Uitdribbelen met een kater en een kind

Na de kater van gisteren moet ik vandaag uitdribbelen. Ik ga mijn maandrecord niet meer verbeteren. Ik ben nog niet helemaal van het gevoel van falen af, maar ik heb verder nergens last van: goed geslapen, lage rusthartslag, geen centje pijn in mijn benen en ook niet van mijn verbrande schouders. Het lijkt zelfs lichtbruin te worden in plaats van rood op mijn huid! Ga je mee, vraag ik Vincent en die zegt ja. Hij vind 6 kilometer wel ver, maar hij mag eerst eten. Ik ga nuchter en stel het horloge in op 45 minuten zone 1. Daar ben ik aan toe.
We kletsen wat af onderweg. Vincent begrijpt een beetje hoe vervelend het voor me is dat ik moest stoppen. Hij kent nog wel een cliché: te hard begonnen zeker, mama?! Maar ik hoor van iedereen dat het onmogelijk benauwd was. Vincent wil graag door het bos als we de wijk uit zijn. Dat brengt mij helemaal tot rust. Instant. Hij herkent waar hij loopt van de avondvierdaagse. Hij herkent het van zijn kinderfeestje. Ik loop moeiteloos op een hele lage hartslag. Na 2 kilometer wordt het voor de jongen wat zwaarder en krijg ik serieuze trek. Er staan prachtig veel paarden in de Oostvaardersplassen. Vincent noemt het paarden-spitsuur. Ik denk aan alle bieflapjes die daar lopen… We komen in totaal slechts twee andere hardlopers tegen. Voor een zondagochtend half 11 is dat een waarlijk wonder! Zou het voor iedereen te benauwd zijn?
Vincent neemt de korte route stel de brug op en kan dan rustig even op mij wachten, ik loop om. Ook dan hou ik een langzaam tempo aan. Daar gaat het vandaag niet om. Ik heb spijt van de lange broek, de zon warmt de dag al aardig op. Brug op is mijn hartslag iets te hoog, maar op de brug zit het alweer heel snel onder de 135. We nemen het skeelerpad. De felle zon deert me deze ochtend niet. Dit is bekend terrein, ik ben niet alleen en we rekenen wat met de meters die we lopen. We lopen een hele kilometer over het skeelerpad en dan terug richting huis langs de Banda. Geen wedstrijdjes deze keer, daar zijn we het over eens. De jongen gaat naar binnen de douche in, en ik loop nog 4 minuten een blokje om de 45 minuten vol. Dit ging ontzettend goed! 6,5 kilometer in 45 minuten. 6:51 bij een gemiddelde hartslag van 129 is werkelijk geweldig en de beste manier om een kater en een rotgevoel over gister eruit te lopen. Het was gezellig, ik ben trots op de kleine die ‘zomaar’ effe dik 5 kilometer hardloopt. Ik werk twee boterhammen met hagelslag naar binnen in een nieuwe recordtijd!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Uitdribbelen met een kater en een kind

Geen beste dag

Verkenning in Eindhoven. Al een tijdje stond 29 augustus in de agenda om met de meiden van de just-keep-running-blog te gaan lopen. Eerst 10-12 kilometer met hen op een rustig tempo gezellig lopen en daarna wilde ik het stuk van de marathon van Eindhoven wat nieuw is verkennen. Ik vind het fijn te weten waar ik uitkom op 11 oktober. Maar hoe neem je die route mee? Dat was part I van de puzzel en na tig keer de route natekenen, kende ik ‘m al bijna. Problem route almost solved.
Volgende probleem: de meiden van just-keep-running zeiden 1 voor 1 af en op vrijdagavond werd hun deel helemaal afgeblazen. Ik had al andere afspraken met de familie en ik wilde Eindhoven verkennen, dus ik ging sowiezo naar het zuiden. 3 Uur en een kwartier hardlopen. 30 Kilometer moest toch wel lukken dacht ik, dus ik kon het grootste deel van de marathon verkennen tot bij het huis van mijn zus. Goed plan. Problem planning solved.
Ik at een flink bord Brinta en rijd het hele eind naar het zuiden. In de auto at ik veel gedroogd fruit en dronk het bidon water leeg. Dat moet genoeg zijn. Rond half 1 zette mijn zusje me af in het Philips van Lenneppark. De route stond op de Garmin, ingesteld op 6:30 per kilometer voor 3 uur 23 minuten. Problem route definitely solved. Ik ging lekker de stad in en liep over het Amerikaans aandoende gebied met cultuur, bedrijfjes en opgeknapte architectuur, Strijp – S. Ik had moeite met het begrijpen van de route en genoot er minder van als ik wilde. Ik kwam op de Noord-Brabantlaan en liep langs het Evoluon. De eerste kilometers gingen heerlijk in 6:15. Supersteady. Ging perfect. Problem tempo solved.  Ik kwam er achter dat ik me niet had ingesmeerd. Maar ik loop in de stad, en ik hou de schaduw aan. Het is wel warm. Ik liep over de stoepen en al snel stond het vele verkeer me tegen. Straks voor de marathon wordt dit allemaal afgesloten, maar nu is het druk en onrustig. Problem I. Stoplichten negeer ik, vaak heb ik geluk met fietsers of andere weggebruikers mee door “oranje” te kunnen, wegafsluitingen omzeil ik gemakkelijk. Onder de snelweg door. Steeds het steady tempo van 6:15, bij misschien een iets te hoge hartslag, maar het is dan ook warm. Problem II.
De leuke fietsbrug! Een fietsrotonde over de autowegen heen! Ik mag maar een kwart rond, maar ik ga vijfkwart rond! In de volle zon. En die zal voorlopig blijven. Problem III. Ik steek terug Eindhoven in onder de snelweg door en na 6 kilometer moet ik echt de eerste keer voor het stoplicht wachten. Dat haalt het ritme en het tempo weg. Problem IV. Ik neem dextro’s en drink water. Op deze manier moet ik straks op water uit. Ik weet niet waar ik blijf, maar na 2 kilometer zon-op-industrieterrein zijn bomen een verademing.  Het tempo blijft onder de 6:20 liggen. Maar mijn gedachten gaan alleen maar over: hoe lang-hoe ver-hoe hard. Er is geen afleiding. En dan: Bekend terrein! Ik moet erg lang wachten bij een stoplicht langs het Kastelenplein en dan kom ik op een stukje droom: hier heb ik jarenlang elke dag naar de middelbare school gefietst. De Gender over, de groenschool langs, het fietspad. Er volgt een soort desillusie: zou hier de afgelopen twintig jaar zoveel veranderd zijn of ken ik het niet meer terug vanaf het voetpad? Problem V. Ik kijk ook verwonderd rond en voel me oud. Het voorbijrazende verkeer houdt hier een beetje op. Ik voel de behoefte een afslag te nemen naar rustigere wijken, maar dat zou de verkenning ondermijnen.
De afslag naar het Science Park. Het rondje wat we hier omheen lopen, wil ik al heel lang verkennen. En dan beginnen de problemen echt op te stapelen: felle zon en omdat het weekend is, mag ik dit bochtje niet maken. De poort van het science park is gesloten. Nu klopt mijn route-vergelijking niet meer, nu klopt de droom niet meer, nu moet ik onverrichter zaken terug. Twee keer lang op de stoplichten wachten en hard rijdende auto’s in combinatie met de brandende zon én de ontdekking dat ik ALLEBEI de uitgeprinte routes kwijt ben, maken de zaak ineens hopeloos. Na 10 kilometer die uitstekend gingen, lijken nog 20 kilometer een onhaalbare barrière te zijn geworden. Problem VI. Ik krijg het tempo niet meer opgepakt. Ik loop langs het zwembad: hier is zeker alles vernieuwd en ik kom langs de waterbollen. Ze staan mooi tegen de blauwe lucht, maar ik haat de felblauwe lucht op dit moment. Problem VII. Weer een stoplicht waar ik moet wachten en de fietsers me bijna omver rijden. Even rust op de Floralaan die gelukkig niets veranderd is en langs de school van mijn zwagers vader die tegenwoordig een “spilcentrum” heet. Is dat dialect voor speelcentrum?!
Dan ga ik de stad in. En ik raak het langzaam aan kwijt. Nu ik erop terugkijk, had ik daar in de Roostenlaan naar de Albert Heijn moeten gaan; waar ik, toen ik hier op kamers woonde, heel vaak kwam. Ik had daar water of energy drank moeten halen, maar ik wilde verder om te proberen het tempo en het ritme weer op te pakken. Mijn denken werd vertroebeld. Ik was nog niet eens op de helft! Dadelijk komt het stuk route wat ik niet ken, hoe moet ik dat doen? Problem VIII. En dan duurt het enkele honderden meters voor ik bedenk dat ik gewoon de telefoon op moet starten. Inmiddels ben ik helemaal bezweet. Het oversteken van de Leostraat duurt wel een hele lange minuut. De tijd komt boven de 7 minuten uit, weliswaar net, maar ik krijg niet bedacht dat ik de rest van de kilometer dus flink doorgelopen heb. Ik loop de stad in, het wordt nog drukker met voetgangers die geen boodschap hebben aan een bezweette hardloper en veel verkeer. De Joriskerk ligt ook al te mooi te stralen in die felblauwe lucht. Problem IX. Asjeblieft, laat het over 6 weken minstens 10-15 graden kouder zijn en een beetje miezer zou me ook niet deren! Nu is het te midden op de middag en met 24 graden veel en veel te warm voor mij. Ambitieus als ik ben, wil ik niet opgeven. Problem X. Het stapelt nu hard op, maar dat heb ik nog niet echt door.
Ik neem de goede afslag en steek redelijk onverantwoord over naar de Tongelresestraat. Rust. Mooie pandjes hier. Ik kijk om me heen. Het DAF-museum en een prachtige ophaalbrug. Ik ken dit niet. Ik weet alleen dat ik hier mijn rijbewijs heb gehaald! Het is er kalm na de onrust in de stad. Ik snap hoe de route werkt en ik hou de schaduw aan. Ik pik weer een ritme op en neem bijna toevallig weer de goede afslag, maar daarna mis ik de Parklaan. Ik neem een weg parrallel daaraan langs het spoor. Onrustiger en minder mooi, maar ik lijk het tempo weer op te pakken. De tijden gaan weer richting de 6:20 en het station snel ik zelfs ver onder die tijd voorbij, terwijl ik een foto maak ook nog! Of doe ik dat omdat ik gek dreig te worden van de onrust hier? Onder het station door en dan kom ik op de grote brede Montgomerylaan. Hier starte twee jaar geleden de halve marathon. Midden op de weg. Nu rijden er auto’s. Toen miezerde het heerlijk en had ik snel een prettig hoog tempo. Nu schijnt de zon fel op me neer. En er razen auto’s.
Voorbij het ziekenhuis is de weg afgesloten. Het tempo wat net terug begon te komen, wordt onderbroken door het zoeken van een route over brandend asfalt, langs hekken en over bermen. Daar raak ik het langzaam aan helemaal kwijt. Ik ben ook de energy gel kwijt, maar ik hoeft nog maar 10 kilometer. Het water is over de helft, maar ik hoeft nog maar tien kilometer. Er is geen schaduw. Ik heb het bloedheet. De hele lange warme zomer vanaf Portugal, heb ik uren en uren gelopen en nu is het te warm. Er is geen wind, zoals vorige week op de dijk. Het is midden op de dag op zijn allerwarmst, om deze tijd loop ik nooit. Problems maatje XXL. En dat zijn er teveel. Ik moet wachten voor het stoplicht bij winkelcentrum Woensel in de felle zon. Ik kan bijna niet meer op mijn benen staan.
Dit is klaar.
Hier hou ik op.
Voor ik omval. Voor ik van mijn stokje ga.
Ik maak niet eens meer de 21 kilometer vol. Ik stop HIER en NU
 
 

Verslagen door de Zon


 
Ik kan wel janken, maar daarvoor ben ik te uitgedroogd. Ik MOET NU iets drinken met veel elektrolyten erin. De Aldi is het dichtste bij en ik pak een flesje. De rij is lang en ik dreig om te vallen. Ik ben misselijk. Dan moet ik een sixpack hebben. Reken dit ene flesje af als 6 stuks, kan me niet schelen, maar nee, ik ren door de winkel voor een (andere smaak) sixpack en betaal 2 euro en buiten ga ik achter een muurtje zitten in de schaduw en klok het flesje naar binnen. Nog 5 te gaan. Ik vraag per SMS mijn zus hoe ver het is naar hun huis. Ik SMS Rob dat ik een loser en een opgever ben. Mijn loopmaatje moet het ook ontgelden. De enige die mij een mislukking vind, ben ik echter zelf. Ik giet een flesje over in het bidon en neem twee flesjes mee. De andere zet ik bij de vuilnisbak. Ik wil niet worden opgehaald. Deze beentjes zullen me nog wel drie kilometer dragen. Ik zet de route in mijn telefoon en volg nu op de Apple Watch de route. Dwars door de wijk. Rust. Kalmte. Ik loop rustig. Dribbel. Hier woonde mijn zusje eerst. Ik kies de achterafstraatjes. Als er maar niet voortdurend verkeer langsraast. Schelpenpaadje, parkje. Ik móét er doorheen, wat de Apple Watch ook zegt. Ik heb twee extra flesjes drank in mijn zweethandjes, er kan me niks meer gebeuren! Ik baal als een stekker, gloei als de bijbehorende lamp en straal bijna zoveel warmte uit dat het zweet op me ervan zou verdampen. Mijn gedachten gaan niet ver meer.
Ik kom de wijk in langs het huis waar mijn zusje daarna is gaan wonen. Nog een parkje waar ik al vaker doorheen wilde lopen. Nu gebeurt het een keer en ik begin er weer van te genieten! De rust doet me goed. Dit zou ik lang vol kunnen houden en de 3 uur en 15 minuten zijn nog niet om, maar ik moet nu ook de kans nemen om eventjes uit te rusten zodat ik kan douchen zonder dat ik gehaast bij pa en ma ga eten. Ik heb net geen 24 kilometer gelopen als ik helemaal doornat van het zweet bij mijn zus aankom. Behalve van het Enorme Gevoel Van DesIllusie heb ik nergens last van. Geen blessures, geen spierpijn, en na een douche weer schoon en uitgerust. Maar het Verdriet en de Twijfel zijn levensgroot: ik heb het opgegeven. Gefaald. Na 2 keer tamelijk moeiteloos 25 kilometer lopen, heb ik de dertig niet gehaald. Vreselijk. Dat maakt mams heerlijke bloemkool en kip-met-champignons niet meer goed. Grappig dat papa vandaag ontdekt dat ik de hele marathon ga lopen, hij vond al dat ik zulke grote afstanden liep voor een halve…. Het is moeilijk te begrijpen hoe rot ik me voel over het afbreken van de training voor ze. “Volgende keer beter” zeggen ze, maar ik voel me er niet beter door. Ook het avondje sauna met mijn zus helpt me niet van mijn kater af. Sterker nog: de buikramp maakt de sauna minder relaxed en torpedeert toekomstige plannen. Tot overmaat van ramp is me overkomen wat ik deze hele lange warme zomer vanaf Portugal heb vermeden: ik ben verbrand op mijn schouders! De vochtbalans in mijn lijf is helemaal ontregeld. Ik ben pas om half 1 thuis. Dan zijn alle flesjes leeggedronken en dan ben ik al lang niet meer moe. Achteraf ben ik precies op tijd gestopt en moet ik blij zijn met het feit dat ik op tijd ingegrepen heb (maar ik kon niet anders) en naar mijn lichaam heb geluisterd. Achteraf denk ik dat het goed is dat ik ook eens een keer op mijn bek ben gegaan. Maar voorlopig voelt het absoluut niet zo!
Wat er misging: Te weinig gegeten vooraf, totaal op het verkeerde moment van de dag gestart, de hitte ernstig onderschat, te weinig energy-drank mee, te snel gestart, te weinig het tempo aan de hartslag aangepast, te ambitieus, niet goed ingesteld op de onrust van de stad, mijn gedachten niet kunnen verzetten, de kleine teleurstellingen (route kwijt) te groot gemaakt, me niet insmeren, de periode van mijn cyclus negeren, de onafgebroken drukte niet tegengegaan met muziek en overmoed: ik dacht die 30 kilometer gemakkelijk aan te kunnen na twee keer moeiteloos 25 te hebben gehaald. Er valt veel te leren van een mislukking. 1 Ding staat vast: op 11 oktober kan het niet erger worden en dan is het geen 25 graden. plusPUNT.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Geen beste dag

Rubriek van de Week: Het Gesprek met een Paar Schoenen

Vandaag zijn we bij het paar Asics schoenen van hardloopster Anke. We zullen deze schoenen eens naar hún mening vragen!
Vraag: Laten we maar meteen met de deur in huis vallen: jullie zijn nog niet zo lang bij het bazinnetje is het wel?
Rechterschoen moet meteen wat van het hart: “Nee, maar wij voelen ons wel een beetje het ondergeschoven paar hoor. Weet je, naast ons staat een paar Brooks en zeg nou zelf, dat is nauwelijks een echt merk. Wij zijn Asics, dat kent iedereen, wereldberoemd en wij komen uit het buitenland! Wij zijn veel stralender blauw als die donkere Brooksen. Maar meestal gaan de Brooks mee voor wat volgens mij de leukste klussen zijn. Die komen met verhalen terug van bossen en snelheid, waar wij meestal een beetje over het asfalt mee moeten sjokken, toch Links?” Links knikt beamend, maar voegt daaraan toe: “Maar afgelopen vrijdag mochten wij die supersnelle race doen toch?” Rechts heeft echter nog meer klachten: “Ja, maar in vergelijking met eergisteren, was onze taak vandaag weer heel saai, toch?!”
Aha, vandaag! Laten we het daarover hebben. Wat hebben jullie vandaag gedaan dan? Rechts antwoord meteen: “Asfalt, stoepjes en stad, zeg nou zelf…. En meestentijds in hopeloze tempo’s ook.” Links vult aan: “Die zone 2 ging wel heel lekker toch, elke keer?” Links legt mij uit: “Zone 2 deden we steeds een kwartier, eerst 10 minuten zone 1 en na zone 2 dan 5 minuten zone 3, snap je?” Jaja, dat snap ik. Zo erg is dat toch niet? Rechts vindt van wel: “We liepen door de stad de hele tijd. Over het spoorbaanpad. Kijk, eerst stopten we bij de trappen, maar daarna stopten we heel erg lang. Een uur stilzitten, daar zíjn wíj toch niet voor?!” Links mompelt er tussendoor: “Ja, en er lag een hond op mij he”. Ho even! Een hond en trappen, stilzitten? Leg eens uit? Links verduidelijkt het ons: “We gingen eerst naar de school rennen. En daar lopen we dan de trappen op en even over het linoleum, die paar minuten vertraging zijn niet zo erg. We zaten toch nog in zone 1.” Rechts neemt het relaas over: “Daarna gingen we dus naar zone 2 en een stukje zone 3, maar het bazinnetje vond dat blijkbaar wat lastig, want met al die heuveltjes was het qua tempo ook een beetje op en neer. En na een uurtje zones wisselen kwamen we dus in die huiskamer.” “Met de enge hond” vult Links aan, “die lag op mij, had ik dat al gezegd?!”
Hier raak ik het verhaal even kwijt. Die hond kan ik niet plaatsen en die huiskamer ook niet. Rechts wordt een beetje ongeduldig: “Terwijl het baasje thee zat te drinken, zaten wij STIL. Wij, het mooiste merk hardloopschoenen, wij moeten daar een uur WACHTEN, stilzitten dus – je snapt toch dat ik daar van baal?” “En die enge hond lag op me” meld Links nog maar een keer. Jaja, ik weet het van die hond. Was er dan weinig leuks te beleven vandaag? Het blijft even stil, maar dan weet Links toch veel te bedenken: “De weg terug was gaaf hoor. Het ging weer in dezelfde tempo’s en over hetzelfde asfalt zo’n beetje, maar ik denk dat de thee wel een goede uitwerking had, want het bazinnetje hield zich prima” “Jawel, maar ze had wel meer moeten eten hoor” vult Rechts aan; “En we hebben toch maar weer ‘even’ een halve marathon gelopen vandaag!”. Kijk, dat lijkt toch ergens op? Jullie mochten mee voor ruim 21 kilometer? Rechts kan het niet laten: “Ja, maar die rare Brooksen hebben zondag 25 kilometer gelopen.” Ikzelf vind het wel een prestatie van het bazinnetje en laat Rechts maar even links liggen met zijn ontevreden neus. Eenentwintig kilometer is eenentwintig kilometer rennen, ook al doe je dat met een pauze er tussen en heeft het bazinnetje (na navraag) daar (23 minuten) langer over gedaan dan de afgesproken twee uur. Blijkt dat toch met een lage gemiddelde hartslag, dus al dat gemok is niet echt nodig, dunkt me.
Ik vraag Links naar de andere medewerkers: Hoe waren de sokken? Links antwoord: “Zeer tevreden. Dit goedkope en roze paar (Rechts mompelt wat onaardigs over dat roze) hadden wij nog niet gehad, maar ze deden het uitstekend!” En Links heeft nog wat route informatie: “We liepen lekker langs dat water, die fonteintjes, weet je nog Rechts? Toen dacht ik nog: laten we daar maar niet doorheen lopen, haha. Wij worden nooit nat eigenlijk.” Rechts heeft echter een andere herinnering: “Weet je de eerste keer nog? Toen het zo hard regende?” “Ohja”, weet Links weer. “Maar vandaag bleven toch mooi droog. En we kwamen van die mooie steentjes tegen van mozaïek. Die zien die Brooksen lekker nooit!” Nog andere pluspunten van vandaag? Nou weet Rechts er ook nog één: “Kijk, wij zijn wel de asfaltvreters aan het worden en we kwijten ons perfect van onze taak, dus ik denk zeker dat we nog alle kans maken om voor de marathon uitgekozen te worden. Wij blijven natuurlijk wel een echt merk en prachtig blauw, terwijl de Brooks met al dat zand al verkleuren. Wij zijn gewend aan regen, dus ik hoop echt dat wij de marathon halen!” Ik denk zeker ook van wel! Dit ijverige paar verdient het in elk geval, en het verdient nog veel mooie trainingsmomenten, ook al leek het ze vandaag een beetje tegen te vallen. Ik bedankt voor het vraaggesprek en laat het paar in een discussie achter over hoe lang schoenen na gedane arbeid aan mogen blijven zitten.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rubriek van de Week: Het Gesprek met een Paar Schoenen

Trailrondje (waarom ook niet)

Ik ben moe op maandag. In mijn hoofd en in mijn ogen. Verder N I K S. Geen last van mijn knieën, peesplaat, schenen, spierpijn of wat-dan-ook. Om de vermoeidheid wat te bestrijden ga ik een half uurtje fietsen. Als ik me netjes aan dat half uurtje had gehouden, was ik het laatste kwartier niet natgeregend 🙁

Vandaag was er dus al helemaal niks meer op tegen om weer op pad te gaan. Behalve dat mijn schema nog even nagekeken moest worden en ik dus nog niet wist wat ik moest doen, maar via de SMS kwam het plan: ik mocht vandaag 1 uur en 3 kwartier (waarom ook niet) onverhard (waarom ook niet) zone 1 en heuvelop zone 2 (waarom ook niet). Klinkt als het MTBpad in het Kotterbos. Ik belde mijn vriendin op om half 2 voor een goed gesprek, maar ze gaf meteen aan mee te gaan lopen. Heldin! Een week niet gelopen, zondag nog 10 kilometer SAIL geslenterd (zwaarder dan 25km lopen hoor), minder optimaal getraind zijn dan ik en dan direct ‘ja’ zeggen op het voorstel voor anderhalf uur onverhard lopen, terwijl ze weet hoe heavy dat is. Om kwart over twee kwam ik ook op de parkeerplaats aangesjeesd op mijn fietsje. Nieuwe lange broek, nieuwe BH en nieuwe compressiesokken: allemaal Lidl.

ATB bordje wat niet omgemaaid kan worden

We gingen de ATBbordjes volgen. Het was al snel heuveltjes over. Kleine stappen omhoog in zone twee. Jammer dat het horloge mij terugpiept, die verstoort mijn gekwebbel danig! We raken de weg al bijna na een kilometer kwijt omdat de bordjes door de overijverige grasmaaier vernietigd zijn. Kletsen op de smalle paden is geen sinecure, maar als ik eenmaal in kwebbelmode sta, weerhouden de paden door het bos vol obstakels mij niet van eindeloos geleuter hoor! Ik vertelde van de marathon in drie dagen. Gelukkig voor mij, had mijn vriendin het zwaarder en ik geloof dat ze het geen bezwaar vond te luisteren. We maakten een raar ommetje en we kwamen langs de auto. Mijn vriendin had me echt beloofd dat ze zou aangeven wanneer het te zwaar werd voor haar. We liepen langs het spoor en ik maar ratelen en tetteren. Het schoot niet op, ik bleef vrij netjes in zone 1 en het voelde echt wel heel relaxed. In het ‘moeras’ (zo kende ik het vroeger) liepen we notabene nóg een keer verkeerd wegens ontbrekend paaltje en even later werd ik zo afgeleid door een hondje dat ik het bordje zelf gemist had! We staken het fietspad over en al die tijd liepen we onverhard. Geweldig! En geen enkele fietser te zien. De hele weg niet trouwens.

ready to finish another trail, moet er op haar t-shirt staan

We moesten even stoppen omdat ik mijn vriendin zo afleidde en positief liet schrikken dat haar hartslag zelfs stilstaand te hoog was! Op de weg was de grasmaaier bezig en hij weet niet dat ik hem van een wisse moordpoging heb gered door mijn vriendin mee het asfalt op te trekken. Paaltjes-moordenaar. Ik wilde best voor m’n vriendin op het asfalt blijven, maar ze gaf aan het prima vol te houden en we liepen onverhard de Vaart langs. Mijn vriendin vertelde van haar mans typecursus en Sail. Bij het bruggetje stopten we even voor een slok water, dextro en gelletje. Na een stukje asfalt hobbelen (dan kom ik niet in de búúrt van zone 2) weer het bos in, heuveltjes over en onverhard rennen. Wat een vrijheid!

Korte steile heuveltjes op in kleine pasjes en zone 2

Over de fietsbrug en toen liep mijn vriendin het verharde pad langzaam af en ik nam de ATBroute door het bos. Die was nog heuveliger, maar ook mooi en bosrijk. Er waren fiets-obstakels gemaakt.

Zoek het pad.... Óver de boom!

We kwamen elkaar bij het water weer tegen: allebei uitgerust en opgewekt. Even asfalt en dan voor het laatste stuk het bos in. Daar waren nog onverwachte obstakels door de storm. Eindelijk, na anderhalf uur trailrunnen, werd ik ook vermoeid. Nergens pijn of zo, maar gewoon een beetje moe. Dat je denkt: gelukkig nog maar een kwartier zeg! En dan moet je het smalle pad de brug op steil omhoog. Waarom ook niet?! Ik nam ook nog het stukje binnendoor en mijn vriendin stelde zich niks aan: die ging gewoon mee. Wacht maar op me, zei ze nog; maar ze liep zo dicht achter me dat dat niet nodig was. Toen nam zij het verharde fietspad en ik nam het laatste stukje ATBroute ook nog maar even. Nog een paar heuveltjes. De tijd was ‘om’. Ik maakte de route af en eenmaal op het fietspad vond ik het ook wel weer zat ook eigenlijk. We gingen nog 1 keer steil omhoog de brug op en ik vond het niks erg het laatste stukje van de route in wandelpas af te maken. Ik was reuzenrots op mijn vriendin: die loopt daar even ‘zomaar’ 13 kilometer te trailen! Ik zelf had een kilometer meer gelopen, maar voor mij was het grotendeels a-walk-in-the-park. Gemiddelde hartslag 135. Yeah. Niet dat we dan uitgepraat zijn, maar op de parkeerplaats na wat stretchoefeningen nemen we toch maar afscheid. Ik moest nog even vet doorfietsen om voor de regen thuis te zijn! Sorry man-van-mijn-vriendin: sorry als ze een beetje moe is, en laat haar mij maar bellen als ze sjachereinig is of over spierpijn klaagt, want ik heb haar meegenomen het bos in. Meid: wat een wereldprestatie! Ik ben trots op je!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Trailrondje (waarom ook niet)

De marathon in drie dagen – Dag 3

Deze nacht heb ik heel erg goed geslapen. Was dat het? Of het voornemen gewoon echt rustig aan te doen vandaag? Was het de massage en het uitrusten op een boot gisteren? Of het vrolijke vooruitzicht met H te kunnen kletsen de hele route? In elk geval liep het allemaal erg goed vandaag. Goed verslag tot nog toe he?! Ik begin bij het begin:
vroeg op, omdat het warm wordt de stomme waterbelt meenemen, zonnebrand mee, startnummer, genoeg eten en weer dezelfde kleding aandoen (wel uitgewassen hoor), want ik weet dat die goed zitten. Petje op vandaag, extra water mee. Loopmaatje haalde mij en nog een andere loper op met de auto en weer reden naar de Sporthal Waterwijk. Hoefde ik me nergens druk over te maken? Nou, ik had nog een toilet nodig en de sporthal waar we verzamelden leek gesloten op zondagochtend om 9 uur. Maar dat was toch niet zo en om 10 voor 9 ging ik nog even naar de toilet. Het haalde mijn zorgen niet weg, maar ik weet dat ik onderweg langs een centrum kom waar ik eventueel kan gaan “zitten” als dat moet.
Toen ik terugliep richting buiten stond Eurosport aan op de TV. GP2 (of GP3) op Spa Francorchamps. Raceauto’s. Ik stond gebiologeerd te kijken en vergat waarom ik daar in die sporthal was. Daar liep ik, op Spa. Waar die auto in de kant stond, liep ik ooit. Ik weet nog precies hoe het eruit zag en voelde. Stokstijf stil stond ik naar dat ‘heilige’ asfalt te staren, de wereld om me heen helemaal vergetend. Ik rende om 1 minuut voor 9 naar beneden en iedereen stond al op de startstreep! Ik was nog in een rare trance en niet eens de laatste. Ik was H even kwijt. We zouden samen gaan lopen en ik had me daarop verheugd. Langzaam lopen en bijpraten. Maar nu was ik even alles ‘kwijt’, ik zat vast in een zoete herinnering. Van de eerste meters weet ik niks meer. Helemaal niks. Niet eens welke kant we op gingen. Ik zocht H verwilderd op en daar liep een clubje mensen die ik kende omheen. Ik liep net voor ze. Zij waren lekker aan het kletsen en ik ving wel op ‘Oh, die Anke gaat vast sneller’, maar dat was ik niet echt van plan. Verder was ik er niet goed bij; een brug over herinnerde me aan andere heuvels in de Ardennen en ik verschool me onder mijn petje. Die waterbelt zit altijd zo naar en beperkt de loophouding enorm met die twee flesjes. De waterpost boven aan Camel. We liepen langs de schaapskudde. He! Dat zag ik dan toch weer… Verder dacht ik alleen maar aan de wedstrijd in Spa en ik kon dat niet delen. Omlaag rennen, de barriers en in geel en rood. Straks misschien, maar de eerste twee of drie kilometer was ik lijfelijk wel in Almere langs de Noorderplassen aan het lopen, maar geestelijk was ik kilometers zuidelijker. Het Belgische bos in de verte en de roofvogels erboven in dezelfde blauwe lucht als nu. Ik liep een stukje op het groepje vooruit om met mezelf en mijn gedachten alleen te zijn. De finishlijn, de pitstraat, de haarspeldbocht La Source. Geen last van de zon, geen enkele moeite met lopen, de toilet vergeten. De zilveren tribunes met groende stoeltjes. De ophaalbrug heb ik wel gemerkt, maar ik was er niet écht bij. Snelheid, hardlopen als snelheid op de racebaan; mooier wordt het niet. We liepen het koeienpad op. De fotograaf, tegenliggers, waar H liep, al op 4 kilometer, kilometertijden? Ik heb het allemaal niet echt meegekregen, ik was gewoon helemaal in mezelf gekeerd. Het geluid van voetstappen Eau Rouge op. Ik vond het uitzicht wel mooi in Almere, maar ik vind het niet meer nodig om het te fotograferen en vast te houden. Ik ren stil voorbij en laat alles aan me voorbij gaan. Ik raakte aan de praat met J, zij fietst met haar man mee (en wisselt het lopen met hem af) omdat ze zelf last heeft van een lopersknie. Het bracht me terug in Almere, in de realiteit en leidde me af van de zon. Ik ging voor mijn gevoel niet al te snel verder en liep wat uit op het groepje van H, J en de anderen. Ik vond het niet erg. Een marathon loop je immers ook alleen.
Mijn tempo voelde goed aan. Goeie grap, er zaten al 6 kilometer op en ik begon eens een keer bezig te zijn met het lopen in het hier en nu. Ik nam een dextro en wat water. Merkte ineens de Noorderplassen op en de zon en het tempo en de lopers voor me, twee of drie dames nog zeker! Hellup, het is 23 graden, volledig boomloos hier en enige beschutting is er op de dijk ook niet, wat doe ik hier? Ik ging me maar geen zorgen maken en dacht met een glimlach terug aan Spa. Goeie oefening. Bij de waterpost dronk ik 1 bekertje snel leeg en dan de lange dijk op. Wind tegen. En nu ga ik iets geks melden: dat was heerlijk! Liep het zweet eerst in mijn ogen te prikken (toen het zweet werd waar mijn ogen van prikten), nu droogde dat lekker op. Petje tegen de zon. Ruim uitzicht. Cruise speed aan en gaan. Dat is de dijk: gewoon gaan, gaan, gaan. Heerlijk eigenlijk. Helemaal alleen in het hier en nu. De komende kilometers zijn voor mij. Ik voelde me even lullig tegenover H, maar ik kon me altijd terug laten vallen. Hij was met anderen aan het kwebbelen. Gek dat je je ergens op verheugt en dat als het zover is, het niet erg is als het anders loopt. Nu had ik een fijn tempo te pakken en ik merkte dat ik langzaam op de dames voor me ging inlopen. De kilometertijd schommelde om de 6 minuten heen: nét iets erboven, vaker eronder. Ik keek naar de hartslag: zone 2. In deze omstandigheden perfect.
Voor me liep een dame en haar vader fietste mee. En daar op de dijk kwam ik tot de kern van de therapie die ik afgelopen donderdag heb gehad. Ineens zag ik precies en helder en duidelijk in waarom ik de marathon van Eindhoven ga lopen. Het was zo duidelijk opeens, op het asfalt van de dijk, dat niet het zweet, maar ander vocht in mijn ogen prikte. Het gaf me een onwijs gevoel van vrijheid, klaarheid en ongebondenheid. Ik haalde de vrouw en haar vader op de fiets in. Ik vond het prettig dat de fotograaf me voorbij fietste deze keer.
We kwamen bij het centrum waar ik had kunnen gaan ‘zitten’, maar daar was niks van nodig. Ik had het minder heet als gisteren. De fotograaf kwam even met wat bemoedigende woorden ‘hou je eigen tempo aan, loop geen gaatjes dicht’, maar ik was langzaam wel bezig ook de twee andere dames voor me in te halen. En 1 van die twee haalde mij gisteren in! Soepel en stil liep ik voorbij, ik zei nog: jij mag mij straks weer inhalen, want die andere dame kan erg goed in een negatieve split lopen (eerste stuk rustig, daarna versnellen), maar dat was ze niet van plan, zei ze. Ik liep moeiteloos op ze uit. Ik hoorde ze achter me schreeuwen dat we op de helft waren op de rotonde. Ik was niet bezig met de afstand, die kan ik lopen. Ik was niet bezig met versnellen, dat hoeft niet. Ik was niet bezig met vermoeidheid, want dat ontbrak. Ik dacht aan mijn redenen voor de marathon, wat me energie en kracht geeft en nam nog maar een dextro voor de meer instant energie.
We gingen de dijk af en ik dacht dat ik daarvan zou balen, maar de bomen waren ook een verademing. Ze klonken zo heerlijk rustgevend met hun ruisende blaadjes in de wind. Alles viel op dat pad echt in elkaar en dingen die eerst zo toevallig leken, werden passende stukjes in een puzzel. Ik dacht dat het lastig zou zijn om over hetzelfde pad te lopen als gisteren, maar ik voelde me nu zo totaal anders, dat het me niks deed. Voor me moest een man wandelen. Ik keek letterlijk niet achterom (geen idee waar de anderen liepen), maar figuurlijk wel. En toen de puzzel paste, besefte ik ineens iets anders wat on-ge-loof-lijk belangrijk voor me was. Bij de waterpost dronk ik snel een bekertje water en ik wilde persé dat Rob en Vincent me zouden komen ophalen. Mijn grootste probleem was hoe ze te bereiken. Dat ik hen wilde zien was ineens van levensbelang. En op de brug waar ik twee jaar geleden Rob had moeten bellen dat hij mij kwam ophalen omdat het met mijn knie niet meer ging (maar wat ik toen dus niet deed), bedacht ik nu dat ik met mijn Apple Watch kon bellen. Ik kreeg geen contact.
Er liep iemand heel erg ver voor me in een blauw shirt en gelukkig wist ik de route een beetje, anders had ik vast de pijlen op de weg gemist en was ik naar huis gerend. Ik belde nogmaals zonder resultaat en wilde ook niet dat Rob zich zorgen hoefde te maken. Ik sprak met Siri in dat hij me moest komen halen en op het fietspad belde ik hem op dat alles goed was, maar dat ze naar de Sporthal in Waterwijk moesten komen over 3 kwartier. Hardlopend bellen: dat kon ook. Mijn hartslagmeter was echter even in de bonen: hij schoot door naar 190, terwijl mijn tempo gelijk bleef en de Apple Watch het hartritme ook niet zo belachelijk hoog legde. Soms doet de hartslagmeter ook of mijn hart niet meer klopt, maar dit middelt het weer aardig.
Inmiddels was ik alweer een paar kilometer verder en bleven de tijden om de zes minuten heen slingeren. En dan bedoel ik dat ik inmiddels tegen de halve marathon aan zat en me prima de luxe voelde. Ik moest wel denken dat ik nog een dextro moest nemen, want ook al is het nog maar een “klein” stukje die laatste paar kilometer, er moet wel energie blijven stromen. We liepen langs de sportvelden en heel langzaam bedacht ik me dat ik me nu toch maar eens zorgen moest gaan maken of het niet zwaarder werd. Maar dat werd het niet. Het was warm. Ja, nou en? Het was ver. Ja, nou en? Het was saai en bekend. Ja, nou en? Ik hoefde die man in het blauwe shirtje voor me niet in te halen. Of wel?! Over de Vaartbrug en ik wist dat ik straks Rob en Vincent zou zien, dat sterkte me keer op keer. Om langs de Vaart te gaan lopen (een extra ommetje langs de Leegwaterplas) had ik wat ruzie met een stel bejaarden op de fiets, waardoor ik wilde roepen: ‘hallo, ik heb al 20 kilometer gerend, rot ‘s op’; maar ik deed het maar niet en liet ze fietsen. Er waren meer hardlopers op het pad, maar ik kon ze niet inhalen: zij deden intervallen. Ineens ging ik twijfelen of de meneer met het blauwe shirt er wel bijhoorde. Stel dat hij al 6 kilometer lang dezelfde route volgde?! Toen stond een trainer langs de kant die riep: Het gaat hartstikke goed Anke! en ik wist dat hij gelijk had. Het ging gewoon hartstikke goed. Kei goed, zeg maar. Nergens last van. Werkelijk nergens last van. De meneer in het blauwe shirt liep wel heel toevallig dezelfde route en ik liep behoorlijk op hem in.
We kwamen op het pad wat superlastig loopt omdat het asfalt enorm ongelijk is. Toch durfde ik niet op het halfverharde, betere pad ernaast te gaan lopen omdat ik bang was om de pijlen te missen. Voor mij op het pad was iemand lopen en rennen aan het afwisselen. Die hoort er zeker bij, en die ga ik inhalen. Op het industrieterrein lukte me dat ook en de man met het blauwe shirt had ook een startnummer, hij hoorde er dus bij, en die werd ook nog ‘verschalkt’.
De laatste kilometers. Als je een halve marathon gewend bent is dit extra zwaar. Maar ik heb al 28 kilometer onverhard om Hilversum gelopen, vorige week nog 25 kilometer gelopen en ik moet me afvragen of ik de laatste kilometer(s) nog versnel. Waarom? Om te zien of me dat lukt. Maar ik moet ook echt goed op de pijlen letten, want ik ken de weg hier totaal niet. Daardoor kan ik ook niet inschatten hoe ver het is. Van een willekeurige zondagochtendfietser moet ik aan de andere kant op het fietspad gaan lopen en ik doe dat slaafs. Maar wel sneller. Dat gaat me heel gemakkelijk af. Aha, er volgt nu een conclusie die aansluit op het begin:
ik heb gisteren en eergisteren een ‘wedstrijd’ gelopen in weersomstandigheden die mij totaal niet liggen en ook vandaag word ik niet blij van de zon en de wind en de hitte. Ik heb al twee dagen (te) hard gelopen en nu loop ik alleen, zonder enige afleiding, een behoorlijke afstand. Ik ga de marathon in drie dagen voltooien en weet dat er binnen nu en 7 weken een marathon op 1 dag in de planning staat. En ik voel en merk dat ik de afgelopen 25 kilometer keurig netjes op tempo heb gelopen. Geen moment heb ik het te zwaar gehad. Dus als de omstandigheden over 7 weken bij de marathon van Eindhoven op 11 oktober meer ideaal zijn en ik op 9 en 10 oktober geen wedstrijden plan, het geen twintig graden plus is en ik nog ietsje minder weeg en geen water mee hoeft te zeulen, kan het alleen maar beter worden. Ik verhuis van zone 2 naar zone 3 en loop weer onder de 5:50 per kilometer. En dan kom ik de first-finisher tegen met adem te over om hem een fijne zondag te wensen en na wat voor mij 24 kilometer is staat de trainer te zeggen dat het nog een paar honderd meter is en zie ik de sporthal al. Versnellen hoeft niet meer. Het laatste stukje misschien. Shit, ik mocht nog 500 meter. Maar dit is ook prima zo.
Moeiteloos ben ik tweede geworden. Fijn zo. Ik ben niet uitgeput, niet oververhit, niet extreem moe. Rob en Vincent zijn er nog niet, ik kijk naar ze uit en loop de rest, het water en alles bijna even blind als toen ik wegrende, voorbij. Niet omdat het slecht gaat, maar omdat ik de afgelopen 2 en een half uur zoveel op een rijtje heb gezet dat ik dat even alleen zal moeten verwerken. Ik hoeft niks te drinken, geen appeltaart en geen woorden. Ik wil Rob nat knuffelen van het zweet en dat doe ik dan ook van harte als hij de auto uitstapt. Hij is minder enthousiast!

Goed gelopen. Met dank aan de fotograaf Arjan Schalken.


H komt iets later binnen met de andere dames, hij heeft prima gelopen. En dan besef ik dat ik dat ook heb gedaan. 2 Uur en 27 minuten over 25 kilometer en dan niet moe zijn, dan is het goed gegaan. Raar dat ik niet blij was. Ik was uitermate tevreden, dat wel. Gelukkig en helemaal in balans-tevreden. Door elkaar geschud en weer op zijn plaats gelegd en alles past dan opeens, zo intens tevreden. Ik haalde boven appeltaart en de vrouw van de negatieve split die me niet meer heeft ingehaald, zegt nog dat ik te ver voor haar liep om de route te wijzen – dat doet me goed. Eurosport zend geen racen meer uit, maar roeien.
In totaal heb ik 3 uur 58 minuten en 23 seconden over de marathon in drie dagen gedaan. Lijkt me een briljante droom-eindtijd voor een marathon op 1 dag, maar misschien is 3 kwartier van mijn marathontijd aflopen wat veel gevraagd. Gezien hoe het vandaag ging, zou het moeten kunnen, maar ik weet niet hoe de omstandigheden, ik, het weer en wat-al-niet-meer zijn op 11 oktober 2015. Ik bedank de fotograaf, zeg wat loopmaatjes gedag en ga richting de douche met mijn eigen mannen. Ik baal een klein beetje: ik had harder gekund vandaag. Geen last van spieren, enkels, pijntjes (een heel klein beetje voel ik mijn knieën), geen ongezonde eetlust (al had ik de M&ms-zak misschien toch beter dicht kunnen laten) en niet al te moe. Alhoewel…. bij de Formule1 race in Spa-Francorchamps val ik tegen Rob aan in slaap… Dat is de beste samenvatting van de dag en wat ik geleerd heb geloof ik.
In de AH word ik ongelooflijk moe en ik ga met Vincent fietsen om wakker te blijven. Tijdens het ritje “red” ik een jochie, -of toch op zijn minst zijn fiets- die op het ATBpad onzachtzinnig een heuvel is afgegaan en in brandnetels en prikkels is geëindigd. En of het nu de goede nachtrust, uitrusten op een boot, zelfonderschatting, de juiste training, het goede moment of iets anders was, in elk geval liep het allemaal erg goed vandaag.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De marathon in drie dagen – Dag 3

De marathon in drie dagen – Dag 2

Ik had slecht geslapen. Ik ben wel 6 keer wakker geweest (toiletbezoeken, poezenbraakballen en onrustige benen met spierpijn). We gingen op de fiets, mijn loopmaatje en ik. Helemaal naar het Oostvaarderscentrum. Het was om 9 uur ‘s morgens al warm. Ik had twee boterhammen op. Eigenlijk wilde ik meteen omdraaien toen er een dame van de andere groep kwam en die als enige serieuze concurrentie werd gezien voor de vrouw die voorop loopt. Bah. Bij het inlopen de andere kant op, zagen we de runderen staan aan het water. Meteen prachtig! Ik besloot samen met H om een tijd tussen de 5:30 en 5:45 aan te houden. De mensen van vorige week van de 25 kilometerloop in Amsterdam (Alex en Vera) kwamen deze ochtend ook meedoen. Het is allemaal lekker informeel en ik had er wel een klein beetje zin in. Geen startschot, geen gedoe, gewoon om 9 uur roept iemand start en off-we-go.
Ik ging lekker op tempo en had het gelijk heet. Te hard. Ik liep lekker even met Alex en Vera op. Te hard. De eerste kilometer ging in 5:17 ofzo. Omdat H zijn horloge niet om had, moest ik het tempo in de gaten houden. Ik liet me wat terugvallen, maar mijn tempo werd niet noemenswaardig lager eigenlijk. Vera moest een pitstop maken en Alex wachtte op haar, dat vond ik lief, maar ik haalde ze wel in. Het is grappig zo langs het bekende fietspad langs de Oostvaardersplassen te rennen. De kilometers kloppen niet, omdat ik niet vanuit huis vertrokken ben. Aan het einde van het fietspad stonden de paarden langs het pad. Ik kon er een foto van nemen en toen haalde H me bij. Hoewel het tempo nog steeds onder de 5:30 lag, konden we toch weer wat kletsen. Ondanks de hitte en het doorstromende zweet, kon ik toch genieten van de route. Ook langs de saaie kassen in de felle zon. Daarna volgde een weg onder de bomen door. Grappig dat ik overal op deze plekken herinneringen heb: daar liep ik de eerste keer 10 kilometer onder een uur, hier liep ik vorig jaar diep ongelukkig te zijn, twee jaar geleden liep ik op deze brug mijn knie stuk op weg naar de marathon. Ergens liepen we langzamer, zaten we een keer boven de 5:30, maar toen gingen we de brug af en we maakten een kleine omweg en het tempo ging stiekem elke keer omhoog. Ik ben erg slecht in tempo vasthouden. Jammer dat ik deze keer met het tempo zichtbaar op mijn horloge moest lopen in plaats van de hartslag in de gaten houden. Die hartslag was toch wel wat te hoog en bleef echt niet in zone 3! Zal ook door de hitte komen. Raar hoor, als je de weg zo goed kent en niet naar huis kunt lopen. De vrouw achter ons haalde ons in. Ik gaf er niet echt om, maar ik kon niet veel harder meer. Het was dat ik precies wist waar ik was, hoe ver het nog was en hoe ver het nog naar huis was! We liepen door onze eigen wijk over het pad waar ik zo vaak liep in het begin en ik kreeg meer moeite met het vertellen van verhalen. Bij de brug aan het einde van onze wijk zaten de vrouw en kinderen van een loopgenoot en ik vond het leuk ze te zien. H ging de vrouw nog inhalen, maar ik had er de energie niet meer voor. Ik liep alleen verder en werd bijgehaald door Alex. Ik had het gevoel veel langzamer te gaan in mijn eentje over het pad-waar-ik-de-eerste-kilometer-ooit hardliep, maar het tegendeel was eigenlijk waar. Ik vond het prettig te weten dat ik de tien kilometer erop had zitten. Die laatste kilometer ging me ook wel lukken! Ik haalde nog iemand in en een mevrouw die zelf aan het hardlopen was. Geeft toch net een goed gevoel… We moesten de parkeerplaats nog om en vlak voor de finish stond: ‘nog vijf meter’ en die heb ik in grote passen uitgeteld. Heerlijk, dat soort kleine dingen vind ik leuk! Over de 11,2 kilometer had ik precies een uur gedaan. Behoorlijk snel voor mijn doen. Veel te snel eigenlijk. Toch weer. Ik dronk veel. Ik had het erg heet, maar de hartslag daalde ook weer razendsnel. Stom genoeg baalde ik dat ik het weer zo snel had gedaan. Oh help! Hoe doe ik dat morgen?! Vandaag was ik de derde vrouw. In de douche deed ik rekoefeningen en ik masseerde mijn schenen. Daarna ging ik zeilend uitrusten. Morgen ga ik écht langzamer, maar dat zal wel moeten ook voor de 25 kilometer.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De marathon in drie dagen – Dag 2

De marathon in drie dagen – Dag 1

Deze vrijdagavond was warm. Benauwd. Zeg maar: bloedheet. En als ik ergens een hekel aan heb, is dat niet regen of wind, maar bloedheet. Brug op en af en dan langs de snelweg maakt bloedheet nog erger: broeierig. Ik had geen idee wat ik moest gaan doen. Zes armzalige kilometertjes. Meer niet. 6. Appeltje Eitje. Als het had geregend tenminste. Of er verkoelend briesje aanwezig was geweest. Niks van dat alles. Ik had niet eens het lef de trainer te vragen welke tempo’s ik aan moest houden. Hoe moeilijk kan 6 kilometer nou zijn? Het kind ging niet mee en toen wist ik het helemaal niet meer. Deze club bestaat uit mensen die hard en kei-hard lopen. En ik? Ik trok een topje aan en had nog steeds geen idee toen ik op de startlijn stond. Ik praatte met de rest en vond H, een man die de marathon in Eindhoven net onder de vier uur wil lopen. Zijn tempo lijkt me wel wat.
Ik liep met H mee. H geeft ook training. Hij had een richttijd in gedachten van zeg 5:15-5:30 per kilometer. Ik vond het een uitdaging om te kijken of ik hem bij kon houden. Of het slim was, laat ik wijselijk in het midden. Het ging. Ik kon nog vragen stellen aan andere medelopers en ik kon H bijhouden. Die elke keer zei dat we te snel gingen. Rond de 5 minuten is inderdaad wel wat snel. Niet voor nu, maar morgen of overmorgen als de kilometers oplopen: dan wel. Ondertussen kwebbelde we tussen de herrie van de vrachtwagens door verder. Boven het hete asfalt. Tja, zolang dat gaat zal het goed zijn. Als je boven bent op de brug, mag je ook naar beneden. Onderaan keren we om en roept de trainer onophoudelijk: “knieën omhoog, let op je houding.” We gingen weer brug-op en ik dacht even: ik laat H gaan, dit is een man, ik hoeft niet met hem mee te lopen. Maar wat je vier kilometer doet, leer je niet zomaar af en het was mijn eer te na ook. Ik merkte nog niet zo dat het heet was. Ik zweette wel, dat zeker! De 25 kilometer zondag gaan H en ik samen lopen. Rustiger en vol verhalen dan. Vooral rustiger. Nu was de conversatie gereduceerd tot korte zinnen. We slingerden nog steeds om de 5 minuten heen. Tja, dan lopen er mensen voor je en die moet je nog net even inhalen he. Dat doet zo’n startnummer blijkbaar. Voor mij minder interessant, want het waren alleen nog maar mannen. Na 5 kilometer liet ik H gaan om de volgende man in het halen. Ik ging toch te hard en joeg de arme man alleen maar op. En mezelf ook, getuige een kilometertijd onder de 5 minuten. Het laatste stukje was extra zwaar bergje op. En na 30 minuten en 30 seconden kwam ik binnen. Toen liep ik leeg. Alles was zeiknat van het zweten. Ineens wist ik weer wat er niet leuk is aan bloedheet. Mijn hartslag ging van zone 4 in een minuut terug naar zone 1. En toen was ik weer bij. Ik was tweede geworden bij de dames. Van geen belang, maar ik weet het wel!
Ik voel me dom. Morgen volgen er 11,2 kilometers en zondag nog 25. Ik weet niet of me dat lukt. Ik heb deze hele exercitie in zone 4 gelopen. Morgen zone 3 en zondag zone 2? Ik zie wel of het lukt. Soms moet je een grens verleggen en kijken hoever je er overheen kunt. Vorige week had ik ook niet gedacht 5:45 te kunnen lopen op 25 kilometer. We reden over de dijk naar huis, want dan kunnen de autoraampjes open. 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on De marathon in drie dagen – Dag 1

In de speeltuin!

Een volkomen “vrije” training stond er op het programma: “spelen tussen zone 1-zone 2 en zone 4”. Tja, dan mag je lekker los dus! Ik haalde mijn loopmaatje al voor de afgesproken tijd op. Niet omdat ik zoveel zin had, maar ik stond toch al klaar in een broek die eigenlijk nog net te krap zit (een M’tje). We gingen gewoon door de wijk en over het asfalt inlopen. We begonnen met een lange steigerrun van circa 800 meter die ik perfect uitvoerde. We hadden een paar ideeën en een SPEELTUIN waar we naartoe wilden, maar verder gingen we het begrip fartlek uitproberen: “Het terrein en de omgeving waar men loopt bepalen de snelheid. Tijdens de training wisselen sprinten, tempolopen, joggen, heuvel op, heuvel af enz. elkaar af. Er wordt dus gebruik gemaakt van de omstandigheden.” (volgens wikipedia) Dus we gingen onverhard het MTBpad op toen we dat tegenkwamen. De hoogteverschillen vielen wel mee, maar er waren korte fikse heuveltjes. Één daarvan was mij net te glad en ik schoof onderuit. Geen last, maar wel vieze sokken 🙁
We kwamen op het asfalt weer even adem (ik wel tenminste) en gingen naar de speeltuin. Een ‘natuur’speeltuin. Daar gingen we om paaltjes slingeren. En over balkjes springen. Er stonden mensen met een hond uitzonderlijk raar naar ons te kijken. Twee andere hardlopers bleven veilig op het asfaltpad ernaast, terwijl wij heuveltjes opgingen en trapjes afsprongen. Er waren ook stap-stammetjes. Het was in elk geval afwisselend! Ik heb over bomen gesprongen en over dezelfde stammen gebalanceerd. Het tempo en de hartslag vloog van hot naar her, maar de grijs overheerste.
Toen de wijk in. Mijn loopmaatje had een lantaarnpalenoefening: 1 hard en 1 zacht en dat tien keer. Best heavy zo daar in de Mickey Mouse straat! We gingen de stripheldenbuurt door (in Almere kun je tussen Katrien Duck, Guus Geluk en Donald Duck door lopen) en deden de stappenoefening. Dan blijf je in de stappen van de voorganger. Lastig zeg. Toen ging ik op het pad langs de Vaart mijn stappen tellen en ik trok mijn voeten snel op: een pasfrequentie van 93 had ik dan. Netjes genoeg. We gingen weer even langzaam wat doorrennen en zwierven door de wijk terwijl de zon onderging. Om 9 uur alweer tegenwoordig.
Toen kwamen we bij de RACEBAAN. Ik had bedacht dat die op het schoolplein lag. Wij gingen er natuurlijk “racen”: we renden tien rondjes – ik de binnenbaan en mijn loopmaatje de buitenbaan. Ik had dus elke keer iets korter, maar ook krappere bochten! We gingen lekker hard en ik was helemaal kapot na tien rondjes. Naar het hijgen was ik alleen maar aan het lachen, zo leuk was het! na een minuutje stilstaan was de hartslag gedaald en werd het tijd om huiswaarts te keren. Kwebbelend en nieuwe gangen verkennend liepen we naar het lange onverharde pad voor de laatste sprint. Ik kan mijn loopmaatje dan niet bijhouden, maar ik ga toch ook tussen de 13,5 en 15 kilometer per uur over de schelpjes.
De zon had plaats gemaakt voor een prachtig maansikkeltje en wij liepen terug. Lekker rustig aan. Zo’n training is hartstikke leuk. We verlengden de ronde iets om (A) op de tien kilometer uit te komen en (B) omdat wij neuroten niet twee keer op dezelfde weg willen lopen. Daar moet je hardloper voor zijn om dat te begrijpen 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on In de speeltuin!

Over hartslagen, een hersteldribbeltje met vage gesprekken en kledingwissels op tempo, en wachten op school.

Elke ochtend meet ik mijn rusthartslag. Die rusthartslag zegt iets over mijn fitheid. Hoe lager mijn rusthartslag, hoe beter ik me voel. Nu voelde ik me gister voornamelijk voorzien van een goede dosis spierpijn, maar ja, je moet toch voelen dat je op de 25 km een dik persoonlijk record hebt gelopen! Als ik mijn hartslag voel voor ik in slaap val, zit ik al snel (ruim) onder de 50 slagen per minuut. Terwijl ik vorig jaar blij was onder de 48 te komen, is dat nu ‘normaal’ geworden. Vanmorgen droomde ik dat Jenson Button en zijn vrouw bij mijn schoonfamilie aan tafel zat en Vincent vroeg net in krom Engels waarom ze daar waren, toen ik wakker werd van Vincent in levende lijve die “goodmorning” zei naast ons bed. 2 Minuten te vroeg zag ik op mijn Fitbit en mijn hartslag lag op… 39 slagen per minuut. Jammer genoeg kom ik nooit meer te weten wat Jenson Button in Hilversum te zoeken had, maar mijn hartslag liep op tot ‘maar liefst’ 41 slagen per minuut toen ik eenmaal wakker was. Met mijn fitheid zit het dus wel goed! De spierpijn was ook nagenoeg weg.
Dus deed ik enige uren later een lange broek aan en nieuwe compressiekousen (die wel wat minder kwalitatief zijn dan de dure) en een regenjasje voor de zekerheid. Ik ging om kwart over 11 weg voor drie kwartiertjes uitlopen. Dan kon ik mijn kind op school ophalen. Ik hoefde me nergens aan te houden en nam een muziekje mee. Even lekker ontspannen, hihi. Rondje om de wijk, rustig tempo. De eerste kilometer ging in 6minuut18. Wacht even, rustig tempo? Ja, want mijn hartslag bleef in zone 1 liggen onder de 130 slagen per minuut. Ik SMSte naar mijn loopmaatje en het werd een heel vaag gesprek waar ik om moest lachen. Dat houdt het lopen leuk. In de tweede kilometer moest ik twee keer mijn schoen strikken. Ik had allemaal kalme muziek en het was warm. In de derde kilometer deed ik het regenjasje uit en om. Intussen kwam het tempo misschien ietsje lager te liggen, maar een zeven-minuten kwam niet in de buurt. Ik liep onder de bomen door, langs de wegen en langs het kinderspeelterrein. Ik ging langs de trainingsgronden van vorige week en toen over het industrieterrein terug. Naast de hartslag hield ik ook de tijd in de gaten. Je moet niet te laat komen op school natuurlijk! Ik bleef me verbazen over de kilometertijden. En het nieuwe bruggetje, wat gelukkig net weer herbouwd is, anders had ik om moeten lopen. Er kwamen een paar spetters uit de lucht, misschien van de bomen af? En ineens had ik nog maar 1 minuut om bij de school te komen en het was nog even aanpoten. Weer een 6:15 op de zevende kilometer, maar nu net in zone 2 met een hartslag van 143 slagen per minuut. Over 7 kilometer doe ik nét geen 45 minuten. Dat is mooi voor mij. Maar nog mooier is dat de gemiddelde hartslag op 135 ligt. Da’s zone 1! Zulke tempo’s liep ik voorheen slechts in zone 3 en dan was ik tevreden. Ik ben van dit dribbelen niet moe geworden!
Ik doe het jasje aan en krijg een lang kwartier de tijd om uit te rusten. Gymspullen, fietssleutel: jongeman was even vergeten dat de lunch iets verder fietsen en vooral lopen is naar huis vanaf deze nieuwe school! Gelukkig kan mama behoorlijk doorrennen en de laatste kilometer met broodjes in de hand en fietsbegeleider met gymtas ging nog in 6:25. Ik werd door een vriendelijke plantsoenmedewerker de hemel in geprezen om mijn sportiviteit. Dus de 50 minuten over de 8 kilometer haal ik net niet helaas. Neemt niet weg dat ik dik tevreden was. Het kilometrage van de maand loopt hard op.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Over hartslagen, een hersteldribbeltje met vage gesprekken en kledingwissels op tempo, en wachten op school.

25KM trainingsloop Amsterdamse Bos

Ik zat erover in met welke pacergroep ik mee moest gaan. Dus vroeg ik het de trainer en die meldde dat dit een training is en ik de 6 minuten per kilometer ook in mijn eentje zou halen. Dus ik moest met de groep van 5:45 mee. En dat is best een opgave voor me en ook best iets waarover ik dan in kan zitten. Lukt me dat wel? Vorige keer gingen we langzamer en toen haalde ik het net met 20 kilometer. Nu nog 5 kilometer meer? Ik stond best gespannen in het stadion te wachten om half 10 tot we zouden vertrekken. Voor we de auto parkeerden had ik mijn loopmaatje de moeilijke cryptogram laten zien waar ik al dagen mee bezig ben. Hij kon me niet verder helpen. Mijn loopmaatje gaat met de groep van 5:30 mee.
We lopen het stadion uit en ik loop al snel met een meid mee te kletsen die voor het eerst de marathon van Amsterdam gaat lopen. Heerlijk, om te luisteren en vragen te kunnen stellen en dat ik daar dan adem genoeg voor heb. Maar goed, dat moet toch ook wel lukken de eerste 3 á 4 kilometer?! We gaan over de ophaalbrug langs de roeibaan. Intussen komt er een man bijlopen met wie ik aan het kletsen raak. Voor ik het weet mag ik weer eens vertellen hoe ik tot hardlopen gekomen ben. Deze meneer ontvluchtte jaren eerder een lastige peuter en nu ging hij de marathon van Amsterdam ook lopen. Er liepen ook mensen voor de marathon van New York.

via facebook


Voor ik het door had waren we het pannenkoekenhuis voorbij en de onverharde smalle paden ook en was er water bij de post. Er zaten al zomaar 6 kilometer op! Met de meneer in het blauw kletste ik daarna weer verder. Goed dat ik nog zo kon kletsen! Dan is het tempo nog prima.
Heerlijk dat je bij deze trainingslopen niet zelf op je tempo hoeft te letten. Je gaat gewoon mee. Ik vind het nog steeds geen probleem om achteraan te lopen. Er kwam een pacer bijlopen die de Iron Man gaat doen en mij kon vertellen wat de afstanden op de triatlons zijn. Er waren meer mensen in deze groep bezig met triatlon voorbereidingen. Hoe we liepen hoefde ik me ook niet druk om te maken. Het was nu wel vele malen drukker als vorige keer. Wij liepen in twee groepen. Er waren veel minder versperringen van de bomen, maar het was nu ook met andere hardlopers vele malen drukker. Al snel waren we weer bij de drinkpost en toen waren we al halverwege! Ik was verbaasd. Ik nam weer twee dextro’s en twee bekertjes water, net als de eerste keer.
De man in het blauwe shirt ging over kitesurfen kletsen en ik raakte aan de praat met een stel uit Almere Haven die samen de marathon in New York gaan lopen. Alex en Vera heten ze. Alex wil na 30 jaar revanche in New York. We liepen langs de de roeibaan. Ik vond het gewoon heerlijk. Ik hield het tempo goed vol en ik bleef maar nieuwe ‘slachtoffers’ zoeken om tegen te kletsen en te controleren of ik het nog volhield. Ik heb gister de rondjes beter bekeken en ik wist dat dit het laatste lusje was. Ik nam de mogelijkheid te baat om ietsje harder te lopen en de knappe gymleraar die voor Kika loopt te gaan uithoren over diens plannen voor de marathon in New York. En zo komt het volgende slachtoffer voorbij die traint voor een Ironman en dit soort loopjes puur voor de lol doet. Daar was alweer de laatste keer dat we konden bijtanken. Ik hield het bij twee bekertjes water en twee natgezweette dextrootjes.
Ik kwam weer bij de meneer in het blauw te lopen en nu vroeg ik hem mij bezig te houden met zijn verhaal, omdat ik een beetje moe werd. Gewoon algemeen vermoeid, niet dat ik uitgeput was ofzo, maar ik werd een beetje moe. Ik had geen trek en mijn benen gingen gewoon door op hetzelfde tempo, maar ik merkte dat ik toch even een halve marathon in 2 uur en 5 minuten er doorheen aan het stampen was.

de ouderwetse tram


Dus luisterde ik laatste kilometers naar Robberts loopambities. Ik bewonderde het ouderwetse trammetje wat voorbij kwam en de kilometers telden zich op. Het was (zoals altijd) druk en onrustig in Amsterdam met fietsers, andere hardlopers, tegenliggers, politiemotoren; dat is niks voor mij. We liepen nog 1 rondje in het stadion en ik kon nog best het tempo opvoeren. Ik was uitermate tevreden. Om de 25 kilometer te halen, heb ik nog een rondje gerend en toen zaten er precies 25 kilometer op in 2 uur en 25 minuten. Ik vind dat een wereldprestatie en ik was erg blij met mezelf. Ik heb nog twee rondjes uitgelopen om de 2 en een half uur vol te maken op wat rustig aanvoelde, maar nog altijd 6:12 was.
Het was heel wat drukker bij de damesdouches, maar ik maakte er wel lekker even gebruik van toen het AAdrankje achter de kiezen was. Ik voelde al wat spierpijn opkomen, maar ik was maar wat trots dat ik het tempo zo goed had volgehouden. En… alles in hartslagzone 2! Een gemiddelde hartslag van 151 is echt geweldig. Ergens tussen kilometer 5 en 6 raakte het ding van de kook en tikte de 190 aan en de laatste kilometer ging ook door naar zone 3, maar dat laatste was een keuze. We moesten wachten in de verkeersdrukte van Amsterdam en raad ‘s: we hebben de puzzel bijna helemaal opgelost! Het doet ook echt iets met je hoofd, al dat ‘geestdodende’ hardlopen…. In Almere heeft het onafgebroken geregend, maar in het Amsterdamse Bos is geen druppel gevallen. Het fietsen heb ik vanwege de nattigheid achterwege gelaten, dus nu krijg ik zeker spierpijn.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 25KM trainingsloop Amsterdamse Bos