browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

2019-1

Posted by on January 13, 2019

Dinsdag 1 januari: uitslapen, bijkomen, de weegschaal bij voorkeur verkopen, de laatste dingetjes doen en dan is er niks meer: ik verveel me bijna! Er zit maar 1 ding op: ga lekker sporten. Klim op de Tacx? Hm, lekker sporten! Combi van de Tacx en lopen? Leuk, maar ook wat lang. Ik kies de hardloopopdracht voor zaterdag: 2 minuten inwandelen en die gaan op aan de deur voor Vincent opendoen en een sleutel pakken. Dan 10 minuten in zone 1 (hartslag tot 130). Ik heb het koud. De wind is kil en mijn ene truitje is niet genoeg. Volgens Manuel was het warm, maar ik merk het niet! De hartslag is regelmatig te hoog. Het tempo blijft steken op 6:30 Dan 20 minuten zone 2. Ik ga langs de Oostvaardersplassen: het is zo mooi en een beetje ‘van mij’. Maar vandaag deel ik het met hele hordes dagjes-wandelaars. Ik hou me in om in zone 2 te blijven en geniet van de omgeving. Ik kom TE (pa van BE) tegen op de fiets en hij groet me hartelijk. Ik blijf koud, zo dik tegen de wind in. Ik wil 5 kilometer vollopen tot aan het bruggetje, graag binnen het “slome” deel van deze loop. Dat lukt: 32 minuten over de eerste 5 kilometer. Ik draai om en ga 3 keer 8 minuten in zone 3 lopen met 1 minuut wandelen en 1 minuut dribbelen. Ik vraag me af of ik dan binnen 30 minuten terug ben. Ik heb wind mee, er zit een heerlijk tempo in en ik voel me prima! Eindelijk warm. Ik neem de Oostvaardersplassen goed in me op. Als ik er doorheen vlieg. En fotografeer als ik moet wandelen. Ik slinger om de mensen heen en hou lekker een 5:15 vast. Ik ga het redden met 3 keer anderhalve kilometer in 8 minuten. Het laatste stukje is wel iets zwaarder; zo weer terug de wijk in, maar het tempo blijft hoog en de uitdaging om de 10 kilometer binnen een uur te halen is groter dan ‘een beetje’ vermoeidheid. Ik red het. Dus heb ik 28 minuten gelopen over de 2de 5 kilometer. *big smile* Ik loop om het huis uit en dan ben ik het jaar goed begonnen!

woensdag 2 januari. Weer aan het werk en jeetje, dat kost best veel energie! Ik werk wat langer door en ga naar Zeist. Aan het einde van de middag haal ik Vincent op bij opa en oma in Hilversum om te gaan zwemmen. Ik doe dapper mee in baan 2. Niet eens als allerlangzaamste en ook nog eens zonder pullboy. We zwemmen hartstikke veel!

Donderdag 3 januari. Weer een dag werken en daarna een baantraining met een grote groep volwassenen. We lopen lekker kalm in en dan gaan we 35 minuten hardlopen op de baan. 400m op een tempo van rond de 12km/u en als je daarboven zit, dan heb je 4 minuten rustig doordribbelen, daaronder 3 minuten. We moeten er dus boven blijven! Ik loop met MB mee en we ontdekken dat net boven de 12km/u ons dribbeltempo op anderhalve ronde legt. Zij is een sprinter, ik een duurloper: ik moet aanzetten op de 400m om haar bij te houden, ik dribbel te hard. Heerlijk vind ik het, gewoon maar doorlopen, ronde na ronde na ronde na ronde… We gaan 400m te hard, maar dribbelen dan ook extra langzaam. Ik klets de tijd wel vol. Dat gaat simpel! Voor het eerst in tijden heb ik geen zin om de tien kilometer vol te maken.

Vrijdag 4 januari. Er zijn allemaal dingetjes te doen en tussendoor moet ik fietsen plakken. Zo voelt het ook: als ertussenin gepropt. Op de Tacx gefrut. Ik reduceer twee uur tot een uur. Ik moet eigenlijk 6 keer 20 minuten doen, maar dat zal 3 keer worden. 10 minuten zone 1, 3 minuten zone 3 en 7 minuten zone 2. Ik pak mijn boek erbij en dat is net iets te boeiend. Ik mis zo nu en dan de tijd en trap niet hard genoeg. Het lukt me om er in te komen. Ik zit ruim een uur uit, maar geniet er niet van. Ik laat de opdracht maar een beetje los. Ik ben blij als ik afstap. Volgende keer beter – hoop ik dan maar. ‘s Middags gaan we met paps en mams ook nog en stukje wandelen.

Zaterdag 5 januari. Ik ben een beetje moe van dagelijks sporten. Dus vandaag doe ik niks extra, alleen maar zwemmen. Tijdens het kinderuurtje deel ik de baan met 5 anderen die razendveel sneller zijn. Ik doe niet mee aan de training, ik wil een uur lang onafgebroken zwemmen. Eerste 100m met pullboy, dan baantje na baantje na baantje gewoon zwemmen. Ik let op de slag, doe mijn best, maar zwem ook gewoon. Ik probeer het trapje te visualiseren. In een uur zwem ik 2600 meter. Ik schrijf me in voor een borstcrawlcursus om beter te gaan zwemmen.

Zondag 6 januari. De trainer heeft iets voor me bedacht: deze trainer is van de combinaties, niet van een lange duurloop. Zes blokjes vandaag: drie keer 25 minuten hardlopen, gevolgd door 20 minuten fietsen. In verschillende hartslagzones, maar niet de hoge. Ik wil naar buiten, op de taco stappen, vind ik niet zo handig omdat je dan zo zweet en dan blijf je omkleden. Nu doe ik een truitje aan en leg een fietsbroek en fietsjas klaar, zet de MTB onder de overkapping en doe hardloopschoenen aan. Vincent gaat mee. Eerst 2 minuten wandelen (dat lukt nog wel) en dan 25 minuten in zone 1. Dat gaat niet zo best. De hartslag is torenhoog (zone 5+), bij een tempo van niks. We worden er mopperig van. Ik weet dat ik altijd wat warming-up nodig heb, maar nu heb ik niet zoveel tijd. Het gaat inderdaad wat beter na 3 kilometer, maar na 4 kilometer zijn we thuis. Jasje wisselen, schoenen wisselen, fietsbroek aan en op de MTB. Vincent gaat straks pas weer mee, die blijft nu even thuis. Het pad tussen de Oostvaarderplassen is nog open en ik ga genieten van de zon die het riet goud kleurt, de blauwe lucht en het tempo wat lekker is in zone 2. Alleen is het net iets te lang voor 20 minuutjes. Ik wissel weer van schoenen en jas als ik thuis ben en ga hardlopen in zone 2. Ik ben net opgewarmd en lopen gaat me nu goed af. Ik dribbel in plaats van wandelen. Ik ga de andere kant op, richting de Seizoenenbuurt. Het tempo zit er flink in in zone 2. Geen inhouden meer! Fijn. Ik loop dan ook 5:45 ongeveer. Ik moet steeds een stukje verder om om 25 minuten vol te maken. Uiteindelijk haal ik 5 kilometer. Dat voelt beter. Terug naar de fiets met een flinke slok sportdrank en een gel op voor het kleine rondje Oostvaardersplassen. De jas voelt al wat smerig om aan te doen. Ik heb wind mee en ga lekker hard. Ik neem een brug verder terug en dan is het een beetje op aan het raken. Ik heb trek. Ietsje minder zin als een uur geleden. Gelukkig gaat Vincent dadelijk weer mee lopen en fietsen. Ik verheug me niet op nog drie kwartier. De zon is ook weg en de bril is te klein. Ik kleed me weer om voor nog een blokje van 25 minuten zone 2. Maar dan laag in zone 2 in verband met Vincent. Nog een gel eten en we gaan weer. Vincent lijkt blij met het hogere tempo en kletst voluit. Het tempo ligt net zo hoog als wanneer ik alleen ben. Eerlijk is eerlijk, na drie kilometer doet Vincent het beter dan zijn moeder. Ik ben moe, kan wat moeilijker opletten en wat moeilijker praten ook nog ‘s. Vincent vindt het wel grappig dat de rollen een keer omgedraaid zijn. Vanaf de brug bepaalt hij de route maar. Mijn hartslag gaat omhoog bij een gelijkblijvend tempo. We lopen binnen een half uur de 5 kilometer. Omdat Vincent een klasgenoot tegenkomt, kan ik niet eens gaan wandelen! En dan nóg een keer fietsen. De jas is smerig, maar de oranje bril maakt het allemaal wat rooskleuriger. In zone 1 fietsen: uitfietsen. Een tempo wat Vincent ook kan. En ik ook nog haal! Richting de AH voor brood. Een kort ommetje. Fietsen is wel gemakkelijker dan lopen. Ik moest soms zelfs ietsje harder om in zone 1 te blijven! Ik heb alle trainingen los opgenomen en het is een hele lijst als we weer thuis zijn. Ik heb megaveel honger. Het is dan ook al zomaar middag geworden.

Ik heb de elf uur sporten in deze week net niet gehaald, maar ik vind het allemaal prima zo! Was een leuke afwisseling die de trainer bedacht had.

Dinsdag 8 januari. Op naar de hardlooptraining in de avond! Ik twijfelde over de rustige of de iets snellere groep, maar de aardige trainer JdW gaf de doorslag. Gelukkig kwam de trainer voor de hele snelle groep net op tijd, want met 1 grote club had ik spijt gekregen! We gingen een heel eind inlopen, weer eens een andere kant op! Bij het inspringen bleef ik ver achter en ik had toch spijt van de beslissing: ik ben niet zo een goeie sprinter, zeker niet in de eerste 3 kilometer! Daarna gingen we de brug op en dan omdraaien en tegen de wind in en omhoog extra tempo! Dat vind ik leuk, maar snel ben ik dan nog niet. We liepen terug naar het “gewone” driehoekje-vierkantje-rondje. Daar gingen we vier ronden lopen op net-iets-hoger-dan-duurtempo. Ik ging het op gevoel doen. Alleen op gevoel en dan maar net iets langzamer dan sommigen en maar net iets sneller dan anderen. Elke ronde moest ongeveer gelijk zijn, maar ik doe een reeks van 2:32 – 2:30 – 2:28 en 2:26. Natuurlijk: dan gaat het me goed af, als ik warmgelopen ben en gewoon mijn eigen ding een beetje mag doen. We moesten twee rondes lopen en dan op het gemiddelde van de vier rondjes (de trainer had voor iedereen de 4 ronden tijd geroepen) minus 6 seconden. Ik liep met MB mee en de eerste ronde liepen we in 2:17 (duh), dus de tweede ronde een heel stuk trager! We kwamen gemiddeld goed uit, maar het was goed te weten dat ik sneller kon! Toen nog 1 ronde en die moest 3 seconden sneller. Ik wist dat ik dat ging halen, maar zette lekker nog iets meer aan en toen werd het 2:07. Een rondje is 475 meter. We liepen nog uit. De dinsdag werd echter in het zwembad vervolgd. We hoefden niet hard en ik zwom op techniek lettend in baan 2. Nog steeds bezig met breed insteken. En zonder achtje zwemmen.

Woensdag 9 januari. Het was lekker weer, beetje zonnig, geen storm, niet ijskoud. En ik had een beetje tijd, dus ik pakte de fiets. Ik twijfelde over de tijdritfiets, maar vond het toch iets te glad, dus de mountainbike maar. En waarheen dan? Ik weet het niet. Ik ga mijn neus achterna. De stad in, de fietspaden over, de Vaart langs, de andere kant op, een brug verder, wind mee, de dijk niet bereikt, over de witte brug, langs het datacentrum terug. Ik ging gewoon en het was lekker. Ik zag zwanen, voorzichtig langs de honden, een mooie roofvogel die bleef zitten. Ik werd lekker smerig op het bospaadje en ook dat was erg leuk. Daarna gingen we nog zwemmen. Ik zwom in baan 1, net als MB die ook naar baan 3 kan als baan 2 te druk is. We deden een boel verschillende slagen in 1 oefening. DR geeft altijd net iets anders dan anders trainingen. Het voelde aan alsof ik supersnel gezwommen had, maar dat was absoluut niet waar.

Donderdag 10 januari. De baantraining. Ik had geen zin. Niet om 5 voor 7. Niet om kwart over 7. Niet om 5 over half 8. En om 5 over 8 ook niet. We liepen lekker rustig in met een grote groep. Het miezerde de hele tijd. Dat deert mij niet. Maar ik word altijd een beetje gek van het getetter als ik geen zin heb. Op de baan was het simpel: 400-800-1200-1600-1200-800-400 rustig tempo met 10-20-30-40-30-20 pauze. Ik liep achteraan. Expres. Me in te houden. In stilte. Het was geen probleem, maar ik had het toch niet gemakkelijk. Na de 1600 was ik het wel zat en nam ik 35 seconden pauze in plaats van meer. Eindelijk rust, eindelijk mijn eigen tempo. Ik bleef mopperig en ik haalde er geen zin meer uit. Van de 800 liep ik er maar 400 en daar baal ik dan van. De rest mocht nog hard, ik gelukkig niet! We liepen uit en ik nam het extra rondje op de baan er nog bij. Maar het laatste beloofde rondje kon me gestolen worden en dan waren de tien kilometer maar niet vol. Het boeide me niet, want ik had toch geen zin!

vrijdag 11 januari. Ik sprong al vroeg op de Tacx. Twee lange uren! Verdeeld in 6 keer 20 minuten, waarvan 20 minuten D2 met twee keer 3 minuten een hogere RPM en 3 minuten een hogere hartslag en 7 minuten een lagere hartslag. Kun je het volgen? Ik ook niet, dus ik zet de training in het horloge en hoeft het alleen maar te volgen. Ondertussen zet ik Netflix aan. Na twintig minuten appte mijn zus of we konden bellen. Dat kan ook best, maar het is even improviseren met Netflix uitzetten en de telefoon op de speaker. En soms moet mijn zus even drie minuten volpraten. Het volgende anderhalf uur vloog voorbij. Ik kon me niet altijd even goed aan de 3 minuten hogere RPM’s houden, want door het bellen miste ik wel wat signaaltjes, maar ik fietste lekker weg! De Tacx heeft het ook lastig van tijd tot tijd: dan gaat het na een half uurtje opeens een heel stuk soepeler. Uiteindelijk fietste ik de 50 kilometer toch maar vol, zonder een meter vooruit te komen. En toen trok ik de bezweette fietskleren uit en hardloopkleren aan. RUSTIG, had ik naar Manuel geschreven, want we gingen samen. Het ging heel moeizaam bij mij. Alles boven de 6 minuten per kilometer vind ik traag en dit zat tussen de 6:00 en 6:20. Omdat het eten op was, had ik niet al te veel gehad bij het ontbijt en tussendoor had ik een gel genomen, maar in al dat trappen was ook wat energie gaan zitten. We liepen langs de Oostvaardersplassen richting de dijk – zo vaak mogelijk doen zo lang het kan!- en ik moet elke keer denken aan de hete zomer als ik nu het water zie staan, waar het een half jaar geleden bijna droog stond. We gingen door het bos terug. Ik genoot er wel van, maar Manuel moest op een gegeven moment het praten overnemen, want alles in mij schreeuwde: WANDELEN!! Het tempo ging omlaag, maar ik ging niet wandelen, hoe graag ik ook wilde. Ik luisterde naar Manuel en uiteindelijk waren we na 7,5 kilometer weer terug bij huis en snakte ik naar hersteldrank en de douche. Niet direct naar het bedrijfsuitje, maar de calorieën van het diner wat erbij hoorde, die waren welkom!

Zaterdag 12 januari. Soort van rustdag. Eindeloos in bed blijven liggen, boekje lezen en op de bank zitten. Maar ook zwemmen. Het was veel te druk in de banen. Bij de kinderen, maar ook zeker bij de volwassenen. 7 Mensen en dan ben ik veel te langzaam. Ik ben de hele tijd bezig met kijken wie me kan inhalen en opzij gaan. Ondertussen had Vincent me proberen uit te leggen hoe ik rustiger moet zwemmen en dat probeerde ik dan maar. Ik deed gewoon een heel klein beetje mee met paddles en op en neer zwemmen, maar zonder flippers. Het was enorm onrustig. Ik ging met Vincent in het pierenbad, dat hij kon kijken wat ik nou moest veranderen, maar dat is lastig te zeggen voor hem. We troffen RP, die supergoed zwemt, maar nu even niet omdat hij zijn arm gebroken had. Hij vroeg mij naar mijn doel en dat is met minder energie langer zwemmen. Hij kon pérfect uitleggen hoe mijn doorhaal dan wel zou moeten gaan: ontspanning, draaien vanuit de schouder. De praktijk is een heel ander verhaal, maar begin bij mij maar met de “waarom”. Toen ik wegliep, kreeg ik een soort van trap na, omdat ze zaten te roddelen bij de ingang: “en dan die lieden van baan 1 die er tussendoor harken”. Flikker op zeg. Ik weet wie het zegt en een ander zei ook wel dat ik er keurig rekening mee hield, maar ik ben het wel zat dan en blijf met een katterig gevoel achter.

Zondag 13 januari Je hebt van die dagen dat je heerlijk loopt, dat het vanzelf lijkt te gaan. Van die dagen dat je gewoon door kunt praten en het tempo moeiteloos hoog kunt houden. Van die dagen dat je de volgens hoort en de bossen prachtig zijn. Er zijn dagen waarop je zin hebt in de gels, alle kleren lekker zitten en de kilometers onder je door vliegen. Zo’n dag had ik NIET. Te weinig geslapen? Te veel balast? Het einde van een drukke sportweek? Gewoon mijn dag niet? Omdat ik de route al kende? Vind ik dit groepje niet zo leuk? Ik weet het niet, waarschijnlijk een combinatie van alles. In elk geval hobbelde ik er lekker achteraan. We liepen met PL mee, een groter groepje van 7-10 mensen deze keer. (3 mensen gingen na een paar kilometer hun eigen weg en tempo) We waren weer bij Baarn, kasteel Groeneveld, kasteel Soesterberg, bos en trail en modder. De regen viel onwijs mee, eigenlijk was er geen regen. Genieten en op de verzorging letten was de opdracht: genieten lukte me maar niet zo. Ik liep mijn eigen tempo, gewoon strak achteraan. Vind ik niet erg, maar motiveert ook niet. Er zat gewoon niet meer (zin) in. 1 Van de mannen keek wel netjes achterom en ze stopten regelmatig, maar dat trekt me nu juist niet zo: ik kachel liever door. Achterop lopend was dat een zekerheid. Na 5km nam ik netjes een gel en die viel niet lekker in mijn buik. Dat rommelde. Voor de rest geef ik niks om natte voeten, natte hondenneuzen en loopneuzen. We gingen over het ATBpad, dat is wel aardig, maar eigenlijk vind ik het voor de fietsers. Dan moet je steeds opzij. We deden de korte route van 15 kilometer en daar baalde ik van. Dat kwam mijn motivatie niet ten goede. Wel liep de route zo totaal anders als de vorige keer. Ik was stil en dat was prima. Een paar andere meiden gingen vertragen, maar ik bleef rustig achteraan lopen op hetzelfde trage en gestage tempo. Op 10 kilometer nam ik weer netjes een gel, maar deze is wel lekkerder en viel iets beter, maar was weer moeilijk weg te krijgen. Na 15 kilometer waren we rond en schoot ik de WC in. Toen daar alles gedumpt was, voelde ik me beter en wist ik het zeker: ik hoeft geen koffie, ik ben nu toch al nat en ik ben nu toch hier: de komende kilometers hier in het park zijn voor mij! Ik liep gemakkelijker, lichter, ongedwongener (niet veel sneller, dat niet) en kon beter om me heen kijken en genieten. Ik fotografeerde een groepje mannen op de ATB op de wijnberg en maakte het rondje. Ik maakte 20 kilometer vol en had geen zin meer om de 21 ook nog te doen. Ik had lang genoeg gelopen en grappig genoeg kwam ik de rest tegen die de koffie net op had! Mijn telefoon was in een lock gegaan en ik kon niet bellen of iemand bereiken. Een raar soort stilte krijg je dan. Ik moest nog tanken en had aan honger grenzende trek! Thuis wilde ik douchen en bijkomen en bij- eten en -drinken. En zo was de week weer vol met ruim 11 uur sporten. Dat mag je ook wel voelen toch?!

Comments are closed.