Week 36: taperweek – zo rustig mogelijk naar de wedstrijd toe…

Maandag 3 september: Weer begonnen met werken, school, uitdagingen. En ik mag naar de fietstraining. Ik ga dat niet halen vandaag. Dus ik ga zelf een stukje fietsen. Even geen druk alsjeblieft. Ik voel me niet al te lekker. Mijn hartslag in rust is erg verhoogd. Niet dat ik me daar nu nog door tegen laat houden, maar het voelt niet als de stabiele basis die ik wekenlang heb gehad. Ik ga met Manuel fietsen. Als zijn band gefixt is. Lekker rustig aan langs de kassen en de dijk en via het Bloq en langs de vaart weer terug. Het wordt al sneller donker.
Dinsdag 4 september: Ik ga even niet zwemmen. Morgen ga ik wel en donderdag wil ik mee het proefrondje zwemmen. Vandaag even niet!
Woensdag 5 september: Het komt nu echt dichterbij…. Ik heb veel te doen en te organiseren. De onwaarschijnlijke hoeveelheid werk beneemt me soms de adem. Ik combineer een half uurtje lopen met het  halen van een presentje voor iemand. Het tempo is prima, ik heb het warm, maar het gaat gewoon goed. 5:40 is echt een tempo wat me heel goed voelt.
‘s Middags meld ik me weer eens in het zwembad. Het is druk, onrustig en saai. Ik zwem keurig de baantjes mee, maar de bril wil niet meewerken. En de reservebril loopt ook vol. Dat is wat minder. Ik ben blij als ik naar huis kan, want ik ga mijn oude hobby verkopen. Dit jaar kan ik na de triatlon niet terugvallen op harp spelen!
Donderdag 6 september: Stress op het werk! Lang doorwerken, ik krijg niks af en ik wil zo graag zwemmen in het Weerwater! Uiteindelijk ben ik eerder te vroeg dan te laat. Ik zie mijn clubgenoten en kleed me snel om van werkkleren naar wetsuit. DR stelt voor met me mee te zwemmen. Ik ben haar dankbaar. En niet een beetje, maar heel erg! Het water is lekker. Ik heb geen haast. We hobbelen naar de boei en kwebbelen onderweg. Ik ga 1 stuk volkomen uit de richting. “Volg de rode boeien” zegt DR me, maar met mijn blauwe brilletje zijn ze geel. Na 47 minuten kom ik tevreden en blij het water uit. Mooi dat ik deze route ook verkend heb. Dan begint mijn oog te ontsteken. Het oog is rood, geïrriteerd en zit dicht. Kan ik niet goed gebruiken! Ik hou het schoon en slaap er prima mee.

Morgen mag ik op de weg fietsen!!!!!! Ik verheug me er al op.


Vrijdag 7 september: Alles is voor elkaar eigenlijk. Mijn oog is hersteld, het voedingsplan klopt, KvH zet me helemaal in mijn kracht en ik ben tamelijk rustig. Ik ga nog fietsen op de dijk om te kijken hoe koud het is en dat valt tegen: korte mouwen (of alleen een tri-suit) lijkt mij te kil. Ik moet me haasten voor de briefing en het is al druk in de stad! Vanaf dan begint een soort haastklus van fiets op orde brengen, spullen pakken en pas laat eten. Na het eten word ik misselijk. Van de spanning.
Zaterdag 8 september: RACE DAY!
Zondag 9 september: Goed geslapen, maar nog altijd onrustig. Ik heb een lijstje van dingen die ik moet doen en daar staat ook fietsen op. Rob gaat lekker met me mee. We gaan lekker langs de Praamberg. Ik heb slechts een beetje spierpijn en een beetje zadelpijn, maar dat is na het korte, rustige fietsrondje weer weg. Mijn hoofd is echter nog verre van leeg.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 36: taperweek – zo rustig mogelijk naar de wedstrijd toe…

Wæk 35: Denmårk i føtø's

mååndæg 27 ægustus

Jeg wil chøcølæde! De winkėl zit op 2,9 kilometer hier våndåån.


De winkæls zijn hier lång øpen.


Jeg bin ruim vøør het dœnker weer terug. Dan is de ærste reep øøk al øp!
Het tæmpø wås primå!


Wøensdåg 29 ægustus
Tid vøør een længe løb!

Het ærste stuk wås ingen succes. 80 weg, geen fietspåd. Wel snel daardoor.


Øp de Blåbjerg. Gemækt døør een Duitse hårdløper.


Døør de Dænse duinen. Ik dåcht æn Joyce en åppte hær øf ze meeløbte. Dat dæd ze! Lekker ønverhard.


We zøchten øøk såmen huisjes uit. Deze! Til salg is te køøp.


Bij de treinbæn werd ik opgewåcht met de drøne.


 

Ik liep 17 km. In 1:38. Twee kilømeter gingen heel rustig (8 en 17) De 10 EM net niet in anderhalf uur. En het ging gemakkelijk en goed. Tevreden!


30 augustus
Fietsen huren!

We gingen røute 407 vølgen. Een måråthønafstånd fietsen. Het wæide. Hård. We deden eerst wind tegen. Denemarken is sååi: plåt, rechte wegen.


Længs het wåter wind mee! Maar een læstig påd. Na Børk Havn een røtweg met zijwind en werkverkær. Øp nær Nymindegab!


De månnen gingen rusten in de duinen. En ik? Rennen op het strånd! 1 kilometer wind mee, 1 kilometer in de duinen wind tegen.


Terug døør de duinen, eindelijk wind mee! De bank løkte… Røb. Mij niet. Ik wil meer fietsen!


Dus ging ik allæn route 406 doen. Eerst wind mee. Yø!


Tøen tussen de plåssen døør. Ge-wel-dig! Mær wåt een wind! En wåt een stæntjespåd.


Nee, ik sprøng er niet in! Gåve løøpbrug.
Dærna døør de duinen.


En tøt slør: heuvelige bøssen. 75 kilømeter verzåmeld op de fiets våndæg. Trek, zådelpijn, møøie indrukken toegevøegd. Lekkere mix.


31 augustus
De lætste run in Denmark
We gåån såmen,Vincent og mig.

Åchter de kirke vån Lønne heb ik een møøi pad gezien. Onverhård. Bøs. Duin. Mul zænd. Omhøøg! Uitzicht kædø.


Træilrunnen is zwærrrr. Mær øøk veel leuker.


We zwerven en kømen långs wåter.


Tussen de våkåntiehuisjes raken we de weg kwijt. Wåt wil je øøk met zø’n børd?!


We løb dik 8 kilømeter. Dæg Denmårk!


2 september

Weer thuis. Plat Nederland. De tijdritfiets moet hoognodig worden uitgelaten.


 

Langs de Oostvaardersplassen. Ik snap niet waarom ik zoveel mensen op de dijk tegenkom, tot ik aan de andere kant fiets. Dan heb ik wind mee! De snelheid loopt flink op.


Volgende week (ARGH, dan al!!) is de weg van mij! Nu train ik lekker 45 kilometer weg in 100 minuten.


Niet gezwommen deze week. Veel meer gefietst dan ik gedacht had.
Op naar de taperweek: rustig aan doen en voorbereiden op de wedstrijd.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Wæk 35: Denmårk i føtø's

Week 34 Denemarken – Danmark

20 augustus.

Det er stille i poolen. Ik niet, ik ben niet rustig. Ik geniet van de glijbanen en gil me suf in de trechter. Sid på en stol. Word nat onder een emmer. Ik vind het grappig dat ik de angst die altijd een beetje had voor water, zo kwijt ben.Det er stille i et bad. Det er for mig!Al is het maar 20 minuten. Ik ga op en neer zwemmen. Geen techniek, alleen volhouden. Sikkert 20 minutter har jeg halvt bad for mig alene. Na 25 minuten wordt het druk. Også sjovt, svømning omkring mennesker. Ook leerzaam. Ik ontdek dat het bad geen 17 meter is, maar meer. Jeg tæller stregerne. Adem soms 1 op 3. Zoek de kalmte en de lange slag. Det tager altid et stykke tid. Na een half uur is het te druk en onrustig. Toch mooi gedaan!

Later in de middag gaan we hardlopen,Vincent og mig. Het park uit richting de zee. Vincent forlader mig efter en kilometer en ik ga door tot 3 kilometer en keer dan terug naar hem. Det er fladt, jeg har vind,het is onverhard en het is net als thuis en toch ook weer niet. Jeg kommer til havnen og til molen. Ik maak fotootjes en keer om. Ik weet het al: Nu har jeg en vind. Dat is genieten voor mij. Ik ga nog steeds op flink tempo. Even uitwaaien. Jeg skal til Vincent. Beuk tegen de wind in. Ik ben wel wat gewend, men det er en god vind! Vincent beukt met me mee. Meer iets voor mij dan voor hem. Trapje af en dan iets rustiger zonder de wind tegen. Vi går tilbage gennem parken. Heeft hij er bijna 3 kilometer op zitten en ik 6. Lekker ingelopen. Danmark: her er jeg.
22 augustus.
De tusend trin van gisteren waren een leuke workout, maar tæller ikke! Vandaag weer in het zwembad. Efter alle lysbilleder er det tid til een zwemsessie en mensen verjagen! Nee hoor, det er stille. Ik kom snel in een trage slag. Op og ned, gang efter gang. Minutenlang. Ademen 1 op 2, 1 op 3 en 1 op 4. Het licht is erg fel en heel vermoeiend, gør ondt i dine øjne. Het water is eigenlijk for varmt. Men jeg vil fortsætte! Na een half uur zwemt er een meneer met mij mee. Jeg er allerede træt, maar ga door of ved. De meneer stopper mig ikke. Efter 2 kilometer is het wel klaar. Tre kvartaler af en time. Op naar het bubbelbad!
Later in de middag ga ik løb. Ik heb niet goed naar de opdracht gekeken en ga lekker en time. Op naar de pier! Eerst een half uur rustig, accelerere derefter. Eh. rustig… 5:40? Eerst vind mod. Mooi, kan ik straks doorversnellen. Eh. Straks sneller…. 5:30? Ik ben zo op de pier en dan vaart de færgen voorbij! Ik film, geniet en verwonder me terwijl het uret er stationært. Wow. Og tilbage igen. Wind mee. Eerst nog kalm proberen te houden. Med lethed net onder de 5:30. Na 5 kilometer in 27 minuten (!!) tempoet går op. Nieuw ritme en tsjakka- door naar 5:14. Ik ga het rechte pad maar verder af. Og endnu mere. Tot 7 kilometer. Dan sta ik bij het nudiststrand. Forførende …. maar ik ga door! Op 8 kilometer neem ik een gel (High5). Dan ga ik het unpaved sti af. Het tempo kan nog hoger. Viel even terug naar 5:22 (på grund af trapper), maar nu zet ik door. Jeg er varm en rood. Kilometer 9 gaat in 5:06 ofzo. Ik wil graag op 53 minuten uitkomen bij de tien kilometer. Det er stadig ret tungt. Het park is te klein. Jeg løber gennem til børnene. Dan ben ik ook kapot. 53 Minuten. Jeg jogger terug naar het huisje en loop 11 kilometer vol. Binnen een uur. Jeg føler mine ben!
 
24 augustus
Na een dag door København wandelen gisteren, ligt min præference vast: doe mij maar 15 kilometer løb in plaats van at slentre! Vandaag voelde ik de spieren nog. Eerst die spierpijn eruit zwemmen. I den subtropiske swimmingpool. Het was tryk in het bad. Maar ik ging på mit “eget” sted op en neer aan het crawlen. In een rustig tempo. Dan kom ik er snel in. Ik dacht aan een en halv time. Maar dat werd steeds iets meer. 1000 meter, 1500 meter en dan wil ik 1900 meter halen. Det blev to kilometer in precies 45 minuten. Alt uden otte! Het beste zou ik 1 op 5 kunnen ademen. Maar 1 op 4 zit er beter in. De muskel smerte is weg.
Later op de middag ga ik nog een keer zwemmen. Fordi det stadig kan. Vincent filmt mijn slag. Kan ik se tilbage. Ik ga met paddels, maar dan moet ik veel teveel op de andere mensen letten. Beter gewoon mijn gestage slag trainen. Ik maak lange slagen. Jeg går kun i tyve minutter. Een kilometer. Mooi geweest hier.
Op het schema staat 2 uur løb vandaag. Vind ik er lastig tussen te passen. Het waait. Det blæser hårdt. Heel hard. Het regent ook. Brusere. Maar ik ga toch. Om 4 uur ben ik klaar met moed verzamelen en zijn we het zwembad uit. Rugtasje mee, water mee, regenjasje mee. De opdracht is: accelerere i den anden time. Dus ga ik eerst wind tegen. Het park uit, het pad op naar rechts. Richting Kramnitze. Følg stien. De eerste 5 kilometer gaan nog wel (op een gel) med vind fra siden, maar dan krijg ik de wind recht van voren. Hestearbejde! De golven zijn zo hoog, dat ik de druppels voel. Het landschap is weids en leeg. Op kilometer 7 valt een byge. De druppels verwaaien. Det har jeg ikke noget imod. Ik ploeter met een glimlach door. Ik denk: Jeg vil lukke snart! Met 8 kilometer ben ik bij de havn van Kramnitze. Det er ikke meget. Een fotostopje en drinkstopje. En dan terug. Ik kan vliegen! Heerlijk. Vooral de stilte, nu gør vinden ikke længere støj. Ik kan de zee beter bekijken. Dan moet ik. Lastige plek! Der er ingen. Ik duik een bosje in. Det flyver op. En weer door! Het tempo gaat flink omhoog nu ik wind mee heb. Toch moet ik til rytme igen. Ik twijfel lang: Jeg er færdig med stien of stop ik bij het zwembad? Ik ga door! Ik besef dat ik dan ook nog vind mod krijg. Na 16 kilometer sta ik in RødbyHavn. Ik voel het ook in mijn benen en vermoeidheid hoor! Vinden er tiltrukket. Stormachtig. Ik kreun en steun me er doorheen. Og nyd. Tel af tot de vlag. Det er tungt. Dan het park weer door. Ik wil nu alleen in lige linjer lopen! Ik ben moe. Ik loop op en neer om 20 kilometer aan te gaan tikken. Jeg skal defekte igen. De 21 kilometer zit er niet in. De twintigste kilometer gaat in minder dan 10 kilometer per uur. Først og fremmest. De rest ging allemaal harder. Ik had een halv marathon in 2 uur kunnen lopen. Maar nu jaag ik Vincent de toiletter af. De tweede tien kilometer gingen meget hurtigere end den første. 57:38 tegen 56:12. Ik was geen to timer onderweg. Het is goed geweest. Nu heb ik weer muskel smerte.
26 augustus
We zijn gister til den anden side van Denemarken gereisd. Weer een leuk vakantiehuisje, med vidunderlige senge! Vandaag was ik trætte. Een soort lome trætthed. En ik zou moeten gaan fietsen ifølge tidsplanen. Maar het regende veel in dikke buien. We gingen lekker gå langs kysten. Mooie luchten, vele kwallen, een vette regnbruser en goed uitwaaien. Omdat we goed doorliepen vond ik het al meetellen. Maar ik kan wel fietsen! Ook als het regent! In de fitnessruimte. Gratis. Rob ging de race kijken en ik ging cyklus. Stom apparaat. Het was er snerpet en ik zweette al snel. Maar ik kon met de WIFI ook de race volgen! God, dat leidde lekker af. Ik trapte maar en trapte maar. Og droppet tomt. Vincent kwam me een schoon shirt brengen en speelde en rende zelf ook wat. Ik wil dit fietsen namelijk link til at gå. Ik fietste de hele race vol. En dacht wel honderd keer: Jeg gik der, elke keer met een glimlach. Na 80 (!!) minuten was ik helemaal klaar met het cykel gear. Ik kleedde me om bevond me in een ingewikkelde overgangsrum, met zwembadkluisjes en bandjes. Vincent ging meerennen. Jeg var kold. We renden om het park en ik voelde me nog steeds sløvt. Het tempo was ook matigjes. We gingen om het park heen. Toen liepen we OVER de jernbanespor. Het is een verlaten stuk, maar toch! We dwaalden tussen ferieboliger en ik kwam er niet goed in. Vincent ging terug naar ons huisje. Er zaten al twee kilometer op, maar het voelde als syv. Ik ging nog even door en kwam weer op en blindgyde. Wurmde me tussen de struiken door naar het jernbanespor. Deze keer pakte ik het naastgelegen cykelsti. Mijn zin was op. Ik heb vakantie, honger en ikke mere fornuftigt. Ik liep over broen terug het park in. Klaar d’rmee. Ik ging mijn spullen ophalen in de “transitiezone” en wandelde naar het huisje. Naar de småkager, de bruser en de bænk.
Misschien heb ik den sidste uge niet zo veel getraind als tidligere uger. Maar hé, ik had vakantie! En heb heel veel hiked. Ik heb in elk geval gjort mit bedste. Jeg forsøger ikke at tro, at jeg kun har to uger … Nu eerst: En anden hel uge med ferie te gaan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 34 Denemarken – Danmark

Week 33 op weg naar de vakantie

Nog 1 lange week…. hou ik mezelf de hele tijd voor: op het werk is de week extra lang, vol, druk en onoverzichtelijk en qua sport ga ik deze week mee op ‘trainingskamp’. Een kamp voor vrouwen, die ieder mee kunnen trainen vanuit hun eigen lokatie. Wel delen de ervaringen op Facebook en krijgen een schema van JB. Ik hou mijn eigen schema aan. En daar staat maandag anderhalf uur fietstraining. Met de overvolle, lange werkdagen is die alvast niet te combineren! Ik zal blij zijn als ik er om 7 uur ben met de auto en iets fatsoenlijks te eten in mijn buik. Ik haal Vincent namelijk tussendoor ook nog op in Hilversum. Maar netjes bijtijds staan wij klaar en doordat we rijden, “missen” we een fikse bui. De groep is alweer groter. Ik ben de enige dame. Eigenlijk niet, want 1 man heeft zijn dochter bij zich in het kinderstoeltje. Zelfs dan zijn zij samen nog sneller dan ik! We gaan naar het industrieterrein en daar fietsen we een aantal vierkantjes. Ik ken de weg intussen zo goed daar, dat ik zelfs al niet meer rem voor de bochten. Het minfietsen gaat op 30+ km per uur. Midden in de groep lukt mij dat wel. Maar dan moeten we een opdracht doen: nog 1 ronde infietsen en daarna rondes versnellen. Nog harder?! Alleen? Want de rest van de groep is snel weg. En dan iets met drie keer, herhalingen. Ik geef het op. Na twee rondes weet ik het al: hier heb ik niks aan. Sorry trainer: hier word ik niet beter van. Dit vind ik niet leuk. Ik wacht ze op, zwaai en fietst op mijn snelst naar het kasteel. Waar ik wel wat aan heb is dit: me moe fietsen en over het natte fietspad het stuk challenge fietsen tussen de kasteel en de dijk. Met bochten. Daar heb ik wat aan, daar kweek ik vertrouwen mee. “Waarom kun je dan wel hard mama”, zal Vincent later vragen. Hij heeft gelijk: met een doel en een idee voor ogen, lukt het wel. Ik scheur binnen drie minuten vanaf het kasteel naar de dijk. En terug nog harder, want ik moet het hele Weerwater nog langs en ik moet op tijd terug zijn voor Vincent! Tevreden trap ik terug. Ik ben niet blij over de training, vind het extra stom dat maar 1 iemand wacht bij Vincent van de grote-mensengroep. De trainer is al lang weg. Slechte training. Ik heb het omgebogen naar iets voor mezelf, maar als training was het pet. In de kader van het trainingskamp hebben we elke avond een live-sessie over een onderwerp. Vandaag gaat het over rust. Ik luister de sessie bij de buurkatjes. Heel erg interessant!
Dinsdag werk ik thuis. Weer werk ik hard, maar het lijkt zo onbegonnen om iets voor de vakantie af te ronden. Ik kan door het thuiswerken wel op tijd weg om naar de nieuwe zwemgroep te gaan. Deze komt ook voort uit het “trainingskamp”. We komen samen in Amsterdam. Natuurlijk ben ik behoorlijk zenuwachtig: wat als ik de langzaamste ben, wat als ik de enige ben in wetsuit, wat als iedereen van me wegzwemt, of nog erger: als het heel erg traag gaat…. Ik ben zo slecht in dit soort dingen… Maar ik ga wel. Ik ben absoluut niet de enige in wetsuit. Eigenlijk gaan er van de 15/20 mensen maar 2 NIET in wetsuit. En 1 van die twee is nog langzamer dan ik. Duidelijk. Die blaast voor het eerst een boei op. We lopen ver, ze laten niet eens hun slippers achter op het strand! En dan als groep te water. Onder het bruggetje door en het lukt me wel. We zijn al snel bij de eerste boei. En dan wachten we op elkaar! Dit is nieuw voor mij, na een paar meter al weer samenkomen. En dan een instructie krijgen hoe verder te zwemmen. Nog iets versnellen en naar het volgende strandje. Ik zwem altijd gewoon maar! De rest ver voor me uit en ik zwem honderden meters alleen. Niet hier, hier blijven ze bij elkaar, let je op elkaar. Ik zwem niet als traagste. Bij lange na niet. Zin in heel veel oefeningen heb ik niet. Er zijn twee groepen en 1 duidelijke instructrice. Zij verzint het. Ze wijst de snelle groep op 2 boeien. Die eerste is circa 35o meter ver weg en daar zwemmen we rustig heen. Dan wachten we weer op elkaar. Ik moet daar nog steeds aan wennen. En dan naar de andere boei links daarvan die ongeveer 200m weg is op snelheid. Zijn er verschillende snelheden dan?! Dan weer wachten op elkaar en daarna terug, maar dan andersom: eerst de 200m kalm en dan de 350 snel. En onderweg bij de boei op de terugweg: wachten op elkaar. Ik ben verbijsterd. Ik ga maar met de snelle groep mee, dan kunnen ze tenminste op mij wachten! Dat is een misrekening. Ik zwem gewoon kalm en ben niet eens in de buurt van de langzaamste. We zijn met 9 mensen en ik kom als 4de of 5de aan. Lang wachten. Ze kletsen! Daarna versnellen. Omdat we dicht bij elkaar zwemmen kan ik spieken bij de anderen. Omdat het water zo lekker is, zo helder, zie ik zelfs onder water wat ze doen. Ik pak een kalm ritme en versnel vast wel een beetje. 200 Meter zijn zo gezwommen. Wachten. Ik vind het apart. Niet erg, maar wel apart. De tweede trainster is 35 weken zwanger (!!) en geeft hier een daar tips. Ik zwem in haar buurt en door die dikke buik zie ik dat zij met haar hele lijf veel meer roteert. Ze zien zelfs op tegen het laatste lange stuk versnellen. Ik ben het wachten het eerste moe (iedereen is er hoor) en vertrek. De snelle zwemmers halen me in en ook zij roteren veel meer, waardoor ademen een twee kanten gemakkelijker wordt. Ik probeer het ook en hela! De hele beweging wordt groter, sterker en ik kan met gemak links ademen. We komen met de hele groep weer bijeen en ik ben blij met mijn ‘ontdekking’. Wij snelle zwemmers mogen nog naar het midden van de plas. Twee aan twee alsjeblieft. Op elkaar letten. Ik vind dat moeilijk, let alleen op mezelf. Mijn grote slag, mijn rotatie. Nu moet ik me zelfs een beetje inhouden. Maar ik kan de man aan twee kanten zien en hoeft niet meer perse links van hem te zwemmen. De zon gaat onder en ik geniet enorm. Vrienden van de TVA: zo kan het ook, lekker prestatieloos! Wachten op elkaar. Niemand eraf zwemmen. Kletsen ondertussen. Ik ben tevreden.
Woensdag. Henschotermeergames
Donderdag. De werkdag is extreem lang, druk, onbevredigend, vermoeiend en zwaar. Het is niet af. Niet eens in de buurt ervan. En dat voelt niet goed. Dat voelt helemaal niet lekker. Uitlopen, staat er op mijn schema. Ik breng Vincent naar de baan en zie meerdere langzame mensen. Dit moet lukken. Ik ga op de baan mee. Dan blijft de WC in de buurt. Gewoon mijn eigen tempo. Stomme trainer, waarbij we altijd te snel gaan en dat begint al bij inlopen. Vind ik niet erg, ik loop voorop en ben stil. Ik wil vakantie. Ik heb vakantie. Maar het voelt niet als vakantie. Ik doe vandaag de versnellingen niet mee. Ga maar een beetje sneller. Niet teveel. Op de baan huppelen we eerst nog wat rond en dat heet dan loopscholing. Daarna gaan we 4 keer een kilometer lopen op eigen tempo. Tussendoor krijgen we snelheidsopdrachten. Ik doe het lekker alleen. Op mijn eigen tempo, die kilometer. En de snelheidsopdrachten sla ik straks wel over! De kilometer gaat hard. Onwaarschijnlijk. Dan is het 100m wandelen, 100m sprint of zoiets. Ik vind het wandelen verschrikkelijk. Doe het 1 keer. Sprinten doe ik een beetje harder. Weer een kilometer lekker op mijn eigen hoge tempo. Alleen alsjeblieft. Dan 200m rust en 200m sprinten ofzo. Rust is dribbelen voor mij. Ik draai gewoon stom de rondes. Dan nog een kilometer. Ik loop vlak en hard. De baan he. We gaan uitlopen en tot mijn verbazing train ik 10 kilometer in een uur. Hard voor een training met loopscholing erin. Nu zijn mijn benen moe en is mijn hoofd ook nog moe. Ik ben aan vakantie toe! Ohnee, die heb ik al. Maar waar dan?
Vrijdag. Twee keer fietsen. En dat terwijl iedereen thuis is! Dat wordt een hele opgave, maar ik kan doorschuiven naar morgen. Ik ga vroeg. Dan heb ik het maar gehad. Kan ik daarna opruimen, inpakken, doorpakken, oppakken…. Kwart over 8 zit ik op de fiets. Dit zijn de krachtblokken. Ik ga een grote ronde Oostvaardersplassen doen. Infietsen en daarna 8 keer 4 minuten op het hoge verzet en daartussen in 2 minuten kalm aan. Het gaat goed. Ik fiets lekker om en halverwege de dijk gaan de krachtblokken in. Het is stil, ik zie 1 andere fietser op de dijk. Ik geniet van het uitzicht. Mijn benen vinden het wat minder fijn vandaag na de training van gisteren. Training, zullen we maar zeggen. Ik heb wind mee op de dijk, maar daar ga ik niet spectaculair hard van. Ik vind de 4 minuten elke keer lang en ga aan het tellen. Dan probeer ik de minuut te tellen, zo precies mogelijk. Of ik probeer 4 minuten af te tellen, tot 240. De borden staan klaar langs het parkoers voor de challenge op 8 september. Ik neem een gel op de Praambrug en dóór…. Ik ga weer tellen op de lange saaie weg met wind tegen. Dan gaat het ergens mis. Ik vertel me, kijk verkeerd op het horloge en mis compleet de 2 minuten rust. Dat vinden mijn benen echt niet meer fijn. Ze willen naar huis en ik eigenlijk ook. Ik haal de veertig kilometer weer vandaag. In anderhalf uur. Met een soort van gemak. Kom nog een mevrouw tegen die wandelt in wat ik een pyjama vind.
Ik treuzel, aarzel, kijk een leuk filmpje, draal. Ga ik… of niet…. van het schema hoeft het niet… het hoeft van niemand.. ik kan de douche in en verder met de dag. Maar ja, lopen hoort erbij. Ja, nee, toch! En ik ga. Een opbouwend loopje. Door de wijk. Door het park, op het eerste fietspad naar links, achter langs. Het gaat best goed. Ik krijg het warm, zie dezelfde mevrouw als ik op de fiets al zag en ga lekker door. Toch lukt me dit goed. Ik ga steeds iets sneller. Achter de wijk langs en dan weer terug het fietspad op. Zie ik dezelfde mevrouw voor de derde keer! Ik hou het hoge tempo vast, maar voel de training van gisteren nu echt goed. Door het park weer naar huis en na 6 kilometer vind ik het mooi. Douchen en de rest van de dag. DvA appt of ik meega met een zijn koppeltraining: fietsen rond de plas en daarna stukje lopen. Te laat 🙂
‘s Avonds neem ik DvA mee naar het zwemmen. Ik ben er onzeker over. Wil het rondje eiland, maar kan DvA dat ook, wil iedereen dat? Moeten we weer vroeg eten. Gewoon in wetsuit gelukkig. MZ gaat mee en 2 snelle heren ook. Het korte rondje eiland wordt het. Ik doe mijn eigen ding, zie dat DvA met gemak met de snelle mannen mee kan en zwem niet als laatste. Verder vind ik het best. We wachten bij de boei. Ik probeer 1 op 3 te ademen. Dat is wennen. Dus ik schakel terug naar het vertrouwde 1 op 4. Vind het even jammer voor de heren dat ze op me moeten wachten, maar het is zo.Ik moet ook wachten en ben verbaasd dat MZ achter me zwemt. Dan het stuk tegen de zon in. Ik hou MZ bij en bij de brug is niemand. Ik mag doorzwemmen van MZ en doe dat ook. Dit stukje kom ik altijd in mijn ritme en dan ga ik los. Zouden spieren een geheugen hebben? Dat sommige stukken wel gaan (dit stuk) en sommige stukken nooit willen lukken (het stuk voor de brug)? Ik zie de andere heren ver voor me met hun boeitjes. Ik stop straks wel voor MZ. Net de bocht om, kijk ik om en zwemmen ze opeens achter me. Huh? Ze hebben gewacht aan de linkerkant en ik adem rechts. Ik zag ze niet. Zij gaan weer door en ik ook. Om de boei heen. Ik ben niet meer zo snel, maar ik doe het lekker wel! Uiteindelijk hoeft ik alleen maar een uur te halen, zodat ik morgen niet naar het zwembad hoeft.Voor vandaag is het genoeg.
Zaterdag. Vandaag ga ik fietsen. Lang en ver. In tempoblokken. Ik ga alleen. Als Vincent iets anders doet. Ik sta op, doe fietskleren aan en heb totaal geen zin. Ik ben onrustig en moet inpakken. Zal ik Rob Vincent laten ophalen? Rob stelt voor dat we samen Vincent wegbrengen en dat ik een nieuwe koptelefoon ga kopen. Ik kleed me terstond om. Eerst de dingen die moeten, als er tijd over is, ga ik wel fietsen. Ik koop een mooie nieuwe koptelefoon om te sporten. En ga klaarleggen. Alles klaarleggen. Kamer voor kamer. Dan is Vincent al klaar. Ik had het toch niet gered. Vincent wil ook een koptelefoon en ik verdoe mijn tijd. Ik ben nog lang niet klaar met pakken! Thuis ga ik nog even door en dan ligt alles klaar. Er is tijd over. Vincent wil wel een ijsje bij Mariola. Dus gaan we toch samen fietsen. Dan maar geen tempoblokken. Op naar Almere Haven! in zijn tempo. Prima. Vincent wijst de weg tot het kasteel. Dan wil ik door naar de dijk. Wind tegen hebben we. De hele tijd. Want dan hebben we ‘m straks mee op de Oostvaardersdijk. Hij eet een ijsje. Ik ben nog onrustig van het inpakken en op vakantie moeten en onaf werk. Vanaf Almere Haven naar de Hollandse Brug trek ik Vincent tegen de wind in. Heerlijk vind ik dat. Dan over de parkeerplaatsen en de dijk op. Het duurt nog even, maar dan draait de wind mee en gaan wij gemakkelijk hard. Waarom gaat dat zo snel voorbij?! Langs de plas terug en we fietsen 45 kilometer vol in 2 uur. Niet heel snel, maar: gedaan! Op een hele lage hartslag. Door met verzamelen en inpakken. Als de onrust kwijt is, kan de vakantie beginnen. Maar het lukt nog niet echt.
‘s Avonds tegen zonsondergang word ik iets rustiger. Ik wil mijn koptelefoontje proberen. Gewoon lekker even mijn eigen tijd. Met een ommetje naar de Albert Heijn. Het gaat lekker. De benen doen het goed. Ik besluit er een elke-kilometer-iets-sneller rondje van te maken. Onhandig als je begint op 5:45. De hartslagmeter is ingepakt, dus ik doe het met het horloge zelf. Die is wel heel mild! Ik zet iets aan en ga mijn neus achterna. Ik vind dit tijdstip, zo rond zonsondergang, echt heerlijk. Ik ga de trap op. “De wenteltrap naar boven, die neem ik, ik moet naar de top” Boudewijn de Groot heeft er een mooi lied over: Hoogtevrees. Ik pieker, prakkeseer en laat wat zaken los. De werkcomputer is uit. De spullen liggen klaar. De was is gedaan (behalve wat ik aan heb). De katjes zijn in goede handen. Waarom voel ik me nog niet vrij? Ik ga harder en harder. De vijfde kilometer zal nog een ding worden met een vierde kilometer in 5:04! Ik zet door en voel mezelf vliegen. Net onder de 5 minuten. Ik druppel lekker uit bij de Albert Heijn. De sportweek zit er wel op. Of….. In Nederland in elk geval wel.
Zondag rijden we, varen we, wandelen we, reizen we. Dat is vermoeiend, maar geen sport!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 33 op weg naar de vakantie

Henschotermeergames 2018 De Swim Run Swim Run

Een drukke dag in een drukke week. En ‘s middags word ik weer een meisje. Met een beetje buikkramp. Dat komt niet heel goed uit. Niet voor een zwemmen, rennen, zwemmen, rennen wedstrijd tenminste. Vooral dat zwemmen is dan wat minder. En net nu ik Vincent moet proberen te verslaan! Hij is een betere zwemmer dan ik ben, maar ik was tot nog toe de beste lopen. Of zou hij op triatlonkamp zoveel geleerd hebben? We gaan tegen elkaar aan het strijden vandaag.
We gaan met een hele club richting Woudenberg: net als vorig jaar gaat RW meedoen, maar nu alleen. Ook JvA en zijn vader DvA gaan mee. DvA traint net als ik voor de halve triatlon en zijn zoon is Vincents beste vriend en die doet mee aan de junior challenge. Ik ben (by far) de zwakste zwemmen van ons vijftal, zeker vandaag. We zijn zo vroeg dat we alle plaatsen in de wisselzone nog kunnen innemen.
Ik ga aan het inzwemmen. Dat vind ik fijn en wil ik wel eens uitproberen. Bang dat ik het koud krijg, ben ik niet. Het is niet heel warm en zelfs niet zonnig. Ik kijk even waar de boeien liggen. Vincent en JvA spelen in het zand. Ik ga nog even langs de toilet en neem een slok van de raar smakende Sanas sportdrank. Precies om 7 uur gaat de laagdrempelige wedstrijd van start. Alleen voor Vincent en mij is het onderling een wedstrijd, voor de rest is het een training; geen restricties, geen medailles, geen podium.
Ik ga midden tussen de mensen het water in. Schop en sla een beetje mee en kom in een slagje. Snel bij de boei en daar hoor ik ‘hoi mama’ naast me. Heb ik snel gezwommen of Vincent langzaam? Ik keer om en raak verstrikt achter een dame. En dan schiet er een pijnscheut door mijn buik heen. Onhandig. Ik trek me er niks van aan en probeer om de dame heen te zwemmen. Vincent ben ik kwijt geraakt. Ik kom als laatste het strand op van ons vijven, maar nu ga ik inhalen! Ik ben snel de wisselzone uit, want Vincent en JvA weten niet precies de uitgang. En zo loop ik vlak achter Vincent en vlak voor DvA. Het tempo ligt hoog. Gruwelijk hoog. Ik heb 3 kilometer om Vincent in te halen en ga die tijd ook nemen. Ik blijf lang vlak achter hem. Hoor dat anderen “die kleine” aanmoedigen als hij langskomt, maar mij niet! 12 Kilometer per uur lopen we. Onafgebroken. Dat is echt hoog tempo voor mij, en voor hem ook! Ik haal hem in de tweede ronde in, na een kilometer of 2. En blijf er dan voor. Mijn buik doet een beetje pijn en ik heb het niet gemakkelijk.
Zwembril op en snel mijn achtje mee. Sorry Vincent: dit is mijn valsspelen! Ik zwem hard en goed, zeker voor mijn doen. Het gaat echt lekker. Mijn buik vind dit een prima idee, gek genoeg. Als ik het water uitkom, staat Vincent naast mij op. De wissel valt me verkeerd. Ik ben duizelig als nooit tevoren, val om in het zand en voel me totaal niet goed. Mijn buik lijkt helemaal omgedraaid.
Weer rennen. Deze keer haalt DvA ons in en verdwijnt hij. Ik ren achter Vincent en zie hem. Ik loop langzaam in, ondanks dat ik me niet zo goed voel. Ik heb de tijd. Het tempo ligt nog steeds hoog. Ik volg hem gewoon voorlopig. Eigenlijk voel ik me behoorlijk beroerd en ik heb zand op mijn handen. Vincent kijkt om en ik hou hem bij. Na anderhalve kilometer lukt me dat nog steeds, maar ik voel mijn tempo afzwakken. Mijn handen en vingers beginnen te tintelen en dat is geen goed teken: dan ben ik meestal ziek aan het worden. Ik haal Vincent bij en stel voor het samen af te maken en gelijk te finishen. Hij zegt ja en dat hij ook moe is en ik beken dat ik niet veel harder mee kan. Hij wel. En dan blijkt ja toch nee te zijn en voert hij het tempo wat op. Ik kan niet volgen. Ik moet naar de WC voor een grote boodschap en mijn darmen en buik doen echt pijn. Opgeven: ik denk er serieus aan. En laat Vincent gaan. Ik blijf in de buurt, maar mijn tempo moet iets omlaag. Net onder de twaalf kilometer per uur. Hij loopt met een meisje op, wat de hele tijd achter mij heeft gelopen. Het liefst zou ik doorrennen naar de WCs. Mijn darmen ook en ze houden het niet. Smerig, maar waar. Ik voel me niet blij meer en behoorlijk ziek, maar ik maak het af. Vincent en het meisje versnellen, maar ik kan dat echt niet meer. Een paar seconden na Vincent finish ik. Hij is terecht superblij. Ik voel me vies, misselijk en afgemat.
Ik loop snel naar mijn spullen en gris wat plastic tassen en schone kleren bij elkaar. Ik ben draaierig en kan heel erg weinig zeggen. Zo afgemat ben ik niet snel! Meestal ben ik snel bij, maar nu voel ik me echt niet goed. Ik ben zo snel ik kan bij de WCs. Ik loop daar even leeg. En kleed me voorzichtig om. Langzaam gaat de buikkramp liggen en ik voel me weer een beetje mens worden. Stiekem ben ik supertrots op Vincent. Bijna iedereen is al binnen als ik me weer kan vertonen. Ik kan nog net mee RW opvangen! We zijn met het team uit Almere ook bijna als laatste de wisselzone uit. Iedereen heeft genoten en Vincent is supertrots. Ik blijf nog een paar uur wankel, maar heb wel weer trek.
Zou de sportdrank verkeerd gevallen zijn? Of de tijd van de maand die me tegenstond? Heb ik iets teveel gevraagd van mezelf? Gelukkig heb ik er een dag later al geen last meer van en blijk ik maar 4 seconden langzamer te zijn geweest als Vincent! Dat verschil gaat de komende jaren alleen maar oplopen, hoe goed ik mij ook voel.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Henschotermeergames 2018 De Swim Run Swim Run

week 32

Maandag 6 augustus
We fietsen naar de training toe. Lekker kalm aan over het spoorbaanpad. Vincent gaat natuurlijk ook mee! Het is lekker zonnig. We zijn met een klein groepje volwassenen. 7 Mensen, 6 snelleren dan ik. We gaan infietsen met 30 kilometer per uur. Godzijdank ben ik in vorm! Ik klets met SJ en fiets voorop. We gaan een lange tocht maken. Op dit tempo?! Ach wat, ik ga mee en het gaat me goed. Tot de brug trek ik het voorop, daarna ga ik er lekker achter hangen. Veel gemakkelijker. En die lieve vader van DR en RP houden me in de gaten. Hé, ik red me wel hoor! Ik ben een kei in bijhalen. We gaan door Muiderberg over de koppelstones en ik klets met de vader. We zijn al snel bij het kasteel van Muiden. En dan terug richting de brug. We gaan over de A1 naar het Naardermeer! Ik fiets nog wel achteraan, maar nu geniet ik enorm. Ik vertraag om ervan te genieten dat ik hier fiets. Mijn telefoon wil het molentje helaas niet vastleggen. Er is nog iemand die het tempo even niet bijhoudt. Op de weg terug over de brug maak ik wel een foto. Ze moeten even op me wachten. Jammer dan voor hun! We fietsen terug en ik fiets met DR vooraan. Even bijkletsen! Toch ligt het tempo voor mij wat hoog dan. Als we de brug weer op gaan, laat ik ze gaan. Ik kom er straks wel bij of niet, en dan fiets ik zelf wel terug. We moeten over dat vreselijke stuk spoorbaanpad. T raadt me aan een veel kleiner verzet te kiezen. Dat voelt wel beter inderdaad, maar ook raar. Ik heb meteen honderd vragen: wennen de spieren daaraan? Waarom kom je dan gemakkelijker de bocht door? Is het net als met hartslagzones: hoe lager, hoe sneller je in het hoge kan? Ik hou mijn vragen voor me. We moeten ook nog naar huis fietsen en gelukkig gaat dat wat langzamer!
Dinsdag 7 augustus
Buiten zwemmen. Ik wil graag nog 1 keer het rondje eiland doen. W gaat mee. We zwemmen ongeveer gelijk, maar hij is eerder moe. Ik doe mijn wetsuit toch nog aan, ondanks dat het nog steeds tropisch is. Ik kan geen rondje zwemmen zonder, dat red ik niet. Het wetsuit geeft me iets meer drijfvermogen. Ik ga lekker. Kalm aan, mijn eigen tempo. W wacht straks wel. Wel veel planten al! Het is druk op het water. Ik ga lekker naar de boeien, maar wijk iets teveel af naar rechts om er omheen te gaan. Dan naar het eiland toe. Dat lukt me altijd nog wel. Ik zwem bijna tegen de groene boei op, oei. De zon is niet meer zo fel, dus ik hou redelijk richting en redelijk W bij. Achter langs het eiland is niet mijn ding. Er zijn veel planten, het water is vies, warm bij momenten, navigeren ligt me niet hier. Drukke kinderen in een bootje. Bij het bruggetje wacht W op mij. Daarna pak ik het altijd weer op. Zou dat ook een soort geheugen zijn? Ik ga kalmer zwemmen, hou W bij tot voorbij de bocht en navigeer op de vuurtoren. In de bocht moet ik controleren waar mijn spullen zijn in de boei en daardoor raak ik achter. Ik ga gewoon mijn eigen tempo verder. Dit stuk ligt me wel! Voor de grote oversteek jakkeren er nog twee boten voorbij. W wacht op me. Hij gaat nog een eindje om, want hij moet voor de hele trainen. Ik ga terug. In de verte zie ik een oranje boei. Ik denk dat het BIJ is met mijn boei en zwem erheen, maar afstanden zijn op het water nog moeilijker in te schatten. De boei is er al en vervuil het water lekker nog meer. De boei blijkt van de mannen te zijn. Zij zijn een half uurtje later vertrokken. Ik kleed me om en wacht nog tot ik zeker weet dat W er ook is. De rondhangende rokende jeugd vind het maar een wereldprestatie om om het hele eiland heen te zwemmen. Ik vind het genieten. 3000m op het tellertje. (maar met een stukje strandwandelen, want toen schoot ie weer aan)
Woensdag 8 augustus
Twee keer een uur. Eerst een uur duurloop en dan ‘s avonds een uur intervallen. Na enig dubben en niemand die mee gaat, ga ik alleen. misschien combineer ik de trainingen wel. Het is afgekoeld gelukkig, maar ik heb geen zin om drinken mee te nemen. Ik zet de bidon bij de deur en ga 2 of 3 keer het rondje van 7 kilometer doen. Eerst rustig, dan intervallen, dan misschien nog een keer rustig. Rustig en gestaag is bij mij 5:40/5:45. Heerlijk afgemeten tempo. Ik ken de weg, mijn spieren kennen de weg en daar houden we van. Alles wat ik nu doe, moet ik straks ook doen in de volgende ronde of rondes. Als snel merk ik dat het best 3 rondes kunnen worden. Vincent doet zijn eigen koppeltraining. Heldje! Langs de plassen onverhard, 5 kilometer alweer. Ik vind drie keer zeven heel prettig. Jammer dat ik niet het weerwater rond kan, dan hoeft ik daar straks ook niet meer op te letten. Brug over en het tempo is strak. Ik heb wel dorst nu. Na enig telwerk weet ik dat ik nog een ronde de duurloop aan het afmaken ben en aan het inlopen ben. Ik doe een blokje extra en ren dan het huis in naar het kleine kamertje. Enige minuten later kom ik lichter weer naar buiten, drink de halve bidon leeg en ga door. Nog een rondje. Het gaat nu iets sneller, maar ik zie op tegen de intervallen. Raar idee, dat ik 21 kilometer ga lopen in ongeveer 2 uur. Ik heb over de eerste ronde precies 40 minuten gedaan. Het tempo gaat iets omhoog en het regent ook even. Heerlijk. Brug over, lange rechte fietspad. De overgang van de afdaling naar vlak lopen vind ik het lastigst! Dezelfde mensen weer die wandelen. Ik moet tot het centrum zeker! Ik besluit tot de 11 kilometer te gaan en dat als eerste uur duurloop aan te merken. Ik zet dan het horloge uit, neem een foto en start de intervallen training op. De eerste 20 minuten zijn inlopen. Of: de ronde afmaken. Maar dan met een horloge wat de hartslag te hoog vindt. Ik krijg zelfs trek nu, maar het tempo blijft er lekker in. Ik tel me suf hoe lang ik nu over de tweede ronde doe. En dan telt het nog af ook! Ik haal het in elk geval ook weer binnen de 40 minuten. Gel naar binnen, bidon leegslurpen, Vincent gedag roepen en weten dat het zwaarste deel nog komen gaat. Nog net in het park en over de witte brug zit de eerste versnelling van 90 seconden. Ik ga flink harder, grotere passen. Dat kan dus nog. Ik tel elke keer de interval af. Dat maakt het draaglijker. Brug op is best lastig, maar ik doe het toch wel. Dan 3 keer 60 seconden versnellen. Het centrum weer voorbij. Ik merk aan alles dat ik moe word. Mijn spieren trekken zelfs een beetje. 3 keer 30 seconden zijn snel voorbij en 3 keer 15 seconden is echt een makkie: die knal ik eruit, ook al is het onverhard. Ik permitteer me 15 seconden wandelen om bij te komen. Dan begint het gereken weer: haal ik het in 2:03 (mijn standaard halve marathon tijd) of niet? Ik tel en reken. Nu moet ik twee trainingen optellen. En dan bij de brug word ik ingehaald op de fiets door mijn schatje! Ik ben niet meer heel spraakzaam, het is nog 2 kilometer overleven. De brug op. Er zit een kilometer boven de 6 minuten tussen. Grmbl. Ik denk dat ik qua looptijd rond de twee uur uitkom. Natuurlijk heb ik er langer over gedaan met de (korte) stops. Het tempo gaat weer iets omhoog naar 5:50, maar het wordt nu wel merkbaar zwaarder. Hoe doe ik dit volgende maand na het zwemmen en fietsen?! Een maand….. ARGHHH. Nu eerst dit afmaken. Nog een blokje om het huis en Vincent fietst lief mee. Tien kilometer zitten erop in 58 minuten. De eerste keer deed ik daar een minuut minder over. Vincent wacht me op voor nog een foto terwijl ik al binnen ben en hem zoek. Uiteindelijk zijn de twee tijden opgeteld 2 uur en 1 minuut. Training Anke, training! Met intervallen erin én delen onverhard. Ik drup leeg en ben tevreden. Ik heb er nog altijd ‘maar’ 2 uur en 9 minuten over gedaan. Met een stop op de Dixie 🙂
Vrijdag 10 augustus
Eerst een krachttraining vandaag. Ik vertrek samen met Manuel om half 11 om de bui voor te blijven die over een uur gepland staat. Helaas ben ik niet zo snel als Manuel en is een uurtje om de Oostvaardersplassen wat veel gevraagd. We hebben wel wind mee op de dijk, zodat het infietsen lekker snel gaat! Ik heb zes krachtblokken staan: op hoge versnelling zwaar trappen voor 4 minuten en dan 2 minuutjes rust. Ik kort het infietsen wat in en op de Knardijk ga ik aan de blokken beginnen. Manuel houdt gewoon zijn eigen versnellingskeuze aan. De wind is krachtig van opzij. Ik kan dit goed: stoempen op de fiets. Trappen op de grote versnelling tegen de wind in. Het is zwaar, maar ik vind het leuk. Tegen de wind in nog iets liever dan de wind vanaf de zijkant. Na 3 blokjes komen we bij de brug bij de Praambult. De enige schuilmogelijkheid. Gezien die oprukkende wolken, kiezen we hiervoor. Een afkoelpauze. We worden vergezeld door een triatleet met een nog duurdere fiets die de hele triatlon gaat doen. De regen laat even op zich wachten, maar uiteindelijk schuilden we niet voor niets. En dan verder over het natte fietspad. Manuel blijft achter opeens. Hij heeft zijn telefoon stuk laten vallen en baalt terecht. Ik laat 1 van de tempoblokken voor wat het is. Gezien de omstandigheden vind ik dit prima. Ik fiets uit rondom de wijk en kom een paar minuten te kort voor de anderhalf uur.
‘s Middags volgt een tempotraining. In mijn eentje. Het Zeewolde stuk van het rondje van de challenge. Ik ben niet blij, want ze hebben de voedingssponsor gewijzigd bij de challenge. Het merk waarvoor ik ben overgestapt is veranderd. Ik weet niet of ik daar op kan terugvallen. En daar baal ik ontzettend van! Al fietsend merk ik dat niet zozeer het probleem is dat ik het nu zelf mee zal moeten nemen en regelen, maar dat ik me zo dom voel door al die mensen die op Facebook zetten: “daarom-heb-ik-mijn-eigen-plan”. Ik wens ze toe dat hun supporters op verkeerde plekken staan en ze niets hebben en misselijk worden van het nieuwe merk tijdens de triatlon. Nu probeer ik met de wind mee en de wind tegen op de lange Winkelweg de tempoblokken te doen. Ik maak gedichtjes onderweg. Naast het tellen van tempo’s. Weer eens wat anders!
Ik voel me klein en nietig
Een speelbal in de wind
Ik voel me fijn en ik geniet
En speel wat met de wind
 
Grote molens, kleine molens
Pedalen en bochten
Ze draaien allemaal mee
De wind bepaalt ons tempo
Een richting geven we er zelf aan mee
 
Het regent in de verte
Tussen de wolken door
Daar regent het zonnestralen
En ik fiets lekker door
 
11 augustus
Zwemtraining om 9 uur. Mij ligt het niet. Te vroeg. Nog niet wakker. Nog niet toe aan zoiets technisch als zwemmen. Het is best druk. Ik ga in baan 1. Vandaag zijn we met meer gelijke zwemmers. De trainer geeft me goede tips en ik doe echt mijn best. Lange slagen maken, ademhaling onder controle houden en niet nazwaaien als mijn arm uit het water komt. Ik maak het uur netjes vol.
Nog een uurtje een negatieve split-loop. Als het lekker gaat, mag ik in de tweede helft versnellen. Ik heb de nieuwe voeding binnen en ik ga het maar meteen proberen. Of ik de gel lust, of mijn maag er tegen kan, hoe ik reageer. Lekker naar de dijk lopen. Op mijn eigen tempo. Het gaat lekker. Al denk ik de eerste paar kilometer alleen maar: straks kan ik niet meer sneller, ik ga nu al 11 kilometer per uur. Ik geniet ontzettend van de mooie omgeving. Wat is het toch prachtig in de Oostvaardersplassen. Ik loop 5 kilometer in iets van 28 minuten. De zesde kilometer gaat wat kalmer over de dijk met een even adembenemend uitzicht en een klein stopje om de gel te eten. Hm. Cola is vrij heftig: het smaakt mij meer naar rum-cola. Caffeine en alcohol: beide zijn niet aan mij besteed…. Ik maak de 6km vol en verbaas me dat het tempo al iets hoger ligt rond de 5:25. Nu door gaan pakken en kijken hoe het gaat. Ik verhoog het tempo. Dat merk ik, dat voel ik, maar kan ik aan. Al schrik ik me stuk als ik 5:04 zie staan. Doe mij nog zo’n gel 😀 Ik hou het tempo redelijk vast. De wind heb ik nu niet mee, die komt zowel nu als op de heenweg van opzij. Dus dat is het niet. Ik krijg het wel wat warmer. Mijn buik verwerkt de gel ook goed. Maar mijn benen hebben er het meeste baat bij! Er komen drie kilometers voorbij onder de 5:10. De tien kilometer knal ik er in 54 minuten doorheen. Terwijl ik toch al heel tevreden was (vorige week nog!) met 57 minuten. Ik voel het wel, natuurlijk, maar ik ga er niet stuk aan. Ik moet wel doorzetten, maar ik krijg mezelf niet onderuit. Ook niet als ik ga doemdenken, dan lach ik mezelf eerder uit. Want voor het uur ga ik nu 11 kilometer lopen. En met een ‘rust-kilometer’ erin (de zesde) ook. Het gaat zelfs nog iets rapper richting de 5 minuten. Dat is bijna 12 kilometer per uur. En dat hou ik dus 3 kilometer vol. Veel harder gaat ook even niet meer. Door het park he, onverhard! 11 Kilometer in 59 minuten. Balen, is het uur nog niet vol ook 😉 Doe mij maar deze gels!! Hier ga ik een halve marathon op lopen. Als ik straks niet ziek word, ben ik om. Ga ik nog juichen ook dat ze een maand van tevoren van merk wisselen. Gaaf dit. Ik loop een kilometer uit, want dat gun ik mijn spieren nu ook. Yeah, ik kan ook langzaam nog gelukkig. Met die laatste kilometer in 6:33 haal ik nog een gemiddelde van 5:27 – dat is 11 kilometer per uur. Waar kan ik deze drugsgels bestellen? Misschien zit er wel echt rum in 😀
 
12 augustus. een koppeltraining. Ik heb een minuscuul beetje spierpijn, wat al over is als ik bij de toilet ben, maar niet erg veel trainingszin vandaag. Kom op, een uurtje koppelen moet toch lukken. Half uurtje fietsen met  7 minuten rust en 3 minuten doortrappen en daarna een klein half uurtje lopen in tempoblokjes van 2 minuten rustig en 3 minuten hard. Ik ga zelf wel tellen. En zo fiets ik rustig richting de Oostvaardersdijk. De stukjes op snelheid bevallen me wel. Ik kijk vrolijk rond. Fietsen gaat best goed, maar ik voel weinig energie om mezelf te overtreffen. Gewoon lekker trappen. Ik moet mijn ronde vergroten. Het gaat best, maar niets meer dan dat. Als ik thuis kom moet ik wachten tot Vincent mee gaat. Ik loop vast de eerste twee minuten hard en heb het gelijk erg warm met mijn lange mouwen. Vincent komt er later bij en de 3 minuten lopen we samen. Dan schiet ik er weer van door. Het tempo ligt hoog voor 2 minuten. Maar het gaat niet lekker, het voelt erg zwaar. Ik loop met Vincent zijn rondje mee. We spreken af bij de Ferrari en ik neem op mijn snelheid het bos. Ik haal het onderste eruit, maar de twee minuten duren lang. We ontmoeten elkaar weer bij de Ferrari. Vincent loopt naar huis, die heeft het nog zwaarder en warmer en ik loop uit door de wijk. Ik ben het zat. Ik heb voor het eerst deze week totaal geen zin meer. Het is me klaar. Kan me opeens niets meer schelen als het half uur niet volkomt, de 4 kilometer niet vol komen, als het tempo eruit gaat, als ik ga wandelen. Ik loop naar huis en het is klaar voor deze week. Het tempo was niet eens laag, de vier kilometer zijn niet vol. Ik heb het goed gedaan. Soms is het gewoon zo. Het kan niet elke dag top zijn. Ik heb 12 uur gesport. Een uurtje wandelen telt niet mee. Tempo’s verlegd, afstanden vergroot, onder wisselende weersomstandigheden en dat is best oké! Ik hoor in het webinar dat een hersteltraining ook goed is voor je en dat je dat midden in de training kan aanpassen. Dat is wat ik vandaag heb gedaan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on week 32

week 31 Veel sport, weinig blog :)

Fietstraining: heengefietst – vierkantjes op het industrieterrein. Grote op snelheid, kleine rustig. Ik ging snel alleen. Bochten, bochten, bochten. Ik ging steeds beter en durfde steeds meer. Het tempo voor mij was ook lekker in de grote rondes. De laatste rondjes met DR en die gaf nog een bochtentip. Toen uitfietsen en rustig naar huis trappen. De eerste 2 uur training en de eerste 50 kilometer zitten erop!
zwemmen, buiten met Vincent, BIJ en BT die de hele tri doet as zondag. Hij in zwembroek, kind en ik in wetsuit, BIJ voor de eerste buitenwaterervaring in trisuit. Kind en BIJ een boei. Uitleg. Over waar we heen zwemmen. BT is geduldig. Ik blijf bij Vincent en BIJ in de buurt. Rustig tempo. Het is genieten. Veel stoppen. Bij de dichtstbijzijnde boeien gaat BT verder. Dat kan ie wel! Wij gaan op verzoek van BIJ terug. Ik zwem een stuk mee en ga dan (na overleg) nog een stuk linksom. Het was nog geen drie kwartier en in een laag tempo, maar ik ben trots op kind en vriendin!
Woensdag staan er eigenlijk twee looptrainingen, maar ik werk vanaf vroeg en lang door. Dus het is pas ‘s avonds als ik ga hardlopen en de buurvrouw gaat mee. Nu moet ze zich eens aan mij aanpassen! We rennen het kleine rondje langs de Oostvaardersplassen. Samen naar de Hogering en dan pak ik mijn tempo op en gaat zij vast richting Oostvaarderscentrum. Even door naar de 5:20…. Dan weer samen voorthobbelen langs de prachtige plassen. De buurvrouw gaat weer op een bankje zitten en hoopt dat er geen beestjes zullen zijn, terwijl ik een rondje extra loop. Kom ik weer dezelfde knul tegen! Even zweten. En dan weer doorjoggen. Minstens net zo vermoeiend. De heuvel. Zij wandelt naar boven en wacht, ik ga drie keer rennen omhoog. Bij de ondergaande zon. Zo hebben we toch allebei een training! Ik ren door het park bij de Evenaar en ren haar telkens tegemoet. Zij wandelt. Uiteindelijk doe ik tien kilometer. In 72 minuten. Daar zat minder eigen tempo bij dan haar tempo!
Donderdag rust.
Vrijdag. Fietsen naar Veldhoven.
Zaterdag: om 9 uur in het zwembad. Gelukkig niet zo druk deze keer. Met 3 andere mensen in baan 1. Ik voorop. We doen rustig het programma. Het geheel halen we niet. Een uur volzwemmen lukt wel.
‘s Avonds ga ik met de buurvrouw hardlopen. Ze doet twee keer 15 minuten. In die 15 minuten halen we de 2 kilometer niet eens! Dat zegt iets over het tempo. Zij doet haar best. Ik ook, om zo langzaam te blijven lopen. Het is een heel lang half uur voor 4 kilometer. Het is wel lekker afgekoeld!
Zondag: een fartlek training. Mooi woord voor doe-maar-wat! Ik ga met Joyce. We gaan door het Kotterbos. Om 4 uur bij het Oostvaarderscentrum. Ik ren er heen. Ruim 2 kilometer inlopen. Dan gaan we aan het kletsen. Vandaag mag alles door elkaar: onverhard, heuvels, versnellingen. Maar eerst horen hoe het bij Joyce gaat! Dan zijn we bij de heuvel en die ga ik 2 keer op. Het is best zonnig en warm vandaag. Het waait er een beetje bij. Ik wil het bos in! Maar dat is dor en onverhard. We betrappen nog een stelletje… Ik versnel een stukje, dadelijk wacht ik wel weer. Dan komen we bij de volgende heuvel. We kletsen verder en rennen het bos in. Eindelijk even schaduw. Verder hangt overal herfstgeur en vallen de bladeren van de droogte. Het lijkt meer op Zuid Frankrijk dan op Holland. We moeten een ommetje maken en dan langs de Vaart versnel ik weer. Moeiteloos eigenlijk, ondanks het zand. We gaan eindelijk het bos door, maar het Kotterbos is niet opgeknapt van de boswerkzaamheden. Ik versnel nog een keertje door. Dan weer naar de heuvel. Ik ga twee keer omhoog. Doorzetter of streberig: vul zelf maar in. We lopen langs de plassen terug en dan wil Joyce er nog een kilometer aan plakken, dus hobbelen we nog even door naar de laatste heuvel die we niet meer op gaan. Ik zit op 15 kilometer, zij op 12. Ik hobbel naar huis en pak het tempo van de eerste kilometers weer op, maar ze voelen gelukkig wel iets zwaarder! 17 kilometer in 1 uur en 48 minuten. Met grote delen onverhard en 4 keer de hoge heuvel.
Dat maakt alles bij elkaar 14 uur 59 minuten. Bijna 15 uur gesport. 248 kilometer in een week gesport. Zonder noemenswaardige gevolgen. Nou ja: trots, blijheid en tevredenheid gecombineerd met een beetje vermoeidheid. Lang niet slecht 😀

Categories: Uncategorized | Comments Off on week 31 Veel sport, weinig blog :)

3 augustus 2018: Fietsen naar Veldhoven – vanaf Almere.

Vrijdag 3 augustus. Het wordt een warme dag. Droog. Klein beetje wind uit het noorden. En Vincent en ik gaan naar Veldhoven fietsen. We willen zo vroeg mogelijk vertrekken en zijn al om 6 uur opgestaan. De fietsen zijn klaar: een ander voorwiel voor Vincent, geen klikpedalen voor Anke. De route is bepaald en het rugzakje ingepakt. Uiteindelijk moeten we de fietsroutenummertjes nog improvisatorisch vastmaken met elastieken en is het kwart over 7 als we vertrekken. Het eerste stuk kennen we en doen we uit ons hoofd.
Het is nog stil op  straat en we fietsen soepeltjes en kalm aan naar de Trekweg, richting de Vaart. Langs de Vaart volgen een paar strubbelingen omdat we het oneens zijn over hoe we 170 door 5 moeten delen. We komen er uit en fietsen door naar de Shell en langs de Almeerse Alp en de naturistencamping. Overal is het nog rustig, maar het is dan ook nog maar pas 8 uur. We steken de Stichtse Brug over en maken een paar foto’s. Op weg naar beneden doen we wie het langste kan blijven fietsen zonder trappen. Anke wint, maar net! Dan gaan we een nieuw pad op langs de snelweg om de Wakkerendijk bij Eemnes te vermijden. We komen niemand tegen. In Eemnes steken we door de stad, maar dat is nog altijd leuker dan de lange dijk. Nu hebben we tot de A1 nog maar een kort stukje recht fietspad voor de boeg.
Na de A1 slingeren we het de rotonde over en Vincent en een mevrouw in een auto remmen allebei net op tijd. Langs Groeneveld en door Baarn. Vincent wijst me op een bedrijf met een stomme naam. Ik rij hier elke dag en zal nu elke keer dat bedrijf zien! Even verder is een huis waarbij Vincent de bewoners caravanverslaafde noemt. Daar kom ik ook nooit meer vanaf! We fietsen langs Paleis Soestdijk. Onderweg nemen we vaak een slok drinken. Het is nog niet te warm. We halen wel gewone fietsers in, maar soms komt er een andere racefietser ons voorbij. Dan langs Soest af en door het bos. Weet je, het is daar zelfs een beetje koud in de schaduw! We draaien richting Den Dolder en dan is de McDonalds nog 7 kilometer verwijderd. Die duren best een beetje lang. Ondertussen zoeken we een huis met zwembad uit, zwaaien naar Soesterberg en hebben alle stoplichten mee. Om half tien komen we bij de McDonalds aan. De eerste stop en het gaat voorspoedig! Vincent neemt frietjes, ik eet cruesli bij de McDonalds. Een aardige mevrouw denkt dat wij gezellig samen aan het fietsen zijn, maar dat slaat om in ongeloof als we zeggen dat we naar Eindhoven onderweg zijn zonder een nachtje slapen. Om tien uur vervolgen we onze reis met ijsblokjes in de bidon en de fietsroutenummers in de aanslag.
We gaan een nieuw stuk route doen. Vincent houdt zijn fietscomputertje bij de hand en weet zo de fietsnummertjes razend eenvoudig en snel te vinden. Dat zal de rest van de dag veel zoeken en onzekerheid schelen. We komen maar een heel klein stukje onverhard pad tegen. We rijden onder een mooie poort door bij Rhijnauwen en slingeren langs Utrecht af. In de verte zie ik Houten liggen. We gaan richting Werkendam en daar zullen we de bekende route weer oppakken. We beginnen aan een spelletje: “Ik ga op de fiets en ik neem mee….” en dan maar aanvullen. Werkendam gaat aan ons voorbij. De kilometers vliegen ook voorbij. En tijdens het spelletje gaat het tempo ongemerkt ook omhoog. Een helm, fietshandschoenen, klikpedalen, een bidon… We nemen vanalles mee en proberen het in groepjes van 3 te onthouden. We komen maar tot 12 dingen omdat we ondertussen ook op de fietsroutenummers moeten letten en op het overig verkeer. De zon wordt intussen feller. We gaan het volgende spelletje doen: een woordslang. Dan gaan de kilometers en het tempo helemaal ongemerkt omhoog! We bedenken het ene dier na het andere! Over het kanaal, een fietsgroepje inhalend, langs de polderweg: wij zitten in de beestenbende en hebben de grootste lol. Als Vincent een dier met de S moet verzinnen is er geen schaap te bekennen. Wel een pontje! We wachten en nemen de drukke pont. Even een rustmomentje om te laten weten aan het thuisfront dat we goed gaan.
Door Beusichem heen, verder richting de A15. We laten de dieren voor wat ze zijn. Hier zijn we al vaker verdwaald, maar deze keer helpt het fietscomputertje en zie ik ook geen bordje over het hoofd. We komen op stukjes die ik inderdaad nog nooit heb gezien. De A15 over en we zien geen goederentrein helaas. Het gaat nog steeds van een leien dakje. We zijn op weg naar de volgende McDonalds. We roddelen wat en stellen de bestelling alvast samen. We zijn al over de helft! Of we nu 170 of 160 kilometer gaan fietsen. Het wordt nu wel warmer. Rond 12 uur zijn we bij de McDonalds. Voor frietjes en Fristi. En om handen te wassen, even uit te rusten en water bij te tanken. We gaan hartstikke goed.
Na een half uurtje kunnen we verder: de grote brug over. Ik maak lekker veel foto’s en we komen zonder lekke band weer beneden. We rijden lekker langs Zaltbommel en ik zing van de Torenspits van Bi-Ba-Bommel. Met het fietscomputertje verdwalen we deze keer niet, al doe ik de rotonde 4 kwart rond. We rijden langs de tekeningen van Fiep Westendorp en ik vertel over mijn tijd bij scouting, waar Vincent nog nooit van heeft gehoord. De wegen zijn wat saai en naar Den Bosch is elke keer verder dan we denken. Het wordt nu ook steeds warmer en zonniger en benauwder. Voor het eerst drink ik beter dan Vincent. We steken de Maas over en ik bespeur vermoeidheid. Ik stel Vincent voor om goed na te denken of opa hem moet komen halen. Dat doet hij als we langs de leger-opslag rijden en door het natuurgebiedje. Maar hij gaat door. Hij wil iets rustiger gaan fietsen, maar het wel afmaken. We slingeren door Den Bosch en dat is altijd onrustig en lastig als je moe bent. We komen op de Parade bij de Sint Jan en daar is weer festival: theaterfestival. We ploffen neer en Vincent knapt op van 2 Friti’s. Het is twee uur en we hoeven “nog maar” 45 kilometer. Dat gaan we redden vanmiddag!
We fietsen snel over het zonnige fietspad door de natuur naar de snelwegen toe. Ik maak foto’s met de Sint Jan op de achtergrond. We weten dat er nog onverharde paden aankomen. Maar nu gaan we eerst het spelletje wie-heb-ik-in-mijn-hoofd doen. Dat doodt de tijd en de kilometers. Ongemerkt gaan we St-Michielsgestel voorbij en dan houdt de Garmin Edge het voor gezien. Net als voorgaande keren. We draaien de bospaadjes op. Dat is te doen, maar meer ook niet. Het is droog en extra zwaar. We gaan over de Dommel en dan volgt nog een stukje onverhard pad. Daarna is het voorbij. Vincent heeft liever een ijsje in Liempde bij de supermarkt waar we elk jaar gestopt zijn dan de McDonalds in Best. Gek genoeg lopen de kilometers nu harder af dan op! Nog maar 25. Dat is bijna niks meer. Ik haal drinken in de supermarkt en we vervangen water voor AAdrink. In de snackbar tegenover de supermarkt verkopen ze een extra grote losse Raket. We slingeren de kermis langs en dan gaan we doorfietsen tot opa en oma. Ik schat er nog anderhalf uur over te doen en om 5 uur aan te komen.
We komen langs het punt waar we de eerste keer gestrand waren en rijden dan Best door. Vincents route wijst ons de weg, want aan de ene kant van Best ligt punt 70 en punt 12 ligt 100 bochten verder aan de andere kant van de stad. Ik keur Best af en vind het niet “best”. Dan het fietspad op richting Eindhoven met de kringeltjes in plaats van streepjes. Dat vindt Vincent dan weer niet best. Langs het kanaal en over het kanaal. Er vliegt een vliegtuig laag over. Vorig jaar regende het hier, maar dit jaar zal ons dat niet gebeuren. We fietsen langs het vliegveld en dan zijn we in Eindhoven. Waarom we vorig jaar (nat en moe) aan het einde nog de mist in gingen is duidelijk: er volgt nog een stukje onverhard pad. Deze keer nemen we het gewoon en dan komen we in Meerhoven en bij de McDonalds van Veldhoven aan. Ik wil een rondje over de grote fietsbrug en merk dan pas dat we alleen maar wind mee hebben gehad. We volgen de route trouw en moeten alleen in Zeelst nog omfietsen voor de kermis die daar in de weg staat. Ik ken de weg. En dan fietsen we langs de speeltuin zo de wijk in.
158 kilometer. Het is tien voor 5. We zijn 9 uur en 40 minuten onderweg geweest. We hebben 7 uur en 9 minuten gefietst. Gemiddeld 22 kilometer per uur. Dat is allemaal heel, heel erg netjes en knap. Fijn dat de fietsen zich zo goed gehouden hebben! Fijn dat wij ons zo goed gedragen hebben! En vooral heel knap voor de kleine beentjes.
Ik drink wat AAdrink en wil gaan hardlopen. Natuurlijk. Het is wel warm, maar dit kan ik! Wat zeg ik: het is bloedheet hier in het zuiden met 34 graden. Ik ga toch. Het gaat goed. Heel goed. Niet opjutten. Dat betekent dat ik 5:20 loop. Stop bij de stoplichten en daarna nog harder loop. Bijna moeiteloos. Weer stoplichten en dan nog een stuk park. Ik ga gewoon door. Het is zo raar: wanneer houdt dit op? Waar ligt mijn grens dan? Ik keer om in het park en ik moet naar de WC. Voor de kleine boodschap. Bij het stoplicht wacht ik weer even. En dan ga ik onverhard lopen in de schaduw. Het lijkt niet op te houden, maar in kilometer 4 word ik ook moe en valt de tijd “terug” naar 5:36. Dan is er iemand die meent op te moeten merken vanaf zijn fiets dat het geen weer is voor sportinspanning. Wat een …. Weet hij veel!! Maar ik krijg het wel zwaarder. Die 5 kilometer gaan er komen, maar ik loop nu in de felle zon richting de kerk. Dat wil ik graag. Ik ga echt rustiger. Ik maak vijf kilometer vol binnen 28 minuten. En dan ben ik ook moe.
Tijd voor friet!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 3 augustus 2018: Fietsen naar Veldhoven – vanaf Almere.

Week dertig: de getallen gaan omhoog en verbeteren!

maandag drieëntwintig juli: het jochie is op triatlonkamp en ik ben jaloers. ik ging hardlopen. alleen, in de avond. langs de Oostvaardersplassen en door het bos. ze waren aan het filmen. ik vond het best warm. al viel het in het bos in de schaduw wel mee. ik hoefde maar drie kwartier en dat haalde ik dan ook. het enige nadeel waren de muggen.
dinsdag vierentwintig juli: ik wil zwemmen, net als het jochie op triatlonkamp. mz gaat met me mee voor een groot rondje eiland. ik zou graag de drieduizend meter oversteken. we zetten het op de trainingenapp en als we de wetsuits aanhebben komen jv en w aangelopen om mee te gaan. ik zit er al snel lekker in, het water is warm en ik voel me prima. gewoon niet te snel, de afstand is het belangrijkst vandaag. bij de boeien wachten we op elkaar en dan tegen de zon in. ik blijf het lastig vinden. ik hou w en mz een beetje in de gaten. onder de brug verzamelen we weer en dan moet ik het oranje boeitje wel goed gaan volgen, anders kom ik tussen de zeilschool. ik let goed op en volg de boei, ook al is mijn zicht niet zo best met het beslagen brilletje. ik denk dat het mz is, maar het blijkt de snellere jv te zijn. ik raak hem wel kwijt, want hij zwemt door na de boei. mz heeft het minder gemakkelijk vandaag, maar zwemt met mij mee terug richting de boeien. tempo boeit me niks. helemaal terug naar de grote boeien hoeft ook weer niet, gewoon meer dan drie km. het worden er zesendertighonderd. missie geslaagd, mz bedankt!
woensdag vijfentwintig juli: het jongentje loopt lekker over de heide en dat wil ik ook! ik werk eerst in Zeist en rij om half vier naar huis met renkleren aan. de baas vraagt nog of ik niet heb gehoord dat sporten deze warme dagen niet goed voor je is. ik wil het bos in. parkeer de auto bij soest in de buurt en ga gewoon. intervallen. en als er intervallen staat, doe ik dat. inlopen gaat goed. ik loop op hartslag. laag houden en doen is de leus vandaag. niet de weg kwijtraken en zand en onverhard accepteren. dan maar langzamer. ik kom bij lage Vuursche uit en hou de weg een beetje bij. dan moet ik versnellen net als vorige week negentig, zestig, dertig en vijftien seconden. ik probeer het uit te zoeken op de mulle paden en de hartslag gaat zeker wel omhoog, maar het tempo blijft wat achter. ik moet door de zon over de hei en door het losse zand. de tijd vliegt voorbij. ik loop wel te genieten. dat dit lukt en leuk is. de laatste vijftien seconden ga ik nog even door en dan ga ik uitlopen over landgoed peijnenburg. de route is door een dicht hek versperd en ik loop dan maar terug, zodat ik weet waar ik blijf. het laatste stuk is zwaar en warm, maar ik loop waar ik vaak verlangend naar kijk als ik naar het werk rij. het kaartje werkt en ik vind zonder moeite de warme auto terug. het tempo is traag en nog trager, maar ik heb het gedaan!
vrijdag zeventwintig juli: het is stikheet in Nederland. het jochie gaat fietsen en ik ook. samen met Manuel wil ik de honderd aantikken vandaag. ik moet een lange duurtocht doen. eigenlijk in twee delen en met tempoblokken, maar nu heb ik de kans op één lange rit. omdat het zo warm is vertrekken we vroeg. heel vroeg. heel erg vroeg. om zeven uur al. ingesmeerd en met genoeg bij me gaan we maar. ik heb de routenummertjes die ik volgende week ook met Vincent wil fietsen. verkenningstocht. we hebben een route langs de snelweg naar Eemnes. dan komen we Blaricum door en daarna volgt het schelpenpaadje. eng vind ik het. doodeng. kunnen we deze volgende week vermijden? Manuel zegt al dat er nog meer komt en dat is ook zo. zandpaadjes. onverhard. bos. de schaduw is wel lekker, maar verder is er niets leuks aan. ik vond het echt akelig. ik wil dit volgende week graag vermijden. we komen langs Kivietsdal en elke keer als ik denk dat we klaar zijn met de onverharde ellende begin het weer. niet alleen moordend voor mijn zenuwen, maar ook voor het tempo. tot we in De Bilt zijn, dan kunnen we weer nummertjes volgen en verhard rijden tot het station. de zon begint er nu goed door te komen. we rijden door richting de mcdonalds in Huis ter Heide. daar ken ik het! we doen er ruim twee uur over. tijd voor cola! daarna gaan we de weg die ik naar huis rij fietsen. fijn. bekend. verhard. ik hoeft de nummertjes niet eens te volgen! er is tijd om een beetje te kletsen. na Baarn gaat het helemaal soepel en hebben we wind mee ofzo. laat ik die weg namen als ik met Vincent ga rijden. na Eemnes vind ik het wel zwaarder worden. het is nog steeds een heel eind en ik moet er niet aan denken dat ik nog een halve marathon zou moeten lopen. het begint ook flink heet te worden en de temperaturen komen boven de dertig graden. in plaats van me realiseren dat ik dit kan, pieker ik over hoe dat op een triatlon sneller moet en pas de helft is. het gelletje banaan is wel lekker, maar maakt het niet beter. pas als we we de shell voorbij zijn en we ons realiseren dat we voor de drie cijfers om zullen moeten fietsen, komt het lachen een beetje terug. we fietsen langs de vaart tot de atletiekbaan en zelfs dan moeten we nog een stukje óm de wijk heen! we zitten uiteindelijk zelfs iets boven de honderd. dat heeft een warm ochtendje gekost, maar het is gelukt.
zaterdag achtentwintig juli: het jongetje is weer thuis. na veel sporturen in een roestbruin kleurtje. zwemmen hoeft vanmorgen niet van hem. dan ga ik alleen. ik heb hoofdpijn. de hitte en de drukte en de onrust in het zwembad maken het er niet beter op. ik neem baan 1. nog een beetje rust. we krijgen toch een opdrachtenpapiertje. het gaat niet lekker. ik vind het tempo niet. de slag blijft slordig. de tempoverschillen te groot. ik heb meer zin in kletsen. en wil gewoon veel zwemmen. ik kies van het papiertje. ik zwem netjes in. ook zonder pullboy. en dan bij de zes keer honderd maak ik er samen met mijn heldin JM vier keer vijftig van. genoeg gewapperd met de benen. hoofdpijn blijft hangen. ik doe nog driehonderd met HB en het worden er driehonderdvijftig. ik ben blij als het uur om is.
het koelt lekker af op deze zaterdag. na de kwalificatie en het strijken gaat het kleine triatleetje mee hardlopen. ik moet een negatieve split doen van anderhalf uur. op het einde versnellen als het lekker gaat. eerst met zijn tweetjes het rondje. ik ga lekker, maar Vincent niet zo. ik laat me door hem ophouden, want dan kan ik straks versnellen. hij neemt de korte route, ik een kilometer extra. kan hij uitrusten en ik versnellen. dan samen gezellig langs de eendjes die we een hardloopwedstrijd toedichten. het is alweer zonnig. Vincent neemt de korte route de brug op, ik doe het ommetje. en samen over de Evenaar terug. ik doe soms een klein stukje meer om weer samen te komen. hij ziet uit naar de douche, ik naar water. ik heb mijn telefoon niet bij me. dat loopt raar en ook heerlijk ongedwongen. ik drink wat op precies zeven kilometer in eenenveertig minuten en vierenveertig seconden. op voor hetzelfde rondje in veertig minuten… ik ga meteen mis over de straat in plaats van het park. ik neem lekker mijn eigen tempo en dat ligt een stuk hoger. tussen de twintig en veertig seconden per kilometer. ik doe het vooral op gevoel en het gaat goed. kilometer na kilometer. ik verbaas mezelf, dat ik zo gemakkelijk kan doorversnellen en vraag me af wanneer het op zal houden. niet. het gaat kilometer na kilometer lekker. ik weet wel dat ik nu een blokje extra zal moeten maken. ik zweet. ik zie Vincent in het raam zitten, maar ik ben te snel rond voor de foto. Ik ga maar liefst vier minuten sneller! Was het gemiddelde met zijn tweetjes nog net onder de zes minuten, nu komt het onder de vijfeneenhalve minuut. zo voelt het niet. niet zwaar. ik loop nog uit. nu wil ik de tien mijl ook halen. een rondje extra om de wijk heen en om het huis heen. kunnen ze toch nog een foto maken! ik haal de zestien kilometer niet in anderhalf uur, maar in een uur en tweeëndertig minuten.
zondag negentwintig juli: de bank lokt. blijven hangen is een optie. maar die voelt vermoeiend. ik heb de eerste koppeltraining van dit schema staan. een fietstocht van anderhalf uur met intervallen en daarna twintig minuten hardlopen. het regent als ik vertrek. heerlijk! ik kan de druppels tellen en ze houden aan tot ver op de Oostvaardersdijk. Verkoelende speldenprikjes. een half uurtje infietsen en ik heb lekker wind mee. ik trap door in de bochten! ik zit gewoon lekker op mijn racefiets vandaag. van zadelpijn of spierpijn heb ik nooit last. Nog net op de dijk ga ik de intervallen in: één minuut hard, twee minuten rust. En hard op de rechte dijk met wind mee is ook HARD. tegen de veertig. dat is hard voor mij! op de Knardijk is de wind tegen mij. Toch hou ik de tempoblokken lekker op hoog tempo. Na vijf keer een minuut hard volgt een kwartier rust. Er fietsen mensen voor me en rust of niet, die wil ik toch inhalen! Ik ga langs de Praambult en dan weet ik dat wind tegen nog komt en nog een blok met vijf versnellingen. met steeds meer moeite hou ik het tempo hoog, maar elke keer wordt het ietsje zwaarder… Ik neem de afslag richting Almere en dan is het uur voorbij. ik ga de veertig kilometer halen binnen anderhalf uur, al moet ik daarvoor wel degelijk omrijden over de Trekweg! Kan ik het gemiddelde nog wat opkrikken omdat ik wind mee heb. Ik haal net geen tweenenveertig kilometer in anderhalf uur, net geen achtentwintig gemiddeld. Voor dit meisje dat altijd maar vijfentwintig gemiddeld haalt, is het een enorme vooruitgang naar zesentwintig komma zes. Ik draal wat thuis. App. Drink water. En dan toch maar de  hardloopschoenen aan. Een kwartiertje. Er zit nog een opdracht voor intervallen aan ook, maar die start ik na een paar minuten pas op en dan heb ik de eerste twee minuten snelheid er al op zitten. ik doe ook drie minuten betrekkelijke rust en dan weer twee minuten op snelheid. het lukt me nog best wel eerlijk gezegd. drie minuten rust en dan nog één keer twee minuten aanzetten. de buurvrouw gedag zeggen en daarna weer naar huis. ik haal de drie kilometer wel maar de twintig minuten niet. dat vind ik niet eens meer jammer. mijn gemiddelde ligt op vijf drieëndertig. daar ben ik niet ontevreden over!
En dat was m dan: de (eerste) tropenweek. Niet alleen qua temperatuur heel letterlijk ‘tropen’, maar ook qua training: deze weken moet ik de uren maken. En dat heb ik gedaan! Elf uur en drie kwartier. Lang gezwommen, ver gefietst, hard gelopen op keurige tempo’s.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week dertig: de getallen gaan omhoog en verbeteren!

Week 29 Gewoon netjes het schema volgen Anke!

De trainster geeft aan zich een beetje zorgen te maken over de weg naar Almere. Ik ben te vaak moe (maar dat komt door het werk) en de duuropdrachten komen niet goed uit de verf. Aha! Ik moet een beetje meer mijn best gaan doen, haha. In elk geval ga ik haar schema maar weer eens zo netjes mogelijk volgen. Alleen maandagavond komt er al niet van om naar de fietstraining te gaan (daarom waren we gisteren gegaan), want ik kan een nieuw horloge ophalen in Rotterdam. Of toch niet? De verkoper valt helemaal stil. Geeft geen adres meer. Dus toch maar gewoon naar huis en dan moeten we opschieten voor de training! We scheuren heel hard de stad door en ik kan meteen mee doorfietsen. We gaan een grote ronde fietsen. Ik blijf achteraan rijden bij BIJ. Lekker rustig, lekker kletsen en goed op de bochten letten. Het lukt me maar niet. “Had je al door dat ik niet zo sterk ben in de bochten” vraag ik aan degene achter/naast mij. “Dat had ik door”  was het antwoord met een dikke knipoog. We fietsen langs het Muiderslot. En BIJ en ik moeten wachten voor…. overstekende koeien! Geweldig leuk. Midden in Muiderberg klapt de band van FS. Even een korte pauze waarin held J de band vervangt. Die man is zo lief: houd de achterste in de gaten, zal altijd rekening houden met iedereen. Echt een schattige man! En dan moeten we na de training ook nog naar huis fietsen. Dat gaat iets minder hard. Alsjeblieft trainster: een duurritje van wederom 48 kilometer. Net als gisteren. Maar dan weer 5 minuten sneller.
Dinsdag is zwemavond. 7 Uur mee buitenzwemmen ga ik niet rennen. De zwemloop-training dan van een half uurtje later? Ook lastig. Dus het zwembad dan maar om 9 uur. Is toch de laatste keer voorlopig in Almere Stad Zwembad. En dan wil het zwemmaatje MZ toch wel wat later mee. Yes. Het is de wijziging-van-het-plan week! En zo staan we weer op het Lumierestrand, komt de eerste groep al bijna terug en wil ik graag ver zwemmen. Een ruime ronde om het eiland heen. het gaat minder fijn dan vorige week, maar niet verkeerd. Ik zie de anderen nog langsrennen. We zwemmen naar de boei. En dan door de golven. Dat navigeert al minder prettig. Het is wel weer mooi met de zon en met het water en de rust. Heerlijk. Dan de sloot door. Ik ga aan het rekenen en even voorbij het bruggetje ben ik het spoor bijster en zwem ik spontaan de verkeerde kant op! Zwemmen en rekenen is geen beste combinatie voor mij. Ik ploeter en plons gestaag verder de hoek om. Achter me start een motorbootje en dat geluid irriteert me. Ik zwem door en reken ook nog hoeveel intervallen ik morgen zou moeten doen. Dat rekenen is hopeloos. En het navigeren wil ook niet zo vandaag. Met moeite zwem ik MZ achterna en dan door naar het bruggetje. Ik zwem al met al 3050 meter. Helemaal niet gek. En bijna het meeste ooit. Ik ben nog niet heel moe, maar wel voldaan.
Woensdag. Ik heb de trainster geschreven dat de de zwemtraininge met ingang van de zomervakantie op dinsdag en zaterdag zijn. En zij woont in het midden van het land waar de zomervakantie al begonnen is! Dus er staat op woensdag een looptraining. Intervallen. Ik breng Vincent naar het zwembad. Wordt door iedereen uitgezwaaid en ga zelf lopen. Inlopen gaat heel erg goed. Lekker vlot tempo. En het voelt erg goed. ik moet twee keer 90 seconden, 2 keer 60 seconden, 2 keer 30 seconden en 2 keer 15 seconden versnellen. Op de dijk richting Almere Haven gaat het gebeuren. Ik kan flink doorlopen, maar oversteken is lastig. Het is elke keer net verkeerd getimed en ik loop de oversteekplaats in de 90 en 1 keer 60 seconden voorbij. Tussen de kortere intervallen door wandel ik. Het valt me flink zwaar, maar ik geniet er wel van. Dan weer rustig uitlopen om het Kromslootpark heen. Ik ga iets minder hard dan in het begin, maar na een paar kilometer moet ik toch voort gaan maken. Het rondje is een stuk groter als ik gedacht had en ik heb maar een uurtje. De op-en-neertjes op de dijk had ik niet hoeven doen…. Uiteindelijk loop ik de 10 kilometer in 57 minuten. Leuke training, maar ik moet nog even terug! Ik ben toch mooi op tijd en heb dorst. Netjes het schema gedaan!
Donderdag. Rust. Er staat niks op het schema. Of zal ik… baantraining… heb ik ook al zo vaak gemist…. Maar ik doe het niet. Ik wandel met Rob. Overmorgen heb ik een wedstrijd. Rust is ook trainen.
Vrijdag. Even loslopen. Twintig minuutjes. Dat heb ik lekker gedaan. Rond de wijk. In de warmte. Alleen. Het was lekker. Niet te hard en zo voelde het ook. Het lijkt erop dat de wedstrijd morgen een non-wetsuit is! Dat drukt de pret. En die pret is toch al verminderd omdat vandaag de menstruatie is losgebarsten. Die is morgen –tijdens de wedstrijd dus- op het hoogtepunt. Ik krijg Vincent zo ver om met mij nog een keer te oefenen in het water. Met ieder een eigen boei. We gaan naar het strandje en ontmoeten anderen triatleten die op gewone fietsen een beetje oefenen. Het water is niet koud gelukkig. We zwemmen naar de boei toe. Onderweg stoppen we regelmatig om bij te praten. Het is goed te doen. Voor Vincent ver weg, maar ik ben blij dat het lukt. Als hij zich inzet, ben ik hem zo kwijt! We gaan met de golven mee terug. Bijna een kilometer zwemmen we. In een half uur. Het is mooi en gezellig. Mijn brilletje gedraagt zich vervelend en loopt steeds vol. Beter nu ontdekken dan morgen. Ik test nog even het andere brilletje en dat is beter.
Zaterdag: de Triatlon in Urk krijgt een eigen verslag.
Zondag: uitfietsen staat er. Als de beentjes het kunnen. Nou, geen enkel probleem. Ik ga op de tijdritfiets. Alleen. Het stukje oefenen van de ziekenhuisbrug tot Almere haven. Bochten trainen. Rustig infietsen over het spoorbaanpad. Ik verken de route eerst en haal mensen in. Als het even rustig is, trap ik liggend

haven


door. Tot een beetje bocht, dan kom ik overeind. Bang een tegenligger te raken. Ik doe er ruim 11 minuten over voor ik bij de manege boven sta. Terug dan weer. ik verzamel nu de herinneringen vast die me er straks doorheen helpen: de vader vol tatoeages die met de kinderen besjes plukt, de oude man die zijn vrouw in de rolstoel duwt, de kleine beentjes die naar de stad fietsen. Terug gaat al iets beter. Er is eigenlijk maar 1 afrembocht. Eigenlijk…. in de stad draai ik weer om. Nu proberen iets rustiger te fietsen en dan te schakelen.

de ziekenhuisbrug


Ik ken het al een beetje. “Da’s een rare fiets”, zeggen twee knullen als ik ze inhaal. Best gevaarlijk: ik rij 33 of 34 op een fietspad vol dagjesmensen. Maar het gaat al wat beter! Ik draai weer om en krijg trek. De benen doen het prima, het hoofd ook, maar mijn buik rommelt. Ik blijf het grootste deel van de route op het stuur liggen en vertrouw mijn fiets en de mogelijkheden steeds iets meer. Dit gaat goedkomen. Dit moet in 10 minuten kunnen. Over een paar maanden. ‘s Avonds ga ik met de buurvrouw lopen. Ik hou me in, we kletsen en halen 5 kilometer in 40 minuten. Dat was dan de enige keer dat ik me niet keurig aan het schema heb gehouden deze week. Het werkt beter als ik braaf ben. Voelt beter. Volgende week weer proberen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 29 Gewoon netjes het schema volgen Anke!