Zondag 24 februari. Eerst handel ik alle karweitjes af en wacht tot een uur na het eten. Dan komt de koppel-brick training. Ik ga eerst 35 minuten hardlopen, dan fietsen en dan nog een keer hardlopen. Oorspronkelijk nog een keer fietsen en hardlopen, maar dan ga ik deze week wel heel erg over de tijdslimiet heen. Ik doe een driekwart broek aan en toch maar lange mouwen, ondanks het zonnige en lekkere weertje. En daar ga ik weer langs de Oostvaardersplassen! Het is druk op deze zondag en ik ga de hartslag onder de 150 proberen te houden. Dat is zone 2. Dat loopt een stuk prettiger. Het tempo is beter en het voelt gemakkelijker. Ik lach om de snaterende eendjes, de peuter die bijna in het water dondert en ik help een paar mensen op de fiets op weg. Goed voor de hartslag! Ik app als ik bij de Ferarri ben dat ik er aan kom. Vincent en Rob gaan mee fietsen. Ik ga naar de WC en neem een gel.
Voor mij is het fietsen vooral bijvoeden. Blijft toch lastig. Vincent en ik nemen allebei een cadansmetertje. We fietsen in hoge cadans. Soms gaat Rob er vandoor met Vincent en soms doe ik een stukje iets harder. Ik span me niet al teveel in: dit is mijn ‘rust’. Thuis ga ik weer naar de WC (heb ik dan genoeg gedronken?) en nog een keer hardlopen. Dit gaat nog beter qua tempo. De hartslag ligt dan ook iets hoger. Ik doe precies hetzelfde rondje. Net waren het 6 kilometer en nu ook. En 12 kilometer gefietst. De dag van de zessen. Na een kilometer of vier wordt het wat zwaarder.
In de zin van dat ik me vermoeid voel en dat ik iets meer in mezelf keer. Ik loop op het mantra dat de hartslag omlaag moet, maar mijn benen blijven te blij met dit tempo. Ik ben een minuut sneller. En het is nog zulk lekker weer, dus ik neem alvast wat hersteldrank en ga dan op Robs racefiets uitfietsen. Alleen, lekker op mijn dooie gemakje. Vincent heeft een snelle run gekoppeld en staat toch in de douche. Ik vergeet de fietsbroek helaas.
Robs fiets past me prima, maar het zadel niet. Ik besluit ook hetzelfde fietsrondje te doen, maar dan niet te letten op tempo of cadans. Het gaat niet verkeerd. Ik drink de bidon leeg. Uiteindelijk ben ik zelfs ietsje sneller. Ik ben blij dat ik niet nog een keer hoeft te rennen, zoals oorspronkelijk in het schema stond, maar dat waren maar kwartiertjes fietsen en niet twee keer een half uur. Dit past beter bij vandaag. Ik ben blij dat ik weer opkrabbel en voel me weer ouderwets energiek. Al met al heb ik de afgelopen week 12 uur getraind; om in de zessen te blijven! Dat komt er van als je traag bent 🙂
Ojee! Als ik dit schrijf, loop ik inmiddels wel heel ver achter…. Een week of twee moet ik even ‘bijwerken’…
Snel maar eens doen dan!
Op 25 februari had ik weer borstcrawlcursus. Ik ging in baan 3/4. Het is zo prettig dat het bij de cursus niet gaat om hard, om de groep bijhouden, om zwemmen tussen de lijnen. Het gaat om goed opletten wat je doet. Dat je met flippers zwemt, zodat je de insteek met de armen vooral goed kunt oefenen. Er zijn geen lijnen, er is geen tempo van de voorste waar je aan moet voldoen. Deze keer gingen we de benen onder de loep nemen. Gek genoeg gingen we watertrappelen daarvoor! En opeens had ik het wel door. Soepeltjes, dat er kracht uit de voeten komt. Kijk, daarvoor ga ik naar de cursus, niet om 2000m in een uur te zwemmen of achter MB, IS of wie-dan-ook te gaan hangen.
Een dagje later, op dinsdag ben ik laat thuis van mijn werk. Ik rijd doodmoe door naar de looptraining van Vincent om met Rob te gaan wandelen. Zo heel nu en dan is een wandeling genoeg. Dan bestempel ik dit meteen als mijn rustdag!
Woensdag 27 februari haal ik het weer in. Het is een mooie dag en ik ga onder werktijd met Joyce een stukje lopen. Het is zo walgelijk druk op het werk, ik moet vanavond ook aan de bak en ik haal dat uur met gemak in. Maar het duurt ik voor ik lekker loop, zonder schuldgevoel. Joyce en ik hebben zoveel te kletsen: we zouden met gemak een ultra kunnen lopen! Het is prachtig weer. Zonnig, warme en in korte broek!! De Oostvaardersplassen lijken wel in de Spaanse zon te liggen. Ik doe 1 rondje en haal Vincent op van school.
Na de lunch zet ik weer al het werk opzij: buiten fietsen nu het kan! Vincent gaat met me mee, ik op de tijdritfiets, hij op de racefiets. Net als vanmorgen trek ik me niks aan van een tempo of een opdracht op het schema: ik ga nu omdat het kan, omdat het mooi weer is. we fietsen naar de Kemphaan en dan om de Kemphaan heen. Langs de woonboten. Op het fietspad van het Challenge-parkoers gaan we lekker even hard. We rijden niet door naar de dijk, maar gaan terug richting Stichting Aap. En dan zijn we de Kemphaan rond en blijven we aan de andere kant van de Vaart tot het spoorbaanpad om weer naar huis te gaan. Het was echt enorm genieten van het weer!
Als ik dit schrijf, regent het alleen maar. Het regent al de hele week. Sinds die veelbelovend lente-achtige woensdag heeft het alleen maar geregend geloof ik. Dus ik ben blij dat ik er toen toch gebruik van heb gemaakt!
Maar de woensdag was nog niet voorbij: ik moest toch iets doen van het schema en er stond een uurtje zwemmen op. Hoewel dat gelijk zou vallen met de grote release op het werk, kon ik wel een half uurtje gemist worden. Het werd een goede zwemtraining: niet zozeer vanwege de oefeningen, maar ik voelde me gespannen voor de release. Had de hele tijd de neiging het bad uit te rennen om mee te gaan kijken. Ik voelde overal de spanning zitten en dat belemmert het zwemmen. Ik deed keurig mee en niet eens zo heel slecht, maar het voelde aan alsof ik onder hoogspanning stond. En dat is precies wat ik ervaar als ik aan een wedstrijd begin. Dus het was goed om er doorheen te denken: rustig tellen, uitdrijven, kalme slagen blijven maken. Toen de les voorbij was, zat ik al op de telefoon mee te kijken in de app. En dat heb ik tot en uur 11 ‘s avonds gedaan. En hard gewerkt en fijn getraind: een afwisselende dag!
Donderdag 28 februari heb ik me weer eens voorgesteld bij de baantraining. Ik was nog steeds volkomen hyper van het werk en kwam er maar moeilijk in bij het inlopen buiten de baan. De groep was te groot en te divers: we liepen met alle volwassenen samen. Eenmaal op de baan viel het wel uiteen en we moesten 800tjes lopen. 600 matig tempo, 200 wandel/dribbel. En dat vijf keer. Ik liep eerst een beetje achterop, toen mijn tempo en toen een rondje met YS om met haar te kletsen. Maar dat was een andersoortig rondje, ander tempo. Toen deed ik een rondje alleen op weer een wat hoger tempo. Uiteindelijk deed ik d 5 rondes ook, maar dan net even anders. Wie maalt er ook om? Na een uur was ik de werkstress helemaal kwijt.
En ze was februari voorbij en werd het 1 maart. Een droge, maar sombere en kille dag. Op het schema stond fietsen. Een hele tijd
fietsen met verschillende cadansen. Manuel ging mee op de mountainbike. We deden een luizenrondje: eerst het Schanullekesluisje in Almere Buiten, dan naar de sluizen op de Knardijk, over de Knardijk naar de sluizen aan de andere kant en dan terug door de polder naar huis. Nu wilde het geval dat we wind mee hadden op de Knardijk. Dan is het heel erg fijn om de wieken van de windmolens te horen suizen. Ik was nog nooit eerder zo ver de Knardijk afgefietst. Leuk om een keer iets nieuws te doen! Wat me wel ergerde was dat ik tussen de 85 en 95 rondjes per minuut moest draaien. Dat is best veel.
En ik wist al dat ik daarna tien minuten nog meer rondjes moest gaan draaien en dat we dan geen wind mee meer hadden! Ook langs de Vaart op deze plek, was ik nog niet eerder geweest. Ik vond het niet leuk om zo hard mijn benen rond te moeten draaien, zonder dat daar tempo uit kwam. Maar ik deed het wel netjes elke keer. Het werd pas echt irritant toen we ook nog wind tegen kregen! Uiteindelijk duurde het meer dan een uur voor we een auto zagen die ons inhaalde. Manuel had de pee in van de wind. Die vind ik niet zo erg, maar dat de cadans dan zo hoog moet zijn, vind ik niet leuk. We gingen terug door het Kotterbos. Zo scharrelden we toch 50 kilometer bij elkaar. In 2 en een half uur. Voor mijn gevoel had ik overdreven veel getrapt!
Op zaterdag 2 maart was er veel te doen: schilderen van de salontafel, opruimen, schoonmaken, wassen. Het was nog een keertje lekker weer en ik zat er op te wachten om te gaan fietsen. Uiteindelijk bleef er heel weinig tijd over. Ik sprong ietwat gefrustreerd op Robs zijn fiets en knalde een half uurtje over de dijk. Daar had ik wind tegen en ik draaide om om te voelen hoe wind-mee dan aanvoelt. Toen door het bos met wind tegen weer terug. Op het zijpad viel de zijwind tegen, dus ging ik over het industrieterrein langs de kassen met wind-mee weer terug. Daarna pakten Vincent en ik snel de zwemspullen. Ik wilde niet meezwemmen in het kinderuurtje. Ik wilde gewoon even rustig zwemmen in baan 1. Dus ik ging hardlopen in het uurtje dat Vincent zwom. Gewoon door het Beatrixpark. Nog altijd een beetje gefrustreerd, had ik geen zin in een opdracht. Ik liep rustig in en eenmaal in het park ging ik op de skatebaan versnellen.
Ik nam de berg mee en het ging lekker. Even geen gemier met een lage hartslag, gewoon lopen-lopen-lopen. Drie rondjes lang. Even lekker lopen, maar niet te hard (ik moet nog zwemmen hierna). Toen was alle sjacherein verdwenen en kon ik rustig gaan zwemmen. In baan 1. Omdat ik dan rustig kan oefenen en ik hoeft niet perse snel/snel in baan 2. Gingen we heel veel benen doen… Maar dat was een mooie oefening na maandag en het gaat echt beter. We deden ook veel lange slag. Ik vond het prettig dat ik niet hoefde te jagen. En zo had ik toch weer een sportdagje erop zitten.
Zondag 3 maart. Ik ga niet overdrijven, dus ik doe ietsje minder dan de lange 3 urige training
vandaag. Ik vind de afwisseling lopen en fietsen erg fijn, dus dat is wel goed. Zo ga ik eerst een half uurtje lopen in zone 1. Dat is zo’n gerem de hele tijd, dat doe ik wel alleen. Ik nam de berg maar weer eens mee. Het regende. En waaide. Ik zag op tegen het fietsen wat ik hierna moet doen. Rennen in de regen is tot daar aan toe, maar fietsen is mijn ding niet. En dan ben je al nat en vies. Nee, ik zat er niet zo lekker in. Thuis drinken pakken en op de MTB springen. Node. Maar het ging lekker eigenlijk! Ik had geen last van de regen en het was maar een klein blokje.
Ik slingerde wat en eerlijk gezegd vond ik het zelfs leuker als rennen in zone 1. Ik ben al naar het noorden en naar het westen gegaan, nu naar het oosten voor een boodschap bij de winkel. In zone 2 deze keer. Dat is een stuk beter! De regen merk ik al niet meer op. Dat de winkel dicht is, stoort me wel, nu moet ik gaan zoeken bij de Action. Dat kost veel tijd en ik krijg het er koud van. En dan weer terug naar huis hobbelen. We gaan naar het zuiden vanmiddag voor een verjaardag. Met de auto. En als ik de wandeling op de rustdag meetel, zit er weer bijna 12 uur sporten in de week. Tezamen met een paar uur overwerk. Gek he, dat het bloggen er dan een beetje bij inschiet? 🙂
onder voorbehoud, langzaam aan. Dat vind ik moeilijk. Ik kies voor hardlopen, omdat dat voor mij het beste vergelijkt. Ik kan dat ook goed combineren met het halen van pillen voor de katjes, dus op een mooie woensdagmiddag vertrek ik. Het is heeeeeeeerlijk buiten! Mooi weer, licht, ik heb gewerkt vanmorgen en Vincent is op een nieuwe school. Ik heb de tijd, ik hoeft en ga niet snel. Ik geniet ervan. Ik hou de hartslag in de gaten en heb drie keer 15 minuten hardlopen voor de boeg. Zeker de eerste 15 minuten gaan supergoed. Hoe blij kun je zijn dat het weer lukt… En dat met zulke langzame tijden. Maar goed, in de tweede 15 minuten word ik ingehaald! Het is dan lastig om niet te versnellen, maar ik doe het niet. Ik ga bij de dierenarts langs in de derde 15 minuten. Daarna gaat het minder. Ik vind het zwaar worden en het tempo is verdwenen. Ik heb al 5 kilometer gerend, maar ik moet nog wel naar huis. Na dik 6,5 kilometer ben ik blij weer thuis te zijn. Ik ben nog niet helemaal opgeknapt!
Manuel nog net zijn zin afmaken: “Ga maar even als je dat wilt” en weg was ik! Manuel was op de ATB, dus dat is wat zwaarder. Ik kan moeiteloos de 35 halen als ik los ga. Dat voelt prettig. In- en uit-klikken ging ook goed. We gingen tot de Praambult en toen weer terug. Het was echt leuk. Ik vond het wel steeds zwaarder worden. Ik ging nog een stukje harder en toen was het ook wel goed. Gewoon lekker terug achter de TBS kliniek langs. Daarna ging Vincent mee hardlopen. Dat viel een beetje tegen. Niet Vincent, maar ik. Ik vond het zwaar, ging traag en moest halverwege een stukje wandelen. We gingen het rondje van 2,5 kilometer meten. Ik was blij toen het erop zat.
Toen moest ik wel even uithijgen en bijhoesten, hihi. We reden weer terug en Rob vond het eerste half uurtje wel goed geweest, ik ging het rondje nog een keer. Tempo lag tot de dijk zeker iets hoger, maar daarna werd ik ook wat vermoeider. Dat valt me nog tegen, dat ik nog steeds sneller moe ben. Rob heeft wel het euvel met de cadansmeter-die-denkt-dat-het-een-snelheidsmeter-is opgelost. Ik fietste nog geen uurtje. Toen nam ik nog maar wat sportdrank en ging ik lopen. Daar zag ik iets meer tegenop, want dat blijkt toch zwaarder, maar ik ging heerlijk! Lekker een hoog tempootje en de eerste kilometer vloog voorbij in een bekende 5:40 die prima aanvoelde. Toen ging ik een heel stuk langzamer in de hoop dat de hartslag wat daalde, want die was best hoog. Ik wandelde een stukje en toen ging ik voor de laatste kilometer lekker nog een keer aanzetten. Zweten en lekker doorploeteren en maar even niet naar de hartslag kijken… Lekker in 5:30 en toen liep ik nog 3 kilometer vol. Het gaat toch steeds ietsje beter. 
Nu moet ik op de Tacx. Het is maar een uurtje en ik heb nog wat social media af te handelen. Ik moet twee keer 20 minuten op lage hartslag fietsen en dat gaat prima in combinatie met de telefoon. Het tempo is (net als bij het lopen) nog niet je-van-het. Dan 8 keer 30 seconden sprinten gevolgd door 30 seconden rust. Ik heb maar 2 keer ingevoerd, dus de laatste 6 moet ik zelf meetellen. Dat gaat wel; de verveling is er meteen af! In de laatste sprint krijg ik “wind mee” van de Tacx: dan opeens gaat het trappen veel beter. Ik fiets nog even uit en dan zit het er weer op. Twintig schamele kilometertjes in het donker.
de mountainbike en Manuel gaat mee. Ik moet in een hoge cadans trappen. Dat zijn heel veel rondjes van de trappers in een minuut. Als ik zelf mag kiezen zit ik tussen de 60 en 70 rondjes, maar ik moet nu een uur lang 80 a 90 rondjes trappen. De cadansmeter werkt wel, maar is niet terug te zien op mijn horloge. Ik moet dus zelf van tijd tot tijd tellen. Manuel en ik hebben geluk: er staat nauwelijks wind. We fietsen de polder in. De lange rechte wegen. En tot onze verbazing is het nog best druk ook! Na 3 kwartier bedenk ik dat we de route toch iets moeten inkorten en niet doorfietsen tot de Knardijk. Na een uur moet ik 8 minuten in een hogere hartslagzone met 95 tot 105 rondjes per minuut gaan trappen. Dat is een hele opgave. Het is een delicate balans tussen de hartslag en de rondjes per minuut (RPM).
Tussendoor mag ik 2 minuten lekker bijkomen. De Doddaarsweg trappen we op deze manier weg. Dan gaan we nog een keer naar rechts, want ik denk dat de brug daar is, maar natuurlijk is de Praambrug daar de mogelijkheid om de Vaart en de A6 over te steken. Ik heb vandaag teveel keer ingevoerd op het horloge: ik doe het geen 8 keer hoor! Maar zo kan ik wel iets langer pauze doorklikken om op de Trekweg te komen voor de laatste keer 8 minuten. Mijn RPM ligt iets te laag, maar ik vind het goed zo. Het miezert en mijn bril beslaat. Ik wil naar huis. Ik heb onderweg netjes een gel op en de bidon is bijna leeg. Dat is een prestatie op zich! Ik fiets lekker kalm terug over de brug en dan zet Manuel even aan. Moet ie toch nog op me wachten :p We fietsen net geen 40 kilometer (39) in 1 uur en 3 kwartier. Ik vond het zat.
niet harder dan 9 kilometer per uur lopen. Ik denk dat me dat wel goed af zal gaan intussen, grrrrr 😐 In het zonnetje ga ik lekker langs de plassen joggen en dan is zichtbaar dat mijn horloge zone 1 wel heel erg laag heeft liggen! Ik zou onder de 130 moeten blijven of nog minder, maar zone 1 is tot 135. Misschien zat me dat de hele week dwars. Nu zie ik het en blijf ik onder de 130. Ik heb een muziekje meegenomen en geniet van het zonnetje en de prachtige omgeving. Dit is een rondje van 7 kilometer dus een beetje langer en een keer de berg op en het uur gaat wel voorbij! Ik ga niet snel, nog geen 9 kilometer per uur. Ik kom MZ tegen en maak onderweg zomaar een praatje!
beter en fietst prima. We doen een paar versnellingen en Vincent moet blijven zitten als we de brug overgaan: hij gaat heel snel staan op zijn fiets. We oefenen ook met cadans. En dan doen we nog een versnelling en -eerlijk is eerlijk- ik hou ‘m niet bij! Het zal de fiets wel zijn (emoticon van een heilig boontje). We fietsen 3 kwartier. Dan even wat drinken en hupsakee: zwemmen! Ik zat met 4 veel snellere mensen in de baan. Ik ging gewoon zelf endurance zwemmen: baantje na baantje na baantje. Volhouden. Met achtje. Alleen op mijn armen. Vroeg insteken, breed insteken, 3 seconden uitdrijven. Kalm en zo beheerst mogelijk. Alleen aan de kant als ik de anderen voor moet laten. En 1 stapje omdat Vincent iets had. Uiteindelijk zwom ik 2500m in nog geen uur. De omgekeerde triatlon in ongelijke afstanden zit er weer op vandaag. Ik hou het weer goed vol, maar het tempo moet ik weer opbouwen.
spannend in een nieuw groepje te komen. Ik moet opschrijven wat ik wil leren en dan kiezen uit 1 van de 6 banen. Elke 2 banen hebben hun eigen oefeningen en aandachtspunten. Ik sluit me al bijna aan bij baan 1 en 2 voor de ademhaling, maar uit de oefeningen blijkt dat ze hier nog geen 200m borstcrawl kunnen zwemmen. Baan 3 en 4 gaan met nog iets anders aan de slag, dus ik ga naar baan 5 om 200m in te zwemmen. Rustig en gemakkelijk. We moeten anders starten en dat oefenen we. Dan gaan we de doorhaal oefeningen doen. Goed opletten op de doorhaal, ik hoeft niet de snelste te zijn. Er zijn een aantal oortjes en de trainer kan tijdens het zwemmen aanwijzingen geven. Ik krijg vooral tips voor mijn benen en dat is best oké. Ik vind het doen van de vele oefeningen wel leuk en ik let goed op de insteek. We moeten ook veel benen doen. Ik heb het idee dat we maar de helft doen van wat op het schema staat. Ik hoest pas mijn longen eruit als we weer aan de kant staan. Een aantal mensen wordt gefilmd, ik snap van 4 van de 5 niet wat ze hier doen.
Ik heb last van het hoesten, van ademnood, Ik kom niet vooruit, ik haal zone 2 niet eens. Ik ben moe, stijf en mijn benen houden mij nauwelijks staande. Wandelen lukt nog net. Vincent maakt zich terecht zorgen en ik ben blij dat hij er bij is. Ik moet een blok van 15 minuten hardlopen skippen. De laatste 15 minuten joggen we met grote moeite van mijn kant naar huis. Heeft de verbouwing er in gehakt of het hoesten? Ik moet het sporten even op een lager pitje zetten.
Op vrijdag help ik Rob een nieuwe vloer te leggen. Ik pak planken, leg ze aan de kant en rust dan uit. Ik zit op de bank. Manuel helpt me om 2 keer naar de stort te rijden. Ik hoest en kuch. Ik ben er moe, maar kan nu niet stoppen tussen het stof. Sporten kan én wil ik ook niet. We gaan vroeg naar bed. Op zaterdag gaat het hetzelfde. Ik leg twee planken neer en zijg neer op de bank. Ik voel me zwak en vervelend. Zwemmen kan ik weer niet. Ik veeg en schrob de vloer en dat is net zo vermoeiend als een halve marathon lopen vandaag!
zwemmen altijd wel, omdat het binnen is. Maar rennen in de sneeuw… Ik wist het nog zo niet, maar had ‘s morgens de briljante inval om de hardloopkleren mee te nemen. Kon ik altijd in de sneeuw gaan lopen direct na werktijd. Dat was een geweldige ingeving: ik kon kiezen uit uren filerijden of een stukje door het donkere besneeuwde bos in Zeist. Ik twijfelde heel erg, maar een appje van mijn vriendin dat zei: ‘neem de kans’ gaf de doorslag. Rustig mocht ik en heel rustig ging ik. Nieuwe paden, in het donker, over de sneeuw. Ik ken de weg een beetje van de lunchwandelingen, dus echt verdwalen zat er niet in. Het was niet zo koud en doodstil. Voor zover dat kan vlak bij de A28. Ik dwaalde wat. Ik genoot enorm en voelde me tegelijkertijd schuldig dat ik niet op weg naar huis was om gezamenlijk te eten. Ik volgde voetstappen in de sneeuw waardoor ik de doorgang in het hek kon vinden, ik maakte de eerste voetstappen op een parkeerplaats, ik lachte de file uit en zei mijn collega’s bij de bushalte gedag. Het volle uur ging ik niet halen. Ik vergat alleen dat ik nu na etenstijd met dubbele trek in de auto zat en over de glibberige route naar huis moest rijden. Het rijden was zo akelig dat ik een ritje naar het zwembad liever oversloeg. Zo kwam het zwemmen er dus niet van! Thuis viel ik aan op eten en toen vroeg ik mijn kind: Wil jij de kans laten lopen om door de sneeuw te rennen? Hij twijfelde even (van wie zou het hij hebben) en ging toen snel mee. Kort op het eten, een kort stukje door de wijk.
Dat was best knap van hem, want hij had vandaag het schoolrecord op de shuttle run test verpulverd. We wandelden ook stukjes, want haast had ik niet. Zat ik thuis op de bank, ging het loopmaatje door de sneeuw lopen. Ach…. ik had mijn hardloopkleren toch nog aan… Dus ik ging weer (na een goed bezoek aan de toilet). Ook niet snel en ik kwekte aardig door
het geknerp heen. Uiteindelijk werd zelfs ik een beetje moe. Hoe traag ook, ik liep toch 5 en 8 kilometer. Lopen beheers ik wel, maak je niet ongerust. Op woensdag de 23ste is mijn schoonvader jarig. Na een ochtend hard werken reden we daarheen. Niet een uurtje op de Tacx, maar een stukje taart en gezellig kletsen. Maar wel naar de zwemtraining. Ik zwom lekker mee. Zoveel mogelijk zonder achtje en zo min mogelijk benen, maar er was geen ontkomen aan. Het ging wel lekker eigenlijk. Na het diner bedacht ik me opeens dat een uurtje eigenlijk niet zo lang is. Boek erbij, Tacx aanslingeren en gaan.
Het uur vloog om met de hoofdstukken over de Amerikaanse Burgeroorlog! Ik volgde keurig de opdracht. En zo ging het eigenlijk best wel goed. Donderdag had ik dus die spelletjesavond. Dat was superleuk, want ik ben dol op Weerwolven en Exploderende Katten en Dixit, maar ik voel me ook schuldig dat ik de baantraining oversla. Alweer. Ook al is het te glad op de baan. En ik weet dat ik zaterdag een lange duurloop ga doen, dus dat uur sla ik niet zomaar over. Op vrijdag is alles volgepland: pedicure, extra werken, oude keuken verkopen, de was doen…. De ochtend was vrij voor sport en dan pak ik het liefst de langste training op om niemand in de weg te zitten op zondag. Drie uur. Kwart voor 9 begon ik met 35 minuten lopen in de koude en hier en daar gladde sneeuw in duurtempo 1. Traag. Mijn hartslag moet laag blijven, maar dat lukt gewoon niet. Ik heb me al
genoeg schuldig gevoeld de afgelopen week, dit accepteer ik maar. Ik loop richting jeugdland, wetende dat ik dit rondje nog twee keer ga doen. Ik neem het eerste fietspad naar links, terug richting huis. Ik moet een klein ommetje maken en haal 5,25km. Dan moet ik fietsen. Op de Tacx. Een kwartiertje fietsen is te doen, dan kan je de keuken adverteren, appen, een keertje een game spelen en dan is het alweer voorbij. Ondertussen werk ik 2 mini-Bounty’s naar binnen en ruim een kwart bidon sportdrank. Ik vind de afwisseling prima, beste trainer, maar ik voel me er smerig bij. Dan moet die bezweette jas weer aan, de natte schoenen.
Manuel ging mee met de volgende 35 minuten duurtempo 2. Weer langs jeugdland, maar dan een fietspad verder. Tempo matig. Eigenlijk mag ik nog steeds niet hard. En als het glad is, valt het tempo helemaal een beetje weg. Deze ronde voel ik me dan weer schuldig dat ik Manuel ophou en daar zanik ik dan zo over dat hij me verbied sorry te zeggen. Sorry hoor ;p. Hij loopt even door, ik ga weer 15 minuten fietsen. En dan zijn mijn beentjes eindelijk opgewarmd en gaat het lekker. Blijkbaar fiets ik prima op Dove-mini’s. De sportdrank is op! Wil je die bij de prestaties schrijven?
Dan moet ik nog een keer 35 minuten hardlopen in duurtempo 3. Manuel noemde dit schema gekscherend “slavendrijverij” en ik neig het er steeds meer mee eens te zijn. Duurtempo 3 doe ik heerlijk alleen. Naar jeugdland en dan het laatste fietspad op, waar het niet glad is. Eindelijk een beetje tempo! Tot ik op een ijsbaantje sta waar ik voorzichtig overheen moet. Ik haal de 6 kilometer deze keer, maar nu verlangt mijn lijf naar de mini-Maltesers! Ik begin een beetje leeg te raken, vermoeid en merk dat ik overga op vetverbranding. Ik zie op tegen nóg een kwartier fietsen, maar trek voor de laatste keer de vieze natte jas uit en gebruik de smerige buff om mijn lopende neus te stoppen.
Ik fiets echt rustig uit, het gaat wel goed, maar het voelt zw
al in het Emmapark haha! Maar dat gaf niet, want we deden het rondje gewoon andersom, langs Soestdijk en naar de Naald en dan weer terug. Met regelmatig een foto-stop! Toen nam ik de GPS ter hand. Ik vond het moeilijk dat Joyce niet soepeltjes mee kon lopen. Niet erg, maar ik vond het jammer voor haar vooral. Ik weet dat ze het wel kan namelijk. We liepen lekker over de heide, want dat wilde ik graag en toen begreep ik de GPS ook.
Het ging een stuk beter dan de vorige keer, maar ik had wel weer moeite met de gels op precies 10 kilometer te nemen. Die van 5 km hadden we allemaal gehad, maar de volgende nam ik pas op 12 kilometer.
We lieten Joyce achter en toen kreeg SG het de laatste kilometers minder gemakkelijk. Toen werd ik eindelijk ‘wakker’ samen met KH en begonnen we te beppen. Nee, we hebben niet geroddeld over je hoor (lees dat maar op sarcastische toon hihi) De 20 kilometer moesten vol, maar 21 hoefde niet van mij deze keer. Ik vond het wel best, ik heb het gezien tussen de kastelen.
We dronken de heerlijkste witte chocolademelk ever! Aan hersteldrank had ik ook gedacht. Thuis waren ze er wat minder blij mee dat ik weer de hele ochtend had gesport en dat drukt de pret dat ik dat toch maar kan na de zware training van gister wel een beetje en maakt me onrustig. Er is nu al veel te doen voor de keuken, dus op de bank uitrusten zat er niet in! En weer naar het zwembad. Ik deed iets meer met pullboy, want de beentjes vonden het wel best. Dan was mijn tempo ook niet veel te laag ten opzichte van de rest. Wel moest ik vaak opzij en dat is toch niet zo leuk. Ik ben niet meer zo spraakzaam als de baan vol “geweldige” triatleten ligt; je weet wel hoe ik over ze denk toch? En ik mag ook niet meer uitzwemmen in het volgende uur, dat zijn de verenigingsregels die ik nog niet kende. Op zondag deed ik eerst al die dingen die ik moest doen: verf kopen, uitslapen, de keuken leegruimen, een presentatie maken voor het werk, naar de winkel, de was. Pas toen er wat tijd over bleef, ging ik de Tacx op. Dat had vrijdag
gemoeten, maar was nog over. Ik ben niet dol op fietsen. De Tacx vind ik echt saai, maar het helpt als het buiten op de overkapping regent. En het helpt als ik lekker kan lezen. Dat leidt me het beste af. Ondertussen piept mijn horloge of ik binnen de opgegeven hartslagzones blijf. Ik moest 10 minuten op D1 fietsen, 10 minuten op D2 en dat ging prima. Daarna 4 blokjes van 8 minuten D3 en op een RPM van 80-90. Of zoiets. Ik kan de RPMs niet invoeren, dus die moet ik onthouden. Is lastig bij te houden als ik over indianen, quakers en Amerikanen in 1776 zit te lezen. Ik dronk in de pauzes van 2 minuten. En dan gaat na een minuut of veertig de Tacx weer veel gemakkelijker en ga ik veel harder. Is toch iets raars, maar wel leuk om 35km/u te zien staan! Dat lijkt ergens op.
Het laatste half uur moest ik uitfietsen en ik trok me maar even niks meer aan van de RPM’s. Ik had geen zin meer. Eerlijk: ik heb echt 30 minuten afgeteld en stapte direct de fiets af na anderhalf uur. Ik vond het genoeg deze week. Het ging niet altijd even gemakkelijk van de week, beste trainer. Er zat veel twijfel in, veel onzekerheden, veel geschuif, veel gerommel. Laat me maar weten wat jij er van vond. Aan de ene kant baal ik dat ik niet precies het schema keurig kon volgen, aan de andere kant ben ik trots dat ik -ondanks het weer, veel sociale bijkomstigheden, extra werk en gezenuw, toch veel uren heb gesport. Ik zie al op tegen de komende week met heel veel extra werk, een nachtje weg, veel keuken-gedoe en een wedstrijd ook nog! Gelukkig ben je die vergeten in het schema te zetten, dus die kan ik altijd overslaan, haha. Let’s go on! Veel groeten Anke
versnellen! We liepen met zijn drietjes de drie kilometer in 20:36. Ik liep iets meer, met “stofzuigen” erbij. Toen deed ik hetzelfde rondje nog een keer op mijn hoge tempo. Haal ik er zomaar 4 minuten vanaf! Op zo’n korte afstand was dat best goed. En toen aten we superveel pannenkoeken. Nog een hele dag besprekingen wachtte en ‘s avonds was ik weer thuis. Toen kon ik ‘gemakkelijk’ naar de hardlooptraining. Ik was moe. In mijn hoofd vooral. Dus ik ging maar alleen een rondje lopen, geen gekwebbel meer aan mijn koppie! Ik koos voor een rondje Weerwater en je had als opdracht 12 minuten inlopen in zone 1 en dan 3 keer 15 minuten zone 2 met een minuut wandelen ertussen. Nounou. Ik vond zone 1 al wel zat. Zone 2 haalde ik maar net en al na tien minuten zone 2 ging ik uitkijken naar het wandelen. Mijn hoofd buitelde vol gedachten en mijn benen voelden aan als meeslepende balken. Ik vervloekte mezelf dat ik rond het water was gaan lopen, want rechtstreeks terug was geen optie! Toen gingen mijn darmen ook nog in de tegenwerking. Ik hobbelde door naar de McDonalds en haalde opgelucht adem, hoewel ik tot twee keer toe bijna aangereden werd. Ik besloot dat ik het zwemmen achterwege zou laten en met mijn kind naar huis ging rijden na de training. Ik was doodmoe. Uiteindelijk hobbelde ik 9 kilometer bij elkaar. Op woensdag moest ik voor werk naar Den Haag op mijn normaal vrije-middag. Ik was pas om 8 uur thuis, dus ik kon niet meer gaan zwemmen. Weer niet. Door al dat extra werk, kwam ik ook niet echt tot rust. En ik heb dan wel vakantie volgende week, maar dan moet de hele keuken afgebroken en verbouwd worden! Het werd donderdag en ik moest dubbel werken voor de vakantie. Voor de baantraining was ik eigenlijk nog steeds te moe.
Ik ging later op de avond samen met mijn loopmaatje lopen. Het ging weer niet soepeltjes. Gelukkig stond mijn loopmaatje in klets-modus, want ik had genoeg moeite mijn benen het tempo te laten volhouden. Onderweg deden we hier en daar een versnelling en dat vond ik leuk: gewoon op gevoel even afspreken tot waar we gaan (de afrit, de brug) en dan een tempo pakken. Op vrijdag had ik eindelijk een ochtendje redelijk rust: ik hoefde alleen maar te fietsen en ik liet de keuken uitruimen, werkmails beantwoorden, de was opruimen en al die andere kleine zaken voor wat ze waren. Ik ging aan het bellen met mijn zusje. Toen ik de telefoon uit de computer trok, trok ik de Tacx kabel ook mee. Moest ik alles opnieuw starten… Mijn horloge gaf de opdracht aan. Al bellend ging het prima. Praatte mijn zus 10 minuten als ik sneller moest fietsen, had ik daarna 5 minuten voor mijn verhaal. Ik
fietste nog een hele tijd door en toen was alle apparatuur leeg: mijn computer gaf geen afstand meer mee en de telefoon piepte ook. Ik vond het intussen wel behoorlijk zwaar. Het is wel leuk om te fietsen in de sneeuw! Ik heb toch maar mooi drie uur gefietst. Toen kon ik weer doorjakkeren voor nog een extra middag werken. Daarna volgde het noodzakelijke keuken-leegruimen. Op zaterdag stond de Henschotermeergames op het programma. Jij had ‘m overgeslagen in je schema, dus ik hoefde niet echt… Ik had zelf bedacht dat ik de korte afstand beter kon doen dan de lange. Dan was ik tegelijk met mijn kind klaar die de estafette deed. Het loopgedeelte was 2,5km onverhard en dan 10 kilometer mountainbiken en vervolgens nog anderhalve kilometer lopen. Ik zag er als een berg tegenop. Had buikpijn, was gespannen, wilde niet. Je zou het een keer moeten meemaken, anders geloof je niet hoe zenuwachtig op niks ik kan zijn. Ik ben bang dat ik het mountainbiken niet red, vermoed iets te gaan breken bij het lopen over de gladde brug en ik vrees dat ik veel te langzaam ben of domme dingen doe, zoals mijn helm vergeten of de weg kwijtraken. Het gaat nergens over, maar op dat moment zijn de zenuwen een reële angst. Mijn clubgenootjes GN en AA vonden het geen goede instelling, maar mij hielp het enorm dat ik van mezelf mocht stoppen als ik onderweg echt geen zin meer had. Ik wéét dat ik dat niet zal doen, maar dat het mág, geeft me de kracht om er aan te beginnen.
En dan in het startvak ben ik volkomen gelaten. En na het startschot begin ik te lachen en ga ik gewoon lekker een uurtje trainen. Natuurlijk is het zand zwaar, zijn de heuveltjes killing en ik loop ik eerder achteraan dan voorop, maar als ik eenmaal ben gestart, kan me dat niet meer boeien. Dan geniet ik van het bos en het water waarin ik heb gezwommen, dan ben ik elke koukleumende vrijwilliger dankbaar, dan mag je me passeren en dan vind ik het geluid op de brug extra leuk.
Ik doe er bijna 15 minuten over, maar dit is een training voor mij, geen wedstrijd. In de wissel let ik even goed op en neem een slok drinken.
En dan huppakkee, de fiets meenemen het bos in en gaan trappen. Het begint te sneeuwen en ik vind dat voor de wintergames nog veel gaver! Ik schakel lekker licht, wordt al ingehaald, maar het zal me een worst wezen. Mijn uitdaginkje is gewoon zoveel mogelijk op de fiets te blijven zitten en te genieten. Dat laatste doe ik moeiteloos. Stoppen moet ik niet aan denken! Ik moet wel afstappen bij de kleine heuveltjes en het mulle zand. In de volgende ronde word ik al ingehaald door de snelle heren die de lange afstand doen. Na de eerste vijf of tien hoeft ik niet meer zo nodig aan de kant, want die mannen gaan net zo min meer winnen als ik. Ik trap en schakel gewoon lekker door en haal een vader met zoon in zelfs. Het gaat steeds harder sneeuwen, maar koud heb ik het niet. Mijn grijns wordt wel steeds groter. Ik ben ontzettend blij dat ik voor de korte afstand heb gekozen, moet er niet aan denken alle rondjes drie keer te doen met dit weer. In het derde rondje (er zijn 3 verschillende rondjes en de eerste doen we dubbel) moet ik vaker afstappen bij de heuveltjes en in het mulle zand. Het zal me wat! Het eerste rondje is het gemakkelijkste en ik ben blij dat ik die mag dubbelen.
Mijn fiets maakt door al het zand de meest onheilspellende geluiden. Het gaat goed op een lage versnelling en met mijn fietsbeentjes. Dan wissel ik iets sneller terug naar de natte loopschoenen voor een klein rondje hardlopen. Ik lig ergens achteraan, maar dat kan me niks schelen! Ik zie Vincent bijna binnenkomen. Omdat ik alleen loop en rust heb, geniet ik nog meer van de sneeuw op het losgelopen zand en de vrijwilligers bedank ik hardop. De brug is een beetje wit en nog niet g
uur over en ben heel tevreden dat ik het volbracht heb. Dat is na zo’n drukke en onrustige week toch ook wat waard?! Zowel het team van mijn kind als ikzelf zijn vierde geworden in onze eigen categorie. Waarmee zij laatste duo zijn en ik een-a-laatste ben geworden. We kunnen door naar huis met natte en vieze en koude troep. De keuken slopen. In 1 moeite door. Geloof het of niet: ik kan prima netjes alles afbreken. Zwemtraining gaat echter zonder onze aanwezigheid door. Weer ergens heen te moeten rijden… dat trek ik niet meer. Dan heb ik wel heel weinig gezwommen de afgelopen week toch? Dus ik meld me op zondagochtend om kwart over 8 in het warme bad van Almere Buiten. Ik kan daar een paar uur zwemmen. Mijn opgave is ‘endurance’; lang achter elkaar de baantjes blijven draaien. Moeilijk is het niet, maar ik krijg bij tijd en wijle wel trek. Lastig is dat ik één van de weinige borstcrawlzwemmers ben. Ik hou het vol en heb aan het einde nog een leuk gesprekje met een andere vrouw die beter borstcrawl zwemt, maar wel aan me ziet dat ik train voor een triatlon. Dan moet de rest van de keuken worden afgebroken, dan moet de was worden gestreken, dan moet en moet en moet….. Uiteindelijk ben ik de week doorgekomen, maar ik maak me wel een beetje zorgen om mijn gehoest.
Dinsdag 15 januari. Ik ging fietsen. Lang. Met als hoofddoel: leren consumeren op de fiets. Ik drink en eet veeeeeeel te weinig tijdens mijn trainingen. Dat heeft me al regelmatig plezier en kracht gekost. Samen met de trainer ga ik daar iets aan doen. In deze anderhalf uur durende training moet ik 2 bidonnen met sportdrank leeg drinken. Waar ik normaal in twee uur een half bidonnetje water leeg maak… En ik ‘moet’ na 3 kwartier ook wat eten: omdat elke keer gels nogal prijzig is, mag dat een Snickers zijn of een Mars. De trainer denkt vast: als je maag dat aankan… Ik zoek de kleinste bidonnen in huis uit en 3 mini-Snickertjes uit een doos Merci’s. De oefening is 9×10 minuten met in de laatste minuut oefeningen. Nou, daar gaan we dan…. Ik ga aan het appen met Manuel, omdat ik me verder een beetje verveel tussen de 2de en de 9de minuut.
De eerste minuut van de tien gebruik ik om te drinken.
De trainer krijgt het ook even zwaar te verduren. Ik ben namelijk ook net begonnen met lijnen, dus ik ben hartstikke prikkelbaar.
hartslagzones. Dat is dan wel weer positief!
Vrijdag 18 januari. Voor je dit gaat lezen: bedenk nog een keer dat dit mijn rustweek is. Ik heb wat overhoop gehaald vandaag. Ik hoefde alleen maar heel rustig een uur te lopen en een half uur te fietsen. Hoe ik zondag ook nog een paar uur fietsen er tussen zou moeten passen, wist ik niet. Wegens de zware benen van gister, leek een uur lopen me ook wel prima. Ik wilde niemand tot last zijn en mijn eigen lage tempo aan kunnen houden zonder schuldgevoel. Hoe moeilijk ook, ik ging alleen. Het was koud, maar zonnig. En toen bleek de Oostvaardersplassen nog steeds open te zijn! Ik ging heel rustig. Ondanks dat het nog niet erg soepel liep, voelde ik me wel iets beter. Ik koos het stuk dat ik iets harder mocht lopen om het bos in te gaan. Dan blijft het tempo net zo laag, maar kan ik lekker het bos in. Het was wel mooi, maar ik vond niet heel erg veel rust. Er was bijna niemand, op 1 man met een groot fototoestel na die ‘op jacht’ was voor een plaatje. Ik ontweek hem en koos een ander pad. En wie vond de herten denk je?! Ikke dus!
Ik verlegde de wandelpauze. Toen naar huis hobbelen. Ik moest gaan uitfietsen. Ook een laag tempo. En een hoge cadans. Dat viel ook al niet mee en dit half uur leek lang te duren. Toen had Manuel een goed voorstel: hij wilde ‘s middags buiten gaan fietsen en wilde op mij wachten. Dan kon ik de past-niet-training van zondag alvast doen! In elk geval het eerste uur op laag tempo.
Daarna een half uur blokjes van een iets hoger tempo moest toch wel lukken? Ik had maar plek voor 1 bidon, maar Manuel had helemaal niks bij zich. We zouden een rondje Oostvaardersplassen gaan fietsen. Het was koud, maar zo fijn buiten! We konden kletsen, hoefden niet hard en tot de Knardijk was het uitstekend. We namen het bos, om de wind een beetje tegen te gaan. Daar voelde ik de energie afnemen. Mijn gezelligheid ook. En toen moesten er nog een stuk of wat blokjes hoger tempo! De rust vond ik al moeilijk! Maar er is maar 1 manier om thuis te komen… Ik vond het erg zwaar en leerde nog maar eens dat energie vanaf het begin moet worden bijgetankt. Is een rustweek met 3,5 uur sporten op 1 dag nog wel een rustweek?!
Aan de andere kant was het heerlijk dat ik niet op mijn horloge hoefde te kijken en alleen maar bezig hoefde te zijn met zo hard mogelijk lopen. Ik had moeite met genoeg zuurstof binnenkrijgen, dat vond ik raar, want dat heb ik nooit; ik hoestte zelfs onderweg! Keren is ook al niet mijn ding. En wind me merkte ik ook niks van. Kortom, genoeg te mopperen. Kou had ik het al lang niet meer. Ik probeerde het echt op het einde, maar ik was wel flink op! Ik wilde in elk geval de brug op wandelen, daar hield ik me de laatste anderhalve kilometer aan vast. We waren onderaan de brug begonnen, dus ik wist tot waar ik moest! Het leek superlang te duren. De laatste tijd van 4:45 kreeg ik nog net mee. Dat is behoorlijk! Ik was buiten adem, maar de trainer was blij. We wandelden omhoog! De trainer vertelde me dat hij op 4:50 had gemikt, maar dat ik nog harder had gelopen. Ik hoefde gelukkig niets te zeggen! Die 4:45 heb ik dankzij hem vlak gelopen. En ik was een stukje sneller als vorige maand! We dribbelden/wandelden terug naar de auto. Hij was tevredener als ik, want ik was er vet moe van. Uitfietsen liet ik achterwege. Mooie rustweek met bijna 10 uur sport. Ahum.
Dinsdag 1 januari: uitslapen, bijkomen, de weegschaal bij voorkeur verkopen, de laatste dingetjes doen en dan is er niks meer: ik verveel me bijna! Er zit maar 1 ding op: ga lekker sporten. Klim op de Tacx? Hm, lekker sporten! Combi van de Tacx en lopen? Leuk, maar ook wat lang. Ik kies de hardloopopdracht voor zaterdag: 2 minuten inwandelen en die gaan op aan de deur voor Vincent opendoen en een sleutel pakken. Dan 10 minuten in zone 1 (hartslag tot 130). Ik heb het koud. De wind is kil en mijn ene truitje is niet genoeg. Volgens Manuel was het warm, maar ik merk het niet! De hartslag is regelmatig te hoog. Het tempo blijft steken op 6:30 Dan 20 minuten zone 2. Ik ga langs de Oostvaardersplassen: het is zo mooi en een beetje ‘van mij’. Maar vandaag deel ik het met hele hordes dagjes-wandelaars. Ik hou me in om in zone 2 te blijven en geniet van de omgeving. Ik kom TE (pa van BE) tegen op de fiets en hij groet me hartelijk. Ik blijf koud, zo dik tegen de wind in. Ik wil 5 kilometer vollopen tot aan het bruggetje, graag binnen het “slome” deel van deze loop. Dat lukt: 32 minuten over de eerste 5 kilometer. Ik draai om en ga 3 keer 8 minuten in zone 3 lopen met 1 minuut wandelen en 1 minuut dribbelen. Ik vraag me af of ik dan binnen 30 minuten terug ben.
Ik heb wind mee, er zit een heerlijk tempo in en ik voel me prima! Eindelijk warm. Ik neem de Oostvaardersplassen goed in me op. Als ik er doorheen vlieg. En fotografeer als ik moet wandelen. Ik slinger om de mensen heen en hou lekker een 5:15 vast. Ik ga het redden met 3 keer anderhalve kilometer in 8 minuten. Het laatste stukje is wel iets zwaarder; zo weer terug de wijk in, maar het tempo blijft hoog en de uitdaging om de 10 kilometer binnen een uur te halen is groter dan ‘een beetje’ vermoeidheid. Ik red het. Dus heb ik 28 minuten gelopen over de 2de 5 kilometer. *big smile* Ik loop om het huis uit en dan ben ik het jaar goed begonnen!
Vrijdag 4 januari. Er zijn allemaal dingetjes te doen en tussendoor moet ik fietsen plakken. Zo voelt het ook: als ertussenin gepropt. Op de Tacx gefrut. Ik reduceer twee uur tot een uur. Ik moet eigenlijk 6 keer 20 minuten doen, maar dat zal 3 keer worden. 10 minuten zone 1, 3 minuten zone 3 en 7 minuten zone 2. Ik pak mijn boek erbij en dat is net iets te boeiend. Ik mis zo nu en dan de tijd en trap niet hard genoeg. Het lukt me om er in te komen. Ik zit ruim een uur uit, maar geniet er niet van. Ik laat de opdracht maar een beetje los. Ik ben blij als ik afstap. Volgende keer beter – hoop ik dan maar. ‘s Middags gaan we met paps en mams ook nog en stukje wandelen.
Het gaat inderdaad wat beter na 3 kilometer, maar na 4 kilometer zijn we thuis. Jasje wisselen, schoenen wisselen, fietsbroek aan en op de MTB. Vincent gaat straks pas weer mee, die blijft nu even thuis. Het pad tussen de Oostvaarderplassen is nog open en ik ga genieten van de zon die het riet goud kleurt, de blauwe lucht en het tempo wat lekker is in zone 2. Alleen is het net iets te lang voor 20 minuutjes. Ik wissel weer van schoenen en jas als ik thuis ben en ga hardlopen in zone 2. Ik ben net opgewarmd en lopen gaat me nu goed af. Ik dribbel in plaats van wandelen. Ik ga de andere kant op, richting de Seizoenenbuurt. Het tempo zit er flink in in zone 2. Geen inhouden meer! Fijn. Ik loop dan ook 5:45 ongeveer. Ik moet steeds een stukje verder om om 25 minuten vol te maken. Uiteindelijk haal ik 5 kilometer. Dat voelt beter. Terug naar de fiets met een flinke slok sportdrank en een gel op voor het kleine rondje Oostvaardersplassen. De jas voelt al wat smerig om aan te doen. Ik heb wind mee en ga lekker hard. Ik neem een brug verder terug en dan is het een beetje op aan het raken. Ik heb trek. Ietsje minder zin als een uur geleden. Gelukkig gaat Vincent dadelijk weer mee lopen en fietsen. Ik verheug me niet op nog drie kwartier. De zon is ook weg en de bril is te klein. Ik kleed me weer om voor nog een blokje van 25 minuten zone 2. Maar dan laag in zone 2 in verband met Vincent. Nog een gel eten en we gaan weer.
Vincent lijkt blij met het hogere tempo en kletst voluit. Het tempo ligt net zo hoog als wanneer ik alleen ben. Eerlijk is eerlijk, na drie kilometer doet Vincent het beter dan zijn moeder. Ik ben moe, kan wat moeilijker opletten en wat moeilijker praten ook nog ‘s. Vincent vindt het wel grappig dat de rollen een keer omgedraaid zijn. Vanaf de brug bepaalt hij de route maar. Mijn hartslag gaat omhoog bij een gelijkblijvend tempo. We lopen binnen een half uur de 5 kilometer. Omdat Vincent een klasgenoot tegenkomt, kan ik niet eens gaan wandelen! En dan nóg een keer fietsen. De jas is smerig, maar de oranje bril maakt het allemaal wat
rooskleuriger. In zone 1 fietsen: uitfietsen. Een tempo wat Vincent ook kan. En ik ook nog haal! Richting de AH voor brood. Een kort ommetje. Fietsen is wel gemakkelijker dan lopen. Ik moest soms zelfs ietsje harder om in zone 1 te blijven! Ik heb alle trainingen los opgenomen en het is een hele lijst als we weer thuis zijn. Ik heb megaveel honger. Het is dan ook al zomaar middag geworden.
Woensdag 9 januari. Het was lekker weer, beetje zonnig, geen storm, niet ijskoud. En ik had een beetje tijd, dus ik pakte de fiets. Ik twijfelde over de tijdritfiets, maar vond het toch iets te glad, dus de mountainbike maar. En waarheen dan? Ik weet het niet. Ik ga mijn neus achterna. De stad in, de fietspaden over, de Vaart langs, de andere kant op, een brug verder, wind mee, de dijk niet bereikt, over de witte brug, langs het datacentrum terug. Ik ging gewoon en het was lekker. Ik zag zwanen, voorzichtig langs de honden, een mooie roofvogel die bleef zitten.
Ik werd lekker smerig op het bospaadje en ook dat was erg leuk. Daarna gingen we nog zwemmen. Ik zwom in baan 1, net als MB die ook naar baan 3 kan als baan 2 te druk is. We deden een boel verschillende slagen in 1 oefening. DR geeft altijd net iets anders dan anders trainingen. Het voelde aan alsof ik supersnel gezwommen had, maar dat was absoluut niet waar.
voorbij. Ik kon me niet altijd even goed aan de 3 minuten hogere RPM’s houden, want door het bellen miste ik wel wat signaaltjes, maar ik fietste lekker weg! De Tacx heeft het ook lastig van tijd tot tijd: dan gaat het na een half uurtje opeens een heel stuk soepeler. Uiteindelijk fietste ik de 50 kilometer toch maar vol, zonder een meter vooruit te komen. En toen trok ik de bezweette fietskleren uit en hardloopkleren aan. RUSTIG, had ik naar Manuel geschreven, want we gingen samen. Het ging heel moeizaam bij mij. Alles boven de 6 minuten per kilometer vind ik traag en dit zat tussen de 6:00 en 6:20. Omdat het eten op was, had ik niet al te veel gehad bij het ontbijt en tussendoor had ik een gel genomen, maar in al dat trappen was ook wat energie gaan zitten. We liepen langs de Oostvaardersplassen richting de dijk – zo vaak mogelijk doen zo lang het kan!- en ik moet elke keer denken aan de hete zomer als ik nu het water zie staan, waar het een half jaar
geleden bijna droog stond. We gingen door het bos terug. Ik genoot er wel van, maar Manuel moest op een gegeven moment het praten overnemen, want alles in mij schreeuwde: WANDELEN!! Het tempo ging omlaag, maar ik ging niet wandelen, hoe graag ik ook wilde. Ik luisterde naar Manuel en uiteindelijk waren we na 7,5 kilometer weer terug bij huis en snakte ik naar hersteldrank en de douche. Niet direct naar het bedrijfsuitje, maar de calorieën van het diner wat erbij hoorde, die waren welkom!
We waren weer bij Baarn, kasteel Groeneveld, kasteel Soesterberg, bos en trail en modder. De regen viel onwijs mee, eigenlijk was er geen regen. Genieten en op de verzorging letten was de opdracht: genieten lukte me maar niet zo. Ik liep mijn eigen tempo, gewoon strak achteraan. Vind ik niet erg, maar motiveert ook niet. Er zat gewoon niet meer (zin) in. 1 Van de mannen keek wel netjes achterom en ze stopten regelmatig, maar dat trekt me nu juist niet zo: ik kachel liever door. Achterop lopend was dat een zekerheid. Na 5km nam ik netjes een gel en die viel niet lekker in mijn buik. Dat rommelde. Voor de rest geef ik niks om natte voeten, natte hondenneuzen en loopneuzen. We gingen over het ATBpad, dat is wel aardig, maar eigenlijk vind ik het voor de fietsers. Dan moet je steeds opzij. We deden de korte route van 15 kilometer en daar baalde ik van. Dat kwam mijn motivatie niet ten goede.
Wel liep de route zo totaal anders als de vorige keer. Ik was stil en dat was prima. Een paar andere meiden gingen vertragen, maar ik bleef rustig achteraan lopen op hetzelfde trage en gestage tempo. Op 10 kilometer nam ik weer netjes een gel, maar deze is wel lekkerder en viel iets beter, maar was weer moeilijk weg te krijgen. Na 15 kilometer waren we rond en schoot ik de WC in. Toen daar alles gedumpt was, voelde ik me beter en wist ik het zeker: ik hoeft geen koffie, ik ben nu toch al nat en ik ben nu toch hier: de komende kilometers hier in het park zijn voor mij! Ik liep gemakkelijker, lichter, ongedwongener (niet veel sneller, dat niet) en kon beter om me heen kijken en genieten. Ik fotografeerde een groepje mannen op de ATB op de wijnberg en maakte het rondje.
Ik maakte 20 kilometer vol en had geen zin meer om de 21 ook nog te doen. Ik had lang genoeg gelopen en grappig genoeg kwam ik de rest tegen die de koffie net op had! Mijn telefoon was in een lock gegaan en ik kon niet bellen of iemand bereiken. Een raar soort stilte krijg je dan. Ik moest nog tanken en had aan honger grenzende trek! Thuis wilde ik douchen en bijkomen en bij- eten en -drinken. En zo was de week weer vol met ruim 11 uur sporten. Dat mag je ook wel voelen toch?!
De één nog fantastischer dan de ander: meer, sneller, beter dan verwacht, beter dan eerdere jaren! Facebook staat er vol mee, iedereen doet er aan mee. De prachtigste plannen komen langs, de mooiste voornemens, doelen groter dan ooit. Ik ontkom er niet aan. En ik heb er een vreselijke hekel aan en ben er dol op. Omdat ik zo’n hekel heb aan dat vergelijk waar
je niks mee opschiet, laat ik Strava sinds een paar maanden links liggen. Ik hoeft niet meer de meeste uren, de langste afstand, hoog in de weekscore te komen. Ik heb alleen maar Garmin die mijn getallen bijhoudt. En Garmin is opeens mijn vriend niet meer…. Ik kom “te kort”! Ik haal de 6100 kilometer niet dit jaar! Ik moet nog 21 kilometer fietsen, nog een stuk hardlopen… Gelukkig heb ik alles opgeruimd, gestreken in de kast liggen, bijgewerkt. Ik zou de hele dag kunnen sporten, voor de oliebollen en de champagne.
Dan zie ik de post van MC: die heeft het hele jaar voor een hele triatlon getraind. Het kost hem veel minder tijd, gezien de snelheden die hij haalt. Geen vergelijk met mij dus: met mijn halve triatlon, met mijn dames-tempo. Ik kom er zo op terug. Daarnaast staat de post van KH: zij heeft geen weet van de getallen, het interesseert haar niet; ze is dolblij dat ze heel is gebleven en zoveel heeft kunnen sporten. Ik denk dat haar getallen heel wat mensen omver zou blazen! Vriendin Joyce heeft haar doel ook dubbelendwars gehaald, ruim 40 kilometer per week hardlopen. Dat is mij niet gelukt! SG heeft net als ik de halve triatlon gedaan, maar haar cijfers blijven achter bij die van mij. Ik word moe van het vergelijken en raak hier en daar verbijsterd. Ik hou het even bij mezelf.
Nog 21 kilometer fietsen. Ik lig in bed en maak een afspraakje met mijn kind om buiten te gaan trappen. Snel eten en om half 11 zitten we op de mountainbikes. Zijn tempo, mijn route. De Oostvaardersplassen gaan dicht, dus daar fietsen we doorheen. Bij een licht zonnetje: ik geniet er enorm van. Het hoeft niet snel van mij. Straks fiets ik hier niet meer tot ergens in mei. We gaan over de dijk en daar is het weer saai en grijs en zelfs een beetje wind tegen. We fietsen langs het Bloq en door het Wilgenbos. Met een kleine pauze.
We gaan rond bij het nieuw geasfalteerde pad en over het schelpenpad terug naar het sluisje. De boten zijn weg, het Wilgenbos is nog altijd leeg. Terug over de dijk hebben we wind mee en dan nog 1 keer langs de plassen. We halen 21 kilometer fietsen en doen daar ruim een uur over. Fiets-kilometers 2018: vierduizendtwee. Missie volbracht! Ik kan met gemak naar Alanya fietsen. Via Parijs.
moet een stuk verder. Dat komt mooi uit, want om 1700 kilometer te lopen, moet ik nog 16 kilometer. Dat is eigenlijk best veel… Rugzakje op, gels mee en gaan maar. Muziekje op, tempo en duur van ondergeschikt belang. Alhoewel…, rond de 6 minuten op de kilometer zou wel fijn zijn: getallen zijn zo machtig! Het gaat soepel en ik blaas niks op. Na 5 kilometer loop ik over de lange rechte polderweg. Ik deel het maar op in 3 blokjes van 5 kilometer, anders lijkt het zoveel. 10 Engelse Mijl. Ik pieker over alle cijfers en getallen, over alle sporturen en mijmer over wat ik allemaal gedaan heb en met wie en met wie niet. Het ging best soepel dit jaar. Op die ene belangrijke dag na. En toen ik bij het Henschotermeer was. Ik zie een paar jagers: die knallen ook! De brug is een heel eind weg. Het tempo ligt prima rond de 5:53. Bij tien kilometer ben ik de bruggen over en dat ging wat minder snel. ‘Mijn’ liedje komt voorbij en ik trek weer door op de Trekweg.
Ik zal iets verder om moeten lopen om 16 kilometer te halen. Ik kom MZ tegen: de held gaat de marathon lopen. Weer zo’n doel, weer zo’n presteerder. Ik heb het een beetje gehad met lopen, maar draaf dapper door. Ik ga 15 kilometer volmaken ook. Dat is de macht die de cijfertjes hebben op mij. Meestal houden ze me prima aan de gang! Iets sneller, iets langer, iets verder. Voorbij het Oostvaarderscentrum wordt het best zwaar. Ik weet dat ik op 16 kilometer ga uitkomen en ben voor het trappetje op de 15 kilometer onafgebroken hardlopen. De laatste kilometer dribbel ik. Dan heb ik 1700 kilometer hardgelopen in een jaar. Meer dan vorig jaar. Op en neer naar Kopenhagen via Legoland. Toevallig 😉

DΞ dλg nλ kΞΓςt gλ ↓k f↓ΞtςΞn mΞt MλnuΞl. Θp dΞ MTB ΞΞn hΞlΞ ΓΘndΞ ovΞΓ dΞ KnλΓdijk Ξn hΞt ↓ς bΞςt ΞΞn bΞΞtje kΘud. WΞ f↓ΞtςΞn toch ↓Ξtς van dΞΓt↓g k↓lΘmΞtΞΓ. Θmdat ↓k n↓Ξt gΞdλcht hλd dλt ΞΓ bλλntΓλ↓n↓ng zΘu z↓jn, maaΓ ↓k hΞb de tΓ↓λtlξtξn ΘndξΓςchλt: zξ z↓jn ξΓ wξl! ↓k lΘΘp lξkkξΓ Γuςt↓g mξt YS mξξ ξn kwξbbξl dξ t↓jd vΘl.
lange
??♀️op de Tacx. Die ontbreekt nog deze week?! Een uurtje⏱ 12 minuten infietsen?, 12 minuten rustig? en dan een paar keer 5 minuten hard ?en 4 minuten ?bijkomen afgewisseld. ? ik ga lezen ? op de ??♂️ Weer ‘ns iets anders? de tijd ? en de hoofdstukken ? vliegen ? voorbij,
daarna ??♀️ In het kinder?Uurtje. Ze doen spelletjes? ik vind dat niet zo leuk ? maar ik doe dapper ? mee. Ik ??♀️ zelf even uit bij de grote ?mensen.




Zaterdagmiddag zwemmen. Niet de juiste dag hiervoor, maar ik wil het volwassenuur vermijden met de spelletjes en estafette. We zijn met vier volwassenen in de baan: 2 hele snelle en 1 die langzamer is dan ik. We zwemmen in en ik doe netjes 100 meter benen. Arme aangeslagen benen die nog wat natrillen van de arbeid in de ochtend. De snelle 2 doen 6 keer
25 meter alleen linkerarm, 50 meter hele slag, 25 meter alleen rechterarm. Ik doe het 5 keer en 1 keer 50 meter de hele slag. Ik neem de pullboy mee om uit te puffen als we tussendoor 150m doen. Dan doen we 6 keer 25 meter linkerzij alleen benen, 50 meter hele slag, 25 meter rechterzij alleen benen. Ik doe flippers aan en dat helpt! Moet ik het wel 6 keer doen…. Dan uitzwemmen en oefenen. Vincent filmt me. Er valt nog steeds veel te verbeteren, maar ik ben duidelijk op de goede weg! Ik ben moe van het zwemmen, vooral mijn benen zijn mij moe!
Op maandag 10 december hou ik me netjes aan de rustdag. Ik voel me prima, had best kunnen en willen lopen of Tacxen, maar ik doe gewoon niets sportiefs. Het vervelende is dat mijn hartslag toch nog redelijk hoog is.
Woensdag 12 december: Zwemtraining van F. Ze was snotverkouden. We kregen briefjes met opdrachten. Halverwege ging F me helpen dat ik breder moest zwemmen. Dat probeer ik dan, maar ze zegt: nog breder! Dat was even heel raar, alsof ik te weinig plek heb in de baan hihi. F had nog een tip: ik moest proberen meer over het water te slepen, meer hoeken met mijn arm. Ik vind het erg knap van haar dat ze zo goed ziet wat ik doe: als je zelf niet beter weet en technisch goed zwemt, leg dan maar eens uit aan een klungel hoe het beter moet. Ik wil het in elk geval dolgraag leren en verlaat de opdrachten om off-sync van de rest te gaan oefenen en oefenen. Ik doe het eerst met achtje en dan moet ik nog minder mijn hoofd uit het water halen om te ademen. Het gaat zo raar, veel beter en toch ook volkomen nieuw. Ik moet er veel meer bij nadenken: breed-hoek en arm laag houden-breed-hoofd laag houden…. Maar het zwemmen zelf is een stuk minder vermoeiend. Ik kan opeens 1 op 4 ademen zonder pullboy. En ik haal de rest steeds bij. Ik weet dat dit nog heel veel training vergt, maar wat ben ik blij met F’s uitleg en tips! Liefst zou ik nog een uurtje doorzwemmen.
En dan krijg ik ‘s nachts erge keelpijn. Ik voel me beroerd. De hartslag zou heel goed overeen kunnen komen met hoe mijn lijf zich voelt: ziek! Verdikkeme…. Het ging zo lekker. Met dikke amandelen kan ik niet werken en ik vind het niet eens erg dat ik dan ook even niet kan lopen: ik voel me er te ziek voor. Niet dat ik hoge koorts heb of geen eetlust, maar donderdagochtend heel diep doorslapen helpt me er doorheen. Voorlopig. Ik baal als een stekker dat ik nu rustig aan moet doen, maar ik kan niet anders.
Zaterdag voel ik me alweer beter. En dan lijkt het zo goed! Ik ga fietsen. Toch maar op de Tacx, dan kan ik afstappen wanneer ik wil. Ik ben het zat om Outlander-afleveringen op de bank te kijken! Ik hou het een uur, een hele aflevering vol. De hartslag is hoog en het valt niet mee, maar het voelt een stuk beter.
Vol goede moed, met een muziekje en een ingewikkelde training, stap ik op de Tacx. Ik begin 4 minuten rustig in te fietsen en dan 1 minuut heel kalm doorpeddelen. Daarna 4 minuten iets sneller in zone 2. Weer een minuut rustig doorpeddelen en dan 4 minuten in zone 4. Dat is best doorknallen, maar 4 minuten is ook te overzien. Na nog een minuut peddelen, ga ik 5 keer 4 minuten in zone 4 doen en met een cadans van meer dan 100 slagen per minuut. Ik hou de RPM (cadans) bij op de fietscomputer, de zone op het horloge. Ik kijk geen TV en ben heerlijk enkel bezig met hoe hard ik trap en hoe hard mijn hart werkt. Tussen het hard trappen door, heb ik 4 minuten heel rustig trappen. Ik maak voor het eerst kennis met schakelen, RPM’s en hartslagzones. Ik heb altijd op een veel te hoge versnelling gefietst! Dat wist ik wel een beetje, maar nu pas merk ik wat er anders kan. Volgens de trainer doen profs het ook zo. We will see.
Ik ga 6 keer 10 minuten rennen op een hartslag tussen de 130 en 140. En na de tien minuten moet ik een minuut wandelen. Dit is voor mij een eitje. We lopen helemaal achter om de wijk en de mist verandert in duisternis, maar dat gaat niet zo snel. We hebben tijd om te kletsen onderweg. Dit is voor mij prima te doen, voor Vincent is het best een heel eind. We komen bij de Vaart en gaan naar rechts. Vincent moet terug en ik ga met hem mee, kan hij nog niet zijn eigen tempo doen, maar hoeft ie ook niet alleen in het donker. Bij het station gaat hij naar huis en ik ga rechtdoor over de Evenaar. Ik maak de 10 kilometer vol en doe daar ruim een uur over. Lekker zo!