Een week van tevoren: ‘Deze race moet wel leuk worden’, nam zo mijn dromen in beslag dat het me uit mijn slaap hield. Er lag sneeuw in de Ardennen. Stel dat het regent, zoals altijd in Belgie? Stel dat ik het niet leuk vind? Die laatste vraag hield me in zijn greep. Als je naar een een wedstrijd wilt voor de formule1 op Spa Francorchamps, kost alleen al een parkeerkaart 15 euro en mag je er 3 kilometer vandaan parkeren. Nu kost hardlopen over het circuit, inclusief parkeren hetzelfde geld. Hoe lang ga je erover doen, vragen ze me op een feestje; ik heb er nog niet over nagedacht, de tijd is van geen belang (dik anderhalf uur gok ik), leuk moet het worden.
Drie dagen van tevoren: Als ik maar niet ziek wordt! Ik MOET en ZAL lopen op het Circuit, dit is mijn ALLERGROOTSTE droom. Natuurlijk word ik niet ziek, maar stel dát…. Er doen maar 700 mensen mee. Zevenhonderd! Dat is niet veel! Verdeeld over drie afstanden. We mogen parkeren ín het paddock! In het slechtste geval staan we op P1, waar bij een wedstrijd alleen auto’s die een ton kosten mogen staan.
Twee dagen van tevoren: Ineens hoeft het niet meer alleen maar leuk te zijn, maar wil ik ook nog eens presteren! Dat klinkt als extra druk, maar dat is het juist niet. 218 deelnemers aan de 14 kilometer, 45 vrouwen, waarvan 19 nederlands zijn. Ik vind dat ik in de top 10 moet kunnen komen. Het is fijn te voelen dat mijn ambities ook een beetje terug zijn, het haalt de spanning eraf dat het leuk moet en zal zijn. Kan ik dat een beetje loslaten. Goed slapen de komende nachten, dan blijf ik gezond gespannen, maar ik droom elke nacht van Eau Rouge, van de onbekende route, van het asfalt en de hoogteverschillen. Vergelijken met de woondome is niet zo’n best idee, trainer– het haalt de druk even terug en de woondome was qua beleving anders als dit moet worden!
Een dag van tevoren: Ik zoek hoe de hoogteverschillen zijn, leg ALLES klaar. Het wordt 12 graden. De sneeuw is WEG. Wat moet ik aan!?!? Dat is een dilemma eerste klas. Ik wil het circuit op mijn hand tekenen, ik wil de weg kennen, weten waar ik blijf. Vorig jaar won Ricciardo de race in Spa in 1 uur 24 minuten en 36 seconden. Zo lang wil ik over twee rondjes doen! Het is een opluchting dat ik nu een richttijd heb. 6:02 per kilometer. Hoe zwaar zal het zijn? We starten Gran Turismo op om te rijden op het circuit. Als je mocht kiezen tussen rennen en rijden, zou je uiteindelijk toch rijden kiezen; vraagt Rob. Dat is een moeilijke vraag, de keuze tussen een supersnelle auto of mijn eigen benen.
De nacht: Word ik wakker met keelpijn. Geen aandacht geven. Ik word een paar keer ietwat onrustig wakker. Mijn eigen benen. Dat is het antwoord. Bijna zeker. Dit betekent zoveel voor me! Mijn eigen kracht, nog iets liever dan een supersnelle auto.
De ochtend van 7 maart: 7:00 uuur is vroeg! Veel inpakken. Broodjes smeren. Rob gaat tanken, om 5 over acht rijden we weg. Ik drink thee uit de thermosfles, dat is prima, maar net voorbij Maastricht moet ik naar de WC! Er staan nog meer lopers, allemaal mannen in fel gekleurde pakjes. Spannend!
10:45 We rijden door het stille dorp Francorchamps, geen duizenden mensen, geen parkeerplaatsen, geen geluid van race-auto’s. In de bossen ligt nog sneeuw! Dit is de Hautes Fagne, vergeet dat niet, hier heerst een eigen klimaat! Dan zie ik Eau Rouge, zoals ik het de allereerste keer zag toen we bijna 9 jaar geleden naar het race circuit liepen. Ik moet echt een brok wegslikken. Hier heb ik ooit als tiener op een mountainbike gefietst na een loodzware tocht door de Ardenner sneeuw. Hier heb ik de eerste race-auto’s gehoord. Als de dag van gisteren zie ik nu nog de gele auto naar boven rijden en voel ik de emoties die ik toen voelde. Dat staat in de top 3 van emotionele momenten naast een geboorte. Hier ben ik verbrand, heb ik genoten en ben ik ijskoud en doornat geweest. In het natte gras heb ik gezeten, op tribune zilver buiten ben ik verbrand en een keer in de bocht La Source onder het afdak gelukkig en zelfs ‘tegenover’ de Ferraribox op de gouden tribune! De baan ken ik van de de busstop-chicane tot aan Les Combes. Ik herinner me dat Raikonnen langs komt in de regen bij Kemmel (schrijf je dat zo), ik zie de zilveren auto’s van Mercedes nog doordraaien in La Source en de auto van Massa die stuk terug de pitsstraat in komt. De auto’s zo vlak langs de muur, de kleine glimmende gele Tiago Monteiro die langskomt en omhoog rijdt…. Straks mag ik hier lopen!
Nu mogen we de paddock oprijden. Ik film het als we onder het circuit doorrijden. Het heilige der heilige. De dag is al geslaagd. We parkeren de auto naast de trap naar boven. Waar Hamilton ook loopt als hij naar de pitstraat gaat. Ik zag ze alleen vanuit de verte. Ik was jaloers op de cameraman aan de andere kant die ik destijds kende en nu loop ik er zelf! We mogen de pitboxen door! Als ik dolblij met een startnummer sta, is Rob door een gat in het hek op de baan gesprongen – weer een kleine wens vervuld! Het is nog even helemaal stil op het asfalt. Ik ben er ook stil van.
Vincent geniet zich helemaal gek van de safety car, de pitsstraat en het hokje van Charlie Whiting.
We lopen naar la Source. Ik voel me wat ongelovig! Wel heuvelig hier…. Eau Rouge ziet er erg zwaar uit, de woondome is een eitje opeens. Ik ben erg gespannen, tel de tijd af. We lopen naar de Bus Stop Chicane. Het zonnetje is zacht. Alles is perfect geregeld, behalve dat ik bij de V naar mijn naam moet zoeken!
Naar de WC -in de rij dus. En dan wordt Vincent gegroet door nota bene zijn atletiekmeester! Met de veelzeggende woorden: Ja, Vincent, ik had het van jouw gehoord, nu weet ik het! En jawel, wij hebben hem op dit unieke idee gebracht en nu zijn we allebei hier. De 7 KM begint. En daarna doe ik mijn jasje uit en loop ook naar het startvak. Ik sta op de plek waar de auto’s ook staan, kijk naar het stoplicht en heb het koud! Dit t-shirt van de Berenloop heb ik nog nooit aangehad. Ik koos voor een lange broek, anders zijn de compressie-sokken zo stom. Nu is het vooral koud. Ik vind de groeven in het asfalt voor de waterafvoer bij de startplaatsen fascinerend, nog nooit gezien! Nu sta ik er met mijn neus bovenop. Op de eerste startrij.
Het licht gaat groen branden (volgens de mannen die iets verderop staan) na het aftellen en ….. start! Dag mijn mannen, tot straks. 1 uur 24 minuten en 36 seconden na nu!
Kilometer 1: La Source door, en vervolgens langs de zilveren tribunes omlaag. Gelukkig lopen er nog veel mensen om me heen, anders had ik de eerste kilometer van puur geluk lopen te janken! Helaas lopen er nog veel mensen om me heen die lopen te kletsen. Het gaat naar beneden. Vlak langs de muur, die vies is van de verf. Er rijdt een busje mee met fotograaf erin. Wat een goed idee! Daar ligt Eau Rouge (dat eigenlijk La Radillion heet), het is een enorme bérg.
Het gaat hard omhoog. Hier is de woondome niks bij! Ik ga tussen de andere mensen door mee in hun tempo en let nergens op. Het is stil om me heen, op de vele voetstappen en het gehijg na.
Kilometer 2: Verder omhoog. Dit is extra zwaar. De Woondome is klaar als je boven bent, hier betekent ‘boven’ dat je nog honderden meters moet stijgen. De brug is opgeruimd! Hoe weet ik nu waar Kemmel is?! Waar ik de eerste inhaalacties zag? Hier links zaten wij op 12 september 2005 de F1 race te kijken. Er loopt een klein riviertje. Even kijk ik op mijn horloge: 6:05 – dit komt goed, dit is het tempo voor de 1:24:36
Kilometer 3: De zendmast! Die staat boven! Naast de baan tellen de borden af tot de bochten van Les Combes: nog 200 meter, nog 100 meter. Ik tel niet tot de bocht, maar tot ‘boven’. In Les Combes staat drinken, 1 slokje water is even genoeg. Het begint verspreid te raken hier op de baan. Wat een ruimte om me heen! Er lopen verschillende mannen met gele en rode reclametruitjes, ik weet niet welke ik wel en niet inhaal. Er staan hier lelijke caravans! België…..

Kilometer 4: Ik draai weer terug ‘naar binnen’ en mijn adem stokt in mijn keel. Het is dat we dalen, anders was ik stil blijven staan. De zon komt erdoor en daar in de verte ligt de start, dit is adembenemend mooi. Dit is geweldig. Ik ben hier en wat ben ik daar blij om. Het gaat hard omlaag en dat is prettig. What goes up must come down! Hard gaat het omlaag. Is het nu een voordeel dat ik mijn voeten voor mijn lichaam plaats? Het gaat heerlijk! Wat voel ik me gelukkig en rijk.
Kilometer 5: Hoezo begint mijn tijd over de vorige kilometer met een vier?! Lekker belangrijk, ik kijk gauw weer om me heen. Aftelbordjes voor de volgende bocht. Is dit Pouhon al? Het daalt maar en daalt maar. Ik maak bochten die ik niet ken of herken. Moet mijn schoenveter opnieuwe strikken -f**k, dat heb ik ook nooit zeg.

Kilometer 6: De kartbaan ligt rechts en daar hoor ik het geluid van de auto’s dus alsnog, maar dan zachtjes. Links liggen de onvolprezen bossen van de Ardennen en daarboven vliegen de roofvogels in de blauwe lucht. Dit is precies waarom ik dit één van Europa’s mooiste gebieden vind: de natuur ligt hier naast de techniek en op deze plek komt dat samen. En ik mag hier lopen! Hardlopen! Mooier wordt het inderdaad nooit meer, realiseer ik me.

Kilometer 7: Ik zie de busstop chicane! De start-finish in de verte! Alleen ligt het nog steeds daarboven… Ik ga er heen, hier zijn veel meer toeschouwers, hier loopt het meer door elkaar qua afstanden. De chicane is leuk! Ik ben even verward, moet ik ook over het tijdvlak lopen? Een Belg spreekt me aan: gaat u ook twee ronden? Ik heb nog genoeg over om te antwoorden van wel en dat het aan het startnummer te zien is. Ik schrik: 51 minuten over de eerste ronde?! Dan zegt de Belg: Trek daar maar 10 minuten vanaf! Nee, 15! Ik schrik weer: 7 kilometer in 36 minuten?! Ik zie mijn mannen nergens, maar dat is logisch: ik ging uit van 40 minuten. Ik neem een paar slokken water. Ik kan de volgende ronde langzamer doen. Ik laat de Belg achter me.

Kilometer 9: Schaduw! Ook even fijn. Naar boven. Niet even fijn. Straks mag ik naar beneden. Het stijgt maar en mijn hartslag stijgt mee. Kom op, anke, de Almeerse klei heb je ook overleefd, dit gaat ook lukken. Voor me gaat een meneer met tatoeages wandelen, ik kan hem inhalen. Dan word ik zelf ingehaald door een kerel in hemd en korte broek van de 21 kilometer. Die gaat zo hard, overal recht doorheen. Ik had daar nog niet op geteld, die had ik pas later verwacht. Waar blijft het bord van 200 meter nou? 6:37 over deze kilometer? Het was een hel, maar ik ben boven! Ik hoeft niks te drinken nu. Mijn buik klotst nog van net. Eten hoeft ook even niet, al heb ik circa 6 seconden spijt dat ik de dextro’s niet bij me heb.

Kilometer 11: Nog meer omlaag. Ik ben even de weg kwijt. Er wandelen mensen langs de kant. Die grappige meiden liggen nu in het zonnetje. Waar zouden mijn jongens zijn? Die verdraaide snelle 21 kilometer lopers! Er is me nog geen vrouw gepasseerd. Ik kijk niet hoe hard ik ga. Echt, ik heb geen idee meer waar ik ben op het circuit. Ook niet als ik kijk op mijn hand. Even is het blanco en denk ik er maar aan mijn voeten onder me te zetten. Ik voel me een ogenblik wat misselijk, maar het gaat me hier op het circuit toch niet gebeuren…..Verder denk ik even niet zoveel, zelfs niet hoe fijn het daalt.

Kilometer 13: Hier is tie dan, de zware kilometer. Langs de kartbaan. Ik kan de camouflage-man niet inhalen. Ik kijk alleen maar vooruit naar het stijgende asfalt. Er staat iemand bij de kartbaan die duidelijk denkt: neem een auto lieden (in het frans)! De mevrouw met de hond. Ik blijf lopen en lopen. Hier zitten de twee blinde bochten. Ik dacht dat het er 1 was. Weer haken er mensen af. Ik haal ze in zonder triomf. Ik ga alleen maar door.

Kilometer 14: De bus-stop chicane! Muziek! Daar zitten mijn jongens! Ik herken het groene jasje en het rode petje erboven! Ineens is het gemakkelijker en ik neem me voor na de bus-stop nog sneller te gaan en het camouflagepak te pakken. Ik roep en ik word gefotografeerd door de heren. Ging het hier net ook zo hard omhoog? Verdraaid dat ik nu niet kan stoppen met rennen, want ze zien me nog….! Doorrennen dus maar. Het gaat niet meer zo hard. De chicane is groter dan daarnet, ik weet het zeker. Ik weet ook zeker dat ik niet ga wachten tot 1:24:36… En ik weet zeker dat ik niet meer harder kan. Of is het ‘harder wil’. Een combinatie. Ik heb daarstraks niet gemerkt dat het hier ook nog omhoog ging. Nu wel. Ik ben er. 1 uur 15 minuten en 30 seconden.


Ik loop terug de mannen tegemoet en het is me te veel. Ik ben niet doodmoe, ik ben heel emotioneel. Ik heb het gedaan, ik heb over het circuit gerend. Het Circuit van Spa Francorchamps. Al mijn gevoelens zijn trots, blijdschap, geweldig, uitgelaten, blij, gelukkig, tevreden, adrenaline en dat in de beste mix. Vincent loopt even met de atletiekmeester op. Nu nog 1 ding: Vincent moet zijn renschoenen aan! Uitlopen gaan we samen doen, omdat het mijn grootste wens is met mijn kind over Eau Rouge te lopen.







