Vorige week kon mijn loopmaatje niet mee, maar ik had ‘m wel aangestoken met mijn trilrondje Naardermeer. Vanmorgen hadden we weinig tijd, dus we gingen heel vroeg nogmaals hetzelfde rondje doen. Heel vroeg: dat betekent dat we om half 8 op de parkeerplaats stonden. We konden niet doorrijden naar Stadszigt, de poort was nog dicht. Het was erg jammer dat we meteen de eerste hardloper zagen, zo vroeg leek het ineens ook niet meer te zijn!
Eerst naar de Muggenbult over het zand van het Verkerkepad. Ik kende de route nog goed. Vandaag probeer ik het maar weer eens op 1 ontbijtkoekje en wat yoghurt. Zo vroeg krijg ik nog niet meer weg! Deze keer was ik minder zwijgzaam, maar echt in kwebbelmode stond ik ook niet. Langs de bosrand. Ik keek niet op het horloge om te kijken hoe snel we gingen. Het kon me helemaal niks schelen! We renden over de zachte bosgrond naar het uitkijkpunt. Het was minder drassig als vorige week. Het enige wild wat we spotten was een angstig konijn! Ik SMSte mijn kind goedemorgen – lang leve de telefoon! Het had wel minder charme, nu ik de weg niet hoefde te zoeken en niet zoveel foto’s hoefde te maken. Al snel waren we bij de Machine: een huis wat zo heet. Braaf hield mijn loopmaatje alle hekjes open (en elke keer meteen aan de goede kant ook).
De zon kwam er inmiddels door, maar het was nog niet zo warm; ik was blij met lange mouwen. Het tempo lag niet hoog, maar toch wel ietsje hoger dan vorige week. Op het pad met de mooie boom was het deze keer eigenlijk helemaal niet meer modderig. En zo vlogen de eerste kilometers echt voorbij. We kwamen alweer bij het asfalt. Ik voelde me helemaal niet moe. Terwijl ik vorige week nog 44 minuten deed over 6 kilometer, nu waren we na 41 minuten al zo ver. Dat was ook de bedoeling, want ik wilde vandaag dezelfde halve marathon in 2,5 uur volbrengen. Het voelde echter ook als een soort van tijdsdruk, als een zelf opgelegde verplichting die niet eens nodig was.

Over het schattige ophaalbruggetje en het huis wat verbouwd wordt, heeft nog altijd een CliniClowns sticker op de raam zitten: “Vergeet niet te lachen”. Waar vorige keer de hertjes stonden, waren het nu drie schattige kalfjes van langharige koeien die ons aanstaarden. Op het fietspad kwamen we niemand tegen. Toch vergat ik elke keer dat het nog vroeg in de ochtend was. We gingen na het fietspad over het onverharde pad verder en de modder was opgedroogd. Het was zo mogelijk nog zwaarder en dan kun je niet zo om je heen kijken, want je blijft maar naar de bonken modder staren. Nu ik niet op de route hoefde te letten, waren we al supersnel het huisje rond en het spoor over.

Mijn loopmaatje wist het wel treffend te zeggen: het is heel mooi hier langs de vecht en de dijk en bij het fort, maar het is met de hoogspan- ningsmasten, de bruggetjes en de spoorlijn ook erg onrustig. We liepen langs het fort en dat was erg mooi in de vroege ochtendzon. Ik realiseerde me dat het nog geen 9 uur was. Vroeg in de morgen en ik liep daar lekker over het ophaalbruggetje. Wat een feest!
We slingerden tussen de koeien door en er waren heel knuffelbare kalfjes. De Modder. Die geen Modder meer was. Maar opgedroogde klonten. Loeizwaar. Nog zwaarder dan vorige week. De hele tijd kijken naar de grond. Kuiltjes ontwijken. Enkels sparen. Maar als je samen bent, ga je niet wandelen! Dus we gingen door. Het was nog een bocht verder als ik me kon herinneren. We deelden het leed nu wel. Ik was blij het trapje te zien dat naar het asfalt leidde.
We gingen in gedachten droomhuizen bouwen: mijn loopmaatje wist hoe zijn huis eruit moest zien, ik wist alleen waar ik mijn huis zou gaan bouwen. Op het asfalt was duidelijk dat mijn loopmaatje ietsje harder loopt dan ik, want ik moest hem vragen wat minder hard te gaan lopen. Ik hield de tijd of de loopafstand niet in de gaten, maar ik wilde niet 1 keer het gevoel hebben dat ik hard moest lopen. Het moest ontspannen blijven. Zo ook op de lange saaie rechte weg. Dat was even afzien, maar al snel konden we de onverharde paden weer op!
Links van ons vloog een witte vogel mee. Elke keer ging hij (of zij) een stukje verder zitten en als we langs kwamen, vloog ze weer door. Heerlijk wit was ie. We gingen naar het uitkijkpunt. En daarna was ik snel genoeg om mijn loopmaatje te fotograferen op de stap-over-bruggetjes en ik was er snel genoeg af voor hij zijn fototoestel had gepakt! We kwamen in het bos en voelde me er met elke stap rustiger worden. Wat raar is, want ook in het bos moet je toch echt wel opletten op de boomstronken. We pakten de VIRB (een cameraatje met GPS) en gingen toen heerlijk over de planken lopen. Het was nog steeds zompig en ik vond het net zo lachen als vorige keer. Alleen nu was het geen verrassing meer. Het hutje lag er verlaten bij. Het meer was ook nogal leeg. We renden weer terug. Leuk hoor!
Toen volgden de velden. Ook deze waren minder drassig. De koe lag nu niet, maar stond op het pad te grazen. Ze keek niet op of om en bleef kauwen op het gras onder haar neus.
We waren stil. Niet dat er niks te vertellen viel, maar het was niet nodig. Behalve scholieren op de fiets naar school op de fietspaden kwamen we helemaal niemand tegen. Ik moest weer naar het toilet. Toch had ik nu niet de gedachte: ik hoeft nog maar 3 kilometer. Ik had me vandaag ingesteld op 21 kilometer en omdat ik de weg ken, voelt het anders aan. Ik ben ook nog niet moe van 16 kilometer, en honger heb ik al helemaal niet. Een 085-nummer had me gebeld en ik had geen idee wie dat kon zijn!
Toen kwamen we bij het Laarzenpad. We namen even de tijd om de VIRB te pakken en daarmee ging mijn loopmaatje voorop.
De omgevallen boom was weggehaald! We kwamen 1 mevrouw tegen, of zij ons eigenlijk: “hé, nog één” zei ze tegen mij, voorafgaand aan het goede morgen. Daar waar het kon, nam ik het pad naast de planken. Ik vond het jammer dat ik precies wist hoe lang het duurde. En toen was het beste deel achter de rug en waren er al 17 kilometer voorbij. Dat was raar om me te realiseren. Ik keek naar mijn hartslag en die was torenhoog! Dik boven de tweehonderd. Mijn gemiddelde hartslag was ook wat hoog voor het tempo. Achteraf gezien lijkt het erop dat de VIRB mijn hartslagmeter in de war bracht, want als dat ding aanstond, steeg mijn hartslag torenhoog! Zo krijg je het gemiddelde wel naar boven ja. We wilden wel langs het fort lopen aan de rand van Bussum, maar er leek geen pad heen te gaan.
We namen de schelpenpaden en ik had door dat we de halve marathon in 2,5 uur moesten gaan halen. Aan het einde van het schelpenpad kon ik eindelijk de opdracht “grote passen, laat je naar beneden vallen” oppakken. Er waren weinig heuvels op de route. Zo kwamen we bijna op het schoolplein van de Comeniusschool en volgde een ietwat saai deel over het spoor en door de wijk. En daar was nog een hardloopster (maar in haar wandelpauze). Het horloge van mijn loopmaatje liep een paar honderd meter voor op het mijne. Zo oneerlijk!
We zagen mijn auto alweer, maar ik moest naar Stadszigt in de hoop dat er een WCtje open was. En dat was er! Een kleine onderbreking tijdens het lopen, maar wel een noodzakelijke. We gingen nog een keer langs de Muggenbult. Ik voelde me eerder opgelucht dan moe en had best het idee nog een tijdje door te kunnen lopen. Ik voelde me aan het einde kwieker dan vorige week. Er ging een fluisterexcursie op de boot en boven op de Muggenbult maakten we een foto met de zelfontspanner. Dat is een rare foto: twee stilstaand poserende hardlopers…. Nee, laten we doorrennen en het rondje volmaken. Mijn loopmaatje was de richting kwijt, dat had ik niet verwacht. We liepen er voor de tweede keer en hij vond alles op elkaar lijken! We gingen eerst naar de auto voor een trui en daar was de halve marathon rond. 2 Uur en 29 minuten. We renden nog een paar honderd meter erbij naar de auto.
We wandelden terug naar Stadszigt, wat net open was gegaan, voor thee met een welverdiend stuk appeltaart. Was ik net zo moe als vorige week? Nee. Net zo voldaan als vorige week? Ook niet. En de euforie miste ook. Ik zou niet precies kunnen duiden waar dat door komt; omdat ik niet mijn eigen pad had gezocht, omdat ik het zo kort geleden nog heb gelopen of was het de onnodig opgelegde tijdsdruk? Ik vond het wel heerlijk om een kwartier sneller te zijn. Ik voelde bij het opstaan meteen dat de spieren afgekoeld waren en ik had het koud. Er zat me wat buikkramp dwars. Toen ik om 11 uur weer thuis was, voelde dat raar aan: de dag was nog niet half om en ik had al een halve marathon gerend! Het was weer mooi om het Naardermeer, al was het niet zo mooi als vorige week – maar volgende week ga ik niet weer.
Trail Naardermeer op herhaling
Wisselende tempo's op de Natuurbrug
Ik had er zin in! De rust keert weer wat terug blijkbaar. In elk geval in mij, want qua verbouwing zijn we pas halverwege. Het beloofde een warme dag te worden, dus ik vertrok meteen om 9 uur. Met een lange broek aan, een korte broek durf ik toch nog niet! Wel een t-shirtje met korte mouwen. Ik had een heel schema vol geheimtaal gekregen van de trainer.
Ik heb wat gemokt tijdens het invoeren: hoe komt ie erop!? Ik had pas toen ik naar buiten stapte het idee om weer eens naar het Kotterbos te gaan: daar ben ik toch al een week niet geweest….
Eerst een kwartier in zone 1 lopen, op een lage hartslag dus. Er gebeurde een klein wondertje: het horloge piepte me niet 1 keer terug! Ik ging gewoon lekker langzaam over de Evenaar. Over het bruggetje. Overal was jeugd aan het sporten en er was ook een blik hardlopers opengetrokken blijkbaar. Ik ging gewoon trots en vrolijk niet snel. Volgens mij heb ik het probleem van mijn hoge beginhartslag een beetje door: onbewust hou ik de eerste kilometer mijn ademhaling een beetje in. Nu hield ik mijn benen een beetje in!
Het tweede kwartier mocht ik in zone 2 lopen. De hartslag moet dan tussen de 135 en 154 liggen en dat is lekker ruim en prima te doen. Ik hield het asfalt aan. Enige zorgen maakte ik me wel over het verdere verloop van de training, want na dit half uurtje inlopen zou er 25 minuten volgen waarin mijn hartslag van zone 2 naar zone 4 en terug naar zone 1 en zelfs tot zone 5 moest komen! Geen idee hoe ik dat moest gaan halen. Op het fietspad langs de natuurburg in het Kotterbos realiseerde ik me dat ik het zelf in de hand had: Ik kon balen van de felle zon en de warmte, maar ik kon ook gewoon blij zijn daar lekker soepel en pijnvrij te lopen. Ik koos voor het laatste en begon te lachen. Het liep alleen maar nog lekkerder. Ik liep te denken over de route (geen idee) en waarom mensen meer dan 6 uur over de marathon doen en het ook hardlopen noemen (ook geen idee).
En toen was het hek open van de Natuurbrug door het Kotterbos! Ik dacht: als dit een foutje is, loop ik straks terug, maar dit hek is echt open! Ik dacht ook: ik loop toch wel terug. Wat een feest: net nu ik het goed kan gebruiken is de speeltuin met zijn heuveltjes en onverharde weggetjes weer open! Ik dacht ook: ik kan gewoon in zone 2 blijven rennen en deze training als mislukt opgeven… Dat heb ik circa 30 seconden gedacht en toen verworpen. Heuveltjes, onverhard, hoge hartslag: dit komt goed! Ik zag een andere hardloper die me tegemoet kwam, dus ik wist dat ik er aan de andere kant uit kon. Geen foutje.
Toen net voor de hoge uitkijkheuvel door naar zone 4. Ik zette er flink de sokken in. Het was maar 1 minuut. Het andere hek was open en zat in de weg. Ik ging heuvel af. Ik vond het niet helemaal geslaagd. 2 Minuten uitlopen in zone 1. Ik ging heel langzaam om de heuvel heen en nam zelfs een foto.
Maar toen waren de twee minuten om! Met telefoon in de (zweet)hand stoof ik naar boven en probeerde uit alle macht zone 5 te bereiken. Mijn hartslag moet dan boven de 173 komen. Heuvel af maakte die strijd verloren: zo hoog kwam de hartslag niet. Maar ik zweette intussen wel, al kwam dat niet van de lange broek! Ik ging de natuurbrug weer over.
Ik SMSte en daardoor had ik weer mijn telefoon in mijn hand toen ik naar zone4 moest sprinten de heuveltjes over. Het is eigenlijk net te kort, maar ik ging wel snel! De ‘langzaamste’ keer ging ik 12,7 km per uur, op zijn snelst 13,6 kilometer per uur. Is elke keer maar een paar honderd meter, maar het is wel grappig! Het bijkomen is dan eigenlijk ook net te kort. Ik snapte nu wel dat ik afgelopen maandag eigenlijk ook iets te veel had gedaan. Niet dat ik er last van had, maar dit is wel de tweede ‘heavy’ training in 1 week. En nog een keer proberen om zone 5 te halen. Ik heb dan echt geen tijd om op mijn horloge te kijken of me ergens anders druk over te maken als de ene been zo snel mogelijk voor de andere, maar ik heb de hartslag van 173 niet gehaald.
En toen mocht ik 10 minuten “uitpuffen” in zone 2. Ik was de natuurbrug weer over en maakte een rondje om de vogeltjes. Ik dribbelde echt en de hartslag gleed weer terug in zone 2. Ik besloot toch maar “mijn” pad te nemen door het Kotterbos. Ik vind dat pad zo heerlijk en de vraag is of ik dat laat verpesten door 5 steigerruns achter elkaar. En toen… piepte mijn horloge! Ik ging te lang-za-am. Of ik even wilde stoppen met genieten van het ontluikende groen en gewoon mijn hartslag op peil wilde houden.
Ik wilde net mijn fototoestel pakken omdat ik het berkenbos zo vreselijk mooi vind nu de bodem lichtgroen is en de bomen wit en het zonnetje er in een felblauwe lucht boven langs. Maar ik bedacht dat ik dan voor de derde keer met een telefoon in de hand zou moeten versnellen en ik zag ik er precies op tijd van af. Ik moest vijf keer 1 minuut van zone 1 naar zone 5 versnellen.Ik telde 10 seconden heel langzaam joggen, 10 seconden sneller, 10 seconden fijn tempo, 10 seconden doorlopen en 10 seconden sprinten. En dan onmiddellijk als het horloge stopte terug in jogtempo voor 10 minuten. Dat ging best goed, maar ik kwam niet boven sprinten uit. Het horloge telt 10 seconden af en ik besloot na de tweede keer dat ik maar 8 seconden voor elke stap zou uittrekken en dan als het horloge ging piepen ik nog harder dan sprinttempo moest gaan. Dat werkte. Ik ging harder als ik gedacht had te kunnen en eindelijk ging de hartslag mee! Maar ik voelde het wel. “Mijn” pad flitste voorbij en toch had ik nog even tijd om te genieten van hoe mooi het was, ongeveer 15 seconden per minuut hahaha. En toen waren de vijf keer al voorbij. Ik was helemaal niemand tegen gekomen op “mijn” pad, bedankt asfaltrokkers! – blijf lekker daar met jullie koptelefoons op! Ik lijk het ‘geheim’ van leuk lopen een beetje ontrafeld te hebben: lachen! Zei Evy Gruyaert al: glimlach en herhaalde de trainer dat niet ook? Maar het werkt nog beter om gewoon hardop te schateren. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen… Vermengd met zweet.
Ik ging de hogering weer over en nu weet ik waarom ik de heenweg op redelijk tempo in zone 1 bleef: toen had ik wind mee! Nu had ik wind tegen… Gelukkig was de trainingstijd om, maar de route nog niet, dus ik hobbelde langzaam aan weer naar huis. Ik wees nog iemand de weg en slingerde tussen de nog immer aanwezige scholieren door. Dik 10 kilometer in 70 minuten bij een hartslag van 140 gemiddeld en een hoogste (echte) hartslag van 184. Allemaal statistieken, het belangrijkste volgt nu: ik had nog energie erbij gekregen en was helemaal vrolijk en opgewekt. Hardop lachen dus.
lopend naar de training
In het schema stond dat ik maar in Zone2 moest lopen. Zou dat nou wel kloppen? Niet zo heel erg, want dat was ook wel waar ik zin in had. Maar het was lekker weer. En ik had dan misschien geen zin in uitsloven, maar wel in hardlopen. Mijn loopmaatje SMSte dat hij om kwart voor 8 op het fietspad zou wachten en ik vroeg hem: met fiets?! En zo werd binnen 2 minuten de fiets van het programma geschrapt en zouden we naar de training toe hardlopen. Wat moet je aan als het nu nog wel 10 graden is, maar over een uur niet meer?! Jasje toch maar erover aan.
Kon ik mooi even mijn klachten kwijt bij mijn loopmaatje voor we bij de training waren. Natuurlijk komen de anderen ons wel voorbij gefietst! We waren er net zo snel als op de fiets, maar nu was 5 minuten te vroeg 5 minuten afkoelen. Het is precies twee kilometer. Er was 1 trainer voor de hele groep. Ik hoefde mooi niet te kiezen! Het tempo vooraan lag (weer) te hoog, maar ik liep heerlijk met een medeloopster te kletsen. Sommigen van de loopgroep hebben de marathon in Rotterdam net niet in 3 uur gelopen, Zelia (ik was met haar bij Groet in Schoorl) heeft 6 uur en 20 minuten over de marathon van Parijs gedaan. Voor mij zijn de verschillen te groot en onbegrijpelijk.

We gaan rondjes om het grasveld lopen. Onderweg op het gasveld krijgen we steeds een oefening. Een skipping, een uitvalpas en jumping jacks. Het rondje om het gras loop ik steeds kletsend met de medeloopster. Dan zijn we opgewarmd en in tweetallen lopen we in tegengestelde richting van elkaar. De ene helft hard, het andere stuk langzaam. Van de 5 keer komen wij elkaar 4 keer op precies hetzelfde punt tegen! 1 Keer ren ik ietsje te hard. Inmiddels wordt het donker en ik ben blij met het jasje.
We verlaten het grasveld en wederom in een wat hoog tempo gaan we naar het volgende punt. De medeloopster voorspelde de woondome-helling, maar het wordt de brug. De AB lopers mogen omhoog hard op tempo lopen en de CD lopers omlaag.
Afhankelijk van welke groep je kiest ga je het trapje op of af. De medeloopster daagt me uit en ik vergeet spontaan zone 2: we gaan hard naar boven lopen. Drie keer. Hard, maar niet te hard. Ik mag het trapje af. Bij de derde keer merkt mijn medeloopster op dat ik kleinere stappen moet nemen omhoog. Dan denk ik ook pas weer aan zone 2, maar de kleinere passen zijn een enorme hulp. We moeten het vijf keer doen. Inmiddels is de zon onder.
We lopen deze keer in een rustig tempo terug naar De Wieken. Ik heb gezellig gelopen, maar ik heb me niet uitgesloofd. Zo voelt het ook niet.We lopen nog twee kilometer terug naar huis. Raar om dat na de cooling-down te doen! Zo zitten er al met al op een gewone maandagavond ruim 12 kilometer in de beentjes.
Shit-loopje dat naar bloesems rook
Zondagavond. Op de één of andere manier moet ik nog even uitlopen na vrijdag. Ik ben op zondag met het verkeerde been uit bed gestapt. Ik heb nergens zin in, niks lijkt ook te lukken, mijn gezicht staat de hele dag op standje donderwolk. ‘s Avonds is alles uit de woonkamer aan Lego verhuisd en wordt me gevraagd of ik nog ga hardlopen. Ik heb netjes een uur gewacht na de frietjes, en de zon is nog een uur op. De bloesems wachten op mij!

Ik ga lekker langzaam. Het grootste deel tenminste. De eerste kilometer ga ik veel te hard. Dan ben ik onder de bloesems en ze ruiken zalig. Het is een wolkje parfum. Een tunneltje van witte bloempjes.
Ik loop heerlijk te snuiven, maar mijn bui knapt er nog niet echt van op. Ik blijf nukkig en sjacherijnig en denk er zelfs even over om gewoon weer naar huis te lopen, want met een paar kilometer is ook niks mis. Dan bedenk ik dat ik het Gerrit Schultepad vandaag wel kan aflopen. Dat is ook niet zo ver.







Al snel krijg ik last van mijn buik. Stomme frieten. Nog steeds vind ik alles stom. Ik bewonder de kunstwerken in het water, ga door de Regenboogbuurt. De paden zijn leuk. Lekker verhard. Ik word door twee dronkenlappen aangemoedigd. En ik loop maar over het pad van Gerrit. Ik kan het niet missen. Het voornemen om alle bordjes te fotograferen staak ik, het zijn er te veel. Ik kom dezelfde mensen tegen als afgelopen woensdag, pa met de rolschaatskinderen! En ik zie drie enge mannen op me af komen. Ik voel me even onveilig, maar als we elkaar naderen, blijken het 3 giebelmeiden te zijn. Mijn buik hotst en klotst, maar ik hobbel gewoon door. Al vier kilometer. Ik probeer een hele kilometer rennend door te komen, maar mijn buik en het maken van foto’s verhinderen het.
En dan is het Gerrit Schultepad ineens ten einde. Ik kan omlopen, maar het wordt al wat donkerder en ik had al geen zin, heb geen zin meer en ga het ook niet meer krijgen. Ik heb nog tien minuten tot zonsondergang en ik ga via de rechte weg naar huis. Eindelijk lukt het me om een hele kilometer gewoon maar te blijven rennen en dan ligt het tempo aardig netjes en de hartslag niet hoog. Tot ik bij De Wieken kom, waar normaal de looptrainingen beginnen.
Ik moet naar de WC. Mijn buik en darmen spannen samen. Het lijkt nu nog ver naar huis en ik denk er zelfs even over om terug te rennen naar de McDrive voor de toilet, maar ik geloof dat doorgaan toch beter is. Ik wil naar huis, en wel zo snel mogelijk, maar er zijn spieren die meer aandacht vragen dan mijn beenspieren! De zon gaat onder en ik ren alle maanden langs in de Seizoenenbuurt. Onder het tijdpad door en dan floepen precies de lichten aan.
Tijdpoort rijmt op schijtvoort: meer kan ik niet bedenken. En nu klinkt het heel grappig, maar toen ik daar liep vond ik het helemaal niet zo leuk! Ik ren tot de school. Tot onze straat. En nu heb ik echt haast, maar rennen komt er niet meer zo van, want ik moet mijn billen bij elkaar knijpen. En zo ben ik na 52 minuten thuis en duik ik de pot op! Ik heb nog net zoveel goede zin als toen ik vertrok. Niks.
Trailrun Rondje Naardermeer
Mijn loopmaatje was ziek. Te ziek om mee te gaan lopen. Ik werd erg onzeker of ik wel helemaal alleen onverhard moest gaan rennen. Of ik het in mijn eentje aandurfde om langs het Naardermeer te gaan lopen. Maar het weer was zo veelbelovend! Ik had er zin in! Ik heb van mijn loopvriendin een boek gekregen over een trailrunster die heel Engeland in haar eentje doorkruist. Dan kan ik toch wel alleen… Maar de route…. Die staat aangegeven! Helemaal alleen… Ik kies juist voor het Naardermeer omdat ik daar op een mooie lentedag veel mensen verwacht. Dan ben ik niet zo alleen. Voor/als/dat/je weet maar nooit/
Ik ga er gewoon voor en om 5 over 9 sta ik gewapend met de route op de telefoon in mijn lange broek en regenjasje naast Stadszigt: het begin van de route. ik heb twee boterhammen op: voor mijn doen een heel vet ontbijt! Lange broek en regenjas? Ik verwacht dat een korte broek de eerste kilometers veel te koud is en de regenjas is lekker licht: die bind ik straks wel om. 19 Kilometer route, waar ik 2 uur en een kwartier de tijd voor heb. Here I Go!
Eerst naar het uitzichtpunt wat de Muggenbult heet. Ik kom meteen de eerste wandelaar tegen. De eerste kilometer gaat heel gemakkelijk, maar ik kijk niet hoe lang ik er over doe. Niet kijken, niet kijken… Mooi uitzicht, foto. Ik ga veel foto’s maken. Ik haal de wandelaar weer in. In de verte loopt een hardloper in een fel gele korte broek. Die haal ik nooit in en dat hoeft ik ook niet. Links het bos, rechts de A1. Jammer.
Weer een uitzichtspunt. Hé, ik ga ze allemaal af vandaag! Op dit prachtige smalle paadje ben ik de eerste, getuige de spinnewebben. De bosgrond is superzacht. Foto’s. Het lijkt wel een Canadees bos!En weer kom ik de wandelaar tegen, dit is de laatste keer. Ik heb inmiddels een langzaam ritme gevonden. Tussen de A1 en het Naardermeer. Ik heb geen uitzichtpunt nodig, ook nu is het zicht op de plas prachtig.
Alles is onverhard. Vol met bloemen. Foto.
Gelukkig werkt dit telefoonhoesje inmiddels ook goed mee! Ik heb het nog niet warm. Weer haal ik twee wandelaars in. Het is al druk voor nog-geen-half-tien. Langs een prachtig huisje, foto!
Stukje modderig moeras. En de hele tijd de A1 aan de andere kant. Ik heb er al vijf kilometer op zitten en daar heb ik lang over gedaan. Ik begin al te balen, dit is zo leuk en het gaat zo snel voorbij!
(hé loopmaatje, sla deze alinea maar even over) Als je alleen rent, ben je minder afhankelijk. Ik kan gewoon mijn eigen slome tempo aanhouden, zonder het gevoel dat ik iemand ophou. (ik hoor ‘m zeggen: dat heb ik nooit iets van gezegd…) Als je alleen rent, kun je de bruggetjes gewoon over wandelen, omdat ze zo eng zijn. Als je alleen rent, pak je gewoon ineens het fototoestel. (dat kan toch ook als ik erbij ren, zal ie wel denken)
Nu ik alleen ben, moet ik zelf de route in de gaten houden en dat is lastig voor me. (ik hoor ‘m lachen grrr) Als je alleen bent, moet je zelf al die hekjes open houden, en dát is nou echt jammer, want ik doe ze ALTIJD verkeerd om open. Als je alleen bent, hoeft je alleen maar naar je eigen gedachten te luisteren. Hoewel dat straks wel saai wordt, de eerste 10 kilometer is het prima en blijken er bakken vol vogels te zijn met hun herrie. Je kunt gewoon lekker het pad over slingeren, zonder iemand te hinderen. Maar je kunt ook niks delen. En dat mis ik het meest. Daarom maak ik zoveel foto’s.
Ik kom op het verharde pad. Rechts kan ik moeiteloos de A1 op, bah. De andere kant bevat een prachtig moerasbos. Ik mag verhard lopen! Eventjes fijn. Nu moet ik de oefening maar doen die de trainer me heeft meegegeven: “reactief lopen”. Nu mis ik het loopmaatje echt voor de nodige uitleg, haha – maar ik snap het zelf ook wel: hogere pasfrequentie. Als ik net wil beginnen zie ik de andere hardloper stretchen; nu kan ik geen triplingen gaan doen, want ik wil hem wel een beetje cool inhalen met zijn korte broek! Als ik hem voorbij ben, kom ik langs een prachtige ophaalbrug bij een schattig huisje. Jammer dat het helemaal verbouwd wordt.
Ik loop nog steeds verhard en ga de streepjes tellen en proberen daartussen meer stappen te zetten. Ik ben net goed op weg als ik de hertjes zie staan. Ze staan een eind weg, maar ik onderbreek de oefening voor een foto.
Een tiener die me tegemoet komt fietsen, draait om om ook mee te kijken! De wielrensters snellen voorbij. Ik ga nu echt de passen tellen, de knieën optrekken en dan krijg ik bericht van mijn telefoon een bericht dat ik niet meer op de route zit. *zucht* die oefening wordt het blijkbaar niet! Ik kom toch echt keurig uit en zie zelfs weer een blauw pijltje. Wat pontificaal de modder in wijst. Jippie!
Ik loop over de ongelijke modderklonten, maar ze zijn opgedroogd. Dan komt me een hele grote hond over het veld een stuk verderop aangehold. Ik zie er geen baas in de wijde omtrek bij en ik ga wandelen. Grote honden op topsnelheid, dan ren ik hun huis niet voorbij. Hij blijft aan de andere kant van de weg. Ik hobbel weer verder en check de route nog maar eens. Het wordt erg vaag hier. Gelukkig helpen de blauwe pijltjes me ook. Het lijkt een kale vlakte met een spoorlijn en hoogspanningsmasten aan de horizon. Daar moet ik heen, maar ik kom nog langs een soort huis op deze prairie.De zon breekt door en ik krijg het warm. 8 Kilometer. Ik ga mijn jas omknopen. Rennend, zigzag rennend. Gaat allemaal tegelijk. Bruggetje. Trein. Tegenligger, maar ik moet de andere kant op. Ik begin te balen. Weet je waarvan? Ik ben al op de helft. En dat vind ik nu al jammer! Ik bedenk me hoe fijn het is dat mijn loopmaatje ziek is, ik zal nog een keer met hem mee dit traject doen!
Spoor oversteken en ik kom langs kleine caravans waar een ezeltje voor staat. Je zou hier toch maar het hele jaar wonen! De man die het ezeltje voert heeft niet voor niets Ouwe Jan op zijn deur staan, of hij Jan heet heb ik niet gevraagd, de rest hoeft ik niet te vragen.
Ik kom op een dijkje, in de verte zie ik een molen, een ophaalbrug en… een fort. Een fort? Ik waan me weer in Engeland of Ierland en vergeet bijna dat ik maar om hoeft te kijken om Hollandse sprinters op het spoor te zien. Ik mag er helemaal langs lopen. Er komt een bootje aangevaren over de Vecht. Hartstikke idyllisch allemaal! Ik stuur een bericht naar mijn loopmaatje en dat is niet zo wijs. Ik moet hier goed op de route letten en dat lukt niet allemaal tegelijk: appen, genieten, foto’s maken én de route. Het laatste gaat bijna mis! Ik mag een alleraardigst ophaalbruggetje over.
Hier staan superleuke huisjes.Ik ga de modder op. Dan is het appen van de baan. Klonterige modder. Omgeploegd door 80 koeien. Ongelijke modder. Enkel-brekers-modder.
Het is hier mooi, drassig en wijds. Maar het enige pad loopt ook over hetzelfde spoor als dat van de koeien, dus om me heen kijken en mijn enkels wagen is geen optie. Dit is niet mijn hobby. Ik ploeter er doorheen en dan is er een bevrijdend trapje omhoog, naar de vrijheid en het asfalt.
Een prachtig huis, inclusief antieke auto staat te koop. Jammer dat je vlak bij een grote weg zit. Ik ren rechtdoor de dijk over. Als ik dit nog eens loop, blijf ik de dijk volgen, zeker als het geregend heeft en de modder nog drassiger is! Op een grappig bord dat de weg doodloopt, staat ‘hier keren’. Ik moet er om lachen, want dat is een leuke optie. Ik loop door.
Als ik denk dat ik weer onverhard mag gaan lopen, blijk ik op een lange, rechte, geasfalteerde weg te komen. Loopmaatje appt net of het veel verhard is. Of je veel water ziet. Om me heen ligt water, maar dit is een Flevolandse dijk. Dat wordt een heel stuk rechttoe rechtaan, verstand op nul. Ik kijk naar alle vogels, het zijn er veel. Wie had ooit gedacht dat ik zo blij zou worden dat ik asfalt achter me mocht laten? Ik dans bijna het uitzichtpunt op en ineens is de hele natuur mooier! Ik vergeet bijna de weg naar de volgende observatiehut te nemen.Het is wederom niet erg Nederlands, dit veenachtige landschap. Ik bewonder slechts even het uitzicht.
Terwijl ik ren, kan ik hier ook goed rondkijken. Ik hoop dat ik dadelijk het bos weer in mag, want ik heb aan alles gedacht, (ik loop hier met een volslagen nutteloze OVchipkaart rond) maar niet aan zonnebrand. En de zon is fel vandaag. En alom aanwezig.
Het nivo van de bruggetjes wordt opgeschroefd: nu moet je midden op de brug over een hekje heen stappen. Precies het goede moment voor tegenliggers (not)
Het bos in. Verkoelend. Ik kan wel huilen van geluk en ik loop hier helemaal te genieten. Hoe ver het nog is, hoe lang ik er over doe, wat ik nog tegen ga komen: het doet me allemaal niks. Ik loop hier heerlijk in dit bos te genieten alsof ik nog nooit in een bos ben geweest! Dan is er een doorsteek naar weer een observatiehut met uitzicht op het meer.
Toe maar. Er liggen plankjes. Anders is het te drassig. Plankjes met gaas erop. Het is geweldig.
Wat is dit leuk. Dit is Canada in Naarden. Dit is zo grappig! Dan zijn de nieuwe balken op en volgt de oude batch. Zomp, stap, balanceer. Ik geniet zo erg dat ik HARDOP aan het lachen sla. Ik kan niet ophouden. Hoe leuk is dit?! De hut is een raar bouwsel.
Ik maak een aparte panoramafoto en dan… komt er een tegenligger aan over het zompige-latten-pad.
De bruggetjes zijn nu zo gemakkelijk dat ik er gewoon overheen ren. Tenzij er een obstakel is. Ik geniet nog steeds na van de plankjes. Daarom is de zompige modder niets erg meer. Mijn witte schoenen veranderen langzaam van kleur.
Wat een rare omgevallen boom daar! Als ik dichterbij kom, zie ik dat de ‘boom’ een zwarte vacht heeft en oortjes. Het is een enorm rund wat op mijn weg ligt. Door de modder schuifel ik er langs.Dan volgt de weidegrond. Het ziet er lieflijk uit, maar schijn bedriegt. Zompig gras. Ik heb nu officieel natte schoenen. Op de eenden na is het grasveld leeg. Waren er net nog diverse andere mensen, niemand waagt zich op bergschoenen door dit veld blijkbaar. Mijn witte hardloopschoenen wel. Ik ga een bergje op en dan kom ik op het laarzenpad.
Waar geen laarzen nodig zijn omdat het moerasbos wederom voorzien is van plankjes. JippieHoera!Het lijkt wel een doolhofspelletje van vroeger. Ik blijf foto’s maken. Onder de boom door en tegelijk op de plankjes bijven is een heuse uitdaging, maar ik zit zo vol energie dat het mij allemaal niks meer uitmaakt.
Ik kom tegenliggers tegen! Gelukkig is het hier even minder zompig, anders weet ik niet hoe ik ze had moeten passeren. Ineens is er weer die superzachte bosgrond.
En dan moet ik naar de WC. Mijn horloge piept. Nog twee kilometer. Ik heb niet eens gekeken naar de kilometertijd! Ik verlaat het bos.Mijn telefoon (route, fototoestel, life-line) raakt leeg. Ik zet alles uit. Dan kom ik aan de rand van Bussum. Ik moet nogmaals het spoor over en daarvoor moet ik de stad een stukje door.
Ik weet niet hoe, dus moet de route op de telefoon weer aan. Ik kom langs een fort waarvan ik niet wist dat het zo mooi verscholen hier vlakbij ligt. Ik kom langs een school en dan brengt de route me door een onverhard park! Een schelpenpad inclusief bergje. Tussen spoor en huizen door.Dan daagt het me: ik mag dadelijk over de spoorovergang waar ik met de auto naar het werk in Hilversum toe wel honderden keren overheen gegaan ben. Altijd wilde ik achter de school gaan kijken. Het is nooit gebeurd en nu kom ik achter de school vandaan! Het is me over bekend en toch totaal anders. Ik voel me een ontzettende bofkont. Terwijl ik langs een drukke straat ren!
Ik ga kijken wat er achter de afslag ligt. Al weet ik het: mijn auto staat dichtbij en er is een WC. Ik zie een andere hardloopster. En de perken hier staan vol narcissen en blauwe druifjes. De wetenschap dat ik bijna rond ben doet me de tijd die ik daarvoor nodig heb gehad vergeten. Ik ben al langer onderweg dan de bedoeling was.Als ik de 19 kilometer aantik en bij Stadszigt kom, zie ik dat het er druk is. Mensen op het terras in de zon. Mensen die de 800 meter naar de Muggenbult wandelen. Achthonderd meter… Dat is anderhalve kilometer heen en terug. Ik ben hier. Ik vergeet de WC. Er is nog een rondje aan vast te plakken en nu wil ik die halve marathon binnen drie uur ook halen ook. “Het is nog 19 kilometer” grapt een meneer op de fiets. “Die zitten er al op” dien ik hem van repliek. De laatste twee kilometer zijn raar genoeg het zwaarst.
Hier op het Verkerkepad was ik al. Toen waren alleen die ene wandelaar en ik hier. Nu zijn er zelfs rolstoelen! Bijna drie uur geleden en 90% telefoonaccu meer dan nu en weer maar ik hier een foto. Ik weet dat ik de telefoon dadelijk kan opladen. Ik heb onderweg niets extra gegeten. Mijn lijf is gewend aan weinig. Maar ik heb nu wel trek in de koekjes die in mijn auto liggen! De zon is me opeens te fel. De weg saai en recht. Asfalt. Nog 500 meter. Het lijkt weinig, maar dit is het zwaarste stuk. Ik kan mijn auto zien! Ik moet! 21,12 km op de Garmin. Alles uit en ik sprint naar de toilet. Dicht. Ik moet op zoek naar de andere WC’s. Eva.
Die moet ik hebben en er is papier genoeg voor mij. Opluchting.Ik spoel mijn gezicht af en voel dat het verbrand is. Ik had nooit kunnen denken dat ik trots zou zijn op een halve marathon in 2 uur en drie kwartier, maar ik barst van geluk! Ik ben zo blij dat ik zelfs een cooling-down doe bij de auto. Ik ben niks moe.
De koekjes gaan er wel aan. En al het water. Ik ben ontzettend blij. Om de één of andere reden zit ik tjokvol endorfines. Het was zo mooi en ik heb echt iets overwonnen. Mijn telefoon heeft nog 1% accu en pas thuis kan ik mijn loopmaatje lekker spammen. Ik kan niet goed uitleggen hoe blij en stuiteren ik ben. Of ik met hem mee wandel. Ik heb nog energie over!
We wandelen langs de Oostvaardersplassen en dat is ook prachtig. Vlakbij en mooi. Ik heb geen spierpijn, nergens last van; alleen een soort onvermoeibaar gevoel. Het gaat goed tot half 6. Ineens heb ik honger. Te weinig bijgetankt. Hoofdpijn. Veel te weinig gedronken. Moe. Ik heb toch al met al minstens 27 kilometer mijn benen gebruikt. Nog meer honger. Spierpijn. Mijn benen geven zich gewonnen. De endorfines zijn op. Ik ook. En toch; ik ga nog mee naar Ikea, zet tot half 12 laatjes in elkaar. Sinds ik de fitbit heb, heb ik nog niet zoveel stappen gezet. Ik ga over de 40duizend heen.
Het Gerrit Schultepad
Twijfel: Ga ik naar de training, het past zo slecht met zwemles en eten. Twijfel: Ik heb niet zoveel zin in wéér die versnellinkjes, dezelfde paden, dezelfde oefeningen. Twijfel: Wat moet ik aan?! Ik pak alle twijfel bij elkaar, gooi het weg en gá gewoon. Nu twijfel ik nog of ik wel met de snelle AB’ers mee moet. Het worden door de drukte duidelijk twee groepen en een oude bekende gaat met de CD mee. Dan zegt de trainer dat de lieve trainster ons per 1 mei gaat verlaten. NEEE! Ze traint vandaag voor het laatst de AB-groep en daarmee is alle twijfel voorbij: ik ga in lange broek en met lange mouwen (en ik ben niet de enige!) met de AB mee met de lieve trainster. Voor het laatst.
Tijdens het inlopen, lopen de twee snelsten voorop. Dat is niet zo slim natuurlijk, want het tempo ligt veel te hoog. Ik vroeg de trainster waar ze heen ging en ik bedoelde ‘verhuizen’, maar zij vertelde me heerlijk in het nu dat we naar het Gerrit Schultepad gaan. Ik verduidelijk me en ze moet mij vertellen waarom ze toch naar Hogezand wil verhuizen en wij lopen achter de twee snelle heren aan, dus merken pas na anderhalve kilometer op dat het wat rap gaat. Dan zijn we op het Gerrit Schultepad. Dat loopt ongeveer half Almere door en hier gaan we oefeningen doen. Eerst wil ze ons nog meegeven dat een sterke romp ook belangrijk is, dus tijdens de schikkingen moeten we onze romp draaien. Ik krijg alleen maar een sterke romp van kasten versjouwen.
We moeten ook met onze handen over elkaar lopen: dat is echt lastig zeg! Wij blijven op het fietspad. Het rare is dat ik het zelfs wat KOUD heb. Dit t-shirt heeft wel lange mouwen, maar het is niet dik en ondanks dat er geen wind is, is het net te weinig blijkbaar voor deze avond. Het blijft heerlijk lang licht. We gaan door op de tempo-oefeningen. Je moet twee minuten heen lopen en dan omkeren op het Gerrit Schultepad en dan na precies weer twee minuten terug zijn bij het beginpunt. Tempo vasthouden dus.
Ik vertrek iets later dan de rest, want ik moet mijn eigen tempo in mijn voetstappen kunnen horen. Ik ga wat hard. 12 Kilometer per uur hou ik mooi 4 minuten vast. Ik ben een paar seconden te laat, maar dat komt omdat de heenweg bij de brug wat daalt en dus op de weg terug omhoog gaat. Daarna moeten we hetzelfde doen: 2 minuten heen, 2 minuten terug en nu moeten we proberen iets verder te komen. Nu ben ik in de aap gelogeerd! Maar ik zet iets meer aan en komt nu net onder de brug door, en daarmee bijna 40 meter verder. Ik veroorzaak bijna een botsing. Ik haal het deze keer wel.
Er is veel verkeer op het Gerrit Schultepad. Er zijn ook een stel jongetjes die wel even met ons mee zullen doen, maar na een minuut keren ze om. Het wordt donkerder en ik heb geen lampje bij me. Wie zou Gerrit toch zijn geweest en waar kom ik het pad normaal tegen? Ik neem me voor het pad een keer helemaal af te lopen. Dit stukje ken ik nu wel. We gaan een climaxloop doen. 8 Minuten heen in deurtempo: het tempo waarbij je gemakkelijk kunt kletsen. Dan draai je om en ga je 4 minuten je tempo verhogen, daarna sprint je twee minuten uit. Ergo: 8 minuten heen en in 6 minuten terug. Dat is een flinke versnelling! Ik klets mee, maar ik wil daarna ook even rust en verhoog mijn duurlooptempo iets. Iets teveel vrees ik. Net onder de 6 minuten per kilometer. Dat komt omdat ik op een bekend punt wil komen en dat is de brug in de verte.
Boven op de brug weet ik waar ik ben en zijn de eerste 8 minuten om. Ik keer om en zet aan. Ik moet flink versnellen. Mijn telefoon telt af. De kermis licht op aan de rechterkant, maar ik krijg het nu toch warm! Gelukkig wordt het donkerder en dat dekt mijn rode kop af. Ik ga de laatste twee minuten nog sneller, maar meer dan 12,5 kilometer houd ik toch net geen twee minuten vol. Ik ben 30 seconden te laat. DAAR BAAL IK VAN. Ik zal het maar eerlijk toegeven: ik vind het gewoon niet zo goed van mezelf. Ik weet ook waar het aan ligt: niet dat ik niet sneller kon, maar ik ben gewoon net iets te ver gegaan in de eerste 8 minuten. Stom, maar ik ga het later nog een keer proberen, want ik vond het wel leuk! Inmiddels is het donker en we gaan terug.
Ik loop eerst weer een beetje vooraan, maar ik ben niet in de stemming om vrolijk te kletsen. Ik ben gewoon een beetje in mezelf gekeerd en laat me leuk naar achter afzakken waar de mannen het als een stelletje oude wijven over de kampeervakanties hebben. Ik moet er om grinniken. We maken niet al teveel kilometers, maar ik heb erg fijn getraind. We doen een paar andere oefeningen als cooling-down: dat zal ik ook missen aan deze trainster: ze is veel meer van het balans-zoeken en chi-running. Maar ja, Hogezand is nogal een eindje weg…. 
Gerrit Schulte was een wielrenner. Hij is in 1992 al op 76 jarige leeftijd overleden, dus ik denk niet dat hij nog heeft meegemaakt dat er in Almere een fietspad naar hem vernoemd is. Een pad van 3,3 kilometer lang vanaf de bloesemsstraat tot aan de sportvelden (voor mijn persoonlijke plaatsbepaling). Uitstekend geschikt voor oefeningen.
Op herhaling
Op 1 april ging ik met een hoge hartslag en stormachtige wind een rondje lopen om te kijken hoe de bloesems erbij staan. Vanmorgen was de hartslag lager (de ergste verbouwingen zijn achter de rug) en de wind heeft plaats gemaakt voor de lente. De trainer heeft nog geen nieuw schema gemaakt en door de paasdagen was dat ook nog niet echt nodig. Gisteren moest ik het hardlopen toch uitstellen. Dus vanmorgen ben ik maar weer opnieuw een bloesem-controle gaan uitvoeren. Moet er toch niet aan denken dat ik ze mis dit jaar!
Eerst een half uur in zone 1, een hele lage hartslag en een heel laag tempo. Ik had er geen moeite mee en mijn benen al helemaal niet! We begonnen heerlijk kalmpjes aan en ik kan gerust volgende week weer onder de bloesems door: ze staan nog niet in volle bloei! Als de hartslag ook maar een beetje op hol dreigde te slaan, ging ik gewoon nog langzamer joggen. Vandaag had ik geen muziek bij, dus ik werd ook niet opgejaagd.
Ik nam echter wel een andere route: weer eens een keer langs de manege vandaag. Stukje brug, stukje stad, stukje bos, stukje velden. Eerst naar de brug: deze zou ik twee keer oversteken vandaag en de eerste keer ging op zijn elfendertigst. Ik wist niet of ik eerst de velden zou nemen of eerst het bos en zelfs boven aan het trapje aarzelde ik even: het werd uiteindelijk eerst het bos! Over het onverharde pad dat de meest ontoepasselijke naam heeft van heel Almere: het Betonpad.
Ik liep lekker te joggen bij een hartslag van 125 slagen per minuut. Aan de linkerkant hoorde ik de auto’s op de A6, aan de rechterkant zat het bos vol prachtig fluitende vogels. Ik denk dat ik een hondenuitlaatservice tegenkwam, want 10 honden is natuurlijk wel heel erg veel…. Slechts eventjes maakte ik me toch wat zorgen over de volgende zone: ik liep nu zo lekker sloompjes, moest ik dadelijk echt harder? Maar na 4 kilometer was het eerste half uur voorbij en voor de manege begon het volgende half uur in zone 2. Ik zetten een tandje bij met in mijn achterhoofd dat ik dat toch ook een half uur moest gaan volhouden. En toen kreeg ik het wel iets warmer met mijn regenjasje aan! Ik had er korte mouwen onder, maar voor een korte broek vind ik het nog te kil.
Ik nam de route onder de hoogspanningsmasten door. In deze hartslagzone piept mijn horloge zelden. Het tempo bevalt me uitstekend, maar mijn benen hebben nog wel een eigen soort herinnering aan paasdagen vol sjouwen, klussen, verven en laminaat herleggen. De brug komt deze keer veel sneller!
Ik mag nu het trapje op en dan loop ik een heel klein stukje dubbel. Ik heb al besloten dat ik het wandelpad neem door het Meridiaanpark, omdat ik een hekel heb aan het einde van het fietspad. Ik denk honderden gedachten terwijl mijn voeten doorroffelen. Ik las laatst van iemand die van de hak op de tak denkt en ik denk dat alle hardlopers dat doen. Zij had het idee om met een podcast Frans te gaan leren. Ik overwoog nu het idee om een voorleesverhaal mee te nemen, kijken hoe dat op de hartslag werkt! Vooralsnog liep ik me af te vragen waarom het fietspad zo nat is ineens. Dan zie ik naast me het antwoord: het moerasachtige gras ligt hoger dan de waterstroom. Maar als ik dat goed en wel heb bedacht, is het natte fietspad weer droog. Terwijl het bos ook hoger ligt: weer bedenk ik zelf het antwoord: dat bos vol boomwortels neemt natuurlijk wel het water op. En zo doordenkend kom ik op de Evenaar. Ik vraag me af of het beter gaat als vorige week en ik moet zeggen: het voelt een stuk minder onrustig. Komt het door de wind? Het zonnetje? Mezelf? Ik maak een rondje om de Seizoenenbuurt en probeer vanuit de andere kant weer thuis te komen, door het park denk ik nu.Nu is alles weer verhard. Ik zie een beetje op tegen de intervallen aan het einde. In plaats van vier, doe ik er vandaag lekker maar drie! Als de hartslag nu al niet omhoog wil, hoe gaat dat straks dan?! Intussen erger ik me rot aan mijn telefoonhoesje wat maar blijft afzakken. Misschien moet ik nu echt constateren dat ie op is, maar ik wil er nog niet aan en knoop hem maar weer steviger vast. Ik ga binnendoor naar huis terug en dan mag ik hard. Ik zet een behoorlijke versnelling in en ga de twee minuten die dit moet duren aftellen. Het duurt wel een minuut voor mijn hartslag hoog genoeg is en na anderhalve minuut tellen zijn de twee minuten al voorbij! Ik heb dik een minuut antilliaans joggen nodig om de hartslag terug in zone 1 te krijgen. De tweede versnelling gaat in en ik denk het hele bos net te halen in twee minuten. Ik moet flink doorlopen en het zweet loopt nu over mijn ogen. Ik tel iets sneller en ben nu 15 seconden te snel met tellen. Ik voel dat ik op betonplaten ren. Mijn knieën vertellen het me. Mooi dat ik nog maar 1 keer hoeft! Ik heb namelijk enorme honger, want ik heb weer eens weinig ontbeten vanmorgen.
De laatste keer gaat een stukje door het bos achter de wijk. Ik ga nog sneller en zit qua tellen slechts 5 seconden te ver. Omdat ik spijt heb van het feit dat ik niet nog een keer mag versnellen, (hoe wispelturig kun je zijn!!!) neem ik het intervallen pad langs de trapjes: tussen de trapjes wandelen en langs de huizen sprinten. Ik vind het eigenlijk ook wel zat en ik heb mooi geen zin om de 12 kilometer vol te maken. Ik heb 80 minuten gerend en nog niet eens 12 kilometer gehaald! De gemiddelde hartslag ligt op 139, wat keurig is voor deze oefening.
Het fijne van het feit dat ik 1 interval minder heb gedaan is dat het minder vergelijkbaar is met wat ik vorige week deed. Al gaat dat niet helemaal op: de eerste twee opdrachten zijn prima vergelijkbaar: het stuk in zone 1 was deze keer wel langzamer, maar de hartslag bleef dan ook op 130 steken, waar dat vorige week 144 was. Deze keer was de gemiddelde hartslag in zone 2 144, terwijl dat vorige keer 149 was. Het tempo echter vandaag in zone 2 lag wel ruim 20 seconden per kilometer hoger! (6:15 tegen 6:39) En gingen de intervallen de vorige keer in 4:59, 5:09 en 5:18, deze keer was het een keurig aflopende lijn van 4:52, 4:51 en 4:45. Dat is zo’n 12,5 kilometer per uur. Dus al met al valt het rapport niet veel slechter uit! Volgende week nog een keer controleren hoe het met de bloesems staat!
Slakje Op HertenSafari
7:54 (voor acht uur!) Slakje verlaat het huis voor een nuchter loopje van een uur. Alleen iets gedronken. Lichte regen. Lage hartslag ingesteld. Doodse stilte op straat. Niemand.
7:56 Herrie op het schoolplein. Vechtende vogels. Meer herrie als een schoolklas tieners. Het is verder namelijk doodstil buiten.
7:58 De Albert Heijn is al een uur open. Er staan welgeteld 7 auto’s. Dat uur had nut zeg.
8:01 De hartslag vertoond een piek van 139. Het tempo ligt ontzettend laag, de hartslag ook. En deze ene keer ga ik gewoon ietsje langzamer lopen! Er zit een kilometer op.
8:06 De brug op. Langzamer dan langzaam. Hartslag 131. Een andere hardloper! Hij vind mijn tempo vast onprofessioneel, ik vind zijn complete regenpak onprofessioneel. Niemand, niemand op de weg en ik word ingehaald door een andere hardloper! De slak op de brug valt me enorm op!
8:12 De andere loper blijft op het asfalt en gaat het bos in. Ik ga terug naar Almere voor het onverharde pad. Het druppelt nog steeds
8:13 De paarden! Ik pak mijn telefoon voor een foto. Aan de andere kant gaat een hert met een gewei voor me liggen achter de struiken. Ik zie je lekker toch wel! Ik doe zachtjes aan. De natuur om me heen lijkt wel een orkest!
8:14 Op het pad staat ze me aan te staren. Ik sta stokstijf stil, gelukkig heb ik mijn telefoon nog vast. Goedemorgen mevrouw Ree. Mijn horloge piept: hartslag te laag. Mevrouw schrikt ervan. Ik ook.
8:15 Ik wist niet dat herten zo konden zwemmen! De hele familie is veilig voor mij snel naar de overkant gegaan. De regen is gestopt. De zon in mij is opgekomen! Dit wordt een mooie dag.
8:18 3 Kilometer. De tijd per kilometer wordt elke keer langer! Een schaamteloze acht verschijnt! De slak in mij is helemaal los! Maar ik geniet. Het geluid van al die ganzen. Van de eenden. Vogels.
Hele familie’s ganzen zwemmen voor me weg. De stilte is oorverdovend, overweldigend en prachtig. Ik kijk om me heen over de weidse Oostvaardersplassen. Wanneer zei ik ook weer dat dit een saai rondje was?!
8:25 Zowaar de snelste kilometer. Vier in een half uur. Wowsers. Bij deze tempo’s heb je werkelijk helemaal nergens last van. De hartslag blijft ook laag rond de 130 hangen. Ik moet er niet aan denken dat het ding weer piept net als ik wild spot!
8:27 Intervallenpad. Toch maar wel hier lopen. Onverhard boven asfalt. Geen intervallen. Wat een lang pad dan! Ik kijk tot voorbij de horizon, wat loop ik mooi rechtop! In het bos geen herten.
8:28 Aan de andere kant gakken een paar honderd ganzen. Wat een herrie! Hier is een schoolplein tijdens buiten spelen niks bij.
8:31 Het uitzichtpunt. Het gaat een zonnige dag worden vandaag. Ik zie de zon voorzichtig doorkomen. Nog een hardloper in een trainingspak, maar ook deze oen verkiest het asfalt boven de modder en de echte natuurbeleving. Hij heeft muziek op zijn oren om de ganzen niet te horen.
8:33 BuikKramp. Ik heb nog nóóit al rennend pijn in mijn buik gehad. Niet dat ik me er iets van aantrek, maar het doet wel even pijn. Honger? Of zijn het mijn darmen? Die willen ook wel iets kwijt geloof ik.
8:38 Twee tegenliggers in hardloopkleding. Pratend met elkaar. Slim. Gezellig. Met twee honden. Dom. Jullie jagen al het wild echt weg. Twee mooie witte honden. Slimme combinatie: hardlopen en honden uitlaten in één, dat dan weer wel.
8:40 Zij met hun honden hebben (kletsend) de herten in het bos gemist. De herten lopen nu ook weg. Te ver om te fotograferen, maar het oog ziet zoveel meer! Ik zie ze dus wel en sta er bij stil. Langzaam de brug op. Slakjes doel is geslaagd: herten gespot tot en met! De zon komt verder omhoog.8:42 De hardlopers met hun honden zijn voorbode voor de hausse die nu loskomt: hondenuitlaters. Bij bosjes. Ik heb tijd voor het asfalt en moet en zal blijven rennen de volgende kilometer.
8:45 Het is kleine, schattige puppies tijd. Ik zie er wel drie rond huppelen! En de dierenarts met haar enorme hond. Die gaat netjes voor elke andere hond liggen ja.
8:50 7 Kilometer. Hm. Ik heb ze wel eens sneller gelopen. Ik ga nog maar eens bij de Albert Heijn kijken. Of nee, ik heb er net geen tijd meer voor. Door naar huis.
8:52 Ik kan de AH zien: de parkeerplaats staat VOL.
8:54 Een uur gerend piept het ene horloge. Tienduizend stappen piept de ander. 7,5 kilometer. Intervallenpad. Ik sla deze ook over. Of ik combineer wandelen met “hard”lopen? Ook dat laat ik achterwege.8:56 Slakje komt thuis van expeditie. Eerst de WC. Iedereen bij mij is al op, want de één moet gaan werken en de ander moet mij mee gaan helpen opruimen. Eventjes zitten (maar ik ben nauwelijks moe en de hartslag ligt alweer onder de 65), dan de weegschaal, daarna de douche en tot slot iets eten! Laat de verhuisdozen maar komen…
Hilversumse Heide
Goede Vrijdag + Kind thuis + Lange Duurloop + Onverhard = Even puzzelen hoe dat in elkaar past; tot ik bedacht dat ik kind, grootouders én mezelf kon blij maken door een combinatie. En loopmaatje op de koop toe! De middagactiviteit zorgde ervoor dat we om 9 uur ‘s morgens met zijn drieën naar Hilversum reden, alwaar oma en opa op mijn kind gingen passen en mijn loopmaatje en ik over de Hilversumse Heide konden gaan zwerven. Het mocht van oma uren duren, maar ik ging voor twee uurtjes. Op een bakje biogarde met een ontbijtkoekje. Misschien was dat een aftreksommetje, maar ik zou wel zien!
We waren al snel onverhard aan het lopen en de GPS had maar geen satellieten, en daar stond de route op. Gelukkig ging mijn loopmaatje die volgen, want mijn ding is het niet met routes. We liepen eerst langs Anna’s Hoeve, die er niet meer is. Ik kon de doorgang naar de heide wel vinden gelukkig. Het was heerlijk weer, droog bij een graad of zeven. Besteld door mijn kind, zei hij. We liepen langs het Laarder Wasmeer. Er waren wat honden en sommigen hadden een hardloopbegeleider, maar het Gooi voelt toch altijd wat decadent, zelfs qua hondjes. De heide is mooi, groot en heerlijk toegankelijk. En hier en daar heuvelig, met wat bomen in rare vormen, veel paden en aan de randen bos. We liepen langs de rand en door het bos en ik was aan het kletsen. Mijn hartslag bleef niet in zone 1. Ik parkeerde ‘m maar in zone 2, maar het tempo lag niet echt hoog. Rond de 8,5 kilometer per uur. Niks ergs aan hoor. Ik telde wel een beetje de kilometers af soms.
We kwamen langs een plek waar ik weet dat een montagestudio zit. En we staken bij de dagcamping de grote weg over. We namen een stukje de ‘saaie’ rechte weg (de vergelijking met een dijk gaat niet op), maar alles was onverhard.
We kwamen een stel runderen tegen en staken de heide weer op. Het hielp niet dat loopmaatje over zijn werk ging vertellen voor mijn hartslag. Wel hield hij even de GPS niet in de gaten en we liepen door een prachtige stukje bos terug naar de route. Hier en daar ergerde ik me aan de vele boomwortels die ervoor zorgen dat je meer omlaag kijkt als om je heen. Echt veel andere recreanten kwamen we niet tegen. Ik had nergens last van, niet van spierpijn, niet van mentale problemen, niet van kramp of van mijn voet, ik liep gewoon heerlijk op de onverharde grond te genieten van het moment.
De uitzendtoren van Hilversum is de hele tijd zichtbaar en het is een mooi aanknopingspunt waar je bent. Het ging best snel en toen zagen we in de verte de kerktoren van Bussum. Ik stuurde oma een SMS dat we al een eind op weg waren, dat is goed te doen met deze tempo’s! We kwamen langs de huizenrand en daar stond een prachtige bos narcissen te stralen.
Het zonnetje kwam er intussen waterig doorheen. De oma die met haar kleinkind aan het fietsen was, herinnerde me aan het feit dat ik ook maar bof met een oma die nu fijn op mijn kind past, zodat ik zorgeloos kan lopen. Ik werd wel wat moe, maar het was een goede vermoeidheid, niet zo één waar je voor zou willen stoppen. Ik realiseerde me heel goed dat ik pas halverwege was en dat mijn beentjes de beste optie waren om terug te komen.
Bij één of ander schattig eethuisje bevolkt door bejaarden, staken wij de heide weer op. Hier was het heuveliger en er waren verspreid meer bosachtige gebieden. Ik had de route niet meer erg scherp, maar gelukkig hield mijn loopmaatje de GPS goed in de gaten. Misschien volgden we niet precies en exact zijn route, maar er waren zoveel paden dat het niet mis kon gaan eigenlijk als we maar de goede richting op gingen. We zagen hier en daar wat ouders met gillende kinderen, voor de rest was er rust, stilte en het geluid van vogels.
We hadden het over vet en vet eten en ik had dan wel trek, maar voor dat kleine beetje wat ik op had, viel het reuze mee. Ik dronk onderweg alleen maar twee keer een slok water, ik nam geen dextro, dus het viel ook wel weer mee met de honger. We moesten de weg nog een keer over en nu stonden we bij La Place, waar ik al zó lang onder het fietstunneltje door wilde!
Dit was de kans! Leuk als je zo’n kleine droom met een grote glimlach waar kunt maken. Stralend en ook licht vermoeid intussen liepen ik het bos weer in. Ik maakte me niet druk over hoe laat het was, hoe ver het nog was, hoe lang ik al liep. Eigenlijk heb ik dat de hele weg niet hoeven te doen.
We kwamen op een prachtige uitkijkheuvel en ik had het gevoel dat we de hele hei konden overzien! Het was erg mooi en het voelde ontzettend rijk om daar te staan. Ik maakte een foto en het loopmaatje keek op de GPS. We volgden een parallelpad aan het originele idee, maar dit was wel een goede vervanging zeg! Het rare is dat er ook hele stukken zijn die ik me niet zomaar meer voor de geest kan halen. Ik weet wel dat ik dacht dat ongeacht het misschien niet superhoge tempo, ik daar op een vrijdagmorgen toch maar even minstens 15 kilometer aan het hardlopen bleef.
Ik stond er niet bij stil dat alles onverhard was en dat die tempo’s dan best meevallen. Ik stond er ook niet bij stil dat ik een paar weken geen zin had gehad en dat het nu blijkbaar weer terug was. Eigenlijk stond ik vooral niet stil, maar liep ik gewoon lekker door! 🙂
We kwamen weer langs het rondje Laarder Wasmeer. We hadden het rondje “ietsje” opgerekt! Laarder Wasmeer: ligt in Hilversum en er wordt niet in gewassen. Ik heb er eerder gerend en ik vond het prettig sommige punten te herkennen. Ik begon me te realiseren dat ik gewoon lekker liep!
De mensen die we tegenkwamen of inhaalden, waren eigenlijk allemaal onverminderd vriendelijk: ze zeiden sorry als we voor hun fiets aan de kant moesten en ik heb nog nooit zo vaak goedemorgen gehoord. Dat zal ook wel het Gooi zijn! En toen kwamen we weer koeien tegen, midden op het pad stond een set witte koeien te grazen.
Even verderop werd het nog mooier: de schaapskudde. Heel veel lammetjes. In allerlei kleurtjes. Heel veel geblaat. Op allerlei toonhoogtes. Heel veel schattige wolbolletjes. Ik filmde ze zelfs om het geluid vast te houden. Ze stonden nog wel veilig in hun eigen veld. En zo kwamen we op de weg terug naar Anna’s Hoeve. Verhard. Was me dat even een verademing zeg! Toen bedacht ik pas hoeveel zwaarder onverhard blijkbaar is. We liepen langs het geraas van de snelweg. Nu verbaast het me dat het asfalt en het hoge tempo zo snel verveelde, maar zodra we konden draaiden we af het onverharde paadje op.
We gingen door Anna’s Hoeve heen en dat gebiedje ken ik wel. Bruggetjes, water, de hoge slee-heuvel. Wij liepen aan de andere kant en daar zijn twee heuveltjes. Dat wist ik en die hadden we speciaal voor het laatst bewaard. Ik zag er niet tegenop, figuurlijk gesproken dan! Ik ging lekker hard omhoog. De tweede was nog iets hoger en daar raakte ik buiten adem van, maar ik moest en zou tot boven rennen. Ik genoot ervan dat ik alleen maar daarmee bezig hoefde te zijn. Boven stopte ik even voor een foto en toen leuk omlaag.
Het rondje was rond. 17 kilometer! Twee uur. Hoe netjes. Maar we moesten nog even terug naar oma, opa en kind. Uiteindelijk stopte de teller op 18 kilometer in 2 uur en 8 minuten vlak voor de Plus waar we de broodjes voor de lunch gingen halen. Ik had anderhalve minuut niet gerend van die 128 minuten! Het gemiddelde tempo was 8,5 kilometer per uur (7:06 min/km) bij een hartslag van 146. Het was een heerlijke run.
Hoi Mam!
Toen jij me SMSte of het bij ons zo waaide en of de schutting nog stond, toen was ik mijn hardloopkleren aan het aandoen. Ik hoopte dat ik weer door de Oostvaardersplassen kon, maar dat gaat pas op 1 mei weer open. Ondertussen SMSte ik terug dat het hier niet meer zo hard stormde. En toen dacht ik: dan ga ik maar over het stormpad. Toen ik buiten stond voor 1 uur en 20 minuten hardlopen, kreeg ik de laatste SMS van je dat ik voorzichtig moest zijn. Waarvoor dan?

Ik ging kijken of de bloesems intussen al wat opkomen. Eerst moest ik een half uurtje met een lage hartslag lopen, mijn hartslag mocht niet boven de 135 komen. Met al die wind en al die verbouwingsperikelen (je kent dat wel) kreeg ik het maar niet voor elkaar. De bloesems zijn nog niet weggewaaid. De bomen staan ook nog niet vol in bloei. Dat waren de eerste en laatste bomen waar ik onderdoor ging en de wind tussen de huizen valt reuze mee. Het waait hier altijd, en vandaag valt het wel weer mee. Ik baal er van dat ik die hartslag maar niet lager krijg. Mijn horloge piept de hele tijd door de muziek heen, maar ik ga al ontzettend langzaam. Ik ga Almere uit en ga om de snelweg heen slingeren. Ik heb eerst gekeken hoe de wind staat, dus ik heb de wind zoveel mogelijk mee!
Het zijn dan ook kale vlaktes, waar de wind vrij spel heeft. Mijn hartslag blijft steken rond de 140. Ik vraag me af of het ermee te maken heeft dat ik niet topfit ben of dat het komt doordat ik tegen de wind blijf vechten. Echt relaxed word ik er niet van. Ik besluit dat het niet meer goed komt dit half uur. Het volgende half uur mag ik in een hartslagzone hoger lopen en dat moet gemakkelijk lukken. Als je naar ons toe rijdt, dan kom je vlak voor onze afslag over een fietspad heen: een hele lange rechte. Daar overheen ben ik dus gerend. Er zijn geen gevaarlijke bomen op mijn route, daar pas ik voor op. Ik kom op een grote saaie rechte weg, en ook daar let ik goed op – niet voor de bomen, maar voor het verkeer.
Er komt me werkelijk niemand voorbij. Ik loop gelukkig met de wind mee! Ik kijk soms wel wat angstig om me heen omdat de wolken zich soms wel opstapelen en ik hoop niet dat het buien worden. Ik loop nu in de volgende zone en gelukkig houdt mijn horloge zich koest. Ik kom onderweg helemaal niemand tegen. Ik ben bang dat de regen me nu bereikt, maar het waait gelukkig hard over.
Hier heb ik eigenlijk wind tegen, maar er ligt een soort dijkje naast het fietspad wat de wind tegenhoudt. Mocht je een afslag later nemen als je naar ons toerijdt, dan zie je rechts een bruggetje verscholen liggen, daar ga ik nu overheen.
Ik heb nog nooit golfjes gezien op het water, maar deze keer wel! Nu het dijkje weg is, voel ik dat de wind best stevig is, maar ik mag al snel onder de snelweg door. Ik ga weer door een soort van bos heen, maar er liggen amper takken op het fietspad. Het is een herrie! Ze zijn met bulldozers bezig, maar ik kijk goed uit en loop er op de Trekweg zo omheen. Nu ben ik pas echt blij dat ik wind mee heb, want ik kan wel wat sneller, maar mijn horloge piept toch twee keer omdat mijn hartslag te hoog is dit half uurtje. Dan moet ik langzamer en daar baal ik van. Ik moet nu langs de Hogering en dat is het ‘gevaarlijkste’ stuk: je komt door een blinde bocht op de weg, maar wederom is er vrijwel niemand buiten, dus het is hartstikke veilig en de bomen zijn zo kaal dat de bocht amper blind is.
Ik ga nu achter de Stripheldenbuurt en het TBScentrum langs. Wederom geen ontsnapte gevangenen gezien. Niet eens iemand met een hond! Wel een leuke nieuwe natuur-speeltuin die ze aan het bouwen zijn. Nu moet ik dadelijk gaan versnellen. Ik zie er wat tegenop, want intussen heb ik ook trek. Ik kom op het fietspad langs de Hogering en nu heb ik de wind tegen. Op zich prettig, want nu verhoogt de hartslag zich toch wel! Ik ren twee minuten hard en dan moet ik drie minuten mijn hartslag weer verlagen. Dat is nog veel moeilijker! Ik kom op de Evenaar en ga het lange echte fietspad lopen.
Ook hier staan geen bomen, we zijn er in Almere niet zo goed mee bedeeld geloof ik. Nu heb ik vol de wind tegen. Ik twijfel de hele tijd of ik de opdracht echt vier keer doe, of dat ik 1 keertje minder ook goed vind. Tussen de tweede en de derde keer ga ik wandelen. Dan nog verlaagt de hartslag zich amper teveel! De vlaggen van de AH staan strak en ik ren lekker hard de enige andere hardloper die ik tegenkom voorbij. Ik begin me nu echt zorgen te maken of ik die laatste minuten nog een hagelbui over me heen krijg. Ik besluit alle vier de versnellingen te doen en maak het rondje hard rennend rond.
Vlak bij de brandweerkazerne ben ik klaar. Ik ga nu heel langzaam terug naar huis lopen. Ik denk niet dat me dat helemaal binnen de tijd lukt en ik neem een klein stukje onverhard pad langs onze wijk.
Ik wist niet dat dat er was! Als de opdracht erop zit, heb ik 11,5 kilometer afgelegd. Ik ben bijna thuis en loop door tot 12 kilometer. Het is een getallenfeestje van zevens! 
Dit is niet echt voortreffelijk hard voor mijn doen, maar ik heb de wind en alle gevaren toch maar weer mooi getrotseerd! Ik weet nog steeds niet welke gevaren en waar ik nou precies voorzichtig voor moest zijn, maar ik heb wel netjes heel goed opgepast en uitgekeken.
In de douche krijg ik pas water over me heen, dus gevaar voor de gezondheid heeft dit ook al niet opgeleverd! Ik stuur je een SMS terug dat ik rond ben. Hartstikke veilig allemaal. Groetjes uit het winderige Almere, Anke.






