2019-24 After Race

Het is dinsdag 9 juli. Ik voel me prima! Van spierpijn heb ik geen last, en eigenlijk ook geen last gehad. Ik kon gewoon de trap op en af lopen. 1 Keer, op zondag, gaf dat een beetje pijn in de bovenbenen, maar niet zo erg dat ik treden moest dubbelen. Die vink ik niet aan op de lijst!

Op zondag 7 juli heb ik met Rob uitgefietst. Een dik half uur op een laag tempo. Het voelde aan alsof mijn benen ingekort waren! Die spieren hadden moeite met de hele rondjes draaien. Ben ik heuvel op al niet de sterkste, vandaag zeker niet! Ook de cyste is duidelijk voelbaar en hinderlijk. Ik ben blij dat ik niet op dit zadel een hele triatlon heb gedaan!

Als je op 1 dag 7000 calorieën verbruikt en 14,5 uur onafgebroken sport, dan krijgt het lichaam flink wat te verduren. Al bij de massage direct na de race bleek dat mijn spieren geen ernstige knopen vertonen, maar de aanhechtingen en de pezen zijn gevoelig.

Voordeel van zo’n lange sportdag en het lef hebben om voor de triatlon nog wat te sporten is dat ik op de lijst van 300 triathlonliefhebbers op de tweede plaats sta!

Ondanks dat ik niks meer binnen kon houden, is mijn maag/darmsysteem niet erg in de war. Ik heb geen diaree of moeite met de stoelgang. Wel duurt het nog een tijd voor ik echt weer trek krijg. Eigenlijk maandagavond pas. Ik heb wel een rammelende buik, maar na een paar koekjes is het alweer genoeg. Ik eet wel de after-race hamburger op zondag, maar veel frietjes passen er niet meer bij dan. Ook het gedroomde croissantje is lekker, maar na 2 kleintjes zit ik helemaal vol!

Laten we van onder tot boven even nagaan wat er overgebleven is van de aanslag die Frysman heet:

  • De voeten hebben het meest te leiden gehad! Mijn linkervoet heeft nergens last van, maar mijn rechtervoet is het meest gehavend van het hele lijf! De snee is groter dan op het eerste gezicht lijkt en ziet er niet goed uit. Ik week nog even in de biotex. Er zitten blaren op mijn kleine teen en onder de voet zit een heel klein wondje, maar die is wel een dagje pijnlijk geweest.
  • De knieën. De aansluitpunten bij de knieën zijn pijnlijker dan de spieren in de bovenbenen. Grappig genoeg verscheen de blauwe plek van het vallen tussen het zwemmen en de wisselzone 1 pas ná de wedstrijd!
  • De benen zijn oké, er is al na 1 dag niks meer aan de hand. Wandelen vormt geen enkel probleem.
  • De gevoelige plek tussen de benen heeft wel wat ongemak opgeleverd. De cyste is terug en zorgde op zondag voor veel last bij het fietsen op de racefiets. Het gebied is schraal qua huid. Op maandag barst de uitgestelde menstruatie ook nog eens los. De cyste is aan het einde van de maandag vrijwel weg!
  • De buik en darmen doen het uitstekend! Afgevallen, dat lijkt het niet echt, maar ik ben vergeten voor de race te wegen. Maar goed ook…
  • De schouders en bovenrug voelen op zondag een beetje verbrand aan. Dat is er al snel ook weer af. Doordat de zon zich niet echt heeft laten zien, is het niet ernstig.
  • Dan een rare: mijn tanden doen een paar dagen pijn! Ze zijn heel erg gevoelig, vooral links. Ik denk dat het komt door de zoete troep en de cola en dat het speeksel dit niet goed kan verwerken. Poets ik 3 keer per dag en dan is het op dinsdag alweer voorbij.
  • Tot slot het hoofd zelf: ik heb ‘s morgens hoofdpijn, maar dat lijkt een vochttekort. Niks wat een paracetamol niet kan verhelpen.
  • De vermoeidheid is de enige echt serieus zware klacht. Ik ben moe. En dan bedoel ik MOEmoe. Slepend moe. Vermoeiend moe. Ik slaap nog steeds slecht, omdat de kat mauwt, omdat ik onrustig ben, omdat mijn hoofd maalt… Als ik maandag overdag nu en dan even kort slaap, gaat het al iets beter. Maar de vermoeidheid is de grootste klacht. Wederom zit de vermoeidheid niet in mijn lijf, maar tussen mijn oren.
  • Maar het meest ontstaat er trots tussen de oren! Niet in 1 keer dat ik supertrots en blij ben, maar in stapjes en terugdenkend, sijpelt er steeds meer door. Steeds meer hoe knap ik -mentaal- heb gereageerd op dit avontuur. Wat een opoffering en mooie weg het is geweest van het eerste idee tot aan de finish. Dat nemen ze me nooit meer af! Wist ik 5 jaar geleden nog niet af van het bestaan van triatlon en kon ik niet zwemmen: ik heb me alles eigen gemaakt en gecombineerd met een dosis wilskracht en doorzettingsvermogen die uniek passen bij mij.

En nu ben ik een triatleet, ik kom er niet meer onderuit!

Maandag 8 juli. Ik wandel met Rob. We kletsen weer veel bij een warme chocomelk en milkshake bij de McDonalds. Er hoeven geen kilometers meer gehaald te worden, geen trainingen tussengepropt te worden. Voor Vincent houden we gewoon het schema aan, want nu is het zijn week: afscheid van de basisschool.

Ik ontvang heel veel reacties: via Facebook, op de whats-app, zelfs via LinkedIn weet een oud-collega me te vinden. Heel veel mensen wisten het stiekem wel en hebben me gevolgd. Mijn trainer heeft van Krista alles gehoord, omdat hij ook haar trainer is. Ook nu nog kan ik met al mijn vragen bij hem terecht en hij beveelt me te blijven stilzitten deze week. Als we op zondag terugwandelen (!) van de Albert Heijn fietst de zwemtrainer RO langs. Niet toevallig, maar om me te feliciteren. 3 Jaar nadat hij mij ‘motiveerde’ met zijn lange-weg-te-gaan, blijkt hij als één van de besten te begrijpen en waarderen waar het in een hele triatlon echt om gaat.

Zondagmiddag komt de clubgenoot die Hawaii heeft gedaan me samen met zijn vrouw -die als geen ander Robs opoffering begrijpt- een bos bloemen brengen. Mijn oude collega’s sturen me persoonlijk hun berichten. Mijn moeder en schoonouders bellen. Tijdens Vincents fietstraining staat GN me te woord, feliciteert TE me en zegt terloops dat ie het toch wel wist en ontdekt FV dat ik ook in die vreselijke golven heb gezwommen. Het is hartverwarmend.

Sinds het moment van inschrijven op 5 december heb ik 345 uur getraind en 4790 kilometers gemaakt. 1100 Kilometers hardgelopen, 3434 kilometer gefietst en 160 kilometer gezwommen. Ik heb 138 keer hardgelopen, 123 keer gefietst en 76 keer gezwommen.

10 juli: Ik ga zwemmen! Ik móét bewegen, stilzitten is niks voor mij en vind ik moeilijk. Ook omdat ik geen spierpijn meer heb – helemaal niks. Ik ben alleen moe. En dan bedoel ik MOE DoodmoeMoe. Net niet helder kunnen denken-moe. De ogen vallen bijna dicht-moe. Een beetje slaapwandelen Moe. Maar ik mag bij 2 vriendinnen langs en die houden me prima wakker! Van Joyce krijg ik een prachtig bedeltje voor de triatlon. Het is eigenlijk teveel….
En dan ga ik zwemmen. De meesten zijn verbaasd me alweer te zien, maar ik moet me even bewegen! Even kijken hoe het gaat! Ik mag en ga en kan niet te lang, maar ik geniet van het kalme water, van de rechte baantjes en ik zwem met en zonder achtje. Ik zwem niet eens langzaam of slecht. Deze keer vind ik het niet erg dat er water in het brilletje zit, want dan kan ik tenminste 1 oog dicht doen! Hihi. We zwemmen 6 keer 100, waarvan de laatste 25 sneller. Daar heb ik nog moeite mee, maar ik zwem niet achteraan en ook niet voorop. Ik doe het lekker met achtje. Dan doe ik nog 6x100m waarvan de eerste 25 rugslag mee en dat doe ik zonder achtje. Dat gaat eigenlijk nog beter! Daarna zwem ik uit en na drie kwartier heb ik de meeste moeite met het bad uit klimmen!!

11 juli: weer een nacht te weinig geslapen. Als je weken achter elkaar in plaats van 7,5 uur 7 uur of minder slaapt, dan wordt dat toch een nieuwe norm? Het voelt niet zo! Ik blijf moemoemoemoemoemoemoemoe. van het zwemmen heb ik wel weer spierpijn, zowel in mijn armen als in mijn knieën; dus misschien moet ik verder toch maar even rustig aan doen!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

De Frysman

We beginnen de dag ervoor. Ik heb niet gesport op vrijdag 5 juli. Bezig met het prepareren van alle spullen en de ademhaling laag houden was al een sport op zichzelf!

Dit is alleen de voeding! De overkapping ligt vol met alle andere spullen.

Manuel hielp me mee met het mengen van de sportdrank en kijken wat er allemaal mee moet. Ik prop me hartstikke vol met pannenkoeken. We wandelen een stukje. Al mijn pijntjes zijn weg, maar overal lijkt van alles mee te zijn. Spanning is te doen, maar ik ben wel zenuwachtig.

Om half 5 is Krista er, mijn coach, helper, aangever en mega-supporter van de komende dagen. We rijden naar Friesland en er is file. We zullen er pas om kwart over 6 zijn. Spannend vind ik het nu wel! Is er nog eten? Hoe ver moeten we lopen? Net als ik wil parkeren, belt de trainer. Ongelegen moment. We zetten de auto langs de kant en gaan naar het buffet. Ik zie meteen de meneer met wie ik meeliep in de testronde. Er is lekkere macaroni: stevig kost en eenvoudig. Heerlijk. We zetten ons neer bij de mevrouw waarmee ik in de testronde heb gefietst. Een groot voordeel van Krista is, dat ze heerlijk gemakkelijk praat. Ik kan eten en rondkijken, zij kletst! Ik voel me wat misplaatst in mijn jurk tussen al die helden. We luisteren naar de briefing. Streng zijn ze hier niet. Het ergste wat je kunt krijgen is een preek van de jury bij stayeren. Ze hebben al voorgezwommen en waarschuwen dat het zwaar zal zijn. Ik verheug me het meest op het zwemmen.

Na de briefing gaan we richting de airbnb in Ypecolsga. Een geweldig vakantieadresje! Tussen de koeien, maar ik ben te onrustig. Ik moet nog teveel. Ik moet slapen, de decals (tatoos) opplakken, de fiets prepareren, Krista alles uitleggen.

Krista heeft al (vaker) een hele triatlon gedaan, dus ze snapt het snel. De decals opplakken lukt haar ook prima. Ze neemt me veel werk en zorgen als vanzelf uit handen. Om 9 uur als het nog licht is, gaan we al in de heerlijke bedjes liggen.

Ik ga naar de WC. We kletsen. We vangen nog een mug. Ik ga naar de WC. Rusten is ook bijna slapen. Het is donker als ik weer naar de WC ga en dan gaat het mis. Ik stoot mijn teen tegen een kastje, dat doet even zeer. Maar op de WC zie ik grote klodders bloed die uit mijn teen komen. Ik word er onpasselijk van! Het zal toch niet… Ik pak de toilettas, maar ik ben niet zo goed met bloed en val bijna flauw. Krista staat op en bind er een pleister omheen. Ik probeer met mijn been buiten het bed te slapen en bij elk volgend WC bezoek neem ik de telefoon mee als lichtje. Ik slaap af en aan korte stukjes.

Om half 5 gaan de wekkers. Ik spring op en eet met veel moeite twee bollen. Krista heeft overal verrassingseieren voor me achtergelaten, omdat ik de triatlon zo beschreven heb: vandaag hoeft ik alleen nog maar het kadootje uit te pakken! Via Krista krijg ik ook een echte Frysman bidon van Sanne met een succes kaartje. Lieve meiden! Ondertussen pakken we alles bij elkaar en om kwart over 5 gaan we. Krista rijdt, zodat ik nog een bolletje kan eten. Dat lukt me niet. Krista moet aan de kant en ik spuug het broodje uit. Dat zijn zenuwen. Ik schrik er van, maar het is alleen dit ene halve broodje. We gaan naar het parkeerterrein. Al die anderen lijken zo goed voorbereid met hun luxe fietsen! Ik voel me dan altijd kleintjes, terwijl mijn voorbereiding uit de kunst is. Ik heb alle voeding, zelfs een kaartje en aanwijzingen op de fiets staan.

Het is koel en het waait hard. We gaan eerst naar de EHBO, waar ik de eerste klant van de dag ben. Het blijkt een ordinaire snee waar de aardige man een paar pleisters op doet. Ik kijk de andere kant op. Dan zet ik alles klaar in de wisselzone. De goede voorbereiding betaalt zich nu uit. Ik leg alles snel en degelijk klaar. Zakje om de loopschoenen en oplader. De zwemspullen bij Krista, de computer aan de fiets. Banaan eten. Ik complimenteer Hylke S naast mij met zijn blog en ga terug naar Krista. Nu ben ik de tijd kwijt. Ik ga nog een keer naar de WC. Dan moet het wetsuit aan. Iemand anders vraagt mijn baby-olie. Tot zover de betere voorbereiding van al die anderen… We lopen richting de zwemstart.

lachen als een boer met zenuwen 😀

Tot nog toe is er wel spanning, best veel zelfs, maar niet ondraaglijk. Dat is even over als we naar het water lopen. Het besef dat ik die hele triatlon ga doen en wel dadelijk, overmant me. Krista trekt me er doorheen. Ik moet lachen voor de foto. Eet nog een gel met water. En dan het water in. Koud is het niet. Maar er zijn wel veel golven. Hoge golven. Bril zit goed, drukte valt mee. Er komt nog een speech en ik luister nog even hoe het ook weer zat met de boeien en een stoere Fries met zwaard opent de race en de ‘stryd’ die de echte Frysmannen aangaan.

In het midden sta ik aan mijn badmuts te trekken. Alles zit goed.

Om 7 uur ga ik zwemmen. We beginnen tegen de golven in, maar vóór mij zijn heel veel zwemmende golfbrekertjes en ik heb nog energie. Maar door de hoge golven kan ik geen borstcrawl! Dan maar schoolslag. Dat lukt ook. Ik kom bij de eerste boei en naar links en dan liggen we schuin op de golven. Ik adem aan de verkeerde kant en moet 1 op 2 ademen. Ik kom in een traag, maar goed vol te houden ritme. In de verte ligt een boot om de boei te markeren en ik zwem er recht op af. Er zijn veel hulptroepen op het water. Om me heen zwemmen nog roze badmutsen. In mijn hoofd klinkt ‘mijn’ liedje: “deep water hold reflecties, of times lost long ago” Dat is mooi, want zo voelt dit stukje IJsselmeer!

Het roze badmutsje in het midden: ik denk dat ik dat ben! Dit is nog aan het begin….

Ik zwem steady naar de boot toe, wetend dat het dadelijk twee zijdes gemakkelijker zal worden. Eerst de golven mee en dan aan de goede kant ademen. De golven mee zijn prettig. Ik heb voordeel van mijn bril op sterkte, want ik kan de boei zien en er redelijk recht op af zwemmen. De andere boeien zijn te ver weg en ik zwem naar de rode skippyballen. Het valt niet mee om aan de goede kant te ademen en ik word een beetje misselijk. Het duurt even voor het tot me doordringt dat ik een beetje zeeziek ben! We komen op een zandbank waar ik meerdere mensen zie staan. Als ik ga staan, word ik nog misselijker en merk ik dat de pleister al lang van mijn teen is. Dan maar weer zwemmen. Ik wissel schoolslag en borstcrawl af. Als we weer tegen de golven in moeten, ga ik over op schoolslag. Het schiet niet op en ik besef dat het me veel kracht kost. Ik voel ook dat ik later vandaag nog meer kracht nodig zal hebben en dat dit geen goed start is. Ik zie nog maar een paar andere mensen. Als ik weer de boei om ben probeer ik naar de boot te zwemmen, maar mijn armen doen pijn. Ik kan nu 1 op 4 ademen als ik zou willen, maar ik kom niet in een slag. Er is geen ritme, maar wel pijn en moeite. Ik ben vermoeid en ik voel me ontzettend eenzaam. Door de golven lijken de boten en kano’s ver weg. Misschien ben ik de laatste? Hoe lang zou ik hier al liggen? Hoe kom ik ooit bij de boot? En dan komt er een onrealistisch angst op zetten dat ik kan verdrinken. Als ik 1 op 4 kan ademen, kan ik ook nog minder ademhalen. Of het gewoon vergeten! Ik wissel schoolslag en borstcrawl af, maar beiden doen pijn aan de armen. Als ik begin te denken dat verdrinken eigenlijk ook beter is als deze ellende, zie ik een kanoster. Ik roep haar en haak even aan. Niet zozeer de rust, maar de bemoedigende woorden dat ik lang niet laatste ben en dat het ongelooflijk stoer en zwaar is en dat ze in de buurt blijft, helpen me. Dan haal ik de boot en ik ga voor de boei langs. Jammer dan. Ik krijg golven mee en ‘mijn’ kanoster gaat iemand anders even helpen. Ik ga om de volgende boei heen en nu hoeft ik “alleen maar” terug te zwemmen. Ik ben kapot. Ik ben heel erg moe. Mijn armen doen erg veel pijn. Op de zandbank kan ik lastig staan. Ik ploeter weer verder en de boeien lijken niet dichterbij te komen. De kanoster komt mijn kant weer op en praat tegen me dat ik het ook ga halen. Ik zie dat ik al ruim langer dan anderhalf uur bezig ben. Het is echt erg zwaar om in de verte al fietsers te zien. De kanoster vraagt mijn naam en wijst me erop dat ik het zal gaan halen en wat voor held ik ben. Ik voel me een misselijke held die maar langzaam dichter bij het doel komt en twijfelt hoe ze dadelijk moet gaan fietsen. Vanaf de poortjes bij de boei moet ik terug naar de kant zwemmen. Zelfs dat is zwaar en gaat maar langzaam. Ik zie de heldenhelpers al klappen wat ontzettend bemoedigend is en doe net geen 2 uur over het zwemmen. Dit heeft me heel veel energie en wilskracht gekost.

De hondenhelpers aan de kant die half in het water voor me staan te klappen, bieden meteen aan mijn wetsuit open te ritsen. Dat is in elk geval een warm welkom! Krista wacht me op en praat op me in hoe vet het is dat ik dit heb gedaan. Hoewel ik het zelf niet zo voel, is zij trots op me. Er zijn mensen die jankend hebben opgegeven, maar ik hoor daar niet bij, zegt ze. Krista weet precies het goede te zeggen, zodat ik niet opgeef. Het zwaarte zit er op, dat is duidelijk! Er liggen nog best wat mensen in het water te ploeteren. Ik loop rustig naar boven. Geen haast meer nu. Op de mat glij ik uit. Stom! Er doet niks pijn en bijna niemand heeft gezien. Mijn snee is alweer open gesprongen. In de wisselzone krijg ik ook nog applaus en roep ik de EHBO weer op. Ze spoelen mijn teen met mijn water uit de bidon en verbinden ‘m met een nieuwe pleister. Ze nemen de tijd, want ze willen me over de finish helpen. Een ander doel is er niet. Kan ik rustig alles aanzetten en opzetten. Horloges omruilen. Ik kies de oranje bril. Sokken aan, schoenen aan en gaan! Op voor een stukkie fietsen!

Het eerste stuk is wind tegen en ik zet de lokatie deling op de telefoon aan. Ik drink meteen. Ik heb het nodig. Het snoepje is ook al op. Ik ga vanaf de eerste bocht de Frysman-pijlen op de weg tellen. Dat houdt me bezig! Na de eerste bocht, draait de wind in de rug. Mijn armen zijn nog moe en lastig op de bars aan de voorkant te leggen. Ik ga goed zitten/liggen op de fiets en merk toch dat ie anders afgesteld is. Ik kijk om me heen. Er zijn andere fietsers op het parkoers, maar niet te druk. We komen langs de school en mogen op de weg blijven. Ik tel al tien pijlen!

Dan de rotonde over. Alle verkeersregelaars klappen. Allemaal. Ik drink voortdurend. In Bakhuizen neem ik het eerste snoepje. Bakhuizen heeft klinkertjes. Die doen pijn aan mijn snee in mijn teen. Wordt nog wat met lopen straks! Maar eerst deze vier rondes fietsen. Vlak voorbij Bakhuizen zit de post. Ik hoeft niets van ze behalve de welgemeende aanmoedigingen. En we gaan door. Er fietst een mevrouw voor me. Ik haal haar in. De meeste mensen halen mij in. Eigenlijk haalt verder iedereen mij in! Ik blijf de pijlen tellen. Ik kom langs het hotel, een leuke plek vind ik, zo onder de bomen. Netjes eet ik de snoepjes. Ik heb de tijd voor mijn neus gezet en niet hoe hard ik ga. Ik fiets op gevoel. We gaan langs de grote weg fietsen. Het is erg stil en bosachtig hier. Ik bedoel ook dat er niet zoveel andere fietsers zijn. Soms zie je kilometers lang bijna niemand, dan komt er weer een ploeg voorbij. Ik kom langs de manege die altijd hun open dag tegelijk met de Frysman plannen. Ik moet even inhouden voor een trailer, maar dat is niet erg. En weer door naar het witte bruggetje! Dan kom je in Ruigahuizen, wat ik het leukste stuk vind. Het is uniek en mooi en heel kalm en vredig. Daar is een fotograaf en ik ga snel weer liggen op de bars! Maar ik ben te laat geloof ik…

Dan bij het huis wat nog steeds niet verkocht is sinds de parkoersverkenning in mei. Een scherpe bocht met twee vriendelijke verkeersregelaars brengen me weer de bewoonde wereld in en een grote weg op. Nog een paar pijlen tellen en even van wind mee genieten. Dat is dadelijk voorbij! We draaien af naar de Kiteschule bij het oorlogsmonument. Vanaf nu fiets je wind tegen. Dit stuk vind ik het moeilijkst. Het glooit een beetje en is open. Mooi is het wel, maar niet gemakkelijk. Ik blijf netjes eten en drinken. We komen door een plaatsje waar de mensen gewoon hun gang gaan en waar de straat binnenkort wordt vernieuwd. Ik vind dit geen leuk stuk. Dan weer het open land in. Langs de windmolen, wiens naam ik eens zal onthouden. Richting het uitkijkpunt. Daar zit een mevrouw met een boek die de hele dag zal aanmoedigen. Er is weinig publiek hier. Een motor zie ik ook zelden. De bus met hulp voor fietsers zie ik zelfs maar 1 keer. Dan een dorpje en iets eerder dan verwacht de post. Ik pak snel de reep, waardoor ik kauwend voorbij kom. Dan nog iets verder omhoog en een stukje naar beneden. Door de plakband krijg ik de reep niet helemaal los. Was een goed idee van Manuel om de reep te kunnen pakken, maar nu mis ik een hap! Het glooit hier ook, maar stiekemer. Stomme camping zit hier. We komen langs Minsk of zoiets, waar ik niks mee heb en dan langs de geitenkaas-boerderij. Krista wilde daar gister wel even langs gaan en ik ben blij dat ik haar daar niet zie zitten. Dat heb ik 4 keer: elke ronde: ‘gelukkig is Krista nog boven’! Het herinnert me er aan dat ik haar kant op ga. Het drinken moet op zijn en dat is het ook. En dan de dijk op. Ik kan wel tegen wind tegen, daar heb ik niet zoveel last van. Ik ga op weg naar het Raekliff, naar mijn bevoorrading! Ik heb 85 pijlen geteld, ik zal het nog een paar keer natellen in de volgende rondes! Naar Laaksum, wat ik zo’n leuk plaatsje vind. Ik zie en hoor Krista al. Ze staat klaar met de fles sportdrank, een nieuwe bidon met sportdrank en een zakje snoepjes met een reep er in.

Nog even wind tegen in de tweede ronde. Dan draait de wind mee en kom je langs een soort haven met een slome naam en de fotograaf op de motor komt langs. Als ik al zeeziek wordt, hoe zou het dan voelen om achterstevoren op de motor door een camera te moeten kijken?!

Maar ik lig en lach! Als ik weer door Bakhuizen kom, heeft mijn teen zich gesetteld en voelt het wel prima. Ik neem de gel nu wat eerder. Ik ruil mijn tweede Almere bidon om voor een Frysman bidon met water. Dat zal het enige zijn wat ik aanpak bij de posten, al ontvang ik met liefde de aanmoedigingen en de steun. Er zitten ook mensen voor de huizen, die iedereen aanmoedigen. Ik raak de tel van pijlen kwijt, maar heb straks weer een rondje. Ik denk aan de mensen die geen triatlon kunnen of willen doen, maar ik kom niet heel ver. Ik zit vaak in het moment. Kijk om me heen naar de rare namen van huizen (de Roodvink of zoiets), naar de bomen of hoe laat het is. Ik fiets 1 uur en 3 kwartier, dus ik weet wanneer ik binnen wil zijn. Raar idee dat het pas tien uur is en dat ze thuis nu pas wakker hoeven te worden! Ik zit hier nog wel een tijdje op de fiets! De eerste man haalt mij in. Te herkennen aan de motor voor hem. Hylke zit er achter en nog een snelle kerel. Maar weet je: alles daarachter wat mij voorbij zoeft kan wel in een andere ronde zitten, maar zal net zo min winnen als ik. Bij het hotel staat een grote bus toeristen waar ik omheen moet. Een oud vrouwtje roept “Allez-allez-goe-bezig!”. Dat vind ik zo leuk dat het niet erg is om om de bus heen te moeten manoeuvreren. Dag vrijwilligers! Door naar de lange weg. Er varen bootjes langs. Witte brug en Ruigehuizen vol kleine, schattige huizen. Ik fiets de bocht door en kom een auto tegen. Het is zo’n leuke chicane in het bos! Langs een plek die ‘nieuw America’ heet en zwaaien naar de fotograaf.

Ik wissel liggen en zitten af. Het zadel werkt prima, maar ik heb nog niet het juiste zit-eelt. Het weer is heerlijk voor mij! Ik heb mijn rode TVA-shirtje aan en armstukken. Het is bewolkt. Het blijkt windkracht 5 te zijn, maar mij valt dat niet op. Omdat ik niet kijk naar snelheid. Door het stomme dorpje waar een mevrouw is die maar wil dat ik sneller ga fietsen. Doe ik niet hoor, hoeft ik niet. De windmolen heet het Zwaantje. Nu vind ik het jammer dat ik geen afleiding meer heb aan het pijlen tellen, want het is zo stil om me heen! Uitkijkheuvel. Heuveltje op bij de betonboerderij. En dan komt er opeens weer een zwikje snelle kerels langs. Op de weg wind mee drink ik gewoon uit de bidon en dat gaat goed. Ik heb een snoepje gemist. Die neem ik straks wel. Ik weet niet precies meer waar. De tuk-tuks zijn verhuurd. Ik neem nu tijdig de reep en deze floept zo uit de verpakking. Krista heeft ze voor me geopend. Dag lieve kleine vrijwilligster voor wie ik het bijna zonde vind dat ik geen gel nodig heb! Ik ben trots dat ik met mijn eigen voeding zo goed rond kom! Het open land weer in en op naar de helft in the pocket! Het Mirnser Klif en Mirns zou ik in mijn toeristische bezoek aan Friesland links laten liggen. Geitenboerderij (geen Krista) en in de verte zie je de molens al waar je langs gaat lopen. Een leuke kerktoren op rechts en als je de bocht om bent, in de verte Laaksum en het Raekliff daarachter. Er zijn nu nog geen lopers, tenminste niet dat ik zie. Wel toeschouwers. Ook leuk. Ik lach nog altijd! Daar is Krista weer en warempel: die lieve Sanne is er ook al! Wat een fijne opbeurende verrassing.

Of het goed gaat, vraagt ze. Duhuh: ik ben al bijna verdronken, mijn teen is gewond, ik ben nog niet op de helft en mijn doos voelt al wat minder…. Maar een lachend gezicht en een schouderklopje maken veel goed! Op voor de derde ronde. Ik neem nog een snoepje en kijk wanneer ik weer binnen zal zijn. Ik probeer het nog een keer met pijlen tellen, maar ik heb al snel geen zin meer. Ik zwaai liever naar de verkeersregelaars. Het is nog steeds bewolkt. Er staan meisjes bij de Meiboom school. En door! Het is gek om over de grote weg te fietsen. De auto’s mogen er langs en ik hou netjes rechts. Het maakt de bochten iets gemakkelijker en de algehele route net iets korter! Ik krijg een beetje last van mijn doos. Ik voel de cyste alweer groeien… Ik zoek een lekkere positie op en ga liggen. Dat hou ik heel lang vol. Ik ben over de honderd kilometer! Ik moet grinniken om het idee dat ik dan appeltaart mag en krijg spontaan zin in een croissant. Behalve het bord naar de supermarkt waarvan ik denk dat het de Spar is omdat de Spar-medewerker bij de bushalte staat, zal ik nog wel even moeten wachten! Ik moet het doen met een banana-reep. Doordat ik lekker lig en lekker ga, wil ik me niet oprichten voor snoepjes. Ik drink wel. De eerste vrouw haalt me in. Ergens langs de grote weg vallen de eerste kleine druppeltjes. Het ruikt daardoor extra lekker! Ik zie maar een paar oldtimertjes, terwijl er ook een oldtimer rondrit is door de buurt. Mijn bidons zitten weer goed, nadat een medefietser me erop attendeerde dat de Frysman bidon wat los zat. Langs de fotograaf die aanstalten maakt te vertrekken.

Ik keer een beetje in mezelf deze ronde. Omdat de wegen nat zijn, omdat het door zal gaan met regenen en omdat ik mijn doos voel. Ik heb het intussen wel gezien en de kilometers, snoepjes, sportdrank en tijd lopen een beetje in elkaar over. Ook mijn bril is nat geworden, dus ik zie het wat minder goed. Ik zit wel beter en deze sportdrank is ook beter, want ik hoeft gelukkig niet te piesen over mijn dure zadeltje. Nu het regent gaat de wind ook een beetje liggen. Dat is het voordeel! Ik eet wel netjes op tijd de reep en eerlijk is eerlijk: ik vind berry iets beter smaken. Ik haal een moped (zo’n brommertje) in. De rest van de ploeg wacht verderop op de achterblijver. Een paar wegen later kruisen we elkaar weer. Ik kwam weer bij de post en de lieve mevrouw van wie ik weer geen gel hoefde, maar ik melde dat ik nog een keer langs zou komen. Het werd duidelijk rustiger op het parcours. Het is zo raar, maar ik weet niet meer precies wanneer de regen doorgezet heeft. Ik heb paraplu’s gezien en mensen in regenjasjes, maar dat kan ook best ronde 4 geweest zijn. Ik weet wel dat ik keurig op tijd aan het rijden was. Nog een keer het nare heuveltje, nog een keer het uitzichtpunt, nog een keer de stomme camping, nog een keer de dijk op. Daar haalde ik een meneer in die zei dat hij ook nog een ronde ging. Dat verbaasde me, want ik had het idee dat de meesten klaar waren. Het was echt rustiger geworden. De mevrouw die drie triatlons gaat doen, is me ook al voorbij. Veel mensen waren al aan het lopen en ik zag zelfs al mensen met meerdere bandjes. En daar waren Krista en Sanne weer! We kletsten even en ik zei dat mijn doos zich roerde en toen ging ik voor de laatste ronde.

“Anke” riep Krista achter me, want we waren bijna de repen vergeten. Geen “pech-gehad-buiten-de-zone”, maar ze mocht het gewoon iets verderop aangeven. Het is echt veel gemoedelijker als zo’n serieuze Ironman. Ik stond voor de speaker en zwaaide zelfs nog even. Uitklikken vormt gelukkig geen probleem meer. De laatste ronde!! Voor mij reden nog andere mensen. Ik besloot het aantal pijlen op ongeveer 90 te houden en het niet meer na te tellen. Ik ging alle vrijwilligers bedanken. Voor me reden twee mensen. Ik dacht wel dat het dezelfde meneer zou zijn. Dag school, dag Warns: tot straks. Dag lange weg. Dag rotonde en vrijwilligers. Dag dorp met fietsenmaker! De mensen waren naar binnen gegaan. Ik zag iemand met mijn Almere bidon lopen vanaf de post, dat vond ik wel grappig! Ik bedankte de mensen bij de post, bij de kruising verderop. Ik haalde 1 van de twee mannen voor me in. Dag Vincent, zo heette hij volgens zijn nummer. Ik ben in elk geval niet laatste. Dag hotel, bedankt aardige vrijwilliger-meneren in Riis. Dag huis met rare namen. Dag lange route langs de weg. Toen haalde ik de andere meneer ook bij. Wel prettig als er iemand voor je rijdt, dan kun je je daar mee bezig houden. Ik vroeg hem (Doede volgens het nummer) of hij een jurymotor en preek wilde riskeren en of we samen zouden oprijden. Eigenlijk lag mijn tempo net iets hoger, maar samen is ook naast elkaar. Bij de vrijwilligers bij de manege gingen we iets uit elkaar. Dag meiden! Maar we gingen samen door Ruigahuizen en de fotograaf was weg gelukkig. We kletsen over het zwemmen wat we zwaar vonden en hij was nog na mij het water uit gekomen. Over tegenwind. We kletsen over zijn maat die lek gereden had. Over dat het zijn tweede Frysman werd en dat dit zwaarder was. Dag vrijwilligers in Nijemirdum! Dag mannen op de kruising! Ik heb ze echt allemaal bedankt. Geen motor te zien en daarbij: Doede en ik fietsten naast elkaar. Het werd een toertocht! Samen de heuvel op is toch net iets fijner. Ik miste zo wel de viering van de langste fietstocht ooit. Maar ik miste ook de ergernis aan de zadelpijn. En de bril die nat was. Ik probeerde ‘m af te doen, maar kon de bril nergens kwijt, dus zette ‘m weer op. Bij de laatste post was er muziek en we kregen heel veel succes mee voor het lopen! Doede zou ook gewoon rustig gaan lopen. Ik had al bedacht op 6:30-7:00 te gaan lopen. Afmaken was het doel.

Ik at de reep op. Toen viel de fietscomputer uit. Ik had nog veel snoepjes over, maar de sportdrank was op. Dag molen! Doede had meer problemen met de wind gehad op de fiets. Ik heb dat anders ervaren. We hebben huisjes uitgezocht, maar ik wil niet in Mirns wonen. Dag vrijwilligers! We fietsen nu gewoon samen. Ineens kwam fietser Vincent ons voorbij. Die wilde van het fietsen af zijn. Ik kon iets harder en ging op de dijk ook iets harder door, maar daarna had Doede weer iets meer kracht. Dag Laaksum, tot zo bij het lopen! En zo kwam ik ruim binnen de 7 uur en netjes voor 4 uur weer aan in de wisselzone. Lopen met de cyste zal me wel lukken. Terwijl ik de wissel in ging, finishte de eerste deelnemer. Verschil moet er zijn!

Mijn teen zat nu goed en ik besloot het te laten nu het gesetteld zat. Spullen af, horloge ruilen, slipbelt om, schoenen aan. Ik moet toch een beetje plassen. Dan maar nu! Ik pak het water en spoel het nog af. Tralalala. Dan maar natte sokken! En daar ga ik dan! En wie stonden daar foto’s van me te maken? Rob en Vincent! Leuk ze te zien achter stoere camera’s.

Kan ik Rob mooi de fietshandschoentjes in de maag splitsen. Gelsnoepje erin. Niet te hard gaan was mijn hoofdopdracht. 6:30 is prima. De eerste kilometer ging ik al te hard, maar ik voelde me goed. Ik vertraagde en sloeg de post in Laaksum over. Er waren nog veel mensen op het parkoers, maar de meesten hadden al bandjes om hun arm. Het verzamelen van 6 roze rondebanden was het hoofddoel. Elke ronde 1. Dan tel je in rondes en niet in kilometers. Door naar Warns, dat is dan best een stukkie.

Me langzaam terug laten vallen naar 6:20. Toch haalde ik mensen in, omdat zij al veel verder in de marathon waren natuurlijk. Een gel eten en water drinken. Blijf bij de opdracht! Door Warns en dan richting de windmolens. Hoewel de wind afgenomen was had je ‘m daar toch even tegen. Inmiddels was het weer helemaal droog en koel. Ik had mijn fietshandschoentjes snel afgegeven bij Rob na de wissel, maar mijn t-shirt en mijn armstukken had ik nog aan. Langs de windmolens stonden allemaal kleine windmolentjes. De meeste waren stukgewaaid, maar ik vond het toch schattig!

Ik kreeg mijn eerste bandje. Door naar Skarl. Daar zag ik Manuel voor me lopen en ik riep hem. Ik nam snel de gel en liet het plakkerige restje bij hem achter. Er was veel publiek omdat er nog veel mensen waren. Ik wist al dat dat later minder zou worden. Ik kwam Rob en Vincent tegen en de eerste keer ging ik netjes het onverharde stuk hardlopend omhoog.

Mijn tempo lag rond de 6:30, maar ik moest poepen. Over het Raekliff en de speaker moedigde me netjes aan. Ik zei tegen Krista dat ik moest poepen. Gaan, zei ze streng. Meteen, nu. Maar waar? Achter een struik zat ik. Ik vond het niks, dat wildpoepen en afvegen met kleine blaadjes. Mijn t-shirt uit, Doede haalde me in. En door. Maar ik voelde dat mijn benen minder kracht hadden. Door Laaksum heen en de rondetijd ging al boven de 6:30. Dat kan en mag, want ook met 7:00 zou het me lukken. Maar zo snel al? Ik had er nog geen tien kilometer op zitten! Ik voelde me goed, behalve het tempo. Mijn benen hadden er moeite mee. Ik nam weer netjes een gel in Warns. Ik keek goed om me heen. De huizen, de mensen langs de kant, andere lopers. En maar bandjes tellen… Dan langs de kerktoren. Ik zag dat net niet goed, maar ik hoorde de kerkklokken wel. En dan is het opeens al laat. Krista had me gezegd dat ik de marathon makkelijk in 4:30 moest halen, maar van mij hoefde dat niet. Halen: daar ging het om. Langs de rockband en de muziek. Ze speelden een eigen nummer dat Rehab heette, voor mij klonk alles hetzelfde! Maar ik moest er wel om grinniken. Ik moest weer poepen. Eerst een rondebandje en dan naar de Dixie. Het was nog steeds vaste materie, dus best oké, en in de Dixie was papier. En er zijn sponzen op de post om je handen te ‘wassen’. Het voelde beter! Ik liep weer verder en het tempo kwam weer op 7:00 te liggen. Nog een gel in Skarl. Ik kwam Rob en Vincent tegen en ze moedigden mij aan, zonder een foto te nemen. Kon ik weer de gel kwijt! En omhoog hobbelen. Veel aanmoediging en veel respect krijg je van iedereen, maar hé: ik ben er nog lang niet hoor! Ik ga ronde 3 in en moet drinken van Krista.

En ze gaf me maar 1 opdracht: “blijf hardlopen. Tempo maakt niet uit, als je maar niet gaat wandelen.” Gelukkig dat het tempo er niet toe deed, want ik vertraagde alleen maar! Mijn benen wilde niet meer zo graag. Mijn hoofd wel, mijn hartslag die voorstond was super-oke laag, maar mijn benen waren zwaar. Hoi Laaksum, dag mensen met shovel en harde muziek, niet gaan wandelen. Zonnepanelen tellen: 5 en 7 en 9. Dag meneer met het leuke bord: “You can never beat a person who’s not giving up”. Hier ben ik! Ik ga niet opgeven, ik heb nog tijd en ik blijf rennen. 5 plus 7 plus 9 is… ehhh… 5 plus 7 is ehh… Afgeleid door de naam van de boerderij, door iemand anders, door een wandelaar. Nee, ik ga niet wandelen. Bij de post dacht ik de gel nog even uit te stellen tot bij de windmolens. Ik nam wel water, om vervolgens van alle slokken vocht lekker boeren. Kan me niet schelen! Dag camping, dag beeldentuin, dag konijntjes. Hoi kerkklok van 7 uur. Ik heb nog drie uur. Maar als ik 5+7+9 al lastig vind, dan krijg ik niet uitgeteld of ik binnen 3 uur kan finishen! Dag lieve mensen met mooie dochters en normale muziek in plaats van herrie. Blijven hardlopen, dat moet van Krista. 5plus7plus9 is hetzelfde als 3 keer 7. Toch? Moestuin. Harde muziek in de tent met een grappige zanger. Rondebandje en gel, want nu kan ik die hier kwijt. Ik kokhals er van en moet mijn uiterste best doen het binnen te houden. Het lukt nauwelijks. Mijn auto staat naast de kant met de spiegel netjes ingeklapt. Blijven hardlopen, niet wandelen, dan krijg je kramp. Het kostte me wel steeds meer moeite, maar ik was blij met elke 7 in de tijd per kilometer. Ik telde niet meer in kilometers, in rondebandjes. Tellen beperkt zich toch tot: haal ik het – waarop het antwoord ja is en hoe dan – waarop het antwoord vaag is. Ik heb erg veel moeite met logica.

Uittellen hoe lang ik over een halve marathon heb gedaan lukt me niet. Ik kan tot drie tellen: zoveel roze bandjes heb ik. Blijven hardlopen. Dan red je het! Hobbel omhoog en lach om de meneer met de bidon, want dan lacht hij mee en dat is goed! Hij loopt in tegengestelde richting en ik kom hem dus steeds tegen. Dank man met de bidon! Boven zie ik Vincent wat laat en het is onrustig.

Ineens loopt Krista naast me in hardloopbroek. Ik ga deze ronde mee, commandeert ze me, Manuel de volgende. Zij vertelt dat ze alles deelt op Facebook en dat zelfs Bogart-of-hoe-ie-ook-heet met mijn tijden meekijkt. Ze vertelt me wat aan de overkant ligt en ik ben blij het te weten, maar vergeet het ook weer. We hobbelen door. Hoe langzaam ook. Krista regelt cola en een spons en winegums. Alsjeblieft geen gels meer. Alleen het idee maakt me al misselijk! Ik kom er helaas zelf niet op om aan de gelsnoepjes te beginnen. De cola is prettig. Ik boer er van, maar het beurt me meteen op. De sponzen ook. We halen de voormalig winnares in, die wel wat rondjes voorligt, maar mij veel te dun is! Langs de shovel-supporters. Paardjes, zonnepanelen. Ik hoeft alleen maar naar Krista te luisteren, als ik maar blijf rennen. Ze moet niet voor me rennen om me uit de wind te houden, ik moet mijn eigen tempo doen. Kauw nog een winegum weg en zo hobbelen we Warns weer in voor de volgende cola. De cola is oké, maar behalve boeren, werkt het ook op mijn darmen. Het fijne met Krista is dat ze gewoon doorkwebbelt. Ze weet hoe het is. Ze zwaait naar de mensen en de oude meneer. Het wordt nu echt rustig op het parkoers, dus we doen niemand kwaad dat Krista meeloopt. Er zijn meer meelopers. 1 Meneer wandelt meer dan dat hij loopt en hij heeft bandje minder dan ik! Langs de molens en van alle cola moet ik echt weer naar de Dixie. Zitten is te doen, en opstarten ook weer, maar het brengt weinig verlichting meer. Doorlopen, sponzen mee voor Vincent en Krista heeft ook een bandje geskoept. Door Skarl en daar vraagt de mevrouw hoe ver we al zijn. Ze wil haar achtertuin zeker terug! Er vertrekken veel mensen en die komen ons tegemoet. Dat is raar aan de ene kant, want ze zijn al klaar en aan de andere kant is het grappig dat ze je al feliciteren. Ik blijf hardlopen, al mag het steeds minder hardlopen heten en past dribbelen beter. Nog een winegum en omhoog lopen. Ik vind het moeilijk weer te lachen naar de meneer.

Manuel moet me winegums en cola voeren en hij zal 1,5 ronde meelopen. Het laatste stukje is voor Vincent. Iedereen wil hem zo veel mogelijk sparen, terwijl ik weet dat Vincent het gemakkelijkst loopt. Dag tent, dag finishers, dag luide muziek. Krista rent vooruit om Manuel te instrueren. Hij heeft geen loopkleding, maar wel loopschoenen. Dat past prima bij mijn tempo! Manuel dreigt met gels, maar ik word er boos van. Dat mag van Manuel. Hij vertelt van zijn race zonder spierpijn. Ik vind het steeds moeilijker worden. Ik drink cola in Laaksum en hij zoekt de winegums uit. We nemen ook steeds een spons mee, want ik heb nog al eens een windje-met zeg maar… Dan is de spons wel prettig! Ik boer ook goed. Ik kan weinig meer zeggen, maar ben net even blij met Coldplay bij de shovel-mensen. Er zijn nog maar een paar lopers, maar er zijn ook mensen die stoppen langs de kant en hun raampje opendoen om me alvast te feliciteren en hou-vol te roepen! In Warns gaat het steeds slechter. Ik kan moeilijk meer rechtop lopen, ben ontzettend moe en ik zie wat wazig. Ik weet niet of ik het ga halen. Zo simpel is het. Ik weet het niet meer. Zijn er nog meer grenzen om over te gaan? Ja, dit. Ik heb 30 kilometer hardgelopen met poep-pauzes en ik ben op. Ik heb geen kracht meer. Bij de post drink ik weer cola en even later moet ik wandelen, ik kán niet meer. Ik spuug de cola uit omdat ik die niet langer binnen kan houden. We zitten op ongeveer 32 kilometer en het is ongeveer 8 uur. Ook als ik ga wandelen ben ik binnen 15 uur binnen. Het moet, zeg ik tegen Manuel. We gaan opdelen in wandel en dribbel blokjes. Dan haal ik het ook. Alleen nog winegums en we spreken blokjes af. Nu wandelen we tot de kruising. Manuel kan niet anders dan akkoord gaan. Het is dat of kappen. We hobbelen voorbij het oude mannetje en de vader van de mensen met de fijne muziek is de kinderen in bed aan het leggen. De klok slaat 8 uur. Ik monter helemaal op van de wandel-dribbel combi. Ik kan weer terugpraten. De tijd vind ik niet meer interessant. Als ik wandel doen de blaren op mijn rechtervoet pijn, maar dat voel ik niet als ik hardloop. Als ik hardloop verheug ik me op wandelen en bijkomen. Als ik loop, wil ik weer een stukje rennen. Hekjes, paaltjes, de windmolens tellen: op naar het vijfde bandje! De rockband is gestopt, al in mijn vierde ronde, want Krista heeft het ook niet gehoord. Ik vind het niet erg. De paar mensen die er nog zijn, moedigen elkaar aan. Winegums, een schone spons en weer verdelen. Het schipperen van waar tot waar wandelen en rennen doet me ook goed. Denken in korte stukjes. Tot mijn auto. Maar die is weg! Rob zal ‘m wel verzet hebben, maar het is toch een verrassing! We rennen heel Skarl door. Weer een stukje wandelen. Niemand die zegt dat het niet mag, iedereen die weggaat, heeft het over afmaken en doorzetten. We wandelen de helft naar boven. Ik doe het ommetje door het circus en roep dolblij: “Robert, nog 1 ronde!” Ik zeg nooit Robert tegen mijn Rob, maar ik begin er in te geloven.

De speaker zegt dat ik nog anderhalf uur heb voor de laatste ronde en zegt “Succes Anke”, wat iedereen overneemt voor mijn gevoel: Anke, Anke Anke… maar zij hoeven het niet te doen en mijn lijf wel! De lieve kleine vrijwilligster staat er elke ronde en beurt me op: met high-fives, lieve woorden en gewoon hup! Daar is Manuel weer. Hij heeft het goede idee om alles gedag te zeggen. Ik begin met schelden op het IJsselmeer. Paaltjes, hekjes: alles gedag! De mevrouw die 3 triatlons gaat doen dit jaar fietst een stukje mee. Dag Laaksum. Er zijn nog maar weinig winegums. Zelfs de mensen bij de shovel pakken in en ik krijg de laatste high five. We laten de sommen achterwege. Ik tel niet meer. Bij het wandelen lopen we flink door. Ik voel de snee niet. Geen last van mijn maag meer. Geen pijn aan mijn benen. Geen kramp. Alleen zó moe, zo uitgeput. Ik twijfel nog steeds of ik er niet net iets te vroeg bij neerval. Als we Warns maar halen! Daar gaan we van lantaarnpaal tot lantaarnpaal lopen. Huisjes tellen. Langs de post. Daar wacht me een verrassing: de mevrouw van de kano is er heen gefietst om mij aan te moedigen. Dat ze blij is dat ik het ga halen. Ik ben zeer ge-emotioneerd hierdoor. Weer een stukje wandelen. Dag konijntjes, dag beeldentuin. En opeens kijk ik Manuel aan en dringt het door: ik ga het halen! Ik ga een hele triatlon finishen! Het is negen uur en ik verwacht even over half 10 binnen te komen! Het overweldigt me. Ik ga het doen! Straks nog een stukje met Vincent en dit gaat me lukken. Meer hoeft ook niet. De kans dat ik nu nog neerstort na 40 kilometer is niet meer zo groot. Ik word er blij van en we rennen weer langs de lieve mensen. De oude meneer is weg. In de verte bij de molens ontwaar ik Vincent. Ik herken hem in een oogwenk. Iets om naar uit te kijken! Hij rent ons tegemoet. Langs de windmolens doe ik samen met Manuel. Er is niemand achter ons. Albert komt ons met zijn laatste bandje tegemoet. 3 windmolens rennen, 2 wandelen. De winegums zijn zo goed als op. Ik krijg het laatste bandje en ben blij. Er loopt nog een meneer met zijn vriendin maar hij heeft minder bandjes. De zon komt door en het is prachtig. Ik geniet er echt even van.

Vincent rent voor me voor een klein stukje, ik zie alleen maar ‘triatletes never quit’ staan op zijn jasje. En zo is het! Anders niet: niet opgeven. We wandelen door Skarl. Dag Skarl! Zelfs de parkeerplaats wordt leger. De meesten zijn al naar huis. Vanaf het bankje rennen we weer. Hoe ik dat laatste stukje moet rennen weet ik niet, of eigenlijk: ik weet het precies, want dit is wat ik altijd wilde: hand in hand met Vincent omhoog lopen.

Manuel rent voor ons uit. Er zijn veel vliegjes, maar vergeleken bij de trainingen is het niks. Het boeit me niet meer. Het gaat niet meer hard, maar ik geniet intens. De kleine Heldenhelpster die er al de hele dag staat komt ons tegemoet en ik kan haar zeggen dat ik nu mijn grootste supporter naast me heb lopen. Ik heb geen tranen meer, ik hoeft alleen nog maar naar boven te rennen en te finishen en dan ben ik een echte triatleet. Dag Reakliff wat Vincent een stapeltje stenen noemt. Ik laat hem los en ga finishen! Ik juich en schreeuw en ook ik mag door het lint alsof ik de eerste ben, ook mijn naam wordt nog omgeroepen, want ook ik ben een Frysman!

Ik ben dolblij en knuffel Rob. Ik heb geen tranen meer en ben erg blij dat ik er mee klaar ben. Ik ben niet verdronken, ik ben niet uitgestapt, ik ben niet uitgekotst, ik ben gefinisht. En nog binnen de 14,5 uur ook!

Ik krijg het finishershirt aan. En dan krijg ik de medaille. Springen kan ik niet meer, maar ik ben blij.

En die lieve Sanne zegt maar hoe trots ze is. Krista is ook trots, maar ik heb geen woorden voor hoe blij ik vandaag met haar ben geweest. Ik vind het leuk dat Manuel het ook van zo dichtbij heeft meegemaakt. Ik krijg van Vincent een medaille die hij zelf heeft gekocht voor me samen met Manuel. Zijn trots straalt net zo hard als de medaille.

Sanne neemt afscheid. Ik vind het tof dat ze voor mij gebleven zijn. Voor Rob is het niet eens zozeer vandaag, maar al die trainingsuren hiervoor. Ik ben niet meteen heel trots, want ik ben er te moe voor. Dan kan je het net niet bevatten ofzo. Er finisht nog iemand na me en ik zal zeker niet de laatste zijn. Ik ga chocomelk drinken. De band is iets te luid voor me. Ik vraag EHBO voor mijn teen. Ik durf de pleister er echt niet zelf af te halen! Ze moet er om lachen en legt me neer. Het valt mee en ik doe slippers aan. Mijn voeten doen het meeste pijn. Ik laat me ook nog masseren. Het valt mee met mijn spieren, maar mijn aanhechtingen hebben wel geleden, vooral rond mijn knieën. Er komt een grote blauwe plek. Het zal nog een dag duren voor ik begrijp dat die komt van de val na het zwemmen. Massage is oké en die man is heel aardig, maar het kost ook tijd. Eigenlijk wil ik bij Rob zijn, maar ik moet ook nog douchen. Ik strompel omdat mijn voeten zeer doen en het gras er in prikt. De douche is fijn en het is goed me even af te spoelen. Inmiddels verdwijnt het licht en ik wil ook verdwijnen. Ik ben al uren wakker, ik ben op en daar helpt 1 bekertje chocomelk niet aan. Ik hoeft verder niks, ik wil weg. Ik pak mijn spullen en mijn telefoon uit het fietstasje. Rob haalt de auto. Dan komt de laatste loper binnen en iedereen komt hem halen. Het is een mooi moment om te gaan. Er zijn nog meer vliegjes. Ik ben bepakt en bezakt en ze bieden aan me te helpen, maar ik wil zelf wegstrompelen. Het is al zo laat! Rob parkeert de auto, Vincent helpt me met een tas en Rob ook en ik ga in de auto zitten.

Krista heeft het op Facebook gezet en er zijn onwijs veel reacties. Ik zit veel op het scherm te kijken, de route heb ik wel gezien van alle kanten! Mama belt. Ik vind het moeilijk om te zeggen dat ik het zwemmen bijna te zwaar vond. We rijden naar huis, maar ik zie de weg niet. Rob heeft ook heel veel gewerkt. We laten alles liggen en zo komt een einde aan 6 juli.

De dag dat ik een triatleet werd!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-23 De laatste week……

1 juli: Het is de eerste week als werkeloze, maar ook de laatste week voor de triatlon…. Tenminste… als ik die mag doen van de dokter! Ik kijk of er nog een mogelijkheid is om een ander zadel aan te laten meten bij TriPro. Er is nog plek op woensdag. Maar eerst afwachten wat de dokter zegt! De wond doet geen pijn meer en er komt ook geen troep meer uit. Nu jeukt het als de lieve lust! Maar dat is niet zo erg als pijn.

11:50 De huisarts hoort mij aan en baalt met me mee dat het is gaan ontsteken. Ze vraagt direct door waarom ik geen werk meer heb. Dan kijkt ze naar het plekje. De wond is dicht, maar er zit nog wel een verdikking in de klier. Die is echter niet pijnlijk. Met een open wond raadt ze me af in het buitenwater te gaan zwemmen, maar dit ziet er goed uit. Ik heb de liefste huisarts van Almere! Ze begrijpt het. “Ik kan je niet van de triatlon weerhouden denk ik.” Ik beloof haar dat ik zal stoppen als het écht niet meer lukt.

Waren er vanmorgen voor woensdag nog 2 plekken voor de zadelmeting, nu zijn ze vol .

2 juli: Als ik bel om 10 uur, blijkt dat de eigenaar zelf in de kreukels zit met zijn rug. Dan moet ik maar niet zaniken! Ze schrijven mijn nummer op.

Vandaag ga ik zwemmen. Het is een extreem speciale zwemles. Precies 3 jaar na de eerste les. Exact! Dezelfde leraar, ik ga in dezelfde baan 1. Ik leg het RO uit, maar hij is zijn opmerking ‘je-hebt-een-lange-weg-te-gaan’ vergeten. Kon ik 3 jaar geleden de overkant niet bereiken, nu zwem ik op en neer zonder moeite. 4 banen achter elkaar. Ik heb er gelukkig nog steeds net zo veel plezier in! De trainer is bijna net zo trots als ik dat ik de hele lange weg gegaan ben!

3 juli: Om kwart over 11 bellen ze van TriPro dat ze om 12 uur een plekje hebben! Ik pak mijn fiets, fietsspullen en ik ga als de wiedeweerga naar Hilversum. Alles wordt ingesteld en mijn fiets kan nog zeker worden verbeterd! Maar nu ga ik van het ene zadel naar de andere. Ik ben niet aan tijdrit-regels gebonden. Het gaat om hoe het voelt – of beter: niet voelt. Op het beste zadel heb ik het idee dat ik nauwelijks zit! De pijnlijke delen komen helemaal niet in contact met het zadel en dat is de bedoeling.

Er zijn twee kleine nadeeltjes: de prijs van het zadel (maar ach, daar had ik op gerekend) en dat het zo lelijk is! Maar dat zie je niet als mijn billen er op hangen en er van genieten, zal ik maar denken!

En dan lig ik nog niet eens!

En dan ga ik ‘s middags fietsen. Trisuit aan, zalf gesmeerd en ik ga ‘zitten’. Het gaat goed! Ik fiets een rondje Noorderplassen en ik draai wat op het zadel, maar pijn gaat het niet doen. Het is licht gevoelig, maar meer niet.

‘s Avonds zijn we voor de funtriatlon in Amersfoort. Vincent doet mee en geniet met volle teugen, terwijl wij mogen supporten!

4 juli: Slapen blijft lastig met een mauwende/kotsende kat, laat naar bed, vroeg weer wakker door het licht en wat zenuwen die zich roeren. Vandaag is de zwelling ook weg, er zit wel een wond, maar die is dicht.

Ik ga samen met RW buiten zwemmen in het Weerwater. Rustig aan! Kijken hoe het voelt en meer niet. Het voelt heerlijk. Gemakkelijk. Windstil. Kalm. Lekkere temperatuur. Rustig. Overzichtelijk. RW wacht aan de kant op haar dochter en vriendin. Ik ga in het vochtige trisuit zonder sokken (die zijn nat geworden toen ik ze probeerde aan te doen aan de waterkant ) gaan we hardlopen.

Nou ja, joggen. Heel rustig aan. Kletsen en kijken hoe het voelt. Ik voel me goed, hooguit voel ik de plekjes, maar niet pijnlijk. We hobbelen netjes 7:00 per kilometer. Steeds ietsje sneller. En dat 5 kilometer lang. Hoewel we nog lang niet klaar zijn met kletsen, hou ik het hierbij. Ik ga nog zalf smeren, spullen verzamelen, me mentaal voorbereiden en zo rustig mogelijk blijven. Ik eet me suf.

Ik denk dat ik er wel klaar voor ben. Nu nog starten én…. finishen!

ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-22 DISASTER strikes

Veel tekst, weinig foto’s en geloof me…. daar ben je blij om!

Eerlijk gezegd kan ik het niet anders zeggen dan dat het helemaal mis is gegaan deze week.
Sprak ik in de vorige mail al voorzichtig van een bultje op een (letterlijke) k*t-plek: ‘s nachts werd de bult pijnlijker en pijnlijker. Ik stapte op maandag in de auto en kon moeilijk zitten. Dit is mijn laatste werkweek, dus ik moet en wil eigenlijk graag naar Zeist. Maar nog liever wil ik dat de huisarts even naar het bultje kijkt. Misschien kan ze er nu nog iets aan doen!

Het is warm deze week en ik heb nog een paar fietstrainingen nodig. Er mag nog iets meer afstand op de tijdritfiets in mijn benen gaan zitten voor ik de 180 kilometer aan kan.

Op maandag 24 juni ga ik naar onze huisarts en zal ik ‘s middags doorrijden naar het werk. Onze dokter is een vriendelijke, begripvolle vrouw. Ik kan haar uitleggen wat de triatlon voor me betekent. Ze kijkt en geeft het bultje meteen een naam: een bartholinisch cyste. Een kliertje wat verstopt zit. Niks gevaarlijks. Moet vanzelf helen. Komt van het fietsen. Het is geen abces. De huisarts gaat het niet opensnijden, dat heeft geen zin. De cyste slinkt vanzelf of breekt open. Dan leg je er een gaasje op.

Dat is het goede nieuws. Ik hoor vooral slecht nieuws: (anke.badnews) fietsen voor deze week zit er zeer zeker niet meer in. En of dit binnen twee weken heelt is een hele grote vraag. Als het niet binnen twee weken weg is, kan ik de triatlon niet doen. Dat vind ik wel heel erg. We spreken af voor volgende week. De huisarts leeft met me mee en hoopt me niet terug te zien omdat het dan weg is.

Ik ben een vrouw met ballen. Letterlijk. Het is een kutprobleem. Ook letterlijk. Al die tijd heeft mijn lijf vrijwel nergens last van gehad: nauwelijks spierpijnen, geen greintje blessure, nog geen blaar. En nu

DIT

Al die tijd veroorzaakte mijn hoofd de meeste stress. Mijn lijf het slechtste moment uitgezocht om zich te roeren.

De werk(mid)dag duurt lang. Het is bloedheet buiten. En ik sport niet. Een dag rust na de training van gister is geen overbodige luxe. Dat ik moet afhaken vanwege pijn is nieuw en stemt me niet gelukkig.

Ik spreek met de trainer af zoveel mogelijk te gaan zwemmen. Mijn conditie hou ik wel vast. We moeten er het beste van hopen. Dat doe ik heus. Maar wel met veel pijn. Zitten doet pijn, gaan zitten doet pijn, autorijden doet pijn, lopen doet pijn en alles schuurt. Dinsdag is het ook bloedheet buiten. Ik werk en dat begint zinloos aan te voelen. Nu heb ik pijn op twee plekken: beneden aan mijn lijf en boven in mijn hoofd. Ik wil wel gaan zwemmen ‘s avonds, maar de hitte, het zinloze werk en de pijn maken me erg moe. Van nog een rustdag word ik niet slechter meer nu.

De laatste woensdagen had ik vrij genomen voor een lange fietstocht en de laatste trainingen. Het is er heerlijk weer voor. Maar ik kan niet. Ik hang op de bank. Dat is de beste houding voor mij. De enige houding die ik volhoud. De bult wordt alleen maar groter en pijnlijker. Ik twijfel me helemaal gek: ga ik naar de dokter morgen op mijn laatste werkdag? En als het dan toch opengesneden moet worden, mis ik de laatste werkdag dan? Dan mis ik alles opeens echt, ook de triatlon. De (vrouwelijke) huisarts is er niet op vrij- en woensdagen. Een andere arts?

“Ja”, zegt mijn vriendin; “Je gezondheid gaat voor!” “Wat jammer”; zegt mama “dat de triatlon dan niet doorgaat.” “Nee joh, starten” zegt de triatlonvriendin; “als het met een paracetamol kan, dan ga je op z’n minst zwemmen.”

Ik tape mijn bult in en ga vanavond kijken of ik kán zwemmen. Ik moet iets doen, anders word ik gek!

Het zwemmen lukt. Goed zelfs. Ik zwem veel met achtje, dan schuurt ‘t minder. Ik kom lekker mee en doe ook heel lekker mee. Achteraf sta ik te kletsen met HO. Ik wil als laatste de kleedkamer in, want ik heb een hele foute grote onderbroek! HO vertelt me dat zij dat ook heeft gehad, maar ze heeft er geen pijn van gehad. Haar dokter herkende het niet en ze zouden het wegsnijden, maar toen sprong het open bij haar, zo vertelde ze. En dat was precies ook bij mij gebeurt! Smerig. Heel vies. Ik had natuurlijk weinig bij me. Ik wilde snel naar huis, maar het was warm en broeierig. Ik zat op de handdoek en toiletpapiertjes. Thuis spoelde ik het af en deed wat ik de hele ochtend had gedaan: hangen op de bank.

Ik was blij: het zou over gaan! Dat was een vergissing. Er bleef troep uit de wond komen en het schuren werd zo mogelijk nog erger. Zitten en gaan zitten werd nog veel pijnlijker. De donderdag was een drukke dag: de laatste dag bij Civity in Zeist. Ik hoefde geen feestje, ik voel me niet feestelijk, niet op mijn best. Ik leef op ibuprofens. Gaasjes verversen en inlegkruisjes wisselen doen zoveel pijn dat ik op de WC mijn tranen verbijt. Op mijn afscheidsfeestje red ik het prima. De pijn op de terugweg in de auto is minder, maar zodra ik uitstap schuurt er weer iets en weet ik dat ik vanavond ook alleen maar kan blijven zitten op de bank.

De nacht van donderdag of vrijdag slaap ik bijna niet. Elke beweging, elke houding doet ontzettend veel pijn. Er zit nog steeds een bultje en daar is een wond bij gekomen. Vrijdag raadt iemand me een hele fijne zalf aan, of Sudocreme er op smeren. Ik doe het meteen en dat doet onwijs veel pijn. De huid is op meerdere plaatsen helemaal stuk. Toch heb ik een paar belangrijke afspraken en ik voel dat de zalf intrekt en helpt. Opstaan blijft pijnlijk. De huisarts mag maandag beslissen of het een beetje verantwoord is om te starten. Ik mag zelf beslissen welk beetje genoeg is.

Vincent heeft een wedstrijd in Zeewolde. Hij is geweldig bezig: zwemt als een prof, fietst als een malle en rent rechtop en trots. Hoewel hij derde wordt, is hij terecht heel blij en we zijn apetrots. De zalf werkt gelukkig goed, zolang het gaasje er op zit.

Zaterdag is weer een slechte dag: het is weer erg warm. Ik voel me op de reservebank zitten. Moet ik uitkijken naar de wedstrijd? Alles voorbereiden? Of niet? Blaas ik het -nu alvast- zelf af dat ik weet waar ik aan toe ben? Ik mis mijn uitlaatklep sporten. Eigenlijk wilde ik een stukje hardlopen, maar dat lukt nog niet. De zalf doet z’n werk, maar niet zo snel. Ik heb nu in elk geval geen ibuprofens meer nodig. Ik kom in de snoepwinkel van de triatlon in Hilversum: TriPro. De eigenaar doet ook mee volgende week en baalt van de lage temperaturen en voorspelde drizzle. Ik wou dat ik er blij mee kon zijn, dat ik me er op kon verheugen. Ik weet niet of ik de gels voor niks koop. Ik weet niets zeker. De vriendelijke man herkent mijn probleem en zegt dat ik een triatlonzadel moet hebben, om de druk te verdelen. Nu voel ik me naast bezeerd en onzeker ook nog dom. Dat ik niet het juiste materiaal heb. Ik heb er alles voor over om de komende week een bruikbaar zadel aan te schaffen als dat helpt. Aan de andere kant: bij ‘geen werk meer’, hoort ook ‘geen inkomen meer’.

Ik ga kijken of zwemmen lukt met de zalf en wilskracht.

Een hele speciale zwemtraining. Als ik al niet moest huilen van een beetje pijn of door gebroken dromen, dan wel omdat dit 3 jaar na de eerste zwemtraining bij TVA vertegenwoordigt. Het pierenbad ging ik vandaag in om te kijken hoe de wond en de pleister reageren. Toen vond ik het pierenbad diep. Ik kwam nauwelijks aan de overkant van het grote bad toen. Nu zwem ik baantje na baantje na baantje. Ik zwem 500m achter elkaar met achtje. En aan het einde ook nog 500m zonder achtje. Nooit, nooit, nooit had ik drie jaar geleden gedacht aan dit: aan deze droom, dat ik volgende week 4 kilometer buiten zwem.

Het uur bewegen doet me goed. De wond wordt beter -daar ga ik van uit- en ik ga zorgen dat ik goed kan zitten op de fiets. We gaan ‘s avonds ook een stuk wandelen. Met 1 pleister en tape lukt dat alweer en daar ben ik zo blij om dat ik alle rotvliegen negeer! De tape schuurt het meest. Het lijkt een eeuw geleden dat ik op zondag nog een lange training voor de boeg had. Het lijkt een maand geleden dat ik op mijn tijdritfietsje zat. Ik denk dat ik niet meer weet hoe ik moet hardlopen. Ik heb tijd te over en verveel me zo dat ik ga kleuren. Om rust te vinden. Een paar machines was per week: is dat in normale huishoudens zonder sport zo?! Ik zou graag mijn dagen indelen rondom een loopje, tochtje en zwemtrainingen als rustpunten zien.

hardlopend foto’s maken levert geen scherpte op, maar het maakt hem niet minder stoer!

Op zondag gaat het al beter. De wond is een beetje dicht. Ik slaap weer een keer redelijk goed, het is niet meer zo heet en ik heb wat meer energie. De pijn die ik een week lang toch behoorlijk heb gehad, trekt weg. Ik heb weer hoop, ik maak weer (voeding)plannen, ik koop eiwitshakes en ik begin met de uitstelpil. Ik kan strijken, lopen zonder gaasje en zit in een warm badje. ‘s Avonds ga ik proberen om hard te lopen. Een beetje hard dan 😉 Vincent gaat mee om zijn trisuit te proberen. Wat ziet ie er stoer uit!

De hardloopbroek zit me verrassend goed, zo lekker strak. Ik heb een gaasje vastgeplakt. De tape zit me dwars en zit duidelijk niet lekker. Het is ook gevoelige huid daaronder! Het hardlopen ben ik nog niet verleerd. Het tempo zijn navenant de hartslag en de warmte, niet erg hoog en niet erg gemakkelijk. Vincent tettert maar door, gezellig en gelukkig! Het ergste is dat het hele gebiedje ‘daar beneden’ beurs voelt. Ik realiseer me dat het enorme knauw heeft gehad. Mijn stuitje en de binnenkant van de dijbenen zijn echt gevoelig. Ik heb ook gevoelige spieren in mijn benen omdat ik de afgelopen week de spieren gespannen heb en ze iets anders zijn gebruikt dan normaal. Nu is de grootste ellende klaar, dat voel ik, maar ik vertrouw het nog niet helemaal. Aan een fiets moet ik nog niet dénken! Maar het gevoel van vrijheid, het geluid van vogels (tussen Vincent door) en het gevoel van onverharde paden vermengt zich met zweet, een schrale huid en dat maakt me gelukkig en sterker en tevredener dan ik was.

Kan ik deze week achter me laten?

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-21

Dinsdag 11 juni
Deze week heb ik maar weinig foto’s. Op maandag had ik een rustdag. Mijn stressmetertje liep op het werk vanzelf wel weer vol. Vandaag was ze ook al weer vol, maar ik ging lekker uitlopen met KH. Rondje om het Weerwater. Blijkletsen over hoe dat met mijn voeding moet. Ik hoefde een half uurtje, maar zij moest een uur, dus we namen een ommetje. Het ging prima, maar het voelde wel wat zwaar.

Woensdag 12 juni

Alleen maar zwemmen. Het zwemmen gaat erg veel beter, nu ik mijn hele lijf gebruik, de doorsteek dichterbij haal en ik langere slagen maak. Ik adem aan twee kanten. Samen met MB zwemmen we om de beurten vooraan.

Donderdag 13 juni

De wekker stond om 6 uur. Geloof het of niet, maar op deze dag doe ik twee trainingen! Eén heel vroeg en één laat op de dag. Tussendoor mag ik werken en proberen de laatste taak voor elkaar te krijgen. Maar eerst energie verzamelen in alle vroegte. Nuchter. Dus zonder ontbijt. Om kwart over 6 begin ik met hardlopen. Nouja, joggen. Snel hoeft niet en mag niet. Lopen op vet. Dat voelt stroperig en zwaar. Ik had niet zozeer trek als wel dat het totaal onsoepel aanvoelde. Wel genoot ik! Dat ik dit kan en doe en dat ik de vogels en de kikkers hoor en de zon zie. Het is stil. Ik loop lekker langs de plassen, heen en weer terug. Ik heb niet veel tijd, maar voel alle tijd die ik heb, ik beleef het intens. Natuurlijk ben ik daar alleen als mens. Om kwart over 7 ben ik thuis en ga ik snel onder de douche.


Als de taak op het werk volbracht is, kan ik ‘s avonds nog een keer de hardloopschoenen aantrekken. Als Vincent op de baan traint, loop ik langs de Vaart. Heen aan de rechterkant tot de witte brug bij de Kemphaan en daar steek ik over. Het gaat gemakkelijker en sneller dan vanmorgen! Ik hou me in, maar de hartslag is toch iets hoger. De lucht ziet er mooi, maar enigszins dreigend uit. En dat blijkt om tien voor 8: de douche wordt buiten aangezet! Ik loop door, want ik moet Vincent ophalen en regen deert me niet zo.

Vrijdag 14 juni

Vandaag wilde ik naar Utrecht fietsen, maar dan moet ik me aan allemaal tijden en afspraken houden en dat zint me niet. Ik ga dus eerst alleen fietsen en rij dan wel richting Utrecht. Dat is beter te controleren. Ik ga alleen. Muziekje op, tijdritfietsje mee en richting het pontje over de Eem. Het is lekker weer: bewolkt en niet te warm. Eerst wind tegen, later zal ik wind mee krijgen. Het fietspad richting de Arkermeederbrug ligt er prima bij en ik kan ook tegen de wind al een lekkere snelheid maken. Als ik de brug over ga, vallen de donkere wolken me al op, maar regen was niet voorspeld! Helaas heeft het weer zo zijn eigen grillen en komt het (weer) met bakken uit de hemel. Ik word niet alleen bekogeld met druppels, maar ook met vliegjes! En de zwarte wolken vliegjes blijven door de regen extra goed plakken. Ik voel me ontzettend smerig. Het tempo is gelukkig super omdat ik wind mee heb! Voorbij de Eemhof zijn de regendruppels en vliegjes verdwenen. Ik besluit dat ik nog best iets langer van het tempo mag genieten en steek pas voorbij de Kemphaan terug. Ik maak nog en ommetje aan de andere kant van de vaart om op 80 kilometer uit te komen in 3 uur. Ik wil douchen en me weer schoon voelen!
Als ik klaar ben in Utrecht en de sportpsycholoog me heeft verteld hoe ik met de duiveltjes voor de wedstrijd om moet gaan (feitelijk moet ik ze negeren!), laat Manuel weten dat hij nog een stukje gaat fietsen. Ik ga graag mee. Niet zo snel meer, maar fietsen lukt me best. Denk ik. Eerlijk gezegd moet ik daar tijdens de rit een beetje op terugkomen. Ik heb niet zoveel gegeten tussen het halen van afspraken door en dat voel ik. Het wil niet zo. De wind werkt me voornamelijk tegen. Ik ben ook niet zo spraakzaam als anders. Mijn tijdritfiets is vanmorgen ook vies geworden en rammelt: dat irriteert me. Ik eet een gel en die helpt me er wel doorheen. Maar 40 kilometer hoeven niet van me, na 38 ben ik thuis en er klaar mee.

Zaterdag 15 juni

Heel rustig de benen loslopen. Dat is nou net wat ik moeilijk vind! Wat is nou heel rustig… Dat is sloom met de handrem erop. Geen ge-hol aan. Ik moet nog wat boodschapjes doen en ga dat maar combineren. Ik hobbel naar het centrum van Almere Buiten. Koop gelsnoepjes en ik hobbel weer terug naar huis. De rest van de middag zitten we lekker op een verjaardag.

Zondag 16 juni: De OD van Zandvoort krijgt een eigen blogje!

Zie: OD Zandvoort

Maandag 17 juni

Ik wil meer buiten zwemmen! Vanavond gaat RW mee, de dochter van Joyce. Zij is een hele sterke zwemster, technisch gezien en ik heb de conditie. Ze heeft nog weinig buitenwater-ervaring, maar we hebben allebei al in de zee gezwommen: zij om Ibiza, ik bij Zandvoort. We gaan naar het Weerwater en zullen wel eens zien! Mijn pak vertoont wat kleine beschadigingen en die baren me wat zorgen. Het pak moet nog een paar weken heel blijven! RW en ik blijven bij elkaar en ik heb een fijne slag te pakken. Gestaag en lekker in mijn ademhaling. Als ik dit vergelijk met een jaar geleden ben ik ENORM vooruit gegaan. We zwemmen van boei naar boei en kletsen onderweg. Het is niet warm, maar ik ga echt lekker. De weg terug met wat golven tegen is nog iets meer mijn ding. We zwemmen een stukje extra om de 2000m te halen. Mooi begin van nog een heftige trainingsweek!

Dinsdag 18 juni

Al snel wordt de fijne trainingsweek rommelig. Ik heb moeite om alles met Vincents trainingen te combineren. Ik haal hem over om vanavond mee te gaan fietsen in plaats van hardlopen. Het is lang licht en warm. Kalm, gestaag en zonder haast fietsen we een rondje om de Noorderplassen heen. Wind mee op de dijk en lekker kletsen. Het is bijna saai, zo gewoontjes als het is.

Woensdag 19 juni.

Nog 1 grote training. Lang en zwaar wordt het vandaag. Ik heb het uitgekiend: ik heb vrij en om 2 uur verwacht het weerbericht de zware buien pas. MBB gaat een stukje meefietsen, ik ga rondjes lopen van 45 minuten en een kwartier fietsen daarna. En dat dan 4 keer. Ik begin alleen na een bord pap met een rondje langs de plassen. Ik neem een ommetje door het Kotterbos en hou het tempo en de hartslag laag. Ik geniet er van,

maar MBB appt me dat er veel regen aan zal komen. Ik zie de donkere lucht ook al, maar heb nog een paar uur de tijd. Zij zal niet meefietsen als het regent. Bij elke stap die ik doe, eigen er honderd vlindertjes op. Het lijkt wel een sprookje! Het is echt prachtig en ik moet lachen om al die breekbare vleugeltjes. Ik voel een paar druppels en besluit alleen de rondjes te gaan doen. Zonder MBB. Gewoon 4 keer 7 kilometer hetzelfde rondje en het omgekeerde rondje op de fiets. Lekker overzichtelijk! Tijdens het fietsen druppelt het. Als het hierbij blijft, kan ik het fietsen nog skippen en thuis bij-eten voor ik aan de volgende loopronde begin. Ik hoop er toch zeker 3 te halen! Na 4 km lopen neem ik een gel en op de fiets een Twix. Ik begin aan de tweede ronde en de lucht wordt donkerder. In de verte hoor ik het gedonder aankomen. Ik baal er van. Met onweer ga ik niet verder! Regen kan me wat, maar dat is met al dat gewisseld ook al lastig. De bliksem komt dichterbij, maar ik kan nog gemakkelijk tot 12 tellen. Er vallen al druppels, maar dat vind ik niet erg. Ik hoop het spoor te halen. Daar voel ik me veiliger.

De waarheid haalt me in: ineens dondert en bliksemt het tegelijk en voor mijn gevoel naast me! Ik sta midden tussen de plassen!! Al mijn haartjes staan overeind en zone 1 is ineens ver weg. Ik vind het maar wat akelig! Ik loop naar het fietspad. Bij het spoor regent het flink door en om mij heen rommelt het. Ik loop naar huis en zal de training afbreken. Balen, maar het zal wel moeten. Ik loop zoveel mogelijk tussen de wijken door terwijl het flitst en dondert om me heen. Ik ben blij als ik thuis ben! Als ik onder de overkapping zit uit te druppen en uit te hijgen, knalt het zo hard dat alle glazen er van trillen. Ik ben blij dat ik niet buiten ben! En tegelijk baal ik dat ik de training niet heb kunnen afmaken. In de loop van de middag verdwijnt het slechte weer, maar ik kan de training niet oppakken. Ik hoop dat er van het weekend iemand meegaat. Er blijft een beetje een kribbig gevoel over, want nu moet ik de training er een andere keer tussen proppen en dat bevalt me niets.

We gaan nog wel naar het zwembad. Samen met MB zwem ik moeiteloos vooraan. Met achtje, maar ook zonder achtje. Ik let een beetje op de techniek en hoor nog steeds de aanwijzingen: insteken-ringetje-ver vooruit-onder het lichaam doorhalen en 1 op drie of vier ademen. De zwemcursus was echt goed besteed!

Donderdag 20 juni

Vincent kon met iemand meerijden naar de baantraining, dus ik kon volgens schema op de fiets stappen. Muziekje erbij. Tijdritfiets wordt mijn vriend. Groot rondje Oostvaardersplassen. Een mindere ervaring: het TVAtrisuit zit niet lekker. Onderaan zeg maar. Het zit niet lekker op het zadel, hoe ik ook hobbel en schuif. Dat maak ik voor het eerst mee! Voor de rest trap ik heerlijk door. Andere fietsers zie ik nauwelijks. Ik blijf langs de Vaart trappen, want eigenlijk wil ik de 60 kilometer wel halen. Ik twijfel of ik ook nog langs het Wilgenbos ga, maar zie er van af. Ik heb het tegen half tien wel gehad met fietsen.

Vrijdag 21 juni

Ik verzet een afspraak om te kunnen gaan sporten. Om kwart voor 9 spring ik samen met KH in het Gooimeer. Ik wilde golfjes. Die kreeg ik. Niet heel erg, maar we begonnen met wind tegen. Ik hoefde niet zo hard, gewoon lang. In het begin vond ik het lastig, ik weet niet waarom. We gingen langs boeitjes zwemmen. En toen verder. KH zwemt (een stuk) harder dan ik, maar ze moest er even inkomen. Door naar de eerste flat. We moesten uitwijken voor een bootje. Dat vond ik zo stoer, dat er een bootje LANGS vaart. Toen begonnen de plantjes. Hele bossen. Tot vlak onder de oppervlakte. Dat maakte het zwemmen zo ongemakkelijk! Ik vind het niet eng of zo, maar lastig. En het was echt veel. Ergens vind ik die plantestaakjes wel spannend: je ziet niet wat er tussen zit en ik denk niet aan vissen, maar aan zeemeerminnenkastelen. Maar voor de slagen liggen ze toch in de weg! KH was ver voor me uit. Ze had me haar plan gegeven: we zwemmen 40 minuten heen en 38 minuten terug. Het duurde een tijdje voor ik had uitgeteld dat mijn 75 minuten dan net te kort zijn! En het duurde ook even voor ik haar dat kon vertellen, terwijl zij (op een open plek) lag te dobberen tot ik er ook was. We gingen terug zwemmen. Wind mee en dat merk je toch. Ik zou het verst ooit gaan zwemmen. Niet dat ik al aan de 4 kilometer zit, maar toch… Ik ging liggen mijmeren en bleef gewoon slagen maken. Veel anders doe je toch niet. Beetje de goede richting op en dóór! KH wachtte me weer ergens op. Toen was het terug naar de boeitjes, die stiekem skippyballen waren met een gezichtje erop en terug naar het strandje. De planten waren weer weg en het werd een stuk simpeler, alhoewel vermoeidheid nu ook mee ging spelen. Ik voelde aan mijn trillende horloge dat ik 3000m had gezwommen. Wow. Ik heb anderhalf uur in het water gelegen. Uiteindelijk werden het 3200m. Dat geeft een goed gevoel!

Toen kleden we ons langzaam om. Het was kouder dan ik had gedacht. Ik zag een beetje op tegen het zadel met mijn zadelpijn. En alles was nat… Het was bewolkt. We gingen richting de Hollandse Brug en er vielen zelfs wat druppels! De zadelpijn viel mee. Vanwege de druppels en de wolken richting Amsterdam, bedachten we het rondje Oostvaardersplassen te doen. lekker wind mee op de dijk. We gingen aan het kletsen, roddelen, vertellen, praten en de kilometers gingen goed. Zeker op de dijk. Het is raar als je na 25 kilometer naar huis zou kunnen. Op de Knardijk trok ik het karretje. Wind van opzij. Ik haalde de 27 en hoorde dat het voor KH net iets te langzaam was. We gingen langs de Vaart door het bos, dan valt wind tegen mee. Toen we op de lange vogelweg kwamen na de Praambult, mocht KH voorop. Zij is enorm sterk. Wat een onwijze power!! Ik hoefde er alleen maar achter te blijven hangen en zone 1 was even zoek!

Zij houdt ‘m -wind-tegen- dus voortdurend boven de dertig. Zo knap. Ik genoot er van en hield het bij. Tot de viaducten. Dan heeft zij nog power over om boven te komen en ik niet. Ze ziet er niet uit als een superslanke triatleet, maar ondertussen zit in KH meer power dan in menig eredivisie poppetje. We reden door Nobelhorst. Ik moest een beetje bijkomen. Dan langs de Kemphaan. KH zou me na 1 ronde verlaten, want zij moest ‘s middags nog van alles doen. Ik zou doorgaan tot thuis en dan later de auto ophalen. Maar we hadden er pas 65 kilometer op zitten, dus dan is 25km eigenlijk niet genoeg. Ik ging proberen alleen het tempo ook zo hoog te houden, maar het lukte me niet zo goed! Ik hield wel 27/28 aan en dat is voor mij nog altijd oké. De wind was wat gedraaid en aangetrokken, zodat ik ‘m iets langer tegen had. Ik wilde én de honderd halen én moest 4 uur volmaken. Dus nu erg het nog gekker: Ik nam onze eigen afslag en bedacht dat het vanuit huis ongeveer 10 kilometer was terug naar Haven. Dan zijn de honderd kilometer (zeker) vol en kan ik zelf de auto thuisbrengen. Het is helemaal raar om op nog geen 2 km van huis langs te rijden. Ik nam de route naar de vogelweg. In mijn eentje hield ik ‘maar’ 27km aan. In mijn uppie was Nobelhorst nog saaier. Ik vond het een stuk verder allemaal toen ik alleen was. Het tempo hield ik wel aardig hoog en ik zat weer keurig in zone 2. Ik heb denk ik net iets te weinig gedronken. De honderd kilometer haalde ik met gemak! Als ik in 4 uur de 110 zou halen, zo telde ik (in een kilometer of drie) uit dat ik dan gemiddeld 27,5 had gefietst. Dat is hard voor mijn doen. Ik rekende buiten de wind tegen op de dijk richting Almere. Die gaf nu echt wel zichtbare golfjes. Ik moest dus nog aanpoten om het tempo hoog te houden en in zone 2. Na honderentien kilometer in 4 uur was ik ook klaar. Ik was er vermoeid van. Niet verbrand, dankzij het t-shirtje met korte mouwtjes. Het was echt heerlijk weer geweest!

22 juni

Mijn stuitje doet een beetje zeer, ik ben een beetje moe. Vandaag alleen maar een uur zwemmen. En dan bedoel ik: een uur onafgebroken zwemmen. Ik deelde een baantje met een snelle meid: zij de ene kant, ik de andere. Een zwembad heeft geen plantjes, maar schoon is het ook absoluut niet. Baan na baan na baan met achtje doorploegen. Tot ik me realiseerde dat ik nog geen drie jaar geleden voor het eerst ging zwemmen. Dat voelde onmogelijk raar. Hier sta ik dan: klaar voor het destijds ondenkbare. Slag na slag na slag na slag. Ik begon met niks: nog geen 25 meter. Zoveel kan er in een paar jaar tijd veranderen: baan en zwemmen. …. En door: letten op de ademhaling, de slag, de rand. Ik zwom 57 minuten onafgebroken door en haalde 2650 meter: destijds ondenkbaar.

23 juni

De training van woensdag moest nog worden afgemaakt…. Maar vandaag wordt het bloedheet. Dus het moet vroeg. Om 6 uur ben ik al wakker en ik bedenk me dat ik niet met Vincent het rondje om de Oostvaardersplassen moet gaan doen. Uren op de dijk in de volle zon is zinloos en onverstandig. Ik ga 4 keer proberen het 7 kilometer rondje te doen langs de plas. Kan ik tussendoor thuis bijdrinken en ook hetzelfde rondje in een kwartier fietsen. Voor de verandering is er bij Vincent geen teleurstelling te bemerken 😉 Hij zal wel voor me klaarstaan, vanachter zijn schermpje. Om kwart voor 8 vertrek ik voor het eerste blokje zone 1 van drie kwartier. Het is nog rustig en nog niet heel heet. De vlinders zijn er weer en de dooie vissen die door een vogel zijn gedropt. Ik zie een paar mensen met hun hond, verder is de wereld op dit tijdstip op zondagmorgen van mij! Ik ga niet hard, hou het niet eens onder de 7 minuten. Maar de hartslag blijft wel laag en dat vind ik het belangrijkste vandaag. Op 4km netjes een gel.

Ik moet naar de WC en sommeer Vincent tijdig naar beneden om dit trisuit open te maken. Dan ga ik fietsen op de racefiets. Hetzelfde rondje, maar dan over de fietspaden. Een uitwaaien. En driekwart bidon sportdrank leegdrinken. Tsjakka. Door voor de tweede ronde. Nog steeds die akelige zone 1 die me de hele tijd terugpiept. Te hard ga ik niet, maar ik druppel wel leeg. Het wordt al warmer. Nauwelijks nog drukker, want het is pas 9 uur. Fatsoenlijke mensen liggen nog lekker in bed te zweten! Ik zweet tussen de eendjes, vlindertjes en vliegjes. Ik kom nu ook een paar andere hardlopers tegen. De meeste zijn mij wat te snel af. Ik loop de ronde nu in tegengestelde richting. Dat bevalt me beter, want de zon schijnt op mijn rug nu.

Ik begin sommen te bedenken om me af te leiden. Daardoor merk ik pas bij 4,5 km op dat ik de gel moet nemen. Een welkome afwisseling. Op het onverharde pad tussen het Oostvaarderscentrum en de bult is het al benauwend heet. Nog een rondje om het huis en iedereen is wakker in huize De Boer. Ik ga fietsen en drinken. Ik ben bang dat ik mijn sleutels ben verloren, maar ik heb ze thuis laten liggen gelukkig. Vincent bereidt nieuwe sportdrank en helpt me met insmeren voor de tweede keer. Nog een rondje. Het wordt wel zwaarder en de temperatuur is van 16 naar 21 graden gestegen. Ik mag nu in zone 2 lopen. Dat is iets minder gepiep en voelt minder lastig. Na het fietsen kom ik prima aan het lopen en de eerste kilometers vallen wel mee. Pas tussen de 3 en 5 kilometer wordt het lastig en zwaarder. Ik bedenk sommen zoals 38×14, maar voor ik het antwoord heb bedacht, ben ik de som vergeten! Het is een mooie afleiding voor het zweet wat in mijn ogen loopt en de hitte die harder loopt dan mijn tempo. Het tempo blijft ook in zone 2 achter, maar dat vind ik niet erg. Ik bedenk elke keer dat ik de marathon met 7:30 per kilometer ook haal. En dit is een training: nu moest ik nog maar niet stuk gaan. Dat is een mooie som: 42 keer 7,5…

Ik kijk er moeilijk bij! 🙂

Ik bedenk me dat voor het laatste rondje het verantwoord is als Vincent meefietst. Voor als ik de hitte niet meer trek. Ik sommeer hem als ik thuiskom en dan fiets ik nog een stukje. Het fietsstukje is elke keer hetzelfde. Lekker verkoelend, walgelijk rustig en veel drinken. Ik heb vooral de sportdrank nodig. Ik ga nog een keer plassen en dan gaat Vincent mee. Ik ben niet meer spraakzaam. Het rondje tegen de richting in weer. Zone 2. De eerste kilometers gaan hard in 6:30…. Duhhh: voor vandaag dan. We hebben weer een som! Vincent kijkt ‘m op de telefoon na.

Na 3 kilometer komt het onverharde, onbeschaduwde stuk. Ik weet dat het tempo onderuit zal gaan en ja hoor: weer boven de 7 minuten. De som is 22×68 en ik heb er grote moeite mee. Vincent geeft me water aan. Ik hobbel door. Na 4 kilometer wordt het erg zwaar. Dan moet ik het bloedhete pad nog over. Vincent mag er niet fietsen van een tuthola, gelukkig trekt hij zich er niks van aan en ik gooi water over me heen. Het verkoelt nog een beetje.

Ik probeer maar te rekenen. Het tempo gaat hard onderuit: dit gaat om volhouden. Ik ben de 25 kilometer gepasseerd. We komen JL tegen, die roept ons vrolijk toe: zij is net weg duidelijk! Dan de brug nog een keer op en we zien AD, die vooral Vincent vrolijk groet. Vincent vindt het moeilijk en wil het liefst papa bellen dat mama ‘in zichzelf praat’. Maar mama rekent. Op de brug gok ik dat de uitkomst tussen de 1475 en 1490 ligt, maar als Vincent zegt dat ik in de buurt zit, weet ik dat het 1496 is. Ik ga door het park. Ik heb nu alle keren hetzelfde rondje gerend: dat stukje onverhard kan er ook nog wel bij. Als ik terugdenk, is 75% van mijn rondje onverhard. Komt het tempo niet ten goede. In het park gaat het de verkeerde kant op: zone 2 wordt nu zone 3 en ik voel dat het heel erg zwaar wordt. Vincent moedigt me aan. Ik moet en zal het halen! Thuis wacht een koude douche en melk! Ik ga nog even uitfietsen en de melk pept me aardig op. Mijn schaamstreek doet nog steeds een beetje pijn, maar op de racefiets merk ik het minder.

De zwarte stipjes zijn plakkende vliegjes

Ik fiets iets harder, want hierna gaat Vincent nog lopen in de hitte en mag ik meefietsen. Dat bevalt mij een stuk beter, haha! Het ventje loopt snoeihard: boven de 13 kilometer per uur. Ik moedig hem aan, irriteer hem en film hem zelfs. Het is maar een klein stukje, ik heb 25km meer gelopen. Maar niet in de buurt van zijn tempo, nog geen 10 seconden! Om kwart voor 1 ben ik klaar met de opdracht. In de douche ontdek ik een bult in mijn schaamstreek, waarvan ik niet hoop dat die ernstig is.

Ik heb deze week (met de wandeling erbij) 19 uur gesport. Dit was de topweek. Ik kan 3 kilometer zwemmen, ik kan meer dan honderd kilometer fietsen en ik kan lopen als het bloedheet is. De week deed me goed, nu nog hopen dat een paar externe factoren meewerken: minder warm weer op raceday please, de vrouwelijke cyclus mg meewerken (al kan ik die beïnvloeden) en dat nare bultje moet even (vanzelf) weg.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019 OD Zandvoort

Deze zondag staat in het teken van de triatlon in Zandvoort. Eerst zal Vincent starten, daarna ik. We zijn ruim op tijd en Vincent heeft de tijd om alles klaar te zetten in twee verschillende wisselzones. Je zwemt in de zee, dan haal je boven op de boulevard je fiets op en fiets je over het circuit. Daar laat je je fiets achter en doe je loopschoenen aan en dan over de boulevard lopen. Vincent doet de 380m zwemmen, 8km fietsen en 2,5 kilometer lopen. Het is wat rommelig, omdat er geen badmutsen zijn. Tijdens de zwemstart, blijkt dat de kinderen in de branding zouden moeten zwemmen, dus de route wordt 1 minuut voor de start nog aangepast. Het is wel wetsuit aan gelukkig! Vincent vindt de zee niks: zout, onrustig en hij kan zelfs stukjes dolfijnen. Ik loop met hem mee. Met al die verschillende plekken is het voor toeschouwers ook een heel gedoe. Ik moet flink doorlopen als Vincent eenmaal het water uit is. Ik zie Vincent voorbij fietsen en ben verbaasd dat hij al zo snel is! Op mijn slippertjes en in mijn jurk loop ik het circuit op naar de wisselzone. Ik ben ruim op tijd en hij wisselt prima! Dan haasten we ons naar de finish. Ik roep ‘m ruim op tijd toe te juichen! Komt ie zo mooi door dat hij in de aftermovie kan schitteren 🙂 Het is nog vier uur wachten voor ik ga starten en ik ben zomaar drie uur onderweg, dus we zorgen dat Vincent met iemand mee naar huis kan rijden.

Ik heb alle tijd om alles klaar te zetten. Fiets pakken, spullen verzamelen. Loopspullen bij de tweede wisselzone op het parcours leggen. Elke keer als er ‘bedreigende’ gedachten op me af komen in de trant van kan-ik-dit-wel, durf-ik-dit-wel, val-ik-niet-van-mijn-fiets, zijn-er-golven-in-de-zee of dadelijk-verongeluk-ik-net-nu moet ik hardop tegen mezelf zeggen: “ga weg, dit heb ik niet nodig”. Ik kort het af tot: ‘nee, niet nodig’. En dan is de gedachte weer weg. Fiets klaarzetten en naar de zee kijken. Insmeren. Voeding op de goede plaatsen. Kletsen met deze en gene. En dan richting de start met het wetsuit op de arm. Het is een heel eind om 1,5 kilometer over het strand te lopen! Zouden-er-kwallen-zijn: NEE, niet nodig. Is-het-water-zo-vies-als-Vincent-zegt: neeeee, niet nodig. Halen-we-het-wel: niet nodig. Alhoewel dat laatste wel een probleem zou kunnen worden…. We zijn net op tijd: hup, wetsuit aan en een reep naar binnen die nog lekker is ook en dan kan ik er nog net even inspringen. Ik herinner mezelf er keer op keer aan dat dit en bucketding is, dat ik het geweldig vind in de zee te zwemmen. Ik start samen met MW en MW: dat stemt me altijd gerust. Ik ben de enige met een blauwe badmuts. En hup, we gaan al!

Niet vooraan, dat hoeft ik niet. En dan zwem ik in de zee! Lange slagen. Rustig ademen. Ik constateer al snel dat het niet koud is, niet vies is, niet ernstig golft. Het is geweldig. Elke slag is een overwinning! Ik zwem een stukje langs MW. Ik kijk in de verte, kan de bodem niet zien. En elke keer als er een vervelende gedacht opkomt, ga ik terug naar het idee dat dit een bucketlijst streepje is, dat ik lange slagen moet maken, dat ik aan de goede kant adem voor deze keer, dat ik ook 1 op 4 kan ademen. De voordelen zijn veel groter dan wat ik ook bedenken kan! Ik geniet er ontzettend van, dat ik zwemmend vooruit kom. Ik zwem op de boei af, maar voor ik daar ben, moeten we al terug richting het strand. He, jammer… Ik vond het echt een briljante ervaring! ik dolfijn de golven door. De anderhalve kilometer ging me veel te snel. Ik hobbel het strand op met een grijns van oor tot oor. Ik stroop mijn wetsuit al af en klim rustig omhoog. “Hup, hup” roept iemand, “Het is een wedstrijd, lopen!”. Voor mij is het al klaar eigenlijk; dit was zo cool en fantastisch! In e wisselzone sta ik te kletsen terwijl ik mijn fiets pak. Ik heb de racefiets bij me, in verband met de bochten ga ik toch niet liggen op de tijdritfiets. Hup, het circuit op. Straks rijd Max Verstappen hier, maar nu ik op mijn fiets! De grijns is nog lang niet weg en ik doe dit voor mij lol! Ik zwaai en straal. Ik heb in de zee gezwommen – IK, die water zo eng vind! En trappen maar… Ik ga lekker de bochten door, schakel de heuvel op en ga hard naar beneden. Ik zet de hartslag voor in plaats van de snelheid: het boeit me niet hoe hard ik ga. Op de finishlijn zwaai ik naar Rob en ik neem een snoepje. Elke keer neem ik een snoepje. Snoepjes op = weer naar binnen.

Ik rij met een paar mannen mee. Een beetje hetzelfde tempo. Het is druk op het circuit. Omhoog, omlaag en snelheid meenemen omhoog. Aan de andere kant van het circuit drinken. Bochten door, omhoog naar het midden en dan langs de wisselzone. Er komt even wat wind tegen. Het is zo druk dat ik wel moet stayeren. Dan weer naar boven naar de finishlijn en het volgende snoepje. Ik geniet met volle teugen.

Onderweg vraag ik een meneer of die mooie meid zijn dochter is zelfs! Ik neem de tijd, maak me niet druk en zit lekker in het moment. Na zes rondjes worden de snoepjes wel saai…

Ik drink ook genoeg. Het wordt rustiger op de baan en ik haal MW in. Ik haal wel meer mensen in, maar zelf wordt ik ook (letterlijk) voorbij gezoefd. Het verbaast me dat het zo rustig wordt, want ik fiets niet heel zacht ofzo.

Na 8 snoepjes vind ik het genoeg geweest. Ik ga wisselen en vergeet bijna mijn helm af te doen. Dan ga ik lopen. Gewoon rustig. Niks forceren. Het is best warm en ik moet heel blijven. Naar boven loop ik nog met iemand mee die sloft, maar die loopt net te langzaam. Ik doe wel mijn eigen ding. De boulevard op. Daar is het druk en vol met auto’s. Ik ben nog steeds blij. Elke keer als ik terugdenk aan de zee. Ik kijk naar de auto’s in de file die op ons lopertjes moeten wachten. Grin. Ik kijk naar de mensen die een dagje strand doen en ons voor de voeten lopen. Mijn tempo moet kalm blijven voelen. Ondertussen kruipt het van 5:50 naar 5:30, maar het gaat om het gevoel. Er staat een donkere vrijwilliger met prachtige witte tanden: hij is mijn held! Ik vind het bankje ook gaaf: de ideale plek om met Manuel naar het water te gaan kijken denk ik zo. Op 4 kilometer neem ik netjes de gel, vlak voor de post, zodat ik het ding kwijt kan. Ik kijk vooruit naar de flats: dan weet ik straks tot waar ik moet. Iets eerder als ik denk, zit het keerpunt. Bekertje water en een spons en weer terug naar de oversteekplek en langs het bankje. Ik blijf kalm voor het gevoel lopen. Ik krijg al door dat ik niet de eerste, maar zeker niet de laatste ben! MW loopt achter mij, ik kom haar tegen. De route loopt iets anders dan vorig jaar. Vlak voor me neemt een oudere meneer op de fiets het fietspad waar wij lopen, ik moet hem ontwijken en hij mij en daardoor valt hij. Gelukkig loopt de vrijwilliger er snel op af. Vincent had me voorbereid op een stukje onverhard en dat blijkt zelfs een parkeerplaats te zijn. Warm en benauwd. Ik ga nog een rondje doen. Het lijkt een stuk stiller intussen. Nog een keer langs de rotonde. Het helpt me dat ik nu weet tot welke flat ik moet lopen: die lijkt niet eens zo ver weg meer. Ik zie mensen keren op de wegen, terwijl ze daarna door hadden mogen rijden. Er komt ook een hele club motoren voorbij. Het heeft geen zin om iets te gaan tellen; het is niet nodig, ik loop gewoon lekker kalm aan en het gaat goed. Ik tel al uit dat het geen volle tien kilometer gaat worden. Zal ik dan nog een extra gel nemen? Oversteken, de mooie zwarte man groeten en een high 5 geven en bij de post vraag ik of ze me ook wil besproeien bij terugkomst. Ik ben net iets te snel, maar maak mezelf lachend nat met een spons. En weer langs de grote foto’s en meneer MW haal ik in. Dat vind ik lastig, maar mijn tempo ligt iets hoger. Ik ben alweer op de terugweg van dit mooie avontuur! Ik ben nog heel, ik ben niet kapot, ik geniet nog steeds na van het zwemmen in de zee. De vrijwilliger ziet me aan deze kant niet lopen helaas. Bij het oversteken bedank ik de vrijwilligers. Dan weer over het stenige stukje parking en daarna de poort door het circuit op. Ik zou het bijna jammer vinden dat het erop zit! Ik ren nog even over het circuit en kan met gemak nog iets versnellen ook.

Het is inderdaad geen tien kilometer geworden. Juichend en vooral jubelend kom ik over de finish. Ik ben helemaal hoteldebotel van blijdschap!

Ik spreek vrijwilligster EM aan en sta te springen van blijdschap dat ik het zo leuk vond. Het enige wat ik tegen Rob zeg: het was zo leuk, het was zo gaaf! Na mij komen MW en meneer MW binnen en ik maar springen!

We wachten nog op de prijsuitreiking, want MW is de enige in de categorie 50+. Maar ze komt niet aan de beurt, want ze heeft een ronde te weinig gefietst zal achteraf blijken. Helemaal blij gaan we naar huis. We eten nog iets bij de McDonalds in Amsterdam en het wordt best laat al met al. Ik vond het echt een hele erge leuke wedstrijd! Uitslag is niet zo boeiend, maar voor de volledigheid:

Ik was 7de van de 13 vrouwen, 6de van de 7 veertig-plusters, 109de finisher en ik heb nog altijd 69 mensen achter me gelaten. 2:31:58 heb ik er over gedaan. Allemaal niet zo interessant: ik ben heel gebleven en heb met volle teugen genoten!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-20

Maandag 3 juni
Ergens hoopte ik een lang stuk te gaan fietsen bij de training. Geen saaie rondjes asjeblieft. We fietsten erheen en daar hoorde ik dat we het rondje Gooimeer zouden gaan doen. Dat is een eindje! Maar met de hele groep ook wel een beetje een verschilletje qua tempo. Hoeft ik dus mooi niet vooraan en MB fietste mee, dus het was wel gezellig. Vincent zou op me wachten. Ik kletste lekker met MB en op de dijk gingen we versnellen. Ik ben daar niet zo sterk in. Dan niet dus. Ik doe mijn eigen best wel. Op de dijk voorbij Almere Haven moesten we elke keer een paar minuten 27, 32 en 35 ofzoiets. Ik kan geen 35 fietsen. Ook niet als ik achter M fiets. Ik probeer het heus, maar mij lukt dat niet. Toen had er iemand een lekke band. We wachten en ik appte dat Rob Vincent moest gaan halen.

Ik stond vooraan en ging vooraan samen met AR de brug op tegen de wind in. Niemand haalde ons in, dus we bleven vooraan rijden. En niet eens zo zacht dus (anders hadden ze wel ingehaald). Vind ik blijkbaar toch niet zo erg, want ik zie graag de weg voor me. Toen we bij de bocht waren vond ik het welletjes geweest en ik kende de weg niet meer zo goed, dus ik ging in de groep rijden. Nu ken ik de weg nog niet. We moesten nog een klimmetje doen bij het Huizerhooght. Niet mijn sterkste ding, maar ze hoefden ook niet op me te wachten. Naast de A1 gingen we heel hard rijden in de groep en gek genoeg kan ik dat dus uit het niets heel goed! Vind ik ook nog leuk ook! Lekker alert blijven en doortrappen. Ik kletste bij met RV. Toen langs de golfvelden en ik was een beetje vermoeid, dus ik nam een gel. We moesten de brug op zo hard mogelijk en ik vond het wel goed: dat is niet zo hard. Daarna gingen we het Spoorbaanpad op. Die kan ik blijven volgen tot thuis. Er haakten steeds meer mensen af. Ik reed achter de mannen. Tot ik alleen overbleef en na een rondje van ruim 60 kilometer op een maandagavond mijn fiets ook weer in de schuur kon zetten.

Dinsdag 4 juni. Het was warm en benauwd en ik werk gewoon nog door tot ik op moet houden. Eigenlijk hadden we naar de training gemoeten, maar er zat onweer in de lucht. Dan alleen maar zwemmen? Nee, ik bedacht dat ik meteen als ik thuis was, een rondje zou lopen. Het was heet. En zwaar. En warm. En zwaar. En ik zweette me suf. En ik moest zelf de zones tellen. 10 minuten die saaie zone 1. Dat was zwaar. 30 minuten zone 2. Onverhard. Ook zwaar. En de rest van de tijd zone 3. Had ik al gemeld dat ik het zwaar vond :p Maar wie weet wat voor weer het is in juli? Dus het was een goede training, maar … zwaar

woensdag 5 juni. Ik laat mijn laptop in Zeist. Die komt zo min mogelijk meer in huis. Ook al werk ik dan niet meer zo vaak thuis. Dan rij ik naar Zeist voor een ochtend en neem ik de hardloopspullen mee. Ik parkeerde al bellend met paps en mams voor Paleis Soestdijk. Beetje dwalen en onverhard lopen. Gewoon genieten. Ik liep door het Emmapark. Supermooi! De bomen zijn nu groen en het zijn hele tunnels. Het tempo was knudde, maar ik genoot wel.

Ik ging even langs de weg en toen weer het bos in. Zou ik om Paleis Soestdijk heen kunnen? Het was een beetje zoeken, bospaden, onverhard, best wel benauwd en vol met mooie hekken.

Dan ga ik er toch omheen! Ik stopte zo nu en dan. Uiteindelijk rende ik helemaal om het paleis heen en kwam ik verrassend genoeg bij de MTB kruising. ‘k Wist niet dat die daar zat! Toen terug naar de weg die ik ken en zo vaak rij. Daar loop ik dan weer naar de parkeerplaats. Het was nog niet heel gemakkelijk, maar na 8 kilometer was ik weer bij kasteel Soestdijk waar mijn auto stond.

‘s Middags gingen we zwemmen, Vincent en ik. Ieder in onze baan en groep. Hij bij de kinderen, ik in baan 2. Vooraan. Het gaat erg lekker met zwemmen tegenwoordig. Aan het einde moesten we nog 400m zwemmen en dat aftellen vind het moeilijkste 🙂

donderdag 6 juni. Baantraining. Ik merk dat het werk me toch stressy maakt, maar ik ga weer op de baan lopen! Met 1 grote groep: dan lopen we voor de langzamere volwassenen met 6:00/5:50 wat stevig in, voor de snelle volwassenen wat sloom. Ik hou het bij. Op de baan moesten we tien keer 500: 400 op 5km-tempo/50 wandel/50 dribbel. Ik moet niet wandelen. Ik moet leren herstellen in de dribbel. Als ik straks de marathon moet lopen moet ik niet gaan wandelen, maar dribbelen. En ik weet dat ik morgen ook ga lopen en gister en eergisteren ook al, dus vandaag is 5km-tempo net zoveel als het 10km tempo, laat de rest maar!

2 Dames en 1 heer lopen voor me uit op respectabele afstand. Bij het wandelen haal ik ze net in, zodra zij gaan dribbelen, zijn ze me alweer voorbij. In de dribbel daalt mijn hartslag 18-20 slagen: herstellen kan ik! Na de derde keer meent de man commentaar op me te moeten hebben: “Wan-de-len: als je je eigen training doet, moet je zelf gaan lopen”, wijst hij mij terecht. Flikker op! “Dat is respectloos tegenover de trainers.” Ik laat hem lullen, want dat is wat lullen doen.

Ik doe mijn eigen ding: al raak ik de tel kwijt! Hij en 1 van de andere dames haken eerder af. Sneu. We moeten nog iets van 2 of 4 keer 200 hard en 100 wandel/dribbel. Ik doe het drie keer en mijn hartslag daalt precies evenveel. We lopen uit om de baan en ik loop de 11 kilometer vol. Nog een maand zo ongeveer tot de finish!

vrijdag 7 juni. Er moesten nieuwe achterbanden onder mijn auto. Het ideale moment om samen met Joyce een lange duurloop te gaan doen. We moesten hoog-hoognodig bijpraten. Ik had een route bedacht die mijns inziens 12/13 kilometer was. Om de Kemphaan heen naar het Museumbos. We hadden zoveel te bespreken! Over de kids, de mannen, inpakken, haar vakantie, mijn werk, roddels, stress, de nieuwe plannen! Onderweg moesten we even stoppen voor bellende/appende kinderen en weer door! We namen het museumbos in plaats van de berg. En dwaalden er rond. Verdwalen is een groot woord, we ‘ontdekten’! En zo kwamen we bij een kabouterpoortje.

Uiteindelijk kwamen we via de Dikste Populier weer bij de Berg. We gingen oversteken om weer terug te gaan over het 4-bruggenpad. Ik kletste Joyce nu een beetje de oren van het hoofd. De kilometers 12 en 13 gingen voorbij. Eerlijk gezegd… 14 en 15 ook! We waren weer bij de auto en de 16de zat er bijna op. Toen we die afmaakten deden we een sprong van schrik toen een vrachtauto een lekke band reed. Ik had weer verse achterbanden én een heerlijke ochtend gekregen!

‘s Middags na de lunch ging ik fietsen met Manuel. Eigenlijk was dat de warming up en cooling down rondom het lopen, maar dit wisselt lastig autobanden als je met de fiets komt. We gingen tegen de wind in, zodat we terug en op de Knardijk wind mee hadden. Ondanks de 10 engelse mijl van de ochtend, bleek ik vandaag toch fietsbenen te hebben! Ik vond het geen probleem Manuel tegen de wind in mee te sleuren. Leuk zelfs op de lange polderweg!

Op de Knardijk was het even rustig en toen reden we over de weg weer terug. Het viel een beetje tegen dat we niet echt-echt wind mee hadden, maar de paardenkudde maakte veel goed. Ook het vosje in het Kotterbos dat zich door ons liet bewonderen naast het fietspad, maakte de fietstocht waardevol.

zaterdag 7 juni. Soort van rustdag. Rustige dag. Gezien de stormwind, de regen en na 4 dagen lopen, geen verrassing of overbodig luxe, maar toch… Rust… Gelukkig wel zwemmen! In het kinderuurtje ga ik mijn eigen ding doen. Met de andere 2 baangebruikers overlegd hoor! 300m met achtje, 100 meter schoolslag. 300m zonder achtje, 100m schoolslag. Ik had wat last van buikkrampen. Je kunt niet overal om geven. 500m zonder achtje, 100m schoolslag. Geen getreuzel onderweg: blijven zwemmen. 30m zonder achtje, 100m schoolslag. Het went al. Ik hoefde het uur niet vol te maken. Mijn buik protesteerde. 300m met achtje, 100m schoolslag. Nu is de andere baangebruikster veel sneller met d’r Zoomers: een soort van korte flippertjes. Ze vind dat ze beter kan zwemmen dan ik vanwege die dingen. Ik heb ze 100m geprobeerd en ja: je kunt beter zwemmen, maar ja: zonder die dingen kan ik het ook prima! We maakten ‘s avonds een wandeling naar de Plus. Toen de storm was uitgewaaid. Even een frisse neus halen. Soort van rustdag toch?

zondag 8 juni. Om 7 uur staat de wekker. Om half 8 zit ik op de tijdritfiets. Ik ga naar SG die langs de Noorderplassen woont vanwaar we samen verder zullen fietsen. Ik ga 2,5 uur fietsen (65 kilometer graag), 2,5 uur lopen en een uur uitfietsen. Lekker monstertraininkje! Maar ik hoeft het niet alleen te doen! Eerst lekker bijpraten met SG. Ze doet een halve triatlon volgende week en ze gaat hartstikke lekker! We komen pas laat op de Oostvaardersdijk en zullen er iets van 25km op blijven fietsen. Van Duin tot Lelystad. Wind mee! We halen PV in en ze lift even mee bij ons. Voorbij ‘onze’ afslag halen we een knuppel zonder helm in die ons niet verstaat en hinderlijk meelift. Dan hangen ze in je wiel. Ik let niet op het tempo en ook maar niet op de hartslagzones: ik fiets gewoon. Het gaat prima! Op de Knardijk zijn we de knuppel kwijt. SG veroordeelt mijn manager en we fietsen naar de sluisjes.

Dan langs de Ooievaarsplas waar het fietspad wel een beetje dichtgroeit nu. Het is er wel erg mooi. ik zit al rond de 50 kilometer, maar of ik de 65 zo haal weet ik nog niet! We fietsen door het Kotterbos en ik fiets tot de witte hangbrug met SG mee. Dan ga ik naar huis en ik haal de 65 kilometer wel, maar net niet binnen de 2,5 uur. Op naar het volgende deel!

Twee en een half uur lopen: 5 keer 28 minuten (4 keer zone 2 en 1 keer zone 3) en 2 minuten rust (dribbelen dus, echt niet wandelen). Gelukkig gaat Manuel mee. Ik heb een trisuit aan. De temperatuur is prima. We gaan naar de dijk lopen en door het Kotterbos. Het tempo mag tussen de 6:00 en 6:30 liggen, maar we beginnen al sneller. Zo voelt het niet. Ik heb Vincent gecharterd om om half 12 met sportdrank bij het Oostvaarderscentrum te staan. We gaan echter wat te snel en zullen er veel eerder zijn. Dan nemen we het ommetje over het verbindingspad. We hebben alle energie om te kletsen en het is hartstikke gezellig. Het fijne van lopen met Manuel is dat we ook niet de hele tijd móéten praten. Op de dijk is het zonnig en benauwd: daar hou ik niet zo van. Dan langs de plassen weer terug. Na 9 kilometer voelt het aan alsof we pas 3 kilometer gelopen hebben! Ik neem braaf gels, maar kijk ook uit naar de WC. Dit is niet de beste dag voor een lange training. Menstruatie-gewijs. We zijn net voor het Oostvaarderscentrum over de 10 kilometer heen en ik roep de hele tijd dat de hartslag en het tempo omlaag moeten. Ik ga naar de WC, drink de halve bidon sportdrank leeg en we gaan weer verder. Op naar de halve marathon. Onverhard leveren we wel een beetje tempo in, maar de 6:30 is nog ver weg. Het Kotterbos in. We dribbelen netjes en Manuel houdt de kilometers bij. Mijn maandverbandje zit enorm in de weg en ik moet even de bosjes in om alles recht te trekken. Verloren zaak. Iemand op de fiets wenst een goedemorgen. Dat valt verkeerd bij me. Ik ben al uren onderweg, het wordt alsmaar drukker en het is nog maar ochtend! Hoe dan?! Lopen is gewoon vermoeiend en een belasting. Ik tel de kilometers al lang niet meer en neem nog maar een gel. De regelmaat is er wat uit. Gelukkig kan Manuel veel hebben. Ik mopper even en we gaan de brug over. Op de Trekweg doen we een belofte dat we ergens half juli een half uur gaan vissen. Bij gebrek aan vistuig, maken we er een half uur naar het water staren van. Om het draaglijk te maken, bedenken we dat we op de fiets naar een verre plek bij het water kunnen gaan. Een half uur stilzitten klinkt als een onwijze opgave: veel groter dan een halve marathon lopen.

De Trekweg is druk en vervelend. Worden wij ook vervelend van. En de hele tijd de zon die brandt. Manuel herinnert me er aan dat ik zonnebrand op had moeten doen. Intussen zitten er 18 kilometer op en dat het er 21 worden staat vast. Dat het zwaar is geworden ook. Manuel zegt me een gel te nemen en ik word er bijna agressief van. Gelukkig komt dat niet onverwacht en ik beloof dat we in de laatste dribbelpauze zullen wandelen en dat ik ‘m op zal eten. Doe ik ook. Het maandverbandje zit weer hopeloos. Ik ben weer ‘s blij dat het pakje rood is. Langzaam aan wordt duidelijk dat we de 21 kilometer over zullen gaan. Tot de witte brug! Ik loop de 21 kilometer in iets van 2 uur en 6 minuten. Dan is het op. Gek genoeg moet het dan opeens uit mijn tenen komen. We zijn bij de witte brug en dan mogen we dribbelen. Manuel schippert met het tempo tot aan het park, dus we houden de 6 minuten per kilometer aan. En daarna nemen we het fietspad ook nog op tempo. De Evenaar: dan mogen we langzamer. Elke keer ietsje verder dat we het tempo aanhouden. Uiteindelijk zijn we allebei op 23 kilometer en dan gaan we echt dribbelen. Het kan wel: het tempo terug naar 6:40! Ik hou het anders ook niet meer vol. Wat zone 3 mocht worden, is al zone 4. We nemen nog een ommetje, anders zouden we stoppen bij 24,7 ofzo. Er kan veel, maar dat toch niet…. Ik hoefde maar 2 uur en een kwartier, omdat ik ergens anders al een kwartier over had, maar we stevenen op de 2 en een half uur af. Toch wel. Ik heb het behoorlijk zwaar. De 25 kilometer haal ik net niet binnen de 2,5 uur. 2 uur 30 minuten en 30 seconden. Klaar! Klaar? Uitfietsen! Eerst chocomelk en cola drinken. En naar de WC.

Nu gaat Vincent mee. Ik ben er echt moe van. Gelukkig vertelt Vincent me van zijn computer. Hoe schattig! Ik wil rustig aan doen en heb moeite de snelste route te bedenken naar de Noorderplassen. Bij de plassen gaan we de route doen die Vincent morgen gaat fietsen bij de clubkampioenschappen. We doen de ronde twee keer. Ik kan intussen weer praten en fietsen is na al die stappen een ware verademing, maar ik voel me vermoeid. We fietsen ook het looprondje en dan gaan we terug naar huis. Vincent wijst de weg. Het tempo is een stuk lager dan vanmorgen, maar een uur maak ik vol!

Ik heb 6 uur gesport. Daar ben ik moe van. En ik ben verbrand! Op mijn schouders en in mijn snoet. Maar ik heb verder niks. Geen blessures, geen blaren, geen ongemakken. Al met al heb ik 18 uur gesport deze week. De wandeling telt mee. Maar ook zonder wandeling heb ik nog nooit zoveel gesport – nog nooit. Ik tel zelfs een keer mee bij de (ruim 300 leden tellende) triathlonvrienden club. Het wordt wel aardig serieus nu!
En ik twijfel al: als ik vandaag zoveel moeite heb met 66+24 kilometer fietsen en 25 kilometer lopen, hoe fiets en loop ik ongeveer het dubbele?

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-19

Maandag 27 mei. Ik ging vroeg werken, want er moet iets af. Volgens mijn baas moeten we daarvoor allemaal offers brengen en alles op alles zetten om het project te laten slagen. Ik voel dat niet precies zo, maar ik zal mijn best doen… En als ik vroeg begin, zo dacht ik, dan kan ik ook bijtijds stoppen voor de fietstraining. Helaas… Het project liep ook uit. Besprekingen, van gedachte wisselen met de collega’s: de fietstraining was al lang en breed begonnen toen ik arriveerde. Kon ik samen met Rob gaan wandelen. Hij bedacht een oplossing voor het werk, waar ik zelf niet opgekomen was. Ik had net zo lang doorgewerkt tot ik er bij neergevallen was. Stoppen kan ik de baas, de klanten en de collega’s niet aandoen. Opgeven is wel het laatste wat ik zou doen! Daarom ben ik een triatleet: je geeft alleen maar op als het echt niet meer kan. En qua werk is het zo erg toch nog niet…..

Dinsdag 28 mei. Vanwege de stakingen werk ik thuis. Stuur ik mensen aan. Bel ik met tevreden klanten. Ondertussen denk ik over de oplossing na en langzaam dringt tot me door dat er bij neervallen niet het beste op zal leveren. Dat het me mijn werk én mijn triatlon zal kosten. Ik werk hard door en neem een besluit. De beste oplossing is om ontslag aan te vragen, om per 1 juli te stoppen met werken bij het bedrijf waar ik ruim 3 jaar heb gezeten. Dan heb ik in juli vrij. Eerst voor het hoofddoel, dan even vakantie en ik hoeft me alleen nog maar bezig te houden met iets nieuws vinden. Door de mist die al een tijdje om me heen hangt, komt een straaltje licht. Ik wist niet dat de mist, de apathische vermoeidheid, het gebrek aan belangstelling zo dicht geworden was. Vincent geeft de doorslag: hij begint te juichen als ik zeg te willen stoppen op het werk. Ik ga naar de hardlooptraining en nu kan ik het gekwebbel weer aan en wil ik met de anderen meelopen voor ik in mijn uppie weer aan het twijfelen sla. Ik kan wel flink op tempo doorkachelen en ook nog praten. Het voelt nu al beter!

Na het hardlopen ga ik zwemmen. Ik moet toch het brilletje op sterkte testen! We zijn maar met zijn drietjes in de baan en ik zwem vooraan. Gaat prima, ook de stukken zonder achtje. De stukken op snelheid doe ik lekker mét, lekker puh! We hebben de trainer die zo zijn best doet voor mij. Hij geeft mij een enorm compliment op geheel eigen wijze: hij vertelt de andere twee wat ze moeten doen. Ik doe het helemaal goed. WAT.

Woensdag 29 mei. Ondanks alles een onrustige dag met (ik durf het bijna niet meer te zeggen) wat extra werk en wat extra werkdruk. Zeker omdat het morgen Hemelvaartsdag is. Ik ga wel zwemmen. In baan 2 en we wisselen het kopwerk af. Ik hou het echt goed bij tegenwoordig. Ik adem dan ook 1 op 3 en met het brilletje kan ik zien hoe laat het is en hoe lang ik nog moet haha 🙂

‘s Avonds gaan Vincent en ik fietsen. We fietsen naar het Weerwater en Vincent verkiest een rondje Kasteel boven een rondje om het water. We kletsen lekker en hoeven niet snel. De luchten zijn erg mooi. Het fietsen gaat eigenlijk best moeiteloos, al raak ik aan het einde toch weer wat somberder.

Donderdag 30 mei. Het maakt niet uit hoe en of ik ga lopen vandaag. Ik had lang moeten fietsen, maar het past niet deze rommelige week. We ruimen op en zetten boeken in de nieuwe kast. Dat is vermoeiend. Maar ik moet ook naar buiten, maakt niet uit hoe ver! Ik neem muziek mee en ga richting de dijk. Het gaat. Het gaat prima. Ik nam toch maar de afslag door het bos. Ik kijk een beetje om me heen, ik voel een beetje de wind, ik ga gewoon door en door. Op de dijk met de wind mee. Over het bruggetje waar de steentjes opnieuw gelegd zijn. Ik kijk uit over het water, door het bos, luister naar de kikkers en zie de weidsheid van de plassen. Ik heb wel dorst.

Ik zie de bankjes en beloof en verplicht mezelf tot een moment van rust na de 10 kilometer. Ik ben dan op de uitkijkheuvel en die heb ik voor mezelf. Ik speel met de telefoon en het fototoestel, zonder me er schuldig over te voelen. Het licht is geweldig. Uiteindelijk ben ik net voor het donker na 12 kilometer weer thuis.

Vrijdag 31 mei. Ik ga mijn ontslagbrief indienen. Op mijn eigen manier. En dat is fietsend. Al weken (maanden) verlang ik er naar te fietsen naar mijn werk in Zeist. Dit wordt een speciale. Helemaal alleen lukt me dat niet, dus KH gaat met me mee. Dan keer ik tenminste niet halverwege om! Ik vertrek ruim op tijd en ben veel te vroeg bij het Weerwater waar we hebben afgesproken. Omdat ik liever niet stilsta, fiets ik een extra rondje om het Weerwater. De eerste 15 kilometer zitten er al op. Maar vandaag lijken mijn benen van rubber en mijn buik bevat een grote dikke steen. Dat komt door de brief in de rugzak. We hebben wind mee op de dijk en kletsen naar de Stichtse Brug toe. Soms klaag ik, we roddelen, we lachen. We steken Eemnes door en trappen richting de A1. Het kost me geen moeite, maar we gaan dan ook niet hard. Het is geen wedstrijd! Ik doe nu de energie op om de laatste maand straks te denken: hier fietste ik… Bij kasteel Groeneveld trek ik mijn mouwtjes uit: het is lekker warm geworden. We passeren Soestdijk en dan vind ik het emotioneel zwaarder worden. Ik heb hier vaak gereden op deze binnendoorweg en had al maandenlang veel wilskracht nodig om niet om te draaien en naar huis terug te gaan. Vaak wilde ik stoppen en hier fietsen of door het bos lopen in plaats van naar het werk te moeten. Ik heb het nooit gedaan. Doorzettingsvermogen bezit ik in ruime mate! Nu moet ik dat gebruiken om door te fietsen. Dat we op de terugweg appeltaart hebben verdiend, is een fijn vooruitzicht. Langs de grote huizen, langs Den Dolder. KH kwebbelt me er wel doorheen, terwijl de steen toch steeds iets zwaarder wordt… We fietsen door Huis ter Heide en als we de A28 over zijn, vind ik het echt spannend. We zetten de fietsen beneden en ik lever mijn brief in bij RP. Ik ben er vooral blij en opgelucht onder. Ik spreek mijn collega nog even over het werk en we praten nog even met de baas JM over het waarom en de achtergrond. Ik sta daar zoals ik ben: in mijn fietskleren, stinkend en best een beetje kwetsbaar. KH krijgt een chocomelk en dan stappen we weer op de fiets. De steen is weg, ik voel me een stuk lichter en het lijkt alsof we wind mee hebben. We rijden helemaal achter Den Dolder langs. We besluiten om naar de theetuin te gaan bij Eemnes. Ik heb wel het gevoel dat ik KH een beetje ophoud, maar het is er niet minder gezellig om!

Voorbij Soestdijk en Groeneveld en ik heb wel een beetje een dipje. Mijn sportdrank is ook op. Wat een prestatie 🙂 Het is even doorpeddelen over de Eemdijk/Wakkerendijk. De kilometers rijgen zich aaneen. Bij de theetuin nemen we appeltaart en ik vul de bidon bij. Ik voel me prima!

KH ziet nogal op tegen de wind op de dijk en stelt voor de andere brug te nemen. Dat vind ik prima want ik zie de honderd kilometer al tegemoet! Het is totaal nieuw voor me om door Huizen te rijden. Kan ik mooi even bochten oefenen. Ik ben wel wat moe, maar niet kapot. Ik ontdek samen met KH nog een weggetje langs de golfvelden. Dan de Stichtse Brug over en ik verkies het spoorbaanpad. Verder om over de dijk hoeft even niet meer van me. Ik wil de mail nog naar mijn baas versturen. De honderd haal ik wel. Het laatste stukje fiets ik alleen en na 113 kilometer ben ik thuis. Eigenlijk…. is dat net niet genoeg! Ik wil eerst de mail versturen en heb dan geen zin meer in hardlopen. Waarom is het niet genoeg? Omdat ik voor 1 keer de 1000 kilometer in een maand wil halen. Nog 12 kilometer. Ik ga ‘s avonds met Vincent fietsen. Hij doet de route. Dat is een keer leuk als het echt een verrassing is! Ik kom zelfs op 1005 kilometer uit! Het was een enerverende maand. Laten we het daar op houden.

1 juni. Een lome dag. Moe van alles. Niet van het fietsen op zich, maar van alles. Ik ga gewoon zwemmen! In het kinderuurtje. Het is niet druk. Er zijn zelfs twee banen voor de volwassenen! 1 baan met 2 snelle mensen en 1 baan met drie langzamere mensen. Ik ga doorzwemmen. Gewoon endurance. niet nadenken, 1 op drie ademen. De andere twee stoppen zodat ik de baan voor mezelf heb. Na 1500m kom ik toch even op adem en dan pak ik het achtje. Ik zwem nog een keer iets van 700m. Het uur is om.

‘s Avonds moet ik een brief wegbrengen in de buurt. Dat ga ik hardlopend doen. Daarna loop ik wel een stukje verder. Het voelt zwaar, traag en sloom. Als de brief weg is, twijfel ik over het ommetje door het bos: misschien maar gewoon de korte route naar huis? Dan krijg ik een appje van de baas JM wat begint met: “je bent een mooi mens. Onze korte ontmoeting gisteren…” De tranen vermengen zich met zweet. Hoe de app verder ook gaat, in mijn ogen zie ik alleen dat ene zinnetje.

Ik loop door het bos en het gaat een stuk lichter. Ik kom een buurjongen tegen. Ik loop steeds ietsje sneller. Ik ben gegaan voor 3 kwartier en die maak ik ook vol. 7,5 kilometer. Al met al gaat het nog best goed deze week. Volgens de app moet ik mijn werkmail lezen, maar dat stel ik nog even uit.

2 juni. We gaan buiten zwemmen. Vincent, DR en ik. DR is de beste zwemmer van ons, maar zijn voelt zich niet helemaal goed. Voor Vincent is het de eerste keer buiten dit jaar. De eerste keer in een nieuw wetsuit. Hij is bang voor het koude water, maar het is bloedheet buiten. Als we de wetsuits aan hebben, zijn we blij in het water te kunnen afkoelen!

Vincent heeft veel woorden nodig, maar hij vindt het ook super! Ik vind het water wat troebel, maar het is wel lekker. DR doet rustig aan en dat is goed voor haar. Ik mag van hen een stukje verderop gaan zwemmen. Mijn brilletje op sterkte werkt super, ik zie de rode boei liggen. Ik zwem erheen, maar vind de speedboten een beetje eng. Als ik er eenmaal ben en ik draai me om, dan zie ik hoe ver ik ben gegaan. En ik moet nog terug! Sorry lieve DR en Vincent, de bril zorgt er voor dat ik me een beetje op de afstand heb verkeken! Ik zwem terug en heb wel prima zicht. Ik kan nu 1 op 3 ademen en soms met gemak 1 op 4. Ik zwem me niet over de kop. En ik geniet er van. 1500m en 40 minuten. Niks snel, niet superver, maar wel supergaaf en heerlijk.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-18

De andere blogs zijn in tekst klaar, maar nog niet qua beeld. Ze komen er aan! Update: 10 juni – alle blogs staan online.

20 mei: Rust. Tijdens de fietstraining van Vincent wandel ik samen met Rob een heel stuk tussen het groen van Almere naast de snelweg. Mijn hoofd kan het niet opbrengen om te fietsen. En daar luister ik maar eens een keer naar!

21 mei: Hardlooptraining. We zijn met een klein groepje van 5 mensen bij de ‘middelsnelle’. Ik ben vandaag de langzaamste. By far. Er zit geen energie in. Wel bij het inlopen, want ik ontmoet iemand uit mijn wijk die ook aan triatlon doet. Heerlijk! Maar daarna valt het me niet meer mee, ik kan niet zo snel, de hartslag is vreselijk hoog en meer dan hoog kan het niet worden. Dus meer dan niet te snel kan ik ook niet gaan. We doen zijdes van driehoekjes hard. Bij mij is het allemaal hetzelfde tempo. Dan lopen we door het bos, dat lukt me wel en dat vind ik leuk. Ik heb het te warm. En dan doen we nog een keer versnellingen die mij niet lukken. En door het bos lopen. Ik doe de versnellingen niet meer mee, ik loop de driehoekjes gewoon op 1 tempo: mijn eigen. Constateren dat het vandaag niet lukt, accepteren (dat is wat lastiger) en doorgaan. Ik maak de training wel af; dan wachten ze maar op mij vandaag. Eenmaal thuis laat ik het fietsen achterwege. Een foto heb ik ook niet gemaakt.

22 mei: De auto van Rob moet voor de zomerbanden naar de garage. Dat is niet ver, het is mooi weer, dus hoe kom je dan weer thuis? Hardlopend! Ik neem Vincent mee. Samen hobbelen we de 2,5 kilometer terug naar huis. Heerlijk! Nu is de hartslag laag, er hoeft niks en het tempo hoort bij de hartslag. Ook nu maak ik geen foto. Als thuis het (huis)werk af is, gaan we samen een stukje fietsen. Ook nu hoeft er niks en gaat het lekker. Ik hou de cadans hoog. We gaan door het Wilgenbos en helemaal langs de Lage Vaart terug. Ik fiets met het luchtkastje van mijn werk. Dat maakt het ook weer lastig, want zo heb ik het werk bij me tijdens mijn hobby!

“Je hebt meer apparatuur bij je dan de maanlander in 1969 had!” schrijft mijn collega 🙂

En dan moet de auto weer worden opgehaald natuurlijk. Ik ga nu alleen hardlopend naar de garage, want Vincent heeft muziekles. Ik kan nog iets harder en de hartslag is iets hoger. Door de zonnebril op sterkte raak ik een beetje dizzy. En dan gaan we samen naar het zwembad. Ik ga supergoed in baan 2. Ik zwem vooraan, ik hou vooraan bij (zeker met achtje) en ik zwem ook nog eens lekker. Ook zonder achtje kan ik de 400m met gemak zwemmen. Het verbaast me. En doet me goed.

23 mei: Mijn hoofd loopt om van het werk. En dat kost nachtrust. Teveel om te gaan werken. Ik heb weer een keer geen rust genomen en vandaag wreekt zich dat. Ik ben erg, erg moe, erg jankerig en instabiel. Pas tegen de avond ga ik sporten, hoewel ik het liefst op de fiets zou zijn gesprongen. Ik ga wel alleen lopen als Vincent op de baan is. Even geen andere mensen alsjeblieft zeg. Ik ben ziek en een beetje geblesseerd, maar dan in mijn hoofd. Van de trainer mag en moet ik even wat rustiger aan doen en aan mezelf denken. Ik heb besloten halverwege op een bankje te gaan zitten. Om van het uitzicht te genieten. Tempo is niet van belang. Rust kunnen nemen is de oefening. Ik loop om de Leeghwaterplas heen. Onrust zit overal in me en is moeilijk achter te laten. Ik loop langs de Hoge Vaart richting de boten, maar kom een avondvierdaagse met schreeuwende kinders tegen. Die verpesten mijn bankje. Dan maar het bankje aan de andere kant. En dat bankje is bezet. Ik pak een bankje verder. En daar zit ik dan. Genieten van het uitzicht. Ik vind het moeilijk. Ik kijk hoe ver het nog is, ik app naar Rob, ik luister even naar de vogeltjes, mag ik al verder, hoe lang zit ik er al… Rust kan ik nog niet zo goed. Maar ik maak wel een foto! 5 Minuten mag ik blijven zitten. Moet ik blijven zitten.

En dan loop ik weer terug naar de baan. Afstand, tempo: ik heb het even losgelaten.

24 mei: Fietsen mag ik. Ik ga alleen. Ik heb goed geslapen (want nu heb ik weer weekend). Ik besluit eerst door de stad tegen de wind in te gaan en een rondje Noorderplassen te doen. Als ik wil, kan ik er een rondje Oostvaardersplassen achteraan plakken. Ik ga op de tijdritfiets. Wederom is tempo en opdracht volledig ondergeschikt aan volhouden én rust nemen op een bankje! Ik fiets lekker. Na 15 kilometer kom ik op de Oostvaardersdijk. Ik zal er bijna 25 kilometer op blijven met de wind mee. Ik ga op het stuur liggen en vergeet de sores. Het andere rondje plak ik er achteraan, want ik wil op het bankje op de Knardijk gaan zitten om van het uitzicht te genieten. Daar hou ik me aan vast. En dan komt de verbeelding van hoe ik er in sta qua rust en rust nemen: ik kijk de hele dijk uit naar het bankje, maar als ik op de Knardijk ben, wil ik eerst even wennen aan de veranderende wind en fiets ik het eerste bankje voorbij. Het tweede bankje dan! Maar ook die laat ik liggen. Dan volgt er een overleg met mezelf in mijn hoofd en is er veel overtuigingskracht voor nodig om mezelf te beloven het bankje bij de sluizen te nemen. Uiteindelijk lukt het wel, maar dat is echt een barrière in mijn hoofd! En daar zit ik dan.

Ik maak een foto. Ik app Rob. Ik kijk. En dan hoor ik de vogels. Ik kijk niet naar de tijd. Dat is alweer een stapje verder dan gister. Als ik zin heb, ga ik weer verder en fiets ik terug naar huis. Uiteindelijk fiets ik ruim 60 kilometer. Een mooi stukje. Dat doet er net toe.

Ik ga ‘s middags naar de sportpsycholoog. Die moet me helpen de wedstrijdspanning te levellen. Draagbaar en hanteerbaar te maken. Ze zegt dat ik nog net niet overspannen ben, maar dat ik ook rust moet nemen en echt in moet plannen. Een dagdeel niks moeten. Dat lijkt me moeilijker dan een opdracht met vele uren fietsen!

25 mei: We hebben een feestje vandaag. Vincent wordt dertien en hij geniet van de mooie kado’s. Ik geniet van de taart en andere heerlijkheden. Het is al met al vermoeiend. Maar wel geweldig leuk, gezellig en waardevol.

26 mei: Vandaag mag ik met mijn dertienjarige held samen trainen. Dit is een kleine droom: we gaan samen het rondje om de Oostvaardersplassen volmaken. We nemen Robs racefiets, een setje om het zadel te verstellen, gewone pedalen, de helm van Vincent die gemakkelijk aan twee maten aan te passen is en een rugzakje vol snoep en gels. Voeg er twee bidons aan toe en een oefening voor mij van 3 blokken van 50 minuten en tussendoor 15-20 minuten fietsen en off-we-go. Onderweg gaan we spelletjes doen: Guess the animal (goed voor zijn engels), who-is-it… Ik ga eerst lopen in zone 1, maar dat lukt me toch niet en ik laat het horloge piepen.

We hebben al twee who-is-its achter de rug voor we op de dijk komen. Ik neem op 5 km een gel en dan de dijk op. Vincent is intussen verknocht aan Robs fiets en gaat even lekker hard wind mee. Na 8 kilometer en 50 minuten wisselen we helm, jasje, zadelhoogte en rugtasje. Ik eet een Twix en kom weer bij terwijl Vincent rent.

Ik ga ook even hard en dan zijn er een paar wielrensters die vragen hoe Vincent zo alleen midden op de dijk terecht gekomen is… na 18 minuten los ik hem weer af en wordt het wat zwaarder, ook al mag ik in zone 2 lopen. Ik kan ook wel iets harder, maar de dijk is erg lang en best saai. Veel adem voor lange spelletjes heb ik niet meer. Vincent vangt Pokemons en fietst vooruit. Op de Knardijk besluit ik tot het Oostvaarderscentrum te lopen.

Het is verder dan ik denk en ik loop 10 kilometer in een dik uur. We houden een plas-wissel-bijtank pauze bij het Oostvaarderscentrum die iets langer duurt. Dan mag Vincent weer lopen. Dat tempo ligt wat hoger als dat van mij! Hij loopt dan ook 2,5-3 kilometer. Hij geeft aan wanneer hij weer wil wisselen. Dan ga ik met het plan om 12 kilometer te lopen. Even geen hartslagbeperking. We gaan een black-box spelen. Mijn tempo ligt een stuk lager, maar het is wel erg gezellig. Die van mij is hartstikke moeilijk en houdt hem kilometerslang bezig. We gaan het Kotterbos in en opeens is mijn energie er vandoor. Dan wisselen we weer. Vincent zet vet aan en gaat hard.

Ik praat, hij rent (13 kilometer per uur) Hij loopt tot het andere centrum en dan mag ik het laatste stukje. We wisselen om en ik ga nog wat harder lopen terwijl hij praat. Ik haal net de 30 kilometer niet, maar ik vind het heel mooi geweest voor vandaag! Ik heb er energie mee opgedaan en ik ben er ook moe van geworden. Tijdens de F1 vallen mijn ogen herhaaldelijk dicht, maar ik geniet ook nog flink na van onze tocht en het feit dat we dit samen kunnen doen.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-17 Rustig naar de OD

Het boogprogramma is vernieuwd! Nog veiliger, moderner… en even wennen… Dus de foto’s zijn er wel deze week, maar de vormgeving kan verbeterd worden!

13 mei: rondje Naarden

Ik bracht Vincent naar de fietstraining. Dat is ongeveer 10 kilometer fietsen. Ik ga zelf verder, want in de groep bochten oefenen is toch wat lastiger! Ik ga naar Naarden Vesting: lijken me heerlijk veel bochten! Het is lekker weer. Ik fiets op een prachtig fietspad met een keurig nieuwe brug onder de Hogering door en dan… houdt het fietspad opeens midden op midden in het niets. Terug dan maar en toch even door het Kromslootpark naar de Hollandse Brug. Ik kom achter iemand te fietsen die mij langs de golfbanen leidt. Ik hou de cadans hoog, snij de bochten af en geniet van de omgeving. Dan ben ik opeens bij Naarden. Ik mag het voetpad niet op en moet omfietsen langs de A1. Beetje zonde, maar daarna ga ik maar weer terug. De zon valt prachtig over de vesting.

Het is echt mooi en ik stop eventjes om er van te genieten. Maar niet te lang: er wachten nog vele bochten en ik moet op tijd terug zijn om Vincent op te pikken. De bochten gaan goed, maar ergens mis ik het laatste stukje fietspad en moet ik het stadje een klein stukje door. Dan ben ik rond en ga ik terugracen naar Almere. Ik heb nu wind tegen, dus het is iets meer mijn best doen. Vooral de brug over is dat best eventjes zwaar. Ik ga voor het eerste van mijn leven blij het bochtige spoorbaanpad over. Uiteindelijk ben ik 5 minuutjes te laat, maar… ik moet er nog zeker 10 wachten! Samen fietsen we weer naar huis. 50 Kilometer in de pocket.

14 mei

Ik hoeft alleen maar te gaan zwemmen. En een stukje lopen mag ook. Deze week vult het schema mij niet helemaal aan. Ik besluit een uurtje te gaan lopen en zet de zwemspullen ook vast klaar. Naar de manege en terug is het plan. De zon schijnt, ik heb geloof ik muziek bij me en ik hobbel rustig voort. Joyce heeft vandaag 12 kilometer gelopen en ik wou dat mij dat ook zou lukken. Maar ja, er staat zwemmen op het schema… Ik loop tamelijk moeiteloos vandaag. Eerst een half uur in zone 1 en dan zou ik naar zone 2 moeten, maar dat gaat vanzelf. Ik tel de kilometers liever door. Ik loop lekker onverhard. Ik loop te piekeren en tegen Joyce te “kletsen”. Om de manege heen lukt me gemakkelijk. Daarna loop ik door het bos heen. Ik kijk naar de bomen, de snelweg zo vlakbij en hobbel maar gewoon een soort van moeiteloos door. Ik ga over de Trekweg en loop Almere in. Ik kan nu naar huis lopen en gaan zwemmen of ik loop nu lekker en ga nog even door. Op het moment dat ik besluit lekker door te lopen en te kijken of ik ook 12 kilometer kan halen, daalt de rust nog verder in. Ik ga verder langs de Vaart en neem een gelletje. De hou ik vast en zal ik dadelijk wel in een vuilnisbak gooien. Voor me loopt iemand en heel, heel rustig haal ik die in. Ik denk dat 12 kilometer mij ook gaat lukken. De hartslag blijft laag. Ik hou de lege gel maar vast en mijn benen gaan maar door. Na de 12 kilometer ga ik door voor 15 kilometer: vandaag lukt het prima! Ik kom er achter de Stripheldenbuurt achter dat ik een ommetje zal moeten maken en ook dat is geen moeite. Het zwemmen mis ik nu toch! Uiteindelijk loop ik zelfs 16 kilometer. In precies 1 uur en 40 minuten. Ik heb genoten, een lage hartslag gehad en een prima tempo passend bij de lage hartslag.

15 mei

Ik had een lange fietstraining staan, maar het gaat er op deze woensdagmiddag gewoon niet van komen. Eerst moet ik naar de therapie en ik wil eigenlijk liever zwemmen. Uiteindelijk ga ik met een groepje ‘minder snelle’ zwemmers het buitenwater proberen om half 5. Kortom: aan alle kanten past een paar uur fietsen er niet tussen. De therapie doet me heel, heel erg goed en ik heb een paar belangrijke dingen ontdekt over de duiveltjes die mijn wedstrijd van tevoren altijd overnemen. Er is ook een duiveltje voor het buitenzwemmen: Het is te KOUD. Gezelschap gehouden door het duiveltje: Je kunt nu eenmaal niet zwemmen. Maar zoals altijd: ik luister niet naar de duiveltjes en ga lekker TÓCH. Wetsuit aanhijsen, wachten op GN, BIJ en DH. Een heerlijk clubje: niks hoeft, alles is goed. Het valt mee. De kou. Het valt me alles mee. Ik kan lekker zwemmen en adem 1 op 3. Dat gaat hartstikke goed. Ik zwem achter DH aan en achter mij de andere twee. Het gaat heerlijk, ik kan niet anders zeggen.

Er zijn al veel plantjes. DH keert om en ik dus ook. Zwemmen we tegen de golfjes in. Ik blijf aan één stuk door zwemmen en 1 op 3 ademen. Gaat allemaal prima. Ik zwem nog een stukje terug om de andere twee op te halen en al met al zwemmen we ruim 1500 meter binnen 40 minuten. Ik zou wat minder mijn hoofd uit het water moeten halen, maar met deze kou heb ik meer lucht nodig merk ik. Ik heb genoten! Alle duiveltjes weer in een doosje gestopt.

Daarna moet mijn fiets naar de fietsenmaker in de buurt. Er kraakt iets in de racefiets en van tijd tot tijd loopt ie vreselijk aan. Ik fiets er samen met Vincent door het Kotterbos naar toe.

We laten mijn fiets achter, Vincent neemt de rugzak over en ik wissel de fietsschoenen om voor hardloopschoenen. Ik ga lopend naar huis. Ook met een kleine omweg. Ik loop wat hard. Als we de loopclub tegenkomen, zelfs nog ietsje harder.

Toch vind ik het na 4 kilometer wel meer dan genoeg. Niet lang gefietst, wel buiten gezwommen en gelopen. Sorry dan.

16 mei.

Ik had kunnen rusten. Niks op tegen. Het erbij kunnen houden dat ik samen met Vincent ontzettend ben gaan uit eten bij Onderweg. Maar al die toetjes he… En de ontbrekende fietsuren van gister… Ik ga nog een uurtje voor de zon ondergaat! Ik wil een rondje om het kasteel. Het gaat heerlijk. Ik heb eerst wind mee, weet dat en incasseer later wel. Nu zit ik lekker op de tijdritfiets en ik moet en zal een rondje Kasteel. Het is mooi buiten.

Het is altijd een beetje de weg zoeken, maar het rondje om het kasteel lukt me. Dan ga ik richting Onderweg en wil ik een rondje Weerwater er aan vast plakken. Het wordt een heel ruim rondje! Ik kom langs het nieuwe busstation en moet dan tegen de wind in de stad door. Dat zou minder erg moeten zijn, maar dat is niet helemaal zo. Het wordt steeds donkerder! Uiteindelijk wil ik het rondje bijna afmaken, rij ik om om 30 kilometer te halen en ben ik net voor het donker thuis.

17 mei

Ik heb KH bereid gevonden om buiten in het Gooimeer te gaan zwemmen. Morgen is daar de wedstrijd en ik moet weten hoe koud het is. Ik moet me haasten. Voelt niet goed. Eenmaal in het water is het duidelijk: dit is VEEL kouder dan het Weerwater. Ijzig. Het lukt wel, maar niet heel gemakkelijk. Mijn voeten bevriezen. Ik kan wel zwemmen, maar als KH eenmaal begint, ben ik weer wat slomer. 1 op 3 ademen lukt ook nu weer. We zwemmen tot de flat en ik maak me oprecht zorgen over morgen: dit is wel erg koud!

Van KH moet ik ook meer eten om hier energie voor te hebben. Nee, daar kijk ik naar uit _NOT_ Terug hebben we golfjes en zelf ik vind 1 op 3 nu lastig worden. Sommige stukjes doe ik schoolslag, dat kan ik morgen ook doen. Om de rust er in te brengen. We zwemmen een dik half uur en ik val bijna om als ik het koude water uit kom!

Maar ik mag nog lopen en KH gaat mee. Gaan we even het terrein verkennen waar morgen de wedstrijd is en Vincent vanavond al start. Maar hij hoeft niet buiten te zwemmen… Hij mag rennen-fietsen-rennen. Het water is 13,4 graden. De voeten doen vreselijk veel PIJN bij het lopen. De eerste 500 meter toch echt. Daarna valt het alles mee.

We lopen 4 kilometer en hoe weet ik niet, maar het gaat in een flink tempo. We moeten vast en zeker opwarmen!! ‘s Avonds kijk ik lekker hoe slecht Vincent de eerste keer loopt, hoe fantastisch hij daarna fietst en hoe lekker hij daarna nog even loopt. Ik heb voor mezelf een hard hoofd in het koude water.

De Duin Triatlon in Almere Haven

17 mei

Het is raar hoe het went om alle spullen bij elkaar te zien. Hoe het went om een voedingsplan te maken. Hoe het went aan de afstanden. Er sluipt een soort gemak in. Atletenlicentie, chip, fietsspullen: alles ligt klaar en is klaar. Ik kijk er niet meer van op. En dat het mijn dag-van-de-maand niet is, zou ook moeten wennen. Maar dat doet het niet. Een flinke tampon dan maar. Het koude water zal alles wel afknijpen hoop ik en het pakje is toch rood! Wat niet went zijn de overvloedig aanwezige duiveltjes. In soorten en maten: “Het water is te koud, je gaat verzuipen” “Je valt om als je er uit komt en iedereen lacht je uit” “Je kunt niet fietsen” “Oh, wat zul je verbranden” “Je word allerlaatste” Ik weet dat ze allemaal (bijna) niet waar zijn, maar ze zijn er wel. Mijn startnummer is bijna onze postcode. Kalm zet ik de fiets neer en met SG samen -die naast me staat in de wisselzone, verkennen we de ellenlange looproute van het zwemmen naar de wisselzone. Ik kan wel 1000 keer vallen! Ik eet nog twee bolletjes en we gaan op tijd richting het water.

Ik heb gedaan wat ik kon, dit is een training; probeert het engeltje de duiveltjes te overstemmen. Enigszins tevergeefs. We mogen het water in en de kou beneemt me minutenlang de adem. Zwemmen lukt me wel, mijn brilletje zit goed en dan is de ergste kou er af. Gelukkig is het een waterstart! Pang en ik ga gewoon. Ik adem 1 op 2 en maak gewoon iets langere slagen. Ik cirkel een beetje om de mensen heen en de kou valt mee. Ik doe lekker mijn ding en ook hier al hoge plantjes. Ik volg altijd een beetje mijn eigen route. Ik maak 3 schoolslagen en ga dan een tijd op iemands voeten hangen. Tot ik hem/haar kwijtraak. Het is niet meer koud. De eerste boei is er snel, de tweede rond ik nog krapper. Bijna wil ik al terug gaan, maar ik moet ook nog een derde boei om. Ik ben nooit zo goed in de weg vinden op het water! Dan terug. Ik hou het prima vol. Het gaat. De kou is echt ver weg. Ik hoeft dit maar 35-40 minuten vol te houden. Daar ga ik van uit. Er zijn geen golven. Dan zit de eerste ronde er al op. Ik maak het zwemmen in elk geval af, want ik vind dat leuk. Ik adem een tijdje 1 op 3, maar richting de verre boei dwaal ik weer teveel af naar links. Een kanoer stuurt me terug. Ik heb het gevoel dat ik of afsnijd of veel te veel zwem. Ik kom weer tussen de witte badmutsen terecht (mannen 50+) en volg gewoon. Krap om de boeien heen. Nog dat hele eind terug en ik maak me maar vast zorgen over het uit het water komen. Het is best ver terug en dan ben ik bij de steiger. Het er op klimmen is het lastigst. Alle draaierigheid ontbreekt. Dan kijk ik op mijn horloge en ben ik maar een half uurtje onderweg geweest! Ik heb toch echt 1500m gezwommen. Hoe het verder ook gaat, ik heb een goede dag! Vorig zwom ik 7 minuten langzamer. Ik doe mijn wetsuit uit op de lange looproute en kan zelfs moeiteloos dribbelen. Ik zie MB en ben blij haar te zien. Ik vind snel mijn fiets, de dames om mij heen zijn al weg. Ik besluit dat ik nu al sokken aan doe, hoewel ik het niet koud heb. Ik doe alles keurig en neem een gel. En dan spring ik op de fiets en moet ik meteen de grote bocht in. “het is maar een bocht” zeg ik hardop tegen mezelf. Ik klik in en ga fietsen. Over het fietspad, aangemoedigd door DvanKH, de buurman van KH en mijn eigen mannen: “Kom op mama”. Daar ga ik de dijk over. Er zijn nog veel fietsers, want iedereen doet deze ronde 4 keer, maar wie in welke ronde zit… Ik kijk en heb DvanKH beloofd van de omgeving te genieten. Toch geniet ik niet echt deze keer. Ik ga hard, wordt ingehaald alsof ik stil sta, ga dames op kleine racefietsen voorbij. Ik lig, drink en ken de omgeving te goed. Er zijn nog mensen bezig met zwemmen, dus ik was niet laatste. De eerste 5km in precies 10 minuten. Dat moet sneller kunnen, maar goed. Dan wind mee, vissers aan de kant en de fijne weg. Ik kijk wel even naar het Cirkelbos en zie een bankje. Vinkje zetten bij “genoten-van-de-omgeving”. De dijk weer op (ik ben niet zo van het omhoog fietsen geloof ik) en daar neem ik een gel. Het tempo zit er lekker in nu en ik zal niet meer zo langzaam fietsen. Elke 5 kilometerblok begint nu met een 9 minuten. Zelf vind ik de mensen die gewoon op een bankje zitten te kijken leuker dan de grote horde toeschouwers. CB zit te kijken en maakt geen bombarie: heerlijk. Dan ga ik de drukte in en de grote bocht door. Het klinkt stom, maar ik herhaal mijn teksten hardop. De bochten gaan redelijk. Nog een rondje. Ik kan een paar bochten prima nemen, maar de dijk af en een 90 graden bocht gaan me iets te hard. Ik drink meer dan genoeg en voel geen trek. Bij het bankje staan ook grote meerpalen. Dubbel vinkje bij de “omgeving”. Er ligt iemand naast de kant bij de vissers, de medical-motor is er al bij. Als ik de dijk weer op ga, staat CB daar weer en de “snelle” fotografe SZ. En dan staat MD daar. Dat breekt mijn hart: hij heeft de hele triatlon gedaan vorig jaar, lacht altijd en kreeg toen ernstige hartklachten, maar hij is er nog, nu met pacemaker. Dat hij hier komt kijken, komt supporten en die eeuwige grijns komt tonen, vind ik klasse. Dat toont hoe hij is, hij had zich er ook ver van kunnen houden omdat hij dit misschien niet meer kan met zijn lichaam. Maar nee, hij ís er. In de grote bocht die ik weer hardop pratend doorga, staan Rob en Vincent. Ook DvanKH schreeuwt weer dat het goed gaat en ik lach bij iedereen die ik zie. In de derde ronde consolideer ik wat. Het is rustiger geworden op de route en ik kijk naar de anderen. KH gaat als een speer. Ik neem weer een gel en voel een paar druppels. Gezien het geknoei van de gel kan ik het wel gebruiken, maar veel is het niet. Ik hou wel van de rust op het parkoers. Maar nu heb ik alle tijd om te twijfelen en dat gaat me erg goed af. Eigenlijk wil ik er een punt achter zetten. Niet achter deze wedstrijd, maar mijn hele trainingsdoel. Ik moet er niet aan dénken dat ik tig van dit soort rondjes moet rijden, dat ik nog zoveel trainingsuren voor de boeg heb en dat dit maar een vingeroefening is. Dat is een vrij standvastig duiveltje. Ik rij weer richting MD, maar ik weet niet of hij er nog was. Ik zie wel anderen en ik bewonder BIJ omdat ze daar met een dikke grijns fietst en ik bewonder KH die al zo ver voor ligt en zo doorbeukt.

In het laatste rondje draait de wind. Ik heb ‘m nu mee op de dijk en maak er gretig gebruik van. Ik heb genoeg gedronken en dik 30 kilometer gefietst binnen een uur. Dan is veertig kilometer nog te overzien. De bochten neem ik nu met gemak en het Cirkelbos bestudeer ik grondig: ik moet er maar eens gaan lopen om de meerpalen te onderzoeken en de bordjes te lezen. Langs de vissers is het tempo moeilijker hoog te houden door de tegenwind en een lichte vermoeidheid. Het engeltje met de boodschap “dit-is-een-training” heeft de moed opgegeven. Ik neem nog een gel en verbaas me dat ik nog wordt ingehaald, maar misschien moeten die nog een extra ronde ofzo. Ik zie BIJ nog een keer en ook CB blijft strak op zijn post. Ik haal 40km binnen 5 kwartier, maar het is natuurlijk weer meer dan dat. En dan is er de stopstreep, vrij plotseling. De wisselzone in en daar staat SG haar sokken aan te doen. Ik zit vlak achter haar en ben verbijsterd. Ik heb mijn schoenen snel gewisseld. Zelfs het lappen van mijn horloge gaat elke keer goed. Het is net iets te druk in de te kleine wisselzone, waar de snelste sprinters ook al binnenrennen. Ik loop vlak achter SG aan. Eerst even zoeken. We gaan weer 4 rondjes doen, dus iedereen loopt door elkaar. Al binnen 500m haal ik SG in, ook al spijt me dat wel een beetje. Het tempo voelt goed aan. En daar is MD weer! Er staan anderen bij van de club, maar ik zie hem alleen maar: mijn held en op dit moment een steunpunt. Als hij hier nog staat, geef ik niet op. Ik zie clubgenoten die rondjes lopen, ik zie KH en de stralende KD. Er zijn er vast meer, maar van mij hoeft de herrie en drukte niet. Dat iedereen elkaar gedag roept. Ik neem een spons en schrik van de eerste kilometertijd: 5 minuten. Dat gaat Anke geen 9 kilometer meer volhouden. Ik ga uit van 5:40, dus dit is wat te veel van het goede. Langzamer mag, nee móét.

Verkenning, dit. Een stukje onverhard zelfs en een grappige nep-raceauto. Meer merk ik niet op, want ik vind de route saai. Het fietspad is krap. Misschien te onrustig voor mij. Na 2 kilometer krijg ik last van de tampon. Alle mannen moeten maar een paar regels overslaan, maar dit is letterlijk kut. 8 Kilometer zijn nog lang. En vertragen heeft geen zin, dan duurt het nog langer voor ik naar de dixie kan. Onderweg is er geen Dixie. Ik ram dus gewoon door. Als ik er nog van zou gaan genieten, is die kans nu verkeken. Ik zoek MD en aan de kant staan nog meer mensen me aan te moedigen. Ik lach naar ze, maar van binnen is dat niet echt zo. Ik weet dat ik nog best mooi en hard loop, maar de enige reden is dat ik er snel vanaf wil zijn! Je mag naar me roepen, maar eerlijk gezegd heb ik niet veel zin in antwoorden en tel ik de rondjes af. De meiden van de groep van GN juichen me luid toe. Ik denk dat ze een rondje voor me liggen. Eigenlijk moet ik na 3 kilometer een gel nemen, maar ik taal er totaal niet naar. Ik neem wel elke keer een spons mee. Ik zie een andere vrouw de bosjes induiken, maar ik heb niet echt ruimte daarvoor. Ik ga onze voorzitster inhalen. Echt zin om dat van tekst te voorzien heb ik niet en kan ik ook niet zo. Ik lach wel naar de mensen die ik tegenkom.

Het is even rustig op het parkoers: alle snelle mannen zijn weg en de sprint is er nog net niet helemaal. Mijn grote vriend RV loopt net achter KH. Ik krijg niet goed uitgevogeld wie waar loopt. Ik ben al bijna op de helft! Nog maar twee rondjes! Ik voel me inzakken na ruim 4 kilometer. Niet zozeer mijn tempo, maar mijn energie. Ik neem nog een spons mee, koel af en zwaai naar Rob en Vincent. Dan neem ik nog een gel. Iets te laat eigenlijk, maar ik zit al op 5 kilometer en daar heb ik nog geen half uur over gedaan. Ik kijk goed naar de andere mensen op het parkoers. De eerste lieden van de sprint schieten er tussendoor. Ik zie wel dat MC en JT supersnel zijn. Ik neem nog wat water, maar krijg het moeilijk weggedronken.

Dan nog een ronde en ik haal 1 van de luidruchtige dames in. Nog even en dan naar een toilet op zoek! Mijn tempo blijft rond de 5:30 liggen. Ik zie dat RV KH heeft ingehaald: zij zijn er bijna. Ik zie BIJ ook weer op het parkoers en ik geef MD bijna een handje. Het wordt weer druk, maar nu met sprinters. Rob en Vincent moedigen me nog een keer aan en ik neem nog 1 spons. Dag stomme onverharde pad, dag parkeerplaats, dag vrijwilliger, dag waterpost. Het gaat geen volle tien kilometer worden. Ik heb het niet gemakkelijk, maar de Dixie lonkt. Ik ben verbaasd dat er mensen zijn die nog een rondje lopen en op me achter liggen. Ik zie MB, altijd een glimlach waard. En ik geniet van de prachtige stijl van AS (zus van). Nog een keer omhoog en dan ben ik er! De tijd kan me niet meer schelen: ik wil hier weg. Ik zie Vincent en ik zet gelijk mijn horloge uit.

Ik neem de medaille en loop meteen weg. Liever geen hottub haha. Ik zoek Vincent en wil de tas. Maar daar zit geen reserve in. Eenmaal staand is het weer dragelijk, maar het doet wel zeer. Ik ben heel erg snel weer bij eigenlijk. Ik moet allemaal mensen gedag zeggen. Daar heb ik niet zoveel zin in. Ik ben aanzienlijk sneller geweest dan vorig jaar. Heel veel. Ik heb allemaal goede keuzes gemaakt. En ik drink direct de hersteldrank op. Vincent haalt de tas en ondertussen praat ik met deze en gene. Ik kom heel opgelucht de Dixie uit en ga MD nog even bedanken. Verder spreek ik iedereen, maar ik ben niet in opperbeste stemming. KH mag superterecht naar het podium en DH ook. Pas bij het inpakken van de fiets realiseer ik me dat ik niks te klagen heb. En dat dat het enige is wat aanvoelt als een enorme klacht. Pas als KH me er op wijst dat dit mijn hoofddoel niet is, breekt het bijna. Ik had net besloten dat het hier ophield, maar ik ben er nog niet zeker van vrees ik… Ik geef BIJ nog een dikverdiend schouderklopje en dan wil ik eigenlijk gewoon weg. Dit voelde lang niet als de overwinningen die ik eerder heb behaald. Het voelt bijna als “een makkie”: ik ben het toch een beetje gewend geraakt. Ik ben razendsnel weer hersteld, ik heb geen overvloedige honger, ik heb geen last van mijn darmen, de hartslag was lang niet zo hoog als vorig jaar, ik heb redelijk snel (!) gewisseld, er is niks kapot gelopen, ik heb harder gefietst als bij de tijdrit, ik heb behoorlijk hard gelopen met een gemiddelde van 5:25. Maar de euforie, de trots is er nog even niet.

Dan kan ik mijn racefiets ophalen. Hoe? Nou, ik ga hardlopend heen en fiets lekker rustig terug. Ik vind het een beetje raar, maar ik weet dat ik het kan. Heel rustig een kilometer of 2 dribbelen. Meer lukt mijn benen ook niet meer. Er vallen weer een paar druppels. Vincent fietst kletsend naast me. 7 minuten over een kilometer en het voelt niks soepel aan. Het licht is wel prachtig. Na 2 kilometer ben ik blij dat ik er ben. Fietsen gaat echter weer als een zonnetje. De fiets kraakt nu minder dan ik. En Vincent en ik kletsen heerlijk. We fietsen een klein half uurtje uit. Dat lukt prima. Het herstelvermogen is formidabel gelukkig!

19 mei

Ik slaap als een roos! Als je vroeg gaat slapen, ben je ook vroeg wakker helaas. Zeker als de kat moet spugen. Ik blijf lekker lang liggen, maar heb teveel zin in een boterham met hagelslag. Als die op zijn, gaan Vincent en ik het uitfietsen combineren met ijs eten en andere sporters aanmoedigen.

We fietsen naar Haven en gaan daar kijken naar de team-triatlons. Goed voor Vincents toekomst! Leuk om te zien dat zij het ook koud hebben. Leuk om andere mensen te spreken. Mijn ontevredenheid kan ik nog niet zo goed onder woorden brengen. We gaan een ijsje eten.

En dan fietsen we langzaam weer terug naar Nobelhorst, waar vriendin Joyce gaat hardlopen. Zo komen we van het ene sportevenement in het volgende. Meteen lopen we Joyce tegen het lijf. Ik heb even spijt dat ik niet meedoe, maar mijn benen weerleggen dat gelukkig direct. Ook hier weer veel bekenden. En harde muziek. Ik klets met RV.

We brengen Joyce richting startvak en dan wil Vincent graag de harde muziek verlaten en dat snap ik. We fietsen terug en als we de A27 over zijn, verlaat de energie me. Ik ben moe, ik wil naar huis. Ik neem nog sportdrank en snoepjes om het te halen. Ik ben gewoon moe. Maar mijn benen zijn weer bij en spierpijn heb ik niet. De rest van de middag geniet ik van de muffins, zit lekker achter een computer en kom een beetje bij.

Categories: Geen categorie | Leave a comment