Deze week heb ik alles kalm aan gedaan. Niet meteen weinig, maar rustig. Op maandag 15 oktober doe ik niks.
Dinsdag 16 oktober wel: eerst hardlooptraining. Ik ga met minst snelle groep mee. Geen druk meer. Me niet meer uit de naad lopen. Een uur bewegen, dat is het belangrijkste. We gaan richting het centrum en we doen eerst een heel gedegen warming-up. Dat is de eerste keer dat ik bij de

Uitzicht op het centrum. Klaar voor een fartlektraining!
triatlonvereniging echt een warming-up doe met oefeningen en spieren rekken. Daarna gaan we op de Esplanade versnellingen doen en springen tussendoor. We gaan ook tegen elkaar in lopen. Het tempo ligt voor mij niet constant hoog en deze groep kwebbelt en wacht en versnellen kan ik gewoon in mijn eigen tempo doen. Het is prettig. Ik ga er niet stuk aan en zal niet de rest van de week nodig hebben om bij te komen. Sterker nog: ik kan ook nog best zwemmen! En we hebben een ‘vreselijke’ les. Pullboys en andere hulpmiddelen zijn verboden. Tussendoor moeten we planken en opdrukken. Op de koop toe doen we ook nog een estafette. De teams zijn eerlijk opgedeeld. Ik doe mijn best vandaag. De vraag is waar ik morgen het meest spierpijn zal hebben: in mijn armen of mijn benen….

De herfst geeft prachtige licht-plaatjes.
Woensdag 17 oktober: ik heb geen spierpijn. Niet heel erg tenminste. Werkpijn, dat wel, want het is weer veel te veel. Als ik weer thuis ben, ga ik lekker fietsen. Vincent wil niet mee. Ik ga een uurtje en lekker mijn eigen tempo en mijn eigen muziek. Dijk, Vaart, Nobelhorst. Het blijft maar lekker weer! Daar geniet ik zoveel mogelijk van. En daarna weer zwemmen natuurlijk. Ik ploeter mee in baan 2. Een beetje achterop en zoveel mogelijk zonder pullboy. Nog even en het went.

een bijna lege baan, op 1 iemand na. Dat is het moment, want er zijn zowel volwassenen als jeugd aan het trainen op dit uur.
Donderdag 18 oktober: de baantraining. Ik heb geen zin. Niet na 10 minuten inlopen, niet na 20 minuten als we terug zijn op de baan – vandaag is de zin thuisgebleven. Constateren – accepteren – doorgaan. Dat zegt SK me en ik neem haar tempo mee en we kletsen ons 8 rondjes door. Niet snel. Dat hoeft niet voor mij. Want daar heb ik geen zin in.
Vrijdag 19 oktober. Rob is thuis, maar hij gaat niet mee fietsen. Dan ga ik aan het einde van de ochtend (na het werk) maar alleen. Een rondje van een uurtje en ik probeer op tempo te gaan. Het koelt nu -zeker in de ochtenden- aardig af. Ik ga langs de Vaart en

Dat wordt tegen de wind in fietsen als je de windmolens zo tegenkomt!!
volg mijn neus. Langs de Groene Kathedraal. Over de vele herfstbladeren. Koud. Eikeltjes op de wegen. Alsmaar een beetje wind tegen. Saai. Eenzaam. Alles stinkt naar lichte verrotting en herfst. Kortom: genoeg redenen om het niet leuk te hebben, maar ik geniet van de geuren, kleuren, het weer, de wind. Langs de windmolens en dan onder de A27 door. Vogelweg over en daarna weer naar rechts onder de A27 door. Lege polders. Rechte wegen. En terug naar Almere en naar huis voor de lunchbreak. ‘s Middags gaat Manuel mee fietsen. Hij op de mountainbike, mijn racefiets en ik worden onafscheidelijk. De Tacx kan straks nog lang genoeg…


Zaterdag 20 oktober. Joyce lag dubbel toen ik zei dat ik rustweek had. ‘Hoeveel uur sport je dan?’ vraagt ze. Acht ongeveer. 8 uur. Dat is een rustweek. Twee jaar geleden had ik dat overdreven veel gevonden. Nu niet meer. Nu vind ik acht uurtjes waarin ik maar matig mijn best doe amper meetellen. Zwemmen vandaag. Heerlijk met zijn drietjes / viertjes in baan2. Ruimte! Kan ik een beetje mijn eigen (slome) tempo aanhouden en op de slagen letten. Het gaat om het uurtje bewegen. En daarmee ga ik ook (ruim) over de 8 uur heen. Desalnietemin vind ik het gelden als rustweek. Voor een laag tempo heb je meer tijd nodig!

