik dribbel dan gewoon. In de tijd dat ik hard moet, doe ik mijn best, maar echt hard gaat het niet. Ik leg me er maar bij neer. Te weinig eten, te veel willen lopen, te veel dingetjes te doen (in mijn hoofd). Ik loop door het bos.

De andere mensen die ik tegenkom zijn veelal ouderen en ik horen 2 oudere dames discussiëren over de auto: “dat ding was toch al te groot voor ons” Ik moet er om grinniken: wat een damesopmerking! Dus de ene helft van de training geniet ik volop, de andere helft ploeter ik. Ik vind de opdracht leuk, maar niet voor mij vandaag geschikt. Ik ben de eerste die de bingokaart vol heeft! Eigenlijk vind ik dat ik ‘m pas mag innen als ik 9 keer heb gelopen, maar ik heb sinds het begin van de bingokaart 8 keer gelopen en 6 keer gefietst. Dat telt ook een beetje toch?!

Zaterdag 28 maart

Ik heb nieuwe wielen voor mijn fiets. En nieuwe banden. Zonder binnenbanden. Rob heeft dat gefikst voor mij. Heel spannend. Mijn rem staat strakker en ik kan nu geen lekke banden meer rijden. Dus dat moest ik proberen toen Rob de banden had geplaatst! Ik ging een klein rondje, eerst een half uurtje via de dijk.

Conclusies:

  • Mijn banden zijn iets breder en daardoor heb ik een beetje meer lef en meer grip, wat ik vooral merk ik de bochten.
  • De rem staat iets strakker, want de band is ook wat breder. Dat vind ik erg prettig merk ik, maar dat had ik ook zonder tubeless banden kunnen instellen
  • Het gaat sneller! Ik ga echt iets harder. De banden en spaken moeten nog wel iets spannen en tikken van tijd tot tijd. Of dat komt door steentjes die er tegenop spatten, omdat de velg hoger is – dat weet ik niet.
  • Het waait behoorlijk….

…. maar dat ligt niet aan de banden! Ik ben om!

En als ik dat weet, dat is het ‘s middags tijd voor een rondje Oostvaardersplassen. By myself. Met een muziekje. Eigen tempo, eigen route, eigen manier. Ik ging door het Kotterbos, want dan had ik iets meer wind mee op de Oostvaardersdijk. Omdat de wind op de Knardijk fel tegen zou zijn, ging ik daar toch echt door het bos. Ik luisterde lekker naar muziek en voor mij fietsten elke keer mensen die ik lekker kon najagen en inhalen. Dan merk ik niet zoveel van de wind. In het bos was het irritant druk. Ik moest vaak opzij of bellen. Ik had geen haast gelukkig. Toen ik op de Knardijk kwam voor het laatste stukje genoot ik wel van de site-surfer met dolle capriolen, maar de wind tegen was echt heftig! Op de dijk moest ik even wennen dat de wind van opzij-achter kwam, maar eenmaal gewend, kon het gas erop! En het ging echt lekker hard en gemakkelijk. Haalde ik nog steeds elektrische fietsjes in. Ik nam het ommetje en een afslag verder op de dijk, zodat ik op 38 kilometer zou komen om vandaag de 50 kilometer te halen. Toen ik thuis kwam bleek dat ik zelfs 51 kilometer had gefietst.

Zondag 29 maart

Ik had me een tijdje verheugd op de waterleidingduinentrail,die we met zijn allen zouden gaan doen, maar dat was voordat Corona rondwaarde. Vincent zou ook eens meegaan. Maar dat feestje werd dus geannuleerd. Niet getreurd, we konden ook samen naar de duinen gaan, want ik had een route. Helaas zijn de duinen ook redelijk afgesloten. Dus togen we naar restaurant de Paddestoel tussen Hollandse Rading en Lage Vuursche. Ik ga gewoon voor de derde keer de pancaketrail doen! Nu samen met Vincent en in tegengestelde richting, zodat we eerst de Wolfsdreuvik meepakken en dan kunnen we aan het einde afsnijden als dat beter uitkomt. 17 Kilometer voor een 13-jarige is namelijk best veel. Maar we namen de tijd en zouden rustig aan doen. Een tijd van 7:30 op de kilometer was helemaal toegestaan.

Vooraf had ik Vincent gewaarschuwd dat de ‘bedenker’ van deze route een échte trailloper is, wat betekent: bijna alles onverhard. Vincent mocht zich van mij 7 keer afvragen hoe bedenker PL die paadjes toch vond…
Bij de kuil van Hollandse Rading stond de parkeerplaats vol en bij de Paddestoel pikte ik het laatste plekje in. Rugzakje om, Vincent de autosleutel en we gingen! Eerst 100m verhard en dan het bos in. In Almere waaide je uit je broek, maar in de bossen van Utrecht viel het erg mee. De eerste keer: “hoe vind je dit soort paden” was al binnen een kwartier opgebruikt. Er waren wel wat mensen in het bos, maar niet echt heel veel. Je kon er ruim omheen. Ik had geen routepijltjes op het horloge, alleen een kaartje waarop ik het paarse lijntje moest volgen. We liepen 1 keer een stukje verkeerd. Vincent had zich inmiddels al vaker verwonderd over de single track die we aan het volgen waren! Toen kwamen we bij de Wolfsdreuvik. We waren er helemaal ‘alleen’ en Vincent omschreef het ook als “een beetje sprookjesachtig”.

Het zonnetje stond er mooi op en we zochten naar de geheime gangen.

En toen weer verder, terwijl Vincent net gemist werd door een tak die naar beneden woei. Vincent vroeg zich af of het hem wel zou lukken om zo ver te lopen. We zouden in elk geval tot Lage Vuursche lopen en daar een pauze nemen.

Het verwonderde me dat Lage Vuursche op 3 auto’s na volkomen leeg was. Dit dorpje leek in niks op een zondagmiddag! We namen een break bij Kasteel Drakesteijn en besloten gezamenlijk dat het wel heel ver is naar de Wolfsdreuvik voor een ondergrondse tunnel.

Vincent is niet zo thuis in het koninklijk huis, dus die wist even niet wie er nu op Drakesteijn verbleef. We liepen weer door en ik kon hem laten zien waar PL precies goed in is: net niet over het grote, voor de hand liggende pad, maar een klein paadje daarnaast door het bos pakken. Toen we op de Nonnetjesroute kwamen, herkende Vincent dat direct. We gingen op zoek naar een WC, maar bij gebrek aan een hokje, werd het toch een boom aan het water.

We kwamen door nog een paar paadjes waarbij Vincent alleen nog maar hoefde te zuchten en het volgende getal te roepen in plaats van de vraag: hoe-vind-je-dit-in-shemelsnaam-P uit te roepen. De zeven zijn we inmiddels ruim gepasseerd. We kwamen bij het huisje en zaten even op het bankje. Daar nam Vincent mijn horloge over, zodat hij de route kon doen. Toen werd het nog leuker voor hem! Maar afsnijden werd lastig. Toen hij voor mij uit rende tussen de rodondendrons (“dat klinkt als een monster”), raakte mijn horloge overtuigd dat ik een hartaanval had!

We konden de noodmessages stoppen en gingen rustig weer verder, langs velden, boerderijen en door bosjes. We stopten nog een keer onder de hoogspanningsmast voor colafles-snoepjes, al werkten die op Vincents darmen.

Het tempo ging wat omlaag, maar dat was niks erg. Ik vond het heerlijk om buiten in het bos te zijn. Rechtstreeks was de auto nog iets dichterbij, maar de 13 en 14 kilometer passeerden ook. En toen werd Vincent eindelijk echt moe. Dat mag ook wel. We wandelden een stukje en dat mag ook.

Toen begon hij te zien dat we eigenlijk wel binnen 2 uur rond moesten zijn en -hop- daar gingen we weer! Intussen had Vincent zijn 7 keer pad-verbazing ruimschoots verdubbeld.

We hobbelden nog door en op beide horloges hadden we binnen 2 uur (net) 17 kilometer gelopen! Vincent ging snel door naar de WC in de Paddenstoel. Knap hoor, dat zo’n jochie zo ver kan lopen en er zo van kan genieten! Het leukste vond hij toen hij de weg in de gaten mocht houden. Ik zal mijn horloge wel vaker af moeten staan dan…..

Dinsdag 31 maart

Op maandag namen we even sport-rust. Dat mag zo nu en dan ook best een keertje… Maar vandaag gingen we toch eventjes fietsen en er van genieten dat het weer langer licht is.

Ik vertelde Vincent over wat je zou moeten eten als sporter. Altijd een beetje raar als ik het vertel, want ik ken de theorie wel, maar voer het in praktijk meestal slecht uit. We kwamen langs het kasteel. Met het lager staan van de zon, werd het steeds killer. We wilden niet over het Spoorbaanpad, dus reden we rond om de Leeghwaterplas. Al met al trappen we wat spierpijn eruit in iets van 25 kilometer. Wij gaan niet zo snel en hard als die anderen, maar we genieten er saampjes wel van!

1 april

Geen grappen vandaag, want corona met zijn verlengde thuis-quarantiane, social distancing, stille scholen en hard thuiswerken vraagt daar helemaal niet om. Er is een nieuwe bingo-kaart. Met 9 opdrachten en 3 bonus opdrachten. Ik wil er zoveel mogelijk tegelijk afstrepen dat ik zo snel mogelijk klaar ben! Vanavond gaan we meteen op pad, Vincent en ik, om 2 opdrachten te vervullen. Een loop rondom zonsondergang en we gaan herten(sporen) spotten voor het vakje ‘wilde dieren of hun sporen’. Op en neer naar de dijk, ik moet een half uur in zone 1 en een half uur in zone 2 en dan nog een kwartier in blokjes op hoog tempo. Zone 1 is suf en traag. Ik gaf Vincent de telefoon om foto’s te maken die ging helemaal los! Hertensporen, de lucht, vogels, de maan, zijn mama…. Hij had genoeg tijd terwijl ik voorthobbelde.

Ik genoot van de geur van de bloesems en het geluid van de vogels. Het was eindelijk eens rustig in de plassen! In zone 1 haalde ik in een half maar 4,5 kilometer en toen mocht ik door naar zone 2, waar ik eigenlijk al de hele tijd in zat. Vincent vond het niet erg, die keek om zich heen door de lens en kon mij keer op keer gemakkelijk weer bijhalen.

We waren na zonsondergang op de dijk en foto’s maken wordt dan steeds moeilijker. We namen precies dezelfde weg terug. En toen stonden er vlakbij (maar aan de andere kant van het hek) ineens hertjes! Vincent was te laat met het fototoestel. Nu was het echt stil in de Oostvaardersplassen (officieel mag je er na zonsondergang ook niet meer komen, maar ik heb dat bord nog nooit gelezen geloof ik) en super mooi. Alsof je in een andere tijd liep! Vincent bleef nu in de buurt omdat het ook een beetje unheimisch voelt als het licht zo verandert. We zagen nog meer herten.

Toen we weer bij de uitkijkheuvel waren, gingen mijn snelle minuten in op zone 4. Ik moet dan best aanzetten, maar voor Vincent lijkt het geen moeite. Hij ging mij aanmoedigen: “Het gaat goed hoor mama” en “je houdt het tempo prima vast” en “zeg maar niks, dat doe ik wel”. Ik herkende het zo!! Dat was altijd mijn tekst, maar nu zijn de rollen echt heel erg omgekeerd. Ik moest er om lachen en keek uit naar de rust. We liepen onze wijk in en het was eigenlijk al helemaal donker. Ik deed hetzelfde blokje nog 2 keer en het werd wel lastig, maar door mijn supercoach hield ik het wel vol! Ik blijk achteraf 3 keer precies even hard gelopen te hebben (5:19). Ik was er wel klaar mee toen we thuis waren, maar Vincent ging nog even rond om de 12 (!!) kilometer vol te maken. Daarnaast heeft hij zo’n HONDERD foto’s gemaakt op een avondje.

De eerste 2 vakjes van de bingo-kaart staan!

2 april

In plaats van hardlooptraining op de baan, gingen wij een rondje fietsen om de baan. Klinkt als een slechte reclame, maar net als in de reclame: het went. Al wordt ik nog wel moe van alle ballen hoog houden en werken en huiswerk en de was en alles tegelijk. Maar dat de nieuwe rode ophaalbrug nu echt open is, lokt me naar buiten. We fietsen over de dijk naar het Wilgenbos, dan een rondje atletiekbaan en daarna terug naar het Eksternest nu dat weer kan. De wind tegen op de dijk is best stevig. Ach, character building…. Het Wilgenbos is altijd leuk, maar het is ook een goede plek voor een jongensplas. De foto mag ik niet publiceren 😉

We rijden om de atletiekbaan heen en dan op naar de brug waar ze een dik jaar over gebouwd hebben. Het zijn de kleine dingen die ‘t ‘m doen tegenwoordig. We komen oud-zwemtrainer RO en zijn lieve vrouw HO tegen en daar moet ik even mee kletsen. Niet te lang, want dan halen we het niet voor het donker en het is best koud om stil te staan. En daar is de nieuwe brug:

Mooi rood zeg ik. We rijden weer terug naar de dijk, langs een hardloper die ons ontzettend vriendelijk een duimpje geeft omdat we zo netjes afstand houden. Op de dijk hebben we wind mee en dan geniet Vincent! Hij trapt ver voor me uit met die kleine beentjes. De 25 kilometer moeten weer vol en dan zijn we uitgewaaid.

Vrijdag 3 april.

De meeste vrijdagen waren lastig de afgelopen tijd. Te weinig voeding, onrust, stomme tempo’s. Vandaag wilde ik er niet aan meedoen. Ik ga gewoon 2 vakjes van de bingo afstrepen: de afgeronde kilometers en een standbeeld onderweg. Ik loop mijn gewone rondje van 7 kilometer langs de Oostvaardersplassen. Als ik nog geen kilometer onderweg ben, zie ik een meneer die een topbaan heeft: hij heeft een tractor en een bootje en maait het gras in het water. Dat is het moment dat ik voel: dit gaat goed vandaag! Ik loop lekker en kijk nog even naar de opdracht van het schema, maar die is 1,5 uur.

Ik moet het eerste uur op 10 kilometer per uur lopen en dat gaat me vast wel lukken. Het verbaast me dat het zo heerlijk gaat. Als ik langs de plassen loop, bedenk ik dat dit rondje mijn favoriete rondje is, en tegen de klok in mijn favoriete richting. Voor een extra bingo kan ik ‘m dadelijk ook nog met de klok mee lopen. Ik hou het in gedachten en ik moet me goed blijven voelen.

Ik fotografeer de adelaar. Het blijft maar goed gaan en ik loop netjes 10 kilometer per uur. Ik besluit het rondje te dubbelen: ik heb de tijd, ik kan het, ik voel me goed en ik hoeft verder niks te doen. Dan kan ik ook nog een deel van de training doen die na het uur komt. Ik moet het even ontcijferen terwijl ik loop en een beetje aanpassen, want anderhalf zal ik niet volmaken. Ik fotografeer het houtsnijvosje en de adelaar nog een keer.

Ik doe netjes 10 kilometer in 59 minuten en 54 seconden. Close enough! Dan ga ik op het uur twee minuten 11-12 kilometer per uur lopen. Ik vergis me en denk na een minuut klaar te zijn en doe dus ongeveer 20 seconden vals rustig, maar daarna pak ik ‘m weer op. De rustminuut hou ik in ere door heel kalm te dribbelen. Ik moet het nu op gevoel doen, maar dat gaat prima. Ik kijk op de hele minuten en loop het onverharde stuk lekker op tempo. Het is goed te doen. Ik ben halverwege de brug klaar met de derde versnelling. Ik kom er steeds iets beter in en ga net iets harder. Ik pak precies dezelfde route andersom en het blijft maar goed gaan. Het voelt nergens als onwaarachtig zwaar of lastig.

Na de 6 keer 2 minuten versnellen, loop ik uit op 9 kilometer per uur. Het rondje om het huis moet net iets korter worden en dan sta ik na 14 kilometer precies weer voor de deur.

‘s Middags na de lunch ga ik fietsen met Manuel. Hij op de MTB, ik op de racefiets. Manuel heeft een route in gedachten. Ik hoeft niet snel. We doen de route in blokjes: eerst naar de manege. Daarna naar de brug over de Vaart. We kletsen wat, want we hebben al een hele tijd niet meer samen getraind. We gaan over het ophaalbrugje bij de roeivereniging en dan door naar de kruising bij het Kasteel. Daar gaan we richting de dijk en de andere manege. Dan gaan we de Gooimeerdijk op tegen de wind in naar Almere Haven. Ik fiets vrolijk mee. Niet te hard, maar dat heeft nergens voor. We houden wind tegen, ook en vooral als we naar de A6 fietsen. Als we onder de A6 door zijn, gaan we richting Duin. Daar bouwen ze enorme flats.

We slingeren regelmatig tussen de mensen door, maar het is niet vreselijk druk. Voorbij Duin waait het nog steeds. Echt mild gaat het vandaag niet worden! Ik verbaas me erover dat ik weer eens zo’n eind kan fietsen. De wind draait wel een beetje mee als we de bocht om zijn, maar ik vind het er saai uitzien zonder de windmolens. Dan de Oostvaardersdijk op. Daar werkte de wind wel aardig mee gelukkig. Konden we weer even kletsen. Vanaf de Oostvaardersplassen hadden we echt de wind mee en toen was wel duidelijk dat we de 40 kilometer haalden en uiteindelijk haalde ik ook nog eens precies 42! Dat is toch netjes voor een bewolkte vrijdag?

Zaterdag 4 april.

Ik ging met Vincent fietsen. Vincent zou de route verzorgen. Dat is altijd een verrassing! Onder de bloesems door (tussen de mensen door slingeren) en daarna eerst de Trekweg op naar rechts en dan de volgende onderdoorgang onder de A6 door nemen. Aan het einde gaan we naar… rechts! Die zag ik niet aankomen en ik zei nog: als we dadelijk weer onder de A6 doorgaan, zijn we binnen een half uurtje alweer thuis. Maar ‘nee, dat doen we niet mama’, we gingen naar links de lange rechte polderweg op! Hij vroeg zich af of hij dan nog bij het fietspad zou komen, maar dat was niet het geval. Daarna maakten we ons alleen nog maar druk om de wind tegen. Vincent dacht nog nooit op de weg te zijn geweest, maar ik weet zeker van wel. Hij fietste natuurlijk altijd met mij mee en hoefde zelf nooit iets te bedenken. We gingen tot aan de weg-met-bomen. Daar gingen we naar rechts. We hadden een hele discussie dat we de A6 gingen oversteken volgens Vincent en ik bleef maar zeggen van niet. Ik wist dat het de A27 was namelijk. Toen we die over waren zei Vincent opeens: als we hier doorfietsen komen we bij de Shell uit toch? Dat weet ie dan weer wel! Toen wilde hij naar de dijk toe, want daar hadden we dan wind mee. We reden langs de berg en toen ging hij naar links. Ik ging braaf mee, ook al weet ik dat rechts veel korter is. Ook het cirkelfietspad liet hij liggen, dus we ploeterden tegen de wind in helemaal naar de Stichtse Brug. Daar gingen we dan echt de dijk op.

Het was mooi en de wind werkte mee. Vincent zette zijn fietscomputertje aan voor de route naar huis, maar dat vond ik niet zo’n goed idee. Uit je hoofd! Doe maar wat, verras me. Bij de manege gingen we eraf en toen gingen we op de driesprong rechtdoor. Dat is nu echt een pad waar ik nog nooit was geweest! We kwamen langs de schaapskudde vol met lammetjes en met de schaapshond. Wat een toproute! Toen gingen we naar rechts en waren we bij het Kasteel.

Vincent gaat niet rechtdoor richting Nobelhorst, nee, we gaan richting de A6 en dan eis ik het Spoorbaanpad te vermijden. dus we gaan naar rechts als we de busbaan over zijn. Komen we langs de ‘ufo’s’ en dan over het verlaten industrieterrein van de autogarages. Daar was het onnatuurlijk stil voor een zaterdag. We kwamen bij de Vaart en namen de eerste brug. Toen wist Vincent weer waar hij was (na even denken) en we gingen naar de manege. Laat het dan maar 40 kilometer worden ook! Nog een apart ommetje: rechtdoor de Vaart over en dan het Gerrit Schultepad op. Weer een onverwachte routewending! We gingen naar het Tijdpad en toen moesten we nog een klein stukje om door de wijk, maar dan hadden we ook 40 kilometer gefietst ook! Ik heb heel veel pret gehad.

Zondag 5 april

Aan het einde van de middag gingen Vincent en ik naar het Kotterbos. Eerst zouden het eerste deel van de piramide van de bingo doen: 1,2,3,4,5 minuten versnellen met 1 minuut rust. Na de trailroute die Vincent in het Kotterbos ging doen, zouden we dan de rest van de piramide doen. Het was duidelijk korte broeken weer! We liepen verhard om het huis een rondje in en toen gingen we 1 minuut versellen en daarna 2 minuten. Vincent liep voor me uit, maar nog niet heel veel in die korte tijd. Toen 3 minuten versnellen en we gingen richting het Schanullekesluisje.

Bij de vier minuten raakte ik Vincent aardig kwijt, maar hij nam iets meer pauze, keerde terug en dan zei ik rechtdoor langs de Vaart blijven lopen richting Kotterbos. We zouden de piramide maar eerst afmaken en dan via de trail terug door het Kotterbos. Het is frustrerend dat Vincent dan zoveel harder kan lopen, maar ik ben er ook heel trots op. We gingen steeds verder en toen de 2 minuten was aangebroken bleef hij mij me. De 1 minuut deden we in het bos en precies toen die om was, lagen er daar 2 te ketsen: gatver wat onfatsoenlijk!

We liepen over het onverharde pad en wandelden en kwamen even bij van de piramide. Toen weer terug het Kotterbos in en ik was een beetje boos op mezelf dat ik geen water bij me had of iets te eten. We gingen erg rustig lopen. We kwamen terug op de weg en moesten een stukje verhard en toen de Natuurbrug op. Het viel mee met de drukte.

We namen een afslag door een poortje. Ik moest eigenlijk naar de WC, maar ik had net zo min iets bij me als water. We dwaalden terug het fietspad op met een “enthousiaste” hond die om ons heen sprong. En weer het bos in naar rechts. Bij het water vroeg ik Vincent toch naar links te gaan. Toen dwaalden we weer door en we zouden naar de berg gaan. We staken het fietspad over wat Vincent totaal niet herkende. En toen… gingen we naar links! Dat is van de berg af, maar de druk op mijn darmen was gezakt en ik liet het lekker gebeuren. Het is mooi daar in dat stukje en we hoefden niks hard, dus het was prima. We kwamen een breed (onverhard) pad tegen wat Vincent koos in de hoop bij de berg uit te komen, die in zijn optiek rechtsvoor lag, maar in werkelijkheid strak achter ons. Toen kwamen we weer op de Trekweg uit. Hij was teleurgesteld, maar ik vond het wel lollig. We namen even pauze op de balk en ik liet hem zien waar we zaten en ik appte Rob even. We gingen door het bos, langs de weg weer terug richting de berg. Over het ATB-pad wat vol takken lag en over de ‘bergjes’.

Het tempo was er totaal uit, maar ik was de enige die daarover zeurde. Het werd wel iets verder als ik had gedacht! We liepen onverhard verder tot de berg. We wandelden de brug op en ik belde Rob dat we eten mee zouden nemen. We hobbelden weer verder en Vincent babbelt gewoon door alsof hij nog geen 13 kilometer gelopen heeft, al had hij het ook warm. Bij de snackbar, na de bestelling, liep ik nog een rondje om de 15 kilometer vol te maken.

De frietjes gingen er wel in! Daarna wilde Rob nog een frisse neus halen en wandelden we nog een ‘stukje’. De zon ging mooi onder en het bos was echt prachtig. Ik schatte de route iets verkeerd in en we keerden pas na 3 kilometer terug om. Vincent ving een heel scala aan Pokemons. Het zonlicht blijft mooi, maar na 5 kilometer ben ik moe. Mijn benen zijn ook moe. Toch loop ik door, want dat is de beste en enige manier om thuis te komen. Dat duurt nog anderhalve kilometer. Dan is het bijna donker.

Eindelijk weer eens een lekker volle sportweek die goed voelde! (met wandelen iets van 12,5 uur)

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-10

Maandag 16 maart. De wereld ziet er vanaf deze week anders uit: het Corona-virus heerst en iedereen moet thuis werken, thuis naar school, social distancing is de regel en als je hoest (zoals ik) mag je niet in aanraking met anderen komen. De winkels zijn leeg gehamsterd. Ik werk thuis, Rob werkte al lang thuis en Vincent moet ook vanuit huis werken. Wij hebben de luxe van ieder een eigen computer en kamer. Vincent heeft een schema en Rob en ik hebben genoeg te werken. Maar het voorjaar trekt zich er niks van aan. Nu mag het regenen en rotweer zijn, maar juist deze week komt het zonnetje erdoor en nodigt alles uit tot “buiten”. Gelukkig mag dat in Nederland nog wel, in tegenstelling tot diverse andere landen. Na het (school)werk moeten Vincent en ik naar buiten. Het is te mooi! Ik moet Vincent even overtuigen, maar dan gaat hij toch mee op de racefiets. Het is droog, bijna windstil en nog anderhalf uur licht.

Vincent is dolblij en stuitert bijna op de fiets. Als een koe in de wei in het voorjaar. Of lammetje wat voor het eerst buiten komt. Hij ratelt, glimt en trapt. We gaan langs de Oostvaardersplassen naar de Oostvaardersdijk en dan naar het gemaal Bloq van Kuffeler. Vanuit daar gaan we verder langs de Noorderplassen. Er staat ongelooflijk veel water daar. Het is erg mooi. Adembenemend. We doen rustig aan.

We rijden door de wijk Noorderplassen en dan op het fijne fietspad gaat Vincent snoeihard en geniet hij zo mogelijk nog meer! We fietsen terug langs de andere kant van de Noorderplassen en zien hoe de schapen worden opgehaald. We fietsen langs de atletiekbaan en dan terug naar huis. Het was heerlijk! We zijn even alles vergeten.

Dinsdag 17 maart. Tussen de middag wandelen we met zijn drietjes een lunchrondje. Dat is wel even lekker, maar na weer een dag thuis werken, schoolwerk maken en verder binnen zitten, willen Vincent en ik weer de open lucht in om te sporten. Intussen heb ik een bingokaart gevonden met hardloopopdrachten voor degenen die niet meer in een club mogen lopen.

Er staan 9 opdrachten op en ik vind het leuk. Ik wil graag de lentebode afstrepen! Vandaag wil ik naar de bloesems en onder de snelweg door, omdat ik denk dat het daar wel stil zal zijn. Vincents opdracht is simpel: loop een uur op 10 kilometer per uur. Eitje voor hem, maar voor mij zal het even doorbijten zijn! Ik ben nog niet 100% fit en voel mijn longen nog een beetje en ik ben weer aan het diëten geslagen.

De bloesems zijn mooi, maar het went ook een beetje en normaal ben ik er blij om, maar nu is alles een beetje raar met corona-paniek en thuis-quarantaine. We lopen onder de snelweg door, maar in Nederland kom je altijd wel een andere persoon tegen. Het tempo zit er netjes in en Vincent telt mee hoeveel seconden we voor lopen. We hebben op de lange saaie weg wind mee, maar zullen op de Trekweg wind tegen hebben. Vincent kwebbelt de tijd vol, ik hijg de tijd door. Bij de zendmast naar links en tussen de vliegjes door. Dan het brugje over en de A6 weer onderdoor. We lopen ook door het bos, ook een opdracht van de bingo.

Een andere opdracht is: fotografeer afval. Dat doen we ook maar vast. Op de Trekweg heb ik het wat zwaarder en raak ik geïrriteerd omdat Vincent elke keer op zijn horloge kijkt. Ik kan prima tegen de wind in, maar ik heb verder weinig zin meer. We gaan nog een keer de brug over en onder de bloesems door. We halen de 10 kilometer binnen een uur, afhankelijk van Vincents of mijn horloge hebben we 10 à 20 seconden over. We dribbelen heel, heel rustig naar huis.

Woensdag 18 maart. Intussen heeft Rob een/het virus onder de leden en ligt hij ziek te slapen. Ik ben ongelooflijk onrustig, moet veel dingen doen en Vincent even helpen. ‘s Morgens vraag ik of ik de woensdag over 2 dagen mag verspreiden qua werk en dat kan. Om 2 uur ga ik hardlopen richting het Oostvaarderscentrum waar Joyce me 6 kilometer zal vergezellen.

Ik merk eigenlijk wel dat ik gister ook gelopen heb, maar vandaag hoeft de 10 kilometer niet binnen een uur. We kletsen als we over het drukke fietspad lopen. Social distancing is niet zo eenvoudig! We hebben veel om over te praten en de kilometers vliegen voorbij. We gaan het bos in. Niet helemaal aan de andere kant, maar op twee-derde. Dan het bos door en we praten maar door. We pakken ook nog een raar ommetje door het andere bos met de houtsnijwerken en dan gaan we richting het trapje. Ik moet 6 kilometer vol krijgen! Dat lukt en dan moet ik weer 2 kilometer naar huis hobbelen. Het gaat wel.

‘s Middags help ik Vincent op weg. De dagen zijn totaal anders ingedeeld opeens. Ik vind het eerder onrustiger dan gemakkelijk. Hoewel het hartstikke goed gaat en ik qua sport geen doelen heb en dus weinig ‘verlies’. Ik vind dat Vincent elke dag even een frisse neus moet halen. Maar alleen mag hij niet, dus ik ga en mag weer mee. Ik heb op een foto gezien dat je niet door de wijk Noorderplassen hoeft, maar dat je weer een beetje langs de brug kunt. Dat moet ik proberen! Vandaag staat er wel wat wind, dus die moeten we mee hebben op de Oostvaardersdijk. We fietsen een beetje anders, want ik wil langs het asiel en de gevangenis om zoveel mogelijk wind tegen in de wijken te hebben. Maar daar is de weg opengebroken, dus we hebben toch echt een stukje wind tegen. Net voorbij het Bloq gaan we het fietspad op. Ik verwacht dat het fietspad wel vervuild zal zijn, zeker straks bij de koeien. We komen over de nieuwe rode brug en de ophaalbrug in aanbouw lijkt eindelijk op te schieten!

Dan over het koeienpad tussen de Noorderplassen door. Vincent is hier nog nooit geweest en dat verbaast me enorm. Wat me ook verbaast, is dat het pad nog nooit zo goed begaanbaar is geweest! De hobbels zijn eruit, de koeienvlaaien weg, de borders gemaaid. Het is heerlijk! Vincent kijkt zijn ogen uit, ook al hebben we wind tegen. We spreken af een keer alle vogelbunkers af te gaan.

We fietsen naar de Oostvaardersdijk en dan hebben we heerlijk wind mee! Dat is ook even genieten terwijl de zon een oranje bol wordt achter ons. We fietsen langs de Oostvaardersplassen terug en daar is het sereen. Het is er prachtig. Adembenemend mooi. Ik kom er nu voor de zoveelste keer tussen de bloesems door, maar dit moment is stil. Het is verstild en je hoort alleen maar de vogels. En Vincent die droomt van zijn nieuwe fiets. Het is dat ik trek krijg en vervelend wordt, maar voor de rest geniet ik enorm! Ik had gedacht dat het rondje ongeveer 20 kilometer zou zijn, maar ik zit er dik 7 kilometer naast.

Donderdag 19 maart. De zwembaden zijn dicht, de hardloopbaan is gesloten. Niet in groepen trainen. Bij elkaar uit de buurt blijven. Vandaag irriteert het me: dat wel wel massaal naar de winkel gaan en in de speeltuin staan, dat de buren langskomen, een pakje gewoon wordt afgegeven, maar de Picnic moet je zelf aanpakken- dat er niks mag, maar alles kan. Omdat Rob nu ook ziek is, vraag ik me toch sterk af of wij niet ook immuun aan het raken zijn. Eigenlijk vind ik rust prima, maar Vincent heeft nieuwe fietsschoenen gekregen. Een maat die hem past – en mij ook!! Dus als hij er uit is gegroeid, kan ik ze aan. De wereld verschuift inderdaad! Die wil hij proberen. Een kort rondje. Ik ga wel even mee, maar deze keer heb ik niet veel zin. Vincents route door de Oostvaardersplassen, over de dijk naar links, de volgende afslag weer terug en dan gaan we naar het tijdpad. Daar maken we een stopje bij de Plus voor brood en melk en andere dingen die lastig te vervoeren zijn op de racefiets. Het is gelukkig nog maar een klein stukje. ‘s Avonds doen we yoga samen. Rob ligt al in bed, die is nog niet opgeknapt. De eerste yoga die we eruit vissen is wel heel erg slaapverwekkend en Vincent krijgt er giebelbuien van en ik heb te weinig geduld. Dan doen we nog een beetje strekken met Adrienne en daarna is het wel goed.

Vrijdag 20 maart. Ik slaap voortreffelijk: diep en met een enorm lage hartslag. Vanwege het dieet of door de yoga of door het sporten? I don’t know. Vrijdag is een vrije dag voor Rob en mij, maar Rob is nog ziek. Vincent heeft wel school en vandaag doe ik met hem mee. Wat ik snap tenminste. We beginnen met muziek. Dat kunnen we! Daarna doen we mens&natuur. Het gaat over spieren en “we” moeten een filmpje maken. Dat kan ik ook! Daarna laat ik hem alleen en ga ik het huishouden doen, terwijl hij wiskunde les heeft. Ik ben moe van alle taakjes en de lijst wordt eerder langer dan korter. Als we op de bank hangen, maan ik Vincent toch nog mee te gaan ‘gymmen’ en te gaan hardlopen. Hij heeft totaal geen zin. Ik maar matig, maar ik wil weer iets bingo-en. Al weet ik nog niet wat. We gaan naar het Kotterbos. Even een keer niet door de Oostvaardersplassen!

We lopen tot de natuurbrug. Vincent huppelt naast zijn trage moeder voort. Bij de natuurbrug komen we CS tegen met haar kind op zijn fietsje. Die mag de natuurbrug niet over, dus we lopen samen verder, Vincent en ik. Ik leg hem uit wat trailen is en we nemen een stukje modderpad. Als tot hem doordringt dat trailen volledig vrijblijvend is en niet gaat om tijd en snelheid, maar om genieten op onverharde paden, dan zet hij snel het knopje om. Hij komt op plekken in het Kotterbos waar hij nog nooit geweest is en kijkt zijn ogen uit. Ik kom tot rust, Vincent raakt in de ban van het bos en de ervaring en wordt hyperenthousiast. Vooral als hij zelf links of rechts mag kiezen. Komend weekend gaan we samen trailen in de Soesterduinen en nu verheugt hij zich op 12 kilometer in plaats van er tegenop te zien. Hij kiest het pad achter de berg langs en we moeten omhoog “klimmen”. Ikke dan, hij huppelt bijna! En kiest alleen nog onverhard. We lopen een uur. En daarin halen we geen tien kilometer. “Dat is een goede les voor jouw mama!” krijg ik te horen, “want bij trailen gaat het niet om de tijd en de afstand.”

Zaterdag 21 maart. De lente is begonnen en iedereen wil naar buiten en iedereen moet afstand houden, maar omdat iedereen buiten is, is het buiten superdruk. Ik heb eerst nog huishouden en huiswerk, terwijl Vincent zijn fiets schoonmaakt. We doen samen huiswerk. Ik ben niet heel vrolijk vandaag, want ik heb slecht geslapen en ben niet heel veel afgevallen na een week strikt lijnen. Tegen het eind van de middag ben ik het zat: ik wil ook naar buiten. Vincent wil liever niet mee, maar we gaan toch. Op de racefiets. Eerst naar het Kotterbos en richting de sluizen op de Knardijk tegen de wind in. Dat is ploeteren. Ik heb Vincent een ijsje beloofd bij het Oostvaarderscentrum in Lelystad. Het is niks warm! maar van hard fietsen warm je wel aardig op, al blaast de wind door je heen. Ik moet Vincent ompraten en beloven dat de dijk echt leuk is met de wind-mee waar we nu tegenin proberen te fietsen en schoorvoetend geeft hij toe. Dan gaan we over de Praamweg. Ik vind het zwaar, niet erg, maar ook niet gemakkelijk. Vincent blijft kletsen en ik vrees dat hij daarom minder oplet, terwijl ik het hier nog nooit zo druk heb gezien. Ik laat hem voor me fietsen en -hoppa- weg is hij. Alsof ik mijn best niet doe! We komen op de Knardijk waar het nog drukker is en als we het spoor onderdoor gaan bedenk ik me dat het centrum natuurlijk horeca is en die moet dicht blijven. Geen ijsje dus.

De Knardijk verder affietsen en we hebben al een beetje wind mee. Om de mensen heen slingeren. Dan draaien we de Oostvaardersdijk op. Wind mee! Het eerste wat opvalt, is de rust. De herrie van de wind valt weg. Daarna is het opschakelen en gaat het tempo omhoog. We doen 3 kilometer samen ‘rustig’ aan. Op kilometer 20 gaan we voluit. En weg is Vincent weer! Die gaat ‘m (schijnbaar moeiteloos) 5 kilometer boven de 35 houden. Mij lukt dat niet. En ik hoeft het lange tijd ook niet. Ik ben niet meer jong, geen man en niet snel. Maar na 2,5 kilometer irriteert het me toch en wil ik hem bijhalen. Dan moet ik enorm aanzetten en even door wat verzuring heen. Ik haal hem niet bij natuurlijk, maar de 38/40 haal ik toch wel! Als we weer samen zijn, stoppen we voor wat fotootjes.

We zetten nog een stukje aan en ik neem de eerste bocht en hij de tweede. Zover zit hij dan voor me. Met die kleine beentjes. Nu is hij zowel fietsend als hardlopend al sneller dan ik. Hij is 13 en ik ben 46. Hij is een man aan het worden en ik ben een vrouw. We fietsen door de plassen en nu lijkt de wind nog harder tegen te werken, omdat we het al ontwent waren en omdat we wat moe zijn. We maken een ommetje door de wijk om de 35 kilometer te halen. Hij wil het liever niet hardop toegeven, maar het was best een goed idee om over de Oostvaardersdijk te gaan. Hij eet thuis een ijsje en ik blijf het nog lang koud hebben. Maar het was een dream-come-true dat we weer ‘zomaar’ de Oostvaardersplassen kunnen rondfietsen. Dat begon ik echt te missen!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-09

Maandagnacht word ik wakker. Ik voel me niet lekker. Keelpijn, hoofdpijn, spierpijn, een licht gloeiend hoofd en oorpijn; eigenlijk overal net een beetje teveel pijn. Ik vraag me dan af of ik wil werken en ik denk dat dat niet slim is. Ik vraag me af of wil sporten en als ik dan ook weet dat dat niet slim is, dan ben ik dus echt ziek. Als het me niet uitmaakt dat ik de sporturen mis, de apple-doelen niet haal en dat ik al moe word van het bedenken, dan moet ik blijven liggen in bed. En slapen.

Stekker ligt naast me en doet het voor: doe niks!

De hele maandag. En dinsdag ben ik het wel weer zat, maar veel verder dan de bank kom ik niet. Twee trappen op lopen naar de wasmachine voelt aan als 45min zone 3 hardlopen. Ik wil inmiddels wel weer sporten, maar nu is mijn hoofd verstandig en duidelijk: dat kan nog lang niet! Ik heb geen hoge koorts, alle pijntjes nemen af, maar ik ben niet gezond. Geen reden tot paniek, ik ben na de Spa Francorchamps Run net iets te veel weerstand verloren en nu kruipt er een dikke verkoudheid door me heen. De wereld moet even op mijn wachten.

Op woensdag voel ik me alweer een hele piet. Ik moet weer iets doen, want ik begin me enorm te vervelen! Ik hoest nog wat, maar ik slaap gewoon de hele nacht door en ik wil weer werken en weer naar buiten! Ik moet en zal de opkomende bloesems zien. Duidelijk is dat ik nog niet ga rennen, maar Rob gaat lekker mee wandelen. Oké, het lukt… maar nog geen 4 kilometer en na 2 kilometer ben ik al best wel moe. Alsof ik een uur flink gefietst heb. Ik ga morgen weer werken, maar dan vanuit thuis. Dat hoesten wordt een probleempje met het corona-virus wat rondwaart. Ik was mijn handen tot ze kloven en ik blijf binnen. Je beter voelen en beter zijn, dat zijn twee verschillende dingen!

Donderdag 12 maart. Ik werk en geniet daar echt van, want ik kan tenminste weer iets dóén. Maar ik heb ook pech: Nederland gaat op slot, in de ban van het corona-virus. En of ik dat nu heb of niet, ik hoest nog en ben een paria. Ik mag me niet echt ergens vertonen. Ik wil heus niemand besmetten op mijn werk, maar iederéén moet thuis werken. Ik wil ook nog niet sporten met de club mee, maar als we voor Vincent langs de atletiekbaan staan, mag het voor niemand meer. Vincent en anderen gaan toch en Rob en ik gaan wandelen. Dat gaat stukken beter dan gister en dat is dus superfijn! Normaal zou niemand kraaien naar een kuchje zo aan het einde van de winter, maar nu ligt dat opeens anders. Ik voel me een paria, gediscrimineerd. Niet ziek genoeg voor een test, aan de beterende hand, maar ik mág niks, mag me nergens vertonen, mag geen afspraken maken en niet meer naar de sportclub. Alle trainingen zijn voor iedereen tot het einde van de maand met onmiddellijke ingang afgelast. Ik wil weer opbouwen!!

Het hoesten is vooral ‘s nachts nog lastig, maar is dat niet altijd zo? Ik slaap er slecht van en dat maakt de vrijdag toch nog een beetje een vrijdag de dertiende. Plus dat ik vroeg opsta om Vincent naar school te brengen, terwijl zijn eerste uur uitvalt. Plus dat ik op Joyce wacht bij het Beatrixpark voor een klein stukje rustig hardlopen, terwijl zij de afgesproken tijd niet haalt.

Als we dan gaan lopen, dan regent het. Het waait ook flink. We kletsen en merken niet dat de regen stopt. Ik heb nergens last van en loop hartstikke lekker. Al die spieren hebben natuurlijk lekker rust gehad. Ademhalen gaat prima. Thuis eet ik nu even net iets teveel en ik heb het dieet even gepauzeerd. Verder gaat het prima met mij, behalve dat ik me niet goed voel in de maatschappij. Hamsteren op niks bevalt me niet, niet naar de winkel mogen (want : uche) zint me niks, geen trainingen irriteert me en al die afgelastingen van alles zit me in de weg. Ik wil ‘s avonds nog gaan zwemmen, nu de zwembaden nog open zijn, maar ik moet niet te hard van stapel lopen.

Zaterdag 14 maart. Hoestdrank en goed slapen en ik ben wel weer beter hoor! Ik wil zwemmen en fietsen en een stukje lopen. Ik ben in vorm en ik ben weer terug. Maar er is geen zwemtraining. In plaats van fietsen leer ik samen met Vincent aardrijkskunde (dat is ook leuk). Rennen doe ik morgen weer. Even niet te snel te veel willen, daar win ik niks bij. De volgende uitdaging ligt pas in april (als het al doorgaat-grmbl). ‘s Middags gaan we naar het banenzwemmen in Poort. Er zijn nog een stuk of 8 andere clubgenoten die hetzelfde hebben bedacht, maar zijn mogen in de turbo-turbobaan. Wij pakken de gewone turbobaan.

Vincent en ik gaan een uur afgebroken zwemmen, elk 6 banen voorop. De eerste kilometer gaat goed en snel. Dan raakt Vincent vermoeid. Hij haalt zijn achtje en dan gaat het mis bij mij. Ik moet hoesten, ik kom adem te kort, ik krijg water binnen en ik voel me niet meer lekker. Maar ik weiger te stoppen. Ineens voel ik me niet meer zo goed. Vincent heeft het echt net iets te zwaar en hij gaat achter me zwemmen. Ik vertraag en let op mijn ademhaling. Dat helpt goed. Na 50 minuten is Vincent erg moe en gaat hij uitzwemmen. Ik zwem nog tien minuten door. En toch ben ik blij dat ik het water uit kan. De ademhaling is duidelijk zwaarder. Maar goed: toch nog een uur gedaan!

zondag 15 maart. De verkoudheid slaat een beetje vast, al hoest ik mezelf en iedereen nog wel wakker ‘s nachts. Vandaag nog een dagje met aardrijkskunde leren over Indonesië. Leuk, maar ik wil naar buiten! Om 5 uur ga ik dan eindelijk weg om een stukje te rennen, samen met Vincent. Voor hoe ver of hoe lang of waarheen weet ik nog niet als ik naar buiten stap. We gaan richting de plassen en het is lekker rustig. Ik kom op het idee om langs het oprukkende water te lopen en dan door het bos terug. Vincent gaat foto’s maken van het water dat zo dichtbij het fietspad staat.

Ik blijf 4 kilometer hardlopen zonder pauze. Ik geniet van de geur van de bloesems en de minuscule groene blaadjes. Ze beloven zoveel goeds, maar helaas moet Nederland vanwege een (paniek)virus op slot. Als ik de bloesems ruik, zal het zo erg nog wel niet zijn… Omdat ik zo loop te genieten ga ik steeds harder. En ik besluit de 5de kilometer ook nog door te versnellen. Mijn spieren voelen inderdaad prima aan. Mijn benen kunnen dit! Mijn hart ook wel, al moet het iets harder werken, want de longen hebben wat extra nodig. Ik ga van 6:00 op de eerste kilometer naar 5:10 op de vijfde kilometer. Mooi dat me dat lukt! Het fijnste is dat ik voel dat ik me niet laat tegenhouden door wind of een veerooster of dat Vincent me zou moeten inhalen: er zit weer een brokje veerkracht en wilskracht in, wat ik een tijdlang niet gevoeld heb!

Na de 5 kilometer in 28 minuten ga ik even wandelen samen met Vincent en dan merk ik wel dat de ademhaling te wensen overlaat. We gaan door het bos terug, lekker rustig aan onverhard. We kletsen en Vincent mag links of rechts zeggen. Hij neemt de buitenste paden. Hier moet het echt nog groener worden. Ik wil Vincent wijzen op het hek dat dicht is, maar het hek blijkt hartstikke open! Ook wel eens grappig.

We maken nog een klein ommetje en ik begin een beetje moe te worden, maar ik blijf gewoon lopen, dan maar iets kalmer aan. We lachen veel en kletsen gewoon door. We lopen ook nog om het watertje heen en uiteindelijk lopen we 10 kilometer vol in 62 minuten. Prettig om te weten dat ik dat alweer kan, maar nu wordt alles afgelast. Ik ben blij dat ik geen grootse sportplannen meer heb voorlopig, maar ik word wel onrustig van al dat gedoe.
Het thema van de week is wel : ZIEK. Nu kan ik weer opbouwen, is de rest van wereld getroffen! Ik heb ze niet aangestoken hoor.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-08 Spa Francorchamps Circuit Run – op naar 100 kilometer over het circuit!

Al sinds 2015 is de Spa Francorchamps Circuit Run de eerste belangrijke wedstrijd van het jaar. Ik liep er 14 kilometer, en toen 21, daarna samen met Vincent 7 en nog een keer 21 en vorig jaar ook 21. Ondertussen heb ik dus al zo’n 85 kilometer hardgelopen over het Formule 1 asfalt! Op naar de 100 vandaag. Ik ga weer drie rondjes doen, 3 keer Eau Rouge beklimmen, 3 keer de busstopchicane door die elke keer groter lijkt te worden. Voorgaande jaren was het zenuwen: er moest van alles: genieten, een tijd halen, met Vincent meelopen, door de sneeuw rennen. Maar dit jaar hoeft er niks. Ik ga gewoon zonder expliciete heuveltraining, zonder expliciete halve-marathon training 21 kilometer hardlopen. Op ervaring. Met een dieet wat ik even een paar dagen heb stopgezet. Maar veel meer heb ik er niet voor gedaan, gelaten of getraind. Vincent heeft wel een doel en heel gericht getraind: hij wil 7 kilometer binnen een half uur hardlopen. Gezien het feit dat hij een tijd heeft staan van 34 minuten, denk ik eerlijk gezegd dat hij rond de 31 minuten uitkomt, maar we zullen het wel zien!

Vincents tijden.

We nemen iemand mee, een Dennis uit Almere. Dennis heeft geen chauffeur naar de Ardennen, want die durft niet in verband met het corona-virus. We halen Dennis op, tanken en scheuren met de Mercedes naar België. Ik leer Franse woordjes met Vincent in de auto, maar op papier kijken is niet zo verstandig voor mij. Maakt me een beetje misselijk. Ik eet wel 6 witte boterhammen en drink zoveel sportdrank dat we al voor Den Bosch een plasstop moeten maken! We zijn ruim op tijd in de Ardennen en rijden om naar de verkeerde kant van het circuit.

Ik voel niks geen zenuwen of verwachting. Dennis en Vincent gaan de 7 kilometer lopen, maar ik start als eerste om 12:45. Ik moet nog wel een paar keer naar de toilet, hang mijn rugzakje op, doe de natgelekte sokken aan en sta (doordat er maar 1 toilet is) net op tijd klaar. En dan stapelen de nadelen zich opeens op: ik ben niet meer onder de indruk. Ik heb dit al een keer gedaan. Ik heb de groeven in de baan al bewonderd. Ik weet al hoe het voelt om op dit asfalt te staan. Het is in al die jaren veel drukker geworden. Ik hoeft hier helemaal niks. Niet snel, niet binnen 2 uur. Aan de andere kant: toen ik hier vorig jaar stond, was alles nog heel anders. Toen voelde een halve marathon nog als een opgave. Nu is het een “stukje”, een kwart stukje. En zo begin ik met lopen, terwijl ik daar emotioneel nog niet helemaal klaar voor ben. Ik ga rustig de bocht door en wijk uit om naar Rob te zwaaien.

Ik vind het best prachtig allemaal, maar het voelt ook een beetje ‘nutteloos’. Ik weet niet goed hoe ik het moet omschrijven, maar het gevoel been-there-done-this dringt zich op. Aan de andere kant ligt de tribune waar de we de eerste keer naar de races keken er prachtig bij. Het weer is heerlijk. Het is zelfs warm. Ik heb genoeg gegeten. En daar staat Vincent in het hokje.

Er lopen veel mensen voor me. En dan merk ik dat niet alleen mijn hoofd een beetje achterblijft, maar mijn benen blijken ook niet zoveel zin te hebben. De eerste kilometer zit er al op en ik begin al met aftellen! En dan moeten we nog omhoog! Ik dribbel naar boven. Mijn benen roepen: 2 rondjes is meer dan genoeg, dan krijg je ook een medaille. Mijn hoofd is het ergens wel met ze eens. Dat heb ik nog nooit meegemaakt! Het is een eind naar boven over Kemmel. Langs de opblaashelm.

Een wat stevige mevrouw haalt mij in. Ik vind het leuk voor haar dat ze ook 21 kilometer loopt, maar ik voel me wel sloom zo. Natuurlijk kom ik ook boven en de tijd valt nog wel mee. Ik ga wat drinken, waarom ook niet? Dan lopen we lekker even vlak en het gaat al wat uiteen lopen. Dan naar beneden. Dat gaat lekker, maar ik hoeft niet te versnellen en doe dat ook niet. Ik let deze keer eens heel goed op de bochten en hoe de baan loopt en dit jaar heb ik het eindelijk door! Er ligt wat water op de baan. Mijn hoofd en benen hebben nog steeds geen zin. Op ervaring lopen ze door. Ze zijn niet anders gewend.

We lopen aan de andere kant van het circuit waar we daarstraks met de auto stonden. En dan de grote bocht om bij het medisch centrum en de kartbaan waar karts rijden. Dan gaan we omhoog en nu haal ik de dames voor mij in en de stevige mevrouw ook. Voorgoed. Ik drink nog wat en ik kom er in. Dit beetje omhoog en dan zo lekker in de schaduw, dit bevalt mij wel! Ik ben er nog niet uit of ik twee of drie rondjes zal lopen. Nog nooit heb ik zo getwijfeld. Ik denk er zelfs aan dit jaar alle wedstrijden maar achterwege te laten. Ik kom in de busstopchicane en zie Rob in de verte.

Ik doe mijn duimpje naar beneden, hoewel ik wel lach en de eerste ronde toch netjes in 40 minuten heb gelopen. Dan heb ik straks 5 minuten over voor het laatste rondje. Ik heb het ook warm intussen, terwijl alleen maar het dunne jasje aanheb en korte mouwen. Ik hobbel gewoon verder en dan is het een maar een soort van beslissing, maar nu ik er toch ben, kan ik er ook maar beter van genieten ook! En ik ga gewoon 2 rondjes onafgebroken hardlopen. Daar ben ik er namelijk voor. Het valt me op dat de baan nog best vuil is met veel dennetakjes of nepgras. Dat komt omdat er vorige week nog sneeuw lag. Ik tel snel uit dat ik Vincent niet voor zal blijven, maar ik snap niet zo goed waarom. En ik tel uit dat ik toch echt drie rondjes zal moeten doen om 100 kilometer over het circuit te hebben gelopen.

Zo ploeter ik Eau Rouge weer op. Ik heb me er bij neergelegd dat ik zeker niet binnen 2 uur kan finishen, maar dat 2 uur en 15 minuten heel haalbaar is. En dan weer omhoog. Dat vind ik het moeilijkste stuk. Oneindig omhoog.

Dan gebeurt er iets (heel) vervelends: ik kan nauwelijks sportdrank uit de waterzak krijgen. Ik denk dat er ergens iets klem zit en trek en duw wat, maar meer dan een paar slokken die enorm veel zuigkracht kosten, krijg ik niet binnen. Ik kan moeilijk stoppen en alles goed gaan doen, want ik blijf hardlopen heb ik ‘afgesproken’ met mezelf. In de bocht neem ik de korte lijn en dan even lekker vlak lopen.

De mensen met de hond worden gesommeerd het circuit zo snel mogelijk te verlaten. Ondertussen lopen ook de 14 kilometer lopers erbij. Dan het prachtige uitzicht en weer een stukje lekker naar beneden toe. Het zonlicht is prachtig. De bossen zijn geweldig en het watertje is zo schattig. Ik ga niet versnellen naar beneden. Inmiddels zijn mijn benen gestopt met zeuren om 2 rondjes. Mijn hoofd weet ook dat we hier voor 3 ronden gekomen zijn en dat ik voor minder de medaille niet ophaal. Bocht om, rode helm, extra bocht en dan door het water. Je loopt toch telkens in de buurt van dezelfde mensen, maar het maakt mij niet uit. Mijn eigen race, zoals Joyce me heeft voorgehouden. De verre bocht door en nu racen ze met kleine motoren op de kartbaan! Ik drink nog maar een beetje en dan weer lekker omhoog lopen. Dat je kunt uitkijken naar de tribunes en weer een rondje. Ondertussen kijk ik op mijn horloge en het is twee uur. Vincent start en ik moedig hem aan vanaf deze kant van de baan. Nu is zijn tijd gekomen!

Ik zie niemand die ik ken in het start-finishgebied. Nu ga ik de laatste ronde in – natuurlijk doe ik dat! Ik heb nog alle tijd om binnen 2 uur en een kwartier te finishen. En meer hoeft ik niet te doen. Ik mag dadelijk voor het eerst van mijn leven Eau Rouge van mezelf op wandelen. In mijn hoofd ben ik bij Vincent.

Zou hij zijn schier onmogelijke opdracht halen? Zal ik Rob vragen mij zijn eindtijd te appen? Ik kijk nog een keer langs de F2-boxen en dan valt het kwartje: wat een geluk dat ik hier kan en mag lopen zeg. Ik doe de 15 kilometer netjes binnen anderhalf uur. Ik ben niet ontevreden, want ik heb ook 10 kilometer binnen een uur gelopen. Maar nu hoeft er niks meer.

Potverdikkie, daar zit Rob in Eau Rouge! Ik ben erg blij hem te zien en herken hem van verre, maar het nadeel is dat ik niet mag gaan wandelen nu. Ik dribbel omhoog en geef hem een kus hand en roep dat hij Vincent moet opvangen.

Zodra hij uit zicht is, wandel ik omhoog. Met een foto en een selfie.

Ik hou dat wandelen maar heel even vol en doe het laatste stuk toch hardlopend en dan dribbel ik weer verder omhoog. Ik kijk even naar de plek waar Herbert verongelukt is en maak een paar foto’s.

De meneer die per ongeluk op mijn selfie verscheen, trakteert me op een glimlach en loopt dan door. Ik ben nu eenmaal een poldermeisje, waar alles vlak is, dus omhoog lopen is niet mijn ding. Ik leg me er bij neer, maar weet dat ik het ook haal. De laatste keer de bochten door bij de die aardige Fransen op de post met hun moderne muziek. En dan uitkijken over de caravans en in de verte de paddock zien. Daar hoeft ik alleen nog maar naar toe. Zou Vincent er al bijna zijn? Raar idee dat hij daar al kan lopen. Er is bijna een half uurtje voorbij. “Kom op ventje, laat zien wat je kunt” zeg ik hardop.

En ik ga weer omlaag. Ik trek en sjor aan mijn rugzak en kan weer iets meer drinken. Ik heb er 18 kilometer op zitten. Dan weet ik dat ik de finish wel zal halen. Ik maak nog een paar foto’s en dan het ietwat saaie stuk in. Grappig dat je nu echt niet meer weet wie welke afstand doet. Ik word moe. Van die vermoeidheid die zegt: “te weinig brandstof over”. Ik kan er niet zoveel aan doen. Ik app Rob niet voor Vincents tijd, ik wil het van hem zelf horen. En dat is de reden dat ik gewoon doorloop. Zo ‘hard’ als ik nog kan. Deze derde keer racen er quads op de kartbaan en die stinken. Dan omhoog. Ik hoeft alleen nog maar omhoog. Om me heen zijn hordes mensen aan het wandelen. Die haal ik allemaal in. Ik moet naar mijn kindje toe. Ik maak nog een foto van het prachtige zonlicht op de geel-rode curbs en dan gaat de niet-opgeven knop voluit aan.

Niet wandelen, niet denken, niet moeilijk doen – hardlopen tot ik er ben. In de busstop chicane zit Rob. Ik ben blij dat ik er bijna ben en dat ik het zelfs binnen 2 uur en tien minuten zal halen, hoewel het hier de langzaamste halve marathon wordt.

Voor de eerste keer is de weg naar de finish niet zo lang, want daar staat Vincent. Ik hoor hem achter de finishlijn staan en mij aanmoedigen en ik kom juichend naar hem toe.

Nog voor ik goed en wel gefinshed ben roep ik al ‘wat is je tijd’. Ik kan nog net mijn horloge uitzetten. Wat denk je, vraagt hij en ik begin met eenendertig. Hij verbetert me en begint met een negen en dat is genoeg voor mij. Ik moet er van huilen, zo trots ben ik. Mijn kind heeft onder het half uur gelopen! Mijn tijd is voorbij, nu hoeft ik alleen nog maar ‘de trotse moeder van’ te zijn. Ik vergeet er zelf kapot van te zijn. Iets met 2 uur en 7 minuten. Net geen 10 kilometer per uur, maar het boeit me niet echt. Wat een toptijd van dat mannetje!

We moeten lang in de rij staan voor de medaille. Ik ben niet overdreven moe of kapot. We gaan naar de auto waar Dennis ook al is. Ik kleed me om en spoel me heel even af. Dat is lekker. Dan achterin de auto appen en bijkomen. Ik heb een beetje spierpijn. Rob scheurt lekker hard terug. We hebben voor hem ook een medaille geregeld. De medaille is werkelijk prachtig: een stuurtje en het circuit erop en de medaille zit als een kadootje in gepakt.

We brengen Dennis thuis die net onder de 36 minuten heeft gelopen. Vincent is supertrots en blij en heeft veel spierpijn. We halen een hamburger en die is erg lekker. Even de spullen opruimen en dan ga ik lekker in bad. Ik heb erg veel last van mijn keel. Ergens vind ik het helemaal niet erg dat ik niet mijn beste wedstrijd heb gelopen, want Vincents prestatie maakt alles goed. Dit is niet perse mijn jaar, maar dit is het jaar waarop ik mag meeliften met Vincent. Uiteindelijk heb ik netjes gelopen, 75% van de tijd genoten. Nadeel is dat ik hooguit 300ml gedronken heb van de liter die ik moest opmaken. Dat verklaart wel hoe ik me voelde onderweg. Voor de statistieken nog even dit:

4 keer (bijna) 21 kilometer
1 keer (bijna) 14 en 1 keer (bijna) 7 kilometer

Honderdenvier kilometer op het circuit van Spa Francorchamps. Prachtig toch?!

Voordeel van zo’n rustige duurloop is dat ik zondag nauwelijks spierpijn heb. Wel heb ik erge last van keelpijn. Veel thee drinken en rustig aan doen lossen dat aardig op. Ik twijfel of ik uit zal fietsen (maar dat is zoveel werk) of uit zal lopen (want dan haal ik 50 kilometer in 1 week) Uiteindelijk tellen de 50 kilometer het zwaarst. Rustig aan minimaal 3 kilometer met alles in de 7.

Ik hobbel rond, voel een beetje mijn bovenbenen, luister naar de vogels en mijn voetstappen. 4 Kilometer in een half uur, heerlijk uitgelopen!

Categories: Geen categorie | Leave a comment