Ergens in de afgelopen weken is het dan toch gebeurt: ik ben in een triatleet veranderd. Al die tijd voelde het als amateur-sport, als doe-maar-wat, als een gelukkige omstandigheid, maar nu… Nu is er een doel. En nu is er een mindset aangezet. Ergens in de afgelopen weken is het vertrouwen er tussenin gesijpeld. Omdat ik al die sporturen aan blijk te kunnen? Omdat iedereen die het weten moet nu op de hoogte is? Omdat ik een duidelijke focus heb neergezet? Omdat alles een tandje beter en gemakkelijker lijkt te gaan?
Of misschien speelt het mee dat de trainer (ook) tevreden is? Of omdat ik weer begonnen ben met het eten van (rijk gevulde) maaltijdshakes? Wellicht is het een combinatie van alle factoren bij elkaar: Door de shakes slaap ik beter, de trainer is tevreden omdat ik dat zelf ook ben, ik ben meer gefocust waardoor ik andere zaken kan laten liggen, ik ben tot rust gekomen en ik ben tot inzicht gekomen dat het prettig is dat ik alles ‘zomaar’ aan kan. Gelukkig zie ik nog steeds een paar beren op de weg staan: hoe hou ik dit vast, hoe kan ik nog verder uitbouwen en wat als de focus verstoort wordt door een tegenslag? Op dit moment geniet ik van de kracht die ik blijkbaar heb en die zich ontvouwd. De andere helft van de tijd verbaas ik me over de kracht waarvan ik niet wist dat ik die in me had.
Op maandag 8 april was er nog steeds geen spoor van pijntjes of ongemakken van de zware week hiervoor achtergebleven: geen zadelpijn, nergens ook maar een vleugje spierpijn of een trekkend peesje. Rust, lage hartslag, gezond eten. ‘s Avonds gingen we naar de fietstraining, Vincent en ik. We waren wat aan de late kant. Vincent was eigenlijk net op tijd, maar toen ik mijn fiets nog aan het afladen was, ging de groep al weg.
Ik had door kunnen werken en kunnen roepen dat ze op me moesten wachten, maar ik vond alleen gaan ook prima. Ik fietste lekker door op een hoge cadans (ja, trainer, misschien leer ik het ooit nog) richting de dijken. Ik had even ietsje langer na moeten denken, want wind mee richting de Hollandse Brug betekent wind tegen op de Oostvaardersdijk. Met de heerlijke snelheid vergat ik dat, maar dat gaf niks, want ik genoot er lekker van. Langs de strandjes richting de Marinahaven.

Dat moment waarop je de windmolen ziet die met je meedraait en denkt: de dijk is langer vandaag!
Eenmaal op de Oostvaardersdijk was het even slikken, maar niets kon mijn positieve stemming breken; zeker wind tegen niet! Word je sterk van. De zonsondergang was formidabel. Tegen de wind in genoot ik ook. Ik nam eigenlijk een afslag te ver, want ik vergis me daar altijd in. Nu moest ik over het halfverharde Da Vincipad. Gelukkig viel de wind weg. Daarna had ik wind mee, maar dat is altijd veel sneller voorbij dan wind tegen! Ik slingerde terug de stad in en kwam nog een bekende tegen waar ik even mee op fietste. Binnen een uur had ik 25 kilometer gefietst. Lekker genoten.
Dinsdag 9 april. In de avond reden wij weer richting de andere kant van Almere om te gaan hardlopen. Ze zijn bezig met wegopbrekingen en toen was daar een ongeluk gebeurd en konden we niet op de afgesproken locatie komen. Vet vervelend, maar niks aan te doen. Je ziet de tijd dan verstrijken, terwijl je rondrijdt en niet van de weg af kunt. Uiteindelijk heb de auto in
de buurt neergezet en zijn Vincent en ik gaan zoeken naar andere clubleden. We kwamen de snelle volwassenen tegen, maar dan kan Vincent niet mee. We zagen geen kinderen. Na twee kilometer die een beetje buiten het inlooptempo vielen sloten we aan bij de “langzame” volwassenen van GN. Dat langzame staat tussen aanhalingstekens omdat ze dat helemaal niet echt zijn. We gaan ook gewoon versnellen en van tijd tot tijd heel hard lopen. Bergjes op en af. Vincent kletst gelukkig ook veel. Of hij wordt aangesproken door trainster GN en holt ons allemaal voorbij.
Ik vind de wat langere afstanden beter voor mijn frustratie (die niet van het omrijden komt, maar door het werk). De sprints zijn mijn ding niet. Ik loop uiteindelijk tien kilometer. En dan rij ik door naar het zwembad, waar Rob Vincent ophaalt. Ik ga in baan 2. Liever niet tellen, maar goed opletten op mijn doorhaal en mijn ademhaling. Ik merk dat ik meteen onrustig wordt als ik de ademhaling niet onder controle heb. Ik zwem ook met achtje als me dat uitkomt. Ik doe echt mijn best, ook als de zin naar 3 kwartier op is. Ook de onwijze trek in pennywafels krijgt mij het water niet uit. Pas als het uur om is en ik onder de douche sta, kunnen de ogen dicht. Het pak pennywafels thuis is in een oogwenk verdwenen.woensdag 10 april. Het is een rustweek, dus deze week hoeft ik me echt niet uit te sloven. Op woensdag ga ik dan ook alleen maar zwemmen. Omdat Vincent gaat. Anders was ik misschien echt wel op de bank blijven zitten. Ik moest moeite doen om in het zwembad te blijven en niet gewoon maar te vertrekken. Ik zwom in baan 1 en hoefde niet eens vooraan te zwemmen. Het was meer een kwestie van volhouden en aftellen. Ik hield de ademhaling onder controle.
donderdag 11 april. Blijkbaar ben ik in deze rustweek een beetje verveeld, want ook de baantraining kon me niet echt bekoren. Dat is niet erg, want het hoefde allemaal ook niet op hoge intensiteit. Als we dan te traag gaan inlopen, dan kom ik ook maar heel langzaam op gang. Ik werd onderweg wel “betrapt” door een onverwachte teamgenoot die de startlijsten blijkbaar goed bestudeert! Op de baan liepen we kilometertjes. Op 90% van je 10-kilometertempo. Easy. Zo voelde het ook de hele tijd. Ik liep wel te genieten van de ondergaande zon. Het uur ging voorbij en ik hoefde totaal niet de tien kilometer vol te maken.vrijdag 12 april. Een ochtendje fietsen. Een paar uurtjes fietsen is ook geen echte uitdaging meer, maar voor de gezelligheid ging Manuel mee. Hij had echter andere afspraken, dus moest wel eerder afhaken. Het leek koud te worden, maar dat viel reuze mee uiteindelijk. We hadden eerst wind tegen en ik moest echt even bijkomen omdat ik nog had gewerkt voor ik ging fietsen. Halverwege kreeg ik een goed bericht wat me wat relaxter maakte. We hadden eerst wind tegen, zodat we later op de
Oostvaardersdijk wind mee zouden hebben. Konden we op een kalm tempo lekker bijpraten! Ik zat op Robs racefiets en Manuel had zijn mountainbike. We kwamen maar weinig andere sporters tegen. Bij de sluizen op de Knardijk schakelde ik verkeerd om waar je steil de dijk op moet. Daardoor verloor ik teveel snelheid en was ik net niet snel genoeg losgeklikt. En toen lag ik op de grond. Het ging in alle opzichten niet hard gelukkig, dus ik hield er niets aan over. De Knardijk viel mee en de zon kwam er een beetje door. Daarna kregen we wind mee op de Oostvaardersdijk. Dat was prettig! Het was minstens zo fijn dat ik geen clou had over het tempo en daar niet door werd afgeleid. Ook de cadans was niet zichtbaar voor me. Dat geeft mij rust. Manuel sloeg af naar Almere en ik vervolgde alleen de Oostvaardersdijk. Ik zag er tegenop om alleen te moeten rijden, maar het viel mee. Gewoon blijven trappen en als alles meezit de uitdaging aan gaan om 5 kilometer onder de tien minuten te gaan. Dat lukte en
toen ging ik al richting Duin. Het was kraakhelder en deze kant fiets ik niet zo vaak op. Ik merkte op dat je Pampus heel goed kunt zien. Ik genoot van het uitzicht. Bij de brug kon ik terug gaan over het Spoorbaanpad, maar het ging lekker en ik had nog tijd te over, dus ik ging richting Almere Haven. Dan had ik wel wind tegen. Dat was wel even slikken, maar toen ik het accepteerde viel het ook wel weer mee en was Haven dichterbij als het leek. Ik besloot de dijk verder te volgen, want ik wilde eigenlijk toch wel 80 kilometer fietsen. Richting de andere brug dus!
Ik genoot erg van het fietsen, maar had toch geen zin om helemaal tot de brug te fietsen en dan weer terug te steken. Dus ik nam het slingerpad door het bos. Dat beviel me heel goed. Ik stak over bij de stoplichten en werd bang dat ik de 80 kilometer niet ging halen. Dus ik ging omfietsen door Almere Hout. Leuk fietspad, maar het bracht me niet waar ik gehoopt had. Toen fietste ik langs de Bolderburen en daarna over het Paradijsvogelpad. Daar zijn ze ook aan het bouwen en ik voelde het gebeuren toen ik over de bouwstenen-afval reed: pang, psssst, band lek! Achterband natuurlijk. Ik bleef
rustig en dacht: als het moet kan ik 6 kilometer naar huis wandelen. Ik heb rustig en aandachtig de band gewisseld. Het enige nadeel was, dat de band er niet goed op lag en ik wat lucht eruit moest laten lopen. Daardoor was het CO2patroon iets te vroeg leeg en was de band niet zo goed opgepompt. Dat werd 5 kilometer afzien en hopen op 75 kilometer. Ik was best trots dat ik de band vervangen had- helemaal zelf! Ik haalde Vincent op op school en reed nog een rondje extra om 75 kilometer te halen. Ruim drie uur gefietst en goed geoefend met het vervangen van een band!Zaterdag 13 april. Mijn racefiets ging van de Tacx af en daarbij moest meteen de achterband (zowel binnen als buiten) worden vervangen. We trainen gewoon door met banden vervangen! Ook Vincents oude fiets had nog een platte band. Fietsen schoongemaakt en toen moesten we naar het zwembad! Tijdens het kinderuurtje waren er maar 3 volwassenen: de andere twee zijn (veel) sneller dan ik, maar dat is met zo weinig mensen geen probleem. Ik ging lekker endurance zwemmen: proberen lang vol te houden. Eerst met achtje en letten op de ademhaling. Ik laat de snelle lieden dan voorbij. Na een kilometer ging ik proberen met mijn hele lijf te zwemmen: schouders dieper in het water, beetje rotatie. Dat was nieuw en vermoeiend, maar eenmaal gewend ging het goed. Na 2 kilometer ging ik zonder achtje verder. Dat is dan ook even wennen, maar dat doe ik ook nog 500m. En daarna 50 meter schoolslag en het uurtje is weer voorbij. De sporttijd voor deze week zit er op. En de week is nog een dag langer!
ma2503: Borstcrawlcursus. Eerst uitleg over ademhaling, toen inzwemmen en ik merkte al meteen dat dit niet de beste zwemdag van de maand is. Jammer, want vandaag krijgen we coopertest. 12 Minuten zwemmen, alsof ik dan mijn banen kan tellen, echt niet dus. Ik zwem gewoon en kijk wel op mijn horloge hoeveel ik gezwommen heb. Daarna moesten we slagen tellen. Duh. Ik voel me niet goed genoeg en ik heb een beetje het idee dat sommige anderen zich ook een beetje rijker tellen, maar goed. Daarna ging hij mij eindelijk filmen, alsof ik niet al genoeg gezenuwd had. Deze cursus was niet echt mijn beste!
3 keer een kwartier hogere cadans en hogere hartslagzone en 5 minuutjes rust. Twee uur dus. Vincent speelt bij een vriendje. Ik pak de tijdritfiets. En een muziekje. Ik kijk naar de windrichting en ga dan de Oostvaardersplassen rond rijden. Heerlijk! Het tempo op de dijk is formidabel en voelt goed. Toen fietste ik te ver en ging ik langs de sluis aan de kant van Lelystad. Daarna kwam ik op een heerlijk fietspad en had ik wind mee én mocht ik naar een hogere cadans. Ik vlóóg zowat! Het ging echt fijn. Het was even de route zoeken, maar die vond ik en ik knalde lekker door.
Net toen ik me zorgen ging maken, kwam ik de Valkweg tegen. Ik had wind tegen en het was even ietsje zwaarder. Ik ging liggen en trappen. Niets meer of minder om me druk over te maken. Tot de dijk in de verte. Daarna nog een stukje vet doorfietsen. Ik maakte me maar niet meer druk over de cadans, want dat haalde ik toch niet. Ik ging nog een klein stukje om om de 50 kilometer te halen en dat lukte me gemakkelijk binnen 2 uur. Mooi toch?
the boundaries of my home town Almere. Today I went around Almere on my bike. Starting close in the Kotterbos. It is strange to know the route so well and make turns when you know there is a short route. The roads are long and straight. Windmills are turning. I take a wrong turn and cross the A27 highway. Still long straight roads. No flowers yet. I want to go the cycle pad close to the giant windmills. The wind is against me, but I don’t care. I sing along with the (Irish) music. Now a stupid thing is going to happen: I have to cross a canal and the only bridge is 5 kilomtres to the west, an encounter with the only traffic lights on this route and then 5 kilometers to the east. I can see the Stichtse Bridge, but it is a half hour later when I am there. From now on the route is over dykes. On the left hand side is water, but is not a sea. You can see the other shore.
The wind has turned and I am flying over the dyke towards the harbor of Almere. Really, we also have harbors! I have to speed up and that’s an easy thing overhere. I enjoy the wind and the sun! After the harbor there is another dyke and I imagine I can take my greek collegae for a swim outside. He’s a good swimmer, but I think not so used to the cold Dutch water! He can cycle as well, but I fear the 40 kilometers I’ve done now might be a little bit too much…. There is the other bridge, with the highway to Amsterdam. I take a little d-tour to avoid a trafficlight. Believe it or not, now I start to pass dunes! Beaches! And after that another harbor, with sailing boats. I never realized this reclaimed land was so divers. It feels like I’m heading homewards, although it’s a long way to get there. The wind is in my back and now I really speed up to over 30km/h. The wind mills are gigantic and majestic. The ships on the lake are beautiful. There is one cyclist behind me and I do the best I can to keep in front, at least for the time I have to go fast. Then I encounter the wetlands on the right side and the water on the left side is clearly on higher level than the land is. It’s an amazing sight and somewhat frightening to realize this small dyke is the only protection. I pass the pumping station and a drawbridge.
There is one piece of dyke left. I can see the Oostvaardersplassen wetlands. In the sun it looks very non-Dutch. Unfortunately I can’t take the cycle path close to the Oostvaardersplassen, but when my collegae is ready, I hope they will be open. Now I pass the glasshouses. I cycled for 0ver 60 kilometers. I know the shortest rout to my home, but have to go around. To cycle around took me oer 2,5 hours and it was 67 kilometers. I enjoyed. One day I will show you this remarkable piece of land, my collegae and you can take the pictures! Start practicing your pedaling ánd don’t forget your swimming gear!
Na de fietstocht nam ik Manuel mee op sleeptouw. Want als je al vanalles hebt gezien: de prachtige bloesems zijn ook enorm de moeite waard. Ik zag een beetje op tegen het lopen, omdat ik niet voldoende sportdrank gedronken had. Ik heb wel netjes de gels genomen. Het viel me redelijk mee. Vooral ook omdat voor deze ENE keer Manuel het met zijn verkoudheid en drukte op het werk wat zwaarder had. Ik hoefde niet zo lang. De bloesems waren echt mooi, maar het was wel druk met fotograferende mensen in hun auto, trouwjurk, kinderwagen etcetera. Uiteindelijk liep ik een keurige 5:47 per kilometer over ruim 5kilometer.
mensen die 25 minuten over de 5 km doen en mensen die er langer over doen. Leuk, maar voor Vincent lastig in te schatten en 80% van de groep zit bij de 25+. We gingen even rekken en strekken. Vond ik lollig, want dat doe ik echt nóóit! Toen gingen we lopen. Ik was nog een beetje humeurig en vond het wel lastig om een tempo te bepalen. Van de meeste weet ik dat ze langzamer zijn en ik vind langzaam niet erg, maar ook niet erg gemakkelijk. We liepen langs de dijken in de Lelystadse zon. Mooi! Langs de haven. Ik vond het ook wel gek om Vincent achter te laten, maar die had al meteen een vriend en ik hoorde dat ze ons inhaalden en dat hij achter me liep te kwebbelen. De eerste paar kilometer liep ik lekker zelf en alleen: dat vind ik niet zo erg. De route lijkt wel heel simpel rechttoe rechtaan. Als Vincent me heeft ingehaald en lekker met iemand anders meeloopt, loop ik terug tot een andere eenzame loopster en we raken aan de praat. Mijn sjacherein is weg en ik klets gezellig met deze mevrouw. We lopen om Batavia Stad heen. Lekker langs de boot. Leuk om eens ergens anders te lopen. Het is niet helemaal 5 kilometer en ik vind het dan ook echt weinig. Ik loop weer terug naar Joyce en haar dochter. Die lopen achteraan. Leuk dat iedereen gewoon zijn (of haar) eigen tempo kan lopen. Vincent heeft onze goodiebags al opgehaald en met de teamgenoot die in de winkel werkt gekletst. Ik klets nog heel lang met de meiden.
z03103: Een vreselijke nuchtere duurloop die ik lekker afbrak. Dat was de aantekening. Ik moest een uur nuchter lopen, dat betekent zonder ontbijt. Dan moet je heel langzaam. Het voelde niet goed, geen moment. Maar ik liep wel 7 kilometer. Ik kon niet genieten van de schoonheid om me heen. In plaats van een uur, was ik blij dat ik na 3 kwartier rond was en ik ging snel naar huis.
eigenlijk maar een half uurtje en een half uurtje bommetjevol informatie. Ik zag mijn filmpje en ik zwem onder water veel te breed
wo0304 Op de tacx met een cursus zelfvertrouwen en een tijdje oogjes dicht. Dan op
de nieuwe schoenen een supersnelle piramide. Ik ging ook nog eens in baan 2 zwemmen en dat ging lekker, want ik ging lekker niet voorop! Ik lette heel heel erg goed op de doorhaal onder water. het hielp enorm. Ik ben (weer) verkouden
optelt, is de dag om. En Vincent was (nog een heel klein nietig beetje) ziek thuis. 50 minuten hardlopen, 50 minuten uitfietsen, weer 50 minuten hardlopen, maar dan in zone 2, 50 minuten uitfietsen en dan nog een keer 50 minuten hardlopen in zone 2 en nog eens 50 minuten uitfietsen. Gek genoeg baarde het hardlopen me nog de minste zorgen. Maar ik moest heel veel dingen klaarleggen en voorbereiden. Deze training gaat over voeden tijdens het fietsen en volhouden. Ik ga eerst onder de bloesems doorlopen en over de Trekweg en de witte brug. Ondertussen hou ik mijn kleine reporter thuis een beetje op de hoogte. Het tempo in zone 1 is als altijd vreselijk en lastig vol te houden. Ik neem een ommetje omdat ik denk dat ik anders niet uitkom, maar ik kom uiteindelijk 9 minuten te kort. Ik heb in de eerste van de 6 stages een fout gemaakt: ik heb niks gegeten en eigenlijk weinig ontbeten. Dat wordt bijbunkeren voor de rest van de sportdag. Thuis eet ik eerst een Twix weg. Ik ga op de Tacx en drink met gemak de hele bidon sportdrank leeg.
Het is vreselijk saai op de Tacx. Mijn telefoon moet bijladen en ik tel 50 minuten af. Duurt een eeuwigheid en ik heb wind tegen op de Tacx: het schiet niet op. Ik haal 15 kilometer in drie kwartier. Na een half uurtje verorber ik een gel. Mijn assistent/reporter is er vandoor en zit boven. Ik verheug me alweer op het lopen en ga nu het rondje langs de plassen lopen. Lekker in zone 2. Het tempo ligt wel hoger, maar is nog niet optimaal. Ik geniet er echter alleen maar van. Het is ook veel te lang geleden dat ik een brug verder liep, ook al is het onverhard.
Het gaat lekker en ik voel dat ik nu genoeg voeding binnen heb. Thuis is eerst de Twix aan de beurt, dan heeft mijn assistent de racefiets van Rob klaargezet. Kijken of dat ook zo traag is of dat de Tacx me toch al die tijd belazerd heeft. En dat blijkt! Ik ga zelfs met wind tegen een stuk sneller door het Kotterbos. Bij de Praambult keer ik om zodat de Trekweg me wind mee geeft. Dat schiet lekker op! Ik haal in 50 minuten 5 kilometer meer dan op de Tacx: dat geeft te denken.
De bidon is weer leeg en er zit ook weer een gel in. Why change a working plan?! Ik begin wel moe te worden. Vincent maakt frikandellenbroodjes voor zichzelf als ik weer ga hobbelen. Ik ga langs de kassen en durf niet te kijken of de Oostvaardersplassen open zijn. De hekken in het bos waren wel al open, maar ik moet heel ver om als het niet zo is. Ik merk dat het zwaar is. Maar gek genoeg is het tempo nog hoger dan eerst! Ik zit zelfs op de tien kilometer per uur. Ik schiet deze keer vaker zone 2 uit, jammer dan. Ik tel uit dat ik iets meer dan 8 kilometer moet lopen om de 25 kilometer vandaag te halen. Ik pieker er de hele tijd over of het met de fiets”pauzes” nu gemakkelijker is of juist niet. Ik loop de 8,5 kilometer nog binnen 51 minuten ook. Over de 25 kilometer heb ik dus 160 minuten gedaan. Ik word echt moe en besluit dat het laatste deel echt uitfietsen is. Ik neem alvast de hersteldrank mee. Het wordt een feestje! De Oostvaardersplassen zijn alweer open,
wind mee op de dijk, door het mooie Wilgenbos en langs het schattige sluisje. Het tempo lijkt meer op de Tacx, maar ik geniet er enorm van. Ik haal vandaag de 50 kilometer fietsen ook (en zonder Tacx was het waarschijnlijk nog meer geweest) en heb de tijd. Ik verheug me op de koekjes. Vanmorgen had ik het met lange mouwen en jasje eigenlijk te warm, nu heb ik het met korte broek net niet warm genoeg. Langs de atletiekbaan en om de wijk naar huis om de 50 minuten te halen. Ik fiets al met al 55 kilometer en dan is het klaar. Ik ben meer dan 6 uur onderweg geweest. Ik ben er vermoeid van, maar niet echt doodmoe. Na koekjes, hersteldrank en een warme douche zet ik me aan de huishoudelijke klussen. Voor het werk is vandaag geen plek.
ik verder. In zone 1. Tempo net onder de 7 minuten op een kilometer. Dat hou ik prima vol. Ik verbaas me vooral, dat ik dit gewoon maar moeiteloos kan. Ik hobbel over industrieterrein De Vaart tussen de kassen door. Het is er druk vanwege de kom-in-de-kas dag. Bah. Normaal is het doodstil. Nu rijden er auto’s af en aan. Ik twijfel of ik door de Oostvaardersplassen zal lopen. Uiteraard wil mijn hoofd zo nu en dan stoppen, maar mijn benen hobbelen gewoon door. Ik heb geen muziek bij me en geen afleiding en geen idee hoe ver ik zal gaan. Ik weet dat door de plassen iets verder is en dat ik boven de tien kilometer uit zal komen, maar ik geniet dan wel meer. Ik loop om en geniet nog meer! Misschien dat het daardoor zo gemakkelijk gaat. De bloesems en de geuren, de paarden in de verte, de ontluikende natuur: het is echt heerlijk. En dat het zo gemakkelijk is. Alleen mijn ogen zijn moe. Ik ben pas na 11 kilometer weer thuis en dat heeft tijd gekost (76 minuten om precies te zijn), maar geen moeite.
Naar het zwembad rijden in Lelystad in plaats van op de bank mijn boek lezen, kost me moeite, maar ik doe het. Even denk ik dat ik maar alleen ben, maar gelukkig komen er nog twee anderen. Veel persoonlijke aandacht dus! Ik moet leren 1 op 3 te ademen en onder water uitblazen. Dat maakt me rustiger. En ik moet dichterbij mijn lichaam doorhalen. We doen oefeningen die ons alledrie helpen. Met 1 arm zwemmen om de andere na te kijken, benen snel en armen rustig, dubbele insteek. Ik moet ook met mijn hele lijf kracht achter de doorhaal zetten. Dat is totaal nieuw voor me. Het is een fijne, maar ook een beetje lastige les als er zo op je gelet wordt! Ik heb ontzettend veel geleerd in de cursus, ben weer iets minder bang van het water.
richting Lage Vuursche fietsen. We kletsen lekker en ik laat de cadans even voor wat ie is. Het gaat goed, ons tempo ligt heel erg gelijk. SG vertelt van haar vakantie. Ik van onze keuken. We zijn al snel de Stichtse Brug over en het is nog rustig op de dijk bij Eemnes. Ik ben blij met mijn lange mouwen. Ik drink lekker veel sportdrank. We gaan langs de kastelen en volgen de weg naar mijn werk. Lekker bekend, ik hoeft er niet over na te denken. We gaan zelfs richting Huis ter Heide en ik wil over de startbaan fietsen. Daar moeten we helaas omkeren, want de startbaan is vanwege een vogel afgesloten. Dan maar langs de grote weg om Soesterberg heen terug Soest in. We rijden door Soest en dan zijn we over de helft en krijg ik ook zin in een terrasje. Maar we komen niet echt iets tegen. We nemen dezelfde weg weer terug vanaf kasteel Soestdijk. Bij kasteel Groeneveld willen we gaan zitten, maar we mogen onze fietsen niet bij ons houden.
Dan niet dus. Ik moet even door de zure appel heen. De dijk bij Eemnes is intussen hartstikke druk en dat is lastig, elke keer weer uit elkaar fietsen. We kletsen door over vanalles en ik ontdek waar een fietsbroek echt voor dient: zonder onderbroek kan die aan (is niks vies aan hoor, gewoon iets wat ik nog niet wist!). Bij de theetuin stoppen we voor thee en koffie. Het is nog 30 kilometer en we hebben wind tegen. Gelukkig helpen de gels en het vocht goed. De brug gaan we best snel over, eigenlijk ongemerkt. Ik vind het aan de ene kant saai, twee keer dezelfde weg; aan de andere kant is het wel lekker bekend. Ik ga de honderd niet zomaar halen. Ik fiets nog een stuk met SG mee. Het is echt heel erg fijn dat we hetzelfde tempo hebben, zij heeft zich voor mij ook nauwelijks in hoeven houden. Ik rij om en merk dat ik zelfs nog door de Oostvaardersplassen om zal moeten rijden. Dat doe ik met alle liefde, maar op deze stralende zondagmiddag met dit heerlijke lenteweer is het overal inmiddels wel druk met dagjesmensen. Ik ben trots op mijn honderd kilometer. 103 zelfs. En ik ben trots dat ik nog nooit zoveel uur in een week heb
getraind: meer dan 17 uur. En ik ben trots dat ik daar geen enkele last van heb. Dat ik ook nog energie heb om onkruid te verwijderen. En een uurtje om mijn boek te lezen. En ook voel ik me maar kleintjes: mijn vriendin en bekenden lopen de hele marathon, anderen lopen na een weekje niet-lekker zijn weer belachelijk hoge tempo’s, er zijn er meerderen die mijn weekrecord maar een beginnetje vinden. Maar als ik op Strava zou staan, zou ik met mijn 50 loopkilometers op de derde plek staan bij de hardlopende Almeerse dames en met mijn 17 uur op de vierde plek bij de honderden triatlonliefhebbers. Ik heb nergens last van: mijn darmen verwerken alles prima, geen spierpijn, geen zadelpijn, geen enkele pees die trekt of gevoelig is, geen vreetbuien, ik ben niet kapot, niet oververmoeid, dalende rusthartslag, voorkeur voor gezonder eten: het enige wat ik kan bedenken is dat ik een beetje vermoeider ben (mijn ogen willen graag dicht vallen) en hoest.
Maandag 18 maart. Na een dag werken, reis ik weer af naar Lelystad voor de borstcrawltraining. Deze keer zijn de beentjes aan de beurt! Niet mijn favoriete onderdeel – eerlijk gezegd – mijn benen gebruik ik vaker niet dan wel! En tijdens de training blijkt waarom: ik haal er maar weinig kracht uit. Ik lig best recht, maar ik ga niet heel erg hard vooruit. Ik flipper me suf, maar na alle actie van het weekend, zijn mijn beentjes hier niet blij mee. Dan pakken we het ademhalen er bij en dat bevalt me beter. We ademen 1 op 3. Het blijft wennen, maar volgens de trainer moet je het een weekje volhouden en dan weet je niet beter. Daarna maakt hij een filmpje van mij. Hoe zenuwachtig kun je zijn?! En ik hoeft niet eens snel! Ik kan best op en neer zwemmen. Benieuwd wat hij er van vindt, maar dat hoor ik volgende week.
hardlooptraining. Ik hoeft en mag niet hard vandaag. Eigenlijk mag ik maar een half uurtje, maar mijn werk slokt me zo op emotioneel, dat ik liever niet alleen ga lopen malen. Maar in de groep moet ik ontzettend uitkijken me in te houden. En dat doe ik een uur lang. Die lieve GN heeft wel een zware training: we lopen korte stukjes in 5 kilometer tempo. Ik heb geen idee: mijn 5 kilometerwedstrijd zorgt voor een tijd van 7:00 minuten per kilometer, maar dat bedoelt ze vast niet. Ik voel dat al mijn spieren gespannen zijn, net als de stress in mijn hoofd. Ontspannen lopen lijkt verder weg dan ooit. Bij de derde keer loop ik met een langzame loopster mee te kletsen om mezelf niet onder teveel druk te zetten. Heel langzaam neemt de spanning af en op het einde moet ik zelfs grinniken als het over chocoladetaartjes gaat! Ik had aan het begin van de training gedacht dat ik niet meer wist hoe dat moest, dus stiekem was het een toptraining.
Woensdag 20 maart. Ik moest fietsen, de was doen, yahtzee spelen en om 3 uur heb ik een afspraak die net voor het zwemmen klaar is. De wasmachine kan best tegelijk met het fietsen draaien, maar yahtzee spelen…. Vincent regelt een plank en de workmate en komt naast me zitten. Ik moet eerst in de lage zones fietsen en dat combineert prima met yahtzee op de Tacx! Helemaal leuk als ik ook nog win 😀 Zo nu en dan moet Vincent een pen, papiertje of dobbelsteen van de grond halen of voor mij schrijven. Het horloge piept soms dat ik het niet helemaal goed doe. De tijd vliegt voorbij en ik geniet nog na van 2 uit 3 overwinningen in de snelle blokjes die de training afsluiten. Ik ben nog steeds een beetje gestresst, maar de middagafspraak haalt de angel eruit. Ik kan gaan zwemmen,
maar ook daar is het niet de bedoeling me in te gaan spannen. Ik zwem in baan 1. Ik weiger voorop te zwemmen, want ik doe langzaam aan. Ik ga wel alles zonder pullboy zwemmen. Dan maar iets langzamer. De snelsten zwemmen met hun pullboy voor me uit. Het kan me niet schelen. Of in elk geval maar een beetje. Ik doe de oefeningen ook allemaal. Ik probeer 1 op 3 te ademen. Het licht op het einde van de les is adembenemend. De zon schijnt op het water.
want morgen staat me weer wat te wachten… Ik ga en als ik zie dat de trainer, de groep of de samenstelling van de groep me niet bevalt dan ga ik alleen lopen. Het valt alledrie tegen: 1 grote groep, een stevige trainer en weinig langzame mensen. Ik ga dus alleen lopen, want het inlopen gaat me al te hard. Ik ben vermoeid vandaag. Van het werk, niet van het sporten. Ik ga even bij Joyce langs voor een knuffel. Helaas is ze er niet. Ik loop door en ga over de Vaart heen, dan kan ik dadelijk om de Leeghwaterplas heen lopen. Het is veel verder dan ik dacht. Was ik figuurlijk de weg al een beetje kwijt, de letterlijke wijze volgt. Dat beangstigt me wat. Het lijkt ook donker. Eenmaal op het lange fietspad langs het Leeghwater heb ik een kalm tempo ontwikkeld en komt er een lichtpuntje in. Aan de andere kant van de plas is het bijna licht! Ik ga de tien kilometer halen en loop lekker. Heel langzaam aan kan ik er figuurlijk bij stilstaan dat ik blij moet zijn dat ik kan lopen, dat ik fietsend kan yahtzeeën, dat het mooier weer wordt en dat ik fijne nieuwe schoenen heb. Ik maak het rondje af en ben netjes op tijd weer bij de baan.
Oostvaardersplas en AlmeerPlant. Ik haal 4 kilometer in precies een half uur. Tijdens het fietsen ga ik bellen met mijn zusje. Dat gaat prima en een half uur vliegt voorbij! Weer hardlopen. Ik mag nu in zone 2. Ik ga het fietspad richting het centrum op en zal teruggaan via de Evenaar. Ik maak vandaag elke keer ongeveer 4 bochten en pak met de volgende loop het laatste stukje van de voorgaande loop weer op. Ik bedenk me dat ik er een middagpauze tussen zal nemen. Dan doe ik vanmorgen de eerste 3 en dan lunchen we samen en daarna fiets ik eerst, doe het hardlopen van het vierde blokje en fiets dan (als het kan buiten) uit. Ik heb me helemaal vergist dit rondje. Na 4 kilometer ben ik thuis, maar ik heb nog zomaar een minuut of 7 over. Blokjes om het huis dan maar. En zo kom ik drie keer langs de dakkapel die uitgeladen wordt. Ik loop 5 kilometer in een half uur. En dan weer op de fiets. Deze keer verveel ik me een beetje.
Ik blijk vanmiddag niet te kunnen inhalen, want er komt een monteur. Dat haalt mijn spirit er uit. Aan de andere kant ben ik besluiteloos: ik zie wel wat ik vanmiddag nog kan en wil doen. Nu eerst nog een keer hardlopen onder de bloesems door. Ik doe mijn Asics weer aan, net als de eerste run. Ik wissel de Hoka’s en de Asics om te kijken of ik verschil voel. De Hoka’s voelen een stuk krachtiger. Maar de Ascis en deze derde ronde gaan als een tierelier! De hartslag is lager bij een hoger tempo. Dadelijk nog even fietsen en dan ben ik klaar voor vanmorgen. De ochtend is dan ook voorbij. Ik drink en eet genoeg deze ochtend. Elke keer een gel, twee bidons. Het uitfietsen doe ik zonder enige afleiding. Het half uur duurt onmetelijk lang. Op het einde schakelt het vliegwiel in van de Tacx en komt er eindelijk tempo in alsof ik de berg af ga. Om 12
uur ben ik klaar voor de lunch en de pauze. Hopelijk komt de monteur snel en kan ik nog gaan. Ik want en wacht en kijk pas tegen drie uur op het papiertje en dan blijkt de monteur volgende week te komen. 😐 Ga ik nog rennen… fietsen… Het is intussen heerlijk weer. Ik wacht tot Vincent thuis komt (en dat duurt lang, want die staat te kletsen). Rob wisselt het zadel van zijn fiets om en ik sluit de cadansmeter aan. Off we go: op naar een ijsje in Almere Haven. We doen een redelijk tempo, maar door de stad is altijd wat gehobbel. Vincent kijkt op de route, ik doe het een beetje uit mijn hoofd naar de Kemphaan toe. Voorbij het kasteel neemt Vincent het over en slingeren we door Almere Haven.
Ik vind het grappig en geniet er van dat we niet verdwalen! Hij krijgt twee bolletjes vanille-ijs en ik neem iets wat yoghurt zou moeten zijn. Eindelijk heeft Vincent het koud in zijn korte broek! Ik heb een lange broek aan. Het is heerlijk weer. We fietsen over de dijk terug en gaan ergens terug richting de Kemphaan. Weer een nieuw pad! We kijken huizen. Dan scheuren we langs Stichting Aap en daarna aan de andere kant van de Vaart.
We bewonderen een grote boot, halen ‘m in en fietsen er op de brug overheen. Bij de moskee gaan we richting het spoorbaanpad. We nemen nog een keer een andere route om het centrum te ontwijken. Na bijna 34 kilometer zijn we weer thuis. Ik heb niet het volledige rondje gesport en de 5 uur niet helemaal gehaald, maar het is genoeg geweest.
Ik mopper en vloek op de trainer. Als ik gewoon eens ga weigeren aan dat stomme cadans-gedoe?! na 2 minuten pauze en een cadans van onder de zestig -lekker puh- probeer ik het nog 1 keer op het lange rechte fietspad. Ik haal het zowaar na drie minuten! Het evenwicht is precair en ik word er niet blijer van. Tot ik omschakel naar het tempo en dat is heel behoorlijk. Het voelt alsof mijn benen kapot gaan, maar het is niet voor niks tenminste. Ik blijf maar rechtdoor fietsen, want het moet nog een keer na een pauze van 2 minuten. Ik hou het niet vol. Als ik de rode flats voorbij ben, geef ik het op. Mijn benen gaan in staking, die willen niet meer hard rondjes trappen. Ik fiets rustig uit en neem nog een stukje bloesem mee. Het zal voor een goed doel zijn, maar ik moet navragen bij de trainer waarom. Daarna nog zwemmen. Ik ga 400 metertjes zwemmen. Op mijn tempo. De eerste met achtje. De tweede niet. De derde en vierde weer wel. Ik moet soms aan de kant voor de snelle zwemmers, maar ik hou gewoon vol. Mijn opdracht is 1 op 3 ademen. Keer op keer op keer op keer op keer. De vijfde ook met achtje. En dan bedenk ik me iets wat JtW me jaren geleden heeft gezegd: kijk naar voor als je ademt. Dat doe ik. En dan verandert er opeens vanalles! Ik moet er voortdurend bij nadenken, maar het wordt gemakkelijker. Logischer. Lichter. Rechts gaat beter dan links. Ik kan nog wel een uurtje doorzwemmen zo. Maar dat hoeft niet.
(veel te laag) en de 175 (veel en veel te hoog). Nogal rommelig. Het fietsen gaat echter lekker en we houden allebei een hoge cadans aan. Volgens mijn trainer hou je het dan langer vol, maar mijn benen denken daar toch echt anders over. Ik ben blij dat ik op het laatst nog een jasje aangedaan heb, want het is ondanks de zon toch frisjes. Bij het Shellstation doet Vincent de hartslagmeter af, maar mijn hartslag blijft rommelig. We kijken motors en gaan lekker de brug over.
Ik merk dat Vincent wat vermoeider raakt, maar dat mag ook wel voor de eerste lange rit van het jaar. Als we de A27 over zijn, klaagt hij over steken in zijn zij. Misschien valt de sportdrank niet goed of ligt het verse brood ‘m dwars. We nemen een andere (iets rustigere) route door Eemnes. Op de dijk is het weer passen en meten en inhalen. Er rijden klassieke auto’s langs en een DB9. Onder de A1 door en dan begint het al op te schieten. Een nieuw snelheidsrecord ligt op de loer. Nog nooit hebben we binnen anderhalf uur naar Hilversum gereden. We rijden rustig langs Anna’s Hoeve en dan zet ik Vincent aan tot flink doortrappen. Hij wil hierna gaan lopen en het zal goed voor hem zijn dat met zware benen te voelen. We zijn er met gemak binnen anderhalf uur, 1 uur en 24 minuten. Vincent doet snel de hardloopschoenen aan en vertrekt. Voor mij is dat niet zo zinvol, want ik fiets weer naar huis terug straks. Ik drink lekker veel thee en help opa en oma van een heel kunstwerk aan paaseitjes af. Het is fijn even lekker te kunnen kletsen en rustig te kunnen zitten. Rond half 5 stap ik weer op de fiets. Een half uurtje zone 1 en cadans 70-80 en daarna een uur in zone 2 met een cadans van 80-90. Ik hou mezelf voor dat dit bergaf gaat en dat ik wind mee heb. Het lijkt er wel op, want in zone 1 kan ik al behoorlijk tempo maken bij de
juiste cadans. Ik heb mijn koptelefoontje op, maar die zet ik op de Wakkerendijk bij Eemnes pas aan. Ik moet inhouden voor overstekende koeien. Ik ben Eemnes binnen een half uur voorbij! Vlak bij Blaricum halen 2 andere racefietsen me in, maar ik weet dat ik doorga naar de volgende zone en dan haal ik hen weer in. Zij kunnen (voor de helft) beter de brug op fietsen zonder hartslagbeperking. Ik neem snel nog wat sportdrank. Op de heenweg heb ik de halve bidon leeggedronken. Dat is al heel wat voor mij, maar de bidon had ook leeg gemogen. En nu dreig ik het te vergeten. Geen goede beurt, maar ik heb nog een hele polder om het in te halen. En ik heb het nodig! Niet om de brug af te scheuren, want ik ga superduperhard (43 kilometer per uur, jippie!!!) Dan krijg ik wind tegen en gaat het minder lekker. Het is lastig om cadans hoog te houden. Mijn zin verdwijnt een beetje met het tempo en de cadans. Ik luister de muziek en trap maar verder. Langs de berg, langs de Shell, nog een paar flinke slokken en dan langs de Vaart. Daar is het nog iets zwaarder met de wind. Ik schiet aardig op en zal mijn best doen ons eerder op de middag aangescherpte record te gaan verbeteren! Ik tel een beetje uit dat ik het binnen 1 uur 20 moet kunnen halen. Maar dan moet ik nog
wel even doortrappen. Dat lukt pas weer voorbij het data-centre. Sorry trainer, ik laat de cadans even los en ga gewoon even lekker los! Op de Trekweg vlieg ik er een beetje doorheen. Ineens is de sportdrank op wonderlijke wijze ook op. Ik ga de wijken door op een ietwat gevaarlijk hoge snelheid. Niet voor mij, maar voor de andere weggebruikers. Stukje bloesem meepakken en dan wil ik als het even kan binnen de 5 kwartier uitkomen. Ik zet nog aan, maar had dat misschien iets eerder moeten doen. Ik ben thuis in 1:16. Nadeel: nu moet ik nog even uitlopen, anders zit ik niet op het schema. Geen uur meer, maar een kort stukje. Niet op Vincents tempo, want dat haal ik ammenooit niet, maar mijn eigen tempootje. Dat ik vermoeid ben, blijkt wel uit het feit dat ik het horloge zo’n 700m te laat aanzet. Ik vind het tempo laag houden erg lastig. En de ronde aanhouden ook. Dus ik doe geen van beide meer heel zorgvuldig. Ik ben blij dat ik op de bus mag wachten, loop 3 kilometer vol en dan ben ik blij, trots en hongerig omdat een dikke vette sportweek er op zit. Nieuw record: 14 en een half uur. Ik ben er wel een beetje moe van en vanmorgen had ik spierpijn van het zwemmen, maar verder ging het redelijk goed.
En dan de volgende dag, de dag na Spa (10 maart): spierpijn! Ik ga het eerst uit proberen te fietsen op de Tacx. Buiten is geen optie, want het regent en stormt vandaag de hele dag. Ik ga erbij lezen en dan gaat het erg goed. Met mijn hoofd in de 18de eeuw trap ik de rondjes weg. Lage versnelling (de trainer kan trots zijn op de cadans) en een laag tempootje. Ondertussen bellen met mams en opzien tegen uitdribbelen. Ik krijg gezelschap van Vincent die ook kampt met spierpijn.
Maar dat wordt overstemt door een hele dikke laag trots! Tijdens het dribbelen op een superlaag tempo kan hij er niet stil over blijven. We lopen 2 keer 10 minuten en wandelen een minuutje. Daar worden we nat genoeg van!
Eerst tegen de wind in en aan het einde van het pad draai ik om. Ik hoeft even niet te letten op de hartslag en me niet in te houden of in te spannen. Twintig minuutjes zijn snel voorbij. Dan moet ik inspringen op het werk. Daar baal ik van, want dan kan ik me niet meer afspoelen voor we gaan zwemmen. We zijn zelfs ietsje te laat in het zwembad! Ik zwem voorop in baan 1. Blij als ik even achter iemand kan zwemmen, want dan hoeft het niet snel-snel. We doen een ‘piramide’: 25 meter, 50 meter, 100 meter, 200 meter, 400 meter, 200 meter, 100 meter, 50 meter en 25 meter. Ik tel me suf aan de baantjes: dat is het nadeel van voorop zwemmen. En dat ik dus op moet schieten en minder bezig ben met techniek dan met tellen en doorgaan. Naast (over)werk heb ik er deze woensdag dus een stukje triatlon op zitten: 40 kilometer gefietst (binnen), 3 en en halve kilometer gelopen en 1800 meter gezwommen. That’s how we do it!
Donderdag 14 maart: laat thuis van het werk en morgen staat er een zware opgave voor de deur, dus vanavond kies ik er voor om met Rob te gaan wandelen in plaats van me uit te sloven op de baan. Kunnen we even bijpraten. Het tempo ligt hoog, want we zijn allebei ietwat gefrustreerd over werkzaken. We lopen net geen 6 kilometer.
maar een half uurtje. Dat gaat appent en spelend wel voorbij. Daarna weer hardlopen, deze keer richting de Eilandenbuurt. Ik mag nu ook in zone 2 gaan lopen en dat is een stuk gemakkelijker. Ik maak een ommetje om onder de bloesem door te gaan en heb dan even maar wind tegen. Ik word ingehaald door racefietsers! Die
hebben lef met deze wind. De bloesem aan de ene kant is er nog net niet, aan de andere kant al wel. En dan zitten er iets meer kilometers op dan de vorige keer en ben ik al bijna op de helft. Ik wissel schoenen, eet snoepjes en stap op de Tacx. Het nadeel van elke keer van sport wisselen, is dat je ook elke keer van kleren moet ruilen. Ik heb niet oneindig verse setjes, dus dat is een beetje improviseren en er niks om geven dat je de ene keer met lange broek op de fiets zit en de keer daarna met korte broek. Het fietsen gaat heel lekker soepel. Ik kijk de serie af die minder eng is als ik dacht en Vincent schildert zijn schatkist. Dan kleed hij zich om, want de volgende ronde vergezelt hij me. De ronde richting de berg in het Kotterbos. De ronde waarin ik weer in zone 2 zal lopen. Vincent gaat mee. We moeten de route een beetje aanpassen, want ik wil zo weinig mogelijk dubbelingen. Deze ronde gaat mij niet zo soepel. En dan begint het te waaien en te regenen.
Het zit ons niet mee! Vincent blijft lachen en ik blijf maar lopen. Moeizaam, maar wel in zone 2. Ik maak de 35 minuten vol. Vincent gaat in de douche en ik ga… fietsen! Geen idee wat ik doe dat half uurtje, maar ik eet flink bij. Ik neem een gel en een stuk of tien snoepjes en ik drink de bidon leeg. Het fietsen gaat steeds ietsje beter. Ik kijk naar buiten en ik kijk naar buienradar, maar ik ga waarschijnlijk net tussen de buien door lopen. Vincent zou meegaan op de stadsfiets omdat ik twijfel of ik wel blijf hardlopen, maar hij staat nog onder de douche als ik voor de laatste keer ga lopen. Ik mag nu in zone 3, ietsje harder. Kijken of dat lukt en anders niet. Ik ben wat vermoeider, want ik vergeet mijn telefoon. Ik ben aan het einde van de straat op de witte brug en daar barst een hagelbui los van heb-ik-jouw-daar. Voor ik de brug over ben, ben ik doorweekt. Zeiknat. Ik ben blij dat Vincent niet mee is en dat ik mijn telefoon niet draag. Ik kan
nu niet meer stoppen en ren in een lekker hoog tempo dwars door alle plassen heen. Het maakt niet meer uit. Ik wil de 5 kilometer nu binnen dat half uur halen ook! En fietsen hierna, dat lukt nu niet meer. Ik ga me niet weer omkleden. Ik moet eerst opwarmen als ik dadelijk thuis ben. Aan de ene kant ben ik dus vermoeid, maar aan de andere kant ben ik heel verstandig en alert. Ik kijk goed om me heen en weet mijn route te verlengen langs het Oostvaarderscentrum. Ik haal de 5 kilometer prima binnen 30 minuten en neem dan een te lange route om voor de 6 kilometer. Ook 6 kilometer haal ik binnen 35 minuten. Ik ben helemaal nat. Buiten stroop ik de kleren onder de overkapping af en ik drink hersteldrank en ga de douche in. Gered. Ik heb “zomaar” bijna 4 uur gesport. Ik heb 23 kilometer hardgelopen en 30 kilometer gefietst. Ik heb mijn lijf urenlang aan het sporten gehouden. Kan ik ‘s avonds lekker in bad, want ik heb wel instant spierpijn. Die is morgen weer over!
Zaterdag 16 maart. Ik heb nog wat fietsen in te halen. En ik weet hoe ik aan de volgende serie kan beginnen. Tel dat bij elkaar op en ik kruip maar weer op de Tacx. Ik fiets eerst een kwartiertje in. Last van zadelpijn heb ik niet, maar de hartslag in zone 1 houden is best lastig. Soms hapert de serie, en ik soms ook… Ik ga door naar de volgende zone en nu haal ik de voorgeschreven cadans van 90-95 niet meer. Jammer dan. De serie hapert voor een kwartier lang meer dan ik. In de 3 minuten pauze drink ik. Dan zone 3. Dat is wel haalbaar, maar de cadans blijft weer achter. Na een rust en drinken volgt nog zone 4. Dat is in beide gevallen hopeloos, zowel qua hartslag als qua cadans en nu haper ik meer dan de serie. Ik zet de serie (als ie loopt) gewoon wat harder. Ik fiets nog twintig minuten uit, maar nu hapert de serie serieus. Ineens gaat de Tacx wel meewerken en haal ik de cadans met groot gemak op lage hartslag. Ik fiets 30 kilometer en kijk de serie af op de bank.
Zondag 17 maart. Ik koop nieuwe hardloopschoenen. Bij de Run2Day. Ik pas wel 4 verschillende paren! De trouwe Brooks die ik heb, bieden eigenlijk niet genoeg ondersteuning voor me. Ik heb New Balance schoenen aan. En Ascis. En een paar Brooks, maar die zitten veel te licht. Als ik eigenlijk voor de New Balance heb gekozen, vertelt de verkoopster me dat Hoka echt een triatleten merk is. Ik probeer ze ook nog maar. Ze zitten raar, maar wennen snel. Op blote voeten de schoen in schieten geeft de doorslag. Over van Brooks naar Hoka. Het meest vreemde voor me is het strikken van hardloopschoenen 🙂 Ik heb altijd snelveters.
En dan moet ik toch een stukje lopen. Ook al had ik een rustdag kunnen nemen. Vincent gaat mee, we moeten kijken hoe ver de bloesems zijn. We gaan rustig, is het idee. Vincent begint te kletsen over zijn computerspelletjes en heeft adem te over. De bloesems zijn nog niet zo ver. De schoenen lopen als een zonnetje.
Heerlijk! Ook als we harder gaan, kletst Vincent maar door. Moeiteloos. Ik vind het wel zwaar, zo in de wind en vooral omdat het voor hem zo niks voorstelt. 5 Kilometer binnen 29 minuutjes en we zijn weer thuis. Ik besluit dat ik nog even een stukje rustiger alleen verder ga. Dream on… Ik voel de schoenen en elke stap voelt goed; stevig, krachtig. Ik ga gewoon door in het hoge tempo. En met wind mee gaat het alleen nog maar harder! Natuurlijk krijg ik het wel warm en in mijn hoofd zit het idee: dit-is-geen-wedstrijd-ik-hoeft-niet-hard, maar mijn benen denken daar totaal anders over. Ik loop 10 kilometer binnen 56 minuten. De hartslag liep pas tegen het einde op. Het voelt gewoon goed. De schoenen vliegen en ik ga maar mee.
Ik heb meer gegeten dan ooit, meer dan voor een marathon of een halve triatlon. De trainer heeft me een voedingsschema voorgeschoteld, waar ik de afgelopen dagen aan gewerkt heb. En ik heb een opdracht mee voor onderweg: elke 5 kilometer een gel. Iets anders hoeft ik niet te doen. Geen twee uurs-doel, geen ‘zo snel als je kunt’. Uit de therapie heb ik gister meegenomen dat ik er van moet genieten voor mezelf. Om me heen kijken. Accepteren en er figuurlijk bij stilstaan hoe fijn het is dat ik ‘zomaar’ een halve marathon kan lopen.
dat ik er weer ben. Ik luister naar de mensen om me heen. Moet wat cirkelen om de eerste wandelaars heen. In de verte loopt iemand met een hondje naar boven! Suf. Dan Eau Rouge op en dan wordt het stil. Ik hobbel gewoon omhoog. Er zitten al een kilometer op en ik zie nu al op tegen de 5 kilometer waarop ik een gel moet nemen! Het lange stuk omhoog geniet ik. Ik moet er (bijna) van huilen, zo leuk vind ik het terug te zijn. Ik doe mijn eigen dingetje, mijn eigen tempootje. Ondertussen erger ik me kapot aan het geklots van mijn rugzak. Ontluchten op zeenivo is anders als in de heuvels van België. Potverdikkie! Het stoort me mateloos. Ik heb het water nodig en de gels ook. Laat het een reden zijn om veel te drinken! Ik denk ook aan Vincent: haalt hij het… En dan gaan we naar beneden. Het uitzicht is zo mooi! Ik moet nu maar eens goed opletten hoe de bochten hier lopen. Het is een heel stuk naar beneden. Dan een bocht waarin ik een bord zie, wat ik nog nooit eerder heb gezien. De bocht gaat naar links en verder omlaag. Dan nog een bocht die ik en vele anderen oversteken. Het blijft omlaag gaan. Ik kijk een keer om om me te oriënteren. We gaan
nog een bocht door die ik altijd vergeten heb en dan loop je richting het medical Centre en de kartbaan en de automotive fabriek. Dan weer omhoog. Ik moet nu een gel nemen en doe dat dan ook keurig netjes. De fotograaf komt langs en ik hoop dat hij het heeft vastgelegd.
Afleiding helpt me en ik krijg de high5 goed weg. Drinken. En dan naar boven. Ik kijk op mijn horloge: hoe ver zou Vincent zijn? Haalt hij het? Een bocht om en dan in de verte en in de hoogte ligt de eretribune. Al 6 kilometer. Ik tel niet in een halve marathon, ik tel in rondjes. Ik hoop zo dat Vincent er intussen is. Dat hij het gered heeft. Ik zie Rob in de verte al voorbij de finish staan. Hij wijst me Vincent die mijn bidon sportdrank heeft. Die moet ik aannemen nu! Vincent roept me luid en duidelijk zijn tijd toe: 34:42. Onder de 35 minuten! Wat een wereldtijd! Ik ben apetrots en loop door. Rustiger nu. Voor me loopt een mevrouw van RunTMC. Ik pak bij de andere pits mijn telefoon.
Ik app Joyce en Manuel. Ik krijg zelfs antwoord van Manuel. Ik maak foto’s. Niet dat ik stop, maar het leidt me af. Ik ben blij dat het wat rustiger is, maar het nadeel is dat ik het geklots nu nog veel duidelijker hoor. Ik kan in de volgende ronde de rugzak aan Rob geven. Bij dit soort wedstrijden mag dat! Nog een keer Eau Rouge op. Ik geniet ervan! Kijk omhoog. Hobbel kleine stapjes. Ik hobbel naar boven over Camel Straight. Geen zorgen over de toekomst, over wat nog komen gaat, gewoon doorhobbelen. Boven trekt de wind wat aan. Kijk, daar kan ik mee omgaan! We mogen dadelijk weer naar beneden. Nu beginnen de muntjes in de
rugzak ook tegen elkaar aan te rammelen. En weer naar beneden! Ik maak nog maar een paar foto’s. Zeker nu het zonnetje zich laat zien. Als ik de moed lijk te laten zakken, denk ik snel aan Vincents supertijd. Ik maak in de bochten die ik nog niet zo goed kende foto’s. Ik zou de eerste ronde in D3 lopen en de tweede in D4, maar met de hoogteverschillen is een strakke hartslag onmogelijk. Ik laat het gaan. De hartslag staat wel voor op mijn horloge, maar ik kijk amper. Ik hou alleen de afstand in de gaten voor de gels. Ik snap de bocht nu heel goed en dat troost me. Ik kijk goed om me heen en het helpt me om foto’s te maken. Dan hou ik het nog iets langer vast. De telefoon geeft ook houvast. Intussen heb ik het warm gekregen. En weer omhoog!
Een mevrouw loopt me voorbij en zegt hoe goed we bezig zijn. Ik antwoord dat het weer ook lekker meewerkt. Ze loopt me voorbij. Ik geniet nog maar extra. Van de toeschouwers, de bomen, de oranje doorgangen. In de verte ontwaar ik Rob en Vincent. Ze lopen tegen de richting in!
Dat is niet mijn bedoeling, want ik moet nog een gel nemen op 15 kilometer. Ik had gehoopt ze daarna tegen te komen om de klotsrugzak af te geven. Nu neem ik weer sportdrank aan van Vincent. Het is ook goed ze te zien. De sportdrank werkt super bij me. Ik merk het al in de busstop chicane dat ik er lekker op loop. Ik heb wel degelijk minder hard gelopen, maar dat
zal me wat. Nog een rondje! Ik vraag me even af of ik ook een medaille krijg als ik nu stop, maar als ik de rust voor me zie, loop ik door. Natuurlijk wel. De baan voor me is leeg, het hotel in La Source ligt in de lage zon. Wow. En ik mag over de curbes lopen. De RunTMC mevrouw gaat naar de WC en naar de post. Die heb ik voorgoed ingehaald. Ik vind de rust heerlijk. Kan ik nog beter kijken. Zie ik nog beter hoe hoog Eau Rouge is. Ik blijf dribbelen. Geen gewandel. Boven aan de heuvel ben ik aan de laatste gel toe. Die neem ik, maar het helpt me niet om de lange klim over Camel te verlichten. We hebben wind tegen. Ik denk maar 1 ding: het is al twee keer gelukt en nu kom ik ook boven! Op naar de zendmast.
Dan maar rustiger. En juist van dat afzien kan ik ook beetje gelaten genieten. Ik loop hier toch zomaar even eenentwintig kilometer. Heb ik in maanden niet gedaan. Vorige maand nog ziek, nu loop ik hier weer. Geen excuus, maar meer hoe ik in elkaar zit: lekker doorbijten. Boven is de wind heel fel en dat vind ik heerlijk! Ik doe alsof ik vlieg en ik geloof dat de fotograaf me net mist. Hij staat in de weg. Nog even omhoog en dan mag ik een lang eind naar beneden. Nog 1 keer dat mooie onvergetelijke uitzicht op de finish. Dan weer naar beneden. Ik begin mijn benen te voelen, dat zal wat worden morgen. En dan zie ik Rob zitten. Heel snel beslis ik zonder rugzak de laatste
kilometers af te leggen met de telefoon in de hand. Ik ruil met Vincent de bidon met sportdrank. Die gaat me nog even helpen en ik drink een paar flinke slokken. Zien ze dat ik die weer terugwerp? Ik loop door en SMS Rob de bidon op te halen. Ik loop straks wel door om ze weer op te vangen. Dat SMSte ik zelfs nog! En toen was er rust. Ik hoefde nog maar 1 ding te doen: finishen. Geen irritant geklots of gerinkel meer. Geen drukte meer. Ik had het ritme gevonden en ging weer omhoog. Hoe prachtig! Ik verheugde me op uitdribbelen en hoopte Rob en Vincent maar voor Eau Rouge tegen te komen. De prijsuitreiking voor de 21 km was al bezig.
Dat boeide me niet. De busstop chicane is best zwaar die laatste keer, maar ik zat er goed in. Ik had mijn telefoon paraat. 20 kilometer in precies 2 uur. Dus daaronder werd het niet meer. Ook de mij
zo bekende 2:03 ging ik niet halen. Jammer dan! Meer niet. Gewoon lekker naar de finish lopen. Ik probeerde te fotograferen en wilde nog even onder de 2:05 komen, maar ook dat was niet haalbaar. Dan maar gewoon de finish over. Al snel zag ik Vincent. Niet doordribbelen dus! Wel onder de 2:06. Moet ik morgen extra lang fietsen om de sporturen van de week te halen. Dat is wel jammer. Ik ben niet kapot. Wel moe, maar niet stuk. Ik geef Vincent een dikke knuffel en vertel hem hoe trots ik
ben. We lopen naar Rob. Ik kan prima mee. Niks geen ontevredenheid over de tijd ofzo, ik ben gewoon trots en blij dat ik de gels gegeten heb, dat ik genoten heb en dat ik dat uit mijn mouw heb geschud. Ik vind het even jammer dat we niet rond gaan wandelen. We halen mijn medaille en dan op naar de hersteldrank en naar de WC.
Het begint te regenen. Ik heb nog energie om de zakdoekjes te gaan halen. Ik kleed me even om en dan kunnen we weer terugrijden naar Almere. Dat gaat ook snel, onderweg kan ik weer lekker appen. Het was een hele bijzondere dag. Niet zo fascinerend als eerdere jaren, omdat het niet nieuw meer was. Maar wat een kleine topatleet heb ik in huis! ‘s Avonds eten we lekker thuis patat en een hamburger. Rob heeft hele mooie foto’s gemaakt. Ik ben trots op de medaille én op de 3 lege gels!
Ik voel me moe maar niet stuk, ben simpelweg blij met wat ik bereikt heb: geen zenuwen, goed gevoed, flink genoten en niet ziek geworden zoals vorig jaar. Ik sta in de middenmoot bij de vrouwen. 18de van de 36. Ik ben 2de van de 4 45plusser-dames. Het was gewoon een hele erge leuke en geslaagde dag en wedstrijd.
Maandag de vierde maart weer borstcrawlcursus in Lelystad. Hij legt opeens de insteek heel goed uit, met een ring waar je doorheen moet. Ik leer ook ademen. Dat vind ik erg eng, want ik moet mijn hoofd heel erg in het water laten liggen. Als ik het rustig doe en met flippers, lukt het aardig. Het voelt ongemakkelijk en een beetje eng zelfs. We doen ook een oefening om op het juiste moment te ademen. Dit is iets waar ik mee bezig moet, maar niet meer vanavond!
Woensdag zes maart. We gaan hetzelfde doen: hard maar slim. Maar dan eerst een half uurtje infietsen. Gezien het weer neem ik de toevlucht tot de Tacx en WhatsApp voor het vermaak. Dan ga ik de wijk in. Ik loop ietsje meer in en start ook harder. Kijken of ik vandaag 4 keer 3 minuten rond de 5:00 kan lopen. Ik word bijna omver gefietst door een voetballertje met aandacht voor zijn telefoon. Ik haal ‘m in! Door. De tweede keer tel ik mee. Het weer is beroerder vandaag. De derde keer lijk ik er pas in te komen, maar ik vind het weer zwaar. De vierde keer gaat ook nog goed. Ik ben sneller vandaag, want over de 5 kilometer doe ik nu maar 29 minuten. Weer thuis stap ik terug de Tacx op. Verbijsterd bekijk ik het loopresultaat: de eerste ging harder ja, in 5:05. De tweede in 4:57 en de derde en vierde in 4:47 en 4:44. Precies, maar dan ook bijna precies hetzelfde als gister! Omdat de Tacx nu wind mee geeft, ga ik een stuk harder als bij het infietsen. Ik hou het een half uur vol. Dan gaan we naar het zwembad. Ik zwem mee in baan 1. Het is er rustiger en ik kan op de slag letten. Toch weer drie uurtjes gesport op een woensdagmiddagje.
Vrijdag acht maart. Een uurtje rustig zwemmen. Mag. Kan. Maar de dag zit zo vol en zwemmen kost veel tijd. Reistijd, omkleedtijd. Ik dub. Ik heb weer eens therapie en voor de race van morgen gelden maar twee dingen: ik moet er gewoon van genieten. En ik ben al twee dagen bezig met eten. Ik eet heel veel. Drink me ongans. Ik ga fietsen. Ik wil gewoon even naar buiten. Manuel gaat mee. Hij op de ATB, ik rustig op Robs racefiets. Ik kwebbel en klaag. We fietsen eerst wind mee en daarna wind tegen. Het blijft kalm met mij. Gelukkig blijft het droog. En dan door naar triathlonheld LM die de hele triatlon in Hawaii heeft gedaan. Hij is niet alleen een held, hij is ook nog onwaarschijnlijk aardig, eerlijk en open. ‘s Avonds prop ik me vol met pannenkoeken.
Zondag 24 februari. Eerst handel ik alle karweitjes af en wacht tot een uur na het eten. Dan komt de koppel-brick training. Ik ga eerst 35 minuten hardlopen, dan fietsen en dan nog een keer hardlopen. Oorspronkelijk nog een keer fietsen en hardlopen, maar dan ga ik deze week wel heel erg over de tijdslimiet heen. Ik doe een driekwart broek aan en toch maar lange mouwen, ondanks het zonnige en lekkere weertje. En daar ga ik weer langs de Oostvaardersplassen! Het is druk op deze zondag en ik ga de hartslag onder de 150 proberen te houden. Dat is zone 2. Dat loopt een stuk prettiger. Het tempo is beter en het voelt gemakkelijker. Ik lach om de snaterende eendjes, de peuter die bijna in het water dondert en ik help een paar mensen op de fiets op weg. Goed voor de hartslag! Ik app als ik bij de Ferarri ben dat ik er aan kom. Vincent en Rob gaan mee fietsen. Ik ga naar de WC en neem een gel.
Voor mij is het fietsen vooral bijvoeden. Blijft toch lastig. Vincent en ik nemen allebei een cadansmetertje. We fietsen in hoge cadans. Soms gaat Rob er vandoor met Vincent en soms doe ik een stukje iets harder. Ik span me niet al teveel in: dit is mijn ‘rust’. Thuis ga ik weer naar de WC (heb ik dan genoeg gedronken?) en nog een keer hardlopen. Dit gaat nog beter qua tempo. De hartslag ligt dan ook iets hoger. Ik doe precies hetzelfde rondje. Net waren het 6 kilometer en nu ook. En 12 kilometer gefietst. De dag van de zessen. Na een kilometer of vier wordt het wat zwaarder.
In de zin van dat ik me vermoeid voel en dat ik iets meer in mezelf keer. Ik loop op het mantra dat de hartslag omlaag moet, maar mijn benen blijven te blij met dit tempo. Ik ben een minuut sneller. En het is nog zulk lekker weer, dus ik neem alvast wat hersteldrank en ga dan op Robs racefiets uitfietsen. Alleen, lekker op mijn dooie gemakje. Vincent heeft een snelle run gekoppeld en staat toch in de douche. Ik vergeet de fietsbroek helaas.
Robs fiets past me prima, maar het zadel niet. Ik besluit ook hetzelfde fietsrondje te doen, maar dan niet te letten op tempo of cadans. Het gaat niet verkeerd. Ik drink de bidon leeg. Uiteindelijk ben ik zelfs ietsje sneller. Ik ben blij dat ik niet nog een keer hoeft te rennen, zoals oorspronkelijk in het schema stond, maar dat waren maar kwartiertjes fietsen en niet twee keer een half uur. Dit past beter bij vandaag. Ik ben blij dat ik weer opkrabbel en voel me weer ouderwets energiek. Al met al heb ik de afgelopen week 12 uur getraind; om in de zessen te blijven! Dat komt er van als je traag bent 🙂
Woensdag 27 februari haal ik het weer in. Het is een mooie dag en ik ga onder werktijd met Joyce een stukje lopen. Het is zo walgelijk druk op het werk, ik moet vanavond ook aan de bak en ik haal dat uur met gemak in. Maar het duurt ik voor ik lekker loop, zonder schuldgevoel. Joyce en ik hebben zoveel te kletsen: we zouden met gemak een ultra kunnen lopen! Het is prachtig weer. Zonnig, warme en in korte broek!! De Oostvaardersplassen lijken wel in de Spaanse zon te liggen. Ik doe 1 rondje en haal Vincent op van school.
Na de lunch zet ik weer al het werk opzij: buiten fietsen nu het kan! Vincent gaat met me mee, ik op de tijdritfiets, hij op de racefiets. Net als vanmorgen trek ik me niks aan van een tempo of een opdracht op het schema: ik ga nu omdat het kan, omdat het mooi weer is. we fietsen naar de Kemphaan en dan om de Kemphaan heen. Langs de woonboten. Op het fietspad van het Challenge-parkoers gaan we lekker even hard. We rijden niet door naar de dijk, maar gaan terug richting Stichting Aap. En dan zijn we de Kemphaan rond en blijven we aan de andere kant van de Vaart tot het spoorbaanpad om weer naar huis te gaan. Het was echt enorm genieten van het weer!
fietsen met verschillende cadansen. Manuel ging mee op de mountainbike. We deden een luizenrondje: eerst het Schanullekesluisje in Almere Buiten, dan naar de sluizen op de Knardijk, over de Knardijk naar de sluizen aan de andere kant en dan terug door de polder naar huis. Nu wilde het geval dat we wind mee hadden op de Knardijk. Dan is het heel erg fijn om de wieken van de windmolens te horen suizen. Ik was nog nooit eerder zo ver de Knardijk afgefietst. Leuk om een keer iets nieuws te doen! Wat me wel ergerde was dat ik tussen de 85 en 95 rondjes per minuut moest draaien. Dat is best veel.
En ik wist al dat ik daarna tien minuten nog meer rondjes moest gaan draaien en dat we dan geen wind mee meer hadden! Ook langs de Vaart op deze plek, was ik nog niet eerder geweest. Ik vond het niet leuk om zo hard mijn benen rond te moeten draaien, zonder dat daar tempo uit kwam. Maar ik deed het wel netjes elke keer. Het werd pas echt irritant toen we ook nog wind tegen kregen! Uiteindelijk duurde het meer dan een uur voor we een auto zagen die ons inhaalde. Manuel had de pee in van de wind. Die vind ik niet zo erg, maar dat de cadans dan zo hoog moet zijn, vind ik niet leuk. We gingen terug door het Kotterbos. Zo scharrelden we toch 50 kilometer bij elkaar. In 2 en een half uur. Voor mijn gevoel had ik overdreven veel getrapt!
Ik nam de berg mee en het ging lekker. Even geen gemier met een lage hartslag, gewoon lopen-lopen-lopen. Drie rondjes lang. Even lekker lopen, maar niet te hard (ik moet nog zwemmen hierna). Toen was alle sjacherein verdwenen en kon ik rustig gaan zwemmen. In baan 1. Omdat ik dan rustig kan oefenen en ik hoeft niet perse snel/snel in baan 2. Gingen we heel veel benen doen… Maar dat was een mooie oefening na maandag en het gaat echt beter. We deden ook veel lange slag. Ik vond het prettig dat ik niet hoefde te jagen. En zo had ik toch weer een sportdagje erop zitten.
vandaag. Ik vind de afwisseling lopen en fietsen erg fijn, dus dat is wel goed. Zo ga ik eerst een half uurtje lopen in zone 1. Dat is zo’n gerem de hele tijd, dat doe ik wel alleen. Ik nam de berg maar weer eens mee. Het regende. En waaide. Ik zag op tegen het fietsen wat ik hierna moet doen. Rennen in de regen is tot daar aan toe, maar fietsen is mijn ding niet. En dan ben je al nat en vies. Nee, ik zat er niet zo lekker in. Thuis drinken pakken en op de MTB springen. Node. Maar het ging lekker eigenlijk! Ik had geen last van de regen en het was maar een klein blokje.
Ik slingerde wat en eerlijk gezegd vond ik het zelfs leuker als rennen in zone 1. Ik ben al naar het noorden en naar het westen gegaan, nu naar het oosten voor een boodschap bij de winkel. In zone 2 deze keer. Dat is een stuk beter! De regen merk ik al niet meer op. Dat de winkel dicht is, stoort me wel, nu moet ik gaan zoeken bij de Action. Dat kost veel tijd en ik krijg het er koud van. En dan weer terug naar huis hobbelen. We gaan naar het zuiden vanmiddag voor een verjaardag. Met de auto. En als ik de wandeling op de rustdag meetel, zit er weer bijna 12 uur sporten in de week. Tezamen met een paar uur overwerk. Gek he, dat het bloggen er dan een beetje bij inschiet? 🙂
onder voorbehoud, langzaam aan. Dat vind ik moeilijk. Ik kies voor hardlopen, omdat dat voor mij het beste vergelijkt. Ik kan dat ook goed combineren met het halen van pillen voor de katjes, dus op een mooie woensdagmiddag vertrek ik. Het is heeeeeeeerlijk buiten! Mooi weer, licht, ik heb gewerkt vanmorgen en Vincent is op een nieuwe school. Ik heb de tijd, ik hoeft en ga niet snel. Ik geniet ervan. Ik hou de hartslag in de gaten en heb drie keer 15 minuten hardlopen voor de boeg. Zeker de eerste 15 minuten gaan supergoed. Hoe blij kun je zijn dat het weer lukt… En dat met zulke langzame tijden. Maar goed, in de tweede 15 minuten word ik ingehaald! Het is dan lastig om niet te versnellen, maar ik doe het niet. Ik ga bij de dierenarts langs in de derde 15 minuten. Daarna gaat het minder. Ik vind het zwaar worden en het tempo is verdwenen. Ik heb al 5 kilometer gerend, maar ik moet nog wel naar huis. Na dik 6,5 kilometer ben ik blij weer thuis te zijn. Ik ben nog niet helemaal opgeknapt!
Manuel nog net zijn zin afmaken: “Ga maar even als je dat wilt” en weg was ik! Manuel was op de ATB, dus dat is wat zwaarder. Ik kan moeiteloos de 35 halen als ik los ga. Dat voelt prettig. In- en uit-klikken ging ook goed. We gingen tot de Praambult en toen weer terug. Het was echt leuk. Ik vond het wel steeds zwaarder worden. Ik ging nog een stukje harder en toen was het ook wel goed. Gewoon lekker terug achter de TBS kliniek langs. Daarna ging Vincent mee hardlopen. Dat viel een beetje tegen. Niet Vincent, maar ik. Ik vond het zwaar, ging traag en moest halverwege een stukje wandelen. We gingen het rondje van 2,5 kilometer meten. Ik was blij toen het erop zat.
Toen moest ik wel even uithijgen en bijhoesten, hihi. We reden weer terug en Rob vond het eerste half uurtje wel goed geweest, ik ging het rondje nog een keer. Tempo lag tot de dijk zeker iets hoger, maar daarna werd ik ook wat vermoeider. Dat valt me nog tegen, dat ik nog steeds sneller moe ben. Rob heeft wel het euvel met de cadansmeter-die-denkt-dat-het-een-snelheidsmeter-is opgelost. Ik fietste nog geen uurtje. Toen nam ik nog maar wat sportdrank en ging ik lopen. Daar zag ik iets meer tegenop, want dat blijkt toch zwaarder, maar ik ging heerlijk! Lekker een hoog tempootje en de eerste kilometer vloog voorbij in een bekende 5:40 die prima aanvoelde. Toen ging ik een heel stuk langzamer in de hoop dat de hartslag wat daalde, want die was best hoog. Ik wandelde een stukje en toen ging ik voor de laatste kilometer lekker nog een keer aanzetten. Zweten en lekker doorploeteren en maar even niet naar de hartslag kijken… Lekker in 5:30 en toen liep ik nog 3 kilometer vol. Het gaat toch steeds ietsje beter. 
Nu moet ik op de Tacx. Het is maar een uurtje en ik heb nog wat social media af te handelen. Ik moet twee keer 20 minuten op lage hartslag fietsen en dat gaat prima in combinatie met de telefoon. Het tempo is (net als bij het lopen) nog niet je-van-het. Dan 8 keer 30 seconden sprinten gevolgd door 30 seconden rust. Ik heb maar 2 keer ingevoerd, dus de laatste 6 moet ik zelf meetellen. Dat gaat wel; de verveling is er meteen af! In de laatste sprint krijg ik “wind mee” van de Tacx: dan opeens gaat het trappen veel beter. Ik fiets nog even uit en dan zit het er weer op. Twintig schamele kilometertjes in het donker.
de mountainbike en Manuel gaat mee. Ik moet in een hoge cadans trappen. Dat zijn heel veel rondjes van de trappers in een minuut. Als ik zelf mag kiezen zit ik tussen de 60 en 70 rondjes, maar ik moet nu een uur lang 80 a 90 rondjes trappen. De cadansmeter werkt wel, maar is niet terug te zien op mijn horloge. Ik moet dus zelf van tijd tot tijd tellen. Manuel en ik hebben geluk: er staat nauwelijks wind. We fietsen de polder in. De lange rechte wegen. En tot onze verbazing is het nog best druk ook! Na 3 kwartier bedenk ik dat we de route toch iets moeten inkorten en niet doorfietsen tot de Knardijk. Na een uur moet ik 8 minuten in een hogere hartslagzone met 95 tot 105 rondjes per minuut gaan trappen. Dat is een hele opgave. Het is een delicate balans tussen de hartslag en de rondjes per minuut (RPM).
Tussendoor mag ik 2 minuten lekker bijkomen. De Doddaarsweg trappen we op deze manier weg. Dan gaan we nog een keer naar rechts, want ik denk dat de brug daar is, maar natuurlijk is de Praambrug daar de mogelijkheid om de Vaart en de A6 over te steken. Ik heb vandaag teveel keer ingevoerd op het horloge: ik doe het geen 8 keer hoor! Maar zo kan ik wel iets langer pauze doorklikken om op de Trekweg te komen voor de laatste keer 8 minuten. Mijn RPM ligt iets te laag, maar ik vind het goed zo. Het miezert en mijn bril beslaat. Ik wil naar huis. Ik heb onderweg netjes een gel op en de bidon is bijna leeg. Dat is een prestatie op zich! Ik fiets lekker kalm terug over de brug en dan zet Manuel even aan. Moet ie toch nog op me wachten :p We fietsen net geen 40 kilometer (39) in 1 uur en 3 kwartier. Ik vond het zat.
niet harder dan 9 kilometer per uur lopen. Ik denk dat me dat wel goed af zal gaan intussen, grrrrr 😐 In het zonnetje ga ik lekker langs de plassen joggen en dan is zichtbaar dat mijn horloge zone 1 wel heel erg laag heeft liggen! Ik zou onder de 130 moeten blijven of nog minder, maar zone 1 is tot 135. Misschien zat me dat de hele week dwars. Nu zie ik het en blijf ik onder de 130. Ik heb een muziekje meegenomen en geniet van het zonnetje en de prachtige omgeving. Dit is een rondje van 7 kilometer dus een beetje langer en een keer de berg op en het uur gaat wel voorbij! Ik ga niet snel, nog geen 9 kilometer per uur. Ik kom MZ tegen en maak onderweg zomaar een praatje!
beter en fietst prima. We doen een paar versnellingen en Vincent moet blijven zitten als we de brug overgaan: hij gaat heel snel staan op zijn fiets. We oefenen ook met cadans. En dan doen we nog een versnelling en -eerlijk is eerlijk- ik hou ‘m niet bij! Het zal de fiets wel zijn (emoticon van een heilig boontje). We fietsen 3 kwartier. Dan even wat drinken en hupsakee: zwemmen! Ik zat met 4 veel snellere mensen in de baan. Ik ging gewoon zelf endurance zwemmen: baantje na baantje na baantje. Volhouden. Met achtje. Alleen op mijn armen. Vroeg insteken, breed insteken, 3 seconden uitdrijven. Kalm en zo beheerst mogelijk. Alleen aan de kant als ik de anderen voor moet laten. En 1 stapje omdat Vincent iets had. Uiteindelijk zwom ik 2500m in nog geen uur. De omgekeerde triatlon in ongelijke afstanden zit er weer op vandaag. Ik hou het weer goed vol, maar het tempo moet ik weer opbouwen.
spannend in een nieuw groepje te komen. Ik moet opschrijven wat ik wil leren en dan kiezen uit 1 van de 6 banen. Elke 2 banen hebben hun eigen oefeningen en aandachtspunten. Ik sluit me al bijna aan bij baan 1 en 2 voor de ademhaling, maar uit de oefeningen blijkt dat ze hier nog geen 200m borstcrawl kunnen zwemmen. Baan 3 en 4 gaan met nog iets anders aan de slag, dus ik ga naar baan 5 om 200m in te zwemmen. Rustig en gemakkelijk. We moeten anders starten en dat oefenen we. Dan gaan we de doorhaal oefeningen doen. Goed opletten op de doorhaal, ik hoeft niet de snelste te zijn. Er zijn een aantal oortjes en de trainer kan tijdens het zwemmen aanwijzingen geven. Ik krijg vooral tips voor mijn benen en dat is best oké. Ik vind het doen van de vele oefeningen wel leuk en ik let goed op de insteek. We moeten ook veel benen doen. Ik heb het idee dat we maar de helft doen van wat op het schema staat. Ik hoest pas mijn longen eruit als we weer aan de kant staan. Een aantal mensen wordt gefilmd, ik snap van 4 van de 5 niet wat ze hier doen.
Ik heb last van het hoesten, van ademnood, Ik kom niet vooruit, ik haal zone 2 niet eens. Ik ben moe, stijf en mijn benen houden mij nauwelijks staande. Wandelen lukt nog net. Vincent maakt zich terecht zorgen en ik ben blij dat hij er bij is. Ik moet een blok van 15 minuten hardlopen skippen. De laatste 15 minuten joggen we met grote moeite van mijn kant naar huis. Heeft de verbouwing er in gehakt of het hoesten? Ik moet het sporten even op een lager pitje zetten.
Op vrijdag help ik Rob een nieuwe vloer te leggen. Ik pak planken, leg ze aan de kant en rust dan uit. Ik zit op de bank. Manuel helpt me om 2 keer naar de stort te rijden. Ik hoest en kuch. Ik ben er moe, maar kan nu niet stoppen tussen het stof. Sporten kan én wil ik ook niet. We gaan vroeg naar bed. Op zaterdag gaat het hetzelfde. Ik leg twee planken neer en zijg neer op de bank. Ik voel me zwak en vervelend. Zwemmen kan ik weer niet. Ik veeg en schrob de vloer en dat is net zo vermoeiend als een halve marathon lopen vandaag!
zwemmen altijd wel, omdat het binnen is. Maar rennen in de sneeuw… Ik wist het nog zo niet, maar had ‘s morgens de briljante inval om de hardloopkleren mee te nemen. Kon ik altijd in de sneeuw gaan lopen direct na werktijd. Dat was een geweldige ingeving: ik kon kiezen uit uren filerijden of een stukje door het donkere besneeuwde bos in Zeist. Ik twijfelde heel erg, maar een appje van mijn vriendin dat zei: ‘neem de kans’ gaf de doorslag. Rustig mocht ik en heel rustig ging ik. Nieuwe paden, in het donker, over de sneeuw. Ik ken de weg een beetje van de lunchwandelingen, dus echt verdwalen zat er niet in. Het was niet zo koud en doodstil. Voor zover dat kan vlak bij de A28. Ik dwaalde wat. Ik genoot enorm en voelde me tegelijkertijd schuldig dat ik niet op weg naar huis was om gezamenlijk te eten. Ik volgde voetstappen in de sneeuw waardoor ik de doorgang in het hek kon vinden, ik maakte de eerste voetstappen op een parkeerplaats, ik lachte de file uit en zei mijn collega’s bij de bushalte gedag. Het volle uur ging ik niet halen. Ik vergat alleen dat ik nu na etenstijd met dubbele trek in de auto zat en over de glibberige route naar huis moest rijden. Het rijden was zo akelig dat ik een ritje naar het zwembad liever oversloeg. Zo kwam het zwemmen er dus niet van! Thuis viel ik aan op eten en toen vroeg ik mijn kind: Wil jij de kans laten lopen om door de sneeuw te rennen? Hij twijfelde even (van wie zou het hij hebben) en ging toen snel mee. Kort op het eten, een kort stukje door de wijk.
Dat was best knap van hem, want hij had vandaag het schoolrecord op de shuttle run test verpulverd. We wandelden ook stukjes, want haast had ik niet. Zat ik thuis op de bank, ging het loopmaatje door de sneeuw lopen. Ach…. ik had mijn hardloopkleren toch nog aan… Dus ik ging weer (na een goed bezoek aan de toilet). Ook niet snel en ik kwekte aardig door
het geknerp heen. Uiteindelijk werd zelfs ik een beetje moe. Hoe traag ook, ik liep toch 5 en 8 kilometer. Lopen beheers ik wel, maak je niet ongerust. Op woensdag de 23ste is mijn schoonvader jarig. Na een ochtend hard werken reden we daarheen. Niet een uurtje op de Tacx, maar een stukje taart en gezellig kletsen. Maar wel naar de zwemtraining. Ik zwom lekker mee. Zoveel mogelijk zonder achtje en zo min mogelijk benen, maar er was geen ontkomen aan. Het ging wel lekker eigenlijk. Na het diner bedacht ik me opeens dat een uurtje eigenlijk niet zo lang is. Boek erbij, Tacx aanslingeren en gaan.
Het uur vloog om met de hoofdstukken over de Amerikaanse Burgeroorlog! Ik volgde keurig de opdracht. En zo ging het eigenlijk best wel goed. Donderdag had ik dus die spelletjesavond. Dat was superleuk, want ik ben dol op Weerwolven en Exploderende Katten en Dixit, maar ik voel me ook schuldig dat ik de baantraining oversla. Alweer. Ook al is het te glad op de baan. En ik weet dat ik zaterdag een lange duurloop ga doen, dus dat uur sla ik niet zomaar over. Op vrijdag is alles volgepland: pedicure, extra werken, oude keuken verkopen, de was doen…. De ochtend was vrij voor sport en dan pak ik het liefst de langste training op om niemand in de weg te zitten op zondag. Drie uur. Kwart voor 9 begon ik met 35 minuten lopen in de koude en hier en daar gladde sneeuw in duurtempo 1. Traag. Mijn hartslag moet laag blijven, maar dat lukt gewoon niet. Ik heb me al
genoeg schuldig gevoeld de afgelopen week, dit accepteer ik maar. Ik loop richting jeugdland, wetende dat ik dit rondje nog twee keer ga doen. Ik neem het eerste fietspad naar links, terug richting huis. Ik moet een klein ommetje maken en haal 5,25km. Dan moet ik fietsen. Op de Tacx. Een kwartiertje fietsen is te doen, dan kan je de keuken adverteren, appen, een keertje een game spelen en dan is het alweer voorbij. Ondertussen werk ik 2 mini-Bounty’s naar binnen en ruim een kwart bidon sportdrank. Ik vind de afwisseling prima, beste trainer, maar ik voel me er smerig bij. Dan moet die bezweette jas weer aan, de natte schoenen.
Manuel ging mee met de volgende 35 minuten duurtempo 2. Weer langs jeugdland, maar dan een fietspad verder. Tempo matig. Eigenlijk mag ik nog steeds niet hard. En als het glad is, valt het tempo helemaal een beetje weg. Deze ronde voel ik me dan weer schuldig dat ik Manuel ophou en daar zanik ik dan zo over dat hij me verbied sorry te zeggen. Sorry hoor ;p. Hij loopt even door, ik ga weer 15 minuten fietsen. En dan zijn mijn beentjes eindelijk opgewarmd en gaat het lekker. Blijkbaar fiets ik prima op Dove-mini’s. De sportdrank is op! Wil je die bij de prestaties schrijven?
Dan moet ik nog een keer 35 minuten hardlopen in duurtempo 3. Manuel noemde dit schema gekscherend “slavendrijverij” en ik neig het er steeds meer mee eens te zijn. Duurtempo 3 doe ik heerlijk alleen. Naar jeugdland en dan het laatste fietspad op, waar het niet glad is. Eindelijk een beetje tempo! Tot ik op een ijsbaantje sta waar ik voorzichtig overheen moet. Ik haal de 6 kilometer deze keer, maar nu verlangt mijn lijf naar de mini-Maltesers! Ik begin een beetje leeg te raken, vermoeid en merk dat ik overga op vetverbranding. Ik zie op tegen nóg een kwartier fietsen, maar trek voor de laatste keer de vieze natte jas uit en gebruik de smerige buff om mijn lopende neus te stoppen.
Ik fiets echt rustig uit, het gaat wel goed, maar het voelt zw
al in het Emmapark haha! Maar dat gaf niet, want we deden het rondje gewoon andersom, langs Soestdijk en naar de Naald en dan weer terug. Met regelmatig een foto-stop! Toen nam ik de GPS ter hand. Ik vond het moeilijk dat Joyce niet soepeltjes mee kon lopen. Niet erg, maar ik vond het jammer voor haar vooral. Ik weet dat ze het wel kan namelijk. We liepen lekker over de heide, want dat wilde ik graag en toen begreep ik de GPS ook.
Het ging een stuk beter dan de vorige keer, maar ik had wel weer moeite met de gels op precies 10 kilometer te nemen. Die van 5 km hadden we allemaal gehad, maar de volgende nam ik pas op 12 kilometer.
We lieten Joyce achter en toen kreeg SG het de laatste kilometers minder gemakkelijk. Toen werd ik eindelijk ‘wakker’ samen met KH en begonnen we te beppen. Nee, we hebben niet geroddeld over je hoor (lees dat maar op sarcastische toon hihi) De 20 kilometer moesten vol, maar 21 hoefde niet van mij deze keer. Ik vond het wel best, ik heb het gezien tussen de kastelen.
We dronken de heerlijkste witte chocolademelk ever! Aan hersteldrank had ik ook gedacht. Thuis waren ze er wat minder blij mee dat ik weer de hele ochtend had gesport en dat drukt de pret dat ik dat toch maar kan na de zware training van gister wel een beetje en maakt me onrustig. Er is nu al veel te doen voor de keuken, dus op de bank uitrusten zat er niet in! En weer naar het zwembad. Ik deed iets meer met pullboy, want de beentjes vonden het wel best. Dan was mijn tempo ook niet veel te laag ten opzichte van de rest. Wel moest ik vaak opzij en dat is toch niet zo leuk. Ik ben niet meer zo spraakzaam als de baan vol “geweldige” triatleten ligt; je weet wel hoe ik over ze denk toch? En ik mag ook niet meer uitzwemmen in het volgende uur, dat zijn de verenigingsregels die ik nog niet kende. Op zondag deed ik eerst al die dingen die ik moest doen: verf kopen, uitslapen, de keuken leegruimen, een presentatie maken voor het werk, naar de winkel, de was. Pas toen er wat tijd over bleef, ging ik de Tacx op. Dat had vrijdag
gemoeten, maar was nog over. Ik ben niet dol op fietsen. De Tacx vind ik echt saai, maar het helpt als het buiten op de overkapping regent. En het helpt als ik lekker kan lezen. Dat leidt me het beste af. Ondertussen piept mijn horloge of ik binnen de opgegeven hartslagzones blijf. Ik moest 10 minuten op D1 fietsen, 10 minuten op D2 en dat ging prima. Daarna 4 blokjes van 8 minuten D3 en op een RPM van 80-90. Of zoiets. Ik kan de RPMs niet invoeren, dus die moet ik onthouden. Is lastig bij te houden als ik over indianen, quakers en Amerikanen in 1776 zit te lezen. Ik dronk in de pauzes van 2 minuten. En dan gaat na een minuut of veertig de Tacx weer veel gemakkelijker en ga ik veel harder. Is toch iets raars, maar wel leuk om 35km/u te zien staan! Dat lijkt ergens op.
Het laatste half uur moest ik uitfietsen en ik trok me maar even niks meer aan van de RPM’s. Ik had geen zin meer. Eerlijk: ik heb echt 30 minuten afgeteld en stapte direct de fiets af na anderhalf uur. Ik vond het genoeg deze week. Het ging niet altijd even gemakkelijk van de week, beste trainer. Er zat veel twijfel in, veel onzekerheden, veel geschuif, veel gerommel. Laat me maar weten wat jij er van vond. Aan de ene kant baal ik dat ik niet precies het schema keurig kon volgen, aan de andere kant ben ik trots dat ik -ondanks het weer, veel sociale bijkomstigheden, extra werk en gezenuw, toch veel uren heb gesport. Ik zie al op tegen de komende week met heel veel extra werk, een nachtje weg, veel keuken-gedoe en een wedstrijd ook nog! Gelukkig ben je die vergeten in het schema te zetten, dus die kan ik altijd overslaan, haha. Let’s go on! Veel groeten Anke
versnellen! We liepen met zijn drietjes de drie kilometer in 20:36. Ik liep iets meer, met “stofzuigen” erbij. Toen deed ik hetzelfde rondje nog een keer op mijn hoge tempo. Haal ik er zomaar 4 minuten vanaf! Op zo’n korte afstand was dat best goed. En toen aten we superveel pannenkoeken. Nog een hele dag besprekingen wachtte en ‘s avonds was ik weer thuis. Toen kon ik ‘gemakkelijk’ naar de hardlooptraining. Ik was moe. In mijn hoofd vooral. Dus ik ging maar alleen een rondje lopen, geen gekwebbel meer aan mijn koppie! Ik koos voor een rondje Weerwater en je had als opdracht 12 minuten inlopen in zone 1 en dan 3 keer 15 minuten zone 2 met een minuut wandelen ertussen. Nounou. Ik vond zone 1 al wel zat. Zone 2 haalde ik maar net en al na tien minuten zone 2 ging ik uitkijken naar het wandelen. Mijn hoofd buitelde vol gedachten en mijn benen voelden aan als meeslepende balken. Ik vervloekte mezelf dat ik rond het water was gaan lopen, want rechtstreeks terug was geen optie! Toen gingen mijn darmen ook nog in de tegenwerking. Ik hobbelde door naar de McDonalds en haalde opgelucht adem, hoewel ik tot twee keer toe bijna aangereden werd. Ik besloot dat ik het zwemmen achterwege zou laten en met mijn kind naar huis ging rijden na de training. Ik was doodmoe. Uiteindelijk hobbelde ik 9 kilometer bij elkaar. Op woensdag moest ik voor werk naar Den Haag op mijn normaal vrije-middag. Ik was pas om 8 uur thuis, dus ik kon niet meer gaan zwemmen. Weer niet. Door al dat extra werk, kwam ik ook niet echt tot rust. En ik heb dan wel vakantie volgende week, maar dan moet de hele keuken afgebroken en verbouwd worden! Het werd donderdag en ik moest dubbel werken voor de vakantie. Voor de baantraining was ik eigenlijk nog steeds te moe.
Ik ging later op de avond samen met mijn loopmaatje lopen. Het ging weer niet soepeltjes. Gelukkig stond mijn loopmaatje in klets-modus, want ik had genoeg moeite mijn benen het tempo te laten volhouden. Onderweg deden we hier en daar een versnelling en dat vond ik leuk: gewoon op gevoel even afspreken tot waar we gaan (de afrit, de brug) en dan een tempo pakken. Op vrijdag had ik eindelijk een ochtendje redelijk rust: ik hoefde alleen maar te fietsen en ik liet de keuken uitruimen, werkmails beantwoorden, de was opruimen en al die andere kleine zaken voor wat ze waren. Ik ging aan het bellen met mijn zusje. Toen ik de telefoon uit de computer trok, trok ik de Tacx kabel ook mee. Moest ik alles opnieuw starten… Mijn horloge gaf de opdracht aan. Al bellend ging het prima. Praatte mijn zus 10 minuten als ik sneller moest fietsen, had ik daarna 5 minuten voor mijn verhaal. Ik
fietste nog een hele tijd door en toen was alle apparatuur leeg: mijn computer gaf geen afstand meer mee en de telefoon piepte ook. Ik vond het intussen wel behoorlijk zwaar. Het is wel leuk om te fietsen in de sneeuw! Ik heb toch maar mooi drie uur gefietst. Toen kon ik weer doorjakkeren voor nog een extra middag werken. Daarna volgde het noodzakelijke keuken-leegruimen. Op zaterdag stond de Henschotermeergames op het programma. Jij had ‘m overgeslagen in je schema, dus ik hoefde niet echt… Ik had zelf bedacht dat ik de korte afstand beter kon doen dan de lange. Dan was ik tegelijk met mijn kind klaar die de estafette deed. Het loopgedeelte was 2,5km onverhard en dan 10 kilometer mountainbiken en vervolgens nog anderhalve kilometer lopen. Ik zag er als een berg tegenop. Had buikpijn, was gespannen, wilde niet. Je zou het een keer moeten meemaken, anders geloof je niet hoe zenuwachtig op niks ik kan zijn. Ik ben bang dat ik het mountainbiken niet red, vermoed iets te gaan breken bij het lopen over de gladde brug en ik vrees dat ik veel te langzaam ben of domme dingen doe, zoals mijn helm vergeten of de weg kwijtraken. Het gaat nergens over, maar op dat moment zijn de zenuwen een reële angst. Mijn clubgenootjes GN en AA vonden het geen goede instelling, maar mij hielp het enorm dat ik van mezelf mocht stoppen als ik onderweg echt geen zin meer had. Ik wéét dat ik dat niet zal doen, maar dat het mág, geeft me de kracht om er aan te beginnen.
En dan in het startvak ben ik volkomen gelaten. En na het startschot begin ik te lachen en ga ik gewoon lekker een uurtje trainen. Natuurlijk is het zand zwaar, zijn de heuveltjes killing en ik loop ik eerder achteraan dan voorop, maar als ik eenmaal ben gestart, kan me dat niet meer boeien. Dan geniet ik van het bos en het water waarin ik heb gezwommen, dan ben ik elke koukleumende vrijwilliger dankbaar, dan mag je me passeren en dan vind ik het geluid op de brug extra leuk.
Ik doe er bijna 15 minuten over, maar dit is een training voor mij, geen wedstrijd. In de wissel let ik even goed op en neem een slok drinken.
En dan huppakkee, de fiets meenemen het bos in en gaan trappen. Het begint te sneeuwen en ik vind dat voor de wintergames nog veel gaver! Ik schakel lekker licht, wordt al ingehaald, maar het zal me een worst wezen. Mijn uitdaginkje is gewoon zoveel mogelijk op de fiets te blijven zitten en te genieten. Dat laatste doe ik moeiteloos. Stoppen moet ik niet aan denken! Ik moet wel afstappen bij de kleine heuveltjes en het mulle zand. In de volgende ronde word ik al ingehaald door de snelle heren die de lange afstand doen. Na de eerste vijf of tien hoeft ik niet meer zo nodig aan de kant, want die mannen gaan net zo min meer winnen als ik. Ik trap en schakel gewoon lekker door en haal een vader met zoon in zelfs. Het gaat steeds harder sneeuwen, maar koud heb ik het niet. Mijn grijns wordt wel steeds groter. Ik ben ontzettend blij dat ik voor de korte afstand heb gekozen, moet er niet aan denken alle rondjes drie keer te doen met dit weer. In het derde rondje (er zijn 3 verschillende rondjes en de eerste doen we dubbel) moet ik vaker afstappen bij de heuveltjes en in het mulle zand. Het zal me wat! Het eerste rondje is het gemakkelijkste en ik ben blij dat ik die mag dubbelen.
Mijn fiets maakt door al het zand de meest onheilspellende geluiden. Het gaat goed op een lage versnelling en met mijn fietsbeentjes. Dan wissel ik iets sneller terug naar de natte loopschoenen voor een klein rondje hardlopen. Ik lig ergens achteraan, maar dat kan me niks schelen! Ik zie Vincent bijna binnenkomen. Omdat ik alleen loop en rust heb, geniet ik nog meer van de sneeuw op het losgelopen zand en de vrijwilligers bedank ik hardop. De brug is een beetje wit en nog niet g
uur over en ben heel tevreden dat ik het volbracht heb. Dat is na zo’n drukke en onrustige week toch ook wat waard?! Zowel het team van mijn kind als ikzelf zijn vierde geworden in onze eigen categorie. Waarmee zij laatste duo zijn en ik een-a-laatste ben geworden. We kunnen door naar huis met natte en vieze en koude troep. De keuken slopen. In 1 moeite door. Geloof het of niet: ik kan prima netjes alles afbreken. Zwemtraining gaat echter zonder onze aanwezigheid door. Weer ergens heen te moeten rijden… dat trek ik niet meer. Dan heb ik wel heel weinig gezwommen de afgelopen week toch? Dus ik meld me op zondagochtend om kwart over 8 in het warme bad van Almere Buiten. Ik kan daar een paar uur zwemmen. Mijn opgave is ‘endurance’; lang achter elkaar de baantjes blijven draaien. Moeilijk is het niet, maar ik krijg bij tijd en wijle wel trek. Lastig is dat ik één van de weinige borstcrawlzwemmers ben. Ik hou het vol en heb aan het einde nog een leuk gesprekje met een andere vrouw die beter borstcrawl zwemt, maar wel aan me ziet dat ik train voor een triatlon. Dan moet de rest van de keuken worden afgebroken, dan moet de was worden gestreken, dan moet en moet en moet….. Uiteindelijk ben ik de week doorgekomen, maar ik maak me wel een beetje zorgen om mijn gehoest.