browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

2026 – na de Gelreman: over schaamte, moeizaam terugkomen en de paar werkelijke complimenten.

Posted by on 26 August 2026

Zoals altijd is het verwerken van de hele triatlon lastig. Trots of tevreden zijn verder weg dan ooit. Ik schaam me zelfs voor mijn prestatie. Op Insta zie ik zoveel kampioenen, wonderen, podia, excuses en mega-tijden en overwinningen dat ik in mijn gewone wereld daar niks aan toe te voegen heb. Ik heb geen zin om excuses aan te moeten voeren voor een tijd die prima is. Excuses zijn er genoeg: dat gebroken schouderblad, mijn leeftijd en vrouw-zijn met alle hormonale ontwikkelingen van dien. Ik heb gewoon getraind en precies dit is waar ik voor getraind heb: de finish halen. Dat is wat ik gedaan heb. Wij wij gedaan hebben. Vincent en ik en Rob ook. Dat ik een verkeerd finish shirt heb en dat er weinig foto’s van me zijn, draagt ontzettend bij aan het gevoel niet goed genoeg te zijn. Fysiek ben ik echt vrij snel weer op de been. De blaren, hoofdpijn en een dagje een rood koppie zijn de enige ‘wonden’. Ik zoek het op, maar het is normaal dat de spieren in mijn schouderblad nog gevoelig zijn na zo’n inspanning: dat kan nog een jaar duren. Die blijven aansterken. Dat ik geen spierpijn heb, voelt niet goed. Alsof ik niet mijn best heb gedaan. Wat zo is. Ik heb gekozen om me er gemakkelijk vanaf te maken. Met al dat gewandeld. En dat heeft niet idioot veel druk gegeven. Als ik het opzoek, vind de zoekmachine het wel een mooie tijd. En dat het zeldzaam is, maar mogelijk dat ik weinig spieren beschadigd heb door het vele wandelen. Dat ik extreem goed getraind ben geweest. Door het gebrek aan al te veel fysieke ongemakken valt het des te meer op dat mijn brein dit niet verwerkt krijgt. Ik slaap slecht en ben heel snel wakker en alert. Ik snap wat er gebeurt is: in de week voor de triatlon ben ik heel erg in de stress geschoten: vluchtgedrag waar ik niet uit kwam. Niet kunnen eten, niet slapen, hele hoge stress. De ochtend voor de triatlon is er een verlamming ontstaan en ik ben tijdens de triatlon in vluchtgedrag geschoten. Daarna weer terug de verlamming en vermoeidheid in. Dat ik niet kan slapen is een logisch gevolg, want het brein blijft alert op gevaar. Door alles wat ik hoor en lees, lijkt het alsof niemand daar last van heeft en het alleen maar halleluja is. Ik heb het gevoel dat de triatleten van de club me allemaal uitlachen, omdat ik er meer dan 13 uur over doe en een marathon in 5:40 heb gedaan. Ik ben blij dat ik niet hoeft te werken, want ik ben een paar dagen niet in staat om probleemoplossend te denken. Als alle fysieke ongemakken echt weg zijn, begint de boosheid: op degene die vals spelen, op de opscheppers die aandacht nodig hebben, op coaches die niets van zich laten horen en de lieden die er niks van snappen. Ik zet het op Strava. Ik krijg 16 likes op het zwemmen. De grote voorbeelden en influencers krijgen al meer op een simpel traininkje. Voor de marathon 32 likes en 7 opmerkingen. Van de geijkte oudere dames die reageren hoe geweldig het is dat ik dit doe. Er is opmerking die me heel diep raakt:


Die van Hugo. 

Met Hugo heb ik tussen mijn 12de en 22ste levensjaar een ander leven geleid. We zaten samen bij scouting. Ik was geen druktemaker, viel toen al niet extreem op, maar ik deed wel vanalles mee. Verlegde mijn eigen grenzen. Naar de Ardennen fietsen was wel 145 kilometer en dat was meer dan mega-mega-veel. We groeiden samen door naar de rowan-scouts en we trokken naar de bergen. Met een grote rugzak de bergen door. Ik liep achteraan. Altijd, steevast kalm achteraan. Gestaag door. Hugo liep met aankomend marinier Rene voorop. En dan moesten ze wachten tot ik er ook was. Eindeloos lang voor hen natuurlijk en dan had ik 5 minuutjes pauze en moest weer door. Maar ik deed ’s avonds mee de afwas. Ik was de schijtert die de rivier voorzichtig overstak. Ik had meer blaren dan tenen. Ik kon niet tippen aan de mannen of aan het gemak waarmee mijn vriendin J de berg op liep. Zij van scouting trouwden onderling, bleven eeuwig een vriendengroep in Eindhoven en omgeving en ik ging naar Hilversum en Almere. Hugo loopt de marathon. Met zijn kleine pootjes kan ie hard. 4:30-jes is een trainingstempo. We zagen elkaar bij de marathon. En een paar jaar geleden op een reünie. Ik was op dat moment geblesseerd en dus niet zo blij, maar ik vertelde hem dat ik triatleet geworden was. Hugo was onder de indruk. Diep onder de indruk. Dat ik tijd vrij kon maken om te trainen. Dat ik de sporter geworden was. Hij ziet weinig van mij op Strava, want ik loop niet te koop met geweldig zijn en toch weet Hugo het. Deze opmerking, dat het ‘bijzonder’ is, doet me heel veel. “Bijzonder dat je dit kunt”. Het is voor mij een wake-up call dat de echte wereld niet bestaat uit influencers op Instagram. Dit is iemand die mij kent van vroeger en nooit of te nimmer had kunnen bedenken dat ik dit ooit zou kunnen. Hij veroordeelt de marathontijd niet. Hij vindt het ‘bijzonder’. En dan weet hij nog niet eens dat mijn zoon mee heeft gedaan.
Een andere ‘good one’:

De opmerking van mijn vriendin Jaf. Ze heeft al veel van me gehoord en ik stuur haar de foto van Vincent en mij bij de finishboog. Min of meer gewone mensen voor wie een stukje wandelen buiten de deur en eens per week zwemmen een overwinning zijn.  Dat haar zoon naar buiten gaat om Pokemons te vangen is een grote overwinning voor ze, want die jongen zit al jarenlang binnen achter de computer. Jaffie vraagt zich af hoe lang zo’n triatlon nou duurt. Ik heb er de afstanden bij gezet, maar dat is al moeilijk voor te stellen. Van Amsterdam naar Antwerpen fietsen. Ik kan me ergeren aan de vraag “hoeveel tijd”, maar ik draai ‘m om: wat denk je? De wilde gok is fantastisch: half uurtje zwemmen, 5,5 uur fietsen en 2,5 uur lopen. Gemiddeld voor Vincent en mij. Ik leg voorzichtig uit dat de allersnelste zwemmer in een triatlon er 40 minuten over heeft gedaan. Dat Vincent 63 minuten zwom en dat dat snel is en in de top-20 van deze wedstrijd. Ik zeg dat ik er 1 uur en 24 minuten over heb gedaan. De reactie is geweldig: “Ongelofelijk dat je dat zo lang kunt.” Niets over of het snel is, maar zij houdt ’t in het buitenzwembad zo lang niet vol! We hebben het over fietsen en ze antwoordt simpelweg en eerlijk: “het is allemaal boven mijn petje hoor”. Wat ze wel snapt is dat ik even stop bij Rob en dat vindt ze dan “ schattig 🥰 “ . Zo werkt het dus: gewone mensen kunnen zich werkelijk NIETS voorstellen bij wat er gebeurt. 

Dit dan. Het roert me echt. Iets presteren wat bijna niemand kan? Samen meemaken? Ongekend uniek? Als ik het zo lees, is het meer dan waar!!
Als ik haar onze eindtijden vertel, reageert ze eenvoudigweg: “Maria in de hemel. Dit wordt hier ons avond eten gesprek voor morgen 😉

Ik heb nog een extra dag om bij te komen, om te verwerken en om de blog af te maken. Omdat ik wat beter slaap, gaat het wel. Kan ik op 26 augustus alles delen en dan weer aan het werk en over tot de orde van de dag!

Ik heb het al eerder opgeschreven, waar de echte rijkdom ‘m in ligt:

Rijkdom

De rijkdom van de triatlonsport zit ‘m wat mij betreft niet in de hoeveelheid wedstrijden of podiums. Niet in het duurste materiaal of de meeste exposure op social media. 

Voor mij zit de rijkdom in het inspireren en motiveren binnen mijn eigen opvoeding. Dat opvoeden doen mijn man en ik samen. Voordoen, naleven en meeleven. Supporten, een duwtje geven waar nodig, een levensstijl kiezen. Samen trainen, motiveren en rekening met de sport houden.

Samen veilig en gezond mogen finishen op de hele triatlon de Gelreman met alle steun en support is onbetaalbaar. Daar kan geen podium, nieuwe fiets of duizend likes aan tippen! 

Ik durf dit niet direct te posten op Facebook of Instagram, want veel mensen zouden er aanstoot aan nemen. Hoewel de meesten het niet eens zullen zien.

Mijn coach probeert het wel, maar die Vincent blijft ver achter op de verwachting. Het is zo moeilijk te verwoorden of over te brengen. Ik schrijf ‘r: “meestal duurt het enige tijd voor ik trots kan zijn op de prestatie dat ik weer een hele triatlon heb volbracht, maar deze keer schaam ik me zelfs voor wat ik heb gedaan! Zo lang er over doen en dan zoveel wandelen en zo berekenend klinkt niet als een hele triatlon. Dat klinkt vast raar, maar het voelt echt niet als iets ‘bijzonders’. Fysiek ben ik weer helemaal in orde: echt NERGENS meer last van en ook dat voelt niet alsof ik iets heb gedaan of genoeg mijn best heb gedaan. In mijn lijf zat vooraf al extreem veel spanning en die ebt nauwelijks weg. Vandaar het slechte slapen en de extreem hoge alertheid die maar nauwelijks wijkt. Eén dezer dagen gaat het vast weer beter en dringt het door.

Ik denk dat ik er wel doorheen kom. Ik deel alles met Joyce, dat ben ik gewend en ze snapt ook behoorlijk veel. Ze was er ook zelf bij. Misschien moet ik ook nog maar eens een keer naar Jo luisteren. Die ook goed heeft gekeken en alles heeft opgemerkt. Nu zijn pindakoekjes op zijn. 

Niet dat ik al helemaal zo ver ben, maar deze krijg ik van Joyce.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

nineteen + 5 =