browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

2020-06

Posted by on 23 February 2020
Yoga with Adrienne!

Maandag 17 februari. Lekker yoga-en! Ik vind het best lekker en nu heb ik een rustige yoga voor runners. De spieren worden flink opgerekt, maar het is niet heel erg vermoeiend. Ideaal voor het slapengaan! Het werkt al goed met het lijnen, want mijn rusthartslag is weer onder de 50 gezakt. Ik slaap beter en ik voel me (over het algemeen) een stuk energieker.

Dinsdag 18 februari. Ik ging lekker mee zwemmen. Het was met net iets te druk in baan 3, dus ik voegde me in baan 2. Het was wat onrustig. Ik zwom veel in, met achtje. Toen moesten we elkaar inhalen. Dat is wel leuk, maar het ligt er enorm aan hoe langzaam de eerste is. En als MW vooraan zwemt, is het gemakkelijk. Ik was als laatste, dus ik had al 500m rustig gezwommen zonder achtje. Ik haalde in met achtje. Dat was even leuk! Toen moesten we benen doen en dat vind ik niet leuk, maar ik kan het best – als ik wil. Daarna moesten we rustige dingen doen. Ik zwem dan kalmpjesaan voorop. Beetje saai. Toen deden we nog wat sneller werk en dat is wel aardig. Daarna was mijn energie een beetje op. Maar dan toch proberen een steigerun (versnelling) zonder achtje te doen…. Uitzwemmen ook zonder achtje. Toch maar mooi gedaan!

Woensdag 19 februari. Dagje vrij en rust en dat moest ik maar even nemen. Ik bleef wat langer liggen, ik deed wat huishouden en ik ging Vincent halen van het logeerpartijtje. Toen kwam een memorabel moment: Vincent ging met mij meelopen!

Voor hem zone 2, voor mij zone 4. Ik moest 10 minuutjes inlopen en daarna 5 kilometer op 5:30. Ik had mijn horloge ingesteld tussen de 5:20 en 5:40. Na een kilometer of 3 kreeg ik het best zwaar met net iets te weinig op en Vincent die zo vervelend gemakkelijk naast me loopt en ik die niet terug kan kletsen terwijl we onverhard lopen. Maar ik hou het gewoon vol! Uiteindelijk doe ik er iets van 27 minuten over, over de 5 kilometer. We dribbelen naar huis, maar dat is niet meer zo ver gelukkig.

Daarna ga ik uitfietsen. En dan lonkt de racefiets me. Het is de hele middag droog geweest, het is lekker weer en ik wil zo graag…. Zal ik? Even later zit ik op mijn racefiets. Het bijkt kouder dan ik dacht. De wind valt even tegen. Dat heb je niet op de Tacx. Ik fiets niet zo snel. Maar ik geniet met volle teugen! Ik droom alweer van rond de plas fietsen en van lange tochten. Maar nu heb ik genoeg aan het zonnetje. En aan het ontwijken van klei en plassen. Het is ook gewoon maar uitfietsen. Een half uurtje. Heerlijk! Ik maak de fiets ook maar meteen weer schoon.

En dan… door naar het zwembad. Ik ga niet hard. Ik ga in baan 2, terwijl Vincent in zijn eentje les krijgt. Ik zwem voorop in het begin, daarna neemt iemand anders het over. Vind ik prima! Ik zwem met achtje, de versnellingen gaan me niet zo goed af. Ik heb weer eens alle drie ‘mijn’ sporten op 1 dag gedaan!!

Donderdag 20 februari. Moe van het werk en enorme buien. Gaan we naar de baan of niet? Op tijd gegeten, maar het moet wel leuk blijven en dan begint het zo hard te plenzen dat het door alle kieren onder de overkapping komt en we gaan niet. Dan maar op de Tacx. Vincent gaat eerst een half uurtje. Daarna mag ik. Ik weet niet precies hoe lang ik zal gaan, maar de Tacx werkt mee en ik heb tegen Vincent gezeurd over de cadans, dus ik ga ook maar naar de cadans kijken.

Ik hou ‘m een half uur boven de 90. Dat is echt veel voor mij. Ondertussen kijk ik naar de Engelse moordpartijen in kastelen. Na het half uur ga ik een cadans aan boven de 70. Dat is nog goed te doen. Na een uur wil ik de 30 kilometer volmaken en doe ik 3 keer 1 minuut op hele hoge cadans en hoog tempo en 1 minuut rust. Het lukt me goed vanavond! Daarna ga ik lekker in bad. Nadat Stekker eerst (onbedoeld) in het water is gesprongen.

Vrijdag 21 februari. Ik zou met Vincent en Manuel gaan lopen. Eventjes inlopen en dan dribbelen. Gewoon rustig op en neer naar de dijk en door het bos. Ik wilde Vincent het bos laten zien. Vincent loopt echter na 400m te huilen van de pijn in zijn bovenbeen. Die moet terug naar huis en ik ga met Manuel verder.

Ik wil wel iets harder, maar het hoeft niet. Ik heb dan ook maar 1 cracker en 1 ontbijtkoekje op bij een glas melk. We kletsen lekker bij en worden ook nog eens ingehaald! We hobbelen naar de dijk. Daar maak ik een fotootje. En dan weer terug door het bos. Ik voel me wel steeds iets minder en mijn hartslag is behoorlijk hoog voor het trage tempo. In het bos wordt het erger en ik krijg last van onrust, vermoeidheid en tunnelvisie. In de verte weet ik dat ik moet eten, maar ik klets door over andere dingen en stel de reserve-gel nog even uit tot 7 kilometer. Achteraf veel te laat! Het werd steeds moeilijker, maar ik kon nog prima kletsen. Na een kilometer of 9 vloeide alle energie eruit en was het omhoog vechten tegen de brug op en door watten lopen. Mijn hartslag lag onwaarschijnlijk hoog. Ik wist het wel, maar ik kon alleen maar naar huis lopen. De laatste kilometer ging echt door stroop, maar ik moest natuurlijk wel de elf kilometer vol lopen!

zaterdag 22 februari. We hebben afgesproken met onze trainer, Vincent en ik. Zijn been is weer genezen: het was toch een dag een verrekt spiertje. Het is geen lekker weer, dus we doen een regenjasje aan. We spreken af bij het huis van de trainer, want hij heeft geen auto. Mij maakt het niet uit, ik zie toch wel op tegen een heuveltraining! En zeker nu het net niet mijn dag van de maand is. En ik (daardoor ook?) vrijwel niets ben afgevallen -grmbl. Maar dan tel ik over twee weken en dan ben ik weer best tevreden, haha. Ik voel me beter – meestal- en dat is het belangrijkst! We gaan vanuit de achtertuin lopen en lopen rustig in door de wijken van Lelystad. Wat een doolhof! Het tempo is zelfs voor mij wel prima. Gelukkig heeft Vincent nergens last van en kwebbelt hij weer als vanouds. Dan komen we bij het spoor en we moeten alle trapjes op; “fel de trapjes op” en dan naar beneden wandelen. Die dingen zijn glad en… het zijn er veel.

Na 3 of 4 stuks begin ik de vragen hoeveel nog, maar dan zijn we er ‘nog lang niet’. Tjeempie; ik had al weinig zin…. Gelukkig regent het niet! Maar het is wel modderig. Niet dat ik daar om geef. Er is nog 1 lange trap en die moeten we drie keer op en af. Omdat het moet dan. En dan lopen we weer verhard verder. Het is niet zo dat ik al zin heb gekregen, maar ik heb ook geen tegenzin, ik hobbel gewoon mee. We moeten een brug op versnellen. Natuurlijk kan Vincent dat veel beter dan ik! Hij loopt als een jong hertje omhoog en ik hobbel er als een oude roze taart achteraan. En nog een keer en nog eens. En dan hobbelen we door naar de volgende brug. Even hebben we wind tegen en dat vind ik dan weer leuk! Weer ‘n brug. Omhoog hard en als het kan nog ietsje versnellen. Ik kan dat niet zo goed (vandaag). Maar ik dóé het. En nog een keer en nog een keer en nog een keer. De laatste keer lukt het een beetje.

Dan gaan we rustig uitlopen. Nog een rondje tussen de scholen en de scouting door. Het tempo is maar niks, maar dat komt door al die trapjes. Het uitlopen gaat ook zo rustig dat ik het kan bijhouden. En dan is het uur voorbij en gebeurt er iets wat ik niet snap: de heren stoppen met lopen! We zijn nog niet terug toch? Dus ik loop/hobbel gewoon netjes door tot de achterdeur. Het is de hele tijd droog gebleven.

zondag 23 februari. Ik moest vroeg opstaan. Heel vroeg. Net als eind vorige maand gingen we met een groep trail lopen. Was het vorige keer nog heerlijk weer, deze dag belooft regen. Wind. Storm. Ik kon met iemand meerijden. Anders ga je toch minder snel en blijf je misschien wel liggen… Of het kwam omdat ik in de auto mee kon kletsen, omdat het een klein groepje was of omdat ik me vandaag nergens voor hoeft te bewijzen: ik zal maar met de deur in huis vallen: in maanden heb ik niet zo lekker gelopen! Op de parkeerplaats bij het Nationaal Militair Museum was het koud. En nat. Ik was al doorweekt binnen 3 minuten. We gingen gelukkig snel op weg. Voor de 18 kilometer waren er maar 6 mensen! De 12 en 21 kilometer waren populairder vandaag. Ik ging door de plas heen. Natte voeten krijg je toch. En daar geef ik niet zo om. Dan de startbaan op. Ik had me hier weken op verheugd en nu liep ik daar met windkracht 6 tegen en windvlagen van windkracht 10. In de regen die aanvoelt als hagel. Alles wat nog niet nat was, werd het toen wel. En ik GENOOT. Laat de wind door me heen waaien! Laat me vals zingen “I Will Fly, Chase the Wind and Touch the Sky”. Ik kon er geen genoeg van krijgen.

Ik filmde de rest even en werd ingehaald door de 21km-groep, maar het gaf me niks. Dat je geniet van het puntje van je (natte) neus tot in je (natte) tenen. Kou, sneeuw, hitte; allemaal gezien op deze startbaan, maar storm nog niet. Ge-wel-dig. Laat die wind alles maar wegwaaien, door mij heen! En ik constateerde verbaasd en tevreden dat ik nergens last van had: geen enkel pijntje, geen moppergedachte, geen moeite. Er waaide alleen maar geluk door mij heen. Dat ben ik maanden kwijt geweest. Ik juich niet te vroeg, want dat durf ik niet, maar het voelt echt wel tof! De eerlijke gedachte: ‘als je bij windkracht 5 door de golven kunt zwemmen, dan kun je ook tegen de storm in lopen op de startbaan’ drong zich op en zette zich vast. Niks is meer moeilijk als je je grens hebt opgerekt. Dat heb ik van PL ‘geleerd’ en vandaag drong het eindelijk in het positieve tot me door. Hoewel het gevecht tegen de elementen me wel ligt, is het ook wel lekker als de wind even wegvalt! Dan langs de hangars van de eerste 5 kilometer-wedstrijd naast PjN en de 21 kilometergroep loopt door. Met dit weer moet je zo min mogelijk stoppen en doorlopen om niet af te koelen. Ik fotografeerde wat.

Het enige moeilijke is om een natte telefoon op fotostand te zetten. Toen gingen we de onverharde paden op. Het is toch een trail he. Weer merkte ik dat mijn tempo niet hoog, maar compleet moeiteloos was. Omdat ik niks hoefde van mezelf.

Facebookpost van de organisator. Guess who zich weer een kind voelde!

Door de plassen heen. Dat vond ik niet gek, maar de rest moest er erg om lachen. We gingen over de spoorbrug en toen bleven er 5 mensen over van onze groep onder leiding van PL: een oude kennis EM en haar loopmaatje F en hun vriendin en de chauffeur van de dag PB. Ik kon PL wel bijhouden en ik liep lekker tussen de bomen door te genieten. Geen geleuter, gewoon kijken en het bos indrinken. Voor later als ik het eens nodig heb. Lekker doorlopen. De smalle paden over de stuwwal omhoog en omlaag waren prachtig. Onnederlands. Ik liep achterop en het ging zonder moeite. Ik maakte me zelfs geen zorgen over de kilometers die nog moesten komen! Ineens waren we op 7 kilometer bij de post. Er was een klapperend dek en thee. Ik dronk wat thee en nam een gelletje. Kreeg er een mooie tip bij kado van F.

Toen kwam de andere groep en dan wordt het alweer druk en ik kreeg het koud. PL begreep de hint en wij gingen weer verder. Even ‘au’ bij het opstarten en dan de prachtige paden weer over. Echt zo heerlijk! PL loopt voorop, daarna ik of EM en F en PB blijft wat achter, maar niet te ver. Het is echt mooi. PL heeft een zesde zintuig voor prachtige single-tracks. We kwamen bij de Soesterduinen en ik herkende het zowaar. Zelfs in de duinen ligt water.

Gelukkig hoefden we niet over het zand en PL legde uit dat het echte stuifduinen zijn ontstaan door turfwinning in de middeleeuwen met aangelegde stuwwallen door de boeren om hun grond te beschermen. Heerlijk, zo’n meelopende encyclopedie als gids! En dan ook nog zo’n aardige loper. Ik vond het tempo wel prima en ik dronk ook redelijk netjes, maar ik vond het ook even gezellig om achteraan bij PB te gaan lopen. We hadden het over het hebben van 1 kind toen we aan de achterkant van Soest langs liepen en over voeding. Zij heeft de halve marathon in Eindhoven gelopen. Het maakt me niet uit hoe lang ze er over deed, ik was vooral blij dat ze het leuk had gehad, dat ze alleen de laatste 3 kilometer wat zwaar vond en dat ze genoten had. We liepen een werkelijk prachtig smal paadje tussen de bomen door. Heel dicht bij de natuur: letterlijk en figuurlijk.

We kwebbelden weer verder en toen moesten we het zand wel even over. Ik dacht (voor de tweeduizendste keer ongeveer) aan Joyce die helaas niet mee kan lopen. Ze zou het fantastisch gevonden hebben, maar nu genoot ik voor ons tweetjes. We zaten al op iets van 14 kilometer en ik was het nog steeds niet zat en er was nog geen onrust of pijntje te bespeuren. Het enige lastige dingetje was dat een vrouwending erg zwaar en doorweekt werd. We kwamen weer in de buurt van de basis en ik weet nog heel goed hoe lyrisch PL was over dit stukje ooit, terwijl ik daar niet eens eerder met hem gelopen heb. We liepen over het land van Paltz en mochten toen het landgoed op. Ik genoot gewoon met volle teugen – nog steeds. Ik dacht echt dat er geen verrassingen meer waren, maar toen leidde PL ons naar een ‘kluizenaarsgrot’. Er lag een doolhof omheen waar ik werkelijk doorheen huppelde alsof ik nog geen 17 kilometer gelopen had en niet voor de derde dag op rij aan het rennen was. De hut was geweldig, al was het wel gemaakt.

Toen moesten we verder en maakten we een ommetje wat ook nog leuk was. PB ging alvast in het huis naar de toilet, maar wij liepen onder een bomenrij door en langs kunstkippen naar het huis. In het huis was het warm en het was er druk met een kinderfeestje. Ik ging maar niet naar de WC, teveel afstroopwerk. Ik keek de kunstwerken en ik raakte in de ban van Alfred J Kwak en zijn olympiade.

Ik vond de VHSen prachtig en zwierf even rond. Toen kwam de 21km groep ook en we gingen ongeveer gezamenlijk weg. Dat was even kil opstarten, maar heel ver was het niet meer. We gingen nog door de kuil en ik bleef even vrolijk meekletsen. Ons groepje hoefde duidelijk niet zo snel. De berg op was even doorbijten, maar ik stop pas als ik boven ben, niet als de 18 kilometer erop zitten of als ik moe ben. Door naar de parkeerplaats en toen moest ik nog 150 lopen op de parkeerplaats en had ik volkomen moeiteloos 19 kilometer gelopen. Angstaanjagend moeiteloos gezien de natte, stormachtige omstandigheden. En ik was niet eens echt verkleumd. Het was gestopt met regenen. Ik had niet mijn hele liter sportdrank op, maar ik had ook geen trek. In de auto kleedde ik me om en toen was ik om 1 uur weer thuis. Ik heb geen blaren van de natte voeten, niet eens echt moe of hongerig of koud, maar ik heb wel wat schaafwondjes van de hartslagmeter en bij mijn benen. Verder niks, alleen allesoverheersende tevredenheid. Geen idee wat er is gebeurd, maar ik zeur er niet om. De motivatie-dip is met de regen verdwenen. Tegen de elementen in ben ik in mijn element!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

twenty + fifteen =