Ode aan de trainer.

Beste Merijn,
Bedankt.
Ik heb veel op je gemopperd hier, vaak dingen opzettelijk niet willen begrijpen en me vaak afgereageerd als ik vond dat ik eens te weinig moest doen of te hard moest opletten op mijn hartslagen. Je idee om onverhard te gaan lopen, heb ik in eerste instantie niet bepaald juichend ontvangen. Als er drie trainingen in een week stonden, begon ik al bedenkelijk te kijken. Het duurde weken voor ik niet langer moedeloos werd als er ergens ‘Z1’ vermeld werd.
Maar je hebt gelijk gehad.
In jouw opdracht ben ik op zoek gegaan naar onverharde routes en het avontuur. In jouw opdracht ben ik passen gaan tellen. In jouw opdracht heb ik mijn hartslagzones uit mijn hoofd geleerd en in mijn horloge gestopt in alle mogelijke varianten. Ik volg je opdrachten allemaal even netjes op en het is eigenlijk nooit echt te moeilijk of onhaalbaar.
Jij weet beter wat goed voor me is dan ik zelf weet.
Inmiddels kijk ik uit naar onverhard lopen en moet bekennen dat ik de traillopen inmiddels het allerleukste deel van de trainingen vind. De hartslagzones zijn niet langer synoniem voor sloom, saai en langzaam, maar ze zijn getransformeerd tot de basis van het hardlopen.

En wedstrijden zijn van stressvolle en blessuregevoelige doelen overgegaan naar uitdagingen met elk hun eigen charme en leermomenten. Toen ik vandaag de lijst maakte van dingen die ik van de wedstrijden heb geleerd, vond ik het zelf eigenlijk al opmerkelijk!
Door jouw toedoen heb ik het plezier in het hardlopen weer helemaal teruggevonden.
Vorig jaar stond ik geblesseerd en gefrustreerd aan de kant. Ik was het plezier kwijt, was bang voor wedstrijden en er was zelfs een tijd dat ik liever niet meer ging hardlopen! Dat er ooit een tijd van 1 uur en vijftig minuten voor een halve marathon zou komen, daar ging ik na 2014 niet meer vanuit. En er was misschien nog een flard van een droom van ooit nog eens een marathon, maar hoe kon ik al die blessures die daar bijhoren overleven?
Het is je gelukt Merijn. Misschien ben ik wel degene die braaf al die trainingen gedaan heeft, heb ik netjes naar je raad en adviezen geluisterd, maar uiteindelijk heb jij het gedaan. Je hield gewoon vol met je onverharde duurlopen op het schema. Je keek naar mijn ellenlange wedstrijdverslagen en haalde er precíés uit waar de pijnpunten lagen en waar je nog net iets meer kon betekenen. Wanneer dat nodig was, heb je me op de bank gezet. Maar je begreep als geen ander hoe nodig het op sommige momenten is om je hardlopend ook helemaal af te reageren. Je hoefde niet te vragen of ik nog ergens last van had, omdat je wist dat ik zonder kleerscheuren en blessures door je schema heen zou komen. Nooit heb je tegen mij gezegd dat ik overdreef, misschien keek je wel eens hoofdschuddend als er weer meer uren opstonden als die je opgegeven had, maar je hebt me nooit teruggefloten (al verdenk ik je ervan dat je tegenwoordig expres iets minder erop zet, omdat je weet dat ik toch 10 minuten extra ga). Ervaring? Kennis? Het kan me eigenlijk niet schelen hoe je het doet, voor mij is het magie. Een goedwerkende tovermiddel.
Gisterochtend stuurde je me een berichtje om me succes te wensen. Trots kon ik je in alle eerlijkheid vertellen dat er geen sprake meer was van wedstrijdangst en dat ik gewoon ging doen wat ik kon. Volkomen terecht was je antwoord daarop dat dat de grootste winst is en dat de rest vanzelf komt. Dat moest ik nog afwachten en ergens tussen kilometer 13 en 14 schoot het me wel te binnen, maar mijn hoge tempo voelde toen niet als vanzelf. In de laatste kilometers dacht ik er niet meer aan, maar ik had genoeg zelfvertrouwen om te weten dat ik zo ver kon gaan als mijn benen en mijn hoofd gingen. En ineens ging de rest vanzelf. En rolde daar een droomtijd uit.
Ik was trots, maar jij mag minstens zo tevreden zijn! Vlak na de finish berichtte ik je al. En het is een groot compliment dat je het er ontspannen uit vond zien, maar zo voelde ik me niet direct! Een mooi meetmomentje, maar voor mij ook een mijlpaal als gehaald tussendoel. Met vlag en wimpel.
Een groot deel van de geslaagde Almere City Run is jouw verdienste. Doe het niet af als ‘mijn werk’ of ‘daar huur je me voor in’, want voor mij is het belangrijker dan dat. Je hebt me niet alleen het plezier teruggegeven in het hardlopen, maar bewijst er ook nog mee dat ik harder kan als ik zelf voor mogelijk had gehouden. Het enige wat je mag zeggen is zie je nou wel, ik zei het toch? Ach, fluister het maar liever. Omdat ik zoveel vertrouwen gekregen heb in je schema zat ik gisteravond doodmoe op de fiets. En weer heb je gelijk: de spierpijn had veel erger kunnen zijn. Er is in de verste verte geen sprake van blessures.
Over vier maanden heb ik de marathon van Eindhoven gelopen. Dat gaat me lukken, met jouw hulp. Bedankt Merijn. Je hebt gelijk gekregen. Je weet beter wat ik moet doen dan ikzelf. Door jouw werk heb ik het plezier in het hardlopen teruggevonden. Op het startnummer staat mijn naam, maar op het medaille van de Almere City Run hoort jouw naam te staan.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Ode aan de trainer.

Almere City Run 2015

Twee jaar geleden
Ik rende mijn eerste wedstrijd OOIT. Meteen een halve marathon. De Almere City Run. Ik zie mezelf vooraf nog staan te springen van de spanning. Ik had al ooit 2 uur en 20 minuten over 21,1 kilometer gedaan, dus alle tijd onder de twee uur en een kwartier was winst. De eerste 5 kilometer liep ik “rustig” met mijn vriendin mee en toen ging ik los. Ik genoot van die race, ik vond het heerlijk en toen ik op 1 uur 59 minuten en 57 seconden onder de finish doorliep, was ik niets minder dan euforisch! Ik voelde de overwinning in heel mijn lijf. Ik omarmde het hardlopen en wedstrijden ook! Toen had ik energie over na de race, puur door de adrenaline en de trots. (de eindtijd was officieel 2 uur en 17 seconden ofzo, voor mij was het net onder de twee uur)
Vorig jaar
De Almere City Run ging aan mij voorbij. Mijn peesplaat was een heuse zware blessure. Ik had zo hard getraind om de halve marathon in 1 uur en 50 minuten te lopen, dat ik mezelf figuurlijk voorbij gelopen was. Samen met een vriendin liep ik net geen 50 minuten over de 7 kilometer op haar tempo. Ik genoot ook, maar leuk was het niet. Ik vond wedstrijden niet langer leuk. Ze waren stressvol en een onhaalbaar einddoel.
Gisteren
app van de trainer:
Precies daarom heb ik de trainer. Ik heb er 1 dag van tevoren te weinig vertrouwen in om stil te blijven zitten, dat zou ik zelf niet durven. Maar ik heb het gedaan, ik heb braaf geluisterd! Ik heb op basis van mijn tien kilometer van vorige week berekend dat ik tussen de 1 uur 52 en 1 uur 55 de halve marathon ga lopen (2 x 53 minuten + 6 minuten en 3 minuten verval-speling). Ik vind het prima. Ik ben er helemaal gerust op. Nog nooit eerder ga ik zo relaxed een wedstrijd in. Een dag van tevoren en ik sta geen doodsangsten uit! Eventjes als mijn loopmaatje out of the blue vertelt dat de route is veranderd, maar bij nader inzien valt me dat mee.
Een uur van tevoren
De trainer app dat het “maar hardlopen is” en herhaalt dat het niet meer is dan de ene been voor de andere zetten. “Have Fun” schrijft hij erbij. Dat is mijn uitgangspunt! Ik wil na de wedstrijd net zo blij zijn als twee jaar geleden, dat is de inzet en daar hangt geen tijd aan. Korte broek aan en het allerfijnste felgroene Berenloop t-shirt erbij. Ik ben zo gespannen als een elastiekje. En ik ben een Blije Kip. Ik heb heel veel zin in de wedstrijd. Zin in! Zin IN! ZIN IN! Ik huppel. Ik spreek iedereen aan op de verzamelplek in de school en ga drie keer naar de WC. Het is zwaar bewolkt en dat maakt mijn bui nog beter. Het miezert zelfs als we van het station naar de school lopen. Dat de eeuwige wind ontbreekt verhoogt de feestvreugde. Ik heb alle tijd. In mijn hoofd spookt geen tijd rond die ik ‘moet’ halen, ik ga gewoon doen wat ik kan! Wat een bevrijding! Ik heb de wedstrijd al gewonnen met dit gevoel voor ik gestart ben 🙂
5 minuten voor het startsein
Rillend in het startvak… Tranen in mijn ogen van pure spanning. Nou ja zeg! Op het allerlaatste moment nog. Het doet niet af aan de zin of de beleving, maar het elastiekje staat met een hartslag van boven de honderd op hoogspanning!

Vertel ik die meneer nu iets? De mevrouw achter de meneer was bang dat haar tijd niet geregistreerd werd.


Kilometer 1 gaat hard. Te hard. Ik geniet van de supporters langs de kant, geef de trainer van vorig jaar een high-five en we gaan onder de tunnel door. Het is zo leuk in Almere om door de winkelstraat te rennen. Te hard, ook al gaat het omlaag. Ik voel het wel, maar ik kan/wil er niets aan doen nu. Hartslag staat voor op het horloge en die loopt op naar 166, dat is wat hoog. Kilometer 2 gaat nog harder. Door het stadhuis. Ik geniet er gewoon lekker van. “Dan komt de rest vanzelf” heeft de trainer ge-appt, maar dat moet ik nog meemaken. Nu heb ik het idee dat de wedstrijd straks pas begint na 3 kilometer, dit is inlopen voor de lol. Wel te hard voor inlopen…. Ik kijk niet naar de tijden op mijn horloge. Ik kijk en lach naar de oma op haar balkon die ons allemaal voorbij ziet draven.
Kilometer 3. Ik word ingehaald en dat drijft mijn tempo op. Niet nog harder! Dit ga ik niet redden! Ik kan moeilijk mijn eigen tempo vinden zo. Een mevrouw met een geel vestje haalt me soepel in. Als ik al te hard ga, dan is zij een topper! Die kom ik straks wel tegen… De tijden beginnen met een vier, dit kan echt niet. Onder het spoor door over een onverhard pad en dan kan de wedstrijd beginnen voor mijn gevoel. Ik ga op zoek naar mijn eigen ritme als we langs de  kerkdienst rennen waar de klanken van een gospel door de open deur naar ons toe lekken.
Kilometer 4. Ik vind het ritme. Het ligt nog altijd hoog, maar de ademhaling wordt gelijkmatiger. Lekker langs de bosrand: kijk, daar deed ik intervallen, zou het echt zo geholpen hebben? Wat een drukte met al die gekleurde shirtjes. Ik word nu veelvuldig ingehaald. Inmiddels begrijp ik de werking; deze mensen (voornamelijk de heren) zijn achter mij gestart en halen me nu in. Ik kijk op mijn horloge en zie nog steeds een tijd onder de 5:10, maar nu bij een hartslag van 163. Verbazing alom, maar ik reken me niet rijk, ik ben nog niet op een kwart.
Kilometer 5. Drankpost! Overslaan. Mijn lievelingstrainer van de loopclub moedigt mij aan en dat helpt altijd zo goed. Nu ben ik de medelopers kwijt die wel al vocht nodig hebben. Ik heb vanmorgen zeker 2 liter opgeslagen in mijn lijf en dat loopt er nu met bakken uit over mijn hoofd. Ik zweet me kapot! Met mijn groene t-shirt en vuurrode hoofd ben ik een stoplicht. Lachen helpt.
Kilometer 6 en 7. Ik zie de zwemjuf van Vincent die gisteren heeft bepaald dat Vincent kan afzwemmen, ik kan dít! Er is veel support hier langs de vaart. Dat is altijd fijn en ik vind het leuk om naar die mensen te kijken. En ook naar de kinderen in de speeltuin, de dreumes voor op zijn moeders fiets die de rennende papa maar niet ziet, de oude oma die lachend kijkt. Ik hoor de meneer die zegt dat “deze mensen een hoog tempo hebben”. Heus?! Ja, getuige de kilometertijd van 4:59. Wanneer ga ik echt langzamer? Kilometer 7 is met zijn 5:19 dan wel langzamer, maar het is nog steeds snel, zelfs voor mijn doen. Ik loop achter een man met een rugzakje die bij een team hoort.
Kilometer 8 en 9. Hier begint het. De route is anders. Ik ga maar eens wat meer om me heen kijken. Reuze interessant op het industrieterrein, maar niet heus. De mevrouw met het gele hesje geeft het op, ik haal haar langzaam in. Tot zij afsnijdt. Ik haal de man met het rugzakje in. Tot hij afsnijdt. De derde bocht doe ik dan ook maar mee zeg! We mogen onder een akelige tunnel onder de A6 door. Ik wil hier altijd lopen als ik langs de garage ga, maar die droom laat ik door dit nare, lage tunneltje voortaan achterwege. We gaan de stad uit.
Kilometer 10. Ik ga verloren aan het lopen. Ik weet niet waar ik blijf. In het bos. Tussen de vogels. Ik hoor het geluid van duizend vogels. Ik haal de mevrouw met het gele hesje definitief in. Ik loop achter iemand en hou zijn tempo aan. Ik vind het fijn om in deze nieuwe omgeving te lopen. Er staat iemand vlak voor het 10 kilometer punt die zegt dat we bijna op de helft zijn. Ik neem dat aan en zie dat ik de 10 kilometer nog sneller heb gelopen dan ik vorige week deed in 51 nogwat minuten! Ik heb nog een uur om de andere 10 kilometer ook te lopen en dan haal ik het binnen mijn tijd! Ik neem twee slokken water en spons het zweet eraf.
Kilometer 11 en 12. Nu komen de mensen die een negatieve split lopen mij voorbij, zij gaan het tweede deel harder dan het eerste. Ik heb het weer eens verkeerd om gedaan en besluit cruise-mode aan te zetten met zo min mogelijk tempoverlies. Inderdaad ja, de tijden komen net boven de 5:2o uit (lees op sarcastische toon aub). We hebben nog uitzicht op de Almeerse kasteelruine, maar over de brug laten we die achter ons voor de komende kilometers. We lopen over een fietspad door het bos. Het is er heerlijk. Ik reken dat de kilometers snel gaan; dat ik er nog 9 en 8 moet. Dat gaat lukken zeg het komende uur. Is dit leuk, vraag ik me af. Ja, ik vind dit leuk; concludeer ik als ik de vogels hoor en de voetstappen en naar de bomen kijk. Dan is het nog goed, denk ik bij mezelf.
Kilometer 13 en 14. We komen bij de rotonde, bekend terrein! Ha! We lopen om de volkstuinen heen over een brede straat. Het is saai hier en zwaar ook. Ik denk er maar even niet meer over na of ik het nog leuk vind, dat is beter. Ik kachel door. Ik word door drie mannen ingehaald die volgens henzelf heel vlak op een tempo van 5:10 lopen en daarbij nog een gesprek kunnen voeren, knap hoor. Ineens zie ik het rugzakje weer! Kilometer 14, nog 6 te gaan. En dan pas bemerk ik mijn rekenfout van de afgelopen vier kilometer: het zijn er nog 7. Waarom tel ik die laatste niet mee?! Nog 6 kilometer klinkt beter.
Kilometer 15. Drankpost. Ik stop heel even voor een slok energydrank, die kan ik gebruiken. Dit wordt de langzaamste kilometer met 5:37. Stom genoeg heb ik niet door dat dat logisch is als je drinktijd neemt. Ik vind kilometer 16 tot en met 18 moeilijk, dus dit is te snel, te vroeg, nu al tempoverlies! Waar haal ik het vandaan om door te gaan? De enerydrank helpt wel, ik voel me iets monterder.
Kilometer 16 en 17. Mijn trainer zit met zijn schattige ventje langs de kant. Ik waardeer het vooral van de kleine man, die daar zo lang met zijn rateltje mensen aanmoedigt, de kleine held. Er staan mensen namen te lezen en persoonlijk aan te moedigen, dat doet me goed. Maar de grijns die ik krijg doordat oma de wandelwagen moet omdraaien omdat de bus er aan komt en kleinzoon dat liever ziet, doet me nog meer goed! De twee stomme bruggen over en dan de brede asfaltweg met uitzicht op het kasteel en de haarspeldbocht door. Ik hou niet van dit stuk, niet van dit deel van de afstand en ik moet bekennen dat ik het nu niet meer leuk vind. Tja, dan zit er maar 1 ding op: doorrennen, dan zijn we er eerder vanaf!
Kilometer 18: Een man is uitgevallen. Hij zit naast de kant met een onnatuurlijke kleur en toeschouwers zoeken zijn telefoonnummer op het startnummer. Aj, dat kan dus ook! Ik haal het rugzakje in, die heeft even een langzamer muzieknummer op zijn koptelefoon denk ik! We gaan dadelijk de stad weer in. Dan ga ik pas rekenen. Nu lees ik wat de Blauwe As is op het bord; ik moet snel lezen. Dadelijk gaan we de A6 onderdoor en komt het Weerwater in beeld.
Kilometer 19: Ik word ingehaald door een surinaamse dame, waar ik direct heel veel respect voor heb. We gaan de brug over en ik ga het tempo nu wat opvoeren. We lopen nu langs het Weerwater en er is meer support; daar is de dreumes op de fiets weer, toeschouwers die foto’s maken en mensen op het balkon. Ik heb het zwaar. Nog 2000 meter staat er op het bord langs de kant. Ik zet het horloge over naar de totaaltijd. Ik ben 1 uur en 37 minuten onderweg. 2 Kilometer in 12 minuten, zwaar, maar het moet lukken. Zal ik intervallen gaan lopen langs deze lantaarnpalen? Dat ik daar nog aan denk! Maar nee, dat lukt niet meer. Ik ga ‘gewoon’ harder. De zwemjuf heeft zelf een medaille vast en herkent me nu.
Kilometer 20: Mijn benen kunnen nog. Mijn hoofd heeft er meer moeite mee, dus die schakel ik uit. Ik ga op de automatische piloot lopen. Mijn hartslag kan omhoog, dat weet ik. Straks. Ik stuif de drinkpost voorbij, zonde van de tijd. Hier was ik vorig jaar zo blij dat ik er was, maar nu ga ik door-door-door. Ik haal de surinaamse in. Geen idee wie nu waar loopt, ik loop voor mijn gevoel alleen. Alleen ik die dit zou moeten volbrengen. Als het even kan in 1 uur en 51 minuten. Ik kijk niet meer naar de tijden, ik ga nu door.
Kilometer 21: Het verbaasd me hoe hard ik nog kan. Nu moet en zal ik die 1 uur 50 halen. Ambitie staat in helderrode letters voor mijn ogen. Iets verderop zie ik alleen maar de finish. Nu geef ik niet op. Ik wil degene die vorige week 1:51 rende ‘verslaan’, ik ga zo hard ik nog kan. Als ik mijn hoofd maar uitschakel, al loop ik het zwart voor mijn ogen, nú komt het erop aan! Die eerste 20 kilometer waren niks! Ik zie de oude trainer nog die roept: kom op Anke, nog 1 bruggetje en twee bochten. 1 Bruggetje over. Bij het ziekenhuis staat een limo waar jeugd foto’s maakt in hun galajurk. Nog een bocht. Ik kan amper nog opkijken, ik haal alles eruit. Dadelijk mag ik stoppen, drinken, douchen. De laatste bocht, ik zie de finish. Verder zie ik niks. Niemand. “Kom op Anke, dit kun je”, zeg ik dat nou hardop?! Ik zie de finishboog en dan de klok. Er staat 1 uur 50 op. Ik zet aan. DIT KUN JE. Ik krijg een steek in mijn zij. KOM OP. Ik kan harder en mijn hartslag stijgt nog en dan gooi ik mijn armen in de lucht en met 1 uur 50 minuten en nog iets ga ik over de finish.

Ik schreeuw van pure blijdschap. Ik ben helemaal stuk. Eventjes. En blij. Ongelooflijk blij. Ik kom een vrijwilliger tegen die mij blij ziet zijn en met me mee juicht. Ik wil nu liggen, zitten, maar de adrenaline maakt dat ik nog even doorstap, hoewel mijn benen echt protesteren. Ik huil volgens mij heel hard. Supertrots ben ik op mijn medaille. Ik neem water aan en loop zwalkend verder tot de trap. Daar ga ik zitten. Rob komt er net aangelopen. Ik ben ongelooflijk blij. En dan dringt het door: er staat 1 uur 50 minuten en 22 seconden op de klok als ik over de finish kom. Dat kan plus of min 20 seconden zijn, maar de één uur vijftig STAAT.

De officiële tijd is 1:50:16 (21ste van de 119 dames op deze afstand)


Mijn loopmaatje is gevallen en heeft verband om zijn hoofd. Ik kan weer opstaan en de hartslag is helemaal gedaald. Ik ben bezweet, maar het is geen moeite om mijn spullen weer op te halen. Ik ben er helemaal vol van, al lukt het me niet meer om te huppelen.
8 uur na de finish
Ik fiets. Daarover morgen meer. Ik fiets dus nu in de hoop dat de spierpijn morgen minder is. Minder dan nu in elk geval. Mijn benen doen zeer. Mijn kuiten, de buitenkanten van mijn knieën doen serieus pijn en zelfs mijn peesplaat speelde vanmiddag even op. Ik heb hoofdpijn en krijg het vochtverlies vandaag niet meer bijgedronken. Intussen ben ik ook trots. Ik vermeld mijn prestatie op de sociale media en het kost tijd om alle reacties bij te houden en door te laten dringen! Ik ben misselijk in de auto als we ‘even’ naar Friesland rijden. Dat lijkt honger te zijn, want als ik de welverdiende McDonalds hamburger achter de kiezen heb wordt het minder. Mijn gezicht blijft rood doordat het zout er op bleef liggen. En ik ben moe. Gewoon erg moe, zowel lichamelijk als geestelijk. Tevreden moe. Blij moe. Laat ik maar niet proberen of je ook slapend kunt fietsen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Almere City Run 2015

Intervallen speurtocht

Gisteren hadden we een speurtocht kinderfeest. Eerst wandelend de route van 6 kilometer uitzetten en ‘s middags de route met 8 uitgelaten kinderen nogmaals lopen. Het tempo ligt laaaaaaaaag, we doen er ruim twee uur over; hoe kan het dan zo vermoeiend zijn?!
Vandaag nog een dag van hot naar her, maar ‘s avonds staat er nog 1 training op het programma voor de Almere City Run. Een armzalig half uurtje. Korte broek aan, t-shirtje en voor deze ene keer maar eens de gewone sokken in plaats van altijd maar die lange compressiekousen.
Ik begon keurig volgens plan: 10 minuten inlopen op lage hartslag. Langzaam aan… Ik nam dezelfde route als de speurtocht, dan hoeft ik niet om me heen te kijken! Vandaag heb ik geen andere uitdaging nodig als de hartslagen volgen. Na het inlopen liep ik door in zone 1 voor vijf minuten. Zo sloohoom! Brug op besloot ik elke zone-1 een foto te maken, mijn schaduw liep zo mooi met me mee onder aan het viaduct!
Brug af, lekker in zone 2. Door naar het volgende punt van de speurtocht, hihi. Zone 2 bevalt me uitstekend, maar hier genoot ik 2 minuten van. Aanzetten voor zone 3. En dan duikt het tempo lekker onder de 6 minuten per kilometer! Het ging heel lekker. Ik zal niet zeggen dat het niet wat benauwd was, maar het ging prima. Ik ging het onverharde pad op. Van de zilverpapiertjes van de speurtocht was geen spoor meer te bekennen.
Zone 4. Flink aanzetten voor 1 minuut. Dat is dik 200 meter op bijna 13 kilometer per uur lopen. Deze opbouw van 5 minuten zone 1, 2 minuten zone 2 en zone 3 en 1 minuut zone 4, ga ik 3 keer herhalen. Ik maak meteen een foto van de schaduw die me achtervolgt en zo daalt de hartslag razendsnel weer. De zon staat laag. En nu weet ik waarom ik hier nu niet had moeten zijn, vliegjes-vliegjes-vliegjes; waarom vergeet ik dat toch steeds?!
Ik ben al snel bij het Oostvaarderscentrum en begrijp dat ik nu eens een keer eerder door de afstand dan door de oefening heen zal zijn. Lekker zone 2 door met een gemiddelde van 5:50 en dan door naar zone 3. Inmiddels het ik het flink warm. Ik haal een snelheid net onder de vijf minuten en hou dat 2 minuten vol. Voor zone 4 kom ik net verkeerd uit en moet ik het trapje op. De hartslag blijft zo wel lekker hoog, maar de gemiddelde snelheid daalt dan.
Foto 3 wordt een lange schaduw op het fietspad de wijk in. Heel langzaam aan zone 1. Soms duren vijf minuten lang. In het park gaat zone 2 in. Zone 3 volgt snel en na 38 minuten heb ik dan wel de afstand van de speurtocht voltooid, maar de training is nog niet ten einde! Ik sprint flink door in zone 4 en haal een snelheid van meer dan 13 kilometer per uur. Ik ren tot de snackbar. Nu is het me goed, ik hobbel überlangzaam terug naar huis.
Ik heb spijt van de sokken omdat ik nu weer meer last heb van mijn enkels en peesplaat. Niet ernstig en er volgen nu twee lange dagen niks-doen die het probleem in het niets oplossen, maar ik loop voortaan met de minder fraaie hoog opgetrokken sokken!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Intervallen speurtocht

Nog maar eens een keertje door het Kotterbos

Kwart voor negen. Loopmaatje ophalen met vakantieverhalen voor de broodnodige vrolijke noot. Hoofd vol met zaken als kinderfeestjes, school, kind en werk. En een totaal gebrek aan zin. Lusteloos. Wéér het Kotterbos. Wéér onverhard over de bekende paden hobbelen. Nou ja hobbelen: het mocht in zone 2. En het is ‘maar’ een uurtje. Ik moest nog langs het Oostvaarderscentrum voor het kinderfeestje. Dat was doel 1. De zon ging al onder.

Toen langs de Oostvaardersplassen naar het Kotterbos. Mijn loopmaatje vertelde over zijn heerlijke vakantie in Griekenland. De zon ging mooi onder en het tempo lag lekker, ietwat hoog, maar heerlijk. In het Kotterbos namen we het smalle pad langs het spoor wat voor de ATBers is. Dat onverharde drukt het tempo wel iets, maar ik buffelde gewoon maar verder met mijn volle hoofd.
Geen last meer van de blaren, geen last van enkels, knieën of peesplaten: waarom heb ik dan geen zin meer in hardlopen? Ik weet stiekem wel wat het is: ik moet weer een wedstrijd lopen zondag en dat blokkeert mij toch wel. Ik heb een hele reële tijd voor mezelf bedacht, maar ik vind het niet te belangrijk. Ik hoop dat het regent en koud is zondag.
Ik wandel de hoge berg op. De enige manier om de hartslag in zone 2 te houden. Heel raar, dat je trots kunt zijn op het feit dat je wandelend de berg op gegaan bent! En dan door het natuurpark. Toch een uitdaginkje met de heuvels en de hartslagzone. Ik neem me elke keer voor beter te eten, maar het blijft de laatste tijd bij een voornemen wat morgen ingaat. Nu de zon steeds verder zakt, komen de vliegjes langs het water opzetten.
We nemen mijn lievelingspad door het bos terug. Ik hoeft eigenlijk niet te kijken, want ik ken hier alles zo goed. Nu zijn de brandnetels weer hoog. De zon piept fel en prachtig tussen de bomen door. Het gaat allemaal goed, maar ik kijk niet naar kilometertijden eigenlijk. Ik voel ook niet echt hoe ik loop, ik dóé het gewoon maar. Ineens voel ik alle gevoel uit mijn vingers wegtrekken en word ik helemaal misselijk. Ik STOP en concentreer me op mijn ademhaling. Als ik nu doorren, val ik flauw. Ik heb even enorm buikpijn en dan ga ik verder. In 20 seconden is mijn hartslag van 141 naar 114 gedaald, maar gebeurde dat toen ik stopte of vlak daarvoor? Het trekt ook weer weg en dan ben ik nog wat dizzy.
Ik heb het ook wel gehad. Er zit nog geen uur op, maar ik vind het prima om nu te gaan ‘smokkelen’ en de verharde weg te volgen de brug over. Tot mijn verbazing zegt mijn loopmaatje dat we de tien kilometer in 63 minuten wel halen. Ik had niet het gevoel dat we op zo’n tempo liepen! Het voelde ongemotiveerd langzaam aan. Acht, negen kilometer verwachtte ik, maar geen 10. Toen het uur voorbij was, ging ik langzamer aan het uitlopen waardoor ik over 10 kilometer 65 minuten deed.
Ik wilde dat ik kon zeggen dat het hardlopen me goed had gedaan, dat de stress weg was, dat ik me beter voelde. Maar mijn hoofd zit te vol andere zorgen en zorgjes dat dat niet gelukt is. De piekerpuntjes blijven echter wel in mijn hoofd zitten en hebben geen effect op het loopgestel. Ik ben blij dat ik nog altijd vrij ben van blessures en we rommelen met alle grote en kleine zaken deze week door.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nog maar eens een keertje door het Kotterbos

Zeebodemloop

Vorige week had ik een goede smoes, ik was te verkouden voor een wedstrijd. In de hoop dat de trainer ‘nee’ zou zeggen, vroeg ik hem of ik het in moest halen en helaas zei hij dat dat best kon om uit te sluiten dat ik ziek kan worden van wedstrijdstress. Niet dat ik daar zo verkouden van kan worden, maar ik merkte bij mezelf ook al wat wedstrijd-vermijdend gedrag. Op deze zaterdag werd in Lelystad de Zeebodemloop georganiseerd en ik was op de tien kilometer van de partij. Deze keer niet met de opdracht: loop gewoon zo hard je kunt, maar ik moest de eerste 5 kilometer in halve-marathon tempo lopen en de laatste vijf in tien-kilometertempo. Een lesje wedstrijd-indelen dus 😉
En wat een belangrijke les! Ik ga meestal maar gewoon zo-hard-als-kan. Nu had ik er hartslagen bij opgezocht (zie donderdag) en het is een ware bevrijding als dat ineens de leidraad is in plaats van een te halen eindtijd! Dan tellen de warme weersomstandigheden wel mee en hoesten ook; dat soort zaken haalt de hartslag omhoog en het tempo omlaag en dan is dat eenmaal zo. Ik had niet zoveel last van wedstrijdstress, ook omdat ik naar Lelystad niet helemaal alleen hoeft te gaan omdat M. (van de natuurmarathon) ook naar de Zeebodemloop komt. Zelfs de file maakt mij niet ongerust, ik haal het vast wel, en anders niet. Ik ben de laatste tijd wat vlak op emotioneel gebied. Ik zag M al op de parkeerplaats, anders had ik misschien alsnog omgekeerd bij het zien van de drukte bij de Koploper. Bij het invullen van het formulier (ik heb me nog nooit op het laatste moment ingeschreven!) zag ik bekenden uit Almere. Fijn. Tas weg, net op tijd telefoon eruit, naar de WC.
Ik ging inlopen, nog ‘s naar de toilet en was pas 5 minuten voor tijd met M in het startvak. Redelijk relaxed. Klaar voor wat komen moest. De eerste kilometer verongelukte ik bijna toen ik wilde inhalen en op mijn route een lantaarnpaal stond! Ik kon ‘m maar nét ontwijken. Mijn tempo lag hoog, mijn hartslag netjes op 160. In de tweede kilometer kwamen we in het bos op het onverharde pad. Ik vond het een verademing! Ik liep gewoon mijn eigen tempo. De tweede kilometer lag qua tempo lager, qua hartslag al iets hoger. Ik had niet het gevoel dat ik te hard ging en ik dacht alsmaar: dit zou ik 21 kilometer moeten kunnen volhouden. Nou is 5:20/5:30 per kilometer wel hoog gegrepen voor me misschien! De derde kilometer ging wel wat langzamer, maar dat kan ook komen door de smalle paadjes onverhard waarop inhalen wat moeilijker is. Ik vond het beton weer jammer. Langs het water. Ik wist echt niet waar ik bleef en dat hindert mij dan. Er was een meneer op blote voeten, een dikke mevrouw en veel groepen die bij elkaar hoorden met dezelfde shirtjes en mijn vraagtekens: heb ik die al ingehaald? Kilometer 4. Straks mag ik harder, voluit. Ga ik dat doen of hou ik dit gewoon lekker aan? Zulke vragen houden mij al rennend bezig. We liepen langs een groot barbecue-feest in de openlucht. Nog meer bos en smalle paden. Mijn horloge week steeds meer af van de kilometerborden. En dan ineens de waterpost. Op een industrieterrein in de volle, nare zon. Ik drink 2 slokken en knijp een spons leeg. Vanaf nu mag er een tandje bij. En dan wordt het interessanter. Ik kan harder op de onverharde ondergrond dan de rest en hou mijn hartslag op 170. Een meneer vraagt mij hoe laat het is en het is 13:41. Ik ben een half uur bezig, maar hoe ver ik ben weet ik niet meer. 6, 7 kilometer? Ik reken dus helemaal niet meer in tijd! Die ontdekking brengt me nog meer in verwarring. Weg oversteken en verder over een fietspad. Ik bedenk dat dit een prima moment is om te overdenken wat ik gisteren in de therapie heb ‘ontdekt’, maar het komt er niet echt van. Ik bevrijd me alleen door die gedachte al wel van een hoop zorgen die ik van me afschud: nu moet er nog even gerend worden hier in Lelystad! Dat maakt het kringetje rond (het ging ook ‘mis’ in Lelystad) en dat geeft rust. We moeten een lange slinger maken om een brug over te gaan en dat gedraai brengt me opnieuw in verwarring. Ik heb even geen zin meer. Ik haal het toch wel in een uur, ik rem gewoon af nu: dat denk ik, maar ik doe het niet echt. Deze kilometer is het moeilijkst. Ik denk: stoppen, maar ik zeg tegen mezelf: dit kun je, kom op, nog even, haal die mevrouw van SKL nog in. Ik vertraag erg brug-op. Ik besluit de laatste kilometer voluit te gaan: wat heb ik te verliezen? Net voor de 9 kilometer haal ik de SKL-mevrouw voor me in en de meneer met de go-procamera (ik laat ergens een vette boer op uw beeld sorry, haha) komt me bij en bedankt me dat ik zijn tempo heb bepaald. Ik ben totaal in de war van zijn opmerking en zeg niks terug. Het negen-kilometerbord. Ik ga harder. Niet meer kijken op het horloge, maar lopen. Laat die go-pro me maar volgen, dit is mijn wedstrijd! In de verte, op tweehonderd meter loopt nog een groepje met twee vrouwen erin en die ga ik bijhalen en inhalen. En de man met het piratenmutsje ook! Ik zie het bordje ‘nog 750 meter’ en hou me er aan vast. Ik hou het tempo vast. Ik herken het ook weer om me heen en ik voel dat ik hard ga, maar ik hou het vol. ‘Nog 500 meter’ en ik ben bij de dames. Ik haal de ene in, de andere heeft een haas die haar nog wat aanzet. De piratenmuts haal ik gemakkelijk in. Nog maar 250 meter, nog 1 bocht, ik zie de finishvlaggen en dan… is het op. Ik ben helemaal kapot. Ik ga het halen, maar in de eindsprint wint de zojuist ingehaalde dame het van me. Niet binnen 50 minuten gehaald. Ik heb er 52:30 over gedaan. Even ben ik teleurgesteld, daarna voel ik me oververhit! Zal ik onder de douche door lopen?! Dat zullen de fitbit en de iphone me niet in dank afnemen, dus ik pak wat water in een bekertje mee. Liefst wil ik gaan liggen, maar ik zoek een plekje in de schaduw op de bank en doe de chip af, terwijl ik me op adem “hoest”. En dan ben ik weer bij. Moe, maar voldaan. Ik heb prima gelopen zoals ik had moeten doen. Mijn horloge komt inderdaad 110 meter te kort. Ik vang M op en na een kwartier is mijn hartslag alweer onder de 100 en ben ik weer klaar en blij met mijn medaille.
Bij 18 graden is 52:34 een okidoki eindtijd voor mij die past bij een gemiddelde hartslag van 168. Ik heb aan het einde mijn hoogste hartslag ooit gehaald van 200: zoals het hoort in een eindsprint.
Lesje wedstrijd indelen gehaald met een dikke ruime voldoende! Belangrijkste lespuntje: het loopt relaxter op hartslag dan op streeftijd. Jakkes, dat klinkt alsof ik echt iets van de trainer heb geleerd. 😉

Categories: Uncategorized | Comments Off on Zeebodemloop

Langzaam is ook een kunst – samen beheers je die beter.

Zo langzaam en sloom als tijdens de vierdaagse-in-drie-dagen met honderden kindertjes hoeft ik me gelukkig zelden te verplaatsen, maar vandaag staat een duurloop van anderhalf uur “heel rustig houden” op het schema. Ik vraag mijn vriendin mee: kunnen we weer bijkleppen. Hartslagbeperking op 135 en 1uur35 minuten ingesteld. Zoveel mogelijk onverhard, let’s go!
We gaan door het park en de hartslag en het tempo zijn heerlijk laag. Het enige wat hoog is, is de temperatuur. En het kwebbelgehalte. Vergeleken bij honderden kleppende kinderen is ons geluidsnivo laag. We komen over nieuwe paden door het kleine stukje bos voor het Oostvaarderscentrum. Langs het mij zo bekende Jan van den Boschpad. Het is stil op ons na; geen ganzen, geen paarden en geen medewandelaars. Wij hebben het wonderwel over het geloof! Een prachtig, sereen onderwerp. De vakantie en de kinder-zaken zijn al gepasseerd.
Het Kotterbos in. Ons tempo blijft geweldig laag liggen. Ik vind het niet erg. We houden even het asfalt aan en gaan dan het onverharde, smalle pad weer op. Wij zijn geen seconde stil. Ik kijk niet meer naar de tijden van de kilometers. We lopen langs het meertje. Het is allemaal mooi, maar te bekend voor mij. We komen op de heuvel, waar een andere hardloper keihard aan het trainen is op hoogteverschillen. Wij nemen eens een keer NIET te natuurbrug. Ik vertel vrolijk van ons uitstapje naar de Ardennen, wat mijn hartslag niet ten goede komt 🙂
Dit stuk onverhard bos is voor mij ook lekker minder bekend. Het is moeilijk op dit ongelijke terrein de hartslag laag te houden. Ik strik mijn schoen opnieuw, mijn vriendin haalt een steentje uit haar schoen, we stretchen onderweg een keer; deze pauze’s zijn helemaal oké vandaag. We gaan langs waar ooit de dagcamping en het groepslokaal stond en kunnen gelukkig door de poort heen vanuit deze kant. We nemen een ommetje en spreken over de crash van Max Verstappen. Op een prachtig smal pad tussen de Vaart en het bos worden we door een heleboel natte honden verfrissend “geknuffeld”.
We lopen door de felle zon en gaan over ‘mijn’ pad terug door het Kotterbos. We zijn op de helft en ik heb er gewoon weer eens een momentje genoeg van. Maar met zijn tweetjes kwebbelen we daar zo doorheen. Ik heb ook een beetje trek gekregen en misschien hadden we toch water mee moeten nemen. Met zijn tweetjes kletsen we ook over die twijfels heen. Het gaat allemaal erg langzaam. Ook al kijk ik niet naar de tijden en doen we precies wat we moeten doen. Toch piept het horloge me vaak terug. Met z’n tweetjes hoeft ik me daar niet druk over te maken. We gaan het Kotterbos weer uit en nemen precies dezelfde weg terug langs het Jan van de Boschpad. Het is er niet drukker geworden. Het water is werkelijk smaragdblauw en ligt er glimmend bij alsof we hier niet in Holland lopen te joggen, maar in een buitenlands natuurgebied. De vlakke dijk in de verte en de fietsers die goedemorgen zeggen halen me snel uit de illusie.
We gaan terug richting school via het trapje. Net daarvoor zit 1 uur en 35 minuten erop. Bijna 13 kilometer. We gaan zonder het piepende horloge op hoger tempo verder. Nog een keer door het park. Vincent komt me tegemoet en is helemaal in tranen omdat hij zijn pet kwijt is. Met zijn drietjes komen we weer thuis. Gisteren met de wandelmeerdaagse hebben we 1 uur en 44 minuten gedaan over 6 kilometer, vandaag hebben wij in dezelfde tijd het dubbele aantal kilometers gehaald (en nog twee extra ook). En dat vind ik al niet snel! Aan de andere kant: ik ben ook niet moe. Het lage tempo aanhouden is ook best moeilijk, maar met zijn tweetjes is het geen probleem gebleken!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Langzaam is ook een kunst – samen beheers je die beter.

Beste Trainer,

Deze training heb ik heel wat afgereageerd op je. Niet dat ik iemand tegen kwam die van mijn scheldpartijtjes had kunnen meegenieten, of dat ik adem over had om het hardop boos tegen je uit te schreeuwen, maar het was goed dat je er niet naast liep, want ik was bij tijd en wijle behoorlijk pissig.
Waar haal je het idee vandaan om me na een zware verkoudheid, na één dagje rust waarop ik mijn tien kilometer hard heb gelopen het slome idee vandaan om dat een keer dunnetjes over te doen?! En ik heb zo’n idee dat je het niet helemaal zo bedoelt, maar als jíj nu net als ik al gaat twijfelen of de verkoudheid werd gevoed door wedstrijdstress… Voor mij voelt het inhalen van de wedstrijd aanstaande zaterdag alsnog bijna als straf, terwijl het mijn eigen voorstel was.
De verkoudheid is wel zo’n beetje voorbij. Ik moest een uurtje lopen volgens het schema; 3 keer twintig minuten. Die twintig minuten werden opgedeeld in 15 minuten halve-marathontempo en 5 minuten in 10kilometertempo. Beste trainer, ik was het huis nog niet uit of ik wist al niet meer wat ik daarmee aan moest! Wat ‘the-h*ll’ is mijn tienkilometertempo?! Hoe moet ik dat nou weten?! En een halve-marathontempo – alleen bij het idee al dat ik over twee weken de halve marathon moet lopen bezorgt me een acute loopstoornis, moet ik er nu al over nadenken in welk tempo ik dat zou moeten doen?! Scheldend en mopperend dat ik hiervoor toch een trainer heb, ben ik zelf gaan zoeken. Ik doe niet meer in tempo’s; ik reken in hartslagen, dat heb ik geléérd van je *mopper*. De hartslag van mijn halve marathontempo ligt rond de 160 en het tien kilometertempo rond de 170, lijkt me. Maar ik ga eerst inlopen.
Regen, wind, toch 12 graden: het is ook echt kl*teweer, maar mijn bui is ongeveer hetzelfde. Ik heb het heet. Natuurlijk. Ik haat heet, maar daar kan ik de trainer de schuld niet van geven. Het enige wat ik op mijn telefoon instel is een kwartier afteltijd, voor de rest hou ik zelf de hartslag wel in de smiezen. Dat zal de bedoeling toch zijn, dat ik het eens een beetje zelf ga aanvoelen. Ik ga lekker de brug over en dan zie ik twee mensen die bespreken of ze ook zullen gaan hardlopen terwijl ze een sigaret opsteken. Ik ga hard. Te hard. Mijn hartslag niet. En dan realiseer ik me dat ik dit tempo en deze hartslag dit uur zal moeten volhouden. Ik werd er bloedsjachereinig van, hoe kom je er op?!
Ik had wind mee. Daarom ging het snel. Na een kwartier precies keek ik hoe lang het nog was. En toen zette ik 5 minuten nog extra aan. Waarom ook niet?! Ik legde in die tijd een kilometer af, waarvan een stukje omhoog tegen de wind in. Om te voelen wat tegenwind doet, besloot ik precies dezelfde weg terug te gaan. En het was zwaarder. Ik wilde wel hardop schelden tegen de trainer en ik had geen zin meer. Ik vroeg me af waarom ik dit toch aan het doen was en waarom ik niet ter plekke in staking ging. Niemand om me te controleren. Ik had het warm, wind vol tegen, hartslag rond de 166 en voor mijn gevoel een laag tempo. Al viel dat laatste wel mee. Tussen wind mee en wind tegen scheelt toch 40 seconden.
Ik had geen zin in foto’s. Nutteloos ook. Zo bekend en saai, dat Kotterbos. Ik ga de komende weken alleen maar drie keer trainen. Pas aan het einde van de maand mag ik weer vier keer. Pas aan het einde van de maand weer een lange offroad duurloop. Tussendoor zitten mij teveel wedstrijden dwars. Als ik er aan denk, krijg ik het al benauwd! Nu al! Wat nou als ik de Almere City Run lekker in 2 uur en een kwartier loop? Ik krijg het echt al spaans benauwd als ik bedenk dat ik zaterdag misschien wel een uur doe over de tien kilometer. Wie hou ik voor de gek? Ik kan nu alsnog in staking gaan en naar huis wandelen. Training afbreken schiet serieus door me heen.
Nog eens vijf minuten aanzetten. Kom ik net het bos uit tegen de wind in. Nou, ik haal de kilometer nét niet in 5 minuten deze keer. 980 meter. Ik ga het onverharde pad op. Wind tegen, offroad, geen zin meer en moe. Ik heb hardop gemopperd terwijl ik de ganzen ook nog moest ontwijken die mijn tempo net zo min kunnen inschatten als ik. De tijden blijven net in de 5 minuten liggen. Dít is het moment om in staking te gaan en ik ben echt van plan om gewoon direct in jogtempo naar huis te gaan als ik ontdek dat ik de tien kilometer weer aantik. Ik doe het vandaag nog sneller dan eergisteren: met inlopen erbij zit ik al onder de 56 minuten! Oké, dan maken we deze k*tzooi maar af ook. Nog even vijf minuten knallen de brug op de wijk in en dan kap ik er ook echt, zekersteweten, mee. De hartslag loopt op en de vijf minuten duren ellenlang. Een kilometer haal ik bij lange na niet meer. Ik ben kapot en op. Stomme opdracht. Stomme training. Stomme Anke die het toch weer netjes volgt.
Ik zet het direct op een wandelen met mijn rode tomatenhoofd. De hartslagdaling is spectaculair te noemen: binnen twee minuten van 170 terug naar 135 zonder stil te staan (na een minuut zit ik nog op 152). Ik ben ineens weer bij en op adem, daarom jogde ik verder naar de buitenschoolse opvang om mijn kind te halen. Ik had een uur voor we ons weer moesten melden bij de wandelvierdaagse-in-drie-dagen. Brood eten, afkoelen, douchen: het paste nauwelijks. Ik heb de tien kilometer na het inlopen in 55 minuten en 12 seconden gerend. Weer anderhalve minuut sneller als eergisteren. Haal ik het over vier dagen toch mooi in 52 minuten als het zo doorgaat 🙂 13 kilometer in 1 uur en 15 minuten. Op naar 5 kilometer wandelen met schoolkinderen in veel meer tijd.
Ik denk, beste trainer, dat ik dat toch maar ga proberen. Een wedstrijd. Inclusief stress. Ik zal je advies ter harte nemen:
Chill!! Het is “maar”hardlopen 😉 gewoon je ene been zo snel mogelijk voor de andere zetten en dat zo geleidelijk mogelijk herhalen tot je bij de streep bent meer is het niet haha      Zet um op!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Beste Trainer,

Verkouden

Normaal ligt mijn rusthartslag volgens de Fitbit in de goede tijd rond de 53. Elke maand is het een paar dagen verhoogd naar 56-57, maar een gemiddelde rusthartslag van 53-54 hou ik aan sinds ik dat apparaat in februari heb. Nu echter ben ik niet topfit: ik ben verkouden.  (zwakke zieltjes moeten het volgende even overslaan:) Het snot loopt eruit, mijn kind kan me niet verstaan als ik niet duidelijk tegenover hem sta te praten, mijn hoofd voelt zwaar aan en elke 5 uur trekt een paracetamolletje me de dag door. Verder dan ‘flink lastig’ is het niet. Ik verwacht dat mijn hartslag hier op zijn minst op reageert, maar dat gebeurt niet. Sterker nog, de rusthartslag is al dagenlang lager dan normaal en komt op het ‘dieptepunt’ van 51 uit. Zaterdagochtend heb ik de allerlaagste hartslag ooit gemeten toen ik wakker werd van 42! Terwijl ik dus verkouden ben. Waarschijnlijk zou ik met een iets minder goede conditie op dit moment doodziek in bed liggen. De verkoudheid belet me niet om mee de hele dag op het Circuit van Spa Francorchamps rond te sjouwen. Deze keer rijden er weer auto’s, maar in mijn hoofd zit de gedachte vastgeplakt: DAAR LIEP IK.

Ik liep daar door de busstop-chicane! Ik Rende Daar!!


Ik koop voor mezelf een welverdiende hardloop t-shirt van hét circuit: dat doe ik voor het eerst, want om hardloopshirts geef ik niks. Op het schema staat ‘losfietsen’ en dat doe ik ‘s avonds ook nog ‘eventjes’. Ik ben moe ‘s avonds. En na 9 uur slapen en wederom een rusthartslag bij het ontwaken van 49, ben ik ‘s morgens nog moe. Gisteravond begon ik al te denken dat ik wel veel aankan, maar dat het lopen van een wedstrijd misschien toch net iets teveel gevraagd is. Dat mijn gebrek aan het inademen van lucht door mijn neus een PR (persoonlijk record) en een goede prestatie toch iets teveel in de weg zouden staan. Het kostte me niet veel moeite over te slaan. Het ging gewoon niet. Ik baalde er een beetje van, maar ik heb ook het idee dat ik dit al weken wist. Deze wedstrijd zat op de één of andere manier niet in mijn systeem. Van een bezoek aan de AH moet ik tien minuten uitpuffen op de bank. Deze regenachtige zondag, na een indrukwekkende zaterdag, nodigt niet uit tot een wedstrijd.
Het blijft regenachtig. Ook na 4 keer verliezen met Rummikub (waarmee bewezen is dat je, als je verkouden bent, ook minder goed kunt nadenken…). Als we het aan Robs AppleWatch vragen, is het antwoord op de vraag of het blijft regenen ook volmondig ‘ja’. Maar ik wil tóch… Om vier uur ga ik. Gewoon wat warme kleren aan en een col en een regenjas en ik dóé het gewoon! Ik zie wel hoe ver ik kom, hoe het gaat, hoe hard ik nog kan. Want dat ik mezelf hiermee wil testen, is me wel duidelijk.

Here I Go


Kilometer 1 loop ik in. Ik zou het oké vinden als elke kilometertijd rond de 6 minuten ligt. Dan haal ik het ook binnen een uur. Streber. Ik ga de plassen in. Gezien de uitwijk- en ophaalmogelijkheden niet extreem wijs, maar mijn neus wijst toch echt die kant op! Met de wind mee. Ik kom 2 verregende fietsers tegen. Verder niemand. Niemand. De tweede kilometer gaat sneller. De derde nóg harder. Ik hoeft niet persé hard, maar ik wil het toch graag ook weer wel. Ik voel dat ik mezelf test en dat ik enkel door mijn mond adem, maar slecht gaat het niet. De kilometertijden liggen rond de 5:25, dat is een tempo van 11 kilometer per uur. Ik moet mezelf er aan herinneren dat ik niet fit ben. Ik heb het alleen maar te warm. Het regent eigenlijk nauwelijks. Ik zweet meer dan dat ik nat word van regen. Na 4 en een halve kilometer komt de regen ineens wel hard naar beneden. Dat duurt een kilometer lang en omdat ik me in die kilometer ook omdraai, krijg ik ook nog wind tegen. Ik kies bewust de route over de wegen terug, je weet maar nooit… Hier kan ik opgehaald worden, je weet maar nooit… Nu komt het moeilijkere gedeelte… je weet het niet….
Door wind tegen en vermoeidheid die toeslaat, daalt de kilometertijd naar 5:40. Ik zou wel willen wandelen, maar dat doe ik niet. Dit stuk is zó saai, recht en lang! Ik buffel door en ben blij dat ik geen wedstrijd loop. Ik loop mijn eigen wedstrijd. De laatste twee kilometer mag ik van mezelf uitlopen. Of… ik zou het binnen een uur halen… of 55 minuten… maar als ik dat kan, had ik mee moeten doen aan de wedstrijd. Zou ik me met mijn verkoudheid dan toch aangesteld hebben? Zou het mijn weigerachtige reactie zijn op wedstrijdstress? Maar ik kan een heftige verkoudheid als deze niet faken en ik dan zou ik nog liever een wedstrijd rennen. Ik heb geen enkele last van mijn onbeschermde bloedblaar, dus daar kan ik het niet aan laten liggen. Mijn telefoon valt uit het telefoontasje en moet verder maar in mijn jaszak de route opmeten. Ik ga in de achtste kilometer de brug over en let goed op mijn pasritme en lengte. Als deze kilometer de snelste is, mag ik er twee rustig aan doen. Maar helaas… Nog eentje snel dan. Ik zie in de verte twee mensen met een hond lopen. Heel in de verte… Zij vormen bij gebrek aan wedstrijd een doel voor de negende kilometer. Ik blijk ze nog te kennen ook van school! Nu kan ik niet afhaken, blegh. 9 Kilometer in ruim 50 minuten. Ik haal het niet in 55 minuten, dus ik ga de laatste kilometer rustig uitlopen. Ook dan haal ik 10 kilometer binnen een uur. Ik ga echt door op cruise-tempo. Binnen 57 minuten zitten de 10 kilometer er op.
De gemiddelde hartslag is hoog met 161, maar als ik naar huis wandel, springt de hartslag met sprongen naar beneden en komt binnen een paar minuten uit op honderdtien. Dat zegt iets over mijn conditie. Niet mijn rode hoofd, niet al het zweet wat van me afdruipt, maar het feit dat ik binnen tien minuten helemaal op adem ben. Sterker nog: ik ben beter op adem als voor ik ging!

I'm Back!


Ik ben moe, maar ik heb meer energie nu. Ik spring meteen onder de douche om niet te veel af te koelen en de verkoudheidsvirusjes de kans te geven af te druipen. Hardlopen helpt niet om te winnen met Rummikub helaas.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Verkouden

Bijkletsen, nat worden en rondjes vliegen.

Ik fietste naar mijn vriendin toe om lekker bij te kletsen. Sommige vriendinnen zetten thee, gaan samen op de bank hangen, maar wij gaan samen hardlopen! Ook al dreigt er een bui. We hoeven niet hard en ik heb last van mijn keel of een opkomende verkoudheid of een combinatie met weinig nachtrust, maar volgens mijn hartslag gaat het prima met mij, dus hardlopen is toegestaan.
We hebben elkaar al een paar weken niet gezien, dus het werk van de mannen moet besproken worden, de vakanties, de kinderen, de hardloopavonturen. Wij hebben aan een half uurtje bij lange na niet genoeg, terwijl er maar 30 minuten in mijn schema staan. Het moet wel dribbeltempo zijn. Dat lukt de eerste kilometer nog. Ondertussen dreigt het maar in de wolken boven ons. “Je kunt maar 1 keer nat worden” volgens mijn vriendin.
En na 2 kilometer zul je die ene keer die de buienradar over het hoofd zag, precies meemaken! Er werd een bakje water over ons uitgestort. Nat liepen we de brugjes over bij de Leegwaterplas. Niet bevorderlijk voor verkoudheid, maar in Almere waai je ook snel weer droog. Ook niet bevorderlijk.
We kwamen bij het rondje in het Verzetsbos waar ik drie steigerruns had gepland / opgekregen. Van zone 1 naar zone 4 in 4 kwadranten. En dan een rondje bijkomen en uitdribbelen. Het tempo en de hartslagen waren keurig in orde. Ik ging super-superhard dat kleine stukje in zone 4! 18 kilometer per uur. UCH. De mensen die we tegenkwamen schrokken een beetje… Ik ook 🙂
En dan weer uitlopen, opdrogen en terughobbelen. Eigenlijk liepen we alle kilometers in de 6 minuten. Zes kilometer ook uiteindelijk. Eerlijk is eerlijk: niet helemaal enkel in zone 1, grotendeels net in zone 2; maar ik kán doen alsof dat aan de verkoudheid ligt…. Of dat mijn vriendin lekker te hard gaat. Het was geen enkele moeite om te blijven kletsen en kletsen en kletsen. En ook eerlijk: het waren toch weer 3 kwartier in plaats van een half uurtje zoals in de training stond. Maar tja, een half uurtje dribbelen…. daar word ik niet nat voor zeg.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Bijkletsen, nat worden en rondjes vliegen.

Hollen en stilstaan, inhouden en voluit gaan.

Kilometer 1
Vanaf de opvang waar ik de uitdeelspiesjes heb ‘gedumpt’ Waar ga ik heen? Geen idee. Ik vermoed achter de regenboogbuurt door? Ik ga eerst inlopen. Kalm aan tot de hartslag in zone 1 zit. Dat valt niet mee. Ik trap op de rem in mezelf. Het is niet koud, maar het waait koel. De lange broek en lange mouwen zijn niet overbodig.
Kilometer 2
De brug over. Rechtdoor. Dat is de andere kant op. Ik volg mijn neus. De hartslag daalt wel, maar ik laat de oefening pas beginnen als ik 135 zie staan. Ik jog sloompies verder. Met de rem aangetrokken achter mijn neus aan het schelpenpad over.
Kilometer 3
De brug op achter jeugdland. Nóg langzamer. Als ik boven ben ga ik de oefening doen: 5 minuten zone 1 (dat moet lukken), 5 minuten zone 2, 3 minuten zone 3 en 2 minuten zone 4. En dat maal drie. Naar boven sjokkend verheug ik me al op zone 4. De rem is stevig aangetrokken, ik hou me in. Op het fietspad zie ik twee auto’s – wat doen die hier?
Kilometer 4
Zone 1 is om, door naar zone 2. Ik versnel moeiteloos en prima op de lange rechte weg met wind tegen. Ik voel de hartslag. Wat een heerlijke zone is dit toch! Ik blijf keurig op 6:15 hangen. Zone 3 is iets meer poot-aan lopen. De rem mag er eindelijk af. 5:03. Ik let niet op de tijd, het horloge is heerlijk stil. Ik hoor m niet protesteren.
Kilometer 5
Zone 4: daar gaan we! Ik ga heerlijk hard. Tegen de wind in. Ik voel me echt een vlieger. Een piloot! Ik tel twee minuten af, ik tel te langzaam. Ik heb het heet. Het is heerlijk! 4:33, dat is 13 kilometer per uur. Ook nu piept de hartslag niet, ik zit keurig in zone 4. De hele tijd.
Kilometer 6
Het duurt 70 seconden heeeeeeeeeeel langzaam dribbelen voor de hartslag weer in zone 1 zit. Niemand is er in dit bos, op dit pad. Tijd te over om me zorgen te maken over de bloedblaar. De oorspronkelijke blaar is aan het genezen, er komt een nieuwe opzetten naast de oude, waar de blaarpleister niet goed zat. Nu ben ik in Nederland. Als het mis gaat, ga ik langs de arts. Gerustgesteld voor nu loop ik sloompjes door richting de Oostvaardersplassen.

Kilometer 7
Hoe kom ik hier in de Oostvaardersplassen? Zal ik door het bos gaan? Dat is teveel gevraagd voor nu. Ik loop weer te genieten en laat de rem een beetje los in zone 2 en haal bij een gemiddelde hartslag van 147 een tempo van 6:03 – bijna tien kilometer per uur. Zone 3 is gewoon gaan. Ik ga even op tempo. Wind mee deze keer.
Kilometer 8
Zone 4! Gaan! Alle remmen los, niet inhouden, benen vooruit, zweten! Ik geniet er erg van. Ga ruim 13 kilometer per uur. Ik stuif over het fietspad. Het duurt ruim 70 seconden voor mijn hartslag terug gevallen is van 170 in zone 4 toto 133 in zone 1. Ik kom 1 meneer tegen die flink doorwandelt en de fotograaf. De Oostvaardersplassen zijn van mij nu.
Kilometer 9
Zone 2 doorloop ik prima, maar in de lage zones voel ik de blaar beter. Weer netjes een lage 6 minuten tijd. Zone 3 wordt lastiger. Ik maak me zorgen over de te volgen route. Het viaduct op? Of via het trapje? Hoe ver kom ik? Ik heb het horloge niet horen piepen, niet 1 keer ongewenst gepiep gehoord, dus alleen als ik van zone 4 naar zone 1 terug moet. NIET 1 KEER. En dan, als ik bij het Oostvaarderscentrum ben en voor het onverharde pad sta, kom ik te hoog voor zone 3. Potverdikkie.

Zone 2


Zone 4


Kilometer 10
Ik mag meteen door naar zone 4. Ik ga tot het trapje. Hoe dan ook. Hard. Hard. Hard. Ik tel niet mee, ik kijk naar de trap in de verte. Onverhard pad. Ik hol door. Ik ga zo hard ik nog kan. Als ik geluk heb, ben ik net voor het trapje klaar, anders ben ik daar ook klaar. Ik ga niet hard de trap op waar ik ooit eerder viel. Of ik moet nog een stukje extra voor ik bij de trap ben – ik kan het niet inschatten en ga alleen maar hard door. Net voor de trap ben ik klaar met zone 4, met het programma. Ik ben doodop als ik de trap rustig bestijg. 10 Kilometer in 1 uur en 3 minuten. HOHOHO: dat is perfect, want ik heb zeker 30 minuten daarvan in zone 1 gehobbeld met de handrem erop! De gemiddelde hartslag is 145. Honderdvijfenveertig. Sjonge, dat valt me nog mee.
Kilometer 11
Ik hobbel naar huis. Ik moet naar de plee. Ik heb teveel spekkies gesnoept vlak voor ik ging. Ik ben een Oen! Een misselijke oen nu ook nog, GRMBL. Ik ga heel langzaam. Van hartslag 172 terug naar 135 kost me 2 minuten. Viaduct af! Joggend en dribbelend in de sloomste tijd ever! Ik zeg mensen gedag en besluit tot het fietspad te gaan. 11 Kilometer weer erop zitten. In een uur en 11 minuten. Niet echt hard, maar bedenkend dat ik daarvan dik de helft in zone 1 heb gehangen, doet me goed. Ik heb de opdracht perfect uitgevoerd. Keurig de hartslagzones doorlopen, goed gevoeld wat waar zit.
Ik wandel de spieren los en eenmaal thuis, ben ik weer bij. Ik heb wat directe spierpijn, maar de blaar zit nog prima dicht. Het was een leerzame en fijne run, die een ander routeplan vroeg, wind tegen verdroeg en voelde als te langzaam en loeisnel.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hollen en stilstaan, inhouden en voluit gaan.