Eerst ging het kind hardlopen, twee kilometer door de modder. Hij deed het leuk, vond het leuk en had vieze schoenen. Toen gingen de heren thuis douchen. Ik was helemaal niet meer nerveus. Ik had wel zin om te gaan hardlopen, maar ik keek niet echt uit naar de modder. Ik ben denk ik te schoon voor drek 🙂
Ik deed de warme broek uit en trok toch het regenjasje aan. Hoewel het nog droog was. Mijn schoenen waren paars. Mooi paars. Om kwart over 12 mochten we vertrekken, en het eerste stuk was dringen geblazen. De 4, 6 en 8 kilometer starten tegelijk en we moesten een balk over. Ach, van een beetje modder ga je niet dood en de trainer raadde me aan de zijkanten te zoeken, maar ook de zijden van het pad waar al 100 paar voeten overheen was gegleden, waren glad. Er was geen gewone “weg”, alles was drek. En het stonk nog ook! Het heeft veel geregend de afgelopen dagen, dus alles, maar dan ook alles, was modder-slik-slijk-klei-drek-dras-nat. Ik had binnen een kilometer door dat het niet mijn lievelingstype ondergrond was. Om wat mensen in te halen ging ik meteen maar dwars door de modder heen. Daar heb je nog de meeste grip. We moesten een sloot over. Die stond ‘droog’ (relatief begrip als alles onder de modder zit).



Drie minuten te vroeg aangezet in het startvak. Niet eens een hele slechte gemiddelde tijd, de omstandigheden in aanmerking genomen.
Ik kreeg een handje van de meneer naast de sloot. Ik werd ingehaald door deze en gene en ik vond het wel best. Op het veld was ik bijna alleen en ik glibberde, gleed en genóót met mijn armen lekker wijd uit. “daar doe je het voor” riepen de laatste twee toeschouwers. Ja, daar deed ik het voor, maar helaas bestond de rest van de ronde uit minder prettige slijk. En ik moest een beetje rechts houden om ingehaald te worden. Mijn voeten voelden aan als de modderklompjes die ze ook waren. Het laatste stukje dacht ik: ‘ach wat’ en ik haalde de mensen die ik voorbij had laten gaan nog even in. Ging mijn hartslag -die de hele tijd rond de 170 had gelegen nog even door tot boven de 175 en het tempo ging eindelijk tijden in de 5 minuten vertonen. Nog 1 keer die balk over, onder de viaducten door (daar lag notabene weer rul zand) en na 37 minuten rende ik de finish over. Moe. Zwaar. Niet blij. Niet leuk. Stil. Het waren maar 5,5 kilometer. Waarvan een halve kilometer leuk door het veld was. Inmiddels was het gaan regenen, koude regen. En er was alleen maar ranja en geen water. Ik wachtte op mijn loopmaatje die slechts 3 minuten langer over twee kilometer meer had gedaan en toen was het een schone broek aandoen en snel weg van de modder. Mijn schoenen waren bruin met grijs en vies. Thuis at ik eerst wat. Mijn voeten waren ook zwart en vies. Ik ging me pas weer wat beter voelen toen mijn schoenen naast die van het jochie schoongespoten bij de verwarming stonden.

