Met zijn tweetjes naar de supermarkt

Uitlopen. Nuchter. Met 1 glas water. “Ga je mee?” vroeg ik aan Vincent. “Jaa!” was het antwoord. Hij at een boterham en ik trok een lange broek aan. En nam een rugzakje mee. We gingen om de wijk heen. De eerste kilometer piepte mijn horloge en was mijn hartslag loeihoog: boven de 170. Dat snapt de kleine techneut-anno-2015 best: “je moet langzamer mama”. En bedankt, maar dat ging nauwelijks. “Mag ik dan even sprinten?” Natuurlijk jongen, anders krijg je het misschien wel koud….
We liepen te kletsen onderweg. De hele tijd te kwebbelen. Moppen te vertellen. Meneer net 1 stapje voor me. We liepen in een zeer gelijkmatig tempo. 6:45 per kilometer over kilometer twee en drie. We haalden de mevrouwen in. Het ging hartstikke lekker! Helaas wist de jongen de weg en werd mijn ommetje extra niet gewaardeerd. Of ie zelf de weg mocht wijzen.
Vier kilometer. Vier volledige kilometers heeft de knul achter elkaar hard gelopen. Onafgebroken. Acht jaar. Achtentwintig minuten. Knap he?! Er liep een trotse moeder de Plus Supermarkt in voor broodjes, glassex en vitamientjes. Een snel uitgerust kind er naast. Pauze van een minuut of zeven.
Met het rugzakje vol gingen we weer naar huis. Hardlopend natuurlijk. Iets minder hard als op de heenweg, maar dat zal wel aan het volle rugzakje liggen, haha. Lage hartslag. We liepen door de straten met maandnamen, op naar de tijdpoort. Volgens Vincent van de houten naar de stenen huisjes. We moesten even langs het huis van zijn vriendinnetje… En ik wilde de twee kilometer nog graag volmaken.  En het grootste deel van de drie kwartier.
43 minuten en 30 seconden en toen waren we weer thuis. 6 Kilometer! Zes hele kilometers heeft de jongen hardgelopen. Toen vond hij het de hoogste tijd om bij te komen achter een computerscherm met Minecraft. Minstens anderhalf uur lang.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Met zijn tweetjes naar de supermarkt

Trail Harderbos: brandnetels, trekpontjes, onweer, groen, hitte en emotionele schoonheid.

Bevrijdingsdag. Dreigend weer. Er is onweer voorspeld. Dus ik haal de vanmiddag geplande trail van twee uur naar de ochtend. Om kwart voor tien haal ik mijn loopmaatje op. Ik heb mijn korte broek weer aan en een t-shirtje én een regenjasje. Het is warm en benauwd buiten, met felle witte wolken en helderblauwe lucht. We vertrekken vanaf de Mosselweg het Harderbos in. Twee uur onverhard. Ik dacht er niet aan om mijn hartslagbeperking aan te zetten. Ik voelde me wat onrustig: gaan we nat worden, haal ik deze route van 15 kilometer wel na de 30 kilometer van zondag, gaat het onweren, is het regenjasje niet te warm?
Al snel liepen we een stukje extra. De zon scheen en het was warm. We liepen door een groen bos en het was prachtig. We moesten de weg oversteken en dat was even verhard. Ik merkte dat ik graag weer het graspad op ging langs het water. Er stonden veel paardenbloemen. De zwaan op het water stak wit af. Het was alsof alles licht gaf vandaag, het groen was feller dan anders en de lucht nog blauwer dan normaal. Ik SMSte even naar huis terwijl mijn loopmaatje een sanitaire stop maakte en toen gingen we een fietspad op! Beton… We gingen langs de grote weg de Dwarsvaart over en toen snel het onverharde pad weer op. Dat ik mijn regenjasje ombond omdat het te warm was, leverde mijn loopmaatje een zelfvoldane grijns op en ik geloof dat hij zijn ‘ik-zei-het-toch’ maar nauwelijks binnen kon houden.
Eerlijk gezegd was ik blij dat ik de route van de GPS aan mijn loopmaatje kon overlaten. Als het soms even mis ging, vond ik dat niet erg. In mijn eentje had ik het niet gevonden vrees ik. We kwebbelden onderweg wat, maar het onderwerp zou ik niet meer kunnen noemen. Mijn loopmaatje leest nu het boek van Jolanda Linschooten, dus de 15 kilometertjes platte polder die wij op ‘n ochtend afleggen vallen bij haar prestaties wel in het niet. Daar hadden we het vaak over, en over de vakantie die er aan komt. En over de route. Het was mijn beurt voor een stopje in het bos. We kwamen in het Hans en Grietje Bos. Daar waren we bij de fluisterschalen. We liepen over een prachtig vlonder. En alsmaar de heerlijke temperatuur en de zon tussen de bomen door. Ik zag een kleuterheksen-oefenpaadje waar ik overheen moest slingeren. Het waren allemaal kleine pareltjes.
We kwamen bij een prachtig ven uit. Het leek wel een schilderij. De zon kleurde alles in, maar het was geen overvloeiende waterverf. Het was groen en geel en wit. We stonden stil. Beetje raar, maar op zo’n plek moet je gewoon even extra goed kijken zonder er voorbij te rennen. Het loopmaatje had een probleem met de fotofunctie van zijn telefoon. Toen we verder gingen werd het wat modderiger. Ik kan me niet alle stukken van de route voor de geest halen. Nog een leuk bruggetje over met boomstammetjes. Het was elke keer weer een nieuwe kleine verrassing of kwinkslag. Naar de kilometertijden keek ik al lang niet meer. We gingen alles behalve hard.
Toen gingen we de brandnetels in. Het stuk was aardig overwoekerd met die nare prikkers. Ik was blij met mijn lelijk uitziende hoge compressiekousen, maar na een tijdje hielden die de prikkels ook niet meer tegen. Ik was blij toen het beter werd. Eventjes. Want we moesten DOOR het ven heen volgens de route. Aangezien dat iets te veel trail is, werd het door de modder er OMHEEN. Dwars door de modder. Ik was blij toe dat we weer op zo’n fijn, mooi, zalig bospad kwamen. We kwamen er andere mensen tegen, wandelaars. We gingen het gebied in van de runderen. Aan de ene kant lag een aangeplant bos met boompjes in de rij, aan de andere kant was het rommelig origineel bos. We kwamen bij de volgende brug over de Dwarsvaart, maar eerst moesten we een extra rondje maken voor we daar overheen mochten. We kwamen een andere hardloper tegen! Die op het fietspad bleef.
Een ander soort bos in. En toen was daar het trekpontje! We MOESTEN er wel overheen. Te leuk om te laten. En we waren er toch voor ons plezier! En ik moet je zeggen dat het inderdaad het ene leuke pad na het andere was. Echt een grote speeltuin! Het werd donkerder in de lucht. We liepen langs een villawijk, maar die lieten we snel achter ons om langs het water te gaan lopen. Ik werd stil, leerde enige woordjes Portugees en genoot met volle teugen van het bos. Ik genoot gewoon. Dat we over tien kilometer een uur en twintig minuten hadden gedaan, deerde me niks. Ineens kwam er een tijd in de 6 minuten voorbij, dus ik denk dat de Garmin hier en daar ook wat van slag was.
Toen begon het te regenen. Grote druppels. Verfrissende druppels. Ik vond het niet eens erg. Weer een vennetje. En we volgden de rode route het bos weer in. Het regende niet hard door. Naast het feit dat de kleuren niet meer alleen helder waren, begon het groen nu ook nog eens te schitteren! De zon kwam al snel door de regen heen. Alles róók nu ook nog eens heerlijk. Alle zintuigen stonden vol open bij mij en het was buitengewoon geweldig. Ik juichte nog even dat ik de marathon-in-drie dagen gehaald had na 12 kilometer. De GPS had het moeilijk met de natte bladeren en was vaak de route kwijt. Er liepen veel andere gezinnetjes, we zagen er vlak na elkaar wel drie. We kwamen weer terug bij de brug over de Dwarsvaart en deze keer gingen we er overheen. In de verte was het gemaal te zien.
Ik realiseerde me dat ik moe werd. Gewoon moe in mijn hoofd. Dat je even een paar passen wandelt en je weet even niet meer waar je bent of waarom. Toen renden we weer verder. In de verte begon het te donderen. Heel ver weg. Daar waren de wolken diep donkerblauw. Boven ons waren de wolken helderwit en fel omrand. De bomen met hun witte bloesem staken prachtig af tegen het heldere lichtblauw naast de witte wolken. Toen kwamen we bij een meer.
 
 
 
 
 
 
Er was niemand anders behalve wij. De zon scheen onder de donkere wolken door. Naast de meest prachtige tinten groen in alle schakeringen werd het blauw nu in het meer weerkaatst. Er zwom 1 witte zwaan. Het was onecht, zo mooi. Adembenemend mooi. Groots. En tegelijkertijd zo overzichtelijk als mogelijk. We moesten allebei over het heuveltje heen en lieten het meer achter ons liggen. De donder dreigde.
We liepen een heel mooi bos in toen we eindelijk over het goede bruggetje liepen en de GPS ons ook begreep. Ik weet niet of het nog een keer regende. Het rook er naar bos. Het liep er zacht op de perfecte ondergrond. De kleuren waren indrukwekkend. De vogels gaven een concert. En wij mochten daar lopen. Hou je mond maar, dacht ik en ik was zelf ook stil. In mij was het ook stil. Ik was alleen maar bezig met wat er om me heen te voelen was. Al die schoonheid, die rust in me aan het opnemen. Stap voor stap een ongekende dankbaarheid voelen dat ik daar was. Dat ik daar alleen maar hoefde te zijn. Ik hoefde alleen maar al die indrukken binnen te laten stromen. In mijn hoofd klonk de tekst van het liedje van Passenger: “It’s hard to find the answer, when the questions won’t come out”. Er waren geen vragen, geen antwoorden: dat was niet nodig. Ik was niet in trance ofzo, maar ik voelde me bijna los van dat pad en compleet ín dat bos. Het was ontzettend emotioneel en ook heel erg mooi. Ik had de kracht niet om het uit te leggen, ik wilde de stilte. Alleen de voetstappen horen en vooral voelen was voldoende. 
De omgevallen boom en de trailroute die er overheen ging, haalde me uit de droom. Liep ik het ene moment nog bijna te huilen van een rauw soort geluk, nu liep ik te lachen om het grappige bouwseltje over die enorme boom heen. We klommen omhoog, maar het pad vervolgen over nog meer brandnetels leek ons niet nodig als er ook een pad door het bos ging. Ik liet het loopmaatje even achter en liep alleen door dat prachtige stukje bos. Op dat moment kon ik hem net even niet gebruiken en was ik alleen met mijn eigen overweldigende diepe emotie. Ik kon dat niet delen. Hoe moest ik uitleggen waarom de tranen over mijn wangen liepen terwijl ik absoluut niet verdrietig was? Toen hij me weer bijhaalde, waren we rond. We waren weer op het bloemenpad en keken over de brandnetels naar de omgevallen boom. De betovering was voorbij.
Ik was er beduusd van. Ook wel een beetje vermoeid intussen. De kleuren waren er niet minder mooi op geworden, de zwanen waren nog altijd fel wit; maar ik voelde een soort loomheid vermengd met gelukzaligheid. We staken de weg weer over en inmiddels waren de woorden ook weer terug. We namen zomaar een pad naar links en als klap op de vuurpijl volgde een heerlijk vlonderpad! Alsof de route nog niet genoeg verrassingen had gehad. En zo liep ik 10 minuten na de tranen met een lach van oor tot oor over een houten pad dat aan Canada deed denken. In de verte rommelde de lucht nog. De donkere wolken leken ons te passeren. En toen zagen we nog een trekpontje! Een flinke deze keer. Het was te zwaar om ‘m eerst onze kant op te halen, dus… dan loop je eerst om het meer heen en gaat dan op het pontje naar de overkant! Het was hard werken om 2 kilometer per uur vooruit te komen. En ik kreeg er nog modderhanden van ook. Het begon te regenen. Dikke vette druppels. Ik ging ietsje sneller toen mijn loopmaatje opmerkte dat hij midden op dat meertje liever geen onweer had…
Toen we weer aan de kant stonden, was de regen voorbij. De 15 kilometer zaten er al op. We namen nog een slingerpaadje, maar dat leidde niet naar het doolhof, maar naar het meer terug. We zagen de auto. Het loopmaatje had er 17 kilometer op zitten en daarmee ook zijn marathon-in-drie dagen voltooid. Ik zag de auto en het was me opeens genoeg. Geen energie meer om er ‘per ongeluk’ een halve marathon van te maken of nog een stukje door te gaan. Het weer werd me te dreigend en er zijn grenzen van wat je zou moeten willen. Tijd voor droge kleren aan, naar huis. We hadden 2 uur en twintig minuten gelopen. Tel uit, dat is behoorlijk langzaam voor zeventien kilometer. Maar daar inbegrepen zaten 2 plaspauzes, 2 trekpontjes, een telefoon-herstartstopje, wandelen door modder, fluisterschalen, een trapje beklimmen en diverse foto-momenten. Inbegrepen was ook een hemels moment van bezinning in het prachtig groene Harderbos. Dat maakt alle tijd en vertraging meer dan goed. Dan krijg je van hardlopen veel meer energie als het kost om dat ene beentje voor de andere te zetten en dat dan uren- en kilometers lang.
It’s not hard to find the answer, when the question is ‘why running?

Categories: Uncategorized | Comments Off on Trail Harderbos: brandnetels, trekpontjes, onweer, groen, hitte en emotionele schoonheid.

3/4 marathon Oostvaardersplassen met zadelpijn

Ouderwetse zenuwen: Wat moet ik aan? Wat doet het weer? Wat moet ik mee? Wat moet ik eten? Ik sliep er niet slecht van (ik accepteer zenuwen tegenwoordig) en ik was op de afgesproken tijd (9u30) bij Camping het Oppertje in Lelystad met de wetenschap dat het grootste deel van de marathon hardlopend op mij neer zou komen. Marathon? Lelystad?! Hoe dit zo?!
Een vrouwelijke collega van Rob, M. woont in Lelystad en al enige tijd geleden hadden wij het erover het rondje Oostvaardersplassen van haar huis naar mijn huis of omgekeerd te lopen. En toen zag zij dit: de Natuurmarathon van Lelystad voor duo’s: 1 iemand op de fiets, de ander hardlopend en dat wissel je naar eigen inzicht af. Niet meer dan 150 deelnemers, geen muziek, geen duizenden toeschouwers; je bent samen verantwoordelijk, dus neem je eigen eten en drinken mee op de fiets. Maar M. was wat geblesseerd aan haar voet en loopt nog geen halve marathons, dus zou het grootste deel van de marathon hardlopend op mij neer komen. Vandaar zo.
Kwart over tien, voorzien van startnummer en met een volle fietsmand vertrokken de halve duo’s rennend om even later de fietsende rest op te pikken. Ik ging als laatste weg. Prima de luxe. Wij gingen niet voor de snelheid of de winst; wij gingen voor de leuk, om het mee te maken. Eerst 1,5 kilometer bos. Geen fiets ernaast, tempo zoeken. Heerlijk, dat bos. Daarna werd alles verhard. En even later was ik al op de Knardijk op weg naar de Oostvaardersdijk. Het was droog, bewolkt en warm. Ik had een korte broek aan. Voor het eerst dit jaar. Er was iemand veters aan het strikken en toen liep ze net iets teveel voor me. Ik haalde haar in. Voor nu.
De Oostvaardersdijk. Die zou ik voor mijn rekening nemen. Helemaal, als het ging. Wind, wolkjes en ik liep te kletsen. De man van de veterstrikster haalde mij in. Voorgoed. Lange rechte dijk. We kletsten. M. vertelde over haar vakantie en ik over hardloophelden. Ja, ik kletste nog! Ik liep 5:35 (10,6 km/h) en ik had nog adem om te praten genoeg. Ik had mijn tempo gevonden hoor. Het ging heerlijk. Warm. Lekker. Ik haalde wat dames in zelfs. 10 Km in 56 minuten. Jippie! Ik nam een beetje water bij de post en een stukje banaan en hup, weer door. Er kwamen tijden voorbij van 5:20 zelfs. M. moest plassen, onhandig op de dijk…. Zij begint zich af te vragen waar dat hardlopen goed voor is, maar ik vind dit niet het juiste moment voor zulke filosofieen!
Na 15 km in 1 uur en 23 minuten, werd het wat zwaarder. Ik keerde een beetje in mezelf en praatte niet meer. M. kletste met medefietsers. Ik SMSte waar ik was naar het loopmaatje die ons op het fietspad langs de plassen zou oppikken. M. fietste vooruit toen we de dijk afgingen en ik hield me wat in. Ik haalde de solo-marathonlopers in die 15 minuten eerder waren vertrokken. En toen was het fietspad nog dicht. Het leverde me woede en extra adrenaline op. M. maakte een pitstopje en toen kwam ik naast de saaie rotkassen het loopmaatje tegen. Ik had er 18 kilometer opzitten in 1 uur 40 minuten en 30 seconden. Ik mocht gaan fietsen.
Fietsen is saai. Er vielen 15 regendruppels. Fietsen in de regen is gewoon niet leuk. Fietsen na 18 kilometer hardlopen is ontspanning. Omdat het loopmaatje er ook bij liep, kon ik niet lekker aan het kletsen gaan. M. was ook niet zo’n prater tijdens het lopen, en de omgeving was me wat saai. Overbekend. Ik voelde me onrustig op de fiets. Wees M. waar ik woon, vertelde van het hert. Ik SMSte met de familie die ons kwamen aanmoedigen. We kwamen bij het Oostvaarderscentrum. Ik at een komkommertje en dronk energy drank. Snel verder fietsen! Rob en Vincent kwamen er aan. Ik fietste nog! In het Kotterbos in de bocht mocht ik weer gaan lopen. Garmin weer aan, zwarte jasje uit en hoera!
Hoera?! Het was RAMPzalig. Mijn spieren deden ERG veel pijn. Fietsen, afkoelen en dan weer gaan hardlopen KEN NIE. Wauw Auw AUW. Maar goed, dan maar iets langzamer: ik zet toch door. Ik hoeft amper om me heen te kijken. Kotterbos. Daar staat inderdaad 25 km op het fietspad voor ons. Pijltjes met een M wijzen ons moeiteloos de route. Na twee kilometer is de pijn eraf en dan begint de regen. Ik voer het tempo wat op tot rond de 6:00 (10 km/h). Ik verwelkom de regen. Heerlijk! Alles ruikt lekker. M. doet een plastic poncho om en ze klinkt als een vrolijk vliegend plastic zakje! Inmiddels is de route leeg. We zien niemand meer. Langs de Vaart. Ik ga tot de Praamberg, maar ik vind het wat weinig. Het is ineens maar 5,5 kilometer. Loopmaatje keert om. Onder het viaduct.
Ik ga weer fietsen en het laatste duo haalt ons in. 2 Heren die elk 21km doen. Na heel wat water drinken, zet ik het op een kwebbelen. Vertel waar dat hardlopen goed voor is (om je kind op te halen als je de verkeerde route loopt), hoe fijn onverhard lopen is en zo vergeten we de regen helemaal. Het fietsen gaat moeiteloos. M loopt tot de sluis en het laatste stukje steil omhoog wandelen we samen. De laatste post. Ik eet een stukje ontbijtkoek, drink nog meer en werk ook een banaan weg. We zitten al op 32 kilometer ofzo. Deze keer gaat het lopen opstarten beter. We kletsen gewoon door.
Ik heb last van schuurplekjes. Lastig moment nu voor een 3/4 marathon met zadelpijn. We halen nog 1 sololoopster in die er niet uitziet alsof ze er al 37 kilometer op heeft zitten. Ik word moe. Ik herken de witte brug. Het bos in het Hollandse Hout is adembenemend mooi voor me. Voor M. is het overbekend, dit is haar achtertuin waar het Kotterbos de mijne is. Ik raak de weg wat kwijt. Water? Het spoor? Ik heb inmiddels 28 kilometer gerend en wil graag door tot de 30. Maar dan heeft M. eigenlijk weinig meer over. Na wat voor mij 29 kilometer is, ruilen we. Ik fiets nog een klein stukje. We besluiten het laatste stukje samen te doen. We zetten de fiets tegen een boom en nemen de waardevolle spullen mee. Nog een klein stukje door het bos. Onverhard. Hoi.
Na 4 uur en 15 minuten finishen we als laatste duo. Ik ben superblij en erg voldaan. Ik ben niet doodmoe. Dat verbaast me. Ik heb wel erge trek. En ik moet nog 150 meter om de dertig te halen… Na een paar slokken energy drank lopen we terug naar de auto en ik haal rennend de fiets. 30 Kilometer in 2 uur en 55 minuten. Tussendoor dus een uurtje gefietst ook nog. En ik voel het niet! Ik ben niet doodop! Helemaal niet. Geen last van mijn voeten. Niet van mijn knieën. Schuurplekjes wel. En bezweet. Wat moe. Maar hé, ik heb me dik 4 uur ingespannen! Ik heb erg veel trek. Ik verorber een plak cake, en er gaat meteen een kaneelbroodje achteraan. Dan begint het hard te regenen. We kletsen nog met de sololoopster. Het is simpelweg ouderwets gezellig op de camping. De organisatoren bedanken kan persoonlijk. De laatste loopster halen we met twintig klappende mensen binnen. Ze krijgt persoonlijk koffie van de organisator. Het regent hard als ik over de Oostvaardersdijk naar huis en de welverdiende douche rij.
Wat was het leuk! Wat een superplan op deze manier! Volgend jaar draaien we het om M 😉 Of dan nemen we allebei een eigen persoonlijke fietser mee en doen de hele marathon. Ik heb niet genoeg gedronken en heb wat hoofdpijn en voortdurend dorst en honger. De hamburger ‘s avonds voelt niet als dik verdiend, maar is zeer welkom. De compressiesokken hebben me behoed tegen spier- of voetpijn. Op een flinke portie vermoeidheid na, voel ik me niet alsof ik 30 kilometer gelopen heb met een gemiddeld tempo van 5min50 (10,3 km/h) in zone 3 (hartslag 160).

Categories: Uncategorized | Comments Off on 3/4 marathon Oostvaardersplassen met zadelpijn

Ontspanning

Schoolreisje: Druk, veel herrie, golfen met kinderen, natworden in de hagel, met de bus mee.
Mijn loopmaatje had een “technische” keuring gedaan voor zichzelf en die moest vertellen hoe dat was gegaan.
Het rondje van vrijdag werd dus een rondje ontspanning op donderdagavond. Om bij te kletsen, om uit te rusten, om even ‘niks’ te hoeven dan de voeten te volgen.
De schemering in. De wolken en de kleuren waren prachtig.
Ik had geen zin in de oefening en de verschillen tussen zone 1 en zone 2 afwisselen, dus ik stelde het horloge gewoon in op 65 minuten lopen in een lage hartslagzone. Na 5 minuten waren de pieken er uit.
Loopmaatje vertelde, ik luisterde. Laag tempo. Bos door. Andere hardlopers.
Ik praatte. Een stukje onverhard. Daarna het fietspad verder volgen.
Het werd langzaam, heel langzaam donkerder.
 
We gingen na een kwartiertje in zone 2 aan het lopen. Gepiep. Laat maar.
Betonpad. Speeltuin in wording.
Maar ondertussen hoefde ik nergens aan te denken: niet aan de was, de toets die het kind morgen nog heeft, de vaatwasser, de koekjes thuis. Ik hoeft alleen maar mijn ene voet voor de andere te zetten in een gestaag tempo. En dat bevalt me heel erg goed! Dat is mijn rustpunt vandaag.
Het kan me niet schelen hoe ver we zijn. Hoe lang zijn we al bezig? We hebben nog 14 minuten. Ik laat het horloge piepen.
In stilte versnellen we en komt het tempo hoger te liggen. Niet vermoeiend, maar gewoon even lekker doorlopen. 5:50 min/km tot het volgende pad. Dan trekken we de rem weer aan.
Achter de wijken langs.
Het duister treed nu echt in met de maan als stralend punt.
30 April alweer. Ik haal deze maand de 200 kilometer net niet. Maar in hoeverre niet dan niet is, maakt me niks uit. Het boeit me alleen maar dat ik niks meer hoeft als hier te zijn nu.
Door het stukje minibos en dan is het donker. Ik voel me vermoeid, maar niet moe. Van 120 herriekinderen word je moe, van een uur hardlopen niet. Daar komt energie voor terug.
Erg dat ik de oefening niet precies heb gedaan? Neuh, ik had even behoefte aan iets anders. Dit. Gewoon. Lopen. Hardlopen.
9,5 Kilometer in 65 minuten. Niet al te hard. 143 als gemiddelde hartslag. Niet al te laag. Maandtotaal is 190 kilometer. Ga ik vast nog ‘verbeteren’ dit jaar. Na 3 maanden circa 160 kilometer te hebben gelopen, is het een stap voorwaarts.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Ontspanning

Komt een paard bij de bakker……

Het klinkt als een goede mop, maar het was een rondje van een uurtje hardlopen. Ik vertrok om kwart over 9 met rugzakje om. Op weg voor 3 x 20 minuten: eerst 20 minuten in zone 1, dan 20 minuten zone 2 en uitlopen; weer 20 minuten in zone 3. Onderweg (na een half uurtje) was het plan om bij de bakker langs te gaan voor brood en bij de AH voor boontjes (dat is de meest logische volgorde ook).

Elke 20ste minuut moest ik in hoge pasfrequentie lopen >90. Hoe? Wat? Ik ben twee minuten onderweg en de wijk nog niet uit en ik erger me al kapot aan de rinkelende sleutels in de rugtas. Afdoen is veel werk. Ik ga vast gék worden van het geluid, ik was vergeten hoeveel herrie twee muntjes maken: ik had moeten bedenken dat sleutels een aanslag zijn! Ik zou eens aan Jolanda Linschooten (http://www.jolandalinschooten.nl) moeten vragen hoe zij dat op haar trail ervaren heeft. Nu moet ik er proberen mee te rennen. Terug naar de pasfrequentie. Wat zou nu mijn pasfrequentie zijn in zone 1? Ik heb geen idee! Dus ik kijk op mijn horloge, en op de hele minuut ga ik aan het tellen. Elke linkerpas. Heerlijk! Wat fijn om zo in een ritme te komen! 85. Geen idee wat dat betekent, maar ik zou toch boven de negentig moeten kunnen komen. Ik blijf zo’n beetje netjes in zone 1 hangen. Ik tel weer. En weer. Minuut na minuut. 85. Elke keer kom ik op 85 uit.
Ik kom bouwvakkers tegen die roepen: “dat kan harder”. Flauw hoor, maar ze hebben gelijk, alleen nu niet. Ik tel onverstoorbaar door. Vijfentachtig. Ik hoeft amper meer te kijken of de minuut om is. Zodra ik probeer hoger te komen, gaat de hartslag omhoog. Dan voel ik me net een paard met rinkelend tuig! Ik ben al gewend aan de sleutels. De enige twee keer dat ik stop met tellen is omdat ik mijn schoenveter moet strikken. Ik ga langzaam de brug op en hou de hartslag in zone 1 tot ik bijna boven ben. Dan mag ik door naar zone 2. Maar eerst! Proberen de pasfrequentie boven de 90 te krijgen! Het gaat gemakkelijk en de tweede minuut kom ik al op 92 uit. En dat terwijl ik onverhard het bos in ben gedoken. Het gaat voortreffelijk. Ik geniet tijdens het tellen van de vogels en let niet meer op de sleutels. Ik kom op 92 uit. En dat dan weer drie minuten lang. Ik trek mijn voeten hoger op, zet me meer af en tel en tel en tel en tel….
Ik voel me echt een paardje. Met rinkelend tuig. In een drafje. Er staan paarden in de wei en ik ben op weg naar de manege. Maar niet over de ruiterroute. De zon schijnt en ik krijg het warm. Zouden paarden ook een voorkeursbeen hebben? De vraag laat me niet meer los. En waarom tel ik het linkerbeen? Is dat mijn voorkeursbeen dan? Ik staak het tellen even en kijk om me heen. Als ik de brug op ga, zal ik weer tellen. Maar ik vergeet het. Het gevoel van tijd en kilometers ben ik kwijt. Ik voel alleen het ritme.
Ik hoor de sleutels al lang niet meer, de auto’s maken herrie er overheen. Brug af tel ik weer en nu met mijn rechtervoet. Ik kom op 90 uit! Nog eens. dat is raar, ik doe twee passen minder. Ik ga proberen te versnellen en het lijkt of de mensen raar naar me kijken, maar dat komt omdat ik het idee heb dat ik anders loop. Ik moet wachten bij het oversteken en daarom kom ik nog niet hoger uit. En dan is zone 2 voorbij. Zou ik in zone 1 kunnen komen en een hoge pasfrequentie aan kunnen houden? Ik ren de Evenaar op tussen de vlaggen door.
De passen maak ik kleiner en lager, maar ik zet er nog evenveel. Ongeveer, want door het oversteken en slingeren komt het er niet meer echt van om goed te tellen. De hartslag zakt wel. Ik dribbel het plein over en dan zet ik het horloge stil bij de bakker. Het is er druk, dus ik ga eerst naar de Albert Heijn voor de boontjes. Ik berg de sleutels op: zo, die rammelen niet meer! Daarna langs de bakker en ze kennen mijn bestelling al! Ik koel wat af. Er passen precies twee halve broden in het rugzakje en 600 gram boontjes.
Ik ga weer verder. Ik tel nu even geen passen meer, ik moet eerst weer in het ritme komen. Heerlijk! Ik ga langs de kano’s en het oefenveldje van de UFO’s van vorige week en dan ga ik weer rechts tellen. Ik zit in zone 1 en geloof het of niet: ik kom drie keer achter elkaar op 81 uit! Ik zet gewoon twee passen meer met links! Het brengt je wel helemaal in trance, elke keer dat tellen. De Jehova’s halen mij er met hun groet uit en ik vind het ook wel goed ook. Ik loop langs het schoolplein waar groep 7 buiten is. Ik ga het precies halen in een uur. En dat met rugzakje. Het zijn ‘slechts’ 9 kilometer, maar het waren leerzame 9 kilometers. Ze telden mee, ook voor het maandtotaal. En dat de maand april een topmaand wordt qua afstand staat nu ook al vast, ook al haal ik de 200 kilometer toch net niet meer.
Als ik thuis ben zoek ik eerst op of een paard een voorkeursbeen heeft en dat is zo! Daarna zoek ik iets meer op over pasfrequenties en 2×90 (180) is niet eens heel slecht. Ik download meteen ook een metronoom. Ik ga er mee verder! Brood opruimen, douchen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Komt een paard bij de bakker……

:( => :)

Na 15 gaten klopboren (en dan hoeft ik alleen maar toe te kijken) en tig dozen uitpakken en een ochtend op de vrijmarkt staan én met een lijst van nog tiental rotklusjes, ws ik simpelweg sjachereinig. Op deze koningsdag is er geen training, maar ik moest en zou een oefening rennen in allemaal verschillende hartslagzones. Het was weer een hele puzzel met Z-tjes en gelukkig doet het uploaden naar het horloge het weer. Ik kreeg bericht terug van een medeloper die de laatste meters van de marathon heeft moeten lopen ondersteund door vrijwilligers en daardoor nét niet onder de drie uur finishte; toch zijn er weinig mensen voor wie ik meer bewondering heb.  ‘just run, no justification, no explanation‘, schreef hij en toch stond er een hartverscheurend verhaal onder. Ik liep in mijn korte mouwen naar buiten het zonnetje in, maar was snel binnen voor een jasje om erover aan te doen tegen de koude wind.
Even over drieen stond ik buiten en ik haalde mijn loopmaatje op. Ik meldde maar meteen dat ik niet de vrolijkste was. Ik had geen idee van de route, want mijn horloge en mijn hartslag was de leidraad van de dag. We liepen achter om de wijk en het valt mij op dat ik helemaal kalmeer tussen de bomen. We moesten eerst 10 minuten in mijn zone 1 lopen. Daarna mochten we lekker door naar zone 2. Die vind ik tegenwoordig het meest comfortabel. We haalden zonder moeite een pace van 5:50 min/km. Dat is ruim tien kilometer per uur. Voor het gevoel is dat nog ‘op mijn gemak’.
Toen moest ik gaan versnellen. Het werd een minuutje dacht ik, maar ik had niet goed gekeken: het was twee minuten in zone 3. Die zone kom ik bijna nooit, maar nu wel. De hartslag moet dan tussen de 154 en 164 blijven, maar ik zat er al snel boven. Raar om zachter te moeten lopen als je aan het versnellen bent. Het tempo schiet voor die twee minuten omhoog naar 4:28 min/km, dat is bijna 13,5 kilometer per uur. En toen kreeg ik het wel warm! Uitlopen moest echt in wandeltempo, anders komt mijn hart binnen een minuut niet terug in zone 1. Wandelend haal ik dat net. Nogmaals versnellen en nu moest de hartslag wel echt omhoog naar zone 4! Dat ging ook en dan haal ik een snelheid van 4:06 min/km; dat is 14,5 kilometer per uur. Let wel: ik red dat een minuut, maar ik zou dat nooit (net als mijn marathonheld) urenlang kunnen volhouden. Uitlopen en deze keer in zone 2, dus we hoefden niet te wandelen. We gingen achter de politie aan die in de bosjes aan het zoeken was geweest. De volgende versnelling hielden we de politiedames op de fiets bij! Twee minuten zone3. Deze keer ging ik nog ietsje harder als de eerste serie: 4:44 min/km (12,6 km/u). En dan te bedenken dat ik vorig jaar meestal in deze hartslagzone aan het trainen was! Dan haalde ik deze snelheden bepaald niet, dus er zit wel een soort van vooruitgang in. We werden aangemoedigd door de medeloopster waarmee ik laatst heb getraind. Zij ging vast naar de vrijmarkt op ‘r fiets! Na twee minuten terug naar zone1, maar ik heb geen meer om te gaan wandelen, dus dribbelen we heeeeeeeel kalmpjes een minuutje.
Nog een versnelling. Inmiddels waren we op de Evenaar aangekomen en ging de route rechtdoor over het voetpad. De vermoeidheid en de warmte slaat al wat toe en ik ga ietsje langzamer, maar met 4:26 min/km (13,5km/u) hoeft ik me nog niet te schamen. Rust. Ik vraag mijn loopmaatje een foto te maken en dan heb ik bij de laatste keer dat we in zone 3 gaan lopen de telefoon in het zweethandje vast. OnHanddig. 3 Hele minuten maar liefst. We rennen een respectabele 5:08 min/km (11,6 km/u) en toch heb ik het gevoel dat ik slechts flink aan het doorrennen ben; ik voel niet zozeer dat ik een gemiddelde hartslag van 162 heb. We gaan nog vijf minuten in zone 2 uitlopen. Het duurt even voor mijn hart tot rust is gekomen en dan nog hoeft ik maar ietsje te versnellen en zit ik weer te hoog met mijn hartslag. We hebben ook nog 5 minuutjes in zone 1 en dan voelt bijna als stilstaan. We cirkelen tussen de huizen door over smalle paadjes. Ik vind het goed geweest en we zijn ook rond. Ik wandel bezweet terug naar huis. Dik 7 kilometer in 3 kwartier.
De buitenlucht heeft me goed gedaan. Ik voel me een stuk minder sjachereinig en zie de rest van de middag niet meer op tegen de andere klusjes.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on :( => :)

RUNdorFinish

Ik heb een workshop schilderen gehad bij Wine Art in Roosendaal met vriendinnen. Het was leuk en mijn persoonlijke thema was hardlopen. Ik wilde een schilderijtje om aan te denken als ik loop, niet om op te hangen. Figuratief. Groen en Oranje. RUN zet ik er zeker op. Ik rij helemaal naar Roosendaal. Ik moet al vroeg op en voor achten gaan we weg. Gelukkig is de auto van Rob zo fijn dat het niet vermoeiend is en er is nauwelijks vertraging. 
En toen wilde ik ‘s avonds gaan hardlopen natuurlijk. Nu het nog prachtig weer is en nog niet regent. 3 Kwartier: 15 minuten zone1, 15 minuten zone2, 15 minuten zone1. Maar Garmin wil het niet naar mijn horloge zenden. Ik ga toch om acht uur, ben ik voor zonsondergang weer thuis.
Toughts During The RUN:
– Warm, jasje uit? Nee, de zon zakt zo, dus hou maar bij dat felle jasje; ben ik goed te zien
– Langzaam aan. Stomme Garmin, waarom syncte ie nou niet? Nu moet ik zelf de hartslag in de gaten houden CHECK laag
– Stomme mensen, Polen met een jankende baby – we zeggen vriendelijk gedag, toch niet zo stom dus
– Hoe sloom kun je een brugje over? Hartslag CHECK
– Ik had hardloopfiguurtjes geschetst. Toen zei de workshopleider dat figuren niet konden. Ik wilde het tóch. Op een klein doek. Geen finish, tijdens het lopen. Het kon. 
– Zou die meneer de spullen inladen voor de rommelmarkt of zou het iemand anders’ afval zijn die hij in zijn audi laadt? Ook goedendag meneer.
– Een doodstille VW Hybrid. Ze halen Toyota echt in bij Volkswagen. Dat staat niet in mijn Toyotaboekje 🙂
– Hartslag CHECK Dit gaat goed! Lekker rustig zonder die hinderlijke piep
– Waarom wil ik oranje? Dat is voor mij de kleur van snelheid. En Groen? Omdat het buiten is. Donkergroen eigenlijk.
– Kilometer 1 in 6:15? Haha. Moest in het begin zeker nog satellieten vinden.
– Leeg pad. Jagers en Verzamelaars in de Sieradenbuurt? Nu niet hoor.
– Een BMW Z4 met kap – die wil mijn zwager. Ik snap wel waarom, die gaat lekker hard
– Hartslag CHECK, ietsje te hoog, even inhouden
– Stilte op de Hogering! Geen auto te horen. Wat een mooie stilte!
– Alweer een kilometer. Maar ik kijk net of de timer op de telefoon wel aan staat op 15 minuten. Jawel. Kilometer twee gemist.
Ik ben zo klaar met mijn twee kleuren verf op mijn kleine schilderdoekje. Ik ga er RUN op zetten in stoere letters. 
– Speeltuin. Foto. Niks verandert eigenlijk.
– Timer! zone 2! Maar eerst: pasfrequentie opvoeren. Dat gaat lekker samen. Gemiddelde hartslag eerste kwartier: 134
– De renster op het doek. Dat ben ik. Dit is mijn houding. Precies. Ben ik echt zo ieletjes?! Het klopt ook met de pijnpunten: de voeten, de linkerknie, daar schiet ik uit. Had ik niet onder groen en boven donkerblauw moeten doen? Maar ik zou niet weten waar de horizon dan had moeten liggen. Die twijfel hoort ook bij mij.
– Voeten hoog optrekken, best prettig. 1 Minuut. Ik doe het ongemerkt al twee…. En ik hou het even vast als ik er niet extra op let.
– Vaart. Ik neem de doorsteek wel langs de weg en stoor de vissers niet.
– De artiest gaat aan het werk met airbrush. Ja, hij weet al wat het gaat worden. Donkergroen. De zwarte lijnen komen terug. Ben ik zo slank? Wat een compliment! 
– Hartslag CHECK Hoog. Dimmen
– Andere hardlopers. Twee. Dames….. Die ken ik aan haar loopstijl! Zij zitten ook bij Just Run. Aan de loopstijl… wow   We groeten uitbundig.
– Kilometer 4 alweer? Die ging snel inderdaad met 5:52.
 Snelheid in het schilderijtje met wit. Simpel. Maar het is nog niet af. Er moet een horizon in. De horizon wordt met spuitbus te vaag. Te zwart. Dat wil ik niet. Maar wat wel? RUN erin zetten.
– Gelukkig zit ik in zone 2. Ik vind een tempo. Dit is perfect. Hartslag CHECK Niet perfect, veel te hoog, dit is zone 3. Inhouden.
– Schoenveter los. Bah. En dan is er al een half uur om getuige de timer van de telefoon. Gemiddelde hartslag na een half uur 149.
– Schoenveter strikken. Hoge pasfrequentie en lagere hartslag. Dat is nog een opgave.
– Ik ga het rondje Eilandenbuurt halen. 5 Kilometer al in ruim een half uur dus. Aardigjes.
RUN komt niet recht te staan. Tuurlijk niet. En niet helemaal erop. Donkerblauw. Logisch. Nu nog de horizon. Er MOET een streep in. Aarzel. Twijfel. Meer letters? RUNdorfines? Hoe zet ik een lijn?
– Vliegje in mijn oog. Nieuwe hardloopdimensie. Die NIET had gehoeven. Prutsen, tranen, stilstaan. Toch daalt de hartslag niet. Stomme dooie kleine zwarte mini-vlieg.
– Hier zijn mooie bloesems. Rode kat. Honden.

 
– Het bloesempad. De bomen worden al groen. De bloesem is gevallen.
– Een streepje zet je eerst ‘voor’ en dan trek ik ‘m met wit over, zegt de workshopleider. Twee lijnen. Duidelijk. Ze passen. Nu nog de letters. Twijfel. Durf ik het? Mis ik het? Aarzel. Denk. Ja ik mis dat laatste stukje van mij. Woorden.
– Een kat die op onze Goudvis lijkt! Auw. Hij blijft zitten.
– Een bloesemblaadje dwarrelt voor mij langs. Schattig. Zacht.
– Hartslag CHECK Nog veel te hoog. Krijg ik trek? Ja ook. Moe ook. Hallo, na zo’n klein stukje, doe niet zo dom Vroeg op. Weinig eten. Lang rijden. Excuses.
– Meiden die sterker ruiken dan de bloesems. Ineens drukte. Slinger langs fiets en kinderen en hond.
– RUN – dat spreekt voor zich. Dorfines komt van endorfines, die stofjes die je aanmaakt en waar je blij van wordt. Fines klinkt als Finish. RUNdorFinish. Dat zet ik er in witte letters op “dorfinish”
– Zonsondergang. Kilometer 6 ging langzaam. Foto’s he.
– Evenaar: sport – poezie- woord – bewegen. De puzzelaar in mij zoekt het verband.
– Hartslag CHECK eindelijk goed.
Schilderijtje signeren. anke, streep eronder.
– De lichten gaan aan, niet allemaal tegelijk!
– Lange superdunne blanke man en dikke surinaamse vrouw gezellig arm-in-arm aan de wandel. Opposites attrack!
– 7 Kilometer! In net iets meer dan 45 minuten. En bijna thuis. Best netjes.
– Wat heb ik langzaam gelopen op dit stukje, blij dat ik bijna thuis was. Nu ook. Niet langzaam, maar blij dat er weer 3 kwartier ‘in the pocket’ zit.
Ik kan wel uploaden, maar niet naar het horloge toe zenden. Stomme Garmin. Maar het was lekker om het een keer zelf aan te voelen.
Het past in de auto! Vier schilderijen, waarvan 2 echt grote! In de achterbak. En vier volwassenen er ook bij. In de Mitshubishi Outlander naast me moet de bank omlaag voor twee grote schilderijen! Het voelt net als de Skoda reclame. Ik rij relaxed weer naar huis via Gorinchem en de Literatuurwijk. Heerlijk weer buiten. Te zonnig.
7,4 kilometer in 49:20 Niet zo snel met 6:40 gemiddeld. Gemiddelde hartslag 142. Rondje om de Eilandenbuurt. Helemaal netjes rond in een vierkantje.
En toen wilde ik ‘s avonds gaan hardlopen natuurlijk. Nu het nog prachtig weer is en nog niet regent.

Categories: Uncategorized | Comments Off on RUNdorFinish

Nuchter Rondje Kotterbos voor Twee

Zone 1. Lage hartslag dus. Én: nuchter. Zonder ontbijt dus. Maar gelukkig niet alleen: mijn vriendin ging mee. Door het voor mij zo overbekende Kotterbos. Voor 9 uur waren we weg. De wekker telde 3 kwartier af tot ik mocht drinken. Het horloge telde 1 uur en 20 minuten af voor ik rond moest zijn. En het piepte – NIET. We gingen gewoon lekker rustig. Langs de bloemen die nu vol in bloei staan. Het was bewolkt vandaag. En er stond een straffe wind. Niet zo warm dus.
Over de brug; het kon inderdaad nog iets langzamer en toen ‘mijn’ pad op. Voor mijn vriendin is het Kotterbos net iets te ver en ik vond het prettig om haar deze kant van Almere te laten zien. We liepen de hele weg te kletsen, alsof we niet aan het hardlopen waren. Dat maakt het lopen gemakkelijker en de kilometertijden bekeken we niet eens. Het horloge piepte soms, maar ik kon de hartslag ook vaak weer terug in het gareel krijgen. Maar we kletsten overal gewoon overheen. Het bos lag er zo mogelijk nog mooier bij en er piepte zelfs een zonnetje doorheen. Omdat het lopen op deze onverharde paden zo goed ging, dacht ik dat het voor ons allebei leuk zou zijn om weer over de Natuurbrug te lopen. Mijn vriendin vond helemaal niks een probleem, die heeft alle vertrouwen in mij na ons duinavontuur! Dus we gingen het hek door en de heuvel op. Het was erg mooi en het water zat vol vogels. We zagen een grote witte reiger en even later nog 1! Op het hele pad was niemand te bekennen. Fantastisch. Het waaide wel behoorlijk hard. Als de zon onder de wolken doorkwam werd het licht schilderachtig fantastisch. We waren eigenlijk te snel bij de hoge heuvel. Boven was het uitzicht over de Oostvaardersplassen onecht. Paarden, runderen, de gele zon gaf alles een gouden gloed: het was alsof dit stukje Almere (Lelystad) zich van zijn beste kant wilde laten zien. We bleven gewoon stil staan om van het adembenemende uitzicht te genieten. Ik ben er al vaak geweest, maar we hadden het mooiste moment vandaag te pakken. We kwamen twee heren tegen. Toen de zon verdween en het sprankelende moment meenam, vervolgden wij onze route door het bos. Echt heel grappig, dat mijn vriendin zich liep te verbazen over de schoonheid van het veelzijdige bos, waar ik tegenwoordig niet meer om maal. We liepen tot het fietspad en mijn wekker ging af. Ik mocht sportdrank drinken! Echt honger had ik niet zozeer, maar het beetje extra energie voelde wel goed. Of was het lekker even het asfalt? Misschien zat het mooie uitzicht in mijn hoofd verpakt en maakte dat het leuker. We gingen het Frans Vera pad op. Opnieuw lagen de Oostvaardersplassen er uitgestrekt bij. Maar deze keer was het geluk dichterbij te zien: honderden ganzen stonden met de hele school kleintjes op het pad.

Ze vluchten, renden, hobbelden, gakten en fladderden voor ons weg. Weet je hoe geinig die kleine gansjes met hun mini-vleugeltjes wapperen? Je gaat er vanzelf van lachen. En dat honderden meters lang. Blijkbaar waren wij vandaag de eersten die ze opjoegen. Het tempo ging niet omhoog, de hartslag ook niet, maar het geluksnivo steeg wel onevenredig! We hadden zelfs nog tijd om door te lopen naar de volgende uitkijkheuvel. We haalden twee vroege wandelaars in. Voor mij leek het rondje wel een beetje klaar. Leuker of mooier zou het niet meer worden en ik denk dat ik last kreeg van trek, al realiseerde ik me dat niet toen ik daar liep. We keken nog even op de heuvel en naar het hek wat nog gesloten is en toen renden we terug naar de brug.  Het zonnetje kwam nog even glans op het bos leggen, maar ik vond het allemaal eigenlijk wel welletjes geweest, al koos ik toch weer voor het trapje naar beneden en het onverharde pad. Door het park liepen we terug en toen zat de tijd er ook wel op. We waren na een klein anderhalf weer thuis en hadden 11,5 kilometer gerend. Niets snel, maar wel heerlijk! En wat is er nou belangrijk? Het was gezellig, gemakkelijk, mooi, natuurlijk en prettig. Thuis viel ik aan op… een bakje yoghurt en een stukje ontbijtkoek. Doe ‘s gek.
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nuchter Rondje Kotterbos voor Twee

Ufo's in het gras bij de training

 
Deze week is mijn rustweek, dus ik doe rustig aan. Vandaag ging ik dus mee met de CeeDee groep: die lopen lekker niet zo hard. Dit was de laatste keer dat de trainster die gaat verhuizen er was en zij trainde de CD-groep, dus ik was extra gemotiveerd om rustig aan te doen en lekker mee te lopen kletsen. We liepen heerlijk langzaam in. Ik kon honderduit praten. Het leek warm weer en ik was in mijn lange broek een uitzondering, maar het viel in werkelijkheid tegen. Ik was echt blij dat ik mijn jasje erover aan geschoten had en dat ik geen korte mouwtjes had. Het waaide wat killetjes.
Ergens tussen de huizen van de Indische buurt gingen we loopscholing doen. Huppelen, skippen, gestrekte benen. Ik rekte vrolijk mijn spieren op. Daarna liepen we een stukje verder naar een GRASVELD. Ik kan me niet herinneren dat ik met de loopclub ooit eerder onverhard heb gelopen. Dit was een goede eerste keer voor een laatste training van de trainster! Ze zette een rondje uit met de hoedjes en wij moesten inlopen. Tegen elkaar in lopen en dan half hard, half zacht. Heerlijk! Ik voel me thuis op het gras. Ik geniet er van en voel me onmiddellijk rustiger worden als ik gras in plaats van asfalt onder me door voel glijden. Ook al is het ongelijker, gras roept betere herinneringen op dan asfalt. Ik liep aardig gelijkmatige rondjes zonder moeite. Tegen de klok in ging me beter af als met de klok mee. Geen idee waarom.
We gingen wachten en stilstaan toen ze ons de volgende oefening uitlegde. We moesten hetzelfde rondje rennen op laag tempo tot de trainster floot. En afhankelijk van hoeveel keer ze floot moest je tot het volgende punt op tempo lopen tot je het aantal gefloten hoedjes zag. Om niet te gaan kruisen, moesten we naar het midden lopen en terug tot aan de hoedjes en dan weer langzaam. Klinkt moeilijker dan het was. Je had dus 1, 2, 3 of vier hoedjes en als je pech had moest je een heel rondje hard of als je geluk had maar een heel klein stukje. Ik deed mijn jasje uit, nu zou ik het wel warmer krijgen. Dat klopte, maar ik spande me niet teveel in. Ik ging gewoon op regelmatig tempo rond en soms moesten we wat versnellen. Ik haalde mensen in, maar dat deed me helemaal niks; ik liep gewoon mijn eigen rondjes. Alle tijd op het gras. Lekker mijn voeten op de veren zetten. Mijn hartslag verhoogde wel iets meer dan afgesproken, maar hé, ik liep onverhard te trainen! Tussendoor stopte de trainster ons en voorzag ons van heel nuttige informatie over loophouding. Hoe sta je rechtop? Hoe ver moeten je benen uit elkaar? Ze gaf het ons op de valreep nog mooi mee!
Inmiddels ging de zon onder en de lucht kleurde prachtig rood. We gingen nog tegen de klok in lopen met het fluitje en de hoedjes. Ik liep me gewoon te ontspannen, terwijl ik natuurlijk de nodige inspannning leverde! Heel fijn. Ik ging tellen hoeveel stappen ik per rondje zette en daarna probeerde ik de pasfrequentie te verhogen. Net toen ze floot natuurlijk…. Ik telde mijn rondje af (maar zonder dat de pasfreqeuntie echt hoger was) en zette het toen op een hoger pitje. Alsof ik een heel rondje moest! Niks erg. Ik was de tijd een beetje kwijt en wat mij betreft was het te snel voorbij. hoedjes verzamelen, jasje aan en we liepen weer terug. Omdat we ons netjes aan de langzaamste aanpasten, lag het uitlooptempo laag. Fijn! Na een goede cooling down was mijn hartslag alweer helemaal gedaald. Jammer dat deze trainster weg gaat: ze durft te kiezen voor gras, heeft verstand van diverse loopaspecten en een goede loophouding kent ze ook. Bovendien heeft ze ook verstand van voeding. Maar ze gaat niet weg omdat ze het niet leuk vind gelukkig. En deze laatste training neem ik toch maar mooi mee! Bedankt P.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Ufo's in het gras bij de training

Rondje mét en zónder…

Rondje zonder ontbijt.  Rondje zonder korte mouwen!    Rondje zonder hoog tempo.    Rondje zonder hoge hartslag.
Rondje met kind!    Rondje met zon!      Rondje met een glaasje water.
Meteen uit bed en ik vroeg: ga je mee en mijn kind riep ‘ja’. Hij zag uit naar twee kilometer, maar ik verzekerde hem dat we langzaam zouden gaan. En dan is meer misschien haalbaar. Hij wilde graag de route weten: door het park heen, door de straat terug; maar ik had meer in mijn hoofd. Ik dacht dat het kouder zou zijn, maar het was heerlijk zonnig en de lucht was strakblauw. Mijn horloge piepte dat de hartslag te hoog was voor zone 1: kijk, dat begrijpt een kind meteen: “je moet langzamer mama, maar ik ren even vooruit”. We hadden alle tijd om bij te kletsen zo. We liepen door het park en over de witte brug en over het volgende slingerpaadje van schelpengruis. Er zat een vader op het bankje, terwijl zijn kinderen de speeltuin onveilig maakten. Er werd druk ge-bootcamp’t. En toch was het een hele rustige, vredige zaterdagmorgen. Mijn horloge was ook tot bedaren gekomen.
We liepen naar het trapje en toen deden we loopscholingsoefeningen volgens de kinderatletiek: trippeldings, knieheffen en het boze elfje! Ja heus! En hoewel de namen anders zijn, krijgen we diezelfde oefeningen ook bij de grote-mensen-club. We renden verder achter de wijk langs. Snel ging het niet, maar dat lag niet aan het kind! Ik ging niet snel. Het jochie vond het wel ver allemaal en had al spierpijn. We gingen het bos in, na een meterslange onderhandeling: mama wilde het bos, zoon wilde de weg en het park. Dus het werd half bos/half weg en tot slot park. Na het bos en 2,5 kilometer onderweg, kreeg het jochie het zwaar en was het moment aangebroken om hem te leren te blijven ontspannen: ‘armen laag’ ‘geen vuisten maken’. Hij had het warm en wie mocht het jasje dragen?! Natuurlijk: daar zijn mama’s voor. Hij vond het hilarisch dat ik het als rokje omsloeg. En zo waren we alweer lachend in het park. Na 3,3 kilometer liet ik hem weer thuis achter voor de douche en ontbijt. We hadden ons al 26 minuten ingespannen. Knap he, voor een achtjarige: ik was best trots. Hij vond de afstand de topprestatie: nog nooit had hij zo ver gerend! Schattig dat 3 kilometer een mijlpaal is.
Ik deed precies hetzelfde rondje nog een keer, maar dan in tegengestelde richting. Daar had ik minder tijd voor, maar ik kon de loopscholing nu achterwege laten. Ik mocht 3 kwartier rennen. Het was me een uitdaging om in dezelfde hartslagzone te blijven. Ik kwam wel iets hoger uit en werd zo nu en dan (maar niet vaak) teruggepiept door het horloge. Park, weg, bos, achter de wijk langs. Ik zag een andere hardloper en daarna zag ik niemand meer. Ik hoorde alleen maar de vogels en mijn eigen ritme. Ik genoot van de bomen die met hun ontluikende bladeren helder afstaken tegen de felblauwe lucht. Ik zat bijna in de flow, maar werd ‘wakker’ gepiept door het horloge. Ik moest nu de brug op en het trapje af. Ik kwam een moeder tegen die met haar zoon aan het hardlopen was, wat een lief gezicht…. De vader was met zijn kinderen een speeltuintje verder. In mijn trui had ik het eigenlijk best warm, maar ik had geen mama bij me om mijn overtollige kleding te dragen (en daarbij: ik had niks onder de trui aan). Brug over, park door. Er waren meisjes ranja voor 10 cent aan het verkopen: ik had helaas geen geld bij me. Ik kwam in het park en halverwege het park was de 3 kwartier voorbij.

Het was stil in het park, zonder mijn kleine loopcompagnon.


Ik had de tweede helft toch beduidend sneller gelopen dan de eerste! Toen verschenen er tijden hoog in de 6 minuten, waar de eerste 3 kilometer met 7 en 8 minuten begonnen.
Na 49 minuten was ik rond. 26 minuten heen, 23 minuten terug. Super! Best een prestatie hoor, want het was allemaal dezelfde hartslagzone. Het ventje was al frisgedouched en klaar met ontbijten. Die was alweer klaar om door te gaan met spelen, rennen en verkennen. Ik had het heet, ik had trek en ik ging douchen. Door voor de rest van de dag.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rondje mét en zónder…