En dan de volgende dag, de dag na Spa (10 maart): spierpijn! Ik ga het eerst uit proberen te fietsen op de Tacx. Buiten is geen optie, want het regent en stormt vandaag de hele dag. Ik ga erbij lezen en dan gaat het erg goed. Met mijn hoofd in de 18de eeuw trap ik de rondjes weg. Lage versnelling (de trainer kan trots zijn op de cadans) en een laag tempootje. Ondertussen bellen met mams en opzien tegen uitdribbelen. Ik krijg gezelschap van Vincent die ook kampt met spierpijn.
Maar dat wordt overstemt door een hele dikke laag trots! Tijdens het dribbelen op een superlaag tempo kan hij er niet stil over blijven. We lopen 2 keer 10 minuten en wandelen een minuutje. Daar worden we nat genoeg van!
Maandag 11 maart: Weer een borstcrawlcursus. Mijn ‘favoriete’ trainer van de TVA komt me kijken hoe de trainingen gegeven worden. Ik hoeft alleen maar te zwemmen en leer het keerpunt! Dat is heel erg eng voor me en ik word er nog altijd dizzy van, maar ik probeer het toch. Dat is een hele drempel over voor me!
Dinsdag 12 maart. Ik ga weer eens mee met de club hardlopen. Met het langzame groepje mee, voor het herstel. Ik moet nu echt niet te hard van stapel gaan lopen! Dat is moeilijk voor me. We gaan rondjes lopen: een grote en een kleine. Het waait hard en het is nat. Ik houd me in. Ga gewoon iets onder mijn 10- en 5-kilometertempo lopen. Maar ik hou dat tegen de wind in niet meer vol! Dan komt de strijdlust in mij naar boven en zit ik toch op een iets te hoge hartslag door te bijten. Ik doe zelf nog een rondje van een minuut of 15 extra voor het schema. Het fietsen wat na het lopen in het schema staat, besluit ik over te slaan. Ik ben al nat en moe en ik wil in de douche in plaats van op de Tacx. Ik heb de dinsdag en de woensdag toch al omgedraaid. Qua schema maak ik er een beetje een rommeltje van!
Woensdag 13 maart: Geruild en geschoven in het schema van deze week en nog steeds geen lekker weer. Ik ben aangewezen op de Tacx en de regenkleding. Op deze woensdagmiddag ga ik alle onderdelen van de triatlon weer eens passeren: eerst fietsen, dan rennen en daarna zwemmen. Er is nog iets met de volgorde, maar dat komt vast wel ooit goed 🙂 Fietsen is een opdracht van anderhalf uur. “20′ dt1 + 4x 15′ dt2,3,2 en 4 rpm 85-90, p=2’30“; staat er dan op mijn schema. Vertaald: 20 minuten infietsen op een laag tempo en daarna 15 minuten in tempo 2, twee en een halve minuut rust, 115 minuten in tempo 3 met 2,5 minuut rust en dan nog een keer 15 minuten tempo 2 met de 2,5 minuut rust daarna en tot slot nog 15 minuten tempo 4. De tempo’s zijn afhankelijk van de hartslagzones die erbij horen. Ik moet proberen tussen de 85 en 90 rondjes per minuut te draaien. ‘t Is altijd een heel ding om in mijn horloge te zetten, die piept als ik iets anders moet gaan doen. Ondertussen ga ik lezen en dat werkt heel goed bij mij, dan vliegt de tijd voorbij. Na het fietsen ga ik 20 minuten hardlopen. Dat doe ik dan wel buiten. Ik ga het fietspad tussen de wijken door af.
Eerst tegen de wind in en aan het einde van het pad draai ik om. Ik hoeft even niet te letten op de hartslag en me niet in te houden of in te spannen. Twintig minuutjes zijn snel voorbij. Dan moet ik inspringen op het werk. Daar baal ik van, want dan kan ik me niet meer afspoelen voor we gaan zwemmen. We zijn zelfs ietsje te laat in het zwembad! Ik zwem voorop in baan 1. Blij als ik even achter iemand kan zwemmen, want dan hoeft het niet snel-snel. We doen een ‘piramide’: 25 meter, 50 meter, 100 meter, 200 meter, 400 meter, 200 meter, 100 meter, 50 meter en 25 meter. Ik tel me suf aan de baantjes: dat is het nadeel van voorop zwemmen. En dat ik dus op moet schieten en minder bezig ben met techniek dan met tellen en doorgaan. Naast (over)werk heb ik er deze woensdag dus een stukje triatlon op zitten: 40 kilometer gefietst (binnen), 3 en en halve kilometer gelopen en 1800 meter gezwommen. That’s how we do it!
Donderdag 14 maart: laat thuis van het werk en morgen staat er een zware opgave voor de deur, dus vanavond kies ik er voor om met Rob te gaan wandelen in plaats van me uit te sloven op de baan. Kunnen we even bijpraten. Het tempo ligt hoog, want we zijn allebei ietwat gefrustreerd over werkzaken. We lopen net geen 6 kilometer.
Vrijdag 15 maart: De lange training… Ik moest 35 minuten in zone 1 lopen, gevolgd door 30 minuten fietsen en bijvoeden. Daarna zone 2 en fietsen en dat nog ‘s en dan weer fietsen en bijvoeden…. Weet je wat? Ik neem jullie wel ‘live’ mee, anders duurt de uitleg langer dan de omschrijving. Ik moest flink wat moed verzamelen en de Tacx klaarzetten, zodat Vincent -die een vrije stakingsdag had- alles in de gaten kon houden. Bidons staan klaar, verschillende opdrachten staan in het horloge. Ik ga op voor een paar uur sporten! Eerst hardlopen richting het Centrum van Almere Buiten. Inlopen in de laagste zone. Dat was niet zo handig, want ik had meteen (stormachtige) wind tegen en dan blijft de hartslag niet laag. In combinatie met de afwijking, schiet de hartslag door naar zone 6, terwijl ik alleen maar loop te sloffen. Na een dik kwartier keer ik om en krijg ik wind mee. Het blijft geploeter met de rem er op. Ik zie op tegen de vele uren die nog komen en slinger naar huis. 1 Windrichting hardlopen afgevinkt, ga ik snel naar de WC thuis en dan op de fiets binnen stappen. Ik hoeft
maar een half uurtje. Dat gaat appent en spelend wel voorbij. Daarna weer hardlopen, deze keer richting de Eilandenbuurt. Ik mag nu ook in zone 2 gaan lopen en dat is een stuk gemakkelijker. Ik maak een ommetje om onder de bloesem door te gaan en heb dan even maar wind tegen. Ik word ingehaald door racefietsers! Die
hebben lef met deze wind. De bloesem aan de ene kant is er nog net niet, aan de andere kant al wel. En dan zitten er iets meer kilometers op dan de vorige keer en ben ik al bijna op de helft. Ik wissel schoenen, eet snoepjes en stap op de Tacx. Het nadeel van elke keer van sport wisselen, is dat je ook elke keer van kleren moet ruilen. Ik heb niet oneindig verse setjes, dus dat is een beetje improviseren en er niks om geven dat je de ene keer met lange broek op de fiets zit en de keer daarna met korte broek. Het fietsen gaat heel lekker soepel. Ik kijk de serie af die minder eng is als ik dacht en Vincent schildert zijn schatkist. Dan kleed hij zich om, want de volgende ronde vergezelt hij me. De ronde richting de berg in het Kotterbos. De ronde waarin ik weer in zone 2 zal lopen. Vincent gaat mee. We moeten de route een beetje aanpassen, want ik wil zo weinig mogelijk dubbelingen. Deze ronde gaat mij niet zo soepel. En dan begint het te waaien en te regenen.
Het zit ons niet mee! Vincent blijft lachen en ik blijf maar lopen. Moeizaam, maar wel in zone 2. Ik maak de 35 minuten vol. Vincent gaat in de douche en ik ga… fietsen! Geen idee wat ik doe dat half uurtje, maar ik eet flink bij. Ik neem een gel en een stuk of tien snoepjes en ik drink de bidon leeg. Het fietsen gaat steeds ietsje beter. Ik kijk naar buiten en ik kijk naar buienradar, maar ik ga waarschijnlijk net tussen de buien door lopen. Vincent zou meegaan op de stadsfiets omdat ik twijfel of ik wel blijf hardlopen, maar hij staat nog onder de douche als ik voor de laatste keer ga lopen. Ik mag nu in zone 3, ietsje harder. Kijken of dat lukt en anders niet. Ik ben wat vermoeider, want ik vergeet mijn telefoon. Ik ben aan het einde van de straat op de witte brug en daar barst een hagelbui los van heb-ik-jouw-daar. Voor ik de brug over ben, ben ik doorweekt. Zeiknat. Ik ben blij dat Vincent niet mee is en dat ik mijn telefoon niet draag. Ik kan
nu niet meer stoppen en ren in een lekker hoog tempo dwars door alle plassen heen. Het maakt niet meer uit. Ik wil de 5 kilometer nu binnen dat half uur halen ook! En fietsen hierna, dat lukt nu niet meer. Ik ga me niet weer omkleden. Ik moet eerst opwarmen als ik dadelijk thuis ben. Aan de ene kant ben ik dus vermoeid, maar aan de andere kant ben ik heel verstandig en alert. Ik kijk goed om me heen en weet mijn route te verlengen langs het Oostvaarderscentrum. Ik haal de 5 kilometer prima binnen 30 minuten en neem dan een te lange route om voor de 6 kilometer. Ook 6 kilometer haal ik binnen 35 minuten. Ik ben helemaal nat. Buiten stroop ik de kleren onder de overkapping af en ik drink hersteldrank en ga de douche in. Gered. Ik heb “zomaar” bijna 4 uur gesport. Ik heb 23 kilometer hardgelopen en 30 kilometer gefietst. Ik heb mijn lijf urenlang aan het sporten gehouden. Kan ik ‘s avonds lekker in bad, want ik heb wel instant spierpijn. Die is morgen weer over!
Zaterdag 16 maart. Ik heb nog wat fietsen in te halen. En ik weet hoe ik aan de volgende serie kan beginnen. Tel dat bij elkaar op en ik kruip maar weer op de Tacx. Ik fiets eerst een kwartiertje in. Last van zadelpijn heb ik niet, maar de hartslag in zone 1 houden is best lastig. Soms hapert de serie, en ik soms ook… Ik ga door naar de volgende zone en nu haal ik de voorgeschreven cadans van 90-95 niet meer. Jammer dan. De serie hapert voor een kwartier lang meer dan ik. In de 3 minuten pauze drink ik. Dan zone 3. Dat is wel haalbaar, maar de cadans blijft weer achter. Na een rust en drinken volgt nog zone 4. Dat is in beide gevallen hopeloos, zowel qua hartslag als qua cadans en nu haper ik meer dan de serie. Ik zet de serie (als ie loopt) gewoon wat harder. Ik fiets nog twintig minuten uit, maar nu hapert de serie serieus. Ineens gaat de Tacx wel meewerken en haal ik de cadans met groot gemak op lage hartslag. Ik fiets 30 kilometer en kijk de serie af op de bank.
Op zaterdag staat er ook nog zwemmen. Ik ga in het kinderuurtje en doe mijn eigen programma. 200 metertjes: eerst alleen armen, dan de hele slag, dan techniekoefeningen, daarna flippers, paddels en ademhaling 1 op 3. Nog een keer armen, nog een keer flippers en zo zwem ik tussen de 3 andere snellere zwemmers door. Met aandacht voor de techniek. Soms met een pauze om ze door te laten. Aan het einde waren we nog met zijn tweetjes en ik ging gewoon gestaag 400 meter zwemmen. Niet snel, maar technisch. Ik kwam er helemaal in en raakte in een soort trance en zwom en zwom maar. Tot ik er uit moest.
Zondag 17 maart. Ik koop nieuwe hardloopschoenen. Bij de Run2Day. Ik pas wel 4 verschillende paren! De trouwe Brooks die ik heb, bieden eigenlijk niet genoeg ondersteuning voor me. Ik heb New Balance schoenen aan. En Ascis. En een paar Brooks, maar die zitten veel te licht. Als ik eigenlijk voor de New Balance heb gekozen, vertelt de verkoopster me dat Hoka echt een triatleten merk is. Ik probeer ze ook nog maar. Ze zitten raar, maar wennen snel. Op blote voeten de schoen in schieten geeft de doorslag. Over van Brooks naar Hoka. Het meest vreemde voor me is het strikken van hardloopschoenen 🙂 Ik heb altijd snelveters.
En dan moet ik toch een stukje lopen. Ook al had ik een rustdag kunnen nemen. Vincent gaat mee, we moeten kijken hoe ver de bloesems zijn. We gaan rustig, is het idee. Vincent begint te kletsen over zijn computerspelletjes en heeft adem te over. De bloesems zijn nog niet zo ver. De schoenen lopen als een zonnetje.
Heerlijk! Ook als we harder gaan, kletst Vincent maar door. Moeiteloos. Ik vind het wel zwaar, zo in de wind en vooral omdat het voor hem zo niks voorstelt. 5 Kilometer binnen 29 minuutjes en we zijn weer thuis. Ik besluit dat ik nog even een stukje rustiger alleen verder ga. Dream on… Ik voel de schoenen en elke stap voelt goed; stevig, krachtig. Ik ga gewoon door in het hoge tempo. En met wind mee gaat het alleen nog maar harder! Natuurlijk krijg ik het wel warm en in mijn hoofd zit het idee: dit-is-geen-wedstrijd-ik-hoeft-niet-hard, maar mijn benen denken daar totaal anders over. Ik loop 10 kilometer binnen 56 minuten. De hartslag liep pas tegen het einde op. Het voelt gewoon goed. De schoenen vliegen en ik ga maar mee.
2019-9
2019 – 8 Spa Francorchamps Circuit Run
9 maart 2019
Alles ligt al klaar qua kleding en we vertrekken met zijn drietjes om kwart over 8 naar België. Ik heb al 3 witte boterhammen op en Vincent heeft ook goed gegeten. Ik heb voor onderweg ook nog bolletjes bij me. Ik ga nog flink drinken en de weersvoorspellingen zijn goed. Eventjes naar de Ardennen. Het klinkt zo gek! Maar het meest vreemde is dat de zenuwen ook maar blijven ontbreken.
Ik heb meer gegeten dan ooit, meer dan voor een marathon of een halve triatlon. De trainer heeft me een voedingsschema voorgeschoteld, waar ik de afgelopen dagen aan gewerkt heb. En ik heb een opdracht mee voor onderweg: elke 5 kilometer een gel. Iets anders hoeft ik niet te doen. Geen twee uurs-doel, geen ‘zo snel als je kunt’. Uit de therapie heb ik gister meegenomen dat ik er van moet genieten voor mezelf. Om me heen kijken. Accepteren en er figuurlijk bij stilstaan hoe fijn het is dat ik ‘zomaar’ een halve marathon kan lopen.
Rob rijdt lekker door. Bij Nederweert moet ik van al die sportdrank en dat water natuurlijk plassen. Als we de Ardennen inrijden en Luik voorbij zijn wordt het even wat spannend, maar alles is geregeld, dus er kan niks gebeuren. Tegen elven rijden we het circuit op onder de tunnel door. Voor de vijfde keer alweer! Het is droog, het zal droog blijven en het is een perfecte 9 graden en bewolkt. Eerst naar de WC, dan de startnummers halen, even rondkijken. We zijn al aangekleed, de rugzak is klaar en zit goed. Nog maar een keer naar de WC, een praatje maken en dan gaat Rob alvast vooruit lopen voor de foto. Ik breng Vincent naar de 7 kilometer streep. Hij gaat zijn best doen de geweldige tijd van 36:46 te verbeteren. Ik weet niet of hem dat gaat lukken. Langzaam drentel ik rond in het 21 kilometer vak. Ik ben onrustig, maar er zijn geen verlammend zenuwen. En dan mogen we! Ik start rustig op en kom al heel snel de grote groep 7 kilometer-recreanten tegen. Ik haal ze een beetje in en geniet van mijn eigen ding. Dat mijn benen het doen,
dat ik er weer ben. Ik luister naar de mensen om me heen. Moet wat cirkelen om de eerste wandelaars heen. In de verte loopt iemand met een hondje naar boven! Suf. Dan Eau Rouge op en dan wordt het stil. Ik hobbel gewoon omhoog. Er zitten al een kilometer op en ik zie nu al op tegen de 5 kilometer waarop ik een gel moet nemen! Het lange stuk omhoog geniet ik. Ik moet er (bijna) van huilen, zo leuk vind ik het terug te zijn. Ik doe mijn eigen dingetje, mijn eigen tempootje. Ondertussen erger ik me kapot aan het geklots van mijn rugzak. Ontluchten op zeenivo is anders als in de heuvels van België. Potverdikkie! Het stoort me mateloos. Ik heb het water nodig en de gels ook. Laat het een reden zijn om veel te drinken! Ik denk ook aan Vincent: haalt hij het… En dan gaan we naar beneden. Het uitzicht is zo mooi! Ik moet nu maar eens goed opletten hoe de bochten hier lopen. Het is een heel stuk naar beneden. Dan een bocht waarin ik een bord zie, wat ik nog nooit eerder heb gezien. De bocht gaat naar links en verder omlaag. Dan nog een bocht die ik en vele anderen oversteken. Het blijft omlaag gaan. Ik kijk een keer om om me te oriënteren. We gaan
nog een bocht door die ik altijd vergeten heb en dan loop je richting het medical Centre en de kartbaan en de automotive fabriek. Dan weer omhoog. Ik moet nu een gel nemen en doe dat dan ook keurig netjes. De fotograaf komt langs en ik hoop dat hij het heeft vastgelegd.
Afleiding helpt me en ik krijg de high5 goed weg. Drinken. En dan naar boven. Ik kijk op mijn horloge: hoe ver zou Vincent zijn? Haalt hij het? Een bocht om en dan in de verte en in de hoogte ligt de eretribune. Al 6 kilometer. Ik tel niet in een halve marathon, ik tel in rondjes. Ik hoop zo dat Vincent er intussen is. Dat hij het gered heeft. Ik zie Rob in de verte al voorbij de finish staan. Hij wijst me Vincent die mijn bidon sportdrank heeft. Die moet ik aannemen nu! Vincent roept me luid en duidelijk zijn tijd toe: 34:42. Onder de 35 minuten! Wat een wereldtijd! Ik ben apetrots en loop door. Rustiger nu. Voor me loopt een mevrouw van RunTMC. Ik pak bij de andere pits mijn telefoon.
Ik app Joyce en Manuel. Ik krijg zelfs antwoord van Manuel. Ik maak foto’s. Niet dat ik stop, maar het leidt me af. Ik ben blij dat het wat rustiger is, maar het nadeel is dat ik het geklots nu nog veel duidelijker hoor. Ik kan in de volgende ronde de rugzak aan Rob geven. Bij dit soort wedstrijden mag dat! Nog een keer Eau Rouge op. Ik geniet ervan! Kijk omhoog. Hobbel kleine stapjes. Ik hobbel naar boven over Camel Straight. Geen zorgen over de toekomst, over wat nog komen gaat, gewoon doorhobbelen. Boven trekt de wind wat aan. Kijk, daar kan ik mee omgaan! We mogen dadelijk weer naar beneden. Nu beginnen de muntjes in de
rugzak ook tegen elkaar aan te rammelen. En weer naar beneden! Ik maak nog maar een paar foto’s. Zeker nu het zonnetje zich laat zien. Als ik de moed lijk te laten zakken, denk ik snel aan Vincents supertijd. Ik maak in de bochten die ik nog niet zo goed kende foto’s. Ik zou de eerste ronde in D3 lopen en de tweede in D4, maar met de hoogteverschillen is een strakke hartslag onmogelijk. Ik laat het gaan. De hartslag staat wel voor op mijn horloge, maar ik kijk amper. Ik hou alleen de afstand in de gaten voor de gels. Ik snap de bocht nu heel goed en dat troost me. Ik kijk goed om me heen en het helpt me om foto’s te maken. Dan hou ik het nog iets langer vast. De telefoon geeft ook houvast. Intussen heb ik het warm gekregen. En weer omhoog!
Een mevrouw loopt me voorbij en zegt hoe goed we bezig zijn. Ik antwoord dat het weer ook lekker meewerkt. Ze loopt me voorbij. Ik geniet nog maar extra. Van de toeschouwers, de bomen, de oranje doorgangen. In de verte ontwaar ik Rob en Vincent. Ze lopen tegen de richting in!
Dat is niet mijn bedoeling, want ik moet nog een gel nemen op 15 kilometer. Ik had gehoopt ze daarna tegen te komen om de klotsrugzak af te geven. Nu neem ik weer sportdrank aan van Vincent. Het is ook goed ze te zien. De sportdrank werkt super bij me. Ik merk het al in de busstop chicane dat ik er lekker op loop. Ik heb wel degelijk minder hard gelopen, maar dat
zal me wat. Nog een rondje! Ik vraag me even af of ik ook een medaille krijg als ik nu stop, maar als ik de rust voor me zie, loop ik door. Natuurlijk wel. De baan voor me is leeg, het hotel in La Source ligt in de lage zon. Wow. En ik mag over de curbes lopen. De RunTMC mevrouw gaat naar de WC en naar de post. Die heb ik voorgoed ingehaald. Ik vind de rust heerlijk. Kan ik nog beter kijken. Zie ik nog beter hoe hoog Eau Rouge is. Ik blijf dribbelen. Geen gewandel. Boven aan de heuvel ben ik aan de laatste gel toe. Die neem ik, maar het helpt me niet om de lange klim over Camel te verlichten. We hebben wind tegen. Ik denk maar 1 ding: het is al twee keer gelukt en nu kom ik ook boven! Op naar de zendmast.
Dan maar rustiger. En juist van dat afzien kan ik ook beetje gelaten genieten. Ik loop hier toch zomaar even eenentwintig kilometer. Heb ik in maanden niet gedaan. Vorige maand nog ziek, nu loop ik hier weer. Geen excuus, maar meer hoe ik in elkaar zit: lekker doorbijten. Boven is de wind heel fel en dat vind ik heerlijk! Ik doe alsof ik vlieg en ik geloof dat de fotograaf me net mist. Hij staat in de weg. Nog even omhoog en dan mag ik een lang eind naar beneden. Nog 1 keer dat mooie onvergetelijke uitzicht op de finish. Dan weer naar beneden. Ik begin mijn benen te voelen, dat zal wat worden morgen. En dan zie ik Rob zitten. Heel snel beslis ik zonder rugzak de laatste
kilometers af te leggen met de telefoon in de hand. Ik ruil met Vincent de bidon met sportdrank. Die gaat me nog even helpen en ik drink een paar flinke slokken. Zien ze dat ik die weer terugwerp? Ik loop door en SMS Rob de bidon op te halen. Ik loop straks wel door om ze weer op te vangen. Dat SMSte ik zelfs nog! En toen was er rust. Ik hoefde nog maar 1 ding te doen: finishen. Geen irritant geklots of gerinkel meer. Geen drukte meer. Ik had het ritme gevonden en ging weer omhoog. Hoe prachtig! Ik verheugde me op uitdribbelen en hoopte Rob en Vincent maar voor Eau Rouge tegen te komen. De prijsuitreiking voor de 21 km was al bezig.
Dat boeide me niet. De busstop chicane is best zwaar die laatste keer, maar ik zat er goed in. Ik had mijn telefoon paraat. 20 kilometer in precies 2 uur. Dus daaronder werd het niet meer. Ook de mij
zo bekende 2:03 ging ik niet halen. Jammer dan! Meer niet. Gewoon lekker naar de finish lopen. Ik probeerde te fotograferen en wilde nog even onder de 2:05 komen, maar ook dat was niet haalbaar. Dan maar gewoon de finish over. Al snel zag ik Vincent. Niet doordribbelen dus! Wel onder de 2:06. Moet ik morgen extra lang fietsen om de sporturen van de week te halen. Dat is wel jammer. Ik ben niet kapot. Wel moe, maar niet stuk. Ik geef Vincent een dikke knuffel en vertel hem hoe trots ik
ben. We lopen naar Rob. Ik kan prima mee. Niks geen ontevredenheid over de tijd ofzo, ik ben gewoon trots en blij dat ik de gels gegeten heb, dat ik genoten heb en dat ik dat uit mijn mouw heb geschud. Ik vind het even jammer dat we niet rond gaan wandelen. We halen mijn medaille en dan op naar de hersteldrank en naar de WC.
Het begint te regenen. Ik heb nog energie om de zakdoekjes te gaan halen. Ik kleed me even om en dan kunnen we weer terugrijden naar Almere. Dat gaat ook snel, onderweg kan ik weer lekker appen. Het was een hele bijzondere dag. Niet zo fascinerend als eerdere jaren, omdat het niet nieuw meer was. Maar wat een kleine topatleet heb ik in huis! ‘s Avonds eten we lekker thuis patat en een hamburger. Rob heeft hele mooie foto’s gemaakt. Ik ben trots op de medaille én op de 3 lege gels!
Ik voel me moe maar niet stuk, ben simpelweg blij met wat ik bereikt heb: geen zenuwen, goed gevoed, flink genoten en niet ziek geworden zoals vorig jaar. Ik sta in de middenmoot bij de vrouwen. 18de van de 36. Ik ben 2de van de 4 45plusser-dames. Het was gewoon een hele erge leuke en geslaagde dag en wedstrijd.
2019-7
Even wat minder de komende week: minder overwerken, ietsje minder sport en zeer zeker minder lekker weer! Ik heb besloten dat ik mijn werk zo goed mogelijk zal doen. Het sporten moet ik deze week wel goed doen, en vooral het eten zal ik goed moeten doen, want we gaan weer naar Spa Francorchamps!
Maandag de vierde maart weer borstcrawlcursus in Lelystad. Hij legt opeens de insteek heel goed uit, met een ring waar je doorheen moet. Ik leer ook ademen. Dat vind ik erg eng, want ik moet mijn hoofd heel erg in het water laten liggen. Als ik het rustig doe en met flippers, lukt het aardig. Het voelt ongemakkelijk en een beetje eng zelfs. We doen ook een oefening om op het juiste moment te ademen. Dit is iets waar ik mee bezig moet, maar niet meer vanavond!
Dinsdag vijf maart ga ik zelf een hardloopoefening doen. Het lijkt een eitje: inlopen en dan vier keer drie minuutjes hard. “Maar slim” staat erbij in het schema. Dat betekent dat ik elke 3 minuten even hard hard moet lopen. Ik loop een nieuwe wijk in en dan rechtdoor. Inlopen is snel gedaan en dan 3 minuten hard. Niet te hard, want dan red ik het straks niet meer. Na 3 minuten even wandelen en even dribbelen en dan nog een keer. Ik tel mee. 180 seconden aftellen. Het gaat goed. Ik kom op het spoorbaanpad uit. Oké dan. In de volgende 3 minuten komt er iemand voor me lopen. Ik hoop voor de brug klaar te zijn en hem net in te halen. Beide mislukt. Nog 1 keer. Het is behoorlijk vermoeiend. Ik weet niet hoe hard ik ga. Ook niet of ik gelijk blijf qua tempo. Nu haal ik in drie minuten de iemand voor me wel in. Uithobbelen tot 5 kilometer in precies 30 minuten en dan door naar KH voor thee en een goed gesprek. Ik mis het zwemmen, door de thee en het goede gesprek. Ik heb de opdracht niet helemaal goed gedaan: ik ga steeds harder! Begin met 3 minuten op 5:15, dan 3 minuten op 5:05, daarna 3 minuten op 4:46 en tot slot 3 minuten op 4:44. Wonderlijk hard dus. Op het einde. Maar niet allemaal even hard…
Woensdag zes maart. We gaan hetzelfde doen: hard maar slim. Maar dan eerst een half uurtje infietsen. Gezien het weer neem ik de toevlucht tot de Tacx en WhatsApp voor het vermaak. Dan ga ik de wijk in. Ik loop ietsje meer in en start ook harder. Kijken of ik vandaag 4 keer 3 minuten rond de 5:00 kan lopen. Ik word bijna omver gefietst door een voetballertje met aandacht voor zijn telefoon. Ik haal ‘m in! Door. De tweede keer tel ik mee. Het weer is beroerder vandaag. De derde keer lijk ik er pas in te komen, maar ik vind het weer zwaar. De vierde keer gaat ook nog goed. Ik ben sneller vandaag, want over de 5 kilometer doe ik nu maar 29 minuten. Weer thuis stap ik terug de Tacx op. Verbijsterd bekijk ik het loopresultaat: de eerste ging harder ja, in 5:05. De tweede in 4:57 en de derde en vierde in 4:47 en 4:44. Precies, maar dan ook bijna precies hetzelfde als gister! Omdat de Tacx nu wind mee geeft, ga ik een stuk harder als bij het infietsen. Ik hou het een half uur vol. Dan gaan we naar het zwembad. Ik zwem mee in baan 1. Het is er rustiger en ik kan op de slag letten. Toch weer drie uurtjes gesport op een woensdagmiddagje.
Donderdag zeven maart. Geen baantraining ivm Spa-run. Wel staat er nog een interval training voor mij. Ach ja… Het regent, het stormt, het stortregent. Maar ik ga toch. Ik moet eerst 20 minuten inlopen in zone 1, daarna 3 keer zone 2 (4 minuten), zone 3 (3 minuten) en zone 4 (1 minuut) opbouwen. De eerste 20 minuten zijn een disaster: mijn hartslag zit in zone 6 (170+) terwijl ik dribbel en ondertussen nog kan zingen. Het voelt niet goed. Daarna trekt het wel bij en het lijkt een meetfout, maar senang is het niet. Mijn Apple Watch geeft namelijk dezelfde hoge hartslag. Mijn zin is al weg na 15 minuten. In zone 2 dropt de hartslag en dan kan ik prima overweg. Het tempo wordt wel steeds lager, terwijl de regen steeds harder gaat. Ik beuk door, maar geniet er totaal niet van. Pas als ik denk dat het in Spa ook zo kan regenen, leg ik me erbij neer en doe de training gewoon. Ik moet even langs de Etos en drup daar leeg. Ik red 10 kilometer in een dik uur en ben nat tot op mijn onderbroek. Laten we maar zien of het in Spa ook zulk vreselijk weer is.
Vrijdag acht maart. Een uurtje rustig zwemmen. Mag. Kan. Maar de dag zit zo vol en zwemmen kost veel tijd. Reistijd, omkleedtijd. Ik dub. Ik heb weer eens therapie en voor de race van morgen gelden maar twee dingen: ik moet er gewoon van genieten. En ik ben al twee dagen bezig met eten. Ik eet heel veel. Drink me ongans. Ik ga fietsen. Ik wil gewoon even naar buiten. Manuel gaat mee. Hij op de ATB, ik rustig op Robs racefiets. Ik kwebbel en klaag. We fietsen eerst wind mee en daarna wind tegen. Het blijft kalm met mij. Gelukkig blijft het droog. En dan door naar triathlonheld LM die de hele triatlon in Hawaii heeft gedaan. Hij is niet alleen een held, hij is ook nog onwaarschijnlijk aardig, eerlijk en open. ‘s Avonds prop ik me vol met pannenkoeken.
Er ontbreekt iets: spanning. Er is totaal geen spanning voor de Spa Francorchamps Circuit Run. Niks. Ik ga gewoon een halve marathon rennen. Niet meer en niet minder. Het is raar. Ik heb zoveel doelen gehad: ik moest zoveel: een tijd halen, genieten, Vincent steunen. En dit jaar hoeft ik niks: uitlopen en tijdig gels wegwerken. Dat moet lukken. Hoop ik dan maar. Het is niet zo dat ik de zenuwen mis -integendeel- maar het is vooral een rare gewaarwording.
2019-6
Zondag 24 februari. Eerst handel ik alle karweitjes af en wacht tot een uur na het eten. Dan komt de koppel-brick training. Ik ga eerst 35 minuten hardlopen, dan fietsen en dan nog een keer hardlopen. Oorspronkelijk nog een keer fietsen en hardlopen, maar dan ga ik deze week wel heel erg over de tijdslimiet heen. Ik doe een driekwart broek aan en toch maar lange mouwen, ondanks het zonnige en lekkere weertje. En daar ga ik weer langs de Oostvaardersplassen! Het is druk op deze zondag en ik ga de hartslag onder de 150 proberen te houden. Dat is zone 2. Dat loopt een stuk prettiger. Het tempo is beter en het voelt gemakkelijker. Ik lach om de snaterende eendjes, de peuter die bijna in het water dondert en ik help een paar mensen op de fiets op weg. Goed voor de hartslag! Ik app als ik bij de Ferarri ben dat ik er aan kom. Vincent en Rob gaan mee fietsen. Ik ga naar de WC en neem een gel.
Voor mij is het fietsen vooral bijvoeden. Blijft toch lastig. Vincent en ik nemen allebei een cadansmetertje. We fietsen in hoge cadans. Soms gaat Rob er vandoor met Vincent en soms doe ik een stukje iets harder. Ik span me niet al teveel in: dit is mijn ‘rust’. Thuis ga ik weer naar de WC (heb ik dan genoeg gedronken?) en nog een keer hardlopen. Dit gaat nog beter qua tempo. De hartslag ligt dan ook iets hoger. Ik doe precies hetzelfde rondje. Net waren het 6 kilometer en nu ook. En 12 kilometer gefietst. De dag van de zessen. Na een kilometer of vier wordt het wat zwaarder.
In de zin van dat ik me vermoeid voel en dat ik iets meer in mezelf keer. Ik loop op het mantra dat de hartslag omlaag moet, maar mijn benen blijven te blij met dit tempo. Ik ben een minuut sneller. En het is nog zulk lekker weer, dus ik neem alvast wat hersteldrank en ga dan op Robs racefiets uitfietsen. Alleen, lekker op mijn dooie gemakje. Vincent heeft een snelle run gekoppeld en staat toch in de douche. Ik vergeet de fietsbroek helaas.
Robs fiets past me prima, maar het zadel niet. Ik besluit ook hetzelfde fietsrondje te doen, maar dan niet te letten op tempo of cadans. Het gaat niet verkeerd. Ik drink de bidon leeg. Uiteindelijk ben ik zelfs ietsje sneller. Ik ben blij dat ik niet nog een keer hoeft te rennen, zoals oorspronkelijk in het schema stond, maar dat waren maar kwartiertjes fietsen en niet twee keer een half uur. Dit past beter bij vandaag. Ik ben blij dat ik weer opkrabbel en voel me weer ouderwets energiek. Al met al heb ik de afgelopen week 12 uur getraind; om in de zessen te blijven! Dat komt er van als je traag bent 🙂
Ojee! Als ik dit schrijf, loop ik inmiddels wel heel ver achter…. Een week of twee moet ik even ‘bijwerken’…
Snel maar eens doen dan!
Op 25 februari had ik weer borstcrawlcursus. Ik ging in baan 3/4. Het is zo prettig dat het bij de cursus niet gaat om hard, om de groep bijhouden, om zwemmen tussen de lijnen. Het gaat om goed opletten wat je doet. Dat je met flippers zwemt, zodat je de insteek met de armen vooral goed kunt oefenen. Er zijn geen lijnen, er is geen tempo van de voorste waar je aan moet voldoen. Deze keer gingen we de benen onder de loep nemen. Gek genoeg gingen we watertrappelen daarvoor! En opeens had ik het wel door. Soepeltjes, dat er kracht uit de voeten komt. Kijk, daarvoor ga ik naar de cursus, niet om 2000m in een uur te zwemmen of achter MB, IS of wie-dan-ook te gaan hangen.
Een dagje later, op dinsdag ben ik laat thuis van mijn werk. Ik rijd doodmoe door naar de looptraining van Vincent om met Rob te gaan wandelen. Zo heel nu en dan is een wandeling genoeg. Dan bestempel ik dit meteen als mijn rustdag!
Woensdag 27 februari haal ik het weer in. Het is een mooie dag en ik ga onder werktijd met Joyce een stukje lopen. Het is zo walgelijk druk op het werk, ik moet vanavond ook aan de bak en ik haal dat uur met gemak in. Maar het duurt ik voor ik lekker loop, zonder schuldgevoel. Joyce en ik hebben zoveel te kletsen: we zouden met gemak een ultra kunnen lopen! Het is prachtig weer. Zonnig, warme en in korte broek!! De Oostvaardersplassen lijken wel in de Spaanse zon te liggen. Ik doe 1 rondje en haal Vincent op van school.
Na de lunch zet ik weer al het werk opzij: buiten fietsen nu het kan! Vincent gaat met me mee, ik op de tijdritfiets, hij op de racefiets. Net als vanmorgen trek ik me niks aan van een tempo of een opdracht op het schema: ik ga nu omdat het kan, omdat het mooi weer is. we fietsen naar de Kemphaan en dan om de Kemphaan heen. Langs de woonboten. Op het fietspad van het Challenge-parkoers gaan we lekker even hard. We rijden niet door naar de dijk, maar gaan terug richting Stichting Aap. En dan zijn we de Kemphaan rond en blijven we aan de andere kant van de Vaart tot het spoorbaanpad om weer naar huis te gaan. Het was echt enorm genieten van het weer!
Als ik dit schrijf, regent het alleen maar. Het regent al de hele week. Sinds die veelbelovend lente-achtige woensdag heeft het alleen maar geregend geloof ik. Dus ik ben blij dat ik er toen toch gebruik van heb gemaakt!
Maar de woensdag was nog niet voorbij: ik moest toch iets doen van het schema en er stond een uurtje zwemmen op. Hoewel dat gelijk zou vallen met de grote release op het werk, kon ik wel een half uurtje gemist worden. Het werd een goede zwemtraining: niet zozeer vanwege de oefeningen, maar ik voelde me gespannen voor de release. Had de hele tijd de neiging het bad uit te rennen om mee te gaan kijken. Ik voelde overal de spanning zitten en dat belemmert het zwemmen. Ik deed keurig mee en niet eens zo heel slecht, maar het voelde aan alsof ik onder hoogspanning stond. En dat is precies wat ik ervaar als ik aan een wedstrijd begin. Dus het was goed om er doorheen te denken: rustig tellen, uitdrijven, kalme slagen blijven maken. Toen de les voorbij was, zat ik al op de telefoon mee te kijken in de app. En dat heb ik tot en uur 11 ‘s avonds gedaan. En hard gewerkt en fijn getraind: een afwisselende dag!
Donderdag 28 februari heb ik me weer eens voorgesteld bij de baantraining. Ik was nog steeds volkomen hyper van het werk en kwam er maar moeilijk in bij het inlopen buiten de baan. De groep was te groot en te divers: we liepen met alle volwassenen samen. Eenmaal op de baan viel het wel uiteen en we moesten 800tjes lopen. 600 matig tempo, 200 wandel/dribbel. En dat vijf keer. Ik liep eerst een beetje achterop, toen mijn tempo en toen een rondje met YS om met haar te kletsen. Maar dat was een andersoortig rondje, ander tempo. Toen deed ik een rondje alleen op weer een wat hoger tempo. Uiteindelijk deed ik d 5 rondes ook, maar dan net even anders. Wie maalt er ook om? Na een uur was ik de werkstress helemaal kwijt.
En ze was februari voorbij en werd het 1 maart. Een droge, maar sombere en kille dag. Op het schema stond fietsen. Een hele tijd
fietsen met verschillende cadansen. Manuel ging mee op de mountainbike. We deden een luizenrondje: eerst het Schanullekesluisje in Almere Buiten, dan naar de sluizen op de Knardijk, over de Knardijk naar de sluizen aan de andere kant en dan terug door de polder naar huis. Nu wilde het geval dat we wind mee hadden op de Knardijk. Dan is het heel erg fijn om de wieken van de windmolens te horen suizen. Ik was nog nooit eerder zo ver de Knardijk afgefietst. Leuk om een keer iets nieuws te doen! Wat me wel ergerde was dat ik tussen de 85 en 95 rondjes per minuut moest draaien. Dat is best veel.
En ik wist al dat ik daarna tien minuten nog meer rondjes moest gaan draaien en dat we dan geen wind mee meer hadden! Ook langs de Vaart op deze plek, was ik nog niet eerder geweest. Ik vond het niet leuk om zo hard mijn benen rond te moeten draaien, zonder dat daar tempo uit kwam. Maar ik deed het wel netjes elke keer. Het werd pas echt irritant toen we ook nog wind tegen kregen! Uiteindelijk duurde het meer dan een uur voor we een auto zagen die ons inhaalde. Manuel had de pee in van de wind. Die vind ik niet zo erg, maar dat de cadans dan zo hoog moet zijn, vind ik niet leuk. We gingen terug door het Kotterbos. Zo scharrelden we toch 50 kilometer bij elkaar. In 2 en een half uur. Voor mijn gevoel had ik overdreven veel getrapt!
Op zaterdag 2 maart was er veel te doen: schilderen van de salontafel, opruimen, schoonmaken, wassen. Het was nog een keertje lekker weer en ik zat er op te wachten om te gaan fietsen. Uiteindelijk bleef er heel weinig tijd over. Ik sprong ietwat gefrustreerd op Robs zijn fiets en knalde een half uurtje over de dijk. Daar had ik wind tegen en ik draaide om om te voelen hoe wind-mee dan aanvoelt. Toen door het bos met wind tegen weer terug. Op het zijpad viel de zijwind tegen, dus ging ik over het industrieterrein langs de kassen met wind-mee weer terug. Daarna pakten Vincent en ik snel de zwemspullen. Ik wilde niet meezwemmen in het kinderuurtje. Ik wilde gewoon even rustig zwemmen in baan 1. Dus ik ging hardlopen in het uurtje dat Vincent zwom. Gewoon door het Beatrixpark. Nog altijd een beetje gefrustreerd, had ik geen zin in een opdracht. Ik liep rustig in en eenmaal in het park ging ik op de skatebaan versnellen.
Ik nam de berg mee en het ging lekker. Even geen gemier met een lage hartslag, gewoon lopen-lopen-lopen. Drie rondjes lang. Even lekker lopen, maar niet te hard (ik moet nog zwemmen hierna). Toen was alle sjacherein verdwenen en kon ik rustig gaan zwemmen. In baan 1. Omdat ik dan rustig kan oefenen en ik hoeft niet perse snel/snel in baan 2. Gingen we heel veel benen doen… Maar dat was een mooie oefening na maandag en het gaat echt beter. We deden ook veel lange slag. Ik vond het prettig dat ik niet hoefde te jagen. En zo had ik toch weer een sportdagje erop zitten.
Zondag 3 maart. Ik ga niet overdrijven, dus ik doe ietsje minder dan de lange 3 urige training
vandaag. Ik vind de afwisseling lopen en fietsen erg fijn, dus dat is wel goed. Zo ga ik eerst een half uurtje lopen in zone 1. Dat is zo’n gerem de hele tijd, dat doe ik wel alleen. Ik nam de berg maar weer eens mee. Het regende. En waaide. Ik zag op tegen het fietsen wat ik hierna moet doen. Rennen in de regen is tot daar aan toe, maar fietsen is mijn ding niet. En dan ben je al nat en vies. Nee, ik zat er niet zo lekker in. Thuis drinken pakken en op de MTB springen. Node. Maar het ging lekker eigenlijk! Ik had geen last van de regen en het was maar een klein blokje.
Ik slingerde wat en eerlijk gezegd vond ik het zelfs leuker als rennen in zone 1. Ik ben al naar het noorden en naar het westen gegaan, nu naar het oosten voor een boodschap bij de winkel. In zone 2 deze keer. Dat is een stuk beter! De regen merk ik al niet meer op. Dat de winkel dicht is, stoort me wel, nu moet ik gaan zoeken bij de Action. Dat kost veel tijd en ik krijg het er koud van. En dan weer terug naar huis hobbelen. We gaan naar het zuiden vanmiddag voor een verjaardag. Met de auto. En als ik de wandeling op de rustdag meetel, zit er weer bijna 12 uur sporten in de week. Tezamen met een paar uur overwerk. Gek he, dat het bloggen er dan een beetje bij inschiet? 🙂
2019-5
En dan moet je het heel langzaam weer oppakken: op woensdag 13 februari mocht ik 3 kwartier fietsen of lopen van de trainer. In lage hartslagzones, met wandelpauzes,
onder voorbehoud, langzaam aan. Dat vind ik moeilijk. Ik kies voor hardlopen, omdat dat voor mij het beste vergelijkt. Ik kan dat ook goed combineren met het halen van pillen voor de katjes, dus op een mooie woensdagmiddag vertrek ik. Het is heeeeeeeerlijk buiten! Mooi weer, licht, ik heb gewerkt vanmorgen en Vincent is op een nieuwe school. Ik heb de tijd, ik hoeft en ga niet snel. Ik geniet ervan. Ik hou de hartslag in de gaten en heb drie keer 15 minuten hardlopen voor de boeg. Zeker de eerste 15 minuten gaan supergoed. Hoe blij kun je zijn dat het weer lukt… En dat met zulke langzame tijden. Maar goed, in de tweede 15 minuten word ik ingehaald! Het is dan lastig om niet te versnellen, maar ik doe het niet. Ik ga bij de dierenarts langs in de derde 15 minuten. Daarna gaat het minder. Ik vind het zwaar worden en het tempo is verdwenen. Ik heb al 5 kilometer gerend, maar ik moet nog wel naar huis. Na dik 6,5 kilometer ben ik blij weer thuis te zijn. Ik ben nog niet helemaal opgeknapt!
Donderdag de 14de gaan Rob en ik weer wandelen als Vincent op de baan traint. Dit gaat een heel stuk beter als een week geleden! Ik loop gewoon mee, kan zonder moeite lekker doorstappen. Waren de 3 kilometer vorige week nog een crime, nu dik 4 kilometer zonder moeite. Er zit wel degelijk verbetering in! Ik hoest nog wel, maar voel me al een stuk beter.
Vrijdag 15 februari pak ik de draad weer helemaal op. Ik heb nog 1 hoestbui, maar ik kan alweer de hele dag moeiteloos naar de stort, de winkels, het huishouden doen. En ‘s middags lekker fietsen met Manuel! Ik ga op de tijdritfiets. Wat een feestje. Zomaar in februari op de tijdritfiets. Die zit heerlijk, die fietst geweldig en ik hoeft me nergens aan te houden, zit niet aan een opdracht vast. Gewoon niet te hard en niet te lang en na het fietsen een stukje lopen. Mijn horloge werkt echter niet goed samen met de cadansmeter, waardoor ik volgens het horloge stilsta. Dat irriteert me dan vreselijk. Op de Trekweg kon
Manuel nog net zijn zin afmaken: “Ga maar even als je dat wilt” en weg was ik! Manuel was op de ATB, dus dat is wat zwaarder. Ik kan moeiteloos de 35 halen als ik los ga. Dat voelt prettig. In- en uit-klikken ging ook goed. We gingen tot de Praambult en toen weer terug. Het was echt leuk. Ik vond het wel steeds zwaarder worden. Ik ging nog een stukje harder en toen was het ook wel goed. Gewoon lekker terug achter de TBS kliniek langs. Daarna ging Vincent mee hardlopen. Dat viel een beetje tegen. Niet Vincent, maar ik. Ik vond het zwaar, ging traag en moest halverwege een stukje wandelen. We gingen het rondje van 2,5 kilometer meten. Ik was blij toen het erop zat.
Zaterdag 16 februari. Alleen maar zwemmen…. Ik hoopte al dat er niet veel mensen waren in het kinderuur. Maar een hele baan voor mezelf alleen: dat is wel een droom! Kon ik rustig alle oefeningen doen van de borstcrawlcursus doen. Ik vond het fijn weer in het water te liggen. Dat gaat ook goed met ademhaling. Ik deed eerst 150 met achtje en daarna zonder achtje. Het beviel me echt goed dat ik niet opgejaagd werd en mijn eigen ding kon doen. Met flippers, met paddels: ik trainde gewoon en hoefde voor niets of niemand snel te gaan. Ik hoefde het alleen maar voor mezelf goed te doen en te proberen. Het mantra was: over de schouder draaien, hoge elleboog, rust en kalmte. Aan het einde ging ik met achtje 1 op 5 ademen en dat was me een partij prettig! Het zou heel fijn zijn als ik me dat aangeleerd krijg. Ik was extra blij toen de volwassenen met zijn achten in een baan lagen. Maar ja, die hoeven ook alleen maar ‘snel’ te gaan.
Zondag 17 februari. Ik preste net zo lang tot Rob lekker mee ging fietsen. Heerlijk! Hij op de racefiets en ik op de tijdritfiets. Super. Samen zit er best een goed tempo in. Dat is niet nodig, maar ook niet moeilijk. Op de dijk ging hij linksaf omhoog en ik rechtsom en ik moest vet aanzetten tegen de wind in om hem weer bij te halen! Tegen de 35 zat ik.
Toen moest ik wel even uithijgen en bijhoesten, hihi. We reden weer terug en Rob vond het eerste half uurtje wel goed geweest, ik ging het rondje nog een keer. Tempo lag tot de dijk zeker iets hoger, maar daarna werd ik ook wat vermoeider. Dat valt me nog tegen, dat ik nog steeds sneller moe ben. Rob heeft wel het euvel met de cadansmeter-die-denkt-dat-het-een-snelheidsmeter-is opgelost. Ik fietste nog geen uurtje. Toen nam ik nog maar wat sportdrank en ging ik lopen. Daar zag ik iets meer tegenop, want dat blijkt toch zwaarder, maar ik ging heerlijk! Lekker een hoog tempootje en de eerste kilometer vloog voorbij in een bekende 5:40 die prima aanvoelde. Toen ging ik een heel stuk langzamer in de hoop dat de hartslag wat daalde, want die was best hoog. Ik wandelde een stukje en toen ging ik voor de laatste kilometer lekker nog een keer aanzetten. Zweten en lekker doorploeteren en maar even niet naar de hartslag kijken… Lekker in 5:30 en toen liep ik nog 3 kilometer vol. Het gaat toch steeds ietsje beter. 
Op maandag 18 februari ging de zwemcursus niet door. Dat vond ik wel jammer. Maar zo werd het netjes een rustdag en kreeg ik de mogelijkheid om me deze week eens keurig aan het schema te houden. Ik nam me voor dat te doen! Op dinsdag stond een eigen looptraining: de trainer houdt er nog rekening mee dat ik niet helemaal fit ben. 6 Keer 10 minuten in zone 1 lopen met wandelpauzes. Tot zover het schema: ik ga dus echt niet wandelen! Ik hobbel het donker door om het Weerwater. Ooit moet dat toch lukken?! Ik besluit 1 keer te gaan wandelen, na een kilometer of 5. Het gaat niet snel en ik blijf absoluut niet in zone 1. Dat lukt me gewoon niet. Na een kort stukje wandelen ga ik aan het mijmeren en “in gesprek” met KH en dat leidt de aandacht mooi af van het lopen en hoe het gaat. Ik hobbel moeiteloos het rondje uit en maak er 10 kilometer van. Niet binnen een uur en niet in zone 1 en met maar 1 wandelpauze in plaats van 6, maar toch! Ik reis door naar het zwembad voor een training. Ik ga lekker in baan 1. Geen gejakker. De trainer laat me zien dat ik veel te ver naar voor insteek. Ik ga proberen naast me in te steken, dat voelt raar en is echt wennen. Ik doe de oefeningen mee, maar met enkel aandacht voor het insteken. Zwemmen gaat verbazingwekkend goed!
Woensdag ga ik langer werken en dan door naar het zwembad. Ik ga in baan 1 zwemmen, maar er zijn zo weinig kinderen, dat we baan 1 kunnen opdelen. Dat is heerlijk! Er zijn nog maar 4 mensen en we zwemmen allevier ongeveer gelijk. Ik ga voorop en doe netjes de opdrachten. En oefenen met vroeg insteken, breed insteken en lang uitdrijven. Alleen de 6x50m kilometertempo doe ik met achtje en dat gaat dan weer iets te hard… Ik zwem lekker en het gaat goed. Dan is het avond en ik heb nog een uurtje fietsen staan. Had ik niet zo lang moeten werken.
Nu moet ik op de Tacx. Het is maar een uurtje en ik heb nog wat social media af te handelen. Ik moet twee keer 20 minuten op lage hartslag fietsen en dat gaat prima in combinatie met de telefoon. Het tempo is (net als bij het lopen) nog niet je-van-het. Dan 8 keer 30 seconden sprinten gevolgd door 30 seconden rust. Ik heb maar 2 keer ingevoerd, dus de laatste 6 moet ik zelf meetellen. Dat gaat wel; de verveling is er meteen af! In de laatste sprint krijg ik “wind mee” van de Tacx: dan opeens gaat het trappen veel beter. Ik fiets nog even uit en dan zit het er weer op. Twintig schamele kilometertjes in het donker.
Donderdag 20 februari moet ik nog een rondje rustig aan doen en 6 keer 10 minuten zone 1. Ik vertik de wandelpauzes. Liefst had ik direct na het werk een uurtje zonlicht in Zeist meegepakt, maar het was weer zo walgelijk druk en stressvol dat het niet lukte. Daar baalde ik van en ik had al een baaldag, dus ik dacht dat het lopen wel op zou schieten: even afreageren. Het tegendeel was waar. Het liep waardeloos. Slecht. Ik begon de eerste kilometer met een hartslag boven de 170: dat is wedstrijd-hartslag, maar ik liep 6:30 per kilometer (nog geen 9 km per uur), wat zelfs beneden trainingstempo is. Ik kreeg het niet op orde: de hartslag bleef onverminderd hoog. Ik wilde niet wandelen, want dat helpt niet echt, maar het tempo leek meer en meer op wandelen. Ik had geen route, geen doel: ik deed maar wat. Malen in mijn hoofd, op de rem voor mijn benen – er was niks leuks aan. Het duurde oneindig en het werd steeds zwaarder. Toch nog een beetje griep? Teveel stress? Of een meetfout? Ik haal de 9 kilometer niet eens en ik ben meer dan een uur onderweg. Het maakt me niet meer uit, ik ben er klaar mee!
Vrijdag 21 februari hou ik me ook maar netjes aan het programma: fietsen. Het is de hele week heerlijk weer, maar vandaag is het mistig en somber. Ik neem
de mountainbike en Manuel gaat mee. Ik moet in een hoge cadans trappen. Dat zijn heel veel rondjes van de trappers in een minuut. Als ik zelf mag kiezen zit ik tussen de 60 en 70 rondjes, maar ik moet nu een uur lang 80 a 90 rondjes trappen. De cadansmeter werkt wel, maar is niet terug te zien op mijn horloge. Ik moet dus zelf van tijd tot tijd tellen. Manuel en ik hebben geluk: er staat nauwelijks wind. We fietsen de polder in. De lange rechte wegen. En tot onze verbazing is het nog best druk ook! Na 3 kwartier bedenk ik dat we de route toch iets moeten inkorten en niet doorfietsen tot de Knardijk. Na een uur moet ik 8 minuten in een hogere hartslagzone met 95 tot 105 rondjes per minuut gaan trappen. Dat is een hele opgave. Het is een delicate balans tussen de hartslag en de rondjes per minuut (RPM).
Tussendoor mag ik 2 minuten lekker bijkomen. De Doddaarsweg trappen we op deze manier weg. Dan gaan we nog een keer naar rechts, want ik denk dat de brug daar is, maar natuurlijk is de Praambrug daar de mogelijkheid om de Vaart en de A6 over te steken. Ik heb vandaag teveel keer ingevoerd op het horloge: ik doe het geen 8 keer hoor! Maar zo kan ik wel iets langer pauze doorklikken om op de Trekweg te komen voor de laatste keer 8 minuten. Mijn RPM ligt iets te laag, maar ik vind het goed zo. Het miezert en mijn bril beslaat. Ik wil naar huis. Ik heb onderweg netjes een gel op en de bidon is bijna leeg. Dat is een prestatie op zich! Ik fiets lekker kalm terug over de brug en dan zet Manuel even aan. Moet ie toch nog op me wachten :p We fietsen net geen 40 kilometer (39) in 1 uur en 3 kwartier. Ik vond het zat.
Zaterdag 22 februari. Er staat ‘herstelloopje’ op het schema. Ik zou niet weten waarvan, maar goed… Ik mag een uur lang
niet harder dan 9 kilometer per uur lopen. Ik denk dat me dat wel goed af zal gaan intussen, grrrrr 😐 In het zonnetje ga ik lekker langs de plassen joggen en dan is zichtbaar dat mijn horloge zone 1 wel heel erg laag heeft liggen! Ik zou onder de 130 moeten blijven of nog minder, maar zone 1 is tot 135. Misschien zat me dat de hele week dwars. Nu zie ik het en blijf ik onder de 130. Ik heb een muziekje meegenomen en geniet van het zonnetje en de prachtige omgeving. Dit is een rondje van 7 kilometer dus een beetje langer en een keer de berg op en het uur gaat wel voorbij! Ik ga niet snel, nog geen 9 kilometer per uur. Ik kom MZ tegen en maak onderweg zomaar een praatje!

Hi!
Zit de vijfde kilometer met het gekwebbel en de berg erin zomaar boven de 7 minuten. Ik krijg een beetje trek, want het is etenstijd. Ik haal de 9 kilometer niet in een uur en ben daar tevreden over. Loop ik ietsje langer en red ik de afstand wel. Dan snel een boterham eten en hersteldrank drinken! En daarna fietsen. Sorry, die staat niet op het schema, maar het is te lekker weer. Vincent gaat (min of meer vrijwillig) mee. Hij weer op zijn racefiets en ik … op ROBS racefiets! Ik heb zadelpijn van de mountainbike van gister. Verder is Robs fiets spannend, schakelt
beter en fietst prima. We doen een paar versnellingen en Vincent moet blijven zitten als we de brug overgaan: hij gaat heel snel staan op zijn fiets. We oefenen ook met cadans. En dan doen we nog een versnelling en -eerlijk is eerlijk- ik hou ‘m niet bij! Het zal de fiets wel zijn (emoticon van een heilig boontje). We fietsen 3 kwartier. Dan even wat drinken en hupsakee: zwemmen! Ik zat met 4 veel snellere mensen in de baan. Ik ging gewoon zelf endurance zwemmen: baantje na baantje na baantje. Volhouden. Met achtje. Alleen op mijn armen. Vroeg insteken, breed insteken, 3 seconden uitdrijven. Kalm en zo beheerst mogelijk. Alleen aan de kant als ik de anderen voor moet laten. En 1 stapje omdat Vincent iets had. Uiteindelijk zwom ik 2500m in nog geen uur. De omgekeerde triatlon in ongelijke afstanden zit er weer op vandaag. Ik hou het weer goed vol, maar het tempo moet ik weer opbouwen.En dan is het tijd om datgene te doen wat ik vaker doe als ik ziek ben geweest: ik schrijf me in voor de halve triatlon in Almere! Op 14 september moet ik (weer) 1,9 kilometer zwemmen (buiten), 90 kilometer fietsen (over de dijken) en 21 kilometer hardlopen (op een beetje beter tempo als ik afgelopen week heb gedaan aub)
2019-4 Ziek!
Op maandag 4 februari ging ik naar Lelystad, naar het zwembad. Ik heb de eerste les van 10 lessen voor een betere borstcrawl gemist. Nu vind ik het
spannend in een nieuw groepje te komen. Ik moet opschrijven wat ik wil leren en dan kiezen uit 1 van de 6 banen. Elke 2 banen hebben hun eigen oefeningen en aandachtspunten. Ik sluit me al bijna aan bij baan 1 en 2 voor de ademhaling, maar uit de oefeningen blijkt dat ze hier nog geen 200m borstcrawl kunnen zwemmen. Baan 3 en 4 gaan met nog iets anders aan de slag, dus ik ga naar baan 5 om 200m in te zwemmen. Rustig en gemakkelijk. We moeten anders starten en dat oefenen we. Dan gaan we de doorhaal oefeningen doen. Goed opletten op de doorhaal, ik hoeft niet de snelste te zijn. Er zijn een aantal oortjes en de trainer kan tijdens het zwemmen aanwijzingen geven. Ik krijg vooral tips voor mijn benen en dat is best oké. Ik vind het doen van de vele oefeningen wel leuk en ik let goed op de insteek. We moeten ook veel benen doen. Ik heb het idee dat we maar de helft doen van wat op het schema staat. Ik hoest pas mijn longen eruit als we weer aan de kant staan. Een aantal mensen wordt gefilmd, ik snap van 4 van de 5 niet wat ze hier doen.
Dinsdag 5 februari. We verven, we zoeken een vloer uit, we verven verder, de keuken is leeg, het is een rommel en ik hoest. Ik hoest en hoest en het doet zeer. Ik hoest ‘s nachts en mijn borst is aan de rechterzijde vreselijk pijnlijk. Maar ik heb niet zomaar de hele dag voor niks gewerkt en ik wil gaan hardlopen. Vincent gaat met me mee en we gaan dezelfde oefening doen als die ik vorige week deed. 12 minuten inlopen, 3 keer 15 minuten zone 2. Toen ging het niet, nu moet het beter gaan! Ik loop te hijgen en te puffen. Het gaat niks beter, het gaat zelfs veel slechter.
Ik heb last van het hoesten, van ademnood, Ik kom niet vooruit, ik haal zone 2 niet eens. Ik ben moe, stijf en mijn benen houden mij nauwelijks staande. Wandelen lukt nog net. Vincent maakt zich terecht zorgen en ik ben blij dat hij er bij is. Ik moet een blok van 15 minuten hardlopen skippen. De laatste 15 minuten joggen we met grote moeite van mijn kant naar huis. Heeft de verbouwing er in gehakt of het hoesten? Ik moet het sporten even op een lager pitje zetten.
Woensdag 6 februari. Tijdens de zwemtraining, na een dag verven en alles in orde maken, na een dag wachten tot de keuken, de vloer, een matras ben ik moe. Het hoesten doet erg veel pijn. We wandelen door de regen. Eten onderweg bij een snackbar en ik vind het ver, ga langzaam en ben moe. Op donderdag ga ik naar de dokter. Ik heb zo hard moeten hoesten dat ik er spierpijn van heb gekregen. Dat voel ik. Verder zijn mijn longen en luchtwegen schoon. Opgelucht voel ik me weliswaar iets beter, maar ik ben nog heel moe en niet op mijn best. De keuken wordt door anderen geplaatst en ik kan rustig aan doen. Meer kan ik eigenlijk ook niet. Ook tijdens de baantraining gaan Rob en ik wandelen. Het gaat iets beter, maar ik vind 3 kilometer een enorm zwaar eind. Ongelooflijk dat ik dat normaliter lachend hardlopend zou afleggen. Dat verbouwen trekt een zware wissel.
Op vrijdag help ik Rob een nieuwe vloer te leggen. Ik pak planken, leg ze aan de kant en rust dan uit. Ik zit op de bank. Manuel helpt me om 2 keer naar de stort te rijden. Ik hoest en kuch. Ik ben er moe, maar kan nu niet stoppen tussen het stof. Sporten kan én wil ik ook niet. We gaan vroeg naar bed. Op zaterdag gaat het hetzelfde. Ik leg twee planken neer en zijg neer op de bank. Ik voel me zwak en vervelend. Zwemmen kan ik weer niet. Ik veeg en schrob de vloer en dat is net zo vermoeiend als een halve marathon lopen vandaag!
Zondag ruim ik de keuken samen met Vincent in. 4 dingen inpakken, een half uur op een stoel zitten. Ik ben niks waard. Maar ik geef het ook niet op. Normaal kan ik alles tegelijk, maar nu even niet. Ik overleg met de trainer en doe voorlopig even niks. Op maandag 11 februari blijf ik ziek thuis van mijn werk om bij te komen. Ik slaap en kan nog niet eens 2 trappen op en af lopen. De verplichte rust bevalt me niet, maar ik kan niet anders. Niets kunnen doen bevalt me niets.
Dinsdag 12 februari doe ik ook nog rustig aan, in de hoop dat het herstel dan sneller gaat. De trainer en Rob vinden dat een uitstekend idee. Morgen mag ik weer heel rustig beginnen en dan ga ik ook weer werken.
2019-3
Beste trainert. Ik zal het maar eens even opschrijven om het één en ander duidelijk te maken. De vorige week was een rustweek en dat voelt voor mij totaal anders dan deze week, waarin weer lekker veel trainingen zijn opgenomen. Jaja, mijn eigen schuld, heb ik om gevraagd… maar ik krijg er de zenuwen van. Want er moeten ook zo gruwelijk veel andere dingen: de spelletjesavond met de collega’s, hoe pas ik een uurtje extra training op woensdag in met een verjaardagsvisite, ik moet ook wat extra uren werken en de keuken kost een hoop aandacht. Vorige week hoefde ik niet zoveel uren en werden het er simpelweg tien, maar als er meer dan tien uur op het schema staan, barst ik van de twijfels. En dan heb je gezegd dat ik maandag rustig aan mag doen na de 3 kilometer tempotest. Ik voel me prima! Nergens last van, geen spierpijn en al niet meer moe. Maar toch blijf ik braaf op de bank zitten. Wikkend en wegend of niet alvast iets van later in de week kan doen, zodat ik straks meer ruimte heb. De besluiteloosheid maakt het er allemaal niet beter op. Tel daar dan ook nog bij op dat het weer de afgelopen week verre van ideaal was! Ik zag op dinsdag de bui al hangen: letterlijk en figuurlijk. Op het schema stond vreselijk walgelijk rustig een uurtje uitlopen (ik vroeg me toch werkelijk even af waarvan, maar je zal de 3000m test bedoelen) en uur zwemmen. Nu kan 
zwemmen altijd wel, omdat het binnen is. Maar rennen in de sneeuw… Ik wist het nog zo niet, maar had ‘s morgens de briljante inval om de hardloopkleren mee te nemen. Kon ik altijd in de sneeuw gaan lopen direct na werktijd. Dat was een geweldige ingeving: ik kon kiezen uit uren filerijden of een stukje door het donkere besneeuwde bos in Zeist. Ik twijfelde heel erg, maar een appje van mijn vriendin dat zei: ‘neem de kans’ gaf de doorslag. Rustig mocht ik en heel rustig ging ik. Nieuwe paden, in het donker, over de sneeuw. Ik ken de weg een beetje van de lunchwandelingen, dus echt verdwalen zat er niet in. Het was niet zo koud en doodstil. Voor zover dat kan vlak bij de A28. Ik dwaalde wat. Ik genoot enorm en voelde me tegelijkertijd schuldig dat ik niet op weg naar huis was om gezamenlijk te eten. Ik volgde voetstappen in de sneeuw waardoor ik de doorgang in het hek kon vinden, ik maakte de eerste voetstappen op een parkeerplaats, ik lachte de file uit en zei mijn collega’s bij de bushalte gedag. Het volle uur ging ik niet halen. Ik vergat alleen dat ik nu na etenstijd met dubbele trek in de auto zat en over de glibberige route naar huis moest rijden. Het rijden was zo akelig dat ik een ritje naar het zwembad liever oversloeg. Zo kwam het zwemmen er dus niet van! Thuis viel ik aan op eten en toen vroeg ik mijn kind: Wil jij de kans laten lopen om door de sneeuw te rennen? Hij twijfelde even (van wie zou het hij hebben) en ging toen snel mee. Kort op het eten, een kort stukje door de wijk.
Dat was best knap van hem, want hij had vandaag het schoolrecord op de shuttle run test verpulverd. We wandelden ook stukjes, want haast had ik niet. Zat ik thuis op de bank, ging het loopmaatje door de sneeuw lopen. Ach…. ik had mijn hardloopkleren toch nog aan… Dus ik ging weer (na een goed bezoek aan de toilet). Ook niet snel en ik kwekte aardig door
het geknerp heen. Uiteindelijk werd zelfs ik een beetje moe. Hoe traag ook, ik liep toch 5 en 8 kilometer. Lopen beheers ik wel, maak je niet ongerust. Op woensdag de 23ste is mijn schoonvader jarig. Na een ochtend hard werken reden we daarheen. Niet een uurtje op de Tacx, maar een stukje taart en gezellig kletsen. Maar wel naar de zwemtraining. Ik zwom lekker mee. Zoveel mogelijk zonder achtje en zo min mogelijk benen, maar er was geen ontkomen aan. Het ging wel lekker eigenlijk. Na het diner bedacht ik me opeens dat een uurtje eigenlijk niet zo lang is. Boek erbij, Tacx aanslingeren en gaan.
Het uur vloog om met de hoofdstukken over de Amerikaanse Burgeroorlog! Ik volgde keurig de opdracht. En zo ging het eigenlijk best wel goed. Donderdag had ik dus die spelletjesavond. Dat was superleuk, want ik ben dol op Weerwolven en Exploderende Katten en Dixit, maar ik voel me ook schuldig dat ik de baantraining oversla. Alweer. Ook al is het te glad op de baan. En ik weet dat ik zaterdag een lange duurloop ga doen, dus dat uur sla ik niet zomaar over. Op vrijdag is alles volgepland: pedicure, extra werken, oude keuken verkopen, de was doen…. De ochtend was vrij voor sport en dan pak ik het liefst de langste training op om niemand in de weg te zitten op zondag. Drie uur. Kwart voor 9 begon ik met 35 minuten lopen in de koude en hier en daar gladde sneeuw in duurtempo 1. Traag. Mijn hartslag moet laag blijven, maar dat lukt gewoon niet. Ik heb me al
genoeg schuldig gevoeld de afgelopen week, dit accepteer ik maar. Ik loop richting jeugdland, wetende dat ik dit rondje nog twee keer ga doen. Ik neem het eerste fietspad naar links, terug richting huis. Ik moet een klein ommetje maken en haal 5,25km. Dan moet ik fietsen. Op de Tacx. Een kwartiertje fietsen is te doen, dan kan je de keuken adverteren, appen, een keertje een game spelen en dan is het alweer voorbij. Ondertussen werk ik 2 mini-Bounty’s naar binnen en ruim een kwart bidon sportdrank. Ik vind de afwisseling prima, beste trainer, maar ik voel me er smerig bij. Dan moet die bezweette jas weer aan, de natte schoenen.
Manuel ging mee met de volgende 35 minuten duurtempo 2. Weer langs jeugdland, maar dan een fietspad verder. Tempo matig. Eigenlijk mag ik nog steeds niet hard. En als het glad is, valt het tempo helemaal een beetje weg. Deze ronde voel ik me dan weer schuldig dat ik Manuel ophou en daar zanik ik dan zo over dat hij me verbied sorry te zeggen. Sorry hoor ;p. Hij loopt even door, ik ga weer 15 minuten fietsen. En dan zijn mijn beentjes eindelijk opgewarmd en gaat het lekker. Blijkbaar fiets ik prima op Dove-mini’s. De sportdrank is op! Wil je die bij de prestaties schrijven?
Dan moet ik nog een keer 35 minuten hardlopen in duurtempo 3. Manuel noemde dit schema gekscherend “slavendrijverij” en ik neig het er steeds meer mee eens te zijn. Duurtempo 3 doe ik heerlijk alleen. Naar jeugdland en dan het laatste fietspad op, waar het niet glad is. Eindelijk een beetje tempo! Tot ik op een ijsbaantje sta waar ik voorzichtig overheen moet. Ik haal de 6 kilometer deze keer, maar nu verlangt mijn lijf naar de mini-Maltesers! Ik begin een beetje leeg te raken, vermoeid en merk dat ik overga op vetverbranding. Ik zie op tegen nóg een kwartier fietsen, maar trek voor de laatste keer de vieze natte jas uit en gebruik de smerige buff om mijn lopende neus te stoppen.
Ik fiets echt rustig uit, het gaat wel goed, maar het voelt zw
aar aan. Daarna volgt de dag in razend tempo: hersteldrank, keuken verkopen, douchen, lunchen, pedicure, werken, bij-eten. Nou zo dus. Ik zie alweer op tegen morgen: dan doen we de lange duurloop en ik moet de weg wijzen. Weer twijfel ik of wat ik vandaag heb gedaan wel zo slim was. Normaal volgt op de zondag een rustdag… Ik weet niet of het kan, maar dat vraag ik me zeer regelmatig af. Zo twijfel ik alle schema’s door. Maar ja, die trailrun krijg ik wel voor elkaar. Ik hobbel mee, regen aan het begin meteen mee kletsnat, klets ons er doorheen en doe de route. Ik verdwaalde
al in het Emmapark haha! Maar dat gaf niet, want we deden het rondje gewoon andersom, langs Soestdijk en naar de Naald en dan weer terug. Met regelmatig een foto-stop! Toen nam ik de GPS ter hand. Ik vond het moeilijk dat Joyce niet soepeltjes mee kon lopen. Niet erg, maar ik vond het jammer voor haar vooral. Ik weet dat ze het wel kan namelijk. We liepen lekker over de heide, want dat wilde ik graag en toen begreep ik de GPS ook.
Het ging een stuk beter dan de vorige keer, maar ik had wel weer moeite met de gels op precies 10 kilometer te nemen. Die van 5 km hadden we allemaal gehad, maar de volgende nam ik pas op 12 kilometer.
We lieten Joyce achter en toen kreeg SG het de laatste kilometers minder gemakkelijk. Toen werd ik eindelijk ‘wakker’ samen met KH en begonnen we te beppen. Nee, we hebben niet geroddeld over je hoor (lees dat maar op sarcastische toon hihi) De 20 kilometer moesten vol, maar 21 hoefde niet van mij deze keer. Ik vond het wel best, ik heb het gezien tussen de kastelen.
We dronken de heerlijkste witte chocolademelk ever! Aan hersteldrank had ik ook gedacht. Thuis waren ze er wat minder blij mee dat ik weer de hele ochtend had gesport en dat drukt de pret dat ik dat toch maar kan na de zware training van gister wel een beetje en maakt me onrustig. Er is nu al veel te doen voor de keuken, dus op de bank uitrusten zat er niet in! En weer naar het zwembad. Ik deed iets meer met pullboy, want de beentjes vonden het wel best. Dan was mijn tempo ook niet veel te laag ten opzichte van de rest. Wel moest ik vaak opzij en dat is toch niet zo leuk. Ik ben niet meer zo spraakzaam als de baan vol “geweldige” triatleten ligt; je weet wel hoe ik over ze denk toch? En ik mag ook niet meer uitzwemmen in het volgende uur, dat zijn de verenigingsregels die ik nog niet kende. Op zondag deed ik eerst al die dingen die ik moest doen: verf kopen, uitslapen, de keuken leegruimen, een presentatie maken voor het werk, naar de winkel, de was. Pas toen er wat tijd over bleef, ging ik de Tacx op. Dat had vrijdag
gemoeten, maar was nog over. Ik ben niet dol op fietsen. De Tacx vind ik echt saai, maar het helpt als het buiten op de overkapping regent. En het helpt als ik lekker kan lezen. Dat leidt me het beste af. Ondertussen piept mijn horloge of ik binnen de opgegeven hartslagzones blijf. Ik moest 10 minuten op D1 fietsen, 10 minuten op D2 en dat ging prima. Daarna 4 blokjes van 8 minuten D3 en op een RPM van 80-90. Of zoiets. Ik kan de RPMs niet invoeren, dus die moet ik onthouden. Is lastig bij te houden als ik over indianen, quakers en Amerikanen in 1776 zit te lezen. Ik dronk in de pauzes van 2 minuten. En dan gaat na een minuut of veertig de Tacx weer veel gemakkelijker en ga ik veel harder. Is toch iets raars, maar wel leuk om 35km/u te zien staan! Dat lijkt ergens op.
Het laatste half uur moest ik uitfietsen en ik trok me maar even niks meer aan van de RPM’s. Ik had geen zin meer. Eerlijk: ik heb echt 30 minuten afgeteld en stapte direct de fiets af na anderhalf uur. Ik vond het genoeg deze week. Het ging niet altijd even gemakkelijk van de week, beste trainer. Er zat veel twijfel in, veel onzekerheden, veel geschuif, veel gerommel. Laat me maar weten wat jij er van vond. Aan de ene kant baal ik dat ik niet precies het schema keurig kon volgen, aan de andere kant ben ik trots dat ik -ondanks het weer, veel sociale bijkomstigheden, extra werk en gezenuw, toch veel uren heb gesport. Ik zie al op tegen de komende week met heel veel extra werk, een nachtje weg, veel keuken-gedoe en een wedstrijd ook nog! Gelukkig ben je die vergeten in het schema te zetten, dus die kan ik altijd overslaan, haha. Let’s go on! Veel groeten Anke
ps: Nog een weekje extra in de brief vermelden dan maar… Want na deze twee weken die gewoon hartstikke goed gingen, was het koekje op leek het wel. Dat nachtje weg met het werk, mygot- dat hakte erin! Je zit de hele dag op een stoel met collega’s te overleggen in het engels en mee te denken en strategieën te overleggen en planningen te maken. Hoe vermoeiend kan het zijn? Nou… Onwijs! We gingen met drie collega’s van verschillende nivo’s op maandagavond een stukje lopen. De langzaamste zat op 2 keer 15 minuten met wandelpauze en daar hielden we ons dus maar aan. Alleen tijdens het wandelen ging ik juist
versnellen! We liepen met zijn drietjes de drie kilometer in 20:36. Ik liep iets meer, met “stofzuigen” erbij. Toen deed ik hetzelfde rondje nog een keer op mijn hoge tempo. Haal ik er zomaar 4 minuten vanaf! Op zo’n korte afstand was dat best goed. En toen aten we superveel pannenkoeken. Nog een hele dag besprekingen wachtte en ‘s avonds was ik weer thuis. Toen kon ik ‘gemakkelijk’ naar de hardlooptraining. Ik was moe. In mijn hoofd vooral. Dus ik ging maar alleen een rondje lopen, geen gekwebbel meer aan mijn koppie! Ik koos voor een rondje Weerwater en je had als opdracht 12 minuten inlopen in zone 1 en dan 3 keer 15 minuten zone 2 met een minuut wandelen ertussen. Nounou. Ik vond zone 1 al wel zat. Zone 2 haalde ik maar net en al na tien minuten zone 2 ging ik uitkijken naar het wandelen. Mijn hoofd buitelde vol gedachten en mijn benen voelden aan als meeslepende balken. Ik vervloekte mezelf dat ik rond het water was gaan lopen, want rechtstreeks terug was geen optie! Toen gingen mijn darmen ook nog in de tegenwerking. Ik hobbelde door naar de McDonalds en haalde opgelucht adem, hoewel ik tot twee keer toe bijna aangereden werd. Ik besloot dat ik het zwemmen achterwege zou laten en met mijn kind naar huis ging rijden na de training. Ik was doodmoe. Uiteindelijk hobbelde ik 9 kilometer bij elkaar. Op woensdag moest ik voor werk naar Den Haag op mijn normaal vrije-middag. Ik was pas om 8 uur thuis, dus ik kon niet meer gaan zwemmen. Weer niet. Door al dat extra werk, kwam ik ook niet echt tot rust. En ik heb dan wel vakantie volgende week, maar dan moet de hele keuken afgebroken en verbouwd worden! Het werd donderdag en ik moest dubbel werken voor de vakantie. Voor de baantraining was ik eigenlijk nog steeds te moe.
Ik ging later op de avond samen met mijn loopmaatje lopen. Het ging weer niet soepeltjes. Gelukkig stond mijn loopmaatje in klets-modus, want ik had genoeg moeite mijn benen het tempo te laten volhouden. Onderweg deden we hier en daar een versnelling en dat vond ik leuk: gewoon op gevoel even afspreken tot waar we gaan (de afrit, de brug) en dan een tempo pakken. Op vrijdag had ik eindelijk een ochtendje redelijk rust: ik hoefde alleen maar te fietsen en ik liet de keuken uitruimen, werkmails beantwoorden, de was opruimen en al die andere kleine zaken voor wat ze waren. Ik ging aan het bellen met mijn zusje. Toen ik de telefoon uit de computer trok, trok ik de Tacx kabel ook mee. Moest ik alles opnieuw starten… Mijn horloge gaf de opdracht aan. Al bellend ging het prima. Praatte mijn zus 10 minuten als ik sneller moest fietsen, had ik daarna 5 minuten voor mijn verhaal. Ik
fietste nog een hele tijd door en toen was alle apparatuur leeg: mijn computer gaf geen afstand meer mee en de telefoon piepte ook. Ik vond het intussen wel behoorlijk zwaar. Het is wel leuk om te fietsen in de sneeuw! Ik heb toch maar mooi drie uur gefietst. Toen kon ik weer doorjakkeren voor nog een extra middag werken. Daarna volgde het noodzakelijke keuken-leegruimen. Op zaterdag stond de Henschotermeergames op het programma. Jij had ‘m overgeslagen in je schema, dus ik hoefde niet echt… Ik had zelf bedacht dat ik de korte afstand beter kon doen dan de lange. Dan was ik tegelijk met mijn kind klaar die de estafette deed. Het loopgedeelte was 2,5km onverhard en dan 10 kilometer mountainbiken en vervolgens nog anderhalve kilometer lopen. Ik zag er als een berg tegenop. Had buikpijn, was gespannen, wilde niet. Je zou het een keer moeten meemaken, anders geloof je niet hoe zenuwachtig op niks ik kan zijn. Ik ben bang dat ik het mountainbiken niet red, vermoed iets te gaan breken bij het lopen over de gladde brug en ik vrees dat ik veel te langzaam ben of domme dingen doe, zoals mijn helm vergeten of de weg kwijtraken. Het gaat nergens over, maar op dat moment zijn de zenuwen een reële angst. Mijn clubgenootjes GN en AA vonden het geen goede instelling, maar mij hielp het enorm dat ik van mezelf mocht stoppen als ik onderweg echt geen zin meer had. Ik wéét dat ik dat niet zal doen, maar dat het mág, geeft me de kracht om er aan te beginnen.
En dan in het startvak ben ik volkomen gelaten. En na het startschot begin ik te lachen en ga ik gewoon lekker een uurtje trainen. Natuurlijk is het zand zwaar, zijn de heuveltjes killing en ik loop ik eerder achteraan dan voorop, maar als ik eenmaal ben gestart, kan me dat niet meer boeien. Dan geniet ik van het bos en het water waarin ik heb gezwommen, dan ben ik elke koukleumende vrijwilliger dankbaar, dan mag je me passeren en dan vind ik het geluid op de brug extra leuk.
Ik doe er bijna 15 minuten over, maar dit is een training voor mij, geen wedstrijd. In de wissel let ik even goed op en neem een slok drinken.
En dan huppakkee, de fiets meenemen het bos in en gaan trappen. Het begint te sneeuwen en ik vind dat voor de wintergames nog veel gaver! Ik schakel lekker licht, wordt al ingehaald, maar het zal me een worst wezen. Mijn uitdaginkje is gewoon zoveel mogelijk op de fiets te blijven zitten en te genieten. Dat laatste doe ik moeiteloos. Stoppen moet ik niet aan denken! Ik moet wel afstappen bij de kleine heuveltjes en het mulle zand. In de volgende ronde word ik al ingehaald door de snelle heren die de lange afstand doen. Na de eerste vijf of tien hoeft ik niet meer zo nodig aan de kant, want die mannen gaan net zo min meer winnen als ik. Ik trap en schakel gewoon lekker door en haal een vader met zoon in zelfs. Het gaat steeds harder sneeuwen, maar koud heb ik het niet. Mijn grijns wordt wel steeds groter. Ik ben ontzettend blij dat ik voor de korte afstand heb gekozen, moet er niet aan denken alle rondjes drie keer te doen met dit weer. In het derde rondje (er zijn 3 verschillende rondjes en de eerste doen we dubbel) moet ik vaker afstappen bij de heuveltjes en in het mulle zand. Het zal me wat! Het eerste rondje is het gemakkelijkste en ik ben blij dat ik die mag dubbelen.
Mijn fiets maakt door al het zand de meest onheilspellende geluiden. Het gaat goed op een lage versnelling en met mijn fietsbeentjes. Dan wissel ik iets sneller terug naar de natte loopschoenen voor een klein rondje hardlopen. Ik lig ergens achteraan, maar dat kan me niks schelen! Ik zie Vincent bijna binnenkomen. Omdat ik alleen loop en rust heb, geniet ik nog meer van de sneeuw op het losgelopen zand en de vrijwilligers bedank ik hardop. De brug is een beetje wit en nog niet g
lad. Ik haal bijna een knul in die moet wandelen. Ik kan niet veel harder meer, maar wandelen komt niet in me op. Ik doe er ruim een
uur over en ben heel tevreden dat ik het volbracht heb. Dat is na zo’n drukke en onrustige week toch ook wat waard?! Zowel het team van mijn kind als ikzelf zijn vierde geworden in onze eigen categorie. Waarmee zij laatste duo zijn en ik een-a-laatste ben geworden. We kunnen door naar huis met natte en vieze en koude troep. De keuken slopen. In 1 moeite door. Geloof het of niet: ik kan prima netjes alles afbreken. Zwemtraining gaat echter zonder onze aanwezigheid door. Weer ergens heen te moeten rijden… dat trek ik niet meer. Dan heb ik wel heel weinig gezwommen de afgelopen week toch? Dus ik meld me op zondagochtend om kwart over 8 in het warme bad van Almere Buiten. Ik kan daar een paar uur zwemmen. Mijn opgave is ‘endurance’; lang achter elkaar de baantjes blijven draaien. Moeilijk is het niet, maar ik krijg bij tijd en wijle wel trek. Lastig is dat ik één van de weinige borstcrawlzwemmers ben. Ik hou het vol en heb aan het einde nog een leuk gesprekje met een andere vrouw die beter borstcrawl zwemt, maar wel aan me ziet dat ik train voor een triatlon. Dan moet de rest van de keuken worden afgebroken, dan moet de was worden gestreken, dan moet en moet en moet….. Uiteindelijk ben ik de week doorgekomen, maar ik maak me wel een beetje zorgen om mijn gehoest.
2019-2
En dan ineens zo een week waarin ik qua bloggen moet bijwerken en nauwelijks foto’s ter ondersteuning heb gemaakt! Ik hou in Garmin goed bij wat ik doe, dus dat is mijn houvast.
Dinsdag 15 januari. Ik ging fietsen. Lang. Met als hoofddoel: leren consumeren op de fiets. Ik drink en eet veeeeeeel te weinig tijdens mijn trainingen. Dat heeft me al regelmatig plezier en kracht gekost. Samen met de trainer ga ik daar iets aan doen. In deze anderhalf uur durende training moet ik 2 bidonnen met sportdrank leeg drinken. Waar ik normaal in twee uur een half bidonnetje water leeg maak… En ik ‘moet’ na 3 kwartier ook wat eten: omdat elke keer gels nogal prijzig is, mag dat een Snickers zijn of een Mars. De trainer denkt vast: als je maag dat aankan… Ik zoek de kleinste bidonnen in huis uit en 3 mini-Snickertjes uit een doos Merci’s. De oefening is 9×10 minuten met in de laatste minuut oefeningen. Nou, daar gaan we dan…. Ik ga aan het appen met Manuel, omdat ik me verder een beetje verveel tussen de 2de en de 9de minuut.
De eerste minuut van de tien gebruik ik om te drinken.
De trainer krijgt het ook even zwaar te verduren. Ik ben namelijk ook net begonnen met lijnen, dus ik ben hartstikke prikkelbaar.
Ik trap dapper verder, want ik hoeft me niets aan te trekken van RPM’s of
hartslagzones. Dat is dan wel weer positief!
Al met al hou ik het 90 minuten vol. Anderhalve bidon leeg, twee Snickertjes op en 35 kilometer gefietst. De laatste minuut heb ik nog genoeg sportdrank-energie over om hard te gaan trappen en de 35 te halen! Het tempo houdt te wensen over, maar ik ben trots op mijn twee bidons die leeg zijn!
Woensdag 16 januari. Voor het geval je het je afvraagt: dit is de rustweek. DUH. Dat betekent voor vandaag dat ik ga zwemmen en hardlopen. Ik ga aan het oefenen met het doorhalen van mijn arm door alleen mijn schouder te gebruiken bij de zwemtraining. Ik zwem mee in baan 2 en het gaat verrassend goed! Of dat door de rust komt of door het doorhalen weet ik niet. Ik heb wel een energiedipje na een dikke drie kwartier, maar die neem ik voor lief. Daar kom ik wel doorheen, maar het snoepen laat ik achterwege.
‘s Avonds ga ik door weer en wind met Manuel mee. Of eigenlijk gaat Manuel met mij mee. Ik ga met een rustige hartslag inlopen, maar dat is al moeilijk tegen de wind in. Dan doen we versnellingen, maar eigenlijk gaat mijn hartslag dan teveel omhoog. Het voelt niet gemakkelijk. Om niet teveel af te koelen wijzigen we de wandelpauze regelmatig in dribbelpauze.
Donderdag 17 januari. Vincent gaat niet naar de baan, want hij heeft toetsen. Hij wil wel graag lopen, dus we gaan saampjes. Ik moet toch langzaam lopen, omdat dit mijn rustweek is. Ik zoek iets eenvoudigs uit: eerst 25 minuten laag tempo. Dat vind ik moeilijk, maar Vincent kwebbelt er heerlijk doorheen. Dan valt het wel mee. Na een half uur is hij weer thuis en ik ga nog een half uur door. Mijn benen voelen aan als lood. Ik krijg niet veel lucht, want ik hoest al een paar dagen zwaar over de longen. Ik eet dus niet zoveel suiker en het maakt me wel lichter en blijer, maar deze avond niet sneller of beter. Ik tel het uur af en het tempo is niet om over naar huis te schrijven.
Vrijdag 18 januari. Voor je dit gaat lezen: bedenk nog een keer dat dit mijn rustweek is. Ik heb wat overhoop gehaald vandaag. Ik hoefde alleen maar heel rustig een uur te lopen en een half uur te fietsen. Hoe ik zondag ook nog een paar uur fietsen er tussen zou moeten passen, wist ik niet. Wegens de zware benen van gister, leek een uur lopen me ook wel prima. Ik wilde niemand tot last zijn en mijn eigen lage tempo aan kunnen houden zonder schuldgevoel. Hoe moeilijk ook, ik ging alleen. Het was koud, maar zonnig. En toen bleek de Oostvaardersplassen nog steeds open te zijn! Ik ging heel rustig. Ondanks dat het nog niet erg soepel liep, voelde ik me wel iets beter. Ik koos het stuk dat ik iets harder mocht lopen om het bos in te gaan. Dan blijft het tempo net zo laag, maar kan ik lekker het bos in. Het was wel mooi, maar ik vond niet heel erg veel rust. Er was bijna niemand, op 1 man met een groot fototoestel na die ‘op jacht’ was voor een plaatje. Ik ontweek hem en koos een ander pad. En wie vond de herten denk je?! Ikke dus!
Ik verlegde de wandelpauze. Toen naar huis hobbelen. Ik moest gaan uitfietsen. Ook een laag tempo. En een hoge cadans. Dat viel ook al niet mee en dit half uur leek lang te duren. Toen had Manuel een goed voorstel: hij wilde ‘s middags buiten gaan fietsen en wilde op mij wachten. Dan kon ik de past-niet-training van zondag alvast doen! In elk geval het eerste uur op laag tempo.
Daarna een half uur blokjes van een iets hoger tempo moest toch wel lukken? Ik had maar plek voor 1 bidon, maar Manuel had helemaal niks bij zich. We zouden een rondje Oostvaardersplassen gaan fietsen. Het was koud, maar zo fijn buiten! We konden kletsen, hoefden niet hard en tot de Knardijk was het uitstekend. We namen het bos, om de wind een beetje tegen te gaan. Daar voelde ik de energie afnemen. Mijn gezelligheid ook. En toen moesten er nog een stuk of wat blokjes hoger tempo! De rust vond ik al moeilijk! Maar er is maar 1 manier om thuis te komen… Ik vond het erg zwaar en leerde nog maar eens dat energie vanaf het begin moet worden bijgetankt. Is een rustweek met 3,5 uur sporten op 1 dag nog wel een rustweek?!
Zaterdag 19 januari. Zwemmen. Ik deed eerst mee in het kinderuur, toen ik zeker wist dat de kinderen dan genoeg ruimte hadden in de bananen er niet teveel volwassenen waren. Ik oefende weer met het zwemmen vanuit de schouder. Dan hou ik de drie snelle mannen niet bij, maar dat is dan jammer! Ik dronk veel. Elke 100m bij het inzwemmen. Toen had Vincent paniek en -ach wat jammer NOT- sloeg ik de benenserie over. Het zwemt toch een beetje katterig als Vincent zo doet, maar ik ging weer verder. Daarna ging ik nog even meezwemmen in baan 1 tijdens het volwassenenuur. Ik kwam nog wat tijd te kort. Gingen we daar een bakje kracht-oefeningen doen! Polo-borstcrawl, bijleggen achter… En toen 3 keer 150 armen zonder pullboy. Ik deed het wel, maar niet meer vanzelf! De bidon was WONDER BOVEN WONDER leeg. Daar was ik trots op! Ik had 100 minuten gezwommen. Dik 3000m.
Zondag 20 januari.Met de trainer zou ik de 3000m test overdoen. 1 op 1. Het was koud en ik wilde wat extra opwarmtijd. Ik had er een hard hoofd in met de loopjes van de afgelopen week, maar goed…. Gister heeft KH de test ook gedaan en zij was sterk verbeterd ten opzichte van 22 december toen we het samen deden. Ik liep toen alleen en liep de eerste kilometer in 4:36, de tweede in 5:04 en de derde in 5:06. In totaal deed ik er toen 14:46 over. Ik wilde vlakker lopen, meer elke kilometer hetzelfde. Ik liep rustig in, deed wat oefeningen en warmde op. Versnellingen vind ik dan lastig. Ik kwam de trainer tegen na 2 kilometer en hij zou mij hazen: ik moest zijn tempo lopen en dat zou vlak zijn en 10 tot 30 seconden sneller als de vorige keer. Dat vind ik lastig, want dan is het net alsof ik het zelf niet kan. Dat ís wel zo, maar toch… Ik doe het graag zelluf. De trainer moest me de eerste kilometer inhouden, maar later niet meer hoor! Ik keek recht vooruit, zocht punten uit om naar toe te lopen. Mijn gedachten zaten niet mee. Al na 500m had ik geen zin meer (dan loop ik door mijn omslagpunt heen). De kilometer duurde oneindig lang. Ik ergerde me aan de trainer die op zijn horloge keek en alles bepaalde, maar het hielp me niet aan tempo. Ik ging steeds zwaarder en langzamer geloof ik. Het goedbedoelde ‘het-gaat-goed’ was niet aan mij besteed.
Aan de andere kant was het heerlijk dat ik niet op mijn horloge hoefde te kijken en alleen maar bezig hoefde te zijn met zo hard mogelijk lopen. Ik had moeite met genoeg zuurstof binnenkrijgen, dat vond ik raar, want dat heb ik nooit; ik hoestte zelfs onderweg! Keren is ook al niet mijn ding. En wind me merkte ik ook niks van. Kortom, genoeg te mopperen. Kou had ik het al lang niet meer. Ik probeerde het echt op het einde, maar ik was wel flink op! Ik wilde in elk geval de brug op wandelen, daar hield ik me de laatste anderhalve kilometer aan vast. We waren onderaan de brug begonnen, dus ik wist tot waar ik moest! Het leek superlang te duren. De laatste tijd van 4:45 kreeg ik nog net mee. Dat is behoorlijk! Ik was buiten adem, maar de trainer was blij. We wandelden omhoog! De trainer vertelde me dat hij op 4:50 had gemikt, maar dat ik nog harder had gelopen. Ik hoefde gelukkig niets te zeggen! Die 4:45 heb ik dankzij hem vlak gelopen. En ik was een stukje sneller als vorige maand! We dribbelden/wandelden terug naar de auto. Hij was tevredener als ik, want ik was er vet moe van. Uitfietsen liet ik achterwege. Mooie rustweek met bijna 10 uur sport. Ahum.
2019-1
Dinsdag 1 januari: uitslapen, bijkomen, de weegschaal bij voorkeur verkopen, de laatste dingetjes doen en dan is er niks meer: ik verveel me bijna! Er zit maar 1 ding op: ga lekker sporten. Klim op de Tacx? Hm, lekker sporten! Combi van de Tacx en lopen? Leuk, maar ook wat lang. Ik kies de hardloopopdracht voor zaterdag: 2 minuten inwandelen en die gaan op aan de deur voor Vincent opendoen en een sleutel pakken. Dan 10 minuten in zone 1 (hartslag tot 130). Ik heb het koud. De wind is kil en mijn ene truitje is niet genoeg. Volgens Manuel was het warm, maar ik merk het niet! De hartslag is regelmatig te hoog. Het tempo blijft steken op 6:30 Dan 20 minuten zone 2. Ik ga langs de Oostvaardersplassen: het is zo mooi en een beetje ‘van mij’. Maar vandaag deel ik het met hele hordes dagjes-wandelaars. Ik hou me in om in zone 2 te blijven en geniet van de omgeving. Ik kom TE (pa van BE) tegen op de fiets en hij groet me hartelijk. Ik blijf koud, zo dik tegen de wind in. Ik wil 5 kilometer vollopen tot aan het bruggetje, graag binnen het “slome” deel van deze loop. Dat lukt: 32 minuten over de eerste 5 kilometer. Ik draai om en ga 3 keer 8 minuten in zone 3 lopen met 1 minuut wandelen en 1 minuut dribbelen. Ik vraag me af of ik dan binnen 30 minuten terug ben.
Ik heb wind mee, er zit een heerlijk tempo in en ik voel me prima! Eindelijk warm. Ik neem de Oostvaardersplassen goed in me op. Als ik er doorheen vlieg. En fotografeer als ik moet wandelen. Ik slinger om de mensen heen en hou lekker een 5:15 vast. Ik ga het redden met 3 keer anderhalve kilometer in 8 minuten. Het laatste stukje is wel iets zwaarder; zo weer terug de wijk in, maar het tempo blijft hoog en de uitdaging om de 10 kilometer binnen een uur te halen is groter dan ‘een beetje’ vermoeidheid. Ik red het. Dus heb ik 28 minuten gelopen over de 2de 5 kilometer. *big smile* Ik loop om het huis uit en dan ben ik het jaar goed begonnen!
woensdag 2 januari. Weer aan het werk en jeetje, dat kost best veel energie! Ik werk wat langer door en ga naar Zeist. Aan het einde van de middag haal ik Vincent op bij opa en oma in Hilversum om te gaan zwemmen. Ik doe dapper mee in baan 2. Niet eens als allerlangzaamste en ook nog eens zonder pullboy. We zwemmen hartstikke veel!
Donderdag 3 januari. Weer een dag werken en daarna een baantraining met een grote groep volwassenen. We lopen lekker kalm in en dan gaan we 35 minuten hardlopen op de baan. 400m op een tempo van rond de 12km/u en als je daarboven zit, dan heb je 4 minuten rustig doordribbelen, daaronder 3 minuten. We moeten er dus boven blijven! Ik loop met MB mee en we ontdekken dat net boven de 12km/u ons dribbeltempo op anderhalve ronde legt. Zij is een sprinter, ik een duurloper: ik moet aanzetten op de 400m om haar bij te houden, ik dribbel te hard. Heerlijk vind ik het, gewoon maar doorlopen, ronde na ronde na ronde na ronde… We gaan 400m te hard, maar dribbelen dan ook extra langzaam. Ik klets de tijd wel vol. Dat gaat simpel! Voor het eerst in tijden heb ik geen zin om de tien kilometer vol te maken.
Vrijdag 4 januari. Er zijn allemaal dingetjes te doen en tussendoor moet ik fietsen plakken. Zo voelt het ook: als ertussenin gepropt. Op de Tacx gefrut. Ik reduceer twee uur tot een uur. Ik moet eigenlijk 6 keer 20 minuten doen, maar dat zal 3 keer worden. 10 minuten zone 1, 3 minuten zone 3 en 7 minuten zone 2. Ik pak mijn boek erbij en dat is net iets te boeiend. Ik mis zo nu en dan de tijd en trap niet hard genoeg. Het lukt me om er in te komen. Ik zit ruim een uur uit, maar geniet er niet van. Ik laat de opdracht maar een beetje los. Ik ben blij als ik afstap. Volgende keer beter – hoop ik dan maar. ‘s Middags gaan we met paps en mams ook nog en stukje wandelen.
Zaterdag 5 januari. Ik ben een beetje moe van dagelijks sporten. Dus vandaag doe ik niks extra, alleen maar zwemmen. Tijdens het kinderuurtje deel ik de baan met 5 anderen die razendveel sneller zijn. Ik doe niet mee aan de training, ik wil een uur lang onafgebroken zwemmen. Eerste 100m met pullboy, dan baantje na baantje na baantje gewoon zwemmen. Ik let op de slag, doe mijn best, maar zwem ook gewoon. Ik probeer het trapje te visualiseren. In een uur zwem ik 2600 meter. Ik schrijf me in voor een borstcrawlcursus om beter te gaan zwemmen.
Zondag 6 januari. De trainer heeft iets voor me bedacht: deze trainer is van de combinaties, niet van een lange duurloop. Zes blokjes vandaag: drie keer 25 minuten hardlopen, gevolgd door 20 minuten fietsen. In verschillende hartslagzones, maar niet de hoge. Ik wil naar buiten, op de taco stappen, vind ik niet zo handig omdat je dan zo zweet en dan blijf je omkleden. Nu doe ik een truitje aan en leg een fietsbroek en fietsjas klaar, zet de MTB onder de overkapping en doe hardloopschoenen aan. Vincent gaat mee. Eerst 2 minuten wandelen (dat lukt nog wel) en dan 25 minuten in zone 1. Dat gaat niet zo best. De hartslag is torenhoog (zone 5+), bij een tempo van niks. We worden er mopperig van. Ik weet dat ik altijd wat warming-up nodig heb, maar nu heb ik niet zoveel tijd.
Het gaat inderdaad wat beter na 3 kilometer, maar na 4 kilometer zijn we thuis. Jasje wisselen, schoenen wisselen, fietsbroek aan en op de MTB. Vincent gaat straks pas weer mee, die blijft nu even thuis. Het pad tussen de Oostvaarderplassen is nog open en ik ga genieten van de zon die het riet goud kleurt, de blauwe lucht en het tempo wat lekker is in zone 2. Alleen is het net iets te lang voor 20 minuutjes. Ik wissel weer van schoenen en jas als ik thuis ben en ga hardlopen in zone 2. Ik ben net opgewarmd en lopen gaat me nu goed af. Ik dribbel in plaats van wandelen. Ik ga de andere kant op, richting de Seizoenenbuurt. Het tempo zit er flink in in zone 2. Geen inhouden meer! Fijn. Ik loop dan ook 5:45 ongeveer. Ik moet steeds een stukje verder om om 25 minuten vol te maken. Uiteindelijk haal ik 5 kilometer. Dat voelt beter. Terug naar de fiets met een flinke slok sportdrank en een gel op voor het kleine rondje Oostvaardersplassen. De jas voelt al wat smerig om aan te doen. Ik heb wind mee en ga lekker hard. Ik neem een brug verder terug en dan is het een beetje op aan het raken. Ik heb trek. Ietsje minder zin als een uur geleden. Gelukkig gaat Vincent dadelijk weer mee lopen en fietsen. Ik verheug me niet op nog drie kwartier. De zon is ook weg en de bril is te klein. Ik kleed me weer om voor nog een blokje van 25 minuten zone 2. Maar dan laag in zone 2 in verband met Vincent. Nog een gel eten en we gaan weer.
Vincent lijkt blij met het hogere tempo en kletst voluit. Het tempo ligt net zo hoog als wanneer ik alleen ben. Eerlijk is eerlijk, na drie kilometer doet Vincent het beter dan zijn moeder. Ik ben moe, kan wat moeilijker opletten en wat moeilijker praten ook nog ‘s. Vincent vindt het wel grappig dat de rollen een keer omgedraaid zijn. Vanaf de brug bepaalt hij de route maar. Mijn hartslag gaat omhoog bij een gelijkblijvend tempo. We lopen binnen een half uur de 5 kilometer. Omdat Vincent een klasgenoot tegenkomt, kan ik niet eens gaan wandelen! En dan nóg een keer fietsen. De jas is smerig, maar de oranje bril maakt het allemaal wat
rooskleuriger. In zone 1 fietsen: uitfietsen. Een tempo wat Vincent ook kan. En ik ook nog haal! Richting de AH voor brood. Een kort ommetje. Fietsen is wel gemakkelijker dan lopen. Ik moest soms zelfs ietsje harder om in zone 1 te blijven! Ik heb alle trainingen los opgenomen en het is een hele lijst als we weer thuis zijn. Ik heb megaveel honger. Het is dan ook al zomaar middag geworden.
Ik heb de elf uur sporten in deze week net niet gehaald, maar ik vind het allemaal prima zo! Was een leuke afwisseling die de trainer bedacht had.
Dinsdag 8 januari. Op naar de hardlooptraining in de avond! Ik twijfelde over de rustige of de iets snellere groep, maar de aardige trainer JdW gaf de doorslag. Gelukkig kwam de trainer voor de hele snelle groep net op tijd, want met 1 grote club had ik spijt gekregen! We gingen een heel eind inlopen, weer eens een andere kant op! Bij het inspringen bleef ik ver achter en ik had toch spijt van de beslissing: ik ben niet zo een goeie sprinter, zeker niet in de eerste 3 kilometer! Daarna gingen we de brug op en dan omdraaien en tegen de wind in en omhoog extra tempo! Dat vind ik leuk, maar snel ben ik dan nog niet. We liepen terug naar het “gewone” driehoekje-vierkantje-rondje. Daar gingen we vier ronden lopen op net-iets-hoger-dan-duurtempo. Ik ging het op gevoel doen. Alleen op gevoel en dan maar net iets langzamer dan sommigen en maar net iets sneller dan anderen. Elke ronde moest ongeveer gelijk zijn, maar ik doe een reeks van 2:32 – 2:30 – 2:28 en 2:26. Natuurlijk: dan gaat het me goed af, als ik warmgelopen ben en gewoon mijn eigen ding een beetje mag doen. We moesten twee rondes lopen en dan op het gemiddelde van de vier rondjes (de trainer had voor iedereen de 4 ronden tijd geroepen) minus 6 seconden. Ik liep met MB mee en de eerste ronde liepen we in 2:17 (duh), dus de tweede ronde een heel stuk trager! We kwamen gemiddeld goed uit, maar het was goed te weten dat ik sneller kon! Toen nog 1 ronde en die moest 3 seconden sneller. Ik wist dat ik dat ging halen, maar zette lekker nog iets meer aan en toen werd het 2:07. Een rondje is 475 meter. We liepen nog uit. De dinsdag werd echter in het zwembad vervolgd. We hoefden niet hard en ik zwom op techniek lettend in baan 2. Nog steeds bezig met breed insteken. En zonder achtje zwemmen.
Woensdag 9 januari. Het was lekker weer, beetje zonnig, geen storm, niet ijskoud. En ik had een beetje tijd, dus ik pakte de fiets. Ik twijfelde over de tijdritfiets, maar vond het toch iets te glad, dus de mountainbike maar. En waarheen dan? Ik weet het niet. Ik ga mijn neus achterna. De stad in, de fietspaden over, de Vaart langs, de andere kant op, een brug verder, wind mee, de dijk niet bereikt, over de witte brug, langs het datacentrum terug. Ik ging gewoon en het was lekker. Ik zag zwanen, voorzichtig langs de honden, een mooie roofvogel die bleef zitten.
Ik werd lekker smerig op het bospaadje en ook dat was erg leuk. Daarna gingen we nog zwemmen. Ik zwom in baan 1, net als MB die ook naar baan 3 kan als baan 2 te druk is. We deden een boel verschillende slagen in 1 oefening. DR geeft altijd net iets anders dan anders trainingen. Het voelde aan alsof ik supersnel gezwommen had, maar dat was absoluut niet waar.
Donderdag 10 januari. De baantraining. Ik had geen zin. Niet om 5 voor 7. Niet om kwart over 7. Niet om 5 over half 8. En om 5 over 8 ook niet. We liepen lekker rustig in met een grote groep. Het miezerde de hele tijd. Dat deert mij niet. Maar ik word altijd een beetje gek van het getetter als ik geen zin heb. Op de baan was het simpel: 400-800-1200-1600-1200-800-400 rustig tempo met 10-20-30-40-30-20 pauze. Ik liep achteraan. Expres. Me in te houden. In stilte. Het was geen probleem, maar ik had het toch niet gemakkelijk. Na de 1600 was ik het wel zat en nam ik 35 seconden pauze in plaats van meer. Eindelijk rust, eindelijk mijn eigen tempo. Ik bleef mopperig en ik haalde er geen zin meer uit. Van de 800 liep ik er maar 400 en daar baal ik dan van. De rest mocht nog hard, ik gelukkig niet! We liepen uit en ik nam het extra rondje op de baan er nog bij. Maar het laatste beloofde rondje kon me gestolen worden en dan waren de tien kilometer maar niet vol. Het boeide me niet, want ik had toch geen zin!
vrijdag 11 januari. Ik sprong al vroeg op de Tacx. Twee lange uren! Verdeeld in 6 keer 20 minuten, waarvan 20 minuten D2 met twee keer 3 minuten een hogere RPM en 3 minuten een hogere hartslag en 7 minuten een lagere hartslag. Kun je het volgen? Ik ook niet, dus ik zet de training in het horloge en hoeft het alleen maar te volgen. Ondertussen zet ik Netflix aan. Na twintig minuten appte mijn zus of we konden bellen. Dat kan ook best, maar het is even improviseren met Netflix uitzetten en de telefoon op de speaker. En soms moet mijn zus even drie minuten volpraten. Het volgende anderhalf uur vloog
voorbij. Ik kon me niet altijd even goed aan de 3 minuten hogere RPM’s houden, want door het bellen miste ik wel wat signaaltjes, maar ik fietste lekker weg! De Tacx heeft het ook lastig van tijd tot tijd: dan gaat het na een half uurtje opeens een heel stuk soepeler. Uiteindelijk fietste ik de 50 kilometer toch maar vol, zonder een meter vooruit te komen. En toen trok ik de bezweette fietskleren uit en hardloopkleren aan. RUSTIG, had ik naar Manuel geschreven, want we gingen samen. Het ging heel moeizaam bij mij. Alles boven de 6 minuten per kilometer vind ik traag en dit zat tussen de 6:00 en 6:20. Omdat het eten op was, had ik niet al te veel gehad bij het ontbijt en tussendoor had ik een gel genomen, maar in al dat trappen was ook wat energie gaan zitten. We liepen langs de Oostvaardersplassen richting de dijk – zo vaak mogelijk doen zo lang het kan!- en ik moet elke keer denken aan de hete zomer als ik nu het water zie staan, waar het een half jaar
geleden bijna droog stond. We gingen door het bos terug. Ik genoot er wel van, maar Manuel moest op een gegeven moment het praten overnemen, want alles in mij schreeuwde: WANDELEN!! Het tempo ging omlaag, maar ik ging niet wandelen, hoe graag ik ook wilde. Ik luisterde naar Manuel en uiteindelijk waren we na 7,5 kilometer weer terug bij huis en snakte ik naar hersteldrank en de douche. Niet direct naar het bedrijfsuitje, maar de calorieën van het diner wat erbij hoorde, die waren welkom!
Zaterdag 12 januari. Soort van rustdag. Eindeloos in bed blijven liggen, boekje lezen en op de bank zitten. Maar ook zwemmen. Het was veel te druk in de banen. Bij de kinderen, maar ook zeker bij de volwassenen. 7 Mensen en dan ben ik veel te langzaam. Ik ben de hele tijd bezig met kijken wie me kan inhalen en opzij gaan. Ondertussen had Vincent me proberen uit te leggen hoe ik rustiger moet zwemmen en dat probeerde ik dan maar. Ik deed gewoon een heel klein beetje mee met paddles en op en neer zwemmen, maar zonder flippers. Het was enorm onrustig. Ik ging met Vincent in het pierenbad, dat hij kon kijken wat ik nou moest veranderen, maar dat is lastig te zeggen voor hem. We troffen RP, die supergoed zwemt, maar nu even niet omdat hij zijn arm gebroken had. Hij vroeg mij naar mijn doel en dat is met minder energie langer zwemmen. Hij kon pérfect uitleggen hoe mijn doorhaal dan wel zou moeten gaan: ontspanning, draaien vanuit de schouder. De praktijk is een heel ander verhaal, maar begin bij mij maar met de “waarom”. Toen ik wegliep, kreeg ik een soort van trap na, omdat ze zaten te roddelen bij de ingang: “en dan die lieden van baan 1 die er tussendoor harken”. Flikker op zeg. Ik weet wie het zegt en een ander zei ook wel dat ik er keurig rekening mee hield, maar ik ben het wel zat dan en blijf met een katterig gevoel achter.
Zondag 13 januari Je hebt van die dagen dat je heerlijk loopt, dat het vanzelf lijkt te gaan. Van die dagen dat je gewoon door kunt praten en het tempo moeiteloos hoog kunt houden. Van die dagen dat je de volgens hoort en de bossen prachtig zijn. Er zijn dagen waarop je zin hebt in de gels, alle kleren lekker zitten en de kilometers onder je door vliegen. Zo’n dag had ik NIET. Te weinig geslapen? Te veel balast? Het einde van een drukke sportweek? Gewoon mijn dag niet? Omdat ik de route al kende? Vind ik dit groepje niet zo leuk? Ik weet het niet, waarschijnlijk een combinatie van alles. In elk geval hobbelde ik er lekker achteraan. We liepen met PL mee, een groter groepje van 7-10 mensen deze keer. (3 mensen gingen na een paar kilometer hun eigen weg en tempo)
We waren weer bij Baarn, kasteel Groeneveld, kasteel Soesterberg, bos en trail en modder. De regen viel onwijs mee, eigenlijk was er geen regen. Genieten en op de verzorging letten was de opdracht: genieten lukte me maar niet zo. Ik liep mijn eigen tempo, gewoon strak achteraan. Vind ik niet erg, maar motiveert ook niet. Er zat gewoon niet meer (zin) in. 1 Van de mannen keek wel netjes achterom en ze stopten regelmatig, maar dat trekt me nu juist niet zo: ik kachel liever door. Achterop lopend was dat een zekerheid. Na 5km nam ik netjes een gel en die viel niet lekker in mijn buik. Dat rommelde. Voor de rest geef ik niks om natte voeten, natte hondenneuzen en loopneuzen. We gingen over het ATBpad, dat is wel aardig, maar eigenlijk vind ik het voor de fietsers. Dan moet je steeds opzij. We deden de korte route van 15 kilometer en daar baalde ik van. Dat kwam mijn motivatie niet ten goede.
Wel liep de route zo totaal anders als de vorige keer. Ik was stil en dat was prima. Een paar andere meiden gingen vertragen, maar ik bleef rustig achteraan lopen op hetzelfde trage en gestage tempo. Op 10 kilometer nam ik weer netjes een gel, maar deze is wel lekkerder en viel iets beter, maar was weer moeilijk weg te krijgen. Na 15 kilometer waren we rond en schoot ik de WC in. Toen daar alles gedumpt was, voelde ik me beter en wist ik het zeker: ik hoeft geen koffie, ik ben nu toch al nat en ik ben nu toch hier: de komende kilometers hier in het park zijn voor mij! Ik liep gemakkelijker, lichter, ongedwongener (niet veel sneller, dat niet) en kon beter om me heen kijken en genieten. Ik fotografeerde een groepje mannen op de ATB op de wijnberg en maakte het rondje.
Ik maakte 20 kilometer vol en had geen zin meer om de 21 ook nog te doen. Ik had lang genoeg gelopen en grappig genoeg kwam ik de rest tegen die de koffie net op had! Mijn telefoon was in een lock gegaan en ik kon niet bellen of iemand bereiken. Een raar soort stilte krijg je dan. Ik moest nog tanken en had aan honger grenzende trek! Thuis wilde ik douchen en bijkomen en bij- eten en -drinken. En zo was de week weer vol met ruim 11 uur sporten. Dat mag je ook wel voelen toch?!
31 december 2018 De laatste blog van het jaar – over de getallen
Terugkijken op het jaar, dat doet iedereen vandaag. De nummers, de aantallen, de prestaties worden vandaag breed uitgemeten. Strava maakt een filmpje, Garmin telt de cijfers op.
De één nog fantastischer dan de ander: meer, sneller, beter dan verwacht, beter dan eerdere jaren! Facebook staat er vol mee, iedereen doet er aan mee. De prachtigste plannen komen langs, de mooiste voornemens, doelen groter dan ooit. Ik ontkom er niet aan. En ik heb er een vreselijke hekel aan en ben er dol op. Omdat ik zo’n hekel heb aan dat vergelijk waar
je niks mee opschiet, laat ik Strava sinds een paar maanden links liggen. Ik hoeft niet meer de meeste uren, de langste afstand, hoog in de weekscore te komen. Ik heb alleen maar Garmin die mijn getallen bijhoudt. En Garmin is opeens mijn vriend niet meer…. Ik kom “te kort”! Ik haal de 6100 kilometer niet dit jaar! Ik moet nog 21 kilometer fietsen, nog een stuk hardlopen… Gelukkig heb ik alles opgeruimd, gestreken in de kast liggen, bijgewerkt. Ik zou de hele dag kunnen sporten, voor de oliebollen en de champagne.
Dan zie ik de post van MC: die heeft het hele jaar voor een hele triatlon getraind. Het kost hem veel minder tijd, gezien de snelheden die hij haalt. Geen vergelijk met mij dus: met mijn halve triatlon, met mijn dames-tempo. Ik kom er zo op terug. Daarnaast staat de post van KH: zij heeft geen weet van de getallen, het interesseert haar niet; ze is dolblij dat ze heel is gebleven en zoveel heeft kunnen sporten. Ik denk dat haar getallen heel wat mensen omver zou blazen! Vriendin Joyce heeft haar doel ook dubbelendwars gehaald, ruim 40 kilometer per week hardlopen. Dat is mij niet gelukt! SG heeft net als ik de halve triatlon gedaan, maar haar cijfers blijven achter bij die van mij. Ik word moe van het vergelijken en raak hier en daar verbijsterd. Ik hou het even bij mezelf.
Nog 21 kilometer fietsen. Ik lig in bed en maak een afspraakje met mijn kind om buiten te gaan trappen. Snel eten en om half 11 zitten we op de mountainbikes. Zijn tempo, mijn route. De Oostvaardersplassen gaan dicht, dus daar fietsen we doorheen. Bij een licht zonnetje: ik geniet er enorm van. Het hoeft niet snel van mij. Straks fiets ik hier niet meer tot ergens in mei. We gaan over de dijk en daar is het weer saai en grijs en zelfs een beetje wind tegen. We fietsen langs het Bloq en door het Wilgenbos. Met een kleine pauze.
We gaan rond bij het nieuw geasfalteerde pad en over het schelpenpad terug naar het sluisje. De boten zijn weg, het Wilgenbos is nog altijd leeg. Terug over de dijk hebben we wind mee en dan nog 1 keer langs de plassen. We halen 21 kilometer fietsen en doen daar ruim een uur over. Fiets-kilometers 2018: vierduizendtwee. Missie volbracht! Ik kan met gemak naar Alanya fietsen. Via Parijs.
Ik maak op 31 december altijd een loop onder de snelweg door, al jarenlang dezelfde route: soms iets langer, soms net niet. Ik loop onder de A6 door een betrekkelijke rust in de polder tegemoet en dan terug de vuurwerkherrie in. Dit jaar is de route niet mogelijk door de werkzaamheden: De terugweg is afgesloten. Dus ik
moet een stuk verder. Dat komt mooi uit, want om 1700 kilometer te lopen, moet ik nog 16 kilometer. Dat is eigenlijk best veel… Rugzakje op, gels mee en gaan maar. Muziekje op, tempo en duur van ondergeschikt belang. Alhoewel…, rond de 6 minuten op de kilometer zou wel fijn zijn: getallen zijn zo machtig! Het gaat soepel en ik blaas niks op. Na 5 kilometer loop ik over de lange rechte polderweg. Ik deel het maar op in 3 blokjes van 5 kilometer, anders lijkt het zoveel. 10 Engelse Mijl. Ik pieker over alle cijfers en getallen, over alle sporturen en mijmer over wat ik allemaal gedaan heb en met wie en met wie niet. Het ging best soepel dit jaar. Op die ene belangrijke dag na. En toen ik bij het Henschotermeer was. Ik zie een paar jagers: die knallen ook! De brug is een heel eind weg. Het tempo ligt prima rond de 5:53. Bij tien kilometer ben ik de bruggen over en dat ging wat minder snel. ‘Mijn’ liedje komt voorbij en ik trek weer door op de Trekweg.
Ik zal iets verder om moeten lopen om 16 kilometer te halen. Ik kom MZ tegen: de held gaat de marathon lopen. Weer zo’n doel, weer zo’n presteerder. Ik heb het een beetje gehad met lopen, maar draaf dapper door. Ik ga 15 kilometer volmaken ook. Dat is de macht die de cijfertjes hebben op mij. Meestal houden ze me prima aan de gang! Iets sneller, iets langer, iets verder. Voorbij het Oostvaarderscentrum wordt het best zwaar. Ik weet dat ik op 16 kilometer ga uitkomen en ben voor het trappetje op de 15 kilometer onafgebroken hardlopen. De laatste kilometer dribbel ik. Dan heb ik 1700 kilometer hardgelopen in een jaar. Meer dan vorig jaar. Op en neer naar Kopenhagen via Legoland. Toevallig 😉
Daar komt mijn staatje dan:
- Totaal : 6118,95 kilometer (wandelen, combi-sporten, fietsen, zwemmen…. alles meegerekend)

- Hardlopen: 1700,35 kilometer

- Fietsen: 4002,06 kilometer
- Zwemmen: 282,79 kilometer
- Multisporten: 380, 30 kilometer
Is dat veel? Dat vraag ik me ook af. Joyce en Manuel hebben veel meer gelopen. SG in alles veel minder. Ik heb altijd het idee dat ik veel sport en dat wordt bevestigd door de getallen van MC. Hij heeft in totaal nog geen 50 kilometer meer afgelegd. MC is een fietser, dus die heeft 600 kilometer meer gefietst. Maar hardlopende Anke haalt rennend 400 kilometer meer. Ik zwem meer, ik multisportte meer. En dan zeggen de getallen mij iets: MC heeft een hele triatlon gedaan, ik een halve. Wat ik het hele jaar al dacht: ik hoeft niet te twijfelen of ik een hele triatlon qua training aankan; dat heb ik dit jaar laten zien. De hele triatlon is wel een doel voor mijn vijftigste jaar, dus ik heb nog een paar jaar! Iets met getallen… Nog 5 jaar de tijd. Wat ik volgend jaar doe? Ik wil me niet echt ergens op vastleggen, heb me voor een aantal leuke wedstrijden ingeschreven: Spa-run, Duin, Zandvoort. Een soort van subdoel is twee keer een halve triatlon (ik twijfel nog over Almere) en een marathon als het lukt – ik blijf een loper! Meer zeg ik er niet over: waar, wanneer en of het er van komt: dat lees je wel. Ik pin me niet vast, als het niet lukt wil ik me op het laatste moment nog kunnen terugtrekken zonder het gevoel te hebben dat het moet – voor de cijfers.