browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

2020-26

Posted by on 6 August 2020

26 juli

Een run bike run. Het zou heet zijn. Vincent fietste mee. Eerst het rondje van 7km (langs de Oostvaardersplassen) tegen de klok mee. De wind maakte het koel. Tempo moest in z2 blijven. Dat ging prima, tot ik onverhard ging, toen was het moeilijk laag te houden. Vincent gaf me netjes sportdrank aan, die ik dronk zonder te stoppen. Was best druk, vooral met kinderwagens. Over de berg heen gelopen. Vincent fietste regelmatig vooruit, maar dat was niet erg. Het tempo nam af. Ommetje gemaakt door het bos, om de 7km zeker te halen. Netjes ruim 45 minuten gelopen. Rode trisuit aan wat ooit van SG was en mij nu uitstekend past en wat heerlijk zit. Ingesmeerd. Witte schoenen aan.

Fietsen- alleen. Route van Vincent, maar de eerste 5km door de stad kosten teveel tijd. Toen op het fietspad gebleven. Zelf een route uitgezocht zo lang mogelijk langs de Vaart gebleven. Richting de dijk over het industrieterrein. Heerlijk hard op de dijk en toen nog via de Evenaar naar huis om 20km te halen, maar net niet binnen 45 minuten. Onderweg bijna de bidon leeg gedronken!

Weer hardlopen. Vincent mee. Gel genomen voor ik ging lopen. Rondje nu met de klok en de wind mee. Nu in zone 3. Even inkomen. Toen ik in zone 3 zat aan het einde van de straat ongeveer, toen kwam ik in een ritme en ging het wel goed. De berg weer over. Het ommetje even overgeslagen. Daarna onverhard blijven en toch weer merken dat dat minder gemakkelijk is. Op 3km bij het bankje een gel genomen, even heel kort pauze.

Vincent kwam iets later. Ik liep een jongeman bij, die ging net iets minder hard. Daardoor ging ik harder en net zone 3 uit. Hij zag mij/ons echter en ging versnellen. Dan wil je er achter blijven. Liep niet fijn, liep iets teveel leeg. Onder het treinviaduct weer een korte stop voor sportdrank, want ik zat vol met de gels. Toen de zon in en de wind tegen en het werd iets moeilijker het viaduct op. Ik liet het tempo gaan, al liep ik tot nog toe onder de 6 minuten per km. De hartslag liep op en het tempo liep af. Het was nog even afzien en vooral aftellen. Vincent jatte het adagium” fluffy as a cloud” en ik probeerde te denken aan voetafwikkeling en arminzet en naar de wolken kijken. De laatste kilometer gingen aanzienlijk trager en intervallen zaten er niet meer in, maar ik probeerde het nog even. 7 KM net niet in 42 minuten en toen voor de deur even uitpuffen en uitzweten. (kijk, zo kort kan het hele verslag dus ook 🙂 )

Week zonder Garmin. Met 7,5 uur sport. Als je het wandelen niet meerekent. Anders is het 10,5 uur. Ik vind dat het wandelen wel degelijk meeteelt! En van de trainer mag het. 10,5 uur dus. 😐

Maandag 27 juli. Ik wil fietsen. Maar eerst moet ik werken. En dan eten maken en eten. En daarna spelen we Geogessr in Canada (dat is onze vakantie dit jaar). Ik heb Vincent overgehaald om mee te gaan. Als we onze fietsen willen pakken, regent het. Mij kan je niet sjachereiniger krijgen! De hele dag lekker weer en net nu buien. Grrrr. Ander plan dan maar: op de mountainbike. Dat is passen en meten, want Vincent wil niet op zijn groene fiets en op die van Rob past hij minder goed dan op de mijne met Robs zadel. Volg je het nog? We gaan rustig trappen en snel nog een jasje aan en dan gaan we. Eenmaal op de fiets bedenk ik een rondje Weerwater. Maar zonder het Spoorbaanpad. We moeten om door Almere Haven, want ‘t Rondje Weerwater is niet meer wat het geweest is met alle bouwwerkzaamheden voor de Floriade. Het zal ooit weer mooi worden, maar nu nog niet.

Dan rijden we terug onder de hoogspanningsmasten door. We kletsen en het wordt al wat donkerder. We gaan richting de manege en dan bedenk ik dat we onverhard kunnen rijden. Dat vinden we gaaf. Vincent nog meer dan ik en nu is hij opeens weer om met mountainbiken! We gaan daarna nog even onverhard bij de Eilandenbuurt. Ik vind het altijd een beetje lastig en akelig en eng, omdat ik het gevoel heb dat je kunt vallen. Dat mis ik op de racefiets. We trappen toch 25 kilometer weg.

28 juli. Vincent moet infietsen en dan 3 kilometer heel hard lopen en dan uitfietsen. Hij heeft er de hele dag over kunnen nadenken hoe en wat, maar op het moment dat we naast de fietsen staan, lijkt hij nergens over te hebben gedacht. Ik app gauw Joyce, die gelukkig thuis is en we gaan 20 minuutjes infietsen naar haar huis, zodat Vincent langs de Vaart een lang, recht fietspad heeft om te lopen. We fietsen om via de manege zodat we 20 minuten halen. Bij Joyce kleedt Vincent zich om en ik ga naast hem fietsen bij het lopen. Dat bevordert niet mijn tempo, maar dat is niet zo erg. Hoe de wind precies waait, blijft raadselachtig. Ik roep tegen Vincent dat hij vooruit moet kijken, dat het goed gaat, dat hij zijn tempo hoog moet houden en dat het naar beneden gaat.

Ik zie dat hij niet lekker loopt. Gespannen, hoge schouders, onrustig. Hij doet zijn best en ik zeg er niks van, maar een toptijd wordt niet voor hem. Misschien zit er toch nog wat kamp in de benen. Of heeft hij gelijk en past rennen na fietsen hem niet zo best. In elk geval keren we op tijd en zou ik nog altijd een moord doen voor de kilometertijden die hij haalt! 14 minuten en 12 seconden. Ooit, ooit lukte mij dat ook. Tien kilo geleden. We halen de fiets weer op. Nu gaan we de andere kant langs terugfietsen, want Vincent moet 40 minuten uittrappen. De donkere luchten zijn mooi, maar dreigend. We voelen een paar druppels als we de sluis overgaan. In het Wilgenbos lijkt het harder te regenen, maar door de bomen merken wij dat nauwelijks. Als we de dijk omhoog gaan, halen we 2 dames in en ik zeg ze nog dat niet heel de polder plat is. Op de dijk is het nat. Daar heeft het (hard?) geregend, maar nu is het voorbij. Dat vinden we lollig. Ik denk er de hele tijd over of ik nog 10 minuten zo hard mogelijk ga lopen of dat ik die maar zal skippen omdat ik morgen ook al ga hardlopen. Ik twijfel enorm. Het schemert ook al intussen. En dan wil Vincent meefietsen, omdat ik dat voor hem ook heb gedaan. Als we de straat inrijden weet ik het opeens: ik doe het gewoon! Kijken hoe ik op dit voor mij ideale tijdstip en na het fietsen nog kan lopen. Ik wissel schoenen en Vincent gaat mee op de racefiets. We lopen de straat door en dan komen we de mevrouwen van de dijk weer tegen! Ik weet niet of ze ons herkennen, maar ze zeggen heel vriendelijk: sportief hoor. Ik heb al geen puf meer om het Vincent te vertellen. Ik ren gewoon zo hard ik kan en alle onzinnige opmerkingen die ik tegen Vincent maak als hij rent, krijg ik terug.

De eerste kilometer lukt nog wel, maar dan merk ik al dat ik nog steeds een dieet volg. Ik zet door. Ik kan veel dingen niet (zo goed), maar doorbijten lukt me. Ik zit niet onder de 5 minuten. Eigenlijk wilde ik 2 kilometer lopen in 10 minuten, maar dat ga ik net niet redden. Ik moet ter plekke de route bedenken en maak nog een ommetje rond het huis. Het is intussen eigenlijk donker. Ik doe er 10 minuten en 17 seconden over. Ik druppel helemaal leeg, maar ik ben altijd snel weer bij. Ik kan het ook nog!

woensdag 29 juli. Omdat Garmin er een tijdje uitgelegen heeft, moest ik de route via Komoot op de Apple Watch volgen. Weer eens iets anders… we gaan vandaag de N70 lopen. Dat is een route bij Nijmegen en Berg en Dal en naast Zuid-Limburg zijn hier de meeste hoogteverschillen. Een goede en broodnodige training voor de Ardennen! Maar ik zie er wel wat tegenop. Gelukkig is het weer Perfect. Droog, bewolkt en een graadje of twintig. We rijden met de Mercedes naar het beginpunt en gelukkig kunnen we dan kletsen! We zijn er om kwart over 11. De nieuwe herzogsokken heb ik snel aan. Dan moeten we hoognodig een bosplas doen voor we gaan. Daarna de rugzak op, die altijd weer zwaar aanvoelt.

We spotten meteen de groene paaltjes en dan gaan we. De eerste 200m gaan prima! Bergaf, bos en energie. Dan gaan we een enorm ongelijk pad af het dal in. On-Nederlands mooi en zwaar! Het is echt even op adem komen en wennen aan de belasting en zweten. Ik voel direct spieren in mijn benen die in de platte polder nooit aan het werk worden gezet! We lopen tussen de velden door. Wat me meteen opvalt en niet meer loslaat: dit is een drukke route. Veel wandelaars. Beide kanten op. Dat is soms storend, want je moet inhalen en ik doe het liever alleen en soms is het de betere uitdaging om in te halen. Het tempo ligt laag. Heel laag. Ergens stoort me dat, aan de andere kant kan het niet veel harder. We komen op de toegangsweg en daar lijken de dalen helemaal meer op Luxemburg. We gaan trapjes af en op.

De route is super aangegeven en niet opvallend. En anders kies je het meest gebaande pad. Ik heb de route opgedeeld in blokjes van 5 kilometer. Die wil ik zoveel mogelijk joggen. En na 5km  gel-pauze. Het valt niet mee. Maar mooi dat het is! Het is echt zonde dat je op de grond naar boomwortels moet kijken en je niet voortdurend om je heen kan kijken. Omhoog, omlaag, oud bos en natuur alom. Ik ben gek op een boerderijtje wat er staat en dat wel Oostenrijks zou kunnen zijn. De route is op het horloge aardig te volgen, maar ik kan nauwelijks kijken, de grond en omgeving gaan voor! Prachtige vergezichten en vennetjes; het volgt elkaar op. Ondertussen puffen wij er doorheen, omhoog en omlaag.

De meeste mensen die we inhalen vinden ons stoer. Dat is goed voor het ego. We lopen telkens iets uit elkaar. Joyce klimt sneller (ik moet teveel kilo’s omhoog duwen), maar houdt het minder lang vol. Dan zijn we op 5km op een soort van hoogvlakte. We nemen wat en ik drink zoveel mogelijk, want dat verlicht de rugzak. Een knul halen we twee keer in. Die had het verkeerde trapje. Er zijn er ook veel. Echt veel. Ik loop wel minder zwaar als eerdere keren, maar ik weet niet of dat komt door gewichtsafname of training of door het weer. Door de aaneenschakeling van mooie plekken, springt er niks echt uit. Mijn horloge gaat uit als ik te langzaam ga. We lopen ook stukjes door het dorp en verhard. Niet dat dat vlak is, maar ja wat wil je ook in Berg en Dal? Voor mijn gevoel al snel lopen we Nijmegen in en dan zijn we bij eens cafeetje op de route op het verste punt. De eerste kilometers waren het zwaarst.

Nu lopen we over keitjes en daarna langs de weg op de stoep. Omhoog. En verder omhoog. Blijven lopen, bijt ik Joyce toe en dat doen we allebei maar. Het bos weer in en uitzicht op Pannerden.

Er staan veel bankjes, maar wij mogen van onszelf pas op 10km rusten. Een fotostopje of klimvertraging hoort erbij, maar stoppen straks pas. We kletsen niet heel veel, gewoon omdat we genoeg hebben aan lopen. Naar benden rennen we zoveel mogelijk. We zien heel veel verschillende mensen; wandelend met de hond, met dure bergschoenen, jong en oud. Andere trailers zijn er echter niet in ons tijdsblok. We passeren een meneer met een grote hoed en wandelstok en een mevrouw in lange alternatieve kleding. En dan door de zon een pad tussen de velden naar beneden.

Ineens geniet ik, lukt het en waan ik me op vakantie. Dan weer trapjes omhoog. Misschien komen we nu pas bij het uitzicht, ik weet het niet meer hoor. Ik krijg een aanmoedigingsSMSje van mijn kind. Te schattig. We gaan een bruggetje over en er is een paddenstoelroute. En dan  zitten de tien kilometer er opeens op. Bij een watertje. Kunstmatig, maar niet minder mooi. We nemen staand naast het bankje nog een gel. Er zijn mensen die ons wijzen op de zeldzame Aaronskelk die er bloeit. En er zijn een opa en oma die met de kleinkinderen de kabouterroute doen en de poepende kabouter aanwijzen. Die moeten we zien, ook al is het een extra trapje! Dan komen we bij het wasvrouwtje aan het water en in de ‘stad” en drukte.

We zien 1 andere renner. En fietsers bij het toppunt. Dit was de enige keer dat we eventjess naar de paaltjes moesten kijken. We gaan weer een stuk verhard (misschien was dit dat stijgstuk) en dan gaat het weer stijgen en dalen in het bos. Ik denk elke keer: dit is de Duivelsberg, maar dan komt er weer een heftiger stuk stijgen. Ik wandel net zoveel als ik ren. Ik wist het al meteen: we doen het eerste stuk nog een keer, maar Joyce begint erover; dat ze daar niet genoeg van genoten heeft. Aan de ene kant zal ik blij zijn als de route klaar is, aan de andere kant is 14km niet genoeg. We hebben nog zo’n miljoen treetjes tegoed. Zo voelt het. Daar zijn sjieke mensen die duidelijk niet ver gaan en daarom denk ik dat we er snel zullen zijn. De Duivelsberg is dichtbegroeid en er is geen uitzicht. Dan zijn we inderdaad rond. 14 kleine kilometertjes. De auto staat er nog, het is drukker geworden en wij doen het begin nog een keer. Het holle pad met de steentjes, al had dat niet gehoeven van Joyce. Ik merk dat deze sokken minder strak zijn en vrees zelfs blaren. Voor de rest heb ik geen last, behalve dat het simpelweg geen cookie is!

We lopen weer langs de velden, de varens, de grenspaal en door het bos. Het is veel verder dan ik nog wist! Toch is het ook gemakkelijker dan de eerste keer, omdat we nu gewend zijn. Maar ik voel de ook vrijer, gek genoeg. We hebben de hele route gedaan en dit is bonus. We komen weer bij de dalen en proberen de indruk te fotograferen. Ik kijk op de kaart en zie dat we door het dal kunnen. Een ommetje wat voor het oprapen ligt. En als ik daar door dat dal loop en me nietig voel en het kleine Joyceje zie bij de torenhoge bomen geniet ik van mijn pijnlijke tenen tot mijn bezwete kruintje. Geen afgestompt pad, omlaag lopen en stilte ervaren in de wind.

Het is super, bijna overweldigend. Het is een stukje buitenland in Nederland. Helaas komen we na 15km weer onderaan de trapjes. Ik zit in een bubbel en verbaas me nog over de bomen die een kleine boom in zich hebben. Dan weer naar boven klimmen en lopen. We hebben bij de Duivelsberg het echte uitzichtpunt gemist, maar dat maken we nu nog goed. 10 Engelse mijlen lopen we. Voor de platte-poldermeiden een hele prestatie met al die bergen. We zitten even op een bankje bij het uitkijkpunt over Duitsland. Mijn telefoonverbinding geeft aan dat ik in het buitenland ben.

En dan nog 1 keer al die trapjes en de saaie Duivelsberg over. Dik 16 kilometer in 2 uur en 3 kwartier tijd. We hebben een twintig minuten daarvan niet gelopen. Dus 27 kilometer halen we in België ook. Binnen de gestelde tijd. Bij het pannenkoekenhuis staat een rij. Die laten we staan. We rijden weg op zoek maar iets anders, maar het lege terras wat ik zie wat op de route zit is nog niet open. Laat dan maar. Met crackers en nootjes rijden we naar huis. 

De enige reden dat ik niet ga zwemmen, is omdat ik me dan moet haasten en daar heb ik geen zin in.

Ga ik wel een stukje uitfietsen ‘s avonds. Vincent rent alleen, ik fiets alleen. De beentjs zijn er blij mee. Dat ze even iets anders mogen doen. Ik heb een muziekje op en ik ga mijn neus achterna. Die komt zoals zo vaak over de Oostvaardersdijk en langs de Oostvaardersplassen. Ik bedenk dat ik net zoveel moet fietsen als lopen en daardoor pak ik ook nog een stukje Kotterbos mee. Het is niet heel warm, maar na de eerste tien minuten merk ik daar niks meer van.

30 juli. Spierpijn in mijn bovenbenen. Het is zo ontzettend lang geleden dat ik spierpijn had! Maar nu is het duidelijk aanwezig en nog duidelijker als ik de trap af moet. En moe van de inspanning. Ik werk een dagje op kantoor en dat is gelukkig op de begane grond! ‘s Avonds ga ik een stukje uitfietsen. Muziekje op en om de Noorderplassen heen. Ik haal mensen in, ik ga voor mijn doen op een lekker tempo en ik trap gewoon door. Ik ken het uitzicht, ik ken de route, ik begrijp de wind, ik luister naar de muziek en ik trap en trap en trap. Niks aparts aan. Het hele rondje niet. Ik maak een rondje om de wijk om de 25 kilometer te halen. Deze keer heb ik nul foto’s gemaakt. Ik had gewoon geen zin om er voor te stoppen en ik zou ook niet weten waar. Gewoner wordt het niet! Maar de spierpijn gaat er ook niet van over helaas.

31 juli. Vincent heeft zijn 3 schoolvrienden uitgenodigd voor een slaapfeestje. Op de warmste dag van het jaar! In plaats van dat ze de hele tijd achter een schermpje hangen, gaan we zwemmen in de Koploper. Zij gaan spelen en ik ga zitten. Ik ga bloggen. Als dat gedaan is, wil ik zwemmen, maar er is niet echt een baantjesbad. Dus ik zoek een groot bad uit wat er niet zo druk uit ziet. Daar ga ik aan de kant zwemmen. Eerst 500m zonder achtje. Mijn achtje ligt op de kant en dat vind ik dan ook weer niet fijn. Ik zwem in twee blokjes van 250 meter. Het is altijd een uitdaginkje: tussen de mensen, speelattributen en springers door. Vooral die springers die op je kunnen landen vind ik akelig. Ik pak mijn achtje voor het 3de blokje van 25m. Ik heb geen badmuts op. Ik hinder nauwelijks andere mensen. Omgekeerd is de baan van 25 meter soms wel 28 meter!

Ik doe 4 blokjes en dan zit er een kilometer op. Even kijken of ik de trainer nog te pakken kan krijgen. Dat lukt helaas niet. Ik zit nog een tijdje aan de kant en dan wil ik nog een stukje zwemmen. Maar de grote baden worden net dan afgesloten. Ik ga in het kleine badje, waarvan ik niet weet hoe lang het is. Of kort. Ik tel de tegeltjes, maar dan weet ik dat het er 77 zijn. Het kortste wat het horloge aankan is 14 meter. Dit is nog erger dan het grote bad: warmer water, meer drukte en meer keren. Het is opletten, ontwijken en bijna met je hoofd boven water zwemmen. Ik zwem volledig zonder achtje, omdat ik dan beter kan uitwijken. Die lastige knullen die proberen te koprollen, het elfjesmeisje wat achteruit zwemt, de pubers die op de mat spelen: het is een goede oefening voor een wedstrijd waarin iedereen tegelijk start zullen we maar denken. Echt leuk is het niet en snel al helemaal niet, maar ik maak nog een keer 1000m.

‘s Avonds wil ik hardlopen. Het is bloedheet. De hele dag al. Ik heb in het zwembad niet extra veel meegekregen, maar ik geloof dat het 30 graden was. Dat wordt het volgende week in België ook, dus laat ik maar oefenen. Ik doe nu mee aan de IronmanVR wedstrijden. Daar moet ik dit weekend 3 kilometer voor hardlopen, 40 kilometer fietsen en 10 kilometer hardlopen. Wat er wanneer van komt weet ik niet, maar ik ga proberen de tien kilometer te doen vanavond. Ik moet op lage hartslag lopen. Met de hitte zal het tempo nog wel lager zijn. 5 Keer een kwartier in zone 2 en 1 minuut wandelen er tussendoor. Al in de straat blijkt dat ik de training in afstand heb ingevoerd in plaats van in tijd. Dus ik tel zelf wel de tijd uit. Ik vind het een uitdaging om de hartslag laag te houden; onder de 145 zeker. Ik zit rond 141/142. Al binnen een kilometer gutst het zweet van me af. Het is niet anders…. Ik wil eigenlijk wel naar de dijk, maar ik zie wel of ik dat haal. Het is stil op het fietspad langs de Oostvaardersplassen. Intussen is het dan ook rond 9 uur en dan zijn de meeste mensen weer binnen. Dan hoor je krekels. Een heel concert! Ik loop te genieten. Hou de hartslag laag, maak een fotootje van de laagstaande zon en luister.

Er is niemand. 1 Fietser passeert me. Verder niemand. Ik loop netjes na 15 minuten en dan zitten er pas 2 kilometer op. Zo haal ik de dijk wel. Als ik me er maar bij neerleg dat in deze omstandigheden 7 minuten over een kilometer prima is. En dat doe ik! Ik hobbel weer verder. Dan bedenk ik dat mijn zus vandaag aan zee naar de zonsondergang ging kijken en dat ik dat wel op de dijk kan doen! Als ik het haal. Maar het gaat prima. Het koelt al wat af heb ik het idee. De dijk omhoog loopt de hartslag even op naar 151, maar ik ben prachtig op tijd. Je hoort het water, heel in de verte een auto en natuurgeluid. De fietser staat aan de andere kant. Ik maak foto’s en film.

Echt driedubbel genieten! Maar goed, voor het donker ben ik niet thuis nu. En het is nog dik 5 kilometer terug. Ik hobbel weer door. Het koelt merkbaar af. De krekels zijn nog luidruchtiger en het is geweldig mooi hier. Prachtig, prachtig. De kleuren zijn roodachtig en donker is het nog niet. Ik tel de vijf minuten erbij op voor de wandelpauze. Er ritselt vanalles in het struikgewas. Ik weet dat ik hier na zonsondergang eigenlijk niet meer mag zijn, maar er is niemand die mij überhaupt ziet. Ik loop toch maar even door tot na de bossages. De lucht is geweldig gekleurd.

Ik ga tien kilometer halen. Dat wel. Maar niet binnen 70 minuten. Ik moet de hartslag wel een beetje in de gaten houden. Die gaat naar 146. Als ik door de bochten ga verandert de kleur naar geelgroen. Sommige struiken lijken wel lichtgevend groen! Ik pauzeer en fotografeer als ik het hek door ben. Nu nog naar huis lopen. Het wordt steeds donkerder.

Inmiddels is het ook tegen tienen. De brug op is wat vermoeiender, maar ik probeer te blijven rennen. Ik trek me niet veel meer aan van de wandelpauzes. Voor me loopt een knul met heel lang haar. Hij loopt te swingen. In de wijk is het eigenlijk donker nu en de maan is goed zichtbaar. Ik zie de knul een foto maken en ik maak ook een foto. Dan ga ik rustig door de straat naar huis. De tien kilometer haal ik nog niet eens in 70 minuten. 10,5 kilometer. En ik ben ontzettend blij. En leeggezweet.

Zaterdag 1 augustus. Het slaapfeestje begint alweer vanaf 8 uur. Niet dat ik daar voor op hoeft te staan… Ik kan de hele ochtend lekker rustig aan doen. Om 3 uur worden de boys opgehaald. Behalve eentje. Die moet naar huis terug fietsen. En Vincent gaat met hem mee. Met een vermoeid hoofd. Lijkt me niet zo verantwoord. Dus ik ga ook mee. Voor de terugweg. Stadsfiets en racefiets gaan voor me uit.

De ene weet de eerste helft van de route, de andere kan ons door Almere Haven leiden. Ik kom op plekken waar ik het bestaan niet van wist! Alle kids zijn veilig thuis, nu moet ik de mijne weer veilig naar huis loodsen! We nemen een andere route Almere Haven zo snel mogelijk weer uit langs de gebaande wegen! Vincent reageert iets trager en we kunnen lekker napraten. We gaan ook iets verder om over de fietspaden langs het Weerwater, omdat een racefiets wat meer vlakte en eenvoud vraagt dan een stadsfiets met brede banden. Al met al fietsen we 26 kilometer. En dan heb ik geen zin meer om buitenzwemmen te organiseren. Vincent is ook moe en meer gebaat bij rust. En ik ga morgen ver fietsen, dus ik mag ook best even kalm aan doen. Hoe lastig ook.

zondag 2 augustus. Een lange fietstocht vandaag. Rond tien over negen ging ik er met 2 bidons sportdrank, een rugzakje met water en hardloopschoenen erin en een fietscomputertje met de route erop, op weg. Eerst naar Amsterdam bij IJburg. Ik had daar met de meiden van Trispiration afgesproken om 11 uur voor het verkenningsrondje voor de (halve) triatlon later deze maand. Eerst Almere door. Het was lekker rustig overal. Spoorbaanpad af. Ik koos soms zelf de route, want dan zag ik het fietscomputertje niet zo goed. Ik ging langs de Esplanade die nog steeds niet af is (maar wel mooi word) en langs mijn werk. Ik kreeg het fietscomputertje goed, zodat ik het prima zag ineens. Dan door het Kromslootpark.

Er zat geen tempo in. Ik had genoeg tijd, maar wat ging ik traag zeg. De Hollandse Brug over en ik keek naar Pampus. Wat leuk toch. De zon brak langzaam door. Ik besloot het pad langs het water te nemen bij Muiderberg. Is toch mooier dan het rechte pad naar Muiden. Wel kwam ik meer snelle (en brede) groepen wielrenners tegen. Lekker naar het kasteel kijken. En dan Muiden door. Ook nog heerlijk stil. Toen over het fietspad achter de centrale langs. Ik keek naar het water en de schaapjes. Intussen begon ik me toch wel zorgen te maken dat ik niet ruim op tijd zou zijn. Hooguit vijf a tien minuutjes. Ik ging er nauwelijks harder om fietsen. Tussen de schaapjes door slingeren met een grote grijns. En dan in het Diemerpark. Daar waren hardlopers op de paden. Ik volgde trouw het fietscomputertje, want hier weet ik niet precies de weg. Langs het winkelcentrum van IJburg en dan de bruggen over. Ik had de hele tijd oortjes in gehad, maar geen muziek aangezet. De stoplichten waren wat lastige onderbrekingen. Ik fietste om. En toen vergiste ik me in de weg en moest ik terug. Ik was er als tweede om 10 voor elf. Ik weet nu dat ik 36 kilometer alleen maar tegenwind had. Dat verklaart het gemiddelde van slechts 22 kilometer per uur een beetje. Samen met DvM, die een aangepaste fiets heeft en een beenspalk. Dat maakt haar niks minder sportief. Integendeel! We wachten op de rest. Dat duurde een hele tijd. 3 Dames hadden het rondje al op snelheid gefietst. Nu gingen we met z’n zessen voor de gezelligheid.

1 van de liefste ‘meiden’ ( ouder dan ik) kon het niet goed vinden. Dan Amsterdam uit. Ik had de route voor me. Al snel ben je de drukte uit en rij je langs het water over de dijk naar Marken. Ik ben niet snel, maar ook niet heel langzaam. Ik kletste met JvR, als we samen konden fietsen en niet achter elkaar vanwege motoren, groepen of auto’s. Ik vind die dijk erg leuk. Ik kletste ook een stuk met MV. De rest raakte achterop en MV ging naar ze toe. JvR en ik fietsten op en neer richting Marken.

Na het keerpunt trok de wind dik aan. Echt wel vet. Ik gebruikte JvR om achter te stayeren. Ze is nu eenmaal een betere fietser dan ik. De rest was niet op en neer naar Marken gegaan en wachtte ons bij Durgerdam (??) op. Gingen we gezamenlijk het drukke dorp door over de natte brug en door het tunneltje. We waren PK kwijt, of zij ons. PK fietst op een toerfiets. In een iets ander tempo. Ik haalde haar met D weer op.

Toen bleef ik lekker bij D fietsen. We kletsten. Over de borstcrawl. Ik vind het moeilijk te vertellen dat ik de hele heb gedaan. We kwamen bij det theetuin. Ik zou alleen verder gaan, want ik wilde op tijd thuis zijn. Maar het zat er vol. We waren PK weer kwijt. D en ik fietsten weer terug, maar we zagen haar nergens. We fietsten naar het volgende dorp met het keerpunt erin. Ik heb niet goed opgelet omdat ik gezellig kletste met D. Maar de route is niet moeilijk en erg mooi. Heel Hollands. Ik wees D op de mogelijkheid om te proberen een halve triatlon te doen, of de Brouwersdam-afstand (1900-90-10) Ik liet me afzakken om met DvM te gaan fietsen. Ze was wel iets minder snel, maar niet eens zoveel. Ik klets wel hoor! Over het smalle fietspad, wat wel drukker werd met dagjesmensen. Vooral even lastig op het steile brugje! Toen kwamen we Amsterdam weer in. Ik wilde niet meer mee lopen, ik moest nog 30-35 kilometer naar huis fietsen. Ik wilde er voor de Picnic kwam, zijn. Weer drukte. Ik had 48 km gefietst met de meiden. Genoeg voor de Ironman. Ik deed de drie afstanden afzonderlijk in Garmin. Het fietscomputertje telde ze allemaal bij elkaar op. Het gemiddelde was naar 22,3km per uur gegaan. Ik dacht dat ik de weg terug wel wist en zette de afstand voor. Ik had 1 afslag te vroeg nog voor ik in het Diemerpark was. Nu had ik duidelijk wind mee, zeker gezien het tempo. Ik maakte een inschattingsfoutje met inhalen en tegenliggers en die vrouw begon mij toch uit te kafferen! Ik was er ook snel voorbij, maar ik heb me tot ver in Almere daarover geschaamd. Het was nu zo druk met fietsers, hardlopers, dagjesmensen dat het voortdurend opletten was. En dat met een tempo van rond de dertig en een beetje vermoeidheid maakte het ongemakkelijk. Waar ik hard kon, genoot ik daarvan. En het gemiddelde liep op. Bij Muiden was de brug dicht. Drómmen mensen.

Ik nam nu wel het rechte pad nu ik wind mee had. Ik haalde andere wielrenners in en lag zelfs even op de fiets. Tot de bug zat het echt lekker mee. Ik hoopte op tijd thuis te zijn. Op de bug zat ik op honderd kilometer.

Doel gehaald, maar nog niet thuis! Ik werd ineens rechts ingehaald door een wielrenner. Ik ben dus niet de enige die fouten maakt hoor. Later bij het stoplicht haalde ik weer in. Kromslootpark. Daar waren fietsers die elkaar én mij afsneden. Ik dronk veel sportdrank, maar kreeg ook wat trek. Ik ging langs het Weerwater en besefte dat ik wat langzamer reageerde, maar rustiger kon ik nu niet meer. Door de drukte van de stad en dan de rustige paden op en pas bij station Parkwijk het Spoorbaanpad op. De kilometers liepen maar op. Het gemiddelde ging naar 23,1. Ik miste het begin van de race. Na 6 uur en 5 uur fietstijd was ik weer thuis. 117 Kilometer op de teller. Net op tijd voor de Picnic. Of net ietsje te laat.

Ik zat rustig en at lekker M&Ms. Mag best een keer. We aten ook frietjes en ik genoot ervan. We speelden een spelletje en toen moest ik nog rennen voor de virtueleIronman. 3 Kilometer. Vincent moest een wisseltraining doen. Hij wist dat we om 8 uur zouden gaan, maar hij stond niet klaar. Ik wilde weg, ik wilde er vanaf zijn. Hij had niks bedacht. Of hij op de fiets wilde en waarheen dan. Dat irriteerde me. Want hij had wel op de bank gezeten. En nu moest ik op ‘m wachten. Uiteindelijk ging hij mee op de fiets en zou ik op zijn fiets teruggaan, maar we waren nog geen kilometer weg of er was nog iets vergeten.

Ik liep door, ik ging hard en ik liep lekker. Een beetje irritatie helpt voortreffelijk! Tijden onder de 6 minuten redde ik. Na 3 kilometer ging ik nog even verder. En het ging steeds sneller. Terwijl ik ondertussen met Rob belde en berichtjes stuurde dat Vincent gewoon moest gaan. Ik was nog niet bij het afgesproken punt en ik had nog energie. Gek hoe dat kan, na zoveel fietsen. Vincent kwam me bij. Ik liep 4 kilometer in 22 minuten en toen was ik uitgeraast en wandelde ik over de Kotterbosweg naar het bankje.

Bij het bankje had ik rust en ging hij wisselen oefenen. Klein stukje rennen, fietsschoenen van de elastiekjes af en een blokje fietsen. Ik kreeg het wel wat koel, maar ik was nu even fietsenrek. Ik mocht terugfietsen op zijn Red Shadow en dat was een beetje laag. Vincent liep voor zijn doen rustig. Sportdagje! En wat een sportweek. Ik heb wel 16 uur gesport!

maandag 3 augustus. ‘s Avonds moesten we mijn schoenen ophalen die JvR gisteren had geleend. We zouden samen gaan zwemmen in de Vecht. Half 7 hadden we afgesproken, maar om 6 uur ontdekte ik dat de weg dicht was en dat we weer moesten omrijden. Ik probeerde nog een kortere weg dor Weesp te nemen, maar het hielp niks. Ik reed bijna 3 kwartier en ik was flink sjachereinig daarover. We waren er pas om tien voor 7. Vincent was er ook bij, nadat hij eerder vandaag een supersnelle 3 kilometer heeft gelopen. Ik was nog moe van het fietsen-lopen en van werken. We sprongen er maar snel in toen we de wetsuits aan hadden.

Vincent bleef wat achter. Ik ging ook niet zo snel, maar ik vond het wel erg mooi deze keer met de molens. maar het was niet meer nieuw. We zouden 1500 zwemmen en ik vond dat prima. JvR ging ons voor. Ik wachtte soms op Vincent en dan is het horloge zo lekker positief in de afstand! We wachten op elkaar bij het betonblok en toen bleef ik bij Vincent zwemmen. We lagen allebei een beetje te rommelen. Gewoon, dat de benen zakken, dat de slagen wat onzorgvuldig zijn en dat er geen ritme in komt.

En dat 750 meter terug heel veel ploeteren is. Wel in het zonnetje en met amper wind, maar soms gaat het niet zo best. Ik was blij dat ik er was en we even gezellig konden napraten. De terugweg ging vanzelf, want daar mag je wel komen.

4 augustus. Rustdag. Nou ja, werken op kantoor en alvast veel drinken voor aankomend weekend. Het wordt bloedheet in België. Verre van de ideale omstandigheden. Maar goed, vandaag goed eten en Geoguessr spelen. En toen moest Vincent nog een half uurtje fietsen. “Ik ga mee”, zei ik. Toen ging Rob ook mee! Leuk! We gingen langs de Oostvaardersplassen naar de dijk. Het voelde alsof we hard fietsten, maar daar was niks van waar. Op de dijk was de lucht prachtig gekleurd.

We fietsten weer terug en het is grappig om de mannen zo samen te zien fietsen voor me uit. Het was iets langer dan een half uurtje en net iets meer dan 10 kilometer. Maar geen rustdag dus. Oeps.

5 augustus. Ik werkte thuis en het werd steeds warmer. De voorspellingen voor België worden ook steeds warmer. Ik moet voor de IronmanVR nog een uur hardlopen, maar ik weet niet of dat in 1 keer moet. ‘s Middags wandelen we een lunchwalk, maar meteen na het werk wil ik rennen. Uiteindelijk duurt het weer wat langer, maar om half 6 staan Vincent en ik buiten. Bij 28 graden. Gewoon gaan en blijven lopen.

Vincent kwebbelt de hele tijd, maar ik spaar en blijf zo constant rustig mogelijk lopen. In de zon is het erg warm, maar in de schaduw valt het mee. We lopen om de wijk heen. Het tempo ligt de hele tijd rond de 6:10/6:15. Als we in de zon lopen, ben ik blij als ik in de verte schaduw zie. Mijn hartslag blijft behoorlijk laag, dat verbaast me. We lopen de wijk op en neer. Ik loop de 5 kilometer vol in 31 minuutjes. Eigenlijk zou ik nog een rondje moeten doen, maar ik heb geen zin en ik wil eten. Als de activiteit is opgeslagen, zie ik dat ik een uur in 1 sessie had moeten lopen voor de IronmanVR. Misschien morgen dan. Als het weer zo warm is. Noem het maar hitte-adaptie.

6 augustus. Vincent mag even niet meer in de volle zon. En ik werk overdag en wil niet in de volle zon, dus we gaan in de avond. Rond een uur of 8. We zullen naar het bos gaan en zoveel mogelijk in de schaduw blijven. Rustig aan, we hebben geen enkele haast. De zon is al bijna weg en het lijkt niet meer zo heet. We lopen onze straat uit en dan even door de zon over de brug. De vader van Vincents vriendje rent mee; die heeft een triatlon zaterdag. Het kan erger…. Wij gaan rechtdoor het bos in. We lopen lekker te kletsen over hoe lang Vincent denkt dat wij de Trail de Fantomes gaan lopen. Vincent vergeet de hoogtemeters. En de hitte. Ik denk echt dat we wel 6 uur nodig gaan hebben. Echt! Of meer.

We blijven door het bos slingeren en ik roep meestal rechts op een kruising. We komen bij het fietspad en Vincent heeft echt geen idee waar hij gebleven is! We lopen voor het wildrooster naar links het bos weer in. De zonkracht is intussen weg gelukkig. Het tempo valt mee. Omdat ik gewoon goed gegeten heb denk ik. We houden nu weer rechts aan en komen op allemaal andere paden. Het is zo mooi in dit bos in de zomer als de bomen groen zijn en de zon er laag doorheen valt! Ook Vincent ziet het en geniet ervan.

We lopen gewoon door en blijven in het bos. De zon is eigenlijk alweer achter de bomen verdwenen als we de Hogering opnieuw oversteken. We gaan het trapje af en blijven onverhard lopen achter onze wijk door. Het gaat mij allemaal gemakkelijk af en dat geeft vertrouwen voor zaterdag. Maar ja, zaterdag rennen we wel door de zon bij meer dan dertig graden… We lopen door de Laan der VOC en dan ben ik wel een beetje moe. Vincent perst er nog een paar versnellingen uit, maar ik niet. Ik maak de tien kilometer vol in iets van 65 minuten. Dat is toch oke! Nu inpakken en voorbereiden voor de Tail de Fantomes die ik samen met Joyce ga lopen in de Belgische Ardennen met tropische temperaturen en heel erg veel hoogtemeters.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

19 − ten =