Vanmorgen om kwart over 9 zaten Vincent en ik op de fiets, voorzien van water, snoepkikkers, schone kleren en heel veel zin, gingen wij naar oma en opa in Hilversum. We hadden geen haast, geen verplichting en mooi, windstil weer. Onderweg waren er wat op-adem-kom stopjes nodig en natuurlijk moesten we op de stichtse brug ruimschoots genieten van het uitzicht!
We hebben boten gezien, grasmaaiers, hele brede tractoren, de vuilnisbelt, 4 bruggetjes op het Vierbruggenpad, de Legowinkel in Blaricum, heel veel bos en de A1. We zijn over veeroosters gereden, langs diverse bordjes dat we in en uit Blaricum reden, over bospaadjes en smalle paden en over eindeloze hobbelklinkers. Na drie uur onderweg te zijn geweest en 33 kilometer zuidelijker kwamen we aan in Hilversum.
We namen ruim pauze voor de lunch en om met opa en oma te kletsen. Toen zou Vincent mee terugfietsen tot het strandje bij Huizen. Of eventueel ietsje verder. Om kwart voor 3 reden we terug richting Almere. Weer over het slingerpaadje, langs de speeltuin en deze keer over de lange hobbelige weg langs Blaricum.
We zagen veel paarden en een hert en een ree binnen het hek. En we deden spelletjes terwijl Vincent de ene na de andere kikker at. Toen we voor het strandje waren besloot Vincent mee naar huis door te fietsen. Of eerst tot aan het Shellstation, waar we de tijd namen voor een ijsje en een nieuw flesje AAdrink insloegen. Toen gingen we aan de andere kant van de Vaart terug naar Almere. We zagen een loslopend ree en voor de kleine beentjes werd de tocht wat zwaarder, maar er kwam geen overtogen woord uit het moe(dig)e mannetje.
We fietsten over wat ik een saai industrieterrein vind, maar voor de jongens onder ons was het een paradijs om langs de machines van PON te fietsen! Na de manege werd het echt wel lang, maar ook voor de brug de regenboogbuurt in stapten we niet af. We stapten pas af bij de snackbar om dikverdiende frietjes te halen! Dit deel van de tocht was ‘maar’ 32 kilometer, dus er stonden 65 kilometer op de fietsteller.
Niet dat ik daarmee klaar was, want er stond een training op het programma. Gelukkig hoefde en mocht ik niet snel. Deze training begint om de hoek in de Oostvaardersplassen en ik ging er rennend heen met mijn loopmaatje. Maar toen bleek voor de automobilisten het hek naar de parkeerplaats gesloten en moesten we uitwijken naar een ander beginpunt. Waarheen wij ook rennend heen gingen. Ik voelde me toch blijkbaar al wat moe en ergerde me aan de fietsers die als helden werden opgewacht. Het waren allemaal lopers uit Almere Stad die hier niet vaak komen.
Er was een trainer te weinig (ten minste 1) en de groep C-D was erg groot, wel zeker 40 mensen liepen dus met een trainer die weg ook niet kende. Toen bleek het niet meer te zijn dan een looptraining en de opdracht luidde 25 minuten heen over het fietspad richting de dijk en Lelystad en 25 minuten terug. Ik liep vooraan mee en ik baalde enorm: dit had ik alleen ook kunnen doen. Beter zelfs! Omdat ik me liep te ergeren aan die zogenaamd grappige mensen die mij links lieten liggen, was mijn hartslag veel te hoog. Ik paste mijn tempo wat aan, maar de hartslag bleef hoog. Toen liep ik dus ook nog eens alleen. Ik begon te bedenken wat ik zou doen als ik hier alleen liep en dan wilde ik het bos in. Straks komen hier langs de plas de vliegjes en daar had ik geen trek in. Dus op de dijk wilde ik een foto maken en toen was mijn telefoon ook nog eens vol. Dat was de druppel. Ik wilde naar huis, ik hoefde niet meer, ik was er klaar mee. Ik draaide om en ging terug lopen. De trainer zag ik niet achteraan lopen en even later draaide ik het bos in. Rust. Heerlijk. Stilte. Fijn. De hartslag daalde meteen 5 tot 10 slagen en het tempo ging mee. Niet dat de hartslag in zone 1 kwam, maar het tempo ging eindelijk onder de 10 kilometer per uur. Ik begon me wel zorgen te maken: niemand wist waar ik was en waar ik bleef. Maar aan de andere kant: ik wist ook niet waar de trainer was en ik wilde naar huis, maar kon me niet afmelden!
Ik kende de weg en kon geen foto’s maken en ik baalde en was moe. Ik stak een stukje terug naar het fietspad en daar liepen twee dames die ik meldde dat ik wegliep. Ik SMSte mijn loopmaatje ook en ik vond dat ik voldoende had gedaan om me duidelijk te maken. Daarbij, ze zouden mij niet missen! Na dik 10 kilometer kwam ik het bos uit en ik zag nog iemand die haar training erop had zitten bij wie ik bericht achterliet dat ik naar huis liep. Ik had het warm, was moe, had buikpijn en liep de laatste kilometer heel langzaam uit. Na 12,5 kilometer rennen en 65 kilometer fietsen vond het wel mooi geweest voor 1 dag!
Fietsen, Hardlopen en…. voor mezelf begonnen!
Hinkelen in A Mineur op de brug
10 keer geen zin: 1) geen zin 2) had liever filmpje afgemaakt 3) geen zin 4) voel me slapjes door dieten 5) geen zin 6) slap doordat het weer die dag van de maand is 7) geen zin acht) half 8 is net te vroeg en te ver 9) geen zin 10) ik moet met de AB groep mee en in Stad zijn die veuls te snel voor mij!
En dat laatste bleek al snel bewaarheid: het inlopen gaat al op een tempo dik boven de 10 kilometer per uur! Inlopen! Meestal kan ik wel sneller bij het inlopen, en dan weet ik dat het daarvoor is bedoeld, maar dit is insprinten. We moeten drie rondjes op tempo lopen: langs het fietspad beneden snel, de trap op snel en nog een stukje omlaag ook snel en dan even ‘rustig’ lopen.
Ik haal kilometertijden onder de 5 minuten per kilometer (>12 km/u) en de trap op haal ik nog iemand in. Maar de snelle heren zijn me zo ongelooflijk ver vooruit dat ik lijk te kruipen. En ik ben absoluut niet de laatste! Ook de tweede ronde kan ik nog gemakkelijk hard, maar ik heb geen tijd om foto’s te nemen deze keer. Ik daag mezelf uit ook boven aan de trap nog even hard te gaan. Het gaat allemaal wel, maar doordat er geen enkel vergelijk is met de rest van de groep, voelt het niet goed. De derde ronde gaat nog even hard als de eerste keer, maar de snelle heren hebben hun rondjes al klaar. Op de trap kom ik de andere groep tegen die de trap afdaalt. Ik sprint keer op keer de trap op terwijl ik de dames achter me zie vertragen.
Twee dames maar trouwens, meer zijn het er niet. Ook een nadeel van deze razendsnelle groep is dat er voor de langzaamsten geen tijd is om op adem te komen – logisch want wat wachten die snelle (en totaal niet uitgebluste) heren al lang… 🙁 In hetzelfde hoge “inloop”tempo gaan we onmiddellijk naar de trap terug. Daar moeten we omhoog HINKELEN. Zo NIET mijn ding! Niet links, niet met twee voeten tegelijk en ook niet met rechts. Ik kán het gewoonweg niet. De traptreden zijn te breed, mijn sprong te kort, mijn kracht te weinig en de trap is veel te lang. Ik krijg er geen ritme in, mag geen tussensprong gebruiken en raak volledig buiten adem.
Mijn coördinatie is vreselijk. Ik probeer het wel drie keer, maar het lukt me niet. Kunnen we weer gaan hardlopen? Gelukkig gaan we daarna door het gras verder, kijk, dan kan ik de mensen weer inhalen! Hier geniet ik erg van. We moeten omhoog klimmen, door het gras rennen en na de trap weer naar beneden. Het is zwaar, dat wel, met dat gras en die ongelijke grond, maar ik vind het wel leuk. Zeker na het hinkel-debacle. Het lijkt alsof ik weer ongeveer als laatste loop, maar ik vind over ongelijk, onverhard terrein harder dan 10 kilometer per uur rennen helemaal niet slecht. Met deze groep is het echt moeilijk om je niet helemaal dood te lopen en dan nog achteraan te eindigen –
de verschillen zijn groot en akelig voelbaar. Er is niemand die er iets van zegt, maar ik heb het gevoel dat je hier wel een beetje minachtend wordt aangekeken als je niet zo hard kunt lopen. Een B groep is er niet, het zijn allemaal A lopers die over tien kilometer 3 kwartier of minder doen. Wederom in een tempo van ruim 10 kilometer per uur gaan we uitlopen. Ik krijg mijn hartslag niet meer onder de 150 en ben blij dat we klaar zijn. Ik wandel nog rondjes om de groep heen om ook de tien kilometer te halen, wat al die ‘arme’ mannen natuurlijk gemakkelijk gehaald hebben omdat ze (onder andere) voor die langzame ikke op en neer moesten lopen zodat ik mijn derde rondje ook kon halen.
En het nodig vinden te moeten opmerken: “oh, ik heb elf kilometer gelopen, wat nog heel goed is voor een bruggentraining”. (met andere woorden: normaal zou ik zelf in 70 minuten wel minstens 13 kilometer lopen) Ik heb persoonlijk goed getraind, ik heb mezelf qua tempo en kracht overtroffen en ontdekt dat ik niet kan hinkelen! Maar ik heb het gevoel dat ik vreselijk gefaald heb en met deze groep totaal niet mee kon komen. Waar het vorige week veel te simpel was, was het deze week veel te zwaar. Als ik erop terug kijk, weet ik waarom ik nooit meer met de groep van Stad meetrain, want ook al loop ik strak achteraan in de groep van Buiten; ik heb nooit het gevoel dat ik daar te kort doe. Ik heb dat zelfs ooit durven na te vragen aan de rapsten van Buiten, maar in deze groep zou het antwoord niet oprecht zijn als ze ook zouden zeggen dat het niks geeft.
Punt 11 op de schaal geen zin: Niet meer met deze A groep.
Geen zin
Ik liep de deur uit en ik had nog net hardloopkleding aan. Ik riep: “ik heb niks bij” en buiten fluisterde ik er achteraan: “ook mijn zin niet”. Drie kwartier, drie hartslagzones. Maar geen looplust. Ik heb kleine, lastige pijntjes: hoofdpijntje van te weinig drinken, verkeerd gelegen vannacht op mijn schouders, soms een klein steekje in mijn achillespees, warmteblaartje boven op mijn voet. Zone 1 ging prima. Lekker verhard op mijn oude schoenen die echt om vervanging krijsen. Ook geen zin in. Zone 2 ging ook prima. En toen zone 4. Ik ging tellen. 5 minuten lang, dat is tot 300. Ik slingerde tussen de (gesloten) winkels door. Mijn hartslag ging moeizaam omhoog, ik was al bij de 150 tellen toen ik zone 4 bereikte. De zin bleef onbereikbaar.
Ik kwam bij de vlaggen van het begin van het Evenaar-skeelerpad. Ik was pas bij 150 toen de 5 minuten om waren. Toen had ik het warm! Meer zin had ik er echter niet van gekregen. Een stel kerels in een auto riepen dat ik door moest rennen bij het oversteken, maar ik moest juist kalm-aan terug naar zone 1. Asfalt over, hekjes om. Zinloos. Zone 2 was wel weer prettig. Ik zag een goederentrein rijden en maakte snel een foto. Ik moest daarna toch het brugje over en dan ga je steil genoeg omhoog om in zone 2 te blijven. Ik had eigenlijk nog steeds geen zin. Deze oefening was ik gewoon enkel en alleen aan het doen ‘omdat het op het schema stond’. Zone 4 weer. Ik zweette inmiddels behoorlijk en ik ga dan ook best hard hoor. Ik ging weer aan het tellen en had elke keer geluk met oversteken. Mijn hartslag kwam pas bij 175 in de goede zone, maar bleef daar dan ook keurig hangen. Ik kwam tot 275 tellen. In zone 1 moest ik wel mooi stoppen voor een auto, goede timing. Ik liep langs het station vlak bij huis, maar ondanks dat ik de zin nog steeds niet had opgediept, ga ik niet opgeven. Ik ben nu al dik een half uur onderweg en ik loop naar het einde van het skeelerpad. Zone 2. Bevalt me beter.
Ik kom netjes aan het einde van het pad en als ik omkeer kom ik de wind tegen. Prettig voor zone 4! Deze keer zit ik binnen 100 tellen op zone 4, ik zet dan ook extra aan, maar als ik in de wijk kom, val ik er weer uit… Ik ren op hoge snelheid deze wijk door en tel onverstoorbaar verder. Dat is het enige waar ik nog net een piepklein beetje zin in heb. Na 150 tellen blijf ik in zone 4. Tot ik bij 280 ben, dan heb ik voor de laatste keer te langzaam geteld. Ik wandel onze eigen wijk in tot het bruggetje en tot mijn hartslag weer in zone 1 zit. Dan hobbel ik door de achtertuinpaden en ik ontdek een geinige hinkelraket.
Na 50 minuten en 7,92 kilometer op mijn teller (dat haaaaaaat ik pas echt, 80 meter te kort) ben ik weer thuis. Ik heb de zin niet gevonden, maar ach, ik heb het toch gewoon gedaan en soms blijft het daarbij. En de tweede keer vijf minuten in zone 4 heeft mij toch precies een kilometer opgeleverd en dat is behoorlijk snel voor mij! Ach, een kleine motivatiedip op zijn tijd hoort er vast ook bij. Ik heb zelfs geen zin om me er druk over te maken.
Rondje divers verhard
Wat doe je op een zwoele zomeravond als je een hele dag achter een computer hard hebt zitten te werken? Jawel! Dan ga je een uurtje met een vriendin hardlopen, ook al ben je overal te moe voor (anders had ik -één- natuurlijk hier niet geschreven en -twee- waarschijnlijk veel chocolade gesnoept). Na een tankbeurt parkeerden we de auto bij het Kathedralenbos. (da’s ook in Almere – omdat het kán) Er zou een rondje zijn van 5 kilometer (die we twee keer moesten doen), maar blijkbaar had ik niet goed gekeken, want er was alleen een rondje van 3 kilometer (dan doe je die toch 3 keer?!).
Kwart over 9 gingen we rennen. (eindelijk) Alles zone 1, en elke 10de minuut moest ik hard (dat is dus niet álles zone één, duhuh). Ik ging alles op de gok doen, hartslagmeter aan en door het gras banjeren. Het was erg mooi, nog wat benauwd, maar de stress gleed met elke stap van me af. (dat waren nog steeds veel stappen en echt hoog tempo ontbrak ook) Al snel verlieten we de route omdat we toch meer dan drie kilometer zouden gaan lopen, maar toen kwamen we op een fietspad wat wel erg van beton was (tot zover onverhard).
Mijn vriendin kwebbelde heerlijk door en door (meestal ben ik zo, maar ik stond helemaal in luister-mode). We liepen langs een stinkend uienveld en toen was er een onverhard pad naar links en die namen we. We hadden het gepresteerd om de route van drie kilometer tot twee te reduceren en stonden weer naast de parkeerplaats (vrouwen en richtingsgevoel *zucht*). Nu namen we het hardere pad en het werd (na zeker 14 minuten) wel tijd voor een versnelling en 60 seconden aftellen. Dat was ook even leuk! (en stilletjes alleen, maar dat lukt voor twee minuten nog net).
Kwamen we bij de grote weg, waar maar 1 pad langs liep, wat én zeer ongelijke ondergrond bevatte, én overwoekerd was door gras. Maar hé, wij waren op avontuur! (vrouwen en richtingsgevoel *dubbele zucht*) Kwebbelend hobbelden we verder. (dit is niet het juiste moment om over versnellen te denken). Na deze ondergrond werden we beloond met het fietspad. Wel het moment om eens te versnellen in de ondergaande zon. (voor de tweede keer in een half uur, ik nam de 10 minuten nogal ruim – het lijkt wel richtingsgevoel…..)We kwamen weer langs het uienveld (wees blij dat het geen geurblog is) en vervolgden het fietspad door naar de Kathedraal (die dit bos zijn naam geeft).
De Kathedraal is gemaakt van hoge bomen en het is een kopie van de kathedraal van Rouen (tot zover de geschiedkundige en kunstzinnige achtergronden). Wij liepen er doorheen. Aan de achterkant gingen we er weer uit en (warempel) daar was de route weer! (puntje voor het richtingsgevoel – of voor het toeval 🙂 Het concept versnellen liet ik even achterwege, want eenmaal het fietspad verlaten waren we weer op ononderhouden onverhard terrein. Tussen de kolen door. We kwamen bij een brugje over een buis waar vandaan water uit de vaart in de sloot werd gepompt (alles kan in Almere) en daar waren de routeaanwijzingen weer eens op. En zo liepen we over een normaal bospad (circa 2 minuten) om even later weer tussen het gras door te hobbelen (circa 4 minuten) en vervolgens misten we afslag het bos weer in duidelijk (iets met richtingsgevoel, gekwebbel en misschien desinteresse) en toen liepen we over een breed pad tussen de velden door.
We liepen door tot aan het scheepswrak en de weg en daar staken we het slootje over om aan de andere kant terug te rennen. Ik gooide er nog wat energie uit in de derde versnelling (leuke woordspeling hoor, de derde versnelling in de vierde versnelling, haha).
Toen hield het pad op en het veld ook. Liepen we langs de boerenkool over grote klonters opgedroogde klei. Zodra de mogelijkheid zich enigszins voordeed, week ik over de distels uit terug het bos in. En la voilà, weer op de route (hoe is het mogelijk)En la voilà, zo de schaduwkathedraal in, waar alles is, maar beslist géén schaduw! (de versie met bos óm de kathedraal heen in plaats van de bomen die de kathedraal vormen – in Almere kan werkelijk álles).
Inmiddels zat het uur er op, was de stress verdwenen, waren we nog lang niet bijgekletst (wanneer wel) en waren er bíjna negen kilometer (in wisselende ondergronden) onder onze voeten door gegaan.
De parkeerplaats is een soort driehoekje wat een laatste versnellinkje opeist (aan de ene kant om toch een beetje richting de 6 keer in een uur te komen (sinds wanneer is vier hetzelfde als zes, maar-goed), aan de andere kant om op 9 kilometer te komen). Creatieve route (we hadden ook de route drie keer kunnen lopen), nog lang niet bijgekletst (nog gewoon twee uur ‘nabespreken’ met thee) en een heerlijke vrijdagavond gehad (niks aan toe te voegen)!
Fotosafari in C op de Brug
Bruggentraining om half 8. Legendarisch. Meestal warm in de zomer, maar vandaag heel veel wind! In deze rustweek moet ik met de C/D groep mee. Oke, de fijne trainer.
We gaan snel hard vind ik. Al snel ook moeten we nog harder een beetje de helling op. Ik deel mijn steigerrun heel goed in en haal de rest op het einde in. Dan moeten we het zand op.
What the heck- ik draai mijn hand/voet er niet voor om. Geel mul zand omhoog. Ik ben de enige die gewoon de helling af durft te rauschen. Ik ga snel, maar span me niet bovenmatig in. Ik loop niet eens vooraan, dus ik vraag me af of ik hier bij deze langzamere club niet gewoon thuis hoor.
We gaan naar de trap. Trap op snel, gras langzaam omlaag. Ik vind het gras prima. We lopen een stukje de brug op tegen de felle wind in, heeeeeerlijk!
Het uitzicht is mooi. Ik heb hier tijd zat, ik ga lekker foto’s aan het maken.
Trap op in diverse ritmes, stukje brug op dribbelen, door het gras omhoog. Ik doe het gewoon allemaal en ik vind het niet al te inspannend omdat we onderaan ook steeds stil staan tot de grote groep compleet is. We doen een paar oefeningen en dan nog een keer over het gras zo snel mogelijk omhoog.
We dribbelen onder de brug door. In deze groep ken ik te weinig mensen om veel aanspraak te hebben, maar ik ben hier dan ook om te rennen. We gaan naar boven op de brug rennen tot aan de vangrail. Ik hou er niet zo van om naast de wegwerkzaamheden te staan.
Maar aan de andere kant: aan de andere kant is ook wel eens interessant met al die graafvoertuigen en het opgenbroken asfalt.
Oh Ja! Ik was hier om te rennen, nog een keertje naar boven.
We dalen via een steile helling af en ik ben warm hoor, nu loop ik moeiteloos vooraan. Omhoog is voor mij een uitdaginkje, waarna ik alle tijd heb voor foto’s tot de rest de uitdaging ook overwonnen heeft.
We gaan onder de brug door Zeewolde uit en Almere weer in. De langzame groep gaat vast terug richting de auto’s, maar wij mogen nog over het pas gemaaide gras.
Ik begin te genieten van de training. Niet dat ik er moe van werd, maar lekker door het gras lopen vind ik wel heerlijk. Mijn gemiddelde hartslag kwam nauwelijks in zone 2. De trainer heeft er ook nog zin in, we gaan nog een paar keer de trap op en af. Ik ga door het gras omlaag. Daarna houdt het graspad op en moeten we over de vangrail klimmen. Voor de tweede keer moet de trainer me terugfluiten, omdat ik te ver vooruit loop.
We doen nog een serie skippings en weer ga ik te ver vooruit. Ik zal me inhouden, maar na dit uurtje heb ik het gevoel dat ik pas aan de training kan beginnen! Ik heb dorst.
We dribbelen terug naar de auto en ik ben dan eenvoudig de allerlangzaamste. Wegens de wind slaan we de rekoefeningen over, maar ik doe ze toch omdat ik op de AB groep moet wachten tot de autosleutel mij met het water verenigd. Ik ben niet moe en heel tevreden. Gezien de energie die ik nog gemakkelijk over heb, en de lage gemiddelde hartslag van 137 denk ik dat ik een prima training heb gehad voor deze rustweek. Ik heb me lekker kunnen uitleven met foto’s maken!
Verdwalen aan de andere kant van de grens
Heel vroeg ging ik weg. Om de hitte voor te zijn, om op tijd weer thuis te zijn en omdat ik heel lang mocht lopen: wel twee uur en een kwartier. Om kwart over 6 ging mijn wekker en 15 minuten later stond ik buiten. Het was droog, ondanks de kleine regenkans heb ik onderweg geen druppel gevoeld (zweetdruppels wel) Ik had een tochtje uitgezet; eerst over de Lommelse Sahara, waar ik de weg nu ken en daarna naar Nederland en daar zijn –hoera!- wandelknooppunten. Ik had het lijstje bij me. Appeltje Eitje.
Eerst het uitgestorven vakantiepark af. De eerste levende ziel die ik zag zat op een motor en die reed net de weg op. Dat was voorlopig ook de laatste levende ziel die ik zag. Ik ging het bos in en de zon kwam langzaam omhoog. Het was wonderschoon. Ik volgde de oranje route en toen moest ik uitkijken naar een WC. Die hebben ze ook in Belgie niet in het bos staan, maar gezien het geringe aantal toeschouwers durfde ik een stukje bos te bevuilen…. Ik hobbelde langzaam voort. Ik moest mijn hartslag laag houden en ik hoefde niet hard te gaan, dus ik nam de tijd voor foto’s en om goed om me heen te kijken.
De meren lagen erbij als spiegels en de kikkers hadden het hoogste woord. Er zaten wat konijnen, maar verder was het stil in het bos. Totdat…..ik opeens een beest hoorde snuiven, man- ik schrok me kapot! Het was slechts een paard met ruiter. Ik kwam weer door het bos met de vreemde bouwsels en de 1000 paaltjes en de zon kwam met een gouden gloed tussen de bomen door.
Het was geweldig. Ik hobbelde snel en eenvoudig de kleine heuveltjes over. Ik vond het wel prettig dat ik wist wat er komen ging en toen stond ik weer in het zand van de Sahara.Hier pikte ik de rode route op en maakte het ommetje wat ik eerder overgeslagen heb. Dat betekent ook: veel langer door het zand. Voetstappen in het zand, ook van iemand op blote voeten! Ik vraag me af of ik hier vandaag de eerste ben die loopt. De zon is nog niet erg fel, maar wel heel vriendelijk en het geeft het landschap iets prachtig desolaats. Ik ga het bos weer in, maar voorlopig loop ik nog over een zandpad! Ik volg een stukje het fietspad en ga naast het asfalt lopen. Mijn hartslag is voortdurend laag, het blijft heerlijk rond de 130 liggen. Het tempo is helaas ook lager dan laag en de kilometertijden zijn beschamend. Maar daarvoor loop ik hier niet. Ik loop hier honger te hebben, want vanmorgen om half 7 had ik nog niets gegeten. Ik drink elke 4 kilometer een paar slokken en vanaf de 8 kilometer ga ik aan de dextro’s, dat moet wel. Toch heb ik weinig last van de hitte. Misschien went het, misschien valt het vandaag wel mee, misschien heb ik me er met mijn topje eindelijk op gekleed.

Ik kom in een prachtig bos vol strakke rechte stammen. Het ruikt er formidabel en het is net Lothlorien, het bos van de elven van Tolkien. De zon piept er doorheen en strooit gouden stralen tussen de bomen door. Ik blijf joggen en adem diep in en uit om dit zo goed mogelijk in me op te nemen. Er wacht een kleine verrassing: in dit bos staan oude, overwoekerde bunkers.
Het bospad gaat over in een breed pad met stenen. Ik krijg last van een blaar. Ik voel het blaasje op mijn linkervoet groeien, maar ja, stoppen met rennen om zo’n futiliteit is geen optie. Dan kom ik weer langs het grote ven. Ik moet even stoppen om te genieten van de schoonheid. Vandaag moet ik meer door het mulle zand rennen om de ganzen en zwanen de kans te geven te blijven staan op het harde zand. Vlak langs de waterlijn ligt iemand buiten naast zijn (of haar) tentje te slapen.
Het is nog steeds vroeg op deze zondagmorgen. Ik zie in de verte de toren, maar vandaag loop ik er voorbij. Er staan twee mensen bovenop, ze praten tegen elkaar en dat klinkt hard door de natuurgeluiden heen. Ik jog door naar de voetgangersbrug. Ik kan nu terug gaan naar het vakantiehuisje, maar ik wil graag nog naar de grens rennen. Ik besluit een kilometer lang nergens voor te stoppen, dus de brug fotografeer ik niet weer. Jammer dat ik ook niet kan fotograferen dat ik na het zand en het bos ineens over de heide loop! Het zindert nog lang niet van de hitte, misschien later vandaag. Er zijn nog twee wandelaars.
Ik moet de GR rood-wit route nu een stukje volgen. Als ik alsmaar blijf lopen, krijg ik het toch best warm! En met het zweet komen de zoemende beesten om mijn hoofd, onder mijn pet en om me heen storen. Dan sta ik bij de grenspaal! Mijn vreugde dat ik weer ‘thuis’ in Nederland ben wordt getemperd door de horzels die me aanvallen. Ze herinneren me aan mijn jeugd bij de waterplassen in de zomer en ik weet hoe naar horzels prikken. Dat heb ik liever niet nu! Ik volg even het verharde fietspad, op naar de wandelroutepunten! Nu gaat het goed komen!
Dat dacht ik maar. Ik kom het eerste punt tegen en het is duidelijk dat ik naar het volgende punt wil, ik kijk de nummers na en zie niet wat er mis kan gaan, gewoon het pad volgen. Ik kom bij een bordje bladel-lommel en snap het routenetwerk nog niet zo blijkbaar, want hier had ik punt 23 toch echt verwacht! Het enige wat ik hoor en zie is de huifkar achter me en die is bevolkt met wat-voor-lui-er-ook-op-zondagochtend-om-acht-uur rondreizen. Ik vertrouw ze niet en neem een krap pad rechtdoor het bos door. Ik kom langs de velden te lopen. Dat is prima, maar een knooppunt zie ik nergens meer. Hoe moeilijk kan het zijn?! Ik word er wel wat ongedurig van en nu gaat ook meespelen dat ik trek heb. Ik merk dat ik minder goed kan nadenken en ik volg het grote pad.Ik zie een auto in de verte, dus dat zal de grote weg zijn, maar het is een meneer met zijn hond en een vet Brabants “goeiemorrugu” is mijn deel. Dan zie ik ineens een klein pad en dat neem ik op de gok.
Wat schetst mijn verbazing: een routepaaltje verstopt tussen het gras! Ik zoek het nummer op op mijn overzicht en besluit dat ik nu verder kan, maar iets later op de lijst. Ik moet door hoog gras en vraag me af of dit echt de bedoeling is en dan kom ik weer op het grote pad langs de velden.
Zucht. Het begint me nu toch echt de keel uit te hangen met die Nederlandse wandelknooppunten! Wandelen met kaart in je hand en routepunten lukt vast, maar hardlopen en knooppunten is geen combi. Zelfs joggen en de paadjes en pijltjes volgen is niet voor me weggelegd. Ik volg de ATBroute, die hebben tenminste paaltjes zat, maar ik weet niet waar ik heen ga en waar ik uitkom. En warempel, daar op een kruispunt staat weer een knooppunt! Een totaal ander nummer als ik verwacht had, maar goed. Het is nu tijd om de route in te korten en terug te gaan naar Belgie. De vraag is alleen hoe en via welke nummers dan toch?!
Maar het wandelrouteknooppuntennetwerk is mij wederom niet goed gezind. Ik kom geen ander punt tegen en hier ben ik daarstraks ‘ingevlucht’ voor de huifkar, ik ben rond! Hier in Nederland, waar alles geregeld en betegeld is, raak ik het spoor bijster! Ik volg nog een stukje de ATBroute en na nog een omzwerving om een veld heen sta ik weer bij het eerste punt wat ik tegenkwam in Nederland.
Nu weet ik echt waar ik heen wil en naast het volgende punt, wat gewoon rechtuit MOET zijn, wil ik naar het huisje terug. Ik heb trek, de tijd is bijna op omdat we om tien uur in het zwembad moeten zijn en de twee en een half uur ga ik gemakkelijk halen. Veel kilometers heb ik in die tijd niet gerend.Ik ren over een breed bospad en voor deze eerste en ene keer kom ik precies het goed genummerde paaltje tegen waar ik het verwacht. Hehe. Nu loop ik door tot de weg bij de boerderij in de verte en dan ben ik bijna bij het park, kan niet missen! Er zijn 2 uur en een kwartier verstreken.
Ik mag de verharde weg volgen en ja, daar is de grenspost bij Lommel! Ik weet waar ik ben en ik ga de andere kant het park omrennen, want dat blijkt onverhard. Het tempo is er echt uit, terwijl ik toch mijn best moet gaan doen er voor 9 uur te zijn. Ik zie de huisjes aan de andere kant van het hek en zie nog een grenssteen, maar mijn telefoon heeft niet genoeg bereik voor een SMSje.
Ik heb zin in pap of yoghurt, maar ik verheug me ook vast op het broodje. Ik zie de huisjes in de vijfhonderd, net als de onze, maar er zit een hek tussen. De boer sproeit zijn weiland hier en er staat een prachtig paard. Ik denk aan de douche en de croissant.Als ik het park oploop heb ik niet ver gerend vandaag, but I don’t care, ik geef alleen om de melk en het broodje wat me wacht. Als ik het huisje inkom, is het nog stil.
Geen broodjes.
7 over 9 en nog 50 minuten te gaan voor we in het zwembad moeten zijn voor de aqua battle.
Dus haal ik zelf de broodjes op tempo en een heerlijk roomtoetje van kwark voor mezelf. Ik stink en ben bezweet. Ik verkies eten boven douchen en dan stuur ik de uitgeslapen heren naar het zwembad. Kan ik mijn vuile voeten bevrijden. De blaar blijkt niks te zijn als de waarschuwing ‘nieuwe schoenen’. Ik ben niet rood, niet doodmoe en het was heerlijk. Ik kan nog een uur mee door het zwembad! Mijn spieren voelen het wel dat ik tweeeneenhalf uur heb gejogd, maar het was echt gaaf. In Belgie tenminste.
Zwerven door de Sahara
We zijn op vakantie. In België. Nét in België. Bij het leukste tropische zwembad van Center Parcs. En wat doe je –naast zwemmen dus- op vakantie? Uitslapen ja! Maar niet vandaag dus, om HALF ZEVEN ging mijn wekkertje. Vandaag belooft een tropisch hete dag te worden, waar het zwembad bij verbleekt en hardlopen overdag onverstandig zou zijn. Om kwart voor zeven sta ik buiten het huisje. Ook nu is het al 25 graden. Ik heb het kaartje op mijn telefoon gefotografeerd gisteren en ben van plan om de rode 12 kilometer route te volgen. Maar het kan ook de oranje worden die slechts 6 kilometer is. Ik zie wel.
Ik loop het park af, waar de chloorvrachtwagen zich meld voor het zwembad en de medewerkers dit een normale begintijd vinden. Ik kijk op de kaart. Vanmorgen neem ik alle tijd: normaal slaap ik nog op dit moment! Blijkbaar slaap ik nu ook nog een beetje, want ik ga de verkeerde kant op. Dromend kaartlezen is geen goede optie.
Om 7 uur steek ik het kanaal over, maar bij een andere brug dan de bedoeling was. Ik heb nog geen meter onverhard gelopen, wat wel de bedoeling is. Ik weet nu waar ik ben en waar ik heen wil en daartussen ligt een goudglimmend bospad.
Ik hoor vogels, een haan en andere landelijke geluiden. Zeker tien minuten lang waan ik me alleen op dit vroege uur, totdat een andere vrouw me tegemoet komt…. Hardlopend…. Goed idee!
Ik ga niet snel, maar het interesseert me ook niet. Ik probeer te bedenken welke route ik nu moet gaan volgen, maar het is voor mij toch voornamelijk nog steeds een tijdstip waarop ik beter kan slapen dan nadenken! Ik kom bij de juiste brug, maar er zitten al 4 kilometers in mijn benen. Door het bos en de schaduw valt de hitte me nog mee. Ik ga wandelroutes volgen. Het wemelt hier echt van de bordjes, paaltjes en routeaanduidingen.
In alle vormen en maten. Je ziet werkelijk door de bordjes het bos niet meer!
Wild spot ik niet, want de konijnen tellen niet mee. Andere levende zielen zijn hier ook niet, al hoor ik pauwen. Ik loop langs prachtig spiegelende meren en begin me af te vragen waarom dit de Lommelse Sahara heet en ik alsmaar lekker door het bos mag rennen. Ik kom een hondenuitlater tegen. Jawel, die zijn er ook op dit tijdstip! En dan herinnert het terrein me eraan dat dit toch echt België is; ik ga kleine heuveltjes over!
Ik kom in het kinderspeelbos waar hutjes staan gevlochten van takken. Ik slinger er doorheen en de paaltjesdichtheid lijjkt wel een droom: na elke tien stappen wordt het juiste pad bevestigd. Hierna moet ik echt kiezen of ik rood, oranje of blauw ga volgen. Blauw is de korte kinderroute en die valt af, aangezien ik toch nog een half uur heb. Om dezelfde reden (dat ik nog een half uur heb) valt rood ook af, want die is te lang. Maar nu gaan rood en oranje samen de heuveltjes op en af. Het is heerlijk! Lekker onder de bomen! Doodse stilte op duizend vogels na, maar wacht…. Nog een hardloper! Of je hebt een hond, of een hobby, anders kom je hier niet!
En dan kom ik in de Sahara. Zand. Er ligt wel een oase in in het midden, maar de basisondergrond is zand. En een brandende zon erboven. Ineens is het toch heet! Mul zand. Ik snap dat hier een goede triatleet vandaan komt (info van de trainer): je kunt hier heerlijk sterk worden van het trailrunnen en dan in het meer springen! Ik loop over het harde zand langs het water en kom een renster tegen met honden: klinkt als een goede combinatie!
Gelukkig volg ik de oranje route en kan ik snel de sahara weer uit. Voor mij geen Marathon Du Sables. Ik drink elke 2 á 3 kilometer en dat vind ik al moeilijk genoeg! Ontbijt heb ik nog niet gehad natuurlijk, ik ben via een ‘kleine’ omweg onderweg naar het winkeltje en verse broodjes. In de verte zie ik de uitkijktoren staan. Ik geniet ervan om hier mijn weg te zoeken en heb lak aan de temperatuur en de snelheid (of het ontbreken aan snelheid) die ik aanhoud.

De uitkijktoren aan de rand van een volgend ven. Ik zie het direct: dit is mijn grootste nachtmerrie! Open trappen, gaatjes in traptreden van metaal en het buitenwerk bestaat uit touw. Dit vind ik het aller-aller-aller engste wat er is. Maar voorbij rennen kan ik ook niet. Ik wil kijken hoe ver ik omhoog kom. Ik begin dapper de treden op te lopen, maar na twee trappen gaat het mis. Aan mijn conditie ligt het niet, mijn verstand weet maar al te goed dat deze toren niet onder mijn gewicht direct zal bezwijken, maar mijn tempo daalt en elke tree kost me moeite. Alsof ik van steen ben stap ik tree voor tree omhoog, terwijl ik de reling omklem. Ik kom niet hoger dan het derde plateau. Nog niet eens op de helft, maar ik durf niet verder. Mijn lijf weigert en blijft versteend staan. Ik kijk om me heen en het kost veel moeite mijn telefoon te pakken omdat ik de reling niet los kan laten. Het is een raar spel tussen verstand (ik weet dat er niks aan de hand is) en wat er gebeurt: ik ben helemaal verstijfd en maak een paar foto’s. Naar beneden tel ik de treden, ik ben tot trede 53 gekomen. Eenmaal weer op het bospad, ren ik moeiteloos verder, terwijl ik me voornamelijk verbaas over mijn onkunde om zo’n mooie toren te beklimmen.
Ik heb alle drie de routes weer bij elkaar en wil in verband met de tijd de blauwe blijven volgen als een blik op de route me laat zien dat de voetgangersbrug nauwelijks om is. Het is een hele sjieke en sierlijke brug. Naast het kanaal ligt een prachtig fietspad, ideaal voor een triatleet. Ik haal op het tijdstip waarop ik normaal op een gemiddelde donderdag mijn bed uit stap de tienduizend stappen. Ik vervolg mijn route door het bos. Ik ben bezweet en hoop de tien kilometer te halen vandaag, al is het maar om bij het winkeltje te staan stinken en toch íéts gepresteerd te hebben! Ik kom bij de brug die ik over had gemoeten op de heenweg en daar verlaat ik de onverharde ondergronden. Het is inmiddels acht uur en op de doorgaande weg is het druk, wat voor een zinderend warme onderbreking zorgt.
Ik druk op de bel voor de voetgangerspoort van het park nadat ik ‘m eerst voorbij ben gelopen en de Belgische dames meld dat ze “ons” binnen gaat laten. Ik hobbel door het park en hoor vooral veel kleine kinderen huilen die door de hitte niet konden en kunnen slapen. Bij het winkeltje haal ik verse broodjes en de krant en om kwart over 8 ben ik weer bij het huisje.
Ik ben niet moe van deze tocht. Wel nat van het zweten, maar dat ligt niet aan de snelheid! Over de 10 kilometer heb ik 1 uur en 17 minuten gedaan. Onverhard he. En met veel zoekmomenten voor de route. Én in tropische hitte, wat mij totaal niet past! Een koele douche is welverdiend en een krantje lezen op het terrasje ook. Daarna volgt een ontbijtje. Als we daarna nog anderhalf uur gezwommen hebben (onder water het bad naar de overkant door), voel ik even mijn spieren. Tijd voor een siësta! ‘s Middags is het inderdaad sahara-heet als we in de rondleiding zien waar de chloorvrachtwagen vanmorgen om 7 uur op weg naar toe was.
Het sprookje van den 1001 kilometersch….
Er was eensch ene dag, op welken het jaar al bijna op den helft was. Op deezen mooien dag begon eveneensch den zomer, getuige den hogen temperaturen. Voor ene koelbloedigen prinses in Almeere stond echter enen zwaren opgaaf te wachten: in dit eersten halfjaar ontbrak het aan een negental kilometersch om den duizend te bereiken. Dat vraagt om ene uitdagingh!
Heden morgen ging den prinses op den tweewieler de strijd aan en begaf zich op hedendaagse wijze door den stad Almeere op weg naar het zwembad om aldaar het tweede deel ener triatlon te vervullen. Na een kleine uur zwemmen in het verwarmden water, begaf de prinses zichzelf weder op den tweewieler terug naar haar kasteel.
De temperaturen liepen hooch op op dezen zonnigen dag. Ook de passen der prinses liepen al op, maar enen triatlon vraagt naast het fietschen en zwemmen nog enen onderdeel.
Hoewel de thermometer in de klok van drie uur inmiddels den vijfentwintig graden passeerde, dacht de prinses dat het misschien geen moeite zou zijn om den zon te trotseren. De witte schoenen werden ondergebonden en den opdracht werd nogmaals nagezien: een uur op het marathontempo lopen, waarmee den duizend kilometrage gehaald zouden moeten worden. De precies inhoud des marathontempoos zal den prinses edoch beter moeten uitwerken in den toekomst, want dat blijft heden onbepaald.
Den eersten drie kilometersch had de prinses weinig last van den zon die brandde op de aarde. Er was geen wolkje aan den lucht. Den speeltuin lag nog immer op den voltooiing ende bevolking te wachten. Den eersten kilometersch verliepen soepel en schnel in wat het marathontempo van 5minuut40 per kilometer zou moeten wezen. Na vier kilometersch echter, werd den zon allengs warmer en den prinses had ondanks hare luchtige kledij toch last van overmatig vochtverlies.
Den bossen van Almeere werden voorts doorkruist om eenige schaduw te vangen. Helaas bleek het beoogde marathontempo niet langer haalbaar, naarmate den tocht langer duurde. Den hogen temperaturen maakten den uitdaging voor de prinses bijkans onmogelijk.
Na den zesden kilometer hield enkel de gedachten aan den duizend kilometer tezamen met het behalen van het einddoel de oververhitte prinses op den been. De zon scheen onbarmhartig en het marathontempo moest ontzien worden.
Het water des Oostvaardrschplassen zag er aanlokkelijk uit om in te springen, ware het niet dat dat onderdeel van enen triatlon al was volbracht.
Den uitdaging bestond niet langer daaruit enen uur te rennen, maar voornamenlijk uit het halen der duizend kilometersch, ook al zou dat maar negen kilometer opleveren. Hoewel het wandelen nader was dan het hardlooptempo, hield de prinses node vol en bedwong de heuvelen van de brug in de immer feller wordende zon. Den geest edoch is sterker dan men denke, want na negen kilometersch werd het rondje in den wijk verlengd om den tien ook te halen. Het tempo was geheel niet in overeenstemming met enen marathon, maar de prinses gaat er van uit dat in oktober de vijfentwintig graden grensch der temperatuur niet zal worden overschreden.
Den tien kilometers werden perfect volgens den opdracht in enen uur volbracht. De prinses had toen slechts behoefte aan water, in enen glas als wel als onder enen douche.
Het sprookje eindigt met het prachtig gehaalde einddoel van den Magische DuizendenEen kilometersch in ene halve jaar tijd. En ze rende nog lang en gelukkig……
Intervalletjes: van zone 1 naar zone 4 en terug.
Eerlijk gezegd zag ik vorige week al een beetje op tegen deze training… Zeker toen ik begin van de week zone 3 niet eens kon bereiken! Dan is zone 4 wel heel hard werken. Gisteren had ik dan ook geen enkele moeite met het uitstellen van de training, omdat het bezoek lekker uitgelopen was. Vanmorgen heb ik alle moed verzameld en een korte broek die niet lekker zat en een t-shirt aangetrokken. Het ontbijt bestaat voor nu uit twee bekers water. Er stond een programmaatje van 3 kwartier in het horloge, wat simpel begon en daarna zou gaan bestaan uit heel snel versus heel langzaam. Ik kwam moeders tegen die met hun kinderen aan het hardlopen waren of ouders/oma’s met een kinderwagen. Weinig hondenuitlaters en andere hardlopers deze keer.
Eerst 5 minuten zone 1. Dan 5 minuten zone 2. Tot zover geen probleem, op 1 kleine hartslagverhoging na. Relaxed. Maar toen… 1 minuut in zone 4. Na 40 seconden zat ik in de goede hartslagzone vanaf hartslag 163 per minuut, maar toen was de tijd al bijna voorbij! Ik ging heus flink hard met mijn 13 kilometer per uur. En dan weer 1 minuut om terug te komen in zone 1. Ik ga dan echt heel, heel langzaam. Er volgden twee minuten zone 4. Het begin is elke keer zwaar omdat je ineens moet versnellen. Ik haalde vader en dochter op de skeelers in die met hun rennende moeder/vrouw mee kwamen. En dan ga ik weer hardloopbegewingen maken, terwijl ik eigenlijk wandel om in zone 1 terug te komen. Ik ben elke keer binnen een minuut terug van hartslag 163 naar 135 en gelukkig had ik deze keer een minuut extra rust. De laatste interval van dit serietje in zone 4 vroeg 3 dikke minuten inspanning. Ik zette iets minder snel in aan het begin, maar als ik eenmaal in zone 4 zit en mijn hartslag dus boven de 163 ligt, dan blijf ik daar gemakkelijk 2 minuten langer in. Nog 1 minuutje in zone 1 wandelen en dan begint de serie opnieuw met 1 minuut zone 4.
Ik loop langs het water en zweet peentjes. Als ik terug moet zien te komen in zone 1 ziet mijn rode bezweette hoofd er raar uit terwijl ik super-superlangzaam ga. Gelukkig kom ik ook wat hardlopers tegen als ik in zone 4 lekker hard ga! De tweede serie gaat al beter. Ik weet nu dat het me lukt. En dat het me ook lukt om zone 1 en zone 4 af te wisselen, desnoods wandelend en sprintend! Wie had dat ooit gedacht…. Ik ren over de verharde fietspaden door het Kotterbos. De tweede serie gaat net iets langzamer dan de eerste, maar de momenten in zone 4 blijven ruimschoots boven de 12 kilometer per uur liggen.Het laatste serietje merk ik dat het nog het meest lastig is om 1 minuut in zone 4 te rennen. Als je er net bent, is zone 1 alweer voorbij. De laatste keer dat ik drie minuten moet vertoeven in zone 4 denk ik er over om te gaan spijbelen, maar ik ga de brug op en dan kost het weinig moeite om de hartslag te verhogen. De brug af is lastiger! Net als de hartslag uit zone 4 valt, zijn de drie minuten voorbij. Ik ga 1+5 minuten uitlopen in zone 1. Geen enkele moeite mee. Mijn gemiddelde hartslag lag op dat moment op 148 en ik had 7,1 kilometer afgelegd in drie kwartier.
Mijn spieren en mijn linkerknie hebben er meer moeite mee dan ooit tevoren. Ik heb deze keer mijn compressiesokken verruild voor korte sokjes en blijkbaar zijn er wat spieren die daar niet meer aan gewend zijn! En ik heb nogal dorst.
Om thuis te komen hobbel ik nog wat langer en zo kom ik 53 minuten later na een rondje van 8 kilometer weer thuis. Al met al heb ik 18 minuten in zone 4 gelopen en de gemiddelde snelheid in die zone is 13 kilometer per uur. Per saldo ben ik tevreden. Ik had er natuurlijk niet zo tegenop hoeven te zien, want inmiddels ben ik aardig getraind en kan ik de hartslagzones prima afwisselen. Met mijn conditie is niks mis als ik binnen een minuut zonder stil te staan de hartslag meer dan 30 slagen kan laten dalen. En door dit soort intervallen wordt ik uiteindelijk sneller.
Dwalen door de Duinen van Soest
Ik moet iets ophalen in Amersfoort en dan ben je al snel in de Soesterduinen. Het belooft een warme dag te worden, dus ik ga ik korte broek en topje. Voor het werk gaat mijn rok en een shirtje er gemakkelijk over aan. Ik haal mijn loopmaatje op en we durven het aan deze keer: we zetten van tevoren geen route uit en gaan dwalend proberen twee uur onverhard te lopen.
Om tien over tien staan we nog naar het bord te kijken en besluiten we blauwe-gele-oranje paaltjes te volgen. Vijf minuten later lopen we over de bospaden. Het duurt nog eens tien minuten voor er geen blauw paaltje meer te bekennen is. Het grote zwerven kon beginnen! We gingen niet al te hard, gewoon omdat ik dat niet nodig vond. Al snel stuitten we op een spoorwegovergang.
Daar stond een bord dat het voor verkeer gesloten was, (zo’n witte met een rode rand) maar wij mochten er van de meneer die er stond ook niet lopend in. Die meneer had blijkbaar ongeveer net zoveel hersens als dat bord, want van de andere kant kwamen er wel fietsers aan! Wij kozen een onverhard pad uit, want de asfaltweg naast het spoor zag er niet aanlokkelijk uit.
Helaas liep dat weggetje met een bochtje terug, zodat we toch eieren voor ons geld kozen en de verharde route langs het spoor maar namen.We kwamen bij de volgende spoorwegovergang in Soesterduinen en staken daar dan maar het spoor over. Dit was echter weer een drukke weg en we gingen linksaf de weg af, richting station Amersfoort. Als we daar zouden komen, konden we ook de trein terug nemen!
We kwamen echter op een militair oefenterrein en toen hielden de cobblestones weer op en liepen we weer onverhard. We kozen de kleine paden uit.
Ik wist niet dat er zoveel hoogteverschil was! Het was behoorlijk omhoog zwoegen. Ineens stonden we tegenover prikkeldraad, waarbij we bedachten dat klakkeloos oversteken misschien niet zo verstandig was. Via een heerlijke weg door het bos kwamen we weer aan het begin van het militair terrein. Zwerven is leuk, maar doe mij maar een route. We namen nu het fietspad.Heerlijk kletsend liepen we weer over het asfalt zonder dat dat de bedoeling was. We konden wel onder het spoor door. En toen gingen we direct het bos weer in.
En warempel – daar kwamen we oranje paaltjes tegen. Toch wel prettig om die te kunnen volgen, het geeft iets meer richting aan. Dit was een mooie route door het bos.
We keken even op het bord voor de route en na enige tijd kwamen we in combinatie met de GPS toch echt tot de conclusie dat we niet helemaal de juiste
oranje paaltjes aan het volgen waren. Inmiddels moet ik zeggen dat ik het zwerven in Nederland toch wel aan het afkeuren was. Je komt te snel op grote wegen en asfalt uit.
Toen kwamen we in de duinen. Lekker door het zand ploeteren, hoogteverschillen overbruggen en alles onverhard en natuurlijk.
Na een kilometertje of twaalf eindelijk aan het zwerven zoals het zwerven eruit zou moeten zien! Met een beetje richting van de GPS. We volgden weer oranje paaltjes en deze keer leken het toch zeker de goede te zijn! Alhoewel… al snel ging het weer fout en moesten we op onze schreden terug keren. Zou het komen omdat we te snel gingen?! 😉We staken nog maar een keer een drukke weg over. Het is wel mooi Nederland met de duinen, de hoogteverschillen en de bossen, maar er loopt toch weer een weg doorheen! Ineens stonden we oog in oog met blauwe paaltjes! Ook prettig. Omdat er nog wat tijd over was, besloten we de route de andere kant om te volgen en nog een paar kilometer eraan te plakken. Ik was er inmiddels best wel moe van, maar wat was het mooi!
Bos, zand, duinen, hoogteverschillen: dit stukje was echt een bonus. En de snelheid, ach, die waren we allang kwijt geraakt. Het wemelde van de blauwe paaltjes en hoe we die twee uur eerder kwijt hadden kunnen raken is me een raadsel. Nadat de twee uur om waren haalde ik zoveel mogelijk het tempo eruit tot de auto.
Over 18 kilometer hadden we 2 uur en een kwartier gedaan. Niet snel en eigenlijk voor het weektotaal net niet genoeg, maar er zijn belangrijkere zaken! Het was namelijk wel weer eens een keer leuk om onverhard lang te rennen. Ik had behoorlijk zin in water! Al heel snel kom ik dan ook weer bij, maar mijn spieren voelden nog een tijdje stijfjes aan. Het was echt wel heet. Hoewel het zwerven, vooral aan het einde, best goed ging, zal ik het niet snel weer doen. Volgende keer volg ik liever een paaltjesroute, waarvan ik weet hoe lang die is of moeten we toch maar weer een route maken. Volgende keer kunnen we ook een groter gebied uitzoeken waar het onverhard zwerven mogelijk is.







