Op zaterdag ga ik met Vincent losfietsen. We gaan over de dijk en het is vreselijk mooi. Ik overschat mijn conditie en het arme manneke heeft het zwaar om tien kilometer te moeten fietsen naast een topfitte moeder. Fysiek ben ik helemaal klaar voor de marathon, maar mentaal is een totaal ander verhaal. We halen nog net op tijd de nieuwe compressiesokken bij Run2Day en de verkoper vraagt welke tijd ik in gedachten heb en ik merk dat ik dat niet meer heb. Om twee uur neem ik de trein en Harry reist mee. Ik ben niet mijn vrolijke zorgeloze zelf. Heb minder te kwebbelen en zit veel om tekst verlegen. Spullen afgeven in Eindhoven: water inleveren en het startnummer krijgen. Ik blijf onrustig. Ik klets ook met Zelia bij de thee, maar er zit een enorme nervositeit in mij. Pas als papa me ophaalt bij het station, kalmeer ik van binnen ietsje. Ik kijk eerst of ik mijn schoenen bij me heb als ik in Veldhoven sta. Mama heeft precies de spullen gekookt waar ik om gevraagd heb: macaroni met roerbakgroente en hamblokjes. Yoghurt toe.
Dan zie ik dat ik vanuit startvak G moet starten! Ik heb mezelf ingeschat op 4:30! Ik ben nu al teleurgesteld in mezelf. Ik weet dat ik daar niet thuishoor en dat maakt het erg moeilijk. Ik kan Harry nooit bijhalen zo. Ik moet het echt helemaal alleen doen.
De spullen liggen klaar, ik snoep nog een hoop gezond fruit en drink veel thee. Om half elf ga ik naar bed. Ik slaap in en om 12 uur word ik wakker. Ik ga naar de WC en kom niet meer in slaap. Ik lig wel te rusten, maar uur na uur hoor ik de kerkklok. Ik ga nog drie keer naar de WC beneden en lijk amper te slapen. Ik weet nu hoe lang een kerkslag duurt. Als ik dat om drie uur ontdek, kan ik het om vier en vijf uur controleren. Om zes uur ben ik blij nog maar een half uur te hoeven uitzingen.
Om half 7 sta ik op en ben ik heel erg gespannen. Met moeite eet ik 3 boterhammen met stroop die ik niet eens echt lekker vind. Ik leg de spullen klaar en ga terug naar bed. Ik ga in de Margriet lezen en dat had ik uren eerder moeten doen, want mijn gedachten zijn een tijdlang afgeleid! Ik doe mijn kleren aan om een uurtje of half 9, kijk alles nogmaals na en ik weet wie ik waar kan verwachten. Om kwart voor 9 gaan we weg. Nu is er niks meer aan te doen, over een uur mag ik en het wordt steeds minder erg. Hier
heb ik immers voor getraind. Ik weet waar ik ga komen: ik ken de route, ik kan het opdelen en ik weet dat ik de eerste 30 km moet gaan genieten. Volgens Merijn de eerste 30km en de laatste 100 meter. Ik hoop dat ik na 35 km nog wat over heb om te versnellen net als bij de 30 van almere. Om 2 minuten voor 10 ga ik het startvak in. Ik heb netjes alles gegeten wat ik moest doen, mijn kleding is helemaal in orde en in het startvak krijg ik nog een allerliefst SMSje van Vincent. Het is nogal koud. De angst is al weg. Het startvak is alles behalve strikt. Ik zie F-jes en I-tjes naast me. Sjit, had ik ook kunnen doen dus. Maar ik sta vooraan.
En dan gaan we. Weg spanning. Weg hekken. Precies op de startstreep gaat het horloge aan. Hartslag in de gaten houden. Onder de 155 proberen te houden.
Km1: Natuurlijk is de hartslag veel te hoog. Langs het stadion. Ik geniet en lach (hardop?): al die mensen die tegen de zon in moeten kijken, al die lopers: zo moet het zijn! Dit is inlopen, ik kan nu toch niks aan de hartslag doen. Straks. Strijp S. Het is mooi hier. Ik merk de schoorsteen op. Kijk goed om me heen. Voorlopig mag ik lekker hardlopen. De ballon met de 4 uurs pacer loopt net iets voor me. Ik ga het merken hoe het gaat. Voor nu is het koud, maar oke. Ik zal toch geen last van mijn sokken krijgen?!
Km2: Een smalle straat. Mensen die over de berm gaan. Ik vind het onhandig, maar ik zoek wel wat ruimte. Ik loop rechtop en kijk om me heen. Aha, zo loopt de route dus. Het evoluon. Hartslag nog steeds te hoog. Ik ga ook snel. Dat komt straks, nu laat ik het even gebeuren. Ik let niet erg op de kilometers. Ik zie wel een tijd langskomen die te snel is. Komt straks wel goed. Naat me lopen twee meiden met camel bag. Die zien er goed uit!
Km3-4 Ik loop lekker in een ritme en kom op temperatuur. Het is fijn over de busbaan te lopen. De hartslag daalt wel iets, maar niet genoeg. Ik kijk naar de andere mensen; meiden, snelheidsduivels, korte hempjes, lange broeken. In de verte zie ik de piek staan en daar staat mama. Ik kijk er naar uit. Ik krijg al een buzzer te horen uit mijn telefoon en begin aan een gelletje. Er staan veel kerels in de berm te pissen. Lekker langs de McDonalds. Zoveel mensen langs de kant! Ik zie mama niet op de Hovenring. Het is er te druk. Vanaf nu moet ik mijn eigen tempo en hartslag gaan oppakken. Laat de rest maar gaan, ik ga nu zorgen dat ik de marathon kan uitlopen. En dan ineens hoor ik superhelder: Anke! En daar links staat mama. Ik zwaai. Onder de snelweg door. Wat heerlijk dat wij lopers nu de wegen beheersen, dat was in de zomer bij de test wel anders!
Km5-7 Ik let niet meer zo op de afstand. De oranje ballonnen verdwijnen in de verte. Haal ik ze straks bij? Slokje water bij de verzorgingspost. Mijn hartslag komt lager te liggen en ik ga lekker verder. Mijn tempo komt ook lager te liggen, maar blijft onder de 5:50. Prima zo. Er loopt een man op slippers! Slippers! Door naar het kunstwerk. Ik denk helemaal niet in hoe ver het nog is: het zijn allemaal kleine stukjes voor me. Ik loop goed om me heen te kijken en lekker te genieten. Ik heb niet het gevoel dat ik te hard ga. Het is leuk om door rood te mogen lopen. En elke km staat er iemand een kilometerbord vast te houden. Die hebben het kortste strookje getrokken, want het is berekoud voor ze. Ik hoor de zoemer prima en eet dan ook meteen gel. Na het kastelenplein zie ik mama fietsen. Op de plek waar ik jarenlang naar de middelbare school fietste, fietst mama nu. Ze hoort me niet, maar ik heb wel steun aan haar als we de Run overgaan. Even later hoort ze me wel en ze blijft in de buurt: “zal ik je een lift geven?” nou nee, ik ga goed en ik wil dit natuurlijk helemaal op eigen kracht doen! Er rijdt een auto tussen de lopers door.
Km7-9 Ik zie dat papa en mama elkaar vinden en da’s prettig, want mama maakte zich even zorgen. Ik ga richting het science parc. De brug over en aan de andere kant lopen er al mensen terug. Het gaat verder uit elkaar lopen en ik krijg het gevoel dat ik ergens achteraan loop. Ik druk de gedachte weg, want het is onwaarschijnlijk met mijn tijden. Het science parc op: daar staan borden met aanmoedigingskreten langs de kant. Geweldig! En uit de luidsprekers komt de ene na de andere opbeurende tekst. Dat is leuk. Het helpt enorm, ik straal ervan. Ik merk als het gelletje inkickt: ca. twee km daarna komt er een snellere tijd voorbij
Km10-12 Er rennen voortdurend mensen langs die de estafette doen of gewoon sneller zijn. Het estafettepunt is rommelig en daar is weer een waterpost. Mijn bidon heb ik nog, dus de waterflesjes heb ik niet nodig, maar een vrijwilliger haalt me in en reikt me mijn eigen flesje aan. Ik ben beduusd en zo aangenaam verrast dat ik daar een kilometer lang stralend op kan doorlopen. Na 2 slokken gooi ik het flesje weer weg. Er loopt een jongen die op mijn neef lijkt en zijn pa op de fiets vraagt met een vet brabants accent of ie een gelletje moet. Ik geef ze de ruimte. Langs de snelweg. Toeterende auto’s. Dat is leuk! Er zijn wat mensen die de helling opfietsen, qua toeschouwers is het rustig hier. Er staat wel een aanmoedigingsteam en dat is gewoon heel prettig.
Km 13-15 Ik zie dat de poort van het science parc waar ik voor stond van de zomer nog steeds dicht is. Ik heb de andere ingang nooit gezien. Een rare plek voor een sponspost. Ik heb het idee dat de 10km post net geweest is! Op de weg naar het science parc toe lopen nog nauwelijks mensen. Weer bekruipt me even het gevoel dat ik ergens achterop loop, maar achterom kijken doe je niet. Ik zie papa en mama en zwaai nog een keer. Ik ga erg goed.
Km 15-16? Ik weet niet meer welke kilometers ik ben. Het valt me op hoe stil het is zonder al dat verkeer. Hoe groen. En ik ga me aan het vervelen. Simpelweg vervelen. Op naar de witte bollen. De stilte voelt opeens saai aan. Nog 15km in mijn eentje, wat moet ik nog doen?! Ik ga maar aan het rekenen. Hoe lang kennen Rob en ik elkaar al? Ruim 19 jaar. Toen kwam de cameramotor langs. Het was in ‘ons’ stukje lekker rustig qua lopers dus hadden ze ruimte. Hoeveel is 5 jaar? 5 keer 365? Kan ik beter eerst tien jaar uitrekenen. Wat een lieve oma zit daar! Alsof ze alleen naar mij lacht. Tien keer 365 is 3duizend600vijftig. Ik ben al bij de witte bollen! En daar is de cameramotor alweer! Mijn rekensom schoot dus niet zo op! We rennen de Floralaan op en ik probeerde maar te blijven tellen. Maar ik werd afgeleid door de druiven op het tafeltje en de sjieke mensen die een middagje uit waren; aan het aanmoedigen. Ik kan dus het beste twee keer 3650 doen voor twintig jaar. Dat is best te doen. Langs de school met de rare naam: spilcentrum
Km 17 of was ik nog niet zover? De hartslag is redelijk. Zevenduizend en meer, het is gemakkelijk eigenlijk om uit te rekenen. Kijk! Daar staat de naam van Hugo en Rene in krijt op de weg, wat tof. En nog toffer: daar staat Jeroen G! Ik herken hem en zeg al rennend gedag. Dit is de wijk waar ik op kamers zat en met Jeroen een paar straten verder heel veel pannekoeken heb gebakken! Het is een feestje hier: veel supporters, muziek en echte gezelligheid. Mijn rekensom raakt even op de achtergrond. We steken de rondweg over en er staan veel auto’s te wachten. Ha! Op de volgende straat valt de stilte me echt op. Toen ik hier van de zomer liep werd ik gék van de herrie en de drukte, nu is er een serene rust. Een vader leert zijn kleine kind fietsen op straat zonder zijwieltjes, wat een perfecte timing! Die man moet ook lekker doorrennen. Ik geniet ervan. Van de kindertjes die met hun medailles van de minimarathon pronken. De torenspits. Ik lach in mezelf: afgelopen zomer wilde ik maar 1 ding: die toren niet in de felblauwe lucht zien en nu… felblauw! Maar wel heel wat koeler.
Bij het bruggetje waar ik mijn rijbewijs haalde en het daf-museum is een man laaiend dat hij zo lang met zijn auto moet wachten. Ik zoek of het nummer van de winkel verderop het huisnummer is. Nu ga ik een heel stuk alleen moeten doen. Zevenduizendhonderdtwintig dus. En meer. Als we twintig jaar iets zouden hebben. Maar het is pas 19 jaar en een aantal maanden. Tjonge, wat lastig. De parkstraat. Hier straalt de rust er vanaf. Mijn hartslag komt zelfs even onder de 148! Krijg nou wa.
Km19-21 Ik loop maar door en hou het op 7000 dagen. We komen langs het station. Wat een drukte hier! Mensen die dadelijk de halve gaan lopen, muziek. Ik vind het gaaf om onder de spoorbrug door te lopen en kijk naar de beelden waar normaal de auto’s onderdoor razen. En dan staat rechts Sanne met haar heldenbord. Ik herken haar direct en ik voel me groot worden door haar support voor mij! Ik volg haar blog en kan even niet op haar naam komen, maar ze weet niet half hoe welkom ze is.
Km 21-23 De lange weg op richting winkelcentrum Woensel. Ik ga wat minder strak denken. De halve marathon vermeld een tijd van 2 uur, maar ik heb geen idee hoe laat ik weggegaan ben. Ik weet dan dat ik het waarschijnlijk niet binnen vier uur ga halen, maar dat vind ik niet erg. Dat ik pas of al op de helft ben, deert me niet. Ik zie de hekken voor de start van de halve marathon al staan. De weg is nu af en het loopt heerlijk. Ik loop al een tijdlang achter een belg met een groen shirtje aan. Benieuwd of ik het kan volhouden. Deze weg lijkt zo lang, maar niet half zo erg als afgelopen zomer. Ik heb het even moeilijk als ik langs de stoplichten kom waar ik toen moest afhaken. Nu weet ik dat de race nog niet eens begonnen is. Weer een bandje. Ik vind de muziek elke keer wat hard en loop graag snel voorbij. Er loopt een iets te dikke knul een stukje mee. Dwaas! Ik ken dit stuk helemaal niet. Geen idee hoe ver het nog is. Dat maakt me minder flexibel en ontspannen. Ik klink al wat in. Begin te hopen dat Manuel het gehaald heeft en er straks zal zijn. Moeilijk om daar nog zeven kilometer naar uit te kijken, da’s best ver.
Km23-25 In deze hoek ben ik echt nog helemaal nooit geweest. Het is mooi groen en stil en er staan grote huizen. Ik kan al iets minder de mensen aan de kant zien en raak het groene shirtje kwijt. De hartslag klopt nu. Ik voel me moe. Ik eet nog altijd netjes de gels bij de zoemer. Had ik maar meer geslapen vannacht! Bij de 25km drink ik rennend weer een paar slokken water. Ik besef het dan nog niet, maar het gaat al ietsje minder goed met me, ik ben minder gefocused aan het raken. Het genieten schuift naar de achtergrond. We gaan de brug weer over en nu komen we langs Miekes oude huis. Weer harde muziek.
Km26-29 Dadelijk komen we langs de speeltuin. Hoe ver nog tot Manuel? Ik wist dat dit lastig zou zijn, maar ik kijk nog wel goed om me heen. Zie de mevrouw die zo snel lijkt, naast de kant staan te spugen en de toeschouwers die haar scherp in de gaten houden. Hardop zeg ik: “Joyce, ik neem je even mee, loop maar naast me, dit tempo is nog hoog genoeg voor je hoor!” Ze is even vlakbij. Ik hoor de prachtige zangeressen: kijk, dat is nou mijn muziek, maar blijven luisteren doe ik maar niet! Hoeveel bochten nog? Ik raak het spoor bijster en neem nog een gelletje, omdat ik geen zoemer heb gehoord, door de muziek misschien of door het telefoontje wat ik (ongelegen) kreeg?
Km30-32 Manuel! Ik herken en zie hem direct. Nu al? Of nu pas? Dat weet ik niet meer zo goed. Ik geef hem mijn belt en tegelijkertijd neem ik nog een paar slokken gel. “hoe gaat het?” vraagt Manuel, maar ik merk dat ik moeite heb die vraag te beantwoorden. “laat mij maar praten”, grinnikt Manuel met zijn schattige accent. Dan hoor ik Mieke en Laura en ik werp ze mijn belt toe en ook mijn gel – dat is wat dom! Ik voel me een stuk lichter zonder belt. Ik praat met Manuel dat het moeilijker wordt en dat ik hem niet genoeg kan bedanken. Hij legt uit waarom ik zijn zondag niet verpest, maar verrijk. Ik meld trots dat ik nog niet boven de 5:50 heb gelopen. Dan gaat hij vertellen over de loopjes van ons samen. Ik luister terwijl hij zijn top-10 maakt.
Toen ik riep dat ik het Hollandse Hout niets leuk vond, greep Manuel naar de gels. Ik neem nog een beetje: over een kwartier weer om half twee ofzo. Ik hoor geen zoemer meer. Ik wijs Manuel nog op de pitstop: het kindercentrum. Manuel is in deze hoek van Eindhoven nooit geweest. Langs de sportvelden. En dan gaat het mis. Omdat de tijd boven de 6 minuten komt voor het eerst? Ineens heb ik nog maar 1 gedachte: “dit is onmenselijk zwaar. Het is gekkenwerk!” In alarmrode hoofdletters.
Km 33-35 Dadelijk staat Mieke er weer. Op de hoek bij de brandweer zie ik haar en Laura. Jeroen heb ik niet gezien, gek genoeg. Aan de andere kant staat het juich-team. Manuel voelt zich wat ongemakkelijk erbij. Ik lach nog wel een beetje om de heerlijke aanmoedigingen. Van binnen denk ik alleen maar: dit kan een mens niet. Mijn tekst is op. Ik hoor Manuel niet meer als we de drukke Boschdijk oversteken. Ik kan hem en zijn plan voor zijn marathon niet meer volgen. Een meneer schat ons in op 4uur5, maar Manuel moppert dat we dat niet willen horen. Ik ben er amper mee bezig. Dan volgt de misselijkheid. Ik voel buikpijn en baal. Ik zie Mieke meefietsen en Laura meesteppen. Met moeite krijg ik het Manuel duidelijk gemaakt: mijn lieve nichtje stept mee!
Ik voel me niet lekker. Ik voel me helemaal niet goed. Of we over het fietspad of over de weg onder het spoor doorgaan weet ik niet eens meer. Alles wordt klein. Alles begint alleen nog maar te draaien om niet leuk-zwaar-pijn-kan niet-buikpijn. De stukken lijken eindeloos lang.
Laura aan de ene kant en Manuel aan de andere kant steunen mij, maar ze kunnen niks voor me doen. “Je gaat goed” roept Mieke, maar ik denk alleen maar: nee, het gaat heel, heel slecht. Ik geloof dat ik haar dat roep. Kon ze mijn gevoel maar even overnemen!
Ergens voor het 35km punt ben ik erg misselijk, geen gel meer voor mij, geen water. Ik wil niet kotsen, maar alles protesteert. “Verheug je vast op de hamburger” zegt Manuel – dat is zijn slechtste tekst, want ik moet nu niet aan eten denken!
Km 35-38 Manuel praat over de Hertgang: hij is er nooit geweest. Om me heen gaan veel mensen wandelen of rekken. Ik ben volledig uit balans. Wil niet meer. Ik kan Manuel met moeite volgen en iets terugzeggen is onmogelijk. Ik kokhals. Ik erger me aan mensen die wandelen, bijrennen, wandelen: de stomme man heet Leon. Het bord van 36km. Deze keer kijk ik of op de andere kant de hm-kilometervermelding staat, maar dat is niet zo. Nog 4 kilometer. Wat een eind! Ik kan echt niks meer zeggen of helder denken, liefst wil ik ook gaan wandelen, maar Manuel houdt me in looppas. Er staan supporters onafgebroken Petje-af te zingen met bijpassende beweging en petje. Leuk! Maar echt tot de onderste laag dringt niks meer door. Het genieten is helemaal weg. Dit is afzien. Hoezo is het nog vier kilometer, ik moet tot 42, dus het zijn er nog 6! Daarover moet ik al lang nadenken.
Ik hoeft niet meer onder de vier uur te komen, niet meer onder de 4:12, de belangrijkste zaak nu is om er te komen. Om de stad weer in te komen. Hou het klein! Versnellen is onmogelijk. Manuel houdt het simpel: in dit tempo halen we ook nog veel mensen in, ga door. Zijn beste tekst is: “dit is wat Merijn bedoelde met duwen, meer kun je nu niet doen”. Die gedachte kan ik zelf niet meer bedenken, maar het helpt me enorm.
Km 38-40 We gaan de stad in. En ik kan weer ademhalen. Nu zijn het echt nog 4 kilometer en Manuel gaat me er doorheen helpen. Als ik maar blijf rennen. Ik zie het heldenbord weer en wijs Manuel erop. Ik vind het weer zalig om door haar te worden aangemoedigd. Verschillende mensen die je alsmaar terug: de gele ballon, de surinaamse die blijft roepen hoe goed ze ons vindt. De misselijkheid ebt helemaal weg. Hier ken ik het weer! StrijpS. Ik kikker weer wat op en besef hoe moe ik ben. Dit hoort erbij. Het is onmenselijk, maar het hoort. Manuels tekst is alleen maar dat het goed gaat, dat het tempo goed ligt, dat het gaat lukken. Meer hoeft ik niet te weten. Maar het duurt even voor ik hem kan vragen het klappen na te laten. Ik wil hem vertellen dat Coy in Parijs gaat lopen als we iemand zien die op haar lijkt, maar dat kan ik niet meer. Dat ik hier al geweest ben en dezelfde kant langs de schoorsteen liep, daar heb ik ook geen adem meer voor. Het stadion. De opblaasknakker met de hamer. Het blijft bij registreren: er dringt weinig meer door. De mensen langs de kant, het zijn er veel, maar er komt niets meer echt binnen. Ik moet, kan en ga nu weer iets harder. Op naar Rob en papa! Onder de trappen door van de 40km. Ik wil dat Manuel meeloopt over Stratums Eind.
Km40-41 Ik zie nergens meer hoe ver het nog is. ‘De laatste kilometer’, zegt Manuel, maar is dat zo?! Het is druk op de markt, vol geluiden en mensen. De steentjes zijn niet glad, zoals twee jaar geleden in de regen. Stratumseind: de geur van bier, de mensen zonder dranghekken: het voelt feestelijk aan, maar nog steeds komt er weinig echt binnen. Die ene mevrouw die roept: “Kom op Anke, haal die heren in, je kunt het vrouw!” die komt aan. Ik haal de heren in.
Het bruggetje op. Hoe ver is het nog?! Ik heb geen enkel idee!
Km42 De haarspeldbocht door. Manuel wijst zijn studentenhuis aan. Ik zie het. Maar ik ben de weg totaal kwijt. Ik ga harder omdat ik er vanaf wil zijn. Manuel moet van het parcours af en hij rent nog een stuk mee tussen de menigte door. De rotherrie van de blauwe vlaggetjes. Ik zie Rob en Vincent niet
op de tribune. Ik zie de klok in de verte: 4:08. I don’t care. Manuel strand en dit laatste stukje doe ik alleen. Sorry Merijn, ik geniet er niet van: ik ben er te moe voor. Dan zie ik papa en mama staan. Rob en Vincent zie ik niet en ik mis ze. De finish over. Ik juich en voel een enorme ontlading. Ik heb geen stap gewandeld. Ik zet mijn horloge direct uit, zoveel tegenwoordigheid van geest heb ik nog: 4:05. Ik weet direct zeker dat dat klopt. En het is goed zo.
In ferme wandelpas ga ik nu even verder. Een EHBO’er spreekt me even aan of ik tevreden ben, maar dat weet ik niet echt! Ik ben uitgeput. Ik zie papa en mama doorlopen. Ik krijg een flesje AA en een medaille. Ik weet precies wat ik voel en ik ga daar graag doorheen. Vorige keer kon ik dat niet, was ik te ver gezakt, dus gek genoeg geniet ik nu van de onovertroffen vermoeidheid. “Anke, je loopt nog”, roept Gertine. Ik zeg dat het zwaar was en vraag naar hun tijden: allemaal onder de 4 uur en Harry ook (hoewel hij kotste na de finish)! Ik ben blij voor hem, maar wil naar papa en mama en Vincent.
Ik loop door. Ik besef dat ik nog loop, dat ik niet geblesseerd ben. Ik besef dat ik heel, heel moe ben, maar niet dodelijk uitgeput. Dat ik dit alles bewust meemaak. En daar is papa met mijn trui. Ben je tevreden, vraagt mama. En ja, dat ben ik. Maar dat dringt niet echt tot me door. Dit is prima. Ineens staat Vincent daar en ik knuffel hem. Hij is bang dat ik niet blij ben omdat ik niet onder de vier uur gelopen heb. Maar dit is wat erin zit.
4:05:27. Ik vind het geweldig, maar het viel niet mee. Pap zegt dat hij hartstikke trots op me is en dat meent hij. Dan val ik om Rob heen en ik moet heel hard huilen. Mijn emotie is immens intens. Het is geen verdriet, niet eens trots, of geluk, maar één van de allerdiepste emoties die ik ooit heb gehad. Het is niet erg, ik ben ook blij dat ik nog kan “voelen”. Dan begin ik te trillen. Niet eens zozeer aan de buitenkant, maar van binnen. Niet dat ik het koud krijg, maar mijn lijf geeft aan dat het nu klaar is. Ik moet iets warms aan gaan doen. Dag Manuel, bedankt, wij gaan naar DLL. We moeten ver lopen. Ik loop gewoon mee. Ik voel wel dat mijn lichaam roept om warmte, maar ik wéét zo goed dat ik wandel. Mijn lijf is moe en heeft gepresteerd, maar ik kan de trappen over en lach om de martelgang die dat zou moeten zijn! Bij DLL moeten papa en mama naar huis. Rob en Vincent mogen ook niet mee doorlopen naar het lopersgedeelte. Ik ben doodmoe als ik mijn tas aanpak. Ik loop naar de kleedruimte en daar krijg ik kramp in mijn linkerkuit als ik mijn sok uitdoe. AUAUAU, maar ik zal het zelf moeten doen…
De hele marathon heb ik gelopen. Alle 42km. In tegenstelling tot vele estafettelopers. Soms dringt er een brokje door. Maar echt beslissen kan ik nu niks. Rob vindt het goed als ik me laat masseren. Ik wacht tot ik aan de beurt ben en blijf een beetje mistig in mijn hoofd. Ik wil slapen. Het laatste waar ik behoefte aan heb is eten, ondanks de geuren die passeren. Ene Jan masseert mijn soms pijnlijke kuiten. Ik blijf wakker. Vertel hem dat ik overmorgen post wil rondbrengen. Met de auto? vraagt Jan lachend. Ik zeg dat ik hem weer opzoek als ik de auto moet nemen!
Ik neem een kwarkje, een eierkoek en werk een smoothie naar binnen. Geen enkel spoor van misselijkheid, maar ook geen honger. Met het kwarkje ga ik langs het shirt-standje en ik kies maar voor maat 36. Ik vind Rob die lekker warm zit in de zon terwijl Vincent speelt. Naar de WC en naar de auto. Ik ben klaar hier! Het is ver lopen naar de auto. Dat doet me niks. Ik baal gruwelijk dat mijn horloge leeg is: deze stappen doe ik voor niks! Ik zoek andere tijden op op mijn telefoon en dan is die ook leeg. Dat vind ik veel en veel erger dan dat ik weer moet lopen. Heb je 42 km hardgelopen en dan wandel ik behoorlijk moeiteloos nog een kilometer extra naar de auto terug! Ik ga moeiteloos het trapje over. Dat verbaast me. Over het Wilhelminaplein waar ik ging stappen. Langs de dansschool van vroeger. Ik ben nog even in Eindhoven, nog even jong en klein. Dan stappen we in de Skoda.
We gaan meteen langs de snackbar en ik twijfel over de hamburger, de vorige keer dat ie ter sprake kwam was ik te misselijk. Ik neem ‘m toch maar! Thuis heeft Manuel een prachtig pakketje gebracht. Dingen die bij mij horen en het raakt me diep. Ik moet hém bedanken! Ik eet het bord friet maar half leeg. Bij het kijken naar de F1 wordt ik moe. Het lijkt erop dat dat komt doordat ik een nacht zo weinig geslapen heb!
Om half 11 ofzo gaan we naar bed en ik slaap snel in. Om 3 uur spuugt Baksteen en ik word onpasselijk van de geur. Ik moet het nu opruimen! Dus ik doe het licht aan en ruim de kots op. Ik ga naar de WC en daar stinkt het ook, naar sokken. Ik ga beide huisgeurtjes nog langs. Als ik in de slaapkamer komt, vraagt Rob: heb jij geen spierpijn?! Eh, nauwelijks. Ik voel mijn bovenbenen, maar niet genoeg om niet op en neer te willen lopen, niet genoeg om niet te kunnen bukken. Dat besef houdt me een uur lang wakker. En de vraag: en nu? Wat komt hierna?
De Marathon van Eindhoven
De laatste training voor de marathon.
Ik heb lang nagedacht over dit ‘laatste’ blogje: maak ik er een heel verhaal van, met een overzicht van alles wat ik heb geleerd? Of ga ik een mooie bespiegeling houden? Wordt een verhaal over hoe moeilijk die laatste korte training is? Over hoe lastig die laatste dagen voor een marathon zijn, waarin je ineens twijfelt of het wel gaat lukken en wat ‘het’ dan is?! Tot gisteren had ik inderdaad heel veel moeite om te geloven dat ik een marathon in een mooie tijd zou kunnen uitlopen.
Ik sliep er slecht van en was ontzettend onrustig. Bij de cranio sacrale therapie kreeg de therapeute me rustig en kalm. Daardoor slaap ik weer goed en was ik de angst om nu nog ziek te worden, kwijt. De trainer maakte me aan het lachen met zijn vraag of ik er zin in heb. Ik heb mijn papieren lijstje af van wat er nog moet gebeuren en wat ik mee moet nemen naar Eindhoven.
Maar goed, ik ga er geen lange blog van maken! Een half uurtje buiten dribbelen (= op een laag tempo hardlopen) vraagt daar nu eenmaal niet om! Voor mij is dat een eitje. Makkie. Alhoewel…. Me inhouden terwijl ik zo graag hard en ver wil lopen is minder gemakkelijk als je zou denken! Ik wilde Manuel mee hebben, omdat blijkt dat elke keer voor een belangrijke wedstrijd die goed lukte, ik met hem meeliep in de laatste training. Dit was de eerste keer dat het NIET regende! Het was veel te mooi weer, potjandorie. Ach, het moet toch ergens aan liggen! Langs de plassen, over de bekende weg.
Ik weet dat het iets te veel is voor een half uur, maar ik wil het toch! ‘t Is er zo mooi.
Ik mag twee steigerruns doen, waarbij het tempo (en de hartslag) van zacht (lage hartslag) naar hoog (hoge hartslag) gaan
op gelijkmatige basis, van twee minuten per stuk. Met drie minuten pauze er tussenin. De eerste gaat voor geen meter: nou ja, het lukt 50 meter, dan ga ik al veel en veel te hard! De hartslag stijgt wel, maar het tempo is na twee minuten al “op”. In de drie minuten rust gaat Manuel een paar foto’s maken. De tweede steigerrun tel ik netjes 4 keer tot 25 en ga dan elke keer iets harder. En de laatste 20 seconden kan ik nog veel harder tot wel 15 kilometer per uur. Dan is het wel goed en moet ik het doen met nog eventjes uitdribbelen.
Na 4 kilometer gaat Manuel lekker verder door het bos en hobbel ik terug. Sloompjes, maar vol vertrouwen voor het komende avontuur. Veel geleerd, blabla, veel geoefend, blabla, veel getest en ontdekt, blabla enzovoorts: er zijn genoeg clichés van toepassing. Ik ga ze niet aanhalen. Ik zet nog 1 keer lekker aan en na 34 minuten en dik 5 km stop ik. Ik WANDEL naar huis. Ik vind het goed geweest. I’m ready. “Be the best you can be” staat er zondag in het schema. Er staat geen tijd bij.
Als ik onder het station door mijn eigen straat in wandel, zie ik een man die nog hardloopt en ondanks dat ik nét nog rende, ben ik nu al jaloers! Hoe raar?! Deze man is veel te warm gekleed. Eenmaal in onze straat, kijk ik om en herken de vader van Vincents vriendje. Deze man fietst voornamelijk en heeft net 4 kilometer gelopen na maanden niet hardlopen. Hij is blij me te zien zodat hij kan stoppen voor een praatje!
Hij is fietsend precies dezelfde voedingsproblematiek tegen gekomen als ik. Leuk. Als ik naar binnen stap, ben ik nauwelijks nog moe van het rondje, in tegenstelling tot de vader. En dat is waar ik sta. Alles op orde. Mijn beste best gedaan!
De spullen liggen klaar. Dat geeft rust. I’m ready voor mijn ‘marathonfeestje‘.
Het Verrassings Ei
Mijn trainer Merijn vergeleek in zijn mail de hele training naar de marathon toe met een VerrassingsEi: “hoe ik het vaak zeg: de kinder surprise. De chocolade er om heen heb je nu al bijna lekker op. tijdens de marathon maak je het ei open en bij de finish blijkt als je alles hebt gegeven of het een leuk kadootje was wat er in zat of een minder leuk kadootje, maar hoe dan ook de chocolade was lekker!” En die vergelijking zit nu in mijn hoofd vast.
Pel tijdens mijn laatste training vandaag maar eens mee aan het chocolade ei: altijd eerst dat stomme knisperende papiertje eraf. Het lijkt nergens voor nodig, dat stukje zilverfolie, maar zonder dát is het ei niks waard: het smelt waar je bij staat en niemand wil ‘m meer!
Dat was de eerste stap in al die trainingen: leren langzaam aan te gaan lopen. Heel voorzichtig lospeuteren. Rustig aan. Ook vandaag begin ik met een warming up in zone 1 en zone 2 alsof ik zilverfolie in handen heb, want stel dat ik me nu nog verstap! Als ik het zilverpapiertje tot een bolletje maak en weg wil gooien, merk ik dat ik vandaag niet de juiste kleren aan heb: deze korte broek zit voor geen meter.
Over een langere periode bekeken, heb ik met de trainingen langzaam en onverhard leren lopen: onder het zilverfolie werd de heerlijke chocolade al zichtbaar!
Verwachtingsvol breek je die chocolade voorzichtig doormidden.
Zo bouwde ik ook door met de trainingen: ik vond het weer leuk om hard te lopen en dan weet je dat die lekkere chocolade opgegeten mag worden en dat is ook een genotsmomentje! De eerste stukjes zijn het lekkerst, de eerste keren dat de trainingen vruchten afwerpen en je in wedstrijden kunt laten zien dat je sneller geworden bent.
Vandaag brak ik met 2 minuutjes zone 4 indraven de chocolade los. Wég angst om je te verstappen: dat heb ik maanden niet gedaan en gaat nu ook niet gebeuren!
Die chocolade is eigenlijk het lekkerste van het hele verrassingsei: je bent nog hoopvol over wat er komen gaat en soms ineens heb je een hapje wat de perfecte combinatie witte en bruine chocolade bevat! En soms wordt je afgeleid van de chocolade en proef je het niet goed genoeg. Zo gaat dat ook met trainingen: er zitten onvergetelijke hoogtepunten tussen die heerlijk smaken en brokjes die je vergeet omdat ze het genieten niet echt waard zijn. Wat was Spa gaaf en de ACR ook! En de training op de Veluwe smaakte perfect, net als de ellenlange route over de Hilversumse Hei. De bruggentraining, falende hartslagzones, door storm en wind: dat zijn de brokjes chocolade die ik zonder al te veel te genieten heb opgesnoept.
Vandaag liep ik een compleet nieuwe route over een industrieterrein. Geen overheerlijk stukje chocolade, maar wel één van de laatste stukjes. Door de herrie hoorde ik mijn horloge niet piepen en gooide ik wat zones door elkaar. Het kwam wel goed. Ik maak me niet meer zo druk of en wanneer ik zone 4 haal en hoe snel ik terug ben in zone 2 of 1. Ik heb het grootste deel van de chocolade op en dat was heel erg lekker. Ik denk dat ik wel weet hoe het smaakt inmiddels. En wat heb ik veel geleerd: nu ligt zone 1 lager als een half jaar geleden en het tempo ligt iets hoger. Ik durf moeiteloos door naar zone 4 en ga dan ronduit hard. De chocolade smelt heel langzaam in mijn mond. Moeilijk om er afscheid van te nemen.
De chocolade is bijna op. Er ligt nog één kruimeltje te wachten. Voor me ligt het gele plastic eitje waar de verrassing in zit. Vandaag is de verrassing op het einde de kilometerteller: ondanks dat ik veelvuldig op een net te lage hartslag heb gehold, heb ik na 3 kwartier 7,7 kilometer gelopen. Dat is toch best rap! Ik ren nog even kalmpjes door om het kind op te halen. In een doodgewone training met een gemiddelde hartslag van 144 zou ik de 10 kilometer binnen een uur kunnen lopen. Voor ik aan deze trainingen begon, had ik daar zeker een hartslag van rond de 160 voor nodig! Nu is 9,6 kilometer in 56 minuten me eigenlijk ook wel genoeg. De surprise van vandaag was de keurige man in pak die vriendelijk ‘goedendag’ zei bij het uitlaten van zijn huisdier: een varken!
De surprise voor de marathon moet ik nog openmaken. Eerst dat gele plastickje kraken: dat is altijd een zwaar werkje. Dat vraagt nog een pakketje kracht, terwijl de verwachtingen hoog zijn.
En je weet dat je dat stomme papiertje tegen komt met al die voorschriften erop, dat is het zwaarste stuk van de marathon: dan zal ik aan dat papiertje denken! En dan zien we wel of het cadeautje leuk is! Misschien heb ik het cadeautje al en zet ik het in de vergeethoek, misschien is het één van die kleine verrassingen die je op een speciaal plekje neer gaat zetten, maar dat zullen we zien. Zoals Merijn zegt: de chocolade was heerlijk, en daar heb je zeker alvast van genoten! En eigenlijk gaat het daar toch om. Ik heb genoten van de trainingen. Die chocola viel me niks tegen. Ik ben onwijs vooruit gegaan in letterlijke en figuurlijke hardloopzin.
Rondje met Harry door de mist
Finally, op deze zondagochtend liepen zowel Harry als ik het laatste lange rondje voor we volgende week allebei aan de marathon van Eindhoven beginnen en eindelijk konden we er eens samen op uit! Met Harry heb ik ook de marathon in drie dagen gelopen en we willen allebei ongeveer hetzelfde bereiken in Eindhoven op de marathon volgende week. Ik ben er als altijd wat gestrest voor. Harry wil 2 uur op 10 km/uur lopen, ik ga anderhalf uur voor de laatste keer de marathon hartslag uitproberen en testen hoe het met de voeding gaat. Die arme Harry moet zich aan mijn hartslag aanpassen.
Mistig in het Kotterbos. We komen al snel nog een andere medeloper tegen die ook meegaat naar Eindhoven. Als ik loop te kletsen, wil mijn hartslag niet onder de 155 blijven. Onverhard er ook nog bij en het horloge blijft irritant aan het piepen. Het uitzicht is ook om te huilen: mist, laaghangde wolken, grijzigheid. We lopen wel meer op mijn tempo als op Harry’s tempo. De hartslag wordt niet echt lager, ook niet op het asfalt, want ik kwebbel door. We laten het licht glooiende natuurpad links liggen omdat we aan het uitzicht op de berg ook niks missen. Mooi is dat, neem ik Harry mee door het Kotterbos, ziet hij d’r niks van!
Door de vaagheid buiten raak ik de tijd en het tempo ook een beetje kwijt. Ik vond niet dat het hard ging, maar we haalden andere hardlopers in. Ik vond niet dat ik goed liep, maar ik werd er ook niet moe van. Ik nam bijtijds een beetje gel, hoewel dat voor anderhalf uur overdreven leek. Pas na het oostvaarderscentrum ging Harry aan het kwebbelen en ik kon ik luisteren. Toen ging de hartslag goed omlaag, en raar genoeg voor mijn gevoel het tempo ook! Dat was niet helemaal waar, maar ik nam er geen aanstoot meer aan. We kwamen de paardjes tegen die er mooi uitzagen in de mist.
Harry maakte even een pitstop en op het fietspad in mijn eentje kon ik even de rust vinden om tempo en hartslag op orde te krijgen. Langzaam aan voelt het. Na 11 kilometer had ik het eindelijk op orde! En toen ging de hartslag weer omlaag tot te laag! Ik besteedde er geen aandacht meer aan en mijn hartslagmeter voelde zich zo genegeerd dat ie er maar mee stopte. In anderhalf uur hadden we ruim 15 kilometer gelopen. We waren bij de bekende trainersbrug en voor mij was de weg naar huis erg bekend. Ik kon het niet door Harry’s ogen bekijken. Het was wel leuk om naar Harry te luisteren en dat maakte het erg gezellig. Harry en ik wensen volgende week regen in Eindhoven, want Harry kan helemaal niet tegen de zon. Echt moe werd ik niet, maar erg voldaan raakte ik ook niet van 18,5 kilometer in een uur en vijftig minuten. Toen waren we rond. En brak de zon een beetje door. Ik heb nog steeds geen idee hoe het volgende week moet! Hopelijk kan ik deze week wat rust pakken, want ik ben in mijn hoofd erg onrustig.
Blijf maar op het plaatje klikken, tot je het goed kunt lezen.
In het donker "vissen" met een fototoestel
Vorige keer had ik Manuel beloofd mee te gaan vissen, maar dat lijkt toch niet echt ons ding. Dus houden we het bij hardlopen en na de 30 Van Almere was dat vandaag een uurtje “uber rustig” uitdribbelen volgens mijn schema. Eigenlijk morgen pas, maar ja…. Ik had geen spierpijn meer en ik had ook geen zin. Ik voelde me niet 100 procent, het eten zat in de weg, ik was moe van een dagje Bataviawerf en post rondbrengen en het was donker. Manuel stond om kwart voor negen voor de deur en toen moest ik de gels nog pakken. Voor dit kleine stukje?! Ja, dit uurtje ging ik een andere belt proberen, dus ik liep bepakt op een laag tempo door de wijken. Gelukkig was het al donker en kon niemand me zien!
Ik verloor 1x de bidon, maar deze belt zit tenminste niet in de weg. Al snel waren we gefascineerd door de prachtig heldere maan. Niet meer helemaal vol, maar groot en helder. Onze visafspraak veranderde in een fotosafari langs de Vaart.
Het is enorm moeilijk om in het donker van een bewegend object voor de maan langs een mooie foto te maken!
Aangezien een tempo van 7 minuten per kilometer geen moeite is (zelfs niet met deze fijnere belt om), houden we ons maar bezig met het maken van de perfecte foto. Dat is een tijdrovende en tot mislukken gedoemde onderneming. Er komt zelfs een tijd voorbij van net 8 minuten! Als we het opgeven om een foto te maken, komt het tempo weer terug en volgen er zelfs twee kilometers net onder de 7 minuten. Ik heb eigenlijk weinig zin meer.
Mijn buik doet een beetje zeer en ik vind het tamelijk saai. Ligt niet aan het gezelschap hoor, want we hebben alle tijd om bij te miepen en ademnood of hoge hartslag komt in de hele run niet voor. De thee met koekjes ontbreekt er nog maar net aan. Na stipt een uur zijn we rond en sta ik weer voor de deur. We hebben in die tijd ruim 8 kilometer gelopen, geconstateerd dat een foto maken in het donker moeilijk is met een telefoon, dat je van een uber rustig tempo niet moe wordt en niet gaat zweten en dat friet eten voor je gaat rennen ook niet zo handig is. Dat laatste is mijn persoonlijke conclusie. Ik lees nog een hele goede blog over de terreur van het halen van sta- en beweegdoelen voor je horloge en besluit dat het doel voor morgen wordt om geen doelen te halen. Deze maand heb ik 200 kilometer gelopen, dat is wel even genoeg.
30 van almere
Ik schrijf elke keer een Wedstrijd evaluatie voor Merijn. Waarom zou ik de zaken dubbel doen? Dus hierbij de (soms aangepaste) versie.
Wedstrijd: 30 Van Almere -30km
Datum: 27 september 2015
Weersomstandigheden: Zonnig, weinig wind, koel
Doelstelling: 30 km op marathonhrf (150-155), laatste 5km versnellen, oefening eten
Voorbereiding (wedstrijddag)
Wat ging er goed? Alles lag klaar. Goed gegeten de avond van tevoren. Vroeg naar bed.
Wat kon er beter? Ik voelde me op 26september niet fit. Helemaal niet. Buikkrampen, moe, dik. Tijd van de maand.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Niks. Het is de vrouwelijke natuur zullen we maar zeggen.
Wat kan een ander voor mij doen? Het voedingsschema van Merijn (hoeveel gels/ eten avond tevoren/ ontbijt) werkte erg goed. Het was precies het houvast wat ik nodig had. Rob stuurde me op tijd naar bed.
Start
Wat ging er goed? De zenuwen waren niet overheersend. Ik had slechts ‘geen zin’. Er zat wel wat vertrouwen in. De voorbereidingen waren perfect: alles lag en was klaar en op tijd.
Wat kon er beter? Toch was ik weer wat bang of ik wel 30km op marathonhartslag zou halen. De 1:45u eerder waren me zwaar gevallen. Het is toch anders als 35km. Het viel me zwaar om zoveel te eten bij het ontbijt (3 boterhammen) en zo vroeg al (voor 8 uur) en dan nog een hele bidon sportdrank drinken.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Me overheen zetten en bedenken dat ik het doe voor mezelf en om het te halen. Een uitvlucht bedenken als in: ik kan na 15km altijd stoppen. Dat geeft me rust (terwijl ik weet dat ik het niet doe) Ik zeg tegen Manuel: ” Ik kan altijd stoppen na 1 rondje” ‘Dat doe je niet” zegt Manuel. Nee, hehe, dat weet ik ook wel, maar het idee dat het kan, maakte me rustiger.
Wat kan een ander voor mij doen? Ik zocht vlak voor de start naar medelopers en baalde dat ik ze niet vond. Waar waren Alex en Vera? Ik weet dat ik hun tempo aankan! Toen voelde ik me alsof ik alleen moest gaan lopen. Ik twijfel nog of ik met iemand mee ga lopen in Eindhoven.
Tijdens lopen
Wat ging er goed? Eten van gels ging goed. Ik kende de tijden gelukkig erg goed, want het voelen van de afspraak-tikjes op het horloge lukte niet goed. Elke 20 minuten stond een afspraak in mijn agenda die ik via mijn horloge binnen moest krijgen. Ik merkte erg goed dat de gel er 1 a 1,5 km over doet om ‘in te dalen’. Ik zou het in het begin niet nodig gevonden hebben als het niet móést! Na 20km dreigde ik het inderdaad te vergeten. Toen wilde ik het uitstellen, maar wederom was het ‘moeten’ sterker.
Kort wedstrijdverslagje:
KM1-3 Inlopen. Ik ging te hard. Ik luisterde naar de mensen om me heen. Die ene ietwat volle meid die voluit tetterde dat ze haar PR ging verbeteren met deze tijden. Ze haalde me op de dijk in. Ik keek even om me heen en dacht: ik moet kalmer aan gaan doen. Maar de wind op de dijk (hoe weinig ook) verantwoord de iets hogere hartslag. Het is mooi hier, de zon is wat fel.
KM4-8 Drank overgeslagen. Eerste gel naar binnen gepropt. Ik kwam in een groepje te lopen. Dat is wel fijn. Het op 1 mei 1943 verongelukte vliegtuig-wrak is hier op de mast geschilderd. De piloot zal verdronken zijn. Ik zei niks en liep gewoon mee. Laat die dames me maar inhalen. Mijn hartslag blijft met 156+ te hoog.
KM8-12 Ik ga met een man in een blauw shirt meelopen. Zijn tempo is heerlijk rond de 5:20. Pas na twee km vraag ik of hij zich aan me stoort, maar dat doet hij niet. Hij gaat in venetie de eerste marathon lopen. Ik onthoud zijn nummer: 661. Veel praten we niet. De hartslag blijft net te hoog. Ik moet nu langzamer gaan, want we zijn pas op een derde. Het is best saai qua route: lang en recht. De eerste man en winnaar-in-spe zijn we al tegengekomen, die loopt 7 km op ons voor. 15km Lopers halen me soms ook in. 
KM12-16 Ik verlaat de veilige haven en het strakke tempo. Ik laat mijn tempo iets zakken en moet opnieuw zoeken. Ik kijk naar de huizen, straks mag ik hier versnellen. Ik haat het fietspad langs het spoor. Natuurlijk stop ik niet na 1 ronde! Het is wel rommelig rond de start-finish. De rust daarna is wel lekker. Eenzaam. De voetstappen onder de brug klinken alsof ik op de wii loop, maar dit is echt. 10EM onder de anderhalf uur. Ik word ingehaald. Voor nu oké. Mentaal een bruggetje, maar ik moet nu een lagere hartslag op gaan pikken.
KM17-22 Op de dijk loop ik met een stelletje mee wat me vraagt welke doorkomsttijd ik de eerste ronde had. Ik heb de klok totaal gemist en ben ontdaan! Ik loop op hartslag. Die te hoog ligt. Mijn tempo zwakt af. Hij zegt tegen haar: we gaan over 7 km harder. Ik heb moeite met uittellen wanneer dat dan is, maar het lijkt ook mijn plan. Zij stoppen om te drinken. Ik vind het saai en probeer de moed erin te houden met rekenen, maar het is lastig. De HM gaat binnen de twee uur. Een meneer die normaal bij Just Run flink doorloopt, geeft het op. Ik ben daar wederom ontdaan door. Je gaat toch gewoon niet wandelen, wat er ook gebeurt?! Ik moet nog een gel eten. Het is echt een kwestie van moeten. Ik ben niet meer zo gefocust. Mijn gedachten gaan alle kanten op: stel dat ik op de marathon elke km in 5:40 loop, hoe snel ga ik dan? He, dat is de mevrouw die haar PR ging verbeteren, ik haal haar zo in: te snel gestart. Terug naar de rekensom. Ik moet wel netjes mijn voeten op blijven tillen. Minuten gaan tellen 5 keer 4 en een beetje. Nee. Had ik maar muziek bij me. Even denken: 40 maal 5 minuten is 200 minuten. Voel ik een tikje op mijn pols, is het een mailtje: wat een slecht moment. Die vrijwilliger heeft het koud. 200 Minuten plus 40 halve minuten is 220 minuten. Het is best mooi hier. En die laatste twee kilometer daar tel ik er 12 minuten voor bij. Zo gaat het dan in mijn hoofd: het is een soepzootje.
KM22-25 Het stel komt bij me lopen: maar we zouden dadelijk toch pas versnellen? Ik ga me aan het verheugen op het tempo-maken. Zonder me zorgen te maken ga ik gewoon kijken wat ik kan, wat er nog inzit, waar het schip strand, hoe snel ik dat rot-fietspad nog over kan. Nu zijn mijn tijden gezakt naar 5:30-5:40. De hartslag ligt nu regelmatig onder de 154, dus dat is goed. De gemiddelde hartslag ligt op 158 tot hier. Daar ga ik me vanaf dadelijk geen zorgen meer om maken!
KM26: bij de waterpost ga ik versnellen. 2 Slokken en dan mag ik! De mevrouw die voor me loopt, ga ik inhalen. Ineens is de focus er. Het tempo is perfect, gemiep over de hartslag voorbij. “Gaat ie goed?” roept een mevrouw met een hondje “ja” het gaat uitstekend! Dit is erg prettig en ik zie wel hoe de volgende kilometers gaan. Volgende mevrouw inhalen. 5:25. TOP
KM27: Ik ga dit gewoon volhouden. 5:28 Deze gaat ook goed. Ik voel me goed. Dit kan ik. Verhip, dit lukt me! Bedankt mensen voor het vier keer supporteren.
KM28: De meneer van Venetie! Hij wandelt! Nee, wat erg! Ik voel me ver-schrik-kelijk als ik hem inhaal. Ik hoop dat hij kan aansluiten, maar ik besef dat hem dat niet lukt. Node ga ik toch maar verder. Ik kan nog meer mensen inhalen. Rotonde over, geen huizen te zien deze keer. Er wandelen meer mensen. Dan is inhalen niet leuk, het is geen kunst. Een stel wat me op de dijk inhaalde komt in zicht. 5:09 Ohnee! Roep ik uit. Nu wil ik de laatste twee km nog elke keer ietsje sneller. Zou dat nog kunnen?
KM29: Een man haalt me in en praat tegen me over mijn eindsprint. Hij doet hetzelfde, maar dan beter. Respect. Hij haalt het stel in en zij vragen: eindsprintje ingezet? Ik hoor ze alleen maar zeggen: “kijk nou” als ik ze inhaal. Ik haat dit fietspad! Ik haat Merijn met zijn stomme ideeën nog meer. Maar Merijn is er niet, dus ik kan niet tegen hem schreeuwen (fijn he Manuel, het ligt niet aan het gezelschap), dan neem ik de woede maar mee en stop het in mijn benen. Die blijven het maar doen! Aan de andere kant is de focus heel helder: ik doe dit niet omdat het van Merijn moet, ik doe dit omdat ik het zelf wil. 5:06
KM30: ik moet en zal onder de 5 minuten komen. Focus. Strak. Geen water meer aannemen en dat laatste stukje loop ik ook wel met die stomme waterbelt. Muziek. Waar moet ik heen? Die uitleg kost kostbare seconden. Nog even Anke, nog even. Het gaat me niet om een eindtijd, ik mis weer de klok. Manuel staat al te wachten (natuurlijk) en dan zie ik Vincent. De eindsprint is formidabel. Ik heb de afgelopen 5 km zeker 10 tot 15 mensen ingehaald! Ik mis de laatste km-tijd. Finished in iets van 2:43. Trots ben ik. Moe, en vol trots.
Wat kon er beter? De hartslag was vaak te hoog. Tussen de 155 en 159. Terwijl het tempo prettig aanvoelde.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Tempo iets lager leggen mag en kan en daarmee komt de hartslag goed te liggen. Iets minder bezig zijn met straks-later in de wedstrijd-wat komt er nog.
Na de wedstrijd
Wat ging er goed? Wat was ik blij Rob en Vincent te zien! Ik was onwijs trots over hoe ik het had gedaan. Trots dat ik nog kon versnellen. In dat gevoel ging ik mooi even op met die zware medaille om mijn nek.
Wat kon er beter? Ik had iets meer mogen drinken na de wedstrijd. Even uitstrechen had de directe spierpijn eraf gehaald.
Ik vroeg aan de mevrouw van het stelletje hoe het ging en ze was blij en tevreden. Gaan zij ook in Venetie lopen! Voor de eerste keer! Ze is zeker twintig jaar jonger dan ik, dus ze gaat het redden. Meneer nummer 661 kwam toen pas binnen.
Tactiek
Wat ging er goed? Ik had het tempo de hele tijd in de hand. De eerste kilometers beschouwde ik als inlopen (beetje hard, maar goed, dat nam ik ook maar mee) De laatste 5 kilometer genoot ik van het versnellen. Mijn benen en mijn lijf bleven volgen. Het was dapper van me om na 11 of 12 km te besluiten de man met het heerlijke 5:20-tempo te lossen en zelf iets langzamer te gaan om te ‘sparen’ voor de laatste kilometers. Ik had het gevoel dat ik het de hele tijd in de hand had.
Wat kon er beter? Ik moet me niet uit het veld laten slaan als een ander die ik hoger inschat gaat wandelen. Dat bracht me tot 2 keer toe uit evenwicht. Ik bleef mijn eigen ding doen met een beetje schuldgevoel en liep hard verder. Ik blijf het moeilijk vinden mijn eigen tempo te bepalen en vast te houden, maar ik denk dat het ligt op 5:37 om precies te zijn. Dat hield ik kilometerslang in mijn eentje stipt vast.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Het gevoel alles in eigen hand te hebben moet ik koste wat kost vasthouden. Ik moet de marathon in de kleine stukken opdelen, anders wordt het te onoverzichtelijk. Ik moet rekensommen bedenken voor onderweg: die houden me kilometerslang bezig. En liever rekensommen die niet gaan over hoe-lang-ik-nog-onderweg-ben! 😉
Wat kan een ander voor mij doen? Zorgen dat ik die gels blijf nemen en op tijd bij de hand heb, zonder dat ik me verwond aan de belt. Te hoge verwachtingen moeten nu getemperd worden om teleurstellingen te voorkomen. Ik moet een heel goed en strak te volgen plan hebben, dan heb ik een houvast.
Coaching
Wat ging er goed? Het voedingsplan was uitmuntend. Ik heb er veel van geleerd en er veel vertrouwen van gekregen.
Wat kon er beter? Er is op dit moment geen betere manier om het vertrouwen te krijgen. De balans tussen wat ik ‘moet’ doen (bijv. de laatste 5km versnellen) en wat ik zelf nog zou willen (dat is dan écht niet de laatste 5km versnellen) is nu heel erg goed. Ik had het zelf niet gedurfd of gedaan, dat versnellen, maar in km28 dacht ik wel dat ik hier niemand de schuld van kon geven omdat ik het zelf deed. Ik wilde het aan de ene kant uitschreeuwen: ‘Merijn ik háát je om dit idiote idee om te versnellen,’ terwijl ik aan de andere kant realistisch bedacht dat íkzelf en niemand anders het toch aan het uitvoeren was en dat het me uitstekend beviel. Ikzelf en niemand anders vatte het plan op om binnen die 5km ook nog elke km te versnellen tot het einde.
Enige weken geleden had ik niet gedacht 25km in 5:45 te kunnen lopen bij de trainingsloop in Amsterdam, nu loop ik 30km in 5:30. En ik besef dat na de 30km de wedstrijd pas begint, dus dat een marathon ook een andere indeling vergt; dat heb ik ergens tijdens de 35km-training geleerd.
Voeding
Wat ging er goed? Ontbijten met 3 boterhammen met boter en appelstroop, vooraf energydrank drinken. Ik heb de reep 1,5 uur vooraf vervangen door een banaan; ik zat zo vol. Voor de wedstrijd een halve gel gegeten en de avond van tevoren macaroni met roerbakgroente. Ik vond het veel. Maar het was genoeg blijkbaar, want ik had geen trek onderweg en dat is lang geleden!
Wat kon er beter? Het eet-nu-1/3de-gel-schema onderweg valt in de wedstrijd een beetje weg. Ik voel het horloge niet tikken, maar ik kende de tijden. De belt om me heen met water en gels werkt niet goed, het hindert me.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Ik moet me aan het schema houden. De tijden op het horloge in de gaten houden, de hartslag op de garmin en met meer moet ik niet bezig zijn.
Overig
Wat ging er goed? Dat gevoel dat ik het de hele tijd in de hand had was erg prettig. Als ik dit kan op die ene dag in de maand dat je het beste in bed kunt blijven liggen, dan moet het goedkomen. Het versnellen leverde me erg veel vertrouwen op. Ik kan de hartslag dus best iets hoger leggen. Deze wedstrijd heeft me veel geleerd over wedstrijd-indeling, voeding en planning.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Blijven beseffen dat de marathon pas ná 30km begint.
Is je doelstelling gehaald? Jep. Weer ‘s.
Wat was hierin bepalend? De voeding moest op orde komen en ik moest weten hoe ver ik kon gaan en zelfvertrouwen opbouwen met de versnelling. De HRF lag na 25km op 158, iets te hoog eigenlijk, maar ik was niet te moe. Als de hrf op 154 of lager lag voelde het tempo wat geremd aan. 156-158 was een perfecte hartslag, op de dijk neigend naar 158, onder de bomen naar 156.
Voeding was helemaal goed onder controle nu. Wat een verschil.
Wat zou je volgende keer anders doen? Zonder waterbelt lopen.
Waar ben je trots op? Die spectaculaire versnellling aan het einde! Wow! Km25 in 5:39/km26 in 5:25/km27 in 5:28/km28 in 5:09/km29 in 5:06 en dan welbewust die laatste km onder de 5min willen komen! En dat lukte nog ook (4:56). Dat was een hele andere afsluiting als van de 35km een week eerder.
De puntjes staan op de i. Nu de i nog in de marathon zetten. i ‘m ready.
Wat een verschil met de tien km die ik vorig jaar hier in Poort liep. Nu geen gouden medaille, maar wél een gouden randje. Ik was tiende van de 33 40+dames. Het ging niet om de tijd.
Zaanstad met autosleutels
Een overvolle dag die er om schreeuwt om het hardlopen te schrappen: post bezorgen, een vriendin naar Zaandam rijden, een kind met een vrije middag. Wanneer moet ik dat half uurtje inpassen?! Ik ben zo wijs om het programma met de hartslagzones over tussendoor in mijn horloge te zetten en neem mijn hardloopkleding gewoon mee richting Zaanstad. We rijden van hot naar her en ik zie een hardloper door de wijk waar wij in moeten. De gesprekken van mijn vriendin volgen elkaar op. Dan heb ik ineens een drie kwartier over. Ik kleed me in de auto snel om. Een nieuw gebied, ik verheug me erop! Ik hou de autosleutels vast in mijn hand. Dat is niets voor mij, maar het werkt wel goed!
Eerst zone 1 en al snel sta ik tussen uitgestrekte velden en industrie op de achtergrond. Erboven hollandse lucht: grote witte wolken, scherp afgetekende kleuren. Ik vind een fietspad en zie wel waar ik uitkom.
Ik ben er klaar voor en ga breeduit lachend door naar zone 2. Ik kom langs de Belt: een grote berg aan de rand van het stedelijk gebied. Dan mag ik 1 minuut door naar zone 4 en ik ga hard, 15 kilometer per uur. In 30 seconden zit ik op de goede hartslag en die hou ik nog 30 seconden vol.
Ik moet lachen om de ROCers die een rolstoel de Belt op proberen te duwen. Dan moet ik 1 minuut wandelen om terug in zone 1 te komen en de laatste 30 seconden kan ik een slome looppas afleggen. Ik ben in de stad, langs een saaie drukke weg. Zone 4 voor 2 minuten. Ik zet gemakkelijk weer aan en zoef langs de drukke weg en de molen. Verdomd leuk, zo’n molen in Zaanstad. Maar ik ga te hard om een foto te maken.
Mijn schoenveter gaat los. Gelukkig heb ik twee minuten na zone 4 om te strikken en neem ik een rustige looppas aan. Zal ik teruggaan naar de molen? Dit stuk langs de drukke weg en het spoor is niet echt inspirerend.
Als ik besloten heb om te keren, blijkt dat ik nog een keer in zone 4 moet komen voor twee minuten. Dat is even schrikken, maar ik zet aan en bedenk dat ik zo lekker snel bij de molen terug ben! Dan mag ik gaan uitlopen in zone 2 voor 5 heerlijk lange minuten. Ik fotografeer de molen
en mezelf erbij en ga eens bedenken hoe ik terug bij mijn auto kom. Gelukkig laten mijn richtingsgevoel en de kaartsoftware op de telefoon me niet in de steek en wijzen ze eensgezind dezelfde kant op. Ik loop lekker door de wijk en ben binnen 5 minuten weer bijna terug. Ik mag nog 5 minuten zone 1 door om af te koelen. Dit is een doodgewone wijk: hofjes, huizen, bussen, hekjes.
Als ik de rand van de wijk weer gevonden heb, zie ik de hardloper die me inspireerde tegemoet komen lopen met net zo’n bezweet hoofd als ik zelf heb. Ik ben na 35 minuten rond en zit net in de auto mijn schoenen uit te trekken als m’n vriendin klaar is met haar gesprekken. De route naar huis duurt 3 keer zolang door de file en al snel moet ik doorrazen met de andere dingen. Het maakt de dag niet leuker of gemakkelijker, maar met een half uurtje rennen door het onbekende is mijn dag gered!
De Lange Rechte Polderwegen
Vanmorgen vroeg ik me af of de trainer echt boos was of dat hij nu echt ziek was, omdat mijn nieuwe en belangrijke schema niet komt. Maar zijn vrouw was ziek en daardoor had hij twee knulletjes om zich heen en daarom was het schema nog niet af. Het is overal hetzelfde!
Maar ik mocht anderhalf uur gaan hardlopen in zone 1 – lekker rustig aan doen. Ik mocht zelf kiezen off of on road. Op een woensdagochtend wordt dat al snel onroad over het asfalt, want ook al gaat het kind ergens spelen, toch lijkt de tijd kort. En wat is nou anderhalf uur? Dat lijkt amper lang. Terwijl een beginnende loopkennis door een park in Trier voor het eerst twee kilometer achter elkaar loopt en een heel kwartier hardlopend moet volmaken, ga ik de vlakke polderwegen op voor wat een klein stukkie is geworden en lekker rustig aan gaat. Zevens wil ik zien!
De hartslagbeperking staat op 136 en de tijd staat op 90 minuten, maar dan werk ik nog snel het laatste halve reepje naar binnen en neem water en een gelletje mee. Het zou dom zijn om te denken dat ik zo laat op de ochtend tegen lunchtijd aan op 1 bakje yoghurt en 1 ontbijtkoekje anderhalf uur zal kunnen lopen, ook al vind ik het niet zo lang. Ik ga maar eens onder de snelweg door, dat is inmiddels weer lang geleden. En dan hou ik de mogelijkheid open om terug over het onverharde pad in het Kotterbos te gaan. Geen idee hoeveel kilometer ik in zone 1 binnen 90 minuten kan halen, ik gok op 11 of 12.
De eerste kilometer gaat mooi in 7:03 en ik luister lekker naar de muziek. Elke lichte stijging wordt meteen door mijn horloge duidelijk gemaakt. Bij elke beweging om een foto te maken hoor ik gepiep van mijn rechterarm af komen.
Ik heb lange mouwen aan en een lange broek. Het is nog wel warm, maar ik denk dat ik het van dit tempo niet al te benauwd krijgt. Het lange fietspad op. Elke keer als ik wat snellere muziek op mijn koptelefoon kreeg, ging mijn hart te hard te keer. Ik was verbaasd te zien dat de derde kilometer al net onder de 7 minuten zat. Dat biedt perspectieven!De wegen zijn lang en recht en vlak. De lucht boven de wegen is blauw en de wolken zijn scherp wit. Heel even heb ik spijt van de lange mouwen, maar dan draai ik de lange weg op en ik denk dat ik wind mee heb, want ik ga aanzienlijk harder.
De tijden liggen rond de 6:50 en ik reken uit dat ik zo de 12 kilometer haal en dat 13 kilometer wel heel mooi zou zijn. Ik heb een fijn tempo en luister naar de muziek. Onderweg neem ik het kleverige gelletje. Dit is niet mijn merk. Het duurt ongeveer anderhalve kilometer voor de koolhydraten inkomen, maar ze kunnen niet voorkomen dat ik om half 1 trek krijg. Mijn buik weet best dat het etenstijd is. Maar mijn lijf moet het doen met 3 slokken water en nog een derde deel van de citrusgel die plakt.
Ik ga weer onder de snelweg door. Onderweg kom ik niemand tegen. Geen fietsers en al helemaal geen andere hardlopers of hondenuitlaters. Ik ga de Trekweg op en kom tot de conclusie dat ik nog prima door het Kotterbos kan gaan lopen! Ik heb tijd over en stel dat ik dadelijk echt naar het toilet moet, dan kan ik beter in het bos zijn! Ook al doe ik over de 10 kilometer ongeveer 70 minuten, ik geef er niet veel om. Ik kom in het bos en snuif de geur op van de herfst. Het tempo moet nu wel iets omlaag, maar ik geniet dan ook dubbel. Het is hier heerlijk! Ik krijg mails, SMSjes en app-berichten, maar ik laat ze allemaal even links liggen. Straks zal ik wel op alles en iedereen reageren. Ik hou de tijd scherp in de gaten en de afstand ook naarmate ik dichter bij huis kom. Ik durf absoluut niet meer al te veel van het schema af te wijken.
Dan belt de moeder van het kind waar Vincent speelt. Ik ben niet snel genoeg omdat ik in de knoop kom met een koptelefoon, maar alle alarmbellen gaan intern af. Ik bel meteen terug, maar krijg geen gehoor, ik hoor dat Vincent de voicemail inspreekt en dat doet mijn hartslag stijgen terwijl ik afdaal! Ik bel snel terug en Vincent heeft iets vervelends op school meegemaakt, wat hij aan me kwijt moet. Ik stel hem gerust dat ik niet boos ben. Ik kan lekker over de skeelerbaan verder lopen en voel al dat ik precies net wel of precies net niet tijdig thuis ben. Hier in de stad op woensdagmiddag moet ik vaak stoppen voor auto’s en andere medeweggebruikers. Ik kom op 12 kilometer en heb nog 5 en een halve minuut. Daar haal ik natuurlijk net de 13de kilometer niet in met deze hartslag. Ik heb even lak aan de hartslag en ga lekker iets harder, maar net binnen de grenzen. Als ik onder het station doorga heb ik 1 uur en 29 minuten gelopen en staat de teller op 12,6 kilometer. Die laatste 400 meter gaan er komen, al lukt dat niet in minder dan een minuut. Ik loop langs mijn huis en doe nog een extra rondje. Het buurjongetje snapt er niks van.
Na 1 uur en 31 minuten (dat is acceptabel) staan de 13 kilometer op de teller.Wie had er ooit gedacht dat ik 13 kilometer in anderhalf uur rennen goed zou vinden? Dat komt doordat de gemiddelde hartslag op 135 staat en de gemiddelde kilometertijd op 6:59. Ik vind het geweldig! Toen ik in zone 1 begon in december van vorig jaar haalde ik met heel veel moeite een hartslag van 138 bij een tempo van tegen de acht minuten. Ik heb het fundament zo stevig uitgebouwd dat mijn tempo inmiddels acceptabel is bij een lagere hartslag. Dat is een enorme winst. En die bevriende hardloper die 15 minuten achter elkaar door een mooie Duits park heeft gelopen, gaat dat uiteindelijk ook halen als hij in plaats van drie weken honderdtachtig weken bezig is!
Korte Blog van de Training
Donker. Trainster voor een snelle groep van 8 heren en 2 dames. Inlopen. Loopscholing in de regen, regenjas niet voor niks gehaald! Stukjes versnellen met lantaarnpalen. Rondje rennen met zijn allen, dan ieder het rondje iets sneller (maar ik ging al meteen net als de rest te snel) en dan nog een keer versnellen (wat wel lukte, maar ik kreeg er niet meer zoveel tijd af als de eerste keer). Kletsend deden wij dames 3:45 over het rondje van ruim 600 meter. Versnellen betekende dat ik het rondje in 2:58 kon doen. En toen nog wat sneller in 2:42: yeah een minuut eraf! Hoogtepuntje van de training. Brug nog op en af hollen na een stukje voedingstips aanhoren en dan nog maar eens een keer extra drie lantaarnpalen op tempo lopen. Ik hou de mannen redelijk bij. Redelijk. Maar voor mij gaat het snel genoeg met kilometertijden in de 4 minuten (12-13k/u). Nog een keer een paar stukken versnellen en ik mis de afslag voor de minder-snellen en probeer uit alle macht de heren die ruim 17 km/u rennen bij te houden. Leuk! Ik haal het “net” niet met mijn 16,7 kilometer per uur op de 200 meter. Terugdribbelen. Onder de bomen uitstrekken omdat het nog steeds regent. 9 kilometer. Mijn hartslagmeter sloeg op hol met hartslagen van 237! Het ging best weer goed.

