browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

Een rustweek met twee wedstrijden erin? Het was alles of niets deze week.

Posted by on 16 July 2017

En dat gaan we in 1 verhaaltje samenvatten. De afgelopen week waren er momenten waarop ik helemaal niet vooruit te branden was, zowel op de fiets als rennend maar wat aansukkelde.

lopend op vrijdag: het onverharde pad is weg en ik ga nog net geen 8 minuten op de kilometer


Bedroevend gewoon! Op donderdag en vrijdag stonden er inderdaad langzame trainingen tussen 2 wedstrijden in, maar uitdagend is anders! Ik snap heel goed dat de meeste triatleten te hard trainen, want wat is zone 1 saaaaaaaaai. Ik liep op vrijdag in plaats van op de donderdag (ik moest zelf lopen in plaats van bij de training), omdat het vrijdag zou gaan regenen en ik dan liever niet fiets. Dus ging ik donderdagavond fietsen. Eerst even de ellende van vrijdag: de hartslag proberen zo laag mogelijk te houden. Het zou onder de 126 moeten blijven, maar dat ging gewoon niet. Ik was moe omdat we de afgelopen week een hoop beslissingen hebben moeten nemen en ik niet al te best sliep. Dan blijft de hartslag niet laag gewoon. Ik ging ook over de min of meer onverharde wegen: die zijn intussen ook bijna geasfalteerd helaas, maar het is wel bos. Ik verveelde me gewoon. Uiteindelijk heb ik met mijn zusje gebeld tijdens het rennen, ja heus. En ge-appt.

Geen regen


En foto’s gemaakt. De regen bleef uit tot de laatste 2 kilometer. Uiteindelijk hobbelde ik toch 15 kilometer bij elkaar, maar het voelde aan als helemaal niets.
Het fietsen was ook al niet veel de dag eerder: ik ging op de tijdritfiets, omdat ik een nieuw drinksysteem had en nieuwe schoenen, wat ik allebei wilde testen.

een drinksysteem en mooie witte schoenen die gemakkelijk open te krijgen zijn in de wisselzone


Maar net als bij het hardlopen moest het in een lage hartslagzone. En dat is best lastig op de dijk, op een racemonster: ik wil wel, maar ik mag niet! Ik fietste een rondje om de Oostvaardersplassen en ik maakte er een heel ruim rondje van, zodat ik op 40 kilometer uitkwam. Ik deed er ruim anderhalf uur over (1uur35), dus dat zou in een wedstrijd wel goed moeten komen. Maar dat trage gepeddel is niet echt uitdagend. In de training eerder deze week was het ook alweer pet met fietsen. We gingen niet op de fiets naar de training, maar met de auto: Vincent en ik.

De hollandse brug. Op en Af. maal zes. oninspirerend


Ik kan in het begin best hard mee infietsen, maar toen moesten we tig keer de Hollandse Brug op en af en dan loop ik wat achter. Ik vind het niet erg, begrijp me niet verkeerd! Ik hoeft me in de training niet te bewijzen, daar hoeft ik niet vooraan te fietsen, daar hoeft ik nauwelijks mijn best te doen, als ik dat in de wedstrijd maar doe en kan.
Het begon nog te regenen ook en het grootste probleem is dat ik en schijtert ben in de bochtjes. Toen ik er ook weer was, fietsten we terug naar de base en dan doe ik ook kalm aan: het gaat goed met mij hoor! We brachten de auto en de fietsen naar huis en ik ging nog een stukje hardlopen.

Lopen na de fietstraining: regen of niet, mooi is het!


Je raad het al: niet al te hard… Het begon nog een keer te regenen onderweg.
En op zondag was de allergrootste niets-dag: ik heb sport gekeken op TV, deze blog over sport geschreven, gestreken, ik ben naar de AH gewandeld en heb onkruid getrokken, maar verder heb ik niets gedaan.
Qua zwemmen was het ook geen topweek: ik deed gewoon wat me opgedragen werd. In baan 1 vertoon ik mij niet meer, maar in het zwembad is het wat leeg dezer dagen. Dus ik zwem achter R aan en op zaterdagmiddag zwem ik uit na de race. Dat was wel enigszins bijzonder, want ik moet echt totaal andersom insteken. Dat is wennen en raar, maar ik ga er veel krachtiger van zwemmen.

zwemspullen en daarbij heb ik sinds deze een week een echte zwemtas waar alles inpast!


Potverdikkeme, kan ik na een jaar zwemmen; moet ik het toch beter anders doen! Gelukkig ben ik daar in het zwemmen volledig toe bereid. Buiten zwemmen als training paste er deze week niet bij. Jammer, maar helaas. Nee, qua trainingen was het voor mijn gevoel niet veel deze week. Sloompies, suffig en afzien zijn de woorden die daarbij horen wat mij betreft.
Nee, dan de andere dagen: twee totaal nieuwe wedstrijden in één week! Op woensdag na een lange werkdag inclusief een presentatie togen we naar het Henschotermeer. In januari heb ik daar een run-bike-run cross gedaan; vandaag stond er een run-swim-run op het programma. Eerst 2,5 kilometer om het Henschotermeer heen rennen, dan in trisuit in het Henschotermeer 500 meter zwemmen en dan nog een keertje een rondje van 2,5 kilometer rennen. Reuze spannend, want ik heb nog nooit zonder wetsuit gezwommen! Gelukkig kan het best, maar als je dan door het zand bent gerend, hoe doe je je schoenen dan weer aan?! en 2,5 kilometer: hoe hard kan ik die eigenlijk rennen? Eerst startte Vincent met 1500meter hardlopen. Verkouden en gestrest als hij is. Om mij heen staan doorgewinterde triatleten die afspraken maken voor de eredivisie van het komende weekend, maar ook meisjes die straks hun sokken uit zullen doen en een badpak aanhebben. Ik vind het wat raar.

in trisuit voor het zwemmen straks


Ik start snel, maar vandaag gaat het hardlopen moeizaam. Ik heb de ademhaling niet onder controle en het tempo ook niet. Ik ga gewoon bloedjehard. Rob zei dat hij vroeger dit rondje in 11 minuten kon lopen en dat is dan opeens een richttijd. Dat is 30 jaar geleden… Ik ga mijn best doen! Wetend dat ik dadelijk ook nog mag zwemmen. Uiteindelijk kom ik na 11 minuten en 50 seconden op het strand. Schoenen uit, startnummer af, zwembril op en het water in. Koud!Ik ga aan het zwemmen en het is onwennig. Ik heb geen idee waar ik

op naar het water.


heen moet, maar de afstand is te overbruggen. Het duurt een tijd voor ik in mijn slag zit. Ik vind het wel geweldig! Eindelijk zwem ik in het Henschotermeer!! Yeah, een jaar na de eerste zwem-ervaringen komt een droom uit. Het is raar dat alles nat wordt, dat er geen badmuts is en minder drijfvermogen. Ik heb niet het idee dat ik hard zwem. En dan het land weer op. Daar staat mij een zeer onaangename verrassing te wachten: de wereld draait. Ik ben helemaal dizzy en van de kaart. En hoe onhandig is het dan om zandvoeten in schoenen te proberen te duwen ondersteboven.

Mijn gevoel op dit moment? dat de foto ondersteboven staat!


Ik ‘leen’ iemands teiltje met water om mijn voeten een beetje schoon te krijgen, maar je bent naar beneden gericht, wat de duizeligheid in de hand werkt. Onprettig. Schrikbarend. Ik zwalk naar de uitgang van het de wisselzone en heb het gevoel niet recht te kunnen lopen. Onwerkelijk en oervervelend. Toch maar rennen en na 100 meter is het weg. Aha. Dit is dus wat mensen voelen na het zwemmen. Ik had het liever niet geweten geloof ik. Het schrikt me af. Ik heb geen zin meer in rennen en ben een beetje misselijk na de draai-ervaring. Toch pik het op en het kan me niet schelen als mensen me inhalen. Ik heb het erg warm. Dit rondje gaat zeker niet in 11 minuten lukken. Ik ben moe, bezweet en zal blij zijn als het erop zit. Het laatste

Binnen de achtendertig minuten.


stukje ga ik niet eens meer echt harder als eindsprint, hoewel… de klok geeft aan dat ik net onder de 38 minuten kan komen en daar ga ik dan nog voor. Ik ben nog steeds een beetje dizzy, al is het maar van de ervaring. Dit geeft niet veel vertrouwen voor het zwemmen in het IJsselmeer straks…..
Want naast het Henschotermeer stond ook het IJsselmeer in de planning. Een kwart triatlon. Dat is dus een kilometer zwemmen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer hardlopen. Hoeft ik niet meer wakker te liggen van de presentatie en de run-swim-run: kan ik nog een paar nachten slecht slapen voor de kwart… Ik zag niet op tegen het zwemmen of het fietsen, maar vooral tegen het hardlopen van tien kilometer. Sinds de woensdag zie ik ook op tegen het zwemmen, door golven en dan een trapje op moeten terwijl alles draait…. Ik regel het maar zo goed mogelijk van tevoren: het drinksysteem past, de schoenen wisselen moet beter lukken, als ik de elastiekveters maar breed open zet en ik kan op de fiets gels meenemen. Rob en Vincent gaan naar het aikido-examen en Joyce gaat mij begeleiden. Toch ben ik ongelooflijk gespannen een paar uur van tevoren. Ik krijg nauwelijks twee boterhammen met stroop weg. Ik pak alles twee keer in, Rob zet de fiets vast. Ik heb buikpijn, ik zie er als een berg tegenop en ik vraag me af hoe ik dat toch kan verbeteren. Een beetje spanning is oké, maar ik voel me er echt niet goed bij. Dat ik slakkentempo kan lopen, wil toch niet zeggen dat ik straks meer dan een uur over 10 kilometer doe?! Ik maak me erg druk en heb buikpijn van de spanning. Of zou ik ziek worden, zo voelt het.
Tot zover was de voorbereiding goed, maar ter plekke verlamt de paniek me.

Ik sta in de wisselzone mijn wetsuit uit de vuilniszak te halen, terwijl de rest al klaar is!


Stickers plakken, het flesje vastmaken, een trisuit aandoen: het lukt me maar nauwelijks. Ik raak de weg kwijt in Urk tussen het startbureau en de wisselzone. Ik fiets en alles lijkt goed te zitten, maar ik heb mijn wetsuit nog niet aan. Ik richt snel de wisselzone in en moet nog naar de WC. Dan is het 5 voor tien, terwijl we om tien uur starten. Gelukkig trek ik het wetsuit zo aan. Heb ik Joyce wel goed geinstrueerd? Ik heb me niet goed ingesmeerd! Ben ik niets vergeten klaar te zetten? Ik heb wel aan een gel gedacht een kwartier voor de race en de voeding zou op orde moeten zijn nu met 4 gels die strategisch klaarliggen en een idee over hoe het zou moeten met innemen. Om twee

Degene rechts op de foto zonder badmuts, dat ben ik. Ongewoon laat!


minuten voor tien ga ik het water in. En weer uit om Joyce een knuffel te geven. Ik mis de standvastigheid en daadkracht van Rob. Ik ga snel het water in, zwem 3 slagen zodat ik nat ben en vind Krista. Ik heb nog een minuut om te vragen waar ik heen moet zwemmen en wordt op de boei gewezen die ik zelfs kan zien. Dit is niet mijn stijl! En dan valt de spanning weg. Zoals ik weet. We mogen starten. Ik sta een beetje in het midden. Laten we dat ook eens proberen.
Krista is zo weg, ik moet me eerst behelpen met de waterpolo-crawl: met je hoofd boven water. Op naar de gele boei. Om me heen zwemmen een hoop lieden, maar ik zoek mijn weg, ik zoek mijn ritme, ik heb even tijd nodig. Bang voor zwemgeweld en centrifuges met trappende mensen ben ik niet, gek genoeg. En dan ben ik al bij de boei! Dat schiet lekker op. Ik haal iemand in, zie al een schoolslag en ik zie de boot. Ik ga (aan de verkeerde kant?) om een vlaggetje heen en dan ga ik lekker 1 op twee ademend aan het zwemmen.

Ik zwem er érgens tussen!!


Mijn slag, mijn ding, die anderen lieden kunnen mij niet schelen: ik ga er omheen of langsaf. Op naar de volgende boei. Ik zie ze, de gele ballonnen. Ik kan de route aan de hand van de rest en de boeien bepalen. Golven? Ik merk er niks van of ga er van uit dat ik ze mee heb. Ik kom in de flow en ga aan het genieten: dat ik hier zomaar in het IJsselmeer zwem! Vorig jaar durfde ik nog niet in het diepe en zie mij nou… Slag, kijk, adem, slag, zon, adem, slag, boei, adem, slag, wolk, slag, bril-zit-goed, slag, adem, inhalen, om de hoek, slag. Het gaat best snel. Ergens wel jammer. Als ik straks niet meer kan of de triatlon niet afmaak, dan is dit toch meegenomen: ik heb echt in het IJsselmeer geploeterd!
Ik moet iets dichter naar de pier en haal nog een kerel in. Ik zie op tegen de trapjes en dan zijn ze er opeens al. Ik klim moeiteloos en stevig naar boven en maak gebruik van de helpende hand. Even rust, maar er draait niks! Ik trek de badmuts af, de bril af en het wetsuit uit.

Over de rode loper!


In mijn haast voor ik begon heb ik de volgorde ‘bril onder badmuts’ toch goed gedaan. Ik gooi de badmuts in de daarvoor bedoelde bak en voel me prima. Ik dribbel naar de wisselzone. Weinig fietsen nog! Ondanks de haast daarstraks in de wisselzone, weet ik snel mijn fiets te vinden. Wetsuit ophangen (gespiekt bij de anderen) en gebruik van het handdoekje van de buurman maken; die toch al weg is. Helm op, startnummer, bril op, fiets pakken (dat is de enige hickup), schoenen aan en gel vasthouden. Ik ga naar de uitgang, stap op en heb de gel nog vast die ik niet snel genoeg open krijg. Ik kan snel inklikken met deze schoenen en hou de gel nog even vast. Eerst Urk en haar hobbelsteentjes achter me laten. Mensen halen me in, maar ik wil eerst rustig in het fietsen komen. Vandaag heb ik geen haast, ik ga deze wedstrijd niet winnen, ik kom in de top tien bij de 40plussers, aangezien er maar tien dames zijn en een PR wordt het toch wel. Krachten verdelen, voeding op orde krijgen en binnen de drie uur deze triatlon afronden: meer en minder is het niet. Zo niets als de

Op voor 40 kilometer fietsen!


trainingen zijn, zo alles is dit!
Ik hou de gel nog steeds onhandig vast. We gaan de dijk op en ik vraag me af waarom die irritante pilonnen er staan. Ik ga even opzij, scheur de gel open en slok de colagel naar binnen. Als je tijdens de race ‘eet’, dan merk je niet hoe smerig ze zijn. Omdat ik mijn helm heb ingekort, kan ik prima drinken nu. Gel achter het elastiek die tegen mijn hand tikt. Ideaal dit, de volgende gel zit in mijn gezichtsveld. En dan begint het fietsen. De eerste 3 kilometer zitten er al op! We gaan de dijk af en dat had ik niet verwacht. Ik ben geen bochtennemer. Ik rem teveel af, durf niet, schakel niet goed terug. Ik zeg tegen mezelf dat ik niet bang hoeft te zijn, dat ik door moet trappen. Hardop. Dat is raar, maar het werkt perfect. Ik praat tegen mezelf en ik praat mezelf moed in. “Dan de bochten maar eerst, blijven fietsen Anke”. Zulk soort teksten. “Lekker gaan trappen dadelijk, nu heb je wind mee”. Ik zeg het hardop, kan mij niet schelen wie het hoort. Ik word door supersnelle fietsen ingehaald en daar begrijp ik niks van. Ik ben zo’n slechte zwemmer, wat hebben die mensen in ‘s hemelsnaam gedaan dat ze achter mij terecht zijn gekomen? Hoe kun je zo’n dure fiets hebben en kwart triatlons doen en dan deze oude taart pas na tien kilometer inhalen?! Maar ik zeg hardop tegen mezelf: “Met wind mee is 37 kilometer per uur prima, kunnen we straks iets minder hard als we wind tegen krijgen”. Zo doe ik dat. Ik haal ‘s iemand in en die haalt mij in de bocht weer in, dus daarna is het mijn beurt weer. Ik lig lekker op de fiets, kan soms wat slokken drinken en ga aan het trappen. De lange rechte weg. Ik ga geen pacman spelen; ik moet nog zo’n eind en ik weet niet of ik dat kan. In mijn haast heb ik daarstraks vergeten mijn loopschoenen goed open te zetten, daar kom ik nu achter en ik baal er nu ook alvast van. Niks aan te doen nu. De heren mogen mij zo voorbij fietsen, al verbaas ik me na 20 kilometer toch echt over de supersnelle fiets met dichte wielen die voorbij komt zoeven en zou ik willen roepen: wat heb jij al die tijd gedaan!? Een man vol tatoeages haal ik in en hij lacht; ik roep ‘gaat lekker he’ naar hem. Dan ga ik een constant tempo aan het rijden: ik vind 30-32 prima. Je zou hier maar wonen in de polder zeg. Lange rechte weg. Ik ben al op de helft en het gaat goed met mij. Ik forceer niets en als het moet, praat ik wat tegen mezelf. Ik groet de boer die langs de kant van de weg staat: dit is een unicum: een Turkse boer in Urk. Verder is er weinig publiek: wat zeg ik, géén publiek. (vandaag ook geen foto’s) Hier en daar een eenzame vrijwilliger. De man met de tatoeages gaat me weer voorbij. Nog een paar andere heren, maar het zal mij niet schelen, ik doe mijn eigen ding. Ik heb wel het idee dat er gestayerd wordt. Ik zou graag de mevrouw voor me inhalen, maar ik voel nog geen racebehoefte. Ik heb een do-you-own-thing-en-finish plan. Dan moet ik plassen. Dat is mooi vervelend, op de fiets. Ik moet best nodig plassen, maar ik kan niet plassen op de fiets. Dat zou moeten kunnen, maar ik kan het niet. Volgens mij heeft de organisatrice Annemarie Rustenberg er ooit een stukje over geschreven dat je dat gewoon moet doen, maar ik kan het niet laten lopen. Ook niet als ik het probeer. Het hindert me, niet qua tempo, maar het idee! Hoe moet ik dan hardlopen dadelijk? Misschien dan maar plassen? Ik moet het eens navragen: op de hele triatlon zul je toch ook moeten pissen?? Toch maar een slokje drinken en dan de bocht richting de dijk. Eindelijk zeg. Even wind tegen en lekker genieten en dan moet ik omhoog de dijk op! Als ik bovenop langs de dijk rijd roep ik eerst: “oh wow! Wat mooi!” Hardop natuurlijk, achter mij zitten nog een paar mensen, maar die zijn ver weg. De meeste lijken voor me te fietsen. En dan hou ik het tempo vast. Opeens begin het pacmannen dan toch. Ik ga gewoon door en door en haal de ene na de andere in. Geen idee hoe! Misschien de sportdrank, omdat ik geniet, omdat de rest wat afzwakt? Er lopen schapen over. Ja werkelijk, zo nu en dan steekt er een schaapje over. Ik hoeft zelf maar 1 keer in te houden voor een schaap terwijl ik oplijnde om in te halen en als ik de vrouw dan toch inhaal roep ik vrolijk: we eten shoarma vanavond! Er staat een meneer te plassen en dat vind ik oneerlijk. Ook de mensen van de achtste triatlon komen erbij. In de verte zie ik Urk alweer liggen. Ik kom eraan Urk, zeg ik. En dan ga ik hardop tegen mezelf zeggen: “Je kunt tien kilometer hardlopen” Ik zeg het wel 5 of 6 keer: “Ík kan tien kilometer hardlopen, dat kan ik”. En ik maan mezelf te eten. Ik stel het van 32 tot 34 kilometer uit, maar dan slobber ik de sinasgel weg. Ik krijg daarna even problemen met de ademhaling, maar dat is overkomelijk en snel voorbij. Dat komt omdat het eten me zo tegenstaat, maar ik weet dat het moet om dadelijk te kunnen lopen. Ik krijg wat last van mijn linkerknie. Hopelijk is

Ik fiets de wisselzone in


dat straks geen struikelblok bij het hardlopen. Er is 1 meid die me inhaalt, maar die is zeker tien jaar jonger. Die mag het. En de heren ook (behalve degene die geplast heeft eigenlijk) En dan verklaren de pilonnen zich: de lopers komen me tegemoet. Ik ziet Krista al. De inhaalacties houden nu wel op. Ineens is het druk. Ik schakel terug en hobbel Urk in. Joh, ik kom niet eens meer in de top-3 nu ik Krista al heb gezien en nog een andere TVA-ster.
Uitklikken, afstappen, de wisselzone in: het gaat best goed. Fiets ophangen ietsje minder, schoenen zijn zo uit en ik heb keurig aan het resetten van mijn horloge gedacht. Helm af, zeg ik nog maar hardop tegen mezelf en het commando ‘bril af’ ook. Loopschoenen aan met zandvoeten en gaan rennen. Dat fietsen heb ik in een mooie tijd afgerond. Ik steek een gel bij me voor onderweg en ga aan het rennen. Tussen de achtste triatlonners in, tussen het publiek door en het is onwennig. Ik weet dat de eerste drie kilometer wat-doe-ik-hier-en-waarom zijn, maar ik vind het prima, ga daar maar van uit. Daarna volgen 5 kilometer die ik moet doorkomen en de laatste 2 kilometer zijn fijn, want dan weet je dat het hoe-dan-ook gaat lukken. Dan merk ik dat mijn horloge nog een hartslagbeperking aan heeft staan.

Daar gaat ze: op voor tien kilometer hardlopen


Ik vloek hardop, in Urk nog wel en de toeschouwers kijken om. Sorry, maar dit is onhandig: nu krijg ik elke keer een signaal dat mijn hartslag te hoog is. Ach, ik weet het en ik kan het in de gaten houden: zone 2 blijft het zeker niet! De eerste kilometer geeft een tijd onder de 5 minuten aan. Nou dat kan wel iets minder dus. Ik had het trapje al gezien vanaf de fiets, dus ik ben voorbereid, maar ik vind het een slechte grap. Dan het bos in. Ik consolideer en leg mijn tempo vast. Het kan me niet schelen hoe hard of zacht, als het maar goed voelt. Het bos is een beetje glad en dat is zonde. Ik zie mensen die minder goed hardlopen. De eerste post na 3 kilometer sla ik over. Ik ren geen tien kilometer, ik ren er gewoon twee keer vijf. Het is best warm. En hardlopen is best zwaar. En het tempo onder de 5:30 houden is best ambitieus. Er komen al (veel) mensen terug. Ik vind het asfalt niet erg leuk. Warm. Ik snij niet af over het gras langs de velden. Ik heb niet goed genoeg naar de route gekeken. Grappig genoeg overleef ik zonder gemor de eerste drie kilometer, maar begin ik me op de vierde kilometer af te vragen waarom ik dit doe en hoe ik in mijn hoofd haal ooit een halve triatlon te gaan doen. Ik besluit dat ik dadelijk een gel moet nemen. Net voor de post als het even kan, zodat ik wat water van hen kan gebruiken. Maar waar is de post…. Gelukkig ken ik in Almere straks de route wel heel goed. Dan moet ik een halve marathon lopen…. Niet aan denken nu! Ik kom Krista tegen: die gaat als een speer zeg! Ik loop nu echt wel achteraan, maar ach, ik ga ook de kwart volbrengen nu ook! De andere TVA-ster kom ik ook weer tegen. En de compagnon van Krista. Dan zie ik de post en ik trek de gel tevoorschijn. Vieze bosbessen… Snel wat water er bij en water voor over mij heen en dan weer terug. Dit is een heen- en weer-parkoers. Het is onverhard door het bos en ik vind het wel fijn. Rond kilometer zes begin ik wat mopperig te worden en ontbreekt de zin, maar het helpt dat ik zie dat ik niet de laatste ben en ook niet de laatste dame. Ik ga door de waterplassen heen en deze keer snij ik wel af over het gras. Ik zwaai naar de tennisbaanbeheerder. Het aantal mensen publiek is NUL. Niemand naast de vrijwilligers. Daarna kickt de gel in en voel ik me wat beter. Ik zie onze trainer ook nog, die heeft het zwaar. We gaan het bos nog een keer in en ik ben even de weg kwijt; was ik hier al in dit bos? Ik ren mensen voorbij die gaan wandelen of langzamer gaan. Acht kilometer gehad, ik ga het nu ook afmaken ook! Dat weet ik al. Ik ga het ook binnen drie uur doen, dat is zeker. Binnen twee uur en drie kwartier ook nog. Ik kijk op het

Daar kom ik na tien kilometer hardlopen, veertig kilometer fietsen en één kilometer zwemmen weer in Urk aan


horloge, mijn hartslag stijgt nu wel, maar daar kreeg ik iedere kilometer al een ongenode melding van. Dan wordt ik nog even emotioneel door alles wat we hebben moeten beslissen afgelopen week en hoe ik hier zo verzeild geraakt ben. Even maar. Ik heb niet heel veel meer over: die laatste kilometer versnellen – mij niet gezien! Ik vind het watervalletje niet zo prettig, want ik moet nog steeds. Ik kan ook niet al lopend plassen heb ik ontdekt. We moeten de dijk opklimmen, maar dat lukt mij niet meer hardlopend. En daar ligt Urk: ik kom d’r aan! Mijn tempo gaat omlaag in de volle zon en ik wordt nog ingehaald ook op het smalle dijkje. Mij kan het niet meer schelen, ik vind het knap waar ze het vandaan halen. En dan ineens is er drukte en de finish. Veel eerder als ik had verwacht! Nog op de dijk en ver van de wisselzone af. Ik ben verbijsterd en zet snel het horloge uit.
Heb ik dit nu binnen de 160 minuten gedaan? Ik word geinterviewd en antwoord eerlijk dat ik niet veel last van de wind heb gehad, dat ik vast wind mee heb gehad, haha. Ik ga wat drinken, want dat moet van Joyce. Ik ben blij met wat ik gedaan heb, gelukkig dat ik zo ontzettend genoten heb. In de tijd ben ik niet geinteresseerd, dat ik het zo leuk vond, dat is belangrijk! 1:37:30 Vind ik goed en past mij precies. Ik heb me goed aan de voeding gehouden, goed de krachten verdeeld en dat besef ik ook wel. Krista heeft het echt goed gedaan. En ze heeft op mij gewacht met de prijsuitreiking! Ik ben heel snel weer bij en ren naar de WC. Iemand anders moet mijn pakje maar openmaken. Wat een opluchting! Ik sta te kletsen bij de prijsuitreiking en Krista concludeert dat ze vierde is geworden, omdat de vrouw die derde werd haar net inhaalde. Maar dat zijn de dames onder de veertig! Ineens moet ik weer naar het podium, als derde dame boven de veertig. Ik ben blij. Dat was ik al, maar dit is heel leuk! Dan is Krista eerste reken ik meteen uit. Ik heb het TVApakje nog aan.

Derde. Echt.


Trots dat ik uit handen van triatlonheldin Annemarie Rustenberg de mooie medaille krijg. Trots dat ik naast Krista mag staan. Ik ben oprecht blij. Dat ik op mijn eerste kwart triatlon meteen derde wordt; tjongejonge. Als ik het podium afstap met de medaille en een kadobon, wordt het me teveel. Ik ben blij, boos, verward, moe, emotioneel, eenzaam zonder Rob, bang, verdrietig, gelukkig en verbijsterd. Alles bij elkaar. Krista zegt tegen Joyce dat ik even een schouder nodig heb om uit te huilen. Ik ben helemaal verdwaasd. Joyce zet me op een trapje en ik kom ook wel weer bij als ik Rob bel. Het is gewoon van alles bij elkaar: dat ik dit kan, dat mij dit lukt, dat ik dit zo vreselijk leuk vindt, dat ik zo kan genieten, dat ik kan zwemmen en kan fietsen, dat ik nog kan hardlopen en dat ik het best kan met de voeding en dat ik het zo vreselijk leuk vond en daarmee dan ook nog derde wordt! Meer is er niet aan de hand: geen blessure, geen ongemakken, geen onoverkomelijke fouten gemaakt. Krista en Joyce verklaren mij voor gek, maar ik wil straks uitzwemmen in het zwembad. Ik kan naar mijn fiets lopen, mijn spullen verzamelen en uit Urk wegkomen met mijn prachtige fiets aan de hand. Ik ben niet kapot, ik praat mee en alle zenuwen zijn weg.
Vincent vroeg wat ik het ergste vond, vanmorgen bij het ontbijt. Nou: die uren voor de start. Niet vlak voor de start, maar het ontbijt en de twee uur voor de start. Dan voel ik me zeer ongemakkelijk van de spanning en dat is vriendelijk uitgedrukt. We komen de trainer nog tegen en die vindt terecht dat hij als man minder kans op een overwinning maakt dan wij dames. Ik heb met hem te doen dat het lopen hem niet lukt. Ik stel de man voor als mijn zwemleraar en daar zal ik later spijt van krijgen als hij mij uren later nog beter probeert te leren zwemmen in het zwembad! We gaan mijn kadobon maar meteen innen, nu we toch in Urk zijn. Ik kies een nieuwe BH uit. Verdiend toch?! Dan rij ik naar huis. Ik heb de lunch overgeslagen: het visje in Urk mocht Joyce van me hebben. En ik ga uitzwemmen ook! Grappig dat mensen mij feliciteren, zo voelt het niet: Krista was toch eerste?! Ik ben benieuwd naar mijn tijden, en ik hoeft helemaal niet ontevreden te zijn: netjes gezwommen binnen 21 minuten en gefietst binnen 1 uur 20 en gelopen binnen de 55 minuten. Zelfs in de wissels was ik niet het slechtste! Ik heb er niks aan overgehouden: geen last meer (gehad) van mijn knie, geen hoofdpijn, nauwelijks spierpijn of pijn in mijn voeten. Alleen een schuurplek in mijn lies, een klein wondje van schurend zand op mijn teen en verbrande schouders. Een zalfje verhelpt alles.
Niet de derde plaats, niet het volbrengen van de kwart triatlon, niet de trots of dat ik de krachten goed verdeeld heb is de grootste winst: de grootste winst is dat ik genoten heb, dat ik het geweldig vond. En dan sluit ik net zo af als bij de vrouwentriatlon: Of ik nu vol vertrouwen naar de halve doorga? Wat denk je zelf….

Comments are closed.