browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

2020-14

Posted by on 30 April 2020

Maandag 20-04: Wandeldag. Ik mag kiezen tussen yoga of wandelen met zijn drietjes. Dus wij wandelen. Zigzaggend door de wijkjes.

Dinsdag 21 april. Weer een werkdag. Deze keer ga ik tussen de middag met Manuel een lunchrun doen. Meestal gaat Manuel met iemand anders mee of alleen, zodat zijn tempo over het algemeen een stuk hoger ligt dan ik vandaag ga en wil redden! Gelukkig kan Manuel ook rustiger lopen en dan kletsen we weer eens bij. We lopen achter langs en het is best wel warm. Ik vond een tempo rond 6:30 prima, maar het ging iets sneller. Elke keer iets sneller. We wilden 7 a 8 kilometer lopen, maar halverwege bedachten we dat 7 kilometer prima zou zijn, dus gingen we door de wijk terug. Voor de concentratie hielp het niet echt ‘s middags, maar het was wel lekker!

‘s Avonds ging ik nog fietsen met Vincent. Op zijn ‘oude’ fiets, want de nieuwe moet nog iets aan hersteld worden. We gingen naar de sluizen op de Knardijk. Dat ging ook nog redelijk snel, aangezien we wind tegen hadden.

Op de Knardijk hadden we wind van opzij en dat was echt niet zo tof! Toen kwamen we bij de tulpenvelden. We stopten om te kijken, te ruiken en foto’s te maken. Het was echt gaaf.

Ik nam een foto met een bloem in de ondergaande zon en bedacht toen: “ondergaande-zon….” Oei, we moeten nog terug! We gingen langs de Reigerplas en de Ooievaarsplas. Vincent was daar nog nooit geweest en hij vond het prachtig. Dat is het ook! Toen hadden we wind mee op de Ibisweg. Ging dat ook eens een keer lekker! Een voorbijrijdende auto vond het nodig om ons met zijn ruitenwissers nat te maken – hoe kinderachtig! We gingen keurig opzij. Toen snel terug naar huis!

woensdag 22 april. Ik heb een ochtend vrij en ga met Joyce om de Reigersplas en Ooievaarsplas heen lopen. Lekker rustig aan, om te genieten en om 12 kilometer vol te maken. Joyce verheugt zich op de Knardijk, maar ik kan me daar niks bij voorstellen. We kletsen en hebben een hoop te bespreken. Even de situatie evalueren, deze en gene bespreken, familie-aangelegenheden doornemen. Het is heel rustig op het fietspad. We lopen lekker richting de sluizen op de Knardijk en ook omhoog lopen we gewoon door.

Het is leuk om het water onder de sluizen een keer goed te zien in plaats van vanaf de fiets. Dan de Knardijk op en daar waait het heel erg hard! Een brommertje komt niet omhoog en wij heel traag. Ik ben ook blij als we mogen afslaan naar de bloemvelden. Ik verheug me op de plassen. Het is weer lekker weer. Flink zonnig, maar dat went intussen. Dan komen we een rund tegen op het fietspad! Die heb ik daar nog niet eerder gezien.

Gaaf! We hebben geen haast vandaag, en voor genieten nemen we de tijd. Zo mag ik ook een keer omhoog naar het prieeltje. Heel apart, zo’n kleine oase van rust en schoonheid naast de snelweg.

We gaan natuurlijk over de bruggen. De ene brug zie je vanaf de snelweg, maar de brug die erachter ligt is nog veel mooier en het uitzicht is een pareltje wat je niet vermoed als je over de A6 raast.

We lopen langs het water. Het tempo gaat iets omlaag, maar dat maakt niks uit; hoe langer we kunnen genieten! We komen bijna niemand tegen. Ik zie er wel van komen dat we de 12 kilometer niet volmaken. Niet zo erg hoor! We moeten de Praambrug nog over langs het koolzaad, dat geurig geel voor de bloemen staat te pronken.

We komen met krap 11 kilometer op de Praambult aan. Mij deert het niet, maar Joyce wil toch de 12 volmaken – beter nu even pijn dan spijt! Ik vind het prima, ik kwebbel de tijd en kilometers wel vol. We zien de zee-arend nog vliegen: die is zoveel groter dan de rest! Ik heb voor op het plaatselijke bankje cola light en nootjes meegenomen. De nootjes worden door de wind verspreid -helaas- terwijl wij van het uitzicht over de Oostvaardersplassen genieten. Dan fiets ik weer terug over de Trekweg met wind mee.

Dat is een stuk makkelijker dan vanmorgen! Ik heb een leuke bike-run-bike achter de rug. Die helpt me ‘s middags als de zaken een andere wending nemen en ik Rob (na uren buiten wachten) in het ziekenhuis moet achterlaten. Hij heeft teveel last van zijn darmen. Ook op donderdag voert de onrust en ziek-zijn de boventoon. Ik moet werken en veel regelen en er is veel onrust, veel onzekerheid en veel te doen wat ineens niet meer zo belangrijk lijkt, maar na 26 uur ziekenhuis mag ik Rob weer ophalen.

‘s Avonds moet ik er nog even uit: even zelf. Ik pak de fiets en ga bij KH langs. We drinken thee en ik moet hard doortrappen naar huis om voor het donker thuis te zijn. Uiteindelijk word ik er toch rustiger van na heel veel onrust en hectiek.

Vrijdag 24 april. Ik ga met SG fietsen. Het hoeft niet snel, gewoon even heerlijk bijpraten en een rondje trappen. Ik ga haar ophalen en ik fiets alleen naar de Noorderplassen. Ik heb nu wind mee en hoewel ik de eerste kilometers denk dat het helemaal niks gaat worden, valt het op de dijk wel mee.

Het is warmer dan ik dacht. Als ik SG zie bij de witte ophaalbrug, doe ik eerst de mouwtjes af. We gaan een rondje fietsen en kletsen over de gewijzigde situatie voor haar en voor ons en wat we missen en over de wedstrijden. Ongemerkt zijn we snel bij de Hollandse Brug en een oogwenk later zijn we weer een paar onderwerpen verder en rijden we Almere Haven door. De wind tegen op de Gooimeerdijk valt ook wel mee. Het lijkt er echt op dat we nu eens een rondje hebben dat driekwart wind mee heeft! Bij de Stichtse Brug gaan we terug het land in om de Vaart over de steken bij het tankstation. Dan heb ik het even iets lastiger om de een of andere reden. We gaan niet veel trager ofzo, maar ik voel me wat minder happy, misschien omdat we over dieeten kletsen, waar ik van de week weer hoopvol mee begon, maar wat niet lukte. Dan de Vogelweg af. Het gaat ongemerkt allemaal heel snel. We gaan de Grote Trap affietsen richting de Ibisweg. Dan hebben we wel serieus wind tegen! Het is overal behoorlijk rustig eigenlijk. We rijden langs de Reiger- en Ooievaarsplas. Zo kom je er maanden niet en nu ben ik hier voor de vierde keer deze week! Eerlijk gezegd is het nu wel iets te voorspelbaar geworden, ook al rijd ik deze keer andersom.

We gaan nog richting de Knardijk. Ik moet vanmiddag nog werken en een paar zaken organiseren, dus rond 12 uur wil ik thuis zijn. SG kan het rondje om de Oostvaardersplassen nog meepakken, maar dat is voor mij iets te ver om. Ik hoop de 75 kilometer vol te fietsen, dat zou voor het eerst dit jaar zijn dat ik zo ver fiets. En dan ook binnen de 3 uur graag. Ik hou me dus niet in als ik alleen fiets en wind mee heb. Ik red het prima! Zelfs 76 kilometer en ook die binnen 3 uur met een gemiddelde boven de 25,5. Dat maakt het werken ‘s middags een stuk gemakkelijker.

Zaterdag 25 april. Het is niet mijn dag. Totaal niet. Ik slaap nauwelijks. Zie alle scenario’s die mis hadden kunnen gaan voor me. Rob snurkt me wakker. De kat mauwt me wakker. Alle niet-georganiseerde wedstrijden voor dit seizoen mis ik nu opeens. Ik voel me ontzettend niet-blij, zielig, verdrietig en wanhopig tegelijk. En ik ben het overzicht van alles wat ik nog zou moeten doen een beetje kwijt. Mijn huis is een bende (in mijn ogen) en ik besluit om half 6 ‘s nachts dat ik vandaag niet kan doen wat op het schema staat en zo hard mogelijk 3 kilometer lopen in een 1 op 1 training. Om 8 uur ben ik klaar met wakker blijven liggen en ik sta op om alvast te gaan schrobben. Ik heb de trainer een bericht geschreven dat ik Vincent wel kom brengen. Als we vertrekken, is de benedenverdieping alweer op orde. Ik neem nog snel een koptelefoontje mee. Naast ongelukkig ben ik ook moe. Vincent en de trainer lopen weg voor Vincents snelle tijd. Ik weet niet wie het spannender vindt: Vincent of de trainer die bang is dat hij de knul niet kan bijhouden! Ik ga het bos maar in in de buurt. Met een muziekje. Het voelt zwaar en log en onhandig en ik pieker met welke bingo-opdracht ik dit zou ‘moeten’ combineren en ik had een route ‘moeten’ maken en ik ‘moet’ vooral nog veel machines was doen. Ik ‘moet’ ook nog mails schrijven en ik ‘moet’ nog zoveel dat ik er extra moe van wordt. Alle ‘moetens’ druppelen eruit en het is maar goed dat er niemand te bekennen is op het schelpenpaadje. Echt verrassend is het niet. Ik steek een smal pad het bos in, maar dat loopt dood, dus ik ga terug. Ik kom bij volkstuintjes en moet daar glimlachen om de plantjesmarkt op afstand. Ik hobbel verder langs de manege, maar ook daar kies ik weer een doodlopend pad. Ik heb geen idee waar ik ben en of ik rond kan. Het is beter me daar nu even druk over te maken. Ik ga weer het bos in over een tamelijk breed pad en dan word ik iets rustiger. Het pad wordt smaller. Niet zo erg, maar dan is het pad opeens weg. Wat rest zijn bomen, brandnetels tot je enkels en een richtingsgevoel.

Ik wandel wat tussen de brandnetels door en moet er om lachen, omdat juist dan de songtekst: “and the paths are overgrown” langskomt. Dan ontwaar ik een smal amper-pad wat ik maar even volg. Ik mag blij zijn dat alles zo droog is. Voor mijn idee loop ik echt de goede kant op, maar dan gaat het ‘pad’ aan het afbuigen. Aangezien de planten buiten het ‘pad’ nog hoger zijn volg ik het ‘pad’ nog maar even. Het gepieker en de zorgen blijven daar mooi achter in het bos. Jammer dat Joyce er niet bij is!

Dan kom ik weer op het doodlopende pad achter de manege. Ik ga gewoon dezelfde weg terug geloof ik, de mannen zullen wel redelijk klaar zijn! Ik groet de meneer met de gieter bij de moestuintjes en ze zien er vriendelijker uit als op de heenweg, maar toen zag ik maar weinig. Ik maak een beetje haast op het schelpenpad. De mannen zijn al terug en het viel Vincent vies tegen. Hij liep langzamer dan in januari. Dat zal de week wel zijn! Ik heb 6 kilometer gelopen en het ging erg traag, maar het voelt wel beter. Kan ik alles wassen, strijken en schoonmaken voor de rest van de dag. Ik maak weer plannen voor de rest van het jaar. Gelukkig dat ik nog kan lopen, maar het was een stom stuk bos.

zondag 26 april. Ik sliep goed en lang. Dan voelt de hele dag anders. Ik nam ook lekker lang rust: beetje achter de computer hangen, Vincent helpen; dat soort dingen. Pas in de loop van de middag ging ik de intervallen opdracht doen. Er is een nieuwe bingo-kaart. Met prijzen deze keer en de duidelijke regel: 1 training per opdracht. Ik had vandaag op mijn schema 10 keer 4 minuten in zone 3 staan met een minuut pauze. Op de bingo-kaart staat de opdracht extensieve interval met 8 keer 4 minuten op 10-km-wedstrijdtempo en anderhalve minuut pauze. De combi is snel gemaakt. Vincent gaat daarna mee uitfietsen. Op zijn nieuwe fiets. Ik loop in en het voelt alsof ik mezelf vooruit moet duwen en slepen. Rustig inlopen is moeilijk en het zal een opgave worden, maar ik wil minstens 8 keer 4 minuten hard hardlopen halen. Na 7 minuten begin ik en ik moet in de eerste interval een viaduct over. Dat valt niet mee. Ik tel rustig tot 240, maar dat haal ik niet helemaal. Ik loop 750 meter in 4 minuten. Tot zover de goede conditie, denk ik terug aan de tijd dat ik 800 meter haalde. Rustig dribbelen tussen al die andere mensen door die buiten zijn. Dan de tweede. Ik tel weer verkeerd (te rustig) en loop iets meer. Ik begin er in te komen! Ik loop door het Kotterbos. De derde keer alweer. Ik heb het heet intussen.

Deze keer haal ik zelfs 770 meter. Ik besluit nog 1 keer te dribbelen en dan de anderhalve minuut rust wandelend in te vullen. Ik loop over de weg bij het Kotterbos en ik voel me omgeven door fietsers en wandelaars. Ik hijg, puf en tel. Ik heb nu wind tegen, maar ik loop de vierde en de vijfde keer evenveel: 760 meter. Na de vierde keer ben ik blij dat het aftellen begint. Ik ren gewoon door en heb verder nergens last van, alleen dat tellen steeds lastiger blijkt. Ik loop helemaal langs de Vaart, maar ik weet niet hoe ver ik zal gaan. In de zevende keer steek ik midden de Regenboogbuurt door. En dan kom ik op de Evenaar en heb ik 8 keer gedaan. elke keer tussen de 750 en 770 meter. Nu ga ik er toch nog twee doen, maar dan netjes in zone 3. Gek dat dat opeens langzaam aanvoelt! 730 meter haal ik. Over het Tijdpad ga ik terug en de laatste keer doe ik best langzaam aan. Ik wil ook de tien kilometer binnen een uur lopen en dat lukt. Dan is het me wel goed en ik dribbel naar huis. Toch nog een kilometer extra…
Daar staat Vincent klaar met de fietsen en een route. “We gaan naar de dijk” zegt hij “over de Vogelweg”. Ik kan dat niet combineren, maar hij wil over de Gooimeerdijk! Op naar Almere Haven dan maar. Ik kan nog best doorfietsen. Op de Wulpweg laat hem even voorgaan. We kletsen en fietsen lekker, maar ik heb wel een beetje trek. We fietsen naar de Gooimeerdijk door het bos.

We verwachten wind tegen te hebben op de dijk, maar ook daar valt het mee. Bij de manege gaan we terug en we fietsen langs het kasteel. Dan gaan we het Castellumpad op, dat is nieuw. Ook voor mij. We fietsen door het bos naar de Vaart terug en dan via de eerste brug terug naar huis. Aan het einde gaan we nog een klein stukje om, zodat ik nergens op dezelfde plek heb gefietst en gelopen vandaag. Al met al 35 kilometer.

Het was een rare week, een rotweek. Een week met enorme downs en te weinig ups. Maar ik heb toch zo’n 12 uur gesport. Me veelal afgereageerd in dit geval. Maar er zaten ook kleine pareltjes tussen. Op naar het vervolg van de Corona-tijd. Geen wedstrijden, geen vakantie voorlopig, maar wel een aantal solo-triatlon uitdagingen en een hardloopbingo! Keep it up.

27 april. Het is Koningsdag. Zonder fysieke vrijmarkt. Zonder drukte in het oranje. Iedereen moet thuis Woningsdag vieren. Thuis het Wilhelmus zingen. Het is mooi weer. Dus ik ga niet in huis blijven. Vincent en ik gaan fietsen. Dat hadden we al besloten toen SG me appte of ik mee wilde gaan zwemmen. Buiten! Ik wilde allebei doen, dus gingen Vincent en ik al om 10 uur weg. Tussen de zingende mensen in het oranje door. Op Vincents nieuwe Red Shadow. De rem is gerepareerd. In Lelystad zijn een aantal ‘enge’ bruggen waar we heen zullen fietsen. Rustig aan. We gaan eerst over de Oostvaardersdijk, want dan hebben we wind mee. Het gaat heel lekker en gemakkelijk. Het is rustig vind ik. We gaan rechtdoor in plaats van de Knardijk op. Dat gaat nog steeds lekker hard. Onder bij het gemaal doen we een korte stop.

We hebben de tijd vandaag. We gaan door over het sluisje en dan de brug op. Ondertussen kwebbelen we. Als we langs de woonboten fietsen, heeft Vincent last van zijn zadel. Zijn fiets doet gek. Ik ga voor hem fietsen omdat het stuk met het tunneltje een beetje raar is. Als we weer naast elkaar fietsen, blijkt dat het niet aan Vincents zadel ligt, maar dat hij een lekke achterband heeft! De tubeless band is leeg gelopen!

We bellen Rob op en hij zal komen met een pomp en vloeistof voor in de band, want dat had hij nog niet gedaan. Het is een gemakkelijk te verhelpen lekje. Ik zit er over in dat Rob nu moet gaan rijden. Wij lopen verder, naar het wijkje toe. Daar gaan we bij de bushalte wachten. In het zonnetje.

Rob komt binnen 20 minuutjes en hij spuit voldoende spul in de band die het lek zal dichten. Oppompen en even wachten en dan blijft de band hard. Rob gaat weer naar huis en neemt de overtollige kleding mee. Mijn horloge is gereset. Wij weten nog niet of we de kortere route zullen nemen. Voor het zwemmen haal ik het wel. Dus we gaan richting de Anaconda-brug. Over het spoor en dan de brug over naar links. We rijden het fietspad af en gaan naar rechts. Dan komen we niet goed uit, deze dreef is te breed. Dus ik denk dat we de wijk moeten doorsteken. Dat gaat ten koste van de snelheid. We slingeren door de straatjes die verdacht veel op Almere Haven lijken. Doolhof. We komen bij een winkelcentrum met een Albert Heijn en dan blijkt dat we te ver zijn gegaan en we moeten een stukje terug. Ik doe de route op mijn telefoon en leer het een beetje uit mijn hoofd. Als we op de goede weg zitten, zien we de brug al liggen. Deze witte brug gaat de grotere weg over en is een soort van ‘open’. We maken foto’s in het midden.

Dan gaan we door naar de volgende brug over het water. Die is kei-eng! Dat vind ik tenminste. Vincent vind ‘m prachtig, maar hij mag niet stoppen van mij in het midden – ik wil snel van deze brug af die nog opener is!

We komen nu in het bos en gaan langs de KFC, maar we moeten een stukje omrijden onder de snelweg door. En langs het industrieterrein. De band blijft hard. We gaan langs de stoplichten en weer de snelweg onderdoor en dan langs de ooievaarsnesten. Nog een klein stukje langs de garage en dan weet Vincent weer dat hij hier al wel ooit eerder heeft gefietst. We hebben nu wind tegen en we gaan iets rustiger. We kletsen vrolijk verder en fietsen ook achter elkaar als het te smal is. Op de witte brug die je vanaf de A6 kunt zien houden we nog een stop. Voor het uitzicht.

Dan fietsen we door naar huis, maar dat is nog altijd een kilometer of 15. Langs de sluizen en dan richting de Praamberg. Dat deel kennen we ondertussen! Het is al na lunchtijd en ik heb inmiddels trek gekregen. We fietsen de 50 kilometer vol. Eigenlijk wilde ik gaan hardlopen na het fietsen, maar het wordt lunchen en het wetsuit pakken!

Aan de ene kant heb ik enorm veel zin in zwemmen, aan de andere kant is het vreselijk spannend. SG kan heel goed zwemmen. Zou het wel warm genoeg zijn? Weet ik nog wel hoe dat moet; zwemmen? Hoe neem ik de autosleutel mee? Ik hoeft alleen maar de sleutelbaard mee te nemen en laat het electrische deel in de auto. “Leg maar in de achterbak” appt Rob me. Er zijn andere zwemmers die net uit het water komen en zeggen dat het te doen is. We zijn absoluut niet de enigen met een wetsuit aan vanmiddag! Mijn wetsuit past nog. SG doet er langer over. Dan lopen we met mijn boei en bril en 2 badmutsen naar het water. Slippers aan de kant en nog een laatste fotootje en dan -onder toezicht van de vele strandgangers- het water in.

De kou valt mee. Maar voor het allereerst vind ik het water vies. Niet aan denken… SG duikt er het eerst in en dan ga ik ook. Ik kan nog zwemmen! Voordeel van als je iets al niet zo goed kon: het wordt niet beter! Ik adem 1 op 4. Ik kijk naar de bodem en wacht op de brainfreeze, maar die blijft uit. We kletsen nog even en SG zwemt met gemak voor me weg. Haar goed recht! Ik doe mijn eigen slagen en adem 1 op 3, maar dat werkt ook niet. 1 op 2 al helemaal niet en 1 op 4 is nog het beste. De zon is even weg. SG wacht nog een keer op me, maar nu ik hier ben wil ik zwemmen en zwemmen!! We gaan naar rechts vanaf het strandje en daarna weer terug. Dan hebben we wind tegen, maar ik merk dat niet zo erg. Ik ga 1 op 4 en 1 op 2 ademen afwisselen en dat bevalt me uitstekend. Niet aan denken dat het goor is. En gewoon lekker doorzwemmen. De zon komt door en het licht wordt nog mooier. Ik zwem zo 500m weg. Ik hoeft niet snel. Ik moet genieten en zwemslagen herhalen. Lukt allebei. Ik heb veel meer dan SG gezwommen volgens mijn horloge. Dat is raar. Er zijn ook andere zwemmers. We zwemmen weer terug en ik zwem de kilometer vol. SG zet haar horloge steeds stil, maar ik doe dat niet. Ik zwem weer terug richting het strandje en dan heb ik al 1300m gezwommen. Ik ben niet moe en ik vond het heerlijk! Behalve die gorigheid… Ik pak voorzichtig mijn telefoon en maak van SG een paar plaatjes. Mijn boei blijft hoog.

We gaan naar de slippers en dan wil ik de sleutelbaard pakken, maar de boei is leeg!!!!! Geen paniek, niet in de stress raken, maar zoeken. We lopen naar de auto terug en zijn nat. Ik moet het pak uitdoen en staar naar de grond. We gaan terug naar het water. Ik bel Rob dat hij Vincent moet sturen met de reservesleutel. Ik baal hiervan. We gaan in het water zoeken en in het zand, maar een sleutelbaard vinden… Een echte speld in een hooiberg! Vincent komt onze kant op. Ook nu valt het gelukkig mee met de kou, want de zon schijnt weer. Ik blijf zoeken en kijken, rondom de auto, nog een keer op en neer lopen. En dan… zie ik de sleutelbaard liggen! Aan de rand van de parkeerplaats! Vincent bellen dat hij om kan keren en snel de handdoeken pakken. Dan wil ik de spullen uit de achterbak pakken, maar die krijg ik met geen mogelijkheid open. Ik moet er helemaal voor door de auto klauteren met een nat trisuit aan. Het is een domme bedoening, maar ik kan er bij en dan kan ik me ook snel omkleden. Laten we het houden op avontuurlijk…..

Na het avondeten wil ik eigenlijk ook nog hardlopen. Dan heb ik alle drie de sporten op 1 dag gedaan. We gaan de zintuigenloop doen. Die staat op de nieuwe bingokaart. Elke kilometer een ander zintuig. Ik heb er meer dan de geijkte 5.

We gaan in een gewoon tempo en langs de Oostvaardersplassen. We zullen elke 600m van zintuig wisselen. We beginnen met luisteren. Om de beurt noemen we iets op wat we horen. Gekwebbel van Vincent, gehijg, stappen, een auto. Het luisteren is best lastig. Dan gaan we kijken. We noemen dingen op die we nog niet eerder zagen: dat bord, die twee beelden, de krijttekeningen, het spandoek. Door naar wat we ruiken. Dat is wel lastig! Zand en de geur van stro, Vincent laat nog een scheet!

Ik vind het erg leuk, maar Vincent vindt het wat saai. Dan gaan we door naar smaak. Die is echt lastig, want het enige wat we proeven is zweet. We lopen langs de berg en zijn nog bezig met kijken en luisteren. Dan gaan we door naar gevoel. Ik voel het stof van mijn sokken en mijn shirtje. Vincent voelt de wind!

Dat brengt ons bij thermo: we voelen de temperatuur en hebben het niet koud. Ook niet te warm. Dan door naar de lastigste; die we meestal uitschakelen: pijn. Als je er op let, voel je overal pijntjes en trekkende spieren en buikpijn. We lopen het Oostvaarderscentrum voorbij. Nu gaan we over op evenwicht! We voelen dat we rechtop lopen, of juist net niet, maar aan de rand van het pad. We voelen dat we het trapje op moeten. We hebben niet goed geteld blijkbaar, want ik heb er nog maa 1 over en een dikke kilometer. We hebben het over propositie: het gevoel dat je je spieren kunt aansturen. Dat blijft gelukkig lukken. Ik voel dat ik naar de toilet moet! Dat voel ik goed en daarom blijft het bij 5,75 kilometer! Ik heb een triatlon gedaan! Met lange en aparte wisselpauzes en in een unieke volgorde en ongewone afstanden ook nog, maar het is gedaan. Ik ben er tevreden over. Mijn Koningsdag was prima zo.

28 april. Geloof het of niet, maar ik doe niks. Een wandeling in de avond met Vincent om naar de winkel te gaan. En ik werk. Maar sporttechnisch gezien doe ik niks.

29 april. Na een dag werken, wil ik toch weer even naar buiten! We zouden vanmorgen vroeg de zonsopgangloop gaan doen, maar daar ontbrak iets voor: namelijk de zon! Ik weet niet wat we dan wel van de bingo kaart zullen kiezen, totdat ik een berichtje zie van iemand die 5 keer de heuvel is opgelopen. Hé, dat kunnen wij ook! Na het avondeten neem ik Vincent dus mee voor de heuveltraining.

Daar gaat Vincent al!

Uiteraard pakken wij de zwaardere variant van 10 keer en Vincent wil zelfs 12 keer, maar al warmlopend richting de heuvel aan het einde van de Evenaar, ga ik twijfelen. 5 Keer is ook mooi genoeg… We zullen elke keer timen vanaf het hekje en dan rustig de trap af. Vincent gaat me natuurlijk (met gemak) voor! De banker-lap gaat op 56 seconden. Daar blijf ik omheen zitten: de ene keer 55 seconden, dan 57 en nog een keer 56. Ik bedenk al bij de derde dat ik er vast 10 zal gaan doen, maar Vincent mag er ook maar 10 doen! Dat vindt hij niet zo’n probleem, haha….

We maken een fotootje en dan gaan we aftellen. Ik bedenk me dat ik inderdaad moet gaan tellen, dan weet ik of ik kan versnellen en meteen ga ik sneller! Ik ga tot 53 seconden opeens! Voor Vincent zou dat een wandeling naar boven zijn. De laatste keer zet hij mij op de foto en ik doe ook een keer mijn best. Ik zit op 50 seconden. Vincent gaat ook nog een keer zijn best doen en komt op 30 seconden. Zal zo’n 30 kilo verschil zijn denk ik. En 30 jaar. En man-vrouw. We zijn er allebei moe van en hobbelen weer naar huis.

30 april. De maand is bijna om. Ik heb deze maand bijna 1000 kilometer gemaakt in totaal. 900 bijna. Ik heb heel erg veel gefietst! Wel 693 kilometer. Dit is de op twee na beste maand qua kilometers ooit! Dat is best raar in een tijd waar je ‘nergens’ voor traint en geen vakantie hebt. Mei en augustus 2019 komen er nog bovenuit. Maar ik wil nog iets meer en ik wil nog lopen vandaag om de verhouden lopen-fietsen naar 20/80 te brengen. En omdat lopen gewoon gemakkelijker is voor mij. We vertrekken pas om half 9, Vincent en ik. We gaan de progressieloop van de bingo doen vanavond. 5 Kilometer en elke kilometer moet harder dan de vorige. Ik heb dit al veel vaker gedaan en vind het erg leuk en uitdagend. Je moet vooral sloooooom starten en je hoeft maar 1 tijd te onthouden. Voor Vincent is het nieuw en zit de crux vooral in het eerste: heel langzaam beginnen. Hij heeft het plan om te beginnen op 7:30 en dan elke kilometer 30 seconden sneller te lopen. Maar 7:30 is moeilijk en vooral als het ook nog begint te regenen. De horloges lopen uit elkaar: ik ben na 7:07 al klaar, Vincent na 7:20 pas. En dan is het zaak maar een heel klein beetje harder te gaan lopen. Vincent kijkt op het horloge, ik probeer het te voelen, maar als je zo langzaam gaat denk je dat je nooit meer sneller kan! En zeker vanavond niet. Ik heb er een zesde kilometer aan toegevoegd die op 5 minuten zal moeten. De tweede kilometer loop ik in 6:52. Sjokken door de straatjes zeg maar. Het voelt nog steeds erg zwaar en ik zie het de laatste kilometers niet goed komen. We gaan alle straten door en komen al in de Seizoenenbuurt met 6:29 per kilometer. Ja, ik kom er in! Nu naar een kilometer in 6 minuten en die doen we keurig in 5:59.

Vanaf nu zal Vincent het woord moeten voeren en de tijd in de gaten moeten houden. Ik moet beduidend sneller. Ik heb spijt van de laatste toegevoegde kilometer. De 5de kilometer loop ik in 5:22, dus moet de laatste hoe dan ook sneller dan dat! Vincent haast me en ik roep nog net ‘busbaan’ en ‘links’. Ik eindig netjes op 5:01 en dan ben ik heel erg moe. Vincent loop nog 100m verder en is er dan ook. Het was een hele opgave! We dribbelen weer naar huis terug zodat we weer 7 kilometer hardlopen. De laatste kilometer is net zo sloom als de eerste. Ik teken de bingo af en sluit de maand af met 913,5 kilometer, waarvan 46 lekker gewandeld!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

six − six =