browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

2026 – Wedstrijd 9: Gelreman Hele Triatlon

Posted by on 22 August 2026

22 augustus 2026

Dat ik slecht sliep is een understatement. 3 keer plassen. Heel erg angstig. Kort. Moeizaam. Ik hoorde alles. Niet echt bevorderlijk. En toen ik om 4 uur moest opstaan voelde ik me erg slecht. Totaal niet klaar voor een hele triatlon. Ook dat is een understatement. Ik kon niet eens bedenken of dat normale zenuwen zijn of meer. Maar geen koorts. Ik zei wel tegen Rob: ik ga niet starten, ik voel me te beroerd. Veel moeite met het ontbijt. Ondertussen maar DuoLingo gedaan, maar ik ben gewoon echt niet lekker. We moeten alles opruimen en het is nog donker. Ik vind het allemaal helemaal niks. Ik graai nog een vuilniszakje mee voor het geval het mis gaat in de auto. Ik zit stokstijf stil adem te halen en de tijd af te tellen in de auto. Super vervelend. Ook voor Vincent en Rob. Ik wil NU die pil om de zenuwen te bedwingen. Ik vraag me al een paar dagen af welke pil ik het eerste zou nemen: die om de zenuwen onder bedwang te houden of die voor de voeding. Deze verlamming is vreselijk. Het ondermijnt. Ik ga naast de auto zitten plassen en ben vooral bezig met in leven blijven. Niet met de fiets, niet met de wedstrijd, niet met Vincent; alleen maar doorademen. Ik zet de spullen klaar in de wisselzone en het is hartstikke krap allemaal!

De kratjes zijn open, dus alles leg ik in plastic zakken. Ik mis het dat Vincent ook stress heeft, maar ik ben gewoon druk met mezelf nu. Vreselijk eigenlijk. Doen we nooit meer, allebei dezelfde (hele triatlon) wedstrijd. Ik blijf ook misselijk. Langzaam gaat het licht aan en het is mooi. Ik ben niet de enige zenuwpees, maar ik zie het nauwelijks. Om kwart voor 7 dat pak aan en dan gaat Vincent om 7 uur starten met de snelle groep. Ik klaag nog even bij MV en wacht met HB die ook de hele triatlon doet. Hij is een heerlijk nuchtere Fries en dat helpt wel goed (hij was er ook bij de Berenloop), maar voor mij helpt er weinig.

Het water in helpt al wat, maar de misselijkheid blijft hangen. Iemand naast me zegt nog: ‘als dat zwemmen maar voorbij is’, maar ik zie nu al op tegen de marathon! En dan om 10 over 7 mogen wij gaan zwemmen. Mijn brilletje zit goed, mijn pak ook en ik heb alles met vaseline ingesmeerd.

Ik blijf misselijk. Niet dat ik moet spugen, maar misselijk. Het houdt me niet tegen, maar het helpt niet om dit leuk te vinden! Ik zwem echter van boei naar boei. Gewoon stukje voor stukje. Het eerste blok van 500m gaat goed en dan ben ik al aan de zijkant. Het ademen is 1 op 2 en de slag gewoon kalm de mijne. Het touwtje van het pak zit niet goed, die kruipt steeds onder mijn arm en klemt dan wat. Ik moet er iets aan doen en probeer ‘m in het pak te haken, maar dat lukt niet. Dan probeer ik ‘m ergens anders vast te maken en dan blijft ie zitten. Ik denk dat ik laatste ben, maar er zijn nog veel mensen achter me. Ook veel voor me. Ik zie de boeien goed en zwem gewoon door. Als we aan de andere kant zijn en terugzwemmen bedenk ik dat mijn lijf het gewoon niet kan: opeens heel vroeg moeten gaan functioneren. Als ik nog een keer zoiets idioots vroegs moet doen, moest ik misschien maar een week lang om 5 uur een half uurtje krachttraining gaan doen ofzo. Ik moet er zelf om grinniken, maar het besef is er wel en dan is het tegen kwart voor 8 / 8 uur denk ik en zitten er zo’n 1500m op en dan wordt het lijf en ik wakker. De misselijkheid wijkt en ik ga steady zwemmen. En dan weer terug richting de start voor het tweede rondje!

Als je net als ik boei voor boei doet, komen ze soms opeens heel snel dichtbij en soms duurt het eindeloos. Dat is grappig. Ik doe de lage overhaal en adem 1 op 2. Mijn benen doen niets. Ik probeer aan allemaal leuke dingen te denken en waar het ook weer zo helder water was en toen dacht ik: ohja, Waterville. De zon kwam er door. Het was echt heel erg mooi, maar met die zon tegen… Moeilijk de volgende boei te zien. Moeilijk om überhaupt iets te zien! Toen ik eenmaal door de lethargie heen was, begon ik echt te genieten en maakte ik me ook niet meer druk. Als ik door de zon de boei niet zie, dan zwem ik toch die kant op en kom ik vanzelf iets tegen… En dan is de boei er opeens heel snel. Ik moest een keer flink plassen. Maar dat blijft in dit pak een beetje hangen. De zon ging gelukkig schuil achter de wolken, want anders had ik als rechts-ademer weinig gezien verder op aan de andere kant. Nu zag ik dat hele stuk alles en die boei was dan weer heel ver weg. Had ik tijd om te mijmeren hoe ik dit aan mijn vrouwelijke collega’s moest uitleggen: ga lekker zwemmen! Heerlijk relaxed. Ik deed namelijk niet mijn uiterste best. De dag is nog lang zat. Gewoon lekker doorzwemmen en ik kreeg het echt naar mijn zin. Ik bedoel maar: wie zwemt er nou voor het ontbijt al dik 3 kilometer? Over ontbijt gesproken: de honger begon toch wel een beetje. Het broodje werd aanlokkelijk. Ik had het stemmetje van Merijn of Pepijn van Lord of the Rings in mijn hoofd: “and what about second breakfast?!”. Het water was prima van temperatuur en er waren werkelijk nul golven. Ik haalde zelfs een aantal mannen in (echt meervoud) met gouden badmutsen. Die zijn dan 10 minuten eerder gestart en dan nog haal ik ze in? Die zullen wel geweldig fietsen dan ofzo. Maar nu is het mijn beurt om te lachen. De laatste boei duurt weer oneindig lang en dat klopt, want ik vertraag ook wat. Maar dan ben ik de 3500m ook al gepasseerd. Naar de finishboog is gek genoeg nog veel langer! En dan heb ik net geen 3800m en dat binnen de verwachte 1,5 uur en nog 6 minuten sneller ook! Ik kan snel en goed opstaan en Rob roept me toe dat Vincent in 1 uur en 5 minuten heeft gezwommen. Wow.

Ik moet nu dus even naar het touwtje zoeken en ik doe rustig wandelend mijn pak uit. Het grootste deel tenminste. Het laatste restje doe ik zittend naast mijn fiets en GATVER dan komt er een hele plas uit. Letterlijk: plas. Ik heb flink wat vocht afgevoerd. Niet zo lekker naast het broodje en het stinkt nog ook. Ik vouw het pak op en leg het open en bloot in de kist in de hoop op nog een paar buitjes. Ik ben niet eens de laatste joh! Ook niet de snelste en zeker niet met wisselen. Ik eet al wandelend naar de start mijn broodje op. Tip voor de volgende keer: doe dan eerst de handschoentjes aan! Dat was nu even gepruts.

Echt, ik maak geen haast, ik heb de hele dag tot 22:00 de tijd. Ik ben klaar om te gaan fietsen. Ik zwaai nog even naar de gehandicapte collega van MV en ga dan lekker de route verkennen. Ik heb gister een filmpje door gekeken en dat helpt mij dan. Ik ga op zoek naar de herkenningspunten. De weg af en de snelweg over. Ik ga dit rondje vandaag 4 keer doen, dus deze eerste keer hoef ik alleen maar op te letten en te kijken. De hoek om naar links. Ik ben erg blij dat ik de mouwtjes heb aangedaan, ik heb het absoluut niet warm! Het is natuurlijk ook pas 9 uur en bewolkt en geen hoogzomer meer en ik ben nat – van het zwemmen, niet van het plassen. Ik neem gelijk nog maar een blokje als ontbijttoetje. Dan over een snelfietspad langs de woonwijk. Het is nog doodstil en op de kruisingen staan allemaal knullen die mij vrolijke asielzoekers lijken. Niks verkeerds, het enige wat ze hoeven te doen is verkeer tegenhouden! Overigens is het parkoers ook redelijk leeg. We gaan een dijkje op en daar roept een meneer die het verkeer regelt me vrolijk goedemorgen toe. Lekker joh! Dan richting Arnhem. Ik herken het beeld van het filmpje en ik zag die gister ook vanuit de auto.

Omdat er weinig foto’s zijn van mij op de fiets (als in ‘geen enkele’ tot nog toe), haal ik foto’s uit het filmpje, zoals ik het gezien heb
(Link)

We schampen Arnhem en dan een dijk op. Ik neem weer twee blokjes. Liggen, wind mee en langs de flats. Daar heeft iemand een ratel vanuit zijn keukenraam, wat top is, maar ik zal 3 keer elke ronde schrikken dat er iets is met mijn fiets… (de vierde ronde zijn ze weg) Er zitten nog wat mensen verderop buiten en voor de rest is het publiek zeer dungezaaid! Niet erg, ik kijk uit over de stad op links en ik hou van deze kale dijken. Dan een brugje onderdoor en de eerste vrouwelijke vrijwilliger! Dan een rottig links-rechts bochtje en de volgende dijk. Deze keer is alles nieuw en prima. Ik weet het zo even niet uit mijn hoofd waar we dan komen. Ohja, Huissen! Stukje omhoog en daar staan bij de AH gedegen verkeersregelaars. Kan ik zo oversteken en dan de volgende dijk op. Langs het klooster! Love it. Er staat een Mariabeeld.

De dijk is afgesloten, alleen triatleten mogen er op. De verkeersregelaar is zo goed, dat ik haar echt een fatbiker zie tegenhouden. De volgende dijk is weer rustig. Ik heb wat moeite met drinken. Ik krijg de bidons lastig gepakt. Ik heb meer zin in water dan in de sportdrank, maar ik kom er niet bij. Dan pak ik nog maar een paar Bloks, nu even per 1. De dijk is echt heerlijk leeg en ik kan flink doorfietsen. Ik let niet echt op het tempo, ik doe gewoon maar wat. Zoals ik ook getraind heb. Niet over de kop gaan, hoewel ik het erg benauwd krijg als ik aan de marathon denk. Die gedachte duw ik dan weg en ik kijk naar de dijkhuisjes en de boten. Het water staat echt bizar laag! Ik zie plaatsnamen die ik nog niet kende: Angerden, Pannerden.

Langs de huizen in de dorpjes onder de dijk, langs Camping de Waay en dan weer een dijk op geloof ik: weer lekker traag omhoog! Volgende dijk! De kleuren zijn mooi. Niet zoals thuis, maar dit rivierengebied is weer anders. In de verte een prachtig kasteel of fort Pannerden denk ik.

Aan de rechterkant, met de toren.

Dan ben ik al bij de post, maar ik heb nog niks nodig eigenlijk. Ik kijk wel goed voor straks alvast. Dan weer verder over de dijken die me echt wel bevallen. We komen bij de steenfabriek en dat vind ik zo gaaf. Ook al zijn er klinkertjes en ik moet even goed naar het standbeeld kijken en dan tussen het water door en een enorme installatie: ik vind het boeiend! Dan een stukje door het land en misschien zijn daar de schoorstenen: ik weet het niet meer precies! Door naar Bemmel en daar zie ik de op 1 mooiste regenboog ever (de mooiste was in Ierland): vlakbij en ik zie echt waar de pot met goud staat, zo dichtbij is het! Helaas snap ik ook wat het betekent: regen. Het is niet veel, maar ik word nat. Dan het dorp door: niks voor mij! Een beetje omlaag, een paar lastige bochten en dan verder over een grote weg. Het fietspad waar we links mogen rijden. Scheelt oversteken, maar die oversteek is een stukje verderop een stuk lastiger met een paar scherpe bochten! Voor deze bochten-niksnut een vertragende factor. Maar dan komen we weer op een doorfietspad en die heeft geweldige leuke lantaarnpalen, dat zijn schakels van fietskettingen! Het viaduct is bezaaid met kleurrijke schakels. Ik hou er van.

Dan langs de snelweg en het is goed dat hier een fijn breed pad ligt, want wind mee geeft altijd ook wind tegen. Er staat een stinkende bok heel doordringend te kijken in de eerste ronde. Ik zie donkere lucht en dat is mooi om te zien, maar de plotseling aantrekkende wind is een slecht teken. Ik ben al snel weer bezig met het volgende: de laatste klim. Dan ga ik al langs de pilonnen voor het loopparkoers fietsen. Ben ik al zover? Ik let niet echt op de tijd of iets. Bij de post kijk ik uit naar Rob, maar hij is er niet. Nu heb ik niet perse een bidon nodig, maar nieuwe Bloks zouden fijn zijn. En dan begint de regen. Holy shit: een vette bui! Ik rij langs het evenementen terrein en hoor iemand (een man) me aanmoedigen, geen idee nu nog wie het is. Mijn onmisbare zonnebril zit vol druppels. De andere wedstrijden beginnen op dat moment. Dan rij ik verder en het viaduct over en in de volgende bocht, in de regen, staat Rob. Ik heb even het praatje nodig en de Bloks en een nieuwe bidon. Ik vind nat worden niet erg, maar Vincent heeft geen jasje aan en ook Rob heeft geen regenjas of iets. De vrijwilliger vraagt of ik nog iets wil en ik vraag of het droog kan blijven verder. Ik ga verder fietsen en bedenk dat een jasje wel in mijn tas had gezeten. Ik vind het wel een stuk enger met het natte wegdek. Voorzichtiger over de rotonde. Als ik langs het Gelredome fiets, komt er alweer wat zon door, maar er zijn nu wel plassen en het wegdek is nog nat. De bocht net over het viaduct glij ik elke keer een beetje weg. Maar nu kan ik al iets beter naar punten toe fietsen. Het is nog steeds bizar rustig, zo weinig andere fietsers om me heen. Niet dat ik het erg vind. Ik kijk op Arnhem, schrik weer van de ratel en even verderop staat een stelletje met een kinderwagen. Ik heb hen een paar keer gezien op dat punt en dat vind ik super! Op dezelfde punten als daarstraks vraagt mijn lijf om Bloks. Ik ga ze nu per 2 eten. Ik weet dat de dijken heerlijk vrij zijn. Het is pas 10 uur of half 11 en nu gaat langzaam alles open. Ik zie dat het klooster een dominicaner klooster is. De man op de kruising geeft me de groeten van Piet mee: hij moet het ook zelf leuk maken! Hoewel ik er al een keer eerder ben geweest en aanknopingspunten heb, kan ik prima nog een keer alles bekijken. De wind is nog steeds gunstig. Fijn dat ik midden op de weg kan rijden! Ik zie een prachtig huis dat Peppelgraaf heet.

In de laatste ronde zie ik de eigenaar aan het spitten, maar ik vind het een gaaf huis. Ik zie heel veel schepen: omdat het water laag staat is het echt krap. Mooi gezicht. Ergens zie ik ook een camping aan het water en dan denk ik dat Rob van Joyce dat echt geweldig zou vinden.

Tussen de bomen door kan je de camping net zien!

Ik zie een huisje wat zo echt midden op de dijk staat en vroeger een gemaal was. Het is nu een museum, maar ik ben vergeten voor wat: in de tweede ronde zie ik dat het een natuurmuseum is.

De kilometers beginnen al lekker op te tellen, maar ik ben er echt niet mee bezig. Ik stop nu wel even bij de post en ruil het water. Ik probeer te plassen (ga even zitten), maar het hoeft niet of lukt niet. En dan weer door! Langs de Waalcamping. Ik snap iets niet: ik zat eerst toch op de Rijnkade en nu weer langs de Waal? Wanneer en hoe is dat dan gebeurd precies? Langs een voetveertje wat (vandaag?) niet vaart en langs de steenfabriek. Ik zie in de verte een schoorsteen en vraag me af of ik daar nou langs ga en even later ben ik er dan al. Dat soort dingen vind ik erg fijn: richtpunten.

Dan weer naar Bemmel en het water staat daar zo laag, dat de steigers ver boven het water uit steken. Kerkje en dan weer omlaag. Ik word intussen ingehaald door de hele snelle mensen of de eersten van de halve of eigenwijze, dus het is iets meer opletten. Er steekt een groep racefietsers de dijk op, maar ze gaan bij de oversteek rechts/links de andere kant op gelukkig. Ik zie nu het bordje van de familie: Every family has its own story. Ik denk even aan de onze.

En dan het beeld van de dikke mevrouw boven op een bergje. Op dit stukje zie ik elke keer een wandelaar: de eerste keer een oude vrouw met een wandelstok, daarna een vrouw met bergwandelstokken en nog een keer iemand met een telefoon. Heel grappig. De Bloks zitten er ook in met een soort van vaste momenten. Ik heb nog een keer een licht buitje als ik weer richting het snelfietspad ga. Dat fietspad is nu wat drukker, met andere racefietsers. Ik laat ze me inhalen. Ben echt met mijn eigen ding bezig en ik ben bijna op de helft! Ik zie al iemand lopen op het loopparcours, maar ik snap het nog niet echt, hoe dat dan gaat. Daar wordt het drukker. Dan is Joyce bij de post. We kletsen even en ze krijgt de kaakjes niet open waar ik zin in heb. Ze weet dat Vincent nog bezig is. Ik eet een paar happen van het broodje, maar dat werkt niet. Nieuwe gele bidon en nieuwe Bloks en dan schuift ze me een paar stroopwafeltjes toe. Ik vraag het meisje wat er naast zit en die ik al een paar heb gezien of ik laatste lig ofzo, maar dat doe ik blijkbaar absoluut niet. “Je doet de hele, respect hoor.” Ik zwaai even naar Rob die bij het evenemententerrein staat.

En wat andere mensen. Dan ronde 3 in. Beduidend vele malen voller met andere deelnemers! Moet ik een beetje opletten en rechts houden. Want ze halen me allemaal in. De stroopwafeltjes vallen echt top en ik ga veel eten deze ronde. En deze bidon met sportdrank is erg lekker, die drinkt super weg. Intussen weet ik wat ik kan verwachten. Zeg goedemiddag tegen de vrijwilliger boven aan het dijkje. Het is net 12 uur geweest. Het gemaaltje bij Arnhem wat een restaurantje is, is open inmiddels. De stoeltjes staan buiten.

Op de dijk bij Arnhem fiets ik met Marije op. We kletsen even, maar naast elkaar fietsen lukt niet omdat we ingehaald worden. Ik heb er zin in deze ronde! Gek genoeg fiets ik weg van Marije en ligt mijn tempo hoger. Zij moet hierna ook nog een ronde. Ik heb tijd nodig voor de marathon! Het ene blokje na het andere. Het is nu ook druk bij de AH in Huissen en Piet staat er nog steeds. De zon komt er weer door en ik kijk goed hoe mooi het eigenlijk is. Er is geen publiek.

Ik zie best veel katten, die hebben echt een wereldje hier. Op de velden, tussen het gras en liggend in de tuin. Ik ben ergens wel blij dat er nu meer mensen zijn, maar ik vind het ook jammer dat ik dan over de rotklinkertjes moet omdat zij doorrazen. Of er rekening mee moet houden. Ik zie nu ook mensen die gevallen zijn. Vlak voor de post ligt iemand die lelijk is gevallen. En wat ik nu bedenk is dat er iemand opgaf toen ik bij Rob stond in de regen, die zei tegen de vrijwilliger: ik wil de volgende ronde niet in, moet ik terug wandelen nu? Dan denk ik: van hem heb ik gewonnen. En van de meneer die naast de weg zit met een warmtedeken: die haalt de finish ook niet. Ik zie ook ergens een jongere, maar ik zie de fiets niet en dan ben ik meteen in de stress: als het Vincent is… Straks vragen aan Joyce. En meer stroopwafeltjes. Dan ga ik mijn achterband voelen. Ik denk dat ie lek is. Hij dicht zichzelf, maar het voelt niet goed. Ik zie flink wat mensen met lek, want dat is op natte wegen. Ik passeer de 100km ongemerkt.

Kijk bij 130km weer en het is gek dat je dan denkt: nog 50km! Ik reken een beetje en hoop om 3 uur of half 4 aan de marathon te kunnen beginnen. Dan heb ik tijd genoeg. Dat reken ik dan na. En dan zijn er al veel mensen op het hardloopparkoers en is het druk. Ik kom weer bij Joyce. Eerst mijn band controleren, die is nog kei-hard. Dan stroopwafeltjes eten en een vrijwel lege bidon wisselen! Ik geef ook de Gelreman-waterbidon. Pak een andere aan. Ik heb nog steeds niet geplast.

Ik ga even liggen als ik Rob zie en stop hem dan om te vragen mijn achterband te checken. Er is niks mis mee en Vincent zal over een kwartiertje gaan hardlopen. Ik mag nog een rondje. Dit rondje is volkomen eenzaam. Het is dat ik de route ken, maar anders zou ik denken dat ik verkeerd zit. Ik zie een trolleybus en blijf even links rijden, zodat de gewone bus kan doorrijden. Ik bedank elke vrijwilliger en de knul op de eerste post heeft zijn belofte gehouden: het bleef droog. Maar de wind trekt wel aan. Zelfs de man met de ratel en het stelletje met de kinderwagen is weg. De dijk is leeg. Het is dat ik weet dat Marije nog achter me moet zitten, maar anders… Ik geniet nog wel een keer van de omgeving, maar nu heb ik duidelijk veel meer wind tegen en gaat het moeizamer. Ik hou best van de leegte zo!

Bij de AH in Huissen is het dan opeens stikdruk. Ik kan weer de klinkertjes ontwijken. Ik neem nog wat Bloks, maar minder dan in de vorige ronde. Het tempo gaat wat omlaag en het gemak ook. Gek genoeg voel ik mijn schouderblad. Ik had dat na het zwemmen al even, maar ik vrees dat dat voortaan in mijn lijf zit. Ik kijk nog een keer extra goed naar alles. Ik zeg nooit dat dit de laatste keer is dat ik hier kom, want misschien moet ik de marathon wel staken en dan moet ik het nog ooit ‘s doen! Ik hou de mouwtjes de hele rit om. Ik heb wel uitgeteld dat het niet de volle 180 kilometer zijn. Daar maal ik niks om. Ik stop nog even bij de post en wissel een bidon. Het is overal rustig, ook bij de vrijwilligers en de posten. Langs de steenfabriek en om de appelboom heen is nu weer makkelijker.

De blinde bocht kan ik midden over de weg nemen. Van niemand last op het smalle fietspad aan de linkerkant. Ik verveel me niet op de fiets. Geen spelletjes nodig. Bij de tunneltjes heb ik nog weer meer wind tegen, die is echt gedraaid. Het is de bedoeling dat je zin krijgt om te gaan hardlopen, maar ik zie alleen maar ontzettend op tegen de marathon. Hardlopen is mijn sterkste kant niet meer. Ik passeer de 100 mijl, dus de fietsbadge heb ik binnen! Het is heel erg druk op het loopparkoers en ik moet echt goed oppassen. Ik kijk of ik Vincent zie, maar dat is niet zo. Dan rustig klaar met fietsen, maar het publiek is ook daar al weg. Ik zie Rob en ik stap op tijd af.

Ik ga echt geen haast maken, maar het is toch echt al tegen half 4. Dan zie ik Joyce en mijn collega Jo iets verderop. Ik stop even en zeg tegen Joyce dat ik ontzettend tegen de marathon op zie. De tranen staan me dichtbij. Sorry Jo, maar dit is het nou eenmaal. Joyce zegt het allerbeste: “gewoon aan de eerste ronde starten en dan zien we wel. Je gaat finishen hoor.”

Ik ga ook haar advies om rustig te wisselen opvolgen. Mijn fiets past er amper tussen, dat is irritant. Ik ga zitten en dan kan ik plassen. Zo schoon zijn mijn schoenen nog nooit geweest! Ik wissel toch weer tegelijk met iemand anders en ik hoor ook anderen tegen hun familie roepen dat ze even rust nemen. Ik doe een goede knoop in mijn schoenen en schone sokken aan. Pak nog een gelletje mee en dan de wisselzone uit. Ik ga hardlopen. Het is er druk, want er zijn nog megaveel lopers. Fijn, dan kan ik de route zien! En voor me lopen Vincent en HB.

Ik wil er best bij gaan lopen, maar zelfs hun langzaamste tempo is te veel voor mij. Ik roep naar Vincent en krijg een hartje boven zijn hoofd voor me. 🫶🏼 Genoeg voor mij en heerlijk dat ze voor me lopen, want dan loop ik rechtop naar ze te kijken. Door het bos inderdaad. En over zand. Dan tussen het water door. Ik zie een enorme vis! Aan de rechterkant gelukkig. Ik blijf rennen. Plan A: de hele eerste ronde gewoon blijven rennen. Tempo is niet interessant: alles harder dan 9 minuten op de kilometer is dikke winst en dan haal ik het binnen 15 uur. Ik loop best lekker!

Op het kruispunt zie ik Joyce en ik zwaai even, maar ik loop door. Ik drink zelfs het water gewoon in een rustige looppas. Ik maak zelfs een kilometer onder de 6 minuten! Het voelt wel oke, maar niet gemakkelijk. Dan over de lange weg en daarna over het smalle pad. Ik loop achter een mevrouw en hou dus even haar tempo aan. 6:10 ofzo. Eigenlijk kan ik wat harder, dus op de weg haal ik haar in. Het is echt heel erg fijn om nog mensen te zien die aan het fietsen zijn! Het zijn niet allemaal mensen van de hele, maar allerlaatste ben ik nog niet. Het op en neertje valt me mee. Ik wil toch die marathon vol maken! Ik zie HB hardlopend en Vincent wandelt een stukje: ik snap ‘m. Hij zit wat rondjes verder. Mijn knieën doen wat zeer. Dat is echt de leeftijd. Ik had op de fiets en in de wissel al last van mijn linkerknie: meestal verlies ik dan in korte tijd teveel gewicht. Met het hardlopen trekt het weg. Ik ga over het modderpaadje en ondanks de drukte blijf ik lekker rennen. Bochtjes door en dan nog een keer zwaaien naar Joyce. Dan ziet P van tri2one coaching me weer. Hij heeft ons vandaag al meermaals herkend en fietst lekker rond voor iemand anders, maar hij was degene die mij daarstraks ook riep in de regen op de fiets. Goed dat hij Vincent hier de hele ziet doen, want Vincent is door hun ‘fantastische’ triatlon academie flink afgewezen. Hij roept naar mij dat mijn zoon voor me loopt. Twee andere lopers snappen er niks van en ik zeg dat het voor mij was. Dat mijn zoon iets verderop loopt. “Je zoon loopt ook?! Wat geweldig, wat een rijkdom” roept de mevrouw uit. Ik realiseer me dat weer even. Vincent wandelt en ik haal hem in. Er zit weliswaar 2 rondes verschil in, maar het is leuk om 1 keer te kunnen doen. “Ik ga finishen” roept ie en dat snap ik helemaal. Dat is het belangrijkste. De ronde blijven hardlopen is voor mij van belang, maar ik vind het ook niet makkelijk. Ik moet misschien een beetje. Ik voel me al minder krachtig. Ik wandel voor wat water of cola en ren weer door. Het is nog steeds druk. Ik begin al te rekenen: met wandelmomenten moet dit ook lukken. Even rustig aan in het bos. Langs het water rennen.

Ik zie behoorlijk veel mensen wandelen. Ook al doen ze maar de halve afstand. Joyce loopt een stukje mee en ik eet een paar kaakjes. Ze heeft alle (te volle) bidons nog bij zich, dus ik ben degene die wat hard doorstapt. Ze loop terug en ik ga weer hardlopen. Niet hard-hard, maar behoudend hardlopen. Het begint al op te raken. Omdat ik tel in rondes, is het qua kilometers lastiger. Zeker in het bos op het smalle pad wat nog druk is en er best veel wandelaars zijn is het niet gemakkelijk om te blijven rennen. Ik moet nu ook. Ik ren naar de Dixie, die heeft geen papier, Jo heeft wel papier, maar ik krijg het pakje niet uit en ik hoeft niet hard genoeg. Dus ik hobbel weer door. Dit is pas rondje 2! En het is al aan het opraken! Da’s niet goed. Ik word niet blij. Ik ga even naar de Dixie op het evenemententerrein, maar er komt weinig. Het kost tijd. Ik wandel even. En neem een drastisch besluit: ik ga een ronde wandelen.

Joyce moet mee en ik moet kaakjes eten en cola drinken. Voeding tot me nemen en mijn maag-darmstelsel de mogelijkheid geven om dat te verwerken is belangrijker dan de finishtijd. Ik krijg nog even niet uitgerekend of ik het ga halen dan, maar Joyce riep daarstraks van wel. Ik stap vet door, want elke km onder de 10 minuten is hardlopen toch? Ik kijk niet om me heen en ik zie niemand echt. Bij de kruising roep ik dat Joyce de spullen maar moet achterlaten bij Jo en dat ze met cola en kaakjes mee moet lopen. Ze had haar wandelschoenen al aan… Ik eet het ene koekje na het andere en het parkoers wordt iets rustiger. Joyce vertelt van de kleinkinderen, ik ben niet toe aan iets vertellen geloof ik. Eten en stappen. Bij de post wat water drinken. Ik ben verdikkeme nog niet op de helft! Maar dit heb ik getraind: finishen is het doel. Het vertrouwde gebabbel van Joyce en de koekjes doen hun werk: ik kan weer helderder denken. En dan komt Vincent er bij lopen.

Hij is er zo klaar mee. Dit is zijn vierde ronde geloof ik en hij gaat naar de bel. Die luid je voor de laatste ronde. Het is leuk even met zijn drieën te lopen door het bos en Vincent steekt fel zijn middelvinger op naar Joyce als die vraagt of hij dit nog een keer gaat doen, zo’n hele. Veel mensen vragen elke keer ‘welke ronde zit je’ en ik hoor ook vaak ‘de laatste loodjes’, wat zo is voor alle halves, maar niet voor mij. Straks zijn ze allemaal weg. Ik ga alleen niet meer in het licht finishen. Ik besluit de vierde ronde ook te lopen. Mijn lijf heeft dat gewoon nodig. Dan kan ik 5 en 6 met renblokken werken. Als ik de halve marathon maar binnen de 3 uur haal, dan heb ik echt genoeg speling. Ik doe er 2:47 over. Dat stelt me wat gerust. Mensen roepen naar me aan de kant en 1 vrouw roept heel hard: “Je gaat finishen” Er zit een groepje en die nemen het over en ik vraag ze of ze er nog zijn als het donker is en ze zeggen van wel. Ik wandel stug en flink door. Ik neem tukjes op de post en cola. Ik raak de tel kwijt met de kilometers. Voor me wandelt ook iemand met zijn moeder. Ik wandel sneller en kom er bij wandelen: “wat vind je van dammen, dat is ook sport” De knul is direct voor! Hij ligt een ronde voor op mij. We hebben het ook nog even over paardrijden en dan rent hij weer langzaam verder.

Het wordt nu echt rustig op het parkoers. Er lopen supporters ons tegemoet en 1 meneer zegt het enige juiste: “Elke stap telt.” En zo is het! Elke kilometer is er 1 dichter bij de finish. Vincent is aan de laatste ronde bezig. Op de kruising wacht me een verrassing: Jo gaat met me meelopen. Hij kan het heel goed met Joyce vinden en wil me steunen nu. Dat is superlief. We kletsen, maar ik zou niks kunnen herhalen. Hij vertelt dat hij een overwinning heeft behaald op werk en vrijdag eindelijk iets voor elkaar heeft gekregen, maar ik zou niet meer weten wat. Hij heeft kaartjes voor Roadburn. Gelukkig is het lekker rustig en zitten we nu niemand meer in de weg. De caravan is ook weg gegaan en van de drummers heb ik nooit iets gehoord. Jo moet in de buurt blijven, zodat hij me de tijd van Vincent kan vertellen. Ik loop het heen en weertje alleen en dan is Vincent klaar: 11:44. Ik ben supermega-overdetop-trots. Maar ik moet nog zo’n end en ik ben er nog lang niet! Jo blijft lekker meelopen, ook door het bos langs de snelweg. ‘Hier moet je voor het donker wel weg zijn’, zegt ie, maar ik reken daar niet op. Ik loop nog over het asfalt met Jo en ik voel dat ik blaren krijg. Deze schoenen zijn ook niet gemaakt om te wandelen! Ik heb ergens wel weer zin om te rennen, maar ik durf de opgebouwde energie ook niet te snel op te gebruiken. Jo blijft weer op de kruising achter. Joyce gaat ‘r fiets halen en wacht me weer op, zodat ik in ronde 5 stukken kan rennen. Ik stap alleen verder langs het klimpark en langs de mensen die daar met mij mee de rondjes aftellen. Ik ga even proberen hoe hardlopen gaat, al is het maar 500 meter, maar het voelt goed. Het lijf herkent het direct als hardlopen en vertrouwd. Behoudend en berekenend. Tucjes meegraaien en de speaker kent mijn naam. ‘Met haar ervaring gaat dit ook lukken’, zegt hij over mij. Kijk, dat heb ik nodig.

Ik hobbel langs de mensen bij de frietkraam en ze moedigen me aan. Ik heb Rob en Vincent net gemist, omdat ik weer wat vaart ben gaan maken. Deze vijfde ronde is speciaal. Ik hoef niks en alles is meegenomen. Ik kom Joyce en Jo tegen en Jo maakt een foto van me als ik hardloop.

Ik doe zolang het lukt, maar zuinig. Ik kijk nu goed om me heen. Het licht is echt schitterend. Het is totaal niet meer druk. Ik kom bij het water een grote groep van een triatlonvereniging tegen en die jongen roept dat Vincent gefinisht is en in welke tijd. Ik snap er niks van en vraag hoe hij weet dat ik bij Vincent hoor, maar ik herken hem echt niet. Ik hobbel weer een stukje. De vrijwilligers op de post kennen me intussen ook! Die kleine support, die herkenbaarheid: daar hou ik van. En dan is de weg zowat leeg voor me. Ik kan weer een heel stuk hardlopen, maar niet de volle kilometer. Ik kijk nu erg goed, want straks is het waarschijnlijk donker. Zie dat er links van het onverharde pad water ligt. Zie het bankje waar mensen zitten. Ik zie een medestrijder voor me die het ook moeilijk heeft. En dan staat Joyce op het verharde stuk met de fiets! Ze gaat met me mee en ook langs het op en neertje. Ze zegt dat Vincent een frikandel op heeft, maar over eten moeten we het maar niet hebben, dan speelt de misselijkheid direct op… Als ik het bos in ga, fietst Joyce om. Ik probeer wat te rennen, maar het lukt even niet zo goed. Als Joyce er weer bij is, ren ik wat op het asfalt. We rekenen nog een keer, maar ik ga het halen en dat voelt wel goed! Ik ren nog kleine stukjes en we maken een selfie.

Ik besluit het laatste rondje alleen te rennen. Eerlijk gezegd weet ik niet precies waar Joyce stopt met meefietsen, maar ik denk dat ze tot de weg is mee gegaan. Ik weet nog dat we samen naar het evenemententerrein hebben gekeken en Joyce zegt dat ze pas vlak voor de blauwe loper is gestopt met meefietsen, maar ik mis compleet elke herinnering aan een hele kilometer. Ik wandel wel. Ik spaar simpelweg voor het laatste rondje. Dat wil ik dan toch alleen doen. Dan ga ik naar de bel en die luid ik!

Ik zeg mijn achternaam tegen de speaker en zie Vincent en Jo is er ook nog. Nog een paar tukjes en dan ga ik hardlopend het laatste rondje in. Het licht is echt prachtig. Hele lange schaduwen. Voor mij hebben ook 2 mensen gebeld voor de laatste ronde. Ik zie de vrouw net de Dixie uit komen en ik haal haar in. Ik moet er voor eindigen en ruimte overhouden. Het is nu kilometers aftellen. Iemand begint over een hamburger van de McDonalds, waar ik om grinniken moet. Stukje rennen voor PL en zijn gezin. Wandelen in het bos. En voor AA natuurlijk, want dat had ik beloofd. Het zijn geen wereldtempo’s meer, maar alles wat ik kan rennen is meegenomen. Er zit nog een man voor me, maar die staat te rekken bij de post en ik ga op de weg hardlopen. Het gaat zeker 500m helemaal goed. Voor de familie B. Die heb ik al een tijdje niet meer gezien. En voor de familie van LM, die geweldige pa heeft het triatlonnen toch ook doorgegeven! De zon is prachtig rood aan de rechterkant. Het onverharde stuk loop ik heerlijk bewust. Bij het op en neertje is vrijwel niemand meer. Hier lopen toch echt de laatste strijders! Stukje rennen voor deze en gene, ik weet echt niet meer wie, maar ik geloof zeker voor mijn collega die nu op Lowlands zit. En dan begint het toch te kriebelen. Ik moet nog 5km (wat ik twee keer op mijn vingers natel) en ik heb daar ruim 40 minuten voor om binnen de 14 uur binnen te komen. Hm, is toch aanlokkelijk. En dan ga ik toch nog ergens mijn best een beetje voor doen. Het bos is absoluut nog niet helemaal donker. Er wandelt een meneer in het roze en ik haal hem wandelend in. Hij moet nog een ronde hierna. Dan komt er iemand van de organisatie op de fiets (een lekker ding hihi) op me af en die vraagt hoe het gaat en dat is een stomme vraag natuurlijk, maar hij is aan het controleren wie er nog kunnen finishen. Ik zeg dat ik in de laatste ronde zit en hij zegt me dat ik de finish ga halen! Die man achter me zal ongeveer de laatste zijn hoor ik nog net. Op het asfalt doen de blaren nu serieus zeer, maar hardlopend zijn ze minder pijnlijk. Ik had dat bij de Frysman ook. Ik loop een stukje hard voor de dames die vroeger de pauzes niet meetelden in hun lange duurlopen en afstevenden op een snelle marathon, om tot de ontdekking te komen dat de tijd dan wel doortikt! Nu zijn ze gestopt met hardlopen en dik geworden. Ik wissel nog even stuivertje met de man in het roze. De andere man in het blauw is weg en ik ga weer hardlopen na de kruising. Hobbelend langs het park, over de doodstille weg. Het wordt langzaam donker, maar helemaal is het licht nog niet weg. Het is nog niet koud gelukkig! Ik loop een heel stuk voor Rob en Vincent en dan de laatste kilometer in. Het laatste stukje onverhard. Ik wandel even zodat ik het laatste stuk naar de finish voor mezelf kan rennen. En dan komt er een mevrouw in een scootmobiel naast me rijden. Ze vindt mij en ons atleten maar geweldig en zit boordevol complimenten. Ik vertel haar dat mijn zoon ook heeft meegedaan. Ze bedoelt het superlief en blijft bij me als ik ga wandelen. Maar zo wordt het laatste stukje rennen voor mezelf wel heel lastig! Het zet alles ook in perspectief: ik sport daar de hele dag, zij in haar scootmobiel. Ik ren de blauwe mat op en dan door naar de finish! De speaker noemt Maastricht in plaats van Almere, maar het is goed zo. Ik heb ze alledrie!! Ik ben blij en trots.

Joyce is er nog, Vincent geeft me de medaille. 13:56:36. De Frysman begint met 14 uur, Almere met 12 uur en deze dus met 13 uur. Joehoe! Ik heb ze!!

Kus Rob, ga nog met Vincent op de foto samen

en dan… moet ik de marathon nog volmaken. 300m te kort. Irritant maar waar. Joyce gaat naar huis en wij halen ook snel de spullen op. Ik ben niet de laatste, absoluut niet. Ik laat Rob en Vincent de spullen in de auto zetten en dat voelt nog schuldig aan ook! Ik drink een pakje chocomelk, maar mijn hele reactievermogen is net zo nul als vanmorgen. Ik heb nul behoefte aan contact met wie dan ook. Ik ben wel erg moe en mijn voeten doen zeer. Rob rijdt rustig naar huis. Soms heb ik wat kramp, maar mijn ogen blijven net aan open. Ik zie amper waar we zijn en herken werkelijk niks, zelfs de A27 niet. We zijn rond 11 uur thuis en zetten alle spullen onder de overkapping. Vooral mijn voeten doen pijn. Ik moet opeens even liggen. Ik zou graag dat wetsuit uitspoelen en douchen, maar onder de douche gaat alles golven dus ik stap er snel weer uit. Ik heb serieus blaren, voel ik. Ik ga in bed liggen met 2 paracetamols en ga slapen. Het was een lange dag en de processing draait nog wel even in mijn hoofd. Zo bizar veel indrukken te verwerken. Zo’n intens lange dag.

Ik ben om half 4 wakker.
Brein: “WAKKER!!!!”
Benen: ohnee, we zijn tegen.
Brein: “goed moment om eens wat te evalueren”
Blaas: om te plassen.
Benen: ‘NEE.’ Deze slag winnen de benen.

Brein: “Eten?!”
Maar de maag en darmen rommelen daar erg tegenin.
Ogen: ‘zullen we doorslapen?’
Brein: “waarom??”
Benen: ‘maar hoe moeten we dan liggen om door te slapen?’

Brein stuitert nog even door, wil vanalles
Nu Onmiddellijk.
Benen krampen daar tegenin.
Schouderblad doet ook een duit in het zakje en voelt niet lekker.
(gelukkig houden de katten zich er buiten).
Ik lig een half uurtje te draaien en te zoeken naar een houding en rond kwart over 4 slaap ik weer verder.

Nog wat statistieken:

256 deelnemers hele Gelreman, waarvan ongeveer 35 vrouwen (misschien iets meer)

Er zijn veel mensen die zich nog omgeschreven hebben naar een andere afstand of vanuit een andere afstand.

Zo’n 35 mensen zijn niet aan de start verschenen.

197 finishers

35 vrouwen (18%)

24 mensen zijn niet gefinisht.

Ik was vijfde bij de 50+ vrouwen. Van de 5.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

five × 4 =