2019-19

Maandag 27 mei. Ik ging vroeg werken, want er moet iets af. Volgens mijn baas moeten we daarvoor allemaal offers brengen en alles op alles zetten om het project te laten slagen. Ik voel dat niet precies zo, maar ik zal mijn best doen… En als ik vroeg begin, zo dacht ik, dan kan ik ook bijtijds stoppen voor de fietstraining. Helaas… Het project liep ook uit. Besprekingen, van gedachte wisselen met de collega’s: de fietstraining was al lang en breed begonnen toen ik arriveerde. Kon ik samen met Rob gaan wandelen. Hij bedacht een oplossing voor het werk, waar ik zelf niet opgekomen was. Ik had net zo lang doorgewerkt tot ik er bij neergevallen was. Stoppen kan ik de baas, de klanten en de collega’s niet aandoen. Opgeven is wel het laatste wat ik zou doen! Daarom ben ik een triatleet: je geeft alleen maar op als het echt niet meer kan. En qua werk is het zo erg toch nog niet…..

Dinsdag 28 mei. Vanwege de stakingen werk ik thuis. Stuur ik mensen aan. Bel ik met tevreden klanten. Ondertussen denk ik over de oplossing na en langzaam dringt tot me door dat er bij neervallen niet het beste op zal leveren. Dat het me mijn werk én mijn triatlon zal kosten. Ik werk hard door en neem een besluit. De beste oplossing is om ontslag aan te vragen, om per 1 juli te stoppen met werken bij het bedrijf waar ik ruim 3 jaar heb gezeten. Dan heb ik in juli vrij. Eerst voor het hoofddoel, dan even vakantie en ik hoeft me alleen nog maar bezig te houden met iets nieuws vinden. Door de mist die al een tijdje om me heen hangt, komt een straaltje licht. Ik wist niet dat de mist, de apathische vermoeidheid, het gebrek aan belangstelling zo dicht geworden was. Vincent geeft de doorslag: hij begint te juichen als ik zeg te willen stoppen op het werk. Ik ga naar de hardlooptraining en nu kan ik het gekwebbel weer aan en wil ik met de anderen meelopen voor ik in mijn uppie weer aan het twijfelen sla. Ik kan wel flink op tempo doorkachelen en ook nog praten. Het voelt nu al beter!

Na het hardlopen ga ik zwemmen. Ik moet toch het brilletje op sterkte testen! We zijn maar met zijn drietjes in de baan en ik zwem vooraan. Gaat prima, ook de stukken zonder achtje. De stukken op snelheid doe ik lekker mét, lekker puh! We hebben de trainer die zo zijn best doet voor mij. Hij geeft mij een enorm compliment op geheel eigen wijze: hij vertelt de andere twee wat ze moeten doen. Ik doe het helemaal goed. WAT.

Woensdag 29 mei. Ondanks alles een onrustige dag met (ik durf het bijna niet meer te zeggen) wat extra werk en wat extra werkdruk. Zeker omdat het morgen Hemelvaartsdag is. Ik ga wel zwemmen. In baan 2 en we wisselen het kopwerk af. Ik hou het echt goed bij tegenwoordig. Ik adem dan ook 1 op 3 en met het brilletje kan ik zien hoe laat het is en hoe lang ik nog moet haha 🙂

‘s Avonds gaan Vincent en ik fietsen. We fietsen naar het Weerwater en Vincent verkiest een rondje Kasteel boven een rondje om het water. We kletsen lekker en hoeven niet snel. De luchten zijn erg mooi. Het fietsen gaat eigenlijk best moeiteloos, al raak ik aan het einde toch weer wat somberder.

Donderdag 30 mei. Het maakt niet uit hoe en of ik ga lopen vandaag. Ik had lang moeten fietsen, maar het past niet deze rommelige week. We ruimen op en zetten boeken in de nieuwe kast. Dat is vermoeiend. Maar ik moet ook naar buiten, maakt niet uit hoe ver! Ik neem muziek mee en ga richting de dijk. Het gaat. Het gaat prima. Ik nam toch maar de afslag door het bos. Ik kijk een beetje om me heen, ik voel een beetje de wind, ik ga gewoon door en door. Op de dijk met de wind mee. Over het bruggetje waar de steentjes opnieuw gelegd zijn. Ik kijk uit over het water, door het bos, luister naar de kikkers en zie de weidsheid van de plassen. Ik heb wel dorst.

Ik zie de bankjes en beloof en verplicht mezelf tot een moment van rust na de 10 kilometer. Ik ben dan op de uitkijkheuvel en die heb ik voor mezelf. Ik speel met de telefoon en het fototoestel, zonder me er schuldig over te voelen. Het licht is geweldig. Uiteindelijk ben ik net voor het donker na 12 kilometer weer thuis.

Vrijdag 31 mei. Ik ga mijn ontslagbrief indienen. Op mijn eigen manier. En dat is fietsend. Al weken (maanden) verlang ik er naar te fietsen naar mijn werk in Zeist. Dit wordt een speciale. Helemaal alleen lukt me dat niet, dus KH gaat met me mee. Dan keer ik tenminste niet halverwege om! Ik vertrek ruim op tijd en ben veel te vroeg bij het Weerwater waar we hebben afgesproken. Omdat ik liever niet stilsta, fiets ik een extra rondje om het Weerwater. De eerste 15 kilometer zitten er al op. Maar vandaag lijken mijn benen van rubber en mijn buik bevat een grote dikke steen. Dat komt door de brief in de rugzak. We hebben wind mee op de dijk en kletsen naar de Stichtse Brug toe. Soms klaag ik, we roddelen, we lachen. We steken Eemnes door en trappen richting de A1. Het kost me geen moeite, maar we gaan dan ook niet hard. Het is geen wedstrijd! Ik doe nu de energie op om de laatste maand straks te denken: hier fietste ik… Bij kasteel Groeneveld trek ik mijn mouwtjes uit: het is lekker warm geworden. We passeren Soestdijk en dan vind ik het emotioneel zwaarder worden. Ik heb hier vaak gereden op deze binnendoorweg en had al maandenlang veel wilskracht nodig om niet om te draaien en naar huis terug te gaan. Vaak wilde ik stoppen en hier fietsen of door het bos lopen in plaats van naar het werk te moeten. Ik heb het nooit gedaan. Doorzettingsvermogen bezit ik in ruime mate! Nu moet ik dat gebruiken om door te fietsen. Dat we op de terugweg appeltaart hebben verdiend, is een fijn vooruitzicht. Langs de grote huizen, langs Den Dolder. KH kwebbelt me er wel doorheen, terwijl de steen toch steeds iets zwaarder wordt… We fietsen door Huis ter Heide en als we de A28 over zijn, vind ik het echt spannend. We zetten de fietsen beneden en ik lever mijn brief in bij RP. Ik ben er vooral blij en opgelucht onder. Ik spreek mijn collega nog even over het werk en we praten nog even met de baas JM over het waarom en de achtergrond. Ik sta daar zoals ik ben: in mijn fietskleren, stinkend en best een beetje kwetsbaar. KH krijgt een chocomelk en dan stappen we weer op de fiets. De steen is weg, ik voel me een stuk lichter en het lijkt alsof we wind mee hebben. We rijden helemaal achter Den Dolder langs. We besluiten om naar de theetuin te gaan bij Eemnes. Ik heb wel het gevoel dat ik KH een beetje ophoud, maar het is er niet minder gezellig om!

Voorbij Soestdijk en Groeneveld en ik heb wel een beetje een dipje. Mijn sportdrank is ook op. Wat een prestatie 🙂 Het is even doorpeddelen over de Eemdijk/Wakkerendijk. De kilometers rijgen zich aaneen. Bij de theetuin nemen we appeltaart en ik vul de bidon bij. Ik voel me prima!

KH ziet nogal op tegen de wind op de dijk en stelt voor de andere brug te nemen. Dat vind ik prima want ik zie de honderd kilometer al tegemoet! Het is totaal nieuw voor me om door Huizen te rijden. Kan ik mooi even bochten oefenen. Ik ben wel wat moe, maar niet kapot. Ik ontdek samen met KH nog een weggetje langs de golfvelden. Dan de Stichtse Brug over en ik verkies het spoorbaanpad. Verder om over de dijk hoeft even niet meer van me. Ik wil de mail nog naar mijn baas versturen. De honderd haal ik wel. Het laatste stukje fiets ik alleen en na 113 kilometer ben ik thuis. Eigenlijk…. is dat net niet genoeg! Ik wil eerst de mail versturen en heb dan geen zin meer in hardlopen. Waarom is het niet genoeg? Omdat ik voor 1 keer de 1000 kilometer in een maand wil halen. Nog 12 kilometer. Ik ga ‘s avonds met Vincent fietsen. Hij doet de route. Dat is een keer leuk als het echt een verrassing is! Ik kom zelfs op 1005 kilometer uit! Het was een enerverende maand. Laten we het daar op houden.

1 juni. Een lome dag. Moe van alles. Niet van het fietsen op zich, maar van alles. Ik ga gewoon zwemmen! In het kinderuurtje. Het is niet druk. Er zijn zelfs twee banen voor de volwassenen! 1 baan met 2 snelle mensen en 1 baan met drie langzamere mensen. Ik ga doorzwemmen. Gewoon endurance. niet nadenken, 1 op drie ademen. De andere twee stoppen zodat ik de baan voor mezelf heb. Na 1500m kom ik toch even op adem en dan pak ik het achtje. Ik zwem nog een keer iets van 700m. Het uur is om.

‘s Avonds moet ik een brief wegbrengen in de buurt. Dat ga ik hardlopend doen. Daarna loop ik wel een stukje verder. Het voelt zwaar, traag en sloom. Als de brief weg is, twijfel ik over het ommetje door het bos: misschien maar gewoon de korte route naar huis? Dan krijg ik een appje van de baas JM wat begint met: “je bent een mooi mens. Onze korte ontmoeting gisteren…” De tranen vermengen zich met zweet. Hoe de app verder ook gaat, in mijn ogen zie ik alleen dat ene zinnetje.

Ik loop door het bos en het gaat een stuk lichter. Ik kom een buurjongen tegen. Ik loop steeds ietsje sneller. Ik ben gegaan voor 3 kwartier en die maak ik ook vol. 7,5 kilometer. Al met al gaat het nog best goed deze week. Volgens de app moet ik mijn werkmail lezen, maar dat stel ik nog even uit.

2 juni. We gaan buiten zwemmen. Vincent, DR en ik. DR is de beste zwemmer van ons, maar zijn voelt zich niet helemaal goed. Voor Vincent is het de eerste keer buiten dit jaar. De eerste keer in een nieuw wetsuit. Hij is bang voor het koude water, maar het is bloedheet buiten. Als we de wetsuits aan hebben, zijn we blij in het water te kunnen afkoelen!

Vincent heeft veel woorden nodig, maar hij vindt het ook super! Ik vind het water wat troebel, maar het is wel lekker. DR doet rustig aan en dat is goed voor haar. Ik mag van hen een stukje verderop gaan zwemmen. Mijn brilletje op sterkte werkt super, ik zie de rode boei liggen. Ik zwem erheen, maar vind de speedboten een beetje eng. Als ik er eenmaal ben en ik draai me om, dan zie ik hoe ver ik ben gegaan. En ik moet nog terug! Sorry lieve DR en Vincent, de bril zorgt er voor dat ik me een beetje op de afstand heb verkeken! Ik zwem terug en heb wel prima zicht. Ik kan nu 1 op 3 ademen en soms met gemak 1 op 4. Ik zwem me niet over de kop. En ik geniet er van. 1500m en 40 minuten. Niks snel, niet superver, maar wel supergaaf en heerlijk.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-18

De andere blogs zijn in tekst klaar, maar nog niet qua beeld. Ze komen er aan! Update: 10 juni – alle blogs staan online.

20 mei: Rust. Tijdens de fietstraining van Vincent wandel ik samen met Rob een heel stuk tussen het groen van Almere naast de snelweg. Mijn hoofd kan het niet opbrengen om te fietsen. En daar luister ik maar eens een keer naar!

21 mei: Hardlooptraining. We zijn met een klein groepje van 5 mensen bij de ‘middelsnelle’. Ik ben vandaag de langzaamste. By far. Er zit geen energie in. Wel bij het inlopen, want ik ontmoet iemand uit mijn wijk die ook aan triatlon doet. Heerlijk! Maar daarna valt het me niet meer mee, ik kan niet zo snel, de hartslag is vreselijk hoog en meer dan hoog kan het niet worden. Dus meer dan niet te snel kan ik ook niet gaan. We doen zijdes van driehoekjes hard. Bij mij is het allemaal hetzelfde tempo. Dan lopen we door het bos, dat lukt me wel en dat vind ik leuk. Ik heb het te warm. En dan doen we nog een keer versnellingen die mij niet lukken. En door het bos lopen. Ik doe de versnellingen niet meer mee, ik loop de driehoekjes gewoon op 1 tempo: mijn eigen. Constateren dat het vandaag niet lukt, accepteren (dat is wat lastiger) en doorgaan. Ik maak de training wel af; dan wachten ze maar op mij vandaag. Eenmaal thuis laat ik het fietsen achterwege. Een foto heb ik ook niet gemaakt.

22 mei: De auto van Rob moet voor de zomerbanden naar de garage. Dat is niet ver, het is mooi weer, dus hoe kom je dan weer thuis? Hardlopend! Ik neem Vincent mee. Samen hobbelen we de 2,5 kilometer terug naar huis. Heerlijk! Nu is de hartslag laag, er hoeft niks en het tempo hoort bij de hartslag. Ook nu maak ik geen foto. Als thuis het (huis)werk af is, gaan we samen een stukje fietsen. Ook nu hoeft er niks en gaat het lekker. Ik hou de cadans hoog. We gaan door het Wilgenbos en helemaal langs de Lage Vaart terug. Ik fiets met het luchtkastje van mijn werk. Dat maakt het ook weer lastig, want zo heb ik het werk bij me tijdens mijn hobby!

“Je hebt meer apparatuur bij je dan de maanlander in 1969 had!” schrijft mijn collega 🙂

En dan moet de auto weer worden opgehaald natuurlijk. Ik ga nu alleen hardlopend naar de garage, want Vincent heeft muziekles. Ik kan nog iets harder en de hartslag is iets hoger. Door de zonnebril op sterkte raak ik een beetje dizzy. En dan gaan we samen naar het zwembad. Ik ga supergoed in baan 2. Ik zwem vooraan, ik hou vooraan bij (zeker met achtje) en ik zwem ook nog eens lekker. Ook zonder achtje kan ik de 400m met gemak zwemmen. Het verbaast me. En doet me goed.

23 mei: Mijn hoofd loopt om van het werk. En dat kost nachtrust. Teveel om te gaan werken. Ik heb weer een keer geen rust genomen en vandaag wreekt zich dat. Ik ben erg, erg moe, erg jankerig en instabiel. Pas tegen de avond ga ik sporten, hoewel ik het liefst op de fiets zou zijn gesprongen. Ik ga wel alleen lopen als Vincent op de baan is. Even geen andere mensen alsjeblieft zeg. Ik ben ziek en een beetje geblesseerd, maar dan in mijn hoofd. Van de trainer mag en moet ik even wat rustiger aan doen en aan mezelf denken. Ik heb besloten halverwege op een bankje te gaan zitten. Om van het uitzicht te genieten. Tempo is niet van belang. Rust kunnen nemen is de oefening. Ik loop om de Leeghwaterplas heen. Onrust zit overal in me en is moeilijk achter te laten. Ik loop langs de Hoge Vaart richting de boten, maar kom een avondvierdaagse met schreeuwende kinders tegen. Die verpesten mijn bankje. Dan maar het bankje aan de andere kant. En dat bankje is bezet. Ik pak een bankje verder. En daar zit ik dan. Genieten van het uitzicht. Ik vind het moeilijk. Ik kijk hoe ver het nog is, ik app naar Rob, ik luister even naar de vogeltjes, mag ik al verder, hoe lang zit ik er al… Rust kan ik nog niet zo goed. Maar ik maak wel een foto! 5 Minuten mag ik blijven zitten. Moet ik blijven zitten.

En dan loop ik weer terug naar de baan. Afstand, tempo: ik heb het even losgelaten.

24 mei: Fietsen mag ik. Ik ga alleen. Ik heb goed geslapen (want nu heb ik weer weekend). Ik besluit eerst door de stad tegen de wind in te gaan en een rondje Noorderplassen te doen. Als ik wil, kan ik er een rondje Oostvaardersplassen achteraan plakken. Ik ga op de tijdritfiets. Wederom is tempo en opdracht volledig ondergeschikt aan volhouden én rust nemen op een bankje! Ik fiets lekker. Na 15 kilometer kom ik op de Oostvaardersdijk. Ik zal er bijna 25 kilometer op blijven met de wind mee. Ik ga op het stuur liggen en vergeet de sores. Het andere rondje plak ik er achteraan, want ik wil op het bankje op de Knardijk gaan zitten om van het uitzicht te genieten. Daar hou ik me aan vast. En dan komt de verbeelding van hoe ik er in sta qua rust en rust nemen: ik kijk de hele dijk uit naar het bankje, maar als ik op de Knardijk ben, wil ik eerst even wennen aan de veranderende wind en fiets ik het eerste bankje voorbij. Het tweede bankje dan! Maar ook die laat ik liggen. Dan volgt er een overleg met mezelf in mijn hoofd en is er veel overtuigingskracht voor nodig om mezelf te beloven het bankje bij de sluizen te nemen. Uiteindelijk lukt het wel, maar dat is echt een barrière in mijn hoofd! En daar zit ik dan.

Ik maak een foto. Ik app Rob. Ik kijk. En dan hoor ik de vogels. Ik kijk niet naar de tijd. Dat is alweer een stapje verder dan gister. Als ik zin heb, ga ik weer verder en fiets ik terug naar huis. Uiteindelijk fiets ik ruim 60 kilometer. Een mooi stukje. Dat doet er net toe.

Ik ga ‘s middags naar de sportpsycholoog. Die moet me helpen de wedstrijdspanning te levellen. Draagbaar en hanteerbaar te maken. Ze zegt dat ik nog net niet overspannen ben, maar dat ik ook rust moet nemen en echt in moet plannen. Een dagdeel niks moeten. Dat lijkt me moeilijker dan een opdracht met vele uren fietsen!

25 mei: We hebben een feestje vandaag. Vincent wordt dertien en hij geniet van de mooie kado’s. Ik geniet van de taart en andere heerlijkheden. Het is al met al vermoeiend. Maar wel geweldig leuk, gezellig en waardevol.

26 mei: Vandaag mag ik met mijn dertienjarige held samen trainen. Dit is een kleine droom: we gaan samen het rondje om de Oostvaardersplassen volmaken. We nemen Robs racefiets, een setje om het zadel te verstellen, gewone pedalen, de helm van Vincent die gemakkelijk aan twee maten aan te passen is en een rugzakje vol snoep en gels. Voeg er twee bidons aan toe en een oefening voor mij van 3 blokken van 50 minuten en tussendoor 15-20 minuten fietsen en off-we-go. Onderweg gaan we spelletjes doen: Guess the animal (goed voor zijn engels), who-is-it… Ik ga eerst lopen in zone 1, maar dat lukt me toch niet en ik laat het horloge piepen.

We hebben al twee who-is-its achter de rug voor we op de dijk komen. Ik neem op 5 km een gel en dan de dijk op. Vincent is intussen verknocht aan Robs fiets en gaat even lekker hard wind mee. Na 8 kilometer en 50 minuten wisselen we helm, jasje, zadelhoogte en rugtasje. Ik eet een Twix en kom weer bij terwijl Vincent rent.

Ik ga ook even hard en dan zijn er een paar wielrensters die vragen hoe Vincent zo alleen midden op de dijk terecht gekomen is… na 18 minuten los ik hem weer af en wordt het wat zwaarder, ook al mag ik in zone 2 lopen. Ik kan ook wel iets harder, maar de dijk is erg lang en best saai. Veel adem voor lange spelletjes heb ik niet meer. Vincent vangt Pokemons en fietst vooruit. Op de Knardijk besluit ik tot het Oostvaarderscentrum te lopen.

Het is verder dan ik denk en ik loop 10 kilometer in een dik uur. We houden een plas-wissel-bijtank pauze bij het Oostvaarderscentrum die iets langer duurt. Dan mag Vincent weer lopen. Dat tempo ligt wat hoger als dat van mij! Hij loopt dan ook 2,5-3 kilometer. Hij geeft aan wanneer hij weer wil wisselen. Dan ga ik met het plan om 12 kilometer te lopen. Even geen hartslagbeperking. We gaan een black-box spelen. Mijn tempo ligt een stuk lager, maar het is wel erg gezellig. Die van mij is hartstikke moeilijk en houdt hem kilometerslang bezig. We gaan het Kotterbos in en opeens is mijn energie er vandoor. Dan wisselen we weer. Vincent zet vet aan en gaat hard.

Ik praat, hij rent (13 kilometer per uur) Hij loopt tot het andere centrum en dan mag ik het laatste stukje. We wisselen om en ik ga nog wat harder lopen terwijl hij praat. Ik haal net de 30 kilometer niet, maar ik vind het heel mooi geweest voor vandaag! Ik heb er energie mee opgedaan en ik ben er ook moe van geworden. Tijdens de F1 vallen mijn ogen herhaaldelijk dicht, maar ik geniet ook nog flink na van onze tocht en het feit dat we dit samen kunnen doen.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-17 Rustig naar de OD

Het boogprogramma is vernieuwd! Nog veiliger, moderner… en even wennen… Dus de foto’s zijn er wel deze week, maar de vormgeving kan verbeterd worden!

13 mei: rondje Naarden

Ik bracht Vincent naar de fietstraining. Dat is ongeveer 10 kilometer fietsen. Ik ga zelf verder, want in de groep bochten oefenen is toch wat lastiger! Ik ga naar Naarden Vesting: lijken me heerlijk veel bochten! Het is lekker weer. Ik fiets op een prachtig fietspad met een keurig nieuwe brug onder de Hogering door en dan… houdt het fietspad opeens midden op midden in het niets. Terug dan maar en toch even door het Kromslootpark naar de Hollandse Brug. Ik kom achter iemand te fietsen die mij langs de golfbanen leidt. Ik hou de cadans hoog, snij de bochten af en geniet van de omgeving. Dan ben ik opeens bij Naarden. Ik mag het voetpad niet op en moet omfietsen langs de A1. Beetje zonde, maar daarna ga ik maar weer terug. De zon valt prachtig over de vesting.

Het is echt mooi en ik stop eventjes om er van te genieten. Maar niet te lang: er wachten nog vele bochten en ik moet op tijd terug zijn om Vincent op te pikken. De bochten gaan goed, maar ergens mis ik het laatste stukje fietspad en moet ik het stadje een klein stukje door. Dan ben ik rond en ga ik terugracen naar Almere. Ik heb nu wind tegen, dus het is iets meer mijn best doen. Vooral de brug over is dat best eventjes zwaar. Ik ga voor het eerste van mijn leven blij het bochtige spoorbaanpad over. Uiteindelijk ben ik 5 minuutjes te laat, maar… ik moet er nog zeker 10 wachten! Samen fietsen we weer naar huis. 50 Kilometer in de pocket.

14 mei

Ik hoeft alleen maar te gaan zwemmen. En een stukje lopen mag ook. Deze week vult het schema mij niet helemaal aan. Ik besluit een uurtje te gaan lopen en zet de zwemspullen ook vast klaar. Naar de manege en terug is het plan. De zon schijnt, ik heb geloof ik muziek bij me en ik hobbel rustig voort. Joyce heeft vandaag 12 kilometer gelopen en ik wou dat mij dat ook zou lukken. Maar ja, er staat zwemmen op het schema… Ik loop tamelijk moeiteloos vandaag. Eerst een half uur in zone 1 en dan zou ik naar zone 2 moeten, maar dat gaat vanzelf. Ik tel de kilometers liever door. Ik loop lekker onverhard. Ik loop te piekeren en tegen Joyce te “kletsen”. Om de manege heen lukt me gemakkelijk. Daarna loop ik door het bos heen. Ik kijk naar de bomen, de snelweg zo vlakbij en hobbel maar gewoon een soort van moeiteloos door. Ik ga over de Trekweg en loop Almere in. Ik kan nu naar huis lopen en gaan zwemmen of ik loop nu lekker en ga nog even door. Op het moment dat ik besluit lekker door te lopen en te kijken of ik ook 12 kilometer kan halen, daalt de rust nog verder in. Ik ga verder langs de Vaart en neem een gelletje. De hou ik vast en zal ik dadelijk wel in een vuilnisbak gooien. Voor me loopt iemand en heel, heel rustig haal ik die in. Ik denk dat 12 kilometer mij ook gaat lukken. De hartslag blijft laag. Ik hou de lege gel maar vast en mijn benen gaan maar door. Na de 12 kilometer ga ik door voor 15 kilometer: vandaag lukt het prima! Ik kom er achter de Stripheldenbuurt achter dat ik een ommetje zal moeten maken en ook dat is geen moeite. Het zwemmen mis ik nu toch! Uiteindelijk loop ik zelfs 16 kilometer. In precies 1 uur en 40 minuten. Ik heb genoten, een lage hartslag gehad en een prima tempo passend bij de lage hartslag.

15 mei

Ik had een lange fietstraining staan, maar het gaat er op deze woensdagmiddag gewoon niet van komen. Eerst moet ik naar de therapie en ik wil eigenlijk liever zwemmen. Uiteindelijk ga ik met een groepje ‘minder snelle’ zwemmers het buitenwater proberen om half 5. Kortom: aan alle kanten past een paar uur fietsen er niet tussen. De therapie doet me heel, heel erg goed en ik heb een paar belangrijke dingen ontdekt over de duiveltjes die mijn wedstrijd van tevoren altijd overnemen. Er is ook een duiveltje voor het buitenzwemmen: Het is te KOUD. Gezelschap gehouden door het duiveltje: Je kunt nu eenmaal niet zwemmen. Maar zoals altijd: ik luister niet naar de duiveltjes en ga lekker TÓCH. Wetsuit aanhijsen, wachten op GN, BIJ en DH. Een heerlijk clubje: niks hoeft, alles is goed. Het valt mee. De kou. Het valt me alles mee. Ik kan lekker zwemmen en adem 1 op 3. Dat gaat hartstikke goed. Ik zwem achter DH aan en achter mij de andere twee. Het gaat heerlijk, ik kan niet anders zeggen.

Er zijn al veel plantjes. DH keert om en ik dus ook. Zwemmen we tegen de golfjes in. Ik blijf aan één stuk door zwemmen en 1 op 3 ademen. Gaat allemaal prima. Ik zwem nog een stukje terug om de andere twee op te halen en al met al zwemmen we ruim 1500 meter binnen 40 minuten. Ik zou wat minder mijn hoofd uit het water moeten halen, maar met deze kou heb ik meer lucht nodig merk ik. Ik heb genoten! Alle duiveltjes weer in een doosje gestopt.

Daarna moet mijn fiets naar de fietsenmaker in de buurt. Er kraakt iets in de racefiets en van tijd tot tijd loopt ie vreselijk aan. Ik fiets er samen met Vincent door het Kotterbos naar toe.

We laten mijn fiets achter, Vincent neemt de rugzak over en ik wissel de fietsschoenen om voor hardloopschoenen. Ik ga lopend naar huis. Ook met een kleine omweg. Ik loop wat hard. Als we de loopclub tegenkomen, zelfs nog ietsje harder.

Toch vind ik het na 4 kilometer wel meer dan genoeg. Niet lang gefietst, wel buiten gezwommen en gelopen. Sorry dan.

16 mei.

Ik had kunnen rusten. Niks op tegen. Het erbij kunnen houden dat ik samen met Vincent ontzettend ben gaan uit eten bij Onderweg. Maar al die toetjes he… En de ontbrekende fietsuren van gister… Ik ga nog een uurtje voor de zon ondergaat! Ik wil een rondje om het kasteel. Het gaat heerlijk. Ik heb eerst wind mee, weet dat en incasseer later wel. Nu zit ik lekker op de tijdritfiets en ik moet en zal een rondje Kasteel. Het is mooi buiten.

Het is altijd een beetje de weg zoeken, maar het rondje om het kasteel lukt me. Dan ga ik richting Onderweg en wil ik een rondje Weerwater er aan vast plakken. Het wordt een heel ruim rondje! Ik kom langs het nieuwe busstation en moet dan tegen de wind in de stad door. Dat zou minder erg moeten zijn, maar dat is niet helemaal zo. Het wordt steeds donkerder! Uiteindelijk wil ik het rondje bijna afmaken, rij ik om om 30 kilometer te halen en ben ik net voor het donker thuis.

17 mei

Ik heb KH bereid gevonden om buiten in het Gooimeer te gaan zwemmen. Morgen is daar de wedstrijd en ik moet weten hoe koud het is. Ik moet me haasten. Voelt niet goed. Eenmaal in het water is het duidelijk: dit is VEEL kouder dan het Weerwater. Ijzig. Het lukt wel, maar niet heel gemakkelijk. Mijn voeten bevriezen. Ik kan wel zwemmen, maar als KH eenmaal begint, ben ik weer wat slomer. 1 op 3 ademen lukt ook nu weer. We zwemmen tot de flat en ik maak me oprecht zorgen over morgen: dit is wel erg koud!

Van KH moet ik ook meer eten om hier energie voor te hebben. Nee, daar kijk ik naar uit _NOT_ Terug hebben we golfjes en zelf ik vind 1 op 3 nu lastig worden. Sommige stukjes doe ik schoolslag, dat kan ik morgen ook doen. Om de rust er in te brengen. We zwemmen een dik half uur en ik val bijna om als ik het koude water uit kom!

Maar ik mag nog lopen en KH gaat mee. Gaan we even het terrein verkennen waar morgen de wedstrijd is en Vincent vanavond al start. Maar hij hoeft niet buiten te zwemmen… Hij mag rennen-fietsen-rennen. Het water is 13,4 graden. De voeten doen vreselijk veel PIJN bij het lopen. De eerste 500 meter toch echt. Daarna valt het alles mee.

We lopen 4 kilometer en hoe weet ik niet, maar het gaat in een flink tempo. We moeten vast en zeker opwarmen!! ‘s Avonds kijk ik lekker hoe slecht Vincent de eerste keer loopt, hoe fantastisch hij daarna fietst en hoe lekker hij daarna nog even loopt. Ik heb voor mezelf een hard hoofd in het koude water.

De Duin Triatlon in Almere Haven

17 mei

Het is raar hoe het went om alle spullen bij elkaar te zien. Hoe het went om een voedingsplan te maken. Hoe het went aan de afstanden. Er sluipt een soort gemak in. Atletenlicentie, chip, fietsspullen: alles ligt klaar en is klaar. Ik kijk er niet meer van op. En dat het mijn dag-van-de-maand niet is, zou ook moeten wennen. Maar dat doet het niet. Een flinke tampon dan maar. Het koude water zal alles wel afknijpen hoop ik en het pakje is toch rood! Wat niet went zijn de overvloedig aanwezige duiveltjes. In soorten en maten: “Het water is te koud, je gaat verzuipen” “Je valt om als je er uit komt en iedereen lacht je uit” “Je kunt niet fietsen” “Oh, wat zul je verbranden” “Je word allerlaatste” Ik weet dat ze allemaal (bijna) niet waar zijn, maar ze zijn er wel. Mijn startnummer is bijna onze postcode. Kalm zet ik de fiets neer en met SG samen -die naast me staat in de wisselzone, verkennen we de ellenlange looproute van het zwemmen naar de wisselzone. Ik kan wel 1000 keer vallen! Ik eet nog twee bolletjes en we gaan op tijd richting het water.

Ik heb gedaan wat ik kon, dit is een training; probeert het engeltje de duiveltjes te overstemmen. Enigszins tevergeefs. We mogen het water in en de kou beneemt me minutenlang de adem. Zwemmen lukt me wel, mijn brilletje zit goed en dan is de ergste kou er af. Gelukkig is het een waterstart! Pang en ik ga gewoon. Ik adem 1 op 2 en maak gewoon iets langere slagen. Ik cirkel een beetje om de mensen heen en de kou valt mee. Ik doe lekker mijn ding en ook hier al hoge plantjes. Ik volg altijd een beetje mijn eigen route. Ik maak 3 schoolslagen en ga dan een tijd op iemands voeten hangen. Tot ik hem/haar kwijtraak. Het is niet meer koud. De eerste boei is er snel, de tweede rond ik nog krapper. Bijna wil ik al terug gaan, maar ik moet ook nog een derde boei om. Ik ben nooit zo goed in de weg vinden op het water! Dan terug. Ik hou het prima vol. Het gaat. De kou is echt ver weg. Ik hoeft dit maar 35-40 minuten vol te houden. Daar ga ik van uit. Er zijn geen golven. Dan zit de eerste ronde er al op. Ik maak het zwemmen in elk geval af, want ik vind dat leuk. Ik adem een tijdje 1 op 3, maar richting de verre boei dwaal ik weer teveel af naar links. Een kanoer stuurt me terug. Ik heb het gevoel dat ik of afsnijd of veel te veel zwem. Ik kom weer tussen de witte badmutsen terecht (mannen 50+) en volg gewoon. Krap om de boeien heen. Nog dat hele eind terug en ik maak me maar vast zorgen over het uit het water komen. Het is best ver terug en dan ben ik bij de steiger. Het er op klimmen is het lastigst. Alle draaierigheid ontbreekt. Dan kijk ik op mijn horloge en ben ik maar een half uurtje onderweg geweest! Ik heb toch echt 1500m gezwommen. Hoe het verder ook gaat, ik heb een goede dag! Vorig zwom ik 7 minuten langzamer. Ik doe mijn wetsuit uit op de lange looproute en kan zelfs moeiteloos dribbelen. Ik zie MB en ben blij haar te zien. Ik vind snel mijn fiets, de dames om mij heen zijn al weg. Ik besluit dat ik nu al sokken aan doe, hoewel ik het niet koud heb. Ik doe alles keurig en neem een gel. En dan spring ik op de fiets en moet ik meteen de grote bocht in. “het is maar een bocht” zeg ik hardop tegen mezelf. Ik klik in en ga fietsen. Over het fietspad, aangemoedigd door DvanKH, de buurman van KH en mijn eigen mannen: “Kom op mama”. Daar ga ik de dijk over. Er zijn nog veel fietsers, want iedereen doet deze ronde 4 keer, maar wie in welke ronde zit… Ik kijk en heb DvanKH beloofd van de omgeving te genieten. Toch geniet ik niet echt deze keer. Ik ga hard, wordt ingehaald alsof ik stil sta, ga dames op kleine racefietsen voorbij. Ik lig, drink en ken de omgeving te goed. Er zijn nog mensen bezig met zwemmen, dus ik was niet laatste. De eerste 5km in precies 10 minuten. Dat moet sneller kunnen, maar goed. Dan wind mee, vissers aan de kant en de fijne weg. Ik kijk wel even naar het Cirkelbos en zie een bankje. Vinkje zetten bij “genoten-van-de-omgeving”. De dijk weer op (ik ben niet zo van het omhoog fietsen geloof ik) en daar neem ik een gel. Het tempo zit er lekker in nu en ik zal niet meer zo langzaam fietsen. Elke 5 kilometerblok begint nu met een 9 minuten. Zelf vind ik de mensen die gewoon op een bankje zitten te kijken leuker dan de grote horde toeschouwers. CB zit te kijken en maakt geen bombarie: heerlijk. Dan ga ik de drukte in en de grote bocht door. Het klinkt stom, maar ik herhaal mijn teksten hardop. De bochten gaan redelijk. Nog een rondje. Ik kan een paar bochten prima nemen, maar de dijk af en een 90 graden bocht gaan me iets te hard. Ik drink meer dan genoeg en voel geen trek. Bij het bankje staan ook grote meerpalen. Dubbel vinkje bij de “omgeving”. Er ligt iemand naast de kant bij de vissers, de medical-motor is er al bij. Als ik de dijk weer op ga, staat CB daar weer en de “snelle” fotografe SZ. En dan staat MD daar. Dat breekt mijn hart: hij heeft de hele triatlon gedaan vorig jaar, lacht altijd en kreeg toen ernstige hartklachten, maar hij is er nog, nu met pacemaker. Dat hij hier komt kijken, komt supporten en die eeuwige grijns komt tonen, vind ik klasse. Dat toont hoe hij is, hij had zich er ook ver van kunnen houden omdat hij dit misschien niet meer kan met zijn lichaam. Maar nee, hij ís er. In de grote bocht die ik weer hardop pratend doorga, staan Rob en Vincent. Ook DvanKH schreeuwt weer dat het goed gaat en ik lach bij iedereen die ik zie. In de derde ronde consolideer ik wat. Het is rustiger geworden op de route en ik kijk naar de anderen. KH gaat als een speer. Ik neem weer een gel en voel een paar druppels. Gezien het geknoei van de gel kan ik het wel gebruiken, maar veel is het niet. Ik hou wel van de rust op het parkoers. Maar nu heb ik alle tijd om te twijfelen en dat gaat me erg goed af. Eigenlijk wil ik er een punt achter zetten. Niet achter deze wedstrijd, maar mijn hele trainingsdoel. Ik moet er niet aan dénken dat ik tig van dit soort rondjes moet rijden, dat ik nog zoveel trainingsuren voor de boeg heb en dat dit maar een vingeroefening is. Dat is een vrij standvastig duiveltje. Ik rij weer richting MD, maar ik weet niet of hij er nog was. Ik zie wel anderen en ik bewonder BIJ omdat ze daar met een dikke grijns fietst en ik bewonder KH die al zo ver voor ligt en zo doorbeukt.

In het laatste rondje draait de wind. Ik heb ‘m nu mee op de dijk en maak er gretig gebruik van. Ik heb genoeg gedronken en dik 30 kilometer gefietst binnen een uur. Dan is veertig kilometer nog te overzien. De bochten neem ik nu met gemak en het Cirkelbos bestudeer ik grondig: ik moet er maar eens gaan lopen om de meerpalen te onderzoeken en de bordjes te lezen. Langs de vissers is het tempo moeilijker hoog te houden door de tegenwind en een lichte vermoeidheid. Het engeltje met de boodschap “dit-is-een-training” heeft de moed opgegeven. Ik neem nog een gel en verbaas me dat ik nog wordt ingehaald, maar misschien moeten die nog een extra ronde ofzo. Ik zie BIJ nog een keer en ook CB blijft strak op zijn post. Ik haal 40km binnen 5 kwartier, maar het is natuurlijk weer meer dan dat. En dan is er de stopstreep, vrij plotseling. De wisselzone in en daar staat SG haar sokken aan te doen. Ik zit vlak achter haar en ben verbijsterd. Ik heb mijn schoenen snel gewisseld. Zelfs het lappen van mijn horloge gaat elke keer goed. Het is net iets te druk in de te kleine wisselzone, waar de snelste sprinters ook al binnenrennen. Ik loop vlak achter SG aan. Eerst even zoeken. We gaan weer 4 rondjes doen, dus iedereen loopt door elkaar. Al binnen 500m haal ik SG in, ook al spijt me dat wel een beetje. Het tempo voelt goed aan. En daar is MD weer! Er staan anderen bij van de club, maar ik zie hem alleen maar: mijn held en op dit moment een steunpunt. Als hij hier nog staat, geef ik niet op. Ik zie clubgenoten die rondjes lopen, ik zie KH en de stralende KD. Er zijn er vast meer, maar van mij hoeft de herrie en drukte niet. Dat iedereen elkaar gedag roept. Ik neem een spons en schrik van de eerste kilometertijd: 5 minuten. Dat gaat Anke geen 9 kilometer meer volhouden. Ik ga uit van 5:40, dus dit is wat te veel van het goede. Langzamer mag, nee móét.

Verkenning, dit. Een stukje onverhard zelfs en een grappige nep-raceauto. Meer merk ik niet op, want ik vind de route saai. Het fietspad is krap. Misschien te onrustig voor mij. Na 2 kilometer krijg ik last van de tampon. Alle mannen moeten maar een paar regels overslaan, maar dit is letterlijk kut. 8 Kilometer zijn nog lang. En vertragen heeft geen zin, dan duurt het nog langer voor ik naar de dixie kan. Onderweg is er geen Dixie. Ik ram dus gewoon door. Als ik er nog van zou gaan genieten, is die kans nu verkeken. Ik zoek MD en aan de kant staan nog meer mensen me aan te moedigen. Ik lach naar ze, maar van binnen is dat niet echt zo. Ik weet dat ik nog best mooi en hard loop, maar de enige reden is dat ik er snel vanaf wil zijn! Je mag naar me roepen, maar eerlijk gezegd heb ik niet veel zin in antwoorden en tel ik de rondjes af. De meiden van de groep van GN juichen me luid toe. Ik denk dat ze een rondje voor me liggen. Eigenlijk moet ik na 3 kilometer een gel nemen, maar ik taal er totaal niet naar. Ik neem wel elke keer een spons mee. Ik zie een andere vrouw de bosjes induiken, maar ik heb niet echt ruimte daarvoor. Ik ga onze voorzitster inhalen. Echt zin om dat van tekst te voorzien heb ik niet en kan ik ook niet zo. Ik lach wel naar de mensen die ik tegenkom.

Het is even rustig op het parkoers: alle snelle mannen zijn weg en de sprint is er nog net niet helemaal. Mijn grote vriend RV loopt net achter KH. Ik krijg niet goed uitgevogeld wie waar loopt. Ik ben al bijna op de helft! Nog maar twee rondjes! Ik voel me inzakken na ruim 4 kilometer. Niet zozeer mijn tempo, maar mijn energie. Ik neem nog een spons mee, koel af en zwaai naar Rob en Vincent. Dan neem ik nog een gel. Iets te laat eigenlijk, maar ik zit al op 5 kilometer en daar heb ik nog geen half uur over gedaan. Ik kijk goed naar de andere mensen op het parkoers. De eerste lieden van de sprint schieten er tussendoor. Ik zie wel dat MC en JT supersnel zijn. Ik neem nog wat water, maar krijg het moeilijk weggedronken.

Dan nog een ronde en ik haal 1 van de luidruchtige dames in. Nog even en dan naar een toilet op zoek! Mijn tempo blijft rond de 5:30 liggen. Ik zie dat RV KH heeft ingehaald: zij zijn er bijna. Ik zie BIJ ook weer op het parkoers en ik geef MD bijna een handje. Het wordt weer druk, maar nu met sprinters. Rob en Vincent moedigen me nog een keer aan en ik neem nog 1 spons. Dag stomme onverharde pad, dag parkeerplaats, dag vrijwilliger, dag waterpost. Het gaat geen volle tien kilometer worden. Ik heb het niet gemakkelijk, maar de Dixie lonkt. Ik ben verbaasd dat er mensen zijn die nog een rondje lopen en op me achter liggen. Ik zie MB, altijd een glimlach waard. En ik geniet van de prachtige stijl van AS (zus van). Nog een keer omhoog en dan ben ik er! De tijd kan me niet meer schelen: ik wil hier weg. Ik zie Vincent en ik zet gelijk mijn horloge uit.

Ik neem de medaille en loop meteen weg. Liever geen hottub haha. Ik zoek Vincent en wil de tas. Maar daar zit geen reserve in. Eenmaal staand is het weer dragelijk, maar het doet wel zeer. Ik ben heel erg snel weer bij eigenlijk. Ik moet allemaal mensen gedag zeggen. Daar heb ik niet zoveel zin in. Ik ben aanzienlijk sneller geweest dan vorig jaar. Heel veel. Ik heb allemaal goede keuzes gemaakt. En ik drink direct de hersteldrank op. Vincent haalt de tas en ondertussen praat ik met deze en gene. Ik kom heel opgelucht de Dixie uit en ga MD nog even bedanken. Verder spreek ik iedereen, maar ik ben niet in opperbeste stemming. KH mag superterecht naar het podium en DH ook. Pas bij het inpakken van de fiets realiseer ik me dat ik niks te klagen heb. En dat dat het enige is wat aanvoelt als een enorme klacht. Pas als KH me er op wijst dat dit mijn hoofddoel niet is, breekt het bijna. Ik had net besloten dat het hier ophield, maar ik ben er nog niet zeker van vrees ik… Ik geef BIJ nog een dikverdiend schouderklopje en dan wil ik eigenlijk gewoon weg. Dit voelde lang niet als de overwinningen die ik eerder heb behaald. Het voelt bijna als “een makkie”: ik ben het toch een beetje gewend geraakt. Ik ben razendsnel weer hersteld, ik heb geen overvloedige honger, ik heb geen last van mijn darmen, de hartslag was lang niet zo hoog als vorig jaar, ik heb redelijk snel (!) gewisseld, er is niks kapot gelopen, ik heb harder gefietst als bij de tijdrit, ik heb behoorlijk hard gelopen met een gemiddelde van 5:25. Maar de euforie, de trots is er nog even niet.

Dan kan ik mijn racefiets ophalen. Hoe? Nou, ik ga hardlopend heen en fiets lekker rustig terug. Ik vind het een beetje raar, maar ik weet dat ik het kan. Heel rustig een kilometer of 2 dribbelen. Meer lukt mijn benen ook niet meer. Er vallen weer een paar druppels. Vincent fietst kletsend naast me. 7 minuten over een kilometer en het voelt niks soepel aan. Het licht is wel prachtig. Na 2 kilometer ben ik blij dat ik er ben. Fietsen gaat echter weer als een zonnetje. De fiets kraakt nu minder dan ik. En Vincent en ik kletsen heerlijk. We fietsen een klein half uurtje uit. Dat lukt prima. Het herstelvermogen is formidabel gelukkig!

19 mei

Ik slaap als een roos! Als je vroeg gaat slapen, ben je ook vroeg wakker helaas. Zeker als de kat moet spugen. Ik blijf lekker lang liggen, maar heb teveel zin in een boterham met hagelslag. Als die op zijn, gaan Vincent en ik het uitfietsen combineren met ijs eten en andere sporters aanmoedigen.

We fietsen naar Haven en gaan daar kijken naar de team-triatlons. Goed voor Vincents toekomst! Leuk om te zien dat zij het ook koud hebben. Leuk om andere mensen te spreken. Mijn ontevredenheid kan ik nog niet zo goed onder woorden brengen. We gaan een ijsje eten.

En dan fietsen we langzaam weer terug naar Nobelhorst, waar vriendin Joyce gaat hardlopen. Zo komen we van het ene sportevenement in het volgende. Meteen lopen we Joyce tegen het lijf. Ik heb even spijt dat ik niet meedoe, maar mijn benen weerleggen dat gelukkig direct. Ook hier weer veel bekenden. En harde muziek. Ik klets met RV.

We brengen Joyce richting startvak en dan wil Vincent graag de harde muziek verlaten en dat snap ik. We fietsen terug en als we de A27 over zijn, verlaat de energie me. Ik ben moe, ik wil naar huis. Ik neem nog sportdrank en snoepjes om het te halen. Ik ben gewoon moe. Maar mijn benen zijn weer bij en spierpijn heb ik niet. De rest van de middag geniet ik van de muffins, zit lekker achter een computer en kom een beetje bij.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-16 Stresssssss

6 mei. Na een lekker vol sportweekend kan ik er op mijn werk weer tegen! Ik ging bijtijds weg om de fietstraining te halen en nog snel iets te eten. Ik fietste samen met Vincent naar het Anna Park. Voor mij echter geen fietstraining vandaag, want er stond een bike-run-bike op het programmaatje. Ik voelde echter blijkbaar de trainingen van afgelopen weekend toch nog een beetje, ondanks dat ik al lang geen spierpijn meer had; het voelde best zwaar vandaag. Ik vond het niet erg de meute voorbij te fietsen en door te fietsen naar KH die daar dichtbij woont. Zij ging even op mijn fiets passen, zodat ik kon gaan lopen. 8 minuten zone 2, dribbelen, en dan 2 keer 8 minuten zone 3 met dribbelpauze tussendoor. Een half uurtje dus en KHs zoon zei dat om het ziekenhuis 5 kilometer was. Ik had mijn fietsjasje aangehouden en dat was een beetje te warm. Daar hou ik niet van. Zone 2 was wel te doen, maar ik zag al op tegen zone 3. Het dribbelen ging prima! Rondje om het ziekenhuis in zone 3 was prima te doen. Dan onder het tunneltje door en de dribbel waar ik me al op verheugde na 2 minuten zone 3. 8 Minuten is de doen, maar vandaag voelde het wel iets langer aan. Het laatste blokje in zone 3 ging nog steeds op een aardig tempo (onder de 5:30), maar voelde niet meer lekker aan: warm en wat zwaar. Gelukkig maar een half uurtje. Bij KH kletste ik natuurlijk te lang en toen moest ik nog naar huis fietsen. Dat voelde ook niet helemaal soepel alsof ik wind mee had. Ik schreef vanmiddag wel stoer naar de trainer dat ik geen rustdagen heb opgebruikt na de flinke training van zaterdag, maar mijn lijf was het daar niet helemaal met mijn hoofd op 1 lijn. Het ging allemaal wel en ik heb geen spierpijn of ergens anders pijn, maar de soepelheid ontbreekt toch even. Actief herstel zullen we het maar noemen.

7 mei. En dan komt daar de werkdruk bij die alleen maar erger wordt: 1000 dingen tegelijk, niet de dingen die ik het meest leuk vind die ik het eerst doe, ik sleep me soms een beetje door de dag heen, opdat ik ‘s avonds maar lekker kan sporten. De vermoeidheid zit ook een beetje in mijn hersens blijkbaar, maar ik zet gewoon door! Vincent en ik reden naar de looptraining. Ik ging met de langzaamste groep mee, dat was duidelijk. We deden oefeningen en toen gingen we inlopen over het nieuwe busstation boven de A6. Ik vond het geweldig! We gingen 5 minuten op ons 10-kilometertempo lopen en dan als groep 2 minuten dribbelen. Dat sloot best mooi aan voor mij, want als dat 8 minuten kan, kan 5 minuten helemaal goed. We starten toen we naar beneden liepen en ik vond een heerlijk en snel ritme van rond de 5:00 per kilometer. Ik keek goed om me heen naar deze nieuwe route en vond het leuk. Eenmaal vlak lag het tempo iets lager, maar 5:30 was prima vol te houden. Dribbelen vind ik ook geen probleem, ik zuig de groep wel op. De trainster zei me heel duidelijk dat ik niet harder mocht dan 5:30, en ze had groot gelijk. Weer 5 minuten door het bos bij de schapen. En dribbel! Daarna gingen we voor 5 minuten via het bos en daar genoot ik van! Dan maar een lager tempo (5:45), maar de rust, de bomen, de natuur, de avondzon: al mijn werkzorgen verdwenen en ik genoot voor het eerst sinds tijden even echt van het hardlopen! Ik was blij dat ik een remedie had gevonden om af te koelen: Anke gaat weer wat onverharde paden opzoeken! Ik huppelde bijna de volgende dribbel door. Weer 5 minuten op tempo en ik liep voorop: wel zo lekker stil. De zon was erg mooi. We dribbelden voor mijn gevoel een heel eind verder de A6 weer onderdoor. De trainster gaf me mee dat ik maar niet moest gaan wandelen, maar altijd eerst dribbelen. Toen moest ik zeggen welke marathon ik ging doen. Gelukkig gingen er weer 5 minuten in voor iedereen kon reageren! Daarna gingen we uitdribbelen. Het hoefde voor mij geen tien kilometer te worden, geen uur. Ik had lekker gelopen en daarmee punt. Of….

Er volgde nog een uurtje zwemmen! We mochten 1000m inzwemmen en dat vind ik heerlijk. Ik nam mijn achtje, verstand op nul en aftellen. Het ging lekker en ik deed er maar 20 minuutjes over! Daarna volgden oefeningen en ik deed alles vrolijk mee: ook het gedeelte alleen benen. Op het einde ontdekte ik dat ik niet met mijn hele lijf zwem, maar eigenlijk alleen met mijn armen. Als ik met mijn hele lijf een beetje draai gebeuren er twee dingen: die benen gaan meehelpen en ademen aan twee kanten wordt natuurlijker. De doorhaal wordt dieper. Ook hier kwam het uur niet vol, maar ik vond het wel best.

8 mei. Thuiswerken, het huishouden en toch een hoop onrust. Ik moest fietsen, 2 uur, maar het regende. Dat kan ik er dan net niet bij hebben. Daar baal ik dan van. Want wanneer moet of kan ik het inhalen? Vincent en ik gaan wel zwemmen. Ik ga in baan 2. Het gaat best goed, als ik maar oplet dat ik met mijn hele lijf zwem. We doen allemaal oefeningen. Als de ene voorop zwemt, is het tempo wel normaal, maar zwemt een ander voorop, dan ligt het duurtempo ineens veel hoger! Ik vind het verwarrend en vervelend. Gelukkig is de zon op en onder water heel erg mooi en concentreer ik me daar maar op. Na het douchen vertel ik vriendin DH van mijn plannen en zij is de eerste die heel oprecht heel lief reageert, zonder welke bijtoon dan ook. En precies goed: “ik vind het zo leuk voor je!” Met haar geinige accentje, dat is precies wat ik horen wil.

9 mei. De stress op mijn werk is hoog: ik doe nu echt vanalles tegelijk en kan het zelf ook niet meer goed volgen. Ik haal een beetje plezier uit een goed telefoongesprek, maar ik ben niet meer erg blij daar. Morgen heb ik een sportmedische keuring en die zit me onwijs dwars. Ik mag niet te hard of te veel sporten in aanloop daar naartoe, maar dat is lastig. De baantraining past dus sowieso niet. Ik mis de kracht om mijn eigen training in het horloge te zetten. Ik zal blij zijn als ik een uurtje kan lopen. Tempo laag houden maar. Accepteren dat vermoeidheid in het hoofd weerslag heeft op het geheel. Alles doet een beetje pijn: mijn linkerhiel, mijn rechterknie, mijn linkerknie, mijn rechterarm: maar niks wat echt blokkeert. Ik hobbel gewoon. Hou het tempo laag, maar de hartslag blijft hoog. Dat is met stress. Ik vind het moeilijk, maar ik blijf lopen. Probeer van het schelpenpad te genieten, van het bos, van het sluisje. Het lukt niet echt. Ik verval snel in piekeren of somberheid. Het Wilgenbos wil ook niet. Gaat alleen maar slomer. Ik denk nog dat mijn looptechniek vandaag ook te over laat. Dat looptechniek gelukkig niet telt: kijk maar naar PL, die loopt ook raar, maar wel een heeeeeel stuk harder dan ik. Ik loop rustig de dijk op en moet dadelijk weer terug. Wie kom ik daar tegen?! PL!! We maken een praatje en met zijn vriendelijke vragen beurt hij me helemaal op. Dat is het eerste wat ik leuk vind vandaag en als ik omkeer, loop ik zeker een kilometer lang gemakkelijk! Als ik weer bij het sluisje ben, heeft de benauwdheid het weer overgenomen. Ik blijf doorlopen en wil de tien kilometer volmaken. Daarvoor moet ik een ommetje nemen en ik heb nog tijd. Ik kan de weg ook steeds moeilijker bedenken. Het paard, het gedenkbord tussen de struiken, de volkstuintjes, een andere groep, de spelende kinderen bij het asielzoekerscentrum, de politie-auto: ik registreer het allemaal wel, maar er lijkt weinig mee te gebeuren. Ik maak tien kilometer vol en dat is het dan. Dat wordt een zware keuring morgen….

10 mei. En dan? De hele vrijdagochtend met goed weer stil gaan zitten? Werken? Of op de bank hangen? Werken moet even, maar daarna ga ik met Manuel fietsen. In zone nul of één. Heel rustig, een uurtje bijpraten. Toch kan ik het werk niet goed loslaten en blijf ik een beetje opgesloten. Misschien zie ik toch een beetje op tegen de keuring. We gaan niet hard, het hoeft niet hard en we kletsen wat. We doen een rondje om de Noorderplassen. Ik ga op de tijdritfiets. Pas als we na 3 kwartier op de Oostvaardersdijk de wind mee hebben en de lucht en de omgeving adembenemend mooi zijn, kom ik van binnen een beetje tot rust. Dan heb ik dus urenlang op hoogspanning doorgebracht en dan brengt het wijdse zicht op het water een beetje verlichting. Natuurlijk fietsen we meer dan een uur en ruim 30 kilometer. Wel heel netjes: zone 1 is geen moment uit beeld geweest!

De sportmedische keuring. Omdat ik met mijn zus aan het bellen was, had ik geen tijd om me druk te maken of ik de keuring wel zou doorstaan. Sowieso had ik me daar niet druk over gemaakt. We werkten eerst de vragenlijst door en daarna werd ik doorgemeten. Echt slank ben ik niet volgens de weegschaal, maar het vetpercentage is wel oké. Mijn spieren werken allemaal helemaal naar behoren, zijn even lang en erg soepel. De reflexen kloppen, de bloeddruk is ook goed. Dan een hartfilmpje gaan maken: ik word volgeplakt met stikkers en aangesloten op kabeltjes. Mijn hartslag is prima: de uitslag is die van een hele fitte sporter. Dan moet ik gaan fietsen. Steeds ietsje harder. Terwijl mijn hartslag gemeten wordt en van tijd tot tijd ook mijn bloeddruk. Ik hoeft alleen maar te fietsen en het wattage wordt elke minuut met 20 (wat?) opgehoogd. Ik moet in een hoge cadans blijven fietsen tot mijn benen niet meer kunnen. Mijn cadans ligt boven de honderd en ik kijk naar de treinen buiten, naar de metertjes, naar de (gammele) fiets. Zolang ik het maar leuk blijf vinden is er niks aan de hand. Het is wel warm. Na precies 9,5 minuut vind ik het opeens niet meer leuk: “wat doe ik hier, ik kap er mee, het heeft geen zin” denk ik dan. Ik stop niet, ik wil graag de tien kilometer fietsen, ook al klopt de snelheid van geen kant. Ik fiets geen 50, maar leuk is het wel. Ik heb weer een doel. Ik kreeg het wel zwaar. Niet dat ik opgeef -ik was nog niet op 10 kilometer- maar na een minuut of 12/14 gaan mijn benen het dan op: ze doen geen pijn, maar ik kan de cadans niet meer boven de 80 houden en opeens zakt het weg. Dan nog even uitfietsen en ik haal de tien kilometer pas bij het uitfietsen. Mijn hartslag ziet er prima uit en ook met de bloeddruk die ondertussen een paar keer gemeten is, is niks mis. De plakkers mogen er weer af en ik spoel me even af. We bespreken de resultaten, maar ik heb ze niet allemaal onthouden. Precies op het moment dat mijn hoofd het opgaf, zit mijn omslagpunt. Mijn hoofd vangt dus wel een signaal op van mijn lijf dat ik boven mijn kracht ga werken. Op het omslagpunt kan ik wel een hele tijd doorgaan, maar deze keer moest ik er overheen. Mijn hoogste hartslag en het omslagpunt verschillen niet veel ten opzichte van de test van 2 jaar geleden. De wattages zeggen mij niet zoveel. Wel weet ik dat ik net niet te dik ben… Ik ga er niks aan doen: ik drink en rook niet, laat mij maar teveel snoepen. Wat me wel wat zegt is dat mijn VO2max in twee jaar tijd gestegen is: 2 jaar geleden zat ik al ruim boven de norm van 38 met mijn 42 en nu is het doorgestegen naar 46! Ik ga tevreden weer naar huis: fysiek is er geen enkele beperking om te finishen. Misschien kan een sportcoach me helpen om ook probleemloos te gaan starten.

We zouden nog gaan zwemmen, maar het is te koud. Vincent hoeft niet te gaan zwemmen volgende week bij de triatlon, dus we slaan even over. Echter, mijn fiets moet nog even naar Vico de fietsenmaker om nagekeken te worden. We fietsen er met zijn drietjes heen. Ik voel wel dat ik al een beetje veel op een zadel heb gezeten. Er schraapt iets aan de achterkant van mijn fiets, maar het is niet gemakkelijk te reproduceren. Het kan geen kwaad, dus we fietsen een mooi rondje door het Kotterbos met zijn drietjes. Ik kan niet zo snel accelereren als de jongens, maar eenmaal op snelheid hou ik dat langer vol.

11 mei. Er stond een wisseltraining: 40 minuten hardlopen, 20 minuten uitfietsen en dat drie keer. Ik begon wat laat en had al het vermoeden dat ik het bij twee keer zou laten. De zon schijnt, de korte broeken liggen klaar en ik ga eerst lekker in zone 1 lopen. Het rondje langs de Oostvaardersplassen via de Evenaar. Ik heb een kalm tempo en zit elke keer net in zone 1. In tegenstelling tot donderdag geniet ik nu wel van de omgeving, ook al is me die heel bekend. Het is vogeltrekdag. Ik neem een onverhard pad net voorbij het Oostvaarderscentrum en daar ontdek ik een nieuw halfverharde pad tussen de bomen door. Het is er erg mooi. Ik denk dat ik een nieuw pad adopteer! Ik loop ruim 6 kilometer en ben na precies 40 minuten klaar. Dan pakken Vincent en ik de fiets en gaan we samen de andere kant langs de Oostvaardersplassen fietsen richting de dijk. We hebben wind tegen en ik heb het zwaar: ik merk gewoon dat het fietsen niet over houdt. We keren om bij de parkeerplaats en op de weg terug gaat het lekker hard, want dan hebben we wind mee. We fietsen ruim 27 minuten. Dan doe ik mijn hardloopschoenen weer aan voor 40 minuten zone 2. Ik doe de ronde met de klok mee en gaat nog beter. Ik voel me prima, het ritme zit er lekker in en de zon schijnt! Mijn hartslag blijft ook nu lager liggen dan afgelopen donderdag. Het tempo is aanzienlijk hoger. Ik zal niet beweren dat het vanzelf gaat, maar het voelt een heel stuk beter. Het wordt al druk bij de trekvogeldag. Ik ga gewoon lekker door. Alleen begin ik wel trek te krijgen en uit te zien naar de frikandellenbroodjes. Ik vind het eigenlijk zo ook wel goed en ga liever niet meer uitfietsen. Als ik na 7 kilometer (in iets meer dan 40 minuten) thuis kom, zijn de broodjes nog niet klaar. Ik ga dus toch nog eventjes fietsen. Doe ik het rondje nog een keer superkalmpjes op de fiets. Daarna val ik aan op de broodjes!

Maar er is ook nog zwemmen: Vincent gaat en ik dus ook. We zijn met zijn viertjes. ik ga 200tjes zwemmen: 200m met pulboui en letten op de doorhaal onder water en meezwemmen met het hele lichaam en daarna 200m zonder pullboui en letten op de ademhaling 1 op 3. Na een paar keer wisselen begint het in elkaar over te lopen en let ik ook met pullboui op de ademhaling en zonder pullboui op de doorhaal. Mijn horloge geeft me een paar baantjes kado. We moeten naar baan 6 voor de laatste minuten: dat voelt toch erg anders, maar ik zwem er nog 400m. Ik ben er een beetje moe van, maar wel tevreden met 2500m in een uur.

12 mei. Ik mag met de trainer gaan fietsen. Hij gaat me bochten leren rijden. We zullen elkaar op de rotonde bij de Knardijk en de Oostvaardersdijk ontmoeten. Ik rij er alleen naar toe op mijn tijdritfiets. Ik heb wind tegen, maar vooral mijn hoofd tegen: er zitten duizend duiveltjes tegen me te praten. ‘Arme trainer, moet hij in jouw slakkentempo fietsen’ ‘Ik heb geen fietsbenen vandaag’ ‘Bochten zijn niet mijn ding, ze zijn eng, want ik ben er een keer uitgevlogen’ ‘Het tempo is rampzalig’ ‘Misschien moet ik maar gewoon stoppen’ ‘Waarom ben ik niet in bed blijven liggen’ ‘Dadelijk ga ik vallen!’ ‘Of nog erger: uitklikken lukt niet’ ‘Ik ben te dik’ en vooral ‘Ik ben veel te langzaam’ Dat is maar een kleine bloemlezing van de duiveltjes. Er is maar 1 engeltje: ‘ik ben wel een doorzetter, want ondanks de tegenwind en het totale gebrek aan zin, fiets ik hier wél’ Ik ben op de dijk op mijn fiets gaan liggen en kom niet meer uit die positie. Ook niet in de bochten. Het tempo ligt echt onder de 25 en ik kom veel andere fietsers tegen. En dan wordt ik ingehaald door een supersnelle dame van de eredivisie. Dat maakt het er niet beter op. Ik kom meer fietsers tegen; die hebben blijkbaar naar de wind gekeken. Ik ook, maar dit is de kortste weg. In de verte zie ik de regen vallen. Als ik precies op de afgesproken tijd bij de trainer kom, blijkt het al enorm geplensd te hebben. Ik hoop dat de supersnelle dame er wel in zat, want ik heb geen druppel gezien! Het verklaart wel de natte fietspaden. En dus ook glad… Niet ideaal voor bochten. We gaan eerst kletsend de Knardijk af en eenmaal bij de trainer kan mijn tempo omhoog en is er niks meer om me druk over te maken. Ik klaag en raas even uit bij de trainer. Gelukkig snapt hij het, maar staat hij niet met een oordeel klaar. Als het moet kunnen we trainingstechnische een stapje terug doen, een groot deel van het werk is al gedaan. We fietsen over de weg en gaan dadelijk op het fietspad voorbij de Praambrug de bochten oefenen. Hij legt me de theorie vast uit en ondanks de belofte aan een zonnige ochtend, regent het weer. Wind en regen deren me niet zo: de duiveltjes zijn mijn grootste vijand!  De trainer leert me de rechte lijnen in de bochten te vinden. In het bochtje wat als een Sje loopt, oefenen we een keer of wat. De eerste keer rem ik, de tweede keer gaan we langzamer en gaat hij voorop, zodat ik de lijn kan zien. Teruguit is iets lastiger. Uitklikken lukt natuurlijk ook elke keer. Ineens zie ik de lijnen en worden bochten onderdeel van een racespelletje. Volg de blauwe, rechte lijn en dan hoeft je niet te remmen. Ik begin er van te genieten. Binnen een half uurtje zijn bochten verandert van een gevaar in een uitdaginkje. Er volgen nog best veel bochten. Je moet bochten ook niet naast elkaar nemen! We pakken het fietspad door het Kotterbos: bochten genoeg en elke keer mag ik voorop en soms wijst de trainer me de betere lijn, maar het gaat al heel vaak heel goed. We gaan de brug over naar de Evenaar en dan onder de brug door. De trainer zal terugfietsen naar Lelystad en niet over de dijk. Ik breng hem naar de Trekweg terug. Dat ik iets nieuws onder de knie heb gekregen vrolijkt me heel erg op. Als ik wil, kan ik nog vanalles leren, als het maar vanuit de theorie gaat. Ik pak het fietspad door het bos nog een keer en maak het rondje af. Ik zou twee uur en een kwartier moeten fietsen en ik weet nog een paar bochten te vinden op weg naar de dijk, dus ik fiets nog even verder! De zon is ook fel als ie weer tevoorschijn komt. Ik rij door naar de dijk en besluit nog even een welverdiend stukje wind-mee te pakken en via het bos weer terug te rijden. Haal ik 50 kilometer en haal ik 2 uur. Tot mijn verbazing kom ik veel mensen tegen die bezig zijn met de parcoursverkenning, ik dacht dat die al lang weg waren daar. In het ‘bos’ kom ik ook Manuel tegen die aan zijn lange duurloop bezig is. En dan fiets ik weer vrolijk de bochten door. Ik ben wel nat, vooral mijn voeten. Eigenlijk wil ik de 2 uur en een kwartier ook halen en voorbij het Oostvaarderscentrum heb ik wind mee en ga ik ook nog een stukje hard. Ik kijk de bocht in en kijk nu naar waar ik er uit wil komen, dus remmen doe ik niet meer. Hooguit even stoppen met trappen. Ik rij zelfs 55 kilometer (op zomaar een zondagochtend) en ook al rijden alle anderen 100 kilometer: ik heb een angst overwonnen en van de trainer mag ik mezelf daar wel mee complimenteren! Als ik de vuile fiets onder de overkapping zet, begint het weer te regenen. Net geen 13 uur deze week.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-16 Stresssssss

2019-15 Het seizoen begint…. Van de sprint tot de HD

28 april
Het seizoen gaat van start…. Vandaag de eerste echte triatlon met buiten zwemmen (in het buitenzwembad), fietsen en hardlopen. Het wordt een korte sprintafstand in Deventer. Vorig jaar hebben Vincent en ik ook meegedaan en dat beviel goed. Dit jaar schuift Vincent op naar de oudere jeugd van 12-16 en ik doe mee bij de pro’s in plaats van de recreanten. Rob rijdt, support en maakt de foto’s. We zijn er drie kwartier van tevoren en dat is een prima tijd. Gek genoeg wordt het ook steeds een beetje meer routine: fiets klaarzetten, schoenen erbij: ik ken het wel en weet het wel inmiddels. Vincents hoofddoel is het om mij te verslaan, mijn doel is het om sneller te zijn dan vorig jaar. En dan vooral op het zwemmen alsjeblieft. De druk maakt me zenuwachtig. En de slapeloze nachten doen me ook geen goed. Ik ben er een beetje misselijk en tegelijkertijd gelaten van. Ik zwem eventjes in in het warme binnenbad. Dan in het ‘verwarmde’ buitenbad. T*r*ng, wat koud! Ik had het echt koud-koud. Precies op het goede moment gestart, maar ik leek alle goede lessen vergeten in het kille water: ademhaling niet op orde, onrust, te hard van start. Desorientatie en koud.

Keren koste me echt moeite. Ik vond het niks leuk of beter gaan. Uiteindelijk ging ik maar iets kalmer zwemmen en 1 op 2 ademen. Dat bracht iets meer rust en ik kon de banen aftellen. Een beetje gedesillusioneerd stapte ik het bad uit en… 3 seconden sneller dan vorig jaar! Het is iets, maar niet wat ik gehoopt had. Ik was snel bij de fiets en de schoenen waren snel aan en de bril snel op. Helaas zette ik het horloge stil in plaats van de lapknop, maar ik merkte de fout al voor ik de wisselzone uit was. Met de fiets naar de baan en hoppa: trappen! Het eerste rondje was even wennen aan al die bochten. En het computertje opstarten. Eén meneer ging me zeggen dat ik mijn trapper omhoog moest doen als ik scheef ging hangen. Wacht even: ik scheef? Dat is vooruitgang! Ik ging hard op de rechte stukken en nam steeds iets meer risico in de bochten. Ik telde hardop de rondes af. Ik lette op de trappers, maar liever nog schakelde ik terug en ging ik door met trappen. 1 Bocht haalde ik elke keer op het scherpst van de snede. Ik zat dik boven de 30 en dat was fijn zeg. Het voelde goed. Dit was niet koud. Toen kwamen de kinderen: soms een beetje enger, maar ook leuker. Ik fietste gelijk met DE, een meisje die snel is. Net geen stayeren. Ik zag Vincent ook de baan op komen en haalde hem gelijk zijn eerste ronde in. Ik zat in ronde 6. Mijn laatste ronde zette ik nog aan en haalde DE in. Heerlijk hard gefietst. Zouden die cadans-trubbels toch ergens toe gediend hebben; al was het maar meer vertrouwen en leren schakelen? Ik zag op tegen wisselen, want deze klikschoenen en de hardloopschoenen gaan moeilijker uit en aan. Dat viel erg mee en ging heel snel. Ik zeg het hardop: bril af, helm af-mag want fiets hangt, startnummer draaien en dan gaan lopen. Ik had wat tijd over van het fietsen. Dus kei-hard hoefde niet, maar het moest wel een uitdaging zijn voor Vincent! Ik lachte naar Rob en rende heel alleen. Ik was als een van de latere begonnen met zwemmen en dus was het rustiger geworden. Vind ik niet erg, maar ook niet uitdagend. Ben ik op mezelf aangewezen. Vincent fietste nog; ik vond het leuk hem nog te zien. Ik was het rondje van vorig jaar vergeten en keek nu maar over het gras heen. Het is maar 2,5 kilometer, maar hemeltje: dan kun je het ook warm krijgen hoor! Ik zweette en liep maar iets langzamer dan vorig jaar. 4:47 is behoorlijk voor mij! De schoenen zaten lekker. Ik liep plaatselijke wandelaars en een fietser voorbij. Brugje over en ik werd aangemoedigd door vrijwilligers die mijn tempo mooi vonden. Dan door naar de baan. Het leek zo eenzaam allemaal. De baan moet je nog een keer op en neer en dat wist ik wel, want er zaten nog geen 2 kilometer op. Toen liep er eindelijk iemand voor me, maar die slofte zo dat ik er met gemak voorbij flitste. Ik was wel moe, maar nog lang niet kapot en zette nog even aan. De tijd was net over 12 uur, dus ik was sneller dan vorig jaar, maar niet binnen 40 minuten. Ik draaide me meteen om om op de klok te kijken, maar die moesten ze even resetten… 40:55 YES! Sneller dan vorig jaar en flink ook. Ik had geen enkele moeite om naar Rob te wandelen en Vincent  nog aan te moedigen met fietsen en lopen. Vond ik nog wel even spannend of hij sneller zou zijn als ik… Ik gunde het hem wel heel erg. Hij haalde het net niet. Ruim 40 seconden. Wel superhard voor zo’n klein ventje. Ik koelde weer wat af en mocht Robs jas aan. Vincent werd helaas net vierde en dat vond ik ook sneu voor hem, want hij had zijn tijd van vorig jaar heel erg verbeterd. Nog meer dan ik! We hoefden niet te blijven voor de prijsuitreiking en konden de spullen ophalen. De recreanten waren nog bezig. Ik was er helemaal niet kapot van. Het is allemaal heel gemoedelijk en goed geregeld in Deventer. Vriendelijk, echt breedtesport en iedereen mag en kan meedoen. Jammer van het zwemmen, maar ik ben wel blij met het fietsen. En lopen- dat hebben Vincent en ik precies even hard gedaan! Van de 25 pro-vrouwen was ik 17de. Als ik ga tellen hoeveel daarvan 40+ zijn en hoeveelste ik in die categorie dan ben, dan ben ik -net als Vincent- vierde….
Al met al heb ik bijna een rustweek gehouden met minder dan tien uur sport!
29 april
Na zo’n week “rust” is er weer energie te over voor meer sport! Op maandag fiets ik samen met Vincent naar het Anna Park, waar de fietstraining is. Ik ga niet met de groep volwassenen mee, maar ga zelf de beentjes even lekker lostrappen. Ik wil wel eens de andere kant van het water zien en ga richting Muiden. De brug over, de provincie uit. Ik maak me niet druk om het tempo vandaag en ook niet om de cadans. Ik doe maar wat en dat is “trappen”. Ik fiets lekker langs de haven, heerlijk! En dan het kerkje en de lange dijk op. Ik merk wel dat ik een beetje wind mee heb, maar ook daar doe ik vandaag niet aan. Ik ben prima in vorm, maar nog wel sombertjes. Langs het prachtig klassieke dijkhuis en dan richting het Kasteel van Muiden. Ik vind het toch wel genieten zo midden in de polder. Bij Muiden moet ik heel even kijken, maar ik moet over het water heen om terug te komen. En dan heb ik een beetje wind tegen. Maakt niet uit: ik trap gewoon door! Ophaalbruggetje onder de grote spoorbrug en dan even doorbijten naar de Hollandse Brug terug. Ik nam het spoorbaanpad en bleef ook in de bochten trappen. Ooit gaat het wennen! En toen haalde ik Vincent op: ik fietste een rondje extra omdat ik ze eerst niet zag. Toen weer terug en Vincent kwebbelde lekker. Uiteraard moesten de 50 kilometer vol! Ik wen er al aan: 50 kilometer op een gewone maandagavond begint echt heel normaal te worden.
30 april
Het blijft maar onrustig op het werk. Heel vervelend. Dat kost erg veel energie, maar als ik thuis blijf, dan mag ik ook niet meer sporten. Dus ik zit soms de dag uit en ga dan ‘s avonds lopen. Met de training mee deze keer. Er was een kleine groep middelsnelle volwassenen. Een leuke en gevarieerde groep. Ik luisterde naar ze, maar mijn eigen somberheid zit vlak onder de oppervlakte. Versnellen zit er dan niet zo in: het lukt me gewoon niet om harder te rennen dan een stabiele basissnelheid. We doen iets met 100, 200, 300, 400 meter en dan steeds rustiger en daarna een kilometer terug dribbelen. Ik ben dus niet van het sprinten. Ik wil ook graag alleen lopen en ben erg verdrietig. Daar kan ik niemand bij gebruiken! Ik dribbel net zo hard als de 400m sneller lopen. Ik leg me erbij neer. Het is dat ik fysiek aanwezig ben; mijn gedachten zijn heel ver weg. Ik hobbel maar gewoon. Niemand mag iets tegen me zeggen, ook MB niet. Dan ga ik namelijk op het gras zitten te huilen en kom ik nooit meer weg. We lopen nog een keertje dat we moeten versnellen, maar ik doe de basissnelheid. Dan lopen we uit en samen met MB begin ik te kletsen over fietsen. Dat helpt me enorm, haar vrolijke vriendelijke gekwebbel. Met degenen die dat willen (bijna allemaal) lopen we de tien kilometer vol. Ik hobbel gewoon mee.
En daarna naar het zwembad. Het was niet zo druk door het voetbal. Lekker met 5 mensen in een baantje, heel goed. Dan kan ik in baan 2 en ik neem lekker mijn achtje mee. Ze kunnen me wat! In baan 2 is dat de mode: iedereen heeft er 1. We moeten 400m inzwemmen. Dan volgt een serie van 4×25 benen links en rechts. Dat gaat goed, tot ik mijn neus in het water moet doen: dan wordt het minder prettig. Daarna 4×50 heen met vuisten en terug gewone slag. Ik laat je jongeling voorop zwemmen en erger me aan de mevrouw die in baan 3 is gaan zwemmen omdat ze vind dat zij het na d’r cursus veel beter kan dan ik. Wat niet zo is, tenzij ze met achtje en flippers zwemt. Nog 3 keer 100m waarvan de laatste 25m hoog tempo. Ik maak het verschil vooral in mijn armslag en let vandaag goed op mijn hele lichaam te gebruiken en de schouders omlaag te drukken. Tot slot moeten we 400m zwemmen en elke 100m harder. Ik ga niet zo hard als de jongen voor me, maar wel elke keer harder. Dan doen we het hele riedeltje nog een keer: vreselijk benen, vuisten, hondertjes. Ik zit er lekker in. Dan de 400m en eigenlijk is de tijd om. De laatste 100m gaan dus echt snel 🙂 Zo, weer een dagje 2 uur gesport, wat stukken minder vermoeiend was als welke twee uur werken van de dag dan ook. En zo sluit ik april af met weer meer sporturen dan ooit tevoren.
1 mei
Vincent is met de trein naar Eindhoven gegaan, het werk is klaar (nooit af) en ik ga fietsen. Op de tijdritfiets. Daar moet ik op oefenen. Op die houding. Ik neem twee bidons mee en gels en vertrek een uur later als ik in eerste instantie wilde. Ik moet in zone 2 fietsen. Dat lukt wel redelijk. Iets met een cadans van 90-95, maar ik vind 80-90 ook prima. Op de Oostvaardersdijk is er een wolkbreuk gaande: vliegjes! Dikke zwarte wolken kilometers lang vol met vliegjes. Die achter je bril, in je oor, door je neus, op je gezicht pletteren. Geen ontkomen aan. Ogen half dicht, mond dicht: niks helpt. Afzien. Na een tijd is het over en kan ik een beetje over het water heen
kijken. Het gaat met wind mee gelukkig wel snel! De Knardijk gaat nog beter: die ben ik snel voorbij. Ik haal zelfs een andere racer in. Ik lig lekker op het stuurtje. De Praambult lijkt dichtbij en dan even een stukje inspanning op de ibisweg (of hoe die ook heet). De echte pret ligt deze keer op de Doddaarsweg: wind mee, recht, weinig andere mensen en lekkere muziek. Heerlijk tempo dus ook! Ik zie al een beetje op tegen de dijk, maar niet echt: dit is een training, geen wedstrijd! Bij het Horsterwold begin ik me serieus af te vragen hoe ik daar terecht gekomen ben. Hoe dit aanvoelt als ‘een beetje halverwege’ in plaats van als een rot-end. Het bos ligt er prachtig bij, zelfs vanaf mijn ligstuur. Ik ben alweer helemaal gewend en geniet van de tijdritfiets. Die is ook wel super hoor. Dan de Winkelweg. Het begint vermoeiend te worden, als altijd op die plek. Ik weet nooit zeker of ik de weg weet en het is er druk met ander verkeer. En de wind zit al meer tegen. Ik neem de stoplichten, ga maar niet over de autoweg fietsen met deze drukte. Kan ik lekker eventjes stoppen en een gel nemen voor ik de dijken ga trotseren! Het valt heel erg mee: ik zie haven liggen in de verte en dat ga ik halen ook! Het tempo en de wind vallen nog meer mee. Rustig door de havenkom heen en dan de dijk over richting de Hollandse Brug. Het is een raar idee dat ik al zover gefietst heb en dat ik niet meer zo ver hoeft naar mijn idee. Omdat ik de weg nu ken? Het tempo naar de brug toe lijkt wel of ik wind mee heb! Het is alsof er toch een soort spiergeheugen is: zoals je de stukken de eerste keer ervaren hebt, zo blijft het. Voorbij de brug volgt een tegenvaller: ik moet door de woonwijk Duin heen. Dat is vervelend met de heuveltjes, bochtjes en spelende kindertjes. Niet wat ik gehoopt had en ik word er extra moe van. Eenmaal op de Oostvaardersdijk begint de wind pas echt tegen te zitten. Ik ben moe, mijn benen zijn moe (warempel) en ik heb iets minder zin, maar ik moet en zal de 100 halen! Dat is nog ‘maar’ 20 kilometer. Ik heb moeite met tellen hoeveel tijd me dat gaat kosten. Van mezelf mag ik bij het Da Vincipad op het bankje gaan zitten. Dit is immers een training en geen wedstrijd. Ik smikkel de koek op en laat het bankje voor wat het is. De vliegjes zijn terug. Niet in zulke zwarte wolken, maar toch weer duidelijk aanwezig. Ik zet het tempo nog even door langs de Noorderplassen en reken uit dat ik door het Kotterbos om zal moeten. Ik hoop het binnen 4 uur te halen, maar dat moet lukken. Ik ben tevreden als ik helemaal rond ben. Als ik naar huis zou fietsen is het echt precies zo lang als de challenge: 93 kilometer. Maar ik fiets nog door. Het tempo zit er nog goed in en/of ik heb weer wind mee. Door het Kotterbos. Ik ben wel moe, maar niet stuk, gewoon vermoeid. Ik rij nog langs de vaart (en hard ook) en wil dan binnen 3:45 de 100 halen. Dat lukt nog ook! Thuis stap ik vermoeid en tevreden af. Voor het eerst sinds tijden heb ik zadelpijn. Overal, tot in mijn onderbroek, zitten de vliegjes. Blergh. Ik heb trek. Ik heb netjes de hele bidon water leeggemaakt.
3 mei
Gister had ik een dag niks. Ik was heel erg uitgeput van het werken en ik kon het niet opbrengen om ook nog eens te gaan hardlopen. Vandaag had ik de keuze of ik ging lopen of fietsen of koppelen, of toch lopen en waar dan of met wie of alleen, maar dat is niet goed. Teveel keuze is niet goed voor mij! Ik kwam er niet zo uit en pakte uiteindelijk de tijdritfiets voor een rustig rondje waar ik maar heen wilde. Ik dacht onder de A6 door en langs het Kotterbos. Een uurtje. Ik vroeg Manuel nog, maar die kreeg ik niet te pakken. Dus ik ging zelf. Ik volgde mijn neus en mijn voeten trapten rondjes. Meer en minder was het niet. Onder de A6 door, een beetje wind mee op de lange polderweg, veel liggen in het stuur en mijn hoofd maar malen en langzaam alle korreltjes afvoeren naar de trappers. Terug onder de A6 door en dan naar het Kotterbos. Ik dacht niet heel hard na over de route. Alles is bekend en weinig nieuws. Ik zag op tegen de beproeving morgen. Ik had nog tijd om naar de dijk te fietsen. Liever dat dan koppelen met lopen. Langs de Oostvaardersplassen. Het tempo ontbrak een beetje vandaag. Gelukkig de meeste vliegjes ook. Ik genoot van het heldere uitzicht op Amsterdam, van de vogels en hun gekwetter overal. Ik fietste terug langs de plassen en toen wilde ik toch wel de 30km halen, want dan is het morgen maar 3 keer dat. Dus fietste ik weer dezelfde mensen voorbij. Na 5 kwartier was ik weer thuis met 30km op de teller. Manuel hielp me ‘s middags om een voedingsplan te maken.
4 mei
De parcoursverkenning. Ik hoop niet dat er nog mensen zijn die meelezen en zich afvragen waarvoor, maar ik ging me melden in Friesland om het parkoers van de Frysman te gaan fietsen en de loopronde te bekijken. We gaan twee rondjes (van de 4) fietsen en (de anderen gaan) 1 of 2 rondjes lopen van de 6 rondjes loopparcours. Aangezien ik er dan toch ben en 2 rondjes fietsen 90 kilometer is, sla ik de gezamenlijke lunch over en ga 3 rondjes van 7 kilometer lopen. Dan hoop ik daarna om 4, 5 of 6 uur een zwemtraining mee te pakken. Kortom: we gaan de afstanden van de halve triatlon doen. En dat noem ik dan een training. Dus het hoeft niet hard, het hoeft niet snel, het is geen wedstrijd. Desalniettemin: ik ben helemaal zelf verantwoordelijk voor alle voeding onderweg. En voor de wissels. En ik moet in een groep fietsen. En het is vroeg. En alles moet klaar liggen. En dat vind ik al spannend genoeg!
Om kwart voor 8 rij ik met de nodige spanningsbuikpijn richting Stavoren. De spanning is pijnlijk, maar het haalt het niet bij het stukje naar Zeist rijden: hier zit ook wat “zin” bij, die richting Zeist de laatste tijd ontbreekt. Ik heb alles bij en goed voorbereid: de tasjes van de challenge komen goed van pas! Een tas voor naderhand (groen), een fietstas (rood) en een tas met de renspullen (blauw). Fiets ligt in de auto, bidons gevuld. Voor me rijden 4 auto’s met fietsen erop en erin, achter me ook een auto met fiets. Ik zal de enige niet zijn, maar misschien wel de langzaamste. Die angst beklemt me altijd.
Ik ben netjes op tijd met zo’n 40-50 anderen. Zij zijn goed ingepakt en ik heb alleen maar fietshandschoentjes. Het waait. En als ik dat zeg, als poldermeiske die heel wat gewend is, dan zouden jullie het over storm hebben over het Friese land! Ik doe een paar extra sokken aan en neem mijn looprugzakje met waterzak mee voor onderweg. Bij gebrek aan gels heb ik Twixen mee voor op de fiets. Samen met Manuel heb ik de koolhydraten uitgeteld en met de sportdrank samen moet ik elk uur een pakje Twix naar binnen werken. Ik heb mijn hardloophandschoenen vergeten mee te nemen, dus ik zal het met fietshandschoentjes moeten doen. Er is 1 man die helemaal geen handschoenen heeft. Niemand heeft een korte broek aan en gelukkig ben ik niet de enige vrouw. Al zijn veel dames heldenhelpers: de vrijwilligers om het parkoers heen die zo onmisbaar zijn! We krijgen een bidon met de nieuwe sportdrank en ik neem een gelletje cola van de Sanas. Die kan ik straks bij het lopen heel goed gebruiken!
Om kwart over 9 leggen de organisatoren het uit. Ik ben gelukkig niet de enige vrouw. Ik fiets op 3/4 van het peloton naast een vrouw die de Triple Dutch gaat doen: alle drie de hele triatlons in Nederland. Vorig jaar heeft ze net naast een ticket voor Hawaii gegrepen in de hele triatlon van Maastricht. Ze is ouder dan ik, maar kinderloos en met fulltime job. Ze komt uit het kite-surfen. Kortom: we kletsen de tijd moeiteloos vol! Zo in het peloton valt de wind wel mee, maar ik vind het lastig om tegelijkertijd ook nog goed op de route te letten. Daar is de parkoersverkenning toch eigenlijk voor. Dan begint het te hagelen. Hard! Dat is nadat de wind nog extra heeft aangezet. Mijn gewone bril is dan niet zo handig, die beslaat. Maar ik ben ook blij dat ik die op heb, want ik zie (zonder dat ie nat is) een stuk scherper. De hagel is niet fijn. Nog altijd beter dan vliegjes, hou ik me voor, maar dit is kouder. Ik moet gaan eten en drinken en kan mezelf er niet gemakkelijk toe zetten de bidon te pakken in de groep. Ik eet een eerste Twix. Ik kijk op de klok, maar weet niet precies hoe laat we weggingen en hoe laat ik de Twix op moest hebben. Tijd zegt mij niks meer, ik tel in kilometers tot de 90.
Bij de eerste post op 11 kilometer stoppen we even. Het is weer droog geworden. Ik klets verder met de andere deelneemster, dat zij ook gespannen is, maar niet voor de wedstrijd. We krijgen nog een flinke hagelbui op onze donder. We rijden door de Friese dorpen heen. Het is mooi en afwisselend, maar ik heb er nog niet zoveel mee. Ik kijk uit naar de dijken en windmolens. Zolang ze met me mee draaien. Ik heb niet het idee dat dit voor mij een zone 1 training is: het gaat hard en ik vind het niet easy. We houden het wel keurig bij elkaar. Ik eet en drink het eerste uur keurig. En dan draaien we tegen de wind in. De zon komt er zelfs bij en de omstandigheden wijzigen zo snel, dat ik uit balans raak. Ik moet mijn geklets onderbreken omdat ik de energie weg voel vloeien. Damn. 1 Meneer pept me op en geeft me een duwtje in de rug: “in het peloton gaan fietsen”, zegt hij me en hij wijst me welke kant. De lichte helling omhoog wind tegen: het zit me even niet. Ik drink veel sportdrank en de volgende Twix werk ik weg, maar nu kost het kauwen en doorslikken me moeite. Het geeft me wel kracht weer verder te gaan en ik rij de groep weer in. Even stilte, even alles weer op een rijtje zetten. Dan zijn we bij de post op 33km. We stoppen (een oude-mannenpauze) en ik kan de andere Twix opeten. Ik heb het totaal niet koud. Ook niet in mijn handen. Ik heb het ook niet te heet. We gaan de dijken op en ik kom naast de meneer te fietsen zonder handschoenen. We kletsen even dat hij zijn spullen vergeten is (oen), dat het ook zijn eerste triatlon wordt en dat hij uit Gouda komt en ITer is en een vervent Tacx-fanaat. Het helpt me de dijken over. En dan opeens zijn weer bij het Reaklif. Het hart van de triatlon. De wisselzone. Het heuveltje. Doen we nog een rondje? 90% van de mensen wel en ik natuurlijk ook. We stoppen even bij de auto’s voor bidonswissels. Mijn eerste bidon is het niet leeg. Ik durf niets te wijzigen.


Als je nu nog aan het meelezen bent en er toch enige vragen rijzen…. Als je een beetje geteld hebt…. De Frysman is een HELE triatlon. Zwemmen in het IJsselmeer. 180 Kilometer fietsen door het Friese Gaasterland. Veel bochten, licht glooiend; maar alsjeblieft zonder de hagelstenen. En dan 6 rondjes van 7 kilometer hardlopen. Een andere afstand is er niet. Ik weet al sinds december dat ik op 6 juli de Frysman kan gaan doen. Pas op 6 juli na het startschot om 7 uur ‘s ochtend weet ik het zeker. Geen minuut eerder. Daarom heb ik het lang verzwegen voor iedereen. Er moet geen enkele druk zijn. Thuis weten ze het, de trainer weet het, mijn beste vrienden weten het. Maar de rest weet het pas een maandje. En nog lang niet iedereen: geen social media berichten van mij! Eigenlijk weet ik al veel langer dat ik de Frysman zou gaan doen: al in de blog van de eerste halve triatlon staat: “Frysman? Bewaar me dat ik ooit een hele ga doen.” Deze race is kleinschalig, vriendelijk, betaalbaar en voor de zomervakantie uit. Aan de meefietsende organisator van het evenement leg ik uit dat mijn keuze al twee jaar vastligt, maar dat het nu ten uitvoer gaat komen. We zijn de tweede ronde ingegaan. Nu mag iedereen zijn of haar eigen tempo doen. Als ie de weg kent.
Ik ga niet mee met de voorsten, ben ze als snel kwijt. Ik doe graag mijn eigen ding. Kan ik om me heen kijken. De dorpsnamen onthouden. Zien hoe door Warns reed langs de school. Door de velden. Met de wind mee. Ik kijk nu veel meer om me heen. Van dit geploeter in mijn uppie geniet ik meer dan van snelle tijden in de groep. 1 Meneer vind dat ik mijn fiets nog wel kan bijwerken, die kraakt en steunt net als ik! Maar dit is de trouwe racefiets (die aanloopt) en ik ga straks op de tijdritfiets. Met de klikpedalen, dubbele bidons en met dit weer heb ik liever deze fiets. De groep valt uit elkaar. Voor me fietst een meneer in het rood-zwart van Triami Deventer en (ver) daarvoor de mevrouw en een man. Zij geven me redelijk de route aan. Ik lig niet laatste geloof ik. En anders wel. Ik zie de kunstwerken, de bomen, het oude restaurant, de plaatsnamen, de bruggetjes. En geloof het of niet: er volgt weer een aantrekkende wind en een dikke hagelbui. Ik fiets met de Triami-Meneer op. Stayer echt achter hem aan. We hoeven niet te praten, maar ik ben de man dankbaar. Het kost me veel moeite te bedenken of ik weer een Twix moet wegwerken. De kilometers tellen op en ik tel ze af. Kruispunten, de plek van de post, weer een dorpje, het oeroude bos, de grote weg. Ik weet nog stukjes van de route, maar het is nog lang geen geheel. Ik hoeft niet hard, ik mag niet te snel, want ik moet straks nog lopen. We komen bij het stuk waar het daarstraks mis ging en ik eet nu wat als ik de Duitse Kiteschule zie staan. Om het spiergeheugen te trainen dat dit geen breaking gedeelte wordt. De snelle jongens zijn ver weg. Ik eet en drink en merk dat het goed valt. De Friese TukTuks zijn weg. Ik neem de helling nu goed en de wind valt me mee. Als ik het maar alleen mag doen. Dan ga ik voorop fietsen. De meneer uit Deventer mag mee, maar het lukt hem niet. Ik fiets naar het volgende groepje toe. Het is even goed opletten in het dorpje, zeker omdat ik het daarstraks niet heel goed meekreeg. Snellere mensen halen me in, dus die zijn een keer misgefietst. Ik hou de witte twee voor me in de smiezen en haal ze bij op het laatste stukje wind mee voor de dijken. We praten heel even en dan laat ik de man achter me. De vrouw fietst hard voor me uit. Tot mijn verbazing haalt de man zonder handschoenen me ook weer in. Op de dijken heb ik het deze keer in mijn eentje zwaar. Ik moet echt bikkelen. Ik vind dit leuk (begrijp me niet verkeerd), maar de wanhoop dit straks nog 2 rondes te moeten doen, bekruipt me en ik vraag me af hoe dan. Ik kan het Reaklif zien en tel de kilometers tot de 90 af, maar het komt niet snel dichtbij. Uiteindelijk is het er toch! Ik rij naar de auto’s. Omkleden, even bijkomen, organiseren van spullen, een gel eten, drinken. Ik heb nog sportdrank over. Het verbaast me dat er ruim tien minuten na mij nog een hele groep binnenkomt van een man/vrouw of 5-6. De zon is gaan schijnen. Er gaan lopers in korte broek, maar ik niet.
Ik loop als 1 van de laatsten weg en een vriendelijke meneer wacht op me, zodat hij me even de weg kan wijzen. Het is een onverhard pad omhoog. Nu nog leuk, maar of dat de 5de keer ook zo is straks betwijfel ik. De meneer is een heldenhelper in het wisselvak, hij zou zelf nooit meer dan 15km lopen of buiten zwemmen. Zijn tempo ligt lager dan het mijne zou liggen, maar dat hindert niet. Ik ben niet met een wedstrijd bezig en ik moet nog een heel stuk. We kletsen over sportende kinderen, over het mooie Laaksum, waar ik nu al dol op ben, over Friesland. Ik spreek mijn oneindige waardering uit voor de heldenhelpers: ik weet dat ik heb hard nodig heb. We lopen naar Warns en 1 meneer zit aan de kant met een overactieve darm. Het is de meneer uit Deventer. Ik ga elke 3km een gel eten. Lijkt zo snel, na 3km al, maar het moet. Ik heb ze in mijn flipbelt en ik zoek de lekkere uit. We praten als we Warns door zijn over de Friese taal en dan moet de meneer even een pitsstop maken. Ik ga door. Langs de molens tegen de wind in. Ik groet de andere deelnemers. De weg terug langs de molens is wind mee! Ik geniet van dit lopen. Hard hoeft het niet, maar ik ga nu net onder de 6 minuten zitten. Door het dorpje Skarl. Het klinkt als een Oostenrijks bergdorp en met zijn 4 huizen ziet het er voor mij ook zo uit. Van die beelden niet nooit meer wijzigen… het eerste rondje zit er bijna op en bij het bosje zie ik de organisatrice staan. Ik roep haar dat ik nog twee ronden ga en niet naar de lunch kom. Ze wenst me succes met alles. Zo vriendelijk en gewoon als ze zijn… Zo aardig en eenvoudig! Weer het onverharde pad op. Weer langs de dijk naar Laaksum, waar ik naar uitkijk. Nu is er rust, stilte, mijn eigen ding. Bij 9 km moet ik weer een gel nemen, maar ik herken het gevoel in mijn buik en darmen: er komen teveel koolhydraten binnen. Ik wil de tien kilometer in een uurtje lopen. Dan kom ik voor een halve op 2 uur en een kwartier, met de nodige vertraging meegerekend. Ik loop iets harder nu en het gaat soepel. Op naar Warns! Langs de paardenmoeders en hun veulen die over 2 maanden groot zal zijn, langs de meneer die zijn gras maait, langs het meisje wat op de trampoline springt, naast het kleine paardje en het schaap op het erf. Ik krijg het mee en neem tegen de tien km pas de gel. Die plakt. Vreselijk. Alles plakt nu. Vervelend. In Warns langs het leuke huisje, door naar het streepjesbordje. Er stopt een busje en iemand van de organisatie stapt uit: “Jij loopt drie rondjes? Succes” en “Zie ik je straks nog bij de lunch?” Ik zeg van niet, hobbel verbaasd door. Hoe vriendelijk! Ik had ‘m om water moeten vragen om af te spoelen of moeten zeggen dat ze mijn nummer aan de mevrouw moeten geven. Maar ik kijk naar de kerk, naar de beeldende kunst. Dan de hoek om richting de molens en langs de moestuin. Ik begin me te herinneren dat het lang geleden is dat ik meer dan 14 kilometer heb gelopen. De wind bij de molens trekt aan. Heen niet grappig, terug heerlijk. Ik besluit dat de laatste ronde rustiger mag en dat ik dan foto’s zal maken. De boer in Skarl zwaait weer naar me. En dan weer omhoog naar het Reaklif. Ik maak een snelle foto en antwoord Robs SMS. Op de dijk wordt duidelijk waarom de wind aantrok: de hagel slaat weer toe. Ik fotografeer in Laaksum en zie vaag de Frysmanpijlen op de weg. Door naar Warns. Er is nog hagel over en die teistert nu mijn gezicht. Minder. Fijn is dat ik mijn plakkende vingers kan schoonmaken. Warns lijkt verder weg deze keer. De Weyde Blick is een vakantieoord met ‘mafketen’. Gekke titel! In Warns liggen er twee beelden te vozen achter de bosjes: of zouden ze omgevallen zijn? De oranje bordjes met witte krulletjes zullen op een waterpunt duiden. De kerkklok van Warns slaat geen drie uur. Ik vind het nu moeilijk uit te tellen wanneer ik de gels moet nemen. Ik neem er nog 1 en dan straks misschien nog- of is dat niet nodig? Mijn tempo gaat ook omlaag. Het is een training, hou ik mezelf voor. Weer dringt de vraag zich op, hoe ik ooit het dubbele moet doen. Ten opzichte van de vorige keren valt de wind langs de molens nu mee, maar het is toch zwaarder. Ik hou mijn telefoon vast voor foto’s. Als ik heel even twee passen vertraag, voel ik dat meteen in mijn spieren. Niet meer doen dus. Ik groet de boer die mij voor de derde keer passeert met de mest. Net als Laaksum heeft Skarl ook mijn hart gestolen, al ben ik op dit moment meer bezig met de laatste kilometer aftellen. Nog een keer omhoog naar het Reaklif en ik geniet ervan. Het voelt een beetje als een mijlpaaltje! Ik loop 21kilmeter ruim binnen de 9 kwartier. Op het Reaklif maak ik foto’s. Om de gemiste kilometer bij het fietsen goed te maken, hobbel ik een buitenom langs de schapen terug naar de auto. Daar ben ik behoorlijk tevreden! De lieve Frysmannen hebben een bidon met de Sanas-sportdrank voor me achtergelaten. Een mooie groene bidon. Hoe lief! Dat is mij meer waard dan een medaille: het gebaar!
Eindelijk doe ik de plas die ik al in de wissel wilde doen en ik kleed me om. Ik neem de hersteldrank, maar zoveel ik verheugde op de pennywafels; ik krijg ze niet allemaal op. Dat het hongergevoel ontbreekt: betekent dat dat ik me goed aan het voedingsplan gehouden heb?!
Ik bel Rob en ik ga naar Almere rijden. Gelukkig heeft de auto cruise-control. Mijn benen zijn wat gevoelig. Een ander probleem is dat ik straks moet tanken en daarvoor moet ik ‘m bij het zwembad opladen. Als ik daar uitstap, protesteert mijn hele gestel hevig! Niks mee te maken, benen: we gaan zwemmen. We hebben nog 2000m tegoed en hoe we het doen, vraag ik me af, maar dat ik het doe is zeker. Om mijn benen tegemoet te komen, gaan we met achtje in baan 1 aan de gang. Ik klets niet veel, ik zeg dat ik alleen maar baantjes trek. Ik krijg het niet goed uitgelegd: wat moet ik ook zeggen: ik moet nog even een halve triatlon afmaken? Klinkt wat raar in baan 1… Ik heb krampachtige trekkingen in mijn benen en ben blij met de originele volgorde: eerst zwemmen, op het laatst pas lopen. Ik heb moeite met een goede ademhaling, maar probeer steeds terug te keren. De slag is rommelig. Het brilletje is wazig. Ik zwem gewoon door. Soms even inhouden en alleen maar doorgaan. 1 Baantje wordt niet geteld, want ik keer te vroeg. Na op het horloge 1475m gooi ik het achtje aan de kant. We zijn nog maar met zijn drieën dus ze hebben geen last van me als ik vertraag. Ik ga 500m aftellen. De kramp is over en mijn benen doen met liefde mee. Na 300m pik het helemaal op: alle techniek overboord en gewoon zwemmen. Ik zwem dus naar de overkant van het bad en zie dat ik de 2000m binnen 42 minuten heb afgelegd. Dat is voor mij uitstekend! Ik ben blij, moe en tevreden. Ik zwem rustig terug, klok iets van 43 minuten en ben er klaar mee. Ik kan nog een kwartier uitzwemmen, maar nee. Uit het bad, bij de baby kijken.
Ja, ik ben er moe van. Ja, ik ben trots. Maar nee, als ik de anderen voor me uit zag fietsen en hoor dat zij gemiddeld 17 uur per week trainen, dat ze in 12 en een half uur hun eerste triatlon voltooien: dan voel ik me een ukkiepukkie. Dan heb ik nog een lange weg te gaan. Maar er was niemand die vandaag een HD-afstand deed. Ik kan dat moeilijk relativeren. Voor mij is 21km in 2:12 niet echt snel, maar in mijn familiekring doet niemand het me zomaar na als ze eerst 90 kilometer gefietst hebben. Of ik klaar ben voor een hele triatlon? Welnee, nog lang niet! Mijn lijf is er over twee maanden vast klaar voor, maar ik…. Ik ben er over twee jaar nog niet klaar voor!
5 mei
Ik had spierpijn! Jawel, ikke. Komt niet vaak voor dat ik last heb van wat stijfheid. Ik deed rustig aan, maakte de fiets schoon, blogde bij en waren de pijntjes weg: tijd om uit te fietsen. Ik nam Vincent en Manuel mee. Om onze fietsen te testen en op een heerlijk laag tempo. Het idee was een rondje Oostvaardersplassen, maar op de weg kwamen we in een bui en toen bedachten we dat de dijk niet leuk zou zijn. Vincent wilde met Manuel kletsen, dus ik ging achter ze fietsen. We gingen langs de sluizen en toen was de bui weer over. Net iets verder de dijk over en langs de plassen achter Haje. Ik was er nog nooit geweest en was verbijsterd over de prachtige route. Heel gaaf daar. Door het Kotterbos weer terug en Manuel kletste lekker. Er zaten veel vliegjes. We haalden een ijsje bij de IJspressie en ik fietste 31 kilometer. Dan heb ik 300 kilometer gefietst deze week. Bijna 17 uur gesport (16:57:36). Nog even en ik hoor erbij…. De spierpijn was helemaal weggefietst.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-15 Het seizoen begint…. Van de sprint tot de HD

2019-14 De Tijdrit en buiten zwemmen met pasen.

20 april
De tijdrit. Hij is de afgelopen week van locatie gewijzigd. Van de polder naar Almere Haven. Ik hou niet van de tijdrit. Fietsen vind ik leuk. Lang fietsen ook. Op tempo fietsen gaat wel. Maar hard fietsen? Zo hard als je kunt? In een wedstrijd met anderen? Daar is niks leuks aan. Vind ik tenminste niet. Ik heb twee jaar geleden meegedaan aan de korte afstand op de tijdritfiets die helemaal niet paste voor mij. Nu fiets ik veel meer en de tijdritfiets is op mij afgemeten. Ik doe mee aan de lange afstand van 42 kilometer. Ik fiets door het zonnetje langzaam richting Almere Haven. In de stukjes dat ik kan sprinten merk ik het al: een hoog tempo zit niet in de benen vandaag. Doordat ik al zoveel gefietst en gelopen heb? Ik weet het niet, maar de soepelheid ontbreekt een beetje. En juist op deze fiets zit vandaag geen cadansmeter! Dom, maar waar. Ik ben onrustig en nerveus en heb totaal geen zin. Ik krijg een nieuw startnummer, want de mijne klopt niet. De nieuwe locatie met de dijk bevalt me wel. Ik hou van de dijk: lekker recht. Mijn vriendinnetjes KH en SG zijn er ook.

Snel nog een keer plassen en dan spullen aan de kant leggen en hoppa: het startpodium op. Ik heb geen zin, ik val al bijna om als ik vastklik nog voor ik weg ben en we beginnen met een bocht. De dijk is lekker leeg. KH haalt me al snel in. Ik hou van de leegte. En dan vraag ik me af waar mijn telefoon is. Verloren bij de WC? In de openbare omkleedtent? Paniek! Ik voel me opgejaagd. Niet goed. En het was al niet leuk! Mijn beentjes doen hun best, maar nu mijn hoofd ook geen klaarheid meer heeft, is genieten ondenkbaar. Ik zie op tegen keerpunten, tegen iedereen die me inhaalt. Het keren gaat wel en ik bedenk dat ik dan maar zo hard mogelijk moet fietsen om weer snel bij de telefoon te zijn. Wie zou die nu stelen?! Ik wil voor mezelf een gemiddelde boven de dertig halen. Dat lukt me elke keer eigenlijk wel. Niet met gemak, maar het gaat. Ik kijk de kat uit de boom als de eerste ronde voorbij is en de winnares haalt me precies dan in onder luide toejuichingen van haar kinderen. Ik ben niet zo snel in deze grote bocht. Dan weer de dijk op. De mannen halen mij nu ook in, in grote getalen. Ik kan niemand inhalen: al met al heb ik 1 iemand ingehaald. Ik hou mijn eigen tempo hoog, maar het lijkt of ik stilsta. Ik moet er iets aan doen! Ik kijk naar de recreatiefietsers op het fietspad naast de dijkweg waar wij fietsen en ga die stuk voor stuk inhalen. Heb ik toch doelen! En dat houdt me bezig en bevredigt me. Leidt me af van de telefoon, hoe lang het nog is, hoe moe de benen zijn. Ik eet een gel, maar wel wat laat. Drinken lukt niet zo best. Keerpunt door, terug, wind mee, omlaag, blokje om en 1 stukje echt wind mee en fijne weg, weer omhoog en nog maar 1 ronde! Het tempo blijft oké. In de grote bocht dondert een man met een dicht wiel vlak voor mij omver. Streber. Ik zie dat SG afhaakt. Dat snap ik niet. Ik zou ook graag kappen, maar dat echt doen…. dat gebeurt me niet! Nu is de wind aangetrokken en tegen op de dijk. Ik heb het zwaar. Mijn benen hebben het zwaar. Er fietst niemand op het fietspad. Het is nu echt ver. Ik ga de tijdrit afmaken, maar de interesse is totaal weg. 5 Kilometer die een gemiddelde onder de 30km/u hebben. Ik kan het nog goedmaken. Eindelijk begin ik wat te tellen: als ik er 1 uur 15 over doe zou dat heerlijk snel zijn. 1 uur 20 moet ik halen. Veertig kilometer met een gemiddelde van dertig, dat moet in 80 minuten. In het blokje merk ik dat ik 75 minuten nevernooit kan halen. Dan de 1:20 maar! Ik laat alles varen: de cadans, wat er zou moeten, hoe hard ik zou willen: ik ga er eindelijk voor! En dan blijkt dat ik dat misschien eerder had moeten doen, want ik blijk nog een bakje kracht over te hebben en fiets harder dan ik de hele rit gefietst heb! Misschien lonkt de telefoon… maar eerder lonkt de finish. Ik haal het precies in 1 uur en twintig minuten. Toch gek… Het duurt even voor ik me realiseer dat ik meer dan 40 kilometer heb gefietst: het waren er 42. En dus heb ik wel degelijk harder dan 30km/u getrapt. Ik drink chocomelk, prop spekkies naar binnen, ga even met SG en KH op de foto en dan door naar de telefoon. Die zit gewoon in mijn tas. Adem uit…. Dan pas merk ik dat mijn benen kapot zijn. Dan ben ik pas moe. Maar ik moet nog naar huis. Ik zie KH en SG niet meer en stap rustig op. Ik hoeft niet meer hard. Ik merk dat ik een stuk relaxter fiets. Onderweg bel ik nog even met KH en ik rijd door Nobelhorst. Al met al fiets ik toch maar weer 70 kilometer! Dat vind ik dan weer niet moeilijk…
‘s Middags gaat het kind naar de zwemtraining. Ik zou er gewoon bij kunnen gaan zitten. Met gemak. Geen probleem. Maar ja, ik ben er toch… Dus ik ga gewoon MET ACHTJE een stuk zwemmen. Ben ik het na een kwartier zat? Dan stop ik. Mag van mezelf 🙂 Ik zit met twee trainers in de baan. Zij volgen het programma, ik zwem baantje na baantje na baantje. Ik merk dat ademen 1 op drie inmiddels bijna vanzelf gaat. Het voelt aan alsof ik lekker doorzwem. Dat zal achteraf wat tegenvallen, maar ik kom er lekker in en zwem gewoon door. Na 2000m leg ik het achtje aan de kant en zwem nog 250m zonder achtje. Al met al heb ik drie kwartier gepoedeld. Het is me goed.
21 april
uitfietsen met zijn drietjes. Eventjes. Oostvaardersfietspad, oostvaardersdijk ri bloq, wilgenbos, sluisje, naar de hogering en terug naar huis. Het voelt niet gemakkelijk. Ik kijk niet naar het tempo, maar naar de cadans. Ik hou het prima vol. Vincent en Rob ook. om de beurt de route. Nadat we de 16km hebben gefietst ga ik nog uitlopen. Node: geen zin. Mijn benen waren helemaal in protest-modus. Stijf, zwaar. Na 3 kilometer op redelijk tempo liet ik ze onverhard uitdribbelen door het park. Ik maak de 4 kilometer vol. het is welletjes. Toch weer een dikke sportweek van 12 uur en een uur wandelen. Het is pasen en ik ga paaseieren snoepen bij mijn ouders!

22 april
Nog een paasdag.
Fietsen met Vincent op een ka-ca-dans. uit het koppie. 6 minuten 80-85, 6 minuten heel hard vloeken en 100+ en 3 minuten lekker fietsen. Bloemenvelden. 30 kilometer. Rondom de A27. Heel gezellig samen. 1 stukje hard: ik moest op hoge cadans, maar dat kan ook hard want wind mee
uitlopen omdat Vincent het ook doet. hij hard voor me uit. ik ga ook niet zacht (voor mijn doen). na anderhalve kilometer haal ik hem bij: hij heeft kramp. Ik ga door. drie kilometer telkens ietsje harder. lukt. Dan dribbel ik hem tegemoet. stond niks van lopen op welk schema dan ook.
ZWEMMEN. BUITEN ZWEMMEN. met SG en KH kwam ook. stop d’r in en proberen. Vond het spannend en gaaf tegelijk.
KOUHOUHOUD. Ijzig. Schoolslag. Hoofd in het water… Borstcrawl. 1 op 3 ademen gaat vanzelf. Uitblazen. zwemmen. Bodem zien. Zonnestralen in het water. Prachtig. Adembenemend. Was het al bijna vergeten. Geniet. GENIET. beetje koude voeten. KH gilde en krijste van de kou, ik moest er heel hard om lachen. Heel hard. SG zwemt een stuk sneller. wat is het gaaf. het gaat beter dan ooit. Rustiger. Ik ben minder onzeker, minder angstig. we zwemmen op en neer. KH blijft in mijn buurt, ze kan harder, maar laat me niet alleen. ik kan beter vooruit kijken. als ik 1 op 4 wil ademen merk ik dat dat nog net te koud is en dat dat me niet goed bekomt. Verder heb ik alleen last van koude oren!! Ik gebruik mijn benen niet. De zon over het wateroppervlak. eendjes. golfjes van de boot. GENIETGENIET. het enige nadeel: ik moet er om 2 uur uit, want om 3 uur wacht de volgende paasdag. Ik haal de km niet, maar het boeit me niet. we maken foto’s en dan eruit. De kou valt mee. wetsuit uit en op de handdoek in de auto. rush de douche in. paaseitjes snoepen en bijdrinken. Ik geniet nog na van het zwemmen.
23 april
De dag werken was lang. En buiten was het mooi weer. Maar ik moest binnen werken. Ik was moe toen ik thuiskwam. Rob zou laat zijn en Vincent is uit logeren. Ga ik vanavond laat nog lopen, ga ik úberhaupt lopen, ga ik nu lopen, ga ik eten. Uiteindelijk dacht ik dat ik maar meteen kon gaan lopen: eerst 35 minuten in zone 1 en dan 25 minuten in zone 2 terug. Als me dat zou lukken. Lekker langs de plassen. Muziekje aan. Ik vind zone 1 moeilijk: langzaam en rustig. Het was nog lekker zonnig en ik hobbelde voort. Ik bracht heel langzaam dat ik door het bos terug zou lopen. Na 4 kilometer (ik weet precies waar de 5 kilometer zit en tot daar wilde ik het halen in 35 minuten) belde Vincent. We kletsten over hoe hij op het station piano had gespeeld. Toen gebeurden er een heleboel dingen tegelijk: ik moest even aanzetten om de 5 kilometer te halen, het gesprek met Vincent af te ronden en ik kwam Manuel tegen die aan het fietsen was! Dus ik moest praten, stoppen, het horloge omzetten en ik had water vergeten. Manuel fietste verder, ik ging het bos in. Lekker laag in zone 2, dat lukt net in het bos. Ik zag een hertje, genoot van de zon tussen de bomen, had het zwaar. Ik overhaaste niks. Ik had trek en dorst, maar geen water. Uiteindelijk moest ik ook nog eens heel nodig en ik heb van de natuur gebruik gemaakt. Ik maakte tien kilometer vol door het park en toen was het hoog tijd om eens iets te gaan eten.
24 april
Werken, afspreken met een vriendin, Vincent ophalen bij oma en opa: de dag ging voorbij! Maar toen gingen we naar het zwembad en ik ging in baan 2 meezwemmen. Alle rust had me goed gedaan denk ik, want het ging soepel. Ik ging wel lekker met achtje. We moesten 4 keer 100 op kilometertempo zwemmen en ik ging voorop. Dat was een flink tempo, zo kreeg ik van iedereen te horen! We deden ook schoolslag en benen en armen. Ik deed netjes mee en het was niet eens zo zwaar. Op het einde ging ik zonder achtje nog 250 meter doen en dat kost me net iets meer dan 5 minuten.
25 april
Een loodzware dag: ik was somber, ongelukkig, zat totaal niet lekker in mijn vel, moe, depri en wat al niet meer. Maar ik ging met Vincent mee naar de baan. Ik had geen zin om iets te zeggen, dus ik liep lekker achteraan en we liepen heerlijk rustig in. We waren met 1 grote groep volwassenen. MB begon tegen me te praten, maar mijn stemming was echt ver beneden peil en zelfs zij kon me niet echt opvrolijken. We gingen een piramide lopen: 1,2,3,4,5,6,5,4,3,2,1 minuut op allemaal hetzelfde tempo met tussendoor een minuut wandel/dribbel. De trainer zou fluiten. Ik begon rustig op 5:10 en gaandeweg ging ik iets sneller tot 4:55. De rest liep allemaal hard voor mij uit, maar ik vond dit prima. Alleen alsjeblieft. Rondje na rondje na rondje na rondje. Ik dribbel graag. Er begon nog iemand tegen me te praten maar die ik zo snel en ik was zo in mijn eigen wereldje dat ik hem nauwelijks begrijpen kon. Ik hobbelde maar liefst 11 kilometer vol. Vond het een flinke training.
26 april
Fietsen was de bedoeling. Lang fietsen. Maar hoe krijg ik Vincent mee die vakantie heeft? Dan is het succesrecept als volgt: Je nodigt Manuel uit op de mountainbike, belooft de McDonalds in Lelystad en voegt er een vleugje Oostvaardersdijk met wind mee aan toe en dan is iedereen blij! Ik fietste mijn eigen tempo vooruit, nam een stukje extra, haalde ze in, keerde om ze weer te halen, genoot van wind mee en bleef zo’n beetje in zone 1. Ik moest anderhalf uur zone 1. Eerlijk gezegd viel ik er soms uit, maar lekker jammer dan. We fietsen door Lelystad en dan ging ik er weer even vandoor en nam een rotonde extra. Na bijna 30 kilometer waren we bij de McDonalds. Frietjes als lunch! Jammie, bedankt Manuel! Toen gingen we apart terug: Vincent en Manuel rechtstreeks en ik ging om het vliegveld en langs de Vogelweg. Ik moest nog 20 minuutjes in zone 1 en dan 3 keer een kwartier in zone 3. Ik hoopte op wind tegen om dat te halen. Tot mijn grote verbazing was ik na 20 minuten het vliegveld voorbij! Toen reed ik voor een tractor uit, sorry boer dat je me net niet kon inhalen, maar ik reed dertig! Eenmaal op de vogelweg was het uit met de pret: wind tegen en hard werken. Dat maakt zone 3 niet goed. Ik haalde zone 3 niet, maar ik trapte wel flink door. Ik zou over de Knardijk gaan, maar die was er veel te snel! Dus reed ik door op de Vogelweg. Ik had een wielrenner voor me en dat dreef mijn tempo lekker op. Ik haalde hem win en hij ging in mijn wiel hangen. Ik was echter niet zo spraakzaam na 12 minuten zone 3. Ik mocht achter hem hangen, maar ik deed echt kalm aan en dronk wat. Toen deed ik het volgende blok weer alleen. Ik vond het heavy. Ik haalde de andere wielrenner niet meer bij. De Vogelweg is erg lang. Ik stak de A27 over en ging toen de Paradijsvogelweg in. Ik wilde echt niet meer hardlopen na het fietsen. Ik wilde ook de 60 kilometer halen. Ik moest nog 1 stukje in zone 3, maar die was echt onbereikbaar geworden. Ik zat er niet mee. Ik ging voor lang en kilometers. Ik ging over de wegen om nog wat wind mee te hebben wat erg prettig is. Ik liep ietsje uit, haalde 67 kilometer met een gemiddelde van 26 kilometer per uur en daar was ik wel tevreden over. En toen waren Vincent en Manuel bij de IJspressie. Hardlopen werd wandelen naar de ijscowinkel!
27 april
Koningsdag en ik ging met Vincent mee naar de Vrijmarkt, waar hij ging spelen. Mijn hardloopkleren zijn oranje. Na een tijdje tussen de buien door naar Ed Sheeran te hebben geluisterd, kwam Rob me aflossen. Ik zou een koppeltraining moeten doen, maar ik had er ontzettend geen zin in: kwartiertjes fietsen en lopen…. Mijn hoofd kon dat niet aan en ik heb spierpijntjes de laatste dagen omdat ik me niet zo goed verzorg. Gewoon een uurtje lopen, dat wil ik en dat kan ik! Manuel liep me tegemoet op de Evenaar. We keerden om en gingen naar het Kotterbos. Rust en stilte! Manuel deed de route: eerst langs de Vaart wind mee. Het tempo was lekker, maar het was wel warm. Gelukkig bleef het droog. We kletsten en zwegen. We liepen en ik vroeg me af of ik ook was blijven lopen als Manuel er niet naast had gelopen. Ik vermoed van wel en misschien wel harder om iets te bewijzen of om er eerder te zijn, maar nu liepen we de 5 kilometer vol binnen een half uur. Ik riep de hele tijd: we gaan wandelen of we gaan rustiger, maar het bleef maar steeds ietsje sneller gaan. Ik stribbelde ook tegen over de route, maar we deden wat Manuel bedacht had. Het Kotterbos door, over mijn pad. Onverhard ging het tempo eindelijk ietsje omlaag. Ik vond de brug op met wind tegen erg moeizaam, maar het was duidelijk dat we 10 kilometer gingen halen in een uur. Daarna gingen we dribbelen en echt rustiger. Ik moest 67 minuten lopen om de tijd vol te maken. Dat haalden we en 11 kilometer ook. Toen ik bij Manuel was, brak er een flinke bui los en ik schuilde even. Ik kon de 12 kilometer ook nog volmaken. Thenks Manuel: het was heerlijk om weer eens samen te hardlopen!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-14 De Tijdrit en buiten zwemmen met pasen.

2019-13 Cadans in balans en de 'boze benen'

Voor iedereen die meeleest: ga er maar eens even voor zitten!! De laatste keer dat jullie op de hoogte waren was een maand geleden bij blokje 2019-10. De tussentijd bestaat uit nog veel meer sporturen en dan schiet het bloggen er een beetje bij in. Maar ik zal jullie op de hoogte brengen. Het is een kwestie van teruguit lezen. Als je ver achterloopt, begin dan bij blog 2019-11 en lees dit als laatste. Deze week heb ik beduidend minder foto’s.
14 april: Vincent wil een nieuw stuurlint op zijn fiets. Daarvoor fietsen we naar het stadscentrum waar de fietsenwinkel zit. En op een mooie zondag fietst Rob graag mee. Voor in de winkel en tijdens de wachttijd nemen we hardloopschoenen mee. Vincent doet de kortste route. We zoeken stuurlint uit wat lekker aanvoelt en dan blijkt dat er op zondag geen wachttijd is – in de slechtste zin van het woord: morgen kunnen we de fiets ophalen! Dan stelt ons voor een probleem, want hoe kom je met drie mensen en twee racefietsen terug naar huis?! De oplossing zit ‘m in de hardloopschoenen: die kan ik aan, Robs zadel kan omlaag en dan past Vincent er net op, Rob kan op mijn fiets. En zo wordt het een beetje een koppeltraining. Ik neem de kortste weg terug die Vincent me net gewezen heeft. Er speelt een beetje ambitie mee, omdat ik maximaal de dubbele tijd nodig wil hebben. Ook al heb ik niet precies onthouden wat de fietstijd was, hahaha. Iets van 20/21 minuten. Dus ik moet binnen 40/42 minuten 7,5 kilometer rennen. Rennend kun je binnendoor. Ik doe mijn best en red het. Het is wel warm met een fietsjasje aan. Eenmaal gedoucht, komt het bericht dat de fiets tóch vandaag gedaan is! Zucht. We halen de fiets op met de auto. In de auto hoor ik mezelf vragen: “Wil je het stuurlint nog proberen?” Vincent zegt onmiddellijk ‘ja’. Dus we fietsen nog een stukje!! Ik ga op de tijdritfiets, heb ik die ook even geprobeerd. Aantal foto’s vandaag in anderhalf uur sporten: NUL. Ik denk dat dat het grootste unicum is!
15 april: Fietstraining. Gek genoeg vind ik het rustiger om er heen te fietsen dan fietsen op te laden en te moeten rijden en fietsen weer af te laden. Vincent fietst mee op de heenweg. We hebben wind mee en het gaat lekker. Er blijkt 1 groep volwassenen te zijn. Dan ben ik bepaald 1 van de langzaamsten. Ik laat de rest racen en gaan langs het Weerwater. Dan gaan we naar de brug tussen de Kemphaan en Nobelhorst. Die moeten we 3 keer op en af. Dan ben ik al niet meer de langzaamste! Dat doet me goed: de snelle arrogante fietser inhalen 🙂 We fietsen over de lange weg en moeten in tweetallen fietsen, maar de dame waarmee ik fiets pakt de weg en ik het fietspad. We houden elkaar wel bij en als ik voorop mag, halen we de heren voor ons in. Mijn wiel loopt aan. Ik weet niet precies hoe en waar, maar het maakt herrie. We fietsen naar de dijk. Daar ga ik eens op mijn cadans letten. Volgens mijn trainer moet ik een cadans van 90 gaan draaien. Als ik zelf mag kiezen zit ik rond de 70. Ik vind het vreselijk vermoeiend om veel rondjes met de benen te draaien. Op de dijk richting Almere Haven hebben we wind mee en mogen we hard. Ik kijk naar mijn cadans en breng die in een lage versnelling omhoog. Dan schakel ik op. Het tempo gaat ook omhoog en het gaat heerlijk! Ik haal zelfs een paar kerels in. Dezelfde arrogante fietser van de brug. Mijn training is geslaagd, grin :|| Na de havenkom mogen we nog een stukje zo-hard-je-kan met 3 keer een topversnelling van 30 seconden. Ik laat de cadans even los en ga in mijn hoogste versnelling trappen en dan kan ik me een partij hard! Ik haal de 44 km/u en ik haal de mannen bij. Het houdt me bezig als we terugfietsen: wat is de cadans, waarom moet die zoveel hoger worden, hoe komt het dat ik dat niet kan, hoe kan ik er beter van worden… Ik fiets alleen naar huis, want Rob haalt Vincent op. Ik blijf over de cadans piekeren. Tegen de wind in. Op mijn schema staat dat ik nog moet hardlopen, maar er stond ook maar anderhalf uur fietsen op. Ik ga toch nog even lopen. Een paar kilometertjes. Tot het helemaal donker is. Verwonderlijk eigenlijk: op een ‘gewone’ maandagavond fiets ik 45 kilometer en loop ik een paar kilometer. Van de cadans-vragen zijn mijn benen moe, ze lopen niet zo hard. Dat luidt het thema van de week vol in.
16 april: Het is zowat een rustdag! Ik hoeft alleen maar te zwemmen! Niet dat ik zin heb, maar ik ga toch maar. Dat is ook het

paddles


thema van de week: ik heb niet zo’n zin, maar ik ga. Moeten we een kilometer zwemmen! hoe?! Nou, zonder achtje dus. Er zwemt iemand achter me en dat is gemakkelijker met de stroming, dus ze tikt me soms aan. Dat maakt me onrustig. Elke keer weer moet ik terug naar de ademhaling. Ik hoeft niet snel, ik adem 1 op drie, ik ga door en door. Het lukt me! Beter dan sprinten en techniekoefeningen. We moesten ook met paddels zwemmen: die doe je om je handen en dan merk je of je slag goed is. Dat was nog zwaar. Toch was ik blij met deze training!
17 april: Ik heb het opgezocht: de cadans heeft te maken met vermogen, met kracht sparen om nog te lopen, met wattages en zo meer dat de cadans hoog moet zijn. Topwielrenners stoempen niet zoals ik doe, die fietsen soepel op een hoge cadans. Slechts één site meldt dat je in het begin niet op het tempo moet letten, ‘dat komt goed’ beloven ze. Ik ben gedreven genoeg om het ten minste uit te proberen. Van onverhard en rustig lopen ben ik ook sterker en sneller geworden, terwijl dat in het begin afzien was en onbegrijpelijk leek. Het is woensdagmiddag, mooi weer en ik ga er mee aan de slag. Cadans moet elke 5km iets hoger zijn. Een cadanspiramide! Daar gaan we. Ik kies ook maar gelijk voor het hoogste. Negentig. Ik kijk en mijn benen draaien zich suf. Letterlijk en figuurlijk SUF. Ik vind het simpelweg niet leuk. Het voelt niet gemakkelijker – integendeel!! Tot mijn verbazing valt het tempo wel mee: ik ga niet eens zo heel zacht, maar de energie die ik er in moet stoppen, lijkt zich totaal niet uit te betalen. Ik voel me vermoeid en kan niet van het fietsen genieten. Ik ga de dijk op en neer om het verschil in de wind te ervaren. Is het mooi hier? Ik zie er niks van vandaag: ik zie de nummers. De cadans loopt netjes op en ook op de dijk gaat de cadans omhoog. 90, 93, 94, 98. Ik ruik de bloembollen en daar geniet ik even van, maar de aandacht ligt al snel weer bij de cadans. Sluisje over zet ik de meter even uit, kan ik ook mensen op weg helpen. Dan begint de ellende pas echt, want na 98 moet ik door naar honderd! Ik ga alleen maar rechtuit, zie straks wel hoe ik thuis kom. Het voelt rampzalig, maar ik doe het! Het meest rare is dat mijn hartslag alleen maar heel hard omhoog gaat. Ik vraag me ernstig af of dat de bedoeling is of dat dat komt omdat ik net met deze ellende begin. Na 25 km ga ik terug naar een lagere cadans. Het lijstje is keurig, maar ik moet hier erg aan wennen.
En toch… de zwemtraining gaat heel soepel! Die benen lijken wel moe, maar ze doen toch keurig mee. Oefeningen, paddels, armen. En dan moeten we 6 keer 50m en elke minuut vertrekken. Ze duwen mij met mijn horloge voorop. Ik doe het achtje er wel bij dan en ik haal het! Elke keer. Ik ben er erg moe van. Ik heb erg goed gezwommen.
18 april De benen zijn moe. Het hoofd is vermoeid. Ik heb geen zin. Het is mooi weer. Ik wil wandelen met Rob en lekker bijkletsen. Geen gejakker op de baan. Maar ik wil ook lopen en van de zonsondergang genieten in mijn eigen tempo! Ik kan niet goed kiezen. Het wordt beide: we wandelen als Vincent op de baan rent en na de wandeling van een uur waarvan ik genoten heb, trek ik de korte broek aan en ga naar huis hardlopen. Het zijn maar 5 kilometertjes. De benen komen langzaam in het verweer. Of ze nog moe zijn van het rondjes draaien, of ze moeten nog wennen aan de warmte of ze zijn moe van de wandeling: ik weet het niet, maar soepel voelt het niet. Het voelt alsof ik 5 minuten op een kilometer loop, maar het gaat veeeeeeel minder hard. Ik ga toch een stukje om om 7 kilometer te halen. Daar heb ik na 6 kilometer erge spijt van, maar ik dribbel het uit. De benen die het eerder moe zijn dan het hoofd: dat is totaal nieuw! Meestal wil het hoofd ergens niet meer, maar stijve benen heb ik zelden. Ik kan me dus niet voorstellen dat de hoge cadans goed is.
19 april: De auto moest naar de garage. En er stond fietsen op het schema. Combi: naar huis fietsen vanuit de garage…. Maar ik had niet erg veel tijd, want er kwam iemand om Vincents oude racefiets over te nemen. Ik nam de racefiets mee in de achterbak en fietste met een klein ommetje naar huis. Ik hou de cadans weer hoog: boven de 80 minstens. Misschien dat het ooit went. Ik merk wel dat de hartslag verhoogd raakt van de hogere cadans.
Als de fiets verkocht is, ga ik met Manuel een stukje fietsen. Ik doe 5 kilometer op de hoge cadans en dan 5 kilometer op een ‘eigen’ cadans. Het is 5km afzien, 5km die snel voorbij zijn. Het is heel duidelijk dat het verschil in hartslag erg verschilt. Hoge cadans = hoge hartslag. Dat kost me dus veel meer inspanning. Het tempo wijzigt lang niet zo significant. En op 5 kilometer wijzigen de omstandigheden ook niet heel erg. Wind tegen blijft wind tegen! We gaan naar de Knarsluis. op een hoge cadans is de fietscontrole wel veel beter: bochtjes maken is gemakkelijker en minder akelig. Daarna hebben we wind mee en is het tempo wel tof! Mijn ‘gewone” cadans is al van 70 naar 75 gegaan. De 3 blokjes met hoge cadans lopen keurig op: 85, 98 en 97. Ik kijk naar de tijd en ben zo blij dat ik even klaar ben met fietsen, dat ik de dertig kilometer niet ga volmaken.
En dan is de auto klaar. Hoe zal ik die eens ophalen?! Ik ga hardlopen. Het is warm geworden buiten. En dat moet ik toch ook oefenen? Ik besluit dat ik niet hard hoeft. Morgen heb ik namelijk een tijdrit-wedstrijd. Manuel merkt op dat ik water mee zal moeten nemen en ik zie bijna van het plan af. Maar ik krijg Vincent zo ver dat hij naast me komt fietsen op zijn stadsfiets. Dan fietst hij alleen naar huis als ik terugrij. Goede oefening voor hem. Het valt niet mee om naast een rennende mama te fietsen! Drinken aangeven, een foto maken, naar het gezanik luisteren, de moed erin houden, weer drinken geven, de route opzoeken…. Hij heeft het drukker dan ik! De eerste kilometer gaat goed, de tweede iets sneller, de derde weer ietsje sneller, de vierde gaat goed en de vijfde zet ik aan. Ik zweet me kapot! En ik weet dat het zinloos is, dus de zesde en zelfs de zevende kilometer dribbel ik bijna. De bidon is leeg! Vincent vertelt me moppen in de laatste kilometers. Het zijn zelfs bijna 7,5 kilometer. Ik ben heel blij dat de airco weer werkt in de auto, heel blij! Het lijkt een gestolen dagje, maar ik heb toch best veel gesport. Mijn benen zijn furieus. Wit omdat de zon ze nog niet genoeg gezien heeft en rood van woede. Hoge cadans en hardlopen: mijn benen vragen zich duidelijk af waar de bank is gebleven!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-13 Cadans in balans en de 'boze benen'

2019-12

Ergens in de afgelopen weken is het dan toch gebeurt: ik ben in een triatleet veranderd. Al die tijd voelde het als amateur-sport, als doe-maar-wat, als een gelukkige omstandigheid, maar nu… Nu is er een doel. En nu is er een mindset aangezet. Ergens in de afgelopen weken is het vertrouwen er tussenin gesijpeld. Omdat ik al die sporturen aan blijk te kunnen? Omdat iedereen die het weten moet nu op de hoogte is? Omdat ik een duidelijke focus heb neergezet? Omdat alles een tandje beter en gemakkelijker lijkt te gaan? Of misschien speelt het mee dat de trainer (ook) tevreden is? Of omdat ik weer begonnen ben met het eten van (rijk gevulde) maaltijdshakes? Wellicht is het een combinatie van alle factoren bij elkaar: Door de shakes slaap ik beter, de trainer is tevreden omdat ik dat zelf ook ben, ik ben meer gefocust waardoor ik andere zaken kan laten liggen, ik ben tot rust gekomen en ik ben tot inzicht gekomen dat het prettig is dat ik alles ‘zomaar’ aan kan. Gelukkig zie ik nog steeds een paar beren op de weg staan: hoe hou ik dit vast, hoe kan ik nog verder uitbouwen en wat als de focus verstoort wordt door een tegenslag? Op dit moment geniet ik van de kracht die ik blijkbaar heb en die zich ontvouwd. De andere helft van de tijd verbaas ik me over de kracht waarvan ik niet wist dat ik die in me had.
Op maandag 8 april was er nog steeds geen spoor van pijntjes of ongemakken van de zware week hiervoor achtergebleven: geen zadelpijn, nergens ook maar een vleugje spierpijn of een trekkend peesje. Rust, lage hartslag, gezond eten. ‘s Avonds gingen we naar de fietstraining, Vincent en ik. We waren wat aan de late kant. Vincent was eigenlijk net op tijd, maar toen ik mijn fiets nog aan het afladen was, ging de groep al weg. Ik had door kunnen werken en kunnen roepen dat ze op me moesten wachten, maar ik vond alleen gaan ook prima. Ik fietste lekker door op een hoge cadans (ja, trainer, misschien leer ik het ooit nog) richting de dijken. Ik had even ietsje langer na moeten denken, want wind mee richting de Hollandse Brug betekent wind tegen op de Oostvaardersdijk. Met de heerlijke snelheid vergat ik dat, maar dat gaf niks, want ik genoot er lekker van. Langs de strandjes richting de Marinahaven.

Dat moment waarop je de windmolen ziet die met je meedraait en denkt: de dijk is langer vandaag!


Eenmaal op de Oostvaardersdijk was het even slikken, maar niets kon mijn positieve stemming breken; zeker wind tegen niet! Word je sterk van. De zonsondergang was formidabel. Tegen de wind in genoot ik ook. Ik nam eigenlijk een afslag te ver, want ik vergis me daar altijd in. Nu moest ik over het halfverharde Da Vincipad. Gelukkig viel de wind weg. Daarna had ik wind mee, maar dat is altijd veel sneller voorbij dan wind tegen! Ik slingerde terug de stad in en kwam nog een bekende tegen waar ik even mee op fietste. Binnen een uur had ik 25 kilometer gefietst. Lekker genoten.
Dinsdag 9 april. In de avond reden wij weer richting de andere kant van Almere om te gaan hardlopen. Ze zijn bezig met wegopbrekingen en toen was daar een ongeluk gebeurd en konden we niet op de afgesproken locatie komen. Vet vervelend, maar niks aan te doen. Je ziet de tijd dan verstrijken, terwijl je rondrijdt en niet van de weg af kunt. Uiteindelijk heb de auto in de buurt neergezet en zijn Vincent en ik gaan zoeken naar andere clubleden. We kwamen de snelle volwassenen tegen, maar dan kan Vincent niet mee. We zagen geen kinderen. Na twee kilometer die een beetje buiten het inlooptempo vielen sloten we aan bij de “langzame” volwassenen van GN. Dat langzame staat tussen aanhalingstekens omdat ze dat helemaal niet echt zijn. We gaan ook gewoon versnellen en van tijd tot tijd heel hard lopen. Bergjes op en af. Vincent kletst gelukkig ook veel. Of hij wordt aangesproken door trainster GN en holt ons allemaal voorbij. Ik vind de wat langere afstanden beter voor mijn frustratie (die niet van het omrijden komt, maar door het werk). De sprints zijn mijn ding niet. Ik loop uiteindelijk tien kilometer. En dan rij ik door naar het zwembad, waar Rob Vincent ophaalt. Ik ga in baan 2. Liever niet tellen, maar goed opletten op mijn doorhaal en mijn ademhaling. Ik merk dat ik meteen onrustig wordt als ik de ademhaling niet onder controle heb. Ik zwem ook met achtje als me dat uitkomt. Ik doe echt mijn best, ook als de zin naar 3 kwartier op is. Ook de onwijze trek in pennywafels krijgt mij het water niet uit. Pas als het uur om is en ik onder de douche sta, kunnen de ogen dicht. Het pak pennywafels thuis is in een oogwenk verdwenen.
woensdag 10 april. Het is een rustweek, dus deze week hoeft ik me echt niet uit te sloven. Op woensdag ga ik dan ook alleen maar zwemmen. Omdat Vincent gaat. Anders was ik misschien echt wel op de bank blijven zitten. Ik moest moeite doen om in het zwembad te blijven en niet gewoon maar te vertrekken. Ik zwom in baan 1 en hoefde niet eens vooraan te zwemmen. Het was meer een kwestie van volhouden en aftellen. Ik hield de ademhaling onder controle.
donderdag 11 april. Blijkbaar ben ik in deze rustweek een beetje verveeld, want ook de baantraining kon me niet echt bekoren. Dat is niet erg, want het hoefde allemaal ook niet op hoge intensiteit. Als we dan te traag gaan inlopen, dan kom ik ook maar heel langzaam op gang. Ik werd onderweg wel “betrapt” door een onverwachte teamgenoot die de startlijsten blijkbaar goed bestudeert! Op de baan liepen we kilometertjes. Op 90% van je 10-kilometertempo. Easy. Zo voelde het ook de hele tijd. Ik liep wel te genieten van de ondergaande zon. Het uur ging voorbij en ik hoefde totaal niet de tien kilometer vol te maken.
vrijdag 12 april. Een ochtendje fietsen. Een paar uurtjes fietsen is ook geen echte uitdaging meer, maar voor de gezelligheid ging Manuel mee. Hij had echter andere afspraken, dus moest wel eerder afhaken. Het leek koud te worden, maar dat viel reuze mee uiteindelijk. We hadden eerst wind tegen en ik moest echt even bijkomen omdat ik nog had gewerkt voor ik ging fietsen. Halverwege kreeg ik een goed bericht wat me wat relaxter maakte. We hadden eerst wind tegen, zodat we later op de Oostvaardersdijk wind mee zouden hebben. Konden we op een kalm tempo lekker bijpraten! Ik zat op Robs racefiets en Manuel had zijn mountainbike. We kwamen maar weinig andere sporters tegen. Bij de sluizen op de Knardijk schakelde ik verkeerd om waar je steil de dijk op moet. Daardoor verloor ik teveel snelheid en was ik net niet snel genoeg losgeklikt. En toen lag ik op de grond. Het ging in alle opzichten niet hard gelukkig, dus ik hield er niets aan over. De Knardijk viel mee en de zon kwam er een beetje door. Daarna kregen we wind mee op de Oostvaardersdijk. Dat was prettig! Het was minstens zo fijn dat ik geen clou had over het tempo en daar niet door werd afgeleid. Ook de cadans was niet zichtbaar voor me. Dat geeft mij rust. Manuel sloeg af naar Almere en ik vervolgde alleen de Oostvaardersdijk. Ik zag er tegenop om alleen te moeten rijden, maar het viel mee. Gewoon blijven trappen en als alles meezit de uitdaging aan gaan om 5 kilometer onder de tien minuten te gaan. Dat lukte en toen ging ik al richting Duin. Het was kraakhelder en deze kant fiets ik niet zo vaak op. Ik merkte op dat je Pampus heel goed kunt zien. Ik genoot van het uitzicht. Bij de brug kon ik terug gaan over het Spoorbaanpad, maar het ging lekker en ik had nog tijd te over, dus ik ging richting Almere Haven. Dan had ik wel wind tegen. Dat was wel even slikken, maar toen ik het accepteerde viel het ook wel weer mee en was Haven dichterbij als het leek. Ik besloot de dijk verder te volgen, want ik wilde eigenlijk toch wel 80 kilometer fietsen. Richting de andere brug dus! Ik genoot erg van het fietsen, maar had toch geen zin om helemaal tot de brug te fietsen en dan weer terug te steken. Dus ik nam het slingerpad door het bos. Dat beviel me heel goed. Ik stak over bij de stoplichten en werd bang dat ik de 80 kilometer niet ging halen. Dus ik ging omfietsen door Almere Hout. Leuk fietspad, maar het bracht me niet waar ik gehoopt had. Toen fietste ik langs de Bolderburen en daarna over het Paradijsvogelpad. Daar zijn ze ook aan het bouwen en ik voelde het gebeuren toen ik over de bouwstenen-afval reed: pang, psssst, band lek! Achterband natuurlijk. Ik bleef rustig en dacht: als het moet kan ik 6 kilometer naar huis wandelen. Ik heb rustig en aandachtig de band gewisseld. Het enige nadeel was, dat de band er niet goed op lag en ik wat lucht eruit moest laten lopen. Daardoor was het CO2patroon iets te vroeg leeg en was de band niet zo goed opgepompt. Dat werd 5 kilometer afzien en hopen op 75 kilometer. Ik was best trots dat ik de band vervangen had- helemaal zelf! Ik haalde Vincent op op school en reed nog een rondje extra om 75 kilometer te halen. Ruim drie uur gefietst en goed geoefend met het vervangen van een band!
Zaterdag 13 april. Mijn racefiets ging van de Tacx af en daarbij moest meteen de achterband (zowel binnen als buiten) worden vervangen. We trainen gewoon door met banden vervangen! Ook Vincents oude fiets had nog een platte band. Fietsen schoongemaakt en toen moesten we naar het zwembad! Tijdens het kinderuurtje waren er maar 3 volwassenen: de andere twee zijn (veel) sneller dan ik, maar dat is met zo weinig mensen geen probleem. Ik ging lekker endurance zwemmen: proberen lang vol te houden. Eerst met achtje en letten op de ademhaling. Ik laat de snelle lieden dan voorbij. Na een kilometer ging ik proberen met mijn hele lijf te zwemmen: schouders dieper in het water, beetje rotatie. Dat was nieuw en vermoeiend, maar eenmaal gewend ging het goed. Na 2 kilometer ging ik zonder achtje verder. Dat is dan ook even wennen, maar dat doe ik ook nog 500m. En daarna 50 meter schoolslag en het uurtje is weer voorbij. De sporttijd voor deze week zit er op. En de week is nog een dag langer!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-12

2019-11

ma2503: Borstcrawlcursus. Eerst uitleg over ademhaling, toen inzwemmen en ik merkte al meteen dat dit niet de beste zwemdag van de maand is. Jammer, want vandaag krijgen we coopertest. 12 Minuten zwemmen, alsof ik dan mijn banen kan tellen, echt niet dus. Ik zwem gewoon en kijk wel op mijn horloge hoeveel ik gezwommen heb. Daarna moesten we slagen tellen. Duh. Ik voel me niet goed genoeg en ik heb een beetje het idee dat sommige anderen zich ook een beetje rijker tellen, maar goed. Daarna ging hij mij eindelijk filmen, alsof ik niet al genoeg gezenuwd had. Deze cursus was niet echt mijn beste!
di2603: Ik besloot om maar weer eens met de iets snellere groep mee te gaan. Er moet toch iemand het langzaamst zijn… We gaan lang inlopen en DH heeft zo’n mopperbui dat ik er van moet lachen. Daarna gaan we op de splitsing bij de brug 3 keer omhoog lopen op hoog (hoger) tempo en rustig naar beneden. Dan een minuutje pauze en daarna nog een keer en dan een ronde uitlopen. Ik ga gewoon mijn eigen (minder hoge) tempo doen. Net zo goed hoor. En dan loop ik ook lekker tien kilometer vol. Ik zit nog vol stress van het werk en als ik nu gaan overdrijven met sporten, ga ik een blessure oplopen. Ik ga na het lopen ook nog zwemmen. Trainer is JvdK. Ik ga in baan 1. Hij doet zijn best ons te leren dat we breeeeeeed in moeten steken. Ik vind hem niet erg vriendelijk les geven, een beetje snauwerig, maar hij geeft ons wel tijd om het te trainen en gaat niet stug door met de training. We moesten ook 8 keer 50 meter zwemmen met elke minuut vertrekken. Of ik heb het verkeerd verstaan, maar ik haal dat dus echt niet.
wo2703: Lekker weer. Ik ga gewoon fietsen. Ook al staat dat niet op het schema. Doe ik de training die later deze week staat. Een uur zone 1 en lage cadans en dan 3 keer een kwartier hogere cadans en hogere hartslagzone en 5 minuutjes rust. Twee uur dus. Vincent speelt bij een vriendje. Ik pak de tijdritfiets. En een muziekje. Ik kijk naar de windrichting en ga dan de Oostvaardersplassen rond rijden. Heerlijk! Het tempo op de dijk is formidabel en voelt goed. Toen fietste ik te ver en ging ik langs de sluis aan de kant van Lelystad. Daarna kwam ik op een heerlijk fietspad en had ik wind mee én mocht ik naar een hogere cadans. Ik vlóóg zowat! Het ging echt fijn. Het was even de route zoeken, maar die vond ik en ik knalde lekker door. Net toen ik me zorgen ging maken, kwam ik de Valkweg tegen. Ik had wind tegen en het was even ietsje zwaarder. Ik ging liggen en trappen. Niets meer of minder om me druk over te maken. Tot de dijk in de verte. Daarna nog een stukje vet doorfietsen. Ik maakte me maar niet meer druk over de cadans, want dat haalde ik toch niet. Ik ging nog een klein stukje om om de 50 kilometer te halen en dat lukte me gemakkelijk binnen 2 uur. Mooi toch?
Daarna zwemmen bij de TVA. Ik ging lekker in baan 1 en zoveel mogelijk zonder achtje. Maar ik ging niet voorop zwemmen.
do2803 We gingen wandelen. Even rustig aan.
vrij2903 This blog is for my Greek collegae. We worked together for the Swedish Dataplatform, so we try to speak 3 languages! One day I want to take him out to the boundaries of my home town Almere. Today I went around Almere on my bike. Starting close in the Kotterbos. It is strange to know the route so well and make turns when you know there is a short route. The roads are long and straight. Windmills are turning. I take a wrong turn and cross the A27 highway. Still long straight roads. No flowers yet. I want to go the cycle pad close to the giant windmills. The wind is against me, but I don’t care. I sing along with the (Irish) music. Now a stupid thing is going to happen: I have to cross a canal and the only bridge is 5 kilomtres to the west, an encounter with the only traffic lights on this route and then 5 kilometers to the east. I can see the Stichtse Bridge, but it is a half hour later when I am there. From now on the route is over dykes. On the left hand side is water, but is not a sea. You can see the other shore. The wind has turned and I am flying over the dyke towards the harbor of Almere. Really, we also have harbors! I have to speed up and that’s an easy thing overhere. I enjoy the wind and the sun! After the harbor there is another dyke and I imagine I can take my greek collegae for a swim outside. He’s a good swimmer, but I think not so used to the cold Dutch water! He can cycle as well, but I fear the 40 kilometers I’ve done now might be a little bit too much…. There is the other bridge, with the highway to Amsterdam. I take a little d-tour to avoid a trafficlight. Believe it or not, now I start to pass dunes! Beaches! And after that another harbor, with sailing boats. I never realized this reclaimed land was so divers. It feels like I’m heading homewards, although it’s a long way to get there. The wind is in my back and now I really speed up to over 30km/h. The wind mills are gigantic and majestic. The ships on the lake are beautiful. There is one cyclist behind me and I do the best I can to keep in front, at least for the time I have to go fast. Then I encounter the wetlands on the right side and the water on the left side is clearly on higher level than the land is. It’s an amazing sight and somewhat frightening to realize this small dyke is the only protection. I pass the pumping station and a drawbridge. There is one piece of dyke left. I can see the Oostvaardersplassen wetlands. In the sun it looks very non-Dutch. Unfortunately I can’t take the cycle path close to the Oostvaardersplassen, but when my collegae is ready, I hope they will be open. Now I pass the glasshouses. I cycled for 0ver 60 kilometers. I know the shortest rout to my home, but have to go around. To cycle around took me oer 2,5 hours and it was 67 kilometers. I enjoyed. One day I will show you this remarkable piece of land, my collegae and you can take the pictures! Start practicing your pedaling ánd don’t forget your swimming gear!
Na de fietstocht nam ik Manuel mee op sleeptouw. Want als je al vanalles hebt gezien: de prachtige bloesems zijn ook enorm de moeite waard. Ik zag een beetje op tegen het lopen, omdat ik niet voldoende sportdrank gedronken had. Ik heb wel netjes de gels genomen. Het viel me redelijk mee. Vooral ook omdat voor deze ENE keer Manuel het met zijn verkoudheid en drukte op het werk wat zwaarder had. Ik hoefde niet zo lang. De bloesems waren echt mooi, maar het was wel druk met fotograferende mensen in hun auto, trouwjurk, kinderwagen etcetera. Uiteindelijk liep ik een keurige 5:47 per kilometer over ruim 5kilometer.
za3003 We gingen meedoen aan een Asics Run. Vincent en ik. En heel veel hardlopende dames uit Almere. Een fun run. Een social run. Een loopje voor de lol. Dat het 5 kilometer is weten we. Meer niet. Bij de winkel blijkt het druk te zijn. Heel druk. De groep wordt ingedeeld in mensen die 25 minuten over de 5 km doen en mensen die er langer over doen. Leuk, maar voor Vincent lastig in te schatten en 80% van de groep zit bij de 25+. We gingen even rekken en strekken. Vond ik lollig, want dat doe ik echt nóóit! Toen gingen we lopen. Ik was nog een beetje humeurig en vond het wel lastig om een tempo te bepalen. Van de meeste weet ik dat ze langzamer zijn en ik vind langzaam niet erg, maar ook niet erg gemakkelijk. We liepen langs de dijken in de Lelystadse zon. Mooi! Langs de haven. Ik vond het ook wel gek om Vincent achter te laten, maar die had al meteen een vriend en ik hoorde dat ze ons inhaalden en dat hij achter me liep te kwebbelen. De eerste paar kilometer liep ik lekker zelf en alleen: dat vind ik niet zo erg. De route lijkt wel heel simpel rechttoe rechtaan. Als Vincent me heeft ingehaald en lekker met iemand anders meeloopt, loop ik terug tot een andere eenzame loopster en we raken aan de praat. Mijn sjacherein is weg en ik klets gezellig met deze mevrouw. We lopen om Batavia Stad heen. Lekker langs de boot. Leuk om eens ergens anders te lopen. Het is niet helemaal 5 kilometer en ik vind het dan ook echt weinig. Ik loop weer terug naar Joyce en haar dochter. Die lopen achteraan. Leuk dat iedereen gewoon zijn (of haar) eigen tempo kan lopen. Vincent heeft onze goodiebags al opgehaald en met de teamgenoot die in de winkel werkt gekletst. Ik klets nog heel lang met de meiden.
‘s middags ga ik zwemmen in het kinderuurtje. Er zijn alleen maar 5 (veel) snellere mensen. Ik neem het achtje en ga achter ze aan zwemmen. Zij doen iets van 300m, 2 keer 150, 3 keer 100 enzovoort. Na 250 laat ik ze voor en als ik dan achter ze stop, vind één van het hen het nodig te zeggen dat ik nog 50 zou moeten. Het irriteert me énorm. Ik ga de 300tjes doorzwemmen, dan kunnen zij harder zwemmen en de pauzes nemen. Het werkt supergoed. Ik zwem goed omdat ik me erger. Pas bij de 12 keer 50 hebben zij meer rust dan ik wanneer ik rustig zwem en voor deze ene keer zitten ze mij in de weg. Zij zijn klaar en gaan één voor één het bad uit. Ik heb nog 50 meter tegoed en ga gewoon door. Ik bedenk dat ik gewoon iets moet zeggen van deze vervelende opmerking. Intussen heb ik supergoed en superveel gezwommen; dat maakt me wel milder. Als ik de man vriendelijk aanspreek dat ik mijn 50 meter ruimschoots heb ingehaald, laat hij weten het tegen de mopperpot die achter me stond te zeggen. Iedereen doet zijn eigen training, voegde hij er (enigszins te laat) vriendelijk aan toe. En die van mij was best goed geweest eigenlijk, toevallig!
z03103: Een vreselijke nuchtere duurloop die ik lekker afbrak. Dat was de aantekening. Ik moest een uur nuchter lopen, dat betekent zonder ontbijt. Dan moet je heel langzaam. Het voelde niet goed, geen moment. Maar ik liep wel 7 kilometer. Ik kon niet genieten van de schoonheid om me heen. In plaats van een uur, was ik blij dat ik na 3 kwartier rond was en ik ging snel naar huis.
ma 0104: eerst een fietstraining waar de sjacherein maar niet overging, daarna zwemmen in Lelystad en dat was eigenlijk maar een half uurtje en een half uurtje bommetjevol informatie. Ik zag mijn filmpje en ik zwem onder water veel te breed
Dat waren mijn aantekeningen waarop de blog bleef hangen…. We hadden fietstraining van JvdK. Ik fietste achteraan, want ik hoeft niet hard-hard-hard. We hadden niet echt een opdracht, alleen het slingerpad beviel me redelijk. 
di0204 een hardlooptraining met zijn zessen en ik was veruit de langzaamste. Ik wilde totaal niet meer, maar ging toch door. Ik wou gaan zitten en nooit meer opstaan, maar ik hobbelde keer op keer de heuvel op.
wo0304 Op de tacx met een cursus zelfvertrouwen en een tijdje oogjes dicht. Dan op de nieuwe schoenen een supersnelle piramide. Ik ging ook nog eens in baan 2 zwemmen en dat ging lekker, want ik ging lekker niet voorop! Ik lette heel heel erg goed op de doorhaal onder water. het hielp enorm. Ik ben (weer) verkouden
Zoals je ziet, het snelle bloggen is ingetreden!!
do0404 Een dagje rust! In verband met de vette training morgen, geen baantraining
vrij0504 Een training van 5 uur. VIJF uur. Ik zag er tegenop. Dat is namelijk behoorlijk veel, en als je alle wissels optelt, is de dag om. En Vincent was (nog een heel klein nietig beetje) ziek thuis. 50 minuten hardlopen, 50 minuten uitfietsen, weer 50 minuten hardlopen, maar dan in zone 2, 50 minuten uitfietsen en dan nog een keer 50 minuten hardlopen in zone 2 en nog eens 50 minuten uitfietsen. Gek genoeg baarde het hardlopen me nog de minste zorgen. Maar ik moest heel veel dingen klaarleggen en voorbereiden. Deze training gaat over voeden tijdens het fietsen en volhouden. Ik ga eerst onder de bloesems doorlopen en over de Trekweg en de witte brug. Ondertussen hou ik mijn kleine reporter thuis een beetje op de hoogte. Het tempo in zone 1 is als altijd vreselijk en lastig vol te houden. Ik neem een ommetje omdat ik denk dat ik anders niet uitkom, maar ik kom uiteindelijk 9 minuten te kort. Ik heb in de eerste van de 6 stages een fout gemaakt: ik heb niks gegeten en eigenlijk weinig ontbeten. Dat wordt bijbunkeren voor de rest van de sportdag. Thuis eet ik eerst een Twix weg. Ik ga op de Tacx en drink met gemak de hele bidon sportdrank leeg. Het is vreselijk saai op de Tacx. Mijn telefoon moet bijladen en ik tel 50 minuten af. Duurt een eeuwigheid en ik heb wind tegen op de Tacx: het schiet niet op. Ik haal 15 kilometer in drie kwartier. Na een half uurtje verorber ik een gel. Mijn assistent/reporter is er vandoor en zit boven. Ik verheug me alweer op het lopen en ga nu het rondje langs de plassen lopen. Lekker in zone 2. Het tempo ligt wel hoger, maar is nog niet optimaal. Ik geniet er echter alleen maar van. Het is ook veel te lang geleden dat ik een brug verder liep, ook al is het onverhard. Het gaat lekker en ik voel dat ik nu genoeg voeding binnen heb. Thuis is eerst de Twix aan de beurt, dan heeft mijn assistent de racefiets van Rob klaargezet. Kijken of dat ook zo traag is of dat de Tacx me toch al die tijd belazerd heeft. En dat blijkt! Ik ga zelfs met wind tegen een stuk sneller door het Kotterbos. Bij de Praambult keer ik om zodat de Trekweg me wind mee geeft. Dat schiet lekker op! Ik haal in 50 minuten 5 kilometer meer dan op de Tacx: dat geeft te denken. De bidon is weer leeg en er zit ook weer een gel in. Why change a working plan?! Ik begin wel moe te worden. Vincent maakt frikandellenbroodjes voor zichzelf als ik weer ga hobbelen. Ik ga langs de kassen en durf niet te kijken of de Oostvaardersplassen open zijn. De hekken in het bos waren wel al open, maar ik moet heel ver om als het niet zo is. Ik merk dat het zwaar is. Maar gek genoeg is het tempo nog hoger dan eerst! Ik zit zelfs op de tien kilometer per uur. Ik schiet deze keer vaker zone 2 uit, jammer dan. Ik tel uit dat ik iets meer dan 8 kilometer moet lopen om de 25 kilometer vandaag te halen. Ik pieker er de hele tijd over of het met de fiets”pauzes” nu gemakkelijker is of juist niet. Ik loop de 8,5 kilometer nog binnen 51 minuten ook. Over de 25 kilometer heb ik dus 160 minuten gedaan. Ik word echt moe en besluit dat het laatste deel echt uitfietsen is. Ik neem alvast de hersteldrank mee. Het wordt een feestje! De Oostvaardersplassen zijn alweer open, wind mee op de dijk, door het mooie Wilgenbos en langs het schattige sluisje. Het tempo lijkt meer op de Tacx, maar ik geniet er enorm van. Ik haal vandaag de 50 kilometer fietsen ook (en zonder Tacx was het waarschijnlijk nog meer geweest) en heb de tijd. Ik verheug me op de koekjes. Vanmorgen had ik het met lange mouwen en jasje eigenlijk te warm, nu heb ik het met korte broek net niet warm genoeg. Langs de atletiekbaan en om de wijk naar huis om de 50 minuten te halen. Ik fiets al met al 55 kilometer en dan is het klaar. Ik ben meer dan 6 uur onderweg geweest. Ik ben er vermoeid van, maar niet echt doodmoe. Na koekjes, hersteldrank en een warme douche zet ik me aan de huishoudelijke klussen. Voor het werk is vandaag geen plek.
za0604 Ik sliep uit. Wat slaap ik goed tegenwoordig 😉 Vincent ging naar Jeugdland voor de eerste keer en ik ging mee. Ik combineerde het maar met hardlopen, want in stadfietsbanden oppompen had ik geen zin… Ik zou wel zien hoe het ging en ik wilde niet hard gaan. Ik heb van gisteren GEEN spierpijn, geen ENKEL pijntje, NERGENS moeite mee. Misschien een klein beetje vermoeid, maar verder helemaal niks. Darmen, spieren, pezen, hartslag: alles is volkomen onaangedaan. Ik loop rustig en Vincent fietst mee. Op het jeugdland vul ik de formulieren in en ik ga naar de WC en dan hobbel ik verder. In zone 1. Tempo net onder de 7 minuten op een kilometer. Dat hou ik prima vol. Ik verbaas me vooral, dat ik dit gewoon maar moeiteloos kan. Ik hobbel over industrieterrein De Vaart tussen de kassen door. Het is er druk vanwege de kom-in-de-kas dag. Bah. Normaal is het doodstil. Nu rijden er auto’s af en aan. Ik twijfel of ik door de Oostvaardersplassen zal lopen. Uiteraard wil mijn hoofd zo nu en dan stoppen, maar mijn benen hobbelen gewoon door. Ik heb geen muziek bij me en geen afleiding en geen idee hoe ver ik zal gaan. Ik weet dat door de plassen iets verder is en dat ik boven de tien kilometer uit zal komen, maar ik geniet dan wel meer. Ik loop om en geniet nog meer! Misschien dat het daardoor zo gemakkelijk gaat. De bloesems en de geuren, de paarden in de verte, de ontluikende natuur: het is echt heerlijk. En dat het zo gemakkelijk is. Alleen mijn ogen zijn moe. Ik ben pas na 11 kilometer weer thuis en dat heeft tijd gekost (76 minuten om precies te zijn), maar geen moeite.
Naar het zwembad rijden in Lelystad in plaats van op de bank mijn boek lezen, kost me moeite, maar ik doe het. Even denk ik dat ik maar alleen ben, maar gelukkig komen er nog twee anderen. Veel persoonlijke aandacht dus! Ik moet leren 1 op 3 te ademen en onder water uitblazen. Dat maakt me rustiger. En ik moet dichterbij mijn lichaam doorhalen. We doen oefeningen die ons alledrie helpen. Met 1 arm zwemmen om de andere na te kijken, benen snel en armen rustig, dubbele insteek. Ik moet ook met mijn hele lijf kracht achter de doorhaal zetten. Dat is totaal nieuw voor me. Het is een fijne, maar ook een beetje lastige les als er zo op je gelet wordt! Ik heb ontzettend veel geleerd in de cursus, ben weer iets minder bang van het water.
zo0704 Om 9 uur vertrok ik op Robs racefiets. Ik ga met SG fietsen en ik mik op de honderd kilometer. We ontmoeten elkaar vlak bij de Kemphaan: we gaan richting Lage Vuursche fietsen. We kletsen lekker en ik laat de cadans even voor wat ie is. Het gaat goed, ons tempo ligt heel erg gelijk. SG vertelt van haar vakantie. Ik van onze keuken. We zijn al snel de Stichtse Brug over en het is nog rustig op de dijk bij Eemnes. Ik ben blij met mijn lange mouwen. Ik drink lekker veel sportdrank. We gaan langs de kastelen en volgen de weg naar mijn werk. Lekker bekend, ik hoeft er niet over na te denken. We gaan zelfs richting Huis ter Heide en ik wil over de startbaan fietsen. Daar moeten we helaas omkeren, want de startbaan is vanwege een vogel afgesloten. Dan maar langs de grote weg om Soesterberg heen terug Soest in. We rijden door Soest en dan zijn we over de helft en krijg ik ook zin in een terrasje. Maar we komen niet echt iets tegen. We nemen dezelfde weg weer terug vanaf kasteel Soestdijk. Bij kasteel Groeneveld willen we gaan zitten, maar we mogen onze fietsen niet bij ons houden. Dan niet dus. Ik moet even door de zure appel heen. De dijk bij Eemnes is intussen hartstikke druk en dat is lastig, elke keer weer uit elkaar fietsen. We kletsen door over vanalles en ik ontdek waar een fietsbroek echt voor dient: zonder onderbroek kan die aan (is niks vies aan hoor, gewoon iets wat ik nog niet wist!). Bij de theetuin stoppen we voor thee en koffie. Het is nog 30 kilometer en we hebben wind tegen. Gelukkig helpen de gels en het vocht goed. De brug gaan we best snel over, eigenlijk ongemerkt. Ik vind het aan de ene kant saai, twee keer dezelfde weg; aan de andere kant is het wel lekker bekend. Ik ga de honderd niet zomaar halen. Ik fiets nog een stuk met SG mee. Het is echt heel erg fijn dat we hetzelfde tempo hebben, zij heeft zich voor mij ook nauwelijks in hoeven houden. Ik rij om en merk dat ik zelfs nog door de Oostvaardersplassen om zal moeten rijden. Dat doe ik met alle liefde, maar op deze stralende zondagmiddag met dit heerlijke lenteweer is het overal inmiddels wel druk met dagjesmensen. Ik ben trots op mijn honderd kilometer. 103 zelfs. En ik ben trots dat ik nog nooit zoveel uur in een week heb getraind: meer dan 17 uur. En ik ben trots dat ik daar geen enkele last van heb. Dat ik ook nog energie heb om onkruid te verwijderen. En een uurtje om mijn boek te lezen. En ook voel ik me maar kleintjes: mijn vriendin en bekenden lopen de hele marathon, anderen lopen na een weekje niet-lekker zijn weer belachelijk hoge tempo’s, er zijn er meerderen die mijn weekrecord maar een beginnetje vinden. Maar als ik op Strava zou staan, zou ik met mijn 50 loopkilometers op de derde plek staan bij de hardlopende Almeerse dames en met mijn 17 uur op de vierde plek bij de honderden triatlonliefhebbers. Ik heb nergens last van: mijn darmen verwerken alles prima, geen spierpijn, geen zadelpijn, geen enkele pees die trekt of gevoelig is, geen vreetbuien, ik ben niet kapot, niet oververmoeid, dalende rusthartslag, voorkeur voor gezonder eten: het enige wat ik kan bedenken is dat ik een beetje vermoeider ben (mijn ogen willen graag dicht vallen) en hoest.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-11

2019-10

Maandag 18 maart. Na een dag werken, reis ik weer af naar Lelystad voor de borstcrawltraining. Deze keer zijn de beentjes aan de beurt! Niet mijn favoriete onderdeel – eerlijk gezegd – mijn benen gebruik ik vaker niet dan wel! En tijdens de training blijkt waarom: ik haal er maar weinig kracht uit. Ik lig best recht, maar  ik ga niet heel erg hard vooruit. Ik flipper me suf, maar na alle actie van het weekend, zijn mijn beentjes hier niet blij mee. Dan pakken we het ademhalen er bij en dat bevalt me beter. We ademen 1 op 3. Het blijft wennen, maar volgens de trainer moet je het een weekje volhouden en dan weet je niet beter. Daarna maakt hij een filmpje van mij. Hoe zenuwachtig kun je zijn?! En ik hoeft niet eens snel! Ik kan best op en neer zwemmen. Benieuwd wat hij er van vindt, maar dat hoor ik volgende week.
Dinsdag 19 maart. Na een vreselijke dag werken, reis ik samen met Vincent naar de andere kant van Almere voor een hardlooptraining. Ik hoeft en mag niet hard vandaag. Eigenlijk mag ik maar een half uurtje, maar mijn werk slokt me zo op emotioneel, dat ik liever niet alleen ga lopen malen. Maar in de groep moet ik ontzettend uitkijken me in te houden. En dat doe ik een uur lang. Die lieve GN heeft wel een zware training: we lopen korte stukjes in 5 kilometer tempo. Ik heb geen idee: mijn 5 kilometerwedstrijd zorgt voor een tijd van 7:00 minuten per kilometer, maar dat bedoelt ze vast niet. Ik voel dat al mijn spieren gespannen zijn, net als de stress in mijn hoofd. Ontspannen lopen lijkt verder weg dan ooit. Bij de derde keer loop ik met een langzame loopster mee te kletsen om mezelf niet onder teveel druk te zetten. Heel langzaam neemt de spanning af en op het einde moet ik zelfs grinniken als het over chocoladetaartjes gaat! Ik had aan het begin van de training gedacht dat ik niet meer wist hoe dat moest, dus stiekem was het een toptraining.
Woensdag 20 maart. Ik moest fietsen, de was doen, yahtzee spelen en om 3 uur heb ik een afspraak die net voor het zwemmen klaar is. De wasmachine kan best tegelijk met het fietsen draaien, maar yahtzee spelen…. Vincent regelt een plank en de workmate en komt naast me zitten. Ik moet eerst in de lage zones fietsen en dat combineert prima met yahtzee op de Tacx! Helemaal leuk als ik ook nog win 😀 Zo nu en dan moet Vincent een pen, papiertje of dobbelsteen van de grond halen of voor mij schrijven. Het horloge piept soms dat ik het niet helemaal goed doe. De tijd vliegt voorbij en ik geniet nog na van 2 uit 3 overwinningen in de snelle blokjes die de training afsluiten. Ik ben nog steeds een beetje gestresst, maar de middagafspraak haalt de angel eruit. Ik kan gaan zwemmen, maar ook daar is het niet de bedoeling me in te gaan spannen. Ik zwem in baan 1. Ik weiger voorop te zwemmen, want ik doe langzaam aan. Ik ga wel alles zonder pullboy zwemmen. Dan maar iets langzamer. De snelsten zwemmen met hun pullboy voor me uit. Het kan me niet schelen. Of in elk geval maar een beetje. Ik doe de oefeningen ook allemaal. Ik probeer 1 op 3 te ademen. Het licht op het einde van de les is adembenemend. De zon schijnt op het water.
Donderdag 21 maart. Na weer een intensieve dag op het werk ga ik moeizaam naar de baan. Ik mag deze training overslaan, want morgen staat me weer wat te wachten… Ik ga en als ik zie dat de trainer, de groep of de samenstelling van de groep me niet bevalt dan ga ik alleen lopen. Het valt alledrie tegen: 1 grote groep, een stevige trainer en weinig langzame mensen. Ik ga dus alleen lopen, want het inlopen gaat me al te hard. Ik ben vermoeid vandaag. Van het werk, niet van het sporten. Ik ga even bij Joyce langs voor een knuffel. Helaas is ze er niet. Ik loop door en ga over de Vaart heen, dan kan ik dadelijk om de Leeghwaterplas heen lopen. Het is veel verder dan ik dacht. Was ik figuurlijk de weg al een beetje kwijt, de letterlijke wijze volgt. Dat beangstigt me wat. Het lijkt ook donker. Eenmaal op het lange fietspad langs het Leeghwater heb ik een kalm tempo ontwikkeld en komt er een lichtpuntje in. Aan de andere kant van de plas is het bijna licht! Ik ga de tien kilometer halen en loop lekker. Heel langzaam aan kan ik er figuurlijk bij stilstaan dat ik blij moet zijn dat ik kan lopen, dat ik fietsend kan yahtzeeën, dat het mooier weer wordt en dat ik fijne nieuwe schoenen heb. Ik maak het rondje af en ben netjes op tijd weer bij de baan.
Vrijdag 22 maart. We gaan het vandaag weer doen: 4 keer een half uur lopen en een half uur fietsen. En vanavond uitfietsen. Een flink programma. Ik begin met lopen zodra Vincent naar school vertrokken is. De Tacx staat klaar. Het eerste half uurtje zone 1 is weer het moeilijkste. Er zit geen tempo in. Ik hou me echt keurig aan de hartslagbeperking, hoe vervelend ook. Het is er mistig bij. Ik loop het rondje richting de Oostvaardersplas en AlmeerPlant. Ik haal 4 kilometer in precies een half uur. Tijdens het fietsen ga ik bellen met mijn zusje. Dat gaat prima en een half uur vliegt voorbij! Weer hardlopen. Ik mag nu in zone 2. Ik ga het fietspad richting het centrum op en zal teruggaan via de Evenaar. Ik maak vandaag elke keer ongeveer 4 bochten en pak met de volgende loop het laatste stukje van de voorgaande loop weer op. Ik bedenk me dat ik er een middagpauze tussen zal nemen. Dan doe ik vanmorgen de eerste 3 en dan lunchen we samen en daarna fiets ik eerst, doe het hardlopen van het vierde blokje en fiets dan (als het kan buiten) uit. Ik heb me helemaal vergist dit rondje. Na 4 kilometer ben ik thuis, maar ik heb nog zomaar een minuut of 7 over. Blokjes om het huis dan maar. En zo kom ik drie keer langs de dakkapel die uitgeladen wordt. Ik loop 5 kilometer in een half uur. En dan weer op de fiets. Deze keer verveel ik me een beetje. Ik blijk vanmiddag niet te kunnen inhalen, want er komt een monteur. Dat haalt mijn spirit er uit. Aan de andere kant ben ik besluiteloos: ik zie wel wat ik vanmiddag nog kan en wil doen. Nu eerst nog een keer hardlopen onder de bloesems door. Ik doe mijn Asics weer aan, net als de eerste run. Ik wissel de Hoka’s en de Asics om te kijken of ik verschil voel. De Hoka’s voelen een stuk krachtiger. Maar de Ascis en deze derde ronde gaan als een tierelier! De hartslag is lager bij een hoger tempo. Dadelijk nog even fietsen en dan ben ik klaar voor vanmorgen. De ochtend is dan ook voorbij. Ik drink en eet genoeg deze ochtend. Elke keer een gel, twee bidons. Het uitfietsen doe ik zonder enige afleiding. Het half uur duurt onmetelijk lang. Op het einde schakelt het vliegwiel in van de Tacx en komt er eindelijk tempo in alsof ik de berg af ga. Om 12 uur ben ik klaar voor de lunch en de pauze. Hopelijk komt de monteur snel en kan ik nog gaan. Ik want en wacht en kijk pas tegen drie uur op het papiertje en dan blijkt de monteur volgende week te komen. 😐 Ga ik nog rennen… fietsen… Het is intussen heerlijk weer. Ik wacht tot Vincent thuis komt (en dat duurt lang, want die staat te kletsen). Rob wisselt het zadel van zijn fiets om en ik sluit de cadansmeter aan. Off we go: op naar een ijsje in Almere Haven. We doen een redelijk tempo, maar door de stad is altijd wat gehobbel. Vincent kijkt op de route, ik doe het een beetje uit mijn hoofd naar de Kemphaan toe. Voorbij het kasteel neemt Vincent het over en slingeren we door Almere Haven. Ik vind het grappig en geniet er van dat we niet verdwalen! Hij krijgt twee bolletjes vanille-ijs en ik neem iets wat yoghurt zou moeten zijn. Eindelijk heeft Vincent het koud in zijn korte broek! Ik heb een lange broek aan. Het is heerlijk weer. We fietsen over de dijk terug en gaan ergens terug richting de Kemphaan. Weer een nieuw pad! We kijken huizen. Dan scheuren we langs Stichting Aap en daarna aan de andere kant van de Vaart. We bewonderen een grote boot, halen ‘m in en fietsen er op de brug overheen. Bij de moskee gaan we richting het spoorbaanpad. We nemen nog een keer een andere route om het centrum te ontwijken. Na bijna 34 kilometer zijn we weer thuis. Ik heb niet het volledige rondje gesport en de 5 uur niet helemaal gehaald, maar het is genoeg geweest.
Zaterdag 23 maart. Er staat een optioneel rondje fietsen. Ik ben ongedurig vandaag, maar heb geen last van spierpijn of wat-dan-ook. Ik ga het gewoon proberen of ik last heb van zadelpijn! Ook dat niet. Ik hoeft ‘maar’ een uurtje. Vandaag staan er wel weer cadansaanwijzingen bij. En dat bevalt me voor geen meter. Ik moet in een lage hartslagzone 80 tot 90 rondjes per minuut maken. Het duurt een hele tijd voor ik de mix gevonden heb. Mijn beentjes worden boos. Heel boos. Die willen niet overdreven veel rondjes draaien. Ook niet op de lekkere supersportdrank. Ze voelen niet oké en beginnen te mopperen op de trainer die dit verzonnen heeft. En met een beetje wind tegen, gaat de hele mix direct naar de filistijnen. Ik moet op het horloge kijken voor de cadans en dat stoort me ook mateloos. Het voelt aan alsof ik superlangzaam ga. De tijd kan ik niet ook nog ergens zien. Ik irriteer me op de fiets. En de Trekweg is ook geen pretje. Maar het kan nog erger: ik moet in zone 3 gaan fietsen met een cadans tussen de 95 en 105. Het voelt bijna onmogelijk en de brug over tegen de wind in, maakt het niet makkelijker. Ik mopper en vloek op de trainer. Als ik gewoon eens ga weigeren aan dat stomme cadans-gedoe?! na 2 minuten pauze en een cadans van onder de zestig -lekker puh- probeer ik het nog 1 keer op het lange rechte fietspad. Ik haal het zowaar na drie minuten! Het evenwicht is precair en ik word er niet blijer van. Tot ik omschakel naar het tempo en dat is heel behoorlijk. Het voelt alsof mijn benen kapot gaan, maar het is niet voor niks tenminste. Ik blijf maar rechtdoor fietsen, want het moet nog een keer na een pauze van 2 minuten. Ik hou het niet vol. Als ik de rode flats voorbij ben, geef ik het op. Mijn benen gaan in staking, die willen niet meer hard rondjes trappen. Ik fiets rustig uit en neem nog een stukje bloesem mee. Het zal voor een goed doel zijn, maar ik moet navragen bij de trainer waarom. Daarna nog zwemmen. Ik ga 400 metertjes zwemmen. Op mijn tempo. De eerste met achtje. De tweede niet. De derde en vierde weer wel. Ik moet soms aan de kant voor de snelle zwemmers, maar ik hou gewoon vol. Mijn opdracht is 1 op 3 ademen. Keer op keer op keer op keer op keer. De vijfde ook met achtje. En dan bedenk ik me iets wat JtW me jaren geleden heeft gezegd: kijk naar voor als je ademt. Dat doe ik. En dan verandert er opeens vanalles! Ik moet er voortdurend bij nadenken, maar het wordt gemakkelijker. Logischer. Lichter. Rechts gaat beter dan links. Ik kan nog wel een uurtje doorzwemmen zo. Maar dat hoeft niet.
Zondag 24 maart. Eerst maar eens lekker uitslapen en wakker worden met vers brood. Dan rustig een aantal huishoudelijke karweitjes afvinken en na de lunch gaan Vincent en ik naar opa en oma in Hilversum fietsen. Ik heb een horlogemount op de fiets, Vincent heeft een hartslagmeter om, we hebben allebei een cadansmeter. Ik heb gister even overlegd met de trainer en ik mag (als het echt niet goed lukt) de cadans maximaal 5 slagen lager leggen. Dat belooft wat vandaag, want ik moet een uur in zone 1 bij een cadans van 70-80 en een uur met een cadans van 80-90 één hartslagzone hoger. Ik ga mijn best doen, maar de hartslagmeters en horloges maken er een potje van. Welke hartslagmeter ik ontvang blijft onduidelijk, maar mijn hartslag flippert tussen de 75 (veel te laag) en de 175 (veel en veel te hoog). Nogal rommelig. Het fietsen gaat echter lekker en we houden allebei een hoge cadans aan. Volgens mijn trainer hou je het dan langer vol, maar mijn benen denken daar toch echt anders over. Ik ben blij dat ik op het laatst nog een jasje aangedaan heb, want het is ondanks de zon toch frisjes. Bij het Shellstation doet Vincent de hartslagmeter af, maar mijn hartslag blijft rommelig. We kijken motors en gaan lekker de brug over. Ik merk dat Vincent wat vermoeider raakt, maar dat mag ook wel voor de eerste lange rit van het jaar. Als we de A27 over zijn, klaagt hij over steken in zijn zij. Misschien valt de sportdrank niet goed of ligt het verse brood ‘m dwars. We nemen een andere (iets rustigere) route door Eemnes. Op de dijk is het weer passen en meten en inhalen. Er rijden klassieke auto’s langs en een DB9. Onder de A1 door en dan begint het al op te schieten. Een nieuw snelheidsrecord ligt op de loer. Nog nooit hebben we binnen anderhalf uur naar Hilversum gereden. We rijden rustig langs Anna’s Hoeve en dan zet ik Vincent aan tot flink doortrappen. Hij wil hierna gaan lopen en het zal goed voor hem zijn dat met zware benen te voelen. We zijn er met gemak binnen anderhalf uur, 1 uur en 24 minuten. Vincent doet snel de hardloopschoenen aan en vertrekt. Voor mij is dat niet zo zinvol, want ik fiets weer naar huis terug straks. Ik drink lekker veel thee en help opa en oma van een heel kunstwerk aan paaseitjes af. Het is fijn even lekker te kunnen kletsen en rustig te kunnen zitten. Rond half 5 stap ik weer op de fiets. Een half uurtje zone 1 en cadans 70-80 en daarna een uur in zone 2 met een cadans van 80-90. Ik hou mezelf voor dat dit bergaf gaat en dat ik wind mee heb. Het lijkt er wel op, want in zone 1 kan ik al behoorlijk tempo maken bij de juiste cadans. Ik heb mijn koptelefoontje op, maar die zet ik op de Wakkerendijk bij Eemnes pas aan. Ik moet inhouden voor overstekende koeien. Ik ben Eemnes binnen een half uur voorbij! Vlak bij Blaricum halen 2 andere racefietsen me in, maar ik weet dat ik doorga naar de volgende zone en dan haal ik hen weer in. Zij kunnen (voor de helft) beter de brug op fietsen zonder hartslagbeperking. Ik neem snel nog wat sportdrank. Op de heenweg heb ik de halve bidon leeggedronken. Dat is al heel wat voor mij, maar de bidon had ook leeg gemogen. En nu dreig ik het te vergeten. Geen goede beurt, maar ik heb nog een hele polder om het in te halen. En ik heb het nodig! Niet om de brug af te scheuren, want ik ga superduperhard (43 kilometer per uur, jippie!!!) Dan krijg ik wind tegen en gaat het minder lekker. Het is lastig om cadans hoog te houden. Mijn zin verdwijnt een beetje met het tempo en de cadans. Ik luister de muziek en trap maar verder. Langs de berg, langs de Shell, nog een paar flinke slokken en dan langs de Vaart. Daar is het nog iets zwaarder met de wind. Ik schiet aardig op en zal mijn best doen ons eerder op de middag aangescherpte record te gaan verbeteren! Ik tel een beetje uit dat ik het binnen 1 uur 20 moet kunnen halen. Maar dan moet ik nog wel even doortrappen. Dat lukt pas weer voorbij het data-centre. Sorry trainer, ik laat de cadans even los en ga gewoon even lekker los! Op de Trekweg vlieg ik er een beetje doorheen. Ineens is de sportdrank op wonderlijke wijze ook op. Ik ga de wijken door op een ietwat gevaarlijk hoge snelheid. Niet voor mij, maar voor de andere weggebruikers. Stukje bloesem meepakken en dan wil ik als het even kan binnen de 5 kwartier uitkomen. Ik zet nog aan, maar had dat misschien iets eerder moeten doen. Ik ben thuis in 1:16. Nadeel: nu moet ik nog even uitlopen, anders zit ik niet op het schema. Geen uur meer, maar een kort stukje. Niet op Vincents tempo, want dat haal ik ammenooit niet, maar mijn eigen tempootje. Dat ik vermoeid ben, blijkt wel uit het feit dat ik het horloge zo’n 700m te laat aanzet. Ik vind het tempo laag houden erg lastig. En de ronde aanhouden ook. Dus ik doe geen van beide meer heel zorgvuldig. Ik ben blij dat ik op de bus mag wachten, loop 3 kilometer vol en dan ben ik blij, trots en hongerig omdat een dikke vette sportweek er op zit. Nieuw record: 14 en een half uur. Ik ben er wel een beetje moe van en vanmorgen had ik spierpijn van het zwemmen, maar verder ging het redelijk goed.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2019-10