Ik had me al een tijdje geleden ingeschreven en toen wist ik niet dat dit mijn rustweek zou worden. Nu leken de zaken anders te liggen. De 47 minuten planten zich dan toch vast in je hoofd. En dat is onhaalbaar. Dat weet ik ook wel! Ik weet ook dat ik het mezelf aandoe. Ik eet de avond van tevoren extra veel pannekoeken, slaap meer dan voldoende en maak me niet druk. Dat is het beste! Ik laat de tijd los, het moeten los, de verwachtingen los. KvH kan trots op me zijn 🙂
Er komen geen zenuwen. Ik neem RW mee: zij doet de 5 kilometer, ik de 10. Het is koud. Ik kan goed tegen kou gelukkig. Het is eventjes spannend als we er naar toe rijden, maar dat is over bij het parkeren. Het maakt mij allemaal echt niets uit. Dat is zo nieuw! Ik verbaas me er niet echt over en geniet er ook niet van. Ik doe gewoon mijn dingetje. Compressiesokken aan, tas inleveren, even koud in de trui, maar straks wel warm en ik zie niet echt veel bekenden. We gaan de bus in. Ik ben nog steeds niet gespannen. De buikpijn, de onrust, de verlamming: het is niet meegekomen vandaag. We rijden door de modder naar de andere startbaan. Het is superschattig kleinschalig: 1 tentje, een beetje muziek en
allemaal kleurig renners! We wachten tot de bus de laatste lopers heeft gebracht. En of we ons startnummer wel goed willen laten zien bij de finish zodat ze met de hand de tijden goed kunnen noteren! De bazin van het vliegveld zegt nog dat ze het volgend jaar wel weer wil organiseren, maar van mij hoeft dat niet: laat dit uniek en eenmalig blijven! En dan klinkt het startschot.
Ik ga van start. Het is even koud en ik baal dat ik de handschoenen onnodig vond. Effekes. Dan laat ik mijn benen het werk doen. Ik begin gewoon comfortabel. Iedereen gaat links lopen. Bijna iedereen. Ik niet. Ik loop in het midden. Kijk voor me uit de lange baan af. Asfalt. Een gele lijn. Voor mij. Voor mij alleen. Mijn tempo, mijn ding, mijn baan. Ik merk dat ik loop te genieten. Dit is echt gaaf. Zouden al die mensen links van mij zoveel sneller zijn? Kampioen Geryi wel natuurlijk, maar die kleine jongen? Die stevige mevrouw? Die kletsende meiden? Misschien doen ze de 5 kilometer. Ik hoeft me er niets van aan te trekken en doe dat ook niet. Ik kijk in de verte en vertrouw op mijn benen. Ik meet me met niemand. Zelfs niet met mezelf.
We gaan een extra hoekje maken en dan moet ik tussen de mensen in kruipen. Dat gaat prima hoor, maar nu valt op hoeveel mensen ik inhaal. Wacht eens even: hebben we al twee en een halve kilometer gehad? En heb ik geen idee hoe hard ik ga? Ik heb nog niet op mijn horloge gekeken! Er gebeuren spannende dingen vandaag! Ik loop met een groepje mee en dan lopen we in het verlengde van de huidige startbaan.
Er stijgt een vliegtuigje op en die komt over mij heen gevlogen. Ik geniet daar intens van. Mijn benen houden het tempo gewoon vast en stellen en passant vast dat we nu wind mee krijgen. Mijn hoofd heeft weinig in te brengen. Terug naar de start. Er loopt een man achter me op mijn tempo mee. Hij vraagt me of
ik de vijf doe en dat mijn tempo knap is. Ik doe de tien, dus hij hoeft niet bang te zijn dat ik ga versnellen! Ik doe graag mijn eigen ding en nu is dat heel enkelvoudig: EA loopt voor me. Ik ken haar van TVA en ik vraag me af waarom ze voor mij loopt. Het is fijn een doel te hebben en in te lopen. Ik haal haar in en wens haar succes. De koploper(s) komen ons alweer tegemoet en ik weet dat EA achter me loopt als TN haar groet. We keren gezamenlijk om, de man in het geel en ik. Je bent de elfde dame, roept een meneer met zijn dochtertje in het publiek. Leuk, maar daar zit ik niet op te wachten. Of toch wel? Ik tel namelijk zelf ook de dames en ik ben volgens mij achtste. Ik zit op 25 minuten, dus noch de 47 minuten, noch de 50 minuten zitten er in vandaag. De man in het geel haalt me in. Ik mag met hem meelopen, maar ik vind iets langzamer ook goed. Ik wil graag mijn eigen ding doen. Tegen de wind in lopen. En dan gebeurt er weer iets spannends: ik kijk VOOR DE EERSTE KEER VANDAAG op mijn horloge.
6 Kilometer in een half uurtje. Met mijn tempo is niks mis! En dat (in combinatie met de 7 of 10 dames voor mij) maakt dat mijn hoofd het overneemt. De heren voor mij nodigen me nogmaals uit bij hen te komen lopen uit de wind, maar -sorry- ik ben een eenling, een triatleet: ik doe het zelf. Ik hou ze een beetje bij. En dan begint het rekenen, de focus op de tijd. Dan wordt het zwaarder.
Ik hou de mannen niet bij en er is geen vrouw te zien die ik nog kan inhalen. Genieten dan maar. Het blijft droog, het is al lang niet meer koud, want ik zweet intussen! Nu krijgen we wind mee en ik vind dat fijn. Dat is mooi meegenomen, maar ik voel dat het me niet meer helpt en dat ik niet meer ga versnellen. Genieten dan maar. Ik permitteer me achterom te kijken en zie niemand achter me naderen. Dan stijgt er een dubbeldekkertje op. Is dat even gaaf! Ik vind het prachtig. De heren zijn voor me weg gelopen. Mannen he. Ik zie iemand met een medaille en bedenk dat ik het niet voor niks doe tenminste. Nog een kilometer. Ik tel ze af
merk ik. Het gaat niet verkeerd, maar ook niet meer supergoed. Ik ga bij NB met mijn armen wijd vliegend de foto op. En met een dikke grijns. Het kan me niets schelen dat het tijd kost: dit is leuk! Ik zie de finish en een klein momentje vind ik het jammer dat het voorbij is, maar ik ben er ook wel klaar mee. Ik zie 51:40 staan en ik zet aan om onder de 52 minuten te blijven. Vliegend ga ik de finish over op 51:58. Helemaal prima!
Ik ben blij met mijn medaille en ik ben natuurlijk hartstikke snel weer op adem. Ik zie RW en ik ben gewoon helemaal tevreden. Het was prima zo. We gaan de bus in en ik kwebbel nog met NB die aan de andere kant naast me zit. We halen de tassen en dan is het weer tijd om naar huis te gaan. Heerlijk! Ik heb genoten van de wedstrijd. En dat was hartstikke goed. Maar ja, de vier uur van deze week zijn nu wel overschreden oo-oo…..
De RunWayRun – 25 november
Korte zinnen, soms zinloos, zonder zinnige informatie
Maandag: uitlopen na de crosscup. Lage hartslag. Laag tempo. Gelukkig met zijn tweetjes: Vincent ging mee sloom hobbelen. Door het donker. Langs het centrum, langs het spoorbaanpad. En wij maar rekenen. Hoe lang we over 8 kilometer gingen doen. Hoeveel minuten per kilometer dat was. Moeilijk voor Vincent. Dat 50 seconden geen halve minuut is, trapte hij herhaaldelijk in. Te laat gegeten. Dat loopt nog zwaarder. En dan zo langzaam. Moeilijk moeilijk. Vincent mopperde. Ik vond het ook zwaar. Vincent was op 7 kilometer thuis. Ik plakte er nog een rondje achteraan. Geen succes. Mijn darmen voelden niet goed. Het was een zwaar stukje lopen.
Dinsdag: op naar zwemles! trainer Ro had heel veel tips voor mij. Kritiek. Verbeterpunten. De insteek. De arm hoog. Probeer met je schouders te zwemmen. Niet eerst je elleboog in het water, maar eerst je hand. Ik doe mijn best, maar het is niet eenvoudig. Hij heeft ook een compliment dat ik keurig lang zwem. Maar dat helpt niet. Ik wil het graag goed doen! Ik weet wat ik fout doe, maar hoe dan wel en hoe dat voelt: ik weet het niet. RO doet echt moeite het mij te leren, waarom weet ik niet. Dat ik het minstens net zo graag wil leren als hij het mij wil leren, staat als een paal boven water. Eerst dit, dan de slagfrequentie. Eerst goed insteken.
Woensdag: ik kan op de fiets! Ik heb ‘zomaar’ anderhalf uur. Op de ATB, want de wegen zijn nat. De ATB is zwaar. De ATB gaat niet zo snel. Ik ben moe. Toch ga ik de Oostvaardersplassen rond fietsen. De dijk is voor mij alleen. Niemand gezien op het fietspad. Ik heb geen zin. Het komt ook niet. Maar ik moet door. Ik voel me er niet goed bij. Maar ik moet door. Op de Knardijk regent het. Maar ik moet door. Kil. Vervelend. Maar ik moet door. Het is geen fietstocht, maar een mindgame. Ik zie 3 andere fietsers: rácefietsers! En 1 dik ingepakte stadsfietser. Malloten! Tegen de wind in naar de Praambult. Ik ga door. Koud. Langzaam. Moeizaam. Ik ga door. Kotterbos. Ik moet door, want ik moet Vincent ophalen. De regen is gestopt. Het gevoel blijft koel, sloom en zwaar. Dit was geen beste training. Maar ik ben doorgegaan!
Donderdag: Weer geen baantraining. Niet gehaald door het werk. Dan maar weer met Vincent een rondje lopen. Nou ja: een vormpje lopen door de wijk. Straatjes versnellen. Het is rampzalig. Ik kom er niet in. Ik ben ongelooflijk traag. Onmogelijk langzaam. Het voelt loodzwaar. Ook versnellen heeft nauwelijks met snelheid te maken. De korte straten sprinten Vincent en ik om het hardst. Dat is even leuk, maar daarna weer erg zwaar. Vincent is op en slaat twee straatjes over. Het tempo blijft ver onder de maat. De hartslag gaat ook niet mee. We lopen om de wijk heen en binnen 45 minuten zijn we terug. Ik vind het mooi geweest. Het idee te minderen en een sportpauze te nemen komt in me op.
Vrijdag: ‘s Morgens ga ik met een vriendin wandelen. Natte, koude voeten en een prachtig bos bij Zeewolde doen me goed. Maar ik mag ook nog fietsen. ‘s Middags. Een uurtje. Ik volg het plan de 9de minuut iets harder, de tiende minuut voluit. Zo vaak als het lukt. Ook vandaag is het tempo er niet. Ook het genieten ontbreekt. Ik doe een rondje. Langs de Vaart naar het Kotterbos. De brug over. Langs de velden. Terug de A6 onderdoor. stukje Trekweg. Terug over het fietspad weer de A6 onderdoor. Het is droog. Het is oké weer. Het zou lekker moeten zijn. De muziek is prima. Maar het genieten ontbreekt. De brug over de A27 over richting de manege. Ik heb het geaccepteerd: genieten is zinloos deze week. Het idee van een sportpauze zet zich vast.
Zaterdag: Met Joyce hardlopen. Heerlijk. Niets hoeft. Niet snel. Niet ver. Niet hard. Alleen maar kletsen-kletsen-kletsen. Onafgebroken. Scholen, de kinderen, verjaardagen, roddels, goede raad, zorgen, sportperikelen, grappen, medeleven; alles komt voorbij. Geen moment stilte. Langs het Weerwater, het Kasteel: ik zie niks, ik luister en praat en loop. Dat er geen tempo in zit, is van geen belang. Dat het koel is maakt niet uit. We kletsen door en door. Om het centrum heen. Nog een stukje door het Beatrixpark. Op het einde een paar regendruppels. Niets deert ons. We lopen 14 kilometer. Het had het dubbele kunnen zijn, want we waren nog steeds niet klaar met kletsen.
en daarna zwemmen. Ik voel me niet blij, want iemand heeft mij een Groot Compliment gegeven wat niet correct is. Ik ben moe. Maar het ontbreekt me aan moed om de ex-trainer te vragen of een week pauze of trainingen-halveren kwaad kan. Hoeveel ik ook slaap, ik mis een brokje energie. Ik doe mijn best in baan 1. Ik krijg de afstanden van 400 en twee keer 300 meter geteld, maar meer is het niet. Ik adem 1 op 2. Ik doe zo mijn best, dat ik er kapot van ben. Net zo moe als ik in het begin van de zwemtrainingen was.
Zondag: Lekker weer, een lange dag voor de boeg, flink uitgeslapen en ik moest naar de AH. Dan ren je rond. Langs de plassen. Door de zon. Met rugzakje. Zwaai je naar de bootcampers. Hobbel je wat bekende paden af. Het ging wel, maar het voelde niet helemaal goed. Luister je naar het
wuivende gras. Kijk je eens naar de paarden. Groet je de fotografen. Het genieten blijft ontbreken. Het plan krijgt vorm: over twee weken begint mijn nieuwe trainster. Nog genoeg tijd voor het volgende seizoen. Nu kan ik nog uitrusten. Dat wil ik graag: ik verheug me op een paar uren rust op de bank. Op geen schema. Op nog geen 4 uur sporten in een week. Of minder. Ook deze week heb ik weer 8,5 uur gesport. Een deel ervan stond me tegen. Dus moet ik even minderen om hernieuwde energie op te doen. Ik haal de 5 kilometer binnen 31 minuten. Niet slecht, maar er ontbreekt iets. Ik ga de plantjes water geven en hobbel naar de AH. Daarna door een korte stortbui naar huis. Morgen ga ik niet. En dinsdag misschien zwemmen. Of niet. Woensdag misschien zwemmen. Of niet. Donderdag weer niks. Vrijdag een beetje. En dan hopelijk zaterdag weer genieten op de startbaan van Lelystad. Dat is voor mij zo goed als niks. Goed!
Dezelfde week als vorig jaar (?)
Ik kan geen schema’s meer bedenken. Ik recycle gewoon. Wat ik in week 45 van 2016 deed, ga ik de komende week weer doen. Lekker makkelijk! Zou je denken tenminste…..
Maandag 6 november: een intervaltraining. Ik krijg Manuel mee. Verder doen we exact hetzelfde als in 2016. Dezelfde route, dezelfde hartslagzones. Dacht ik. Maar anno 2017 heeft trainer LK vooral de lage zones nog lager gelegd. En ik had het koud vorig jaar, maar dit jaar is het nog killer. Ik doe een extra laagje aan. Op voor 8 km! Inlopen gaat dus traag en ik smokkel er de oude hartslag bij. Het schiet lekker op, zeker de tweede tien minuten in zone 2. Over naar zone 3. Dat ging lekker. De route was een beetje apart.
Ik had niet het idee er ooit eerder te zijn geweest, maar ja, vorig jaar toch wel! Manuel kletst maar raak in mijn zone 3: hij krijgt het dan net een beetje warm. Dan terug naar zone 1. Die vijf minuten duren veel langer… En dan zone 4. Ik ga goed: mijn
passen zijn groter en krachtiger dan eerder lijkt het. Dit is maar een paar minuten afzien. We moeten wandelen. Dat is het enige wat echt langzamer gaat dan in 2016! Ik heb het idee dat we naar zone 5 gaan, maar het is net zo goed zone 4. Ik ga ontzettend hard. Geen geklets meer: doorbikkelen. En dan haal ik een kilometer binnen de 5 minuten. Waar ik vorig jaar alleen maar van kon dromen, gebeurt nu ‘zomaar’. Kost kracht, maar (of ik dit even tot mezelf wil laten doordringen!!) ik ben écht vooruit gegaan in een jaartje!
Op dinsdag heb ik geen zin om te gaan zwemmen. We waren met een klein clubje in baan 1. Het ging goed. We waren eigenlijk net zo snel als in baan 3!! We gingen om beurten voorop. Hoewel ik het niet zag zitten, viel het mee. Aan het einde tilde ik mijn armen ineens heel hoog op. En zo moet het dus. Vanuit de schouders. Koude armen krijgen. Krachtig het water in, flink doorhalen, wegduwen en uitdrijven. Het kost kracht, spierpijn en het was een hele ontdekking.
Woensdag 8 november: drukke werkdag en ik ben pas om twee uur thuis. Om half drie moet ik Vincent halen. Ik kan nog net even op de racefiets. Rustig aan. Koud. En wat is die fiets akelig licht… Ik klik mezelf niet vast en maak een rondje door het Kotterbos. Een half uurtje is snel voorbij,
maar ik ben even buiten geweest en mijn fietsje ook. Moeder en kind gaan shoppen en slaan het zwemmen over. Moeders kan niet, kind hoeft niet. Het voelt als te weinig. Ik moet nog naar de winkel en besluit dat rennend te doen. Ik heb geen zin. Helemaal niks eigenlijk. Ik ga toch. Het zijn vijf lange kilometers. Iedere
kilometer ietsje sneller. Ze voelen niets gemakkelijk aan. Het is donker, saai, verhard en ook de tortillachips brengen geen rust.
Donderdag 9 november. Het gaat lekker met het schema – NOT Als ik dan 1 keer de mist in ben gegaan, lijkt het einde zoek. De baantraining gaat verloren aan ‘auto-ophalen-bij-de-garage’. Vincent rent wel een uurtje in de regen. Later op de avond charter ik Manuel maar weer voor een donker rondje door het bos.
Ik ben niet echt bang, maar alleen zou ik dat nooit doen. We gaan over het fietspad. Verbazen ons over lichtjes van onbekende kanten en net als ik zeg dat ik het niet eng vind, word ik bang van de geluiden in het bos. We kletsen en lopen lekker. Voor Manuel kan ik dat niet beslissen, maar ik loop wel lekker: laag hartslagje, redelijk tempo. En: een heel uur droog!
Vrijdag 10 november. Ik ben gespannen als ik met de nieuwe trainster ga praten: zou het klikken? Ik ben meteen om als er een vrouw met natte haren en sportbroek binnenkomt in het restaurant. Ze is ouder dan ik, wijs, gewoon, aardig, geduldig, begripvol en eerlijk. Naast bewondering heb ik vooral heel erg veel vertrouwen. Na een heel goed gesprek besluiten we samen verder te gaan en ik voel me erg opgelucht en blij. De cranio sacrale therapie helpt me nog een stapje verder. Dan ben ik moe. Tevreden moe. Ik heb geen sport nodig vandaag om tot rust te komen. Ik wandel al bellend tijdens Vincents muziekles rond.
Zaterdag 11 november: Ik zal (voor de nieuwe trainster) moeten gaan leren op gevoel te gaan lopen. Geen hartslag-regime, maar wat ik voel. Dat lijkt me wel wat! De zaterdag verloopt rommelig en ik wil tijdens de zwemles van Vincent gaan lopen. Dan gaat Rob ook mee, maar die gaat alleen de stad in. Ik ben bang nat te worden (en de regenjas ligt natuurlijk thuis) en ga het Beatrixpark in. Kilometertje rustig, kilometertje op tempo. Ik wissel het af en voel vooral. Het kan me eigenlijk niet schelen hoeveel ik loop. Ik doe maar wat. Het voelt prima, het blijft droog. Ik hoeft niks, zelfs niet van mezelf. En niet van de trainster: dat zal ik ook moeten gaan leren.
Daarna ga ik weer zwemmen. De optelsom is te simpel: 8 man in baan 2, 3 in baan 1 en eentje gaat eerder weg. Ik ben 1 van de drie in baan 1. Armen hoog, 1 op drie ademen en JC probeert me weer duidelijk te maken dat ik recht moet insteken. Dan ligt de kracht opeens ónder water. Ik tel en tel en tel. 200 Meter lukt me zelfs! Ook nu zwem ik het uur niet vol en maak ik me er niet druk om. De trainster heeft nu al een goede invloed op me!
Zondag 12 november: mijn verjaardag moet wijken voor de crosscup in het Kromslootpark. In plaats van taart bakken, zandtaartjes happen. In plaats van koffie zetten, sportdrank drinken. Geen bezoek, ik vier mijn feestje in de modder. Geen lang-zal-ze-leven, maar lang-zal-ze-glibberen. Het regent. Voor Vincents wedstrijd. Vincent loopt een dijk van een race: wat een kracht in dat mannetje. Kadootje 2 (1 was de iPhone-hoes) van de dag. Na Vincents wedstrijd regent het weer. Maar wij schuilen in de auto. Kadootje 3 van de dag: de mannen blijven voor mij! Volkomen ontspannen sta ik aan de
start. Schoenen zitten goed, ik heb startnummer 73, mijn geboortejaar!
En ik hoeft niets te doen als alleen maar genieten. Mijn voeten zijn al nat en vies. De trailschoenen zitten even raar, ik heb ze zo lang niet aangehad. De zon breekt door en het is gaaf. Ik ga (te) hard in de eerste kilometer(s). Het zal me allemaal wat! Ik vind het leuk om dwars door de modder te gaan. Het is wel druk maar vergeleken met Amsterdam is alles te doen. Ik zie op tegen de heuvel en vertraag al ruim van tevoren op het gras. Dan haalt DH me in. De heuvel op is glad en lastig. Af lukt me beter en weer op doe ik gewoon via de bomen. Ik geniet er echt van. KH en TK halen me in en lopen voor me. Heb ik iemand wiens tempo ik me op vast kan pinnen! Ik gooi Rob het regenjasje toe en dan loop ik in korte mouwen.
Ook al ga ik wat trager, ik blijf genieten. Het is gewoon zalig. De modder, het bos, al die bekenden die me inhalen, toejuichen, fotograferen. Ik heb me, raar genoeg, nog nooit zo jarig gevoeld! Ik denk aan de berichtjes die ik heb gekregen en de kaarten en dat maakt me blijer dan welk kado ook. Na de tweede keer heuvels moet ik echt aanhaken bij KH. Dat lukt me allemaal best. Ik heb na 4 kilometer niet meer het gevoel dat ik te hard ga en heb een lekker controleerbaar tempo gevonden.
Geen moment denk ik dat ik liever de 6 kilometer had gedaan. Weer door de slijmmodder, weer een stukje wat opschroeven op het grint, nu maar eens gewoon het gras door (mislukt) en rennend de berg op (ook mislukt). Ik veeg het snot weg en dan zit de modder werkelijk overal! Nog een rondje.
Ik haal KH nu voorgoed in. Eindelijk zit ik erin! De warming up is voorbij. Ik zet nog een beetje aan en haal DH ook in, maar nu heeft zij mij als doel. Ik heb trek. Het wordt wat zwaarder, maar ik ben er bijna. Nog maar 1 keer die heuvel op en af en op en af en af. Op is echt lastig, maar ik zie iemand de heuvel af ‘surfen’ en doe dat ook.
Dat is lachen!! Ik kan DH bijhalen, maar niet meer inhalen. Het laatste stukje glibbert me net te veel. En dan ben ik er. 44 Jaar en over de finish. Het was geweldig. Helemaal geweldig. Ik ben niet stuk, ik heb genoten. Het was een ongekend feestje!
En, was het dezelfde week als in 2016? Ehm, nee. Ik heb minder gedaan. “Slechts” 6 uur en 18 minuten. Het was rommelig, maar ik heb de hele week geen tijden opgeschreven. Dat gaf me minder druk om de 8 uur te ‘moeten’ halen. Dit was oké zo. Dus wat gelijk had kunnen zijn, blijkt toch van tijd tot tijd te veranderen. Is dat achteruitgang? Ik denk dat ik in deze week meer vooruit ben gegaan als in 2016. En zo wordt je elke keer een jaartje ouder! Op naar 45- volgend jaar zit ik in de volgende agegroup 🙂
Een week zonder schema
Deze week had ik niets ingevuld qua schema. Niet zelf, niet door een ander. De week was leeg. Ik ging wel zien wat er kwam. Hoeveel. Wanneer. En hoe dat zou gaan.
Op maandag 30 oktober ‘s avonds kreeg Vincent eindelijk eens zijn zinnetje op ‘mama-ga-je-mee’. We gingen intervalletjes hardlopen. Eerst rustig
inlopen langs de Evenaar door het donker. Daarna in de regenboogbuurt de kleurenstraatjes door. In het straatje hard, de stukjes tussen de straatjes heel traag. (wandelen mag) Het was best zwaar. Voor ons allebei hoor…. maar dat zeg ik niet…
Ik geef Vincent tips om meer af te zetten en langer in de lucht te blijven zweven. Het zijn een hoop straatjes die gelukkig iedere keer korter worden! Rare kleuren komen voorbij: kaki, robijn, lila… We lopen rustig weer terug. Het is een mooi vormpje geworden… De eerste kilometers van de week zitten erop!
Op dinsdag de 31ste oktober heb ik geen enkele zin om te gaan zwemmen. Niks niet. Maar morgen komt het er zeker niet van. Dus node haal ik MZ en BZ op en gaan ik toch maar. Ik weet niet eens meer of ik in baan 1 of 2 zwom. Van alle oefeningen kan ik me er niet herinneren. Maar ik deed het wel. Ik was er wel en ik zwom enorm veel.
De woensdag gaat op aan werk.
Donderdag 2 november meld ik me weer bij de TVA. Op de atletiekbaan deze keer. Ik kom een “oud-mederenner” tegen die zijn zoon brengt bij TVA. Uiteraard schat hij mij veel te snel in! Ik loop met het ‘langzame’ groepje mee en kwebbel met RV. Die traint voor de halve met 5 tot 8 uurtjes per week. Op de baan gaan we loopscholing doen. Blehhhhhh. Dan gaan we eindelijk hardlopen! 100m, 200m, 300m, 400m, 500m, 600m, 700m, 800m. Voor elke 100m 10 seconden rust. Tempo: duurtempo. En dan gaat iedereen er vandoor. Alsof 4:40 een duurtempo is….. Blijkbaar voor iedereen wel, maar eigenlijk voor mij niet natuurlijk. Vanaf de 600m besef ik dat ik me niet hoeft te bewijzen en ga ik met K aan het kwebbelen. Het duurtempo gaat naar 5:30. Heus! Stuk gezelliger en gemakkelijker: dat zeker wel. We mogen nog twee keer 400m doorlopen doen. Ik trek door, let op de hartslag en voel wanneer ik over de zones heen ga en hoe ik adem te kort lijk te komen (maar niet afrem). 4:30. Twee keer. We lopen uit en ik vind het goed geweest. Ik heb weinig gelopen deze keer, maar het is oké
Op vrijdag kan ik kiezen: werk afmaken of gaan fietsen. De keuze is gemakkelijk: fietsen. Ik moet de ATB weer eens op en durf dat niet alleen. Moet Manuel mee. Om de ‘pijn’ Â te verzachten laden we de mountainbikes op de auto en rijden we naar Lage Vuursche. Ik vind het spannend. Ik heb maanden niet op de ATB gezeten… Het valt direct mee. Fietst lekker, klikt lekker los. We rijden het bos in. Het gaat lekker, zeker in het begin.Ik herinner me de training van vorig jaar meteen weer! Laag zitten, fiets losjes vasthouden. In het zand zijn de heuveltjes een stuk moeilijker! Ik krijg het wel warm! Na een kilometer of 7 vergaat me de zin. Mijn lijf wil niet meer zo graag. Ik vecht er even tegen en besluit me er dan maar bij neer te leggen en gewoon wat rustiger te gaan. Dan trekt het weer bij. Met mijn conditie zit het wel snor. Ik kan nog lekker doorfietsen op het einde. We maken het rondje af en 1 ronde is genoeg voor deze keer. We fietsen rond Lage Vuursche uit.
‘s Middags ga ik naar Joyce. We moeten hoognodig bijpraten! En dat doen wij nu een keer rennend. Eigenlijk heb ik last van mijn linker achillespees, maar ik doe alsof ik dat niet merk. Het ligt aan de oude Ascis schoenen die ik gister bij de training aan had. Gaat vast zomaar weer over. Op naar de Kemphaan. Over de Vaart en we kwebbelen, kleppen en kletsen. Geen seconde stil. Soms past het hier-links-daar-rechts er maar net tussen. We hebben het over de mannen en lopen over de Kemphaan heen. Het tempo ligt best hoog, voor iemand die eergisteren een halve marathon liep en iemand die vanmorgen nog op de mountainbike zat. We gaan het Vierbruggenpad over. Joyce vertelt honderduit over haar geslaagde vakantie. Het is niet omdat het niet gezellig is, maar na een kilometer of 7/8 heb ik geen zin meer. Mijn
benen lopen door, maar ik heb gewoon geen zin meer. Natuurlijk ga ik gewoon door. Sterker nog: we gaan alleen maar iets langzamer, meer niet. We kletsen vooral ook nog veel verder! Ik denk dat we op een derde zijn ofzo… Dan zijn we 12 kilometer verder. Ik ga door naar school
Op zaterdag 4 november maak ik met Rob de overkapping af.
Geen last van welke pees dan ook, maar wel van zadelpijn, haha! Vincent heeft een breedtetraining in het zwembad: met alle jeugd en junioren tegelijk. Lekker op en neer zwemmen in de breedte en oefeningen krijgen van de grote meester. Hij geniet ervan! Ik heb mijn horloge niet bij me. Moet ik zelf de baantjes tellen – ohneeeeee! Gelukkig hebben wij gewoon zwemmen en geen breedte training. Ik ga mee in baan 1. Maak het mezelf maar gemakkelijk! Vincent helpt de trainer. Ik zwem met het andere meisje voorop. De rest is beduidend trager en soms moet ik inhalen. Ik kom er maar moeilijk in. Pas na een minuut of veertig heb ik het ritme van 1 op 3 ademen te pakken en wordt het leuk. Ik zwem nog geen uur. En heb me suf geteld op 2100m.
Zondag 5 november gingen we met een aantal hardlopende dames uit Almere met CS mee op ‘verrassingsreis’. Het werd het buitencentrum aan de andere kant van de Oostvaardersplas in Lelystad. En zon. Het was heerlijk weer. We
gingen eerst met zijn 7-en en 1 fietstster de rode route volgen. Door de modder. Dat was wat veel voor de anderen. Daarna volgden fietspaden. Ik moet er aan wennen dat we stoppen onderweg. Ik kwebbel vrolijk mee, maar soms wil ik alleen lopen. Stilte in het herfstbos. Na een paar groepsfoto’s, een
winegum en een paar slokken sportdrank ga ik er vandoor. Even kijken wat mijn eigen tempo ook weer was. En dan duik ik onder de 6 minuten. En een kilometer later nog meer op 5:40 Ik ga de rest opvegen en klets weer mee. Ik ken de weg wel een beetje.
We gaan de sluizen over. Het stoppen wordt frequenter, maar 2 van de dames hebben een prima tempo. Mijn hartslag is laag en het blijft lekker weer. Zonnig, koel. We wachten lang op de Praambult. Op km 15 ga ik er vandoor. Ik ga op deze saaie weg mijn tempo lopen. Hartslag moet onder de 160 blijven.
Wat er gebeurt verbaast me: 5:36. Mijn benen kunnen dat prima, mijn hoofd snapt het gewoon niet. Km 17 zelfde tempo. Moeiteloos. Tegen de wind in. Ik draai me om en veeg de rest op. Die moeten veel wandelen. Ik loop 2 keer naar boven de Knardijk op, in steigerun. We lopen terug naar het bezoekerscentrum en I maakt de 19km vol. Ik de twintig. Koffie of thee? Nee, ik wil de 21 volmaken! Nu ben ik er dichtbij. Dit vind ik leuk. Ik geniet van de prachtige donkeren lucht. Weer 5:35.
Net binnen de 5 kwartier. Ik hobbel uit tot 1:16 en dan is het mooi geweest voor deze week.
Acht en een half uur gesport. 48 loop kilometers. 2 keer zwemmen. Een beetje fietsen. Dat doe ik dus. Dat doe ik erbij. Ongeveer hetzelfde als vorig jaar. Weet je wat ik doe? Ik recycle het schema van vorig jaar gewoon! Ben ik voor volgende week lekker snel klaar 🙂
Zwemmen & rennen
Maandag 23 oktober: We zijn nog in Drenthe. Alle spullen zijn ingepakt. Maar het zwembad is nog open. En onze zwemspullen zitten nog niet in de auto. Ik deel het baantje weer met de twee oudjes, maar ik ga mijn eigen gangetje. Ik probeer vanalles: slepen, 1 op 3 ademen, snel, rustig. Het
is best lekker in het warme water. De baan blijft voor mij langer open. Rob filmt mij en er is duidelijk te zien wat ik technischer met mijn linkerarm nog beter moet doen. We gaan daarna nog lekker wandelen over het melkwegpad bij Westerbork. ‘s Avonds heb ik een interval op het programma staan. Manuel heeft een piramide voor mij bedacht: inlopen, 1 minuut hard, 1 minuut rustig, 2 minuten hard, 1 minuut rustig enzovoorts. Ik ga over de verlichte wegen in
Almere Buiten. De eerste meters heeft de hartslagmeter kuren: ik kom boven de 200 uit! Daarna trekt het bij gelukkig. Het valt me niet heel gemakkelijk om hard te gaan, maar ook weer niet onmogelijk. Ik tel af. In de 5 minuten (de top van de piramide) ren ik een kilometer. Uiteindelijk plof ik na tien kilometer bezweet en voldaan weer op de bank thuis.
Dinsdag 24 oktober: Zwemtraining! Ik wil graag werken aan het beter optillen van mijn linkerarm. Ik doe dus mijn best. Maar het is de hele tijd nadenken. En dat is best vermoeiend. Ik baalde voor de zwemles, want van de 4 mensen die ik had gevraagd mee te lopen rond Soesterberg, konden er ook 4 niet. Vlak voor het zwemmen stelde ik het DR voor en toen bleek SG ook te kunnen: dus we gingen met zijn drietjes!
Woensdag 25 oktober: Slecht nieuws, heel veel werk, de beste sokken totaal stuktrekken en te laat komen. Het begon allemaal niet goed en ik stond stuiterend langs de startbaan toen DR en SG naar me toe liepen. Wel met een lekker weertje! We gingen gewoon. Ik zeurde er alles even uit en toen liepen we door het bos langs de oude bunkers. Heerlijk! Lekker rustig, super-supergezellig en toch niet al te eenvoudig. Op mijn oude sokken en als routeleider voelde het best zwaar aan. We gingen buitenom lopen. Eventjes
kijken en niet echt onverhard, maar wel een beetje heuvelig. Ik genoot er erg van om zo onverwacht met deze twee meiden mee te lopen. Het was allemaal goed te vinden, ook ingang 5. We renden langs de hangars. En toen de startbaan op. Het blijft toch magisch: die enorme
vlakte, zoveel asfalt. We maakten foto’s. Het was lekker zonnig. Het lijkt zo dichtbij, maar die startbaan is een end! We liepen toch nog even ‘om’ in de hoop sneller bij het museum te zijn. Het was een lekker loopje! We sloten af met een cola light. En toen ging DR met me mee naar het zwembad.
Dat was flink doortuffen! We pikten Vincent op en waren maar ietsje te laat. Ik zwom in baan 1 en vond het zwaar. JC deed echt zijn best me te proberen uit te leggen wat ik anders moest doen. Ik wil het ook graag proberen!
24 oktober: Baantraining van RO. We zijn de baan
niet afgeweest. De trainer kon immers niet meelopen vanwege een achilesspeesblessure. 4 Rondjes inlopen over het gras ging voor mijn tempo iets te snel. Toen moesten we 5 (of 7?) keer 400m in d4 lopen, dan 1 minuut wachten, 400m (=1 rondje) in d4 lopen en daarna 200m dribbelen (of wandelen voor de rest, die dribbelt mij namelijk voorbij en ik kijk naar de hartslag: zolang die nog daalt is dribbelen echt dribbelen) en dan 2om d4 gevolgd door 1 minuut pauze. Ik deed mijn eigen ding. Niet dat van het groepje, gewoon mijnes. Naast de baan kwamen de voetbalsupporters van AZ aan met veel vuurwerk, rode flairs en gezang. Ik vind dat prachtig, dat mensen zo met de club meeleven.
25 oktober: niet gesport. De overkapping gebouwd. Nieuwe sokken gekregen. Goedkope nepflipbelt aangeschaft. Drie keer naar de Praxis. En de McDonalds. En een beetje een piepende achillespees op links.
26 oktober: Vroeg opgestaan om met Manuel te gaan hardlopen. Rustig tempo, geen poespas. Bijkletsen over Manuels aanstaande vakantie. Over de triatlon vereniging. Door het bos. Onverharde paden. Ik liep heel lekker. Niet hard, maar ontspannen. Richting de dijk en Manuel zorgde ervoor dat wel zo min mogelijk dubbele paden namen.
Na een kilomeer of 9 had ik het gezien. Niet omdat het zwaar was ofzo, maar ik had op 8 km geteld en het werden er moeiteloos tien, maar ik vond het wel goed geweest.
Toen de glazen deuren in de overkapping zaten, konden Vincent en ik gaan zwemmen. Ik had totaal geen enkele zin. Gaf ik mezelf toe dat ik na drie kwartier het bad uit mocht. In baan 1 meegedeeld. Eerst oefenen met de paddels. Daarna deed ik lekker veel kopwerk. We moesten 1 op 5 ademen. No problemo! zeker niet met pullboui. Dat zou voor mij zelfs wel eens de oplossing kunnen zijn om mijn arm beter in te steken en stabieler te zwemmen. We zwommen veel. Natuurlijk bleef ik een uur in het zwembad!
kattebelletjes….. in regenboogkleurtjes….
17okt: Beste RO: ik heb al twee dagen spierpijn van de halve marathon! Ik – ik heb nooit eerder spierpijn gehad – en nu doen mijn benen ongenadig pijn. Vooral links. Ik hoop het er uit te zwemmen. Jij was het niet die stond te kijken bij de hm in Amsterdam, hoorde ik van je vriendin. Jammer. Maar goed, nu verwijs je me maar naar baan 2. Ik kan het niet volgen vandaag. Het gewatertrappel is niet aan mij besteed. Sorry RO, ik kan de volgorde niet onthouden, de oefening niet onthouden. Ik zwem achterop, want dan kan ik afkijken. Al voelt dit niet als zwemmen, maar als harken door het water in de hoop te overleven. Ik ben blij als het uur om is. Aan jouw ligt het niet. Jij hebt me geholpen de spierpijn eruit te zwemmen. Ik had al geen zin en deze keer is het niet gekomen ook. Tot de volgende keer kerel! Groet Anke
18 oktober: Lieve Jo, Ik ben altijd nederig blij als ik je weer zie in het zwembad. Ik vind je zo dapper. Ik ben pas echt blij als ik je zie ná de les: dan heb je het weer gered! Ondanks dat ik in baan 1 zat en we de grondbeginselen van de vlinderslag krijgen, heb ik na een half uur totaal geen zin meer. Ik vraag mezelf serieus af waarom ik niet stop met zwemmen als ik zo geen zin meer heb. Ik mag toch ook wel een keer een training afbreken? Eén keer… En dan ga jij het bad uit. Omdat je niet meer kunt. Omdat je lijf niet sterk genoeg is. Omdat je ademhaling weer niet meewerkt. Ik besluit ter plekke dat ik niet mag zeuren dat ik ‘even‘ geen zin meer heb. Hoe graag ik je ook achterna ren dit rotzwembad uit, ik ga voor jou door. Omdat ik dit wel kan en jij geen medelijden hoeft. Omdat je trots op mij zou zijn dat ik ondanks dat ik geen zin meer heb, toch blijf liggen in het zwembad. Dat je naast me zou willen liggen als het ook maar een beetje kon. Omdat jij elke keer weer probeert wat er deze keer weer (niet) lukt. Jo, omdat jij sterk bent, motiveer je mij om dat ook te zijn. Je weet het niet, want jij voelt je verslagen als je (te snel) naar huis toe moet met tranen in je ogen, maar lieverd, je betekent voor mij veel meer dan iemand die verslagen is! Jouw kracht, hoe slap je je ook voelt, deed mij dit uur beseffen dat geen-zin geen optie is. X Anke
19 oktober: Hé Dees, hoi Leen. Op de baan, wij samen met Suus in de langzaamste groep. Omdat ik dat beloofd heb; ik blijf bij jullie vandaag. Jullie houden me met zijn tweetjes uit een blessure nu. Mijn hoofd zit te vol, zo vol dat mijn lijf het amper dragen kan. En dan willen de beentjes dolgraag, maar die moeten dat niet doen. Dat gaat naderhand teveel pijn doen. Dus kletsen we. De kwesties van de vergadering van gister worden in onze 800tjes verhelderd. Geen haantjes die meeroepen, maar jullie helpen me mijn mening te vormen. Jek wat zijn we eerlijk! Leen: je bent de enige die echt netjes ons tempo laag houdt! Bedankt meiden. Dit was geen training op het tempo wat ik kan en wil, maar op het tempo dat moest. Je weet niet eens hoe jullie me geholpen hebben! Thnks Anke
21 oktober: Hoi Vin, jij vond het water wel lekker warm in het zwembad. Ik vond het bad tenminste lekker groot. Jij lekker spelen en ik lekker op en neer zwemmen. Je probeert me de borstcrawl zo te leren, maar ik vind het moeilijk te snappen. En de vlinderslag: mijn benen snappen het nog lang niet! Ga jij maar lekker spelen en vrienden maken, ik vind op en neer crawlen prima. Liefs, mama
22 oktober: Hé Jé.-sis! Je had erbij moeten zijn he. We zouden samen door de Drentse bossen lopen. Maar ja, ik was er alleen en ik hoopte een beetje tussen de buien door te lopen. Ik miste je geklets. Aan de andere kant: ik heb nu wel meer om me heen gekeken. Tenminste… als ik me niet met het pad onder me bezig hoefde te houden. Veel modder en boomwortels in het bos he. Als we samen lopen te kwekken, ben ik ook niet met
het tempo bezig en nu ook maar niet. Ik volgde de bruine paaltjes en dat ging hartstikke goed. Het was stil in het bos. Ik ben voor veel dingen bang, maar in mijn eentje door het bos lopen hoort daar niet tussen! Ik kwam bij een hunebed en ging lekker een foto maken. Heerlijk is dat ongedwongen trailrunnen toch. Toen hebben we even “gekletst” en mijn kwestie heb je opgelost, terwijl ‘wij’ om de omgevallen bomen heen stapten. Het tempo kon i
ets omhoog vanaf dat moment. Echt hard knal ik het gladde bos niet door hoor. De zon laat zich zelfs zien en schittert op de natte bladeren! Ik vertraag rondom het Buitencentrum, maar pak het begin van de route op. Ach, ach, wat is dit toch heerlijk! En ik moet er zo om gniffelen dat jij nu in werkelijkheid in Almere loopt, maar stiekem met mij de drassige heide oversteekt.
Ik ga de laatste kilometers anders rennen qua houding: ik ga wat grotere ‘stevigere’ stappen nemen en wat meer afzetten. Het levert me geen tijdwinst op, want ik sta op het opstapje even stil om over de hei uit te kijken. Jij vind het best, je houdt me deze keer gewoon bij, hihi! Rondom het centrum was het drukker met mensen en nu zie ik opeens zelfs een andere trailrunster die voor me het vennetje langs loopt. Ik haal haar langzaam in en vraag me af of ik opmerk als ik rond ben. Ik ben namelijk ergens in de route ingestapt, maar ik zie het direct. Terug naar het vakantieprakje en naar de kinderbingo. Ik ren (veel later; na de hele bingo) de elf kilometer vol. Bedankt voor het meelopen! We doen het snel voor het eggie, want over je vakantie heb ik niets gehoord helaas… Knuffel sussie, Anke
15 oktober: De halve marathon in Amsterdam – out of the blue(s)
Aan de ene kant denk ik: hoe erg kan het zijn als ik nu langer over de halve marathon doe als bij de halve triathlon? Ik bedoel maar… Aan de andere kant: ik moet de halve triatlon toch onder de twee uur kunnen lopen nu? In de trein vind ik het matig spannend. De zenuwen zijn niet verlammend en ik ben gelukkig niet alleen: Naomi reist met me mee. En vele anderen ook. In het Olympisch Stadion moet ik wel even slikken: het is groot en groots. Ik zie PL binnen komen die zijn marathon niet binnen de 3 uur heeft gelopen.
We horen het volkslied voor het nieuwe Nederlandse record op de marathon. 2 Uur en 8 minuten: daarin halen velen de halve niet eens…. Het is warm vandaag. Bloedjeheet eigenlijk. Totaal niet mijn weer. Ik ga in een kort hemdje. Niets voor mij. We lopen naar de start en dat is schuifelen. Ik neem afscheid van Naomi, want ik start in groen: het startvak voor een HM tussen de 2uur en 2:10. Naomi start in het langzamere vak. Ik had met haar mee kunnen gaan, maar ik doe toch liever mijn eigen ding. Even uitzoeken waar ik sta.
In het vak komen de zenuwen wel. Snoeihard. Het duurt lang. Ik heb me niet ingesmeerd! Ik moet de bidon achterlaten! Ik moet drinken en een gel nemen op 6, 11 en 16. Ik knoei de spibelt die ik heb geleend meteen vol (sorry M, maar hij kan in de wasmachine). En dan moet ik plassen. Als we richting start lopen duik ik er even tussenuit de dixi in. En dan begint het: 21 kilometer tot het Olympisch Stadion!
Ik schakel mijn horloge om naar mijn hartslag. Ik loop niet op tempo, ik ga de eerste 5/6 km rond een hartslag van 150 zitten. Door de hitte wordt het al snel 152/153, maar ik laat het. Het is druk. Er is veel schaduw. Ik wil tussen de metrolijnen in blijven lopen, maar ik moet steeds uitwijken. En de brug op is helemaal lastig om mijn eigen tempo vast te houden. Ik kijk naar alle supporters. Geweldig. Het is zo gaaf als er zoveel mensen staan aan te moedigen. Ze komen maar voor 1 iemand, die misschien al voorbij is of in een oogwenk langs komt, maar ook als al die anderen zoals ik langslopen, staan ze daar. Studenten met biertjes, oma’s in de tuinstoel, balletjes die flirten: het is leuk om mensen te kijken! Ik hou de schaduw aan. Van de route, van Amsterdam zie ik niet veel. De tijden die voorbij komen liggen keurig strak op 5:40. Dat gaat straks wel verbeteren. Ik krijg niet uitgeteld of dat snel genoeg is. Het lukt me gewoon niet. Ik neem de gel en water netjes aan. Het is druk en onrustig bij de post, maar ik blijf hardlopen.
Er was 1 kippevelmomentje: op een balkon 4 hoog stond een man te zingen. Uit volle borst. Het galmde door de Amsterdamse straat: “You never walk alone” Zuiver en krachtig. Ik vond het geweldig. Het hoort niet bij Amsterdam, maar voor mij voelde het precies zo: geen moment alleen. Toen vond ik het nog niet vervelend….
Op het industrieterrein merk ik dat ik bijna geniet van de ruimte. Ik neem de zon erbij. De hartslag gaat omhoog tot 160-165, maar dat kan prima. Het tempo kan ook omhoog. Al is dat lastiger, want dan moet je meer opletten waar je loopt, wie er voor je loopt. Of links van je. Rechts naast je. En als je uitwijkt: ook nog achter je. Er is minder publiek, maar ik stoor me daar niet aan. Ik neem keurig de volgende gel. Ik voel me in orde en heb alles onder controle. Alleen die rekensom…. Nu ik richting de 5:30 ga, hoe tel ik dan uit hoe lang ik er over doe?! Ik kom er niet uit. Elke keer vraagt iemand anders aandacht. Links, rechts, voor en achter. Mijn rechtermiddelteen wil ook aandacht. Ik voel hem niet meer. De nieuwe sok is dus niet het beste idee. Stom. Maar ik doe het er mee.
We gaan de stad weer in. Ik denk iemand te herkennen op de fiets en wat zou dat gaaf zijn! Ik kan er even op teren en sla de waterpost over. Het is me te druk, ik wil mijn tempo vasthouden. Over 2 kilometer neem ik weer een gel. We zijn al over de helft. Ik merk dat ik in drieën tel: 7, 14 en 21 kilometer. Weerwaterrondjes. Dat is grappig om te ontdekken! Ik zie wel even op tegen de kilometers rond de 12/13, toen het Weerwater bijna te zwaar werd, maar hier in Amsterdam blijft de downfall uit. Ik schrik wel een beetje van mensen die bezwijken. Neervallen. Echt! Ziekenauto erbij en totaal versufte mensen. Confronterend. Heel soms popt de gedachte op dat dit gekkenwerk is, zo kort na de halve triatlon. Maar mijn lijf zal het wel kunnen. Hier en daar moet ik gniffelen om een shirtje met een leuke tekst: “waar is die finish?” “ik loop, dus ik ben…hier pas….” Mijn teen is weer aanwezig. De klem is er af blijkbaar. De variëteit aan talen is verbluffend. Ik hoor ongelooflijk veel: Duits, Grieks, Spaans, Engels; of volkomen onherkenbaar. Nederlands lijkt in de minderheid. 1 Keer zie ik iemand die ik echt ken, zij herkent mij niet, want degene waar ze voor gekomen is, rent vlak achter mij. Ik verbaas me over de oversteekplaatsen: dat is echt wijs georganiseerd! We gaan de echte krappe stad weer in. Ik heb geen flauw idee waar ik blijf. Ik herken soms een sprankje: het Tropenmuseum (past goed bij deze tropische dag), een stukje centrum, het Heinekenmuseum. Maar aan elkaar knopen of iets plaatsen in Amsterdam lukt me niet.
Ik merk dat ik een post en water heb gemist. Dus ik moet stoppen bij de 16km. De laatste gel zit erin. Het is druk. Te druk. Ik moet stoppen, even een paar tellen wachten. Drinken. Water over me heen gooien. Terug op de route komen. Kost ook een paar tellen. Al met al houdt het op. Teveel op. Na alles onder de 6 minuten te hebben gelopen, kom ik er nu opeens boven uit. Dat verlies zal te groot blijken.
Op 18 kilometer schakel ik over van de hartslag naar de tijd. Het moet kunnen binnen de twee uur. Zo snel kan ik nog wel tellen. Aanzetten is wel nodig nu. Ik moet nog 3 kilometer in 5:30 eruit halen. Het kan. Ik voel dat het erin zit. Ik ben bereid diep te gaan. Ik weet dat ik dat ook kan. Maar de wegen zijn te smal. Of te vol. Of allebei. Ik loop te dicht op de hekken. Ik moet om mensen heen. Stoepjes op en af. Zit ik net lekker in het ritme, wandelt er weer iemand. Voor mijn neus. Of een hele groep die jogt waar je omheen moet. Ik wil oogkleppen op en een leeg stuk voor me. Links lopen met achter een groep snelle lopers aan. Ik heb geen moeite met tunneltjes op of af. Ik heb moeite met teveel zielen om mij heen. Het Vondelpark. Leuk en aardig dat ik nu voor het eerst door het Vondelpark ren, maar ik wil en kan tempo maken. Volgens mijn lijf dan. De realiteit is anders: door de
drukte lukt het niet het onderste uit mijn kannetje te trekken. Ik wil het, maar het is te druk. Achteraf bedacht ik pas dat ook de langzamere marathonlopers erbij komen en dat die best mogen vertragen, maar daardoor is het te vol. Ik doe mijn best, red het aardig, maar het is niet genoeg. De laatste straat is overvol. De tempoverschillen zijn veel te groot. En de uitvallers zijn te talrijk om je niet raken.
Na 2 uur loop ik het Olympisch Stadion in. Nu haal ik het niet meer onder de twee uur. Sneller dan de halve triatlon wordt het zeker. Ik pak mijn telefoon en maak foto’s en film zelfs. Ik geniet er niet echt van: het is gewoon te druk. Ik kan nog flink doorlopen, maar dit is mij zo anoniem, zo druk, zo dodelijk veel.
Zoveel helden… Teveel helden. Ieder op zijn eigen manier hoor, maar niet met duizenden tegelijk, dat geloof ik niet! Twee uur en anderhalve minuut. Ik ben tevreden, want ik heb het goed gedaan: gecontroleerd en verstandig. Maar Amsterdam is mij te druk.
Ik ga lang aan het wachten op Naomi. In de zon. Ik bel even met thuis. Ik ga niet zitten. Maar ik koel wel af. Het is me echt te vol zo. Ik was al ooit in het Olympisch Stadion en toen vond ik het genieten. Toen was het niet zo mutjevol als nu. Naomi wil ook even uitrusten en ook het stadion verlaten gaat op laag tempo. Ik ben vermoeid, maar niet stuk. Dat is ook altijd zo: ik herstel supersnel. En ik vind het toch jammer dat ik niet onder de twee uur heb gedaan wat ik moest doen.
Ik haal met Naomi’s man de tassen op. Laat effecten mijn medaille graveren en dan ga ik naar huis.
Het is vol in de metro en op het station moet ik heel lang wachten op een vertraagde trein. Ik heb trek. Vreet alle koekjes op. Zit in de verkeerde trein! Ik mis de overstap, laat ik het zo zeggen. En ik heb me een beetje omgekleed op het station (mijn bovenkleding), maar ik zit nog in renbroek. Thuis eten we eerst. Het was een lange dag. Te onrustig voor mij. Met een half doel half gehaald. Ja, ik kan met minder zenuwen een halve marathon lopen. Ja, ik kan dat doen zonder me stuk te trainen. Ja, ik kan dat prima indelen. Ja, ik kan het tempo aan. Maar nee, ik ben minder snel als ik van mezelf gedacht had. Nee, ik vond het niet geweldig. Nee, het was mij veel en veel te druk. Nee, het was mijn weer niet. Nee, het was mijn (beste) tijd niet. Maar ja, ik heb een medaille. Die is gegraveerd. Al staat er enkel een (teleurstellende?) tijd op, die niets zegt over wat ik heb gepresteerd: een maand na de halve triatlon gewoon weer een halve marathon kunnen lopen! Your Body Can Stand Almost Everything, It’s Your Mind You Have To Convince…. Rob zei gister nog: ‘raar hoor, nog niet eens zo lang geleden zou je flink trainen voor een halve marathon en nu doe je het er een beetje bij.’ Â Zo voelt het precies!
Maar dat is het ook júÃst: ik doe het wel! Kleine heldendaden.
En ik voel nog twee dagen dat ook ik spierpijn kan hebben. Wat doet dat zeer zeg! Ik heb zelden spierpijn. Omdat ik meteen na de race mijn spieren goed verzorg. Dat heb ik nagelaten. Ik heb me niet meer ingespannen als bij de marathon of de halve triathlon, maar ik heb veel te laat omgekleed en gedoucht. Links heb ik meer spierpijn dan rechts. Omdat ik zo zelden spierpijn heb, baart het me zorgen. Maar het gaat over. De medaille zit in mijn tas. Dus een beetje trots ben ik toch op!
Praatje Plaatje
9 oktober: Anke ziek thuis. MoeMOeMOE. SlapenSlaPENSLAPEN. En dan is het weer over en goed!

10 oktober: zwemtraining van DR. Het was supergeinig! Ik kan dus ook in het zwembad de slappe lach hebben als ik de kruising-tussen-pinguïn-&-zeekoe-slag doen moet. We zwemmen ook samen: duwen en trekken met RV. Mijn horloge kan het niet aan helaas. Die stopt er mee. We deden ook handjeklap saampjes. En dan blijk ik ook links te kunnen ademen.....

11 oktober: rennen tijdens Vincents training. Rare kronkels maken door het bos rondom de manege. Gewoon in me uppie. In me eigen tempootje. In me eigen zinnetje. Eigen hartslaggie.

En na het rennen een stukkie zwemmen. Terug naar baan 1 en op de techniek letten (stiekem vind ik baan 2 te druk) Ik zwem wel voorop zonder 8tje.

12 oktober. Te laat thuis voor de training, grmbl. Dan ga ik zelf wel. De busbaan over en 1 straat hard - 1 straat rustig aan. Het water over en dan elk kort straatje sprinten. Best heftig. De tussenstukje heel traag. Het zijn veel straatjes eigenlijk! In de laatste ga ik rustig helemaal terug het water weer over. Dan volgt: tot de eerste straat hard, tussenstuk rustig, tot het einde hard. En terug omgekeerd, dus het tussenstuk hard. Dan hard tot het fietspad en aan de andere kant van de school omgekeerd. In de straat achter ons herhaal ik de bontekoestraat: het tussenstuk rustig. Onze eigen straat ga ik helemaal op tempo door. Het wordt al zwaar. Dus heel rustig door het park terug. Dat was mijn interval van de dag!

13 oktober: ik heb twee dagen geleden het startnummer van iemand overgenomen om de halve marathon te doen. Vandaag haal ik het startnummer op. Aan de ene kant onwerkelijk zo op het laatste moment, aan de andere kant: what can go wrong?! Ik kan een halve marathon lopen.... Dat lukt in de halve triatlon ook!

14 oktober: met Manuel losfietsen. Het ging inderdaad erg, erg losjes. De dijk over ging wel rap, maar Lelystad was een vriendelijk doolhof. We fietsen om het vliegveld heen. Daar was de wind dan wel tegen ons. Maar het weer was mooi, de beentjes deden mee en ik kakelde er vrolijk op los. Ruim 50 kilometertjes in totaal.
En ik ga zaterdagmiddag ook zwemmen natuurlijk! We doen een lesje ademhaling: om de 2 slagen, om de 3 slagen. Ik ben gewend aan om de vier slagen rechts te ademen. Vandaag blijkt dat met achtje 1 op 5 ademen mij nog beter ligt! Ik lig stabieler en gemakkelijker. Oefenen dus maar weer….
Voor 15 oktober, de halve marathon in Amsterdam maak ik een apart blogje.
Weer een weekje aan de ketting rijgen
Maandag: Ik ging met Manuel hardlopen. Niet te hard. Om half 9 zouden we gaan. “Mama, ga je mee hardlopen”: ik kon wel onder de tafel kruipen… En niet anders dan ‘ja’ zeggen. Om 8 uur, samen met met kleine ventje naar buiten. Door het donker. Spannend hoor… Zomaar met mama het donker in. We deden nog een stukje lantaarnpalen
stoppen: hard-zacht-hard-zacht. Hard is voor Vincent harder dan voor mij, maar langzaam is ook langzamer. En toen in het pikkedonker de brug over. Dat vond Vincent een beetje eng, maar zachter ging hij niet. We renden de heuvel op. Het uitzicht was… donker. En weer naar beneden. Ik zat er niet lekker in. Niet veel te vertellen, het liep wat olifanterig. Zo voelde het nu eenmaal. We slingerden naar Manuels huis.
Eigenlijk wilde ik de 5 km met Vincent volmaken, maar voor een elfjarige op een willekeurige maandagavond laat: niet heel verstandig. Dus Vincent naar de douche thuis en ik liep met Manuel door. Wat er precies mis was, weet ik niet. Het bleef niet goed voelen. Ik was een beetje bangig, ongemakkelijk, mopperig, ontevreden. Overal een beetje net last van, maar niets echt mis. Na 8 kilometer (Manuel was net begonnen) was ik er klaar mee. Ik wilde naar huis en niet meer naar de manege.
Ik vroeg of Manuel nog mee wilde lopen of zelf verder wilde, maar hij ging mee. Ik sloeg voor de Vaart af. En toen ik eenmaal erkend had, dat het niet lekker liep, ging het… Het ging ineens wel. Ik lette niet meer op het tempo. Ik begon te kwebbelen over Stekker. We kozen het verlichte pad. En nog maar een stukje verder. Het kon me niet meer schelen, ik was op weg naar huis. En blijkbaar ging mijn tempo weer omhoog richting comfortabel. Ik vond het welletjes geweest na 12 kilometer. Fijne maandagavond.
Dinsdag ging ik uit eten met Joyce. Geen zwemmen. Kletsen-kletsen-kletsen.
Woensdag zou ik wel gaan zwemmen. Weer. Maar tijdens de training van Vincent was het zulk lekker weer dat ik nog wel kon gaan fietsen op de racefiets. Laatste keer? In elk geval weer iets nieuws: fijne herfststorm. Eerst heel kalmpjes aan tegen de wind in.
Geslinger door de stad betekent dat. Ik had geen haast, geen tempo voor ogen: gewoon een beetje trappen. Naast de Noorderplassen kwam de wind van opzij. ENG!! Dan ben ik bang van de fiets geblazen te worden. Liever wind vol tegen dan van opzij. Dat kreeg ik dus ook. Op het heerlijk krappe fietspad. Dan ga ik maar niet zo hard. Maakt mij niet uit, ik vind het leuk en geniet van het fietsen. Op de Oostvaardersdijk heb ik wind mee. Dat is ook leuk! Schiet wel erg hard op. Ik ben redelijk netjes weer op tijd bij school
Of er iemand mee een heuveltraining gaat doen, vraagt CS op Facebook. Ach…. Vincent en ik vinden het goed. We gaan. Heuvel bij
daglicht bekijken! We passen het in bij het tanken en wachten op de parkeerplaats waar CS niet komt opdagen. We treffen elkaar op de berg. CS kletst en wie geeft de training?! Vincent! We moeten zigzaggend over het pad naar beneden lopen, dan joggend omhoog, zigzaggend naar beneden en hard omhoog. Ik kan niet zo hard omhoog.
Meneertje de Trainer controleert ons. Vanaf de zijkant. Dan moeten we ‘zo mooi mogelijk’ naar beneden lopen. Dat is fijn! En nog een paar keer op en neer en snel en sprintend en op de foto en hij wil zelf ook op de foto. Ik verorden nog 3 keer op en neer. Wat zwaar voor onze trainer, maar CS kletst gewoon maar door. We lopen over de brug terug naar de ander brug terug naar de auto. Vincent is er moe van.
Maar… we gaan door naar het zwembad! Het is er druk. Ik mag in baan 2
blijven. Dan zwem ik wel voorop. Niet erg. Vincent pikt mijn achtje in. Wel erg. Mijn beentjes hebben best behoefte aan een achtje. Het is een heel programma en een heel geel. Ik kan het ook zonder achtje. Mijn beentjes ook. HL regelt op het einde de 6×50 en telkens ietsje sneller. Ik hou het bij! Het gaat goed. Ik krijg een Groot Compliment van de  nare zwemtrainer RO dat ik hét voorbeeld ben voor alle nieuwelingen: dat ik vorig jaar niet kon zwemmen en nu wel. Aj, het gaat ooit goed komen tussen ons. Ik zeg er bij dat ik dan ook periodes 3 tot 4 keer per week trainde. De triple is weer compleet: ik heb vandaag alle drie de sporten gedaan. En dat terwijl er een uurtje zwemmen stond.
Donderdag Baantraining. Ik had niet heel veel zin, maar ach… Eenmaal op de baan zei de trainer: we blijven op de baan en toen was het wel oké. We liepen twee rondjes in en ik liep te kwebbelen. Toen moesten we 7 keer 1000m (een kilometer) gaan lopen.
Op de baan. In zone 3. En na elke kilometer 200m dribbelen of wandelen. Ik ging er voor. Het liep gemakkelijk. Ik liep met JL te kletsen en het tempo lag erg hoog. De hartslag lag ook “iets” boven zone 3. In de rust daalde het zeker 20 slagen. Na 4 km bijpraten, vertelde RO (de trainer) waarom zijn hele triatlon afgebroken werd. In de rust vertelde ik hem dat mij dat juist geholpen had om tegen de wind in te fietsen en dat vond hij erg geinig. Koste me moeite om te zeggen, maar ik kreeg er veel kracht van. Ging km5 nog harder. Alleen dan. Ik merkte dat ik de rust niet had genomen en wandelde 100 van 200 meter rust. Kilometer 6 gingen ook weer hard in mijn eentje. Kilometer 7 moest ik afbreken, want de tijd was om. Ik kan daar heel slecht tegen en versnelde nog maar even door. Toen gingen we buiten de baan uitlopen en ik bekende dat ik me niet helemaal netjes aan zone 3 had gehouden! Ik wil een wedstrijd lopen zonder tijdsindicatie. Dat vond een andere medeloper een slecht idee van mij, omdat je dan te snel begint. Ik ken mijn grens niet, dus ik weet het niet. Hij vond me eigenwijs en dat ik het advies van een ‘ervaren’ iemand niet wilde aannemen. Ik haat dat soort arrogantie! En sommige triatleten lijken dat uit te vergroten. Mispunt. Maar ik trok het me wel aan.
Vrijdag: een wandeling met mijn ouders en Rob en Vincent.
Zaterdag: Ik zou gaan rennen tijdens Vincents aikido, maar Vincent ging niet. KH melde dat ze mee zou gaan toen ik al in bed lag. Dus die moest ik snel afbellen. Maar ze zou naar mij toe komen en meegaan. Heerlijk! Op naar de dijk in een trager tempo was de bedoeling. Dat lukte. Dat tragere tempo. In de eerste kilometer. Daarna gingen we aan het praten en letten we niet op. Weer op de 5:45.
Het miezerde een beetje. Lekker! We liepen om naar de dijk en het gaat echt goed samen voor ons. Jammer, jammer dat we dat niet eerder ontdekt hebben, maar ik zag ook zo op tegen de triatleten! We liepen terug over het asfalt en KH vertelde waarom ze maar niet meer in de divisie meedoet. We haalden de tien kilometer in een uur. Precies. Toen liepen we nog verder over het onverharde pad. Volledig nieuw voor KH, terwijl ze lang in de Eilandenbuurt heeft gewoond. We gingen door naar de volgende brug en ik vroeg me af waarom. KH maakte twee keer een pitstopje. Toen besloot ik de brug over te gaan en niet perse voor de 18km te willen gaan. Toen gingen we teruglopen. Ik vertraagde het tempo in de laatste kilometer. Zo kwamen we uit op 16 kilometer (tien engelse mijl) en het gemiddelde tempo was 6:03 per kilometer. Niet zo heel slecht.
Zondag: een off-day. Ik wilde een wedstrijd lopen, maar mijn hoofd en mijn lijf stonden er niet naar. Dus deed ik het niet. Dan maar zelf tien kilometer hardlopen? Of 5? Of
21? Het hoofd was wattig. Het werd fietsen met Vincent. Heel lekker rustig. Over de dijk. Ik vond het koud. We fietsten om de Noorderplassen heen. Het leek wel alsof we alleen maar wind tegen hadden. Behalve op het laatste stukje. Ondanks de wind, het lage tempo, ondanks dat we lekker een frisse neus hadden gehaald waren de watten nog niet weg. Deze week liep heel anders dan het schema wat ik had gemaakt. Beetje rommelig. Net niet genoeg. Maar wel weer erg goed hier en daar. Toch weer 2 keer gefietst op de racefiets. En een hoop kilometers gelopen. Vanaf volgende week ga ik weer meer zwemmen.
Doorpakken!
Maandag na de tri rust? No way! Ik ga lekker een keer terug naar mijn oude cluppie Just Run. Als betaling vul ik de snoeppot die ik ze schonk bij mijn afscheid. Nu ga ik er (natuurlijk) hardlopend met Manuel naartoe. Ik vind het wel spannend: kan ik ze nog wel bijhouden…. Ik ben van harte welkom. Het gaat over de heupbeweging. Het is mij om het even, maar ik ben hartstikke blij dat triatleten de warming up overslaan! Nou ja, daar krijgen we ook loopscholing…. Er is een mooi maantje. We doen een parkoertje met sprongen en oefeningen. Twee keer. Ik loop lekker achterop. Het boeit mij namelijk niet. Of toch wel….? We moeten rondjes op duurtempo hardlopen. Er loopt iemand voor me en ik loop langzaam in. Stik maar met je duurtempo! Anke gaat hard, te hard; maar het kan. Dit is gewoon wedstrijdtempo, but who cares.. Nou ja, 1 iemand toch: ze “scheld me uit” voor triatleet. Die komt binnen. Dat doet me verdriet. Technisch gezien heeft ze gelijk, maar een triatleet voel ik me nog steeds niet. We hobbelen rustig terug en ik vind het heerlijk vertrouwd. En ook: iets van het verleden.
Dinsdag: ik ga niet zwemmen. ik heb geen zin. Morgen staat er een rustdag in mijn schema en dan ga ik wel met Vincent mee naar de training.
Woensdag: zwemmen dus. Vincent wil graag. Het is heerlijk weer, ik zit zowaar op het terras. Dan vragen de meiden van Facebook of ik mee ga lopen. ‘s Avonds om 7 uur. Dat past niet. Het zwemmen is pas om half 7 klaar. En ik wil best eens met de meiden meelopen. Maar Vincent moet bewegen en hij wil zwemmen.
Of… ik stel hem voor te gaan fietsen en een kwartier later zijn we op weg. Naar de sluis bij de Knardijk. Het is echt lekker weer en met mijn oranje bril ziet alles er prachtig uit.
We versnellen een klein stukje: geen wedstrijd hoor, want dan wint Vincent! We fietsen ook om beurten voorop om te voelen of het scheelt. En we halen een schip in. Op de sluisjes stoppen we eventjes. Als we terugfietsen doen we Vincents favoriete spel:
discussie! En dat op hoog tempo eerlijk gezegd. We gaan over de bruggen terug. En door het bos. We doen ook nog een heel stuk met een hele lage versnelling.
We eten spinazie en ik weet dat het eigenlijk wat kort op het lopen is, nog geen half uurtje van tevoren, maar we wagen het erop! Ze hebben het over 15 kilometer: ik ken deze meiden niet. We zitten bij dezelfde faceboekgroep van hardloopdames in Almere. Het tempo kan ik aan. CS haalt mij op en ze kletst ontzettend vrolijk, eerlijk, lief en onafgebroken. NDB is wat jonger. We vertrekken om kwart
over 7 en CS praat gewoon door en door. We gaan om het Weerwater heen lopen, ik dwing mijn voorkeur met-de-klok-mee af. Het verdwijnende licht is prachtig. Voor het eerst zie ik hoe ver ik gezwommen heb. Met de kermis op de achtergrond. Ik hou het tempo prima vol. CS kletst met gemak voor ons drietjes. Aan de andere kant maken we een foto. En we hobbelen door. Ik durf niet te vertellen wat mijn beste marathontijd is.
CS loopt ook veel en gemakkelijk, maar mijn tijd haalt ze niet. Bij de kermis is het mij veel te onrustig, daar kan ik niet tegen! We gaan naar de toilet bij het ziekenhuis. Aparte zaak, ik zet zelfs mijn horloge uit. NDB loopt een PR op de tien kilometer, ik ga over het uur heen. We gaan richting de Leeghwaterplas. Daar is het wel donker intussen.
Ik wil graag de 16km = 10 engelse mijl, aantikken. We lopen om en heel even heb ik er ook wel zat van. Maar we gaan gewoon door. NDB gaat over haar record van langste loop heen na 12 kilometer. CS kwebbelt gewoon door. Ook mij kost het niet al te veel moeite. Ik geef aan de 10mijl te willen halen en daar zijn geen problemen mee. Alleen rennen we dan geen rondje, maar stoppen we als we alledrie de 16km hebben gehaald. Zomaar op een woensdagavondje. De dag dat ik zou gaan zwemmen. Maar het werd fietsen en hardlopen.
Donderdag. 
Baantraining. Niet het gedeelte waarop ik mij verheug. In spreek met Vincent af dat ik na 20 minuten mag stoppen als het echt niet leuk is. Ik zal me moeten inhouden, want ik liep gister al en morgen weer; maar ik vrees dat ik dat niet kan en me uiteindelijk niet zal inhouden. Hoewel we de leuke trainer hebben, ben ik de drukke, grote groep na 2 minuten al zat. Dan komt DR uit het niets naast me lopen. Leed geleden: de zon haarzelf verschijnt ter plekke en ik blijf bij haar lopen. Zij lekker rustig, ik kalm aan. Ze komt zelden, maar nu is ze meer dan welkom! We kletsen. We lopen om de baan in en doen dan een bakje loopscholing op de baan. De twintig minuten zijn om en blijf bij DR. Op de baan gaan we 800tjes lopen. Duurtempo. 100m Teruglopen en dat dan 5 keer. We kletsen, we lachen, het is supergezellig en ik ga geen moment aan mezelf voorbij. Wij hoeven maar 4 keer te doen. Om het even. De laatste 100m wil ik voorbij, maar DR roept me keurig terug. Het begint te druppelen. Ik maak de 8km vol en ben trots op mezelf en op DR dat ik niet aan ambitie te onder ben gegaan.
Vrijdag. Ingewikkeld: ik wil met Manuel fietsen, met GD hardlopen, de meiden van Facebook gaan ook en vragen me mee. Moeilijk! Maar het wordt een koppeltje tussen
Manuel en GD. GD ken ik van de loopclub en zij ‘schold’ me uit afgelopen maandag. Dat moeten we rechtzetten. Ze woont vlakbij, maar zij was altijd een snellere loper dan ik. Om half 9 sta ik klaar om eerst te fietsen. We gaan de lange rechte polderwegen op. De mist is best mooi en het is niet koud. We fietsen lekker weg. Mijn hartslag ligt wat hoog, maar wat wil je?! Nog geen twee weken na de halve en Anke doet weer voluit mee.
We gaan langs de windmolens en warempel, we vinden een nieuwe weg. Een nieuw fietspad. Een andere polderweg. Met een bruggetje er in. Gaaf. Manuel voorziet mij altijd van gedegen advies: daar ben ik erg blij mee. We moeten even terugsteken en dan begint de ellende. Of beter gezegd: de modder. De tractoren rijden hier af en aan vanaf het land vol modder. Dat ligt op de lange rechte polderwegen. Niks leuks aan. Smerig. Ook en vooral voor de fiets. Narigheid. We fietsen om, want we hebben wind mee en zijn snel.
Dan maar over de brug en door het Kotterbos terug, want het blijft modderig. We komen de meisjes van Facebook nog tegen ook.
Thuis zet ik de bruin witte fiets aan de kant, pak een hoop spullen en rij naar GD, drie straten verderop. We moeten langzaam lopen, ik heb 6:30 voorgesteld. Ik begin te kwebbelen en we lopen het bos door. Ik kan mijn mond niet houden en het tempo laag houden, laat maar… Ik ben al warmgefietst en dit kan ik supergoed. Ik voel me er prima bij. Arme GD, ik kwebbel de oren van haar hoofd. Nou is zij gelukkig ook geen kleintje en als ik een coach nodig heb, dan blijkt die om de hoek te wonen! Het tempo gaat ook onverhard nauwelijks omlaag. Het gaat bijna te soepel. Na 9 km zijn we rond, maar we hebben tijd over en het zal toch niet dat we met de tien kilometer in een uur binnen handbereik stoppen?! Dus kletst GD de tijd moeiteloos vol. Het is dat we ook voor de thee gaan, anders hadden we nog verder kunnen lopen. GD is een ultra-trail-loopster met veel marathonervaring en het is een geweldig mens. Ik prijs me gelukkig! Dan snel met de auto door naar school om Vincent te halen. Alles past in elkaar.
Zaterdag. Ik ga over een paar grenzen heen, fysiek dan. Vanmorgen deed alles een beetje pijn, wat niet gek is na drie dagen achter elkaar hardlopen. Ik zou het iedereen afraden, maar mezelf dus niet. Ik mocht met KH mee, die drie weken geleden de hele triatlon heeft voltooid.
Deze powervrouw heeft een baan en een gezin en het doorzettingsvermogen van… een triatleet. We gaan naar de dijk. Vorige week haalde ik dat niet, deze week wel. We kletsen onafgebroken. Zij denkt dat ik de triatlon ook wel kan, maar ik blijf het struikelblok! Ik vind het wonderlijk te ontdekken dat we elkaar al heel vaak voorbij gelopen zijn en dat we hartstikke parallel lopen, maar dat we nooit contact hebben gehad. Ik kom er zelfs achter dat KH dé oorzaak is dat ik met Rob
getrouwd ben! Wonderlijk maar waar, het tempo komt niet onder de tien kilometer per uur. Kilometers lang. Ook in de regen lopen en praten wij door. Aan het einde zet KH de sokken erin, maar ik weet dat we best op tijd zullen zijn. Zeventien kilometer. Ik loop voor de vierde dag op rij en loop zomaar 17 kilometer! KH loopt 3 weken naar de hele zomaar 17 kilometer!
Ik heb geen zin in zwemmen. Niet. Dat zal voor het allereerst zijn. Ik ga omdat ik de hele week nog niet geweest ben. Eenmaal in het water krijg ik niet meer zin. Het is druk. Onrustig. Baan 2 is vol. Mijn benen zijn moe.
Mijn achtje is mijn vriend. Ik blijf het liefst onder water. Ik kan me niet goed op de rest richten. Ik zwem flink in. En dan ga ik voorop in de techniekopdrachten. BAW,SBO: benen, armen, wrikken; slepen, bijleggen, oksel. Daarna 6 keer 5o waarbij we 5 seconden na elkaar moeten vertrekken en degene voor ons moeten aantikken. Ik weiger elke keer voorop te zwemmen, dan is de uitdaging wel weg. Twee keer honderd meter: schoolslag en rugslag. We gaan 25,50,75,50,25 doen met heen hard en terug rustig. Mijn tempo ligt er iets te hoog voor. Dan 300m en ik ga voorop. Ik heb al lang geen zin meer, maar ben er nu toch. Vincent maakt zijn huiswerk. Ik heb trek. We gaan uitzwemmen en voor het uur om is, ga ik het bad uit. Genoeg voor deze week!