”Hé Anke, wat een grote lach! Ben je zo blij dat je in wetsuit mag? Of heb je er zin in?”, vraag GN in het water. “N E E”. Het komt er zo hard uit dat de mannen voor ons grijnzend omkijken en zeggen ‘Die komt wel uit je tenen’. Ik heb geen enkele zin. Geen zenuwen en geen zin. Een saaie neutraalheid.
P. A. N. G
We mogen al! De kwart triatlon van Urk is gestart.
Even terug nog…. de opluchting dat we in wetsuit mogen is groot. Ik ben onbezorgd met KH en haar supporter D meegereden, alles lag op tijd klaar, we waren op tijd, het shirt is al binnen, ingesmeerd en ik had het ideale plekje in de wisselzone: vooraan, de zesde fiets. Ik heb ingezwommen, klets met iedereen en alles is gewoon zorgeloos goed geregeld. Ik heb weer een fijn horloge, waar ik erg blij om ben. Ik heb geen buikpijn, zal wel zien en ben bijna onbezorgd. Dat maakt het wat saai.
Toch is er nog wel iets, wat de heren onder ons maar even moeten overslaan: er is 1 dag in de maand waarop sporten en met name zwemmen een probleem voor mij is. De dag nadat het maandelijkse feestje begonnen is. Ik vreesde voor de halve triatlon, maar mijn lijf heeft deze week al besloten wat uitstelwerk te doen en is daarom wat later gestart – gister. Ik moet het er maar op wagen. Tampon erin en voor de rest is het fijn dat we rode pakjes hebben, haha. Evil Grin
Terug naar het zwemmen. Met een heule hoop mensen tegelijk. In lekker warm water. Ik zwem er tussen. Drukte. De eerste boei is er razendsnel. Dan krijg ik ruimte en ik zwem supergoed. Adem 1 op 4, tel goed en ik geniet enorm! Boei twee gaat prima, ik lig niet eens achteraan. Wat gaaf is dit en wat leuk dat mij dit lukt. Boei 3 is weer druk. Te druk. Ik krijg klappen en wil even weg. Zon tegen. Als ik weer kijk is het rustiger om me heen. De keer daarna dat ik kijk, zwemt de massa wel heel ver rechts van mij. Ik ga verkeerd! Navigatieramp…. ik ga terugzwemmen en dat is lastig. De rust is weg in elk geval. Ik voel me een ei. Een zwemmend ei. Ik ga ook naar de boei en er weer tussen. Ik blijf nu goed opletten. De rust komt niet terug. Ik rond de planken. De haven in. En kijk vaker. Het is verder dan ik dacht. Nog steeds ben ik niet laatste. Eindelijk de trapjes.
Ik pak de eerste. KH is al boven. De trapjes zijn lastig, krap en pijn aan je voeten. Het moeilijkste deel van de triatlon, haha. Wetsuit uit, over de rode loper die bobbelt en lekker naar de wisselzone rennen. Dat zit erop!
Er zijn nog veel fietsen om mij heen, dat verrast me. Ik krijg snel mijn pak uit. Fietsschoenen aan, fietscomputertje aan en weg weer. Toch een te grote versnelling opstaan, maar ik klik snel in en ga. Wa’n fijne fiets toch.
“Je zit er goed bij”, roept mijn favoriete fotografe/aanmoedigster. Ik ga ook nu weer genieten. Voor mij een paar dames om te jagen en de dijk. Even omschakelen, verder aanklikken en snel gaan liggen. Er is weinig wind. Toch is het nog wel even veertig kilometer, niet onderschatten. Ik zie de schapen die geen gras meer hebben. Alleen dorre stengeltjes. Het tellertje staat op 30+ kilometer per uur. Dijkje over en dan ga ik. Inhalen. Ik moet EA inhalen. Maar eerst drie vermaledijde bochten. Ik fiets achter meneer 213, die dacht lek te zijn, maar het was de weg. Net genoeg afstand hou ik. We halen EA in. Na de volgende bocht gaat zij weer. Ik stayer nog een beetje en zo kan ik samen met 213 EA voorgoed achterlaten. Het blijft 30+. We halen een tractor in! Welja. Dan gaat 213 versnellen en ik niet. Ik haal MS in. Ik fiets niet op mijn hardst, gewoon op mijn best. De sportdrank en gel helpen me. Ik zie toeschouwers, vrijwilligers, prakkeseer wat en trap door. Elke 5 kilometer in ongeveer 9 minuten. Ben ik in 5 kwartier klaar. Goeie grap. Op het stuk door de zon -bah- moet ik inhouden voor een vrachtwagen. Welja. De dijk. Lang. Recht. Saai. Ik vind het niet heet. Niemand voor me om te jagen, gewoon fietsen fietsen fietsen.
Dan maar een pleidooi voor de schapen. Wordt het geen tijd die bij te voeren? De arme beesten lopen op kale dijken, geen gras, geen groen, dikke jas in de zon. Heb meelij, kom maar op met de actiegroepen, klaag de provincie aan! Achnee, het is vakantietijd. Nu even niet, niemand heeft tijd voor de arme wolbalen die voor langs kruisen. Dan haal ik de dagjesfietsers op de elektrische fiets in.
En daar komt Urk al. Ga ik redden in 5 kwartier. Ik neem de energygel die naar sterkedrank smaakt. Zal vast goed zijn voor het lopen. Daar zie ik een beetje tegenop, want het is dan vast wel warm. Urk. Druk. Onrustig. KH en GN lopen al. Netjes afstappen. Makkelijke plek in de wisselzone. Fiets weg, helm af, sokken aan. Ik doe maar even iets kalmer in de wissel als vorig jaar. Nu ken ik het. Gel in mijn pakje en off we go, lekker rennen.
Urk door is wat bedrieglijk met de heuvels en drukte. Tempootje pakken en inhouden. Beetje inhalen op de kale dijk (poor sheep) en het hellinkje af. Nu nog oké, maar straks omhoog… het zijn maar tien kilometer. De eerste doe ik in 5:03. Aargh. Snel. Te snel? Het voelt goed, dus we kijken niet meer naar de tijden. Doe maar op gevoel. Bos in. Schaduw en onverhard. Dubbel genieten. De man achter me haakt af. Ik ren lekker door. 5 Kilometer moet toch lukken. Bos uit, post met water (2 slokjes) en sponzen over me heen. Ik zie de snelle mannen alweer. Die knappert groet me! En een vrouw. Ik snij mooi af. Weer een bos in. Ik vind het fijn. Wel ver naar het keerpunt. 5 kilometer in 26 minuten rond.
Primo. Ik zie KH en GN. ‘Volhouden’ en ‘leuk he’ delen we. Ik neem de banaangel. Die is voor lopen wat dik ja. Ik drink weer rennend wat en neem een spons mee. Niet kijken naar de kilmetertijd, blijven rennen tot 8 nu. Ik moet wel afsnijden om de jumbo-boodschappenbus heen. Welja. Het gemotoriseerd verkeer zit me tegen vandaag. Fietspad. Zon. Warm. Zwaar. Hehe, eindelijk uit de comfortzone. Ik haal een man in, trek door en dan begint het te knagen. Ik moet naar de wc. Niet om te plassen zoals vorig jaar, maar om te wisselen. Bij de 8km in 42 minuten denk ik dat ik het nu ook maar uit moet lopen. Hoe lastig ook. Het voelt niet lekker. Ik geniet nog maar een beetje in het laatste stuk bos. Gooi de spons netjes weg. Langs het watervalletje. De dorre dijk weer op. Het doet echt een beetje pijn, voelt drukkend.
Nog Ff. Ik kijk naar mijn totaaltijd. 1:29… dus binnen 1:30 lukt niet meer, een pr wordt het toch. Ik strijd nog even door en finish in 1:32 ofzo. Beetje water, even bijkomen. Ik zie geen wc en heb ook niks reserve.
Maar ik ben tevreden. Tijd verbeterd, gevoel was 50 van de 51 kilometer super en het was leuk. Moet ik vaker doen, geen zin hebben!
Ik voel me beter als ik op de wc ben geweest en een jurk aanheb. De hersteldrank is dan ook op. Warme chocomelk is het geworden in de zon. Uiteindelijk heb ik niet beter gezwommen en nauwelijks beter gelopen.

Wel strak gefietst. Podium zit er niet in: er waren veel betere dames. Maar toch voelt het als een overwinning. De vooruitgang is onmiskenbaar. Wisselen gaat beter. Gevoel is beter. Voeding is op orde. Zenuwen zijn minder. En het is gelukt op een dag als vandaag! Helemaal tevreden. De vermoeidheid laat uren op zich wachten.
Kwart Triatlon Urk
Week 28 Op de kaart
Maandag 9 juli. Ik ging niet meerjakkeren met de fietstraining. Nee, gewoon even rustig aan. Samen met Rob richting het Muiderslot. Lekker over de brug. Lekker met de wind. En gewoon niets hoeven. Alleen proberen om fietsend een bocht door te gaan. Dat is erg lastig voor me, want mijn reflex laat me stoppen met trappen en afremmen. Jakkie, moet ik ook gaan nadenken bij het fietsen…… Brug over, richting het slot en dan verdwalen in Muiderberg. Een pad vol hobbelstenen en de brug weer over. We nemen het spoorbaanpad terug. “Probeer het, om trappend de bocht door te gaan”, roept Rob.
Dinsdag 10 juli Zwempromotie: Heerlijk rustig met niets anders bezig hoeven zijn als slag voor slag jezelf door het water voort verplaatsen. Geen ander geluid dan plonzend water. Goeie watertemperatuur, lekker warm en koud genoeg voor een wetsuit. En dan het uitzicht: vanaf het lage water is alles groen! Met een prachtige ondergaande zon erbij. Geen planten in het water. Lekker tempo. Geen dwingende horloges. En maar tot 3 tellen per slag, waardoor tegen de wind in een prima vol te houden tempo ontstond. Wind mee over het Weerwater heen. Onder het nieuwe bruggetje door. Of…. Zwemdemotivatie: De stinkende, ronkende motorboot. De zon die het zicht belemmert. Een snotneus. Een brilletje dat maar de helft van de tijd onbeslagen is. Zonder horloge geen idee hoe ver we zijn. Geen foto kunnen maken. En dan de golven tegen die het extra zwaar maken als je toch al moe word. Dat je niet kunt navigeren. De voordelen wegen ruimschoots op tegen de nadelen: heerlijk gezwommen! Ik kan het nog.
Woensdag 11 juli. henschotermeergames – de Run Swim Run. Ik racete tegen Vincent. Onder toezien oog van opa en oma/schoonpa en schoonma. Eerst alles klaarzetten in het zand. Stoer! Om 2 over 7 gaan hardlopen. Iedereen stoof weg en Vincent ook. Het was Vincent tegen mij. Spannend! Zou de jongeman al winnen van zijn oude moedertje… Ik haal hem in de eerste kilometer in, maar ik ga hard. Hij ook. En anderen nog harder, maar die doen er voor ons niet toe. Een kilometer in 4,5 minuut: ohyeah – dat kan ik niet! Maar ik moet wel, want ik ben een veel slechtere zwemmer dan hij, dus ik moet een voorsprong opbouwen. In de wisselzone ben ik snel en hij kan me nog net zeggen: het gaat goed, mama.
Hm, is dat niet jammer 😉 Zwemmen. Zonder wetsuit, maar met achtje. Ik maai en maai en maai en zie niks. Brilletje is beslagen. Ik zie geen boei, geen Vincent. Even poetsen en dan weer zwemmen, zwemmen, zwemmen. Het gaat niet heel slecht, maar navigatiegewijs slinger ik wat! Ik haal mensen in. En dan is het alweer voorbij. En wie staat daar naast mij op uit het water?! Verdikkeme! Vincent! Snel het zand in en ik ben zo duizelig als wat. We rennen samen de wisselzone uit. Weer zal ik mijn stinkende uiterste best moeten doen!
Ik haal hem in en hij zegt nog: jij bent sneller mama; maar ik zal dat nog moeten bewijzen. Ik zit er eindelijk een beetje lekker in. Weer gaat het hard. Ik moet wel, ik moet volhouden, anders haalt hij me in! Mijn schoenveter is los, maar tijd om die weg te stoppen heb ik niet. Ik moet doorzetten. Het is heet intussen. Ik kijk soms om en zie hem achter me. 
Zal ik inhouden en samen over de finish gaan? Ik moet eigenlijk wel zorgen dat hij een medaille krijgt… Maar nu moet ik eerst harder dan ik eigenlijk kan. Ik lach nog naar de fotograaf, vertraag iets, kijk om, maar zie hem niet. Dan zelf finishen en net onder de 37 minuten. Ik haal Vincent op die maar 20 seconden achter me zit. Even baalt hij daarvan, maar de bidon en medaille die alleen hij krijgt, maken veel goed. Tjonge, hij komt steeds dichterbij… Kan ik zijn triatlonkamp nog afzeggen 😉


Donderdag 12 juli. Niks. Veel werk. Wandelen. Moe. Tegenvallers. Maar geen sport. Dat is niet meer gebeurd sinds 24 mei!!!!!!!!
Vrijdag 13 juli.
Fietsen. Slecht geslapen. Manuel gaat mee. Stukje van de Challenge route. Wind tegen op de dijk. Genoeg te kletsen. Klein wondertje: Anke blijft trappen in de bocht! Wind mee op de Knardijk. Fijn! En dan belt de klant. Met een groot probleem. Op de hoek Doddaarsweg bel ik terug. Ik regel het allemaal. Verder. Even is het koel. Geen zon vandaag. Kilometers rijgen. Kwebbelen. En soms even niet. Tempo niet al te hoog. Vogelweg. Eindeloos. Dan een LEKKERE gel! Banaan. Nog een wondertje. Bedanktmail van de klant. Ik wil twee uur halen. En 50 kilometer. Trekweg. Wind tegen. Achzo. We halen het allebei: 55 kilometer. En ruim 2 uur.
Hardlopen, of zoals de buurvrouw schrijft: hartlopen. Saampjes. Net voor het diner. Het gaat langzaam aan. Heel langzaam aan. Eigenlijk heel erg langzaam aan. Buurvrouw is moe. We doen 3 keer 8 minuten. En korte wandelpauzes. Buurvrouw zit niet lekker in haar vel. En tegen zoveel niet-lekker kan ik niet op. Hoe langzaam ook. We halen de 3,5 kilometer net. Een mooi afgepast vierkantje gelopen!
Zaterdag 14 juli
Zwemmen. In het kinderuurtje is er een baan vrij. En dat komt goed uit, want ik ben moe en hoeft niet zonodig een zware training. Die verzin ik zelf wel! Ik doe het eerste half uurtje met achtje, in zo min mogelijk slagen. Dan gaat de pullboui aan de kant en doe ik 100m zonder. Dat is altijd even wennen. Daarna 250 meter. Dat is even tellen. En daarna 500 meter. Dat is pas echt tellen! Maar dan ben ik het gewend. Ik spiek nog even bij de anderen in het volgende uur. Die toch echt minder slagen nodig hebben dan ik! Hoe dan-maar wow…
Zondag 15 juli
We wilden naar Mariola fietsen, Vincent en ik. Ik meende me te herinneren dat we dat al eerder hadden gedaan en toen ik het nazocht, bleek dat precies twee jaar geleden te zijn! Mooi ijkpunt om te kijken of er vooruitgang in zit. Nieuwere fietsen, betere conditie, ouder en wijzer: we nemen de wind op de dijk mee deze keer! Dan rijden we andersom als twee jaar geleden. Toen fietsten we daar 2 uur en 20 minuten over. Nu willen we het toch wel binnen 2 uur en een kwartier doen! Eerst de dijk blijkt een verstandige keus. Op de dijk kunnen we lekker hard doortrappen. We halen meer mensen in als er mensen ons inhalen. Wij worden maar door 2 racefietsers ingehaald, dus dat is niet zo verkeerd. Het gaat hartstikke lekker! Het zand valt wel mee bij het strandje, want we slingeren over de parkeerplaats. Ik fiets voorop over de dijk richting Almere Haven. De wachtrij bij de ijsjes is aanzienlijk langer dan vorige keer 🙂 Het is ook wel erg lekker zonnig weer. We hebben wel twee bolletjes verdiend: 1 voor wat we gedaan hebben en 1 voor wat we nog moeten doen. We fietsen verder de dijk over en gaan dan langs de Almeerse Alp. En dan weet zelfs Vincent waar we zijn: bij de nudistencamping! En bij de Shell. We fietsen terug langs de vaart over het vierbruggenpad. Nu hebben we wel een beetje wind tegen en daar hebben de kleine beentjes meer moeite mee. De 50 kilometer gaan we net niet halen.
We rijden over de Trekweg. Het worden 48 kilometer. Net als twee jaar geleden. Alleen nu zijn we net binnen de twee uur klaar. Dat is pas vooruitgang! Lag het gemiddelde twee jaar geleden nog op een keurige 20,6 kilometer per uur, inmiddels zitten we op 24,2 kilometer per uur.
Week 27 – 2 schema's
Hallo Vincent! Je hebt nu je eigen schema. Nu hebben we allebei een trainster! Die van mij woont ergens in Gelderland geloof ik en die van jouw?! 😉 Zullen we hier om de beurt neerzetten hoe het loopt met ons schema? Ik zal beginnen, want mijn schema gaat denk ik niet goed komen deze week! Maar maandag de 2de
juli ging het nog prima. Ik was lekker op tijd thuis, zodat we naar de training konden fietsen. Ik vond dat wel erg lekker en minder haastig en onrustig als met de auto. Ook omdat we wind mee hadden denk ik 😀 Wat vond jij? De training zelf was weer saai voor mij: vierkantjes op de parkeerplaats. Ik heb lekker met BIJ achteraan gefietst. Wij moesten een estafette doen aan het einde: ik vind dat zó niet leuk! Vind ik sneu voor de rest van mijn groepje. Ik heb zo hard mogelijk gefietst en werd maar door 2 supersnelle kerels ingehaald en dan nog niet eens heel veel. Wij waren niet de laatsten. En toen weer lekker kalmpjes aan naar huis fietsen. Werd het lekker laat voor jouw! Wat hebben jullie gedaan in de training? Succes van mama
Hoi mama. ik vond het ver fietsen naar de fietstraining en toen had ik mijn horloge niet aangezet bij de training. wij doen ook
wedstrijdjes. maar ik ging langzaam door de bocht nu waar ik vorige keer nog gevallen was. je weet dat ik op de foto’s mag he als ik mee moet bloggen.
(dinsdag 3 juli) Hoi Vincent. Weet je nog dat we dinsdag samen thuis waren? Ik dacht echt dat ik maar een rustdag zou nemen en toen kwam papa een beetje op tijd thuis en ging ik opeens toch zwemmen. Het was best zwaar. Omdat ik niet zoveel zin had. Heb jij dat ook wel eens? Uiteindelijk ging ik wel weg met een heel leuk gesprekje en een grote glimlach. Stond er nog iets op jouw programma vandaag? Groetjes Mama
hoi mama. ik ging lopen. meteen toen ik thuis kwam van de bso. ik moest zelf de route verzinnen. toen ging ik langs de ferrari natuurlijk!!!!!!!!!!! en ik moest rondjes om het huis lopen, want ik moest 15 minuten lopen en dat doe ik precies. en niet zo hard want het was warm ook hoewel ik hard wilde beginnen oeps!
(woensdag 4 juli) Hoi Vincent! Ik stond voor de kast toen jij aan het buitenspelen was om renspullen aan te doen, maar ik had zó geen zin! Toen besloot ik dat het beter was om een keer over te slaan. We hebben vanavond ook al de Funtriatlon. En ik sport al een flink aantal dagen achter elkaar. Je moet er maar geen voorbeeld aan nemen, maar ik heb de training overgeslagen omdat het echt beter was voor mij deze keer. Dan is mijn schema naar de filistijnen voor deze week. Jammer dan.
mijn schema is goed hoor. ik doe ook niet alles want dan heb ik geen zin in.
En dan de Funtriatlon he?! Zullen we die samen opschrijven? Mijn deel: Ik vond het weer spannend van tevoren! Ik vond het water wel lekker en had zin in
zwemmen, maar voelde me verder niet zo goed voorbereid. Ik vond het wel leuk om met jouw te starten. Nou mama, ik vond het ook leuk om met jouw te starten en je kunt niet zwemmen. Het zwemmen viel mij inderdaad tegen, ik kwam niet in mijn slag en kwam mensen tegen. Ik vond 50 m een hele hoop!
Je moest toch 4 keer 50 doen? Ik vond het lekker gemakkelijk. En de wisselzone vond ik een heel eind weg liggen. Toen ik daar inkwam, zag ik jouw op de fiets stappen en toen raakte ik gefocust op het rode TVApakje…. Ik moest je in gaan halen! Ik wist niet dat je zo dicht achter mij aan zat. Ik ging heel goed fietsen want dat kan ik beter dan jouw. Voor ik op de fiets stapte, kwam PE (de moeder van B) me al voorbij en toen werd ik echt een beetje pissig. Ik haalde haar al snel in en toen op jacht naar jouw! Ik vergat bijna te remmen in de bocht; zoveel haast had ik! ging je echt hard de bocht door? daar geloof ik niks van, want jij bent een echte schijtert in de bocht. Ik ging ook heel hard.Maar ik kwam de eersten alweer tegen. Ik zag je en riep nog: ik ga je inhalen! ik verstond er niks van. Maar toen
moest ik de haarspeldbocht nog nemen. Ik scheurde de andere jongens voorbij en ging echt wel hard op dat kleine stukje. Ik zag jouw voor me de wisselzone weer ingaan en toen wist ik dat ik je kon hebben bij het wisselen, omdat jij ook van schoenen moest ruilen. Anders was het me niet gelukt. je had het expres gedaan dat je mijn pedalen niet had gewisseld!!!!!! Ik kreeg mijn schoenen niet aan en ik werd er best boos van want ik zag jou al wegrennen. En al die mensen mij maar aanmoedigen. En toen nam iedereen het over. Ik zag verder niks of niemand en ik hoorde ze wel schreeuwen: kom op Vincent, haal je moeder in; maar ik was niet van plan me te laten inhalen. En toen moesten we onverhard lopen met mul zand en boomwortels. het was superheet en het zand blijft dan vreselijk plakken. ik vond het niet leuk en was helemaal kapot. ik zei tegen F dat hij jouw moest inhalen toen hij mij inhaalde. Gelukkig kan ik dat, onverhard lopen, maar ik moest wel echt hard en mijn ademhaling was heel hard!
Maar ik dacht: ik moet Vincent voorblijven!! En dan keek ik even om en zag ik het rode pakje al aankomen. Dus ik kon niet uitrusten. Ik was de weg een beetje kwijt, had jij dat ook?
nee, ik was de hele tijd dat ik wist waar het zwembad lag. Toen we weer bij de wisselzone aankwamen wist ik echt niet welke kant op! oen, terug naar het zwembad, dat hadden ze gezegd. Ik moest toch echt minder hard want ik was helemaal op. En net na de wisselzone kwam F me voorbij met zijn rode pakje! Ik wist niet hoe ver jij er achter zat en moest nog even doorzetten. Ik had dorst. En toen was ik net iets eerder. Het scheelde minder als je dacht hoor, want ik ben dan heel snel weer bij en bij jouw om je te troosten. ik vond het helemaal niet leuk dat jij sneller was, want ik had echt mijn best gedaan. Niks om over te huilen, want het moment dat jij mij bij de finish staat op te wachten is erg dichtbij! Wat kun jij zwemmen zeg. ik kan nog niet zo hard lopen als jij.
(donderdag 5 juli) Hai, jij wilde wel naar de baantraining toch? Nou, ik wilde wel hardlopen, maar niet vrolijk kletsend met de langzame vriendinnetjes mee en ook niet te snel, want dan zou ik nogal over mijn grens heen kunnen gaan. Ik was boos door het werk en toen bedacht ik op het laatst dat ik maar tijdens jouw training zelf ging rennen. Had niemand last van mijn gemopper en ik had last van niemands geklets. Kwam ik ze toch bijna weer tegen! Ik was zo boos dat ik best hard ging… En toen was elke keer mijn pad afgesloten. Dus ik bleef maar mopperig voor 5 kilometer lang. Uiteindelijk moest ik je weer om kwart voor 8 ophalen voor de oudergesprekken. Hadden jullie een leuke training gehad?
hoi mama, ik vind het stom dat je dan moe bent en geen zin hebt en dat je dan toch gaat lopen. Jij hebt nooit zin!!!!!! Ik vond de training niet erg leuk, want we deden stomme spelletjes en ik was moe van gister en van de gym. gym was wel leuk want we deden tien tellen in de rimboe en ik was het beste verstopt.
(vrijdag 6 juli) Hi, jouw rustdag. Ik moest fietsen en eigenlijk ook 3 uur, maar ‘s morgens had ik een andere afspraak en dat was maar goed ook! Kon ik jouw op tijd ophalen. Ik ben ‘s middags gaan fietsen, maar ik had erg weinig energie. Moest die arme Manuel een beetje langs mij op fietsen. Na anderhalf uur was ik het wel zat. Heb jij dat al eens gehad, dat je gewoon niet vooruit kwam? Gaat alles goed met je schema? Vind je het wel leuk?
ja mama ik kom ook wel eens niet vooruit. ik vind het schema moeilijk want ik weet niet waar ik wat op moet schrijven en dan doe jij het ook en verpest je het weer.
(zaterdag 7 juli) Vincent! Terwijl jij aan het aikidoën was, moest ik kanoën met de collega’s. Ik was blij dat ik een kano alleen had, al bleef ik in het begin wel achterop. Dat lost zich wel op, want mijn conditie laat me toe heel lang kalm aan te peddelen en de rest begint te snel. Op de weg terug was ik nog prima in staat door te peddelen. Het was erg mooi, maar wel best zwaar voor je armen. Vond ik tenminste. Hoe ging jouw aikido? En je zwemtraining? Ik zag je mooi van de grote jongens van 15 jaar winnen!
Mama. Aikido was leuk. we zijn klaar voor het examen. en het zwemmen was ook leuk. ik ging gewoon heel goed en iedereen was verbaasd dat ik de jongens 3 keer voor kon blijven. die zwemmen echt snel, maar ik zwem sneller. ik vond het niet leuk dat ik de training niet mocht geven en dat had je beloofd. je bent een watje dat je niet zonder pullboy kan zwemmen.
Mijn training begon niet zo best, dat weet je. Je was blijkbaar boos op mij omdat er toch een trainer was en toen wilde je mijn zwemtraining verpesten. Dat lukte ook wel hoor! Ik heb niet meer echt rustig gezwommen. Ik merkte wel dat hoe minder hard ik hoeft te gaan, hoe harder ik eigenlijk ga. Ik heb veel zonder achtje gezwommen. Dan wen ik daar ook aan.
(zondag 8 juli) Die is voor mij, want jij wist niet dat je best alleen mag fietsen als papa niet meegaat. Leerpuntje voor de volgende keer! Ik moest de divisiewedstrijd doen in Utrecht. Je weet wel: “divisiewedstrijden ga ik echt nooooooooit doen”, dat zei ik altijd. ik dacht eerst dat je gek geworden was! Maar vandaag mocht ik gewoon alleen meedoen en hoefde het groepje niet op mij te wachten. Ik mocht gewoon laatste worden van de 4 meiden. Het was hartstikke heet
en ik moest zonder wetsuit. Vreselijk. Vond ik het toch weer superspannend! En dan moeten we best lang in het water liggen, wat gelukkig niet zo koud is. Ik starte een beetje achteraan en had meteen het idee dat iedereen wegstoof, behalve ikke…. Ik hield de hele tijd in gedachten wat onze teamcaptain me op het hart had gedrukt: gewoon voor de lol! Ik kwam best in mijn slag en het water was lekker en ik genoot van het zonnetje. Ik kwam wat dichterbij, maar na de tweede boei verloor ik de aansluiting weer. Ik moest een keer inhouden om mijn brilletje leeg te maken en ik werd een keer omver gezwommen door iemand met een afwijking. Verder lette ik op mijn techniek. “gewoon-voor-de-lol”. We moesten super lastig de kant op klauteren. En toen miste ik alsnog de fiets, stonden er 2 meiden om mij de weg te wijzen en nog liep ik te ver! Er waren al heel veel fietsen weg. Ik ging niet overhaasten. “gewoon-voor-de-lol” En toen fietsen, werd ik eerst nog even ingehaald op het bochtige aanrij-stukje, eenmaal in de polder ging het goed. Het duurde even voor ik me vastgeklikt kreeg en toen fietste er bijna niemand voor mij. Ga ik harder dan dertig, is er alleen 1 iemand in de hele verte om in te halen! Het was wel mooi en supergoed geregeld: het fietspad was afgezet voor de wedstrijd. ik keek lekker om me heen. Zag eendjes oversteken, haalde iemand in, zag mensen een Raketje eten op hun erfje, heb 1 keer de motor van de NTB gezien en voor jouw heb ik auto’s gekeken. En langsrazende ziekenwagens die vast vooraan de file moesten zijn. Ik werd aangemoedigd door de ouders van een ander meisje van mijn team, noemen ze me ‘Anneke’…. Grrrr. In de tweede ronde ging ik een wielrenner op de weg inhalen, die deed niet mee met de wedstrijd, maar ja, je moet iets als er niemand anders is om in te halen! Ik had er opeens tempo in (tussen de 35 en 37) en ik zag nog een stuk of 4 meiden voor me fietsen die ik maar ging inhalen toen. Schuif ik toch mooi op. Ik nam nog een gel en de berry is zelfs een beetje lekker. Ik stapte mooi voor de balk af en deed best wel kalm in de wisselzone, maar ik deed geen sokken aan. En toen hardlopen. Ik zag er een beetje tegenop, want het was wel warm. Maar ik kreeg er meteen een lekker tempo in en begon in te halen. De een na de ander. Het verbaasde me, want ik had geen horloge en geen idee hoe hard ik ging. Ik zag de anderen op het keerpunt en ze zaten maar weinig voor me. We gingen een park in en overal was best veel schaduw. Ik groette nog een meneer die de tuin deed. In het park was een schelpenpad en met een hoop water over me heen haalde ik mijn eerste teamgenoot in. En ik liep maar door. Ik zag wel de kilometerbordjes, maar ik had geen idee hoe hard ik ging. Heel lastig. En toch ook weer niet, want ik lette gewoon op hoe het voelde en het ging nog goed: mijn voeten, mijn benen, mijn hart en mijn ademhaling gingen gewoon door. Ik haalde er nog 1 van ons team in. En nog een hoop andere dames ook. Ik kwam als tweede over de finish van ons team.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Wel verhit, maar iemand had een emmer water en gooide wat over je heen om af te koelen en dat was fijn! Ik had geen idee hoe hard ik gelopen had en daar was ik nieuwsgierig naar. Ik vond het best leuk, maar ik moet er niet aan denken dat ze op mij moeten wachten met zwemmen, want dan ben ik niet zo snel! Het duurde een tijdje, maar ik was blij dat ik 5 kilometer binnen 25 minuten had gelopen en dat ik niet laatste was geworden. Was een leuke training.
Week 26: De details
Maandag 25 juni 19:35 ??♀️ “Dit is je eerste keer hier he?”??♀️ “Ja. Dus jullie doen dit de brug op fietsen in de zware versnelling vaker?” “Ja hoor, soms rondjes over het industrieterrein.” ? “Ik ga wel voor mijn werk op de fiets naar Huizen, maar meestal niet in dit tempo.” ? “Nee, in de zomer zijn we met 1 hele grote groep volwassenen en de snelheden liggen nogal uit elkaar. ? Maar jij gaat mooi niet mijn plekje achteraan inpikken hoor! Ik fiets gewoon met je mee, want dat is wel zo gezellig.☺” [denk erbij: hoeft ik me lekker uit te sloven?]
Dinsdag 26 juni 21:12 ???”Anke, breed uitsteken” ??♀️”Ja, nog breder?!” “ja!” 21:52 ???”Anke, hoeveel slagen heb je nodig om aan de overkant te komen?” {anke telt een baan} “Negenentwintig” “Negenentwintig??? ? Dat is echt veel te veel!!! ? Daar moeten er minstens 4 vanaf. Rustig zwemmen.” [?maar HOE moet ik dan 50 meter binnen een minuut zwemmen?] {anke zwemt met 24 slagen naar de overkant} 21:57 ?[anke timet, zwemt heel rustig in 23 slagen naar de overkant, op kracht] 21:57;55 klaar ? ? ?
Woensdag 27 juni 17:20 ???”Voor baan 5: 150 meter steigerun, gewone borstcrawl, geen rare dingen meer, normale borstcrawl.” ??♂️”Daarmee geef je het toe! Wat we hiervoor gedaan hebben met die armen in de lucht ??♀️ en terughalen was niet gewoon en best wel abnormaal ??♀️!!” ???”Nou ging best goed toch?!” “Ja, voor jouw als trainster misschien als je staat te kijken, maar hier in het water voelde het best gek en doet het echt spierpijn!?” “Daarna mogen jullie uitzwemmen”?
21:44 ??♀️“mijn schoenveter is los” ? “Over een minuut mag je ‘m strikken. ??♀️Vind je het erg als ik even vooruit stuif” “Nee hoor, ik strik ‘m meteen wel.” ? 21:58 “Zullen we volgende keer eens proberen om de laatste minuten net zo hard te lopen als de eerste…” ? ?….. “Nee, we doen het anders: ? de eerste net zo rustig als de laatste!” ???♀️??♀️
Donderdag 28 juni 19:42 ??♀️“Waarom hebben we zoveel rust?” “???Nee, je hebt eigenlijk nog te weinig rust! ?? Bij een interval zou je 75% moeten rusten.”?? “Hm. ? 1 minuut rust en 1:56 lopen is dus maar 50%.. ? en mijn minuut duurt al langer als die van de snelleren?!” “??? Jij zit toch ook al aan de 8ste keer 400?” “?? Ja! Nog maar 2!” ??♀️ Gaat me lukken in dit tempo ??, deze hitte ?met deze sportdrank.?
vrijdag 29 juni 10:03 ??♀️“Manuel, we kunnen ook 3 keer de tien minuten versnelling doen.” ?“Hè, ? er stond toch vier keer op het schema?!”? “Maar dadelijk hebben we wind tegen.?” “?Ja, en?!”
“Asjeblief, laat me in de waan dat 3 keer genoeg is! ? Je hebt vorige week toch ook 16 kilometer meegelopen waarbij we elke keer zouden vertragen!?” “Oow ja, zo…” ?. 10:43 “??♀️ Maar Manuel, hier fiets je ook met de Challenge en dan kom je van de Doddaarsweg, waarom nemen we die niet?”? ??♂️“Omdat het katedralenbos ? de wind ?breekt en de open polder niet.” ? “? En nu gaan we door het bos over het kronkelfietspad?” “? Néé, Anke, ík deed de route, jij de opdracht, weet je nog.?” 11:02 “??♀️Weet je wat het is, ik doe wel recalcitrant ?, maar uiteindelijk doe ik precies wat er staat ? en netjes volgens jouw route hè?, meneer van kaart.” “??♂️ Ja, je bent pseudo-recalcitrant. ? Braaf recalcitrant. ?” “En moe nu. ?Waarom wilde ik ook alweer 75 kilometer….?” zucht?

21:25 ??♀️ “Vandaag is het wel slakkentempo hè” ??? ?♀️“Uhm?… zal ik eerlijk zijn?… ja! ? Vind ik dat erg? ?? Nee!” ? {oké, ?misschien een beetje, ? maar dan alleen omdat langzaam lopen op 7 minuten plus op de kilometer ?ook niet gemakkelijk is ?} ☀
zaterdag 30 juni 9:53 ??☀☀ ??♀️“Wat zou hij ????♂️ gedacht ?♀️ hebben toen ie vanmorgen naar buiten keek:? dit is echt weer voor hardlopen in een lange broek??” ??♀️????? “Tegen het verbranden misschien” ? ☀??28 graden. ? Volle zon. ? ???♀️ “Misschien heeft hij antibiotica??” “Ja, bij mij ligt het daaraan dat het niet lekker loopt,??♀️ sorry Ank ?, effe….” ? “geen énkel probleem!” {het is toch te warm} ???✴ Onze beentjes ? hebben ook geen beste dag??♀️??♀️??♀️, maar lopen toch 12kilometer vól ? ?
16:03 ??”Wil jij ook? Er is zo een doelgroepenbaan ? vrij” ? ??♀️ “Ja, best, dat scheelt toch zomaar een uur ⏱ wachten!” 16:14 ??♂️”Aha, jij hebt een oude training, wat slim om die te fotograferen ?” “??♀️Het is wel voor baan 3 en 4, dus iets teveel voor mij ?” “Ahjoh, gewoon doen! ??” “10 keer 50 met paddels ??” “doe ik dat ook ????” {mooi, hoeft ik niet te tellen} ? 15:40 “??♀️ 500 duurtempo. Ik sta te bedenken hoe ik dat moet uittellen ?” “??♂️ Doe ik ook en dan is het mij wel goed” {mooi, hoeft ik niet te tellen!} ?
Zondag 1 juli 14:06 ??”Wie gaat er mee fietsen? Vincent?” ??♂️”Ja, dat is goed voor je!” “?? Voor jouw ook! Ga jij ook mee?” “??♂️ Nee, ik kan jullie niet bijhouden” “? Ahh, papa, we gaan maar een half uurtje” “?? Dan fietsen wij wel langzamer {duh} ?” 14:44 “???♂️ Mama, ik zet mijn fiets weg en dan doe ik mijn hardloopschoenen aan ? en dan ga ik nog een stukje lopen.” “??♀️??♀️ Moet ik mee?! Nee toch he?”??♀️ ” ??♂️ Nee, ik ga alleen??♂️” ?? {en dat is maar goed ook, want ik kan je bijna niet meer bijhouden ?}
17:58 “??♀️ Joh, ik kwebbel gewoon zolang door dat je straks helemaal genoeg van me hebt. Dan kun je lekker naar de vogels luisteren als je alleen loopt.” ….??????…… ??♀️ “Heb je ze gehoord, de vogels? Goed, dan kwebbel ik nu weer door en dan zijn de 6 minuten zo voorbij. ⏱ Het is best lekker hier in de schaduw met een beetje wind. Het valt amper meer op dat het nog steeds 25 graden is.☺️ “?♀️ {ploeter} ? {doe-me-best} ? {en dadelijk nog zeven lange minuten!}
? De details: Ruim elf en een half uur!!!!! Genoeg gezwommen. ??♀️ Teveel gefietst ??♀️, maar dat komt ervan als je op de rustdag voor de lol gaat. Teveel gelopen ??♀️, maar…. niet bepaald op de beoogde snelheden!?
In de maand juni: 193,2 kilometer gelopen en 593,3 kilometer in totaal gemaakt.? iets met 6,8 ?
Week 25 Gewoontjes…..
Maandag mocht ik uitfietsen. Heerlijk: geen training, niet achteraan fietsen, even lekker rustig aan! Dat komt goed uit, want ik ben ‘s middags voor het werk in Den Haag en mijn ouders brengen Vincent terug van een logeerpartijtje- dus gehaast hoeft lekker even niet. Ik strik Manuel en we maken gebruik van de lange avond. Ik voel me helemaal prima: geen spierpijn, niet echt vermoeid en tempo zit er redelijk in voor het feit dat dat niet hoeft. We maken een mooie foto met de zon.
Op dinsdag ga ik zwemmen in het zwembad. We hebben trainer JvdK. Hij zegt me niet alleen breder uit te steken, maar laat me ook zwemmen met een plankje om te laten zien hoevéél breder dan. Ik oefen slag na slag, dat is het belangrijkste. En in dit uurtje leer ik niet alleen dat ik dan nog steeds genoeg ruimte in de baan heb, maar dat ik dan mijn arm niet naar binnen moet trekken onder water. J vertelt me na de les nogmaals heel duidelijk de theorie: “ga maar eens met je armen wijd voor de spiegel staan, dan is het nog steeds niet heel breed”. Als je deze beweging aanleert als je jong bent, is het heel gewoon; maar ik moet er echt op studeren. En eindeloos herhalen tot ik en mijn armen niet beter meer weten.
Woensdag ga ik weer verder oefenen in het zwembad. Grappig: als je een ander aandachtspunt hebt als de rest, zwem je ook andere tempo’s. We moesten zonder achtje. Dat is een hele opgave voor mij en dan moet ik wel enorm op mijn armslag letten om nog een beetje bij te blijven. Mijn benen doen meestal niets of niet veel. Uiteindelijk laat ik baantje na baantje het achtje achter en daar ben ik stiekem best trots op 🙂 Het went namelijk wel snel!
Donderdag. Ik dieet weer wat. Niet zozeer om af te vallen, maar om de hele voeding weer op orde te brengen. Even weinig eten, maar wel gewoon een gezonde avondmaaltijd en vrijwel niets meer snoepen. Ik weet nog niet zeker of het sporten erbij blijft lukken, maar de eetgoeriste verzekert me van wel. Dan sta ik op de baan en krijgen we een sprint-training. Niet favoriet bij mij, ook zonder mijn supersjachereinige bui en salade vooraf niet iets waar ik naar uitkijk. 200 Meter sprinten kan ik niet zo snel. Tot 150 meter blijkt me goed af te gaan, maar daarna… dan trekken mijn beentjes het niet meer. So be it. Ik doe het wel, doe mijn best, probeer het. Ik kalmeer mijn sjacherein en kom een stuk minder gestresst de baan af als dat ik erop stapte. Ondanks de sprints. Voordeel: je leert alle streepjes op de baan vanaf de 200 meter kennen! Wist je dat er elke 100 meter een aanduiding staat? Ik nu wel!
Vrijdag. Vincents dag. Vincents triatlon in Zeewolde. Op herhaling van vorig jaar. De keuze tussen triatlon of schoolreis werd snel dit! We bereiden alles goed voor: houden rekening met het weer, met de (enige) tegenstander, spreken de tactieken door en zetten alles goed in de wisselzone. Zwemmen in wetsuit gaat erg sterk: als derde komt hij het water uit. Fietsen gaat buiten mijn zicht, maar hij gaat erg hard. Zijn tegenstander is een loopwonder, dus hij moet een flinke voorsprong hebben. Hij wisselt soepel naar lopen en ligt eerste. Zenuwslopend vind ik het, wachten wie het eerst voorbij komt.
Ik loop met hem mee, spoor hem aan- want zijn opponent komt er aan gesneld. Hij sprint, ze sprinten samen, ik schreeuw nog en OP de finish is hij een halve voet later. Meer is het niet. Hij heeft laten zien wat hij waard is. Trots gaat hij met de zilveren beker naar huis. Ik ga les 14 van Evy met de buurvrouw doen. Na een half uurtje ben ik opnieuw trots: ze heeft haar eerste volle kilometer gerend! 7 minuten achter elkaar moesten we en daarin liepen we een kilometer. Ik kletsend, zij hijgend: maar wel gedaan! Grappig: ben ik twee keer apetrots geweest op de prestatie van een ander (waar ik een beetje aan bijgedragen heb).
Zaterdag. Samen met Manuel ga ik een stuk hardlopen. Vincent bij de aikido, rugzakje mee, nieuwe gel mee. Doeltempo 5:50. We gaan iets harder en in het begin valt het nog wat tegen, maar na een kilometer of 3 zitten we erin en gaat het weer
min of meer vanzelf. En dan denk ik: de eerste 5 km moet toch binnen een half uurtje lukken zo! Op de dijk tussen de A6 en Almere Haven gaan we naar rechts richting de A6. Na 5 kilometer denk ik bij mezelf: we gaan gewoon door op dit tempo tot 8 kilometer. We kletsen, klagen, roddelen, mopperen, overleggen, praten. En dat gewoon bij een tempootje van zomaar 5:40. We gaan door het Kromslootpark en toen hadden we wind mee. Op 8 kilometer denk ik dan: hoezo rustiger, gewoon door tot 10 kilometer met dit tempo! We beloofden elkaar dat we op tien kilometer even zouden stoppen en toen zat er nog wat tempo in. Maar we zijn wel echt gestopt (nadat het loopgroepje voorbij was). Toen nam ik de nieuwe gel, een ander merk. Beter vloeibaar. En weer door! Tot het Oor. Tempo mocht omlaag, maar dat gebeurde van geen kant. Gel goedgekeurd 😀 Langs het Weerwater (en even zoeken daar natuurlijk) dacht ik even dat de gel toch niet goed viel, maar het was heel snel weer goed en het tempo bleef gewoon strak rond de 5:40 liggen. We zouden ECHTECHTECHT na 15 kilometer vertragen. Ik wilde naar de pier en dat lukte ook, maar toen mochten we hobbelen. Een tempo van 6:30 voelt dan zo saai! Uiteindelijk maakten we 16 kilometer vol in net iets meer dan anderhalf uur. Moe? Een beetje. Maar niet kapot ofzo.
‘s Middags nog gaan zwemmen. Geen zin, niet echt de beste dag daarvoor, dus ik ga in baan 1. Ik doe hetzelfde als in baan 2, maar dan zonder de heren van baan 1 dwars te zitten. En soms een baantje extra. Bij elke slag denk ik na: breed insteken, gehoekt doorhalen, trek-duw-duwdoor, hoog overhalen, recht insteken, breed insteken etc. En soms met achtje en soms zonder. Dat zonder valt me mee. Ik ga er op tijd uit, maar zwem toch ruim 2000m in 55 minuten.
Zondag. Ik heb nog wat fietsen in te halen. Samen met Vincent ga ik het rondje Oostvaardersplassen nog maar eens doen. Met de belofte voor een ijsje. Ik heb niet zoveel zin, het voelt een beetje zwaar aan vandaag. Ik ben wel netjes afgevallen, maar heb ook zin om op de bank te liggen. Toch hou ik met liefde Vincent uit de wind. Dan ligt het tempo iets hoger dan wanneer we naast elkaar fietsen en kletsen. Al snel zijn we bij het ijsje.
Wetend dat het zware deel nog voor ons ligt: wind tegen op de Knardijk en de lange Oostvaardersdijk. Rob fietst nog niet met ons mee, die is bang dat hij dat niet redt. De Knardijk is inderdaad wat lang met wind tegen en de dijk gaat best goed als ik aan de binnenkant fiets om de wind te breken die vanaf het Markermeer komt. Halverwege wacht Rob ons op en fietsen we met zijn drieën terug naar Almere Buiten. Rob fietst prima voor ons uit en gaat zelfs extra hard als ik gezellig bij Vincent blijf. We maken de ronde compleet door naar de Evenaar door te trappen en dan ga ik even voluit. We fietsen 35 kilometer, Rob maar tien minder en de gemiddeldes zijn aardig gelijk. Voor de volgende keer……
Ik ga ook nog met de buurvrouw rennen. We doen 2, 4, 5, 6 en 7 minuten met ‘maar’ 2 minuten wandelpauze. Het valt buurvrouw iets zwaarder vandaag. Ik klets maar door. We lopen best hard, maar de 7 minuten echt niet meer. Toch halen we dan de kilometer en de 5 kilometer halen we vandaag ook weer, maar dan 2 minuten sneller. De week zit er weer op: tien uur gesport.
De OD in Zandvoort die een Run-Bike-Run werd
Redelijk rustig inpakken, al verliep het chaotisch. 2 Boterhammen met stroop, dat is het vandaag. Een bidon alvast leegdrinken. Toch maar de tijdritfiets mee. Zoeken naar de vaseline (in Vincents tas, hoezo???). Schoenveters wijzigen van de Brooks. Zonnebrand. Wanneer zal ik de sokken aandoen? Ik ga geen tien kilometer meer lopen zonder sokken, en ik denk dat ik ze op de fiets al aandoe. Half Elf: Fiets in de auto leggen, wat kan nu Vincent er niet is en naar Zandvoort rijden. Was ik de eerste ofzo? De transitieruimte was leeg! Als ik de zee zie, krijg ik het toch wel erg benauwd opeens. Hoge golven joh!
Zodra we naar de paddock lopen voor het startnummer, gonst het al: geen zwemmen. Te gevaarlijk. Ik voel teleurstelling en opluchting tegelijk. Maar leg me
er meteen bij neer, berusting overheerst. Startnummer halen en dan hoor ik dat het een run bike run wordt. Daarom was de transitieruimte leeg dus. Sokkenprobleem instant opgelost! De nieuwe transitie is op het paddock. Fiets halen en klaarmaken. SG komt om me aan te moedigen en op weg te helpen. Ze was er gister ook, zou vandaag vrijwilliger zijn en haar pa woont in Zandvoort. Waar we moeten starten, hoe ver de eerste run is en hoe en hoe laat we starten blijft raadselachtig. Ik hang mijn fiets op, gele fietsjasje erbij. Het waait koud, dus ik kan het aandoen. Fietsschoenen neerzetten, loopschoenen mee, nummer mee; het is even net anders en net even nadenken dus. Inmiddels weten SG en Rob waar de start is en lopen we daarheen. We passeren de auto en ik laat de spullen achter en doe de sokken aan. Ik vind het best eng en onoverzichtelijk. We komen bij de eerste briefing binnen en de stroming en golven en dat het eb is, zwemmen kan niet. Omdat ik moet plassen, krijg ik het kaartje niet goed in mijn hoofd. Plassen is een ding, want je moet eigenlijk betalen. Ik drentel. We starten om half 2.
Ik plas, luister nog een keer naar de briefing, weet niet hoever ik nu ga fietsen en ben bang de tel kwijt te raken bij 9 rondes. Ik neem een gel en krijg die kokhalzend weg. Dan adem ik jachtig en ik vind het zo goor. We starten boven. Spannend! En gaan!!
Ik lijk niet snel te lopen en achteraan. Het voelt voor geen meter. Over de boulevard. Ik heb wel tempo, maar de andere vrouwen zijn veel sneller! Velen zo lijkt het. We lopen het circuit op
en draaien naar het tunneltje en dan het hele lange rechte stuk langs de finish op en door de Tarzanbocht. Er loopt een man mee, ik zie SG, ik loop behoorlijk hard en dat voel ik. Ik moet echt opstarten en na 2 kilometer kom ik erin. Het blijken er drie te zijn. We lopen een stukje over het circuit en ik heb het idee nog een bocht langer te moeten, maar dan zijn we er al. Voor mijn gevoel na 3 kilometer dus. Oké….
Fiets snel vinden door het gele jasje. Schoenen uit, schoenen aan, fiets pakken. Netjes gelapt. Opstappen is lastig, en dan staat de fiets in de hoogste versnelling. Foutje… Maar meer niet. Het circuit op. Here we go! Het gaat redelijk, maar de Tarzanbocht blijft niks voor mij. Geen van de rondes. Ik spiek bij de rest, maar blijven trappen lukt mij niet. Omhoog gaat me beter af en dan naar beneden: dat is de uitdaging om de 50 te halen! Gaaf!
Dan weer omhoog en dan neem ik snelheid mee. Autos langs de kant. Ik neem 1 bocht te ruim en word uitgescholden rechts te houden. Ik grinnik er om: ik doe mijn best hoor… Wind tegen gaat me ook goed af. Ik haal mensen in en soms halen ze mij (lees: bij de bocht) weer in. Ik fiets elke keer naar dezelfde vrijwilliger voor het rechte stuk toe. De drukte valt inderdaad mee. Er is ruimte genoeg.
Tarzanbocht, moeizame stukje, Rob aan de kant, bocht die ik goed doorkom, omhoog, dan hard naar beneden, stukje omhoog, lage versnelling weer omhoog de bochten door, stukje wind tegen, enge bocht waar ik rechts moet houden, dure auto op rechts, bocht die ik zelfs zou kunnen blijven trappen, wind tegen en omhoog, op naar de Ferrari, langs de transitie, bochten die ik niet prettig vind, vrijwilliger, lange rechte stuk weer hard en dan de Tarzanbocht weer met de dure auto’s. En dat keer op keer. Soms dames inhalen, soms kei-hard, zwaaien naar Rob,
lachen, ingehaald worden door hele snelle mannen, hardop proberen te tellen. En telkens nummer 000, het rugzakje, de blonde man, nummer 007 die om me heen fietsen. Ik mopper nog even op SG en KH die me de tijdritfiets aanraadden, want ik kan hier niet op remmen! Het miezert zelfs even. Net als toen Vincent en ik hier met kerst fietsten. Rob op de tribune. Vriendelijke vrijwilliger. Ik kijk naar de roofvogel die een muisje vangt en ben zo afgeleid dat ik de bocht doorTRAP.
Ik geniet van de meeuwen die in de bocht ruzie maken. Na 6 rondes wordt het saai. Ik moet eten. Moet. Staat me tegen. Maar het moet. MOET. Op het rechte stuk kokhals ik de berry naar binnen. Het is zo moeilijk. Dan de ademhaling weer op orde brengen en de Tarzanbocht door zonder te remmen. Ik probeer hardop rondes te tellen, maar ik ben de tel kwijt geraakt bij 6 of 7. Dan de anderen maar in de gaten houden. Ik laat ronde 7 (of 6?) wat varen en zet in 8 en 9 weer aan, maar dat is niet meer zo gemakkelijk. In de laatste ronde haalt de blonde man me weer in en zegt dat het lekker gaat en dat we bijna klaar zijn. Is dit de laatste ronde, vraag ik en hij zegt zeker van wel! Ik ga nog één keer hard en dan de transitie in.
Dat is verbijsterend. Mijn gele jasje is eenzaam. Waar zijn de andere damesfietsen?! Heb ik toch te weinig gefietst? Ik raak in paniek, maar mijn teller staat op 38plus. Andere schoenen aan. Twijfel. Nogmaals kijken. Ja! Roept Rob. Ja! Roept de blonde meneer. Helm! Roept Rob. Ik pak een gel mee en ga rennen.
Er is niemand. Hoe kan dit toch? Ik ben echt van de kaart. Ze moeten me de weg wijzen, er is niemand voor me. Het gaat omhoog, het gaat goed, ik loop de boulevard op en zie tegenliggers. Veelal mannen natuurlijk, maar dan zal het wel goed zijn toch? Ik tel de dames. Ontwijk de Duitsers. Hobbel vrolijk door. Grappig ongedwongen. Drukte, en toch vrij baan. Ik ben teveel bezig met tegenliggers bekijken, hardlopen en bijkomen om van de omgeving te genieten. Ik blijf wat verdaasd. Trapje op: hoe verzinnen ze het. Oma’s ontwijken. De drinkpost, ik roep om water en krijg dat na de rotonde. De tijden zijn netjes rond de 5:30 of iets daaronder. Ik haal een vrouw in door de trap te nemen en pees lekker door. Wind mee nu. En omlaag. Het begint te knagen: eet wat, eet wat. Maar ik wil de 5 kilometer op 5:30 houden. Ik loop goed, zwaai of knipoog naar wat vrouwen en de blonde man. Zie
vaders met hun kind. Surfers. Kinderwagens. Rotonde, nare stille parkeerplaats en ik denk even: zal ik stoppen na 1 ronde? Jammer dan, ik heb toch niet gezwommen. Tunneltje. De man die me inhaalt meldt er bijna te zijn, ik mag nog een ronde, roep ik. En dat ga ik doen ook, denk ik bij mezelf. 5 Kilometer. Lange rechte stuk, publiek. Rob. Er staat ‘slow’ op de weg voor de haarspeldbocht, haha. Pitstraat. Rob weer. Pitbox door, lachen! En dan toch nog maar een ronde. Ook kilometer 6 ging goed. eten-eten. Dan weer omhoog. Ik mag iets langzamer, moet meer genieten. Eetiets.
Omhoog gaat het tempo er wat uit, maar ik haal een italiaan in. Rotonde. Lastig dames te tellen, ik weet niet in welke ronde ze zitten. Nu kijk ik wat meer om me heen op de Boulevard. Voor zover dat lukt. Ik voel mezelf leeglopen. De brandstof is op. Ik wil op de gele droom-bank gaan liggen. Ik voel me dom. Maar nu krijg ik de gel zeker niet weg. Ik weet niet hoe ik het op moet lossen. Kan gewoon niks verzinnen als je-had-moeten-eten. En loop door. Kilometer 7 gaat naar 6:40. Dat kan nog, maar ik voel de energie verdampen. De dame achter me kan me inhalen. Trapje is lastig met zware benen. Drankpost. Redding! Ik drink sportdrank! Kan me niet schelen als het nu verkeerd valt, ziek en misselijk en zwak ben ik toch al. Als ik maar pas flauwval ná de finish. Kilometer 7 ging in 5:58 en dat verval is enorm. Maar na de rotonde heb ik weer wind mee, gaat het weer naar beneden en heb ik instant suiker ingespoten. Het help als een malle. De mevrouw die voor me ligt, haal ik niet meer in. De eerste drie of vier zijn al gefinished. En dat ga ik ook doen. Liefst sneller dan KH gister deed! Ik heb weer een doel, ik heb weer energie en kom terug op de 5:35. Rotonde over, kinderwagen opzij. Stomme parkeerplaats over, tunneltje. Tien kilometer binnen het uur gaat met gemak. Het zijn er
elf. Ik wil sneller zijn dan KH, hou ik me aan vast. Publiek. De finish! Ik zie een tijd die lijkt op Urk en vergeet dat ik niet gezwommen heb. Binnen de 2:37:41, ik zet nog net even aan en registreer 2:37:35. Prima. Spekkies, winegums, hartjes, suiker, water. Ohja, de medaille. Nog meer winegums. Ik val niet flauw. Spreek nog even met de blonde man. Twijfel nog steeds over het fietsen. Maar het is goed zoals het is.
Ik loop naar Rob tussen de sprinttriathlonners door. Ik wil naar huis. Het is goed zo. Ik ben het besef van tijd kwijt. Kwijt of ik het goed heb gedaan. Kwijt waar ik precies ben. Ik ben niet trots, want ik had beter gekund als ik maar niet zo’n koppige eet-niet-ezel was geweest. Om half 5 zijn we weer weg. Ik social media wat af onderweg. Eet 6 koekjes en de winegums. Ik voel me niet eens heel slecht, maar schaam me wel. Ik ga andere gels proberen. En er moeten een paar kilo vanaf. Ik denk dat het ‘waasje’ dan net weg is en ik alles kan beleven en ervan genieten. Ik heb nog tot de triatlon in Urk. De douchecabine is goedgekeurd. De hamburger (voorlopig de laatste, want vanaf morgen ga ik gezond eten) en veel patat zijn heerlijk. Het lopen met de buurvrouw sla ik vandaag over. Zandvoort, je was apart!
![]()
De cijfers: Ik was achtste van de 38 vrouwen die een OD deden vandaag. In 2 heats. Achttiende bij de eerste run van 4 kilometer in 19:31. gemiddeld 4:59 volgens mijn horloge. WOW. Netjes een wissel van een minuut. Dan 9de bij het fietsen. 1 uur en 15 minuten. Gemiddeld boven de 30 dus. 38,8 kilometer. Ik heb tien plaatsen gewonnen bij het fietsen. Een aardige wisseltijd als je mijn verwarring en gestuntel meerekent. Dan 1 uur en 35 seconden over 10,89 kilometer lopen. Toch nog netjes 5:34 gemiddeld. Goed voor de tiende plaats. Als er een 40+categorie was geweest (maar die was er niet), dan was ik tweede geworden. En dat is heel netjes.
Week 24 — Absurdisme ** (de blogs waren al weer veel te lang 'gewoontjes')
Maandag 11 juni
De blauwe Reiger
De reiger is solitair
Zij gaat en staat alleen
Geen groepen vogels om haar heen
Niet vliegen in de vorm van een V
Niet op de snelheid van de anderen mee
Overal tussenin
Niet snel, de bochten zijn de uitdaging
Al is het ronde na ronde na ronde na ronde na ronde na ronde na ronde na ronde
uitzichtloos en saai
Daar kiest de reiger voor
en dat kan ook genieten zijn
Dinsdag 12 juni
Cl
Cee-El
Na heel veel sprinten
op en neer
verlaat
de ChloorLucht mij
niet meer
Woensdag 13 juni
Een windmolentje zo voel ik mij
Elke keer komt er een andere kleur voorbij
Vrolijk draaien mijn armen in het rond
Op een gewone woensdagavond
Ze draaien het water door
En brengen mij naar voor
Straks zal ik wel moe zijn
Wat is het Gooimeer toch fijn!
Donderdag 14 juni
De Fiets Het Zeil De Wind
Wind Mee Wind Tegen
De Dijk
en honderdduizend vliegen
Zeilend op de Fiets
een beetje heen en weer
Toeren maar
Voor deze keer
Vrijdag 15 juni
Rust – dat is “alleen maar”
- alle keukenkastjes opruimen en schoonmaken
- voedingsplannen maken
- met de buurvrouw een kort en langzaam rondje lopen
- En muggen en vliegjes wegmeppen
- met de buurvrouw een kort en langzaam rondje lopen
- naar de school, winkel, muziekles rijden
Zaterdag 16 juni
Kit, boortjes en korting
09:32 Aikido, gels en laces
10:44 Cappuccino, thee en de bibliotheek
13:08 De trein, meereiskorting en oma
15:15 Strijken, spelen en glaspanelen
17:32 Sprint, 200 en armen
21:27 Hardloopschoenen Jurk, douchecabine en choco crunches
De TriHartLon
Ik val maar meteen met de deur in huis: het was geweldig. Echt fantastisch. Ik heb genoten. Dan nu maar vertellen waarom he…..
Het was relaxt. Dit was geen wedstrijd. Er waren geen prijzen te verdelen. Dit was voor de “fun”. Dit was met zijn allen. Niet voor mij alleen, niet voor de snelheid. En dat haalde alle druk weg. Alles mocht. Alles kon. Ik zou alles doen, alle onderdelen van de achtste triatlon en Vincent en Joyce zouden meegaan waar mogelijk. Het was maar een klein beetje spannend: zonder wetsuit zwemmen, zomaar naast Vincent…. En heel veel bochten op de fiets. Maar er kon niet echt iets mis gaan. Wat is er gebeurt in het afgelopen jaar dat 500 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer lopen een “tussendoortje” is geworden?!
Vanmorgen alles ingepakt. Zelfs daar komt een routine in en iets meer rust. Maar het blijft stressvol. Rob ging ook mee. Biddinghuizen is ook geen wereldreis! Het is een beetje bekend terrein. We haalden de nummers op en namen de fietsen mee het terrein op. Vandaag de nieuwe racefiets voor mij. De kortste afstand begon net. Fascinerend! Kleine kinderen met hun stoere vaders. Kinderfietsen. Moeders die naast hun kroost pareren. Badpakjes. Ongekend. Iedereen kon echt meedoen. Je mocht ook zelf bepalen wie wat deed, wie hoeveel rondes zou doen: als de chip alles maar deed. Ik had de chip strak om.
Fietsen geplaatst in een eenvoudige wisselzone. Sokken klaargelegd en Vincent nog even geholpen met sokken. Het is fantastisch om daar te zijn. Ik vind het een wonderlijke ervaring: er komt een stevige vader aan met een tijdritfiets van heb-ik-jouw-daar en een team-trisuit. En die zegt tegen zijn zoontje van 6: wil je ook nog rennen, terwijl hij de standaard van de kinderfiets zoekt. Samen rennen ze verder op kindertempo. Of die tienjarige die alleen fietst en de wisselzone wordt ingeloodst. We roepen dat oma aan de kant moet. En daar komen twee vijftigers aan met hun stadsfiets om die in de rekken te zetten! Ze kijken verbaasd naar onze helmen. Terwijl achter de wisselzone een moeder met haar dochter hardloopt en luidop aanmoedigt dat ze er bijna zijn. De trots druipt er vanaf. Even verderop staan vaders met een hypersjieke zwembril hun dochters van 11 -in een badpak- te helpen met een badmuts. Dochterlief hipt zenuwachtig op en neer of het niet te koud is. Een andere familie komt juichend binnen onder de finishboog in de vorm van een hart. Hier juicht niemand omdat hij eerste is, maar omdat finishen de ultieme overwinning is. Rob kan midden op het veld op het gras gaan liggen. Tassen kunnen gewoon tegen een hek geplaatst. Het is nergens druk of vervelend. Het is heel relaxt. Dan zelf omkleden en de trisuit aan. Plassen. Toch een beetje spanning, want ik heb nog nooit 500m zonder wetsuit gezwommen. En dan de vervelende ontdekking dat ik te weinig gegeten heb en dat ik nog maar een kwartier heb! Toch een broodje, 2 sportrepen en even het water in. Samen met Vincent. Het is niet koud. Wel plantjes. Nog een keer plassen terwijl we naar de briefing luisteren. Pilonnen links houden bij het fietsen, dat hoor ik en sla ik op. En naar de verste boei zwemmen. Het water in met een betrekkelijk kleine groep. Vincent is het enige kind. We gaan samen. Pang!
Wegzwemmen, omkijken, Vincent zoeken; ‘mama, ik ben hier’, verder zwemmen, toch veel andere armen en benen, zwemmen, Vincent waar ben je, nog naast me en het gaat je goed af, de gele boei in de verte. Wat zwemt het leuk hier. Er komt een beetje rust. Vincent zwemt nog naast me, maar hij wankelt wat. “Mama, ik zit vast in de planten”. Ik verzeker hem dat hij door kan zwemmen en niet blijft haken en dan zwemmen we naar de boei. Ik ben verbijsterd als we er al bijna zijn! Ik ben blij dat ik Vincent kan bijhouden. Ik heb het gevoel laatste te zijn, maar er zwemmen nog een paar mensen achter ons. De boei rond. En dan even oriënteren op twee witte tentjes. Vincent heeft teveel tijd nodig om te kijken. Dat houdt hem op. We bespreken even dat het goed gaat, waar we heen gaan en dan zwemt hij er vandoor. Ik moet om hem heen steken, want ik adem 1 op 2 en naar rechts, dus ik moet links van hem zwemmen. Dan moet ik gaan aanzetten, want hij krijgt het te pakken.
Er zwemt een schoolzwemmer en die moeten we inhalen. Voor mij is het doorknallen, maar het lukt wel zo’n beetje. Vincent zwemt voor me uit. Natuurlijk, zou ik ook doen als ik mijn moeder ergens op kon achterlaten! Hij is eerder het water uit dan ik en rent voor me uit de wisselzone in. Ik wankel de wisselzone in, maar lap wel netjes mijn horloge.
Kort vragen of het goed ging. Het is al druk in de wisselzone. Of zijn dat mensen uit andere heats? Whatever! Sokken aan, vieze voeten van het gras. Gedoe. Ik moet erbij zitten. Helm op, bril op, gelletje mee: zijn we klaar voor het volgende deel? Vincent gaat achter me aan en dan de baan op. Het is er rustig. We kunnen overleggen, we gaan samen en gaan proberen de mensen voor ons in te halen. Het is dan wel geen wedstrijd, maar dat betekent niet dat we gaan lanterfanten! Vincent stayert dapper achter me aan. We worden ingehaald en ik roep dat Vincent erachter moet gaan
hangen. Ik verlies wat in de bochten en moet dan weer aanzetten. Dat kan ik prima, maar Vincent zou het niet kunnen. En er zijn me een hoop bochten! Je ziet de hardlopers (ook als ze wandelen) en iedereen moedigt elkaar aan en is vriendelijk. Ik blijf tegen Vincent zeggen dat hij moet aansluiten. We rijden voortdurend hard, boven de dertig. Dan blijft onze voorfietser steken bij een stadsfiets. Het duurt even voor ik Vincent duidelijk heb gemaakt dat dit onder ons tempo is. De snelle mannen zijn we kwijt. We halen de stadsfietsers in en blijven bij een racefietsvrouw die denkt dat wij haar stadsfietspartner zijn. Als ze haar fout ontdekt, moet zij wachten en halen we haar ook in. Nu moet Vincent achter mij stayeren. Er zitten al twee ronden op. Ik durf steeds iets meer in de bochten, neem ze met meer rechte lijnen. Het tempo hou ik hoog. Tegen de wind in trekt Vincent dat niet meer. Ik eet een colagel. Dat gaat weer niet goed: ik kokhals en krijg moeite met ademen. Vincent heeft het achter mij niet door. Drinken lukt me niet. Halverwege het derde rondje is
duidelijk dat Vincent het niet trekt. Ik verzeker hem dat het niet erg is als hij een ronde eerder uitstapt en een rondje rust voor het lopen neemt. Daar wordt niemand boos om. Nu kan het. Hij stemt toe en ik voel de gel inspringen en trek het tempo omhoog. Mijn hartslag ook. Geen probleem. Ik zie team Noah voor me liggen en nog twee fietsers. Ook al zitten ze in een andere ronde, ze zijn een mooi en dankbaar doel. Ik zie ook andere teams en ouderen op de fiets. Het is erg gaaf, maar ook raar om daar met 35+ op de teller langs te knallen. We doen hetzelfde en toch ook weer zo totaal niet! Aan het einde kom ik ze allemaal tegelijk tegen: Team Noah en de ouderen. Ik moet even inhouden, maar da’s niet erg, dat hoort erbij. Het parkoers was toch al zo heerlijk en ik heb na vier rondes de bochtenfobie ook achter me gelaten. Tijdig uitklikken en de wisselzone in. Joyce en Vincent staan te trappelen.
Snel schoenen wisselen. Ik ben er klaar voor! Het is werkelijk fantastisch weer. Bewolkt, goede temperatuur en niet te zonnig. Heel, heel fijn. Daar gaan we dan rennen! Vincent en ik kletsen alsof het niks is en eerlijk? Zo voelt het voor mij ook. Ik hou me in en loop gewoon lekker. We discussiëren hoe we over de finish gaan en dat we de loopster voor ons in moeten gaan halen de komende 5 kilometer. Vincent weet dat zij geblesseerd is geweest. Die kletst echt met iedereen! Ik bedoelde toen echt niet in de eerste kilometer inhalen, maar het gebeurde wel. Niet zo gek ook, want we lopen 5:30!! Voor mij voelt dat totaal niet zo, maar Joyce voelt het wel. Die loopt op haar top. En Vincent en ik maar kletsen over het fietsen en het zwemmen. Er zit een grasje tussen mijn tenen en mijn schoenen zitten wat los, maar voor de rest gaat het vanzelf. Ik neem een sponsje mee en voel me ook niet verhit of vermoeid. Vincent wordt boos op me als ik hem afkoel. De tweede kilometer gaat nog zo hard en Joyce en Vincent besluiten mij de derde ronde alleen te laten doen. Dan doen we samen de laatste ronde.
Dat wil ik ook graag, samen het laatste stukje. Vincent haakt af bij de wisselzone, Joyce bij de bekertjes. Ik zet aan en ga mijn eigen tempo lopen. Nog harder dus. Soepel. Even voel ik me totaal alleen, maar al snel zie ik mensen in de verte voor me lopen. Het is goed een doel te hebben. Ik haal ze met een vervelend soort gemak in. Ik voel me schuldig en schaam me een beetje. Gaat Joyce helemaal mee om te lopen, moet ze door mij afhaken. Ook schuldgevoel geeft me (net als boosheid) vleugels, want de kilometertijd gaat naar 5:20. Het voelt nog steeds niet zo. Ik zie mijn team weer bij de post en moet verdikkie aanzetten om ze bij te halen, grapjurkjes! Spons mee en dan staat er een karretje op het pad. Is het hele parcours verkeersvrij, hebben wij een vrachtwagentje op het pad. Ik word er boos van op dat moment, maar achteraf vind ik het alleen maar leuk! Ik heb even het gevoel dat ik Joyce en Vincent niet kan bijhouden, maar al snel heb ik weer genoeg over om te vragen of we zullen afsnijden… Of course not!! We worden ingehaald door een bruingebrande zestigplusser meneer die zo hard loopt dat het lijkt of wij joggen. Mijn vierde kilometer gaat in 5:06, dat is verre van jogging! Groot
respect. Dan denk ik aan al die mensen die dit niet kunnen en voor wie we dit doen. Voor al die harten die niet zo goed kloppen en even ben ik ook stil. Voor onze pap dan maar. Ik slik de brok weg en we gaan er nog even voor. Ik moedig Vincent en Joyce aan. Got, wat ben ik trots op ze. Mijn hart zwelt er van op – figuurlijk gelukkig. Juichend gaan we de finish over, hoe overweldigend is dit! Ik kijk even naar de tijd en noteer 1:17 en nog wat en dan is het al klaar. Ben ik kapot? Nou nee. Ben ik trots op de medaille? Ach. Maar wat is de medaille prachtig mooi. Echt, de mooiste medaille die ik ooit heb gekregen. We gaan op de instant-foto op Vincents manier: met de handen in de vorm van een hart. Ik drink bij, want vochtinname was bedroevend. Ik eet vier spekjes en dan is het wel weer goed. Ik ben nog niet eerder zo relaxt geweest. Sta lekker na te praten. Krijg het niet koud. Ben onwijs trots op Vincent, die zo goed zwemt en fietst. Joyce heeft mijn sta-uren en bewegingsring gered. Ik app mijn collega even, ben blij met mijn looptijd. Eigenlijk met de gehele tijd. En nu het niets van belang is, kan het me echt niet schelen wie er sneller waren!

In de wisselzone herkent iemand mijn bidon: of ik dit jaar net als zij, weer de challenge ga doen in Almere…. We kleden om, kletsen maar door en dan halen we onze diploma’s. We geven tips om het nog beter te maken (helm verplichten, startnummer op de hand schrijven, gaatjes in het startnummer) en die worden dankbaar aanvaardt. Het is cool een diploma te hebben met een foto erop van jezelf met Vincent die je wetsuit dichtdoet. We zijn zelfs tweede geworden, maar dat doet me niks. Het eerste team heeft de onderdelen verdeeld en dan kan je de besten inzetten. Ik heb mijn best gezwommen, overtroffen gefietst en briljant gelopen. Ik kan me niets meer wensen.
Thuis staat me -naast het bijhouden van de social media, die ontploft met alle wedstrijden- nog twee dingen te doen: strijken (tijdens de F1race) en hardlopen met de buurvrouw! Ik ruim op, we eten een welverdiende bord patat met hamburger en dan gaan we rennen. Jawel. Weer. Intervallen van 2 minuten hardlopen, 1 minuut wandelen. Het gaat boven verwachting. Beter dan vorige week! Weer hou ik het tempo hoog. We kletsen nu al samen! Pas de laatste minuten begin ik mijn benen te voelen: ze worden eindelijk ook eens wat zwaar. Toch doe ik ook dit tamelijk moeiteloos.
Ik verbaas me over mij. Wat is er gebeurt in een jaar tijd?! Vorig jaar was ik net Duin voorbij op de sprint en nu dit. Minder zwemmen weliswaar, maar zonder wetsuit. Zonder vermoeidheid. Fiets mezelf voorbij, terwijl de trainingen prut zijn. Loop als een piloot vliegt in zijn Boeing. Wat is er gebeurt in twee jaar tijd?! Toen zwom ik niet. Toen liep ik langzamer. Toen fietste ik op de stadsfiets en een oude racefiets. Het kan hard gaan.
Hart.
Hartverwarmend.
HARTstikke goed. HARTelijk bedankt. Iedereen die daar was, Joyce voor het geduld en de kracht om een stap opzij te doen, Vincent voor het tonen van kinderkracht en de toekomst en Rob voor het meegaan, rijden, fietsen maken, er zijn.
Week 23 – het schema en ik.
Elke week maakt GR een schema voor mij. Ze zet dat digitaal in het programma Training Peaks. De wedstrijden staan er in, de vorm van de training (fietsen, rennen of zwemmen) en als er speciale opdracht zijn, staan die er ook bij. Heuveltraining of TVA-training bijvoorbeeld.
Deze week staan er tien uur in. En op zondag de TriHartLon. Een achtste triatlon voor het goede doel (de Hartstichting) en voor mij: voor de fun! Het is dus best een beetje aanpoten deze week.
Op maandag 4 juni staat de fietstraining van de club. Ik ga maar weer. Deze keer ben ik niet de enige vrouw, maar wel de langzaamste. Dat zie ik meteen. De rest fietst altijd in een peloton, maar ik durf dat niet zo. Ik heb dus nooit wind-mee of het groepsvoordeel. Dat betaalt zich in de wedstrijd uit, want dan ben ik gewend, maar in de training is het niet zo motiverend. Bij de versnelling leg ik het trainer J uit, zolang ik rustig ga en nog kan praten tenminste. Ik ga volgens opdracht echt steeds sneller tot voor mij topsnelheid! Dan gaan we bochten rijden op de parkeerplaats waar een Ferrari staat. DR helpt mij en fietst bij me
om aan te geven hoe ik een bocht moet insturen. Ik ben haar dankbaar. Ik vind het lastig en eng om niet te remmen. Maar ik krijg door dat ik kan hangen op de fiets! Wegens de drukte gaan we elders verder trainen. DR vertelt van haar vakantie. We gaan vierkantjes fietsen met in het midden een lange zijde waar we tegen elkaar moeten sprinten. Kansloos. Ik kan, wil en hoeft niet te winnen. Als ik zonder remmen vier bochten doorga, ben ik blijer. Ik trap wel hard hoor, maar sprint me niet onnodig stuk. De laatste van de vier keer, ga ik perfect alle bochten door! Ik kijk ver vooruit de bocht in en niet meer dichtbij. Dat is dikke winst!! Training geslaagd en sorry RS, dat ik nauwelijks tegen je sprintte, ligt aan mij, niet aan jouw. Pak je gemakkelijke winst. Iedereen wist van tevoren dat MC zou winnen. Mijn nog nooit gehaalde wedstrijdtempo is zijn trainingstempo. Duhh.
Ik vind het niet erg, maar ook niet leuk. We gaan nog naar het industrieterrein voor een ander rondje vier keer met elke keer een zijde meer op tempo. Ik doe op mijn tempo. Dat gaat prima, tot ik bijna door een auto word geschept. Dan is de angst voor kwetsbaarheid snel weer terug. Ik ga mijn eigen hard. Alleen. En fiets ook een ronde uit. Als ik terugkom, gaan we meteen verder. Begrijp me niet verkeerd: liever dat dan uitklinken, maar het toont zó dat iedereen op míj moet wachten en het lijkt alsof ik mijn best niet gedaan heb om de rust te verdienen. We fietsen “rustig” terug. Ik vraag me af of ik dit de hele zomer volhou met dez gecombineerde groep. Het tast mijn zelfvertrouwen meer aan dan dat het mijn wedstrijdtempo goed doet. Al wéét ik dat dat laatste gebeurt! Ik haal de tijd op het schema niet, want wij rijden met de auto naar huis. De andere kinderen hebben geen Cito-toetsen of wonen dichtbij genoeg; Vincent moet naar bed. De training is geel: wel gedaan, maar niet genoeg. Dat helpt ook niet. En voor deze week zal het voor elke training voelen alsof het geel is.
dinsdag is Rob laat thuis. Er staat zwemmen op het schema. Maar dat lukt dus niet. Niks erg. Ik ga wel met de buurvrouw hardlopen. We bouwen langzaam op. De training is rood: zwemmen niet gedaan. De looptraining is grijs.
woensdag 6 juni. Zwemmen staat er op het schema. En 5 kwartier hardlopen. Die laatste wordt het voorlopig niet. Schoenen halen en huishouden eisen voorrang. We gaan wel buiten zwemmen. In het Henschotermeer. Mijn droom verwezenlijken: een rondje om het eiland. Mijn helpers zijn Vincent en mijn collega L. Het water is warm. Zonder wetsuit dus. L heeft nog nooit meer dan schoolslag gezwommen. Op en neer is 100m. Als we dat weten, laat ik L en Vincent achter voor hun zwemcursus en ga ik het rondje zwemmen. Navigeren met beslaande bril is lastig, maar genieten is gemakkelijk! Het is gaaf om het warm te hebben, onder de brug door te gaan en niet
bang te hoeven zijn dat je verdrinkt. Het stukje dam is het lastigst- te ondiep om te zwemmen. Een klein half uur over een kilometer. Niet geweldig qua tijd, maar qua genieten veel te kort. Ik kan het gewoon! Ik kan buiten zwemmen in borstcrawl voor een kilometer achter elkaar! Yes. Dan eten we een klef broodje en daarna ga ik met Vincent 500m zwemmen. Hij zwemt mij er uit.
Moet steeds omkijken en wachten. Gossie, maar we kunnen het wel ? Daarna ga ik L de borstcrawl bijbrengen. Even de benen, dan met achtte de armen. Zolang haar hoofd boven blijft, is het te doen. Overhalen leer ik haar met slepen. Ademhalen is een verhaal apart. Het lijkt wel vakantie zo op het strand in de zon. Ik maak 2000m vol. Eindelijk een groene training deze week! En nog wel 1 met een gouden randje ook.
Maar dan hardlopen. 5 kwartier: het zit niet meer in de avond en niet meer in mij. Ik heb wel nieuwe schoenen, Asics. Met een omweg van dag heb ik ze vanmiddag opgehaald. Ze moeten worden geprobeerd. Vincent ligt in bed en ik ga het kleine rondje lassen maken van 6 kilometer. Even genieten. Even mijn eigen tempo. En dat valt mee! Ik ga elke keer iets sneller. Zonder al teveel moeite. Met veel zweet en een rood hoofd, dat wel.
En bakken vliegjes. Dat heb je bij zonsondergang. Het is wel heel mooi hier. Het verbaast me niet meer, maar verwondert me toch steeds weer. En dan kom ik in kilometer vijf Rob op zijn racefiets tegen! Ik praat nog wel, maar in korte zinnen. Dat ik 5:10 wil halen deze km. Even doorbeuken en -voila- vijf nul één. Tsjakka. Nadeel; 5 kwartier is ver te zoeken haha. 3 kwartier haal ik al niet, hoe kalm ik ook uitloop. Weer een rode training dus, maar de schoenen zijn dik goedgekeurd. Die kunnen sneller dan ik.
donderdag 7 juni. Weer haasten voor de training in de hitte? Op de saaie baan? Vol snelle mensen? Ik pas vandaag. Ik wil rustig en goed eten, rummikub spelen en dan ga ik straks wel. Zelf. Alleen. Mooi. Ik raad mijn collega aan niet elke dag te lopen nu hij eenmaal de 5
kilometer haalt. Zelf ga ik wel weer lopen. Hm. ? een uur. 10 kilometer? Ik ga vlak lopen. En genieten. Niet van de hitte of d vliegjes, maar van de zon, de plassen, ‘mijn’ mooie achtertuin, de kikkers, de stilte -op die kikkers na dan! Ik voel overal pijntjes. Kleine pijntjes, maar toch… ik loop heen en weer. Één lijn. Saai qua routetekening, mooi qua omgeving. Ik moet nog even op en neer naar het station lopen om 10 vol te maken en ik doe er precies een uur over. Hoera, weer een groene training! Maar deze voelt iets minder groen, want ik heb niet netjes de baan-intervallen gedaan en het is misschien wat veel lopen zo. Morgen ga ik immers weer (twee keer).
vrijdag 8 juni. Fietsen staat er. Twee keer. Een duurroute van 2 uur en intervallen van een uur. Het regent. Min of meer gelukkig. Want ik ga hardlopen met Joyce. We brengen de kinderen naar de Kemphaan voor een excursie en wij gaan trailen. Ik had geen rekening gehouden met regen. Er is niks ergs aan, maar een regenjasje heb ik niet. We gaan het gras over, het bos door, zwerven door het groen. Joyce kletst. Het tempo is matig. De ondergrond rechtvaardigt het. Die zorgt ook dat mijn pijntjes verdwijnen. We rijgen de kilometers aaneen. Na een stuk of zes stoppen we voor wat drinken bij het parkje bij Almere Overgooi met de bruggen. We “klagen” over onze sportverslaving. Dan
door naar de Almeerse Alp. Lekker. Bergop jassen. Fijn. Boven wacht ons een verrassend ontvangstcomité, al hadden de uitwerpselen op het pad al veel verraden. Heel veel schaapjes. Onderweg omlaag jagen we ze op, ook al gaan we niet snel.
Dan door het bos terug. Het begint nu echt te regenen. Ik vind het beter dan de zon. We moeten nog een adempauze inlassen en lopen door het bos terug de Kemphaan op.
We maken in blokjes de 14 kilometer vol. Een stuk sneller dan vorige week. Een stuk gemakkelijker dan vorige week. En druipnat. Een grijze training. Vandaag had ik moeten fietsen. Niet lopen.
dat fietsen ga ik ‘s avonds dan maar doen. Met Vincent. Want tja, dat staat op het schema. Twee uur lijkt wat lang, maar de avonden zijn ook lang gelukkig. En dat schema…. ik vind anderhalf uur ook oké. Het is min of meer droog. In het begin heb ik het koud. Het Kotterbos door proberen we een groep in te halen. Dat lukt als wij gaan stayeren en samen de tweede vijf kilometer op tempo gaan rijden. Lekker! Tijdens 5 kilometer rustig leg ik het Vincent uit. Hij gaat in mijn wiel rijden tot ik onder de dertig kom en dan moet hij even. We gaan het proberen en we gaan over de weg. Het gaat hartstikke lekker. We gaan 5km lang meer dan 30 km per uur. Dan 5km rustig aan de sluizen bij de Knardijk over met een plaspauze.
We gaan onder de A6 door en dan liggen er balen hooi. Slalommen! Dan halen we de groep nog een keer in, want zij hebben een lekke band en namen het fietspad. Dan weer 5km hard. Rechte weg, wind mee, ik doe veel kopwerk en de laatste km is van Vincent. Hard!
Dan weer kalmpjes aan. We gaan de brug over want Vincent verkiest de Trekweg. De Trekweg is te kort voor ons tempo, we gaan weer de A6 over en de heuvel en bochten kosten energie en tijd. Net geen 30 dan. We fietsen kalmer en dan moeten we het verre fietspad nemen. Ik ga mijn tijd halen! En we gaan door voor veel kilometers. Op de Evenaar gaan we door op langzaam tempo voor veertig kilometer in 1 uur 40: yes groen! Ook al was het een eigen invulling.
Dan gaan we nog een keer hardlopen er achteraan koppelen met de
buurvrouw. Evy- intervallen. Vincent kletst en we wisselen rennen en wandelen af. Tot het decemberpad en terug. Drie minuten hardlopen en wandelen wisselen. Lukt bijna prima. De buurvrouw kletst het laatste stukje. Dit is een grijze training. Die hoort niet, staat nergens gemeld maar heb ik toch gedaan! Sorry trainster, dat ligt aan mij ?♀️
Zaterdag 9 juni. Zwemmen en loslopen staat er op het programma. En laat ik me er vandaag nu eens aan houden (ook al loop ik voor de vierde dag achtereen, niks aan mijn collega vertellen ?) zwemmen doe ik van vijf tot zes. In baan 2. Lekker met zijn vieren. Het sprinten is mijn ding niet en onder water zwemmen ook niet. Ik ben “langer” gaan zwemmen, neem meer tijd voor mijn slag, meer ruimte in de lengte. Daar wordt het duurzwemmen beter van. Ik zwem van het uur in het bad maar 45 minuten daadwerkelijk en dat is een gele training. Ik vind van niet en corrigeer naar 58minuten, want daar zitten benen bij en korte pauzes.
Ik ga ook nog lopen.
Het tempo is lekker niks, maar ik bedenk me waarom ik de triHARTlon ga doen en niet de almere City run. Niet alleen omdat triatlon tegenwoordig meer mijn ding is dan hardlopen, maar omdat ik intussen als geen ander mijn hartspecialist waardeer. Geen wedstrijd, geen verliezers, met elkaar; ik heb er zowaar zin in! Op naar de triHARTlon.
Ik heb niet genoeg gedaan van het schema. En nog vreselijk slordig ook. Gewisseld, te weinig gefietst, gedaan in plaats van getraind… Tijd om te bedenken dat 9uur sport in een week, op welk tempo en met welke intensiteit dan ook, toch maar een kadootje is! Er zijn veel meer mensen die dat niet kunnen, dan triatleten voor wie dat een makkie is.
Week 22…. De vrouw alleen, de kantjes eraf en de vooruitgang
Maandag 28 mei. Fietstraining. Ik heb niet zomaar, zoals gewoonlijk, geen zin; ik heb TOTAAL geen zin. Niet in fietsen, niet in trainen en al helemaal niet
om met een groep te snelle fanatiekelingen te trainen tegen een suffe luidruchtige brug op en neer in de warmte. Met een gezicht op onweer (waar ik zelfs op hoop) ga ik toch, omdat Vincent wel graag wil. Mijn vermoedens worden bewaarheid: alleen maar mannen, op 1 na allemaal heul veul sneller en fanatieker dan ik. De eerste opmerking die ik hoor: “ik kom op maandag voor een intervaltraining, dus als ik na de wedstrijd gister rustig aan had willen doen, was ik hier niet geweest.” Nee, dat maakt het beter 😐 En nog een liefhebber van de Hollandse Brug als trainer ook. Ik ga maar midden in de groep fietsen en vraag hoe anderen hun wedstrijd ervaren hebben. We gaan niet naar de brug, maar naar het industrieterrein. Vierkantjes fietsen. De trainer doet het keurig: we

Op de brug zie je nog net mijn schaduw! 🙂
gaan twintig minuten fietsen. Voor iedereen gelijk! 5 minuten zone 1, 10 minuten de korte zijdes op z1/z2, de lange zijdes op z3 en dan 5 minuten Z1. Voor iedereen anders en voor die heren een stuk sneller dan voor mij. Mooi zo. Laat ze maar gaan en doe je eigen best. Mijn einddoel is om over een dik half uur dit vierkantje te fietsen zonder te remmen. Ik schakel een beetje tussen mijn horloge voor de tijd en de hartslag. En ik trap. Harder, zachter, wind mee, wind tegen, hogere versnelling, lagere versnelling en soms zomaar een bocht proberen zonder te remmen -aaarrggghhh- Ik zie in de verte nog wel iemand, maar doe gewoon mijn eigen ding. En ik ga netjes terug na 20 minuten. Bemerk dan mijn GROTE fout: sokken, fietsschoenen en totaal kapotte hielen: dat klikt niet goed los, dat schuurt los en open en doet pijn. 🙁 We doen nogmaals 20 minuten in dezelfde verdeling, alleen tegen de wind in op de lange zijde in z4. Net zo goed. De langzamere man keert huiswaarts. Ik geniet nog een kwartier, want tegen de wind in is prima! Ik haal z4 niet, daar ben ik te moe voor. Hartslag gaat niet snel omhoog. En dan zet ik mezelf ertoe, ik heb alle bochten geprobeerd: hier komt het rondje zonder te remmen. Ik ben superblij in de laatste bocht: het is me gelukt!! Niemand van die kerels staat daar tevredener te zijn 😀 (en ze hebben ook geen van allen zoveel pijn aan hun hielen). We fietsen een flink stuk om terug en ik spreek nog even met de Run2Day meneer van vrijdag-ik ken hem dus echt. Het viel enorm mee qua training. Mijn hielen vallen tegen: er loopt een straaltje bloed uit en ik kan opnieuw beginnen met herstel. Ei.

Zo voelt het… blijven zwemmen…. blijven zwemmen
Dinsdag 29 mei. Zwemtraining. In het zwembad. Want buiten onweert het. Ik weet dat deze training niet zal lukken: morgen is de dag waarop ik de avond ervoor niet goed kan zwemmen. Baan 1 is prima. Ben ik weer de enige vrouw in de baan! Inzwemmen is 500 meter en als ik daarmee klaar ben voor baan 2 klaar is en omdat ik baan 1 niet wil ophouden, stap ik over. Nog steeds de enige dame in de baan. We zwemmen 50m zo hard mogelijk. Dan hou ik de kerels niet bij! Goed dat ik ben overgestapt, want we gaan 200m op Z4 zwemmen. En alleen voor mij weet de trainer wat dat is. 1:54 per 100m. Ik ga dus maar voorop en zwem 200m wat mij genoeg tijd geeft om uit te rekenen hoe lang ik er over mag doen. Ik ben 8 seconden sneller. Dan volgen 200m in Z3. Voor mij: 1:57. Zozo, dat scheelt. Rustiger zwemmen dus. Ergens onderweg valt het kwartje: rustig aan, langere, slomere slagen. 4 minuten minus zes seconden, maar ik ben 14 seconden sneller. De trainer scheld nog net niet, maar vind dat ik de test opnieuw moet doen. 200m in Z2, door voor 4:02 over 200m. Heus, ik ga lekker kalm, maar ben nog altijd met gemak tien seconden te snel. Dan 400m armen. Oh, doe ik ooit iets anders dan…. Eén van de heren mag vooraan en ik verveel me bijna onderweg. Adem 1 op drie, maak langzame slagen en drijf uit, adem 1 op 5, flipper met de benen. Fijne oefening. Dan 50m schoolslag en 50m rugslag. Beide moeiteloos. Tot slot nog elke 1:15 vertrekken voor 50m en dat tien keer. ik hou de tijd bij, maar tien keer…. We gaan om beurten voorop. Met mij net iets meer pauze, met een ander net iets minder, maar het lukt. Nu blijf ik de kerels wel voor! Ik zwem nog lekker uit en doe ook 50m zonder pullboy.
Woensdag 30 mei. Ik ga ‘s morgens hardlopen met de buurvrouw. Les 6 van Evy. Het is benauwd. Ik heb mijn voeten afgeplakt. De eerste minuut lopen we flink door, maar die is snel om. We kletsen. Dan 2 minuten hardlopen. We gaan over de Evenaar. Rechtdoor. Wandelen en hardlopen zijn even warm. We lopen 3 minuten hard en het tempo gaat al omlaag. Ik vind het niet erg. Kletsen, lopen; prima. Ik moet wel op tijd terug zijn om naar de winkel te gaan. We zijn nog geen half uurtje onderweg en ik kleed me snel om. Straks ga ik zelf nog wel. Vanavond, als het koeler is. Maar eerst zwemmen. Niet handig op deze dag. Maar het kan nog net. In het zwembad is het zo mogelijk nog benauwder dan buiten. Zelfs het water is warm.
Ik zwem in in baan 2 en het is er druk. De trainster gaat aan het herverdelen en ik ga baan 3 proberen. Als MB maar meegaat en ik lekker met pullboy mag blijven zwemmen. Nu is er maar 1 heer in de baan en die mag voorop. We zwemmen vooral veel. Ik hou het tempo bij. Ook met armen, want ik doe gewoon rustig aan. Lange slagen maken en dat helpt enorm. Gewoon rustig aan doen en 1 op 2 ademen en lang uitdrijven. Ik leer het in no-time. ik heb nog nooit zoveel gezwommen. Ik mag nooit meer terug naar baan 1 vrees ik. Ik besluit ‘s avonds niet meer te gaan lopen. Hoe koel het ook is. Doe maar even rustig aan. De kantjes eraf voor vandaag.Donderdag 31 mei. Baantraining. Het is warm en benauwd in Nederland. Hoge luchtvochtigheid en ik heb hele grote onweersbuien doorgereden. Het was een lange dag en zonder al te veel verwachtingen ga ik naar de training. Het inlopen is al
zwaar: 2 lantaarnpalen snel, 1 rustig terug. Het lijkt eindeloos. Op de baan volgen drie tempo’s, we mogen zelf bepalen wat tempo 1, tempo 2 of tempo 3 inhoudt qua tijd en zwaarte enzo! In elk geval is het 400 meter (1 ronde) tempo 1, 800 meter tempo 2, 1200 meter tempo 3, nogmaals 1200 meter tempo 3, dan weer 800 meter tempo 2 en 400 meter tempo 1. MB vraagt voor de zekerheid na of tempo is het snelste zou moeten zijn en bedenkt dan tijden van 5:30 voor tempo 1, 6:00 voor tempo 2 en 6:30 voor tempo 3. Kan ik mee leven en ga ik letterlijk en figuurlijk in mee. We gaan te snel. Zoals gewoonlijk. En we kunnen nog doorpraten. Zoals gewoonlijk. Ik kan niet veel sneller als we gaan en dat is ongewoon. Ik voel me er niet zo goed bij en dat is ook ongewoon. Maar ik overleef het wel. Zoals gewoonlijk. En we gaan stelselmatig te snel, ook in tempo 3. Zoals gewoonlijk. MB blijft ook gewoon rennen en praten.
Het zonlicht spat er vanaf! Bedankt MB (weer) voor de foto
Die praat alleen onder water niet, hebben we al geconstateerd. De laatste 400 meter kletsen wij zelfs niet meer en zweten we leeg. We overleven het. Dan uitlopen en MB bedenkt om op blote voeten over het gras te rennen! Goed idee, stiekem, maar mijn hielen zijn nog niet geheeld en de blaarpleister liet al bij het inlopen los. Ik trek node mijn schoenen en sokken uit, maar het gaat goed en het voelt HEERLIJK. Ik klets nog een rondje met MZ en geniet van het gekriebel aan mijn voeten. Vincent loopt ook nog een rondje mee uit op blote voeten. Ondanks dat ik nog 400m te kort kom voor de tien kilometer, heb ik het helemaal gehad. Ik ben gebraden en klaar met hardlopen.
Vrijdag 1 juni. Met Joyce naar kasteel Groeneveld. Lopen voor de lol. Er staat geen lopen op mijn schema, dus ik hoeft het nergens voor te doen. Voor de lol. Door mooie natuur. En het is ook prachtig! De bruggetjes, het water, de minuscule
kikkertjes, onverhard, de paarden. Ik loop te ratelen. Joyce luistert en dat leidt haar af. De eerste kilometers moet ze echt ‘opwarmen’, maar ik denk dat het juist door de warmte komt dat het lijf even moet aanpassen. Ik heb het ook benauwd en ik heb heel vaak wel veel lekkerder gelopen! De prachtige omgeving maakt alles goed. Onder de bomenoverkapping door. Over de spoorlijn bij een nauwelijks bewaakte overgang. Het is niet zonnig en eerder bewolkt, maar de luchtvochtigheid is nog altijd groot en het is benauwd. We komen langs prachtige poelen. Door oude bossen. We zwerven, want de route waren we na twee kilometer al bijster. We gokken een beetje de goede kant op. Dan komt Joyce los en kwebbelt zij mij er doorheen. Ik loop namelijk aan alle kanten leeg, zo voelt het. Soms stoppen we kort om op adem te komen of we wandelen een paar stappen. We komen bij Kivietsdal en steken de weg over. Nu is het even echt zwerven om de terugweg aan te houden en niet in Lage Vuursche te belanden. Ik voel me er onzeker en onprettig bij, bij het zoeken van de weg over de onverharde paden. Joyce vertelt gelukkig gewoon door! We komen bij de Zwarteweg en ik weet de weg weer. We lopen langs de weg richting de stoplichten en steken weer over.
Tien kilometer gaan we halen vandaag! De bomen zijn weer mooi, maar ik moet. Bij gebrek aan een WC in het bos, zoek ik een beetje een beschut plekje in het bos. Dat loopt wat lichter daarna! We slingeren weer door het bos en gaan parallel aan de spoorlijn lopen. Tja, die moeten we ook weer terug over… Ineens doemt er een prachtige overgang op! Een heleboel treetjes later staan we bijna in Baarn. Op het pad wat ik vanuit de auto altijd zie; nu weet ik waar het heen leidt, hooray. We steken het scoutingterrein nogal kriskras over en ik ben het zat. Ik ben vermoeid, ik ben wat leeg, ik heb geen zin meer. We slingeren een beetje terug
en ineens zie ik kasteel Groeneveld onverwacht rechts van ons opdoemen. We lopen erheen, rechtstreeks. Jammer, want nu moeten we de 14 kilometer vollopen op het parkeerterrein, anders hadden we een bruggetje mee kunnen nemen. Na 14 kilometer is het ook wel zat. Het tempo was niet hoog, maar het was weer supermooi, weer megagezellig en naar weer.Na een lunch met wentelteefjes ga ik node doen wat er wel op het schema stond: fietsen. Als ik onderweg ben, merk ik dat het best donker kijkt…. ik was van plan gewoon rustig een kleine 80 minuten te fietsen, maar als ik bij de atletiekbaan ben, heb ik twee dingen bedacht: Ten eerste – ik ga langs de Vaart rijden want dan kan ik onder 1 van de bruggen schuilen indien nodig.
Ten tweede – ik ga tempoblokjes op mijn manier doen: de eerste 5 kilometer inrijden, nu 5 kilometer (wind mee) lekker hard. Het gaat lekker! Ik rij helemaal tot de brug bij de Kemphaan. Terug via Nobelhorst zonder enige schuilmogelijkheid? Nee, ik ga aan de andere kant van de vaart terug. Heb ik weer 5 kilometertjes rust en dan nog 5 kilometer met wind tegen knallen. Is toch altijd iets lastiger in de stad, maar ik maak een ommetje om het te redden met een veilige schuilbrug in de buurt. Ik heb ze nog steeds niet nodig…. Ik verlaat de ene Vaart en ga richting de andere. Ik knal er nog een stuk uit, zodat het uur dadelijk vol is. Ik volg min of meer de andere Vaart en verminder na 26 kilometer in een uur vaart 🙂 Ik trek nog even door op de Trekweg, maar ik heb het eerlijk gezegd wel gehad. En ach, dit is de week van de kantjes eraf. Ik hobbel terug naar de school en samen met Vincent maak ik dertig kilometer vol. Ik vind het wel best!De sportdag is nog niet precies voorbij: ik ga nog met de buuf! Het miezert ondertussen wel zo in de avond, maar dat is
echt geen straf. Hardlopen afgewisseld met wandelen. Ik vind het niets erg dat het tempo er vandaag niet zo in zit. Je hebt dat zo. Ik kwetter de tijd wel vol. Over hartslagmetingen. We lopen stukjes onverhard (ach ja, nog niet gedaan vandaag, duh) en we lopen iets te ver. Daarom rennen we een klein stukje extra op de brug. Het is joggen vandaag, maar nogmaals: I don’t care!!Zaterdag 2 juni. Ik merk het dan ook ‘s dat ik gister heb gesport en gesport. En nog eens even gesport. Mijn lijf is moe en juicht me toe dat het deze zaterdagochtend niet hoeft te hardlopen. Mijn voeten zijn blij met me. Totdat ze de hele stad doorgewandeld zijn dan… Echter, niet het schema volgen als het wel kan is ook geen optie, dus ik ga tijdens Vincents zwemtraining. Hardlopen. Heuveltraining staat er. Volgens iedereen is het weer een stuk beter dan de afgelopen dagen, dus ik gok het erop. Naar de heuvel in het Annapark.
6 Keer omhoog staat er op het schema. In 30 seconden. En dan langzaam omlaag en 6 minuten dribbelen, maar dat red ik niet met de tijd. 45 Minuten. Inlopen gaat zwaar en traag. Ik ga de tijd aftellen vrees ik. Ik hol de heuvel op en 30 seconden is nu nog best rustig. Dan twijfel ik hoe ik het rondje terug zal lopen en dat kost tijd. Het wordt er niet sneller op en ik vind het toch nog wel erg benauwd en niet lekker. Ik zweet me stuk! Nog een keer de berg op en gewoon over het asfalt terug. Ik kijk niet meer hoe lang ik er over doe, het zal wel. De kantjes van de week die eraf gaan. Mijn lijf voelt moe. Maak ik dit af? Ik ga nog een derde keer omhoog en dan loop ik de lange, onverharde route achterom terug. Ik ga nog 3 keer de andere kant omhoog, de lange kant. Ik haal dat niet in 30 seconden, maar zet wel lekker aan. Over het asfalt terug. Het zwaar opgemaakte, rokende meisje op het bankje ziet me weer voorbij komen zwoegen. Het voelt echt als zwoegen en ik vraag me regelmatig af waarom ik het afmaak. Nog
een keer omhoog. Ik zal de zes halen ook! Ik kom een beetje op tempo, maar gemakkelijk gaat het niet. Nog 1 keer omhoog en ik ben snel boven. Klaar d’ermee… Of niet? Ik heb nog geen foto en keer om. Nog een keer de korte kant fel omhoog. Voor deze keer snoep ik er een kantje bij. Ik ben er nu toch. En omdat ik terug moet ook nog maar een keer de lange kant op omhoog. Ik zie beneden iemand lopen die ik ken; zal ik haar bijhalen? Ze gaat de andere kant op en ik laat het maar gaan. Ik ben best trots op mezelf dat ik zo tegen wil en dank toch acht van de zes keer die rotheuvel heb bedwongen. Ik neem een klein ommetje terug en weer spelen mijn darmen op. Daardoor is de laatste kilometer een ‘interval’ geworden, want de darmen, benen, zweetklieren én voeten die willen wandelen: daar kan het hoofd niet van winnen! 45 minuten, 7 kilometer en snel naar de WC.Ik twijfel of ik ga zwemmen. Dit heeft zoveel energie gekost, kan ik nog wel zwemmen nu? Ik douche, doe langzaam aan en spring in het heerlijk koele water. Het is rustig, ik mag in baan 1 en het lukt. Ik ga met achtje: anyway! Of met flippers als we benen moeten doen. We zijn met zijn drietjes en 1 meneer is er voor het eerst. Ik weet wat hij voelt, hoe uitputtend dit is voor hem. Ik doe gewoon mijn banen, baan na baan na baan na baan. Ik zwem rustig en hoeft mijn
hoofd niet ver op te tillen om te ademen, want ik vind het voor het eerst niet erg om wat water binnen te krijgen. We doen 4 keer 50: armen/benen(flippers)/ slepen/bijleggen. Dan 4 keer 100 versnellen. Het gaat me allemaal goed af. Ik drijf tegenwoordig langer uit en in de pauze klets ik bij. Gaat het uur ook om, haha. Dan 400 meter op kilometertempo. Ik tel af: 100 m 1 op 4 ademen, 100 m 1 op 3 ademen, 100 m 1 op 4 ademen en weer 100 m 1 op 3 ademen en dan raak ik toch de tel kwijt met het inhalen… Achja, who cares. 50 rug. Evengoed. En dan 4 keer 100m op kilometertempo. Ik denk niet meer aan stoppen, ik doe heerlijk mijn eigen tempo, mijn slag en er is niks geploeter aan. Met groot respect kijk ik naar de man die nog geen twee banen kan borstcrawlen en ik vind hem supersterk. Ik herken het nog zo! We moeten nog 100 meter schoolslag doen en dan zwem ik onder meter uit zonder pullboy en met benen om de 2000m te halen. Ik zwem nog een keer om tegen het uur aan te zitten en dan is het klaar. Klaar-klaar-klaar. Ruim 9 en een half uur de kantjes er vanaf gelopen deze week. Het voelt allemaal als net-te-weinig, net-niet-op-tempo, net-niet-getraind, net-niet-genoeg-me-best-gedaan. En net-teveel.Zondag is mijn rustdag. Ik doe ook rustig aan, we wandelen met hond en peuter nog geen 2 kilometer in drie kwartier en zitten urenlang op het terras. Gelukkig mag ik met de buurvrouw nog een stukje mee! Het is een echte interval met 7 keer 2 minuten hardlopen en 1 minuut rust. Het blijft wel een rustdag he!