MD Challenge Almere Amsterdam 2019 – de halve triatlon

14 september

Na 5 of 6 toiletbezoeken gedurende de nacht was ik ruim op tijd wakker. Voor de wekker die om 6 uur afgaat in elk geval. Ik sta op en het moeilijkste gedeelte van de dag begint: de aanloop naar de wedstrijd toe. Eerst eten: 2 witte bollen met stroop en chocomelk. De decals zitten al op mijn arm, alle sportdrank is gemengd en alle losse tassen voor elk onderdeel staan klaar.

Het is een kwestie van alles in de auto leggen, want de fiets staat al op het terrein. Om 7 uur (na nog drie keer plassen) rijden we met zijn drietjes weg. Ik moet voor 8 uur alles om de fiets klaar hebben liggen, want dan gaat de wisselzone op slot. We kunnen zonder moeite naar de stad rijden en de auto parkeren op de plek voor elektrische auto’s. We pakken de spullen en ik ben aardig gespannen. Als we het terrein op lopen, word het erger. De pro’s starten, het is druk en de atmosfeer is gewoon gespannen all-over! Niet getreuzeld: er moeten nog dingen gebeuren. Ik loop de wisselzone in en mijn fiets is tegen de kant gezet. Met het kleine zadeltje blijft ie moeilijker hangen. Ik kom de hele tijd mensen tegen om mee te kletsen. Eerst zorg ik dat alle bidons op mijn fiets staan. Ik hou een bidon over. Die kan in de tassen. Ik heb geen kleine bidon met water.

De fiets staat klaar!

Bij de tassen komen ik allemaal mensen tegen om even mee te kletsen. Lieve mede-atlete die met 4 kindertjes op gaat voor de eerste halve; ik vind haar zo stoer en dacht echt dat ze al veel verder was. Haar naam weet ik niet eens! De spanning neemt iets af, maar straks zal het wel erger worden. Alles is netjes verzorgd en klaar. Ik ga niet vroeg mijn wetsuit aan doen, dan duurt het wachten alleen maar langer. Ik ga nog maar een keer naar de WC en 10 minuten voor de start hijs ik me pas in mijn wetsuit. Ik weet dat de spanning nu alleen nog maar erger gaat worden. Ik ga in het vak 40-44 staan. Dit is een rollende start: elke 10 seconden starten er 7 mensen, beginnend bij de allersnelsten. Je zwemt elkaar dan niet in de weg. Het wachten tot je moet beginnen vind ik het aller-ergst. Veruit het meest verschrikkelijke deel van de dag. Maar ik hou Vincent naast me deze keer. Ik ben nu echt gespannen. Het hoort erbij en het is handelbaar deze keer. Omdat Vincent naast me met andere dames staat te kletsen uit Breda. Ik neem nog een gel met water en spuit vast wat in mijn wetsuit om op te warmen.

Ik dacht om 9 uur te mogen starten, maar om kwart voor 9 sta ik al aan de startlijn. Horloge aan en gaan.

Het water is maar eventjes koud, het went snel en ik pak ook heel erg snel het zwemmen op. Gewoon kalm van boei naar boei zwemmen. Mijn eigen weg. Door de rollende start is er ruimte. Mijn bril beslaat niet en ik kan prima 1 op 4 ademen. Ik concentreer me op de lange slagen en de volgende boei. Ondertussen geniet ik. De plantjes zijn lastig te zien, want met al die zwemmers is het water vertroebelt. Ik ga krap om de boeien heen. Hou gewoon de borstcrawl aan.

Ik volg de boeien in plaats van de andere zwemmers. De meesten zwemmen (ver) rechts van me. Zit ik fout? Maar voor mij ligt de rode boei en ik zwem er met 1 andere man heen. Ik voel mijn horloge trillen voor de eerste 500m. Die zitten er op. En mijn horloge staat aan en werkt. We zwemmen nu tegen de zon in en dat maakt het navigeren nog iets lastiger. Maar golven of andere moeilijkheden ontdek ik niet. Mijn benen gebruik ik niet, die mogen straks. Ik zwem op armen en wetsuit-drijfvermogen. Ik zwem richting de meute en de driehoekige boei. Ik ben echt blij dat ik donderdag de route zelf heb uit moeten zoeken: ik herken het en kan me concentreren op het zwemmen en op het genieten. Hiermee ga ik het buitenzwemseizoen afsluiten en in mijn hoofd neem ik afscheid. ‘Dag plantjes’. Ik ben al bij de verre boei. Het voelt alsof het hartstikke goed gaat, maar de tijd zal dat uitwijzen. Ik haal mensen in. Ik herhaal: IK haal mensen in! Weet je hoe ver ik gekomen ben van het zwemmen? Hoe angstig ik was na de Frysman? En nu: HAAL IK MENSEN IN. Het zullen misschien mannen zijn die de hele triatlon doen of mensen die op een andere tijd zijn gestart, maar ik maai kalm en 1 op 4 ademend door. ‘Dag wetsuit’. De boeien langs. Het is ver naar het bruggetje, maar ik geniet enorm en zie nu ook de plantjes. ‘Dag boei’ Het is wel druk in het water. Van mij mag een beetje rust ook wel, maar ik doe mijn eigen ding. Om de boei heen en dan naar de grote gele boei. Weer zie ik een hele meute rechts van me. Ik denk aan GN: zo min mogelijk extra meters maken! Ik weet intussen ook dat de zwemfinish dichterbij lijkt dan het is en dat je zo lang mogelijk door kunt zwemmen. Ik hoop echt op een goede tijd! Ondertussen neem ik afscheid: einde zwemseizoen. Volgend jaar zien we wel weer. Ik zwem strak naar de uitstapplaats en blijf lang 1 op 4 ademhalen. Als ik er uit geklommen ben en over de mat loop, klok ik een tijd van 39 minuten en nog wat. Onder de veertig minuten!

Ik ben dolblij en huppel bijna naar de fiets! 7 Minuten speling! Bril omhoog, wetsuit afstropen en blij naar Rob roepen: “Nailt it! 39 minuten!”

In de wissel gaat het wetsuit snel uit, helm snel op, sokken en schoenen aan. Alles in de tassen proppen, een slok nemen en dan op de schoentjes verder. Je hoort overal “klak-klak-klak” van de schoentjes. Het is ontzettend ver naar de fietsen.

Ik loop net tussen de hekken in

Ik zou wel van de daken willen roepen: Ik heb zo heerlijk gezwommen!! Ik pak de fiets, zet het computertje aan en ren de wisselzone uit. Ook hier een soort van drukte.

Dag Vincent, daarboven! Ik stap rustig op en ga meteen flink doorfietsen. Het is druk. Echt druk. Ik kan er tegen intussen, want ik ben er niet meer bang van. Ik hou netjes rechts.

Nog voor ik onder de A6 door ben, begin er een stemmetje in mij te zeuren: drinken-drinken. Maar het is te druk om veilig te gaan liggen. ML haalt me in en roept: “Zet ‘m op Anneke”. Ik denk elke keer: ‘ik heb goed gezwommen’; dat houdt de spirit er in. Het was wel eventjes koud op de fiets, maar dat is snel voorbij. Ik ga hard als ik naar de dijk fiets, ik ken het fietspad. Er is zelfs asfalt gelegd zodat we soepel de weg op kunnen, wow, wat een geweldige organisatie is het toch. Rustig de dijk op en ik tel nog even uit dat we gelukkig niet veel heuveltjes hebben.

Door Almere Haven en ik neem een bidon water aan. Die heb ik vast. Ik word gegroet en dan de dijk op richting de Hollandse Brug.

Ik geniet ervan dat het fietspad bij het strandje zandvrij is en dan mogen we de weg op. Ik heb het tempo er lekker in zitten en vooral moeiteloos! Op de dijk kijk ik naar anderen en hoe die hun voedsel bij zich hebben. Het enige waar ik me zorgen over maak, is dat ik zal verbranden. Als ik het tempo maar boven de 30 hou, komt het wel goed. Ik drink zo nu en dan en neem al een snoepje. De eerste 10 kilometer vliegen -letterlijk en figuurlijk- voorbij. Ik snap nog steeds niet dat ik door superfietsers word ingehaald: zijn die zoveel later met zwemmen begonnen dan? Maar goed, ik doe mijn eigen ding. We mogen over de weg langs Poort. Vorig jaar moesten we over het fietspad en onder de A6 roep ik lekker expres een keer ‘joehoe’ voor de echo. Kinderachtig leuk. Ik geniet van de weg waar we overheen mogen fietsen.

Dan zie ik HB: de Last Man Standing, zoals hij zichzelf noemt. Hij doet 6 hele triatlons dit jaar. Niet de minste en gemakkelijkste ook. Tussendoor traint hij nauwelijks en hij doet het gewoon rustig aan en probeert altijd ongeveer laatste te worden. Ik roep hem bij naam dat ik hem bewonder. Hij fietst even achter me aan en begint tegen me kletsen. We hebben het over de Frysman, dat hij wel eens in de penaltybox zou willen zitten omdat we naast elkaar fietsen. Het is gezellig, maar ik heb een ander doel. Als ik wegfiets met een brede glimlach, roept hij me na: “tot volgend jaar bij de Frysman”. No-way, denk ik nog grijnzend.

We gaan de Oostvaardersdijk op. Tot bij de windmolens geniet ik er van dat ik op de weg mag fietsen tussen al die nationaliteiten. Ik drink veel. Ik kan mezelf op maar 1 enkele fout betrappen: ik heb de fietshandschoentjes vergeten aan te doen. Die mis ik echter geen moment. Ondertussen lig ik op de fiets. En toch – er ontbreekt iets. Het is slechts een zuchtje, maar we hebben wind tegen. Ik hou het tempo nog hoog, boven de dertig. Weer een snoepje. Langs de windmolens. Het is zo druk, zó druk. Overal fietsers. Niet stayeren is moeilijker dan wel. Verschillende tempo’s om me heen en verschillende doelstellingen. Langs de Noorderplassen en daar staan een paar mensen. Ik weet precies hoe ver alles is. Ik grinnik dat er vandaag niemand te hard fietst en het smileytje van de snelheid groen en veilig blijft. Bij het Bloq neem ik een reep aan en ik ga meteen aan het eten. Openmaken had ik meer moeten oefenen. Langs de rotonde aan de buitenkant en dan ‘ons eigen stuk op’. Het is wel mooi hoor, maar ik ken dit erg goed. Ik heb dit ook al ooit gedaan.

Naast het parcours staan wat mensen en we zitten pas op 30 kilometer. Ik heb net een reep op en wil nog geen snoepje. Ik drink de bidon leeg. Die vul ik dadelijk wel bij. Mensen naast me, mensen inhalen, mensen voorbij laten: de drukte staat me wat tegen. Dan begint het: een zeurderig stemmetje in mijn hoofd dat klaagt over zin. Of vooral het gebrek daaraan. Ik let op alle nationaliteiten en de andere dames die fietsen. Ik bedenk me dat ik intussen best over kan schakelen naar de tijd in plaats van de snelheid. Dan ga ik op gevoel fietsen en is het moeten er af. Misschien zwijgt het zeurende stemmetje dan. Mijn linkerbidon schijnt wat los te zitten, daar waarschuwt iemand me voor. Ik heb nog een eind op de dijk om bij te vullen. Ik ken de weg. Zo goed. Ik zie best wat kerels naast het parcours hun blaas legen. Ik moet eigenlijk ook wel, maar het lukt niet echt. Het bijvullen lukt ook niet zo goed, maar ik vul de bidon toch helemaal bij. Met veel knoeien. Er zijn weinig bootjes. Het laatste stuk met de vogels op de ijzeren platen lijkt erg ver weg. Ik heb weinig te doen. Dat klinkt gek, maar om me heen kijken hoeft niet meer en genieten hoeft ik ook niet meer. Ik hoeft mezelf niet meer te verslaan, ik moet alleen maar doorfietsen.

Bij de rotonde Knardijk is het druk. Ik zie het snacktentje staan wat normaal op de Praambult staat. Ergens op de Knardijk voegen de zeurende stemmen zich samen: over het eten en het ontbreken van zin. Dan heb ik al minder zin om me netjes aan het plan te houden qua eten en vanwege de drukte is liggen op de fiets op dit smalle fietspad lastiger en drinken dus ook. De zin-ontbreekt-zeur maakt daar gretig gebruik van en rekent me graag voor dat we nog niet op de helft zijn. We rijden langs het Oostvaarderscentrum en moeten over het fietspad omhoog. Kleine tegenvaller, want ik hou niet van dat fietspad. Dan de weg op naar de Praambult. Ik pik wel weer wat tempo op. Heus, ik doe mijn best, maar kan niet zoveel bedenken waarom ik hier blij moet zijn. Ik haal wel mensen in en ik realiseer me dat mijn kop er niet op zit, maar ik kan het niet zo goed verhelpen. Niemand om in te halen (of juist veel te veel mensen), weinig ritme en ik eet netjes de reep op, zodat ik de verpakking weg kan gooien. Met de snoepjes loop ik achter, die neem ik zo wel weer. De wind zal op de Doddaarsweg tegen zijn, of eigenlijk: het zuchtje. Ik denk dat ik liever wat meer afzie, nu heb ik niks om me druk over te maken. Ik zie de brug naar huis in de verte. Alles hier ken ik, heb ik al eens gehad, al eens gedaan, al eens gezien. Ik word ingehaald door de pro-atleten (mannen), wat het nog drukker en onoverzichtelijker maakt. Ik hoop mijn moraal wat op te vijzelen door even achter ene Theo te gaan hangen. Het helpt even, maar het voelt niet goed en ook niet rustiger. Geen idee wat ik precies mis, maar vechtlust in elk geval en genieten ook nogal. Ik kan niet meer zo goed berekenen wanneer ik de reep op moet hebben. Tot nog toe gaat het goed, maar dadelijk bij het bos zal het lastig zijn. Ik geniet even van het zuchtje wind-mee. De eerste 30 kilometer heb ik binnen een uur gedaan, de tweede niet. Zestig kilometer dus. Nog maar 30.

Ik moet nog steeds plassen, maar het lukt niet. In het bos is het koud. Wel netjes schoongeveegd. De pro-atleet die me voorbij snelt, ligt net zo min eerste als ik. Maar ik heb mijn eigen doel. Ik weet dat ik daar wat vechtlust voor zal moeten tonen, maar ik kan het niet opbrengen. Het volgende stuk tot aan de dijk vind ik niet leuk, ik zie er tegenop. Ik maak gebruik van het water op de Winkelweg in de hoop dat ik mijn gouden zadeltje even lekker onderplas, maar het helpt niet. Ik eet een halve reep. De Winkelweg is altijd extra druk, zo lijkt het. Je ziet al die fietsers voor je en het zijn er zoveel! Ik denk niet dat ik Almere volgend jaar weer doe: het is me te bekend en te saai. Dat zou genoeg moeten zijn om nu onder de 3 uur te komen met fietsen, maar ik heb er een hard hoofd in. Langs de post fietsen en dan lekker gaan liggen en niets meer of minder doen dan doortrappen. Dat gaat prima!

We draaien naar rechts en er is iemand gevallen die word verzorgd. Ik pak het op en als ik de molentjes stil zie staan op ongeveer 70 kilometer begin ik te denken dat het zelden voor komt dat mijn beentjes harder draaien dan de molens! Dat beurt me wat op en de beentjes werken lekker mee. Eigenlijk is dit stukje best leuk en snel voorbij. We zitten op 70 kilometer en ik hoeft er nog maar 20. Ik ga eens kijken of ik toch niet binnen de 3 uur de 90 kilometer kan halen. De weg richting de Stichtse Brug is wel autovrij in tegenstelling tot wat ik eerder heb ervaren. Ik pik wat tempo op en ook weer wat vechtlust. Lekker over de Gooimeerdijk over de weg! Ohnee, ik was even vergeten dat deze weg bij de tijdrit al een beetje tegenviel en hobbelig was. Aan alles merk ik dat het wat laat is, maar ik heb de spirit er toch weer in. Ik schakel lager en misschien had ik dat eerder moeten doen. De 90 kilometer liggen verder weg dan ik dacht (of dichter bij de fiets-finish, het is hoe je het bekijkt), dus ik moet ook op het pad richting het Kasteel doorzetten. Dat is lastiger, want krapper en drukker.

Ik mopper even op mezelf: had ik daarstraks maar doorgezet en meer gegeten en gedronken. Nu lukt het niet meer. Ik red de 90 kilometer niet binnen 3 uur. Daar baal ik van. Ik vrees dat de halve marathon nu een flinke kluif zal worden. Het is namelijk erg warm en zonnig en dat zijn niet de beste omstandigheden voor mij. Ik zie Rob naast het Weerwater en zwaai naar hem. Ik ben blij hier weer te zijn. Voor het fietsen zat mijn kop er niet goed op vandaag. So be it. En nu door! Ik stap laat af en het is er erg druk en onrustig.

Eerst de fiets wegzetten. Ik wil niet meer hardlopend door de wissel. Snel rekenend moet ik de halve marathon binnen de twee uur lopen en dat gaat me niet lukken. Een dame die me hindert, verontschuldigd zich, maar ze wordt door een official wel even vertraagd om haar helm te controleren. Ik zeg mijn fiets gedag en hobbel onder aanmoediging van AD, die vrijwilligt, de tent in. Dan komt de grote plas eindelijk. Sorry hoor. Ik ga de sokken nu dus echt niet wisselen! Andere schoenen aan, drinken mee en dan de tent uit. Ik ben eventjes de weg kwijt, ik mag hier toch uit?! En dan ga ik rennen. De drukte in.

Let’s go! Ik begin kalm en dat gaat goed. Ik ga verbranden, maar dat zal vast mijn minste zorg zijn morgen. Door het stadion en wat een drukte zeg. Langs de koelte bij het hotel en over de witte brug. Dan begin ik pas echt. Het is druk en onrustig. Ik heb dorst merk ik en ik drink meteen maar veel uit mijn flesje waar twee gels in opgelost zijn. Het is warm. Heel warm en heet. Bij de eerste post staat een knappe kerel die me cola aanbiedt en ik vind het bijna jammer dat ik zelf bij me heb 😉 wat hij gelukkig opmerkt. Ik neem wel gretig een spons mee en knijp die uit. De eerste kilometer gaat (zoals altijd) te snel, maar voelt goed. Ik weet al dat ik dit niet zal volhouden.

Langs de flats waar we geflyerd hebben. Ik lees de teksten op de grond voor Krista die hier straks de hele komt doen. Ook op dit parkoers is het druk. En met al het publiek ook nog eens extra onrustig. We gaan de hoek om en daar staan campers en caravans met luidsprekers. Even verderop staan JvdK en DS: ik mag deze kerels niet zo en terwijl ze mij aanmoedigen denk ik: ik loop hier toevallig wél en zal ook dit afmaken, in tegenstelling tot jullie gewoonlijke gedrag. Dat geeft me elke keer een duwtje in de rug. Daarna de blauwe toejuich-meute. Herrie! De zon is fel en de tweede kilometer is al wat langzamer, maar nog steeds snel. Ik loop richting het heen-en-weertje. Ik neem de binnenbocht en een spons. Het heuveltje op. Ik grinnik om de tekst “heuvel van niks” voor Krista. Er lopen echt hordes mensen.

Sommigen zijn al (veel) verder en wandelen al. Over het nieuwe fietspad in de brandende zon. De derde kilometer lijkt er op qua tempo. Maar dit hou ik dus niet vol, dat voel ik al. 6 Uur en 3 minuten wordt het. Dat weet ik opeens. Dan loopt er iemand tegen mij en mijn horloge aan en ik hoor dat mijn horloge denkt dat klaar is. “Verdomme” zeg ik hardop. Ik druk snel op doortellen, maar nu kloppen de kilometers niet meer. Ik kijk maar naar de eindtijd dan. Liever kijk ik niet. Ik heb veel te weinig speling. Door de zon over het hete asfalt naar de volgende post met sponzen. In mijn rode pakje ben ik duidelijk aan een thuiswedstrijd bezig. Het brugje op en dan pers ik er een glimlachje uit als ik het water zie waar ik vanmorgen nog zwom. Veel lachen doe ik niet vandaag. Meestal lukt het wel, maar ik geniet er niet echt van vandaag. Van mij had het seizoen vorige week klaar mogen zijn. Dan langs het Weerwater terug. Mijn horloge is off-sync en ik kijk maar niet meer naar de kilometertijden. Loop op gevoel. Dat gevoel dat zegt: je verbrand in deze zon.

Er loopt een vrouw naast me die tegen haar fans roept: “Heb ik ooit een hele gedaan, dit is veel zwaarder.” Ik herken het. Er support een Engelse mevrouw met krachtige stem en fijne teksten. Er staan twee kindertjes die roepen: de mama van Vincent. Ik ken ze niet. Hier is ietwat schaduw. Maar de volle zon komt snel weer terug.

Een krappe brug op langs de fietsers en dan naar de volgende post met sponzen. Toen ik fietste zag ik held MD hier helpen, maar nu ontwaar ik hem niet en mis ik hem. Er zijn andere supporters en vrijwilligers die ik ken. Het bos in over het asfaltpad en hier is het koel. Dat is maar heel tijdelijk helaas. Onder de hoogspanningsmasten door is het zelfs nog warmer. Ik vind de tekens op het fietspad van de eendjes en de hoogspanningsmastjes leuk. We komen onder een Red Bull boog door. Mijn bidon is eigenlijk te leeg. Dan langs de Frysmantent. 11 juli volgend jaar: ik dacht het niet! De eerste ronde is bijna af. Ik ga het afmaken, maar het zal niet gemakkelijk worden. De drukte in. Ik vind het leuk dat F me aanmoedigt vanuit de wisselzone: ik vind hem een nare gast, maar waardeer het werk wat hij doet. “Ziet er goed uit Anke” roept hij me na. Een beetje agitatie helpt me wel verder dan alle goed bedoelde aanmoediging. Dat geldt voor meer mensen, maar sommigen weten dat dit een andere wedstrijd is als de vorige. En er staan veel bekenden naast de lijn: KD, die lieve AS en bij de hulptroepen GN en die lieve HOvdL, twee lieve steuntjes. Het doet me ontzettend goed trainer RO te zien: hij weet wat ik kan en dankzij hem zwem ik! High 5! Door het station krijg ik een mondeling duwtje in de rug van de speaker. Er finishen al veel mensen, straks zal het rustiger zijn in mijn laatste ronde. Maar nu eerst de volgende ronde. De hoek om zie ik MB en lach weer omdat ik blij ben haar te zien met haar twee zoons die een halve doen. Jeffrey van de organisatie schreeuwt zijn broer toe, maar die heeft het ook niet gemakkelijk in de warmte. Ik neem soepel de bidon over van Vincent.

Ik wil hem nog zeggen dat de 6 uur het niet gaat worden, maar laat het. Lekker door de koelte. Ik heb het eigenlijk ook hier nu wel gezien. Volgend jaar echt niet meer Almere, te bekend. Ik zie JB, de trainster van anderen: ze duikt elke keer op een andere verrassende plek op met een bemoedigend woord. De man met de cola, de vrouwen in een lange jurk aan de andere kant, het kleine brugje, de eerste post met de knappe man en de sponzen. Weer een stukje verder. Dan langs de flats en ondertussen drinken. Deze bidon bevat meer water. Ik moet er weer van plassen en ontdek dat ik dat ook lopend kan! Beter dan fietsend. Ik klink soppend. Bleh. Vies zeg. Langs de campers, de heren, de aanmoedigersploeg. Ik ben de tel een beetje kwijt: ben ik al op de helft, hoe lang heb ik er over gedaan? Er staan inderdaad witte BMW’s langs de kant als kilometer-paaltjes. Maar ik loop offsync en weet dus niet hoe lang ik over de tien (of 9 of 11) kilometer heb gedaan. Ik zie wel dat ik het net niet zal halen. Misschien kan ik de laatste kilometers nog versnellen straks; met een doel voor ogen alles er uit knijpen? Het seizoen is immers toch voorbij hierna. Dat doet me dromen van op de bank liggen met een boek en chips. Maar nu loop ik nog in de felle zon en doe ik nog een keer het lusje extra. De berg weer op en het blijft toch druk. Een Duitser met luidspreker staat iedereen schreeuwend aan te spreken. Het warme fietspad over.

Dadelijk mag ik omlaag. Ik reken nog even, maar de 6 uurs-grens zal van heel diep moeten komen. Had ik maar harder moeten fietsen, want sneller zwemmen kan ik niet! Ik kijk uit naar de sponzen. Bij het bruggetje staat de oude trainer: nog zo iemand die mij een grijns van ongenoegen ontlokt. Dit mispunt heeft een betere tekst: “Blijf volhouden Anke”. Ja, meer is het niet he. Ik hoor ook Krista in mijn hoofd: blijven hardlopen. Dat is me bij de Frysman ook 3 rondes gelukt en nu moet het ook lukken! Ik zie de fietsers van de hele langsrazen en heb een beetje medelijden met ze: nog een marathon voor de boeg. Nu begrijp ik het, nu ik die afstand ook ooit heb gedaan! Dag Engelse mevrouw (“you are a beast, keep on going”) en de ‘hup-mama-van-vincent”-kindertjes. Er wandelen ook veel mensen en tussendoor knallen de pro’s. Het valt me nu pas op dat dit ook best een hobbelig pad is. Ik krijg al meer last: uitrekenen hoe ver het nog is en hoe lang ik nog loop, lukt al niet meer. De bidon is al weer leeg! Ik ben daar best trots op. Dit werkt wel. Ik ga zoeken waar ik in de derde ronde mijn bidon (tijdelijk) kan dumpen. Bij de Frysmanstand misschien? Officieel mag het niet, maar ik wil zonder bidon op de finishfoto. Sponspost zonder MD en zonder iemand die ik ken. Mijn tempo is er wel een beetje uit.

In het bos zie ik MaBe wandelen. “Kom op, dribbel” roep ik. Hij knikt en zegt dat het te zwaar is. Bij mijn vraag “laatste rondje” roept hij uit de grond van zijn hart: gelukkig wel! Dit zal de enige keer in mijn leven zijn dat ik hem kan inhalen, de lieve snelle jongen. Als we onder de hoogspanningsmasten doorlopen, haalt hij mij alweer in, maar dat vind ik niet erg. ‘Goedzo’ roep ik, maar ik weet niet of hij het hoort.

Er staat een groepje heel raar te dansen, ik moet er van lachen. Dat helpt toch echt. Mijn voeten branden een beetje. Red Bull boog. Frysman tent met vlaggetjes.

Het ziekenhuisbruggetje op en de drukte in. Bij het ziekenhuis is het nog net leuke drukte en AD vanuit de wisselzone schreeuwt me ook een heel eind verder, maar het stadion is echt overweldigend. Dat TL me water geeft en JL daar staat, doet me goed. GN roept: je kunt het wel!

Ik ben altijd blij als ik MB zie, dus ze krijgt een kushand van me 🙂

En dan meer finishers, terwijl ik nog een ronde moet en al die mensen en herrie… Too much. Ik ben achteraf nog blij met de Frysman: rustiger en overzichtelijker. Ik zie Rob niet geloof ik, Vincent staat klaar met de laatste bidon.

Nog 1 ronde. “Ik haal het niet” zeg ik en ik ga door. Ik weet dat het op deze ronde aankomt, maar ik voel ook dat ik er niet teveel van moet verwachten. Witte brug met een motorboot onder me door: voor de laatste keer. Mij zien ze hier niet meer terug. De mevrouwen met de jurken zijn weg, de meneer met de cola nog niet. “Ziet er goed uit” roept ie, maar zo voelt het niet echt meer. Verdorie. Het is rustiger nu. Dag knappe meneer, ik heb nog steeds mijn eigen spul. Als ik een spons aanneem, bedenk ik dat mijn laatste kans om cola van dit stuk aan te nemen, verkeken is. Een aantal (oudere) clubgenoten wandelen met zijn drietjes en ik hoor ze zeggen dat het op deze laatste ronde niet aankomt. Dat klopt ook, finishen zal ik. Rob zei vanmorgen nog: “het enige wat je kan tegenvallen is de tijd.” Als ik langs de flats loop, voel ik een blaar opkomen op mijn teen. Ik bedenk dat het dezelfde teen als die stuk was bij de Frysman, dus dit is minor. Nog 1 keer de hoek om. De moeder van Daan ziet mij niet, de heren zijn weg, een luidruchtig deel van de juichclub heeft pauze. Als ik maar blijf rennen wordt het een PR. Dus ik moet blijven rennen. Ik zie de BMW, weet wat er ongeveer op staat, maar hoe ver ik nog moet krijg ik niet meer uitgeteld. Het lusje rond en ik zie SK wandelend. Ik herken haar en niet alleen aan het rode TVApakje, maar he, ze is een grote vriendin. Haar naam wil me maar niet te binnen schieten. Het hele denken is vervaagd. Sponzen eerst! Blijven rennen daarna. Tri2One coaches eten een salade en dan heeft SK op me gewacht. Ik kan niet met haar praten, ik moet en ga door. Ze blijft in mijn buurt. En ik maar piekeren over haar naam. ‘Ik ga door’ hijg ik.

Het warme fietspad. Ik wil niet meer zoveel drinken nu. Even ben ik totaal de weg kwijt, weet niet meer waar ik ben op het parkoers. Heel kort en heel raar. Ik weet alleen dat ik moet blijven rennen, ook al is dat best moeilijk. Dan zie ik dat het naar beneden gaat. Ga ik nog versnellen, kan ik nog versnellen? Het antwoord is ‘nee’. De hitte is me iets teveel en dat er geen enkel verkoelend windje is eigenlijk ook. Ik vind het wel heel erg jammer, en ik denk nog aan de slogan van de Frysman: “liever dood dan slaaf” en dat ik dan beter kan proberen te versnellen tot ik dood ga, maar ik wil ook geen slaaf zijn van de tijd. Als ik blijf rennen, ga ik voor de PR en voor een tijd onder de 6 uur en drie minuten. Sponzen bij de volgende post! Ik tel even of ik 3 kilometer in 20 minuten kan rennen. Zou moeten lukken als ik me goed voel, maar dat is niet meer het geval en gaat het ook niet meer worden. Het lijkt nog best een eindje nu. En dan weet ik al niet meer of ik wel goed heb geteld of dat ik nog 4 kilometer moet. Het is in elk geval rustiger. Langs de flats. De engelse mevrouw staat er nog, de kinderen zijn weg en ik blijf rennen. Ik besef me dat mijn beentjes het maar blijven doen, dat mijn hoofd vandaag de achterblijvende factor is. Dat geeft me wel weer wat trots.

Witte bruggetje over en dan de 1% onverhard over het mulle zand. Een kort moment denk ik aan Joyce die vandaag haar langste trail loopt. Ik doe deze halve triatlon ‘alleen’. Mijn dikke loopvrienden Joyce en Manuel hebben hun eigen bezigheden. Gelukkig brengt dat Rob en Vincent dichter bij me. De laatste post is me erg druk, maar ik drink wel cola nu. Er hangt een bel voor de laatste ronde en die klinkt veelvuldig nu. Ik ben dus niet de laatste! Ik ren door het bos en vaag denk ik: voor de laatste keer. Teamgenoot RW komt langsgelopen, hij zegt me: ‘hou vol’. Hij moet zelf nog iets langer volhouden voor de marathon. De dansers zijn weg, de bliksemschichtjes vallen me op (dag-dag) en dan zie ik KvH met haar kind. Lief! Zij krijgt mijn bidon, bij haar wil ik ‘m graag ophalen. Ik ga lachend onder de Red Bull boog door en raak de Nepal vlaggetjes van de Frysman aan. De zwemdemonen zijn overwonnen vandaag. De ziekenhuisbrug over en ik hoor Vincent.

Ik zie de tijd wegtikken. Vlak voor het ziekenhuis zijn de 6 uur om. Ik baal er enorm van en huil er 10 tranen om.

Ik vertraag want nu maakt het niet meer uit en ik moet het even weer oppakken. Ik ren door en Vincent rent mee. Da’s fijn en pijnlijk tegelijk. Het stadion in met een gevoel van verlies. Ik kan wel beter lopen zonder bidon, maar ik knijp enorm. Wisselzone-vrijwilligers AD én F staan me vanuit de wisselzone aan te moedigen. Ik grijns weer.

Ik neem niks meer aan, kijk om me heen en dan ga ik ook over de finish. Ik ben toch weer onwijs blij en juich en schreeuw de emotie er uit.

Ik zie Rob in de verte en voor me staat Sanne. Zij was jurylid en mag achter de ‘coulissen’. Ze vangt me op.

Ik ben blij en verdrietig tegelijk: 6 uur, 3 minuten en 15 seconden. Een verbetering, maar net niet genoeg. Zo blij over het zwemmen, balend dat het fietsen niet genieten was, oververhit van het lopen en ik voel me smerig.

Sanne neemt me mee, Vincent en Rob knuffelen me naast de kant. Ik ben ook wel weer blij, maar ik heb te weinig genoten. Het zit er op, dit seizoen. Ik krijg een finishers t-shirt en breng dat naar Rob en Vincent. Misschien zie ik ze dan pas weer? Heel precies ben ik deze momenten kwijt: van vermoeidheid en de prestatie die ik heb geleverd weet ik achteraf niet meer of ik heb gejuicht en in welke volgorde ik wie zag en wat ik zei. Ik ben blij met Sannes steun. Ik heb hoofdpijn en ben een beetje wankel. Ik pak Robs telefoon aan, want de mijne is bijna leeg. Nog 1 klein verbeterpunt: we moeten laadblokjes meenemen op zo’n dag! Er is veel te eten, maar ik heb niet veel belangstelling, alleen voor de pennywafel. Die zijn zo symbolisch voor dit jaar! Ik at ze nooit, maar bij Civity per pakje en ik ben er aan ‘gehecht’ geraakt. Iemand zegt me gedag en even herken ik de wedstrijd-angst-coach niet. Ze heeft me wel geholpen vanmorgen eigenlijk!

Ik hou mijn medaille vast. Ik ga naar binnen om ‘m te laten graveren. De meeste mensen hebben sneller gefietst en gelopen dan ik. Da’s niet gemakkelijk te verteren. SK (ik heb haar naam weer te pakken!) komt bij me en zal me naar de tassen en douches loodsen. We halen de tassen en het gaat alweer iets beter. Ik ben moe en vies. Bij de tassen staat trainer RO. Goed hem te zien! Hij vraagt hoe het ging en ik jubel dat ik zo goed gezwommen heb. Hij heeft van anderen ook een welgemeend bedankje gekregen. Ik hoop dat hij training blijft geven, anders ga ik misschien ook wel weg. Alles goed en wel, maar ik wil nu een douche (en een boek op de bank, maar die moet wachten). We gaan met de lift en ik ben blij dat SK erbij is. We kunnen snel doorlopen en hebben met een Engelse erbij een meidendouche. Rommel uit en in een grote zak. Na SK spoel ik me af. Ik ben verbrand in mijn nek. En mijn voeten doen pijn. En mijn kuiten ook trouwens. De douche doet me goed. Wat nu? Ik stuur Rob een bericht voor de schoenen, want ik loop op slippertjes. We wisselen tassen uit. Op de slippers zal ik naar de massage gaan. Daar tref ik MW, die op mij mag ‘oefenen’. Het maakt me ook niet zoveel uit. We kletsen even en het helpt enorm dat ze mijn kuiten losmaakt. Het is wel een karwei geloof ik, maar de grootste drukte is geweest.

Op de TV zie ik Yvonne van Vlerken finishen. Dan zie ik RW langskomen op krukken! Ineens is mijn tijd best relatief, want hij heeft het dus niet gehaald en heeft ergens in de marathon op moeten geven – en hoe. Ik moet voor 5 uur mijn spullen halen. Maar even losmasseren is ook lekker! Het is half 5 geweest en ik wil naar Rob en Vincent. De telefoons zijn aardig aan het leegraken. We gaan nog mensen opvangen, dus op en neer naar huis zit er niet meer in. Dan zie ik dat het buffet geen rij meer heeft. Als ik er langs loop, schreeuwen de frietjes me luid toe. Samen met SLB en MoBB eet ik kletsend mijn bord leeg. Deze twee supermeiden hebben net de eerste MD (middle distance) achter de rug. SLB net onder de 6 uur en MoBB net boven mijn tijd. Dan ga ik de triatleten area uit en ga ik doen wat ik al lang wilde doen: naast Rob zitten bij het Weerwater. En dan bedoel ik: iets wat ik al weken wilde doen! Helaas heb ik niet echt rust. Vincent haalt mijn sokken, maar we vinden het paar steunkousen van vanmorgen. Ook niet verkeerd. Ik haal mijn fiets en spullen. Ik lever de chip in. Kwebbel wat en mijn fiets moet in de auto. Fietsenrek ligt nog thuis. Nu maakt het niet meer zoveel uit, wiel eruit en het past. We moeten telefoons bijladen, dat kan voor een euro. Die hebben we niet. We gaan die van iemand lenen. Zo komen we de een na de ander tegen die ik even moet vragen hoe het was, hoe het ging, te woord staan. De moeder van vier kinderen heeft het gehaald. Daar loopt een trotse MaBe met zijn moeder, die ons de euro leent. Dan wil Vincent iets eten en lopen we naar de snackbar. Daar is MB weer met die lieve zoon van haar en ze zijn allebei zo terecht trots. We willen Krista en LM op de hele binnenhalen of aanmoedigen. En zo staan we een tijdje te wachten in het stadion. Ik heb hoofdpijn en ben best moe. Ik moedig Krista aan voor haar laatste ronde: zou ze haar tijdsdoel van 11 uur halen? Wat is ze sterk! Er zijn anderen die ik langs zie lopen die ik ken. MSch loopt ook nog steeds, zonder noemenswaardige training voor de hele. Ik geef HB-The Last Man Standing nog een dubbele high5. Als hij finisht, ben ik al thuis. Het is tellen en wachten en dan krijgt LM nog een high 5 van Vincent en is hij als tweede in zijn categorie binnen.

Het is wachten en tellen tot Krista er is. Net over de 11 uur heen, maar in haar categorie op alle fronten de snelste.

Toen konden we – na 12 uur rondom de Challenge Almere te hebben vertoefd- eindelijk naar huis. Via de snackbar voor een welverdiende hamburger! Ik heb verder weinig trek. Ik ben behoorlijk moe.

Het zal nog even duren, voordat ik besef dat ik helemaal geen 3 minuten ‘te langzaam’ was, maar 7 minuten sneller dan vorig jaar op exact hetzelfde parcours! En dat die winst volledig in het zwemmen zit, is toch wel ongelooflijk, want die weg was het langst! Die overwinning is de grootst denkbare.

Eigenlijk is het ook niet gek dat mijn hoofd moe is nu ik net een nieuwe baan heb. En Vincent naar de brugklas gaat. Er is veel gebeurd in dit jaar. En nu kan ik even rust nemen. Na een jaar met daarin een hele triatlon, een halve triatlon en heel veel trainingen, is het nu tijd voor heel veel M&M’s, slapen en lekker werken.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-33 De week voor de laatste grote wedstrijd!

10 september

Ik ben er een beetje klaar mee. Met al dat gesport en geploeter. Maakt deze training echt nog uit? Waarom doe ik het nog? Ik heb gewoon geen zin meer. Verheug me al op een periode zonder wedstrijden. Aan de andere kant… een sprintje heb ik nog niet gedaan dit jaar… Maar goed, eerst werken en de halve ‘nog even’ doen. En vanavond even fietsen. Mijn racefiets schuurt weer, dus ik pak Robs fiets. Een idee van route ontstaat onderweg wel. Naar de sluizen op de Knardijk. Eerst wind mee en dat gaat wel. Ik kan er niet (meer) van genieten, dat ontbreekt. Been there, done that, klaar mee. Of beter: constateren, accepteren en doorgaan maar. Op de Trekweg wind tegen, maar het boeit me niet echt. Gewoon desinteresse. Een uur moet ik fietsen en dat doe ik ook. Het is dat ik nog net niet thuis ben, daarom node 3 minuten langer. Done. Lopen doe ik liever helemaal niet meer, want de belasting is groot. Dus die staat op het schema, maar daar blijft het staan. Ik blijf zitten- op de bank.

11 september

Er staat ook nog veel op het schema ook! Nog een koppeltraining met buiten zwemmen en lopen met intervallen. Ik vertik het. Buiten zwemmen in me uppie terwijl het regent en waait niet en intervallen ook niet. Binnen zwemmen en lopen met Joyce in de lage zones met wandelpauzes is geen straf. Ik ga naar het banenzwemmen in Poort. De turbobaan is vol met turbosnelle lieden. Ik kies de borstcrawlbaan.

Iets anders doe ik toch niet. Krista is aan het turbo-zwemmen en we onderbreken onze training om even te kleppen. Ze adviseert me minder diep mijn hoofd uit het water te halen. Ik ga het proberen. Met achtje, dat wel. En dat gaat wonderwel goed! Ik krijg meer water binnen (so be it), maar het voelt een stuk beter. Ik hou het ellenlang vol. Ga maar door en door. Ik bedenk dat 1900m zwemmen mooi symbolisch is. Maar ik kijk en zie 1400 staan! Hoe dan? Blijkt dat ik de 600m voor onze kletspauze vergeten ben. Dan maak ik er 2500 van! Bij 2300 is de zin weer opeens OP. Floep, weg. Gezonken. Verdwenen. Moet ik dadelijk ook nog lopen en wel anderhalf uur ook nog eens! Achtje er maar weer bij en 200m uitploeteren. Toch in minder dan een uur. Als ik wegloop, komt de badmeester op me afgesneld. Ik schrik; wat heb ik gedaan?! “Anke?” vraagt hij. Hij doet me de groeten van Krista, want die was al weg en ik zwom zo lekker. Grijns.

En dan hardlopen. Lage zones en wandelpauzes. Vanuit het topsportcentrum een rondje Kromslootpark. Joyce is er heen gekomen. Dat het regent en waait boeit me niet. Ik loop alleen maar om bij te kletsen met Joyce en omdat we samen zo lekker lopen. Zij mag klagen over de killer-pubers en vertellen over Lissabon en haar aankomende wedstrijd. Ik zelf tel de kwartieren af tot het wandelminuutje. Het wandelminuutje is ook saai. Als Joyce er niet was geweest, had ik het nog geen half uur volgehouden. Op de dijk hebben we strak wind tegen. Daar geniet ik van – een beetje. We zijn stil, maar de herrie is luid genoeg. Dit is toch gaaf. Maar zaterdag is het windstil en slechts lichtbewolkt. Dus waarom we dit doen… Niet over nadenken, uitkijken naar de brug! Ik wilde elke wandelminuut een foto maken, maar dat vergeet ik ook al in de tweede pauze. We maken een ommetje langs het Zilverstrand. Ik geniet – een klein beetje- van de nieuwe route en het feit dat dit tempo van 6:30+ me zo gemakkelijk afgaat. Dan weer terug richting Kromslootpark en ineens -poef- weg zin. Klaar d’rmee. Op. Ik ga het laatste kwartier skippen. Nogmaals: ligt niet aan Joyce, het is de algemene instelling op dit moment. We hebben wind mee en kletsen verder, maar als er 12 kilometer op zitten, kap ik er mee. We moeten nog om het Topsportcentrum heen lopen (waar ik gezwommen heb) en dan snel stoppen. Ik heb het goed gedaan, want ik ben er niet stuk van, maar het is geen loop om lang te onthouden.

12 september

Vincents race-day. Hij staat strak van de spanning (waar ken ik dat van). Ik heb hem met veel zaken geholpen en sta naast hem als hij vooraan staat met tranen van stress. Vind ik moeilijk, maar zo herkenbaar. Hij zwemt super-supergoed. Zijn held LM is voor hem gekomen om te supporter. Hij wisselt goed en dan ga ik met mama en Joyce het loopparkoers op voor support. Het gaat zo snel allemaal! En het is spannend om hem niet te zien en niet te weten hoe het echt gaat. De grote, snelle jongens komen voorbij. Dan een stuk niks. Rob staat bij de wissel. Vincent heeft de voorsprong met fietsen niet vast kunnen houden. Al die mensen die we kennen… En daar komt Vincent. Vlak achter de grote JS (die in Emmeloord oa won) en dicht achter hem zijn concurrenten van zijn eigen maatje. Er zit er maar 1 voor hem. De rest zit er heel ver achter. Wij rekenen niet naar de allersnelsten of de meisjes. Hij heeft 7 TVA-clubgenoten die in de eerste of tweede zitten en die hij moet ‘verslaan’. Dan is ie lang weg. Red hij het de twee achtervolgers achter zich te houden? 1 Daarvan zou (als derdeklasser) sneller kunnen zijn. Dat is zijn schoolgenoot, dus daar is een kleine schoolstrijd gaande! Ik zie JS er aan komen en daar achter loopt iemand nog sterk en rechtop. Daar zit een groot gat achter!

Degene die voor hem liep is te ver weg om nog in te halen. Het is Vincent en hij groet zijn klasgenootje. Ik roep hem toe dat hij vol moet houden, het ziet er supergoed uit. Heel krachtig nog. Ik ren hard en zie hem juichend finishen. 1 Uur en 2 minuten. Heel knap! Trots!! Net als oma. Van LM krijgt hij een persoonlijke medaille en dat is geweldig. Hij is op zijn beurt trots op het finishen-shirt. De snelste van zijn school! Daar is een visitekaartje afgegeven. Van MW krijgt hij een wijze les: “Ik begon hier 6 jaar geleden met mijn eerste triatlon en nu sta ik op het podium. Jij staat over 6 op mijn plaats.” MW is goed, heel goed.

Dan is het mijn beurt. Het parkoers zwemmen. Ik ben slecht voorbereid. Geen BH mee, geen badmuts. Rob brengt me nog snel een badmuts. Pa om kwart over 2 spring ik het water in. KOUD. Potdikkeme. Zwemmen met die hap, zodat mijn rasoppassers niet te lang hoeven te blijven staan. Ik navigeer goed. En ik geniet er van. Yes, fijn dat ik dat kan. Dan even paniek: ik zwem alleen! Er is bijna niemand en ik heb geen boei en en en. Lange slagen maken – daar is nog een man die moet kijken – rustig ademhalen. Boei om en dan weer even navigeren. Ik ben niet alleen, niet te langzaam en ik kan 1 op 3 ademen. Niet vergeten te genieten! Nu kan het… Ik zit er lekker in. De plantjes lijken wel touw. Veel plantjes. Ik zou jullie wel willen laten zien wat ik bedoel, maar een foto onder water maken kan ik niet. Het is groen en ziet er uit als dikke touwen die door elkaar liggen. Ik blijf de meneer voor. Nu ik alleen ben, moet ik zelf navigeren en opletten. dat is goed voor me en dit doe ik voor het eerst. Duhh- ik zwem hier voor de derde keer nu: tijd om eens op te letten dunkt me. Mijn horloge werkt zelfs mee! Ik weet niet of ik niet te ver ga, maar het zal niet. Boei ronden en dan komen de golven van opzij (links). Daarom ging het net zo goed. Ik verlaat 1 op 3 ademen. Inmiddels is de kilte verdwenen. De plantjes gek genoeg ook. Dan slaat de paniek toe. Een bootje maakt meer golven, de meneer zwemt van me weg, het is nog een heel eind: paniek! En dan? Op mijn rug gaan liggen? Ik probeer het, maar het bevalt heel erg slecht, want dan is de controle weg. Ademhalen dan maar. Vooral onder water uitblazen. En tot 4 tellen. Dat gaat goed. De rust komt terug. En het tempo zeer zeker, want ik haal de man weer helemaal bij! Na de boei bij de ziekenhuisbrug moet ik echt oriënteren. Ik weet hier nooit de weg, nu voor eens en altijd en vooral voor zaterdag eens goed koekeloeren. Er zijn veel gele boeien, een uitgang, maar waar moet ik heen?! De kano-ster wijst me de weg naar de buitenkant. Ik ken die stem, het is GN! Zij heeft me voor het eerst mee naar buiten genomen en toen heb ik al ontdekt dat navigeren in buitenwater een ding is! Ze wijst me de goede grote gele boei. Golven tegen – nee- golfjes tegen. Dit is niks. Ik heb leren zwemmen. Benieuwd hoe lang ik hier over doe. Eerder deed ik er 46, 47 en 47 minuten over. Ik heb me nu ook niet gehaast. Ik kijk nog even om me heen, hoeft ik dat zaterdag niet meer te doen. Dan naar de uitgang. Bam: 44 minuten. Jippie. En de afstand klopt ook op het horloge. Paar belangrijke punten die ik nog mee kan nemen: concentratie naar de ademhaling en het uitblazen, genieten kan dus nog best zo op het einde en de plantjes zijn oké.

13 september

Zenuwen vallen nog mee. Ik maak me maar niet meer zo druk. Ik leg alles klaar en ook daar zit ondertussen een routine in. Ik wil nog fietsen, maar de straten zijn nat. Ook dit fietstochtje zal het verschil niet meer maken. In tegenstelling tot eerder van de week geeft het me juist nu rust. Ik ga fietsen omdat ik het kan. Vanwege de regen en omdat de tijdritfiets helemaal klaar staat, ga ik op mijn racefiets. Manuel telt nog even mee hoe ik kan eten en gaat dan mee op bejaardentempo fietsen. Lekker om de Lepelaarsplas heen. Ik hoorde dat dat kan en altijd gekund heeft. Ik kwebbel Manuel gek over Vincents race. Ik kijk maar niet naar het tempo, want het boeit me niet en ik vind het wel goed zo lang het voelt of we met de senioren challenge meedoen. Het is even slikken als we langs het Bloq komen, want hier rij ik morgen de andere kant op over de weg. Het fietspad is prima te doen tot aan de brug.

Daarna begint de ellende… Bramenstruiken op het toch al smalle pad, brandnetels, zand, struiken. Het tempo vertraagt en ergens vind ik grappig. We komen bij de brug. Of.. wat vroeger de brug was. Nu is het zand. Een bergje en een soort van dijkje.

Fiets-onvriendelijk. Klunen op de fiets. Aan de andere kant staat dat je er niet door mag. Dan terug richting het Bloq en weer over de dijk. Mijn aandacht is er niet echt bij, maar ik vind het ook niet vervelend om te fietsen. We komen een groep senior-challenge-fietsers tegen! We gaan langs het centrum want ik heb bijna alles, maar geen gelsnoepjes. Laten die nu net uitverkocht zijn! Ik neem een extra reep mee en realiseer me dat ze bij de kraampjes rondom het Challenge terrein aanwezig moeten zijn. Ze zijn overgestapt naar ‘mijn’ merk repen en gelsnoepjes. We fietsen een dik uur in een slow tempo. 28 kilometer. Manuel mengt nog even mee de sportdrank en dan ga ik genieten van alle bedrijvigheid rondom de Challenge in Almere. De ‘reisbescheiden’ ophalen (klinkt al beter dan stickers en tasjes), naar de briefing en gniffelen, 100 keer gedag en succes zeggen.

Ik check de fiets in en gebruik de oude tasjes. Dan spreek ik af met AWL en we kletsen bij een theetje. Ook een moeder die de hele gaat doen, maar dan in Barcelona! Ik ga weer naar huis voor veel pannekoeken en roerbakgroente.

Ik ben nog niet zo zenuwachtig, maar dat is geen garantie voor morgenochtend. Het meeste zie ik op tegen… wachten tot we mogen starten. De rolling start duurt wel een dik half uur. Spanning opbouwen. Of ik ergens last van heb?! Ja, zeker! Mijn linker-middelvinger, mijn linker-achillespees, of nee, de rechter, mijn doos is gevoelig van de wond van enige maanden terug, ik ben moe (altijd), ik heb nu al de zon in mijn gezicht (aka verbrand) en (nog even iets verzinnen) mijn knieën voel ik als ik de trap op loop. Kortom: niks aan de hand. Het weer wordt goed met windkracht 1/2, het water is niet te warm voor een wetsuit, ik heb de voeding (redelijk) voor elkaar, ik ken de weg. Niets wat ik de schuld kan geven van de gedroomde tijd. Of toch: met 6 kilo minder was het zeker gelukt. Rob zei het nog: “Het is geen kwestie van finishen, dit is een wedstrijd. Finishen heb je al bewezen te kunnen, maar nu moet het allemaal sneller en beter.” Ik hoop onder de 6 uur te komen. Maar dan moet het mee zitten.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-32

1 september:

Nieuw werk! Nieuwe plek, nieuwe mensen, nieuwe dingen leren, nieuwe uitdagingen. En daar komt voor iedereen ook een verhuizing aan volgende week. Het is een leuke plek, vol leuke mensen en leuke dingen die ik mag gaan doen ook. Maar het is wel rommelig: ik heb net een computer, nog geen telefoon of eigen nummer en ook nog even geen inwerktraject. Maar ik ben met een kwartiertje rijden weer thuis! Dus we kunnen op tijd eten en naar de training toe fietsen. Het zal ongeveer de laatste keer zijn dat we op de fiets kunnen in verband met het feit dat het steeds vroeger donker wordt. Ik ga niet met de groep mee fietsen. Ik mag rustig mijn eigen tempo alleen doen. Eerst wil ik met Vincent naar het nieuwe pand fietsen.

Qonsío: daar werk ik!

Ik fiets de Hollandse Brug over en ga nog maar iets nieuws doen: er ligt een weggetje waar ik altijd al eens van wil kijken waar het uitkomt. Dus in plaats van links voor het rondje Muiderberg, ga ik rechts onder de snelwegen door.

Een lange rechte weg die uitkomt in Naarden. Ik ga onder de A1 door en weer terug onder de A1 door richting de golfvelden. Ik ben wat vroeg voor het einde van de fietstraining. Ik bel Rob dat hij Vincent kan ophalen, ik ga over de dijk naar huis fietsen: dan haal ik de twee uur en ben ik voor het donker terug. Het gaat lekker. Ik hoeft niet hard of veel, maar het gaat wel goed. Het licht is prachtig. Als ik stop om een foto te maken, vraagt een passerende wielrenner direct of alles goed is.

Na 57 kilometer is het al dik aan het schemeren en dan ben ik thuis. Ik heb het de collega’s nog maar niet uitgelegd dat dit een “gewoon-maandagavond” ritje is.

Woensdag 3 september

Meer Speed-No dan Speedo

Zwemmen gisteravond zag ik even niet meer zitten. En vandaag was het een leuke uitdaging: ik stop om 5 uur met werken en moet dan iets gegeten hebben (een salade). Ik rij naar het zwembad, Vincent komt met de trein. Het zwemmen gaat niet zo soepel. Ik zwem in baan 2, die druk is. Ik zwem soms vooraan, maar heb dan het gevoel te langzaam te gaan. Achter MB aan is weer net te gemakkelijk. Ik kom gewoon niet in een ritme en ben een beetje moe. Zoveel nieuwe indrukken op het werk! En vandaag was ik een beetje ‘verloren’. Na deze zwemsessie moet ik gaan hardlopen en daar zie ik tegenop. Al met al is het niet de beste zwemtraining.

Ik treuzel in het hete zwembad. Om half 8 is er een fotomoment voor alle Almeerse deelnemers aan de triatlon. Ik ga kijken of ik dat halen zal. Twijfel over wat ik aan moet. Heb geen zin. Ik moet 6×12 minuten in zone 2 lopen en daar tussenin wandelen of dribbelen. Ik heb de OV kaart bij me, want ik ga langs alle stations lopen over het Spoorbaanpad. Ik geef Rob de autosleutel en die neemt mijn spullen en Vincent mee naar huis. Dan is het Spoorbaanpad bij Poort dicht. Ik moet omlopen. Het tempo zit wel lekker, maar ik heb misschien niet al te veel tijd op deze manier, dus ik sla de wandelpauze over. Ik zwerf door de Literatuurwijk en hou de bordjes Almere-Stad aan. Ergens is het soms bekend, maar ik ken de weg hier niet zo en ik kan moeilijk inschatten hoe ver het nog is. Ik weet de plek van het fotomoment ook maar ongeveer. Zone 2 en de pauzes laat ik achterwege. Voor de rest gaat het prima. Handflesje en slechts een beetje trek. Als ik het centrum doorkruis neem ik de navigatie ter hand. Het zal ook niet erg zijn als ik (met mijn rode hoofd) niet op de foto kom. Als ik het gevonden heb is het half 8 geweest (de afgesproken tijd), maar iedereen loopt net naar buiten. In nette kleding. Ik ben bezweet, maar wel het allermeest mezelf.

niet eens zo heel veel mensen!

Ik heb er 8 kilometer op zitten. Ik klets niet te lang om niet te veel af te koelen. En dan weer door. Het is nog 7 kilometer tot thuis. Naar huis lopen? Ik heb nog wel een paar blokjes staan en die zal ik afmaken. Dan zie ik wel weer. Ik mag langzamer, maar dat doe ik niet echt eigenlijk. De pauzes heb ik al lang verlaten. Als ik bij Parkwijk ben, zitten de blokjes er nog net niet op. Dan maar door naar Almere Buiten. Als de blokjes er op zitten, is de zin een beetje over. Ik heb trek, het hoeft allemaal niet meer van me. Dan fietst H voorbij, hij staat ook op de foto. Hij spreekt me wat moed in en ik beloof hem tot het station Almere Buiten te lopen. Maar als ik daar kom, rijdt de trein net weg en ik zie geen bus. Dan maar uitlopen. Ik zit nu op 13 kilometer en ik weet ook wel dat 15 kilometer 10 dagen voor een halve triatlon best een belasting is. Ik gooi het tempo drastisch omlaag en dribbel. De laatste kilometer mag ik zelfs wandelen van mezelf! Ik doe het even, maar moet naar de WC. Het licht neemt af, maar dat vind ik mooi. Ik wil de 15km in anderhalf uur lopen, dus wandelen doe ik niet meer. Gered! Maar het trok wel een zware wissel. Ik ben moe van nieuw werk en heb moeie beentjes van dit lopen na het zwemmen.

6 september.

De zenuwen komen niet echt van de grond dit jaar. Hallo – ikke – we doen een halve triatlon volgende week! Tijd om je druk te maken! Maar… ik heb al het eten in huis, ik weet wat ik ga doen en waar en hoe. Ik hou me niet teveel vast aan hoe lang, dat zal ik wel zien. Gister heb ik gewandeld met Rob toen Vincent op de baan liep. De werkdag was weer erg leuk en vol. Lekker uitdagend! De vrijdagen hou ik vrij. En vandaag ga ik met Manuel fietsen. Ik ben nog steeds een beetje moe aan alle kanten: zowel in mijn hoofd als mijn benen. Als ik nu terugkijk, heb ik met dat vorige overspannen werk en de hele triatlon wel veel van mezelf gevraagd. Zo’n avontuur ga ik pas weer aan als ik qua werk echt goed zit! Nu maakt Qonsío daar alle kans op, maar dit was pas de eerste week! Ik doe het tempo: LAAG en Manuel doet de route. Zodat we op het einde wind mee hebben op de Oostvaardersdijk. We rijden om en langs het Spoorbaanpad. Wat nog steeds (en voorlopig tot volgend jaar) afgesloten is. De brug over mag Manuel in zijn eigen tempo doen. Mijn fietsbenen staan niet zo aan. We gaan naar de brug over de A1/A6 en tot zover is alles bekend. Langs het Naardermeer en alles gaat prima. We hebben wind tegen, maar pas als de wind wegvalt, merk ik hoe gewend ik daar wel niet aan ben. Ik roep deze exercitie uit tot tourtocht en dat helpt me heel erg. Dan hoeft het niet hard, is het geen training, geen wedstrijd. Jammer voor Manuel, maar hij weet het: met mij gaat het niet op hoog tempo. We rijden langs het water en dat is nieuw! Leuk! Het zonnetje piept er zelfs even bij. Dan over een prachtig fietspad langs de Spiegelplas. Ik geniet dubbel en dwars. Het is mooi, anders en de wind is weg. We kletsen onderweg, want dat hoort ook bij een tourtochtje. Tochtje… Er staat 75 kilometer op de planning. Vervormde ik vind dat ‘een beetje ergens op lijken’. We komen door Nederhorst en langs het kasteel. Dan buigen we af een totaal nieuwe richting op. Ergens maak ik me zorgen dat ik niet alleen te veel heb gelopen deze week, maar ook teveel zal fietsen. Ik heb een pauze-moment-verzoek ingediend. We fietsen echt prachtig langs de Vecht. Genieten. Elke keer als ik denk: o, we moeten eigenlijk harder fietsen, zeg ik hardop dat we een tourtocht maken. We willen Ankeveen graag fotograferen. Dan ineens moeten we linksaf. Maar dat kan niet, want er is geen brug! Het is nogal apart. Er blijkt een mini-pontje te zijn. We hebben natuurlijk geen dubbeltje bij ons, maar de mevrouw van het pontje vertelt ons dat we gratis mee mogen. Het is een feestje. Een kers op de toertocht-taart.

En de veervrouw maakt ook nog een foto van ons!

Een medereiziger vertelt ons niet alleen dat we in Nigtevecht zijn, maar ook waar de naam Nigtvecht (nijgt-de-vecht) vandaan komt en waar het Amsterdam-Rijnkanaal loopt. Het is te toertochterig voor woorden! Als de mensen bij het pont ook nog eens omvallen van het feit dat wij “helemaal” uit Almere komen, is het feestje compleet. We rijden door een stukje Weesp naar het Amsterdam-Rijnkanaal en daar gaan we langs. Onder de spoorbrug, de A9 en de A1 door. Dat hadden we ook altijd al eens willen doen! En dan langs de Maxis: nog zo eentje uit “altijd al eens willen doen”. Ik tel het pontje als pauze, maar ik heb echt trek intussen. Ik heb een gel gehad, maar de twee boterhammen van het ontbijt zijn verwerkt. We fietsen Muiden door en dan wennen we al aardig aan wind-mee. We vinden net het fietspad langs de stranden van Muiderberg. Dan is het terrein weer bekend en gaan we richting huis. Raar idee, nog iets van 25 kilometer te gaan en dat noem je dan ‘bijna thuis’. Maar ja, wind mee, met gemak boven de 30 rijden (TOERtocht) en een bekend uitzicht. Ik besluit het lopen achterwege te laten. Ondanks het lage tempo, vind ik dit wel goed zo. En ik heb trek. Ik klets met Manuel (tourtocht) en tel af naar 75 kilometer. Ik rij nog een luid piepende muis omver naast de Oostvaardersplassen en dan naar huis. 76 kilometer. Leuk tochtje! Ik eet in plaats van loop.

7 september

Voor het ontbijt moest ik nuchter lopen in zone 1. Altijd een verschrikking. Maar vandaag ging Vincent mee! Hij had al gegeten. Er ging weer eens een lange broek aan. Rondje langs de Oostvaardersplassen.

Vincent liep niet lekker. Hij voelde zich stijf. Beentjes die niet wilden. Ik had een hartslag die onder de 130 moest blijven. Dat wil ook niet hard. Ik loop me dan de hele tijd in te houden. Het klinkt gemakkelijker dan het is. Vincent nam de korte route langs de brug omlaag. Kon hij zijn broek opstropen. Ik jogde door. Toen ging het Vincent iets beter, maar hij vond het niet erg dat mijn tempo net onder de 7 minuten bleef steken. Ik wees hem er op hoe mooi het eigenlijk is. We maakten foto’s.

Tijd zat! Bij het Oostvaarderscentrum was het druk met toeristen. Wij liepen over het mooie bospad. De zon en het licht waren erg mooi. Vincent ging foto’s aan het maken.

Omdat we nu onverhard liepen, ging het tempo nog verder omlaag tot over de 7 minuten per kilometer.

Vincent fotografeerde de beelden en waterdruppels en het pad en mij. En toen nam ik een extra ommetje, dan kon meneer-de-fotograaf even zijn eigen gang gaan 😉 Hij was uit het zicht en ik kreeg het moeilijk: hogere hartslag, totaal geen zin meer, trek en ineens pijntjes. Ik kreeg natte voeten en baalde van het zand. Ik was blij toen ik Vincent in de verte weer zag en kon weer dieper ademhalen.

Blijkbaar is samen afzien op lage hartslag toch gemakkelijker! We jogden de brug nog over en ik begon wel zin in een bordje pap te krijgen intussen. Ik maakte 3 kwartier vol en liep nog niet eens 7 kilometer! Maar ik kan ‘m wel afstrepen.

‘s Middags had ik eigenlijk echt geen zin. Het sport-enthousiasme is een beetje op. Na anderhalf jaar veel trainen, is het wel klaar. Vorig jaar een halve, dit jaar een hele triatlon, volgende week nog een halve en dan ben ik even toe aan rust. Ik verheug me op weken met 5 uurtjes sporten!

Speelt ook mee dat weer 4 dagen werken best vermoeiend is. Nog even doorbijten, dat is ook een onderdeel van deze sport geloof ik. Zwemmen dus. Tijdens het kinderuurtje in de baan met drie hele snelle heren. Ik ga gewoon zwemmen, baantje na baantje na baantje. Ik zal voor de heren aan de kant gaan en neem mijn achtje mee. Ik zwem. Baantje na baantje na baantje na baantje. En als ik de mannen laat passeren, kijk ik bij ze af hoe ze de doorhaal doen. Ik tel ademhalingen, slagen, meters. Na 2100m zijn 2 mannen weg en doe ik het achtje aan de kant. Stuk zwaarder! Na 500m zonder, maak ik het uur vol mét achtje. Ik heb een eind gezwommen, maar het voelde niet soepel. Ik besluit de avondhardlooptraining over te slaan. Dat is best lastig voor me, want ik denk dan: ja, maar volgende week moet ik… aan de ene kant weet ik dat het nu niks meer oplevert om wél te gaan, aan de andere kant staat het niet voor niks op het zorgvuldig geplande schema.

8 september

Vroeg op op de zondagmorgen… Om half 9 reden Vincent en ik al naar het centrum met de fietsen in de auto. Het was nog erg stil op de straten! Om 9 uur stapten wij op de fiets en zochten onze weg – per lift – naar de Esplanade. We gaan de parkoersverkenning doen voor de Junior Triatlon. Eerst 18 kilometer fietsen en daarna 4,2 kilometer hardlopen.

We fietsen niet hard, dat doet Vincent donderdag maar! Nu kijken we waar de bochten zitten en vooral de lange rechte stukken waar hij hard door kan rijden. Omdat het fietspad nog niet helemaal af is, rijden we een stukje om via stoplichten. We komen langs het kasteel aan de ene kant, over de brug in Almere Haven en dan langs het kasteel aan de andere kant. Dan op de kruising naar rechts richting de dijk. We komen niet op de dijk, want al eerder slaan we af. Het is goed voor Vincent dat hij een beetje weet waar hij blijft. Rotonde over en dan richting de Kemphaan. Stukje bij beetje leert Vincent de wegen rond Almere ook al herkennen! We houden het midden van de fietspaden aan en bij de Kemphaan het midden van de weg. De cross Triathlon zal straks beginnen. We komen bij het kruispunt met alle bruggen en gaan weer terug richting het Kasteel. Op de kruising waar we eerst naar rechts gingen, gaan we nu weer rechts, terug richting Almere. Het is een heel stuk drukker geworden rond het Weerwater met fietsers en sporters. we rijden de parkeergarage in en leggen de fietsen in de auto. Een snelle wissel is dit niet! Dan gaan we nog hardlopen. We gaan weer met de lift. En dan nog een keer terug, want mijn telefoon ligt nog in de auto. Het stukje lopen is een heen en weertje langs het Weerwater. Ik heb best de sokken in. Vincent is weer mokkig, want hij eet en drinkt erg weinig onderweg. Ik moet het dan ontgelden met mijn ‘klotsende’ waterflesje en piepend horloge. Ik hou het tempo gewoon hoog. Voor mij dan, hoewel Vincent mokt dat hij dan in gaat storten. We komen nu veel mensen tegen. Ik val erg op in mijn rode trisuitje! We komen langs de oefenende brandweermannen en we zien mensen die we ook al op de fiets hebben gezien. Dan keren we om. Ik ga Vincent uitleggen wat de voordelen zijn van heen en weer: je hoeft niet achterom te kijken om te zien waar je concurrenten liggen in het veld. Dat bespreken we. Het tempo gaat niet omlaag.

Het tempo ligt boven de 11 kilometer per uur. Als we de witte brug over gaan, stelt Vincent zich voor hoe het is als hij bijna gaat finishen. Als we de Esplanade in zicht krijgen, zeg ik hem nog harder te lopen tot het punt waar we begonnen zijn. En dan kan er nog een tandje bij! We spreken de mensen die voor ons aan het opbouwen zijn, voor de triatlon. Helden!

Nog 1 week doorsporten. En dan…. Nog 1 keer knallen!

Ik heb nu al meer gesport dan vorig jaar in het hele jaar. Meer dan ooit tevoren in een jaar. Ik ben sneller met minder activiteiten. Ergo: meer gefietst dan ooit!

En het jaar is nog niet om. Ik heb nog een kwartaal tegoed ook!
Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-31

19 augustus De zomervakantie nadert zijn einde en in de avond is Vincent logeren bij oma. Dan mist hij de fietstraining. Maar daar hebben mama’s een oplossing voor! Dan gaan we samen fietsen! In de ochtend. Eerst tegen de wind in naar de plaats van de fietstraining. Vincent moppert nog even, maar straks op de dijk zullen we wind mee hebben en dan wordt het leuk. Al snel hebben we het met onze lange mouwen te warm. We fietsen langs het huis van Krista, vlak bij de start van de fietstrainingen. Ze is er niet (vast aan het trainen) en we leggen de spullen onder een overkapping. Als we wegrijden, komt ze er net aan. In topje en korte broek. Wij zoeken onze weg tussen de afgesloten fietspaden bij Poort en het Kromslootpark door. We komen op de dijk en daar is de wind best fel tegen. Trek ik Vincent er doorheen. Als toetje mogen we de brug over.

Dan gaan we over het kleine fietspad langs Muiderberg. Als groep is die lastig, want smal en ook toegankelijk voor paarden en wandelaars. Er is nog niemand aan het surfen in de haven. Vincent merkt op: straks fietsen we aan de overkant! Op de dijk hebben we wind van opzij, maar zodra we het kasteel van Muiden rechts van ons zien liggen, is er nog een stukje wind tegen. Ik vind dat niet zo erg en met de belofte aan een rustpauze slaat Vincent zich er ook doorheen. We halen intussen nog aardig wat mensen in ook! Dan pikken we naast het kasteel in Muiden een bankje in. Om even uit te puffen en Pokemons te vangen. En foto’s te maken.

Als dat allemaal gelukt is, fietsen we door Muiden en daarna verlaten we Muiden weer. De wind mee valt een beetje tegen. Op naar de dijk, daar moeten we er plezier van hebben. Als we richting de brug gaan, gaat het al de goede kant op. De brug over en dan richting de dijk. Tegenvaller: vanwege een festival is de boel afgesloten en moeten we omfietsen door Duin. Er vallen 15 regendruppels. Het heuvelt en het is onrustig, maar Vincent klaagt niet en we komen er wel doorheen. Op de dijk hebben we dan eindelijk wind mee en dan gaat het weer zo voorbij! Na de bocht gaan we lekker hard en ik haal de 47 km/uur.

Voordat je het weet, sta je alweer bij de Blocq van Kuffeler. Dan nog een klein stukje door de Oostvaardersplassen en hopakkee, ons rondje van bijna 60 kilometer zit er weer op! Ik breng Vincent naar oma, we wisselen van internet en dan krijg ik eindelijk mijn nieuwe horloge in handen! De oude was stuk gegaan bij de val (het glas gebroken) en deze is nog beter, gaat nog langer mee, heeft kaarten en is nog duurder.

21 augustus. Gister heb ik een dag gewerkt. En qua sport een dag rust gehad! Vandaag ga ik dat dubbel en dwars inhalen, want ik mag weer lekker trailen samen met Joyce. De titel belooft weinig goeds voor een zand’hater’ als Joyce: De Lange Duinen. We rijden naar Hollandse Rading en parkeren de auto. Dan nemen we de trein via Hilversum naar Amersfoort. De route staat op mijn horloge, we hebben papier bij ons en er zijn rood-witte merktekens: het kan niet misgaan zou je zeggen! De tocht is 22 kilometer, maar ik vermoed dat we toch op 25 uitkomen.

In Amersfoort wordt de toon meteen gezet: we beginnen met een flinke klim in het Bergkwartier! Echt best wel flink, om maar meteen te wennen. De route op mijn horloge klopt met de tekens, maar dan gaan we al meteen te vroeg naar links het park door naar beneden! Nog geen kilometer op weg… Met mijn horloge komen we terug op de route en dan volgen we de route de verkeerde kant op. Eventjes. We komen er al snel met behulp van de kaart achter en na het omkeren vervolgen we de route langs de tennisbanen. We komen in het bos en laten alle stads activiteiten achter ons. Vanaf nu volgen we de route zonder moeite. We komen in de buurt van de dierentuin en als we het spoor overgestoken zijn, gaan we een onverhard pad op. Heerlijk! Mijn benen hebben er zin in en ontwikkelen een steady tempo. Joyce volgt. Zolang het geen zand is, komt het wel goed! De hoeveelheid bos verbaast me. Ik ken het hier niet zo goed en weet niet precies waar ik blijf. We komen langs een prachtig heideveld in bloei.

Omdat de route ons niet noopt te stoppen, lassen we vrijwillige pauzes in. Even stilstaan en genieten. Dat we dit kunnen, dat het mooi is, dat het goed weer is, dat wij hier mogen zijn en voor een slokje drinken. En dan staan we naast de duinen.

Het is mooi, maar nog mooier is dat we er omheen lopen! Voor Joyce fijn, maar de zon op het zand trekt mij niet echt. We gaan een heel stuk door het bos en ik dood de tijd door uitgebreid te vertellen over Luxemburg. Joyce hoeft alleen maar te luisteren (of weg te dromen). De paden zijn breed en goed begaanbaar. Dan staan we in de bekende Soesterduinen.

Een heel klein stukje gaan we over het zand, maar daarna er omheen. Het is wel even ploeteren, maar vergeleken bij vorige keer is dit een makkie. Nu herken ik een deel van de route, maar wat hierna komt, is me een raadsel.

We duiken het bos weer in, de rust, de stilte, alleen onze aanwezigheid. Ik laat mijn benen het even overnemen en kan dan nog best tempo maken! We lassen midden in het bos een rust-strek-app-pauze in. Even bijkomen. Ik vind dat heerlijk.

Het is zo fijn om met Joyce te lopen: niks hoeft, we voelen elkaar aan en samen lopen we zomaar een eind weg. We komen bij het dure golfveld en dan staan we op een weg die ik wel goed ken van het reizen naar Civity. Nooit gedacht dat ik hier nog eens zou lopen en dit is wat veel voor me. Het voelt als afscheid. Bij het mooie huis op de hoek steken we over en we lopen er langs. Nooit geweten hoe het er uit zag en nu is het zelfs te koop. Ik vind het moeilijk, heb het idee dat als ik nu wegloop, ik voorgoed van Civity wegga. Afscheid zit soms in rare dingen. Na een pauzetje heb ik de moed alles de rug toe te keren.

Weer mooie bospaden. We lopen een keer verkeerd, maar mijn horloge corrigeert dat wel. Ik ben totaal het gevoel van richting kwijt. Het verhaal van Luxemburg klets ik maar verder en ik vertrouw er op dat we Hollandse Rading weer zullen bereiken. Ik ben niet zo moe als de vorige keer. Het lijkt nu ook gemakkelijker te gaan, zonder buien, zonder routestops en zonder een enorme zandvlakte. Er wonen nog overal mensen. We houden een sanitaire stop midden in het bos. De pauzes worden iets langer. Dan komen we bij een grappige zandkuil.

We zijn er bijna, maar de 25km gaan we niet halen. We lopen dus om de kuil heen en dat is met zand en hoogteverschillen weer ouderwets ploeteren en vermoeiend! Daarna duiken we Hollandse Rading in en staan we weer bij het station. We lopen de 23 kilometer vol. Dan is het tijd voor taart! Heerlijk en verdiend.

22 augustus. Op deze fijne donderdag gaan we met zijn viertjes in het water springen. DR, RW, Vincent en ik. Ik zal samen met RW verder zwemmen dan de andere twee. Vincent en DR kletsen samen lekker. Ik had snel een soort van slome slag te pakken. Met het nieuwe horloge! We gingen naar de boei. RW kan wel degelijk sneller zwemmen dan ik, maar vandaag viel ons tempo een beetje gelijk. Ik kan de boei tegenwoordig goed zien en zwom kalm. Bij de boei zat een vogel op de top, die wegvloog toen wij kwamen. Ik was alleen maar bezig met zwemmen vandaag, niet met boten of zo. We gingen door naar de andere boei en die lag tegen de wind in. Ik vind dat ploeteren wel iets leuker, maar het voelde ook wat enger. Hoewel het mini-golfjes waren, moest ik mezelf toch een keer bij elkaar rapen. Toen we bij de boei kwamen zat er wéér een vogel op de top! Ik zat er wel lekker in, al ging het niet snel. We gingen nog een stukje verder het water op richting de punt en daarna richting de groene boei. De golven zijn hier een stuk heftiger op het open water! Althans…. mij hoor je nooit meer klagen over golven! We zwemmen weer terug naar de tweede boei. Geen vogel te bekennen. En dan terug naar het strandje. Dat is een end weg. En dan gebeurt het! Ik kom in een kalme, maar zeer gestage slag. Het water onder mij door in plaats van dat ik me er doorheen vecht. Rust. Kalmte. Stilte. RW iets achter mij en ik hoeft alleen maar door te gaan. Het gaat echt zo lekker! Een zwem-flow. Helaas heeft RW het achter mij juist zwaarder, maar dat zegt ze pas als we er bijna zijn. We zwemmen nog wat op en neer langs het strand om de 2km vol te maken. Ik heb niet het idee dat het horloge heel nauwkeurig telt.

‘s Middags gaan we fietsen. Vincent, Manuel en ik. Een rondje om de Oostvaardersplassen met een ijsje. Ik klets het eerste stuk met Manuel, maar Vincent fietst zo mokkig achter ons aan, dat we snel van positie wisselen en ik achter de mannen uit de wind kan blijven. We nemen het kronkelfietspad door het bos om een beetje wind te mijden. Mijn bochtentechniek is het afgelopen jaar ook sterk verbeterd! We rijden terug naar het Buitencentrum voor waterijsjes. Ik ben volledig tevreden met even zitten in het zonnetje. Dan fietsen we naar de sluis op de Knardijk en Vincent neemt het fietspad terwijl wij om de plassen aan de andere kant van de A6 langsrazen. We zijn ongeveer tegelijk bij de Praambult. Dan nog een stukje wind tegen. Ik fiets hard voor de jongens uit om een foto te maken.

Ik krijg niet uitgerekend hoeveel harder ik moet fietsen om 3 minuten stil te kunnen staan. Desalniettemin haal ik het wel. We maken het rondje af langs het andere Oostvaarderscentrum, zodat we allemaal 40 kilometer hebben gefietst. En dan nog hardlopen om de dag af te maken? Ik twijfel er lang over, maar de avond is te kort en ik heb te weinig zin.

23 augustus. Ik moet/mag nog een keer een stuk fietsen. Manuel gaat wel weer mee! Deze keer ga ik op de tijdritfiets. Onze verhouding is nog steeds niet helemaal geheeld sinds de salto. Ik ben nog steeds bang dat de fiets en ik nog een keer hetzelfde vergissinkje kunnen maken, maar ik zal er toch nog een halve triatlon en komend weekend een kwart triatlon op moeten fietsen. Vandaag gaan we een rondje om de Noorderplassen. Ik fiets lekker. Ik durf te liggen, hoeft niet hard en het voelt gemakkelijk. We gaan op de weg terug de dijk over. Als we de dijk opkomen, staan de vrolijke borden voor de triatlon me al toe te lachen.

Vorige jaren kreeg ik de zenuwen, maar nu niet meer. Nu komt het stuk wind-mee! Ik ga liggen en ga gewoon. We sluiten weer vriendschap, de fiets en ik. En dan gaat het nog lekkerder. Ik kan er best goed op zitten. En de fiets past mijn benen ook prima. Manuel is er wel klaar mee, hij gaat niet mee nog een rondje om de Oostvaardersplassen. Ik eigenlijk ook niet. Kan wel, maar het hoeft niet. Toch wil ik nog wel iets verder nu het lekker gaat. Ik doe het rondje van Vincent er nog bij. Op een lekker tempo. Wilde toch graag 50 kilometer halen in 2 uur. Check.

24 augustus. Op de stadsfiets gaan we naar het centrum. Vanmorgen zullen Vincent en ik helpen met het rondbrengen van brieven voor de omwonenden van de Challenge Almere Amsterdam. Omdat we supervroeg zijn (of supersnel) rijden we even langs Vincents school. We zijn maar met zijn viertjes om brieven rond te brengen. Gezamenlijk zullen we het gebied rondom het centrum en het Weerwater afwerken. Stukje fietsen, brieven bezorgen, stukje fietsen… Het is toch een beetje sport! Maar wel erg leuk. We zijn een paar uur bezig en het gaat hartstikke goed met dit kwartet. Zo haal ik het doel wel! Het is toch een leuke combi tussen vrijwilligerswerk, sporten en toch een beetje training, ook al is het de stadsfiets en heel kleine ‘bricks’.

25 augustus. De kwart triatlon Noordoostpolder.

26 augustus. Heb ik spierpijn? Nee, niet echt. Heb ik moeite met de trap? Neu, maar 2 keer en dan is het weer prima te doen. Ben ik moe van de triatlon? Ja, dat gelukkig wel een beetje. Maar ik heb tijd om te herstellen en kan rustig aan doen vandaag. Noem het uitfietsen. Die arme Vincent moet mee. We fietsen in de avond. Eerst nog een keer langs zijn school, waar hij morgen op de brugklas begint. Dan fietsen we door naar de stad, die route kent hij inmiddels ook. We gaan nu alleen richting het kasteel. Halverwege richting de dijk bij Haven, maken we een pitstop en dan zoeken we in Haven even naar mijn werk. Maar voor we verdwalen, gaan we dat stadsdeel toch maar weer snel uit! We fietsen richting de rotonde, maar ook nu komen we net anders uit als ik dacht. Dan via de Kemphaan terug. Het is grappig dat ik overal zo’n beetje weet waar ik ben, waar ik uit ga komen en hoe ik naar huis kan fietsen, terwijl het voor Vincent nog best raadselachtig is. Maar bij de Kemphaan weet hij het. Even. “Zullen we over het vierbruggenpad?” vraag ik. Dat wil Vincent namelijk nooit en het is strak de verkeerde kant op. “Ja, leuk!” Roept hij. Ik krijg het vraagteken niet van mijn gezicht gepoetst, hoe ik mijn best ook doe. In plaats van links richting huis, gaan we rechts om over het bruggenpad te kunnen rijden. We maken er foto’s. Hij neemt mijn telefoon mee in zijn…. onderbroek. Bij gebrek aan zak – soort van 😉

Dan over de witte brug de Kemphaan weer af en nu weet Vincent de weg ook echt wel! Het wordt alweer vroeger donker. Dan blijkt het fietspad naar de Evenaar ook al afgesloten te zijn! Je bent wel het haasje als fietser in Almere tegenwoordig. We fietsen om en hebben net voor de zon ondergaat 28 kilometer uitgefietst. Het levert Vincent alleen nog maar meer spierpijn op, die ik toch al niet had.

27 augustus. Er is weer een hitteplan van kracht in Nederland. Je gaat er nog bijna aan wennen. Ik meld me vroeg bij Joyce. Van de trainer moet ik eens proberen om het schema voor 3/4 te volgen. In de vakantie was de helft al lastig, maar nu heb ik me voorgenomen strikt te zijn. Gister een kwartier te lang gefietst, maar vandaag ga ik me netjes aan de tijd en de zones houden. Drie keer 25 minuten in de lage zones met 2 minuten wandelen er tussen. Joyce heeft een schaduwrijke route. In de eerste 25 minuten zone 1 druk ik het tempo en kwebbelt Joyce me door de zon heen. Ik kan vanwege de hitte de hartslag niet laag houden. Wandelen doen we zelfs keurig! Dan volgt 25 minuten zone 2. Ook hierin is alle ruimte om te kletsen, ook als we onverhard lopen. Het blijft maar zonnig en de schaduw valt wat tegen. Om nog een keer 25 minuten zone 2 te lopen maken we een ommetje. Dan is er eindelijk schaduw! Ik heb geen enkele trek in extra lopen en precies na 2 minuten wandelen zijn we weer bij Joyces huis. Ik had eigenlijk meteen moeten gaan fietsen, maar ik ben met de auto. Dus ik ga pas fietsen als ik thuis ben na een glas heerlijk koude cola. Het is lang geleden dat ik alleen fietste! Dat ik mijn eigen tempo moest bepalen. Het is een tijd geleden dat ik zelf de route moest bedenken. Ik kom niet verder dan de Noorderplassen rond. Ondanks dat het soepel aanvoelt, ligt het tempo voor mijn doen hoog. Mijn horloge denkt dat ik loop. Mijn eigen schuld, want ik heb ‘m de verkeerde opdracht gegeven, maar nu zie ik kilometertijden en da’s best lastig. Het is nog steeds warm. Nog warmer eigenlijk. En extreem heiig. Je kunt bijna niks zien op het Markermeer.

Het is ook windstil. Ik ga lekker door de wijk en twijfel even om een stukje om te rijden, maar spreek mezelf toe: Anke, genoeg is genoeg en vandaag is dat een uurtje uitfietsen. Ik fiets dus gewoon naar huis en moet een stukje omrijden om 25 kilometer en een uur vol te maken.

28 augustus. Ik hoeft alleen maar te zwemmen. Eigenlijk buiten, maar het zwembad komt veel beter uit qua combi met andere mensen en tijd. Dus ik meld me weer eens aan de rand van de poel. Bij het inzwemmen haal ik 500m! Elke honderd meter wissel ik met en zonder achtje. Ik tel het aantal slagen per baan. Hoe minder, hoe beter. De eerste opdracht is 50 benen, 100 armen, 100 heel. Dan moeten we een piramide doen: 50 snel(er), 100 gewoon snel, 200 rustig aan, 100 gewoon, 50 sneller. Ik zwem in andermans tempo en dat gaat goed. Ik tel slagen of ademhalingen. Ik wist niet dat ik nog kon verbeteren met zwemmen, maar het is toch wel degelijk gelukt. Dan twee keer 400. Ik ga met achtje voorop en tel de hondertjes af aan de ademhaling: 100m 1 op 4, 100m 1 op 3, 100m 1 op 2 en 100m 1 op 5/3. En dat nog een keer. Daarna moeten we 50m rugzwemmen. Blergh. Tot slot nog 2 keer 25 sprint. Ach, omdat ik er toch ben… Ik zwem het uur vol en de 2500m ook maar meteen.

30 augustus. Fietsen op de planning, die ik deze week zo nauwgezet mogelijk volg! Dus moet die ‘arme’ Manuel mee in mijn blokjes: 15 minuten rustig infietsen en dan 6 keer een kwartier dat bestaat uit 4 minuten lage cadans in hartslagzone 2, 8 minuten hoge cadans in hartslagzone 3 en 3 minuten rust. We gaan richting het vliegveld en ik wil graag 50 km fietsen… Dat is omdat de maand bijna om is. We fietsen naar de witte brug, naar de McDonalds, langs het vliegveld en terug over de Vogelweg. Naar de wind heb ik niet gekeken. We gaan over de Trekweg. Het kletsen lukt wel redelijk, maar ik ben ook bezig met de cadans. Lage cadans gaat me wel goed af, maar hoge cadans is even zoeken. Het eerste blokje gaat goed en dan gaan we de sluizen over. Daarna gaan we het fietspad op naar de Wittebrug en daar zijn best veel bochten die het lastig maken de juiste cadans aan te houden. Al vrij snel zijn we bij de McDonalds, maar dat komt omdat we wind mee hebben. We fietsen richting het vliegveld en daar ga ik de uitdaging aan om nog een keer naar boven te klimmen op het kunstwerk, via de open trap. Ik ga vrij voortvarend omhoog, maar vlak onder de top, begint de toren voor mijn gevoel om mij heen te draaien. Ik draai me ook om. De lagere toren kom ik behoorlijk moeiteloos boven en daar ben ik apetrots op. Dat is een enorme vooruitgang.

Het ding is wel wankel! We fietsen weer verder en nu krijgen we op de Vogelweg wind tegen. Ik hou me nog behoorlijk aan de hartslagzones en de cadans, maar het tempo is wel wat minder nu. Ik heb niet meer zoveel zin eigenlijk. Maar ja, we zijn nu eenmaal op weg en thuiskomen gaat fietsend het snelst. Ik voldoe zo goed mogelijk aan de opdracht, maar kijk niet meer de hele tijd naar de cadansmeter. We hebben op de Ibisweg ook nog wind tegen en de brug die we over willen, komt maar heel langzaam dichterbij. Dan zit de opdracht er op, nu is het zaak 50 kilometer bij elkaar te fietsen. We doen geen dubbele paden en slingeren door de Sieradenbuurt tot de 50 kilometer binnen zijn en dat precies in 2 uur en vlak voor huis. Ik moet even doorwerken om gewassen bij de volgende afspraak te staan.

31 augustus. De laatste dag van de maand. Ik wil voor de apple-batch de sportmaand halen en voor Garmin 1000 sportkilometers maken. Normaal doe je dat als je een hele triatlon doet, maar het schijnt dat het ook kan als je geen werk hebt! Daarom is de training van morgen naar vandaag gegaan. En die training is me een ding: eerst 3 kwartier (bij voorkeur buiten) zwemmen, dan 1 uur fietsen op hoge hartslag en tot slot 30 minuten hardlopen op 10-11km per uur. Ik hoeft het niet alleen te doen, want RW en Vincent doen ook mee. Het is een stukje organisatie, want iedereen heeft zijn/haar eigen tempo, nivo en te halen afstand.

We gaan naar de Noorderplassen in de ochtend. Het wordt weer een warme dag. Om half tien rijden we met de fietsen op het fietsenrek voor een ochtendje sporten. De auto wordt onze wisselzone. Eerst gaan RW en ik 3 kwartier zwemmen. Vincent wacht op het strand. We gaan van boei naar boei. Ik ga lekker en adem 1 op drie. Nadeel is dat het horloge toch maar raar opneemt: na 250 m (ongeveer) staat ie nog op nul en als ik kijk, begint ie hard op te tellen. Heel vaag en ik wacht niet tot 250m. We zwemmen voor de boot langs. Ik vind het water best warm en voor het eerst in mijn leven ook best smerig.

Gelukkig krijg ik geen water binnen. Na 3 kwartier en volgens mijn horloge bijna 1500m komt Vincent het water in en gaat RW zich omkleden, zodat er voortdurend iemand bij de fietsen in de buurt is. Ik zwem 250m op wedstrijdtempo met Vincent.

En dan rustig terug. Ik probeer op mijn rug te gaan liggen, maar dat bevalt me superslecht. Uiteindelijk zwem ik 2000m. Dan gaan we rustig omkleden en de fietsen pakken. We fietsen naar het Fanny Blankers Park. Zwemmen en fietsen kan RW veel sneller dan wij. Vincent en ik gaan een vierkantje om het sportpark fietsen. Eerst samen en dan zal ik harder gaan dan hij. RW fietst haar eigen grotere rondje op hogere snelheid. Het tweede en derde rondje hou ik de hartslag tussen de 140 en 148. Het tempo zit er goed in! Alles 30+. Het rondje is maar 4 kilometer ofzo. Het vierde rondje doe ik op een lage cadans. Mijn benen verzuren en het tempo is dan wel hoger, maar dit hou ik niet kilometerslang vol. Het volgende rondje doe ik juist op een hoge cadans. Ik haal Vincent in en hou nu ook het tempo hoog. Dit is ook niet precies mijn ding. Samen met Vincent fiets ik een rondje uit en we maken foto’s.

RW is ook op het afgesproken punt en we fietsen terug naar onze wissel’zone’. Ik ga de fietsen op de auto zetten, Vincent gaat rennen en RW gaat ook lopen. Vincents rondje is erg klein en hij is binnen 10 minuten terug. Dan is het mijn beurt. Ik zie op tegen het lopen, want het is nogal hard en het is erg heet. Ik heb de 1000 kilometer in een maand intussen gehaald. En de apple-batch ook. Het looprondje telkens herhalen vind ik erger dan 6 keer hetzelfde fietsrondje. Ik loop dus eerst het ‘fietsrondje’ van de clubkampioenschappen van Vincent. Ik ga hard en gaat goed en ik voel me prima. Geen last van de zon, geen last van wat-dan-ook eigenlijk. Gewoon flink doortrappen, het is maar 5 kilometer en dan heb ik rust. Volgens mijn horloge moet ik 4 dagen rust nemen na het fietsen, maar in dat opzicht begrijpen we elkaar nog niet zo goed! Best horloge: ik doe triatlon; idioot veel sporten! Er is nog redelijk wat schaduw. Ik loop op een schema van 5:20/5:25. Dat is ruim 11km per uur. ‘Hoeft maar een half uur’ zit vast in mijn hoofd. Dat is zo gemakkelijk! Ik ga maar door. Ook in de zon op het asfalt. Ik vraag me af waarom het zo goed gaat en ik denk dat ik het weet: ik heb nog niet veel hardgelopen deze week, dat kost blijkbaar toch het meeste energie.

Ik loop langs Vincent en RW is er ook al. ‘Ze is gevallen’ , zegt Vincent. Daar schrik ik van. Maar ik hoeft niet te stoppen van d’r. Het wordt nu zwaarder, meer zon en de energiedrank ik blijkbaar verbruikt. Maar het tempo blijft hoog – sterker nog- het kan nog harder! De vijfde kilometer vind ik het heftigst: ik voel de felle zon en zie veel dagjesmensen, maar nu knal ik door ook! Ik loop de 5 kilometer in 26:51. HALLO ANKE: het is dertig graden! Nu moet ik de 30 minuten ook maar vollopen en als ik dat gedaan heb en rond ben, dan moeten de 6 kilometer er ook maar komen op het (wel bloedhete) parkeerplaatsje. Ik laat het tempo varen en maak steeds kleine rondjes. Het gemiddelde zit boven de 11 kilometer per uur. RW is lelijk gevallen over een stomme boomwortel. Ze heeft wat wonden, maar lastiger is dat haar blessure in haar knie weer terug is en aangevuld met last aan haar enkel. Ik vind het vreselijk voor haar! We zetten ‘r thuis af. Dan mag ‘mama’ alles opruimen. Ik voel me goed, maar ben wel moe en vreselijk hongerig.

1019 kilometer in een maand. Nog nooit zoveel sporturen verzameld! Vorig jaar sportte ik in totaal 6119 kilometers, dit jaar zit ik nu al op bijna 6000.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Kwart FitFunTriatlon Noordoostpolder, Emmeloord

De eerste wedstrijd na de Frysman is deze kwart triatlon in Emmeloord. Een kwart triatlon: kilometertje zwemmen, 40 kilometer fietsen over de N50 (een snelweg) en 10 kilometer hardlopen. Allemaal zeer te overzien, ware het niet dat het kwik stijgt tot 30 graden en hoger. Dat is even wat minder! Omdat het toch maar ‘een klein stukje’ is, ontbreken de zenuwen een beetje. ‘Been there, done that’ en ‘ik heb geen doel’ spelen daar zeker in mee. Ik wil gewoon lekker snel zwemmen, genieten en als het even kan onder de 2,5 uur eindigen. Maar hardlopen in de bloedhete zon zal me het niet gemakkelijk maken!

Vincent start na mij op de junior-afstand in de categorie jongens tussen de 12 en 16. Als wij onderweg zijn, is Krista al bezig aan de halve triatlon in Emmeloord. Wie van ons zal eerder binnen zijn? De aankomsttijden liggen allemaal rond half 3.

We vertrekken om 10 uur volgens plan met twee fietsen op het rek en een berg aan tassen met daarin veel bidons. Het zal zaak zijn voor mij om veel te drinken en voeden onderweg. Ik ga met de handbidon lopen en heb uitgeteld dat ik 1 bidon leeg moet drinken op de fiets. Daar zit een mengsel met gels in. Auto parkeren, spullen meenemen en dan naar het evenemententerrein lopen. De zenuwen blijven nog steeds een beetje achter, maar de zin ook. Ik heb gister het hele huis afgezocht voor de goede chip en niet gevonden, maar nu krijg ik een chip van de organisatie! Fijn! Weer een zorg minder. Fiets prepareren en drinken. Ik heb gister te weinig gedronken, maar dat haal ik toch niet meer in. We kletsen met de andere deelneemsters, JL geeft aan niet te zullen gaan lopen. Wij nemen daarom MW mee naar huis. Ik kan samen met MW starten op het zwemmen. Weer een zorg minder!

Fiets staat goed, alles staat snel klaar en dan rommel ik nog even met een bidon water en naar de WC. Ik heb het TVA pakje aan, met een grote veter voor de rits, zodat ik het pakje zelf open en dicht kan maken. Er blijft geen enkele zorg over! Ik klets nog met een meneer die rondloopt in het Gelreman-finishersshirt. Held! En dan is het opeens een kwartiertje voor de start. Even slaat de paniek toe, want inzwemmen zit er niet meer in. Snel het pak aan (toch maar wel) en een gel naar binnen duwen. We gaan in het vak staan en dan ben ik wel even nerveus. Niet verlammend, maar gespannen. Ik wil graag onder de 22 minuten zwemmen. Heel graag! Er is een gedeelde start, elke 10 seconden 10 mensen. Dat gaat snel gelukkig.

Het water is best koel! Ik begin al snel te zwemmen en haal maar 1 op 2 adem en het brilletje beslaat, maar alles zit goed gelukkig. Van boei naar boei. Ik zwem lekker door het midden. Met de nadruk op lekker. Het gaat echt goed. Ik probeer lange slagen te maken en recht te zwemmen. De boeien komen elke keer snel dichterbij. Is dat de vierde al? Ik hoeft niet te kijken, gewoon daar in de buurt komen en dan zie ik wel of iedereen doorzwemt, haha. Het is zo rustig, dat ik toch weer bang ben de laatste te zijn, maar dat kan helemaal niet! Ik ga gewoon door en rond de boei keurig. Zou het me lukken in de tijd die ik mezelf gesteld heb? Ik zwem niks langzaam en achter me zijn ook nog mensen gestart. Het is raar dat ik het niet zo druk vind om me heen.

Het water is vlak en troebel. Ik adem meestal 1 op 2, soms 1 op 3 om een keer te kijken aan de andere kant en soms 1 op 4. Ook van boei naar boei. Voor me zit een meneer die wel kijkt, dus die kan ik volgen. Ik blijf gewoon aan het zwemmen en heb zelfs de tijd om te denken aan de techniek en lange slagen maken en de doorhaal. Had ik maar even beter op de route gelet, maar nu merk ik het wel! Ik kan tot het trapje zwemmen, dat heb ik gehoord en doe ik ook. Ik kom ietwat wankel boven, kijk op het horloge en zie dat het pas 12 uur 21 is. Dat is me gelukt! Ik heb de horloge op de tijd gezet en er zijn nog teen 22 minuten om, dus het is me gelukt. Ik ben zeer blij!

Vincent vraagt of het me gelukt is en ik loop blij mijn wetsuit uit te trekken. Bij de fiets rommel ik een beetje. Ik heb mijn wetsuit snel uit, terwijl ik die boven mijn tas ophang, doe ik de helm op en dan de sokken aan. Bril op en schoenen aan. Ik pak de fiets, die ik anders op heb moeten hangen door het kleine zadel en ga voor een stukje lekker trappen. Hopelijk is het insmeren van vanmorgen genoeg geweest. Even opstappen, inklikken en dan moedigt AS me aan, de schat!

Ophaalbrug over en ik straal nog van het zwemmen. Ik ga al snel liggen en drink wat. Er volgen meer bochten dan ik had gedacht en dan een viaduct op. Voor de tweede keer binnen een half uur bedenk ik dat ik beter op de route had moeten letten. Daag fotograaf en daar is de snelweg. Het is een echte snelweg met blauwe borden, groene hectometerpaaltjes en twee rijbanen. Lollig!

Mijn tempo ligt hoog. Kan ik dat ook, de eerste 5 kilometer binnen 10 minuten? Blijkbaar wel. Op het asfalt wordt het nog gemakkelijker. Ik word ingehaald en vind dat best. Dan bedenk ik me dat ik mijn startnummer niet om heb. Potverdikke. En nu? Krijg ik dan een straf? Ik heb geen idee, voel me een beetje dom, maar kan het nu toch niet meer veranderen. Fietsen dan maar. Boven de 30 houden. Ik heb ook geen fietscomputertje, dus ik fiets op gevoel en kijk soms even op mijn horloge. Aan de andere kant zie ik ook mensen fietsen. Ik moet niet vergeten om te genieten dat ik hier kan trappen en doe dat grotendeels van de tijd dan ook. Het is wel warm zeg. Er komt een soort van wissel, maar we fietsen nog even door. Dan zie ik JL voor me fietsen, maar die kan toch sneller zwemmen? Ik geniet ook van de andere fietsers. De bocht is inderdaad lekker krap. Ik lig meestentijds op mijn fiets.

Op de weg terug lijkt de wind mee te draaien, maar het is windstil, dus dat is een illusie waar ik me graag aan vasthoudt. Ik drink zeer regelmatig. Dan hoor ik een fluitje achter me van de jurymotor, maar het is voor een andere meneer die een waarschuwing krijgt. Ik word ingehaald door een dame met een heer die duidelijk achter haar aan stayert. Hij blijft maar hangen! Dat is dom, want de motor ook. Letten ze mooi op hem en niet op mijn nummer. Ik zie dat hij een straf krijgt. Ik ga lekker hard en dan de snelweg weer af. Ik ben niet zo bezig met tijd, maar als het even kan, wil ik de 40 kilometer wel binnen een uur en een kwartier afronden. We moeten nog een extra ommetje maken. Het spreekt voor zich, maar wel veel bochten. Ik schakel aardig, maar het is ook druk op de weg. Ik zie dat JL nog voor me zit en mijn zwembaanscollega ML achter me. Een andere TVA’er haalt me in. MW zit een heel stuk achter me, net als EA.

Dan is mijn bidon leeg. STOP DE PERSEN: we zitten op 21 kilometer en mijn bidon is leeg. Ik heb genoeg gedronken! Het viaduct weer over en mijn zinnetje lost op in de zon. Ik heb geen zin meer, voel me wat slapper en vind het wel goed zo. Afstappen op de snelweg is geen optie en dat wil ik dan ook niet, maar de vechtlust en het genieten zijn verdampt. Het is dan ook nog heter op het asfalt. Bij het viaduct staat publiek. In mijn hoofd heb ik nu wind tegen (het is nog steeds windstil). Ik moet dadelijk de bidon maar bijvullen met de VanderLinde bidon die ik extra bij me heb. Dat lukt me niet zo goed, want de bidon sluit zichzelf. Ik drink dan maar grote slokken sportdrank uit de bidon.

We zijn alweer bij de krappe bocht. JL heeft me net toegejuicht: haar voorsprong is nog hetzelfde, maar zij stapt dadelijk af. Dan verschijnt de vechtlust weer: ik wil haar inhalen. Is het de sportdrank, de “wind-mee”, het idee dat ook een minder rondje nog boven de dertig zit of wil ik er sneller vanaf zijn? Hoe dan ook, ik bijt me vast en ga inhalen. Het is niet heel druk om me heen, dus de motor let weer niet op mij. Ik haal zo nog 4 mensen in. Op weg naar JL. Leuk om een doel te hebben! Ik krijg haar in het vizier als we de extra weg oprijden en kom dicht in de buurt in de superscherpe bocht. Ze ziet mij ook en volgens mij zet ze aan. Ik moet iets meer vaart maken en fiets weer close als er nog een bocht komt. Ik rem niet af. Nu wordt het echt de hoogste tijd voor de krant: “Anke heeft de bidonnen leeg en remt niet meer voor bochten” Misschien ga ik te hard, maar dat zie ik bij het lopen wel weer. JL klikt al uit en dan kan ik haar inhalen. Yes, Mission accomplished. Even afstand nemen en klaarmaken voor de laatste bocht en uitklikken en afstappen. 1 uur en 14 minuten. Ik heb zowat tijd over! Van JL moet ik in de wissel nog wat opschieten, maar ik doe snel het startnummer om. Schoenen wisselen, handbidon pakken. Even twijfelen over de bril, maar oplaten en dan een looptempo gaan zoeken. Ik ren de wisselzone uit en het parkoers op. Oei, wat is het warm. Oei, wat kan ik daar slecht tegen. Oei, wat gaan het tien lange kilometers worden. Ik drink kleine slokken uit de handbidon. Daar staat de meneer van de Gelreman. En even verderop roept D van Krista me toe. Ik geef hem de zonnebril, ik wil er toch vanaf.

Eerst even het rondje verkennen en maar zien waar het niet meer lukt met de hitte. Viaduct, schaduw, dan een vreselijk stuk zon en overal om me heen op het 2,5km lange parcours lopen mensen. Van de 21, van de kwart. Ik haal JB in. Ze sukkelt. “Is dat jouw Anke” roept de coachende buurman van Krista tegen haar D. Dan een waterpost. Ik gooi een bekertje over mijn hoofd, koel me met een spons en loop onder de douche door. Heerlijk, maar ik hap wel even naar adem. Parkje in. Daar zit AS met een clubje mensen en zij roept: Onze Frysvrouw! Leuk, want er zit ook iemand bij die een eerdere editie heeft gestaakt. In het parkje is wat schaduw en een spontane sponpost. Sla ik even over. De eerste kilometer ging iets te hard. Ik heb al uitgerekend dat 2,5 uur er niet meer inzit, want dan moet ik 10km in 50 minuten lopen en in deze omstandigheden kan ik dat niet. Simpel zat. Na twee kilometer twijfel ik al. Ik zit nog onder de 6 minuten per kilometer, maar ik heb het al zwaar! Ik drink, loop onder de tuinslang door, gooi water en spons over me heen, mik het bekertje en de spons in de bak en ploeter door. Ik ga niet wandelen voor ik er 5 kilometer op heb zitten! Stukje langs de weg (afsnijden over het gras net als iedereen) en over de ophaalbrug. Ik kijk om me heen en de buurman van Krista spreekt me streng to vooruit te kijken. De eerste ronde zit er op. Rob is met Vincent bezig, ik weet niet zo goed waar Vincent is en hoe hij gaat. Het water zal koud voor hem zijn en op dit moment ben ik jaloers. Dag Gelreman, hoi D van Krista, daar staat MB, mijn favoriete aanmoedigheld. Ik heb haar zoons gezien en zij heeft vanmorgen gestreden.

Schaduw en aan de overkant de zon. Ik ga al iets minder hard, maar nog steeds 10km+ per uur. Na dit vreselijke stukje zon volgt de waterpost. Koelen is zo belangrijk. En drinken ook, al doe ik het met kleine slokjes. Geen stress dat ik in 1 keer een hele gel weg moet werken, maar elke keer slokjes. Parkje, TVA-aanmoedigingsteam, kleine sponspost: ik neem overal aan. Zon, volgende waterdouche, water, spons. Ik loop van koeling naar koeling en vraag me maar af hoe ik dit nu eens zal volbrengen. Stoepje op, gras, oversteekplek met knappe vrijwilliger, zon, ophaalbrug en bijna op de 5km. Ik kan niet voor het publiek gaan wandelen, dus ik ren maar en ren maar. 28 minuten. Onmogelijk om de andere 5 nog sneller te lopen. Gelreman, MB, D van Krista, veel sjokkers en wandelaars, de vreselijke hete zon, waterpost, water-water-koelen. De snelste jongen van de jeugd haalt me in. Zou Vincent me nu al inhalen? 6 Kilometer al, maar die mis ik op het horloge. AS roept dat het “goed-gaat”. Duh… ik haat het nog steeds, want dat bepaal ik en niet jij en het gaat helemaal niet goed: ik heb geen zin meer, ik kan niet rennen bij meer dan 25 graden, als de challenge ook zo heet is ga ik niet hardlopen, ik ga te langzaam en ik heb me al heel vaak beter gevoeld dan ik me nu voel. “gaat-goed”, ammehoela. Spons en dan even dankbaar zijn dat ik geen 3km rondjes hoeft te lopen.

Weer onder het water door, ik probeer water te drinken, maar dat mislukt, de spons is warm. 7 Kilometer alweer. Nog 3 waarvan ik er 1 moet blijven hardlopen. Dag vrijwilliger, wacht inderdaad even met oversteken op deze mevrouw in het rood, stomme ophaalbrug. Ik zie Vincents ‘concurrent’ aan de overkant, maar zie niet of Vincent al in het park is of nog onder het viaduct. Dan is de bidon leeg! Er zitten dus twee gels en ruim genoeg vocht in mij. Als dat de krant niet haalt, weet ik het ook niet meer! En deze bidon kan ik dus leegmaken en op de challenge elke ronde wisselen! Weer een zorg afgestreept. Die laatste ronde zullen we ook maar doen he, we zijn er nu toch!

Rob roept dat Vincent er aan komt. Voor mij dus. Krista zit net iets voor me, maar die moet de langere ronde doen. Ik zie haar niet. MB heeft het leuk gehad, roept ze. nog 1 keer dat vreselijk zonnige stuk. Ik pak het weer op en wist al dat ik toch niet ging wandelen. De tijd ligt net iets boven de 6 minuten per kilometer. Afkoelen, nat houden en er loopt een kleine kerel die het moeilijk heeft. Het is ook zo warm! De ronde is nu rustiger, want de meeste kwarters en 21kmlopers zijn binnen. Er lopen nu wel kinderen, de korte afstand en mensen van de trihartlon. Dat betekent dat Vincent voor mij gaat finishen. Ik pak het weer op. Parkje door, haal ik het nog om JB in te halen? Nee, die gaat de 3km ronde in en ik moedig de knul nog even aan te blijven drinken. Dan de hoek om en de zon in en dan is de 2,5 uur voorbij. Het stemt me droevig. Het ging zo goed, maar dit doel gaat aan me voorbij. Dan onder de 2:37 please, een tijd waar ik ooit derde mee werd in Urk. Water, ik heb geen drinken meer en neem een slok water, maar koel er liever mee. Moeder en kind gaan voor mij opzij, wat niet had gehoeven, want ik geniet van ze zoals ze samen hardlopen. Al ligt mijn tempo iets strakker en hoger. Stoepje op en ik blijf maar rennen. Het gaat nu echt niet meer goed: ik word een beetje dizzy. Ik wil pas flauwvallen na de finish! Kom op zeg. Nog 1 bocht. Ik hoor dat Krista finisht. Ze zijn dus allebei eerder. Ik heb nog iets over (waar dan) en zet nog grotere passen, want nu maakt het niet meer uit. Ik juich lekker en doe er 2:35 over.

Ik ben heel erg moe en even volkomen dizzy. Ik zie Rob en vraag alleen maar naar Vincent. Die ligt in de schaduw. Ik ga er bij liggen. Voor de laatste keer een artikel in de krant: ik heb zeker 10 minuten nodig om bij te komen en kan in die tijd geen woord uitbrengen. Drinken. Rusten en dan komt Krista ook. Het is te warm om te sporten. Ik ga snoepjes halen en drink nog meer water. Ik ben trots: snel gezwommen, hard gefietst, goed gevoed, matig gelopen, maar nog wel in 57 minuten en dat met hitte die mij totaal niet past. Er volgt een verrassing als Vincent derde blijkt te zijn! Twee hele grote knullen staan naast hem.

We halen de spullen en krijgen slippers. De uien zijn niet voor ons weggelegd. Er was ook een medaille. Dan moeten we op zoek naar MW die met ons meer terugrijdt. Ze is nergens en ik ontwaar haar als ik naar de EHBO loopt. Ze heeft haar achillespees stuk gelopen en kan alleen maar hinkelen. Arme meid. Ze heeft ‘m wel uitgelopen, maar veel pijn en zorgen. We pakken haar spulletjes en rijden naar huis. Ik app rond en vindt uitslagen. Ik heb echt onder de twintig minuten gezwommen! Van de dames ben ik 12de geworden onder de 43 deelneemsters.

  • Anke de Boer ALMERE V (overall place van 188) 98
  • (swim) 00:19:46 (place women) 14
  • (T1) 00:02:24
  • (bike) 01:14:12 (place women) 13
  • (Total after bike) 01:36:21 (place women) 11
  • (t2) 00:01:59
  • Run: 00:56:42 (place women) 17
  • Total time: 02:35:01 place women 12 out of 43

Ik heb ‘s avonds weer genoeg energie uit de hamburger en frietjes gehaald om alles op te ruimen. Vincent is zo mogelijk nog trotser op zijn zeer verdiende beker dan wij zijn! Die heeft ervaren hoe het is om alles te geven en beloond te worden.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-30

15 augustus. Vanmorgen neem ik de kinders mee naar het zwembad in Lelystad. Kunnen zij spelen, mag ik tot 1 uur in het banenzwemmen aansluiten. Een plan heb ik niet, maar ik ga gewoon wel zien. Wel met achtje! Ik voel mijn benen van al het gewandeld namelijk. Ik kijk even en zie dat ik in de baan ‘hoog tempo’ zal moeten.

Ik ben daar niet de enige met achtje! Ik stap in het koude water en denk: hier ben ik het komende uur. Op en neer zwemmen. De eerste 500m kom ik er in, dan doe ik 500m met zo weinig mogelijk slagen. De trainer komt kijken! Degene die de borstcrawlcursus heeft gegeven. Nu moet ik mijn best wel doen, haha. Dan 500m zoals het komt en ik probeer 1 op 3 adem te halen. Nu ga ik door tot 2km ook! Ik doe over de eerste kilometer iets van 21 minuten. De laatste 500m zijn weer best zwaar, maar ik heb de baan hoofdzakelijk voor mij alleen nu. 1 Man doet nog oefeningen, zijn vrouw zit op de kant te wachten. In de korte pauze die ik me permitteer na 2000m, vraagt ze hoeveel er al op zit. Ik zeg: 2 kilometer en denk erbij ‘pas’. Dan ga ik nog een keer 1000m zwemmen om te kijken hoeveel verval ik heb. Daarna mag ik stoppen. Nu is de baan echt alleen voor mij. Er duikt even iemand bij, maar die haal ik in en hij verdwijnt naar de andere baan. Ik zwem maar door. Wat moet ik anders doen? Een boekje lezen?! Na 3000m besluit ik de laatste kilometer zonder achtje te doen. Dan zie ik pas echt het verschil! Het zal raar zijn de 3800m te passeren, maar dit is een zwembad – kom zeg. Ik moet er even inkomen zonder achtje en 1 op drie ademen en slagen blijven tellen om er zo weinig mogelijk te maken, maar na 500m komt het goed en kan ik gaan aftellen. 4K in anderhalf uur moet me toch wel lukken? De laatste kilometer is twee minuten trager dan de eerste. Ik doe er 1 uur en 28 minuten over in totaal. Nu kan ik een boekje gaan lezen en een blikje cola halen! Ik klets en bedank de borstcrawltrainer nog even. Eigenlijk wil ik ‘s middags als het een beetje weer is, nog een uurtje fietsen, maar ik ben van het wandelen-rennen-zwemmen moe en ik ga vanavond ook nog naar de training op de baan! Daar heb ik geen zin in. Maar goed, dat vraag ik me niet af: ook als je geen zin hebt, doe je het toch maar! Vincent gaat ook en je bent al zo vaak niet gegaan! We gaan in 1 grote groep inlopen buiten de baan. Het gaat wel. Ik kan kletsen met MZ, die stuitend nieuws heeft over zijn dochter. Dan doen we oefeningen en we moeten tweetallen vormen met iemand die ongeveer net zo snel is als jij bent. Ik wil niet snel zijn! Uiteindelijk zijn we met zijn drietjes: ik en twee heren. We moeten 4 keer 800 en 4 keer 400 lopen en de eerste wordt getimed en de tweede moet op gevoel net zo snel zijn. Niks voor mij, want ik denk dat ik te snel ga! Ik hou me dus heerlijk in. De heren volgen wel. In de tweede ronde raken we aan de praat, wij twee uit Veldhoven.

We zijn 4 seconden langzamer, maar helaas moest de andere persoon afhaken. We kletsen alle rondes door! Soms zijn we 7 seconden te langzaam, soms 4 seconden sneller. We babbelen over de 3de halve die we allebei gaan doen, over hoe je in Veldhoven goed kon zwemmen, dat hij waterpolo doet, dat je naar Veldhoven kunt fietsen enzovoort. De tijd gaat snel voorbij! Het is gezellig en de 400tjes doen we wel sneller! Ongemerkt zit er best tempo in!

16 augustus. Er staat een koppeltraining: fietsen en een kwartiertje hardlopen. Ik kan me er niet op verheugen. Ondanks het feit dat Manuel gezellig mee gaat fietsen en dat we nog ‘bankjestijd’ over hebben. Toch sta ik op en ontbijt ik snel en moet dan beslissen welke fiets vandaag me mag/moet. Het wordt de tijdritfiets. Ik merk dat ik daar met Manuel erbij wat moeite voel, maar ik ga er voor! We gaan een rondje Oostvaardersplassen doen. Snelheid hoeft van mij niet vandaag en ik voel ook dat het er niet in zit. Het is dat we wind mee hebben op de dijk en dat we gezellig aan het kletsen zijn (lees: ik ratel Manuels oren van het hoofd), maar de fietsbenen zitten er niet echt onder vandaag. Op de Knardijk hebben we geen wind mee meer, maar lastig van de zijkant. Het voelt als wind tegen en ik begin me al bijna te verheugen op het bankje. De tijdritfiets zit vandaag ook niet zo lekker, ik weet niet hoe het komt. We fietsen de Knarsluizen over en gaan dan achter de Ooievaarsplas langs. Ik moet een keer terug voor mijn bidon die er af stuitert en dat doet mijn hoofd helemaal geen goed. Vorige keer dat ik een bidon eraf stuiterde en met Manuel op de tijdritfiets ging, eindigde dat in een ongelukje, waar mijn vinger nog steeds last van heeft. We schipperen even over het bankje en de tijd dat we er moeten zitten, maar beslissen dat het best lukt om de tijden bij elkaar op te tellen. Vorige keer al tien minuten, nu gaan we voor 15. Je moet het langzaam oefenen he… Het bankje zit heerlijk.

Lekker in de zon en met zicht op het water. Een kwartier is niet eens zo lang! We fietsen verder langs het Kotterbos een beetje tegen de wind in, maar dat vind ik niet zo erg als de zijwind. Ik zie op tegen het lopen. Het is maar een kwartiertje: 5 minuten in zone 2, 5 minuten in zone 3 en 5 minuten in zone 4. Ik wil het rondje afmaken terug naar het Oostvaarderscentrum om twee redenen: dan stel ik het lopen uit en maken we de 40 kilometer vol. Maar ja, na 40 kilometer als ik thuis ben, is er geen uitstel meer. Schoenen aan en gaan. Het is maar voor even! In zone 2 loop ik 5:30 op de kilometer. Ik moet flink mijn best doen en krijg het warm met mijn lange mouwen nog aan. Ik heb een minuut rust en die wandel/dribbel ik. Dan zone 3. Ik krijg het nog warmer en zwaarder, maar het tempo zit er vet in! Ik zie steeds een getal dat met een 4 begint, dus ik haal binnen 5 minuten een kilometer! Dan mag ik weer een minuut wandelen en dribbelen. Ik zie al op tegen zone 4, maar ook die gaat hard en nu heb ik wind tegen op de Evenaar. Ik loop nog een kilometer in 4:51 en dan wandel ik een volle minuut om bij te komen. Ik ben tevreden over de kilometertijden! Had ik er geen zin in en zag ik er tegenop: twee keer een kilometer onder de 5 minuten – er komt heel wat snelheid terug. Ik ben bekaf en hobbel de 4 kilometer vol. Dribbelen. De rest van de dag heb ik ruzie met mijn benen en ik beloof ze plechtig een rustdag morgen.

17 augustus. Ze hielden het heel lang vol. Op basis van de protesten van de beentjes ging ik niet hardlopen vandaag. Dat had ik beloofd. Met moeite, maar toch. Op basis van de hoeveelheid zin hoefden ze ook niet te gaan zwemmen. Tot na het avondeten bleven ze op stoelen, banken en achter de strijkplank hangen. Maar daarna moesten de beentjes toch even los! Samen met Vincent op de fiets. Niet zo hard? Duh, daar trapt het hoofd niet in: Vincent moet trainen! En in tegenstelling tot gister stond de fietsstand vandaag wel aan. Omdat ik een belofte had gemaakt, hoefden ze niet mee te lopen. Maar wel een stukje omfietsen om te kijken of ik het gemiddelde ook hoog kan houden. Toen was de fietsstand wel prettig! Even door naar de dijk en terug. Gevaarlijk en a-sociaal voor medeweggebruikers, maar ja. Dik 27 gemiddeld is voor de meeste triatleten een leuk beginnetje, voor mij is dat oké!

18 augustus. Ik maakte me ‘s nachts al zo druk om de nuchtere loop dat ik droomde over anorexia en croissantjes! Ik werd rustig wakker en had tegen 9 uur genoeg moed verzameld voor drie kwartier hardlopen op een paar slokken water. Gelukkig was Vincent bereid mee te fietsen op zijn stadsfiets en konden we halverwege bij een vriendinnetje stoppen om haar met een spinner blij te maken.

Aangezien ik vaak op ‘niks’ loop, zou het moeten wennen, maar dat doet het toch nooit! Traag, saai, somber bewolkt weer en trek vormen de hoofdmoot. Gelukkig kon ik nog iemand inhalen die nog iets trager ging (misschien had ze al 30km gelopen of was ze net begonnen, maar ik ging met mijn dikke zes-dertig harder!) Vincent maakte me aan het lachen en telde mee de kilometers af. We zwaaiden naar Manuel en de snelle mannen die ons tegemoet kwamen.

Na 4 kilometer vielen er druppels en waren we bij DR om haar de rode spinner kado te doen. Na een korte klets-en-hug weer terug over de Evenaar naar huis. Het was niet lang, maar 3 kwartier kunnen best lang duren, zeker als ze langzaam gaan! Ik liep de 7 kilometer vol in 50 minuten en Vincent dekte de tafel.

Maar de dag was nog niet om… Er stond nog een loop op de planning. Gekoppeld met fietsen. Deze keer had ik mijn buik mudjevol met heerlijke Chinese groenten en nasi. Ik liet het zakken, maar daardoor vertrok ik wat later dan ik dacht om 8 uur. Dezelfde kleren waren gewassen en kon ik weer aan. Flesje drinken mee en maar zien hoe ver ik kwam en zin had. De eerste kilometer ging niet zo snel, maar toen kwam ik heel steady uit op 6:12. Ik had muziek opstaan en hield het tempo kilometerslang precies op 6:12. Ik liep naar de dijk. Het licht was prachtig. Echt heel, heel mooi.

Ik ging door in mijn 6:12 tempo. Het was heel stil en rustig en echt erg mooi. Helaas diende de chinees zich aan bij de uitgang. Het is niet eenvoudig: vanmorgen te weinig eten, vanavond teveel! Het patroon van 6:12 werd doorbroken en ik maakte een pitstop. Moest ik ook oefenen van Krista 😉

Toen was het tempo er een beetje uit en de zon ging onder. Dat gebeurt toch ook al steeds weer vroeger nu. Fietsen ga ik er dus ook niet meer aan vast koppelen, maar daar ben ik niet rouwig om. Ik maak de elf kilometer vol.

Dit was een week met veel uren, omdat ik vind dat het wandelen ook meetelt. Korte wandelingen onder de 5 kilometer zijn inderdaad een soort van rustdagen, maar 15, 20 of 14 kilometer is toch echt een flinke dagtrip. Zeker als er veel hoogtemeters in zitten! Dik 19 uur gesport deze week en bijna 160 kilometer afgelegd. Ik doe het er voor!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-29 Wandelen in Luxemburg

11 augustus

We hebben een weekendje samen: Rob en ik. Vincent logeert bij familie en wij rijden op zondag door naar een hotel aan de rand van Luxemburg. Met zwembad en ontbijt. Tijd voor ons samen. Als we er zijn met 1 tasje per persoon gaan we naar het centrum voor de McDonalds. Te voet. Dat is namelijk maar 4,5 kilometer. Berg op. Dus. Langs de grote weg. Na 2,5 kilometer bedenk ik pas dat we ook weer 4,5 kilometer terug zullen moeten lopen! En nou is 9 kilometer best een leuke hardloopafstand, maar wandelend… Op een zondagavond… Omhoog… (en straks omlaag) We kijken naar de bussen, maar hebben geen idee hoe dat werkt en wat dat kost. Dan lopen we langs het park – onder ons. Dat was leuker geweest dan de weg, maar dit is wel recht op het doel af. Tot we de glazen lift zien, die vanuit het park omhoog gaat. Had een klimmetje gescheeld langs een drukke weg!

Voor op de terugroute. We komen bij een fontein en een mooi uitzicht over de stad. Vanaf dat moment ben ik de weg kwijt. Een gewone plattegrond van Luxemburg is niet te maken, want er liggen dalen en parken tussen. Er zijn diverse lagen. Hoog daarboven een rode brug. Maar zelfs dat is geen punt wat je overal kunt zien. En 1 rivierbedding is ook geen gegeven, zo zal blijken. Nu eerst de beloofde hamburger! We krijgen er een extra glas bij en na het eten (op het terras) lopen we even richting het station. Om te kijken voor de bussen. Echter… Er is 1 ding wat we in al die tijd niet gezien hebben: het station! We komen bij een plein met een gouden (gele) vrouw op een sokkel en een majestueus uitzicht.

De rode brug en de lift zijn uit het zicht verdwenen (ik zou niet meer weten welke kant ze op zijn) en ik beslis dat ik Luxemburg leuk vind als ik uitkijk over de trapjes, de bruggen, de kerkjes, de huisjes en de laagjes. In de verte een brug waar ik graag overheen wil. Omdat er een dubbele laag is. En dan door het park terug is het idee. Leuker dan de weg toch? Beter dan de bus toch? We gaan over de brug onder de brug. Ik kan het niet anders omschrijven. Eng. Doodeng. Je kijkt via een (suf) gaas zo naar beneden. Ik durf alleen in het midden te staan. En dan waait het er ook nog.

Aan Robs hand kom ik over de brug onder de brug. En dan aan de overkant nemen we een trap omlaag naar het park beneden. Robs knie houdt niet van trappen. Die van mij gaan knikken van hoogtes, Robs knie reageert met pijn op vele treden omlaag. Het trapje wat ik van beneden zag, mag ik van hem dan ook alleen op en af lopen!

En dan door het park. Ik zie hardlopers en boven ons ligt de stad. Het is mooi weer en ik vind het prachtig! We kijken op Google Maps of Apple kaarten en komen tot de conclusie dat het goed komt als we het water maar volgen. Dan komen we weer bij de weg naar het hotel. Intussen geniet ik lopend door een prachtig rustgevend park! Met een skatebaan en bruggetjes en ommetjes en struiken en veel groen. We gaan een muur over met trappen en over een muur, terwijl onder ons iemand gaat basketballen.

Het water is echter een minuscuul stroompje. Onder de spoorbrug wordt het breder en we volgen het water langs de moestuintjes en langs de grote bouwwerken langs het spoor. Hier is de stad moderner. Meer stad, maar zonder de vuile afbraak-verschijnselen. We gaan omhoog langs het spoor door sjieke wijken. En dan kijken we weer op de kaart als we langs een grote weg komen te wandelen. De rode brug moet toch om de hoek liggen? Ergens zijn we vreselijk de mist in gegaan! We klimmen langs de weg (over het voetpad) omhoog en zitten dan nog 6 kilometer van het hotel vandaan! Zes! Hoe?! De vraag: ‘hoe komen we terug’ is beter. We vogelen uit waar we zijn en constateren dat we nog (1 of 2) heuvels over moeten steken. Vanaf het treinstation gaan we de woonwijken in. We hebben toch een treinstation gezien dus! Maar kijken wat de bus kost hield ons niet bezig op dat moment. Gelukkig is het goed weer en hebben we het warm. De woonwijken zijn vriendelijk. Ruim, rustig en heel stil. Veel mensen wonen hier tijdelijk of iedereen is massaal met vakantie. Wel leuke vrijstaande huisjes.

Na een flinke doorsteek komen we in het zakencentrum. Van het oude park, de moderne woonwijken in het deel met grote gebouwen en veel glas. Dat zal voor mij Luxemburg worden: dit staat naast elkaar zonder elkaar te bijten. Eclectisch. Veelzijdig. Tussen moderne kunstwerken door over een brede boulevard met een tram op de groenstrook. We lopen naar de Kinepolis. Ondertussen zitten we al dik over de 10 kilometer heen. Heel dik. We zullen nog 1 keer om de berg heen moeten terug naar het hotel. Achter de Kinepolis is het stil en er ligt een groot verlaten parkeerterrein van de luxExpo. Na een onaf gebouw steken we over langs de tramremise en dan lopen we het bos in. Nog 2,5 kilometer terug naar het hotel. Door het bos. Geen spoortje stad meer te zien of horen. We dalen af en ik denk dat we de 10 engelse mijl zullen halen op deze zondagavond. Hoezo leek 9 kilometer daarstraks een heel eind?! We komen 1 fietser tegen op dit fietspad, wat wellicht drukker is op maandagochtend. Het blijft steken op dik 15 kilometer. In het hotel trekken we een paar conclusies:

  • Het water splitst zich (meermaals) en bij de spoorbrug hebben we de verkeerde gevolgd.
  • Bij de Kinepolis zit een McDonalds Café (3 kilometer van het hotel)
  • Tramtickets kosten 4 euro per dag per persoon
  • Een knieband is een vereiste voor Rob
  • Er zit een enorme hypermarche en winkelmall op Kirchberg, het financieel centrum
  • het bed slaapt uitstekend! En de douche is ook prima trouwens.

12 augustus.

Met de kennis die we hebben opgedaan en gevulde rugzakken gaan we weer de stad in. Het fietspad omhoog is inderdaad drukker op maandagochtend: er rijdt 1 autootje om de putten schoon te maken en 1 persoon op de fiets. Tjonge… het zakencentrum is gevuld. Terwijl wij sliepen en liepen, is de parkeerplaats bij de luxExpo helemaal vol komen te staan. We gaan inslaan bij de hypermarche, nemen de tram vandaag en willen kijken bij de McCafe bij de Kinepolis. In de hypermarche hebben ze alles. Alles. Grasmaaimachines, iPads, groente, fruit, Lego, koekjes en wat je al niet kunt bedenken. In veelvoud. Echter een ruitjesschrift met harde kaft ontbreekt. We nemen koekjes en drinken mee en kopen een kaartje voor de tram die elke 7 minuten vertrekt. De tram is modern. Rob denkt een F1 auto te zien. Bij Pfaffenthal stappen we uit. Midden op een drukke weg. Ik ben de richting alweer kwijt! We willen met de glazen lift omhoog. Nou ja, “we willen”… Ik zie er tegenop, maar goed! We steken de drukke weg over en na 2 minuten staan we in een park. Een bos. Tussen de oude bouwwerken. Bij een ruïne. Huh? Geen aangelegd park, maar een echt oorspronkelijk bos met onverharde paadjes. En we kijken uit over de stad van de andere kant als gister. De lift ligt tegenover ons. Helaas ligt er een dal tussen!

We dalen af met mijn route op de telefoon. Dan staan we in een oude stad die niet onderdoet voor Italiaanse of Spaanse dorpjes: gekleurde huisjes, stenen bruggetje en torentjes. We komen bij de lift die gratis is en ons de stad in zal brengen. Het valt me mee. Je kunt mooi uitkijken. Maar boven is een uitkijkpunt van glas en daar omheen gaaswerk. Vooral dat gaaswerk, waar de wind doorheen waait, maakt het me niet gemakkelijk. Op het glas staan, durf ik niet.

We lopen door een park. We hoeven nog niet naar de McDonalds en ik wil naar de Casematten, al weet ik niet waarom. Ik zet de telefoon-kaart op ‘door de stad’ en het is er nog rustig. Voor het paleis is niemand. Ineens staan we aan de andere kant van het dal bij een andere (nog) oude(re) stad. Onder ons. Hoe het zich aan elkaar verbind, weet ik nog steeds niet. Er zijn vele uitkijkpunten op de muur.

Midden door de stad rijden (moderne) treinen tussen de ruïnes en vestingwerken door. Het is bewolkt vandaag. We staan een tijd te kijken en willen dan een wandelroute gaan volgen. Die staat op sjieke borden. We lopen naar beneden richting de spoorbrug, maar zijn de wandeling dan alweer kwijt! Op internet kunnen we niks vinden, maar de tourist info is ook te ver weg. Terug naar de Casematten dan maar waar de route begon. We hoeven niet in de casematten, maar weten wel de uitgang te vinden: een trap die Rob al af wilde lopen. Daar zien we dat de wandeling vervolgd wordt naar links.

We dalen af met onder ons de oude stad en boven ons… ook een oude stad! Er ligt een klooster. We lezen niet alle informatieborden. Wij zijn op zoek naar de plek waar we twintig jaar geleden samen op de foto zijn gegaan. Deze foto hangt bij Robs ouders in de kamer. Toen foto’s nog afdrukken waren zonder EXIF-informatie. Waar het precies is, we hebben geen idee. We weten hoe de torentjes op de achtergrond staan en meer niet. We dalen af over de klinkerwegjes. Robs knieband doet goede dienst. Er zijn meer mensen de route aan het volgen, met wisselend succes en tempo. Wel veel Nederlandstalig. Bij een heen en weer punt met veel trappen ga ik alleen even kijken.

Het lijkt wel een puzzel soms; met trapjes, doorsteekjes, hofjes en doorkijkjes! Alles is keurig netjes. Dan begint de regen en we moeten een paar open trappen op omhoog. Via een toren, op zoek naar het volgende (sjieke) bordje van de route. Ik doe de heen en weertjes en we komen aan de goede kant voor de foto. De regen stopt weer. Ik loop boven langs en rond en Rob wacht beneden even.

Ineens staan we op een binnenplein. Ineens staan we op de muur aan de andere kant. En opeens staan we op de plek waar we twintig jaar geleden ons lieten vastleggen op een kiekje! Nu begint het weer te regenen en er is niemand anders om ons te fotograferen. Hoe we die plek ooit hebben gevonden, ergens in een parkje, net van de route af die we kwijt waren is een raadsel. Nu zijn we de route weer even kwijt. Hetzelfde parkje! We weten er niks meer van.

We lopen verder en het is weer droog. Ineens staan we aan de andere kant bij de andere spoorbrug. Er zijn dus verschillende dalen en verschillende spoorbruggen. Hier hadden we gister een trapje omhoog moeten nemen! Nu nemen we het trapje naar beneden en we komen weer over het muurtje.

We lopen langs het ministroompje en dan ineens de stad weer in. Ik bedoel dan: het echte centrum met drukke smalle wegen en winkels. We nemen de lift naar boven, gewoon een inpandige lift en staan bij de vrouw op het sokkeltje. We lopen naar de McDonalds, want we hebben een beetje zin in iets drinken en een hapje. We nemen plaats op het terras onder een grote parasol en dan barst de regen goed los! Het giet. Wij zitten (net) goed. De regen zal weer stoppen en dan…. Dan weten we het even niet. Wat zullen we eens gaan doen? Winkelen is niet echt aan ons besteed, de casematten hoeft niet zo. We wandelen weer terug naar het begin van de wandeling, want daar is nog een wandeling. Eerst langs de touristinfo. We nemen een kaartje mee. Je weet maar nooit… En naar de openbare toiletten. De toiletten zijn bijna knusjes te noemen met schilderijtjes en tierelantijntjes. Ze zijn superschoon. Weer een plusje bij de stad Luxemburg! Dan terug naar het begin van de wandeling door de Rue d’Eau/Wasserstraasse. Vanmorgen hebben we 3 km gewandeld naar de metro. De eerste wandeling was 4,5 kilometer. Nu volgt een wandeling van 4 kilometer. En we lopen tussendoor van hot naar her. Het gaat een lange trip worden! Maar we nemen veel pauzes om te kijken en te rusten en te genieten. Het is nu wel druk bij het paleis, waar vanmorgen niemand was. Deze wandeling voert ons naar de andere oude stad. Maar niet via de geijkte weg! We komen door achteraf straatjes, onder een oude poort door en langs beeldige torentjes.

Ik raak helemaal gek op Luxemburg. Wat een variëteit! Deze wandelroute is veel gemakkelijker te volgen dan de andere. Echt elk bord is volkomen duidelijk. Je hoeft maar te roepen om een bord en daar is tie al. We wandelen weer eens naar beneden de lieflijke oude stad in. De regen is gestopt en alles glimt in een zonnetje. Dan is het weer snel warm. We komen bij de lift en omdat ie toch gratis is, besluiten we nog een keer omhoog en omlaag te gaan. Nu waait het boven minder en durf ik me iets meer te bewegen, maar op het doorzichtglas staan, no way.

En weer omlaag met de lift om de route te vervolgen. Niet over het schattige bruggetje waar we vanmorgen liepen, maar om de stad heen. Langs de oude poort, over een oude brug met trappetjes omhoog naar de andere poort. Het is echt supermooi. Superlatieven, maar het is zo. Het kan een Frans stadje zijn, of een Italiaans. Maar het is Luxemburg.

Boven ons een moderne brug. We nemen de trapjes omhoog. Spijt! Het zijn veel trapjes. Open. Maar het is wel erg mooi. Carcasonne-achtig. We komen langs de trein en wachten tot de oude boemel langskomt. Er vallen weer druppels, maar het went. Dan staan we weer boven op de muren aan de andere kant. Hier waren we vanmorgen ook! Dan nemen we de “aussteig” naar Obergrunewald. Ineens lopen we door het bos over een onverhard pad. Het is raar te weten dat je nog steeds midden in de stad bent. Als ik al niet weg was van de stad, dan raak ik nu echt in de ban. Een trailpad tussen de oude stad en de moderne gebouwen!

Jammer dat het weer zo hard omhoog gaat. Openen staan we op een wijde vlakte tussen een oude vesting. Niemand anders dan wij. Elk ander zichzelf respecterende stad zou dit afsluiten en toeristen geld vragen. Hek er omheen. Maar hier niet. Hier staan de bordjes precies zo dat je helemaal rondloopt. Onder je de oude gekleurde huisjes, boven je de moderne glazen gebouwen. Daartussen in gras en oude vesting. Het is een geweldige samenkomst van alles wat mooi is. Trapjes onder de vesting door, zuilen die bijna gotisch zijn, uitzicht op de oude spoorbaan waar hedendaagse treinen rijden. Het regent, maar ik heb een roze bril op en een blauwe regenjas aan.

Dan verlaten we het fort weer, terwijl we bewondering hebben voor de bordjes die zo zijn geplaatst dat ze je keurig rondleiden. En weer gebeurt het: midden door het bos dalen we af langs trapjes (niet Robs voorkeur) richting de spoorbrug.

En dan sta je aan de voet van de brug die Belgisch aandoet. Alleen dan schoon. En glinsterend van de druppels en de zon. We klimmen nog 1 keer omhoog en zijn weer bij de casematten. Nu willen we graag terug naar de metro, maar… via de grote brug! Die willen we ook overlopen. Lijkt me erg eng, maar goed. We lopen door de winkelstraten en een park langs een neo-klassiek gebouw naar een drukke kruising. Daar staat (hoe dan) een achtbaan! Die had ik niet eens kúnnen bedenken. Het is de kermis die wordt opgezet. Wij gaan de drukke boulevard op en de enorme rode brug over. Het valt me mee, want het hek is hoog en ziet er vanaf beneden heel anders uit dan vanaf boven. Het uitzicht is gaaf. Je ziet de stad die niet logisch verbonden is en torent uit boven de vestingen, ruïnes en huisjes.

Stilstaan is erg eng, dan voel je dat de brug beweegt door de tram en auto’s. Dan zijn we weer bij Pfaffenthal. Een ervaring rijker. Het idee is als volgt: we gaan met de tram naar de Kinepolis en de McDonalds en kijken waar de F1 auto staat. Die willen we fotograferen om Manuel van zijn jeugdtrauma af te helpen. Hij heeft een speelgoedautootje de brug af laten rijden als kind in Luxemburg. We kijken, maar zien de F1 auto niet. We komen bij de mac en gaan iets eten. Robs knie doet pijn. Deze mevrouw begrijpt ons minder goed, maar we scoren weer een glas! Plan b: we gaan met onze dagkaart (als enige betalende klant, want niemand scant of koopt een kaartje!) nogmaals met de metro op en neer. Over de brug. Tot de eindhalte.

Of 1 eerder. En zoeken de F1 auto. Want Manuel helpt onze katjes. Dan blijkt dat de metro’s elkaar precies ter hoogte van de mercedes-bolide elkaar kruisen! We gaan over de brug en langs de (enorme) kermis in opbouw. Aan de ene kant de kermis, aan de andere kant de begraafplaats. Aan de ene kant een mooie moskee, aan de andere kant een oeroude begraafplaats. We stappen uit en in en gaan terug met de metro. we weten nu waar we uit moeten stappen voor de F1 auto. Nog een stukje lopen! De afstand loopt aardig op. De Mercedes F1 auto staat in de etalage.

We nemen daarna voor 1 halte weer de metro. Want we gaan nog wat drinken en snoep inslaan voor vanavond. En dan nog 1 halte verder tot het einde. Nu staan we bij de expo en het begint te regenen. Als we oversteken schijnt ook de zon en begint het harder te regenen. De regenboog eindigt waarachtig aan de overkant! Als we er zijn is de regenboog de stad in getrokken. Helaas zonder de regen mee te nemen. In het bos gaat het nog harder regenen. Tot onze grote verbijstering is het pad juist nu het meest druk: twee fietsers, 2 hardlopers en een wandelaar! Wij worden drijfnat.

Het minst erge moment van de dag: nog 2 kilometer en we zijn bij het hotel. We hebben 20 kilometer gewandeld. TWINTIG. Rob gaat liggen. Ik ga zwemmen. Met achtje. In het ietwat volle bad. Op en neer. Ik heb 20m ingesteld, maar het zijn er maar 18. Ik trek me van niemand iets aan en zwem er netjes omheen. Op. en. neer.

Een half uur lang met achtje, 15 minuten zonder achtje. Dan gaan ze sluiten. Niet iedereen trekt zich er iets van aan, maar ik vind het wel goed geweest vandaag. Een prachtige dag in een prachtige stad die echt mijn hart gestolen heeft; prachtig saampjes.

13 augustus. We hadden bedacht dat we vandaag lekker door de natuur zouden gaan wandelen. En dan ongeveer 7 kilometer, zodat we een marathon in 3 dagen gewandeld hebben. We rijden naar Echternach. Omdat we niet precies weten waar we moeten parkeren, draaien we om in Duitsland! Bij het station zijn nul plekken meer, dus we rijden door richting Berdorf om naast de mooie weg te parkeren. In Berdorf hebben we alle plekken gezien en kiezen we er 1 uit. Die ligt het dichtst bij Berdorf in het bos. Dan gaan we wandelen. We volgen de E1. Waarom en waarheen is niet precies duidelijk, maar we gaan richting “iets”. Het is een breed en prettig bospad.

We kletsen wat, we stappen lekker door. Er zijn veel mede-weggebruikers, veel toeristen. Het leukste is om “tschuss” tegen alle andere Hollanders te zeggen 🙂 We komen op een uitzichtpunt boven op een rots, waar je met een trapje heen moet. Goed idee om daar even lekker te zitten, maar er zit al een Nederlands gezin met 3 jonge kinderen. En commentaar op mijn triatlon-shirt. Wij zeggen eigenlijk niks en genieten van het uitzicht over Echternach. En ik eet koekjes. Dan gaan we weer verder als we goedemiddag hebben gezegd. We komen bij een mooi vennetje.

Hier maak ik gebruik van de ruime (maar zeer open) dixie en we zitten even op een bankje. Deze keer verstoort een groepje Belgische jongens de stilte. We wandelen weer verder. Het plan is om aan de ene kant van de weg (de 364) heen te lopen, over te steken na ongeveer 3 á 4 kilometer en aan de andere kant terug te lopen. We vinden echter niet echt een fijne oversteekplek. Bij het Hotel wandelen we daarom maar gewoon door richting Echternach. Het is heerlijk weer: droog, niets te heet en een beetje bewolkt. We komen langs een scoutingterrein en een camping. En dan dalen we af Echternach in. We zijn al 7 kilometer onderweg en moeten dus terug. De wandelmarathon-in-drie-dagen zit er dus al op! In Echternach komen we op de parkeerplaats en langs het water. We willen Duitsland wel in lopen, maar dat blijkt nog wat ver te zijn. Er vallen 15 druppels regen. We zoeken de volgende route uit en lopen een stukje langs het water en naar de abdij/kerk.

Als we daar zijn schijnt de zon alweer volop. We twijfelen heel even over een terrasje, maar dat is niet echt iets voor ons. We wandelen liever terug met onderweg een bankje. Aan het einde van de winkelstraat bij het station pikken we de gele stip op blauw-route op. We gaan aan het klimmen. Langs de mensen die bessen plukken. Over een klinkerpaadje. Hoger en hoger.

Het is best steil! Langs het Mariabeeld. Je kijkt al uit over de abdij heen! We zitten even op een bankje bij te komen en laten alle andere toeristen passeren. Dan weer verder klimmen over het klinkerpad. Bij een uitkijkkiosk is het hartstikke druk. Het ziet er mooi uit, maar we blijven niet staan. Wij gaan door met stijgen in het bos. Rob begint net te klagen dat hij meer rotsen had verwacht als er aan zijn wens voldaan wordt. Hoge rotspartijen doemen uit het bos op. Het is wel druk op deze route. En dan komen de trapjes. Heel veel trapjes. Heel veel treetjes. Tussen de rotsen door. Prachtig! Maar niet heel fijn voor Robs knie.

Bij het op-en-neertje naar het uitzichtpunt mag ik de rugzak dan ook even bij Rob laten om een foto te gaan maken. Het uitzicht is weids en erg mooi! De rivier loopt er als een lint tussendoor en je ziet Echternach liggen. Er is helaas ook een rolstoelplatform en banken en veel toeristen. Ik ga de treetjes weer af en tel ze: 106 stuks. We gaan verder: trapjes, rotsen, heel veel groen. Het is echt mooi. Maar ook vermoeiend. Ineens krijg ik trek. Niet dat ik honger heb, maar ik raak verveeld. Ik vind het niet meer ‘leuk’. Heb ‘geen zin meer’. We gaan een tijdje op een bankje zitten en eten en dat helpt mijn spirit weer omhoog. Ik zie weer hoe mooi de rotspartijen zijn en de bruggetjes en de smalle paadjes. Ik kan weer tegen de jankende kindertjes en de vele boomwortels.

Na een parkeerplaats wordt het pad weer smaller en de neemt de drukte af. We lopen ‘langs’ de auto die aan de andere kant van de weg staat: meters hoger en van ons gescheiden door een paar steile wanden! Dan volgen we de route maar even verder…. Ik denk: prima, als het 13 kilometer wordt, dan hebben we 50 kilometer gewandeld door Luxemburg! We komen door een kloof. Niet dat er water is, want alles is droog, maar er is wel een brug en supersteile wanden recht omhoog. Dit is weer dicht bij een parkeerplaats, dus het stikt er van de mensen, maar dat mag de pret niet drukken. Als bonus komen we zelfs door een paar grotjes!

Dan gaan we weer omhoog. Terwijl ik andere toeristen op de foto zet, heeft Rob gekeken welk pad we moeten volgen. We gaan over een gewoon bospad omhoog. Net zo lang tot we de weg oversteken en weer bij de auto zijn. Dik 13 kilometer. Het is mooi geweest! We rijden naar Diekirch voor de McDonalds en genieten van het Luxemburgse landschap, terwijl de auto het werk doet. De beentjes zijn moe. Van ons allebei. Maar mijn armen kunnen nog hoor! En het zwembad ligt er nog. Ik neem wel een achtje mee. Het is niet druk op dit tijdstip.

leuk achtergrondplaatje om elke keer naar toe te zwemmen 🙂

Ik ga proberen om met zo weinig mogelijk slagen naar de overkant te komen. Het houdt me goed bezig. Zodra ik me laat afleiden, gaat het mis. Echt een goede oefening! Het tempo wordt niet eens zoveel lager, maar ik heb minder energie nodig. Ik zwem maar en zwem maar. Ik ga zelfs even zonder achtje. Tot de russen komen. Ik weet niet zeker of het russen zijn, maar het fatsoen komt niet met ze mee en ik versta er niks van. Een jongen springt haaks op mijn banen, zijn moeder met baby gaat in mijn baan staan en ze bezetten het bad zo’n beetje. Het is me ook zat geweest. Ik ga uitdruppen, douchen, nog wat lezen en dan heerlijk vroeg slapen!

14 augustus Het idee is dat ik nog kan hardlopen als ik vroeg wakker ben, maar ik heb er geen zin in. Lekker een keer blijven liggen nu het kan en dan snel inpakken, ontbijten en om 10 uur stappen we in de auto. Eindelijk eens iets netjes volgens plan 😉 We rijden via Eindhoven om de kinders (onze eigen+neefje en nichtje) op te halen en dan door naar huis. We zijn om half 3 weer bij de katertjes en om half 4 draait de wasmachine en is alles opgeruimd. Ik twijfel over lopen, maar nu is er tijd en ik ga gewoon. Ik neem niet meer de moeite de training in het horloge te zetten. Gewoon proberen: iets met 15 minuten inlopen en dan 2 minuten op één of andere hartslagzone. Mijn benen willen best wel eigenlijk. De kuiten zijn wat stram en mokken de viaducten op. Ik geef zone 2 en de andere zones op: gewoon lekker hardlopen nu het even kan. Op het moment dat ik dat beslis, dat ik de tijden los kan laten, gaat het vanzelf.

Ik neem de ommetjes over de berg en over de onverharde paden. Stoppen mag, maar niet voor 5 kilometer. Het tempo zit er goed in. Bekend terrein, maar niet minder mooi dan Luxemburg en vooral heerlijk plat! Langs de Oostvaardersplassen. Vanwege de protesten van mijn onderdanen laat ik de berg voor wat ie is. Ik wil nu wel de tien kilometer halen (dat vreselijk hoofd haalt zich vanalles in zijn -ja- hoofd). Ik ga dus nog even via het fietspad door het Kotterbos voor een stukje. Het wordt wel zwaarder en dat hoofd wordt toch ook steeds roder. weer onverhard en ik vind dat het tempo best omlaag zou mogen, maar het lukt me niet echt. Ik zit er nu lekker in! En dan komen de tien kilometer dichterbij. Ook al moet ik net een rondje om het huis en ben ik moe en moet ik naar de toilet, ik rammel het binnen 58 minuten vol. Snel douchen en pannenkoeken eten!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-28

4 augustus. De dag na onze monsterfietstocht moeten we even uitlopen. Nou ja, het voelt verplicht en ik heb niet echt zin eerlijk gezegd. Vincent wil een ijsje en daarom lopen we na het eten en Rummikuppen naar Pauls IJs in Almere Buiten. Hij loopt hinderlijk gemakkelijk. Ik loop te zweten. Hij neemt twee bolletjes en ik neem pauze. Hij heeft het over stofzuigen en rent even van me weg om ”t ouwe moeke’ weer op te komen halen (dat heet stofzuigen, helaas). Hij rent snel naar huis en de toilet, ik moet de 5 kilometer volmaken. Het is wel eens gemakkelijker gegaan. Ik denk dat het komt omdat ik op de weegschaal ben gaan staan.

5 augustus. Op naar de fietstraining! Ik had mijn eigen ding te doen. Het eerste half uur samen met Vincent infietsen tegen de wind in in zone 1 was nog wel te doen. Ik kletste lang, want er leken maar een paar mensen te zijn en dan kon ik wel mee, maar om 7 uur was het allemaal sneller en dan kom ik niet aan mijn hartslagzones toe. Had ik ze wel het idee van Muiden aan de hand gedaan! Ik ging zelf. Ik moest 20 minuten in zone 2. Dat ging prima, maar ik moest even omrijden omdat de fietspaden een beetje afgesloten zijn. Toen over de brug (ook in zone 2) en dan langs het water bij Muiden op het deel-fietspad. Ik geniet dan echt van het uitzicht, ook al had ik (nog steeds) wind tegen. Ik moest net voorbij het kerkje naar zone 3. Moeilijk. Ik ging heel hard en dat tegen de wind in! Er vielen 17 druppels. Maar ik zweette meer. Toen ik een hartslag-warning kreeg (te laag), begreep ik dat Garmin hardloopzones aan het toepassen was op fietsen. Dan is zone 4 vrijwel onhaalbaar! Ik haalde net eventjes zone 3. Ik kwam de groep tegen en later ook MB die samen met RO(h) aan het fietsen was. Toen moest ik wind mee proberen in een onmogelijke zone 4 te komen! Het ging wel heel hard, maar zone 4 heb ik niet bereikt. Ik snap gewoon niet hoe anderen zulke hoge gemiddelden kunnen halen. Ik red dat niet. Rij ik een uur lang 30+, maar elke keer oversteken of uitkijken en ik zit er weer onder. Als ik stop, stopt het horloge, maar mijn gemiddelde blijft echt hangen op 25. Ik ging nog om richting Duin, omdat ik tijd en opdracht over had. Het uitzicht over de dijk met de zon was prachtig!

Ik besloot de laatste keer zone 4 te skippen en rustig met Vincent mee terug te fietsen. Hij moest nog even 10 minuutjes op me wachten. Ik knalde echt hard door de stad heen, maar dat voelt niet erg veilig voor me. Kwam ik de club nog een keer tegen! Samen met Vincent fietste ik naar huis terug en nu hadden we wind mee. Ik fietste 50 kilometer in de twee uur. En toen deed ik mijn hardloopschoenen aan voor een klein stukje. Ik had het al zo warm, want al met al is het toch benauwd buiten! Ik deed een rondje om de wijk. De bedoeling was zone 1, maar ik zat er lekker in en keek gewoon niet. Het was niet heel eenvoudig, maar ik hield het wel vol. Ik stopte even voor een foto van het prachtige gouden licht.

6 augustus. Ik mocht mee met de trainer en zijn vrouw om te gaan zwemmen buiten. Na de Frysman heb ik een beetje schrik gekregen om buiten te zwemmen, dus het is goed als er iemand mee gaat die beter kan zwemmen en toch geen bewijsdrang heeft. Vincent mocht ook mee. uiteindelijk ging de vrouw van de trainer niet mee en wijzigde de tijd. We gingen zwemmen in Lelystad. Nu was het lastig dat mijn horloge niet meer in het water kan. Geen enkel ander horloge in huis kan dat, dus ik nam de Garmin 645 mee en zette die op de roeien-stand. In de Batavia haven is het mooi zwemmen. Vincent en ik met wetsuit, trainer in zwembroek – de held! Naar het volgende ponton. Ik wist nog hoe het ging, maar had wel last van mijn (nog steeds licht gekneusde) hand, die gister na het typen weer opspeelde. Niet piepen, zwemmen. De slag kan ik wel, maar ik mag ‘m langer maken. Ik merk dat ik dan rustiger moet zijn en dat ik nu nog gejaagd begon. Ik moest ook de hele tijd Vincent in de gaten houden. Niet erg, maar ik kom niet in het ritme. We gingen nog iets verder door en ik kwam er in. Rustig ademhalen, hier zijn geen golven (en nu hebben we wind mee) en me concentreren op de slag. Ik moest beter navigeren. Was ik ook niet op aan het letten! Terug waren er golven tegen. Dat is even wennen, maar ik vind het niet erg of eng. Dit is niks! Ik kan Vincent nog zien! Ik navigeer nu. Laatste (ook bekende) tip van de trainer: adem ook links. Nieuw aan de tip was: “ook al is het maar zo nu en dan”. Vincent zou bij het ponton wachten en toen had ik rust. Ik ging rustiger zwemmen en ik kon opeens wel 3 op 1 ademen. Ik kwam er lekker in en toen ging het beter. Het roeien echter was geen succes, want ik had wel heel veel en heel onrustig en kriegelig gezwommen. Ik nam de afstand over van de trainer en toen kwam Vincent er aan gezwommen: niks opgeven. Die rent er nog even een PR op de kilometer achteraan.

7 augustus. Joyce en ik hadden weer een trail uitgezocht! Joyce traint voor een trail van 28km, dus we moeten de kilometrage steeds iets verhogen. De auto parkeren in Harderwijk en dan de trein nemen naar Nunspeet. Ik kreeg een vraag over het werkcontract, dus dat gaf me weer even een boost! Genieten dat dit nu nog kan; ik heb vakantie! Het weer zag er goed uit: droog en niet te heet, maar dat viel allebei tegen gaandeweg. Het was best benauwd. Ik had het grote handflesje bij me. Nog steeds een beetje last van mijn hand, maar dit bevalt me uitstekend! Rugzakje op en gaan. Voor mij lag het moeilijkste deel na 200 meter: het Transferium een toren van 30 meter hoogte. En een open trap. Ik kan veel, maar de trap op is een enorme moeite.

Mijn ademhaling wordt zwaar en mijn benen voelen loodzwaar aan. De eerste trappen gaan rustig, maar gestaag. Op een bepaald moment gaat het rustiger en rustiger en dan voel ik de wind en de paniek en lijkt de toren te draaien. Ik zet het flesje neer. Ga rustig een trap verder, praat tegen mezelf dat ik dit kan en ga nog een stukje hoger. En dan weer een trapje terug van 7 treden. Joyce kan wel op en neer. Ik ga nog een keer 7 treden hoger. Hou me stevig vast. Ik spreek met mezelf nog 3 treden af. Ik ben anderhalve trap onder de top. En ik ga terug. Ik kan het gewoon niet. Laat mij maar zwemmen, fietsen en nu lopen graag. We gaan de routebeschrijving op papier en de route op de bordjes volgen. Ging vorige keer ook goed. De eerste kilometer is altijd even ‘settelen’, maar nu settelt zich benauwdheid en een gevoel van wennen vast. En het is nog verhard! We lopen langs de boswachters met hun vallende boom en langs kabouterplaatjes en dan lopen we verkeerd in een cirkeltje. Nee, ik hoeft die uitkijkpaal en boswachters niet nog een keer te zien, dus de route er weer bijgepakt. Deze keer is het lastiger te volgen blijkbaar. We gaan het bos in. Het gevoel voor richting gaat snel weg, maar het is wel genieten zo tussen de wortels door. Het tempo ligt laag vandaag. Blijft toch een dingetje en wennen. We steken de A28 over en moeten weer zoeken naar de paden. Aan de ene kant welkome korte puzzelstopjes, aan de andere kant een onderbreking van het ritme. Ver vooruit denken qua route kan ik niet. We kletsen, we kijken, we manoeuvreren ons door de bossen. En ik zweet! Ik drink gelukkig ook goede de ‘gel’ drank. Ik merk elke keer dat ik er energie van krijg. Dan over de heide.

Heerlijk! Het is echt mooi en gelukkig niet zonnig. Als we de hei over zijn, komt er een klimmetje door het zand. Dat is trainen: dit moet wel wandelend en dat mag ook! Boven wacht ons een zandvlakte.

Niet Joyce’s specialiteit, maar wel vreselijk mooi. We zijn er helemaal alleen op de wereld lijkt het (als je het achtergrondgeluid van de snelweg kunt negeren). Ik ga er op eigen tempo met een brede glimlach overheen. Er is 1 groot verschil tussen ons: Joyce overwint het zand, ik ben niet boven op de toren gekomen! We maken een foto(serie) en ploegen dan nog een heel stuk door het zand verder. Het tempo doet er niet meer toe, de bosrand halen en rondkijken, daar gaat het om. Ik vind het geweldig en geweldig zwaar. We komen opeens bij een verharde weg! Ook dat is even raar. We zijn al een uur onderweg en er zit iets van 8 kilometer op. Maakt niet uit, want de 22 komen er toch wel. Over de verharde weg gaan we de A28 weer over bij viaduct Hulshorst. We vervolgen over de verharde weg tussen de velden door. Dat is fijn aan de ene kant, maar benauwder dan de bossen aan de andere kant. Bij het kraampje gaan we rechts volgens de wit-rode pijlen en we kijken dat we de eigen-weg zandweg op moeten. Weg wit-rode route. Terug over het zandpad en blijkt dat we bij het kraampje naar links hadden gemoeten! Daar is ook een eigen-weg zandpad. Het begint te waaien en ik weet het al: hier komt de regen! Ik ben genoeg buiten tegenwoordig om aan de wind te voelen wanneer de regen begint. Joyce stopt haar nieuwe telefoon weg en pakt het petje. Druppels en nat worden dan maar. We gaan achter Hulshorst langs tussen de huisjes door. Ik roep elke keer: “Zo is het genoeg” tegen de regen en dan kan er nog een tandje bij. Naast de grote weg zetten ze de kraan echt open en schuilen we even onder een boom. Zullen we iets gaan drinken in het kasteel iets verderop? De bus terug? We kijken uit op blauwe lucht, terwijl we nat regenen. Op beide vragen antwoorden we nee. Gewoon doorhobbelen en door kwebbelen. Bij het kasteel komt de zon er al weer door.

De weggetjes zijn glad, het licht is prachtig. We komen na 14km op een lange rechte asfaltweg en dat is heet en benauwd. Ik heb het nu even gehad en loop dan juist door. Tot het einde van de weg. Ik wil wel over in een wandel-ren ritme. Net buiten Hierden stoppen we even. Doorrennen tot de 16km spreken we af. Over een prachtig smal kerkpad. Opzij stappen voor de fietster. Naar de route kijken tussen de huisjes. En toch weer stilstaan dus. Dan maar door tot 17km rennen. Het is echt warm tussen de velden. Is dat ook weer niet goed! Ik ploeg me er echt doorheen en trek Joyce een beetje mee.

Rennen tot… het einde van de weg en dat laat dan lang op zich wachten. Dan stop ik op de kruising. Joyce is verbaasd dat ik het ook moeilijk kan hebben. Nou en of! Zon, asfalt, de weg zoeken, geen einde…. De 21km komen hoe dan ook vol, maar ik mis het overzicht. We rennen een stuk en lopen dan weer een deeltje. Ineens komen we aan de rand van Harderwijk. Gelukkig, maar we zijn er nog niet. Dat besef ik. Ik vind dribbelen en wandelen wisselen nu prima. Toch rennen we weer een kilometer. Dan begint het weer te regenen. We schuilen in een woonwijk. Lees ik even voor over de Molen. We lopen door de woonwijken naar de molen. Daar begint de stortregen. De ophaalbrug is afgesloten. Een stukje omlopen dan maar! We zitten op 21km. Het is druk in Harderwijk met dagjesmensen voor het Dolfinarium. We zijn weer nat en schuifelen tussen de leuke vissershuisjes en de mensen door. Dan voel ik me er zo niet passen! Bij de visserspoort maakt een vriendelijke mevrouw een foto van ons en ik maak er 1 van de visjes op de bestrating.

We lopen door het drukke centrum. Wat voel ik me vies! En dan moeten we nog door een rare gang volgens de route en ineens staan we in een prachtig rustig park! Het voelt als even ademhalen. Het regent (weer). We komen langs de Linneaus toren en gaan dan terug richting het station, al vergissen we ons nog 1 keertje. Nog even schuilen en energie voor het laatste stukje verzamelen.

We gaan de 22 kilometer ook halen. Door de wijken, over de grotere wegen. Ik ben er ook wat klaar mee en opeens wil ik nog even wandelen. Het is me goed! Soort van plotseling staan we bij het station. Nat, vies en enorm voldaan. We strijken neer op een terras van een snackbar voor cola en een broodje vettigheid. De zon schijnt alweer.

‘s Middags ga ik zwemmen. In het zwembad. De kids zitten in baan 1 en 2 en ik voeg me in baan 3, maar wordt naar baan 4 doorgebonjourd met 3 anderen.

Uiteindelijk zullen de twee meiden die daar al zitten ook doorschuiven. We doen 8 keer 100. Om ste beurt voorop. Ik doe de helft met en de andere helft zonder achtje. Daarna moeten we wisselslag doen en dan 400m armen. Omdat het rustig en overzichtelijk is, zwemt de trainer zelf ook. We doen 50 school en 50 benen en daarna 5 keer 100m snel. Ik doe er 4 met achtje, want de laatste mag niet van MB 😉 dan nog uitzwemmen met paddels, maar dat vind mijn hand een heel slecht idee. Gelukkig is de tijd ook om.

Op donderdag doe ik node niks. Ik kijk een uur TV en dat is een hele grote prestatie voor mij! En ik ga ‘s avonds lekker samen met Rob wandelen. Daar voel ik me beter bij als bij bankhangen.

Vrijdag 9 augustus. Het regent en het is slecht weer. Tenminste, als je 4 of 5 uur fietsen op het programma hebt staan. Daar kan ik niet tegen. Er staat fietsen en ik wil fietsen, maar ik kan niet fietsen. Daar word ik heel ongelukkig van. Hardlopen kan wel. En dat kan en wil Manuel ook. Toch zit me dan dwars dat ik had moeten fietsen. Hoe mooi, makkelijk, prachtig en aanlokkelijk de trail rondom Groeneveld ook is. Maar ja, regen en lopen is te doen en ik heb een auto, dus we rijden naar Baarn. Manuel heeft een route op zijn horloge staan. Ik krijg straks ook een supersonisch horloge waarmee dat kan, dus we gaan het maar eens testen! We zijn de kasteeltuin nog niet uit of het giet al. Nat worden dan maar! We hoeven niet te puzzelen op de route, het gaat vanzelf zo door het bos. Heerlijk! Ik ken de bossen aardig, maar we komen toch zeker op nieuwe stukken. We kwebbelen en lopen. Geen pauze, niet zo snel als Manuel normaal zou doen. Volgens mij regent het niet echt hard door of ik merk het niet meer op.

Smalle paadjes (leuk), brede lanen (ook leuk) en bijna geen andere wandelaars (weer leuk). We komen langs het Bosbad Baarn en gaan door het bos ook weer terug. Als ik achteraf de route zie, weet ik waar we geweest zijn, maar als ik daar loop zie ik bos. Ik loop de 5km vol (in iets van 33 minuten) en daarna de 8km ook. Ik heb het handflesje bij me en dat gaat weer prima! Op mijn rug zitten allemaal wondjes van de hartslagmeter en het rugzakje, dus het rugzakje heb ik vandaag niet om. We komen bij de spoorbrug en daar ga ik rustig overheen. Jammer dan voor Manuel, maar hij hoefde er ook niet hollend overheen. We maken nog een lusje en Manuels sjieke horloge rent 250 meter voor mij uit, terwijl we precies hetzelfde doen! Heb ik toch de verkeerde besteld… De route werkt super. 1 Keer twijfelen we, maar het pad is begroeid met varens. Het is wel supermooi tussen het groen door. Daar was ik zeker nog nooit geweest! We komen weer richting het kasteel en op de verwachtte 12 kilometer. Dan wil ik een ommetje maken, want ik heb goede herinneringen aan het stukje door de ‘voortuin’ van Groeneveld. Ik wil op een bankje zitten en naar het suffe vijvertje kijken. Als we nu 3 keer tien minuten doen in de komende weken, hebben we ons half uur dan ook gedaan? Manuel vindt van niet, want drie keer 10 kilometer lopen is ook anders als 1 keer 30 kilometer hardlopen.

Ik spring na 8 minuten banksuffen al op, en moet dan 3 “strafminuten” uitzitten. Je krijgt er een houten bibs van en een koude rug en de laatste 750 meter terug naar het Kasteel voelen niet al te goed aan. Uiteindelijk worden het ruim 13 kilometer en als we in en om de auto omkleden, begint het pas echt hard te regenen.

Zaterdag 10 augustus

Dat fietsen he…. Het zit me nog een beetje dwars en Manuel neemt de tijd om mee te gaan. Om half tien en zelfs iets eerder vertrekken we! Het stormt buiten. Windkracht 6. We gaan tegen de wind in door de stad heen. Ik heb maar 1 doel voor ogen: ik moet en zal ook een keer hard gaan! Al die anderen met hun hoge gemiddelden: ik moet vanaf het begin knallen, anders kan ik dat niet. Dat maakt me niet gezellig. Ik moet hard doortrappen. En dan kan ik maar weinig gesprekken voeren. Naast elkaar fietsen is ook wat eng met de windvlagen. Ik doe mijn best om het tempo hoog te houden. Boven de 25. Met veel meer ben ik niet bezig. kost wel een bak energie, maar ja, dat zal zich op de dijk wel terugbetalen. Toch word me duidelijk dat je 5 kilometer in 13 minuten maar moeilijk zal kunnen compenseren met 7 minuten. Ik word er kregel van! Als we dan ook nog eens niet het spoorbaanpad kunnen volgen omdat dat (net als andere fietspaden in Almere) volledig verdwenen is en we door Poort moeten, wordt mijn humeur er niks beter op. Uiteindelijk komen we op het fietspad dat naar de dijk leidt en wat we in de trainingen al vaak hebben gehad. Na 15 kilometer zijn we op de dijk: tijd om te gaan oogsten! We gaan harder, maar de 40 permanent ga ik niet halen! Na de bocht krijgen we echt wind mee en Manuel gaat kijken of hij de 50 haalt. Ik zal gewoon rond de 35-40 blijven fietsen. Als hij stilstaat, kunnen we vergelijken hoe de gemiddelden dan uit elkaar lopen. Het scheelt een hele hoop! Kortom: Je kunt beter kleine stukjes heel hard fietsen en dan uitrusten. Nu wil ik nog weten hoeveel de wind echt uitmaakt. Ik wilde eigenlijk al doorfietsen om de Oostvaardersplassen heen. Manuel wil eerder terug. Ik bedenk dat je dan op hetzelfde stuk wind mee en wind tegen moet hebben, dus niet door het bos terug, maar over de Oostvaardersdijk. Manuel past ervoor en dat snap ik best! Vanaf ‘onze’ afsteek zal ik 15 kilometer wind meenemen over de dijk en dan omkeren en met wind tegen terugfietsen. Het gemiddelde ligt op 28 km per uur. Het tempo op het goede, rechte fietspad komt wel rond de 40 te liggen. Ik rij de snelste 5 kilometer ooit onder de 7:30! Maar niet te vroeg juichen en nu genieten van de rust, het tempo, het inhalen en de stilte. Ik kom niemand tegen. Ik denk dat ik tot het gemaal door moet, maar ik moet zelfs nog verder door tot de Oostvaardersbrug. Ik zie het gemiddelde oplopen tot 31km per uur. Ik zit op 45 kilometer.

Gel, drinken, ademhalen en dan omdraaien. Het meisje wat tegen de wind in fietst op haar stadsfiets is afgestapt. De hardloopster die ik tegenkom, glimlacht me bemoedigend toe. Langs het gemaal en de wijken -zo net een beetje uit de wind- gaat het nog wel om het tempo boven de 20 te houden. De dijk zal een uitdaging worden! 12 Kilometer afzien. Het tempo gaat drastisch omlaag. Het gemiddelde zakt ook, maar de snelheid waarmee dat gebeurt valt me mee. Ik kom meer mensen tegen nu! Op de dijk is het echt ploeteren en zwaar. Heel zwaar. Hele lage versnelling en snelheid houden. Hoe laag ook! Worstelen en vooral de herrie van de wind is echt oorverdovend. Als ik adem moet halen, zal ik moeten stoppen, verder is het een kwestie van doorfietsen en aftellen. Dan begint de regen. En met windkracht 6 regen tegen is hagel. Het doet pijn. Ik moet stoppen om de bril af te doen. Ik raak doorweekt. De langzaamste 5 kilometer volgen ook: 18 minuten! De conclusie is duidelijk: dit is niet meer goed te maken! De zon komt er door, maar ik voel vooral de wind die me probeert te drogen. Ik zie het fietspad onder me opdrogen. Het uitzicht en de kleuren zijn prachtig. Ik tel de kilometers af en ik zal het halen, hoe zwaar ook! Kan het nog erger? Om die vraag met ja te beantwoorden hoeft ik maar opzij naar het golvende water te kijken. Ja, je kunt daar ook moeten zwemmen en dat is erger. Ik haal een wandelaar in naast zijn vouwfiets. Dat kan inderdaad gewoon niet! Het gaat weer iets sneller, maar de gemiddelde snelheid daalt des te harder. Ik ga niet meer boven de 28 uitkomen. Verre van! Eindelijk is er de verlossende afslag. Het gemiddelde is op 26,5 blijven steken.

Daarmee is bewezen dat MB (van MBB) gelijk heeft: je kunt wind tegen niet goedmaken als je wind mee hebt. Ik fiets gewoon terug langs de plassen en kijk even niet meer naar het tempo, ook al daalt het nog verder. Als ik perse snel had willen zijn, had ik met Manuel mee af moeten slaan! Nu heb ik 65 kilometer gefietst. In twee en een half uur. Met gemiddelde van 26,2. Da’s lang niet zo snel als ‘al die anderen’ kunnen. Die met de wind mee fietsten!

Gelukkig herstel ik redelijk snel en kan ik ‘s middags weer gaan zwemmen. Ik deel een baan met de veel snellere F. Ik ga 1000m met achtje zwemmen als mijn bril niet meer volloopt. Ik doe er (met voor-laat-pauzes) iets van 20:30 over. Het gaat wel lekker, maar ik kom niet echt in een ritme. Dan zonder achtje. Dat is beduidend zwaarder voor me! Het duurt een hele tijd voor ik ritme vind met ademhalen en slagen en beenslag. Uiteindelijk doe ik er net iets minder dan 22 minuten over.

Ik ga met achtje de tijd volzwemmen, maar het vervangende Garmin 645 horloge laat me in de steek: het ding is van slag, denkt opeens dat het al 11 augustus is en stopt de meting. Hij denkt dat ik 23 uur gezwommen heb. Ik ben er eigenlijk klaar mee en na ongeveer 56 minuten stop ik.

We gaan nog hardlopen, Vincent en ik. Ik heb een opdracht van inlopen en dan drie keer 7 minuten in zone 4 met 3 minuten wandel/dribbelpauze. We gaan in een lekker tempootje naar het Beatrixpark. Op het skeelerpad blijven. Ik ga tegen de 12 kilometer per uur lopen en voor Vincent is dat net iets too much na het zware zwemmen en de heftige wind. Ik heb het ook niet gemakkelijk; ik kom vooral adem te kort en loop te hijgen.

In mijn wandelpauze hebben we het moeilijkste deel gehad langs het skeelerpark en over de brug. Vincent kan in zijn eigen tempo het pad blijven volgen en ik ga nog een keer de hoge hartslagzone in. Ik ga weer flink hard, maar het is niet gemakkelijk. Het is letterlijk en figuurlijk flink zweten. Als ik weer afgeteld ben tot de wandelpauze komt Vincent me voorbij.

Ik zeg hem bij het poortje op 1800m te wachten en over de berg te gaan. Dribbelen gaat weer lekker en dan nog 1 keer versnellen. Ook nu blijft het tempo onder de 5:10. Ik loop het poortje en bruggetje voorbij en zie dan dat Vincent bij 1600 moet wachten. Ik ben wel tevreden dat ik nog zo een intervaltraining kan doen! Vincent wacht bij het poortje. Samen lopen we terug naar de auto, ik heb 6,5 kilometer gelopen, die arme Vincent nog altijd 6. Mijn gemiddelde ligt op 5:45 en de hartslag op 151: na het fietsen en zwemmen klaag ik daar niet over!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Fietsen naar Veldhoven

Nu is het nog goed weer. Op donderdag/vrijdag bedenk ik dat dit het beste moment is om naar Veldhoven te fietsen. We doen dit nu voor de vierde keer en we zijn beter getraind. Laten we de kans nemen als ie zich voordoet! Weinig wind, overwegend droog en niet bloedheet.

En zo staan we op zaterdag 3 augustus vroeg naast ons bed en na een ontbijtje zitten we om 5 voor 8 vastgeklikt op de fiets. We gaan vandaag zo keurig mogelijk de nummertjes van de fietsroute volgen. Ook al weet ik rondom Almere de kortere routes, we volgen netjes de nummers die we op het stuur en tasje hebben. We hebben allebei een rugzak bij ons. En zo rijden we via Nobelhorst, het Vierbruggenpad en door het Cirkelbos naar de dijk.

We gaan de brug over en verlaten Flevoland. Alles op het gemakje, we hebben geen haast vandaag, het is geen wedstrijd. Onderweg kwebbelen we over…. vanalles! Ik weet het niet meer precies. Dan gaan we over de lange dijk bij Eemnes en daar moeten we over de weg gaan rijden, want op het fietspad staat een eikenprocessierupsenbestrijdingsvrachtwagentje. (zo, mooi woord voor galgje). De weg is met zijn klinkertjes nog veel en veel erger dan het lange saaie rechte fietspad! We hebben afgesproken dat Vincent altijd vooraan zal gaan fietsen als we achter elkaar moeten en dat ik altijd aan de buitenkant fiets. Het is nog redelijk stil op deze bewolkte zaterdagmorgen midden in de schoolvakantie. En zo komen we bij kasteel Groeneveld. We volgen ook daar de nummertjes. Dat is een goed idee, want ik kom op een weg waar ik nog nooit heb gefietst. Het wordt een minder goed idee als we op een onverhard pad uitkomen! Dan fietsen we weer terug langs Paleis Soestdijk. Het is een stukje om, maar we proberen vandaag dan ook 160 kilometer te fietsen, in plaats van 158 vorig jaar. We gaan de gewone weg langs Soest door en dan zeggen de routenummertjes dat we linksaf moeten slaan. Ik heb die weg 100 keer gezien vanuit de auto op weg naar het werk, maar ik dacht dat het naar een woonwijk achter Soest zou leiden. Hoe fout! Er ligt een prachtig mooi natuurgebied! Peijnenburg heet het. Helaas wel met een stuk onverhard pad. Dat geeft niet, want ik geniet volop van dit onontdekte stukje natuurschoon. De route wordt nu wel raadselachtig en ik heb geen idee meer waar de McDonalds zich precies bevindt. Een verderop wacht ons een lieve verrassing: voor ons komt een hertje te staan. Het reetje wacht gewoon tot we de foto hebben genomen!

We starten in Almere en geloven op het fietscomputertje NIET SLIM want we fietsen via de knooppunten en dat moesten we niet doen want we gingen bij paleis weet ik veel onverhard en kwamen in de buurt van den dolder uit… mmm dus terug

Verslag van Vincent

We fietsen langs de enorm grote huizen van Den Dolder. Vincent vind de meest vierkante blokken het mooist, geef mij maar een rieten dak. We komen ook langs de klinieken en we hebben al bijna 50 kilometer gefietst. Het wordt wel tijd voor de McDonalds ondertussen! We komen bij Huis ter Heide en gaan dan even richting de Mac. Voor frietjes om 10 uur in de ochtend en een yoghurt-ontbijt voor mij. Even naar de WC en tussen de wespen door eten. We willen graag snel weer verder!

In Zeist zijn ze de weg aan het opbreken en het fietspad ook. We moeten een beetje afwijken, maar Vincents route doet het prima en we zijn al snel weer terug op de goede weg. Vincent heeft zijn jasje verwisseld voor de mouwtjes. Ik zweet nog in mijn jasje. We doen een keer wie-is-het, maar de route en het verkeer eisen ook onze aandacht. Ik kan me werkelijk niet herinneren hier rondom Bunnik ooit eerder te hebben gefietst. Het is wel mooi en goed te volgen, maar allemaal nieuw! In de verte ligt Utrecht. We gaan richting Werkhoven en bespreken mijn trainer, die dezelfde naam draagt. Vanaf Werkhoven ken ik de route wel redelijk intussen. In de verte dreigen donkere wolken, maar dat lijkt boven de Lek altijd zo te zijn. We zullen de bui wel weer ontspringen.

En zo komen we dan na tachtig kilometer op het pontje. Het is een gek idee dat we al op de helft zijn. Voor de recreatie-fietsers die een foto van ons maken is het ook lastig te volgen.

We fietsen op vertrouwen van het fietscomputertje en komen langs veel kleinere dorpen om uiteindelijk bij het pontje uit te komen en te kunnen oversteken. Dus we vroegen of iemand een foto wou maken (eigenlijk vroeg ik het ðŸ˜‰ ) en die vond het veel 160 kilometer

Verslag van Vincent

Inderdaad zijn de wegen hier nat, maar wij fietsen gewoon lekker door en komen geen bui tegen. We gaan door Beusichem en moeten even opletten. Dan komen we langs het stukje waar ik altijd aan denk als ik aan de fietstocht denk: de vrije uitloopboerderij voor de kippen. Er is echter geen kip te bekennen. We zien wel smalle tractoren die we pas later kunnen plaatsen: die moeten tussen de fruitbomen door passen! Het is altijd een heel stuk tot de A15 vind ik. Om de zandafgraving heen, langs allemaal fruitbomen en via Buren en Buurmalsen. We nemen de wegen achteraf. Er hangen veel peren aan de bomen, maar ook appels en pruimen. In één van de dorpen passeert ons een hele ‘kudde’ aan Ferrari’s! Vincents dag is ook goed.

tot we vlak bij de 2de mcdonalds niet een, niet 2, niet 3, niet 4, maar 5 ferraris tegenkwamen. Toen reden we langs het dure autozaak (niet dat je er veel van kon zien :-|) om daarna bij de mcdonalds uit te komen en weer friet te eten

Verslag van Vincent

We fietsen met de route moeiteloos door Geldermalsen en dan ga je opeens de A15 over en komt de volgende McDonalds in de buurt. Je kunt ‘m dan al zien en we verzinnen de bestelling alvast. Ik ga voor twee hamburgers en Vincent voor grote friet! We moeten Waardenburg even door en de A2 over en dan zitten er honderd kilometer op en is het tijd om bij te tanken. Zowel voor ons als voor de apparatuur.

Ik neem nog een heerlijk koekje en na een dikke rustpauze terwijl er circa tien regendruppels vallen, kunnen we verder. Ik heb nu ook geen mouwen meer nodig. Het is best lekker warm, ondanks dat er geen stralende zon staat vandaag. We gaan de brug bij Zaltbommel over. Hier maken we een serie foto’s. Er komt een driedubbel-containerschip onder ons door.

daarna de brug over de weet ik veel welke rivier om daarna in weer een dorpje te komen en we verdwaalden niet eens en toen we over de kade fietsten zagen we een schip met 3 schepen eigenlijk… als je het nog snapt?

Verslag van Vincent

We gaan Zaltbommel door en rijden daar eerst over de kade en daarna slingeren we door het Fiep Westendorp-dorp. Hier is het altijd een beetje vaag met de route, maar intussen weten we het wel. Dan volgt er een lang, saai, leeg stuk. Er is gewoon niks. Boerderijtjes en velden. Pas in Hedel wordt het interessant en dan moet je opeens opletten dat je aan de goede kant zit, op de brug letten, omhoog fietsen, de Maas over langs het haventje. We zien een ICE: die zetten we op het lijstje erbij! Op de brug over de Maas wordt Vincent altijd een beetje misselijk. Hij wordt moe en het tempo vertraagt wat. Dat is niet erg, want we zijn ook al een aantal uren onderweg en al heel wat kilometer bezig. Vincent overweegt om omgehaald te worden, maar ziet er toch maar vanaf.

Om daarna door weiland te fietsen om uiteindelijk langs een treinstation te komen en ik MAG OP DAT MOMENT STOPPEN ja doei doe ik niet ik ga VERDER om daarna in den bosch op te duiken waar het een grote feest chaos is

Verslag van Vincent

We moeten het vreselijke Den Bosch door, waar het druk zal zijn. Eerst komen we langs het punt wat voor Vincent de fietstocht markeert: waar de legervoertuigen staan om te oefenen. Dan gaan we nog door het park voor Den Bosch. We bereiden ons voor op Den Bosch-op-een-zaterdag-tijdens-een-festival en spreken af dat Vincent voorop rijdt, de route volgt en doorfietst. Na Den Bosch zullen we stoppen. Vincent leidt ons prachtig om een opengebroken fietspad heen. Dan staan we bij de Sint Jan. Ik moet even een fotootje maken!

Het is lastig om door te fietsen met zoveel mensen die wandelen en rijden en eenrichtingswegen, maar we fietsen gewoon rustig door.

ik zie niet dat ik een straat inga waar ik niet in mag sorry om daarna bij het stoplicht van mijn fiets af te donderen oeps

Verslag van Vincent

Bij de stoplichten struikelt Vincent over zijn fiets. Daarna gaan we het natuurgebied in. Rust! Nou ja, er zijn veel dagjesmensen. Ik wilde bij het gemaal zitten, maar er is geen bankje en er staat al een hele familie. Als we onder de snelwegen door zijn, zien we opeens een leeg bankje en die gaan we bezetten!

net buiten den bosch uit rusten want ik was moe en om papa te bellen dat hij moet gaan en besloten dat we tot spijt van mama de mcdonaldsen gingen overslaan die nog kwamen

Verslag van Vincent

We eten lekker veel gelsnoepjes en winegums. Als we zo doorgaan, zijn we er rond 5 uur. De winegums en de stop doet ons goed en met hernieuwde energie zetten we ons aan het laatste stuk. Ondanks dat we best een beetje moe worden, kunnen we nog wel flink lachen om de rare volgorde van fietsnummers.

Anke: “Wat komt er na 53 en 54?” Vincent:”56!” Elk weldenkend kind zegt 55. Dat wordt ons geleerd op school, maar nee… Vincent gokt op 56. Waarmee hij er ver naast zit: na 54 komt 96. Of een ander totaal onlogisch getal. De meeste kans is dat je fietsnummer 63 tegenkomt: die staat op elke fiets-nummer-bingo-kaart. Behalve op de laatste. Maar dan wel weer twee keer op de eerste.

—————————-

We komen langs een bruggetje en ik fotografeer Vincent, terwijl de mensen met hun sigaretje commentaar zitten te leveren. De foto van mij maken we dan maar iets verderop.

Het pad is onverhard en lastig begaanbaar. Het lijkt een heel eind te duren. Ik wil nog een foto maken onder de grote bomen, maar Vincent is te snel. Dan volgt een lang en saai stuk. Beetje langs de grote huizen af en dagjesmensen inhalen. Al met al worden wij zelf maar vijf keer ingehaald door racefietsers. De elektrische fietsers halen wij vaker in

Het is toch elke keer weer leuk om zo’n elektrische fietser in te halen!

Vincent

We nemen het onverharde pad achter Liempde door en hopen zo de kermis te ontlopen. We missen dan in elk geval de supermarkt waar we al drie keer eerder zijn gestopt. We fietsen dwars over de kermis heen, die gelukkig nog niet open is. Dan opeens valt Vincents fietscomputertje uit waar de route op staat. We hebben ook de nummers, maar door Best is het fijn als we de route kunnen zien, want dat is altijd zo’n geslinger. We fietsen door tot punt 19, waar drie jaar geleden de route eindigde. Dit keer probeert een man met een erg Brabants accent ons te begrijpen, dat er al 150 kilometer op zit en dat we uit Almere komen en naar Veldhoven gaan.

We sluiten het routecomputertje aan op de accubank van Civity. Veel vertrouwen in de powerbank hebben we niet (service leveren kun je van Civity niet verwachten), maar we hopen er Best mee door te komen! Ik zeur om nog zo’n heerlijk McDonalds koekje, maar Vincent is onverbiddelijk: hij wil door naar Veldhoven. Geen stops meer, zelfs niet voor een Raketje. Moeiteloos slingeren we Best door, langs de Stellafietsen, door de winkelstraat, de witte huisjes en dan langs het kanaal over het fietspad met de witte slingertjes. We zijn allebei moe intussen. De 158 kilometer van vorig jaar doen we nu 5 minuten sneller. We fietsen langs het vliegveld en er vliegt een vliegtuig vlak over ons heen! Er staat een stoer vliegtuig klaar om op te stijgen. Nu ben ik onverbiddelijk: we wachten niet tot ie opstijgt.

toen we Best doorkwamen en we bij eindhoven uitkwamen bij het vliegveld en daar ging toch een GROOT vliegtuig opstijgen alleen konden we dat niet zien want wij fietsen verder want we zijn er bijna (dachten we)

Verslag van Vincent

Bij het bord van Eindhoven ‘goed dat je er bent’ houden we een foto- en plas-stop.

Het is ondertussen 5 uur, dus we zullen er iets later zijn. Er komt ook nog een stukje onverhard en ik weet dat er kermis is in Zeelst. We fietsen door Meerhoven en ik mag van Vincent weer geen koekje bij de McDonalds. We fietsen over de grote ronde brug naar het laatste punt toe. En dan stuiten we dus alsnog midden op de kermis, die -zo hoor je van afstand- al wel open en druk is. We gaan proberen er omheen te fietsen, maar stranden in de woonwijk op een graspad. Dan verzin ik een route en komen we aan het einde van de kermis er toch weer bij. Het is lastig om gillende en rennende kindertjes te ontwijken nu we moe zijn, maar we rijden niemand omver.

alleen nog kermis maar ja daar zijn we zo om heen NOT we kwamen er niet om heen en moesten we uiteindelijk omheen om daarna bij oma uit te komen eindelijk en raad eens wat ze zei: je kon ook die afslag pakken bij de kermis dan ga je er om heen. Beetje laat ðŸ™‚

Verslag van Vincent

En dan zijn we er bijna! De 160 kilometer en zelfs 165 kilometer zijn we al gepasseerd. Om kwart voor 6 zijn we in Veldhoven.

Rob is er al en we rijden vanavond met de auto naar huis. Maar eerst…. friet eten bij opa en oma. Maar eerst… even de benen loslopen. Vincent weet het niet zeker, maar hij gaat toch mee voor een kort stukje. En dan stuift hij er vandoor! Hallo, je ouwe moedertje loopt ook mee hoor.

We lopen anderhalve kilometer, een rondje om de kerk. De eerste kilometer gaat in 5:17 en dan nog 500 meter in mijn tempo: 6:08.

Kijk, je bent een held als je 168 kilometer fietst, maar je bent pas een triatleet als je daarna ook nog 1,5 kilometer hardloopt! En dan is het tijd voor heel veel frietjes!

en mama houdt nu van mcdonalds koekjes

Verslag van Vincent

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2019-27 (Tussen haakjes)

29 juli

Vincent gaat wel, maar ik ga niet naar de fietstraining (want de blauwe plekken zijn nog niet weg). Ik ga samen met Rob wandelen. We zwerven door het bos (achter de sauna en de scouting) en eten een McFlurry.

30 juli

Ik wil wel weer fietsen (zeker nu de racefiets gemaakt is) maar ik durf nog niet zomaar in mijn uppie. Gelukkig heeft Vincent vakantie (voor mij dan), dus kan hij mee. Ik heb de hele ochtend gesprekken gehad (voor een nieuwe baan). We gaan een uurtje fietsen, zoiets. Rustig aan naar de sluizen (op de Knardijk). Het gaat me goed af, ik ben gelukkig niet (meer) bang ofzo. Bij de sluizen gaan we rusten op een bankje. Vijf hele minuten. En een foto.

Als we terug fietsen, wil ik nog verder dan Vincent (die gister wel een fietstraining had dus). Ik fiets nog langs de plas en besluit dat ik graag weer wil gaan werken. Ik maal niet om het tempo (wat rustig is) en hoeft de dijk ook niet te halen (omdat ik dan een stukje dubbel fiets).

31 juli

We gaan op avontuur: Joyce en ik. We gaan de bossen door, de heuvels over, de trappen op, de regen (niet) door, de route zoeken, de trein nemen. We gaan (net niet) voor de regen uit, voor onszelf, voor de lol en om bij te praten. We nemen de NSroute tussen Driebergen-Zeist en Maarn, we nemen de omweg langs de Piramide van Austerlitz, we rijden samen naar Maarn (in Robs auto)

Paar dingen -al dan niet vrijwillig- uitgeprobeerd met wisselende kans op herhaling wegens succes:

  • ik was bang om te vallen. Maar ik val nooit tijdens het hardlopen, dus waarom zou ik?! Binnen 1 km, wat zeg ik, we waren nog op het stationsplein bij Zeist: boem, daar lag ik. Er kon nog een blauwe plek bij om mijn been. Mijn hand hield ik een paar kilometer omhoog en die is nu geel gevlekt met blauw. Gelukkig vind ik blauw een mooie kleur Niet nog een keer herhalen.
  • ik had een handflesje bij me. In combi met bovenstaande minder sterk, maar gevuld met water en gel erdoor gemengd kijken of dat de gel naar binnen brengt. Heerlijke ranja, goed te drinken, lekker houvast en goeie sponsor op het flesje: nooit gedacht, maar dit is mijn ding! in de herhaling Tot ik de flesjes kan wisselen bij de HD!
  • een ns-wandelroute van station naar station: goed aangegeven meestal, en anders is er een beschrijving. Had ik uitgeprint op papier; van dat knisperende spul wat raar doet als het nat wordt. Top idee! Zowel dat papiertje als de route! Zelfs wij zijn niet verdwaald! Op de lijst voor-herhaling-vatbaar
    Tip van de dag: doe eerst de treinrit en loop terug naar je auto met droge spullen erin!
  • Trailtempo aanhouden. Stopjes voor foto/genietmomenten/kaart en route kijken/toeristische attracties/mul zand: allemaal inbegrepen. Flink wennen. Soms zelfs wandelpassen gedaan. Tijden boven de 6/7 minuten per kilometer. De uitslag op welke lijst dit item komt blijft nog grijs: het was heel erg prettig, maar het voelt raar alsof het niet echt hardlopen was.
  • de Piramide van Austerlitz op willen. De trap is steil, lang en de benen verzuren. Daar betaal je ook nog eens teveel voor. Boven is het kil omdat de wind aantrekt en je de regen aan ziet komen. Maar wel op de lijst voor herhaling vatbaar. Zeg nou zelf: anders moet je niet van de route afwijken toch?!
  • Met Joyce gaan. Het hoeft niet hard, want we zijn twee kneuzendames bij elkaar. Zij kan niet tegen zand, ik kan niet omhoog: waarom de Utrechtse Heuvelrug ?! Zij kletst, ik klets; een terras zou veel logischer zijn. Zij een ff-momentje, ik een poe-poe-momentje: samen op de bank zou nóg logischer zijn! Maar nee: deze staat met stip boven aan de lijst doen we nog een keer Gelukkig grossiert de NS in wandelingen!

We lopen 17 kilometer in ruim 2 uur. Zonder de pauzes. We zijn 2 uur en drie kwartier onderweg geweest.

1 augustus

We hebben iets te vieren (nou, ja, ik eigenlijk): want ik heb vanaf september weer werk! Ik ben blij (wat zeg ik: dolblij) en door het dolle heen. Ik heb ineens energie voor tien. Ik zou met de trainer een 1 op 1 training hebben met lopen, maar hij gaat liever fietsen. Het is mij ook goed (want nu is het nog mooi weer en morgen niet). Ik vertrek vroeger en scheur heel Lelystad rond (langs de Vaart, de witte brug en het haventje).

Ik ben nog te vroeg (ik kan het ook niet inschatten he) en maak nog een rondje over het fietspad (bochten oefenen). Ik heb een muziekje aanstaan (ik zing nog net niet mee). De wind is fors (hard zeg maar). Ik besluit dat die arme trainer met mij mee tegen de wind in de Oostvaardersdijk af zal moeten (hebt ie effe pech met mij vandaag!) We trappen hard, we kletsen en ik vertel hem hoe ik de Frysman heb ervaren (dat verklaart een hoop voor hem) en ondertussen ploeteren we tegen windkracht 5 in. Ik had met hem moeten gaan zwemmen (maar dat praat niet handig)! Na een dikke 2 uur en zestig kilometer sla ik af naar huis en mag de trainer (met) de wind mee(nemen) naar huis.

2 augustus

Ik ga fietsen met Manuel (soort van infietsen). Het is de hele ochtend droog, dus laten we dit maar snel doen. Daarna heb ik een (best wel zware) hardlooptraining staan. Ik heb niet zo’n zin in fietsen (maar dat ligt niet aan het gezelschap). Na 20 minuten begint het te regenen (geloof nooit de buienradar). Manuel fietst nog verder, ik zet mijn (natte) fiets in de schuur. Nu begint mijn hardloopoefening: 2 minuten inlopen (of zou ik dat al fietsend al hebben gedaan), dan 4 keer 2 kilometer zone 3 a 4 en 400 meter pauze zone 2. Het regent (nog steeds). Ik ga alleen in trisuit (het is niet koud). Het tempo gaat lekker omhoog (als ik ingelopen ben dus). Ik word zeiknat. Maar het gaat weer goed! Ik sop en kraak (mijn schoenen en sokken dan). Ik hijg en ploeter. Het ruist (van de regen op de bomen) en schuurt (het trisuit). Ik haal mensen in (die wandelen in vol regenpak). Ik ga helemaal om over het Kotterbos (Manuels idee). De tweede 2 kilometer gaan ook lekker hard (maar iets minder dan de eerste). De regen stopt.

Maar ik sop, schuur, hijg, ruis, drup gewoon door. Manuel fietst me voorbij (ik was hem samen met de trainer net aan het vervloeken). De zon komt er zelfs een beetje door. De derde keer 2 kilometer gaan nog iets langzamer (maar ik vind vijf-vijftig ook goed). Dan wandel ik het viaduct (over de Hogering) op (je leest het goed!) De laatste 2 kilometer kan ik weer iets harder (omdat je weet dat het daarna klaar is), omdat ik weet dat ik 10 kilometer weer eens haal binnen een uur. Ik zie uit naar hersteldrank en een douche. Wetend dat ik daar tevreden zal staan als ik 10 kilometer haal binnen een uur! En dat lukt me (natuurlijk).

Categories: Geen categorie | Leave a comment