De marathon in drie dagen – Dag 2

Ik had slecht geslapen. Ik ben wel 6 keer wakker geweest (toiletbezoeken, poezenbraakballen en onrustige benen met spierpijn). We gingen op de fiets, mijn loopmaatje en ik. Helemaal naar het Oostvaarderscentrum. Het was om 9 uur ‘s morgens al warm. Ik had twee boterhammen op. Eigenlijk wilde ik meteen omdraaien toen er een dame van de andere groep kwam en die als enige serieuze concurrentie werd gezien voor de vrouw die voorop loopt. Bah. Bij het inlopen de andere kant op, zagen we de runderen staan aan het water. Meteen prachtig! Ik besloot samen met H om een tijd tussen de 5:30 en 5:45 aan te houden. De mensen van vorige week van de 25 kilometerloop in Amsterdam (Alex en Vera) kwamen deze ochtend ook meedoen. Het is allemaal lekker informeel en ik had er wel een klein beetje zin in. Geen startschot, geen gedoe, gewoon om 9 uur roept iemand start en off-we-go.
Ik ging lekker op tempo en had het gelijk heet. Te hard. Ik liep lekker even met Alex en Vera op. Te hard. De eerste kilometer ging in 5:17 ofzo. Omdat H zijn horloge niet om had, moest ik het tempo in de gaten houden. Ik liet me wat terugvallen, maar mijn tempo werd niet noemenswaardig lager eigenlijk. Vera moest een pitstop maken en Alex wachtte op haar, dat vond ik lief, maar ik haalde ze wel in. Het is grappig zo langs het bekende fietspad langs de Oostvaardersplassen te rennen. De kilometers kloppen niet, omdat ik niet vanuit huis vertrokken ben. Aan het einde van het fietspad stonden de paarden langs het pad. Ik kon er een foto van nemen en toen haalde H me bij. Hoewel het tempo nog steeds onder de 5:30 lag, konden we toch weer wat kletsen. Ondanks de hitte en het doorstromende zweet, kon ik toch genieten van de route. Ook langs de saaie kassen in de felle zon. Daarna volgde een weg onder de bomen door. Grappig dat ik overal op deze plekken herinneringen heb: daar liep ik de eerste keer 10 kilometer onder een uur, hier liep ik vorig jaar diep ongelukkig te zijn, twee jaar geleden liep ik op deze brug mijn knie stuk op weg naar de marathon. Ergens liepen we langzamer, zaten we een keer boven de 5:30, maar toen gingen we de brug af en we maakten een kleine omweg en het tempo ging stiekem elke keer omhoog. Ik ben erg slecht in tempo vasthouden. Jammer dat ik deze keer met het tempo zichtbaar op mijn horloge moest lopen in plaats van de hartslag in de gaten houden. Die hartslag was toch wel wat te hoog en bleef echt niet in zone 3! Zal ook door de hitte komen. Raar hoor, als je de weg zo goed kent en niet naar huis kunt lopen. De vrouw achter ons haalde ons in. Ik gaf er niet echt om, maar ik kon niet veel harder meer. Het was dat ik precies wist waar ik was, hoe ver het nog was en hoe ver het nog naar huis was! We liepen door onze eigen wijk over het pad waar ik zo vaak liep in het begin en ik kreeg meer moeite met het vertellen van verhalen. Bij de brug aan het einde van onze wijk zaten de vrouw en kinderen van een loopgenoot en ik vond het leuk ze te zien. H ging de vrouw nog inhalen, maar ik had er de energie niet meer voor. Ik liep alleen verder en werd bijgehaald door Alex. Ik had het gevoel veel langzamer te gaan in mijn eentje over het pad-waar-ik-de-eerste-kilometer-ooit hardliep, maar het tegendeel was eigenlijk waar. Ik vond het prettig te weten dat ik de tien kilometer erop had zitten. Die laatste kilometer ging me ook wel lukken! Ik haalde nog iemand in en een mevrouw die zelf aan het hardlopen was. Geeft toch net een goed gevoel… We moesten de parkeerplaats nog om en vlak voor de finish stond: ‘nog vijf meter’ en die heb ik in grote passen uitgeteld. Heerlijk, dat soort kleine dingen vind ik leuk! Over de 11,2 kilometer had ik precies een uur gedaan. Behoorlijk snel voor mijn doen. Veel te snel eigenlijk. Toch weer. Ik dronk veel. Ik had het erg heet, maar de hartslag daalde ook weer razendsnel. Stom genoeg baalde ik dat ik het weer zo snel had gedaan. Oh help! Hoe doe ik dat morgen?! Vandaag was ik de derde vrouw. In de douche deed ik rekoefeningen en ik masseerde mijn schenen. Daarna ging ik zeilend uitrusten. Morgen ga ik écht langzamer, maar dat zal wel moeten ook voor de 25 kilometer.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De marathon in drie dagen – Dag 2

De marathon in drie dagen – Dag 1

Deze vrijdagavond was warm. Benauwd. Zeg maar: bloedheet. En als ik ergens een hekel aan heb, is dat niet regen of wind, maar bloedheet. Brug op en af en dan langs de snelweg maakt bloedheet nog erger: broeierig. Ik had geen idee wat ik moest gaan doen. Zes armzalige kilometertjes. Meer niet. 6. Appeltje Eitje. Als het had geregend tenminste. Of er verkoelend briesje aanwezig was geweest. Niks van dat alles. Ik had niet eens het lef de trainer te vragen welke tempo’s ik aan moest houden. Hoe moeilijk kan 6 kilometer nou zijn? Het kind ging niet mee en toen wist ik het helemaal niet meer. Deze club bestaat uit mensen die hard en kei-hard lopen. En ik? Ik trok een topje aan en had nog steeds geen idee toen ik op de startlijn stond. Ik praatte met de rest en vond H, een man die de marathon in Eindhoven net onder de vier uur wil lopen. Zijn tempo lijkt me wel wat.
Ik liep met H mee. H geeft ook training. Hij had een richttijd in gedachten van zeg 5:15-5:30 per kilometer. Ik vond het een uitdaging om te kijken of ik hem bij kon houden. Of het slim was, laat ik wijselijk in het midden. Het ging. Ik kon nog vragen stellen aan andere medelopers en ik kon H bijhouden. Die elke keer zei dat we te snel gingen. Rond de 5 minuten is inderdaad wel wat snel. Niet voor nu, maar morgen of overmorgen als de kilometers oplopen: dan wel. Ondertussen kwebbelde we tussen de herrie van de vrachtwagens door verder. Boven het hete asfalt. Tja, zolang dat gaat zal het goed zijn. Als je boven bent op de brug, mag je ook naar beneden. Onderaan keren we om en roept de trainer onophoudelijk: “knieën omhoog, let op je houding.” We gingen weer brug-op en ik dacht even: ik laat H gaan, dit is een man, ik hoeft niet met hem mee te lopen. Maar wat je vier kilometer doet, leer je niet zomaar af en het was mijn eer te na ook. Ik merkte nog niet zo dat het heet was. Ik zweette wel, dat zeker! De 25 kilometer zondag gaan H en ik samen lopen. Rustiger en vol verhalen dan. Vooral rustiger. Nu was de conversatie gereduceerd tot korte zinnen. We slingerden nog steeds om de 5 minuten heen. Tja, dan lopen er mensen voor je en die moet je nog net even inhalen he. Dat doet zo’n startnummer blijkbaar. Voor mij minder interessant, want het waren alleen nog maar mannen. Na 5 kilometer liet ik H gaan om de volgende man in het halen. Ik ging toch te hard en joeg de arme man alleen maar op. En mezelf ook, getuige een kilometertijd onder de 5 minuten. Het laatste stukje was extra zwaar bergje op. En na 30 minuten en 30 seconden kwam ik binnen. Toen liep ik leeg. Alles was zeiknat van het zweten. Ineens wist ik weer wat er niet leuk is aan bloedheet. Mijn hartslag ging van zone 4 in een minuut terug naar zone 1. En toen was ik weer bij. Ik was tweede geworden bij de dames. Van geen belang, maar ik weet het wel!
Ik voel me dom. Morgen volgen er 11,2 kilometers en zondag nog 25. Ik weet niet of me dat lukt. Ik heb deze hele exercitie in zone 4 gelopen. Morgen zone 3 en zondag zone 2? Ik zie wel of het lukt. Soms moet je een grens verleggen en kijken hoever je er overheen kunt. Vorige week had ik ook niet gedacht 5:45 te kunnen lopen op 25 kilometer. We reden over de dijk naar huis, want dan kunnen de autoraampjes open. 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on De marathon in drie dagen – Dag 1

In de speeltuin!

Een volkomen “vrije” training stond er op het programma: “spelen tussen zone 1-zone 2 en zone 4”. Tja, dan mag je lekker los dus! Ik haalde mijn loopmaatje al voor de afgesproken tijd op. Niet omdat ik zoveel zin had, maar ik stond toch al klaar in een broek die eigenlijk nog net te krap zit (een M’tje). We gingen gewoon door de wijk en over het asfalt inlopen. We begonnen met een lange steigerrun van circa 800 meter die ik perfect uitvoerde. We hadden een paar ideeën en een SPEELTUIN waar we naartoe wilden, maar verder gingen we het begrip fartlek uitproberen: “Het terrein en de omgeving waar men loopt bepalen de snelheid. Tijdens de training wisselen sprinten, tempolopen, joggen, heuvel op, heuvel af enz. elkaar af. Er wordt dus gebruik gemaakt van de omstandigheden.” (volgens wikipedia) Dus we gingen onverhard het MTBpad op toen we dat tegenkwamen. De hoogteverschillen vielen wel mee, maar er waren korte fikse heuveltjes. Één daarvan was mij net te glad en ik schoof onderuit. Geen last, maar wel vieze sokken 🙁
We kwamen op het asfalt weer even adem (ik wel tenminste) en gingen naar de speeltuin. Een ‘natuur’speeltuin. Daar gingen we om paaltjes slingeren. En over balkjes springen. Er stonden mensen met een hond uitzonderlijk raar naar ons te kijken. Twee andere hardlopers bleven veilig op het asfaltpad ernaast, terwijl wij heuveltjes opgingen en trapjes afsprongen. Er waren ook stap-stammetjes. Het was in elk geval afwisselend! Ik heb over bomen gesprongen en over dezelfde stammen gebalanceerd. Het tempo en de hartslag vloog van hot naar her, maar de grijs overheerste.
Toen de wijk in. Mijn loopmaatje had een lantaarnpalenoefening: 1 hard en 1 zacht en dat tien keer. Best heavy zo daar in de Mickey Mouse straat! We gingen de stripheldenbuurt door (in Almere kun je tussen Katrien Duck, Guus Geluk en Donald Duck door lopen) en deden de stappenoefening. Dan blijf je in de stappen van de voorganger. Lastig zeg. Toen ging ik op het pad langs de Vaart mijn stappen tellen en ik trok mijn voeten snel op: een pasfrequentie van 93 had ik dan. Netjes genoeg. We gingen weer even langzaam wat doorrennen en zwierven door de wijk terwijl de zon onderging. Om 9 uur alweer tegenwoordig.
Toen kwamen we bij de RACEBAAN. Ik had bedacht dat die op het schoolplein lag. Wij gingen er natuurlijk “racen”: we renden tien rondjes – ik de binnenbaan en mijn loopmaatje de buitenbaan. Ik had dus elke keer iets korter, maar ook krappere bochten! We gingen lekker hard en ik was helemaal kapot na tien rondjes. Naar het hijgen was ik alleen maar aan het lachen, zo leuk was het! na een minuutje stilstaan was de hartslag gedaald en werd het tijd om huiswaarts te keren. Kwebbelend en nieuwe gangen verkennend liepen we naar het lange onverharde pad voor de laatste sprint. Ik kan mijn loopmaatje dan niet bijhouden, maar ik ga toch ook tussen de 13,5 en 15 kilometer per uur over de schelpjes.
De zon had plaats gemaakt voor een prachtig maansikkeltje en wij liepen terug. Lekker rustig aan. Zo’n training is hartstikke leuk. We verlengden de ronde iets om (A) op de tien kilometer uit te komen en (B) omdat wij neuroten niet twee keer op dezelfde weg willen lopen. Daar moet je hardloper voor zijn om dat te begrijpen 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on In de speeltuin!

Over hartslagen, een hersteldribbeltje met vage gesprekken en kledingwissels op tempo, en wachten op school.

Elke ochtend meet ik mijn rusthartslag. Die rusthartslag zegt iets over mijn fitheid. Hoe lager mijn rusthartslag, hoe beter ik me voel. Nu voelde ik me gister voornamelijk voorzien van een goede dosis spierpijn, maar ja, je moet toch voelen dat je op de 25 km een dik persoonlijk record hebt gelopen! Als ik mijn hartslag voel voor ik in slaap val, zit ik al snel (ruim) onder de 50 slagen per minuut. Terwijl ik vorig jaar blij was onder de 48 te komen, is dat nu ‘normaal’ geworden. Vanmorgen droomde ik dat Jenson Button en zijn vrouw bij mijn schoonfamilie aan tafel zat en Vincent vroeg net in krom Engels waarom ze daar waren, toen ik wakker werd van Vincent in levende lijve die “goodmorning” zei naast ons bed. 2 Minuten te vroeg zag ik op mijn Fitbit en mijn hartslag lag op… 39 slagen per minuut. Jammer genoeg kom ik nooit meer te weten wat Jenson Button in Hilversum te zoeken had, maar mijn hartslag liep op tot ‘maar liefst’ 41 slagen per minuut toen ik eenmaal wakker was. Met mijn fitheid zit het dus wel goed! De spierpijn was ook nagenoeg weg.
Dus deed ik enige uren later een lange broek aan en nieuwe compressiekousen (die wel wat minder kwalitatief zijn dan de dure) en een regenjasje voor de zekerheid. Ik ging om kwart over 11 weg voor drie kwartiertjes uitlopen. Dan kon ik mijn kind op school ophalen. Ik hoefde me nergens aan te houden en nam een muziekje mee. Even lekker ontspannen, hihi. Rondje om de wijk, rustig tempo. De eerste kilometer ging in 6minuut18. Wacht even, rustig tempo? Ja, want mijn hartslag bleef in zone 1 liggen onder de 130 slagen per minuut. Ik SMSte naar mijn loopmaatje en het werd een heel vaag gesprek waar ik om moest lachen. Dat houdt het lopen leuk. In de tweede kilometer moest ik twee keer mijn schoen strikken. Ik had allemaal kalme muziek en het was warm. In de derde kilometer deed ik het regenjasje uit en om. Intussen kwam het tempo misschien ietsje lager te liggen, maar een zeven-minuten kwam niet in de buurt. Ik liep onder de bomen door, langs de wegen en langs het kinderspeelterrein. Ik ging langs de trainingsgronden van vorige week en toen over het industrieterrein terug. Naast de hartslag hield ik ook de tijd in de gaten. Je moet niet te laat komen op school natuurlijk! Ik bleef me verbazen over de kilometertijden. En het nieuwe bruggetje, wat gelukkig net weer herbouwd is, anders had ik om moeten lopen. Er kwamen een paar spetters uit de lucht, misschien van de bomen af? En ineens had ik nog maar 1 minuut om bij de school te komen en het was nog even aanpoten. Weer een 6:15 op de zevende kilometer, maar nu net in zone 2 met een hartslag van 143 slagen per minuut. Over 7 kilometer doe ik nét geen 45 minuten. Dat is mooi voor mij. Maar nog mooier is dat de gemiddelde hartslag op 135 ligt. Da’s zone 1! Zulke tempo’s liep ik voorheen slechts in zone 3 en dan was ik tevreden. Ik ben van dit dribbelen niet moe geworden!
Ik doe het jasje aan en krijg een lang kwartier de tijd om uit te rusten. Gymspullen, fietssleutel: jongeman was even vergeten dat de lunch iets verder fietsen en vooral lopen is naar huis vanaf deze nieuwe school! Gelukkig kan mama behoorlijk doorrennen en de laatste kilometer met broodjes in de hand en fietsbegeleider met gymtas ging nog in 6:25. Ik werd door een vriendelijke plantsoenmedewerker de hemel in geprezen om mijn sportiviteit. Dus de 50 minuten over de 8 kilometer haal ik net niet helaas. Neemt niet weg dat ik dik tevreden was. Het kilometrage van de maand loopt hard op.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Over hartslagen, een hersteldribbeltje met vage gesprekken en kledingwissels op tempo, en wachten op school.

25KM trainingsloop Amsterdamse Bos

Ik zat erover in met welke pacergroep ik mee moest gaan. Dus vroeg ik het de trainer en die meldde dat dit een training is en ik de 6 minuten per kilometer ook in mijn eentje zou halen. Dus ik moest met de groep van 5:45 mee. En dat is best een opgave voor me en ook best iets waarover ik dan in kan zitten. Lukt me dat wel? Vorige keer gingen we langzamer en toen haalde ik het net met 20 kilometer. Nu nog 5 kilometer meer? Ik stond best gespannen in het stadion te wachten om half 10 tot we zouden vertrekken. Voor we de auto parkeerden had ik mijn loopmaatje de moeilijke cryptogram laten zien waar ik al dagen mee bezig ben. Hij kon me niet verder helpen. Mijn loopmaatje gaat met de groep van 5:30 mee.
We lopen het stadion uit en ik loop al snel met een meid mee te kletsen die voor het eerst de marathon van Amsterdam gaat lopen. Heerlijk, om te luisteren en vragen te kunnen stellen en dat ik daar dan adem genoeg voor heb. Maar goed, dat moet toch ook wel lukken de eerste 3 á 4 kilometer?! We gaan over de ophaalbrug langs de roeibaan. Intussen komt er een man bijlopen met wie ik aan het kletsen raak. Voor ik het weet mag ik weer eens vertellen hoe ik tot hardlopen gekomen ben. Deze meneer ontvluchtte jaren eerder een lastige peuter en nu ging hij de marathon van Amsterdam ook lopen. Er liepen ook mensen voor de marathon van New York.

via facebook


Voor ik het door had waren we het pannenkoekenhuis voorbij en de onverharde smalle paden ook en was er water bij de post. Er zaten al zomaar 6 kilometer op! Met de meneer in het blauw kletste ik daarna weer verder. Goed dat ik nog zo kon kletsen! Dan is het tempo nog prima.
Heerlijk dat je bij deze trainingslopen niet zelf op je tempo hoeft te letten. Je gaat gewoon mee. Ik vind het nog steeds geen probleem om achteraan te lopen. Er kwam een pacer bijlopen die de Iron Man gaat doen en mij kon vertellen wat de afstanden op de triatlons zijn. Er waren meer mensen in deze groep bezig met triatlon voorbereidingen. Hoe we liepen hoefde ik me ook niet druk om te maken. Het was nu wel vele malen drukker als vorige keer. Wij liepen in twee groepen. Er waren veel minder versperringen van de bomen, maar het was nu ook met andere hardlopers vele malen drukker. Al snel waren we weer bij de drinkpost en toen waren we al halverwege! Ik was verbaasd. Ik nam weer twee dextro’s en twee bekertjes water, net als de eerste keer.
De man in het blauwe shirt ging over kitesurfen kletsen en ik raakte aan de praat met een stel uit Almere Haven die samen de marathon in New York gaan lopen. Alex en Vera heten ze. Alex wil na 30 jaar revanche in New York. We liepen langs de de roeibaan. Ik vond het gewoon heerlijk. Ik hield het tempo goed vol en ik bleef maar nieuwe ‘slachtoffers’ zoeken om tegen te kletsen en te controleren of ik het nog volhield. Ik heb gister de rondjes beter bekeken en ik wist dat dit het laatste lusje was. Ik nam de mogelijkheid te baat om ietsje harder te lopen en de knappe gymleraar die voor Kika loopt te gaan uithoren over diens plannen voor de marathon in New York. En zo komt het volgende slachtoffer voorbij die traint voor een Ironman en dit soort loopjes puur voor de lol doet. Daar was alweer de laatste keer dat we konden bijtanken. Ik hield het bij twee bekertjes water en twee natgezweette dextrootjes.
Ik kwam weer bij de meneer in het blauw te lopen en nu vroeg ik hem mij bezig te houden met zijn verhaal, omdat ik een beetje moe werd. Gewoon algemeen vermoeid, niet dat ik uitgeput was ofzo, maar ik werd een beetje moe. Ik had geen trek en mijn benen gingen gewoon door op hetzelfde tempo, maar ik merkte dat ik toch even een halve marathon in 2 uur en 5 minuten er doorheen aan het stampen was.

de ouderwetse tram


Dus luisterde ik laatste kilometers naar Robberts loopambities. Ik bewonderde het ouderwetse trammetje wat voorbij kwam en de kilometers telden zich op. Het was (zoals altijd) druk en onrustig in Amsterdam met fietsers, andere hardlopers, tegenliggers, politiemotoren; dat is niks voor mij. We liepen nog 1 rondje in het stadion en ik kon nog best het tempo opvoeren. Ik was uitermate tevreden. Om de 25 kilometer te halen, heb ik nog een rondje gerend en toen zaten er precies 25 kilometer op in 2 uur en 25 minuten. Ik vind dat een wereldprestatie en ik was erg blij met mezelf. Ik heb nog twee rondjes uitgelopen om de 2 en een half uur vol te maken op wat rustig aanvoelde, maar nog altijd 6:12 was.
Het was heel wat drukker bij de damesdouches, maar ik maakte er wel lekker even gebruik van toen het AAdrankje achter de kiezen was. Ik voelde al wat spierpijn opkomen, maar ik was maar wat trots dat ik het tempo zo goed had volgehouden. En… alles in hartslagzone 2! Een gemiddelde hartslag van 151 is echt geweldig. Ergens tussen kilometer 5 en 6 raakte het ding van de kook en tikte de 190 aan en de laatste kilometer ging ook door naar zone 3, maar dat laatste was een keuze. We moesten wachten in de verkeersdrukte van Amsterdam en raad ‘s: we hebben de puzzel bijna helemaal opgelost! Het doet ook echt iets met je hoofd, al dat ‘geestdodende’ hardlopen…. In Almere heeft het onafgebroken geregend, maar in het Amsterdamse Bos is geen druppel gevallen. Het fietsen heb ik vanwege de nattigheid achterwege gelaten, dus nu krijg ik zeker spierpijn.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 25KM trainingsloop Amsterdamse Bos

Kort & nuchter

Tja, wat zal ik nog eens zeggen over een rondje van krap 5 kilometer?
– Het was ‘s morgens vroeg, voor het ontbijt, volgens opdracht
– Het was nog een beetje zonnig, geen druppel regen gezien.
– “Fiets je mee?” vroeg ik de knul en die rende naar boven om zich aan te kleden. Dat was een ‘ja’. Ik had dus een begeleider op de fiets.
– Zone 1. Makkie. Kalm aan. Lekker kletsen. Over de route. Door de Eilandenbuurt. Links, rechts, jouw kant, mijn kant.
– Kon mijn fietsbegeleider mij mooi fotograferen, nadat we de telefoon weer hadden opgeraapt, grrrrr
– Ik deed mijn eerst steigerun, maar ik had niet echt een eindpunt op het oog. Ik ging gewoon steeds harder tot ik niet meer kon. Niet echt perfect. Dat kan beter.
– We zagen andere hardlopers en -loopsters, waaronder de oude juf.
– Ik ging weer snel terug naar zone 1. Nu plande ik de steigerun in. Kon ik ons allebei voorbereiden.
– Een lang stuk tot de supermarkt. Ik ging keurig steeds harder en mijn hartslag ging mee. Van 7,5 kilometer per uur naar 15 kilometer per uur. Van hartslag 135 naar hartslag 165. In 3 minuten. Dan krijg ik wel honger even!
– Ik werd gepest als rood tomatenhoofd. En ik kon niks terugzeggen omdat ik nog aan het uithijgen was.
– We zagen een Toyota Plug-In met een ligfiets op het dak.
– Toen had ik mooi een begeleider om op de knoppen van de stoplichten te drukken.
– Ik ging nog een kortere steigerun doen (nu was ik toch al tomatenhoofd) tot de kazerne. Korter kan nog sneller dus. Tot 16,5 kilometer per uur.
– Daarna ging ik stilstaan. Hoe snel kan de hartslag omlaag? Nou binnen een minuut loopt die terug van 161 naar 119. Conditie is dus geweldig.

informatie: runinfo.nl


– Lastig om niet nog een keer te gaan versnellen en rustig uit te lopen met een ommetje om het half uur vol te maken.
– 34 Minuten over 5 kilometer. Trek in een bord Brintapap.
– Om de triatlon te completeren ging de knul ‘s middags nog zwemmen, maar hij had toch ook door dat het dan niet helemaal eerlijk verdeeld was…..
Meer heb ik er niet over te zeggen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Kort & nuchter

25 Hoogtepunten (en 5 dieptepunten) tussen de heuvels van Rhenen en Veenendaal

Here I Go!


hoogtepunt #1: Vincent gaat met papa en mama wandelen. We hebben afgesproken op de parkeerplaats bij Rhenen, naast de Grebbeberg. De rest van de familie gaat liever wandelen dan naar de dierentuin! Ik vertrek richting Veenendaal met een kaartje in de rugzak.
hoogtepunt #2: De Grebbeberg met het uitzicht, de mooie bomen, de ruïne en de trap naar beneden.  Het was hartstikke mooi en helemaal voor mij alleen! Gelukkig mocht ik op de trap omlaag en hoefde ik niet omhoog. 
dieptepunt #1: Verkeerd lopen bij de brug. Eerst de felle zon en het asfalt en toen liep ik nog verkeerd ook! Ik liep de brug over de Rijn niet over, maar onderaan de brug zag ik dat ik rechtdoor onder de brug door had gemoeten. Het was de enige navigatiefout van de dag, dus dat viel mee. 
hoogtepunt #3: Langs de Nederrijn lopen over een smal fietspad en het lijkt onhollands. Het was wel zonnig en smal, maar er waren geen fietsers. 
hoogtepunt #4: Rhenen. Pittoresk. Het oude vliegtuig dat overkomt, de vriendelijke mensen, de trapjes. Het tempo lag niet erg hoog, de hoogteverschillen daarentegen wel!

Links aanhouden - simpel zat!


hoogtepunt #5: De rood-witte route volgen. Dat was heerlijk: het was gemakkelijk en zeer goed te doen. Dat ik in mijn eentje een route kan volgen, geeft me een enorm gevoel van voldoening. En soms, als de volgende aanwijzing wat lang uitbleef, dan was het simpelweg rechtdoor. Er stonden duidelijke pijltjes.
hoogtepunt #6: Het rugzakje en de vrijheid. Ik had de Camelbak bij me. Normaal zit daar ook water in, maar nu had ik losse flesjes voor het grijpen. Het rugzakje zit stevig vast en er past een setje schone kleertjes in voor straks in de trein. Er zitten ook gelletjes in en de autosleutel en een koptelefoon. Het past allemaal perfect. Het rugzakje woog toen ik ging anderhalve kilo. 
hoogtepunt #7: De kat die niets terug mauwde. Ik kwam een kat tegen en ik zei: “mauw”. Die arme kat bleef stokstijf staan, dus ik zei nogmaals “miauw”, maar ook daar kreeg ik geen goedemorgen op terug. Ik weet niet wat ik gezegd heb! Maar ik had in elk geval wildlife ontmoet!
dieptepunt #2: De hartslagmeter op hol. Een hartslag van boven de 200 en een tempo van 7 kilometer per uur? Nee, de hartslagband was van slag de eerste kilometers. Dat komt niet meer goed met de gemiddelde hartslag voor de rest van de tocht. Gelukkig had ik er geen beperkingen op aan gezet.
hoogtepunt #8: Het feestje met de huildende dreumes en de ballonnenroute. De tuin versierd met ballonnen en de baby maar brullen. In het bos liep een speurtocht van ballonnen, ergens hing er ook een zwaard-plaatje. Spannende tocht hoor!
hoogtepunt #9: Bos, schaduw, afdalen en tussen de maisvelden door. Het was fijn om Rhenen te verlaten en het bos weer in te gaan. Ook daar was de route goed te volgen. 
hoogtepunt #10: Met Stip: Het hertje. Een ree. Doodstil stond ze. Ik kon mijn fototoestel (telefoon) pakken en haar op het pad fotograferen. En daarna ging ze zelfs staan te eten van de planten! Ik stond heel stil en sloop dichterbij. Ze verdween tussen de bomen. Nog meer wildlife! Maar deze was erg mooi en sereen.
hoogtepunt #11: Rust Stilte Niemand Geluiden van de wind in de bladeren Vogels die ritselen. Totale veiligheid en zeker een half uur of drie kwartier niemand zien. Toch voelt het volkomen veilig. Geen geluiden van andere mensen of auto’s. Hoe raar dat je het niet eens mist. Het brengt een totale kalmte met zich mee.
dieptepunt #3: Het appel gelletje en de kaart. Het appelgelletje was dik, smaakte niet lekker. Maar er zat een dopje op, dus hij kon dicht. Ik hobbelde langzaam verder en dronk er veel bij. Ik keek even op de kaart, waardoor ik het vennetje miste, zo las ik op de routebeschrijving. Ik kwam 1 meneer tegen.
hoogtepunt #12: Bospaden, het hondenhuisje, het stenen bankje, stijgen. Kleine elementen: dat mooie huisje, de bank van grote stenen en de rechte bospaden. Ik neem niet van alles een foto, ik neem alles in me op. Ik beleef het. En ondertussen voel ik wel dat ik langzaam aan omhoog loop. Ik zie het ook aan de kilometertijden. 

hoogtepunt #13: Het Uitzicht. Het magnifieke uitzicht. Wow, wat was dat mooi. De selfie met horloge. En er was niemand! Alle bankjes leeg in de zon! Ik zag veel gebouwen beneden me. Ik maakte een foto van mij met mijn Apple Watch en zei hardop: wow, dit is zo cool. Toen liep ik weer verder.
hoogtepunt #14: De zon en het watertje, als een stille oase, dalen en daarna weer stijgen bij de bomen. Het water lag in een open vlakte. Veel zon. Half 12. Niet zo prettig. Nog steeds was ik volkomen alleen en waren alle bankjes leeg. Het water lag er ook stil bij. Ineens liep ik over de prairie leek het. Lekker afdalen.
hoogtepunt #15: Stijgen. Doorgaan. Schreeuwende Mensen! ATBers. Doorgaan. Warm, maar niks moe. En dan is het ineens vol met mensen: die picknicken en wandelen en fietsen. Ik ben blij dat ik in het bos onder de schaduw van de bomen moet klimmen. Ik heb geen haast.
hoogtepunt #16: Lange rechte stukken en toch telkens weer de route oppikken, de nieuwe route over een smal pad opeens vol wortels. Maar wel met een zachte ondergrond. Van de rood-witte route ga ik over op de blauw-gele. Het is even wennen. Er lopen heel veel routes door Nederland. Wat kom ik veel paaltjes met kleurtjes tegen zeg.

Het lijkt de Ardennen wel!


hoogtepunt #17: De heide waar ik stilstond. Gel partII Ik stond stil om de gel op te maken en te drinken langs de paarse heide. Ordende de kaarten.
hoogtepunt #18: Grote stukken lijken onnederlands: de oude bomen, de heuveligheid, het wisselende landschap, je-zou-hier-maar-moeten-wonen-huisjes.
hoogtepunt #19: Het mooiste bos met gras. Het waren keurig rechte stammen met een ondergrond van vriendelijk wuivend gras. 

Nu al stad? Ik liep 2 minuten geleden in het bos en dan ineens drukte.


hoogtepunt #20: Veenendaal. Opeens. Verhard. Kan ik nu nog de route volgen? Dat lukt. Er is een parkje. Onverharde schelpenpaden en twee lieflijke bruggetjes. Aangelegd onecht.

Geen tijd om de OVchipkaart bij te laden


hoogtepunt #21: De trein die net weg ging. De tijd die nog niet om is. De halve marathon die er nog (lang) niet is. Dus ik neem de tijd voor een foto en kijk op de stadsplattegrond: ik ga nog even door. 
hoogtepunt #22: Nou ja, door Veenendaal sukkelen langs een fietspad en stoplichten, ineens routeloos voelen. Uitzicht zijn de straatnaamborden. 

Net voor ik viel nam ik een foto


dieptepunt #4: Met stip: Vallen op het onverharde pad wat doodliep. AHA! daar langs het spoor loopt een onverhard pad. Als ik een foto maak van de trein til ik mijn voet niet hoog genoeg op voor een graspol en lig ik op mijn knieën. Bah, vieze handen. En dan loopt het pad ook nog op niks uit en moet ik terug. Gelukkig ben ik er bijna.
hoogtepunt 23: De trein na 22 kilometers en na 15 lange minuten wachten en niet stilstaan (hadden 2 km kunnen zijn). Ik blijf wandelen en trek mijn regenjasje aan tegen afkoeling. Ik laad de OVkaart op. 
dieptepunt #5: Ging ik zo langzaam? Een halve marathon in meer dan 2 en een half uur?! Een vergissing met de hoogtemeters die meetellen: Ik heb aardig gedaald en gestegen. In de trein ben ik al snel weer helemaal niet meer moe en ik ben blij dat ik nog terug kan rennen. Ik stuur SMSjes naar de schatzoekers, die de schat niet konden vinden.
hoogtepunt #24: Opgehaald worden met de auto, al had ik nog wel terug willen en kunnen rennen ook. Nu neem ik ineens afscheid van het rennen, maar het is fijn om de familie weer te zien.
hoogtepunt #25: De welverdiende pannenkoek in schone kleren!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 25 Hoogtepunten (en 5 dieptepunten) tussen de heuvels van Rhenen en Veenendaal

Training om de vakantie te vergeten.

Om 8 uur waren weer eens met zijn allen bij het buurtcentrum, maar daar waren ze ons nog even vergeten. Ik ging met de AB groep mee, snelle lieden. We liepen naar het straatje waar we altijd lantaarnpalen gaan tellen. De trainer beloofde ons een training-om-te-laten-merken-dat-de-zomer-voorbij-is. Ik ben geen fan van deze trainer, hij is mij niet altijd even duidelijk. Gelukkig loop ik niet vooraan en volg ik de rest gewoon!
Eerst langzaam 6 lantaarnpalen heenlopen en in steigerrun terug. Dat lukte me nog best de eerste keer. En de tweede keer ook. Hoe vaak we het deden weet ik niet precies. Toen volgde er een heel verhaal: 3 lantaarnpalen heen op rustig tempo, steigerrun terug, dan wandelen over het verbindingspad naar het andere fietspad waar we voor de verandering 6 bomen aftelden. De even keren moesten we terugrennen op 10-kilometertempo en de oneven keren net als op de heenweg rustig lopen. Volg je m nog? Weer terug over het verbindingspad wandelen en dat telt als 1 hele ronde. Dat maal tien. Dan ben ik blij dat ik niet voorop hoeft te lopen tellen, haha!
Het ging best, maar we moesten het wel tien keer doen. Na de vijfde keer raakte ik met een medeloopster aan het kletsen en toen haalden de andere dames ons in. Ik ben niet goed in versnellen. Volgens de trainer moet ik mijn knieën meer optillen en dat doe ik best, maar ik versnel niet zo snel als de anderen. Mijn tienkilometertempo ligt echter ietsje hoger en het ‘gewone’ tempo ook. Ik vind zulke opdrachten wat saai en het wandelen is echt bijna het moeilijkste: dat is gewoon een totaal andere beweging. Ik kreeg het wel erg heet eerlijk gezegd. Het hartslagpatroon en tempopatroon gaat er wel leuk uitzien door zo’n training! Ik ging een paar kilometer heel erg snel, ook al wandelde ik gedeeltes van die kilometer. Toen de snelle heren tien keer hadden gerend en ik pas negen keer, hielden we op. Wat kan ik daar slecht tegen, ik wil de opdracht ook tien keer doen! Dan doen zij het maar elf keer hoor.
We gingen nog een keer 8 lantaarnpalen rustig heenlopen, dan 4 palen heel rustig terug en de laatste 4 palen heel snel terug. Daarna moesten we 30 keer op een stoeprandje springen en dan nog een minuut wazig rondkijken slash wat drinken. Doen we ook. Ik deed de variant wazig rondkijken en horloge staren. Ik had niet al teveel zin meer, maar ja. Ik moet zeggen dat ik wel loeihard ging als ik mijn knieën optrok, zo’n 15 kilometer per uur. Het moeilijkste was het lantaarnpalen tellen, soms was mijn verdeling volgens mij 3 om 5 ofzo.
Toen liepen we weer terug. Ik heb nauwelijks gehoord wat de anderen allemaal te kletsen hadden. Zij bespraken zomervakanties. Met deze training was de zomertijd wel voorbij ja. We gingen nog uitrekken. Ik had er bijna tien kilometer opzitten. Kijk, daarom wil ik ook de oefening 10 keer doen en niet bij negen stoppen! En toen weer op de fiets naar huis. Met al een hele dag huisjes-boenen had ik mijn 10duizend stappen en alle bewegingsdoelen van de Apple ruimschoots gehaald! Ik was niet buitengewoon enthousiast over deze herhaling van zetten. Ik heb niet gemerkt dat er trainingen vervielen omdat het zomer was, dus voor mij had het niet gehoeven. De volgende dag had ik weer eens ouderwets spierpijn van de-zomer-voorbij-training.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Training om de vakantie te vergeten.

Raadsels voor het weekend.

Raadsel 1: Ik loop door tuinen en kijk over de schuttingen. Ik loop door woonkamers en ga dwars tussen de brandnetels door. De heuvel hoeft ik niet op met mijn lange benen, ik kom vanzelf boven. Ik stoot mijn hoofd tegen bomen. Ik wordt alsmaar langer, hoe later het wordt. Ik ben een beetje schimmig en er zijn hele stukken die ik niet mee hoeft te lopen. Onder de bomen in het Kotterbos ben ik weg. Ik maak me niet druk om een traag tempo. Het enige wat ik nodig heb is de zon. Rara, wat ben ik?
Ik ben Anke’s Schaduw en ik volg trouw zolang de avondzon schijnt. Bij voorkeur op een warme zaterdagavond voor zonsondergang.
Raadsel 2: Ik ben nieuw. Wit. Sjiek. Prijzig en heel waardevol. Ik ben de schakel naar de buitenwereld. Ik speel de muziek af op de koptelefoon. Ik maak samen met de telefoon de foto’s. Ik hou je op de hoogte van de gelopen tijd, de snelheid en het calorieverbruik. Mijn tegenhanger is zwart en zit aan de andere kant. Die zorgt met zijn gepiep voor het intomen van het tempo. Als je de weg kwijt bent, kan ik je helpen. Als je contact met iemand op moet nemen, ben ik ook van dienst. Maar vandaag moet ik nog wennen en herstart ik om de haverklap. Ik moet wennen aan je pols, de telefoon, alle activiteiten. Rara, wat ben ik?!
Ik ben de nieuwe Apple Watch. Samenwerkend met het Garmin Horloge, zorgen wij voor de digitale afhandeling van het hardlopen. Tot de techniek het laat afweten: de telefoon herstart, de AppleWatch ook en de koptelefoon is leeg, waardoor de muziek niet langer te horen is. Het Garmin horloge piept als de hartslag te hoog wordt.
Raadsel 3: De kleur goud van de zon die over de blaadjes valt. De geur van het bos. Het bepalen van de route door het Kotterbos. De keuze voor een onverharde ondergrond. De brug over en het tempo inhouden. Kijken naar mensen in hun voortuin. Het ontwijken van een hond. En als de techniek het af laat weten, nog meer genieten van de omgeving, ook al is die bekend. Alleen over de natuurbrug lopen en kijken naar de witte (of zilver-?)reigers. De eendjes vluchten weg voor mij, niet voor mijn schaduw, niet voor en piepend horloge. Ik ben degene die in moet schatten hoe het tempo de heuvel op moet liggen en ik ben ook degene die naar de treinen, de vliegtuigen en de blauwe lucht kijkt. Ik hou niet van de zon – niet vanwege de schaduw die me dan onophoudelijk volgt, maar omdat de zon zo kan branden. Deze avondzon is echter schitterend. Ik heb de zintuigen en de benen om hier te kunnen ZIJN. Rara?!
Dat ben ikzelf natuurlijk, Anke rent hier. Dezelfde Anke die het na 9 kilometer heel moeilijk krijgt. Die Anke die ineens weer weet waarom ik niet van ijsjes hou: ze vallen vaak verkeerd en nu ook. Die Anke heeft last van haar maag en nog meer last van haar darmen. Die Anke die móét, maar geen WCrol bij zich draagt. Tja, dat ben ik en na 10 kilometer baal ik enorm dat ik stukjes moet wandelen om de sluitspier zijn sluitende werk te laten doen. Balen. Het is nog een lange kilometer naar huis, maar ik heb keurig in hartslagzone één 80 minuten volgens opdracht volbracht.
Raadsel 4: Hier ga ik, ik wilde niet alles in hetzelfde tempo en daar heb ik spijt van. Ik wilde de staatjes door en nu gaan we 1 straat zacht en 1 straat hard. Het is zwaar voor mij. Ik mag geen vuisten maken. Ik denk dat ik het einde van de straat niet haal, maar het lukt me elke keer. Ik word ook nog door het bos gestuurd. Volgens mij kan ik nooit meer harder en ik weet nu zeker dat ik niet meer om intervallen vraag. Maar als ik een wedstrijd moet doen tegen mama wie het eerste de burg over is, dan win ik! En wie het eerste bij de volgende trap is? Dat win ik ook van mama! Alleen de laatste keer kan mama van me winnen, want ik ben heel moe van de intervallen training die wel bijna 5 kilometer lang was. Rara, wie ben ik?
Ik ben Vincent en met mama heb ik de dag nadat ik een uur lang aan één stuk door baantjes heb gezwommen, intervallen hardgelopen. En ook zacht hardgelopen. Het was heel zwaar, maar ik word er een sterke vent van op weg naar een triatleet. Mama kan misschien harder en verder lopen, maar ik kan beter zwemmen!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Raadsels voor het weekend.

Uitdribbelen noemen ze dat.

Mijn vriendin zou mee gaan lopen en ik had het haar beloofd, dus ik kon me niet drukken na een dagje door het drukke Amsterdam in de zon sjouwen. Even voor 8 uur stond ze opgewekt voor mijn deur en daar gingen we. “Langzaam uitdribbelen’ stond er op mijn schema, dus ik vond dat alle tijden met 7 minuten moesten beginnen. Dat is geen probleem voor ons, want we kletsen harder dan wij lopen. We ratelen eigenlijk de hele tijd door. En omdat de route voor mij zo bekend is, had ik er helemaal geen oog voor. Terwijl het prachtig was op deze zomeravond. Maar nee, wij kletsen en kletsen. Jammer voor iedereen die meeleest, maar ik ga niet vertellen waarover we allemaal kletsen! Het ging heel goed. Zeker voor mijn vriendin die alweer 10 dagen niet heeft kunnen rennen. We liepen langs de plassen en er liepen runderen in plaats van paarden. Het is raar hoe ik veel vermoeider kan worden van sjokken door de Amsterdamse zon als van een uurtje rennen. We gingen de berg op en ik zette mijn horloge even uit om een foto te maken en van het uitzicht te genieten. Mijn vriendin is niet van het stoppen, dus we liepen al snel weer verder en ik wilde ook een beetje bosbeleving meenemen nu het zo lekker ging. En omdat we nog lang niet waren uitgekakeld natuurlijk! Het fietspad met de gele begroeiing lag er heerlijk bij. In het bos werd het moeizamer vond ik. Na asfalt is dat ineens beduidend minder prettig. Ik had een beetje buikpijn, maar niets noemenswaardigs. Toen merkte ik dat ik mijn horloge niet opnieuw had aangezet en dat krijg je meteen het gevoel 2 kilometer voor niks te hebben gelopen. Ik baalde er enorm van, stom is dat. En zo liepen we weer via het park terug naar huis. We hadden een uur gejogd en uiteindelijk lag de gemiddelde tijd op 7minuut06 per kilometer. Dus mijn vriendin neemt 10 dagen looppauze en loopt vervolgens weer dik 8 kilometer mee zonder al teveel moeite. Fijn lesje over conditie-behoud! We waren nog lang niet uitgepraat, maar gelukkig lukt ons dat eigenlijk nooit! Ik kon de afstand en tijd aanpassen omdat mijn telefoon ook ‘meeloopt’ en ik dus wist hoe ver en lang we gelopen hadden.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Uitdribbelen noemen ze dat.