Een piramideloop langs mijn huis.

Echt veel zin had ik nog niet. Maar het komt een beetje terug. Ik merk nu alleen dat ik het niet goed gepland krijg: ga ik vandaag, morgen, en dan op woensdag; vrijdag, zaterdag pas? Ik kwam er niet uit, tot ik op weg naar huis naar buiten keek en zag dat het droog was en zou blijven. En ik kreeg een mailtje van mijn vriendin dat ik morgen toch echt alleen naar de training zou moeten, dus ik kleedde me om half 8 om en ging meteen. Het was nog heerlijk licht en dat maakte het aanzienlijk beter! Ik nam een wonderlijke hoeveelheid zin mee, terwijl ik nog niet wist of ik mee zou gaan met AB (snelle lopers) of CD (de langzamere ploeg). De trainers die klaarstonden, gaven ook geen uitsluitsel welke groep – maar het probleem loste zich vanzelf op: met 14 lopers was het 1 groep.
Ik liep vrolijk achteraan te kletsen. Ik was er klaar voor en vond het licht heerlijk. We gingen het licht gebruiken om achterlangs door het bos te lopen. Achter onze wijk langs. Een piramideloop ging het worden: eerst 1 minuut op tempo, dan 2 minuten, 3 minuten, 4 minuten, 5 minuten… En dan weer 4 minuten, 3 minuten… afijn je snapt het wel. Tussendoor telkens 1 minuut rust. Er zou dus veel verschil tussen langzame en sneller lopers zijn en lastig voor de snelsten om binnen 1 minuut weer terug te zijn, haha. Maar je kunt wel heerlijk je eigen tempo oppakken. Natuurlijk was de eerste minuut te snel voorbij en hard. Maar ik werd er niet moe van en zag vol vertrouwen de volgende minuten tegemoet. Ik ken deze weg zo goed! Dat was niet erg, want ik hoefde alleen maar op het tempo te letten op deze manier. Ik telde op 5 seconden na, keurig 2 minuten af. Dreef oversteken en door voor drie minuten op tempo gaan lopen. Mijn schoenveter zat los en nadat ik die had gestrikt, kon ik nóg mensen inhalen. Zonder al teveel moeite. Ik nam heel goed de rust tussendoor. Het werd langzaam aan donkerder. Het was niet koud.
4 Minuten, ik telde mee voor het gemak en de afleiding. Al mijn tempo’s lagen hoog, rond de 12/13 kilometer per uur. Ik hield het goed vol. Heel goed eigenlijk. Ik voelde me niet geroepen om om te draaien. Natuurlijk ga ik lang niet zo hard als de mannen (ver) voor me, maar ik laat eigenlijk alle dames (ruim) achter me. Ik kies gewoon mijn eigen tempo. 5 Minuten tempo alweer, dat is toch ongeveer een kilometer! We rennen al om de wijk heen en ik hoop dat we terugsteken, maar we gaan de Laan der VOC op. En daar heb ik een probleem: de 5 minuten zijn om, maar dit is hét intervallen-pad. Ik KAN hier niet lopen langs de lantaarnpalen ZONDER de intervallen te doen! Kan niet! Dus de rust wordt opgedeeld in lantaarnpaal rustig terug, lantaarnpaal snel heen en rondjes cirkelen om en langs de andere lopers en dan gaan de 4 minuten tempo in. Ik loop ze in intervallen. Heel rommelig. En dan ook nog langs huis komen! Raar om te weten dat we pas halverwege zijn en dat dit vandaag geen eindpunt is omdat ik nu terugga om mijn fiets te halen 🙂
De laatste minuten pik ik moeiteloos op als we het intervallen-pad voorbij zijn. Hier loop ik eigenlijk nooit… De drie minuten loop ik achter twee mannen aan. Ik hou ze echt zonder moeite bij, terwijl zij toch wel degelijk sneller zijn dan ik normaal. Zij kletsen er bij. In de minuut rust kom ik achteraan te lopen en de twee minuten moet ik flink inhalen. Ik word ‘achtervolgd’ door een man. Die mag dan mooi mijn haas zijn in de laatste minuut, maar hij gaat na 40 seconden het tempo opvoeren. Bah. Inmiddels is het donker. De piramide is gebouwd. En nu heb ik een rood hoofd en kan niemand dat lekker zien! Fijn dat het zo donker wordt…
We zijn alweer terug bij de fietsen, maar de trainer laat ons nog even op eigen tempo het hele fietspad aflopen. Iedereen mag kiezen hoe hard ie gaat. De snelle heren vliegen er vandoor en ik blijf met de trainer in het midden lopen op klets-tempo. Ik vind het prima! We draaien de terugkomende mannen achterna en dan lopen de laatsen voorop en gaat het dus lekker rustig terug. Ik laat me helemaal afzakken omdat ik even geen zin meer in gekwebbel heb, maar kom later weer bij en loop toch weer vrolijk te kletsen. 10 Kilometer en een uurtje later slechts, zijn we weer bij de fiets. Hehe… Ik heb deze training gemiddeld 10 kilometer per uur gelopen (dat had je al uit kunnen tellen). We doen een cooling down, waarbij de spiernamen ontbreken en dan wordt er nog nagekletst. Ik ben niet moe, maar mijn bovenbeen (links) deed wat zeer tijdens het lopen (hooguit 2 minuten), mijn kuiten staan strak en mijn voet speelt op. In de douche masseer ik de kuiten en dat verhelpt alle spier- en enkelpijn.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een piramideloop langs mijn huis.

De balans van het hobbelpaard.

Verbouwen, wat werk erbij, huishouden met de oneindige boodschappen en wasjes, korte nachten; soms is het allemaal een beetje te veel alles bij elkaar. En dat was de afgelopen week zo. Niet zozeer het schilderen of het halen en brengen of het werk of een zeurderige pijn in de enkel zorgde ervoor dat het allemaal maar niet leek te lukken: het was de combinatie van alles bij elkaar waardoor ik moe was en bleef. En daardoor wilde het hardlopen en het tijd vrij maken voor het hardlopen helemaal niet! Ik had geen zin om dat er ook nog bij te moeten doen, ik had eigenlijk helemaal geen zin meer in hardlopen en ik baalde ervan dat ik niet precies kon duiden waar het nou aan lag dat ik op de bank wilde zitten. Iedereen reageerde verbaasd toen ik toch zeker twee dagen vastbesloten leek de hardloopschoenen aan de wilgen te hangen. De trainer wist het mooi te duiden: soms is de balans even zoek en dan leg je de prioriteiten nu een keer niet bij het hardlopen. Kijk maar of en wanneer je gaat lopen. Ga voor een kwartiertje en kijk of je dan nog verder wil lopen. Zoek de balans weer op en als je volgende week nog niet wil, dan spreek ik je wel weer.  Daarmee was de druk er een beetje af en sloeg ik over op vrijdag: de focus lag in het schilderen en het huishouden. Kon de pijn in mijn enkel ook tot rust komen.
Maar toch… ook al zit er zoveel onrust, in mij zit nu eenmaal geen goed gevoel bij uitstellen of geen-zin. Ik geef het niet zo snel op en vandaag stond het hardlopen dan toch na het formule 1 kijken op de to-do-lijst, ruim voor het schilderen! De formule 1 liep uit door Maleisische regen en ineens merkte ik dat ik liever ging hardlopen als op de bank blijven zitten staren naar de tv en wachten tot het in Holland ook zou gaan regenen. Ik trok mijn kleren aan en ging genieten van de fitbit die blijkbaar ook een soort van tracking kan uitvoeren. Inmiddels was ik te laat, want het regende al. Mijn hardloopmaatje stond klaar om mee te gaan. Hij heeft net een goede loopscholingstraining gehad en stond bijna te huppelen. Het was dat iemand mij aan de gang moest houden, maar ik kan me niet voorstellen dat het leuk voor hem was naast een stille, langzame, weinig gemotiveerde Anke te rennen.
De saaie paden. De inmiddels overbekende stukken. Ik hoop echt dat er volgende week weer meer paden worden opengesteld. Als ik dan tenminste nog ga. Ik mocht zelf kiezen in welke hartslagzones ik ging lopen: Z1, Z2 en wat stukjes Z4 was ook oké. Liefst zoveel mogelijk onverhard, maar dat is niet eenvoudig. Ik maakte meteen de ‘fout’ te hopen op een rondje bos, terwijl ik had moeten weten dat het bos dicht is wegens de rustperiode voor het wild. De heuvel op en af dan maar op lekker hoog tempo. En ik had er nog niet genoeg van, want terwijl mijn loopmaatje zijn nieuw-verworven oefeningen ging proberen, ging ik op het intervallen-pad (juist ja) intervallen doen. Ik kreeg mijn hartslag niet omhoog. En niet omlaag. Het bleef maar hangen in zone 3. Ook als ik stopte, ook als ik hard ging. En met een huppelend paard in galopsnelheid naast me was het moeilijk mijn hartslag te beteugelen. Ik denk dat ik zonder meelopend huppel-paard door de inmiddels gestaag vallende regen terug naar huis was gegaan met de veel te hoge hartslag. Ik voelde me slechts een hobbelpaard. Regen+onverhard is modderig, maar ik was zo weinig gemotiveerd, dat ik me daar zelfs niet aan ergerde. Ik werd wel even opgewekt van het feit dat de marathon door Eindhoven 1 route is geworden die voor mij erg voordelig uitpakt, maar oktober lijkt nog lichtjaren weg op dit moment. We zagen 1 andere hardloper in korte broek notabene, maar dat zal hij alleen doen om alle tatoeages te laten zien denk ik. Het bos door. Hobbel de Bobbel – zo voelde ik me. Huppel Druppel naast me – eerlijk gezegd: schuin vóór me voortdurend. Hartslag Anke was onmogelijk in zone 1 te krijgen. Tempo was zone nul-punt-vijf, maximaal. Gezelligheid: sorry, die kwam niet van mij.
Ik besloot onder het haagje door te gaan en gaf mijn loopmaatje alle kans om zelf door te sprinten, maar hij wilde ook graag een lange duurloop in lage hartslag doen. Jij wel dacht ik nog, maar dit is niet lang en mijn hartslag is niet laag. Ik hield mijn sjachereinige mond verder beter dicht. Hij nam leuk alle bergjes en trapjes mee en we waren eindelijk weer eens in een nieuw stuk af-te-breken bos. Niet echt nieuw, maar minder vaak betreden als de andere paden. Ik liep even alleen en ineens kon ik mijn tempo best vinden. Ik wilde het gewoon aanhouden, maar met een snelle loper ernaast blijkt dat toch lastiger. Het hield op met regenen. En of het dat nou was, of dat ik me er maar gewoon bij neerlegde dat mijn loopmaatje niet weg te krijgen was en daarvoor ook best zelf kon kiezen of dat ik een soort licht zag: na een uur zag ik het weer zonniger in. Ik liep hier toch maar rond te klossen door de bossen en nog onverhard ook. Ik had dan misschien niet de allermeeste zin, maar ik had toch geen last van mijn enkel en ook de spierpijn neemt af. Ik was dan misschien niet overgemotiveerd, maar ik heb het ook niet opgegeven. Ik ren hier toch al meer dan een kwartier en ik doe het nog steeds! De hartslag kwam ineens dik in zone 1 te liggen. 🙂 Armpjes, schouders konden een meter zakken en ik dacht: ach ik kan dadelijk altijd nog opgeven. Of volgende week. Of volgende maand.
Ik stuurde het loopmaatje nog een keer een heuvel op en genoot even van de stilte, de vogels en de bankjes in het bos en mijn eigen stampende voeten. We namen een stukje verhard pad en de regen maakte plaats voor een forse wind. Maar dat vind ik niet zo erg. Mijn loopmaatje vertelde een heel verhaal en ik hoefde heerlijk alleen maar te luisteren. Ineens wilde ik de brug op nog 1 keer proberen of ik nu de hartslag wel omhoog kreeg en ik stoof ervandoor! Het viel niet mee; ik snoep teveel en weeg teveel, ik ben te moe, maar ik moet en zal tot boven… En mijn hartslag lag in zone 4 en toen ik beneden was (sorry mate, dat je je verhaal moest herhalen) zat ik weer in zone 1. Kon ik ook nog even huppelen en blij zijn en een soort van trots voelen dat ik tenminste iets had ‘gepresteerd’ deze zaterdagmorgen. Uiteindelijk hebben we 11 kilometer gelopen in 1 uur en twintig minuten. De gemiddelde tijd lag laag, maar dat deed me niet zoveel. De gemiddelde hartslag lag op 139, maar ook dat boeide me niet. Eigenlijk boeide het me al snel niet meer zoveel. Ik kwam thuis, zette de wasmachine aan, ging douchen en eten en toen weer schilderen, opruimen en me bezig houden met al die honderd andere dingen die de aandacht vragen. Er komt een tijd dat de zon weer schijnt en dat ik weer meehuppel in plaats van voorthobbel.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De balans van het hobbelpaard.

Geen motivatie.

14uur15 anke vertrekt


Eigenlijk wilde ik op de bank blijven zitten. Achter de computer hangen. Nog een keer een paar randjes verven (alhoewel…). Maar ik mocht ook drie kwartier lopen in zone 2. Het was mijn weer – lekkere regen, ik was pissig over iets en dit is mijn lievelingszone. Aan de andere kant: ik ken het rondje wel, ik hoeft de regenjas niet te testen en ik ben over het algemeen wat moe. Toch ga ik! Muziek mee, de training staat nog in het horloge! We doen net of het niet regent…. (en eigenlijk regent het dus best door GRMBL)
De eerste kilometer wilde de hartslagmeter weer een keer niet meewerken. Hartslag boven de 170, langzamer gaan, opwarmen. Ik slingerde door de wijk en begon al echt spijt te krijgen dat ik het hardlopen niet tot nader order had uitgesteld en lekker voor bank-hangen gekozen had. Na een kilometer van 6:30 hield het horloge op met piepen en kon ik eindelijk op zoek naar een tempo. En toen was de koptelefoon leeg! Het regenen werd er ook niet minder op en ik besloot ten lange leste maar gewoon de kilometers af te gaan tellen. Een bushalte zou ik ook niet gaan tegenkomen.
Brug over en ik merkte verbaasd op dat ik blijkbaar heerlijk in de goede hartslagzone liep. De tijden lagen weer onder de zes minuten. Ik had niet het gevoel dat ik hard ging, maar ik had ook niet het gevoel dat ik lekker liep. Mijn benen en voeten vonden het heerlijk om te lopen en voelden zich buitengewoon prima, maar mijn hoofd was liever binnen gebleven. Zelfs het bospaadje kon me deze keer niet bekoren. Ik ergerde me aan de onophoudelijke regen, aan de vogels en de doelloosheid waarmee ik liep. Ik ergerde me aan de modder, maar ook aan het asfalt. Ik ergerde me vooral aan mezelf en mijn zin in koekjes en paaseieren. Behalve ik, was er helemaal niemand aan de ren of de wandel op deze woensdagmiddag.
Er waren geen paarden, alleen de boswachters in hun auto. Er waren modderplassen. En het regende maar door. Er was geen uitdaging, want ik ging toch langzamer dan afgelopen week. Ik ging wel heel constant 5:40 voor twee kilometer lang. En toen zag ik naast me een hinde wegvluchten! Voor mij nog wel… Met muziek op had ik haar gemist. Nu was ik te laat voor een foto, maar we waren nog geen tien meter van elkaar verwijderd en ik vond het oneerlijk dat zij op haar vier poten veel harder bij me vandaan kon rennen. Ik kon naar huis lopen via het trapje, maar ik koos er toch maar voor om het kleine ommetje te maken. Van mezelf mocht ik dan gewoon op het asfalt blijven.

Zo zie je niks, maar ogen zijn gelukkig scherper!


En de ogen zien dit, maar dan heel scherp


En gelukkig maar, want daar stond tussen de bomen een hert met een groot gewei zijn gezinnetje te beschermen en mij in de gaten te houden! Ik stopte lekker om een foto te maken, anders kun je echt niet inzoomen. Zelfs de aanblik van deze indrukwekkende reus kon mijn ietwat sombere run niet echt redden. Inmiddels had ik er al 6 kilometer op zitten en ik had al het vermoeden dat ik de 8 kilometer niet ging halen in drie kwartier. Hopelijk gaat in april de rest van het bos weer open, dan kan ik de rondjes iets meer variëren. Toen ik de brug weer op ging, liet ik het horloge lekker even piepen. Het was opgehouden met regenen en de zon leek zelfs wat kracht te winnen. Ik had een heerlijk ritme te pakken en ik had het lekker warm ook. Eigenlijk ging het prima, jammer dat ik daar pas zo laat achter kwam! Uiteindelijk vond ik het ook jammer dat ik niet meer tijd had om de run wat te verlengen. Ik besloot gewoon door de wijk en het park terug te rennen en na drie kwartier zat er 7,6 kilometer op. Oké, dat is geen 8 kilometer; oké, dat is nog minder dan zaterdag; oké, misschien moet ik toch echt nog iets sneller worden door de paaseieren te laten voor wat ze zijn en oké, ik ga nog lekker even door, want ik ben nog niet thuis!

15uur04 anke komt thuis (zie ik daar een glimlach?!)


Ik hield het tempo vast tot 8 kilometer en toen liep ik heel langzaam het laatste stukje uit.
48 Minuten later was ik weer binnen: en toch 8 kilometer gelopen in die tijd! Bij een hartslag van 151 gemiddeld (zonder de eerste kilometer 150). Er zouden tijden zijn dat ik daar heel tevreden mee was, maar zo’n dag was het vandaag niet. Maybe next time.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Geen motivatie.

Training-gedicht

Ik had niet heel veel zin
Soms zit het er gewoon niet in
Dan is twee uur schilderen teveel
En is een training niet mijn deel
 
We waren in totaal maar met 12 man
En een vriendelijke, nieuwe trainer zonder plan
De spierpijn was er vanaf het begin
En verbeterde niets aan mijn zin
 
Ik had het koud, de hartslag steeg
Terwijl ik in mijn benen nog meer spierpijn kreeg
We deden hele andere, nieuwe, leuke dingen
Paslengtes variëren en squats-oefeningen.
 
In de Zomerstraat in een andere buurt
Werden we er met het kaartspel op uitgestuurd
Een steigerrun, een duurlooptempo en lantaarnpalen tellen
En tussendoor ook wat versnellen
 
Ik kletste, maar was er niet echt bij
Er zat (zo voelde het) nog heel veel verf in mij
We liepen terug en gingen nog een paar keer snel
Maar na een uur was het de training wel.
 
Even netjes aftrainen
Deed ook al pijn aan mijn armen en  benen!
We kletsen nog met de helden die een marathon hadden gelopen
En toen was de verrassend andere training (snel) afgelopen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Training-gedicht

10 kilometer hardloopmuziek

Tegen 9 uur. Zondagmorgen. Nuchter. Na een week sjouwen, schilderen en traplopen leek dit ontspanning! Drie kwartier (of een uur) in zone 2, met een hartslag tussen de 135 en 154. Zelfde rondje als vorige week, maar vandaag met de klok mee. En met muziek aan! Mijn persoonlijke hardlooplijst. (stel dat ik het deuntje van Dora weer in mijn hoofd krijg – dankje-feestelijk! dat moet ik voorkomen)
Kilometer 1. Bruce Springsteen: Dancing in the Dark – “You can’t start a fire, you can’t start a fire without a spark10 juli 2012: De eerste keer 10 kilometer onafgebroken hardlopen- 80 minuten. Vandaag begon ik onverhard door het park en de hartslagmeter werkte mee. Koud. Lekker tempo. Hoezo 5:53? GPS-fout vast. Trapje op.
Kilometer 2. Avicii – Wake me Up – “Guided by a beating heart    I can’t tell where the journey will end     But I know where to start26 juli 2012 10 kilometer in 1 uur en 30 seconden.  Ik hoor geluiden door de muziek heen, als stemmen; het blijken duiven te zijn. Er is niemand anders behalve ik. 5:23 bij een hartslag onder de 150? Nu lijkt het hele horloge stuk! Ik doe maar geen intervallen.
Kilometer 3: He’s a Pirate – van de film Pirates of the Caribbean. 15 december 2012: 10 kilometer onder een uur bij een hartslag van 164. Geen herten, geen andere hardlopers, alleen fietsers die me bijna omfietsen. De hartslag stijgt even en zakt even snel weer. KRAMP. Kramp tijdens het rennen is totaal nieuw voor me en ik ren door, maar nu weet ik zeker dat ik het herken. Maximaal 10 stappen KRAMP. Zegt wel iets over de conditie van mijn benen. Van het verbouwen.
Kilometer 4: Amy MacDonald – This is the Life. “And you singing the song thinking this is the life19 april 2013: 10 kilometer in 56:45, bij een gemiddelde hartslag van 164. Weer onverhard. Ik ken het hier naast de plassen zo goed. SOWEE, die hardloopster is dik! Wat knap dat zij loopt! Ik heb een keuze en ik kies ervoor om nu iets minder hard te lopen voor mijn benen: 5:42 Yeah Right. Ik moet mijn schoen opnieuw strikken STOM.
Kilometer 5: Sheppard – Geronimo: “Well we rushed it,     Moving away too fast29 maart 2013: 10 kilometer binnen 58 minuten, gemiddelde hartslag 161. Het rekenen is begonnen: ik ga vandaag verder komen als vorige week in dezelfde drie kwartier, maar waar ga ik die ‘inhalen’? 5 Kilometer makkelijk binnen een half uur. Dadelijk weer het bos in, ‘mijn’ pad op. HONGER. Ja, hier doet mijn buik pijn van! Ik word zelfs misselijk, maar na een vette boer is het eruit.
Kilometer 6: Bastille – Pompeii: “If you close your eyes, does it almost feel like nothing changed at all?30 maart 2014: Eemnesserpolderloop 10 kilometer binnen 50 minuten! gemiddelde hartslag 160 Ik ben op een derde en het gaat voortreffelijk. Ik zie op mijn horloge alleen de kilometers langsglijden en geen melding van te-hoge-hartslag. Zal ik voor de 10 kilometer gaan?! Dan weet ik tenminste hoe ver ik sta…. Twijfel…. Hartslag omhoog…. Rustig aan… Dan ben ik ineens pas net over de helft. Ik loop iets te ver en moet omkeren. Ik kan kiezen… 3 kwartier = 8 kilometer, 10 kilometer binnen een uur…. Twijfel….
Kilometer 7: Pogues – Fairytale of New York:I can see a better time    When all our dreams come true30 juli 2014: temporun in slechts denkbare mentale conditie: 56 minuten bij een hartslag van 160. Brug over. Langzaam omhoog, lekker lang omlaag. Asfalt vanaf nu. Geen auto’s in de weg. Ongeveer 40 minuten onderweg. Ja, ik ga door voor tien.Ik kan de rest van de dag nog schilderen, nu mag ik rennen.
Kilometer 8: Billy Joel – Downeaster Alexa: “Too proud to leave I worked my fingers to the bone” 28 september 2014 Eerste plaats bij 10 kilometer-wedstrijd in Almere Poort in 50 minuten en 12 seconden, maar zeer ontevreden, megahartslag van 167 Net niet gehaald in 45 minuten op 30 meter na. Ik had mijn schoenen niet extra moeten hoeven strikken, grmbl. Nu verlaat ik de route van vorige week en kies voor meer asfalt. Dag hartslagbeperking.
Kilometer 9: Amy MacDonald – Life in a Beautiful Light: “Nothing can prepare me for what I’m feeling right now.   And nobody and nothing is ever gonna bring me down, down down.24 januari 2015: Kidney Run 10 kilometer wedstrijd in 52:21 met een hartslag van 172. Ik zweet eindelijk. Eindelijk heb ik het gevoel hard te moeten lopen. De hartslag zal wel stijgen nu. Bochtje, dadelijk nog een stukje bos bij de wijk. Allemaal honden-uitlaters op dit uur.
Kilometer 10: The Killers – Human: “And sometimes I get nervous   When I see an open door   Close your eyes, clear your heart   Cut the cord” Ik ben dol op dit bos. Mijn hartslag gaat tot 165. Ik ga gewoon hard. En er zitten al 9 kilometer op! 5:04. Ik heb er 55 minuten en 58 seconden over gerend. Horloge aan en uit zetten niet meegeteld. Onder de 56 minuten! Een traininkje! “My sign is vital, my hands are cold   And I’m on my knees looking for the answer   Are we human or are we dancer?
22 maart 2015: Tien kilometer hard gelopen in een training in 56 minuten en 8 seconden. Bij een gemiddelde hartslag van 152. Honderdtweeënvijftig. 152! Dat is zone 2!
Loreena Mc Kennitt – Dark Night of the Soul:   “That fire t’was led me on    and shone more bright than of the midday sun (..) it was a place where no one else could come

Categories: Uncategorized | Comments Off on 10 kilometer hardloopmuziek

Revanche op de Schoorlse Duinen

Brief aan mijn loopmaatje:
Hi Man!
Je hebt wat gemist hoor…. Helaas voor jouw had je een verjaardagsverplichting aan de andere kant van het land, dus op deze vrijdag mocht je niet mee gaan hardlopen. Ik nam mijn vriendin mee en we wilden dolgraag de zonsverduistering gaan zien. Omdat ik nog iets goed te maken had, zouden we naar Schoorl rijden, ik had daar zoveel mooie onverharde paadjes gezien… Voor mijn vriendin was het de eerste kennismaking met onverhard lopen en ik begon haar meteen te vertellen dat kilometertijden van geen belang zijn!
Hopelijk voor jouw heb jij de zon wel gezien, maar op de A4 heeft mijn vriendin even een hapje uit de zon bewonderd alvorens de zon weer voorgoed achter de wolken verdween. Toen we (vanaf de verkeerde kant) Schoorl in navigeerden, werden we ineens bang dat het nog zou gaan regenen. Tot we ons ietsje later realiseerden dat het gewoon donker werd door de zonsverduistering! Verdwaald zijn in een unheimisch licht, was al een gewaarwording. Ik herkende de parkeerplaats wel, maar het beginpunt was daar niet. Dus we reden nog verder. De zon liet zich niet zien, maar mijn gevoel was wel gelijk met een eclips: het klopt niet qua wolkendek en regenkansen, te weinig licht en ik voelde me onrustig. We vonden het startpunt bij het centrum van Staatsbosbeheer. De vogels kwetterden en voelden zich ook vreemd.
Wij gingen de witte paaltjes volgen. Je kent mij en paaltjes, maar deze keer had ik het beter voorbereid (op het vooraf verdwalen na dan). 17 Kilometer in twee uur. Heel haalbaar toch? Toiletbezoek, betaald parkeren, kwart voor 11 en wij gingen het licht weer tegemoet lopen. Omdat de paaltjes rechtsom akelig richting de hoge trap gingen, kozen we de route linksom te lopen. We hadden zelfs vooraf gekeken of we eventueel konden afsnijden!
Geen zon, veel bomen en we begonnen meteen met stijgen en dalen. We liepen door het bos en het tempo hoefde en mocht niet hoog liggen. Mijn hartslag moest laag blijven, maar ik mocht ‘spelen’ in zone 1 en 2, dus ik had geen beperking. De hartslagmeter werkte direct mee, wat wel eens prettig was. Het was voor mijn vriendin even wennen toen ik riep na een kilometer dat ze niet naar de tijd mocht kijken en dat we niet op het asfalt liepen, maar het gaf wel rust. En ze kon prima meekomen. We hoopten nog een glimpje zon op te vangen, maar dat mocht niet baten. Wel werd het lichter. Er liepen nog een paar anderen door het bos, maar het was stil en rustig.
Als jij denkt dat wij onderweg veel bepraten, dan zou je eens met ons ‘meiden’ mee moeten lopen! Alhoewel, ik denk dat we dan stil vallen; maar ik wil ermee zeggen dat wij echt alles bespreken, maar dan ook heel veel, aan één stuk door en onafgebroken. De bordjes wezen ons naar een mooi uitzichtpunt, je snapt dat we daarvoor flink moesten stijgen! We liepen langs de verharde weg waar ik met Zelia heb gelopen, maar nu over de bospaden. Het beviel me prima, al leek het weer veel meer omhoog te gaan dan omlaag. We liepen door de bossen over weggetjes met namen als de Basweg en de Keetweg. De witte pijlen waren goed te volgen, maar het was een groot nadeel dat ze op een witte achtergrond stonden, stel je voor…. Gelukkig waren er veel paaltjes en hebben we geen moment het idee gehad dat we een paaltje zouden kunnen missen.
We kwamen op een punt waar ik Zelia ook gefotografeerd heb. Nu namen we het glooiende naastgelegen duinpaadje in plaats van het asfalt fietspad. Ik zag mezelf daar nog lopen (als in wandelen) en ik kreeg het bijna te kwaad, in letterlijke en figuurlijke zin. Wij staken door richting het strand en ik weet dat ik dat destijds graag had gewild, dus het was heerlijk dat nu te kunnen doen! Het fietspad was op deze vrijdagochtend net zo verlaten als toen ik daar tijdens de Groet Uit Schoorl-run was.
Toen kwamen we het bos uit en in het mulle zand van de duinen terecht. Dat was voor mijn vriendin haar heup iets te zwaar, dus we wandelden een stukje. Weet je dat ik het nu helemaal niet erg vond? Ik was heerlijk op een lage hartslag onverhard door die prachtige duinen aan het lopen en het was niks erg als kilometertijden de pan uit zouden rijzen, want daar ga je nu een keer niet voor. Mijn vriendin ging niet aan het wandelen omdat ze baalde dat ze daar was, maar haar lijf protesteerde gewoon iets te heftig! We kwamen voor een trap te staan omhoog en ik kon me helemaal uitleven. Hard omhoog (zal het best zone 2 geweest zijn) en door het mulle zand met mijn armen wijd nog harder naar beneden! Ik kon me helemaal laten gaan en ik genoot met volle teugen. Zowel mijn vriendin als ik genoten van de duinen en we hadden geen enkele stap spijt van de route, de duinen of het zand. Zij ook niet. Ben je al jaloers?! Inmiddels waren we zo’n 5 of 6 kilometer onderweg en ook mijn vriendin was óm voor wat betreft onverhard lopen, maar dat mulle zand was haar keuze niet. Nog 1 stuifduin en toen zagen we de zee! De zonsverduistering was voorbij, maar de zon liet zich nog niet zien. Het licht was weer normaal.
We kozen het harde zand langs het strand. Tegen de wind in, niet dat er veel wind was, maar op het strand hóór je wind tegen te hebben toch?! We dachten nog wel aan je hoor. Eventjes. Alvorens ons een ogenblik zorgen te maken over het feit dat we de witte pijltjes-paaltjes niet meer konden zien. We wisten dat we tot de strandtent moesten en daar zat onze escape-route, maar het was helder dat we die niet gingen gebruiken. Voor ons liepen zestig-plussers te wandelen en wij gingen ze hoe-dan-ook inhalen. Het was heerlijk op het strand. Gelukkig zagen we het paaltje op ruime afstand. Dit was de enige die een witte pijl op een grijze ondergrond had. Wel zo gemakkelijk! We moesten een iets te steil duin over, zelfs ik kon amper blijven rennen… Hier heb ik met Zelia gewandeld, maar nu mochten we het fietspad weer oversteken en de duinen door. Heerlijk. Buitenaards mooi. Lage begroeiing, mul zand, smalle paadjes. En geen haast. Ik droeg mijn metgezel op zich niet te forceren en als ze wilde, gewoon te wandelen, maar ze gaf niet op. Mijn benen zaten vol positieve kracht en wilden van paaltje naar paaltje, omhoog! De toppen langs! Verend naar beneden! Wat ik op 8 februari aan genieten miste, haalde ik nu dubbel en dwars in. Revanche, met een hoofdletter. Wetend dat het fietspad een stukje verder loopt, terwijl je zelf nu over de duinpaadjes slingert, voelde als een ongekende weelde aan.
We kwamen bij een supersteile duin. De route ging er omheen, maar ik moest en zou naar boven. Je begrijpt dat wel…. Jij zou ook meegegaan zijn, mijn vriendin liet mij even zelf gaan. Het was Z W A A R. Voor de eerste keer deze week (na al die trappen en blokken sjouwen, na alle spierpijn) hielp de gedachte aan Eau Rouge me niet, dit was nóg zwaarder. Halverwege had ik spijt, echt waar. Mijn schoenen vol zand, amper houvast, mega-steil. Ik dacht: dit red ik niet. Maar terug ging ik niet, ik ging op handen en voeten omhoog! Heus! Jij zou me vast ingehaald hebben, maar ik dacht op een meter of 5 van de top nog: ik ga terug! Al was dat net zo lastig, dus ik deed het maar niet.
 

Het uitzicht was adembenemend. Onecht. Prachtig. Woordeloze rijkdom. Puur. Levende stilte. Kunst zonder lijst.
Heel in de diepte zag ik het roze jasje, maar verder was er niemand. Zelfs geen afdrukken in het zand.
Ik stoof naar beneden. Nog meer zand in mijn schoenen. Het grote nadeel was dat het nu niet mooier meer werd. Alhoewel… Er lag een duinmeer voor ons. Midden in het water stond het paaltje! Er stond nog net niet op dat we rechtdoor moesten. Kun je wel geloven dat de modder een aangename verademing was na het zand?! De ganzen schoten voor ons weg en toen ging het bijna mis, we benaderden het paaltje van de verkeerde kant en toen leek het of we terug moesten lopen. De route kon twee kanten op gelopen worden en wij waren inmiddels wat moe geworden. Het duurde even voor we snapten dat we uiteraard naar boven moesten lopen. We wilden even een vlak schelpenpad graag en jawel! Dat kregen we voorgeschoteld ook! 200 Meter. We werden meteen door fietsers ingehaald. Toen lagen de glooiende duinen met mul zand weer op de route. Helaas (?)
Het waren de laatste stukken mul zand. Ze waren zwaar. Ik had inmiddels honger en ik nam maar een dextro om nog omhoog te ploegen. We bedachten dat jij vast jaloers op ons zou zijn, dat wij hier door dit prachtige gebied liepen te genieten. Daarna bedachten we dat wij alle redenen hadden om jaloers op jouw te zijn, omdat jij vast lekker aan de taart zat. De volgende twee duinen liep ik met het mantra taart-taart-taart naar boven. Daarop besloten we dat wij toch iets door moesten lopen, zodat wij aan het einde ook nog tijd over hadden voor een stukje welverdiende taart. Toen kwamen we weer in het bos. Klaar met het mulle zand, hoopten we zo. We hadden er 15 kilometer op zitten en ik was eerlijk gezegd wel aan het aftellen. De twee uur waren ook om.
Het was wel leuk om weer eens een niet-plat hoogteverschil te hebben! Mijn hartslag bleef lekker laag. Toch moest ik ook omhoog ploegen en me telkens richten op de volgende berg, of het volgende paaltje met een witte pijl. Gelukkig is mijn vriendin een doorbijter, ze bleef in elk geval zo veel mogelijk hardlopen, misschien wel onder het mom van: dan zijn we d’r eerder, maar ze ging gewoon door. We kletsten wel minder nu inderdaad; het verhaal afmaken wat ze begonnen was, zat er niet in.  Dat verhaal heeft ze in de auto op weg naar huis maar afgemaakt. Het mulle zand was nog niet voorbij. Het bleven maar duinen. De route heette dan ook de stuifduinenroute…
Toen was er 1 duin in het bos die heel, heel lang omhoog ging en maar bleef stijgen. Ik bleef hardlopen. Dit was echt minstens zo zwaar als de Belgische Ardennen, maar dan mul zand op de koop toe. En boven was nog niet boven, maar nog iets verder omhoog ook! En toen waren we er dan ook wel. Op de hoogste duinen van Nederland. Met uitzicht op het eindpunt, het centrum. Beneden. Heel ver naar beneden, onder aan de trap. Ik voelde me heel erg rijk. Had ik halverwege nog ergens het idee dat het moeilijk zou zijn om geen halve marathon te willen lopen nu ik toch in Schoorl was, toen ik het eindpunt zag liggen onder me, vond ik dat niet meer zo belangrijk. Dat het geen 17 kilometer zou worden, kon me ook gestolen worden. Dat de twee uur al lang voorbij waren, deed me ook niks. Trap en taart.
Mijn vriendin ging eerst naar beneden en ik ging nog een keer terug omhoog om alle treden te tellen. En er was nog een trap en nog 1. We renden nog steeds snel naar beneden hoor. Ik telde me suf. 250 treden. Ha! Waren wij even blij dat we daar niet begonnen waren zeg. Stel dat we die trappen omhoog hadden moeten lopen!  Met schoenen vol zand trok ik nog een sprintje op de laatste 100 meter. Heerlijk!
De biologische appeltaart was voortreffelijk en de zwarte thee meer dan welkom. Mijn gemiddelde hartslag was 136! Maar ja, ik heb niet enkel hard gelopen. Ik heb wel enkel genoten. Soms gestopt, soms gewandeld; maar alles was ongedwongen en alles was even mooi. Het leek Schotland soms, de Soesterduinen soms, de Utrechtse Heuvelrug was er niks bij, maar het was de hele tijd Schoorl van de beste kant. Die heb je mooi gemist maatje! En je hebt een nog groter probleem: mijn vriendin is nu ook om voor wat betreft onverhard lopen en kilometertijden loslaten. Tja, als jij straks ook hardloop’les’ hebt gehad en nog sneller loopt dan ik, moet ik ook naar een nieuw loopmaatje gaan uitkijken! Nee joh, geintje… Maar verzin jij maar eens een plek waar ik je naar toe mag rijden die minstens net zo leuk is als deze duinen! Egmond aan Zee? De Veluwe? Het Naardermeer? Kom maar op, ik vind het onverhard lopen in de lage zone ook superleuk tegenwoordig!
Veel succes bij je komende wedstrijd zondag. Hopelijk kun je lekker hard over het asfalt knallen en haal je de streeftijd die je zelf in je hoofd hebt, maar nog liever de streeftijd die ik voor je in gedachte heb! Welke tijd je ook haalt: geniet ervan.
Groetjes Anke

Categories: Uncategorized | Comments Off on Revanche op de Schoorlse Duinen

T IJ d

7 Uur is vroeg, tenminste voor ons. Vroeg op. De bouwvakker komt een nieuwe muur zetten en twee nieuwe deuren plaatsen. Daarvoor moet eerst nog een muur worden gesloopt. 9 Uur zijn we klaar met dat laatste: de oude muur ligt in stukken beneden – twee trappen lager. Door ons naar beneden gesjouwd. Ik ga vandaag verdiepingen scoren!
11 Uur: Ik heb zo’n 18 cellen-beton blokken van 19 kilo per stuk twee verdiepingen op gesjouwd. Het was een lang uur. Ik dacht vaak: dit lukt me ook; als je Eau Rouge op kunt lopen…. In tijdsblokken van drie. ‘Neem de tijd‘ zegt de bouwvakker. Ik vraag me de hele tijd af of ik straks nog wel ga hardlopen. Straks…. Later…. Hoe laat? Alles draait om tijd.
Tijd is een subjectief begrip. Tijd is soms een eeuwigheid en soms te kort. Tijd is een minuut, een maand, een eeuw. Tijd staat op het horloge, maar er is ook gevoel voor tijd. Tijdelijk.
17:45 De muren en deuren staan. Ik heb mijn 10duizend stappen gezet en 90 verdiepingen op en neer gelopen. Om half negen moet ik nog snel rennen om te gaan stemmen.
Om 9 uur staat mijn loopmaatje voor de deur. Tijd om te gaan lopen. Hardlopen op een laag tempo. Door de seizoenen – buurt. We gaan de maanden langs: januaristraat, februaristraat….. Op en neer, op en neer. We gaan langzaam. De kilometertijden beginnen allemaal met een zeven. Meer zit er voor mij niet in. Maartstraat, Aprilstraat….
Ik heb medelijden met het loopmaatje: die moet zo langzaam met mij meesloffen en mijn hartslagmeter blijft piepen omdat ik het niet onder 135 kan houden. Meistraat, langs de winkel, junistraat, julistraat. We kletsen en dit half uur gaat sneller en gemakkelijker om dan dat uurtje blokken tillen. Augustusstraat.
Ik ben moe. Alles voelt moe aan en mijn tempo ligt niet hoog. Maar ik hou dit gemakkelijk vol. Septemberstraat (op tijd draaien), oktoberstraat. We hebben alle tijd voor gesprekken over instincten. Novemberstraat. En dan…. niet het decemberpad op!
We nemen een afslagje verder, ik wil nu een keer de bochtjes maken van de hofjes! Ik mag 5 kwartier lopen en het gaat niets sneller. De hartslag blijft redelijk binnen de perken nu. Hofje rond, hofje rond, hofje rond. Het figuurtje gaat kloppen! Dit is natuurlijk…. de Maandenweg! We lopen de minuten weg op de maandenweg.
Als we door het donkere bos moeten, gaat mijn hartslag weer omhoog, dus we kiezen de veilig verlichte weg. Het park. 5 Kwartier, de tijd is om. 10 Kilometer. Langzaam. Maar onafgebroken gelopen. De tijd goed doorgebracht. Tijd om te gaan slapen! Ik neem later wel de tijd voor het verslag. Als de tijd er rijp voor is. 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on T IJ d

Lost In Time -> Lost in Spierpijn

Op deze prachtige lentemiddag vond ik mezelf met een vriend en mijn kind lopend (en soms rennend) in Amersfoort achter een ipad aan. Het was een moderne speurtocht, die ons bij de tijdpoorten van Amersfoort bracht en ervoor zorgden dat we met emmers water (op de ipad) rondrenden en achter virtuele kazen aan holden! Het was een buitengewone leuke ervaring (www.lostintime.eu), maar ondanks dat het tempo niet hoog lag, was het toch wat vermoeiend… Niet dat ik er een training voor skip, maar ik had mijn tienduizend stappen al ruimschoots gezet!
Wat was ik blij dat er zich nog een dame meldde bij de snelle groep mannen die om de trainer stonden. Ik zou wel achteraan lopen, maar niet op  een straatlengte afstand! Inlopen was blijkbaar zwaar: ik voelde me stijf, en blijkbaar moest mijn hart helemaal op gang komen. Ik heb een hartslag van 223 gemeten! Ik vermoed toch echt dat dit om een meetfout gaat…. Na twee en een halve minuut zwakte de hartslag af na 135, dus dat is een geruststelling!
We gingen met 3 steiger runs inlopen. We bleven op het kruispunt hangen vandaag, tussen de 2 houten bruggetjes en de hoge brug in. Lantaarnpalen tellen. Zes lantaarnpalen naar boven rustig duurtempo, naar beneden hoog tien-kilometer tempo. Keertje links, keertje rechtdoor, keertje rechts. Dan dat vier lantaarnpalen alle windrichtingen op en nog eens een keer zes en tussendoor mochten we rusten. Het klinkt allemaal lekker lost-in-time&tempo, maar ik hoefde alleen maar op de heren en dame voor me te letten… Ik kon bij de zes lantaarnpalen de dame voor me inhalen met mijn tien-kilometertempo en dat was wel fijn. In je uppie voorop rennen is niet echt leuk, maar in je eentje achteraan motiveert nog veel minder.
De trainer stond lekker op te scheppen dat hij nog best de 10 kilometer onder de 40 minuten zou kunnen lopen, zeker als hij ging trainen, maar nu bleef hij gewoon midden op de kruising staan om oefeningen voor ons te verzinnen. Wij meiden mochten 6 lantaarnpalen rennen, de heren moesten er 8 of 10 doen. Heen rustig, terug de helft op 10 kilometer tempo en daarna in een stijgende lijn (steigerrun) nog iets harder de andere helft doen. De trainer vertelde me mijn knieën meer naar voren te duwen. Ik vond die opdracht wat raar, maar ik ging het toch proberen. Het zit niet zozeer in mijn knie, maar in het feit dat ik dan mijn voet meer afzet. Korter grondcontact, langere zweeffase, sneller. In plaats van steeds harder, probeerde ik steeds ‘hoger’ te komen. Dat maakte de oefening aanzienlijk anders en meer een oefening in loophouding als een steigerrun. Heel grappig. Het was wel zweten geblazen! Ik vond de uitleg heel waardevol en leerde echt iets over mijn loophouding. Nu ik er zo op lette, merkte ik dat ik ook in de rustige fase mijn grondcontact als vanzelf verminderde. We moesten 5 keer lantaarnpalen tellen en toen liepen wij dames ver uit (of achter) op de heren.
Wij kregen onze eigen kant om op te lopen: 10 lantaarnpalen rustig kletsend heen en 10 lantaarnpalen terug waarbij we elke 2 palen ietsje harder moesten gaan. Tijdens het kletsen blijkt dat ik met een ware marathon-virtuoos meeloop, die er al vier op haar naam heeft staan en niet langzamer dan 4 uur en 1 kwartier over de marathon doet. In de sprints was ze minder sterk. Toen moesten we tussendoor in squathouding gaan zitten, gehurkt zonder steun zeg maar. En nog eens tien lantaarnpalen aftellen en op en neer rennen. Ik voelde ineens dat ik spieren had! Zou ik een keer spierpijn kunnen krijgen?! Dat heb ik echt nooit, maar nu begon het er aardig op te lijken.
Omdat de mannen nog niet terug waren, mochten we nog een keer na een squat van 40 seconden voor de laatste keer lantaarnpalen tellen: zacht heen en voor mijn gevoel nu toch wel eens ietsje minder hard terug. Dat kan ik niet zo goed, ik ga gewoon toch lekker iedere keer ietsje harder! Ik merkte echter aan alle kanten dat er al 23000 stappen op zaten en dat mijn lichaam het meer dan genoeg vond.
We liepen rustig uit en deden nog een hele goede cooling-down, maar helaas: het mocht niet baten, mijn spieren protesteerden eigenlijk al meteen! Zeurende pijn in de kuiten en benen: jawel, ik kan ook spierpijn hebben! Het zit voornamelijk links in mijn onderbenen. Deze directe spierpijn komt door de ophoping van melkzuur, een afvalstof in de benen die niet snel genoeg kan worden afgebroken. Door de squathouding is het nog moeilijker gemaakt om het melkzuur snel af te breken en nu moet mijn lichaam leren om dat volgende keer sneller aan te pakken. Dat heeft de trainer uitgelegd. Misschien had ie mijn spieren hier niet aan moeten herinneren?!
update 17-3:    Voor mij is het lastig om de spierpijn te onderscheiden van de blessure-pijn, want ook mijn rechter-enkel voelt stijfjes aan. Op deze ochtend krijg ik last van de verlate spierpijn: nu doen mijn hele benen pijn en ook mijn enkel voelt pijnlijk aan. Op de deze dag meer rechts dan links. Deze spierpijn komt van hele kleine spierscheurtjes. Vandaag moet het lichaam weer aan de gang om die op te lossen en de spieren worden daar sterker van. Uiteindelijk. Ga ik niet alleen in mijn hoofd een nieuwe loophouding leren, maar ook aan de spieren en het lichaam. Ik ben nog niet verloren! Maar om vandaag weer met een ipad op speurtocht te gaan, dat zou ik niet zien zitten….
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Lost In Time -> Lost in Spierpijn

Ank'ora' de Ontdekker Gaat Nuchter op Pad

Dora The Explorer


 Dit is Dora
De meeste ouders met kleine kinderen kennen Dora. Dora gaat in afleveringen van een kwartier op Ontdekkingsreis en de peuter/kleuter kijkt mee op TV. Dora neemt haar vriendje Boots mee. Vanmorgen ben ik als Ankora in haar voetsporen getreden, ik heb om half 9 mijn persoonlijke Boots aangedaan en ging op 1 bekertje water naar buiten (nuchter voor het ontbijt was de opdracht)
Dora’s andere metgezel is haar backpack     Volgens het telkens weer klinkende liedje:    Rugzak! Rugzak!    Mooie dingen, gekke dingen!             Rood, of geel, of blauw!!          Ik heb alles wat je nodig hebt!          En alles is voor jou!! Rugzak!  Die neem ik voor dit uurtje hardlopen niet mee, maar ik doe mijn “camouflage rainjack” aan. En dan klinkt de muziek weer van de begintune: Kom mee Dora!
Di dididi di Dora, di dididi di Dora    Di dididi di Dora, di dididi di Dora
Dora, Dora, Dora klik op Dora!         ‘t Is weer dolle pret ga mee met Dora
En jij moet helpen, doe mee, stap in.           Come on…         Jij gaat met ons mee!
Ik mis: De Kaart. “Moet je nodig ergens heen        Treuzel dan niet en kijk meteen, op de kaart         Op de kaart 10x !   Op de kaaaaart!!” Die kaart moet ik in mijn hoofd maar eerst eens uittekenen. Er moeten drie doelen op komen te staan: De Verre Brug, de Nog Te Bouwen Uitkijkheuvel en het Oostvaarderscentrum. En daar gaan we dan op laag tempo met een lage hartslag en als einddoel: Weer Thuis.
De muziek start weer: Brug , Heuvel , Centrum       Everybody come on,       Kom allemaal mee
      Wees niet bang, het lukt je             Het wordt een heel leuk stukje
Waar gaan we heen? Naaaaaaaar De Burg!
Ergens hoorde ik dit muziekje tijdens het lopen in mijn hoofd en dan kom je er niet meer vanaf, in welk tempo je ook rent!     Onderweg zijn er allemaal “uitdagingen” die moeten worden opgelost door Ankora:
Uitdaging 1 dient zich direct aan: Hoge hartslag. Hoe die te verlagen? 1 Kilometer later is het opgelost! Dat ging vanzelf. Zo gemakkelijk Check.
Uitdaging 2: Honger. Niet aan denken. Straks paaseieren eten. Niet aan denken. Paasei-paasei. Neehee. Boterham met kaas. Met of zonder komkommer? Ik ga gewoon aan iets anders denken. Weegschaal. Ook geen goed idee in combinatie met eten. Chocolade. Melk. NEEHEE. Nog ‘s proberen aan iets anders te denken: Waarom kappen ze hier naast de ring de mooie hoge bomen om en komen er weer kleine boompjes te staan?! Typisch Almere. Gelukt 🙂 Check.
Daar is de Brug! Tamtam tamtam tamtatatamtam! de Brug! We hebben de verre brug! Door het bos naar de UitkijkheuvelTamtam tamtam tamtatatamtam. Saai tempo, goede hartslag, lekker genieten. Het is niks koud.
Uitdaging 3: Vogeltjes. Ik hoor heel veel vogeltjes en ik herken ze geen van allen. Ik zie een Vlaamse Gaai. Verder zie ik niemand anders. Tempo: check Hartslag: Check Omgeving: Check
Daar is de UitkijkheuvelTamtam tamtam  tam tata tamtamde Uitkijkheuvel Die Nog niet Af is! We hebben De Uitkijkheuvel! Die ging lekker snel. Nu naar het trein-viaduct. Tamtam tamtam tamtatatamtam.
Uitdaging 4: Paarden tellen. De hele rand van de Oostvaardersplassen staat vol paardjes.  123456789 101112131415 1617181920212223 24252627282930…… Het zijn er teveel! Weet je wat? We bewonderen ze gewoon – wel een kilometer lang. Check.
Uitdaging 5: 5 Kilometer. 32 minuten en 30 seconden. Snel? Nee Moe? Nee Zon? Nee Genieten? Ja! Check.
Daar is het CentrumTamtam tamtam tamtatatamtamHet OostvaardersCentrum! We hebben het Oostvaarderscentrum gehaald! En nu? Door naar huis, via de verre kant en een hertje als het even mee zit. Tamtam tamtam tamtatatamtam.
Uitdaging 6: Het Intervallen Pad. Doen we het of niet?! 1 Paal (nog) rustiger, 1 paal hard. Voor deze keer dan…. Hard gaan is voor deze stukjes vreselijk leuk en gemakkelijk. Mijn benen zijn blij met me. Check.
Uitdaging 7: Er rijdt een auto door het afgesloten bos. Het bos waar de herten mogen lopen. De auto verjaagt de herten. De auto mag dat. De auto is van staatsbosbeheer. Nu vind ik staatsbosbeheer even niet zo leuk. Ik zwaai toch naar de boswachters. Goede daad: Check.
Uitdaging 8: De brug op, langzaam. Nog langzamer. Andere hardlopers. Die gaan ook langzaam. Bootcampers. Zou ik dat ook moeten doen? Snel weer aan iets anders denken: paas-eieren. Fout. Maar ik realiseer me dat ik nu wel echt trek krijg. En plek moet maken voor de boterham-met-kaas. Liedje van Dora: Moet je nodig ergens heen    ……      Wel goed in combinatie met de weegschaal! Ik zwaai even naar de oma van een kind van school – aandacht afgeleid. Check.
Uitdaging 9: Tijdslimiet van 3 kwartier gehaald. 7 Kilometer. Grote Check. Nog niet thuis. Mag het park nog door. Eerder van de week 10 minuten over, dus die komen er nu lekker bij. Rustig uitlopen. Lastige combi met probleem 8. Moet je nodig ergens heen      Treuzel dan niet en kijk meteen        Toch maar rustig aan doen Kleine Check
Everybody come on,               Kom allemaal mee        Wees niet bang, het lukte             Het was een heel leuk stukje  We zijn thuis! We hebben het weer gehaald!     53 minuten. Acht kilometer.
Gemiddelde hartslag:138, zonder de eerste kilometer 133; dus is de opdracht CHECKed ** De weegschaal laten we buiten beschouwing en het worden twee boterhammetjes met hagelslag en een beker chocomelk. Tijd om een muurtje verder te slopen op deze zaterdag.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Ank'ora' de Ontdekker Gaat Nuchter op Pad

Het Knarbos

Mijn loopmaatje en ik reden naar het Knarbos. Onderweg zagen we diverse hardlopers die in Almere bleven. Wij gingen echter naar de Knardijk, de dijk die Oostelijk en Zuidelijk Flevoland van elkaar scheidt. Waar vroeger de haven lag, ligt nu een bosrijk gebied wat er om vraagt om eens verkend te worden. Kwart over 9 gingen de horloges aan voor een rondje onverhard. Ik moest in zone 1 blijven met een lage hartslag en ik wilde het eens uittesten of mij dat zonder hartslagbeperking op het horloge zou gaan lukken.
We liepen tussen de fluitende vogels door. Op al dat gekwetter na was het doodstil in het bos. Wij lieten het even zo. Mijn loopmaatje stelde een goede vraag, maar ik had nog geen zin om er antwoord op te geven. We volgden een pad met voetjes-aanduiding. Er was ook kunst te bewonderen. Ik moest naar de WC en na een kilometer zocht ik een boompje op. Mijn hartslag is de eerste anderhalve kilometer loeihoog, boven de 175. Ik voel nu als ik opgewarmd raak en dan daalt de hartslag spectaculair. Dan is de stijfheid weg, krijg ik het van binnen uit warm en komt het gelukzalige gevoel opzetten wat voor mij bij het hardlopen hoort.
We bleven lekker onverhard aan het lopen. Deze keer konden tijden en kilometers me helemaal niet boeien, ik ging gewoon lekker lopen. 1 Uur en 3 kwartier. Mijn loopmaatje had een route uitgezet en ik volgde hem blindelings. Na een kilometer of twee waren we het eerste rondje rond.
We kwamen bij de oude haven en ik verkoos het gras en het hoge pad boven de steentjes. Inmiddels had onze stilte plaats gemaakt voor bijkletsen over de andere lopers die we kennen en hun vorderingen. Het was maar goed dat de tijden me niet boeiden, want ze waren niet bepaald om over naar huis te schrijven.Het zonnetje was voornamelijk fel, want de warmte ontbrak nog. Toen we het haventje rond waren, moesten we een stukje fietspad volgen langs de Vogelweg. Ik hield zo’n beetje mijn hartslag in de gaten, en die bleef aardig onder de 140 liggen. Aan het tempo voelde ik ook wel hoe het liep. Het volgende stukje lag even verderop. Overal in Flevoland zijn plekken gemarkeerd waar scheepswrakken liggen, maar hier was een ander soort markering:

Een Vliegtuig - Wrak!


We pakten de voete-route weer op. Inmiddels druk kletsend. Onderweg ‘bewonderden’ we wat kunst en bleven we lekker onverhard lopen. Na 7 kilometer klopte de route niet meer zo precies als die was uitgezet volgens mij, maar ik maakte me daar (nog steeds) niet druk om. We kozen een route over het natte gras. Nou ja, een keuze… Het liep meer zo…. Daar krijg je wel natte voeten en schone schoenen van.
Al kwebbelend over opvoedkwesties, kwamen we langs een soort kunst van schuilhutjes van Jenga-blokken. Zielig loopmaatje van me: die moet in sloom tempo lopen met een moeder kletsend over opvoeding die nog niet eens in de route geinteresseerd is ook! Desalniettemin was het gruwelijk mooi. Bos, ineens overwoekerd, watertjes, weilanden; Flevoland had het daar allemaal geëtaleerd! Er was zelfs enig hoogteverschil! We kwamen langs de weg te lopen en namen het gras in plaats van het fietspad. Zo snel mogelijk staken we het bos weer in. Daar stond warempel een auto van het Flevo Landschap. Een andere levende ziel zagen we echter niet.
Al slingerend kwamen we het hele bos zo’n beetje door. Het was afgelopen met mijn lage hartslag. Ik had wat trek – waarom probeer ik toch steeds weer op wat magere yoghurt en een cracker te lopen?! We kwamen over een eng bruggetje en voor de foto moest ik er ook nog twee keer overheen. Terwijl ik stil stond om moed te verzamelen, lag de hartslag al niet onder de 130! 
Zowel het einde van de tijd als het einde van de route kwam in zicht. Er lag nog een klein stukje verhard voor ons langs het Flevolandschaps-centrum, maar zo snel mogelijk schoten we het bos weer in terug naar de Knardijk. Inmiddels ging ik de vraag uit de eerste kilometer beantwoorden.
Mijn inschatting dat we een kilometer of twaalf hadden afgelegd was verre van juist: het waren er 15. Bij mij tenminste ook, na nog een extra rondje van 200 meter terwijl mijn loopmaatje in een deuk lag omdat ik extra moest lopen om hetzelfde te lopen als hij. Precies 1 uur en 3 kwartier. Dat maakt de snelheid niet al te hoog, maar ach, ook in dit tempo kun je in 5 uur een marathon volbrengen! Dat is namelijk de andere kant: dit levert vrijwel geen vermoeidheid op en zou je uren vol kunnen houden. De hartslag is nog wel een puntje: de gemiddelde hartslag lag op 144, dat is toch echt zone 2. Excuus: verkoudheid. Excuus 2: Onverhard. Excuus 3: Lekker niet belangrijk. We hebben namelijk heerlijk gelopen en dit prachtige bos met dit prachtige weer droeg zijn steentje aan een fijne ochtend bij.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Het Knarbos