Verdwalen aan de andere kant van de grens

Het Brabantse Knooppunten Routenetwerk


Heel vroeg ging ik weg. Om de hitte voor te zijn, om op tijd weer thuis te zijn en omdat ik heel lang mocht lopen: wel twee uur en een kwartier. Om kwart over 6 ging mijn wekker en 15 minuten later stond ik buiten. Het was droog, ondanks de kleine regenkans heb ik onderweg geen druppel gevoeld (zweetdruppels wel) Ik had een tochtje uitgezet; eerst over de Lommelse Sahara, waar ik de weg nu ken en daarna naar Nederland en daar zijn –hoera!- wandelknooppunten. Ik had het lijstje bij me. Appeltje Eitje.
Eerst het uitgestorven vakantiepark af. De eerste levende ziel die ik zag zat op een motor en die reed net de weg op. Dat was voorlopig ook de laatste levende ziel die ik zag. Ik ging het bos in en de zon kwam langzaam omhoog. Het was wonderschoon. Ik volgde de oranje route en toen moest ik uitkijken naar een WC. Die hebben ze ook in Belgie niet in het bos staan, maar gezien het geringe aantal toeschouwers durfde ik een stukje bos te bevuilen…. Ik hobbelde langzaam voort. Ik moest mijn hartslag laag houden en ik hoefde niet hard te gaan, dus ik nam de tijd voor foto’s en om goed om me heen te kijken. De meren lagen erbij als spiegels en de kikkers hadden het hoogste woord. Er zaten wat konijnen, maar verder was het stil in het bos. Totdat…..ik opeens een beest hoorde snuiven, man- ik schrok me kapot! Het was slechts een paard met ruiter. Ik kwam weer door het bos met de vreemde bouwsels en de 1000 paaltjes en de zon kwam met een gouden gloed tussen de bomen door. Het was geweldig. Ik hobbelde snel en eenvoudig de kleine heuveltjes over. Ik vond het wel prettig dat ik wist wat er komen ging en toen stond ik weer in het zand van de Sahara.
Hier pikte ik de rode route op en maakte het ommetje wat ik eerder overgeslagen heb. Dat betekent ook: veel langer door het zand. Voetstappen in het zand, ook van iemand op blote voeten! Ik vraag me af of ik hier vandaag de eerste ben die loopt. De zon is  nog niet erg fel, maar wel heel vriendelijk en het geeft het landschap iets prachtig desolaats. Ik ga het bos weer in, maar voorlopig loop ik nog over een zandpad! Ik volg een stukje het fietspad en ga naast het asfalt lopen. Mijn hartslag is voortdurend laag, het blijft heerlijk rond de 130 liggen. Het tempo is helaas ook lager dan laag en de kilometertijden zijn beschamend. Maar daarvoor loop ik hier niet. Ik loop hier honger te hebben, want vanmorgen om half 7 had ik nog niets gegeten. Ik drink elke 4 kilometer een paar slokken en vanaf de 8 kilometer ga ik aan de dextro’s, dat moet wel. Toch heb ik weinig last van de hitte. Misschien went het, misschien valt het vandaag wel mee, misschien heb ik me er met mijn topje eindelijk op gekleed.
Ik kom in een prachtig bos vol strakke rechte stammen. Het ruikt er formidabel en het is net Lothlorien, het bos van de elven van Tolkien. De zon piept er doorheen en strooit gouden stralen tussen de bomen door. Ik blijf joggen en adem diep in en uit om dit zo goed mogelijk in me op te nemen. Er wacht een kleine verrassing: in dit bos staan oude, overwoekerde bunkers. Het bospad gaat over in een breed pad met stenen. Ik krijg last van een blaar. Ik voel het blaasje op mijn linkervoet groeien, maar ja, stoppen met rennen om zo’n futiliteit is geen optie. Dan kom ik weer langs het grote ven. Ik moet even stoppen om te genieten van de schoonheid. Vandaag moet ik meer door het mulle zand rennen om de ganzen en zwanen de kans te geven te blijven staan op het harde zand. Vlak langs de waterlijn ligt iemand buiten naast zijn (of haar) tentje te slapen.
Het is nog steeds vroeg op deze zondagmorgen. Ik zie in de verte de toren, maar vandaag loop ik er voorbij. Er staan twee mensen bovenop, ze praten tegen elkaar en dat klinkt hard door de natuurgeluiden heen. Ik jog door naar de voetgangersbrug. Ik kan nu terug gaan naar het vakantiehuisje, maar ik wil graag nog naar de grens rennen. Ik besluit een kilometer lang nergens voor te stoppen, dus de brug fotografeer ik niet weer. Jammer dat ik ook niet kan fotograferen dat ik na het zand en het bos ineens over de heide loop! Het zindert nog lang niet van de hitte, misschien later vandaag. Er zijn nog twee wandelaars.
Ik moet de GR rood-wit route nu een stukje volgen. Als ik alsmaar blijf lopen, krijg ik het toch best warm! En met het zweet komen de zoemende beesten om mijn hoofd, onder mijn pet en om me heen storen. Dan sta ik bij de grenspaal! Mijn vreugde dat ik weer ‘thuis’ in Nederland ben wordt getemperd door de horzels die me aanvallen. Ze herinneren me aan mijn jeugd bij de waterplassen in de zomer en ik weet hoe naar horzels prikken. Dat heb ik liever niet nu! Ik volg even het verharde fietspad, op naar de wandelroutepunten! Nu gaat het goed komen!
Dat dacht ik maar. Ik kom het eerste punt tegen en het is duidelijk dat ik naar het volgende punt wil, ik kijk de nummers na en zie niet wat er mis kan gaan, gewoon het pad volgen. Ik kom bij een bordje bladel-lommel en snap het routenetwerk nog niet zo blijkbaar, want hier had ik punt 23 toch echt verwacht! Het enige wat ik hoor en zie is de huifkar achter me en die is bevolkt met wat-voor-lui-er-ook-op-zondagochtend-om-acht-uur rondreizen. Ik vertrouw ze niet  en neem een krap pad rechtdoor het bos door. Ik kom langs de velden te lopen. Dat is prima, maar een knooppunt zie ik nergens meer. Hoe moeilijk kan het zijn?! Ik word er wel wat ongedurig van en nu gaat ook meespelen dat ik trek heb. Ik merk dat ik minder goed kan nadenken en ik volg het grote pad.
Ik zie een auto in de verte, dus dat zal de grote weg zijn, maar het is een meneer met zijn hond en een vet Brabants “goeiemorrugu” is mijn deel. Dan zie ik ineens een klein pad en dat neem ik op de gok. Wat schetst mijn verbazing: een routepaaltje verstopt tussen het gras! Ik zoek het nummer op op mijn overzicht en besluit dat ik nu verder kan, maar iets later op de lijst. Ik moet door hoog gras en vraag me af of dit echt de bedoeling is en dan kom ik weer op het grote pad langs de velden. Zucht. Het begint me nu toch echt de keel uit te hangen met die Nederlandse wandelknooppunten! Wandelen met kaart in je hand en routepunten lukt vast, maar hardlopen en knooppunten is geen combi. Zelfs joggen en de paadjes en pijltjes volgen is niet voor me weggelegd. Ik volg de ATBroute, die hebben tenminste paaltjes zat, maar ik weet niet waar ik heen ga en waar ik uitkom. En warempel, daar op een kruispunt staat weer een knooppunt! Een totaal ander nummer als ik verwacht had, maar goed. Het is nu tijd om de route in te korten en terug te gaan naar Belgie. De vraag is alleen hoe en via welke nummers dan toch?!
Maar het wandelrouteknooppuntennetwerk is mij wederom niet goed gezind. Ik kom geen ander punt tegen en hier ben ik daarstraks ‘ingevlucht’ voor de huifkar, ik ben rond! Hier in Nederland, waar alles geregeld en betegeld is, raak ik het spoor bijster! Ik volg nog een stukje de ATBroute en na nog een omzwerving om een veld heen sta ik weer bij het eerste punt wat ik tegenkwam in Nederland. Nu weet ik echt waar ik heen wil en naast het volgende punt, wat gewoon rechtuit MOET zijn, wil ik naar het huisje terug. Ik heb trek, de tijd is bijna op omdat we om tien uur in het zwembad moeten zijn en de twee en een half uur ga ik gemakkelijk halen. Veel kilometers heb ik in die tijd niet gerend.
Ik ren over een breed bospad en voor deze eerste en ene keer kom ik precies het goed genummerde paaltje tegen waar ik het verwacht. Hehe. Nu loop ik door tot de weg bij de boerderij in de verte en dan ben ik bijna bij het park, kan niet missen! Er zijn 2 uur en een kwartier verstreken.

Zo ken ik de grenspost van vroeger terug!


Ik mag de verharde weg volgen en ja, daar is de grenspost bij Lommel! Ik weet waar ik ben en ik ga de andere kant het park omrennen, want dat blijkt onverhard. Het tempo is er echt uit, terwijl ik toch mijn best moet gaan doen er voor 9 uur te zijn. Ik zie de huisjes aan de andere kant van het hek en zie nog een grenssteen, maar mijn telefoon heeft niet genoeg bereik voor een SMSje. Ik heb zin in pap of yoghurt, maar ik verheug me ook vast op het broodje. Ik zie de huisjes in de vijfhonderd, net als de onze, maar er zit een hek tussen. De boer sproeit zijn weiland hier en er staat een prachtig paard. Ik denk aan de douche en de croissant.
Als ik het park oploop heb ik niet ver gerend vandaag, but I don’t care, ik geef alleen om de melk en het broodje wat me wacht.       Als ik het huisje inkom, is het nog stil.
Geen broodjes.
7 over 9 en nog 50 minuten te gaan voor we in het zwembad moeten zijn voor de aqua battle.
Dus haal ik zelf de broodjes op tempo en een heerlijk roomtoetje van kwark voor mezelf. Ik stink en ben bezweet. Ik verkies eten boven douchen en dan stuur ik de uitgeslapen heren naar het zwembad. Kan ik mijn vuile voeten bevrijden. De blaar blijkt niks te zijn als de waarschuwing ‘nieuwe schoenen’. Ik ben niet rood, niet doodmoe en het was heerlijk. Ik kan nog een uur mee door het zwembad! Mijn spieren voelen het wel dat ik tweeeneenhalf uur heb gejogd, maar het was echt gaaf. In Belgie tenminste.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Verdwalen aan de andere kant van de grens

Zwerven door de Sahara

We zijn op vakantie. In België. Nét in België. Bij het leukste tropische zwembad van Center Parcs. En wat doe je –naast zwemmen dus- op vakantie? Uitslapen ja! Maar niet vandaag dus, om HALF ZEVEN ging mijn wekkertje. Vandaag belooft een tropisch hete dag te worden, waar het zwembad bij verbleekt en hardlopen overdag onverstandig zou zijn. Om kwart voor zeven sta ik buiten het huisje. Ook nu is het al 25 graden. Ik heb het kaartje op mijn telefoon gefotografeerd gisteren en ben van plan om de rode 12 kilometer route te volgen. Maar het kan ook de oranje worden die slechts 6 kilometer is. Ik zie wel.
Ik loop het park af, waar de chloorvrachtwagen zich meld voor het zwembad en de medewerkers dit een normale begintijd vinden. Ik kijk op de kaart. Vanmorgen neem ik alle tijd: normaal slaap ik nog op dit moment! Blijkbaar slaap ik nu ook nog een beetje, want ik ga de verkeerde kant op. Dromend kaartlezen is geen goede optie.
Om 7 uur steek ik het kanaal over, maar bij een andere brug dan de bedoeling was. Ik heb nog geen meter onverhard gelopen, wat wel de bedoeling is. Ik weet nu waar ik ben en waar ik heen wil en daartussen ligt een goudglimmend bospad. Ik hoor vogels, een haan en andere landelijke geluiden. Zeker tien minuten lang waan ik me alleen op dit vroege uur, totdat een andere vrouw me tegemoet komt…. Hardlopend…. Goed idee!
 
Ik ga niet snel, maar het interesseert me ook niet. Ik probeer te bedenken welke route ik nu moet gaan volgen, maar het is voor mij toch voornamelijk nog steeds een tijdstip waarop ik beter kan slapen dan nadenken! Ik kom bij de juiste brug, maar er zitten al 4 kilometers in mijn benen. Door het bos en de schaduw valt de hitte me nog mee. Ik ga wandelroutes volgen. Het wemelt hier echt van de bordjes, paaltjes en routeaanduidingen.
In alle vormen en maten. Je ziet werkelijk door de bordjes het bos niet meer!
Wild spot ik niet, want de konijnen tellen niet mee. Andere levende zielen zijn hier ook niet, al hoor ik pauwen. Ik loop langs prachtig spiegelende meren en begin me af te vragen waarom dit de Lommelse Sahara heet en ik alsmaar lekker door het bos mag rennen. Ik kom een hondenuitlater tegen. Jawel, die zijn er ook op dit tijdstip! En dan herinnert het terrein me eraan dat dit toch echt België is; ik ga kleine heuveltjes over! Ik kom in het kinderspeelbos waar hutjes staan gevlochten van takken. Ik slinger er doorheen en de paaltjesdichtheid lijjkt wel een droom: na elke tien stappen wordt het juiste pad bevestigd. Hierna moet ik echt kiezen of ik rood, oranje of blauw ga volgen. Blauw is de korte kinderroute en die valt af, aangezien ik toch nog een half uur heb. Om dezelfde reden (dat ik nog een half uur heb) valt rood ook af, want die is te lang. Maar nu gaan rood en oranje samen de heuveltjes op en af. Het is heerlijk! Lekker onder de bomen! Doodse stilte op duizend vogels na, maar wacht…. Nog een hardloper! Of je hebt een hond, of een hobby, anders kom je hier niet!
En dan kom ik in de Sahara. Zand. Er ligt wel een oase in in het midden, maar de basisondergrond is zand. En een brandende zon erboven. Ineens is het toch heet! Mul zand. Ik snap dat hier een goede triatleet vandaan komt (info van de trainer): je kunt hier heerlijk sterk worden van het trailrunnen en dan in het meer springen! Ik loop over het harde zand langs het water en kom een renster tegen met honden: klinkt als een goede combinatie! Gelukkig volg ik de oranje route en kan ik snel de sahara weer uit. Voor mij geen Marathon Du Sables. Ik drink elke 2 á 3 kilometer en dat vind ik al moeilijk genoeg! Ontbijt heb ik nog niet gehad natuurlijk, ik ben via een ‘kleine’ omweg onderweg naar het winkeltje en verse broodjes. In de verte zie ik de uitkijktoren staan. Ik geniet ervan om hier mijn weg te zoeken en heb lak aan de temperatuur en de snelheid (of het ontbreken aan snelheid) die ik aanhoud.
De uitkijktoren aan de rand van een volgend ven. Ik zie het direct: dit is mijn grootste nachtmerrie! Open trappen, gaatjes in traptreden van metaal en het buitenwerk bestaat uit touw. Dit vind ik het aller-aller-aller engste wat er is. Maar voorbij rennen kan ik ook niet. Ik wil kijken hoe ver ik omhoog kom. Ik begin dapper de treden op te lopen, maar na twee trappen gaat het mis. Aan mijn conditie ligt het niet, mijn verstand weet maar al te goed dat deze toren niet onder mijn gewicht direct zal bezwijken, maar mijn tempo daalt en elke tree kost me moeite. Alsof ik van steen ben stap ik tree voor tree omhoog, terwijl ik de reling omklem. Ik kom niet hoger dan het derde plateau. Nog niet eens op de helft, maar ik durf niet verder. Mijn lijf weigert en blijft versteend staan. Ik kijk om me heen en het kost veel moeite mijn telefoon te pakken omdat ik de reling niet los kan laten. Het is een raar spel tussen verstand (ik weet dat er niks aan de hand is) en wat er gebeurt: ik ben helemaal verstijfd en maak een paar foto’s. Naar beneden tel ik de treden, ik ben tot trede 53 gekomen. Eenmaal weer op het bospad, ren ik moeiteloos verder, terwijl ik me voornamelijk verbaas over mijn onkunde om zo’n mooie toren te beklimmen.
Ik heb alle  drie de routes weer bij elkaar en wil in verband met de tijd de blauwe blijven volgen als een blik op de route me laat zien dat de voetgangersbrug nauwelijks om is. Het is een hele sjieke en sierlijke brug. Naast het kanaal ligt een prachtig fietspad, ideaal voor een triatleet. Ik haal op het tijdstip waarop ik normaal op een gemiddelde donderdag mijn bed uit stap de tienduizend stappen. Ik vervolg mijn route door het bos. Ik ben bezweet en hoop de tien kilometer te halen vandaag, al is het maar om bij het winkeltje te staan stinken en toch íéts gepresteerd te hebben! Ik kom bij de brug die ik over had gemoeten op de heenweg en daar verlaat ik de onverharde ondergronden. Het is inmiddels acht uur en op de doorgaande weg is het druk, wat voor een zinderend warme onderbreking zorgt.
Ik druk op de bel voor de voetgangerspoort van het park nadat ik ‘m eerst voorbij ben gelopen en de Belgische dames meld dat ze “ons” binnen gaat laten. Ik hobbel door het park en hoor vooral veel kleine kinderen huilen die door de hitte niet konden en kunnen slapen. Bij het winkeltje haal ik verse broodjes en de krant en om kwart over 8 ben ik weer bij het huisje.
Ik ben niet moe van deze tocht. Wel nat van het zweten, maar dat ligt niet aan de snelheid! Over de 10 kilometer heb ik  1 uur en 17 minuten gedaan. Onverhard he. En met veel zoekmomenten voor de route. Én in tropische hitte, wat mij totaal niet past! Een koele douche is welverdiend en een krantje lezen op het terrasje ook. Daarna volgt een ontbijtje. Als we daarna nog anderhalf uur gezwommen hebben (onder water het bad naar de overkant door), voel ik even mijn spieren. Tijd voor een siësta! ‘s Middags is het inderdaad sahara-heet als we in de rondleiding zien waar de chloorvrachtwagen vanmorgen  om 7 uur op weg naar toe was.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Zwerven door de Sahara

Het sprookje van den 1001 kilometersch….

Er was eensch ene dag, op welken het jaar al bijna op den helft was. Op deezen mooien dag begon eveneensch den zomer, getuige den hogen temperaturen. Voor ene koelbloedigen prinses in Almeere stond echter enen zwaren opgaaf te wachten: in dit eersten halfjaar ontbrak het aan een negental kilometersch om den duizend te bereiken. Dat vraagt om ene uitdagingh!
Heden morgen ging den prinses op den tweewieler de strijd aan en begaf zich op hedendaagse wijze door den stad Almeere op weg naar het zwembad om aldaar het tweede deel ener triatlon te vervullen. Na een kleine uur zwemmen in het verwarmden water, begaf de prinses zichzelf weder op den tweewieler terug naar haar kasteel.

Den Almeerschen Bosschen op enen zonovergoten junidag

De temperaturen liepen hooch op op dezen zonnigen dag. Ook de passen der prinses liepen al op, maar enen triatlon vraagt naast het fietschen en zwemmen nog enen onderdeel.
Hoewel de thermometer in de klok van drie uur inmiddels den vijfentwintig graden passeerde, dacht de prinses dat het misschien geen moeite zou zijn om den zon te trotseren. De witte schoenen werden ondergebonden en den opdracht werd nogmaals nagezien: een uur op het marathontempo lopen, waarmee den duizend kilometrage gehaald zouden moeten worden. De precies inhoud des marathontempoos zal den prinses edoch beter moeten uitwerken in den toekomst, want dat blijft heden onbepaald.
 
Den eersten drie kilometersch had de prinses weinig last van den zon die brandde op de aarde. Er was geen wolkje aan den lucht. Den speeltuin lag nog immer op den voltooiing ende bevolking te wachten. Den eersten kilometersch verliepen soepel en schnel in wat het marathontempo van 5minuut40 per kilometer zou moeten wezen. Na vier kilometersch echter, werd den zon allengs warmer en den prinses had ondanks hare luchtige kledij toch last van overmatig vochtverlies.
Den bossen van Almeere werden voorts doorkruist om eenige schaduw te vangen. Helaas bleek het beoogde marathontempo niet langer haalbaar, naarmate den tocht langer duurde. Den hogen temperaturen maakten den uitdaging voor de prinses bijkans onmogelijk. Na den zesden kilometer hield enkel de gedachten aan den duizend kilometer tezamen met het behalen van het einddoel de oververhitte prinses op den been. De zon scheen onbarmhartig en het marathontempo moest ontzien worden.
Het water des Oostvaardrschplassen zag er aanlokkelijk uit om in te springen, ware het niet dat dat onderdeel van enen triatlon al was volbracht.
Den uitdaging bestond niet langer daaruit enen uur te rennen, maar voornamenlijk uit het halen der duizend kilometersch, ook al zou dat maar negen kilometer opleveren. Hoewel het wandelen nader was dan het hardlooptempo, hield de prinses node vol en bedwong de heuvelen van de brug in de immer feller wordende zon. Den geest edoch is sterker dan men denke, want na negen kilometersch werd het rondje in den wijk verlengd om den tien ook te halen. Het tempo was geheel niet in overeenstemming met enen marathon, maar de prinses gaat er van uit dat in oktober de vijfentwintig graden grensch der temperatuur niet zal worden overschreden.
Den tien kilometers werden perfect volgens den opdracht in enen uur volbracht. De prinses had toen slechts behoefte aan water, in enen glas als wel als onder enen douche. 
Het sprookje eindigt met het prachtig gehaalde einddoel van den Magische DuizendenEen kilometersch in ene halve jaar tijd. En ze rende nog lang en gelukkig……
Categories: Uncategorized | Comments Off on Het sprookje van den 1001 kilometersch….

Intervalletjes: van zone 1 naar zone 4 en terug.

Eerlijk gezegd zag ik vorige week al een beetje op tegen deze training… Zeker toen ik begin van de week zone 3 niet eens kon bereiken! Dan is zone 4 wel heel hard werken. Gisteren had ik dan ook geen enkele moeite met het uitstellen van de training, omdat het bezoek lekker uitgelopen was. Vanmorgen heb ik alle moed verzameld en een korte broek die niet lekker zat en een t-shirt aangetrokken. Het ontbijt bestaat voor nu uit twee bekers water. Er stond een programmaatje van 3 kwartier in het horloge, wat simpel begon en daarna zou gaan bestaan uit heel snel versus heel langzaam. Ik kwam moeders tegen die met hun kinderen aan het hardlopen waren of ouders/oma’s met een kinderwagen. Weinig hondenuitlaters en andere hardlopers deze keer.

Hartslag golfjes tussen zone 1 (laag) en zone 4 (de toppen)


Eerst 5 minuten zone 1. Dan 5 minuten zone 2. Tot zover geen probleem, op 1 kleine hartslagverhoging na. Relaxed. Maar toen… 1 minuut in zone 4. Na 40 seconden zat ik in de goede hartslagzone vanaf hartslag 163 per minuut, maar toen was de tijd al bijna voorbij! Ik ging heus flink hard met mijn 13 kilometer per uur. En dan weer 1 minuut om terug te komen in zone 1. Ik ga dan echt heel, heel langzaam. Er volgden twee minuten zone 4. Het begin is elke keer zwaar omdat je ineens moet versnellen. Ik haalde vader en dochter op de skeelers in die met hun rennende moeder/vrouw mee kwamen. En dan ga ik weer hardloopbegewingen maken, terwijl ik eigenlijk wandel om in zone 1 terug te komen. Ik ben elke keer binnen een minuut terug van hartslag 163 naar 135 en gelukkig had ik deze keer een minuut extra rust. De laatste interval van dit serietje in zone 4 vroeg 3 dikke minuten inspanning. Ik zette iets minder snel in aan het begin, maar als ik eenmaal in zone 4 zit en mijn hartslag dus boven de 163 ligt, dan blijf ik daar gemakkelijk 2 minuten langer in. Nog 1 minuutje in zone 1 wandelen en dan begint de serie opnieuw met 1 minuut zone 4.
Ik loop langs het water en zweet peentjes. Als ik terug moet zien te komen in zone 1 ziet mijn rode bezweette hoofd er raar uit terwijl ik super-superlangzaam ga. Gelukkig kom ik ook wat hardlopers tegen als ik in zone 4 lekker hard ga! De tweede serie gaat al beter. Ik weet nu dat het me lukt. En dat het me ook lukt om zone 1 en zone 4 af te wisselen, desnoods wandelend en sprintend! Wie had dat ooit gedacht…. Ik ren over de verharde fietspaden door het Kotterbos. De tweede serie gaat net iets langzamer dan de eerste, maar de momenten in zone 4 blijven ruimschoots boven de 12 kilometer per uur liggen.
Het laatste serietje merk ik dat het nog het meest lastig is om 1 minuut in zone 4 te rennen. Als je er net bent, is zone 1 alweer voorbij. De laatste keer dat ik drie minuten moet vertoeven in zone 4 denk ik er over om te gaan spijbelen, maar ik ga de brug op en dan kost het weinig moeite om de hartslag te verhogen. De brug af is lastiger! Net als de hartslag uit zone 4 valt, zijn de drie minuten voorbij. Ik ga 1+5 minuten uitlopen in zone 1. Geen enkele moeite mee. Mijn gemiddelde hartslag lag op dat moment op 148 en ik had 7,1 kilometer afgelegd in drie kwartier.
Mijn spieren en mijn linkerknie hebben er meer moeite mee dan ooit tevoren. Ik heb deze keer mijn compressiesokken verruild voor korte sokjes en blijkbaar zijn er wat spieren die daar niet meer aan gewend zijn! En ik heb nogal dorst. Om thuis te komen hobbel ik nog wat langer en zo kom ik 53 minuten later na een rondje van 8 kilometer weer thuis. Al met al heb ik 18 minuten in zone 4 gelopen en de gemiddelde snelheid in die zone is 13 kilometer per uur. Per saldo ben ik tevreden. Ik had er natuurlijk niet zo tegenop hoeven te zien, want inmiddels ben ik aardig getraind en kan ik de hartslagzones prima afwisselen. Met mijn conditie is niks mis als ik binnen een minuut zonder stil te staan de hartslag meer dan 30 slagen kan laten dalen. En door dit soort intervallen wordt ik uiteindelijk sneller.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Intervalletjes: van zone 1 naar zone 4 en terug.

Dwalen door de Duinen van Soest

Ik moet iets ophalen in Amersfoort en dan ben je al snel in de Soesterduinen. Het belooft een warme dag te worden, dus ik ga ik korte broek en topje. Voor het werk gaat mijn rok en een shirtje er gemakkelijk over aan. Ik haal mijn loopmaatje op en we durven het aan deze keer: we zetten van tevoren geen route uit en gaan dwalend proberen twee uur onverhard te lopen.
Om tien over tien staan we nog naar het bord te kijken en besluiten we blauwe-gele-oranje paaltjes te volgen. Vijf minuten later lopen we over de bospaden. Het duurt nog eens tien minuten voor er geen blauw paaltje meer te bekennen is. Het grote zwerven kon beginnen! We gingen niet al te hard, gewoon omdat ik dat niet nodig vond. Al snel stuitten we op een spoorwegovergang.

verboden voor alle VERKEER zegt dit bord


Daar stond een bord dat het voor verkeer gesloten was, (zo’n witte met een rode rand) maar wij mochten er van de meneer die er stond ook niet lopend in. Die meneer had blijkbaar ongeveer net zoveel hersens als dat bord, want van de andere kant kwamen er wel fietsers aan! Wij kozen een onverhard pad uit, want de asfaltweg naast het spoor zag er niet aanlokkelijk uit. Helaas liep dat weggetje met een bochtje terug, zodat we toch eieren voor ons geld kozen en de verharde route langs het spoor maar namen.
We kwamen bij de volgende spoorwegovergang in Soesterduinen en staken daar dan maar het spoor over. Dit was echter weer een drukke weg en we gingen linksaf de weg af, richting station Amersfoort. Als we daar zouden komen, konden we ook de trein terug nemen! We kwamen echter op een militair oefenterrein en toen hielden de cobblestones weer op en liepen we weer onverhard. We kozen de kleine paden uit. Ik wist niet dat er zoveel hoogteverschil was! Het was behoorlijk omhoog zwoegen. Ineens stonden we tegenover prikkeldraad, waarbij we bedachten dat klakkeloos oversteken misschien niet zo verstandig was. Via een heerlijke weg door het bos kwamen we weer aan het begin van het militair terrein. Zwerven is leuk, maar doe mij maar een route. We namen nu het fietspad.
Heerlijk kletsend liepen we weer over het asfalt zonder dat dat de bedoeling was. We konden wel onder het spoor door. En toen gingen we direct het bos weer in. En warempel – daar kwamen we oranje paaltjes tegen. Toch wel prettig om die te kunnen volgen, het geeft iets meer richting aan. Dit was een mooie route door het bos. We keken even op het bord voor de route en na enige tijd kwamen we in combinatie met de GPS toch echt tot de conclusie dat we niet helemaal de juiste oranje paaltjes aan het volgen waren. Inmiddels moet ik zeggen dat ik het zwerven in Nederland toch wel aan het afkeuren was. Je komt te snel op grote wegen en asfalt uit.
Toen kwamen we in de duinen. Lekker door het zand ploeteren, hoogteverschillen overbruggen en alles onverhard en natuurlijk. Na een kilometertje of twaalf eindelijk aan het zwerven zoals het zwerven eruit zou moeten zien! Met een beetje richting van de GPS. We volgden weer oranje paaltjes en deze keer leken het toch zeker de goede te zijn! Alhoewel… al snel ging het weer fout en moesten we op onze schreden terug keren. Zou het komen omdat we te snel gingen?! 😉
We staken nog maar een keer een drukke weg over. Het is wel mooi Nederland met de duinen, de hoogteverschillen en de bossen, maar er loopt toch weer een weg doorheen! Ineens stonden we oog in oog met blauwe paaltjes! Ook prettig. Omdat er nog wat tijd over was, besloten we de route de andere kant om te volgen en nog een paar kilometer eraan te plakken. Ik was er inmiddels best wel moe van, maar wat was het mooi! Bos, zand, duinen, hoogteverschillen: dit stukje was echt een bonus. En de snelheid, ach, die waren we allang kwijt geraakt. Het wemelde van de blauwe paaltjes en hoe we die twee uur eerder kwijt hadden kunnen raken is me een raadsel. Nadat de twee uur om waren haalde ik zoveel mogelijk het tempo eruit tot de auto.
Over 18 kilometer hadden we 2 uur en een kwartier gedaan. Niet snel en eigenlijk voor het weektotaal net niet genoeg, maar er zijn belangrijkere zaken! Het was namelijk wel weer eens een keer leuk om onverhard lang te rennen. Ik had behoorlijk zin in water! Al heel snel kom ik dan ook weer bij, maar mijn spieren voelden nog een tijdje stijfjes aan. Het was echt wel heet. Hoewel het zwerven, vooral aan het einde, best goed ging, zal ik het niet snel weer doen. Volgende keer volg ik liever een paaltjesroute, waarvan ik weet hoe lang die is of moeten we toch maar weer een route maken. Volgende keer kunnen we ook een groter gebied uitzoeken waar het onverhard zwerven mogelijk is.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Dwalen door de Duinen van Soest

Balanceren tussen het hoofd en de benen.


Mijn hoofd en de rest van mijn lijf zitten niet helemaal op 1 recht lijn, ze zijn niet in balans.
Volgens de trainer kun je ze niet los van elkaar zien.
Mijn hoofd heeft het te druk met allemaal zorgen en de rest van mijn lijf doet ook niet mee.
 
17uur14
het hoofd: “ik heb geen zin in hardlopen, ik heb genoeg aan mijn hoofd”
de benen: “gelijk hoofd, wij doen mee in ook geen zin”
19uur12
het hoofd: “we gaan morgen”
de benen: “zullen we vandaag een klein stukje? Eventjes maar dan?”
het hoofd: “achnee, we moeten in zone 3 lopen, dat lukt nooit!”
de benen: “laten we het gewoon dóén. wie weet is er morgen ook geen zin?!”
het hoofd geeft zich node gewonnen.
20uur17
de benen: “zone 1 is ssssssaaaaaaaahhhaaaaaaiiiiii”
het hoofd: “hardlopen is ook saai, ik heb wel iets beters te doen en ik hoeft toch niet persé, laten we stoppen”
de benen: “door naar 10 minuten zone 2, kom op, we gaan naar de manege”
20uur28
het hoofd: “zone 2 is wel goed, zullen we hierin blijven hangen?”
de benen: “dat is wel een goed idee hoor, hoofd, omdat je zo zeurt”
het hoofd: “dan voel ik aan alsof ik gewoon niet harder ga oké”
de benen: “het is wel jammer dat wij dan mee moeten doen, we doen gewoon een beetje ons best; een klein beetje harder proberen”
20uur31
het hoofd: “we kennen dit stukje toch zo intussen ook wel?”
de benen: “we kunnen echt en heus niet harder lijkt het wel, dat is raar”
Het Hart: “als jullie zo bezig zijn, dan ga ik echt niet harder hoor!
het horloge piept en piept dat ik harder zou moeten lopen om zone 3 (vanaf hartslag 154) te halen. Ik blijf maar hangen op een hartslag van 152.
20uur40
de benen: “het is maar een half uurtje!”
het hoofd: “het is een half uur lang!”
de benen: “lekker onverhard pad”
het hoofd: “als ik maar hard genoeg denk dat het niet harder kan, dan krijg ik gelijk”
de benen: “berg op halen we het net! berg af is weer hopeloos met dat gepiep”
Het Hart: “Ik weet niet of ik nog meer moet slaan of niet, de benen vinden het goed, het hoofd wil niet. Wie moet ik nu volgen?!
20uur44
het hoofd: “iemand volgt me, haal me in, ik ben sloom vandaag!”
de benen: “niks inhalen, deze meneer blijven we voor”
het hoofd: “zachter, zachter, zachter!”
de benen: “blijf ‘m voor”
Deze slag is voor de benen, de meneer moet uiteindelijk afhaken 🙂
20uur52
het hoofd: “moeten we nou trots zijn dat we in zone 2 zo hard kunnen lopen?”
de benen: “wat ons betreft wel, want we gaan flink op tempo hoor, aan ons ligt het niet.”
het hoofd: “nee, dat geef ik toe, het ligt aan mij, ík heb geen zin. Is het al bijna tijd?”
de benen: “je had beloofd het half uur vol te maken, kom op, over het fietspad terug.”
het hoofd: “nergens zin in, behalve in stoppen. Zelfs niet in foto’s. Zin-loos”
de benen: “dit is geen marathon hoor, dadelijk moeten we weer in die zeurderige zone 1, laat ons maar even hier in bijna-zone-drie”
20uur55
het hoofd: “de route is nog te kort ook, we moeten omrennen. ARGH een grote hond met een baas achter de kinderwagen, stoppen NU”
de benen: “het is een lieve hond, een goede baas en na drie stappen kunnen we verder rennen”
het hoofd: “stomme benen”
Ik heb geen flauw idee hoe hard ik ga. Achteraf blijkt dat ik bij een gemiddelde hartslag van 153 (net niet zone 3 dus) 5:47 minuut per kilometer (10,3 kilometer per uur) heb gelopen. Dat is 5,2 kilometer in dat half uur. Een flink tempo.
20uur57
het hoofd: “het is te warm”
de benen: “we willen nog net de Plus supermarkt halen voor zone 1 weer in beeld komt”
het hoofd: “nergens voor nodig, zone 1 is prima de luxe”
Weer wint het hoofd, maar nipt.
21uur02
de benen: “wandelen om in zone 1 te komen 🙁 zo niet leuk”
het hoofd: “wanneer was het leuk dan?!”
1 uur en 5 minuten over 10 kilometer. Met een gemiddelde van 6:32 minuut per kilometer (9,2 kilometer per uur) en een gemiddelde hartslag van 143.
Vorige keer maakte ik me zorgen toen de hartslag niet omhoog ging, nu denk ik: waarom zou ik harder gaan als het er eens een dagje niet in zit?
De balans komt wel weer recht te liggen. En hoe hard ga ik dan wel niet in zone 3?!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Balanceren tussen het hoofd en de benen.

Training met veel verschillende tempi

Beetje werken, beetje zorgen, beetje regen, beetje zon. Op deze langste dag van het jaar, mocht ik ‘s avonds na een bordje lekkere bloemkool naar de training. Ik was al een hele tijd niet meer gegaan. Het leek koud, dus ik had een jasje aangetrokken, maar dat was eigenlijk te warm. Het clubje was niet zo groot, 17 mannen en vrouwen stonden klaar, verschillend in tempo van doorgewinterd tot beginneling. Dat kon de trainster in haar uppie best aan! We gingen inlopen, heerlijk langzaam aan. Toen moesten we de brug op op tempo en langzaam naar beneden. Ik had de kracht niet me heel erg uit te sloven. Ik kan heus flink doorlopen, maar de heren hou ik niet bij en ik ga niet tot het uiterste. Toch moest ik een keer met de mannen mee extra omhoog. Daar had ik helemaal geen bezwaar tegen omdat we toen de eerste buikspieroefening misten! Helaas waren we nog wel op tijd voor de andere drie… Laat mij maar de brug op rennen! We gingen het onverharde pad op. Ik wist niet dat je daar langs kon en ik vond het heerlijk. Niet qua tempo, want dan is 17 mensen nogal in een rijtje lopen. We moesten elke keer als we asfalt kruisten linksaf zo snel mogelijk tot de volgende kruising lopen. De trainster bedacht ter plekke vanalles: twee lantaarnpalen hard, 1 rustig en rustig terug, maar toen we terugliepen, moesten we nog een keer versnellen per twee lantaarnpalen. Dat maakte het onrustig en de verschillen in de groep waren te groot om dat tot een goed einde te brengen. We deden een steigerun en ook nu ging ik niet tot het uiterste. Laat ze me maar lekker inhalen, de fanatici: ik spaar mijn kracht voor een wedstrijd! Ik had het warm, voelde de bloemkool en de kilo’s te veel, ik zat niet zo lekker in mijn vel en ging gewoon niet zo rap als ik soms wel zou kunnen. Weer een stukje door het bos en daarna nog wat asfalt. Het klinkt een beetje gek, maar ik had er wat genoeg van.  Het was zo onvoorspelbaar allemaal. Ergens vond ik dat ik de snelste moest zijn, maar bij vlagen was ik dat helemaal niet; het leek allemaal een beetje irrelevant wat we deden. We gingen over het voetpad rustig heen joggen en elke keer een paadje verder terug op tempo over het fietspad. Ik liep met een loopcollega mee die terugkwam van een blessure en me toevertrouwde dat ze dróómt van mijn halve-marathontijd en toch kon ze mij bijhouden. Het tempo lag op het fietspad ruim onder de 5 minuten per kilometer. We jutten elkaar op en al joggend waren we aan het kletsen. Toen we het langste stuk hadden gehad, bouwden we weer af: nog 3 afslagjes, 2 afslagen en 1 afslag. Ik deed er 1 extra en kwam gelijk met de heren op het fietspad – ik zette alles op alles in de sprint en hield de mannen bij. Dat was het dan, dacht je en ik dacht het ook, maar nee, we konden nog een vierkantje lopen: eerst 1 zijde hard, 2 zijdes hard, 3 zijdes hard. De langzame mensen hadden het helemaal gehad: dit was gewoon te zwaar voor ze. Ik kon het nog wel aan, maar ik had er weinig pret in. Na een uur en tien minuten waren we rond. Er stond 9,9 kilometer op mijn teller en ik liet het zo. Ik heb nog lang na staan te praten, wat best kon, omdat het nog lang licht bleef.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Training met veel verschillende tempi

Nat worden van een rondje wijk.

Op zaterdag kwam de training er niet van. Het lukte gewoon niet, ik was moe, had écht geen zin en er was een mogelijkheid om het tot zondag uit te stellen! Maar zondagochtend heb ik meteen de koe bij de horens gevat en voor het ontbijt toog ik naar buiten. In de regen nog wel! Omdat de Grote Zin nog steeds ontbrak, besloot ik simpelweg rondjes door de wijk te gaan hardlopen. Afwisselend 10 minuten in zone 1 en 10 minuten in zone 2. Allebei drie keer, dus reken maar uit: een uurtje onderweg en op een paar minuten van huis! Na een paar minuten hield de regen eigenlijk op. Ik ging op zoek naar punten voor de speurtocht met de klas. Zone 1 was gemakkelijk te combineren met een paar fotootjes! Het ging lekker. Niks snel, maar in zone 2 kon ik lekker doorlopen. Prettig genoeg ligt de kilometertijd dan rond de 10 kilometer per uur (6:04 min/km). Heel mooi met een gemiddelde hartslag van 141. En daarna weer terug naar zone 1, in jog-mode. Het tempo ligt dan nog slechts op 8 km per uur (7:12 min/km). Het verschil in hartslag is mooi te zien.
Ik hobbelde lekker de straatjes door. Echt druk was het nog niet op straat, maar mensen die hun hond uitlaten zijn er altijd. “Zo”, vroeg een meneer, “Lukt het tussen de buien door?” Ik had genoeg lucht om hem te antwoorden dat ik tot nog toe veel geluk had. De tweede keer in zone 2 ging zelfs nog ietsje sneller als de eerste keer, maar de laatste keer hield ik de hartslag expres laag om een uur te laten verstrijken en voor de deur te eindigen! Dat lukte heel goed, maar ik hoop dat de meneer met de hond weer binnen was. De laatste minuten begon de regen opnieuw, waardoor ik alsnog nat thuiskwam. Maar wel weer 9 kilometer op de teller bij een gemiddelde hartslag van 147! En na zo’n partijtje nat-worden en je lichtjes uitsloven voelt de dag toch al gauw wat beter aan. Zeker na een warme douche en wat eten!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nat worden van een rondje wijk.

Hertensafari in het Oostvaardersbos.

Emotioneel zitten we in een ware rollercoaster: een andere school, ziekenhuisbezoeken, sporten afronden: het zijn allemaal grote beslissingen en belangrijke zaken. Daarbij is een klein rondje hollen van drie kwartier slechts tijdopvulling. Ik haalde mijn loopmaatje op, hopelijk kon die me wat opvrolijken. Zone 2 stond ingesteld voor 3 kwartier, oké, eerlijk: 50 minuten 🙂 We gaan zo laat mogelijk om van de lange avonden te genieten. Het is bewolkt en bij lange na niet zomers.
Onverhard, zoveel mogelijk onverhard. Dus door het park, langs de kikkerplas en ik had niks te zeggen. Meestal kwebbel ik me suf, maar vanavond was ik stil, hoewel mijn hoofd vol zat. We namen paden die ik anders nooit neem. Meestal ga ik gewoon over het asfalt, maar nu namen we een de-tour. We gingen ook over de uitzichtsheuvel en naar het bankje en weer terug. In de verte zagen we herten staan en toen we over het fietspad liepen zagen we een hert het water oversteken onze kant op. Jaja, we namen het asfalt. Het was maar een klein stukje. Hoewel mijn hoofd dus helemaal niet bezig was met hardlopen, waren mijn benen dat absoluut wel. De tijden lagen laag in de zes minuten terwijl de hartslag in zone 2 verbleef.
We draaiden het bos in en liepen door tot de aansluiting met het hertenpad. Onverhard lopen levert wel degelijk snelheid in, maar ineens stonden we stil. We stonden oog in oog met een stel herten. Het was buitengewoon rustgevend. Jammer  dat mijn horloge zo gaat piepen! We volgden de groep een stukje rustig en stil wandelend. Verderop stond nog een hert naast het pad. Het was erg vredig en zoiets brengt mijn op hol geslagen gedachten helemaal tot rust.
We liepen verder en toen stond er een prachtige paardenfamilie naast ons. Op de achtergrond vloog een roofvogel op zoek naar eten langs. We zijn op luttele kilometers van huis, maar het voelt als een wonderbaarlijke plek. Het moeilijkste gedeelte van zulke mooie ontmoetingen is om weer verder te gaan in looppas. Zulke mooie momenten maken het hardlopen gemakkelijk. Terwijl mijn hoofd op topsnelheid ging en mijn benen niet bepaald langzaam aan gingen doen door het zand en de oneffen paden, had ik geen moment het idee dat het zwaar voelde. Mijn gedachten en de stilte voelde zwaar, maar ik wist gewoon niks leuks, niets eenvoudigs te vertellen. We namen nog een extra rondje en daar stonden weer herten die ons pas laat opmerkten en dichtbij stonden, maar we namen de moeite niet meer ze te fotograferen!
Zo waren we rond, rond het Oostvaardersbos. Een kilometertje of vijf. We liepen de 50 minuten nog vol en toen zat ik bijna op 8 kilometer. Ik liep toch nog even verder tot 8 kilometer in 53 minuten precies bij elkaar gehold waren op deze avond om tien uur. En het is nog lang niet donker!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hertensafari in het Oostvaardersbos.

50 redenen om niet te gaan hardlopen

  • 1 Drie kwartier hersteltraining is amper de moeite om te gaan
  • 2 Ik heb geen zin
  • 3 Ik ben nog moe
  • 4 Zwemmen is toch ook prima en dat heb ik gister gedaan
  • 5 Fietsen is ook goed en dat doe ik elke dag eventjes
  • 6 Het is veel te warm
  • 7 Ik weet niet wat ik aan moet met dit weer
  • 8 Het waait kei-hard
  • 10 De sokken willen niet aan.
  • 11 Geen idee hoe een herstel-training eruit moet zien
  • 12 De wedstrijd ging toch hartstikke goed zondag? Ik hoeft nu toch nooit meer?
  • 13 Het is gewoon te benauwd buiten
  • 14 Ik weet geen route
  • 15 Nog steeds geen zin
  • 16 Ik ben te dik om hard te lopen
  • 17 Overal zweven pluisjes
  • 18 Je gaat vreselijk zweten van hardlopen
  • 19 Deze muziek is nogal saai
  • 20 Ik ga heel langzaam getuige de eerste kilometer
  • 21 Ik háát hitte
  • 22 Voor wie doe ik dit eigenlijk?!
  • 23 Ik kan gewoon wandelen
  • 24 Als ik nu gewoon een half uur ga, bij wijze van verandering
  • 25 Alles is zo verhard
  • 26 Deze route is S A A I
  • 27 Ik hoeft niet hard
  • 28 Mijn bovenbenen doen pijn
  • 29 Mijn kuiten doen ook pijn
  • 30 De bloedblaar laat los en de vellen hangen erbij
  • 31 Ik ben pas op de helft
  • 32 Ik heb nog steeds geen zin
  • 33 Ik heb de tienduizend stappen gehaald vandaag
  • 34 Er valt een zweetdruppel in mijn oog
  • 35 Het is echt geen geschikt weer voor mij om te lopen
  • 36 Alle paden zijn hier van beton!
  • 37 Mijn hartslag is raar laag
  • 38 Ik heb gewoon geen zin!
  • 39 Waarom zou je überhaupt gaan hardlopen?
  • 40 Ik ken al het groen hier te goed
  • 41 Het waait te hard in de polder
  • 42 Ik heb genoeg stress zonder naar een hardlooptijd te moeten kijken
  • 43 Vijf Kilometer in 32 minuten heeft niks met hersteltraining te maken
  • 44 Ook het maken van een foto haalt het tempo en het ritme niet naar beneden
  • 45 Voor deze hoeveelheid zweet heb ik niet genoeg gedronken
  • 46 Ik ben al zo lang onderweg en ik heb nog steeds geen zin
  • 47 De wijken rond heb ik nu ook wel gehad
  • 48 Mijn tijd blijft vlak rond 6:15 min/km hangen
  • 49 Hoe erg is het als ik VOOR 1 KEER de 45 minuten niet haal?
  • 50 Hardlopen kan gewoon niet goed voor je zijn als je er zo van zweet in dit nare weer
Waarom? Oh Waarom? WAAROM? WAAAAAAROM? Waarom dan toch?
Waarom loop ik dan TOCH weer 7,5 kilometer in 49 minuten en begin ik na 45 minuten nog aan de intervalletjes langs de lantaarnpalen?
Ik heb geen flauw idee.
Categories: Uncategorized | Comments Off on 50 redenen om niet te gaan hardlopen