2020-07

Maandag 2 maart.

Ik hoeft niet veel te sporten. Wel mag ik lekker een half uurtje yoga-en of Pilates doen. Ik zoek vandaag een Pilates uit, gepresenteerd door ene Sean Vigue uit Amerika. Hij zit op zijn balkon en is mij iets té Amerikaans. Iets té populair. Iets té druk. Ik doe de oefeningen wel netjes mee, maar iets minder goed en popiejopie dan Sean. Ik merk wel dat het steeds iets beter gaat met rekken en strekken. Dat is dus mooi meegenomen!

Dinsdag 3 maart.

Ik heb vorige week genoeg gewerkt om vandaag eerder weg te gaan. Ik wil om 4 uur weg en dan mijn eigen rondje gaan lopen. In het licht. Het wordt half 5 voor ik buiten sta. Ik moet even wennen en ga dan een half uur in zone 1 lopen. Niet mijn favoriet. Verre van mijn favoriet. En het lukt dan ook niet. Mijn hartslag en mijn tempo kunnen het niet eens worden.

Ondertussen app ik met mijn collega(‘s), met Vincent, met Rob. Dat lukt namelijk wel bij dit tempo van niks. Ik hobbel tussen de snelweg en het Kromslootpark door. Ik neem een klein ommetje en dan ga ik de dijk op. Richting Almere Haven. Ik heb gelukkig wind mee. Ik mag gelukkig ook door naar zone 2. Maar helaas doet dat aan het tempo weinig af. Het gaat nog steeds niet zo snel. Ik geniet er wel van, nu ik niet het idee kan hebben dat ik iemand in de weg zit. Geen Manuel, geen Vincent-niemand die zich voor mij moet inhouden.

Ik hobbel rustig door en denk er maar niet aan hoe lang ik eigenlijk nog moet. Ik weet niet zeker of ik het surfstrandje haal en ik denk dat de dreef te kort wordt (en dat is ook saai), dus ik ga ergens midden de wijk in van Almere Haven. Lef hebben he! Ik verdwaal dan ook een beetje en loop net anders als ik had gewild. Bij het hoekje wat ik van d Apres-Ski-Run ken, kom ik uit. Dan ga ik teruglopen naar het werk.

Eindelijk mag ik even in een iets hogere zone. Ik tel mee en loop eindelijk lekker en op een lekker tempo. Ik merk al heel snel dat mijn route te kort is. Dus ik loop nog een extra blokje en nog twee keer tel ik lekker mee tot 200. Dat zijn 4 minuten bij mij, gek genoeg. Ik hobbel onder de A6 door en dan ziet het erg donker. Qua wolken dan. Ik maak rustig de 13 kilometer vol. En ben dan erg blij dat de schoonmaker er nog is, zodat ik nog gebruik kan maken van het toilet!

Vincent heeft bedisseld dat ik met hem mee ga fietsen als hij zijn hardlooprondje moet lopen. Wanneer hij ‘s avonds klaar staat, begint het te regenen. Hij mag drie keer een kilometer hard. Ik ben op de fiets en houd hem bij gelukkig 😉

Het zwemmen haal ik niet door het fietsrondje. Dus ik stap thuis over naar de Tacx. Met de nieuwe aflevering van Outlander. Dit is niet mijn aflevering, het is een beetje somber en donker allemaal. Onheilspellend. Ik fiets gewoon rustig door. De uitleg van d aflevering pak ik ook nog mee en zo heb ik op een avondje met een half uurtje eerder weg van het werk, toch 3 uur bij elkaar gesport. Dat is voor mijn collega lastig te begrijpen. En al helemaal dat ik daarvan het grootste deel buiten heb doorgebracht.

Woensdag 4 maart. Ik werkte de hele dag. Tot kwart over 5. Dan rij ik rechtstreeks door naar het zwembad. Ik ben een beetje moe en hoeft niet voorop te zwemmen van mezelf, maar de rest twijfelt net zo lang tot ik het voortouw weer neem. We deden oefeningen met 1 arm en ook benen en rug en heel rustig zwemmen, maar toen liet ik IS lekker voor. Alleen het einde deed ik even zonder achtje. Ik heb wel mijn record ‘weinig-slagen-naar-overkant’ gebroken en teruggebracht naar 16 slagen.

Donderdag 5 maart. Iets eerder gestopt op het werk, zodat ik goed kon eten. Dat voelde ik wel op de baan, want het ging soepeler als voorgaande weken, terwijl het weer niet echt meewerkte met regen en koel. We liepen in en ik liep te kletsen over het dieet. Eigenlijk zijn het dan allemaal schatten! Op de baan kondigde de trainer aan dat we 4 keer 6 minuten gingen lopen “op een net comfortabel tempo”. Dat klinkt prima en ik vond het ook heerlijk dat we de loopscholing oversloegen. Na 6 minuten hadden we anderhalve minuut loop-dribbelpauze. Een half uur dus. “Hou wat over, want daarna doen we nog een kilometertest”, zei de trainer erbij. En dat had hij van mij niet hoeven doen… De eerste 6 minuten liep ik mee te kletsen. Toen wandelde ik vooruit en daarna ging ik zelf lopen. Dat punt zoeken dat het nog net comfortabel is. Het voelde goed allemaal.

Ondertussen liep ik de piekeren over die kilometertest. Ik vind dat zo verschrikkelijk! Met die groep lopen… Iets moeten ‘presteren’… Ik haat het. Ik liep op de lange afstand steeds iets verder uit, maar sprinten op een kilometer…. Ik vind het echt niet leuk. In de laatste 6 minuten besloot ik het niet te doen. Ik hoeft niets te doen wat echt niet goed voelt voor mij. Dus ik zei tegen de trainer dat ik zelf wel een extra rondje liep. Inmiddels regende het hard, maar daar geef ik niet om. Ik liep nog altijd in 5:09 en dat voelde ook prima. Ik liep de 10 kilometer vol in een dik uur.

Vrijdag 6 maart. Ik ging op de ATB naar Joyce toe. Rustig aan. Eerst onder de bloesems die er bijna zijn door en dan de Trekweg. Fietsen is gemakkelijker dan hardlopen, en dezelfde route als vorige week voelde een stuk gemakkelijker! Ook omdat de weegschaal me heel blij heeft gemaakt en ik de blauwe druifjes in mijn bloembak al heb gezien. Ik fietste rustig langs de boten naar Joyce toe. We legden mijn fiets in haar auto en reden naar Pampushout. Joyce mag 3 kilometer rennen vandaag. En ik mag mee. Zij weet een mooie plek. En dat was het! Bos, halfverhard pad, windmolens, water en een scheepswrak.

We kletsen. Natuurlijk. Het liep niet heel soepeltjes, maar het mocht dan ook niet snel! Hoefde ook niet. Na 3 kilometer WANDELDEN we terug naar de auto. Toen pakte ik mijn fiets en ik ging over de dijk terug naar huis. Dat moment dat je de dijk opdraait, de golven ziet en de windrichting en dat je dan weet: de hele dijk wind tegen! En niet zuinig ook. Dat wordt ploeteren. En daar kun je dan van balen, maar ik accepteerde het. Langs de windmolens die ontmanteld worden. Op zoek naar het begin van de IJmeerdijk. Het einde van de 27,zoveer kilometer lange Oostvaardersdijk.

In stukjes opdelen. Kijken naar de huizen in de Noorderplassen. Langs de Bloq. En dan naar huis. Het tempo zal me wat! Dat ligt laag. Maar het is de opgegeven focus-rit die ik van mijn schema moest doen.

En dan de Oostvaardersplassen door als er een waterig zonnetje doorkomt. Ik genoot. Tot in mijn tenen. Van al dat water. Het is drassig. Vreselijk drassig. Ik vind het zelfs jammer dat ik wind mee heb en het tempo daardoor hoger ligt. Tegen het einde van het fietspad ligt er aan beide zijden van het fietspad moeras. Dan voel je de polder! Thuis ben ik gaan bij-eten en -drinken. Zodat ik morgen in de heuvelige Ardennen kan lopen.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-06

Een week waarin dingen wel goed gingen en dingen niet zo goed gingen!

Laten we bij maandag 24 februari beginnen.

Ik ging lekker fietsen – binnen.

Een andere manier om de TV serie te kijken kan ik namelijk niet verzinnen.

Ik trapte lekker door, maar niet langer dan een uurtje hoor!

De dinsdag de 25ste moest ik lopen

Maar dat mocht ik hopen

Ik kwam meer vooruit gekrópen

In plaats van 6 keer 10 minuten was het na 4 keer afgelopen

En ben ik samen met Vincent naar huis afgedropen

woensdag 26 februari was een drukke werkdag

en daarvan was ik zo van slag

dat ik mijn horloge over het hoofd zag

Ik zwom toch iets te hard vooraan

terwijl we elke 2 minuut 5 moesten gaan

kwam ik op 1:55 al aan

en de rest moest achter mij aan!

Al met al toch maar weer gedaan

Donderdag op de baan iets doen met hardlopen voor de gezelligheid

Maar ik ben het tempo wel aardig kwijt!

Dat diëten en hardlopen niet samengaan is een feit.

Terwijl ik mezelf over de baan heen strijdt

Volbreng ik al kletsend heerlijk de tijd

En daarvan heb ik niks spijt!

Vrijdag 28 februari is een ander verhaal

En is er toch ruzie met de weegschaal

Die gaat met de kilo’s aan de haal

Maar geeft me ook extra kwaal

De energie is veel te laag

Zo op een lege maag

De hartslag hoog, het tempo traag

terwijl ik me kilometer na kilometer afvraag

Komt dit nog goed vandaag?

Het gaat een stukje beter

Samen met Joyce twee kilometer

We kletsen nog wat langer door

Toen ik het contact met mijn horloge verloor

Maar nog wel naar huis dribbelen hoor!

Want al die kilometers maken gaat voor.

15 kilometer in een kwartier of zeven

Waar-o-waar is de snelheid gebleven?!

‘s avonds na het werken in de middag nog even wat rust

en met een half uur yoga & strechting & cats in slaap gesust

Zaterdag voelde alles weer beter

Want dan hardloop ik geen meter!

Ik zwem echter wel 3 kilometer

Adem op 1 op 3 en voel me weer een beetje beter!

‘s Avonds ga ik nog even fietsen op de Tacx bij de TV

En pak ik nog een uurtje sporten mee

Ik kijk een aflevering of twee

en na 55 minuten werkt de Tacx ook nog eens mee!

En zo stemt de extra dag in 4 jaar me tevree.

Op zondag 1 maart mocht ik achter Vincent aan

Die nog langs de berg moest gaan

Ik deed lekker rustig aan

En ben maar 2 keer bovenaan

Toen Vincent 16 keer de trap op ging ben ik spontaan

een extra stukje door het bos gegaan

De wind was flink, maar niet onaangenaam

Na bijna 6 kilometer in iets van 40 minuten waren we voldaan!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-06

Yoga with Adrienne!

Maandag 17 februari. Lekker yoga-en! Ik vind het best lekker en nu heb ik een rustige yoga voor runners. De spieren worden flink opgerekt, maar het is niet heel erg vermoeiend. Ideaal voor het slapengaan! Het werkt al goed met het lijnen, want mijn rusthartslag is weer onder de 50 gezakt. Ik slaap beter en ik voel me (over het algemeen) een stuk energieker.

Dinsdag 18 februari. Ik ging lekker mee zwemmen. Het was met net iets te druk in baan 3, dus ik voegde me in baan 2. Het was wat onrustig. Ik zwom veel in, met achtje. Toen moesten we elkaar inhalen. Dat is wel leuk, maar het ligt er enorm aan hoe langzaam de eerste is. En als MW vooraan zwemt, is het gemakkelijk. Ik was als laatste, dus ik had al 500m rustig gezwommen zonder achtje. Ik haalde in met achtje. Dat was even leuk! Toen moesten we benen doen en dat vind ik niet leuk, maar ik kan het best – als ik wil. Daarna moesten we rustige dingen doen. Ik zwem dan kalmpjesaan voorop. Beetje saai. Toen deden we nog wat sneller werk en dat is wel aardig. Daarna was mijn energie een beetje op. Maar dan toch proberen een steigerun (versnelling) zonder achtje te doen…. Uitzwemmen ook zonder achtje. Toch maar mooi gedaan!

Woensdag 19 februari. Dagje vrij en rust en dat moest ik maar even nemen. Ik bleef wat langer liggen, ik deed wat huishouden en ik ging Vincent halen van het logeerpartijtje. Toen kwam een memorabel moment: Vincent ging met mij meelopen!

Voor hem zone 2, voor mij zone 4. Ik moest 10 minuutjes inlopen en daarna 5 kilometer op 5:30. Ik had mijn horloge ingesteld tussen de 5:20 en 5:40. Na een kilometer of 3 kreeg ik het best zwaar met net iets te weinig op en Vincent die zo vervelend gemakkelijk naast me loopt en ik die niet terug kan kletsen terwijl we onverhard lopen. Maar ik hou het gewoon vol! Uiteindelijk doe ik er iets van 27 minuten over, over de 5 kilometer. We dribbelen naar huis, maar dat is niet meer zo ver gelukkig.

Daarna ga ik uitfietsen. En dan lonkt de racefiets me. Het is de hele middag droog geweest, het is lekker weer en ik wil zo graag…. Zal ik? Even later zit ik op mijn racefiets. Het bijkt kouder dan ik dacht. De wind valt even tegen. Dat heb je niet op de Tacx. Ik fiets niet zo snel. Maar ik geniet met volle teugen! Ik droom alweer van rond de plas fietsen en van lange tochten. Maar nu heb ik genoeg aan het zonnetje. En aan het ontwijken van klei en plassen. Het is ook gewoon maar uitfietsen. Een half uurtje. Heerlijk! Ik maak de fiets ook maar meteen weer schoon.

En dan… door naar het zwembad. Ik ga niet hard. Ik ga in baan 2, terwijl Vincent in zijn eentje les krijgt. Ik zwem voorop in het begin, daarna neemt iemand anders het over. Vind ik prima! Ik zwem met achtje, de versnellingen gaan me niet zo goed af. Ik heb weer eens alle drie ‘mijn’ sporten op 1 dag gedaan!!

Donderdag 20 februari. Moe van het werk en enorme buien. Gaan we naar de baan of niet? Op tijd gegeten, maar het moet wel leuk blijven en dan begint het zo hard te plenzen dat het door alle kieren onder de overkapping komt en we gaan niet. Dan maar op de Tacx. Vincent gaat eerst een half uurtje. Daarna mag ik. Ik weet niet precies hoe lang ik zal gaan, maar de Tacx werkt mee en ik heb tegen Vincent gezeurd over de cadans, dus ik ga ook maar naar de cadans kijken.

Ik hou ‘m een half uur boven de 90. Dat is echt veel voor mij. Ondertussen kijk ik naar de Engelse moordpartijen in kastelen. Na het half uur ga ik een cadans aan boven de 70. Dat is nog goed te doen. Na een uur wil ik de 30 kilometer volmaken en doe ik 3 keer 1 minuut op hele hoge cadans en hoog tempo en 1 minuut rust. Het lukt me goed vanavond! Daarna ga ik lekker in bad. Nadat Stekker eerst (onbedoeld) in het water is gesprongen.

Vrijdag 21 februari. Ik zou met Vincent en Manuel gaan lopen. Eventjes inlopen en dan dribbelen. Gewoon rustig op en neer naar de dijk en door het bos. Ik wilde Vincent het bos laten zien. Vincent loopt echter na 400m te huilen van de pijn in zijn bovenbeen. Die moet terug naar huis en ik ga met Manuel verder.

Ik wil wel iets harder, maar het hoeft niet. Ik heb dan ook maar 1 cracker en 1 ontbijtkoekje op bij een glas melk. We kletsen lekker bij en worden ook nog eens ingehaald! We hobbelen naar de dijk. Daar maak ik een fotootje. En dan weer terug door het bos. Ik voel me wel steeds iets minder en mijn hartslag is behoorlijk hoog voor het trage tempo. In het bos wordt het erger en ik krijg last van onrust, vermoeidheid en tunnelvisie. In de verte weet ik dat ik moet eten, maar ik klets door over andere dingen en stel de reserve-gel nog even uit tot 7 kilometer. Achteraf veel te laat! Het werd steeds moeilijker, maar ik kon nog prima kletsen. Na een kilometer of 9 vloeide alle energie eruit en was het omhoog vechten tegen de brug op en door watten lopen. Mijn hartslag lag onwaarschijnlijk hoog. Ik wist het wel, maar ik kon alleen maar naar huis lopen. De laatste kilometer ging echt door stroop, maar ik moest natuurlijk wel de elf kilometer vol lopen!

zaterdag 22 februari. We hebben afgesproken met onze trainer, Vincent en ik. Zijn been is weer genezen: het was toch een dag een verrekt spiertje. Het is geen lekker weer, dus we doen een regenjasje aan. We spreken af bij het huis van de trainer, want hij heeft geen auto. Mij maakt het niet uit, ik zie toch wel op tegen een heuveltraining! En zeker nu het net niet mijn dag van de maand is. En ik (daardoor ook?) vrijwel niets ben afgevallen -grmbl. Maar dan tel ik over twee weken en dan ben ik weer best tevreden, haha. Ik voel me beter – meestal- en dat is het belangrijkst! We gaan vanuit de achtertuin lopen en lopen rustig in door de wijken van Lelystad. Wat een doolhof! Het tempo is zelfs voor mij wel prima. Gelukkig heeft Vincent nergens last van en kwebbelt hij weer als vanouds. Dan komen we bij het spoor en we moeten alle trapjes op; “fel de trapjes op” en dan naar beneden wandelen. Die dingen zijn glad en… het zijn er veel.

Na 3 of 4 stuks begin ik de vragen hoeveel nog, maar dan zijn we er ‘nog lang niet’. Tjeempie; ik had al weinig zin…. Gelukkig regent het niet! Maar het is wel modderig. Niet dat ik daar om geef. Er is nog 1 lange trap en die moeten we drie keer op en af. Omdat het moet dan. En dan lopen we weer verhard verder. Het is niet zo dat ik al zin heb gekregen, maar ik heb ook geen tegenzin, ik hobbel gewoon mee. We moeten een brug op versnellen. Natuurlijk kan Vincent dat veel beter dan ik! Hij loopt als een jong hertje omhoog en ik hobbel er als een oude roze taart achteraan. En nog een keer en nog eens. En dan hobbelen we door naar de volgende brug. Even hebben we wind tegen en dat vind ik dan weer leuk! Weer ‘n brug. Omhoog hard en als het kan nog ietsje versnellen. Ik kan dat niet zo goed (vandaag). Maar ik dóé het. En nog een keer en nog een keer en nog een keer. De laatste keer lukt het een beetje.

Dan gaan we rustig uitlopen. Nog een rondje tussen de scholen en de scouting door. Het tempo is maar niks, maar dat komt door al die trapjes. Het uitlopen gaat ook zo rustig dat ik het kan bijhouden. En dan is het uur voorbij en gebeurt er iets wat ik niet snap: de heren stoppen met lopen! We zijn nog niet terug toch? Dus ik loop/hobbel gewoon netjes door tot de achterdeur. Het is de hele tijd droog gebleven.

zondag 23 februari. Ik moest vroeg opstaan. Heel vroeg. Net als eind vorige maand gingen we met een groep trail lopen. Was het vorige keer nog heerlijk weer, deze dag belooft regen. Wind. Storm. Ik kon met iemand meerijden. Anders ga je toch minder snel en blijf je misschien wel liggen… Of het kwam omdat ik in de auto mee kon kletsen, omdat het een klein groepje was of omdat ik me vandaag nergens voor hoeft te bewijzen: ik zal maar met de deur in huis vallen: in maanden heb ik niet zo lekker gelopen! Op de parkeerplaats bij het Nationaal Militair Museum was het koud. En nat. Ik was al doorweekt binnen 3 minuten. We gingen gelukkig snel op weg. Voor de 18 kilometer waren er maar 6 mensen! De 12 en 21 kilometer waren populairder vandaag. Ik ging door de plas heen. Natte voeten krijg je toch. En daar geef ik niet zo om. Dan de startbaan op. Ik had me hier weken op verheugd en nu liep ik daar met windkracht 6 tegen en windvlagen van windkracht 10. In de regen die aanvoelt als hagel. Alles wat nog niet nat was, werd het toen wel. En ik GENOOT. Laat de wind door me heen waaien! Laat me vals zingen “I Will Fly, Chase the Wind and Touch the Sky”. Ik kon er geen genoeg van krijgen.

Ik filmde de rest even en werd ingehaald door de 21km-groep, maar het gaf me niks. Dat je geniet van het puntje van je (natte) neus tot in je (natte) tenen. Kou, sneeuw, hitte; allemaal gezien op deze startbaan, maar storm nog niet. Ge-wel-dig. Laat die wind alles maar wegwaaien, door mij heen! En ik constateerde verbaasd en tevreden dat ik nergens last van had: geen enkel pijntje, geen moppergedachte, geen moeite. Er waaide alleen maar geluk door mij heen. Dat ben ik maanden kwijt geweest. Ik juich niet te vroeg, want dat durf ik niet, maar het voelt echt wel tof! De eerlijke gedachte: ‘als je bij windkracht 5 door de golven kunt zwemmen, dan kun je ook tegen de storm in lopen op de startbaan’ drong zich op en zette zich vast. Niks is meer moeilijk als je je grens hebt opgerekt. Dat heb ik van PL ‘geleerd’ en vandaag drong het eindelijk in het positieve tot me door. Hoewel het gevecht tegen de elementen me wel ligt, is het ook wel lekker als de wind even wegvalt! Dan langs de hangars van de eerste 5 kilometer-wedstrijd naast PjN en de 21 kilometergroep loopt door. Met dit weer moet je zo min mogelijk stoppen en doorlopen om niet af te koelen. Ik fotografeerde wat.

Het enige moeilijke is om een natte telefoon op fotostand te zetten. Toen gingen we de onverharde paden op. Het is toch een trail he. Weer merkte ik dat mijn tempo niet hoog, maar compleet moeiteloos was. Omdat ik niks hoefde van mezelf.

Facebookpost van de organisator. Guess who zich weer een kind voelde!

Door de plassen heen. Dat vond ik niet gek, maar de rest moest er erg om lachen. We gingen over de spoorbrug en toen bleven er 5 mensen over van onze groep onder leiding van PL: een oude kennis EM en haar loopmaatje F en hun vriendin en de chauffeur van de dag PB. Ik kon PL wel bijhouden en ik liep lekker tussen de bomen door te genieten. Geen geleuter, gewoon kijken en het bos indrinken. Voor later als ik het eens nodig heb. Lekker doorlopen. De smalle paden over de stuwwal omhoog en omlaag waren prachtig. Onnederlands. Ik liep achterop en het ging zonder moeite. Ik maakte me zelfs geen zorgen over de kilometers die nog moesten komen! Ineens waren we op 7 kilometer bij de post. Er was een klapperend dek en thee. Ik dronk wat thee en nam een gelletje. Kreeg er een mooie tip bij kado van F.

Toen kwam de andere groep en dan wordt het alweer druk en ik kreeg het koud. PL begreep de hint en wij gingen weer verder. Even ‘au’ bij het opstarten en dan de prachtige paden weer over. Echt zo heerlijk! PL loopt voorop, daarna ik of EM en F en PB blijft wat achter, maar niet te ver. Het is echt mooi. PL heeft een zesde zintuig voor prachtige single-tracks. We kwamen bij de Soesterduinen en ik herkende het zowaar. Zelfs in de duinen ligt water.

Gelukkig hoefden we niet over het zand en PL legde uit dat het echte stuifduinen zijn ontstaan door turfwinning in de middeleeuwen met aangelegde stuwwallen door de boeren om hun grond te beschermen. Heerlijk, zo’n meelopende encyclopedie als gids! En dan ook nog zo’n aardige loper. Ik vond het tempo wel prima en ik dronk ook redelijk netjes, maar ik vond het ook even gezellig om achteraan bij PB te gaan lopen. We hadden het over het hebben van 1 kind toen we aan de achterkant van Soest langs liepen en over voeding. Zij heeft de halve marathon in Eindhoven gelopen. Het maakt me niet uit hoe lang ze er over deed, ik was vooral blij dat ze het leuk had gehad, dat ze alleen de laatste 3 kilometer wat zwaar vond en dat ze genoten had. We liepen een werkelijk prachtig smal paadje tussen de bomen door. Heel dicht bij de natuur: letterlijk en figuurlijk.

We kwebbelden weer verder en toen moesten we het zand wel even over. Ik dacht (voor de tweeduizendste keer ongeveer) aan Joyce die helaas niet mee kan lopen. Ze zou het fantastisch gevonden hebben, maar nu genoot ik voor ons tweetjes. We zaten al op iets van 14 kilometer en ik was het nog steeds niet zat en er was nog geen onrust of pijntje te bespeuren. Het enige lastige dingetje was dat een vrouwending erg zwaar en doorweekt werd. We kwamen weer in de buurt van de basis en ik weet nog heel goed hoe lyrisch PL was over dit stukje ooit, terwijl ik daar niet eens eerder met hem gelopen heb. We liepen over het land van Paltz en mochten toen het landgoed op. Ik genoot gewoon met volle teugen – nog steeds. Ik dacht echt dat er geen verrassingen meer waren, maar toen leidde PL ons naar een ‘kluizenaarsgrot’. Er lag een doolhof omheen waar ik werkelijk doorheen huppelde alsof ik nog geen 17 kilometer gelopen had en niet voor de derde dag op rij aan het rennen was. De hut was geweldig, al was het wel gemaakt.

Toen moesten we verder en maakten we een ommetje wat ook nog leuk was. PB ging alvast in het huis naar de toilet, maar wij liepen onder een bomenrij door en langs kunstkippen naar het huis. In het huis was het warm en het was er druk met een kinderfeestje. Ik ging maar niet naar de WC, teveel afstroopwerk. Ik keek de kunstwerken en ik raakte in de ban van Alfred J Kwak en zijn olympiade.

Ik vond de VHSen prachtig en zwierf even rond. Toen kwam de 21km groep ook en we gingen ongeveer gezamenlijk weg. Dat was even kil opstarten, maar heel ver was het niet meer. We gingen nog door de kuil en ik bleef even vrolijk meekletsen. Ons groepje hoefde duidelijk niet zo snel. De berg op was even doorbijten, maar ik stop pas als ik boven ben, niet als de 18 kilometer erop zitten of als ik moe ben. Door naar de parkeerplaats en toen moest ik nog 150 lopen op de parkeerplaats en had ik volkomen moeiteloos 19 kilometer gelopen. Angstaanjagend moeiteloos gezien de natte, stormachtige omstandigheden. En ik was niet eens echt verkleumd. Het was gestopt met regenen. Ik had niet mijn hele liter sportdrank op, maar ik had ook geen trek. In de auto kleedde ik me om en toen was ik om 1 uur weer thuis. Ik heb geen blaren van de natte voeten, niet eens echt moe of hongerig of koud, maar ik heb wel wat schaafwondjes van de hartslagmeter en bij mijn benen. Verder niks, alleen allesoverheersende tevredenheid. Geen idee wat er is gebeurd, maar ik zeur er niet om. De motivatie-dip is met de regen verdwenen. Tegen de elementen in ben ik in mijn element!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-05

Maandagen zijn rustdagen. Dat staat met hoofdletters in mijn schema. Ik mag met Vincent meefietsen en yoga-en. Dus ik ga maar yoga-en. 25 Minuten lang. Ik ben begonnen met diëten. Hoe het komt dat ik lekker slaap weet ik dus niet zeker: door de yoga, het uitbannen van suiker of omdat ik moe ben van de werkdag!

Dinsdag 11 februari. Ik ga fietsen in plaats van zwemmen. Kost iets minder reistijd. Ik zit in de stormachtige wind onder de overkapping een serie te kijken over kastelen.

Ik moet 3 keer 20 minuten: zone 1, zone 2 en zone 3. Halverwege zone 2 gebeuren er twee dingen: de tacx gaat meewerken en ik kan opeens veel harder trappen en daarna valt de stroom van de computer weg en kan ik niet meer trappen. 5 Minuten later ligt de computer aan de lader en ga ik weer verder. Ik hou me netjes aan de opdracht en voor het eerst in tijden vind ik de Tacx weer eens best leuk. halverwege zone 3 gaat de Tacx weer meewerken. Het levert een spannend plaatje op:

12 februari. Op mijn schema staat dat ik alleen maar hoeft te gaan zwemmen, maar ik doe aan een dieet. Ik eet behoorlijk weinig, maar wel supergezond. De aardappelen en groenten zijn niet aan te slepen! Ik eet bruin brood en weersta de paaseitjes op het werk. Ik drink slooooooten thee. En ik voel me er supergoed bij! Ik heb een lagere rusthartslag, ik slaap beter, ik voel me algeheel lekkerder. Maar sporten is natuurlijk een ander verhaal… Ik moet even uitproberen of ik kan hardlopen. Vincent heeft een opdracht dat hij in zone 3 moet lopen en tussendoor moet wandelen en ik ga mee. Niet dat ik hem in zone 3 bijhoud, maar we kunnen in elk geval dezelfde route doen!

Meestal loopt hij voor me!

En dan haal ik hem weer in als hij wandelt. Het gaat lekker. Punt. Ik voel me echt lekker in het zonnetje en ik loop zo heerlijk als ik in tijden niet meer gelopen heb! Ik neem het onverharde pad en geniet echt weer eens. Dat was ik ook al een tijdje kwijt. Vincent gaat verhard en hij loopt echt als een gazelle, zo mooi. We komen weer samen en hij blijft even lekker langs zijn moeder sukkelen. Tot de berg. Hij doet netjes de wandelpauze. Ik ben bang dat ik na 3 kwartier door mijn energie heen ben, zeker nu ik een constant tempo loop van 5:40-5:50. Daar ben ik ook erg tevreden over! Uiteindelijk lopen we 7 kilometer en raak ik Vincent 1 keer ‘kwijt’, omdat hij verder voor mij uit loopt dan ik dacht. We doen er geen drie kwartier over, maar het is echt top!

Daarna gaan we zwemmen. Ik doe lekker met achtje. In baan 2. Ik moet vooraan zwemmen. Het gaat goed en ik leg het tempo flink hoog. Wel heb ik veel slagen nodig om aan de overkant te komen vandaag. Als we een piramide doen waarbij we alles tot en met 75m op hoog tempo moeten doen en de rest rustig aan, vragen ze mij om voor dat ‘rustig’ toch alsjeblieft ‘heeeeeeel’ te zetten. Dat lukt me ook wel hoor! We zwemmen veel. Ook nu valt het met het energietekort wel mee! Waarschijnlijk omdat we al voor het zwemmen goed gegeten hebben. (aardappelen met andijvie deze keer)

13 februari. Na een productieve werkdag ga ik naar de baan met Vincent. Ik hoeft niet zo hard van mezelf. In het begin heb ik moeite met de groep en veel mensen, bij het rustig inlopen. Op de baan doen we 3 versnellingen. We zijn met alle volwassenen bij elkaar. Dan behoor ik tot de langzameren. Niet erg hoor. Was toch al mijn plan. Lekker bijkletsen.

We moeten (3 of 4 of 5 keer, afhankelijk van hoe snel je bent) 200m boven je 5-kilometertempo lopen, 300m op je 5-kilometertempo lopen en 400m net boven je 5-kilometertempo lopen. Hierna is er een seriepauze van 400m dribbelen en na elke afstand 50m wandelen en 50m dribbelen. En dan gaat iedereen er als een gek vandoor. Ik wil heus mijn best doen, maar ik loop strak achteraan! Als ik naar mijn tempo kijk, kunnen al die mensen voor mij met gemak de 5 kilometer in 25 minuten lopen. Ik loop al 4:35! Natuurlijk zijn er een aantal die dat kunnen, maar echt niet allemaal! Ik voel me er niet oké bij. Was ik van de week nog blij met een tijd onder de 26 minuten, nu vergaat de zin mij om me in te spannen. De baan is wat glad en dat maakt mijn stappen niet heel trefzeker.

Ik doe netjes wat me opgedragen is en omdat het de baan is, loop ik de 400m in een kilometertijd van 5 minuten, dus dat is ook iets sneller dan ik zou kunnen, maar dat is het gemak van baanlopen. Ik doe heus mijn best en al dribbelend en wandelend en in de seriepauze haal ik wel wat mensen in, maar het blijft katterig aanvoelen. Na 3 keer de hele serie, kan ik ook nog een vierde keer de serie doen, maar ik merk dat de energie wel behoorlijk afneemt. En daarmee ook de zin. Ik loop wel lekker hoor, maar ik voel ook overal een beetje pijntjes: mijn linkervoet ietsje, de banden op het schaambot een beetje, mijn rechterknie hakkelt… Uiteindelijk doe ik de hele serie ook 4 keer. Hoewel de vierde keer wel langzamer gaat! We lopen een rondje uit en ik loop nog een extra rondje om 10 kilometer vol te maken en dan geniet ik even van de rust. Uiteindelijk liep ik vorige week 5 kilometer in 25 minuten en al die anderen waren er niet!

14 februari. De pijntjes trekken wel weer weg en ik heb het nogal ijskoud, maar de pijn aan de binnenkant van mijn knie verergert ‘s nachts. Niet heel erg, maar net even voelbaar. Ik ga toch lopen met Joyce, nu het een keer kan en “moet” voor de badges in Garmin! Het is immers Valentijnsdag. Joyce komt naar me toe en het hoeft niet hard te gaan. We gaan door het Kotterbos.

Joyce kletst me de oren van het hoofd! Heerlijk, ik ben blij dat ze haar even kan luchten. Zij loopt niet lekker met pijn, maar ik voel mijn knie ook. Wat moet ik daar over zeggen? Als Joyce met (meer?) pijn kan lopen, hou ik het ook wel vol en het is zo gezellig en voor mij verder heerlijk gemakkelijk! We blijven verhard lopen en ik kwebbel ook even. Na 5 kilometer houden we een rekpauze. Dat doet mijn knie geen goed, maar ik vind het ook helemaal niet erg. We lopen langs de plas wel onverhard. Kan me niet schelen dat de tijd langzamer is, het is hier zo mooi!

De pijn bij mij trekt weg. Bij het Oostvaarderscentrum volgt nog een rekpauze. No problemo, maar opstarten is niks voor mijn knie! We lopen rustig via een ommetje terug naar huis en moeten de 10 kilometer volmaken. We kletsen lekker na en ik hou de spier in mijn knieholte even op temperatuur. Dat helpt de pijn verminderen. Ik heb weer lekker gelopen zo langs de plassen met mijn beste maatje! En ik krijg er drie medailles voor: de hartmaand van Apple, de Valentijn-badge van Garmin en de Deel-Liefde badge van Garmin.

15 februari. Ik heb ONGELOOFLIJK veel spierpijn ‘s nachts! In mijn beide benen, in mijn knie, in mijn voet, in mijn rug, mijn kuiten, in mijn armen: overal! Ik heb hoofdpijn en bij vlagen oorpijn. Kortom: ik voel me zoals de jongens zich eerder deze week voelden. Voor de rest heb ik trek, heb ik geen koorts en voel ik me prima. Zolang ik me rustig hou tenminste 🙂

Doordat ik slecht heb geslapen, ben ik toch moe. Ik ben wel lekker afgevallen de afgelopen week, al is de weegschaal er niet uit hoeveel precies. Als ik opsta, draait alles een beetje. Een beetje golvend alsof ik teveel alcohol heb gedronken. Ik sla het uur hardlopen over: dat lijkt me zeer ongeschikt. Eigenlijk wil ik best zwemmen, maar dat mag niet van Rob en Vincent. We wandelen een stukje en daar ben ik moe van. Vincent krijgt nieuwe hardloopschoenen maar 41,5 en we zorgen dat hij ook op de Tacx kan. Vanaf nu fietsen we allebei op Rob fiets…. ‘s Avonds eten we lekker pannenkoeken en dan voel ik me al iets beter. Ik ga met Vincent mee op de fiets als hij gaat hardlopen. Fietsend (maar dan ook alleen fietsend) kan ik dat tempo wel bijhouden en ik kan hem bijlichten. Het voelt wel goed om iets te doen en mijn spierpijn wordt er een beetje uitgefietst. We kletsten ons heerlijk door het uur heen. “11 kilometer in een uur mama!” Jajajaja…..

16 februari. Na een nacht goed slapen voel ik me beter, maar hardlopen lijkt mij (en Rob vooral) nog geen goed idee. De training met de trainer verzetten we daarom maar. Het waait en regent toch nogal! Vincent stapt voor een half uur op de Tacx. Ik had ook graag met de wind mee gerend, maar volgende week doe ik weer mee! We wandelen naar de kapper en de Plus en de spierpijn is wel zo’n beetje weg.

Ik ben eigenlijk al niet ziek meer, maar Rob is te snel weer begonnen en dan ben je er niet zomaar vanaf, dus ik loop niet te hard van stapel. Ik ga wel op de Tacx, omdat ik de nieuwe aflevering van Outlander wil kijken! Zolang als de aflevering duurt gaat het prima, maar daarna de 30 kilometer volfietsen, kost me moeite. Dan merk ik pas hoe saai Tacxen is. Het energieniveau is dan pas lager, tijdens de aflevering merkte ik daar niks van!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-04

27 januari. Ik had een rustige dag, qua sport tenminste, maar Vincent niet! Die moest flink op tempo intervallen hardlopen met wandelen ertussen. We gingen eens proberen of ik hem op de fiets kan bijhouden. Hardlopen met 11,5-12,5 kilometer per uur kan ik niet! We gaan als het al donker is, dus ik heb de lichtjes mee op de fiets. We rennen/fietsen door het Kotterbos en ik ben verbijsterd dat Vincent met gemak 13 kilometer per uur haalt. En dan kan hij nog kletsen in volzinnen ook. Ik ben definitief ingehaald door mijn “kleine” jongen! Als we voorbij het Oostvaarderscentrum gaan richting de heuvel, horen we in het bos naast ons de herten. Tenminste… dat zullen het toch wel zijn?! We vinden het allebei eng, maar alleen Vincent geeft dat toe en rent nog harder: een kilometer in 4:36 – dat haal ik van ze-lang-zal-ze-leven-nooit-meer!

Dinsdag 28 en woensdag 29 janauri. Over de dinsdag kan ik kort zijn: ik doe niks! Ik kan niet zwemmen, ik wil niet sporten en ik ben moe. Dat is de samenvatting. Op woensdag daarentegen werk ik niet en ik ga met Joyce hardlopen. We moeten hoognodig bijpraten. Ik heb een opdracht waar met grote letters bij staat dat ik me er aan moet houden en dat is heel rustig in de lage zones. Het lukt met echter met Joyce niet om de hartslag laag te houden. We hebben zoveel te kletsen dat we gewoon over de piepjes heen praten!

We lopen langs de plassen naar de dijk en dan langs de plassen weer terug. We lopen de 11 kilometer vol. Het was heerlijk koel en droog weer. Maar Vincent wil ‘s middags ook nog lopen! Die heeft dus echt pech, want nu ga ik me wel aan de opdracht houden. We lopen hetzelfde stukje door het Kotterbos als hij maandag liep terwijl ik fietste, maar nu op mijn tempo. Heel wat rustiger dus!

Ik heb het zwaar. Vincent doet ondertussen wat versnellingen tussen lantaarnpalen. Voor hem is het een wandelingetje, mijn tempo! In D2 gaat het beter. Als ik in D3 moet lopen, voel ik aan alles dat ik al een stuk gelopen heb, maar Vincent kwebbelt rustig door over de ganzen die overvliegen. We moeten nog een stukje omlopen ook omdat de route anders te kort is voor de opdracht! Ik loop uiteindelijk 9 kilometer vol.

Donderdag 30 januari. ik ben MOE. Van het werken, van een lange dag, van een maandafsluiting en ik wil niet op de baan lopen. Ik wil eigenlijk amper met Rob wandelen, maar we gaan gewoon iets eten.

Vrijdag 31 januari. De route op mijn horloge, de auto geregeld en ik mag lekker samen met Joyce de pannekoekentrail van afgelopen zondag nog een keer gaan lopen. Rust, zelfvoorzienend, eigen tempo. Al binnen een kilometer heb ik de button ‘geniet’ gevonden en ingeschakeld! We hoeven niet de hele tijd te kletsen. De paadjes zijn geweldig, we vragen ons zeker eens per 5 minuten af hoe PL al die kleine binnendoortjes toch vinden kan.

Het is oppassen voor de wortels, het is gewoon lekker doorhobbelen en ondertussen ongedwongen kletsen. Langs de tuin en de grote huizen. De route op het horloge werkt hartstikke goed en ik weet ook nog best veel stukken als ik er eenmaal loop. Bruggetjes over, stukje verhard en dan kunnen we even stoppen om sneeuwklokjes te fotograferen! Het maakt niet uit als je samen bent.

Al helemaal niet als je samen met je soulmate mag lopen. Dan kun je het over heel veel hebben, of over helemaal niks. Het is allebei prima! En ik heb geen enkele moeite om me aan Joyce’s tempo aan te passen. Nu vallen me alle vogelgeluiden op. En hoe mooi de bossen zijn, ook al is het nog niet groen.

Nu valt me op hoe gevarieerd het landschap is in de Ridderoordse Bossen. En de prachtige laan met rodondendrons beleef ik nu ook helemaal. Ik hoeft niet uit te kijken naar een post of me verplicht te voelen met iemand te praten. Ik hoeft niemand bij te houden. Soms moet ik even opletten of we nog op de route zitten en als dat niet zo is (wat ook een keer gebeurt), dan leid ik ons op mijn horloge weer naar de track terug. Ik stuur PL bij de ‘post’ (waar nu niks of niemand is) een appje dat ik zijn thee mis.

En dan weer door over de smalle paadjes (hoe vindt hij ze…) en ik weet nu een beetje waar ik ben en dat ik langs de weg liep waar ik tig keer gereden heb naar Zeist. Ik weet nu waar ik op de Nonnenroute kom en bij de modder. We hebben geen zon zoals zondag, maar het blijft droog. We komen een paar mensen tegen als we richting Lage Vuursche gaan over het smalle paadje. Ik denk even terug aan zondag. Het enige mindere vandaag is dat Joyce niet soepel mee kan lopen. Ze heeft pijn in haar linkerbeen. Helaas is dat niet alleen van vandaag en loopt ze er eigenlijk al veel te lang mee door. Ik wilde heel graag dat ik dat van haar kon wegnemen.

We komen bij Drakestein en daar pauzeren we even om foto’s te maken. Het is er druk met bejaarden in een klein busje die voor het hek gaan staan om… te zingen! We bedenken ons snel dat dit de verjaardag is van Prinses Beatrix! De vlaggen hangen hier dan ook uit. Ik vind die bejaarden geweldig die hier helemaal naartoe gekomen zijn met een tekening en een bosje bloemen en de dag van hun leven hebben omdat ze bij Beatrix “op bezoek” gaan. Met een grote grijns trekken wij verder. De paden zijn nog iets modderiger (of heb ik dat zondag al kletsend niet opgemerkt) en als we Lage Vuursche achter ons laten blijkt echt hoe mooi het is. Ik heb dat vorige keer gemist, maar nu voel ik het tot in mijn tenen. Ik heb er nog lang geen genoeg van! Ik vlieg over het smalle pad langs de weide en tussen het riet door. Zo voelt het en het voelt heerlijk!

Dan weer het bos in. We gaan op weg naar de Wolfsdreuvik. Ik vertel Joyce in het mooie bos wat PL ons er over verteld heeft, aangevuld met mijn eigen ervaring. Afgelopen zondag had ik er op dit punt aardig genoeg van en moest ik vertellen van de triatlon, maar nu valt me op hoe sprookjesachtig mooi het hier is. We lopen de grens over tussen Utrecht en Noord-Holland en wij maken een klein ommetje voor een prachtig oude grenspaal die PL nog gemist heeft.

Dan lopen we op de Wolfsdreuvik af. We zien nog een paar mensen, maar als we bij het torentje staan, zijn we alleen. Ik neem de omgeving in me op en ik maak lekker veel foto’s.

We nemen de tijd! Dan moeten we nog teruglopen. Ik moet nu de route even goed in de gaten houden, maar het gaat allemaal vlekkeloos. Behalve dat we wat vermoeid raken, maar we zijn dan ook al een tijdje onderweg. Omdat we nog geen afscheid willen nemen van deze heerlijk ervaring, omdat we de omgeving extra god in ons willen opnemen en omdat het tempo niet uitmaakt, wandelen we stukken. Behalve over het mountainbikepad, want daar wil ik niet lang overheen lopen; dat is voor de fietsers gemaakt (die er nu gelukkig niet zijn).

We komen over de brede paden en het is verder dan ik dacht naar de kuil. Daar lopen we omheen. Met de kleine ommetjes hier en daar worden het toch meer kilometers dan zondag. Ik heb nog energie om even te versnellen om de kuil heen, maar Joyce zit er niet ver achter. We lopen samen terug. Deze keer hoeft ik niet aan het doorzetten-potje te komen waar ik zondag uit moest putten. Deze keer vind ik het oprecht jammer dat we rond zijn! Ik ben echt meer een solo-sporter geloof ik. We nemen een welverdiende appelbol en warme chocomelk als toetje op deze mooie 18 kilometer.

1 februari. Papa en mama kwamen op bezoek. Leuk en aardig en gezellig, maar we gaan wel naar de zwemtraining! Die hebben we al iets te vaak overgeslagen deze week. Dan vraagt papa aan Vincent: “ga je dan een heel uur zwemmen of ook spelen?” Haha! Het dringt dan pas echt tot me door dat het voor mijn vader klinkt als een onmogelijkheid, dat zwemmen. Ik weet wel dat hij een hekel heeft aan water en natte oren, maar voor het eerst kan ik hem vertellen hoe het voelt om in de golven te zwemmen en dat je dan niks ziet of niet vooruit komt. Voor het eerst kan ik iets van het gevoel van zwemmen delen met paps en blijkbaar doet me dat heel goed. Als ik eenmaal in het zwembad lig, besluit ik alleen maar banen te gaan maken. Proberen een uur onafgebroken te zwemmen. We zijn maar met een paar ouders in de baan en met vier mensen kun je timen en inhalen. Ik zwem met achtje en het gaat geweldig. Het gaat echt heel erg goed. Ik zwem de kilometer binnen de 20 minuten. Ik hoeft DS niet ver voor me te laten, ik hou deze betere zwemmers zo’n beetje bij! Ik ga gewoon maar door en door. Ook 2 kilometer haal ik. Ik stop niet onderweg, gewoon maar doormaaien en gehoekt de arm doorsteken. 1 op 4 Ademen. Geen golven, geen moeten, alleen strak hard doorzwemmen. De andere gaan 1 voor 1 de baan uit. Ik zwem door en wil de 3000m in een uur halen, want het voelt echt goed. Dat lukt me nog ook! Blijkbaar heeft het me goed gedaan om mijn vader uit te kunnen leggen wat zwemmen zo een beetje inhoudt! Hij mag het bij vliegen houden als een vogel, ik doe het visje van de familie.

‘s Avonds zoek ik yoga uit voor het slapengaan. Ik slaap al een paar nachten onrustig en misschien helpt dit. Veel ademhalingsoefeningen, veel rust en gemakkelijk te volgen. Mijn hartslag schiet omlaag (!) en ik ga heel kalm slapen met een diepe ademhaling. Ik slaap als een roosje. Of een blok. Wat je wil.

zondag 2 februari. Vandaag een zwaar sportprogramma: 2 keer 5 kilometer op hoog tempo en daartussen een uur uitfietsen. Ik ga liever 2 keer een half uur uitfietsen. Komt beter uit. Ik zie er wel tegenop, maar dit is mijn opdracht, dus die ga ik alleen doen. Vincent gaat niet mee. Ik ga een rondje om de wijk lopen. Het is ‘maar’ vijf kilometer, kom op zeg! Maar toch… die zijn ook zwaar. Als je zo hard gaat als je kunt. Ik loop onderweg veel te denken: gaat het nog wel goed, ga ik snel genoeg (ook al weet ik niet waarvoor), snotter ik niet te veel, hou ik dit wel vol, hoe lang moet ik nog, red ik dit met de route, wat zou ik moeten kunnen…. Mijn hoofd maalt harder dan mijn benen! Alhoewel… Mijn benen gaan ook flink door en ik loop de 5 kilometer net binnen de 26 minuten. Daar ben ik trots op! Dan kruip ik op de Tacx voor een saai half uur uitdruppelen, of ehhh… uitfietsen.

Ik krijg het warm van zo’n training! Ik heb geen afleiding en dan duurt een half uur ellenlang, want mijn hoofd moppert maar en mijn benen die maken rondjes. Niet te geloven dat ik over een paar uur nog een keer hetzelfde zal doen! En toch sta ik aan het einde van de middag weer klaar. Vincent zou eerst meegaan, maar ik zal met hem meefietsen als hij zijn (totaal andere) loopopdracht doet. Deze keer loop ik dezelfde route, maar in tegengestelde richting. Het is iets harder gaan waaien. En ik heb het nog zwaarder. Veel zwaarder. Ik hijg als een paard. Mijn hoofd heeft niet meer zoveel gedachten, alleen maar dat het zwaar-zwaar-zwaar is. Ik moet alle zeilen bijzetten om dit vijf kilometer vol te houden! De eerste kilometer gaat het minst hard, daarna heb ik een ritme. Ik ken de route nu en tel af en af. De laatste kilometer is echt een crime, maar ik geef niet op, omdat het “maar” 5 kilometer zijn. Ik zit nu net iets boven de 26 minuten. Ik ben echt bekaf en kan minstens 5 minuten niets zeggen. Meestal ben ik heel snel bij, maar dat is nu echt niet zo!

Ik pak de ATB en ga met Vincent mee. Hij rent, ik fiets rustig. Als hij bij de brug is, ga ik om door het Kotterbos. Dan kan hij de trappen doen en ik fiets lekker uit. Ik doe nog een kleiner rondje een beetje onverhard en dan haal ik hem bij de trap weer op en fiets-lopen we weer terug naar huis. Het was best vet om twee keer een soort van 5 kilometer-wedstrijd te lopen.

3 februari. Het is weer tijd voor Vincents loopopdracht. Hij moet twee keer 3 kilometer op tempo. Het is donker en ik wil rechte stukken voor hem waarbij ik mee kan fietsen, dus het worden de plassen en de kassen. Na het inlopen gaat hij langs de kassen en hij gaat gewoon snoeihard! Maar hij haalt niet de opgegeven hartslagzone en hij moppert tegen mij.

Ik heb het koud. Echt, wat kan dat kind hard rennen zeg. Elke kilometer begint met een vier! Als we door de plassen terug gaan en de herten horen en het best een beetje griezelig is (maar dat moet je zeker niet zeggen), dan loopt hij 4:30! Ik heb het alleen maar koud. De plassen zijn prachtig, ook in het donker. Maar ik voel me schuldig omdat ik weet dat ik daar na zonsondergang niet mag komen. Vincent loopt gewoon 5:30 gemiddeld met wandelpauzes erin op een maandagavondje. Knalt ie er 9 kilometer doorheen. Het moeilijkste voor hem is…. dat hij van mij hersteldrank moet drinken na de run!

4 februari. Nu moet Vincent met mij mee. Ik moet langzaam lopen en hij mag er naast huppelen. We gaan meteen als ik uit mijn werk kom. Arm kind. Ik ben net een dikke hobbelolifant. De lucht is prachtig, de dauw aan de grond is prachtig, de route langs het water is mooi, maar het gaat trager en trager.

We lopen onverhard terug onder de elektriciteitsmasten door en het wordt donker. Vincent blijft vrolijk babbelen, maar ik heb het steeds zwaarder en voel me ook steeds zwaarder. Als we de brug weer over zijn, moeten we nog om de Regenboogbuurt heen en het wordt steeds zwaarder. Voor mij dan. Ik heb totaal geen zin meer. Ik verheug me op de wandelpauzes. Vincent neemt wraak en roept elke keer dat ik me aan de opdracht moet houden! Als we teruglopen richting de AH is het intussen donker geworden. Vincent haalt brood en ik loop rondjes om de AH, maar in een tempo van lik-me-vestje. Met moeite maak ik de opdracht af.

‘s Avonds ga ik zwemmen. Ik begin in baan2, maar als we met t-shirt aan moeten zwemmen en ik merk dat ik me weer moet inhouden, verhuis ik naar baan 3. We moeten 50m met t-shirt aan en dan 50m zonder t-shirt aan. Dan blijf je even aan het stropen! Ik vind dat ik niet vooraan hoeft te zwemmen in baan 3 en hang lekker op plek 2 of 3. Met achtje. Na 4 keer t-shirt gestroopt te hebben, moeten we 4 keer 25m met shirt aan zwemmen en dat op flink tempo! Ugh. Dat is best even zwaar, zeker omdat de meneer voor mij geen shirt aan heeft en best doorzwemt! Ik ben blij als het shirt uit mag, maar wat een goede opdracht! Het gaat erom dat je technisch goed moet blijven zwemmen omdat dat shirt je naar beneden trekt. En dat omkleden moet je tijdens een triatlon ook doen, dus dat is daar de training voor. Shirts opzij, we gaan 450m zwemmen. In blokjes van 150m. De eerste 150m gaan we de eerste 50m hard en daarna 100m kalm aan. De tweede 150m gaan we 50 rustig, 50 hard en 50 rustig. En de laatste 150m doen we eerst 100m rustig en dan 50m hard. En dat dan drie keer. Heerlijk, die afstanden! Ik nestel me op plek 2 en volg. Met achtje. Ik volg met gemak. Easy. Ook als we sneller moeten en als we rustig moeten, ga ik kalm aan mee. Baan 3 is gemakkelijker omdat we allemaal hetzelfde zwemmen (en de meesten met achtje) en ik niet hoeft in te halen of in te houden. Ik ben verbijsterd over mezelf. Zwem ik gewoon in baan 3! Het moet niet gekker worden. En dat doet het wel, want ik zwem met gemak in baan 3! Jammer dat er in baan 4 mensen zijn die weer sarcastisch op moeten merken dat we de laatste keer 150m ook nog in de tijd moeten halen. Ik haat die kerel een beetje, maar ik zwem gewoon mee en ik ga hartstikke trots en tevreden het water uit.

5 februari. Zwemtraining na het werk. Gewoon in baan 2. Gewoon een beetje vooraan en net iets te laat begonnen. Gewoon allemaal stomme oefeningen. Ik doe gewoon mee. Tenminste…. we moeten tig keer 50m zwemmen en elke 55 seconden vertrekken. On-mo-ge-lijk. Voor mij en voor de rest van de baan al helemaal! Ik zwem me stuk en doe er nog altijd 57 seconden over. Dat maakt me super-sjachereinig. Ik ben al na 15 minuten stukgezwommen voor niks. De trainer heeft ons niet goed ingeschat. Liever doe ik alsof we maar 50m in plaats van 100m benen moeten zwemmen. Helaas heeft de trainer ons door en moeten we de 100m volmaken. Mijn benen willen dit niet. Ik wil dit gewoon niet. Maar de meeste dingen doe ik gewoon. Dan moeten we armen zwemmen en dat doe ik dan voor de helft met paddels. Ik ben een beetje opstandig. We moeten ook nog een keer 50jes zwemmen alleen armen en dan elke minuut vertrekken. Gek, dat dat langer mag duren! Dat halen we dan weer net. Ook niet goed ingeschat. Ik ben gewoon blij dat de les klaar is. Dat geploeter op snelheid vind ik gewoon niet zo leuk.

Donderdag 6 februari. Van MD (die last had van zijn hart en gewoon doorsport – 1 van mijn helden) moest ik weer eens naar de baan komen. Vertelde hij aan Vincent in de kleedkamer bij het zwemmen. Vincent is ziek thuis en mijn aanloopgenote MB kondigt ook aan ziek thuis te blijven. Maar ik ga toch. Omdat het moet van MD. Omdat ik een mooie beoordeling heb gekregen op mijn werk. Omdat ik niet zo ontzettend vermoeid ben. En omdat Rob thuis blijft bij de snipverkouden Vincent en niet mee gaat wandelen. We gaan rustig inlopen en ik loop te kletsen met MZ. Dat is wel weer even lekker! We wandelen bij het inlopen zelfs. Dat gaat me goed af! Dan gaan we lantaarpalen-versnellen en dat trekt me minder. We gaan terug naar de baan en we doen een serie loopscholing. Ineens weet ik waarom ik de baan niet zo tof vind. Zeker als we moeten hinkelen – dat kan ik niet en haat ik ook nog eens. Daarna moeten we 4 keer een kilometer lopen en elke 200m iets harder. Dan 200m uitdribbelen/wandelen. Ik heb geen idee en ik wil niet hard. Ik ben hier aan alle kanten voor de gezelligheid! Ik loop met YS mee en we kletsen 800m van de kilometer vol. Ik merk dat ik er niks van terecht breng. Ik ben niet snel, ik ben moe, ik voel me niet op mijn best. Ik ben blij dat ik het langzame clubje bij kan houden en ik voel geen enkele drang mijn best te doen. Ik klets ook met die lieve AS. Zij heeft haar lijf niet mee, terwijl haar hoofd wel graag wil; mijn lijf doet het prima, maar mijn hoofd zit niet mee. Alle motivatie ontbreekt bij mij en zij heeft de ene blessure na de andere. Het is niet eerlijk verdeeld! MD was blij dat ik er was en geeft toe dat het alleen maar voor de lol is om op de baan te komen. Ik schaam me een beetje dat ik zo walgelijk weinig mijn best heb gedaan. Dat komt als je in je eentje voor 3 mensen moet trainen en bij moet praten (voor Vincent, voor MB en een beetje voor mezelf)

Vrijdag 7 februari. Ik moet een half uur in zone 1 met wandelpauzes en daarna een uur in zone 2 met dribbelpauzes. Tragigheid ten top dus. En Manuel wil ook rustig, maar mijn zone 1 is hem ook te veel, dus ik zal hem ophalen voor zone 2. Het is lekker weer, beetje zonnig en goede temperatuur. Maar 7 minuten over een kilometer is zo saaaaaaaaaaaiiiiiiiii. Daar ga ik van lopen piekeren en irriteren. Daar voel ik me slecht, sloom, slak, olifant, traag, dik en ongelukkig bij. Maar goed: uiteindelijk word ik er vast beter van! Na een half uur pik ik Manuel op. Veel harder gaat het niet, maar Manuel wil niet hard. Mijn hoofd zit vol wolken en ik ben niet zo praterig vandaag. Ik heb wel wat vragen voor Manuel, maar ze vervliegen. Ik heb weinig last van optimisme. Eigenlijk zou ik tevreden moeten zijn dat ik moeiteloos kan lopen en dat ik niet geblesseerd ben en dat ik in de divisies ga meedoen en dat ik verder geen zorgen of problemen heb, maar ik ben ongemotiveerd en voel me sloom. Manuel is prima gezelschap, het weer is perfect, de route is mooi daar in het Kotterbos, maar…. Ik heb na een kilometer of 8 geen zin meer. Manuel slaat de spijker op zijn kop: ik heb te weinig gegeten denk ik. Ik heb ook niks bij me, dus ik kan er geen zin bij-eten. We lopen nog een beetje om, maar het gaat van kwaad tot erger en ik denk niet dat ik na 11 kilometer nóg minder zin kan hebben. Ik moet naar de WC en ik wil geen twee keer hetzelfde pad lopen en ik wil eigenlijk ook harder lopen, maar dat mag niet en-en-en-en had ik al gezegd dat ik geen zin meer had?! Ik maak met Manuel de 12 kilometer vol en hou het na 1 uur en 25 minuten voor gezien als ik voor mijn huis sta. Kan iemand mij de motivatie even aangeven? Doe maar in een zakje, dan neem ik het in met water!

8 februari. Rob moest iets ophalen in Austerlitz en dan kun je daar toch even lekker gaan lopen! We gingen met zijn drietjes. De wandeling Franse Put. Er stond 5 kwartier voor. Wij lopen iets sneller over de 6 kilometer. Onderweg was het lekker stil en rustig in het bos. 2/3de van de wandeling tenminste. In het laatste stuk gingen we mensen inhalen en kwamen we de boswachter tegen op de motor!! Een elektrische motor, dat wel. Heel raar, zo’n stille machine in het bos. Later op de middag gingen Vincent en ik zwemmen. We zouden maar drie kwartier gaan, want we hebben een wedstrijd vanavond. Er is iets raars met een wedstrijd. Ik ga 5 kilometer hardlopen. Net als ik vorige week TWEE keer heb gedaan. Maar nu heet het een wedstrijd en ben ik zenuwachtig. Ik denk dat ik tussen de mensen afga, ofzo. Ik word onzeker van het feit dat we op tijd moeten zijn. Dat ik van mezelf vind dat ik onder de 26 minuten moet lopen. En dan te bedenken dat werkelijk de enige reden dat ik meeloop is, dat ik de medaille prachtig vind en wil hebben! Ik hoeft alleen maar te finishen en 5 kilometer uit te lopen. Er is geen enkele reden te bedenken waarom dat niet lukt, maar ik heb er toch wel een paar in mijn achterhoofd; een misstap in het donker maken en uitvallen of ziek en misselijk worden of laatste worden of dat ik te moe ben van het zwemmen ofzo. Als ik bedenk dat dit mijn eerste eigen 5 kilometer race ooit is, wordt het er niet beter op. Ik ga zowiezo een PR lopen, helpt ook niet. Eerst maar eens zwemmen… We zijn met 3 volwassenen en moeten naar baan 6. Ik ga de training van dinsdag nog een keer doen, maar zonder het t-shirt gedeelte; dus alleen de 450 meter met versnellingen van 50m. En dan ZONDER achtje. Ik zwem eerst met achtje 150m in en dan gaat het achtje aan de kant. Mijn benen zijn in vorm! Ze doen lekker mee en ik ga niet al te sloom. Er zit wel duidelijk verschil tussen de snelle en rustigere stukken. Ik drink elke keer in de pauze. Ik ga wel steeds iets minder hard, maar dat is niet zo erg, want ik begon op een heel hoog tempo. We zitten elkaar niet in de weg. Na de 3x450m ga ik met achtje uitzwemmen. Ik denk dat het horloge weer wat positief was over het aantal banen, maar met 150, en 200m uitzwemmen met achtje zit ik op de 2000m en dan zijn er drie kwartier voorbij. Samen met Vincent ga ik weg om tijdig voor de wedstrijd te kunnen eten.

Als we naar de Gooisekant rijden, waar de wedstrijd gehouden zal worden, krijg ik er wel vertrouwen in. Ik zal die medaille hoe dan ook ophalen en Vincent zal hoe dan ook sneller zijn dan ik. Voor hem is deze wedstrijd een belangrijker ijkpunt dan voor mij en hij is niks gespannen, dus ik laat het ook maar achterwege. We parkeren de auto voor mijn werk en we lopen sloompjes in naar Ski Mere. Daar is het druk en onrustig. We halen de startnummers en kletsen met de oude juf van Vincent die -zoals velen- de tien kilometer gaan lopen. Ik moet nog naar de WC, maar heb te weinig tijd, dus ik skip het. We kruipen vooraan. Vincent heeft een vriend en soort van concurrent gevonden. Hij gaat in korte mouwen. Mijn hartslag is bij de start nauwelijks meer verhoogd, ik ben gelaten en zie wel wat er komt. Pang- en weg is Vincent. Ik zie hem nog even voor me en geniet van die aanblik en dan lost hij op in het donker. Ik ga ook hard. Leuk dat ik de fietspaden hier nu ken van alle trainingen. Er is veel muziek en ik loop in de voorhoede. Brutotijd is nettotijd, dus ik lig mooi in het veld! Er is 1 dame die me inhaalt, maar die is superjong en er zijn een dame en heer die me inhalen. Voor de rest halen wat heren mij in. Onder de A6 door en ik moet bekennen: ik geniet!

Gladde brugje, weer een trainingsfietspad waar MB altijd naar de WC moet. Ik hoeft niet meer echt. De eerste kilometer doe ik in 5 minuten. Ik weet dat ik dat niet zal vasthouden en moet iets vinden wat net comfortabeler is en vol te houden voor de overige 4 kilometer, maar dit is vast meegenomen. Ik loop een beetje alleen en dat vind ik HEERLIJK. Niemand in te halen, geen lampjes all-over, geen geleuter: gewoon ik die loopt. De auto’s kunnen voor mij oversteken, weer een muziekhutspot waar ik maar al te graag snel voorbij loop en dan een stukje door de wijk. Grappig! We gaan weer een fietspad op en slingeren wat en dan komen we op een pad waar ik alleen maar loop tijdens de kidneyrun of deze vervanger. Er is niet veel publiek langs de kant, maar ik vind dat prima. Lekker mijn eigen ding. Ik heb mijn Frysman shirt aan en ik voel me daar heel tevreden mee! Een soort van erkenning naar mezelf toe dat ik een Frysman ben. De tweede kilometer gaat in 5:10, wat nog steeds behoorlijk is. Het voelt supergoed aan. De benen maken lekkere passen, de schoenen zitten goed, ik heb het niet te warm of te koud. Ik heb even geen zin meer, maar dat gaat snel over als ik denk dat ik al bijna op de helft ben en straks lekker weer kan eten. We komen langs de post en daar staat student BV en hij herkent me en biedt bier aan! Nou, nee… Dan gaan we een hoekje om en een donker parkje in met onverharde grond. Er loopt vrijwel niemand in mijn omgeving en ik kan het niet helpen, maar ik lach van oor tot oor! Er staan lichtkogels om de weg aan te geven en een sneeuwkanon. Ik vind het echt geweldig en ook Vincent (die is hier al lang voorbij) zal dit stukje later het mooist blijken te vinden. Dan een klein hoekje om en oversteken. Ik kom nu op een andere plek waar we vaak trainen, maar ook regelmatig fietsen. Dan het hoekje om en dat is pikkedonker. Ik vind dit stukje altijd vreselijk en vandaag is geen uitzondering. Alleen doe ik het nu zo snel mogelijk. Mijn derde kilometer zit er ook op rond 5:11, nu nog maar twee kilometer afzien! Ik zie dat er maar weinig mensen vlak achter me zitten. Dus ik blijf vrij relaxed lopen. Eigenlijk maakt het ook niet uit, die medaille ga ik binnenhengelen!

We gaan de A6 weer onderdoor en daar is het licht en staan mensen met een auto te juichen. Dat ik alweer bijna boven ben voor ze weer juichen, toont aan hoe ik in niemandsland loop. Ik zie een paar mannen voor me. Die hebben zich in de eerste kilometers stuk gelopen. 1 Jongeman heeft nog wat kracht, 2 anderen haal ik in. De vierde kilometer zit er ook op en ik ga goed. Ik ga niet meer versnellen. Ik word nog door een man ingehaald en de jongeman die soms moet wandelen roep ik rechtdoor te gaan. We lopen hier vaak en ik weet dat we het industrieterrein weer op zullen gaan. Oversteken is grappig en ik ga gewoon onverminderd hard verder. Dan een draai en ik kijk even op mijn horloge. Ik heb nog een minuut om onder de 25 minuten te komen. In de verte zie ik de finish. Ik ga aan het tellen, maar ik weet al dat ik het niet zal halen. Het leidt me mooi af en ik kan de snelheid vasthouden. Ik vind het helemaal niet erg dat de 5 kilometer voorbij zijn en dat ik geen tien hoeft te doen. Ik vraag me af wat Vincent heeft gedaan. En dan ren ik bijna alleen richting de finish en de medaille waar ik het allemaal voor heb gedaan!

Ik kan niet anders als erbij lachen, want ik vond het erg leuk. Het is nog lekker rustig en ik zie weinig mensen die ik ken, maar dat is ook niet erg. En daar is ie dan: de prachtige medaille. En de tijd is 25:46. Mooi toch?! Ik moet twee keer luisteren wat ze me aanbiedt, maar neem de chocomelk graag aan. Een clubgenote die me donderdag zei dat ze Schoorl zou gaan lopen, is voor me gefinisht en ze spreekt me aan. Ik wilde haar voor de start vragen of ze Schoorl nog gaat lopen, maar toen lukte dat niet. Zij is derde geworden en ik ben volgens haar vijfde of zesde vrouw. Ik ga daarna snel naar binnen waar ik Vincent vind die al is omgekleed. Hij heeft 22 minuten gelopen. En dat met een dikke verkoudheid! Hij loopt echt erg goed! Hij staat niet in de top3, maar zijn vriend wel.

We kleden even om en komen even bij. Dan ga ik naar de WC. Daarna kletsen we buiten nog even en maken foto’s. Daarna hebben wij genoeg drukte gehad. We hebben onze medaille, we hebben genoten en we lopen terug naar de auto. Dat is best koeltjes, maar we grinniken nog om de man die de 10 kilometer moet volrennen en we maken een foto voor mijn werk.

Om 9 uur zijn we weer thuis. Het is even wachten op de uitslagen. Ik ben uiteindelijk 6de vrouw geworden van de 150 dames. Vincent is negende geworden van alle 100 mannen en negende van alle 249 deelnemers. Ik besla een nette 30ste plek van alle 249 deelnemers. Maar het fijnste is dat het compleet boven verwachting een ontzettend leuke ervaring was!

Zondag 9 februari. Uitslapen en dan is het wachten op de storm. Ik wil graag uitlopen buiten met Vincent, maar moet wachten tot hij klaar is met huiswerk en dan moet het nog net droog zijn. Eigenlijk was fietsen en daarna lopen beter geweest, maar ineens is er ruimte. Ik heb een beetje last van mijn linkerbeen, die is wat stijfjes en de voet is ietwat gevoelig. We gaan een half uurtje lopen. Eerst met de wind mee door het park, dan om de wijk heen en dan tegen de wind in weer terug. Met de wind mee voelt al niet oké, alles is stijfjes en ik voel me weer dik.

Vincent kan met moeite zo langzaam als ik! We lopen tussen de zwiepende bomen door en Vincent gaat zo nu en dan maar even lekker op zijn eigen tempo. Toch gaat het niet heel slecht, maar het voelt totaal ongemakkelijk! Vincent loopt een stukje om en ik vind het leuk dat hij de weg al een beetje leert kennen. We lopen onverhard en dan gaan we tegen de wind in. Ik vind het zwaar, maar leuk. Mijn lijf vind het niet leuk en nog zwaarder. Vincent knalt het park door en loopt net een ander rondje om het huis om de 5kilometer vol te maken. Toch nog in een nette 33 minuten, waarbij de laatste kilometer toch in de 7 minuten is gevallen! Daarna ga ik fietsen. Op de Tacx onder de overkapping. Buiten raast de storm. Ik heb een muziekje op en verveel me. Ik zoek een hoge cadans en moet elke 11de minuut staan. Ik maak daar 30 seconden van, maar de eerste keer hou ik het nog geen 10 seconden vol. Ik hoeft van mezelf maar 30 minuten te fietsen.

De tweede keer blijf ik netjes 30 seconden staan. Ik ga zelfs nog een derde blokje van 12 minuten en sta nog een keer 30 seconden, wat veel kracht kost. En dan is de zin op. Ik fiets 15 kilometer vol. Het begint ook nog te regenen buiten. Ik vind de sportweek er mooi opzitten! Ik heb me nauwelijks netjes aan het schema gehouden en voor de verandering heb ik de meeste trainingen ingekort! Als ik het wandelen eraf haal, heb ik netjes de 8,5 uur sport van het schema gehaald. Nu nog een beetje meer zin er doorheen mixen en het gaat weer goed!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-3

Maandag 20 januari. Ik ging weer yoga-en! Deze keer zocht ik een workout op via YouTube. Voordeel: dan hoeft ik het alleen maar na te doen. Nadeel: Je moet steeds opkijken! Dat laatste vond ik wel erg onhandig. En het was in het Engels. Ik deed zo goed mogelijk mee, maar de spieren rekte minder goed mee dan vorige week.

Dinsdag 21 januari. Ik ging zwemmen. MW ging mee en we zwommen ook samen in baan 2. M was er niet, dus ik moest voorop. Dan neem ik er mijn achtje bij! Na het inzwemmen gingen we afstanden zwemmen. De dinsdagen zijn voor endurances! Daar hou ik van.We moesten 50m op tempo, dan 150 m kalm. Meteen daarna 100m snel en 300m rustig. 600m in totaal dus! ik moest ze uittellen en dat ging redelijk. We zwommen met verschillende tempo’s in de baan en de laatste 2 lapte ik. gelukkig zwom GN achter me aan en zij hield me bij. Ik vond het aan de ene kant lastig dat ik mensen moest inhalen, want dan denk ik dat ik niet in baan 2 thuishoor, maar aan de andere kant voelde ik voor het eerst enige comepetitiedrang in het zwemmen! Inhalen-inhalen. In de tweede keer 100m snel hield ik de man in baan 3 bij. De derde keer raakte ik de tel wat kwijt en ik denk dat we 50m teveel zwommen. We deden nog een schoolslag. Ik ben van de klachten af in mijn lies en om mijn blaas. Ik zwom ook nog een paar banen zonder achtje. Dat lukt nog best! Ik had veel gezwommen.

Woensdag 22 januari. Ik bracht Vincent en de auto weg naar school en de garage. Toen ging ik een halve dag werken. Daarna haalde ik Vincent weer op en moesten we lunchen. Ik zat eventjes op de bank en toen volgde de sportmiddag. Ik heb zaterdag een ATB-wedstrijd en ik heb nog METER onverhard gefietst. Ik ga naar het Kotterbos. Erheen fietsen lukt me nog wel en dan ga ik de heuveltjes op. Dat lukt ook nog! Dat verbaast me, maar het voelt wel leuk. Daarna echter volgt de modder. De vieze klei-achtige modder. Ik moet wandelen. En dan zijn de schoenen ook smerig. Ik weet weer waarom ik het Kotterbos niet zo leuk vind om te fietsen. Er zijn kerels met bosbouw bezig. Ik hobbel lekker verder, maar ik laat een modderpad rechts liggen. Ik fiets wel even terug om onder de bomen door te gaan. Het tempo is abominabel, maar ik fiets!

Ik weet dat ik nog meer modder tegen zal komen, maar het verre stuk wat alleen maar uit modderkleirotzooi bestaat, ga ik echt niet doen! Ik blijf fietsen, maar mijn fiets wordt zwaarder van de plakzooi. Ik ga over de verharde weg ik fiets nog tot het brugje. Dan over de Trekweg terug en ik ga (stiekem) de natuurbrug over. Ik kom niemand tegen die het er niet mee eens kan zijn. Pas bij de berg en daar ga ik dan maar omheen. Ik maak fotootjes en fiets weer terug naar huis. Daar wacht Vincent me op om te gaan hardlopen. Hij hoeft niet hard, ik ga niet hard. Tenminste… dat hoeft niet, maar ik loop toch lekker door.

Een klein rondje van 5 kilometer. De laatste kilometer heb ik het niet gemakkelijk. We hebben heel even tijd om af te spoelen en dan moet de auto weer opgehaald worden. Die afspraak loopt iets uit, waardoor we te laat zijn bij het zwemmen. We missen het inzwemmen. Ik doe alles met achtje en de opdracht met benen doe ik helemaal niet netjes zelfs. Het is veel kort werk. Iemand anders zwemt maar lekker vooraan, ik doe (niet al te fanatiek) mee. En dan heb ik weer eens 3 sporten op 1 dag gedaan. Heb ik minder last van dan van een rustweek waarin mijn blaas de tijd krijgt om te keren!

Donderdag 23 januari. Een lange dag op het werk. Veel verschillende karweitjes. Ik word er moe van en eet teveel rozijntjes waar mijn darmen minder blij van zijn. Ik wil niet naar de baantraining. Gewoon nul zin in. Terwijl Vincent wel dapper zijn rondjes rent, ga ik met Rob wandelen en dat is veel gezelliger! Het is ook mooi met de lage mist. En koud.

Vrijdag 24 januari. Ik zet het weer op een wandelen, maar nu bij de bossen in Baarn. En met een vriendin en haar hond. Dat gaat niet zo snel en onderweg stoppen we om de bal weg te gooien, de hond te laten zwemmen en kennis te maken met andere hondenbezitters. We kletsen wat. Ik heb loopkleren mee, maar Manuel appt of ik later mee wil en hij is niet in de buurt van Lage Vuursche. Na de lunch ga ik naar huis en even later haal ik Manuel op. We gaan gewoon lopen. Ik heb een opdracht, maar gewoon lopen vind ik ook goed. Manuel voelt zich niet helemaal lekker en is ook bij de fysio geweest (maar het komt gemakkelijk goed!) en dit is één van de weinig keren dat hij het moeilijker heeft dan ik. Niet dat ik hard ga, maar toch… het is ook erg koud, ik heb handschoenen aan. We kletsen even bij en na een kilometer krijg ik de pas er in. We zitten net onder de 6:00 minuten per kilometer. We gaan door het Kotterbos. We lopen asfalt en kwebbelen als twee oudjes. Ik zeg Manuel elke keer dat we nog niet naar huis gaan, we gaan via het Oostvaarderscentrum. En dan nog via de berg. Ik krijg daar spijt van diep in mijn hart, maar nu zet ik ook door tot tien kilometer in een uur! De laatste kilometer is even doorwerken en ik heb het warm, maar we halen het! Dan nog het rondje uitdribbelen.

Zaterdag 25 januari. We moesten vroeg op om naar het Henschotermeer te gaan. Eerst het fietsenrek op de nieuwe auto. Dan de van-klei-ontdane ATB van mij op het fietsenrek. De heren schaamden zich voor de mooie auto, maar ik ben blij dat de achterklep tegelijk open kan! We rijden naar het Henschotermeer en het is koud buiten. Vincent zal daar gaan hardlopen en ik ga fietsen. Het is koel. Ik ben slecht voorbereid: eigenlijk heb ik veel te weinig gefietst en ik weet ook niet of ik het wel warm genoeg heb. Ik zet snel mijn fiets weg. We kletsen even met de anderen en luisteren naar de briefing. Dan gaat Vincent van start. Hard. Vooraan. Ik zorg dat ik mijn spullen aan heb en klaarsta. Ik zie al kids de brug over komen rennen en 1 daarvan lijkt Vincent te zijn. Of niet? Want die rent eigenlijk wel heel erg mooi. We denken dat zijn ene, altijd wel snellere clubgenoot voor hem loopt, maar dat is niet waar. Hij is van de club het snelste en hij loopt steeds mooier. Na een dikke 11 minuten mag ik aan de bak! Ik pak het losse startnummer over en pak mijn fiets en ik ga.

Bij de eerste heuvel moet ik al afstappen. De versnelling staat niet goed. Dan door het bos en 1 van de jongens haalt me in. Ik ga proberen hem bij te houden, maar ik heb nog niet gelopen. We slingeren over de parking en veel mensen halen me in. Het zal me wat! Door het bos gaat het prima en er is geen modder te bekennen gelukkig. Ik vind de wortels soms nog wat akelig. Ik hou het jochie in het vizier. Gewoon hard trappen kan ik wel! Dan gaan we de heuveltjes en het zand in en dat kan ik dus niet. Ik zie Krista en mijn andere vrienden die de lange cross moeten doen. Ik vind dit al genoeg! De heuveltjes trek ik slecht en ik moet vaak afstappen. Het andere jochie haalt me ook in. Las de heuveltjes voorbij zijn, komt het nare zand. Ik verlies veel tijd en ik heb het bloedheet! Ik heb trek en ben blij dat ik niet meer hoeft te lopen. We komen langs de beginplek en nu staan mijn versnellingen wel goed en kom ik de heuveltjes redelijk op.

Er is nog 1 man en na de laatste bergjes kies ik een andere versnelling en ga aan het trappen. Dat kan ik wel! Ik zie de jongens in de verte aan de andere kant van het parkeerterrein. Kijk, nu worden zij moe! De aardige man biedt me wat water aan. Ik hoeft niet en laat hem langszij gaan. Nu maakt het me niet meer uit en ik zet het gas open. Ik scheur lekker rücksichtlos over de bospaden. Ik haal de andere man bij en we halen iemand in. We komen vlak bij de jongens. Die tijd geef ik Vincent terug! Ik ben erg blij als ik er ben en Vincent trekt het startnummer me bijna uit mijn handen om te gaan rennen. Ik zeg wat mensen gedag en loop Vincent een stukje tegemoet om samen te finishen. Hij wordt net door een ander manneke ingehaald en sprint keihard verder. Ik kan zo snel niet. Niet in het zand en niet op zijn tempo. Hij loopt zo krachtig en hard! We finishen in iets van 57 minuten. Ik pak mijn fiets en doe een jas aan en dan maken we nog een foto dat we samen finishen, maar het de medaille om. Ik zeg nog wat mensen gedag en dan gaan we.

‘s Middags gaan we nog zwemmen. Vincent heeft spierpijn en ik heb nog energie. Niet zoveel zin, maar hopelijk komt dat in het water wel. Ik zwem 300m in met achtje en dan doe ik de training van dinsdag met 3x600m in verschillende tempo’s, maar zonder achtje! Dan heb ik minder drijfvermogen en moet ik mijn benen gebruiken. Dat kost veel meer energie en gaat dus langzamer. We zijn met zijn tweetjes in de baan, ieder een kant en ik zit niemand in de weg. Ik tel en let op de ademhaling. Heel sterk zwem ik niet, maar ik doe de 50m hoog tempo-150 m rustig – 100m hoog tempo-300m rustig drie keer zonder hulpmiddelen. Ik adem dan in de rustige stukken één op twee op 50 of 100 meter, dan één op drie, en dan één op vier. Zo hou ik het bij. Ik zwem zo’n 15 seconden langzamer dan met achtje. Valt me mee. Ik zwem nog 300m met achtje en doe dan 100m schoolslag/borstcrawl om het af te leren. Ik zwem 2600m weg. Ik heb veel slagen nodig om aan de overkant te komen. Maar ik heb mooi een uur gezwommen en ik heb een medaille, dus de hamburger is ook verdiend.

Weer een leuke houten hanger!

Zondag 26 januari. Er werd een social-trail georganiseerd. Rondom Lage Vuursche. Dat leek me wel leuk. Ik moet langzaam aan doen. Dat lijkt me wel fijn. Ik rij naar het vd Vlak hotel waar uiteindelijk maar een paar mensen verzamelden. Kon ik meerijden. Ik ben geen kletser. We waren mooi op tijd, tas in een auto, spullen mee en ik was werkelijk overweldigd door het groot aantal mensen. Ik schat een man of 50/60. We moesten wachten op organisator PL. Er waren drie afstanden: 11,16 en 21. Ik ging de 16 doen. Tegen half 10 gingen we lopen. Ik luister liever dan dat ik klets.

Maar er zijn teveel mensen voor de kleine paadjes. Ik merk dat ik moeite heb om ervan te genieten. Het is te druk, teveel rijtje-lopen. Je ziet alleen maar de grond voor je. Alles afstanden lopen nog door elkaar. Het tempo viel me mee en was goed vol te houden. Ik had het snel warm. Ik vond de kerkklokken die in de verte luidden echt gaaf, maar ze werden overstemt door voetstappen en geleuter. Ik kon ze ook niet plaatsen. Ik liep achter iemand met een prettig tempo, waarvan ik dacht dat hij toch wel sneller moest lopen en toen ik daar naar vroeg kreeg ik het hele verhaal te horen. Indrukwekkend. Inmiddels waren er wat bredere paden en liep het allemaal wat verder uit elkaar. Zo kletsend kan het tempo best wat omhoog merk ik dan. Ik liep eigenlijk iets te hard, maar het ging wel. Met zoveel mensen om me heen kan ik niet goed de route volgen of me bezig houden met waar we ons bevinden of hoe mooi het is. Joyce kon er niet bij zijn en ze appte me dat ik voor haar moest genieten, maar dat lukte me niet echt. Na het oversteken van de straat merkte ik dat ik de zin ook niet echt had. Mijn tempo mocht naar beneden en ik toch naarstig naar de button ‘enjoy’, maar hij zat niet op de goede plek. Dan moet ik even wat drinken, want ik had mijn sportdrank bij me. Ik telde een beetje af naar de post toe, waar koffie, thee en pannenkoekjes waren. En heel, heel veel mensen.

Ik dronk thee en toen gingen we wel in drie groepen. De tien ging eerst weg en daarna de 21km en toen ons groepje. Het was al aardig uitgedund en dat was prettig. De tempoverschillen waren groot, maar dat is al snel zo met 15 mensen. Ik weet nog dat ik de paadjes even heel erg leuk en klein vond, maar verder was ik te druk met niet struikelen en boomwortels kijken dan met genieten of bezig zijn met de omgeving. Je laat je leiden en hoeft niet verder te kijken. Het avontuur is eraf. Het tempo is eraf. Ik heb geen innig contact met die mensen.

We liepen door de modder waar ik vorige week met Rob en Vincent wandelde. Dat vond ik wel even leuk, want daar wilde ik best graag hardlopen en nu deed ik dat opeens! De zon kwam er doorheen. Voor Lage Vuursche stopten we om op elkaar te wachten. Ik had de pauze knop aan. Maar dat wachten telkens is niet echt iets voor mij. Bij Drakesteijn wachtten we weer en PL gaf uitleg. Toen liep ik met PL’s zusje mee die een heerlijke kletstante is. We stopte nog een keer voor de ‘afstekers’ en toen kletsten we verder. Maar noch de zon, noch de lieve kletszus, noch de prachtige route: ik voelde me een beetje afgestompt.

En weer even wachten om daarna een mooi paadje in te gaan en door te slingeren. Het is wel lekker sociaal en rustig om wat vaker te stoppen, maar het is voor mij elke keer weer opstarten. Ik nam nog maar eens wat sportdrank om de moed er in te houden. Vaak begon ik lekker rustig wat achterop, maar dan had ik toch net een iets hoger tempo en dan ging ik weer naar voren. Eén van de heren begon me uit te vragen over mijn hele triatlon. Ik vind het gek en heb moeite om er dan trots op te zijn. Ik voel me vandaag een brokje net-niet goed en dan kan ik me niet herinneren dat het ooit en prestatie is geweest. Toen liepen we naar de “folley” Wolfsdreuvik.

Voor mij de reden om met deze trail mee te gaan. Ik vergat alles. Het torentje was in het echt nog ehhh- echter dan ik had gedacht. Het torentje bekoorde me. Eventjes genoot ik tot in mijn hart van het sprookjesachtige torentje in de zon. Voor het eerst vond ik dat de rest te snel verder wilde. Ik bleef achter en keek nog om.

We liepen tussen prachtig en eveneens sprookjesachtig groen mos door, maar mijn hoofd bleef bij het torentje hangen. Ik hoefde alleen nog maar terug naar huis nu. We bleven een beetje wachten hier en daar en het was voor mij een kwestie van gewoon maar doorstappen.

Kon me niet meer schelen of het 15, 16 of 17 kilometer zou worden. Mooie vennetjes, de kuil: het kon me niet meer bekoren. Na het zoveelste stopje met nog een kilometer te gaan wilde ik alleen maar naar huis. Weg van deze kudde. Mijn lijf wilde wandelen. Dat deed ik ook even en toen zette ik de knop om: hardlopen en blijven lopen. Na maanden zoeken had ik het potje ‘doordrammen’ weer eens open gekregen. En dáár genoot ik van! Ik was echt even op mezelf en voelde me goed. Zo’n 800 meter slechts. Toen waren we bijna klaar en we zouden als groep aankomen, dus we moesten wachten op de langzaamsten. Ik viel letterlijk en figuurlijk stil. Het laatste stukje hobbelde ik achterop. Ik had geen woord meer te zeggen, geen centimeter zin meer en al helemaal niet in drukte of pannenkoeken. Naar huis. Weg. We gingen ook snel weer gelukkig, maar ik voelde me erg ongelukkig toen ik even binnen in de serre moest wachten. Vraag van mij niks, ik wil nu even niemand zijn. Ik had 16 kilometer getraild en daarvan alleen een torentje en een kilometertje echt genoten.

Volgende week doe ik het nog een keer, in alle rust, met alleen Joyce samen. Dan moet ik de route doen, moet ik om ons heen kijken, dan hoeft er echt niks en als dat ene moment er is dat ik niks wil zeggen, dan hoeft dat niet. (maar met Joyce is die kans klein) Als we naar huis rijden, luister ik weer naar de clubverhalen van Just Run. Ik ben er moe van en dat verbaast me wel. Ik geniet nog 1 keer na: ik heb al mijn sportdrank opgedronken! En nog een voordeeltje: ik sta bij anderen op de foto. 🙂
Ik heb weer een week lekker doorgesport. Met de wandelingen erbij zit ik boven de 10 uur, zonder de wandelingen op de keurige 8,5.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-2

13 januari. Ik heb een rustdag. Nu wet de trainer intussen dat mij dat niet zo goed past, dus ik mag gaan yoga-en. Ik zie het niet zo zitten, maar hé, ik probeer het wel!

Ik heb yoga-voor-hardlopers opgezocht en trek ergens een (ongeschikt) matje vandaan en ik doe mijn lekkere broek aan. Vincent gaat me helpen met voorlezen en vooral lachen. Ik doe de meeste oefeningen zo netjes mogelijk. Een half uur vliegt voorbij! Ik vind het best heel leuk. Hier krijg ik meer spierpijn van dan van een uurtje rennen!

14 januari. Meteen als ik uit mijn werk kom, trekken Vincent en ik de hardloopkleertjes aan. Hij moet in een hele lage hartslagzone lopen en ik moet eigenlijk fietsen, maar hij mag niet alleen door het donker van mij.

Dus ik moet mee en hoop maar dat hij echt langzaam moet lopen. De eerste kilometer heb ik er een hard hoofd in, het gaat op een lekker tempo. Maar dan gaat zijn hartslag omhoog en komt ruim boven de 150 uit. Dan moeten we gaan dribbelen. En nog langzamer dribbelen. En uiteindelijk zelfs wandelen. Ondanks dat er dus geen bal aan is, hebben we het wel leuk. We lopen naar Jeugdland en vanaf daar helemaal het fietspad af tot de Vaart. Lees voor ‘lopen’ een combinatie van wandelen en dribbelen. Ik kan het gemakkelijk bijhouden uiteindelijk en we lopen toch weer acht kilometers.

Daarna ga ik zwemmen. Dat staat op mijn schema. Ik ga in baan 2 achter M aan, een vriendelijke oudere man die lekker doorzwemt. Na het inzwemmen gaan we een piramide doen: 100-200-300-400-300-200-100m met als pauze 50m schoolslag en 30 seconden rust. Heerlijk! Ik doe alles met achtje. Ik zie een beetje op tegen de schoolslag, want ik heb nog steeds last van mijn lies/maag-streek, dus ik doe zo min mogelijk slagen. Het gaat gewoon heel lekker! Ik ben blij dat ik de zwem-mojo weer teruggevonden heb.

15 januari. Na een drukke werkdag ga ik weer zwemmen. Mijn maag/lies doet minder pijn, maar ik ga morgen toch even langs de fysio. Ik denk dat de buikspieren wat geïrriteerd zijn. Misschien ligt het aan de stoel op het werk, want ik zat vandaag ergens anders. Ik stap weer in baan 2 en ga niet vooraan zwemmen. We doen techniek en afstandjes weer. Na een half uurtje moet ik vooraan gaan zwemmen en dan tel ik een beetje. Het gaat nog een keer lekker en daar ben ik blij om.

16 januari. Ik kan aan het einde van de middag bij de fysio terecht en het blijkt dat mijn blaas gekanteld ligt. Daardoor trekt 1 van de bandjes teveel en dat doet pijn. De fysio kantelt de blaas. Het zal nog wel gevoelig zijn, maar ik mag gewoon hardlopen. Als ik wil. Maar ik doe liever even rustig aan. Dus we zetten Vincent af bij de baantraining en Rob en ik gaan een uurtje wandelen. We lopen naar de brug bij de camping om te constateren dat de overspanning nog ontbreekt en dan lopen we weer terug.

17 januari. Ik ga lekker met Joyce over de Kemphaan hardlopen. Dat is grotendeels onverhard. We gaan de gele paaltjes van de halve marathon volgen, maar dan niet de volle 21 kilometer lang. We hebben veel te bepraten en het tempo hoeft niet hoog te zijn. Joyce heeft nieuwe schoenen met noppen, die gelukkig zwart zijn, want het is best modderig. Ik zie mensen lopen die ik daar niet verwacht had en het zit me dan een hele tijd dwars dat ik niet netjes gedag heb gezegd (lees: zeker een uur of 25). De eerste kilometers lukt alles nog behoorlijk goed en we lopen ook een stuk over het verharde fietspad, waardoor het tempo wel meevalt. De kilometers kletsen we moeiteloos vol. We komen in het Cirkelbos en we komen uit bij de naturistencamping. Vanaf daar nemen we een modderig nieuw pad naar de dijk. Ik geniet er echt van!

Niet van de modder, want die vertraagt ons tempo en ook niet van het grijzige, sombere weer, maar van het feit dat we nog nieuwe dingen kunnen ontdekken! Op de dijk keren we om. Dan het Museumbos door. Ik ga even iets harder langs de bomen want het gelletje werkt nog. Intussen komt de pijn bij de blaas terug helaas. Ik weet nu dat het geen kwaad kan, maar het maakt me niet happy. Als we bij elkaar lopen, kletsen we aan 1 stuk door. We komen bij de berg en gaan via de achterkant omhoog, aan 1 stuk door hardlopend. Een auto beneden ziet ons lopen en toetert ons bemoedigend toe, hoe leuk!

We genieten van het uitzicht en er beginnen druppeltjes te vallen. Bij het naar beneden lopen voel ik de bandjes van de blaas erg goed en bijna raken we de route bijster, maar we moeten via de achterkant weer terug. We komen in het zeer modderige Cirkelbos en ook daar komen we op nieuwe routes. Het miezert door. Misschien komt het daardoor, maar we komen werkelijk niemand tegen. Langs het doolhof en dan over het bruggetje.

Vincent appt dat hij de beste voorlezer van de klas is en ik zie een plas water over het hoofd van plezier. Lachend loop ik met natte voeten door. Dan een lang saai stuk, maar daarna mogen we over de brugjes. Dan zit er al een kilometer of 12 op en dat was eigenlijk mijn max, maar we zijn er nog niet. We wandelen over de stoep en bedenken dan dat we terug naar de Kemphaan zullen lopen. Het weer, onze zin en onze benen nodigen niet uit om nog uren door te lopen. We gaan nog wel onder de bomen door en onder het tunneltje en lopen het ommetje om de 15 kilometer te halen. Daarna mogen we wel een warme chocomelk toch?

18 januari. Vincent gaat bij de trainer de 3000m test doen. Ik doe ook mee, maar ik voel me niet op mijn best. We gaan eerst inlopen en doen wat versnellingen. Ik voel de bandjes van mijn blaas trekken. Als de trainer zegt dat ‘het best een beetje pijn mag doen, maar dat we 3000 meter moeten doorzetten’, zakt de moed me in de schoenen. Daar heb ik nou net echt geen zin meer in, in afzien!

Omdat we anders wel heel veel inlopen, stel ik voor terug te lopen naar het begin van de bomenrij, zodat ik ook kan timen waar ik moet keren. De trainer loopt met Vincent mee. Hij en Vincent lopen snel van me weg en ik merk echt dat de motivatie lijkt te ontbreken. Ik zal nergens naar kijken en 3 kilometer is ook een makkie, maar we hebben wind tegen en ik heb een beetje pijn en ik ben zelfs wat misselijk en misschien stop ik er gewoon lekker mee en ik ben toch niet (meer) zo snel als vorig jaar. Ik loop door. Ik stop niet. Ik doe wel mijn best. Hoe hard ik ga weet ik niet, ik kijk niet op mijn horloge, dat zou me ontmoedigen denk ik. Ik loop gewoon. Zij keren om en ik zie Vincents grijns. Ik tel hoe ver ze op mij voorliggen, maar dat lukt niet zo goed. Dan keer ik om en krijg ik wind mee. Ik heb het warm intussen en ga aan het tellen. Ik besluit de laatste kilometer te tellen en binnen de 300 tellen binnen te zijn. De omgeving is ook saai en recht. Ver voor me lopen twee stipjes. Na twee kilometer komt er wat vechtlust terug en vind ik het toch niet zo erg dat het ‘een beetje pijn’ doet. Ik liep vorig jaar 14:40 ofzo op de 3 kilometer en nu denk ik dat ik rond 15:10-15:30 uit zal komen. Mijn conditie en kracht zijn de afgelopen tijd gewoon wat afgenomen! Ik tel en kijk voor me uit en zie dat Vincent al aan het uitrusten is. Ik zie de bushalte en ik tel en ik zet zelfs nog aan, want ik moet het halen zonder langzamer te gaan tellen! Als het horloge weer piept, mag ik direct stoppen van mezelf, maar de 300 tellen naderen snel! Ik haal het tellen net niet helemaal en dat klopt aardig. Ik heb de 3000meter in 14:55 gelopen. Dat valt me alles mee! Ik wandel meteen en vergeet het horloge uit te zetten en dat lukt ook niet meteen met de lock erop, dus ik ‘verpest’ mijn tijd achteraf.

De mannen komen op me af. Vincent heeft 12:35 gelopen. We dribbelen terug en wandelen stukjes en ik ben erg snel weer bij. Het begint te regenen en het koelt heel erg hard af. Als we naar huis rijden, hagelt het en is het echt slecht weer, dus ik ben blij dat we een half uurtje eerder zijn vertrokken! Later op de ochtend voel ik de blaas uit zichzelf kantelen en dan is de pijn opeens weer echt weg. Als je pijn hebt, voel je dat eigenlijk de hele tijd en het voelt niet heel goed. Aan de andere kant went het ook. Op het moment dat de pijn weg is, geloof je dat even niet en ik hoop dat het zo blijft nu, maar dan voel je je meteen sterker.

‘s Middags gaan we zwemmen. Het hoeft niet hard of energiek: soort van uitzwemmen. Maar als ik zie dat ik de baan voor mezelf heb, verandert mijn plan. Dan heeft namelijk niemand last van mijn lage tempo en ik hoeft voor niemand aan de kant. Ik doe techniek-oefeningen en ga dan een piramide doen van 100-200-300-400-300-200-100 maar dan zonder achtje. Proberen goed te ademen en goed te tellen. Het lukt allebei redelijk goed. Maar het tempo is niet hoog te noemen. Dat vind ik niet zo erg, want ik voel me wel dapper dat ik alsmaar zonder achtje met vermoeide benen kan blijven zwemmen. Ik heb teveel zeep in mijn brilletje gedaan en dat irriteert in mijn rechteroog. Na de piramide heb ik nog tijd over en ik ga 500m met achtje zwemmen. Dat gaat wel weer lekker, maar het gemiddelde tempo is nog steeds wat belabberd en het aantal slagen per baan ook. Ik zwem nog uit en dan ben ik toch heel tevreden! Mijn oog is niet blij, die raakt van de kook van de zeep en is plakkerig en pijnlijk.

19 januari. Ik blijf heerlijk lang in bed liggen. Als ik mijn ene oog ook open heb gekregen, sta ik eindelijk eens op. Na de brunch op lunchtijd stap ik onder de overkapping op de Tacx. Ik ga een reisverslag doorlezen en de katten mogen ook onder het glas rondlopen. Ik doe niet zo hard.

Het wordt tropisch warm onder de overkapping met 29 graden. Voor IJsblokje leuk, maar niks voor mij!

Ik lees het boekje door en na 3 kwartier stap ik bezweet af. Ik kleed me om en ga met Vincent hardlopen. We gaan naar de berg waar hij 10 keer omhoog zal lopen over de trap, terwijl ik mag wachten. Ik heb het weer koud met de wind tegen. Volgens Vincent hebben ze ook iets verandert aan de zwaartekracht, waardoor het vandaag veel moeilijker is om je benen behoorlijk op te tillen 😀 Ik ben het met hem eens! Ik loop ook 3 keer de trap op, want mijn pijntje is helemaal weggetrokken gelukkig. Ik ga over het pad naar beneden. Vincent gaat zelfs in korte mouwen!

We lopen samen weer terug, maar ik vind het helemaal niet gemakkelijk. Mag hij iets harder lopen en haalt ie me maar op! We hebben nog wel het lef om de Laan der VOC lantaarnpalen te versnellen. Het gemiddelde tempo ligt niet hoog, maar mijn hartslag ligt ook niet hoog.

Na een douche gaan we met de nieuwe auto naar Lage Vuursche voor een flinke wandeling door de modder en een pannenkoek. De pijn is helemaal weggetrokken.

Kan mij niet schelen of het wandelen en de yoga meetelt met sporten, maar ik vind van wel en dan heb ik toch mooi 10,5 uur weer gesport deze week! Als het niet meetelt, dan zit ik toch nog mooi altijd bijna aan de 8 uur. Ik vind het prima zo!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-01

Dit is een rustweek. Ik bedoel dan: er staat minder dan 5 uur op het schema voor deze week! Heus, er waren hele weken dat ik 4 uur en 3 kwartier op 1 dag bij elkaar sportte en daar mijn hand niet voor omdraaide. Maar nu heeft mijn lijf, mijn hoofd en ik even wat rust nodig. Sinds 2017 ben ik voortdurend bezig geweest met trainingen: voor een halve triatlon en toen eigenlijk vrijwel meteen door voor een hele triatlon. Daarna deed ik even een weekje weinig (net als nu) en toen nog een halve triatlon. Ik heb dat allemaal blessurevrij en met liefde gedaan, maar nu moet ik even op alle fronten bijtanken. Het grote nadeel is dat er nu een doel ontbreekt. De motivatie is weggevallen. Dus nu vraag ik me bij elke training af: waarvoor doe ik dit? Waarom zou ik gaan zwemmen/fietsen/hardlopen?

Op 1 januari is de antwoord nog: om het jaar goed te beginnen en om de goede-start badge van Garmin te halen. Dus ik ging er lekker samen met Vincent op uit. Eventjes maar. Een half uurtje. Vincent mocht de route doen, ik deed het slome tempo. We renden naar de plek waar je binnen kunt mountainbiken. Het plan was 400m rustig en 100m snel, maar voor mij waren de 400m al best op tempo en bij de 100m stoof Vincent voor me uit. Ik voelde de oliebollen, champagne en laat naar bed. Er waren heel, heel veel wandelaars. Vol goede voornemens denk ik en ze vinden ons allemaal ‘goed bezig’.

Terwijl mijn enige goede voornemen met dit stukje hardlopen juist onderuit wordt gehaald: ik ga rustig aan doen! Uiteindelijk liepen we een kilometertje of 5. En toen ging het goede voornemen in: ik deed lekker niks op 2 januari. Niks sportiefs in elk geval. Werken, eten, wassen: dat wel natuurlijk. En weet je wat? Op 3 januari deed ik ook niks. Schoonmaken, lunchen met een vriendin, het regende de hele dag en ik deed lekker niks sportiefs! Het gaat goed met het goede voornemen en het aantal uren deze week! Maar goede voornemens zijn niet gemakkelijk vol te houden…. Op zaterdag 4 januari is het droog, is alles schoon en geregeld en schop ik mezelf voor een training naar buiten. Een uurtje. Dat is de tijd die ik ga lopen en die ik nodig heb om de zin te maken. Ik heb wel vaker geen zin, maar dan was er een wedstrijd, een doel, iets om toch maar wel voor te gaan. Dat ontbreekt nu. Maar ik ga tóch!

Omdat ik nieuwe schoenen heb. Vorige keer had ik witte Ascis, nu heb ik precies dezelfde uitvoering, maar dan in het zwart. Ik ga 5 minuten blokjes lopen en daar tussenin 1 minuut rust. Eerst 5 keer in D2, dan 5 keer in D3. Het ging wel. Nu ik een beetje last heb van motivatie-gebrek voel ik ook veel meer pijntjes: in mijn lies, onder mijn linkervoet, in mijn kuit… De hartslag is te laag en daarna te hoog en dan dribbel ik een minuutje. Ik ga naar de dijk en probeer het tempo steeds aan zone 2 aan te passen. Ondertussen is er ook weinig om me zorgen over te maken, dus hobbelen mijn gedachten er een beetje achteraan. Op de dijk heb ik 5 keer zone 2 erop zitten en dan keer ik weer om. Zelfs de route-inspiratie laat me in de steek!

Zone 3 bevalt iets beter, maar ook dan ga ik snel te hard. Ik tel maar mee uit verveling. Tussen de 5 minuten zone 3 door moet ik wandelen!

Wan-de-len. Ammehoela, dat kunnen de schoenen eigenlijk niet. Daar zijn ze niet voor gemaakt, deze hardloopschoenen. Dus ik doe half om half met 30 seconden wandelen en 30 seconden dribbelen. En dan ben ik na 11 kilometer weer thuis. Door naar de zwemtraining. Ik ga gewoon lekker suf met achtje in baan 1 op en neer zwemmen. Eerst doe ik 100tjes, een stuk of 8 en dan 200tjes een stuk of wat en dan 300tjes tot de tijd om is en ik 2500m heb gezwommen. De andere zwemmers zijn sneller en doen de training (die ik toch niet kan volgen) en er is een nieuweling die ook sneller is het eerste half uur. En dan zitten er weer 5,5 sporturen op.

Ik loop wazig te doen! 😉

Maandag 6 januari. Ik ga lopen samen met Vincent. We gaan drie kwartier: eerst een kwartier in mijn zone 2 en daarna 2 keer een kwartier in mijn zone 3. Voor Vincent blijft het zone nul. We lopen langs de rode flats. Het schiet niet op. Dan zeg ik Vincent een blokje om te doen, maar ik realiseer me later pas dat ik links-links heb gezegd in plaats van links-rechts. Dus ik keer om en zoek hem in het donker, terwijl hij mij zoekt. We vinden elkaar weer (zoveel lopers zijn er nu ook weer niet) en dan lopen we nog helemaal achterlangs. Het wandelen tussendoor gaat me goed af. Vincent kletst maar door en door en ik moet op mijn ademhaling letten. Het is volkomen duidelijk wie er in zone nul en wie in zone 3 loopt. Hij doet nog een aantal versnellingen langs de lantaarnpalen en dan lopen we weer terug door de Cornelis Matelieffstraat.

Vincent is al boven!

Dinsdag 7 januari. Vandaag gaan we weer samen. Weer het donker in. Ik doe 10 minuten deurtempo 1 en dat is een langdradig, langzaam, koud en moeilijk begin. Vreselijk! Vincent doet de route en we lopen over de Evenaar. Na ‘n korte wandelpauze doen we zone 3 en dat wil ook maar mondjesmaat. We gaan niet over de Trekweg in het donker en we lopen langs de de hoogspanningsmasten. Ik verheug me 15 van de 20 minuten op de wandelpauze! Daarna gaan we nog een keer 20 minuten zone 3 doen. Laag zone 3. Eigenlijk is het na 5 minuten alweer op. Ik heb het echt zwaar en hobbel maar wat achter Vincent aan. De route is leuk onverhard, maar als we weer bij de rode flats zijn, is het eigenlijk óp bij mij. Ik vraag Vincent me af te leiden door wat-dan-ook te vertellen en ik krijg een heel verhaal over een computerspelletje, maar alles in mij protesteert. Ik heb niet echt op 1 plek pijn, maar alles voelt zwaar, sloom, traag en ontzettend moeizaam. Ik blijf hardlopen, maar daar is alles mee gezegd. Ik sleep me tot het sluisje, sleep me tot het brugje en dan zijn de 20 minuten om en mag ik wandelen. Ik moet me nog naar huis slepen en dat lijkt echt alsof ik een molensteen achter me aan trek. Vincent gaat er de laatste kilometer vandoor op eigen tempo en ik sleep Anke en het anker ook naar huis en naar de WC.

Woensdag 8 januari. Zwemtraining in Almere Poort. Het lijkt lang geleden. Ik ga in baan 2 en ik hoeft niet voorop. Ik neem mijn achtje en zwem lekker in. Ik tel de slagen naar de overkant. En terug. En weer. En het zijn er net iets teveel. We gaan techniekoefeningen doen. Saai, maar vast nuttig. Na de techniekoefeningen heb ik minder slagen nodig om aan de overkant te komen. Mijn brilletje loopt steeds vol. We gaan 100-200-300-200-100m zwemmen met als pauze rug25m-school25m en 15 seconden pauze. Ik ga gewoon mee en tel slagen. Heen en terug en weer en nog ‘s. Dit gewoon niet zo snelle zwemmen en dan een beetje afstand bevalt me wel. Mijn bril loopt weer vol en ik zie niks meer. Dat desoriënteert me. Na de piramide doen we steigerswims en dan blijft de badmuts ook niet meer zitten. Uiteindelijk zwemmen we hartstikke veel.

Donderdag 9 januari. We gaan lekker wandelen. Geen baantraining, maar samen met Rob een stuk lopen. Heerlijk. Geen last van spiertjes die trekken of tempo’s die niet willen, gewoon lopen en praten. Aan het einde begon het ineens SNOEIhard te regenen en toen waren we in een minuutje doorweekt. Dus de 6 kilometer heb ik lekker net niet volgewandeld.

Vrijdag 10 januari. Ik ga hardlopen en fietsen. Ik zie er een beetje tegenop, omdat ik eerder deze week al niet lekker liep en nu moet ik langer lopen en daarna ook nog fietsen daarna. Ik vraag of Manuel mee gaat fietsen, dan kan ik mijn eigen slome tempo lopen. Nou, goed voor Manuel!

Kilometer 1 in zone 1: zeven minuten en achttien seconden!
Opwarmen heet het dan, maar…. ik kreeg het koud! Miezer, traag lopen, wind op de Evenaar. Kilometer 2 ging zelfs NOG langzamer! In 7:40. Dat is zowat wandelen. Dan kilometer 3 en 4. Ik ga na de “warming-up” tien minuten in zone 2 lopen. Dan krijg ik het ietsje warmer, maar het gaat nog niet echt hard. 6:45 De miezer houdt op. Ik app Manuel wat hij allemaal “mist”.
Daarna mag ik naar zone 3. Hoog in zone 3. Dat hoeft ik maar 8 minuten te doen. Het tempo gaat naar 6:05 ongeveer. Ik zie een andere hardloper, met dure AirPods in en een perfect hardlooplichaam. Hij knikt me toe en… gaat wandelen met een grote grijns! Ineens verlaat mijn gedachte dat-ik-echt-wel-harder-kan me 🙂 Na 8 minuten ga ik een minuut wandelen en een minuut dribbelen.
Ik ga onverhard en dan gaat het tempo weer iets omlaag. Ik heb het gevoel voort te hobbelen. Hoe ik in deze hartslagzone een paar maanden geleden nog 5:40 liep, is me een raadsel. Het is hetzelfde als eerder van de week: het voelt niet zo gemotiveerd. Ik hou me strikt aan de opdracht, maar het voelt niet soepel of gemakkelijk. Wel zou ik dit heel lang vol kunnen houden, ik word niet echt heel moe. Over 5 kilometer loop ik 34 minuten.
Weer een wandelpauze. En nu hoeft ik nog maar 2 keer 8 minuten in zone 3 door te brengen. En ik blijf lekker verhard lopen! Er loopt iemand voor me. Zij heeft ongeveer hetzelfde tempo als ik. Maar mijn horloge piept elke keer net. Ik voel me toch uitgedaagd en kan haar inhalen! Het is goed weer even iets te voelen en te willen. De kilometertijd komt onder de 6 minuten per kilometer te liggen. Misschien heb ik nu wind mee. Of ik ben klaar met de warming-up.
Ik wandel de laatste keer en zij mag mij nog 1 keer inhalen. Ik doe een uur en 7 minuten over 10 kilometer. De zon breekt een beetje door. Ik heb het intussen wel warm! Als we de brug afgaan, haal ik haar weer in. Ik loop de laatste keer zo hard mogelijk en kom uit op 5:47. Waar je al niet blij mee kunt zijn. Ik maak 11,23 kilometer vol in 75 minuten. Niet mijn beste loop, maar…. ik heb het gedaan! Mijn zorgvuldig opgebouwde VO2Max daalt een punt en de hersteltijd loopt op.

Dan ga ik met Manuel mee fietsen. Op de ATB. Ik vind het fijn dat we weer even buiten kunnen trappen. Hard ga ik niet. Vandaag niet. Er staat best veel wind. Ik heb het bij het lopen niet gemerkt. Nu is de wind koud. We gaan dus ‘binnendoor’ door de stad naar de dijk en hebben dan op de dijk vanaf het Wilgenbos wind mee. Manuel kletst. Ik hoeft alleen maar te luisteren, te trappen en uit te kijken. Dat gaat me goed af! Lekker door het Wilgenbos en dan komen we op de dijk. En daar miezert het en de wind komt van opzij. Het is niet echt fijn fietsen. Het laat mij onverschillig. Dat is een beetje de kern van het probleem. Al dat sporten doet me niet zoveel. Regen, kou, wind: het kan mij allemaal niet boeien. Langs de plassen hebben we wind mee en is de miezer weer gestopt. Het tempo ligt nog niet boven de 20 km/u. Dus over de 25 kilometer doe ik langer als een uur. Ik mag op de bank liggen! Volgens mijn horloge en de hersteltijd moet ik daar 4 dagen blijven liggen.

Zaterdag 11 januari. Ik zie de medaille van de Apres Ski Run en ik weet het zeker: die moet ik hebben! Nog even en het wordt een gewoonte om me in te schrijven voor de medailles…. Ik ga voor de 5 kilometer. ‘s Middags gaan we zwemmen. Vincent traint in baan 5, ik mag in de oudjes-baan 1. Ik ga zwemmen. Niets anders. Op en neer. Een uur lang. Met achtje. We zijn met zijn drietjes, de andere twee zijn sneller, maar ze tikken me aan en dan ga ik even aan de kant. Vandaag heb ik last met ademhalen. Ik moet de eerste banen 1 op 2 ademen. En heb ik normaal aan 21 slagen genoeg om de overkant te halen, vandaag heb ik er zeker 2 meer nodig. Ik ben denk ik een beetje verkouden, waardoor ook het lopen niet zo lekker gaat. Niet dat ik er echt last van heb met een volle neus of keelpijn, maar ik heb met alles net iets meer moeite. Ik ga een kilometer onafgebroken zwemmen en daar doe ik 20:44 over. Na circa 15 seconden rust ga ik weer door. Ik heb totaal geen zin meer na 1400m en een half uurtje zwemmen. Ik drink wat ranja en dan ga ik maar weer. Ik kom er opeens in. Het kan me niet schelen hoe snel ik ga of hoe goed. Ik ga gewoon. Baantje na baantje na baantje. Ik hoeft niks en opeens geniet ik daarvan. Van de stilte en het gewoon maar blijven zwemmen. Ik zat echt in een soort zwemflow. Dat het niet uitmaakt. Heerlijk! Het had nog wel een heel tijdje kunnen duren, maar toen was het trainingsuur om. Ik had 2600m gezwommen. Misschien niet zo snel, maar ik had wel weer eens best lekker gezwommen. Ik was er wel erg moe van.

12 januari. Ik slaap heel goed ‘s nachts, eindelijk weer ‘s een keer! Eigenlijk had ik vandaag een dag waarop ik me prima kon vervelen. En dan hik ik tegen de sportopdracht aan. Buiten goot het en het waaide hard. Als ik gedacht had aan buiten fietsen, moest ik dat maar achterwege laten. Ik ging op de Tacx en het plan was om een uur in zone 2 te fietsen. Dat lukte me niet. Ik bleef in zone 1 hangen en had geen zin om persé een zone hoger te gaan zitten. Erg he, dat de zin gewoon ontbrak en dat ik dat er maar lekker bij liet!

Ondertussen keek ik naar de tekenfilm van Alfred Jodocus Kwak die een triatlon deed. Gister heb ik de prachtige film 100meters gekeken waarin een man met MS trainde voor de triatlon. Natuurlijk zat er ook een ander element in met zijn schoonvader, maar het was wel indrukwekkend. Wat er niet klopte was dat hij 17 uur over zijn hele mocht doen en dat hij zonder achterfietser in doodse stilte over de finish kwam (zonder achterfietser of vuurwerk). Al snap ik dat filmtechnisch wel: na 15 uur komt er niemand meer binnen en heb je de filmset voor jezelf!

Alfred Jodocus Kwak liet op een andere manier zien dat trainen geen makkie is en daar speelde het element doping een rol! Erg leuk. Dan hoeft je je toch ook niet druk te maken over de zone waarin je fietst?! De Fabeltjeskrant behandelde met een Panda uit het buitenste buitenbos de vreemdelingen-politiek op eenvoudige wijze. Het uur ging wel om hoor! En ik fietste 22 kilometer.

Daarna de fietsbroek uit en hardlopen. Daar zag ik wel tegenop na de zware lopen van afgelopen week. Ik mocht nu op ‘flink tempo’. Het hoefde maar 20 minuten. Dat hielp mij. Ik ging gewoon een rondje om de wijk. 20 Minuten is lekker overzichtelijk. De eerste kilometer durfde ik niet naar het horloge te kijken; het voelde alsof ik hard liep en ik wilde niet zien dat het tempo weer op 6 minuten zat. Ik dacht wel even aan de wind tegen waar iedereen over klaagde, maar ik merk dat nooit zo erg. De eerste kilometer ging in 5:12 en dat stemde me tevreden, maar ik werd ook meteen angstig dat ik dat niet zou kunnen volhouden. Ik ging het maar proberen. En toen ging ik door het bos en ik moest wat mensen inhalen. Ik schaamde me dood, want ik klonk echt als een oude stoomtrein, zo was ik aan het puffen! Maar goed, de tweede kilometer ging nog iets sneller ook.

Weer thuis! i did it

Toen begon ik het te voelen! Aangezien ik volgende week 3 kilometer moet lopen, dacht ik dat het toch zeker tot 3 kilometer moest volhouden. Dat was doorbijten en zweten, maar het lukte. Ik deed 15 minuten en 22 seconden over de 3000 meter. De derde kilometer ging ook nog eens iets sneller! Mijn hartslag bleef een beetje achter met 160. Ik knalde nog maar even door en besloot de 20 minuten vol te maken. Toen kreeg zelfs ik duidelijk wind tegen, maar daar geniet ik van in plaats van te vloeken. Ik kon iets hebben… Ik vond het fijn te merken dat er in elk geval nog wat vechtlust over is. In de 20 minuten loop ik 3,89 kilometer. Dat is best oké voor mij. Ik wandelde even en dribbelde rondom de vertrekkende buren de 4 kilometer vol in 21:38. Hoestend en proestend. Ik was er moe van, maar ook weer eens ergens tevreden over! Ik heb deze week heel wisselend gepresteerd. Dat voelt niet goed en geeft me weinig vertrouwen voor de toekomst. Ik mag na deze rustperiode tenminste weer gaan opbouwen nu!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-de laatste

Voordat het nieuwe jaar begint, mag ik nog twee dagen werken. Het is niet druk en we hebben nog een mooi karwei wat prima in deze rustige dagen gedaan kan worden! Het is zelfs wel een beetje ‘gezellig’, als er niet zoveel drukte is. Op maandag 30 december ga ik ‘s avonds nog even op de Tacx TV kijken. Het gaat over MI6 in Londen (het is de serie Londen indeed 😉 )Het boeit me meer dan ik gedacht had en ik hou het een uur vol op de Tacx.

31 December laat ik de laatste wens in vervulling gaan: nu kan het namelijk: van het werk naar huis lopen. Van mijn leuke werkplek waar ik zonder problemen op de laatste dag van het jaar leuk werk mag doen in het laatste zonlicht naar huis lopen. Het is iets verder als in deze mega-lege-rustweek op de planning staat, maar dat is dan jammer. Het is nog steeds een organisatie, want nu moet Rob me brengen en ik moet zorgen dat ik niets mee naar huis hoeft te nemen wat niet in het rugzakje past. Alvast de loopschoenen aan en de hartslagmeter om… We maken de opnames op het werk af en Joyce gaat met me meelopen: wat een extra mooi tintje aan de afsluiting van het jaar! Om 3 uur sta ik buiten en gaan we lopen. Ik heb de eerste stappen behoorlijk last van mijn lies/schaambeen, maar niet te erg om niet te gaan rennen. Het neemt in de loop van de run af. Ik begin tegen Joyce te kletsen. En te kletsen. En we lopen gewoon maar door. Joyce moet de 2400 kilometer vol maken (vierentwintighonderd) en daarom gaan we aan de buitenkant om het Weerwater. We hoeven niet hard. Mijn verhaal duurt even en het lopen gaat bijna vanzelf. Eigenlijk wilde ik deze loop voor mezelf gebruiken om alles op een rijtje te zetten en terug te kijken op dit jaar. Maar gezellig met Joyce lopen is veel en veel leuker! We komen bij de reclame van Pon en maken een foto- en rek-stopje.

Het is mooi met de ondergaande zon over het Weerwater, waar ik zo vaak en graag zwom. Ik sta er zelf even bij stil dat ik hier liep met de halve triathlon, hoe moeilijk ik toen kon genieten en hoe warm het was. Nu is het heerlijk koel loopweer. Ik weet nog dat ik toen doorliep en doorliep. Aan de andere kant weet ik het niet meer precies. Er is weinig van de halve triatlon overgebleven in mijn gedachten. We liepen verder over het fietspad en ik genoot van de 1% die we onverhard liepen, net als bij de triatlon. Er zijn nu wel stukken in mijn herinnering. De voetstappen op het pad, daar stond KvH om mijn bidon over te pakken, het water om te zwemmen en daar verderop het Frysman-tentje.

We kletsen heerlijk verder, ook al gaat het tempo iets omlaag. Maar tussen het gekwebbel door zie ik wel de andere beelden en weet ik waarom ik nog naar de ziekenhuisbrug wil lopen. Vlak voor de ziekenhuisbrug is Joyce klaar. Ze heeft meer dan genoeg gelopen dit jaar en heel, heel knap gepresteerd.

Ze is mijn zonnetje!!

Ik hoeft geen aantallen meer te halen. Of ik 1850 of 1860 kilometer loop, maakt niet meer uit. Maar ik wil naar huis kunnen lopen vanaf mijn werk. Mijn leuke werkplek. Joyce neemt de bus. We hobbelen samen naar de halte en vanaf daar ga ik alleen verder. Het lopen zelf wordt zwaarder, want ik moet mezelf nu aan de gang houden en over de route denken. Ik neem Vincents fietsroute vanaf de school naar huis. Hoeft ik niet meer na te denken over de route, maar moet ik wel over het saaie Spoorbaanpad. Kan ik mijn tijd gebruiken om terug te denken. Aan de heerlijke loopjes met Joyce. Die waren het allermooist: het waren geen prestatie-lopen, maar avonturen. En die gaan we volgend jaar nog meer maken hebben we elkaar beloofd. En dan de triatlons. De halve van Almere heb ik net rond het Weerwater wel een beetje achter me gelaten. Ik had het te druk met een brugklasser en nieuw werk om er van te genieten. Jammer, maar helaas. Dat kon de PR niet verhullen. En dan de wedstrijd in de hitte van Emmeloord. Ik denk terug aan het lopen in die warmte. Dat hield ik ook vol, dus vandaag laat ik me niet uit het veld slaan door oliebollengeurtjes en knallende vuurwerk-kinders. Ik vind de ‘mist’ die blijft hangen juist mooi passen!

Mijn meeste gedachten gaan als vanzelf naar de hele triatlon in Friesland. Naar het ongelooflijk zware zwemmen, maar daar heb ik vaak genoeg aan gedacht. En de marathon ook. Alles is zo vaak gepasseerd in mijn gedachten, op 1 moment na: de finish. Ik heb weinig stilgestaan dat ik een Frysman ben geworden. Een triatleet. Vandaag heb ik expres mijn Frysman t-shirt aan en als ik de Vaarten over ben en mezelf een stukje wandelen toesta bij de supermarkt, dringt het tot me door dat het niet uitmaakt hoe lang het duurde, maar dat ik echt karakter heb getoond en een heuse Frysman ben. Een vrouw met ballen die kan zwemmen tot ze er net niet bij neervalt, die lekker kan fietsen en die daarna alles uit de kast haalt voor een marathon op karakter.

Ik wandel even, want vandaag maakt het niet uit. Ik heb al 12 kilometer gelopen en ik ga gewoon door tot ik thuis ben. Het licht van 2019 dooft langzaam weg. uit de serie ‘sommige-dingen-leer-ik-nooit’ heb ik niet genoeg voeding gehad of bij me. Ik voel het niet, maar weet het. Als ik door het centrum van Almere Buiten loop, mag ik weer wandelen van mezelf, maar ik sla het over. Ik wil zo snel mogelijk thuis bij de oliebollen, familie en in het licht zijn. De kleuren buiten zijn prachtig en ik hoeft nergens snel voor te zijn. Het enige wat ik hoeft te doen is blijven lopen. Zoals zo vaak. Doorzetten. Het lijkt of ik dat niet opgebruikt krijg! Ik loop de wijk in en realiseer me dat ik 14 kilometer heb gelopen. Ik zie dat als twee rondjes. De Frysmanronde trekt nog 1 keer aan me voorbij , want sinds ik triatlons doe zijn looprondes 7 kilometer. Ik heb dit jaar zoveel kilometers gesport dat ik zwemmend-wandelend-rennend-fietsend naar de evenaar kan, diep in Afrika. Ik kan hardlopend met gemak naar Pompeii en dan pak ik de fiets, zwem ik naar Albanie en ga ik fietsend via Moskou weer naar Almere terug. Meer dan 5500 kilometer gefietst en 1860 kilometer hardgelopen. In 2013 en 2015 liep ik meer (toen zwom en fietste ik er nog niet bij) 230 Kilometer gezwommen. Ik heb ook bijna 200 kilometer gewandeld. Alles bij elkaar 7800 kilometer gesport. 566 uren aan besteed verdeeld over 550 activiteiten: dat is 3,5 week onafgebroken sporten (24 uur per dag). Nog nooit eerder in mijn leven heb ik zoveel gesport. Het is mijn hobby, mijn passie en aan het begin van het jaar was het mijn uitlaatklep, maar nu heb ik dat niet meer zo nodig. Als ik thuiskom wordt ik verwelkomd door de buren en vuurwerk. Ik heb het jaar goed afgesloten en ga liever naar huis dan de 15 kilometer vol te maken. Ik maak een mooie collage van mijn sportjaar:

Ik wilde ‘m op Facebook zetten met een mooi verhaal over dit jaar, maar het komt er niet van. Ik doe liever mee spelletjes, eet me ziek aan de oliebollen en drink me draaierig aan de champagne. Vorig wenste ik mee een sportief jaar toe zoals ik nu achter de rug heb. Dat besef ik me maar al te goed als ik naar het vuurwerk kijk.

2020 wordt een stuk rustiger!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-45

16,17 & 18 december. Ik verstuurde deze app naar mijn trainer:

Ik ga het rust-schema zo netjes mogelijk opvolgen, maar gemakkelijk is dat net zo min als een overvol schema. De trainer kan er wel om lachen, maar drukt me op het hart dat ik ‘recht’ heb op rust. Dat mijn lijf even bij moet komen en dat ik hooguit 1 training mag toevoegen. (ik opteer meteen een training van 2 à 3 uur) Rust is Training schrijft hij me. Of ik dat op een tegeltje wil zetten. Dat is niks voor mij, maar ik moet mijn tijd nu op een andere manier doorkomen:

Als ik dit heb gedaan, alle was gedaan is, dan mag ik toch best even een stukje lopen? Ik moest gister 20 minuutjes gaan lopen en vandaag 30 minuten. Dat vind ik echt niet de moeite en gister had ik geen zin, dus ik combineer de trainingen vandaag. Eerst mag ik 6 keer 500 meter lopen. 400 Daarvan in een (heel) rustig tempo, 100m versnellen. Dat zie ik als de warming-up. Daarna ga ik een half uurtje proberen precies 10 kilometer per uur te lopen. Dat ga ik combineren met het aanzetten van RacePro op mijn horloge. Het is lekker weer. Droog, koel en een licht zonnetje. Kijk, dat bevalt me nog net ietsje beter dan borduren!

Bij het Oostvaarderscentrum is de ‘warming-up’ voorbij. Ik ga proberen om een half uur lang precies 10 kilometer per uur te lopen. Aanstaande zaterdag ga ik iemand “hazen”, dan loop ik met iemand een halve marathon en we willen precies op 1 tempo gaan lopen. Ik loop lekker en gemakkelijk. En… te hard. Ik loop 5:45. Misschien ietsje minder hard als ik over de onverharde paden ga, maar de 5 kilometer zijn na 29 minuten klaar. Aan mij zal het niet liggen! Intussen heb ik ook één van de laatste doelen van dit jaar gehaald: 1800 kilometer hardgelopen.

Donderdag deed ik ook weer rustig aan. Vrijdag 20 december moest ik eigenlijk gaan zwemmen volgens het schema, maar dan is er gen zwemmen. Dus ik stapte maar weer eens op de Tacx. Met anderhalve aflevering Outlander. Heerlijk! Het was een onverwacht fijne aflevering en de tijd fietste voorbij. Ik ging niet al te hard, want we hebben geen warm water om te douchen. Leuk zo naast de kerstboom!

Na een half uurtje ging het vliegwiel meewerken. Dan ga ik een stuk harder. Ik fietste door terwijl ik lekker aan het kijken was. Voor mijn neus staat een kerstboompje. 75 Minuten hield ik het gemakkelijk vol.

Zaterdag 21 december.
Ik ging met DR mee naar haar geboortedorp Linschoten om haar te hazen bij de halve marathon. Haar moeder heeft deze loop vaak gedaan en de loop komt bij haar ouderlijk huis langs. Inmiddels woont haar moeder daar niet meer, maar in een verzorgingshuis. D’s vader woont daar nog wel en daar waren we van harte welkom. Vincent ging ook mee, hij ging de 5,3 kilometer hardlopen. Ik sliep niet zo goed, dat is al een paar nachten zo. Geen reden voor, gewoon vaak wakker of laat in slaap. DR wilde de halve marathon net zo snel lopen als haar moeder, namelijk 2 uur en 9 minuten. In elk geval wilde ze sneller dan 2 uur en 20 minuten die ze de eerste keer deed. Dat moet makkelijk lukken. Een vriendin van D, HN, kwam ook naar ons toe. Met zijn vieren reden we naar Linschoten. We waren al vroeg, om 12 uur gingen het dorp ‘op slot’, om half 1 ging Vincent lopen en wij pas om kwart voor 2. Ik had niet zoveel zin. Het is mijn rustperiode en zo voel ik me ook een beetje: alle doelen gehaald, alles gedaan: het hoeft niet meer zo van mij. Ik bedacht zelfs dat één van de dingen die ik nog niet heb gedaan niet-finishen is en dat dat ook een mogelijkheid zou zijn.

Bij D’s vader zit nog meer familie die de 5km gaat lopen. Dochter van 16 voor de eerste keer, D’s oom heeft een marathon gelopen en vertelt daarover. De man van de vriendin van D heeft de halve triatlon gedaan. En bij mij sluipt het er in: “leuk allemaal, maar kom terug met je marathon als je daarvoor 180 kilometer hebt gefietst en verzopen bent.” We halen startnummers en ik zie het snelste waar we zijn moeten. In mijn hoofd zeurt het stemmetje voort: “dit is jouw wedstrijd, niet de mijne.” Ik ben vandaag van de begeleiding: eerst Vincent, straks D. We lopen op en neer en dan gaat Vincent starten. Ik laat hem gaan: hij mag doen wat hij wil, hoe hij wil, hoe hard hij denkt te kunnen. Vooraan beent de knul weg.

Geen partij voor de lange slungels, maar hij laat zich niet kennen, de kleine. Ik wacht even en na 23 minuten en 20 seconden is hij weer binnen. Wow. Snoeihard. Dan weer naar D’s huis lopen om om te kleden. Ik ga toch in lange mouwen en ik heb een liter sportdrank bij me. Van mijn zeurende hoofd heb ik hoofdpijn gekregen en ik neem een paracetamol. Misschien heb ik vandaag teveel pijn. We lopen naar de start, nog een keer plassen, wachten, nog een keer plassen en in het startvak. Haar vriendin gaat sneller dan wij.

Ik ben gelaten. D had me beloofd dat het niet druk zou zijn, maar ik vind het best wel druk! Ik loop rechts van haar, ik zal wel kletsen en ik heb nog steeds geen zin. Ik heb niks met Linschoten of Oudewater of Montfoort. Pas 3 minuten nadat de eersten gestart zijn, gaan wij lopen. Voor haar huis langs en we wisselen even van plek, zodat zij naar iedereen kan zwaaien.

Vincent zal met D’s vader mee rond gaan fietsen. De brandweer staat buiten met zwaailichten. Het is wel gezellig en sportief. We lopen door Linschoten heen. Wat een leuk dorp! Over een bruggetje en langs de warme bakker. Vincent en R’s vader staan er al en we zwaaien. We lopen het dorp uit en we mogen over de weg. Altijd leuk als het asfalt voor de lopers is, maar ik kom hier nooit. We gaan de wegen op en voor ons loopt een lang lint met lopers. Ik vind het nog steeds best druk. Ons tempo is precies wat het moet zijn: 6:08. En dat wel 4 of 5 kilometer lang! Ik hoop dat we dat vol kunnen houden. Ik kijk mijn ogen uit. Het is apart hier te lopen. Ik zie de huizen met kerstbomen en het water. Is het erg als je je dan voornamelijk afvraagt hoe het is om daar in de zomer te zwemmen? Veel hekjes en landgoederen. Ik klets soms wel wat en we halen hier en daar iemand in. Ik heb nergens last van, behalve een beetje melancholie en somberheid. Mijn schaambeen irriteert wel een beetje, maar niet erg. Ik drink wat gels-in-water na 5 kilometer. We hebben precies een half uur gedaan over de eerste 5 kilometer. We lopen in een soort van groepje en het gaat verder uit elkaar lopen. We lopen nu een beetje tegen de wind in. Is dat voor mijzelf een reden om een tandje bij te zetten en het eigenlijk niet eens te merken, ik merk het nu aan D en de anderen om ons heen. We vertragen. De tijd loopt heel langzaam een beetje op.

Na 7 kilometer fleur ik even op: het eerste rondje zit erop! Zo voelt dat. We lopen langs water en huizen ernaast die niet gemakkelijk bij hun overburen kunnen komen. Stomperwaard ofzoiets, heet het.

Ik maak een foto en app met Vincent. Dat we op 8 kilometer zijn. Ik voel me niet uitgedaagd en dat hindert mij dan. Ik kwebbel wel vrolijk hoor, maar er ontbreekt een tandje inspiratie bij mezelf. Bij de tien kilometer staan Vincent en R’s vader weer. We zijn dan net in Ouderwater. Dat is ook een leuk plaatsje eigenlijk. Daar is het dan even wel druk. Het grootste deel van de route is qua toeschouwers heel erg stil.

We lopen onverhard en zo langs het water dat ik toch weer meer zin krijg in zwemmen dan in lopen! Even iets drinken en we blijven hardlopen. De tijd loopt steeds een klein beetje op. Diep in mij blijft het katterige gevoel over dat ik meer kan. In werkelijkheid is dat helemaal niet zo! Ik zou niet veel harder kunnen en vooral niet willen op dit moment. Ik begin te kletsen tegen D en de mevrouw voor ons kan daar niet tegen. We halen haar in. Het maakt me niet uit of D luistert, maar het leidt haar af.

We zijn al over de helft en voor ik het in de gaten heb zitten er 12 en 13 kilometer op. We lopen nu wel uit qua tijd en ik begin bang te worden dat we de 40 seconden niet meer goed kunnen maken. Ik hoor anderen weer over de wind en voel ‘m zelf ook, maar hij komt van opzij. 14 Kilometer is voor mij altijd een punt: het tweede rondje! We zijn al anderhalf uur bezig en we gaan nog een half uur. D ziet haar man en kindjes en krijgt een knuffel.

Ze ziet ook haar broer. Dan komen we Montfoort in. Daar is herrie en het is er druk en ik vind het er erg leuk. Ik monter echt even op. We zullen het wel halen, dringt tot me door. We hoeven nu alleen nog maar terug te lopen naar Linschoten. Vincent appt dat zij er al zijn. D’s broer fietst een stukje mee en dat doet haar goed. Ik zie aan haar dat ze vermoeid raakt. Ik voel het zelf ook wel een beetje, maar ik ben nog lang niet op. Verre van. Nu krijgen we wind mee en dat maakt het gemakkelijker.

Ik wil best jagen op de 2 uur 9, maar van D hoeft het niet. Zij vindt alles binnen de 2 uur en een kwartier winst. Ik zou liever dichter bij de eindtijd komen en ik vind het moeilijk me erbij neer te leggen. Omdat ik zelf nog zou kunnen ook denk ik. We tellen af vanaf 18 kilometer. In kleine stukjes. We zien Linschoten al liggen. Nog een stukje wind tegen, maar het kan D niet meer aanzetten. Ik dreig een beetje, maar ze zegt dat ze op is. Ik geloof er niks van, want ‘op’ zit in je hoofd. We lopen de wijk nog door en ik kan wel harder, maar D niet. Hoewel… we hebben het tempo iets opgeschroefd. We moeten nog een keer het brugje over en het lijkt me een drempel van niks nu, maar ik kan me voorstellen dat niet iedereen zo denkt. Als ze haar vader ziet, kan D nog een versnelling inzetten. Ik heb even moeite om haar bij te houden, maar ze zwakt snel genoeg af.

Het wordt een tijd van onder de 2 uur en 11 minuten. We gaan juichend de finish over samen. Ze is ape-trots: haar PR met tien minuten doorbroken.

Ik zou ook trots moeten zijn dat ik dat gewoon gedaan heb, maar ik voel het niet zo. Vincent zijn PR er dik aan, D’s PR er dik aan, een tevreden nichtje die 5 kilometer in 35 minuten heeft gelopen, de PR van D’s vriendin er dik aan en ik… Ik heb maar een halve liter gedronken. Ik ben moe van te langzaam lopen. Ik ben niet blij omdat er geen uitdaging was. Net niet hard genoeg. Ik heb niet bij een ander gevoeld wat ik wel dubbelendwars heb: net het beetje vechtlust extra. Iets meer willen dan je eigenlijk kunt. Mijn schaambeen doet zeer. Ik ben blij voor iedereen, maar niet echt voor mezelf. Ik kleed me om en neem hersteldrank. De kortste dag van het jaar is alweer donker. Vincent en ik rijden samen naar huis. Er is geen warm water om te douchen. Ik ben ook niet heel erg bezweet meer. Samen met Rob wandel ik naar de frietkraam voor een hamburger. Omdat het toch een wedstrijd was en ik een medaille heb!

22 december. Ik slaap weer eens heel lekker. Lang en diep en bijna aan 1 stuk door. Mijn schaambeen irriteert vooral als ik lig, dat is vervelend. Ik heb ook overal een beetje spierpijn. Niet genoeg, maar de spieren voelen moe. Ik ga na het ontbijt maar gelijk uitfietsen. Niet van harte, maar om de op-één-na-laatste aflevering van Outlander te kijken. Ik hoeft niet hard, want stel dat we weer geen douche hebben.

De aflevering is wat luguberder dan ik dacht en na een kwartier neemt de zin al af. Na een half uur is de zin in fietsen op. Het voelt niet goed, ik mis alle inspiratie en drive. Ik wacht op het volgende blokje in de serie en zet ‘m af. Ik fiets de drie kwartier vol en ben blij dat ik af kan stappen. De douche doet het gelukkig nog. We wandelen nog op en neer naar de Plus. Voor de rest neem ik de rust gewoon. 6 Uurtjes gesport deze week. Zucht. Erg genoeg went het toch!

23 december. Ik ga zwemmen. En niet bij de TVA, want die hebben geen trainingen op maandag. Ik ga naar het zwembad de Vrijbuiter in Almere Buiten. Dan kan ik daar ook douchen, want vanmorgen deed de douche het weer niet. 😐 Ik rij met auto een stukje en loop het laatste stukje. Dan blijk ik mijn horloge niet bij me te hebben. Grmbl. Ik zal baantjes moeten tellen. Als ik naar huis ga, hou ik te weinig tijd over. Ik had al niet veel zin over…. Het water is warm. Ik kies de achterste baan en ga banen tellen. In blokken van 20. En dan leg ik mijn slippertjes een tegeltje verder. Ik moet andere mensen ontwijken. Ik ga namelijk gewoon baantje na baantje door.

Wel met een achtje, maar mijn tempo ligt “een ietsepietsje” hoger dan die van de rest. Ik zit niemand in de weg. Ik krijg het er wel warm van. “Ik heb al 36 baantjes gezwommen”, vertelt een jongeman zijn vriend. Zij waren er al toen ik kwam. Ik zit al op de 44. Ik ga zeker door tot 100 baantjes. Het gaat niet vanzelf, maar het gaat wel gestadig door. 120 en door voor de 140 baantjes. Ik vind het bad vies. En ik weet niet hoe lang het is. De laatste 10 baantjes doe ik zonder achtje. Het is rustiger en mijn tempo is er dan wel een beetje uit. 150 baantjes. Nu er nog achter zien te komen hoe lang het bad is. Ik loop te meten en een meneer snapt mij nu echt niet meer. Hij had gedacht dat ik na een half uurtje mijn moordende tempo wel zou opgeven. Ik ben niet moe, maar de hitte maakt het niet gemakkelijker. In de douche kom ik een andere triatleet tegen die in het grotere bad zwemt. Een lekker warme douche! Ik heb uiteindelijk heel veel gezwommen, want het bad is 20 meter. Was ook ietsje langer dan een uur.

24 december. Dat ik niet wist hoe de serie afliep, zat me toch een beetje dwars. Dus als je op kerstavond toch niks anders te doen hebt, dan ga je maar lekker TV kijken en Tacxen! Het bloederige viel me reuze mee. Ik moest nog niet zo hard fietsen dat ik ging zweten, want het is niet zeker dat de douche gefixt is. Ik trapte dus eigenlijk behoorlijk lekker en toen na 15 minuten het vliegwiel al mee ging werken, ging het nog best aardig qua tempo ook! Als het echt spannend werd en ze gingen knokken, ging mijn tempo vanzelf omhoog 🙂 Ik stapte na een uur en een kwartier af. Weer een doel afgevinkt voor dit jaar: de serie Outlander 1 tot en met 4 helemaal afgekeken.

25 december. Eerste kerstdag. We gaan naar mijn ouders. En we nemen mee: een kind met een nieuw sporthorloge, hardloopkleren en shampoo om te douchen. Als je dat combineert, volgt de honger voor het kerstdiner vanzelf daarna. Ik ga samen met Vincent naar mijn lagere school lopen. Vroeger leek dat best een stuk fietsen, want wij gingen niet naar de school in de wijk.

Nu blijkt het maar 1,5 mijl te zijn. Ik moet 400m rustig en 100m snel doen. Kind kwebbelt me er vrolijk doorheen en dat moet ook wel. Het gaat best snel voor mij en ik voel me niet zo sterk vandaag. We lopen door de Polkestraat en over een rotonde die er vroeger nog niet was. En dan zijn we er al zowat. We kijken bij de tegeltjes die er vanaf het begin hangen en dan lopen we door het park. Vincent vraagt me of ik vroeger ook al lopend naar school ging. De schat, toen kende ik het begrip hardlopen nog niet eens!

We hobbelen weer terug en Vincent gaat proberen een selfie te maken, maar ik pas er elke keer niet op! Ik zal blij zijn als er 5 kilometer op de teller komen te staan. Dat lukt uiteindelijk als we het paadje achterom doorlopen, maar er is nog geen half uur voorbij. Een warme douche en een heerlijk diner is onze beloning!

26 december. En dan naar Hilversum op tweede kerstdag! We gaan hetzelfde doen: eerst lopen om daarna extra van het kerst-snoep en en -eten te genieten. Vincent moet er van mij een hartslagbeperking op zetten, op zijn horloge. Dan voelt hij hoe dat is!

We gaan lekker onverhard lopen door Anna’s Hoeve. Ik ga iets beter, want nu hoeft ik niet zo hard te lopen, grimas 🙂 Anna’s Hoeve is een bouwput in de natuur. Er is veel afgesloten, maar we kunnen toch wat heuveltjes meepakken. Ik leg uit hoe dat zit met de hartslag. We steken over bij de A27 en dan gaan we de heuvel op. Vincent moppert (lachend) wat af op de beperking die hem elke keer als hij ietsje harder gaat tot de orde ‘piept’. Hij gaat heel rustig de berg op. Dan lopen we door naar de volgende berg die later is aangelegd. Die kan hij sneller op.

Ik vind het best lastig, maar ik stop pas als ik boven ben! En dan de trap af naar beneden. Nee toch? Ik loop liever over het pad. We gaan weer terug en deze keer doen we ruim 32 minuten over de 5 kilometer. Dat is niet erg.

27 december. Een lange dag van hot naar her en veel “auto’s” als thema. Maar daar verdien ik mijn sport niet mee, dus ik stap nog even op de fiets. Ik heb andere series gevonden op Netflix en ga al trappend kijken hoe de ondergrondse wereld van Londen er uit ziet. Wederom hou ik me niet aan een opdracht, hoewel warm water uit de douche nu weer zou moeten lukken. Het Londen onder de grond kan me wel bekoren en ik fiets rustig door.

Stekker loopt wacht tot ik weer binnen kom!

Het tempo ligt niet zo hoog en dat hoeft ook niet. Na een half uurtje gaat het vliegwiel aan. Ik doe nog wel een blokje hoog-tempo, maar dat hou ik niet zo lang vol. Ik fiets uiteindelijk 25 kilometer bij elkaar in een uurtje en weet nu dat de kunstwerken van Londen in metrostation Aldwych werden bewaard tijdens WOII en dat er nog diepere War Cabinets zijn elders in Londen op een geheime plek. De warme douche maakt het af!

28 december. Terwijl Vincent en heel veel andere kinderen aan het zwemmen waren, ging ik hardlopen. Rondjes door het park. Eerst zoveel mogelijk buitenom, ook al was dat onverhard. Het ging niet soepeltjes. ik heb last van mijn lies aan de rechterkant, ergens diep van binnen en dat voelt niet lekker. Het lukt me niet om heel ontspannen te lopen en tot rust te komen. Ik had mijn telefoon vergeten deze keer. Toen ging ik een rondje over het skeelerpad, maar ook daar kon het tempo niet echt verbeteren. Ik keek niet veel op het horloge, maar ik telde wel een soort van de kilometers af. En dat was een mentaal dingetje, want ik dacht elke keer: ik stop bij {vul aantal kilometer in}, maar ik ging toch telkens ietsje langer. Ik maakte nog een klein rondje binnendoor, maar toen was de motivatie echt oppperdeop. Ik ging nog zwemmen ook! Met een minsaldo aan zin.

Ik ging bij HB in baan 1, ieder een kant en ik de buitenste zijde. Met achtje. Als ik er echt zat van had mocht ik stoppen van mezelf. We deden 10 keer 50m met techniek naar eigen keus. We deden hetzelfde als ze in baan 2 verzonnen. Daarna moesten we 6 keer 100m in hoog tempo. Hoewel ik een achtje had, lag het hoge tempo niet zo hoog en kwam het zelfs vaker niet dan wel onder de twee minuten. Toen nog 3 keer 200 meter met de laatste 50 meter op hoog tempo. Ik deed het zo een beetje. De afstand klopte wel, maar veel sneller was het hoge tempo nou ook weer niet. Toen nog even uitzwemmen en het zat er wel weer op. Gelukkig.

29 december. Deze blog is door Vincent geschreven:

Vandaag kwam mama’s trainer FW langs voor de schema’s voor mij. Na een lang gesprek gingen we eindelijk hardlopen! Ik had er al super veel zin in en op tijd gegeten en opgestaan. Het was ijskoud en ik zette een muts op, maar toen ik naar buiten stapte was het helemaal niet koud! Muts door de brievenbus duwen en gps zoeken en gaan!

Mama mocht vandaag helemaal niet rennen van de trainer! note van de mama: dat mocht wel hoor, maar ik hoefde helemaal niet zo hard als de heren gingen!!

We zijn naar de berg gelopen ( ondertussen kwebbel kwebbel) (2km) en daarna door naar het Oostvaarders centrum ( hier nog steeds kwebbel kwebbel) (2km). En naar huis (2km). Het was een rustige training dus lopen we rustig door. Ik heb zelf een klein stukje afgesneden… (geen goed voorbeeld van hoe ik train, helemaal geen goed voorbeeld, foei Vincent :)) Het was super gezellig en hebben het veel over wedstrijden gehad. Groetjes Vincent

Ik liep zelf erg lekker. Had steeds mínder last van mijn lies! Ik kon het iets hogere tempo goed aan en had geen last van de kou. Ondertussen kon ik ook nog praten zelfs. Ik vond het een klein rondje voor deze keer.

De eerste rustweken zitten erop. Rond de 6 / 7 uurtjes gesport. Ik heb het overleefd, maar ik voel me ook niet meer gemotiveerd. Voordat iedereen met cijfertjes zou gaan beginnen heb ik op Facebook aangekaart dat iedereen moet laten weten wat zij bereikt heeft: hoe ver ben je gekomen en wat heb je over jezelf geleerd? Ik heb geleerd dat ik beschik over een bovenmatige dosis doorzettingsvermogen. En hoe ver ik gekomen ben? Lopend kom ik tot in Pompeii. En dan ga ik fietsend en zwemmend (tussen Italie en Albanie) via Moskou terug naar huis. Als ik alle kilometers achter elkaar zet en ik ga naar het zuiden, dan kom ik uit op de Evenaar!

Categories: Geen categorie | Leave a comment