2021-02

11 januari 2021 Terug naar het Mirandabad ??‍♂️- én dat is vastgelegd!

Door Gastredacteur Vincent:

“Ik heb samen met mijn moeder besloten om vandaag 3 kwartier te gaan zwemmen. In de auto hebben we de hele training bedacht. Ik begin met 1 baantje een oefening en schoolslag terug. Dat doe ik 4 keer. Daarna ga ik 200m doorzwemmen. En vervolgens een keer 300meter. Na de 300m ga ik weer 200 meter. Als ik het zwembad inga, heb ik het gevoel dat het warmer is dan normaal (en ook drukker). Ik begin met mijn opdrachten en begin het steeds warmer te krijgen. De 200m besluit ik in de borstcrawlbaan te doen en ik duik onder de lijn door naar de borstcrawlbaan. Ik heb een heerlijk slag en zwem lekker door. Ik begin het ook steeds warmer te krijgen! Ik ben zo klaar met die 200 meter, het ging vloeiend! Ik besluit om weer even in de andere baan 2 baantjes schoolslag te doen. Om daarna aan mijn 300 meter te beginnen. Als ik aan het zwemmen ben, zie ik ineens hele leuke dingen op de bodem van de borstcrawlbaan, zoals handjes en hondepoten. Ik zwem de 300meter lekker door en ik haal mensen in en ik word ook steeds zelf ingehaald. Ik heb het intussen wel weer warm en ik blijf lekker doorzwemmen. Na de 300meter ga ik weer terug naar de slome baan om weer 2 banen schoolslag te nemen en weer even tot rust te komen. Maar aangezien ik zo heerlijk zwem, besluit ik van de 200m nog een keer 300meter te maken omdat de slag me bevalt en ik het gewoon heerlijk warm heb! Ik zwem de 300meter flink door en voor ik het weet ben ik er alweer. Ik ga weer naar de slome baan en zwem daar effe uit. Ik doe het in een rustig tempo en ik begin het langzamerhand iets kouder te krijgen. Als het 44 is en we het bad uit moeten, besluit ik er uit te gaan en me snel aan te kleden zodat ik het snel weer warm krijg! Als ik me aan het omkleden ben hoor ik mijn moeder weer roepen: heb je al een foto gemaakt?! Ik besluit het te negeren omdat ik me heel snel wil aankleden omdat ik het koud heb, dan maar geen foto. Op de terugweg klets ik nog even na met mama over het zwemmen en vertel ik over de hondenpoten en voetafdrukken. Ik krijg een blik die ik niet snel zal vergeten, van verbazing en dat ik helemaal gek ben geworden. Na het 4 keer te hebben uitgelegd, gaat ze de volgende keer ook maar kijken. Groeten Vincent.”

Ik vul nog aan: voordat we bij het Mirandabad waren, vergiste ik me twee keer in de route, ik was dus aardig opgefokt. Kwam nog bij dat het onrustig was in het zwembad met Trispiration bekenden en ik moest 2000m zwemmen voor de jaaruitdaging. Dat alles maakte dat Vincent veel beter zwom dan ik! Het is niet gemakkelijk om een kaartje voor het zwemmen te bemachtigen, maar in de wachtrij staan en op het juiste moment op de juiste plek op internet zijn, kun je aan Rob overlaten! Ik zag de camera wel en volgde de discussie op de app-groep ook, maar deelnemen is niks voor mij. Totdat… het NOS journaal een item bleek te hebben gemaakt! En wie zwemt daar achter de verslaggeefster langs met oranje badmuts als zij vertelt hoe moeilijk je kaartjes kan krijgen?! Ikke! Mijn 5 minutes of fame: ZWEMMEND.

Ik zwem 2000m en zelfs ietsje meer, maar ik heb er minder lol van dan Vincent. Omdat het voelt als ‘moeten’. Volgende keer zal ik op zoek gaan naar de afdrukken van voeten en poten in de borstcrawlbaan. Zaterdag hebben we weer kaartjes bemachtigd!

Dinsdag 12 januari – ??‍♀️?? ?-run

Tussen de middag ga ik met Manuel mee hardlopen. “het is lekker weer” appt Manuel, maar eenmaal buiten is het behoorlijk koud. We gaan gewoon een ruim rondje om de wijken heen. Manuel doet de route, ik klets hem de oren van het hoofd over de jaaropdracht van Trispiration. En terwijl ik dat doe, blijft het tempo behoorlijk op peil. De 5 kilometer gaan binnen het half uur. Ik krijg het wel warm. Ik mag van Manuel ook mee het ommetje maken en kwebbel maar door. 8 Kilometer ‘zomaar’ in 5:50. En dat terwijl ik ‘s avonds een Zwift training heb staan met een nieuwe FTP, dus het zal zwaarder worden!

FTP training die best wel klopt. ??

“Tacx: 2′ 50% + 2′ 97% + 2′ 41% + 10′ 98% + 3′ 40% + 10′ 100% + 4′ 65%” Staat er op het schema. Ik ga naar Harrowgate, in Engeland. Daar ligt een saai parkoers wat tamelijk vlak lijkt. Ik zette podcasts op en deed wat de training me voorschreef. Het viel mee qua moeite. Beter dan de vorige keer en met de hoogteverschillen soms een kleine uitdaging. Als je aan het einde van de hoge zones zit, wordt het beeld vager. Dan word je moe, zeg maar…..

De podcasts leidde me af. Na een half uurtje werd het irritant. De Zwift deed ook lastig, want die wilde de training naderhand niet uploaden. Ik fietste nog een stukje uit zonder training en toen was ik het wel zat.

Woensdag 13 januari. ???‍♀️??

Tussen de middag gaan Rob en ik vaak even wandelen en een frisse neus halen. Heerlijk! We lopen in vierkantjes, maar noemen het een rondje.

‘s Avonds kruip ik weer op de Tacx. Zwift heeft een ‘Tour de Zwift’ met allemaal verschillende gebieden en vandaag zijn de worldcourses aan de beurt. Ik sluit me aan bij de Ladies Ride in Innsbruck. Weer zijn er niet zoveel dames en als ik kom ben ik zelfs pas de 20ste deelneemster! Ik ga mijn eigen ding doen: gewoon rustig omhoog. Berg op is toch iets wat je meer alleen doet. Ikke wel tenminste. De meeste dames gaan staan, maar mijn cadans blijft hoog. Ik ploeter naar boven. Pas tegen het einde, als ik bijna boven ben, ga ik ‘on fire’ en versnel ik.

Ik hoopte als 75ste boven te zijn en heb nog wat dames ingehaald. Op weg naar beneden vliegen mevr Yoder uit Amerika en ik samen naar beneden. Het is verder rustig en we knallen lekker door!

We ‘pacmannen’ nog een paar dames op in Innsbruck zelf en ik trek ‘Yoder’ het laatste stukje omhoog. Dan mag zij van mij voorgaan bij de sprint. Ik eindig als 72ste. Dan fiets ik het kleine rondje in Innsbruck nog uit, omdat ik van mijn schema iets langer moest fietsen. Mijn FTP verhoogt ‘zichzelf’ naar 159. Twee stempels in de Tour de Zwift verzameld!

Donderdag 14 januari. Een avondwandeling naar de Plus ➕ met zijn drietjes. Noem het een rustdag.

Vrijdag 15 januari. Ik ga wandelen met een vriendin ??‍? en haar hond ? bij Kasteel Groeneveld. ? Dat geslof doen we regelmatig. Vandaag vind de hond het wat kil om veel te zwemmen en we zijn met een uurtje weer bijgekletst. Op de parkeerplaats kleed ik me om, onder toeziend oog van een schattig roodborstje en dan komt Joyce. We gaan ‘zwervend’ hardlopen. Geen route, richting Lage Vuursche en kletsen.

Gastredacteur Joyce vertelt:

“Anke vroeg mij of ik wilde opschrijven wat ik van deze loop vond. Niet mijn sterkste kant, maar ik ga ervoor. Vandaag lag onze route niet ver van huis. Anke was er al, om daar vooraf aan het lopen, te wandelen. Dus ik begeef mij ook naar Kasteel Groeneveld en wij ontmoeten elkaar om half 12. Het is gelukkig niet zo koud, vooral ik ben daar erg blij mee. Het plan is om te dwalen, met “ver” ervoor weten we wat er gebeurd, maar dit keer echt op gevoel. Gelukkig weet Anke wel de weg en als ik erover loop, herken ik menig weg ook.

En daar ligt meteen ook de angel van deze loop. Op 1 zeer fraai paadje na, hebben we “er al gelopen”. We genieten van het kwebbelen over kinderen, echtgenoten en al het andere.

Het lopen gaat best wel soepel en rustig. Maar als je alle andere lopen vergelijkt met een mooie taart, met zelfs een kers erop, dan is deze loop een cakeje. Volgende keer maar weer op zoek naar iets nieuws. Als het gezelschap maar blijft, want zonder haar is er niets aan.”

Zaterdag 16 januari. The Specials sort-of-triatlon ??‍♀️ – ??‍♂️ ? -??‍♀️❄️
Ik begon redelijk ‘onschuldig’ met Zwiften: het volgende stempel van de Tour de Zwift brengt me de bergen in. De Ladies Ride gaat de Alpe de Zwift op en de korte route gaat ‘gewoon’ de bergen over. De lange route gaat de halve Mount Ventoux op en dat wil ik wel eens proberen! Daar zitten wel HEEL VEEL hoogtemeters in. Het dubbele van de bergenroute in Watopia. Twaalfhonderd. Dat schiet op voor de Mount Everest uitdaging. Ik besluit mijn eigen rustig aan te doen. Dit is een openbare uitdaging, dus ik sta tussen de mannen. Zo snel en goed ben ik niet.

Als we met ruim 1400 man tegelijk van start gaan, gaat het mis. Het hakkelt, ik zie alleen fietsen, het stokt, ik rij over de weg en de rest rijdt over het gras. Rij ik om of wat? Er is nog een race gestart die de andere kant op gaat. Als dit zo blijft, staak ik de uitdaging. Het duurt een kilometer of 3 en dan kom ik erin, zeg maar. Ik lig dan al dik achterop op de 1310 plek. Gek genoeg heb ik al 500m meer gefietst als wie dan ook. Ik ga niet zo hard en trap gewoon maar door en door. Heel langzaam raak ik de onrust van de eerste kilometers kwijt. Ik weet dat het echte klimmen straks pas start. Ik vind Frankrijk niet meer zo spannend qua omgeving. Na een kilometer of 10 begint het pas wat omhoog te gaan. En dan houdt het geen moment meer op! Dat je bij bent als het maar 9% helling is.

Het tempo valt terug naar 5 a 6 kilometer per uur. Demotiverend. Want ik begin te snappen dat ik er nog anderhalf uur over zal doen. Nog anderhalf uur!! De hoogtemeters tellen harder op dan de afstand. De omgeving is leuk, maar alles verveelt een beetje. Behalve de teksten op de weg, die bekoren me elke keer.

Ik fiets me steeds naar voren in het veld, omdat er veel mensen stoppen. Ik fiets een beetje om dezelfde mannen heen. Ik trap me niet suf en het maakt me ook niet uit als ik een tijdje sta op de fiets en de cadans zou moeten veranderen. De hertjes en de vogels en het bergmeer zijn wel aardig. Ik heb teveel tijd om er naar te kijken. Er zijn ook snelstromende bergstromen.

Maar ik vind alles saai! Rob brengt me een kopje thee en ik trap maar door en door en door en door. Er zit niks anders op, want ik peins er niet over om te stoppen! Nu ben ik zover en de volgende keer moet ik hier eerst weer heen. De laatste 2 kilometer komt er wel wat vuur in: nu wil het ook halen binnen 2,5 uur en ik laat de mannen achter me. Ik ben meer dan 100 plaatsen naar voren opgeschoven.

Na 2 uur en 23 minuten heb ik deze stage afgerond. De top van de Mount Everest komt dichterbij…… Geen haar op mijn hoofd die verder wil tot de top 6 kilometer verderop! Ik stap snel af en spoel me af. Ik heb gewoon honger!


Na het eten snel de spullen pakken en naar het Mirandabad rijden. Als we Amsterdam inrijden, begint het licht te sneeuwen. Als we de wetsuits aandoen, sneeuwt het hard. Lees die zin nog een keer: wetsuit aandoen in de sneeuw! Vincent stuitert er van.

De rij is koud en dan wil ik maar zo snel mogelijk het water in. Ik ga proberen om 2 keer 1000m te zwemmen.
Ik spring de borstcrawlbaan in, voel het warme water het pak instromen en na een halve baan weet ik het al: dit wordt een knaller! Mijn benen hoeven niks te doen, mijn armen maaien me door het water heen. Geen geneuzel met oefeningen, de dubbele badmuts zit lekker, het brilletje zit goed strak en mijn armen zijn nog lang niet moe. Ik zie de pootafdrukjes en handafdrukken op de bodem waar Vincent het over had. Tegen de tijd dat hij het water in plonst, ben ik al 250m onderweg. Ik tel: mijn slagen in alle rust en met alle kracht en de banen die ik zwem. Heen en weer. Soms voel ik in mijn gezicht een vlaagje sneeuw. Om me heen zie ik het wit worden door de stoom heen. Ik geniet.

Ik haal ‘s iemand in en iemand haalt mij in. 1 Keer moet ik mijn badmuts aantrekken en dan door. Na de eerste 1000m ga ik door voor de 1500m. Daar raak ik even de tel kwijt, maar ik ga nu de 2000m ook volzwemmen ook! Aan 1 stuk door. Ik zie soms de klok in een glimp en ik weet dat het gaat lukken. Ik heb het niet koud. De 2 kilometer zwem ik in een staggering 38:15. Ik zet het horloge opnieuw in en wil de kou nog niet in. Ik zwem zeker 200m uit in de borstcrawlbaan en ga dan in de langzame baan terug. Als ik het water uitkom is de omgeving wit. Het is erg koud, maar ik ben blij! Jammer dat mijn sokken onder een dikke laag sneeuw in mijn schoenen liggen. Ik vind het stoer van ons dat we gezwommen hebben in de sneeuw! Vincent heeft minder gezwommen, maar dit nemen ze ons niet meer af!

Deel 3 van een triatlon is hardlopen en dat heb ik nog niet gedaan vandaag. Dat gaat met een run gisteren en een geplande loop morgen ook niet gebeuren. In Almere sneeuwt het door als we veilig thuis zijn. Voor het eten ga ik met Rob een stuk wandelen in de knerpende sneeuw. We hebben maar een uurtje. Met de sneeuw mee is het lekker en in het bos is het prachtig! We vinden zelfs paden die nog maagdelijk zijn.

Als we terug richting het station lopen, snijdt de wind in ons gezicht en is het wel kil. We halen patatjes en lopen lekker 5 kilometer met gemak binnen het uur. Na de frietjes wil Vincent ook door de sneeuw lopen en zo ben ik na 9 uur nog een keer een half uurtje buiten!

Dat was geen gewone triatlon: heel langzaam hoogtemeters maken in Zwift op de fiets, zwemmen in een verwarmd buitenbad met sneeuw en wandelen in een laag sneeuw! ‘t Was wel heel gaaf. Een zaterdagkadootje.

Zondag 17 januari Lopen met PL: de grootste trailheld van Almere neemt mij mee door winter wonderland

Uiteraard is dit een redelijke uitdaging voor me! Ik mag meelopen met PL, die een heuse ultratrailer is en mij en Joyce al vaker aan prachtige routes heeft geholpen. Nu mag ik mee door de sneeuw, voor maar liefst 30km heb ik me opgegeven! En dat na de inspanning van gisteren….. Ik lijk wel gek, maar toch rijden we naar Ede, naar de Ginkelse Heide. Na de eerste kilometer heb ik het al door: he, dit lukt gewoon! Zijn het de herzogkousen, de schoenen, het gezelschap? Ik liep gewoon oke. En dan in 6 minuutjes ook nog. En de kilometer daarna ook. En de derde ook!

Ik moet altijd even wennen aan het Friese accent van PL en hij moet even leren luisteren naar mijn Brabantse tongval. Het duurt ettelijke kilometers voor ik me op mijn gemak voel.
Eerst door het bos. Om ons heen ligt sneeuw en het is rustig op de lekkere ondergrond. Al snel was het heel stil en rustig. En de witte bomen overal, met mist ertussen: sprookjesachtig mooi.
Na een paar kilometer gaan we over de hei met een laagje sneeuw. In de verte het monument voor parachutisten. Al vier kilometer? Of vijf al en het gaat me bijna ongelooflijk veel te gemakkelijk af. Binnen 32 minuten, hoe dan? Ik stop met me schamen en ontspan me. Ik denk niet vooruit, niet aan hoeveel nog, gewoon in het moment blijven en een tempo aanhouden wat goed voelt. Het is fijn dat iemand anders de route doet, ik hoeft ook echt niet op te letten. Eigenlijk zelfs geen foto’s te maken, maar dat kan ik toch niet laten!

We kijken naar het monument, maar mij zegt het niet zoveel. De hei is wel prachtig, wit en verstild.
Dan komt er een zonnetje tussen de bomen door. De fietser maakt ook een foto. Het is echt erg, erg mooi. De zon op het wit als stralen tussen de bomen.

En dan de mist vlak voor de duiker onder het spoor door, het is echt sprookjesachtig! Ik neem een gel en we houden een korte wandel- maar vooral GENIET-pauze.


Dan komen we bij de duiker onder het spoor door. Die is raar en laag.


We gaan de snelweg onderdoor en dan een heuse helling op! Ik mis het touw bijna hihi! Ik vertel van de Trail de Fantomes en dan zegt PL: die hadden jullie toch gewandeld…. Grrrrrr…. Ik blijf ‘m een tijd goedmoedig nadragen dat we daar toch niet echt gewandeld hebben hoor! Ik ben er zeker 20 minuten lang quasi beledigd op teruggekomen. Wandelen….. Wacht maar tot hij zelf al die heuveltjes over wil…..

We kletsen over doelen, over wat ik van 2020 geleerd heb en die arme PL moet naar alles over Zwift luisteren, tot in den treuren. En elke keer pakken we het gesprek weer op, want PL is een beste luisteraar. Hij loopt met zoveel verschillende mensen. Het lijkt me geweldig als je dat kan, in elk tempo en met elk type mens.
We nemen nog een gel en pauze terwijl we verder wandelen, want dat onthou je het beste, zo meldt PL.


De route bevat veel smalle paadjes. Wij noemen die P-paadjes, maar de meer gangbare term is een single-track. Dan komen we langs de beken. GAAAAAAFFFF, het is prachtig met de sneeuw en de bomen die donker aftekenen.

We rennen langs een rare schommel midden in het bos en brugjes. Erg, erg mooi. Ik ben de weg al lang kwijt, maar PL heeft de route al vaker gelopen en de route staat op ons beider horloge.
Ik ben dan een stukje kwijt in m mijn herinnering, want het gaat even iets minder ‘vanzelf’ en ik klets vast verder. Het gaat over onze pubers. Op het wildrooster over de autoweg gaan we maar weer snel doorrennen, zodat het lawaai achter de rug is!
Dan volgen hele (ietwat saaie) stukken langs de velden. De sneeuw verdwijnt langzaam en maakt plaats voor modder. Mijn voeten zijn smerig. PL’s nieuwe trailschoenen ook. Ik deel mijn ergernis aan de andere lopers met hun grote mond: die doen niks of niet wat ze beloven. PL kent ze ook: mensen die niks meer doen omdat er geen publiek is, geen wedstrijd, geen mogelijkheid om te verbeteren. Wij lopen voor het plezier. Om bij te praten.
Ik hou de kilometers minder bij en klets over wat ik gedaan heb aan loopjes. Het is bijna teveel en er over opscheppen past mij totaal niet. Zeker niet bij PL, die zelf elk weekend met gemak minstens 60 loopkilometers verzameld. PL vind het fijn te horen dat Vincent zo lekker meedoet. ik vertel ook van de triatleet die Almere geestdodend zwaar vond mentaal. Dan gaan we het bos weer in. Gelukkig maar. Ik heb nog een rustige kilometer nodig, maar van een inkorting is geen sprake. Ik wil nu ook de halve marathon lopen ook!


We komen langs de Wodanseiken. Leuk ja en schilderachtig, maar ik loop nu net even liever door. Het lijkt mij op Berg en Dal grappig genoeg, maar dit is Wolfheze.

We komen weer langs superhelder water en beken. Hier werd vroeger veel papier gemaakt door het schone water, weet PL te vertellen. Hij is een wandelende encyclopedie! Dan langs een restaurant. Het is mij te druk en veel te onrustig, daar kan Anke niet tegen! Ik vertel over KH en hoe wij samen de DamtotDamloop deden.


We komen langs de kabouterroute. Die staat vol met kleine kaboutertafereeltjes. Erg schattig!


En dan de vlonders. Jammer dat we niet alleen zijn, maar wat apart! Ik wil er overheen wandelen om er zo lang mogelijk van te genieten. Waar de vlonders precies voor zijn is nu niet duidelijk, want het beekje is minuscuul! Als we de vlonders achter ons laten, komen we bij een meertje met stapstenen! Het moet niet gekker worden, maar ook hier halen we geen natte voeten.


We lopen hierna over smalle paadjes die lijken op de Ardennen door het bos, met veel wortels en met water erlangs. De Paradijsbeek, noemt PL het. Ik word een beetje moe en teer even in, maar loop gewoon door. Het is nu mijn beurt om te luisteren! PL beweert Rob te hebben gevonden op Facebook. We hebben het over pubers met hun schermpjes. PL vindt het waardevol dat ik zo met Vincent kan sporten.
Dan zitten er 21km op in 2,5 uur. Ik verbaas mezelf en druk de gedachte dat ik nog 9 kilometer moet lopen snel weg.
Dan gebeurt er iets wat mij verbijstert: PL stopt bij de beeldentuin. Voor koffie en thee. ? what da ffff. Die moet ik delen met Joyce! Dat was nog nooit in me opgekomen, om onderweg te stoppen en pauze te nemen voor drinken! Mijn thee is warm, maar lekker.

We vervolgen de weg en PL vertelt van de Netflixserie over de huwelijksmarkt in de adeltijd. Prachtig. Ik luister en kijk en loop gewoon maar door, door het bos. Het is wel lekker dat hij nu kan kletsen en ik neem het goed in me op.
Het is mooi en er zijn veel smalle paden. Opeens is er een slecht pad met veel begroeiing. “Dan moeten er meer mensen lopen, dan wordt het vanzelf een pad” zegt PL. Die opmerking wil ik graag optekenen! Zo werkt het voor hem dus! Ik moet er enorm om lachen. Hij moet lachen als ik hem omschrijf wat wij P-paden noemen.


Ik voel dat ik iets ‘minder’ word en minder gemakkelijk ga lopen. In thee zitten blijkbaar niet veel voedingsstoffen, maar dat bedenk ik daar nou net effe niet, want dan had ik nog een Marsje gepakt. Ik loop gewoon maar achter PL aan.

Er zijn wat meer wandelmomentjes. Ook wat meer mensen en ongelijke paden. We steken het spoor weer over en er zijn veel treinen in korte tijd.
We gaan ook nog onder de snelweg door. Ik zit op 27 kilometer en ben de route kwijt. Ik reageer wat pinnig dat het echt wel 30km moeten worden! We komen weer op de hei. We hadden het ook over hoe lang je erover doet naar een ultratrail toe te trainen en PL heeft het met C gedaan binnen een maand of 3. PL heeft een vergunning voor de MMT (midsummer mega trail) aangevraagd, maar krijgt niks. Ik besef dat ik me moet afvragen of de Ironman een week later dan wel doorgaat. Ik denk eigenlijk van niet en besluit daar ter plekke dat ik daar dus niet in moet investeren nu.
Het gaat ook bij PL niet meer vanzelf, al lijkt dat best wel zo, maar ik voel van niet. We praten minder en hij loopt voor me uit. Dat kan hij dan nog wel met gemak, terwijl ik echt moeite heb met volhouden van het tempo! De sneeuw is vrijwel weg op de heide. Er zijn veel fietsers waarvoor we opzij moeten springen en er zijn ook meerdere wandelaars.
“Nog 2 kilometer”, zeg ik. “Ik heb er nog maar anderhalf” zegt PL. Dan moet ik dus omlopen! Ik kan eigenlijk alleen nog maar doorlopen en ik wil nu ook de 30km binnen 3,5 uur lopen. Focus. Lopen. Ik zie de parkeerplaats al. Maar ik kom 500meter te kort! Ik loop door over het zand en PL loopt mee, tot ik zeg dat het niet hoeft. Ik loop door, PL fotografeert het monument.

De laatste 500m zijn ploeteren. Als ik bij de auto sta, gaat het regenen. Ik kleed me om, drink chocomelk en we eten kaneelstokjes. Vanaf nu zal ik altijd aan deze loop denk als ik een kaneelstokje eet!
In de auto op de weg terug regent het hard. De sneeuw is weg. De magie is weg. Maar ik heb 30 kilometer getraild met PL. wow. WOW.

  • 17 uur in een week, waarvan 4 uur wandelen. Maar wat MV hardlopen noemt, dat is langzamer dan mijn wandeltempo! Sneeuw, bergen, zwemmen, trainen, 2 halve marathons in een week (en 1 nog langer). Het maakt me verdrietig dat anderen hun eigen doelen niet kunnen zetten en naleven. Ben ik dan gek?

maandag 18 januari: uit’sporten’ ??‍♀️??‍♀️??‍♀️?

“mama, je mag nee zeggen hoor, maar eigenlijk mag je dat niet…. Ga je straks -heeeeeel rustig, echt heel langzaam hoor- mee hardlopen? Ik heb last van het fietsen van gisteren” ? Hoe moet dat dan? Ik weet het niet, echt niet, ik heb werkelijk geen benul van ‘nee’ tegen zo’n heerlijke puber. Ook al roepen mijn benen NEE en mokken de bovenbeenspieren dat het een lieve lust is, al mekkeren de voeten zich ongans: ik ga mee. ? Ook al weet ik dat uitfietsen voor mij beter zou zijn. Dus wat dan? Ik weet het! Ik ga ook fietsen! Ik stap op de Tacx, wend me tot Watopia en zoek de Hilly Route uit. Natuurlijk…. Ik vergeet mijn trui uit te doen en de fan aan te zetten, maar het maakt niet uit, want ik ga toch lekker langzaam.

Ik breek geen enkel record, ik trap gewoon traag naar boven en ik sta van tijd tot tijd en het maakt me allemaal niks uit. Mijn bovenbenen wel. Als ze niet kunnen praten, kunnen ze me wel laten voelen, maar ja: ze moeten mee. Sprinten hoeft niet en we worden 9e van de tien deelneemsters. Maar we hobbelen toch een half uurtje uit.


En dan een warme broek aan en compressie tubes (wat een nog groter gevecht is dan de sokken), want dat eisen mijn kuiten, zonder ook maar 1 woord te kunnen zeggen. Vincent stelt zijn horloge in op 500m dribbelen en 500m wandelen. Hij doet de route, ik het tempo. Tenzij ik harder wil dan 7:00 op de kilometer, dan haakt hij af. Ik hou me er met alle liefde aan! Het wandelen wordt een drhuhbluhhh-tempo en soms gaan we eventjes wandelen. De brug op bijvoorbeeld. De 500m dribbelen zijn vol te houden, maar na de vierde kilometer nog maar net.

Vincent kwebbelt ubervrolijk de tijd vol. Ik voel me zwakjes, maar ik hobbel gewoon door! We hebben wind tegen als we door de wijk lopen. Ik krijg het nauwelijks warm. Wel heb ik trek, maar ook daar geef ik niet aan toe (omdat er ook niks is). We maken de 5 kilometer vol met een gemiddeld temp-ho van 7:40 en ik ben er nog trots op ook! Het helpt wel, want de spierpijn is weg. Nu heb ik de benen een bad beloofd (na het strijken natuurlijk)

Dinsdag 19 januari. Kilometers scoren in Zwift!
Ik rommel een beetje met het schema, want er staat vandaag een FTP-training, maar ik heb meer zin in de ‘tourtocht’ van morgen. En mijn benen ook! We zoeken uit hoe ik vandaag mee kan doen aan de Tour de Zwift en ik doe mee aan de lange route van 43 kilometer met niet al te veel hoogtemeters. Ik ga even infietsen in Parijs: het kleine rondje lijkt me wel wat. Even de beentjes lostrappen. Als ik alles heb opgestart, heb ik 20 minuutjes voor de Tour de Zwift begint. Ik moet flink doortrappen langs de Arc de Triomphe en over de Champs Elyssees.

Minder dan 5 minuten voor de tour van start gaat, schakel ik over naar Watopia. Daar gaat de 4e etappe van de Tour de Zwift van start. Lekker door de monument-valley-achtige omgeving, langs de Sequoias en de dino’s.

De groep is onwijs groot met meer dan 1700 mensen, maar ik doe mijn eigen tempootje. Ik rij wel in het groepje mee, maar ik zie wel hoe lang ik daar zin in houd. Ben ik 1530ste. Mijn best, als ik maar niet laatste wordt! Op de vlakte hou ik het goed bij, maar de heuvels in haak ik een beetje af. Ik slinger tussen de bomen door en langs de dino’s. Ik ga samen met 1 iemand anders en dat blijkt ook een vrouw te zijn. Te zien aan de sprint vormen wij een heel klein percentage van alle fietsers hier!

Er passeren 1500 mensen het sprintpunt, waarvan er hooguit 75 vrouw zijn! Dat komt neer op 4% (wat mij vele bochten rekenen kost!). Langs de kolkende waters op een weg die op een achtbaan lijkt en dan zit het eerste rondje er al op. Nu ga ik flink opschuiven, want voordeel van (oudere) vrouw zijn is, dat wij meer uithoudingsvermogen hebben. Vrouwen zijn minder sprinter, maar blijven doorgaan. Ik sluit me aan bij een groepje en al snel zit ik bij de eerste 1500. Ik vind het prima, laat me voorttrekken. De Mount Everest is inmiddels beklommen en ik krijg een nieuwe fiets kade!

Pas bij de heuvels haak ik een beetje af en pak ik (na een kilometer of 35) mijn eigen tempo op. Ik blijf bij de eerste 1500 horen en maak de 45 kilometer vol.

Met het infietsen in Frankrijk erbij, heb ik op een ‘gewone’ dinsdagavond toch maar mooi 50 kilometers gefietst!

Woensdag 20 januari. One Big OFF day ??
Er is sprake van een avondklok, van 1 bezoeker, er is een hoop te doen over corona, mijn werk schiet niet op en het liefst kruip ik onder een deken en sla ik vandaag over! Het regent en is somber weer en ik wil vooral veel NIKS. ‘s Avonds is de avondklok nog niet zeker, dus misschien kan ik vrijdag toch wél zwemmen en 1 bezoeker schijnt ook geen wet te worden, dus misschien kunnen we van het weekend toch wél op visite bij ouders. Ik heb frisse lucht nodig! Rob en ik gaan lekker een heel stuk wandelen om de Regenboogbuurt heen en om de Eilandbuurt heen tot het Schanullekesluisje. Dat gedeelte van de dag had ik niet over willen slaan. We lopen dik 6 kilometer. Binnen 68 minuten. Toch maar op tijd naar bed en morgen hopelijk opstaan met het andere been.

Donderdag 21 januari. Inwandelen en een Zwift-training

Vincent gaat ‘s avonds fietsen in Watopia. Terwijl hij als een gek door Frankrijk scheurt, wandelen Rob en ik een rondje. Ik voel me iets beter, want de avondklok gaat mijn zwemmen in elk geval niet verpesten en de bezoeken ook niet. Als Vincent in de douche staat, pak ik mijn training erbij die voor eerder deze week gepland stond. Infietsen en dan moet ik de wattages in de gaten houden. Ik ga naar New York en let niet op de hoogteverschillen. Ik ga 12 minuten letten de FTP-zone waarin ik fiets.

Het is een flinke inspanning. Het hoogteverschil is ook al een uitdaging, maar ik trek me niks aan van het tempo. Ik heb de training in Zwift geprogrammeerd en hoeft alleen maar het pijltje in de juiste zone te houden. Dat vind ik helemaal prima te doen. Het is maar een half uurtje en ik fiets de 15 kilometer vol en dan zeg ik New York goodbye!

Vrijdag 22 januari: een dikke kwart triatlon in ongelijke delen met ongelijke wisselpauzes! ??‍♀️???????‍♂️
Eigenlijk heb ik geen idee wat ik wil vandaag. Voor vanavond heb ik zwemkaartjes. En ik wil een halve marathon lopen. Of toch liever niet? Een vet stuk fietsen is ook lekker. En mijn boek uitlezen is ook tof. Ga ik met iemand mee of iemand met mij? Ik blijf een tijdlang liggen te lezen, ga op de weegschaal staan die deze week te verwachten slecht nieuws heeft en dan meld Manuel dat hij een stuk mee zal lopen. Ook prima, maar dan ga ik ook geen halve marathon lopen. Ik ga dus een kilometer of 12-15 lopen en dan vanmiddag nog even fietsen en vanavond zwemmen. Ik moet nog iets doen voor mijn werk, Manuel heeft een route bedacht. We gaan rond kwart over 11. Het gaat wel lekker eigenlijk.

Ik klets Manuel weer eens de oren van het hoofd en de route is dan wel bekend, maar het zonnetje schijnt en alles lijkt net een beetje anders. We lopen helemaal richting de gevangenis Almere Buiten. Daar hebben we wind tegen en ik word erg blij van het feit dat Manuel er rekening mee heeft gehouden dat we op de dijk wind mee zullen hebben! Dan ben ik zo trots op ‘m, dat ik dat aan hem kan overlaten!

Op de dijk is het Hollands mooi met de wolken. We lopen de 10 kilometer binnen een uur.

Niet omdat het moet, maar omdat het kan. We blijken toch over het fietspad te mogen vandaag en die kans nemen we. Ik wil ergens wel een wandelpauze, want het beetje yoghurt is intussen wel opgebruikt, maar het is ook niet echt-echt nodig. Dus we lopen door op een redelijk tempo. Eigenlijk wil ik de 14 of 15 kilometer nu ook wel volmaken. We lopen een beetje om en dan moet ik nog anderhalf blokje om het huis heen. Ik moet voor een grote boodschap ook naar de WC en de laatste kilometer gaat niet meer zo hard. Ik haal 15 kilometer binnen anderhalf uur. En dan werkt het slot van de deur niet mee en wordt het een vies boeltje ?. Spoel ik me nog net voor de lunch even snel af.
Na de lunch lees ik mijn boek en dan ga ik fietsen in Watopia. Ik vind 50km wel een goed idee, omdat ik ook al 15 kilometer heb hardgelopen. Klinkt dat raar? Voor mij niet dus. Ik ga bellen met mijn zus. Fiets ik lekker kalm aan de berg op en let ik niet zo goed op de cadans.

Het gaat dus niet in een toptempo. Ik fiets ook verder omhoog naar de radiotoren.

Maar niet door de jungle! Ik ga lekker hard omlaag en dan ben ik klaar met bellen. Ik moet de hele vulkaan nog rond.

Met de optellende hoogtemeters is het tempo niet geweldig hoog, maar… ik fiets 50 kilometer vol! En 900 hoogtemeters schrijf ik bij. Zo kom ik weer een niveau hoger naar level 15.
Dan avondeten. Wel leuk om in elke wissel lekker veel te eten! Dat bevalt me wel. Een hoop pannenkoeken en dan de zwemspullen verzamelen om voor de laatste keer na negenen buiten te zijn. We hebben zwemtickets tussen 8 en 9 uur. Ik rij naar Amsterdam via het tankstation. We zijn lekker op tijd en kunnen onze wetsuits aandoen, Vincent en ik. We liggen snel in het water en ik heb al bijna 200m gezwommen als Vincent achter me opduikt. Mijn brilletje kliert nog even. We zwemmen in de rustige baan en dan gaat het licht uit. Op mijn horloge na is het donker. Het is net echt buitenzwemmen, maar dan met lijnen op de vloer. Ik zwem door. Het is weer eens iets anders. Vincent vindt het akelig en zwemt achter mij. Inhalen is wel een stuk lastiger!

Na 350m gaan de lampen 1 voor 1 weer aan. Ik blijf nog even tussen de schoolslagzwemmers en dan wil ik ook even doorzwemmen en ga ik naar de borstcrawlbaan. Ik zwem niet meer zo hard na alle sporten die ik vandaag al achter de rug heb. Ik zwem zeker 500m of meer en dan opeens – is het OP. Ik ben opeens heel erg moe en mijn armen en benen hebben totaal geen zin meer. Wat doe je dan? In mijn geval is het simpel: terug naar de langzame baan en over op schoolslag. Dat is megakalm voor mijn hoofd, maar voor mijn benen niet. Die krijgen niet snel genoeg besloten of ze voorgoed in de kramp zullen schieten. Ik ga over op een langzame borstcrawl. Mijn Garmin is wat positief, maar die heeft 1900m gemeten. Ik besluit er nog 100m achteraan te plakken en er dan uit te gaan. Wat ben ik blij als ik het tikken om het bad te verlaten na 50m hoor! Ik zwem de 2000m vol en klim het bad uit. Vincent heeft de volle drie kwartier gezwommen en is apetrots.

Mijn Applewatch houdt het op 1800m, dus ik neem het gemiddelde van de 2 horloges, wat volgens mij aardig klopt! Ik ben moe en blij dat ik voetencreme bij me heb. Vincent zegt de helden van de Challenge nog gedag (ze herkennen die grote knul nauwelijks als de ‘kleine Vincent’ die hij was toen ze hem voor het laatst zagen) Het licht bij het bad gaat weer uit.

15 km hardlopen – 50 km fietsen (met 900 hoogtemeters) en 1900m zwemmen in 4 uur en 37 minuten. En mijn boek is uit!

Zaterdag: Een wandeling met de familie
Een bezoekdag. We hebben de hele week vrijwel niemand gezien en we zijn overdreven schoon geweest. Vandaag wordt mijn schoonvader 80 jaar en mijn vader heeft een nieuwe computer nodig. We rijden langs Hilversum, kletsen daar gezellig en we eten een taartje ?. We rijden door naar Veldhoven (met een lunchstop onderweg) en kletsen daar ook weer met een taartje ?. We wandelen met mijn ouders hun rondje.

Het gaat ze gelukkig een stuk beter! Ik ben trots op ze dat ze weer 4 kilometer kunnen rondlopen. Voor ons een laag tempo, maar voor hun toch weer erg lekker! Daar blijft de sportbeleving van de dag bij. Mijn benen en mijn armen zijn er heel erg gelukkig mee.

Zondag 24 januari De halve Marathon van Egmond – iemand aan een PR helpen.?
Eerlijk gezegd had ik er een hard hoofd in dat ik vandaag 21km zou kunnen lopen, want ik had bij hoge uitzondering totaal geen zin. Joyce ging mee en we rijden met de Mercedes en we gaan niet supervroeg, maar ik heb niks met Egmond en we lopen op het verkeerde moment met de vloed die opkomt. Ach, we zien wel. Joyce zou graag de halve marathon binnen 2 en een half uur lopen, maar ik weet niet of mij dat lukt.

We vertrekken even over 11 uur. Ik voel het meteen: oh, dit gaat wel. “Tjemig”, zegt Joyce, “ik weet dat over een kilometer of 8 pas als we van het strand af komen!”. Ik heb mijn straatschoenen aan, want een groot deel van de route zal ook verhard zijn.

Langs de vuurtoren en dan langs de massa’s mensen en zo lopen we het strand op. “Zullen we blijven hardlopen?” stel ik voor. Maar Joyce is al bezig met het verwerken van zand en stappen maken. Joyce is geen ‘zandloper’, dus de komende kilometers zullen voor haar een beproeving zijn. Ik loop prima.

Wind mee, nog redelijk hard zand en ik kan kletsen. Joyce mag altijd kwebbelen in de auto en ik tijdens het lopen; goed verdeeld toch? We gaan steeds ietsje langzamer, maar ik hoop onder de 7 minuten op de kilometer te kunnen blijven.

Ik erger me kapot aan de drukte. Veel fietsers, massa’s kinderwagens, honden. Veel te onrustig wat mij betreft! Een groepje fietsende mannen roept ons na: “Goedzo meiden!” ? Na een kilometer of 4 wordt het rustiger. Ik blijf bij Joyce lopen. Intussen is het warm genoeg. We lopen 5 kilometer in iets van 33 minuten en dat is behoorlijk snel voor Joyce. Zeker op het zand, terwijl de zee weer oprukt en we steeds iets meer richting mul zand worden gedwongen.

Het wordt weer drukker naarmate we dichter bij Castricum komen. “Nog even” zeg ik tegen Joyce, “dan mogen we dat strand af!” We zitten op 7 kilometer en de achtste kilometer met een oversteek de duinen in over mul zand en omhoog zal wel rustiger aan.

Ik zie dat Joyce kapot is. Ze kan niet blijven hardlopen. De combinatie vermoeidheid en moeten wandelen, maakt Joyce emotioneel. Mij maakt het niet uit hoor, dan doen we er 3 uur over – kan mij niet schelen. Toch denk Joyce er niet aan om op te geven. De halve marathon zal er komen! Eventjes een gel eten die ik bij Castricum kan weggooien en als we de duinen inlopen (nog steeds onverhard dus), pakken we het hardlopen ook weer op.

Ik moet plassen. Al de hele tijd, maar het is zo druk overal dat ik nergens de struikjes in kan duiken. We wandelen de stukjes omhoog. Joyce komt weer wat bij en laat de tijd ook de tijd. Dan gaan we toch verhard lopen en ik loop even vooruit, duik de struiken in en haal Joyce dan weer bij. Dat is toch even doorlopen, maar dat lukt me wel. We lopen om de camping heen. Omdat het nu veelal verhard is, blijven we hardlopen. Ook als er weer een stukje bos komt met lichte modder.

Maar vanaf nu zijn het grotendeels klinkertjes. Ik zet kwebbelmodus aan en vertel over de loop van vorige week met PL. Na 13 kilometer duikt Joyce even de bosjes in. Eigenlijk gaan we nog best heel goed qua tempo en zou de 2 en een half uur nog haalbaar zijn. Dus we hollen en kletsen weer door.

Er zijn veel fietsers. 1 Mevrouw vraagt ons vanaf haar electrische fiets hoeveel we gaan lopen en we noemen de 21 km. Ze roept bewonderd: “Oh, een halve!”. Bedankt m’dam ??.

Op 15 kilometer ga ik aan het tellen. Voor een tijd rond de 2,5 uur moeten we de 6 kilometer in 3 kwartier lopen. Ik denk dat dat lukt, want het blijft verhard. Ik ben blij dat ik geen trailschoenen aan heb! We nemen nog een kort wandelmoment en dan zetten we het weer voor 3 kilometer op een lopen. We zien Egmond al liggen, maar dan ineens is het weer druk en moet ik zelf wandelen voor een auto. Daar word ik stiksjachereinig van! Mijn linkervoet doet opeens pijn. Ik heb er toch geen kramp?! “Neem nu een Mars”, zegt Joyce en dat doe ik braaf, maar mokkig.

We zijn de parkeerplaats voorbij en gaan voor het laatste stukje. De kramp in mijn voet, is een steentje – ‘soort van gelukkig maar’. Uiteraard loopt mijn horloge iets voor, maar we hebben voor de laatste 2 kilometer dik een kwartier om binnen de 2,5 uur terug te zijn. Ja, we moeten nog omhoog en druk Egmond door, maar dat is heel erg haalbaar! Dus kilometer 20 en 21 brengen we nog hardlopen door. ‘Vanaf het moment dat het omhoog gaat’, zou Joyce er aan toe voegen. We lopen door de drukte, langs de vuurtoren en ik zie dat we het gaan halen.

In mijn virtuele wereld zie ik de finishboog al staan! Ik haal het met een soort van gemak in 2:26 en Joyce is ietsje later ook binnen op 1:27:02.

Daar is zij beretrots op, want na de eerste kilometers strand stond het huilen haar nader dan het lachen. Dit is voor haar een prachtige prestatie. Zij heeft maximaal gelopen. We hebben netjes onder de 7 minuten per kilometer gemiddeld gelopen.

Ik ben ook blij dat ik het gehaald heb, maar zelf heb ik in een andere zone gelopen.

Als ik thuiskom en weer schoon gedoucht ben, wandel ik met Rob op en neer naar de Plus supermarkt. Dit was wéér een week met een overschrijding van het aantal uren in het schema. Ik denk dat ik volgende week een soort van pauze neem. Misschien ….

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2021-1

1 januari 2021 ? ? ? begon in elk geval veelbelovend met heerlijke oliebollen en champagne in kleine kring en niet al te veel vuurwerk (en misschien ook wel, maar dan zag ik het dubbel….☺️ ) 2021 begon met uitslapen en rondhangen. ‘s Middags gingen we met z’n drietjes lekker wandelen in Natuurpark Lelystad. Wij gingen ver buiten de hekken, verharde wegen en kinderwagens om.

We liepen lekker 7 kilometer weg. Mooi het jaar begonnen! ??

Dit is mijn motto en voornemen voor 2021

~ Mike Dooley

Niet hopen en wensen, maar doen! Ik ga geen plannen opschrijven, geen grote doelen uit de doeken doen. Ik ga zien wat het jaar brengt aan mogelijkheden en kansen. En als er dan een mooie uitdaging voorbij komt: kom maar op!

2 januari 2021 – Zwift – Beklimming Alpe du Zwift ??‍♀️

Ik stapte aan het einde van de middag op de fiets. Binnen. Ga ik dan eindelijk de laatste onontdekte route van Watopia verkennen. Ik ga 1000m klimmen in 12,5 kilometer. Op de Alpe Du Zwift. Dat is de virtuele versie van de Apple du Huez in Frankrijk. Het uitzicht is niet precies hetzelfde, maar het aantal bochten en de stijging wel. Dat is de enige reden om nog even door de jungle te scheuren. Wat voorlopig het enige stuk op snelheid zal zijn. Ik ga de blauwe poort door en mijn scherm wijzigt zich. Alle 22 bochten zie ik en kan ik aftellen tot ik boven ben. Laagste verzet en blijven trappen.

Trappen en de bochten aftellen. De kilometers aftellen gaat tergend langzaam. En ondertussen de cadans hoog houden. Ik heb geen idee hoe lang ik over de beklimming zal doen. Een uur? 2 Uur? Het tempo valt een beetje weg en blijft steken op 7 kilometer per uur. Ik hoop op anderhalf uur uit te komen, maar ik weet niet precies hoeveel zwaarder het op het einde zal worden. Als het stijgingspercentage terugvalt naar 6%, is dat een makkie! Het percentage ligt vaker rond de 10-11%.

Het ziet er allemaal wel leuk uit met huisjes, kastelen en sneeuw. Sommige bochten duren eindeloos voor ik er doorheen ben, andere vallen me mee. Aan de ene kant is het natuurlijk zwaar, maar het valt me mee. Ik ben intussen wat gewend. En dan ben ik bij bocht 4 en begint het echte aftellen!

Langs het observatorium en telescopen, zie ik de top en het beeld aan het einde al liggen. Nog even afzien! Maar zoals dat gaat met laatste loodjes… die zijn niet de gemakkelijkste! Zo veel heb ik nog nooit in mijn leven op een fiets geklommen! Ik haal het niet binnen anderhalf uur en daar baal ik van. Dat kan ik in het laatste stukje niet meer goedmaken.

Voor een volgende keer (??) heb ik een uitdaging om 8 minuutjes sneller te fietsen! Ik ben trots als ik boven ben, ook al sta ik nog op precies dezelfde plek als toen ik 2 uur geleden begon. De meeste fietsers stappen nu af, maar ik ben daar gek! Nu wil ik die 12 kilometer ook weer naar beneden sjezen!

Even lekker zo min mogelijk trappen en 75 kilometer per uur fietsen, terwijl ik aan de andere kant mensen naar boven zie ploeteren. 2 uur later ga ik de blauwe poort weer door en na 30 kilometer stap ik af. Mijn beentjes voelen dit wel! Het eerste doel voor 2021 is afgevinkt.

3 januari 2021 – NN Running day 10 Kilometer ??‍♀️

Vincent ging de 5 kilometer lopen van de Running Day New Years Run en ik de 10 kilometer. We gingen tegelijk starten om 12 uur. Ik had netjes brood op en was een paar ons aangekomen van alle snoeperijen van de afgelopen dagen en het vocht wat blijft plakken. Met de MyTrace-app krijg je van de NN Running Day muziek, commentaar en (deze keer tenminste) quizvragen onderweg. Ze moedigen je aan en houden je aan het lopen. Geen pauzes tussendoor: begintijd en eindtijd tellen. Vincent kwam er na een kilometer achter dat hij zich was vergeten aan te melden. Ik kwam er na een kilometer achter dat ik lekker liep en dat ik kon mikken op een 10 kilometer onder het uur. We hadden het simpel afgesproken: ik loop naar de dijk en terug, Vincent draait eerder om. We konden nog praten tussen de vragen en het lopen door. Ik probeerde de tijd onder de 5:30 per kilometer te houden.

Doordat Vincent bij me liep, moest ik wel blijven doorlopen natuurlijk! Al ging dat nog wel redelijk gemakkelijk en dat viel me mee. Ondertussen moest je dus ook nadenken over vragen zoals hierboven staan. Vincent liep met me mee tot de afslag bij het fietspad. Hij ging langzamer teruglopen, zo zei hij. Ik moest alleen het tempo hoog houden. 5 kilometer deed ik in 26:38. Daar was ik tevreden over.

Toen moest ik de dijk op. Tegen de wind in en omhoog! Maar goed, het gladde brugje had ik ook gehad, dus dit kon er ook wel bij. Snel een fotootje maken en naar Vincent sturen. Zonder te stoppen!

Dan komt het moeilijkste stukje: terug over de gladde brug en tegen de wind in terug naar de Oostvaardersplassen, wat een beetje vals plat is. Er zit ook een wildrooster in. Juist als het lastiger is, ga ik iets harder lopen om er sneller vanaf te zijn! Terug naar Vincent. Ik merk nu aan alle kanten dat het zwaarder wordt. Toch ga ik langzaam aan uit van de realistische droom dat ik onder de 55 minuten kan lopen. Dat zou een PR voor 2021 én 2020 worden dan! Maar goed: nog even doorbuffelen. Kilometer 8, ik lig op schema.

Ondertussen moet ik dus nadenken wat mensen uitgeven aan kerstcadeau’s (ik zat er dik 50 euro naast) en naar welk land de meeste Nederlanders op vakantie gaan. Niet Frankrijk, maar Duitsland. Dan zie ik Vincent alweer staan. Nog anderhalve kilometer te gaan en die doe ik liever zonder de brug erin, dus we gaan richting het Oostvaarderscentrum.

Om onder de 55 minuten te komen, heb ik voor de laatste kilometer 7 minuten, dus dat moet me lukken! We gaan het onverharde pad op richting het trapje, wat niet zo verstandig is, want dat is glibberig en lastiger lopen.

Net voor het trapje is de race klaar en staat het PR.

Mijn horloge klokt een tijd van 53:36. Dik onder de 55 minuten en lekker snel! Ik ga heel rustig het trapje op! Dat belooft wat als ik weer netjes het afvallen kan doorzetten en het is een leuk na te jagen tijd voor de rest van het jaar. We dribbelen naar huis.

Vincent is inderdaad rustiger gaan lopen toen ik weg was. Hij heeft in totaal ook 9 kilometer gelopen en de 5 kilometer nog netjes binnen een half uur.

Nu is het jaar pas 3 dagen oud, maar ik heb al 2 uitdagingen voltooid! Gelukkig krijg ik vanaf maandag weer een schema om me een beetje ‘in toom’ te houden ?

4 januari 2021 De eerste Zwift Training op FTP

Weer aan het werk! ?‍? Vanuit huis nog altijd en Vincent werkt ook achter zijn computer. ‘s Avonds heb ik nog energie om op de fiets te stappen. Vanaf deze week maakt mijn trainer weer een schema voor me. En daar staat een training in die ik in Zwift kan doen. Ik vogel uit hoe dat moet: aanmaken op de computer beneden en dan op de Apple TV opzoeken en dan de afstandbediening opladen en een vlakke route uitzoeken. Ik ga nu fietsen op basis van mijn FTP: de kracht die ik lever bij het fietsen. Ik heb geen idee of die goed staat en ik vermoed van niet. Ik heb dat zelf door Zwift laten bepalen. Ik begin met infietsen en dat gaat lekker. Eindelijk weet ik waarom mensen een schermpje voor hun neus hebben: dan volgen ze een training!

Ik zie hoe hard ik moet trappen en mijn training staat aan de rand van het scherm in beeld. Het is gemakkelijk te volgen en heel erg goed te doen. Als ik naar een andere fase over moet, dan zet Zwift een boog voor me neer.

Ik ga na het infietsen over op 10 korte intervallen. Die komen overeen met een percentage van mijn FTP, maar ik kom er erg gemakkelijk doorheen. Als ik zeg dat het te simpel is, zal ik wel zo’n zware FTP test moeten doen – maar daar heb ik totaal geen zin in…..

Ik hou me keurig aan mijn opdrachten, dat wel. Een half uurtje is snel voorbij. Ik vind de trainingen ook wel grappig, omdat Zwift je daar lekker doorheen leidt. #ennuopzoeknaardeFTP
Ik heb ook nog energie te over om met Rob een rondje te wandelen en een frisse neus te halen. We lopen een vierkant rondje. ☺️

5 januari 2021. ??‍♀️ met ??in intervallen

Tussen het werken door ga ik met Vincent hardlopen als het licht is. Nu ik weer een trainingsschema heb, komen de intervallen weer terug. Die heb ik maanden niet gedaan en al binnen 5 minuten inlopen in zone 1 weet ik weer waarom: this sucks! Het is niet leuk en het gaat ook niet leuk worden. Ik haal zone 1 niet meer, zo rustig kan ik echt niet opwarmen! Vincent doet de route. We gaan over naar zone 2 en dat is nauwelijks beter dan zone 1. Ik loop dan in een supertraag tempo tenminste nog in de goede hartslagzone! Maar opwarmen is er niet bij….

Daarna moeten we 10 keer een minuut in zone 4 lopen en daar tussenin 10 keer dribbelen. Dat lijkt te overzien, maar zone 4 is hard! En dan aftellen. Dat doe ik tenminste altijd; om me af te leiden en zo dicht mogelijk bij de minuut uitkomen. Anders ga je echt bedenken hoe niet-leuk het ook al weer was.

Dribbelen lukt wel aardig. Ik tel met mijn vingers af hoeveel keer we al gehad hebben. De eerste paar keer versnellen we (of beter: ik) even hard, maar bij de zesde keer komt de klad erin en bij de zevende keer moeten we de weg oversteken. Part of the deal. Vincent zal me even verlaten en me zelf de laatste keren laten doen en langs de winkel gaan voor brood. Ik zal dan wind tegen hebben. Intussen heb ik het wel warm!
Maar dan ontdekt Vincent dat hij geen mondkapje bij zich heeft en komt hij achter me aan. De laatste twee versnellingen -tegen de wind in- gaan het snelst! Dan weer rustig terug naar huis dribbelen. Het grote voordeel van intervallen: je kunt zo vreselijk trots zijn op jezelf als je ze weer hebt gedaan! En de minuutjes hard rond de 5 minuten per kilometer liggen. Daar kan ik het de hele middag weer mee doen!

6 januari Geen goede dag voor sport ?

Ik werk en ga tussen de middag een stuk wandelen met Rob. De hoofdpijn en de slapte neemt toe gedurende de middag, maar de hartslag blijft wat hoog. Dat zijn de beste omstandigheden om lekker een boek uit te lezen in bed!

7 januari My First Group Ride on Zwift – Tour de Zwift Stage 1 ??

Tussen de middag maken we in het sombere januari-weer een wandeling en deze keer gaat Vincent ook mee. Hij heeft gisteren voor mij geprobeerd hoe het werkt met een groepsrit voor de Tour de Zwift. Zwift heeft een aantal verschillende rides opgezet, voor verschillende doelgroepen. Zo reed Vincent gister de korte route door New York met 1200 mensen! Het is geen race, maar leren om samen te rijden. Deze stage is flat, daarom doe ik ook mee. Maar ik doe mee met de Ladies Ride. Ik ben ruim op tijd en maak eerst een infietsrondje. Dan kan ik even wennen aan de nieuwe FTP, die ik gelukkig handmatig in overleg met de trainer heb kunnen instellen. Maandag stond deze waarde onder de 100 (dat is echt veel te weinig Anke; schreef de trainer nog net niet in hoofdletters) en nu staat die FTP rond de 150. Ik zoek een zo vlak mogelijk rondje uit en trap zo’n 8 kilometer weg bij het infietsen.

Dan meld ik me voor de middelafstand van de Tour de Zwift Stage 1. Ik kom op de pier te staan en ben tien minuten van tevoren de 20ste deelneemster! Allemaal hetzelfde pakkie aan, te wachten voor de startlijn en een beetje infietsen op de Tacxjes die keurig klaar staan.

Er komen wel steeds meer meiden, maar uiteindelijk zijn we maar met 100 dames! Honderd! Voor me staat Eileen en iemand met een hele mooie tijdritfiets. De meesten zullen sneller zijn dan ik, maar ik ga kijken hoe het is. Ik vind het al leuk dat we op de Pier starten, want hier ben ik nog nooit geweest!

En dan gaan we! De andere Zwifters zien we nu niet meer, alleen die 100 meiden. Ik geniet me suf van wegen waar ik anders nooit kom en hoeft niet vooraan te rijden. Ik heb gelezen dat de groepjes zich vanzelf wel een beetje vormen.

En inderdaad, na een paar kilometer fietsen we de watertunnels in en zit ik tussen een groepje van ongeveer 10 meiden. Het tempo en mijn gevoel daarover liggen hoog. Laat ik het de eerste 5 a 10 kilometer eens proberen!

Ik merk dat ik intussen heel goed omhoog kan fietsen. In het groepje hou je het tempo wat gemakkelijker hoog, maar ik fiets soms een stukje vooruit en dan trek ik. Het is grappig dat we met een Amerikaanse, Ukraiense, Engelse en een andere Nederlandse fietsen. Dat vind ik lollig. Ik ken ze niet, maar voor hen wil ik er wel bij blijven. Ik geef een duimpje en ik krijg een zwaaiend handje terug, dat is leuk. Nu kan ik helemaal niet meer afhaken. Het is behoorlijk uitdagend!

Als de tien kilometer erop zitten, wil ik me ook niet laten kennen. En na het eerste rondje wil ik eigenlijk ook bijblijven. Aan de ene kant is die prestatie- en groepsdrang niks voor mij, aan de andere kant: ik heb het nog nooit ervaren! Ik zweet behoorlijk. Ik rij de hele tijd tussen de 35ste en 40ste plek. Er zijn dus meiden (heel) veel sneller, maar ook een hoop meiden veel langzamer.

Ontzettend grappig dat je je verbonden voelt met totaal onbekenden. Ik denk telkens: ik haak wel af bij 15 of 20 kilometer, maar ik doe het niet. Als we de laatste keer de vulkaan rond gaan, komt Rob kijken. Dat leidt me af en ik mis de speed voor de versnelling van de laatste 5 kilometer. Ik moet nog even heel hard trappen om bij de Amerikaansen te komen die de versnelling ook niet meegegaan zijn. De laatste 300m sprinten we om het hardst en ik pers er nog wat extra vermogen uit. Dan is de Ride afgelopen en fiets ik ‘gewoon’ Watopia weer in.

Ik heb nog nooit zo hard gereden! Aangespoord door de rest. Misschien een beetje onhandig omdat ik morgen ook moet hardlopen ? maar dat zien we dan wel weer!

8 januari Provincie Overijssel en een lange Duurloop met Joyce

Het is een heel gedoe met alle uitdagingen en badges en tours. Dat alles klinkt voor mij als een ‘opdracht’. En er zijn werkopdrachten (en een beoordelingsgesprek wat daar aan vast zit), mijn persoonlijke sport-challenges, huishoudelijke uitdagingen en dan nog genoeg rust nemen en slapen ook. De badges van Garmin, de Apple Watch wil dat ik 7 dagen achter elkaar blijf bewegen, de trainer heeft een schema, ik heb het goede voornemen om af te vallen en dan heeft Trispiration ook nog eens een jaarchallenge toegevoegd! Die laatste klopt niet helemaal en dat is de allergrootste puzzel. Ik moet me voor mijn gevoel op iets vastleggen voor een heel jaar, wat nog geen week oud is en onvoorspelbaarheid blijkt troef geworden sinds 2020. Is de hele maand juli onhaalbaar door de vakantie of gaat die niet door? Een wedstrijd in juni: kan dat dan alweer? En zwemmen is nu al een fikse uitdaging! En dan verdubbelen, zodat je alle afstanden twee keer doet per maand? Je moet jezelf uitdagen, maar het moet ook kunnen! Het enige wat mij bekoort is het verzoek om elke maand een andere provincie aan te doen. Kan iedereen het nog volgen?! Ik zie soms ook door de bomen het bos niet meer! Ik zou vandaag overleggen met mijn trainer, maar die heeft een oude blessure die de kop opsteekt. Het kost me veel hoofdbrekers wat ik kan en zou willen doen. Gelukkig kan Joyce wel mee en wij gaan samen naar Giethoorn in de provincie Overijssel.

Een (hele) lange duurloop staat er op onze horloges. Grotendeels verhard, dat wel. En zo lopen wij om tien uur ‘s morgens door een totaal verlaten Giethoorn. Geen bootje, geen toerist te bekennen. Het water is vlak en weerspiegelt het dorpje alsof het een oase van rust is. De enige die de stilte doorbreekt, ben ik met mijn geklets.

De bruggetjes zijn glad en de enige die we tegenkomen is een vriendelijke plaatselijke bewoner met een kruiwagen vol strooizout. We lopen het dorpje uit en komen op de buitenwegen. Ik loop met gemak! Dat had ik niet verwacht eigenlijk. Ik klets de hele tijd tegen Joyce. Het zonnetje komt er prachtig door boven de velden; ook onverwacht.

De kou valt mij mee, maar Joyce niet. Die heeft met haar fibromyalgie meer last van het winterweer. Maar ik kwebbel gewoon door terwijl we aan de zijkant van de weg lopen. Ik moet namelijk die jaarchallenge uitleggen. Joyce vindt het ook leuk om alle provincies te doorkruisen, dus dat gedeelte van de jaarchallenge zou wel kunnen blijven! Dan vervolgt de route zich na een kilometer of 6 -waarin we lekker doorliepen- over een onverhard pad achter een hek. We doen het toch maar. Het is er prachtig! Vogeltjes, stilte en… modder. Tempo weg, genieten aan.

Totdat we bij een echt afgesloten hek komen te staan. Met in de verte een kudde wilde koeien. En om ons heen water. We zoeken nog even of er ergens wel een doorgang is, maar tevergeefs. Dus lopen we terug. De koeien durven we niet aan. Ook omdat de tractor erbij staat. We lopen terug langs de ganzen en zwanen en tussen de reeënpoot-afdrukken door.

Als we op de verharde weg terug zijn, ga ik weer kletsen en gaan we iets harder lopen. De overgang van modder naar asfalt en de kou en de saaie rechte weg zijn echter niet aan Joyce besteed en zo hier en daar voegen we vrolijk een wandelelement toe. Het hek aan de andere kant van de koeien staat open. We zullen de route moeten inkorten, want ik moet om 2 uur thuis zijn, maar we weten nog niet waar. Dit ommetje is niet geweldig, maar het is wel wijds qua landschap. We steken weer terug naar Giethoorn en komen nog langs een stuk met huisjes en bruggetjes. En meer niet. Stilte. Zelfs ik hou mijn waffel even dicht!

We komen 2 wandelaars tegen. Voor de rest niemand. In één van de meest toeristische dorpen van Overijssel: niemand. Toen we in Marken liepen vorig jaar, had ik nooit gedacht dat dit zo lang zou aanhouden. Nu komt er een gevoel bij van ‘zielig’ voor de mensen die hier wonen, want de drukte is natuurlijk niet altijd leuk, maar het is wel hun broodwinning! We verlaten het toeristische gebied en komen op de grotere wegen in de omgeving. Hier besluiten we terug te lopen richting de auto en nog een ander ommetje te nemen door het natuurgebied. We zullen dan op een halve marathon uitkomen. Dat zou ik wel willen, maar Joyce heeft het minder gemakkelijk dan ik, het asfalt is toch minder vriendelijk voor haar gewrichten. De afwisseling wandelen en lopen deert me niks. We gaan de ophaalbrug over en dan moeten we even zoeken hoe we onze route zullen verleggen. We lopen de Weerribben in. Vlak en veel water.

Hier links boven op de foto zie je koeienboten! Is dat niet apart? We lopen tussen het riet en langs het water. Er is werkelijk niemand in de omtrek te zien! We zagen daarstraks nog wel mensen met hun hond, maar nu niemand meer.

Een halve marathon lopen we in 2 uur en 3 kwartier. Een soort van vergissing is dat we er nog niet zijn en dat we het water nog omheen moeten cirkelen! Ik neem nog een lekker koude Mars als lunch, want ik krijg ook een beetje trek. Ik drink veel deze keer, maar een gel heb ik pas 1 weggewerkt. Ik heb zelfs na 3 uur nog genoeg te kletsen, het is bijna onvoorstelbaar. We zien een brugje wat niet op onze route staat, maar als we het nakijken op Google Maps kunnen we er net zo gemakkelijk overheen.

Dan moeten we nog door de woonwijk heen cirkelen en de kilometers tellen op. Niet snel, maar er komt er 1 boven op de halve marathon en nog één en nog 1…. We gaan de ophaalbrug weer over en op mijn tellertje staan er dik 24 intussen. Dus het gaan er toch echt wel 25 worden!

Ik ben er niet zo heel erg moe van geworden en eerder energiek dan moe. De stoelverwarming is echter onwijs welkom! Het is droog gebleven en eigenlijk ook behoorlijk zonnig. Ik ben eigenlijk net te laat voor het kennismakingsgesprek. En dan kan ik eindelijk naar het toilet!

Ga je mee uitfietsen ?‍♀️ …. ehhh uitvriezen ??

Vlak voor ik de douche in stap, vraag ik Manuel hoe zijn fietsrondje was. Hij staat op het punt om te gaan en ik kan nog mee! Vincent kan ook nog mee. We gaan rustig op de ATB een uurtje uitfietsen. Manuel wil zo min mogelijk bos, omdat zijn fiets dan weer schoongemaakt moet worden, maar Vincent weigert een rondje Oostvaardersplassen. Het wordt een rondje Noorderplassen. Ik heb nog steeds mijn compressiesokken aan. Ik fiets achter de mannen aan en eenmaal op de dijk vallen de koude handen wel mee. Ik heb een fotostop geeist.

Het is ongelooflijk helder! Je kunt de stoomwolken van de industrie die áchter Amsterdam ligt zien tot helemaal aan de andere kant de windmolens bij Urk! Er is zelfs iemand aan het zeilen!

We gaan de Noorderplassen wijk in. Dan fietsen we in de schaduw van de huizen, teerwijl de zon langzaam onder gaat en het wordt wat kouder. Als we de wijk door zijn en een stukje iets meer wind tegen hebben, wordt het nog kouder. Ik heb grote moeite mezelf warm te houden en Vincent nog veel meer. We fietsen langs het strandje en ik ben er eigenlijk een beetje klaar mee. Er is geen andere mogelijkheid dan naar huis fietsen en proberen een beetje gevoel in je vingers te houden. Langs de atletiekbaan en dan kiest Manuel de weg met de minste bomen waaronder veel drab ligt. Ik krijg ook koude voeten en Vincent kan bijna niet meer, dus het tempo gaat hard omlaag. Wat ben ik blij dat ik niet de Oostvaardersplassen rond moest! De zon is achter de huizen weggezakt en het is door handschoenen en met 1 paar sokken echt heel erg kil. Ik fiets de 25 kilometer niet vol, frunnik met grote moeite de sleutel in het slot en ben geïrriteerd door de kou. Vincents handen doen erg veel pijn. Ik warm binnen weer redelijk snel op en Vincent mag eerst douchen en opwarmen. Daarna mag ik. Ik voel me snel weer redelijk oké, behalve mijn voeten – die vonden nat worden in de modder, 20km asfalt rocken en vervolgens bevriezen geen goede sportdag. De rest van mij vond van wel!

9 Januari Uitzwiften met opdrachten van mezelf ?

Een echte zaterdag vol kwarweitjes en to-do dingetjes. Ik voel me goed, mijn voeten zijn er ook weer bij en ik ga een stukje fietsen van 30 kilometer. Voor de Trispiration Challenge. Kan je maar gedaan hebben. Ik vind een route die ik nog niet heb gedaan. Als ik in Watopia aankom, regent het daar dat het giet! Ik zet de droger wel even aan en wacht tot de bui voorbij is….

Vergeefse moeite. Het onweert zelfs als ik over de boulevard fiets! Schitterend: regent het daar een keer wel en in Almere niet! Fietsen in de regen zonder nat te worden! Gelukkig zijn de tunnels droog. Eenmaal aan het trappen in een lekker hoge cadans bedenk ik me dat ik best elke 10 min de cadans een minuut boven de honderd kan leggen. Ik kom een sprint tegen en bedenk me dat ik maar eens zal proberen om alle PRs in Zwift te breken!

6 en een halve minuut later is dat gelukt! Het vorige PR lag op 8 minuten. Ik ga lekker. Schijnbaar zijn mijn benen niet moe te krijgen. In deze klim zat de tweede tien minuten, dus ik doe wel tien, vijftien, twintig minuten met de cadans.

Dan kom ik de volgende uitdaging tegen: een sprint. Ik zet even flink aan en de tweede PR is een feit! Ik ga lekker en wil nu eigenlijk wel op tempo blijven fietsen en het eerste uur boven de 25km uitkomen. Liefst rond de 27. Het onweer heeft plaatsgemaakt voor zon en de avond valt alweer.

Er sneuvelt weer een PR en ik fiets nog eens een keer op hoge cadans. Ik ben even trots als ik zelfs 28 kilometer in een uur fiets! Dan nog 1 sprint waar ik op los ga en dan nog 1 keer een cadans boven de 110 aanhouden. Dat laatste is lastig, want de weg is heuvelig. Omlaag lukt prima, omhoog is lastig, maar hou ik zo hoog mogelijk. De zon komt weer op en ik kom weer op de boulevard.

Met de complete route krijg ik genoeg punten om level 14 te worden en nu heb ik al meer dan 1000 kilometer in Zwift rondgefietst! In 10 weken tijd! Ik kan wel zeggen dat ik de virtuele fietswereld echt leuk vind intussen. Eigenlijk ben ik er dol op! ?

Zondag 10 januari. Cultuurloop door Schokland met Joyce en Vincent?

Joyce haalde ons in de vroege middag op. De kou was wat uit de lucht getrokken en dat is voor haar spieren beter. Konden wij lekker uitslapen! We reden met zijn drietjes naar Schokland, het voormalige eiland in de Zuiderzee en nu gelegen in onze eigen provincie Flevoland en wat zelfs op de UNESCO lijst prijkt. We reden daar afgelopen vrijdag langs en ik zei: “Hier ben ik nog nooit geweest”, waarop Joyce antwoordde dat zij er ook nog nooit geweest was. Dat hiaat gingen we vandaag goedmaken met een rondje om het voormalige eiland. Dikke 10 kilometer. En Vincent ging gezellig met ons mee ‘joggen’. We begonnen met een fietspad tussen de bomen door aan de ‘rand’ van het voormalige eiland.

De drukte viel mee. We zagen wel andere mensen, maar niet zo veel als er in het Kotterbos waren (vermoedelijk). De kou viel me mee. Ik liep weer vrij gemakkelijk. De ontbrekende kilo’s maken het me steeds gemakkelijker! En het feit dat ik natuurlijk een rugzakdragertje had geregeld ?? We kwamen bij de ruïne van de oude vuurtoren en de oude kerk van Ens.

Naast het hardlopen vandaag, namen we ook ruim de tijd om de UNESCOsite te bewonderen. We liepen tussen de bezienswaardigheden lekker door en Vincent kletste Joyce de oren van het hoofd. Je vraagt je toch af van wie hij dat heeft…. ?

We kwamen bij het terphuisje, wat ik echt geweldig vond. Dat minihuisje hoog op de ‘heuvel’ en uitkijkend over het water. Helaas werd het daar wel druk met diverse gezinnen.

We kozen een onverhard, ietwat modderig pad tussen het water door naar het middeneiland, richting het kerkje.

We kozen een onverhard, ietwat modderig pad tussen het water door naar het middeneiland, richting het kerkje.

Daar was het dan wel weer druk, want het restaurant had een kraampje staan en de parkeerplaats stond er bovenop. We keken er wel even rond, naar de huisjes en de boot. De kerk, daar kon je niet bijkomen.

Aan de andere kant van de grote weg namen we een halfverharde pad en ik liep even met Vincent te kletsen. Hij dronk lekker veel water. Na een kilometer stopten we bij een punt waar we de andere kant op wilden om een onverhard pad te pakken. Helaas bleek dat pad net zo verhard. Aan deze kant van de weg waren nauwelijks mensen meer. Toen kwamen we bij de vroegere haven van Schokland en het monument voor de binnenvaart.

We namen uitgebreid de tijd om de oude haven met ijsbrekers en havenlampen en duckheads te bewonderen. Vincent liep over de gladde planken en we liepen door de modder. Het was stil en er was vrijwel niemand. De Unesco-site leek open voor ons alleen! In het buitenland zou je hier zeer zeker een kijkje nemen, maar voor Hollanders is dit te ‘gewoontjes’.

Toen kwam de klad een beetje in het hardlopen, maar het was er des te gezelliger om! We deden echt geen snelheidsrace, maar genieten te over! We liepen aan de ‘andere’ punt van het voormalige eiland voorbij.

Van tijd tot tijd volgde een wandelpauze en dan (vr)at Vincent winegums. We staken een weg over en gingen toen weer onverhard door de modder lopen. We bespraken de prestatie van Maarten van der Weijden op zijn hele thuistriatlon. Na de modder volgde een stukje heerlijke bosgrond met bochtjes en boomwortels. We kwamen bij de steentuin. “Zouden ze daar nou echt stenen kweken”, vroeg Vincent zich af. Dat niet, maar ze hadden wel verschillende soorten stenen in hopen bij elkaar gelegd.

Kan mij niet zo heel erg bekoren geloof ik. Ik was een beetje vermoeid aan het raken, maar de mini-mars verhielp dat gelukkig heel aardig en Vincent nam ook een marsje. Het leukste en stoerste van de steentuin waren de stapstenen, die Vincent en Joyce wel durfden te nemen, maar ik niet!

Toen hoefden we ‘alleen maar’ nog terug naar de auto. We namen een onverhard pad en kwamen op een modderige route. De route van ruim tien kilometer hadden we alweer opgerekt naar 12 kilometer.

Ik was er niet echt moe van geworden, maar we hadden dan ook lekker de tijd genomen. Het was echt een heel mooi en verrassend avontuur, zo op een culturele zondagmiddag. Heerlijk dat we dit met zijn drietjes kunnen doen! Het smaakt naar meer onverharde avonturen op stille plekken in Nederland met dit gezelschap.

De eerste tien dagen van 2021 zitten er alweer op en ik ben gewoon verder gegaan waar ik gebleven was: hardlopen, fietsen en zwemmen komt ook wel weer. Verschillende tempo’s, verschillende tijden, verschillende trainingen. Laat het jaar maar komen!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Terugkijken op 2020

Vorig jaar nam ik me iets meer rust voor voor het jaar 2020. Maar hoe dat zich zou ontvouwen, kon ik niet vermoeden….

Voor iedereen was het apart jaar waarin kennis werd gemaakt met mondkapjes, quarantaine, de ‘anderhalvemeter’ en Corona. Aan het begin van het jaar was daar nog geen sprake van en mijn doelen waren vrij eenvoudig: Op vakantie gaan naar Canada en door veel kleine sprint-wedstrijden met het divisieteam proberen om mijn wedstrijdstress onder controle te krijgen. Allebei de doelen zijn faliekant mislukt, maar volledig zonder dat ik daar iets aan kon doen!

In januari en februari keek ik al verlangend uit naar maart: langere dagen, het voorjaar en de donkere tijd voorgoed voorbij. We zouden ook de eerste wedstrijd weer hebben op het circuit van Spa Francorchamps; waar het deze keer om Vincent zou draaien. Die wedstrijd hebben we gedaan! Zonder te weten dat het zowel de eerste als de laatste zou zijn in de vorm van veel mensen en een massa-start. Vincent was fantastisch en het beloofde een mooi jaar te worden. Ik liep genietend een wat tragere halve marathon. Maar toen werd ik ziek. Moe, kuchen en bijna een week uitgeschakeld. Dat kondigde het begin aan van een ongekende epidemie, een pandemie zelfs. Toen ik weer wat opknapte, ging Nederland dicht. Ik zal niet weten of ik Corona had, maar de ademhalingsmoeilijkheden en het feit dat Rob mij volgde door de griepprik heen, duidt erop van wel.

In eerste instantie was ik pissig, ik wilde weer zwemmen en opbouwen, maar ik mocht nergens heen! Rob nam de ziekte over en de eerste wedstrijden werden afgelast. Ik zat er nog niet zo over in, half juni zou alles toch wel weer normaal zijn? Thuiswerken vond ik niet erg; maar tegelijk werknemer, moeder, huishoudster, studiebegeleider en sporter zijn vond ik een zeer zware combinatie. En dan de onzekerheid: gaat de vakantie in Frankrijk door, kan Canada in juli nog wel? Daar werd ik heel erg ongelukkig van. Mijn moeders verjaardag missen, de divisies die niet doorgingen en Rob die een nacht in het ziekenhuis lag: het handelen van het leven werd er niet gemakkelijker op. Het gaf mij rust om zeker te weten dat iets niet doorging. Geen vakantie in Frankrijk, niet naar Canada, geen triatlon in Zandvoort.

Vanaf april/mei werd het net zulk prachtig weer als ik in februari had gehoopt. Dus ik kon heerlijk losgaan op sporten! Zonder wedstrijdspanningen. Voor mij was het fantastisch om te ontdekken dat ik heel goed zonder doel en zonder druk door kon gaan met sporten. Een andere grote ontdekking en zaligheid was, dat Vincent met mij mee kan. Voor hem in een iets lager tempo en voor mij soms iets minder ver. Ik ging alle uitdagingen aan: hardloopbingo, de weekendjes van Trispiration die run-bike-runs, een triatlon en een swimrun omhelsden. Het was grappig om een team op afstand te hebben, maar ik heb toch echt alles zelf en alleen moeten doen. Dubbele afstanden en combinaties met andere uitdagingen: heerlijk om alles in elkaar te passen. En vooral: om zoveel samen met Vincent te kunnen doen. De Corona-triatlon te filmen, een molentje lopen en ‘de knuffelhonden’ uitlaten.

De rest van het leven ging voorspoedig: Rob werd zelfs gezonder verklaard dan hij aan het begin van het jaar was, Vincent ging (mede door het thuisonderwijs?) over naar de volgende klas en ik kreeg een vaste aanstelling. De eerste Coronagolf was voorbij. We hadden wat veren gelaten, maar nu konden we weer door. Canada uitgesteld naar volgend jaar, de zwembaden weer open en de hele zomer nog voor de boeg.

In juli viel de vakantie in Drenthe tegen. Die ene week dat het regende zaten wij met fietsen aan een heerlijk zwemmeer. Ik zwom en fietste wel, maar kwam niet tot rust en genoot er ook weinig van.

In de zomer was het heet. Officiële wedstrijden waren er misschien niet, maar ik had een prachtige trojka aan (extreme) uitdagingen voor mezelf, waar ik (samen met Joyce) naar toe kon trainen. Ik genoot ervan dat het grote uitdagingen waren, maar geen doelen die als een verplichting voelden.

De drie doelen van Anke die in 2020 zijn ontstaan:

1 De Trail des Fantomes in de Belgische Ardennen ging door! In aangepaste vorm; op 1 vooraf gekozen dag en in kleine groepjes, maar voor Joyce en mij werd het er alleen maar beter op. Geen massa waar wij achteraan hoefden te lopen en geen druk. Wat had ik een spierpijn na de eerste hoogtetrail in Nederland en wat hebben we heerlijk veel onverhard gelopen, Joyce en ik! Ook de TdFantomes was een kado. Het was bloedheet, van tijd tot tijd loodzwaar en een lange dag, maar alles was fantastisch en uniek.

2 De halve triatlon in Amsterdam. Die was twee weken na de Trail des Fantomes. Op eigen gelegenheid. Met de groep van Trispiration. Zwemmen in het IJ, fietsen langs Marken en saaie rondjes rennen in IJburg. Ik had de liefste en beste supporter bij me: Die fantastische Vincent was er de hele dag bij en heeft me tijdens de halve marathon vergezeld. Ik heb het voltooid! Op aparte wijze, als je moet wachten op open bruggen en er geen publiek is. Ik kan de aanmoediging en drukte prima missen, maar de opstoppingen had ik ook kunnen missen.

3 Het rondje om Pampus zwemmen. Weer 2 weken na de halve triatlon. Ik merkte wel dat ik vermoeid was. Mijn hormonen en lichaam begonnen voor het eerste van mijn leven op te spelen. Door de enorme golven en de tijdsdruk kon ik maar 2 rondjes zwemmen in plaats van 3. Ik was daar een tijd minder tevreden over, maar wat was dit dapper van mij: terug de hele hoge golven door, zonder angst en lekker zwemmen! Kort nadat ik al 2 andere fikse uitdagingen had voltooid.

Ook al was er nu tijd voor rust, ik trainde door. En ik werkte door. Ik zocht nog naar uitdagingen en deed weekend aan weekend mee voor de IronmanVR-combinaties. De rust leek weer wat terug na de schoolvakanties en we konden zelfs even langs voor het 50jarige huwelijksfeest van mijn ouders, maar toen werden pa en ma ziek. Corona kwam opeens heel erg dichtbij. Het was nog onzekerder dan in maart; toen stond een vakantie op de tocht, maar nu lagen de levens van mensen die me na lagen onder vuur. De machteloosheid was enorm. Gelukkig zijn ze opgeknapt.

De tweede corona-quarantaine liet zich gelden. Iedereen weer thuis, maar de kinderen gelukkig nog naar school. Omdat ik nu had gevoeld waar we het voor doen, ben ik feller en strikter. De bubbel is klein met ons gezin en Joyce om mee te trainen en Manuel die ik alleen maar buiten zie. Ik vind de kleine bubbel niet erg. Uitgaan of uit eten gaan mis ik helemaal niet. Ik ben geen druktezoeker, dus voor mij is de verplichte bubbel geen straf. Als ik iets heb geleerd van mezelf in 2020 is het, dat ik een solist-pur-sang ben! Geen grote woorden, geen grote doelen, geen grote massa: ik zoek mijn eigen grenzen en stel mijn eigen uitdagingen.

Eerder dit jaar had ik al ontdekt dat je toch alle stappen, elke fietskilometer, de zwemafstanden: alles moet je zelf doen. Moet uit mezelf komen. Ik ben enige die de energie moet kunnen opbrengen, die de zin moet hebben, die de doelen moet zetten en nastreven. Hoe klein de doelen ook zijn, hoe weinig beloning of aanmoediging er ook is. Dat heb ik niet nodig, heb ik gemerkt. De Ring of Kerry lopen, virtueel fietsen in Zwift: ik bezit genoeg fantasie om daarmee weg te dromen. Solo in mijn kleine bubbeltje.

We hebben nog 1 doel, Joyce en ik. Die stip zetten we neer, maar we leggen ons nergens op vast. Het enige wat we afspreken is dat we zullen genieten van de trainingen. Ook al zijn die niet allemaal even mooi en gemakkelijk. Uiteindelijk sluiten we het jaar af met een trailmarathon op 19 december. We wilden eigenlijk op 30 december de trail doen, maar 19 december kwam gewoon al uit! Dus eigenlijk is het jaar dan vol. Nog wat kleine doelen, zoals elke dag van 2020 het sta-doel van de Applewatch halen en op maart na alle dagen het rode doel halen. (bewegingscalorieen) Ik fiets in Zwift gewoon gestaag door de Mount Everest op, maar dat wacht maar tot 2021 voor ik boven ben.

De derde ontdekking van dit jaar is wel Zwift! Ik had nooit gedacht dat ik thuis fietsen zo leuk zou vinden. We hebben de Zwift pas twee maanden en ik heb al meer hoogtemeters gemaakt dan de Mount Everest hoog is en 913 kilometer weg getrapt. Tussen de beren, dinosaurussen, vogels en hertjes. Langs de jungle en de sequoia’s. Door de prairies en Central Park. Over de bergen en langs de lavendelvelden. Ik ging door Frankrijk, Amerika en Londen. Over bruggen en door onderwatertunnels. Langs de vulkaan. Watopia. Ik leerde iets met cadans en met routes volgen. Ik leerde omhoog fietsen. En dat allemaal boven voor de TV.

Hier volgen de getallen van 2020:

Hardlopen – 1817 Kilometers in 210 uur en 40 minuten (tegen 1862 kilometer in 2019; het jaar waarin ik én een hele en een halve triatlon heb gedaan!)

Fietsen – 5118 kilometer. Ook dat zijn er iets minder dan in 2019, toen fietste ik 400 kilometer meer. 222 uur. Dat zijn ruim 9 dagen onafgebroken fietsen (zonder te slapen)

Zwemmen – 145 kilometer in 56 uur. Dat is ten opzichte van 2019 een flinke vermindering van 88 kilometer. Dat krijg je als de zwembaden veel gesloten zijn.

Wandelen – 344 kilometer in 68 uur – dus veel zwemtijd is overgegaan naar wandelen, want in 2019 wandelden we ‘maar’ 190 kilometer.

Aantal sportdagen in 2020 (van de 366) – 339 (oftewel: 27 dagen niets….) Waarvan ik 2 dagen ziek was en niet sportte.

De Apple Watch: Ik heb ELKE dag mijn 12 sta-uren gehaald. Dat doe ik al 2 jaar lang.
Behalve een paar dagen in maart heb ik DAGELIJKS mijn rode doel gehaald: 350 beweegcalorieen.
De groene ring is niet elke dag volgekomen – dat is een half uur bewegen per dag. Grappig he!

Medailles en badges

Totaal aantal kilometers

7.425,56

In 2019 waren dat er 7810. Dat record blijft staan. Maar in vergelijking met eerdere jaren is het een mooie stijgende lijn.

Ik kan van Almere uit naar ‘Adan (Aden) in Jemen reizen met het aantal kilometers dat ik heb gemaakt. Of ik ga op en neer naar Antalya in Turkije. Kon ik de andere kant op de kilometers inwisselen voor vleugels, dan was ik helemaal tot in Memphis (USA) gekomen. Of op en neer naar Nuuk (Gothab) in Groenland. Of ik ga 2 keer heel Ierland rond. Met een overnachting thuis.

De vooruitblik voor 2021

Tja, we zullen eerst wel moeten wachten hoe het gaat in de wereld en met Corona. Er staan al doelen: afvallen en met vakantie gaan. En ik ga terug naar de Ardennen met Joyce én met Vincent! Ik hoop dat ik voor de vakantie naar Canada een halve triatlon kan doen, maar daar moet ik me nog voor inschrijven. Ik blijf trainen! Solo voornamelijk en met Vincent en Joyce of Manuel of één van de ander meiden. De kleine groepjes bevallen mij goed en het ontbreken van wedstrijdstress ook. Ik ben weg bij de TVA en dus ook voor de divisies ga ik niet meer meedoen. De grote stippen op de horizon staan nog wat verder weg, maar ik kan heel goed leven met ‘kleine’ stipjes en uitdagingen!

Ik wil graag gezond blijven in 2021, kunnen blijven trainen en -misschien ben ik de enige- laat mij nog maar een tijdje in een kleine bubbel zitten!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-44

maandag 21 december. De dag in het jaar met het minste licht. En dan regent het ook nog de hele dag! Ik werk een halve dag en die duurt al lang! Bijna alle zwembaden zijn dicht, behalve… het buitenbad in Amsterdam. Het Mirandabad is op reservering open en om 4 uur hebben Vincent en ik een ticket in het laatste licht. Het water is verwarmd op ongeveer 20 graden. Dat is te koud voor Vincent, dus hij doet een wetsuit aan. Ik heb een trisuit aan en daaronder een badpak. Het rijden naar Amsterdam vind ik het moeilijkst! We zijn er precies om 4 uur en om vijf over 4 ga ik het water in.

Voor het eerst heb ik in het water een Apple Watch om! Die voelt zwaar en wat onwerkelijk. De kou valt me mee. Ik zwem in de ‘langzame’ baan. Niet eens zo langzaam, maar het is er totaal niet druk! We zijn met 5 of 6 mensen, verdeeld over 100m. Mijn brilletje werkt niet mee. Er komt snel water in. Ook mijn badmuts zit niet zo heel lekker en kruipt terug over mijn oor. Dan ga ik gewoon achter elkaar baantjes zwemmen, 50 meter heen en 50 meter terug. Ik hoeft niet snel of goed, gewoon slag na slag maken. Terwijl het buiten donker wordt. Van de regen merk je niks. Volgens het ene horloge zwem ik 1600m, volgens de andere 1900m. Om kwart voor moet iedereen het bad uit. Dan is het pas nat en koud en lastig! Ondanks het brilletje en de badmuts ben ik erg blij dat ik heb gezwommen. We zien SG die ook heeft gezwommen.

‘s Avonds wandel ik samen met Rob naar de Plus voor wat laatste boodschapjes. Ik vind het koud, of zou dat nog komen doordat ik na het zwemmen maar moeilijk warm werd?!

Op dinsdag 22 december gaan we met z’n drietjes wandelen tussen de middag. Het is droog en we lopen helemaal om de Sieradenbuurt heen. Een lekkere wandeling. Dan werk ik ‘s avonds wel ietsje langer. Na het avondeten stap ik op de Tacx. Lekker warm. Ik ga naar New York en Central Park. Ik ga niet naar de bovenste verdiepingen en geniet een beetje van de kerstboompjes om me heen.

De cadans hou ik hoog en ik trek me niks aan van alle anderen. Na het rondje kom ik leveltje hoger. Ik zit inmiddels al in 12. Ik plak er nog een klein rondje achteraan, zodat ik de kerstlampjes ook in de ‘avond’ meemaak.

Woensdag 23 december. Ik ga weer de wereld van Zwift in! Er zijn nieuwe paden in Watopia. En die wil ik natuurlijk graag verkennen. Kijk mee naar de plaatjes, dan zal ik je laten zien waar ik ben geweest.

Het lijkt wel alsof ik alleen ben op de brug! Maar dat is niet waar hoor, er zijn altijd wel andere fietsers in Watopia.
Ik hou mijn cadans lekker hoog tegenwoordig. De 108-waarde linksboven is de wattage. Daaronder staat de RPM: de cadans: die is mooi 85. Ik rij 23 kilometer per uur en ik heb er al 10,3 kilometer opzitten. Daarnaast staat de hoogte met 117 meter. En ik ben al 27:42 minuten aan het fietsen. Rechtsboven staat en kaartje en daarop staat dat ik een hellinkje van 1% omfiets. De namen die daaronder allemaal staan, zijn andere fietsers in mijn buurt.
Een stukje onverharde wegomlegging! Ik zie meer vogels en mogelijkheden in de nieuwe versie. Grappig, dat ik mijn ogen uit kan kijken!

Dan is er nog een nieuwe weg of brug in de jungle. Ik kan nog wel een stuk fietsen, dus ik ga daar ook nog heen. Nog een route van 20 kilometer zie ik niet zitten, maar dan kort ik het rondje wel in.

Het jammere van deze route is dat je begint met hard omlaag fietsen en dan moet je over dat zand weer omhoog ploeteren. Ik ben best moe en klaar met de podcasts die ik heb geluisterd. Daar zaten goede ideeën tussen, maar na 3 kwartier kwam ik bij wel bij de irritante stukken.

Ik heb geen zin meer, maar ploeter de tien kilometer vol. Heb ik toch 30 kilometer gefietst. Terwijl het buiten regent.

24 december. Bijna kerst. En toch druk op het werk, want ik wil nog wat afmaken en dat lukt niet vloeiend, want er komt steeds iets tussendoor. Om 3 uur laat ik de boel de boel (en mijn computer rekent verder) en ga ik met Vincent hardlopen. Ik wil graag verhard en we lopen tegen de wind in langs de kassen. Vincent heeft een rugzakje bij zich en ik bepaal het tempo. Dat ligt niet zo hoog, tussen de 6 minuten en 6:30 per kilometer.

We gaan naar de dijk. Ik wilde eigenlijk een ommetje maken, maar dat doen we toch maar niet.

Op de dijk waait het erg hard, windkracht 5 a 6 vanaf het water. Het miezert er ook even bij, maar dat waait weg. Net als wij!

Langs de plassen lopen we weer terug. Vincent vind het maar saai als het stil is, maar ik heb niet zoveel te vertellen. We komen onderweg 2 fietsers tegen en 1 meneer die de hond uitlaat. Verder is er niemand buiten.

Kijk ‘m nou gaan daar met zijn lange benen! Het wordt langzaam donker. We stoppen nog even op de uitkijkbult.

Ik heb het niet echt koud en het blijft ook droog. Als we de Hogering weer oversteken wordt het al redelijk donker. We lopen een rondje om de andere kant van het park en om ons huis om de 11 kilometer vol te maken. De laatste kilometer voel ik de trek en raak ik echt wel wat vermoeid, maar ik weet nog hoe ik moet hardlopen! En dat binnen een week na de marathon.

25 december. Kerstdag? Het voelt meer als een gewone vrijdag. Ik ben mooi weer wat kilo’s kwijt, maar vandaag hou ik nog vol. Morgen komt mijn eetdag! Ik ben de ochtend bezig met het huis schoonmaken en ‘s middags krijgen we onverwacht en leuk bezoek. Daarna gaan Rob en ik lekker een heel stuk wandelen. We lopen via het Oostvaarderscentrum naar de Plus. Het is druk onderweg en ik heb mijn telefoon niet bij me! Dat voelt wel eens lekker rustig. Na een wandeling van 6 kilometer heb ik de fitnessbadge wandelen gehaald van Garmin. En de 300000 stappen heb ik gisteren gescoord.

26 december. Samen met Vincent hardlopen. Hij wil de route doen. En ik ben klaar met het Kotterbos en de Kemphaan. We zoeken het dus iets verder weg en rijden naar Kivietsdal bij Baarn. Daar steken we de weg over en als Vincent ook satellieten heeft gevonden, gaan we naar rechts, in de richting van het Bospad. Dat is het doel tenminste. Voor degenen die Vincent niet kennen: dwaal er heerlijk op los en sla links of rechtsaf naar believen. Over het ruiterpad bijvoorbeeld. Door de modder. Het tempo lag niet zo hoog, maar we hadden alle tijd om plezier te maken.

Vincent vind zo lopen op gevoel leuke routes: tussen de kerstbomen door en met heuveltjes, zodat ik het warm krijg en langs het mooie huis. Ik vermaak me prima (en krijg het ook nog lekker warm). We hobbelen lekker verder en als we bij een hek komen, checkt Vincent de kaart op zijn telefoon en we lopen goed in de richting van het openluchtzwembad. En there it is:

Nu gaan we door voor de spoorbrug. Gaan we daar naar op zoek! We dwalen door het bos, terwijl het langzaam drukker wordt met mensen. Ik zie de brug als eerste.

We gaan de brug een keer op en aan dezelfde kant weer af. Anders wordt het wel een hele grote dwaal-uitdaging! Een trein zien we niet. We hobbelen weer verder op de weg terug. En dan komen we een leuke verrassing tegen:

Iemand heeft een echte kerstboom gemaakt van een spar! Het is heel erg lollig, zo midden in het bos.

We gaan weer verder en de route zal iets langer worden dan 7 kilometer. We zwerven nog een keer terug tussen de dennenbomen door.

Leuke paadjes kan die Vincent vinden he? We komen wel over eenzelfde pad, dus dat moet ‘ie nog leren. En we komen weer bij het water, waar Vincent moet zoeken welke weg we moeten hebben om weer rechtstreeks bij de auto uit te komen.

Dat wordt een breed, halfverharde pad. We hebben wel genoeg gedwaald en zijn genoeg verrast! Na ongeveer 9 kilometer zijn we weer bij Kivietsdal. Genoeg punten verzameld om de kerstmiddag door te snoepen en lekker te gourmetten!

Zondag 27 december.

Buiten stormt het. Het regent onafgebroken. Het waait hard. Wat doe je dan? Fietsen dus. Gelukkig hebben we een Tacx! Ik ga een flinke route doen van 50+ kilometers. Eerst lekker vlak over de Fuego Flats en dat is een makkie. Dat schiet lekker op en ik hou de cadans maar vast hoog. Straks moet ik de berg op! Mijn benen lijken toch wel gewend te raken aan een cadans van 75+ minstens. Dat gaat best snel. Ik heb mijn PR berg-op staan op 51 minuten. Die heb ik vorige keer net iets verbeterd, dus ik hoop vandaag dat ik met mijn hoge cadans nog een minuutje eraf kan snoepen. Ik hou de cadans rond de 80. De weg is me inmiddels wel bekend: het is 10 kilometer omhoog, langs het dorpje, het kasteel, de lawine-tunnels en dan over de brug en nog even verder. Ik trap me suf, maar het voelt niet zwaar.

Langs de sneeuw en de kerstbomen. Ik heb een nieuw pakje aangedaan vanmorgen, zie je dat? Het lijkt allemaal zeer haalbaar om zelfs nog sneller dan de 50 minuten boven te komen! Ik tel kilometers af en na 5 kilometer merk ik dat ik 4 minuten per kilometer nodig heb. Ik vermoed een telfout (in afstand of in snelheid), want dan zou ik wel heel veel sneller zijn!

En dan opeens zijn het nog maar 2 kilometer en gaat Zwift mee aftellen! Het ongelooflijke staat voor mijn neus: niks geen telfout, de hoge cadans helpt me onwijs veel sneller naar boven! En dan bedoel ik niet een minuutje, zelfs geen 5 minuten- als ik mijn best doe, kunnen er wel TIEN minuten af! Ik ben mezelf en de trainer dankbaar dat ik de cadans-uitdaging ben aangegaan.

Ik zet nog even aan (maar niet te veel, want ik moet nog een heel eind hierna ook) en kom op NEGENENDERTIG minuten uit. 39! Dat is 12 minuten sneller! En het voelde gemakkelijker. Binnen twee weken! Ik scheur naar beneden en daar wacht me een onaangename verrassing: ik moet de jungle door. Ik vind de jungle niet leuk. Omdat je ten eerste, eerst omlaag gaat en daarna moet je weer naar boven ploeteren en ten tweede, omdat het onverharde ondergrond is en dat kost veel energie en snelheid.

De grot, de kunstwerken, de bloemen, de brug: ik ken het wel zo’n beetje hier. Ach, ik ploeter me er ook maar doorheen. Daarna is het nog even scheuren langs het water en langs de vulkaan en ik tel vooral de kilometers af. Ik krijg ladingen aan duimpjes van mensen die vinden dat ik zo goed rij. Zij weten niet dat mijn tempo wat lager ligt en dat ik 700 hoogtemeters ga bijschrijven.

Ik maak 55 kilometer vol en dan ga ik eten, want ik heb trek!

‘s Avonds ga ik nog een keer de wereld van Zwift in! Ik wil namelijk een badge halen en daar moet ik behoorlijk veel voor fietsen. Dus ik zoek een VLAKKE route uit in Londen. Ik ga ongeveer 30km fietsen. Ook op deze vlakke route hou ik de cadans hoog, boven de 80. Ik stayer van de een naar de ander. Grappig genoeg blijft het tempo ook aardig hoog liggen.

Langzaam aan verschuift het doel naar het halen van 30km binnen een uur. Daar moet ik wel voor werken! Ik zweet meer dan vanmorgen

Leuk, de maan tussen de kerstbomen door!

Het is rustig op de vlakke weg. Ik ga wel even op de pedalen staan als ik het trapje omhoog moet!

Het rondje is al na 24 kilometer klaar, maar nu wil ik natuurlijk verder voor de 30 binnen een uur! Ik trap nog flink door en haal het. Maar dan bedenk ik me dat ik met 35 kilometer op 1 dag 90 kilometer heb gefietst en dat is ook best de moeite waard. Ik ploeter nog door. Het is intussen best zwaar, ook al is het vlak, maar ik maak het vol! Met een gemiddelde van 31,4 per uur en een gemiddelde cadans van 82 ben ik meer dan tevreden!

maandag 28 december. Ik neem al mijn overuren op en ben daardoor lekker een dag vrij! Dan appt Manuel of iemand van ons mee wil gaan hardlopen en ik geef me vrijwillig op. Nu vind ik 10 kilometer in een uurtje wel een dingetje qua tempo, maar we zullen zien. Ik opteer mijn oudejaarsrondje onder de snelweg door en Manuel keurt dat goed. We gaan om 11 uur lopen en het is even koud, maar al snel merk ik dat het best lekker gaat. We praten en ons tempo ligt onder de 6 minuten per kilometer. Manuel moet even iets langer inkomen. We gaan het fietspad onder de A6 op en lopen tot de Ibisweg. We hebben al een tijdje niet meer samen gelopen en de kerstdagen, cadansen, de Tacx-app; er is aardig wat te bespreken! Al rennend op zo’n 5:50 per kilometer merk ik dat ik prima kan kletsen en luisteren. We gaan het volgende fietspad weer terug onder de A6 door.

Ik heb de pauze niet echt nodig en ik loop gewoon lekker! Beetje net iets te warm misschien, maar de schoenen zitten goed, de passen passen en de het tempo leidt ons mooi tot 5 kilometer in een half uurtje. Nu door voor de tien kilometer binnen een uur. Ik heb dat eerlijk gezegd lang niet gedaan, maar trail-lopen maakt blijkbaar sterker. En ik dieet ook precies om deze reden: met die paar kilo minder loop ik al een stuk fijner! We kletsen maar door over hardloopschema’s en VR-testen. In 58 en een halve minuut lopen we de tien kilometer. Ik ben echt blij met het gemak waarmee dat me lukt! We lopen nog verder om, zodat ik de 12,7 kilometer haal en daarmee de badge. Vanaf ongeveer 11,5 kilometer valt het me minder gemakkelijk, maar tot 13 kilometer houden we het tempo van 10+ kilometer per uur aardig vast. Dan dribbel ik naar huis. Was echt een prettig rondje. Als ik nog lichter ben, huppel ik zomaar mee in Manuels tempo!

‘s Middags ging ik samen met Vincent weer naar Amsterdam om te zwemmen. In het buitenbad van 50 meter, het Mirandabad.

Deze keer ging ik ook in wetsuit. Het regende dan wel niet, maar het was wel koeler dan een week eerder. We hadden bij de auto de wetsuits aangetrokken, dus we konden er snel in springen. In de ‘langzame’ baan. Ik ga inzwemmen en moet soms even inhouden voor de dames die schoolslag doen. Vincent komt er ook bij. Ik vecht de eerste 300m met mijn brilletje en badmuts en dan wordt mijn oor nat en gaat steken, maar na wat getrek en getest zit alles naar wens. Na ongeveer 500m ga ik naar de borstcrawlbaan. Ik wil 500m doorzwemmen en dat zal met schoolslagzwemmers wat lastiger zijn. In de borstcrawlbaan is het ook niet gemakkelijk, want daar zijn ook grote tempoverschillen. Het zwemt erg lekker met wetsuit. Hartstikke makkelijk! Ik tel zelf de banen af en het gaat zo goed dat ik doorga voor de 1000m. Ik vind een 50 meter bad heerlijk.

Het gaat ook erg goed met wetsuit aan. Ik zet met gemak een dik nieuw record op de kilometer. Ik denk dat het horloge wat overdrijft met 15 minuten, maar het gaat zeker harder dan mijn ‘standaard’ 19/20 minuten. Ik hoor dat van iedereen, alle PRs worden verbroken. Na de kilometer is Vincent het bad al uit. Ik ga uitzwemmen in de rustige baan. Die is nu ook echt bijna leeg met nog 3 mensen.

Ik zwem de 2000m vol en zelfs meer. Volgens mijn horloge wel 2400m, maar dat lijkt me te optimistisch! De Apple Watch houdt het op 2150m. Ik denk dat de waarheid in het midden ligt. Omkleden is wel weer koud.

Dinsdag 29 december. Ik werk voor de laatste dag van 2020. Een eenvoudig dagje waarop ik zelfs samen met Vincent en filmpje mag maken! (voor het werk dus) Aan het einde van de dag ga ik toch nog even op de Tacx. Eventjes fietsen. Ik wil proberen of de ATB fiets beter werkt in de jungle. En voor de badge fiets ik nog wat kilometers, dan hoeft ik die de 31ste niet te doen. Ik kies de virtuele mountainbike.

Het is VRESELIJK. Ik sta alleen maar! Hoeveel rondjes ik ook trap, mijn avatar gaat NIET zitten. Alleen als ik stop. Ik sta te zwoegen en te zwoegen op beeld. In het echt valt dat wel mee, maar ik vind het ontzettend S T O M

De jungle heeft nu voorgoed afgedaan voor mij. En dan is het rondje ook nog eens ‘maar’ 16 kilometer, terwijl je daar 7 kilometer voor moet rijden om aan de start te komen! Ik ploeter me suf en ik mopper en ik vind er geen klap aan, maar ik ga wel door.

Ik wil level 13 worden en als ik de ronde afmaak, krijg ik extra punten. Na een kilometer of 15 roept Rob of ik kom eten. Ik zet de fiets stil en ben weg. Later vanavond erger ik me nog wel het laatste stukje! We eten en we spelen GeoGuessr, maar de route moet hoe dan ook nog af. Dus ik zet me schrap voor nog 10 kilometer ergernissen. Maar dan is het ook klaar!

Ik zie af van de Tour de Zwift, omdat de jungle daar in zit. Ik kom nog 1 keer in de jungle van Watopia en dat is om naar de Alpe d’Zwift te gaan. Voortaan vermijd ik de benauwde jungle die niks voor mij is! Ik ruil van fiets en doe een ander fietspakje aan. Deze maar gauw vergeten!

30 December 2020.

Op deze dag zouden Joyce en ik de trailmarathon lopen, maar ja, die hebben we al gedaan op een dag dat het beter weer was! Gelukkig maar. Vandaag gaan we echter terug naar het strand. Een ander strand, namelijk bij Wijk aan Zee. Ik rij er (rommelig) naar toe en ik ben nog nooit hier geweest. Gelukkig doen we de grootste stijging met de auto en parkeren we die boven. De route is ruim 21 kilometer lang. Iets opgelengd, zodat we ook eerder van het strand af kunnen als we teveel omlopen (lees: verdwalen). Kwart voor elf staan de dames klaar en we lopen door Wijk aan Zee. Lekker verhard. We kletsen. Ik heb slecht geslapen, mijn serotine-niveau is niet wat het moet zijn en ik vrees het lopen, maar binnen 2 kilometer weet ik het al: dit wordt een makkie vandaag. Geen grote afstanden om tegenop te zien, lekker strand straks – dat vind ik heerlijk! En ik ben al ongeveer 5 kilo afgevallen, dus dat loopt gewoon gemakkelijker. Ook al begint na 2 kilometer de miezer al. Lekker is dat.

De weg blijft verhard en dat is te merken aan ons tempo. Ach, we hebben de tijd vandaag. We lopen de waterleidingduinen in en dan… een gesloten hek. We kunnen er wel omheen, maar het is niet handig, dus we gaan terug.

Net als ik even de bosjes induik, komt de boswachter langs! Voor de rest zijn er wat fietsers die dezelfde fout maken als wij en terug moeten keren. We houden het verharde pad aan. Als we de fietsers weer zien, kunnen wij linksaf een onverhard pad op de duinen in. Heerlijk pad en de zon komt erdoor!

Wij kletsen gewoon door. De kerstdagen bespreken we. Corona-getallen. Wie wat gelopen heeft. Wie welke plannen heeft. Alsof we elkaar weken niet hebben gesproken of gezien! Dan ligt de route links van ons en we zien een klein paadje de goede kant op. Let’s go!

Deze duinen zijn totaal anders als bij het Kennemerland of de Waterleidingduinen. Het is wat ‘spitser’. Er staan veel prikkerige planten en kale, verwaaide bomen. Ik persoonlijk vind dit desolate wat mooier. Met het licht erop, zijn deze duinen echt adembenemend!

Maar tussen ons en de route staat een hek. Daar is wel een overstapje (zodat je over het hek heen kunt), maar er staat ook een overduidelijk bord met verboden toegang. Met die boswachter in de buurt lijkt het ons niet verstandig. Aan deze kant van het hek liggen smalle paadjes die we ook kunnen nemen.

We gaan tussen de plantjes en de bomen door, omhoog en omlaag en komen opeens bij een duinmeertje. Ik vind deze kruip-en-sluiproute erg mooi en geniet er enorm van.

Dan komen we ineens tussen de duinen door weer op de bredere paden en zelfs bij een open hek. We hebben onze omzwerving gehad en komen aan de andere kant van de waterwingebieden op de route uit. We zitten al op 5 kilometer. We komen nu veel mensen tegen, in dit gedeelte is het ronduit druk. We komen zelfs weer op een stuk weg wat de fietsers ook kunnen gebruiken. Ik raak altijd wat gedesoriënteerd van de drukte. Maar er is ook ruimte voor schapen!

We komen bij een heuvel en we denken dat daar de Grote Kwal ligt, maar het is “slechts” een uitkijkheuvel.

Het licht en de wolkenpartijen maken het onwerkelijk prachtig. Jammer dat het hek een enorme inspanning verreist om open en dicht te maken. En door! Een paar kilometer later komen we wel bij de Grote Kwal.

Hier loopt het water de duinen in of uit en het water is kraakhelder. Ik heb zoiets nog nooit gezien. We worden getrakteerd op een regenboog en al de tijd dat wij daar foto’s maken, fietsen en wandelen er mensen in de verte voorbij. De Grote Kwal ligt daar alleen voor ons te ‘shinen’. Ik neem een gel en als we verder gaan, spot Joyce een onverhard weggetje naast het (drukke) fietspad. Ik ga er even vandoor, genietend van het gemak waarmee mijn benen dit doen. Uitkijkend op de regenboog. Slingerend tussen de bomen. Over het zachte mos. Intens genieten tot de tiende kilometer. Dan moeten we de weg weer op en daar is het nog drukker met fietsers en wandelaars. Ik begin te kwebbelen over de cadansen. We lopen de duinen uit en komen op een ronduit drukke weg naar Castricum. We ontdekken dat we een duinkaart hadden moeten hebben. Volgende keer beter dan maar. Deze duinen zijn wel minder geschikt voor dwalen. We zien nog een regenboog, vlak voor we bij Castricum richting de zee gaan.

En daar ligt de zee en het strand bij eb. Ik heb daar toevallig nog naar gekeken. Het is (natuurlijk) druk op het strand, maar deze keer heb ik eens maling aan al die mensen. Wij hebben 12 kilometer hardgelopen en nu hoeven we ‘alleen nog maar’ terug!

Van Joyce mag ik best stukken op mijn eigen tempo doen. En daar ga ik dan. Mijn benen willen, mijn voeten gaan maar door over het zand en ik ga en ga en ga. Ik besluit minstens 1 kilometer te blijven rennen. Niet omdat ik Joyce voor moet blijven of omdat ik iets moet bewijzen. Nou ja, ik wil mezelf bewijzen en laten zien wat ik kan. In 6:06 loop ik kilometer 13 en kilometer 14 gaat er ook achteraan. Ondertussen geniet ik van het zand onder me, wat lekker hard is. En ik geniet van de golven naast me. Ik vind de wind lekker, ook al is die meer tegen dan mee. En in de verte is het doel: de windmolens, om naar toe te lopen. Ik geniet intens en lever een inspanning.

Op kilometer 15 stop ik en ga ik op Joyce wachten en foto’s maken.

We lopen een kilometer samen op. Joyce vind het zand wat minder. Geweldig aan haar is dat zij er dan weer van geniet dat het mij gemakkelijk afgaat. Ik vind haar juist stoer dat ze toch over dat strand heen bikkelt!

Ik ga weer verder en ga nog eens een kilometer lopen. Of twee. Ik weet niet meer precies op hoeveel kilometer we zitten. En dan begint de regen. De donkere luchten waren prachtig vanuit de kant waar de zon was, maar in de regen is andere koek. De wind blaast de druppels in je gezicht en het koelt flink af. Vanaf kilometer 16 is het bikkelen.

Ik wacht op Joyce omdat ik haar petje heb wat haar zicht door de bril moet beschermen. Ik vind wachten lastig, dus ik ren op en neer. Door de regen is het laatste stuk echt afzien. Gelukkig kan ik dat! Ik verheug me op de verwarmde autostoelen en de lekkere dingen die ik in de auto heb liggen. Op dit punt heb ik wel een beetje trek, maar ik eet niks meer.

Ik film Joyce, want ik vind haar zo stoer. Ik ga nu niet meer zelf rennen, we maken dit samen af. We kijken naar Wijk aan Zee wat steeds dichterbij komt. Het schiet op en toch gaat het traag. We moeten een stukje verder, maar dat wisten we al. We hoeven echter niet zoveel verder als de route is. De route loopt over het mulle zand en dat overzicht zijn we kwijt. Het is kleine doelen stellen. Naar het huisje, naar de blauwe borden en daar moeten we dan weer terug. We zien in de verte de pier van IJmuiden. Joyce zegt nog hoe grappig het is, dat je thuis en warm bij de kerstboom denkt: daar lopen we nog wel even heen – maar hier in de regen, de wind en op het strand is dat wel het laaaaaatste wat je wil!

Bij de blauwe borden keren we om. Ik heb natuurlijk alweer meer kilometers gemaakt. Er is nu -ondanks dat het niet meer meezit- geen sprake van dat we op 20 kilometer zullen stoppen. We vinden een verharde duinovergang en dat is wel lekker. Dan lopen we Wijk aan Zee weer in. Ruim binnen de 3 uur. Ik zeker.

We moeten nu het laatste stukje omhoog en ik loop met Joyce mee het rondje op de parkeerplaats, zodat ook haar halve marathon in the pocket is! Dan zou het best even droog kunnen zijn, maar ik voel me nat en verkleumd. Ik kleed me onhandig in de auto om en we drinken warme chocomelk. Weer een pareltje om aan de trailketting van 2020 te rijgen.

En het is een heel kunstwerk geworden! Wat hebben we veel gelopen saampjes. Ondanks dat Joyce aan het begin van het jaar aan de kant stond, zijn we vanaf maart om Marken heen gelopen, om Naarden Vesting heen; hebben we alle trails vanuit Bussum gedaan, zijn we in de Ardennen geweest, op de Kemphaan; door Lage Vuursche, de Waterleidingduinen, het Natuurpark bij Lelystad rondom het Rijk van Nijmegen en natuurlijk door de Kennemerduinen. En we hebben ook samen gefietst. Zonder Joyce was het een minder afwisselend jaar geworden!

31 december 2020. Iedereen kijkt terug en heeft allemaal zoveel gedaan. Mijn blog is al een paar dagen klaar, maar ik kan de afstand er nog niet in zetten, omdat ik nog wil fietsen in Zwift! Ik wil alles in New York nog een keer doen. Dan haal ik de badge van Garmin, de badges van de Apple Watch en dan kan ik lekker uitfietsen! Ik vind New York leuk, zo door Central Park en over de glazen wegen.

Ik klim als een gek omhoog en ik hou de cadans hoog. Ik trap lekker de kilometers weg en app ondertussen. En ik kijk naar de kerstbomen, de futuristische wereld en alle lampjes. Voor de ene badge moet ik een uur fietsen, voor de andere 30 kilometer en de route is 35 kilometer. De klim zit daar twee keer in en dat is niet mals, want er zitten stukjes in van 17%!

Ik zet nog een PR neer op een sprintje, drink redelijk wat en ik krijg trek in alles wat lekker is. Dat mag vandaag. Binnen anderhalf uur heb ik de 35 kilometer gefietst en ALLE badges gehaald.

Hoeveel kilometers ik heb gefietst en hoe ik terugkijk op 2020 staat in de aparte blog hierover. Maar ik ben zeer tevreden! Op naar de oliebollen en de champagne.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-43 Trail marathon met Joyce

19 december 2020

Het idee ontstond ergens eind september ofzo, toen bleek dat de marathon van Joyce niet door zou gaan. “Dan wil ik best een lange trail doen”, zei Joyce. Dan ga ik mee, riep ik enthousiast. “Een marathon….” stelde Joyce nog voor. En toen lieten we het hele idee met rust tot november. De dag van haar marathon ging definitief zonder marathon voorbij. Ik had alle doelen gehaald voor de Ironman VR en het seizoen liep ten einde. Als er al een seizoen was geweest…. In die maand ging ik plannen. Het eerste idee was op de kortste dag van het jaar tussen zonsopgang en zonsondergang, maar dat was iets te kort dag tot 21 december. Dus ik nam de laatste paar dagen van het jaar vrij en wij dachten aan 30 december. We wilden ons echter nergens op vastpinnen. Hoofddoel was om te genieten van de trainingen en als de marathon dan niet lukte, dan niet. Ieder van ons mocht onderweg naar de dertigste zeggen: toch maar niet. We hoefden ook niet snel: doen gaat boven snelheid. ‘Een fikse wandeling met hardloopelementen’ hadden we voor ogen! Mellow pace, some walking involved. Een trail gaat om volbrengen, niet om het wedstrijdelement. Want er was geen wedstrijd, alleen wij tweetjes en een doel.

We trainden rond Nunspeet in het wandelelement, we trainden modder in het Hollandse Hout, we trainden afstand rondom Hilversum en we zagen hoe het niet moest op de Kemphaan. Vandaag gingen we voor een hele lange tocht en daarna zouden we beslissen of we een hele marathon konden lopen. Joyce vond een mooie route van PL door de Kennemer Duinen. Met strand en hoogteverschillen. De tocht was 37 kilometer.

Halverwege de week, waarschuwde ik Joyce dat ze voldoende voeding mee moest nemen voor het geval dat…. Ze had dat zelf ook al bedacht, maar wist niet hoe ze dat mij moest zeggen. Op de kalender stond een grOOt rOndje Duinen. We bedachten dat we ook maar meteen moesten oefenen met starten bij zonsopgang. En ik wilde ander eten testen: een banaan en een Mars onderweg. Pannekoeken op de avond voor de lange loop.

Joyce haalde me op en om 20 voor 9 startten we de route. 4 Minuten voor de zon opkwam. We telden uit dat we tijd genoeg hadden om voor het donker terug te zijn. Het ging al snel omhoog door het zand. We zagen de zon boven de bomen uitkomen. En voor ons liep een ineens een hert over het pad!

Toen steil omlaag en daar hadden we een verkeerde afslag mee te pakken! Dus we zwierven binnen 3 kilometer alweer terug. Kwamen we de man die met stokken wandelde weer tegen. Maar nu zaten we goed en konden we verder de duinen door. Omhoog. En omlaag. Door het zand. Over bosgrond. Kwebbelend. Grotendeels hardlopend, met wandelelementen. Joyce had het wat zwaarder dan ik. Je voelt toch een soort van druk en hoever je nog moet.

We kwamen door bossen met grillige bomen, langs berkjes en door duinpannen. Het was erg afwisselend. Liep je het ene moment over een zandpad te ploeteren, even later op een bospad of over een bladerdekje. We liepen langs een smal beekje toen we 8 oudjes tegenkwamen, heerlijk dat ze buiten lopen, maar in een groepje…. Ach, ze doen vast hun best!

Op 6km nam ik een gel en ik dronk veel. We kwamen langs een prullenbak waar het lege gelletje meteen in kon. 7 Kilometer deden we in een uur. Dat was de bedoeling ook, dan zouden we het wel redden – het verval meegerekend. We kwamen langs een parkeerplaats, die al aardig vol stond.

En toen liepen we langs de rand van IJmuiden. Dat was ineens raar druk en vlak bij de stad. Ik ging aan het omdenken, omdat ik merkte dat ik ‘last’ had van het we-moeten-nog-zoveel-kilometers. Dus ik pinde me vast op 32 kilometer en dat hielp. Ik liep er lichter door. Even lekker een stukje vooruit lopen en dan wachtte ik wel op Joyce. We gingen de duinen en de stilte weer in. Langs grappig verscholen bunkers.

Dan draai je weg van de huizen en daar wandelden 2 mensen met een dagrugzak en een kaart. Een kaart: Google Maps uitgeprint…. Die mensen wandelen waarschijnlijk minder als wij vandaag af zullen leggen! De enige anderen die we nu tegenkwamen, waren hardlopers. Brede zandpaden waren het. En ze waren bezig met ‘bos’bouw in de duinen, dus overal stonden bandensporen en machines voor mijn gevoel. We kwamen langs een kudde runderen. Zo grappig, de industrie op de achtergrond!

Joyce dook een de bosjes in en ik genoot van de stilte tussen de duinen. In de verte hoorde ik de zee en verder alleen maar vogels. Dat was mooi.

We liepen langs schattig verscholen duinmeertjes. Maar toen begon de modder. Zand en heuveltjes kan ik tegen, maar modder, dat heeft niet mijn voorkeur. Vies geluid, natte voeten en te diepe plassen. Maar ja, we gaan er toch maar doorheen en een beetje langsaf, voor zover dat lukt. Weer een gel, die zo een prullenbak in kon. Dat is wel een leuke luxe! We kwamen nog niet bij de zee, maar gingen het duingebied weer terug in. Langs de volgende runderen. Het was hier druk. Veel dagjesmensen. In het derde uur hadden we 6 kilometer afgelegd. Over de halve marathon deden we dus iets meer dan 3 uur. Gezien de omstandigheden was dat geen schande!

W hobbelden verder over brede paden en langs koeien en onderweg liepen we veel te kletsen. Over de kids, over wie wat zei, over vanalles. En soms zeiden we een hele tijd niks en renden we alleen maar. Duin voor duin voor duin na duin.

Als ik nu terugkijk, waren we vlak bij de auto! Maar goed dat we dat daar niet wisten. Met de route op twee horloges was het prima te doen. Soms liepen we een stukje verkeerd, maar nooit meer zo ver als in de eerste kilometers. Er ging nu een stuk redelijk moeizaam, omdat er veel zand was en dat is niet Joyce favoriet. Wel mooi tussen de duinen door met helmgras en een lichtgroen landschap, maar lastig te berennen. We zaten bij de 25 kilometer en toen kwamen we dan eindelijk bij het strand en de zee.

Drukte! Niet normaal! Al die mensen die op een gewone zaterdag zouden gaan winkelen, dachten nu: kom, we gaan naar het strand. Ik vond het wel gaaf om tegen de wind in te rennen langs de waterlijn. Even mensen kijken en hun hondjes. Joyce vond het zand minder en de tegenwind ook. Ik stelde nog voor om een kilometer extra over het strand te lopen en een kilometer wind mee terug te pakken, maar dat kwam me op een hele duistere blik te staan. We moesten de strandopgang door het zand naar boven klauteren. Dat viel echt niet mee. Dan wil ik wel eens tegen al die dagjesmensen, kinderen en loslopende honden-houders roepen: flikker op hier, ik heb al 27,5 kilometer gerend en ik wil nu een keer voor gaan!

De parkeerplaats stond vol. Het ging verhard omlaag en Joyce zette mij tot hardlopen: weg van hier, van de mensen en de drukte. Toen ging er iets een beetje mis, want het pad ontbrak eigenlijk op wat de route was. De route was water geworden. Wat eerder een pad was met een route, was nu in het water verdwenen, dus wij maakten ons eigen pad. Zoiets maakt mij redelijk sjachereinig, want dan weet ik helemaal niet waar ik blijf! Dan zie ik de route niet en ik zie in de verte wel kinderen rennen en ik vraag me af of ik mag komen waar ik nu ben. We kwamen op het pad en de route terug.

Toen liepen we door naar het Vogelmeer. Onnederlands mooi. Groot, breed en gelegen tussen riet. We liepen er helemaal omheen.

30 Kilometer . Daar zaten we op. We gingen minder hard lopen, maar het strand en de strandopgang en het ontbrekende pad hadden dan ook veel tijd gekost. Het begon een beetje te miezeren. Toen Joyce haar petje opzette, zette de miezer door. Dat is niet zo erg, maar stoppen of rustiger gaan voelt dan slechter voor de spieren. Gelukkig werden we niet erg nat.

We maakten weer een ommetje. Ik vind het zo raar als ik dan op mijn horloge 2 routes zie, dan weet ik dat ik dadelijk maar een heel klein stukje verder loop.

Ik zat er intussen een beetje doorheen. Het komt toch altijd, dat moment dat je er niet mee helemaal bij bent, dat je na moet denken over een naam, de dag waarop iets plaatsvond of wat je ook alweer wilde vertellen. Nu was ik het die liever wandelde. Dan halen we het ook voor het donker, mokte ik dan. Ik had even last van mijn maag of nieren of zo, maar dat trok weer weg. Ook had ik onderweg last van mijn schaambeen, maar dat is niet erg. Ik weet hoe het verholpen zou kunnen worden. Verdere ongemakken heb ik niet. Mijn trailschoenen zitten als een zonnetje en de compressiesokken zorgen voor een goede doorbloeding van mijn benen. Dit was de piektijd van de maand, dus daar was ook niets aan af te dingen. Ik dronk veel en at regelmatig een gel en ik heb ook een banaan gegeten die goed viel! Ik hoefde niet 1 keer naar een ‘wc’.

Wat we eerder deze week al besproken hadden toen we een route hadden van 37 kilometer werd nu een vaststaande werkelijkheid. We zouden deze kilometers opnieuw moeten lopen en er dan 5 aan vast moeten plakken voor een hele marathon op 30 december. Nu we al op 33 kilometer zaten en het goed weer was (de zon kwam er al weer door), zouden we de extra kilometers beter maar direct lopen en de marathon vol maken. We hadden al de hele dag lopen tellen om daar van uit te gaan, om te kijken of dat mogelijk was. Wat het weer op 30 december zou doen, hoe we ons dan zouden voelen – dat weet je niet. En nu wisten we wel hoe het ging.

Bij mij was dat afzien en bij Joyce was het bevrijding: we gaan het halen, we gaan het doen. Ik besloot dat ik de hele 34ste kilometer zou hardlopen. Hard ging het niet meer, maar ik ging ook niet meer wandelen. En ik plakte er de 35ste kilometer aan vast. Zo stonden we op kilometer 36 weer op een uitzichtpunt met 2 gezinnen die geen mondkapje nodig hadden blijkbaar en toch schreeuwden tegen elkaar.

Aan de drukte was te merken dat de auto op slechts 1 kilometer afstand stond. We kwamen bij een meertje. Zullen we hier omheen lopen om de extra kilometers te maken, stelde ik voor met het idee dat we dan niet konden verdwalen en dat het vlak bleef. Helaas was er geen logisch pad om het meer heen en werd het toch klauteren en zoeken.

Er hadden mensen gezwommen in het water! Joyce trok me maar vlug mee. Zo leuk dat zij opleefde, waar ik wat instortte.

We namen een Mars. Dat zou ik niet snel doen, maar ook als deze verkeer ging vallen, zou ik de laatste kilometers wel vol kunnen maken. De rondgang om het meertje was veel te kort om 4 kilometer extra te maken en we zaten pas op 38 kilometer. Ik tenminste; Joyce haar horloge liep achter. Er is altijd een verschil, maar we wilden nu ook allebei de 42 kilometer vollopen.

We volgende nog even de verharde weg dan maar, want de groene route van 6 kilometer er aan plakken zagen we niet zitten. Dan moesten we weer de heuveltjes over. Ik zag een hoekje om extra te lopen, maar het was weer te kort. Toen ontstonden wat tegengestelde belangen: we wilden nu ook binnen de 7 uur finishen ook! En we hadden geen vaste route, dus dan zochten we een rechte, vlakke weg uit, maar dan weer terug. Ik ging het halen, maar Joyce liep ongeveer 500 meter achter. We kwamen op de route waar we in de eerste kilometers niet waren geweest en waar we de groene paaltjes konden volgen, maar dat ging omhoog! Het levert veel stress op als je in kilometer 40 tig trappen op moet.

Joyce werd bijna boos, als we daar niet te moe voor waren geweest. En dan begint het twijfelen ook: is een marathon nou 42 komma TWEE of ietsje meer? Zoiets weet je dan gewoon niet meer. 42 komma 1, 9, 5 klinkt wel bekend, maar beter het zekere voor het onzekere en ietsje langer. Voordeel van die trap op: het gaat daarna door het bos naar beneden en dan kun je weer wat rennen. Groene paaltjes volgen.

Ja, hier liepen we bijna 7 uur geleden ook. Kun je indenken: bijna 7 uur aan het bewegen. Al die tijd in actie. Ongekend. En dan doen 5 minuten er toe en moet je toch opeens onder de 7 uur komen. Ik was emotioneel. Het lukte!

In 6 uur en 55 minuten had ik de marathon gelopen. Ik liep nog mee met Joyce en zij maakte een paar extra rondjes op de parkeerplaats en was ook binnen de 7 uur klaar met de koningsafstand. We hadden ruim 3 kwartier ‘over’ voor de zon onder zou gaan. Onverhard. Met meer dan 600 hoogtemeters. Die wij in Nederland snel vergeten. Met zand en modder. Met zee en duinen. Met elkaar. We hebben het samen gedaan. Alle training hierheen, alles deden Joyce en ik met z’n tweetjes.

Bij de auto dronken we warme chocomelk en ik kleedde me om. Ja, ik was vermoeid. Maar ik had geen blaren of andere ongemakken. We kletsten gewoon door en stuurden een aantal appjes. Joyce reed ons naar huis en daar at ik een zeer welverdiende hamburger! Het is wel de week van de doelen afvinken zeg….. Ik plaats onze prestatie op Facebook en geniet even van de reacties, maar niet genoeg om regelmatig te gaan posten eerlijk gezegd. De reactie van de trainer is wel lollig op zondag, hij raadt me 2 rustdagen aan. Gelukkig nuanceert hij dat fietsen zonder weerstand wel mag, anders had ik ‘m ontslagen 😉

Zaterdagnacht word ik om 1 uur heel misselijk wakker en hang ik even boven de toiletpot. Ik denk dat de hamburger en koekjes toch verkeerd gevallen zijn, hihihi…. Of de katjes liggen teveel op mij, dat kan het ook zijn. ? Mijn benen schokken ook nog even na, maar tussen 2 en 7 slaap ik als een blok. Op de 20ste december raad zelfs mijn horloge me rust aan, dus ik ga alleen maar een stuk wandelen met Rob (voor de kerstkaarten he) en ik fiets mee terwijl Vincent heeeeeeel hard loopt voor de kerst-running-day.

Ik heb het speakertje bij me in de bidonhouder, terwijl hij 5 kilometer met een gemiddelde van 4:26 rent. Dat is genoeg inspanning voor de-day-after. We zijn trots op onszelf, Joyce en ik, dat we de kans hebben gepakt toen die voor het grijpen lag, dat we al die hoogtemeters, het zand en de modder hebben overwonnen en dat we ook nog zo ambitieus waren om dat binnen 7 uur te willen halen!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-42

Maandag 30 november was een rustdag. Een lekkere wandeling, een massage van een vriendin en een goede therapiesessie. Het was een prima dag!

Dinsdag 1 december. Vandaag voor 3 dingen ingeschreven:

  1. De Trail des Fantoms 2021 – 10 kilometer samen met Vincent! Hoe leuk is dat!!
  2. De Trail des Fantomes 2021 – 24 kilometer samen met Joyce. Een dag na de loop met Vincent. En -maar daar kom ik pas later achter- een week nadat we uit Canada terugkomen, dus de jetlag kan een extra uitdaging vormen!
  3. De Weight Watchers. Er moeten weer flink wat kilo’s af, maar ik zeg niet hoeveel. Ik geef mezelf een half jaar. De stok achter de deur heb ik wel nodig. Probleem is dat de sportpunten weer de pan zullen uitrijzen.

Ik begin de middag goed door samen met Manuel te gaan lopen. Hij gaat de berg op en af en ik…. Ik loop lekker door het Kotterbos. Het tempo zit er wel goed in. Een stuk asfalt en glibberen over modder. 5 Kilometer moeten binnen een half uurtje en dan pik ik toch nog een keer de trap de berg op mee en moet ik hard omlaag lopen! Ik red het en wacht Manuel op. We lopen samen terug.

‘s Avonds ga ik nog fietsen. Ik ga in “Innsbruck” fietsen, want die wereld is open vandaag in Zwift. Ik ga de berg op. Het is hartstikke druk. Maar ik vind het helemaal niet leuk. Er is iets verkeerd ingesteld bij de Tacx, duidelijk. Ik voel de berg niet! Of dat een gemis is weet ik niet, maar het enige wat ik zie is het percentage wat oploopt en het tempo wat ernstig terugloopt. Maar het trapt niet zwaarder. In welke versnelling ik ook ga. Ik ga alleen maar langzamer en iedereen haalt me in. Ik vind het echt niet leuk. “Dan stop je toch”, zegt Rob, maar ik wil naar boven. Ik zou zelfs af kunnen stappen en kijken wat er mis is, maar dan moet ik weer opnieuw beginnen en dat wil ik nog minder.

Ik kom boven en vlieg naar beneden, maar dit is de eerste keer dat ik van de Tacx stap en denk: geen lol aan beleefd. Zoals het vroeger was dus eigenlijk. Maar ja, ik heb wel weer bijna 500 hoogtemeters gescoord, bijna 25 kilometer en 5 kwartier fietsen.

2 december. Als ik dit schrijf, zijn we dik tien dagen verder. Ik weet het allemaal niet meer zo heel precies: ik heb gefietst, gewandeld en hardgelopen! En veel, zodat ik weinig tijd had om te schrijven. Dus ik moet bij alles een beetje graven! Gelukkig houd ik het goed bij in Garmin, het softwarepakket. Daar is alle informatie verzameld en meestal is het horloge heel tevreden met mij. Maar de afgelopen tijd vind ie dat het niet goed met me gaat! Mijn VO2Max, de mogelijkheid tot zuurstofopname in het bloed en een graadmeter voor de sportgesteldheid is ernstig onderuit gegaan. Ik hou me niet aan wat mijn horloge me voorschrijft. Mijn conditiebelasting is in orde, maar mijn voeding en rust moeten verbeterd worden. Geen idee hoe!

Maar ik heb vandaag zelf ook niet zoveel zin om te gaan hardlopen. En ik mag een rustdag nemen van het horloge. Dus maar een rustige dag dan: Rob en ik gaan lekker wandelen als Vincent in het zwembad is. Over het strand bij Almere Poort en door Duin. We komen allemaal nieuwe wegen tegen en kunnen heerlijk bijpraten! Dik 5 kilometer in een uurtje.

3 december. Tussen de middag wandelen we weer. Het is in de pauze, maar mijn hoofd heeft niet echt pauze. Dat maakt het onrustig. ‘s Avonds spring ik nog eventjes op de Tacx. Het is een lekker easy rondje door Watopia, maar de Tacx heeft ergens nog steeds een verkeerde waarde, want de bergen voel ik nog niet. Ook al zijn dat er niet zoveel als in Innsbruck, er zou toch iets moeten zijn.

Als ik na 15 kilometer afstap, herstart ik de Tacx. Waarschijnlijk haalt hij de omgeving uit de cadansmeter in plaats van uit de Tacx. Ik stap nog even op in Parijs en dan voel ik de hellinkjes weer! Niet dat er veel is op de Champs Elysees, maar ik merk het verschil wel degelijk! Ik stayer lekker achter mensen aan en ben snel rond.

4 december. Lange duurloop Voetenpad rondom Hilversum.

Dat ga ik doen samen met Joyce. We vrezen de regen, maar ik ben vast van plan om rustig te gaan lopen. We starten bij het restaurant bij Hollandsche Rading en lopen tegen de klok in. Ik stel voor om vooral heel rustig te beginnen. Zo wandelen we de rotonde over en dan gaan we hardlopen. Joggen. Nog voor we bij het spoor zijn, merk ik al dat het weinige eten gelukkig geen negatieve invloed heeft. Vanavond ga ik alle sportpunten die ik nu bij elkaar loop, gebruiken om te gourmetten! We draaien het bos en dan moeten we even omhoog. Lekker.

Kleine stapjes, geen touwen: hoe erg kan het zijn? Ik kwebbel de tijd prima vol. We volgen de route van Loopwijzer op onze horloges. Dat gaat prima! Ik merk nu waarom ik dit stuk juist de andere kant op zo zwaar vindt: eigenlijk gaat het nu de hele tijd heel licht omlaag. Lekker door het bos. Vorige keer dat we hier waren, cirkelde er een helikopter boven ons hoofd en raad ‘s: nu weer! Geen idee hoe, maar als Joyce en ik hardlopen, komt er uitzonderlijk vaak gewiekt vliegverkeer over! We lopen langs het Wasmeer. Eigenlijk is dat heel mooi, vooral vanaf deze kant. We komen vrijwel niemand tegen: 1 hardloopster. Van tijd tot tijd wandelen we.

Joyce heeft het iets zwaarder dan ik vandaag. Waarom is dat nooit gelijk? Dan lopen we al langs de golfvelden. Ik vind het best snel gaan. Bij Kivietsdal nemen we een gel en dan joggen we door het bos tot het spoor. Dan slingeren we onder de A27 door. Over 8 kilometer doen we een uur en dat is heel mooi op schema! We hebben een stukje verharde weg. Ik hou de moed er lekker in.

Dan komen we langs de schaapskooi, maar er staan meer koeien op de weg dan schapen in de schapenwei. We gaan de hei over en door de regen van de afgelopen dagen is het zand niet zo mul gelukkig. Wij houden het droog.

Het is zo lekker weids op de heide! We doen een stuk wandelend, maar dat is niet erg, want je kunt prima om je heen kijken. 10 Kilometer binnen een uur en een kwartier. Als we het bos weer doorgaan, rennen we verder. Hier is het altijd druk met hondjes en ik weet nog wat Joyce vertelde toen we jaren geleden de andere kant op liepen! Toch grappig, dat sommige plekken gesprekken oproepen. We steken de Larenseweg over. Ik weet dat ik me even iets minder sterk voelde, maar we gaan gewoon door! De volgende hei over en door het bos. Ik weet dan even niet meer zo goed waar ik ben en dat vind ik dan lastig. Maar dan krijgen we zicht op de televisietoren en kan ik me weer oriënteren.

Vanwege de honden die loslopen, wandelen we een stuk, maar elke keer pakken we het hardlopen ook weer op. We komen nog een keer koeien tegen op het pad, die vervaarlijk onze kant op komen.

Dan gaan we Hilversum in richting het Mediapark en over de brug bij Crailoo. Joyce steekt net anders over dan ik. “Zo jammer,” zegt Joyce, dat de vlondertjes niet in de route zitten. We dubben even, ik bedoel, een seconde of tien- en realiseren ons dat het rondje van 27 kilometer 30 kilometer zal worden, maar dat wij de vlondertjes meepakken nu we er zijn! We lopen er graag voor om.

Het is zo ontzettend leuk om tussen het water en het riet over de plankjes te lopen! Het is altijd weer te kort en je kunt het niet echt goed fotograferen hoe het voelt. Dan het trapje weer op en we zitten weer op de route. Raar dat je dan denkt: oke, het is nog 12 kilometer, dus het worden er dertig. Dan komen we in het altijd weer mooie Spanderswoud. Dat is zo authentiek!

Het gaat te snel voorbij, in mijn gedachten was het groter. Dan komen we op de weg naar de bieb van Hilversum. We wandelen een stuk en Joyce vertelt me hoe rustig het is met zieke kinderen. Haar dochter werkt op de kinderafdeling, dus die kan het weten! De zon komt er door en de kleuren zijn echt adembenemend mooi.

Binnen 2 uur en drie kwartier lopen we een halve marathon. Heel tevreden! Nu komt er echter een lastig stuk door de stad met verharde wegen. Ik wil dit graag snel achter de rug hebben, maar de drukte en onrust eisen hun tol. We rennen en wandelen afwisselend. De wind trekt aan, vooral langs de flat. Het wordt wel koeler, maar het blijft gelukkig ook alsmaar droog. We komen langs dat stuk bij Kerkelande waar ik werkte en zoveel herinneringen heb, maar ik wist toen helaas niet dat je kon hardlopen! Had ik nooit gedacht. Na wat een hele tijd lijkt, gaan we de hei weer op. De laatste hei.

Het is er redelijk druk. Ik heb er geen moeite mee om wat vaker rustig aan te doen of even te wachten tot Joyce ook even ver is. Maar omhoog lopen doe ik graag hardlopend en over het zand! Ik geniet er echt eventjes van, dat ik na 27 kilometer nog steeds wat kracht in de beentjes heb.

We maken een raar hoekje voor een uitzichtpunt. Mooi allemaal en ik geniet er ook van, maar ik word ook moe. Ik denk dat we de dertig net niet halen en dat is eigenlijk geen optie.

Vandaag geen tijdslimieten, maar we gaan wel omlopen om de dertig kilometer vol te maken. Er zijn veel hondjes en de route zou ‘op’ zijn na 29,5 kilometer. Grappig genoeg verdwalen we een beetje tijdens ons ommetje zodat het zelfs iets meer dan 30 kilometer worden! De warme chocomelk is verdiend! We hebben het gedaan, we hebben het droog gehouden en we hebben genoten! 4 uur en een kwartier hebben we er over gedaan. In ons eigen tempo.

En dat is echt geweldig! Ik ben er moe van, maar heb wel heel veel energie gekregen! Een warme douche en heel veel gourmetten maken het een compleet fantastische dag.

5 december. Na de inspanning van gisteren en het lekkere gourmetten, was vandaag een hele rustige dag! Ik sta toch stil met uitzicht op Skellig in mijn virtuele ronde door Ierland.

Ik ging ‘s morgens met Rob wandelen naar Almeerplant om een plantenspuit te halen. Die hebben we nodig voor het schoonmaken van de douche. Klinkt wat raar, maar zo is het! Toen Vincent ging zwemmen, gingen Rob en ik nog een keer wandelen! Eerst naar het drukke centrum van de stad voor snoepjes voor Rob en daarna door ons onbekende wijken achter het centrum. Bijna tien kilometer gewandeld op een rustdag. Maar toch is dat een rustige dag voor mij!

6 december. Ik ben afgevallen! Ondanks het gourmetten en dat ik pas dinsdag ben begonnen! Dat voelt als een goede start. Vincent moet Duits leren. En dat doen wij wandelend. In het koude bos. Herhalen we alle schoolvakken in het Duits.

Later op de dag, als het buiten donker is, zoek ik de Tacx weer op en start ik Zwift. Nu leert Vincent vanaf de bank de woordjes aan mij! Hij ziet ze zelf dan ook elke keer langskomen. Ik moet bekennen dat ook voor mij ‘buchstaben’ even nieuw waren. Ik trap me suf door de heuvels van Surrey! Als ik na een uur klaar ben, draaien we het om en fietst Vincent een stukje door Londen, terwijl hij Duitse woordjes leert. Al sportend leren: ik vind het niet zo erg!

7 december. Ik kan maar geen genoeg krijgen van de Zwift wereld! Ik werk de hele dag met wat extra uren die ik einde van de maand wel kan gebruiken om vrij te zijn. Ik fiets een rondje door Londen op hoog tempo. Ik stayer van de één naar de ander! Het regent in Londen, net als het buiten de hele dag in Almere heeft gedaan.

Toch ga ik met Vincent hardlopen, direct na het fietsen. We gaan kersthuisjes halen bij de Action. Ik merk dat mijn benen het wat moeilijk hebben! Het is koud en ik heb een rugzak bij me. We gaan niet snel en het hoeft ook niet ver. Een dikke 2 kilometer naar de Action toe en dan weer terug. We hobbelen maar wat en ik vind het zielig voor Vincent, want het gaat zo langzaam! Bij de Action is het druk en benauwd met dat mondkapje, maar wij zoeken zorgvuldig 4 huisjes uit. En dan hobbelen we weer terug.

Ik heb zelfs een loop- en foto-pauze nodig! Vincent versnelt zo nu en dan – akelig moeiteloos ;( We halen 5 kilometer in iets van 33 minuten. Fijn zo!

8 december. Of ik mee ga lunchlopen, vraagt Manuel. Het is koud buiten en ik moet hard doorwerken, maar een frisse neus halen wil ik wel! Als we maar rustig aan doen en lekker door het bos gaan. Ik zoek de handschoenen op onder uit de kast en een buff en dan nog even een collega helpen en dan opschieten naar Manuel toe. We kletsen de hele weg. Ohja, met handschoenen aan is het horloge aanzetten een kunstje!

En als je onderweg een foto wilt maken, moet je flink prutsen. Dat is eventjes wennen, haha! Ik merk na een kilometer of 6, 7 wel dat ik leef op beetjes yoghurt en wat fruit. Al met al maak ik d 9 kilometer vol met gemiddelde van 6:11, dus ik klaag niet!

Aan het einde van de werkdag moet ik nog wat energie kwijt en ga ik ‘terug naar Innsbruck’. De training die vorige week vervelend was omdat ik de berg niet ‘voelde’, was vandaag heel anders nu ik de stijgingen wel degelijk via de Tacx doorkreeg! Het was ploeteren en zweten! Met een glimlach, dat wel. Ik ging harder en was meer gefocust. Bijna 10 minuten van het PR af!

En toen ik naar beneden ging…. WOW…. ik heb (virtueel) 90 gefietst! Dan gaat het filmpje wel heel snel voorbij. Toen nog de ronde afmaken. Waar ik vorige week 78 minuten over deed, deed ik vandaag 64 minuten over!! Bij 1 van de sprintjes stond ik zelfs in de top tien vandaag. Ik stapte met een dikke grijns van de Tacx af.

9 december. Tijdens de lunchwandeling word ik nog gebeld! ‘s Avonds wil ik even op de Tacx. Ik rijd het rondje Frankrijk de andere kant om en onderweg app ik en ben ik nog bezig met vanalles. Pas als ik er in kom, merk ik hoe lekker het gaat. Ik stayer lekker op tempo achter iemand aan.

Tot de sprint, dan scheur ik hem voorbij! Ik heb haast mensen, want ik moet op tijd ‘thuis’ zijn voor de boodschappen. Ik zoek weer iemand om even achter te hangen tot ik de klok van de Picnic hoor tikken en dan trap ik er weer vandoor. Allemaal bedankt, ik fiets 25 kilometer met een gemiddelde van 31,4 en ik ben op tijd voor de Picnic aanbelt!

10 december. Ik werk behoorlijk hard en ook wat extra. Ook al ga ik tussen de middag graag een frisse neus halen met Rob en Manuel, ik maak deze week aardig wat overuren! Daarom stop ik op deze donderdag eerder. Ik ga met MW lopen. Zij moet mee in mijn rustige tempo om even bij te kletsen! MW masseert mij ook, maar nu gaan we dus even lopen door het Kotterbos.

Ik wilde achterlangs lopen, maar ohja- dat is dicht, dus we gaan over de Natuurbrug. MW vertelt een hoop en het is hartstikke goed dat ze het even kwijt kan. We lopen het hele bos door en het gaat me beter af dan ik verwacht had. Ik hou van dat moment waarop de zon ondergaat. Weer loop ik 9 kilometer in een tempo van 6:10. Na het eten gaat Vincent hardlopen en Rob en ik gaan wandelen. We gaan naar het strandje en lopen 6 kilometer in 65 minuten. De kou viel me mee.

11 december. De ochtend werk ik en ‘s middags gaan Vincent, Joyce en ik hardlopen op de Kemphaan. En niet zomaar! We gaan ook Kolonisten van Catan ‘spelen’. PL heeft een route van 15 kilometer met onderweg steentjes waar de grondstoffen op geschreven zijn. Steen, hout, erts, schapen en graan. Die moeten we verzamelen tot we er punten mee kunnen maken. Daar hebben we Vincent voor meegenomen! Ik merk dat ik erg moe ben en wil heel erg rustig lopen. De hormonen maken mij niet beter. In de eerste kilometer vinden we 3 steentjes. Dan lopen we zowaar over een hele serie nieuwe paden achter het klimparcours.

We vinden wel hele grote stenen, maar geen kleintjes. Het lopen vertraagd, maar dat vind ik niet erg. Na een kilometer of 2,3 ben ik al behoorlijk moe. Niet speciaal mijn benen of een hoge hartslag, maar gewoon helemaal moe. Ik ga wandelen en de rest moet mee. Veel te kletsen heb ik ook niet, of in elk geval ontbreekt het enthousiasme. Vincent en Joyce kwebbelen wel. We moeten soms stoppen voor modder en ik vind het allemaal prima. We vinden nauwelijks steentjes en dat haalt de spirit er nog verder uit. Ook het sombere weertje maakt het niet beter.

We doen 3 kwartier over 5 kilometer, wat het ook niet beter maakt! En toch is het simpelweg gezellig. Heel erg rustig, maar we vinden geen stenen meer! Het is dan ook allemaal nat en elk blaadje zou ook een steen kunnen zijn. Als Vincent een kort stopje moet maken, komt hij opeens met een half verweerde steen aanzetten waar hout opstaat.

We lopen onder de 305 door en gaan het mooie P-paadje door, wat opeens onze Grijze Jagerspad blijkt te zijn! Dan zwerven we verder over de Kemphaan. Het tempo en mijn energie wordt er niet beter op. We wandelen meer dan we rennen en ook Vincent vindt dat niet erg. Maar het wordt wel steeds koeler! Ineens vinden we weer een serie met stenen. Voor tien kilometer hebben we meer dan anderhalf uur nodig en ik stel voor het Schapenbos over te slaan. Ik ben het zat en ik ben erg, erg moe. We joggen nog kleine stukjes en lopen over het zintuigenpad, maar we willen alledrie graag klaar zijn. Uiteindelijk komen we tot 13 kilometer.

De regen viel mee, maar het is intussen echt afgekoeld en het wordt ook wat donker. Dit was één van de keren dat ik echt beroerd liep, maar het was wel gezellig. We hebben te weinig stenen verzameld om punten te scoren.

‘s Avonds eet ik lekker heel erg veel pannenkoeken en dat helpt wel een beetje. En een warme douche helpt ook.

12 december. Ik wilde even lekker fietsen. 45 Minuten voor de Ironman. 40 Kilometer voor de badge van Garmin. En veel hoogtemeters voor de Everest-uitdaging van Zwift. Dat zijn nogal wat conflicterende elementen! Ik stap gewoon om 11 uur op en ik ga een bergje doen van 40+ kilometers. Onderweg begin ik me te ergeren aan het poppetje wat mij voor moet stellen, die elke keer staat op haar fiets. Dat doe ik nooit!

Al trappend merk ik dat het komt door mijn cadans: is de cadans onder de 70, dan gaat de Anke-avatar staan. Dus hou ik de cadans boven de 70, maar hoeveel slomer gaat dat dan! Daar erger ik me nu weer aan. Ik weet wel dat ik meestal in een veel te zware versnelling sta en mijn knieën kunnen dat beamen, maar als ik nou eens een hele tijd ga trainen op een hoge cadans: word ik dan beter? Al klimmend stuur ik de trainer een appje. Dat doe ik normaal ook niet op de fiets, maar nu sukkel ik al append en fotograferend omhoog.

De cadans went ook en het venijn zit in de staart van de kom (de klim): ik ben een minuut sneller als de vorige keer! Tot zover kan ik zeuren over het tempo, maar het gevoel is dat het veel langzamer gaat! Ik pak de extra hoge berg mee nu het ‘dag’ is in Zwift. 14%, 15%, 17%. Alle fietsertjes staan en ik kan ook niet anders!

Maar ik kom weer boven en vlieg daarna omlaag in een fractie van de tijd die het kost om te klimmen. Dan ga ik naar de jungle, want ik scoor wel aardig wat hoogtemeters, maar de hoeveelheid kilometers, daar moet nog aan gewerkt worden. Ik ga door de Jungle. Het nadeel van de jungle is de materie waar de weg uit bestaat. Dat is een soort zand en dat is minder geschikt voor racefietsen zoals ik heb gekozen in Zwift. Onderweg kan ik niet wisselen, dus ik moet het lagere tempo accepteren.

Het is wel mooi met glinsterende grotten, watervallen en mayatempels. Alleen begin ik een beetje trek te krijgen. En ik zit nog niet aan de 40 kilometer. Ik neem op het einde nog een verkeerde afslag en zo kom ik aan 800+ hoogtemeters en 42 kilometer. Ik heb daar dan wel 2 en een half uur over gedaan!

Een paar uur later antwoordt de trainer: zeventig is echt te laag! Ik moet door naar tachtig of negentig omwentelingen per minuut. Dat levert me dan betere looptijden op in een triatlon en als ik de hogere cadans een hele winter train, zal er spiergewenning optreden. Ik heb spijt dat ik het heb aangekaart en dat zal ik nog wel vaker krijgen, maar ik ga het wel proberen!

‘s Middags ga ik met Rob wandelen als Vincent zwemt. We lopen door de regen, door Muziekwijk-Zuid en door Literatuurwijk. Kletsend, nieuwe straten bewonderend, letters zoekend en kilometers makend. We lopen 6 kilometer en dan zijn de jassen nat.

Zondag 13 december. Ik ben weer minder zwaar! En nog wel in deze tijd van de maand. Dan appt Joyce me dat ze gaat fietsen, nu het nog even lekker weer is. Ik vraag wanneer en als ze ‘nu’ zegt, ben ik blij dat ik mee mag! Ik kleed me snel warm aan, terwijl Rob de banden van de ATB oppompt. Het is zonnig en saampjes fietsen we lekker richting de Knardijk. Rondje Oostvaarders, heb ik argeloos gevraagd en Joyce heeft ‘ja’ gezegd. We kletsen, nou ja, ik. Ik voel me weer beter. Bij de paarden stoppen we even.

Daar dringt het tot me door dat Joyce nog nooit het rondje heeft gefietst! Ze is nog nooit langs het Oostvaardersveld gefietst. Of over de Knardijk gereden. Gelukkig is het vandaag vrijwel windstil. In elk geval stiller dan ik! Op de dijk zullen we straks wind tegen hebben, dat had ik al bedacht. Gelukkig is het niet zoveel. Maar voor Joyce is het best een stopje waard.

Ik vind het heerlijk, dat we zo in december nog lekker buiten kunnen fietsen! De meiden hebben een uitje op het strand, maar ik vind met een groepje niet verantwoord op dit moment, terwijl ik niet naar mijn (schoon)ouders mag! Op de ellenlange dijk maken we nog een extra pauzetje om van het uitzicht te genieten. 😉 Joyce wil vandaag natuurlijk de 40 kilometer vol maken, maar ik wil de laatste F1 race zien. Ik haak dus ietsje eerder af en ben na dik 35 kilometer precies om tien over 2, als de race start, weer thuis. Dat was me een weekje vol met sporturen: als je ook het wandelen meetelt, kom ik op 14 uur uit. Zonder het wandelen zit ik altijd nog op 11 uur. Dat krijg je als je alles lekker rustig aan doet!

Maandag 14 december is lekker een rustdag. Qua sport. Ik kom nergens toe met de onrust die van een nieuwe lockdown uitgaat. Dus ga ik op tijd naar bed.

Dinsdag 15 december. Een lunchwandeling met Manuel en daarna een middag hard werken. Om half 5 mag ik gaan hardlopen, samen met Vincent. Vincent heeft opeens vakantie en heeft niet zoveel zin, maar ik moet even kijken of ik nog wel weet hoe het moet met hardlopen. Vrijdag leek ik het even verleerd… Het gaat eigenlijk wel lekker. We kletsen en kwebbelen en het is nog langer licht als je denkt.

Grappig dat ik bij zo’n hoog tempo en met zo weinig voedsel nog gewoon 10 kilometer per uur kan lopen. Pratend. We stoppen even voor een foto van de koeien.

Bewerkte foto

En lopen en kletsen weer verder. Ik hoor in detail de schooldag, wie er in de klas bijkomen en wat ze bij gym deden. We nemen het ‘nieuwe’ pad. Omdat het voor ons allebei wel lekker gaan, maken we er het 7 kilometer rondje van. 5 Kilometer lopen we in 29:57 en de laatste 2 kilometer lopen we iets rustiger. Daar zijn wat andere mensen. We lopen 7 kilometer met een gemiddelde van 5:59 en dat valt me enorm mee! Lekker gelopen.

‘s Avonds ga ik nog lekker eventjes fietsen. Nou ja, lekker….. Ik ga me 3 kwartier bezig houden met cadans! Eerst tien minuten infietsen en dat is lastig, want ik heb geen hartslagmeter aangesloten op de Tacx. Dus ik moet een beetje gokken met de hartslagzone. Ik probeer maar meteen een hogere cadans uit, dan is het dadelijk niet zo erg, dacht ik. Nou, twee minuten op een cadans boven de 100 is best lastig! Het viel me tegen.

Maar het is ook vol te houden. Het tempo wordt niet eens zoveel lager. Dan heb ik drie minuten rust. Ik tel het uit met de klok erbij. Elke 5 minuten doe ik dus 2 minuten ellende en weet je, dan zijn die drie minuten met een cadans boven de 80 nog steeds een eitje! Ik doe het 7 keer en dan fiets ik nog even uit. Ik ben niet eens heel erg langzaam en dat verbaast me misschien nog wel het meest.

16 december. Weer een dag hard werken en tussen de middag even met Rob een frisse neus halen. Ik heb vandaag de haal-het-doel-dag. Voor Garmin wil ik dit jaar op 200 punten komen met alle uitdagingen. Ik sta ‘s morgens op 199, dus ik ga fietsen straks: nog 8 kilometer en dan krijg ik er een punt bij voor de fietsafstand van de maand! Ik reken echter buiten het wandeldoel, waar ik ook vlak bij zat. En daar krijg ik twee punten voor. Dus opeens zit ik al op 201! Toch stap ik ‘s avonds nog even op de fiets. Vlak stukje Innsbruck.

Ik hou de cadans hoog, in elk geval boven de 70 en liever nog richting de 80. Dat voelt al iets beter aan. Voor een stukje trappen van 10 kilometer hou ik mijn sportbroek aan tegenwoordig! Ik haal het net niet binnen 20 minuten. Tweehonderdentwee punten. Het uitlopen van de Ring of Kerry stel ik uit tot morgen.

17 december. Die laatste dagen op het werk zijn altijd zo druk en hectisch en onrustig! Alles moet ‘nog even’ afgerond, nieuwe plannen opgezet, straks hebben de anderen weer vrij. Gisteren heb ik het puntendoel van Garmin gehaald, vandaag wil ik de Ring van Kerry vollopen die ik voor mijn verjaardag heb gekregen. Ik begon op 12 november aan de tocht van 200 kilometer en die vulde ik alleen maar in met hardlopen. Ik dacht er 47 dagen over te doen, maar we zijn 35 dagen verder. Tussen de middag, in het licht, ga ik samen met Vincent op weg.

Met mijn hoofd tussen de verschillenanalyses en Audition-updates. Dat loopt een beetje lastig en onnodig zwaar, maar ik kan er niks aan doen. Vincent huppelt naast me en moedigt me aan. Hij doet de band en telt de kilometers af. We moeten er 7,5. Een groot rondje langs de Oostvaardersplassen. Ik puf en diesel me er doorheen. We gaan even foto’s maken op de Jan van den Boschheuvel.

Het is lekker weer: beetje zon, graadje of tien. We lopen langs het centrum en over het ‘nieuwe’ pad, wat nu wel verdacht dicht langs de weg ligt. Maar als je die wegdenkt, is het volgens Vincent wel een beetje Ierland. We lopen langs het water en daar staan ook vandaag runderen. Vincent kwebbelt en doet de kilometertoeter.

We maken een klein ommetje bij de Kotterbosbult en als we de 5 kilometer binnen 30 minuten hebben gelopen, maakt het me niet meer uit. We gaan óver de Kotterbosbult met de trap, heel rustig omhoog. En dan terug naar huis. Nog 2 kilometer voor ik me weer over plausibiliteitstoetsen en de kerstpubquiz-borrel mag buigen! Vincent ontdekt dat ik helemaal niet mijn hele leven heb hardgelopen en zelfs nog niet het grootste deel van mijn leven. Vlak bij huis zitten we op 7,5 kilometer. De Ring van Kerry is gelopen!

Dat was een prachtig virtueel kado. Iets wat je niet vast kunt houden, wat nauwelijks tastbaar is, maar in mijn hoofd o-zo aanwezig! Ik wacht de medaille af, maar de trots is er al!

De Ironman-medaille

Dan is er nog een medaille die ik deze maand ontvangen heb, maar die ik al eerder heb verdiend. De uitdaging bestond uit 5 onderdelen:

  • Tussen 4 en 6 september stond er 1 kilometer zwemmen, 25 kilometer fietsen en 6 kilometer hardlopen. In dat weekend zwom ik het rondje Pampus, maar ik had nog niet zo goed door hoe het werkte. Je mag alledrie de afstanden los van elkaar doen. Ik doe het fietsen wel, maar dan blijkt de wedstrijd niet op vrijdagnacht, maar op vrijdagmiddag pas te beginnen. Dan heb ik al gefietst! Toch blijk ik later de wedstrijd te mogen inhalen en dan lukt het me prima, dan doe ik op 1 vrijdag gewoon alledrie de onderdelen. Dit is het speed-blok, maar snelste ben ik echt niet.
  • Een week later, tussen 11 en 13 september, heb ik het door! 50 Kilometer fietsen combineer ik met 1,5 kilometer hardlopen. En de volgende dag ga ik samen met Vincent 12 kilometer lopen. Strength – qua doorzettingsvermogen zeker om drie dagen achter elkaar triatlon-onderdelen te doen!
  • Weer een week later hoeft ik bijna niks te doen. Het gaat om tijd bij IronmanVR24. We doen de 20 minuten hardlopen – 40 minuten fietsen – 30 minuten hardlopen als 1 run-bike-run, Vincent en ik. Vincent iets harder dan ik. Knowledge = kennis. Hij is een stuk jonger, lichter en krachtiger dan ik, maar ik doe ook mijn uiterste best!
  • De grootste uitdaging volgt in het laatste weekend van september. 56 Kilometer fietsen terwijl het weer op zijn zachtst gezegd is ‘afgezwakt’ valt niet mee! Zeker niet als je halverwege dan ook nog een klapband krijgt op een vrijdagmiddag in de regen. Ik stop de training niet en vervolg ‘m de volgende dag. Met een tijd van twintig UUR wordt ik allerlaatste in dit endurance-blok, maar uithouden is het zeker! Ik hardloop in plaats van zwem en samen met Vincent loop ik op zondag een trail van 13 kilometer over de Kemphaan. Over Endurance gesproken… Ik begin al van de medaille te dromen.
  • De laatste uitdaging doe ik weer samen met Vincent. We fietsen 25 kilometer, lopen 1 kilometertje zonder onze hardloopkleren aan te doen en op zondag lopen we samen tussen het leren door 6 kilometer met nieuwe rugzakjes. Voorbereiding. Maar niet om in 1 week of weekend of dag de virtuele hele van Hawaii te doen, maar voorbereiding op toetsen!

Zo heb ik alle opdrachten volbracht! Ik bestel de medaille en wacht er lang op. Maar als ik hem dan in handen krijg, is ie nog mooier dan verwacht! 5 stukken die met magneten bij elkaar worden gehouden. Ik heb ‘m dubbel en dwars verdiend!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Protected: Don’t Quit – wachtwoord aan te vragen bij Anke

This content is password protected. To view it please enter your password below:

Categories: Geen categorie | Enter your password to view comments.

2020-41

Dinsdag 24 november. Tussen de middag gaan Rob, Manuel en ik een stuk wandelen. Frisse neus halen. ‘s Avonds ga ik zwemmen bij TVA. Eén van de laatste keren! Ik ga in baan 2 ‘vieren’ dat ik intussen heb leren zwemmen! Bij het inzwemmen heb ik zelf de belangrijke oefeningen gedaan: slepen, bijleggen en ademhalingen tellen. We hebben een leuke les, want we gaan gewoon op tijd zwemmen. Ik zwem achter MvZ aan. Hoeft ik zelf niet na te denken, want een luie zwemmer ben ik zeker! We gaan iets van 4 minuten kalm en 1 minuut snel. Prima!

Later gaan we nog een keer 30 seconden snel en 3 minuten rustig aan. Ik doe mijn achtje weg en op het eind red ik de versnelling niet meer. Zo grappig: deze trainer heeft mij in het allereerste begin de basis van de borstcrawl uitgelegd in het pierenbad. Nu stoppen we er beiden mee: hij als trainer, ik als zwemmend lid.

Woensdag 25 november. Tussen de middag wandelen we weer, maar nu iets minder ver. Als Vincent ‘s avonds gaat zwemmen, zou ik gaan hardlopen over het strand bij Duin, maar ik heb geen zin. Ik roep dan ook heel hard ‘ja’ op Robs voorstel dat hij mee gaat wandelen! We rijden door richting het strand en Almere Duin en daar wandelen we over het zand en door de heuvels van Duin. We komen steeds in de knoei en dwalen wat, maar het is wel superlekker. We lopen langs de auto naar het andere strand en daar zijn we ook alleen en hebben we het hele donkere strand voor onszelf.

We lopen weer terug en dan vergis ik me en moeten we langs de drukke weg. We wandelen dik 6 kilometer! Maar voor mij…. is dit de rustdag.

Donderdag 26 november. Tja, dan moet ik maar eens gaan hardlopen, anders verleer ik het nog! Vincent gaat naar de atletiekbaan en het regent. Mijn Garmin horloge stelt me voor om een dik uur te gaan en na tien minuten inlopen zou ik dan 50 minuten op 5:50 moeten lopen. Dat klinkt me vrij snel in de oren. Maar als mijn VO2Max daardoor verbeterd, dan zal ik het maar proberen. Al zie ik er wel tegenop, want ik heb geen idee of ik dat (nog) kan! Het inlopen lukt me nog wel, al ga ik met 6:30 iets te snel. Ik loop langs de ene kant van de Vaart heen en aan de andere kant zal ik dan terug lopen. De regen valt mee. Dan moet ik over naar 5:50 en ik zet aan. Ik zal zien hoe ver ik kom. Na de eerste kilometer blijk ik op 5:43 te zitten, dus dat begint goed! Ik krijg maar moeizaam uitgerekend hoeveel ik zou kunnen lopen in 50 minuten. Aan de ene kant gaat het lekker, aan de andere kant twijfel ik hoe lang ik dit vol kan houden en vind ik het niets gemakkelijk. Ik hou het tempo rond de 5:40 aan. Ik vergis me bijna in de brug en stuit op een busbaan die afgesloten is. En dan aan de andere kant weer door. Ik hou het tempo prima vast. Ik moet nog een keer stoppen om mijn veter te strikken en dan weer snel door!

Ik moet verder lopen als ik had gedacht en op het laatst gaat de kilometertijd toch netjes richting de 5:50 (5:49 dan). Ik loop om het Fanny Blankers Koen Park heen en dan zitten de 50 minuten erop. Ik heb bijna 9 kilometer gelopen in die tijd. De tien kilometer haal ik binnen een uur en ik wandel en dribbel rustig terug naar de atletiekbaan.

Vrijdag 27 november. Ik ga fietsen. Voor Garmin wil ik de badge 4-uur-indoorfietsen scoren. En de badge 50-miles-indoor-fietsen. Dat is prima te combineren. En met Zwift zie ik die uitdaging ook wel zitten! Ik ga niet alle bergen over, maar ik bel met mijn zusje. Ik ga over de vlakke zandvlaktes en rij een heel stuk met een Belg op.

Dan ga ik naar de vulkaan en terwijl mijn zus vertelt hoe zijn Sinterklaas vieren, doe ik toch een stukje klimwerk. En dan weer terug over wat ik het basiseiland noem. Na een kilometertje of 40 ben ik weer op de zandvlaktes. We kletsen nog steeds. Ik ga nog een keer de zandvlaktes over en rijd nu door langs de dino’s en de sequoia’s.

Ik zie een beer uit de boom vallen. Het tempo waarin ik fiets vind ik niet zo spannend, ik ga vandaag voor lang en veel. Onderweg maak ik een hele hoop foto’s (screenopnames). Ik rij door de aquatunnels en dan zijn we uitgekletst. Het is lunchtijd. Na 66km n 3 uur stap ik af. Het laatste stukje en uurtje zal moeten wachten tot na de lunch. Ik heb trek en moet mijn bidon bijvullen. Als Vincent ook weer thuis is, spring ik weer op de fiets. Ik heb bedacht om langs de maya-tempels en de jungle te gaan fietsen.

Daarvoor moet ik wat klimmen en de wegen zijn daar onverhard, dus snelheid is nog verder te zoeken. Dan zit ik op 80 kilometer en dat is 50 mijl! Ik moet de 4 uur nog volmaken en besluit het laatste niet-berg-weggetje te nemen in Watopia over de boulevard. Ik neem de meest vlakke route langs de vulkaan. Dan fiets ik nog terug naar het startpunt op de zandvlakte. Dan worden het 93 kilometer. Net als bij de Almere-triatlon. Vincent staat erbij en zegt dat ik dan maar tot 95 door moet gaan. Mijn zin is aardig op en ik ben de 4 uurs grens ook gepasseerd. Ik maak er geen 100 kilometer meer van en stap tevreden af.

28 november. Joyce en ik gaan trailen! Nog verder dan vorige keer. Mijn knie doet zeer, mijn blaar verhindert dat ik mijn rugzak kan dragen, mijn benen zijn vermoeid. Maar we gaan rustig aan doen. En het is niet te ver weg, we gaan naar het Hollandse Hout en het Oostvaardersveld aan de andere kant van de Oostvaardersplassen. Ik ben benieuwd waar we in mogen! Joyce heeft een nieuw horloge zodat zij ook de route kan bekijken. 25 Kilometer staan er op de planning. Het is somber en mistig buiten. We hebben om half tien afgesproken in het Hollandse Hout in Lelystad. Joyce reed daar vorige week (op de Harley) langs en zag allemaal leuke paadjes, die we vandaag gaan proberen. De route hebben we van Strava gehaald, die heeft een (snellere) runner 2 jaar geleden in juli gelopen en is precies de afstand die we nodig hebben! En precies dát zal ons nekken….. Mijn idee was om heel rustig te starten en dan op het Oostvaardersveld iets sneller te gaan lopen. Starten echter in de eerste kilometer met noodgedwongen wandelen zat niet in mijn planning! Er was namelijk enkeldiepe modder waar we doorheen moesten ploegen.

Waarbij je schoen met elke stap weer volloopt. En je vastzuigt. Dus van hardlooptempo geen sprake, want we moesten nog een stukje en dat doe je toch het liefst mét schoenen aan! Ik loop tegenwoordig op mijn trailschoentjes. Die lopen het lekkerste op onverharde ondergrond en daar geven ze me dan ook echt vertrouwen. Maar niet in de Flevolandse modder-slik! Na de eerste kilometer in wel een heel laag tempo, kwam de volgende. Er had een pad moeten zijn. Er was ook iets wat begon als pad, maar ophield met pad-vorm vertonen naarmate we verder het bos in kwamen. Tot elke vorm van logische route ontbrak. Wat 2 jaar geleden in de zomer misschien wel duidelijk was, was nu Flevolandse wildernis.

En dan kan je nog zo’n mooi horloge hebben, die prachtig de route weergeeft, zo zonder pad is het toch een kruip-en-sluip-spel geworden! Ik bedoelde iets anders met “de eerste kilometers rustig aan”! Dit was wel heel rustig! En avontuurlijk. Zo ken ik het ‘saaie’ Hollandse Hout helemaal niet. Ik herinner me brede paden, maar geen wildernis! Ondoordringbaar is het niet, maar vertragend werkt het wel. We lopen richting de route die inderdaad op iets stuit wat een pad had kunnen zijn, maar veel begaanbaarder wordt het niet! Dan komen we op een brede weg en na 2,5 kilometer kunnen we eindelijk gaan hardlopen! Of noem het joggen, want mijn knieën, voeten en rug voelen de fietskilometers nog! Zoals gewoonlijk overruled het hoofd en moeten de onderdanen door. De brede wegen zoals ik het Hollandse Hout ken, nemen nu de overhand. En wij laten ons niet meer verleiden tot modderig uitziende ommetjes. We blijven op de brede wegen! We lopen nu zomaar kilometers in 6:50 en dat houden we nu een tijdje vol. Ondertussen kletsen we gewoon door. Waar we ons in het Hollandse Hout bevinden ben ik een beetje kwijt. We lopen onder het spoor door en langs vele waters. We zien nergens iemand. Na 6 kilometer komen we weer in een bak modder terecht en ik neem een gel.

We schuifelen tussen de drek door en komen dan op het fietspad. We gaan in tegenstelling tot de route die we al een tijdje kwijt zijn, rechtdoor langs het scheepswrak.

Dan lopen we door het bos. In mijn virtuele wereld zijn we bij Waterville! Dat ligt op de Ring of Kerry, de route ik als verjaardagskado heb gekregen en we lopen vandaag (als alles meezit) door Baile na Sceilige. Aangezien de helft van mijn gesport tegenwoordig virtueel is, kan ik hier prima over vertellen en fantaseren! We stuiten weer op het fietspad en welke kant we op moeten, zoeken we uit door de routes te vergelijken op de horloges. De officiële route hebben we niet helemaal gevolgd! We lopen richting de sluizen het Hollandse Hout uit. Op naar het Oostvaarderveld, waar ik vaak langs gefietst ben en de kleine weggetjes ook heb gezien. Ik verheug me erop eens ‘naar binnen’ te gaan. We steken de Knardijk over en komen dan op een smal bospad. Ik heb een geen Ierse wereld nodig, want ik loop hier lekker te genieten in alle rust en grijsheid. We komen bij een mooi brugje.

Inmiddels zijn we een kilometer ‘verloren’ doordat we wat ommetjes hebben laten liggen. Dan stuiten we weer op modder. Door de koeien (of andere beesten) flink omgeploegd, zodat hardlopen weer wordt gereduceerd tot een wandel-sleep-pas. Dat is niet erg, want vandaag doen we een trail met hardloopelementen. Als oefening voor wat we later willen doen. We zijn er allebei content mee, dus dat is goed.

Over 10 kilometer doen we een tijdje, maar leuk is het! Door alle modder en het ontbreken van de paarden, valt het Oostvaardersveld me wat tegen. Dat motiveert me niet echt.

Dan een zeer modderig heuveltje op. En af glijden, maar leuk is het wel! Op dit stuk zijn best een hoop wandelaars. Ik moet even ademhalen en wandelen, want ik ben moe en de teleurstelling, het grijs, de modderige ondergrond en de lengte (die we nog moeten lopen) speelt me parten. Ik pak het wel weer op en we joggen weer door het bos aan de rand van het veld op terrein waarvan ik het bestaan alleen maar kon vermoeden. Mijn schoenveter zit vandaag tot 2 keer toe los, wat nooit gebeurt. Ik durf geen dubbele knoop te leggen, want die krijg ik straks nooit meer los. Dan komen we langs een bordje waar op staat dat we de route weer zouden moeten omleggen. We besluiten het bord te negeren en lopen een gebied in waar weer stilte heerst en rust. Dan stuiten we op de paarden. Overweldigend!

Tussen het water. Dat maakt onze burgerlijke ongehoorzaamheid goed. We nemen een ruime omweg om de grazende kudde heen, waardoor wij door de zomp moeten lopen en een pad moeten vinden wat er (weer) niet is. Dat is op het open veld makkelijker en dan is het hek dicht. Gelukkig leidt een soort van pad ons naar de hoofdroute terug. Daar dribbelen we weer verder. Tot de kleine Praambult! Dat is nog een kleine verrassing, waar ik ben er nog nooit (op) geweest.

We vervolgen onze weg door een mooie bomenlaan. 15 Kilometer inmiddels. Soms zegt de route “rechtdoor” en denken wij: waar is ons pad, maar dan blijkt er naast de weg toch een pad te zijn, wat later afbuigt het veld over. Het blijft grijs en mistig, maar het regent niet. Ik vind de mojo weer terug (of de gel doet zijn werk) en we hobbelen weer lekker door. Ik vind 10 Engelse Mijl altijd leuk klinken. Dan gaan we naar de andere kant van de Oostvaardersplassen, zo voelt dat voor mij en ik twijfel ernstig of we in dat gebied mogen komen. We gaan door een onbekend tunneltje onder het spoor door, geen idee dat dat hier lag! Naar mijn idee wandelen we meer dan we hardlopen, maar erg is dat niet. Het is druk aan de andere kant van de Oostvaardersplassen en we gaan proberen het rondje andersom te doen als de route ons aangaf. We zagen niet dat we er vlak bij het spoor af konden.

Dus lopen we over de brugjes en dan over het onverharde brede pad. Op het open veld is het koud. Het waait erg koel. We nemen een ommetje en halen nu onze kilometer in. Dat is goed te doen. Ik geloof dat we wegens drukte de vogelhut overslaan. Om de moed erin te houden, loop ik maar weer even door de virtuele wereld te dromen. Dan komen we bij de verlaten vogelhut op Wibgels Eiland. Klinkt leuk! Je kan er over het water uitkijken.

Als er andere mensen komen, volgen wij het fietspad. Dat vind ik moeilijker, asfalt lopen in de kou. Flinke wandelpas dan maar. Dan komen we ook op 20 kilometer uit. We lopen over het tunneltje en gaan dan naar beneden (terwijl we daarnaast over het pad hadden kunnen lopen). Dan gaan we langs het gesloten Buitencentrum. Ziet er ook wat mistroostig uit. We steken de parkeerplaats over en dan staan we op de Knardijk op een plek waar ik nog nooit ben geweest. Bij de elfenstraat.

We hebben in 3 uur en een kwartier een halve marathon gelopen. Die laatste kilometers gaan nu ook wel lukken! We huppelen over het Elfjespad, over de houtsplinters. Dan komen we bij nog een verborgen onderdoorgang van het spoor en daarna volgt…. weer modder, grote plassen over het gehele pad en nog meer drek. We zitten op 22 kilometer.

Vlak voor de laatste plas bedenk ik dat het me ook niet meer kan schelen en dat ik de volgende plas gewoon door zal stampen. Het blijft bij 1 plas. Bos, Hollandse Hout en brede paden. Gewoon maar doorlopen, denk ik bij mezelf.

Het is de zeldzame dag dat Joyce keer op keer voor mij uit loopt en stiekem geniet ik daar een beetje van, want ik vind het stoer van haar. Het is meestal omgekeerd. We komen op 24 kilometer en de tijd kan me echt niet meer schelen. We zijn rond en kijken uit op het hek waarachter de modder ligt en daarachter de auto’s. We zijn de modder beu en nemen het grote pad. We moeten immers nog een kilometer! Het brede pad volgen we, ook al gaat het niet de goede kant op. We maken 25 kilometer vol binnen 4 uur.

Dan gaan we wandelen. Ik voel de sjacherijn overal in me. Te weinig voeding. Ik wil naar de auto, maar Joyce wil niet meer door de modder. We lopen over het fietspad naar de weg. Ik heb op dit moment overal een hekel aan en ook aan de weg en de omweg en het asfalt. We komen op 26 kilometer uit en dan gaan we op de weg op het fietspad maar weer dribbelen tot aan de auto. Dik zesentwintig kilometer. Duurde het lang? Ja. Gingen we snel? Nee. Was het verrassend? Mhwah. Was het leuk? Ja! En dan schoenen en sokken wisselen en Joyce heeft warme chocomelk in een thermoskan bij zich! Ik eet veel koekjes en monter wat op.

Thuis ga ik eerst in de douche om mijn voeten te boenen en dan… naar het zwembad. Eerst een uur rusten als Vincent zwemt en daarna ga ik ook zwemmen. Voor de allerlaatste keer bij de TVA. Vanaf 1 december ben ik geen lid meer. Niet omdat ik de trainingen of mensen niet leuk vindt (nou ja, een hoop mensen vind ik niet zo tof) of omdat ik dit jaar weinig trainingen heb gehad door Corona, maar juist doordat ik zoveel alleen heb kunnen trainen! Ik heb niks gemist, nog geen 5 keer gedacht “oh wat jammer dat die en die training er niet is”.

Ik zwem in baan 2. Met achtje. Grotendeels. Dat heb ik mijn benen beloofd. Ik zwem achteer AR en MvZ. Dan moeten we 2 keer 50m benen doen! Ik doe het nog ook… En mijn benen ook. We gaan ook zes hondertjes zwemmen, waarvan ik de helft zonder achtje doe. Wel zo prettig dat mijn hersenen niet in mijn onderdanen zitten, haha. Ik vind alles best, en ‘een lekker tempo’ vind ik hard genoeg. De laatste baantjes ‘vier’ ik dat ik bij de TVA toch maar mooi heb leren zwemmen. Ook zonder achtje kan ik moeiteloos 100 meter zwemmen.

Met dank aan Margreet Bennis voor de foto’s!

Ik zwem meer dan 2000m en dan bedank ik de trainer voor alle trainingen. Ik klets nog even na. Dan voel ik me nog steeds prima! Ik heb gisteren 95 kilometer gefietst, vandaag 26 kilometer gelopen en nog een stuk gezwommen. Voor mij is dat intussen best gewoon geworden. Ik weet nog dat iemand ooit kwam uitzwemmen na haar marathon en dat vond ik een wonder. Maar nu vind ik het normaal geworden. Dat is wat er in een paar jaar tijd gebeurd is.

Hardlopend krijg ik een kaart uit Waterville. En als ik kijk waar ik sta: Boven op de heuvel die uitkijkt over Skellig Island! Hier blijf ik graag een paar dagen hangen. Ik denk dat ik een hoekje zoek in die ruïne daar, om de kou te doorstaan!

29 november. Een dagje rustig aan. Ik heb niet echt ergens last van, maar ik voel wel mijn voeten (die pas na een voetenbadje een beetje schoon ogen), zadelpijn van vrijdag, beetje stram: maar het mag geen naam hebben. Op zondagavond ga ik ‘samen met Vincent’ op “Berenjacht”! Op de Zwift. Ik heb een beer zien klimmen vrijdag en die viel en nu wil Vincent die ook zien en ik wil rustig uitfietsen. Lekkere combi. Hij zet muziek voor me op, regelt de foto’s en ik ga over het zand van de canyons.

Ik verbeter mijn PR op de La Fuego sprint met 9 seconden en ik laat Vincent de dino’s zien. De beer laat zich moeilijk vangen. Zijn we ‘m voorbij…. of nog niet…. Is ie er nog een keer? Of is het te druk? We zoeken de juiste bocht. Het wordt donker. Vincent vindt de dino’s gaaf. En dan is ie er opeens toch! Vincent maakt snel een filmpje en de beer valt weer uit de boom als hij bijennest wil pakken.

Ik fiets nog langs de slingerweg en de warmwaterbronnen en dan weer over de vlakte. Vincent gaat richting bed. Ik fiets alle ongemakken eruit en mis het einde van de route. In een maand tijd ben ik naar level 10 gegaan. Ik heb bijna 500km gefietst (als ik daar op had gelet had ik nog 3 km extra gefietst vandaag) en meer hoogtemeters gemaakt dan ooit tevoren!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-40

Zondag 15 november.
Ik ga lopen met MBB. We gaan ‘s middags, maar dat is het moment dat het gaat regenen. We gaan toch! Natuurlijk: MBB heeft al een stuk of wat hele triatlons gedaan en die schrikt ook niet terug van een beetje regen. Nu is ze moeder van 2 jonge kindertjes en is sporttijd en -energie wat gelimiteerd. We proberen al weken een keer samen te gaan lopen en vandaag gaat het gebeuren! We hoeven niet hard of veel. MBB loopt altijd in blokjes en vandaag mag ik met haar mee. 9,5 minuut rustig tempo, dan 30 seconden versnellen en daarna 1 of 2 minuten wandelen. Dat is het hele idee! Rob zet me af bij het huis van MBB. MBBs horloge doet het niet zo best, dus ik moet de tijd in de gaten houden tijdens het kletsen.

We gaan over de nieuwe brug langs de 305 en ik wil over een nieuw fietspad onder de A6 door en dan lopen we over het industrieterrein. Daar wandelen we voor de tweede keer. Ik vind het tempo heel lekker. Mijn respect voor MBB is zo groot dat ik ongeacht het tempo trots ben dat ik met haar mag lopen.

Intussen zijn we nat. Je wordt maar 1 keer nat, daarna wordt je natter en nog natter. Het waait er ook flink bij. Ik heb het niet koud. Het wandelen bevalt me wel! Dat dat ook kan zeg…. We zijn na een keer of 4 alweer dicht bij MBB’s huis, maar we voegen er nog een blokje aan toe. Door de kale wijk en dan over het nieuwe fietspad in Almere door Nobelhorst. De derde kleine droom om een keer te hardlopen.

Al is dat wel een nare droom met de ijskoude wind en de extra harde regen. Na 9 kilometer in een ruim uur zijn we weer vlakbij MBBs huis en gaan we over de nieuwe voetgangersbrug. Daar ligt een enorme plas water. “Dat zou mijn dochter leuk vinden om doorheen te stampen”, zegt MBB. Ik ga er maar doorheen. Ik kan me door Rob laten ophalen, maar ik had in mijn hoofd om hardlopend naar huis te gaan en dat is nog 7 kilometer. En ik ben toch al nat… Ik loop gewoon door en ga onder de A6 door en dan naar rechts een onverhard pad op.

Even later keer ik van de snelweg af het bos in. Daar is het modderig, maar ik hoor MBBs opmerking over haar dochter naklinken en stamp hard lachend de plassen door. Ik geniet er ontzettend van. Ik neem een stukje film op. Er is niemand te zien en in dit bos heb ik nog nooit gelopen.

Stamp, stamp, pletsj, pletsj. Misschien moet ik volgende keer geen witte sokken aandoen! Ik kom bij de manege en ik heb er al ruim tien kilometer op zitten. Ik ben niet moe. Ik heb ook geluisterd toen MBB zei dat ze ook voor de hele nooit aan 1 stuk door hardliep en ik ga ook even wandelen. Dan ga ik het volgende onverharde pad op. Ik zie 1 meneer met hond, verder hoor ik de auto’s, de regen en de modder onder mijn voeten. Het is echt fijn! De witte hangbrug ga ik wandelend op en dan bereken ik dat ik wel op 16 kilometer uit ga komen. Het maakt niet uit hoe lang ik er over doe. Ik ga achter de brandweerkazerne langs en app dat ze de achterdeur open moeten maken. Dan kan ik me onder de overkapping van alle natte kleren ontdoen. Door en door nat ben ik. Maar wat heb ik lekker gelopen! Weer 16 kilometer erbij op de Ring of Kerry!

‘s Avonds ga ik nog even naar Parijs om te fietsen. Virtueel dan. Je kan de Champs Elyssees heen en weer.

Het is een kort rondje en ik ben ook maar een kwartiertje bezig.

Maandag 16 november. ‘s Avonds ga ik even fietsen in ‘Frankrijk’ op de Tacx. Lekker op mijn hele rustige tempo. Het is hartstikke druk met mensen overal. Dat is wel lekker om te stayeren, maar ze verpesten ook een beetje mijn uitzicht haha! Ik rij langs molens en lavendel en zonnebloemen en langs de Mont Saint Michel.

Door franse dorpjes en langs kastelen. Het tempo ligt de hele tijd boven de 30 kilometer per uur. Toch doe ik niet mijn best, maar ik kom dan ook weinig heuvels tegen. Ik ga wel een stukje omhoog en dan heel hard over de slingerweg weer naar beneden! Na een uur safe ik mijn rit van 30 kilometer.

En dan ga ik opnieuw in Frankrijk staan. Deze omgeving in Zwift is er morgen niet meer en ik ga kijken of blijven staan helpt om hier te blijven. Voor de laatste virtuele Ironman wedstrijd doe ik mee om de halve triatlon te doen. Daar mag ik een week over doen, maar ik weet niet hoe ik 90 kilometer achter elkaar zou moeten fietsen. Dus gaan Vincent en ik dat samen doen: om de beurt 30 kilometer. En dan doen we er maar lang over! Dit is een test of dat kan, of je in Zwift stil kunt blijven staan.


dinsdag 18 november. Tussen de middag ga ik hardlopen met Manuel. Vandaag mag ik de training bedenken. Ik wil een elke kilometer harder weer eens uitvoeren. Ik begin dan met een hele slome kilometer van 7:15. Dus het kan ook wel beter worden. Manuel sluit aan en ik mag de eerste kilometers kletsen en hij daarna. We mogen niet op het horloge kijken hoe hard we gaan. De tweede kilometer is sneller en zit al in de 6, maar het gaat nog lekker rustig aan! De derde kilometer zit al rond de 6 minuten voor mij. Dan neemt Manuel het verhaal over. Voor hem gaat het nog steeds traag, terwijl ik richting een redelijk tempo ga. Grappig dat we elke keer twee verschillende tijden noteren, maar we gaan wel elke keer sneller! De vierde kilometer gaat in 5:50. Nu moet Manuel door blijven praten en dat lukt hem ook nog een kilometer prima. Het tempo loopt op naar 11 kilometer per uur. Ik krijg het warm en zwaarder. Ik kan tot 5 minuten op de kilometer gaan en dan moet Manuel maar doorlopen. In de zesde kilometer krijg ik het echt zwaarder en Manuel is door zijn tekst heen. Ik denk dat ik de 5 minuten op een kilometer net niet red en moet moeite doen om de ondermijnende gedachten te overrulen. De zevende kilometer gaat in 5:08. We lopen nog samen tot het viaduct en ik merk dat ik de gedachte dat ik het laatste stukje omhoog moet lopen niet kan verteren. Ik kan ook niet meer zeggen dat de route anders moet. Omdat ik daar te weinig energie voor heb en omdat ik het niet meer kan bedenken. Manuel probeert uit te tellen hoe ver het nog is voor mij, maar ik zal het laatste stukje omhoog moeten en dat nekt me. Ik kan niet harder meer en stuur Manuel vooruit, dan kan hij naar zijn eigen tempo doorversnellen.

Ik doe 5:09 over de kilometer en dan wandel ik omhoog. Op de brug pak ik met mijn rode hoofd weer een tempo op wat voelt als dribbelen, maar het gaat net zo hard als in de derde kilometer! uiteindelijk wil ik toch 10 kilometer volmaken, al moet ik nog een keertje een stukje wandelen. Daardoor doe ik net een paar seconden meer dan een uur over 10 kilometer! Het was een zwaar en uitdagend traininkje. Volgende keer moet ik maar iets gemakkelijkers verzinnen!

Ik sta nog steeds in Frankrijk met de fiets. Het is er heel stil geworden! Niet dat er niemand is, maar je kunt de hele weg zien! Ik ga lekker rustig fietsen. Intussen heb ik ontdekt dat we voor de IronmanVR race geen 90 kilometer in 1 keer hoeven te fietsen. Alle afstanden tellen mee: de dertig kilometer van gisteren, de tien kilometer hardlopen van vanmiddag en dit ritje gaat ook tellen! Lekkerrrrrrr. Dus ik ga onbezorgd trappen en nog een keer goed kijken naar de bloemen en de gebouwen. Heel leuk.

Of het komt dat de benen al hebben gewerkt vandaag en daar moe van zijn of dat er nu veel minder te stayeren valt, weet ik niet, maar ik ga ‘slechts’ 27 kilometer per uur. Dit is meer wat voor mij: rust en stilte en zelf fietsen. Ik geniet er van. Dan komen Paul en Nanda voorbij en ik stayer een tijdje achter ze aan. Dan ligt het tempo dus beduidend hoger! Weten we dat ook. Ik neem nu de bergjes wel mee in plaats van het slingerpad. Even een stukje afzien. Ik maak er weer 30 kilometer van en dan heb ik het echt wel gezien in Frankrijk!

woensdag 19 november is een rustdag. Donderdag 20 november wil ik ontzettend graag ‘in New York’ fietsen. Meteen na het werk spring ik op de Zwift. Ik doe zelfs geen fietskleren aan! Eigenlijk heb ik maar een half uurtje de tijd, maar ik wil zo graag in Central Park rondtrappen! Het is er nog veel en veel drukker dan het in Frankrijk was. Crowdy in the park!

Ik wil een rondje beneden fietsen en moet even goed op de kaart kijken hoe het precies werkt. Dan zie ik dat je ook boven langs kunt. Tja, dat moet ik proberen! Je gaat een tunnel door en dan fiets je op een GLAZEN weg die omhoog gaat! Je kijkt dus door de weg heen en rijdt door een futuristisch New York. Er is GEEN ENKELE mogelijkheid dat ik daar in werkelijkheid zou durven fietsen: op een gladde, stijgende, doorzichtige glasplaat. Waar magneettreinen onder je door gaan en je in de diepte het water ziet.

Maar nu doe ik het gewoon en ik kan wel juichen van de pret! Ik kijk mijn ogen uit tijdens het rondjes draaien! No way dat ik na een half uurtje afstap!! Ik wil heel Central Parc van boven en onder bekijken! Ik sla 1 weggetje over en het achterste hoekje ook. Maar als ik weer op grondniveau ben, bedenk ik dat ik gewoon alles wil! Dus ik neem het laatste blokje ook en dan wordt het weer ‘avond’ in New York. Het stijgingspercentage is insane en ik heb er even spijt van, maar ik buffel door. Het is wel gaaf om omlaag te gaan, maar dat gaat zo snel, dat ik de afslag mis en weer omhoog moet! Ik fiets helemaal rond en stop op 25 kilometer. Omdat ik echt iets te eten moet gaan maken! Ik geniet nog na van de glasplaat, de neonverlichting en de herfstbomen. ‘s Avonds laat zetten we Vincent in New York en rijdt Rob vast een stukje, zodat we kunnen zien wat dat met de tijd doet als Vincent morgen fietst.

20 november. Ik ga fietsen met KH. We hebben elkaar zo lang niet gezien! Vandaag mag zij van haar topcoach 1,5 uur fietsen op een rustig tempo. Dat laatste kan ik wel verzorgen! Ik twijfel over de fiets, maar prepareer met Rob samen toch de blauwpaarse racefiets. Dan gaat de stuurstang stuk en die moet Rob toch nog snel vervangen. Om tien voor tien fiets ik weg. Het is kkkkoud. Ik moet er een kilometer of vier aan wennen. Dan ga ik bij iemand langs van wie ik een hartslagband heb overgekocht en daarna rij ik door naar KH. Ik vind de smalle banden en de gladde bladeren wel eng, maar we gaan over de dijken. We nemen een bomen-vermijdende route door Almere Haven. Naar mijn idee iets langer als ik in gedachten had, maar we hebben ook genoeg te bespreken! Op de dijken gaat het prima, want daar zijn geen bladeren te bekennen. We gaan door de Havenkom en daarna moet ik het telefoonhoesje even goeddoen. We rijden alle dijken af, nothing new! Ik let niet op de snelheid, dus ik erger me ook niet dat we te zacht zouden rijden. Het blijft droog en er komt zelfs een zonnetje door.

We hebben het over de kinderen, gezamenlijke kennissen, trainingsschema’s, uitdagingen van 2020 en nog veel meer! Het eiland Pampus ligt er mooi bij in de zon. Er staat ook nauwelijks wind. We kwebbelen maar door en door en de dijk gaat bijna ongemerkt voorbij. Ik ken het ook allemaal goed qua uitzicht, dus verwonderen is er niet meer bij. Er zijn slechts een handvol andere fietsers.

Hoewel we ook nog een rondje om de Oostvaardersplassen hadden kunnen toevoegen, heb ik er wel genoeg van en we rijden naar mijn huis. Met een klein ommetje en dan zit ik op een nare 48,3 kilometer. Ik maak halfwarme chocomelk en we kletsen binnen nog even verder. Ik kan de 48 kilometer toch niet hebben en fiets nog een klein stukje mee om de 50 vol te maken. Die overschrijd ik en dan vind ik het mooi geweest. De fiets heeft erg veel bruin-accenten gekregen! Die zijn met een handdoekje te verhelpen. ‘s Middags hik ik nog een beetje om de 5 kilometer te lopen die staan met de werk-uitdaging van ons nieuwe CRM-systeem, maar de tijdssloten vallen niet lekker en ik laat het gaan. Tot mijn grote verrassing heb ik de halve triatlon-afstand al gehaald! Met alleen het fietsen van de afgelopen week ben ik klaar. Maar de mooie klik-alles-in-elkaar medaille is me te prijzig.

Vincent fietst door een stil Central Parc, om jaloers van te worden! Maar we kunnen het helaas niet manipuleren, dus we zullen moeten wachten tot New York weer open is op de Zwift.

21 november. Gisteren heb ik te weinig gedronken en daarom heb ik vandaag hoofdpijn. Flinke koppijn. Die met 1 paracetamol slechts tijdelijk verdwijnt. Om 10 uur pikt Joyce mij op. We rijden door de regen, langs Schiphol en door plaatsjes waar ik nog nooit van heb gehoord naar De Amsterdamse Waterleidingduinen.

Het miezert en het is behoorlijk koel. we gaan vandaag weer proberen een halve marathon te lopen. Tijd = niet van belang, genieten des te meer. We hobbelen de eerste kilometers in stilte en rust en passeren talloze wandelaars op het brede pad.

We moeten omkeren om het smallere pad op te lopen en de lieve oude vrouwtjes zijn bang dat wij op het bankje hadden willen zitten waar zij net zijn neergestreken. Ik moet plassen en de hoofdpijn keert helaas terug. Ik vind het tempo heerlijk: lekker laag. Mijn hoofd ziet echter nogal op tegen de afstand die we nog te gaan hebben. Ik krijg dat maar moeizaam uitgeschakeld. We lopen langs kraakheldere watertjes. Op iets van 2 kilometer ga ik plassen. Er is even niemand. Dan gaan we klimmen en dalen. Het zand ligt links en rechts van ons, maar het verharde pad gaat omhoog en dat pad nemen we. Tot we weer een klein pad in mogen. We doen 38 minuten over 5 kilometer, maar verder registreer ik niet zoveel over de afstand en de tijd. Alles tussen kilometer 2 en 5 is me ontgaan. We lopen weer een verhard pad omhoog en daar staat een prachtig hert.

Kwamen we in het begin nog (behoorlijk veel) mensen tegen, nu is er niemand te zien. Maar we wijken af van de route en lopen terug naar beneden. “Kijk,” zegt Joyce, “we zullen daar wel naar boven moeten…” En ze krijgt gelijk! Door het mulle zand gaan we omhoog. Over smalle paadjes cirkelen we naar boven en het waait intussen behoorlijk!

De miezer is verdwenen en de kou is ook weg, maar de wind maakt het kil. Boven is het uitzicht over de lege duinen en in de verte de bebouwing van Zandvoort. Het is geweldig. Ik kan niet anders dan hardop lachen!

We gaan verder omhoog de Appelenberg op van 35 m. Ik vergeet de hoofdpijn en weet weer waarom trailen zo leuk is: lekker op en neer lopen, niemand te zien behalve Joyce, beetje zand en een tapijtje van mos en dan komen we bunkers tegen. Volgens Joyce zijn ze uit de tweede wereldoorlog. Ik zie alleen maar dat ik naar beneden kan vliegen! Met mijn trailschoentjes aan die alle grip hebben. Helemaal geweldig.

En dan hobbelen we weer verder. We komen op een verharde weg uit en daar hebben we pas écht wind tegen! Het loopt ook nog een beetje omhoog, dus dat is even ploeteren, maar daar geniet ik wel van. We gaan naar links en lopen even uit de wind langs het water. Op mijn horloge zie ik het kaartje en we moeten wel de goede kant van het water aanhouden!

We komen weer (terug?) op de verharde weg met wind tegen. En dan gaan we tussen de waters door. We houden een redelijk tempo van 7 kilometer per uur aan. We gaan langs het water lopen en daar komen we langs een prachtig bos, wat me aan Araluen en de Grijze Jager doet denken.

Als je virtueel door New York kan fietsen, is je in de wereld van de Grijze Jagers verplaatsen terwijl je in de Amsterdamse Waterleidingduinen loopt, een makkie. We zien herten rechts van ons. Dan komen we bij een smal brugje! Als je erop staat valt het mee, maar mijn ding is het niet!

We lopen aan de andere kant van het water verder en dat is zompig. Groen zand. Niet soppig, maar het loopt wel degelijk zwaar!

We komen weer op een verhard pad en hebben wel wind tegen! Inmiddels zijn we op de helft en ik heb goede hoop dat we de halve marathon binnen 3 uur halen. Het lukt me toch niet om dat los te laten. We gaan nog een stukje omhoog en dan gaan we langs het water lopen over een fijn, breed pad. Ik ben bang dat er nog een brugje komt, maar nu kunnen we gewoon tussen het water door. We komen weer op een verhard pad en hé, zo gaan we lekker!

Dan komen we op de grens tussen noord- en Zuid-Holland en daar steken we de duinen in. De wildernis. Ons pad loopt daarlangs. Nou ja, pad…. Het lijntje van de route, maar in werkelijkheid is er geen pad. We volgen een route die anderen ergens in juli hebben gelopen. Maar waar deze route heen leidt….. Dwars door het landschap heen! Het is een prachtige dwaling en in de waterleidingduinen mag het ook: dwalen. Het tempo daalt behoorlijk. Dat is niet erg, want we hebben nu tijd genoeg om alle herten te bewonderen.

Ze kijken ons verbaasd aan en huppen dan snel weg! Alsof wij ze kunnen volgen! Het enige wat we kunnen doen is foto’s van ze schieten. Het zijn er velen. Aan alle kanten. Hartstikke apart. Aan de ene kant vind ik dat spoorzoeken geweldig, aan de andere kant word ik onzeker van het feit dat ik niet precies weet waar ik ben. Het tempo is gereduceerd tot wandelen. De struikjes zijn laag, het zijn duinen en dit is de Grijze Jager in het echt! Als ik hier niet met Joyce liep, was het totaal onwerkelijk geweest. We zwerven door tussen de hertjes tot we weer op het brede pad zijn.

Dan gaan we weer hardlopen. De herten die verderop staan in het veld, vinden we niet meer zo spannend. We hebben zoveel herten gezien en van zo dichtbij! De mensen die deze route eerder liepen, gaan heen en weer. We weten niet precies waarom, maar we doen dat ook maar. Tot we ons realiseren dat het niet nodig is om tot 21,1 kilometer te komen. We lopen weer terug en intussen zijn we best moe. Ik denk dat we de halve marathon in 3 uur net niet halen door onze dwaaltocht. Maar dat heb ik tijdens het dwalen voor lief genomen! We nemen toch nog een gel, ook als is het nog ‘maar’ 3 kilometer over brede paden. We pakken het hardlopen weer op (of wat daar nog van over is). Mijn hoofdpijn wordt nu echt erger, maar ik trek me er niks meer van aan! Als we op 20 kilometer zijn, heb ik nog 9 minuten voor de laatste kilometer. Joyce’s horloge loopt iets achter. Ik heb weer energie, maar Joyce is wel vermoeider. Ze zegt me dat ik maar door moet lopen.

Voor die ene kilometer ga ik dat maar doen. Dan hoeft ze zich voor mij niet schuldig te voelen! Ik beuk door. Ik stop nu niet meer en krijg het erg warm. Maar ik wil graag de drie uur halen. Gek genoeg blijft Joyce vlakbij. Ik doe over de halve marathon 2 uur en 59 minuten. Yes!

Dan wandelen we de rest van de route. Ik maak 22 kilometer vol door op de kruising nog een beetje op en neer te lopen. Ik ben moe, maar niet kapot.

Ik krijg een lekkere warme chocomelk van Joyce en een overheerlijke brownie die de gemiste lunch goed maakt! Als we terugrijden naar huis, regent het weer! Dat was echt een hele erge mooie loop en zoals trailrunning is bedoelt: prachtige landschappen, heuveltjes, hertjes, stilte, veel verschillende ondergronden en lekker samen met Joyce.

Zondag 22 november. We gaan wandelen, Vincent en ik. Ik zou nog moeten hardlopen voor mijn werk, maar ik heb er geen trek in. Ik voel me prima, maar laten we het niet uitlokken dat het wel slecht gaat. Dus een lekkere wandeling. Ondertussen doen we aan Pokémon vangen (Vincent), Engels woordjes overhoren en de wandelbadge verdienen. We lopen over een brugje en ‘slippery’ langs het water.

Aan het einde halen we koekjesdeeg. De Shiny Pokémon en de badge laten op zich wachten.

‘s Avonds nog maar even uitfietsen op de Zwift! Ik ga proberen of ik in New York kan komen door een event op te zetten, waar ik Vincent uitnodig – die niet kan komen omdat we maar 1 Tacx hebben. En daar stap ik op!

Omdat er (hoe verrassend) niemand komt opdagen, vertrek ik maar. Bijna alleen door Central Parc! Er zijn 25 medefietsers. Wat een verschil met vorige keren. Heerlijk! Ik ben geen groepsfietser, ook al hoeft ik niet te stayeren. Ik ga over de glazen weg. ‘t Stijgt flink, maar ik kijk mijn ogen uit naar de auto’s onder me, naar de futuristische opzet en de gebouwen. Het is niets echt, maar het voelt wel zo!

Ik geniet van de rust en de mogelijkheid om mijn eigen route te kiezen. Ik fiets ook nog door het park en ontdek dat ik de nare gele M van meetup boven mijn hoofd aan het einde van het rondje kwijt ben. Dan was ik wel mooi de snelste van de hele meetup! Het levert me een geel en bolletjestruitje op. Ik ben vooral blij dat ik heb ontdekt hoe ik ergens kan fietsen zonder dat de wereld open staat!

Maandag 23 november. Ik ga fietsen. In Watopia. Ik ga klimmen in Watopia. Voor de Garmin Badge. Daarvoor moet ik 2000feet overbruggen. Dat is een opgave voor mij. Ik maak er een fotoverslagje van, want onderweg in Zwift kun je foto’s maken. Al fietsend. Van het scherm. Zonder dat je een boete riskeert of dat het gevaar oplevert!

Eerst tussen de sequoia’s door. Beetje heuvelig, maar om 3 uur ‘s middags is het gelukkig ook niet druk! Ik fiets niet zo snel vandaag. Er komt nog genoeg aan, dat heb ik gezien op de route-uitleg.
Daarna langs de dino’s!! Hier ga ik al op en neer en neem ik al wat hoogtemeters op me. Beetje stayeren, beetje van mezelf 🙂

Een dorpje, een kasteel door. Dat zijn de kleine ijkpunten. Ik ben nog niet halverwege! Na het kasteeltje begint de sneeuw. Ik heb het ook echt koud, want er blazen 2 ventilatoren. Ik weet nog van de vorige keer hoe zwaar dat klimmen is, dus ik ben voorbereid. Of het komt doordat ik nu weet wat er komt, omdat ik aan de andere kant van de berg omhoog ga of omdat ik beter getraind ben intussen: ik vind het nu niet zo zwaar als 3 weken geleden op deze berg.

Eventjes een stukje naar beneden en dan weer omhoog! Ik zit nu al ver boven de hoge brug en de luchtballonnen en het hele eiland.
Jaja! Ik ga de Bonus Climb doen naar de toren daarboven! Ik zit nog niet op 600m klimwerk, dus er moet echt nog wat bij. De hoogte is 373m en dat is voor de meesten de top. Ik heb net 52 minuten onafgebroken geklommen (zie Epic KOM). Mijn tempo ligt dan ook laag. De avond valt in Watopia.
Merk 3 dingen op: 1) de weg is van sneeuw! Er ligt ijs op. 2) Het tempo is gedaald naar VIJF kilometer per uur (blauwe vermelding voor kph). Ik fiets nog. 3) Het stijgingspercentage is 13% (rode letters rechts) De weg zal alleen nog maar steiler worden, dat heb ik al gezien. Intussen zit ik op 400m hoogte. Ik heb mijn klimhoogte van 610 meter gehaald! (blauwe letters bovenaan) Ik zou (theoretisch) kunnen stoppen voor de Garmin Badge. Maar nu ga ik ook tot de top ook!!
ZEVENTIEN PROCENT.
Ik ben boven! Over nog geen 22 kilometer heb ik ruim anderhalf uur gefietst! En 16 kilometer per uur is een flinke snelheid voor dit moment! Maar ik kan je niet vertellen hoeveel voldoening ‘boven’ daarvoor terug geeft. De brug diep onder me. En nu: naar beneden!!!!!
Ik zou al niet snel in het echt tussen de sneeuw hoog op een berg fietsen, maar met 60 tot 75 kilometer per uur naar beneden fietsen komt niet in me op! En toch scheur ik met die snelheid de berg af en de dorpjes door.
De zon komt weer op.

Eigenlijk wil ik nu nog ietsje verder fietsen. Ik wil de vulkaan ook nog wel meepakken. Als je dan hoogtes doet, doe het dan ook goed! Dus ik verlaat de route en vlieg langs de dorpjes richting de andere berg. Het wordt steeds drukker nu het in het echte leven buiten ook donker wordt.

In het rode rondje staat waar ik naartoe geklommen ben. De heuveltjes die ik nu tegenkom, zijn een makkie!
Ik kom er aan vulkaan! Eerst nog langs de Italian Villages en over het vlakke zand.
Op de vulkaanweg
En DOOR de vulkaan! Ik heb besloten dat ik nu eigenlijk de 1000m klimmen wil halen.

Al weet ik nog niet hoe ik nog 40 meter extra klimmetjes zou moeten halen. Die zitten volgens mij niet langs de kustweg. Daar raas ik alle drukte voorbij. Ik kijk nauwelijks naar het reuzenrad in neon-kleuren.

Ik kan nog 1 KOM kiezen. Waar KOM voor staat weet ik niet, maar het betekent KLIMMEN! Dat heb ondertussen wel door! Dit blijft allemaal onder de 10% en is dus geen moeite. En daar zijn ze! 1000m geklommen!! Dit polderkind heeft een kilometer omhoog geploeterd op een fietsje!

“Leuk”, zegt Rob. “Je staat nog op precies dezelfde plek. Je bent geen meter opgeschoten. Geen centimeter hoger gekomen.” Maar hij heeft nog spierpijn van zijn eerste tacx-kilometers en ik voel alleen mijn knieën. Dit gaat echt veel beter dan 3 weken geleden! Mijn maanddoel van 300km tacxen heb ik gehaald. Nu alleen nog ‘even’ 50 kilometer volmaken.

Leuke beelden daar in Watopia, vind je niet?!

Geen hoog tempo, maar wel een badge voor het klimwerk! Ik ben er niet meer zo moe van als de eerste keer toen ik in de sneeuw fietste. Lang niet zo bezweet ook. Vroeger (tot een maand geleden zeg maar) vond ik Zwift maar stom en ‘niks-voor-mij’, maar nu ben ik echt óm. Niet vanwege het fietsen met anderen, maar dat ik me lekker alleen in een andere wereld kan verliezen; dat vind ik echt een geweldige bonus! Dat had ik nooit verwacht!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2020-39

1 november.
Ik sta op met spierpijn. Ik herhaal: spierpijn! In mijn bovenbenen. Voor iemand die na een marathon of triatlon zelden spierpijn heeft, is dit een rare gewaarwording. Maar het is nog erger: die benen zullen mij vandaag toch 17 kilometer door het bos moeten laten hobbelen! Vincent en ik doen mee met een trail van PL met als thema ‘paddenstoelen’. We gaan in groepjes van 4 en Vincent en ik gaan met de langzaamste groep mee. We starten al om 9 uur, maar dan is het bij de Kuil van Drakesteyn al een drukte van belang! We starten met een warming-up met uitvalspassen en enkels draaien. Hoe lang is het geleden dat ik dat heb gedaan!!


Vincent en ik lopen mee met DvA, een man die de route bij zal houden, en met GRMa die heel veel van paddenstoelen weet. Ze is scherp en ontzettend open en vriendelijk; we mogen haar meteen. Ik moet zeggen dat Vincent de gemiddelde leeftijd van dit groepje behoorlijk naar beneden haalt.


In de eerste kilometer lopen we een paar keer een verkeerd pad in, dat is altijd even wennen. Het tempo ligt rond de 7 minuten per kilometer. Mijn benen en ik vinden dat helemaal prima!
Na een paar kilometer staat GRM opeens stil bij een paddenstoel. Ze vertelt ons wanneer je een paddestoel mag plukken, hoe een paddestoel in elkaar zit, waar je aan kan zien met welke paddestoelensoort je te maken hebt (de schubben en de steel), hoe je de steel openbreekt. Dit is haar hobby, maar op de vraag of ze alle paddestoelen in Nederland kent antwoord ze ontkennend. Dat zijn er meer dan 7000 namelijk! Ik kan de namen niet onthouden, maar de overige informatie is allemaal totaal nieuw voor me.

We lopen door Lage Vuursche en dan door het bos en om de modder heen. Het zou regenen vandaag, maar gelukkig hebben ze het daar bij het verkeerde eind! Het is de hele ochtend droog (op 25 miezerdruppels na) en niet te warm of te koud.
We stoppen bij Boleten met een glanzende kap. GRM vertelt ons over het eten van paddestoelen en dat zij graag zelfvoorzienend is en vaak paddestoelen plukt. Er gaat echt een wereld voor me open! Vincent fluistert me ook toe: “ik dacht dat ik ging trailen, maar ik krijg een biologieles erbij kado!” Dat vind ik het jammere van de paddestoelenlessen: dat je steeds weer moet opstarten. Daar houden mijn benen, de spierpijn en ik niet zo van. De andere groepen halen ons in.


We komen bij de Wolfsdreuvik, waar we een sleuteltje moeten scoren. Het blijft een magische plek. Er zijn geen paddestoelen, dus we lopen al snel weer door. Dan komen we bij een pad waar we stil overheen moeten lopen. Ik luister naar vogels. Maar ik vind 1,2 kilometer best veel, maar ik blijf gewoon lopen. Vincent vraagt stilletjes tussendoor: “Komen we nog geen paddestoel tegen ;-)”


Om ons heen loopt een ander meidenclubje. Soms net voor ons, in een hoger tempo, maar ze kunnen ons niet echt inhalen. We komen bij restaurant de Paddenstoel. Een groot deel van deze route heb ik al (3 keer) eerder gelopen. Weinig verrassend voor mij. Ik heb er deze keer iets meer moeite mee dan normaal. Vooral omdat het tempo niet hoog ligt. Maar de berg van Zwift speelt me een beetje parten! We komen bij een perfecte Stinkzwam. GRMa vertelt ook de andere groepen de bijzonderheden van de paddestoel die ook Bospik wordt genoemd en die volgens Vincent stinkt.

We hobbelen weer verder. Ik weet nu dat er het hele jaar door paddestoelen zijn. Maar in de herfst het meest, omdat ze dan het beste te zien zijn.

We lopen langs een Aardster en een ‘Plofpaddestoel’. Ineens zie je overal paddestoelen! Elk soort hout heeft zijn eigen paddestoel-soort. En in elk klimaat zijn paddestoelen verschillend. Het is belangrijk de juiste soorten te determineren, want paddestoelen die op champignons lijken en in Oostenrijk groeien zijn wel giftig!


We hebben er al zo’n 12 kilometer op zitten en ik word moe. De afgelopen weken waren zwaar en ook nu nog ben ik in mijn hoofd niet helemaal rustig. Dat loopt wat minder gemakkelijk. Zeker met een paar protesterende spieren, al voel ik die amper meer. We halen zondagswandelaars bij bosjes in. Vincent komt bij mij lopen. Hij houdt me aan het rennen en hij houdt de moed erin. Hij maakt me zelfs aan het lachen door een wedstrijd boompje-slingeren te introduceren! Mijn tempo gaat omlaag na 15 kilometer en ik hou GRM en DvA niet meer goed bij. Waarschijnlijk hebben zij gisteren niet gezwift op de berg!


Het laatste stukje, als we de parkeerplek al zien liggen, heb ik nog energie om ze bij te halen. Ik heb 2 gelletjesop en die werken op mijn maag. We zijn als laatste groepje binnen en hebben ruim 2 uur over de 16,8 kilometer gedaan. Uch- 16,8 – dus ik ren nog een rondje om het veld tot de beloofde 17 kilometer vol zijn. Dit was de meest leerzame en meest paddestoelrijke trail ooit! De schatkist is al open met een andere sleuteltje, maar het paddestoelenkistje mag Vincent als trofee meenemen!

2 november. Een drukke werkdag die uitloopt. Ik had met een vriendin afgesproken, maar dat wordt een belafspraak. Ik besluit een stukje te gaan fietsen voordat en wanneer ze belt. Vandaag zoek ik een vlakke route uit! Het is ‘maar’ 20 kilometer en aan het einde kom ik toch wat heuveltjes tegen. Ik ga stayeren achter ene ‘Paul’, die er best leuk uitziet als ik hem opzoek, dus ik fiets er graag nog even achteraan 😉

Als JH belt, ben ik al bijna rond, maar ik fiets lekker nog even door. Kan zij eerst vertellen. Ik heb een koptelefoontje op en ze heeft geen enkele last van de Tacx. Ik fiets door de tunnels en trap rustig verder. Intussen ken ik de weg een beetje in Watopia, wat voor mij altijd een geruststelling is! Ik kan zelf ook prima kletsen. In Watopia wordt het ook donker en als JH het heeft over de maan, rij ik door een neon-verlicht dorpje.

Ik blijf vlak rijden en sla deze keer de heuveltjes over. Ik keer om en na 50 kilometer stop ik met fietsen. We bellen nog iets langer door. Dat was een vrolijke combinatie: fietsen en bijkletsen!

3 november. We mogen nog zwemmen. Nog 1 keer. Of toch niet? Als ik mijn spullen pak, komt er mail dat het zwemmen met onmiddellijke ingang wordt gestaakt. Maar daar trap ik niet in! Ik ga! Dit is waarschijnlijk de laatste keer dat ik bij de TVA zwem. Ze zeggen dat de zwembaden (met ingang van morgen) voor 2 weken dicht gaan, maar ik denk dat het langer gaat duren. Ik rij naar het zwembad en samen met zo’n 24 anderen sta ik daar en blijkt dat de leiding de zwemtraining van vanavond even was ‘vergeten’.

Ik ga in baan 1. Het kan me niet schelen, ik vier hier dat ik ooit in deze baan begon en maak de balans op waar ik nu sta. Of beter: zwem. Ik zwem zoveel mogelijk zonder achtje. Ik zwem vooraan. Ik zwem rustig. En ik zwem zo goed mogelijk. En ik mijmer. Over al die zwemuren. Over de eerste keer dat ik benen moest doen. Over buiten zwemmen. Ik denk aan de eerste slagen in het pierenbadje. Aan de opmerkingen van alle trainers. Ik denk aan mijn ademhaling. En aan het doorhalen. Ik denk aan de vele, vele tips die ik heb gekregen. Ondertussen tel ik de baantjes, varieer ik in snelheid en zwem baan na baan.

Dan is het voorbij. De zwemtrainingen eindigen hier. Ik sta stil aan het begin van de baan. Toen er een Anke op 2 juli 2016 aan het begin van deze baan stond, was dat in naam dezelfde, maar in tussentijd is er zwemtechnisch heel erg veel gebeurd!

4 november. Omdat ik maandag lang heb gewerkt, ga ik vanmiddag niet werken en ga ik met Joyce hardlopen. Ik wilde een keer richting Harderwijk en Joyce heeft een route uitgezet. Ze pikt me op om 2 uur en ik ben net klaar met werken en zit met mijn hele hoofd nog bij het werk. Ik ben ongelooflijk onrustig en 17 kilometer hardlopen door het bos klinkt me als oneindig ver. Joyce rijdt naar Harderwijk, wat eigenlijk best vlakbij is. We hoeven alleen maar te kletsen. Lopen is bijzaak. Rugzakje op en het zonnetje in. Het is prachtig loopweer. Maar we gaan meteen een beetje omhoog! Ik moet echt even wennen. We komen op een mooi uitkijkpunt.

Grappig dat het hier zo ongelooflijk mooi is en dat ik hier eigenlijk nooit kom. We kwebbelen aan 1 stuk door. Het tempo ligt niet zo hoog vandaag. We gaan door het bos en het werkt uitstekend met de route. 1 Keer staan we voor een pad wat er eigenlijk niet meer is, maar we nemen een parallelpad. Het is stil in het bos, maar er zijn wel mountainbikers van tijd tot tijd. Dat is een veilig idee en toch is de eenzaamheid heerlijk. Beetje bij beetje verdwijnt mijn onrust. We komen op een uitkijkpunt over de vlakte en de hei. Geweldig.

Ik moet plassen. Ik neem een gel en dan hobbelen we weer verder. We komen langs een prachtig beekje. Echt adembenemend.

Het is dat het vlak is, anders waan je je in Luxemburg. En de zon schijnt er heerlijk bij. Ik heb het niet koud in mijn korte broek, maar ik ben wel blij met de lange mouwen. We kletsen en lopen. Dat is de hele basis!

Afgewisseld met foto’s maken en de route volgen. Om ons heen bos, water, modder, paddestoelen en bladeren in alle kleuren. Na een kilometer of 15 word ik moe. Joyce rekt even. We wandelen een stukje. De zon is fantastisch.

Die gaat een beetje onder en daar wordt het mooier van en wat killer. We zijn er bijna. De 16 kilometer komen ook vol. En dan zijn we er alweer! Ergens in het Hierdense Bos (of het Leuvenumse Bos) is al mijn onrust en werk achtergebleven. Ik ben wel moe geworden, maar deze vermoeidheid voelt een stuk beter! Ik loop de 17 kilometer vol.

Donderdag 5 november. Ik doe een dagje niets. Nou, op sportgebied. Mijn beentjes zijn moe en ik heb veel te werken. De fiets blijft stil staan wat mij betreft.

Vrijdag 6 november. Ik ga wandelen met een vriendin en haar hond bij Kasteel Groeneveld. Maar ik ben toch vroeg wakker en ik ga een uur eerder. Kan ik een rondje lopen. Er wordt gebeld, ik moet nog iets regelen, het ontbijt gaat traag, al met al hou ik steeds minder looptijd over en kom ik wat gehaast aan. Dan is het telefoonhoesje te klein, de muziek niet helemaal goed, ik onrustig en het is kouder dan ik dacht. Hop, gaan! Het gaat niet hard, maar het is wel lekker rustig in het bos.

Ik ga voor de 6 kilometer route. Achter langs. Ik zal niet zeggen dat het een eitje is, maar ik loop gewoon door! Al snel ben je dan op de helft. Ik cirkel door het park terug en neem het ommetje. De 5 kilometer in een half uurtje haal ik niet. Ik geniet er niet zoveel van als ik zou kunnen doen. Aan het einde van de loop wachten mijn vriendin en haar hond me al op. Ik doe een warme jas aan en we gaan samen wandelen.

Voor mij is die 5,5 kilometer een ministukje, voor mijn vriendin klinkt het ver. We wandelen, kletsen, roepen de hond, zitten op een bankje, roepen de hond, sjokken verder, wachten op de hond, nemen het lange pad en kijken naar de zwemmende hond. Ik maak een paar foto’s. Ik laat mijn vriendin het ommetje zien, wat ze nog niet kende. We wandelen er 4 kilometer achteraan. Dan ben ik een beetje uitgewaaid!

6 november De zwembaden zijn dicht. Op 1 bad na: het DeMirandabad in Amsterdam. Een buitenbad van 50 meter. Het is verwarmd. Je moet van tevoren reserveren. En dat doe ik voor Vincent en voor mij. Ik vind dat spannend. Om naar Amsterdam te moeten rijden. Om in een onbekend en groot zwembad te moeten springen. We zijn ruim op tijd. Reeds omgekleed en reeds betaald. We kleden ons om en dan via het trapje het koude water in. BRRRR.

Het is iets van 20-21 graden. Ik ga snel zwemmen met achtje! Inzwemmen. We hebben een training bedacht. Inzwemmen, dan techniek en daarna 200tjes. We sluiten aan in een soort van baan1. Daar zitten de langzame zwemmers in blijkbaar! Voor het inzwemmen en de techniek-trainingen prima. Ook de ademhalingsoefening is daar goed te doen, maar ik moet al inhouden voor de schoolslag-zwemmers.

Voor Vincent is het allemaal net iets te ver en te koud. Versnellen lukt me niet in deze baan, ik schuif een baan op naar de borstcrawlbaan. 50 Meter op tempo, 50 meter terug en op de doorhaal letten en dat twee keer. Ik zit maar 1 keer iemand ‘in de weg’, ze keert eerder en ik kan in haar voeten hangen bij het versnellen. Vincent heeft het te koud. Hij hangt ook veel aan de kant. Ik doe netjes 4x de 200tjes. Heerlijk dat ik niet zo vaak hoeft te keren! Ik zwem wel met achtje. Aan het eind is de kant lastig te zien. Aan het begin is de kant mooi in de zon. Er liggen wat bladeren in het bad. Ik zwem nog 1 keer rustig uit in de borstcrawlbaan. Dan ga ik zonder achtje nog in de langzame baan 150 m zwemmen. En dan zijn de drie kwartier om. Vincent is alweer aangekleed en klappertand nog na. Ik vond het gaaf en zeker voor herhaling vatbaar!

Voor de Virtuele Ironman moet ik dit weekend ook 40 kilometer fietsen. Het is lekker weer, maar ik ga liever Zwiften!! Wie had dat ooit gedacht… Ik ga de Ruins and Old Towns route doen. Daar zit niet zoveel hoogteverschil in. Lijkt me. Het valt wat tegen, maar ja, in de polder is er dan ook echt niks.

Ik kom langs Maya tempels en ik ga over een hele hoge brug, waar ik in het echte leven nooit overheen zou durven!! Ik kom door grotten met watervallen. Gelukkig is het niet zo benauwd als de Ironman Malaysia en ook niet zo benauwd als de beelden in de jungle doen vermoeden. En ook nog eens niet zo heet als ik door de vulkaan fiets! De route is maar 30 kilometer, maar ik weet niet hoe ik die kan stoppen, dus ik fiets nog een keer door de watertunnels heen en weer. Ik trap lekker door, maar door de hoogteverschillen haal ik de 40 kilometer net niet binnen anderhalf uur.

zondag 8 november. Voor de Ironman moest ik ook nog 15 kilometer hardlopen. Ik had daar al 2 kilometer voor gezwommen en 40 kilometer voor gefietst. Ik vroeg Manuel of hij mee wilde, maar hij wachtte eerst nog even af of er iemand die meer zijn tempo loopt, mee zou gaan. Helaas voor Manuel was dat niet het geval 🙂 Dus ik stond om half 11 bij Manuel op de stoep met het vaste voornemen 7 minuten per kilometer te gaan lopen. De eerste kilometer hield ik al 40 seconden over. We liepen te kletsen. Na 2 kilometer ging Manuel een kilometer op tempo lopen en ik hield mijn gehobbel van rond de 6 minuten per kilometer gewoon aan. Grappig hoe snel hij dan weg is! Het was best druk met wandelaars en fietsers. Ik ging niet echt heel veel zachter en daarna kwam Manuel weer terug. Liepen we een paar kilometer te kletsen tot op de dijk. Ik deed geen 35 minuten over 5 kilometer, maar met 30,5 minuten zaten die 5 kilometer er al op. Een derde van de afstand al gehad! Het was echt heerlijk loopweer: droog, koel, vrijwel geen wind. Op de dijk nam Manuel het lange rondje en maakte hij een fotootje.

We gingen de volgende afslag weer van de dijk af. In plaats van het verbindingspad, gingen we rechtdoor. Manuel moest even bijkomen van zijn versnelling en ik mocht lekker kwebbelen. Tot hij weer ging versnellen! Voor Manuel een goede intervaltraining, dit. Voor mij een lekkere looptraining, gewoon de ene voet voor de andere. 10 Kilometer in 1 uur en 1 minuut. Ik heb geen zin om een gel te nemen, want dan gaat het maag-darmstelsel weer zo irriteren. Manuel loopt meer dan ik en elke kilometer die hij versnelt loopt hij ongeveer 250 meter extra. Ik hou me niet echt aan mijn 7 minuten per kilometer.

We lopen naar de Vaart. Het is een lekker verhard rondje. Op 11,5 kilometer voor mij en 12 kilometer voor Manuel versnelt Manuel voor de laatste keer. Ik vind dat ook niet erg, ik loop lekker even alleen en kan helemaal mijn eigen tempo oppakken. Ik loop gewoon aan 1 stuk door, maar ik krijg het wel moeilijker merk ik. Minder zin en het kost allemaal wat meer moeite. Ik ga vanaf kilometer 13 echt uitdribbelen. Twee kilometer die rond de 6:30 komen te liggen. Voor Manuel is dat nog moeilijker dan versnellen tot 4:20! Hij kijkt de hele tijd op zijn horloge of we er al bijna zijn en hoe lang het gaat worden. Tussen het Schanullekesluisje en de Evenaar heb ik het echt gehad en eindelijk ga ik richting de 7 minuten per kilometer lopen. Manuel houdt dat niet vol en loopt iets harder. Ik loop 15 kilometer in 1 uur en 33 minuten. Maar ja, ik ben nog niet thuis en hoe langzaam het ook gaat: die laatste kilometer blijf ik doorhobbelen! Ik vertraag intussen echt en de laatste kilometer loop ik in 6:49. Dan heb ik 10 Engelse Mijlen gelopen. Mijn gemiddelde tempo was 6:14. Ik heb me dus niet echt aan de 7 minuten per kilometer gehouden! Maar ik heb de virtuele Ironman van Malaysia wel mooi afgerond!

Maandag 9 november: ik doe niks. Niks sportiefs tenminste. Ik werk hard, zodat ik donderdagmiddag vrij kan nemen.

Dinsdag 10 november: Tussen de middag ga ik hardlopen met Manuel. Het is lekker weer: niet te warm of te koud en droog. Er is zelfs een zonnetje. Manuel wil de heuvel op en af rennen, maar ik voel daar niet zoveel voor. Het begin is altijd best stroef bij mij, dus ik zal een ommetje door het bos lopen en dan kan Manuel omhoog en omlaag sprinten. Na het stroeve begin, vind ik een lekker tempo.

Ik loop de 5 kilometer binnen een half uur en dat vind ik best prima van mezelf. Samen met Manuel lopen we dezelfde route terug als we heen gelopen zijn. Manuel is dan best vermoeid, waardoor ik mijn fijne tempo prima kan aanhouden. Uiteindelijk ben ik na 7,77 kilometer weer bezweet thuis.

‘s Avonds kruip ik nog maar een keer op de Tacx met Zwift aan. Ik verlaat vandaag Watopia en ruil dat in voor een route in Yorkshire. Dat is op de kaart in elk geval echter!

Vincent wil ondertussen Yatzee spelen. Hij denkt dat je je verveelt op de fiets, maar sinds Zwift doe ik dat niet meer echt. Hij maakt een opstelling zodat ik erbij kan en we dobbelen als ik de heuvels bij Harrowgate door rijdt. Ik vind het lastig me op verschillende dingen tegelijk te concentreren, maar het is wel lollig om met 80 kilometer per uur bergaf te vliegen en tegelijkertijd te dobbelen! Ik win gigantisch. Met Yatzee, niet met het fietsen. Morgen zullen we het omdraaien, ik zal Vincent hebben.

11 november. Ik doe tien minuutjes krachtoefeningen. Ik vind het niks. Het is vast en zeker hartstikke goed, maar ik vind er geen klap aan. Daarna stap ik eerst op de fiets. Tot mijn verbazing liggen veel vlakke Zwift-routes in Innsbruck en ik wil niet klimmen. Ik dacht niet dat ik een route had geselecteerd, maar ik mag toch niet zelf kiezen hoe ik rij.

Zodra ik moet gaan klimmen, draai ik om. Na een half uurtje wisselen we van positie: Vincent gaat fietsen en ik ga met hem Yatzee spelen!

Hij doet dezelfde route als ik gisteren deed, maar hij kan zich beter concentreren en we doen zelfs meerdere potjes! Hij wint 2 keer en ik ook. Op de klimmetjes gaat Vincent beduidend harder, maar de 80 haalt hij niet. Al met al is hij op hetzelfde parcours maar een minuutje sneller. Op 36 minuten.

12 november. Mijn verjaardag. Ik ga ‘s morgens werken en vanmiddag ga ik met Joyce hardlopen. Van Joyce en Vincent krijg ik ‘De Ring of Kerry’ kado. Die mag je dan virtueel afleggen. Onderweg krijg je te zien waar je bent, ontvang je ansichtkaarten en als je 200 kilometer hebt volgemaakt, volgt de medaille. Ik vind de Ring van Kerry in Ierland natuurlijk een prachtige uitdaging! Die heb ik ooit met Rob gefietst. In een week. Vandaag begint de looproute in Killarny.

Om 1 uur haalt Joyce me op en we rijden naar Nunspeet. Om kwart voor 2 gaan we hardlopen. Joyce heeft de route uitgezet. Terwijl ze een hekel heeft aan door het zand lopen, zitten er toch 2 zandvlaktes in! Het is niet meer zo warm en toch zal het de hele middag droog blijven. 1 Mini-miezerbuitje krijgen we over ons heen, maar dat mag geen naam hebben. De route is 21,1 kilometer lang. Tempo is niet interessant. De eerste 2 kilometer gaan door het bos, gaan omhoog en omlaag en tussen de boomwortels door. Ik moet echt even omschakelen van bureau- en auto-stoel naar hardlopen-in-het-bos. Oude vrouw 🙂

Binnen 2 kilometer heb ik al ergens een plas achtergelaten. Na een paar kilometer begint het ‘feest’. We staan voor de zandvlaktes.

Ik verheug me er wel op, Joyce ziet er tegenop. Aan de andere kant zal ik haar opwachten.

Ben je net omgeschakeld op hardlopen-door-het-bos, moet je weer omschakelen naar hardlopen-door-het-zand. Daar ben ik niet (meer) zo goed in. Wat niet inhoudt dat ik stop of vertraag, maar dan voelt het meer als ploeteren. Ik stel dan een doel: dat paaltje, daar ga ik heen.

Ik ga het bergje over, zodat Joyce het bord “De woestijn van de Veluwe” kan overslaan. We zijn nog niet klaar met het zand! Ook naast de zandvlakte, tussen de heide-achtige plantjes, ligt ploeter-zand. Niks voor Joyce. We zijn hier ooit eerder geweest en ook toen had ik al respect dat Joyce door het zand liep, maar nu heeft ze er zelf voor gekozen!

Niet dat Joyce blij is met haar keuze, ze loopt niet echt lekker. En er komt nog een heel stuk zand aan! Ik stuif naar beneden en probeer een beetje te kijken naar de route, maar ik ben aan de verkeerde kant van het bosje. Ik voel me ontzettend rijk dat ik dit zomaar mag doen op mijn verjaardag.

We komen aan de andere kant van de grootste zandvlakte. Ik wacht gewoon op Joyce.

We gaan een trapje op en genieten van het uitzicht over het zand. Joyce in de hoop dat het voorbij is, want ze voelt zich niet senang met al dat zand en ik vind de paddenstoelen en de stilte en de schorpioen in hout gebeiteld allemaal leuk. Dat is mijn sterrenbeeld.

Ik bel Vincent even en we gaan ook nog trapjes op en af. We komen aan de andere kant van het zand. Daar waren we een paar weken geleden ook! Nu beginnen we met het afwisselen van hardlopen en wandelen. Joyce voelt zich niet heel oke. Ze heeft al twee keer een pitstop moeten maken en het geploeter door het zand heeft nog extra energie gekost. Het maakt mij niks uit, het tempo boeit me echt niet. Het enige is dat het nu wel kiele-kiele of we de halve marathon halen voor het donker wordt. Na elf kilometer in meer dan anderhalf uur is het voor Joyce tijd om te beslissen. Ze vind het vreselijk voor mij dat het haar vandaag niet lukt, maar ze heeft teveel last van haar buik om te blijven hardlopen. Ik vind het helemaal niet erg, maar vooral vervelend voor haar dat ze zich niet lekker voelt. We besluiten geen halve marathon te doen en na 16-17 kilometer weer naar de auto af te slaan. En vanaf dat moment wandelen we. Dat geeft ons de gelegenheid om te kletsen. Hoewel ik het gevoel heb dat ik Joyce al eeuwig ken, zijn we nooit bij elkaar bevallingen geweest en daar kunnen we nu dus kilometers lang over kwebbelen. We blijven in het bos.

Ik vind het nog steeds superleuk. Al is het echt vervelend dat Joyce zich niet lekker voelt. Zou ze een blaasontsteking hebben? Vanmorgen was er niks aan de hand en ik weet dat Joyce niet voor een pijntje niet gaat lopen, dus dit is wel ernstig. We volgen de route gewoon en komen geen zand meer tegen. Het koelt wel een beetje af en langzaam aan wordt het donkerder.

We lopen al met al 17,5 kilometer en ik heb een gemiddelde tijd van precies 10 minuten. Ondanks dat het anders liep (letterlijk) dan we verwacht hadden, was het een heerlijk middag!
En wat betreft de Ring of Kerry: ik sta al in de heuvels! Muckross House en de Torc Waterval ben ik gepasseerd. Ik loop aan de Lakes of Killarney voorbij.

Niet dat mijn verjaardag voorbij is… Ik krijg van iedereen chocolade: ze denken zeker dat ik veel sport ofzo… Vandaag kun je met Zwift fietsen in Londen. En dat lijkt me zo leuk! Dus ik stap nog voor een half uurtje op de fietstrainer.

Er is een storing geweest (ik moest ook 20 minuten wachten voor ik kon inloggen), dus het is lekker rustig in Londen. Ik moet lachen om de typische engelse korte rokjes naast de kant van de weg en de zakenlieden die met een koffertje aan het rennen zijn. Ik kom langs de Houses of Parliament en Buckingham Palace. En ze hebben slingers opgehangen

Die slingers, dat is vast ter ere van mijn verjaardag, denk je niet 😉

Na een half uurtje en 15 kilometer fietsen, vind ik het wel mooi geweest. Was toch een lekker sportdagje op mijn oude dag 😀 In mijn 47ste levensjaar heb ik 521 uur sportend doorgebracht. Dat komt neer op ruim 21 dagen. 8,5 Dag rennend en 8 dagen fietsend. Nog wat gezwommen en gewandeld. Dus als ik vandaag begin en onafgebroken ga sporten (12 van de 24 uur per dag!), dan ben ik voor kerst voor dit jaar klaar…. Ik denk dat ik daar net iets te oud voor ben intussen! Dan maar de chocolade opeten die ik heb gekregen.

13 november. Mijn spieren doen (weer) pijn. Blijkbaar is wandelen, iets afkoelen en Zwiften op 1 dag teveel van het goede. Het is zo’n vrijdag de dertiende waarop je alleen maar thuis wilt blijven en op de bank wil hangen, maar ik ga wandelen met een vriendin op de Kemphaan. Heerlijk om zo bij te praten! We lopen 6 kilometer, voor haar een wereldprestatie, voor mij een prettige manier om van de spierpijn af te komen.

14 november. Voor de IronmanVR32 (Africa) staat een korte run-bike-run van 1,5 kilometer hardlopen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer hardlopen. Ik ga het maar eens allemaal achter elkaar proberen! Vincent doet de loopstukken mee en in het tweede loopstuk moeten we naar de Hema. Joyce loopt virtueel mee, nu ze (toch met een ontsteking) tot de bank veroordeeld is. Mijn horloge heeft de software geüpdatet vannacht en zoekt lang naar de GPS. Ik heb korte spullen aan en de Tacx staat klaar. Anderhalf rondje om het park. In het begin voelt het alsof we 5 minuten per kilometer lopen, zo zwaar, maar het zit zelfs boven de 6 minuten per kilometer! De oude taart moet opstarten….

Maar later gaat het wat beter en in de tweede ronde kan het tempo flink omhoog, al blijft het nog wel zwaar aanvoelen. En dan loopt Vincent eventjes vooruit alsof het niks is, om een fotootje te maken.

Anderhalve kilometer in 8 minuten en 16 seconden. Dat heb ik mooi voor je gedaan Joyce!
Dan doe ik er een fietsbroek over aan en ga ik fietsen in Londen. De eerste 10 kilometer gaan nog prima, die zijn lekker vlak. Ik word een stayer-meester! Ik tel uit dat ik er 36 minuten over ga doen. Dat zal een misrekening blijken. Helaas regent het flink als ik de Thames oversteek richting de Surrey Hills.

Ik word alleen maar nat van het zweten. Het is geweldig hoe je Londen verlaat: je gaat door de Tubes!

Dan kom je in de heuvels en daar gaat het omhoog. Klimmen, klimmen, klimmen. Het is er mooi groen, dat wel.

Naar beneden ga ik lekker hard, maar de tijd die je met klimmen kwijt bent, maak je niet meer goed. 36 minuten gaat ‘m duidelijk niet meer worden! En dan mag je weer terug door de Tubes, maar dan moet je de trap op

14 Procent omhoog, dat is een kleine verrassing haha. Ik doe over 20 kilometer 44 minuten en na 20eneenbeetje zit de route erop. Ik ben nat en moet me omkleden voor we gaan hardlopen naar de Hema. Vincent neemt een rugzakje mee.

Al na 500m merk ik dat ik dit veel te lang niet meer heb gedaan! Ik voel me bepaald niet sterk en moet echt mijn best doen met lopen. Vincent kwebbelt over Pokemon. We lopen een beetje om langs het centrum van Almere Buiten en ik moet mijn uiterste best doen om te blijven denken dat het ‘maar’ 5 kilometer zijn. Pas na de tweede kilometer komt er wat regelmaat in. We lopen door Doemere, lekker onrustig. Na 3 kilometer zijn we bij de Hema. Het is vreselijk om met een mondkapje op een winkel in te moeten. We zijn dan ook heel snel klaar en met een fietsbel en fietslampjes lopen we weer verder. We hebben nog 1 tussenpuntje en dan nog 1 kilometer te gaan.

Ik zie dat we 24 minuten onderweg zijn en dan gaat er een lampje aan: nu moeten die 5 kilometer ook binnen een half uur ook! We lopen langs de Kalenderweg en ik ga harder en harder. Meer dan ‘ja’ en ‘nee’ komt er niet uit. Heel irritant als Vincent dan zegt: “Heb je haast, want we gaan nu wel een stuk harder”. In een hele zin!! “ja”. “Ben je boos ofzo, toch niet op mij?” “Nee” “Moet ik verder praten” “Neehh!” “Ik merk dit ook best hoor, dat we nu harder lopen”. grmbl. “We gaan het halen, mama, hoor, met gemak” “Ik-puff-stop-5-hijg-gelijk” 29 minuten en 21 seconden. Ik vind het mooi! We dribbelen heel rustig uit en terwijl Vincent in de Albert Heijn is, loop ik rondjes om de winkel om niet te veel af te koelen.

Al met al heb ik 1:22:49 over de run-bike-run gedaan. Ik heb me lekker uitgeleefd en ik heb een warme douche verdiend zeg ik.

Categories: Geen categorie | Leave a comment