RUNdorFinish

Ik heb een workshop schilderen gehad bij Wine Art in Roosendaal met vriendinnen. Het was leuk en mijn persoonlijke thema was hardlopen. Ik wilde een schilderijtje om aan te denken als ik loop, niet om op te hangen. Figuratief. Groen en Oranje. RUN zet ik er zeker op. Ik rij helemaal naar Roosendaal. Ik moet al vroeg op en voor achten gaan we weg. Gelukkig is de auto van Rob zo fijn dat het niet vermoeiend is en er is nauwelijks vertraging. 
En toen wilde ik ‘s avonds gaan hardlopen natuurlijk. Nu het nog prachtig weer is en nog niet regent. 3 Kwartier: 15 minuten zone1, 15 minuten zone2, 15 minuten zone1. Maar Garmin wil het niet naar mijn horloge zenden. Ik ga toch om acht uur, ben ik voor zonsondergang weer thuis.
Toughts During The RUN:
– Warm, jasje uit? Nee, de zon zakt zo, dus hou maar bij dat felle jasje; ben ik goed te zien
– Langzaam aan. Stomme Garmin, waarom syncte ie nou niet? Nu moet ik zelf de hartslag in de gaten houden CHECK laag
– Stomme mensen, Polen met een jankende baby – we zeggen vriendelijk gedag, toch niet zo stom dus
– Hoe sloom kun je een brugje over? Hartslag CHECK
– Ik had hardloopfiguurtjes geschetst. Toen zei de workshopleider dat figuren niet konden. Ik wilde het tóch. Op een klein doek. Geen finish, tijdens het lopen. Het kon. 
– Zou die meneer de spullen inladen voor de rommelmarkt of zou het iemand anders’ afval zijn die hij in zijn audi laadt? Ook goedendag meneer.
– Een doodstille VW Hybrid. Ze halen Toyota echt in bij Volkswagen. Dat staat niet in mijn Toyotaboekje 🙂
– Hartslag CHECK Dit gaat goed! Lekker rustig zonder die hinderlijke piep
– Waarom wil ik oranje? Dat is voor mij de kleur van snelheid. En Groen? Omdat het buiten is. Donkergroen eigenlijk.
– Kilometer 1 in 6:15? Haha. Moest in het begin zeker nog satellieten vinden.
– Leeg pad. Jagers en Verzamelaars in de Sieradenbuurt? Nu niet hoor.
– Een BMW Z4 met kap – die wil mijn zwager. Ik snap wel waarom, die gaat lekker hard
– Hartslag CHECK, ietsje te hoog, even inhouden
– Stilte op de Hogering! Geen auto te horen. Wat een mooie stilte!
– Alweer een kilometer. Maar ik kijk net of de timer op de telefoon wel aan staat op 15 minuten. Jawel. Kilometer twee gemist.
Ik ben zo klaar met mijn twee kleuren verf op mijn kleine schilderdoekje. Ik ga er RUN op zetten in stoere letters. 
– Speeltuin. Foto. Niks verandert eigenlijk.
– Timer! zone 2! Maar eerst: pasfrequentie opvoeren. Dat gaat lekker samen. Gemiddelde hartslag eerste kwartier: 134
– De renster op het doek. Dat ben ik. Dit is mijn houding. Precies. Ben ik echt zo ieletjes?! Het klopt ook met de pijnpunten: de voeten, de linkerknie, daar schiet ik uit. Had ik niet onder groen en boven donkerblauw moeten doen? Maar ik zou niet weten waar de horizon dan had moeten liggen. Die twijfel hoort ook bij mij.
– Voeten hoog optrekken, best prettig. 1 Minuut. Ik doe het ongemerkt al twee…. En ik hou het even vast als ik er niet extra op let.
– Vaart. Ik neem de doorsteek wel langs de weg en stoor de vissers niet.
– De artiest gaat aan het werk met airbrush. Ja, hij weet al wat het gaat worden. Donkergroen. De zwarte lijnen komen terug. Ben ik zo slank? Wat een compliment! 
– Hartslag CHECK Hoog. Dimmen
– Andere hardlopers. Twee. Dames….. Die ken ik aan haar loopstijl! Zij zitten ook bij Just Run. Aan de loopstijl… wow   We groeten uitbundig.
– Kilometer 4 alweer? Die ging snel inderdaad met 5:52.
 Snelheid in het schilderijtje met wit. Simpel. Maar het is nog niet af. Er moet een horizon in. De horizon wordt met spuitbus te vaag. Te zwart. Dat wil ik niet. Maar wat wel? RUN erin zetten.
– Gelukkig zit ik in zone 2. Ik vind een tempo. Dit is perfect. Hartslag CHECK Niet perfect, veel te hoog, dit is zone 3. Inhouden.
– Schoenveter los. Bah. En dan is er al een half uur om getuige de timer van de telefoon. Gemiddelde hartslag na een half uur 149.
– Schoenveter strikken. Hoge pasfrequentie en lagere hartslag. Dat is nog een opgave.
– Ik ga het rondje Eilandenbuurt halen. 5 Kilometer al in ruim een half uur dus. Aardigjes.
RUN komt niet recht te staan. Tuurlijk niet. En niet helemaal erop. Donkerblauw. Logisch. Nu nog de horizon. Er MOET een streep in. Aarzel. Twijfel. Meer letters? RUNdorfines? Hoe zet ik een lijn?
– Vliegje in mijn oog. Nieuwe hardloopdimensie. Die NIET had gehoeven. Prutsen, tranen, stilstaan. Toch daalt de hartslag niet. Stomme dooie kleine zwarte mini-vlieg.
– Hier zijn mooie bloesems. Rode kat. Honden.

 
– Het bloesempad. De bomen worden al groen. De bloesem is gevallen.
– Een streepje zet je eerst ‘voor’ en dan trek ik ‘m met wit over, zegt de workshopleider. Twee lijnen. Duidelijk. Ze passen. Nu nog de letters. Twijfel. Durf ik het? Mis ik het? Aarzel. Denk. Ja ik mis dat laatste stukje van mij. Woorden.
– Een kat die op onze Goudvis lijkt! Auw. Hij blijft zitten.
– Een bloesemblaadje dwarrelt voor mij langs. Schattig. Zacht.
– Hartslag CHECK Nog veel te hoog. Krijg ik trek? Ja ook. Moe ook. Hallo, na zo’n klein stukje, doe niet zo dom Vroeg op. Weinig eten. Lang rijden. Excuses.
– Meiden die sterker ruiken dan de bloesems. Ineens drukte. Slinger langs fiets en kinderen en hond.
– RUN – dat spreekt voor zich. Dorfines komt van endorfines, die stofjes die je aanmaakt en waar je blij van wordt. Fines klinkt als Finish. RUNdorFinish. Dat zet ik er in witte letters op “dorfinish”
– Zonsondergang. Kilometer 6 ging langzaam. Foto’s he.
– Evenaar: sport – poezie- woord – bewegen. De puzzelaar in mij zoekt het verband.
– Hartslag CHECK eindelijk goed.
Schilderijtje signeren. anke, streep eronder.
– De lichten gaan aan, niet allemaal tegelijk!
– Lange superdunne blanke man en dikke surinaamse vrouw gezellig arm-in-arm aan de wandel. Opposites attrack!
– 7 Kilometer! In net iets meer dan 45 minuten. En bijna thuis. Best netjes.
– Wat heb ik langzaam gelopen op dit stukje, blij dat ik bijna thuis was. Nu ook. Niet langzaam, maar blij dat er weer 3 kwartier ‘in the pocket’ zit.
Ik kan wel uploaden, maar niet naar het horloge toe zenden. Stomme Garmin. Maar het was lekker om het een keer zelf aan te voelen.
Het past in de auto! Vier schilderijen, waarvan 2 echt grote! In de achterbak. En vier volwassenen er ook bij. In de Mitshubishi Outlander naast me moet de bank omlaag voor twee grote schilderijen! Het voelt net als de Skoda reclame. Ik rij relaxed weer naar huis via Gorinchem en de Literatuurwijk. Heerlijk weer buiten. Te zonnig.
7,4 kilometer in 49:20 Niet zo snel met 6:40 gemiddeld. Gemiddelde hartslag 142. Rondje om de Eilandenbuurt. Helemaal netjes rond in een vierkantje.
En toen wilde ik ‘s avonds gaan hardlopen natuurlijk. Nu het nog prachtig weer is en nog niet regent.

Categories: Uncategorized | Comments Off on RUNdorFinish

Nuchter Rondje Kotterbos voor Twee

Zone 1. Lage hartslag dus. Én: nuchter. Zonder ontbijt dus. Maar gelukkig niet alleen: mijn vriendin ging mee. Door het voor mij zo overbekende Kotterbos. Voor 9 uur waren we weg. De wekker telde 3 kwartier af tot ik mocht drinken. Het horloge telde 1 uur en 20 minuten af voor ik rond moest zijn. En het piepte – NIET. We gingen gewoon lekker rustig. Langs de bloemen die nu vol in bloei staan. Het was bewolkt vandaag. En er stond een straffe wind. Niet zo warm dus.
Over de brug; het kon inderdaad nog iets langzamer en toen ‘mijn’ pad op. Voor mijn vriendin is het Kotterbos net iets te ver en ik vond het prettig om haar deze kant van Almere te laten zien. We liepen de hele weg te kletsen, alsof we niet aan het hardlopen waren. Dat maakt het lopen gemakkelijker en de kilometertijden bekeken we niet eens. Het horloge piepte soms, maar ik kon de hartslag ook vaak weer terug in het gareel krijgen. Maar we kletsten overal gewoon overheen. Het bos lag er zo mogelijk nog mooier bij en er piepte zelfs een zonnetje doorheen. Omdat het lopen op deze onverharde paden zo goed ging, dacht ik dat het voor ons allebei leuk zou zijn om weer over de Natuurbrug te lopen. Mijn vriendin vond helemaal niks een probleem, die heeft alle vertrouwen in mij na ons duinavontuur! Dus we gingen het hek door en de heuvel op. Het was erg mooi en het water zat vol vogels. We zagen een grote witte reiger en even later nog 1! Op het hele pad was niemand te bekennen. Fantastisch. Het waaide wel behoorlijk hard. Als de zon onder de wolken doorkwam werd het licht schilderachtig fantastisch. We waren eigenlijk te snel bij de hoge heuvel. Boven was het uitzicht over de Oostvaardersplassen onecht. Paarden, runderen, de gele zon gaf alles een gouden gloed: het was alsof dit stukje Almere (Lelystad) zich van zijn beste kant wilde laten zien. We bleven gewoon stil staan om van het adembenemende uitzicht te genieten. Ik ben er al vaak geweest, maar we hadden het mooiste moment vandaag te pakken. We kwamen twee heren tegen. Toen de zon verdween en het sprankelende moment meenam, vervolgden wij onze route door het bos. Echt heel grappig, dat mijn vriendin zich liep te verbazen over de schoonheid van het veelzijdige bos, waar ik tegenwoordig niet meer om maal. We liepen tot het fietspad en mijn wekker ging af. Ik mocht sportdrank drinken! Echt honger had ik niet zozeer, maar het beetje extra energie voelde wel goed. Of was het lekker even het asfalt? Misschien zat het mooie uitzicht in mijn hoofd verpakt en maakte dat het leuker. We gingen het Frans Vera pad op. Opnieuw lagen de Oostvaardersplassen er uitgestrekt bij. Maar deze keer was het geluk dichterbij te zien: honderden ganzen stonden met de hele school kleintjes op het pad.

Ze vluchten, renden, hobbelden, gakten en fladderden voor ons weg. Weet je hoe geinig die kleine gansjes met hun mini-vleugeltjes wapperen? Je gaat er vanzelf van lachen. En dat honderden meters lang. Blijkbaar waren wij vandaag de eersten die ze opjoegen. Het tempo ging niet omhoog, de hartslag ook niet, maar het geluksnivo steeg wel onevenredig! We hadden zelfs nog tijd om door te lopen naar de volgende uitkijkheuvel. We haalden twee vroege wandelaars in. Voor mij leek het rondje wel een beetje klaar. Leuker of mooier zou het niet meer worden en ik denk dat ik last kreeg van trek, al realiseerde ik me dat niet toen ik daar liep. We keken nog even op de heuvel en naar het hek wat nog gesloten is en toen renden we terug naar de brug.  Het zonnetje kwam nog even glans op het bos leggen, maar ik vond het allemaal eigenlijk wel welletjes geweest, al koos ik toch weer voor het trapje naar beneden en het onverharde pad. Door het park liepen we terug en toen zat de tijd er ook wel op. We waren na een klein anderhalf weer thuis en hadden 11,5 kilometer gerend. Niets snel, maar wel heerlijk! En wat is er nou belangrijk? Het was gezellig, gemakkelijk, mooi, natuurlijk en prettig. Thuis viel ik aan op… een bakje yoghurt en een stukje ontbijtkoek. Doe ‘s gek.
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nuchter Rondje Kotterbos voor Twee

Ufo's in het gras bij de training

 
Deze week is mijn rustweek, dus ik doe rustig aan. Vandaag ging ik dus mee met de CeeDee groep: die lopen lekker niet zo hard. Dit was de laatste keer dat de trainster die gaat verhuizen er was en zij trainde de CD-groep, dus ik was extra gemotiveerd om rustig aan te doen en lekker mee te lopen kletsen. We liepen heerlijk langzaam in. Ik kon honderduit praten. Het leek warm weer en ik was in mijn lange broek een uitzondering, maar het viel in werkelijkheid tegen. Ik was echt blij dat ik mijn jasje erover aan geschoten had en dat ik geen korte mouwtjes had. Het waaide wat killetjes.
Ergens tussen de huizen van de Indische buurt gingen we loopscholing doen. Huppelen, skippen, gestrekte benen. Ik rekte vrolijk mijn spieren op. Daarna liepen we een stukje verder naar een GRASVELD. Ik kan me niet herinneren dat ik met de loopclub ooit eerder onverhard heb gelopen. Dit was een goede eerste keer voor een laatste training van de trainster! Ze zette een rondje uit met de hoedjes en wij moesten inlopen. Tegen elkaar in lopen en dan half hard, half zacht. Heerlijk! Ik voel me thuis op het gras. Ik geniet er van en voel me onmiddellijk rustiger worden als ik gras in plaats van asfalt onder me door voel glijden. Ook al is het ongelijker, gras roept betere herinneringen op dan asfalt. Ik liep aardig gelijkmatige rondjes zonder moeite. Tegen de klok in ging me beter af als met de klok mee. Geen idee waarom.
We gingen wachten en stilstaan toen ze ons de volgende oefening uitlegde. We moesten hetzelfde rondje rennen op laag tempo tot de trainster floot. En afhankelijk van hoeveel keer ze floot moest je tot het volgende punt op tempo lopen tot je het aantal gefloten hoedjes zag. Om niet te gaan kruisen, moesten we naar het midden lopen en terug tot aan de hoedjes en dan weer langzaam. Klinkt moeilijker dan het was. Je had dus 1, 2, 3 of vier hoedjes en als je pech had moest je een heel rondje hard of als je geluk had maar een heel klein stukje. Ik deed mijn jasje uit, nu zou ik het wel warmer krijgen. Dat klopte, maar ik spande me niet teveel in. Ik ging gewoon op regelmatig tempo rond en soms moesten we wat versnellen. Ik haalde mensen in, maar dat deed me helemaal niks; ik liep gewoon mijn eigen rondjes. Alle tijd op het gras. Lekker mijn voeten op de veren zetten. Mijn hartslag verhoogde wel iets meer dan afgesproken, maar hé, ik liep onverhard te trainen! Tussendoor stopte de trainster ons en voorzag ons van heel nuttige informatie over loophouding. Hoe sta je rechtop? Hoe ver moeten je benen uit elkaar? Ze gaf het ons op de valreep nog mooi mee!
Inmiddels ging de zon onder en de lucht kleurde prachtig rood. We gingen nog tegen de klok in lopen met het fluitje en de hoedjes. Ik liep me gewoon te ontspannen, terwijl ik natuurlijk de nodige inspannning leverde! Heel fijn. Ik ging tellen hoeveel stappen ik per rondje zette en daarna probeerde ik de pasfrequentie te verhogen. Net toen ze floot natuurlijk…. Ik telde mijn rondje af (maar zonder dat de pasfreqeuntie echt hoger was) en zette het toen op een hoger pitje. Alsof ik een heel rondje moest! Niks erg. Ik was de tijd een beetje kwijt en wat mij betreft was het te snel voorbij. hoedjes verzamelen, jasje aan en we liepen weer terug. Omdat we ons netjes aan de langzaamste aanpasten, lag het uitlooptempo laag. Fijn! Na een goede cooling down was mijn hartslag alweer helemaal gedaald. Jammer dat deze trainster weg gaat: ze durft te kiezen voor gras, heeft verstand van diverse loopaspecten en een goede loophouding kent ze ook. Bovendien heeft ze ook verstand van voeding. Maar ze gaat niet weg omdat ze het niet leuk vind gelukkig. En deze laatste training neem ik toch maar mooi mee! Bedankt P.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Ufo's in het gras bij de training

Rondje mét en zónder…

Rondje zonder ontbijt.  Rondje zonder korte mouwen!    Rondje zonder hoog tempo.    Rondje zonder hoge hartslag.
Rondje met kind!    Rondje met zon!      Rondje met een glaasje water.
Meteen uit bed en ik vroeg: ga je mee en mijn kind riep ‘ja’. Hij zag uit naar twee kilometer, maar ik verzekerde hem dat we langzaam zouden gaan. En dan is meer misschien haalbaar. Hij wilde graag de route weten: door het park heen, door de straat terug; maar ik had meer in mijn hoofd. Ik dacht dat het kouder zou zijn, maar het was heerlijk zonnig en de lucht was strakblauw. Mijn horloge piepte dat de hartslag te hoog was voor zone 1: kijk, dat begrijpt een kind meteen: “je moet langzamer mama, maar ik ren even vooruit”. We hadden alle tijd om bij te kletsen zo. We liepen door het park en over de witte brug en over het volgende slingerpaadje van schelpengruis. Er zat een vader op het bankje, terwijl zijn kinderen de speeltuin onveilig maakten. Er werd druk ge-bootcamp’t. En toch was het een hele rustige, vredige zaterdagmorgen. Mijn horloge was ook tot bedaren gekomen.
We liepen naar het trapje en toen deden we loopscholingsoefeningen volgens de kinderatletiek: trippeldings, knieheffen en het boze elfje! Ja heus! En hoewel de namen anders zijn, krijgen we diezelfde oefeningen ook bij de grote-mensen-club. We renden verder achter de wijk langs. Snel ging het niet, maar dat lag niet aan het kind! Ik ging niet snel. Het jochie vond het wel ver allemaal en had al spierpijn. We gingen het bos in, na een meterslange onderhandeling: mama wilde het bos, zoon wilde de weg en het park. Dus het werd half bos/half weg en tot slot park. Na het bos en 2,5 kilometer onderweg, kreeg het jochie het zwaar en was het moment aangebroken om hem te leren te blijven ontspannen: ‘armen laag’ ‘geen vuisten maken’. Hij had het warm en wie mocht het jasje dragen?! Natuurlijk: daar zijn mama’s voor. Hij vond het hilarisch dat ik het als rokje omsloeg. En zo waren we alweer lachend in het park. Na 3,3 kilometer liet ik hem weer thuis achter voor de douche en ontbijt. We hadden ons al 26 minuten ingespannen. Knap he, voor een achtjarige: ik was best trots. Hij vond de afstand de topprestatie: nog nooit had hij zo ver gerend! Schattig dat 3 kilometer een mijlpaal is.
Ik deed precies hetzelfde rondje nog een keer, maar dan in tegengestelde richting. Daar had ik minder tijd voor, maar ik kon de loopscholing nu achterwege laten. Ik mocht 3 kwartier rennen. Het was me een uitdaging om in dezelfde hartslagzone te blijven. Ik kwam wel iets hoger uit en werd zo nu en dan (maar niet vaak) teruggepiept door het horloge. Park, weg, bos, achter de wijk langs. Ik zag een andere hardloper en daarna zag ik niemand meer. Ik hoorde alleen maar de vogels en mijn eigen ritme. Ik genoot van de bomen die met hun ontluikende bladeren helder afstaken tegen de felblauwe lucht. Ik zat bijna in de flow, maar werd ‘wakker’ gepiept door het horloge. Ik moest nu de brug op en het trapje af. Ik kwam een moeder tegen die met haar zoon aan het hardlopen was, wat een lief gezicht…. De vader was met zijn kinderen een speeltuintje verder. In mijn trui had ik het eigenlijk best warm, maar ik had geen mama bij me om mijn overtollige kleding te dragen (en daarbij: ik had niks onder de trui aan). Brug over, park door. Er waren meisjes ranja voor 10 cent aan het verkopen: ik had helaas geen geld bij me. Ik kwam in het park en halverwege het park was de 3 kwartier voorbij.

Het was stil in het park, zonder mijn kleine loopcompagnon.


Ik had de tweede helft toch beduidend sneller gelopen dan de eerste! Toen verschenen er tijden hoog in de 6 minuten, waar de eerste 3 kilometer met 7 en 8 minuten begonnen.
Na 49 minuten was ik rond. 26 minuten heen, 23 minuten terug. Super! Best een prestatie hoor, want het was allemaal dezelfde hartslagzone. Het ventje was al frisgedouched en klaar met ontbijten. Die was alweer klaar om door te gaan met spelen, rennen en verkennen. Ik had het heet, ik had trek en ik ging douchen. Door voor de rest van de dag.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rondje mét en zónder…

Trail Naardermeer op herhaling

Vorige week kon mijn loopmaatje niet mee, maar ik had ‘m wel aangestoken met mijn trilrondje Naardermeer. Vanmorgen hadden we weinig tijd, dus we gingen heel vroeg nogmaals hetzelfde rondje doen. Heel vroeg: dat betekent dat we om half 8 op de parkeerplaats stonden. We konden niet doorrijden naar Stadszigt, de poort was nog dicht. Het was erg jammer dat we meteen de eerste hardloper zagen, zo vroeg leek het ineens ook niet meer te zijn!
Eerst naar de Muggenbult over het zand van het Verkerkepad. Ik kende de route nog goed. Vandaag probeer ik het maar weer eens op 1 ontbijtkoekje en wat yoghurt. Zo vroeg krijg ik nog niet meer weg! Deze keer was ik minder zwijgzaam, maar echt in kwebbelmode stond ik ook niet. Langs de bosrand. Ik keek niet op het horloge om te kijken hoe snel we gingen. Het kon me helemaal niks schelen! We renden over de zachte bosgrond naar het uitkijkpunt. Het was minder drassig als vorige week. Het enige wild wat we spotten was een angstig konijn! Ik SMSte mijn kind goedemorgen – lang leve de telefoon! Het had wel minder charme, nu ik de weg niet hoefde te zoeken en niet zoveel foto’s hoefde te maken. Al snel waren we bij de Machine: een huis wat zo heet. Braaf hield mijn loopmaatje alle hekjes open (en elke keer meteen aan de goede kant ook).
De zon kwam er inmiddels door, maar het was nog niet zo warm; ik was blij met lange mouwen. Het tempo lag niet hoog, maar toch wel ietsje hoger dan vorige week. Op het pad met de mooie boom was het deze keer eigenlijk helemaal niet meer modderig. En zo vlogen de eerste kilometers echt voorbij. We kwamen alweer bij het asfalt. Ik voelde me helemaal niet moe. Terwijl ik vorige week nog 44 minuten deed over 6 kilometer, nu waren we na 41 minuten al zo ver. Dat was ook de bedoeling, want ik wilde vandaag dezelfde halve marathon in 2,5 uur volbrengen. Het voelde echter ook als een soort van tijdsdruk, als een zelf opgelegde verplichting die niet eens nodig was.
Over het schattige ophaalbruggetje en het huis wat verbouwd wordt, heeft nog altijd een CliniClowns sticker op de raam zitten: “Vergeet niet te lachen”. Waar vorige keer de hertjes stonden, waren het nu drie schattige kalfjes van langharige koeien die ons aanstaarden. Op het fietspad kwamen we niemand tegen. Toch vergat ik elke keer dat het nog vroeg in de ochtend was. We gingen na het fietspad over het onverharde pad verder en de modder was opgedroogd. Het was zo mogelijk nog zwaarder en dan kun je niet zo om je heen kijken, want je blijft maar naar de bonken modder staren. Nu ik niet op de route hoefde te letten, waren we al supersnel het huisje rond en het spoor over.
Mijn loopmaatje wist het wel treffend te zeggen: het is heel mooi hier langs de vecht en de dijk en bij het fort, maar het is met de hoogspan- ningsmasten, de bruggetjes en de spoorlijn ook erg onrustig. We liepen langs het fort en dat was erg mooi in de vroege ochtendzon. Ik realiseerde me dat het nog geen 9 uur was. Vroeg in de morgen en ik liep daar lekker over het ophaalbruggetje. Wat een feest!
We slingerden tussen de koeien door en er waren heel knuffelbare kalfjes. De Modder. Die geen Modder meer was. Maar opgedroogde klonten. Loeizwaar. Nog zwaarder dan vorige week. De hele tijd kijken naar de grond. Kuiltjes ontwijken. Enkels sparen. Maar als je samen bent, ga je niet wandelen! Dus we gingen door. Het was nog een bocht verder als ik me kon herinneren. We deelden het leed nu wel. Ik was blij het trapje te zien dat naar het asfalt leidde.
We gingen in gedachten droomhuizen bouwen: mijn loopmaatje wist hoe zijn huis eruit moest zien, ik wist alleen waar ik mijn huis zou gaan bouwen. Op het asfalt was duidelijk dat mijn loopmaatje ietsje harder loopt dan ik, want ik moest hem vragen wat minder hard te gaan lopen. Ik hield de tijd of de loopafstand niet in de gaten, maar ik wilde niet 1 keer het gevoel hebben dat ik hard moest lopen. Het moest ontspannen blijven. Zo ook op de lange saaie rechte weg. Dat was even afzien, maar al snel konden we de onverharde paden weer op!
Links van ons vloog een witte vogel mee. Elke keer ging hij (of zij) een stukje verder zitten en als we langs kwamen, vloog ze weer door. Heerlijk wit was ie. We gingen naar het uitkijkpunt. En daarna was ik snel genoeg om mijn loopmaatje te fotograferen op de stap-over-bruggetjes en ik was er snel genoeg af voor hij zijn fototoestel had gepakt! We kwamen in het bos en voelde me er met elke stap rustiger worden. Wat raar is, want ook in het bos moet je toch echt wel opletten op de boomstronken. We pakten de VIRB (een cameraatje met GPS) en gingen toen heerlijk over de planken lopen. Het was nog steeds zompig en ik vond het net zo lachen als vorige keer. Alleen nu was het geen verrassing meer. Het hutje lag er verlaten bij. Het meer was ook nogal leeg. We renden weer terug. Leuk hoor!
Toen volgden de velden. Ook deze waren minder drassig. De koe lag nu niet, maar stond op het pad te grazen. Ze keek niet op of om en bleef kauwen op het gras onder haar neus. We waren stil. Niet dat er niks te vertellen viel, maar het was niet nodig. Behalve scholieren op de fiets naar school op de fietspaden kwamen we helemaal niemand tegen. Ik moest weer naar het toilet. Toch had ik nu niet de gedachte: ik hoeft nog maar 3 kilometer. Ik had me vandaag ingesteld op 21 kilometer en omdat ik de weg ken, voelt het anders aan. Ik ben ook nog niet moe van 16 kilometer, en honger heb ik al helemaal niet. Een 085-nummer had me gebeld en ik had geen idee wie dat kon zijn!
Toen kwamen we bij het Laarzenpad. We namen even de tijd om de VIRB te pakken en daarmee ging mijn loopmaatje voorop. De omgevallen boom was weggehaald! We kwamen 1 mevrouw tegen, of zij ons eigenlijk: “hé, nog één” zei ze tegen mij, voorafgaand aan het goede morgen. Daar waar het kon, nam ik het pad naast de planken. Ik vond het jammer dat ik precies wist hoe lang het duurde. En toen was het beste deel achter de rug en waren er al 17 kilometer voorbij. Dat was raar om me te realiseren. Ik keek naar mijn hartslag en die was torenhoog! Dik boven de tweehonderd. Mijn gemiddelde hartslag was ook wat hoog voor het tempo. Achteraf gezien lijkt het erop dat de VIRB mijn hartslagmeter in de war bracht, want als dat ding aanstond, steeg mijn hartslag torenhoog! Zo krijg je het gemiddelde wel naar boven ja. We wilden wel langs het fort lopen aan de rand van Bussum, maar er leek geen pad heen te gaan.
We namen de schelpenpaden en ik had door dat we de halve marathon in 2,5 uur moesten gaan halen. Aan het einde van het schelpenpad kon ik eindelijk de opdracht “grote passen, laat je naar beneden vallen” oppakken. Er waren weinig heuvels op de route. Zo kwamen we bijna op het schoolplein van de Comeniusschool en volgde een ietwat saai deel over het spoor en door de wijk. En daar was nog een hardloopster (maar in haar wandelpauze). Het horloge van mijn loopmaatje liep een paar honderd meter voor op het mijne. Zo oneerlijk!
We zagen mijn auto alweer, maar ik moest naar Stadszigt in de hoop dat er een WCtje open was. En dat was er! Een kleine onderbreking tijdens het lopen, maar wel een noodzakelijke. We gingen nog een keer langs de Muggenbult. Ik voelde me eerder opgelucht dan moe en had best het idee nog een tijdje door te kunnen lopen. Ik voelde me aan het einde kwieker dan vorige week. Er ging een fluisterexcursie op de boot en boven op de Muggenbult maakten we een foto met de zelfontspanner. Dat is een rare foto: twee stilstaand poserende hardlopers…. Nee, laten we doorrennen en het rondje volmaken. Mijn loopmaatje was de richting kwijt, dat had ik niet verwacht. We liepen er voor de tweede keer en hij vond alles op elkaar lijken! We gingen eerst naar de auto voor een trui en daar was de halve marathon rond. 2 Uur en 29 minuten. We renden nog een paar honderd meter erbij naar de auto.
We wandelden terug naar Stadszigt, wat net open was gegaan, voor thee met een welverdiend stuk appeltaart. Was ik net zo moe als vorige week? Nee. Net zo voldaan als vorige week? Ook niet. En de euforie miste ook. Ik zou niet precies kunnen duiden waar dat door komt; omdat ik niet mijn eigen pad had gezocht, omdat ik het zo kort geleden nog heb gelopen of was het de onnodig opgelegde tijdsdruk? Ik vond het wel heerlijk om een kwartier sneller te zijn. Ik voelde bij het opstaan meteen dat de spieren afgekoeld waren en ik had het koud. Er zat me wat buikkramp dwars. Toen ik om 11 uur weer thuis was, voelde dat raar aan: de dag was nog niet half om en ik had al een halve marathon gerend! Het was weer mooi om het Naardermeer, al was het niet zo mooi als vorige week – maar volgende week ga ik niet weer.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Trail Naardermeer op herhaling

Wisselende tempo's op de Natuurbrug

Ik had er zin in! De rust keert weer wat terug blijkbaar. In elk geval in mij, want qua verbouwing zijn we pas halverwege. Het beloofde een warme dag te worden, dus ik vertrok meteen om 9 uur. Met een lange broek aan, een korte broek durf ik toch nog niet! Wel een t-shirtje met korte mouwen. Ik had een heel schema vol geheimtaal gekregen van de trainer. Ik heb wat gemokt tijdens het invoeren: hoe komt ie erop!? Ik had pas toen ik naar buiten stapte het idee om weer eens naar het Kotterbos te gaan: daar ben ik toch al een week niet geweest….
Eerst een kwartier in zone 1 lopen, op een lage hartslag dus. Er gebeurde een klein wondertje: het horloge piepte me niet 1 keer terug! Ik ging gewoon lekker langzaam over de Evenaar. Over het bruggetje. Overal was jeugd aan het sporten en er was ook een blik hardlopers opengetrokken blijkbaar. Ik ging gewoon trots en vrolijk niet snel. Volgens mij heb ik het probleem van mijn hoge beginhartslag een beetje door: onbewust hou ik de eerste kilometer mijn ademhaling een beetje in. Nu hield ik mijn benen een beetje in!
Het tweede kwartier mocht ik in zone 2 lopen. De hartslag moet dan tussen de 135 en 154 liggen en dat is lekker ruim en prima te doen. Ik hield het asfalt aan. Enige zorgen maakte ik me wel over het verdere verloop van de training, want na dit half uurtje inlopen zou er 25 minuten volgen waarin mijn hartslag van zone 2 naar zone 4 en terug naar zone 1 en zelfs tot zone 5 moest komen! Geen idee hoe ik dat moest gaan halen. Op het fietspad langs de natuurburg in het Kotterbos realiseerde ik me dat ik het zelf in de hand had: Ik kon balen van de felle zon en de warmte, maar ik kon ook gewoon blij zijn daar lekker soepel en pijnvrij te lopen. Ik koos voor het laatste en begon te lachen. Het liep alleen maar nog lekkerder. Ik liep te denken over de route (geen idee) en waarom mensen meer dan 6 uur over de marathon doen en het ook hardlopen noemen (ook geen idee).
En toen was het hek open van de Natuurbrug door het Kotterbos! Ik dacht: als dit een foutje is, loop ik straks terug, maar dit hek is echt open! Ik dacht ook: ik loop toch wel terug. Wat een feest: net nu ik het goed kan gebruiken is de speeltuin met zijn heuveltjes en onverharde weggetjes weer open! Ik dacht ook: ik kan gewoon in zone 2 blijven rennen en deze training als mislukt opgeven… Dat heb ik circa 30 seconden gedacht en toen verworpen. Heuveltjes, onverhard, hoge hartslag: dit komt goed! Ik zag een andere hardloper die me tegemoet kwam, dus ik wist dat ik er aan de andere kant uit kon. Geen foutje. Toen net voor de hoge uitkijkheuvel door naar zone 4. Ik zette er flink de sokken in. Het was maar 1 minuut. Het andere hek was open en zat in de weg. Ik ging heuvel af. Ik vond het niet helemaal geslaagd. 2 Minuten uitlopen in zone 1. Ik ging heel langzaam om de heuvel heen en nam zelfs een foto. Maar toen waren de twee minuten om! Met telefoon in de (zweet)hand stoof ik naar boven en probeerde uit alle macht zone 5 te bereiken. Mijn hartslag moet dan boven de 173 komen. Heuvel af maakte die strijd verloren: zo hoog kwam de hartslag niet. Maar ik zweette intussen wel, al kwam dat niet van de lange broek! Ik ging de natuurbrug weer over.

De wisselende hartslag


Ik SMSte en daardoor had ik weer mijn telefoon in mijn hand toen ik naar zone4 moest sprinten de heuveltjes over. Het is eigenlijk net te kort, maar ik ging wel snel! De ‘langzaamste’ keer ging ik 12,7 km per uur, op zijn snelst 13,6 kilometer per uur. Is elke keer maar een paar honderd meter, maar het is wel grappig! Het bijkomen is dan eigenlijk ook net te kort. Ik snapte nu wel dat ik afgelopen maandag eigenlijk ook iets te veel had gedaan. Niet dat ik er last van had, maar dit is wel de tweede ‘heavy’ training in 1 week. En nog een keer proberen om zone 5 te halen. Ik heb dan echt geen tijd om op mijn horloge te kijken of me ergens anders druk over te maken als de ene been zo snel mogelijk voor de andere, maar ik heb de hartslag van 173 niet gehaald.
En toen mocht ik 10 minuten “uitpuffen” in zone 2. Ik was de natuurbrug weer over en maakte een rondje om de vogeltjes. Ik dribbelde echt en de hartslag gleed weer terug in zone 2. Ik besloot toch maar “mijn” pad te nemen door het Kotterbos. Ik vind dat pad zo heerlijk en de vraag is of ik dat laat verpesten door 5 steigerruns achter elkaar. En toen… piepte mijn horloge! Ik ging te lang-za-am. Of ik even wilde stoppen met genieten van het ontluikende groen en gewoon mijn hartslag op peil wilde houden. Ik wilde net mijn fototoestel pakken omdat ik het berkenbos zo vreselijk mooi vind nu de bodem lichtgroen is en de bomen wit en het zonnetje er in een felblauwe lucht boven langs. Maar ik bedacht dat ik dan voor de derde keer met een telefoon in de hand zou moeten versnellen en ik zag ik er precies op tijd van af. Ik moest vijf keer 1 minuut van zone 1 naar zone 5 versnellen.

De hartslag blijft gewoon hoog, maar het tempo varieert wel netjes 5 keer.


Ik telde 10 seconden heel langzaam joggen, 10 seconden sneller, 10 seconden fijn tempo, 10 seconden doorlopen en 10 seconden sprinten. En dan onmiddellijk als het horloge stopte terug in jogtempo voor 10 minuten. Dat ging best goed, maar ik kwam niet boven sprinten uit. Het horloge telt 10 seconden af en ik besloot na de tweede keer dat ik maar 8 seconden voor elke stap zou uittrekken en dan als het horloge ging piepen ik nog harder dan sprinttempo moest gaan. Dat werkte. Ik ging harder als ik gedacht had te kunnen en eindelijk ging de hartslag mee! Maar ik voelde het wel. “Mijn” pad flitste voorbij en toch had ik nog even tijd om te genieten van hoe mooi het was, ongeveer 15 seconden per minuut hahaha. En toen waren de vijf keer al voorbij. Ik was helemaal niemand tegen gekomen op “mijn” pad, bedankt asfaltrokkers! – blijf lekker daar met jullie koptelefoons op! Ik lijk het ‘geheim’ van leuk lopen een beetje ontrafeld te hebben: lachen! Zei Evy Gruyaert al: glimlach en herhaalde de trainer dat niet ook? Maar het werkt nog beter om gewoon hardop te schateren. Ik kreeg er tranen van in mijn ogen… Vermengd met zweet.
Ik ging de hogering weer over en nu weet ik waarom ik de heenweg op redelijk tempo in zone 1 bleef: toen had ik wind mee! Nu had ik wind tegen… Gelukkig was de trainingstijd om, maar de route nog niet, dus ik hobbelde langzaam aan weer naar huis. Ik wees nog iemand de weg en slingerde tussen de nog immer aanwezige scholieren door. Dik 10 kilometer in 70 minuten bij een hartslag van 140 gemiddeld en een hoogste (echte) hartslag van 184. Allemaal statistieken, het belangrijkste volgt nu: ik had nog energie erbij gekregen en was helemaal vrolijk en opgewekt. Hardop lachen dus.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Wisselende tempo's op de Natuurbrug

lopend naar de training

In het schema stond dat ik maar in Zone2 moest lopen. Zou dat nou wel kloppen? Niet zo heel erg, want dat was ook wel waar ik zin in had. Maar het was lekker weer. En ik had dan misschien geen zin in uitsloven, maar wel in hardlopen. Mijn loopmaatje SMSte dat hij om kwart voor 8 op het fietspad zou wachten en ik vroeg hem: met fiets?! En zo werd binnen 2 minuten de fiets van het programma geschrapt en zouden we naar de training toe hardlopen. Wat moet je aan als het nu nog wel 10 graden is, maar over een uur niet meer?! Jasje toch maar erover aan.
Kon ik mooi even mijn klachten kwijt bij mijn loopmaatje voor we bij de training waren. Natuurlijk komen de anderen ons wel voorbij gefietst! We waren er net zo snel als op de fiets, maar nu was 5 minuten te vroeg 5 minuten afkoelen.  Het is precies twee kilometer. Er was 1 trainer voor de hele groep. Ik hoefde mooi niet te kiezen! Het tempo vooraan lag (weer) te hoog, maar ik liep heerlijk met een medeloopster te kletsen. Sommigen van de loopgroep hebben de marathon in Rotterdam net niet in 3 uur gelopen, Zelia (ik was met haar bij Groet in Schoorl) heeft 6 uur en 20 minuten over de marathon van Parijs gedaan. Voor mij zijn de verschillen te groot en onbegrijpelijk.
We gaan rondjes om het grasveld lopen. Onderweg op het gasveld krijgen we steeds een oefening. Een skipping, een uitvalpas en jumping jacks. Het rondje om het gras loop ik steeds kletsend met de medeloopster. Dan zijn we opgewarmd en in tweetallen lopen we in tegengestelde richting van elkaar. De ene helft hard, het andere stuk langzaam. Van de 5 keer komen wij elkaar 4 keer op precies hetzelfde punt tegen! 1 Keer ren ik ietsje te hard. Inmiddels wordt het donker en ik ben blij met het jasje.
We verlaten het grasveld en wederom in een wat hoog tempo gaan we naar het volgende punt. De medeloopster voorspelde de woondome-helling, maar het wordt de brug. De AB lopers mogen omhoog hard op tempo lopen en de CD lopers omlaag. Afhankelijk van welke groep je kiest ga je het trapje op of af. De medeloopster daagt me uit en ik vergeet spontaan zone 2: we gaan hard naar boven lopen. Drie keer. Hard, maar niet te hard. Ik mag het trapje af. Bij de derde keer merkt mijn medeloopster op dat ik kleinere stappen moet nemen omhoog. Dan denk ik ook pas weer aan zone 2, maar de kleinere passen zijn een enorme hulp. We moeten het vijf keer doen. Inmiddels is de zon onder.
We lopen deze keer in een rustig tempo terug naar De Wieken. Ik heb gezellig gelopen, maar ik heb me niet uitgesloofd. Zo voelt het ook niet.We lopen nog twee kilometer terug naar huis. Raar om dat na de cooling-down te doen! Zo zitten er al met al op een gewone maandagavond ruim 12 kilometer in de beentjes.

Categories: Uncategorized | Comments Off on lopend naar de training

Shit-loopje dat naar bloesems rook

Zondagavond. Op de één of andere manier moet ik nog even uitlopen na vrijdag. Ik ben op zondag met het verkeerde been uit bed gestapt. Ik heb nergens zin in, niks lijkt ook te lukken, mijn gezicht staat de hele dag op standje donderwolk. ‘s Avonds is alles uit de woonkamer aan Lego verhuisd en wordt me gevraagd of ik nog ga hardlopen. Ik heb netjes een uur gewacht na de frietjes, en de zon is nog een uur op. De bloesems wachten op mij!
Ik ga lekker langzaam. Het grootste deel tenminste. De eerste kilometer ga ik veel te hard. Dan ben ik onder de bloesems en ze ruiken zalig. Het is een wolkje parfum. Een tunneltje van witte bloempjes.Ik loop heerlijk te snuiven, maar mijn bui knapt er nog niet echt van op. Ik blijf nukkig en sjacherijnig en denk er zelfs even over om gewoon weer naar huis te lopen, want met een paar kilometer is ook niks mis. Dan bedenk ik dat ik het Gerrit Schultepad vandaag wel kan aflopen. Dat is ook niet zo ver.
Al snel krijg ik last van mijn buik. Stomme frieten. Nog steeds vind ik alles stom.  Ik bewonder de kunstwerken in het water, ga door de Regenboogbuurt. De paden zijn leuk. Lekker verhard. Ik word door twee dronkenlappen aangemoedigd. En ik loop maar over het pad van Gerrit. Ik kan het niet missen. Het voornemen om alle bordjes te fotograferen staak ik, het zijn er te veel. Ik kom dezelfde mensen tegen als afgelopen woensdag, pa met de rolschaatskinderen! En ik zie drie enge mannen op me af komen. Ik voel me even onveilig, maar als we elkaar naderen, blijken het 3 giebelmeiden te zijn. Mijn buik hotst en klotst, maar ik hobbel gewoon door. Al vier kilometer. Ik probeer een hele kilometer rennend door te komen, maar mijn buik en het maken van foto’s verhinderen het.
En dan is het Gerrit Schultepad ineens ten einde. Ik kan omlopen, maar het wordt al wat donkerder en ik had al geen zin, heb geen zin meer en ga het ook niet meer krijgen. Ik heb nog tien minuten tot zonsondergang en ik ga via de rechte weg naar huis. Eindelijk lukt het me om een hele kilometer gewoon maar te blijven rennen en dan ligt het tempo aardig netjes en de hartslag niet hoog. Tot ik bij De Wieken kom, waar normaal de looptrainingen beginnen. Ik moet naar de WC. Mijn buik en darmen spannen samen. Het lijkt nu nog ver naar huis en ik denk er zelfs even over om terug te rennen naar de McDrive voor de toilet, maar ik geloof dat doorgaan toch beter is. Ik wil naar huis, en wel zo snel mogelijk, maar er zijn spieren die meer aandacht vragen dan mijn beenspieren! De zon gaat onder en ik ren alle maanden langs in de Seizoenenbuurt. Onder het tijdpad door en dan floepen precies de lichten aan. Tijdpoort rijmt op schijtvoort: meer kan ik niet bedenken. En nu klinkt het heel grappig, maar toen ik daar liep vond ik het helemaal niet zo leuk! Ik ren tot de school. Tot onze straat. En nu heb ik echt haast, maar rennen komt er niet meer zo van, want ik moet mijn billen bij elkaar knijpen. En zo ben ik na 52 minuten thuis en duik ik de pot op! Ik heb nog net zoveel goede zin als toen ik vertrok. Niks.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Shit-loopje dat naar bloesems rook

Trailrun Rondje Naardermeer

als je op de foto's klikt, worden ze vergroot


Mijn loopmaatje was ziek. Te ziek om mee te gaan lopen. Ik werd erg onzeker of ik wel helemaal alleen onverhard moest gaan rennen. Of ik het in mijn eentje aandurfde om langs het Naardermeer te gaan lopen. Maar het weer was zo veelbelovend! Ik had er zin in! Ik heb van mijn loopvriendin een boek gekregen over een trailrunster die heel Engeland in haar eentje doorkruist. Dan kan ik toch wel alleen… Maar de route…. Die staat aangegeven! Helemaal alleen… Ik kies juist voor het Naardermeer omdat ik daar op een mooie lentedag veel mensen verwacht. Dan ben ik niet zo alleen. Voor/als/dat/je weet maar nooit/
Ik ga er gewoon voor en om 5 over 9 sta ik gewapend met de route op de telefoon in mijn lange broek en regenjasje naast Stadszigt: het begin van de route. ik heb twee boterhammen op: voor mijn doen een heel vet ontbijt! Lange broek en regenjas? Ik verwacht dat een korte broek de eerste kilometers veel te koud is en de regenjas is lekker licht: die bind ik straks wel om. 19 Kilometer route, waar ik 2 uur en een kwartier de tijd voor heb. Here I Go!
Eerst naar het uitzichtpunt wat de Muggenbult heet. Ik kom meteen de eerste wandelaar tegen. De eerste kilometer gaat heel gemakkelijk, maar ik kijk niet hoe lang ik er over doe. Niet kijken, niet kijken… Mooi uitzicht, foto. Ik ga veel foto’s maken. Ik haal de wandelaar weer in. In de verte loopt een hardloper in een fel gele korte broek. Die haal ik nooit in en dat hoeft ik ook niet. Links het bos, rechts de A1. Jammer. Weer een uitzichtspunt. Hé, ik ga ze allemaal af vandaag! Op dit prachtige smalle paadje ben ik de eerste, getuige de spinnewebben. De bosgrond is superzacht. Foto’s. Het lijkt wel een Canadees bos!
En weer kom ik de wandelaar tegen, dit is de laatste keer. Ik heb inmiddels een langzaam ritme gevonden. Tussen de A1 en het Naardermeer. Ik heb geen uitzichtpunt nodig, ook nu is het zicht op de plas prachtig. Alles is onverhard. Vol met bloemen. Foto. Gelukkig werkt dit telefoonhoesje inmiddels ook goed mee! Ik heb het nog niet warm. Weer haal ik twee wandelaars in. Het is al druk voor nog-geen-half-tien. Langs een prachtig huisje, foto! Stukje modderig moeras. En de hele tijd de A1 aan de andere kant. Ik heb er al vijf kilometer op zitten en daar heb ik lang over gedaan. Ik begin al te balen, dit is zo leuk en het gaat zo snel voorbij!
(hé loopmaatje, sla deze alinea maar even over) Als je alleen rent, ben je minder afhankelijk. Ik kan gewoon mijn eigen slome tempo aanhouden, zonder het gevoel dat ik iemand ophou. (ik hoor ‘m zeggen: dat heb ik nooit iets van gezegd…) Als je alleen rent, kun je de bruggetjes gewoon over wandelen, omdat ze zo eng zijn. Als je alleen rent, pak je gewoon ineens het fototoestel. (dat kan toch ook als ik erbij ren, zal ie wel denken) Nu ik alleen ben, moet ik zelf de route in de gaten houden en dat is lastig voor me. (ik hoor ‘m lachen grrr) Als je alleen bent, moet je zelf al die hekjes open houden, en dát is nou echt jammer, want ik doe ze ALTIJD verkeerd om open. Als je alleen bent, hoeft je alleen maar naar je eigen gedachten te luisteren. Hoewel dat straks wel saai wordt, de eerste 10 kilometer is het prima en blijken er bakken vol vogels te zijn met hun herrie. Je kunt gewoon lekker het pad over slingeren, zonder iemand te hinderen. Maar je kunt ook niks delen. En dat mis ik het meest. Daarom maak ik zoveel foto’s.
Ik kom op het verharde pad. Rechts kan ik moeiteloos de A1 op, bah. De andere kant bevat een prachtig moerasbos. Ik mag verhard lopen! Eventjes fijn. Nu moet ik de oefening maar doen die de trainer me heeft meegegeven: “reactief lopen”. Nu mis ik het loopmaatje echt voor de nodige uitleg, haha – maar ik snap het zelf ook wel: hogere pasfrequentie. Als ik net wil beginnen zie ik de andere hardloper stretchen; nu kan ik geen triplingen gaan doen, want ik wil hem wel een beetje cool inhalen met zijn korte broek! Als ik hem voorbij ben, kom ik langs een prachtige ophaalbrug bij een schattig huisje. Jammer dat het helemaal verbouwd wordt.
Ik loop nog steeds verhard en ga de streepjes tellen en proberen daartussen meer stappen te zetten. Ik ben net goed op weg als ik de hertjes zie staan. Ze staan een eind weg, maar ik onderbreek de oefening voor een foto. Een tiener die me tegemoet komt fietsen, draait om om ook mee te kijken! De wielrensters snellen voorbij. Ik ga nu echt de passen tellen, de knieën optrekken en dan krijg ik bericht van mijn telefoon een bericht dat ik niet meer op de route zit. *zucht* die oefening wordt het blijkbaar niet! Ik kom toch echt keurig uit en zie zelfs weer een blauw pijltje. Wat pontificaal de modder in wijst. Jippie!
Ik loop over de ongelijke modderklonten, maar ze zijn opgedroogd. Dan komt me een hele grote hond over het veld een stuk verderop aangehold. Ik zie er geen baas in de wijde omtrek bij en ik ga wandelen. Grote honden op topsnelheid, dan ren ik hun huis niet voorbij. Hij blijft aan de andere kant van de weg. Ik hobbel weer verder en check de route nog maar eens. Het wordt erg vaag hier. Gelukkig helpen de blauwe pijltjes me ook. Het lijkt een kale vlakte met een spoorlijn en hoogspanningsmasten aan de horizon. Daar moet ik heen, maar ik kom nog langs een soort huis op deze prairie.
De zon breekt door en ik krijg het warm. 8 Kilometer. Ik ga mijn jas omknopen. Rennend, zigzag rennend. Gaat allemaal tegelijk. Bruggetje. Trein. Tegenligger, maar ik moet de andere kant op. Ik begin te balen. Weet je waarvan? Ik ben al op de helft. En dat vind ik nu al jammer! Ik bedenk me hoe fijn het is dat mijn loopmaatje ziek is, ik zal nog een keer met hem mee dit traject doen! Spoor oversteken en ik kom langs kleine caravans waar een ezeltje voor staat. Je zou hier toch maar het hele jaar wonen! De man die het ezeltje voert heeft niet voor niets Ouwe Jan op zijn deur staan, of hij Jan heet heb ik niet gevraagd, de rest hoeft ik niet te vragen.
Ik kom op een dijkje, in de verte zie ik een molen, een ophaalbrug en… een fort. Een fort? Ik waan me weer in Engeland of Ierland en vergeet bijna dat ik maar om hoeft te kijken om Hollandse sprinters op het spoor te zien. Ik mag er helemaal langs lopen. Er komt een bootje aangevaren over de Vecht. Hartstikke idyllisch allemaal! Ik stuur een bericht naar mijn loopmaatje en dat is niet zo wijs. Ik moet hier goed op de route letten en dat lukt niet allemaal tegelijk: appen, genieten, foto’s maken én de route. Het laatste gaat bijna mis! Ik mag een alleraardigst ophaalbruggetje over. Hier staan superleuke huisjes.
Ik ga de modder op. Dan is het appen van de baan. Klonterige modder. Omgeploegd door 80 koeien. Ongelijke modder. Enkel-brekers-modder. Het is hier mooi, drassig en wijds. Maar het enige pad loopt ook over hetzelfde spoor als dat van de koeien, dus om me heen kijken en mijn enkels wagen is geen optie. Dit is niet mijn hobby. Ik ploeter er doorheen en dan is er een bevrijdend trapje omhoog, naar de vrijheid en het asfalt. Een prachtig huis, inclusief antieke auto staat te koop. Jammer dat je vlak bij een grote weg zit. Ik ren rechtdoor de dijk over. Als ik dit nog eens loop, blijf ik de dijk volgen, zeker als het geregend heeft en de modder nog drassiger is! Op een grappig bord dat de weg doodloopt, staat ‘hier keren’. Ik moet er om lachen, want dat is een leuke optie. Ik loop door.
Als ik denk dat ik weer onverhard mag gaan lopen, blijk ik op een lange, rechte, geasfalteerde weg te komen. Loopmaatje appt net of het veel verhard is. Of je veel water ziet. Om me heen ligt water, maar dit is een Flevolandse dijk. Dat wordt een heel stuk rechttoe rechtaan, verstand op nul. Ik kijk naar alle vogels, het zijn er veel. Wie had ooit gedacht dat ik zo blij zou worden dat ik asfalt achter me mocht laten? Ik dans bijna het uitzichtpunt op en ineens is de hele natuur mooier! Ik vergeet bijna de weg naar de volgende observatiehut te nemen.
Het is wederom niet erg Nederlands, dit veenachtige landschap. Ik bewonder slechts even het uitzicht. Terwijl ik ren, kan ik hier ook goed rondkijken. Ik hoop dat ik dadelijk het bos weer in mag, want ik heb aan alles gedacht, (ik loop hier met een volslagen nutteloze OVchipkaart rond) maar niet aan zonnebrand. En de zon is fel vandaag. En alom aanwezig. Het nivo van de bruggetjes wordt opgeschroefd: nu moet je midden op de brug over een hekje heen stappen. Precies het goede moment voor tegenliggers (not)
Het bos in. Verkoelend. Ik kan wel huilen van geluk en ik loop hier helemaal te genieten. Hoe ver het nog is, hoe lang ik er over doe, wat ik nog tegen ga komen: het doet me allemaal niks. Ik loop hier heerlijk in dit bos te genieten alsof ik nog nooit in een bos ben geweest! Dan is er een doorsteek naar weer een observatiehut met uitzicht op het meer. Toe maar. Er liggen plankjes. Anders is het te drassig. Plankjes met gaas erop. Het is geweldig. Wat is dit leuk. Dit is Canada in Naarden. Dit is zo grappig! Dan zijn de nieuwe balken op en volgt de oude batch. Zomp, stap, balanceer. Ik geniet zo erg dat ik HARDOP aan het lachen sla. Ik kan niet ophouden. Hoe leuk is dit?! De hut is een raar bouwsel. Ik maak een aparte panoramafoto en dan… komt er een tegenligger aan over het zompige-latten-pad. Ik wacht maar even in de hut, anders kunnen we elkaar niet passeren. De terugweg is minstens even zo leuk. Ik film het zelfs. Voor het eerst heb ik hardlopend zo hard moeten lachen, puur door het hardlopen zelf!
De bruggetjes zijn nu zo gemakkelijk dat ik er gewoon overheen ren. Tenzij er een obstakel is. Ik geniet nog steeds na van de plankjes. Daarom is de zompige modder niets erg meer. Mijn witte schoenen veranderen langzaam van kleur. Wat een rare omgevallen boom daar! Als ik dichterbij kom, zie ik dat de ‘boom’ een zwarte vacht heeft en oortjes. Het is een enorm rund wat op mijn weg ligt. Door de modder schuifel ik er langs.
Dan volgt de weidegrond. Het ziet er lieflijk uit, maar schijn bedriegt. Zompig gras. Ik heb nu officieel natte schoenen. Op de eenden na is het grasveld leeg. Waren er net nog diverse andere mensen, niemand waagt zich op bergschoenen door dit veld blijkbaar. Mijn witte hardloopschoenen wel. Ik ga een bergje op en dan kom ik op het laarzenpad. Waar geen laarzen nodig zijn omdat het moerasbos wederom voorzien is van plankjes. JippieHoera!
Het lijkt wel een doolhofspelletje van vroeger. Ik blijf foto’s maken. Onder de boom door en tegelijk op de plankjes bijven is een heuse uitdaging, maar ik zit zo vol energie dat het mij allemaal niks meer uitmaakt. Ik kom tegenliggers tegen! Gelukkig is het hier even minder zompig, anders weet ik niet hoe ik ze had moeten passeren. Ineens is er weer die superzachte bosgrond. En dan moet ik naar de WC. Mijn horloge piept. Nog twee kilometer. Ik heb niet eens gekeken naar de kilometertijd! Ik verlaat het bos.
Mijn telefoon (route, fototoestel, life-line) raakt leeg. Ik zet alles uit. Dan kom ik aan de rand van Bussum. Ik moet nogmaals het spoor over en daarvoor moet ik de stad een stukje door. Ik weet niet hoe, dus moet de route op de telefoon weer aan. Ik kom langs een fort waarvan ik niet wist dat het zo mooi verscholen hier vlakbij ligt. Ik kom langs een school en dan brengt de route me door een onverhard park! Een schelpenpad inclusief bergje. Tussen spoor en huizen door.
Dan daagt het me: ik mag dadelijk over de spoorovergang waar ik met de auto naar het werk in Hilversum toe wel honderden keren overheen gegaan ben. Altijd wilde ik achter de school gaan kijken. Het is nooit gebeurd en nu kom ik achter de school vandaan! Het is me over bekend en toch totaal anders. Ik voel me een ontzettende bofkont. Terwijl ik langs een drukke straat ren! Ik ga kijken wat er achter de afslag ligt. Al weet ik het: mijn auto staat dichtbij en er is een WC. Ik zie een andere hardloopster. En de perken hier staan vol narcissen en blauwe druifjes. De wetenschap dat ik bijna rond ben doet me de tijd die ik daarvoor nodig heb gehad vergeten. Ik ben al langer onderweg dan de bedoeling was.
Als ik de 19 kilometer aantik en bij Stadszigt kom, zie ik dat het er druk is. Mensen op het terras in de zon. Mensen die de 800 meter naar de Muggenbult wandelen. Achthonderd meter… Dat is anderhalve kilometer heen en terug. Ik ben hier. Ik vergeet de WC. Er is nog een rondje aan vast te plakken en nu wil ik die halve marathon binnen drie uur ook halen ook. “Het is nog 19 kilometer” grapt een meneer op de fiets. “Die zitten er al op” dien ik hem van repliek. De laatste twee kilometer zijn raar genoeg het zwaarst.
Hier op het Verkerkepad was ik al. Toen waren alleen die ene wandelaar en ik hier. Nu zijn er zelfs rolstoelen! Bijna drie uur geleden en 90% telefoonaccu meer dan nu en weer maar ik hier een foto. Ik weet dat ik de telefoon dadelijk kan opladen. Ik heb onderweg niets extra gegeten. Mijn lijf is gewend aan weinig. Maar ik heb nu wel trek in de koekjes die in mijn auto liggen! De zon is me opeens te fel. De weg saai en recht. Asfalt. Nog 500 meter. Het lijkt weinig, maar dit is het zwaarste stuk. Ik kan mijn auto zien! Ik moet! 21,12 km op de Garmin. Alles uit en ik sprint naar de toilet. Dicht. Ik moet op zoek naar de andere WC’s. Eva. Die moet ik hebben en er is papier genoeg voor mij. Opluchting.
Ik spoel mijn gezicht af en voel dat het verbrand is. Ik had nooit kunnen denken dat ik trots zou zijn op een halve marathon in 2 uur en drie kwartier, maar ik barst van geluk! Ik ben zo blij dat ik zelfs een cooling-down doe bij de auto. Ik ben niks moe. De koekjes gaan er wel aan. En al het water. Ik ben ontzettend blij. Om de één of andere reden zit ik tjokvol endorfines. Het was zo mooi en ik heb echt iets overwonnen. Mijn telefoon heeft nog 1% accu en pas thuis kan ik mijn loopmaatje lekker spammen. Ik kan niet goed uitleggen hoe blij en stuiteren ik ben. Of ik met hem mee wandel. Ik heb nog energie over!
We wandelen langs de Oostvaardersplassen en dat is ook prachtig. Vlakbij en mooi. Ik heb geen spierpijn, nergens last van; alleen een soort onvermoeibaar gevoel. Het gaat goed tot half 6. Ineens heb ik honger. Te weinig bijgetankt. Hoofdpijn. Veel te weinig gedronken. Moe. Ik heb toch al met al minstens 27 kilometer mijn benen gebruikt. Nog meer honger. Spierpijn. Mijn benen geven zich gewonnen. De endorfines zijn op. Ik ook. En toch; ik ga nog mee naar Ikea, zet tot half 12 laatjes in elkaar. Sinds ik de fitbit heb, heb ik nog niet zoveel stappen gezet. Ik ga over de 40duizend heen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Trailrun Rondje Naardermeer

Het Gerrit Schultepad

Twijfel: Ga ik naar de training, het past zo slecht met zwemles en eten. Twijfel: Ik heb niet zoveel zin in wéér die versnellinkjes, dezelfde paden, dezelfde oefeningen. Twijfel: Wat moet ik aan?! Ik pak alle twijfel bij elkaar, gooi het weg en gá gewoon. Nu twijfel ik nog of ik wel met de snelle AB’ers mee moet. Het worden door de drukte duidelijk twee groepen en een oude bekende gaat met de CD mee. Dan zegt de trainer dat de lieve trainster ons per 1 mei gaat verlaten. NEEE! Ze traint vandaag voor het laatst de AB-groep en daarmee is alle twijfel voorbij: ik ga in lange broek en met lange mouwen (en ik ben niet de enige!) met de AB mee met de lieve trainster. Voor het laatst.
Tijdens het inlopen, lopen de twee snelsten voorop. Dat is niet zo slim natuurlijk, want het tempo ligt veel te hoog. Ik vroeg de trainster waar ze heen ging en ik bedoelde ‘verhuizen’, maar zij vertelde me heerlijk in het nu dat we naar het Gerrit Schultepad gaan. Ik verduidelijk me en ze moet mij vertellen waarom ze toch naar Hogezand wil verhuizen en wij lopen achter de twee snelle heren aan, dus merken pas na anderhalve kilometer op dat het wat rap gaat. Dan zijn we op het Gerrit Schultepad. Dat loopt ongeveer half Almere door en hier gaan we oefeningen doen. Eerst wil ze ons nog meegeven dat een sterke romp ook belangrijk is, dus tijdens de schikkingen moeten we onze romp draaien. Ik krijg alleen maar een sterke romp van kasten versjouwen.
We moeten ook met onze handen over elkaar lopen: dat is echt lastig zeg! Wij blijven op het fietspad. Het rare is dat ik het zelfs wat KOUD heb. Dit t-shirt heeft wel lange mouwen, maar het is niet dik en ondanks dat er geen wind is, is het net te weinig blijkbaar voor deze avond. Het blijft heerlijk lang licht. We gaan door op de tempo-oefeningen. Je moet twee minuten heen lopen en dan omkeren op het Gerrit Schultepad en dan na precies weer twee minuten terug zijn bij het beginpunt. Tempo vasthouden dus.
Ik vertrek iets later dan de rest, want ik moet mijn eigen tempo in mijn voetstappen kunnen horen. Ik ga wat hard. 12 Kilometer per uur hou ik mooi 4 minuten vast. Ik ben een paar seconden te laat, maar dat komt omdat de heenweg bij de brug wat daalt en dus op de weg terug omhoog gaat. Daarna moeten we hetzelfde doen: 2 minuten heen, 2 minuten terug en nu moeten we proberen iets verder te komen. Nu ben ik in de aap gelogeerd! Maar ik zet iets meer aan en komt nu net onder de brug door, en daarmee bijna 40 meter verder. Ik veroorzaak bijna een botsing. Ik haal het deze keer wel.
Er is veel verkeer op het Gerrit Schultepad. Er zijn ook een stel jongetjes die wel even met ons mee zullen doen, maar na een minuut keren ze om. Het wordt donkerder en ik heb geen lampje bij me. Wie zou Gerrit toch zijn geweest en waar kom ik het pad normaal tegen? Ik neem me voor het pad een keer helemaal af te lopen. Dit stukje ken ik nu wel. We gaan een climaxloop doen. 8 Minuten heen in deurtempo: het tempo waarbij je gemakkelijk kunt kletsen. Dan draai je om en ga je 4 minuten je tempo verhogen, daarna sprint je twee minuten uit. Ergo: 8 minuten heen en in 6 minuten terug. Dat is een flinke versnelling! Ik klets mee, maar ik wil daarna ook even rust en verhoog mijn duurlooptempo iets. Iets teveel vrees ik. Net onder de 6 minuten per kilometer. Dat komt omdat ik op een bekend punt wil komen en dat is de brug in de verte. Boven op de brug weet ik waar ik ben en zijn de eerste 8 minuten om. Ik keer om en zet aan. Ik moet flink versnellen. Mijn telefoon telt af. De kermis licht op aan de rechterkant, maar ik krijg het nu toch warm! Gelukkig wordt het donkerder en dat dekt mijn rode kop af. Ik ga de laatste twee minuten nog sneller, maar meer dan 12,5 kilometer houd ik toch net geen twee minuten vol. Ik ben 30 seconden te laat. DAAR BAAL IK VAN. Ik zal het maar eerlijk toegeven: ik vind het gewoon niet zo goed van mezelf. Ik weet ook waar het aan ligt: niet dat ik niet sneller kon, maar ik ben gewoon net iets te ver gegaan in de eerste 8 minuten. Stom, maar ik ga het later nog een keer proberen, want ik vond het wel leuk! Inmiddels is het donker en we gaan terug.
Ik loop eerst weer een beetje vooraan, maar ik ben niet in de stemming om vrolijk te kletsen. Ik ben gewoon een beetje in mezelf gekeerd en laat me leuk naar achter afzakken waar de mannen het als een stelletje oude wijven over de kampeervakanties hebben. Ik moet er om grinniken. We maken niet al teveel kilometers, maar ik heb erg fijn getraind. We doen een paar andere oefeningen als cooling-down: dat zal ik ook missen aan deze trainster: ze is veel meer van het balans-zoeken en chi-running. Maar ja, Hogezand is nogal een eindje weg….
Gerrit Schulte was een wielrenner. Hij is in 1992 al op 76 jarige leeftijd overleden, dus ik denk niet dat hij nog heeft meegemaakt dat er in Almere een fietspad naar hem vernoemd is. Een pad van 3,3 kilometer lang vanaf de bloesemsstraat tot aan de sportvelden (voor mijn persoonlijke plaatsbepaling). Uitstekend geschikt voor oefeningen.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Het Gerrit Schultepad