“We beginnen niet heel goed” mailt ze me. Haar mail ligt eruit: mijn berichten ontvangt ze niet. Ze vult twee trainingen voor me in op maandag en dinsdag. Hardlopen en zwemmen. Dus “omdat-het-moet” ga ik er maandagavond eventjes op uit. Zwaar. Sloompjes. Mijn neus achterna. Ik moet en zal het half uur volmaken en begin maar gelijk met haar de schuld geven. 36 minuten: de eerste training netjes op groen gezet. Goed begin 🙂
Op dinsdag staat er zwemmen. Er is geen zwemmen. Sinterklaasavond. Goed begin is ten einde. Dan ga ik maar hardlopen met Vincent. Kort. Eventjes de energie eruit. Steeds ietsje harder. Drie kilometer. De tweede training staat op rood. Tot zover…..
Woensdag dan. Ze heeft verder geen trainingen ingevuld en ik denk dat er andere internet-gerelateerde problemen zijn! Intussen doe ik ook mee aan een hartslag-metingen test deze maand, dus ik vind het niet erg. Ik doe gewoon nog steeds wat ik zelf wil. Goed begin- maar niet heus. Arme trainster: dat moet ze straks allemaal weer beter maken aan mij, haha. Ik ga fietsen. Op de racefiets nog wel met drie laagjes kleding aan en dikke handschoenen.
Hard hoeft niet. De uitdaging is om door het Wilgenbos te gaan en dan de dijk omhoog zonder te vallen. Even lekker over de dijk en dan terug naar huis: 21km in een uurtje. En daarna doe ik hardloopschoentjes aan. Ergens in de fietsroute ontstond dat idee en 2,1 kilometer (een tiende van wat ik gefietst heb) moet me lukken. Het valt tegen. Tempo, hartslag en gevoel zijn niet op 1 lijn. Dan nog maar zwemmen ook. Daar heb ik tenminste zin in! Ik gok 2100 meter. Ik zwem in met de paddels. Dan is de slag tenminste goed. Ik zwem lekker achterop in baan2. Na 100m armen/50m benen/100m slepen/100m bijleggen volgen 8x100m met t-shirt of paddels. Niemand in baan 2 heeft een t-shirt, ik ben de enige met paddels. De eerste 400m doe ik met pullboui, de laatste 400 zonder. Dan doen we 4x50m rug en school afgewisseld. Alsof het nog niet genoeg is, volgen er dan nog 250 m rustige duur. Ik ben er hoor, op mijn 2100 meter! We moeten nog een keer de wisselslag doen: vlinder, rug, school, borst. En dan uitzwemmen. Ik doe nog 100m met Vincent. Ik ga als een tierelier en overstijg de 2100m enorm. Triple compleet. laat de trainster er maar over oordelen.
Op donderdag mag ik het toch weer zelf bepalen en na de werkdag sta ik op de atletiekbaan. Omdat de reis huiswaarts wat langer duurde, deze keer met een lege buik. Koekjes tellen niet echt als een diner toch? Je moet alles een keer proberen. We zijn met een klein clubje: 6 volwassenen en daar voegen zich 6 kinderen bij. Training samen met Vincent: is dat even vervelend, dan kan ik er de kantjes niet vanaf lopen… We lopen in op de baan, doen loopscholing op de baan en de training is … op de baan. Rondje na rondje na rondje. 800tjes lopen we eerst: drie keer. Daarvan is 200m rust: lopen en dribbelen. De andere zeshonderd meter
gaan als volgt: 400 rustig, 200 op tempo, 300 rustig, 300 op tempo en 200 rustig en 400 op tempo. Het duurt even voor ik warmloop, maar in de laatste serie loop ik lekker door. Als is mijn ‘op tempo’ geen sprint zoals bij de snelle kiddies! Dan nog 3 keer 400 met ongeveer hetzelfde principe: 300 rustig, 100 snel; 200 rustig, 200 snel en 100 rustig en 300 snel. Gek genoeg kunnen alleen de allersnelste kinderen me inhalen op de 200/200. Het verbaast mij nog het meest. We lopen uit … je raadt het al…. op de baan.
en dan de vrije vrijdag: ik ga met Joyce lopen. Ik moet om elf uur/half twaalf bellen voor het werk. We rijden saampjes naar Naarden Vesting. Daar lopen we omheen. Lekker een beetje kwebbelend. Ik heb de laatste tijd niet zoveel meer te kletsen. Ik val hier en daar wat stil. Nu is dat met ons niet erg hoor! Het is wel erg mooi om Naarden Vesting heen. We doen nog een rondje en dan zoveel mogelijk bovenlangs. Het begint wat licht te sneeuwen. Ik wil een rondje ‘zelf’ doen: even kijken wat ik dan zelf kan. Gelukkig snapt Joyce dat prima. Dan begint het harder te sneeuwen. Ik pak mijn eigen tempo op en dat blijft toch maar rond de 5:40-5:50 hangen. Ik geniet ervan en daag mezelf ermee uit. 12,5 Kilometer, kletsnat door alle lagen heen en kil: maar wat hebben we mooie sterren gelopen!
Zaterdag: ik staak ermee. De elke-dag-in-december–2,5kilometer-hardlopen van de facebookgroep. Ik ga vandaag “alleen maar” zwemmen. Baan 2 natuurlijk. Lekker in de groep mee. Heb ik mijn horloge niet bij me! Wat een ellende…. Moet ik zelf baantjes tellen. Ik zwem 350m in. Dan 4x50m slepen. Goed voor mij.
50m schoolslag. Ik tel mee met de meters, de baantjes. Voorop zwemmen en ook nog de banen binnen de opdracht tellen, zit er vandaag niet in. Daarna 4x100m: eerst 1op2 ademen, dan 1op3, 1op4 en tenslotte 1op5. Ik moet me de hele tijd een beetje inhouden met zwemmen en dat is lastig. Prima maar lastig. Dan doen we 100m, 200m, 300m, 400m. Ik ga rustig mee. Veelal met pullboui. We moeten ook nog 3x50m op de rug zwemmen. En dan zwem ik nog 100m uit. In een uur heb ik 2250 meter gezwommen. Ik vind het netjes.
Zondag de crosscup. Dat is een apart verhaaltje!
De trainster heeft me vrijdag nieuwe trainingen opgestuurd: die kan ik prima volgen! Onze eerste week was misschien niet het beste begin, maar ik voel dat er nog veel goede weken aan gaan komen. Ik heb me op vrijdag ingeschreven voor een triatlon rondom het circuit van Zandvoort: zwemmen in zee (!!), fietsen over het duincircuit en rennen door Zandvoort. Het is pas in juni, maar ik verheug me er nu al op!
de eerste week met de nieuwe trainster
De December Crosscup op het Strand
Mijn trailschoenen dragen nog steeds de modder van 12 november! Ik maak ze een beetje schoon en pak ze snel in. Ik heb geen moeite met mijn spullen pakken vandaag, maar het lijkt ver van me af
te staan. Vincent loopt niet zo best: start te laat, ineengedoken, zielig en koud. Het is dan ook Slecht Weer. Samen met Manuel ga ik inlopen voor de start: lekker gelijk het water door stampen: mijn voeten zijn al kletsnat. Is de modder van de vorige keer tenminste weg! Het sneeuwt al een beetje. Inmiddels ken ik heel veel mensen die meedoen! TK praat tegen me, noemt me gedreven en getraind. Ik heb te weinig gegeten of gedronken, bedenk ik me op de startstreep. Ik ga maar gewoon rennen over het strand. Zonder verwachting en voor mijn gevoel zonder mezelf. Startschot: opeens voor mijn idee. Ik moet even wandelen in het begin omdat het zo druk is. Ik begin niet te snel. Ik bn blij dat ik een groot deel van het parcours net gelopen heb en dat ik al natte voeten heb. Ik hou TK net niet bij. KH loopt achter me te kleppen. Ik stamp gewoon door en hou mijn tempo acceptabel. Ik vind het prima allemaal.
Het zand dan. De modder niet zo. Het afdelinkje niet zo. Ik spring het hekje niet stoer over. Ik vind het niet koud. En ook niet nat. Hoewel het sneeuwt. Ik haal langzaam EA in. Ook de tweede ronde ga ik niet sneller. Het hoeft voor mij niet zo vandaag. Ik zit vooral mezelf dwars, maar ik kan dat niet 1-2-3 oplossen of pinpointen. Overal ligt een kille acceptatie in. RC – mijn ‘concurrente’ op de crossjes- haalt mij luid snikkend en mopperend in. Ik vind het wel goed en ga gewoon mijn ikke-tempo door. Er loopt iemand achter me de hele tijd. Het sneeuwt flink door. Vandaag lijkt niets mij te raken: de inhalers niet, andere lopers niet, de afstand niet, de tijden niet. Toch is het verre van relaxed en leuk. Dwars door het water heen haal ik twee wijffies in. Ik stamp weer door de modder en de plassen.
Het water en kou deren mij niet. Ik bedenk dat ik veel te weinig gegeten heb, maar ik krijg geen trek. Nog een rondje en nu valt meneer achter me echt op. Hij doet ook de 8 gelukkig. Ik vind het prima. Heuveltje, balk over, grint door, plas door, naar beneden, kuipbocht, sneeuw, zandheuvel op, naar beneden springen, weer omhoog, langs het water, hardere sneeuw, door het water: alles gaat in een gestaag tempo aan me voorbij. Ik heb het niet koud, maar er zit kou en ijs in mij. In de laatste ronde mag de meneer met nummer 254 voor. Kan ik me even aan hem optrekken.
Ik moet eindelijk een beetje mijn best doen en samen halen we RC in, die weer moppert. Ik zet een paar flinke stappen en ga eventjes iets harder, maar ik span me niet écht in. Langs het water hoor ik dat DH finisht en TK ook. Ik voel me traag, maar ben lang de laatste niet.
Ik loop naar meneer 254 toe en besluit samen te finishen. Ik kijk nauwelijks naar de tijd, maar voor de 8,6 kilometer door zand en onder barre omstandigheden is mijn tijd net onder de 53 minuten mij oke. Ik wandel weg en heb het niet koud, heb geen zin om iets te zeggen en ik ben toch niet kapot. Ik ga in de tent zitten en doe niks. Even gewoon alleen maar zitten. Ik heb de wedstrijd netjes onder controle gehouden, mijn tempo heerlijk constant gelaten. Ik heb me niet gek laten maken door de weersomstandigheden of door de kou. En ik zit netjes in de middenmoot! Eenmaal thuis eet ik wat en dan ga ik in de sneeuw spelen en sneeuwpoppen maken. Koud had ik het toch al niet!
superkort
maandag 27 niks, dinsdag 28 ook niks.
het moet niet te gek worden!
dus woensdag 29-11 moet ik wel.
lopen met een snotverkouden Joyce.
Toch kwebbelt zij. ik ben te onblij
en voel me niet fijn.
lopen gaat prima,
maar mijn hoofd loopt
in tegengestelde richting.
dan maar zwemmen! in baan 2.
achterop. voor een deel.
de leuke trainster is er.
ik heb veel filmpjes gekeken en het lijkt erop
dat ik eerder moet insteken en mijn arm onder water moet uitstrekken.
ik zie het als ik aan het einde naast Vincent zwem en de trainster bevestigt het.
tof: ik heb iets geleerd.
donderdagavond 30 november baantraining.
ik ga weer eens. is de baan te glad!
met een klein cluppie en
de geblesseerde trainer op de fiets
de bruggen langs de vaart
op en af dan maar. op moest snel,
maar dan zijn er snellere kerels.
tussendoor liep ik te kwebbelen.
langzame volwassenen zijn dit -jaja- de 10 km net niet in een uur.
hallo, een training!!
ik klets op het einde met de trainer die mooie grote plannen heeft.
nog even en hij wordt mijn favoriet!
mijn perfecte maand is vol! elke dag het bewegingsdoel gehaald.
vrijdagmiddag 2: joyce en ik zijn weer samen op pad op deze koude dag.
we lopen de route voor die we zondag met een groepje gaan doen.
ik klets nu voornamelijk.
het enige minpunt: de telefoons krijgen het te koud en vallen uit. geen foto's.
aan het einde verwarmen we ze
en fotograferen we de paarden
die in grote getallen aan de overzijde staan.
adembenemend mooi.
het vosje sluipt er voor langs.
als de wereld zo is, is alles goed!
zaterdag: niet zwemmen.
iedereen zegt af voor de loop van morgen en dat frustreert me.
ik moet gaan rennen!
Vincent fietst op zijn nieuwe fiets mee door het donker.
ik ga hard-harder-hardst-harder-hard-
manuels huis in orde brengen en uitlopen.
5,3km in een half uurtje. het helpt maar deels
zondag: niemand dus. ML en ik hebben het georganiseerd en wij zijn er.
Joyce is ook gekomen. En dat is het. van de rest van de groep is er niemand.
Losers!
wij komen herten tegen.
kletsen, kwebbelen, kwekken en genieten.
heerlijk laag tempo.
supergrijs weer.
de plassen voor ons! we lopen 10 kilometer.
ik vind vooral degenen die er niet waren triest.
ik zou rustig aan doen. dat zou moeten.
5 uur hardgelopen - 1 uur gezwommen. bijna goed..........
De RunWayRun – 25 november
Ik had me al een tijdje geleden ingeschreven en toen wist ik niet dat dit mijn rustweek zou worden. Nu leken de zaken anders te liggen. De 47 minuten planten zich dan toch vast in je hoofd. En dat is onhaalbaar. Dat weet ik ook wel! Ik weet ook dat ik het mezelf aandoe. Ik eet de avond van tevoren extra veel pannekoeken, slaap meer dan voldoende en maak me niet druk. Dat is het beste! Ik laat de tijd los, het moeten los, de verwachtingen los. KvH kan trots op me zijn 🙂
Er komen geen zenuwen. Ik neem RW mee: zij doet de 5 kilometer, ik de 10. Het is koud. Ik kan goed tegen kou gelukkig. Het is eventjes spannend als we er naar toe rijden, maar dat is over bij het parkeren. Het maakt mij allemaal echt niets uit. Dat is zo nieuw! Ik verbaas me er niet echt over en geniet er ook niet van. Ik doe gewoon mijn dingetje. Compressiesokken aan, tas inleveren, even koud in de trui, maar straks wel warm en ik zie niet echt veel bekenden. We gaan de bus in. Ik ben nog steeds niet gespannen. De buikpijn, de onrust, de verlamming: het is niet meegekomen vandaag. We rijden door de modder naar de andere startbaan. Het is superschattig kleinschalig: 1 tentje, een beetje muziek en
allemaal kleurig renners! We wachten tot de bus de laatste lopers heeft gebracht. En of we ons startnummer wel goed willen laten zien bij de finish zodat ze met de hand de tijden goed kunnen noteren! De bazin van het vliegveld zegt nog dat ze het volgend jaar wel weer wil organiseren, maar van mij hoeft dat niet: laat dit uniek en eenmalig blijven! En dan klinkt het startschot.
Ik ga van start. Het is even koud en ik baal dat ik de handschoenen onnodig vond. Effekes. Dan laat ik mijn benen het werk doen. Ik begin gewoon comfortabel. Iedereen gaat links lopen. Bijna iedereen. Ik niet. Ik loop in het midden. Kijk voor me uit de lange baan af. Asfalt. Een gele lijn. Voor mij. Voor mij alleen. Mijn tempo, mijn ding, mijn baan. Ik merk dat ik loop te genieten. Dit is echt gaaf. Zouden al die mensen links van mij zoveel sneller zijn? Kampioen Geryi wel natuurlijk, maar die kleine jongen? Die stevige mevrouw? Die kletsende meiden? Misschien doen ze de 5 kilometer. Ik hoeft me er niets van aan te trekken en doe dat ook niet. Ik kijk in de verte en vertrouw op mijn benen. Ik meet me met niemand. Zelfs niet met mezelf.
We gaan een extra hoekje maken en dan moet ik tussen de mensen in kruipen. Dat gaat prima hoor, maar nu valt op hoeveel mensen ik inhaal. Wacht eens even: hebben we al twee en een halve kilometer gehad? En heb ik geen idee hoe hard ik ga? Ik heb nog niet op mijn horloge gekeken! Er gebeuren spannende dingen vandaag! Ik loop met een groepje mee en dan lopen we in het verlengde van de huidige startbaan.
Er stijgt een vliegtuigje op en die komt over mij heen gevlogen. Ik geniet daar intens van. Mijn benen houden het tempo gewoon vast en stellen en passant vast dat we nu wind mee krijgen. Mijn hoofd heeft weinig in te brengen. Terug naar de start. Er loopt een man achter me op mijn tempo mee. Hij vraagt me of
ik de vijf doe en dat mijn tempo knap is. Ik doe de tien, dus hij hoeft niet bang te zijn dat ik ga versnellen! Ik doe graag mijn eigen ding en nu is dat heel enkelvoudig: EA loopt voor me. Ik ken haar van TVA en ik vraag me af waarom ze voor mij loopt. Het is fijn een doel te hebben en in te lopen. Ik haal haar in en wens haar succes. De koploper(s) komen ons alweer tegemoet en ik weet dat EA achter me loopt als TN haar groet. We keren gezamenlijk om, de man in het geel en ik. Je bent de elfde dame, roept een meneer met zijn dochtertje in het publiek. Leuk, maar daar zit ik niet op te wachten. Of toch wel? Ik tel namelijk zelf ook de dames en ik ben volgens mij achtste. Ik zit op 25 minuten, dus noch de 47 minuten, noch de 50 minuten zitten er in vandaag. De man in het geel haalt me in. Ik mag met hem meelopen, maar ik vind iets langzamer ook goed. Ik wil graag mijn eigen ding doen. Tegen de wind in lopen. En dan gebeurt er weer iets spannends: ik kijk VOOR DE EERSTE KEER VANDAAG op mijn horloge.
6 Kilometer in een half uurtje. Met mijn tempo is niks mis! En dat (in combinatie met de 7 of 10 dames voor mij) maakt dat mijn hoofd het overneemt. De heren voor mij nodigen me nogmaals uit bij hen te komen lopen uit de wind, maar -sorry- ik ben een eenling, een triatleet: ik doe het zelf. Ik hou ze een beetje bij. En dan begint het rekenen, de focus op de tijd. Dan wordt het zwaarder.
Ik hou de mannen niet bij en er is geen vrouw te zien die ik nog kan inhalen. Genieten dan maar. Het blijft droog, het is al lang niet meer koud, want ik zweet intussen! Nu krijgen we wind mee en ik vind dat fijn. Dat is mooi meegenomen, maar ik voel dat het me niet meer helpt en dat ik niet meer ga versnellen. Genieten dan maar. Ik permitteer me achterom te kijken en zie niemand achter me naderen. Dan stijgt er een dubbeldekkertje op. Is dat even gaaf! Ik vind het prachtig. De heren zijn voor me weg gelopen. Mannen he. Ik zie iemand met een medaille en bedenk dat ik het niet voor niks doe tenminste. Nog een kilometer. Ik tel ze af
merk ik. Het gaat niet verkeerd, maar ook niet meer supergoed. Ik ga bij NB met mijn armen wijd vliegend de foto op. En met een dikke grijns. Het kan me niets schelen dat het tijd kost: dit is leuk! Ik zie de finish en een klein momentje vind ik het jammer dat het voorbij is, maar ik ben er ook wel klaar mee. Ik zie 51:40 staan en ik zet aan om onder de 52 minuten te blijven. Vliegend ga ik de finish over op 51:58. Helemaal prima!
Ik ben blij met mijn medaille en ik ben natuurlijk hartstikke snel weer op adem. Ik zie RW en ik ben gewoon helemaal tevreden. Het was prima zo. We gaan de bus in en ik kwebbel nog met NB die aan de andere kant naast me zit. We halen de tassen en dan is het weer tijd om naar huis te gaan. Heerlijk! Ik heb genoten van de wedstrijd. En dat was hartstikke goed. Maar ja, de vier uur van deze week zijn nu wel overschreden oo-oo…..
Korte zinnen, soms zinloos, zonder zinnige informatie
Maandag: uitlopen na de crosscup. Lage hartslag. Laag tempo. Gelukkig met zijn tweetjes: Vincent ging mee sloom hobbelen. Door het donker. Langs het centrum, langs het spoorbaanpad. En wij maar rekenen. Hoe lang we over 8 kilometer gingen doen. Hoeveel minuten per kilometer dat was. Moeilijk voor Vincent. Dat 50 seconden geen halve minuut is, trapte hij herhaaldelijk in. Te laat gegeten. Dat loopt nog zwaarder. En dan zo langzaam. Moeilijk moeilijk. Vincent mopperde. Ik vond het ook zwaar. Vincent was op 7 kilometer thuis. Ik plakte er nog een rondje achteraan. Geen succes. Mijn darmen voelden niet goed. Het was een zwaar stukje lopen.
Dinsdag: op naar zwemles! trainer Ro had heel veel tips voor mij. Kritiek. Verbeterpunten. De insteek. De arm hoog. Probeer met je schouders te zwemmen. Niet eerst je elleboog in het water, maar eerst je hand. Ik doe mijn best, maar het is niet eenvoudig. Hij heeft ook een compliment dat ik keurig lang zwem. Maar dat helpt niet. Ik wil het graag goed doen! Ik weet wat ik fout doe, maar hoe dan wel en hoe dat voelt: ik weet het niet. RO doet echt moeite het mij te leren, waarom weet ik niet. Dat ik het minstens net zo graag wil leren als hij het mij wil leren, staat als een paal boven water. Eerst dit, dan de slagfrequentie. Eerst goed insteken.
Woensdag: ik kan op de fiets! Ik heb ‘zomaar’ anderhalf uur. Op de ATB, want de wegen zijn nat. De ATB is zwaar. De ATB gaat niet zo snel. Ik ben moe. Toch ga ik de Oostvaardersplassen rond fietsen. De dijk is voor mij alleen. Niemand gezien op het fietspad. Ik heb geen zin. Het komt ook niet. Maar ik moet door. Ik voel me er niet goed bij. Maar ik moet door. Op de Knardijk regent het. Maar ik moet door. Kil. Vervelend. Maar ik moet door. Het is geen fietstocht, maar een mindgame. Ik zie 3 andere fietsers: rácefietsers! En 1 dik ingepakte stadsfietser. Malloten! Tegen de wind in naar de Praambult. Ik ga door. Koud. Langzaam. Moeizaam. Ik ga door. Kotterbos. Ik moet door, want ik moet Vincent ophalen. De regen is gestopt. Het gevoel blijft koel, sloom en zwaar. Dit was geen beste training. Maar ik ben doorgegaan!
Donderdag: Weer geen baantraining. Niet gehaald door het werk. Dan maar weer met Vincent een rondje lopen. Nou ja: een vormpje lopen door de wijk. Straatjes versnellen. Het is rampzalig. Ik kom er niet in. Ik ben ongelooflijk traag. Onmogelijk langzaam. Het voelt loodzwaar. Ook versnellen heeft nauwelijks met snelheid te maken. De korte straten sprinten Vincent en ik om het hardst. Dat is even leuk, maar daarna weer erg zwaar. Vincent is op en slaat twee straatjes over. Het tempo blijft ver onder de maat. De hartslag gaat ook niet mee. We lopen om de wijk heen en binnen 45 minuten zijn we terug. Ik vind het mooi geweest. Het idee te minderen en een sportpauze te nemen komt in me op.
Vrijdag: ‘s Morgens ga ik met een vriendin wandelen. Natte, koude voeten en een prachtig bos bij Zeewolde doen me goed. Maar ik mag ook nog fietsen. ‘s Middags. Een uurtje. Ik volg het plan de 9de minuut iets harder, de tiende minuut voluit. Zo vaak als het lukt. Ook vandaag is het tempo er niet. Ook het genieten ontbreekt. Ik doe een rondje. Langs de Vaart naar het Kotterbos. De brug over. Langs de velden. Terug de A6 onderdoor. stukje Trekweg. Terug over het fietspad weer de A6 onderdoor. Het is droog. Het is oké weer. Het zou lekker moeten zijn. De muziek is prima. Maar het genieten ontbreekt. De brug over de A27 over richting de manege. Ik heb het geaccepteerd: genieten is zinloos deze week. Het idee van een sportpauze zet zich vast.
Zaterdag: Met Joyce hardlopen. Heerlijk. Niets hoeft. Niet snel. Niet ver. Niet hard. Alleen maar kletsen-kletsen-kletsen. Onafgebroken. Scholen, de kinderen, verjaardagen, roddels, goede raad, zorgen, sportperikelen, grappen, medeleven; alles komt voorbij. Geen moment stilte. Langs het Weerwater, het Kasteel: ik zie niks, ik luister en praat en loop. Dat er geen tempo in zit, is van geen belang. Dat het koel is maakt niet uit. We kletsen door en door. Om het centrum heen. Nog een stukje door het Beatrixpark. Op het einde een paar regendruppels. Niets deert ons. We lopen 14 kilometer. Het had het dubbele kunnen zijn, want we waren nog steeds niet klaar met kletsen.
en daarna zwemmen. Ik voel me niet blij, want iemand heeft mij een Groot Compliment gegeven wat niet correct is. Ik ben moe. Maar het ontbreekt me aan moed om de ex-trainer te vragen of een week pauze of trainingen-halveren kwaad kan. Hoeveel ik ook slaap, ik mis een brokje energie. Ik doe mijn best in baan 1. Ik krijg de afstanden van 400 en twee keer 300 meter geteld, maar meer is het niet. Ik adem 1 op 2. Ik doe zo mijn best, dat ik er kapot van ben. Net zo moe als ik in het begin van de zwemtrainingen was.
Zondag: Lekker weer, een lange dag voor de boeg, flink uitgeslapen en ik moest naar de AH. Dan ren je rond. Langs de plassen. Door de zon. Met rugzakje. Zwaai je naar de bootcampers. Hobbel je wat bekende paden af. Het ging wel, maar het voelde niet helemaal goed. Luister je naar het
wuivende gras. Kijk je eens naar de paarden. Groet je de fotografen. Het genieten blijft ontbreken. Het plan krijgt vorm: over twee weken begint mijn nieuwe trainster. Nog genoeg tijd voor het volgende seizoen. Nu kan ik nog uitrusten. Dat wil ik graag: ik verheug me op een paar uren rust op de bank. Op geen schema. Op nog geen 4 uur sporten in een week. Of minder. Ook deze week heb ik weer 8,5 uur gesport. Een deel ervan stond me tegen. Dus moet ik even minderen om hernieuwde energie op te doen. Ik haal de 5 kilometer binnen 31 minuten. Niet slecht, maar er ontbreekt iets. Ik ga de plantjes water geven en hobbel naar de AH. Daarna door een korte stortbui naar huis. Morgen ga ik niet. En dinsdag misschien zwemmen. Of niet. Woensdag misschien zwemmen. Of niet. Donderdag weer niks. Vrijdag een beetje. En dan hopelijk zaterdag weer genieten op de startbaan van Lelystad. Dat is voor mij zo goed als niks. Goed!
Dezelfde week als vorig jaar (?)
Ik kan geen schema’s meer bedenken. Ik recycle gewoon. Wat ik in week 45 van 2016 deed, ga ik de komende week weer doen. Lekker makkelijk! Zou je denken tenminste…..
Maandag 6 november: een intervaltraining. Ik krijg Manuel mee. Verder doen we exact hetzelfde als in 2016. Dezelfde route, dezelfde hartslagzones. Dacht ik. Maar anno 2017 heeft trainer LK vooral de lage zones nog lager gelegd. En ik had het koud vorig jaar, maar dit jaar is het nog killer. Ik doe een extra laagje aan. Op voor 8 km! Inlopen gaat dus traag en ik smokkel er de oude hartslag bij. Het schiet lekker op, zeker de tweede tien minuten in zone 2. Over naar zone 3. Dat ging lekker. De route was een beetje apart.
Ik had niet het idee er ooit eerder te zijn geweest, maar ja, vorig jaar toch wel! Manuel kletst maar raak in mijn zone 3: hij krijgt het dan net een beetje warm. Dan terug naar zone 1. Die vijf minuten duren veel langer… En dan zone 4. Ik ga goed: mijn
passen zijn groter en krachtiger dan eerder lijkt het. Dit is maar een paar minuten afzien. We moeten wandelen. Dat is het enige wat echt langzamer gaat dan in 2016! Ik heb het idee dat we naar zone 5 gaan, maar het is net zo goed zone 4. Ik ga ontzettend hard. Geen geklets meer: doorbikkelen. En dan haal ik een kilometer binnen de 5 minuten. Waar ik vorig jaar alleen maar van kon dromen, gebeurt nu ‘zomaar’. Kost kracht, maar (of ik dit even tot mezelf wil laten doordringen!!) ik ben écht vooruit gegaan in een jaartje!
Op dinsdag heb ik geen zin om te gaan zwemmen. We waren met een klein clubje in baan 1. Het ging goed. We waren eigenlijk net zo snel als in baan 3!! We gingen om beurten voorop. Hoewel ik het niet zag zitten, viel het mee. Aan het einde tilde ik mijn armen ineens heel hoog op. En zo moet het dus. Vanuit de schouders. Koude armen krijgen. Krachtig het water in, flink doorhalen, wegduwen en uitdrijven. Het kost kracht, spierpijn en het was een hele ontdekking.
Woensdag 8 november: drukke werkdag en ik ben pas om twee uur thuis. Om half drie moet ik Vincent halen. Ik kan nog net even op de racefiets. Rustig aan. Koud. En wat is die fiets akelig licht… Ik klik mezelf niet vast en maak een rondje door het Kotterbos. Een half uurtje is snel voorbij,
maar ik ben even buiten geweest en mijn fietsje ook. Moeder en kind gaan shoppen en slaan het zwemmen over. Moeders kan niet, kind hoeft niet. Het voelt als te weinig. Ik moet nog naar de winkel en besluit dat rennend te doen. Ik heb geen zin. Helemaal niks eigenlijk. Ik ga toch. Het zijn vijf lange kilometers. Iedere
kilometer ietsje sneller. Ze voelen niets gemakkelijk aan. Het is donker, saai, verhard en ook de tortillachips brengen geen rust.
Donderdag 9 november. Het gaat lekker met het schema – NOT Als ik dan 1 keer de mist in ben gegaan, lijkt het einde zoek. De baantraining gaat verloren aan ‘auto-ophalen-bij-de-garage’. Vincent rent wel een uurtje in de regen. Later op de avond charter ik Manuel maar weer voor een donker rondje door het bos.
Ik ben niet echt bang, maar alleen zou ik dat nooit doen. We gaan over het fietspad. Verbazen ons over lichtjes van onbekende kanten en net als ik zeg dat ik het niet eng vind, word ik bang van de geluiden in het bos. We kletsen en lopen lekker. Voor Manuel kan ik dat niet beslissen, maar ik loop wel lekker: laag hartslagje, redelijk tempo. En: een heel uur droog!
Vrijdag 10 november. Ik ben gespannen als ik met de nieuwe trainster ga praten: zou het klikken? Ik ben meteen om als er een vrouw met natte haren en sportbroek binnenkomt in het restaurant. Ze is ouder dan ik, wijs, gewoon, aardig, geduldig, begripvol en eerlijk. Naast bewondering heb ik vooral heel erg veel vertrouwen. Na een heel goed gesprek besluiten we samen verder te gaan en ik voel me erg opgelucht en blij. De cranio sacrale therapie helpt me nog een stapje verder. Dan ben ik moe. Tevreden moe. Ik heb geen sport nodig vandaag om tot rust te komen. Ik wandel al bellend tijdens Vincents muziekles rond.
Zaterdag 11 november: Ik zal (voor de nieuwe trainster) moeten gaan leren op gevoel te gaan lopen. Geen hartslag-regime, maar wat ik voel. Dat lijkt me wel wat! De zaterdag verloopt rommelig en ik wil tijdens de zwemles van Vincent gaan lopen. Dan gaat Rob ook mee, maar die gaat alleen de stad in. Ik ben bang nat te worden (en de regenjas ligt natuurlijk thuis) en ga het Beatrixpark in. Kilometertje rustig, kilometertje op tempo. Ik wissel het af en voel vooral. Het kan me eigenlijk niet schelen hoeveel ik loop. Ik doe maar wat. Het voelt prima, het blijft droog. Ik hoeft niks, zelfs niet van mezelf. En niet van de trainster: dat zal ik ook moeten gaan leren.
Daarna ga ik weer zwemmen. De optelsom is te simpel: 8 man in baan 2, 3 in baan 1 en eentje gaat eerder weg. Ik ben 1 van de drie in baan 1. Armen hoog, 1 op drie ademen en JC probeert me weer duidelijk te maken dat ik recht moet insteken. Dan ligt de kracht opeens ónder water. Ik tel en tel en tel. 200 Meter lukt me zelfs! Ook nu zwem ik het uur niet vol en maak ik me er niet druk om. De trainster heeft nu al een goede invloed op me!
Zondag 12 november: mijn verjaardag moet wijken voor de crosscup in het Kromslootpark. In plaats van taart bakken, zandtaartjes happen. In plaats van koffie zetten, sportdrank drinken. Geen bezoek, ik vier mijn feestje in de modder. Geen lang-zal-ze-leven, maar lang-zal-ze-glibberen. Het regent. Voor Vincents wedstrijd. Vincent loopt een dijk van een race: wat een kracht in dat mannetje. Kadootje 2 (1 was de iPhone-hoes) van de dag. Na Vincents wedstrijd regent het weer. Maar wij schuilen in de auto. Kadootje 3 van de dag: de mannen blijven voor mij! Volkomen ontspannen sta ik aan de
start. Schoenen zitten goed, ik heb startnummer 73, mijn geboortejaar!
En ik hoeft niets te doen als alleen maar genieten. Mijn voeten zijn al nat en vies. De trailschoenen zitten even raar, ik heb ze zo lang niet aangehad. De zon breekt door en het is gaaf. Ik ga (te) hard in de eerste kilometer(s). Het zal me allemaal wat! Ik vind het leuk om dwars door de modder te gaan. Het is wel druk maar vergeleken met Amsterdam is alles te doen. Ik zie op tegen de heuvel en vertraag al ruim van tevoren op het gras. Dan haalt DH me in. De heuvel op is glad en lastig. Af lukt me beter en weer op doe ik gewoon via de bomen. Ik geniet er echt van. KH en TK halen me in en lopen voor me. Heb ik iemand wiens tempo ik me op vast kan pinnen! Ik gooi Rob het regenjasje toe en dan loop ik in korte mouwen.
Ook al ga ik wat trager, ik blijf genieten. Het is gewoon zalig. De modder, het bos, al die bekenden die me inhalen, toejuichen, fotograferen. Ik heb me, raar genoeg, nog nooit zo jarig gevoeld! Ik denk aan de berichtjes die ik heb gekregen en de kaarten en dat maakt me blijer dan welk kado ook. Na de tweede keer heuvels moet ik echt aanhaken bij KH. Dat lukt me allemaal best. Ik heb na 4 kilometer niet meer het gevoel dat ik te hard ga en heb een lekker controleerbaar tempo gevonden.
Geen moment denk ik dat ik liever de 6 kilometer had gedaan. Weer door de slijmmodder, weer een stukje wat opschroeven op het grint, nu maar eens gewoon het gras door (mislukt) en rennend de berg op (ook mislukt). Ik veeg het snot weg en dan zit de modder werkelijk overal! Nog een rondje.
Ik haal KH nu voorgoed in. Eindelijk zit ik erin! De warming up is voorbij. Ik zet nog een beetje aan en haal DH ook in, maar nu heeft zij mij als doel. Ik heb trek. Het wordt wat zwaarder, maar ik ben er bijna. Nog maar 1 keer die heuvel op en af en op en af en af. Op is echt lastig, maar ik zie iemand de heuvel af ‘surfen’ en doe dat ook.
Dat is lachen!! Ik kan DH bijhalen, maar niet meer inhalen. Het laatste stukje glibbert me net te veel. En dan ben ik er. 44 Jaar en over de finish. Het was geweldig. Helemaal geweldig. Ik ben niet stuk, ik heb genoten. Het was een ongekend feestje!
En, was het dezelfde week als in 2016? Ehm, nee. Ik heb minder gedaan. “Slechts” 6 uur en 18 minuten. Het was rommelig, maar ik heb de hele week geen tijden opgeschreven. Dat gaf me minder druk om de 8 uur te ‘moeten’ halen. Dit was oké zo. Dus wat gelijk had kunnen zijn, blijkt toch van tijd tot tijd te veranderen. Is dat achteruitgang? Ik denk dat ik in deze week meer vooruit ben gegaan als in 2016. En zo wordt je elke keer een jaartje ouder! Op naar 45- volgend jaar zit ik in de volgende agegroup 🙂
Een week zonder schema
Deze week had ik niets ingevuld qua schema. Niet zelf, niet door een ander. De week was leeg. Ik ging wel zien wat er kwam. Hoeveel. Wanneer. En hoe dat zou gaan.
Op maandag 30 oktober ‘s avonds kreeg Vincent eindelijk eens zijn zinnetje op ‘mama-ga-je-mee’. We gingen intervalletjes hardlopen. Eerst rustig
inlopen langs de Evenaar door het donker. Daarna in de regenboogbuurt de kleurenstraatjes door. In het straatje hard, de stukjes tussen de straatjes heel traag. (wandelen mag) Het was best zwaar. Voor ons allebei hoor…. maar dat zeg ik niet…
Ik geef Vincent tips om meer af te zetten en langer in de lucht te blijven zweven. Het zijn een hoop straatjes die gelukkig iedere keer korter worden! Rare kleuren komen voorbij: kaki, robijn, lila… We lopen rustig weer terug. Het is een mooi vormpje geworden… De eerste kilometers van de week zitten erop!
Op dinsdag de 31ste oktober heb ik geen enkele zin om te gaan zwemmen. Niks niet. Maar morgen komt het er zeker niet van. Dus node haal ik MZ en BZ op en gaan ik toch maar. Ik weet niet eens meer of ik in baan 1 of 2 zwom. Van alle oefeningen kan ik me er niet herinneren. Maar ik deed het wel. Ik was er wel en ik zwom enorm veel.
De woensdag gaat op aan werk.
Donderdag 2 november meld ik me weer bij de TVA. Op de atletiekbaan deze keer. Ik kom een “oud-mederenner” tegen die zijn zoon brengt bij TVA. Uiteraard schat hij mij veel te snel in! Ik loop met het ‘langzame’ groepje mee en kwebbel met RV. Die traint voor de halve met 5 tot 8 uurtjes per week. Op de baan gaan we loopscholing doen. Blehhhhhh. Dan gaan we eindelijk hardlopen! 100m, 200m, 300m, 400m, 500m, 600m, 700m, 800m. Voor elke 100m 10 seconden rust. Tempo: duurtempo. En dan gaat iedereen er vandoor. Alsof 4:40 een duurtempo is….. Blijkbaar voor iedereen wel, maar eigenlijk voor mij niet natuurlijk. Vanaf de 600m besef ik dat ik me niet hoeft te bewijzen en ga ik met K aan het kwebbelen. Het duurtempo gaat naar 5:30. Heus! Stuk gezelliger en gemakkelijker: dat zeker wel. We mogen nog twee keer 400m doorlopen doen. Ik trek door, let op de hartslag en voel wanneer ik over de zones heen ga en hoe ik adem te kort lijk te komen (maar niet afrem). 4:30. Twee keer. We lopen uit en ik vind het goed geweest. Ik heb weinig gelopen deze keer, maar het is oké
Op vrijdag kan ik kiezen: werk afmaken of gaan fietsen. De keuze is gemakkelijk: fietsen. Ik moet de ATB weer eens op en durf dat niet alleen. Moet Manuel mee. Om de ‘pijn’ te verzachten laden we de mountainbikes op de auto en rijden we naar Lage Vuursche. Ik vind het spannend. Ik heb maanden niet op de ATB gezeten… Het valt direct mee. Fietst lekker, klikt lekker los. We rijden het bos in. Het gaat lekker, zeker in het begin.Ik herinner me de training van vorig jaar meteen weer! Laag zitten, fiets losjes vasthouden. In het zand zijn de heuveltjes een stuk moeilijker! Ik krijg het wel warm! Na een kilometer of 7 vergaat me de zin. Mijn lijf wil niet meer zo graag. Ik vecht er even tegen en besluit me er dan maar bij neer te leggen en gewoon wat rustiger te gaan. Dan trekt het weer bij. Met mijn conditie zit het wel snor. Ik kan nog lekker doorfietsen op het einde. We maken het rondje af en 1 ronde is genoeg voor deze keer. We fietsen rond Lage Vuursche uit.
‘s Middags ga ik naar Joyce. We moeten hoognodig bijpraten! En dat doen wij nu een keer rennend. Eigenlijk heb ik last van mijn linker achillespees, maar ik doe alsof ik dat niet merk. Het ligt aan de oude Ascis schoenen die ik gister bij de training aan had. Gaat vast zomaar weer over. Op naar de Kemphaan. Over de Vaart en we kwebbelen, kleppen en kletsen. Geen seconde stil. Soms past het hier-links-daar-rechts er maar net tussen. We hebben het over de mannen en lopen over de Kemphaan heen. Het tempo ligt best hoog, voor iemand die eergisteren een halve marathon liep en iemand die vanmorgen nog op de mountainbike zat. We gaan het Vierbruggenpad over. Joyce vertelt honderduit over haar geslaagde vakantie. Het is niet omdat het niet gezellig is, maar na een kilometer of 7/8 heb ik geen zin meer. Mijn
benen lopen door, maar ik heb gewoon geen zin meer. Natuurlijk ga ik gewoon door. Sterker nog: we gaan alleen maar iets langzamer, meer niet. We kletsen vooral ook nog veel verder! Ik denk dat we op een derde zijn ofzo… Dan zijn we 12 kilometer verder. Ik ga door naar school
Op zaterdag 4 november maak ik met Rob de overkapping af.
Geen last van welke pees dan ook, maar wel van zadelpijn, haha! Vincent heeft een breedtetraining in het zwembad: met alle jeugd en junioren tegelijk. Lekker op en neer zwemmen in de breedte en oefeningen krijgen van de grote meester. Hij geniet ervan! Ik heb mijn horloge niet bij me. Moet ik zelf de baantjes tellen – ohneeeeee! Gelukkig hebben wij gewoon zwemmen en geen breedte training. Ik ga mee in baan 1. Maak het mezelf maar gemakkelijk! Vincent helpt de trainer. Ik zwem met het andere meisje voorop. De rest is beduidend trager en soms moet ik inhalen. Ik kom er maar moeilijk in. Pas na een minuut of veertig heb ik het ritme van 1 op 3 ademen te pakken en wordt het leuk. Ik zwem nog geen uur. En heb me suf geteld op 2100m.
Zondag 5 november gingen we met een aantal hardlopende dames uit Almere met CS mee op ‘verrassingsreis’. Het werd het buitencentrum aan de andere kant van de Oostvaardersplas in Lelystad. En zon. Het was heerlijk weer. We
gingen eerst met zijn 7-en en 1 fietstster de rode route volgen. Door de modder. Dat was wat veel voor de anderen. Daarna volgden fietspaden. Ik moet er aan wennen dat we stoppen onderweg. Ik kwebbel vrolijk mee, maar soms wil ik alleen lopen. Stilte in het herfstbos. Na een paar groepsfoto’s, een
winegum en een paar slokken sportdrank ga ik er vandoor. Even kijken wat mijn eigen tempo ook weer was. En dan duik ik onder de 6 minuten. En een kilometer later nog meer op 5:40 Ik ga de rest opvegen en klets weer mee. Ik ken de weg wel een beetje.
We gaan de sluizen over. Het stoppen wordt frequenter, maar 2 van de dames hebben een prima tempo. Mijn hartslag is laag en het blijft lekker weer. Zonnig, koel. We wachten lang op de Praambult. Op km 15 ga ik er vandoor. Ik ga op deze saaie weg mijn tempo lopen. Hartslag moet onder de 160 blijven.
Wat er gebeurt verbaast me: 5:36. Mijn benen kunnen dat prima, mijn hoofd snapt het gewoon niet. Km 17 zelfde tempo. Moeiteloos. Tegen de wind in. Ik draai me om en veeg de rest op. Die moeten veel wandelen. Ik loop 2 keer naar boven de Knardijk op, in steigerun. We lopen terug naar het bezoekerscentrum en I maakt de 19km vol. Ik de twintig. Koffie of thee? Nee, ik wil de 21 volmaken! Nu ben ik er dichtbij. Dit vind ik leuk. Ik geniet van de prachtige donkeren lucht. Weer 5:35.
Net binnen de 5 kwartier. Ik hobbel uit tot 1:16 en dan is het mooi geweest voor deze week.
Acht en een half uur gesport. 48 loop kilometers. 2 keer zwemmen. Een beetje fietsen. Dat doe ik dus. Dat doe ik erbij. Ongeveer hetzelfde als vorig jaar. Weet je wat ik doe? Ik recycle het schema van vorig jaar gewoon! Ben ik voor volgende week lekker snel klaar 🙂
Zwemmen & rennen
Maandag 23 oktober: We zijn nog in Drenthe. Alle spullen zijn ingepakt. Maar het zwembad is nog open. En onze zwemspullen zitten nog niet in de auto. Ik deel het baantje weer met de twee oudjes, maar ik ga mijn eigen gangetje. Ik probeer vanalles: slepen, 1 op 3 ademen, snel, rustig. Het
is best lekker in het warme water. De baan blijft voor mij langer open. Rob filmt mij en er is duidelijk te zien wat ik technischer met mijn linkerarm nog beter moet doen. We gaan daarna nog lekker wandelen over het melkwegpad bij Westerbork. ‘s Avonds heb ik een interval op het programma staan. Manuel heeft een piramide voor mij bedacht: inlopen, 1 minuut hard, 1 minuut rustig, 2 minuten hard, 1 minuut rustig enzovoorts. Ik ga over de verlichte wegen in
Almere Buiten. De eerste meters heeft de hartslagmeter kuren: ik kom boven de 200 uit! Daarna trekt het bij gelukkig. Het valt me niet heel gemakkelijk om hard te gaan, maar ook weer niet onmogelijk. Ik tel af. In de 5 minuten (de top van de piramide) ren ik een kilometer. Uiteindelijk plof ik na tien kilometer bezweet en voldaan weer op de bank thuis.
Dinsdag 24 oktober: Zwemtraining! Ik wil graag werken aan het beter optillen van mijn linkerarm. Ik doe dus mijn best. Maar het is de hele tijd nadenken. En dat is best vermoeiend. Ik baalde voor de zwemles, want van de 4 mensen die ik had gevraagd mee te lopen rond Soesterberg, konden er ook 4 niet. Vlak voor het zwemmen stelde ik het DR voor en toen bleek SG ook te kunnen: dus we gingen met zijn drietjes!
Woensdag 25 oktober: Slecht nieuws, heel veel werk, de beste sokken totaal stuktrekken en te laat komen. Het begon allemaal niet goed en ik stond stuiterend langs de startbaan toen DR en SG naar me toe liepen. Wel met een lekker weertje! We gingen gewoon. Ik zeurde er alles even uit en toen liepen we door het bos langs de oude bunkers. Heerlijk! Lekker rustig, super-supergezellig en toch niet al te eenvoudig. Op mijn oude sokken en als routeleider voelde het best zwaar aan. We gingen buitenom lopen. Eventjes
kijken en niet echt onverhard, maar wel een beetje heuvelig. Ik genoot er erg van om zo onverwacht met deze twee meiden mee te lopen. Het was allemaal goed te vinden, ook ingang 5. We renden langs de hangars. En toen de startbaan op. Het blijft toch magisch: die enorme
vlakte, zoveel asfalt. We maakten foto’s. Het was lekker zonnig. Het lijkt zo dichtbij, maar die startbaan is een end! We liepen toch nog even ‘om’ in de hoop sneller bij het museum te zijn. Het was een lekker loopje! We sloten af met een cola light. En toen ging DR met me mee naar het zwembad.
Dat was flink doortuffen! We pikten Vincent op en waren maar ietsje te laat. Ik zwom in baan 1 en vond het zwaar. JC deed echt zijn best me te proberen uit te leggen wat ik anders moest doen. Ik wil het ook graag proberen!
24 oktober: Baantraining van RO. We zijn de baan
niet afgeweest. De trainer kon immers niet meelopen vanwege een achilesspeesblessure. 4 Rondjes inlopen over het gras ging voor mijn tempo iets te snel. Toen moesten we 5 (of 7?) keer 400m in d4 lopen, dan 1 minuut wachten, 400m (=1 rondje) in d4 lopen en daarna 200m dribbelen (of wandelen voor de rest, die dribbelt mij namelijk voorbij en ik kijk naar de hartslag: zolang die nog daalt is dribbelen echt dribbelen) en dan 2om d4 gevolgd door 1 minuut pauze. Ik deed mijn eigen ding. Niet dat van het groepje, gewoon mijnes. Naast de baan kwamen de voetbalsupporters van AZ aan met veel vuurwerk, rode flairs en gezang. Ik vind dat prachtig, dat mensen zo met de club meeleven.
25 oktober: niet gesport. De overkapping gebouwd. Nieuwe sokken gekregen. Goedkope nepflipbelt aangeschaft. Drie keer naar de Praxis. En de McDonalds. En een beetje een piepende achillespees op links.
26 oktober: Vroeg opgestaan om met Manuel te gaan hardlopen. Rustig tempo, geen poespas. Bijkletsen over Manuels aanstaande vakantie. Over de triatlon vereniging. Door het bos. Onverharde paden. Ik liep heel lekker. Niet hard, maar ontspannen. Richting de dijk en Manuel zorgde ervoor dat wel zo min mogelijk dubbele paden namen.
Na een kilomeer of 9 had ik het gezien. Niet omdat het zwaar was ofzo, maar ik had op 8 km geteld en het werden er moeiteloos tien, maar ik vond het wel goed geweest.
Toen de glazen deuren in de overkapping zaten, konden Vincent en ik gaan zwemmen. Ik had totaal geen enkele zin. Gaf ik mezelf toe dat ik na drie kwartier het bad uit mocht. In baan 1 meegedeeld. Eerst oefenen met de paddels. Daarna deed ik lekker veel kopwerk. We moesten 1 op 5 ademen. No problemo! zeker niet met pullboui. Dat zou voor mij zelfs wel eens de oplossing kunnen zijn om mijn arm beter in te steken en stabieler te zwemmen. We zwommen veel. Natuurlijk bleef ik een uur in het zwembad!
kattebelletjes….. in regenboogkleurtjes….
17okt: Beste RO: ik heb al twee dagen spierpijn van de halve marathon! Ik – ik heb nooit eerder spierpijn gehad – en nu doen mijn benen ongenadig pijn. Vooral links. Ik hoop het er uit te zwemmen. Jij was het niet die stond te kijken bij de hm in Amsterdam, hoorde ik van je vriendin. Jammer. Maar goed, nu verwijs je me maar naar baan 2. Ik kan het niet volgen vandaag. Het gewatertrappel is niet aan mij besteed. Sorry RO, ik kan de volgorde niet onthouden, de oefening niet onthouden. Ik zwem achterop, want dan kan ik afkijken. Al voelt dit niet als zwemmen, maar als harken door het water in de hoop te overleven. Ik ben blij als het uur om is. Aan jouw ligt het niet. Jij hebt me geholpen de spierpijn eruit te zwemmen. Ik had al geen zin en deze keer is het niet gekomen ook. Tot de volgende keer kerel! Groet Anke
18 oktober: Lieve Jo, Ik ben altijd nederig blij als ik je weer zie in het zwembad. Ik vind je zo dapper. Ik ben pas echt blij als ik je zie ná de les: dan heb je het weer gered! Ondanks dat ik in baan 1 zat en we de grondbeginselen van de vlinderslag krijgen, heb ik na een half uur totaal geen zin meer. Ik vraag mezelf serieus af waarom ik niet stop met zwemmen als ik zo geen zin meer heb. Ik mag toch ook wel een keer een training afbreken? Eén keer… En dan ga jij het bad uit. Omdat je niet meer kunt. Omdat je lijf niet sterk genoeg is. Omdat je ademhaling weer niet meewerkt. Ik besluit ter plekke dat ik niet mag zeuren dat ik ‘even‘ geen zin meer heb. Hoe graag ik je ook achterna ren dit rotzwembad uit, ik ga voor jou door. Omdat ik dit wel kan en jij geen medelijden hoeft. Omdat je trots op mij zou zijn dat ik ondanks dat ik geen zin meer heb, toch blijf liggen in het zwembad. Dat je naast me zou willen liggen als het ook maar een beetje kon. Omdat jij elke keer weer probeert wat er deze keer weer (niet) lukt. Jo, omdat jij sterk bent, motiveer je mij om dat ook te zijn. Je weet het niet, want jij voelt je verslagen als je (te snel) naar huis toe moet met tranen in je ogen, maar lieverd, je betekent voor mij veel meer dan iemand die verslagen is! Jouw kracht, hoe slap je je ook voelt, deed mij dit uur beseffen dat geen-zin geen optie is. X Anke
19 oktober: Hé Dees, hoi Leen. Op de baan, wij samen met Suus in de langzaamste groep. Omdat ik dat beloofd heb; ik blijf bij jullie vandaag. Jullie houden me met zijn tweetjes uit een blessure nu. Mijn hoofd zit te vol, zo vol dat mijn lijf het amper dragen kan. En dan willen de beentjes dolgraag, maar die moeten dat niet doen. Dat gaat naderhand teveel pijn doen. Dus kletsen we. De kwesties van de vergadering van gister worden in onze 800tjes verhelderd. Geen haantjes die meeroepen, maar jullie helpen me mijn mening te vormen. Jek wat zijn we eerlijk! Leen: je bent de enige die echt netjes ons tempo laag houdt! Bedankt meiden. Dit was geen training op het tempo wat ik kan en wil, maar op het tempo dat moest. Je weet niet eens hoe jullie me geholpen hebben! Thnks Anke
21 oktober: Hoi Vin, jij vond het water wel lekker warm in het zwembad. Ik vond het bad tenminste lekker groot. Jij lekker spelen en ik lekker op en neer zwemmen. Je probeert me de borstcrawl zo te leren, maar ik vind het moeilijk te snappen. En de vlinderslag: mijn benen snappen het nog lang niet! Ga jij maar lekker spelen en vrienden maken, ik vind op en neer crawlen prima. Liefs, mama
22 oktober: Hé Jé.-sis! Je had erbij moeten zijn he. We zouden samen door de Drentse bossen lopen. Maar ja, ik was er alleen en ik hoopte een beetje tussen de buien door te lopen. Ik miste je geklets. Aan de andere kant: ik heb nu wel meer om me heen gekeken. Tenminste… als ik me niet met het pad onder me bezig hoefde te houden. Veel modder en boomwortels in het bos he. Als we samen lopen te kwekken, ben ik ook niet met
het tempo bezig en nu ook maar niet. Ik volgde de bruine paaltjes en dat ging hartstikke goed. Het was stil in het bos. Ik ben voor veel dingen bang, maar in mijn eentje door het bos lopen hoort daar niet tussen! Ik kwam bij een hunebed en ging lekker een foto maken. Heerlijk is dat ongedwongen trailrunnen toch. Toen hebben we even “gekletst” en mijn kwestie heb je opgelost, terwijl ‘wij’ om de omgevallen bomen heen stapten. Het tempo kon i
ets omhoog vanaf dat moment. Echt hard knal ik het gladde bos niet door hoor. De zon laat zich zelfs zien en schittert op de natte bladeren! Ik vertraag rondom het Buitencentrum, maar pak het begin van de route op. Ach, ach, wat is dit toch heerlijk! En ik moet er zo om gniffelen dat jij nu in werkelijkheid in Almere loopt, maar stiekem met mij de drassige heide oversteekt.
Ik ga de laatste kilometers anders rennen qua houding: ik ga wat grotere ‘stevigere’ stappen nemen en wat meer afzetten. Het levert me geen tijdwinst op, want ik sta op het opstapje even stil om over de hei uit te kijken. Jij vind het best, je houdt me deze keer gewoon bij, hihi! Rondom het centrum was het drukker met mensen en nu zie ik opeens zelfs een andere trailrunster die voor me het vennetje langs loopt. Ik haal haar langzaam in en vraag me af of ik opmerk als ik rond ben. Ik ben namelijk ergens in de route ingestapt, maar ik zie het direct. Terug naar het vakantieprakje en naar de kinderbingo. Ik ren (veel later; na de hele bingo) de elf kilometer vol. Bedankt voor het meelopen! We doen het snel voor het eggie, want over je vakantie heb ik niets gehoord helaas… Knuffel sussie, Anke















