Voor iedereen die meeleest: ga er maar eens even voor zitten!! De laatste keer dat jullie op de hoogte waren was een maand geleden bij blokje 2019-10. De tussentijd bestaat uit nog veel meer sporturen en dan schiet het bloggen er een beetje bij in. Maar ik zal jullie op de hoogte brengen. Het is een kwestie van teruguit lezen. Als je ver achterloopt, begin dan bij blog 2019-11 en lees dit als laatste. Deze week heb ik beduidend minder foto’s.
14 april: Vincent wil een nieuw stuurlint op zijn fiets. Daarvoor fietsen we naar het stadscentrum waar de fietsenwinkel zit. En op een mooie zondag fietst Rob graag mee. Voor in de winkel en tijdens de wachttijd nemen we hardloopschoenen mee. Vincent doet de kortste route. We zoeken stuurlint uit wat lekker aanvoelt en dan blijkt dat er op zondag geen wachttijd is – in de slechtste zin van het woord: morgen kunnen we de fiets ophalen! Dan stelt ons voor een probleem, want hoe kom je met drie mensen en twee racefietsen terug naar huis?! De oplossing zit ‘m in de hardloopschoenen: die kan ik aan, Robs zadel kan omlaag en dan past Vincent er net op, Rob kan op mijn fiets. En zo wordt het een beetje een koppeltraining. Ik neem de kortste weg terug die Vincent me net gewezen heeft. Er speelt een beetje ambitie mee, omdat ik maximaal de dubbele tijd nodig wil hebben. Ook al heb ik niet precies onthouden wat de fietstijd was, hahaha. Iets van 20/21 minuten. Dus ik moet binnen 40/42 minuten 7,5 kilometer rennen. Rennend kun je binnendoor. Ik doe mijn best en red het. Het is wel warm met een fietsjasje aan. Eenmaal gedoucht, komt het bericht dat de fiets tóch vandaag gedaan is! Zucht. We halen de fiets op met de auto. In de auto hoor ik mezelf vragen: “Wil je het stuurlint nog proberen?” Vincent zegt onmiddellijk ‘ja’. Dus we fietsen nog een stukje!! Ik ga op de tijdritfiets, heb ik die ook even geprobeerd. Aantal foto’s vandaag in anderhalf uur sporten: NUL. Ik denk dat dat het grootste unicum is!
15 april: Fietstraining. Gek genoeg vind ik het rustiger om er heen te fietsen dan fietsen op te laden en te moeten rijden en fietsen weer af te laden. Vincent fietst mee op de heenweg. We hebben wind mee en het gaat lekker. Er blijkt 1 groep volwassenen te zijn. Dan ben ik bepaald 1 van de langzaamsten. Ik laat de rest racen en gaan langs het Weerwater. Dan gaan we naar de brug tussen de Kemphaan en Nobelhorst. Die moeten we 3 keer op en af. Dan ben ik al niet meer de langzaamste! Dat doet me goed: de snelle arrogante fietser inhalen 🙂 We fietsen over de lange weg en moeten in tweetallen fietsen, maar de dame waarmee ik fiets pakt de weg en ik het fietspad. We houden elkaar wel bij en als ik voorop mag, halen we de heren voor ons in. Mijn wiel loopt aan. Ik weet niet precies hoe en waar, maar het maakt herrie. We fietsen naar de dijk. Daar ga ik eens op mijn cadans letten. Volgens mijn trainer moet ik een cadans van 90 gaan draaien. Als ik zelf mag kiezen zit ik rond de 70. Ik vind het vreselijk vermoeiend om veel rondjes met de benen te draaien. Op de dijk richting Almere Haven hebben we wind mee en mogen we hard. Ik kijk naar mijn cadans en breng die in een lage versnelling omhoog. Dan schakel ik op. Het tempo gaat ook omhoog en het gaat heerlijk! Ik haal zelfs een paar kerels in. Dezelfde arrogante fietser van de brug. Mijn training is geslaagd, grin :|| Na de havenkom mogen we nog een stukje zo-hard-je-kan met 3 keer een topversnelling van 30 seconden. Ik laat de cadans even los en ga in mijn hoogste versnelling trappen en dan kan ik me een partij hard! Ik haal de 44 km/u en ik haal de mannen bij. Het houdt me bezig als we terugfietsen: wat is de cadans, waarom moet die zoveel hoger worden, hoe komt het dat ik dat niet kan, hoe kan ik er beter van worden… Ik fiets alleen naar huis, want Rob haalt Vincent op. Ik blijf over de cadans piekeren. Tegen de wind in.
Op mijn schema staat dat ik nog moet hardlopen, maar er stond ook maar anderhalf uur fietsen op. Ik ga toch nog even lopen. Een paar kilometertjes. Tot het helemaal donker is. Verwonderlijk eigenlijk: op een ‘gewone’ maandagavond fiets ik 45 kilometer en loop ik een paar kilometer. Van de cadans-vragen zijn mijn benen moe, ze lopen niet zo hard. Dat luidt het thema van de week vol in.
16 april: Het is zowat een rustdag! Ik hoeft alleen maar te zwemmen! Niet dat ik zin heb, maar ik ga toch maar. Dat is ook het

paddles
thema van de week: ik heb niet zo’n zin, maar ik ga. Moeten we een kilometer zwemmen! hoe?! Nou, zonder achtje dus. Er zwemt iemand achter me en dat is gemakkelijker met de stroming, dus ze tikt me soms aan. Dat maakt me onrustig. Elke keer weer moet ik terug naar de ademhaling. Ik hoeft niet snel, ik adem 1 op drie, ik ga door en door. Het lukt me! Beter dan sprinten en techniekoefeningen. We moesten ook met paddels zwemmen: die doe je om je handen en dan merk je of je slag goed is. Dat was nog zwaar. Toch was ik blij met deze training!
17 april: Ik heb het opgezocht: de cadans heeft te maken met vermogen, met kracht sparen om nog te lopen, met wattages en zo meer dat de cadans hoog moet zijn. Topwielrenners stoempen niet zoals ik doe, die fietsen soepel op een hoge cadans. Slechts één site meldt dat je in het begin niet op het tempo moet letten, ‘dat komt goed’ beloven ze. Ik ben gedreven genoeg om het ten minste uit te proberen. Van onverhard en rustig lopen ben ik ook sterker en sneller geworden, terwijl dat in het begin afzien was en onbegrijpelijk leek. Het is woensdagmiddag, mooi weer en ik ga er mee aan de slag. Cadans moet elke 5km iets hoger zijn. Een cadanspiramide! Daar gaan we. Ik kies ook maar gelijk voor het hoogste.



En toch… de zwemtraining gaat heel soepel! Die benen lijken wel moe, maar ze doen toch keurig mee. Oefeningen, paddels, armen. En dan moeten we 6 keer 50m en elke minuut vertrekken. Ze duwen mij met mijn horloge voorop. Ik doe het achtje er wel bij dan en ik haal het! Elke keer. Ik ben er erg moe van. Ik heb erg goed gezwommen.

19 april: De auto moest naar de garage. En er stond fietsen op het schema. Combi: naar huis fietsen vanuit de garage…. Maar ik had niet erg veel tijd, want er kwam iemand om Vincents oude racefiets over te nemen. Ik nam de racefiets mee in de achterbak en fietste met een klein ommetje naar huis. Ik hou de cadans weer hoog: boven de 80 minstens. Misschien dat het ooit went. Ik merk wel dat de hartslag verhoogd raakt van de hogere cadans.
Als de fiets verkocht is, ga ik met Manuel een stukje fietsen. Ik doe 5 kilometer op de hoge cadans en dan 5 kilometer op een ‘eigen’ cadans. Het is 5km afzien, 5km

En dan is de auto klaar. Hoe zal ik die eens ophalen?! Ik ga hardlopen. Het is warm geworden buiten. En dat moet ik toch ook oefenen? Ik besluit dat ik niet hard hoeft. Morgen heb ik namelijk een tijdrit-wedstrijd. Manuel merkt op dat ik water mee zal moeten nemen en ik zie
