Koekjes vreten of gaan trainen?
Lekker op de bank hangen of gaan trainen?
Moe zijn van het werk of gaan trainen?
Toegeven aan gewoon-geen-zin of toch maar gaan?
Mijn voet doet pijhijn… Ik heb al een uur gewandeld. Mijn hartslag is te hoog.
Die koekjes, de bank en het moe zijn lokken enorm, maar ik ga…. Ik ga trainen.
Is de ‘stomme’ trainer er nog ook, in zijn eentje voor zo’n 17 mensen. Niet dat de trainer een nare man is, maar we hebben geen klik. De koekjes schreeuwen naar me. Zal ik luisteren en nu nog weggaan? Ik ga maar mee, omdat ik er toch ben. Daarmee heb ik meteen de grootste inspanning van de training volbracht. En zo loop ik te kletsen en ik kwebbel zelfs met de Snelle Meneer P die gister nog 30 kilometer binnen 2 uur heeft gelopen. Hij heeft de bank ook niet laten winnen, maar loopt net als ik en nog 12 anderen met de langzame groep mee.
Geen idee wat we moeten doen. Iets met langzaam inlopen tot de vierde lantaarnpaal en de oneven keren in steigerun terug en de even keren in duurtempo. Weet-ik-t. Ik hoor het allemaal niet en hobbel maar wat mee. Ik begin te kletsen met dezelfde geniet-van-het-leven-en-kitesurfmeneer van vorige keer en zijn tempo ligt (heerlijk) laag. Ik blijf bij ‘m, omdat ik het anders zielig vind als hij helemaal alleen achteraan loopt. Deze ‘arme’ excuus-meneer klets ik de oren van het hoofd: ik word er goed in! We moeten nog een keer lantaarnpalen tellen en iets met een tien kilometertempo doen, maar van de 6 keer haal ik hooguit drie keer mijn tienkilometer tempo. Ik schaam me. Een klein beetje. En ik hoor luid en duidelijk de koekjes doorkomen. Sorry trainert.
