
Mijn hoofd en de rest van mijn lijf zitten niet helemaal op 1 recht lijn, ze zijn niet in balans.
Volgens de trainer kun je ze niet los van elkaar zien.
Mijn hoofd heeft het te druk met allemaal zorgen en de rest van mijn lijf doet ook niet mee.
17uur14
het hoofd: “ik heb geen zin in hardlopen, ik heb genoeg aan mijn hoofd”
de benen: “gelijk hoofd, wij doen mee in ook geen zin”
19uur12
het hoofd: “we gaan morgen”
de benen: “zullen we vandaag een klein stukje? Eventjes maar dan?”
het hoofd: “achnee, we moeten in zone 3 lopen, dat lukt nooit!”
de benen: “laten we het gewoon dóén. wie weet is er morgen ook geen zin?!”
het hoofd geeft zich node gewonnen.
20uur17
de benen: “zone 1 is ssssssaaaaaaaahhhaaaaaaiiiiii”
het hoofd: “hardlopen is ook saai, ik heb wel iets beters te doen en ik hoeft toch niet persé, laten we stoppen”
de benen: “door naar 10 minuten zone 2, kom op, we gaan naar de manege”
20uur28
het hoofd: “zone 2 is wel goed, zullen we hierin blijven hangen?”
de benen: “dat is wel een goed idee hoor, hoofd, omdat je zo zeurt”
het hoofd: “dan voel ik aan alsof ik gewoon niet harder ga oké”
de benen: “het is wel jammer dat wij dan mee moeten doen, we doen gewoon een beetje ons best; een klein beetje harder proberen”
20uur31
het hoofd: “we kennen dit stukje toch zo intussen ook wel?”
de benen: “we kunnen echt en heus niet harder lijkt het wel, dat is raar”
Het Hart: “als jullie zo bezig zijn, dan ga ik echt niet harder hoor!“
het horloge piept en piept dat ik harder zou moeten lopen om zone 3 (vanaf hartslag 154) te halen. Ik blijf maar hangen op een hartslag van 152.
20uur40
de benen: “het is maar een half uurtje!”
het hoofd: “het is een half uur lang!”
de benen: “lekker onverhard pad”
het hoofd: “als ik maar hard genoeg denk dat het niet harder kan, dan krijg ik gelijk”
de benen: “berg op halen we het net! berg af is weer hopeloos met dat gepiep”
Het Hart: “Ik weet niet of ik nog meer moet slaan of niet, de benen vinden het goed, het hoofd wil niet. Wie moet ik nu volgen?!“
20uur44
het hoofd: “iemand volgt me, haal me in, ik ben sloom vandaag!”
de benen: “niks inhalen, deze meneer blijven we voor”
het hoofd: “zachter, zachter, zachter!”
de benen: “blijf ‘m voor”
Deze slag is voor de benen, de meneer moet uiteindelijk afhaken 🙂
20uur52
het hoofd: “moeten we nou trots zijn dat we in zone 2 zo hard kunnen lopen?”
de benen: “wat ons betreft wel, want we gaan flink op tempo hoor, aan ons ligt het niet.”
het hoofd: “nee, dat geef ik toe, het ligt aan mij, ík heb geen zin. Is het al bijna tijd?”
de benen: “je had beloofd het half uur vol te maken, kom op, over het fietspad terug.”
het hoofd: “nergens zin in, behalve in stoppen. Zelfs niet in foto’s. Zin-loos”
de benen: “dit is geen marathon hoor, dadelijk moeten we weer in die zeurderige zone 1, laat ons maar even hier in bijna-zone-drie”
20uur55
het hoofd: “de route is nog te kort ook, we moeten omrennen. ARGH een grote hond met een baas achter de kinderwagen, stoppen NU”
de benen: “het is een lieve hond, een goede baas en na drie stappen kunnen we verder rennen”
het hoofd: “stomme benen”
Ik heb geen flauw idee hoe hard ik ga. Achteraf blijkt dat ik bij een gemiddelde hartslag van 153 (net niet zone 3 dus) 5:47 minuut per kilometer (10,3 kilometer per uur) heb gelopen. Dat is 5,2 kilometer in dat half uur. Een flink tempo.
20uur57
het hoofd: “het is te warm”
de benen: “we willen nog net de Plus supermarkt halen voor zone 1 weer in beeld komt”
het hoofd: “nergens voor nodig, zone 1 is prima de luxe”
Weer wint het hoofd, maar nipt.
21uur02
de benen: “wandelen om in zone 1 te komen 🙁 zo niet leuk”
het hoofd: “wanneer was het leuk dan?!”
1 uur en 5 minuten over 10 kilometer. Met een gemiddelde van 6:32 minuut per kilometer (9,2 kilometer per uur) en een gemiddelde hartslag van 143.
Vorige keer maakte ik me zorgen toen de hartslag niet omhoog ging, nu denk ik: waarom zou ik harder gaan als het er eens een dagje niet in zit?
De balans komt wel weer recht te liggen. En hoe hard ga ik dan wel niet in zone 3?!
Balanceren tussen het hoofd en de benen.
Training met veel verschillende tempi
Beetje werken, beetje zorgen, beetje regen, beetje zon. Op deze langste dag van het jaar, mocht ik ‘s avonds na een bordje lekkere bloemkool naar de training. Ik was al een hele tijd niet meer gegaan. Het leek koud, dus ik had een jasje aangetrokken, maar dat was eigenlijk te warm. Het clubje was niet zo groot, 17 mannen en vrouwen stonden klaar, verschillend in tempo van doorgewinterd tot beginneling. Dat kon de trainster in haar uppie best aan! We gingen inlopen, heerlijk langzaam aan.
Toen moesten we de brug op op tempo en langzaam naar beneden. Ik had de kracht niet me heel erg uit te sloven. Ik kan heus flink doorlopen, maar de heren hou ik niet bij en ik ga niet tot het uiterste. Toch moest ik een keer met de mannen mee extra omhoog. Daar had ik helemaal geen bezwaar tegen omdat we toen de eerste buikspieroefening misten! Helaas waren we nog wel op tijd voor de andere drie… Laat mij maar de brug op rennen! We gingen het onverharde pad op. Ik wist niet dat je daar langs kon en ik vond het heerlijk. Niet qua tempo, want dan is 17 mensen nogal in een rijtje lopen. We moesten elke keer als we asfalt kruisten linksaf zo snel mogelijk tot de volgende kruising lopen. De trainster bedacht ter plekke vanalles: twee lantaarnpalen hard, 1 rustig en rustig terug, maar toen we terugliepen, moesten we nog een keer versnellen per twee lantaarnpalen. Dat maakte het onrustig en de verschillen in de groep waren te groot om dat tot een goed einde te brengen. We deden een steigerun en ook nu ging ik niet tot het uiterste. Laat ze me maar lekker inhalen, de fanatici: ik spaar mijn kracht voor een wedstrijd! Ik had het warm, voelde de bloemkool en de kilo’s te veel, ik zat niet zo lekker in mijn vel en ging gewoon niet zo rap als ik soms wel zou kunnen. Weer een stukje door het bos en daarna nog wat asfalt. Het klinkt een beetje gek, maar ik had er wat genoeg van. Het was zo onvoorspelbaar allemaal. Ergens vond ik dat ik de snelste moest zijn, maar bij vlagen was ik dat helemaal niet; het leek allemaal een beetje irrelevant wat we deden. We gingen over het voetpad rustig heen joggen en elke keer een paadje verder terug op tempo over het fietspad. Ik liep met een loopcollega mee die terugkwam van een blessure en me toevertrouwde dat ze dróómt van mijn halve-marathontijd en toch kon ze mij bijhouden.
Het tempo lag op het fietspad ruim onder de 5 minuten per kilometer. We jutten elkaar op en al joggend waren we aan het kletsen. Toen we het langste stuk hadden gehad, bouwden we weer af: nog 3 afslagjes, 2 afslagen en 1 afslag. Ik deed er 1 extra en kwam gelijk met de heren op het fietspad – ik zette alles op alles in de sprint en hield de mannen bij. Dat was het dan, dacht je en ik dacht het ook, maar nee, we konden nog een vierkantje lopen: eerst 1 zijde hard, 2 zijdes hard, 3 zijdes hard. De langzame mensen hadden het helemaal gehad: dit was gewoon te zwaar voor ze. Ik kon het nog wel aan, maar ik had er weinig pret in. Na een uur en tien minuten waren we rond. Er stond 9,9 kilometer op mijn teller en ik liet het zo. Ik heb nog lang na staan te praten, wat best kon, omdat het nog lang licht bleef.
Nat worden van een rondje wijk.
Op zaterdag kwam de training er niet van. Het lukte gewoon niet, ik was moe, had écht geen zin en er was een mogelijkheid om het tot zondag uit te stellen! Maar zondagochtend heb ik meteen de koe bij de horens gevat en voor het ontbijt toog ik naar buiten. In de regen nog wel! Omdat de Grote Zin nog steeds ontbrak, besloot ik simpelweg rondjes door de wijk te gaan hardlopen. Afwisselend 10 minuten in zone 1 en 10 minuten in zone 2. Allebei drie keer, dus reken maar uit: een uurtje onderweg en op een paar minuten van huis! Na een paar minuten hield de regen eigenlijk op.
Ik ging op zoek naar punten voor de speurtocht met de klas. Zone 1 was gemakkelijk te combineren met een paar fotootjes! Het ging lekker. Niks snel, maar in zone 2 kon ik lekker doorlopen. Prettig genoeg ligt de kilometertijd dan rond de 10 kilometer per uur (6:04 min/km). Heel mooi met een gemiddelde hartslag van 141. En daarna weer terug naar zone 1, in jog-mode. Het tempo ligt dan nog slechts op 8 km per uur (7:12 min/km). Het verschil in hartslag is mooi te zien.![]()
Ik hobbelde lekker de straatjes door. Echt druk was het nog niet op straat, maar mensen die hun hond uitlaten zijn er altijd. “Zo”, vroeg een meneer, “Lukt het tussen de buien door?” Ik had genoeg lucht om hem te antwoorden dat ik tot nog toe veel geluk had.
De tweede keer in zone 2 ging zelfs nog ietsje sneller als de eerste keer, maar de laatste keer hield ik de hartslag expres laag om een uur te laten verstrijken en voor de deur te eindigen! Dat lukte heel goed, maar ik hoop dat de meneer met de hond weer binnen was. De laatste minuten begon de regen opnieuw, waardoor ik alsnog nat thuiskwam. Maar wel weer 9 kilometer op de teller bij een gemiddelde hartslag van 147! En na zo’n partijtje nat-worden en je lichtjes uitsloven voelt de dag toch al gauw wat beter aan. Zeker na een warme douche en wat eten!
Hertensafari in het Oostvaardersbos.
Emotioneel zitten we in een ware rollercoaster: een andere school, ziekenhuisbezoeken, sporten afronden: het zijn allemaal grote beslissingen en belangrijke zaken. Daarbij is een klein rondje hollen van drie kwartier slechts tijdopvulling. Ik haalde mijn loopmaatje op, hopelijk kon die me wat opvrolijken. Zone 2 stond ingesteld voor 3 kwartier, oké, eerlijk: 50 minuten 🙂 We gaan zo laat mogelijk om van de lange avonden te genieten. Het is bewolkt en bij lange na niet zomers.
Onverhard, zoveel mogelijk onverhard. Dus door het park, langs de kikkerplas en ik had niks te zeggen. Meestal kwebbel ik me suf, maar vanavond was ik stil, hoewel mijn hoofd vol zat. We namen paden die ik anders nooit neem. Meestal ga ik gewoon over het asfalt, maar nu namen we een de-tour. We gingen ook over de uitzichtsheuvel en naar het bankje en weer terug. In de verte zagen we herten staan en toen we over het fietspad liepen zagen we een hert het water oversteken onze kant op. Jaja, we namen het asfalt. Het was maar een klein stukje. Hoewel mijn hoofd dus helemaal niet bezig was met hardlopen, waren mijn benen dat absoluut wel. De tijden lagen laag in de zes minuten terwijl de hartslag in zone 2 verbleef.
We draaiden het bos in en liepen door tot de aansluiting met het hertenpad. Onverhard lopen levert wel degelijk snelheid in, maar ineens stonden we stil. We stonden oog in oog met een stel herten. Het was buitengewoon rustgevend.
Jammer dat mijn horloge zo gaat piepen! We volgden de groep een stukje rustig en stil wandelend. Verderop stond nog een hert naast het pad. Het was erg vredig en zoiets brengt mijn op hol geslagen gedachten helemaal tot rust.
We liepen verder en toen stond er een prachtige paardenfamilie naast ons. Op de achtergrond vloog een roofvogel op zoek naar eten langs. We zijn op luttele kilometers van huis, maar het voelt als een wonderbaarlijke plek. Het moeilijkste gedeelte van zulke mooie ontmoetingen is om weer verder te gaan in looppas. Zulke mooie momenten maken het hardlopen gemakkelijk. Terwijl mijn hoofd op topsnelheid ging en mijn benen niet bepaald langzaam aan gingen doen door het zand en de oneffen paden, had ik geen moment het idee dat het zwaar voelde.
Mijn gedachten en de stilte voelde zwaar, maar ik wist gewoon niks leuks, niets eenvoudigs te vertellen. We namen nog een extra rondje en daar stonden weer herten die ons pas laat opmerkten en dichtbij stonden, maar we namen de moeite niet meer ze te fotograferen!
Zo waren we rond, rond het Oostvaardersbos. Een kilometertje of vijf. We liepen de 50 minuten nog vol en toen zat ik bijna op 8 kilometer. Ik liep toch nog even verder tot 8 kilometer in 53 minuten precies bij elkaar gehold waren op deze avond om tien uur. En het is nog lang niet donker!
50 redenen om niet te gaan hardlopen
1 Drie kwartier hersteltraining is amper de moeite om te gaan- 2 Ik heb geen zin
- 3 Ik ben nog moe
- 4 Zwemmen is toch ook prima en dat heb ik gister gedaan
- 5 Fietsen is ook goed en dat doe ik elke dag eventjes
- 6 Het is veel te warm
- 7 Ik weet niet wat ik aan moet met dit weer
- 8 Het waait kei-hard
- 10 De sokken willen niet aan.
- 11 Geen idee hoe een herstel-training eruit moet zien
- 12 De wedstrijd ging toch hartstikke goed zondag? Ik hoeft nu toch nooit meer?
- 13 Het is gewoon te benauwd buiten
- 14 Ik weet geen route
- 15 Nog steeds geen zin
- 16 Ik ben te dik om hard te lopen
17 Overal zweven pluisjes- 18 Je gaat vreselijk zweten van hardlopen
- 19 Deze muziek is nogal saai
- 20 Ik ga heel langzaam getuige de eerste kilometer
- 21 Ik háát hitte
- 22 Voor wie doe ik dit eigenlijk?!
- 23 Ik kan gewoon wandelen
- 24 Als ik nu gewoon een half uur ga, bij wijze van verandering
- 25 Alles is zo verhard
- 26 Deze route is S A A I
- 27 Ik hoeft niet hard
- 28 Mijn bovenbenen doen pijn
- 29 Mijn kuiten doen ook pijn
- 30
De bloedblaar laat los en de vellen hangen erbij - 31 Ik ben pas op de helft
- 32 Ik heb nog steeds geen zin
- 33 Ik heb de tienduizend stappen gehaald vandaag
- 34 Er valt een zweetdruppel in mijn oog
- 35 Het is echt geen geschikt weer voor mij om te lopen
- 36 Alle paden zijn hier van beton!
- 37 Mijn hartslag is raar laag
- 38 Ik heb gewoon geen zin!
- 39 Waarom zou je überhaupt gaan hardlopen?
- 40 Ik ken al het groen hier te goed
- 41 Het waait te hard in de polder
- 42 Ik heb genoeg stress zonder naar een hardlooptijd te moeten kijken
- 43 Vijf Kilometer in 32 minuten heeft niks met hersteltraining te maken
- 44 Ook het maken van een foto haalt het tempo en het ritme niet naar beneden
45 Voor deze hoeveelheid zweet heb ik niet genoeg gedronken- 46 Ik ben al zo lang onderweg en ik heb nog steeds geen zin
- 47 De wijken rond heb ik nu ook wel gehad
- 48 Mijn tijd blijft vlak rond 6:15 min/km hangen
- 49 Hoe erg is het als ik VOOR 1 KEER de 45 minuten niet haal?
- 50 Hardlopen kan gewoon niet goed voor je zijn als je er zo van zweet in dit nare weer
Ode aan de trainer.
Beste Merijn,
Bedankt.
Ik heb veel op je gemopperd hier, vaak dingen opzettelijk niet willen begrijpen en me vaak afgereageerd als ik vond dat ik eens te weinig moest doen of te hard moest opletten op mijn hartslagen. Je idee om onverhard te gaan lopen, heb ik in eerste instantie niet bepaald juichend ontvangen. Als er drie trainingen in een week stonden, begon ik al bedenkelijk te kijken. Het duurde weken voor ik niet langer moedeloos werd als er ergens ‘Z1’ vermeld werd.
Maar je hebt gelijk gehad.
In jouw opdracht ben ik op zoek gegaan naar onverharde routes en het avontuur. In jouw opdracht ben ik passen gaan tellen. In jouw opdracht heb ik mijn hartslagzones uit mijn hoofd geleerd en in mijn horloge gestopt in alle mogelijke varianten. Ik volg je opdrachten allemaal even netjes op en het is eigenlijk nooit echt te moeilijk of onhaalbaar.
Jij weet beter wat goed voor me is dan ik zelf weet.
Inmiddels kijk ik uit naar onverhard lopen en moet bekennen dat ik de traillopen inmiddels het allerleukste deel van de trainingen vind. De hartslagzones zijn niet langer synoniem voor sloom, saai en langzaam, maar ze zijn getransformeerd tot de basis van het hardlopen.
En wedstrijden zijn van stressvolle en blessuregevoelige doelen overgegaan naar uitdagingen met elk hun eigen charme en leermomenten. Toen ik vandaag de lijst maakte van dingen die ik van de wedstrijden heb geleerd, vond ik het zelf eigenlijk al opmerkelijk!
Door jouw toedoen heb ik het plezier in het hardlopen weer helemaal teruggevonden.
Vorig jaar stond ik geblesseerd en gefrustreerd aan de kant. Ik was het plezier kwijt, was bang voor wedstrijden en er was zelfs een tijd dat ik liever niet meer ging hardlopen! Dat er ooit een tijd van 1 uur en vijftig minuten voor een halve marathon zou komen, daar ging ik na 2014 niet meer vanuit. En er was misschien nog een flard van een droom van ooit nog eens een marathon, maar hoe kon ik al die blessures die daar bijhoren overleven?
Het is je gelukt Merijn. Misschien ben ik wel degene die braaf al die trainingen gedaan heeft, heb ik netjes naar je raad en adviezen geluisterd, maar uiteindelijk heb jij het gedaan. Je hield gewoon vol met je onverharde duurlopen op het schema. Je keek naar mijn ellenlange wedstrijdverslagen en haalde er precíés uit waar de pijnpunten lagen en waar je nog net iets meer kon betekenen. Wanneer dat nodig was, heb je me op de bank gezet. Maar je begreep als geen ander hoe nodig het op sommige momenten is om je hardlopend ook helemaal af te reageren. Je hoefde niet te vragen of ik nog ergens last van had, omdat je wist dat ik zonder kleerscheuren en blessures door je schema heen zou komen. Nooit heb je tegen mij gezegd dat ik overdreef, misschien keek je wel eens hoofdschuddend als er weer meer uren opstonden als die je opgegeven had, maar je hebt me nooit teruggefloten (al verdenk ik je ervan dat je tegenwoordig expres iets minder erop zet, omdat je weet dat ik toch 10 minuten extra ga). Ervaring? Kennis? Het kan me eigenlijk niet schelen hoe je het doet, voor mij is het magie. Een goedwerkende tovermiddel.
Gisterochtend stuurde je me een berichtje om me succes te wensen. Trots kon ik je in alle eerlijkheid vertellen dat er geen sprake meer was van wedstrijdangst en dat ik gewoon ging doen wat ik kon. Volkomen terecht was je antwoord daarop dat dat de grootste winst is en dat de rest vanzelf komt. Dat moest ik nog afwachten en ergens tussen kilometer 13 en 14 schoot het me wel te binnen, maar mijn hoge tempo voelde toen niet als vanzelf. In de laatste kilometers dacht ik er niet meer aan, maar ik had genoeg zelfvertrouwen om te weten dat ik zo ver kon gaan als mijn benen en mijn hoofd gingen. En ineens ging de rest vanzelf. En rolde daar een droomtijd uit.
Ik was trots, maar jij mag minstens zo tevreden zijn! Vlak na de finish berichtte ik je al. En het is een groot compliment dat je het er ontspannen uit vond zien, maar zo voelde ik me niet direct! Een mooi meetmomentje, maar voor mij ook een mijlpaal als gehaald tussendoel. Met vlag en wimpel.
Een groot deel van de geslaagde Almere City Run is jouw verdienste. Doe het niet af als ‘mijn werk’ of ‘daar huur je me voor in’, want voor mij is het belangrijker dan dat. Je hebt me niet alleen het plezier teruggegeven in het hardlopen, maar bewijst er ook nog mee dat ik harder kan als ik zelf voor mogelijk had gehouden. Het enige wat je mag zeggen is zie je nou wel, ik zei het toch? Ach, fluister het maar liever. Omdat ik zoveel vertrouwen gekregen heb in je schema zat ik gisteravond doodmoe op de fiets. En weer heb je gelijk: de spierpijn had veel erger kunnen zijn. Er is in de verste verte geen sprake van blessures.
Over vier maanden heb ik de marathon van Eindhoven gelopen. Dat gaat me lukken, met jouw hulp. Bedankt Merijn. Je hebt gelijk gekregen. Je weet beter wat ik moet doen dan ikzelf. Door jouw werk heb ik het plezier in het hardlopen teruggevonden. Op het startnummer staat mijn naam, maar op het medaille van de Almere City Run hoort jouw naam te staan.
Almere City Run 2015
Twee jaar geleden
Ik rende mijn eerste wedstrijd OOIT. Meteen een halve marathon. De Almere City Run. Ik zie mezelf vooraf nog staan te springen van de spanning. Ik had al ooit 2 uur en 20 minuten over 21,1 kilometer gedaan, dus alle tijd onder de twee uur en een kwartier was winst. De eerste 5 kilometer liep ik “rustig” met mijn vriendin mee en toen ging ik los. Ik genoot van die race, ik vond het heerlijk en toen ik op 1 uur 59 minuten en 57 seconden onder de finish doorliep, was ik niets minder dan euforisch! Ik voelde de overwinning in heel mijn lijf. Ik omarmde het hardlopen en wedstrijden ook! Toen had ik energie over na de race, puur door de adrenaline en de trots. (de eindtijd was officieel 2 uur en 17 seconden ofzo, voor mij was het net onder de twee uur)
Vorig jaar
De Almere City Run ging aan mij voorbij. Mijn peesplaat was een heuse zware blessure. Ik had zo hard getraind om de halve marathon in 1 uur en 50 minuten te lopen, dat ik mezelf figuurlijk voorbij gelopen was. Samen met een vriendin liep ik net geen 50 minuten over de 7 kilometer op haar tempo. Ik genoot ook, maar leuk was het niet. Ik vond wedstrijden niet langer leuk. Ze waren stressvol en een onhaalbaar einddoel.
Gisteren
app van de trainer:
Precies daarom heb ik de trainer. Ik heb er 1 dag van tevoren te weinig vertrouwen in om stil te blijven zitten, dat zou ik zelf niet durven. Maar ik heb het gedaan, ik heb braaf geluisterd! Ik heb op basis van mijn tien kilometer van vorige week berekend dat ik tussen de 1 uur 52 en 1 uur 55 de halve marathon ga lopen (2 x 53 minuten + 6 minuten en 3 minuten verval-speling). Ik vind het prima. Ik ben er helemaal gerust op. Nog nooit eerder ga ik zo relaxed een wedstrijd in. Een dag van tevoren en ik sta geen doodsangsten uit! Eventjes als mijn loopmaatje out of the blue vertelt dat de route is veranderd, maar bij nader inzien valt me dat mee.
Een uur van tevoren
De trainer app dat het “maar hardlopen is” en herhaalt dat het niet meer is dan de ene been voor de andere zetten. “Have Fun” schrijft hij erbij. Dat is mijn uitgangspunt! Ik wil na de wedstrijd net zo blij zijn als twee jaar geleden, dat is de inzet en daar hangt geen tijd aan. Korte broek aan en het allerfijnste felgroene Berenloop t-shirt erbij. Ik ben zo gespannen als een elastiekje. En ik ben een Blije Kip. Ik heb heel veel zin in de wedstrijd. Zin in! Zin IN! ZIN IN! Ik huppel. Ik spreek iedereen aan op de verzamelplek in de school en ga drie keer naar de WC. Het is zwaar bewolkt en dat maakt mijn bui nog beter. Het miezert zelfs als we van het station naar de school lopen. Dat de eeuwige wind ontbreekt verhoogt de feestvreugde. Ik heb alle tijd. In mijn hoofd spookt geen tijd rond die ik ‘moet’ halen, ik ga gewoon doen wat ik kan! Wat een bevrijding! Ik heb de wedstrijd al gewonnen met dit gevoel voor ik gestart ben 🙂
5 minuten voor het startsein
Rillend in het startvak… Tranen in mijn ogen van pure spanning. Nou ja zeg! Op het allerlaatste moment nog. Het doet niet af aan de zin of de beleving, maar het elastiekje staat met een hartslag van boven de honderd op hoogspanning!

Vertel ik die meneer nu iets? De mevrouw achter de meneer was bang dat haar tijd niet geregistreerd werd.
Kilometer 1 gaat hard. Te hard. Ik geniet van de supporters langs de kant, geef de trainer van vorig jaar een high-five en we gaan onder de tunnel door. Het is zo leuk in Almere om door de winkelstraat te rennen. Te hard, ook al gaat het omlaag. Ik voel het wel, maar ik kan/wil er niets aan doen nu. Hartslag staat voor op het horloge en die loopt op naar 166, dat is wat hoog. Kilometer 2 gaat nog harder. Door het stadhuis. Ik geniet er gewoon lekker van. “Dan komt de rest vanzelf” heeft de trainer ge-appt, maar dat moet ik nog meemaken. Nu heb ik het idee dat de wedstrijd straks pas begint na 3 kilometer, dit is inlopen voor de lol. Wel te hard voor inlopen…. Ik kijk niet naar de tijden op mijn horloge. Ik kijk en lach naar de oma op haar balkon die ons allemaal voorbij ziet draven.
Kilometer 3. Ik word ingehaald en dat drijft mijn tempo op. Niet nog harder! Dit ga ik niet redden! Ik kan moeilijk mijn eigen tempo vinden zo. Een mevrouw met een geel vestje haalt me soepel in. Als ik al te hard ga, dan is zij een topper! Die kom ik straks wel tegen… De tijden beginnen met een vier, dit kan echt niet. Onder het spoor door over een onverhard pad en dan kan de wedstrijd beginnen voor mijn gevoel. Ik ga op zoek naar mijn eigen ritme als we langs de kerkdienst rennen waar de klanken van een gospel door de open deur naar ons toe lekken.
Kilometer 4. Ik vind het ritme. Het ligt nog altijd hoog, maar de ademhaling wordt gelijkmatiger. Lekker langs de bosrand: kijk, daar deed ik intervallen, zou het echt zo geholpen hebben? Wat een drukte met al die gekleurde shirtjes. Ik word nu veelvuldig ingehaald. Inmiddels begrijp ik de werking; deze mensen (voornamelijk de heren) zijn achter mij gestart en halen me nu in. Ik kijk op mijn horloge en zie nog steeds een tijd onder de 5:10, maar nu bij een hartslag van 163. Verbazing alom, maar ik reken me niet rijk, ik ben nog niet op een kwart.Kilometer 5. Drankpost! Overslaan. Mijn lievelingstrainer van de loopclub moedigt mij aan en dat helpt altijd zo goed. Nu ben ik de medelopers kwijt die wel al vocht nodig hebben. Ik heb vanmorgen zeker 2 liter opgeslagen in mijn lijf en dat loopt er nu met bakken uit over mijn hoofd. Ik zweet me kapot! Met mijn groene t-shirt en vuurrode hoofd ben ik een stoplicht. Lachen helpt.
Kilometer 6 en 7. Ik zie de zwemjuf van Vincent die gisteren heeft bepaald dat Vincent kan afzwemmen, ik kan dít! Er is veel support hier langs de vaart. Dat is altijd fijn en ik vind het leuk om naar die mensen te kijken. En ook naar de kinderen in de speeltuin, de dreumes voor op zijn moeders fiets die de rennende papa maar niet ziet, de oude oma die lachend kijkt. Ik hoor de meneer die zegt dat “deze mensen een hoog tempo hebben”. Heus?! Ja, getuige de kilometertijd van 4:59. Wanneer ga ik echt langzamer? Kilometer 7 is met zijn 5:19 dan wel langzamer, maar het is nog steeds snel, zelfs voor mijn doen. Ik loop achter een man met een rugzakje die bij een team hoort.
Kilometer 8 en 9. Hier begint het. De route is anders. Ik ga maar eens wat meer om me heen kijken. Reuze interessant op het industrieterrein, maar niet heus. De mevrouw met het gele hesje geeft het op, ik haal haar langzaam in. Tot zij afsnijdt. Ik haal de man met het rugzakje in. Tot hij afsnijdt. De derde bocht doe ik dan ook maar mee zeg! We mogen onder een akelige tunnel onder de A6 door. Ik wil hier altijd lopen als ik langs de garage ga, maar die droom laat ik door dit nare, lage tunneltje voortaan achterwege. We gaan de stad uit.Kilometer 10. Ik ga verloren aan het lopen. Ik weet niet waar ik blijf. In het bos. Tussen de vogels. Ik hoor het geluid van duizend vogels. Ik haal de mevrouw met het gele hesje definitief in. Ik loop achter iemand en hou zijn tempo aan. Ik vind het fijn om in deze nieuwe omgeving te lopen. Er staat iemand vlak voor het 10 kilometer punt die zegt dat we bijna op de helft zijn. Ik neem dat aan en zie dat ik de 10 kilometer nog sneller heb gelopen dan ik vorige week deed in 51 nogwat minuten! Ik heb nog een uur om de andere 10 kilometer ook te lopen en dan haal ik het binnen mijn tijd! Ik neem twee slokken water en spons het zweet eraf.
Kilometer 11 en 12. Nu komen de mensen die een negatieve split lopen mij voorbij, zij gaan het tweede deel harder dan het eerste. Ik heb het weer eens verkeerd om gedaan en besluit cruise-mode aan te zetten met zo min mogelijk tempoverlies. Inderdaad ja, de tijden komen net boven de 5:2o uit (lees op sarcastische toon aub). We hebben nog uitzicht op de Almeerse kasteelruine, maar over de brug laten we die achter ons voor de komende kilometers. We lopen over een fietspad door het bos. Het is er heerlijk. Ik reken dat de kilometers snel gaan; dat ik er nog 9 en 8 moet. Dat gaat lukken zeg het komende uur. Is dit leuk, vraag ik me af. Ja, ik vind dit leuk; concludeer ik als ik de vogels hoor en de voetstappen en naar de bomen kijk. Dan is het nog goed, denk ik bij mezelf.Kilometer 13 en 14. We komen bij de rotonde, bekend terrein! Ha! We lopen om de volkstuinen heen over een brede straat. Het is saai hier en zwaar ook. Ik denk er maar even niet meer over na of ik het nog leuk vind, dat is beter. Ik kachel door. Ik word door drie mannen ingehaald die volgens henzelf heel vlak op een tempo van 5:10 lopen en daarbij nog een gesprek kunnen voeren, knap hoor. Ineens zie ik het rugzakje weer! Kilometer 14, nog 6 te gaan. En dan pas bemerk ik mijn rekenfout van de afgelopen vier kilometer: het zijn er nog 7. Waarom tel ik die laatste niet mee?! Nog 6 kilometer klinkt beter.
Kilometer 15. Drankpost. Ik stop heel even voor een slok energydrank, die kan ik gebruiken. Dit wordt de langzaamste kilometer met 5:37. Stom genoeg heb ik niet door dat dat logisch is als je drinktijd neemt. Ik vind kilometer 16 tot en met 18 moeilijk, dus dit is te snel, te vroeg, nu al tempoverlies! Waar haal ik het vandaan om door te gaan? De enerydrank helpt wel, ik voel me iets monterder.

Kilometer 16 en 17. Mijn trainer zit met zijn schattige ventje langs de kant. Ik waardeer het vooral van de kleine man, die daar zo lang met zijn rateltje mensen aanmoedigt, de kleine held. Er staan mensen namen te lezen en persoonlijk aan te moedigen, dat doet me goed. Maar de grijns die ik krijg doordat oma de wandelwagen moet omdraaien omdat de bus er aan komt en kleinzoon dat liever ziet, doet me nog meer goed! De twee stomme bruggen over en dan de brede asfaltweg met uitzicht op het kasteel en de haarspeldbocht door. Ik hou niet van dit stuk, niet van dit deel van de afstand en ik moet bekennen dat ik het nu niet meer leuk vind. Tja, dan zit er maar 1 ding op: doorrennen, dan zijn we er eerder vanaf!
Kilometer 18: Een man is uitgevallen. Hij zit naast de kant met een onnatuurlijke kleur en toeschouwers zoeken zijn telefoonnummer op het startnummer. Aj, dat kan dus ook! Ik haal het rugzakje in, die heeft even een langzamer muzieknummer op zijn koptelefoon denk ik! We gaan dadelijk de stad weer in. Dan ga ik pas rekenen. Nu lees ik wat de Blauwe As is op het bord; ik moet snel lezen. Dadelijk gaan we de A6 onderdoor en komt het Weerwater in beeld.
Kilometer 19: Ik word ingehaald door een surinaamse dame, waar ik direct heel veel respect voor heb. We gaan de brug over en ik ga het tempo nu wat opvoeren. We lopen nu langs het Weerwater en er is meer support; daar is de dreumes op de fiets weer, toeschouwers die foto’s maken en mensen op het balkon. Ik heb het zwaar. Nog 2000 meter staat er op het bord langs de kant. Ik zet het horloge over naar de totaaltijd. Ik ben 1 uur en 37 minuten onderweg. 2 Kilometer in 12 minuten, zwaar, maar het moet lukken. Zal ik intervallen gaan lopen langs deze lantaarnpalen? Dat ik daar nog aan denk! Maar nee, dat lukt niet meer. Ik ga ‘gewoon’ harder. De zwemjuf heeft zelf een medaille vast en herkent me nu.Kilometer 20: Mijn benen kunnen nog. Mijn hoofd heeft er meer moeite mee, dus die schakel ik uit. Ik ga op de automatische piloot lopen. Mijn hartslag kan omhoog, dat weet ik. Straks. Ik stuif de drinkpost voorbij, zonde van de tijd. Hier was ik vorig jaar zo blij dat ik er was, maar nu ga ik door-door-door.
Ik haal de surinaamse in. Geen idee wie nu waar loopt, ik loop voor mijn gevoel alleen. Alleen ik die dit zou moeten volbrengen. Als het even kan in 1 uur en 51 minuten. Ik kijk niet meer naar de tijden, ik ga nu door.
Kilometer 21: Het verbaasd me hoe hard ik nog kan. Nu moet en zal ik die 1 uur 50 halen. Ambitie staat in helderrode letters voor mijn ogen. Iets verderop zie ik alleen maar de finish. Nu geef ik niet op. Ik wil degene die vorige week 1:51 rende ‘verslaan’, ik ga zo hard ik nog kan. Als ik mijn hoofd maar uitschakel, al loop ik het zwart voor mijn ogen, nú komt het erop aan! Die eerste 20 kilometer waren niks! Ik zie de oude trainer nog die roept: kom op Anke, nog 1 bruggetje en twee bochten. 1 Bruggetje over. Bij het ziekenhuis staat een limo waar jeugd foto’s maakt in hun galajurk. Nog een bocht. Ik kan amper nog opkijken, ik haal alles eruit. Dadelijk mag ik stoppen, drinken, douchen. De laatste bocht, ik zie de finish.
Verder zie ik niks. Niemand. “Kom op Anke, dit kun je”, zeg ik dat nou hardop?! Ik zie de finishboog en dan de klok. Er staat 1 uur 50 op. Ik zet aan. DIT KUN JE. Ik krijg een steek in mijn zij. KOM OP. Ik kan harder en mijn hartslag stijgt nog en dan gooi ik mijn armen in de lucht en met 1 uur 50 minuten en nog iets ga ik over de finish.
Ik schreeuw van pure blijdschap. Ik ben helemaal stuk. Eventjes. En blij. Ongelooflijk blij. Ik kom een vrijwilliger tegen die mij blij ziet zijn en met me mee juicht. Ik wil nu liggen, zitten, maar de adrenaline maakt dat ik nog even doorstap, hoewel mijn benen echt protesteren. Ik huil volgens mij heel hard. Supertrots ben ik op mijn medaille. Ik neem water aan en loop zwalkend verder tot de trap. Daar ga ik zitten. Rob komt er net aangelopen. Ik ben ongelooflijk blij. En dan dringt het door: er staat 1 uur 50 minuten en 22 seconden op de klok als ik over de finish kom. Dat kan plus of min 20 seconden zijn, maar de één uur vijftig STAAT.
Mijn loopmaatje is gevallen en heeft verband om zijn hoofd. Ik kan weer opstaan en de hartslag is helemaal gedaald. Ik ben bezweet, maar het is geen moeite om mijn spullen weer op te halen. Ik ben er helemaal vol van, al lukt het me niet meer om te huppelen.
8 uur na de finish
Ik fiets. Daarover morgen meer. Ik fiets dus nu in de hoop dat de spierpijn morgen minder is. Minder dan nu in elk geval. Mijn benen doen zeer. Mijn kuiten, de buitenkanten van mijn knieën doen serieus pijn en zelfs mijn peesplaat speelde vanmiddag even op.
Ik heb hoofdpijn en krijg het vochtverlies vandaag niet meer bijgedronken. Intussen ben ik ook trots. Ik vermeld mijn prestatie op de sociale media en het kost tijd om alle reacties bij te houden en door te laten dringen! Ik ben misselijk in de auto als we ‘even’ naar Friesland rijden. Dat lijkt honger te zijn, want als ik de welverdiende McDonalds hamburger achter de kiezen heb wordt het minder. Mijn gezicht blijft rood doordat het zout er op bleef liggen. En ik ben moe. Gewoon erg moe, zowel lichamelijk als geestelijk. Tevreden moe. Blij moe. Laat ik maar niet proberen of je ook slapend kunt fietsen.
Intervallen speurtocht
Gisteren hadden we een speurtocht kinderfeest. Eerst wandelend de route van 6 kilometer uitzetten en ‘s middags de route met 8 uitgelaten kinderen nogmaals lopen. Het tempo ligt laaaaaaaaag, we doen er ruim twee uur over; hoe kan het dan zo vermoeiend zijn?!
Vandaag nog een dag van hot naar her, maar ‘s avonds staat er nog 1 training op het programma voor de Almere City Run. Een armzalig half uurtje. Korte broek aan, t-shirtje en voor deze ene keer maar eens de gewone sokken in plaats van altijd maar die lange compressiekousen.
Ik begon keurig volgens plan: 10 minuten inlopen op lage hartslag. Langzaam aan… Ik nam dezelfde route als de speurtocht, dan hoeft ik niet om me heen te kijken! Vandaag heb ik geen andere uitdaging nodig als de hartslagen volgen.
Na het inlopen liep ik door in zone 1 voor vijf minuten. Zo sloohoom! Brug op besloot ik elke zone-1 een foto te maken, mijn schaduw liep zo mooi met me mee onder aan het viaduct!
Brug af, lekker in zone 2. Door naar het volgende punt van de speurtocht, hihi. Zone 2 bevalt me uitstekend, maar hier genoot ik 2 minuten van. Aanzetten voor zone 3. En dan duikt het tempo lekker onder de 6 minuten per kilometer! Het ging heel lekker. Ik zal niet zeggen dat het niet wat benauwd was, maar het ging prima. Ik ging het onverharde pad op. Van de zilverpapiertjes van de speurtocht was geen spoor meer te bekennen.
Zone 4. Flink aanzetten voor 1 minuut. Dat is dik 200 meter op bijna 13 kilometer per uur lopen. Deze opbouw van 5 minuten zone 1, 2 minuten zone 2 en zone 3 en 1 minuut zone 4, ga ik 3 keer herhalen.
Ik maak meteen een foto van de schaduw die me achtervolgt en zo daalt de hartslag razendsnel weer. De zon staat laag. En nu weet ik waarom ik hier nu niet had moeten zijn, vliegjes-vliegjes-vliegjes; waarom vergeet ik dat toch steeds?!
Ik ben al snel bij het Oostvaarderscentrum en begrijp dat ik nu eens een keer eerder door de afstand dan door de oefening heen zal zijn. Lekker zone 2 door met een gemiddelde van 5:50 en dan door naar zone 3. Inmiddels het ik het flink warm. Ik haal een snelheid net onder de vijf minuten en hou dat 2 minuten vol. Voor zone 4 kom ik net verkeerd uit en moet ik het trapje op. De hartslag blijft zo wel lekker hoog, maar de gemiddelde snelheid daalt dan.
Foto 3 wordt een lange schaduw op het fietspad de wijk in. Heel langzaam aan zone 1. Soms duren vijf minuten lang. In het park gaat zone 2 in. Zone 3 volgt snel en na 38 minuten heb ik dan wel de afstand van de speurtocht voltooid, maar de training is nog niet ten einde! Ik sprint flink door in zone 4 en haal een snelheid van meer dan 13 kilometer per uur. Ik ren tot de snackbar. Nu is het me goed, ik hobbel überlangzaam terug naar huis.
Ik heb spijt van de sokken omdat ik nu weer meer last heb van mijn enkels en peesplaat. Niet ernstig en er volgen nu twee lange dagen niks-doen die het probleem in het niets oplossen, maar ik loop voortaan met de minder fraaie hoog opgetrokken sokken!
Nog maar eens een keertje door het Kotterbos
Kwart voor negen. Loopmaatje ophalen met vakantieverhalen voor de broodnodige vrolijke noot. Hoofd vol met zaken als kinderfeestjes, school, kind en werk. En een totaal gebrek aan zin. Lusteloos. Wéér het Kotterbos. Wéér onverhard over de bekende paden hobbelen. Nou ja hobbelen: het mocht in zone 2. En het is ‘maar’ een uurtje. Ik moest nog langs het Oostvaarderscentrum voor het kinderfeestje. Dat was doel 1. De zon ging al onder.

Toen langs de Oostvaardersplassen naar het Kotterbos. Mijn loopmaatje vertelde over zijn heerlijke vakantie in Griekenland. De zon ging mooi onder en het tempo lag lekker, ietwat hoog, maar heerlijk. In het Kotterbos namen we het smalle pad langs het spoor wat voor de ATBers is. Dat onverharde drukt het tempo wel iets, maar ik buffelde gewoon maar verder met mijn volle hoofd.
Geen last meer van de blaren, geen last van enkels, knieën of peesplaten: waarom heb ik dan geen zin meer in hardlopen? Ik weet stiekem wel wat het is: ik moet weer een wedstrijd lopen zondag en dat blokkeert mij toch wel. Ik heb een hele reële tijd voor mezelf bedacht, maar ik vind het niet te belangrijk. Ik hoop dat het regent en koud is zondag.
Ik wandel de hoge berg op. De enige manier om de hartslag in zone 2 te houden. Heel raar, dat je trots kunt zijn op het feit dat je wandelend de berg op gegaan bent! En dan door het natuurpark. Toch een uitdaginkje met de heuvels en de hartslagzone. Ik neem me elke keer voor beter te eten, maar het blijft de laatste tijd bij een voornemen wat morgen ingaat. Nu de zon steeds verder zakt, komen de vliegjes langs het water opzetten.
We nemen mijn lievelingspad door het bos terug. Ik hoeft eigenlijk niet te kijken, want ik ken hier alles zo goed. Nu zijn de brandnetels weer hoog.
De zon piept fel en prachtig tussen de bomen door. Het gaat allemaal goed, maar ik kijk niet naar kilometertijden eigenlijk. Ik voel ook niet echt hoe ik loop, ik dóé het gewoon maar. Ineens voel ik alle gevoel uit mijn vingers wegtrekken en word ik helemaal misselijk. Ik STOP en concentreer me op mijn ademhaling. Als ik nu doorren, val ik flauw. Ik heb even enorm buikpijn en dan ga ik verder. In 20 seconden is mijn hartslag van 141 naar 114 gedaald, maar gebeurde dat toen ik stopte of vlak daarvoor? Het trekt ook weer weg en dan ben ik nog wat dizzy.
Ik heb het ook wel gehad. Er zit nog geen uur op, maar ik vind het prima om nu te gaan ‘smokkelen’ en de verharde weg te volgen de brug over. Tot mijn verbazing zegt mijn loopmaatje dat we de tien kilometer in 63 minuten wel halen. Ik had niet het gevoel dat we op zo’n tempo liepen! Het voelde ongemotiveerd langzaam aan. Acht, negen kilometer verwachtte ik, maar geen 10.
Toen het uur voorbij was, ging ik langzamer aan het uitlopen waardoor ik over 10 kilometer 65 minuten deed.
Ik wilde dat ik kon zeggen dat het hardlopen me goed had gedaan, dat de stress weg was, dat ik me beter voelde. Maar mijn hoofd zit te vol andere zorgen en zorgjes dat dat niet gelukt is. De piekerpuntjes blijven echter wel in mijn hoofd zitten en hebben geen effect op het loopgestel. Ik ben blij dat ik nog altijd vrij ben van blessures en we rommelen met alle grote en kleine zaken deze week door.
Zeebodemloop
Vorige week had ik een goede smoes, ik was te verkouden voor een wedstrijd. In de hoop dat de trainer ‘nee’ zou zeggen, vroeg ik hem of ik het in moest halen en helaas zei hij dat dat best kon om uit te sluiten dat ik ziek kan worden van wedstrijdstress. Niet dat ik daar zo verkouden van kan worden, maar ik merkte bij mezelf ook al wat wedstrijd-vermijdend gedrag. Op deze zaterdag werd in Lelystad de Zeebodemloop georganiseerd en ik was op de tien kilometer van de partij. Deze keer niet met de opdracht: loop gewoon zo hard je kunt, maar ik moest de eerste 5 kilometer in halve-marathon tempo lopen en de laatste vijf in tien-kilometertempo. Een lesje wedstrijd-indelen dus 😉
En wat een belangrijke les! Ik ga meestal maar gewoon zo-hard-als-kan. Nu had ik er hartslagen bij opgezocht (zie donderdag) en het is een ware bevrijding als dat ineens de leidraad is in plaats van een te halen eindtijd! Dan tellen de warme weersomstandigheden wel mee en hoesten ook; dat soort zaken haalt de hartslag omhoog en het tempo omlaag en dan is dat eenmaal zo. Ik had niet zoveel last van wedstrijdstress, ook omdat ik naar Lelystad niet helemaal alleen hoeft te gaan omdat M. (van de natuurmarathon) ook naar de Zeebodemloop komt. Zelfs de file maakt mij niet ongerust, ik haal het vast wel, en anders niet. Ik ben de laatste tijd wat vlak op emotioneel gebied. Ik zag M al op de parkeerplaats, anders had ik misschien alsnog omgekeerd bij het zien van de drukte bij de Koploper. Bij het invullen van het formulier (ik heb me nog nooit op het laatste moment ingeschreven!) zag ik bekenden uit Almere. Fijn. Tas weg, net op tijd telefoon eruit, naar de WC.
Ik ging inlopen, nog ‘s naar de toilet en was pas 5 minuten voor tijd met M in het startvak. Redelijk relaxed. Klaar voor wat komen moest. De eerste kilometer verongelukte ik bijna toen ik wilde inhalen en op mijn route een lantaarnpaal stond! Ik kon ‘m maar nét ontwijken. Mijn tempo lag hoog, mijn hartslag netjes op 160. In de tweede kilometer kwamen we in het bos op het onverharde pad. Ik vond het een verademing! Ik liep gewoon mijn eigen tempo. De tweede kilometer lag qua tempo lager, qua hartslag al iets hoger. Ik had niet het gevoel dat ik te hard ging en ik dacht alsmaar: dit zou ik 21 kilometer moeten kunnen volhouden. Nou is 5:20/5:30 per kilometer wel hoog gegrepen voor me misschien! De derde kilometer ging wel wat langzamer, maar dat kan ook komen door de smalle paadjes onverhard waarop inhalen wat moeilijker is. Ik vond het beton weer jammer. Langs het water. Ik wist echt niet waar ik bleef en dat hindert mij dan.
Er was een meneer op blote voeten, een dikke mevrouw en veel groepen die bij elkaar hoorden met dezelfde shirtjes en mijn vraagtekens: heb ik die al ingehaald? Kilometer 4. Straks mag ik harder, voluit. Ga ik dat doen of hou ik dit gewoon lekker aan? Zulke vragen houden mij al rennend bezig. We liepen langs een groot barbecue-feest in de openlucht. Nog meer bos en smalle paden.
Mijn horloge week steeds meer af van de kilometerborden. En dan ineens de waterpost. Op een industrieterrein in de volle, nare zon. Ik drink 2 slokken en knijp een spons leeg. Vanaf nu mag er een tandje bij. En dan wordt het interessanter. Ik kan harder op de onverharde ondergrond dan de rest en hou mijn hartslag op 170. Een meneer vraagt mij hoe laat het is en het is 13:41. Ik ben een half uur bezig, maar hoe ver ik ben weet ik niet meer. 6, 7 kilometer? Ik reken dus helemaal niet meer in tijd! Die ontdekking brengt me nog meer in verwarring. Weg oversteken en verder over een fietspad. Ik bedenk dat dit een prima moment is om te overdenken wat ik gisteren in de therapie heb ‘ontdekt’, maar het komt er niet echt van. Ik bevrijd me alleen door die gedachte al wel van een hoop zorgen die ik van me afschud: nu moet er nog even gerend worden hier in Lelystad! Dat maakt het kringetje rond (het ging ook ‘mis’ in Lelystad) en dat geeft rust. We moeten een lange slinger maken om een brug over te gaan en dat gedraai brengt me opnieuw in verwarring. Ik heb even geen zin meer. Ik haal het toch wel in een uur, ik rem gewoon af nu: dat denk ik, maar ik doe het niet echt. Deze kilometer is het moeilijkst. Ik denk: stoppen, maar ik zeg tegen mezelf: dit kun je, kom op, nog even, haal die mevrouw van SKL nog in. Ik vertraag erg brug-op.
Ik besluit de laatste kilometer voluit te gaan: wat heb ik te verliezen? Net voor de 9 kilometer haal ik de SKL-mevrouw voor me in en de meneer met de go-procamera (ik laat ergens een vette boer op uw beeld sorry, haha) komt me bij en bedankt me dat ik zijn tempo heb bepaald. Ik ben totaal in de war van zijn opmerking en zeg niks terug. Het negen-kilometerbord. Ik ga harder. Niet meer kijken op het horloge, maar lopen. Laat die go-pro me maar volgen, dit is mijn wedstrijd! In de verte, op tweehonderd meter loopt nog een groepje met twee vrouwen erin en die ga ik bijhalen en inhalen. En de man met het piratenmutsje ook! Ik zie het bordje ‘nog 750 meter’ en hou me er aan vast. Ik hou het tempo vast. Ik herken het ook weer om me heen en ik voel dat ik hard ga, maar ik hou het vol. ‘Nog 500 meter’ en ik ben bij de dames. Ik haal de ene in, de andere heeft een haas die haar nog wat aanzet. De piratenmuts haal ik gemakkelijk in. Nog maar 250 meter, nog 1 bocht, ik zie de finishvlaggen en dan… is het op. Ik ben helemaal kapot.
Ik ga het halen, maar in de eindsprint wint de zojuist ingehaalde dame het van me. Niet binnen 50 minuten gehaald. Ik heb er 52:30 over gedaan. Even ben ik teleurgesteld, daarna voel ik me oververhit! Zal ik onder de douche door lopen?! Dat zullen de fitbit en de iphone me niet in dank afnemen, dus ik pak wat water in een bekertje mee. Liefst wil ik gaan liggen, maar ik zoek een plekje in de schaduw op de bank en doe de chip af, terwijl ik me op adem “hoest”. En dan ben ik weer bij. Moe, maar voldaan.
Ik heb prima gelopen zoals ik had moeten doen. Mijn horloge komt inderdaad 110 meter te kort. Ik vang M op en na een kwartier is mijn hartslag alweer onder de 100 en ben ik weer klaar en blij met mijn medaille.
Bij 18 graden is 52:34 een okidoki eindtijd voor mij die past bij een gemiddelde hartslag van 168. Ik heb aan het einde mijn hoogste hartslag ooit gehaald van 200: zoals het hoort in een eindsprint.
Lesje wedstrijd indelen gehaald met een dikke ruime voldoende! Belangrijkste lespuntje: het loopt relaxter op hartslag dan op streeftijd. Jakkes, dat klinkt alsof ik echt iets van de trainer heb geleerd. 😉
