Zo langzaam en sloom als tijdens de vierdaagse-in-drie-dagen met honderden kindertjes hoeft ik me gelukkig zelden te verplaatsen, maar vandaag staat een duurloop van anderhalf uur “heel rustig houden” op het schema. Ik vraag mijn vriendin mee: kunnen we weer bijkleppen. Hartslagbeperking op 135 en 1uur35 minuten ingesteld. Zoveel mogelijk onverhard, let’s go!
We gaan door het park en de hartslag en het tempo zijn heerlijk laag. Het enige wat hoog is, is de temperatuur. En het kwebbelgehalte. Vergeleken bij honderden kleppende kinderen is ons geluidsnivo laag. We komen over nieuwe paden door het kleine stukje bos voor het Oostvaarderscentrum.
Langs het mij zo bekende Jan van den Boschpad. Het is stil op ons na; geen ganzen, geen paarden en geen medewandelaars. Wij hebben het wonderwel over het geloof! Een prachtig, sereen onderwerp. De vakantie en de kinder-zaken zijn al gepasseerd.
Het Kotterbos in. Ons tempo blijft geweldig laag liggen. Ik vind het niet erg. We houden even het asfalt aan en gaan dan het onverharde, smalle pad weer op. Wij zijn geen seconde stil.
Ik kijk niet meer naar de tijden van de kilometers. We lopen langs het meertje. Het is allemaal mooi, maar te bekend voor mij. We komen op de heuvel, waar een andere hardloper keihard aan het trainen is op hoogteverschillen. Wij nemen eens een keer NIET te natuurbrug. Ik vertel vrolijk van ons uitstapje naar de Ardennen, wat mijn hartslag niet ten goede komt 🙂
Dit stuk onverhard bos is voor mij ook lekker minder bekend. Het is moeilijk op dit ongelijke terrein de hartslag laag te houden. Ik strik mijn schoen opnieuw, mijn vriendin haalt een steentje uit haar schoen, we stretchen onderweg een keer; deze pauze’s zijn helemaal oké vandaag. We gaan langs waar ooit de dagcamping en het groepslokaal stond en kunnen gelukkig door de poort heen vanuit deze kant. We nemen een ommetje en spreken over de crash van Max Verstappen. Op een prachtig smal pad tussen de Vaart en het bos worden we door een heleboel natte honden verfrissend “geknuffeld”.
We lopen door de felle zon en gaan over ‘mijn’ pad terug door het Kotterbos. We zijn op de helft en ik heb er gewoon weer eens een momentje genoeg van. Maar met zijn tweetjes kwebbelen we daar zo doorheen. Ik heb ook een beetje trek gekregen en misschien hadden we toch water mee moeten nemen. Met zijn tweetjes kletsen we ook over die twijfels heen. Het gaat allemaal erg langzaam. Ook al kijk ik niet naar de tijden en doen we precies wat we moeten doen. Toch piept het horloge me vaak terug. Met z’n tweetjes hoeft ik me daar niet druk over te maken. We gaan het Kotterbos weer uit en nemen precies dezelfde weg terug langs het Jan van de Boschpad.
Het is er niet drukker geworden. Het water is werkelijk smaragdblauw en ligt er glimmend bij alsof we hier niet in Holland lopen te joggen, maar in een buitenlands natuurgebied. De vlakke dijk in de verte en de fietsers die goedemorgen zeggen halen me snel uit de illusie.
We gaan terug richting school via het trapje. Net daarvoor zit 1 uur en 35 minuten erop. Bijna 13 kilometer. We gaan zonder het piepende horloge op hoger tempo verder. Nog een keer door het park. Vincent komt me tegemoet en is helemaal in tranen omdat hij zijn pet kwijt is. Met zijn drietjes komen we weer thuis. Gisteren met de wandelmeerdaagse hebben we 1 uur en 44 minuten gedaan over 6 kilometer, vandaag hebben wij in dezelfde tijd het dubbele aantal kilometers gehaald (en nog twee extra ook). En dat vind ik al niet snel! Aan de andere kant: ik ben ook niet moe. Het lage tempo aanhouden is ook best moeilijk, maar met zijn tweetjes is het geen probleem gebleken!
Langzaam is ook een kunst – samen beheers je die beter.
Beste Trainer,
Deze training heb ik heel wat afgereageerd op je. Niet dat ik iemand tegen kwam die van mijn scheldpartijtjes had kunnen meegenieten, of dat ik adem over had om het hardop boos tegen je uit te schreeuwen, maar het was goed dat je er niet naast liep, want ik was bij tijd en wijle behoorlijk pissig.
Waar haal je het idee vandaan om me na een zware verkoudheid, na één dagje rust waarop ik mijn tien kilometer hard heb gelopen het slome idee vandaan om dat een keer dunnetjes over te doen?! En ik heb zo’n idee dat je het niet helemaal zo bedoelt, maar als jíj nu net als ik al gaat twijfelen of de verkoudheid werd gevoed door wedstrijdstress… Voor mij voelt het inhalen van de wedstrijd aanstaande zaterdag alsnog bijna als straf, terwijl het mijn eigen voorstel was.
De verkoudheid is wel zo’n beetje voorbij. Ik moest een uurtje lopen volgens het schema; 3 keer twintig minuten. Die twintig minuten werden opgedeeld in 15 minuten halve-marathontempo en 5 minuten in 10kilometertempo. Beste trainer, ik was het huis nog niet uit of ik wist al niet meer wat ik daarmee aan moest! Wat ‘the-h*ll’ is mijn tienkilometertempo?! Hoe moet ik dat nou weten?! En een halve-marathontempo – alleen bij het idee al dat ik over twee weken de halve marathon moet lopen bezorgt me een acute loopstoornis, moet ik er nu al over nadenken in welk tempo ik dat zou moeten doen?! Scheldend en mopperend dat ik hiervoor toch een trainer heb, ben ik zelf gaan zoeken. Ik doe niet meer in tempo’s; ik reken in hartslagen, dat heb ik geléérd van je *mopper*. De hartslag van mijn halve marathontempo ligt rond de 160 en het tien kilometertempo rond de 170, lijkt me. Maar ik ga eerst inlopen.
Regen, wind, toch 12 graden: het is ook echt kl*teweer, maar mijn bui is ongeveer hetzelfde. Ik heb het heet. Natuurlijk. Ik haat heet, maar daar kan ik de trainer de schuld niet van geven. Het enige wat ik op mijn telefoon instel is een kwartier afteltijd, voor de rest hou ik zelf de hartslag wel in de smiezen. Dat zal de bedoeling toch zijn, dat ik het eens een beetje zelf ga aanvoelen. Ik ga lekker de brug over en dan zie ik twee mensen die bespreken of ze ook zullen gaan hardlopen terwijl ze een sigaret opsteken. Ik ga hard. Te hard. Mijn hartslag niet. En dan realiseer ik me dat ik dit tempo en deze hartslag dit uur zal moeten volhouden. Ik werd er bloedsjachereinig van, hoe kom je er op?!
Ik had wind mee. Daarom ging het snel. Na een kwartier precies keek ik hoe lang het nog was. En toen zette ik 5 minuten nog extra aan. Waarom ook niet?! Ik legde in die tijd een kilometer af, waarvan een stukje omhoog tegen de wind in. Om te voelen wat tegenwind doet, besloot ik precies dezelfde weg terug te gaan.
En het was zwaarder. Ik wilde wel hardop schelden tegen de trainer en ik had geen zin meer. Ik vroeg me af waarom ik dit toch aan het doen was en waarom ik niet ter plekke in staking ging. Niemand om me te controleren. Ik had het warm, wind vol tegen, hartslag rond de 166 en voor mijn gevoel een laag tempo. Al viel dat laatste wel mee. Tussen wind mee en wind tegen scheelt toch 40 seconden.
Ik had geen zin in foto’s. Nutteloos ook. Zo bekend en saai, dat Kotterbos. Ik ga de komende weken alleen maar drie keer trainen. Pas aan het einde van de maand mag ik weer vier keer. Pas aan het einde van de maand weer een lange offroad duurloop. Tussendoor zitten mij teveel wedstrijden dwars. Als ik er aan denk, krijg ik het al benauwd! Nu al! Wat nou als ik de Almere City Run lekker in 2 uur en een kwartier loop? Ik krijg het echt al spaans benauwd als ik bedenk dat ik zaterdag misschien wel een uur doe over de tien kilometer. Wie hou ik voor de gek? Ik kan nu alsnog in staking gaan en naar huis wandelen. Training afbreken schiet serieus door me heen.
Nog eens vijf minuten aanzetten. Kom ik net het bos uit tegen de wind in. Nou, ik haal de kilometer nét niet in 5 minuten deze keer. 980 meter. Ik ga het onverharde pad op. Wind tegen, offroad, geen zin meer en moe. Ik heb hardop gemopperd terwijl ik de ganzen ook nog moest ontwijken die mijn tempo net zo min kunnen inschatten als ik. De tijden blijven net in de 5 minuten liggen. Dít is het moment om in staking te gaan en ik ben echt van plan om gewoon direct in jogtempo naar huis te gaan als ik ontdek dat ik de tien kilometer weer aantik. Ik doe het vandaag nog sneller dan eergisteren: met inlopen erbij zit ik al onder de 56 minuten! Oké, dan maken we deze k*tzooi maar af ook. Nog even vijf minuten knallen de brug op de wijk in en dan kap ik er ook echt, zekersteweten, mee. De hartslag loopt op en de vijf minuten duren ellenlang. Een kilometer haal ik bij lange na niet meer. Ik ben kapot en op. Stomme opdracht. Stomme training. Stomme Anke die het toch weer netjes volgt.
Ik zet het direct op een wandelen met mijn rode tomatenhoofd. De hartslagdaling is spectaculair te noemen: binnen twee minuten van 170 terug naar 135 zonder stil te staan (na een minuut zit ik nog op 152). Ik ben ineens weer bij en op adem, daarom jogde ik verder naar de buitenschoolse opvang om mijn kind te halen. Ik had een uur voor we ons weer moesten melden bij de wandelvierdaagse-in-drie-dagen. Brood eten, afkoelen, douchen: het paste nauwelijks. Ik heb de tien kilometer na het inlopen in 55 minuten en 12 seconden gerend. Weer anderhalve minuut sneller als eergisteren. Haal ik het over vier dagen toch mooi in 52 minuten als het zo doorgaat 🙂 13 kilometer in 1 uur en 15 minuten. Op naar 5 kilometer wandelen met schoolkinderen in veel meer tijd.
Ik denk, beste trainer, dat ik dat toch maar ga proberen. Een wedstrijd. Inclusief stress. Ik zal je advies ter harte nemen:
Chill!! Het is “maar”hardlopen 😉 gewoon je ene been zo snel mogelijk voor de andere zetten en dat zo geleidelijk mogelijk herhalen tot je bij de streep bent meer is het niet haha Zet um op!
Verkouden
Normaal ligt mijn rusthartslag volgens de Fitbit in de goede tijd rond de 53. Elke maand is het een paar dagen verhoogd naar 56-57, maar een gemiddelde rusthartslag van 53-54 hou ik aan sinds ik dat apparaat in februari heb. Nu echter ben ik niet topfit: ik ben verkouden. (zwakke zieltjes moeten het volgende even overslaan:) Het snot loopt eruit, mijn kind kan me niet verstaan als ik niet duidelijk tegenover hem sta te praten, mijn hoofd voelt zwaar aan en elke 5 uur trekt een paracetamolletje me de dag door. Verder dan ‘flink lastig’ is het niet.
Ik verwacht dat mijn hartslag hier op zijn minst op reageert, maar dat gebeurt niet. Sterker nog, de rusthartslag is al dagenlang lager dan normaal en komt op het ‘dieptepunt’ van 51 uit. Zaterdagochtend heb ik de allerlaagste hartslag ooit gemeten toen ik wakker werd van 42! Terwijl ik dus verkouden ben. Waarschijnlijk zou ik met een iets minder goede conditie op dit moment doodziek in bed liggen. De verkoudheid belet me niet om mee de hele dag op het Circuit van Spa Francorchamps rond te sjouwen. Deze keer rijden er weer auto’s, maar in mijn hoofd zit de gedachte vastgeplakt: DAAR LIEP IK.
Ik koop voor mezelf een welverdiende hardloop t-shirt van hét circuit: dat doe ik voor het eerst, want om hardloopshirts geef ik niks. Op het schema staat ‘losfietsen’ en dat doe ik ‘s avonds ook nog ‘eventjes’. Ik ben moe ‘s avonds. En na 9 uur slapen en wederom een rusthartslag bij het ontwaken van 49, ben ik ‘s morgens nog moe. Gisteravond begon ik al te denken dat ik wel veel aankan, maar dat het lopen van een wedstrijd misschien toch net iets teveel gevraagd is. Dat mijn gebrek aan het inademen van lucht door mijn neus een PR (persoonlijk record) en een goede prestatie toch iets teveel in de weg zouden staan. Het kostte me niet veel moeite over te slaan. Het ging gewoon niet. Ik baalde er een beetje van, maar ik heb ook het idee dat ik dit al weken wist. Deze wedstrijd zat op de één of andere manier niet in mijn systeem. Van een bezoek aan de AH moet ik tien minuten uitpuffen op de bank. Deze regenachtige zondag, na een indrukwekkende zaterdag, nodigt niet uit tot een wedstrijd.
Het blijft regenachtig. Ook na 4 keer verliezen met Rummikub (waarmee bewezen is dat je, als je verkouden bent, ook minder goed kunt nadenken…). Als we het aan Robs AppleWatch vragen, is het antwoord op de vraag of het blijft regenen ook volmondig ‘ja’. Maar ik wil tóch… Om vier uur ga ik. Gewoon wat warme kleren aan en een col en een regenjas en ik dóé het gewoon! Ik zie wel hoe ver ik kom, hoe het gaat, hoe hard ik nog kan. Want dat ik mezelf hiermee wil testen, is me wel duidelijk.Kilometer 1 loop ik in. Ik zou het oké vinden als elke kilometertijd rond de 6 minuten ligt. Dan haal ik het ook binnen een uur. Streber. Ik ga de plassen in. Gezien de uitwijk- en ophaalmogelijkheden niet extreem wijs, maar mijn neus wijst toch echt die kant op! Met de wind mee. Ik kom 2 verregende fietsers tegen. Verder niemand. Niemand. De tweede kilometer gaat sneller. De derde nóg harder. Ik hoeft niet persé hard, maar ik wil het toch graag ook weer wel. Ik voel dat ik mezelf test en dat ik enkel door mijn mond adem, maar slecht gaat het niet.
De kilometertijden liggen rond de 5:25, dat is een tempo van 11 kilometer per uur. Ik moet mezelf er aan herinneren dat ik niet fit ben. Ik heb het alleen maar te warm. Het regent eigenlijk nauwelijks. Ik zweet meer dan dat ik nat word van regen. Na 4 en een halve kilometer komt de regen ineens wel hard naar beneden. Dat duurt een kilometer lang en omdat ik me in die kilometer ook omdraai, krijg ik ook nog wind tegen. Ik kies bewust de route over de wegen terug, je weet maar nooit… Hier kan ik opgehaald worden, je weet maar nooit… Nu komt het moeilijkere gedeelte… je weet het niet….Door wind tegen en vermoeidheid die toeslaat, daalt de kilometertijd naar 5:40. Ik zou wel willen wandelen, maar dat doe ik niet. Dit stuk is zó saai, recht en lang! Ik buffel door en ben blij dat ik geen wedstrijd loop. Ik loop mijn eigen wedstrijd. De laatste twee kilometer mag ik van mezelf uitlopen. Of… ik zou het binnen een uur halen… of 55 minuten… maar als ik dat kan, had ik mee moeten doen aan de wedstrijd. Zou ik me met mijn verkoudheid dan toch aangesteld hebben? Zou het mijn weigerachtige reactie zijn op wedstrijdstress? Maar ik kan een heftige verkoudheid als deze niet faken en ik dan zou ik nog liever een wedstrijd rennen. Ik heb geen enkele last van mijn onbeschermde bloedblaar, dus daar kan ik het niet aan laten liggen. Mijn telefoon valt uit het telefoontasje en moet verder maar in mijn jaszak de route opmeten. Ik ga in de achtste kilometer de brug over en let goed op mijn pasritme en lengte. Als deze kilometer de snelste is, mag ik er twee rustig aan doen. Maar helaas… Nog eentje snel dan.
Ik zie in de verte twee mensen met een hond lopen. Heel in de verte… Zij vormen bij gebrek aan wedstrijd een doel voor de negende kilometer. Ik blijk ze nog te kennen ook van school! Nu kan ik niet afhaken, blegh. 9 Kilometer in ruim 50 minuten. Ik haal het niet in 55 minuten, dus ik ga de laatste kilometer rustig uitlopen. Ook dan haal ik 10 kilometer binnen een uur. Ik ga echt door op cruise-tempo. Binnen 57 minuten zitten de 10 kilometer er op.
De gemiddelde hartslag is hoog met 161, maar als ik naar huis wandel, springt de hartslag met sprongen naar beneden en komt binnen een paar minuten uit op honderdtien. Dat zegt iets over mijn conditie. Niet mijn rode hoofd, niet al het zweet wat van me afdruipt, maar het feit dat ik binnen tien minuten helemaal op adem ben. Sterker nog: ik ben beter op adem als voor ik ging!Ik ben moe, maar ik heb meer energie nu. Ik spring meteen onder de douche om niet te veel af te koelen en de verkoudheidsvirusjes de kans te geven af te druipen. Hardlopen helpt niet om te winnen met Rummikub helaas.
Bijkletsen, nat worden en rondjes vliegen.
Ik fietste naar mijn vriendin toe om lekker bij te kletsen. Sommige vriendinnen zetten thee, gaan samen op de bank hangen, maar wij gaan samen hardlopen! Ook al dreigt er een bui. We hoeven niet hard en ik heb last van mijn keel of een opkomende verkoudheid of een combinatie met weinig nachtrust, maar volgens mijn hartslag gaat het prima met mij, dus hardlopen is toegestaan.
We hebben elkaar al een paar weken niet gezien, dus het werk van de mannen moet besproken worden, de vakanties, de kinderen, de hardloopavonturen. Wij hebben aan een half uurtje bij lange na niet genoeg, terwijl er maar 30 minuten in mijn schema staan. Het moet wel dribbeltempo zijn.
Dat lukt de eerste kilometer nog. Ondertussen dreigt het maar in de wolken boven ons. “Je kunt maar 1 keer nat worden” volgens mijn vriendin.
En na 2 kilometer zul je die ene keer die de buienradar over het hoofd zag, precies meemaken! Er werd een bakje water over ons uitgestort. Nat liepen we de brugjes over bij de Leegwaterplas. Niet bevorderlijk voor verkoudheid, maar in Almere waai je ook snel weer droog. Ook niet bevorderlijk.
We kwamen bij het rondje in het Verzetsbos waar ik drie steigerruns had gepland / opgekregen. Van zone 1 naar zone 4 in 4 kwadranten. En dan een rondje bijkomen en uitdribbelen. Het tempo en de hartslagen waren keurig in orde. Ik ging super-superhard dat kleine stukje in zone 4! 18 kilometer per uur. UCH. De mensen die we tegenkwamen schrokken een beetje… Ik ook 🙂
En dan weer uitlopen, opdrogen en terughobbelen. Eigenlijk liepen we alle kilometers in de 6 minuten. Zes kilometer ook uiteindelijk. Eerlijk is eerlijk: niet helemaal enkel in zone 1, grotendeels net in zone 2; maar ik kán doen alsof dat aan de verkoudheid ligt…. Of dat mijn vriendin lekker te hard gaat. Het was geen enkele moeite om te blijven kletsen en kletsen en kletsen. En ook eerlijk: het waren toch weer 3 kwartier in plaats van een half uurtje zoals in de training stond. Maar tja, een half uurtje dribbelen…. daar word ik niet nat voor zeg.
Hollen en stilstaan, inhouden en voluit gaan.
Kilometer 1
Vanaf de opvang waar ik de uitdeelspiesjes heb ‘gedumpt’ Waar ga ik heen? Geen idee. Ik vermoed achter de regenboogbuurt door? Ik ga eerst inlopen. Kalm aan tot de hartslag in zone 1 zit. Dat valt niet mee. Ik trap op de rem in mezelf. Het is niet koud, maar het waait koel. De lange broek en lange mouwen zijn niet overbodig.
Kilometer 2
De brug over. Rechtdoor. Dat is de andere kant op. Ik volg mijn neus. De hartslag daalt wel, maar ik laat de oefening pas beginnen als ik 135 zie staan. Ik jog sloompies verder. Met de rem aangetrokken achter mijn neus aan het schelpenpad over.
Kilometer 3
De brug op achter jeugdland. Nóg langzamer. Als ik boven ben ga ik de oefening doen: 5 minuten zone 1 (dat moet lukken), 5 minuten zone 2, 3 minuten zone 3 en 2 minuten zone 4. En dat maal drie. Naar boven sjokkend verheug ik me al op zone 4. De rem is stevig aangetrokken, ik hou me in. Op het fietspad zie ik twee auto’s – wat doen die hier?
Kilometer 4
Zone 1 is om, door naar zone 2. Ik versnel moeiteloos en prima op de lange rechte weg met wind tegen. Ik voel de hartslag. Wat een heerlijke zone is dit toch! Ik blijf keurig op 6:15 hangen. Zone 3 is iets meer poot-aan lopen. De rem mag er eindelijk af. 5:03. Ik let niet op de tijd, het horloge is heerlijk stil. Ik hoor m niet protesteren.
Kilometer 5
Zone 4: daar gaan we! Ik ga heerlijk hard. Tegen de wind in. Ik voel me echt een vlieger. Een piloot! Ik tel twee minuten af, ik tel te langzaam. Ik heb het heet. Het is heerlijk! 4:33, dat is 13 kilometer per uur. Ook nu piept de hartslag niet, ik zit keurig in zone 4. De hele tijd.
Kilometer 6
Het duurt 70 seconden heeeeeeeeeeel langzaam dribbelen voor de hartslag weer in zone 1 zit. Niemand is er in dit bos, op dit pad. Tijd te over om me zorgen te maken over de bloedblaar. De oorspronkelijke blaar is aan het genezen, er komt een nieuwe opzetten naast de oude, waar de blaarpleister niet goed zat. Nu ben ik in Nederland. Als het mis gaat, ga ik langs de arts. Gerustgesteld voor nu loop ik sloompjes door richting de Oostvaardersplassen.

Kilometer 7
Hoe kom ik hier in de Oostvaardersplassen? Zal ik door het bos gaan? Dat is teveel gevraagd voor nu. Ik loop weer te genieten en laat de rem een beetje los in zone 2 en haal bij een gemiddelde hartslag van 147 een tempo van 6:03 – bijna tien kilometer per uur. Zone 3 is gewoon gaan. Ik ga even op tempo. Wind mee deze keer.
Kilometer 8
Zone 4! Gaan! Alle remmen los, niet inhouden, benen vooruit, zweten! Ik geniet er erg van. Ga ruim 13 kilometer per uur. Ik stuif over het fietspad. Het duurt ruim 70 seconden voor mijn hartslag terug gevallen is van 170 in zone 4 toto 133 in zone 1. Ik kom 1 meneer tegen die flink doorwandelt en de fotograaf. De Oostvaardersplassen zijn van mij nu.
Kilometer 9
Zone 2 doorloop ik prima, maar in de lage zones voel ik de blaar beter. Weer netjes een lage 6 minuten tijd. Zone 3 wordt lastiger. Ik maak me zorgen over de te volgen route. Het viaduct op? Of via het trapje? Hoe ver kom ik? Ik heb het horloge niet horen piepen, niet 1 keer ongewenst gepiep gehoord, dus alleen als ik van zone 4 naar zone 1 terug moet. NIET 1 KEER. En dan, als ik bij het Oostvaarderscentrum ben en voor het onverharde pad sta, kom ik te hoog voor zone 3. Potverdikkie.
Kilometer 10
Ik mag meteen door naar zone 4. Ik ga tot het trapje. Hoe dan ook. Hard. Hard. Hard. Ik tel niet mee, ik kijk naar de trap in de verte. Onverhard pad. Ik hol door. Ik ga zo hard ik nog kan. Als ik geluk heb, ben ik net voor het trapje klaar, anders ben ik daar ook klaar. Ik ga niet hard de trap op waar ik ooit eerder viel. Of ik moet nog een stukje extra voor ik bij de trap ben – ik kan het niet inschatten en ga alleen maar hard door. Net voor de trap ben ik klaar met zone 4, met het programma. Ik ben doodop als ik de trap rustig bestijg. 10 Kilometer in 1 uur en 3 minuten. HOHOHO: dat is perfect, want ik heb zeker 30 minuten daarvan in zone 1 gehobbeld met de handrem erop! De gemiddelde hartslag is 145. Honderdvijfenveertig. Sjonge, dat valt me nog mee.
Kilometer 11
Ik hobbel naar huis. Ik moet naar de plee. Ik heb teveel spekkies gesnoept vlak voor ik ging. Ik ben een Oen! Een misselijke oen nu ook nog, GRMBL. Ik ga heel langzaam. Van hartslag 172 terug naar 135 kost me 2 minuten. Viaduct af! Joggend en dribbelend in de sloomste tijd ever! Ik zeg mensen gedag en besluit tot het fietspad te gaan. 11 Kilometer weer erop zitten. In een uur en 11 minuten. Niet echt hard, maar bedenkend dat ik daarvan dik de helft in zone 1 heb gehangen, doet me goed. Ik heb de opdracht perfect uitgevoerd. Keurig de hartslagzones doorlopen, goed gevoeld wat waar zit.
Ik wandel de spieren los en eenmaal thuis, ben ik weer bij. Ik heb wat directe spierpijn, maar de blaar zit nog prima dicht. Het was een leerzame en fijne run, die een ander routeplan vroeg, wind tegen verdroeg en voelde als te langzaam en loeisnel.
Ongedwongen rondje door het bos
Drie dagen rust…Drie dagen niks staat in het schema.
Mooi weer, ik voel me goed, ik twijfel, en twijfel nog meer, maar ik ga toch!
hoe lang?
hoe ver?
welk tempo?
waarheen?
Ik heb geen idee! Ik hoeft niks, geen hartslagzone, geen tempo’s, geen prestatie, ik ga gewoon lekker.
Ik huppel bijna naar het Kotterbos. Mijn pad. Het is allemaal heerlijk bekend. Ik heb muziek opstaan van Maev. Ik ga soms sneller als ik zin heb, ik ga kalmer als ik denk dat dat nodig is. Ik kijk om me heen en de enige piepjes uit het horloge zijn de kilometers. Ik kijk deze keer lekker wél naar de kilometertijden en ze verbazen me. Ik blijf rond een gemiddelde hartslag van 147 hangen en loop dan 5:50 gemiddeld. Zone 2. En dat voelt heerlijk goed aan.
In het bos gaat het iets langzamer, maar 6 minuten komen er niet aan te pas. Onverhard he.
De natuurbrug over. Ik zie alleen in de verte een familie wandelen, maar ik kom helemaal niemand tegen. Dat is prettig rustig. En dan zie ik de hertjes.

Ze staan net zo stil als ik en we gaan tegelijk weer verder ook! De lucht is prachtig donkerblauw. Ik ga de heuvel op en de kuddes paarden en herten aan de overkant in de Oostvaardersplassen achter de spoorlijn zijn puur natuurschoon.
Ik ren verder door het bos en vind dat ik mezelf zou moeten inhouden, maar ik doe het niet. Ik ga gewoon lekker! Kilometer 5 en 6 beginnen wel met 6 minuten, maar ik heb er stilstaand foto’s in gemaakt. Ik kom weer op gang en de tijden komen weer in de vijf uit. Ik laat me niet afleiden. In kilometer 7 moet ik wachten voor een auto en toch ligt de tijd op 5:57. Als ik de stripheldenbuurt in ren, begint het licht te druppelen. Verkoelend. Mijn tempo gaat er van omhoog (5:42 dat is 10,5 km per uur) en mijn hartslag ook (tegen de 160). Een mevrouw op de fiets wenst me een droge overtocht naar huis, dat lukt me vast wel. Ik zet een tandje bij, dat wel.
Ik slinger door de wijk, neem gas terug en ik blijf genieten. Ik loop nog een blokje heel erg rustig uit rond het huis om op de 9 kilometer te komen en daar heb ik dan 55 minuten over gedaan. Ik heb het gevoel iets gedaan te hebben wat eigenlijk niet mocht (van de trainer, die er vast een goede bedoeling mee had), maar ik ben ook blij dat ik het zo zonder welke druk of verplichting dan ook gedaan heb. Het was lekker!
Beesten, Bruggen, Bos en Buikkramp.
Een extreem langzame duurloop. Wat is extreem langzaam? Dat is zone 1. Hartslagbeperking op 135 hartslagen per minuut.
Natuurpark Lelystad. Die stond nog op de lijst. Loopmaatje had een parkeerkaart. Route van 15 kilometer op de GPS. Voor 1 uur en drie kwartier. Zou moeten lukken. Natuurpark Lelystad is een overloop-park van Artis. Er zitten dieren die hier in Lelystad de ruimte hebben gekregen. Maar voor onze ronde is alleen dit park te klein. We steken de A6 en de Vaart ook over om naar het Gelderse Hout te gaan.
Op de toilet in het park ontdekte ik dat de periode van het maandelijkse ongemak weer aangebroken was. Ik had water bij me, en rozijntjes en zakdoekjes, maar verder niets. Maar toch gaan hardlopen he. Op een sukkeldrafje. Al snel kwamen we de wilde zwijntjes tegen met hun jongen. Beesten!
We liepen op half verharde paden. Het was heerlijk weer, lekker warm, maar nog niet zonnig. Ik had mijn korte broek zelfs aan en korte mouwtjes ook. Hoe we liepen? Geen idee eerlijk gezegd. Misschien moet ik volgende keer de GPS vasthouden (dat is wel een garantie voor verdwalen) of van tevoren de route beter bestuderen. Nu liep ik gewoon maar mee het tempo te drukken. Dat ging me behoorlijk goed af. We gingen wel telkens ietsje sneller de eerste 4 kilometer. Het tempo lag zelfs in de hoge zes minuten. Ambitieus voor een lage hartslag. Lekker langs een kanaal, onder de A6 door. Over een fietspad.
Toen kwamen we op de mooie witte brug! Heerlijk!Inclusief afsnijtrapje. Ik had het helemaal naar mijn zin. De zon kwam er een beetje door, het sukkeldrafje begon zowaar te wennen en ik genoot van de nieuwe omgeving. Het was gezellig, want met dit tempo is er alle mogelijkheid om veel te kletsen. Tussen de Vaart en de Lelystadse villa’s door.

En daar was het volgende Beest: een prachtige ooievaar op zijn nest! Statig zat hij daar en liep een beetje rond te pikken. Heel mooi tegen de lucht.
Volgende Brug. Een schattig ophaalbruggetje. Met daarachter een berg die er om vroeg om beklommen te worden, ook al is het dan niet in zone 1…. dan moet je wandelen en daarvoor ben ik hier niet.
Na de beesten en de bruggen volgt nu het Bos. Het Gelderse Hout is een prachtig bos. Groen. Eerst een stukje met rechte bomenrijen, later rommeliger. Echt, het was er prachtig! Heerlijk koel. en zo stralend groen. We kwamen wel een hond tegen waar ik me rot van schrok en mijn loopmaatje volgens mij ook. Verderop dachten we vechtende honden te horen, maar toen we naderbij kwamen, waren het vogels! Die hadden een oorlogje onderling met heel veel luid gekrijs.
Toen we het bos in gingen kwam de buikkramp op die soms bij de maandelijkse ongemakken hoort. In het bos was het nog te negeren. Met goed om me heen kijken kon ik best aan mijn grote teen denken, die steeds minder pijn doet en nog slechts gevoelig is. Maar na het bos een aantal bruggen en asfalt over, trok mijn kramp meer en meer aandacht.
Ik deed wat me geleerd was, diep ademen en trok me met elke wee helemaal terug in mezelf. De hartslag hield zich niet meer aan zone 1. We spotten onderweg nog een inheems beest: een heus konijn!Ik was ziek in een kerk, op vakantie in Oostenrijk, bij de gymles, als kind in bed vaak, maar nog nooit hardlopend! Na de laatste asfaltbrug onder de A6 door, moest ik even een keer stilstaan om de kramp op te vangen, maar daarna hobbelden we weer door en kwamen we weer in het Natuurpark uit. Ik ben bij tijd en wijle afwezig in het bos, maar het is er erg mooi met het water en de ruimte. Er waren heuvels, het rook er naar groen, er waren prachtige lanen en het was halfverhard.
We gingen een aantal schitterend oranje bruggen over, het was echt een heerlijk stadspark. Mijn buik deed best zeer en de helft van mijn blaar begon ook op te spelen. In de verte waren przewalskipaarden.
En toen waren we rond. Na 15 kilometer in 1 uur en vijftig minuten. Mijn gemiddelde hartslag was met 138 wat hoog, maar dat zat voornamelijk in de laatste 6 kilometer. De eerste 8 kilometer hadden een gemiddelde hartslag van 134, inclusief bruggen en heuvel. Eenmaal thuis en gedoucht hield de buikkramp zich koest en onbeantwoord en kwam de pijn voornamelijk uit het laatste restje bloedblaar. ‘s Middags nam ik het besluit om inderdaad de drie voorgeschreven dagen rust in ere te houden, maar ik beloof niet dat dat ook drie volle dagen stand kan houden.
Rondje Rust Week
Zone 1 – zone 2. Het eerste half uur afwisselen, het tweede half uur lekker zone 2. Lekker kalmpjes aan.
Kilometer 1: Het horloge blíjft piepen en piepen dat mijn hartslag te hoog is en dat is niet waar. Mijn tempo is zo laag en mijn hartslag blijft ook hoog als ik wan-del. Stom ding. Stomme kilometer. Mijn Fitbit geeft wel een hartslag van 125 aan en dat is beter dan de 175 van de Garmin. Stom-stom-stom.
Kilometer 2: de hartslagmeter van de Garmin en de Fitbit zijn het eindelijk eens, nu komt het goed. Langzaam maar goed. Ik kom tegen: circa 8 bootcampers aan het hardlopen, ongeveer 100 gansjes op het pad, 2 wandelaars in hardloopkleding, een fietsend gezin en een man met fiets en verrekijker.
Kilometer 3: De rust is terug. Er zit een tempo in in zone 2 wat me goed past en dan moet ik nog een keer terug naar zone 1. Waar ik kom door eerst te stoppen voor foto’s, goede oplossing.
Kilometer 4: Ik krijg het heet. Zweet loopt mijn ogen in. De regenjas te warm? Een hoop gakkende ganzen zeg, alsof ik naar de overkant zwem…
Kilometer 5: Vanaf nu mag ik zone 2 aanhouden. Prettige zaak. Ik zoek het onverharde pad op. Lees je mee trainer: ik zoek het onverharde pad op! Het brede pad heen, ‘mijn’ pad terug. Saai breed pad eigenlijk zeg.
Zie ik daar nou donkere wolken op komen zetten?! De luchtdruk daalt, de vogels gaan nog harder fluiten, de wind trekt wat aan… De regenjas rits ik weer dicht, want het antwoord is ja en de wolken laten wat van hun ballast naar beneden vallen. Verkoelend het zweet wegwerken.
Kilometer 6: Leuker dan ik had gedacht, dit brede pad; helemaal niet zo saai. Het is weer eens iets anders. Stapels hout! Die ruiken lekker. Tegenliggers met hond die rennen: het is precies Zelia met hond en vriend! Het horloge piept me terug als ik te snel het bos in wil: het bos ziet er te uitnodigend uit.
Kilometer 6.5: Een klein pad. Een klein, smal, modderig, onbekend pad. Ik moet er wel in, het nodigt me uit. Het is er prach-tig. ge-wel-dig. Fan-tas-tisch. Wat een mooi stukje bos hier!
Kilometer 7: Langs een stukje van de Hogering. Zie ik de schoonmaakvoertuigen weer met hun herrie. De ATBroute leidt me heuvels over. Waarom ook niet?! Naast de geurende liguster, het ruikt er voortreffelijk. Ik vermaak me.
Kilometer 8: Nog een klein stukje ‘mijn’ pad en dan de brug over naar huis. Hoe langzaam kan je gaan zeg?! Dat ik nergens last van heb is bij dit tempo te verwachten.
Kilometer 9: één auto laat me voor: er zit een man in in trainingskleding – die snapt dit. Asfalt. Saai. Dit is écht saai. Mijn zin raakt verstopt. Waarom wilde ik vroeger alleen asfalt? 9 Kilometer in een dik uur. Het is qua tempo echt goed aangepast aan de rust week.
Weer- en renbericht voor maandag 18 mei
De avond begint met regenspatjes, maar om 8 uur is dat voorbij en kan iedereen die dat wil (9 stuks) mee met de trainer en zijn ABgroep. Ook voor degene die dat niet wil, maar op wiens schema staat dat er ‘pittig meegetraind’ dient te worden, zijn de weersomstandigheden zeer geschikt.
Het waait tussen 8 en 9 uur flink met een wind uit het noordwesten, die van tijd tot tijd aantrekt. Tijdens het inlopen valt dat niet zo op, maar daarna zal de wind duidelijk voelbaar zijn. Bij het aftellen van 6 lantaarnpalen op kalm tempo heen en dan op hoog tempo terug naar de trainer, zal de wind meewerken om het hoge tempo vast te houden en goed op te warmen.
De wind blaast alle donkere wolken over terwijl er in intervallen de brug op gelopen worden. Rustig naar de Vaart toe met een beetje tegenwind, maar als je omdraait en de brug op stijgt heb je eerst een stuk wind mee. Hou het tempo ook vol als je weer de brug opdraait ná de haarspeldbocht en de wind vol tegen krijgt. Omlaag mag je uitrusten en de wind mee laten werken aan het verlagen van de hartslag. Om even van de voorbijrazende wolken te genieten en de hartslag helemaal tot rust te laten komen terug tot zone 1, neem je 30 seconden pauze in de luwte van de flatgebouwen. Om van de wisselende schouwspellen van het licht te genieten, doen we dit vijf keer. Bij de derde en vierde keer haalt de hartslag boven op de brug zelfs zone 5 (hs 174+), dus dat hart werkt ook hard mee om hard tegen de harde wind in te lopen.
Als de zon achter de wolken verdwijnt en de prachtigste kleuren een nog diepere saturatie geeft, volgt voor de vier dames van het ABteam een opdracht waarbij veel op duurtempo wordt gelopen. Het eerste stukje stijgen vraagt een hoge hartslag en een hoog tempo vanuit de ruststand, vervolgens dalend tegen de wind in op langzaam tempo. Daarna is het even je ogen van de wolken afhalen en op de trap richten die zo snel mogelijk beklommen zal moeten worden. De rest van de tijd is het dalen van de brug af en met de wind mee op langzaam tempo en omkeren tot de trap, waar de wind weer even fel tegen waait. Na de tweede keer trap en uitlopen moet onderaan 30 seconden rust in acht worden genomen.
Dit tempo verveelt me na de eerste keer en ik besluit dat ook het stuk naar de trap toe, tegen de wind in door mij op hoog tempo wordt gelopen. En de trap vormt het toetje! De hartslag werkt zich net zo snel omhoog als de trap. We doen het nog een keer in zijn geheel en ik raak behoorlijk out-of-sync van de andere dames door mijn zelf-verkozen tempo-wisselingen.Ik bewonder tijdens de rustige tempo’s het prachtige schouwspel in de lucht. De wolken, de zon, de felle kleur van de groene bomen: het is allemaal magnifiek om te zien. Het leidt me af en ik loop uitstekend: geen last van een pijntje waar dan ook (al schuift de blaarpleister wat hinderlijk), ik heb tijd over om in de snelle fases goed te letten op mijn pas (kort, knieën hoog, fel de trap op). Ik heb wat moeite mijn bovenarmen te ontspannen, maar tijd genoeg om zelfs dáár over na te denken en het bij te sturen.
Er volgt nog een afsluitend sprintje waarbij ik dik 14 kilometer per uur haal omdat ik persé de dames die voor mij gekeerd zijn in wil halen. Ik ben moe, maar buitengewoon voldaan. Ik maak foto’s van de prachtige luchten, maar het is onmogelijk om de grootsheid ervan vast te leggen.Er volgen heel veel rek- en strekoefeningen. De nieuwe, mooi met dolfijnen gedecoreerde bekers met water zijn het enige water wat je op deze zomeravond zult zien. De zon gaat langzaam onder, maar dit zal pas gebeuren na de training. Het is een graad of 12, maar de lange broek voldoet bij de ondergaande zon en de stevige wind prima.
Intervallen langs de Oostvaardersplassen
Na al het slome gehobbel van de afgelopen week, waarin de tijden niet boven de 6 minuten per kilometer (10 km/h) uitkwamen, werd het tijd voor een inspannender traininkje. Ik had het tot de avond uitgeschoven en wilde vlak voor zonsondergang langs de Oostvaardersplassen gaan lopen, nu het weer kan.
Half 9 liep ik door het park. Een uur nog tot de zon ondergaat en de oefening die ik heb opgekregen duurt 3 kwartier, dus dat moet lukken. Eerst 10 minuten in zone 1. Die kan ik gemakkelijk aan tegenwoordig, dat gejog is me te vertrouwd geworden. Ik hobbel de wijk door en besluit eerst buitenom langs de kassen te lopen. Na tien minuten sta ik onder aan het viaduct. Nu ga ik vijf intervallen doen: eerst 2 minuten in zone 1 (hartslag tussen de 116 en 135 slagen per minuut), dan 1 minuut in zone 2 (met een hartslag tussen 135 en 154 slagen per minuut) en tot slot 2 minuten uitleven in zone 4 (met een hartslag tussen de 164 en 173 slagen per minuut).
Omhoog op een viaduct in zone 1 gaat heeeeel langzaam. Ik neem me voor om elke keer in zone 1 een foto te maken. Boven op het viaduct gaat zone 2 in en dat is lekker comfortabel. En te snel voorbij. Zone 4 viaduct-af is een hele opgave. Mijn benen halen me bijna in! Maar de hartslag blijft achter. Als ik beneden ben, gaan mijn benen door en word ik moe-er, maar de hartslag blijft achter en ik haal de hartslag 164 van zone 4 niet.
Zone 1 voor de tweede keer. Ik heb ruim anderhalve minuut nodig om terug in zone 1 te komen. Foto! Zone 2 is echt relaxed, maar dan komt zone 4 weer. Ik ren me echt de benen onder me vandaan, maar mijn horloge blijft piepen dat mijn hartslag te laag is. Ik raak buiten adem en ik raak ook een beetje gefrustreerd van die hartslag.
Zone 1 weer. Ik stop bijna meteen en weer heb ik anderhalve minuut nodig om mijn hartslag te laten dalen. Door al dat asfalt ga ik mijn teen voelen. Hinderlijk. Als ik het nu stuk loop, ben ik verder van huis, zo vlak voor… voor wat eigenlijk? Ik heb nu een dokter bij de hand die ik versta voor noodgevallen. Zone 2: lekker om de weg over te steken. En dan zone 4. Ik ga zo hard als ik kan en dat is circa 12,5 kilometer per uur, maar het is niet genoeg voor mijn hartslag. Ik besluit niet op te geven en mijn teen te negeren met zijn bloedblaar: ik doe er nog een schepje bovenop en de laatste tien seconden komt mijn hartslag aan 164. Net aan.
Zone 1. Ik kom nu in de buurt van mijn geliefde fietspad door de oostvaardersplassen en mijn teen vraagt erg veel aandacht. Die krijgt hij overigens in de praktijk niet, maar in gedachten helaas wel. De zon zakt achter de kassen. We moeten hier in Holland de zonsondergang gaan bekijken! Maar nu niet: zone 2 brengt me de parkeerplaats over en dan sta ik op mijn lievelingsfietspad wat voor mijn gevoel maandenlang afgesloten is geweest. In zone 4 is het wildrooster langzaam overgaan voor mijn teen een te grote opgave, dus ik weet dat ik deze keer zone 4 niet haal. Ik kan de mensen niet groeten die ik op de fiets tegenkom, want ik heb er geen lucht voor en ik zweet me kapot. Ook al stijg ik, zone 4 is in deze twee minuten weer niet haalbaar. Aan het tempo van 4:57 (ruim 12 km/h) ligt het niet, de hartslag stijgt gewoon niet boven de 160 uit.
In zone 1 draai ik het lange fietspad op langs de Oostvaardersplassen. Het is geweldig mooi. De lage zon geeft alles een oranje gloed. Ik ben al vergeten hoe vaak ik versneld heb. Voor mijn gevoel is dit de op één na laatste keer. Binnen 70 seconden zit ik in zone 1, dat is wel oké: mijn conditie is niet verkeerd dat ik dat steeds sneller haal. Zone 2 is zalig en het hele fietspad is een feest van herkenning. Het zweet druppelt over mijn gezicht en ik ga nog een keer proberen om zone 4 te bereiken. Ik doe een serieuze poging, maar ondanks dat ik nu moe ben en loop te hijgen, komt de hartslag nog steeds niet boven de 163 uit. Het daagt me waarom hier lopen rond zonsondergang een slecht idee is: vliegjes-vliegjes-vliegjes. Niet met open mond lopen! Dat gedeelte had ik alweer geskipt sinds vorige zomer. DomDomDom.
Zone 1. Ik ben in een minuut terug in zone 1. Ik kijk goed om me heen en het is hier prachtig. Ik zwaai echter ook met mijn armen tegen de zwermen muggen die me belagen. Ik neem me voor dadelijk koste wat kost zone 4 te halen en ik vraag me af wat me nu nekt dat dat niet lukt: is het de vakantiestand van mijn lichaam? Hart in pauzestand? Paar kilo’s all-inclusive? Of ben ik nog moe van gisteren? En hoe ‘slecht’ is het dat ik zone 4 niet haal? Word ik van al het gehobbel werkelijk zoveel langzamer?! Het liefst had ik een boze SMS naar de trainer gestuurd voor opheldering. Terwijl ik me dat zo af loop te vragen is er al ruim 2 minuten voorbij. Ik zit in het uitlopen! Van de tien minuten zone 1 zijn er al drie om. Ik voel overal mugjes. En ik voel mijn bloedblaar op mijn teen: het lijkt alsof die zich opnieuw vult. Zal ik door het bos gaan? Nee, ik moet en zal dit fietspad volgen nu het weer kan.
Er zitten drie kwartier op en ik heb nog geen 7 kilometer gehaald. Ik ga mank lopen om de teen te ontzien, dat is lastig, maar ik kan niet anders. Ik haal twee meiden in en dan gaat de zon onder. En daarmee gaan ook alle vliegjes onder ofzo, want ze zijn plotsklaps weg. Uitzichtspunt, het hek door en dan ga ik toch het bos in in plaats van het asfaltpad te volgen de brug op. In het halfverharde bos durf ik mijn teen iets meer neer te zetten. Ik ga nog langzamer en ik dacht nog: zal ik maar gaan wandelen, maar dat vertik ik toch! Ik ga langzamer en langzamer. Ik kies de onverharde paden terug naar huis. Over 9 kilometer doe ik dik een uur.
Ik ben het wat zat: ik zou graag weer hard willen rennen. Maar nu heb ik een trainer die me een rustweek voorschrijft; als ik alleen was, had ik dat nóóit gedaan. Ik heb de afgelopen week al genoeg gerust! Langs het zwembad. Training overgeslagen. (hoewel niet in tijdsduur) Maar ja…. Nu ben ik vrij van blessures, op een lastige blaar na. De blaar is overigens niet gegroeid, opnieuw gevuld of stuk gegaan, ook al voelde dat zo. Ik had mezelf willen testen en een tempoloop van jewelste gedaan als ik geen trainer had gehad om me nu in te tomen en dan had ik méér willen rennen en harder ook. Zit ik opgescheept met een rustweek zeg. Nu moet ik het uitzingen tot de volgende wedstrijd om me te bewijzen en me troosten met het idee dat ik de afgelopen week heel goed getraind heb om met hitte om te gaan. Er volgt nu een periode van veel nuchter rennen vrees ik om een paar kilo minder te sjouwen als ik me wél weer mag bewijzen.









