browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

verKOUdheid

Posted by on 12 February 2017

Maandag 6 februari: Ik ben verkouden. En niet gewoon een beetje hoesten en wat keelpijn: nee, mijn neus zit echt helemaal dicht! Niets meer, en vooral niks minder. Ik voel me wattig, traag en denk een tandje lager. Dat het uurtje hardlopen vandaag zonder opdracht misplaatst in het schema stond, was geen toeval. Ik snakte letterlijk naar een dagje niet-hoeven-sporten. En dus reed Rob nét niet tegen een andere auto aan en kon Vincent zijn eten nét binnen houden toen ik zei dat ik de hele avond niet ging sporten.
Dinsdag 7 februari: Het hielp! Op tijd naar bed en tocothonolin deden hun werk: de verkoudheid was zo goed als voorbij gedreven. Ik kon weer zwemmen! Ware het niet dat ik uitgenodigd werd voor een les yoga, die anders wegens te weinig deelnemers niet door zou gaan. Yoga is niet mijn ding. Dat is nog zwak uitgedrukt: ik ben niet van het stil liggen en gedachten verdrijven in een wankele positie. Zeker niet als het samenvalt met een zwemtraining. Maar ik ging naar yoga, sociaal als ik ben. En om de verkoudheid alle kans te geven voorgoed te verdwijnen. Een beetje spieren oprekken dan maar in plaats van door het water schieten. Goed van mij he?
Woensdag 8 februari: Vandaag houdt niets mij uit het zwembad! Ik verval ‘s middags in een heerlijke kalmte, waardoor ik bijna te rustig ben voor zwemtraining. Desalniettemin liggen Vincent en ik om half 6 in het water. En dat voelt goed. Geen gehap naar lucht, zo min mogelijk pullboui en vooral veel zwemmen. Dit is duidelijk een duurtraining van JC. Graag. We zwemmen hondertjes. Ik hou de dames met achtjes en flippers zonder hulpmiddelen bij. Het tempoverschil is matig, maar ik let goed op mijn slag. Nog even en ik weet echt hoe het moet. Het zou zelfs een gewoonte kunnen worden ooit, dat geploeter door het water. Dit is de eerste les zonder dat we alleen-benen doen (wat ik nogal afschuwelijk vind) en daardoor telt mijn horloge alle slagen. Ik heb nog nooit zoveel gezwommen. Ha! 220o meter in net iets minder dan een uur. It feels good 😀
Donderdag 9 februari: Baantraining. Het is dezelfde trainer als vorige week, waarbij ik niet naar de hartslag moet kijken. Deze keer is de groep nog groter, alle volwassenen gaan mee. Dan ben ik langzaam. En de verschillen zijn veel en veel te groot. Hoe snel ik ook ga, ik blijf te langzaam. En het inlopen gaat al op 10km/h en meer. Dat houdt mijn hart inderdaad niet bij. We lopen lekker ver en lang buiten de baan in. Ik ben zwijgzaam, heb geen zin om iemand iets te zeggen. Op de baan gaan we allemaal intervallen lopen. Ik vind het best. Voor de puzzelaars onder ons; we doen dit:  tempo’s 1, 2 en 3  400t1,300t2,200t3,100t4 pauze 400t1,400t2,400t3 dribbelpauze 400t1,400t3,400t2 dribbelpauze 200t3,200t1,200t3,200t1,200t3. Ik tel het zo’n beetje uit en doe precies wat ik moet doen. Maar dan een hartslagzone te hoog, hah 😐 . Aan het einde maak ik opnieuw kennis met JB die voor het eerst meetraint op de baan. Al haar kinderen beoefenen de triatlonsport op groots nivo. Ik vind het een geweldige vrouw. Zij doet zelf natuurlijk ook aan (de hele) triatlon, maar nu de kinderen niet meer zo willen, laat ze hen ook stoppen. De heldin! Wordt hopelijk vervolgd.
Vrijdag 10 februari: Het is koud. IJskoud. Koude noordenwind. IJzig. Maar ik ga fietsen en Manuel (hoe toevallig) ook. Rondje om de Oostvaardersplassen. Ik ging weg met het idee 50 kilometer te fietsen (het blijft toch rustweek anke…) of na het fietsen nog te hardlopen. (rustweeheeek) Eerst zijn mijn handen te koud. Dan mijn armen. We rijden door het bos om iets minder wind tegen te hebben. Daarna worden mijn voeten koud. Gevoelloos koud. Op de dijk hebben we wind mee – laat dat maar aan Manuel over. Eigenlijk is het te koud voor een goed gesprek. We komen 1 andere fietser op de dijk tegen – malloot… Maar het kan nog gekker: wel twee wandelaars! Met deze temperaturen is dat een horde. Ik wil verder over de dijk rijden en door het Wilgenbos. Manuel gaat mee. Ikzelf zou nog meer gefietst hebben om persé de 50km te halen (en niet te hoeven hardlopen), maar eigenlijk is het gewoon te koud en kil en niet heel erg leuk. Na 43,5 kilometer staan we weer voor de deur voor een warme kop thee. Mocht het dit jaar weer 30 graden worden (nu kan ik dat niet geloven), dan zal ik terugdenken aan deze ijzige rit.
zaterdag 11 februari: Ik ga hardlopen met Joyce door het Beatrixpark. We vertrekken even over half tien en na een paar minuten begint de sneeuw te dwarrelen. Uiteraard prikt Joyce meteen door mijn mopperige stemming heen. We starten met kletsen. En de sneeuw wordt dichter. Dat is geweldig. Langzaam wordt de wereld wit onder onze voeten. Wij kwebbelen door. We cirkelen om het park, ronde na ronde. Ik laat zone 1 lekker los en tempo blijft laag. Het sneeuwen neemt serieuze vormen aan en het dwarrelt maar door. We genieten in de overtreffende trap: van het knerpende geluid onder de voeten, van het wit, van onze voetstappen die vervagen, van elkaars gezelschap. Over de berg, achter de berg, voor de berg langs: we doen het allemaal en het is allemaal onverhard door de sneeuw. Het is niet zo koud. We zien in de verte twee andere lopers, maar voor de rest is het park van ons. We lopen anderhalf uur en mijn schouders zijn een centimeter of tien gezakt. Helaas moeten we Vincent ophalen, anders hadden we nog wel een paar uur door kunnen kletsen. Geen snelheidsrecord, wel een sneeuwrecord en een topochtend.
‘s Middags gaan we zwemmen. Wij hebben een heel prettig uitziende trainer, die ons volwassenen normaal geen training geeft, maar grotendeels zwemmen we toch onder water helaas. De oefeningen zijn voor mij abracadabra, dus ik laat Dick voorop zwemmen. Ik hou het goed bij tegenwoordig. Telkens iets met 4 keer 50, 4 keer 75 en daarvan 25m zelf kiezen (ik kies meteen de rugslag en geen schoolslag) of de laatste 5 meter versnellen. Marc merkt op dat wij niet in hartslagzones tellen, maar in overlevingszones en ik merk dat je daarvan ook onder water de slappe lach kunt krijgen. We doen veel te veel benen naar mijn zin, dat pruim ik echt niet. Aan het einde gaan we overdwars door het bad zwemmen, onder water, tegen elkaar in. Hoewel ik de zin van deze oefening voor triatleten (gezamenlijk het water in) prima begrijp, vind ik het helemaal niets. Ik kan niet zo onder water, ik ben niet zo snel en ik vind het onrustig en moeilijk te volgen. Blijkbaar doe ik nu toch iets structureel goed met mijn armen, want ik word op zondagochtend wakker met spierpijn in mijn bovenrug en bovenarmen.
Zondag 12 februari: Maar er is geen spierpijn die mij ervan weerhoudt nogmaals te gaan zwemmen. Fietsen door de sneeuw wordt het namelijk niet vandaag. Marc en Vincent gaan mee naar Almere Poort. Ik duik vrij snel het water in en zwem 250m in met pullboui en 250m zonder. Weg spierpijn. So Far. Trainer PZ geeft duidelijk aan hoe en wat we moeten zwemmen. 4x100m techniek op d 25m heen en toepassen op de 25m terug. Hij kijkt ook goed en geeft me een compliment dat mijn arm nu mooi hoog gehouden wordt, maar ik moet nog iets meer vanuit mijn schouders zwemmen. Ja, dat voel ik. Ik begrijp het meteen en kan het ook nog eens meteen toepassen. We doen nog andere oefeningen en ik zwem de hele tijd voor de drie heren uit. We doen maar 1 keer 50m benen en 1 keer 50m schoolslag als rust. Dan heeft PZ nog een tip: ik steek verkeerd in, met mijn platte hand en dat kost teveel energie. Heel lang geleden, toen ik nog in het pierenbad zwom, is me dat ook gezegd, maar nu valt het kwartje op zijn plek. Daardoor lijkt het alsof ik aantik! Daar komt die ‘klacht’ vandaan! PZ doet het superhelder voor en dan schiet ik ineens door het water! Het voelt alsof ik veel meer kracht kan zetten, de hele beweging (scherp insteken, extra doorhalen naar achter, pink als laatste het water uit en arm hoog houden, schouder mee kracht laten zetten en weer fel insteken) valt ineens op zijn plek. Sensationeel. Ik voel nog voor ik het bad uitga al dat ik weer echt vermoeid ben en dat mijn schouders nu al branden. Ik zal morgen ook nog wel aan de trainer denken en voelen dat ik hem door heb. Hoewel ik hem wel twee keer bedank, zegt dat eigenlijk niet genoeg: hij heeft me enorm verder geholpen. Ik heb nog nooit zoveel gezwommen.

Comments are closed.