2019-41

maandag 18 november.

Ik kroop weer eens “lekker” op de Tacx. Het is toch altijd weer een drempeltje over (letterlijk, maar vooral figuurlijk) om in de kou op dat saaie ding te kruipen. Gelukkig helpt Netflix, Outlander en de koptelefoon en vooral het feit dat ik vandaag niks ‘hoeft’. Gewoon een uurtje trappen, geen gedoe met zones of cadans. De koptelefoon filtert het saaie geluid van het vliegwiel weg en ik kan Claire en Jamie van de serie goed volgen.

Ik loop wel een beetje halverwege de afleveringen, maar dat lost zich vanzelf op. Een uur is dan opeens best snel om zelfs. Na dat uur moet ik nog een half uurtje lopen. Het is intussen natuurlijk al lang en breed donker, maar een half uurtje door de wijk en dan 6:00 minuten per kilometer lopen, dat moet me lukken. Ook al hebben mijn beentjes gister nog een intervalletje gedaan. Ik volg mijn neus en verzin geen route. Om de Eilandenbuurt heen zo blijkt. Ik probeer een tempo van 10 kilometer per uur te vinden, maar het gaat heel gemakkelijk veel harder. Toch word ik ingehaald door een jonge knaap met rammelende sleutels. Ik kan er wel om lachen en verbaas mezelf dat ik adem te over heb om hem een fijne avond te wensen.

Ik loop verdikkeme bijna 11 kilometer per uur! Dat mag dus langzamer, maar mijn beentjes vinden van niet. Ik draaf lekker door. Vijf kilometertjes, kom op zeg. Ik zal er 4 doen en dan wandel ik de vijfde wel om op een half uur te komen. Ze gaan allemaal rond de 11 kilometer per uur. Moeiteloos. Ik verbaas mezelf. En toch ook niet. Want als er iets is wat ik kan, dan is het hardlopen na het fietsen. Als beide tenminste niet enorm veel zijn. Ik doe er minder dan een half uur over: 27:35. Maar het voelt wel goed!

Dinsdag 19 november. Ik ga lekker zwemmen ‘s avonds. Niet vooraan, want ik moet en mag rustig doen. Ik zwem lekker in en ga niet vooraan zwemmen. Dat laat ik aan de man over in de baan! We gaan aan de slag met de ademhaling. Geweldig. Dat vind ik inmiddels supergaaf. Als ik maar goed blijf uitademen is het nog superrelaxed ook. We doen elke 50m een keer minder ademhalen. Zes keer. Dus je begint met 2 keer ademhalen en dat vind ik het moeilijkst. Dan heb ik het minste ritme. Eindigen bij eens in de 6 slagen ademhalen bevalt me met achtje prima.

We doen ook andere dingen, gewoon niet heel hard of snel. 1 Iemand in onze baan is duidelijk net iets te langzaam, maar zelf heeft ze dat niet door. Tot slot moeten we 100m zwemmen, waarvan de eerste 50m 1 op 5 ademen en de laatste 50m 1 op 7 ademen. Ik kan dat! Lukt me dus gewoon!! Vooral letten op het uitademen en rustig blijven en dan komt het goed. Als we dat nog een keer herhalen probeer ik zelfs de eerste 50m 1 op 7 te ademen en de tweede 50 meter red ik zelfs 1 op 9! Dan haal ik maximaal 2 keer adem en de rest zwem ik rustig. Gaat echt supergoed en ik kom tevreden het water uit.

Woensdag 20 november.

Ik werk extra deze ochtend. Anders is er niemand bij de telefoon. Ze vroegen met of ik de hele dag wilde werken, maar dat was nadat ik met Joyce had afgesproken om een rondje Kromslootpark te gaan lopen om half 1. Natuurlijk belde iedereen om 12 uur tegelijk. Even over half 1 stond ik klaar voor 15 kilometer bijkletsen en lopen in het zonnetje. Ik had er zin in en daarom startte ik wat te hard! Niet voor mij, maar voor Joyce. Ik heb al mijn collega’s gedeeld met Joyce. We zagen een groot bord alsof we er niet door konden, maar lopend kan je toch zeker overal komen?! Dat was een vergissing, want de brug was helemaal weg. We moesten dus terug en langs het zwembad. Er fietsten een paar meiden die luidkeels Jingle Bells zongen. Het lange saaie fietspad over en die kletste Joyce vol. Het tempo moest wel omlaag voor haar, maar ze bleef lang net voor me uit lopen. Toen gingen we richting de brug, maar we namen de afslag onderdoor naar het Zilverstrandje. Het was heerlijk weer en ik voelde me prima.

Toen gingen we de dijk op. Dat was niet warm. Het waaide er best kil door mijn ene laagje heen. Het tempo legden we wat lager. Mij ging het nu goed, maar deze keer had Joyce nog wat last van de lange tocht van zondag. Ik wilde wel even mijn eigen tempo doen en toen we op de dreef waren en we tot mijn verbazing al 9 kilometer gelopen hadden, ging ik tot de Beginweg mijn eigen tempo. Dat was ook wel even prettig. Daarna haalde ik Joyce op en we moesten nog een stukje om voor de 15 kilometer. Joyce had het een beetje gehad. Dus in plaats van over het viaduct en een ommetje, gingen we gewoon terug. Ik vond het prima, want ik moest 75 minuten lopen en dat ging me lukken. Ik moest ook Vincent weer ophalen en met 15 kilometer zou me dat net niet lukken. Het tempo lag lager, maar ik vond het niet erg. We liepen over het fietspad en toen weer terug naar mijn werk. Het werden al met toch 13 kilometer. Dat was prima, maar mijn energie was nog niet op.

Toen ging ik Vincent halen, huishoudelijke klusjes afwerken en daarna gingen we zwemmen. Ik wilde lekker rustig aan doen en ging weer niet voorop. Het viel me iets zwaarder vandaag en de stomme dingen sloeg ik over of deed ik half. Dan bedoel ik ‘met één arm’ enzo. We deden ook walgelijk veel benen. Ik deed het wel, maar niet op mijn rug, daar werd ik echt niet happy van! We zwommen veel en toen was mijn drang naar overmatig energie-verbruik weer gestild.

22 november (merk op dat er gewoon een rustdag tussen zit…! Terwijl ik niet hou van dat concept….) Vandaag stond er (naast de tandarts, de was, de kattenbak, boete lezen, langs de winkel etc) een intervalletje op het programma met uitfietsen. Ik had ‘m in de middag gepland als het gaatje in mijn tanden weer dicht zou zijn en de lunch verwerkt. Het was heerlijk weer: zonnetje, 8 graden en vrijwel windstil. Ik ga in een t-shirt en een halflange broek. Dat is altijd koud met inlopen, maar ik zal het wel weer warm krijgen. Het idee is een heel groot rondje Kotterbos.

Ik weet intussen waar ik ongeveer begin en omdat het veel intervalletjes zijn, moet ik maar niet meteen heel hard starten. Dus ik loop soepel en zo hard ik kan. Dat gaat goed. Ik ren net voor de auto langs en ben nog iets sneller als ik gedacht had. Dan lekker rustig aan tussen de intervallen door. Bijkomen is een belangrijk onderdeel van de intervallen, waar ik meestal het snelst genoeg van heb. Ik heb het nog niet warm, dus ik moet blijven dribbelen. Tijdens de tweede interval krijg ik het wel warm. Ik tel altijd mee. Daar bak ik weinig van, maar het leidt me af en zorgt ervoor dat ik mijn vingers ontspan als ik de tijdsblokken bijhoud met mijn vingers. Ik haal grijnzend wandelaars in – ach, je moet iets. In de derde interval blijkt het hek in het Kotterbos dicht te zijn. Dat wist ik wel, maar ik was het totaal vergeten. Plan naar de filistijnen en ik besluit maar door te lopen en later om te keren dan. Mis ik de wildroosters. Mijn tempo ligt elke keer hartstikke goed. En ik loop me niet over de kop.

Ik heb bedacht dat ik om kan keren als ik op de helft ben. Maar als ik flink doorloop tijdens de helft van intervallen, bedenk ik me dat ik het inlopen niet heb meegeteld. Ik calculeer in dat ik dadelijk het zuchtje wind mee zal missen en ga er van uit dat de tweede helft langzamer zal zijn. Als ik op de helft ben, keer ik om en neem ik een gel. Ja heus! Ik wandel er bij. Dan dribbel ik weer om de wind tegen te voelen, maar die valt mee (eigenlijk komt die ook van opzij als ik de windmolens mag geloven). En dan op voor de tweede helft. Ik zet lekker aan, doe mij maar aftellen. Overigens: dat tellen lukt me niet 1 keer nauwkeurig, meestal tel ik veel te langzaam. Het tempo gaat zelfs omhoog tot mijn verbazing! Dat zal de gel zijn.

Ik dribbel weer en nu gaat dat ook langer duren voor mijn gevoel. Ik loop langs het dichte hek en erger me even en dat helpt altijd; een beetje boos worden. Ik loop tot de paaltjes die ik niet dacht te halen, maar ik red het net. En zowaar: nog sneller! Nu begint het aftellen en ik zal moeten beslissen of ik precies dezelfde weg loop of naar dat stomme schanullekesluisje loop. Mijn voeten wijzen de weg en gaan naar het sluisje. Mijn voeten en benen zijn nu helemaal niet meer koud en in vorm, want we gaan weer harder dan de eerste helft. Het moet niet gekker worden. Ik zie op tegen de laatste en raak hopeloos de tel kwijt ook nog. Dan is tie maar iets trager, tot nog toe gaat het namelijk wel erg supergoed. Het eindresultaat is dat ook de laatste interval sneller is dan de eerste. Gel, wind, vorm van de dag, naar het einde toe beter opgewarmd? Ik weet niet wat de reden is, maar het is me goed afgegaan. Ik heb maar een verschil van minder dan tien seconden tussen de snelste en langzaamste interval.

Ik wandel even om bij te komen en ga dan via een ommetje naar huis. Eigenlijk wilde ik Vincent tegemoet fietsen bij het uitfietsen, maar nu loop ik hem een beetje tegemoet. Dribbelen meer. Ik loop dezelfde afstand als met Joyce, maar dan in een veel kortere tijd. Ik had gedacht dat in 75 minuten te proberen, maar dat lukt me gemakkelijk. Met het gedribbeld haal ik het gemiddelde omlaag. Vincent zie ik niet. Eenmaal thuis ben ik trots, een beetje moe en tevreden. Ik wacht op Vincent. En dan zie ik dat hij een uur later pas uit is! Ik kleed me om en fiets hem tegemoet op de mountainbike. Dat valt me wel een beetje tegen, want dat vinden de beentjes even minder. Een half uurtje lekker rustig aan en de tweede helft gaat beter, want dan mag ik naar Vincents gekwebbel luisteren. En thuis wacht de andere helft van de hersteldrank, iets lekkers en een warme douche. En… nog een machine was!

23 november. Ik hoeft niks te doen vandaag. Rustdag noemen ze dat. Vreselijk concept, waar ik werkelijk niks mee heb. Dan zit je maar op de bank. Met een boek. Wat zo uit is. En dan verveel je je maar. Ik had dat gemakkelijk voort kunnen zetten aan de rand van het zwembad. Niks doen. Maar zo zit ik niet in elkaar. Dus ik ga ook even. Ik krijg van verschillende mensen te horen om 5 over 4 dat het echt mag en dat ik er “zo lekker gemotiveerd” uitzie. Dan zal ik maar he. Ik ga 1000m zwemmen met achtje. Ik ga gewoon lekker en ik tel elke baan mijn slagen. Keer op keer. Op en neer. Omdat ik toch niet anders te doen heb. Ik doe minder dan 20 minuten over de kilometer. Met zo nu en dan een stopje om de heren voor te laten gaan. 1:59 op de 100m. Ik rust eventjes (een seconde of 30) en dan ga ik het nog maar een keer doen. Het gaat wat moeizamer, ik heb 1 of 2 slagen meer nodig om de baan te voltooien. Ik zwem niet heel langzaam ofzo, maar het is net niet meer heel soepeltjes. Ik tel het eerder af dan erbij. Hier doe ik dan ook net iets meer dan 20 minuten over. Ik rust weer eventjes en doe nog 100m schoolslag. Dan vind ik het meer dan genoeg geweest voor een rustdag.

24 november. We zijn bij M&MBvdB in Nobelhorst om hen te adviseren over het internet. Als Rob dat heeft gedaan, gaat hij rijdend en ik lopend terug naar huis. Dit is altijd de opdracht waar ik niet zo tegenop zie: 3 keer 25 minuten in zone 1 en 2. En dit is de opdracht die altijd tegenvalt. Want zone 1 is niets gemakkelijks aan! Dan loop je te remmen en te stroperig. Ik heb een muziekje bij me. Ik loop helemaal achter langs.

Na de 25 minuten ga ik zelfs een minuut wandelen, zoals de bedoeling is. Ik merk dat ik weinig ontbeten heb en mijn lijf schakelt ‘vrolijk’ om naar vetverbranding. Dan gaat de hartslag iets omhoog en het tempo iets omlaag. Vooral het viaduct over is dat niet al te prettig, dan is ook zone 2 traagheid. Ik loop de eerste afslag voorbij. Er zijn veel (de weg zoekende) fietsers. Het valt me mee hoe koud het is. Ik neem de volgende afslag. Het is er glad van de blaadjes en er is weer een bruggetje en twee tunneltjes onder de A6 door. De kilometertijd is heel erg sloom opeens.

Zonder echt goede reden. Dan kom ik op de Trekweg en ik zal daar altijd naar rechts gaan. Ik tel drie minuten af, omdat het afleid. Dan wandel ik de brug op. Ongemerkt zijn er alweer tien kilometer onder mijn voeten door gegaan, maar het blijft stroperig voelen. Misschien toch nog van de intervallen? Ik mag nog een keer 25 minuten zone 2. Ik hobbel en hark langs de TBS kliniek, de auto stopt voor me (had niet gehoeven hoor) en ik moet nog door de Stripheldenbuurt om ook.

Ik wandel even omdat ik twijfel en dan moet ik weer voor de grote boodschap. Ik heb niet meer zoveel zin aan de ene kant en wil de 13 kilometer vol maken aan de andere kant. Ik loop dus nog een klein ommetje voor ik thuis aanbel en meteen de toilet in duik.

Dan eet ik wat met extra eiwitten en daarna ga ik -zoals beloofd- met Vincent fietsen. Ik wil naar de Grote Trap. Een natuurfietspad wat Flevoland gepresenteerd. Eerst zijn de korte handschoentjes koud. We rijden door het Kotterbos naar en over de piano- en keyboardbrug (zo noemen we ze). Dan over de Ibisweg (ook wel tyfusweg genoemd) tot we bij het begin van de Grote Trap aankomen. Het is iets meer dan ik gedacht had met 8 kilometer. Het pad is saai. Dat is op zichzelf een goede representatie van Flevoland, maar wel erg eenzijdig. het pad kringelt een beetje.

Naast de keurige betonplaten zijn de sporen zichtbaar van het werkverkeer. Er is veel modder. Een schuilhutje met een bankje ernaast, waar je nog niet kunt komen zonder met je enkels tot in de modder te staan. De bossen zijn uitgedund, het water ligt er stilletjes bij. Nog steeds een prima representatie van Flevoland, maar weinig aanlokkelijk. We fietsen tegen de wind in, te zien aan de windmolens. Ook Flevoland ten top, maar geen hoofdprijs. We komen bij d Vogelweg en Vincent gaat daar pauze houden, zodat ik de rest van de Grote Trap kan beoordelen. Dat is ietsje beter met een spiegelglad meertje, tussen 2 redelijk authentieke bossen door en de werksporen zijn al overwoekerd door een miniem laagje groen. Ik kom 2 fietsers tegen, 1 skeelerende persoon en voor me fietst een man die ik graag inhaal. Dat lukt me voor we bij de Arendweg/Flehiteweg zijn.

Ik keer om en neem de wind mee de Grote Trap de andere kant op, terug naar Vincent. Langs een identiek schuilhutje als in het begin staat(hoe Flevolands) en rond de keurig aangelegde bochtjes. Dit schiet iets beter op. Al met al is het iets langer dan ze beloofd hadden, maar ook dat is gelijk deze provincie. Ik kom Vincent weer bij en die heeft de skeeler gesproken. De meneer eet zijn boterham met pindakaas op en wij hebben nog een halve Grote Trap af tegoed. Met wind mee is het beter en het is ook nog stiller geworden.

We zien weinig vogels en houden onszelf keer op keer voor dat het hier in het voorjaar en de zomer vast wel veel mooier zal zijn. Kortom: de Grote Trap is een prima representatie van Flevoland, maar ik weet zeker dat er meer is in Flevoland! Ik opper een innovatief kabelbaantje voor de terugweg, een onverhard wandelpad aan de andere kant van het water en informatiepanelen. Vincent doet de route terug en waar ik vanmorgen nog hardliep onder de A6 door, fietsen we nu.

Vincent gaat op de Trekweg naar links, wat ik nooit zou doen, maar hij heeft het voor het zeggen. En dan is mijn zinnetje óp. We zouden een uurtje fietsen, maar dat is al lang voorbij. Koud heb ik het ook niet. We gaan Almere weer in en dan is het nog even uitzingen tot er 30 kilometer vol zijn en tot we thuis, wat nog anderhalve kilometer langer duurt. Dat was weer een fijn weekje.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-40

16 november. Er is weer een nieuw plannetje ontstaan, want de afgelopen week is tot me doorgedrongen dat de marathon helemaal niet nodig is. Ik heb zoveel gedaan dit jaar; ik ben er moe van. De lange trainingen wilden niet lukken de afgelopen week en toen ik van Rob het prachtige t-shirt kreeg, bedacht ik me dat het echt nergens voor hoeft. Dat vind ik enerzijds heel verdrietig, maar aan de andere kant geeft het me ook rust. Als ik het bespreek met de trainer, snapt hij het heel goed: we willen nu eenmaal veel en meer als triatleten en het is moeilijk jezelf tot staan te brengen. Ik heb al in geen jaren meer een langere periode van rust gehad. Dat maakt dat ik niet echt goed durf te stoppen, maar het zou wel vreselijk goed voor me zijn. Er stonden lange trainingen deze week, maar ik voelde me niet in staat ze uit te voeren. Ik ben niet helemaal fit en dat speelt mee. Maar in hetzelfde gesprek met de trainer ontstond het idee de marathon zelf te lopen: niet als wedstrijd, maar als afstand. Mijn eigen rondje. Waar ik alles ken. Om de Oostvaardersplassen heen. Met mijn vrienden op de posten. Op mijn eigen moment. En die route zie ik al voor me. Ik heb gezien dat ik het rondje Oostvaardersplassen kan verlengen. En vandaag ga ik dat nafietsen. Op de ATB. Met een muziekje op. Het stuk langs de dijk is lang, maar dat kan ik wel alleen lopen met mijn rugzakje met sportdrank op. Elk stukje dat ik fiets, ‘loop’ ik daar voor mijn gevoel. Ik maak het ommetje naar de dijk toe. Ik ga niet over de Knardijk, maar richting het gemaal Wout Wagtmans. Daar ga ik langs het water tot ik de witte brug zie. Dit stuk is nieuw voor me. Ik mag zelfs een stukje onverhard! Ik vind het al fietsend al best een heel stuk. Ik drink elke tien kilometer, maar ik merk dat ik niet genoeg binnen krijg en ik ga elke 5 kilometer drinken vanaf 25 kilometer. Het bos is wel heel erg mooi met al die goudgele bladeren. Ik moet even zoeken naar het fietspad als ik de weg oversteek, want die ligt een beetje verscholen. Dan zie ik de witte brug al. Ik weet dat het nu nog best een eindje is naar de Knarsluis. En vandaar is het een kwestie van naar-huis. Ik ben er nog steeds best moe van, want 40 kilometer op een ATB is wat zwaarder dan op een racefiets. Ik trap lekker door en dan moet ik nog een stukje verder naar het Schanullekesluisje. Ik besef dat lopen hier verre van eenvoudig zal zijn. En misschien moet ik nog wel ietsje verder om, want ik heb een stukje extra gereden vandaag. Uiteindelijk kom ik op 42,5 kilometer. De route is gezet, nu het hoofd en de beentjes nog zo ver krijgen.

17 november. En dan moeten de benen aan het werk. We zitten inmiddels op 7 achthonderdtjes. Het is heerlijk koel weer en droog. Toch sta ik een beetje in rustmodus, lekker rustig opstaan en een boekje lezen. Maar goed, na de lunch en het huiswerk van Vincent ga ik dan toch maar. Ik heb het koud. Met mijn lange mouwen en halflange broek heb ik het echt koud. Ik weet dat het goed gaat komen als ik eenmaal “los” mag, maar het inlopen is echt niet chill – of juist wel chill en cool!

Als ik de witte brug over ben, mag ik. Ik ga lekker meetellen in een rustig tempo en hoop rond de 4 minuten te lopen: zo consistent mogelijk, desnoods langzamer beginnen. Ik loop langs de kassen en krijg het al iets warmer. Ik doe er 3:53 over. Mooi. Dat vind ik heel prima. Ik moet wel blijven hardlopen, anders koel ik veel te veel af. Ik zie even op tegen de tweede keer 800, want ik moet oversteken. Ik doe de volgende in 3:56 en dat is ook nog prima, gezien het wildrooster. Ik moet omlopen weet ik. Het zal een loop worden van zo’n 12 kilometer. En dan de derde: ik zit er lekker in en tel kalmpjes aan om rustig te blijven. Weer terug op 3:53 op het lange rechte pad. Ik ga door het bos en dan terug over de dijk. Dan moet ik omhoog vrees ik en dat klopt: ik ben nog net niet boven. Ik loop de hele dijk flink door en mag maar heel even naar beneden. 3:58. Acceptabel. Ik loop intussen te zweten. En te snotteren. De vijfde begint met een wildrooster én gaat omhoog, maar als ik de hoek om ben ga ik recht langs de plassen terug. Ik heb dorst en merk dat het iets zwaarder wordt. Nog altijd 3:57. En ik heb het grootste deel al achter me liggen. Bij de zesde zie ik mensen voor me wandelen en die ga ik inhalen. Altijd leuk, een doel. Toch merk ik dat dit al de zesde is en dat mijn tempo flink hoog ligt, want de 3:55 haal ik niet meer, ik doe er 3:58 over. Nog maar één keer.

Ik zie er enorm tegen op om de brug op te moeten lopen, dus ik neem het fietspad. Dat is helaas een stuk drukker met zondagswandelaars en ik moet een stukje onverhard. Ik doe 4:01 over de laatste. Ik loop rustig uit over het onverharde pad en ga helemaal rustig de trap op. Intussen heb ik het heel warm en ik blijf lopen. Ik wil wel stoppen, maar het gaat nog wel. Beter dan vrijdag. Ik denk elke keer: ik loop tot de 12 kilometer vol zijn, tot ik de brug over ben, tot ik bij het fietspad ben, tot ik bij de laatste straat ben. Maar ondertussen loop ik door tot ik na 12,5 kilometer thuis ben. Met een mooi gemiddelde van 5:39 ofzo. Mijn benen kunnen het wel. Maar mijn hoofd is het daar nog lang niet mee eens.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-39

Maandag 4 en dinsdag 5 november werk ik in respectievelijk Amsterdam en Rotterdam. Veel reistijd, andere omgeving, onrustig: ik neem even sportvrij hoor! Maar ik mis het ook. Ik voel me een gekooid diertje. Beetje onrustig.

woensdag 6 november. Een volle dag met een beetje werk, veel was, de nodige rustmomenten én sporten! Ik stelde het een beetje uit en twijfelde welke ik zou meepakken, maar het werd eerst de fietstraining van gisteren: 10 minuten infietsen, 50 minuten zone2.

Ik ging zowaar op de Tacx, want deel 4 van ‘mijn’ serie staat op Netflix en ik koppel de koptelefoon aan. Dan heb ik geen geruis van de Tacx en hoor ik de serie. Helaas is het wel wat zonnig, zodat de hele donkere scenes wat onzichtbaar zijn. Helaas ook koppelt noch de hartslagmeter, noch de cadansmeter meer met mijn horloge. Om toch een soort van richtlijn te hebben doe ik het horloge om en heb ik een polshartslag. Ik fiets gewoon lekker en na een kwartier gaat de Tacx meewerken en gaat het tempo omhoog. Ik kijk lekker de eerste aflevering en zweet wat van mijn onrust er weer uit. Daarna ga ik verder met lunchen, de was en bloggen. Ik moet eigenlijk ook nog hardlopen. Een half uurtje maar. Ik wacht tot Vincent thuis is en dan ga ik toch maar eens eventjes, dan kan ik bij Manuels huis langs.

Ik loop 5 minuutjes in en moet dan 5 keer 4 minuten in zone 4 en 1 minuut wandelen. Ik doe keurig wat mijn horloge aangeeft. Met polshartslag. Het tempo gaat lekker omhoog in de vier minuten. Het is niet erg warm en zeker in het begin heb ik het koud in mijn korte broek. Ik tel elke keer zo goed mogelijk 4 minuten mee, want dat leidt af. En ik wandel netjes, ook al kijk ik keer op keer na 40 seconden al of de minuut voorbij is.

De oefening is eerder klaar als ik bij Manuels huis ben, maar ik bn nu bezweet en moet maar even niet gaan wandelen. Ik ga bij Manuels huis langs en loop de 6 kilometer vol in 35 minuten. Dan begint het getwijfel weer of ik ga zwemmen. Als Vincent aangeeft laat het ik het er ook bij.

Donderdag 7 november doe ik lekker niks. Een stukje wandelen met Rob. Ik heb bedacht dat het “erretje” in het schema voor Rust staat. Laat ik eens aantonen dat ik dat ook best kan (ugh)

Vrijdag 8 november. Ik begin de dag met… werken! Ik moet nog iets afmaken. Daarna ga ik sporten. Ik ga eerst zelf 10 kilometer hardlopen. Ik ga richting de dijk met een muziekje op. Gewoon in zone 2 proberen te blijven. Het is flink afgekoeld intussen, maar ik loop wel lekker als het buiten tussen de 5 en 10 graden is. Het gaat best soepeltjes. De eerste 3 kilometer ga ik steeds ietsje sneller tot ik net onder de 6 minuten zit. Daarna ga ik rond de 6 minuten per kilometer lopen. Dat gaat prima, zeker als ik langs de Oostvaardersplassen loop. Maar na 6 kilometer word ik opeens moe. Dat is het teken dat ik te weinig voeding binnen heb. Dat kan ook wel kloppen, want ik heb alleen een shake op als ontbijt. Omdat ik dit wel een beetje aan zag komen, heb ik gelsnoepjes in mijn zak gestopt. Er verdwijnt er snel 1 richting mijn buik! Ik hobbel wat moeizamer verder, hoewel het tempo niet eens heel erg veel lager komt te liggen. Ik merk alleen dat ik me moeilijker kan concentreren en lastiger kan genieten. Terwijl er nog een heleboel trainingsuurtjes voor me liggen! Misschien komt het ook omdat ze me van het werk nog storen omdat we wachten op een antwoord wat maar niet komt. Daar word ik onrustig van. En zo hobbel ik maar door over de bekende route langs de Oostvaardersplassen. Ik ben bang dat ik nog om de wijk heen terug zal moeten om de tien kilometer te halen. Vanaf 8 kilometer gaat het ineens weer beter. Het kost dus een minuut of tien voor een gesnoepje ingedaald is!

Ik loop om de wijk heen en kom een hele grote hond toen die tegen me op begint te springen en ik roep snel “laag”. De hond wordt tot de orde geroepen en ik kan weer lekker verder. Het tempo over de brug was er uit, maar nu gaat het weer terug naar rond de 6 minuten per kilometer. Ik maak het af tot 10 kilometer en doe daar iets meer dan een uur over. Thuis kleed ik me snel om en dan stap ik op de mountainbike. Ik heb sportdrank gemaakt en ga die opdrinken. Terwijl ik fiets. Ik heb het even best koud, maar ik fiets iets harder.

Ik ga gewoon over de fietspaden en ik maak een ommetje via het sportpark en dan terug langs de Vaart naar het huis van Joyce. Ik maak een ommetje tot net geen 11 kilometer en dan staat Joyce klaar om mee te gaan hardlopen. Ik wil richting de Kemphaanbrug. Ik heb 80% van de sportdrank opgedronken. Al kletsend vertrekken we. Voor Joyce ligt het tempo wat hoog, maar ze kwebbelt gewoon door. We lopen rond de 6:10. Het gaat mij beter nu we samen lopen. Het is ook niet vreselijk druk, zodat we steeds voor auto’s moeten uitwijken. We besluiten een rondje Nobelhorst te lopen. Eerst langs het huis van onze fysio en daar zit ik precies op 5 kilometer.

We stoppen even, maar ze is helaas niet thuis. Ik eet een snoepje en dan weer door Nobelhorst uit richting de witte brug. Het tempo blijft prima wat mij betreft. Ik kan gewoon kletsen nu en het voelt beter dan de eerste keer tien kilometer alleen lopen. We gaan de witte brug over en de ophaalbrug over en dan terug aan de andere kant van het water. Eerlijk gezegd tel ik wel kilometers af in plaats van op nu.

Het tempo is voor Joyce nog steeds net iets te hoog, maar ze kan het wel! Ik voel me een beetje schuldig dat ik haar tempo opdrijf. Als we een brug verder nemen, zou het net iets meer dan tien kilometer worden en ik besluit dat toch niet te doen. Waarom ook? We lopen 10 kilometer binnen 1 uur en 2 minuten. Ik ben trots op Joyce. Mijn schaambeen doet nog steeds een beetje pijn tijdens het lopen. Een bekkenbadje wat teveel trekt. Dan kletsen we nog even en ik fiets weer naar huis via de andere kant van Almere.

Blijkbaar heb ik nu wind mee, want dit gaat nog iets lekkerder. En zo zit de sportdag er weer op. Ik ben er moe van. Dit heeft me meer energie gekost dan de lange duurloop, maar dat kan ook liggen aan het moment van de maand. Dit is niet precies het meest relaxte tijdstip!

9 november. Ik moet fietsen. Als ik twijfel over buiten of binnen, begint het te regenen en dat stopt niet. Keuze gemaakt, maar ik kan nog wel uitstel bedenken! Dat doe ik voor een paar uur en dan stap ik toch maar op, met Netflix bij de hand. Ik moet 25 minuten zone 1 fietsen en dat gaat prima. Met de serie erbij, zijn die snel om. Dan moet ik 25 minuten in zone 2 gaan fietsen en Engels overhoren. Dat gaat minder goed.

Ik haal zone 2 niet zo. Engels gaat beter bij Vincent dan mijn zone 2! Mijn benen zijn gewoon moe. De laatste 25 minuten moet ik zelfs zone 3 fietsen, maar ik geef het bij voorbaat al op. Slecht – ja; verstandig – ook. Maar ik fiets wel door hoor! De laatste 20 minuten zonder Engels en zonder Netflix. Zodra de tijd om is, spring ik van de Tacx af! Door naar het zwembad. Ik deel een baan met 1 andere man: hij de ene kant, ik de andere. Ik ga een kilometer met achtje zwemmen. Dat gaat wel weer goed intussen. Gewoon slagen tellen tot de overkant. En er van genieten dat je in het water met niks anders bezig hoeft te zijn dan… zwemmen. Ik pak de peddels en ga een hele tijd met achtje en paddels zwemmen. Dat verbetert de slag zo dat ik met 3 slagen minder de overkant haal! Na 600m doe ik de paddels weer weg en zwem ik met achtje de 2 kilometer vol. Daarna ga ik zonder hulpmiddelen en dan heb ik 3 slagen meer nodig om de overkant te halen! Ik hou dat zo’n 300m vol en dan vind ik het wel mooi geweest en is het tijd ook.

10 november. Er is jeugdtriatlondag bij Sportcentrum Papendal. Terwijl Vincent fietst, krijgen wij ouders uitleg van een sportpsycholoog. Als we de fietsen van de kinderen weer hebben opgeruimd, hebben we als ouders even vrije tijd tot aan de lunch en kan ik mijn interval-training doen. Ik zie er een beetje tegenop, want vorige week ging het wel goed, maar toen was ik op bekend terrein, was het niet zo vreselijk koud en ik vermoed dat ik nu meer heuvels tegenkom dan in de polder. Joyce zegt dat dat niet zo is, maar binnen een kilometer moet ik haar al ongelijk geven.

Even inlopen en dan de eerste interval. Voordeel is dat de heuvels ook omlaag gaan en ik ga lekker hard! Het stoplicht laat me lekker even uitrusten en dan naar rechts. Ik heb een vierkantje uitgezocht wat makkelijk zou moeten zijn, maar ik zie alweer een weg omhoog gaan: ik vind het een heuse berg! Als ik boven ben, interval ik weer hard naar beneden, maar dan houdt het fietspad op en moet ik de weg op. Gevaarlijk punt, waar ik niet keihard door kan lopen. Deze interval is dus iets minder snel. Ik loop Oosterbeek door. De pauzes neem ik echt rust en ik zoek even de weg. De pauze duurt mij veel te lang.

Dan krijg ik het best koud in mijn korte broek bij 5 graden! De wegen zijn erg mooi met de herfstkleuren. Ik zie varkens langs de weg; eens iets anders dan schapen of koeien. De weg glooit nogal en in mijn hoofd mopper ik wat af op Joyce 😉 Ik zie dat de weg afbuigt, maar ik kan een fietspad op. De intervallen gaan wisselend, ligt aan de ‘bergen’ die ik tegenkom. Tunneltje. Ik vind de pauze echt te lang! Ik ben in de helft van de tijd al weer klaar voor de volgende. Er volgt een lastige, want ik moet in Wolfheze het spoor over en het is er onrustig en de weg is afgesloten. Ik zou geen andere route weten.

In de pauze kijk ik uit over glooiende hellingen en een vliegtuig monument. Ik kan de weg aflopen gelukkig. Nog 1 laatste interval. Die komt uit mijn tenen, want ik heb trek intussen en ik raak de tel kwijt. Ik tel altijd als afleiding de minuten af. Ik ben bijna bij de stoplichten en ga nog even rustig uitlopen tot de 10 kilometer vol is. Ik zit al in de lunchtijd en het is iets verder dan ik dacht. De tien kilometer loop ik in een uur en dan draai ik Papendal weer op. Ik zie al mensen met hun lunchpakketje, dus dat haal ik eerst op! Ik verorber een broodje en de chocomelk. Dan douchen en naar de presentaties over voeding en over de triatlonbond. Ik ben blij dat ik lekker mag zitten, maar ik ben niet kapot.

11, 12 en 13 november: Dat ik een beetje moe was, kwam later pas. Op maandag hoefde ik volgens schema ook niks te doen en daar maakte ik mooi gebruik van! Voor dinsdag stond er fietsen en lopen op het programma, maar ik had iets anders te doen. Ik voelde me niet topfit en ik vierde liever mijn verjaardag dan op de tacx te gaan zitten. Dus zaten we lekker pannekoeken te eten! Op woensdag voelde ik me ook niet lekker: keelpijn, slecht slapen, een beetje verhoging en moe. Ik ging toch naar het zwembad. Niet vooraan vandaag, maar gewoon lekker volgen. We mochten veel armen zwemmen met achtje en anders gebruikte ik het achtje ook! Ik werd helemaal dizzy van het rugzwemmen en voelde me steeds iets minder sterk. Ik was doodmoe van het zwemmen. Heel, heel moe. We hadden wel veel gezwommen, maar deze vermoeidheid was echt overdreven! Dat ik ook nog had moeten lopen- daar was geen denken aan! Toen kreeg ik van Rob mijn verjaardagskado. Ik was heel erg ontroerd. Hij heeft voor mij een t-shirt gemaakt waar al mijn triatlonwedstrijden op staan, met de tijden en de logo’s en de afstanden erbij. Elke afstand vertegenwoordigd.

Eindelijk drong het tot me door: wat een bijzonder jaar was het! Maar ik voelde me wel een paar jaar ouder. Ik ging vroeg naar bed met een paracetamol. Dat hielp niet heel erg tegen de keelpijn, maar ik sliep wel goed!

14 november. Ik voel me niet 100%, maar ik kan prima werken. Dan haal ik de sportdoelen van de Apple Watch met gemak, want de hartslag is verhoogd. Ik ga niet naar de baan en ook de zware training van morgen ga ik overslaan. Alles in mij schreeuwt om rust! Maar dan vraagt Vincent: mama, zullen we samen een stukje gaan lopen? en dan kan ik geen ‘nee’ zeggen.

Ik voel me tegen de avond ook weer ietsje beter (ook zonder paractamol) en we hoeven niet lang of ver. De week is nu toch al “verpest”. We gaan de wijk niet uit en ik ga voor een kilometertje of 5. Langzaam op mijn tempo. Het is kil buiten, maar droog. We lopen de straatjes door en het valt me helemaal niet tegen. In ons deel van de wijk moet Vincent bij me blijven. De kortere straatjes aan de andere kant gaat hij intervallen en schiet hij me voorbij. Ik ga (stiekempjes) ook steeds ietsje harder! Maar hij haalt me in.

Ook als ik meer dan een halve straat voorlig. Hij is er moe van en komt ook snel weer bij. Als we een ‘wedstrijdje’ doen wie het eerste bij de witte brug is, wint hij met overmacht. Natuurlijk… We lopen de 5 kilometer vol in een half uur en dan is het weer goed. Dat voelde wel weer prettig. Maar ik hou me nog even in!

15 november. Veel kleine dingen die ik moet doen: naar de winkel, langs het oppashuis, wassen en strijken en bovenaan de lijst prijkt: rustig aan doen. Ik denk dat ik ga fietsen en hardlopen, maar ik moet ook iets naar Joyce brengen met de auto, dus ik skip het fietsen. We rijden samen door naar de Kemphaan. Hoewel ik rustig doe, ben ik toch wat moe vandaag. Dat maakt me een beetje afwezig en ik volg een paar dingen wat moeilijker, zoals de route die we bespreken. We gaan voor tien kilometer. Ik heb de voeding mee in het rugzakje. Uiteindelijk zal ik weer net zoveel mee naar huis nemen als ik aan het begin van de tocht heb. Joyce heeft veel te vertellen. We lopen een stukje tegen de wind in. Het tempo ligt dichter bij de 6 minuten per kilometer dan bij de verwachtte 6:30. We halen iemand in. We blijven op het asfalt. De bomen zijn mooi, maar ik heb het moeilijk. Gewoon al vanaf 3 kilometer! Dat ken ik niet, maar er trekken spieren en het voelt zwaar aan. De hartslag blijft wel binnen de perken en ik luister dolgraag naar Joyce, maar als ik alleen was geweest, was ik bij 5 kilometer gestopt! Nu stopte ik ook voor die tijd, want tot overmaat van ramp moest ik echt wat kwijt in het bos! Mijn maag en darmen zijn ook nog eens van streek. De minnetjes hebben bij mij de overhand. We lopen Almere Haven in en zwerven er doorheen. Ik kan het net niet hebben, want ik ben ook nog eens onrustig. Een consistent verhaal vertellen lukt me niet goed. We lopen weer terug over het pad waar je met de challenge ook fietst. Ik had gedacht op de dijk te komen, maar we halen het niet. Na 6 kilometer heb ik het echt niet meer gemakkelijk. Dat frustreert me en dan wordt het nog lastiger. Ik heb al door dat we over het Kerkuilenpad met de vele bochten gaan. Iets leuks kan ik er niet meer van maken.

Het bos is prachtig, Joyce loopt heerlijk naast me, ik kan het tempo hoog houden, maar ik voel mijn lichaam net iets teveel protesteren. Na 8 kilometer blijkt het tempo voor Joyce iets te hoog en ik ben erg blij dat ze gaat wandelen! Ik maak een foto en de enige reden dat ik op het Kerkuilenpad blijf hardlopen is, omdat ik mezelf heb beloofd dat ik onder het tunneltje wandelend door ga. Mijn darmen zijn weer aan het rommelen. Eigenlijk is het op, maar de tien kilometer zullen volkomen! We hobbelen de laatste kilometer over de atb-route. Vind ik een beetje leuk, maar het gaat de verkeerde kant op. Letterlijk dan. Figuurlijk gaat het al een tijdje minder! Als de tien kilometer erop zitten, klik ik vrijwel direct het horloge uit en we glibberen terug. Ik wil zitten, rust en onder het dekentje en naar huis, ik voel me net zo somber als het weer. In de auto gaat het wel weer. Ik knuffel Joyce mooi niet, want mijn lichte griep kan haar marathon verzieken (letterlijk). Een lekker warme douche helpen me er doorheen. Er zit iets niet snor deze week en ik ben blij dat ik de zware trainingen even laat voor wat ze zijn.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-38

1 november.

Deze blog gaat even de censuur in. Die hou ik achter. Ik heb namelijk nog 1 plan en uit wat ik hier ga schrijven, kan een ervaren lezer dat opmaken. Dit plan is besproken met de trainer, dus ik ga wel degelijk te werk! En vandaag begin ik aan de Yasso’s. De achthonderdtjes. Ervaren lopers weten wat dat betekent: met een serie achthonderdtjes kun je een (voorlopige) voorspelling van een marathontijd doen. Als je 800 meter zo hard mogelijk loopt, zijn de minuten en seconden die je daarover doet de uren en minuten die een marathon je gaat kosten. Volgens de trainer zal ik onder de 4 minuten uit kunnen komen, maar ik gok op 4:15. 6 Jaar geleden deed ik de 800tjes in 4:30 en soms liep ik die sneller in 4:05/4:20, maar toen deed ik over de marathon in Spijkenisse toch 4:42, dus tot zover de accuratesse! De tijd die je over de 800m doet, is ook je pauze. Het is buiten somber, koud (het voelt als 3 graden) en dit staat voor een uur in het schema met daarna uitfietsen. Voor je 800m op zijn hardst gaat lopen, moet je eerst inlopen. Dat doe ik braaf: dribbelen in zone 1. Ik kies voor de meest vlakke route en rechttoe-rechtaan. Aan het einde van de Evenaar ga ik richting de TBS-kliniek en daar zet ik de eerste 800 in. Ik begin meteen met meetellen. Dat leidt af. Ik tel de minuten. Ik heb het al snel warm en kan niet goed inschatten hoe hoog het tempo ligt. Ik hou het wel vol, dat wel. Gelukkig kan ik zo kruising over knallen. En dan is de eerste alweer voorbij en wacht me een verrassing: 3:48! Ik mag dus 3:48 rustig uitdribbelen. Dat gaat me goed af en eigenlijk ben ik na 2 minuten alweer klaar voor de volgende! Maar ik neem de rust. Ik moet nog 4 keer… Dan de tweede. Ik zet het weer op een tellen en neem het hoge tempo aan. Dat gaat me goed af. Ik had gedacht op en kilometer of 8 uit te komen, maar dit worden er meer. Ik kan dus de hele Knarweg af. Na 3:50 ben ik klaar. Tsjakka. Ik dribbel en rust voor 3 minuten en 50 seconden. De derde zal het lastigst zijn: zo op de helft pas en al. Ik moet ook een veerooster over, maar ik zet door. Dit is meer van doordrammen en niet aan een lager tempo toegeven. En tellen. Minuut na minuut. Tot mijn tevredenheid weer 3:50! Het begint goed! Ik moet nu een seconde of 30 wandelen om tot rust te komen. Ik heb het al lang niet meer koud en de lichte regen doet me helemaal niks. Ik zie een platgereden kikker en het andere wildrooster valt in de pauze. Op voor de vierde keer. Tot mijn verbazing is juist deze het zwaarste! Ik moet een paar keer gedachten dat-het-niet-lukt wegdrukken. Intussen werd ik ook opeens moe en dat is een teken dat ik de snelle energie verbruikt heb. Ik loop nog niet in het rood, maar moet nu even uit een ander vaatje tappen. Ik ben voor de berg klaar en zit op 3:52. 40 Seconden wandelen en dan dribbel ik weer. Ik had er iets langer over moeten doen, want nu moet ik nog net het laatste stukje van het viaduct omhoog lopen voor de laatste 800m! Daarna gaat het omlaag, maar ik heb op de Evenaar wind tegen.

Deze laatste keer is doorbeuken en een lichte aarzeling bij het oversteken, maar ik tap het vaatje leeg. 3:55. Aha. De trainer heeft gelijk. Ik ben er blij mee. 1 Zwaluw maakt nog geen zomer, maar dit is een prettig begin. Ik ben vooruit gegaan de afgelopen jaren zeg ik. Wat zowel de trainer als ik wel onderschatten is het ongelooflijke herstelvermogen wat ik heb. Ik ben echt akelig snel weer op adem en klaar voor de volgende. Dus ik denk dat ik de marathon echt in 5 kilometer blokken moet doen en elke 5 kilometer rustig op de post moet voeden. Je zou bijna zeggen dat het een makkie kan worden… Maar ik onderschat de 42 kilometer al lang niet meer! Dan nog twee dingen: (1) Ik kom niet op een uur en (2) ik kom niet op 10 kilometer. Ik loop rustig dus nog een stuk om de wijk om en dan een keer of wat voor het huis op en neer. 10 Kilometer in precies een uur. Naar de WC, een banaan opeten, fietsbroek, fietsschoenen en warmere jas aan, helm op, ATB pakken en lekker uit gaan fietsen.

Ik besluit hetzelfde rondje te nemen als ik net gelopen heb. Hoeft ik niet na te denken en kan ik op dubbel tempo fietsen. De benen moeten even wennen, maar het gaat lekker. Denken aan hoe hard ik net liep, hoe mooi de blaadjes zijn, hoe stom veeroosters, de dooie kikker, heel sloom de brug op. Weet je wat bij fietsen veel meer tegenvalt dan bij lopen? Al die andere mensen! Je inhouden voor een hond, een wandelaar, een auto. En de afstand is bij het fietsen net iets meer, omdat je de binnenbochten niet kunt nemen ofzo denk ik. Ik doe er net iets langer over. Het was wel lekker om te fietsen. De trainer vind het ook een mooie start en mooie tijden. Maar zoals al eerder deze week, laat hij blijken heel goed te begrijpen dat dit nog niet zaligmakend of voorspellend is, want hij onderstreept dat de (weer)omstandigheden en de vorm van de dag altijd mee zullen spelen.

2 november

Rustig aan doen vandaag, zo tussen 2 grote opdrachten in. Ik moest vroeg in de ochtend gaan fietsen, maar er waren eerst een heleboel andere dingetjes die aandacht vroegen. En het regende heel erg hard. En toen lunch. En toen werd het droog. Uiteindelijk ging ik pas ‘s middags fietsen. Op de mountainbike. Met een koptelefoontje en muziek. Ik ging mijn neus achterna. beetje hierheen, beetje daarheen, fietspad zus, omkeren zo en over een stom industrieterrein.

Langs Almere Binnen, langs het Bloq en weer terug, door het Wilgenbos. Allemaal een beetje heel erg rustigjes aan. Niet eens over het schelpenpad, gewoon verhard. Stukje langs de Vaart, over de brug en via het ommetjes-pad wel terug. Ik was niet geïnspireerd en ik had geen hoog tempo. Ik zat ook steeds niet in de goede hartslagzones, maar als dat echt niet lukt- dan lukt het niet. Punt. Ik ben ook nog gaan zwemmen, maar daar kreeg ik steeds minder en minder zin in. Het voelde niet lekker. Niet dat het niet goed ging, maar gewoon niet lekker. 35 minuten en toen klom ik weer op de kant. Leuk geprobeerd, maar zwemmen komt wel weer.

3 november

En daar is deel 2 van de censuur! We deden het op conto van Joyce met als smoes dat zij een lange duurloop voor de marathon moet doen, maar ik moet dat ook doen! Ik ging lekker met haar meelopen, zo schreven we achteraf op Facebook; voor de gezelligheid. Dat was ook zeker waar, maar de kern ligt toch daarin dat ik ook gewoon een keer een dikke afstand moet lopen! En 30 kilometer is een heel stuk. Kijk: ik moet dan (hoe dan ook) toch heel blijven en dat maakt me zenuwachtig. Ik heb 1,5 liter met daarin 6 gels opgelost in het rugzakje zitten: voor mij is dat de grootste uitdaging om dat op te maken. 2 Witte bolletjes met stroop als ontbijt vormen de basis. We namen de trein naar Amsterdam Science Park. Joyce stapt bij Parkwijk in om half 10. Tegenover zit een moeder met kind en we kletsen over hardlopen. Zij redt al een paar kilometer op de loopband.

Er gaat ook een meneer de trail om Almere lopen. Om 10 uur zijn we in Amsterdam en zorgen we dat alle spullen goed zitten. Fotootje bij het station en we gaan! Het tempo hoeft en mag niet hoog liggen. Joyce heeft dit al eens gelopen, dus zijn kent de weg. We doen het in 6 blokjes van 5 kilometer. Na elke 5 kilometer gaan we een minuut wandelen. Dat simuleert de posten voor mij. En ik vind 6 keer 5 kilometer totaal anders klinken dan 30 kilometer. We lopen over het studententerrein naar het water. Het is stikdruk met hardlopers. Dan rustig het dijkje op. Ik kan het tempo heel erg goed aan, we zitten rond 6:30 Eigenlijk is dat voor Joyce net iets te hard, maar ze hoeft niks anders te doen dan naar mijn gekwebbel luisteren.

We gaan een brug over. Een voetgangers-fietsersbrug. Een witte. Ik vind het leuk. We hebben er vandaag ideaal hardloopweer bij: het is koel, bewolkt en er is geen regen. Als we de brug over zijn, komen we in het Diemer Park. Een interessante belevenis. Hardlopers en fietsers (wielrenners) zijn er in overvloed. IJburg links van ons en hoewel het een park is, is het ook een betonachtige vlakte. Ik klets maar en klets maar. Dan zitten de eerste 5 kilometer er al op. Ik vind een minuut wandelen meer dan genoeg en herstel in die minuut volledig. Dat geldt minder voor Joyce. Ik vind het lastig dat zij het moeilijk heeft. Liefst zou ik de moeite eerlijk verdelen en dat is op dit moment niet zo, want zij draagt het meeste moeite. We lopen boven langs en dan komen we langs oude huisjes, bootjes en een verstopt fort. Ik ben hier werkelijk nog nooit geweest en ik weet ook niet precies waar ik zit. Dat hindert me nu niet. Het zal wel goed komen, zeker als we voorbij Muiden komen. Nou lopen we door een natuurgebied achter de energiecentrale langs. Er komt zelfs een klein zonnetje kijken. Ik ga nog altijd zorgeloos en kwebbel maar door. Dat leidt lekker af. Ik verbaas me er over hoe mooi het hier is! Gekke plek eigenlijk. Dan komen we langs de Maxis aan de andere kant en we lopen richting Muiden. Ik ken dit hele natuurgebied niet en ben verrast door de schoonheid zo langs het water. In de verte zie ik Pampus en dijken en dat is wel erg Hollands allemaal.

Ik weet niet waar we in Muiden uit zullen komen, maar verdwalen kunnen we ook niet. Het gaat mij nog steeds gemakkelijk af, maar ik weet dat het zwaarste stuk pas in Almere zal komen. Daar maak ik mij nu nog niet druk om. In de verte horen we een toeter. Papa en mama bellen als we Muiden in zicht krijgen, maar nu kan ik even geen vakantie reserveren! Wij kijken uit op het Muiderslot en op een stoere bunker.

Ik geniet nu dubbelop. We wandelen en maken een foto. Het is er druk met volk en herrie van een toeter. Er is een wedstrijd aan de gang, maar wat weten wij niet precies…. Voor Joyce verlengen we de wandelminuut. Dan gaan we even op het dijkje kijken wat er te doen is en er is een sloepenrace. Zo leuk!

Roeiers. Drukte. Dat doen andere mensen dus op hun vrije zondag. Wij lopen door en ik heb nog meer energie om door Muiden te zwerven. Dan komen we bij de brug in het centrum en vanaf nu weet ik waar ik ben en hoe ver ik nog moet. We lopen door rood, maar de brug gaat niet omhoog en dan gaan we richting het kasteel. Ik loop langs het water en de boten en de sloepenrace. Dan steken we terug de ‘uitgang’ van Muiden uit en nu gaan we het vlakke land in. Op naar de Hollandse Brug. Ik ga nog altijd behoorlijk goed en heb geen last van energieverlies, moeite of pijntjes. Joyce wel, die heeft last van haar rug. We lopen de lange rechte weg af richting het dijkhuis. Dat vind ik een moeilijk stuk, maar ik stop de gedachte meteen weer weg. Joyce begint lekker te kletsen nu. Een oud stel krijgt ons bijna niet ingehaald en vind dat wij zo goed doorlopen. Ik vind het tempo wat tegenvallen, maar besef terdege dat dat maakt dat ik dit volhou. We zijn bijna halverwege. De mevrouw rolt nog net niet van haar fiets af.

Bij het dijkhuis maakt Joyce een foto van mij. Ze heeft niet alleen last van haar rug, maar ik weet dat dat verergert wordt doordat ze zich een soort van schuldig voelt dat ze mij ophoudt. Ik herken dat heel goed en ik kan haar verzekeren dat ze me red en zeggen dat het niks erg is, maar ik weet hoe het voelt als dat eenmaal in je hoofd zit. Dat maakt het niet gemakkelijker. Ze herinnert me er aan dat we hier jaren geleden ook samen liepen en dat ik toen geen werk had, geen triatlon en een totaal andere mindset. Ik vind het moeilijk daar bij stil te staan, want dan moet ik erkennen dat ik het nu veel beter voor elkaar heb, terwijl ik me afvraag waar ik dat aan heb verdiend. Op het weggetje komt een mevrouw langsfietsen en die roept: kom-kom-kom en maakt een handgebaartje. Gelukkig heeft ze het tegen haar hondje. De oude mensen houden we nog een hele tijd in het zicht. We zitten op blokje 3 van 5 kilometer kilometer en gaan weer wandelen. We zijn al over de 15 kilometer heen, want in de wandelblokjes tellen de kilometers wel door. Voor Joyce is het wandelblok niets te vroeg gekomen. We verlengen het wandelblok. Joyce zit vol excuses, maar ik heb daar niks mee. Ze is voorlopig nog niet van af, want tot de brug blijf ik bij d’r! Bij het bordje Muiderberg starten we weer op. Dat vind ik lastiger, zeker omdat we meteen omhoog moeten lopen. Tot nog toe is de route veel mooier dan ik had gedacht, want zo langs het water bij Muiderberg is ook erg mooi. Ik zie zelf op tegen de brug. Al in Muiderberg laat het tempoverschil zich duiden. Liefst zou ik Joyce zeggen dat ze in Poort de trein moet pakken, maar dat is net zo zinloos als haar vertellen dat ze geen schuldgevoel moet hebben. We kletsen iets minder in deze fase. Dan moeten we het laatste stukje door Muiderberg ook weer wandelen. Tot aan de brug. Ik besluit dat ik door zal lopen en beneden op Joyce ga wachten. We zitten op 20 kilometer. Dat is alvast een heel stuk, maar dat je nog tien kilometer moet lopen lijkt nu veel verder! Ik stiefel gestaag en rustig de brug op. Mijn rugzakje wordt steeds lichter en ik drink genoeg. Ik heb ook geen last dat ik moe word of me slap voel. Of ik voldoende drink vind ik erg lastig te beoordelen. Toch is de brug niet leuk met al die herrie van auto’s en dat het omhoog gaat. Ik ga gewoon door om er sneller vanaf te zijn. 21 kilometer in 2 en een half uur. Ik vind het wel goed zo, dit is een training en geen wedstrijd. Aan de andere kant van de brug draai ik me om en loop ik Joyce tegemoet. Eigenlijk zit ze niet zo heel ver achter me. Maar als ik nu bij haar blijf lopen, drijf ik haar op of kom ik niet in mijn eigen ritme. Het walgelijke spoorbaanpad is nog heel erg lang. We wandelden een stuk en gingen toen weer dribbelen/hardlopen. Ik weet dat het pad opengebroken is, maar voor Joyce was het een onaangename verrassing. We moeten dan door Poort lopen. En bij elkaar blijven. Ik raakte het daar een beetje kwijt. Dat je van het ene op het andere moment begint te voelen dat het eigenlijk best heel ver is met die 30 kilometer. Dat de laatste 5 kilometer nog een behoorlijk eind zijn. En toen we weer op het pad waren, ging ik weer een stuk vooruit. Tot de volgende opbreking, die ook voor mij een verrassing was. En geen leuke! We konden niet langs het hek. Het was of een paar kilometer omlopen of aan de buitenkant van de brug er omheen. Eng, want ik werd wat wankeler, maar we namen toch de buitenkant brug. Het ging goed en ik ging weer verder in mijn eigen tempo.

Zo zonder afleiding van samen lopen en kletsen is het toch zwaarder, maar Joyce kon ook haar eigen ding doen. Wat nog belangrijker werd toen het fietspad een zandpad werd. Het was niet voor niks afgesloten! Ik moet nu wel mijn eigen ritme vasthouden. Intussen krijg ik een beetje last van mijn schaambeen. Dat heb ik de laatste tijd. Het gereken in mijn achterhoofd begon: nog zoveel kilometer tot thuis, maar dan zit ik boven de 30. Ik haal de 30 kilometer ook in Almere Stad. Kan ik ook naar huis gaan vanaf daar. Of nog meelopen met Joyce tot aan haar huis? Of tot Almere Parkwijk….

Ik liet Joyce achter en vroeg een jongeman met een hond of hij Joyce wilde vertellen dat ik bij station Muziekwijk op haar zou wachten. Ik kachel gewoon door. Groot nadeel was de plas aan het einde van het fietspad, want toen had ik natte voeten. Bij Station Muziekwijk dribbelde ik best een stuk terug. Joyce was erg moe van de pijn, maar opgeven zal ze niet doen. We wandelden een stuk en er fietste een meneer een stukje mee die zich afvroeg of we nog gingen hardlopen. Hij vond het heel knap van ons dat we al in Amsterdam begonnen waren en moedigde ons toen aan dat we het hardlopen echt weer moesten oppakken en genoeg moesten drinken. Hoe scheetig! Ik sprak met Joyce af dat ik naar Almere Stad zou blijven lopen en dan weer op haar zou wachten. Ik zie dan enorm op tegen de bruggen en viaducten. Die doe ik liever alleen in mijn eigen rothumeurtje…. En ondertussen maar tellen en kijken hoeveel kilometers er al opzitten en hoe het ver het nog is tot thuis en of ik in staat zou zijn om 35 kilometer te lopen, ook al mag dat niet van de trainer, maar ik voel me nu goed en het kan. Ik kom en wacht bij het Station.

Dan wandelen we weer samen een stuk op en we dribbelen ook een stuk samen verder, maar ik pak toch mijn eigen tempootje weer op, ook al is dat niet meer zo goed en gemakkelijk als in het begin. Bij station Parkwijk wacht ik weer op Joyce en ik twijfel of ik de bus vanaf Joyce ga nemen of dat ik doorloop tot Almere Buiten.

We wandelen, lopen, dribbelen samen de laatste brug over en dan zit ik op 30 kilometer. Binnen 3,5 uur. Ik weet dat ik er nog niet ben en ik maak een compromis dat ik tot Almere Buiten loop. Ik weet nu ook al dat dat laatste stukje alleen het zwaarste is. Joyce loopt op en neer om de 30 kilometer te halen. Ze is er terecht blij mee. Conditioneel is er geen probleem en ook blessures heeft ze niet. Ze heeft de voeding onder controle, maar de pijn (in haar rug) is wel een heftige belemmering. Ik beloof haar dat ik probeer te stoppen in Almere Buiten. En dan ga ik weer. Nog een brug over, nog een stuk fietspad af. Mijn drinken is zo goed als op. Ik heb een gestaag tempo, maar het wordt wel snel minder comfortabel nu. En ik begin te verlangen naar stoppen en wandelen. Maakt het me nog uit? Is 33 kilometer ook genoeg in Almere Buiten? Ik moet even wachten bij de oversteekplaats. Dan nog naar de bussen lopen. Ik zie de bus staan, loop erheen en…. de bus rijdt weg. De volgende komt over een kwartier. Door naar de trein. Die heeft tien minuten vertraging. Er zit niks anders op: over een kwartier ben ik ook thuis.

Ik hobbel weer verder, maar het wordt nu echt wel zwaar. De energie ontglipt me en dan moet ik naar de WC. Dat is echt lastig, want de grote boodschap en hardlopen kan ik niet combineren. Dan moet ik wandelen. Ik ga op kleine stukjes lopen: tot de volgende kruising, even wandelen, tot de stoplichten, even wandelen. Maar dan red ik de stoplichten niet, zoveel pijn doet mijn buik. Ik zit op 34 kilometer. En ik stop de teller. Ik ga de 35 kilometer niet halen, want ik kan niet meer goed hardlopen en thuis zitten er net geen 35 op, dus ik zou moeten omlopen en dat gaat dus niet meer. Ik app Rob dat ik er aan kom wandelen en in de wijk lopen Rob en Vincent me tegemoet. Ik heb ongeveer 4 uur gerend. Hoe ik denk dat ik nog eens 8 kilometer meer zou kunnen lopen is me een raadseltje! Maar goed: dit is ook gelukt. Dit was een goede training. Ik ga thuis meteen naar het toilet en ben dan alweer heel erg snel bij. Ik heb trek en eet veel eiwitten. Van spierpijn geen last.

Ik heb ongeveer 150ml sportdrank over en daar ben ik kei-trots op! Ik heb een schuurplek bij mijn arm van het telefoonhoedje en de rugzak. Ik kan voor 30 kilometer voeding meenemen. Ik kom prima bij van een wandelminuutje en ik kom ook heel erg snel bij. Ik heb een beetje stramme kuiten op zondag, maar op maandag heb ik nergens meer last van! Niks. Dat verbaast me enorm. Ik kan goed met de afstanden omgaan. Nu nog de stap nemen om me echt in te schrijven en zelf te geloven dat ik een marathon zou kunnen lopen nog dit jaar.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-37

Maandag 21 oktober. Ik zag er de hele dag een beetje tegenop om op de Tacx te moeten kruipen. Maar ik heb de muziekstandaard te voorschijn gehaald en daar kan ik een iPad op zetten en TV kijken! Goed bedacht. Ik ging fietsen en…. het ging niet. Er zat geen snelheid in, het trapte voor geen centimeter. Ik kijken en jawel hoor: LEK. Ik heb in een heel jaar buiten fietsen maar 1 keer lek gereden, ik stap op de Tacx en nu is de band leeggelopen. Ik pomp ‘m nog eens op, maar het helpt niet. Het liefst had ik alles al afgeblazen. Maar Rob hielp even en na een kwartiertje stapte ik weer op.

De training was 10 minuten infietsen met een cadans van 80-90 en dan 50 minuten fietsen bij een cadans van 90-100. Het viel niet mee. Ik ben niet zo van de cadans… Maar ik deed mijn best, keek TV, constateerde dat het geluid dan overstemt wordt door de Tacx, dat ik de hartslag en de cadans niet tegelijk zie, dat doorspoelen lastig is en dat je het bloedheet krijgt van fietsen zonder wind. Na 40 minuten ofzo ging de Tacx aan het meewerken en dan gaat de snelheid omhoog. 1 Uur en 6 seconden en toen was ik er weer klaar mee.

Dinsdag 22 oktober. Alleen maar zwemmen, niet rennen. Ik bracht Vincent weg, ging weer naar huis, haalde MW op en ging naar het zwembad. Baantje 2 met een paar meiden, ik vooraan meestal, mijn matige best gedaan en van deze trainer mogen we niet met achtje zwemmen. Dat is goed voor mij, maar ook lastiger. Ik zou rustig zwemmen, maar dat kwam er niet van! Bij een oefening vertelde de trainer dat het om elleboog onder water hoog houden ging. Ik dacht: laat ik dat eens proberen en toen voelde het zwemmen ‘boos’ en ‘krachtig’ aan. Beetje een Skandier van de boeken die ik lees 😉 En het ging aanzienlijk beter. Maar ook voor de spierpijn. Ik wilde het nog langer proberen, maar het uur was om.

Woensdag 23 oktober. Een lang verwacht kado voor Joyce. Zij was begin van de maand jarig en had een ‘mooi loopje’ gevraagd. Ik dacht toen al direct aan de Blauwe Kamer, maar het kwam er niet direct van. Er kwam regen en een vakantie tussen, maar dit leek een perfecte dag te gaan worden: beetje zonnetje en veel tijd. Alleen jammer dat Vincent alleen thuis zat. Ik had alles goed voorbereid: routes op de kaart en het horloge, 1 waterzak wordt voor sportdrank op mijn rug, ingesmeerd met vaseline, zelfs aan geld voor het pontje had ik gedacht! Dit zou een zeer afwisselende route worden, met alles er op en er aan. Ik haalde Joyce op en ze kon heerlijk kletsen en vertellen in de auto. De rit kende wat vertraging, maar wat vervelender was: ook regen! Uiteindelijk waren we later in Rhenen dan ik dacht, maar toen was het droog. Parkeren, spullen verzamelen en we gebruikten even de routebeschrijving voor het begin en toen ging die de tas in. Over de brug over het water en we gingen gewoon door met kletsen alsof we nog in de auto zaten. Even was het wat koel met mijn korte broek en t-shirt, maar dat zou zich later oplossen! We passeerden wandelaars op dezelfde route en toen gingen we onder de brug door en aan de andere kant glibberden we omlaag en werd het trailen over gras en de dijk. En genieten.

Ik werd gebeld door een oude klant, maar die kon ik lastig te woord staan al lopend en ik vond het wel geinig. Ik genoot van het uitzicht over het water en de heuvel daarachter (waar we later overheen zullen gaan) en van de wet-landen. De schapen, de ganzen, paardjes en vennetjes. Het was heerlijk en gaaf om daar te kunnen en mogen lopen. Ik maakte veel foto’s onderweg.

Toen klommen we het dijkje weer op en door een poortje en kwamen we op de verharde weg. Het ging goed met de route op mijn horloge. We keken naar de mooie huizen en ik ging aan het vertellen. We kwamen bij de Spees, waar een soort van “Skandier” op de uitkijk stond. Fotomoment!

Vandaag ging het daarom, dat we zouden genieten. Tijd was van ondergeschikt belang. We liepen een stukje verder dan de route aangaf, die leidde ons direct naar het veerpont, maar wij liepen iets verder door naar Opheusden. Achter de nieuwbouwhuizen (vrijstaande villa’s) gingen we weer onverhard verder langs het water. Er brak een heel klein beetje zon door en het licht was adembenemend. De ondergrond was ongelijk en het water was een beetje feeëriek. Klinkt allemaal wat hemels, maar eigenlijk was het dat ook!

Ik kon het gemakkelijk aan allemaal. We gingen een hekje over en kwamen langs een groep loslopende schaapjes!

We liepen langs het water en toen over en heel smal pad vol brandnetels terug naar het veerpont. Ik had een korte broek aan, dus dat voelde ik wel, maar niets kon mijn glimlach nog weghalen. Er stond een blauw plastic kikkertje op een paaltje aan het begin van het pad en aan het eind van het pad een leeg bierglas. Grappenmakers. Bij het pontje moesten we even wachten tot de grote boot gepasseerd was. We kletsen over hoe mooi het hier was in vergelijking met de vlakke polder en dat je daar in jezelf gaat praten. De meneer die daar ook wachtte met zijn fiets, vond ons bedenkelijk. Op het veerpont brak de zon echt door en ik maakte een groot aantal foto’s.

We kwamen in de Blauwe Kamer en pikten de route weer op. Onverhard. We kwamen langs de uiterste punt en gingen wel terug. Je komt niet helemaal tot het einde.

We kwamen op een uitwijkheuvel en zagen vlonders liggen. We zouden er straks wel overheen gaan, zo dachten we. Nu moesten we eerst naar rechts. Ineens veranderde de natuur naar een heel, heel mooi bos. Groene ondergrond, groene stammen, een vennetje met kroos. En dat in de zon.

Maar we liepen verkeerd! Het horloge gaf aan dat we terug moesten en we een ander paadje moesten nemen. Na de volgende bocht wachtte een nieuwe verrassing: een ruïne! Een echte begroeide ruïne. Leuk!

We keken er even en liepen door naar… de volgende ruïne! Die was nog mooier, want er was verroeste machinerie en een grote kachel. We wisten niet wat het was. We hobbelden weer verder richting de schoorsteen en daar omheen.

Er stond een rij huisjes. Hoe leuk om daar te wonen. Klein, maar wel met zonnepanelen. We draaiden terug naar de ruïnes en gingen de andere kant op door een dicht bos. Het was werkelijk verrassend hoe snel het landschap veranderde! We kwamen langs een groot ven en ineens stonden we oog in oog met paarden.

Onder ons verscheen modder. Tuurlijk, hadden we nog niet gehad. Maar meteen ook in de overtreffende trap! Modder tot je enkels. We gingen onder een heel klein smal tunneltje door en dat lag vol modder-mest.

We kwamen weer bij het veerpont uit en gingen over op een stuk verharde weg. Dat voelt raar met je schoenen vol modder! De zon was inmiddels op sterkte. Ik liep ook als een zonnetje en maakte me helemaal nergens zorgen over, het ging van een leien dakje. Enige nadeel is dat we de vlonders niet meer tegenkwamen!

Ik was goed aan het drinken en kon lekker even doorlopen op de dijk. Op naar de Grebbeberg! Ik genoot van de omgeving met een klein sluishuisje, ezeltjes en zicht op de natuur van de Blauwe Kamer. We kwamen onder aan de Grebbeberg en liepen alweer te kletsen. We gingen langs de Grebbesluis en toen kijken en even rekken bij een heel groot huis. Bleek dat we de afsnijroute wilden gaan volgen! Maar dat was niet de bedoeling… We liepen terug en 180 graden de andere kant op. Langs een soort van instelling en toen linksaf het bos in omhoog. Ik deed gewoon even mijn eigen tempo en wachtte boven op Joyce.

Die prachtige kleuren in het bos en het ruikt zo heerlijk! Naar boven ging niet zo snel, maar mij maakt dat niks uit – ik ben hier voor de lol! We kwamen boven uit naast het Militair Ereveld. Daar stonden we (letterlijk en figuurlijk) even stil bij het feit dat we hier samen in vrijheid Nederlands praten.

Na een korte stilte, liepen we verder en we slingerden aan de buitenkant over de Grebbeberg. Dat was onverwacht en volgens mij vielen er een paar verfrissende druppels. Toen kwamen we bij trappen. Die hadden we nog niet gehad!

We kwamen bij het uitzichtpunt en keken uit over het stuk waar we net gelopen hebben. Heel uniek stukje Nederland!

Een mede-hardloper maakte een foto van ons tegen de zon in.

We liepen de trappen weer af en verder naar het volgende uitzichtpunt. En even verderop stond een ander soort ruïne, het hield maar niet op met verrassingen! Onder ons liep een trap naar beneden. Je kon het einde niet zien. Ik wilde naar beneden. De mede-hardloper zei dat het vele treden waren. Ik wist al dat we ook weer omhoog zouden gaan.

260 Treden stond er onderaan. Ik ging in galop naar boven, zonder te wachten. Men, hart in mijn keel, maar niet opgeven! Ik telde ‘maar’ 220 treetjes. Boven uithijgen en blij dat Joyce het rustiger aan deed! Toen vervolgden we onze weg boven over de berg, tussen de bomen door. Ik wilde een kilometer doorlopen, maar toen zag ik weer een fotogenieke paddestoel!

Lekker over boomwortels heen hollen en zo kwamen we bij het einde van de Grebbeberg. We keken uit over Rhenen en een beetje sloeg de vermoeidheid wel toe. De trappen af en we kwamen weer aan de rivieroever. Ik begon wel te bedenken dat we het rondje niet verder hoefden te verlengen. Niet zozeer voor mij, maar Joyce had nog wat vakantie in haar benen.

We liepen weer (half) verhard en gingen onder de brug door waar we eerder vandaag overheen gingen. Ik wist nog van dit pad toen ik er jaren geleden alleen liep richting Veenendaal. Ik vond het toen on-Nederlands. Nu vond ik het vooral een mooie aanvulling op alles wat we al hadden gehad. Ik kon nog prima, maar Joyce had het echt lastiger. We liepen helemaal aan de buitenkant om Rhenen heen richting de Cunera-kerk.

Stopjes tussendoor om even bij te tanken en dan het dorp in. We kwamen langs de kerk en gingen even binnen kijken in de rust en stilte. Kerken zijn zo heerlijk sereen!

Nog een paar kilometer en dan waren de twintig vol. We liepen een beetje buitenom het dorp weer terug, maar na zoveel natuurschoon was het een beetje druk en onrustig. We bespreken dat Joyce voor de marathon nog een keer de 30 moet lopen en ik wil wel met haar mee voor het gezelschap en om de moed er in te houden. Intussen waren we best wel moe, maar die twintig moest en zou vol, dus we plakten er vanaf de parkeerplaats nog een klein ommetje achteraan. Ik had ruim 1 liter sportdrank gedronken, dus dat bevalt supergoed. En dan afsluiten op het terras! Met een welverdiende lunch.

Ik ben altijd erg snel weer opgeknapt. Buitengewoon tevreden en meer dan 100 foto’s rijker rijden we terug naar Almere. Dit was een perfect, mooi, onvergetelijk, adembenemend, gezellig, lekker en uniek verjaardagskado!

Ik was nog niet heel, heel moe en besloot dat ik nog zou gaan uitzwemmen. Vincent ging zwemmen, ik bracht hem en dan langs de kant zitten? Nee, ik wil nog even proberen wat ik gister heb ontdekt. Ik ga alles met achtje doen en niks vooraan. We kregen de heerlijk opdracht om telkens 1 ding te doen tot het fluitje. Hele slag, armen, rugslag. Ik heb nog nooit 150m rugslag gedaan! Het tempo was niet verkeerd, maar na een half uur was ik wel erg moe opeens. Ik hoefde van mezelf ook maar een half uur. Na het wrikken ging ik het bad uit.

Donderdag 24 oktober. Niet vermoeid, geen spierpijn, geen last van wat dan ook. Maar een rustdag respecteren is ook niet erg. Rob en ik wandelen lekker als Vincent op de baan traint.

Vrijdag 25 oktober. Fietsen. Ik had een opdracht met 45 minuten infietsen en dan 6 keer tien minuten verdeeld in vier minuten zone 3 en twee minuten zone 4 en 4 minuten rust. Lollig genoeg duurde dat volgens het schema maar een uur. Huh? Ik had ongeveer anderhalf uur de tijd. ATB uit de schuur, Manuel mee. Richting de Noorderplassen en ik wist eigenlijk al heel snel dat de opdracht iets te hoog gegrepen zou zijn. Ik wilde gewoon leuk fietsen! Het infietsen had ik op een kwartier gezet en dat ging nog wel. Maar dan de hartslag omhoog trekken was lastiger. Ik besloot het toch minstens drie keer te proberen. Maar in de derde keer gingen we over het onverharde Da Vincipad en toen lukte het al niet meer. Op de dijk hadden we wind mee en dan is het helemaal lastig. En toen, naast de Noorderplas, was de zin weer weg. Poef. Er zit daar blijkbaar iets in de grond wat mijn zin wegzuigt. Net als bij de Challenge. Doorfietsen en naar huis koersen, meer is het dan niet. Dat ligt niet aan Manuel, want we kletsen wel lekker verder, maar mijn hoofd en benen willen dan gewoon niet meer zo. Ik probeerde nog wel om zone 4 te bereiken, maar het zat er niet meer in. We fietsen terug en zin-of-niet, toch nog even om via de Evenaar om de dertig kilometer binnen te halen. Meer dan een vinkje op het schema was het niet, geen hoge cijfers voor deze opdracht.

Zaterdag 26 oktober. De RunWayRun in Lelystad. Deze laatste keer By Night. De verlichting op de banen werd gecheckt en wij mochten daar lopen. Vincent de vijf kilometer, ik de tien. De hele dag wachten en niks doen, is niks voor mij. Ik lijk me te vervelen. We eten bijtijds en gaan naar Lelystad. Rob gaat mee om te supporter. Gek genoeg toch altijd weer die zenuwen. Ik kan toch 10 kilometer lopen? Ik hoeft toch niet perse iets? Of jawel, natuurlijk wel: ik moet sneller zijn dan de 52:17 van vorig jaar en de 51:58 van het jaar daarvoor. En dat levert spanning op. We halen de nummers, gaan een keer of zes naar de WC en wandelen koud naar de startbaan vanaf het Aviodrome. De atmosfeer is anders als overdag. Ik zie wat andere Almeerse dames, maar KH zie ik nergens. Ik drentel en neem te vroeg de gel. Vincent dringt naar voor en ik blijf bij Rob. Het is donkerder dan ik had gedacht. En dan gaan we, een kwartier te laat! Ik moet mensen inhalen en even zoeken naar mijn tempo. Dat gaat iets te hard, maar ik zie het niet zo heel goed. Ik heb geen lampje bij me en ren super-lichtgewicht. Er vallen druppels. En er staat wind. Veel wind. Wind tegen op de heenweg. Dus straks na de 5 km nog een keer de wind tegen.

Nu lopen er mensen om mij heen waarvan ik niet weet of ze 5 kilometer lopen en of ze nou echt zoveel sneller zijn dan ik. Ik ben vooral met mezelf bezig, met het zoeken van het tempo en ademhalen. Het ontbreken van licht vind ik lastig. Het maakt me een beetje onzeker. Er zijn lampjes naast de kant en in de verte staan grote lampen die op stinkende accu’s draaien. Ik haal ook best wel mensen in. Gewoon maar proberen. Ik ren de eerste kilometers behoorlijk constant op 5:15/5:17. Maar zien of ik dat kan volhouden. Dan de wind van opzij en ik geniet maar eens even dat ik dit kan lopen en dat we hier mogen lopen. Wind mee is ook even wennen en ik vind de groene lampen fel, zeker om tussendoor te lopen. Dan naar de grote wagen waar ik links langs moet. Hopen maar dat Vincent weet dat hij rechts houdt! Hoewel het rechttoe-rechtaan is, raak ik de weg toch een beetje bijster. Mensen van de 5 die rechts lopen: is dat dan een andere baan? Ik loop nu iets harder 5:08. Ik ben pas op de helft! Maar goed, de zwaarste helft moet nog komen. Ik heb een vast ritme en mijn benen kunnen dit wel. De hoek om en er is wat support, maar die zien ook bijna niks. Ik grinnik daar om en buig dan de wind in. Het begint door te regenen. Ik vind dat net zo min als de wind erg. Lekker zelfs, wat verfrissende regen! Van de regen gaat het lekker ruiken. Het is rustiger. Duidelijk. Ik hou hetzelfde tempo aan tot 6 kilometer. Ik haal nog steeds mensen in en dan blijft er een vrouw (en man?) achter me hangen. Irritant. Ik heb genoeg aan mezelf en nu voel ik me een haas in de wind. Ik ga maar gewoon door en probeer de lampen te volgen. Ik had niet door dat er twee grote witte lampen staan. Ik kijk elke keer ver vooruit naar de lampen in de verte waar ik heen moet. Daar waar de wind ons vrij laat. Gemakkelijk is het niet, dat is het nooit. Het is altijd aftellen. Altijd twijfel of ik het haal, hoe snel ik het haal. Dan is de 7de kilometer er 1 in 5:25. Ik roep shit, en de mevrouw naast me wil weten hoe hard we gaan, maar ik heb niet zoveel woorden. De 5:25 voelde zwaar aan. Dan de hoek om. Ik heb het al heel lang niet meer koud. Het ruikt hier echt goed naar nat gras en nat asfalt. Dan wind mee. De vrouw haalt me in en ik weet en wil niet aanhaken. Ik denk dat ik door de wind de 52 minuten moet laten gaan. Ik zal mijn best doen, maar ik besef dat wisselende omstandigheden elke race uniek maken. Ik geniet wel enorm van de lange rij lichten voor me uit. Er zit niks extra tempo meer in. Consolideren, accepteren en finishen. Ik weet niet of ik nu links of rechts langs de wagen moet, maar ik ga al snel rechts lopen en blijf daar ook. Ik word een beetje wankel en duizelig van het ontbrekende licht. Ik zwalk soms een beetje. Ruim binnen de marges van de brede startbaan, maar het voelt gewoon niet zo heel stabiel. Er zijn zijlichten en voor een vliegtuig is het uitstekend, maar ik zie net een tikkeltje te weinig voor me uit! Er zijn nog twee dames die me inhalen.

Mijn tempo gaat eerder omhoog dan omlaag, maar bij de 9 kilometer zie ik dat ik de 51 minuten zeker niet zal halen. Afmaken dus en hopen dat dit echt de laatste keer is, want ik ga hier elke keer langzamer! Ik kijk uit naar de finishplek en hou het keihard vol. Niks langer een makkie die tien kilometer, het is gewoon nog even afzien! De andere dame finisht voor me (profiteur) en ik ben blij dat ik er ben! Medaille pakken en mijn naam roepen ze om. Mooi, weten Rob en Vincent dat ik er ook ben. Vincent komt op me afgerend. Ik zie dat ik nog net binnen de 53 minuten ben gefinisht. Gemiddeld toch nog 5:15 gelopen en dat is wel waar ik nu sta. De wind was gewoon net iets te zwaar. Ik ben niet ontevreden, maar ook niet superblij.

Rob was er ook gauw en ik deed een warme trui aan. Hersteldrank drinken en ik was snel weer bij. We maakten nog foto’s bij de vliegtuigen. Ik wil snel naar huis. Rob heeft gehoord dat over twee weken het vliegveld ‘dicht’ gaat om afgemaakt te worden tot een echt vliegveld. Dit is echt de laatste keer dat we hier mochten zijn. Dat besef maakt me blij en ik weet dat ik dat ook wel heb gedaan tussen het afzien en hardlopen door. Vincent niet, die is niet zo blij met zijn tijd net onder de 25 minuten. Maar de meesten hebben de wind wel tegen gehad. Elke wedstrijd is anders. Mij viel vooral de donkerte tegen. Al snel zijn er uitslagen en blijkt dat Vincent toch maar mooi binnen de 25 minuten binnen was. Ik klok een tijd van 52:51, waarmee ik zesde ben geworden van de 30 dames tussen de 39 en 50 jaar oud. Dat is helemaal zo slecht niet hoor. Ik ben er content mee.

Zondag 27 oktober. Ik heb geen spierpijn, ben niet moe, heb goed geslapen en voel al niet meer dat ik gister tien kilometer heb gepusht. Na lekker uitslapen ga ik met Vincent uitfietsen. Rustig aan een uurtje trappen op de ATBs. Ik moet daarna nog een kwartiertje uitlopen, maar daar zie ik nu al tegenop! Maar eerst fietsen. We komen er al snel achter dat we moeten zorgen wind mee te hebben op de dijk als we terugrijden vanuit het Bloq van Kuffeler. Dus door de stad heen. Vincent vindt de ATB niks en moppert maar raak. We gaan een rondje om de Leeghwaterplas. Ik moet me inhouden voor Vincent.

Dat is niet erg, maar het is lastig te ontdekken dat ik dus echt niks geen pijntje of zware benen heb. We gaan naar het sluisje en door het Wilgenbos. Dan rij ik de brug voorij en even door zodat ik tussen de Lage en Hoge Vaart sta. Ik zie met eigen ogen het verschil tussen laag en hoog! Gaaf. Dan de dijk op en met wind mee fietsen we terug. Ik heb totáál geen zin om te lopen. We fietsen iets langer dan een uur, dus ik laat het lopen lekker achterwege. We fietsen 22 kilometer.

Maandag 28 oktober. Ik schuif een beetje deze week en ik voel me goed genoeg om vandaag de looptraining van woensdag op te pakken. Dat blijkt een vergissing. Het ziet er simpel uit: 15 minuten inlopen zone 1 en dan 6 keer 4 minuten zone 2 en een dribbel/wandelpauze van een minuut. Mijn benen dachten heel anders over maar-drie-kwartier dan mijn hoofd. Mijn tempo voelde heel anders over het donker dan mijn hoofd. Ik was blij met de korte pauzes. Ik genoot niet van de route en was nog blijer dat de 3 kwartier vol waren en ik goed had uitgemikt dat ik weer voor de deur stond.

Dinsdag 29 oktober. Rob en ik wandelen als Vincent aan het trainen is. Ik vind dat heerlijk! Lekker rustig, hoewel we flink doorstappen. Lekker bijpraten en mooi langs het Kromslootpark. Over het nieuwe fietspad en ik heb mijn werkplek laten zien. En toch, tóch voelt het een beetje schuldig dat ik niet ga zwemmen. Dat ik het bij een 5 kilometerwandeling laat. Ik app mijn trainer dat ik wat ga schuiven deze week. Hij vindt het knap dat ik voor rust kan kiezen, waarmee hij heel goed laat blijken begrip te hebben voor dat altijd-maar-door-moeten-gaan, tot de blessure er op volgt. Daar zit hij zelf mee, dus het is erg herkenbaar. Heb ik geen toffe trainer: hij begrijpt het supergoed!

Woensdag 30 oktober. Op mijn schema staat hardlopen: 5 kwartier. Ik werk de hele dag en Vincent gaat zelfstandig naar het zwembad. Maar mijn werk is dicht bij het zwembad, dus ik haal hem op ná het zwemmen. En dan heb ik na het werk tijd om te gaan lopen. Rondom het Kromslootpark. Vollugt u em nog?! Ik kleedde me om rond kwart over 5 en ging aan het inlopen. Ik had al een beetje last van mijn buik. Ik denk dat het van de taart kwam. De laatste tijd eet ik behoorlijk goed en eet ik shakes, maar de taart nam ik toch wel. En zoveel suikers: daar heeft mijn buik wat last van. Inlopen dus. Terwijl de zon prachtig ondergaat. Maar op de achtergrond de hele tijd de snelweg. Gelukkig is het daar filerijden, dat maakt lopen gemakkelijker.

Echter, zone 1 lopen is niet veel aan. Dat is sjokkerig. Eigenlijk is het best wel heel erg koud. Ik heb het tenminste koud met dit tempo. Ik besluit meteen het ommetje te nemen langs het strand, zodat ik daarna het rondje Kromslootpark kan voltooien. Ik merk dat ik verkeerd over de dijk loop: dat heet wind-tegen. De tien minuten in zone 2 gaan niet veel harder en ook dat voelt als inhouden. Mijn buik protesteert en ik voel me niet heel tevreden terwijl het alweer zo vroeg donker wordt. Natuurlijk, een paar druppels kunnen er wel bij! Rob komt ook naar het zwembad. Dan ga ik langs de weg lopen. Dat gaat wel naar beneden, maar het is er ook erg donker. De minnetjes stapelen nu een beetje op: buikpijn, saai tempo, geen uitzicht, route moeilijk te bepalen: ga ik over het nieuwe fietspad de A6 over of blijf ik aan deze kant en maak ik de ronde af? Ik wandel/dribbel de pauzeminuten.

Ik besluit het rondje aan deze kant af te maken en ben blij weer langs de snelweg te lopen, want het einde komt in zicht. Maar haal ik de opdracht wel binnen de afstand? Ik kan het trainingsblokje lopen als extraatje. Maar als ik de A6 onderga op een kilometer of 9, dan gaat mijn buik samenspannen met mijn darmen en is het goed mis. Ik moet. Eigenlijk. Maar ik heb niks en mijn buik doet pijn. Dat voelt niet oke. Ik ga terug naar het rondje Kromslootpark en hoop maar dat ik 5 kwartier haal, de opdracht kan afmaken en niet in mijn broek doe. Wandelen en dribbelen wisselen elkaar af. Ik ben rond met dik 10 kilometer, maar de laatste kilometer was al afzien en het tempo is nog dieper gezakt. Dan maar de 11 kilometer halen én de 75 minuten ook. Ik bedenk me dat mijn tas nog binnenstaat. Gelukkig niks belangrijks behalve de portemonnee, maar ik weet niet tot hoe laat ik het pand in kan. Hopelijk is er nog iemand, dan kan ik ook poepen. Ik wandel-dribbel buikpijnlijk de 11 vol en ga snel met de auto naar het zwembad. Daar zit ik lang op de WC en gooi ik alles eruit. Maar goed: ik kan morgen aan mijn collega vertellen dat ik 11 kilometer gelopen heb. Ze begrijpt er niks van: het is koud (dat heb ik niet gemerkt) en ver volgens haar.

31 oktober. Om de halloweenbadge te halen, omdat Vincent op de baan traint, omdat ik morgen iets met hardlopen doe en gister al heb gedaan, omdat Rob lekker meeloopt en omdat de Apple Watch de maand goed moet afsluiten gaan we wandelen. Even langs Joyce om haar het finale verjaardagskado te geven en weer terug. Als we er bijna zijn, ben ik ineens heel erg moe en ik wil niet meer zwemmen. Ik heb de badge gehaald en de bank ook.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-36

zaterdag 12 oktober.

Meestal ga ik zwemmen, maar vandaag ga ik hardlopen met mijn trainer. Hoe dan ook, ik vind dat toch wel spannend, want hij is (veel) sneller dan ik ben. En ik wéét best dat inhouden voor iedereen gemakkelijk is, maar toch… Ik weet ook dat de trainer alsmaar last heeft van blessures en dat het nog maar de vraag is of hij wel een uur met me mee kan lopen. Ik rij naar zijn werkplek bij de Koploper in Lelystad. Het is niet droog. Ik eet nog een banaan en ga naar de WC en dan zie ik trainer FW al en kunnen we gaan. Hij heeft nu last van een nieuwe blessure.

We doen het rondje van de Zeebodemloop, dat kent hij. Ik dacht de 10 kilometer, maar FW vindt 5km beter en dan ziet hij wel of hij nog een tweede ronde mee kan met zijn pijnlijke voet. Als ik daar loop, weet ik dat ik ooit eerder de Zeebodemloop deed. Eerst kletst FW over zijn blessure, over dat ik mijn hartslag laag moet houden en dus het tempo laag moet houden en dat ik dat dan uren kan volhouden. Klopt: ik word niet echt moe. Hij vertelt over zijn vakantie en we hebben het over mijn toekomst plannen. En dan vertel ik nog wat. De kilometers gaan snel voorbij en het is redelijk saai rechttoe rechtaan. We maken de 5 kilometer vol. Voor FW is dat meer dan genoeg, want zijn voet gaat echt pijn doen. Ik twijfel of ik zelf nog een keer hetzelfde rondje zal lopen, maar ja, nu ben ik er toch!

Ik weet niet zeker of ik de route nog weet, maar ik kom er vast wel. Ik beloof de hartslag laag te houden en doe nog een keer 5 kilometer. Ik vergis me maar 1 keer heel even en loop lekker rustig. Omdat ik hier niet moe van word en dat ook niet goed voelt, ga ik de laatste kilometer wel iets harder. Dat valt een beetje tegen, want dan moet je nog een brug over. Ik ben redelijk nat geworden van de miezer, maar ik ben wel blij dat ik lekker 10 kilometer gelopen heb.

13 oktober. Ik ben lid van een club hardlopende dames in Almere. Ik loop niet altijd met ze mee, want mijn tempo ligt gemiddeld iets hoger. De afgelopen nacht heb ik slecht geslapen. Er waren ook zoveel activiteiten: feestje gisteravond, de triatlon in Hawaii vannacht, de autorace om 7 uur… Maar ik sta om half tien bij de McDonalds, waar we met een clubje een rondje om het Weerwater gaan maken. Het is warm. We zijn met een ‘vrouw of 12’. Ik ga maar wat kletsen met deze en gene over hun doelen, de (halve) marathons die ze gaan lopen, hoe het ze gaat en er is ook een niet-Almeerse bij die verwonderd is over de platheid en het asfalt in Almere. Al binnen een kilometer maken we een fotostop.

We hebben al over het zand gelopen, want het rondje Weerwater is dik onder constructie! We lopen weer verder en ik voel me niet heel comfortabel. Ik hoeft niet sneller, maar mijn hartslag is niet heel erg laag. Ik voel me opgejaagd, alsof ik beter kan en niet mag. Het is lastig om te buigen in dat het niet hoeft. Eerlijk gezegd lijkt het alsof ik me beter voel dan de anderen.

Dat voor mij 7 kilometer een lachertje is en als ik losga, ben ik weg. Maar nu halen we de laatsten elke keer op en ook de wandelaars. Ik vind het niet erg om achterop te lopen en ik luister graag naar hun avonturen. We maken nog een fotostop en dan moeten we om de Esplanade heen. Zij gaan door de parkeergarage, ik neem de ‘omweg’ door de tunnel. Even ik. Ik pik ze gemakkelijk weer op, want voor sommigen telt de afstand wel degelijk!

Ik loop met een dame die vrijwilliger was bij de Challenge in Almere. En met de anderen. Het steeds stoppen en omkeren maakt me vermoeider dan aan 1 stuk door lopen. Als we bij de McDonalds zijn, heb ik ruim 8 kilometer gelopen. We gaan nog even bij de McDonalds vieren dat de Hardlopende Dames in Almere 5 jaar bestaan. Ik geniet van een warme chocomelk en met moeite van een mini-tompouce (ik doe immers goed aan afvallen) tot we uit de Mac worden weggejaagd. Leuk dat ik mee mocht lopen, maar nu ga ik thuis de Tacx uitpakken!

14 oktober: Zodra ik thuis ben krijg ik de mannen thuis zo gek om lekker een stukje te gaan fietsen op de mountainbikes! We stappen nog voor het eten op. We beginnen ieder op onze eigen mountainbike en WOW wat zit mijn mountainbike lekker! De ketting is helemaal schoongemaakt en de trapas vervangen en dat ding fietst opeens net zo lekker als mijn racefiets! Ik vlieg er wel zo’n beetje op!

Ineens verheug ik me op de winter, als ik zo kan fietsen! Robs fiets is zwaarder en Vincents fiets is ook al onderhanden genomen. Ik denk dat het ook een beetje komt door de wind, maar we gaan lekker hard langs de plassen naar de dijk. Daar neem ik de lange route en dan haal ik snelheden van 30+! Daarna ruilen Rob en ik van fiets. Dat hij ook even van zijn goede werk aan mijn fiets kan genieten. We hebben wind tegen en Rob kan me nu gemakkelijk bijhouden. Vincent heeft het zwaarder.

Na het brugje en jeugdland nemen we een klein stukje onverhard. Voor het idee. Dan ruilen Vincent en ik ook nog om van fiets, zodat ik ook zijn fiets kan ervaren. Dat is een beetje net te krap voor me, net te klein. Vincent daarentegen fietst ver voor ons uit op zijn vaders fiets! Was een grappig, gezellig, afwisselend, leuk, ontspannend rondje.

15 oktober. Ik ga weer eens meelopen met de triatlonclub. Omdat Vincent ook gaat, niet omdat ik daar nu perse zoveel zin in heb. We zijn met een klein clubje en we lopen richting Qonsío. Niet helemaal, maar wel in de buurt. We gaan loopscholing doen (bah) en dan sprintjes (nog meer bah) onder de A6 door en terug (mega-bah). Daarna rondes rennen van een kilometertje. Ik ga met MB aan het lopen en we kletsen. Ik weet dat ze meeleest, dus ik moet op mijn woorden letten ;-P Maar zo erg als ik tegen haar opkeek in het begin, zie ik haar nu als een van mijn grootste vriendinnen! De tijd kletst heerlijk weg en we lopen 5:30 op de kilometer. Drie keer. Tamelijk precies. Dan lopen we al kletsend uit door de Literatuurwijk waarbij ik mijn richtingsgevoel helemaal kwijt raak. Dat ben ik niet gewend en het verward me. Ik hoeft niet meer veel of hard of intensief te lopen, dus dat we ‘maar’ 8 kilometer hebben gelopen boeit me niet zo. Ik ga door naar het zwembad. We hebben een invultrainer en ik weet niet goed wat hij verzonnen heeft. Deze man heeft mij heel vroeger in den beginne de techniek van de borstcrawl uitgelegd.

Even inzwemmen en dan zijn we met zijn tweetjes in de baan en 1 ik-doe-mijn-eigen-ding-zwemster. De opdracht is heerlijk: 5 keer 200m met 30 seconden pauze. Tel er twee minuten af en je hebt je kilometertijd. Ik zeg tegen SLB: 22 minuten. En dan ga ik met achtje aan het zwemmen. Ik tel het elke keer keurig af en geniet van deze opdracht. Ik zwem door, maar niet te hard. Gewoon lekker tempo. En raad ‘s? Net iets over de 22 minuten. Omdat we de snelsten niet zijn, mogen wij de schoolslag overslaan en 10 keer 100m doen. Dertig seconden pauze en drie minuten eraf halen en proberen dezelfde kilometertijd te halen. Ik vind dat iets lastiger en tel met de bidon naar tien keer. Iets meer dan 23 minuten en dertig seconden. Ik ben wel een beetje vermoeid nu en doe nog een keer schoolslag en dan zit de avond er weer op!

16 oktober.

Ik kom thuis en neem Vincent mee uit fietsen. Voordat Rob thuis komt…. want Vincent gaat op Robs fiets. We fietsen het a6-rondje. Het is best wel koel en het regent. Niet dat ik bang ben om nat te worden van de miezer, maar je ziet al snel zo weinig meer door je bril! Op de Ibisweg hebben we wind tegen en stayeren achter een mountainbike is met al het opspattende water weinig succesvol. Eigenlijk is de fiets nog net te groot voor Vincent, maar hij fietst er lekker op. Rob heeft er natuurlijk geen bezwaar tegen als Vincent op zijn fiets fietst. Weer een half uurtje buitenlucht gehad!

17 oktober. Donderdag is een beetje de rustdag geworden. Een lekkere wandeling tijdens de baantraining samen met Rob vind ik heerlijk!

18 oktober. Het zou de hele dag gaan regenen, maar dat valt alvast heel erg mee. Het is zwaar bewolkt, maar redelijk droog. Ik moet eerst naar de pedicure en voor daarna ligt de voeding en de rugzak klaar voor een LLD. een langzame lange duurloop. Revanche nemen op de duurloop van vorige week waarbij de voeding op z’n zachtst gezegd ‘karig’ was. Nu heb ik een handfles met water en 2 gels er doorheen gemixt en een extra fles, zodat ik de eerste fles mee kan geven aan Manuel. Manuel gaat een stuk meelopen. Hij heeft zondag de halve marathon van Amsterdam en dit stukje rustig lopen met mij gaat hem wel lukken, maar geen 20 kilometer! Ik begin zelf om half 11, want Manuel moet nog iets anders doen en ik loop de wijk rond. Na dik 3 kilometer kom ik bij Manuel langs. Ik loop rustig aan op 6:30 en mijn hartslag moet onder de 150 blijven. Dat moet ik uren kunnen volhouden volgens de trainer. Ik ben ik korte broek en t-shirt. We lopen de omgekeerde route van vorige week woensdag. Op naar de Vaart en het Schanullekesluisje! En dan begint het te regenen. Niet een beetje zachtjes miezeren, maar een flinke Hollandse bui. Fijn is dat – not. Maar ik loop gewoon gestaag door en drink netjes door. We kletsen. Over Vincents school. Over het feest van Manuel. Over…. vanalles.

We gaan het Kotterbos in en dan volgt nog een fikse bui. Het verbaast me dat ik ook zo kan hardlopen: met een soort van gemak, zonder dat er iets moet of hoeft: geen tien kilometer in een uur, het hoeft geen halve marathon te worden, gewoon doorlopen en volhouden en drinken onderweg. Nat of niet. Genieten van de herfst, ook al komt die met regen. Met vallende bladeren. Genieten van de gouden confetti. En zo nu en dan bedenken dat het toch maar mooi is dat mijn lichaam het volhoudt. Ik drink netjes de hele bidon leeg! Die geef ik aan Manuel mee. Ik roep Manuel nog na dat ik dus echt niet van plan ben om 25 kilometer te lopen, maar stop bij 22 of 23. En dan gaat dat stiekem in het systeem zitten. Ik loop alleen verder, zonder muziekje op en over het onverharde pad. Vanwege het weer zie ik eigenlijk niemand anders hardlopen. Niemand anders eigenlijk… Ik loop wel te genieten van de luchten en van het water. Omdat ik nog een beetje nat ben van de buien en omdat ik het niet nodig heb, besluit ik niet te stoppen bij het Oostvaarderscentrum. Ik heb mijn bidon in de hand en het gaat prima zo. Gewoon het tempo temperen. Ik voel wel wat spieren hier en daar, maar niets pijnlijks of vervelends. Ik loop rustig door richting de dijk. Wederom genietend van hoe mooi het hier eigenlijk is. Ik zie er wel een beetje tegenop dat ik dadelijk op de dijk wind tegen heb. Sinds Manuel naar huis is, heeft het niet meer geregend. Ik raak de kilometertel een beetje kwijt. Ineens blijken het er 17 te zijn in plaats van de 15 die ik in gedachten had. Het gaat nog altijd prima en ik denk dat ik best 21plus aan kan zo.

Ik kom op de dijk en neem de lange route rechtsom de dijk op. Daar komt een zonnetje door! Het is echt heel mooi en ik maak een foto tegen de wind in. Het tempo is wel ietsje gezakt, maar mij maakt het niet uit. Ik ga 2,5 uur lopen, punt. De wind vind ik wel lekker, maar de zon is echt een kadootje. Helemaal als ik aan de andere kant ook de lange afstand neem en naar de prachtige donkerblauwe lucht kijk. Hoeveel kilometer ik er al op heb zitten zonder te stoppen, weet ik al niet meer precies, maar de halve marathon ga ik zeker lopen! En meer ook. Het lange fietspad af en dan moet ik nog iets langer door om niet over eenzelfde pad te komen in de wijk. Misschien haal ik de 21 kilometer niet binnen twee uur en een kwartier, maar daar gaat het vandaag ook niet om. Ik zie het in de verte regenen en de wind steekt op, maar ik neem nog een slok sportdrank als ik me even een beetje vermoeid lijk te gaan voelen. Het helpt! De regen verwaaid gewoon echt letterlijk voor me weg. Een beetje raar, maar ik geniet er van. En van het bladerdek waar ik overheen loop. Het geluid is zo fijn! Ik zie nog even op tegen het brugje, maar als ik boven ben blijft de tijd ook onder de 7 minuten en ik heb een halve marathon gelopen in 2 uur en 18 minuten. Niet eens slecht voor een training. En ik ben nog niet thuis, dus het gaat 22, 23 kilometer worden! Even spookt Manuels idee van 25 door mijn hoofd, maar ik druk het weg. Voor nu. Waarom zou ik? Ik loop rechtdoor en geniet van het weertje en dat de herfstkleuren zo mooi zijn. En dan zit ik op 22 kilometer en heb ik het idee over de Evenaar te lopen en door te gaan tot 25 kilometer. Mijn tweede bidon is ook leeg. Ik voel mijn knieën en mijn stuitje. Dat laatste is totaal nieuw. Ik steek over naar de Evenaar en dan word ik opeens wel moe. 23 Kilometer gingen hartstikke goed en nu is het opeens net zo leeg als de bidon. Ik wil een banaan halen bij de AH voor de after-shake. Maar bij de AH zit ik op ruim 24 kilometer. Dan ben ik net thuis onder de 25 kilometer. NIET DUS. Ik loop nog maar om de school heen, maar het gaat echt moeizaam. Ik moet soms een paar passen wandelen en daar baal ik van, maar ik wil nu de 25 kilometer wel volmaken! Er zijn veel scholieren die in de weg staan. Ik loop tot thuis en wil nu ook de 25 kilometer zonder pauzes volmaken. De 2,5 uur zijn al (lang) voorbij. Ik moet nog een klein blokje om, tel de meters bijna af en ben op 25 kilometer als ik voor het huis sta. 2 uur en 3 kwartier. Ik zet het lege flesje neer, trek het regenjasje aan en wandel direct door naar de AH om thuis de supershake te kunnen maken! Ik heb last van mijn stuitje. En erge last van de schuurplekken op mijn rug (de hartslagmeter onder de rugzak), tussen mijn benen en vooral op mijn billen! Ik ben er ook moe van. Ik heb bewondering voor de mensen die een hele marathon lopen zondag in Amsterdam. Het is toch nog een stukje meer dan mijn 25 kilometertjes! Maar goed, ik heb (mezelf) bewezen dat als je maar goed voedt en niet te hard wil gaan, je dat inderdaad uren vol kunt houden. Volgende keer (?) voegen we daar een potje vaseline aan toe voor op de billen 🙂

19 oktober.

Na een heerlijk lange en goede nacht slaap en een zalfje voelt ik me alweer een stuk beter! Ik moet het niet overdoen vandaag, dus ik ga alleen maar een uurtje zwemmen. Niet vooraan, want daar is Ar voor in baan2. Heerlijk met achtje. Gewoon doen wat er op het papiertje staat. Behalve 4x benen, (BB), we stemmen dat we maar 1x benen doen. En de 2×100 op hoog tempo halen we niet meer ‘helaas’.

Paddles

Lekker veel, duurtempo is wat te rustig voor me, maar dat is niks erg. De paddels moet ik afdoen, omdat mijn vinger die bij de fietssalto gekneusd is geraakt, nog pijnlijk is als die wordt afgekneld door een paddle. Paddles doe je om je handen om de techniek van insteken en doorhalen beter onder de knie te krijgen. Je vinger gaat onder een elastiekje en precies dat lukt me links niet zo best! Uurtje mooi me best gedaan. Hoeft ik niet meer op de Tacx.

20 oktober. Ik ga een vriendin helpen met verhuizen. Het uitpakken van keukenspullen. Ze woont nu in Almere Nobelhorst en dat is een mooie afstand om naar huis te lopen. Rob heeft me afgezet. Ik heb alleen vergeten mijn jas in de auto te laten liggen en die kan ik niet meenemen. Ik doe mijn korte broek en shirt aan en stop de andere kleren in de rugzak en ga maar. Jasje haal ik later wel op. Ik ga lekker lopen, zie wel hoe ver ik kom. Ik heb namelijk alleen een karig ontbijtje op, maar het afvallen staat nu even stil. Nobelhorst is nog één groot nieuwbouwproject. Ik vind dat lastig navigeren. Via een veld hoop ik tussendoor te kunnen steken, maar ik moet rechtsomkeert maken omdat er water ligt. Dan maar langs de grote wegen. Het gaat overigens wel lekker, ik ga gewoon door, de hartslag is laag en het tempo ligt net boven de 6 minuten per kilometer. Ik kom op de rustigere weg en ga een lekker tempo maken. Ik dacht dat het 7 kilometer was, maar ik heb er al twee op zitten en ik ben nog niet bij de mange, vanwaar het 5 kilometer naar huis is. Het tempo komt strak op 5:55 te liggen. Ook als ik het viaduct op ga. Ook als ik onverhard door het bos loop. Het voelt gewoon prima. Als ik bij de witte brug kom, begin ik me te bedenken dat mijn portemonnee nog wel eens in mijn jaszak kan zitten. Dat baart me zorgen, maar ik word er met de kilometer zekerder van. Ik besluit na 2 kilometer inlopen, 5 kilometer op 5:55 te lopen, maar het gaat ietsje harder als ik aan mijn portemonnee denk. Na 7 kilometer ben ik nog (lang) niet thuis. Het gaat nog goed, maar ik vertraag wel wat. Ik ga nog 2 kilometer uitlopen. Waarom is de laatste kilometer altijd de zwaarste? Ik heb trek, baal van de portemonnee en wil er gewoon zijn. Ik loop 9 kilometer vol. Morgenochtend haal ik mijn pasjes wel weer op, vanmiddag is de bank, mijn boek en een zak chips mijn vriend. Ik heb op een lage hartslag gelopen, op een prima tempo en ik heb nergens (meer) last van. Ik ben alleen de foto (al dan niet expres) vergeten.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-35

Maandag 23 september. Er zijn geen fietstrainingen meer, want het wordt te vroeg donker. Maar het is ook nog net mooi weer, op deze eerste dag van de herfst. Ik ben tegenwoordig vroeger thuis, dus… Om half 7 springen Vincent en ik op de fiets.

Mijn werkplek! Het bureau met het rode boekje…

We gaan naar zijn school. Van daaruit naar mijn werk. Door de stad heen dus, maar het tempo zit er lekker in en het is ook heel gezellig. Dan aan de andere kant van de A6 weer terug richting Almere Buiten. Het wordt inderdaad best snel donker…

Maar als je dan de zonnebril afdoet, krijg je zomaar veel tijd extra en zijn de kleuren prachtig. We fietsen niks dubbel. En we hebben een lampje bij ons! Net na zonsondergang zijn we weer thuis, 75 minuten fietsen en 27 kilometers weer opgeteld bij het maandtotaal.

woensdag 26 september. Ik haal Joyce op en we gaan weer lekker buiten spelen! Ik had het maar matig voorbereid en ik was er met mijn hoofd niet helemaal bij. Echt niet. Auto parkeren bij het centrum van Natuurmonumenten in ‘s Graveland en dan de meest saaie route ever gaan lopen: rechttoe, rechtaan. We begonnen met een leuk bruggetje en Joyce had gelukkig meer dan genoeg te vertellen. Kon ik lekker luisteren en op zoek naar de ‘Mojo’. We gingen het gras op. Natte voeten! En….

SCHAPEN op het pad!!!!

Zijn ze niet lollig? We konden niet verdwalen, er was geen links- of rechtsaf mogelijk. Links water, rechts water en tussendoor een recht pad. De kilometers gingen aan me voorbij. Bomen. We kwamen bij huisjes waar ik een paar weken terug met Manuel langsfietste en toen bedachten we dat je hier niet als hardloper wilt wonen, omdat je dan alleen maar heen en terug kunt. Hoe mis kan je het hebben!

We liepen over het fietspad langs de Spiegelplas. Eindelijk kwamen we een ander levend persoon tegen. Het was warm geworden en ik had mijn regenjas uit. Er was regen voorspeld, maar wij werden alleen maar nat van het zweten.

Toen heel eventjes zoeken naar de terugroute. We hebben de tijd. En weer onverhard. Aan de ene kant: water. Aan de andere kant: water. Onder onze schoenen: gras. Kilometerslang.

Toch wilde mijn hoofd niet echt mee. Ik kon er niet van genieten dat mij dit lukte. Ik wou opschrijven: “dat het me gemakkelijk afging”, maar dat was niet zo. Niet dat er ook maar iets was of last gaf, maar het voelde te gemakkelijk ofzo. We kwamen in Ankeveen. Vond ik wel leuk! Eindelijk met mijn naam op de foto!

Vanaf nu werd het weer onverhard. Ik telde de kilometers af en begon te kletsen. Toen ging het tempo nog hoger, maar ik heb dat niet door. Ik telde op 12 kilometer, het werden 12 kilometer en ik vond het genoeg.

Meer dan genoeg voor 1 dag. Maar er stond ook zwemmen op het programma. Ik had geen zin, maar we zouden MBvdB ophalen. Ik hoeft niet meer. Het hoeft niet van de trainer, niet van mij en bij de therapie heb ik besloten dat mijn lijf nu de baas wordt en niet langer mijn hoofd. Ik zwom in baan 2. Veel met achtje, veel benen (wel 200m!) en veel vooraan. Ik had geen zin, kreeg geen zin en was blij dat ik met MBvdB en Vincent had afgesproken dat we het na 3 kwartier voor gezien zouden houden.

Donderdag 26 september. Baantraining. Nog zo 1. Vincent riep: “ik ga, ik ben niet bang voor een beetje regen.” Ik dacht: dan kan ik niet achterblijven. Een hoofd-beslissing. Maar datzelfde hoofd dacht ook: neeeehhhhhh. Klein clubje, niet ‘mijn’ mensen, zij zijn te snel. We liepen langzaam in en toen op de baan 5x 800mkalm-200mdribbel-200mhard. Ik schreef naar Joyce in een app naderhand:

Ik heb gister ‘afgesproken’ bij de cranio-therapie dat mijn lijf nu even “de baas” mag zijn en niet het hoofd. Die heeft lang genoeg de overhand gehad. Dus…..
Ik had zó geen zin in baantraining. Na 14minuten nog niet. Mijn hoofd riep: “stop nu maar!” Na 25 minuten ook nog geen zin. Dan komt het niet meer. We moesten 5x de opdracht doen en mijn hoofd krijste: “geen zin, 4 keer is genoeg”. Mijn benen gingen sneller en harder. Ik was in verwarring: luisteren naar het hoofd of de benen laten gaan? Om tien voor 8 had ik alles netjes 5x gedaan op vet tempo en toen… begon het te regenen. ‘Fijn’ zei het hoofd. ‘Hm’ zeiden de benen. Het begon te gieten “gaaf” straalde het hele hoofd. “Brrrr” mopperde de benen. Het kon nog harder regenen. “De baan is van mij” danste het hoofd met een brede grijns. En de benen waren zeiknat. Nu zijn we allebei ontevreden: benen doen pijn van nat afkoelen en hoofd is moe van 50 minuten tegenstribbelen.

Vrijdag 27 september. Voor de laatste keer het rondje Oostvaardersplassen. Op de racefietsen. Robs racefiets, die van mij mag morgen. Manuel ging mee. Ik had een beetje uitgeslapen en we vertrokken om half 11. Voor de regen uit hopelijk. Windkracht 5 mee over de dijk. Ik zeurde over Vincents school en huiswerk. Er zat niet zoveel in, in mijn benen. We gingen door het bos om de vreselijke tegenwind op de Knardijk te vermijden. Niet dat het bos voor mij veel beter is, met natte blaadjes en vele bochten. Ik doe rustig aan en heb trek. Ik neem vrijwillig een gelsnoepje! Dan tegen de wind in. Dat doet mij meer plezier: je best doen en een beetje afzien. Ik stel Manuel voor de Ibisweg te nemen. Hij zegt ja. Wetend dat het dikke wind tegen is. Ik vind de bruggen over het meest erg. De wind tegen, daar lach ik om. Tegen de wind in op de Oostvaardersdijk enige tijd terug; dat was erg en toen fietste ik met tranen in mijn ogen. Nu valt het mee en nemen we om beurten kop. Manuel vind het niet leuk en we gaan niet door tot de manege. Dat vind ik dan weer jammer, maar 42 kilometer fietsen vind ik ook prima. Ik heb mijn doelen weer gehaald en maak de fietsen schoon. De regen blijft tot ver in de middag uit.

zaterdag 28 september. De Bosbaan Triatlon

Lees hier verder, maar deze foto is zo mooi, die zet ik gewoon twee keer in de blog!

Genieten tijdens de Bosbaan Triatlon – Gemaakt door Vincent. 🥰

29 september. Nergens last van. Geen spierpijn, niet vermoeid, geen trekkend gevoel, niks. Ik sliep wel laat. En ben wat onrustig. Ik blijf heerlijk lang in bed liggen. Ik maak mijn fiets schoon. Buiten regent het pijpenstelen. Strijken. Eigenlijk moet de rode ring van de Apple Watch vol. Ik weet niet hoe. Uitfietsen kan niet met dit weer. Overhoren. En dan vraagt Vincent: ga je mee lopen, mama. Hij is verbijstert als ik gretig ja zeg. Voor het eten gaan we, tussen de buien door. Rustig aan, zijn rondje van 4 kilometer, mijn trage uitlooptempo. Ik heb toch iets: er zitten kleine wondjes op mijn voet die ik niet eerder voelde, maar nu wel.

Vincent gaat intervallen doen: doorlopen tot een bepaald punt en dan de hartslag weer laten dalen. Ik hobbel verder. Vincents conditie is uitmuntend: zijn hartslag daalt razendsnel. Ik loop prima, ook al is het rustig. Maar na 4 kilometer is het ook wel weer genoeg. De rode ring is vol. Geen druppel regen gehad.

30 september. De maand was bijna vol. Op 1 loopje na. 3 kwartier, lage zones. 10 minuten zone 1, 4 minuten zone 2 en 1 minuut wandelen. Ik had geen zin. Maar ja, de perfecte maand moet wel gehaald!

Ik ging vrij vroeg na het eten, want het wordt opeens echt al weer vroeg donker! Het liep niet lekker. De hartslagmeter was van slag, waardoor mijn hartslag bij een tempo van 7:20 boven de 180 lag. Bijna goed… Ik wilde langs Jeugdland, maar miste de afslag. Zone 2 kwam meer in de richting. Ik ging trouw wandelen en moest naar de WC die al een paar kilometer achter me lag. Ik dacht serieus aan afbreken toen ik de perfecte maand-medaille binnen had, maar ik moest toch terug naar huis.

Dan maar rennend. Nog een blok van 10 minuten zone 1. Hoewel ik de 180 niet meer haalde, bleef het ook niet in zone 1. En van enige snelheid was geen sprake. Ik hobbelde ook het tweede kwartier uit. Soms, heel soms, gaat het nergens over en hou je alleen maar een beetje vol om het volhouden. Ik was blij met de wandelpauze en dacht toen al: ik maak het nu ook af, nog een kwartiertje kan er wel bij. Het was intussen donker geworden. Ik hobbelde langs de Albert Heijn en door naar de oude AH en toen nog naar het kilometerpunt.

Ik wist al best dat ik in zone 2 ook geen 5 minuten over de laatste kilometer zou doen. Al met al was ik blij dat ik in 3 kwartier 6 kilometer haalde en ik was nog blijer dat ik thuis was. Tijd voor een paar échte rustdagen!

Woensdag 2 oktober. Dat was 1 hele dag rust. Vandaag moest er weer iets aan beweging gedaan worden – je bent addicted of niet! Ik ging vanuit mijn werk naar het zwembad, 5 minuutjes rijden. Vanaf vandaag doe ik weer aan de lijn. En dat kan ik net zo min half doen als trainen: 2 shakes per dag. 1 In plaats van ontbijt, 1 in plaats van lunch en nauwelijks meer snoep. 1 Cote d’Or snoepje per dag en verder rozijntjes en nootjes. De rest van de tijd. Ik merk het overdag niet zo, heb weinig trek, maar ik merk het halverwege het zwemmen wel. Dan heb ik even flinke trek! Ik zwom in baan 2. Vooraan. Het was weinig inspirerend: 9×50 techniek (slepen, oksel, bijleggen), daarna 10×75 waarvan de laatste 25m hard en nog een keer 300m. Dat was het wel zo’n beetje. Ik zwom veelal met achtje. Netjes een uur volgemaakt.

Donderdag 3 oktober. Ik ging wandelen terwijl Vincent ging trainen. Heerlijk! Even niet snel, hard, bijhouden en ‘moeten’, maar een muziekje op en om me heen kijken. Ik belde ook met mijn vriendin. Uurtje me-time in de rustweek.

Vrijdag 4 oktober. Ik ging een lange duurloop doen. 10 Engelse mijl of meer. Het regende. On-af-ge-broken. Eerst zou ik met Joyce haar verjaardags-loop doen, maar ze voelde zich niet goed genoeg. Dus liep ik naar Joyce, dan een stuk samen en dan liep ik weer naar huis. Nat worden vind ik niet erg, maar de eerste tien minuten… Dan vind ik het héél erg! Dan moet ik echt even doorkomen. Ik hoefde niet hard, ik moest het alleen maar volhouden. Gewoon recht-toe-recht-aan over het spoorbaanpad. En toen ik daar eenmaal was, sloeg het ‘noodlot’ toe: mijn horloge ging zichzelf aan het resetten! Totale factory reset. Ik had een flesje vast en ik denk dat ie daarom op de knopjes bleef drukken, maar een totale reset: hoe dan… Ik werd er heel, heel erg pissig van. Ik heb een hartstikke duur ding die zéker tegen water kan en nu mis ik kilometers!

En moet ik proberen de natte telefoon te laten samenwerken met een weigerachtig horloge – nee, mijn zin gaat niet omhoog! Als ik bij Joyce kom, werkt het horloge in elk geval weer. Het eerste doel van de route is volgens de Apple Watch 4,4 kilometer. We gaan samen een rondje om de Leeghwaterplas rennen. Joyce heeft gelukkig een heleboel te kletsen, want ik ben nog een beetje boos op mijn horloge. Ondertussen ben ik door en door nat. Niet koud, maar kletsnat. ik vind het niets erg dat het tempo niet zo hoog ligt vandaag. Eerlijk gezegd vind ik Joyce’ tempo nog aan de hoge kant! Zolang we maar onder de 7 minuten per kilometer blijven… We komen maar weinig mensen tegen. Ik kwebbel ook nog een stukje op het laatst en dan zitten er precies 7 kilometer op.

Eigenlijk zijn het er al ruim 11, maar op dat stomme horloge staat 7. Ik twijfel of ik via de lange weg terug zal rennen of precies zoals ik heen gekomen ben. Om te meten hoe lang de heenweg precies was, ga ik weer precies over het spoorbaanpad terug. Het is harken en drijven, maar ik zal het volmaken ook nu! Ik reken er elke keer 4 kilometer bij, maar dat is lastig als er net tien staat, te denken dat het er 14 zijn. Ik kom weer op 4,4 kilometer uit en ik loop de 5 kilometer vol. Er staan er 12 op mijn horloge, maar het zijn er dus ruim 16. Snel is anders. Ik ben drijfnat en kleed me onder de overkapping uit voor een lange, warme douche. Ik neem een heerlijke shake met extra eiwit en banaan. Dik verdiend zeg ik 😉

5 oktober. En dan is het weer wel lekker weer. Ik hoeft niks, maar nu kan ik nog een keer buiten fietsen. Ik ga alleen, zet een muziekje op en pak mijn eigen racefiets. Me, myself and I! Tot de sluizen op de Knardijk? Ik wil langs de Praamweg. En dan merk ik dat ik wind tegen heb. Haal ik een rondje om de Oostvaardersplassen? Ach ja… Op de Knardijk is het druk. Ik ga gewoon lekker. Het maakt me niet uit hoe snel. Op de dijk gaat het wel goed. Toch is en blijft het een end. Het is superhelder. Ik haal dit uiteraard niet binnen een uur. Elke keer denk ik: dit is echt de laatste keer. Akelig te bedenken dat deze 35 kilometer ‘een klein stukje’ geworden zijn. Na 5 kwartier ben ik thuis en waren het maar 34 kilometer.

Door naar het zwembad. Ik heb geen zin. Ga gewoon een uur suf op en neer zwemmen. Maar dan hebben de kinderen het hele bad bezet. Hun goed recht! Dan hoeft ik als enige volwassene geen eigen baan. Mijn zin krijgt een uur de tijd om nog verder te dalen. Al ga ik maar een kwartiertje. Ik schuif in baan 1 en IS en MB komen erbij. Ik ben bloedjesjacherijnig. Niet omdat zij komen, maar omdat de zin zo ver te zoeken is! 100m met achtje, 100m zonder achtje, 100m met achtje, 100m zonder achtje. Er kan geen lachje af. Ik mopper AS terug naar baan 2. Daar horen ze allemaal! Ik niet vandaag.

Bericht van MB

Ik moet wel lachen om IS haar prachtige opmerking “je bent vandaag niet in je knollentuintje” als ik ze meld dat de lol van mij niet komt vandaag. We gaan in zone 1 zwemmen. Zonder achtje en zonder zin. Ik kijk op de klok. Elke 2 minuten. Er komt geen zin aan. Niks. Ook niet als we 75jes moeten zwemmen met 25tempo op het eind. Ik tel maar af op de klok. Na een half uur is de zin compleet op. Met geen doel voor ogen, schei ik er mee uit. Ik maak het uur niet vol!! Legendarisch! Klaar d’r mee.

6 oktober. Ik ga naar een reünie van Scouting. Rij naar Eindhoven en daar ga ik kletsen met mensen. We gaan een wandeling doen met kaartlezen enzo. Ik klets lekker de tijd vol. Kan het mij schelen of we goed lopen! Als je maar hard zegt van wel, is het ook zo. Het is tussen alle buien door. Ik vind het confronterend dat iemand tegen mij moet zeggen dat we hier een crossloopje hadden van de middelbare school.

Ik heb mijn loopspullen bij me. Ik klets en kwebbel, kijk naar mezelf op oude dia’s en filmpjes. Ik drink sloten thee en dan is het half 4. Het regent. Ik loop naar de auto en vraag me af: “Wil ik dit écht? Lopen in de regen, word ik daar beter van?” Ik twijfel. Tot ik mezelf afvraag of ik spijt krijg als ik het NIET doe en dan is het antwoord “ja”. Ik heb douches gezien, kleed me daar om. Ik moet alles even verwerken, al die mensen, verhalen en gezichten. “Ga je hárdlopen?” vraagt mijn vroegere hopduo verbijsterd, “Dat is me toch niet te geloven!” Als ik de regen in stap, weet ik dat het goed is. De route van vanmorgen, maar dan goed, wil ik proberen. Stampen door de plassen en bedenken dat ik van ander materiaal gemaakt ben als de meesten daarbinnen. Ik liep vroeger achteraan. Fietste helemaal achterop. Ik was van was en nu heb ik er staal doorheen gevlochten. Ik weet nu dat de langste tocht ooit ‘maar’ 136 kilometer was van Valkenswaard naar de Ardennen. Heb ik me lang afgevraagd, op welk moment ik dat verbeteren zou. Vorig jaar dus al, samen met Vincent. Een life-time verder.

Het Sint Joriscollege

Ik weet nu veel meer dan toen: wat ik kan en wil. Na de eerste kilometer voel ik dat het goed zit en stamp ik door de plassen heen. Ik verdwaal weer tussen de villa’s waar mijn vriendin van vroeger woonde. Dan langs de school. Ik loop langs de plekken waar ik vroeger met moeite de coopertest liep. Langs het scoutingbeeld. En dan waar ik volgens anderen de crossloopjes deed. Om het water heen nu!

Het begint nog (veel) harder te regenen. I don’t care. Nat ben ik nu toch. De derde van de 4 kilometer gaat niet zo snel. Dan terug naar de blokhut. Ik moet nog 1 iemand iets zeggen en die kom ik nog net tegen. Hij vroeg ons tig jaar geleden allemaal om iets te zeggen wat jíj alleen kunt. Ik wist het antwoord toen niet. Totaal niets kwam er in me op, wat ik wel zou kunnen en anderen niet. Nu weet ik het!

Ik kijk om me heen naar hen allemaal en ik weet het! Iets met lopen en fietsen en nat worden! Daar had ik tig jaar geleden ook niet eens aan kúnnen denken!! Ik kan alle herinneringen in een doosje stoppen nu. Dekseltje erop en bewaren. Ik hoeft nooit meer terug. Ik ben verder gegaan. Dat zijn geen 4 schamele hardloopkilometertjes in de goede mojo, dat is alles bij elkaar. Ouder worden dan je toen dacht te worden, je doelen stellen en bereiken en doorgroeien op velerlei gebied. Natte kleren uitdoen en ik rij heel tevreden terug naar huis.

Dinsdagavond 21:00 Zwembad Almere Stad. Invaltrainers, dus ik dacht dat het wel zelf iets doen zou zijn, maar dat is niet zo! Ik zwem in baan 2 en het gaat. Ik hoeft niet vooraan. Dat is lekker; de slipstream zwemt beter! We doen veel wrikken en daarbij doe ik óf iets verkeerd óf ik kan het goed. Ook versnellingen en een piramide zwemmen we. Ik doe soms met en soms zonder achtje. Dat uurtje kom ik wel door!

Woensdag 9 oktober. Een woensdag voor mezelf. Ik kruip terug in bed en lig lekker te lezen. Ik speel een paar Candy Crash levels weg en sta dan op om te gaan hardlopen. Ik wil in mijn eentje op mijn eigen tempo met mijn eigen muziekje weer een flinke afstand lopen. En dat terwijl ik al goed bezig ben met afvallen! Ik doe een rondje dijk en dan langs het Oostvaarderscentrum zodat ik óf naar huis kan gaan of nog door het Kotterbos kan verlengen. Ligt er aan wanneer het begint te regenen. Ik neem weinig mee: een flipbelt met 2 gels en mijn telefoon met muziek. Ik hoeft niet snel, het moet comfortabel blijven voelen. We zullen wel zien of ik het een paar uur aan de gang kan houden. De eerste kilometers gaan soepel en lekker. Ik hang rond de 10 kilometer per uur en vind dat prima. Ik haal veel oude mannetjes in in een sportpakje. Blijkbaar is de woensdagmiddag voor de oudere heren die niet zo hard lopen. Ik ga richting jeugdland en de brug over (dat gaat iets minder snel) en dan richting de dijk. Elke 5 kilometer zal ik een foto maken. Vooruit en achteruit.

Op de dijk heb ik wind mee. Het gaat best goed. Ik zit er lekker in, ik hou het prima vol. Het zonnetje begint zelfs even tussen de wolken door te schijnen! Ik moet er niet aan denken dat ik op 7 kilometer zit en dat het hele rondje inclusief Kotterbos wel eens richting de 20 kan gaan, maar ik stamp gewoon door. Straks bij het Oostvaarderscentrum hou ik wel een korte stop. Langs de plassen komt de boswachtersauto me tegemoet en 1 fietser. Voor de rest is het pad ‘van mij’. Na 8,5 kilometer is de banaan en de ontbijtshake wel een beetje op. Ik word moe. En dan van dat lome moe, dat je ogen wel dicht willen vallen. Ik merk op dat dit het eerste teken is dat ik zou moeten eten. Dadelijk bij het centrum. Over 10 kilometer doe ik 59:51 en dat vind ik echt prima!

10,5 Kilometer bij het centrum en ik sta er nog lachend op! Ik neem de gel terwijl ik op de WC zit en drink er wat bij. Met de rust en het toiletbezoekje komt de energie weer terug. Ik ga nog even verder in elk geval. Want als ik via de volgende brug ga, worden het er ook 15. En het is nog droog. Ik loop over het onverharde pad. Ik ga iets minder hard nu. De wind trekt aan en alle energie komt uit 1 gel nu. Het rondje Kotterbos kan er nog prima bij en ik kan altijd teruggaan bij de volgende bocht of ‘afsnijden’. Maar dat doe ik niet. Ook hier is de route ‘van mij’. Ik merk wel dat ik eigenlijk nog een extra gel nodig heb, maar ik kies er bewust voor om niets meer te nemen. Kijken hoe ver ik dan kan komen en hoe lang ik het tempo van rond de 6:00min/km vol kan houden. Ik loop naar het “verre” punt en dan over de Trekweg terug.

15 Kilometer alweer. Ik grijns nog altijd, want nu hoeft ik ‘nog maar’ 5 kilometer naar huis. Ik voel mijn knieën een beetje en heb duidelijk de wind tegen nu. 16 Kilometer haal ik ook nog en ik weet dat de moeilijke kilometers nu komen. Langs de Vaart, tegen de wind in die niet mals is. Ik wil eigenlijk de 21.1 kilometer nu ook halen en hopelijk in 2 uur en een kwartier, net als mijn allereerste keer dat ik die afstand op ongeveer hetzelfde parcours liep. Langs de Vaart valt het me tegen. Ik voel me weer moe worden. En nu is het nog erger. Ik voel me ook trager worden. Dit is wel een klein ventje met een hamertje die op me af stormt! Alles in me zegt: stop-wandel-naar-huis, maar mijn benen blijven hun werk doen, stap na stap. Bij het Schanulleke sluisje begin ik in te zien dat ik om zal moeten lopen om de 21 kilometer te halen. Ik ga richting huis, want het kan zomaar zijn dat 20 kilometer genoeg is. Ik tel de kilometers af. Als ik op het 1-kilometer-van-huis-punt ben, bij de Evenaar moet ik er nog zeker anderhalf voor een halve marathon. Ik ben aardig op en reken en denk heel erg moeizaam, maar ik moet en zal nu 21 kilometer halen ook! Ik voel aan alles dat ik overga op vetverbranding en ik realiseer me dat ook terdege. De benen verzuren, maar kunnen door. De ademhaling wordt zwaarder. De tunnelvisie kickt in. Beslissingen worden lastiger. Ik weet zonder het te zien dat de hartslag omhoog gaat. Ik loop om de wijk heen, maar voor hoe ver moet ik? Er zijn veel hondenuitlaters en het is nog steeds droog. Gelukkig mag ik even stoppen bij een grote zachte hond die op mijn pad staat, maar herpakken is dat veel moeilijker. 20 Kilometer en het keurige schema van 10 kilometer per uur is verdwenen. Ik doe er net iets langer over.

Ik denk wel aan de foto, maar alles lijkt stroperig. Ik ga de laatste kilometer ook doen, maar nu maakt het me niet meer uit hoe lang die duurt. Als ik maar blijf rennen! Ik wil eten, ik wil er zijn, ik wil de soepelheid terug! En die muziek begint ook een beetje te irriteren. Ik ga door het park, want twee keer over dezelfde weg moet niet gebeuren. Ik blijf lopen, maar lijk wel vastgeplakt. De halve marathon haal ik. Uiteindelijk doe ik er zonder pauze 2 uur en 6 minuten over. Met pauze net geen 2 uur en een kwartier, precies wat ik wilde. Ik ben nog net niet thuis en wandel zodra ik de busbaan over ben. Het regent nog steeds niet en ik ben een kwartier eerder thuis dan ik gedacht had.

Thuis moet ik echt even bijkomen. Dit moet je niet te vaak doen, dat merk ik wel! Ik drink wat cola en maak dan de heerlijkste dikke, vette shake die ik ken, met kokosnoot-vanille-smaak van eiwitpoeder, dieetmaaltijd en hersteldrank met melk en banaan. Jammie! Het vult en voelt goed. Ik ben 2 kilo lichter als voor de loop en dat zit niet in de toiletpot, maar dat is vocht. Ik drink er ook veel thee bij. Na een wisseldouche voel ik me alweer veel beter.

En dan ‘s middags nog even zwemmen. Vincent gaat en ik ben er toch. In baan 2. Ik wrik wel vooraan, maar verder liever niet voorop. Ik doe alles met achtje, dat heb ik mijn benen beloofd. Ik dacht de banen alleen benen ook over te slaan, maar die doe ik toch en ze gaan supergoed! Mijn benen kunnen meer dan ik denk. Na 40 minuten komt de dip elke keer, die komt door het afvallen; dan heb ik net iets minder energie. Het is de week van het water in Almere en dat is goed te merken: het regent dat het giet inmiddels en van het zwembad naar de auto lopen maakt je (bijna) net zo nat als in het water springen!

10 oktober. Spierpijn! Mijn bovenbenen doen ongenadig pijn. Stom, maar zo is het. De trap voelt niet oké en ik ben blij dat Qonsío op de begane grond zit. Ik erger me er wel aan dat vandaag weer de hele dag zonnig is en gister toen ik vrij was en morgen als ik vrij was, dat het dan regent.

Als Vincent op de baan gaat trainen, ga ik wandelen. Dat beviel me goed vorige week. Ik wil even kijken bij de bruggen bij de nieuwe camping. Ik vergeet alleen 2 dingen: mijn koptelefoontje voor een muziekje onderweg en… dat het al om half 8 donker is tegenwoordig.

Ooit zal het een prachtige brug zijn…..

Dan voelt het half verlaten terrein rond camping en haven en parkeerplaats ineens minder veilig. De avondkleuren zijn wel mooi. De brug schiet totaal niet op. Ik denk dat het in dit tempo 2021 wordt. En het is toch wel 2,5 kilometer van de baan verwijderd, ik dacht dat het dichterbij was. Ik loop in een flink tempo weer terug.

11 oktober

Het zou de hele dag hard regenen, dus laten we stellen dat het wel meevalt met matige buien en vooral ongelooflijk veel wind. De spierpijn sijpelt nog een beetje, dus rennen ga ik niet. En fietsen is nog best lastig, want de Tacx staat nog niet, mijn ATB heeft Rob onderhanden en de racefiets met die smalle bandjes is echt een no-go in de herfst. Ik heb toestemming om Robs mountainbike te pakken en pomp de bandjes op. Ben ik gek, fanatiek of verslaafd? app ik Manuel. Het tempo op de zware MTB ligt niet zo hoog, echt wennen. Ik fiets wat ik van de week ook gelopen heb: 21 kilometer. Hoeft ik niet over na te denken- zei de gek. Ik kom bij de dijk en heb daar wind mee. Het vliegt echt voorbij!

Langs de Oostvaardersplassen. Het is rustig, ik kom niemand tegen. Naar huis, we gaan nog door en maken het af – zei de verslaafde. Ik fiets over het onverharde pad. Eigenlijk mag je daar niet fietsen en ik erger me daar als loper aan, maar nu geniet ik opeens wel van de fiets en ik kom niemand tegen om te ergeren! Door het Kotterbos. Ik zie 1 hardloopster- een bekende heldin. De kilometers gaan zo veel sneller dan lopend! Ik heb weer wat weinig gegeten en trek- zei de verslaafde. Tegen de wind in langs de Trekweg zal vreselijk zijn, maar ik ga niet anders – zei de fanatiekeling. Het tempo is nog lager en het is echt een paar kilometers de aandacht afleiden door naar huizen te kijken. Ik maak het vol ook nu- zei de gek. Niet eens binnen een uur. De regen viel me mee, de wind viel me tegen. Toch weer lekker gedaan – zei de fanatiekeling. Die wint: het is fanatisme. Gek, verslavend fanatisme.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

De Bosbaan Triatlon

zaterdag 28 september. Een hele triatlon (de Frysman natuurlijk), een halve triatlon (in Almere), een OD (in Zandvoort), een kwart triatlon (zwemmen in de Vaart), zelfs een zestiende triatlon (in Deventer): ik heb bijna alle afstanden gedaan. Behalve een achtste / sprint. 750 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer lopen. Die ontbrak nog op de lijst. En er was ook nog een klein wensje: zwemmen in de roeibaan bij Amsterdam. Het kost even wat, maar vandaag was de laatste kans om de knipkaart vol te maken. Rob, Vincent en Joyce gingen mee om me te supporten. Omdat ik intussen bijna ervaren ben, begon ik ‘s morgens pas met het inpakken van de spullen. Om kwart over tien gingen we richting Amsterdam met zijn viertjes. Hoewel het niks zou moeten voorstellen vind ik het toch spannend. We komen er aan als het zonnetje schijnt. Er is slecht weer voorspeld, maar pas voor vanmiddag. Inschrijven en mijn fiets plaatsen. De drukte valt me mee. De wisselzone is wel onoverzichtelijk. Er zijn een stuk of 8 startwaves, dus er lopen deelnemers, aankomend deelnemers en finishers door elkaar heen. Ik heb geen eigen plek, maar plaats mijn racefiets naast een hele dure tijdritfiets. Dat mag van de organisatie. Ik zet de krat er overheen: mijn schoenen blijven droog. De eigenaar van de dure fiets heeft aan zulke dingen niet gedacht. En dan even kijken hoe je de wisselzone in en uit gaat. Klaar! Maar ik heb nog 3 kwartier over. Ik klets met IS, onze voorzitster en eet rozijntjes. De sportdrank is al lang netjes op. Aan de ene kant voel ik me tussen al die dure spullen een nitwit met mijn racefiets en ouder wetsuit, aan de andere kant ben ik een oud-gediende die alles al kent. Ik ben een lunch vergeten. Joyce rent zelf even een rondje. Ik wacht gewoon wat. Dan is het tegen 12 uur en ik ga nog maar een keer naar de WC en doe mijn wetsuit aan. Gel erin. Ik loop naar het water, maar durf er niet zomaar in te springen. Ik ga Joyce halen en dan doe ik het wel. KOUD. Zo! Echt heel kil.

Ik zit rechts in het water met mijn hoofd omhoog.

Maar ik kan er wel zwemmen en ik laat water in het pak en zet mijn bril goed. Dat heb ik dan gehad en dan valt de kou mee. Ik zwem op en neer en luister vanuit het water naar de briefing die meneer Belderok zelf geeft. De badmuts goed opzetten, want er heerst iets oorontsteking-achtigs in het water en nog iemand vertellen hoe ze haar horloge moet lappen in de wissels. Mijn horloge staat op de lock-stand, die kan niemand meer per ongeluk uit klikken!

En dan PANG gaan we. Ik zit rechts en daar is het best druk. Dat ken ik nog niet zo. Ik zwem gewoon weg. Zie wel. Rob heeft geschat dat ik er 1:21 over kan doen. Mij boeit het niet, maar nu zit ik wel met een richttijd opgescheept. Gewoon zwemmen. Ik zwem over wat lieden heen, verkoop een trap en kom er dan lekker in en ga de eerste boei al om. Van kou geen sprake meer. Ademhaling vrij gemakkelijk 1 op 4 en de boeien zijn goed te zien. Ik heb weer zoveel ruimte dat ik nog even denk laatste te zijn, maar dat zal wel loslopen. En als het zo is: boeien, ik hoeft dit alleen maar af te maken.

De Bosbaan is saai qua water, geen plant te zien, alleen saai grijsgroen onder me. Ik kijk om me heen, zie mensen links, rechts en voor me. Een fietser van de andere wave. En ik zwem. Ik ga 1 op 3 ademen, kan ik het beter zien. Lekker ritme zoeken en doormaaien, zo simpel is het. Langs een boei en ik zwem langs een man. Ben ik niet alleen de laatste, haha. Arme kerel, dat ik hem bij kan houden. Bij de volgende boei naar rechts en ik besef dat ik nu in de roeibaan zwem, waar ik een paar jaar geleden stond te kijken en dacht: dat lijkt me gaaf. Ik realiseer me ook dat ik dit jaar in de zee, in de golven van het IJsselmeer, in het Weerwater en nu in de roeibaan zwem. Dat is een enorme overwinning! Zal ik vertragen en hier langer van genieten? We zijn alweer bijna rond. Ik zie de stopplek, maar zwem zo ver mogelijk door. Ik wil voor de man naast me eruit zijn, dus ik zwem door. Hoe is het mogelijk dat mij dat gemakkelijk lukt en dat ik al zwemmend tegenwoordig wat competitie oppik?! Omhoog klimmen, ik zie Rob en dan over het gras.

Onder het kwartier. Het is druk en onrustig in de wisselzone. Ik denk aan de lange gang bij de Frysman. Dit is zacht gras en een kippe-eindje. Wetsuit uit (routine) en dan voel ik dat ik draai. Verdikkeme, dat 1op3 ademen werkt toch niet voor mij. De schoenen gaan zo lastig aan. De sjieke fiets hoort bij een stevige meneer. Ik klungel een beetje in de wissel. Helm, startnummer, bril en het druppelt inmiddels. Armstukken zitten om mijn stuur, die kan ik zo aantrekken.

En dan naar de streep lopen. Het is er druk. Ja, mijn goede zwemtijd gaat zo teloor. Ik spring snel op en moet mensen ontwijken die veel te stoer schoenen aan de fiets hebben, maar er niet in komen. Doei. De druppels zetten door. Prima dan. Ik heb het niet koud en ben toch al nat. Langs de kop van de roeibaan en dan het rechte stuk op. Fietsomputertje aan om de kilometers in de gaten te houden en vastklikken. Ik krijg de armstukken niet aan. De stortbui begint. Dikke vette harde druppels. Ik was dus toch al nat, het zal me wat. Maar de armstukken zijn nu een last en de bril nog meer: ik zie niks meer. Straks afgeven. De eerste kilometer zit er al op en we gaan over een mat (glad, ah bah) en ik word ingehaald. Lekker boeie. Ik hoeft alleen maar deze fiets en mijzelf 20 kilometertjes verder te brengen en de medaille straks op te halen. Ik dacht dat we wind mee zouden hebben hier, maar ik merk daar niks van. Van geen enkele wind trouwens. Die regen is wel onwijs hard! Alles is nat en glad nu, maar ik denk er niet over na. Liever regen dan 30 graden. De bocht is grappig, met een strobaal in de buitenbocht. Door het bos, slingertje en ik denk even aan mijn trainer die me bochten heeft leren maken. Dan een scherpte bocht bij het pannenkoekenhuis. Vind ik niet leuk. En door het bos een heel stuk. Weer geen notie van de wind. Ik ga wel lekker hard met 30+.

De bril staat op mijn neus zodat ik er overheen kan kijken, anders zie ik niks. Ik haal ook mensen in, maar geen idee of die van mijn heat zijn of al een ronde verder. Er is een niet-inhaal-zone voor de ophaalbrug. Dat is een flink bultje! Geinig. Ik zie Vincent lopen en roep hem, maar hij ziet mijn niet. Armstukken nog vasthouden. Langs de mensen en verderop staat Joyce. Ik zie haar in haar poncho niet snel genoeg om armstukken toe te gooien. Jammerdebammer. Geen idee hoe vaak het nog meer regent. Het gaat af en aan met de buien, maar ik trek me er toch niks van aan en merk het niet. Ik zie Rob en zwaai naar hem.

Dan het rechte stuk weer. Het is raar, maar het lijkt toch best ver uit elkaar te gaan rijden. Ik denk elke keer: ik race tegen niemand, niet eens tegen mezelf. Ik doe dit gewoon en laat ik het maar leuk vinden! Ik neem de armstukken gemakkelijk ter hand en kijk over de bril heen. Bochtje, chicane, om de plassen en de kuilen heen, langs het stille pannekoekenhuis. Rechtdoor door het bos en tempo maken en de zon schijnt opeens weer volop. Nog een paar mensen inhalen voor het ophaalbrugje en daar is Vincent en de penaltybox.

Ik kijk achterom, zie niemand en gooi de armstukken naar Vincent. Ze landen op de het pad en ik denk hoe dom het is om dat voor de penaltytent te doen. Aan de andere kant: krijg ik dan toch een keer een penalty? Ik lach er om en gooi de bril naar Joyce die op dezelfde plek staat. Ik kijk naar het loopparcours. Ziet er saai en simpel uit. Hoe ervaren ook en hoe kort dat lopen ook is: het is toch altijd een sluitstuk en een dingetje wat behoorlijk energie kost. Hoi Rob! Ik vind dit leuk. In het volgende rechte stuk zie ik weer mensen terug van het begin, die nu inkakken. Ik kom net op dreef. Ik doe elk blokje op 30+. En dat op de racefiets! Ik denk aan mijn werk; “dit is wat ik leuk vind, collega’s!” Ik kijk naar de zwemmers naast me van de volgende wave. Ik kan niet kijken hoe lang ik bezig ben. Ik heb een beetje trek, maar ik heb niks bij me. Dat lukte niet in de wissel. Ach, laten we het gewenning noemen en er geen aandacht aan besteden. Er fietsen twee mensen samen, ze kletsen. Niet stayeren is lastig, ik doe het soms voor kleine stukjes, maar ik win er niks mee. In de bochten kunnen anderen me wel inhalen, maar op het rechte stuk ben ik ontketend. Ik zie Amsterdam in de verte en vliegtuigen die laag overvliegen, terwijl ik in het bos ben.

Ophaalbrug weer over en ze houden me niet aan. Kans op penalty verkeken. Dat vakje van de bongokaart blijft open. Ik weet dat ik het zal halen als de fiets en de banden heel blijven. Lopen zal wel gaan, desnoods niet zo rap. Vincent moppert: je bent te snel! Hij kan geen foto maken. Ik moet er om grinniken. Langs de mensen en ik hoor dat een clubgenoot als tweede van die heat uit het water is gekomen. Hoi Joyce! Nog maar 1 ronde. Ik haal nu duidelijk mensen in en ga de strijd aan met Andrew. Ik wil voor hem komen en blijven. Als ik hem inhaal komen de snelle gasten van de volgende heat, ja, ik kan niet oplossen in het niets en maak mijn inhaalactie af. Bochten door en denken aan de trainer en de lijn volgen van de snelle jongens. Chicane, haakse bocht, Amsterdam, een vallende tak en mensen die duidelijk moe zijn en ik gemakkelijk kan inhalen. Twintig kilometer kan voor mij wel een makkie zijn, maar dat hoeft niet voor iedereen zo te zijn. Ik heb een bere-conditie. Daar doe ik dit mee. Alles is trouwens nog steeds door en door nat. Maar koud heb ik het niet.

Het bruggetje over, dag zeggen tegen Vincent en dan moet ik er al af. Ik vind het raar dat veel mensen de volgende ronde in gaan. Mijn fiets heeft nog alle plek aan het rek. Maar ik heb echt 20 kilometer gefietst! Meer zelfs! Geen haast, maar schoenen wisselen die onder de kletsnatte krat droog zijn gaat soepel. En dan lopen. Ik zal het wel zien. Ik heb geen sokken aan; het zijn maar 5 kilometer en tegelijkertijd zijn het nog wel even 5 kilometer! Geniet er maar van, denk ik bij mezelf. Die knipkaart zal ik vol krijgen! Ik zwaai naar Joyce, naar de fotograaf en ga me lekker niks aantrekken van het tempo. Ik zoek iets wat me past en of dat 7:30 of 5:30 is, zal me wat.

Bochtje, kop van de roeibaan en dan is er opeens een trapje. Ik vind 5 keer een kilometer raar, maar ik loop elke keer langs de plek waar ik besloot dat ik dit ooit wilde doen. Pas op, trapje af! Raar, een trap af tijdens het lopen. Maar goed. Daar staat Rob. Ik steek mijn tong uit. Dit vind ik leuk.

We gaan de hoek om en naar beneden. Op naar de post, die ik voor dit geld mag plunderen! Daar wacht me een aangename verrassing: de knappe kerel die bij post 1 stond bij de halve challenge in Almere staat er nu ook! Ineens wordt 5 keer langs dezelfde post een feestje. En hij heeft nog ISO-drank ook. Dat lost mijn trek dubbel en dwars op. ‘Hou de eer van Almere hoog’, krijg ik van hem mee en ik accepteer het met een brede grijns en vier het met een paar slokken Isostar. Voor de rest is de post magertjes.

Dan is de eerste kilometer al klaar en die heb ik in 5:07 gedaan. Da’s niet geheel mijn tempo. Da’s een beetje rap. Ik lach erom en ben blij Joyce te zien! Het regent weer af en aan.

Er wandelen mensen, er hebben mensen het moeilijk, maar ik niet. Ik zeg pa en ma S gedag. Ze zijn er voor hun eigen kinderen, maar en passant kunnen ze mij ook aanmoedigen. Stukje omhoog, kop van de baan, lieve peuter die gogogo zegt vanaf zijn loopfietsje, trapje af, richting Rob. Ik spring door de plassen, ga lekker omlaag, groet de mensen bij de post. Ik besluit onder de 5:30 te blijven en de laatste ronde mag ik vertragen wat ik wil. Zo lang mogelijk genieten. Ik geniet van deze sport, van dit afzien, van dit geneuzel met regen en het vechten met de wind. Ik vind de uitdaging geweldig.

Ik groet Joyce en pa en ma S. Ik lach me suf. In mijn rode pakje val ik natuurlijk ook op. Een kilometer in 5:17 en dat is een fijn ritme blijkbaar. Dat hou ik (moeiteloos) vast. Ik ga de bocht om en denk aan J-CV, de trainer. Ik weet niet waarom. Stukje omhoog, lieve peuter en daar staat Vincent weer. Ik roep hem toe me te fotograferen bij de post. Slimmert.

Ik kijk blij naar Rob en dan neem ik bij de post weer een Isodrank aan. Breed grijnzend. Ik ben helemaal nat, maar heb nergens last of moeite mee. Ik hoeft ook niks. Kijk naar de supporters. Die hier ook nat staan te worden. Geef mij dit weer maar in plaats van de brandende zon in Emmeloord. Joyce vind het leuk me zo lachend te zien en ik kan ook niet anders. De ouders hebben het druk voor hun eigen kinderen en achter me hoor ik iemand zeggen: “die lacht alleen maar”. Ik weet niet of het over mij gaat. Ik ga dit gewoon doen! Ik zou wel van de daken willen schreeuwen: ‘ik heb bijna alles gedaan tussen deze sprint en de hele triatlon, goed he’. Maar ik kijk naar de peuter, de knappe jongens, Rob, Vincent, de regen, stamp door de plas en zie een klok. Tijd waarmee ik kan rekenen! Helaas mis ik het zicht op de post en loop ik bijna een pillon omver wat me op de opmerking komt te staan of ik erbij ga hordelopen. Ik zit al over de 1:20 heen, dus ik haal de tijd niet. Maar halen zal ik het! Weer een dikke bui en ik geniet zo mogelijk nog meer.

Nog maar 1 kilometer! Ik hoor ze duidelijk naast en achter me zeggen: “Daar is de mevrouw die alleen maar lacht. En ze lacht nog steeds!” Een groter compliment kan ik niet krijgen. Ik lach nog veel harder en steek twee duimen op naar de fotograaf: de laatste ronde, he, roept hij. Yes! Als ik langs de kop van de Bosbaan loop, realiseer ik me dat ik een voorbeeld ben voor de sport, hoe leuk dit kan zijn straal ik uit. Ik kan niet gaan wandelen, voor niemand. Ik maak dit seizoen lachend en voluit genietend af.

Ik loop langs de post en vraag de naam van mijn edel-vrijwilliger. Die noemt hij en hij weet dat dit mijn laatste ronde is. Ik mis de Isostar, helaas. En dan loop ik naar de finish. Ik ben ontzettend trots. Ik ben heel gebleven, ik kan alle afstanden aan, ik kan alle weersomstandigheden aan, ik ben een volbloed triatleet en ik ben apetrots op mezelf. Ik dank de hemel dat ik dit mag doen.

Ik heb geen haast naar de finish toe, ik wil deze emotie doorleven en voelen van mijn soepel lopende voeten tot in mijn kletsnatte paardenstaart.

Dan ga ik de finish over, intens dankbaar. Juichend. De knipkaart is vol. Zalig dat Rob, Joyce en Vincent hierbij zijn. Ik ben niet moe, niet kapot, niet stuk; ik ben alleen maar blij en trots en tevreden en dankbaar en gelukkig.

Vincent heeft de finishfoto gemist. Maakt niet uit, maar hij neem het zichzelf kwalijk. Rob laat me zien dat ik tweede ben in mijn categorie. Haha.

Ik krijg de medaille. Niet de medaille zelf vind ik mooi, maar wat ik er allemaal voor gedaan heb, stemt me tevreden. Koud of vermoeid is niet van toepassing. Ik ga de tent binnen om te eten. Pak een bekertje waarvan ik denk dat er sinas in zit, maar het is Red Bull. Ik neem nog een beker en als ook die leeg is, vul ik ze met spekkies. Ik neem ook een Tucje en 3 lollies. Ik heb het al bijna op als ik buiten ben en loop terug om bij te vullen. Erg he. Ik neem nog een beker Red Bull en krijg de rest van het blikje mee. Ik neem voor Vincent colaflesjes mee en pak voor mezelf een bekertje met spekkies en winegums. Ik huppel weer naar buiten, want ik moet iets warms aandoen. Ik voel me wel smerig (en ik heb niet eens geplast onderweg) en ik wil naar huis. Ik zeg Richard nog gedag en luister naar een blije mevrouw die haar eerste triatlon net heeft afgerond. Jasje aan, spekkies wegvreten, vertellen tegen Joyce en dan snel mijn spullen bij elkaar pakken en naar de auto lopen. Het regent weer en nu vind ik het wel lastig! Hersteldrank is genoeg na de spekkies en Red Bull. Thuis opruimen, afspoelen en dan… naar het zwembad. Ik ben net zo erg geworden als de rest.

Ik moet daar toch zijn voor Vincent, maar gewoon een boekje lezen is niets voor mij: als ik er dan toch ben, dan ook maar een half uurtje zwemmen. Met achtje. Geen fratsen. Ik zwem hard. Ik zwem door. Het gaat lekker. 35 Minuten lang. 1750 meter. Ik ga er uit en klets nog wat en douche me grondig. Nu heb ik echt honger en de hamburger en dubbele portie friet is dik verdiend. Ik ben vijfde geworden van de 59 dames tussen de 40 en 50 jaar. Heel tevreden mee! 1:26:35 totale tijd.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-34 The week after….

zondag 15 september

Niks? ECH-NIE! Vandaag is de dag dat ik met Rob samen mag uitfietsen. Anders gaat hij nooit mee, maar vandaag wel. We gaan niet snel, het mag niet snel, het hoeft niet snel. Ik heb spierpijn in de bovenbenen. En ik ben vooral moe in mijn hoofd. Een uurtje lekker fietsen op de racefiets. De schoenen voor de tijdritfiets zijn nog nat van het uitspoelen. We fietsen naar de Praamberg en dan een klein stukje over het parkoers, want ik wil zo graag het bord ‘let op uw snelheid’ op de foto.

We fietsen een uur en halen daarin net geen 22 kilometer.

16 september

Werken en ‘s avonds wandelen met zijn drietjes. Het gaat wel goed, maar aan meer sport moet ik niet denken! We lopen een heel stuk langs de Oostvaardersplassen. Het is prachtig met de ondergaande zon.

Na 5 kilometer, voorbij het Oostvaarderscentrum krijg ik het zwaar en word ik echt moe. Niet specifiek 1 deel van mijn lichaam, maar alles. We lopen 6,5 kilometer.

17 en 18 september

Ik werk. Er is ouderavond van de brugklas. Om 9 uur wil ik naar bed in plaats van naar het zwembad en omdat er nu toch niks meer hoeft, doe ik dat ook! Op woensdag hebben we een heimiddag in VIEW, aan de andere kant van het Weerwater als waar de zwemstart was. Met uitzicht over het Weerwater heb ik op het laatste moment een workshop voor mijn nieuwe collega’s georganiseerd. De stress ontbreekt, want als je een triatlon kunt doen, is dit niet moeilijk meer!

Ik wandel wel een paar kilometer terug naar mijn auto om even buiten te zijn. Alle spierpijn is weg.

Donderdag 19 september

De baantraining. Ik dacht: kom, laat ik gaan, Vincent gaat ook. Er waren zoveel mensen die de triatlon hadden gedaan en de dienstdoende trainer heeft ons gezien, dus zo erg zal het niet worden toch? Bij het inlopen doe ik niet al te veel mijn best. Ik luister naar de rest, naar de verhalen, hoor hoe het iedereen vergaan is.

Op de baan gaan we in groepjes van 4 een soort estafette doen. Hm, ik had liever iets alleen gedaan in mijn eigen tempo. Ieder sprint 100m en loopt dan 300m rustiger tot het zijn/haar beurt weer is. 4 Keer rond. Leuk, maar… de 300 rustig zijn bij mij na 200m afgelopen, want de heren zijn in hun sprint veel sneller dan ik! Dus vanaf de derde ronde ligt de hartslag ver boven het toegestane gemiddelde! Dan nog 1 keer een rondje met zijn vieren tegelijk starten, waarbij ieder zijn ‘eigen’ 100m doorsprint. Ook niet mijn ding, niet mijn hartslag. Gelukkig duurt de uitleg tussendoor elke keer lekker lang. Zo komt het uur vol en valt de gemiddelde snelheid wel mee en merk ik dat het best een beetje lukt.

‘s Avonds volgt een stuitende mededeling: Krista en ik hebben via Facebook kaartjes gewonnen voor de Dam tot Dam loop! Eerder vandaag tipte ze me op Facebook en ik dacht: “als jij het kan met de hele achter de kiezen, lukt het mij ook” Er geen moment bij stil gestaan dat we wel eens in de prijzen zouden kunnen vallen. Nu moet ik aanstaande zondag 16 kilometer hardlopen!! Warm, druk, onrustig. ‍♀️

20 september

Uitfietsen, gewoon rustig. Krista gaat lekker mee. Ik haal haar op. Ik ga even terug naar huis voor ik de wijk uit ben omdat het best koud is en ik een warmer jasje aandoe. Dit is de enige keer dat ik denk als ik naast Krista op haar racefiets trap: ik zou wel eens harder kunnen dan jij! We kletsen, gaan langs Qonsío, door het Kromslootpark, over de Oostvaardersdijk. Zij vertelt hoe zij de hele ervaren heeft, we kletsen over iedereen die wel of niet gefinished is. Zij snapt me: er was een wedstrijd waarin Krista ineens ook ‘geen zin’ meer had. We fietsen richting mijn huis, maar als we nu stoppen komt Krista niet meer op gang en heb ik net geen 50 kilometer gefietst. Een mevrouw maakt een foto van ons, terwijl ze trots vertelt dat 3 uur sporten per week zo heerlijk is.

” Kijk naar dat Challenge-teken”, wil ik roepen, “hier staat een Europees kampioene triatlon naast me”, maar het zou sneu zijn voor de lieve vrouw. Ik fiets nog een stukje met Krista mee richting de medaille-man, naar Vincents school en samen met Vincent fiets ik terug langs de medaille-man-vrouw-familie. Die arme Vincent moet hard fietsen met zijn zware rugzak en stadsfiets! Ik heb 65 kilometer gefietst. Heerlijk, niet hard, niks moet, gewoon omdat het kon!

21 september. Met veel te veel tegenzin sta ik bij het zwembad. Vandaag wil ik niet en kan ik niet en ik ga gewoon lekker wandelen. Heerlijk in het Beatrixpark. Daar is het zomer in de herfst. De blaadjes dwarrelen van de bomen, maar het is 22 graden bij een strak blauwe lucht. Ik maak me zorgen om de Dam tot Dam, maar damn, ik ga het gewoon doen.

22 september

Kom op, als Krista het kan, kan ik het ook. Ik weet nog dat ik drie jaar geleden in paniek raakte toen we met het werk van plan waren om de Dam tot Dam loop te gaan lopen en dat een week na de halve triatlon. Ik vroeg het de trainer toentertijd en kreeg het nare antwoord: “dat heb ik wel eens na de hele gedaan, dus dat kan wel hoor.” Dat was een stom antwoord, want dat zegt natuurlijk niks over mij. Destijds deed ik het niet en ik had ook niet gedacht dat het kon. Gaandeweg het lopen vandaag, voelde ik dat ik daar nog mee af te rekenen had. Ik heb me zo geërgerd aan dat antwoord een paar jaar terug, dat ik het nog precies weet. Maar nu begrijp ik dat het een echt ‘triatleten-antwoord’ is. Voor triatleten is 16km ‘alleen maar hardlopen’ anders als voor hardlopers-pur-sang. Dat klinkt misschien wat arrogant, maar ik voel het nu zelf ook zo. Hoe moeilijk kan het zijn als 21 kilometer ook lukt? En hoe moeilijk kan het zijn als Krista het kan?

De huidige trainer staat in zijn vakantie vroeg op om een nieuw schema te maken voor me vandaag. Ik had ‘m nog laten weten dat dat niet hoeft, want ik rommel nog wel even door. De Dam tot Dam loop breng ik nog niet ter sprake, dat doe ik straks wel, hihi.

Om 10 uur moet ik bij Krista zijn, want die lieve man van haar brengt ons weg en haalt ons in Zaandam weer op. Mijn wekker staat vroeg en ik denk dat ik moet opschieten, maar dan blijkt het pas half 9 te zijn! Heb ik een uur over opeens. Ik vind tien uur best laat als je om 11 uur moet starten, maar Krista kent de weg. Nog een paar keer plassen en maar 1 tasje mee en we rijden in nog geen half uurtje naar Amsterdam. Ik drink mijn bidon netjes leeg. Mijn trainer mailt me terug: dat ik de druk maar eens minder hoog moet leggen, dat ik de weerstand tegen de wedstrijden kwijt moet en dat we daar volgend jaar maar eens aan moeten werken, omdat het dan leuker voor me kan worden. Weet je, laat ik het eens proberen. De wedstrijddames zijn net vertrokken en ik zie ze langs lopen richting de tunnel. We lopen aan de verkeerde kant van het parkoers en daar zijn de Dixies ook prima toegankelijk.

We hobbelen het startvak in om half elf al en dan zullen we gaan lopen zonder tijdswaarneming of druk. Dat is Krista’s idee. Ik zet mijn kilometermeldingen uit. Ik zal mijn hartslag voorzetten en dan zien we wel. Aan onze startnummers zitten geen namen gekoppeld, dus we hoeven niks.

Geen idee wat Lornah Kiplagat precies doet met haar stichting waarvoor wij lopen. Er is een warming-up waar ik dus echt niet aan mee doe. Ik neem een gel. Spannend vind ik het wel, want hoe zal ik op de warmte reageren, maar zenuwen heb ik niet. Rick Brandsteder schiet ons weg. Ik heb de eerste foto’s al gemaakt.

Ik zet meteen een hele grote lach op. Dacht ik echt dat ik last zou hebben van al die mensen en kleurtjes? Welnee, ik vind het gaaf om te bedenken dat hier mensen maanden voor geoefend hebben. Dat wij hier zomaar een beetje tussen joggen. Hoeveel mensen kun je wel niet hebben zeg? Ik heb het moeilijk met mensen die maar blijven kletsen alsof ze niet met een wedstrijd bezig zijn, maar vandaag zijn Krista en ik die a-serieuze lieden. We komen al snel bij de IJ-tunnel. Ik ga foto’s aan het maken, want ik geniet me helemaal suf.

Dit is zo gaaf dat ik dit mag doen! En dat ik dit zomaar kan doen! Hoe gaaf dat ik dit samen met Krista mag en kan doen? En dan door de IJ-tunnel. Kan ik nog breder lachen? De herrie in de tunnel, de koelte en al die vele, vele mensen en kleurtjes. Heerlijk toch? We lopen naar beneden, dus het is nog lekker easy ook. Mijn horloge geeft op 6 minuten altijd een melding hoe goed het gaat op basis van tempo en hartslag. We zijn precies 1 kilometer onderweg, dus dat is verraden. Mijn hartslag is veel te hoog, maar daar let ik niet meer op. Het omhoog lopen weerhoudt me ook niet van kletsen.

Dan komen we door een deel van Amsterdam wat mij totaal onbekend is. Ik kom nooit in de IJ-tunnel. En niet op de grote weg. Overal lopen mensen, in alle kleuren, maten en leeftijden. Een klein ventje en een oude gebochelde man: alles is erbij. Slank, dik, snel, sloompjes. En ik maar grijnzen. Geen idee waar ik heen ga. Het voelt gewoon goed. Ik hou Krista voor dat er maar 1 is zoals zij die hier loopt. En ik hoeft dat maar te bedenken en ik ben trots dat ik naast haar mag lopen. Dat ik dit ook zomaar kan. Ik heb het niet eens heet. We kletsen onderweg en blijven bij elkaar. Hoewel Krista geen viaducten meer voorzag, waren er nog wel degelijk klimmetjes. Mijn benen hadden nergens last van. En ik eigenlijk ook niet. Of het moet van de dikke glimlach zijn. Dat ik het dus heel goed kan: genieten. Ik heb nog wat tegoed van vorige week. Als ik me maar niet druk maak. Die medaille zal ik ophalen! We lopen langs leuke wandel-ren-tegeltjes in het fietspad. Ik probeer ze te fotograferen.

We komen bij de eerste post en ik word even geagiteerd als Krista over de gel begint, maar ze zegt erbij dat het een reminder voor haarzelf is. Ik doe ook mee en hoewel het knoeit, krijg ik de gel moeiteloos weg. Krista roept erbij: Lekker dit! en daar moet ik weer om lachen. De post scoort niet hoog, want het is niet erg overzichtelijk. Het water staat achteraan. We kiepen over ons heen en ik drink. Een paar wandelstappen. Iemand merkt op dat het niet op de tijd aankomt, waarop Krista zegt: nee joh, dan zijn we 3 minuten langzamer. Ik hoek ‘r bijna weg 😉 De eerste 5 kilometer hebben we in een half uurtje gelopen. Ik zie het op de klok. Prima toch? Ik heb nog geen last van de warmte, vorige week was het erger. Echt, hoe is het mogelijk dat ik zo nergens last van kan hebben?! Er zijn al genoeg mensen die wandelen, dat verbaast mij. Ik doe de 5km-8km-10km tactiek: als ik dat haal, mag ik best wandelen, wetend dat ik het dus niet zal doen.

We komen door Amsterdam Noord en het staat vol met leuke huisjes. We lopen langs het water. Maar ook grote flats die schaduw geven. Er is inderdaad veel publiek: ik hou van de oma’s in hun rolstoel die serieus kijken, van de wielrenners die afstappen, van de kinderen die water of high-fives geven, van de vlaggetjes in de straten en iedereen die buiten zit. We zijn al op de helft in 48 of 49 minuten, dus het gaat steady. Geen behoefte aan wandelen. We zijn al bij de fruitpost en ik snaai meloen mee. Nog nooit geprobeerd, maar het is wel lekker en verkoelend. Daarna volgt snel de waterpost en ik neem snel de gel. We zijn goed voorbereid, deze post scoort beter. Nu begint het met water.

Dan door naar de tien kilometer en de snelweg. Onder de snelweg staan de eerste sirenes bij een slachtoffer. Ik kijk niet. Ik reken uit dat we de tien kilometer binnen een uur hebben gehaald. Hoe dan, Krista, HOE DAN. Een mensenlijf is toch maar tot veel toe in staat. En dat van Krista is nog iets beter. We gaan over het asfalt door de felle zon en langs de snelweg een brug op omhoog. Niet om het een of ander, maar zou ik het niet vreselijk moeten vinden? Zou ik dit niet moeilijk moeten vinden? We zitten al op 11 kilometer en dan gebeurt me iets wat me overvalt: ik baal ervan dat ik nog maar 5 kilometer voor de boeg heb. Geen aftellen, geen gereken met tijd en een half uur: alleen maar dat gevoel van verlies dat het nog maar 5 kilometer zijn. Dit is me echt nog NOOIT overkomen.

Overal is muziek en herrie en geluid. Het stoort me niet. Ik zing bijna mee. Als ik al een paar seconden begin te twijfelen is er altijd wel iets om de aandacht mee af te leiden. Ook op het niet zo fraaie industrieterrein wat ruikt naar Zaanse industrie, kijk ik naar de andere lopers en het beetje publiek. Krista moet naar de kant voor de grote boodschap. Haar benen doen het, haar hoofd doet het super, maar haar darmen zijn nog wat opstandig van de marteling van vorige week. We lopen zoeken naar een plek Zaandam in. Ergens komen we nog een post tegen die aan twee kanten zit: overzicht moeten ze echt maar eens gaan afkijken in Almere. Krista pakt het drinken, ik de sponzen. De gel gaat er weer moeiteloos in. Als ik dorst heb, neem ik van iemand aan de kant iets aan.

Potverdikkeme, nog maar 4 kilometer. Hoe kan ik daar nou toch zo van balen? Krista duikt achter een auto. En dan gaan we langs de Zaanse huisjes lopen. Krista zei al steeds: het wordt heus leuker, maar ik vond het al zo leuk. Nu wordt het drukker, maar niet overvol. En al die versiering! Al die andere mensen die zo leiden, terwijl ik het niet warm of lastig vind.

Het enige wat me niet bevalt, is dat we er zodadelijk al zullen zijn! Ik vertel een meneer die tussen ons in wil lopen dat Krista vorige week de hele marathon heeft gelopen. Helaas blijft hij plakken. Ons tempo blijft op 10 kilometer per uur liggen. Ik zou harder kunnen, maar dat hoeft nergens voor. Als je iets dus geweldig vindt, is het tempo navenant. Ik ben zo blij dat ik hier met Krista mag lopen. Ik ben blij dat zij voor mij dit jaar mogelijk heeft gemaakt en dit als toetje geeft. Nog 1 brug HELAAS. Ik kijk goed rond, want dadelijk is het feestje voorbij.

We tellen af. Niet vanwege dat we sneller moeten, want qua tijd hebben we het keurig gedaan. Niet omdat we blij zijn dat we het gehaald hebben zonder wandelen, want dat was toch wel logisch op de een of andere manier. Niet omdat we bang zijn te bezwijken, zoals we om ons heen zien gebeuren, want ik voel me echt prima. Nee, ik tel af omdat ik nog maar zo weinig tijd over heb om te genieten. En dan zijn we er.

Het 15 kilometer punt (bij gebrek aan finish foto)

We gaan hand in hand juichend de finish over. Wat een prachtige toch om samen met Krista te doen. We vallen elkaar in de armen, en moeten doorlopen voor de isostar en de medaille. Ik ben verre van kapot. Ik ben supertrots dat we heel, heel keurig 10 km per uur zijn blijven lopen. In 1 uur en 36 minuten waren we binnen. Heerlijk vlak gelopen!

Ik ben vooral blij omdat ik het dus best kan: genieten. Geen zorgen maken, niet tellen, niet vervelen, genoeg eten en drinken en vooral lachen. Alles lachend gedaan. Geinspireerd door Krista.

Ik drink nog gretig twee bekertjes water leeg. Ziekenauto’s rijden af en aan en mensen klagen over de warmte. Ik heb er niks van gemerkt. Terwijl ik dit toch ellendig zou moeten vinden. Dat er zoveel mensen out gaan, vind ik een heel akelig idee. We vinden D, Krista’s buddy, snel en kunnen het terrein verlaten.

Ik hoeft geen terrasjes ofzo. Weg uit dit wespennest bevalt mij prima. Intussen zijn er nog hordes mensen in Amsterdam die nog van start moeten gaan. In de auto zet ik het op Facebook. Ik heb geen honger of vermoeidheid, maar ik ben wel ‘wat’ bezweet. Bij Krista drink ik nog een kop thee in de zon en dan thuis F1 kijken.

Het voelt goed: als een beetje wraak op de rotopmerking van de trainer van vroeger, als trots op de perfecte uitvoering die de huidige trainer vanmorgen aandroeg, mega-trots op Krista, omdat ik haar ken en zij mij zo geholpen heeft en het zo’n prachtmens is en blij met mezelf: mijn lijf kan dit gewoon, getraind als het is.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

MD Challenge Almere Amsterdam 2019 – de halve triatlon

14 september

Na 5 of 6 toiletbezoeken gedurende de nacht was ik ruim op tijd wakker. Voor de wekker die om 6 uur afgaat in elk geval. Ik sta op en het moeilijkste gedeelte van de dag begint: de aanloop naar de wedstrijd toe. Eerst eten: 2 witte bollen met stroop en chocomelk. De decals zitten al op mijn arm, alle sportdrank is gemengd en alle losse tassen voor elk onderdeel staan klaar.

Het is een kwestie van alles in de auto leggen, want de fiets staat al op het terrein. Om 7 uur (na nog drie keer plassen) rijden we met zijn drietjes weg. Ik moet voor 8 uur alles om de fiets klaar hebben liggen, want dan gaat de wisselzone op slot. We kunnen zonder moeite naar de stad rijden en de auto parkeren op de plek voor elektrische auto’s. We pakken de spullen en ik ben aardig gespannen. Als we het terrein op lopen, word het erger. De pro’s starten, het is druk en de atmosfeer is gewoon gespannen all-over! Niet getreuzeld: er moeten nog dingen gebeuren. Ik loop de wisselzone in en mijn fiets is tegen de kant gezet. Met het kleine zadeltje blijft ie moeilijker hangen. Ik kom de hele tijd mensen tegen om mee te kletsen. Eerst zorg ik dat alle bidons op mijn fiets staan. Ik hou een bidon over. Die kan in de tassen. Ik heb geen kleine bidon met water.

De fiets staat klaar!

Bij de tassen komen ik allemaal mensen tegen om even mee te kletsen. Lieve mede-atlete die met 4 kindertjes op gaat voor de eerste halve; ik vind haar zo stoer en dacht echt dat ze al veel verder was. Haar naam weet ik niet eens! De spanning neemt iets af, maar straks zal het wel erger worden. Alles is netjes verzorgd en klaar. Ik ga niet vroeg mijn wetsuit aan doen, dan duurt het wachten alleen maar langer. Ik ga nog maar een keer naar de WC en 10 minuten voor de start hijs ik me pas in mijn wetsuit. Ik weet dat de spanning nu alleen nog maar erger gaat worden. Ik ga in het vak 40-44 staan. Dit is een rollende start: elke 10 seconden starten er 7 mensen, beginnend bij de allersnelsten. Je zwemt elkaar dan niet in de weg. Het wachten tot je moet beginnen vind ik het aller-ergst. Veruit het meest verschrikkelijke deel van de dag. Maar ik hou Vincent naast me deze keer. Ik ben nu echt gespannen. Het hoort erbij en het is handelbaar deze keer. Omdat Vincent naast me met andere dames staat te kletsen uit Breda. Ik neem nog een gel met water en spuit vast wat in mijn wetsuit om op te warmen.

Ik dacht om 9 uur te mogen starten, maar om kwart voor 9 sta ik al aan de startlijn. Horloge aan en gaan.

Het water is maar eventjes koud, het went snel en ik pak ook heel erg snel het zwemmen op. Gewoon kalm van boei naar boei zwemmen. Mijn eigen weg. Door de rollende start is er ruimte. Mijn bril beslaat niet en ik kan prima 1 op 4 ademen. Ik concentreer me op de lange slagen en de volgende boei. Ondertussen geniet ik. De plantjes zijn lastig te zien, want met al die zwemmers is het water vertroebelt. Ik ga krap om de boeien heen. Hou gewoon de borstcrawl aan.

Ik volg de boeien in plaats van de andere zwemmers. De meesten zwemmen (ver) rechts van me. Zit ik fout? Maar voor mij ligt de rode boei en ik zwem er met 1 andere man heen. Ik voel mijn horloge trillen voor de eerste 500m. Die zitten er op. En mijn horloge staat aan en werkt. We zwemmen nu tegen de zon in en dat maakt het navigeren nog iets lastiger. Maar golven of andere moeilijkheden ontdek ik niet. Mijn benen gebruik ik niet, die mogen straks. Ik zwem op armen en wetsuit-drijfvermogen. Ik zwem richting de meute en de driehoekige boei. Ik ben echt blij dat ik donderdag de route zelf heb uit moeten zoeken: ik herken het en kan me concentreren op het zwemmen en op het genieten. Hiermee ga ik het buitenzwemseizoen afsluiten en in mijn hoofd neem ik afscheid. ‘Dag plantjes’. Ik ben al bij de verre boei. Het voelt alsof het hartstikke goed gaat, maar de tijd zal dat uitwijzen. Ik haal mensen in. Ik herhaal: IK haal mensen in! Weet je hoe ver ik gekomen ben van het zwemmen? Hoe angstig ik was na de Frysman? En nu: HAAL IK MENSEN IN. Het zullen misschien mannen zijn die de hele triatlon doen of mensen die op een andere tijd zijn gestart, maar ik maai kalm en 1 op 4 ademend door. ‘Dag wetsuit’. De boeien langs. Het is ver naar het bruggetje, maar ik geniet enorm en zie nu ook de plantjes. ‘Dag boei’ Het is wel druk in het water. Van mij mag een beetje rust ook wel, maar ik doe mijn eigen ding. Om de boei heen en dan naar de grote gele boei. Weer zie ik een hele meute rechts van me. Ik denk aan GN: zo min mogelijk extra meters maken! Ik weet intussen ook dat de zwemfinish dichterbij lijkt dan het is en dat je zo lang mogelijk door kunt zwemmen. Ik hoop echt op een goede tijd! Ondertussen neem ik afscheid: einde zwemseizoen. Volgend jaar zien we wel weer. Ik zwem strak naar de uitstapplaats en blijf lang 1 op 4 ademhalen. Als ik er uit geklommen ben en over de mat loop, klok ik een tijd van 39 minuten en nog wat. Onder de veertig minuten!

Ik ben dolblij en huppel bijna naar de fiets! 7 Minuten speling! Bril omhoog, wetsuit afstropen en blij naar Rob roepen: “Nailt it! 39 minuten!”

In de wissel gaat het wetsuit snel uit, helm snel op, sokken en schoenen aan. Alles in de tassen proppen, een slok nemen en dan op de schoentjes verder. Je hoort overal “klak-klak-klak” van de schoentjes. Het is ontzettend ver naar de fietsen.

Ik loop net tussen de hekken in

Ik zou wel van de daken willen roepen: Ik heb zo heerlijk gezwommen!! Ik pak de fiets, zet het computertje aan en ren de wisselzone uit. Ook hier een soort van drukte.

Dag Vincent, daarboven! Ik stap rustig op en ga meteen flink doorfietsen. Het is druk. Echt druk. Ik kan er tegen intussen, want ik ben er niet meer bang van. Ik hou netjes rechts.

Nog voor ik onder de A6 door ben, begin er een stemmetje in mij te zeuren: drinken-drinken. Maar het is te druk om veilig te gaan liggen. ML haalt me in en roept: “Zet ‘m op Anneke”. Ik denk elke keer: ‘ik heb goed gezwommen’; dat houdt de spirit er in. Het was wel eventjes koud op de fiets, maar dat is snel voorbij. Ik ga hard als ik naar de dijk fiets, ik ken het fietspad. Er is zelfs asfalt gelegd zodat we soepel de weg op kunnen, wow, wat een geweldige organisatie is het toch. Rustig de dijk op en ik tel nog even uit dat we gelukkig niet veel heuveltjes hebben.

Door Almere Haven en ik neem een bidon water aan. Die heb ik vast. Ik word gegroet en dan de dijk op richting de Hollandse Brug.

Ik geniet ervan dat het fietspad bij het strandje zandvrij is en dan mogen we de weg op. Ik heb het tempo er lekker in zitten en vooral moeiteloos! Op de dijk kijk ik naar anderen en hoe die hun voedsel bij zich hebben. Het enige waar ik me zorgen over maak, is dat ik zal verbranden. Als ik het tempo maar boven de 30 hou, komt het wel goed. Ik drink zo nu en dan en neem al een snoepje. De eerste 10 kilometer vliegen -letterlijk en figuurlijk- voorbij. Ik snap nog steeds niet dat ik door superfietsers word ingehaald: zijn die zoveel later met zwemmen begonnen dan? Maar goed, ik doe mijn eigen ding. We mogen over de weg langs Poort. Vorig jaar moesten we over het fietspad en onder de A6 roep ik lekker expres een keer ‘joehoe’ voor de echo. Kinderachtig leuk. Ik geniet van de weg waar we overheen mogen fietsen.

Dan zie ik HB: de Last Man Standing, zoals hij zichzelf noemt. Hij doet 6 hele triatlons dit jaar. Niet de minste en gemakkelijkste ook. Tussendoor traint hij nauwelijks en hij doet het gewoon rustig aan en probeert altijd ongeveer laatste te worden. Ik roep hem bij naam dat ik hem bewonder. Hij fietst even achter me aan en begint tegen me kletsen. We hebben het over de Frysman, dat hij wel eens in de penaltybox zou willen zitten omdat we naast elkaar fietsen. Het is gezellig, maar ik heb een ander doel. Als ik wegfiets met een brede glimlach, roept hij me na: “tot volgend jaar bij de Frysman”. No-way, denk ik nog grijnzend.

We gaan de Oostvaardersdijk op. Tot bij de windmolens geniet ik er van dat ik op de weg mag fietsen tussen al die nationaliteiten. Ik drink veel. Ik kan mezelf op maar 1 enkele fout betrappen: ik heb de fietshandschoentjes vergeten aan te doen. Die mis ik echter geen moment. Ondertussen lig ik op de fiets. En toch – er ontbreekt iets. Het is slechts een zuchtje, maar we hebben wind tegen. Ik hou het tempo nog hoog, boven de dertig. Weer een snoepje. Langs de windmolens. Het is zo druk, zó druk. Overal fietsers. Niet stayeren is moeilijker dan wel. Verschillende tempo’s om me heen en verschillende doelstellingen. Langs de Noorderplassen en daar staan een paar mensen. Ik weet precies hoe ver alles is. Ik grinnik dat er vandaag niemand te hard fietst en het smileytje van de snelheid groen en veilig blijft. Bij het Bloq neem ik een reep aan en ik ga meteen aan het eten. Openmaken had ik meer moeten oefenen. Langs de rotonde aan de buitenkant en dan ‘ons eigen stuk op’. Het is wel mooi hoor, maar ik ken dit erg goed. Ik heb dit ook al ooit gedaan.

Naast het parcours staan wat mensen en we zitten pas op 30 kilometer. Ik heb net een reep op en wil nog geen snoepje. Ik drink de bidon leeg. Die vul ik dadelijk wel bij. Mensen naast me, mensen inhalen, mensen voorbij laten: de drukte staat me wat tegen. Dan begint het: een zeurderig stemmetje in mijn hoofd dat klaagt over zin. Of vooral het gebrek daaraan. Ik let op alle nationaliteiten en de andere dames die fietsen. Ik bedenk me dat ik intussen best over kan schakelen naar de tijd in plaats van de snelheid. Dan ga ik op gevoel fietsen en is het moeten er af. Misschien zwijgt het zeurende stemmetje dan. Mijn linkerbidon schijnt wat los te zitten, daar waarschuwt iemand me voor. Ik heb nog een eind op de dijk om bij te vullen. Ik ken de weg. Zo goed. Ik zie best wat kerels naast het parcours hun blaas legen. Ik moet eigenlijk ook wel, maar het lukt niet echt. Het bijvullen lukt ook niet zo goed, maar ik vul de bidon toch helemaal bij. Met veel knoeien. Er zijn weinig bootjes. Het laatste stuk met de vogels op de ijzeren platen lijkt erg ver weg. Ik heb weinig te doen. Dat klinkt gek, maar om me heen kijken hoeft niet meer en genieten hoeft ik ook niet meer. Ik hoeft mezelf niet meer te verslaan, ik moet alleen maar doorfietsen.

Bij de rotonde Knardijk is het druk. Ik zie het snacktentje staan wat normaal op de Praambult staat. Ergens op de Knardijk voegen de zeurende stemmen zich samen: over het eten en het ontbreken van zin. Dan heb ik al minder zin om me netjes aan het plan te houden qua eten en vanwege de drukte is liggen op de fiets op dit smalle fietspad lastiger en drinken dus ook. De zin-ontbreekt-zeur maakt daar gretig gebruik van en rekent me graag voor dat we nog niet op de helft zijn. We rijden langs het Oostvaarderscentrum en moeten over het fietspad omhoog. Kleine tegenvaller, want ik hou niet van dat fietspad. Dan de weg op naar de Praambult. Ik pik wel weer wat tempo op. Heus, ik doe mijn best, maar kan niet zoveel bedenken waarom ik hier blij moet zijn. Ik haal wel mensen in en ik realiseer me dat mijn kop er niet op zit, maar ik kan het niet zo goed verhelpen. Niemand om in te halen (of juist veel te veel mensen), weinig ritme en ik eet netjes de reep op, zodat ik de verpakking weg kan gooien. Met de snoepjes loop ik achter, die neem ik zo wel weer. De wind zal op de Doddaarsweg tegen zijn, of eigenlijk: het zuchtje. Ik denk dat ik liever wat meer afzie, nu heb ik niks om me druk over te maken. Ik zie de brug naar huis in de verte. Alles hier ken ik, heb ik al eens gehad, al eens gedaan, al eens gezien. Ik word ingehaald door de pro-atleten (mannen), wat het nog drukker en onoverzichtelijker maakt. Ik hoop mijn moraal wat op te vijzelen door even achter ene Theo te gaan hangen. Het helpt even, maar het voelt niet goed en ook niet rustiger. Geen idee wat ik precies mis, maar vechtlust in elk geval en genieten ook nogal. Ik kan niet meer zo goed berekenen wanneer ik de reep op moet hebben. Tot nog toe gaat het goed, maar dadelijk bij het bos zal het lastig zijn. Ik geniet even van het zuchtje wind-mee. De eerste 30 kilometer heb ik binnen een uur gedaan, de tweede niet. Zestig kilometer dus. Nog maar 30.

Ik moet nog steeds plassen, maar het lukt niet. In het bos is het koud. Wel netjes schoongeveegd. De pro-atleet die me voorbij snelt, ligt net zo min eerste als ik. Maar ik heb mijn eigen doel. Ik weet dat ik daar wat vechtlust voor zal moeten tonen, maar ik kan het niet opbrengen. Het volgende stuk tot aan de dijk vind ik niet leuk, ik zie er tegenop. Ik maak gebruik van het water op de Winkelweg in de hoop dat ik mijn gouden zadeltje even lekker onderplas, maar het helpt niet. Ik eet een halve reep. De Winkelweg is altijd extra druk, zo lijkt het. Je ziet al die fietsers voor je en het zijn er zoveel! Ik denk niet dat ik Almere volgend jaar weer doe: het is me te bekend en te saai. Dat zou genoeg moeten zijn om nu onder de 3 uur te komen met fietsen, maar ik heb er een hard hoofd in. Langs de post fietsen en dan lekker gaan liggen en niets meer of minder doen dan doortrappen. Dat gaat prima!

We draaien naar rechts en er is iemand gevallen die word verzorgd. Ik pak het op en als ik de molentjes stil zie staan op ongeveer 70 kilometer begin ik te denken dat het zelden voor komt dat mijn beentjes harder draaien dan de molens! Dat beurt me wat op en de beentjes werken lekker mee. Eigenlijk is dit stukje best leuk en snel voorbij. We zitten op 70 kilometer en ik hoeft er nog maar 20. Ik ga eens kijken of ik toch niet binnen de 3 uur de 90 kilometer kan halen. De weg richting de Stichtse Brug is wel autovrij in tegenstelling tot wat ik eerder heb ervaren. Ik pik wat tempo op en ook weer wat vechtlust. Lekker over de Gooimeerdijk over de weg! Ohnee, ik was even vergeten dat deze weg bij de tijdrit al een beetje tegenviel en hobbelig was. Aan alles merk ik dat het wat laat is, maar ik heb de spirit er toch weer in. Ik schakel lager en misschien had ik dat eerder moeten doen. De 90 kilometer liggen verder weg dan ik dacht (of dichter bij de fiets-finish, het is hoe je het bekijkt), dus ik moet ook op het pad richting het Kasteel doorzetten. Dat is lastiger, want krapper en drukker.

Ik mopper even op mezelf: had ik daarstraks maar doorgezet en meer gegeten en gedronken. Nu lukt het niet meer. Ik red de 90 kilometer niet binnen 3 uur. Daar baal ik van. Ik vrees dat de halve marathon nu een flinke kluif zal worden. Het is namelijk erg warm en zonnig en dat zijn niet de beste omstandigheden voor mij. Ik zie Rob naast het Weerwater en zwaai naar hem. Ik ben blij hier weer te zijn. Voor het fietsen zat mijn kop er niet goed op vandaag. So be it. En nu door! Ik stap laat af en het is er erg druk en onrustig.

Eerst de fiets wegzetten. Ik wil niet meer hardlopend door de wissel. Snel rekenend moet ik de halve marathon binnen de twee uur lopen en dat gaat me niet lukken. Een dame die me hindert, verontschuldigd zich, maar ze wordt door een official wel even vertraagd om haar helm te controleren. Ik zeg mijn fiets gedag en hobbel onder aanmoediging van AD, die vrijwilligt, de tent in. Dan komt de grote plas eindelijk. Sorry hoor. Ik ga de sokken nu dus echt niet wisselen! Andere schoenen aan, drinken mee en dan de tent uit. Ik ben eventjes de weg kwijt, ik mag hier toch uit?! En dan ga ik rennen. De drukte in.

Let’s go! Ik begin kalm en dat gaat goed. Ik ga verbranden, maar dat zal vast mijn minste zorg zijn morgen. Door het stadion en wat een drukte zeg. Langs de koelte bij het hotel en over de witte brug. Dan begin ik pas echt. Het is druk en onrustig. Ik heb dorst merk ik en ik drink meteen maar veel uit mijn flesje waar twee gels in opgelost zijn. Het is warm. Heel warm en heet. Bij de eerste post staat een knappe kerel die me cola aanbiedt en ik vind het bijna jammer dat ik zelf bij me heb 😉 wat hij gelukkig opmerkt. Ik neem wel gretig een spons mee en knijp die uit. De eerste kilometer gaat (zoals altijd) te snel, maar voelt goed. Ik weet al dat ik dit niet zal volhouden.

Langs de flats waar we geflyerd hebben. Ik lees de teksten op de grond voor Krista die hier straks de hele komt doen. Ook op dit parkoers is het druk. En met al het publiek ook nog eens extra onrustig. We gaan de hoek om en daar staan campers en caravans met luidsprekers. Even verderop staan JvdK en DS: ik mag deze kerels niet zo en terwijl ze mij aanmoedigen denk ik: ik loop hier toevallig wél en zal ook dit afmaken, in tegenstelling tot jullie gewoonlijke gedrag. Dat geeft me elke keer een duwtje in de rug. Daarna de blauwe toejuich-meute. Herrie! De zon is fel en de tweede kilometer is al wat langzamer, maar nog steeds snel. Ik loop richting het heen-en-weertje. Ik neem de binnenbocht en een spons. Het heuveltje op. Ik grinnik om de tekst “heuvel van niks” voor Krista. Er lopen echt hordes mensen.

Sommigen zijn al (veel) verder en wandelen al. Over het nieuwe fietspad in de brandende zon. De derde kilometer lijkt er op qua tempo. Maar dit hou ik dus niet vol, dat voel ik al. 6 Uur en 3 minuten wordt het. Dat weet ik opeens. Dan loopt er iemand tegen mij en mijn horloge aan en ik hoor dat mijn horloge denkt dat klaar is. “Verdomme” zeg ik hardop. Ik druk snel op doortellen, maar nu kloppen de kilometers niet meer. Ik kijk maar naar de eindtijd dan. Liever kijk ik niet. Ik heb veel te weinig speling. Door de zon over het hete asfalt naar de volgende post met sponzen. In mijn rode pakje ben ik duidelijk aan een thuiswedstrijd bezig. Het brugje op en dan pers ik er een glimlachje uit als ik het water zie waar ik vanmorgen nog zwom. Veel lachen doe ik niet vandaag. Meestal lukt het wel, maar ik geniet er niet echt van vandaag. Van mij had het seizoen vorige week klaar mogen zijn. Dan langs het Weerwater terug. Mijn horloge is off-sync en ik kijk maar niet meer naar de kilometertijden. Loop op gevoel. Dat gevoel dat zegt: je verbrand in deze zon.

Er loopt een vrouw naast me die tegen haar fans roept: “Heb ik ooit een hele gedaan, dit is veel zwaarder.” Ik herken het. Er support een Engelse mevrouw met krachtige stem en fijne teksten. Er staan twee kindertjes die roepen: de mama van Vincent. Ik ken ze niet. Hier is ietwat schaduw. Maar de volle zon komt snel weer terug.

Een krappe brug op langs de fietsers en dan naar de volgende post met sponzen. Toen ik fietste zag ik held MD hier helpen, maar nu ontwaar ik hem niet en mis ik hem. Er zijn andere supporters en vrijwilligers die ik ken. Het bos in over het asfaltpad en hier is het koel. Dat is maar heel tijdelijk helaas. Onder de hoogspanningsmasten door is het zelfs nog warmer. Ik vind de tekens op het fietspad van de eendjes en de hoogspanningsmastjes leuk. We komen onder een Red Bull boog door. Mijn bidon is eigenlijk te leeg. Dan langs de Frysmantent. 11 juli volgend jaar: ik dacht het niet! De eerste ronde is bijna af. Ik ga het afmaken, maar het zal niet gemakkelijk worden. De drukte in. Ik vind het leuk dat F me aanmoedigt vanuit de wisselzone: ik vind hem een nare gast, maar waardeer het werk wat hij doet. “Ziet er goed uit Anke” roept hij me na. Een beetje agitatie helpt me wel verder dan alle goed bedoelde aanmoediging. Dat geldt voor meer mensen, maar sommigen weten dat dit een andere wedstrijd is als de vorige. En er staan veel bekenden naast de lijn: KD, die lieve AS en bij de hulptroepen GN en die lieve HOvdL, twee lieve steuntjes. Het doet me ontzettend goed trainer RO te zien: hij weet wat ik kan en dankzij hem zwem ik! High 5! Door het station krijg ik een mondeling duwtje in de rug van de speaker. Er finishen al veel mensen, straks zal het rustiger zijn in mijn laatste ronde. Maar nu eerst de volgende ronde. De hoek om zie ik MB en lach weer omdat ik blij ben haar te zien met haar twee zoons die een halve doen. Jeffrey van de organisatie schreeuwt zijn broer toe, maar die heeft het ook niet gemakkelijk in de warmte. Ik neem soepel de bidon over van Vincent.

Ik wil hem nog zeggen dat de 6 uur het niet gaat worden, maar laat het. Lekker door de koelte. Ik heb het eigenlijk ook hier nu wel gezien. Volgend jaar echt niet meer Almere, te bekend. Ik zie JB, de trainster van anderen: ze duikt elke keer op een andere verrassende plek op met een bemoedigend woord. De man met de cola, de vrouwen in een lange jurk aan de andere kant, het kleine brugje, de eerste post met de knappe man en de sponzen. Weer een stukje verder. Dan langs de flats en ondertussen drinken. Deze bidon bevat meer water. Ik moet er weer van plassen en ontdek dat ik dat ook lopend kan! Beter dan fietsend. Ik klink soppend. Bleh. Vies zeg. Langs de campers, de heren, de aanmoedigersploeg. Ik ben de tel een beetje kwijt: ben ik al op de helft, hoe lang heb ik er over gedaan? Er staan inderdaad witte BMW’s langs de kant als kilometer-paaltjes. Maar ik loop offsync en weet dus niet hoe lang ik over de tien (of 9 of 11) kilometer heb gedaan. Ik zie wel dat ik het net niet zal halen. Misschien kan ik de laatste kilometers nog versnellen straks; met een doel voor ogen alles er uit knijpen? Het seizoen is immers toch voorbij hierna. Dat doet me dromen van op de bank liggen met een boek en chips. Maar nu loop ik nog in de felle zon en doe ik nog een keer het lusje extra. De berg weer op en het blijft toch druk. Een Duitser met luidspreker staat iedereen schreeuwend aan te spreken. Het warme fietspad over.

Dadelijk mag ik omlaag. Ik reken nog even, maar de 6 uurs-grens zal van heel diep moeten komen. Had ik maar harder moeten fietsen, want sneller zwemmen kan ik niet! Ik kijk uit naar de sponzen. Bij het bruggetje staat de oude trainer: nog zo iemand die mij een grijns van ongenoegen ontlokt. Dit mispunt heeft een betere tekst: “Blijf volhouden Anke”. Ja, meer is het niet he. Ik hoor ook Krista in mijn hoofd: blijven hardlopen. Dat is me bij de Frysman ook 3 rondes gelukt en nu moet het ook lukken! Ik zie de fietsers van de hele langsrazen en heb een beetje medelijden met ze: nog een marathon voor de boeg. Nu begrijp ik het, nu ik die afstand ook ooit heb gedaan! Dag Engelse mevrouw (“you are a beast, keep on going”) en de ‘hup-mama-van-vincent”-kindertjes. Er wandelen ook veel mensen en tussendoor knallen de pro’s. Het valt me nu pas op dat dit ook best een hobbelig pad is. Ik krijg al meer last: uitrekenen hoe ver het nog is en hoe lang ik nog loop, lukt al niet meer. De bidon is al weer leeg! Ik ben daar best trots op. Dit werkt wel. Ik ga zoeken waar ik in de derde ronde mijn bidon (tijdelijk) kan dumpen. Bij de Frysmanstand misschien? Officieel mag het niet, maar ik wil zonder bidon op de finishfoto. Sponspost zonder MD en zonder iemand die ik ken. Mijn tempo is er wel een beetje uit.

In het bos zie ik MaBe wandelen. “Kom op, dribbel” roep ik. Hij knikt en zegt dat het te zwaar is. Bij mijn vraag “laatste rondje” roept hij uit de grond van zijn hart: gelukkig wel! Dit zal de enige keer in mijn leven zijn dat ik hem kan inhalen, de lieve snelle jongen. Als we onder de hoogspanningsmasten doorlopen, haalt hij mij alweer in, maar dat vind ik niet erg. ‘Goedzo’ roep ik, maar ik weet niet of hij het hoort.

Er staat een groepje heel raar te dansen, ik moet er van lachen. Dat helpt toch echt. Mijn voeten branden een beetje. Red Bull boog. Frysman tent met vlaggetjes.

Het ziekenhuisbruggetje op en de drukte in. Bij het ziekenhuis is het nog net leuke drukte en AD vanuit de wisselzone schreeuwt me ook een heel eind verder, maar het stadion is echt overweldigend. Dat TL me water geeft en JL daar staat, doet me goed. GN roept: je kunt het wel!

Ik ben altijd blij als ik MB zie, dus ze krijgt een kushand van me 🙂

En dan meer finishers, terwijl ik nog een ronde moet en al die mensen en herrie… Too much. Ik ben achteraf nog blij met de Frysman: rustiger en overzichtelijker. Ik zie Rob niet geloof ik, Vincent staat klaar met de laatste bidon.

Nog 1 ronde. “Ik haal het niet” zeg ik en ik ga door. Ik weet dat het op deze ronde aankomt, maar ik voel ook dat ik er niet teveel van moet verwachten. Witte brug met een motorboot onder me door: voor de laatste keer. Mij zien ze hier niet meer terug. De mevrouwen met de jurken zijn weg, de meneer met de cola nog niet. “Ziet er goed uit” roept ie, maar zo voelt het niet echt meer. Verdorie. Het is rustiger nu. Dag knappe meneer, ik heb nog steeds mijn eigen spul. Als ik een spons aanneem, bedenk ik dat mijn laatste kans om cola van dit stuk aan te nemen, verkeken is. Een aantal (oudere) clubgenoten wandelen met zijn drietjes en ik hoor ze zeggen dat het op deze laatste ronde niet aankomt. Dat klopt ook, finishen zal ik. Rob zei vanmorgen nog: “het enige wat je kan tegenvallen is de tijd.” Als ik langs de flats loop, voel ik een blaar opkomen op mijn teen. Ik bedenk dat het dezelfde teen als die stuk was bij de Frysman, dus dit is minor. Nog 1 keer de hoek om. De moeder van Daan ziet mij niet, de heren zijn weg, een luidruchtig deel van de juichclub heeft pauze. Als ik maar blijf rennen wordt het een PR. Dus ik moet blijven rennen. Ik zie de BMW, weet wat er ongeveer op staat, maar hoe ver ik nog moet krijg ik niet meer uitgeteld. Het lusje rond en ik zie SK wandelend. Ik herken haar en niet alleen aan het rode TVApakje, maar he, ze is een grote vriendin. Haar naam wil me maar niet te binnen schieten. Het hele denken is vervaagd. Sponzen eerst! Blijven rennen daarna. Tri2One coaches eten een salade en dan heeft SK op me gewacht. Ik kan niet met haar praten, ik moet en ga door. Ze blijft in mijn buurt. En ik maar piekeren over haar naam. ‘Ik ga door’ hijg ik.

Het warme fietspad. Ik wil niet meer zoveel drinken nu. Even ben ik totaal de weg kwijt, weet niet meer waar ik ben op het parkoers. Heel kort en heel raar. Ik weet alleen dat ik moet blijven rennen, ook al is dat best moeilijk. Dan zie ik dat het naar beneden gaat. Ga ik nog versnellen, kan ik nog versnellen? Het antwoord is ‘nee’. De hitte is me iets teveel en dat er geen enkel verkoelend windje is eigenlijk ook. Ik vind het wel heel erg jammer, en ik denk nog aan de slogan van de Frysman: “liever dood dan slaaf” en dat ik dan beter kan proberen te versnellen tot ik dood ga, maar ik wil ook geen slaaf zijn van de tijd. Als ik blijf rennen, ga ik voor de PR en voor een tijd onder de 6 uur en drie minuten. Sponzen bij de volgende post! Ik tel even of ik 3 kilometer in 20 minuten kan rennen. Zou moeten lukken als ik me goed voel, maar dat is niet meer het geval en gaat het ook niet meer worden. Het lijkt nog best een eindje nu. En dan weet ik al niet meer of ik wel goed heb geteld of dat ik nog 4 kilometer moet. Het is in elk geval rustiger. Langs de flats. De engelse mevrouw staat er nog, de kinderen zijn weg en ik blijf rennen. Ik besef me dat mijn beentjes het maar blijven doen, dat mijn hoofd vandaag de achterblijvende factor is. Dat geeft me wel weer wat trots.

Witte bruggetje over en dan de 1% onverhard over het mulle zand. Een kort moment denk ik aan Joyce die vandaag haar langste trail loopt. Ik doe deze halve triatlon ‘alleen’. Mijn dikke loopvrienden Joyce en Manuel hebben hun eigen bezigheden. Gelukkig brengt dat Rob en Vincent dichter bij me. De laatste post is me erg druk, maar ik drink wel cola nu. Er hangt een bel voor de laatste ronde en die klinkt veelvuldig nu. Ik ben dus niet de laatste! Ik ren door het bos en vaag denk ik: voor de laatste keer. Teamgenoot RW komt langsgelopen, hij zegt me: ‘hou vol’. Hij moet zelf nog iets langer volhouden voor de marathon. De dansers zijn weg, de bliksemschichtjes vallen me op (dag-dag) en dan zie ik KvH met haar kind. Lief! Zij krijgt mijn bidon, bij haar wil ik ‘m graag ophalen. Ik ga lachend onder de Red Bull boog door en raak de Nepal vlaggetjes van de Frysman aan. De zwemdemonen zijn overwonnen vandaag. De ziekenhuisbrug over en ik hoor Vincent.

Ik zie de tijd wegtikken. Vlak voor het ziekenhuis zijn de 6 uur om. Ik baal er enorm van en huil er 10 tranen om.

Ik vertraag want nu maakt het niet meer uit en ik moet het even weer oppakken. Ik ren door en Vincent rent mee. Da’s fijn en pijnlijk tegelijk. Het stadion in met een gevoel van verlies. Ik kan wel beter lopen zonder bidon, maar ik knijp enorm. Wisselzone-vrijwilligers AD én F staan me vanuit de wisselzone aan te moedigen. Ik grijns weer.

Ik neem niks meer aan, kijk om me heen en dan ga ik ook over de finish. Ik ben toch weer onwijs blij en juich en schreeuw de emotie er uit.

Ik zie Rob in de verte en voor me staat Sanne. Zij was jurylid en mag achter de ‘coulissen’. Ze vangt me op.

Ik ben blij en verdrietig tegelijk: 6 uur, 3 minuten en 15 seconden. Een verbetering, maar net niet genoeg. Zo blij over het zwemmen, balend dat het fietsen niet genieten was, oververhit van het lopen en ik voel me smerig.

Sanne neemt me mee, Vincent en Rob knuffelen me naast de kant. Ik ben ook wel weer blij, maar ik heb te weinig genoten. Het zit er op, dit seizoen. Ik krijg een finishers t-shirt en breng dat naar Rob en Vincent. Misschien zie ik ze dan pas weer? Heel precies ben ik deze momenten kwijt: van vermoeidheid en de prestatie die ik heb geleverd weet ik achteraf niet meer of ik heb gejuicht en in welke volgorde ik wie zag en wat ik zei. Ik ben blij met Sannes steun. Ik heb hoofdpijn en ben een beetje wankel. Ik pak Robs telefoon aan, want de mijne is bijna leeg. Nog 1 klein verbeterpunt: we moeten laadblokjes meenemen op zo’n dag! Er is veel te eten, maar ik heb niet veel belangstelling, alleen voor de pennywafel. Die zijn zo symbolisch voor dit jaar! Ik at ze nooit, maar bij Civity per pakje en ik ben er aan ‘gehecht’ geraakt. Iemand zegt me gedag en even herken ik de wedstrijd-angst-coach niet. Ze heeft me wel geholpen vanmorgen eigenlijk!

Ik hou mijn medaille vast. Ik ga naar binnen om ‘m te laten graveren. De meeste mensen hebben sneller gefietst en gelopen dan ik. Da’s niet gemakkelijk te verteren. SK (ik heb haar naam weer te pakken!) komt bij me en zal me naar de tassen en douches loodsen. We halen de tassen en het gaat alweer iets beter. Ik ben moe en vies. Bij de tassen staat trainer RO. Goed hem te zien! Hij vraagt hoe het ging en ik jubel dat ik zo goed gezwommen heb. Hij heeft van anderen ook een welgemeend bedankje gekregen. Ik hoop dat hij training blijft geven, anders ga ik misschien ook wel weg. Alles goed en wel, maar ik wil nu een douche (en een boek op de bank, maar die moet wachten). We gaan met de lift en ik ben blij dat SK erbij is. We kunnen snel doorlopen en hebben met een Engelse erbij een meidendouche. Rommel uit en in een grote zak. Na SK spoel ik me af. Ik ben verbrand in mijn nek. En mijn voeten doen pijn. En mijn kuiten ook trouwens. De douche doet me goed. Wat nu? Ik stuur Rob een bericht voor de schoenen, want ik loop op slippertjes. We wisselen tassen uit. Op de slippers zal ik naar de massage gaan. Daar tref ik MW, die op mij mag ‘oefenen’. Het maakt me ook niet zoveel uit. We kletsen even en het helpt enorm dat ze mijn kuiten losmaakt. Het is wel een karwei geloof ik, maar de grootste drukte is geweest.

Op de TV zie ik Yvonne van Vlerken finishen. Dan zie ik RW langskomen op krukken! Ineens is mijn tijd best relatief, want hij heeft het dus niet gehaald en heeft ergens in de marathon op moeten geven – en hoe. Ik moet voor 5 uur mijn spullen halen. Maar even losmasseren is ook lekker! Het is half 5 geweest en ik wil naar Rob en Vincent. De telefoons zijn aardig aan het leegraken. We gaan nog mensen opvangen, dus op en neer naar huis zit er niet meer in. Dan zie ik dat het buffet geen rij meer heeft. Als ik er langs loop, schreeuwen de frietjes me luid toe. Samen met SLB en MoBB eet ik kletsend mijn bord leeg. Deze twee supermeiden hebben net de eerste MD (middle distance) achter de rug. SLB net onder de 6 uur en MoBB net boven mijn tijd. Dan ga ik de triatleten area uit en ga ik doen wat ik al lang wilde doen: naast Rob zitten bij het Weerwater. En dan bedoel ik: iets wat ik al weken wilde doen! Helaas heb ik niet echt rust. Vincent haalt mijn sokken, maar we vinden het paar steunkousen van vanmorgen. Ook niet verkeerd. Ik haal mijn fiets en spullen. Ik lever de chip in. Kwebbel wat en mijn fiets moet in de auto. Fietsenrek ligt nog thuis. Nu maakt het niet meer zoveel uit, wiel eruit en het past. We moeten telefoons bijladen, dat kan voor een euro. Die hebben we niet. We gaan die van iemand lenen. Zo komen we de een na de ander tegen die ik even moet vragen hoe het was, hoe het ging, te woord staan. De moeder van vier kinderen heeft het gehaald. Daar loopt een trotse MaBe met zijn moeder, die ons de euro leent. Dan wil Vincent iets eten en lopen we naar de snackbar. Daar is MB weer met die lieve zoon van haar en ze zijn allebei zo terecht trots. We willen Krista en LM op de hele binnenhalen of aanmoedigen. En zo staan we een tijdje te wachten in het stadion. Ik heb hoofdpijn en ben best moe. Ik moedig Krista aan voor haar laatste ronde: zou ze haar tijdsdoel van 11 uur halen? Wat is ze sterk! Er zijn anderen die ik langs zie lopen die ik ken. MSch loopt ook nog steeds, zonder noemenswaardige training voor de hele. Ik geef HB-The Last Man Standing nog een dubbele high5. Als hij finisht, ben ik al thuis. Het is tellen en wachten en dan krijgt LM nog een high 5 van Vincent en is hij als tweede in zijn categorie binnen.

Het is wachten en tellen tot Krista er is. Net over de 11 uur heen, maar in haar categorie op alle fronten de snelste.

Toen konden we – na 12 uur rondom de Challenge Almere te hebben vertoefd- eindelijk naar huis. Via de snackbar voor een welverdiende hamburger! Ik heb verder weinig trek. Ik ben behoorlijk moe.

Het zal nog even duren, voordat ik besef dat ik helemaal geen 3 minuten ‘te langzaam’ was, maar 7 minuten sneller dan vorig jaar op exact hetzelfde parcours! En dat die winst volledig in het zwemmen zit, is toch wel ongelooflijk, want die weg was het langst! Die overwinning is de grootst denkbare.

Eigenlijk is het ook niet gek dat mijn hoofd moe is nu ik net een nieuwe baan heb. En Vincent naar de brugklas gaat. Er is veel gebeurd in dit jaar. En nu kan ik even rust nemen. Na een jaar met daarin een hele triatlon, een halve triatlon en heel veel trainingen, is het nu tijd voor heel veel M&M’s, slapen en lekker werken.

Categories: Geen categorie | Leave a comment