Maandag weer een rustdag! De komende weken worden even wat rustiger. Deze week om energie te sparen voor de run op het circuit van Spa Francorchamps en volgende week om daarvan uit te rusten.
Dinsdag wil ik op tijd naar huis om te gaan hardlopen in het licht en daarna te gaan zwemmen. Dan hoeft ik niet te zwemmen op woensdag. Maar het werk liep lang door. Ik was ruim níét voor het donker thuis en het werd ook kouder en het sneeuwde. Ik vroeg of ik Manuel mocht ophouden en dat vond hij gelukkig niet erg. We gingen wel pas laat. Dat kwam goed uit, want zo had het laagje sneeuw tijd om aan te groeien. Een heel dun en droog laagje, maar geschikt voor trailschoenen.
Ik ging warm gekleed. Dat was niet nodig. Het was al snel prima op temperatuur. Ik had niet zo heel veel te kletsen, want ik zou alleen maar klagen. Ik mopperde wel een stukje, maar dat kwam niet door het tempo, de koud of omdat het donker was. Integendeel: het was licht met de sneeuw en de heldere maan die bijna vol is. Ik had mijn handschoenen uit gedaan intussen. Ik moest ook nog de heuvel op. Daar zag ik wat tegenop. Uiteindelijk versnelden we de brug op en die was een beetje eng glad. Toen ging ik drie keer de heuvel op. Elke keer in 50 seconden. En toen nog een keer de brug op versnellen. We hobbelden weer terug en kwamen op 9 kilometer uit. Ik had maar een half uurtje gehoeven.
Woensdag ging ik wel op tijd weg op het werk. Om te zwemmen. Ik verheugde me de hele middag op het water. Het ging lekker. Ik zwom niet zo snel als de snelle twee voorop en nam mijn eigen ruimte. Ik lette vreselijk goed op mijn insteek, zwom veel zonder
pullboy en deed mijn best. Ik vond het water inderdaad fijn. Na het inzwemmen (100m pb / 100m hele slag / 100m met paddels) gingen we tien keer 50m en elke keer moest 1 seconde sneller. Ik hoefde niet vooraan en dat ging dus best. Tussendoor elke keer samengestelde rugslag. Die doe ik nu als rust en dat gaat prima. Toen twee keer vlak achter elkaar zwemmen om breed in te steken. Topoefening voor mij! Daarna gingen we 100m met paddels (ik), 200m hele slag en 300m armen. Tussendoor samengestelde rugslag. Ik deed het voornamelijk mijn eigen tempo. Dan halen ze me maar op. Toen nog 8 keer 25m met heen hele slag (zonder pb) en terug benen in de wisselslag volgorde. Mijn benen vonden dit niet zo erg. Daarna uitzwemmen. Ik had een fijne training gehad. Bedankt DR!
Donderdag, de eerste dag van maart, was weer een rustdag. Dat kwam goed uit, want het was ijs- en ijskoud in Nederland.
Vrijdag dan écht richting Spa. Snel inpakken, auto nog naar de garage en pas rond het middaguur weg. Het was een blij stukje rijden! Toen we de snelwegen verlieten begonnen er kleine vlokjes sneeuw te vallen. Toen we er waren, sneeuwde het wat door. Naar de winkels door de sneeuw en dan even rusten. Tenminste, dat verkozen de heren… ik mocht, kon en wilde in de sneeuw lopen!
Kort, langzaam, genieten. En of ik de friet mee wilde nemen. Ik bleef op het park, omhoog, langs de huisjes, door maagdelijke sneeuw, stilte, een witte wereld; het was heeeeeeel dik genieten.
Langzaam klopte met 7/8 minuten per kilometer en naar beneden ietsje sneller. Kort klopte ook want ik was na 2,5 kilometer bij de snackbar. Daar was het erg warm binnen. Wachten. En dan snel terug met de friet. Een paar kilometer maar, maar wat heb ik genoten!! Het wordt een hele opgave morgen, maar zolang het leuk blijft is er niks aan de hand. Ik at goed en toen zijn we nog gaan zwemmen. Ik ben alle ongemakkelijke gevoel in het water kwijt. Heerlijk, ik kan op mijn rug buiten zwemmen met mijn neus in de sneeuw. Echt super gaaf. Lijkt wel wintersportvakantie!
En dan de race zelf: die doe ik in een aparte blog. Lees maar verder dus!
Week 9: Onderweg naar Spa
De Spa Francorchamps Circuit Run 2018
Het viel me zwaar: de sneeuw was een tegenvaller en dat de baan niet geveegd zou kunnen worden ook. Dan zou ik niet onder de twee uur komen. En allemaal tegelijk starten beviel me ook helemaal niet. Dan is het veel te krap. Het was wel erg prettig om uit te kunnen slapen, om goed te kunnen ontbijten. Ik koos voor de rugzak, om warm water te hebben onderweg en mijn eigen spullen mee te kunnen nemen. Vincent vond het ook spannend. Het was zo mooi buiten in de Ardennen met die sneeuw! Prachtig gewoon. De wegen waren goed begaanbaar. Ik dronk de bidon sportdrank netjes leeg. We waren zo keurig op tijd dat we ‘boven’ konden parkeren. Ik vond het spannend, maar de overmatige druk die ik ken, was er niet. Daar stond ik niet zo bij stil, maar dat was wel erg prettig.
Het was simpel: het zou lukken of niet onder de twee uur. En zo niet, dan was het de sneeuw en de omstandigheden. De andere meiden van Almere zei ik even gedag en we zaten rustig in de auto in het zonnetje. Het was niet koud. Wel glad. Er lag echt een laagje ijs. Ze waren aan het racen op het circuit, daarom mochten we er niet op. Ik ging wel 5 keer (op tijd) naar de toiletten. Het werd uiteindelijk twee uur en we hadden verschillende startvakken, Vincent en ik. Of zoiets. Ook nu was de hartslag niet superhoog, de spanning eenvoudig te dragen. Vincent stond voor me. Ik ging dit toch alleen doen. Ik had netjes ingelopen, alles was in orde.
De start is verlaat. De start was niet fijn! Na nog geen 50 meter liepen we op tegen de starters op kortere afstanden die nog moesten gaan hardlopen. Stilstaan. Telt de tijd dan mee? Horloge even stilzetten. Op de lijn weer aangezet en ik zag 1:20 op de klok staan. Raar hoor. Ik zette er meteen de sokken in. Genoeg geslapen, genoeg gevoed, genoeg getraind: what can go wrong? Nou, er was maar een smal pad ont-ijst. En daar wil iedereen lopen. NB riep me nog na, ik haalde haar al voor de hairpin in. Mijn eigen ding doen. Mijn tempo. Mijn wedstrijd. Ik ging heel veel over de sneeuw. Die smolt, was nat en koud. Net als mijn voeten. Maar daar geef ik niks om. Ik heb wel met koudere voeten gelopen na een stuk fietsen. Lopen op ijsklompjes beheers ik. Eau Rouge in. Ook daar een smalle begaanbare strook asfalt. Ik vond het knap lastig. Door de sneeuw, om mensen heen, wandelaars ontwijken. Ik moet door! Ik kan ook door en Eau Rouge is werkelijk snel voorbij. Dan over de sneeuw Kemmel op. Omdat er zoveel mensen zijn die ingehaald moeten worden, gaat ook dit snel voorbij. Ik kan niet vooruit kijken, niet omhoog kijken. Ik zie de grond en hou mijn eigen kracht vast. In de chicane ben ik blij met mijn rugzak, ik hoeft niet te stoppen onderweg! Het gaat uit elkaar lopen en ik heb een prettige positie. Ik kijk wat rond en ken het nu inmiddels wel. Waar zou Vincent zijn? Voor me lopen een hele horde mensen. Ik
ging in 6:30 omhoog. Als ik maar niet boven de 7 minuten kom, is het oké. Dan moet het lukken! Naar beneden gaat heerlijk. Ik kies een asfaltpad en hou me vast aan het feit dat de volgende ronden rustiger zijn. Er staat een luidspreker aan en dat is leuk, dat je muziek hoort. Ik doe mijn best Vincent te zien. Dan zitten de eerste 5 kilometer erop. Binnen 25 minuten. Goed. Op schema. Het is zo moeilijk in te schatten met die heuvels! Dit is de eerste van de drie rondjes / sporten, het “zwemmen” en dat gaat me goed af tot nog toe. In het stukje waar de daling eindigt neem ik mijn gel. De gele. Mis. Ik vind het zo vies, ik hyperventileer ervan, maar het moet en zal naar binnen. Ik neem een slok koud water, want het warme water zit op mijn rug. De gel valt me erg tegen. Straks weer 1. Ik zie er nu al tegenop! Ik heb het warm intussen. De buff uitdoen? Het jasje kan ik niet uitdoen, daar zit mijn nummer op. Gezien de slecht ervaringen met dingen af- en uitdoen hou ik alles bij het oude. De handschoenen waren op Kemmel al uit. Er is 1 stukje in de schaduw nog erg glad. We gaan langzaam stijgen. Ik ga nog steeds op koers. De eerste ronde moet onder de 40 minuten en dat gaat mij lukken en Vincent dus ook.
Het stijgen gaat me erg goed af, dan zit ik in een lekker ritme. De kartbaan is dicht vandaag. In de verte zie ik de busstop chicane al liggen. Nog anderhalve kilometer, hoor ik iemand zeggen. En dan staat Rob daar om een mooie foto te nemen. Hij moet door de sneeuw rennen naar Vincent. Die zit voor me. De eerste ronde zit erop. Ik zie en schreeuw naar Vincent, die is stuk en moe. Maar zeker binnen de veertig minuten. ” … en 42 seconden” hoor ik hem roepen, maar wat? 38, 39? Ik moet door. Rustiger inderdaad nu de 7 kilometerlopers klaar zijn. Fijn. Ik geniet even als ik naar beneden loop langs de GP2 pits. Het lukt me toch maar mooi om hier weer te lopen! Deze keer valt Eau Rouge me zwaarder. Ik zie nu tot waar ik moet. Ik heb mijn eigen baan en mijn tempo verlaagt even, maar ik wandel niks! Langs Kemmel Straight kan ik wel een duwtje gebruiken. Ik neem Joyce even mee: die zou zich kapot schrikken van dit tempo. DR zit op mijn andere schouder en kijkt even naar het watertje wat écht Eau Rouge is. Ik denk ineens aan MC, wat hij hier zou lopen. En aan trainer JZ, voor wie ik het ook wel wat vind. Verder loop ik voor mezelf. Ik ben toch degene die dit doen moet en niemand anders. Ik ben sneller boven dan ik gedacht had. Een tijd van 7:07 en daar baal ik even van. Het gaat er nu om hoe ik de tien km loop. Ik mag weer omlaag en hoor in de afdaling de uitreiking van de 7 kilometer. Wel leuk hoor. Afdalen nu het rustiger is gaat prima. Ik hou me niet in. Oké, tien kilometer in 56 minuten. Het gaat er echt om spannen, de volgende 11 / ELF kilometer binnen 65 minuten is een uitdaginkje. En anders haal ik het niet. Zo simpel is dat.Ik neem de volgende gel op elf kilometer. Uitstel van een kilometer. De paarse deze keer. Nog viezer. Ik kokhals en hyperventileer het weer naar binnen. Dit gaat echt niet goed.Het staat me zo tegen. Maar het moet. Alles plakt. Het koude water spuug ik uit, het warme water slok ik weg. De volgende op 16 kilometer. Ik zie er nog meer tegenop. Het hoekje om en we gaan weer klimmen. Ik merk wel dat ik moe begin te worden. Stoppen na 2 rondjes… Nee, zou zonde zijn. Ik moet toch weten of de twee uur in beeld zou komen. De busstopchicane is zwaar. Ik moet op 1 uur en twintig minuten de finish door komen. NB zwaait nog naar me en moedigt me aan. Lief!
Het lukt net in 1uur20. Ik heb dus nog 40 minuten. Of loopt de klok en mijn horloge met die rare start anders? De hoek om, omlaag en daar staat een heel clubje supporters dik inpakt. Niet voor mij, maar wel grappig om te zien. De sneeuw is aardig weg, de baan goed begaanbaar. En dan staan Rob en Vincent daar. Wat een topplek! Ik zwaai naar Rob en Vincent staat op het asfalt. Je tijd? roep ik. Zesendertig twee-enveertig. 36 minuten! Mijn hart wordt groot van trots: wat een supersnelle, knappe tijd! Dit gaat mij helpen.
Zijn doel bereikt, nu ik de mijne.
Nog 1 keer Eau Rouge op. Een man met een oranje jas maakt een foto. Een andere dame ook. Ik zie weinig dames, dus deze wil ik graag inhalen. Als het dan niet onder de 2 uur lukt, dan wil ik voor Joyce en DR toch derde worden. Dat lijkt me een droom! Daar kan ik best mee thuiskomen. Ik denk aan Vincents toptijd en er kan een tandje bij. Ook nu wandel ik niet en doe ik meer dan 7 minuten over de stijging. Ik ga in Kemmel de andere dame inhalen. Mijn tempo omhoog is niks mis mee. Ik kan nu goed rondkijken. Ik “overleg” met Joyce. Ik zie zo op tegen de gel dat het beter is deze over te slaan. Ik beloof haar een winegum te nemen, maar die belofte houdt geen stand omdat de winegums net te ver weg zitten en ik het vergeet. De beslissing geen gel meer te nemen, geeft me onmiddellijk rust. Dat is mijn comfort-zone: ik kan prima op (bijna) niks lopen. Hoe erg ook… Boven gaat de andere dame drinken en dan stuift ze mij voorbij. Ook goed, ik kan het niet meer bijhouden en zij is een Belgische (staat op haar shirt) en dus gewend aan heuvels. Ik ben van de polder. De sneeuw in het bos is weg. Naar beneden gaat minder soepel nu, mijn knieën vinden het niet meer zo leuk. Mijn voeten doen ook pijn intussen. Dat is niet fijn, dat heb ik nog nooit gehad, maar nu doen ze echt zeer. De zon is fel op het smeltende water. Ik drink nog wel wat. Ik heb het niet meer te heet. Ik loop weer een beetje te genieten en heb de tijd aardig losgelaten. Ik ben wel moe. Meestal geen goed teken, maar ik denk dat ik de finish wel haal. Genoeg geslapen vannacht. En ik spreek mezelf toe: topvorm! Maar zo voelt het niet meer precies. Het blijft toch een halve marathon en een zwaar parkoers. Ik kijk heel soms naar de hartslag, maar die is onverminderd hoog, zoals het hoort. Nog één keer de zware klim naar boven. Ik kan niet harder, maar ga ook niet zachter lopen. De andere dame ligt te ver voor. Het blijft toch mijn eigen wedstrijd. En als het de overbekende tijd van 2:01:30 wordt, hoeft ik mij niet te schamen.
Ik zit dus weer op bekend terrein: net iets te weinig gegeten, net iets te zwaar. Maar het haalt het nog niet bij de halve tri qua afziennivo. Ik buffel omhoog. De eerste drie dames worden opgeroepen. Daar zit ik dus niet meer bij helaas. Dan maar de twee uurs grens doorbreken! Ik hou het tot op het laatst spannend. Mijn horloge en de klok geven een iets andere tijd aan. EB en NB van de Almeerse dames moedigen me aan dat het nog een klein stukje is, maar dat kleine stukje gaat omhoog en is best zwaar. Vincent juicht me toe. Ik zie de klok. Twee heren halen me nog in en roepen dat twee uur prachtig is. Ik ben op die klok de twee uur met 50 of 55 seconden gepasseerd.
Ik vind het tellen. Zeer zeker. Want ik starte later. Was het startschot het begin? Of toen ik over de mat kwam? Mijn horloge zegt 1:59:55. Het is allemaal goed. Ik ben er erg moe van. Mijn voeten doen erg zeer. Ik durf de sokken er nog niet vanaf te halen, want volgens mij zijn ze kapot!
We halen de medaille en ik knuffel Vincent om zijn wereldprestatie. We kletsen nog even met E en N. Ik ben erg trots op mezelf. Ook al was het geen 21 km en misschien net niet binnen de twee uur, ik heb toch een superprestatie neergezet! Met deze hoogteverschillen en dit weer. Toch echt een verbetering ten opzichte van de vorige keer. In de auto eet ik pas de winegums op. In het huisje bekijk ik de schade aan mijn voeten: 1 enkel stukgelopen en een paar blaren. Verder nergens last van. Ik douche en ruim alles op. We gaan naar het zwembad en zullen daar eten, maar dan gaat het helemaal MIS. De hitte, de snackbar die dicht is, het tekort aan voeding: ik ga bijna onderuit. We moeten weer naar de Marketdome en wanhopig en draaierig wacht ik op de hamburger. Om daar maar de helft van op te kunnen en het wordt niet beter. Ik voel me beroerd. We kunnen het zwembad niet in en ik slof mee naar het huisje terug. Ik voel me duizelig en totaal niet goed. Ik krijg wel hele lieve berichtjes en ook van mijn trainster. Maar ik lig uitgeteld op de bank en de hamburger belandt in het toilet. Dat voelt even beter en ik slaap even heel diep en dan komt de rest van hamburger ook in de pot terecht. Ik voel me belazerd. Net iets teveel gevraagd van mezelf. Het gaat de hele nacht door: alles wat ik erin stop komt eruit. Om 3 uur ga ik op de bank liggen omdat ik de trap niet snel genoeg af ben om mijn darmen te legen. Ik eet of drink niks meer: een paracetamol, melk, zelfs water: niks blijft binnen. Om 5 uur hyperventileer ik en ben ik helemaal bezweet. Daarna val ik pas op de bank in een wat diepere slaap. Om half 8 ga ik naar boven om nog even in bed te slapen. Ik voel me slap, maar niet meer zo ziek.
Vervelend voor de mannen. Dat ik niet mee kan zwemmen. Ik voel me een beetje beduveld door mezelf. Het ging zo lang goed… we liggen in de bed tot de uitslagen komen. Vincent is twintigste geworden van de 139 mannen. En ik? De bruto tijd staat op 2:00:54, maar de netto tijd op 1:59:32. Doel bereikt. Vijfde van de 22 dames. Ondanks de slapte voel ik me al een stuk beter! Nu weer even op krachten komen en dan moet ik de voedingsproblematiek wel aanpakken. Te snel afgevallen? Te laat bijgegeten? De gels die me genekt hebben? Desalniettemin: Ik heb in de sneeuw, met in totaal ongeveer 600 hoogtemeters een halve marathon binnen de twee uur gelopen. Topvorm
Week 8: Hoe hou je een goede conditie vast?
Maandag 19 februari was bijna de zwaarste dag van de week: niks doen. Ik voelde me prima, dus waarom niks-doen…. Maar ik heb me wel aan het schema gehouden en netjes niks gedaan.

Op dinsdag haalt ik het wel weer in: er stond een hardloop-heuveltraining op het programma. Ik was op tijd thuis en nam Vincent mee de heuvel op. Dan hadden we nog wat licht! Het was erg mooi. Ik ging 8 keer de heuvel op. Vincent ging 4 keer mee. Ik deed er elke keer tussen de 49 seconden en 52 seconden over. Dat was niet precies volgens schema, want ik hoefde maar 30 seconden. Het laatste stukje was best zwaar. Ik hobbelde weer omlaag en dan hup, weer omhoog! Het werd langzaam donker. We liepen ook weer terug naar huis. Het was een mooie training.
En toen had ik tijd over voor de zwemtraining. Ik weet al dat ik zondag niet kan en nu lukt het wel. Vooruit werken heet dat 😉 Terwijl ik naar de toilet was, kondigde de trainer aan dat hij de testen die ik vorige week zondag al heb gedaan ging doen en dat hij mij daar graag bij had! Gelukkig riep KH direct dat ik de test al had gedaan. Godzijdank. Maar baan 2 was wel bezet en baan 1 zat vol rustige mensen.
Dus MZ en ik gingen naar baan 3! Daar ligt het tempo een (paar) tandje(s) te hoog voor ons. We waren met zijn vijven en dat deelde goed in de baan. Het was flink aanpoten, maar ik deed veel kopwerk voor MZ en zwom flink door! We hadden ons eigen programma op de muur ‘geplakt’. Ik vind dat wel prettig: gewoon in je eigen tempo doen wat er staat. Ik was wel flink moe na de training, maar o-zo tevreden dat ik de CSS niet meer bij deze trainer hoefde te doen. En toen bleek iemand van de triatlon vereniging ook nog eens heel goed van pas te komen voor mijn werk!
Op woensdag weer naar het zwembad. Meer tijd was er niet. Het was onrustig. Ik zwom mee in baan 2. Soms vooraan, maar soms middenin. Lekker met pullboy, want mijn armen voelden gister nog. Het was een doodgewoon lesje.
Donderdag baantraining. Het was koud. Bij het inlopen draaide ik lekker warm en was ik heel rustig en stil. We gingen het trapje op en naar beneden. Op de baan was KH er en we hoefden geen loopscholing te doen gelukkig. We gingen 800tjes lopen. 600 op 90% van je tienkilometertempo en dan 200 meter dribbelwandelen. Iets van 6 keer of zo. Ik ging met KH meelopen. Hield ik mezelf in toom op de 600m en
haar in toom op de dribbel. Het tempo leek me niet hoog te liggen. Ik voelde me echt rustig aan doen. Het ging ontzettend goed en we bleven maar kletsen. Eigenlijk ging het steeds ietsje sneller, maar al kwebbelend letten we er helemaal niet op. Heerlijk saai, de rondjes op de baan. En toen nog uitlopen over het gras. Ik kreeg de mogelijkheid om de tien kilometer vol te maken. En toen ik thuiskwam, had ik niet het gevoel getraind te hebben. Ik was amper vermoeid en berispte mezelf dat ik mijn best niet genoeg had gedaan. De tijden spraken dat echter tegen: als dit 90% is van het tienkilometertempo…. We gingen behoorlijk hard! Bij de laatste keer zaten we onder de 5 minuten en mijn hartslag? ZONE 3!
Vrijdag: ik werkte de hele dag. De mannen waren (een beetje) ziek en ik deed een fitcheck, waaruit wel bleek dat ik fit ben en met de juiste voeding nog beter kan worden.
Zaterdag moest ik het weer inhalen. Ik ging eerst fietsen, die stond open van vrijdag. Het was KOUD. Heel koud. De wind tegen was snijdend koud. Ik ging op
de tijdritfiets. Kalm aan. Richting de sluizen. Elke 5 minuten moest ik er 2 van in een hoge versnelling en doortrappen. Ik had het al snel wat warmer. Maar het was niet makkelijk en een beetje tempo bleef uit. En die wind! wel een strakblauwe lucht. Bij de sluizen op de Knardijk had ik de wind van opzij en ik werd bijna omgeblazen. Kei – eng. En toen de bonus: wind mee! Eindelijk stilte op mijn oren en tempo. Dat ging veel te snel voorbij. Had ik er heen 35 minuten op gezwoegd, terug kon in 25. Ik dronk koud water, deed een plas en ik trok de hardloopschoenen aan. Door voor wat wel op het programma stond: hardlopen. Maar ik ging niet in tempoblokjes. Dit is een koppeltraining en dat is genoeg.
Ik liep naar waar ik de RA-pijlen had gezien. Loop ik toch een beetje met ze mee. Het ging lekker. Heerlijk. Ondanks dat ik op ijsklompjes liep, gewikkeld in twee paar sokken. Het voelde relaxed aan. Eigenlijk was het rondje best saai en erg bekend. Ik appte onderweg nog met Manuel ook! En toen doorzetten. Gek genoeg liep ik weer eens op bijna niks. Een beetje biogarde en druiven! Ongelooflijk.
Pas na een kilometer of 8 werd het iets zwaarder. Ik liep nog de witte brug over en de laatste kilometer tegen de wind in naar het Oostvaarderscentrum was tenminste echt zwaar. Maar ik liep de tien kilometer binnen 55 minuten. Wat?!?!?! Ik koppel ‘zomaar effe’ en loop dan nog 5:30 gemiddeld op de kilometer. Ik verbaas mezelf. Op een weinig gevuld tankje ook nog. Ik dribbelde en wandelde terug naar huis. Dat moest wel, want mijn sluitspier vroeg alle aandacht.
‘s Middags ging ik weer zwemmen. We waren met zijn tweetjes in baan 1. Tegen acht mensen in baan 2. We deelden de baan, dus ik had 1 helft. Dat werkt niet zo goed voor mij, dan heb ik het gevoel geen ruimte te hebben. Ik zwom veel zonder achtje. Zoveel mogelijk. Echt wel wat zwaarder. Dat was het dan weer eens alledrie op 1 dag. Afgevinkt.
Zondagochtend had ik nog een stukje fietsen tegoed. Ik had er niet zoveel zin in. Daarom besloot ik op de Tacx te gaan zitten.
Ik stond voor twee uur op het schema. Serie erbij, 2 afleveringen voor de boeg en het was nog niet zo warm. Ik moest een paar keer
versnellen. De katten vonden het geweldig dat ze op en neer naar buiten mochten rauschen! Ze leven zich dan helemaal uit. Ik keek de serie en er viel de ene dode na de andere. Vanmiddag gaan we naar een verjaardag. Ik heb dus niet zoveel tijd om te douchen. Na een uur heb ik al veel minder zin. Ik ga netjes elke 10 minuten een minuutje harder, maar echt tempo zit er niet in vandaag. Steeds meer krijg ik het gevoel dat ik dit alleen maar doe ‘omdat het moet’ en ik kreeg steeds minder zin. Toen ik ook geen zin meer had in de serie, begon ik anderhalf uur ook wel genoeg te vinden. Het werd te warm onder de overkapping, de serie was een beetje saai. Na 95 minuten stapte ik af. Tijd om te douchen en even bij te komen.
Week 7: opbouwen naar een topconditie
Dit belooft een rommelige week te worden. Ik weet al dat ik me niet heel netjes aan het schema zal kunnen houden. En er staat maar liefst 9 en een half uur klaar. Ik denk dat ik dat wel zal halen, maar hoe….
Maandag 12 februari ga ik met mijn favoriete mannelijke loopmaatjes op weg. Er staat geen training vandaag, maar Vincent moet deze week nog een stukje lopen en dan ga ik natuurlijk graag mee!
Hij kiest voor de Woondome. Met het oog op Spa een slimme keuze om eens wat heuvelwerk te doen. We lopen langzaam in en Vincent voert het hoogste woord. Manuel rust uit van de halve marathon van Schoorl, dus die slaat de Woondome over. Hij loopt een paar minuten verder en zal terugkomen om ons op te halen. Ik heb iets bedacht: een piramide op de woondome, ha! Eerst rustig omhoog en hard naar beneden. Vincent haalt me met gemak in omlaag. Dan doen we steeds harder omhoog. Dat is lastig in te delen. En rustig omlaag. Daarna komt de top van de woondome-piramide: hard omhoog en bijna wandelend naar beneden. Mijn zoon haalt me aan het begin in, maar hoe hoger we komen hoe meer ik dichterbij kom! Dan volgt de steeds harder omhoog weer.
Het is voor mij geen centje pijn. En we doen nog een keer langzaam omhoog en snel naar beneden. Manuel is nog niet terug, ik ben nog niet moe, dus we doen de hele riedel nog een keer. En dat is een vergissing van Di Mama. Vincent krijgt het namelijk wel zwaarder. Zes keer de Woondome op en dan hard omlaag is nog te doen. Maar de zevende keer steeds harder haal ik hem te gemakkelijk in. De achtste keer hard omhoog doet hij nog mee en wacht Manuel hem op. Ik stuur de mannen de parkeerplaats op voor een rondje en ik maar de piramide moeiteloos af. Óf ik heb mijn best niet gedaan, óf ik ben superfit, maar mij kost het geen greintje moeite. We lopen wat verder terug langs de woonwinkels. Gelukkig zijn we met zijn drietjes, want het blijft er toch een beetje onguur. Vincent wordt behoorlijk moe, maar langzamer lopen is voor Manuel en mij te moeilijk. We lopen uiteindelijk dan ook 7 kilometer. Voor Manuel en mij een ‘stukkie’ voor Vincent en topprestatie! En voorgaande jaren deed ik de Woondome hooguit 12 keer. Oeps. Gelukkig heeft de jongen nergens last van!
Dinsdag 13 februari. Ik mis het zwemmen door het rapportgesprek. Maar hardlopen kan prima! Ik zie er een beetje tegenop, want ik moet nu 50
minuten telkens iets sneller. Zou het weer zo goed gaan als voorgaande weken? Ik voel me wel in topvorm, maar 9 kilometer telkens iets versnellen is wel een hele opgave. Ik begin netjes. Als ik nu eens echt 4 kilometer boven de 6 minuten blijf. Helaas. De derde gaat al in 5:58. Maar ik keur ‘m goed. Helaas pindakaas: de vierde kilometer zit al op 5:41. Het blijft toch lastig om een beetje sneller te gaan. Ik haal de vijf kilometer net binnen een half uur. De juf van Vincent doet daar haar best voor en ik weet dat de grootste opgave nog voor me ligt. Ik besluit vooral langzaam door te versnellen. Kilometer 6 zit echter al op 5:13. Ik wil het tempo vasthouden en maar iets optrekken, maar helaas: kilometer 7 zit nog net boven de 5 minuten. Dus kilometer 8 zal eronder moeten. Het is al best zwaar. Maar ik blijf denken: topvorm, topfit, lukt! En het lukt: 4:55.
Nog een kilometer extra. Dan heb ik de wijk af. Het moet uit mijn tenen komen. Ik kan niet harder meer. Het gaat gewoon niet. Vasthouden is al moeilijk genoeg. De straat door. Tot het einde. Ik kan heel diep gaan, dat weet ik. Ik loop nog een kilometer onder de 5 minuten, maar ben een seconde langzamer dan hiervoor. Ik wandel de straat af. En dribbel terug naar huis. Ik haal de 10 kilometer desondanks binnen het uur. En de 11 kilometer maak ik ook vol. Dat was een pittig traininkje, topvorm of niet. Weer een grensje verlegd.
Woensdag 14 februari.Vincent heeft iemand te spelen, ik heb mijn werk af en ik heb tijd. Zondag kan ik de krachtblokken op de fiets niet doen, dus nu stap ik op de Tacx. Ben ik
er toch voor thuis! Ik moet de telefoon vasthouden om de serie te kijken. Al snel krijg ik “wind mee”: de Tacx gaat dan soepeler opeens. Ik moet 5 versnellingen doen. Na het infietsen 2 minuten hoogste versnelling, niet zo hard trappen en dat is best zwaar. Het is warm onder de overkapping. Ik mag daarna 3 minuten uitfietsen. En dat 5 keer dan. Ik doe het braaf, terwijl de kinderen Minecraft spelen.We gaan netjes volgens schema ook zwemmen. Daar heb ik geloof ik wind tegen, of golven tegen:
het lukt me niet zoals anders. Ik mis een brokje snelheid. We doen 3 minuten zwemmen en ik kom net aan de andere kant uit. Lekker: kan ik mijn eigen tempo bepalen. Dat is wel goed voor mij. Ik zwem niet slecht, maar het voelt erg zwaar. En zonder achtje is het eigenlijk zelfs kansloos. Volgende keer beter.Donderdag 15 februari. Net voor de baantraining ontdek ik waarom mijn buik al de hele dag zeurt en waarom het zwemmen gister niet ging. 1 Dag voor de menstruatie lukt me dat om een of andere reden niet. Ik had niet gedacht dat ik vandaag al aan de beurt was, want mijn hartslag blijft laag en met het verliezen van kilo’s schuift het vaak mee. Maar ja, op naar de baantraining! Ik heb alvast
een excuus, haha. Inlopen doe ik voorop te hard. Ik heb geen zin in geklets vandaag. En al helemaal niet in loopscholing. Getver. Eigenlijk heb ik weinig zin vandaag, maar ja. We gaan aan de kern beginnen. 200m hard 5 keer gevolgd door 400, 800, 1200, 800, 400 meter rustig. Alle snelleriken sprinten weg. Ik doe met het rustige groepje mee, maar dat is me te gezellig en te rustig. Ik doe liever mijn eigen dingetje. Dus de tweede 200m snel loop ik alleen. En de 800 meter rustig ook. Prettig. Ik ben geen sprinter. Zeker vandaag niet. ‘Je past er net niet tussen he’ zegt de trainer. Hij zal blij zijn dat ik deze keer meer zin heb! Dan kom ik na de volgende 200m sprint een achterblijver tegen en we raken aan de praat. Ik trek haar tempo iets (teveel) op en zij skipt wat en loopt de 3 rondes (1200) met mij mee. Ik sprint steeds iets harder en steviger. En de 800m kwebbelen we weer. Ik maak het graag af en die tijd krijgen wij dan ook. De snelleren moeten nog een kilometer hard. Ik mag uitlopen of wachten. Ik loop liever en kies solo voor 2 rondjes over het gras. Eindelijk een soort van rust! Komt in het tweede rondje de volgende langs me lopen om bij te praten! Ik wil graag de tien kilometer volmaken en doe nog twee rondjes extra op de baan. De helft is al spiegelglad en ik ga superrustig. Check, weer een training afgerond!Vrijdag 16 februari.
Fietsen. Hoe we dat er tussen proppen: Vincent moet alleen naar huis lopen ‘s middags. Het is lekker weer buiten. Droog. Zonnig zelfs. Dus ik pak… de tijdritfiets! Ohjee, die moet echt afgestoft worden! Spannend hoor. Ik moet echt weer even wennen aan de lichtheid van de fiets en hoe gemakkelijk het gaat. Ik ga de Oostvaardersdijk op en heb dan toch wind mee. Ik ga lekker op de fiets liggen en ik geniet er van. Het is tof. Niet echt koud. Niet echt heel hard hoor, maar gewoon lekker. Ik word door een andere wielrenner ingehaald,
maar ik vind dit prima zo. Op de Knardijk heb ik een lastig zijwindje. Ik rij helemaal door tot de sluizen en ga dan rechtdoor de Knardijk langs. In het eerste uur rij ik 25 km. Netjes dus. Dan wil ik graag 50km halen. Ik ga de versnellingen doen. Tel gewoon ruim 30 seconden af. Mijn horloge meet het tempo op de fiets nog steeds niet. Lastig, maar ik laat me er niet door leiden. Ik geniet langs het onbekende stuk Knardijk. Ik geniet enorm. Ik kom op de Vogelweg en dan weet ik het al:
de moeilijke kilometers tegen de wind in komen nu. Afzien. Ik zing voor me uit: ” Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind…” De Vogelweg is eindeloos lang en zwaar. De wind valt tegen. Ik sla af als het fietspad ophoudt en ga richting Almere. Het is niet gemakkelijker geworden. Nog een uur en 25 kilometer haal ik niet. Ik moet nog een stukje tegen de wind in richting de manege en verheug me op de Trekweg waar ik wind mee zal hebben. Daar ga ik nog even helemaal los en dan de stad weer in. Ik doe langer dan twee uur over de 50 kilometer. Wat een toffe fiets heb ik.Zaterdag 17 februari. Een lange duurloop. KH gaat mee en ze neemt haar zoon mee, die nog nooit meer dan 10 kilometer heeft gelopen. Hij luistert muziek en ik
kwebbel met KH. Het tempo ligt erg lekker. De versnellingen kan ik gemakkelijk aan. Dan loopt NH met mij op met zijn jonge snelle benen. We nemen het spoorbaanpad richting Amsterdam, maar we gaan niet langs het stomme stuk. We slingeren helemaal om Poort heen naar de dijk bij Marina Haven. Heerlijk. We houden een korte stop voor gel. Ik loop erg prettig. Ik neem de heuveltjes wel. Toch voel ik me enige tijd schuldig dat ik KH en NH meeneem, terwijl zij misschien nog niet helemaal toe zijn aan deze afstand. We gaan de Hollandse Brug op.
En weer af en omkeren en weer op en af. Ieder eigen tempo. Ik kom er helemaal in. NH loopt voorop, maar KH snijdt er niks van af. Ik loop haar weer tegemoet omhoog. Dan door het Kromslootpark terug. We nemen lopend een gel. KH stort in en het tempo moet omlaag. We blijven bij elkaar, ondanks dat Vincent op me wacht.
Ik voel me nog energiek genoeg en doe de laatste versnelling ook zonder moeite. En dan wil ik toch kijken hoe ik de halve marathon ga lopen. Ik kan nog prima versnellen. In 2 uur en 4 minuten loop ik de 21,1 kilometer. En dan krijg ik het ook erg zwaar, maar we zijn er nog niet. Ik vind KH en NH echte helden om zo opeens een vette afstand te lopen. Ik heb hierheen gebouwd, maar zij niet. En opgeven – ho maar. NH versnelt zelfs nog wat. Die arme Vincent heeft 3 kwartier moeten wachten. Ik zal hem een grote reep chocolade moeten kopen! Al met al loop ik de 23 kilometer vol. Met een tevreden gevoel. ‘s Middags zijn we op visite en wandelen we nog een stukje. Voor het zwemmen ben ik eigenlijk te moe en dat sla ik node over.18 februari. De laatste crosscup!! Ik ben voor ik begin al blij dat ik er bijna mee klaar ben. Note to me: volgend jaar NIET meedoen!! Vandaag is het heerlijk weer en mijn expectations zijn heerlijk
laag. Ik heb alle excuses. KH mag niet meedoen van haar trainer. Ik doe het gewoon. En als het niet lukt, stap ik na twee ronden uit. De mok is toch al binnen! Vincent doet weer een natte-krantenloopje. Ik klets met de vriendinnen. Knuffel Joyce. Ik eet een appelgel en deze keer valt het best goed. Ik zou met MvdB mee gaan lopen. Lekker op haar rustige tempo. Goed voor mij. Ik ben totaal niet gespannen voor de race. Mijn hartslag ligt (ver) onder honderd. Op het startschot laat ik MvdB en haar kennis alleen, ik ga mijn eigen ding doen. Mijn tempootje. Ik krijg nog en high five van KH en Off I Go! Het valt me mee. Mijn benen lijken geen enkel probleem te hebben met de kilometers van gister. De modder valt ook mee. Ik vind het vooral zand en bos. En het zonnetje is lekker. Ik laat me inhalen, het kan mij niet schelen.
Vandaag loop ik helemaal voor mezelf. Ik heb het koud. Dat overkomt mij niet vaak! Het komt vast omdat ik zoveel vet minder heb! Ik val nog steeds met kilo’s (!!) tegelijk af. Ik voel me er uitstekend bij en ik besef dat ik daardoor steeds lekkerder loop. Het bos loopt lekker, maar het veld valt me tegen. Dat is erg ongelijk en mij wat te glibberig. Ik vind het weer eens wat druk! Maar ik haal wel wat mensen in. Voor mij hoeven de bomen over het pad niet. Ik neem het halfverharde fietspad. Zal me wat, dat ik een beetje valsspeel zo, hihi. De tijden vallen me niet tegen. Ik loop nog best lekker door. Rond de 6 minuten per kilometer. Ommetje,
langs de start en dan nog een ronde. Het wordt al rustiger. Ik zet het op een genieten. Tsjakka. Bos, boompje, vogeltje, zonnetje, benen doen het nog prima, hoofd doet lekker mee zonder gezanik, het veld is even doorbijten, leuke vrijwilligers, die lieve mensen die hun zoon aanmoedigen en dadelijk het bos weer in, stomme stammen over en het verharde fietspad nemen. Langs de start hoor ik aan MB dat ze weet dat ik gister ook al 23km liep.
Ik neem een verkeerd ommetje in de start/finisharea en snap even niet of ik EA inhaal of dat zij klaar is. Ach wat. Dit is mijn laatste crosscuprondje ook. Laat ik ervan genieten. De meneer van de strandcrosscop mag/moet me maar inhalen. Het laatste rondje…. Dit doe ik echt niet meer! Of… nee, ik vind dit niet écht leuk.
Ik vertraag. Expres. Omdat het kan. Ik hoeft en kan niemand meer inhalen. Ik heb niet meer zoveel zin. Eindelijk weer vier crossen gedaan. Bijna dan. En hoe! De eerste op mijn verjaardag. Eigenlijk ga ik me pas jarig voelen als deze ook klaar is, haha. Het veld is inmiddels erg glibberig geworden en de klei blijft zwaar plakken. Bleh.
Er halen mij kerels in, maar laatste ben ik (nog lang) niet. In het bos loop ik de klei er weer af. Stap een boom over. Ik zal hier niks aan missen! Ik zwik een beetje en daar schrik ik van. Ik heb het nu toch wel warm. In tegenstelling tot op het strand. Tjonge, wat een kilheid was het toen zeg. En de vorige keer, daar is dit niets crossmodderigs aan. Ik denk nog even aan afsnijden en dan gediskwalificeerd worden, maar
de fotograaf heeft nu net op het smalle deel zo’n mooi stukje. Die aardige fotograaf die er elke keer was. Koud of niet, lang of kort: elke keer dankbaar werk. Ik moet MB straks ook bedanken. Het laatste stukje zet ik nog aan. Jawel, dat lukt dus nog. Even wachten: dat lukt dus OOK nog! En ik heb al besloten dat ik dadelijk ook nog naar huis ga hardlopen. Dribbelen dan. Echt mijn eigen tempo. Manuel maakt nog een foto van me.
Die is al lang binnen en omgekleed. Ik ben erg blij dat ik klaar ben. Dat was mijn crosscupcarriere. Ik ben er even stil van. Maar snel pak ik het weer op. Knuffel Joyce nog tien keer (bij lange na niet genoeg), zeg MvdB gedag, ga op de foto en drink water. En dan hobbel ik naar huis terwijl Manuel mee fietst. Ik ben gek. Ik dribbel er gewoon 4 kilometer achteraan. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Het gaat niet snel, maar het gaat prima. Er is iets in mij, wat in topconditie is. Onvermoeibaar. Of zou het de roep van de M&Ms zijn? Vandaag laat ik de weight watchers voor wat ze zijn.Ik heb deze week bijna 11 uur gesport. Op minder dan 5 minuten na. Veel te veel gelopen. Weinig gezwommen. Nu maar hopen dat ik niet te vroeg piek en ik me in Spa over twee nóg iets beter voel.
Week 6: schuiven zodat er maar liefst twee rustdagen ontstaan
Deze week zou het lastig worden. Ik wist al dat ik dinsdag waarschijnlijk niet kon lopen en donderdag ook niet. Dus op maandag 5 februari ging ik naar buiten om te lopen. Het was koel. Ik moest hetzelfde doen als vorige week en ik zag er een beetje tegenop. Zo goed als het vorige week ging met de 8 kilometer versnellen, zou me dat nog een keer lukken?! Na een paar honderd meter bleek het horloge uitgegaan te zijn. Geen best begin. De eerste kilometer ging ook langzaam. Ik wilde graag langzamer beginnen, dus dat was gelukt. Maar het is moeilijk, want je gaat toch twijfelen dat het vorige week zoveel beter ging! De tweede kilometer ook nog opwarmen. En zo ook de derde kilometer. Wel telkens iets sneller, maar in mijn achterhoofd wel: vorige week was het minder koud, had ik een rustdag gehad als excuses. De vierde kilometer net onder 6 minuten. En dan moet je dus iets versnellen. En is het schrikken als de vijfde kilometer in 5:30 gaat. Dat is wel een flinke stap en ik
moet nog 3 keer sneller! Dan haal je de 5 kilometer nog niet eens in een half uur. In kilometer 6 verschoof er iets: ik voelde mezelf op bloemen lopen, rook bijna de geur en genoot van de snelheid, mijn stappen, mijn ademhaling, het ritme. Ze noemen het een runners high, maar ik heb dat maar heel zelden. Meestal zit mijn verstand ertussen. 5:17. Gelukkig hield de high nog even aan en kon ik moeiteloos het tempo vasthouden. Kilometer 7 ging wel iets sneller in 5:14. En toen die laatste kilometer. Het liefst wilde ik natuurlijk net onder de 5:01 van vorige week komen… het was hard werken. Geen bloemen meer! De beperking zat in mijn benen. Die konden gewoon niet harder. 4:58 zag ik staan! Vier achtenvijftig! Ik stond te springen in de straat! En toen uitdribbelen. Wat was ik trots op mezelf. Uiteindelijk moesten de tien kilometer vol. Goed begin van de week!
Op dinsdag blijft het steken bij de lunch-wandeling. En dat is prima.
Woensdag 7 februari haalde ik het wel in. Ik moest zwemmen volgens het schema en zou met Manuel rustig gaan lopen ‘s avonds. Als er dan een half uurtje
over is op de middag, dan kruip ik snel met de serie de Tacx op. Gaat mijn triple vandaag toch weer mooi compleet zijn! Een half uurtje is snel voorbij. Ik doe er zelfs nog 4 versnellingen in. Daarna door naar het zwembad. Dat gaat een stuk moeizamer! Ik zwem niet lekker, lig voor mijn gevoel te harken.
Ik hou niet alles bij. Zeker niet zonder pullboy. Qua zwemmen is het niet de dag vandaag.
Het was de dag voor een lekkere bijpraat-run! Dat ging heerlijk! We hebben ‘gewerkt’ en Manuel heeft me ‘een functioneel ontwerp’ maken uitgelegd. Tot ik het zat was! We liepen door het donker, maar samen gaat dat zo voorbij. De spinazie werkte blijkbaar goed. Tot kilometer 8 dan. Toen was het wel een beetje op. Maar ja, het werden er toch tien natuurlijk.
Donderdag 8 februari. De baan haalde ik niet. Zomaar een tweede rustdag in de week! Het moet niet gekker worden zeg.
Vrijdag de negende maakte ik het weer goed:
eindelijk een dag keurig aan het schema gehouden. Twee uur op de Tacx. Gelukkig had ik nog genoeg van de serie over. Anders is het na een kwartier al saai! In het laatste uur moest ik 5 keer 30 luttele seconden aanzetten en dat heb ik keurig gedaan. Na anderhalf uur sloeg de verveling wel echt toe. Maar de vijftig kilometer moeten dan toch ook vol… Dus ruim twee uur op de Tacx. Wat een prestatie!
Zaterdag 10 februari: een gokje. Ik wilde de Noorderplassen rond, maar zou ik dat wel halen in de anderhalf uur van Vincents aikido? Hij had zijn
telefoon bij zich. En ik zou zien hoe het ging. Ik had ruim ontbeten met magere yoghurt en banaan en cruesli. Het liep lekker. Ik nam de heuvel in het Beatrixpark. Het was lekker weer en ik had lekker muziek bij me. Ik liep van brug naar brug. een hele serie ophaalbruggen lag op me te wachten. In tegenstelling tot vorige week was ik minder aan het aftellen. En de hartslag lag de hele tijd iets te hoog, boven de 154. Dat mag van de trainster: ik hoeft niet perse langzamer als het gewoon goed voelt. Ik kon vandaag ook beter vooruit kijken als vorige week. Rechtop lopen. Ik ging de plassen langs. Lange rechte paden zonder afslag. Ik zag 1 fietser, haalde 1 hardloper in en kwam 1 triatleet tegen met zijn kinderwagen.
En… een stuk of 6 koeien op de weg! Als de kinderwagen er langs kan, kan ik dat ook. Niet hardlopend, maar daarna mocht ik weer versnellen. Ik was lekker bezig: rende gewoon door en soms een fotootje. Ik versnelde waar moest en dribbelde dan ook eventjes rustig. 30 Seconden was een eitje. Voorbij de Schateilandbrug begon het te miezeren. Niet zo prettig. En toen telde ik wel even af. Maar ik ging het vast halen. En de tien engelse mijl ook wel. Ik ging nog een viaduct in de versnelling omhoog. En toen begon het een beetje leeg te raken. Het ging wat moeizamer, wat trager en ik zag er naar uit om het te halen. Maar nog een keer versnellen ging ook prima. En dan de andere kant het Beatrixpark weer uit. Toen wilde ik de laatste witte brug langs het Weerwater ook meepakken. Even appen naar Vincent en de 17 kilometer volmaken.
Ik ga de halve marathon dus wel halen over 3 weken. Maar of dat met de Ardenner heuvels en de kou daar binnen 2 uur lukt, daar heb ik nog een hard hoofd in. Ik liep in 1 uur en 46 minuten 17,5 kilometer. ‘s Middags weer zwemmen. Oei, ik had geen zin. Snel gekozen voor de rustigste baan: baan 1 dan maar. Ik ging kijken of ik 400meter kan zwemmen zonder pullboy. Dat lukte me in 8:42. Les was al geslaagd! Ik zwom de 200m hele slag en de 200m armen voorop. 200m vond ik een kwelling, maar ik heb het gedaan. We deden techniek en moesten zelf kiezen en dan overlegt een paar mensen beter dan 7 of 8. Zo haalden we baan 2 én baan 3 zelfs in! We moesten ook 10 keer 25 en elke baan ietsje sneller. Uiteindelijk kon ik maar 200m uitzwemmen met pullboy. Daar won ik 20 seconden op. Dus met pullboy. Ik ademde vandaag 1 op 2. Maar met 1 brilleglas in het water, zodat ik de andere zwemmers in de gaten kan houden. haha. Het viel reuze mee.
Op zondag 11 februari deed ik mee aan een zwemtest.
Totaal niks voor mij. Ik kan me met niemand meten! Ik moet me dan ook met mezelf meten en over 6-8 weken kijken ze of ik sneller geworden ben. Gelukkig deed er nog iemand uit ‘mijn’ baan mee. Ik vond het niet echt leuk. Ik zwom veel in en was blij met achtje te mogen zwemmen. 400 Meter vind ik wel oké. Dan kom ik er in na een meter of 100 en diesel ik kei-hard verder. Slag na slag na slag. Ik haalde het binnen 8 minuten. Het andere meisje deed er langer over. Toen even uitrusten en mijn horloge resetten, die had niet goed meegeteld verdorie. Even uitzwemmen en toen moesten we de 200m doen. Ik deed er net iets minder dan 4 minuten over. Toch is het niks voor mij. Al die super-supersnelle heren die tegelijk de 50 meter willen starten om te kijken wie het snelste is, bleh. ik kan geen keerpunten. Ik zwem pas net. De 50m ging ik niet meer zo snel. Ik was het minst snel van iedereen. Sprinten zit niet in mijn systeem. Ik ging nog lekker even uitzwemmen: heerlijk rustig!
Weer thuis, stapte ik op de Tacx voor een uurtje krachtblokjes.
15 minuten infietsen en dan voor twee minuten door naar de hoogtste versnelling en hard trappen. Dat is de eerste keren nog wel te doen. Ik keek de serie op de iPad, maar die was wat donker en soms zag ik alleen de ondertiteling! Buiten begon het heel hard te hagelen. Dan is de Tacx opeens best prettig! Ik moest 8 krachtblokjes doen. Ik had het warm en vond het veel. Het idee ook nog een stukje te lopen, liet ik achterwege. Mijn beentjes werden erg moe van mij. In combinatie met het weer vond ik het niet zo’n goed idee meer. Ik ben flink afgevallen de afgelopen week en vandaag hou ik me niet in. Ik nam dan ook acht winegums bij het fietsen: na elk blokje had ik drie minuten rust om hem weg te sabbelen.
Na een dik uur was ik klaar met serie, klaar met fietsen en klaar voor de douche. Deze week 19 bruggen overgerend, 3 uur en drie kwartier serie gekeken, 6,5 kilometer bij elkaar gezwommen, meer dan een kilo afgevallen en en tien uur en een kwartier gesport. Daar kijk ik tevreden op terug.
Week 5: de draai gevonden
Maandag is mijn rustdag. Dan sport ik niet. Ik heb op 29 januari lekker in bad gelegen. Dan kun je ook een aflevering van de serie kijken!
Dinsdag de 30ste januari was ik in dubio. En niet zo’n beetje ook! Er stond hardlopen op het schema. Maar zwemmen kan ‘s avonds ook. Ik sprak voor woensdag af om te gaan hardlopen, dus is het verstandig om 3 dagen achter elkaar te hardlopen? En gaat het zwemmen op woensdag lukken? Wat zal ik doen… Rennend naar de zwemtraining kan ook nog! Ik woog, twijfelde, dacht en werkte er ook nog bij. Toen ik de auto in stapte, wist ik het: ik ga ‘gewoon’ lopen zoals op het schema staat, geen fratsen, geen gedoe. Nu was het niet helemaal ‘gewoon’ lopen, want de opdracht was 40 minuten
en versnellen aan het einde. Ik ging pas laat. De wijk door. In de eerste kilometer werd ik door een soort AliB aangemoedigd dat hij sportiviteit wel mooi vond. Dat hielp me het komende uur door! Het plan was om 8 km te lopen en de eerste vier boven de 6 minuten, de laatste 4 er steeds verder onder. Ik begon met 6:26 – keurig dus. De tweede kilometer ging in 6:14. Ook nog niks aan de hand. Het ging lekker beheerst. De derde kilometer ging in 6:01 en toen werd die vierde kilometer al wat lastiger. Ik moest versnellen, maar een heel klein beetje. Het werd 5:50. Ik voelde dat er nog 4 zware kilometers aan gingen komen. Het is moeilijk aan te voelen tot hoe weinig je maar hoeft te versnellen. Het was stil in de straten. Niets wat mij ophield. Kilometer 5 ging in 5:31. Dat was ongeveer waar ik op uit had willen komen over twee kilometer. Ik zette aan en het werd al lastiger. Kilometer 6 ging in 5:12 en dat is wel een beetje mijn topsnelheid. Het werd lastig om nog 2 kilometer door te versnellen. Ik besloot zoveel mogelijk het tempo vast te houden. Dat lukte, maar het was niet gemakkelijk. Elke keer dat ik een deeltje bedacht van dit-lukt-niet, moest ik het ombuigen. Ik had een hoofd vol hinkelgedachten: ik heb te weinig gegeten <-> ik weeg alvast een stukje minder / ik hou dit tempo niet vol <-> het is net ook gelukt / dit kan ik niet <-> dat is alleen maar een gedachte/… enzovoorts.
Er waren zelfs opmerkelijke gedachten: Het gaat hier alleen nog maar bergafwaarts! Je moest nou eenmaal moe worden van de trainster! Ik heb de beste kleren aan! Tot het einde van de straat! We kunnen vliegen!! 😎 Kilometer 7 ging net ietsje sneller in 5:10. En dan de laatste. Ik was zelfs een beetje wankel en zette alles op alles. Dadelijk mag je wandelen. De gedachte: het waren maar 40 minuten, geen vijfenveertig bande ik weg. De septemberstraat nog door, toepasselijk! Hoe harder je gaat, hoe sneller het voorbij is. Ik eindigde met een tijd van 5:01. Supertrots en doormoe wandelde ik een stuk terug. Ik dribbelde naar huis en wandelde aan het einde nog even. Ik was echt trots op mezelf. Dat ik mentaal een grensje doorbroken heb, dat ik zo hard kan in de laatste kilometers als ik al moe ben en dat ik goed getraind had.
woensdag 31 januari. Zwemmen met Vincent. Wij hadden DR als trainster en ik zwom in baan 2. Ik ging veel voorop. Graag. We deden elke keer de samengestelde rugslag als pauzeslag. Ik kreeg een heel lief compliment dat mijn insteek nu zo goed is, terwijl DR weet hoeveel moeite mij dat kost. Ik zwom veel en had er plezier in. Deze dag is het Blue Moon. De tweede volle maan in de maand. En dan moet je toch eigenlijk gaan
hardlopen. Ik nam Joyce mee en er ging nog iemand mee van de meidengroep. We reden naar de parkeerplaats bij Schateiland en het hagelde. Ach ja. Dat het later maar niet zou vallen dan. We vertrokken pas om half 10. We gingen eerst de Hogering onderdoor. En daar hagelde het weer. Het ene moment was de maan helder te zien, 5 minuten later was het hagel in de rug! We gingen niet snel, het ging vooral om het genieten. Eenmaal op het schelpenpad naast de vaart was de maan weer terug. En wat was die fel! We hadden geen lichtjes nodig, want we konden onze eigen schaduwen zien. Ik vond het prachtig. Ik liep te kletsen met EB die de marathon van Rotterdam gaat lopen. We kwamen bij het sluisje. Daar stopten we weer voor een fotopauzetje. Toen liepen we het Wilgenbos in. Daar was de grond wit van de hagel. Heel, heel bijzonder. Het wilgenbos was zelfs nog goed verlicht door de maan. Ik rende hard de dijk op, dat is de enige keer dat ik eventjes versnelde.
De baggerboten waren ook erg mooi en apart om eens aan het werk te zien. Bij het Blocq had ik er even genoeg van. Ik was door het gekwebbel heen. Dat duurde een stukje langs de Lepelaarsplas, maar toen ging ik lekker nog even klagen over de actiepunten van de weight watchers. We hadden 8 km gelopen (na een paar rondjes parkeerplaats). Het was laat, maar onvergetelijk mooi.
Donderdag 1 februari. Op naar de atletiekbaan. Weer een fijne trainer. We liepen eens andersom in. Ik kwebbelde met een nieuwkomer. Loopscholing is nog nooit mijn ding geweest. De maan was nog steeds mooi. We deden niet moeilijk: 400m op 90% van je tien-km tempo gevolgd door 800m op lager tempo en 20 seconden pauze.
En dat dan drie keer. De eerste keer kletste ik nog mee. Maar in de 800 ging ik al alleen lopen. En in de tweede 400 verdween de zin. In de 800m werd het steeds minder. Ik dacht echt om maar te stoppen. Maar zo zit ik niet in elkaar. Dus nog 400m iets harder en iets minder zin. In de laatste 800m was het echt klaar. “Wat kijk je zuur”, zegt de trainer. “Ik heb geen zin meer”, antwoord ik hem. En wat zegt de goede trainer dan? “Dan moet je stoppen, je moet niet tegen je zin lopen”. Nou ja zeg. Nou JA zeg. Ik keek hem boos aan en vroeg: “Wat doen we nog meer?” Nog 2 keer 200m wandel/dribbel en 200m op hoog tempo.
Ik ga het gewoon doen. Ik dribbelen voel me pissig door het stomme idee om te stoppen. De 200m snel zijn gemakkelijker als je boos bent. Eigenlijk heel goed van de trainer dus. Ik deed het rondje nog een keer, maar de zin was toch echt ver, ver te zoeken. Daarna gingen we uitlopen over het gras twee rondjes. Dat lage tempo lukt me wel hoor. Toen ging Vincent nog met zijn trainer praten en haalde ik de geskipte 400m uitlopen in en nog een rondje extra om de 10 kilometer te halen. Doorzetten is soms een must.
Vrijdag 2 februari. Fietsen op het programma. Met de buien en de serie op Netflix gecombineerd was de keuze snel gemaakt. De Tacx is beter afgesteld en trapt nu niet meer loodzwaar. Ik had alles bij de hand: bidon, warme trui, telefoon voor de serie. De katjes mochten ook onder de overkapping rauschen. Na een kwartiertje ging het weer soepeler. Ik keek lekker serie en na de eerste
aflevering ging ik de 5 blokjes van 30 seconden hard doen. De serie vormde een prima afleiding. Toch is meer dan 5 kwartier op de Tacx wat lang. Ik deed de versnellingen netjes ongeveer elke tien minuten. Ik had het niets koud in mijn korte broek en shirtje. Het leukste moment was toen de hagel en regen neerstortte op de overkapping en ik lekker binnen doortrapte. Na 2 afleveringen heb ik nog een paar minuutjes rustig uitgefietst en na 110 minuten stapte ik van de fiets af. Bezweet, lekker gesport.
‘s Middags klaarde het op. Het zonnetje scheen vriendelijk en toen ik mijn werk afhad, moest ik naar buiten. Manuel appte dat ik ook kon fietsen (nee niet weer) of wandelen. Bijna goed. Ik ging dribbelen naar de berg toe. Ik moet toch echt heuvels gaan opzoeken voor de race in Spa. Raad het: toen ik naar buiten stapte begon het te regenen. Gelukkig duurde het niet heel lang.
Bij de berg scheen de zon weer voluit en ik vond het geweldig heerlijk. Ik had niet heel veel tijd, want ik was gebonden aan Vincent ophalen op school. Ik rende vrolijk ongeveer dezelfde weg terug. Mijn benen vonden het beter dan ik verwacht had. Het werden niet eens 5 kilometer. Dat was een heel bakje overwinningen: geen ronde afstand, een mini-afstand, niet op het schema, langzaam aan, zonder poeha, zonder opdracht en zonder al te veel wijsheid. Maar het was even lekker!
Zaterdag 3 februari. Tijdens Vincents aikido ga ik weer hardlopen. Twijfelde ik van de week nog of drie dagen achter elkaar hardlopen niet te veel was?… Dezelfde 15 minuten blokjes als vorige week: 14 minuten gewoon tempo, 30 seconden snel en 30 seconden wandelen. Deze keer doe ik er 5. Het regent. Ik word nat en koud. Bij het inlopen al. Het gaat niet zo snel vandaag. Omdat ik nat en koud ben? Omdat ik vooral kijk hoeveel tijd en kilometers ik nog moet? Of omdat ik wat weinig gegeten heb? De hartslag blijft laag, maar het tempo ook. Een mevrouw haalt mij in en ze zegt dat de douche extra warm is straks. Ohja, de douche die nog even ontbreekt… Ik versnel wel, maar de hartslag die vorige week nog te hoog was, komt nu met moeite in de goede zone. Ik wandel en voel mijn benen afkoelen, dus handig is dat niet. Ik kijk veel naar de grond en weinig vooruit. Ik ga
over het witte ophaalbrugje en door de muzikale wijk waar de keyboardles is, AliB woont en de muziekschrijver van GTST woont. Ik heb mijn rugzakje bij me met sportdrank erin, maar ik zal het niet aanraken. Ik mag de dijk op sprinten en dat komt goed uit met Spa! Het rechte fietspad op de dijk bekoort me. In de verte steekt een dier over. Een hond? Na een paar honderd meter keert hij voor mijn neus terug en het is duidelijk een vos. Prachtig. Ik sta stil en kijk. De telefoon is te nat voor een foto helaas. Oppakken van het tempo is lastig. Overal is het stil, er zijn zelfs weinig auto’s op de dijk. Ik neem het Da Vincipad en dat is modderig. Mijn voeten nat kan er ook nog wel bij. Onverhard is toch leuker. Dan de stad weer in, vind ik als je onder de Hogering doorgaat. Versnellen en verdwalen in muziekwijk. Ik kom hier nooit en ken dit niet. Uiteindelijk kom ik weer in het Beatrixpark. Ik merk dat de vermoeidheid en de honger me parten spelen. Beslissen is lastiger: hoe om moet ik gaan? Hoe ver moet ik nog? Haal ik dat voor Vincent klaar is? Ik ga rond in het centrum en versnel nog een laatste keer, maar het blijft stroperig. Ik wil perse het witte bruggetje over en jog erheen. Ik moet en zal de 15 kilometer halen. Dat lukt met wat ommetjes en tegelijk met Vincent ben ik klaar. De douche zittend in bad en opwarmen wint het van eten!
‘s Middags zwemmen. In baan 2 is het erg vol. We beginnen met benen, maar ik mis de opdracht en ik word al ingehaald door de arm-zwemmers. Het irriteert me. Ik mis de aansluiting. Letterlijk en figuurlijk. Ik pak mijn spullen en verhuis naar baan 1, waar maar 3 mensen zwemmen. Het blijft onrustig. Ik zwem nu voorop. Dat vind ik niet erg, maar echt de slag krijg ik niet te pakken. Ik doe veel armen en tel mee met baan 1. We zijn net zo snel, alleen ik zwem nu alles en heb ruimte om de baan af te maken. MZ filmt mij.
Vorige week filmde ik hem en dat was een (negatieve) openbaring voor hem, dus nu neemt hij wraak… Ik moet er om lachen en mijn toch al niet stabiele zwemslag wordt er nog minder strak van. Ik zwem graag nog even door als het bad leegstroomt om het uur vol te maken en in alle rust, zonder golfslag, goed op mijn slag te letten. Ik ben er moe van. En hongerig. Vandaag heb ik 32 Weightwatcherpunten bij elkaar gesport. En 23 punten opgegeten. Ik hou me in en laat het pak koekjes voor morgen liggen.
zondag 4 februari. Terwijl Vincent een dijk van een 5 kilometer wedstrijd loopt, zit ik op de Tacx. Met twee kilo minder, met een korte broek aan en met aflevering 6 van de serie. Ik moet 7 keer de hoogste versnelling inzetten voor 2 minuten. Die zijn best zwaar. Om de tel bij te houden leg ik 7 winegums klaar. Als beloning. De serie is best spannend soms. Maar tezamen met appjes en katjes kom ik het uur prima door. En koud heb ik het geen moment. De Tacx schakelt pas lichter als ik uitfiets na 55 minuten. Ik maak 25 kilometer in een dik uur.
Ik laat het zwemmen vandaag achterwege. Het breekt de middag teveel. En dit was een week van tien sporturen. Lijkt mij meer dan voldoende.
Week 4: opnieuw op zoek naar een energiebalans…
Op maandag begin ik weer een keer met de Weight Watchers. Ik heb gister de kat gewogen op de weegschaal en zonder kat was het schrikbarend. Dat moet anders! Er moet minder gesnoept worden. En er is een aanbieding voor 3 maanden. Die kans neem ik. Op voor de magere yoghurt, veel fruit, 1 broodje en liters thee.
Op dinsdag en woensdag 22 en 23 januari waren we met Civity collega’s in Bergen. We gingen veel met elkaar praten, iedereen op 1 lijn krijgen, binnen zitten en samen zijn. Op mijn schema stond een run op dinsdag en zwemmen op woensdag. Ik had al bedacht op woensdag te gaan zwemmen in de vroege ochtend in het zwembad van het hotel. En dinsdagavond ging mijn hockeyende collega mee. We hebben met zijn allen een mooie wandeling in de duinen gemaakt. Mijn hockeycollega wilde echter pas twee uur na het diner gaan lopen en vond dat te laat. Toen de baas dat opving, strikte hij me meteen voor de volgende ochtend. We moesten wel vroeg gaan. Niet na het zwemmen, want dan zat ik niet op tijd in de vergaderzaal… Dat vergt dan in mijn hoofd even een schema-aanpassing. Dan ga ik dus op dinsdagavond zwemmen.
Ik heb tot half tien mee Weerwolven gespeeld en toen ben ik snel het water ingedoken. Warm water, geen 25 meter bad en vaag verlicht. Ik was al snel de enige en de laatste. Heerlijk mijn eigen oefeningen gedaan. Gewoon dapper doorzwemmen. Tot half 11. Toen was ik er wel klaar mee. De rest vind mij maar raar: wie gaat er nu voor zijn plezier zwemmen zo laat op de avond? Ik bevestigde onze hardloopafspraak voor kwart over 7 en sliep niet al te best. Lopen met je baas die zich dan in moet houden voor je en een 20 jaar jongere hardloopcollega die mij met gemak bijhoudt… dat is me een uitdaginkje! Het was nog donker in de Bergense duinen. JM’s lichtje op zijn telefoon hielp wel iets. Ik had een banaan op en sportdrank, maar dat is niet echt een ontbijt te noemen. De straatlantaarns in Bergen dachten met ons mee en ging 1 voor 1 voor ons aan. Het tempo lag hoog, rond de 5:40 – maar dat lukte mij prima. Ik kwebbelde ook heerlijk.
Ik ben niet bang van het donker. Of van heuvelig terrein. De zee was nog wel een stuk weg. We kwamen bij een punt wat ik (zelfs in het donker) van Groet Uit Schoorl run herkende. Uiteindelijk moesten we dezelfde weg terug. Dat vind ik dan jammer. In de verte zagen we Bergen aan Zee liggen en de zon kwam op boven de zee.
Heel gaaf. Eigenlijk. Op de weg terug werd het licht en ineens kreeg ik het wel lastig. Na 3 kwartier, een kilometer of 7/8 en ik had geen zin meer. Mijn hockeycollega liep moeiteloos door en nam het verhaal over. Ik had gewoon zo geen zin meer, erg lastig. Niet dat ik stop, maar ik vernietigde het tempo wel behoorlijk. JM had nog 1 uitdaging voor mij deze vroege ochtend: stop eens op 9,9 kilometer. Die is me daar gek! Ik vond het al een hele prestatie om te stoppen op 9,6 en te weten dat je de laatste 400 meter makkelijk binnen het uur red. Snel douchen, ontbijten met magere yoghurt, veel fruit en thee en dan weer op voor een dag praten.
Donderdag 24 januari ga ik na het werk zonder te eten door naar de baantraining. Ik vraag KD maar eens hoe dat zit met veel sporten en diëten. Ik heb namelijk elke dag erg veel extra punten van het sporten. Ik vind het lastig in te schatten of ik mezelf niet tekort doe qua voeding. Inlopen lukt prima en de loopscholing vind ik gewoon nog nooit leuk geweest. Ik heb er vandaag geen zin in. Het komt
ook niet meer. We lopen 1600m duurtempo en ik ga veuls te hard met MB mee. Dat gaat zich wreken! Dat we daarna 2 x achthonderd moeten doen op marathontempo (dus iets sneller nog), wordt al lastiger. Ik voel dat de energie opraakt. Ik leef vandaag dan ook op magere yoghurt met muesli en fruit, fruit als tussendoortjes en 1 mini-ciabattabroodje met optimel. Dat is op zijn minst gezegd wat karig om een tien kilometertempo na 3 kwartier training nog aan te kunnen! Niet dat ik stop – welnee-, maar ‘gemakkelijk’ is ver te zoeken. Het 5-kilometer tempo laat ik helemaal varen na de eerste keer toch een poging te hebben gewaagd. Wat er niet in zit, kan er ook niet uit. Het uur duurt lekker lang, maar ik ben ook lekker blij als het voorbij is. Hier moet even een energiebalans worden opgemaakt!
Vrijdag de 26ste. Fietsen. Ik ga met mijzelf en mijn mountainbike de oostvaardersplassen rond. Het is mistig, sombertjes en het tempo op de ATB is nog nooit je-van-het geweest. Accepteren en doortrappen. Ik zie heel veel groot wild: herten, paarden, reeen, runderen. Ze zitten allemaal aan de andere kant van het hek in de Oostvaardersplassen, want ook dat water staat blijkbaar hoog.
Ik luister naar de muziek en trap en trap en trap. Op de dijk zie ik niemand anders op het fietspad. Op de stomme Knardijk heb ik toch wind tegen, ook al is het windstil! Daar komt me een andere ATBster tegemoet: uitslover…. Ik zie een wandelaar en heel veel verderop zal ik nog twee fietsers ontmoeten, maar verder is het verlaten. Ik neem het fietspad vanaf de sluis en na een dik uur merk ik dat de energie weer te over laat. Deze week krijg ik echt voor mijn kiezen dat lijnen en sporten een zware combi is. Ik had de 40 kilometer graag volgemaakt, maar bij 36 houdt het op. Ik ben rond, ik ben thuis, ik ben er klaar mee, ik wil onder de overkapping lekker kletsen aan de telefoon en mijn voeten zijn veranderd in ijsklompjes.
Zaterdag 27 januari. Ik ga alleen hardlopen. De kwartierblokjes van 14 minuten rust, 30 seconden versnellen en 30 seconden wandelen zijn vier keer voor mij alleen vandaag. Rondje Weerwater en iets meer. Ik heb een muziekje op, weer dat sombere, saaie weer en een matig zinnetje. Rob wacht me op in de stad. Ik loop sloompies in en dan is het tempo niet gemakkelijk op te halen. Het blijft net boven de 6 minuten. Accepteren dan maar weer. Als ik bedenk dat ik weer met minimale brandstof loop, wordt het bijkans kansloos, maar opgeven of iets in die richting staat niet in mijn boek. Dus ik hobbel door en versnel met gemak. Dan wandel ik lekker ff en ik ga het kasteel langs hobbelen. Ik pak een iets hoger tempo op, maar de hartslag houdt me vandaag tegen.
Ik zie de mensen die mijn pad kruisen, bekijk het kasteel, mijmer wat en het lijkt best lekker te gaan. Dat zie ik meteen terug in de tijden. Maar daar is dat stomme ophaalbrugje in Haven. En dan ga ik opzien tegen versnellen en hoe ver ik nog moet. Het gaat goed hoor, dat versnellen en het weer oppakken. Ik vind het fijn weer langs het Weerwater te rennen en de heuvel te bedwingen. En dan komen de twijfels weer terug opeens. Richting het centrum is het opeens weer op. Dan bedenk ik duidelijk dat ik totaal geen zin meer heb en dat is de voorbode van het energietekort.
Deze keer heb ik voor bijna een uur energie gehad, dus het gaat wel degelijk de goede kant op! Ik wil graag 12 kilometer halen en dan zie ik Rob aan de andere kant van het witte brugje. Ik moet nog tien minuutjes en ga het ziekenhuis nog een keer om. De laatste 500 meter maak ik lekker langzaam vol en we ontmoeten elkaar voor de bioscoop. Ik wandel mee terug, blij dat het erop zit. Het is nu eenmaal niet altijd feest en gloria, maar ik heb het toch mooi weer volbracht.
En ‘s avonds lekker naar het zwembad. Het is rustig ivm de kidneyrun. We zijn met zijn 5en in de baan. Wat ik geleerd heb: eerst een banaan eten: die helpt toch weer mooi het eerste half uur! Ik zwem een beetje achterop.
In de eerste serie moet ik een paar keer afremmen voor een duiker en raak ik alleen aan het zwemmen. Het brilletje zit niet lekker en ik verwissel die. Dat helpt. Maar ik hoeft niet voorop. We doen elke keer veel dingen. Ik doe alles met pulboui, dan kan ik op mijn armen letten. Wijd uitleggen, insteken, gehoekt doorhalen. We ademen 1op2, 1op3, 1op4 en 1op5 en weer valt me op dat 1op5 mij zo goed bevalt. Ik zwem gewoon een uur lang mee. Lekker veel, want dat is met J als trainer altijd zo. Hoeveel extra punten kun je scoren op een dag? Ik verdubbel mijn dagtotaal met actieve sportpunten zonder enige moeite. Kan ik mooi de chips opmaken op zaterdagavond. Wat een traktatie.
Zondag de 28ste januari. Om half drie naar de zwemtraining. Hoe verzinnen ze het?! Het breekt je hele middag. Ik neem BZ en MZ mee. Ik vind het best druk. We zijn met zijn vieren in baan 2. Oei, ik voel aan mijn armen dat ik gister ook al zwom!

Vandaag lezen we de opdrachten zelf. Ik mis het eerste deel dus en zet het horloge pas aan bij 'school'
Maar dat is er snel uit. Ik mis het inzwemmen omdat ik iemand help. We volgen zelf het programma vandaag. Er zijn te weinig trainers voor de zondag. Na de eerste oefening ‘mag’ ik voorop zwemmen. Dat vind ik niet erg, maar het is wel iets zwaarder. Ik doe gewoon mijn best en dat is blijkbaar meer dan goed genoeg, want ik blijf voorop gaan! Ook met paddels. Ik zwem alles met pullboui en let alleen op mijn armen: armen insteken, zo vlak mogelijk liggen, naar de bodem kijken, gehoekt doorhalen aan een trapje. Na de eerste serie kom ik er achter dat mijn horloge nog niet aan stond! Die 700m tel ik er straks wel bij. Grappig genoeg heb ik intussen de schoolslag door: dat is vooral lang uitdrijven! Aan het einde moeten we nog 6 keer 25 meter sprinten en dan merk ik wel dat ik een beetje moe geworden ben van het karretje trekken.
Thuis gekomen twijfel ik of ik buiten zal gaan fietsen of op de Tacx. Het wordt snel donker, de Tacx werkt mee en om kwart voor 5 zit ik op de fiets. In korte broek en t-shirt. Ik weet het inmiddels. Er staat een leuke serie op Netflix voor mijn neus en ik vergeet licht te schakelen. Het eerste kwartier rijd ik dus
loodzwaar, ook al ga ik volgens de Tacx bergaf. Na 15 minuten schakel ik terug naar de kleinste versnelling. Ik kijk lekker door en ja hoor: ik heb het al erg warm. De serie kijkt lekker weg en vergeet me te laten bedenken hoe zwaar het eigenlijk is. Na een half uur schakel ik weer 10 minuten naar een zwaardere versnelling. De Netflix-serie zal langer duren dan het fietsen. De laatste tien minuten krijg ik wel heel erg veel honger, zin in een warme douche, druppel ik net zo leeg als de telefoon. Netflixen op de Tacx bevalt me prima, maar volgende keer nog iets beter voorbereiden! Na 51 minuten stap ik voldaan af. Dan moet ik nog katjes vangen, spullen opruimen en ik krijg het koud. Helaas werkt de douche niet mee en blijft die ook koud. Dat is not funny en in combinatie met de honger ook niet fijn.
Ik ben anderhalve kilo afgevallen deze week. Nog meer dan 5 kilo te gaan. Ik leer er weer goede keuzes door te maken en eet eerder een mandarijn dan een koekje. Het dieet combineert echter niet goed met 8,5 uur sporten. Elke dag heb ik 23 punten die ik op mag maken. Maar al sportend verdien ik er per dag gemiddeld 26 bij! Vanaf volgende week haal ik de stappenteller eruit en voer ik alleen wat ik echt sporten vind met de hand in. Ik weet niet of ik genoeg eet. Op zondag hou ik mijn ‘reservedag’ en dan eet ik lekker iets extra’s! Op naar een beetje minder van mij, en dan zoeken we opnieuw de balans wel weer.
Week 3 : De wind eronder!
Maandag 15-1 rustdag, werkfeestdagje, blue monday. (week 2 volgt nog wel ooit)
Dinsdag 16-1 Rendag. Anke houdt zich aan het schema deze week. PlusPlus. De energie is terug, de motivatie weer hervonden, de kracht stroomt weer. Regen doet me niks: ik ga gewoon. Muziekje op. Drie kwartiertjes, laatste stukkie versnellen en daar ging ze de oude postwijk door. En met de wind mee en de hagel in de terug. En daarna wind tegen terug. Versnellen lukte, drie kwartier ook. woensdag 17-1. Zwemmen. Voor vandaag koos ik het breed-insteken uit. Ik leg mijn handen te recht voor me en kan dan minder kracht zetten. Ik zwem op I’s voeten. Dat kan omdat zij haar benen niet gebruikt. Zo dicht op haar, moet ik wel breed mijn armen neerleggen! Het helpt, het doet pijn op de goede plaatsen, namelijk in mijn bovenarm en het went ook. Slag gemaakt. Ik ga niet douchen, want ik ga straks na het rennen wel. Na het eten ga ik Manuel weer eens pesten, ophouden, bijpraten en aanhoren. Het valt niet mee om rustig te gaan. Ik voel me zo goed! Maar het gaat al kwebbelend ook wel prima. De hartslag ligt nog wat hoog. Douchen komt er niet van, want de douche houdt het water koud.
Donderdag 18-1 Het stormt en ik moet twee handen aan het stuur houden. Net als ik spierpijn in mijn armen heb, zul je zien!! Onrustige dag en niet alleen vanwege de wind. De douche deed het weer vanmorgen, maar de overkapping is niet langer dicht na een flinke windvlaag. Er is genoeg werk te doen op deze donderdag. Als ik op de baan sta, is de wind gaan liggen, maar het is te glad. We moeten om de baan heen lopen. Het gaat me niet lekker: ik voel me zwaar, log en traag. Het gras bevalt me niet, mijn buik vind dat het eten te laat was, mijn voeten worden nat en ik ben moe. Onderweg maak ik een stop van een rondje op het toilet. Ik hobbel maar wat mee en vind de nieuwe trainer als trainer goed. Ik ben erg blij als het uur om is. Vrijdag 19-1 Ik ga in het biebcafé thee drinken met E. En ‘s middags moet ik op een pakje wachten: een nieuwe douche.
Wanneer dan fietsen?! Nou, ik ga op mijn stadsfiets naar het centrum voor de thee! met een ommetje langs het kasteel. En nog een extra rondje om het Weerwater. Haal ik dat in een half uurtje?! Nou, ik ben trots op mij: dat lukt me in 20 minuten! De 25 kilometer zitten er mooi op! Thee, kletsen en weten dat de ‘taak’ er al op zit is behoorlijk relaxed! Terugfietsen gaat fietsend wel goed, maar het Garminhorloge vertoond kuren en telt de rit niet mee. Dan is het pakket te vroeg. Middag niks. Wat?! Op naar Manuel met de ATB. Het is goed weer, ook al hebben we een stuk vet dikke wind tegen. 20 Kilometer extra. Het tempo is er nog wel niet, maar ik fiets wel en het hoeft niet op de Tacx. Weer 20 kilometer erbij. Thuis wissel ik nog een keer van fiets om Vincent op school op te halen. En zo trap ik toch dik 50 kilometertjes bij elkaar. Zaterdag 20-1:
herstel de schade-dag. Maar eerst lopen met KH. We tetteren de hele tijd als we langs het Weerwater lopen. 14 minuten rustig kletstempo, 30 seconden hard die ik weer als 30 minuten heb ingesteld en dan 30 seconden (en geen 30 minuten) dribbelen. Het gaat volkomen moeiteloos en supersnel voorbij. Er gaat maar 1 ding verkeerd: ik let niet op en loop 7,98 kilometer. Kan eigenlijk niet. Gelukkig lopen we ook nog verder terug naar de fiets/auto. De douche is klaar, de overkapping volgt.
En daarna zwemmen. Zonder trainers, want die worden… getraind. Ik zwem achterop en doe net als de rest. Maar dan breed-uitstekend. In mijn nieuwe badpak. Wat heerlijk zit. Fantastisch zwemt. Tikken we nog een uurtje af. Bingo.zondag 21 – 1. En hield ik me tot nog toe aan het schema (met hier en daar een extraatje): vandaag niet. De crosscup in het Museumbos is vandaag en geen fietsen/zwemmen zoals op het schema staat. Zwemmen lukte toch niet. De crosscup: Ik had geen zin. Ik heb bedacht dat ik die modder en elke keer dezelfde rondjes niet zo tof vind.
Voor het klassement doe je er drie van de vier en ik heb er al twee gedaan. De enige reden om deze te doen is dat ik de volgende niet hoeft te doen. Geen beste motivatie, maar het is niet anders. Het is lekker weer: zonnetje, niet heel koud, geen regen, geen sneeuw zoals vorig jaar. Het is vol oude en nieuwe bekenden. Ik ben niet zo afwezig als vorige keer, maar de zin zal onderweg moeten komen. De eerste kilometer is glibberen, glijden, dwars door de plas: die is tof en ik ga langzaam. Ik word veel ingehaald en krijg mezelf maar moeilijk op orde. Het ademt zwaar, loopt als een baksteen en de tijden zijn sneu. Maar dan is de modder om en wordt het bospaden. Dat gaat me beter af. RC haalt me in met haar gemopper. Ik laat ze allemaal maar.
Ik ga dit drie rondes doen en daar houdt het mee op. Ik ben niet de allerlaatste, zal geen eerste worden en ik doe maar wat. Voet voor voet. De tweede keer modder is al minder erg, want hierna hoeft het nog maar 1 keer. Ik spring lachend de plas door. Voor natte voeten ben ik niet bang, maar het geglij zint me gewoon niet zo. In het bos zie ik SG voor me lopen en ik steven er op af. Ik zet de diesel aan en ploeg me er doorheen. Ik haal haar in en ze roept me na dat ik haar dat vorig jaar ook flikte met mijn piepende horloge. Daar moet ik om lachen en dan kan er nog een klein tandje bij. De energie (of wat daarvan over is) vloeit wel een beetje weg. SG gaat naar binnen en W achter mij ook. Ik mag nog een rondje: ik moet nog een keer door de modder, mag nog een keer door de plas dansen. Het bos is van mij. Van mij alleen.
Ver voor rent RC, te ver. Achter me 2 heren. Ver achter me. Die lieve toeschouwster op het bankje in de zon roept toe hoe dapper ze ons vindt. Ik heb het niet koud. En dan geniet ik er stiekem toch van. Van de rust. Het mooie zicht op het bos. Ik zie KH ver achter me. Ik voel het zand onder mijn voeten. De zon op mijn gezicht. Er dringt tot me door hoe fijn het is dat ik dit maar lekker effe doe. Nou zo dus. En dan kan het tempo me gestolen worden. Lekker jammer dan. Straks onder de nieuwe regendouche. Ik ga dit afmaken en volgend jaar doe ik niet meer mee.Ik ga de finish net binnen een uur over en de heren halen mij net bij. Prima hoor. Ik hoest me de adem erbij. Het was leuk geweest, maar vooral fijn dat het voorbij was! Mijn schoenen zijn erg vuil. Ik kan gelukkig nog net onder de douche voor die afgebroken wordt vanwege een lekje. Ik ben er deze keer wel moe van.
En zo heb ik me een beetje aan het schema gehouden. Ik voel me echt back-on-track. Van de 7 uur 20 heb ik 9 uur gemaakt. Zomaar effekes. Het kan dus.
Week 2: Let's go on….
Op maandag staat mijn rustdag. Ik vind het niet eens echt erg. Op dinsdag voel ik me nog steeds niet helemaal 100%. Zal ik toch gaan? Zal ik overslaan? Ga ik lopen omdat dat in het schema staat? Of gaat deze ene training het verschil niet maken? Ik wacht tot ik me echt beter voel. Dan ga ik! Morgen alsjeblieft….
Op woensdag 10 januari gaat het beter. Ik wil weer sporten. Ik heb er zin in. Samen met Vincent ga ik proberen of we een run-bik-run kunnen doen. Zaterdag doen we de volle afstand, nu kleine stukjes. Een kilometertje rennen. Dat gaat nog best eigenlijk. De mountainbikes staan klaar. Ik doe lang over mijn schoenen wisselen, maar het is een training he. Vincent vind het fietsen erg zwaar. Ik krijg het er ook warm van. We fietsen 5 kilometertjes. Over de bospaden in de wijk. Dan weer wisselen en nog een keer dezelfde kilometer lopen. Mij gaat dat gemakkelijk af. We denken aan en verheugen ons op de chocolade. Deze kilometer
gaat sneller, maar voor Vincent is het best afzien. We kunnen het!
Daarna gaan we zwemmen. Ik doe in baan 2 een groot deel voorop en een deel met achtje. Ik vind het allemaal behoorlijk leuk en ik voel mijn spieren, dus ik doe ook nog iets goed! Mijn horloge ligt thuis, dus ik tel hoeveel ik zwem. Ik zwem wel 500 m in! Het papiertje is voor de snelle banen: wij doen iets minder in baan 2. Al met al zwem ik met gemak de 2km weer vol.
Donderdag 11 januari. Bedrijfsuitje.
We gaan naar Snowworld. Ik ben niet van het skiën en de kou en ik zie op tegen vallen, blesseren, pijn, ongemak. Ik treuzel met het skipak. Eenmaal op de latten, vind ik het al best aardig. Met mijn conditie kan ik best de sneeuw omhoog ploeteren. Recht naar beneden gaat ook. De ski-mat omhoog is nog het lastigst. Ik vind het leuk! Het remmen lukt aardig en ik wil gewoon zo vaak mogelijk. Niks koud. Niks vallen. Een klein uurtje een beetje op een andere manier voortbewegen. Je krijgt hier sterkere enkels van, dus zwemmen zou beter moeten gaan. Het viel me heel erg mee, maar de volgende sneeuwvakantie boeken we nog lange niet!
Vrijdag 12 januari. Ik lijk er echt doorheen. Aardig opgeknapt. Ik wil gewoon weer bewegen. Samen met Joyce ga ik lekker lopen naar het sluisje en door de modder. We kletsen en doen een rondje ‘zoons’. Ik praat ook weer mee en verveel Joyce. We stoppen een kort moment en dan zie ik KH in de verte lopen. Ik herken haar loopstijl. Ze reageert pas laat op ons geroep en dan lopen we een stuk met zijn drietjes. KH kletst minstens net zoveel als wij doen. We lopen de tien kilometer vol. Ik voel me verwarmd. ‘s Middags ben ik er wel moe van en ik sla het fietsen voor vandaag over. Even zuinig zijn op de hervonden energie.
Zaterdag 13 januari: Vincent en ik gaan meedoen aan de korte cross run-bik-run bij het Henschotermeer. Rob ging mee om foto’s te maken. We namen alledrie de mountainbikes mee. We haalden de startnummers en er blijken maar 8 mensen aan de korte cross mee te doen! Daarom starten we tegelijk met de langere cross. Wij gaan 2,5 kilometer hardlopen, gevolgd door 11 kilometer mountainbiken en sluiten af met 1,5 kilometer hardlopen. Vincent en ik blijven bij elkaar. De fietsen neerzetten is nog best lastig! Het is allemaal heel kleinschalig en het is meteen duidelijk dat Vincent de jongste deelnemer is en daar dan ook onmiddellijk mee opvalt. Na de briefing gaan we al van start. We worden door bijna iedereen ingehaald bij het hardlopen. Vincent blijft nog even achterom kijken, maar de hoofdzaak is het doorploegen in het zand. Best moeizaam… Het stukje gras is een verademing.
We doen de eerste kilometer wat snel. De tweede kilometer stort ik een beetje in en laat ik Vincent voor me door het mulle zand ploegen. We lopen weer terug naar de brug en gaan het heuveltje over. We blijven in contact en bij elkaar. Ik vind dit het lastigste deel en schakel dan over op een laissez-fair houding en ga aan het genieten. We nemen nog een extra lusje en dan zijn de heuveltjes op best zwaar! We hebben het al niet meer koud en de zonnebril gaat af, want die beslaat. Ik had gehoopt dat we de 2,5 kilometer in een kwartiertje konden lopen, maar het heeft langer geduurd. Dat is het enigste momentje dat ik ook maar iets om de tijd gaf. We zijn al in de wisselzone. Het jasje is snel uit, ik pruts de fietsschoenen aan en de fietsbroek en Vincent doet dat ook. De man noemt onze namen en iedereen roept “kom op Vincent”. Met een paar winegums gaan we de wisselzone (zand) uit en stappen op. Het eerste heuveltje is al erg, haha! Dan het zand. Mul zand.
Nog vrijwel zonder sporen. Ik maak meteen duidelijk dat afstappen en rennend verder er bij hoort! Iedereen moedigt Vincent aan omdat hij zo dapper en klein is, dat is erg leuk! Weg gaan het bos in en de heuveltjes moeten we nog wel ‘s afstappen. Ik herken wel wat dingen van vorig jaar. Bij het fietsen ga ik voorop. Ik kijk vaak om waar Vincent blijft en hou hem in het vizier. We worden ingehaald en houden zoveel mogelijk rechts. Bij de parkeerplaats wil ik Vincent zeggen dat we nu niet meer hoeven te stoppen of in te houden voor de inhalers, maar dan neem ik de verkeerde afslag. We gaan een stukje over de parkeerplaatsen en keren om. Dan gaan we nog een stukje verkeerd achter een andere ‘verdwaalden’ aan. Daarna komen we weer in het bos: dat is een lekker stukje! Vincent durft over de boomstam te fietsen, ik stap af want ik word ingehaald. Dan langs de somber uitziende camping en terug het bos in. We komen weer bij het Henschotermeer en ik betrap Vincent op een brede grijns.
We zijn allebei erg aan het genieten. Rob zit op een heuveltje om iedereen te fotograferen. We zijn bijna het eerste rondje door. De lange cross doet vier ronden, wij hoeven er maar twee. Nu komen we het eerste heuveltje bijna op! Ik rij het water in en haal er een nat voetje, maar daar geef ik niks om. Het zand bestaat nu grotendeels uit een spoortje en aan het einde in het mulle zand moeten meer mensen afstappen. Hebben ze tijd om Vincent aan te sporen en ik wacht tot hij er ook is. Heuveltjes over en ons in laten halen. Dan gaan we het bos weer in en ik stuif even voor Vincent uit op mijn tempo. Omdat het kan op dit stukje en omdat ik dan een foto van hem kan maken!
We nemen nu de goede route langs de parkeerplaatsen. Ik ga nog een keer een stukje vooruit. Vincents energie neemt af. Bij de boomstam wil ik er ook overheen, maar ik donder hard tegen de grond aan. Gelukkig is er niemand die het ziet! Ik wacht op Vincent, maar die valt ook. Hij gaat snel aan de kant, maar kan -net als ik- verder. Even vindt Vincent het niet meer leuk. Van de weeromstuit glijd hij nog een keer om en dan word ik boos omdat hij midden op het pad stopt en hij snauwt omdat ik boos ben. Hij wil harder, maar van mij hoeft dat niet. We hebben het heel snel uitgepraat en dan gaan we verder. Vincent voorop. Het is alweer leuk als de fotografe hem prijst en een verlaten toeschouwer applaudisseert. We komen langs Rob en pas daarna kan ik Vincent inhalen. 
Veel mensen die ons voorbij fietsen, roepen dat Vincent zo dapper is en vol moet houden. 1 Mevrouw vind het superleuk dat wij dit samen doen. Asfalt, heuveltjes nog een keer over en dan komt dadelijk de grootste opgave: nog een stukje hardlopen. Eerst zitten mijn fietsschoenen vast en krijg ik moeilijk gewisseld. Het duurt wat lang, maar who-cares.. “Mama, helm af” herinnert Vincent mij. “Pak een paar slokken sportdrank”, spoor ik hem aan. We lopen over de matten en dan het strand weer op voor het laatste kleine rondje. De aankomend winnaar van de lange cross is ook net aan de laatste loopronde begonnen. Vincent heeft het zwaar, maar geeft niet op. We blijven vlak bij elkaar. Ik voel me nu kiplekker en ben blij dat we dit samen kunnen doen en dat het mij lukt.
We gaan de brug over en ik help Vincent het heuveltje op. We gaan de finish halen nu! Nog een brug over en we zijn allebei supertrots en blij. We gaan hand-in-hand de finish over.
Als laatste van de korte cross, maar daar geven we niks om. We krijgen een mooie houten medaille. Wat ben ik supertrots en blij. Vincent huppelt er bijna van; als dat nog gelukt was tenminste… Ik ben maar een beetje moe. Ik heb last van mijn knie van het vallen. Bij het lopen voelde ik het gelukkig niet. Vincents pijn is al bijna weer weg. We zetten de spullen in de auto en gaan naar de brasserie voor de prijsuitreiking. Niet dat het mij boeit, maar voor Vincent moet het toch wel gaaf zijn! Hij is tweede bij de junioren.
De winnaar is een kop groter en 13 jaar. En ik… ben tweede dame geworden. HAHAHA. De andere dame is pas 20. We mogen iets uitzoeken van de tafel en ik scoor een jackje en Vincent na lang twijfelen ene shirt. Dat is mooi meegenomen, maar de ervaring: dat is de hoofdprijs!
En dan … ben je een echte held als je ook nog gaat zwemmen! Vincent traint een uur mee, terwijl ik tevergeefs op een badpak jaag. Mijn energienivo is wat verminderd, maar ik ga toch zwemmen in baan 1. We zijn met zijn drietjes en ik zwem voorop. Baan na baan na baan. Ik heb er weinig moeite mee, maar voel dat ik op sportdrank zwem. Ik let goed op mijn doorhaal. Ook de 400m zwem ik lekker door. Ik doe alle oefeningen en het gaat weer goed.
Zondag 14 januari. Ik heb nergens last van, alleen een hele grote (pijnlijke) blauwe plek op mijn knie. Ik voel me echt weer de oude: energiek en overal zin in. We hebben een set weekendklusjes liggen. Als de fietsen schoon zijn, pak ik de racefiets er weer bij. De zon schijnt, het is droog: ik kan naar buiten! Ik kleed me warm aan, maar vergeet de dubbele sokken. Op de fiets geniet ik al snel: ik ga heel veel uitklikken vandaag om te oefenen. Dit is zoveel fijner dan de Tacx! Ik klik en merk dat het een korte, heftige beweging is. Door mijn oranje zonnebril lijkt alles nog zonniger. Het gaat lekker, ook al mag ik niet langs de Oostvaardersplassen (ivm winterafsluiting). Ik ga de dijk op richting de Noorderplassen.
Ik ga eerst over het smalle pad. Het valt me op dat ik minder angstig ben. Ik ben ook niet gefocust op het tempo of de tijd. Ik kijk om me heen, naar het water, de zon, het beetje groen wat er nog is. Ik wacht heel geduldig tot het pad breder is en ik kan halen. Dan heb ik energie om flink door te trekken. Dadelijk op de dijk ga ik de krachtblokjes doen, maar ik weet niet meer hoelang ze moesten zijn volgens het schema. Ik lijk toch wind tegen te hebben op de dijk. Koud! Ik ga voor twee minuten naar de hoogste versnelling en trap dan door. Al na een minuut merk ik waar dit goed voor is! Verzurende beentjes… Ik rust een minuut en ga voor 3 minuten. Ik herhaal de 3 minuten 3 keer. Met het uitkijken bij het oversteken. Mijn voeten missen het paar extra sokken. Ik ga de dijk af en langs de kassen doe ik nog en 2 minuten blokje. Dan heb ik een uur gefietst en ga ik de 25 kilometer halen en ik trap rustig naar huis. Met een keer of tien uitklikken inclusief.
Week 1: Let's start!
En hoe ik gestart ben: Ik heb me ingeschreven voor de halve triatlon in Almere op 8 september! Let’s do it again.
Beetje beter leren zwemmen (working on that), beter leren fietsen (voor in de bochten) en andere sportvoeding gaan gebruiken.
Op 1 januari begon ik weer met hardlopen na 4 dagen geen beweging (tenzij bed-bank telt). Een keer lekker overdag. Om de champagne en oliebollen te compenseren. Het ging maar traag. Ik mocht versnellen in de tweede helft, maar ik was blij dat ik het tempo vast kon houden. laten we het positief bekijken: het blijft toch mooi zo langs de plassen (getuige de vele nieuwjaarswandelaars) en het kan dit jaar alleen maar beter worden! (he, dat schreef ik vorig jaar ook 🙂
Dinsdagavond 2 januari ging ik weer zwemmen. Ik ben snipverkouden. Ik moet afwachten of dit lukt, maar het gaat wonderwel goed. Ik adem geen 1 op 5, maar ik hou het vol en zwem lekker mee. We hebben voortaan op dinsdag een andere trainer. Maakt niet uit, ik blijf lekker in baan 2. En met mijn achtje kan ik me redden in het zwembad.
Woensdag 3 januari. Ik werk en haal Vincent op en we zijn net op tijd in het zwembad. Weer lig ik in baan 2. Gewoon lekker meezwemmen. En met paddels als dat mag. Gek genoeg twijfel ik toch of ik zaterdag wel 100m kan zwemmen.
Donderdag 4 januari. Ik ga weer naar de training. Is het verstandig? Dat weet ik niet. Heb ik er zin in? Natuurlijk niet. We zijn met 1 groep volwassenen en het inlooptempo is al hoog. Ik trek het wel, maar ik zie het niet zitten. op de baan gaan we 800tjes lopen. Er zitten versnellingen in, maar die sla ik over. Ik loop gewoon. En dribbel. En loop. En dribbel. Kilometer na kilometer in mijn eigen tempo. Soms is doen meer waard dan hoe. Tegen de wind in geniet ik enorm! Dat vind ik erg leuk. Als ik de tien km vol maak, krijgt Vincent zijn eigen trainer. Die is heel blij en gaat er vol voor dit jaar.
Vrijdag 5 januari. Ik hoest de hele nacht door. Het houdt mij (en Rob) wakker en het is vreselijk vermoeiend. We zouden gaan hardlopen op Soesterberg, maar wederom moet ik afzeggen. Ik ga het niet kunnen. Vincent gaat met Manuel een half uurtje lopen en ik ga fietsen. Op de stadsfiets nog wel! Maar ook dat is vreselijk vermoeiend. Ik kom lucht en energie tekort. Het begint niet erg lekker zo!
Op zaterdag 6 januari heb ik de zwemanalyse. Ik kan inzwemmen. Ook zonder achtje. Spannend hoor. Ik hoest nog steeds en ben niet heel fit.
De trainster filmt ons en bespreekt dat. Ik lig weinig stabiel. We gaan oefeningen doen voor de doorhaal. Ik heb veel aan het laddertje waar je je zogenaamd aan optrekt. Het voelt erg ongelijk aan: links en rechts tegelijk lukt me niet om te bedenken. Ik moet aan veel dingen tegelijk denken!
De zoomers die we aan onze voeten krijgen, hinderen me meer dan ze me helpen. Insteken valt nog mee, maar… ik steek veel te ver voor mijn hoofd in! Hoe breed ik ook denk, het is veel te krap. De twee uur vliegen voorbij. We maken nog een filmpje en dan is het alweer voorbij. Het is een wonder dat ik de halve triatlon heb kunnen zwemmen, zoveel valt er nog te verbeteren! Maar ik ga er graag voor. Ik ga naar de training om het uit te proberen. Ik merk dat ik moe ben. Ik ga niet de hele les. Ik voel goed waar ik mijn spieren moet versterken. Dit wordt een lang en leuk proces! Zwemmen 2.0: here we come!
Zondag 7 januari. Weer een slechte nacht. Ik zou moeten fietsen, maar ik besluit dat hardlopen in de korte tijd die ik heb leuker is. Ik vergeet dat ik meteen na het ontbijt vertrek. Het gaat niet. De hartslag blijft laag, maar het tempo is nog lager dan laag. Ik kan niet genieten van de blauwe lucht, de fluitende vogels en de onverharde paadjes. Het gaat gewoon niet, maar ik geef niet op. Ik help het buurmeisje naar huis en ga elke kilometer langzamer! Gelukkig waren het er maar 4. Maar die heb ik niet eens in een half uur gered.





















