Dinsdag 11 juni
Deze week heb ik maar weinig foto’s. Op maandag had ik een rustdag. Mijn stressmetertje liep op het werk vanzelf wel weer vol. Vandaag was ze ook al weer vol, maar ik ging lekker uitlopen met KH. Rondje om het Weerwater. Blijkletsen over hoe dat met mijn voeding moet. Ik hoefde een half uurtje, maar zij moest een uur, dus we namen een ommetje. Het ging prima, maar het voelde wel wat zwaar.
Woensdag 12 juni
Alleen maar zwemmen. Het zwemmen gaat erg veel beter, nu ik mijn hele lijf gebruik, de doorsteek dichterbij haal en ik langere slagen maak. Ik adem aan twee kanten. Samen met MB zwemmen we om de beurten vooraan.
Donderdag 13 juni

De wekker stond om 6 uur. Geloof het of niet, maar op deze dag doe ik twee trainingen! Eén heel vroeg en één laat op de dag. Tussendoor mag ik werken en proberen de laatste taak voor elkaar te krijgen. Maar eerst energie verzamelen in alle vroegte. Nuchter. Dus zonder ontbijt. Om kwart over 6 begin ik met hardlopen. Nouja, joggen. Snel hoeft niet en mag niet. Lopen op vet. Dat voelt stroperig en zwaar. Ik had niet zozeer trek als wel dat het totaal onsoepel aanvoelde. Wel genoot ik! Dat ik dit kan en doe en dat ik de vogels en de kikkers hoor en de zon zie. Het is stil. Ik loop lekker langs de plassen, heen en weer terug. Ik heb niet veel tijd, maar voel alle tijd die ik heb, ik beleef het intens. Natuurlijk ben ik daar alleen als mens. Om kwart over 7 ben ik thuis en ga ik snel onder de douche.

Als de taak op het werk volbracht is, kan ik ‘s avonds nog een keer de hardloopschoenen aantrekken. Als Vincent op de baan traint, loop ik langs de Vaart. Heen aan de rechterkant tot de witte brug bij de Kemphaan en daar steek ik over. Het gaat gemakkelijker en sneller dan vanmorgen! Ik hou me in, maar de hartslag is toch iets hoger. De lucht ziet er mooi, maar enigszins dreigend uit. En dat blijkt om tien voor 8: de douche wordt buiten aangezet! Ik loop door, want ik moet Vincent ophalen en regen deert me niet zo.
Vrijdag 14 juni

Vandaag wilde ik naar Utrecht fietsen, maar dan moet ik me aan allemaal tijden en afspraken houden en dat zint me niet. Ik ga dus eerst alleen fietsen en rij dan wel richting Utrecht. Dat is beter te controleren. Ik ga alleen. Muziekje op, tijdritfietsje mee en richting het pontje over de Eem. Het is lekker weer: bewolkt en niet te warm. Eerst wind tegen, later zal ik wind mee krijgen. Het fietspad richting de Arkermeederbrug ligt er prima bij en ik kan ook tegen de wind al een lekkere snelheid maken. Als ik de brug over ga, vallen de donkere wolken me al op, maar regen was niet voorspeld! Helaas heeft het weer zo zijn eigen grillen en komt het (weer) met bakken uit de hemel. Ik word niet alleen bekogeld met druppels, maar ook met vliegjes! En de zwarte wolken vliegjes blijven door de regen extra goed plakken. Ik voel me ontzettend smerig. Het tempo is gelukkig super omdat ik wind mee heb! Voorbij de Eemhof zijn de regendruppels en vliegjes verdwenen. Ik besluit dat ik nog best iets langer van het tempo mag genieten en steek pas voorbij de Kemphaan terug. Ik maak nog en ommetje aan de andere kant van de vaart om op 80 kilometer uit te komen in 3 uur. Ik wil douchen en me weer schoon voelen!
Als ik klaar ben in Utrecht en de sportpsycholoog me heeft verteld hoe ik met de duiveltjes voor de wedstrijd om moet gaan (feitelijk moet ik ze negeren!), laat Manuel weten dat hij nog een stukje gaat fietsen. Ik ga graag mee. Niet zo snel meer, maar fietsen lukt me best. Denk ik. Eerlijk gezegd moet ik daar tijdens de rit een beetje op terugkomen. Ik heb niet zoveel gegeten tussen het halen van afspraken door en dat voel ik. Het wil niet zo. De wind werkt me voornamelijk tegen. Ik ben ook niet zo spraakzaam als anders. Mijn tijdritfiets is vanmorgen ook vies geworden en rammelt: dat irriteert me. Ik eet een gel en die helpt me er wel doorheen. Maar 40 kilometer hoeven niet van me, na 38 ben ik thuis en er klaar mee.
Zaterdag 15 juni
Heel rustig de benen loslopen. Dat is nou net wat ik moeilijk vind! Wat is nou heel rustig… Dat is sloom met de handrem erop. Geen ge-hol aan. Ik moet nog wat boodschapjes doen en ga dat maar combineren. Ik hobbel naar het centrum van Almere Buiten. Koop gelsnoepjes en ik hobbel weer terug naar huis. De rest van de middag zitten we lekker op een verjaardag.
Zondag 16 juni: De OD van Zandvoort krijgt een eigen blogje!
Zie: OD Zandvoort
Maandag 17 juni

Ik wil meer buiten zwemmen! Vanavond gaat RW mee, de dochter van Joyce. Zij is een hele sterke zwemster, technisch gezien en ik heb de conditie. Ze heeft nog weinig buitenwater-ervaring, maar we hebben allebei al in de zee gezwommen: zij om Ibiza, ik bij Zandvoort. We gaan naar het Weerwater en zullen wel eens zien! Mijn pak vertoont wat kleine beschadigingen en die baren me wat zorgen. Het pak moet nog een paar weken heel blijven! RW en ik blijven bij elkaar en ik heb een fijne slag te pakken. Gestaag en lekker in mijn ademhaling. Als ik dit vergelijk met een jaar geleden ben ik ENORM vooruit gegaan. We zwemmen van boei naar boei en kletsen onderweg. Het is niet warm, maar ik ga echt lekker. De weg terug met wat golven tegen is nog iets meer mijn ding. We zwemmen een stukje extra om de 2000m te halen. Mooi begin van nog een heftige trainingsweek!
Dinsdag 18 juni

Al snel wordt de fijne trainingsweek rommelig. Ik heb moeite om alles met Vincents trainingen te combineren. Ik haal hem over om vanavond mee te gaan fietsen in plaats van hardlopen. Het is lang licht en warm. Kalm, gestaag en zonder haast fietsen we een rondje om de Noorderplassen heen. Wind mee op de dijk en lekker kletsen. Het is bijna saai, zo gewoontjes als het is.
Woensdag 19 juni.
Nog 1 grote training. Lang en zwaar wordt het vandaag. Ik heb het uitgekiend: ik heb vrij en om 2 uur verwacht het weerbericht de zware buien pas. MBB gaat een stukje meefietsen, ik ga rondjes lopen van 45 minuten en een kwartier fietsen daarna. En dat dan 4 keer. Ik begin alleen na een bord pap met een rondje langs de plassen. Ik neem een ommetje door het Kotterbos en hou het tempo en de hartslag laag. Ik geniet er van,

maar MBB appt me dat er veel regen aan zal komen. Ik zie de donkere lucht ook al, maar heb nog een paar uur de tijd. Zij zal niet meefietsen als het regent. Bij elke stap die ik doe, eigen er honderd vlindertjes op. Het lijkt wel een sprookje! Het is echt prachtig en ik moet lachen om al die breekbare vleugeltjes. Ik voel een paar druppels en besluit alleen de rondjes te gaan doen. Zonder MBB. Gewoon 4 keer 7 kilometer hetzelfde rondje en het omgekeerde rondje op de fiets. Lekker overzichtelijk! Tijdens het fietsen druppelt het. Als het hierbij blijft, kan ik het fietsen nog skippen en thuis bij-eten voor ik aan de volgende loopronde begin. Ik hoop er toch zeker 3 te halen! Na 4 km lopen neem ik een gel en op de fiets een Twix. Ik begin aan de tweede ronde en de lucht wordt donkerder. In de verte hoor ik het gedonder aankomen. Ik baal er van. Met onweer ga ik niet verder! Regen kan me wat, maar dat is met al dat gewisseld ook al lastig. De bliksem komt dichterbij, maar ik kan nog gemakkelijk tot 12 tellen. Er vallen al druppels, maar dat vind ik niet erg. Ik hoop het spoor te halen. Daar voel ik me veiliger.

De waarheid haalt me in: ineens dondert en bliksemt het tegelijk en voor mijn gevoel naast me! Ik sta midden tussen de plassen!! Al mijn haartjes staan overeind en zone 1 is ineens ver weg. Ik vind het maar wat akelig! Ik loop naar het fietspad. Bij het spoor regent het flink door en om mij heen rommelt het. Ik loop naar huis en zal de training afbreken. Balen, maar het zal wel moeten. Ik loop zoveel mogelijk tussen de wijken door terwijl het flitst en dondert om me heen. Ik ben blij als ik thuis ben! Als ik onder de overkapping zit uit te druppen en uit te hijgen, knalt het zo hard dat alle glazen er van trillen. Ik ben blij dat ik niet buiten ben! En tegelijk baal ik dat ik de training niet heb kunnen afmaken. In de loop van de middag verdwijnt het slechte weer, maar ik kan de training niet oppakken. Ik hoop dat er van het weekend iemand meegaat. Er blijft een beetje een kribbig gevoel over, want nu moet ik de training er een andere keer tussen proppen en dat bevalt me niets.
We gaan nog wel naar het zwembad. Samen met MB zwem ik moeiteloos vooraan. Met achtje, maar ook zonder achtje. Ik let een beetje op de techniek en hoor nog steeds de aanwijzingen: insteken-ringetje-ver vooruit-onder het lichaam doorhalen en 1 op drie of vier ademen. De zwemcursus was echt goed besteed!
Donderdag 20 juni
Vincent kon met iemand meerijden naar de baantraining, dus ik kon volgens schema op de fiets stappen. Muziekje erbij. Tijdritfiets wordt mijn vriend. Groot rondje Oostvaardersplassen. Een mindere ervaring: het TVAtrisuit zit niet lekker. Onderaan zeg maar. Het zit niet lekker op het zadel, hoe ik ook hobbel en schuif. Dat maak ik voor het eerst mee! Voor de rest trap ik heerlijk door. Andere fietsers zie ik nauwelijks. Ik blijf langs de Vaart trappen, want eigenlijk wil ik de 60 kilometer wel halen. Ik twijfel of ik ook nog langs het Wilgenbos ga, maar zie er van af. Ik heb het tegen half tien wel gehad met fietsen.
Vrijdag 21 juni
Ik verzet een afspraak om te kunnen gaan sporten. Om kwart voor 9 spring ik samen met KH in het Gooimeer. Ik wilde golfjes. Die kreeg ik. Niet heel erg, maar we begonnen met wind tegen. Ik hoefde niet zo hard, gewoon lang. In het begin vond ik het lastig, ik weet niet waarom. We gingen langs boeitjes zwemmen. En toen verder. KH zwemt (een stuk) harder dan ik, maar ze moest er even inkomen. Door naar de eerste flat. We moesten uitwijken voor een bootje. Dat vond ik zo stoer, dat er een bootje LANGS vaart. Toen begonnen de plantjes. Hele bossen. Tot vlak onder de oppervlakte. Dat maakte het zwemmen zo ongemakkelijk! Ik vind het niet eng of zo, maar lastig. En het was echt veel. Ergens vind ik die plantestaakjes wel spannend: je ziet niet wat er tussen zit en ik denk niet aan vissen, maar aan zeemeerminnenkastelen. Maar voor de slagen liggen ze toch in de weg! KH was ver voor me uit. Ze had me haar plan gegeven: we zwemmen 40 minuten heen en 38 minuten terug. Het duurde een tijdje voor ik had uitgeteld dat mijn 75 minuten dan net te kort zijn! En het duurde ook even voor ik haar dat kon vertellen, terwijl zij (op een open plek) lag te dobberen tot ik er ook was. We gingen terug zwemmen. Wind mee en dat merk je toch. Ik zou het verst ooit gaan zwemmen. Niet dat ik al aan de 4 kilometer zit, maar toch… Ik ging liggen mijmeren en bleef gewoon slagen maken. Veel anders doe je toch niet. Beetje de goede richting op en dóór! KH wachtte me weer ergens op. Toen was het terug naar de boeitjes, die stiekem skippyballen waren met een gezichtje erop en terug naar het strandje. De planten waren weer weg en het werd een stuk simpeler, alhoewel vermoeidheid nu ook mee ging spelen. Ik voelde aan mijn trillende horloge dat ik 3000m had gezwommen. Wow. Ik heb anderhalf uur in het water gelegen. Uiteindelijk werden het 3200m. Dat geeft een goed gevoel!
Toen kleden we ons langzaam om. Het was kouder dan ik had gedacht. Ik zag een beetje op tegen het zadel met mijn zadelpijn. En alles was nat… Het was bewolkt. We gingen richting de Hollandse Brug en er vielen zelfs wat druppels! De zadelpijn viel mee. Vanwege de druppels en de wolken richting Amsterdam, bedachten we het rondje Oostvaardersplassen te doen. lekker wind mee op de dijk. We gingen aan het kletsen, roddelen, vertellen, praten en de kilometers gingen goed. Zeker op de dijk. Het is raar als je na 25 kilometer naar huis zou kunnen. Op de Knardijk trok ik het karretje. Wind van opzij. Ik haalde de 27 en hoorde dat het voor KH net iets te langzaam was. We gingen langs de Vaart door het bos, dan valt wind tegen mee. Toen we op de lange vogelweg kwamen na de Praambult, mocht KH voorop. Zij is enorm sterk. Wat een onwijze power!! Ik hoefde er alleen maar achter te blijven hangen en zone 1 was even zoek!

Zij houdt ‘m -wind-tegen- dus voortdurend boven de dertig. Zo knap. Ik genoot er van en hield het bij. Tot de viaducten. Dan heeft zij nog power over om boven te komen en ik niet. Ze ziet er niet uit als een superslanke triatleet, maar ondertussen zit in KH meer power dan in menig eredivisie poppetje. We reden door Nobelhorst. Ik moest een beetje bijkomen. Dan langs de Kemphaan. KH zou me na 1 ronde verlaten, want zij moest ‘s middags nog van alles doen. Ik zou doorgaan tot thuis en dan later de auto ophalen. Maar we hadden er pas 65 kilometer op zitten, dus dan is 25km eigenlijk niet genoeg. Ik ging proberen alleen het tempo ook zo hoog te houden, maar het lukte me niet zo goed! Ik hield wel 27/28 aan en dat is voor mij nog altijd oké. De wind was wat gedraaid en aangetrokken, zodat ik ‘m iets langer tegen had. Ik wilde én de honderd halen én moest 4 uur volmaken. Dus nu erg het nog gekker: Ik nam onze eigen afslag en bedacht dat het vanuit huis ongeveer 10 kilometer was terug naar Haven. Dan zijn de honderd kilometer (zeker) vol en kan ik zelf de auto thuisbrengen. Het is helemaal raar om op nog geen 2 km van huis langs te rijden. Ik nam de route naar de vogelweg. In mijn eentje hield ik ‘maar’ 27km aan. In mijn uppie was Nobelhorst nog saaier. Ik vond het een stuk verder allemaal toen ik alleen was. Het tempo hield ik wel aardig hoog en ik zat weer keurig in zone 2. Ik heb denk ik net iets te weinig gedronken. De honderd kilometer haalde ik met gemak! Als ik in 4 uur de 110 zou halen, zo telde ik (in een kilometer of drie) uit dat ik dan gemiddeld 27,5 had gefietst. Dat is hard voor mijn doen. Ik rekende buiten de wind tegen op de dijk richting Almere. Die gaf nu echt wel zichtbare golfjes. Ik moest dus nog aanpoten om het tempo hoog te houden en in zone 2. Na honderentien kilometer in 4 uur was ik ook klaar. Ik was er vermoeid van. Niet verbrand, dankzij het t-shirtje met korte mouwtjes. Het was echt heerlijk weer geweest!
22 juni
Mijn stuitje doet een beetje zeer, ik ben een beetje moe. Vandaag alleen maar een uur zwemmen. En dan bedoel ik: een uur onafgebroken zwemmen. Ik deelde een baantje met een snelle meid: zij de ene kant, ik de andere. Een zwembad heeft geen plantjes, maar schoon is het ook absoluut niet. Baan na baan na baan met achtje doorploegen. Tot ik me realiseerde dat ik nog geen drie jaar geleden voor het eerst ging zwemmen. Dat voelde onmogelijk raar. Hier sta ik dan: klaar voor het destijds ondenkbare. Slag na slag na slag na slag. Ik begon met niks: nog geen 25 meter. Zoveel kan er in een paar jaar tijd veranderen: baan en zwemmen. …. En door: letten op de ademhaling, de slag, de rand. Ik zwom 57 minuten onafgebroken door en haalde 2650 meter: destijds ondenkbaar.
23 juni
De training van woensdag moest nog worden afgemaakt…. Maar vandaag wordt het bloedheet. Dus het moet vroeg. Om 6 uur ben ik al wakker en ik bedenk me dat ik niet met Vincent het rondje om de Oostvaardersplassen moet gaan doen. Uren op de dijk in de volle zon is zinloos en onverstandig. Ik ga 4 keer proberen het 7 kilometer rondje te doen langs de plas. Kan ik tussendoor thuis bijdrinken en ook hetzelfde rondje in een kwartier fietsen. Voor de verandering is er bij Vincent geen teleurstelling te bemerken 😉 Hij zal wel voor me klaarstaan, vanachter zijn schermpje. Om kwart voor 8 vertrek ik voor het eerste blokje zone 1 van drie kwartier. Het is nog rustig en nog niet heel heet. De vlinders zijn er weer en de dooie vissen die door een vogel zijn gedropt. Ik zie een paar mensen met hun hond, verder is de wereld op dit tijdstip op zondagmorgen van mij! Ik ga niet hard, hou het niet eens onder de 7 minuten. Maar de hartslag blijft wel laag en dat vind ik het belangrijkste vandaag. Op 4km netjes een gel.

Ik moet naar de WC en sommeer Vincent tijdig naar beneden om dit trisuit open te maken. Dan ga ik fietsen op de racefiets. Hetzelfde rondje, maar dan over de fietspaden. Een uitwaaien. En driekwart bidon sportdrank leegdrinken. Tsjakka. Door voor de tweede ronde. Nog steeds die akelige zone 1 die me de hele tijd terugpiept. Te hard ga ik niet, maar ik druppel wel leeg. Het wordt al warmer. Nauwelijks nog drukker, want het is pas 9 uur. Fatsoenlijke mensen liggen nog lekker in bed te zweten! Ik zweet tussen de eendjes, vlindertjes en vliegjes. Ik kom nu ook een paar andere hardlopers tegen. De meeste zijn mij wat te snel af. Ik loop de ronde nu in tegengestelde richting. Dat bevalt me beter, want de zon schijnt op mijn rug nu.

Ik begin sommen te bedenken om me af te leiden. Daardoor merk ik pas bij 4,5 km op dat ik de gel moet nemen. Een welkome afwisseling. Op het onverharde pad tussen het Oostvaarderscentrum en de bult is het al benauwend heet. Nog een rondje om het huis en iedereen is wakker in huize De Boer. Ik ga fietsen en drinken. Ik ben bang dat ik mijn sleutels ben verloren, maar ik heb ze thuis laten liggen gelukkig. Vincent bereidt nieuwe sportdrank en helpt me met insmeren voor de tweede keer. Nog een rondje. Het wordt wel zwaarder en de temperatuur is van 16 naar 21 graden gestegen. Ik mag nu in zone 2 lopen. Dat is iets minder gepiep en voelt minder lastig. Na het fietsen kom ik prima aan het lopen en de eerste kilometers vallen wel mee. Pas tussen de 3 en 5 kilometer wordt het lastig en zwaarder. Ik bedenk sommen zoals 38×14, maar voor ik het antwoord heb bedacht, ben ik de som vergeten! Het is een mooie afleiding voor het zweet wat in mijn ogen loopt en de hitte die harder loopt dan mijn tempo. Het tempo blijft ook in zone 2 achter, maar dat vind ik niet erg. Ik bedenk elke keer dat ik de marathon met 7:30 per kilometer ook haal. En dit is een training: nu moest ik nog maar niet stuk gaan. Dat is een mooie som: 42 keer 7,5…

Ik bedenk me dat voor het laatste rondje het verantwoord is als Vincent meefietst. Voor als ik de hitte niet meer trek. Ik sommeer hem als ik thuiskom en dan fiets ik nog een stukje. Het fietsstukje is elke keer hetzelfde. Lekker verkoelend, walgelijk rustig en veel drinken. Ik heb vooral de sportdrank nodig. Ik ga nog een keer plassen en dan gaat Vincent mee. Ik ben niet meer spraakzaam. Het rondje tegen de richting in weer. Zone 2. De eerste kilometers gaan hard in 6:30…. Duhhh: voor vandaag dan. We hebben weer een som! Vincent kijkt ‘m op de telefoon na.

Na 3 kilometer komt het onverharde, onbeschaduwde stuk. Ik weet dat het tempo onderuit zal gaan en ja hoor: weer boven de 7 minuten. De som is 22×68 en ik heb er grote moeite mee. Vincent geeft me water aan. Ik hobbel door. Na 4 kilometer wordt het erg zwaar. Dan moet ik het bloedhete pad nog over. Vincent mag er niet fietsen van een tuthola, gelukkig trekt hij zich er niks van aan en ik gooi water over me heen. Het verkoelt nog een beetje.

Ik probeer maar te rekenen. Het tempo gaat hard onderuit: dit gaat om volhouden. Ik ben de 25 kilometer gepasseerd. We komen JL tegen, die roept ons vrolijk toe: zij is net weg duidelijk! Dan de brug nog een keer op en we zien AD, die vooral Vincent vrolijk groet. Vincent vindt het moeilijk en wil het liefst papa bellen dat mama ‘in zichzelf praat’. Maar mama rekent. Op de brug gok ik dat de uitkomst tussen de 1475 en 1490 ligt, maar als Vincent zegt dat ik in de buurt zit, weet ik dat het 1496 is. Ik ga door het park. Ik heb nu alle keren hetzelfde rondje gerend: dat stukje onverhard kan er ook nog wel bij. Als ik terugdenk, is 75% van mijn rondje onverhard. Komt het tempo niet ten goede. In het park gaat het de verkeerde kant op: zone 2 wordt nu zone 3 en ik voel dat het heel erg zwaar wordt. Vincent moedigt me aan. Ik moet en zal het halen! Thuis wacht een koude douche en melk! Ik ga nog even uitfietsen en de melk pept me aardig op. Mijn schaamstreek doet nog steeds een beetje pijn, maar op de racefiets merk ik het minder.

Ik fiets iets harder, want hierna gaat Vincent nog lopen in de hitte en mag ik meefietsen. Dat bevalt mij een stuk beter, haha! Het ventje loopt snoeihard: boven de 13 kilometer per uur. Ik moedig hem aan, irriteer hem en film hem zelfs. Het is maar een klein stukje, ik heb 25km meer gelopen. Maar niet in de buurt van zijn tempo, nog geen 10 seconden! Om kwart voor 1 ben ik klaar met de opdracht. In de douche ontdek ik een bult in mijn schaamstreek, waarvan ik niet hoop dat die ernstig is.
Ik heb deze week (met de wandeling erbij) 19 uur gesport. Dit was de topweek. Ik kan 3 kilometer zwemmen, ik kan meer dan honderd kilometer fietsen en ik kan lopen als het bloedheet is. De week deed me goed, nu nog hopen dat een paar externe factoren meewerken: minder warm weer op raceday please, de vrouwelijke cyclus mg meewerken (al kan ik die beïnvloeden) en dat nare bultje moet even (vanzelf) weg.












































zou lukken. Maar ja, er staat zwemmen op het schema… Ik loop tamelijk moeiteloos vandaag. Eerst een half uur in zone 1 en dan zou ik naar zone 2 moeten, maar dat gaat vanzelf. Ik tel de kilometers liever door. Ik loop lekker onverhard. Ik loop te piekeren en tegen Joyce te “kletsen”. Om de manege heen lukt me gemakkelijk. Daarna loop ik door het bos heen. Ik kijk naar de bomen, de snelweg zo vlakbij en hobbel maar gewoon een soort van moeiteloos door. Ik ga over de Trekweg en loop Almere in. Ik kan nu naar huis lopen en gaan zwemmen of ik loop nu lekker en ga nog even door. Op het moment dat ik besluit lekker door te lopen en te kijken of ik ook 12 kilometer kan halen, daalt de rust nog verder in. Ik ga verder langs de Vaart en neem een gelletje. De hou ik vast en zal ik dadelijk wel in een vuilnisbak gooien. Voor me loopt iemand en heel, heel rustig haal ik die in. Ik denk dat 12 kilometer mij ook gaat lukken. De hartslag blijft laag. Ik hou de lege gel maar vast en mijn benen gaan maar door. Na de 12 kilometer ga ik door voor 15 kilometer: vandaag lukt het prima!
Ik kom er achter de Stripheldenbuurt achter dat ik een ommetje zal moeten maken en ook dat is geen moeite. Het zwemmen mis ik nu toch! Uiteindelijk loop ik zelfs 16 kilometer. In precies 1 uur en 40 minuten. Ik heb genoten, een lage hartslag gehad en een prima tempo passend bij de lage hartslag.
valt mee. De kou. Het valt me alles mee. Ik kan lekker zwemmen en adem 1 op 3. Dat gaat hartstikke goed. Ik zwem achter DH aan en achter mij de andere twee. Het gaat heerlijk, ik kan niet anders zeggen. 





Ik heb gedaan wat ik kon, dit is een training; probeert het engeltje de duiveltjes te overstemmen. Enigszins tevergeefs. We mogen het water in en de kou beneemt me minutenlang de adem. Zwemmen lukt me wel, mijn brilletje zit goed en dan is de ergste kou er af. Gelukkig is het een waterstart! Pang en ik ga gewoon. Ik adem 1 op 2 en maak gewoon iets langere slagen. Ik cirkel een beetje om de mensen heen en de kou valt mee. Ik doe lekker mijn ding en ook hier al hoge plantjes. Ik volg altijd een beetje mijn eigen route. Ik maak 3 schoolslagen en ga dan een tijd op iemands voeten hangen. Tot ik hem/haar kwijtraak. Het is niet meer koud. De eerste boei is er snel, de tweede rond ik nog krapper. Bijna wil ik al terug gaan, maar ik moet ook nog een derde boei om. Ik ben nooit zo goed in de weg vinden op het water! Dan terug. Ik hou het prima vol. Het gaat. De kou is echt ver weg. Ik hoeft dit maar 35-40 minuten vol te houden. Daar ga ik van uit. Er zijn geen golven. Dan zit de eerste ronde er al op. Ik maak het zwemmen in elk geval af, want ik vind dat leuk. Ik adem een tijdje 1 op 3, maar richting de verre boei dwaal ik weer teveel af naar links. Een kanoer stuurt me terug. Ik heb het gevoel dat ik of afsnijd of veel te veel zwem. Ik kom weer tussen de witte badmutsen terecht (mannen 50+) en volg gewoon. Krap om de boeien heen. Nog dat hele eind terug en ik maak me maar vast zorgen over het uit het water komen. Het is best ver terug en dan ben ik bij de steiger. Het er op klimmen is het lastigst. Alle draaierigheid ontbreekt.
Dan kijk ik op mijn horloge en ben ik maar een half uurtje onderweg geweest! Ik heb toch echt 1500m gezwommen. Hoe het verder ook gaat, ik heb een goede dag! Vorig zwom ik 7 minuten langzamer. Ik doe mijn wetsuit uit op de lange looproute en kan zelfs moeiteloos dribbelen. Ik zie MB en ben blij haar te zien. Ik vind snel mijn fiets, de dames om mij heen zijn al weg. Ik besluit dat ik nu al sokken aan doe, hoewel ik het niet koud heb. Ik doe alles keurig en neem een gel. En dan spring ik op de fiets en moet ik meteen de grote bocht in. “het is maar een bocht” zeg ik hardop tegen mezelf. Ik klik in en ga fietsen. Over het fietspad, aangemoedigd door DvanKH, de buurman van KH en mijn eigen mannen: “Kom op mama”. Daar ga ik de dijk over. Er zijn nog veel fietsers, want iedereen doet deze ronde 4 keer, maar wie in welke ronde zit… Ik kijk en heb DvanKH beloofd van de omgeving te genieten. Toch geniet ik niet echt deze keer. Ik ga hard, wordt ingehaald alsof ik stil sta, ga dames op kleine racefietsen voorbij. Ik lig, drink en ken de omgeving te goed. Er zijn nog mensen bezig met zwemmen, dus ik was niet laatste. De eerste 5km in precies 10 minuten. Dat moet sneller kunnen, maar goed. Dan wind mee, vissers aan de kant en de fijne weg. Ik kijk wel even naar het Cirkelbos en zie een bankje. Vinkje zetten bij “genoten-van-de-omgeving”. De dijk weer op (ik ben niet zo van het omhoog fietsen geloof ik) en daar neem ik een gel.
Het tempo zit er lekker in nu en ik zal niet meer zo langzaam fietsen. Elke 5 kilometerblok begint nu met een 9 minuten. Zelf vind ik de mensen die gewoon op een bankje zitten te kijken leuker dan de grote horde toeschouwers. CB zit te kijken en maakt geen bombarie: heerlijk. Dan ga ik de drukte in en de grote bocht door. Het klinkt stom, maar ik herhaal mijn teksten hardop. De bochten gaan redelijk. Nog een rondje. Ik kan een paar bochten prima nemen, maar de dijk af en een 90 graden bocht gaan me iets te hard. Ik drink meer dan genoeg en voel geen trek. Bij het bankje staan ook grote meerpalen. Dubbel vinkje bij de “omgeving”. Er ligt iemand naast de kant bij de vissers, de medical-motor is er al bij. Als ik de dijk weer op ga, staat CB daar weer en de “snelle” fotografe SZ. En dan staat MD daar. Dat breekt mijn hart: hij heeft de hele triatlon gedaan vorig jaar, lacht altijd en kreeg toen ernstige hartklachten, maar hij is er nog, nu met pacemaker. Dat hij hier komt kijken, komt supporten en die eeuwige grijns komt tonen, vind ik klasse. Dat toont hoe hij is, hij had zich er ook ver van kunnen houden omdat hij dit misschien niet meer kan met zijn lichaam. Maar nee, hij ís er. In de grote bocht die ik weer hardop pratend doorga, staan Rob en Vincent. Ook DvanKH schreeuwt weer dat het goed gaat en ik lach bij iedereen die ik zie. In de derde ronde consolideer ik wat. Het is rustiger geworden op de route en ik kijk naar de anderen. KH gaat als een speer. Ik neem weer een gel en voel een paar druppels. Gezien het geknoei van de gel kan ik het wel gebruiken, maar veel is het niet. Ik hou wel van de rust op het parkoers. Maar nu heb ik alle tijd om te twijfelen en dat gaat me erg goed af. Eigenlijk wil ik er een punt achter zetten. Niet achter deze wedstrijd, maar mijn hele trainingsdoel. Ik moet er niet aan dénken dat ik tig van dit soort rondjes moet rijden, dat ik nog zoveel trainingsuren voor de boeg heb en dat dit maar een vingeroefening is. Dat is een vrij standvastig duiveltje. Ik rij weer richting MD, maar ik weet niet of hij er nog was. Ik zie wel anderen en ik bewonder BIJ omdat ze daar met een dikke grijns fietst en ik bewonder KH die al zo ver voor ligt en zo doorbeukt. 




We fietsen naar Haven en gaan daar kijken naar de team-triatlons. Goed voor Vincents toekomst! Leuk om te zien dat zij het ook koud hebben. Leuk om andere mensen te spreken. Mijn ontevredenheid kan ik nog niet zo goed onder woorden brengen. We gaan een ijsje eten. 

We gingen 5 minuten op ons 10-kilometertempo lopen en dan als groep 2 minuten dribbelen. Dat sloot best mooi aan voor mij, want als dat 8 minuten kan, kan 5 minuten helemaal goed. We starten toen we naar beneden liepen en ik vond een heerlijk en snel ritme van rond de 5:00 per kilometer. Ik keek goed om me heen naar deze nieuwe route en vond het leuk. Eenmaal vlak lag het tempo iets lager, maar 5:30 was prima vol te houden. Dribbelen vind ik ook geen probleem, ik zuig de groep wel op. De trainster zei me heel duidelijk dat ik niet harder mocht dan 5:30, en ze had groot gelijk. Weer 5 minuten door het bos bij de schapen. En dribbel! Daarna gingen we voor 5 minuten via het bos en daar genoot ik van! Dan maar een lager tempo (5:45), maar de rust, de bomen, de natuur, de avondzon: al mijn werkzorgen verdwenen en ik genoot voor het
eerst sinds tijden even echt van het hardlopen! Ik was blij dat ik een remedie had gevonden om af te koelen: Anke gaat weer wat onverharde paden opzoeken! Ik huppelde bijna de volgende dribbel door. Weer 5 minuten op tempo en ik liep voorop: wel zo lekker stil. De zon was erg mooi. We dribbelden voor mijn gevoel een heel eind verder de A6 weer onderdoor. De trainster gaf me mee dat ik maar niet moest gaan wandelen, maar altijd eerst dribbelen. Toen moest ik zeggen welke marathon ik ging doen. Gelukkig gingen er weer 5 minuten in voor iedereen kon reageren! Daarna gingen we uitdribbelen. Het hoefde voor mij geen tien kilometer te worden, geen uur. Ik had lekker gelopen en daarmee punt. Of….
gaan wel zwemmen. Ik ga in baan 2. Het gaat best goed, als ik maar oplet dat ik met mijn hele lijf zwem. We doen allemaal oefeningen. Als de ene voorop zwemt, is het tempo wel normaal, maar zwemt een ander voorop, dan ligt het duurtempo ineens veel hoger! Ik vind het verwarrend en vervelend. Gelukkig is de zon op en onder water heel erg mooi en concentreer ik me daar maar op. Na het douchen vertel ik vriendin DH van mijn plannen en zij is de eerste die heel oprecht heel lief reageert, zonder welke bijtoon dan ook. En precies goed: “ik vind het zo leuk voor je!” Met haar geinige accentje, dat is precies wat ik horen wil.
rechterknie, mijn linkerknie, mijn rechterarm: maar niks wat echt blokkeert. Ik hobbel gewoon. Hou het tempo laag, maar de hartslag blijft hoog. Dat is met stress. Ik vind het moeilijk, maar ik blijf lopen. Probeer van het schelpenpad te genieten, van het bos, van het sluisje. Het lukt niet echt. Ik verval snel in piekeren of somberheid. Het Wilgenbos wil ook niet. Gaat alleen maar slomer. Ik denk nog dat mijn looptechniek vandaag ook te over laat. Dat looptechniek gelukkig niet telt: kijk maar naar PL, die loopt ook raar, maar wel een heeeeeel stuk harder dan ik. Ik loop rustig de dijk op en moet dadelijk weer terug. Wie kom ik daar tegen?! PL!! We maken een praatje en met zijn vriendelijke vragen beurt hij me helemaal op. Dat is het eerste wat ik leuk vind vandaag en als ik omkeer, loop ik zeker een kilometer lang gemakkelijk! Als ik weer bij het sluisje ben, heeft de benauwdheid het weer overgenomen.
Ik blijf doorlopen en wil de tien kilometer volmaken. Daarvoor moet ik een ommetje nemen en ik heb nog tijd. Ik kan de weg ook steeds moeilijker bedenken. Het paard, het gedenkbord tussen de struiken, de volkstuintjes, een andere groep, de spelende kinderen bij het asielzoekerscentrum, de politie-auto: ik registreer het allemaal wel, maar er lijkt weinig mee te gebeuren. Ik maak tien kilometer vol en dat is het dan. Dat wordt een zware keuring morgen….
cadans blijven fietsen tot mijn benen niet meer kunnen. Mijn cadans ligt boven de honderd en ik kijk naar de treinen buiten, naar de metertjes, naar de (gammele) fiets. Zolang ik het maar leuk blijf vinden is er niks aan de hand. Het is wel warm. Na precies 9,5 minuut vind ik het opeens niet meer leuk: “wat doe ik hier, ik kap er mee, het heeft geen zin” denk ik dan. Ik stop niet, ik wil graag de tien kilometer fietsen, ook al klopt de snelheid van geen kant. Ik fiets geen 50, maar leuk is het wel. Ik heb weer een doel. Ik kreeg het wel zwaar. Niet dat ik opgeef -ik was nog niet op 10 kilometer- maar na een minuut of 12/14 gaan mijn benen het dan op: ze doen geen pijn, maar ik kan de cadans niet meer boven de 80 houden en opeens zakt het weg. Dan nog even uitfietsen en ik haal de tien kilometer pas bij het uitfietsen. Mijn hartslag ziet er prima uit en ook met de bloeddruk die ondertussen een paar keer gemeten is, is niks mis. De plakkers mogen er weer af en ik spoel me even af. We bespreken de resultaten, maar ik heb ze niet allemaal onthouden. Precies op het moment dat mijn hoofd het opgaf, zit mijn omslagpunt. Mijn hoofd vangt dus wel een signaal op van mijn lijf dat ik boven mijn kracht ga werken. Op het omslagpunt kan ik wel een hele tijd doorgaan, maar deze keer moest ik er overheen. Mijn hoogste hartslag en het omslagpunt verschillen niet veel ten opzichte van de test van 2 jaar geleden. De wattages zeggen mij niet zoveel. Wel weet ik dat ik net niet te dik ben… Ik ga er niks aan doen: ik drink en rook niet, laat mij maar teveel snoepen. Wat me wel wat zegt is dat mijn VO2max in twee jaar tijd gestegen is: 2 jaar geleden zat ik al ruim boven de norm van 38 met mijn 42 en nu is het doorgestegen naar 46! Ik ga tevreden weer naar huis: fysiek is er geen enkele beperking om te finishen. Misschien kan een sportcoach me helpen om ook probleemloos te gaan starten.
te worden. We fietsen er met zijn drietjes heen. Ik voel wel dat ik al een beetje veel op een zadel heb gezeten. Er schraapt iets aan de achterkant van mijn fiets, maar het is niet gemakkelijk te reproduceren. Het kan geen kwaad, dus we fietsen een mooi rondje door het Kotterbos met zijn drietjes. Ik kan niet zo snel accelereren als de jongens, maar eenmaal op snelheid hou ik dat langer vol.
via de Evenaar. Ik heb een kalm tempo en zit elke keer net in zone 1. In tegenstelling tot donderdag geniet ik nu wel van de omgeving, ook al is me die heel bekend. Het is vogeltrekdag. Ik neem een onverhard pad net voorbij het Oostvaarderscentrum en daar ontdek ik een nieuw halfverharde pad tussen de bomen door. Het is er erg mooi. Ik denk dat ik een nieuw pad adopteer! Ik loop ruim 6 kilometer en ben na precies 40 minuten klaar.
Dan pakken Vincent en ik de fiets en gaan we samen de andere kant langs de Oostvaardersplassen fietsen richting de dijk. We hebben wind tegen en ik heb het zwaar: ik merk gewoon dat het fietsen niet over houdt. We keren om bij de parkeerplaats en op de weg terug gaat het lekker hard, want dan hebben we wind mee. We fietsen ruim 27 minuten. Dan doe ik mijn hardloopschoenen weer aan voor 40 minuten zone 2. Ik doe de ronde met de
klok mee en gaat nog beter. Ik voel me prima, het ritme zit er lekker in en de zon schijnt! Mijn hartslag blijft ook nu lager liggen dan afgelopen donderdag. Het tempo is aanzienlijk hoger. Ik zal niet beweren dat het vanzelf gaat, maar het voelt een heel stuk beter. Het wordt al druk bij de trekvogeldag. Ik ga gewoon lekker door. Alleen begin ik wel trek te krijgen en uit te zien naar de frikandellenbroodjes.
Ik vind het eigenlijk zo ook wel goed en ga liever niet meer uitfietsen. Als ik na 7 kilometer (in iets meer dan 40 minuten) thuis kom, zijn de broodjes nog niet klaar. Ik ga dus toch nog eventjes fietsen. Doe ik het rondje nog een keer superkalmpjes op de fiets. Daarna val ik aan op de broodjes!
de bochten te vinden. In het bochtje wat als een Sje loopt, oefenen we een keer of wat. De eerste keer rem ik, de tweede keer gaan we langzamer en gaat hij voorop, zodat ik de lijn kan zien. Teruguit is iets lastiger. Uitklikken lukt natuurlijk ook elke keer. Ineens zie ik de lijnen en worden bochten onderdeel van een racespelletje. Volg de blauwe, rechte lijn en dan hoeft je niet te remmen. Ik begin er van te genieten. Binnen een half uurtje zijn bochten verandert van een gevaar in een uitdaginkje. Er volgen nog best veel bochten. Je moet bochten ook niet naast elkaar nemen! We pakken het fietspad door het Kotterbos: bochten genoeg en elke keer mag ik voorop en soms wijst de trainer me de betere lijn, maar het gaat al heel vaak heel goed. We gaan de brug over naar de Evenaar en dan onder de brug door. De trainer zal terugfietsen naar Lelystad en niet over de dijk. Ik breng hem naar de Trekweg terug. Dat ik iets nieuws onder de knie heb gekregen vrolijkt me heel erg op. Als ik wil, kan ik nog vanalles leren, als het maar vanuit de theorie gaat. Ik pak het fietspad door het bos nog een keer en maak het rondje af. Ik zou twee uur en een kwartier moeten fietsen en ik weet nog een paar bochten te vinden op weg naar de dijk, dus ik fiets nog even verder! De zon is ook fel als ie weer tevoorschijn komt. Ik rij door naar de dijk en besluit nog even een welverdiend stukje wind-mee te pakken en via het bos weer terug te rijden. Haal ik 50 kilometer en haal ik 2 uur. Tot mijn verbazing kom ik veel mensen tegen die bezig zijn met de parcoursverkenning, ik dacht dat die al lang weg waren daar. In het ‘bos’ kom ik ook Manuel tegen die aan zijn lange duurloop bezig is. En dan fiets
ik weer vrolijk de bochten door. Ik ben wel nat, vooral mijn voeten. Eigenlijk wil ik de 2 uur en een kwartier ook halen en voorbij het Oostvaarderscentrum heb ik wind mee en ga ik ook nog een stukje hard. Ik kijk de bocht in en kijk nu naar waar ik er uit wil komen, dus remmen doe ik niet meer. Hooguit even stoppen met trappen. Ik rij zelfs 55 kilometer (op zomaar een zondagochtend) en ook al rijden alle anderen 100 kilometer: ik heb een angst overwonnen en van de trainer mag ik mezelf daar wel mee complimenteren! Als ik de vuile fiets onder de overkapping zet, begint het weer te regenen. Net geen 13 uur deze week.
1 Bocht haalde ik elke keer op het scherpst van de snede. Ik zat dik boven de 30 en dat was fijn zeg. Het voelde goed. Dit was niet koud. Toen kwamen de kinderen: soms een beetje enger, maar ook leuker. Ik fietste gelijk met DE, een meisje die snel is. Net geen stayeren. Ik zag Vincent ook de baan op komen en haalde hem gelijk zijn eerste ronde in. Ik zat in ronde 6. Mijn laatste ronde zette ik nog aan en haalde DE in. Heerlijk hard gefietst. Zouden die cadans-trubbels toch ergens toe gediend hebben; al was het maar meer vertrouwen en leren schakelen? Ik zag op tegen wisselen, want deze klikschoenen en de hardloopschoenen gaan moeilijker uit en aan. Dat viel erg mee en ging heel snel. Ik zeg het hardop: bril af, helm af-mag want fiets hangt, startnummer draaien en dan gaan lopen. Ik had wat tijd over van het fietsen. Dus kei-hard hoefde niet, maar het moest wel een uitdaging zijn voor Vincent!
Ik lachte naar Rob en rende heel alleen. Ik was als een van de latere begonnen met zwemmen en dus was het rustiger geworden. Vind ik niet erg, maar ook niet uitdagend. Ben ik op mezelf aangewezen. Vincent fietste nog; ik vond het leuk hem nog te zien. Ik was het rondje van vorig jaar vergeten en keek nu maar over het gras heen. Het is maar 2,5 kilometer, maar hemeltje: dan kun je het ook warm krijgen hoor! Ik zweette en liep maar iets langzamer dan vorig jaar. 4:47 is behoorlijk voor mij! De schoenen zaten lekker. Ik liep plaatselijke wandelaars en een fietser voorbij. Brugje over en ik werd aangemoedigd door vrijwilligers die mijn tempo mooi vonden. Dan door naar de baan. Het leek zo eenzaam allemaal. De baan moet je nog een keer op en neer en dat wist ik wel, want er zaten nog geen 2 kilometer op. Toen liep er eindelijk iemand voor me, maar die slofte zo dat ik er met gemak voorbij flitste. Ik was wel moe, maar nog lang niet kapot en zette nog even aan. De tijd was net over 12 uur, dus ik was sneller dan vorig jaar, maar niet binnen 40 minuten. Ik draaide me meteen om om op de klok te kijken, maar die moesten ze even resetten… 40:55 YES! Sneller dan vorig jaar en flink ook. Ik had geen enkele moeite om naar Rob te wandelen en Vincent nog aan te moedigen met fietsen en lopen. Vond ik nog wel even spannend of hij sneller zou zijn als ik… Ik gunde het hem wel heel erg. Hij haalde het net niet. Ruim 40 seconden. Wel superhard voor zo’n klein ventje. Ik koelde weer wat af en mocht Robs jas aan. Vincent werd helaas net vierde en dat vond ik ook sneu voor hem, want hij had zijn tijd van vorig jaar heel erg verbeterd. Nog meer dan ik! We hoefden niet te blijven voor de prijsuitreiking en konden de spullen ophalen. De recreanten waren nog bezig. Ik was er helemaal niet kapot van. Het is allemaal heel gemoedelijk en goed geregeld in Deventer. Vriendelijk, echt breedtesport en iedereen mag en kan meedoen. Jammer van het zwemmen, maar ik ben wel blij met het fietsen. En lopen- dat hebben Vincent en ik precies even hard gedaan! Van de 25 pro-vrouwen was ik 17de. Als ik ga tellen hoeveel daarvan 40+ zijn en hoeveelste ik in die categorie dan ben, dan ben ik -net als Vincent- vierde….
het toch wel genieten zo midden in de polder. Bij Muiden moet ik heel even kijken, maar ik moet over het water heen om terug te komen. En dan heb ik een beetje wind tegen. Maakt niet uit: ik trap gewoon door! Ophaalbruggetje onder de grote spoorbrug en dan even doorbijten naar de Hollandse Brug terug. Ik nam het spoorbaanpad en bleef ook in de bochten trappen. Ooit gaat het wennen! En toen haalde ik Vincent op: ik fietste een rondje extra omdat ik ze eerst niet zag. Toen weer terug en Vincent kwebbelde lekker. Uiteraard moesten de 50 kilometer vol! Ik wen er al aan: 50 kilometer op een gewone maandagavond begint echt heel normaal te worden.
Er was een kleine groep middelsnelle volwassenen. Een leuke en gevarieerde groep. Ik luisterde naar ze, maar mijn eigen somberheid zit vlak onder de oppervlakte. Versnellen zit er dan niet zo in: het lukt me gewoon niet om harder te rennen dan een stabiele basissnelheid. We doen iets met 100, 200, 300, 400 meter en dan steeds rustiger en daarna een kilometer terug dribbelen. Ik ben dus niet van het sprinten. Ik wil ook graag alleen lopen en ben erg verdrietig. Daar kan ik niemand bij gebruiken! Ik dribbel net zo hard als de 400m sneller lopen. Ik leg me erbij neer. Het is dat ik fysiek aanwezig ben; mijn gedachten zijn heel ver weg. Ik hobbel maar gewoon. Niemand mag iets tegen me zeggen, ook MB niet. Dan ga ik namelijk op het gras zitten te huilen en kom ik nooit meer weg. We lopen nog een keertje dat we moeten versnellen, maar ik doe de basissnelheid. Dan lopen we uit en samen met MB begin ik te kletsen over fietsen. Dat helpt me enorm, haar vrolijke vriendelijke gekwebbel. Met degenen die dat willen (bijna allemaal) lopen we de tien kilometer vol. Ik hobbel gewoon mee.
Het bos ligt er prachtig bij, zelfs vanaf mijn ligstuur. Ik ben alweer helemaal gewend en geniet van de tijdritfiets. Die is ook wel super hoor. Dan de Winkelweg. Het begint vermoeiend te worden, als altijd op die plek. Ik weet nooit zeker of ik de weg weet en het is er druk met ander verkeer. En de wind zit al meer tegen. Ik neem de stoplichten, ga maar niet over de autoweg fietsen met deze drukte. Kan ik lekker eventjes stoppen en een gel nemen voor ik de dijken ga trotseren! Het valt heel erg mee: ik zie haven liggen in de verte en dat ga ik halen ook! Het tempo en de wind vallen nog meer mee. Rustig door de havenkom heen en dan de dijk over richting de Hollandse Brug. Het is een raar idee dat ik al zover gefietst heb en dat ik niet meer zo ver hoeft naar mijn idee. Omdat ik de weg nu ken? Het tempo naar de brug toe lijkt wel of ik wind mee heb! Het is alsof er toch een soort spiergeheugen is: zoals je de stukken de eerste keer ervaren hebt, zo blijft het. Voorbij de brug volgt een tegenvaller: ik moet door de woonwijk Duin heen. Dat is vervelend met de heuveltjes, bochtjes en spelende kindertjes. Niet wat ik gehoopt had en ik word er extra moe van. Eenmaal op de Oostvaardersdijk begint de wind pas echt tegen te zitten. Ik ben moe, mijn benen zijn moe (warempel) en ik heb iets minder zin, maar ik moet en zal de 100 halen! Dat is nog ‘maar’ 20 kilometer. Ik heb moeite met tellen hoeveel tijd me dat gaat kosten. Van mezelf mag ik bij het Da Vincipad op het bankje gaan zitten. Dit is immers een training en geen wedstrijd. Ik smikkel de koek op en laat het bankje voor wat het is. De vliegjes zijn terug. Niet in zulke zwarte wolken, maar toch weer duidelijk aanwezig. Ik zet het tempo nog even door langs de Noorderplassen en reken uit dat ik door het Kotterbos om zal moeten. Ik hoop het binnen 4 uur te halen, maar dat moet lukken. Ik ben tevreden als ik helemaal rond ben. Als ik naar huis zou fietsen is het echt precies zo lang als de challenge: 93 kilometer. Maar ik fiets nog door. Het tempo zit er nog goed in en/of ik heb weer wind mee. Door het Kotterbos. Ik ben wel moe, maar niet stuk, gewoon vermoeid. Ik rij nog langs de vaart (en hard ook) en wil dan binnen 3:45 de 100 halen. Dat lukt nog ook! Thuis stap ik vermoeid en tevreden af. Voor het eerst sinds tijden heb ik zadelpijn. Overal, tot in mijn onderbroek, zitten de vliegjes. Blergh. Ik heb trek. Ik heb netjes de hele bidon water leeggemaakt.
Langs de Oostvaardersplassen. Het tempo ontbrak een beetje vandaag. Gelukkig de meeste vliegjes ook. Ik genoot van het heldere uitzicht op Amsterdam, van de vogels en hun gekwetter overal. Ik fietste terug langs de plassen en toen wilde ik toch wel de 30km halen, want dan is het morgen maar 3 keer dat. Dus fietste ik weer dezelfde mensen voorbij. Na 5 kwartier was ik weer thuis met 30km op de teller. Manuel hielp me ‘s middags om een voedingsplan te maken.
nog goed op de route te letten. Daar is de parkoersverkenning toch eigenlijk voor. Dan begint het te hagelen. Hard! Dat is nadat de wind nog extra heeft aangezet. Mijn gewone bril is dan niet zo handig, die beslaat. Maar ik ben ook blij dat ik die op heb, want ik zie (zonder dat ie nat is) een stuk scherper. De hagel is niet fijn. Nog altijd beter dan vliegjes, hou ik me voor, maar dit is kouder. Ik moet gaan eten en drinken en kan mezelf er niet gemakkelijk toe zetten de bidon te pakken in de groep. Ik eet een eerste Twix. Ik kijk op de klok, maar weet niet precies hoe laat we weggingen en hoe laat ik de Twix op moest hebben. Tijd zegt mij niks meer, ik tel in kilometers tot de 90.
is kleinschalig, vriendelijk, betaalbaar en voor de zomervakantie uit. Aan de meefietsende organisator van het evenement leg ik uit dat mijn keuze al twee jaar vastligt, maar dat het nu ten uitvoer gaat komen. We zijn de tweede ronde ingegaan. Nu mag iedereen zijn of haar eigen tempo doen. Als ie de weg kent.
molens is wind mee! Ik geniet van dit lopen. Hard hoeft het niet, maar ik ga nu net onder de 6 minuten zitten. Door het dorpje Skarl. Het klinkt als een Oostenrijks bergdorp en met zijn 4 huizen ziet het er voor mij ook zo uit. Van die beelden niet nooit meer wijzigen… het eerste rondje zit er bijna op en bij het bosje zie ik de organisatrice staan. Ik roep haar dat ik nog twee ronden ga en niet naar de lunch kom. Ze wenst me succes met alles. Zo vriendelijk en gewoon als ze zijn… Zo aardig en eenvoudig! Weer het onverharde pad op. Weer langs de dijk naar Laaksum, waar ik naar uitkijk. Nu is er rust, stilte, mijn eigen ding. Bij 9 km moet ik weer een gel nemen, maar ik herken het gevoel in mijn buik en darmen: er komen teveel koolhydraten binnen. Ik wil de tien kilometer in een uurtje lopen. Dan kom ik voor een halve op 2 uur en een kwartier, met de nodige vertraging meegerekend. Ik loop iets harder nu en het gaat soepel. Op naar Warns! Langs de paardenmoeders en hun veulen die over 2 maanden groot zal zijn, langs de meneer die zijn gras maait, langs het meisje wat op de trampoline springt, naast het kleine paardje en het schaap op het erf. Ik krijg het mee en neem tegen de tien km pas de gel. Die plakt. Vreselijk. Alles plakt nu. Vervelend. In Warns langs het leuke huisje, door naar het streepjesbordje. Er stopt een busje en iemand van de organisatie stapt uit: “Jij loopt drie rondjes? Succes” en “Zie ik je straks nog bij de lunch?” Ik zeg van niet, hobbel verbaasd door. Hoe vriendelijk! Ik had ‘m om water moeten vragen om af te spoelen of moeten zeggen dat ze mijn nummer aan de mevrouw moeten geven. Maar ik kijk naar de kerk, naar de beeldende kunst. Dan de hoek om richting de molens en langs de moestuin. Ik begin me te herinneren dat het lang geleden is dat ik meer dan 14 kilometer heb gelopen. De wind bij de molens trekt aan. Heen niet grappig, terug heerlijk. Ik besluit dat de laatste ronde rustiger mag en dat ik dan foto’s zal maken. De boer in Skarl zwaait weer naar me. En dan weer omhoog naar het Reaklif. Ik maak een snelle foto en antwoord Robs SMS. Op de dijk wordt duidelijk waarom de wind aantrok: de hagel slaat weer toe. Ik fotografeer in Laaksum en zie vaag de Frysmanpijlen op de weg. Door naar Warns. Er is nog hagel over en die teistert nu mijn gezicht. Minder. Fijn is dat ik mijn plakkende vingers kan schoonmaken. Warns lijkt verder weg deze keer. De
Weyde Blick is een vakantieoord met ‘mafketen’. Gekke titel! In Warns liggen er twee beelden te vozen achter de bosjes: of zouden ze omgevallen zijn? De oranje bordjes met witte krulletjes zullen op een waterpunt duiden. De kerkklok van Warns slaat geen drie uur. Ik vind het nu moeilijk uit te tellen wanneer ik de gels moet nemen. Ik neem er nog 1 en dan straks misschien nog- of is dat niet nodig? Mijn tempo gaat ook omlaag. Het is een training, hou ik mezelf voor. Weer dringt de vraag zich op, hoe ik ooit het dubbele moet doen. Ten opzichte van de vorige keren valt de wind langs de molens nu mee, maar het is toch zwaarder. Ik hou mijn telefoon vast voor foto’s. Als ik heel even twee passen vertraag, voel ik dat meteen in mijn spieren. Niet meer doen dus. Ik groet de boer die mij voor de derde keer passeert met de mest. Net als Laaksum heeft Skarl ook mijn hart gestolen, al ben ik op dit moment meer bezig met de laatste kilometer aftellen. Nog een keer omhoog naar het Reaklif en ik geniet ervan. Het voelt een beetje als een mijlpaaltje! Ik loop 21kilmeter ruim binnen de 9 kwartier. Op het Reaklif maak ik foto’s. Om de gemiste kilometer bij het fietsen goed te maken, hobbel ik een buitenom langs de schapen terug naar de auto. Daar ben ik behoorlijk tevreden! De lieve Frysmannen hebben een bidon met de Sanas-sportdrank voor me achtergelaten. Een mooie groene bidon. Hoe lief! Dat is mij meer waard dan een medaille: het gebaar!
met een goede ademhaling, maar probeer steeds terug te keren. De slag is rommelig. Het brilletje is wazig. Ik zwem gewoon door. Soms even inhouden en alleen maar doorgaan. 1 Baantje wordt niet geteld, want ik keer te vroeg. Na op het horloge 1475m gooi ik het achtje aan de kant. We zijn nog maar met zijn drieën dus ze hebben geen last van me als ik vertraag. Ik ga 500m aftellen. De kramp is over en mijn benen doen met liefde mee. Na 300m pik het helemaal op: alle techniek overboord en gewoon zwemmen. Ik zwem dus naar de overkant van het bad en zie dat ik de 2000m binnen 42 minuten heb afgelegd. Dat is voor mij uitstekend! Ik ben blij, moe en tevreden. Ik zwem rustig terug, klok iets van 43 minuten en ben er klaar mee. Ik kan nog een kwartier uitzwemmen, maar nee. Uit het bad, bij de baby kijken.
fietsen te testen en op een heerlijk laag tempo. Het idee was een rondje Oostvaardersplassen, maar op de weg kwamen we in een bui en toen bedachten we dat de dijk niet leuk zou zijn. Vincent wilde met Manuel kletsen, dus ik ging achter ze fietsen. We gingen langs de sluizen en toen was de bui weer over. Net iets verder de dijk over en langs de plassen achter Haje. Ik was er nog nooit geweest en was verbijsterd over de prachtige route. Heel gaaf daar. Door het Kotterbos weer terug en Manuel kletste lekker. Er zaten veel vliegjes. We haalden een ijsje bij de IJspressie en ik fietste 31 kilometer. Dan heb ik 300 kilometer gefietst deze week. Bijna 17 uur gesport (16:57:36). Nog even en ik hoor erbij…. De spierpijn was helemaal weggefietst.
Snel nog een keer plassen en dan spullen aan de kant leggen en hoppa: het startpodium op. Ik heb geen zin, ik val al bijna om als ik vastklik nog voor ik weg ben en we beginnen met een bocht. De dijk is lekker leeg. KH haalt me al snel in. Ik hou van de leegte. En dan vraag ik me af waar mijn telefoon is. Verloren bij de WC? In de openbare omkleedtent? Paniek! Ik voel me opgejaagd. Niet goed. En het was al niet leuk! Mijn beentjes doen hun best, maar nu mijn hoofd ook geen klaarheid meer heeft, is genieten ondenkbaar. Ik zie op tegen keerpunten, tegen iedereen die me inhaalt. Het keren gaat wel en ik bedenk dat ik dan maar zo hard mogelijk moet fietsen om weer snel bij de telefoon te zijn. Wie zou die nu stelen?! Ik wil voor mezelf een gemiddelde boven de dertig halen.
Dat lukt me elke keer eigenlijk wel. Niet met gemak, maar het gaat. Ik kijk de kat uit de boom als de eerste ronde voorbij is en de winnares haalt me precies dan in onder luide toejuichingen van haar kinderen. Ik ben niet zo snel in deze grote bocht. Dan weer de dijk op. De mannen halen mij nu ook in, in grote getalen. Ik kan niemand inhalen: al met al heb ik 1 iemand ingehaald. Ik hou mijn eigen tempo hoog, maar het lijkt of ik stilsta. Ik moet er iets aan doen! Ik kijk naar de recreatiefietsers op het fietspad naast de dijkweg waar wij fietsen en ga die stuk voor stuk inhalen. Heb ik toch doelen! En dat houdt me bezig en bevredigt me. Leidt me af van de telefoon, hoe lang het nog is, hoe moe de benen zijn.
Ik eet een gel, maar wel wat laat. Drinken lukt niet zo best. Keerpunt door, terug, wind mee, omlaag, blokje om en 1 stukje echt wind mee en fijne weg, weer omhoog en nog maar 1 ronde! Het tempo blijft oké. In de grote bocht dondert een man met een dicht wiel vlak voor mij omver. Streber. Ik zie dat SG afhaakt. Dat snap ik niet. Ik zou ook graag kappen, maar dat echt doen…. dat gebeurt me niet! Nu is de wind aangetrokken en tegen op de dijk. Ik heb het zwaar. Mijn benen hebben het zwaar.
Er fietst niemand op het fietspad. Het is nu echt ver. Ik ga de tijdrit afmaken, maar de interesse is totaal weg. 5 Kilometer die een gemiddelde onder de 30km/u hebben. Ik kan het nog goedmaken.
Eindelijk begin ik wat te tellen: als ik er 1 uur 15 over doe zou dat heerlijk snel zijn. 1 uur 20 moet ik halen. Veertig kilometer met een gemiddelde van dertig, dat moet in 80 minuten. In het blokje merk ik dat ik 75 minuten nevernooit kan halen. Dan de 1:20 maar! Ik laat alles varen: de cadans, wat er zou moeten, hoe hard ik zou willen: ik ga er eindelijk voor! En dan blijkt dat ik dat misschien eerder had moeten doen, want ik blijk nog een bakje kracht over te hebben en fiets harder dan ik de hele rit gefietst heb! Misschien lonkt de telefoon… maar eerder lonkt de finish. Ik haal het precies in 1 uur en twintig minuten. Toch gek… Het duurt even voor ik me realiseer dat ik meer dan 40 kilometer heb gefietst: het waren er 42. En dus heb ik wel degelijk harder dan 30km/u getrapt. Ik drink chocomelk, prop spekkies naar binnen, ga even met SG en KH op de foto en dan door naar de telefoon. Die zit gewoon in mijn tas. Adem uit…. Dan pas merk ik dat mijn benen kapot zijn. Dan ben ik pas moe. Maar ik moet nog naar huis. Ik zie KH en SG niet meer en stap rustig op. Ik hoeft niet meer hard. Ik merk dat ik een stuk relaxter fiets. Onderweg bel ik nog even met KH en ik rijd door Nobelhorst. Al met al fiets ik toch maar weer 70 kilometer! Dat vind ik dan weer niet moeilijk…
uitfietsen met zijn drietjes. Eventjes. Oostvaardersfietspad, oostvaardersdijk ri bloq, wilgenbos, sluisje, naar de hogering en terug naar huis. Het voelt niet gemakkelijk. Ik kijk niet naar het tempo, maar naar de cadans. Ik hou het prima vol. Vincent en Rob ook. om de beurt de route. Nadat we de 16km hebben gefietst ga ik nog uitlopen. Node: geen zin. Mijn benen waren helemaal in protest-modus. Stijf, zwaar.
Na 3 kilometer op redelijk tempo liet ik ze onverhard uitdribbelen door het park. Ik maak de 4 kilometer vol. het is welletjes. Toch weer een dikke sportweek van 12 uur en een uur wandelen. Het is pasen en ik ga paaseieren snoepen bij mijn ouders!
Fietsen met Vincent op een ka-ca-dans. uit het koppie. 6 minuten 80-85, 6 minuten heel hard vloeken en 100+ en 3 minuten lekker fietsen. Bloemenvelden. 30 kilometer. Rondom de A27. Heel gezellig samen. 1 stukje hard: ik moest op hoge cadans, maar dat kan ook hard want wind mee
mijn doen). na anderhalve kilometer haal ik hem bij: hij heeft kramp.
Ik ga door. drie kilometer telkens ietsje harder. lukt. Dan dribbel ik hem tegemoet. stond niks van lopen op welk schema dan ook.
heel hard om lachen. Heel hard. SG zwemt een stuk sneller. wat is het gaaf. het gaat beter dan ooit. Rustiger. Ik ben minder onzeker, minder angstig. we zwemmen op en neer. KH blijft in mijn buurt, ze kan harder, maar laat me niet alleen. ik kan beter vooruit kijken. als ik 1 op 4 wil ademen merk ik dat dat nog net te koud is en dat dat me niet goed bekomt. Verder heb ik alleen last van koude oren!! Ik gebruik mijn benen niet. De zon over het wateroppervlak. eendjes. golfjes van de boot. GENIETGENIET. het enige nadeel: ik moet er om 2 uur uit, want om 3 uur wacht de volgende paasdag. Ik haal de km niet, maar het boeit me niet. we maken foto’s en dan eruit. De kou valt mee. wetsuit uit en op de handdoek in de auto. rush de douche in. paaseitjes snoepen en bijdrinken. Ik geniet nog na van het zwemmen.
Ik vind zone 1 moeilijk: langzaam en rustig. Het was nog lekker zonnig en ik hobbelde voort. Ik bracht heel langzaam dat ik door het bos terug zou lopen. Na 4 kilometer (ik weet precies waar de 5 kilometer zit en tot daar wilde ik het halen in 35 minuten) belde Vincent. We kletsten over hoe hij op het station piano had gespeeld. Toen gebeurden er een heleboel dingen tegelijk: ik moest even aanzetten om de 5 kilometer te halen, het gesprek met Vincent af te ronden en ik
kwam Manuel tegen die aan het fietsen was! Dus ik moest praten, stoppen, het horloge omzetten en ik had water vergeten. Manuel fietste verder, ik ging het bos in. Lekker laag in zone 2, dat lukt net in het bos. Ik zag een hertje, genoot van de zon tussen de bomen, had het zwaar. Ik overhaaste niks. Ik had trek en dorst, maar geen water. Uiteindelijk moest ik ook nog eens heel nodig en ik heb van de natuur gebruik gemaakt. Ik maakte tien kilometer vol door het park en toen was het hoog tijd om eens iets te gaan eten.
Maar ik ging met Vincent mee naar de baan. Ik had geen zin om iets te zeggen, dus ik liep lekker achteraan en we liepen heerlijk rustig in. We waren met 1 grote groep volwassenen. MB begon tegen me te praten, maar mijn stemming was echt ver beneden peil en zelfs zij kon me niet echt opvrolijken. We gingen een piramide lopen: 1,2,3,4,5,6,5,4,3,2,1 minuut op allemaal hetzelfde tempo met tussendoor een minuut wandel/dribbel. De trainer zou fluiten. Ik begon rustig op 5:10 en gaandeweg ging ik iets sneller tot 4:55. De rest liep allemaal hard voor mij uit, maar ik vond dit prima. Alleen alsjeblieft. Rondje na rondje na rondje na rondje. Ik dribbel graag. Er begon nog iemand tegen me te praten maar die ik zo snel en ik was zo in mijn eigen wereldje dat ik hem nauwelijks begrijpen kon. Ik hobbelde maar liefst 11 kilometer vol. Vond het een flinke training.
mijn eigen tempo vooruit, nam een stukje extra, haalde ze in, keerde om ze weer te halen, genoot van wind mee en bleef zo’n beetje in zone 1. Ik moest anderhalf uur zone 1. Eerlijk gezegd viel ik er soms uit, maar lekker jammer dan. We fietsen door Lelystad en dan ging ik er weer even vandoor en nam een rotonde extra. Na bijna 30 kilometer waren we bij de McDonalds. Frietjes als lunch! Jammie, bedankt Manuel! Toen gingen we apart terug: Vincent en Manuel rechtstreeks en ik ging om het vliegveld en langs de Vogelweg. Ik moest nog 20 minuutjes in zone 1 en dan 3 keer een kwartier in zone 3. Ik hoopte op wind tegen om dat te halen. Tot mijn grote verbazing was ik na 20 minuten het vliegveld voorbij! Toen reed ik voor een tractor uit, sorry boer dat je me net niet kon inhalen, maar ik reed dertig! Eenmaal op de vogelweg was het uit met de pret: wind tegen en hard werken. Dat maakt zone 3 niet goed. Ik haalde zone 3 niet, maar ik trapte wel flink door. Ik zou over de Knardijk gaan, maar die was er veel te snel! Dus reed ik door op de Vogelweg. Ik had een wielrenner voor me en dat dreef mijn tempo lekker op. Ik haalde hem win en hij ging in mijn wiel hangen. Ik was echter niet zo spraakzaam na 12 minuten zone 3. Ik mocht achter hem hangen, maar ik deed echt kalm aan en dronk wat. Toen deed ik het volgende blok weer alleen. Ik vond het heavy. Ik haalde de andere wielrenner niet meer bij. De Vogelweg is erg lang. Ik stak de A27 over en ging toen de Paradijsvogelweg in. Ik wilde echt niet meer hardlopen na het fietsen. Ik wilde ook de 60 kilometer halen. Ik moest nog 1 stukje in zone 3, maar die was echt onbereikbaar geworden. Ik zat er niet mee. Ik ging voor lang en kilometers. Ik ging over de wegen om nog wat wind mee te hebben wat erg prettig is. Ik liep ietsje uit, haalde 67 kilometer met een gemiddelde van 26 kilometer per uur en daar was ik wel tevreden over. En toen waren Vincent en Manuel bij de IJspressie. Hardlopen werd wandelen naar de ijscowinkel!
We liepen en ik vroeg me af of ik ook was blijven lopen als Manuel er niet naast had gelopen. Ik vermoed van wel en misschien wel harder om iets te bewijzen of om er eerder te zijn, maar nu liepen we de 5 kilometer vol binnen een half uur. Ik riep de hele tijd: we gaan wandelen of we gaan rustiger, maar het bleef maar steeds ietsje sneller gaan. Ik stribbelde ook tegen over de route, maar we deden wat Manuel bedacht had. Het Kotterbos door, over mijn pad. Onverhard ging het tempo eindelijk ietsje omlaag. Ik vond de brug op met wind tegen erg moeizaam, maar het was duidelijk dat we 10 kilometer gingen halen in een uur. Daarna gingen we dribbelen en echt rustiger. Ik moest 67 minuten lopen om de tijd vol te maken. Dat haalden we en 11 kilometer ook. Toen ik bij Manuel was, brak er een flinke bui los en ik schuilde even. Ik kon de 12 kilometer ook nog volmaken. Thenks Manuel: het was heerlijk om weer eens samen te hardlopen!
en gaan langs het Weerwater. Dan gaan we naar de brug tussen de Kemphaan en Nobelhorst. Die moeten we 3 keer op en af. Dan ben ik al niet meer de langzaamste! Dat doet me goed: de snelle arrogante fietser inhalen 🙂 We fietsen over de lange weg en moeten in tweetallen fietsen, maar de dame waarmee ik fiets pakt de weg en ik het fietspad. We houden elkaar wel bij en als ik voorop mag, halen we de heren voor ons in. Mijn wiel loopt aan. Ik weet niet precies hoe en waar, maar het maakt herrie. We fietsen naar de dijk. Daar ga ik eens op mijn cadans letten. Volgens mijn trainer moet ik een cadans van 90 gaan draaien. Als ik zelf mag kiezen zit ik rond de 70. Ik vind het vreselijk vermoeiend om veel rondjes met de benen te draaien. Op de dijk richting Almere Haven hebben we wind mee en mogen we hard. Ik kijk naar mijn cadans en breng die in een lage versnelling omhoog. Dan schakel ik op. Het tempo gaat ook omhoog en het gaat heerlijk! Ik haal zelfs een paar kerels in. Dezelfde arrogante fietser van de brug. Mijn training is geslaagd, grin :|| Na de havenkom mogen we nog een stukje zo-hard-je-kan met 3 keer een topversnelling van 30 seconden. Ik laat de cadans even los en ga in mijn hoogste versnelling trappen en dan kan ik me een partij hard! Ik haal de 44 km/u en ik haal de mannen bij. Het houdt me bezig als we terugfietsen: wat is de cadans, waarom moet die zoveel hoger worden, hoe komt het dat ik dat niet kan, hoe kan ik er beter van worden… Ik fiets alleen naar huis, want Rob haalt Vincent op. Ik blijf over de cadans piekeren. Tegen de wind in.
Op mijn schema staat dat ik nog moet hardlopen, maar er stond ook maar anderhalf uur fietsen op. Ik ga toch nog even lopen. Een paar kilometertjes. Tot het helemaal donker is. Verwonderlijk eigenlijk: op een ‘gewone’ maandagavond fiets ik 45 kilometer en loop ik een paar kilometer. Van de cadans-vragen zijn mijn benen moe, ze lopen niet zo hard. Dat luidt het thema van de week vol in.
Negentig. Ik kijk en mijn benen draaien zich suf. Letterlijk en figuurlijk SUF. Ik vind het simpelweg niet leuk. Het voelt niet gemakkelijker – integendeel!! Tot mijn verbazing valt het tempo wel mee: ik ga niet eens zo heel zacht, maar de energie die ik er in moet stoppen, lijkt zich totaal niet uit te betalen. Ik voel me vermoeid en kan niet van het fietsen genieten. Ik ga de dijk op en neer om het verschil in de wind te ervaren. Is het mooi hier? Ik zie er niks van vandaag: ik zie de nummers. De cadans loopt netjes op en ook op de dijk gaat de cadans omhoog. 90, 93, 94, 98.
Ik ruik de bloembollen en daar geniet ik even van, maar de aandacht ligt al snel weer bij de cadans. Sluisje over zet ik de meter even uit, kan ik ook mensen op weg helpen. Dan begint de ellende pas echt, want na 98 moet ik door naar honderd! Ik ga alleen maar rechtuit, zie straks wel hoe ik thuis kom. Het
voelt rampzalig, maar ik doe het! Het meest rare is dat mijn hartslag alleen maar heel hard omhoog gaat. Ik vraag me ernstig af of dat de bedoeling is of dat dat komt omdat ik net met deze ellende begin. Na 25 km ga ik terug naar een lagere cadans. Het lijstje is keurig, maar ik moet hier erg aan wennen.
18 april De benen zijn moe. Het hoofd is vermoeid. Ik heb geen zin. Het is mooi weer. Ik wil wandelen met Rob en lekker bijkletsen. Geen gejakker op de baan. Maar ik wil ook lopen en van de zonsondergang genieten in mijn eigen tempo! Ik kan niet goed kiezen. Het wordt beide: we wandelen als Vincent op de baan rent en na de wandeling van een uur waarvan ik genoten heb, trek ik de korte broek aan en ga naar huis hardlopen. Het zijn maar 5 kilometertjes. De benen komen langzaam in het verweer. Of ze nog moe zijn van het rondjes draaien, of ze moeten nog wennen aan de warmte of ze zijn moe van de wandeling: ik weet het niet, maar soepel voelt het niet. Het voelt alsof ik 5 minuten op een kilometer loop, maar het gaat veeeeeeel minder hard. Ik ga toch een stukje om om 7 kilometer te halen. Daar heb ik na 6 kilometer erge spijt van, maar ik dribbel het uit. De benen die het eerder moe zijn dan het hoofd: dat is totaal nieuw! Meestal wil het hoofd ergens niet meer, maar stijve benen heb ik zelden. Ik kan me dus niet voorstellen dat de hoge cadans goed is.
die snel voorbij zijn. Het is heel duidelijk dat het verschil in hartslag erg verschilt. Hoge cadans = hoge hartslag. Dat kost me dus veel meer inspanning. Het tempo wijzigt lang niet zo significant. En op 5 kilometer wijzigen de omstandigheden ook niet heel erg. Wind tegen blijft wind tegen! We gaan naar de Knarsluis. op een hoge cadans is de fietscontrole wel veel beter: bochtjes maken is gemakkelijker en minder akelig. Daarna hebben we wind mee en is het tempo wel tof! Mijn ‘gewone” cadans is al van 70 naar 75 gegaan. De 3 blokjes met hoge cadans lopen keurig op: 85, 98 en 97. Ik kijk naar de tijd en ben zo blij dat ik even klaar ben met fietsen, dat ik de dertig kilometer niet ga volmaken.
bijna van het plan af. Maar ik krijg Vincent zo ver dat hij naast me komt fietsen op zijn stadsfiets. Dan fietst hij alleen naar huis als ik terugrij. Goede oefening voor hem. Het valt niet mee om naast een rennende mama te fietsen! Drinken aangeven, een foto maken, naar het gezanik luisteren, de moed erin houden, weer drinken geven, de route opzoeken…. Hij heeft het drukker dan ik! De eerste kilometer gaat goed, de tweede iets sneller, de derde weer ietsje sneller, de vierde gaat goed en de vijfde zet ik aan. Ik zweet me kapot! En ik weet dat het zinloos is, dus de zesde en zelfs de zevende kilometer dribbel ik bijna. De bidon is leeg! Vincent vertelt me moppen in de laatste kilometers. Het zijn zelfs bijna 7,5 kilometer. Ik ben heel blij dat de airco weer werkt in de auto, heel blij! Het lijkt een gestolen dagje, maar ik heb toch best veel gesport. Mijn benen zijn furieus. Wit omdat de zon ze nog niet genoeg gezien heeft en rood van woede. Hoge cadans en hardlopen: mijn benen vragen zich duidelijk af waar de bank is gebleven!