Vraag: Gister stond er toch al een training op de woondome met de hardloopclub in het schema?
Anke: Tja… Ik was moe van een dagje vakantiehuisjes-boenen en we waren pas om kwart over 7 klaar met eten, en het was heet; ‘t ging gewoon niet!
V: Dus vanmorgen dan maar?
A: Het regende. En ‘s middags zou het droog worden.
V: Uitstel dus. Had je er niet zoveel zin in of zag je er tegenop?
A: Ik wist gewoon niet zo goed wat ik moest gaan doen. En toen ik aan het inlopen was dacht ik inderdaad dat ik er tegenop zag.
V: Netjes eerst inlopen. Toen was het droog?
A: Ja! Het was de hele tijd droog, ik heb zelfs eventjes een mager zonnetje gezien. Maar het was lekker zwaar bewolkt. Niet koud hoor.
V: En had je zelf een training bedacht?
A: Jep. Hou je vast: ik had bedacht tien keer de Woondome op te gaan. Die Woondome is dus een helling van 17% in Almere Buiten naar een parkeerdek. Er ligt ook een parkeerplaatsje naast. Eerst wilde ik drie keer ‘gewoon’ naar boven rennen en dan op het parkeerdek rustig uitdribbelen en omlaag ook rustig aan doen. Daarna zou ik een rondje op tempo lopen onder op de parkeerplaats en dan nog drie keer omhoog. Volg je ‘m nog?
V: Dan ben je dus 6 keer op tempo omhoog gelopen. En hoe hoog is je tempo dan?
A: Geen idee! Dat je benen er zwaar van worden zeg maar, vooral het laatste stukje. Dan kom ik echt adem te kort en ben ik erg blij met uitdribbelen om de ingang heen.
V: Ingang?
A: Boven is ook een ingang, maar het loopt daar ook nog lichtjes omhoog. Dus naar beneden is het fijnste. Dan krijg ik mijn hartslag weer in zone 1 en zelfs op 125.
V: Hartslag ja, en hoe hoog is die als je boven bent?
A: Dan ligt het rond de 165. En dan hijg en zweet ik echt.
V: Maar je ging tien keer omhoog en dit waren er pas zes.
A: Na drie keer ‘gewoon’ omhoog, dus eerst dat rondje over de parkeerplaats. Dat rondje was eerst 2 parkeerhavens diep zeg maar; het tweede rondje was 2 parkeerhavens om en het derde (en laatste) rondje was 3 haventjes om op tempo en daarna nog omhoog. Dat was best heftig zwaar.
V: Kan ik inkomen. Maar je was nog niet klaar dus?
A: Toen nam ik even pauze voor foto’s en dribbelde ik wel heel langzaam over het parkeerdek. Er stond iemand te kijken en dat ergerde me. De parkeerwachten kwamen ook nog langs met hun bonnenboekje beneden. Er was zat te doen.
V: En te rennen. Na de pauze ging je nog een paar keer naar boven?
A: Maar toen lag de nadruk op omlaag! Ik ging hard naar beneden en dan de rondjes over de parkeerplaats ook nog snel: eerst de 3 parkeerhavens diep, dan twee en tot slot het kleine rondje achter het naar beneden sprinten. Naar beneden is wel gemakkelijker, maar de eerste keer even wennen. Ik moest echt inhouden. De laatste keer had ik het wel te pakken. En dan langzaam omhoog, maar ook daar krijg je een hartslag van 155 van!
V: Niet slecht voor je knieën, dat afdalen?
A: Daarom durfde ik niet zo hard naar beneden de eerste keer.
V: Ik kom tot negen.
A: Ik heb beneden ook nog eens gepauzeerd.
V: Tjonge. Was dat nodig (grinnik)?
A: Ik zweette me kapot. Het druppelde er echt af. Dus ik moest wel in beweging blijven. Ik zou nog 1 keer hard omhoog gaan, dan het hele rondje parkeerdek en dan hard naar beneden. Dan vond ik het wel genoeg, want ik had me dan wel een half uur in het zweet gewerkt.
V: Zeg dat wel!
A: Maar boven kwam ik een leuke kroon tegen die ik móést fotograferen, dus het tempo was er even uit. Daarom vond ik dat het parkeerterrein nog over moest op tempo.
V: En daarna? Bedacht je nog iets?
A: Nou het enige waar ik behoefte aan had was heel kalmpjes aan uitlopen.
V: Je had zeker wel spijt dat je gisteren niet met de club was meegegaan?
A: Meestal gaat het daar niet een half uur aan 1 stuk door. Ik liep een beetje om. Kon iedereen weer stom kijken. Er zijn echt veel mensen die op een doordeweekse dag rondom de Woondome rijden en lopen en raar kijken naar een fanatieke hardloopster.
V: Vind je het gek?!
A: Nee, helaas vrees ik soms dat ze gelijk hebben haha. Ik dribbelde rustig uit langs de kunstboom. En over het bruggetje door de zon. Echt lekker sloom. Lijkt me ook een grappig gezicht: iemand helemaal bezweet en met een vuurrood hoofd die langzaam aan vooruit rent. Maar goed, eenmaal in de Seizoenenbuurt zat de hartslag weer onder de 130 en hobbelde ik vrolijk voort. Thuis ging ik rekken en moest ik de postbode met mijn huissleutel bewijzen dat ik daar woonde voor ik de post kreeg.
V: Moe natuurlijk!
A: Nee, ik ga zitten en kom vrij snel bij.
V: En hoe hard ging je nou?
A: 9 kilometer in 70 minuten is niet echt hard hoor, zo gemiddeld. Maar op je voorvoet omhoog rennen tegen een 17% helling op en dat tien keer, da’s best een traininkje hoor. En mijn trainer stuurt dan een appje “tien keer maar”, mooie is dat! Had ie zelf maar iets moeten zeggen, grmbl. Maar nu ga ik douchen, want ik krijg het een beetje koud. En de kleertjes in de wasmachine.
V: Doe dat, bedankt voor de info!
Interview over de Woondome
Het Voetenpad om Hilversum
Om 8 uur stonden mijn maatje en ik bij Groot Kievitsdal, een congrescentrum in de bossen tussen Hilversum en Lage Vuursche. Dat was het beginpunt voor ons van het Voetenpad, een wandelroute van circa 25 kilometer om Hilversum heen die dateert uit 1939. De route is bewegwijzerd met betonnen palen waar een blote voet op staat en komt op die manier aan zijn naam. Ik besloot op het laatste moment om toch op mijn nieuwe Brooks te gaan lopen, omdat ze als gegoten zitten. Mijn loopmaatje moet 27 kilometer lopen vandaag, ik neem de opdracht 3 uur lopen mee in zone 1, maar maak daar zone 2 van omdat we offroad gaan.
Kilometer 1 – 5
De eerste kilometers bleef ik maar kwebbelen. De eerste kilometer had ik het echt ijskoud.
We liepen meteen in het bos en kwamen langs een prachtig spiegelend meer. Het was nog rustig in het bos. Ik warmde al snel op. En maar doortetteren, arm loopmaatje, maar die kon genieten van de omgeving en hoefde alleen maar te luisteren. We kwamen bij de overgang over de A27 en meteen daarna staken we het oude spoor tussen Hilversum en Utrecht over. Ik zou heel lang kunnen uitweiden over hoe mooi het is, maar het zou een beetje saai worden denk ik en de woorden zullen ook nooit omschrijven hoe het echt was.
Kilometer 6-10
We kwamen toch diverse andere hardlopers tegen. Ik interesseerde me totaal niet voor de kilometertijden. We liepen 1 keer te ver door, dat kwam vast omdat ik maar doorging met kletsen. Het was allemaal heel erg mooi. De zon scheen lekker, de bossen lagen er goed bij, de heide was prachtig. De route was gemakkelijk te volgen en zodoende leek het me allemaal heel zorgeloos toe. Mijn loopcollega neemt het vertellen even van me over. Mag ik ook luisteren. Tijd voor een gelletje: dit soort energievoorziening is op lange tochten als deze een vereiste en ik zal er aan moeten wennen. Ik vond het een hele hap en niet echt lekker, maar een paar slokken water doen wonderen. We lopen over de Kolhornse Heide, langs de boom die ik gefilmd heb voor mijn eindexamenfilmpjes.
Kilometer 10-15
Door Kerkelanden. Verhard. Maar voor mij wel een bijzonder stukje, want ik kom langs het gebouw waar ik jarenlang heb gewerkt. Ik heb hier vaker het voetpad vermeld gezien, maar nu begrijp ik eindelijk de betekenis! We slingeren langs de vijvers en het is opvallen hoe snel asfalt verveelt. Net als wij de drukke weg oversteken, komt er niemand langs en kan ik weer niet uitrusten, haha. Ik kwebbel weer verder. Na de stoplichten langs de oude haven en daarna gaan we weer onverhard het bos in. Hoi!
Schaduw en lichtwerking zijn prachtig. Het Corversbos. Hier kwam ik niet zo vaak en het is echt verrassend mooi. Er springt een hond tegen me op en we worden vergezeld, tegemoet gelopen en ingehaald door andere hardlopers. We steken zonder ook maar 1 auto te zien de ‘sGravenlandse weg over en een bord geeft aan dat we Hilversum verlaten. We draaien het bos al snel weer in. Dit is het Spanderswoud.Kilometer 15-20

Hier herken ik niks. Er ligt water met groen kroos erop onder de zonnestralen en het bospad is heuvelig. Hemeltje, wat is het hier prachtig en mooi! Ik loop enorm te genieten en we zwijgen, enigszins overweldigd door de schoonheid. banen zonlicht komen tussen de bomen door en het lijkt wel een sprookje! Even baal ik ervan dat ik nog maar tien kilometer mag lopen. We raken van de weeromstuit het voetpad kwijt! Als we de weg volgen en op de GPS kijken, komt het weer goed. Ineens staan we achter met Mediapark. We zouden hier moeten oversteken, maar ik beloof mijn loopmaatje een omweg waar hij geen spijt van krijgt. En zo lopen we even later over de vlonders vlak bij het Mediapark.
Voor mij is het dubbel-dubbel genieten omdat ik hier vorig jaar pas weer kon lopen na het harde werken. De lucht is strakblauw naast de zendmast en het riet wuift zacht. De stappen op het hout klinken heerlijk ritmische en ik ga er snel overheen. We gaan de natuurbrug over en moeten nog een stuk klimmen ook.
Dan is de zon fel en is het na bijna 19 kilometer best zwaar, maar ik beloof mezelf een gelletje als we weer op het voetpad zijn. We komen op de hei en zoeken maar heel eventjes naar het voetpad. We komen langs de schaapskudde en daar zijn de vertrouwde betonnen paaltjes weer.Kilometer 20-25
Het gelletje is zeer welkom, maar niet lekkerder dan de eerste. De hei is me wat zonnig, maar we lopen ook veel langs de beboste rand. Het blijft alsmaar onverhard waar we lopen. Ooit hebben we over deze hei al gelopen. Ik vind het nu beduidend zwaarder worden. De halve marathon hebben we in 2 uur en 24 minuten volbracht, maar we zijn er nog niet! Het is een beetje irritant dat het horloge van mijn loopmaatje al zo’n 700 meter op mij voorloopt. Zo haalt hij zijn 27km wel! Gelukkig maakt het mij niet uit wat ik ren in die drie uur, maar liever zou ik 5 minuten meer rennen om het weektotaal te halen. Ik loop me af te vragen hoe ik het vol moet houden en al helemaal hoe ik het vol moet houden ooit 42 kilometer te blijven rennen.
Het tempo moet iets omlaag van mij en dat gebeurt ook wel, maar dat maakt het niet minder zwaar. Vlak voor de Larensweg worden we door 3 hardlopers ingehaald, waaronder 1 dame. Ze zijn met een hele club, maar hun interval houdt op bij de dagcamping en we laten ze weer achter ons. Nog één heide oversteken.
De laatste kilometers.
De Zuiderheide is heuvelig en na een beklimming en een afdaling kickt ineens het gelletje in. Ik snap niet hoe het komt dat ik het ineens weer zie zitten en dat het gemakkelijker aanvoelt. Tot nu wist ik niet dat het even duurt voor de gel effect heeft. Volgende keer moet ik dus het punt vóór zijn dat ik verlang naar de gel en eerder wat naar binnen werken. We gaan het bos in en ik begin het overzichtelijk te vinden. Toch kan ik niet bedenken of we de snelweg nog onderdoor moeten en of we Anna’s Hoeve nog voorbij komen. Ik maak me er niet druk om, want we volgen de voetenpaaltjes gewoon.
Blijkt dat we inderdaad langs Anna’s Hoeve komen. Mijn benen zijn moe deze keer. Eerder dan mijn hoofd voel ik alle spieren in mijn benen. We gaan gelijk met het spoor onder de A27 door. Niet precies de route, maar inmiddels maken we weer moppen met 2 vissen in een kom. Dan lachen we, zijn afgeleid van de pijn in de benen en lopen maar door en door. We zijn de 25 kilometer inmiddels allebei gepasseerd. Als we het spoor oversteken baal ik dat er geen trein komt, ik had best willen wachten.
“Wil je blijven leven, wacht dan even” staat er op het bord, dus dat doe ik dan toch maar even terwijl ik een foto maak, goed excuus! Nu is het nog rechttoe rechtaan over de grens tussen Utrecht en Noord-Holland. We komen de 26 kilometer door en ik heb nu weer genoeg energie.
We passeren ook de 3 uur en mijn loopmaatje haalt de 27 kilometer. Ik haal ze zelfs ook nog! En dan staan we na 3 uur en 10 minuten weer bij Kievitsdal. Voor mij na 27,7 kilometer met een gemiddelde hartslag van 147. Tsjakka. De schoenen hebben me heel, heel goed ondersteund en mijn loopmaatje ook. Ik drink veel hersteldrank en eet een ontbijtkoekje. In het bos kleed ik me om. Een goed besteedde ochtend zeg ik 😀 😀
De wondermooie trail over de Kemphaan die de trainer verkeerd interpreteerde
Waarom ga ik weer met een training mee van de mensen uit Stad? Het was zo leuk en gezellig gisteren met de club-van-Buiten. Het antwoord is: de Kemphaan. Lijkt me gaaf daar eens onverhard te lopen, al twijfel ik er ten zeerste aan of ik anderhalf uur met de AB groep mee kan lopen in hartslagzone 2. Dus toen ik mijn sleutel inleverde, vroeg de man of ik ook met de C/D mee ging en zei ik ja. Toen ik de A/B trainer vroeg hoeveel hij onverhard ging lopen, zei hij: “bijna alles” Hij begreep mij verkeerd en voegde er haastig aan toe: “maar het is heel goed te doen, ik heb het net geprobeerd”. Mijn twijfel was al weggenomen. Slechter dan het Amsterdamse Bos zou het niet worden. Onverhard: ik ga mee! Ik ken die trainer alleen van gezicht en omdat hij foto’s maakt, en hij kent mij niet. Ik geloof dat hij twijfel zag bij mij – die er dus niet was. Toch acht ik deze trainer zeer hoog en ik weet dat hij mij precies goed heeft aangemoedigd bij de eerste Almere City Run, dus ik waag de gok zonder schroom. Ik ging lekker mee in de groep. We starten onmiddellijk onverhard en ik kreeg onderweg nog een telefoontje ook! Hoe fijn is het, dat je de hele tijd je enkels traint, terwijl het natuurlijke groen om je heen alle zorgen absorbeert en het ritme van de benen een stressdodende cadans vormen. Ik had de Asics aan en mijn hartslag stond op mijn horloge. Met mijn lange broek was ik erg blij, want er zijn wel veel brandnetels in het bos, waar ik toch een laagje stof tussen heb. Ik luisterde naar het gekakel over huizen-kopen, vakanties en ik genoot daar in het bos met de laagstaande zon.
Het was wonderschoon en het tempo lag perfect. Ik werd niet moe, niet te heet ondanks mijn lange broek en alles rook lekker en was inderdaad goed begaanbaar. We mochten een stukje op eigen tempo en toen kwamen we op asfalt. Ik ging te hard. Ik kwam boven zone 2 uit en dat vond ik niet nodig. Maar ik wilde niet achteraan gaan lopen, dus ik zette even door. We gingen twee van de vier bruggen van het Vierbruggenpad over. En snel daarna weer onverhard. Ik liep te kletsen met de trainster die mij twee weken geleden te hard over de Stichtse Brug joeg en dat ging prima en moeiteloos tijdens het rennen over de smalle paden. Goed dat ik daar niet alleen liep, dan had ik foto’s blijven maken! Het was allemaal zo kalm en rustgevend. We deden een steigerrun en ik kon werkelijk moeiteloos het tempo verhogen. Dat resulteerde wel in bijna zone 4 met een hartslag van 161, maar het was erg prettig. Ik besloot verder mijn eigen tempo aan te houden. Toen mocht iedereen weer een stukje op eigen tempo en ik vertrok als laatste want mijn schoenveter zat los. Ik koos het zandachtige ruiterpad in plaats van het geasfalteerde fietspad en zwoegde heerlijk als laatste door tot het einde. Zwaar op dat losse zand, maar fantastisch ook. Ik hou dat tempo urenlang vol, maar de trainer moedigde me aan dat ik ook binnenkwam, al was ik laatste. Ik heb liever geen pauzes, ik ren gewoon door en dat lukt me ook moeiteloos. Dit is geen training, dit is Lopen Op Lokatie (LOL met hoofdletters) en daar hoeven niet perse tempowisselingen in te zitten. Ik heb gister nog de tempo- en hartslagwisselingen getraind. Nog meer vakanties worden besproken en soms laat ik merken dat ik meeluister. Voor mezelf loop ik het liefst achterop en dan nog met een beetje ruimte voor me ook. Dan lijkt het of ik het niet haal, maar ik wil vooruit kunnen kijken en niet op mijn hielen worden gezeten. Dat vind ik het enige nadeel van een groep: ik ga niet vooraan lopen en ik hou niet van het midden. De rode lantaarn is altijd mijn lievelingsstek geweest omdat die mij het meeste overzicht biedt.
Ik was de route bijster en dat was prettig, want het was helemaal niet mijn zaak, ik hoefde alleen maar te volgen. Het was zo mooi: aangelegd stadsbos en toch vol afwisseling. De ondergronden wisselden elkaar ook af van gras tot modder en kiezels, bospaden en schelpenpaadjes. We mochten nog een stuk eigen tempo lopen en dan gaan de snelsten er als een haas vandoor en de rest volgt dan. Ik word dan dus ingehaald door een 70plusser, maar ik hou mijn tempo en hartslagzone prima aan en blijf rond de 6 minuten lopen – hard zat voor onverhard. Ik vind het allemaal geweldig en raak in een soort trance van eindeloze voetstappen, lage zon en bos.
Langzaam haal ik de rest weer bij die langzamer gaan omdat ze te snel gestart zijn, maar binnen anderhalve kilometer lukt me dat bij lange na niet en de snelsten moeten mij komen halen. Toen vroeg de trainer me vriendelijk: “Heb je er spijt van, het gaat goed hoor.” Ik heb niks geen spijt en besef dat de trainer nu denkt dat ik het niet kan bijhouden! Ik zeg dat het prima gaat en dan val ik stil in de groep. Ik hoor de rest niet meer miepen over hun horloge en hoe lastig hartslagmeters om de borst zijn. Ik ben verbijsterd over zoveel medeleven van een trainer, ook al heb ik het niet nodig. Ik ben verbaasd dat hij aan me twijfelt en besef te laat dat deze trainer niet kan weten dat ik een offroad-runner geworden ben. In een half jaar tijd! Ik verzak werkelijk in een trance-achtig gevoel van trots, gelukzaligheid en sereniteit. We hobbelen heerlijk door het bos terug op een laag tempo en mijn hartslag komt nergens meer boven de 150 uit, wat echt keurig is. Sowieso komt mijn hartslag niet boven de 160 uit de hele weg. Soms daagt me even waar we zijn en hoe we ongeveer rennen om de Kemphaan heen, maar ik hoeft me daar niet druk om te maken en ik doe het ook helemaal niet. We zijn 1 uur en 20 minuten onderweg als we weer bij de auto zijn. Jammer, ik had nog wel 10 minuten erbij gewild, maar de heer met mijn autosleutel wacht op me. Ik ben een beetje vermoeid, maar dit zou ik nog prima een uur langer vol kunnen houden.
We hebben 12 kilometer afgelegd (ikke net, de rest ruim) en strekken wat uit. Nog steeds ben ik wat wazig over deze wonderschone ervaring. De trainer zegt dat dit soort loopjes vaak door hem op zaterdagochtend worden gedaan en ik hou me van harte aanbevolen! Op weg naar de auto bedank ik de trainer en de aardige man zegt me nogmaals dat ik het prima bijgehouden heb en dat die stukjes eigen tempo prima door mij zijn ingevuld. Ik hoeft geen wraak of weerwoord, maar ik meld hem dat mijn opdracht voor deze avond was om hartslagzone 2 aan te houden en dat ik dat prima gedaan heb terwijl ik genoot. De blik van de trainer was onbetaalbaar: in 1 oogopslag lag duidelijk waardering te lezen en zijn knikje zei overduidelijk: jij wist al die tijd precies waar je mee bezig was; in zone twee nog wel!! We wensten elkaar een hele prettige avond. Ik ben minstens net zo tevreden als gisteren (er was niemand die er gister ook was trouwens) en heb een geweldige avond gehad. Maandtotaal toch weer lekker boven de 160 gebracht. Nu gaan de kilometers oplopen de komende 4 tot 8 weken. En als ze allemaal de helft zijn in de pracht van deze twaalf, ben ik heel erg tevreden.
Een heerlijke training
Ik heb precies hetzelfde aangedaan als maandag. Alleen andere schoenen. De Brooks. In de hoop dat ze zouden helpen bij het droog blijven. Dit keer was er echt een training bij de lokatie vanaf het Oostvaarderscentrum en geen looprondje. De ‘oude’ ploeg van Almere Buiten is er ook voornamelijk. Mijn loopmaatje en ik gingen er natuurlijk lopend heen. De poort was deze keer wel open. We waren met een heel klein groepje van zo’n 16 mannen en vrouwen en 1 trainer. De trainer die normaal in Almere Stad training geeft en voorheen mijn schema maakte. Het zonnetje scheen. We gingen langzaam op weg en ik hield even in omdat ik bang was over het intervallenpad te gaan en wat intervalletjes te moeten doen, maar we gingen onverhard het bos in richting de brug.
We liepen tussen het gele koolzaad door en we moesten (op eigen tempo) een rondje lopen. De medeloopster die ook de marathon in Eindhoven gaat lopen wil 3 uur 45 halen. Ik deed lekker rustig aan, maar ik ging niet eens heel zacht over de onverharde ondergrond. Ik vind dat zo heerlijk! We gingen op de langzaamsten wachten en ondertussen squatten. Daarna liepen we het rondje nog een keer. De ondergaande zon met al die lopertjes was een erg mooi gezicht.
We gingen het fietspad heen en weer lopen. Hard heen, zacht terug, hard de brug op en rustig terug. Daar waar ik mijn eerste kilometer ooit liep. Ik had het niet koud in mijn regenjasje, maar eigenlijk ook niet te warm.
De trainer ging op loophoudingen letten en toen ik voorbij kwam zei hij dat er tenminste nog iemand netjes liep. *TROTS* Maar het klopt wel, op mijn heerlijke nieuwe schoentjes loop ik keurig rechtop en kan ik me veel meer afzetten, wat resulteert in een korter grondcontact. Ik kan de rest ook moeiteloos bijhouden en inhalen op de stukken dat we rustig moeten lopen, maar als zij gaan sprinten heb ik meer moeite mee te komen. Dat voelt bij deze ploeg absoluut niet veroordelend. We liepen nog een rondje onverhard en ik kan ze dan helemaal moeiteloos weer bijhalen en nog een foto maken onderweg ook! We wachten tot iedereen er weer is en dan volgt een lesje loophouding. Daarna mogen we het nog een keer proberen. Ik zet nog extra af en til mijn knieën (niet al te overdreven) nog wat meer op. We mogen de brug helemaal oprennen. En dan gaan we langzaam dribbelend de brug op en over. Altijd leuk, al die stampende voeten op de brug.
We gaan drie rondjes rennen: de eerste lekker langzaam, de tweede ietsje sneller en de derde voluit hard. Dus eerst zone 1, heel rustigjes aan, daarna lekker op tempo rond de 6 minuten zone 2 en vervolgens kijk ik niet eens mijn op mijn horloge en ik sprint ook nog eens loeihard het trapje op! Bij het onverharde stukje gaat de hartslag omhoog en het tempo (ietsje) omlaag. We gaan in uitvalspas de brug weer op. De zon schijnt nog steeds en mijn schoenen houden de druppels tegen. We doen ook een uitvalspas achteruit en dat valt niet mee! Dan gaan we het andere trapje nog een paar keer op.
Het zijn 46 treetjes en ik pak er een fijn ritme op. Dit trapje is beter dan dat bij de brug! We mogen ook twee treden overslaan en dan kom je helemaal snel omhoog. Heel rustig dribbelen we weer terug terwijl we een paar rek- en strekoefeningen doen. We zijn het er op de parkeerplaats unaniem over eens dat het een hele fijn training was. Afwisselend, op verschillende ondergronden, we hebben goede tips gekregen en het was heerlijk weer. Als ik mijn hart ook nog even heb gelucht, rennen we weer terug naar huis op een sukkeldrafje. Elf kilometer in the pocket. En dat het droog is gebleven ligt dus aan de Brooks schoenen! 🙂
Asics GT 2000-3 Review in de Regen
De Brooks beschermen me tegen de regen. Pas als ik thuis ben begint het hard te regen. Wat een fijne schoenen heb ik aangeschaft: ze beschermen me ook nog tegen de regen! Zo schreef ik vorige week jubelend over de Brooks. De Ascis hebben die eigenschap duidelijk niet. Als ik voor de deur sta komt het met emmers tegelijk naar beneden. De electronische devices; het horloge, de telefoon, buienradar, ze
ontkennen allemaal dat het nog gaat regenen vanavond, maar ze hebben enorm ongelijk. De praktijk is zeiknat, dikke druppels, flinke buien. Ik moet zeker 5 minuten moed verzamelen.
Conclusie 1: De Asics zijn niet waterdicht
Conclusie 2: De Asics zitten als zachte pantoffeltjes. De hele afzet, het korte grondcontact: dat alles verbetert onmiddellijk.
Conclusie 3: Je kunt alleen maar lekker hard hardlopen op de Asics
Conclusie 4: Het blijft loeihard regenen
Conclusie 5: Door een flinke plas water zijn mijn Asics én mijn Herzog sokken doorweekt voor er twee kilometer om zijn
Conclusie 6: Het is buitengewoon heerlijk, geweldig, fantastisch en prachtig om door deze buien te rennen
Conclusie 7: De Ascis lopen niet beter bergop tegen de waterval in en ook niet beter bergaf met de waterval mee
Conclusie…. Wacht even. STOP HO
Terug naar zes: staat daar nu echt dat dit geweldig is? Ja. Ik loop heel heel heel erg te genieten in de stromende regen.
Ik loop hardop te lachen. Ik hoor de regen keihard op mijn regenjasje stuiteren en dit is by far het gaafste wat ik in weken heb gedaan. Ik ben nat tot op mijn hemd en onderbroek, maar ik voel me fantastisch. Mijn hartslag en tempo hebben niks weg van dribbelen omdat ik in mijn enthousiasme me niet in kan houden. Dat heeft niks met de schoenen te maken helaas, maar met de regen. Ik wil regen tijdens de marathon, wat is regen fijn! En als deze schoenen daar voor zorgen, dan doe ik de Ascis aan!
Conclusie 8: Deze schoenen kan (en wil) ik nooit meer omruilen
De regen stopt als ik Almere weer inloop. Deze schoenen hebben recht op precies hetzelfde rondje als de vorige schoenen. Er komen twee heren uit het bos vandaan. Onder de brug kan ik mijn telefoon pakken voor een paar foto’s – het enige onderdeel aan mij wat niet tegen regen kan. In de verte klaart het alweer op en dat maakt de lucht nog frisser en het licht mooier als op welke late zomeravond dan ook. De heren lopen ver voor me uit, maar ze vormen het perfecte doel. Dus moeten de schoenen ook onverhard mee.
Conclusie 9: ook onverhard kunnen de Asics prima mee. Ze lopen wat zwaarder als de Brookses. Ik verhoog mijn tempo niet. Het ligt al te hoog. (dit heeft niks met dribbelen te maken eigenlijk)
Conclusie 10: Ik kan de heren inhalen. Ze zijn heel wat ouder dan ik en misschien hebben zij al 30 kilometer erop zitten, maar ik haal ze in! Zeker als zij ook een foto maken…
Conclusie 11: Deze schoenen zitten prima en kunnen prima tegen water, maar mijn telefoon werkt niet meer mee door deze aanslag. De heren en ik spelen even haasje-over qua inhalen.
De foto op de trap krijgt mijn telefoon niet meer voor elkaar, nat als ie is.
Conclusie 12: Na 6 kilometer drijf ik weer naar binnen. Inmiddels is het droog geworden. Tijd voor een douche. Helaas mogen de schoenen niet mee.
Sorry trainer. Hij appte dat ik “drie kwartier mocht herstel dribbelen”. Langzaam aan dus. Ik vroeg hem de regen uit te zetten, omdat mijn schoenen anders nat werden. “Optimaal inlopen” volgens de trainer. Nou, die schoenen zijn optimaal ingelopen, maar van dribbelen was geen sprake. Ook geen drie kwartier trouwens, maar minder!
Eindconclusie: Als je droog weer wil, trek dan de Brooks aan.
De Vraag van Vandaag….
Vandaag gingen de oude schoenen voor één van de laatste keren aan voor een lange duurloop waar ik me voor ingeschreven had. He? Kan dat ook al, inschrijven voor een lange duurloop? Jawel, voor alle najaarsmarathonners organiseert atletiekvereniging Pharos lange duurlopen door het Amsterdamse Bos die beginnen vanuit het Olympisch Stadion.
Voordeel 1: Je hoeft zelf de route niet bij te houden (maar het is sowieso beter om dat niet aan mij over te laten)
Voordeel 2: Het Olympisch Stadion….. wow, hoe gaaf is het om daar een keer te rennen?
Voordeel 3: Scheelt slepen met water en bananen voor onderweg, want die verzorgen zij.
Nadeel: In mijn schema was er sprake van een superstrakke tijd voor de 20 kilometer en de opmerking: “benaderen als een wedstrijd” en mede daardoor heb ik geen idee welk tempo ik aan moet houden en krijg ik alle kans me druk te maken. Benaderen als een wedstrijd zit er qua zenuwen wel in. Ik kies voor een iets te hoog tempo voor een lange duurloop met 5:45 per kilometer. Als ik dat haal, zou ik theoretisch een marathon rond de vier uur kunnen lopen, maar daar ga ik niet van uit eigenlijk. Ik ga zien of het me lukt. Anders stop ik en wacht ik op de volgende groep.
Ik neem mijn loopmaatje mee (in dezelfde tempogroep) en nog een andere loopkennis, die veel langzamer gaat lopen. Met zijn drietjes zijn we een bont marathon-gezelschap: mijn loopmaatje traint voor de marathon in Lissabon en hoopt onder de vier uur te blijven, de loopvriendin traint voor de marathon van Berlijn en hoopt onder de vijf uur te komen en ik blijf saai in Eindhoven steken en heb geen idee van de tijd waar ik voor train!
Eerst een kopje thee en dan een rondje door het Olympisch Stadion. Hoe gaaf is dat om over die sintelbaan te rennen. Er staat een zonnetje, maar dat was gisteren wel anders. Toen woedde er een zomerstorm die ons bijna belette het Amsterdamse Bos in te gaan. Ik sluit me met veel heren en twee dames aan bij de pacer en even over half tien rent de groep het stadion uit. Ik vind het een belevenis en kijk goed om me heen. We gaan eerst over asfalt de stad uit en ik heb geen enkele moeite met het tempo. Ik kwebbel, ik klets en ik luister naar de trainer die achter ons loopt en boordevol goede tips zit. Iedereen vraagt voor welke marathon de ander traint, het is een goede gespreksopener. Zolang dat nog lukt, loop je met de goede groep mee. En hoewel we in Amsterdam lopen, voert de marathon van Amsterdam lang niet de boventoon. New York, Zeeland, Italie; ik hoorde vanalles voorbij komen. We lopen langs de bosbaan, heerlijk in het zonnetje.
We gaan na een kilometer of drie/vier het bos in en dan begint er wat geklungel. We moeten veel, heel veel takken ontwijken. Dat zorgt voor opstoppingen, voor oponthoud en voor ongemakken. Gelukkig ben ik erg gewend en vertrouwd met onverhard lopen en vind ik dit niet erg meer. Ik vind het lopen in een groep niet per definitie gemakkelijker. Je moet opletten dat je niemand op de enkels trapt of voor de voeten loopt, je moet volgen en al die anderen die zoveel beter zijn dan ik…. Toch hou ik keurig zone 2 aan en lijkt dit tempo mij geen moeite op te leveren. We komen bij een post en ik drink water en neem een halve banaan. We gaan langs de kanoverhuur, veel over onverharde paden en we moeten 1 keer een halve boom omzeilen. De stormschade is aanzienlijk. Ik raak aan het kletsen met de enige andere vrouw van het groepje en het gespreksonderwerp is natuurlijk… de marathon! Hoewel deze heldin slechts meeliep ‘ter onderhoud’. Voor ik het door had zat er weer een lusje op en staan we weer bij de watervoorziening.
Ik loop liever wat in de achterhoede. Doordat het lastig is de route door het bos te vinden en er ook wat heuvelachtige paden zijn te vinden in het Amsterdamse Bos, halen we het tempo van 5:45 enige kilometers achter elkaar niet. Dat is voor mij natuurlijk een voordeeltje! Mede daardoor hou ik het vol. Ik loop met de volgende meneer te kletsen, maar na een kilometer of 13/14 merk ik dat ik het wel zwaarder krijg. Ik begin me af te vragen waar deze sport toch goed voor is, maar een andere nuttige sport kan ik ook niet bedenken. Met dit tempo heb ik geen tijd om foto’s te maken in het bos. We gaan ook heel veel schattige bruggetjes over. Ik loop liever door het bos heen omdat daar schaduw is. En dan komen we voor de laatste keer bij de waterpost. Ik kijk niet naar mijn kilometers of de tijden, ik heb mijn hartslag op staan en die blijft een lange tijd in zone 2 liggen. Keurig.Nu loopt de hartslag dan toch op richting zone 3, maar ik ga nu niet meer opgeven of wachten, ik blijf bij deze groep. Aan de andere kant lopen we de bosbaan langs terug en ik kan nog wel praten, maar het voelt heel wat zwaarder aan als eerder vandaag! Deze wedstrijd ga ik niet winnen: de beoogde tijd ga ik niet halen, maar dat is met zo’n groepssessie ook helemaal niet van belang eigenlijk.
We lopen terug naar het stadion en daar lopen we nog een rondje over de sintelbaan.
Ik leg mijn tempo iets omlaag en de rest gaat iets sneller, maar kwijtraken is er nu niet meer bij. Achteraf blijkt dat ik het tempo voor mijn gevoel misschien lager leg, maar de kilometertijden zijn helemaal niet minder! Ik moet nog wel drie rondjes uitrennen om op de halve marathon uit te komen omdat mijn horloge nou één keer altijd retezuinigjes is. Ik vind dat geen straf in het Olympisch Stadion!
Met mijn rode koppie is de AAdrink en de ontbijtkoek echt verdiend. Blijkt dat ik op een gemiddelde kilometertijd uitkom van 5:57. Mijn gemiddelde hartslag komt met 155 net in zone 3 uit. Over de halve marathon hebben we twee uur en vijf minuten gedaan. Eigenlijk is dat best wel heel erg oké. Ik kan me douchen en lekker buiten op een bankje zitten te wachten tot onze vriendin ook terug is. Wasvoorschriften uitwisselen. Ik ben ook snel weer helemaal op adem eigenlijk. En die vraag van de dag -raad ‘s: En, welke marathon ga jij doen?
Rustig Kletsen en weer nieuwe schoenen!
Vanmorgen zouden mijn vriendin en ik weer eens bij gaan kletsen. En als je denkt dat wij boven de thee gaan zitten, dan heb je het mis. Wij gaan in korte broek de paden op en de lanen in. Rustig moest ik gaan vandaag. Dus ik ging op de fiets naar haar toe en even later stonden we buiten en weer even later liepen we langs het water. Al snel vroegen we ons tussen de verhalen door af wie had gedacht dat we het koud zouden krijgen, want het was heerlijk warm weer! Ik had het merkje van mijn broek geknipt en liep lekker op mijn nieuwe schoentjes. We liepen te kletsen over hardlopen natuurlijk. En over de kinderen. Over de mannen. En over schilderen (mijn vriendin is bijna professioneel huisschilder hihi). Heel rustig aan. Als ik mijn horloge in zone 1 had gezet, was er niks te piepen geweest. We draaiden de onverharde paden in.
En ik maar denken dat ik overal al was geweest, nou, dit pad had ik ook nog nooit gehad! Het was mooi, heerlijk en buitengewoon gezellig. We liepen langs de manege – daar ken ik het weer en toen over het fiets-wandelpad weer onverhard verder. Het was echt heel lekker in het bos en we vertraagden nog iets omdat toch alle tijden onder de 7 minuten lagen en dat was nergens voor nodig.
Ik had niet het gevoel dat de tijd heel snel ging ofzo, maar het was een prima tempo en een fijne vrijetijdsbesteding. Ik denk dat het nog geen tien seconden stil is geweest. We hebben niet alleen de beenspieren, maar ook de kaakspieren een flinke training bezorgd.
We liepen voor de symmetrie onder de hoogspanningsmasten door en om niet ‘klem’ te lopen achter een mannelijke hardloper met roze schoenen! Hij liet ons ver achter zich met ons excuus dat wij over het graspad liepen. We kwamen op de tussenring die afgesloten is en van zulke drukke wegen die afgesloten zijn, kun je maar op 1 manier genieten: midden over de weg gaan lopen! 
Daarna liepen we langs de Vaart en daar heb ik al vaak gelopen, maar mijn vriendin toonde mij moeiteloos alle onverharde schelpenpaden. Ik heb haar geleerd dat je ook onverhard kan lopen en zij pikt de betere paden er vervolgens uit! We moesten nog 1 keer de Vaart oversteken en toen waren we na 1 uur en 10 minuten weer bij haar huis voor een welverdiend glas water. We hadden er tien kilometer opzitten en mijn hartslag was heerlijk laag gebleven!

‘s Middags moest ik thuis zijn om op mijn pakje te wachten: ik heb nog een paar nieuwe hardloopschoenen besteld! Ascis, net als ik in de winkel aan had, maar met het grote verschil dat deze verre van roze zijn. De doos bevatte volgens het humoristische opschrift een gevaarlijk verslavende inhoud, maar ik vrees dat die waarschuwing veel en veel te laat komt! De schoenen zijn prachtig van kleur en… ze zitten perfect. Ik ga voorzichtig buiten een rondje lopen met de kaartjes er nog aan, maar deze schoenen worden de mijne. Ze lijken ontzettend op mijn tweede paar hardloopschoenen waarop ik de marathon liep (het tweede paar!!!) en die ik nu afdraag als dagelijkse schoenen.
Ik heb ze aan op de foto en de nieuwe schoenen staan er tussenin. Het merk verschilt. En de demping verschilt nog veel meer! Klaar voor de verslaving…
Bruggentraining in C majeur
Met een zwaar gemoed ging ik onderweg naar de brug. Gelukkig haalden ze me op, anders weet ik het niet hoor of ik was gegaan met het debacle van vorige week in mijn hoofd! Ik had mijn nieuwe korte broek aan. Dezelfde trainster en dezelfde snelle kerels zouden de AB groep gaan doen, dus ik besloot onmiddellijk met de C/D mee te gaan. We gingen langs de auto lekker opwarmen, want het was niet al te heet met de wind op de open vlakte. Huppelen, skippen, uitvalspassen: het kwam even allemaal voorbij. Deze groep was groot, maar vandaag was de trainer voorbereid. Hij had spulletjes bij zich en we liepen op lekker kalm tempo naar het trappetje. Tenminste, wat voor mij een kalm tempo was, want dat gold niet de hele groep. Ik liep lekker te kletsen.
Wij C-groep (en normaal zou daarvan ook nog een deel B zijn, maar hier ligt het net anders geloof ik) mochten eerst de trap op sprinten. Gewoon. Prima. Er was 1 tante die liever naast de trap door het gras omlaag ging: ikke ja! De korte broek zit niet heel lekker, hij is eigenlijk te groot en er schuurt nog wat. We gingen de sartaki dansend omhoog: dat klinkt toch al leuk?!
Daarna gingen we de trap op springen en dat lukte op 2 benen best en ook in het sqattend omhoog gaan had ik een ritme te pakken. Niet dat we de hele trap hoefden, gewoon elke keer een plateau. Daarna was het onvermijdelijk dat we moesten hinkelen en raad ‘s: met links ging het gewoon GOED! Het rechterbeen bleef op zijn zachtst gezegd wat achter, maar het ging beter dan vorige week met mijn evenwicht. Toen maakten we de trap vrij voor de D-groep en mochten wij over 3 hordetjes springen, door een trapje (kleine pasjes) en door de hoedjes die steeds verder uit elkaar staan. De ideale oefening voor mij, want ik kom op grote passen uit en die hou ik dan vol en daardoor ga ik hard richting de zon aan het rennen. Echt waar, dit is bepaald geen C-tempo en ik hoeft dan ook maar 1 man voor me te dulden. Ik vind het zwaar en warm om hard te gaan, maar ook erg prettig. Ik word er moe van en raak buiten adem, maar ik heb niet het idee dat ik me dood moet lopen om de rest bij te houden of voor te blijven. Ondertussen sjor ik wat aan de nieuwe korte broek tot die bijna goed zit. Ik ga langzaam terug en herhaal de hele oefening nog een keer. Inmiddels meld mijn horloge dat ik over de vierde kilometer 5:04 minuten heb gedaan en dat vind ik akelig snel.
We gaan met zijn allen de trap weer op en ik kwebbel verder. De brug op gaan we een piramidetje lopen: eerst honderd meter hard, honderd meter brugaf en windje rustig omlaag, dan twee honderd meter wind tegen, brug op hard en tweehonderd meter zacht terug. Afijn, je hebt ‘m en dat tot 400 meter en daarna tel je terug: 300 meter, 200 meter. Ik ging de eerste 100 meter nog niet hard, want ik was nog aan het kletsen. En de 200 meter omhoog was mijn verhaal nog niet klaar, maar bij de 300 meter wel en toen pakte ik het tempo even lekker op! De 400 meter lag boven op de brug. Van mijn korte broek had ik geen last meer, tot ik ontdekte dat ik was vergeten het prijskaartje eraf te halen! Gelukkig krijg ik een rood hoofd van het lopen, want anders had ik me rot geschaamd! Ik was blij dat ik wist dat hetgeen mij prikte van tijdelijke aard was! De andere groep deed maar tot 300 meter en die waren rapido klaar. Mochten zij lekker uitrusten en op ons wachten! Ik moest de 200 meter overslaan en deed daarom wel twee keer de 100 meter. Beetje ongelijke piramide, maar anders moesten ze zo lang wachten!
Ik liep mee uit met een meneer die tijdens zijn verblijf in Spanje over de boulevard zijn kilometrage uitbreidde van 8 naar 18 kilometer. Hij liet de andere “oudjes” op het terras lachen, want deze meneer was zelf 71 jaar! Hij was op zijn 65ste begonnen met hardlopen, ‘omdat de kinderen dat ook deden’. Van zulke helden die nog altijd de Dam tot Dam loop rennen, word ik helemaal stil. Deze meneer mag tegen me zeggen dat het belangrijkste van het hardlopen is om te blijven lachen en dan buig ik nederig mijn hoofd. Deze training was namelijk gewoon leuk: goed georganiseerd, niet te zwaar en niet te licht en vol afwisseling met een lekker zonnetje en wind tegen brug op, daar kan een brede grijns wel vanaf.
Nieuwe hardloopschoenen
“Mama, wat voor schoenen ga je kopen?” vroeg Vincent. “Geen roze“, was mijn antwoord. Hoofdzaak is de pasvorm. Dus het was even slikken toen de meneer van de winkel felroze Asics uit de doos haalde. Mijn één jaar oude paarse Saucony’s waren op. Er zat geen enkele demping meer in na 1200 kilometer. Ik geloof dat werkelijke elke schoen in de winkel me beter zou zitten en zo ook de felroze Asics. Ze voelden heel zacht aan. Omdat de Saucony’s in het bovenwerk ook stuk waren, gaan we niet terug naar dat merk. Ik heb proefgelopen op de paarse trouwe stappers en ik zet mijn voet amper meer naar binnen zoals een jaar geleden. Links helemaal niet meer en rechts dus nog nauwelijks. Ook op de Ascis kan ik prima lopen, maar links voelt aan de onderkant wat vreemd. Dan krijg ik een paar donkerblauwe Brooks in mijn handen gedrukt. Ik vond ze meteen mooi. Uiterst simpel en gewoon en dat klopt ook: dit is een neutrale schoen. Als ik ze aandoe, passen ze gewoon perfect. Ik had mijn hart bijna meteen aan deze schoenen verpand, maar lopen ze ook goed? Ze lopen uitstekend! Ik wissel de Ascis en de Brooks nog even om (links een asic, rechts een brook) en dan is de keuze snel gemaakt: de Brooks zitten als gegoten! En wat ook speelt: mijn eerste marathon liep ik op neutrale groene Brooks, voor de volgende lijken neutrale blauwe Brooks mij een uitstekende keuze!
Dan is het natuurlijk geen optie om zulke schoenen in de doos te laten zitten. Die moeten worden getest! Ik kon niet meer kilometers verwerken op zaterdag, maar zondag, recht uit bed, gaan ze aan! Het was even droog en voor een klein eindje van 6 kilometer ging ik trots als een pauw op mijn nieuwe stappertjes de deur uit. Ik liep rustig en voorzichtig in. Na de eerste probleemloze kilometer ging ik versnellen op de skeelerbaan. Asfalt!
Ik kon prima weg met de schoenen. Ze knerpen over het asfalt, een geluid alsof ze willen zeggen: kijk ons eens lekker nieuw zijn! En voor het feit dat ik gisteren al tig hoogtekilometers heb verwerkt en toch een blauw knietje aan de val heb overgehouden, is een kilometertijd van 5:07 uitmuntend! De brug óp en af inbegrepen.Kilometer drie hobbel ik weer vrolijk verder en ‘klets’ bijna tegen mijn schoentjes: “er komen nog veel kilometertjes samen, nog veel meer wildroosters en nu zijn jullie goedgekeurd en mogen jullie vies worden.” Gelukkig praten ze niet terug! Ik neem het onverharde pad langs de Oostvaardersplassen. Gek genoeg is hier niemand, terwijl net bij de bruggen de een na de andere hardloper me tegemoet kwam. Ik ga nog een kilometer hard aanzetten. Onverhard moet me ook lukken! De schoenen veren prima mee, vormen een schild om mijn voeten. Ze knerpen weer, maar nu op de steentjes.
Het stukje fietspad ruil ik in voor het naastgelegen gras. Onverhard is onverhard! Ook nu zitten de schoenen simpelweg perfect. Inmiddels lopen de zweetdruppels over mijn neus en verhullen die druppels mijn zicht op de druppels die van boven dreigen te komen. Mijn verbazing dat deze kilometer in 5:03 ging is groot. De schoenen vormen zich nog beter op onverhard terrein als op verhard terrein! Ik haal alle snelheid eruit en huppel de trap op terwijl ik mijn schoenen bewonder.
Deze 5 kilometer waren de eersten van velen. Ik doe nog een kilometer ronduit sloom en de laatste kilometer door het park ga ik lekker op gewone snelheid lopen: precies op wat ik comfortabel vind.Ik hoeft me niet te houden aan een hartslag, een snelheid of een schema en daar geniet ik met volle teugen van! Pas als ik thuis ben begint het hard te regen. Wat een fijne schoenen heb ik aangeschaft: ze beschermen me ook nog tegen de regen! 🙂
De VeluweZoomTrail in alle vroegte.
Halluf Zevun. Toen was ik al op. Kwart voor zeven stond ik bij mijn loopmaatje voor de deur om hem mee te nemen naar de Veluwezoom. Op de planning stond eigenlijk een run van twee en een half uur, half verhard en half onverhard, maar nu was er tijd voor de trail over de Veluwezoom, waar ik eerder dit jaar al in spijkerbroek heb gerend om Vincent op te halen: TrailrunInSpijkerbroek. De trainer vond het goed en waarschuwde me met een knipoog goed uit te kijken als mijn loopmaatje een gelletje laat vallen, omdat hij daar bij de Almere City Run flink over gevallen is. In de auto at ik 3 boterhammen terwijl ik over de rustige autosnelwegen naar Rheden spoedde.
Om acht uur vertrokken we van de parkeerplaats af in korte broek en met veel water bij ons. We moesten even zoeken waar we moesten beginnen en de doelstelling was slechts: 2 en een half uur over het prachtige gebied rond de Posberg hardlopen. De route stond op de GPS. We liepen al snel de holle weg op en het ging omlaag. Daar waren warempel twee buitengewoon geschikte toiletbomen te vinden! We kwamen paarden tegen in het wild. Nou ja, echt wild en angstig waren ze absoluut niet. We slingerden door het bos en de GPS had veel moeite met de natte bladeren. Het was bewolkt en toch al heerlijk van temperatuur. We moesten omhoog en toen PATSBOEM, daar ging IK onderuit! Gelukkig niks ernstigs en ik moest er hard om lachen, juist omdat we in het gesprek precies op dat moment zeiden: “was jouw dat ook opgevallen“. Les geleerd: telefoon wegstoppen+praten+boomstammen+klimmen+natte bladeren is geen goede combi om je concentratie te verliezen!
Het bleef klimmen en dalen. Voornamelijk klimmen had ik het gevoel! Mijn hartslag ging bij tijd en wijle de hoogte in, maar ik had ook totaal geen haast. De kilometertijden lagen boven de tien minuten! Nog nooit vertoond! En loslaten. We kwamen wat hekjes door en toen zat er een hele flinke klim in. Ik had erg veel moeite om helemaal tot bovenaan te blijven rennen, zo steil was het.
We kwamen in het bos uit, dus er was nog weinig uitzicht. We daalden weer af en ineens stonden we op een geweldig grote heide met allemaal heuvels om ons heen. We ploegden door wat zand en het was onvermijdelijk dat we gingen stijgen. Er lagen boomstammetjes op ongelijke afstand. Het was een eind omhoog, maar toen was het uitzicht ook geweldig en adembenemend mooi. We stonden ervoor stil. Inmiddels had een andere hardloopster het pad beneden aangehouden. Wij gingen op hoogte verder en het was ongelooflijk mooi.
Wat een rijkdom! Er was geen enkel probleem om je voor te stellen dat we in Schotland liepen. Het tempo loog er niet om en trailrunnen is gewoon van een totaal ander kaliber dan over asfalt hollen. We kwamen even op het fietspad en na weer een hekje gingen we afdalen. Ook daar lagen de boomstammen hun best te doen een ongelijkwaardige trap te vormen, waardoor elke stap werd onderbroken. Ik ren liever hard naar beneden dan dit gehups!
4 Kilometer in een half uur tijd. Maar wel een uniek half uur.
Nu volgde de allerheftigste kilometer: zand. Mul zand. Diep mul zand. Diep, mul zand op een heuvel omhoog. Zand dat je hartslag verhoogt, de ademhalingsfrequentie verhoogt en het tempo verlaagt terwijl de zweetdruppels talrijker worden. Zo, wat was dat heavy. Leuk, maar zwaar. Loodzwaar. En maar doorworstelen. Tot boven. We kwamen op een knooppunt en zouden hier straks weer langs komen, maar nu eerst over een smal heidepad.
Het voelde als Schotland. Helemaal niks Hollands aan. Weidsheid, heuvels, heide. Ik hoop dat ik me nog heel lang heug hoe geweldig het was om daar op een bewolkte zaterdagmorgen voor 9 uur te mogen lopen. Stukje stijgen, stukjes brem en alsmaar dat prachtige uitzicht over die heuvels waar niemand was behalve wij. Mijn loopmaatje moet voorop lopen, omdat hij de route beheert en omdat ik liever langzamer ga dan me opgejaagd voel. We mochten ook een stukje naar beneden zonder de ‘trap’treden en dan kan ik heel even wel eens wat vaart maken. Het was verder voornamelijk sukkelen en hobbelen naar mijn idee. Hoe langer dit duurt hoe beter!
We kwamen op de Posbank, een uitzichtpunt naast de weg. Mooi, maar lang zo echt niet als de top eerder waar we net stonden. Het paviljoen ging net open, maar wij mochten een stukje over het asfalt lopen. Dat verveelt snel en het bospad is meer dan welkom. Het was wel smal en we waren niet voluit aan het kwebbelen vandaag. Ik verzon mijn eigen cryptogrammetjes, maar was voornamelijk bezig met de omgeving, de grond onder me en de ervaring in de natuur te zijn. Mijn voeten werden nat. Ik nam soms wat water en twee keer een dextro. Ik heb vanmorgen drie boterhammen op, dat is voor mij erg veel! We steken een weg over en weer volgt er volgens mij zand. Ik werd moe, ik kan me dat stuk niet meer zo goed herinneren. Toen hadden we het extra lusje alweer gemaakt. We verlieten de heide en gingen het bos in. Zoals je Veluwe verwacht. Bos Bomen Groen.
Ik werd mentaal moe en nam een dextrootje. Dat hielp wonderwel! Er volgde een heel stuk waarop ik prima door het zand kon zwoegen door de dextro. Bos en toch zand. Mijn natte schoenen namen het zand op en onder mijn voeten ontstond modder ín mijn schoen. Het maakte zelfs een zuigend geluidje. Ik was de route volledig bijster. Hoe lang we onderweg waren ook trouwens. Of hoe ver het nog was. Hoe blij kun je zijn met een kilometertijd die onder de tien minuten ligt! Als ik in welke training dan ook een tijd die met een acht begint zou ontmoeten terwijl ik het idee heb keihard door te rennen, zou ik nogal gedesillusioneerd zijn, maar vandaag was een welkom getal! Toch ligt er een heel stuk bos waar ik me de details niet meer van kan herinneren. Wel herkende ik het poortje waar we (voor mijn gevoel) uren eerder waren geweest voor we “naar Schotland doorvlogen”.
Nu daalden we af een bos in wat je eerder in de Ardennen of de Harz zou verwachten. Vol varens, hoogteverschilletjes, smalle paden en de zon brak soms een beetje door. Of het na de heide en de vergezichten op de Posberg nog mooier kon? Ja, als je zo van bos houdt als ik dan wel ja.
Soms wilde ik liever gaan wandelen, om langer van het moois te genieten. Maar dat heb ik al eens gedaan. Of nee, ineens stonden we bij een parkeerplek die ik herkende van de trail-in-spijkerbroek: destijds rende ik hier ook! En even later stonden we bij het bruggetje waar we toen ontdekten dat we nogal ver afgedwaald waren.
Wij vervolgden de route de andere kant op, anders als ik had verwacht, maar wederom omhoog het bos in. Ik kan me helemaal niets meer herinneren van het volgende stuk, maar het was de snelste kilometer van allemaal met 7:47!! We zullen wel veel afgedaald hebben… Ohja, er daagt weer iets. Het was daar heel mooi, er zat een man met rugzak tegen een boom die net een Grijze Jager leek en het bos was echt écht. Hoewel het met die Grijze Jager ook wel een beetje een sprookje leek.
We zagen nog meer paarden langs de weg staan. We liepen even over een heerlijk breed bospad, tot we weer een klein trailpaadje in moesten en ons langs braamstruiken en tussen uit de kluiten gewassen struiken door moesten wurmen. Ik kreeg het onzalige gevoel dat we er bijna waren en dat klopte ook wel, want de bosgrond was hetzelfde. Ineens stonden dezelfde paarden als uit het begin voor ons en waren we weer bij de schapenstal.
Ik hield het hek open voor ruiters. We waren 2 uur en een kwartier aan het rennen geweest en we moesten nog 1 ommetje maken. Langs het water. Sloegen we hier 2 uur geleden linksaf aan het klimmen, nu gingen we rechts langs twee vennen die de zon weerspiegelden en die mysterieus lagen te wezen. Ik moest er omheen rennen en trok me niks aan van de route.
Ik wilde een boom knuffelen! We verdwaalden bijna in de laatste kilometer, maar ook dat lukte niet. We kwamen nog langs een boom die pas een hele grote zware tak verloren had: zijn balderen waren nog groen en er was nog geen pad omheen. 
Even later stuitte ik op de meest mooie groene en dikke boom die ik me kon voorstellen en ik heb de boom een hele grote omhelzing gegeven. Apart hoe rustig je daar dan opeens van wordt, voor mij was de trail toen klaar. Mijn benen en mijn lijf konden nog best uren verder met rennen, maar mijn hoofd was te moe en te vol van alle natuurlijke indrukken. We kwamen nog modder tegen, de enige ondergrond die nog ontbrak. En toen de keitjes. Echt druk was het nog niet op de parkeerplaats, maar er waren veel meer mensen op hun bergschoentjes dan uren eerder. We liepen naar het bezoekerscentrum en na slechts 15 kilometer in 2 uur en 25 minuten was het mooi geweest. En niet zomaar mooi geweest, het was geweldig geweest!
Een groot glas sap was onze beloning en ik kleedde me om in het bezoekerscentrum alvorens terug te rijden over de volle snelwegen. Dan ben je voor de lunch thuis en lijkt de dag om. Er moest nog 1 ding gebeuren: nieuwe hardloopschoenen kopen! Als ik ze aandoe is het liefde op het eerste gezicht: mijn eerste marathon liep ik op lichtblauwe Brooks en de volgende marathon ga ik op donkerblauwe Brooks lopen.








