6 mei. Na een lekker vol sportweekend kan ik er op mijn werk weer tegen! Ik ging bijtijds weg om de fietstraining te halen en nog snel iets te eten. Ik fietste samen met Vincent naar het Anna Park. Voor mij echter geen fietstraining vandaag, want er stond een bike-run-bike op het programmaatje. Ik voelde echter blijkbaar de trainingen van afgelopen weekend toch nog een beetje, ondanks dat ik al lang geen spierpijn meer had; het voelde best zwaar vandaag. Ik vond het niet erg de meute voorbij te fietsen en door te fietsen naar KH die daar dichtbij woont. Zij ging even op mijn fiets passen, zodat ik kon gaan lopen. 8 minuten zone 2, dribbelen, en dan 2 keer 8 minuten zone 3 met dribbelpauze tussendoor. Een half uurtje dus en KHs zoon zei dat om het ziekenhuis 5 kilometer was. Ik had mijn fietsjasje aangehouden en dat was een beetje te warm. Daar hou ik niet van. Zone 2 was wel te doen, maar ik zag al op tegen zone 3. Het dribbelen ging prima! Rondje om het ziekenhuis in zone 3 was prima te doen. Dan onder het tunneltje door en de dribbel waar ik me al op verheugde na 2 minuten zone 3. 8 Minuten is de doen, maar vandaag voelde het wel iets langer aan. Het laatste blokje in zone 3 ging nog steeds op een aardig tempo (onder de 5:30), maar voelde niet meer lekker aan: warm en wat zwaar. Gelukkig maar een half uurtje. Bij KH kletste ik natuurlijk te lang en toen moest ik nog naar huis fietsen. Dat voelde ook niet helemaal soepel alsof ik wind mee had. Ik schreef vanmiddag wel stoer naar de trainer dat ik geen rustdagen heb opgebruikt na de flinke training van zaterdag, maar mijn lijf was het daar niet helemaal met mijn hoofd op 1 lijn. Het ging allemaal wel en ik heb geen spierpijn of ergens anders pijn, maar de soepelheid ontbreekt toch even. Actief herstel zullen we het maar noemen.
7 mei. En dan komt daar de werkdruk bij die alleen maar erger wordt: 1000 dingen tegelijk, niet de dingen die ik het meest leuk vind die ik het eerst doe, ik sleep me soms een beetje door de dag heen, opdat ik ‘s avonds maar lekker kan sporten. De vermoeidheid zit ook een beetje in mijn hersens blijkbaar, maar ik zet gewoon door! Vincent en ik reden naar de looptraining. Ik ging met de langzaamste groep mee, dat was duidelijk. We deden oefeningen en toen gingen we inlopen over het nieuwe busstation boven de A6. Ik vond het geweldig!
We gingen 5 minuten op ons 10-kilometertempo lopen en dan als groep 2 minuten dribbelen. Dat sloot best mooi aan voor mij, want als dat 8 minuten kan, kan 5 minuten helemaal goed. We starten toen we naar beneden liepen en ik vond een heerlijk en snel ritme van rond de 5:00 per kilometer. Ik keek goed om me heen naar deze nieuwe route en vond het leuk. Eenmaal vlak lag het tempo iets lager, maar 5:30 was prima vol te houden. Dribbelen vind ik ook geen probleem, ik zuig de groep wel op. De trainster zei me heel duidelijk dat ik niet harder mocht dan 5:30, en ze had groot gelijk. Weer 5 minuten door het bos bij de schapen. En dribbel! Daarna gingen we voor 5 minuten via het bos en daar genoot ik van! Dan maar een lager tempo (5:45), maar de rust, de bomen, de natuur, de avondzon: al mijn werkzorgen verdwenen en ik genoot voor het
eerst sinds tijden even echt van het hardlopen! Ik was blij dat ik een remedie had gevonden om af te koelen: Anke gaat weer wat onverharde paden opzoeken! Ik huppelde bijna de volgende dribbel door. Weer 5 minuten op tempo en ik liep voorop: wel zo lekker stil. De zon was erg mooi. We dribbelden voor mijn gevoel een heel eind verder de A6 weer onderdoor. De trainster gaf me mee dat ik maar niet moest gaan wandelen, maar altijd eerst dribbelen. Toen moest ik zeggen welke marathon ik ging doen. Gelukkig gingen er weer 5 minuten in voor iedereen kon reageren! Daarna gingen we uitdribbelen. Het hoefde voor mij geen tien kilometer te worden, geen uur. Ik had lekker gelopen en daarmee punt. Of….
Er volgde nog een uurtje zwemmen! We mochten 1000m inzwemmen en dat vind ik heerlijk. Ik nam mijn achtje, verstand op nul en aftellen. Het ging lekker en ik deed er maar 20 minuutjes over! Daarna volgden oefeningen en ik deed alles vrolijk mee: ook het gedeelte alleen benen. Op het einde ontdekte ik dat ik niet met mijn hele lijf zwem, maar eigenlijk alleen met mijn armen. Als ik met mijn hele lijf een beetje draai gebeuren er twee dingen: die benen gaan meehelpen en ademen aan twee kanten wordt natuurlijker. De doorhaal wordt dieper. Ook hier kwam het uur niet vol, maar ik vond het wel best.
8 mei. Thuiswerken, het huishouden en toch een hoop onrust. Ik moest fietsen, 2 uur, maar het regende. Dat kan ik er dan net niet bij hebben. Daar baal ik dan van. Want wanneer moet of kan ik het inhalen? Vincent en ik
gaan wel zwemmen. Ik ga in baan 2. Het gaat best goed, als ik maar oplet dat ik met mijn hele lijf zwem. We doen allemaal oefeningen. Als de ene voorop zwemt, is het tempo wel normaal, maar zwemt een ander voorop, dan ligt het duurtempo ineens veel hoger! Ik vind het verwarrend en vervelend. Gelukkig is de zon op en onder water heel erg mooi en concentreer ik me daar maar op. Na het douchen vertel ik vriendin DH van mijn plannen en zij is de eerste die heel oprecht heel lief reageert, zonder welke bijtoon dan ook. En precies goed: “ik vind het zo leuk voor je!” Met haar geinige accentje, dat is precies wat ik horen wil.
9 mei. De stress op mijn werk is hoog: ik doe nu echt vanalles tegelijk en kan het zelf ook niet meer goed volgen. Ik haal een beetje plezier uit een goed telefoongesprek, maar ik ben niet meer erg blij daar. Morgen heb ik een sportmedische keuring en die zit me onwijs dwars. Ik mag niet te hard of te veel sporten in aanloop daar naartoe, maar dat is lastig. De baantraining past dus sowieso niet. Ik mis de kracht om mijn eigen training in het horloge te zetten. Ik zal blij zijn als ik een uurtje kan lopen. Tempo laag houden maar. Accepteren dat vermoeidheid in het hoofd weerslag heeft op het geheel. Alles doet een beetje pijn: mijn linkerhiel, mijn
rechterknie, mijn linkerknie, mijn rechterarm: maar niks wat echt blokkeert. Ik hobbel gewoon. Hou het tempo laag, maar de hartslag blijft hoog. Dat is met stress. Ik vind het moeilijk, maar ik blijf lopen. Probeer van het schelpenpad te genieten, van het bos, van het sluisje. Het lukt niet echt. Ik verval snel in piekeren of somberheid. Het Wilgenbos wil ook niet. Gaat alleen maar slomer. Ik denk nog dat mijn looptechniek vandaag ook te over laat. Dat looptechniek gelukkig niet telt: kijk maar naar PL, die loopt ook raar, maar wel een heeeeeel stuk harder dan ik. Ik loop rustig de dijk op en moet dadelijk weer terug. Wie kom ik daar tegen?! PL!! We maken een praatje en met zijn vriendelijke vragen beurt hij me helemaal op. Dat is het eerste wat ik leuk vind vandaag en als ik omkeer, loop ik zeker een kilometer lang gemakkelijk! Als ik weer bij het sluisje ben, heeft de benauwdheid het weer overgenomen.
Ik blijf doorlopen en wil de tien kilometer volmaken. Daarvoor moet ik een ommetje nemen en ik heb nog tijd. Ik kan de weg ook steeds moeilijker bedenken. Het paard, het gedenkbord tussen de struiken, de volkstuintjes, een andere groep, de spelende kinderen bij het asielzoekerscentrum, de politie-auto: ik registreer het allemaal wel, maar er lijkt weinig mee te gebeuren. Ik maak tien kilometer vol en dat is het dan. Dat wordt een zware keuring morgen….
10 mei. En dan? De hele vrijdagochtend met goed weer stil gaan zitten? Werken? Of op de bank hangen? Werken moet even, maar daarna ga ik met Manuel fietsen. In zone nul of één. Heel rustig, een uurtje bijpraten. Toch kan ik het werk niet goed loslaten en blijf ik een beetje opgesloten. Misschien zie ik toch een beetje op tegen de keuring. We gaan niet hard, het hoeft niet hard en we kletsen wat. We doen een rondje om de Noorderplassen. Ik ga op de tijdritfiets. Pas als we na 3 kwartier op de Oostvaardersdijk de wind mee hebben en de lucht en de omgeving adembenemend mooi zijn, kom ik van binnen een beetje tot rust. Dan heb ik dus urenlang op hoogspanning doorgebracht en dan brengt het wijdse zicht op het water een beetje verlichting. Natuurlijk fietsen we meer dan een uur en ruim 30 kilometer. Wel heel netjes: zone 1 is geen moment uit beeld geweest!

De sportmedische keuring. Omdat ik met mijn zus aan het bellen was, had ik geen tijd om me druk te maken of ik de keuring wel zou doorstaan. Sowieso had ik me daar niet druk over gemaakt. We werkten eerst de vragenlijst door en daarna werd ik doorgemeten. Echt slank ben ik niet volgens de weegschaal, maar het vetpercentage is wel oké. Mijn spieren werken allemaal helemaal naar behoren, zijn even lang en erg soepel. De reflexen kloppen, de bloeddruk is ook goed. Dan een hartfilmpje gaan maken: ik word volgeplakt met stikkers en aangesloten op kabeltjes. Mijn hartslag is prima: de uitslag is die van een hele fitte sporter. Dan moet ik gaan fietsen. Steeds ietsje harder. Terwijl mijn hartslag gemeten wordt en van tijd tot tijd ook mijn bloeddruk. Ik hoeft alleen maar te fietsen en het wattage wordt elke minuut met 20 (wat?) opgehoogd. Ik moet in een hoge
cadans blijven fietsen tot mijn benen niet meer kunnen. Mijn cadans ligt boven de honderd en ik kijk naar de treinen buiten, naar de metertjes, naar de (gammele) fiets. Zolang ik het maar leuk blijf vinden is er niks aan de hand. Het is wel warm. Na precies 9,5 minuut vind ik het opeens niet meer leuk: “wat doe ik hier, ik kap er mee, het heeft geen zin” denk ik dan. Ik stop niet, ik wil graag de tien kilometer fietsen, ook al klopt de snelheid van geen kant. Ik fiets geen 50, maar leuk is het wel. Ik heb weer een doel. Ik kreeg het wel zwaar. Niet dat ik opgeef -ik was nog niet op 10 kilometer- maar na een minuut of 12/14 gaan mijn benen het dan op: ze doen geen pijn, maar ik kan de cadans niet meer boven de 80 houden en opeens zakt het weg. Dan nog even uitfietsen en ik haal de tien kilometer pas bij het uitfietsen. Mijn hartslag ziet er prima uit en ook met de bloeddruk die ondertussen een paar keer gemeten is, is niks mis. De plakkers mogen er weer af en ik spoel me even af. We bespreken de resultaten, maar ik heb ze niet allemaal onthouden. Precies op het moment dat mijn hoofd het opgaf, zit mijn omslagpunt. Mijn hoofd vangt dus wel een signaal op van mijn lijf dat ik boven mijn kracht ga werken. Op het omslagpunt kan ik wel een hele tijd doorgaan, maar deze keer moest ik er overheen. Mijn hoogste hartslag en het omslagpunt verschillen niet veel ten opzichte van de test van 2 jaar geleden. De wattages zeggen mij niet zoveel. Wel weet ik dat ik net niet te dik ben… Ik ga er niks aan doen: ik drink en rook niet, laat mij maar teveel snoepen. Wat me wel wat zegt is dat mijn VO2max in twee jaar tijd gestegen is: 2 jaar geleden zat ik al ruim boven de norm van 38 met mijn 42 en nu is het doorgestegen naar 46! Ik ga tevreden weer naar huis: fysiek is er geen enkele beperking om te finishen. Misschien kan een sportcoach me helpen om ook probleemloos te gaan starten.
We zouden nog gaan zwemmen, maar het is te koud. Vincent hoeft niet te gaan zwemmen volgende week bij de triatlon, dus we slaan even over. Echter, mijn fiets moet nog even naar Vico de fietsenmaker om nagekeken
te worden. We fietsen er met zijn drietjes heen. Ik voel wel dat ik al een beetje veel op een zadel heb gezeten. Er schraapt iets aan de achterkant van mijn fiets, maar het is niet gemakkelijk te reproduceren. Het kan geen kwaad, dus we fietsen een mooi rondje door het Kotterbos met zijn drietjes. Ik kan niet zo snel accelereren als de jongens, maar eenmaal op snelheid hou ik dat langer vol.
11 mei. Er stond een wisseltraining: 40 minuten hardlopen, 20 minuten uitfietsen en dat drie keer. Ik begon wat laat en had al het vermoeden dat ik het bij twee keer zou laten. De zon schijnt, de korte broeken liggen klaar en ik ga eerst lekker in zone 1 lopen. Het rondje langs de Oostvaardersplassen
via de Evenaar. Ik heb een kalm tempo en zit elke keer net in zone 1. In tegenstelling tot donderdag geniet ik nu wel van de omgeving, ook al is me die heel bekend. Het is vogeltrekdag. Ik neem een onverhard pad net voorbij het Oostvaarderscentrum en daar ontdek ik een nieuw halfverharde pad tussen de bomen door. Het is er erg mooi. Ik denk dat ik een nieuw pad adopteer! Ik loop ruim 6 kilometer en ben na precies 40 minuten klaar.
Dan pakken Vincent en ik de fiets en gaan we samen de andere kant langs de Oostvaardersplassen fietsen richting de dijk. We hebben wind tegen en ik heb het zwaar: ik merk gewoon dat het fietsen niet over houdt. We keren om bij de parkeerplaats en op de weg terug gaat het lekker hard, want dan hebben we wind mee. We fietsen ruim 27 minuten. Dan doe ik mijn hardloopschoenen weer aan voor 40 minuten zone 2. Ik doe de ronde met de
klok mee en gaat nog beter. Ik voel me prima, het ritme zit er lekker in en de zon schijnt! Mijn hartslag blijft ook nu lager liggen dan afgelopen donderdag. Het tempo is aanzienlijk hoger. Ik zal niet beweren dat het vanzelf gaat, maar het voelt een heel stuk beter. Het wordt al druk bij de trekvogeldag. Ik ga gewoon lekker door. Alleen begin ik wel trek te krijgen en uit te zien naar de frikandellenbroodjes.
Ik vind het eigenlijk zo ook wel goed en ga liever niet meer uitfietsen. Als ik na 7 kilometer (in iets meer dan 40 minuten) thuis kom, zijn de broodjes nog niet klaar. Ik ga dus toch nog eventjes fietsen. Doe ik het rondje nog een keer superkalmpjes op de fiets. Daarna val ik aan op de broodjes!
Maar er is ook nog zwemmen: Vincent gaat en ik dus ook. We zijn met zijn viertjes. ik ga 200tjes zwemmen: 200m met pulboui en letten op de doorhaal onder water en meezwemmen met het hele lichaam en daarna 200m zonder pullboui en letten op de ademhaling 1 op 3. Na een paar keer wisselen begint het in elkaar over te lopen en let ik ook met pullboui op de ademhaling en zonder pullboui op de doorhaal. Mijn horloge geeft me een paar baantjes kado. We moeten naar baan 6 voor de laatste minuten: dat voelt toch erg anders, maar ik zwem er nog 400m. Ik ben er een beetje moe van, maar wel tevreden met 2500m in een uur.
12 mei. Ik mag met de trainer gaan fietsen. Hij gaat me bochten leren rijden. We zullen elkaar op de rotonde bij de Knardijk en de Oostvaardersdijk ontmoeten. Ik rij er alleen naar toe op mijn tijdritfiets. Ik heb wind tegen, maar vooral mijn hoofd tegen: er zitten duizend duiveltjes tegen me te praten. ‘Arme trainer, moet hij in jouw slakkentempo fietsen’ ‘Ik heb geen fietsbenen vandaag’ ‘Bochten zijn niet mijn ding, ze zijn eng, want ik ben er een keer uitgevlogen’ ‘Het tempo is rampzalig’ ‘Misschien moet ik maar gewoon stoppen’ ‘Waarom ben ik niet in bed blijven liggen’ ‘Dadelijk ga ik vallen!’ ‘Of nog erger: uitklikken lukt niet’ ‘Ik ben te dik’ en vooral ‘Ik ben veel te langzaam’ Dat is maar een kleine bloemlezing van de duiveltjes. Er is maar 1 engeltje: ‘ik ben wel een doorzetter, want ondanks de tegenwind en het totale gebrek aan zin, fiets ik hier wél’ Ik ben op de dijk op mijn fiets gaan liggen en kom niet meer uit die positie. Ook niet in de bochten. Het tempo ligt echt onder de 25 en ik kom veel andere fietsers tegen. En dan wordt ik ingehaald door een supersnelle dame van de eredivisie. Dat maakt het er niet beter op. Ik kom meer fietsers tegen; die hebben blijkbaar naar de wind gekeken. Ik ook, maar dit is de kortste weg. In de verte zie ik de regen vallen. Als ik precies op de afgesproken tijd bij de trainer kom, blijkt het al enorm geplensd te hebben. Ik hoop dat de supersnelle dame er wel in zat, want ik heb geen druppel gezien! Het verklaart wel de natte fietspaden. En dus ook glad… Niet ideaal voor bochten. We gaan eerst kletsend de Knardijk af en eenmaal bij de trainer kan mijn tempo omhoog en is er niks meer om me druk over te maken. Ik klaag en raas even uit bij de trainer. Gelukkig snapt hij het, maar staat hij niet met een oordeel klaar. Als het moet kunnen we trainingstechnische een stapje terug doen, een groot deel van het werk is al gedaan. We fietsen over de weg en gaan dadelijk op het fietspad voorbij de Praambrug de bochten oefenen. Hij legt me de theorie vast uit en ondanks de belofte aan een zonnige ochtend, regent het weer. Wind en regen deren me niet zo: de duiveltjes zijn mijn grootste vijand! De trainer leert me de rechte lijnen in
de bochten te vinden. In het bochtje wat als een Sje loopt, oefenen we een keer of wat. De eerste keer rem ik, de tweede keer gaan we langzamer en gaat hij voorop, zodat ik de lijn kan zien. Teruguit is iets lastiger. Uitklikken lukt natuurlijk ook elke keer. Ineens zie ik de lijnen en worden bochten onderdeel van een racespelletje. Volg de blauwe, rechte lijn en dan hoeft je niet te remmen. Ik begin er van te genieten. Binnen een half uurtje zijn bochten verandert van een gevaar in een uitdaginkje. Er volgen nog best veel bochten. Je moet bochten ook niet naast elkaar nemen! We pakken het fietspad door het Kotterbos: bochten genoeg en elke keer mag ik voorop en soms wijst de trainer me de betere lijn, maar het gaat al heel vaak heel goed. We gaan de brug over naar de Evenaar en dan onder de brug door. De trainer zal terugfietsen naar Lelystad en niet over de dijk. Ik breng hem naar de Trekweg terug. Dat ik iets nieuws onder de knie heb gekregen vrolijkt me heel erg op. Als ik wil, kan ik nog vanalles leren, als het maar vanuit de theorie gaat. Ik pak het fietspad door het bos nog een keer en maak het rondje af. Ik zou twee uur en een kwartier moeten fietsen en ik weet nog een paar bochten te vinden op weg naar de dijk, dus ik fiets nog even verder! De zon is ook fel als ie weer tevoorschijn komt. Ik rij door naar de dijk en besluit nog even een welverdiend stukje wind-mee te pakken en via het bos weer terug te rijden. Haal ik 50 kilometer en haal ik 2 uur. Tot mijn verbazing kom ik veel mensen tegen die bezig zijn met de parcoursverkenning, ik dacht dat die al lang weg waren daar. In het ‘bos’ kom ik ook Manuel tegen die aan zijn lange duurloop bezig is. En dan fiets
ik weer vrolijk de bochten door. Ik ben wel nat, vooral mijn voeten. Eigenlijk wil ik de 2 uur en een kwartier ook halen en voorbij het Oostvaarderscentrum heb ik wind mee en ga ik ook nog een stukje hard. Ik kijk de bocht in en kijk nu naar waar ik er uit wil komen, dus remmen doe ik niet meer. Hooguit even stoppen met trappen. Ik rij zelfs 55 kilometer (op zomaar een zondagochtend) en ook al rijden alle anderen 100 kilometer: ik heb een angst overwonnen en van de trainer mag ik mezelf daar wel mee complimenteren! Als ik de vuile fiets onder de overkapping zet, begint het weer te regenen. Net geen 13 uur deze week.

1 Bocht haalde ik elke keer op het scherpst van de snede. Ik zat dik boven de 30 en dat was fijn zeg. Het voelde goed. Dit was niet koud. Toen kwamen de kinderen: soms een beetje enger, maar ook leuker. Ik fietste gelijk met DE, een meisje die snel is. Net geen stayeren. Ik zag Vincent ook de baan op komen en haalde hem gelijk zijn eerste ronde in. Ik zat in ronde 6. Mijn laatste ronde zette ik nog aan en haalde DE in. Heerlijk hard gefietst. Zouden die cadans-trubbels toch ergens toe gediend hebben; al was het maar meer vertrouwen en leren schakelen? Ik zag op tegen wisselen, want deze klikschoenen en de hardloopschoenen gaan moeilijker uit en aan. Dat viel erg mee en ging heel snel. Ik zeg het hardop: bril af, helm af-mag want fiets hangt, startnummer draaien en dan gaan lopen. Ik had wat tijd over van het fietsen. Dus kei-hard hoefde niet, maar het moest wel een uitdaging zijn voor Vincent!
Ik lachte naar Rob en rende heel alleen. Ik was als een van de latere begonnen met zwemmen en dus was het rustiger geworden. Vind ik niet erg, maar ook niet uitdagend. Ben ik op mezelf aangewezen. Vincent fietste nog; ik vond het leuk hem nog te zien. Ik was het rondje van vorig jaar vergeten en keek nu maar over het gras heen. Het is maar 2,5 kilometer, maar hemeltje: dan kun je het ook warm krijgen hoor! Ik zweette en liep maar iets langzamer dan vorig jaar. 4:47 is behoorlijk voor mij! De schoenen zaten lekker. Ik liep plaatselijke wandelaars en een fietser voorbij. Brugje over en ik werd aangemoedigd door vrijwilligers die mijn tempo mooi vonden. Dan door naar de baan. Het leek zo eenzaam allemaal. De baan moet je nog een keer op en neer en dat wist ik wel, want er zaten nog geen 2 kilometer op. Toen liep er eindelijk iemand voor me, maar die slofte zo dat ik er met gemak voorbij flitste. Ik was wel moe, maar nog lang niet kapot en zette nog even aan. De tijd was net over 12 uur, dus ik was sneller dan vorig jaar, maar niet binnen 40 minuten. Ik draaide me meteen om om op de klok te kijken, maar die moesten ze even resetten… 40:55 YES! Sneller dan vorig jaar en flink ook. Ik had geen enkele moeite om naar Rob te wandelen en Vincent nog aan te moedigen met fietsen en lopen. Vond ik nog wel even spannend of hij sneller zou zijn als ik… Ik gunde het hem wel heel erg. Hij haalde het net niet. Ruim 40 seconden. Wel superhard voor zo’n klein ventje. Ik koelde weer wat af en mocht Robs jas aan. Vincent werd helaas net vierde en dat vond ik ook sneu voor hem, want hij had zijn tijd van vorig jaar heel erg verbeterd. Nog meer dan ik! We hoefden niet te blijven voor de prijsuitreiking en konden de spullen ophalen. De recreanten waren nog bezig. Ik was er helemaal niet kapot van. Het is allemaal heel gemoedelijk en goed geregeld in Deventer. Vriendelijk, echt breedtesport en iedereen mag en kan meedoen. Jammer van het zwemmen, maar ik ben wel blij met het fietsen. En lopen- dat hebben Vincent en ik precies even hard gedaan! Van de 25 pro-vrouwen was ik 17de. Als ik ga tellen hoeveel daarvan 40+ zijn en hoeveelste ik in die categorie dan ben, dan ben ik -net als Vincent- vierde….
het toch wel genieten zo midden in de polder. Bij Muiden moet ik heel even kijken, maar ik moet over het water heen om terug te komen. En dan heb ik een beetje wind tegen. Maakt niet uit: ik trap gewoon door! Ophaalbruggetje onder de grote spoorbrug en dan even doorbijten naar de Hollandse Brug terug. Ik nam het spoorbaanpad en bleef ook in de bochten trappen. Ooit gaat het wennen! En toen haalde ik Vincent op: ik fietste een rondje extra omdat ik ze eerst niet zag. Toen weer terug en Vincent kwebbelde lekker. Uiteraard moesten de 50 kilometer vol! Ik wen er al aan: 50 kilometer op een gewone maandagavond begint echt heel normaal te worden.
Er was een kleine groep middelsnelle volwassenen. Een leuke en gevarieerde groep. Ik luisterde naar ze, maar mijn eigen somberheid zit vlak onder de oppervlakte. Versnellen zit er dan niet zo in: het lukt me gewoon niet om harder te rennen dan een stabiele basissnelheid. We doen iets met 100, 200, 300, 400 meter en dan steeds rustiger en daarna een kilometer terug dribbelen. Ik ben dus niet van het sprinten. Ik wil ook graag alleen lopen en ben erg verdrietig. Daar kan ik niemand bij gebruiken! Ik dribbel net zo hard als de 400m sneller lopen. Ik leg me erbij neer. Het is dat ik fysiek aanwezig ben; mijn gedachten zijn heel ver weg. Ik hobbel maar gewoon. Niemand mag iets tegen me zeggen, ook MB niet. Dan ga ik namelijk op het gras zitten te huilen en kom ik nooit meer weg. We lopen nog een keertje dat we moeten versnellen, maar ik doe de basissnelheid. Dan lopen we uit en samen met MB begin ik te kletsen over fietsen. Dat helpt me enorm, haar vrolijke vriendelijke gekwebbel. Met degenen die dat willen (bijna allemaal) lopen we de tien kilometer vol. Ik hobbel gewoon mee.
Het bos ligt er prachtig bij, zelfs vanaf mijn ligstuur. Ik ben alweer helemaal gewend en geniet van de tijdritfiets. Die is ook wel super hoor. Dan de Winkelweg. Het begint vermoeiend te worden, als altijd op die plek. Ik weet nooit zeker of ik de weg weet en het is er druk met ander verkeer. En de wind zit al meer tegen. Ik neem de stoplichten, ga maar niet over de autoweg fietsen met deze drukte. Kan ik lekker eventjes stoppen en een gel nemen voor ik de dijken ga trotseren! Het valt heel erg mee: ik zie haven liggen in de verte en dat ga ik halen ook! Het tempo en de wind vallen nog meer mee. Rustig door de havenkom heen en dan de dijk over richting de Hollandse Brug. Het is een raar idee dat ik al zover gefietst heb en dat ik niet meer zo ver hoeft naar mijn idee. Omdat ik de weg nu ken? Het tempo naar de brug toe lijkt wel of ik wind mee heb! Het is alsof er toch een soort spiergeheugen is: zoals je de stukken de eerste keer ervaren hebt, zo blijft het. Voorbij de brug volgt een tegenvaller: ik moet door de woonwijk Duin heen. Dat is vervelend met de heuveltjes, bochtjes en spelende kindertjes. Niet wat ik gehoopt had en ik word er extra moe van. Eenmaal op de Oostvaardersdijk begint de wind pas echt tegen te zitten. Ik ben moe, mijn benen zijn moe (warempel) en ik heb iets minder zin, maar ik moet en zal de 100 halen! Dat is nog ‘maar’ 20 kilometer. Ik heb moeite met tellen hoeveel tijd me dat gaat kosten. Van mezelf mag ik bij het Da Vincipad op het bankje gaan zitten. Dit is immers een training en geen wedstrijd. Ik smikkel de koek op en laat het bankje voor wat het is. De vliegjes zijn terug. Niet in zulke zwarte wolken, maar toch weer duidelijk aanwezig. Ik zet het tempo nog even door langs de Noorderplassen en reken uit dat ik door het Kotterbos om zal moeten. Ik hoop het binnen 4 uur te halen, maar dat moet lukken. Ik ben tevreden als ik helemaal rond ben. Als ik naar huis zou fietsen is het echt precies zo lang als de challenge: 93 kilometer. Maar ik fiets nog door. Het tempo zit er nog goed in en/of ik heb weer wind mee. Door het Kotterbos. Ik ben wel moe, maar niet stuk, gewoon vermoeid. Ik rij nog langs de vaart (en hard ook) en wil dan binnen 3:45 de 100 halen. Dat lukt nog ook! Thuis stap ik vermoeid en tevreden af. Voor het eerst sinds tijden heb ik zadelpijn. Overal, tot in mijn onderbroek, zitten de vliegjes. Blergh. Ik heb trek. Ik heb netjes de hele bidon water leeggemaakt.
Langs de Oostvaardersplassen. Het tempo ontbrak een beetje vandaag. Gelukkig de meeste vliegjes ook. Ik genoot van het heldere uitzicht op Amsterdam, van de vogels en hun gekwetter overal. Ik fietste terug langs de plassen en toen wilde ik toch wel de 30km halen, want dan is het morgen maar 3 keer dat. Dus fietste ik weer dezelfde mensen voorbij. Na 5 kwartier was ik weer thuis met 30km op de teller. Manuel hielp me ‘s middags om een voedingsplan te maken.
nog goed op de route te letten. Daar is de parkoersverkenning toch eigenlijk voor. Dan begint het te hagelen. Hard! Dat is nadat de wind nog extra heeft aangezet. Mijn gewone bril is dan niet zo handig, die beslaat. Maar ik ben ook blij dat ik die op heb, want ik zie (zonder dat ie nat is) een stuk scherper. De hagel is niet fijn. Nog altijd beter dan vliegjes, hou ik me voor, maar dit is kouder. Ik moet gaan eten en drinken en kan mezelf er niet gemakkelijk toe zetten de bidon te pakken in de groep. Ik eet een eerste Twix. Ik kijk op de klok, maar weet niet precies hoe laat we weggingen en hoe laat ik de Twix op moest hebben. Tijd zegt mij niks meer, ik tel in kilometers tot de 90.
is kleinschalig, vriendelijk, betaalbaar en voor de zomervakantie uit. Aan de meefietsende organisator van het evenement leg ik uit dat mijn keuze al twee jaar vastligt, maar dat het nu ten uitvoer gaat komen. We zijn de tweede ronde ingegaan. Nu mag iedereen zijn of haar eigen tempo doen. Als ie de weg kent.
molens is wind mee! Ik geniet van dit lopen. Hard hoeft het niet, maar ik ga nu net onder de 6 minuten zitten. Door het dorpje Skarl. Het klinkt als een Oostenrijks bergdorp en met zijn 4 huizen ziet het er voor mij ook zo uit. Van die beelden niet nooit meer wijzigen… het eerste rondje zit er bijna op en bij het bosje zie ik de organisatrice staan. Ik roep haar dat ik nog twee ronden ga en niet naar de lunch kom. Ze wenst me succes met alles. Zo vriendelijk en gewoon als ze zijn… Zo aardig en eenvoudig! Weer het onverharde pad op. Weer langs de dijk naar Laaksum, waar ik naar uitkijk. Nu is er rust, stilte, mijn eigen ding. Bij 9 km moet ik weer een gel nemen, maar ik herken het gevoel in mijn buik en darmen: er komen teveel koolhydraten binnen. Ik wil de tien kilometer in een uurtje lopen. Dan kom ik voor een halve op 2 uur en een kwartier, met de nodige vertraging meegerekend. Ik loop iets harder nu en het gaat soepel. Op naar Warns! Langs de paardenmoeders en hun veulen die over 2 maanden groot zal zijn, langs de meneer die zijn gras maait, langs het meisje wat op de trampoline springt, naast het kleine paardje en het schaap op het erf. Ik krijg het mee en neem tegen de tien km pas de gel. Die plakt. Vreselijk. Alles plakt nu. Vervelend. In Warns langs het leuke huisje, door naar het streepjesbordje. Er stopt een busje en iemand van de organisatie stapt uit: “Jij loopt drie rondjes? Succes” en “Zie ik je straks nog bij de lunch?” Ik zeg van niet, hobbel verbaasd door. Hoe vriendelijk! Ik had ‘m om water moeten vragen om af te spoelen of moeten zeggen dat ze mijn nummer aan de mevrouw moeten geven. Maar ik kijk naar de kerk, naar de beeldende kunst. Dan de hoek om richting de molens en langs de moestuin. Ik begin me te herinneren dat het lang geleden is dat ik meer dan 14 kilometer heb gelopen. De wind bij de molens trekt aan. Heen niet grappig, terug heerlijk. Ik besluit dat de laatste ronde rustiger mag en dat ik dan foto’s zal maken. De boer in Skarl zwaait weer naar me. En dan weer omhoog naar het Reaklif. Ik maak een snelle foto en antwoord Robs SMS. Op de dijk wordt duidelijk waarom de wind aantrok: de hagel slaat weer toe. Ik fotografeer in Laaksum en zie vaag de Frysmanpijlen op de weg. Door naar Warns. Er is nog hagel over en die teistert nu mijn gezicht. Minder. Fijn is dat ik mijn plakkende vingers kan schoonmaken. Warns lijkt verder weg deze keer. De
Weyde Blick is een vakantieoord met ‘mafketen’. Gekke titel! In Warns liggen er twee beelden te vozen achter de bosjes: of zouden ze omgevallen zijn? De oranje bordjes met witte krulletjes zullen op een waterpunt duiden. De kerkklok van Warns slaat geen drie uur. Ik vind het nu moeilijk uit te tellen wanneer ik de gels moet nemen. Ik neem er nog 1 en dan straks misschien nog- of is dat niet nodig? Mijn tempo gaat ook omlaag. Het is een training, hou ik mezelf voor. Weer dringt de vraag zich op, hoe ik ooit het dubbele moet doen. Ten opzichte van de vorige keren valt de wind langs de molens nu mee, maar het is toch zwaarder. Ik hou mijn telefoon vast voor foto’s. Als ik heel even twee passen vertraag, voel ik dat meteen in mijn spieren. Niet meer doen dus. Ik groet de boer die mij voor de derde keer passeert met de mest. Net als Laaksum heeft Skarl ook mijn hart gestolen, al ben ik op dit moment meer bezig met de laatste kilometer aftellen. Nog een keer omhoog naar het Reaklif en ik geniet ervan. Het voelt een beetje als een mijlpaaltje! Ik loop 21kilmeter ruim binnen de 9 kwartier. Op het Reaklif maak ik foto’s. Om de gemiste kilometer bij het fietsen goed te maken, hobbel ik een buitenom langs de schapen terug naar de auto. Daar ben ik behoorlijk tevreden! De lieve Frysmannen hebben een bidon met de Sanas-sportdrank voor me achtergelaten. Een mooie groene bidon. Hoe lief! Dat is mij meer waard dan een medaille: het gebaar!
met een goede ademhaling, maar probeer steeds terug te keren. De slag is rommelig. Het brilletje is wazig. Ik zwem gewoon door. Soms even inhouden en alleen maar doorgaan. 1 Baantje wordt niet geteld, want ik keer te vroeg. Na op het horloge 1475m gooi ik het achtje aan de kant. We zijn nog maar met zijn drieën dus ze hebben geen last van me als ik vertraag. Ik ga 500m aftellen. De kramp is over en mijn benen doen met liefde mee. Na 300m pik het helemaal op: alle techniek overboord en gewoon zwemmen. Ik zwem dus naar de overkant van het bad en zie dat ik de 2000m binnen 42 minuten heb afgelegd. Dat is voor mij uitstekend! Ik ben blij, moe en tevreden. Ik zwem rustig terug, klok iets van 43 minuten en ben er klaar mee. Ik kan nog een kwartier uitzwemmen, maar nee. Uit het bad, bij de baby kijken.
fietsen te testen en op een heerlijk laag tempo. Het idee was een rondje Oostvaardersplassen, maar op de weg kwamen we in een bui en toen bedachten we dat de dijk niet leuk zou zijn. Vincent wilde met Manuel kletsen, dus ik ging achter ze fietsen. We gingen langs de sluizen en toen was de bui weer over. Net iets verder de dijk over en langs de plassen achter Haje. Ik was er nog nooit geweest en was verbijsterd over de prachtige route. Heel gaaf daar. Door het Kotterbos weer terug en Manuel kletste lekker. Er zaten veel vliegjes. We haalden een ijsje bij de IJspressie en ik fietste 31 kilometer. Dan heb ik 300 kilometer gefietst deze week. Bijna 17 uur gesport (16:57:36). Nog even en ik hoor erbij…. De spierpijn was helemaal weggefietst.
Snel nog een keer plassen en dan spullen aan de kant leggen en hoppa: het startpodium op. Ik heb geen zin, ik val al bijna om als ik vastklik nog voor ik weg ben en we beginnen met een bocht. De dijk is lekker leeg. KH haalt me al snel in. Ik hou van de leegte. En dan vraag ik me af waar mijn telefoon is. Verloren bij de WC? In de openbare omkleedtent? Paniek! Ik voel me opgejaagd. Niet goed. En het was al niet leuk! Mijn beentjes doen hun best, maar nu mijn hoofd ook geen klaarheid meer heeft, is genieten ondenkbaar. Ik zie op tegen keerpunten, tegen iedereen die me inhaalt. Het keren gaat wel en ik bedenk dat ik dan maar zo hard mogelijk moet fietsen om weer snel bij de telefoon te zijn. Wie zou die nu stelen?! Ik wil voor mezelf een gemiddelde boven de dertig halen.
Dat lukt me elke keer eigenlijk wel. Niet met gemak, maar het gaat. Ik kijk de kat uit de boom als de eerste ronde voorbij is en de winnares haalt me precies dan in onder luide toejuichingen van haar kinderen. Ik ben niet zo snel in deze grote bocht. Dan weer de dijk op. De mannen halen mij nu ook in, in grote getalen. Ik kan niemand inhalen: al met al heb ik 1 iemand ingehaald. Ik hou mijn eigen tempo hoog, maar het lijkt of ik stilsta. Ik moet er iets aan doen! Ik kijk naar de recreatiefietsers op het fietspad naast de dijkweg waar wij fietsen en ga die stuk voor stuk inhalen. Heb ik toch doelen! En dat houdt me bezig en bevredigt me. Leidt me af van de telefoon, hoe lang het nog is, hoe moe de benen zijn.
Ik eet een gel, maar wel wat laat. Drinken lukt niet zo best. Keerpunt door, terug, wind mee, omlaag, blokje om en 1 stukje echt wind mee en fijne weg, weer omhoog en nog maar 1 ronde! Het tempo blijft oké. In de grote bocht dondert een man met een dicht wiel vlak voor mij omver. Streber. Ik zie dat SG afhaakt. Dat snap ik niet. Ik zou ook graag kappen, maar dat echt doen…. dat gebeurt me niet! Nu is de wind aangetrokken en tegen op de dijk. Ik heb het zwaar. Mijn benen hebben het zwaar.
Er fietst niemand op het fietspad. Het is nu echt ver. Ik ga de tijdrit afmaken, maar de interesse is totaal weg. 5 Kilometer die een gemiddelde onder de 30km/u hebben. Ik kan het nog goedmaken.
Eindelijk begin ik wat te tellen: als ik er 1 uur 15 over doe zou dat heerlijk snel zijn. 1 uur 20 moet ik halen. Veertig kilometer met een gemiddelde van dertig, dat moet in 80 minuten. In het blokje merk ik dat ik 75 minuten nevernooit kan halen. Dan de 1:20 maar! Ik laat alles varen: de cadans, wat er zou moeten, hoe hard ik zou willen: ik ga er eindelijk voor! En dan blijkt dat ik dat misschien eerder had moeten doen, want ik blijk nog een bakje kracht over te hebben en fiets harder dan ik de hele rit gefietst heb! Misschien lonkt de telefoon… maar eerder lonkt de finish. Ik haal het precies in 1 uur en twintig minuten. Toch gek… Het duurt even voor ik me realiseer dat ik meer dan 40 kilometer heb gefietst: het waren er 42. En dus heb ik wel degelijk harder dan 30km/u getrapt. Ik drink chocomelk, prop spekkies naar binnen, ga even met SG en KH op de foto en dan door naar de telefoon. Die zit gewoon in mijn tas. Adem uit…. Dan pas merk ik dat mijn benen kapot zijn. Dan ben ik pas moe. Maar ik moet nog naar huis. Ik zie KH en SG niet meer en stap rustig op. Ik hoeft niet meer hard. Ik merk dat ik een stuk relaxter fiets. Onderweg bel ik nog even met KH en ik rijd door Nobelhorst. Al met al fiets ik toch maar weer 70 kilometer! Dat vind ik dan weer niet moeilijk…
uitfietsen met zijn drietjes. Eventjes. Oostvaardersfietspad, oostvaardersdijk ri bloq, wilgenbos, sluisje, naar de hogering en terug naar huis. Het voelt niet gemakkelijk. Ik kijk niet naar het tempo, maar naar de cadans. Ik hou het prima vol. Vincent en Rob ook. om de beurt de route. Nadat we de 16km hebben gefietst ga ik nog uitlopen. Node: geen zin. Mijn benen waren helemaal in protest-modus. Stijf, zwaar.
Na 3 kilometer op redelijk tempo liet ik ze onverhard uitdribbelen door het park. Ik maak de 4 kilometer vol. het is welletjes. Toch weer een dikke sportweek van 12 uur en een uur wandelen. Het is pasen en ik ga paaseieren snoepen bij mijn ouders!
Fietsen met Vincent op een ka-ca-dans. uit het koppie. 6 minuten 80-85, 6 minuten heel hard vloeken en 100+ en 3 minuten lekker fietsen. Bloemenvelden. 30 kilometer. Rondom de A27. Heel gezellig samen. 1 stukje hard: ik moest op hoge cadans, maar dat kan ook hard want wind mee
mijn doen). na anderhalve kilometer haal ik hem bij: hij heeft kramp.
Ik ga door. drie kilometer telkens ietsje harder. lukt. Dan dribbel ik hem tegemoet. stond niks van lopen op welk schema dan ook.
heel hard om lachen. Heel hard. SG zwemt een stuk sneller. wat is het gaaf. het gaat beter dan ooit. Rustiger. Ik ben minder onzeker, minder angstig. we zwemmen op en neer. KH blijft in mijn buurt, ze kan harder, maar laat me niet alleen. ik kan beter vooruit kijken. als ik 1 op 4 wil ademen merk ik dat dat nog net te koud is en dat dat me niet goed bekomt. Verder heb ik alleen last van koude oren!! Ik gebruik mijn benen niet. De zon over het wateroppervlak. eendjes. golfjes van de boot. GENIETGENIET. het enige nadeel: ik moet er om 2 uur uit, want om 3 uur wacht de volgende paasdag. Ik haal de km niet, maar het boeit me niet. we maken foto’s en dan eruit. De kou valt mee. wetsuit uit en op de handdoek in de auto. rush de douche in. paaseitjes snoepen en bijdrinken. Ik geniet nog na van het zwemmen.
Ik vind zone 1 moeilijk: langzaam en rustig. Het was nog lekker zonnig en ik hobbelde voort. Ik bracht heel langzaam dat ik door het bos terug zou lopen. Na 4 kilometer (ik weet precies waar de 5 kilometer zit en tot daar wilde ik het halen in 35 minuten) belde Vincent. We kletsten over hoe hij op het station piano had gespeeld. Toen gebeurden er een heleboel dingen tegelijk: ik moest even aanzetten om de 5 kilometer te halen, het gesprek met Vincent af te ronden en ik
kwam Manuel tegen die aan het fietsen was! Dus ik moest praten, stoppen, het horloge omzetten en ik had water vergeten. Manuel fietste verder, ik ging het bos in. Lekker laag in zone 2, dat lukt net in het bos. Ik zag een hertje, genoot van de zon tussen de bomen, had het zwaar. Ik overhaaste niks. Ik had trek en dorst, maar geen water. Uiteindelijk moest ik ook nog eens heel nodig en ik heb van de natuur gebruik gemaakt. Ik maakte tien kilometer vol door het park en toen was het hoog tijd om eens iets te gaan eten.
Maar ik ging met Vincent mee naar de baan. Ik had geen zin om iets te zeggen, dus ik liep lekker achteraan en we liepen heerlijk rustig in. We waren met 1 grote groep volwassenen. MB begon tegen me te praten, maar mijn stemming was echt ver beneden peil en zelfs zij kon me niet echt opvrolijken. We gingen een piramide lopen: 1,2,3,4,5,6,5,4,3,2,1 minuut op allemaal hetzelfde tempo met tussendoor een minuut wandel/dribbel. De trainer zou fluiten. Ik begon rustig op 5:10 en gaandeweg ging ik iets sneller tot 4:55. De rest liep allemaal hard voor mij uit, maar ik vond dit prima. Alleen alsjeblieft. Rondje na rondje na rondje na rondje. Ik dribbel graag. Er begon nog iemand tegen me te praten maar die ik zo snel en ik was zo in mijn eigen wereldje dat ik hem nauwelijks begrijpen kon. Ik hobbelde maar liefst 11 kilometer vol. Vond het een flinke training.
mijn eigen tempo vooruit, nam een stukje extra, haalde ze in, keerde om ze weer te halen, genoot van wind mee en bleef zo’n beetje in zone 1. Ik moest anderhalf uur zone 1. Eerlijk gezegd viel ik er soms uit, maar lekker jammer dan. We fietsen door Lelystad en dan ging ik er weer even vandoor en nam een rotonde extra. Na bijna 30 kilometer waren we bij de McDonalds. Frietjes als lunch! Jammie, bedankt Manuel! Toen gingen we apart terug: Vincent en Manuel rechtstreeks en ik ging om het vliegveld en langs de Vogelweg. Ik moest nog 20 minuutjes in zone 1 en dan 3 keer een kwartier in zone 3. Ik hoopte op wind tegen om dat te halen. Tot mijn grote verbazing was ik na 20 minuten het vliegveld voorbij! Toen reed ik voor een tractor uit, sorry boer dat je me net niet kon inhalen, maar ik reed dertig! Eenmaal op de vogelweg was het uit met de pret: wind tegen en hard werken. Dat maakt zone 3 niet goed. Ik haalde zone 3 niet, maar ik trapte wel flink door. Ik zou over de Knardijk gaan, maar die was er veel te snel! Dus reed ik door op de Vogelweg. Ik had een wielrenner voor me en dat dreef mijn tempo lekker op. Ik haalde hem win en hij ging in mijn wiel hangen. Ik was echter niet zo spraakzaam na 12 minuten zone 3. Ik mocht achter hem hangen, maar ik deed echt kalm aan en dronk wat. Toen deed ik het volgende blok weer alleen. Ik vond het heavy. Ik haalde de andere wielrenner niet meer bij. De Vogelweg is erg lang. Ik stak de A27 over en ging toen de Paradijsvogelweg in. Ik wilde echt niet meer hardlopen na het fietsen. Ik wilde ook de 60 kilometer halen. Ik moest nog 1 stukje in zone 3, maar die was echt onbereikbaar geworden. Ik zat er niet mee. Ik ging voor lang en kilometers. Ik ging over de wegen om nog wat wind mee te hebben wat erg prettig is. Ik liep ietsje uit, haalde 67 kilometer met een gemiddelde van 26 kilometer per uur en daar was ik wel tevreden over. En toen waren Vincent en Manuel bij de IJspressie. Hardlopen werd wandelen naar de ijscowinkel!
We liepen en ik vroeg me af of ik ook was blijven lopen als Manuel er niet naast had gelopen. Ik vermoed van wel en misschien wel harder om iets te bewijzen of om er eerder te zijn, maar nu liepen we de 5 kilometer vol binnen een half uur. Ik riep de hele tijd: we gaan wandelen of we gaan rustiger, maar het bleef maar steeds ietsje sneller gaan. Ik stribbelde ook tegen over de route, maar we deden wat Manuel bedacht had. Het Kotterbos door, over mijn pad. Onverhard ging het tempo eindelijk ietsje omlaag. Ik vond de brug op met wind tegen erg moeizaam, maar het was duidelijk dat we 10 kilometer gingen halen in een uur. Daarna gingen we dribbelen en echt rustiger. Ik moest 67 minuten lopen om de tijd vol te maken. Dat haalden we en 11 kilometer ook. Toen ik bij Manuel was, brak er een flinke bui los en ik schuilde even. Ik kon de 12 kilometer ook nog volmaken. Thenks Manuel: het was heerlijk om weer eens samen te hardlopen!
en gaan langs het Weerwater. Dan gaan we naar de brug tussen de Kemphaan en Nobelhorst. Die moeten we 3 keer op en af. Dan ben ik al niet meer de langzaamste! Dat doet me goed: de snelle arrogante fietser inhalen 🙂 We fietsen over de lange weg en moeten in tweetallen fietsen, maar de dame waarmee ik fiets pakt de weg en ik het fietspad. We houden elkaar wel bij en als ik voorop mag, halen we de heren voor ons in. Mijn wiel loopt aan. Ik weet niet precies hoe en waar, maar het maakt herrie. We fietsen naar de dijk. Daar ga ik eens op mijn cadans letten. Volgens mijn trainer moet ik een cadans van 90 gaan draaien. Als ik zelf mag kiezen zit ik rond de 70. Ik vind het vreselijk vermoeiend om veel rondjes met de benen te draaien. Op de dijk richting Almere Haven hebben we wind mee en mogen we hard. Ik kijk naar mijn cadans en breng die in een lage versnelling omhoog. Dan schakel ik op. Het tempo gaat ook omhoog en het gaat heerlijk! Ik haal zelfs een paar kerels in. Dezelfde arrogante fietser van de brug. Mijn training is geslaagd, grin :|| Na de havenkom mogen we nog een stukje zo-hard-je-kan met 3 keer een topversnelling van 30 seconden. Ik laat de cadans even los en ga in mijn hoogste versnelling trappen en dan kan ik me een partij hard! Ik haal de 44 km/u en ik haal de mannen bij. Het houdt me bezig als we terugfietsen: wat is de cadans, waarom moet die zoveel hoger worden, hoe komt het dat ik dat niet kan, hoe kan ik er beter van worden… Ik fiets alleen naar huis, want Rob haalt Vincent op. Ik blijf over de cadans piekeren. Tegen de wind in.
Op mijn schema staat dat ik nog moet hardlopen, maar er stond ook maar anderhalf uur fietsen op. Ik ga toch nog even lopen. Een paar kilometertjes. Tot het helemaal donker is. Verwonderlijk eigenlijk: op een ‘gewone’ maandagavond fiets ik 45 kilometer en loop ik een paar kilometer. Van de cadans-vragen zijn mijn benen moe, ze lopen niet zo hard. Dat luidt het thema van de week vol in.
Negentig. Ik kijk en mijn benen draaien zich suf. Letterlijk en figuurlijk SUF. Ik vind het simpelweg niet leuk. Het voelt niet gemakkelijker – integendeel!! Tot mijn verbazing valt het tempo wel mee: ik ga niet eens zo heel zacht, maar de energie die ik er in moet stoppen, lijkt zich totaal niet uit te betalen. Ik voel me vermoeid en kan niet van het fietsen genieten. Ik ga de dijk op en neer om het verschil in de wind te ervaren. Is het mooi hier? Ik zie er niks van vandaag: ik zie de nummers. De cadans loopt netjes op en ook op de dijk gaat de cadans omhoog. 90, 93, 94, 98.
Ik ruik de bloembollen en daar geniet ik even van, maar de aandacht ligt al snel weer bij de cadans. Sluisje over zet ik de meter even uit, kan ik ook mensen op weg helpen. Dan begint de ellende pas echt, want na 98 moet ik door naar honderd! Ik ga alleen maar rechtuit, zie straks wel hoe ik thuis kom. Het
voelt rampzalig, maar ik doe het! Het meest rare is dat mijn hartslag alleen maar heel hard omhoog gaat. Ik vraag me ernstig af of dat de bedoeling is of dat dat komt omdat ik net met deze ellende begin. Na 25 km ga ik terug naar een lagere cadans. Het lijstje is keurig, maar ik moet hier erg aan wennen.
18 april De benen zijn moe. Het hoofd is vermoeid. Ik heb geen zin. Het is mooi weer. Ik wil wandelen met Rob en lekker bijkletsen. Geen gejakker op de baan. Maar ik wil ook lopen en van de zonsondergang genieten in mijn eigen tempo! Ik kan niet goed kiezen. Het wordt beide: we wandelen als Vincent op de baan rent en na de wandeling van een uur waarvan ik genoten heb, trek ik de korte broek aan en ga naar huis hardlopen. Het zijn maar 5 kilometertjes. De benen komen langzaam in het verweer. Of ze nog moe zijn van het rondjes draaien, of ze moeten nog wennen aan de warmte of ze zijn moe van de wandeling: ik weet het niet, maar soepel voelt het niet. Het voelt alsof ik 5 minuten op een kilometer loop, maar het gaat veeeeeeel minder hard. Ik ga toch een stukje om om 7 kilometer te halen. Daar heb ik na 6 kilometer erge spijt van, maar ik dribbel het uit. De benen die het eerder moe zijn dan het hoofd: dat is totaal nieuw! Meestal wil het hoofd ergens niet meer, maar stijve benen heb ik zelden. Ik kan me dus niet voorstellen dat de hoge cadans goed is.
die snel voorbij zijn. Het is heel duidelijk dat het verschil in hartslag erg verschilt. Hoge cadans = hoge hartslag. Dat kost me dus veel meer inspanning. Het tempo wijzigt lang niet zo significant. En op 5 kilometer wijzigen de omstandigheden ook niet heel erg. Wind tegen blijft wind tegen! We gaan naar de Knarsluis. op een hoge cadans is de fietscontrole wel veel beter: bochtjes maken is gemakkelijker en minder akelig. Daarna hebben we wind mee en is het tempo wel tof! Mijn ‘gewone” cadans is al van 70 naar 75 gegaan. De 3 blokjes met hoge cadans lopen keurig op: 85, 98 en 97. Ik kijk naar de tijd en ben zo blij dat ik even klaar ben met fietsen, dat ik de dertig kilometer niet ga volmaken.
bijna van het plan af. Maar ik krijg Vincent zo ver dat hij naast me komt fietsen op zijn stadsfiets. Dan fietst hij alleen naar huis als ik terugrij. Goede oefening voor hem. Het valt niet mee om naast een rennende mama te fietsen! Drinken aangeven, een foto maken, naar het gezanik luisteren, de moed erin houden, weer drinken geven, de route opzoeken…. Hij heeft het drukker dan ik! De eerste kilometer gaat goed, de tweede iets sneller, de derde weer ietsje sneller, de vierde gaat goed en de vijfde zet ik aan. Ik zweet me kapot! En ik weet dat het zinloos is, dus de zesde en zelfs de zevende kilometer dribbel ik bijna. De bidon is leeg! Vincent vertelt me moppen in de laatste kilometers. Het zijn zelfs bijna 7,5 kilometer. Ik ben heel blij dat de airco weer werkt in de auto, heel blij! Het lijkt een gestolen dagje, maar ik heb toch best veel gesport. Mijn benen zijn furieus. Wit omdat de zon ze nog niet genoeg gezien heeft en rood van woede. Hoge cadans en hardlopen: mijn benen vragen zich duidelijk af waar de bank is gebleven!
Of misschien speelt het mee dat de trainer (ook) tevreden is? Of omdat ik weer begonnen ben met het eten van (rijk gevulde) maaltijdshakes? Wellicht is het een combinatie van alle factoren bij elkaar: Door de shakes slaap ik beter, de trainer is tevreden omdat ik dat zelf ook ben, ik ben meer gefocust waardoor ik andere zaken kan laten liggen, ik ben tot rust gekomen en ik ben tot inzicht gekomen dat het prettig is dat ik alles ‘zomaar’ aan kan. Gelukkig zie ik nog steeds een paar beren op de weg staan: hoe hou ik dit vast, hoe kan ik nog verder uitbouwen en wat als de focus verstoort wordt door een tegenslag? Op dit moment geniet ik van de kracht die ik blijkbaar heb en die zich ontvouwd. De andere helft van de tijd verbaas ik me over de kracht waarvan ik niet wist dat ik die in me had.
Ik had door kunnen werken en kunnen roepen dat ze op me moesten wachten, maar ik vond alleen gaan ook prima. Ik fietste lekker door op een hoge cadans (ja, trainer, misschien leer ik het ooit nog) richting de dijken. Ik had even ietsje langer na moeten denken, want wind mee richting de Hollandse Brug betekent wind tegen op de Oostvaardersdijk. Met de heerlijke snelheid vergat ik dat, maar dat gaf niks, want ik genoot er lekker van. Langs de strandjes richting de Marinahaven.
de buurt neergezet en zijn Vincent en ik gaan zoeken naar andere clubleden. We kwamen de snelle volwassenen tegen, maar dan kan Vincent niet mee. We zagen geen kinderen. Na twee kilometer die een beetje buiten het inlooptempo vielen sloten we aan bij de “langzame” volwassenen van GN. Dat langzame staat tussen aanhalingstekens omdat ze dat helemaal niet echt zijn. We gaan ook gewoon versnellen en van tijd tot tijd heel hard lopen. Bergjes op en af. Vincent kletst gelukkig ook veel. Of hij wordt aangesproken door trainster GN en holt ons allemaal voorbij.
Ik vind de wat langere afstanden beter voor mijn frustratie (die niet van het omrijden komt, maar door het werk). De sprints zijn mijn ding niet. Ik loop uiteindelijk tien kilometer. En dan rij ik door naar het zwembad, waar Rob Vincent ophaalt. Ik ga in baan 2. Liever niet tellen, maar goed opletten op mijn doorhaal en mijn ademhaling. Ik merk dat ik meteen onrustig wordt als ik de ademhaling niet onder controle heb. Ik zwem ook met achtje als me dat uitkomt. Ik doe echt mijn best, ook als de zin naar 3 kwartier op is. Ook de onwijze trek in pennywafels krijgt mij het water niet uit. Pas als het uur om is en ik onder de douche sta, kunnen de ogen dicht. Het pak pennywafels thuis is in een oogwenk verdwenen.
donderdag 11 april. Blijkbaar ben ik in deze rustweek een beetje verveeld, want ook de baantraining kon me niet echt bekoren. Dat is niet erg, want het hoefde allemaal ook niet op hoge intensiteit. Als we dan te traag gaan inlopen, dan kom ik ook maar heel langzaam op gang. Ik werd onderweg wel “betrapt” door een onverwachte teamgenoot die de startlijsten blijkbaar goed bestudeert! Op de baan liepen we kilometertjes. Op 90% van je 10-kilometertempo. Easy. Zo voelde het ook de hele tijd. Ik liep wel te genieten van de ondergaande zon. Het uur ging voorbij en ik hoefde totaal niet de tien kilometer vol te maken.
Oostvaardersdijk wind mee zouden hebben. Konden we op een kalm tempo lekker bijpraten! Ik zat op Robs racefiets en Manuel had zijn mountainbike. We kwamen maar weinig andere sporters tegen. Bij de sluizen op de Knardijk schakelde ik verkeerd om waar je steil de dijk op moet. Daardoor verloor ik teveel snelheid en was ik net niet snel genoeg losgeklikt. En toen lag ik op de grond. Het ging in alle opzichten niet hard gelukkig, dus ik hield er niets aan over. De Knardijk viel mee en de zon kwam er een beetje door. Daarna kregen we wind mee op de Oostvaardersdijk. Dat was prettig! Het was minstens zo fijn dat ik geen clou had over het tempo en daar niet door werd afgeleid. Ook de cadans was niet zichtbaar voor me. Dat geeft mij rust. Manuel sloeg af naar Almere en ik vervolgde alleen de Oostvaardersdijk. Ik zag er tegenop om alleen te moeten rijden, maar het viel mee. Gewoon blijven trappen en als alles meezit de uitdaging aan gaan om 5 kilometer onder de tien minuten te gaan. Dat lukte en
toen ging ik al richting Duin. Het was kraakhelder en deze kant fiets ik niet zo vaak op. Ik merkte op dat je Pampus heel goed kunt zien. Ik genoot van het uitzicht. Bij de brug kon ik terug gaan over het Spoorbaanpad, maar het ging lekker en ik had nog tijd te over, dus ik ging richting Almere Haven. Dan had ik wel wind tegen. Dat was wel even slikken, maar toen ik het accepteerde viel het ook wel weer mee en was Haven dichterbij als het leek. Ik besloot de dijk verder te volgen, want ik wilde eigenlijk toch wel 80 kilometer fietsen. Richting de andere brug dus!
Ik genoot erg van het fietsen, maar had toch geen zin om helemaal tot de brug te fietsen en dan weer terug te steken. Dus ik nam het slingerpad door het bos. Dat beviel me heel goed. Ik stak over bij de stoplichten en werd bang dat ik de 80 kilometer niet ging halen. Dus ik ging omfietsen door Almere Hout. Leuk fietspad, maar het bracht me niet waar ik gehoopt had. Toen fietste ik langs de Bolderburen en daarna over het Paradijsvogelpad. Daar zijn ze ook aan het bouwen en ik voelde het gebeuren toen ik over de bouwstenen-afval reed: pang, psssst, band lek! Achterband natuurlijk. Ik bleef
rustig en dacht: als het moet kan ik 6 kilometer naar huis wandelen. Ik heb rustig en aandachtig de band gewisseld. Het enige nadeel was, dat de band er niet goed op lag en ik wat lucht eruit moest laten lopen. Daardoor was het CO2patroon iets te vroeg leeg en was de band niet zo goed opgepompt. Dat werd 5 kilometer afzien en hopen op 75 kilometer. Ik was best trots dat ik de band vervangen had- helemaal zelf! Ik haalde Vincent op op school en reed nog een rondje extra om 75 kilometer te halen. Ruim drie uur gefietst en goed geoefend met het vervangen van een band!
ma2503: Borstcrawlcursus. Eerst uitleg over ademhaling, toen inzwemmen en ik merkte al meteen dat dit niet de beste zwemdag van de maand is. Jammer, want vandaag krijgen we coopertest. 12 Minuten zwemmen, alsof ik dan mijn banen kan tellen, echt niet dus. Ik zwem gewoon en kijk wel op mijn horloge hoeveel ik gezwommen heb. Daarna moesten we slagen tellen. Duh. Ik voel me niet goed genoeg en ik heb een beetje het idee dat sommige anderen zich ook een beetje rijker tellen, maar goed. Daarna ging hij mij eindelijk filmen, alsof ik niet al genoeg gezenuwd had. Deze cursus was niet echt mijn beste!
3 keer een kwartier hogere cadans en hogere hartslagzone en 5 minuutjes rust. Twee uur dus. Vincent speelt bij een vriendje. Ik pak de tijdritfiets. En een muziekje. Ik kijk naar de windrichting en ga dan de Oostvaardersplassen rond rijden. Heerlijk! Het tempo op de dijk is formidabel en voelt goed. Toen fietste ik te ver en ging ik langs de sluis aan de kant van Lelystad. Daarna kwam ik op een heerlijk fietspad en had ik wind mee én mocht ik naar een hogere cadans. Ik vlóóg zowat! Het ging echt fijn. Het was even de route zoeken, maar die vond ik en ik knalde lekker door.
Net toen ik me zorgen ging maken, kwam ik de Valkweg tegen. Ik had wind tegen en het was even ietsje zwaarder. Ik ging liggen en trappen. Niets meer of minder om me druk over te maken. Tot de dijk in de verte. Daarna nog een stukje vet doorfietsen. Ik maakte me maar niet meer druk over de cadans, want dat haalde ik toch niet. Ik ging nog een klein stukje om om de 50 kilometer te halen en dat lukte me gemakkelijk binnen 2 uur. Mooi toch?
the boundaries of my home town Almere. Today I went around Almere on my bike. Starting close in the Kotterbos. It is strange to know the route so well and make turns when you know there is a short route. The roads are long and straight. Windmills are turning. I take a wrong turn and cross the A27 highway. Still long straight roads. No flowers yet. I want to go the cycle pad close to the giant windmills. The wind is against me, but I don’t care. I sing along with the (Irish) music. Now a stupid thing is going to happen: I have to cross a canal and the only bridge is 5 kilomtres to the west, an encounter with the only traffic lights on this route and then 5 kilometers to the east. I can see the Stichtse Bridge, but it is a half hour later when I am there. From now on the route is over dykes. On the left hand side is water, but is not a sea. You can see the other shore.
The wind has turned and I am flying over the dyke towards the harbor of Almere. Really, we also have harbors! I have to speed up and that’s an easy thing overhere. I enjoy the wind and the sun! After the harbor there is another dyke and I imagine I can take my greek collegae for a swim outside. He’s a good swimmer, but I think not so used to the cold Dutch water! He can cycle as well, but I fear the 40 kilometers I’ve done now might be a little bit too much…. There is the other bridge, with the highway to Amsterdam. I take a little d-tour to avoid a trafficlight. Believe it or not, now I start to pass dunes! Beaches! And after that another harbor, with sailing boats. I never realized this reclaimed land was so divers. It feels like I’m heading homewards, although it’s a long way to get there. The wind is in my back and now I really speed up to over 30km/h. The wind mills are gigantic and majestic. The ships on the lake are beautiful. There is one cyclist behind me and I do the best I can to keep in front, at least for the time I have to go fast. Then I encounter the wetlands on the right side and the water on the left side is clearly on higher level than the land is. It’s an amazing sight and somewhat frightening to realize this small dyke is the only protection. I pass the pumping station and a drawbridge.
There is one piece of dyke left. I can see the Oostvaardersplassen wetlands. In the sun it looks very non-Dutch. Unfortunately I can’t take the cycle path close to the Oostvaardersplassen, but when my collegae is ready, I hope they will be open. Now I pass the glasshouses. I cycled for 0ver 60 kilometers. I know the shortest rout to my home, but have to go around. To cycle around took me oer 2,5 hours and it was 67 kilometers. I enjoyed. One day I will show you this remarkable piece of land, my collegae and you can take the pictures! Start practicing your pedaling ánd don’t forget your swimming gear!
Na de fietstocht nam ik Manuel mee op sleeptouw. Want als je al vanalles hebt gezien: de prachtige bloesems zijn ook enorm de moeite waard. Ik zag een beetje op tegen het lopen, omdat ik niet voldoende sportdrank gedronken had. Ik heb wel netjes de gels genomen. Het viel me redelijk mee. Vooral ook omdat voor deze ENE keer Manuel het met zijn verkoudheid en drukte op het werk wat zwaarder had. Ik hoefde niet zo lang. De bloesems waren echt mooi, maar het was wel druk met fotograferende mensen in hun auto, trouwjurk, kinderwagen etcetera. Uiteindelijk liep ik een keurige 5:47 per kilometer over ruim 5kilometer.
mensen die 25 minuten over de 5 km doen en mensen die er langer over doen. Leuk, maar voor Vincent lastig in te schatten en 80% van de groep zit bij de 25+. We gingen even rekken en strekken. Vond ik lollig, want dat doe ik echt nóóit! Toen gingen we lopen. Ik was nog een beetje humeurig en vond het wel lastig om een tempo te bepalen. Van de meeste weet ik dat ze langzamer zijn en ik vind langzaam niet erg, maar ook niet erg gemakkelijk. We liepen langs de dijken in de Lelystadse zon. Mooi! Langs de haven. Ik vond het ook wel gek om Vincent achter te laten, maar die had al meteen een vriend en ik hoorde dat ze ons inhaalden en dat hij achter me liep te kwebbelen. De eerste paar kilometer liep ik lekker zelf en alleen: dat vind ik niet zo erg. De route lijkt wel heel simpel rechttoe rechtaan. Als Vincent me heeft ingehaald en lekker met iemand anders meeloopt, loop ik terug tot een andere eenzame loopster en we raken aan de praat. Mijn sjacherein is weg en ik klets gezellig met deze mevrouw. We lopen om Batavia Stad heen. Lekker langs de boot. Leuk om eens ergens anders te lopen. Het is niet helemaal 5 kilometer en ik vind het dan ook echt weinig. Ik loop weer terug naar Joyce en haar dochter. Die lopen achteraan. Leuk dat iedereen gewoon zijn (of haar) eigen tempo kan lopen. Vincent heeft onze goodiebags al opgehaald en met de teamgenoot die in de winkel werkt gekletst. Ik klets nog heel lang met de meiden.
z03103: Een vreselijke nuchtere duurloop die ik lekker afbrak. Dat was de aantekening. Ik moest een uur nuchter lopen, dat betekent zonder ontbijt. Dan moet je heel langzaam. Het voelde niet goed, geen moment. Maar ik liep wel 7 kilometer. Ik kon niet genieten van de schoonheid om me heen. In plaats van een uur, was ik blij dat ik na 3 kwartier rond was en ik ging snel naar huis.
eigenlijk maar een half uurtje en een half uurtje bommetjevol informatie. Ik zag mijn filmpje en ik zwem onder water veel te breed
wo0304 Op de tacx met een cursus zelfvertrouwen en een tijdje oogjes dicht. Dan op
de nieuwe schoenen een supersnelle piramide. Ik ging ook nog eens in baan 2 zwemmen en dat ging lekker, want ik ging lekker niet voorop! Ik lette heel heel erg goed op de doorhaal onder water. het hielp enorm. Ik ben (weer) verkouden
optelt, is de dag om. En Vincent was (nog een heel klein nietig beetje) ziek thuis. 50 minuten hardlopen, 50 minuten uitfietsen, weer 50 minuten hardlopen, maar dan in zone 2, 50 minuten uitfietsen en dan nog een keer 50 minuten hardlopen in zone 2 en nog eens 50 minuten uitfietsen. Gek genoeg baarde het hardlopen me nog de minste zorgen. Maar ik moest heel veel dingen klaarleggen en voorbereiden. Deze training gaat over voeden tijdens het fietsen en volhouden. Ik ga eerst onder de bloesems doorlopen en over de Trekweg en de witte brug. Ondertussen hou ik mijn kleine reporter thuis een beetje op de hoogte. Het tempo in zone 1 is als altijd vreselijk en lastig vol te houden. Ik neem een ommetje omdat ik denk dat ik anders niet uitkom, maar ik kom uiteindelijk 9 minuten te kort. Ik heb in de eerste van de 6 stages een fout gemaakt: ik heb niks gegeten en eigenlijk weinig ontbeten. Dat wordt bijbunkeren voor de rest van de sportdag. Thuis eet ik eerst een Twix weg. Ik ga op de Tacx en drink met gemak de hele bidon sportdrank leeg.
Het is vreselijk saai op de Tacx. Mijn telefoon moet bijladen en ik tel 50 minuten af. Duurt een eeuwigheid en ik heb wind tegen op de Tacx: het schiet niet op. Ik haal 15 kilometer in drie kwartier. Na een half uurtje verorber ik een gel. Mijn assistent/reporter is er vandoor en zit boven. Ik verheug me alweer op het lopen en ga nu het rondje langs de plassen lopen. Lekker in zone 2. Het tempo ligt wel hoger, maar is nog niet optimaal. Ik geniet er echter alleen maar van. Het is ook veel te lang geleden dat ik een brug verder liep, ook al is het onverhard.
Het gaat lekker en ik voel dat ik nu genoeg voeding binnen heb. Thuis is eerst de Twix aan de beurt, dan heeft mijn assistent de racefiets van Rob klaargezet. Kijken of dat ook zo traag is of dat de Tacx me toch al die tijd belazerd heeft. En dat blijkt! Ik ga zelfs met wind tegen een stuk sneller door het Kotterbos. Bij de Praambult keer ik om zodat de Trekweg me wind mee geeft. Dat schiet lekker op! Ik haal in 50 minuten 5 kilometer meer dan op de Tacx: dat geeft te denken.
De bidon is weer leeg en er zit ook weer een gel in. Why change a working plan?! Ik begin wel moe te worden. Vincent maakt frikandellenbroodjes voor zichzelf als ik weer ga hobbelen. Ik ga langs de kassen en durf niet te kijken of de Oostvaardersplassen open zijn. De hekken in het bos waren wel al open, maar ik moet heel ver om als het niet zo is. Ik merk dat het zwaar is. Maar gek genoeg is het tempo nog hoger dan eerst! Ik zit zelfs op de tien kilometer per uur. Ik schiet deze keer vaker zone 2 uit, jammer dan. Ik tel uit dat ik iets meer dan 8 kilometer moet lopen om de 25 kilometer vandaag te halen. Ik pieker er de hele tijd over of het met de fiets”pauzes” nu gemakkelijker is of juist niet. Ik loop de 8,5 kilometer nog binnen 51 minuten ook. Over de 25 kilometer heb ik dus 160 minuten gedaan. Ik word echt moe en besluit dat het laatste deel echt uitfietsen is. Ik neem alvast de hersteldrank mee. Het wordt een feestje! De Oostvaardersplassen zijn alweer open,
wind mee op de dijk, door het mooie Wilgenbos en langs het schattige sluisje. Het tempo lijkt meer op de Tacx, maar ik geniet er enorm van. Ik haal vandaag de 50 kilometer fietsen ook (en zonder Tacx was het waarschijnlijk nog meer geweest) en heb de tijd. Ik verheug me op de koekjes. Vanmorgen had ik het met lange mouwen en jasje eigenlijk te warm, nu heb ik het met korte broek net niet warm genoeg. Langs de atletiekbaan en om de wijk naar huis om de 50 minuten te halen. Ik fiets al met al 55 kilometer en dan is het klaar. Ik ben meer dan 6 uur onderweg geweest. Ik ben er vermoeid van, maar niet echt doodmoe. Na koekjes, hersteldrank en een warme douche zet ik me aan de huishoudelijke klussen. Voor het werk is vandaag geen plek.
ik verder. In zone 1. Tempo net onder de 7 minuten op een kilometer. Dat hou ik prima vol. Ik verbaas me vooral, dat ik dit gewoon maar moeiteloos kan. Ik hobbel over industrieterrein De Vaart tussen de kassen door. Het is er druk vanwege de kom-in-de-kas dag. Bah. Normaal is het doodstil. Nu rijden er auto’s af en aan. Ik twijfel of ik door de Oostvaardersplassen zal lopen. Uiteraard wil mijn hoofd zo nu en dan stoppen, maar mijn benen hobbelen gewoon door. Ik heb geen muziek bij me en geen afleiding en geen idee hoe ver ik zal gaan. Ik weet dat door de plassen iets verder is en dat ik boven de tien kilometer uit zal komen, maar ik geniet dan wel meer. Ik loop om en geniet nog meer! Misschien dat het daardoor zo gemakkelijk gaat. De bloesems en de geuren, de paarden in de verte, de ontluikende natuur: het is echt heerlijk. En dat het zo gemakkelijk is. Alleen mijn ogen zijn moe. Ik ben pas na 11 kilometer weer thuis en dat heeft tijd gekost (76 minuten om precies te zijn), maar geen moeite.
Naar het zwembad rijden in Lelystad in plaats van op de bank mijn boek lezen, kost me moeite, maar ik doe het. Even denk ik dat ik maar alleen ben, maar gelukkig komen er nog twee anderen. Veel persoonlijke aandacht dus! Ik moet leren 1 op 3 te ademen en onder water uitblazen. Dat maakt me rustiger. En ik moet dichterbij mijn lichaam doorhalen. We doen oefeningen die ons alledrie helpen. Met 1 arm zwemmen om de andere na te kijken, benen snel en armen rustig, dubbele insteek. Ik moet ook met mijn hele lijf kracht achter de doorhaal zetten. Dat is totaal nieuw voor me. Het is een fijne, maar ook een beetje lastige les als er zo op je gelet wordt! Ik heb ontzettend veel geleerd in de cursus, ben weer iets minder bang van het water.
richting Lage Vuursche fietsen. We kletsen lekker en ik laat de cadans even voor wat ie is. Het gaat goed, ons tempo ligt heel erg gelijk. SG vertelt van haar vakantie. Ik van onze keuken. We zijn al snel de Stichtse Brug over en het is nog rustig op de dijk bij Eemnes. Ik ben blij met mijn lange mouwen. Ik drink lekker veel sportdrank. We gaan langs de kastelen en volgen de weg naar mijn werk. Lekker bekend, ik hoeft er niet over na te denken. We gaan zelfs richting Huis ter Heide en ik wil over de startbaan fietsen. Daar moeten we helaas omkeren, want de startbaan is vanwege een vogel afgesloten. Dan maar langs de grote weg om Soesterberg heen terug Soest in. We rijden door Soest en dan zijn we over de helft en krijg ik ook zin in een terrasje. Maar we komen niet echt iets tegen. We nemen dezelfde weg weer terug vanaf kasteel Soestdijk. Bij kasteel Groeneveld willen we gaan zitten, maar we mogen onze fietsen niet bij ons houden.
Dan niet dus. Ik moet even door de zure appel heen. De dijk bij Eemnes is intussen hartstikke druk en dat is lastig, elke keer weer uit elkaar fietsen. We kletsen door over vanalles en ik ontdek waar een fietsbroek echt voor dient: zonder onderbroek kan die aan (is niks vies aan hoor, gewoon iets wat ik nog niet wist!). Bij de theetuin stoppen we voor thee en koffie. Het is nog 30 kilometer en we hebben wind tegen. Gelukkig helpen de gels en het vocht goed. De brug gaan we best snel over, eigenlijk ongemerkt. Ik vind het aan de ene kant saai, twee keer dezelfde weg; aan de andere kant is het wel lekker bekend. Ik ga de honderd niet zomaar halen. Ik fiets nog een stuk met SG mee. Het is echt heel erg fijn dat we hetzelfde tempo hebben, zij heeft zich voor mij ook nauwelijks in hoeven houden. Ik rij om en merk dat ik zelfs nog door de Oostvaardersplassen om zal moeten rijden. Dat doe ik met alle liefde, maar op deze stralende zondagmiddag met dit heerlijke lenteweer is het overal inmiddels wel druk met dagjesmensen. Ik ben trots op mijn honderd kilometer. 103 zelfs. En ik ben trots dat ik nog nooit zoveel uur in een week heb
getraind: meer dan 17 uur. En ik ben trots dat ik daar geen enkele last van heb. Dat ik ook nog energie heb om onkruid te verwijderen. En een uurtje om mijn boek te lezen. En ook voel ik me maar kleintjes: mijn vriendin en bekenden lopen de hele marathon, anderen lopen na een weekje niet-lekker zijn weer belachelijk hoge tempo’s, er zijn er meerderen die mijn weekrecord maar een beginnetje vinden. Maar als ik op Strava zou staan, zou ik met mijn 50 loopkilometers op de derde plek staan bij de hardlopende Almeerse dames en met mijn 17 uur op de vierde plek bij de honderden triatlonliefhebbers. Ik heb nergens last van: mijn darmen verwerken alles prima, geen spierpijn, geen zadelpijn, geen enkele pees die trekt of gevoelig is, geen vreetbuien, ik ben niet kapot, niet oververmoeid, dalende rusthartslag, voorkeur voor gezonder eten: het enige wat ik kan bedenken is dat ik een beetje vermoeider ben (mijn ogen willen graag dicht vallen) en hoest.
Maandag 18 maart. Na een dag werken, reis ik weer af naar Lelystad voor de borstcrawltraining. Deze keer zijn de beentjes aan de beurt! Niet mijn favoriete onderdeel – eerlijk gezegd – mijn benen gebruik ik vaker niet dan wel! En tijdens de training blijkt waarom: ik haal er maar weinig kracht uit. Ik lig best recht, maar ik ga niet heel erg hard vooruit. Ik flipper me suf, maar na alle actie van het weekend, zijn mijn beentjes hier niet blij mee. Dan pakken we het ademhalen er bij en dat bevalt me beter. We ademen 1 op 3. Het blijft wennen, maar volgens de trainer moet je het een weekje volhouden en dan weet je niet beter. Daarna maakt hij een filmpje van mij. Hoe zenuwachtig kun je zijn?! En ik hoeft niet eens snel! Ik kan best op en neer zwemmen. Benieuwd wat hij er van vindt, maar dat hoor ik volgende week.
hardlooptraining. Ik hoeft en mag niet hard vandaag. Eigenlijk mag ik maar een half uurtje, maar mijn werk slokt me zo op emotioneel, dat ik liever niet alleen ga lopen malen. Maar in de groep moet ik ontzettend uitkijken me in te houden. En dat doe ik een uur lang. Die lieve GN heeft wel een zware training: we lopen korte stukjes in 5 kilometer tempo. Ik heb geen idee: mijn 5 kilometerwedstrijd zorgt voor een tijd van 7:00 minuten per kilometer, maar dat bedoelt ze vast niet. Ik voel dat al mijn spieren gespannen zijn, net als de stress in mijn hoofd. Ontspannen lopen lijkt verder weg dan ooit. Bij de derde keer loop ik met een langzame loopster mee te kletsen om mezelf niet onder teveel druk te zetten. Heel langzaam neemt de spanning af en op het einde moet ik zelfs grinniken als het over chocoladetaartjes gaat! Ik had aan het begin van de training gedacht dat ik niet meer wist hoe dat moest, dus stiekem was het een toptraining.
Woensdag 20 maart. Ik moest fietsen, de was doen, yahtzee spelen en om 3 uur heb ik een afspraak die net voor het zwemmen klaar is. De wasmachine kan best tegelijk met het fietsen draaien, maar yahtzee spelen…. Vincent regelt een plank en de workmate en komt naast me zitten. Ik moet eerst in de lage zones fietsen en dat combineert prima met yahtzee op de Tacx! Helemaal leuk als ik ook nog win 😀 Zo nu en dan moet Vincent een pen, papiertje of dobbelsteen van de grond halen of voor mij schrijven. Het horloge piept soms dat ik het niet helemaal goed doe. De tijd vliegt voorbij en ik geniet nog na van 2 uit 3 overwinningen in de snelle blokjes die de training afsluiten. Ik ben nog steeds een beetje gestresst, maar de middagafspraak haalt de angel eruit. Ik kan gaan zwemmen,
maar ook daar is het niet de bedoeling me in te gaan spannen. Ik zwem in baan 1. Ik weiger voorop te zwemmen, want ik doe langzaam aan. Ik ga wel alles zonder pullboy zwemmen. Dan maar iets langzamer. De snelsten zwemmen met hun pullboy voor me uit. Het kan me niet schelen. Of in elk geval maar een beetje. Ik doe de oefeningen ook allemaal. Ik probeer 1 op 3 te ademen. Het licht op het einde van de les is adembenemend. De zon schijnt op het water.
want morgen staat me weer wat te wachten… Ik ga en als ik zie dat de trainer, de groep of de samenstelling van de groep me niet bevalt dan ga ik alleen lopen. Het valt alledrie tegen: 1 grote groep, een stevige trainer en weinig langzame mensen. Ik ga dus alleen lopen, want het inlopen gaat me al te hard. Ik ben vermoeid vandaag. Van het werk, niet van het sporten. Ik ga even bij Joyce langs voor een knuffel. Helaas is ze er niet. Ik loop door en ga over de Vaart heen, dan kan ik dadelijk om de Leeghwaterplas heen lopen. Het is veel verder dan ik dacht. Was ik figuurlijk de weg al een beetje kwijt, de letterlijke wijze volgt. Dat beangstigt me wat. Het lijkt ook donker. Eenmaal op het lange fietspad langs het Leeghwater heb ik een kalm tempo ontwikkeld en komt er een lichtpuntje in. Aan de andere kant van de plas is het bijna licht! Ik ga de tien kilometer halen en loop lekker. Heel langzaam aan kan ik er figuurlijk bij stilstaan dat ik blij moet zijn dat ik kan lopen, dat ik fietsend kan yahtzeeën, dat het mooier weer wordt en dat ik fijne nieuwe schoenen heb. Ik maak het rondje af en ben netjes op tijd weer bij de baan.
Oostvaardersplas en AlmeerPlant. Ik haal 4 kilometer in precies een half uur. Tijdens het fietsen ga ik bellen met mijn zusje. Dat gaat prima en een half uur vliegt voorbij! Weer hardlopen. Ik mag nu in zone 2. Ik ga het fietspad richting het centrum op en zal teruggaan via de Evenaar. Ik maak vandaag elke keer ongeveer 4 bochten en pak met de volgende loop het laatste stukje van de voorgaande loop weer op. Ik bedenk me dat ik er een middagpauze tussen zal nemen. Dan doe ik vanmorgen de eerste 3 en dan lunchen we samen en daarna fiets ik eerst, doe het hardlopen van het vierde blokje en fiets dan (als het kan buiten) uit. Ik heb me helemaal vergist dit rondje. Na 4 kilometer ben ik thuis, maar ik heb nog zomaar een minuut of 7 over. Blokjes om het huis dan maar. En zo kom ik drie keer langs de dakkapel die uitgeladen wordt. Ik loop 5 kilometer in een half uur. En dan weer op de fiets. Deze keer verveel ik me een beetje.
Ik blijk vanmiddag niet te kunnen inhalen, want er komt een monteur. Dat haalt mijn spirit er uit. Aan de andere kant ben ik besluiteloos: ik zie wel wat ik vanmiddag nog kan en wil doen. Nu eerst nog een keer hardlopen onder de bloesems door. Ik doe mijn Asics weer aan, net als de eerste run. Ik wissel de Hoka’s en de Asics om te kijken of ik verschil voel. De Hoka’s voelen een stuk krachtiger. Maar de Ascis en deze derde ronde gaan als een tierelier! De hartslag is lager bij een hoger tempo. Dadelijk nog even fietsen en dan ben ik klaar voor vanmorgen. De ochtend is dan ook voorbij. Ik drink en eet genoeg deze ochtend. Elke keer een gel, twee bidons. Het uitfietsen doe ik zonder enige afleiding. Het half uur duurt onmetelijk lang. Op het einde schakelt het vliegwiel in van de Tacx en komt er eindelijk tempo in alsof ik de berg af ga. Om 12
uur ben ik klaar voor de lunch en de pauze. Hopelijk komt de monteur snel en kan ik nog gaan. Ik want en wacht en kijk pas tegen drie uur op het papiertje en dan blijkt de monteur volgende week te komen. 😐 Ga ik nog rennen… fietsen… Het is intussen heerlijk weer. Ik wacht tot Vincent thuis komt (en dat duurt lang, want die staat te kletsen). Rob wisselt het zadel van zijn fiets om en ik sluit de cadansmeter aan. Off we go: op naar een ijsje in Almere Haven. We doen een redelijk tempo, maar door de stad is altijd wat gehobbel. Vincent kijkt op de route, ik doe het een beetje uit mijn hoofd naar de Kemphaan toe. Voorbij het kasteel neemt Vincent het over en slingeren we door Almere Haven.
Ik vind het grappig en geniet er van dat we niet verdwalen! Hij krijgt twee bolletjes vanille-ijs en ik neem iets wat yoghurt zou moeten zijn. Eindelijk heeft Vincent het koud in zijn korte broek! Ik heb een lange broek aan. Het is heerlijk weer. We fietsen over de dijk terug en gaan ergens terug richting de Kemphaan. Weer een nieuw pad! We kijken huizen. Dan scheuren we langs Stichting Aap en daarna aan de andere kant van de Vaart.
We bewonderen een grote boot, halen ‘m in en fietsen er op de brug overheen. Bij de moskee gaan we richting het spoorbaanpad. We nemen nog een keer een andere route om het centrum te ontwijken. Na bijna 34 kilometer zijn we weer thuis. Ik heb niet het volledige rondje gesport en de 5 uur niet helemaal gehaald, maar het is genoeg geweest.
Ik mopper en vloek op de trainer. Als ik gewoon eens ga weigeren aan dat stomme cadans-gedoe?! na 2 minuten pauze en een cadans van onder de zestig -lekker puh- probeer ik het nog 1 keer op het lange rechte fietspad. Ik haal het zowaar na drie minuten! Het evenwicht is precair en ik word er niet blijer van. Tot ik omschakel naar het tempo en dat is heel behoorlijk. Het voelt alsof mijn benen kapot gaan, maar het is niet voor niks tenminste. Ik blijf maar rechtdoor fietsen, want het moet nog een keer na een pauze van 2 minuten. Ik hou het niet vol. Als ik de rode flats voorbij ben, geef ik het op. Mijn benen gaan in staking, die willen niet meer hard rondjes trappen. Ik fiets rustig uit en neem nog een stukje bloesem mee. Het zal voor een goed doel zijn, maar ik moet navragen bij de trainer waarom. Daarna nog zwemmen. Ik ga 400 metertjes zwemmen. Op mijn tempo. De eerste met achtje. De tweede niet. De derde en vierde weer wel. Ik moet soms aan de kant voor de snelle zwemmers, maar ik hou gewoon vol. Mijn opdracht is 1 op 3 ademen. Keer op keer op keer op keer op keer. De vijfde ook met achtje. En dan bedenk ik me iets wat JtW me jaren geleden heeft gezegd: kijk naar voor als je ademt. Dat doe ik. En dan verandert er opeens vanalles! Ik moet er voortdurend bij nadenken, maar het wordt gemakkelijker. Logischer. Lichter. Rechts gaat beter dan links. Ik kan nog wel een uurtje doorzwemmen zo. Maar dat hoeft niet.
(veel te laag) en de 175 (veel en veel te hoog). Nogal rommelig. Het fietsen gaat echter lekker en we houden allebei een hoge cadans aan. Volgens mijn trainer hou je het dan langer vol, maar mijn benen denken daar toch echt anders over. Ik ben blij dat ik op het laatst nog een jasje aangedaan heb, want het is ondanks de zon toch frisjes. Bij het Shellstation doet Vincent de hartslagmeter af, maar mijn hartslag blijft rommelig. We kijken motors en gaan lekker de brug over.
Ik merk dat Vincent wat vermoeider raakt, maar dat mag ook wel voor de eerste lange rit van het jaar. Als we de A27 over zijn, klaagt hij over steken in zijn zij. Misschien valt de sportdrank niet goed of ligt het verse brood ‘m dwars. We nemen een andere (iets rustigere) route door Eemnes. Op de dijk is het weer passen en meten en inhalen. Er rijden klassieke auto’s langs en een DB9. Onder de A1 door en dan begint het al op te schieten. Een nieuw snelheidsrecord ligt op de loer. Nog nooit hebben we binnen anderhalf uur naar Hilversum gereden. We rijden rustig langs Anna’s Hoeve en dan zet ik Vincent aan tot flink doortrappen. Hij wil hierna gaan lopen en het zal goed voor hem zijn dat met zware benen te voelen. We zijn er met gemak binnen anderhalf uur, 1 uur en 24 minuten. Vincent doet snel de hardloopschoenen aan en vertrekt. Voor mij is dat niet zo zinvol, want ik fiets weer naar huis terug straks. Ik drink lekker veel thee en help opa en oma van een heel kunstwerk aan paaseitjes af. Het is fijn even lekker te kunnen kletsen en rustig te kunnen zitten. Rond half 5 stap ik weer op de fiets. Een half uurtje zone 1 en cadans 70-80 en daarna een uur in zone 2 met een cadans van 80-90. Ik hou mezelf voor dat dit bergaf gaat en dat ik wind mee heb. Het lijkt er wel op, want in zone 1 kan ik al behoorlijk tempo maken bij de
juiste cadans. Ik heb mijn koptelefoontje op, maar die zet ik op de Wakkerendijk bij Eemnes pas aan. Ik moet inhouden voor overstekende koeien. Ik ben Eemnes binnen een half uur voorbij! Vlak bij Blaricum halen 2 andere racefietsen me in, maar ik weet dat ik doorga naar de volgende zone en dan haal ik hen weer in. Zij kunnen (voor de helft) beter de brug op fietsen zonder hartslagbeperking. Ik neem snel nog wat sportdrank. Op de heenweg heb ik de halve bidon leeggedronken. Dat is al heel wat voor mij, maar de bidon had ook leeg gemogen. En nu dreig ik het te vergeten. Geen goede beurt, maar ik heb nog een hele polder om het in te halen. En ik heb het nodig! Niet om de brug af te scheuren, want ik ga superduperhard (43 kilometer per uur, jippie!!!) Dan krijg ik wind tegen en gaat het minder lekker. Het is lastig om cadans hoog te houden. Mijn zin verdwijnt een beetje met het tempo en de cadans. Ik luister de muziek en trap maar verder. Langs de berg, langs de Shell, nog een paar flinke slokken en dan langs de Vaart. Daar is het nog iets zwaarder met de wind. Ik schiet aardig op en zal mijn best doen ons eerder op de middag aangescherpte record te gaan verbeteren! Ik tel een beetje uit dat ik het binnen 1 uur 20 moet kunnen halen. Maar dan moet ik nog
wel even doortrappen. Dat lukt pas weer voorbij het data-centre. Sorry trainer, ik laat de cadans even los en ga gewoon even lekker los! Op de Trekweg vlieg ik er een beetje doorheen. Ineens is de sportdrank op wonderlijke wijze ook op. Ik ga de wijken door op een ietwat gevaarlijk hoge snelheid. Niet voor mij, maar voor de andere weggebruikers. Stukje bloesem meepakken en dan wil ik als het even kan binnen de 5 kwartier uitkomen. Ik zet nog aan, maar had dat misschien iets eerder moeten doen. Ik ben thuis in 1:16. Nadeel: nu moet ik nog even uitlopen, anders zit ik niet op het schema. Geen uur meer, maar een kort stukje. Niet op Vincents tempo, want dat haal ik ammenooit niet, maar mijn eigen tempootje. Dat ik vermoeid ben, blijkt wel uit het feit dat ik het horloge zo’n 700m te laat aanzet. Ik vind het tempo laag houden erg lastig. En de ronde aanhouden ook. Dus ik doe geen van beide meer heel zorgvuldig. Ik ben blij dat ik op de bus mag wachten, loop 3 kilometer vol en dan ben ik blij, trots en hongerig omdat een dikke vette sportweek er op zit. Nieuw record: 14 en een half uur. Ik ben er wel een beetje moe van en vanmorgen had ik spierpijn van het zwemmen, maar verder ging het redelijk goed.
En dan de volgende dag, de dag na Spa (10 maart): spierpijn! Ik ga het eerst uit proberen te fietsen op de Tacx. Buiten is geen optie, want het regent en stormt vandaag de hele dag. Ik ga erbij lezen en dan gaat het erg goed. Met mijn hoofd in de 18de eeuw trap ik de rondjes weg. Lage versnelling (de trainer kan trots zijn op de cadans) en een laag tempootje. Ondertussen bellen met mams en opzien tegen uitdribbelen. Ik krijg gezelschap van Vincent die ook kampt met spierpijn.
Maar dat wordt overstemt door een hele dikke laag trots! Tijdens het dribbelen op een superlaag tempo kan hij er niet stil over blijven. We lopen 2 keer 10 minuten en wandelen een minuutje. Daar worden we nat genoeg van!
Eerst tegen de wind in en aan het einde van het pad draai ik om. Ik hoeft even niet te letten op de hartslag en me niet in te houden of in te spannen. Twintig minuutjes zijn snel voorbij. Dan moet ik inspringen op het werk. Daar baal ik van, want dan kan ik me niet meer afspoelen voor we gaan zwemmen. We zijn zelfs ietsje te laat in het zwembad! Ik zwem voorop in baan 1. Blij als ik even achter iemand kan zwemmen, want dan hoeft het niet snel-snel. We doen een ‘piramide’: 25 meter, 50 meter, 100 meter, 200 meter, 400 meter, 200 meter, 100 meter, 50 meter en 25 meter. Ik tel me suf aan de baantjes: dat is het nadeel van voorop zwemmen. En dat ik dus op moet schieten en minder bezig ben met techniek dan met tellen en doorgaan. Naast (over)werk heb ik er deze woensdag dus een stukje triatlon op zitten: 40 kilometer gefietst (binnen), 3 en en halve kilometer gelopen en 1800 meter gezwommen. That’s how we do it!
Donderdag 14 maart: laat thuis van het werk en morgen staat er een zware opgave voor de deur, dus vanavond kies ik er voor om met Rob te gaan wandelen in plaats van me uit te sloven op de baan. Kunnen we even bijpraten. Het tempo ligt hoog, want we zijn allebei ietwat gefrustreerd over werkzaken. We lopen net geen 6 kilometer.
maar een half uurtje. Dat gaat appent en spelend wel voorbij. Daarna weer hardlopen, deze keer richting de Eilandenbuurt. Ik mag nu ook in zone 2 gaan lopen en dat is een stuk gemakkelijker. Ik maak een ommetje om onder de bloesem door te gaan en heb dan even maar wind tegen. Ik word ingehaald door racefietsers! Die
hebben lef met deze wind. De bloesem aan de ene kant is er nog net niet, aan de andere kant al wel. En dan zitten er iets meer kilometers op dan de vorige keer en ben ik al bijna op de helft. Ik wissel schoenen, eet snoepjes en stap op de Tacx. Het nadeel van elke keer van sport wisselen, is dat je ook elke keer van kleren moet ruilen. Ik heb niet oneindig verse setjes, dus dat is een beetje improviseren en er niks om geven dat je de ene keer met lange broek op de fiets zit en de keer daarna met korte broek. Het fietsen gaat heel lekker soepel. Ik kijk de serie af die minder eng is als ik dacht en Vincent schildert zijn schatkist. Dan kleed hij zich om, want de volgende ronde vergezelt hij me. De ronde richting de berg in het Kotterbos. De ronde waarin ik weer in zone 2 zal lopen. Vincent gaat mee. We moeten de route een beetje aanpassen, want ik wil zo weinig mogelijk dubbelingen. Deze ronde gaat mij niet zo soepel. En dan begint het te waaien en te regenen.
Het zit ons niet mee! Vincent blijft lachen en ik blijf maar lopen. Moeizaam, maar wel in zone 2. Ik maak de 35 minuten vol. Vincent gaat in de douche en ik ga… fietsen! Geen idee wat ik doe dat half uurtje, maar ik eet flink bij. Ik neem een gel en een stuk of tien snoepjes en ik drink de bidon leeg. Het fietsen gaat steeds ietsje beter. Ik kijk naar buiten en ik kijk naar buienradar, maar ik ga waarschijnlijk net tussen de buien door lopen. Vincent zou meegaan op de stadsfiets omdat ik twijfel of ik wel blijf hardlopen, maar hij staat nog onder de douche als ik voor de laatste keer ga lopen. Ik mag nu in zone 3, ietsje harder. Kijken of dat lukt en anders niet. Ik ben wat vermoeider, want ik vergeet mijn telefoon. Ik ben aan het einde van de straat op de witte brug en daar barst een hagelbui los van heb-ik-jouw-daar. Voor ik de brug over ben, ben ik doorweekt. Zeiknat. Ik ben blij dat Vincent niet mee is en dat ik mijn telefoon niet draag. Ik kan
nu niet meer stoppen en ren in een lekker hoog tempo dwars door alle plassen heen. Het maakt niet meer uit. Ik wil de 5 kilometer nu binnen dat half uur halen ook! En fietsen hierna, dat lukt nu niet meer. Ik ga me niet weer omkleden. Ik moet eerst opwarmen als ik dadelijk thuis ben. Aan de ene kant ben ik dus vermoeid, maar aan de andere kant ben ik heel verstandig en alert. Ik kijk goed om me heen en weet mijn route te verlengen langs het Oostvaarderscentrum. Ik haal de 5 kilometer prima binnen 30 minuten en neem dan een te lange route om voor de 6 kilometer. Ook 6 kilometer haal ik binnen 35 minuten. Ik ben helemaal nat. Buiten stroop ik de kleren onder de overkapping af en ik drink hersteldrank en ga de douche in. Gered. Ik heb “zomaar” bijna 4 uur gesport. Ik heb 23 kilometer hardgelopen en 30 kilometer gefietst. Ik heb mijn lijf urenlang aan het sporten gehouden. Kan ik ‘s avonds lekker in bad, want ik heb wel instant spierpijn. Die is morgen weer over!
Zaterdag 16 maart. Ik heb nog wat fietsen in te halen. En ik weet hoe ik aan de volgende serie kan beginnen. Tel dat bij elkaar op en ik kruip maar weer op de Tacx. Ik fiets eerst een kwartiertje in. Last van zadelpijn heb ik niet, maar de hartslag in zone 1 houden is best lastig. Soms hapert de serie, en ik soms ook… Ik ga door naar de volgende zone en nu haal ik de voorgeschreven cadans van 90-95 niet meer. Jammer dan. De serie hapert voor een kwartier lang meer dan ik. In de 3 minuten pauze drink ik. Dan zone 3. Dat is wel haalbaar, maar de cadans blijft weer achter. Na een rust en drinken volgt nog zone 4. Dat is in beide gevallen hopeloos, zowel qua hartslag als qua cadans en nu haper ik meer dan de serie. Ik zet de serie (als ie loopt) gewoon wat harder. Ik fiets nog twintig minuten uit, maar nu hapert de serie serieus. Ineens gaat de Tacx wel meewerken en haal ik de cadans met groot gemak op lage hartslag. Ik fiets 30 kilometer en kijk de serie af op de bank.
Zondag 17 maart. Ik koop nieuwe hardloopschoenen. Bij de Run2Day. Ik pas wel 4 verschillende paren! De trouwe Brooks die ik heb, bieden eigenlijk niet genoeg ondersteuning voor me. Ik heb New Balance schoenen aan. En Ascis. En een paar Brooks, maar die zitten veel te licht. Als ik eigenlijk voor de New Balance heb gekozen, vertelt de verkoopster me dat Hoka echt een triatleten merk is. Ik probeer ze ook nog maar. Ze zitten raar, maar wennen snel. Op blote voeten de schoen in schieten geeft de doorslag. Over van Brooks naar Hoka. Het meest vreemde voor me is het strikken van hardloopschoenen 🙂 Ik heb altijd snelveters.
En dan moet ik toch een stukje lopen. Ook al had ik een rustdag kunnen nemen. Vincent gaat mee, we moeten kijken hoe ver de bloesems zijn. We gaan rustig, is het idee. Vincent begint te kletsen over zijn computerspelletjes en heeft adem te over. De bloesems zijn nog niet zo ver. De schoenen lopen als een zonnetje.
Heerlijk! Ook als we harder gaan, kletst Vincent maar door. Moeiteloos. Ik vind het wel zwaar, zo in de wind en vooral omdat het voor hem zo niks voorstelt. 5 Kilometer binnen 29 minuutjes en we zijn weer thuis. Ik besluit dat ik nog even een stukje rustiger alleen verder ga. Dream on… Ik voel de schoenen en elke stap voelt goed; stevig, krachtig. Ik ga gewoon door in het hoge tempo. En met wind mee gaat het alleen nog maar harder! Natuurlijk krijg ik het wel warm en in mijn hoofd zit het idee: dit-is-geen-wedstrijd-ik-hoeft-niet-hard, maar mijn benen denken daar totaal anders over. Ik loop 10 kilometer binnen 56 minuten. De hartslag liep pas tegen het einde op. Het voelt gewoon goed. De schoenen vliegen en ik ga maar mee.
Ik heb meer gegeten dan ooit, meer dan voor een marathon of een halve triatlon. De trainer heeft me een voedingsschema voorgeschoteld, waar ik de afgelopen dagen aan gewerkt heb. En ik heb een opdracht mee voor onderweg: elke 5 kilometer een gel. Iets anders hoeft ik niet te doen. Geen twee uurs-doel, geen ‘zo snel als je kunt’. Uit de therapie heb ik gister meegenomen dat ik er van moet genieten voor mezelf. Om me heen kijken. Accepteren en er figuurlijk bij stilstaan hoe fijn het is dat ik ‘zomaar’ een halve marathon kan lopen.
dat ik er weer ben. Ik luister naar de mensen om me heen. Moet wat cirkelen om de eerste wandelaars heen. In de verte loopt iemand met een hondje naar boven! Suf. Dan Eau Rouge op en dan wordt het stil. Ik hobbel gewoon omhoog. Er zitten al een kilometer op en ik zie nu al op tegen de 5 kilometer waarop ik een gel moet nemen! Het lange stuk omhoog geniet ik. Ik moet er (bijna) van huilen, zo leuk vind ik het terug te zijn. Ik doe mijn eigen dingetje, mijn eigen tempootje. Ondertussen erger ik me kapot aan het geklots van mijn rugzak. Ontluchten op zeenivo is anders als in de heuvels van België. Potverdikkie! Het stoort me mateloos. Ik heb het water nodig en de gels ook. Laat het een reden zijn om veel te drinken! Ik denk ook aan Vincent: haalt hij het… En dan gaan we naar beneden. Het uitzicht is zo mooi! Ik moet nu maar eens goed opletten hoe de bochten hier lopen. Het is een heel stuk naar beneden. Dan een bocht waarin ik een bord zie, wat ik nog nooit eerder heb gezien. De bocht gaat naar links en verder omlaag. Dan nog een bocht die ik en vele anderen oversteken. Het blijft omlaag gaan. Ik kijk een keer om om me te oriënteren. We gaan
nog een bocht door die ik altijd vergeten heb en dan loop je richting het medical Centre en de kartbaan en de automotive fabriek. Dan weer omhoog. Ik moet nu een gel nemen en doe dat dan ook keurig netjes. De fotograaf komt langs en ik hoop dat hij het heeft vastgelegd.
Afleiding helpt me en ik krijg de high5 goed weg. Drinken. En dan naar boven. Ik kijk op mijn horloge: hoe ver zou Vincent zijn? Haalt hij het? Een bocht om en dan in de verte en in de hoogte ligt de eretribune. Al 6 kilometer. Ik tel niet in een halve marathon, ik tel in rondjes. Ik hoop zo dat Vincent er intussen is. Dat hij het gered heeft. Ik zie Rob in de verte al voorbij de finish staan. Hij wijst me Vincent die mijn bidon sportdrank heeft. Die moet ik aannemen nu! Vincent roept me luid en duidelijk zijn tijd toe: 34:42. Onder de 35 minuten! Wat een wereldtijd! Ik ben apetrots en loop door. Rustiger nu. Voor me loopt een mevrouw van RunTMC. Ik pak bij de andere pits mijn telefoon.
Ik app Joyce en Manuel. Ik krijg zelfs antwoord van Manuel. Ik maak foto’s. Niet dat ik stop, maar het leidt me af. Ik ben blij dat het wat rustiger is, maar het nadeel is dat ik het geklots nu nog veel duidelijker hoor. Ik kan in de volgende ronde de rugzak aan Rob geven. Bij dit soort wedstrijden mag dat! Nog een keer Eau Rouge op. Ik geniet ervan! Kijk omhoog. Hobbel kleine stapjes. Ik hobbel naar boven over Camel Straight. Geen zorgen over de toekomst, over wat nog komen gaat, gewoon doorhobbelen. Boven trekt de wind wat aan. Kijk, daar kan ik mee omgaan! We mogen dadelijk weer naar beneden. Nu beginnen de muntjes in de
rugzak ook tegen elkaar aan te rammelen. En weer naar beneden! Ik maak nog maar een paar foto’s. Zeker nu het zonnetje zich laat zien. Als ik de moed lijk te laten zakken, denk ik snel aan Vincents supertijd. Ik maak in de bochten die ik nog niet zo goed kende foto’s. Ik zou de eerste ronde in D3 lopen en de tweede in D4, maar met de hoogteverschillen is een strakke hartslag onmogelijk. Ik laat het gaan. De hartslag staat wel voor op mijn horloge, maar ik kijk amper. Ik hou alleen de afstand in de gaten voor de gels. Ik snap de bocht nu heel goed en dat troost me. Ik kijk goed om me heen en het helpt me om foto’s te maken. Dan hou ik het nog iets langer vast. De telefoon geeft ook houvast. Intussen heb ik het warm gekregen. En weer omhoog!
Een mevrouw loopt me voorbij en zegt hoe goed we bezig zijn. Ik antwoord dat het weer ook lekker meewerkt. Ze loopt me voorbij. Ik geniet nog maar extra. Van de toeschouwers, de bomen, de oranje doorgangen. In de verte ontwaar ik Rob en Vincent. Ze lopen tegen de richting in!
Dat is niet mijn bedoeling, want ik moet nog een gel nemen op 15 kilometer. Ik had gehoopt ze daarna tegen te komen om de klotsrugzak af te geven. Nu neem ik weer sportdrank aan van Vincent. Het is ook goed ze te zien. De sportdrank werkt super bij me. Ik merk het al in de busstop chicane dat ik er lekker op loop. Ik heb wel degelijk minder hard gelopen, maar dat
zal me wat. Nog een rondje! Ik vraag me even af of ik ook een medaille krijg als ik nu stop, maar als ik de rust voor me zie, loop ik door. Natuurlijk wel. De baan voor me is leeg, het hotel in La Source ligt in de lage zon. Wow. En ik mag over de curbes lopen. De RunTMC mevrouw gaat naar de WC en naar de post. Die heb ik voorgoed ingehaald. Ik vind de rust heerlijk. Kan ik nog beter kijken. Zie ik nog beter hoe hoog Eau Rouge is. Ik blijf dribbelen. Geen gewandel. Boven aan de heuvel ben ik aan de laatste gel toe. Die neem ik, maar het helpt me niet om de lange klim over Camel te verlichten. We hebben wind tegen. Ik denk maar 1 ding: het is al twee keer gelukt en nu kom ik ook boven! Op naar de zendmast.
Dan maar rustiger. En juist van dat afzien kan ik ook beetje gelaten genieten. Ik loop hier toch zomaar even eenentwintig kilometer. Heb ik in maanden niet gedaan. Vorige maand nog ziek, nu loop ik hier weer. Geen excuus, maar meer hoe ik in elkaar zit: lekker doorbijten. Boven is de wind heel fel en dat vind ik heerlijk! Ik doe alsof ik vlieg en ik geloof dat de fotograaf me net mist. Hij staat in de weg. Nog even omhoog en dan mag ik een lang eind naar beneden. Nog 1 keer dat mooie onvergetelijke uitzicht op de finish. Dan weer naar beneden. Ik begin mijn benen te voelen, dat zal wat worden morgen. En dan zie ik Rob zitten. Heel snel beslis ik zonder rugzak de laatste
kilometers af te leggen met de telefoon in de hand. Ik ruil met Vincent de bidon met sportdrank. Die gaat me nog even helpen en ik drink een paar flinke slokken. Zien ze dat ik die weer terugwerp? Ik loop door en SMS Rob de bidon op te halen. Ik loop straks wel door om ze weer op te vangen. Dat SMSte ik zelfs nog! En toen was er rust. Ik hoefde nog maar 1 ding te doen: finishen. Geen irritant geklots of gerinkel meer. Geen drukte meer. Ik had het ritme gevonden en ging weer omhoog. Hoe prachtig! Ik verheugde me op uitdribbelen en hoopte Rob en Vincent maar voor Eau Rouge tegen te komen. De prijsuitreiking voor de 21 km was al bezig.
Dat boeide me niet. De busstop chicane is best zwaar die laatste keer, maar ik zat er goed in. Ik had mijn telefoon paraat. 20 kilometer in precies 2 uur. Dus daaronder werd het niet meer. Ook de mij
zo bekende 2:03 ging ik niet halen. Jammer dan! Meer niet. Gewoon lekker naar de finish lopen. Ik probeerde te fotograferen en wilde nog even onder de 2:05 komen, maar ook dat was niet haalbaar. Dan maar gewoon de finish over. Al snel zag ik Vincent. Niet doordribbelen dus! Wel onder de 2:06. Moet ik morgen extra lang fietsen om de sporturen van de week te halen. Dat is wel jammer. Ik ben niet kapot. Wel moe, maar niet stuk. Ik geef Vincent een dikke knuffel en vertel hem hoe trots ik
ben. We lopen naar Rob. Ik kan prima mee. Niks geen ontevredenheid over de tijd ofzo, ik ben gewoon trots en blij dat ik de gels gegeten heb, dat ik genoten heb en dat ik dat uit mijn mouw heb geschud. Ik vind het even jammer dat we niet rond gaan wandelen. We halen mijn medaille en dan op naar de hersteldrank en naar de WC.
Het begint te regenen. Ik heb nog energie om de zakdoekjes te gaan halen. Ik kleed me even om en dan kunnen we weer terugrijden naar Almere. Dat gaat ook snel, onderweg kan ik weer lekker appen. Het was een hele bijzondere dag. Niet zo fascinerend als eerdere jaren, omdat het niet nieuw meer was. Maar wat een kleine topatleet heb ik in huis! ‘s Avonds eten we lekker thuis patat en een hamburger. Rob heeft hele mooie foto’s gemaakt. Ik ben trots op de medaille én op de 3 lege gels!
Ik voel me moe maar niet stuk, ben simpelweg blij met wat ik bereikt heb: geen zenuwen, goed gevoed, flink genoten en niet ziek geworden zoals vorig jaar. Ik sta in de middenmoot bij de vrouwen. 18de van de 36. Ik ben 2de van de 4 45plusser-dames. Het was gewoon een hele erge leuke en geslaagde dag en wedstrijd.
Maandag de vierde maart weer borstcrawlcursus in Lelystad. Hij legt opeens de insteek heel goed uit, met een ring waar je doorheen moet. Ik leer ook ademen. Dat vind ik erg eng, want ik moet mijn hoofd heel erg in het water laten liggen. Als ik het rustig doe en met flippers, lukt het aardig. Het voelt ongemakkelijk en een beetje eng zelfs. We doen ook een oefening om op het juiste moment te ademen. Dit is iets waar ik mee bezig moet, maar niet meer vanavond!
Woensdag zes maart. We gaan hetzelfde doen: hard maar slim. Maar dan eerst een half uurtje infietsen. Gezien het weer neem ik de toevlucht tot de Tacx en WhatsApp voor het vermaak. Dan ga ik de wijk in. Ik loop ietsje meer in en start ook harder. Kijken of ik vandaag 4 keer 3 minuten rond de 5:00 kan lopen. Ik word bijna omver gefietst door een voetballertje met aandacht voor zijn telefoon. Ik haal ‘m in! Door. De tweede keer tel ik mee. Het weer is beroerder vandaag. De derde keer lijk ik er pas in te komen, maar ik vind het weer zwaar. De vierde keer gaat ook nog goed. Ik ben sneller vandaag, want over de 5 kilometer doe ik nu maar 29 minuten. Weer thuis stap ik terug de Tacx op. Verbijsterd bekijk ik het loopresultaat: de eerste ging harder ja, in 5:05. De tweede in 4:57 en de derde en vierde in 4:47 en 4:44. Precies, maar dan ook bijna precies hetzelfde als gister! Omdat de Tacx nu wind mee geeft, ga ik een stuk harder als bij het infietsen. Ik hou het een half uur vol. Dan gaan we naar het zwembad. Ik zwem mee in baan 1. Het is er rustiger en ik kan op de slag letten. Toch weer drie uurtjes gesport op een woensdagmiddagje.
Vrijdag acht maart. Een uurtje rustig zwemmen. Mag. Kan. Maar de dag zit zo vol en zwemmen kost veel tijd. Reistijd, omkleedtijd. Ik dub. Ik heb weer eens therapie en voor de race van morgen gelden maar twee dingen: ik moet er gewoon van genieten. En ik ben al twee dagen bezig met eten. Ik eet heel veel. Drink me ongans. Ik ga fietsen. Ik wil gewoon even naar buiten. Manuel gaat mee. Hij op de ATB, ik rustig op Robs racefiets. Ik kwebbel en klaag. We fietsen eerst wind mee en daarna wind tegen. Het blijft kalm met mij. Gelukkig blijft het droog. En dan door naar triathlonheld LM die de hele triatlon in Hawaii heeft gedaan. Hij is niet alleen een held, hij is ook nog onwaarschijnlijk aardig, eerlijk en open. ‘s Avonds prop ik me vol met pannenkoeken.