Week 21 op naar Duin…..

Maandag 21 mei: Ik was moe. Had nergens zin in. De hele dag niet. Met Vincent meegegaan om te oefenen voor een triatlon, maar ik had nergens echt lol in vandaag op deze tweede Pinksterdag. Mooi weer, maar moe. Na het eten toch maar gaan fietsen bij gebrek aan fietstraining. Lekker zeg: even zonder haasten. Vincent ging onverwacht mee. Infietsen voor 13 minuten door het Kotterbos en afspraken maken waar we gaan fietsen. Dan 2 minuten hard en 2 minuten rustig wachten op Vincent. Ik kan hard. Ook tegen de wind in. En!!!! Ik heb een paar bochten niet geremd, niet eens gestopt met trappen 😀 Na de eerste die (van de 8 keer versnellen), draaide we de weg op met wind mee. De snelheid kon omhoog. De laatste twee keer ging ik de hele tijd boven de 40 kilometer per uur. En ik ging zelfs een stukje 47,5 km per uur! Brug af, wind mee…. Op de Trekweg op weg naar huis (tegen de wind in weer), stayerden we: ik trok voorop door tot 29km/h en dat hield Vincent vol, maar andersom had hij moeite de 27km/h vast te houden. Hij voelde goed wat het doet. Netjes een uur gefietst en 26 km gehaald.
Dinsdag 22 mei: Buiten zwemmen; ik had het nog iets te weinig gedaan. Dus ik strikte MZ om mee het Weerwater in te gaan. Het was niet al te koud, maar ook niet warm en er waren ook al nauwelijks golven. Toch… ging het eerst moeizaam.  De eerste kilometer kreeg ik de ademhaling niet onder controle, had ik steken in mijn zij en moesten we gelukkig stoppen voor MZ’s brilletje. Had ik opeens wel een slag te pakken, ging ik totaal de verkeerde kant op! MZ zwom voor mij uit. Bij de boei, na een kilometer keerden we om voor de rechte lijn terug. Toen kwam ik er langzaam in. Ademen kon naar 1 op 3 en ik hield het beter vol. Ik begon ook meer te genieten. Het was niet. Het een rechte lijn, maar met een ommetje. Omdat MZ zo lekker ging. Ineens zwom ik bijna tegen hem op en daar schrok ik zo van, dat de kramp me in mijn kuit sloeg! Auwauw, dat heb ik nog nooit gehad. Ja, toen ik zwanger was, maar niet in het water. Het trekt ook weer weg, maar ik ga rechtstreeks terug. Vind ik het eindelijk leuk, heb je dat! Uiteindelijk 2100m gezwommen in bekant een uur. Op naar 1500m Duin….
Daarna ging ik weer met de buur mee. Op de zonsondergang tegemoet. 1 minuut hard, 1 minuut wandelen, 2 keer 2 minuten hard en daartussen 2 minuten wandelen. Het is een feestje voor mij. Zo grappig om elke keer te merken dat hoe verder de training vordert, hoe minder tempo er overblijft. Ik klets ons er wel doorheen.
Woensdag 23 mei. Vincent moet ook nog buitenzwemmen voor Duin. En wisselen en navigeren eens nader onder de loep nemen. Om maar te zwijgen van ‘in het water springen’. Vorig jaar durfde ik niet met hem, maar nu kan hij beter zwemmen dan ik en hoeft hij mij niet te redden. De boei, loopschoenen en talkpoeder gaan mee.  Eerst een keer of tien rent hij van de waterkant over het zand en oefent met pak losritsen. Dan het water in. Snel gaan zwemmen in de schoolslag. Het is spannend en hij blijft in de buurt. Vlakbij! We kletsen en heel langzaam aan een beetje borstcrawlen. Ik zit er vandaag veel beter in en geniet van de plantjes, van moeiteloos 1 op 4 ademen; ook al is dat tegen de golven in. We zwemmen niet lang achter elkaar. We gaan naar boei N56. Dat is een kwestie van navigeren. Ik vind het geweldig in het kwadraat om mijn ventje naast me te zien zwemmen. Wat een onverwacht beeld! Voor hem is het een wereldafstand. Maar het tempo is ook niet hoog. We zwemmen terug en navigeren op het groene huisje. We proberen nog de boei te wisselen, maar dat is geen succes. We worden allebei een beetje moe, maar zwemmen door. Aan de kant gaan we nog oefenen met pak uittrekken en foto’s maken. Tot de kilometer vol is. Was dat Ff gaaf!
Ikw as van plan ‘s avonds te gaan rennen, maar dan herinnert iemand me aan de triatlonledenvergadering. Sjips. Dan moet ik maar meteen gaan rennen voor het eten. De zin en de energie ontbreekt, maar ik ga. Nu is het warm en dat zal het zaterdag bij Duin ook zijn, dus het is een goede oefening. Ik blijf in de buurt, dat ik snel terug kan als de zin echt op is. Beetje door het bos, beetje onverhard, dan toch over de brug en een minirondje langs de plas. Het is allemaal best mooi, maar mijn (natte) koppie loopt niet lekker mee. Na de zesde kilometer ga ik wandelen. Te warm. Ik voel me niet goed en ik heb geen zin meer. Op deze manier komt de tijd ook vol. Door het bos hobbel ik nog wat, maar het is een beetje klaar. Op de Laan der VOC haalt een dame me in en ik probeer haar bij te houden. Dat lukt niet zo goed, maar het houdt me even bezig.
Donderdag 24 mei: Het is op. Ik slaap heel weinig en vandaag ben ik gewoon moe. Ik heb geen zin om te trainen en doe het dan ook niet. Eens in de twee weken een rustdagje zou moeten kunnen toch? Misschien ben ik dan klaar voor Duin, maar ik denk eerlijk gezegd van niet….
Vrijdag 25 mei. Morgen de wedstrijd. Het zou logisch zijn vandaag ook niks te doen, maar dat is niet de bedoeling! Ik mag even loslopen. En een stukje fietsen van gisteren. Ik pak de tijdritfiets en ga gelletjes halen. Met deze fiets rij ik liever niet de stad in, maar het moet toch. Sta ik bij de Run2Day en vraagt de verkoper: heb je er zin in morgen?! Betrapt… de atleet die op het laatste moment nog gels moeten halen, oeps… ik doe rustig aan en maak een tussenstop voor een glas water en een knuffel bij Joyce. Ik ga rustig lopen als Vincent muziekles heeft. In de felle zon. Niet fijn. Deze keer maak ik een tussenstop bij SG om naar de toilet te gaan. Ik ben in trisuit en het tempo is goed.
Dan volgt de mooiste sport van vandaag: proefzwemmen bij Duin in het Markermeer samen met Vincent. Een soort van verjaardagskadootje. Als iemand 12 jaar geleden had gezegd dat ik samen met mijn zoon in het Markermeer zou gaan zwemmen op zijn 12de verjaardag, had dat op geen enkele manier gebracht kunnen worden zodat ík dat zou geloven. Het was een onmogelijkheid! En kijk ons nu eens: van skippybal naar skippybal. Ze hangen op zijn kop met hun smileys. We crawlen. Als iemand had gezegd dat Vincent mij er uit zou zwemmen op zijn twaalfde verjaardag had ik hem teruggeduwd destijds – grapje- 🙂 We oefenen met uit het water komen en zwemmen al met al maar een kwartiertje. Het water is koud genoeg voor een wetsuit. Daarna zetten we ons in om bordjes in de wisselzone op te hangen. Ik heb een heerlijke plek, vlak bij de WC, vooraan in het rek. Maar of ik zin heb in Duin? ……..

Mijn bordje hangt klaar….


Ik ga nog met de buuf rond. Als we een stukje hebben gehobbeld en ik haar op de laan der VOC echte lantaarnpalen-intervallen heb uitgelegd, mogen we nog een keer 3 minuten. Oeps. Sorry! Maar de buurvrouw laat zich niet kennen en doet het gewoon. Voor een rustdag zo vlak voor de wedstrijd was dit best geinig: alle drie de sporten! En rennen nog wel twee keer.
De wedstrijd heb ik in een aparte blog beschreven, maar daarmee is de week nog niet om!
Zondag 27 mei. Het was best vermoeiend. Warm. Ik slaap wel redelijk lang. Ik lig wel wakker van de pijn aan mijn hielen. Ze zijn ontveld en en pijnlijk. Deze zondag wilden we naar de snelle triatleten gaan kijken, maar het komt er niet van. Weer parkeren, weer lopen, weer in de hitte: we gaan uitfietsen. Vincent en ik. Voor een ijsje bij de IJspressie. Naar de dijk, via het industrieterrein en langs de gevangenis. Kleine calculatiefout: we hebben de wind tegen op de dijk. Voor de rest is het eigenlijk superrustig overal. Langs de prachtige plassen terug en dan iets verder naar de Evenaar. En zo zijn we na 3 kwartier bij de IJspressie! Welverdiend. Ik ga ‘s avonds met pijnlijke voeten ook nog hardlopen met de buurvrouw. We zijn al van de minuut af en lopen 3 minuten achter elkaar!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 21 op naar Duin…..

Duin Triathlon OD (olympic distance)

Twijfel, twijfel: alles compleet, ligt alles goed..


Zaterdag 26 mei. Het is heet vandaag. Extreem warm. Meer dan 25 graden. En op mijn lijstje afstanden op de triatlon ontbreken er nog twee: de hele triatlon en de olympische afstand. De olympische afstand is een kwart triatlon met meer zwemmen, 1500 meter. Zo gek nog niet dat die ontbrak bij mij! Maar vandaag, in de hitte, ga ik deze afstand doen. Ik zie er tegenop: zal ik dat hele eind zwemmen wel redden zonder te verzuipen? Of ga ik vreselijk verbranden op de fiets? Ik zie mezelf ook al oververhit uitvallen bij het hardlopen, wat normaal toch mijn beste onderdeel is. De nodige zenuwen zijn er in elk geval weer! Ik start pas om twee uur en Vincent is om half 5 aan de beurt voor de jeugdafstand van 375 meter zwemmen, 10 kilometer fietsen en 2,5 kilometer hardlopen. Sinds gister komt hij er niet meer onderuit: hij hoort in de categorie 12- 16 jarigen.
We komen laat aan en het is al warm. Ik heb maar en half uurtje tot de briefing, maar wij dames en de 50+heren starten een kwartier later. Ik leg snel en degelijk al mijn spulletjes in de transitieruimte en klets en knuffel met mijn vriendinnetjes. Ik heb mijn pak snel aan en werk netjes het eten naar binnen. Ik ga even zwemmen en het koude water is heerlijk. Alleen de golven…. die zijn wat zwaarder dan gisteren! In het zwemmen heb ik bijna een beetje zin, maar ik zie nu al op tegen hardlopen. Zou geen best voorbeeld zijn als deze mama wordt afgevoerd omdat ze haar grens niet kent…. Mijn hartslag is hoog, KH ziet er weer perfect uit en ik ben onrustig. Daar gaan we!
Water in en zwemmen. Ik adem 1 op 2, ik borstcrawl en mijn benen doen lekker niks. Ik heb even wat minder ruimte en zwem op de gele boei af. Op de verkeerde merk ik op. Ik heb geen last van de andere zwemmers, doe gewoon mijn eigen ding en mijn eigen slag. Zoek mijn eigen weg wel door het water. Ik ga toch maar op de linker gele boei af, dan komt die andere dadelijk wel! Ik zwem er lekker krap omheen en warempel ik ben nog niet eens laatste! Dan heb ik golven mee en ik kom helemaal lekker in mijn slag! Gewoon maar heerlijk doormaaien. Ik ben blij dat ik dadelijk nog een stukje mag zwemmen. De landlap gaat leuk, veel witte badmutsen (snelle mannen) gaan het water uit en ik zie Rob en Vincent. Vincent roept dat het goed gaat en omdat het ook zo is, hoeft ik mijn vinger nog niet op te steken. Weer het water in en aj – golven tegen. Veel golven tegen. Best hoog. Ik hap zelfs water! Soms moet ik even schoolslagen doen om het doel in het oog te houden. Toch borstcrawl ik liever. Dit is een beetje een gevecht. De man naast mij doet schoolslag, dus die kan ik volgen voor de richting. Als ik de boei voorbij ben, wordt het gemakkelijker, hou ik mezelf maar voor. Ik ben trots als ik de boei gerond heb en kom dan weer in mijn slag. Ik drijf inderdaad iets langer uit en dat geeft rust. Ik ben niet laatste, dat is ook altijd fijn. Na de volgende boei krijg ik weer golven mee, maar ik word wel moe voel ik. Ik ga in mijn gestage slag door, maar wijk af. Soms moet ik even schoolslag doen om te kijken waar ik heen moet. Ik hark maar door en krijg bijna zin om te fietsen! Mijn benen hebben daar in elk geval zin in. Het strand komt maar langzaam dichterbij, maar daar is het dan toch en ik hap water in mijn pak, stap op en krijg snel mijn pak uit. Niks geduizel, dus ik kan nog harder zwemmen. Ik ben niet echt een van de snelsten. Ik jog de transitieruimte in en zie Vincent naast me meerennen. Soepel dat pak uit, ophangen, fietsschoenen aan, gel naar binnen duwen: alles gaat goed.
Fiets pakken, net niet opstappen voor de streep en dan fietsen. Ik merk het meteen: wind tegen. Ik pak ook meteen iemand en dan de eerste chicane al. Ik klik meteen vast en doe ietsje kalmer aan. De dijk op. De wind tegen zet best aan, maar in mijn hoofd zit dat ik dit kan, dus het lukt. Daar staan YZ en haar man MZ en ze moedigen ook mij aan. Dat doet me goed! Rob en Vincent zijn nu voor Vincent bezig. Ik ga aan het pacmannen en met een grijns haal ik dames in. Tot mijn verbazing ook wat teamgenotes waarvan ik had gedacht dat ze sneller zouden zwemmen. Dan komen we op een stuk met wind van opzij. Ik lig net op mijn fiets en ik vind het erg akelig. Ik weet niet waar ik heen moet sturen, hoe ik ‘m liggend recht hou. Ik hou links op het stuur vast en rechts op het ligstuur en verzamel moed. Zodadelijk zijn we de bocht door en hebben we recht wind tegen. Ik drink zo nu en dan en wijk dan wat uit als de NTB motor langskomt en me terugwijst. Jaja…. Zo nu en dan haal ik ook mensen in en ik zie andere vrienden en vriendinnen me tegemoet komen op hoge snelheid. Soms een handje opsteken, soms een grijns en soms mis ik ze. Ik kijk ook om me heen en ik vind de polder mooi. De ganzen, de kale vlakte, de masten in de verte, de bootjes, de fietsende recreanten. Dan is het keerpunt er al. Snel! Ik keer langzaam en ga snel weer aan het trappen en dan komt de snelheid erin. Hard ga ik! Veertig kilometer per uur, tadaa. En dan wordt je voorbij gezeild door mannen met dichte wielen waarbij het lijkt of je alsnog stilstaat. Ach, zij winnen er net zo min mee als ik! Ik drink, ik kijk om me heen en ik trap. Fijne verdeling dit: eerst wind tegen en straks uitrusten voor het lopen met wind mee. Met dit fietsje ben ik toch maar een goed team! Ik zie anderen alweer tegen de wind in ploeteren. Sneller als ik gedacht had, ben ik bij de chicane en bij het keerpunt. Ik hoor MB, maar zie haar niet echt goed, ik ben bezig met schakelen, wie er om me heen fietst, keren en weer opschakelen. Ene Yvo komt me voorbij, maar ik kan die meneer niet bijhouden. Oudere mannen he, die kunnen hard fietsen en niet zwemmen…. YvZ en MvZ toveren weer een grijns op mijn gezicht en dan begint het pacman spelen pas echt. Ik fiets opvallend harder als anderen tegen de wind in. Deze keer blijf ik liggen in de bocht met wind van opzij. Ik hark gewoon door. Er komt een einde aan het stuk wind tegen. Gedag knikken en trappen, meer doe ik niet voor een kilometertje of tien. Een beetje afzien, niet echt erg. Slokken drinken en me voortbewegen. Het is nu rustiger op de dijk. Na het keerpunt denk ik aan Vincent die dadelijk mag starten. Ik baal ervan dat ik niet op tijd ben om hem aan te moedigen, dus ik doe het hardop vanaf mijn fietsje. Het werkt blijkbaar als een tierelier, want ook nu haal ik nog diverse mensen in. Ook 1 van mijn baangenoten bij de zwemtrainingen. Die zal wel denken: rare meid, die kletst op de fiets! Ik moet nu een gel nemen en ga dus maar eens proberen hoe je met 35km per uur iets naar binnen slobbert. De berrygel is binnen te houden, hoe wonderlijk! Slok drinken er achteraan en dan kom ik weer in de chicane. Ik zet nog even aan en klik opmerkelijk laat uit zonder vrees of tegenwerking en stap af.
In de wisselzone heb ik moeite met het wegzetten van mijn fiets; die wil niet lekker hangen. Ik wissel rap de schoenen en probeer de Ascis nog goed te doen, maar ik vrees al dat het niet goed meer gaat werken. Helm af, fietscomputer uit en dan gaan hardlopen. De enige hickup is dat ik het horloge te vroeg lap en dus weer moet aanzetten als ik ga hardlopen. Mis ik een half minuutje. Ik verwacht niet teveel van het hardlopen en dat is goed. Het begint best fijn, want ik weet niet in welke ronde de andere deelnemers zitten, die ik inhaal of die mij voorbij razen. Ik heb mijn bril nog op, maar gooi die naar S van KD. Die vraag ik wel terug later. In het bos valt het me mee, want daar is schaduw. Onder de graafmachine door, water over me heen gooien. Het fietspad daarna, wat een beetje oploopt in de felle zon is een stuk erger. Dit eerste rondje is al zwaar, maar gaat nog; ronde 2 en 3 zullen zwaar zijn en rondje 4 overleven. Laat ik proberen niet te wandelen. De tijden zijn best bemoedigend. Ik voel mijn hielen al stukgaan. Het doet pijn. Op het heen en weer fietspad is het leuk anderen te zien en er is schaduw. Het bevalt me daar nog best! De dijkopgang is dichterbij het finishgebied en daar staan YvZ, MvZ en RA te roepen. Dat maakt dit een dragelijke kilometer. Ronde 1 zit erop. Sponzen meenemen en uitknijpen, bos door en blijven rennen. Ik wil in elk geval 5 kilometer hardlopen en binnen een half uur ook! Dat is twee rondes. Ik snotter en smeer het gewoon maar af. De gel laat ik voor wat het is. Ik probeer water te drinken, maar spuug het uit. Het zonnige fietspad over. Deze hitte is zo niets voor mij. Fietspad, gedag zeggen of knikken en de leuke vrijwilliger op het keerpunt die zegt: nog een klein stukje. Mocht ie willen! Weer aanmoediging van MZ&YZ en dan zitten er twee rondes op: de helft, 5 kilometer in 28 minuten – dat wordt geen uur. Vertragen kan, maar liever niet. Sponzen, veel wandelaars in het bos en ik blijf rennen. Dat wordt mijn doel: blijven rennen. Ik probeer weer te drinken, maar het mislukt. Ik hou me maar wat koel. Mijn hielen doen nu echt officieel pijn en zijn stuk. De zesde en zevende kilometer loop ik door omdat ik niet oplet. Ik zie mijn vriendinnen wandelen en wil ze wel toeschreeuwen: blijf joggen! Misschien is het hun laatste ronde? Ik hobbel maar door en door. Hopelijk komt het tempo niet boven de 6 minuten, maar echt interesseren doet het me niet meer. Doorrennen. Dat is het enige doel. Dan zie ik SG voor mij naar de EHBO-ers lopen en dat haalt me uit mijn balans. Ik word kwaad en wil haar wel meetrekken, meesleuren en uitschelden, maar het kost me teveel energie merk ik. Niet opgeven, schreeuwt alles in mij. Tot 8 kilometer rennen. Daarna mag ik wandelen. De laatste ronde. Ik zie de snelste jeugd aankomen, wat betekent dat Vincent mij niet meer gaat inhalen. Alleen overleven dus. De achtste kilometer gaat in 6:02. Logisch. Maar nu wil ik toch koste wat koste proberen alles te rennen. Dan nog maar iets langzamer, maar gek genoeg geeft de laatste ronde me wat kracht en gaat het weer iets sneller de laatste keer door het bos. Nog 1 keer water over me heen en MB loopt me tegemoet. Zulk een lieve support. Het fietspad op en neer. Ik zie KH wandelen.  “Gas erop Anke” roept D, de vriend van KH. Grapjas! Ik word er niet boos om, ik grinnik erom. Ik moedig wat jeugd aan, terwijl ik blijf rennen. Het wordt wel zwaar nu, maar halen zal ik het! Ik zie ouders van andere kinderen, YZ&MZ en RA moedigen mij nog aan, HT roept vanaf de kant toe dat ie respect voor me heeft en dan zitten er tien kilometer op. Ik mag wandelen! Maar wandelend over de finish is ook al zo wat…. Ik zoek de finish nog even en dan is het klaar. Binnen 3 uur. Gelopen binnen een uur.
RV vangt me op, samen met KH. Iedereen heeft het zwaar gehad. Ik werk 3 winegums naar binnen en dan telt er nog maar 1 ding: Vincent opvangen. Het duurt lang in mijn beleving, maar daar komt mijn held: ik vang het met open armen op en knuffel en kus hem. Hoe knap, dat hij met deze golven heeft gezwommen en met deze hitte heeft gelopen. Ik prop hem vol met spekkies en daar is Rob. Ik klets nog wat rond en ben moe, vies en misselijk en blij tegelijk.  Vraag her en der hoe het ging. Ik doe mijn schoenen uit. Niet verstandig, want het asfalt is ook warm, maar mijn hielen zijn pijnlijk stuk. We halen de spullen weer op. Ik heb trek en toch ook niet. We wandelen ver terug naar de auto, leunend op de fietsen. In de auto drink ik het warme water, ik denk de theesmaak erbij.
Thuis is het een kwestie van eten en opruimen. Ik heb supernetjes gezwommen voor mijn doen! 2:09 op de 100m. Ik heb wel veel extra gezwommen…. Fietsen ging met net geen 32 kilometer per uur. Ook niks mis mee! En lopen… 5:45 op de kilometer. Dit is precies wat ik kan met deze hitte. In totaal ben ik 2:52:56 onderweg geweest. Ik ben moe, maar het ergste zijn mijn kapotte voeten. Voor het donker liggen wij in bed.
Voorlopig ontbreekt alleen de hele triatlon nog. Ik ga een niet al te warm land uitzoeken als ik die afstand ooit wil afstrepen!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Duin Triathlon OD (olympic distance)

Week 20 alweer: minder foto's, meer tekst (en een kattebelletje)

Maandag 14 mei fietstraining. Ik vind ze niet leuk. Ik haast me naar huis. Haast eten naar binnen en we haasten ons naar de training toe. Op nieuwe fietsen. En op tijd. En al moe voor we er zijn! Maar goed… ik ga lekker midden in de groep fietsen, het is lekker weer en het gaat prima tussen mij en de fiets. We gaan naar de Hollandse Brug. 4 keer omhoog in tweetallen. De ene staat op de hoogste versnelling, de ander zit op de laagste versnelling. Ik ga met FS, want wij zijn lekker niet snel. Ik hoeft niet snel, ik vind staan eng. Maar het lukt wel. En het gaat best goed! We mogen nog 1 keer op en neer op eigen tempo en dan valt het mee: vooral tegen de wind in ga ik net zo hard als met wind mee. We fietsen weer terug en ik heb het wel gehad.
Dinsdag 15 mei zwemtraining. Ik vind ze niet leuk. Ik haast me naar huis. Haastig en laat eten en ik ga alleen naar de training toe. Ik ga vooraan in baan 2 aan het zwemmen. Het is een zware training met de ene versnelling na de andere. Ik doe het, maar het komt van diep. Ik maai me er doorheen. Moeten we 100m in 1:54 zwemmen. Vier keer. Ik voorop, want dit is mijn tempo. Vier keer in 1:49, duhuh. En dan 400m armen. Ik vervloek de trainer. Hij wil dat ik langer uitdrijf en dat oefen ik aan het einde ook nog een hele tijd. De trainer zegt “sorry” maar niet voor het afbeulen, maar omdat hij zich realiseert dat hij altijd commentaar op me heeft. Ik weet dat hij het met de allerbeste bedoelingen doet, want hij wil net zo graag als ik dat ik beter zwem. Hij krijgt persoonlijk de schuld als dat zo is!!
woensdag 16 mei looptraining. Ik vind ze leuk. De negatieve split. 3 kwartier, dat is 7 kilometer – elke kilometer iets sneller. Ik heb vrij vanmiddag, dus ik hoeft me niet te haasten. Kilometer 1 gaat tegen de wind in en is best koud met korte broek aan. 6:27 – netjes. Kilometer 2 is mooi langs de Oostvaardersplassen en nog steeds heerlijk rustig. Wel een beetje saai dit tempo, maar laten we de eerste 3 km boven de 6 minuten houden. Helaas: kilometer 3 gaat er nét onder. Niet erg, want nu komen we in een lekker tempo voor de komende kilometers. Wat is het toch mooi hier. Vincent belt, maar opnemen met dit tempo lukt net niet meer. Keurig ga ik steeds iets sneller. 5 Kilometer haal ik binnen een half uurtje. Dan begint het buffelen voor twee kilometer. En wie fietst mij daar op de brug over de Hogering tegemoet? Mijn kleine vent! Helaas zijn van mijn kant geen hele gesprekken meer mogelijk. Wind mee, tempo zit er goed in. Verdikkeme (ik riep ik iets sterkers onderweg): 4:59 op de zesde kilometer. En ik moet er nog 1! Dat is dan afzien. Keihard rechtdoor. Ik heb het bloedheet nu. Hoe ik het ga doen, weet ik niet, maar ik zal onder de 5 minuten blijven. Buffelen. Harken. Benen het werk laten doen. Niet opgeven. Niet. Ik tel af: tot de tang dynastie, dan verder tot de snackbar. Op de hoek ben ik er. 4:47. Vier zevenenveertig. Tsjakka. Ik wandel even om bij te komen en jog dan nog een kilometer naar huis toe in ongeveer hetzelfde tempo als de eerste kilometer. Ik heb diep gegraven, maar ben wel trots dat het gelukt is!
en daarna zwemtraining. Ik vind het niet zo leuk. Maar ik ga en de snelsten worden doorgestuurd naar baan 3. Dat vind ik wel zo eerlijk! Nu zijn we met een man/vrouw of 5 a 6 en dat is perfect. Ik doe netjes het inzwemmen 500m, maar wel alles met pullboy. Ik voel mijn armen nog van gister en mijn benen…. Die doen het alleen met flippers geloof ik. We gaan om de beurt voorop en ik doe ook netjes mijn deel vooraan. En ook met het sprinten, al is dat niet van harte. Als ik mijn benen gebruik en ook nog eens uitdrijf, zit er best een lekker tempo in. Nu nog leren volhouden en automatiseren. Op dit moment is het een uur instructies denken: breed insteken, gehokt doorhalen, wel doorduwen maar niet uitplonzen, hoog overhalen, uitdrijven, benen flipperen vanuit de heupen, buikspieren aanspannen en tussendoor ademhalen. 1170 keer ongeveer. Bij elke slag weer.
Donderdag 17 mei baantraining. Ik vind ze niet leuk. Ik zie er tegenop om in de groep te lopen, omdat ik dan ‘voor hun’ moet presteren voor mijn gevoel. Ik probeer me er niks van aan te trekken, maar dat kan ik nog steeds niet. Ik heb geen foto gemaakt vandaag, ik doe het anders. Ik schrijf een briefje voor mijn medeloopster:
Beste M,
Ik had al respect voor je. Jij loopt als een klokje, je loopt strak en sterk en in mijn ogen ben je een kleine heldin (ondanks je lengte), omdat je de hele triatlon al hebt gedaan en een heel gezin van triatleten draaiend houdt naast je baan. Je bent daarnaast gewoon een geweldig leuk mens! Het is fijn om met je mee te lopen en je begrijpt als geen ander dat grote zoons hun moeder voorbij lopen. Ik kwebbel er vrolijk tegen je op los bij het inlopen. We doen loopscholing en wat vind ik dat niet leuk zeg. Maar ik doe gewoon een beetje mee en lach me inwendig rot om alle opmerkingen. Daarna doen we een piramide en omdat jij zegt dat het een tafelberg is, weet ik dat we 1, 2, 3 , nog eens 3, 2 en 1 ronde doen. Ik blijf bij je hangen, want jij belooft rustig aan te gaan. Ik twijfel nog even over je beloofde 10km per uur, maar het zal wel loslopen! En daar ga je weer: bijna 12 kilometer per uur. Ik hou het prima bij en klets gewoon maar verder. Die ene ronde. En alle rondes die volgen in vrijwel hetzelfde tempo. En W en W lopen ook mee in ‘ons’ groepje. Je bent je er niet van bewust, maar met je soepele tred trek je ons mee. Doordat jij keurig de tijden in de gaten houdt, hoeven wij niet zo op te letten. Omdat jij strak op 1 tempo kunt lopen (ook is dat harder dan je beloofd had), kunnen wij mee. Lieve M: je maakt mijn dag goed als je DS toeroept dat hij goed bezig is. Je meent het! DS is wat minder snel dan wij, maar jij weet, waardeert en herkent zijn persoonlijke prestatie. Zo geweldig van je! Je laat stiekem zien wat een fijn mens je bent. Het tempo gaat iets omhoog, maar niet schrikbarend. Ik hoeft voor niemand sneller te gaan of af te haken, ik kan gewoon lekker mee. Ik hoeft me nergens druk over te maken – wat een winst! Stiekem geef ik jouw “de schuld” dat ik het zo heerlijk heb! Alleen in de laatste ronde van de twee rondjes haak jij af voor een bezoekje aan het toilet en dan nog hou je onze tijd bij! Hoe lief! Geen gezeur, we maken het af, ook al is de rest al klaar: wij gaan nog 1 rondje volgens de opdracht. Dat vind ik nog een prettige eigenschap van je: doorzetten, niet opgeven. Hoe sterk die eigenschap bij jouw is, vertel je me als we uitlopen. Je doet niet alleen de hele triatlon, maar je doet dat ook nog met een chronische ziekte onder de leden! Zelf is het bijna luchtig hoe je reageert; dat je er alleen bij het lopen last van hebt, dat het onder controle is voor de rest: het gaat niet meer weg. Ik had al respect voor je, maar daar kon  nog een schepje bovenop. M, je bent een topmens: bedankt dat je me moeiteloos door deze training van 9 kilometer in een uur heen hebt geholpen: zo was het een makkie, die baantraining. RESPECT voor je. Groetjes! 
Vrijdag 18 mei Er staan maar liefst twee fietstrainingen vandaag. Toe maar… Ik wilde eerst dit, dan dat, maar uiteindelijk fietste Manuel gewoon lekker een rondje mee om de Oostvaardersplassen. Het was wat somber weer. En eigenlijk is dat rondje net te kort, maar we gingen over de weg, terug richting de knardijk-sluis en daar het bos in. Manuel remt dan nauwelijks, terwijl ik voor elke bocht de rem indruk. Ik fiets dan wel weer bij, maar het is wel apart. Ik heb 1 keer niet geremd, maar dan heb ik meteen een hoge hartslag van de angst om uit de bocht te vliegen! We reden ook om het Bovenwater heen. Ondertussen hebben we gekletst. We hebben de meeste wind mee op de dijk. Maar het is wat wankel. Ik zit er niet zo goed in vandaag. Ik weet niet of twee trainingen lukt, ik wil op de bank slapen en ik ga dadelijk met de buurvrouw hardlopen. Haar eerste hardlooptraining! Ik heb Evy gekopieerd in mijn horloge. Voor mij is het een hele korte koppeltraining. Ik ben netjes op tijd bij haar en we gaan 1 minuut hardlopen, 1 minuut wandelen. Dat gaat nog best snel! Dan 2 minuten hardlopen en dat gaat al minder hard. Het maakt mij niks uit, ik kwebbel de tijd wel vol. Daarna doen we nog een keer 3 minuten hardlopen en dat is al wat zwaarder, maar de buurvrouw houdt zich uitstekend! Uit haar verhaal maak ik op dat ze het type doorzetter is, en daar hou ik wel van. Overmorgen weer!
‘s Middags kijk ik naar Loreena McKennitt op omroep Fryslan en daarna ga ik een uur fietsen. Alleen. Tempoblokjes. Ik ga de andere kant op op de Oostvaardersdijk. 3 Minuten hoge versnelling en doortrappen, 2 minuten rust. Ik doe 2 minuten in plaats van 3, dan zit ik met elke 5 minuten. Vandaag heb ik moeite met de klikpedalen. Ze willen niet soepel los. Ik ga terug langs de gevangenis en kom op het industrieterrein en dat is onpraktisch. Zeker als ik hard moet! Ik fiets nog een stuk om en neem het hele Meridiaanpad omdat ik nog tijd heb voor ik Vincent haal op school. Bijna een uur vol als ik thuis ben en ik vind het goed genoeg! Alles bij elkaar dik 60 kilometer op de fiets gemaakt vandaag.
Zaterdag 19 mei. Duurlooptraining. Ik heb er zin in, want Joyce gaat mee. Het idee is twee keer om het Weerwater heen. We zetten het op een hobbelen. En vooral: op een praten. Er staan wat grote levensvragen klaar en 2 vakanties en meer dan 3 weken zonder elkaar. Twee rondjes Weerwater gaan bij lange niet genoeg zijn. Ik zie mensen zwemmen in het Weerwater en ik ben stikjaloers. Ik versnel heel even een minuutje, maar het tempo van 6:10 bevalt mij prima. We lopen door het ongelijke bos en dan bedenk ik dat we beter terug kunnen steken. Joyce twijfelt of ze dat wel kan, maar ik heb er alle vertrouwen in. We praten maar door en door. Weer langs de (onbekende) zwemmers. En maar praten, praten, praten en we zijn nog niet eens in de buurt van de vakanties! We hobbelen vrolijk door al gaat het tempo niet omlaag en laat de zon zich ook niet zien. We halen tien kilometer binnen 65 minuten. We hobbelen nog door en kletsen ook nog door. Dat laatste blijft moeiteloos lukken. We lopen nog om de kermis heen en dan is mijn zin ook een beetje op. Na 12,5 kilometer vind ik het wel best. Het bankje op het schoolplein is de beste plek om foto’s te kijken van de vakantie in Amerika!
Zwemtraining. Ik heb er totaal geen zin in. En het komt ook niet. De hele les niet. Ik tel de minuten af. Ik zit in baan 1 en zelfs dat gaat moeizaam vandaag. Het lijf is moet en ik moet me neerleggen bij 1 op 2 ademen, dan lukt het nog een beetje. Vergis je niet: ik doe alles: alles. Ik doe veel beentjes en die redden me, houden het tempo er een beetje in. Echt mijn best lukt me niet vandaag. Ik ben blij als het uur om is en ik 2000m heb gehaald. Ondanks de pullboy was het vandaag gewoon “pet”
Zondag 20 mei Eigenlijk zit de trainingsweek erop en is dit de rustdag. Maar “rustdag” is wel heel breed…. Het is een drukke verjaardagsdag. En Vincent heeft een fiets gekregen en een fietscomputertje. Dus die wil hij uitproberen. Zijn rondje, zijn plan, ik mag mee. We gaan naar de Oostvaardersdijk langs de Oostvaardersplassen en dan weer terug. Het gaat wel lekker. Vincent vindt een half uur genoeg, dus we zijn na 12 kilometer weer thuis. Dan gaan we hardlopen met de buurvrouw: les 2 van Evy. Vincent gaat ook mee, hetzelfde rondje als de eerste keer. Maar dan iets langer. En we rennen iets langer achter elkaar. Het is een mooie intervaltraining. We komen de andere buurvrouwen tegen als we aan het hardlopen zijn gelukkig! En dan heb ik 11 uur gesport in de week. Zomaar zo’n beetje.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 20 alweer: minder foto's, meer tekst (en een kattebelletje)

Week 19 In Turkije & fietsen in Nederland

maandag 7 mei: mijn eerste ingediende vakantiedag van 2018 besteed ik goed, maar niet sportend. We wandelen twaalf kulmeter rondom het kasteel en de haven en de winkels van Alanya. Ik maak tig foto’s en doe een dutje in de bus. Ik luister naar de gids, klauter op de trappen en we varen op een boot om Alanya heen. Gelukkig is er geen zwemmigelijkheid, want die spullen heb ik niet bij me. Het is een geweldige dag. Ook zonder sport 😀
dinsdag 8 mei: eindelijk een nacht meer dan 7 uur geslapen. Voor het eerst deze week. Het is vandaag weer koeler in Turkije dan in Nederland. De zee is gevaarlijk terrein om te zwemmen met de hoge golven. Om 10 uur spring ik het rustige zwembad in. Dat kan met paddles! Ik doe schoolslag en dan de paddles aan. Ik doe kalm aan, het blijft vakantie hihi ! De donkere bril werkt ook slecht in het felle licht. Ik zwem lekker op en neer en maai niemand om. Ik let goed op de slag. Ik doe nog een paar techniekoefeningen en nog even zonder paddles en dan is er een half uurtje om. Tijd voor mijn boek op mijn luie reet.
‘s Middags koelt het af als de zon weg is. Het bad is niet druk en ik neem nogmaals mijn kans. Schoolslag en dan de hele riedel aan techniek heen en toepassen terug: slepen, oksel, bijleggen. Ik oefen ook ademen: 1 op 2, 1 op 3, 1 op 4 en 1 op 5! Die laatste was best lastig. Dan de paddles aan en halve baantjes benen doen. Half?! Ja, ik vind 42 meter gewoon teveel haha. Ik ‘paddle’ op en neer. En dan ga ik 1 op 3 ademen. Lekker rustig, maar 1 op 4 blijft mijn comfortzone. Ik zwem de 1200m vol en ga dan nog even ‘open water’ zwemmen. Lollig: op de sattelietkaart is nog geen zwembad te bekennen! Mag ik me lekker tegoed doen aan wafels. Ik sta langs de zee, maar alleen gaan zwemmen bij een rode vlag vind ik zelfs dom!
en dan nog lekker hardlopen. Ik heb een route, een rondje. Het is bewolkt en ‘maar’ 23 graden, prima dus! Ik zet de kaart aan en gaan. Naar de moskee, daarna linksaf omhoof de Fatih Cadessi op omhoog. Rust en kalmte. Nu ja, omhoog is ook een hartslag omhoog en wat temperatuur omhoog, maar ik doe kalm aan. En dan is de Fatih Cadessi opengebroken. Ze graven de weg weg. Ik heb geleerd in Oostenrijk sat je dan om moet draaien.  Tot zovee het rondje- grimas. Omlaag gaat lekker op tempo. Terug langs de moskee naar de volgende moskee, maar sat blijkt een hotel met koepeltjes te zijn. Het tempo zit ee best in, maar ik vind de hotels qua omgeving niet zo leuk. De citrusbomen en de arbeiders die mij met open mond (en peuk) nakijken zijn wel mooi. Ik ga naar het kanaaltje en steek de brug over. Dan links, zo zie ik op de kaart. Ik doe 5km net in een half uur. De schaapherder is prachtig, maar er tegenover zit een vieze bouwplaats. De voetballertjes die worden opgehaald zijn schattig, maar daarachter staat een vreetpaleis-hotel. Het brommertje wat me nafluit is mooi, maar de toeristenbus erachter stinkt. Zo is het telkens, net niet. Ik voel het tenminste zo. Na 6km is het een beetje op. Ik loop richting de hotels en nepbazaars. En ik moet naar de wc. Ik ga de brug over de (smerige) rivier weer over en de orangeboomgaard door. Er lopen meer mensen, dus het zal wel lukken. Mooi! Maar…-weer een maar- het begint te druppelen. Niet erg, eerder verfrissend. Maar… je kunt er niet doorheen! De anderen die er lopen zijn ook Hollandse toeristen die verdwalen. We komen langs een groot hotel over een soort afvoersluis te lopen met grote afvoergaten erin. Leuk voor een film, maar akelig om langs te rennen. En dan moet ik er als ik de andere hollanders passeer ook afspringen. Ik moet al nodiger en weet niet waar ik ben. Daar is de meneer met zijn kameel! Ik loop langs de pinautomaat en blijk er bijna te zijn. Het regent nu gestaag en het tempo is eruit. Ik loop nog om ons parkje heen langs ons balkonnetje. Het laatste stukje moet ik knijpen en heel rustig joggen. Het worden 9 kilometer. Even douchen en dan weer lekker eten.
9 mei: de hele dag op excursie! We gaan wel raften, wat als sport telt vind ik. We wandelen genoeg vandaag!
10 mei: Hehe, het is eindelijk goed genoeg weer om op het strand te liggen en in de zee te zwemmen. Ik lig eerst een tijd op het strand om moed te verzamelen en in mijn boek te lezen. maar rond het middaguur ga ik het wagen! De zee is smerig. Het smaakt vies, zout. Ik doe schoolslag. Wennen aan de golfjes, aan de grootte, aan de weidsheid. Koud is het niet! Ik zwem naar de lijn en maak een klein en traag rondje. Weinig borstcrawl tot op het eind, voor de foto. Ik eet er lekker een paar wafels voor in ruil en ga weer op het strandbedje liggen. Een paar uur later ga ik samen met Vincent nog een keer. Vincent vind het heel eng en ik blijf vlakbij. Ik vind het niet meer eng en doe graag de borstcrawl nu. We zwemmen samen langs de lijn en dan zet ik Vincent weer af bij het strand. Het ergste zijn de steentjes op het strand. Je kan er niet lekker lopen. Ik zwem nogmaals naar de lijn en doe nu wel veel borstcrawl. Het is niet echt mooi onder water. Ook lastig is het dat het brilletje zo beslaat. Ik ga nog verder zwemmen, meer richting Alanya (in elk geval die kant op). Het is heerlijk om te doen! Ik adem 1 op drie en dat gaat perfect. Soms is er opeens een steen onder me. Ik cirkel weer terug, want het is best een beetje vermoeiend. Hoe ik straks in de Noordzee moet zwemmen met wat meer tempo is me een raadsel! Ik haal nu een kilometer in 42 minuten. maar mijn vakantie is geslaagd!
Later op de middag doe ik iets wat nog stoerder is voor mij: of eigenlijk: ik doe niks. Ik heb mijn loopspullen bij me, ik mag nog een half uurtje volgens schema, maar ik heb geen zin. Ik heb vakantie en ik wil nog even in het zwembad spelen met Vincent. Ik verkies het laatste en laat het hardlopen achterwege.
11 mei: de lange reis weer terug naar huis, na een nachtje met minder dan 6 uur slaap en de nieuwe CD van Loreena McKennitt.
12 mei: thuis, saai, plat, gewoon, herkenbaar Nederland. We halen een nieuwe racefiets voor Vincent en die mag ik mee uitproberen natuurlijk! We fietsen langs de plas naar de Oostvaardersdijk die we gister uit het vliegtuig nog zagen liggen. het is onwijs mooi. En we fietsen lekker door! We gaan langs het Bloq en terug langs de Noorderplassen,helemaal langs de vaart. Ik vergis me in de bruggen en we maken een rondje van bijna 25 kilometer. Lekker…. En dan zwemtraining. Ik verkies baan 1 omdat die hetzelfde moeten doen als baan 2 en in baan 1 zijn we met zijn drieën en in baan 2 liggen ze met zijn achten. Ik volg de training zelf wel. met achtje, goed lettend op mijn slag en het gaat lekker. Gewoon goed. Ik ben iets sneller zelfs dan baan 2. Ik zwem langer uit. Behalve de sprints (6x50m) gaat het me prima af. En dan heb ik nog niet gelopen vandaag… We zijn toch sportief bezig en wat wil ik graag de plassen langs lopen. Ik vertrek wat laat, alleen, met de muziek van Loreeena. De zon is weg. Toch is het nog altijd prachtig mooi. Rustig, dieren, stil. Ik ga op mijn eigen tempo van 5:40 en het kan nog iets harder ook. De 5 kilometer haal ik in 27 minuten en dan ga ik het bos in. Daar begint de ellende. Ik moet. Dat kan niet in het bos en mijn buik doet er pijn van. Ik vertraag, maar dat komt ook omdat het onverhard is nu en ik genieten verkies boven snelheid. In kilometer 7 moet ik wandelen van de buikkramp. Ik vind het niet erg, des te meer tijd om van het bos te genieten! Wat ik met volle teugen doe. Ik wandel, jog, hardloop de zonsondergang tegemoet. Dan sta ik oog in oog met twee hertjes. Adembenemend. En later steekt er nog een hinde voor me over. Wow. En dan gaat de buikkramp over en wil ik de tien kilometer volmaken. Ik loop om de wijk terug, maar moet weer wandelen en dan protesteren mijn darmen heel hard. Het is voornamelijk wandelen en joggen wat nog lukt. Uiteindelijk haal ik thuis maar net en heb ik lang over de tien kilometer gedaan, maar ik heb er erg van genoten!
13 mei: We gaan naar oma in Hilversum fietsen. Op de nieuwe racefietsen met klokpedalen. Het is geen best weer, we vertrekken en als snel druppelt het. We schuilen wel even, maar zijn dan al nat. Helaas niet 1 keer, maar uiteindelijk zullen we drie keer nat worden. We rijden een stukje om over de Musweg om meer dijk en wind mee te hebben. We fietsen niet snel en mij bevalt dat prima. van alle sporten gister voel ik mijn armen en ben ik best moe vandaag. En de regen werkt ook niet mee. Toch trappen we gestaag door. Eigenlijk is anderhalf uur namelijk een klein stukkie. Het in- en uitklikken gaat prima bij Vincent. Ik klik te weinig vast. Als we onder de A1 door zijn komt het zonnetje door, maar eigenlijk is dat te laat, want we zijn al nat en de fietsen zijn al smerig.
Ik heb deze week ruim 8 uur gesport. Voor mijn gevoel alles op vakantie-snelheid. manjana, een beetje maar, om bezig te blijven. maar goed, ik heb lekker veel gezwommen en gek genoeg in het weekend ook nog eens veel gefietst! Tijd om het toch wat serieuzer op te pakken, want Duin is al over twee weken – oh jee.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 19 In Turkije & fietsen in Nederland

Week 18 – Rommeldebommel van Nederlandse drup tot in Turkije

maandag 30 april: ik tel de uren die ik nog moet werken voor we op vakantie gaan 1 voor 1 af. En er zijn nog zoveel zaken tussendoor: een gesprek voor Vincent, inpakken, en al dat werk afronden! Deze maandag regent het. Van tijd tot tijd. Ik ben nu al moe en wil er mijn nieuwe prachtfiets niet aan wagen. Schoonmaken krijg ik er niet tussen gepropt. Het wordt qua sport dus spontaan een rustdag!
dinsdag 1 mei. Nog vele werkuren tussen Nederland en Turkije. Vandaag is het droog, mooi weer. Ik wik en weeg: zwemmen, fietsen, inpakken…. het wordt fietsen. Zwemmen kan volgende week ook en inpakken… ehhh… later! Vincent gaat mee. Gezellig! We gaan gewoon, geen opdracht mee; gewoon fietsen. Het rommelt toch al deze week. We kijken of de plassen al toegankelijk zijn, maar helaas… dan maar anders rond.  Lekker langs de gevangenis, naar de dijk. En dan helemaal doorsteken over het meridiaanpad naar de vaart. Mooi rondje. Na het fietsen lopen we het donker in: altijd koppelen als het kan! Vincent heeft er echt wat aan. 3 Kilometer met tien kilometer gemiddeld per uur. Keuriggggg
woensdag 2 mei. Extra werken, zodat ik morgen vroeg weg kan om in te pakken. Maar zwemmen zal ik! En ik ga straks iemand aan een koppeltraining helpen. We hebben FS als trainster. Fijn! Geen benen op het programma. Dubbel fijn! Vijf mensen in de baan. Driewerf fijn!! Ik zwem het eerste stuk vooraan; hebben we dat gehad. Dan met paddles. De eerste vier keer 50 ga ik voor, dan blijkt het tien keer te moeten en ga ik zes keer achteraan (met ruimte) Ik leer het. In deze 500m met paddles leer ik het. Hoe het moet voelen. Spierpijn en kracht in de slagen. Ik ben erg blij.
Snel eten en dan naar MvL fietsen. Ze doet de run bike run in Duin maar heeft nog nooit gekoppeld. Lets do it! Zij op haar hybride fiets, ik op een dure racert. Haar tempo, haar training. We fietsen naar de sluis op de Knardijk. Wind mee gaat wel lekker! Wind tegen… en nog regen ook. Verdikkeme: fiets toch nog schoonmaken straks 🙁 we kiezen het Kotterbos in plaats van de Trekweg. Dit is goed voor mij, even ambitieloos inhouden. Ik zou mezelf voorbij fietsen. Ik wil de 22km volmaken, dus we fietsen langer door in de regen die inmiddels is aangezet. Dan snel schoenen wisselen en gaan lopen. Het valt me me qua tempo. 6:30. Ik klets MvL er wel doorheen met mijn gebabbel. De tweede km is trager en dat is meer dan genoeg voor MvL. Ik ben trots op haar! Door de regen en het donker naar huis om de fiets te poetsen. Weer niets ingepakt
donderdag 3 mei. Nog wat uren werken. Ik slaap slecht. Heel weinig. Ik moet veel. Veel afmaken. Veel werk. Veel huishouden. Veel bedenken. Om 3 uur laat ik Civity alleen en leg ik heel veel vakantiespullen klaar. Vincent gaat naar de koppeltraining, ik niet naar de baantraining. Ik wil zelf vrij zijn om te lopen op mijn moment. Niet forceren! We wandelen en als een paar uur later alles klaar ligt, ga ik onze eigen mooie oostvaardersplassen in om de zonsondergang te bekijken. Mooi is het. Adembenemend. Rustig. Goudkleurig. Rustgevend. Het tempo niet, maar ik haal er meer energie uit dan ik er in stop. Ik geniet er helemaal van, neem de berg mee (trap af) en maak een ommetje door het bos. Opgeladen kom ik thuis voor een laatste machine was en voor het uitzetten van de werkmail. Eindelijk vakantie!
vrijdag 4 mei: Lang naar uitgekeken, maar toch weer slecht geslapen. Eerst inpakken en veel van die zenuwslopende “laatste dingetjes”. De weegschaal is erg aardig voor me: ik kan wel wat toetjes aan! Mijn menstruatie is net op gang fekomen, dus zwemmen morgen gaat het niet worden. Tot mijn grote verdriet en frustratie. Om 11 uur pakken we de trein naar Schiphol. Dan zien we al dat we vertraging faan hebben met het vliegtuig. Ik ben er gelaten onder: vanaf nu laat ik alles los met ‘moeten’ en ‘tijd‘ en’to-do’. Lang staan bij incheckbalie, eten, een koptelefoonen m&m’s kopen: tijd genoeg! We wachten nog bij de gate en ik wil slapen. Moet een uur of wat inhalen van afgelopen nachten en de helft van de vlucht slaap ik. Voor het eerst in Azie. Het is al laat intussen. Lang wachten op de koffers. Dat is het enige moment dat ik zou willen hardlopen en de benen strekken. Verder leg ik me neer bij rust. Dat het schema meld dat ik een half uurtje mag lopen bij aankonst is niet haalbaar. We zitten ook nog anderhalf uur in de bus. Al met al lopen we met een bliksemschicht na enen het vakantiepark op en willen dan alleen nog maar slapen!
5 mei. Kwart over zes: wakker. Kwart over 7 in Turkije, maar weer een korte nacht. Ik loop zo leeg dat zwemmen écht niet lukt vandaag. Balen! Maar lekker ontbijten, kijken naar de zee grrrr, Vincent zien plonzen en in de zon liggen lukt wel! Het is heet, 30+ graden. Wennen aan niks-doen, geen werkmail, niets meer hoeven gaat me niet gemakkelijk af. Ik word onrustig en lees een heel boek uit. ‘s Nachts…
6 mei. Slaaptekort loopt op, maar verder is alles beter. Minder bloedheet, de stop kan erop bij mij en ik eet weer goed. We gaan naar het megazwembadenparadijs. Het is bewolkt met wat regen en dus stil rondom de baden. Heerlijk! Het water is niet koud, maar de zee kan ik niet in; die is te onstuimig. Ik lig lekker op een bedje. Ook fijn! Het went al 🙂 zwemmen zal ik en rond twee uur ga ik in het 42 meterbad banen maken. Tussen de andere mensen door. 4 keer school, 4 keer borstcrawl, 1 keer school, 4 keer borstcrawl. “En zonder achtje he mama” zegt Vincent, die met jaloersmakend gemak (veel) sneller zwemt! Het andere bad is rustiger en ik verhuis opVincents aanraden. De zon weerspiegelt op de bodem, ik kom in de slag en geniet er erg van. Meer hoeft niet al doe ik nog wat techniek. Dit badpak is inderdaad niet erg geschikt voor banenzwemmen, ik heb de hele tijd inkijk volgend mij ! Er is maar 1 kerel die mij omzwemt en daar ‘misbruik’ van maakt. Piep… We verhuizen nog ff terug en na 40 minuten is de zin op. Dit is vakantie en ik stop meteen en haal een wafel.
Rennen voor een uur staat op ‘t programma. En dat doe ik ook. Het is niet zo heet vandaag, dus dat moet lukken. Een route? Geen idee. Sorry mam, het is maar goed dat je het niet weet: je oudste dochter gaat met alleen haar telefoon rennen door Turkije. In korte broek en  ingesmeerd.  Ik ga de stoep over tot ie ophoudt. Richting de moskee, die mij boeit. Ik vind het gezang gaaf, het oproep tot gebed dat van de minaret schalt uit een oud cassettebandje. Ik neem de grote weg naar rechts. Asfalt. Ik loop netjes rechts, haal wandelaars in en wordt nagetoeterd en nagezwaaid. Als ik een “duwtje” krijg van een Turk die wil weten of mijn kont echt is (blijkbaar wel) ga ik links lopen, het verkeer tegemoet. En dan begint het oproep tot gebed. Als ik van de ene moskee naar de andere loop. Ik geniet er enorm van! Met een brede grijns loop ik daar. Het valt me mee met de hitte, zeker zolang de zon zich verschuilt. Het tempo ligt redelijk hoog. Voor onbekend terrein, hitte en heuvels. Of gaat het alleen maar omlaag?! Ik ga linksaf op een rotonde. En dan omhoog! Boven keer ik om. 4,5km heen en hetzelfde terug. Ik kijk mensen en katten en kippen en scootertjes en autos. En soms is het opeens doodstil. Ik hobbel hoog tempo terug, niks gevaarlijks aan hoor mam! Langs kassen, manderijnbomen, supermarkets, de moskee. Ik maak een stukje extra omde bazaar heen. En tot de bogen. De laatste kilometer doe ik heel erg rustig aan. Ik ben zo rood als een overrijpe tomaat. En warm. Maar erg tevreden met tien km onder het uur.
De weekafgesloten met te weinig sporturen. Dat komt niet vaak voor dat ik anderhalf uur mis. Maar ik leg me ee moeiteloos bij neer. Vakantie hoor! ‘s Avonds lees ik op facebook dat ik zonder het te weten iemand tot triatlon heb geinspireerd. Mijn dag is goed!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 18 – Rommeldebommel van Nederlandse drup tot in Turkije

Week 17 snel-snel

Maandag 23 april: een dag niks. dat het kan! Maar ik doe iets interessants: ik schaf (via marktplaats) een nieuwe racefiets aan. Full carbon, ultegra afgemonteerd. Dat betekent dat fietsen op de racefiets lichter gaat aanvoelen.
Dinsdag 24 april: zwemtraining van 9 tot 10. Met zijn vieren in de baan en WJ kwam uit baan 3 om voorop te zwemmen en zoals ze zelf sneert “ons moe te maken”, maar daar trap ik niet in. Ik doe gewoon wat ik zelf kan. Met pullboy gaat dat prima. We zwemmen lekker veel. Ik moet ONDER me doorhalen.
Woensdag 25 april: Fietsen met de nieuwe fiets! Een kwartiertje. Dat gaat al direct erg lekker. Soepeltjes. Daarna op de oude vertrouwde, goed afgemeten Scott samen met Vincent. We doen uit de losse pols tempoblokjes en ook die verteer ik erg goed. Ook op deze fiets dus. Na het fietsen doen we de training die ik maandag had moeten doen: inlopen naar een heuvel en de trappen op. Vincent loopt mee in. Ik hou het tempo hoog. Ik ga drie keer de trap op, loop dan rustig naar beneden en doe het nog drie keer. We lopen samen weer terug naar huis. Daarna gaan we nog zwemmen. Een heerlijk training met veel techniekopdrachten. Dat valt me heel erg goed. Ik vind het zelfs leuk.
Donderdag 26 april: het moet niet gekker worden, maar we doen weer niks! Ik ga uit eten met Vincent. Dat doen we.
vrijdag 27 april. Sloffen over de vrijmarkt. En dan de fiets instellen en op mij afmeten. Ander zadel, hoger zetten, andere pedalen. Dan ga ik fietsen. Om de oostvaardersplassen. Ik doe lekker mijn eigen tempo, mijn eigen tempoblokjes en het gaat uitstekend. Ik geniet echt van de fiets en hoe snel het lukt. 40 kilometer in anderhalf uur. Niet ontevreden.
zaterdag 28 april. als vincent zwemt, ga ik lopen. Lekker door het beatrixpark. Geen idee hoe ver ik kom, ik wil naar de noorderplas aan de andere kant van het water de heuvel op en terug. In kwartierblokjes. 3 maar. Gaat me goed. Ik kan de heuvel op door over een hekje te klauteren. Dan pikt de GPS me pas op. Ik kies een onbekend pad, maar dat komt uit op de busbaan. Ik cirkel door het beatrixpark en wil geen dubbele weg pakken. Netjes 47 minuten. Tijd om om te kleden en te douchen en dan zwemmen. Ik ga 250m proberen zonder pullboy, want dat moet morgen ook. Precies in 5:30. Met pullboy zwem ik de rest van de training achter A aan. Aan het einde doe ik weer 25om zonder pullboy: ook in 5:30 (een paar seconden meer hooguit). Weet ik het dus voor morgen.
zondag 29 april. de triami sprint triatlon in Deventer. Eerst start Vincent. We hebben het goed voorbereid, maar het is wel vervelend regenachtig weer. Ik help Vincent in de transitiezone. We tellen zijn fietsrondes. Dan ga ik inzwemmen in het andere buitenbad. Heerlijk. Daarna wachten in het warme bad. Ik vind het spannend. Niet het zwemmen, maar het wachten tot ik mag starten. Iedereen heeft zijn eigen starttijd. Lekker overzichtelijk. Maar wel spannend. Toch. niet brekend, maar toch… Ik klets met nummer 166 die een minuut voor me start. Precies om 12:34 start ik. Lekker door het koele water maaien. Ik begin met 1 op 4 ademen, ga in de banen op en neer. Onder lijn door en weer terug. Er is niemand om me te supporter of om te kijken hoe ik zwem. Rob warmt Vincent op. Vind ik niks erg. Ik zwem gewoon wat ik kan. Gok ‘s: 5:31! Ha! Dan naar de fiets rennen bij het gele jasje. Snel de natte fietsschoenen aan, de helm op. Gaat allemaal best goed. Fiets mee, rennen naar de baan en dan fietsen. Over het natte asfalt. Op de nieuwe fiets. Eng. Vastklikken lukt niet meteen. Tempo en de goede versnelling vinden ook niet. Ik vind het echt akelig in elke bocht. Ik rem teveel, ben te bang. Ik tel hardop de rondes. Het gaat niet erg snel. Ik word vies. alles is nat. ik word veel ingehaald. en toch is het overzichtelijk. Ik tel de rondjes echt af. Alle 8. De laatste gaan iets beter: iets rustiger op de baan en iets meer lef in anke.

Bah!


Dan uitklikken, met de fiets rennen, gedoe met natte, vieze schoenen wisselen, net een beetje afdrogen en gaan rennen. Comfort zone. Ik moet sneller lopen als Vincent, want bij zwemmen en rennen en wisselen heb ik ingeleverd. Ik geniet niet echt. Laat dit maar snel voorbij zijn, deze kippestukkies. Ik zie de mevrouw nr166 voor me lopen en ga haar inhalen. Daar heb ik niet veel tijd voor nodig. Ik ga hard ja. Eindelijk. Heel hard. Het is niet gemakkelijk, maar dit kan ik tenminste. Als ik er maar zo snel mogelijk vanaf ben. En de volgende inhalen. 4:37. welja. Bruggetje over, richting de baan. bah. Ik hou het hoge tempo vol, want de andere TVAers staan te kijken. De baan is saai, ik haal nog met gemak een meneer in en dan is het met 43:49 klaar. Mooi zo. Net iets sneller dan Vincent. Ietsje maar. maar Vincent wordt tweede in zijn categorie! Ik heb het niet erg koud, maar ben wel vies. Net als de fiets. Lekker naar huis toe met een blije tiener in de auto.
En wat denk je? Ik ben ook tweede geworden in mijn categorie!
Deze rustweek niet veel gelopen en “maar” 7 en een half uur gesport. Nieuwe fiets, eerste wedstrijd van het seizoen: al met al toch wel iets gedaan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 17 snel-snel

Week 16: brief aan de trainster

Beste G,
Op maandag de 16de april heb ik eigenlijk nergens last van. Geen spierpijn tenminste, geen last van wat-dan-ook in mijn lijf, nog geen zadelpijn. Ik ben alleen moe. Deze “oude taart” kan niet zo goed tegen weinig slapen geloof ik…. Daarom ga ik niet mee met de fietstraining: vlak op elkaar rijden en een vertraagd reactievermogen is niet zo wijs. Maar we wandelen lekker door de avondzon en praten samen bij. Dat gaat uiteraard prima. Ik wil eigenlijk wel hardlopen. Mijn hoofd zit vol van het weekend en mijn arme loopmaatje moet dat allemaal aanhoren. Het tempo is gestaag traag, maar ik maak het moeiteloos vol. Sorry, ik ben echt een sport-addict en een rupsje-nooit-genoeg 🙂 Omdat MB er iets van heeft gezegd, wil ik het bijna van Strava afhalen.
Dinsdag doe ik weer netjes volgens het schema: zwemmen in de avond! Ik heb er bijna zin in na wat ik zaterdag heb geleerd. Volgens de trainer gaat het beter, maar mijn gehobbel is nog niet helemaal weg. Ik zwem voorop en misschien is dat niet zo goed voor mij. Dan moet ik van de trainer zonder pullboy zwemmen. Ik hou me er aan vast dat het van jouw mag mét, maar jij bent er niet bij! Het valt me niet mee, maar ik hou het de hele les vol. Ik let ontzettend goed op mijn doorhaal, maar gaandeweg de training wordt dat steeds lastiger. En dan blijft deze trol na de training nog een uur nakletsen. Ligt de oude taart weer heel laat in bed.
Woensdag plan je naast het zwemmen nu ook fietsen in en dat is top. Het is namelijk zomers weer. Ik smeer me zelfs in! Ik haal Vincent met een ijsje over om mee te gaan. Dan laat ik de intervallen achterwege – sorry! We doen wel “wedstrijdjes”: die Vincent bij voorbaat wint, maar ik hou het tempo hoog. Hij stayert achter me aan tot het laatst en scheurt me dan voorbij. Allebei tevreden. Nog steeds geen zadelpijn of niks. Ik ben opmerkelijk flexibel. Het wordt lang wachten bij de ijswinkel en het kost me drie bolletjes! Daarna haasten we ons naar het zwembad. We doen heel veel slepen en bijleggen en ik moet voorop en stukken zonder pullboy: dat bevalt me allemaal niks. Ik zwem daarna meer achterop en heb dan ruim de tijd om heel goed op de doorhaal te studeren. In de rustige tempo’s gaat het heerlijk. Ik zwem me de directe spierpijn in mijn armen in: dus ik doe iets goed.
Donderdag: op mijn schema stond weer een lange baantraining, natuurlijk. Gister vroeg mijn vriendin SG al of ik mee wilde gaan zwemmen, en alles in mij gilde JA, behalve het verstand; man niet thuis, kind met koppeltraining, twee afspraken buiten de deur voor het werk… wat had ik spijt van de “nee”, toen ik langs het Weerwater stond in de zomerse zon. Wat huilde mijn hart om de “nee” met de zomerse temperatuur. En toen bedacht ik een ja, ten koste van de baantraining.  Dubbele pret dus eigenlijk. Als een lammetje liep ik te huppelen en als een kip zonder kop ook. Wetsuit aan, trisuit, nivea op mijn snoet. Het was koud. Bij mijn voeten. Even. Daar heb ik wisseldouches voor gehad. Beetje schoolslag en dan borstcrawl en dan het hoofd in het water. Het valt mee. Alles valt mee. Ik zwem. Tegen de zon in. Stilte. Klotsend water. Water scheppen en vooruit komen op eigen kracht. OHJa, die  navigatieskills… ik moet even nieuwe kaarten uploaden! En dat brilletje beslaat. Tegen de zon in. We keren om en ik geniet. Van elke slag, van moeiteloos 1 op 4 ademen. Ik was het weer een beetje vergeten, maar het was zo heerlijk als in mijn droom. Dat glinsterende water. SG in de verte. Toch een verschil tussen baan 2 en baan 5, hihi. Koud? Alleen mijn voeten. We keren om bij de boom. Weer tegen de zon in. Wat een geluk dat ik dit kan hè. Zo zalig. En dan maak ik de bril even schoon. De zon schijnt als goud over het water. SG voor me met haar kalme, krachtige slag. Water op ooghoogte, glitterend. De stilte, de rust, het kabbelende rustgevende geluid. Het is opnieuw adembenemend. Wie had ooit bedacht dat ik buiten zwemmen zou missen? Ik neem ook een kalme slag op me en kijk naar de miniplantjes in het zand beneden me. Ik word wel wat vermoeid. Dit vergt toch wel iets van je. Ik wil ook de kilometer volmaken. Dan gaan we terug naar de kant. Alles lijkt ietsje mooier te zijn op deze zomerse avond. Ik bedwing me om niet toch nog te gaan lopen. Ik heb er de rode training voor over (met enige moeite).
En dan is het weer een zomerse vrijdag. Hopelijk heb je zelf ook van het weer kunnen genieten! Ik in elk geval wel. Ik ging fietsen met KH. Op de tijdritfiets. We moeten er allebei aan wennen. Ik smeer me in, want de zon is kei-fel vandaag. Ik fiets naar het Weerwater, waar we hebben afgesproken. Ik heb er een hard hoofd in: ik voel een tijdsdruk omdat ik om 12 uur bij de pedicure moet zijn en Spakenburg klinkt ver weg. Ik zou liever in de zon hangen. Maar we gaan natuurlijk toch! Het is windstil en heerlijk weer. Ik voel me wat mopperig, maar KH krijgt me al snel vrolijk. Ik klets me suf over het weekend – prettig, want KH kent al die mensen ook. Beste TVA-vrienden: jullie zijn bijna allemaal ‘besproken’, hahaha! We gaan de Stichtse Brug over en dan richting het Eempontje. Door de lege polders: het is heerlijk. Ik vrees nu eindelijk eens zadelpijn te gaan krijgen, vanwege de warmte. We komen bij het pontje wat ons met zijn tweetjes overvaart. Dan even kasseitjes van Eembrugge en weer de dijk op. Ik vind de tijdritfiets heerlijk. Ergens voel ik een dipje: ik word dan wat nukkig. Dat los ik op door te drinken en door even op tempo te gaan rijden. We komen bij Nijkerk en gaan de brug weer over. Nu gaan we aan de andere kant langs het Eemmeer rijden door het bos. Ik weet niet of het aan mij ligt of aan KH, maar we lijken te vertragen. KH krijgt last van d’r rug door de fiets en de houding. Ik heb weer nergens last van. Behalve het geratel van mezelf 🙂 Al snel zijn we bij de Eemhof. De bollenvelden staan aardig in bloei. Het is de hele route redelijk druk met fietsers die wij (moeiteloos natuurlijk) inhalen, maar 1 keer worden wij zelf voorbij gereden. We gaan onder de Stichtse Brug door en dan gaat KH een stukje met mij mee terug richting Almere Buiten. De fietsen worden nog smerig als we onder de A6 doorgaan. Dan gaat KH naar links terug naar huis en ik naar rechts, door naar de pedicure. Op de Trekweg kom ik er achter dat ik het grote voorblad helemaal niet heb gebruikt. Haal ik de 30+ toch nog! Ik fiets een klein stukje om in de wijk om de 75 kilometer te halen in dik drie uur. Omdat ik ‘maar’ 2,5 uur mocht rijden, scoor ik een gele training. Ik heb me niet aan de tempoblokjes gehouden, gewoon samen gefietst. Hopelijk vind je dat niet erg? En… geen spierpijn of zadelpijn.
Zaterdag had je een loop-training van anderhalf uur in kwartierblokjes voor me neergezet. Ik loop dan 14 minuten en dan 30 seconden hard en daarna nog 30 seconden wandelen. In de mail laatst gaf je aan, dat je dat doet omdat het anders zo saai is. Vandaag ga ik met mijn vriendin lopen; dat is al niks saai, dus ik laat de tempoblokjes eruit. We hebben elkaar veel te lang niet gezien en er is veel gebeurd, dus we zullen aan anderhalf uur niet genoeg hebben! Zij begint met praten en haar ademhaling zit hoog. Het tempo ligt niet zo hoog, maar daar ga ik vandaag ook niet voor. We kletsen en kletsen en kletsen en kletsen. Soms stoppen we even om op adem te komen. Om op ’emotie’ te komen zeg maar. Voor een slokje water. Het is vreselijk zonnig. Ik heb vandaag nergens last van, het gaat mij uitstekend. Ik hou tempo, kracht en gemak prima vast. Zelf heb ik het eerste deel niet veel te vertellen, ik hoeft alleen maar te luisteren. Op de dijk maken we een fotootje. Na het goede nieuws van haar kant, begin ik te tetteren. En dan komen we SG tegen die een bricktraining afwerkt: fietsen-rennen-fietsen-rennen-fietsen-rennen. We lopen een stukje samen op. Dan gaan wij saampjes weer verder kletsen. We halen eigenlijk zomaar de tien kilometer. In63 minuten. Het doet mij allemaal niks. We lopen nog door tot het anderhalf uur vol is en er 14 kilometer op zitten. Echt moe ben ik niet. Ik heb namelijk alleen maar genoten en dan vliegt het voorbij. Dankjewel Joyce.
‘s Middags ruimen we de schuur op. Lekker vermoeiend! Daarna naar het zwembad. Ik zwem eerst even in baan 1, zodat Vincent me kan filmen. Verder dobber ik een beetje achter ze aan in baan 2. Heerlijk! Geen banen tellen, gewoon het lijstje volgen en de rest volgen en letten op de doorhaal. Ik ben nog niet echt mijn mijn benen bezig, maar wel met het aanspannen van mijn buik en billen. Die laatste is nieuw, en dat werkt wel! Met pullboy hou ik ze gemakkelijk bij, zonder pullboy moet ik daar moeite voor doen.
Nou, ik heb het toch mooi bij elkaar gesport deze week of niet? Netjes gedaan toch? Ik heb met de wandeling erbij tien uur en 51 minuten gesport, maar eigenlijk vind ik de wandeling niet tellen, dus er gaat een uur af. En als ik dan kijk bij de statistieken, dan… heb ik te weinig gelopen. Ik vergeet meteen dat ik de rest teveel heb gedaan en ik heb nog een boodschap te doen. Mooi weer. Ik ga gewoon rennend! Op naar de Dag van de Aarde badge van Apple! Het gaat niet zo goed: ik vind het warm. Maar ik mopper niet en het is maar een kippestukkie. In de winkel vergeet ik het horloge uit te zetten, dus er zit een hele trage kilometer tussen. Na 4 uur en een dik half uurtje ben ik met een vol rugzakje weer thuis. 11 uur 25. Maar dat uur wandelen gaat er nog af! Anders heb ik veel te veel gedaan. Sorry, dat hoort nou eenmaal bij mij! Jouw grootste uitdaging zit ‘m in mij afstoppen. En als ik volgende week de rustige week zie staan, kan dit er best af! Op naar de taart en de zandkoekjes…. Groetjes Anke
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 16: brief aan de trainster

Week 15 op naar het trainingsweekend…..

Maandag: Er stond een hardloopoefening, maar dat werd een fietstraining. Het seizoen is weer begonnen voor de fietstrainingen en op deze maandagmiddag had ik vrij. Niet dat dat het beter maakte, want we moesten vliegen: fietsen pakken, helmen zoeken, handschoenen combineren, bidons uit de kast trekken, plassen…. Net op tijd sloten we aan. Ik sloot achteraan. As usual! Dat verandert niet. Ik fietste met FS en kwebbelde. Ik kon wel harder kop over kop, maar ze hield me dan niet bij. Wij hielden de rest niet bij! Toen de brug op, vier keer. Twee keer in de laagste versnelling (zoekzoek) en twee keer in de hoogste versnelling met staan op de pedalen. Dat laatste vind ik dus echt eng. Geen controle meer en dat is mij te zwaar ook nog eens. Maar ik ging wel degelijk vier keer! Dan wachten ze maar ff op mij. En dan door het zand, ook akelig. Het is al beter met mij en de fiets, maar de held in mij moet ik nog vinden! Ik durf nog steeds niet in de groep en sluit net niet aan. “Je blaast je benen op omdat je in een te zware versnelling fietst”, snauwt de trainer. He, grappenmaker: hiermee red ik het in de wedstrijd en nu moet ik wel, wil ik nog een beetje aansluiten! Het daagt me waarom ik in de wedstrijd wel kan fietsen. Nu haal ik de 30 kilometer misschien niet, maar in de wedstrijd kan ik als geen ander alleen fietsen en missen jullie het ‘veilige’ groepje. We schijnen in het weekend 27 km per uur te gaan fietsen. Daar zit ik wel echt over in. Ik kan dat namelijk niet. Geef mij de kaart maar mee!
Dinsdag: Zwemmen. Ik heb het al lopend en fietsend geprobeerd en met succes afgerond: buikkramp, van die maandelijkse ongein. In het zwembad was het mij tot vanavond onbekend. Ik ging naar het zwembad met het idee: baantje 1, lekker rustig. Of – in noodgevallen als ze daar te rustig zwemmen- achteraan in baan 2. Tot zover het goede plan. Mag jij 1 keer raden wie er voorop zwemt in baan twee. Het hele uur. We moesten 5 keer honderd in zone 4 doen. De trainer had de tijden. Hij las ze eerst op voor baan 3. En guess what…. Mijn tijd ligt dichter bij die van baan 3 dan van baan 2…. Uch: baan 1 is verboden terrein zeg ik. Ik moet de 100m dan in 1:57 zwemmen. Dat lukte alleen de laatste keer: alle andere 4 keer gingen in ongeveer 1:55. Toch doe ik nog steeds iets verkeerd, want ik ‘wiebel’ nog altijd. Ik heb ontdekt dat ik bij erge kramp stukken met ogen dicht kan zwemmen. Dan is voorop misschien het beste!
Woensdag: Ze hebben me gister iets raars aangedragen: rust…. Dat je dan niks doet, dat er niks op Strava staat. Leek de heren wel iets voor mij. Ik heb er even over nagedacht. Met het oog op een trainingsweekend leek het me wel wat. Voor een minuut of vijf dan. Toen was het weer over. Ik zou vandaag gaan hardlopen. Wisselen met maandag. Half uurtje frequentietraining. (fru-kwen-sie-treening). Loop in richting een trapje, ga die op souplesse 2 keer 6a8 keer omhoog en dan nog een versnelling van nauwelijks iets en dan kijken of teruglopen anders aanvoelt. Het gaat om beentjes optrekken, kortere pasjes maken. Ik deed mijn korte broek aan. Dat was de eerste keer dit jaar. En het rode Trihartlonshirt. Ik liep rustig in en mijn benen waren zo blij dat ze mochten. Die dachten met rustig aan 5:30. Het voelde zwaarder. Er is iets met die trap: hoog. Zou de trainster dit bedoelen?! Ik denk eigenlijk van niet en vind 4 keer omhoog genoeg. Souplesse met een rood hoofd. Dan het pad omlaag en nog 4 keer de 55 treden op. In ongelijke delen. Het is een rare trap. Versnellingen va20 seconden zijn maf kort. De brug weer over dribbelen en dan kijken of het anders voelt. Ik wil cola drinken. Naar huis. Ik heb wind mee. Dus JA, het voelt anders. Mijn passen zijn gemakkelijker. De tijd is iets sneller met 5:20
Na de cola door naar de zwemtraining. Die staat ook op het schema. De keuze tussen rust en het schema is nu toch al gemaakt. Kijken hoe dat gaat: zwemmen vandaag. Ik zwem alleen maar stukjes voorop. We doen allerlei ‘rare’ dingen. Bijleggen op de rugslag. IN DE LUCHT! Samen zwemmen. En de trainster weet wat er scheelt: zij kan blijkbaar wel onder water kijken. Mijn vingers wijzen niet naar de bodem. Als dat het is…. Ik pas het toe, maar lichter wordt het daar niet van. Ik zwem het liefst lekker gemakkelijk middenin met mijn achtje. Ik voel een excuus…. En spierpijn in mijn armen.
Als ik het concept rust dan toch laat varen, kunnen we dan ook nog een stukje fietsen? Dat ik twee groene trainingen heb? Manuel gaat mee uitfietsen. Prettig. Net voor het donker. Een half uurtje. Bijpraten. Heerlijk rustig. Geen stress. Maar we fietsen wel om, want we komen de loopgroep tegen. Da motten we nie hebbu. Dus is het aardig schemerig en haal ik lekker de drie kwartier. Twee groene trainingen op 1 dag. Het is nauwelijks rust te noemen. Het excuus: het ging niet zo snel vind ik dan opeens ook tellen!
Donderdag: Noodgedwongen doe ik het dan echt: rust. belachelijk recept. Vincent traint (niet zo heel erg) lekker op de baan en ik wandel. Rondom het Leeghwater. Het is mooi, mooi weer, onverhard en gruwelijk saai. Vind ook mijn horloge. Van de 56 minuten wandelen maakt hij 26 bewegingsminuten. Sorry heren, het concept rust is niet aan mij besteed. Misschien dat ik het na een trainingsweekend met meer succes wil aangaan.
Vrijdag: Omdat ik pas vanavond aan het trainingsweekend begin, mis ik een hardlooptraining van anderhalf uur. Die vul ik dus ‘s morgens zelf in. Samen met Manuel die na de marathon de loopbenen weer aanzet. Heerlijk rustig dus! Alle tijd om bij te kletsen. En ik vermoed dat de kaakspieren ook meer te lijden hadden dan de been spieren! Bij mij in elk geval… We lopen onder de bloesems door. En dan besluiten we Almere Buiten niet uit te gaan. Keren we bij de andere bloesems terug en gaan richting de manege, maar voor die tijd weer terug langs de Vaart. We lopen heel lang langs de Vaart. En maar tetteren! Ik wil graag door het bos en met het langzame gestage tempo lukt Manuel dat ook nog prima. Komen we de hardlopende meiden van Almere tegen! Ik herken ze heel snel. Het bos is zo kaalgeslagen dat het echt een deceptie is: de mooie hoge bomen zijn een herinnering, er is niks meer van te vinden. Dan lopen we toch maar weer naar huis. 12 Kilometer heb ik gehad. Nu kan ik gaan inpakken. Alsof ik drie weken wegga in plaats van 2 dagen!
‘s Avonds rij ik naar Oldebroek: daar zitten we in een groot huis. Met een man/vrouw of 30. Van allerlei pluimage. Ik slaap bij 6 andere malloten, speel mee 30 seconds en heb “helaas” de loodzware motorcrossbaan-training gemist. Na heel veel gekwebbel gaan om 2 uur pas de oogjes dicht.
Zaterdag: Om 7 uur gaat de wekker onder mijn kussen echter alweer. Gespannen sta ik op: ik moet met de groep meefietsen vandaag. Ik denk niet eens over de snelle groep…. Maar eerst ontbijten: we komen dit weekend helemaal NIETS tekort. Geweldig; aan alles is gedacht. Fruitbiscuits voor onderweg, een fietspomp, kilo’s brood, stroop: alles is er werkelijk. Om 9 uur gaan we fietsen: het begint met zand en daarna ga ik achter DS aan, die heeft een route. Ik ben er van overtuigd dat ik geen urenlang 27 km per uur kan fietsen. Ik fiets midden in de groep naast RV en we kletsen. Kletsen, kwebbelen, vertellen, luisteren, delen; over werk en kinderen en sport en partners. Ongemerkt fiets ik totaal moeiteloos 27 kilometer per uur. Rijden we over fietspaden, door dorpen. De heuvel merk ik wel, maar die kom ik op. Hoe ver we gaan, hoe goed het gaat: eigenlijk merk ik het niet echt op. Ik geniet er gewoon van. Dat het lukt, dat het gezellig is en dat RV zo’n goeie vent is. We halen de 55 kilometer net niet en ik maak me er niet druk om. Ik ga het trainingsweekend wel overleven! We gaan lunchen. Met knakworstjes erbij deze keer. En dan moeten we naar het zwembad. We gaan met auto’s. Zwemmen vind ik leuk, ik heb er zin in. Als we maar geen wedstrijdjes gaan doen, want dat vind ik altijd zo sneu voor de rest van mijn team. Ik mag vooraan in baan 1. We doen gekke dingen: borstcrawl achterstevoren enzo. Veel geinige techniekdingen (die ik niet zo heel goed kan). Na een uur gaan we echt iets leuks en nuttigs doen: er ligt een boei, we vertrekken allemaal tegelijk en zwemmen om de boei heen. Net als echte triatleten. Ik ben de snelste niet, maar ik schrik ook nergens van. Ik zwem zonder pullboy. Ik maai gewoon door, ook al krijg ik een beuk of trekt een ‘concullega’ me. We doen ook drie rondjes, waarbij de snelleren ons moeten inhalen. Ha! Ik merk het niet eens, ik doe volkomen mijn eigen ding en ik vind het geweldig. Er zit toch een andere spanning op als de veilige baan op en neer zwemmen. Daarna volgt de onvermijdelijke estafette. Ze hebben geluk: de snelste gast zit ook bij mij, die heffen mij mooi op. Ik doe borst-school-rug-borst om de 25 m (hoe moet ik weten waar dat is) en we winnen deze ronde. Ligt niet aan mij. Op de 25m superspeed bewijs ik dat dan: dat kan ik niet echt. Ik doe mijn best maar. Dan komt DR me nog helpen: ze leert me de doorhaal onder water. Ze laat me in een paar minuten het water wegduwen en mijn arm buigen. Zonder pullboy, aan het einde van een voor mij vermoeiende les, kan ik toch 1 op 6 ademen! Dit is het dus: wegduwen, ik voel de spieren. Ik stap stralend het bad uit: iets geleerd ook nog op het trainingsweekend! Al twee dingen zelfs: ik kan fietsen in de groep en de doorhaal. Dikke winst! In de auto op de weg terug ben ik moe en doe ik een mini-dutje. We moeten ook nog lopen immers. Niet dat ik daar tegenop zie. Geen moment. MS gaat ons voor en we gaan onverhard lopen. Traag. Ik keer in mezelf. Ik hou dit uren vol, maar dan gaan we wandelen. Potdikkeme. De langzaamsten haken af, maar ik loop MS en MV op de voeten. Dit is niks voor mij: doorlopen alsjeblieft. Ik heb het lef niet om zelf hard voor te gaan. We wandelen veel. Ik hoor de vogels en let niet op de snelweg. Ik hoor het geleuter, maar doe even niet mee. De heuveltjes zijn een korte afwisseling. En dan weer wandelen. Op het einde op het asfalt halen de mannen me in op hun hoge tempo. Ook zij mokken, maar anders dan ik: trailen kunnen ze niet. Ik hoeft ze niet bij te houden. Drie dingen geleerd: ik kan iets wat de rest niet zo goed kan. Dan volgt douchen in 1 van de twee damesdouches en een heerlijk nasi-avondmaaltijd. Zegt MB opeens: wie gaat er mee wandelen? Natuurlijk, laten we eens iets doen 8-} Ik ga graag mee. Kort en traag, maar superleuk. Dan hebben we nog een verrassing: een team-triatlon op het droge. We moeten iemand optillen om te zwemmen, een band plakken, een teamlid verbinden, schoenen uit de knoop halen en een stukje rennen met fietshelm op. Wij dames werken zo goed samen dat we zo glansrijk winnen dat niemand het doorheeft! Dan is het weer tijd voor lachen, gieren, brullen en 30seconds spelen. Om half 12 is het wel op (en niet alleen bij mij) en nog dezelfde dag slapen we weer.
Zondag: Kwart over 7 deze keer, maar dan ben ik al wakker. Ontbijt met een eitje. Vandaag zie ik zo mogelijk nog meer op tegen het fietsen, want het heeft vannacht geregend. En vandaag gaan we nog langer. Ik heb de plaatsnamen van de route op mijn telefoon staan. Even over 9 zijn we weg. Het is droog. Ik klets met M van de TTW. Zij is ook nog geen held, maar ook gezegend met een onverslaanbaar sterk gestel. We fietsen door Zwolle. Het zonnetje komt er langzaam door. We komen ook langs Vilsteren. Eigenlijk is het best mooi. Ik fiets dan met de ene, dan met de andere. Soms even zwijgend, soms in een gesprek. Een korte stop wordt gevolgd door een lekke band an W, die hij snel ‘volspuit’. Dan krijgt TV een lekke band. Tijd voor een winegum. Ik red het op de sportdrank en vier boterhammen. Het duurt even voor de band gefixt is. We komen door kleine dorpen, langs kerken, molens, kasteeltjes. Dan nog een lekke band. Ze bedenken dat er geen tijd meer is om te hardlopen. Dat haalt mij onderuit. Ze bedenken ook dat er geen tijd is voor koffie, maar dat vind ik niet erg. Na een kilometer of 60 kom ik in een dipje. Ik fiets achteraan en dan is het een intervaltraining: inhouden en bijhalen is retezwaar. Gebrek aan eten en slaap spelen me parten. Zeker als ik door moet trekken tot 30+. Ik ga wel alleen verder. Dat denk ik. Geen zin in praten. Ik ben te moe om tussen de groep te fietsen, mijn reactietijd is duidelijk verlengd. Samen met SK fiets ik zwijgend achteraan. W en RV steunen ons en houden ons erbij, maar ik zit niet meer om een praatje verlegen. M voegt zich ook achteraan en geeft toe net als ik wat op de reserves te rijden. Zwolle door gaat in hoog tempo! En dan de dijken op langs de IJssel. Daar heb ik geluk: het begint te regenen. Dat is mijn comfort zone dan weer: een beetje afzien en nog tien kilometer te gaan. ik fiets wat naar voren en de brug op is een makkie. Dan zit ik vooraan in de groep en het gaat weer even iets beter. Ik ruik de stal… Na 87 kilometer zijn we rond. Ik ben prikkelbaar. J en W gaan lopen en ik ga mee. Punt. Ik trek MB mee en MoederB gaat ook mee. Met zijn 6-en zijn we. MoederB haakt af en ik kan het hoge tempo aan. Ik mopper wel de hele tijd: dit is mijn uitlooptempo niet, maar het gaat prima. De snelle groep komt ook langs en dan blijken de meeste heren toch sneller dan ik. ik vind  4 kilometer uitlopen op 5:30 pittig, maar het voelt wel heel erg goed! Dan is het lunchen met heel veel vla, daar geniet ik van en inpakken. Het is weer voorbij. Ik heb mezelf overtroffen: ik kan veel meer dan ik gedacht had. Ik durf best. Heb me aan mensen geërgerd, maar dat wist ik. Ik heb me verwonderd. En hemel, wat heb ik gelachen! Ik heb een beetje afgezien. Ik heb lekker gesport. Het was gewoon SUPERgeweldigLEUKfantastischENERVERENDprachtigHEERLIJKfijnGEZELLIGgoed

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 15 op naar het trainingsweekend…..

Week 14: lopen kan ik, nu het zwemmen en fietsen nog leren!

maandag 2 april.

Na een dag rust gister, stond ik weer te trappelen…. Maar dan met pijnlijk stukgelopen voeten. Ik twijfelde de halve dag of ik met de spontane paastraining mee zou gaan, waar niemand behalve ik op reageerde. En dan ben ik al heel snel bang de rest op te houden. De trainer van Vincent is nou eenmaal een stuk sneller en zijn maatjes ook. Maar ja, hadden ze het maar niet openbaar moeten vragen! Zenuwachtig en met pleisters op mijn hielen ging ik mee. 2 (snelle)Jeugdleden, 2 supersnelle heren en ik. Verwacht van mij dan geen hele gesprekken! Ik hou het bij, voel al snel mijn voeten geen pijn meer doen. We gaan lekker onverhard de Kemphaan over. Als ik aan het tempo gewend ben (ik kijk niet hoe hard), lukt het prima. We gaan versnellinkjes doen: 15, 30 en 45 seconden. Met rust tussendoor. De mannen stuiven weg, de dame houdt haar tempo aan. Ik vind 45 seconden best lang! 😉 Dan weer verder langs het volgende pannenkoekenhuis. We doen op het rechte pad nog 3 keer een langere versnelling van 30 seconden per stuk. Ik heb het al warm. Over het bruggenpad en we zien een enge, supergrote vis. Dan doen we onverhard nog een keer of wat 45 seconden versnellen. Ik hou de knul nu behoorlijk bij. Ik ga sneller, hij iets minder hard. De mannen niet; die gaan onverminderd hard. Het uur halen we niet, de 10 kilometer niet, maar het tempo lag best hoog. Voor een paasdagje. Voor mij dan.
Dinsdag 3 april.
Zwemmen. In baan 2. Baan 1 kreeg echt instructie. Ik zwem een groot deel voorop. Verder geen idee meer wat we hebben gedaan. Het blijft een beetje knokken met het water.
Woensdag 4 april.
Als Vincent net thuis is en net voor zijn vriendje komt spelen, is het nog droog en ga ik fietsen. Op de racefiets. Meestal kan ik daar minder hard en soepel mee, maar vandaag staan de fietsbeentjes aan. Ik fiets in voor tien minuutjes. Dan ga ik 2 minuten op hoge versnelling en 70 rpm. Geen idee wat dat is, maar ik voel het wel in die fietsbeentjes! Ze worden wat zwaar…. In verband met het verkeer moet ik de vierde keer een minuut uitstellen. Ik ga naar het Bloq en keer dan om de dijk weer op. Wind mee. Ik ga twee keer drie minuten op wedstrijdtempo. Hoe moet ik nou weten wat dat is?! De laatste wedstrijd hier op de dijk had ik een andere fiets, meer wind mee en de rechte weg voor me. Nu is er een matig windje, een racefiets en een fietspad. Ik haal de 34 km per uur en hou dat vol. Ik keer om en rust uit en dan haal ik ‘maar’ 27 km per uur tegen de wind in voor 3 minuten lang. Ik fiets rustig uit aan de andere kant van het hek langs de Oostvaardersplassen en geniet van de dieren daar. Best tevreden. Zou de Tacx geholpen hebben?
Daarna zwemtraining. Deze trainer vind ik niet aardig als mens, maar als trainer…… hij vertelde me naar beneden te kijken. Naar de bodem, niet naar voren, maar recht omlaag. Ik ging het proberen en daar was het! Zo moet het! Dan adem ik beter, zonder mijn hoofd op te tillen, dan hou ik mezelf niet tegen, dan heb ik ruimte om breed in te steken, dan voelt het hele zwemmen soepeler en kost het minder kracht. Ik weet waarom ik het ben gaan doen: het is te druk in deze baan. Tien mensen is wat veel en ik zwem nu weer tegen mijn voorganger op, want ik zie ze niet langer. Dat neem ik voor lief. Ik neem de drukte ook voor lief, want ik doe dit toch voor mezelf. Dan maar iets meer afstand nemen.
Donderdag 5 april.
Baantraining. We lopen langzaam in. Ik heb zelfs tijd om de volgende afspraak bij elkaar te appen! Op de baan gaan we 8 keer 400 doen. We mogen kiezen welk tempo: 2:25-2:10-1:55 of 1:40. De eerste ronde doen we langzaam met een groepje en het wordt 2:06. Net niets dus. We gaan steeds iets sneller en als ik na een keer of 5 het groepje verlaat, blijkt 1:59 mij het beste te passen. Maar echt moe word ik niet. Ik mis het aantal, dus of ik het 8 of 9 keer doe, geen idee. Daardoor mis ik 1 van de twee keer 200 meter die je sneller moet doen. Dat is wel even leuk en iets zwaarder. Maar dan gaan we alweer uitlopen. Traag is niet erg, en vandaag is het prima, maar mijn lol haal ik er niet uit.
Vrijdag 6 april. Werkdag in Den Haag. Mooi weer, maar ik wandel alleen maar van het station naar huis. Daar wachten nieuwe hardloopschoenen. Ze zijn PRECIES gelijk aan het vorige paar. Zelfde merk, zelfde maat, zelfde kleuren. Maar dan met 1000 kilometer meer demping en stralend schoon.
Zaterdag 7 april. Ik ga lopen met MBB. Ze is een heldin voor mij: doet hele triatlons, schrijft prachtige blogverhalen en in mijn ogen is ze goed. Ze is in elk geval een razendsnelle zwemster en ik heb bewondering voor haar. We hebben dezelfde trainster. Ze beweert minder snel te kunnen lopen dan ik, maar ik betwijfel dat. Misschien op dit moment, nu ze moederschap, een baan en sporten op nivo wil combineren met een evenzo sportende man, maar ze is wat jonger dan ik. Zij doet een training met tempowisselingen, ik ga weer voor mijn kwartierblokjes waarin ik na 14 minuten versnel en de laatste 30 seconden wandel. We halen MBB thuis op, brengen Vincent met de auto naar de aikido en we gaan van daaruit hardlopen. Ander terrein voor MBB. Ze doet langzaam aan en dat is heerlijk voor mij! Eindelijk mezelf niet voorbij lopen, niets hoeven te presteren, niet naar de kilometertijden kijken. En op mijn nieuwe hardloopschoenen! We kletsen. Daar is alle ruimte voor. MBB loopt iets boven haar tempo, ik iets onder het mijne. We hebben het over de zwaarte van de combinatie sportgezin en een dreumes, over loslaten en over waar we heen lopen. Ik loop 30 seconden hard, wandel terug en zij wandelt die minuutjes even. We gaan de Oostvaardersdijk niet halen, want MBB wil de 5 kwartier niet overschrijden: dat lukt haar lijf (vandaag) niet. Als ik nog geen respect voor haar had, dan groeit dat nu nog meer: toegeven dat je 10,5 kilometer in 5 kwartier genoeg vind en dat meer er niet in gaat zitten, ook geen kwartier extra! Ik vind het geweldig iemand te horen die én een klein kind thuis heeft, én een man die ook sport, én een baan, én die ook nog gaat verhuizen! Soms wil ik haar wel toeroepen: “vind je het gek dat het niet allemaal vanzelf gaat met sporten, dat moest er ook nog bijkomen; dan liep ik niet met je mee!” Ik weet zeker dat ze, wanneer ze straks rust, ritme en regelmaat vind, keihard vooruit gaat en dit jaar gewoon de hele triatlon in Almere kan doen. (wat mij nog niet lukt!) We lopen over de ophaalbrug en het is geen moment stil. Dat ligt ook aan mij: ik babbel maar door. We lopen lekker over het asfalt en hebben zelfs een stukje wind tegen: dat deert haar dan weer wel, terwijl ik in eerste instantie niet weet waar ze het over heeft! We lopen terug over het brugje wat ik zo graag eens wilde en dan weer onder de Hogering door. MBB heeft het zichtbaar zwaarder. Ze weet niet hoeveel respect ik voor haar heb als ze zegt: loop jij maar even door, ik moet wandelen. Wow, ik wilde dat ik mezelf zo kende en dat vaker aandurfde! We gaan nog terug via het Beatrixpark en we overschrijden de 5 kwartier met een minuut of vijf a tien. Maar we lopen ook 12 kilometer! Ik ben heel erg content, want ik heb het in lange tijd niet zo ongedwongen leuk gehad.
‘s Middags ga ik weer zwemmen. A zwemt voorop: die wil altijd vooraan zwemmen en ik mag ‘m niet, maar het is prettig dat hij de banen telt en het tempo bepaalt. Ik zwem wel mee. Behalve op benen, dan is hij langzamer en behalve op armen, want dan schiet hij er vandoor. Jij zwemt alles op armen, meldt A zuur. Ja, daar ben ik nog mee bezig! En het gaat hartstikke goed: ik zwem op zijn voeten, maar raak hem nauwelijks. Ik zie de bodem en het beste: het gevecht is voorbij: dit gaat uitstekend. Rust en kalmte in het water. Ik adem 1 op 4 en tel tot 3 en blaas dan uit: dan heb ik heel weinig inademtijd nodig. Ik leer het wel!
Zondag 8 april. Er stond nog een fietstraining van vrijdag open. 2 Uur. Met tempoblokken. Vincent vindt 2 uur te lang (misschien ook wel terecht) en gaat maar 1 uur mee. Maar eerst….. kost het me een uur (!) om de band twee keer om te draaien. Hij draaide niet de goede richting in. We fietsen een half uur in langs de bloesems natuurlijk en kunnen niet over het Kolibriepad, maar moeten langs de manege. We rekenen uit hoe hard Manuel de marathon in Rotterdam moet lopen. Dan gaan we onder de A27 door op een nieuw pad voor Vincent. Ik moet minuutjes versnellen. Het pad is smerig, maar wel erg overzichtelijk. Vincent haalt me in de rust weer bij. Tussen de modderknollen door. Dan de lange rechte polderwegen. Het ontbreken van wind is een zegen. De bloemen zullen hier straks prachtig zijn! Ineens gaat die kleine me bijhouden in de snelle minuten! Potverdikkeme. Wen d’r maar aan, moeders! We fietsen helemaal naar de brug over de A6. Manuel vertraagt en wij rekenen door wanneer hij binnen moet komen. We fietsen terug naar huis en Vincent besluit dat hij nog gaat hardlopen. Ik fiets nog een uur door. Op naar de Oostvaardersdijk! 1 keer gaat het niet goed: ik kan niet snel genoeg uitklikken, niet oversteken en rij in het gras tot ik me aan een dikke bom kan vastgrijpen en rustig kan uitklikken. Dan pak ik het weer op, maar ik heb een tempoblokje te weinig ingesteld. Op de dijk is het ronduit koud. Het waait koud. Mijn rondje gaat niet groot genoeg zijn voor twee uur – heb ik weer. Het is overal druk buiten: fietsers, wandelaars, fotografen, hardlopers. Ik slinger terug en ga op eigen tellen versnellen. Dat gaat ook prima en op het rechte fietspad ga ik heerlijk hard! Ik leer het echt met deze fiets! De Tacx heeft enorm geholpen, ik wen aan de fiets en ben niet meer zo schrikachtig. Ik moet de wijk nog rond en dan is het wel oké, maar ja, stoppen op 48 kilometer is a no-go, dus ik ga de wijken nog een keer rond! 50 kilometer in iets meer dan 2 uur: ik vind het mooi. Genoten van het prachtige weer, het gezelschap, de buitengewone veelzijdigheid van Almere. Bloesems, bloemen in de dop, lange rechte wegen, dijken, water, de Oostvaardersplassen…. En nog een fijne zondag voor me.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 14: lopen kan ik, nu het zwemmen en fietsen nog leren!

Week 13: …. en de winnaar is….. rustig opbouwen naar een (mislukte?) zwemloop

Zondagavond 25 maart: Ik krijg een mailtje wat ik nauwelijks serieus durf te nemen. Enige weken heb ik een quote van het wandellied van Tolkien ingeleverd bij een prijsvraag en ik blijk de winnaar te zijn! Ik heb een horloge gewonnen! Een superluxe hardloophorloge waar je muziek op kunt zetten en in de toekomst mee kunt betalen. Ik lees het wel honderd keer over, maar pas als ik het op de website zie staan geloof ik het. Ik win nooit wat! En net nu mijn trouwe Garmin 735 in de revisie is, krijg ik een horloge kado! Hoeft ik Vincents horloge niet meer te lenen om te zwemmen, want dat kan ook met de nieuwe Garmin 645.

Maandag 26 maart: Hardlopen. De straatjes weer eens door. Deze keer met een vrolijke noot aan het zware langzame begin: Vincent ging lekker mee! Door het licht wat overgaat in de nacht. De eerste kilometers zijn zo moeilijk, zo traag. En dat valt zo zwaar. Ik had het oude horloge nog om en die is al niet zo vriendelijk en accuraat als mijn trouwe 735: die heeft iets meer moeite met de lengte van de kilometer. Vincent boog af terug naar huis na de Januaristraat. Toen hadden we er drie kilometer op zitten, netjes boven de 6 minuten per kilometer. Ik vertraagde iets in kilometer 4 en toen moest en kon ik aanzetten. En dat ging beter! Door naar 5:30. Dan volgen er weer twee zware kilometers…. In de zesde kilometer doorversnellen naar 5:09 is al geen cookie meer en dan nóg een kilometer harder…. Dat is flink werken! Ik wilde graag onder de 5 minuten komen en het lukte! 4:52. Toen wandelde ik eventjes en daarna hobbelde ik rustig naar huis. De douche was alweer vrij.
Dinsdag 27 maart: Zwemtraining. De trainer-die-me-zo-graag-alles-goed-wil-laten-doen-ondanks-dat-we-beide-weten-dat-ik-geen-olympisch-zwemmer-meer-wordt is er. Ik zwem in baan 2, want baan 1 is vol nieuwe mensen. Ik zwem vooraan. Alles. De trainer wil me duidelijk graag helpen om effectiever (en sneller) te zwemmen, maar weet niet goed hoe. Net zo min als ik. We zwemmen vooral niet in zone 1 vandaag. Er is veel moeilijks bij. Ik doe mijn best.
Woensdag 28 maart: Hij is er! Mijn winnaarshorloge! Een superlicht horloge en heel gemakkelijk in te stellen. Het is wel een hardloop-horloge en triatlon komt er niet in voor. Maar dat wil niet zeggen dat ik er niet mee kan zwemmen! Dat zal het eerste zijn wat ik er mee ga doen. In het begin tel ik zelf of het horloge de banen niet goed. Ik hou het op het horloge eigenlijk… Ik zwem voorop en we doen veel met de ademhaling. Na een dik half uur heb ik niet meer zoveel zin. Bij het sprinten is het wel zo’n beetje op eigenlijk. Ik ga de 3 keer 250 meter lekker achteraan zwemmen in mijn eigen iets langzamere tempo. Dan telt het horloge opeens wel weer erg goed! Het horloge zwemt prima, nu ik nog.
Donderdag 29 maart: ik hoeft niet naar de baantraining. Met het oog op de wedstrijd en de drukte die in mijn hoofd zit, is dat niks erg. Ik ga graag zelf een stukje rennen: mijn eigen tempo, waar ik zin in heb. De kans dat dat volgens schema bij een half uurtje blijft, acht ik klein! Vincent is toch een uur en een beetje op de baan aan het lopen, dus ik kan prima naar het gemaal. Met mijn hardloophorloge: hier is ie voor gemaakt! Ik ga snel weg, want ik heb geen zin om met iemand te praten, er zit genoeg in mijn eigen koppie. Ik loop lekker en heb een muziekje ter afleiding meegenomen. Al snel loop ik aan de andere kant van de Vaart. Het is heerlijk weer: nog steeds licht, ondergaande zon. Ik loop al snel langs de Noorderplassen en kijk op van de (snelle) tijd. Dit gaat erg lekker! Zo haal ik de tien kilometer binnen het uur wel. Ik loop gewoon lekker en let niet op de hartslag. Het zal aan het horloge liggen! Ik ga langs het gemaal en over de bruggen en ik geniet ervan. Meer hoeft ik niet te doen als genieten van het bos, de bruggen, het ritme, het sluisje, het zonnetje. En dat is gemakkelijk! Ik loop nog een stukje om, want ik heb tijd over en wil de tien kilometer halen. Ik besluit de laatste kilometer door te versnellen en haal de tiende kilometer in 4:52! Ik hobbel nog een kilometer uit en doe een rondje op de baan als de rest klaar is. Goed besteedde avond, maar misschien niet echt rustig….
Vrijdag 30 maart: ‘s Morgens haal ik de racefiets van de Tacx af. Nog best een karweitje voor mij! Ik ga met Vincent fietsen. Rustig een uurtje. Met per 5 minuten 20 seconden versnellen. We gaan de stad een beetje uit en komen weer bij de Noorderplassen langs. Het gaat niet heel snel, maar dat hoeft ook niet echt. Op de dijk zanikt Vincent over wind tegen, terwijl het nauwelijks waait. We mogen niet langs het buitencentrum en fietsen maar om de wijk heen. Ik wil het tempo hoog hebben, om Vincent te laten voelen hoe hardlopen aanvoelt na te hard fietsen, maar het echte tempo blijft nogal uit. We lopen door het park als de fietsen weer in de schuur staan. Het valt Vincent zwaar, maar mij niet. Als is een heel klein stukje ook wel genoeg.
Zaterdag 31 maart: De Zwemloop in Utrecht bij Het Lint van de Vrouwentriatlon. Ik heb niet zoveel zin ‘s morgens. Gedoe met spullen pakken en voor twee mensen denken, want Vincent gaat ook en die start voor me. Ik ga 500 meter zwemmen in een zwembad en 5 kilometer hardlopen. Met Vincent hebben we geoefend met schoenen wisselen. Het is warm en onrustig in het zwembad. We doen een trisuit aan en ik zet snel mijn spullen buiten klaar. Dan heeft Vincent nog een paar minuutjes en meld hij zich bij baan 1. Ik leg mee zijn spullen klaar. Ik loop weer naar de tribune en zie hem goed zwemmen. Dan naar buiten om te kijken hoe hij loopt en dat is geweldig! Hij wordt derde jongen en heeft snoeihard gerend. Dan moet ik alweer snel naar binnen, naar de WC, mijn zwembrilletje pakken en het water in. Net iets te onrustig allemaal. Ik zwem een beetje in en dan ben ik opeens superzenuwachtig. En dan starten we. Ik kom niet weg met het zwemmen. Geen ritme en zeker niet in mijn ademhaling. Ik moet 1 op 2 ademen en dat zelfs met moeite. Alsof ik vergeten ben hoe het moet! Het lukt totaal niet. Ik ga de 500 meter aftellen. Er zwemt 1 iemand achter me en de andere drie raak ik snel kwijt. Ik kom er niet in. Heel even, als ik gelapt wordt, gaat het wel en weet ik weer: breed insteken, maar het is te laat en ik haal de 500 meter niet eens in tien minuten. Na 11 minuten kom ik heel boos en opgefokt het zwembad uit. Ik baal er enorm van. Wat ben ik boos! En dan kom ik bij mijn spullen en heb ik mijn schoenen niet goed neergezet en niet open gezet. Gezooi met het horloge en schoenen aandoen en ik duizel heel even, maar ik ben vooral kwaad. Kwaad op mezelf dat ik in een zwembad niet kan zwemmen. Ik doe niks aan over mijn trisuit en ga rennen. Hard. Want ik ben pislink. Ik haal de een na de ander in. Lopen kan ik tenminste. En elke keer als ik dat denk, ben ik weer laaiend. Ik moet leren zwemmen! Kilometer 1 zit op 4:37. Ik bedenk kwaad dat 5:37 ook wel goed was geweest. De woede helpt me in elk geval aan tempo. Het zijn maar 5 kilometer. Ik vind het saai. De volgende dame haal ik in. Het tempo blijft hoog. Ik keer om en wil liever achter de vrijwilliger om. Ik blijf opgefokt en vol adrenaline. Het is ongelooflijk, maar de kilometertijden blijven onder de 5 minuten liggen. Ik wist niet dat ik dat kon, maar de boosheid helpt me. Ik kom al langs bij Rob en Vincent met een gezicht op onweer. Ik drink niet, ik knal lekker door. Het enige wat ik leuk vind, zijn de twee kleine jongens en hun moeder op het bankje. Ik weet nog dat ik hier fietste. Het tempo blijft hoog. Ik zie het wel. De volgende is lastiger in te halen, maar het geeft mijn boosheid een doel. Nu is er nog iemand voor me. Ik denk dat ik niet bij de laatsten hoor. Helaas geniet ik niet van het weer, van de passen, van het gemak waarmee ik loop. Daar is naast de woede te weinig plek voor. Eigenlijk wil ik de mevrouw voor me in haar sjieke trisuit nog inhalen. Ik moet aanzetten. Alsof ik nog een kilometer kan aanzetten…. Maar ik wil het omdat het dan maar snel voorbij is en ik ergens tegenaan kan schoppen uit woestheid. Misschien dat dat helpt. Ik haal de sjieke trisuit niet meer in, maar ik zet nog wel aan. Nog nooit heb ik de 5 kilometer zo snel gelopen. Ik ben boos. Schreeuw: laat me maar met rust, en gooi met mijn startnummer. Ik eet een paar winegums en dan zakt de woede een beetje, maar het blijft niet goed voelen en opgefokt. Ik wil gewoon weg. Mijn voeten doen pijn van de schoenen. Raar dat ik niet kan genieten dat ik alles met meer dan 12 kilometer per uur heb gelopen, dat ik derde werd en dat ik alleen maar baal van mezelf dat ik zo slecht heb gezwommen. Ik leg me er wel bij neer en volgende keer beter. Ik kleed me om en mijn voeten zijn kapot gelopen. We wachten niet tot de snellere groep klaar is. We willen naar de zwemtraining vanmiddag!
En zo zit ik later bij het zwembad voor Vincents training en daarna voor mijn eigen training. Het water is kouder. Dat bevalt me beter. Ik zwem moeiteloos 1 op 4 ademend 250 meter in 4 en een halve minuut. We zijn met zijn tweetjes in baan 1, ieder een kant. Heerlijk: ik hoeft me niet aan iemands tempo te houden. We krijgen een briefje en dat is nog fijner. Ik doe alles met aandacht en kom tot de conclusie dat het exemplarisch was vanmiddag in het (warme, onrustige) zwembad in Utrecht. Ik kan nu prima zwemmen. Buitenwater? Minder stress? En dan dringt het door, dat ik dus wel erg goed heb gelopen. En dat ik daar maar weinig moe van ben. Het enige wat echt zeer doet zijn mijn ontvelde hielen.
Het is paaszaterdag en vandaag is de tweede blue moon van dit jaar. Vorige keer heb ik Vincent beloofd dat hij mee mag rennen op deze avond. Ondanks de wedstrijd, ondanks de pijnlijke voeten, ondanks de zwemtraining: we gaan! Maar het meest ontbreekt… de maan. Het is zwaar bewolkt en het regent zelfs. We lopen heerlijk langzaam. Traag. En als de straatverlichting ontbreekt, lopen we hand in hand, want dat is spannend als je elf bent. En genieten als je 44 bent 🙂 We lopen nog geen half uurtje. Mijn voeten vormen zich wel en schikken zich. De pleister voorkomt meer schuren en pijn. Uiteindelijk waren er nog 24 dames van de snelle serie sneller vanmiddag in Utrecht. Ik word 26ste. Van de 56 deelneemsters. Een slechte zwemtijd van 46ste wordt opgeheven door een 19de looptijd. Bij de 40+-ers ben ik zesde. In mijn looptijd zit de wissel ook, waardoor het langzamer lijkt: maar ik heb echt de 4,98 kilometer gedaan in 23:18. Totaal in 35:51.

zondag 1 april: Geen spierpijn. Hooguit in mijn armen! Mijn hielen doen wel serieus pijn. Vandaag zouden we naar Hilversum fietsen, maar het is regenachtig. Ik vind het jammer. Maar voornamelijk omdat ik dan niet netjes uitfiets en aan het schema voldoe. Voor de rest besef ik dat ik niet echt een oefen-wedstrijd heb gehouden, maar gewoon snoeihard heb gelopen. En dan mag een dag rust best, is het zelfs beter misschien. Vind ik een moeilijke keuze om te maken, maar kom amper buiten.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week 13: …. en de winnaar is….. rustig opbouwen naar een (mislukte?) zwemloop