Week 45, en nog 44…..

Dit is mijn rustweek: ik mag van mezelf maar 6 uur sporten. Maximaal 7. Lastige opgave…. zeker als Joyce haar marathon loopt. Helemaal zelf en in alle rust alleen. Ik ben apetrots op haar! Ik wil ook van het mooie weer genieten, maar ik werk en “rust”. En dat terwijl dit de laatste week is dat ik 44 ben en dus nog hartstikke “jong”….
Dinsdag 6 november naar de hardlooptraining. Ze gaven aan dat ik wel met de iets snellere groep mee kon. Hm, voor deze keer. Klein cluppie met YZ en W en M. Trainer TR was geblesseerd en mee op de fiets. Inlopen ging best snel, maar een lang vreselijk kwartier saaie loopscholing drukte de gemiddelde tijd. toen YZ zei dat ze haar man naar 47 minuten op de tien kilometer had gehaast, voelde ik me al niet meer in de groep passen. We gingen 2 minuten rustig – inlooptempo zone 2 en 3 minuten hoog tempo – zone 3 / 4. Rondje Weerwater afmaken. Duhhh. Zone 4 met inlopen, zone 5 voor mij met hardlopen.  Ik kan hard, ik kan het wel, maar of het goed is… ik was de traagste. Kilometers op 5:14! Trainer T bleef achterop bij me fietsen en maar zeggen: hou je eigen tempo. Niet dus, dat doe je niet. Tijdens het uitlopen vroeg ik TR uit over wat kinderen mogen lopen aan afstand. Ik was blij toen ik naar huis mocht, geen zwemmen, want Rob was weg.
Woensdag 7 november. Niet fietsen, ook niet even. Rustweek… blergh. Zwemmen wel. Kalm in baan 2 mee en zonder pullboui achteraan. Na verloop van tijd went het. Goed dat ik rustig doe, want de tempoloopvan gister vraagt hersteltijd. Heb ik mooi tijd om een nieuwe trainer te vinden!
Donderdag 8 november. Baantraining. De beentjes vinden het te vroeg, het hoofd vindt het te druk. Inlopen voelt zwaar. Ik heb het koud. IJskoud en krijg het niet warm. Extreem slecht geslapen en maar 1 laagje aan, domdom. Op de baan gaan we 500tjes lopen. Ik sluit me bij de langzame groep aan. Maar ik word hysterisch van het gekwebbel en ga iets harder. De hartslag is extreem hoog. We lopen ook nog 2 keer een kilometer waarin we elke 100 meter 1 seconde moeten versnellen. Leuk! Ik begin voor de verandering te rustig en voel het aan. Ik tel niet zo. De tweede keer begin ik te snel, maar ik red het wel en bouw mooi op.
vrijdag 9 november. De rustweek zit ook zonder sporturen vol hoor. Koekjes bakken, naar school toe, wentelteefjes maken, de was… ik ga ‘slechts’ 5 kwartier met Manuel fietsen. Op de ntb die al went. Mooi weer, Manuel heeft een fijne route. Ik mopper en we fietsen toch 27 kilometertjes rond. Ik bel met de nieuwe trainer. En zit tussendoor een uur op d bank- je moet iets in een rustweek.
zaterdag 10 november. Een wedstrijd in de rustweek. Altijd lastig. Weer een nacht slecht slapen; mama is te lang wezen stappen, de kat kotst en ligt in de weg, vroeg op.  Mijn collega die Vincents 5 kilometer zou lopen, haakt ook af. Tijd aan mezelf of zal ik niet gaan… ik vertrek laat en zonder plan. Leuk om in een halve terminal te zijn! Ik doe de runawayrun op Lelystad AirPort. Vorig jaar ook al, en het blijkt niet eenmalig. Ik twijfel of ik de 10 kilometer of de 5 kilometer zal doen. Ik doe de tien bovenop, de 5 eronder voor noodgevallen. KH straft me af: ik moet de 10 doen.  Haar vriend ruilt gretig zijn tien in voor mijn vijf. Het is rommelig, druk met startnummeruitgifte. Vertraging. Ik ben gelaten en kalm als ik met KH mee mag lopen. Eerste 5 km rustig, dan 5 kilometer sneller is haar strikte opdracht. Goed voor mij ook. Op KHs advies ga ik in korte mouwen. Blijkt een gouden greep, het is bewolkt maar niks koud. We starten achter de hekken, met veel gehannes. De eerste kilometers loop ik altijd even te zoeken. Velen halen ons in, maar we lopen toch te hard met 5:40 in plaats van 6:00. KH kletst graag, ik mag straks wel. Eerst wind tegen. Ik kijk niet naar kilometertijden. Ik bewonder de vliegtuigen en helikopter. Het is nog druk, want de 5 en 10 kilometer starten samen. Dan komt de wind mee. Ik zit er al helemaal in en geniet van het gemak. Ik verheug me ook op wind tegen en we spreken af vanaf waar ik straks mag versnellen. We halen KK in. 5 Kilometer in 27 minuten. Tja, zo voelt het ook. Op tempo, maar niet snel. Even opnieuw de balans zoeken in de tegenwind en dan mag ik. Ik ga KH er doorheen trekken. Ze heeft het heftig, maar ik wijs haar wie we inhalen, dat ze vooruit moet kijken, wie er niet kunnen lopen. Lastig om mijn tempo net in te houden, maar laag ligt het tempo niet meer. Ik ben afgeleid en merk het niet. Dan wind mee. Ik wil de dames inhalen voor ons. KH heeft er moeite mee. Ik blijf praten en het wordt gemakkelijker met wind mee. Op kilometer acht ga ik doorversnellen. Ik haal de 50 minuten niet, ben niet boos genoeg, maar sneller gaat het! Ik haal de dames in, raak ook buiten adem, tel net iets teveel en zal blij zijn als ik er ben. 52:17. Ik vind het best. Ik heb behoorlijk relaxed gelopen in mijn hoofd, het voelt goed en dat is het belangrijkste. Razendsnel weer bij. Ik vond het goed uitgevoerd, maar voor KH was het te snel begonnen. Ik liep de laatste onder de 5 minuten per kilometer. Hersteldrank drinken en weer naar huis toe.
Ik heb nog 40 minuten over om te sporten. Tijdens het kinderzwemuur is er een baan vrij voor de volwassenen. De andere twee zitten in baan 4 of 5, dus hun tempo is anders dan de mijne (lees: veeeeeel sneller). Ik zwem in en dan doen we techniek met armen en paddels. Doe ik ook gewoon, dan maar minder pauze. Daarna 8 keer 100 met een halve versnelling. Ik doe gewoon mee met achtte en versnel zelf wel. Op de slag letten, op de ademhaling, op de doorhaal. Vermoeiend gedenk zo als je nat wordt! Ik zwem het uur vol bij het inzwemmen van de grote mensen en dan snel naar huis.
Dat waren 6 uur en twintig minuten. Als ik de laatste dag vier dat ik 44 ben, krijg ik sporthandschoenen, zeep tegen spierpijn, een Tacxmat, een horlogeband… Maar sporten komt er niet van. Dus blijft de teller steken en dat is prima!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 45, en nog 44…..

Week 44 – Veel gesport, weinig tijd voor bloggen!

Dinsdag 30 oktober: Het regende hard, de hele dag al. Eindelijk herfst! Goed om te hardlopen met de club. Ik kon niet zwemmen vandaag. Ik ging met de middelsnelle groep mee. Met zijn vieren waren we en 1 trainer. We gingen lekker veel lopen en het inlopen ging al best goed. Dan ben ik door de regen heen en merk je er niks meer van. Ik was wat stil in de eerste helft van de training. We gingen lantaarnpalen hard heen lopen en rustig terug en elke keer twee meer. Dus 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14 en 16 en elke keer terug en van 16 weer terug naar 2. Ik werd er toch best nat van! Bleek toen ik Vincent weer oppikte.
Woensdag 31 oktober: we doen alles vandaag. Stukje fietsen. Ik stond buiten en dacht dat de racefiets best toch nog een keer kon. Hoppa dan! Om de Noorderplassen heen. Maar dan wel helemaal buitenom, want binnendoor liggen teveel gladde bladeren. Genieten van de uitzichten en een beetje piekeren. Door naar het zwembad om met achtje achteraan te hangen. Goed letten op de armuithaal en de krachtige doorhaal onder water. ‘s Avonds met Manuel een kort stukje lopen. Hij heeft last van zijn hiel en lang renpauze genomen. Tempo laag, maar dat is niet erg. Ik heb vandaag niet het gevoel iets met overtuiging te hebben gedaan, ook al heb ik een sprint-triatlon gedaan met 25km fietsen, 1900 meter zwemmen en 5 kilometer hardlopen.
Donderdag 1 november: we halen de training niet, Vincent en ik. Dus gaan we maar samen trainen. En dat is leuk! Ik leer hem hoe je een loop indeelt als je niet weet hoe ver het is, ik vertel hem om alles in kleine stukken op te delen, ik reken met hem uit hoe lang we over tien kilometer doen, ik bereid hem langzaam voor op tien kilometer en we lopen de straatjes maar door…. Ik laat ook merken hoe zeuren het moraal weghaalt en praat hem er doorheen als hij heel moe is in de laatste kilometers. Op naar de warme melk! Vincent heeft tien kilometer gelopen binnen 70 minuten. En hij heeft veel geleerd. Ik ben trots op hem.
Vrijdag 2 november: Wie gaat er mee, vraagt CS op Facebook. Nou, ikke! We doen tussen half 11 en half 12 mijn 7-kilometer rondje. De zon straalt, maar wij lopen in een hagelbui en nemen de regenwolk boven ons mee. Het is alleen maar mooi. CS kletst me de oren van de kop en we lopen hard. Dat lukt. Gek genoeg. ‘s Middags fietsen met Manuel. Weer helemaal de Noorderplassen rond, maar nu nog verder en eerst tegen de wind in. Ik ben wat somberder, heb wat moeilijk zaken beloofd te zullen doen/zeggen en ik voel me zwaar. Toch fietsen we een heul stuk en is wind mee wel erg lekker! Zelfs op de atb.
Zaterdag 3 november: Tijdens de stroomstoring wandel ik samen met Rob een uurtje. Geweldig om een soort onrust te voelen, gesloten winkels te zien waar het licht plots aangaat en niet te kunnen appen of iets opzoeken. Zwemmen bij de training. Het is niks deze keer. Ik ben niet de langzaamste, maar we moeten zonder achtje en dat komt mijn tempo niet ten goede. Het voelt niet goed. Niet om het stiekem toch met achtje te doen, niet om het niet bij te kunnen houden. Maar ik maak het uur vol. Ook al heb ik wel honderd keer gedacht dat ik het niet leuk vond.
Zondag 4 november. Ik zet ‘m zelf op, de Tacx. Grotendeels. Ik wissel zelf de band en dat kost me maar een klein kwartiertje. ‘s Avonds zoek ik de serie weer op en zit ik een uurtje weg te trappen. Afgeleid door de Schotse Hooglanden. Ik doe een paar tempoblokjes en het valt me mee. De winter is nog lang….
Al met al 9 of 10 uur gesport. Ligt er aan of het wandelen meetelt. Niet alles met volle overtuiging en met allerlei verschillende kleine pijntjes: knietje, achillesspeesje links of rechts, buikpijn, hoofdpijn. Niks echt ernstigs, niks veel, maar een beetje zeurderig. Dat hoort altijd bij dit tijdstip in het jaar, dit is voor de derde keer dat eind oktober, begin november een beetje kwakkelig zijn. Volgende week ietsje minder dan maar.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 44 – Veel gesport, weinig tijd voor bloggen!

Week 43 Lopen Lopen Lopen Zwemmen en een beetje fietsen

23 oktober – run – 1 uur
Met de “langzame” groep mee. Want morgen ga ik lang en ver. We gaan lantaarnpalen tellen. Telkens 1 op tempo erbij en twee terug langzaam. Een heel gedoe. Ik moet hardop tellen. Veel op en neer. Ik ga gewoon lekker hard, mijn hard. We lopen het hele fietspad af. En dan op tempo terug. We gaan de volgende windrichting in weer lantaarnpalen tellen. Leuke groep is dit, lekker wisselend en gezellig. Ik ga alleen hard het viaduct over en vang de rest op die wandelt na een valpartij. Niet veel kilometers, niet veel gezweet, maar supergoed ge-intervalt.
23 oktober – swim – 1 uur
Training in baan 2. Ik ben in het rood vandaag, mijn noodbadpak. De andere hangt thuis nog aan de lijn. Ik ga voorop. Tel gewoon verder. Ik ga met achtje. Ze vinden het niet erg me voorop te laten. Blijkbaar tel ik genoeg. Van de trainer moet ik voorlopig mijn heup aan blijven raken, want dan trek ik mijn arm goed en strak het water uit. Ik heb dan onder water meer ruimte voor de kracht. Doe ik.
24 oktober – run / trail – 3,75 uur
Hier ging het om. Ik heb een dag vrij, maar Vincent gaat naar opa en oma in Hilversum. Dan ga ik bijpraten met Joyce. Wij gaan niet naar de sauna. Niet naar een terras. Geen thee drinken. Wij gaan rennen. Het Voetenpad om Hilversum heen. Ik heb er al een week zin in. Ik zie er al een week tegenop. Het is een hele lange tocht. Onverhard. Er zijn uitwijkmogelijkheden en er zijn geen tempoverplichtingen. We hebben uren de tijd. Maar toch… 25 kilometer is niet niks. We vertrekken om 10 uur bij Kivitsdal. Kwebbel, kwebbel, kwebbel. Tussen de golfvelden, door het bos, langs de stenen markeerstenen met witte voeten erop. Kilometers verzamelen. Het is heerlijk weer; bewolkt en grotendeels droog. Kwebbel, kwebbel, kwebbel. We steken de A27 over op de nieuwe brug en gaan dan het bos weer in. Dan missen we een markeersteen en moeten we terug. We willen tot de 8 kilometer blijven hardlopen, maar ergens bij de Noodweg moeten we zoeken waar we zijn en waar we heen moeten. Als we weer gaan lopen, staat daar opeens een markeersteen! En zo gaan we de Colhoornse Heide over. Kwebbel, kwebbel, kwebbel. Over de kinderen, over sport, over vrienden, over de vakantie. Ik ga even een stukje vooruit over de hei langs Hilversum. Waar ik harples had, waar ik bomen filmde, waar ik werkte als video-editor. Mijn plan is een pauze bij Kerkelanden, maar ik neem al eerder een gel. We gaan verhard lopen door de wijk. En dan raken we de route nog een keer kwijt. We zitten al boven de tien kilometer. We lopen heel Kerkelanden rond. En stoppen even om te zoeken. Joyce krijgt wat last, ik vind het ook wat zwaarder. Zijn we al op de helft? Als we weer op de route zitten, zie ik een McDonalds en dat is toch een perfecte stopplek?! Dus we zitten daar even van cola en een koekje te genieten. We gaan toch nog (zeker een stuk) door. De stad door en dan het bos weer in. Het miezert. Vincent appt me terug dat hij ons heeft zien lopen! We zitten intussen op 14 kilometer. Kwebbel, kwebbel, kwebbel. We steken de ‘sGravelandse weg over en komen dan in het Corversbos. De zon komt te voorschijn en de natte blaadjes in alle kleuren weerspiegelen in het water. Het is adembenemend mooi. Onbeschrijfelijk. We gaan ervan wandelen. Om er zo lang mogelijk van te genieten. Om foto’s te maken. Om het licht en de schaduwen in ons op te nemen om nooit meer te vergeten. En om de kleine heuveltjes te vermijden. Ik pak mijn eigen tempo een stuk op en haal voor de volgende oversteek Joyce weer op. Dat is allemaal niet zo heel ver hoor. We komen bij de vlonders bij het Mediapark. Daar willen we overheen! Helaas zijn ze afgesloten wegens achterstallig onderhoud. Dan maar lang wachten bij de Crailo oversteek en dan de hei op. We nemen nog een keer de verkeerde afslag, maar dat is maar een klein stukje. De hei is weer anders mooi: wijds en uitgestrekt. Het wordt er niet gemakkelijker op nu we de tien mijl gepasseerd zijn en we dat toch een beetje gaan voelen. We kwebbelen gewoon door en door. Het raakt niet op. We steken over bij de weg naar Laren en ik neem nog een gel. Dan achter Hilversum langs. Ik heb altijd het gevoel dat we er dan bijna zijn, maar dit is zo bekend en dichtbij Robs oude huis. We gaan op een bankje zitten op een verhoging. Even uitrusten en gewoon zitten en kijken. Op een gewone woensdag. Er zit al een halve marathon op. Ik verzeker Joyce dat 29 kilometer een no-go is. 28 Kilometer kan, 28,5 ook nog net, maar negenentwintig moet 30 worden. Punt. Het zwaarste stuk komt nog: om het Wasmeer heen door mul zand. Joyce vind het te zwaar. En dan ook nog een nare kritische kerel op de fiets die ons toeroept dat we moeten stoppen met dat “gestamp op de hei”. We kunnen niet uitvogelen of hij het kwaad bedoelt of niet en of dat aan hem ligt of niet. In het bos zien we hem weer en nu lacht hij er duidelijk bij. We lopen naar Anna’s Hoeve en daar wordt het echt zwaar. De geplande 25 kilometer zitten erop, maar we zijn er nog niet. Het lukt prima en we kletsen door, maar we wandelen iets vaker en de route is iets moeilijk te volgen. Ik voel mijn linkerknie een beetje. We pakken het hardlopen elke keer weer op. Tot het spoor. En dan besluiten we de 28 kilometer vol te wandelen en een paar 100 meter rust te pakken voor we de 29ste kilometer alleen maar zullen hardlopen. We zijn moe. Vermoeid. Ik voel het aan alles. Dat je alleen nog maar vooruit kunt kijken naar de oversteek in de verte, waar de auto staat. Er is een soort van tunnelvisie. Ik praat door, maar het wordt minder samenhangend. Ik hoop dat Joyce het ook zo voelt, dan is het een uitmuntende marathontraining. Ik zeg bijvoorbeeld: tot hier, tot deze steen, straks. Dat is niet samenhangend, maar ik denk dat we op 29 kilometer uitkomen en dan moet ik teruglopen naar deze steen voor de dertig. Ik heb gelijk. Met 29 kilometer staan we naast de auto. Ik bedenk niet dat het slimmer geweest zou zijn om niet 2 keer de Soesterstraatweg over te steken als je zo moe bent. Ik doe het gewoon en loop met de allergrootste moeite terug naar de steen. Joyce maakt de 30 vol op de parkeerplaats. Als ik terug ben, zitten ze erop. We hebben er 3 uur en 3 kwartier over gedaan. Wow. Het is intussen half 3, dus we zijn dik 4 en een half uur onderweg geweest. Ik drink de hersteldrank, ik kwebbel al snel weer door en we delen de M&Ms. De meeste spieren zijn gevoelig te lokaliseren, maar de adrenaline overwint alles! We gaan eten en dan eindelijk -zoals goede vriendinnen doen- thee drinken in een restaurantje. We praten gewoon door.
24 oktober swim – 1 uur
Vincent gaat zwemmen, ik ook. Achteraan. Met achtje. Kan ik goed op de armuithaal letten en aantikken. Ik merk dat de beweging dan groter is. Het is niet gemakkelijk om nu te zwemmen, maar wel verkoelend. Mijn benen weigeren echt mee te werken, maar ik drijf op het achtje. Toen ik langs mijn oude werkplek liep in Hilversum, zei ik tegen Joyce dat ik nooit kon vermoeden dat ik daar langs zou hardlopen. Toch heb ik dat een paar jaar geleden al ooit gedaan. Toen was het ondenkbaar daarna uit te gaan zwemmen. Geef me nog een paar jaar…..
26 oktober bike – 1,5 uur
Mijn knie zeurt. Dat heeft ie eerder gedaan en ik voel de knoop ook wel zitten, maar lopen is even niet zo een goed idee. Vincent heeft nog vakantie, Manuel is vrij op vrijdag. Het regent van tijd tot tijd. Maar niet als wij gaan fietsen om tien uur. Op de mountainbikes. Ik ga op Robs fiets, want de mijne heeft een rem die niets doet. We gaan verhard. Gelukkig maar. Ik ben een schijtert in het bos. Naar de sluisjes op de Knardijk.  Via de Trekweg aan de ene kant van de Vaart heen en door het Kotterbos aan de andere kant van de Vaart terug. Manuel en ik gaan om beurten een stuk vooruit. Op het kale stuk tussen het water en het Praamviaduct haal ik de dertig en krijg ik het warm. Als Manuel voor ons uit trapt, ga ik met Vincent samen kleine intervallen hard. De sluisjes over en dan tegen de wind in terug. Vincent heeft het zwaar. Mopper zwaar. Het is ook een end voor de kleine beentjes op de zware fiets zonder klik-pedalen. We gaan niet meer onverhard, daar zijn we te moe voor. We halen de dertig kilometer net niet. Maar we zijn wel klaar voor een regenachtig middagje in de stad en uit-eten!
27 oktober run – 0,5 uur
Mijn knie is weer hersteld. Ik ga morgen met de meiden een lang stuk, maar dan moet ik wel weten dat dat lukt met de spieren en aanhechtingen. Als Vincent zwemt en het feestje met twee stukken taart achter de rug is, ga ik voor onbepaalde tijd op onbepaald tempo richting Beatrixpark en Beyond! Ik steek de Hogering niet over omdat ik niet weet ik of ik dat haal en loop langs kruidige straten. Het ruikt ook overal naar herfst. Een vriendelijke geur van verrotting. Ik heb geen last van mijn knie. Wel een beetje boven mijn achillespees. Ik ga niet hard, word maar net warm. Langzaam klimt het toch naar 5:45, maar de laatste kilometers over de berg zwakken alweer af. 6 Kilometers worden het.
27 oktober swim – 1 uur
En dan weer uitzwemmen. Nog even en het wordt gewoonte 😉 Ik ga achteraan hangen. Met achtje natuurlijk! Snelle gup geeft het tempo maar aan, kan ik op mijn insteek, uithaal en doorhaal letten. Ik zwem meteen door na het inzwemmen en dat voel ik. Nadeel van de laatste zijn in een baan met 7 mensen is, dat je al zo snel moet stoppen: 2 meter voor het einde van de baan, staat de hele kliek al stil. Dat irriteert me. Ik hou het prima bij verder. Zolang ik de schoolslag oversla, voel ik mijn knie ook niet. De schoolslag is erger voor mijn knie dan hardlopen! Met deze trainer zwemmen we altijd veel en nu ook weer.
28 oktober run – 1,5 uur
Vorige week kwamen Joyce en BO elkaar tegen tijdens het hardlooprondje en ze besloten eens samen te gaan. Ik ga met ze mee. Lekker op een rustig tempo aa-uu-bee, want mijn spieren en ik zijn niet zulke goede vriendjes. Kuiten, (aanhechtingen bij) de achillespees, knieën; het zanikt een beetje bij de onderdanen. Ik zoek mijn compressiesokken er weer eens bij. Die trekken de spieren en protesterende onderdelen bij elkaar. Met de wintertijd is ook de kou ingegaan, dus de lange broek is ook geen overbodige luxe meer. Ik zie op tegen weer een stuk hardlopen midden op de middag, geen idee hoe het zal lukken, maar het rondje Noorderplassen geeft weinig uitwijkmogelijkheden. We lopen eerst wind tegen. Ik vind het heerlijk, maar ben ernstig in de minderheid. Over de ophaalbrug en ik merk dat de compressiekousen alle protesten in de kiem smoren en dat deze temperatuur van onder de tien graden mij uitstekend bevalt. Op het smalle pad, na de eerste drie kilometer inlopen, ga ik er vandoor. Mijn tempo. Niet overhaast, maar mijn eigen ding en lekker vooruit kijken en genieten. Het tempo gaat netjes omhoog. Ik wacht ze bij de brug weer op voor een paar foto’s. En dan weer door, want ik erger me aan Joyce’s rammelende sleutels. Wind mee en tempo van 5:30 bevalt me ook wel goed. Na 3 kilometer eigen tempo keer ik om en loop ze tegemoet. We lopen gedrieën de volgende kilometers door. Heerlijk kletsend. Over de ophaalbrug in de wijk. Ik ga weer een paar kilometer door op mijn tempo tot het zonnepanelenveld en haal de tien kilometer net binnen het uur. Ik keer om en vang ze weer op. Dan hebben we de koude wind weer tegen. Ik geniet daarvan, maar zij echt niet. Op een gegeven moment wandelen ze een stukje. Ik wandel mee, maar pik later een tempo op om lekker tegen de wind in te ‘vliegen’. BO gaat naar huis en Joyce en ik gaan terug naar de Boat House. Met een paar ommetjes om (voor Joyce) de 15 kilometer te halen, om (voor Anke) de 10 EM te halen, om (voor Joyce) de 50 kilometer in de week vol te maken en om (voor Anke) de elf en een half (!) uur sporten vol te maken. Ik voel me prima, alle spieren voelen zich goed en ik ben tevreden.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 43 Lopen Lopen Lopen Zwemmen en een beetje fietsen

Week 42 Rustig aan

Deze week heb ik alles kalm aan gedaan. Niet meteen weinig, maar rustig. Op maandag 15 oktober doe ik niks.
Dinsdag 16 oktober wel: eerst hardlooptraining. Ik ga met minst snelle groep mee. Geen druk meer. Me niet meer uit de naad lopen. Een uur bewegen, dat is het belangrijkste. We gaan richting het centrum en we doen eerst een heel gedegen warming-up. Dat is de eerste keer dat ik bij de

Uitzicht op het centrum. Klaar voor een fartlektraining!


triatlonvereniging echt een warming-up doe met oefeningen en spieren rekken. Daarna gaan we op de Esplanade versnellingen doen en springen tussendoor. We gaan ook tegen elkaar in lopen. Het tempo ligt voor mij niet constant hoog en deze groep kwebbelt en wacht en versnellen kan ik gewoon in mijn eigen tempo doen. Het is prettig. Ik ga er niet stuk aan en zal niet de rest van de week nodig hebben om bij te komen. Sterker nog: ik kan ook nog best zwemmen! En we hebben een ‘vreselijke’ les. Pullboys en andere hulpmiddelen zijn verboden. Tussendoor moeten we planken en opdrukken. Op de koop toe doen we ook nog een estafette. De teams zijn eerlijk opgedeeld. Ik doe mijn best vandaag. De vraag is waar ik morgen het meest spierpijn zal hebben: in mijn armen of mijn benen….

De herfst geeft prachtige licht-plaatjes.


Woensdag 17 oktober: ik heb geen spierpijn. Niet heel erg tenminste. Werkpijn, dat wel, want het is weer veel te veel. Als ik weer thuis ben, ga ik lekker fietsen. Vincent wil niet mee. Ik ga een uurtje en lekker mijn eigen tempo en mijn eigen muziek. Dijk, Vaart, Nobelhorst. Het blijft maar lekker weer! Daar geniet ik zoveel mogelijk van. En daarna weer zwemmen natuurlijk. Ik ploeter mee in baan 2. Een beetje achterop en zoveel mogelijk zonder pullboy. Nog even en het went.

een bijna lege baan, op 1 iemand na. Dat is het moment, want er zijn zowel volwassenen als jeugd aan het trainen op dit uur.


Donderdag 18 oktober: de baantraining. Ik heb geen zin. Niet na 10 minuten inlopen, niet na 20 minuten als we terug zijn op de baan – vandaag is de zin thuisgebleven. Constateren – accepteren – doorgaan. Dat zegt SK me en ik neem haar tempo mee en we kletsen ons 8 rondjes door. Niet snel. Dat hoeft niet voor mij. Want daar heb ik geen zin in.
Vrijdag 19 oktober. Rob is thuis, maar hij gaat niet mee fietsen. Dan ga ik aan het einde van de ochtend (na het werk) maar alleen. Een rondje van een uurtje en ik probeer op tempo te gaan. Het koelt nu -zeker in de ochtenden- aardig af. Ik ga langs de Vaart en

Dat wordt tegen de wind in fietsen als je de windmolens zo tegenkomt!!


volg mijn neus. Langs de Groene Kathedraal. Over de vele herfstbladeren. Koud. Eikeltjes op de wegen. Alsmaar een beetje wind tegen. Saai. Eenzaam. Alles stinkt naar lichte verrotting en herfst. Kortom: genoeg redenen om het niet leuk te hebben, maar ik geniet van de geuren, kleuren, het weer, de wind. Langs de windmolens en dan onder de A27 door. Vogelweg over en daarna weer naar rechts onder de A27 door. Lege polders. Rechte wegen. En terug naar Almere en naar huis voor de lunchbreak. ‘s Middags gaat Manuel mee fietsen. Hij op de mountainbike, mijn racefiets en ik worden onafscheidelijk. De Tacx kan straks nog lang genoeg… We rijden om de Noorderplassen. Ik kwebbel Manuel gek. Gelukkig is het fietspad tussen de Noorderplassen door te smal en kan hij lekker even naar de vogels luisteren. Daarna langs de Vaart en terug via de manege. Manuel gaat nog een stukje verder. Ik heb twee keer 30 kilometer gefietst. Tempo gemiddeld ‘maar’ 25. Vind ik prima.

Zaterdag 20 oktober. Joyce lag dubbel toen ik zei dat ik rustweek had. ‘Hoeveel uur sport je dan?’ vraagt ze. Acht ongeveer. 8 uur. Dat is een rustweek. Twee jaar geleden had ik dat overdreven veel gevonden. Nu niet meer. Nu vind ik acht uurtjes waarin ik maar matig mijn best doe amper meetellen. Zwemmen vandaag. Heerlijk met zijn drietjes / viertjes in baan2. Ruimte! Kan ik een beetje mijn eigen (slome) tempo aanhouden en op de slagen letten. Het gaat om het uurtje bewegen. En daarmee ga ik ook (ruim) over de 8 uur heen. Desalnietemin vind ik het gelden als rustweek. Voor een laag tempo heb je meer tijd nodig!
Zondag 21 oktober. We hebben een uurtje of een half uurtje over. Vanmiddag gaan we naar Veldhoven (met de auto). Vincent gaat mee. Onder licht protest en met de verzekering dat hij het tempo en de korte route mag bepalen. Ik vind het prima. Als we maar een half uurtje onderweg zijn, zodat ik de 9 uur haal 🙂 Zijn korte route gaat naar de dijk en weer terug. De laatste keer op de racefiets buiten dit jaar. Ik weet het nu zeker. Ik heb het al tientallen keren gedacht, maar vandaag is het echt zo. Het wordt koud en gevaarlijker met de blaadjes. Nu is het nog droog, maar de komende dagen gaat het regenen. Niet goed voor smalle bandjes. Dus ik geniet er maar dubbel van vandaag. Ook al heb ik het koud en vind ik dat Vincent wat hard gaat. Het half uur halen we gemakkelijk. En dan gaat de racefiets de schuur in. Tot de Tacx. Buiten zal een paar maanden moeten wachten.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 42 Rustig aan

Week éénenveertig

Maandag – Rustdag
Dinsdag – Ren/zwemdag. Rennen met de TVA training mee. Omdat Vincent gaat. Niet omdat ik zo graag ga. Maar ik geef het nog een kans. We zijn weer met één grote groep en het is in één oogopslag duidelijk: ik ga de allertraagste zijn. Bij het inlopen niet direct en bij het warmlopen ook niet meteen. Veel loopscholing. En dan weer rondjes rennen. Andere dan vorige week, maar net zo saai. Twee, drie, vier rondes. Snel, langzaam en traag. Snel is een breed begrip: ik ga met mijn vijf-twintig aardig rap, maar voor de rest is dat het trage tempo. Dat motiveert niet. Ik erger me niet, maar het helpt ook niet om het leuk te vinden. Ik loop op mijn best, maar hou niemand bij. Het interesseert ze niet hoor, als ze mij voorbij lopen, moedigen ze me aan; maar juist dat is ook een beetje pijnlijk. In de trage ronde klets ik met de trainer die een ronde meeloopt. De geweldige man kan zijn marathons niet meer tellen, loopt al dertig jaar van zijn leven, maar weet zich de eerste marathon nog te herinneren. Inmiddels is hij vijfenzestig en is mijn traag zijn traag ook niet meer. Ik doe het gewoon ook en de opdrachten tussendoor handel ik ook netjes af. Hinkelen, jumping jacks. Alleen bij het opdrukken kom ik maar tot zes met tellen… Volgende week ga ik met de langzame groep mee.
Zwemmen dan. Daar had ik niet zoveel zin in. Mag het rustig? Nee, want ik moet in baan twee. En dat gaat net te snel voor me. Zonder achtje tenminste. De trainer wijst me nog (maar een keer of zes) op mijn armuithaal. We doen veel benen. Iets van tweehonderd meter. Ik doe gewoon mee, maar let wel op niet te overdrijven. Ik ben klaar met overdrijven. Ik drijf gewoon 😉
Woensdag – Fiets/zwemdag. Het is lekker weer. Heel lekker weer. Samen met Vincent en Manuel gaan we het rondje Oostvaardersplassen fietsen. Ik moet achter de mannen blijven, maar Manuel is op de mountainbike. Ik ga rustig achter ze aan. Dat is niet moeilijk, maar ook niet gemakkelijk. Daarom neem ik een blokje extra. Ik ga over de Trekweg naar de sluizen op de Knardijk, de mannen gaan rechtdoor. Dat is even lekker, in mijn eigen tempo tegen de wind in knallen. We zien elkaar weer op de sluizen en gaan het bos door. Minder mijn ding met alle eikeltjes onder de banden en de vele bochten. Op de dijk gaan de mannen een dieren-slang aan het maken. De kilometers schieten voorbij. Het is mooi en erg lekker. Heerlijk als het tempo niet hoog hoeft te zijn en er toch 40 kilometer voorbij gaan.
Zwemmen dan. Daar had ik niet zoveel zin in. Mag het rustig? Nee, want ik moet in baan twee/vijf. En dat gaat net te snel voor me. Zonder achtje tenminste. Deze trainer geeft ons afwisselende opdrachten en ik denk zelf aan mijn armdoorhaal. Ik zwem achteraan, zodat ik niemand ophoudt. En ik denk bij elke slag na, maar let wel op niet te overdrijven. Ik ben klaar met overdrijven. Dat is overgedreven. Ik drijf gewoon mee. 🙂
Donderdag – Hardlooptraining. Naar de baan of niet? Het is weer gehaast en zowel Vincent als ik hebben niet heel veel trek in rondjes. We gaan samen hardlopen. Als het langzaam donker wordt. Langs de plassen. Prachtig mooi. In de eerste kilometer beslis ik dat het een opbouwrun wordt. Elke kilometer ietsje harder. Rustig beginnen dus. Dat lukt Vincent al kletsend prima. Het voelt voor mij zwaar en traag. Ik ben blij niet op de baan te staan om te ‘moeten’. Pas in kilometer vier komen we onder de zes minuten. Kilometer vijf is aardig aanpoten, maar als ik de laatste honderd meter Vincent aanspoor tot een eindsprint, verslaat hij zijn moeder met groots gemak. Dan dribbelen we naar huis. Hij dan. Ik ga de straatjes verder door en begin met een langzame zesde kilometer en bouw nogmaals op. Het is donker intussen. In de derde kilometer zit ik al onder de zes. De laatste kilometer zet ik erg aan, maar het is best heavy. Ik weet best waarom trainers je dit nooit opdragen. Onder de vijf minuten. Het zit er best in, terwijl dit zo zwaar begon.
Vrijdag – De Trimbaan. Vincent wilde met mij de trimbaan doen bij de Soesterduinen. Die heeft hij op triatlonkamp gedaan. Het is mooi weer, hij heeft een middag vrij, we hebben vervoer: ik kom er niet onderuit! Ik weet dat je ook lekker onverhard kan lopen daar. De trimbaan is eerst een leuke uitdaging: beetje springen en proberen over een (te hoge) balk te klimmen. We lopen een stukje verkeerd en dat lopen gaat me het beste af. We maken bokkensprongen, ik probeer me op te trekken (volkomen hopeloos), we springen van blok naar blok en ik durf niet van het klimrek af te springen. De steeds-sneller-sprint vind ik leuk, de evenwichtsbalk is leuk, het opdrukken is niet zo leuk. Maar het is mooi in het bos en we lachen heel veel. Dan gaan we verder met blauwe paaltjes volgen. Joggend. Het is heel zwaar. Onverhard en warm. We gaan de duinen in. Het zand is nog zwaarder. Wat zijn we heerlijk traag! Vincent vindt het erg, erg zwaar. De vijf kilometer duren heel lang. Dan blijft hij spelen en ga ik nog een stukje extra, maar ik vraag me na een paar kilometer af waarom. En dan steek ik over het zand terug. Dat is zo mogelijk nog zwaarder. Acht kilometer is meer dan genoeg! Superzwaar, dat getrail. We rusten uit in het zand, het lijkt wel strand!
Zaterdag – Fietsen/zwemmen. We gaan naar Hilversum fietsen. Vincent en ik. We zijn er zo lang niet geweest, dat we niet eens meer precies weten hoe lang het is. Ik vind vijfendertig kilometer niet meer zoveel tegenwoordig. Het fietst heerlijk. Weinig wind, veel zon. Wel druk overal. We kletsen wat, maar ik ben niet zo kwebbelig. Al snel zijn we op de brug. We zien een heleboel nepkoeien in Eemnes. We doen anderhalf uur over vierendertig kilometer en genieten van soesjes bij opa en oma!
Op tijd weer weg voor de zwemtraining. In het uur van Vincent neem ik rust: lekker lezen, stilte aan mijn hoofd. Daarna mag ik. Baan twee weer. We zijn met zijn vieren en we moeten tellen: ademhalingsslagen (één op twee, één op drie etc) en één op vijf bevalt me het beste. Met achtje. We gaan ook slagen in de baan tellen. Ik zit op twintig / eenentwintig en dat is redelijk. Het moet terug naar negentien en dat vind ik nuttig. Hoop getel, maar ik laat het aan de rest over en zwem mee. Ik zwem achteraan, zodat ik niemand ophoudt. En ik denk bij elke slag na, aan mijn arm, een stevige doorhaal en een vroege insteek. Ik ben klaar met overdrijven. Dat is overgedreven.
Zondag – Hardlopen. Nog steeds mooi weer. Ik moet rustiger gaan lopen. Daarom ga ik met MBB mee. Zij gaat niet zo hard en wandelt tijdig. Dat is goed voor me en ik loop graag met haar mee, want ze is supervriendelijk en ontzettend eerlijk. We hoeven niet stil te zijn. We roddelen en ze beantwoord geduldig en zonder oordeel mijn vragen. Ik heb al vaker naar haar geluisterd en ook nu zegt ze buitengewoon zinnige dingen. Als zij daarom vraagt, wandelen we een stukje. Ik vind het heerlijk en erger me geen seconde. Ik blijf ook zonder haar rustig lopen en besluit zelfs in mijn eentje dat een stukje wandelen niet erg is. Ik heb deze week elf uur getraind. Dat is een mooi uitgebouwde basis van zes naar acht naar tien naar elf uur in een maand tijd. Sommige dingen gingen soepel, andere dingen waren zwaar. De balans is er nog niet helemaal, maar ik toon mezelf aan dat ik de trainingsuren aankan. Nu op zoek naar een doel wat daarbij past. Al heb ik die stiekem in mijn hoofd al gevonden….. En ergens dit jaar heb ik het ook al eens gezegd: er ontbraken toen nog twee afstanden, nu nog maar 1. MBB gaat navragen of het kan, ik ga bij mezelf na of er mogelijkheden zijn en ik ga op zoek naar een trainer. Deze blog heeft heel lang op zich laten wachten, pas laat in het jaar prop ik ‘m er tussen. Dat ik altijd kan zeggen: ik liep in oktober al met het plan rond, maar wel op mijn eigen manier: zonder enige “media” aandacht! En toen ik de eerste halve triatlon liep in Almere, wist ik diep in mijn hart ook al welke ik wilde gaan doen. Ik kan nog tot 5 december twijfelen, dan begint de inschrijving.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week éénenveertig

Week 40 – Oktober begint

Maandag (1 oktober)  is de rustdag tegenwoordig. Heerlijk zo! Ik heb geen schema meer, geen doel en geen trainster. Ze zit (letterlijk en figuurlijk) net te ver van me af om me goed te kunnen helpen. Haar schema’s waren prima, maar de begeleiding, daar had ik meer van verwacht.
Dinsdag 2 oktober: we gaan naar de hardlooptraining van de TVA. Die is al jarenlang ook op de dinsdagavond, maar dan niet op de baan. Het begint op de plek waar ook de fietstrainingen starten- aan de andere kant van Almere. Meestal vind ik het te ver weg en ga ik later wel zwemmen. Maar nu traint de jeugd ook: lees “Vincent kan ook trainen”. En die gaat graag! Dus organiseren: op tijd stoppen met werken, op tijd eten, naar het Anna Park rijden en straks haalt Rob Vincent op en rij ik door naar het zwembad. We lopen in 1 grote groep: snelle en nog veel snelleren samen. Het wordt al snel donker. We doen heel veel loopscholing. Niet mijn favorietje. Ik klets met JdW, die dit jaar ELKE dag gerend heeft. Minstens 5 kilometer. Bijna elke dag dan, want 1 keer kwam hij maar tot 3 kilometer: de dag na de hele triatlon. Wow. Dan gaan we kleine rondjes lopen in een piramide: 2, 4, 6, 8, 6, 4, 2 minuten hardlopen in Z3/Z4 en daar tussenin 30 seconden wandelen. Ik hou ze bij. In het begin. Heel in het begin. In zone 5. Na het 4-minuten blok geef ik het op: laat iedereen maar kei-hard rennen, ik niet. Ik doe mijn eigen tempo en mijn hartslag blijft zone 5. Het rondje is klein, saai en donker. Keer op keer. Ik geniet niets van de training. Ik doe netjes wat ik moet doen, maar ik vind er geen hol aan. We lopen weer rustig uit en ik ben blij dat het klaar is. Door naar het zwembad. Het is lekker rustig. Ik moet in baan 2 mee. Dat lukt wel, ik zwem behoorlijk rustig nu en zoveel mogelijk zonder achtje. Gaat goed tot we 4 keer 100 doen: in de derde honderd krijg ik kramp. Vreselijke kramp. In mijn kuit. Ik sla een honderdje over en hinkel. Het trekt weg, maar het zeurt nog (een paar dagen zelfs) door. We zijn maar met twee vrouwen in de kleedkamer. Kan ik GN mooi even uithoren. En daarom ga ik toch een beetje tevreden naar huis.
Woensdag 3 oktober: Werken. En naar huis rijden. En bellen. En naar de winkels. We moeten het zwemmen laten vervallen voor de informatie-avond op school. Ik zou niet weten hoe ik anders moet eten. En  toch: het is zulk lekker weer! Ik moet er even uit! We gaan samen fietsen, Vincent en ik. Zijn korte rondje. Het kan me niks schelen dat er geen tempo in zit. Ik geniet van de 3 kwartiertjes buiten.
Donderdag 4 oktober: de baantraining van de TVA. Lekker rustig inlopen. Ik heb het niet meer zo de laatste dagen: ik geniet net te weinig, heb net te weinig richting en het idee dat ik het nergens voor doe, al dat sporten. Ik kan ook stoppen wanneer ik wil, maar dat doe ik niet. We doen 200m en 300m op hoog tempo, dan 400m en 500m en 600m op matig hoog tempo en tot slot 700m en 800m op laag tempo. Tussendoor steeds wandelen en dribbelen. Ik probeer mee te lopen met MB en de anderen, maar mijn snelle tempo ligt niet synchroon aan dat van hun. Mijn hartslag is weer torenhoog. Ik ga zelf mijn matige tempo wel doen. Ook dit zijn saaie rondjes en ik heb het niet zo. Mijn hartslag is te hoog en dat zit me niet lekker. Dan gaan de snelle heren zich weer aan het verrekenen en houden ze honderd meter te vroeg op. Mijn rustige tempo is dan wel weer hoger dan de rest. Ik vind het niets erg om alleen te lopen, ik heb toch niks te vertellen. Dan moeten we 1 kilometer op zijn allerhardst gaan lopen. Ik heb het niet meer. Mijn allerhardst: het zal me wat: ik doe gewoon nog een kilometer en dat is dat. Ik ben dus de langzaamste. 4:48. meer dan 12 kilometer per uur. Ik vind het mooi. We lopen nog een ronde uit en ik luister gedwee naar de snelle meneer die er wel lekker in zat vandaag. Ik heb te lang niet in de lage hartslagzones getraind. Nu is de marge heel klein geworden. Ik kan niet meer harder, omdat ik al een hoog tempo heb op mijn omslagpunt. Meer zit er dan niet in. Maar ik heb ook geen zin om vrijwillig langzaam te gaan lopen en een lage hartslag aan te houden. Dat kan ik niet in mijn eentje. Er is nog een kloof tussen weten (wat goed voor me is) en doen (wat goed voor me is)!
Vrijdag 5 oktober: Vincent is lekker een dagje vrij. Maar hij is intussen 12 jaar en kan en wil best een paar uur alleen blijven. Mooi, want mama wil fietsen! Ik neem muziek mee en het plan om een rondje Gooimeer te doen. Het is lekker weer en bijna windstil. Eerst is het nog even koud. Ik kies wat andere paden dan normaal en cirkel om Nobelhorst heen richting de Waterlandse weg en de Shell. Het rondje Gooimeer zal net iets te ver zijn. Ik besluit de grenzen van Almere te fietsen. Ik fiets naar de Stichtse Brug en het tempo houdt niet over. Maar dan kom ik op de lange rechte dijken. Dan krijg ik wind mee of ik krijg er zin in of ik kom op temperatuur, maar dat lukt me prima. Ik geniet van de boten, van de zon, van de muziek. Haven door en dan verder naar de volgende brug. Langs de Hollandse Brug stuur ik Vincent weer een foto en mijn routeplannetje. En dan de Oostvaardersdijk op. Het is altijd fijn om te zien dat je recht tegen de windmolens infietst, want dan heb je lekker wind mee. Niemand heeft mij ingehaald op dit rondje. Verbazingwekkend, want het is echt perfect buiten. Ik fiets de dijk af en dan langs de Oostvaardersplassen naar het bezoekerscentrum. Ik wil de grenzen nu even afmaken en de 60 kilometer volmaken, dus ik ga nog door het Kotterbos en over de Trekweg. Ik steek weer ‘naar binnen’ de gemeente in over hetzelfde pad waarover ik gekomen ben. Ondanks mijn zinloos-heid, het ontbreken van een trainster en een doel gaat het opbouwen toch weer goed.
Zaterdag 6 oktober: Vincent vraagt of ik mee ga fietsen. Natuurlijk kan ik dan geen ‘nee’ zeggen. We doen zijn iets langere rondje. Het tempo ontbreekt bij mij een beetje. Komt dat van gisteren? Ik weet het niet. We kiezen de 5de brug uit om terug te gaan. Maar als we ontdekken dat dat het Spoorbaanpad is, nemen we de vierde. We komen in het centrum uit. Het is leuk om samen te fietsen, maar ik hoeft niks en neem ruimschoots genoegen met 18 kilometer. De zaterdag is nog niet om. Als Vincent gaat zwemmen, ga ik een stukje hardlopen. Ik vraag mezelf het meeste af waarom eigenlijk. Omdat ik me anders verveel in het zwembad? Omdat ik me verplicht voel “alles te doen op 1 dag”? Omdat ik een teleurstelling van een vriendinnetje moet verwerken? Een combinatie van dat alles leidt me naar het Beatrixpark. Ik hobbel maar wat. Ik dwaal wat. Het tempo en de hartslag liggen weer hoog. Zinloos, moppert mijn duiveltje. Heerlijk, slijmt het engeltje. Dik 5 kilometer. En dan nog een zwemtraining. Daar heb ik dan wel zin in! Druk in de baan. En dan moet ik weer jakkeren. Ik moet ze bijhouden. Ik moet zonder achtje. Ik moet hard zwemmen. Ik moet-ik moet-ik moet…. En dat lukt niet: zonder achtje niet hard, niet bijhouden, anderen ophouden of achterop zwemmen. Ik doe het wel hoor: 150m benen, 4x100m armen, de schoolslag, de rugslag en 3x200m hele slag. Dan ben ik het zat. Bij de 5x100m met slepen erin, neem ik wel mijn achtje. Hou ik het wel bij. Kan ik me wel op de slag concentreren. Ik ben blij als de opdrachten voorbij zijn. Dan zwem ik zelf mijn 100m met achtje, 100m zonder achtje en 50m schoolslag. En dan heb ik in een uur veel gezwommen!
Zondag 7 oktober: Langzaam lopen. Als ik het niet alleen kan, moet ik anderen het voor me laten doen! En dit is de kans: de groep hardlopende dames van Almere gaat een rondje Weerwater doen. Om 10 uur. Zij zijn niet snel, er zitten erbij die net de 7 kilometer halen, 7:00 minuten op een kilometer is een goed tempo voor hun. Ik zie er tegenop, want mijn eigen tempo is 5:40. En langzaam lopen is minder gemakkelijk dan je denkt! Daar moet je je ook voor inspannen. Ik heb nog wat af te rekenen met de rondjes Weerwater. Dus ik ga eerst alleen een rondje. Om 10 over 9 loop ik vanaf de McDonalds. In mijn hoofd zit de coachpost, de herrie, de post, loop ik mensen voorbij, zie ik in de verte mensen lopen die er in werkelijkheid niet zijn, proef ik cola… Ik loop langs een post die er nu niet meer is. In werkelijkheid groet ik andere lopers en geniet van de zon. In mijn hoofd zwem ik door het gladde Weerwater naast me. In werkelijkheid glimlach ik om de familie die met papa’s duurloop meefietst. In mijn hoofd zie ik fietsers op tijdritfietsen op het fietspad naast me. Ik loop het enige stukje onverhard en stap voor stap wordt het beter: stap voor stap verwerk ik eindelijk wat me dwarszat. Mijn horloge staat op de hartslag en die moet van mezelf onder de 150 blijven. Het lopen voelt gemakkelijk. Toch loop ik de hele tijd harder dan 10km/per uur. De Esplanade is natuurlijk leeg en stil, maar ik geniet ervan. In mijn hoofd is het druk en afzien. Als ik even paniek krijg of ik het wel haal (natuurlijk!), gaat de hartslag direct omhoog. Ik tel redelijk en weet dat het moet lukken. De 5 kilometer zitten onder het half uur, de andere 2 moeten makkelijk lukken in 10 minuten! Ik kom een hardlopende dame tegen op de fiets. De enige reden dat ik naar de Mac wil, is om de WC. Over het rondje doe ik 41 minuten en nog wat. Keurig netjes. We verzamelen en we zijn met zijn tienen. De wissel/verzameltijd is zo tien minuten. Dan begint mijn pauzeronde! Ik loop al snel vooraan en langzaam, maar ik ga achterop lopen en aan het kletsen. Het leidt me af en mijn hartslag is superlaag. Zone 1! Ik zet mijn horloge stil als we een foto gaan maken. Een foto-moment met poseren en stilstaan. Hoe verzin je het? Ik heb er tien kilometer op zitten in exact een uur. En die laatste drie kilometer waren niet snel! Dezelfde snelle triatleet die Vincent en ik woensdag tegenkwamen rent voorbij. We hobbelen weer verder en ik klets wat, hou me in en maak foto’s. Dan zie ik mensen zwemmen. Ik ben onredelijk jaloers. Op de ziekenhuisbrug lassen we weer een pauze in. Stilstaan en bijpraten. Hoe verzinnen ze het? Maar voor mij is het oké! Ik heb eigenlijk al besloten dat ik nog een rondje mag. Verstandig of niet, ik moet nog een ronde eigen tempo doen. Ik ga weer om de trappen heen op de Esplanade. We wachten weer op elkaar. Het went niet. Maar de tempo’s komen nu uit elkaar te liggen. Ik kan moeiteloos spelen met mijn tempo: versnellen voor een foto, inhalen of juist inhouden. We wachten nog een keer en dan ben ik het zat. Ik wil graag aan mijn eigen ronde beginnen. Ik heb grote waardering voor de beginners en ieders tempo, want ze doen het toch maar mooi weer, maar ik ben anders. Arrogant? Misschien. Ik laat hen naar de McDonalds afslaan en ga zelf versnellen. De ronde samen duurde een uur (!) waarvan we bijna 50 minuten gerend hebben. Ik trek me niks meer aan van hartslag, ik ga gewoon hoe ik wil. Net iets te snel. Er loopt een man in het groen voor me, maar hij is net iets sneller dan ik. Ik ga naar de 11 kilometer per uur. Hou ik vol. Dit is wel zwaarder, maar het lukt me wel. Ik keer het een beetje in en vraag me nog een paar keer af ‘waarom eigenlijk’, maar na 15 of 16 kilometer is dat voorbij. Omdat het kan. Omdat ik  het kan. Ik neem nog een gel bij het strandje en stuur een berichtje. Daardoor ben ik even een kilometer iets minder snel (maar nog altijd 10+km/u op de teller) en dan loop ik weer de Esplanade over. Ik zit weer helemaal in het hier en nu en neem lekker de trap! Ik haal de 21 kilometer toch wel en het is er goed mee. Ik begin wat minder zin te krijgen en moe te worden. Nog volhouden tot de twintig kilometer. Ik ben precies 2 uur en 17 seconden onderweg. Waarvan het grootste deel ‘samen’ was. Ik trek het nog een kilometer, maar de energie is eruit. Het gaat nu om dat ik het doe. De meiden hebben bij de McDonalds gezeten en schreeuwen nog naar me vanaf hun fiets. Na 21 kilometer ga ik echt aan het joggen. Ik kan het. Ik kan het nog. Dit was een goede ronde. Het tempo was keurig 6:00 minuten per kilometer gemiddeld, ook al duurde de hele excercitie 2,5 uur in totaal. Ik heb daarvan 2:07 gelopen. Een halve marathon trainen. Duhh. En nergens last van hebben. Hm. Sluit ik een beetje een ontevreden, ongemakkelijke week af met tien en een half uur training en bijna 50 kilometer in de benen, toch met een heel goed gevoel af.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 40 – Oktober begint

Week 39 – Lekker op eigen tempo!

De maandag zijn voortaan vrij van trainingen: de fietstrainingen zijn wegens de vroeg invallende duisternis voorbij, dus we hoeven niet meer te haasten.
De dinsdag van deze week viel ook al uit en werd een rustdag door allerlei gesprekken.
En zo werd het woensdag en had ik zin om van de najaarszon te genieten! Vincent wilde niet mee, maar ik moest en zou fietsen. Rondje Oostvaardersplassen maar weer eens proberen. En toen viel er een soort kwartje: het gevoel iets te doen met een uitgerust lichaam. Heerlijk! En zonder verplichting, want het schema blijft nog even leeg en vrij in te vullen. Ik had wind mee op de dijk. Ik vlóóg! Veertig is echt een leuk getal om voor je te zien in het zonnetje! Nog harder dan bij de triatlon! In de verte fietsten 2 andere wielrenners en die moest ik natuurlijk inhalen 🙂 Het bleken heren die zelf ook vonden dat ze hard gingen. Wetend dat het ook tegen gaat zitten, nam ik het er gewoon lekker van. De Knardijk met zijn zijwind begint te wennen. Ik kon het tempo zonder angst om te vallen hoog houden. Ik besloot wel het smalle slingerpad door het bos te nemen in plaats van de open weg. Ik hield het tempo er redelijk in, maar de veertig was ver buiten zicht en de dertig ook! Ik fietste lekker naar huis en dacht nog even over een stukje rennen, maar omdat niks hoeft, deed ik dat niet.
Wel gingen we zwemmen. Ik moest naar baan 2. Ik zwem 100m met achtje in en dan 100m zonder achtje en dat is elke keer even wennen. Dan 50 of 100m schoolslag en ik kan mee. Ik sluit achteraan, want zonder achtje ben ik niet zo snel. Van de 8 mensen in de baan hebben er 6 wel een achtje. We zwemmen veel. 200m, 300m en 400m. Ze wachten maar eventjes op mij! Ik word er gewoon sterker van. Ik maak het uur vol.
Donderdag – ik meld me bij de baantraining. Volgens blogleester en clubgenote MB ben ik veel te negatief over de baantrainingen! Dus ik zal heel blij doen: ik had er (bijna) zin in! Omdat niets meer hoeft? Omdat ik gegaan was ook nu Vincent niet kon? Omdat ik lekker met MB mee kan lopen? Omdat ik niet snel hoeft te zijn? We gingen inlopen en mijn basistempo is oké, maar ik vind het niet moeilijk rustig aan te doen de eerste kilometer. We gingen een paar keer de brug op en ik liep te kletsen met BIJ. Ze is heerlijk langzaam en ik vind het niets erg. Zal ik gewoon bij haar blijven hobbelen vandaag? Het klinkt en voelt aanlokkelijk. Maar dat is zwaarder dan mijn eigen tempo oppikken straks. De opdracht op de baan is redelijk simpel: 400m (1 ronde) op flink tempo, dan 50m wandelen en 50m dribbelen en daarna 800m op duurtempo. En dat 3 of 4 keer. Ik loop achter MB en RO om mijn tempo laag te houden. Zij kwebbelen. Ik hou het prima een ronde vol. RO vertelt dat je de witte plastic stukken aan de binnenkant kunt tellen voor de meters. Na de 800m ben ik het gekwebbel zat, sorry MB! Het is heerlijk om naar jullie te luisteren, maar ik vind het ook fijn om naar mijn eigen gepieker te luisteren en de baan werkt daar prima voor. Dat het langzaam met prachtige luchten donkerder wordt helpt me ook. En voor mij lopen 2 heren met witte shirts die voor mij kunnen tellen, dus het komt vast goed. Ik haal de heren bij en daarvoor moet het tempo iets omhoog. Dat lukt me best. En dan gaat het sneller, sneller en sneller. Inclusief wandelen zit ik onder de 5 minuten op een kilometer. Alleen het tellen van de heren… We komen toch echt verkeerd uit! Ik haal de vier keer en de tien kilometer binnen het uur ook. We lopen uit om de baan en ik moet eerlijk bekennen: het was heerlijk! Ik ben uitgepiekerd, gezond moe, tevreden en bezweet. Ik kom weer vaker! (zo goed MB?! ;p)
Vrijdag. Ik zou met Joyce lopen, maar die is verkouden en Vincent is ziek thuis. Nou ja, zo ziek is hij niet meer. Dan maar genieten van de najaarszon met Manuel mee op de fiets. Ik heb het niet warm. En ik heb geen haast. We gaan naar Lelystad. Een hele ruime ronde Oostvaardersplassen. Ik ben voor een groot deel in gedachten verzonken, maar ik vind het fijn dat Manuel meefietst. Die let tenminste op de windrichting en kan mijn gedachten afleiden met zijn gekletst. We moeten achter elkaar fietsen naar de Knardijksluizen. Het gaat maar moeizaam. Ik heb zelfs nog een beetje zadelpijn van woensdag! Dan naar de witte brug. Het is verder als we dachten en we moeten achter elkaar blijven fietsen. Als ik met veel lef probeer mijn fiets met mijn gewicht de bochten door de sturen, hou ik Manuel ineens bij! We doen in Lelystad de oversteek onder de weg door met de fietsen door het zand. En dan langs de gevangenis. Nu kunnen we weer kletsen. Mijn hoofd is er niet echt bij, ik prakkeseer maar door in alle stiltes. Dan komen we eindelijk op de dijk en tatatata – nu gaat het opeens gemakkelijk! Hier hebben we al die voor geïnvesteerd: nu hebben we wind mee! Het is erg mooi, want de zon is ondertussen doorgekomen. We fietsen net geen twee uur, net geen 50 kilometer en ik twijfel even thuis, maar het is goed zo. Een koppeltraining is nergens voor nodig.
Toch voel ik me ‘s middags nog steeds onrustig. Vincent kan nog wel even alleen blijven. Ik wil mijn hoofd leegmaken en kan dat het allerbeste lopend. Tempo laag of in elk geval mijn eigen tempo. Het “gewone” rondje van 7 kilometer een keer nameten. Ik begin met een onrustige kilometer op 5:50. Uitstekend! Onrustig, omdat ik niet weet wat ik moet doen. Het tempo gaat omhoog en in de derde kilometer ga ik door naar 5:30 en langzaam lopen de twijfels mijn hoofd uit. Nieuwe ideeën ontstaan en borrelen in de 4de en 5de kilometer verder. Het landschap ken ik. Het gepieker laat ik achter tussen de eendjes. Het tempo blijft onverminderd hoog, maar zo voelt het niet. Het hoeft maar bij 7 kilometer te blijven. Ze hebben me goed geholpen en ik ben blij dat ik nog even gegaan ben. Ik ben nog geen 40 minuten onderweg geweest met een gemiddelde van 5:40. Dat is blijkbaar weer terug als mijn tempo.
Zaterdag. Niks doen. Alleen maar op de bank hangen en lezen. Ik geniet er enorm van. Er was iets met rust en noodzaak. Raar dat ik dat nu pas voel. Ik ga wel zwemmen. Tijdens Vincents les lees ik door. Ik spring erbij in baan 1. Geen gejakker, geen verplichting, de techniek trainen. We hebben de kritische trainer RO. Dat is jammer, want die kan in baan 1 het beste op je letten. Maar we zijn met zijn tweeen, dus ieder een kant. Zonder achtje, tempo is niet belangrijk. Dat zeg ik de trainer ook, dat ik daarom in baan 1 zwem. We doen 4 keer 50m oksel aantikken en arm hooghouden en dat moeten we dan 3 keer 100m toepassen. Ik let vreselijk goed op. De trainer is niet blij hoe ik mijn arm uit het water haal. Ik ‘zwiep’. Hij is wel blij dat ik rustig zwem. We moeten 6x50doen: 1op2, 1op3, 1op4, 1op5, 1op6 en 1op7 ademhalen. Ik vind het lastig combineren met een goede slag, maar ik doe alles tot op het laatst zonder achtje! Gek genoeg bevalt 1op5 en 1op6 me nog het beste. Dan loopt de trainer mee en zegt wanneer ik mijn arm uit het water moet halen. Recht omhoog. We doen benen voor mijn medezwemster. Dat gaat me goed af. En dan wil proberen de arm er “sneller” uit te halen. De beweging wordt veel groter en eindelijk drijf ik! Alle kracht ligt nu onder water. Ik haal voor mijn gevoel heel erg hoog over en raak bijna het plafond, maar nu kan ik uitdrijven en mijn benen erbij flipperen. De trainer wil het ook zien met achtje. En dan zegt hij: “als je zo zwemt ben ik helemaal zufrieden, dit is perfect”. WAAAAAATTTTT. Deze beweging moet ik erin rammen. Ik ga nog een paar banen op en neer en dan is het uur om helaas. Niet veel gezwommen, niet hard gezwommen, maar zoveel geleerd! De jeugdtrainster steekt mijn baan over als ik er aan kom en ze zegt: “Wat zwem jij sierlijk!” Twee complimenten binnen tien minuten is meer dan ik hebben kan. Ik ben er helemaal stil van. De komende uren zelfs.
Zondag. Ik wilde gaan zwemmen bij het banenzwemmen om te oefenen, maar ik kwam mijn bed niet uit. Na een ontbijtje ging de fietskleding aan en nam ik Vincent mee om een middellang rondje voor hem te verkennen. We gaan naar de Oostvaardersdijk, langs het Bloq en dan aan de buitenkant langs de Vaart. We kletsen en ik vertel over mijn boek. Het tempo ligt niet al te hoog, maar dat is prima voor een net herstelde zieke en zijn slome moeder. Het zonnetje schijnt en de temperatuur is prima voor een lange broek! We komen veel fietsers tegen. Het pad is simpel: rechtdoor onder de bruggen door. Bij de laatste brug voor de A6 steken we de Vaart over en dan rijden we richting de manege. Hij vertelt ook over zijn boek en het uur vliegt voorbij. We leggen 22 kilometer af. Vincent 21.98 en ik 22 dan. Vincent gaat douchen en ik koppel hardlopen. Ongeacht voor hoeveel. Het gaat erg goed, ik heb werkelijk nergens last van, behalve mijn hoofd. Die heeft niet zoveel zin. Ik loop een beetje te piekeren en te twijfelen. Over vanalles, zelfs over de route en hoe lang ik ga. Mijn tempo gaat steeds omhoog, maar ik ga kijken naar mijn hartslag. Die ga ik laag proberen te houden en dat is best lastig. Ik maak er met wat ommetjes 5 kilometer van. Binnen een half uur. In zone 2 en 3. Dat is niets verkeerd. Ik ben niet moe als ik thuiskom. Maar wel toe aan de appeltaart!
September was het niet qua aantallen: nog niet eerder dit jaar zo weinig gelopen. Nog nooit zoveel lege dagvakjes. En toch: een wedstrijd voltooid! Op naar oktober

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 39 – Lekker op eigen tempo!

Week 38 – Gaan we weer verder? Of toch maar niet……

Maandag 17 september: Na weer een drukke dag werken nog even niet sporten. Ik ben wel weer opgeknapt en zit vol energie, maar qua sport went het al om niet te hard van stapel te lopen. We wandelen en dat doe ik liever dan de fietstraining. Ik word er niet meer moe van.
Dinsdag 18 september: Zwemmen ‘s avonds: ik heb er wel zin in, maar nog niet genoeg fut. Druk op het werk en nog maar een keer op tijd naar bed; moeilijk maar waar: dat is het beste! Morgen pak ik het ECHT weer op.
De laatste keer dat ik TIEN dagen achter elkaar niet gesport heb, is lang geleden. Heel lang geleden. Sinds 2017 begon en ik de eerste week ziek was van dat jaar, is een sportloze week niet meer voorgekomen. En nu is het al anderhalve week! Ik moet heel ver terugzoeken. Oktober 2014. Bijna 4 jaar lang heb ik gesport, gesport en het sporten weer opgepakt. Dat moet nu toch ook lukken?
Woensdag 19 september: Weer gewerkt in Zeist, maar dit is één van de laatste mooie zomerdagen. Ik moet en zal fietsen. Eerst heb ik met Vincent woordjes geleerd en daarna gaan we. Ik hoeft niet lang, niet hard- ik hoeft eigenlijk helemaal niks. In mijn schema staat: “ik denk dat het fijn is om even het gevoel van moeten niet te hebben -> dus even lekker doen waar je zin in hebt, wat goed voelt en daarna weer eens kijken hoe je er voor staat en wat je wil gaan doen de komende tijd”. Dat laatste….. Maar daar gaat het nog lang niet over! Als we op de fiets zitten in het zonnetje, merk hoe heerlijk het is om uitgerust te zijn! Ik voel me helemaal vrij. Niks hoeft en het gaat erg lekker. Ik heb niet veel te zeggen, maar des te meer te genieten. Het gaat dan ook lekker makkelijk, want we hebben wind mee. We gaan door het Kotterbos en gaan dan langs de Vaart tegen de wind in. Het tempo gaat omlaag, maar ik geniet er net zo van! Vincent vindt dit minder leuk en makkelijk. We gaan over de Trekweg terug en gaan dan hard fietsen met de wind mee. Achter langs de TBSkliniek en ik had al bedacht dat de Evenaar dan nog flink wind tegen is, maar Vincent gelukkig niet. Drie kwartiertjes gefietst. I’m back 🙂
En door naar het zwembad. Ik neem de trage baan. Ook nu hoeft ik niks. Als ik er na een half uur uit wil, mag ik dat doen. Mijn eigen tempo zwemmen graag. Geen gejakker in baan2. Ik doe 100m met achtje en dan 100m zonder achtje en dan 100m schoolslag. We krijgen de opdrachten en ik wil zoveel mogelijk zonder achtje doen en met 1 op 3 ademhaling. Ik doe lekker de opdrachten en heb moeite met tellen. Ik ga voorop. We zijn met zijn vieren en dat is fijn: niet te druk en ieder haar eigen tempo. Eerst lekker techniek met toepassen. We doen daarna alleen armen en ik neem de paddels. Ik let elke slag op, op mijn techniek. Arm hoog, breed insteken, lang uitdrijven, beetje beenslag. We doen ook 250m. Ik doe vast iets meer, maar ik hou het prima vol. Zonder achtje. We moeten ook nog 6 keer sprinten, niet mijn ding, maar ik probeer het wel. Na een half uur stop ik niet natuurlijk, ik zwem gewoon een uurtje. De kop is er weer af, maar ook nog lopen vandaag, dat laat ik maar achterwege!
Donderdag 20 september: De atletiekbaan op. Ik kan het nog vinden en ook hier geldt: stoppen als ik geen zin meer heb, tempo van ondergeschikt belang. Ik heb tien dagen niet gerend: hoe zou dat gaan?! Nou, niet. Ik weet nog hoe het moet, maar ik wist niet dat het zoveel spierpijn kon doen. Mijn benen doen echt pijn! Ik vind het inlooptempo volledig onterecht hoog. Trap op is zelfs lastig deze keer. Ik hoop maar dat ik er nog in kom. We gaan de baan weer op en doen de loopscholing. Sprinten is er al helemaal niet bij vandaag! Ik ben niet zo spraakzaam deze avond. Dan doen we een soort steigerun, waarvan ik alleen de eerste 200m Z3 onthou. Ik ga te hard en in Z4, maar ik zit er niks mee. Langzaam verdwijnt de pijn uit de benen. De trainer legt vanalles uit, maar ik luister half en kan het niet volgen. Ik loop achter een snel clubje aan en probeer de rest van de trainingstijd uit te vogelen wat de opdracht is. 100m Versnellen kan ik eruit halen, 400m Z4 (een hele ronde) en 200m dribbelen. Maar hoe vaak we dat doen en of ik niet te hard dribbel zou ik niet weten. En het boeit me ook niet. Ondanks de protesterende spieren, geniet ik wel weer van al die andere mensen op de baan en van het feit dat het vroeg donker wordt. Ik ga gewoon ronde na ronde na ronde door. We lopen uit rond de baan en ik haal de 9 kilometer. Het is mooi geweest, maar ik weet nu waarom ik nooit meer zo’n lange looppauze moet nemen: dat doet echt pijn! En voor iemand die nooit spierpijn heeft is dat wennen!
Vrijdag 21 september. De zomer is voorbij. Het regent. Het stormt. En Manuel en ik gaan hardlopen. In de regen rijden we naar de Kemphaan. Daar is het (even) droog. Het is niet koud. We gaan bijkletsen. Wat is dat lang geleden! Ik mopper, klaag, roddel, kwebbel, klets en die arme Manuel luistert. Het regent niet meer. We blijven toch maar een beetje op de verharde fietspaden. We lopen langs de berg en door het Museumbos en dan weer lekker over het fietspad. De zon laat zich inmiddels zien en het is warm en helemaal droog. Anke leutert maar door! Op de dijk hebben we wind tegen, maar daar geniet ik onwijs van! Manuel neemt het woord. Op het water staan witte golven. We rennen weer richting de berg en gaan omhoog. Mijn benen protesteren nog steeds een beetje. Ik hobbel gewoon lekker naar boven en daar genieten we van het uitzicht. Dan weer naar beneden en terug richting de Kemphaan. Omdat het me allemaal niet zo boeit qua tempo en duur, gaat het best lekker. Ik heb het gezelschap van Manuel echt gemist merk ik. Nog een stukje dik wind tegen met een grote grijns en dan over de bruggetjes. We gaan weer terug. Manuel heeft gisteravond een zware training gehad en die lijkt nog moe-er te zijn dan ik. Ik ben gewoon moe, geen gekkigheid, gewoon een beetje vermoeid. Maar als we nog een paar kilometer hadden gelopen, was dat gelukt. Manuel vindt het welletjes geweest en we gaan terug naar de auto. Ruim 12,5 kilometer. Met een lekker duurlooptempo van 6:11. Niks geen regen.
Zaterdag 22 september Zwemmen. In het zwembad. Ik wilde zo graag met MZ buiten zwemmen. Maar gister waaide het te hard en vandaag goot het van tijd tot tijd en was er kans op onweer. Dan is het zwembad een mager alternatief. En voor de training stond mijn gezicht dan ook op onweer. In de langzaamste baan zaten teveel langzame mensen. Dus ik moest naar de iets minder langzame baan. En ik ga zonder achtje zwemmen. Achteraan. Mijn tempo. Dan wachten ze maar op mij. Of niet. Kan me ook niet schelen. Ik doe gewoon mee en oefen elke slag: lang uitdrijven, trek-duw-uitduwen onder water, licht trappelen met de benen. Ik moet het een keer leren. Vervelend vind ik het dan pas als er na de training iemand komt vragen of ik een slechte dag had. Bah. Ik heb een hele goede training gehad. Maar wel gewoon op mijn tempo!
Zondag 23 september. We gaan hardlopen en in dit geval is ‘we’ een heel gemeleerd gezelschap: Vincent gaat mee, mijn mannelijke collega die 35 kilo afgevallen is vorig jaar en traint voor de 10 kilometer Singelloop en mijn eveneens jongere vrouwelijke collega die de Singelloop 5 kilometer wil halen, maar daar nu nog druk voor in opbouw is. Zij wordt het leidende tempo: 10 minuten hardlopen- 3 minuten wandelen – 10 minuten hardlopen. Lokatie: de startbaan in Soesterberg. Omstandigheden: Regen-kil-regen. Vincent en ik zijn er voor half 11. De collega’s komen op de fiets, raken de weg kwijt, moeten omkleden en dan hebben wij al drie kilometer ingelopen. Ik leer Vincent zijn knieën op te trekken en niet te sloffen. Spijt, want dan rent hij opeens weer voor me uit. We gaan met zijn vieren inlopen. Vincent en ik zijn al nat. We joggen een kilometer naar de startbaan en dan gaan we 10 minuten hardlopen. Het tempo zit er best in met 5:30 Volgens mij al iets te hard, maar voor mij is het te doen. Na tien minuten zijn we allemaal nat en aan de andere kant van de startbaan. We draaien om en maken foto’s. En dan teruglopen. Dat gaat inderdaad langzamer! Vincent trekt mijn vrouwelijke collega al kletsend mee en ik praat en film mijn andere collega. Vincent en zij zullen teruggaan naar de auto en het restaurant, mijn collega van de tien kilometer en ik zullen het rondje Paltz nog doen. Gaat hij lekker trail lopen voor het eerst van zijn leven! Ik zit er weer helemaal in en rijg de kilometers moeiteloos aan elkaar. Acht, negen, tien. Hij gaat versnellen zodra er (1) andere mensen langslopen (hihi) en (2) we een stukje verhard lopen. Ik grinnik erom. Voor de foto’s is het wat wazig en donker met de regen. Ik haal de tien kilometer en zelfs de elf. Mooi 6:30 gemiddeld. Hij heeft voor het eerst (!) in zijn hardloopcarierre de laatste kilometers harder gelopen als de eersten en dat komt hem op een groot compliment van Vincent te staan (hopelijk drong dat door) boven een beker welverdiende (warme) chocolademelk!
Ja, ik heb het weer opgepakt. 6 Uurtjes “maar”. Beetje zwemmen, beetje fietsen, beetje lopen. Het voelt weer goed.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 38 – Gaan we weer verder? Of toch maar niet……

WEEK 37 – (leeg)


 
 
Dat heb ik gedaan.
Niks.
Op maandag gewerkt en gewandeld, maar het werd steeds meer slaapwandelen, een wolkje in, de grote desintressemist tegemoet.
Dinsdag: Geslapen. Half uurtje lezen en weer in een diepe slaap vallen.
 
Slapen. Slapen. Slapen. Meer lukte me niet. Van één uur op, twee uur slapen. Hapje eten en dan vallen de ogen weer dicht en haal ik met veel moeite de trap op net voor ik weer in slaap val.
18-20 uur per dag slapen. Na een hele nacht slapen, toch nog intens moe wakker worden.
Twee dagen achter elkaar.
Net lang genoeg wakker zijn om me zorgen te maken of dit wel normaal is en dan weer in slaap vallen.

Teveel gevraagd? Ja. Teveel gevraagd in de wedstrijd? Nee, dat is het niet. Het is een intense, diepgewortelde moeheid die zich de afgelopen maanden mentaal heeft opgebouwd. En fysiek ook. Sinds juni hield 8 september me op de been. Op het werk, verheugend op de volgende training, uitkijkend naar het water of de baan. En nu was het op. Ik moest wel rusten en slapen-slapen-slapen. De moeheid zit tot in mijn vingertoppen en tenen. Ik kan me er alleen maar aan onderwerpen.
Donderdag lees ik al meer dan ik slaap. Ik kan ‘s avonds al een paar uur opblijven.
Vrijdag volgt de intense vermoeidheid pas in de namiddag. Zaterdag ben ik de hele dag op. Ik kom weer tot leven, zie weer uit naar de volgende training (maar dat gaat niet vandaag of morgen gebeuren), kijk weer een beetje rond in het zwembad en met een jaloerse blik op een triatlonnende Vincent en mijn ogen blijven open. Het is weer overgewaaid.
Zondag is er familiedag. Vincent gaat wel fietsen. Ikke niet. De wandeling door de vogeltuin is genoeg voor mij. Ik voel me weer levendig en sterk. Ik had even rust nodig.
Zoveel sportloze  dagen achter elkaar heb ik in 2018 niet meegemaakt. En in 2017 gebeurde dat in januari.

Categories: Uncategorized | Comments Off on WEEK 37 – (leeg)

Challenge Almere Amsterdam Middle Distance 2018

De avond van tevoren was onrustig: snel nog de fiets afmaken, laat eten. Ik kreeg mijn bord niet leeg en werd er zelfs een beetje misselijk van. Ik had genoeg geslapen in de week hiervoor, onrustig, maar genoeg. Deze nacht zou wel lastiger worden! En jawel, door de vage misselijkheid was dat ook zo. Om 6 uur stond ik op en ging naar de WC. En toen kondigde de menstruatie precies vandaag de startdag aan. Ik kon wel janken… Wat een slechte timing van mijn lijf. Het verklaarde de misselijkheid, de hoge hartslag, de onrust. En het stond de gedroomde PR van onder de 6 uur in de weg. Alles was zo goed: ik heb genoeg getraind, het lopen gaat fantastisch, mijn fiets is fijn, mijn gewicht is goed, ik sta in mijn kracht en het weer wordt fijn met wind de goede kant op en droog: alleen dit ene dingetje, waar ik maandenlang bang voor was zat me nu in de weg. Daar baalde ik van. Al had ik daar geen tijd meer voor; er moesten bidons klaargezet, tatoeages opgeplakt en een fiets in orde gemaakt. Naast de zenuwen was ik nu ook een beetje (veel) verdrietig. Alsof ik mezelf in de steek liet… Het overstemde de zenuwen een beetje, maar daardoor kreeg de misselijkheid wel kans flink door te zeuren.
Verder bleef alles mee zitten: parkeerplaats in de buurt, ik ben altijd blij als ik mijn fiets op die ideale plek in de wisselzone zie, die onder de zakjes droog gebleven is. Ik kreeg de voeding goed weg. Ik mocht alleen niet meer bij de groene tas om er voor na afloop een tamponnetje in te doen. Verder besloot ik dat de eerste dag toch niet het heftigste is en dat het prettig is een rood-zwart triatlonpakje te hebben 🙂 Drukte bij de WC’s, onrust in en om de tent. De misselijkheid bleef een beetje hangen. Snel het wetsuit aan, dat is een makkie gelukkig. Door naar de startvakken. Ik kan nog even inzwemmen gelukkig. Het water is koel, de bril zit goed. Ik ben hypernerveus en er al lang niet meer klaar voor.
Dan stouw ik me in een startvak en ga naast EA staan. Tenminste iemand. Ik ken veel mensen en groet velen, maar het is ook ongelooflijk druk in de startvakken. Veel geschuifel, pijnlijke voeten op het asfalt en heel lang wachten! Ik ben alweer opgedroogd en wacht maar niet met plassen tot in het water. Ik zie Rob en Vincent nog eventjes gelukkig. Ik vind dit te spannend voor mij, vreselijk! Pas om tien voor 9 ga ik starten. Per 5 mensen het water in. Een vrouw roept achter mij: “Veel plezier Anke!” Ik weet niet wie, maar die raad heb ik meegenomen: plezier. Ik ga gewoon lekker zwemmen, maar moet 1 op 2 ademen. Het is niet heel sterk, maar ik ken de weg en zoek snel de orientatiepunten. Straks ga ik wel ‘goed’ zwemmen, nu eerst gewoon proberen te zwemmen. Het komt de misselijkheid niet ten goede. Om me heen is het niet stikdruk. Ik ga links van de menigte zwemmen, kan ik rechts ademen. Het komt niet, de lekkere slag. Om de gele boeien heen. En dan ga ik naar de kleine boeitjes. Nog steeds links van de grote groep. Snij ik af? Nee, want de kanoster rechts moet iedereen naar links manen. Ik heb de ruimte. Maar nog steeds niet genoeg kracht om langere slagen te maken en 1 op 4 te ademen. Ik voel me zwaar en ploeter het water door. Het is ver naar de volgende boei, maar ik ben erg blij met de verkenning van afgelopen donderdag. Als we de grote gele boei omgaan (eindelijk) krijgen we golfjes tegen. Door naar de kleine gele ballen! En dan lukt het opeens wel, als ik me erbij neerleg dat het zwemmen de snelheid niet gaat opleveren vandaag: rustigere slagen, 1 op 4 ademen en maar om 12 slagen de route controleren. De misselijkheid verdwijnt niet, maar ik krijg er wel plezier in. Wat die mevrouw me toewenste. De plantjes onder me zien wegglijden. Het zonnetje. Al die andere zwemmers. Dat dit toch maar lekker lukt, ondanks dat ik ook een kramp door mijn baarmoeder voel schieten. En dan richting de finish. Dat oriënteert wat lastiger, maar ik blijf redelijk scherp. Ik ben wel klaar met zwemmen, door naar mijn fiets… Ik kom het water uit en heb nog langzamer gezwommen dan bij de oefenronde! Ik ben er ook niet duizelig van. Het wetsuit is snel uit en ik ren naar de tent.
Daar doe ik kalm maar gestaag wat ik moet doen: drinken, bidon in de volgende tas voor straks, wetsuit in de tas, sokken aan blijft lastig, jasje aan, mouwstukken erbij, schoenen aan (toch maar niet op de fiets) en dan moet ik even terug voor mijn bril. Die kan ik al lopend schoonmaken. Ik hobbel op de klikschoenen de hele 500 meter wisselzone door en zie een enthousiaste Vincent naast ‘n McLaren. Alle tijd voor de fietscomputer en naar de startstreep hobbelen. Ik heb echt aan alles gedacht: zelfs de versnelling staat goed!
Opstappen en gaan. Er komt zowaar een zonnetje door. Ik heb nog meer vertrouwen in mijn fiets dan ooit tevoren. Ik klik nog voor de ziekenhuisbrug al vast en hoppa: in de comfortzone. Ik ben zo blij dat ik dit fietspad goed doorheb en vaak geoefend heb. Voor de A6 haal ik EM in, we kennen elkaar nog niet, maar zij deed ook mee aan het trainingskamp. Ik roep haar toe en wens haar succes als ik voorbij steek. Ik ga meteen hard, dik boven de 25. In dat laatste rechte stukje zet ik zelfs extra aan. Ik schakel keurig mee als we de dijk op gaan. De ex-trainer kijkt de andere kant op. Almere Haven vind ik altijd wat gek: het is er rustig en toch ook weer niet. “Ik wil jullie succes wensen op de dijk” roept een eenzame omroeper. Dat eerste stukje zal hij bedoelen, tot de Hollandse Brug. Daar hebben we wind tegen. Ik merk het niet zo. Soms snellen superfietsen mij voorbij en dat verbaast me nog steeds: hoe suf hebben zij dan gezwommen, of zijn ze later gestart en zijn ze pas net bezig? Dat is zo gek met die rollende start, je hebt eigenlijk geen idee! Dan het ommetje onder de snelweg door. Ik roep hard tegen iemand dat ze echt niet voor rood hoeft te stoppen! Er fietst een andere groep wielrenners die ik splits. Hebben we dit ommetje vorig jaar ook gemaakt? Vast, maar ik weet het niet meer. Dan de Europadreef op. Ik zie oudere mensen die op hun telefoon staren of hun (klein)kind al in aantocht is. Volgend jaar wil ik een trackertje op mijn fiets! Nu paste mijn telefoon niet. Jammer, maar het is ook goed dat ik afgesloten en “alleen” ben. Ik denk even aan al mijn trainers en aan mijn huidige, die niets heeft laten horen. Ik denk aan die aardige JC, die maar wat trots op zijn zoons moet zijn: ééntje die dit mega-evenement organiseert en ééntje die meedoet. Ik besef me vandaag meer dan vorig jaar dat ik meedoe aan 1 van de oudste triatlons ter wereld en hoe mooi dat is. De rotondes rem ik niet eens meer voor af. Dan de Oostvaardersdijk op. Heerlijk. Het is geweldig om te zien dat de windmolens met je meedraaien. Ik verbaas me over de namen van het internationale gezelschap deelnemers. Remco zonder c, Frederic is een Fransman en ik haal dames in. De ene na de andere. Ook EA haal ik in. Mijn tempo gaat ook flink omhoog. Het is zo leuk om hier over de weg te fietsen! Daar verheug ik me gewoon op en nu is het zover. De misselijkheid is gaan liggen intussen en ik lig lekker op mijn fietsje. Schakel (eindelijk) omhoog, haal de klikjes uit de ketting en trappen maar. Op naar het Bloq! Dat gaat snel. Ik zie een verveelde tiener die met zijn ouders naast de kant moet kijken voor die ene vage kennis die zo voorbij zal flitsen. En  ik drink regelmatig. Voor het Bloq ga ik lekker te hard, yes, 36 staat op het bordje! Snel een gel en de bidon wegwerpen met water. Ik neem er een andere voor terug en zwaai naar de loopdames van Almere. CS staat me keihard toe te juichen. Na de rotonde komen we in mijn “achtertuin” en hoe het komt weet ik niet, maar ik word helemaal emotioneel. Alle spanning, alle werkstress, een heleboel verdriet komt er uit. Dikke tranen die op hoge snelheid wegwaaien. En dan ga ik onze eigen afslag voorbij en heb ik alle ruimte om te gaan genieten. Van de snelheid, van de schoonheid. Wat is het ongelooflijk mooi, wijds en uniek hier met water aan twee kanten. Ik wordt pas echt euforisch als ik de grote zeilboot (de Batavia?) zie in de verte die daar echt voor ons ligt. Gaaf! Wat een richtpunt. Ik had twee doelen: een bidon scoren die ik dadelijk aan Manuel kan afgeven en een blokje van 5km onder de 8 minuten rijden. Het is me allebei gelukt op de dijk. Ik spot Manuel, maar mijn bidon is nog niet leeg. Hij roept luid en duidelijk dat er geen coachpost is en dat hij niets af mag geven. Wel goverdo…. Ik kan de drank missen, maar het was me zo beloofd! Pissig ga ik de Knardijk op. Hier heb ik zo vaak tegen de wind in versneld en dagjesmensen ingehaald, dit is ‘common ground’. De boosheid komt me van pas. Ik haal nog meer mensen in en heb geen last van de zijwind, waar ik zo tegenop zag. Dadelijk wind tegen en dat kan en ken ik ook. Ik fiets met een groepje mannen mee. Een beetje om beurten voorop. Er zitten ook al rode ‘mannen’ tussen: die doen een hele triatlon. Gouden nummers zijn professionals, ik ben een paars nummer, de halve afstand mannen hebben oranje nummers. Ik fiets veel met Frederic uit Frankrijk, hij kan beter bergop, ik beter wind tegen. Praambruggetje over en door naar de Ibisweg. Al snel is er de post en neem ik weer een gel. Ik wissel de waterbidon, nu moet ik ‘m zelf bijhouden! Het water is (net als vorig jaar) vies. Maar ik kan me er prima mee afspoelen als ik geplast heb. Ik plas en boer erg veel vandaag. De lange, lange Doddaarsweg over. Ik denk aan toen ik hier moest werken en even lijk ik emotioneel te worden, maar ik wil niet aan werk denken. Dus ik ga liedjes zingen. Niet gek dat ze me dan inhalen! Het klinkt nergens naar, maar ik word er vrolijk van. “Chase the wind and touch the Sky” Ik verbaas me over de eeuwige grasmaaier en de rust hier. Er zijn wel de hele tijd veel fietsers hoor. Ik besluit tussen 50 en 70 kilometer wat kalmer aan te doen, zodat ik straks genoeg over heb. Terug naar 27/28 betekent dat. Even wind mee pakken en een extra gel banaan pakken vlak voor het bos. Daar heb ik zin in en het kan, ik heb extra bij me. Ik geniet in het bos en moet voor de eerst pro aan de kant. Ze lappen al mensen. De Winkelweg. Niet mijn favorietje. Daar valt de drukte me pas echt op. Ik zie een clubgenoot die volgens mij harder moet fietsen. Dat zeg ik hem en we spreken elkaar: hij heeft het niet vandaag en is ook al gevallen. Ik zag daarstraks een andere clubgenoot die er ook gevallen uitzag. Dan moet ik hem inhalen, want de jury rijdt er achter. Het is druk genoeg voor de jury om een ander aan te spreken dan mij. Weer een post en ik wissel het water snel om. Deze bidon is en blijft van mij! Ik pak het tempo weer op. Denk aan de molentjes en mijn beentjes die draaien. Dit stukje is wat bochtig. Ik kijk op mijn horloge naar de totaaltijd en het ziet er echt goed uit. Ik reken of mijn gemiddelde nog steeds boven de dertig ligt en stel tevreden vast dat dat zo is. Op naar Joyce onder de Stichtse Brug. Ze hoeft me niet boos te maken, want ik ben best tevreden en zal wel opschieten om de 90 kilometer binnen 3 uur te halen. Ik zie Joyce niet. Ze zal me toch niet gemist hebben? Zo zou ze me wel boos kunnen maken, maar ik raak er eerder bezorgd van. En van de ziekenwagen verderop. Ik merk zelfs dat we nu flink wind tegen hebben. Incasseren en afmaken. Ik haal 90 kilometer binnen drie uur, maar het geheel binnen drie uur zal lastig worden. Als we de dijk afgaan doe ik een laatste grote plas en dan nog 1 keer lekker aanzetten en genieten. De ex-coach kijkt nu wel en zegt gedag. Ik hoeft niet eens meer boos te worden. Naast het Weerwater zijn al vele lopers en ik moedig de buurman van verderop aan en
een clubgenoot. Ik knal nog even door en haal het net niet in 3 uur. Ik zie Rob en werp hem een kushand toe. Ik ben heel tevreden, maar heb een hard hoofd in het lopen. Ik zie op tegen het lopen en denk eerder aan een schema van 5:50 op de halve marathon. Uitklikken gaat aan 1 kant goed, maar ik stap op tijd af en klik de andere uit. De lange tocht terug door de wisselzone begint weer.
Ik hang mijn fiets netjes terug en als ik naar de tent loop, trekt er een pijnscheut door mijn baarmoeder heen. Dat wordt lastig lopen, ik weet het meteen. Ik doe mijn schoenen aan, ruil de vieze piessokken en neem nog een slok sportdrank. Weer moet ik even terug, want ik vergeet bijna de flipbelt met voeding! En let’s go. Dat wordt een lange halve marathon, laten we op 6:00 gaan lopen. Moet lukken om de eindtijd onder de 6 uur te krijgen dan. Voor mijn gevoel ga ik rustig, maar de omgeving is mij wat onrustig. Ik neem van Vincent de bidon aan voor een paar slokken. Het begint hoopvol. Er staat een Engelsman die een high5 krijgt. En dan de eerste post al bijna. De eerste kilometer gaat heel snel, al voelt het totaal niet zo. Ik verlies mijn gels en vloek een keer, maar ik kan de Sanas aan. Op het parcours is het druk. Onrustig en druk, maar ook een beetje gezellig. Ik kom de mannen van het hardlopersforum op Facebook tegen met een grote grijns! Ik haal mensen in en loop goed soepel, maar het mag en moet langzamer. Moeilijk om dat aan te voelen. Ik vertraag wel. Ik neem bij de posten sponzen en water aan en mee. Ik kijk op het papiertje welke gel ik wanneer moet nemen. Dat is geplastificeerd: ik heb alles goed voorbereid! Ik heb nog 1 gel, en die neem ik netjes voor de derde post, zodat er water achteraan kan. En dan gaat het mis: er komen meer weeën opzetten en die doen pijn. Voor de mannen onder ons: dat is kramp, maar dan in je buik. Ren dan maar eens door! Ik ga alleen maar aan het aftellen. Ronde voor ronde overleven. Loslaten wat had-kunnen-zijn en doorbijten. Ik zeg nog mensen gedag en dan komt er een toeschouwende clubgenoot op me af: “Ik heb je gels”. Ik ben verbijsterd en blij tegelijk. Ik zie Joyce eindelijk: ze is oké gelukkig. Ik nu al niet meer zo. De eerste ronde zit erop. Ik zie papa en mama en ben ontzettend blij dat ze er zijn. Ik hoeft niets te drinken van Vincent en loop langs Manuel. Dan weer een high5 voor de Engelsman. De soepelheid is weg. De buikkrampen maken het niet gemakkelijk te genieten of in een ritme te komen. Water, sponzen. En voor de eerste post zie ik die stralende YZ: wat is zij een fijne supporter. Ik probeer een tempo te pakken, maar lukken doet dat niet. Zelf ben ik verbaasd dat ik tien kilometer in 57 minuten ren. Ik besef dat er nog 11 kilometer komen en dat ik dat niet binnen nog een uur ga redden. Dan maar niet binnen de 6 uur. Ik zeg de ex-trainer gedag, ren langs de luide muziek, score weer een bekertje water en de misselijkheid komt terug. Ik moet ook naar de WC, maar weiger daarvoor te stoppen. Naast de kant her en der bekenden. Dan haalt clubgenoot RV me in en we kletsen even. Ik wens hem het allerbeste toe: hij gaat superlekker. Ik gá alleen nog maar. Er rijdt een politie-auto op de busbaan een collega op het parcours aan te moedigen. Ik grinnik erom. En op het fietspad staan de aanmoedigingen voor KH en TK, die hier straks de hele doen. Mensen in hun laatste rondje moeten wandelen en mijn lijf (en maagstreek) schreeuwen om hetzelfde. Ik wil het zo lang mogelijk uitstellen. Plan bedenken voor straks: dan kan ik rennen en wandelen in de laatste ronde afwisselen. Mijn beenspieren trekken. Na post 3 gaan we het nieuwe asfalt op en dan is de wee te heftig. Ik wandel. ‘Dadelijk weer rennen’ roept één van de jongste clubgenoten me rennend toe. Omdat zij het zegt… Ik hobbel weer door en haal haar zelfs nog bij. Haar moeder moedigt me allervriendelijkst aan. Zij is bijna klaar. Ik heb nog een lange ronde voor de boeg. De drukte overvalt me weer en ik moet wel doorlopen voor iedereen. Bij Rob stop ik even en ik vertel hem dat ik teveel buikkrampen heb en dat de laatste ronde even gaat duren. De trainer RO en zijn lieve vrouw moedigen me aan. Ik denk aan zijn hele triatlon en verwerp dat idee onmiddellijk. Nu moet ik er niet aan denken dat ik dat ooit zou willen! Dat het slecht gaat herhaal ik bij Manuel en die korte stops geven me wel weer kracht. Ik ga bij elke post wandelen en zoveel mogelijk daar tussenin rennen. Voor de laatste keer een high 5 geven op z’n Engels en dan is het rustiger op het parkoers. Veel mensen zijn klaar, maar die zijn misschien ook eerder met zwemmen begonnen. YZ is weg. Ik neem een cola op de eerste post. Fijn. Ik heb een spons vast en dat geeft houvast. Het gaat weer een kilometer wat beter. Ik zie een jongen van 4 met een McDonaldsballon en zijn moeder met open mond staan te kijken. Dat soort knullen moeten we inspireren! Dag ex-coach, je “doorzetten” heeft geen grond meer, woede heeft geen zin meer voor me, ik zit er al lang doorheen. Ik loop langs een pro langs de coachpost: die krijgt zijn eigen voeding en zijn achterstand en loopt hard door. Ik doe ook wat ik kan. Nog een cola wandelend aannemen, er zit geen prik in. Ik zie iemand van het forum en moedig haar aan: deze ga je afmaken! En dan weer de heuvel op hobbelen. Het voelt traag, zwaar en moeilijk. Het is niet anders. Kon ik nog maar versnellen, dan haalde ik de 6 uur of zelfs de tijd van vorig jaar. Maar het is er niet. Mijn benen doen pijn, mijn voeten doen zeer, er trekt weer een kramp door mijn buik. In de verte zie ik MBB en ik ga haar inhalen. Dat geeft me een doel. En het doet me een beetje verdriet, want zij moet echt wel sneller zijn! Ze is eerder gaan zwemmen, dus ze is al even onderweg. Lopen is haar sterkste kant niet, dus ik haal haar bij. We praten even en ze ze roept me na: “Geniet van je finish”. Ik hoeft niets meer op de voedingsposten. Ik doe het hiermee qua voeding. Dat geeft me rust. Ik heb het moeilijk, maar wil blijven rennen. Een krampscheut weerhoudt me daarvan, maar ik pak het elke keer weer op. Stel kleine doelen: ren langs de supporters, ren tot de brug, haal degene net voor je in. Bij de post op het strandje pak ik nog maar een spons. Op het asfalt gaat het weer mis. Ik passeer de 6 uur en die doet zeer. Ik ga zelfs niet beter zijn dan vorig jaar. Hoe kan ik zoveel verliezen op het lopen? Verdikkeme. Vanaf de ziekenhuisbrug wil ik blijven rennen, maar het voelt als stroop. Ik red het net. Ik ben blij als ik de rode loper opga. Ik ga het tenminste halen! Ik denk nog aan de woorden van MBB en ik ben echt blij dat ik ga finishen. Ondanks dat het niet de gedroomde tijd is, ben ik trots op mezelf. Ik ga juichend de eindstreep over. Niet opgeven is ook een kwaliteit.
Ik wankel en voel me niet meer heel sterk. Kus Rob, huil uit, bedank Vincent, zie Manuel, knuffel Joyce. “Morgen weer?” vraagt Rob en ik antwoord eerlijk: misschien was dat beter geweest…. Rob maant me een Red Bull te drinken en die klok ik weg. Ik neem Robs telefoon mee, spreek af te gaan douchen en dan te bellen. Ik neem het finishershirt mee en spreek een trotse RV die zijn gedroomde eindtijd heeft gehaald. Daarna laat ik mijn medaille graveren. 6:10:41 Langzamer dan vorig jaar, maar ik weet waarom. Als ik de groene tas aanpak, is de kramp zo erg dat ik me moet vasthouden aan de tafel. Naar de douches. Daar spreek ik de Almeerse pro-atlete CN die de hele triatlon moest afbreken en dat doet me pijn. Bij het douchen voel ik me smerig en mis ik het tamponnetje enorm. Niemand heeft er 1 bij zich. Ik kwebbel wat en ga dan snel mama zoeken. Ik zie haar buiten direct, want ze had gebeld op Robs telefoon. Zij weet hoeveel buikpijn ik heb. Al kan ze zich dat niet hardlopend voorstellen, hihi. Papa is er ook. Ik ben moe, mijn spieren doen pijn, ik ben een beetje teleurgesteld en ik voel me ongesteld. We moeten de brug over en ik ben lang niet de laatste. Ik duik een WC in en Rob haalt de chocomelk voor me. Daar heb ik zin in. Verder nergens in. We gaan een hoody kopen voor mij en Vincent met daarop: Triathletes never Quit. Zo voelt het, maar soms moet ik even in mijn vuisten knijpen om een wee te weerstaan. Ik haal de tassen en daarna de fiets. Als ik de fiets zie, ben ik toch weer warm van trots: dat fietsen ging wel even geweldig! Onderweg zijn er steeds mensen die ik gedag moet zeggen. We gaan naar huis.
Met vlagen slaat de vermoeidheid toe. Mama helpt gelukkig met de wasmachine aanzetten en opruimen. Na een dikke hamburger en een heel slaperig potje Rummikub ga ik naar bed. Ik app nog wat en zie weinig mensen in mijn omgeving die hun halve triatlon tijd verbeterd hebben. Ik had 1 pechje vandaag. Verder ging eigenlijk echt alles heel goed. Eigenlijk ging alles net als vorig jaar, ik ben alleen 2 a 3 minuten langer in de wisselzone geweest. Die was dan ook veel groter. Ben ik tevreden? Ja en nee. Ja, ik heb gedaan wat ik kon. Nee, het had beter gekund en die wetenschap doet zeer. Volgend jaar…..?

Categories: Uncategorized | Comments Off on Challenge Almere Amsterdam Middle Distance 2018