Bij tijd en wijle goot het, dikke hagelstenen en koude buien. Terwijl we naar de AH liepen, kregen we er al mee te maken, mijn kind en ik. Bij de AH hebben ze moestuintjes en die modder vind mijn jochie leuk! Omdat papa ziek op bed lag, moest de kleine mee met mama’s hardloop-opdrachtje. Met de belofte aan twee nieuwe moestuintjes ophalen bij een vriend en van de buienradar een belofte op een droog uurtje, togen we gezamenlijk naar buiten om half 4.
Drie keer dezelfde opdracht: 5 minuten in zone 1, 5 minuten in zone 2, 3 minuten uitleven in zone 4 en dan 2 minuten wandelen. Ik heb honderd andere afkortingen voor een W bedacht, maar ik vrees toch echt dat de trainer Wandelen bedoelde. Dan heb ik even spijt van mijn vraag aan hem hoe de hartslag weer zo snel mogelijk omlaag kan krijgen: door te wandelen dus.
Langs het station, langs de Evenaar het skeelerpad op en voor me uit een jochie op de fiets. Het horloge ging helemaal over de rooie: mijn hartslag was torenhoog! Mag die in zone 1 niet boven de 135 zitten, het was aan één stuk door 175-177-180… Opwarmen is tot daar aan toe, maar dit was NIET leuk. Ik dacht toen we weer langs de AH liepen: ik begin dadelijk gewoon opnieuw! Dit slaat nergens op! Ik ga al zo belachelijk zacht! Bij het tennisveld wilde ik teruggaan, en toen ging zone 2 al in. Ook voor zone 2 is elke hartslag boven de 170 veeeeeel te hoog! Ik dacht dat de hartslagmeter stuk was en ging ineens wandelen. Binnen tien passen daalde de hartslag, dus aan de meter lag het niet.
Het horloge piepte weer: ik ging voor zone 2 te zacht. Dus moest het arme kind weer naast een mopperende moeder op het fietsje springen en haast maken.

Na twee minuutjes wandelen probeerde ik nogmaals zone 1 uit. In de heuvels en de modder zag het kind hele forten, kastelen en burchten. Een waterig zonnetje begeleide ons en hield de donkere wolken op afstand. Het was niet warm, maar ik had het al niet meer koud. Ik wachtte op het hinderlijke gepiep, maar er kwam niks. De eerstvolgende keer dat het horloge iets van zich liet horen, was toen ik na 5 minuten over mocht schakelen op zone 2. Inmiddels waren we het onverharde pad opgegaan, waardoor het kind op de fiets de mopperfase kon overnemen. Het fietste te zwaar, was te glibberig. We keken wel samen naar alle prachtige herten in de verte.

Zone 4 ging in en de jongen fietste nog achter me. Ik zette aan en ging kei-hard verder het fietspad af. Toen ik eenmaal in zone 4 zat, liet ook daar het horloge niks meer van zich horen. Achter me hoorde ik mijn ventje schreeuwen: je gaat te hard, mama, ik ben hier! Het brak mijn hart zowat in 5 zones uiteen, maar ik wist dat hij me zo dadelijk bij kon halen als ik weer wandelde. Dat was de kleine vergeten en hij fietste zich te pletter. Snikkend haalde hij me bij het wandelen in; had je me niet gezien, vroeg hij. Hij had het nog benauwder dan ik! Gossie….


