1 uur en 3 kwartier op een marathon – hartslag
Omdat ik geen greintje spierpijn heb:
Uitdribbelen. Nuchter. Dat valt niet mee, want zodra ik wakker word heb ik al honger. Helaas: het ontbijt bestaat uit 3 glazen water. Om 10 over 8 ga ik met Vincent mee naar buiten. Halte 1: De school. Daar dribbel ik naar toe terwijl we natmiezeren. We zijn ruim op tijd. Na de korte stop, heb ik geen idee hoe ik eens verder zal joggen. Belachelijk dat ik een tempo onder de 6:30 joggen noem, maar het voelde super-relaxed aan. Ik ging langs jeugdland en over de brug. De drizzle was gestopt. Ik hobbel vrolijk, me vervelend voort.
Waar ik ooit de eerste keer 10 kilometer onder een uur liep, zijn er nu al moeiteloos vier voorbij gegaan. Mijn tijden zakken een beetje in, maar ik zie dat de hartslag alsmaar laag blijft. Als het boven de 135 komt, merk ik dat aan het tempo en hou ik me in. De lantaarnpalen lokken me voor een interval,
en ik besluit dat ik te benieuwd ben naar mijn marathontempo. De laatste 2 kilometer ga ik op een hartslag tussen de 150 en 155 lopen. Hoeveel zouden die 20 slagen uitmaken? Ik jog tussen de kassen door. Best saai eigenlijk. En dan kom ik op de 6 kilometer, het is nog twee kilometer naar huis. Ik zet lekker aan, maar wil niet te hard gaan lopen. Het tempo is goed vol te houden. Ik krijg het wel wat warm, maar dat kan aan de lange broek liggen en de regenjas. Fijn tempo. Nu krijgt de hartslagmeter het moeilijker dan ik en ik stijg nog wel langzaam de brug op. De hartslag stijgt naar 167 en daalt dan weer plotseling naar 145, terwijl mijn tempo gelijk blijft. Ik loop allebei de kilometers op 5:30. Later zal ik proberen of ik dit urenlang kan volhouden. Nu zitten de 3 kwartier joggen er voor vandaag op en heel sloompjes ga ik naar huis terug voor een bakje yoghurt met druiven.
kilometer 10, Run Aap Just -> De Just Aap Run 10km in omgekeerde volgorde.
Omgekeerde volgorde: we beginnen aan het einde! Op de dag na de wedstrijd: Dat is het NU, nu ik dit blogje schrijf. En ik voel me PRIMA. Perfect. Geeneens spierpijn! Geen last van mijn rechtervoet, mijn linkervoet, knieën – alle spieren en pezen voelen aan alsof ze gisteren -nou ja- niks hebben gedaan. Dat is een goed begin zo aan het einde dus. Geval van Eind Goed, Al Goed? Bijna….
De uitslag dan maar meteen: 49 minuten en 1 seconde netto.
Zesde van de dames, derde dame boven de veertig. En toen ging ik op het gras liggen om even uit te rusten en daarna fietste ik naar huis. Dat was na de wedstrijd.
Ik was niet beretrots op de 49 minuten, maar dat is onterecht. Het is gewoon supergoed gemaximaliseerd waar ik op dit moment sta. En in vergelijking met de vorige 10 kilometer wedstrijd voluit-gaan in januari maar liefst 2,5 minuten rapper. Terwijl ik niet aan het trainen ben op ‘sneller’.
Nog een stap terug: De wedstrijd zelf. De laatste twee kilometer waren zwaar. Ik wilde wel versnellen, maar eerlijk is eerlijk: dat lukte niet meer. Tempo van onder de 5 minuten vasthouden was zwaar genoeg. Beetje wind tegen, rechte wegen. Mijn hartslag ging nog wel omhoog en kwam boven
de 170 uit. Ik werd nogal soepel door nog een meneer voorbij gestreefd, maar ik kon niet bij hem aansluiten. Nog Even Nog Even, Nog Even, denk ik dan: dadelijk ga ik languit in het gras liggen. De zevende kilometer was een raar makkie: volgens mijn hartslagmeter steeg mijn hartslag enorm aan het begin van de kilometer, maar dat lijkt me een meetfout. Echter, daarna kwam er zoveel rust in me dat het gemakkelijker aanvoelde. In deze kilometer had ik graag een dextro uit mijn zak gehaald, maar die had ik niet bij me. Inmiddels liep ik alleen, en werd heel af en toe ingehaald door kerels die moeiteloos kunnen versnellen blijkbaar. We gingen 1 van de vier bruggen van het vierbruggenpad over. Kilometer 5 en 6 waren niet gemakkelijk: ik moest een stapje terug doen qua tempo en moest me laten inhalen door een andere (jongere) dame. Ik had last van mijn buik en wat lichte steken in mijn zij. Ik had denk ik teveel gedronken vooraf. Kilometer 5 liep ook nog eens over een onverhard smal slingerpad – dus nee, dat waren de beste kilometers niet. Ik was toen aan het aftellen en wilde de hartslag rond de 170 houden. Eén van deze kilometers begon ook met een 5 minuten -tijd. Kilometer 3 en 4 waren om mijn eigen tempo te zoeken. Ik liep lekker, maar wist ook al dat dit tempo niet haalbaar is over 10 kilometer.
Ik kreeg het warm en zweterig. Kilometer 2 was de eenvoudigste: ik had me een plekje veroverd, mijn tempo bleef lekker liggen op 4:40 en ik kwam er mooi in. De eerste kilometer moest ik veel mensen inhalen, veel slingeren. Iemand op blote voeten, de trainster die de 5km al heeft gelopen, een meneer met rinkelende munten in zijn zak: ik ga ze allemaal voorbij. Ik zwaai naar de oude trainer en ik ga zien waar het schip niet gaat stranden. De negatieve tekst maakt plaats voor de mantra: “vlieg ‘m d’r maar in”. Ik ben alle twijfels kwijt.
Aftellen in het startvak: Mijn hartslag is, vrolijk kletsend in het startvak met Vera nog onder de 100, maar ineens wordt het 120. Te laat om weg te rennen! Ik kan maar 1 kant op weglopen en dat is de wedstrijd in. Dat doe ik dan maar, ‘want ik ben er nu toch’. En dat is best wonderlijk als je het afgelopen uur bekijkt.
een kwartiertje eerder: Ik had geen zin. Ik durfde niet. Ik wilde niet. Ik haat wedstrijden. Ik ga trainer/coach Merijn een app sturen dat ik gewoon niet ga. Ik stap op de fiets en ga naar huis. Waarom heb ik niet gewoon aan de trail meegedaan?! Ik was bang dat ik het lopen verleerd was. Ik had geen idee hoe hard ik moest gaan. En ik had al helemaal geen idee waar het schip zou stranden, maar in mijn verbeelding was dat al gebeurt. Bij de ACR, bij de Zeebodemloop: ik had lang geen stress meer gehad, maar nu was het over-the-top. Onzekerheid en faalangst troef. Ik liep langzaam in, waarbij ik slechts lette op de loophouding en inwendig danste: ik weet nog best hoe het moet… Ik sprak een dame aan, want ik ken gelukkig veel mensen in Almere en zij wist al beter dan ik dat ik zou gáán, maar ze begreep ook dat ik gespannen was. Ik liep met hen mee het startvak in, anders was ik daar niet geweest.
Een half uurtje eerder: Ik kwam bij Harry die de startnummers uitdeelde en hij vroeg blij: hoe gaat het? Ik mopperde onder een donkere blik: niet goed. Oh! wat had ik zin om terug naar huis te vluchten zeg. Dat stukje in mijn eentje op mijn fietsje naar de Kemphaan had me erg, erg onzeker gemaakt. Uit het niets eigenlijk. In mijn hoofd zat de “opdracht” die ik van de trainer had gekregen: ‘Kijk maar waar het schip niet strand’. Door die formulering begon ik bang te worden dat het schip wel ergens zou stranden en ik wist niet waar. Ineens had ik geen idee welke hartslagzones ik moest aanhouden, hoe hard ik moest gaan, hoe snel ik zou moeten finishen om wie-dan-ook niet teleur te stellen. Ik werd er bang van. Het voelde als een proef en een test, maar ik wist niet waar het om ging. De winnaar van de vijf kilometer zei het wel te begrijpen, zo ‘vlak’ voor de marathon. Hij trooste me met de beste tekst ever: “Ach, ga nu maar gewoon dadelijk, je bent er nou toch.” Hij dacht hetzelfde over de 10 kilometer en zou tweede worden op die afstand. Ik vroeg Harry tegen me aan te kletsen toen ik was omgekleed om niet te verdwalen in mijn faalangstige gedrag. Zo achteraf was het natuurlijk allemaal vreselijk onnodig, maar daar op de Kemphaan vlak voor de wedstrijd was mijn angst levensgroot en belemmerend aanwezig. Ik dronk veel sportdrank en besloot de wedstrijd op 2 dextrootjes te gaan lopen. Ik had al zoveel gegeten.
Een paar uur eerder: Uitslapen, twee boterhammen eten, me nergens druk over maken. Snel de kleertjes bij elkaar zoeken. Geen stress: het zijn maar tien kilometertjes. Jammer dat het net ietsje te zonnig is.
Een paar dagen eerder: Heb je zin in de wedstrijd? vroeg iemand me. En ik riep: Ja! Op mijn schema stond dat ik “vollebak” moest gaan. Ik keek er enorm naar uit om weer eens te laten zien wat ik kan en te kijken waar ik sta. Na zo’n rustweek is een 10 kilometer wedstrijd echt waar ik zin in heb!
Kortom: Eind goed, al goed: ik heb laten zien waar ik sta, wat ik kan, hoe goed het gaat. Zonder veel naweeën kan ik tien kilometer binnen 50 minuten lopen. En nu heb ik geleerd dat ik het plan onmiddellijk moet laten varen om me in mijn uppie te melden bij de start van de marathon. Weer wat zaken geleerd. Fysiek ga ik die marathon wel lopen, mentaal moeten we nog een paar zware weken “uitrusten, energie sparen en herstellen”, zoals de trainer me beloofd heeft.
hardlopen met mama – door Vincent
ik en mama hebben vandaag 4 km gerend of beter gezegd Vincent heeft 4 km gelopen en mama 5 km gelopen.
het weer zat niet echt mee we hadden regen en zon of allebei maar het was voor mij en mama niet erg.wij hebben ons doel allebei gehaald
maar ik von het heerlijk maar bij de eerste straat had ik nog wat moeite om er in te komen maar toen ik een straat verder was was ik al op gang en toen rende mama weg maar ik hield mijn tempo aan en mama wachte op mij gelukkig maar het gaat steeds beter en makkelijker.
maar het was heerlijk met de regen en zon.
ik begon helemaal te blozen en toe ging me veter los en mama wachten en toen gaven wij elkaar een knuffel 🙂
het werd steeds moeilijker en makelijker maar het was wel geselig we hebben een spelletje gedaan dat ik iemand in mijn hoofd had maar ik maakte een fout ik had Max verstappen in me hoofd maar ik dacht dat hij in België woonde maar hij woonde in Nederland oeps sorry
we zijn door alle straten gerend van onze buurt
dankjewel Vincent voor het meelopen en het bloggen! Mama
Swappen in Hartslagzones.
Ik wilde een ingewikkeld blogje schrijven, maar door de domper op het einde had ik daar toch geen zin meer in. Na twee dagen rust (wandelen en fietsen niet meegeteld), was ik blij weer op pad te kunnen. Ik had een ingewikkelde training voor de boeg van “slechts” drie kwartier. Dit stond er in geheimtaal: 5z1-5z2-2×15(1z3-1z1-1z4-2z1-2z3-1z1-2z4-3z1-1z4-1W. En dat heb ik vertaald naar de Garmin. Iets later als mijn bedoeling was (met het oog op regenval) stond ik buiten en volgens de Garmin kon ik meteen aan de slag. Eerst 5 minuten in zone 1 gaan hardlopen. Nu is mijn hartslag bijna angstwekkend laag en kan ik vanaf hartslag 116 al aardig doorlopen: 6:20/6:30 de kilometer vind ik wel netjes. Na 5 minuten door naar zone 2 en dat is gewoon een makkie. Dan ga ik ongeveer 10 kilometer per uur. Ik hou op de Garmin de hartslag in de gaten en hoe lang ik in welke zone zit en op de Apple Watch is te zien hoe hard ik ga. Gelukkig kan ik het straks per zone-wisseling op de Garmin-site nakijken!
Zone 3 voor 1 minuut. Ik besluit eerst het industrieterrein over te gaan en terug te keren via het fietspad langs de Oostvaardersplassen. Ik heb een lange broek aan. Als ik net in zone 3 zit, is de minuut alweer voorbij. Ik ken zo’n rijtje niet uit mijn hoofd, dus ik moet elke keer op het horloge kijken en meteen reageren. In het groene gras verstopt zich een pikzwarte kat: tenminste: dat probeert het diertje. Ik vertel hem hardop dat ik dan net zal doen alsof ik hem niet zie! Zone 4 zien te bereiken in een minuut betekent loeihard sprinten. Ik doe mijn best en kan dan niet ook nog eens kijken hoe hard ik ga! Overigens is het net zo’n opgave om binnen een minuut weer terug in zone 1 te komen. Dat gaat steeds beter. Vooral ook omdat ik mijn schoenen moet her-strikken. Voor mij lijken de zones redelijk willekeurig en ik ga hard door zone 3 heen. Als ik eenmaal op tempo ben, hou ik het wel vol, maar ik zie er intussen uit als een tomaat die drupt. Dribbelend naar zone 1 terug en dan heerlijk over het fietspad sprinten in zone 4 voor twee lange minuten. Daarna ben ik alweer in 1 minuut in zone 1 en heb ik twee minuten “over” om op adem te komen. De W van wandelen verbaast me, maar ik doe het netjes. Ik ben bij de ingang van de Oostvaardersplassen en begin aan de tweede serie met zone 3. Het gaat nu al gemakkelijker. Binnen 40 seconden zit ik in de juiste zone. Terwijl ik daarna in zone 1 een foto
maak van de zon op de plas, komen er regenstralen naar beneden. Hier moet ik weg! Dus ik sprint in zone 4 uit de bui. Onderweg kom ik niemand tegen. Nergens niet. Ergens in een zone 3 of 4 gaat het mis: de hartslagmeter krijgt kuren en mijn hartslag stijgt veel sneller dan mijn tempo! Als ik langzamer ga, dondert de hartslag weer onevenredig naar beneden. Laat ik deze twee minuten gewoon lekker op tempo doorgaan! Daarna herpakt de hartslagmeter zich en ik zit snel weer in zone 1. Nog eventjes, denk ik dan maar. Gaandeweg word ik roder en wordt het wisselen van tempo’s gemakkelijker. Dit zal er wel voor zorgen dat mijn hartconditie nog verder vooruit gaat. Als ik moet uitwandelen ben ik bijna rond en zie ik het Oostvaarderscentrum al. Tot mijn verbazing zijn er van de 45 minuten pas 40 om! Ik heb dus ergens een fout gemaakt, maar ik kan ‘m niet vinden. Ik besluit het pad met de palen nog in intervallen te lopen en dat gaat me heerlijk gemakkelijk af. Lekker overzichtelijk: naar de ene paal snel, naar de volgende paal lijkt het een heel stuk verder. En daar kom ik wel mensen tegen.
Bij het centrum ga ik kalmpjes en ongedwongen uitlopen en zet ik op het horloge een nieuwe ronde in. Ik heb er al ruim 8 kilometer opzitten volgens de Apple Watch en kom op een tempo van 6:20 ongeveer uit. Dan zie ik dat de Garmin nog geen afstand heeft opgenomen! Zou het komen door het resetten? Dat hoop ik maar. Gelukkig loopt de telefoonmeting ook mee. Een paar meter voor me stijgt een reiger op. Omdat ik alle tijd heb gehad van ‘m om mijn telefoon te pakken, kan ik een mooie foto maken van zijn vlucht. Ik maak nog een heel klein ommetje om op de 10 kilometer te komen. Daar heb ik een uur over gedaan en dat vind ik gezien de wandelpauze erin en al die wisselende tempo’s heel goed gedaan. Maar helaas pindakaas: de Garmin heeft qua afstand helemaal niks opgenomen. De hartslagzones wel, maar ik heb nul komma nul kilometer afgelegd volgens dat ding.
Waarschijnlijk had hij toch geen GPS-ontvangst toen ik begon. Ik baal er wel even van, neem de gegevens over van de telefoon qua lengte en tijd en ga lekker douchen. Dus heb ik nog steeds geen idee hoe hard ik kan lopen in zone 4 en hoe langzaam ik ga in zone 1. Dat neemt niet weg dat ik fijn heb getraind: ik ben er moe, rood en bezweet van geworden en mijn hart heeft zich goed gedragen.
Maandtotalen en Spotify Music
Vanmorgen mocht ik van mezelf alleen als ik me echt goed zou voelen: ik voelde me prima: geen pijntjes, lage (hele lage) rusthartslag; maar wel een beetje weinig geslapen door een onrustige onweersnacht. Dit was de laatste kans om het maandrecord te verbreken. Het huidige maandtotaal staat net niet op de 250 kilometer. Mijn record stamt uit augustus 2013 met 257 kilometer. Eigenlijk staat er rustweek deze week. Na de 66 kilometer vorige week is dat geen overbodige luxe. Ook dat is nét geen record, want de beste week ooit bestond uit 70 kilometer. Het opgeven op zaterdag komt me duur te staan zo… En dat kan ik niet goed hebben. Sorry trainer: iets met ambitie en hardloopzin terugveroveren na het debacle van zaterdag…. dát in combinatie met het uitproberen van Spotify Running (maar daarover dadelijk meer) maakt rennen op deze ochtend een must.
We moesten in het hospitaal langs in Almere en ik had onder mijn rok een hardloopbroek aan! Half tien was de rok uit en een regenjasje aan voor noodgevallen. Het was droog, maar zelfs nu al was het tamelijk benauwd buiten met een hoog vochtgehalte. Ik had Spotify Running aangezet: je gaat lopen op een bepaald tempo, kiest een soort muziek en dan houdt de muziek je ritme aan. 170 stappen was mijn ritme volgens Spotify. Zo ging ik EPIC op weg!
Ik liep langs een kat op zoek naar een droge route het park in – tevergeefs. Ik ging over een pad (het nathalie wood-pad) waar ik nog nooit geweest was en ik had een heerlijk, zalig steady ritme. Ik hield lekker zone 1 aan. Al snel moest het jasje uit en omgebonden worden. Ik liep langs de Meregaard en langs de Hasselbraam. Mijn tempo was helemaal rustig en kilometer na kilometer tussen de 6:15 en 6:30. En dat in zone 1 met een hartslag van rond de 130-135 slagen per minuut. Als ik een trapje op ging, hoorde ik even later de ritmeverandering terug in Spotify Running! Lollig. Ik liep langs de scholen en de zon kwam er doorheen: dat maakte de doorweekte grond nog dampender.
Er heerst rust in Almere. Stilte. Kalmte. Lawaai werd overstemd door de muziek. Dat had ik zaterdag moeten hebben! Ik liep over de fietspaden en toen moest ik lang wachten bij het stoplicht. Ik wilde niet echt de meest voor de hand liggende paden, dus voor de manege sloeg ik linksaf om even verderop het ruiterpad te nemen. Er lag wat modder wat mij even ophield, maar zo snel mogelijk pakte ik het ritme weer op. Ik schrok en gilde toen er ineens uit het niets een bulldog tegen me opsprong! Geen baasje te bekennen en ik zei nog tegen de hond: “man, jij laat me schrikken” en toen rende het beest weer weg. Ik vervolgde de onverharde weg. Het tempo gaat dan wel iets omlaag en de schoentjes worden nat, maar het is zo heerlijk ontspannend!
Brug over en weer niet de meest geijkte paden door het park nemen, maar een ommetje naar de volgende brug maken. Ik liep gewoon lekker te genieten, om me heen te kijken en aan honderdduizend-en-één dingen te denken. De muziek werd wel een beetje eentonig na zo’n 50 minuten.
Inmiddels was het maandtotaal van 250 gehaald, maar ik ging nog even door tot ik thuis was en er tien kilometer op had zitten. In 1 uur en vijf minuten had ik ze erop zitten en was ik thuis. Bijna 260 kilometer in een maand! Sorry trainer: ik heb het weekprogramma overhoop gehaald en dat nog wel op de eerste dag van de rustweek. Ik beloof je (met pijn in mijn hart) dat ik morgen thuis blijf. Maar ik weet nu wel weer hoe leuk hardlopen ook kan zijn bij hitte: als je maar rustig aan doet, afleiding hebt (hoe saai de muziek ook is) en je aanpast aan de warmte.
Uitdribbelen met een kater en een kind
Na de kater van gisteren moet ik vandaag uitdribbelen. Ik ga mijn maandrecord niet meer verbeteren. Ik ben nog niet helemaal van het gevoel van falen af, maar ik heb verder nergens last van: goed geslapen, lage rusthartslag, geen centje pijn in mijn benen en ook niet van mijn verbrande schouders. Het lijkt zelfs lichtbruin te worden in plaats van rood op mijn huid! Ga je mee, vraag ik Vincent en die zegt ja. Hij vind 6 kilometer wel ver, maar hij mag eerst eten. Ik ga nuchter en stel het horloge in op 45 minuten zone 1. Daar ben ik aan toe.
We kletsen wat af onderweg. Vincent begrijpt een beetje hoe vervelend het voor me is dat ik moest stoppen. Hij kent nog wel een cliché: te hard begonnen zeker, mama?! Maar ik hoor van iedereen dat het onmogelijk benauwd was. Vincent wil graag door het bos als we de wijk uit zijn. Dat brengt mij helemaal tot rust. Instant. Hij herkent waar hij loopt van de avondvierdaagse. Hij herkent het van zijn kinderfeestje. Ik loop moeiteloos op een hele lage hartslag. Na 2 kilometer wordt het voor de jongen wat zwaarder en krijg ik serieuze
trek. Er staan prachtig veel paarden in de Oostvaardersplassen. Vincent noemt het paarden-spitsuur. Ik denk aan alle bieflapjes die daar lopen… We komen in totaal slechts twee andere hardlopers tegen. Voor een zondagochtend half 11 is dat een waarlijk wonder! Zou het voor iedereen te benauwd zijn?
Vincent neemt de korte route stel de brug op en kan dan rustig even op mij wachten, ik loop om. Ook dan hou ik een langzaam tempo aan.
Daar gaat het vandaag niet om. Ik heb spijt van de lange broek, de zon warmt de dag al aardig op. Brug op is mijn hartslag iets te hoog, maar op de brug zit het alweer heel snel onder de 135. We nemen het skeelerpad. De felle zon deert me deze ochtend niet. Dit is bekend terrein, ik ben niet alleen en we rekenen wat met de meters die we lopen. We lopen een hele kilometer over het skeelerpad en dan terug richting huis langs de Banda. Geen wedstrijdjes deze keer, daar zijn we het over eens. De jongen gaat naar binnen de douche in, en ik loop nog 4 minuten een blokje om de 45 minuten vol. Dit ging ontzettend goed! 6,5 kilometer in 45 minuten. 6:51 bij een gemiddelde hartslag van 129 is werkelijk geweldig en de beste manier om een kater en een rotgevoel over gister eruit te lopen. Het was gezellig, ik ben trots op de kleine die ‘zomaar’ effe dik 5 kilometer hardloopt. Ik werk twee boterhammen met hagelslag naar binnen in een nieuwe recordtijd!
Geen beste dag
Verkenning in Eindhoven. Al een tijdje stond 29 augustus in de agenda om met de meiden van de just-keep-running-blog te gaan lopen. Eerst 10-12 kilometer met hen op een rustig tempo gezellig lopen en daarna wilde ik het stuk van de marathon van Eindhoven wat nieuw is verkennen. Ik vind het fijn te weten waar ik uitkom op 11 oktober. Maar hoe neem je die route mee? Dat was part I van de puzzel en na tig keer de route natekenen, kende ik ‘m al bijna. Problem route almost solved.
Volgende probleem: de meiden van just-keep-running zeiden 1 voor 1 af en op vrijdagavond werd hun deel helemaal afgeblazen. Ik had al andere afspraken met de familie en ik wilde Eindhoven verkennen, dus ik ging sowiezo naar het zuiden. 3 Uur en een kwartier hardlopen. 30 Kilometer moest toch wel lukken dacht ik, dus ik kon het grootste deel van de marathon verkennen tot bij het huis van mijn zus. Goed plan. Problem planning solved.
Ik at een flink bord Brinta en rijd het hele eind naar het zuiden. In de auto at ik veel gedroogd fruit en dronk het bidon water leeg. Dat moet genoeg zijn. Rond half 1 zette mijn zusje me af in het Philips van Lenneppark. De route stond op de Garmin, ingesteld op 6:30 per kilometer voor 3 uur 23 minuten. Problem route definitely solved. Ik ging lekker de stad in en liep over het Amerikaans aandoende gebied met cultuur, bedrijfjes en opgeknapte architectuur, Strijp – S. Ik had moeite met het begrijpen van de route en genoot
er minder van als ik wilde. Ik kwam op de Noord-Brabantlaan en liep langs het Evoluon. De eerste kilometers gingen heerlijk in 6:15. Supersteady. Ging perfect. Problem tempo solved. Ik kwam er achter dat ik me niet had ingesmeerd. Maar ik loop in de stad, en ik hou de schaduw aan. Het is wel warm. Ik liep over de stoepen en al snel stond het vele verkeer me tegen. Straks voor de marathon wordt dit allemaal afgesloten, maar nu is het druk en onrustig. Problem I. Stoplichten negeer ik, vaak heb ik geluk met fietsers of andere weggebruikers mee door “oranje” te kunnen, wegafsluitingen omzeil ik gemakkelijk. Onder de snelweg door. Steeds het steady tempo van 6:15, bij misschien een iets te hoge hartslag, maar het is dan ook warm. Problem II.
De leuke fietsbrug! Een fietsrotonde over de autowegen heen! Ik mag maar een kwart rond, maar ik ga vijfkwart rond! In de volle zon. En die zal voorlopig blijven. Problem III. Ik steek terug Eindhoven in onder de snelweg door en na 6 kilometer moet ik echt de eerste keer voor het stoplicht wachten. Dat haalt het ritme en het tempo weg. Problem IV. Ik neem dextro’s en drink water. Op deze manier moet ik straks op water uit. Ik weet niet waar ik blijf, maar na 2 kilometer zon-op-industrieterrein zijn bomen een verademing. Het tempo blijft onder de 6:20 liggen. Maar mijn gedachten gaan alleen maar over: hoe lang-hoe ver-hoe hard. Er is geen afleiding. En dan: Bekend terrein!
Ik moet erg lang wachten bij een stoplicht langs het Kastelenplein en dan kom ik op een stukje droom: hier heb ik jarenlang elke dag naar de middelbare school gefietst. De Gender over, de groenschool langs, het fietspad. Er volgt een soort desillusie: zou hier de afgelopen twintig jaar zoveel veranderd zijn of ken ik het niet meer terug vanaf het voetpad? Problem V. Ik kijk ook verwonderd rond en voel me oud. Het voorbijrazende verkeer houdt hier een beetje op. Ik voel de behoefte een afslag te nemen naar rustigere wijken, maar dat zou de verkenning ondermijnen.
De afslag naar het Science Park. Het rondje wat we hier omheen lopen, wil ik al heel lang verkennen. En dan beginnen de problemen echt op te stapelen: felle zon en omdat het weekend is, mag ik dit bochtje niet maken. De poort van het science park is gesloten.
Nu klopt mijn route-vergelijking niet meer, nu klopt de droom niet meer, nu moet ik onverrichter zaken terug. Twee keer lang op de stoplichten wachten en hard rijdende auto’s in combinatie met de brandende zon én de ontdekking dat ik ALLEBEI de uitgeprinte routes kwijt ben, maken de zaak ineens hopeloos. Na 10 kilometer die uitstekend gingen, lijken nog 20 kilometer een onhaalbare barrière te zijn geworden. Problem VI. Ik krijg het tempo niet meer opgepakt. Ik loop langs het zwembad: hier is zeker alles vernieuwd en ik kom langs de waterbollen.
Ze staan mooi tegen de blauwe lucht, maar ik haat de felblauwe lucht op dit moment. Problem VII. Weer een stoplicht waar ik moet wachten en de fietsers me bijna omver rijden. Even rust op de Floralaan die gelukkig niets veranderd is en langs de school van mijn zwagers vader die tegenwoordig een “spilcentrum” heet. Is dat dialect voor speelcentrum?!
Dan ga ik de stad in. En ik raak het langzaam aan kwijt. Nu ik erop terugkijk, had ik daar in de Roostenlaan naar de Albert Heijn moeten gaan; waar ik, toen ik hier op kamers woonde, heel vaak kwam. Ik had daar water of energy drank moeten halen, maar ik wilde verder om te proberen het tempo en het ritme weer op te pakken. Mijn denken werd vertroebeld. Ik was nog niet eens op de helft! Dadelijk komt het stuk route wat ik niet ken, hoe moet ik dat doen? Problem VIII. En dan duurt het enkele honderden meters voor ik bedenk dat ik gewoon de telefoon op moet starten. Inmiddels ben ik helemaal bezweet. Het oversteken van de Leostraat duurt wel een hele lange minuut. De tijd komt boven de 7 minuten uit, weliswaar net, maar ik krijg niet bedacht dat ik de rest van de kilometer dus flink doorgelopen heb. Ik loop de stad in, het wordt nog drukker met voetgangers die geen boodschap hebben aan een bezweette hardloper en veel verkeer. De Joriskerk ligt ook al te mooi te stralen in die felblauwe lucht.
Problem IX. Asjeblieft, laat het over 6 weken minstens 10-15 graden kouder zijn en een beetje miezer zou me ook niet deren! Nu is het te midden op de middag en met 24 graden veel en veel te warm voor mij. Ambitieus als ik ben, wil ik niet opgeven. Problem X. Het stapelt nu hard op, maar dat heb ik nog niet echt door.
Ik neem de goede afslag en steek redelijk onverantwoord over naar de Tongelresestraat. Rust. Mooie pandjes hier. Ik kijk om me heen. Het DAF-museum en een prachtige ophaalbrug.
Ik ken dit niet. Ik weet alleen dat ik hier mijn rijbewijs heb gehaald! Het is er kalm na de onrust in de stad. Ik snap hoe de route werkt en ik hou de schaduw aan. Ik pik weer een ritme op en neem bijna toevallig weer de goede afslag, maar daarna mis ik de Parklaan. Ik neem een weg parrallel daaraan langs het spoor. Onrustiger en minder mooi, maar ik lijk het tempo weer op te pakken. De tijden gaan weer richting de 6:20 en het station snel ik zelfs ver onder die tijd voorbij, terwijl ik een foto maak ook nog!
Of doe ik dat omdat ik gek dreig te worden van de onrust hier? Onder het station door en dan kom ik op de grote brede Montgomerylaan. Hier starte twee jaar geleden de halve marathon. Midden op de weg. Nu rijden er auto’s. Toen miezerde het heerlijk en had ik snel een prettig hoog tempo. Nu schijnt de zon fel op me neer. En er razen auto’s.
Voorbij het ziekenhuis is de weg afgesloten. Het tempo wat net terug begon te komen, wordt onderbroken door het zoeken van een route over brandend asfalt, langs hekken en over bermen. Daar raak ik het langzaam aan helemaal kwijt. Ik ben ook de energy gel kwijt, maar ik hoeft nog maar 10 kilometer. Het water is over de helft, maar ik hoeft nog maar tien kilometer. Er is geen schaduw. Ik heb het bloedheet. De hele lange warme zomer vanaf Portugal, heb ik uren en uren gelopen en nu is het te warm. Er is geen wind, zoals vorige week op de dijk. Het is midden op de dag op zijn allerwarmst, om deze tijd loop ik nooit. Problems maatje XXL. En dat zijn er teveel. Ik moet wachten voor het stoplicht bij winkelcentrum Woensel in de felle zon. Ik kan bijna niet meer op mijn benen staan.
Dit is klaar.
Hier hou ik op.
Voor ik omval. Voor ik van mijn stokje ga.
Ik maak niet eens meer de 21 kilometer vol. Ik stop HIER en NU
Ik kan wel janken, maar daarvoor ben ik te uitgedroogd. Ik MOET NU iets drinken met veel elektrolyten erin. De Aldi is het dichtste bij en ik pak een flesje. De rij is lang en ik dreig om te vallen. Ik ben misselijk. Dan moet ik een sixpack hebben. Reken dit ene flesje af als 6 stuks, kan me niet schelen, maar nee, ik ren door de winkel voor een (andere smaak) sixpack en betaal 2 euro en buiten ga ik achter een muurtje zitten in de schaduw en klok het flesje naar binnen. Nog 5 te gaan. Ik vraag per SMS mijn zus hoe ver het is naar hun huis. Ik SMS Rob dat ik een loser en een opgever ben. Mijn loopmaatje moet het ook ontgelden. De enige die mij een mislukking vind, ben ik echter zelf. Ik giet een flesje over in het bidon en neem twee flesjes mee. De andere zet ik bij de vuilnisbak. Ik wil niet worden opgehaald. Deze beentjes zullen me nog wel drie kilometer dragen. Ik zet de route in mijn telefoon en volg nu op de Apple Watch de route. Dwars door de wijk. Rust. Kalmte. Ik loop rustig. Dribbel. Hier woonde mijn zusje eerst. Ik kies de achterafstraatjes. Als er maar niet voortdurend verkeer langsraast. Schelpenpaadje, parkje. Ik móét er doorheen, wat de Apple Watch ook zegt. Ik heb twee extra flesjes drank in mijn zweethandjes, er kan me niks meer gebeuren! Ik baal als een stekker, gloei als de bijbehorende lamp en straal bijna zoveel warmte uit dat het zweet op me ervan zou verdampen. Mijn gedachten gaan niet ver meer.
Ik kom de wijk in langs het huis waar mijn zusje daarna is gaan wonen. Nog een parkje waar ik al vaker doorheen wilde lopen. Nu gebeurt het een keer en ik begin er weer van te genieten! De rust doet me goed. Dit zou ik lang vol kunnen houden en de 3 uur en 15 minuten zijn nog niet om, maar ik moet nu ook de kans nemen om eventjes uit te rusten zodat ik kan douchen zonder dat ik gehaast bij pa en ma ga eten. Ik heb net geen 24 kilometer gelopen als ik helemaal doornat van het zweet bij mijn zus aankom. Behalve van het Enorme Gevoel Van DesIllusie heb ik nergens last van. Geen blessures, geen spierpijn, en na een douche weer schoon en uitgerust. Maar het Verdriet en de Twijfel zijn levensgroot: ik heb het opgegeven. Gefaald. Na 2 keer tamelijk moeiteloos 25 kilometer lopen, heb ik de dertig niet gehaald. Vreselijk. Dat maakt mams heerlijke bloemkool en kip-met-champignons niet meer goed. Grappig dat papa vandaag ontdekt dat ik de hele marathon ga lopen, hij vond al dat ik zulke grote afstanden liep voor een halve…. Het is moeilijk te begrijpen hoe rot ik me voel over het afbreken van de training voor ze. “Volgende keer beter” zeggen ze, maar ik voel me er niet beter door. Ook het avondje sauna met mijn zus helpt me niet van mijn kater af. Sterker nog: de buikramp maakt de sauna minder relaxed en torpedeert toekomstige plannen. Tot overmaat van ramp is me overkomen wat ik deze hele lange warme zomer vanaf Portugal heb vermeden: ik ben verbrand op mijn schouders! De vochtbalans in mijn lijf is helemaal ontregeld. Ik ben pas om half 1 thuis. Dan zijn alle flesjes leeggedronken en dan ben ik al lang niet meer moe. Achteraf ben ik precies op tijd gestopt en moet ik blij zijn met het feit dat ik op tijd ingegrepen heb (maar ik kon niet anders) en naar mijn lichaam heb geluisterd. Achteraf denk ik dat het goed is dat ik ook eens een keer op mijn bek ben gegaan. Maar voorlopig voelt het absoluut niet zo!
Wat er misging: Te weinig gegeten vooraf, totaal op het verkeerde moment van de dag gestart, de hitte ernstig onderschat, te weinig energy-drank mee, te snel gestart, te weinig het tempo aan de hartslag aangepast, te ambitieus, niet goed ingesteld op de onrust van de stad, mijn gedachten niet kunnen verzetten, de kleine teleurstellingen (route kwijt) te groot gemaakt, me niet insmeren, de periode van mijn cyclus negeren, de onafgebroken drukte niet tegengegaan met muziek en overmoed: ik dacht die 30 kilometer gemakkelijk aan te kunnen na twee keer moeiteloos 25 te hebben gehaald. Er valt veel te leren van een mislukking. 1 Ding staat vast: op 11 oktober kan het niet erger worden en dan is het geen 25 graden. plusPUNT.
Rubriek van de Week: Het Gesprek met een Paar Schoenen
Vandaag zijn we bij het paar Asics schoenen van hardloopster Anke. We zullen deze schoenen eens naar hún mening vragen!
Vraag: Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: jullie zijn nog niet zo lang bij het bazinnetje is het wel?
Rechterschoen moet meteen wat van het hart: “Nee, maar wij voelen ons wel een beetje het ondergeschoven paar hoor. Weet je, naast ons staat een paar Brooks en zeg nou zelf, dat is nauwelijks een echt merk. Wij zijn Asics, dat kent iedereen, wereldberoemd en wij komen uit het buitenland! Wij zijn veel stralender blauw als die donkere Brooksen. Maar meestal gaan de Brooks mee voor wat volgens mij de leukste klussen zijn. Die komen met verhalen terug van bossen en snelheid, waar wij meestal een beetje over het asfalt mee moeten sjokken, toch Links?” Links knikt beamend, maar voegt daaraan toe: “Maar afgelopen vrijdag mochten wij die supersnelle race doen toch?” Rechts heeft echter nog meer klachten: “Ja, maar in vergelijking met eergisteren, was onze taak vandaag weer heel saai, toch?!”
Aha, vandaag! Laten we het daarover hebben. Wat hebben jullie vandaag gedaan dan? Rechts antwoord meteen: “Asfalt, stoepjes en stad, zeg nou zelf…. En meestentijds in hopeloze tempo’s ook.” Links vult aan: “Die zone 2 ging wel heel lekker toch, elke keer?” Links legt mij uit: “Zone 2 deden we steeds een kwartier, eerst 10 minuten zone 1 en na zone 2 dan 5 minuten zone 3, snap je?” Jaja, dat snap ik. Zo erg is dat toch niet? Rechts vindt van wel: “We liepen door de stad de hele
tijd. Over het spoorbaanpad. Kijk, eerst stopten we bij de trappen, maar daarna stopten we heel erg lang. Een uur stilzitten, daar zíjn wíj toch niet voor?!” Links mompelt er tussendoor: “Ja, en er lag een hond op mij he”. Ho even! Een hond en trappen, stilzitten? Leg eens uit? Links verduidelijkt het ons: “We gingen eerst naar de school rennen. En daar lopen we dan de trappen op en even over het linoleum, die paar minuten vertraging zijn niet zo erg. We zaten toch nog in zone 1.” Rechts neemt het relaas over: “Daarna gingen we dus naar zone 2 en een stukje zone 3, maar het bazinnetje vond dat blijkbaar wat lastig, want met al die heuveltjes was het qua tempo ook een beetje op en neer. En na een uurtje zones wisselen kwamen we dus in die huiskamer.” “Met de enge hond” vult Links aan, “die lag op mij, had ik dat al gezegd?!”
Hier raak ik het verhaal even kwijt. Die hond kan ik niet plaatsen en die huiskamer ook niet. Rechts wordt een beetje ongeduldig: “Terwijl het baasje thee zat te drinken, zaten wij STIL. Wij, het mooiste merk hardloopschoenen, wij moeten daar een uur WACHTEN, stilzitten dus – je snapt toch dat ik daar van baal?” “En die enge hond lag op me” meld Links nog maar een keer. Jaja, ik weet het van die hond. Was er dan weinig leuks te beleven vandaag? Het blijft even stil, maar dan weet
Links toch veel te bedenken: “De weg terug was gaaf hoor. Het ging weer in dezelfde tempo’s en over hetzelfde asfalt zo’n beetje, maar ik denk dat de thee wel een goede uitwerking had, want het bazinnetje hield zich prima” “Jawel, maar ze had wel meer moeten eten hoor” vult Rechts aan; “En we hebben toch maar weer ‘even’ een halve marathon gelopen vandaag!”.
Kijk, dat lijkt toch ergens op? Jullie mochten mee voor ruim 21 kilometer? Rechts kan het niet laten: “Ja, maar die rare Brooksen hebben zondag 25 kilometer gelopen.” Ikzelf vind het wel een prestatie van het bazinnetje en laat Rechts maar even links liggen met zijn ontevreden neus. Eenentwintig kilometer is eenentwintig kilometer rennen, ook al doe je dat met een pauze er tussen en heeft het bazinnetje (na navraag) daar (23 minuten) langer over gedaan dan de afgesproken twee uur. Blijkt dat toch met een lage gemiddelde hartslag, dus al dat gemok is niet echt nodig, dunkt me.
Ik vraag Links naar de andere medewerkers: Hoe waren de sokken? Links antwoord: “Zeer tevreden. Dit goedkope en roze paar (Rechts mompelt wat onaardigs over dat roze) hadden wij nog niet gehad, maar ze deden het uitstekend!” En Links
heeft nog wat route informatie: “We liepen lekker langs dat water, die fonteintjes, weet je nog Rechts? Toen dacht ik nog: laten we daar maar niet doorheen lopen, haha. Wij worden nooit nat eigenlijk.” Rechts heeft echter een andere herinnering: “Weet je de eerste keer nog? Toen het zo hard regende?” “Ohja”, weet Links weer. “Maar vandaag bleven toch mooi droog.
En we kwamen van die mooie steentjes tegen van mozaïek. Die zien die Brooksen lekker nooit!” Nog andere pluspunten van vandaag? Nou weet Rechts er ook nog één: “Kijk, wij zijn wel de asfaltvreters aan het worden en we kwijten ons perfect van onze taak, dus ik denk zeker dat we nog alle kans maken om voor de marathon uitgekozen te worden. Wij blijven natuurlijk wel een echt merk en prachtig blauw, terwijl de Brooks met al dat zand al verkleuren. Wij zijn gewend aan regen, dus ik hoop echt dat wij de marathon halen!” Ik denk zeker ook van wel! Dit ijverige paar verdient het in elk geval, en het verdient nog veel mooie trainingsmomenten, ook al leek het ze vandaag een beetje tegen te vallen. Ik bedankt voor het vraaggesprek en laat het paar in een discussie achter over hoe lang schoenen na gedane arbeid aan mogen blijven zitten.
Trailrondje (waarom ook niet)
Ik ben moe op maandag. In mijn hoofd en in mijn ogen. Verder N I K S. Geen last van mijn knieën, peesplaat, schenen, spierpijn of wat-dan-ook. Om de vermoeidheid wat te bestrijden ga ik een half uurtje fietsen. Als ik me netjes aan dat half uurtje had gehouden, was ik het laatste kwartier niet natgeregend 🙁
Vandaag was er dus al helemaal niks meer op tegen om weer op pad te gaan. Behalve dat mijn schema nog even nagekeken moest worden en ik dus nog niet wist wat ik moest
doen, maar via de SMS kwam het plan: ik mocht vandaag 1 uur en 3 kwartier (waarom ook niet) onverhard (waarom ook niet) zone 1 en heuvelop zone 2 (waarom ook niet). Klinkt als het MTBpad in het Kotterbos. Ik belde mijn vriendin op om half 2 voor een goed gesprek, maar ze gaf meteen aan mee te gaan lopen. Heldin! Een week niet gelopen, zondag nog 10 kilometer SAIL geslenterd (zwaarder dan 25km lopen hoor), minder optimaal getraind zijn dan ik en dan direct ‘ja’ zeggen op het voorstel voor anderhalf uur onverhard lopen, terwijl ze weet hoe heavy dat is. Om kwart over twee kwam ik ook op de parkeerplaats aangesjeesd op mijn fietsje. Nieuwe lange broek, nieuwe BH en nieuwe compressiesokken: allemaal Lidl.
We gingen de ATBbordjes volgen. Het was al snel heuveltjes over. Kleine stappen omhoog in zone twee. Jammer dat het horloge mij terugpiept, die verstoort mijn gekwebbel danig! We raken de weg al bijna na een kilometer kwijt omdat de bordjes door de overijverige grasmaaier vernietigd zijn. Kletsen op de smalle paden is geen sinecure, maar als ik eenmaal in kwebbelmode sta, weerhouden de paden door het bos vol obstakels mij niet van eindeloos geleuter hoor! Ik vertelde van de marathon in drie dagen. Gelukkig voor mij, had mijn vriendin het zwaarder en ik geloof dat ze het geen bezwaar vond te luisteren. We maakten een raar ommetje en we kwamen langs de auto. Mijn vriendin had me echt beloofd dat ze zou aangeven wanneer het te zwaar werd voor haar. We liepen langs het spoor en ik maar ratelen en tetteren. Het schoot niet op, ik bleef vrij netjes in zone 1 en het voelde echt wel heel relaxed.
In het ‘moeras’ (zo kende ik het vroeger) liepen we notabene nóg een keer verkeerd wegens ontbrekend paaltje en even later werd ik zo afgeleid door een hondje dat ik het bordje zelf gemist had! We staken het fietspad over en al die tijd liepen we onverhard. Geweldig! En geen enkele fietser te zien. De hele weg niet trouwens.
We moesten even stoppen omdat ik mijn vriendin zo afleidde en positief liet schrikken dat haar hartslag zelfs stilstaand te hoog was! Op de weg was de grasmaaier bezig en hij weet niet dat ik hem van een wisse moordpoging heb gered door mijn vriendin mee het asfalt op te trekken. Paaltjes-moordenaar. Ik wilde best voor m’n vriendin op het asfalt blijven, maar ze gaf aan het prima vol te houden en we liepen onverhard de Vaart langs. Mijn vriendin vertelde van haar mans typecursus en Sail. Bij het bruggetje stopten we even voor een slok water, dextro en gelletje. Na een stukje asfalt hobbelen (dan kom ik niet in de búúrt van zone 2) weer het bos in, heuveltjes over en onverhard rennen. Wat een vrijheid!
Over de fietsbrug en toen liep mijn vriendin het verharde pad langzaam af en ik nam de ATBroute door het bos. Die was nog heuveliger, maar ook mooi en bosrijk. Er waren fiets-obstakels gemaakt.
We kwamen elkaar bij het water weer tegen: allebei uitgerust en opgewekt. Even asfalt en dan voor het laatste stuk het bos in. Daar waren nog onverwachte obstakels door de storm. Eindelijk, na anderhalf uur trailrunnen, werd ik ook vermoeid. Nergens pijn of zo, maar gewoon een beetje moe. Dat je denkt: gelukkig nog maar een kwartier zeg! En dan moet je het smalle pad de brug op steil omhoog. Waarom ook niet?! Ik nam ook nog het stukje binnendoor en mijn vriendin stelde zich niks aan: die ging gewoon mee. Wacht maar op me, zei ze nog; maar ze liep zo dicht achter me dat dat niet nodig was. Toen nam zij het verharde fietspad en ik nam het laatste stukje ATBroute ook nog maar even. Nog een paar heuveltjes. De tijd was ‘om’. Ik maakte de route af en eenmaal op het fietspad vond ik het ook wel weer zat ook eigenlijk.
We gingen nog 1 keer steil omhoog de brug op en ik vond het niks erg het laatste stukje van de route in wandelpas af te maken. Ik was reuzenrots op mijn vriendin: die loopt daar even ‘zomaar’ 13 kilometer te trailen! Ik zelf had een kilometer meer gelopen, maar voor mij was het grotendeels a-walk-in-the-park. Gemiddelde hartslag 135. Yeah. Niet dat we dan uitgepraat zijn, maar op de parkeerplaats na wat stretchoefeningen nemen we toch maar afscheid. Ik moest nog even vet doorfietsen om voor de regen thuis te zijn! Sorry man-van-mijn-vriendin: sorry als ze een beetje moe is, en laat haar mij maar bellen als ze sjachereinig is of over spierpijn klaagt, want ik heb haar meegenomen het bos in. Meid: wat een wereldprestatie! Ik ben trots op je!






