browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

De trainer en zijn kaartspel

Posted by on 9 April 2014

Het was heerlijk om te gaan trainen: lekker licht, ik had genoeg boontjes gegeten, mijn huis was opgeruimd en voorjaars-schoon en ik had er zin in! De kwebbel- en giebelbende was er niet, mijn vriendin was er wel en mijn favoriete trainer was ook present: dus om 8 uur konden we vrolijk van start. Inlopen op een lekker tempo van 9,5 km p/uur (6:17) en bijkletsen! Mijn hartslag blijft dan ook heel laag, rond de 130. We liepen vervaarlijk op de zandgronden af voor een zwaar parcours…
Eerst deden we naast het zand wat loopscholing. Erg sierlijk was het niet deze keer. Dan is het jammer dat het nog zo licht is 🙂 Drie keer op en neer met een skippnig, dan twee keer skippen met 1 voet en 1 keer skippen met voet om en om; ik hou er niet zo van, zeker omdat ik het gevoel heb niet vooruit te gaan en te willen gaan lopen. Al begrijp ik wel waar het goed voor is. Toen mochten we eindelijk het zand op hoor. Eerst moest een maatje je tegenhouden: altijd lachen! Daarna moesten we door het zand korte sprintjes maken, dat vind ik niet zo erg, maar we moesten ook 3 keer op de balk opdrukken (10keer opdrukken) en dat vind ik niet zo mijn ding. Voor de romp stabiliteit.
 Zo ziet zo’n loopscholingstekeningentje er dan uit. Op en neer en dat veel keer.
Daarna renden we langs de lantaarnpalen: eerst 1 hard – 1 zacht, dan 2 hard – 1 zacht, dan 3 hard – 1 zacht en zo tot aan de busbaan in de verre verte. We kwamen tot 7 lantaarnpalen hard! (en nog 3 bonus tot de busbaan) Ik liep vooraan zo hard mogelijk mee en ik vond het leuk om te zien dat ze eigenlijk 1 voor 1 afvielen, die mannen… Er liep er nog 1 voor me naast de trainer. Het tempo ging dan ook flink omhoog en ik haalde bij de laatste 7 lantaarnpalen 14,5 km/uur. (4:08)
Ik vond het altijd zo oneerlijk dat de eersten op mij moesten wachten als ik vorig jaar een beetje achteraan binnen kwam. Dat zijn de mensen die hun rust nodig hebben, dacht ik dan altijd maar, terwijl ik dat ook nodig heb en er minder tijd voor krijg! Nu baal ik er ervan dat ik moet wachten, want ik wil lopen-lopen-lopen. We werden in tweetallen gedeeld en ik moest met de man voor me mee.
We stonden op een kruispunt langs een busbaan: als je de busbaan overstak, had je 1 kant op altijd rust (naar het zuiden toe). Toen trok de trainer zijn kaartspel! Ik ben dol op die oefening: als je een 1 of 2 krijgt ga je één of twee lantaarnpalen naar het oosten, trekt hij drie of vier voor je dan ga je drie of vier lantaarnpalen naar het westen de brug op, en bij vijf of zes ga je dat aantal lantaarnpalen naar het noorden. Dat doe je op hoog tempo heen en terug, met de ander van het tweetal (hij had ze op gelijk tempo ingedeeld). Na elke kaart mocht je naar het zuiden toe op en neer rustig lopen. Wie het eerste alles compleet had óf zolang de trainer zin had! Het werd donker en de lantaarnpalen gingen aan, allemaal behalve de derde brug op -gemakkelijk te onthouden.

Je krijgt altijd zo'n raar, krasserig effectje van dat op en neer lopen!

Je krijgt altijd zo'n raar, krasserig effectje van dat op en neer lopen!


We begonnen met een sprintje van twee lantaarnpalen: makkie. Rusttijd was kwebbeltijd, want ik ben reuze nieuwsgierig hoe andere mensen hun looppassie indelen. Vier lantaarnpalen en wij waren nog helemaal fris: 16 km per uur brug op en af. Tralalalala. 5 Lantaarnpalen: 15 km per uur. Dat is wel net iets verder dan. Nog een keer twee: 16,3 km per uur. Snel, want ik hoor graag van mijn looppartner hoe lang hij al loopt en wat hij bij de ACR gaat doen. 4 Lantaarnpalen deze keer en die vielen me zwaar, zo even de brug omhoog; ‘slechts’ 14,6 km per uur. Maar ik laat me niet kennen! 6 Lantaarnpalen en het tempo kan weer omhoog: ruim 15 km per uur. Het is donker geworden. Ik wil de 1 lantaarnpaal graag, of de joker die we dan voor de 1 inzetten. Maar nee, nog een keer de 6. Ik moest wachten voor een fietser, dus die ging ietsje minder hard, maar nog altijd op 14 km per uur. Nog maar een keer drie lantaarnpalen brug op: ik geniet van de tegenwind! Heerlijk!  (14,6 km per uur) De laatste (hopen op één, één, één), maar helaas: nog een keer zes. We zetten iets langzamer in (13,3 km per uur), maar als ik merk dat we nog kletsen en de rest al wacht op de kruising, zet ik het laatste stukje hard aan om de dames voor ons nog even in te halen en loopt het tempo op tot 19 km per uur! Leuk!
Toen gingen we weer uitlopen en in mijn geval: uithoren! Deze meneer was door het lopen (onder andere) uit zijn burn-out gekomen en dat kan ik me goed voorstellen, want je krijgt er meer energie van dan van stil op de bank zitten. Ik was dan ook helemaal energiek en voor mijn gevoel was de training te snel afgelopen! Ik had ook maar nauwlijks 10 kilometer gelopen. Mijn gemiddelde hartslag lag op 141, hoewel er wel een uitschieter tussen zat naar 176 (toen ik nog een keer versnelde naar 19 km per uur).
Deze grafiek  van de hartslag laat de intervallen erg mooi zien en de verschillen tussen hard en zacht lopen.
Ik vond het een fijne training!
 
 

Comments are closed.