30 van almere

Ik schrijf elke keer een Wedstrijd evaluatie voor Merijn. Waarom zou ik de zaken dubbel doen? Dus hierbij de (soms aangepaste) versie.
Wedstrijd: 30 Van Almere -30km
Datum: 27 september 2015
Weersomstandigheden: Zonnig, weinig wind, koel
Doelstelling: 30 km op marathonhrf (150-155), laatste 5km versnellen, oefening eten
 
Voorbereiding (wedstrijddag)
Wat ging er goed? Alles lag klaar. Goed gegeten de avond van tevoren. Vroeg naar bed.
Wat kon er beter? Ik voelde me op 26september niet fit. Helemaal niet. Buikkrampen, moe, dik. Tijd van de maand.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Niks. Het is de vrouwelijke natuur zullen we maar zeggen.
Wat kan een ander voor mij doen? Het voedingsschema van Merijn (hoeveel gels/ eten avond tevoren/ ontbijt) werkte erg goed. Het was precies het houvast wat ik nodig had. Rob stuurde me op tijd naar bed.
Start
Wat ging er goed?  De zenuwen waren niet overheersend. Ik had slechts ‘geen zin’. Er zat wel wat vertrouwen in. De voorbereidingen waren perfect: alles lag en was klaar en op tijd.
Wat kon er beter? Toch was ik weer wat bang of ik wel 30km op marathonhartslag zou halen. De 1:45u eerder waren me zwaar gevallen. Het is toch anders als 35km.  Het viel me zwaar om zoveel te eten bij het ontbijt (3 boterhammen) en zo vroeg al (voor 8 uur) en dan nog een hele bidon sportdrank drinken.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Me overheen zetten en bedenken dat ik het doe voor mezelf en om het te halen. Een uitvlucht bedenken als in: ik kan na 15km altijd stoppen. Dat geeft me rust (terwijl ik weet dat ik het niet doe) Ik zeg tegen Manuel: ” Ik kan altijd stoppen na 1 rondje” ‘Dat doe je niet” zegt Manuel. Nee, hehe, dat weet ik ook wel, maar het idee dat het kan, maakte me rustiger.
Wat kan een ander voor mij doen? Ik zocht vlak voor de start naar medelopers en baalde dat ik ze niet vond. Waar waren Alex en Vera? Ik weet dat ik hun tempo aankan! Toen voelde ik me alsof ik alleen moest gaan lopen. Ik twijfel nog of ik met iemand mee ga lopen in Eindhoven.
Tijdens lopen
Wat ging er goed? Eten van gels ging goed. Ik kende de tijden gelukkig erg goed, want het voelen van de afspraak-tikjes op het horloge lukte niet goed. Elke 20 minuten stond een afspraak in mijn agenda die ik via mijn horloge binnen moest krijgen. Ik merkte erg goed dat de gel er 1 a 1,5 km over doet om ‘in te dalen’. Ik zou het in het begin niet nodig gevonden hebben als het niet móést! Na 20km dreigde ik het inderdaad te vergeten. Toen wilde ik het uitstellen, maar wederom was het ‘moeten’ sterker.
Kort wedstrijdverslagje: 
KM1-3 Inlopen. Ik ging te hard. Ik luisterde naar de mensen om me heen. Die ene ietwat volle meid die voluit tetterde dat ze haar PR ging verbeteren met deze tijden. Ze haalde me op de dijk in. Ik keek even om me heen en dacht: ik moet kalmer aan gaan doen. Maar de wind op de dijk (hoe weinig ook) verantwoord de iets hogere hartslag. Het is mooi hier, de zon is wat fel.
KM4-8 Drank overgeslagen. Eerste gel naar binnen gepropt. Ik kwam in een groepje te lopen. Dat is wel fijn. Het op 1 mei 1943 verongelukte vliegtuig-wrak is hier op de mast geschilderd. De piloot zal verdronken zijn. Ik zei niks en liep gewoon mee. Laat die dames me maar inhalen. Mijn hartslag blijft met 156+ te hoog. 
KM8-12 Ik ga met een man in een blauw shirt meelopen. Zijn tempo is heerlijk rond de 5:20. Pas na twee km vraag ik of hij zich aan me stoort, maar dat doet hij niet. Hij gaat in venetie de eerste marathon lopen. Ik onthoud zijn nummer: 661. Veel praten we niet. De hartslag blijft net te hoog. Ik moet nu langzamer gaan, want we zijn pas op een derde.  Het is best saai qua route: lang en recht. De eerste man en winnaar-in-spe zijn we al tegengekomen, die loopt 7 km op ons voor. 15km Lopers halen me soms ook in. 
KM12-16 Ik verlaat de veilige haven en het strakke tempo. Ik laat mijn tempo iets zakken en moet opnieuw zoeken. Ik kijk naar de huizen, straks mag ik hier versnellen. Ik haat het fietspad langs het spoor. Natuurlijk stop ik niet na 1 ronde! Het is wel rommelig rond de start-finish. De rust daarna is wel lekker. Eenzaam. De voetstappen onder de brug klinken alsof ik op de wii loop, maar dit is echt. 10EM onder de anderhalf uur. Ik word ingehaald. Voor nu oké. Mentaal een bruggetje, maar ik moet nu een lagere hartslag op gaan pikken.
KM17-22 Op de dijk loop ik met een stelletje mee wat me vraagt welke doorkomsttijd ik de eerste ronde had. Ik heb de klok totaal gemist en ben ontdaan! Ik loop op hartslag. Die te hoog ligt. Mijn tempo zwakt af. Hij zegt tegen haar: we gaan over 7 km harder. Ik heb moeite met uittellen wanneer dat dan is, maar het lijkt ook mijn plan. Zij stoppen om te drinken. Ik vind het saai en probeer de moed erin te houden met rekenen, maar het is lastig. De HM gaat binnen de twee uur. Een meneer die normaal bij Just Run flink doorloopt, geeft het op. Ik ben daar wederom ontdaan door. Je gaat toch gewoon niet wandelen, wat er ook gebeurt?! Ik moet nog een gel eten. Het is echt een kwestie van moeten. Ik ben niet meer zo gefocust. Mijn gedachten gaan alle kanten op: stel dat ik op de marathon elke km in 5:40 loop, hoe snel ga ik dan? He, dat is de mevrouw die haar PR ging verbeteren, ik haal haar zo in: te snel gestart. Terug naar de rekensom. Ik moet wel netjes mijn voeten op blijven tillen. Minuten gaan tellen 5 keer 4 en een beetje. Nee. Had ik maar muziek bij me. Even denken: 40 maal 5 minuten is 200 minuten. Voel ik een tikje op mijn pols, is het een mailtje: wat een slecht moment. Die vrijwilliger heeft het koud. 200 Minuten plus 40 halve minuten is 220 minuten. Het is best mooi hier. En die laatste twee kilometer daar tel ik er 12 minuten voor bij. Zo gaat het dan in mijn hoofd: het is een soepzootje.
KM22-25 Het stel komt bij me lopen: maar we zouden dadelijk toch pas versnellen? Ik ga me aan het verheugen op het tempo-maken. Zonder me zorgen te maken ga ik gewoon kijken wat ik kan, wat er nog inzit, waar het schip strand, hoe snel ik dat rot-fietspad nog over kan. Nu zijn mijn tijden gezakt naar 5:30-5:40. De hartslag ligt nu regelmatig onder de 154, dus dat is goed. De gemiddelde hartslag ligt op 158 tot hier. Daar ga ik me vanaf dadelijk geen zorgen meer om maken!
KM26: bij de waterpost ga ik versnellen. 2 Slokken en dan mag ik! De mevrouw die voor me loopt, ga ik inhalen. Ineens is de focus er. Het tempo is perfect, gemiep over de hartslag voorbij. “Gaat ie goed?” roept een mevrouw met een hondje “ja” het gaat uitstekend! Dit is erg prettig en ik zie wel hoe de volgende kilometers gaan. Volgende mevrouw inhalen. 5:25. TOP
KM27: Ik ga dit gewoon volhouden. 5:28 Deze gaat ook goed. Ik voel me goed. Dit kan ik. Verhip, dit lukt me! Bedankt mensen voor het vier keer supporteren.
KM28: De meneer van Venetie! Hij wandelt! Nee, wat erg! Ik voel me ver-schrik-kelijk als ik hem inhaal. Ik hoop dat hij kan aansluiten, maar ik besef dat hem dat niet lukt. Node ga ik toch maar verder. Ik kan nog meer mensen inhalen. Rotonde over, geen huizen te zien deze keer. Er wandelen meer mensen. Dan is inhalen niet leuk, het is geen kunst. Een stel wat me op de dijk inhaalde komt in zicht. 5:09 Ohnee! Roep ik uit. Nu wil ik de laatste twee km nog elke keer ietsje sneller. Zou dat nog kunnen?
KM29: Een man haalt me in en praat tegen me over mijn eindsprint. Hij doet hetzelfde, maar dan beter. Respect. Hij haalt het stel in en zij vragen: eindsprintje ingezet? Ik hoor ze alleen maar zeggen: “kijk nou” als ik ze inhaal. Ik haat dit fietspad! Ik haat Merijn met zijn stomme ideeën nog meer. Maar Merijn is er niet, dus ik kan niet tegen hem schreeuwen (fijn he Manuel, het ligt niet aan het gezelschap), dan neem ik de woede maar mee en stop het in mijn benen. Die blijven het maar doen! Aan de andere kant is de focus heel helder: ik doe dit niet omdat het van Merijn moet, ik doe dit omdat ik het zelf wil. 5:06 
KM30: ik moet en zal onder de 5 minuten komen. Focus. Strak. Geen water meer aannemen en dat laatste stukje loop ik ook wel met die stomme waterbelt. Muziek. Waar moet ik heen? Die uitleg kost kostbare seconden. Nog even Anke, nog even. Het gaat me niet om een eindtijd, ik mis weer de klok. Manuel staat al te wachten (natuurlijk) en dan zie ik Vincent. De eindsprint is formidabel. Ik heb de afgelopen 5 km zeker 10 tot 15 mensen ingehaald! Ik mis de laatste km-tijd. Finished in iets van 2:43. Trots ben ik. Moe, en vol trots.
Wat kon er beter? De hartslag was vaak te hoog. Tussen de 155 en 159. Terwijl het tempo prettig aanvoelde.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Tempo iets lager leggen mag en kan en daarmee komt de hartslag goed te liggen. Iets minder bezig zijn met straks-later in de wedstrijd-wat komt er nog.
Na de wedstrijd
Wat ging er goed? Wat was ik blij Rob en Vincent te zien!  Ik was onwijs trots over hoe ik het had gedaan. Trots dat ik nog kon versnellen. In dat gevoel ging ik mooi even op met die zware medaille om mijn nek.
Wat kon er beter? Ik had iets meer mogen drinken na de wedstrijd. Even uitstrechen had de directe spierpijn eraf gehaald.
Ik vroeg aan de mevrouw van het stelletje hoe het ging en ze was blij en tevreden. Gaan zij ook in Venetie lopen! Voor de eerste keer! Ze is zeker twintig jaar jonger dan ik, dus ze gaat het redden. Meneer nummer 661 kwam toen pas binnen. 
Tactiek
Wat ging er goed? Ik had het tempo de hele tijd in de hand. De eerste kilometers beschouwde ik als inlopen (beetje hard, maar goed, dat nam ik ook maar mee) De laatste 5 kilometer genoot ik van het versnellen. Mijn benen en mijn lijf bleven volgen. Het was dapper van me om na 11 of 12 km te besluiten de man met het heerlijke 5:20-tempo te lossen en zelf iets langzamer te gaan om te ‘sparen’ voor de laatste kilometers. Ik had het gevoel dat ik het de hele tijd in de hand had.
Wat kon er beter? Ik moet me niet uit het veld laten slaan als een ander die ik hoger inschat gaat wandelen. Dat bracht me tot 2 keer toe uit evenwicht. Ik bleef mijn eigen ding doen met een beetje schuldgevoel en liep hard verder.    Ik blijf het moeilijk vinden mijn eigen tempo te bepalen en vast te houden, maar ik denk dat het ligt op 5:37 om precies te zijn. Dat hield ik kilometerslang in mijn eentje stipt vast.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Het gevoel alles in eigen hand te hebben moet ik koste wat kost vasthouden. Ik moet de marathon in de kleine stukken opdelen, anders wordt het te onoverzichtelijk. Ik moet rekensommen bedenken voor onderweg: die houden me kilometerslang bezig. En liever rekensommen die niet gaan over hoe-lang-ik-nog-onderweg-ben! 😉
Wat kan een ander voor mij doen? Zorgen dat ik die gels blijf nemen en op tijd bij de hand heb, zonder dat ik me verwond aan de belt. Te hoge verwachtingen moeten nu getemperd worden om teleurstellingen te voorkomen. Ik moet een heel goed en strak te volgen plan hebben, dan heb ik een houvast.
Coaching
Wat ging er goed? Het voedingsplan was uitmuntend. Ik heb er veel van geleerd en er veel vertrouwen van gekregen.
Wat kon er beter? Er is op dit moment geen betere manier om het vertrouwen te krijgen. De balans tussen wat ik ‘moet’ doen (bijv. de laatste 5km versnellen) en wat ik zelf nog zou willen (dat is dan écht niet de laatste 5km versnellen) is nu heel erg goed. Ik had het zelf niet gedurfd of gedaan, dat versnellen, maar in km28 dacht ik wel dat ik hier niemand de schuld van kon geven omdat ik het zelf deed. Ik wilde het aan de ene kant uitschreeuwen: ‘Merijn ik háát je om dit idiote idee om te versnellen,’ terwijl ik aan de andere kant realistisch bedacht dat íkzelf en niemand anders het toch aan het uitvoeren was en dat het me uitstekend beviel. Ikzelf en niemand anders vatte het plan op om binnen die 5km ook nog elke km te versnellen tot het einde.
Enige weken geleden had ik niet gedacht 25km in 5:45 te kunnen lopen bij de trainingsloop in Amsterdam, nu loop ik 30km in 5:30. En ik besef dat na de 30km de wedstrijd pas begint, dus dat een marathon ook een andere indeling vergt; dat heb ik ergens tijdens de 35km-training geleerd.
Voeding
Wat ging er goed? Ontbijten met 3 boterhammen met boter en appelstroop, vooraf energydrank drinken. Ik heb de reep 1,5 uur vooraf vervangen door een banaan; ik zat zo vol. Voor de wedstrijd een halve gel gegeten en de avond van tevoren macaroni met roerbakgroente. Ik vond het veel. Maar het was genoeg blijkbaar, want ik had geen trek onderweg en dat is lang geleden!
Wat kon er beter? Het eet-nu-1/3de-gel-schema onderweg valt in de wedstrijd een beetje weg. Ik voel het horloge niet tikken, maar ik kende de tijden. De belt om me heen met water en gels werkt niet goed, het hindert me.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Ik moet me aan het schema houden. De tijden op het horloge in de gaten houden, de hartslag op de garmin en met meer moet ik niet bezig zijn.
Overig
Wat ging er goed? Dat gevoel dat ik het de hele tijd in de hand had was erg prettig. Als ik dit kan op die ene dag in de maand dat je het beste in bed kunt blijven liggen, dan moet het goedkomen. Het versnellen leverde me erg veel vertrouwen op. Ik kan de hartslag dus best iets hoger leggen. Deze wedstrijd heeft me veel geleerd over wedstrijd-indeling, voeding en planning.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Blijven beseffen dat de marathon pas ná 30km begint. 
Is je doelstelling gehaald? Jep. Weer ‘s.
Wat was hierin bepalend? De voeding moest op orde komen en ik moest weten hoe ver ik kon gaan en zelfvertrouwen opbouwen met de versnelling. De HRF lag na 25km op 158, iets te hoog eigenlijk, maar ik was niet te moe. Als de hrf op 154 of lager lag voelde het tempo wat geremd aan. 156-158 was een perfecte hartslag, op de dijk neigend naar 158, onder de bomen naar 156.
Voeding was helemaal goed onder controle nu. Wat een verschil.
Wat zou je volgende keer anders doen? Zonder waterbelt lopen.
Waar ben je trots op? Die spectaculaire versnellling aan het einde! Wow! Km25 in 5:39/km26 in 5:25/km27 in 5:28/km28 in 5:09/km29 in 5:06 en dan welbewust die laatste km onder de 5min willen komen! En dat lukte nog ook (4:56). Dat was een hele andere afsluiting als van de 35km een week eerder.
De puntjes staan op de i. Nu de i nog in de marathon zetten. i ‘m ready.
Wat een verschil met de tien km die ik vorig jaar hier in Poort liep. Nu geen gouden medaille, maar wél een gouden randje. Ik was tiende van de 33 40+dames. Het ging niet om de tijd. 

Categories: Uncategorized | Comments Off on 30 van almere

Zaanstad met autosleutels

Een overvolle dag die er om schreeuwt om het hardlopen te schrappen: post bezorgen, een vriendin naar Zaandam rijden, een kind met een vrije middag. Wanneer moet ik dat half uurtje inpassen?! Ik ben zo wijs om het programma met de hartslagzones over tussendoor in mijn horloge te zetten en neem mijn hardloopkleding gewoon mee richting Zaanstad. We rijden van hot naar her en ik zie een hardloper door de wijk waar wij in moeten. De gesprekken van mijn vriendin volgen elkaar op. Dan heb ik ineens een drie kwartier over. Ik kleed me in de auto snel om. Een nieuw gebied, ik verheug me erop! Ik hou de autosleutels vast in mijn hand. Dat is niets voor mij, maar het werkt wel goed!
Eerst zone 1 en al snel sta ik tussen uitgestrekte velden en industrie op de achtergrond. Erboven hollandse lucht: grote witte wolken, scherp afgetekende kleuren. Ik vind een fietspad en zie wel waar ik uitkom. Ik ben er klaar voor en ga breeduit lachend door naar zone 2. Ik kom langs de Belt: een grote berg aan de rand van het stedelijk gebied. Dan mag ik 1 minuut door naar zone 4 en ik ga hard, 15 kilometer per uur. In 30 seconden zit ik op de goede hartslag en die hou ik nog 30 seconden vol. Ik moet lachen om de ROCers die een rolstoel de Belt op proberen te duwen. Dan moet ik 1 minuut wandelen om terug in zone 1 te komen en de laatste 30 seconden kan ik een slome looppas afleggen. Ik ben in de stad, langs een saaie drukke weg. Zone 4 voor 2 minuten. Ik zet gemakkelijk weer aan en zoef langs de drukke weg en de molen. Verdomd leuk, zo’n molen in Zaanstad. Maar ik ga te hard om een foto te maken. Mijn schoenveter gaat los. Gelukkig heb ik twee minuten na zone 4 om te strikken en neem ik een rustige looppas aan. Zal ik teruggaan naar de molen? Dit stuk langs de drukke weg en het spoor is niet echt inspirerend.
Als ik besloten heb om te keren, blijkt dat ik nog een keer in zone 4 moet komen voor twee minuten. Dat is even schrikken, maar ik zet aan en bedenk dat ik zo lekker snel bij de molen terug ben! Dan mag ik gaan uitlopen in zone 2 voor 5 heerlijk lange minuten. Ik fotografeer de molen en mezelf erbij en ga eens bedenken hoe ik terug bij mijn auto kom. Gelukkig laten mijn richtingsgevoel en de kaartsoftware op de telefoon me niet in de steek en wijzen ze eensgezind dezelfde kant op. Ik loop lekker door de wijk en ben binnen 5 minuten weer bijna terug. Ik mag nog 5 minuten zone 1 door om af te koelen. Dit is een doodgewone wijk: hofjes, huizen, bussen, hekjes. Als ik de rand van de wijk weer gevonden heb, zie ik de hardloper die me inspireerde tegemoet komen lopen met net zo’n bezweet hoofd als ik zelf heb. Ik ben na 35 minuten rond en zit net in de auto mijn schoenen uit te trekken als m’n vriendin klaar is met haar gesprekken. De route naar huis duurt 3 keer zolang door de file en al snel moet ik doorrazen met de andere dingen. Het maakt de dag niet leuker of gemakkelijker, maar met een half uurtje rennen door het onbekende is mijn dag gered!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Zaanstad met autosleutels

De Lange Rechte Polderwegen

Vanmorgen vroeg ik me af of de trainer echt boos was of dat hij nu echt ziek was, omdat mijn nieuwe en belangrijke schema niet komt. Maar zijn vrouw was ziek en daardoor had hij twee knulletjes om zich heen en daarom was het schema nog niet af. Het is overal hetzelfde!

Holland op zijn best


Maar ik mocht anderhalf uur gaan hardlopen in zone 1 – lekker rustig aan doen. Ik mocht zelf kiezen off of on road. Op een woensdagochtend wordt dat al snel onroad over het asfalt, want ook al gaat het kind ergens spelen, toch lijkt de tijd kort. En wat is nou anderhalf uur? Dat lijkt amper lang. Terwijl een beginnende loopkennis door een park in Trier voor het eerst twee kilometer achter elkaar loopt en een heel kwartier hardlopend moet volmaken, ga ik de vlakke polderwegen op voor wat een klein stukkie is geworden en lekker rustig aan gaat. Zevens wil ik zien!
De hartslagbeperking staat op 136 en de tijd staat op 90 minuten, maar dan werk ik nog snel het laatste halve reepje naar binnen en neem water en een gelletje mee. Het zou dom zijn om te denken dat ik zo laat op de ochtend tegen lunchtijd aan op 1 bakje yoghurt en 1 ontbijtkoekje anderhalf uur zal kunnen lopen, ook al vind ik het niet zo lang. Ik ga maar eens onder de snelweg door, dat is inmiddels weer lang geleden. En dan hou ik de mogelijkheid open om terug over het onverharde pad in het Kotterbos te gaan. Geen idee hoeveel kilometer ik in zone 1 binnen 90 minuten kan halen, ik gok op 11 of 12.
De eerste kilometer gaat mooi in 7:03 en ik luister lekker naar de muziek. Elke lichte stijging wordt meteen door mijn horloge duidelijk gemaakt. Bij elke beweging om een foto te maken hoor ik gepiep van mijn rechterarm af komen. Ik heb lange mouwen aan en een lange broek. Het is nog wel warm, maar ik denk dat ik het van dit tempo niet al te benauwd krijgt. Het lange fietspad op. Elke keer als ik wat snellere muziek op mijn koptelefoon kreeg, ging mijn hart te hard te keer. Ik was verbaasd te zien dat de derde kilometer al net onder de 7 minuten zat. Dat biedt perspectieven!
De wegen zijn lang en recht en vlak. De lucht boven de wegen is blauw en de wolken zijn scherp wit. Heel even heb ik spijt van de lange mouwen, maar dan draai ik de lange weg op en ik denk dat ik wind mee heb, want ik ga aanzienlijk harder. De tijden liggen rond de 6:50 en ik reken uit dat ik zo de 12 kilometer haal en dat 13 kilometer wel heel mooi zou zijn. Ik heb een fijn tempo en luister naar de muziek. Onderweg neem ik het kleverige gelletje. Dit is niet mijn merk. Het duurt ongeveer anderhalve kilometer voor de koolhydraten inkomen, maar ze kunnen niet voorkomen dat ik om half 1 trek krijg. Mijn buik weet best dat het etenstijd is. Maar mijn lijf moet het doen met 3 slokken water en nog een derde deel van de citrusgel die plakt.
Ik ga weer onder de snelweg door. Onderweg kom ik niemand tegen. Geen fietsers en al helemaal geen andere hardlopers of hondenuitlaters. Ik ga de Trekweg op en kom tot de conclusie dat ik nog prima door het Kotterbos kan gaan lopen! Ik heb tijd over en stel dat ik dadelijk echt naar het toilet moet, dan kan ik beter in het bos zijn! Ook al doe ik over de 10 kilometer ongeveer 70 minuten, ik geef er niet veel om. Ik kom in het bos en snuif de geur op van de herfst. Het tempo moet nu wel iets omlaag, maar ik geniet dan ook dubbel. Het is hier heerlijk! Ik krijg mails, SMSjes en app-berichten, maar ik laat ze allemaal even links liggen. Straks zal ik wel op alles en iedereen reageren. Ik hou de tijd scherp in de gaten en de afstand ook naarmate ik dichter bij huis kom. Ik durf absoluut niet meer al te veel van het schema af te wijken.
Dan belt de moeder van het kind waar Vincent speelt. Ik ben niet snel genoeg omdat ik in de knoop kom met een koptelefoon, maar alle alarmbellen gaan intern af. Ik bel meteen terug, maar krijg geen gehoor, ik hoor dat Vincent de voicemail inspreekt en dat doet mijn hartslag stijgen terwijl ik afdaal! Ik bel snel terug en Vincent heeft iets vervelends op school meegemaakt, wat hij aan me kwijt moet. Ik stel hem gerust dat ik niet boos ben. Ik kan lekker over de skeelerbaan verder lopen en voel al dat ik precies net wel of precies net niet tijdig thuis ben. Hier in de stad op woensdagmiddag moet ik vaak stoppen voor auto’s en andere medeweggebruikers. Ik kom op 12 kilometer en heb nog 5 en een halve minuut. Daar haal ik natuurlijk net de 13de kilometer niet in met deze hartslag. Ik heb even lak aan de hartslag en ga lekker iets harder, maar net binnen de grenzen. Als ik onder het station doorga heb ik 1 uur en 29 minuten gelopen en staat de teller op 12,6 kilometer. Die laatste 400 meter gaan er komen, al lukt dat niet in minder dan een minuut. Ik loop langs mijn huis en doe nog een extra rondje. Het buurjongetje snapt er niks van. Na 1 uur en 31 minuten (dat is acceptabel) staan de 13 kilometer op de teller.
Wie had er ooit gedacht dat ik 13 kilometer in anderhalf uur rennen goed zou vinden? Dat komt doordat de gemiddelde hartslag op 135 staat en de gemiddelde kilometertijd op 6:59. Ik vind het geweldig! Toen ik in zone 1 begon in december van vorig jaar haalde ik met heel veel moeite een hartslag van 138 bij een tempo van tegen de acht minuten. Ik heb het fundament zo stevig uitgebouwd dat mijn tempo inmiddels acceptabel is bij een lagere hartslag. Dat is een enorme winst. En die bevriende hardloper die 15 minuten achter elkaar door een mooie Duits park heeft gelopen, gaat dat uiteindelijk ook halen als hij in plaats van drie weken honderdtachtig weken bezig is!

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Lange Rechte Polderwegen

Korte Blog van de Training

Donker. Trainster voor een snelle groep van 8 heren en 2 dames. Inlopen. Loopscholing in de regen, regenjas niet voor niks gehaald! Stukjes versnellen met lantaarnpalen. Rondje rennen met zijn allen, dan ieder het rondje iets sneller (maar ik ging al meteen net als de rest te snel) en dan nog een keer versnellen (wat wel lukte, maar ik kreeg er niet meer zoveel tijd af als de eerste keer). Kletsend deden wij dames 3:45 over het rondje van ruim 600 meter. Versnellen betekende dat ik het rondje in 2:58 kon doen. En toen nog wat sneller in 2:42: yeah een minuut eraf! Hoogtepuntje van de training. Brug nog op en af hollen na een stukje voedingstips aanhoren en dan nog maar eens een keer extra drie lantaarnpalen op tempo lopen. Ik hou de mannen redelijk bij. Redelijk. Maar voor mij gaat het snel genoeg met kilometertijden in de 4 minuten (12-13k/u). Nog een keer een paar stukken versnellen en ik mis de afslag voor de minder-snellen en probeer uit alle macht de heren die ruim 17 km/u rennen bij te houden. Leuk! Ik haal het “net” niet met mijn 16,7 kilometer per uur op de 200 meter. Terugdribbelen. Onder de bomen uitstrekken omdat het nog steeds regent. 9 kilometer. Mijn hartslagmeter sloeg op hol met hartslagen van 237! Het ging best weer goed.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Korte Blog van de Training

Hoi Manuel!
 
Je moet je absoluut geen zorgen maken hoor, en voel je vooral absoluut niet schuldig omdat ik woedend tegen je uitviel dat het jouw idee was en dat álles me irriteerde en ik ook het gezelschap aan de kaak stelde. Ik was zo tussen de 26 en 28 kilometer te sacherijnig en onhebbelijk om daar enige waarde aan te hechten! Integendeel: ik ergerde me nog het meest aan het feit dat ik niks had om me aan te ergeren: de zon scheen prachtig, het uitzicht over het water was mooi en in mijn eentje had ik daar toch echt nooit meer aan hardlopen gedaan terwijl ik ook nog eens nergens pijn had. Laat ik het niet hebben over het tempo waarover ik ook al niet ontevreden kon zijn. Er zat toen gewoon erg veel woede in mij op dat moment en het was wel prettig om tegen je te kunnen snauwen en daarover te kunnen lachen terwijl je er een blackbox van maakte en probeerde te achterhalen wat er nou mis was. En dat was al de derde blackbox* van de dag, maar deze had geen oplossing. Tenzij het was om een paar kilometer flink door te lopen en de ergernis eruit te rennen. Dat lukte zeker 2 kilometer wonderwel. Volkomen bewust voerde ik het tempo op. Ik ergerde me natuurlijk ook dat je op je horloge bleef kijken en verder niks zei en nogal moeiteloos gewoon mee ging in het hogere tempo. En even later was het op en had ik je nog veel en veel harder nodig. Je hebt me helemaal tot aan het Oostvaarderscentrum meegetrokken, zelfs een stuk letterlijk! En daar ben ik zo blij mee! Ik was langs de kant gaan zitten als ik alleen was geweest en had niet eens meer de kracht gehad om iemand te bellen om me te komen halen. Er zat toen geen greintje kracht meer in me. Zelfs ‘ja’ knikken voor water, was eigenlijk te zwaar. Dat je naast me bleef voortgaan, hoe sloompjes ook, en dat je er amper bij kon maakte samen met mijn ijzeren wil dat we het hele rondje Oostvaardersplassen hebben gerend. Voel je niet schuldig dat ik me moest bewijzen, maar wees trots op jezelf dat je het probeerde te begrijpen en dat je bij me bleef om me net dat beetje kracht te geven door te gaan. Door jouw ben ik niet gestopt en samen hebben we 35 -VIJFENDERTIG- kilometer gelopen! Ik had alleen kunnen stoppen en gaan wandelen omdat ik wist dat jij de hele ronde zou uitrennen, maar doordat jij erbij was heb ik dat niet gedaan en dat vind ik zeer waardevol. Jammer dat ik zelfs de kracht niet had om je duidelijk te maken hoe slap, krachteloos en uitgeput ik was. Niet alleen het tempo vertraagde naar een kilometertijd boven de 7 minuten -wat ik nog oerzwaar vond, maar mijn hele gedachten vertraagden en alles voelde aan als een dikke mist. Denken en praten was er niet meer bij en enige actie ondernemen kon ik ook niet meer. Ik dacht alleen maar: nog even Anke, nog even, nog eeeven, nog eeeeveeeen, noooog eeevvveeeen….
 
*Terug naar de blackbox: onze lezertjes weten vast niet wat dat is, dus leg ik het ze even uit. In een virtuele blackbox stop je iets in en er staat een virtuele toegangs-regel op. Sommige dingen kunnen er volgens die regel wel in en andere niet en je moet achterhalen wat de regel is. Jij had een goeie dat er ‘op de blackbox stond’ dat het moest kunnen drijven of zwemmen. Dus past een auto er niet in, maar een kikker wel. Ik vraag je dan: kunnen er boten in en jij zegt ja en ik vraag of er een vliegtuig in kan en je zegt nee, ik vraag of jij er in kunt (ja) en of ik er in kan (ook). Ik had de moeilijke regel verzonnen dat door middel van energie iets moest kunnen bewegen en de hele Knardijk van de 13de tot de 20ste kilometer is zo voorbij gevlogen. Zonder moeite ongemerkt onder de voeten doorgegaan. Hoe had ik dat zonder je gezelschap moeten doen?! Dan was ik me zorgen gaan maken dat ik te langzaam ging en hoe ver het nog was. Nu was ik bezig een blackbox te vullen terwijl we voortrenden. Een halve marathon, daar deden we 2 uur en 8 minuten over, zo meldde jij, maar mij deed het niets; ik vond het hooguit niet snel genoeg.
We waren de helft dus al over voor we die eindeloze dijk op gingen. En eindeloos was het, ondanks de theezakjes! Op de theezakjes staan tegenwoordig open vragen zoals bijvoorbeeld: wat wil je nog doen in je leven wat je nog nooit hebt gedaan? Toen ik het zwaar en vervelend begon te vinden op de dijk, zijn we die vragen gaan beantwoorden en dat leidde perfect af. Iets anders om over na te denken. En jij mocht lekker praten, terwijl ik het tempo zo goed mogelijk vasthield. Klein verschil tussen ons: ik vond het na 23 kilometer een hele kluif worden en jij loopt nog vrolijk te kletsen alsof het niks is. Nu weet ik dat je de maanlanding had willen zien en een optreden van Genesis en dat we allebei nog wel eens op een niet slapende vulkaan willen staan.
 
Bedankt voor het inzicht dat je me hebt gegeven om de hele route in kleine stukjes op te delen. Niet in kilometers, maar in: tot de berg, tot de inham (die lang op zich liet wachten) of iets anders kleins wat bet dichtbij was. Ikzelf had de route in 5 stages opgedeeld: Kotterbos – inlopen, tot de sluizen – hoger tempo lopen, Knardijk – daar had ik nog niks over bedacht, Oostvaardersdijk en langs onze kant van de Oostvaardersplassen, dan wilde ik het tempo nog opvoeren en die laatste 4 kilometer harder lopen (maar dat liep dus anders!). We gingen inderdaad het Kotterbos ‘rustig’ door met tijden van 6:10 de kilometer. Door de regen waarvan je drie keer zei dat het de laatste bui was. Je hebt in elk geval 1 keer gelijk gehad! En die buien waren beter als de zon, al lag dat grotendeels aan mijn bui en niet aan de zon. Verbaasde het je dat ik het tempo opvoerde na het Kotterbos? Je hebt er niks van gezegd en dat was prima hoor. Ik deed het welbewust en was ontzettend trots dat ik die macht had over mijn lichaam om sneller te kunnen gaan als ik dat wilde. Ik vond het cool dat we toen kilometerslang elke keer onder de 6 minuten zaten. Vet dat je gewoon meeliep zeg. Ik was namelijk niet verkouden en jij wel. Ondertussen waren we aan het kletsen over vanalles: andere hardlopers en hun schema’s (voornamelijk), familieperikelen en de laatste Runners World. 1 Van de onderwerpen was, dat we misschien toch beter kunnen gaan vissen als sport! Toen leek het grappig en was er niks leukers dan hardlopen, maar aan de andere kant van de Oostvaardersplassen toen ik zo leeg en op was, heb ik het serieus overwogen. Toen ik niet eens meer de kracht had om iets te zeggen. Het was tot de sluizen net als over de Knardijk: ik keek naar de kilometertijden, maar hoe ver we waren en hoe ver het nog was, dat liet me helemaal koud. Was jij daar mee bezig? Ben je daar niet veel meer mee bezig wanneer je alleen bent? Ik wel. Juist het ontbreken van die druk maakte je gezelschap erg plezierig en het rennen zorgeloos.
 
Ik vond het heerlijk weer: de regen aan het begin en net als je dan opgedroogd bent, dat het weer gaat regenen en de bewolking de hele tijd. Ik had geen spijt van mijn regenjasje. Heb jij het niet koud gehad? Ik had ook nog een rugzak om namelijk die me warm hield. Heb je je geergerd aan mijn rugzakje? Het maakt namelijk wel iets meer herrie. Maar goed, ik kon er alles in meenemen. Ik zal ‘m wel een keer beter laten zien als we geen hardlooptempo aanhouden. In het begin hield ik me best goed aan het eten en al snel begon ik aan de dextro’s. Ik had de halve gel al op voor de sluizen en op de Knardijk ofzo heb ik de gel opgegeten. Ik heb zelfs een halve reep opgegeten en dat was best smakelijk en viel me niet tegen. Maar blijkbaar was het toch te laat, want ik kon de man met de hamer niet vermijden. Ziedaar absoluut een taak voor jouw: je hebt gelijk dat je meteen als je naast me komt lopen in Eindhoven moet beginnen over het nemen van voeding. Dan mag je net zo bot reageren als ik op de dijk deed en het snauwen terugbetalen! Want dat heb ik, of beter, hebben we allebei geleerd vandaag: ik zal meer moeten eten. In vergelijking met jouw 4 boterhammen is mijn bakje yoghurt en mijn ontbijtkoekjes ook wel erg karig.
 
Nu heb ik er een beetje spierpijn aan over gehouden en 1 blauwe plek op mijn onderarm (geen idee hoe die daar komt) en 1 ernstig blauwe teennagel, maar hé, kleinigheden! We hebben het hele rondje Oostvaardersplassen gedaan en 35 kilometer in 3 uur en 38 minuten is niet echt langzaam. Twee jaar geleden deed ik er alleen nog dik 25 minuten langer over (en dat was maar 1 kilometer meer). Toen was er geen enkele kilometertijd die met een 5 begon en lag mijn gemiddelde hartslag 4 slagen hoger ook nog, terwijl mijn hartslagmeter ergens onderweg vandaag op hol sloeg en mijn hartslag deed alsof tie op 230 lag. Er is dus alle reden om trots te zijn voor ons beide. Voor ik ‘instorte’ lag de gemiddelde kilometertijd op 6:04 en dat is echt wel keurig zeg. Mijn weektotaal is nog nooit zo hoog geweest met 72 kilometer in een week. Helaas mag ik niet uitdribbelen van Merijn om er 75 kilometer van te maken getuige zijn appje: [19-9-2015, 15:27] anke: “Niet boos worden… Het waren 35km de Oostvaardersplassen rond. Dat lukte niet in drie uur! (3:37) Het ging zeker 32km loeigoed, maar de laatste 3km kwam ik de Buste in silhouet met de Hamer tegen. Gem hrf 150. Morgen uitdribbelen? Goed weekend! Anke” Merijn: Morgen uit fietsen lijkt mij beterGezichtje met angstschreeuw ik dacht: ik ben ‘m voor… Ik ga nu even goed naar hem luisteren, want tegenover Merijn schaam ik me nog het meest, die vond alles boven de 3 uur ‘niet nodig’. Ik denk dat hij gelijk zou kunnen hebben, gezien de hersteltijd, maar ik heb er nu wel veel meer van geleerd, zeker over het nemen van voeding onderweg en hoe die hamerknakker ook al weer aanvoelde en dat ik die in Eindhoven niet wil te zien!
 
Dankjewel Manuel; voor het gezelschap, de gezelligheid, de regen, de blackbox, je gekwebbel over naar welke dag in de geschiedenis je terug wilt gaan, het opdelen-principe, je zwijgen, het voortslepen, de foto’s en vooral het meelopen: op alle tempo’s tot en met het uitwandelen aan toe. Dankjewel dat je me 35 kilometer hebt meegenomen, dat was een goed idee. Een heel goed idee.
En dank je voor het meeschrijven aan de blog, hoewel jij liever nog 7 kilometer extra zou hebben gelopen in plaats van te moeten schrijven!
Ik heb een paar belangrijke grenzen verlegd en als daar gevolgen aan vast zitten (maar het lijkt erop van niet), dan zal ik ze jouw zeker niet aanrekenen! Het enige waar je schuldig aan bent is aan een fantastisch complete zaterdagochtend. 35 Kilometer Bedankt.
Anke
 
PS Jammer dat je niet gewonnen hebt: we hadden een gokspelletje voor we gingen rennen: Hoeveel hardlopers gaan we tegenkomen als wij aan het hardlopen zijn? Jij dacht 4, ik dacht 6 en het was er…. Één. Je zat er dichter bij dan ik, maar we hebben dat spel allebei verloren.
 
====================================
Hallo Anke,
Ik kan er nu echt niet aan ontkomen om een antwoord te schrijven over de 35 km die we zaterdag hebben afgelegd.
Laat ik bij het begin beginnen. Twee jaar geleden liep jij het rondje Oostvaardersplassen ook al een keer. En vanaf het moment dat je het vertelde nestelde het idee zich in mijn hoofd. Vorig jaar kwam het er niet van maar dit jaar was ik zeker van plan om het te gaan doen. Zeker toen jij zei dat je mee zou lopen. Want alleen zag er toch wel tegenop. Vooral het lange stuk over de Oostvaardersdijk. Nadat de datum was vastgesteld verheugde ik me er erg op. Een week lang checkte ik elke dag de weersverwachting, en die werd beter en beter.
Maar toch knaagde er iets…IK had als doel om 35 kilometer te gaan rennen. Dat paste in mijn schema en was gezien de vorige lange afstanden (30 km) ook een logische stap. Maar JIJ mocht ‘maar’ 3 uur. Dat past dus nooit. En dat feit heb ik onbewust weggestopt. Ik moest er niet aan denken dat ik het hele stuk in mijn uppie moest lopen.

Deze paarden kwamen we tegen. Samen met een 'wilde' kat de enige dieren we onderweg hebben gespot.


Toen we op zaterdagochtend vertrokken regende het. Dat was dus eigenlijk niet de bedoeling. Gelukkig was het niet koud en waaide het amper. Daarom was het prima vol te houden. Het eerste stuk is bekend van alle korte loopjes in de buurt, maar als begin van een hele lange run kijk je toch heel anders tegen je omgeving aan. Het tempo is prettig: zo rond de 6 minuten per kilometer. Ik merk echt wel dat je het tempo graag vrij hoog houdt: is dat om niet te ver boven de drie uur uit te komen? Voor we het weten zijn we op de Knardijk. Omdat we daar het black box spelletje spelen gaat die als in een waas voorbij. Ik heb dus het oversteken van de weg en het bezoekerscentrum compleet gemist! Ik keek nog uit naar de ingang van het centrum toen we er al lang voorbij waren. Black box is echt een geweldige remedie tegen lange afstand loop saaiheid!
En toen draaiden we de Oostvaardersdijk op. Hier had ik tegenop gezien. En het viel inderdaad niet mee. Maar niet op de manier die ik verwacht had…
Het eerste stuk ging nog prima. Maar na driekwart van de dijk te hebben vertelde je plotseling dat je enorm sacherijnig was. Dat kon ik helemaal niet plaatsen. Lag het aan mij? Was je mijn geklets zat? Je vond het zakje gedroogde vruchten waaruit ik at irritant. En ook het kijken op het horloge. Ik nam me voor om er niet te veel op te reageren en gewoon zwijgend door te rennen. Ik zou het later wel horen. Ik zag wel aan je dat je het moeilijk had en maakte me een beetje zorgen. Het was nog een behoorlijk stuk. Aan het einde van de dijk ontdooide je een beetje en stelde je voor om het laatste stuk langzamer te lopen. We hadden tot dan toe 6:04 minuut per kilometer gelopen. Dat was eigenlijk sneller dan dat ik van plan was geweest. Ik vond het daarom een prima idee. Op het fietspad door de Oostvaardersplassen merkte ik dat je het zwaarder en zwaarder kreeg. En op een bepaald punt zei je dat je helemaal leeg was. Dit was het moment dat ik besloot dat ik in ieder geval bij je zou blijven. Of je nou ging stilstaan, wandelen of zou doorrennen. Het maakte me toen niet meer uit of ik nou 35 kilometer of minder zou rennen. Aan alles was te merken dat je het heel zwaar had. Je had de kracht om het tot het Oostvaardercentrum vol te houden. Je wist zelfs nog een sprintje te trekken over de laatste 50 meter! Ik had toen nog wel energie over maar mijn spieren protesteerde heel erg toen ik je achterna moest.
Het rondje was nu voltooid. De 35.200 meter afgelegd. Ik was aan de ene kant heel tevreden en opgetogen. Maar aan de andere kant was ik ook bezorgd over jouw toestand en voelde me schuldig dat ik je meegetrokken (letterlijk en figuurlijk) heb. Gelukkig had je na een paar minuten zitten en een dextrootje en wat water weer genoeg energie om naar huis te wandelen.
Ik geloof dat ik nog niet al je vragen opmerkingen beantwoord heb:
– Nee ik heb me niet geërgerd aan je rugzakje. Maar ik heb me wel verbaasd dat jij het niet irritant vindt om het rugzakje best vaak te moeten afdoen om er iets eetbaars uit te halen.
– Ik heb het niet koud gehad behalve in de eerste twee kilometer (maar wat is dat nu op totaal 35 km?)
Dankjewel voor alle dankbetuigingen. Maar ik wil ook jou bedanken! Voor de gezelligheid (behalve dat kleine stukje dan 😉 ) en de black boxen. Voor het idee en het meelopen. Voor de stok achter de deur om vroeg op te staan. Hopelijk volgen er nog veel gezamenlijke trainingen, met alle ups- en downs. Dat hoort erbij.
Groeten van je loopmaatje
P.S. Je hoeft je tegenover mij nergens over te schamen of verontschuldigen! Als we elkaar alleen in beste doen willen meemaken dan moeten we niet samen gaan rennen. Maar alleen bij elkaar op theevisite komen :-).
==================================
Volgende keer gaan we vissen! 😀

Categories: Uncategorized | Comments Off on

De Buitenplaatsen van 's Graveland

Onverhard, stond op het schema. In de herkansing: eerst een uur in zone1 en daarna een uur in zone2. Dus ik zocht en vond een route van natuurmonumenten in ‘s Graveland, bij Hilversum. Aangegeven met gele markeringen. 17 Kilometer lang. Dus om 9 uur stond ik voor de dichte deur van het gebouw en een vrij toilet was er niet te vinden. Die had ik wel even nodig! De zon piepte tussen de wolken door en ‘s Graveland kreeg op deze regenachtige en herfstige dag een gouden randje. Ik besloot onderweg uit te kijken naar een ‘toilet’. Langs statige, grote huizen over brede lanen. De route was prima te volgen. Ik kwam langs tuinhuisjes, over glooiende gazons en langs prachtige doorkijkjes. En hoewel het vroeg was, bleek ook overal iets te doen. Mensen aan het sporten bij de oude ijskelder en ver voor me een paar hardlopers. Dat toiletbezoek nodigde niet uit, maar was wel noodzakelijk. Met  uitzicht op een vennetje met een paar bruine grazers zat ik even in het bos. Dat gaf opluchting en daardoor kon de hartslag iets omlaag. Een hartslag onder de 135 is waarlijk een uitdaging. Als je het regenjasje uitdoet, begint het horloge alarm te slaan. Een paar stappen de lieflijke bruggetjes op worden gevolgd door gepiep. Eventjes een beetje op tempo komen op de onverharde ondergrond wordt piepend afgestraft. Ik vind het moeilijk een ritme te vinden. Ik kom nog meer nordic wandelaars tegen en ga voor hen door het natte gras. Ze krijgen het koud van mij in mijn korte broek! Ikzelf heb daar geen last van. 1 Keer moet ik even terug om een pijltje te zoeken, maar ik gok goed. Er staan prachtige oude bomen. Het lijkt allemaal chique en doet denken aan de fin-du-siecle. Ik heb de muziek al snel uitgezet om te luisteren naar de omgevingsgeluiden en de stilte van het bos. De doorkijkjes zijn bij tijd en wijle adembenemend. Watertjes, bruggetjes en sierlijke hekken markeren de omgeving. Er is zelfs een bergje waar ik natuurlijk overheen moet. Ik kom langs de allermooiste plekken en geniet enorm van de tocht die me aangenaam verrast. Langs heel schattige huisjes kom ik met het idee: je zult hier mogen wonen zeg. Aan de voortuin ligt een drukke weg en een tankstation. Het bruggetje van Monet bestaat! En het is gewoon vlakbij! Als ik stop om foto’s te maken, daalt de hartslag elke keer net genoeg. Ik heb deze ochtend slechts wat kwark, druiven en twee stukjes ontbijtkoek op. Al snel krijg ik trek en ik ga de isostar-energytabletten opeten. Dat bevalt uitstekend! Ik kom op een stukje verhard pad, waar ik andere hardlopers en zelfs een vuilniswagen tegenkom. Ik neem het ruiterpad en juich als ik mag afslaan naar het gebied wat de Hilverbeek heet. Er staan paarden rustig te grazen en de wind steekt op. De zon is verstopt geraakt achter de wolken en ik denk dat het gaat regenen. Heel veel gepiep om een te hoge hartslag later, is de regenjas aan. Ik jog gewoon verder langs de boerderijen en kom bij weer een herenhuis. Er staan auto’s geparkeerd en ik zie verderop het paaltje met de gele route. Ik kom in het bos uit, wat er donkergroen bij ligt te rusten. Het voelt zwaar aan, maar het is allemaal erg mooi. Ik verheug me er vast op dat ik dadelijk een uur mag gaan hardlopen in de volgende hartslagzone. De handrem kan er dan af. Daar neem ik nog maar eens een tabletje op! Als ik kijk hoeveel kilometer ik ga halen in een uur ben ik op zijn zachtst gezegd teleurgesteld dat het er hooguit 8 worden. Ik vind dat er veel fietsers over dit pad zijn gegaan, maar de verklaring is simpeler en ik glimlach als ik de man achter een kinderwagen zie lopen. Er zijn hier heel aparte paddenstoelen; ik wist niet dat er ook huisnummers op paddestoelen staan tegenwoordig! En dan zie ik tot mijn grote verbazing het centrum van Natuurmoumenten weer liggen. Ergens heb ik het ommetje van 7 kilometer gemist en daar baal ik van. Ik kan niet “even” teruglopen. Dan ga ik de komende drie kwartier nog maar eens dezelfde route lopen, maar dan in zone 2. Dat geeft ook een goed vergelijk met wat ik eerder vandaag heb gedaan en ik hoeft geen foto’s te maken. Ik ga gewoon nu lekker hardlopen, want tja; daar kwam ik toch voor! En zo stuif ik deze keer langs de statige panden, de tuinhuisjes, de brede (inmiddels lege) lanen en de ‘toiletplek’. Ik kom langs dezelfde uitstekende boomwortels, de modderige stukjes en de vele bankjes waarop anderen rustig van het uitzicht kunnen genieten. Ik ga door hetzelfde natte gras om uit te wijken voor twee (andere) nordic-walkers. Het bergje sla ik over. Het tempo zit er lekker in en de regenjas is inmiddels uit. Mooi bruggetje van Monet, lief huisje, de lange laan. Ik haal twee wandelaars in en wens ze een droge tocht toe. Ik hoop dat ik het ook zo houd, maar het gaat goed! Er ligt wel wat modder en ik slinger om de plassen heen. Omdat ik weet waar ik dadelijk de route ga kruisen, kan ik het nu duidelijk zien
!  Ik ga dit rondje natuurlijk niet in 3 kwartier kunnen lopen, dus ik zal iets langer dan twee uur  onderweg zijn. Ik geniet opnieuw van de statige natuur om me heen en ik ben blij dat ik alles al op de foto heb en dat ik veel dingen herken. Ik kom bij het buitenhuis en er staan nu minder auto’s. Even stop ik om de foto te maken die ik heb gemist toen ik hier een uur geleden was. In het bos lijkt het nog donkerder, maar ik weet wat voor moois er dadelijk weer komt, dus ik maak me geen zorgen. Op de plek waar ik eerder mijn regenjas aandeed, vallen nu precies tien druppels uit de lucht. Ik fotografeer op snelheid nog 1 laan die ik mooi vind. Ik vraag me af of ik straks de laatste kilometers lekker zone3 zal uitproberen. Ik kom de wandelaars nog een keer tegen en dan zitten de twee uur erop. Ik heb precies en exact 17 kilometer gelopen. De hele route was dus prachtig geweest en het verschil tussen zone1 en zone2 is ‘slechts’ anderhalve kilometer. Ik heb nog steeds geen toptijden gehaald de afgelopen twee uur (met respectievelijk 7:46 en 6:28 gemiddeld), maar het blijft onverhard lopen. De hartslag lag in het eerste deel gemiddeld op 131 en het tweede deel op 144. Ik zet nog even door voor de laatste anderhalve kilometer in zone 3 en pak dan een snelheid net onder de 6 minuten per kilometer. Het centrum van Natuurmonumenten heeft zijn deuren geopend. Na 18,3 kilometer in 127 minuten ben ik rond en sta ik naast de auto om mijn droge kleren te pakken en me even om te kleden op het toilet. En dan barst er een hoosbui los! Jammer voor de wandelaars, maar ik stap snel in en kleed me thuis wel om. Het was een perfect rondje. Het was mooi, uniek, anders, statig, onverhard, sjiek, afwisselend en dan is het niet erg om twee keer te genieten!

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Buitenplaatsen van 's Graveland

Hielaanslag in roodtinten bij de Just Run training (klinkt als een enge ziekte….)

Gelukkig kenden de meesten mensen mij nog best bij Just Run! Ik ging als 1 van de twee dames mee met de snelle groep kerels. In regenjas. Gewoon voor de zekerheid… De herfst is ingetreden en de daarbij behorende regen laat ook van zich horen dezer dagen. Gelukkig had ik mijn regenjas niet nodig. Terwijl we inliepen rende ik vrolijk kwebbelend met de (soms op 1 na) snelste loper van Almere mee. Hij gaat met een eigengemaakt schema de marathon van Amsterdam onder de drie uur lopen: als er iemand is die ik dat gun is het deze held wel! Eerder moest hij net voor de finish afhaken en kwam ondersteund na 3 uur en 2 minuten over de finish. Hij praat over kilometertijden van 3:40 alsof iedereen dat kan!
Over helden gesproken: Harry was de trainer vandaag. Hij ging ons veel vertellen en laten oefenen met de hielaanslag. Dat klinkt als een enge vorm van schimmel die hardlopers niet moeten willen, maar niets is minder waar! Het gaat om het moment dat de hiel de grond loslaat en naar voren komt. Dit is een moment van rust, waarin de kracht voor het hoog optrekken van de knie en het neerkomen van de volgende stap wordt bepaalt. We kregen er nieuwe oefeningen voor om het eens goed aan te voelen. Eerlijk gezegd ging er een wereld voor me open: door me juist op die laatste beweging van het lopen te concentreren, werd mijn stap in zijn geheel soepeler. Rechterop en mijn knie kon hoger komen, waardoor de pas versnelde. Ondertussen kwebbelde ik verder her en der. Het was donker geworden, maar er viel geen druppel!
We renden naar de regenboogbuurt en daar gingen we straten versnellen en moesten we op die hielaanslag letten. Versnellen. Jawel. 1 Straat snel heen, dan de volgende straat op een dribbeltje door en dan omdraaien en versnellen. En dat 5 of 6 keer. We begonnen in de Vermiljoenstraat. Een warmrode kleur. Ik zette behoorlijk aan en liep mee. De straat was minder lang als ik dacht, dus dat ging goed. Daarna liepen we de Karmijnstraat door. Een vriendelijke kleur rood. Mijn hoofd was inmiddels van hetzelfde kleurtje, maar dat zag niemand in het donker! Ik deed lekker mijn eigen ding. Wel flink op snelheid. Ik bedacht dat ik de kleuren van de straten maar eens moest leren. We gingen de Rougestraat door. Nog iets zachter rood. De hele straat door begonnen de kilometertijden met een 4. Ook al waren de heren sneller (bijna allemaal), ik schaamde me niet. Als ik niet aan de kleuren dacht, dan probeerde ik de passen krachtiger te krijgen door op de hielaanslag te concentreren. Tot mijn grote verbazing volgde de Lilaweg! Dat is een paarsrode kleur.  Ik verwachtte roze ofzo! Ik ging ze hardop herhalen.Dat ging niet helemaal goed, want ik maakte van karmijn karwij en dat is een kruid en geen kleur. Ik weet niet of de rest expres harder ging, maar ik liep wat achter, ook al ging ik niet zachter. Gelukkig liep ik niet paars aan! En toen waren het maar vijf straten en de laatste van het kleurpalet was aquamarijn. Dat is ook de kleur van de huizen die daar staat. Ik wilde nog omdraaien voor een versnelling, maar de heren voor me waren al gestopt.
We gingen nog vier keer een steigerrun doen in de paletstraat. 1 Lantaarnpaal versnellen, 1 rustig lopen en dat herhalen. De eerste keer ging de mist in, omdat er een auto aankwam en ik de lantaarnpalen niet goed telde. De tweede ging ook niet best, omdat ik wederom vergat te tellen, ook al kwam er geen auto aan. Dan eindig ik niet op mijn maximale. De derde steigerrun ging beter, ik telde netjes telkens twee lantaarnpalen af, maar de andere dame liep mee op mijn tempo en dat vind ik dan net even lastig. Ik doe gewoon mijn eigen ding. De vierde steigerrun ging voorbeeldig: ik eindigde in een sprint en had de hartslagzones redelijk netjes doorlopen als ik niet te hoog begonnen was. Toen dribbelden we weer terug en het moet gezegd dat ik nog flink oefende met de hielaanslag en dat het me goed beviel. Ik was rood en bezweet en vermoeid, maar niet echt doodmoe. Er zaten er ‘maar’ 9 kilometer op. Bij de cooling-down begon het te regenen, had ik mijn regenjas toch lekker niet helemaal voor niks aan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hielaanslag in roodtinten bij de Just Run training (klinkt als een enge ziekte….)

Hardlopen in het donker, maar niet in de regen.

Schema-aanpassingen
Op het schema stond oorspronkelijk dat ik mee zou gaan trainen bij Just Run. Maar de trainer opperde dat hij die training samen met mij zou gaan doen. Ook leuk. Echter, op zondagavond moest hij afzeggen vanwege zijn gezondheid. Omdat er veel dingen in de agenda staan komende week en ik eigenlijk gisteren pas gelopen heb, heb ik mijn schema uiteindelijk eigenhandig aangepast, omgewisseld en rondgeruild. De 7 loopuren staan er nog wel op, maar de volgorde is compleet gehusseld. Ik wacht tot de trainer het vanuit zijn bed goedkeurt.
Regen
Op het tijdstip dat ik met de trainer zou lopen (‘s morgens vroeg) regent het. ‘s Middags (als ik nog niet weet of ik een uurtje in wisselzones ‘mag’) regent het ook. Ik neem me voor om het Weerwater rond te rennen tijdens de aikido-les van Vincent. Maar dan regent het vreselijk hard! Deze wolkbreuk trekt me ook niet. En zo wordt het donker en laat ik mijn run niet in het water vallen! Als ik met mijn loopmaatje wil gaan, regent het weer, dus we stellen het nog even uit. De trainer mailt zijn goedkeuring voor het schema: net op tijd!
Van uitstel geen afstel
Het wordt donker en dan móét en mag het loopmaatje mee, dus om 9 uur is het eindelijk zo ver. Eerst 20 minuutjes in zone1. Opvallend lastig. De hele tijd lopen met de rem erop. Zonder een goed routeplan. Ik had alles: een goed schema, een route om het weerwater, een planning, een training; maar nu ik eenmaal buiten sta is alles anders! Naar de skeelerroute op de Evenaar dan maar. Het is droog. Ik vind het niet warm en ik ben blij dat ik een lange broek aan heb, terwijl mijn loopmaatje in korte broek naast me zich aan een veel te langzaam tempo moet houden, arme jongen. Maar verkouden is hij toch al! Ik heb last van mijn buik, maar ik trek me er niks van aan.

De "laps" die vermeld staan, zijn de wisselingen in de zones, dus geen kilometers deze keer!


Comfortabele zone
We mogen door naar de volgende zone. Heerlijk! Het gepiep voor de hoge hartslag verstomt en we kunnen lekker 5:50 per kilometer gaan lopen. Ik voel het inmiddels feilloos aan. Hekjes rondlopen en plassen doorstappen. Het skeelerpad is behoorlijk saai! We komen de trainer en zijn vriendin van Just Run tegen… Dat hadden we liever niet gehad; we voelden ons net spijbelaars van de training! We kwamen aan het einde van het skeelerpad, maar de tijd was nog niet voorbij. Er stonden nog wat zones in de wachtrij. Bij gebrek aan beter, draaiden we gewoon maar om!
Flink hardlopen in zone 3
Na 20 minuten zit de comfortabele zone er weer op en mag ik 5 minuten in zone 3 gaan lopen. Kunnen we eindelijk een beetje opwarmen! We laten de hekjes voor wat ze zijn en gaan hard rechtdoor over het parallelfietspad. Het fijne voordeel van de herfst en dat het weer vroeg donker is, zit ‘m daarin dat je mijn rood bezweette hoofd niet ziet! Ik ga gewoon voluit. Ondertussen nemen we samen de loophoudingtips hardop door: rechtop lopen, kort grondcontact, armen goed recht meenemen, knieën optrekken. En hard gaat het! Ik let tijdens het lopen niet op de tijd, maar als ik naderhand terugkijk, verbaas ik me erover dat we binnen die 5 minuten een kilometer hebben afgelegd!

20minuten zone 1, 20 minuten zone 2, 5 minuten zone 3, 5 minuten zone 1, weer 5 minuten zone 3 en dan nog 5 minuten zone 1.


Het moeilijkste gedeelte komt daarna: terug naar zone 1. Mijn loopmaatje doet (vrolijk?) mee en als we de AH passeren, gaan we het skeelerpad weer op. Na anderhalve minuut zit ik pas in zone 1. Dribbelend. We gaan nogmaals naar zone 3 en het tempo ligt wederom hoog. Aan het einde van het skeelerpad keren we om en dan hebben we opeens wind tegen. Dat valt niet mee! Ik heb het idee dat het tempo omlaag gaat en laat het horloge even lekker piepen dat ik zone 4 aantik. Achteraf zit ik ernaast: we gaan zo mogelijk nog harder met een tijd onder de 4:50 op de kilometer en een hartslag die gemiddeld 161 is in plaats van 160 het eerste blok in zone 3.
Uitjoggen naar het toilet
Omdat we stilstaan bij het bordje op de spoorbrug wat het Maurice Garinpad als het Maurice GarDinpad vermeld, ligt de hartslag binnen een minuut alweer in zone 1. Ik vind het leuk geweest en laat het tempo helemaal varen. Hoewel ik wel behoefte heb aan een toilet inmiddels, ga ik niet versnellen om de tien kilometer vol te maken. Het lukt nét niet. Over de tien kilometer doen we een uur en dertig seconden. Dat is net zo snel als gisteren, maar bij een gemiddeld lager hartslag van 142 en waarvan ongeveer de helft van de tijd in zone 1. We zijn niet nat geworden van de regen! Wel van het zweten. Ik maak bij mijn loopmaatje gebruik van het toilet en wandel daarna weer naar huis. Dan ben ik ook weer helemaal niet meer moe, laat staan dat ik van zo’n uurtje spierpijn krijg.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hardlopen in het donker, maar niet in de regen.

Brief aan het loopmaatje

Hé Manuel
Volgens mij vraag je je tijdens het lopen vooral af hoe ik mijn verhaaltje maar weer eens ga bloggen – nou bij deze! Terwijl ik aan het lopen was, dacht ik er niet zo over na; want dat doe ik meestal pas als ik me ga vervelen, dus dat is een goed teken zullen we maar denken. Het was even wat gepuzzel he voor we deze ochtend aan het lopen waren: maar

Het vosje van twee weken geleden, toen ik hier met een vriendin wandelde


dat hadden we kunnen weten, omdat het Hollandse Hout erg dichtbij de bestemming van deze dag ligt! Aan de andere kant van de Oostvaardersplassen, daar wilde ik heen toen ik twee weken geleden een vosje tegenkwam in dit gebied. Het is hier wijds en leeg vind ik. Ik moest en zou het je laten zien. Je ging natuurlijk ook nog mee toen ik met de fiets wilde. Jouw conditie evenaart die van mij op zijn minst, dus het is geen moeite om op een gemiddelde zondagochtend om half 9 voor mijn deur te staan. Voor wat je ietwat minachtend ‘een dik uurtje’ noemt. Als we eerst 3 kwartier gefietst hebben, blijkt het druk te zijn bij het buitencentrum. Je bent blij dat ik dat niet van tevoren bedacht heb, want anders had je nog eerder je bed uit gemoeten. Ik wil helemaal niet tussen de foto-cursisten doorlopen!

We volgen eerst de paarse paaltjes


Maar meer routes zijn er niet. We gaan over het betonpad richting het poortje onder het spoor door. Er volgen circa veertig hekjes. Maar met de zon, de vlakte en de heerlijk onverharde ondergrond is het lekker soepel lopen en zijn de opstoppingen door fotografen en hekjes al snel vergeten. We kwebbelen over de cryptogrammen, de familie en wisselen looproddels uit. Telkens onderbroken door weer een hekje.

thanks voor het openhouden van weer een hekje! (en dat je terugliep voor het routepaaltje)


 
Ik mag de Kleine Praambult opsprinten en dat doe ik graag en volkomen moeiteloos. Voor deze ene unieke keer heb jij met de snelheid iets meer moeite en ik laat maar in het midden of dat komt door de verkoudheid of omdat jij deze week al zo’n 50 kilometer hebt gelopen: in beide gevallen is het prijzenswaardig dat je toch weer meerent. Ik let niet op de tijden, ik kijk niet naar de route en de paaltjes en ik ben volledig kwijt waar ik ben. Hoe we ineens voor mijn gevoel uit het niets een weg moeten oversteken, daar ben ik ook niet mee bezig. Ik loop gewoon. Niet meer en niet minder. Het is gezellig. Zo simpel is het! We kletsen echt honderduit en als ik nu terugkijk naar de tijden die we daarbij gelopen hebben, ben ik verbaasd. We gaan gewoon tien kilometer per uur. Het grappige is dat jij dat wel vermeld onderweg, maar dat ik glashard beweer dat jij dat alleen doet en ik niet (terwijl ik er naast loop!). Ik zie geen heuveltjes voor versnellingen meer en ik vind dat oké, maar omdat jij je nog even moet uitleven, ren je maar lekker vooruit voor een foto! We komen op deze zondagochtend andere mensen tegen, eigenlijk is het best druk. We komen langs paarden, maar de heuvel die daar verderop ligt, lonkt veel meer. Het zou me moeten verbazen dat het mij allemaal vreselijk moeiteloos afgaat, maar daar op het Hollandse Veld maak ik me alleen maar druk over het feit dat ik straks weer terug moet fietsen. Ik sprint de heuvel werkelijk op en dat is echt leuk!

kijk trainer: echt omhoog!


We komen ook nog een brug over met maar 1 reling. Ik stop daarna wel voor een foto, niet óp de brug asjeblieft! We gaan door het gras rechtuit. En dan zijn we rond. We laten de paarse route voor wat ie is en ik wil de groene route nog doen. Helaas: deze is niet onverhard. Recentelijk is het pad rolstoelvriendelijk van beton voorzien. Er staan hertjes vlakbij te grazen, andere zondagstoeristen attenderen ons op de beestjes.

zoek de reetjes! (je kan ze niet missen)


De bruggetjes zijn leuk, maar ik vind het beton sneu. We passeren de fotokliek weer. En de schattige paardenfamilie. Ik ga naast het betonpad lopen. We maken de detour door het vogelkijkhuisje, maar ik geloof niet dat wij echte vogelspotters zijn. We nemen een onverharde afslag over een breed pad en daar geniet ik echt even helemaal van het gebied. Jij zoekt op de kaart op de telefoon op of we dezelfde weg terug moeten lopen, maar er is een overduidelijk zichtbare afslag naar rechts, die je bijna mist door het kijken naar de kaart! Als ik zo aan het bloggen ben, dan kan ik wel een heleboel leuke momenten bedenken en dan was het echt er mooi en heerlijk, maar toen ik daar liep, realiseerde ik me dat niet zo. Ik ben dan niet altijd in het moment bezig, maar meer met ‘straks’ en ‘hierna moet….’ Ik ben blij dat jij de prachtige natuur wel vastlegt. We passeren een heuse tractor die een kar vol toeristen voortrekt en dat is me echt teveel! Wij komen hier op een heerlijke, rustige zondagmorgen en blijkbaar bevinden we ons in een soort natuur-pretpark! Nu kan het me niet meer schelen en neem ik ook het betonpad. Wonderlijk maar waar hebben we over de 10 kilometer een uur en één minuut gedaan. Onverhard. Zone 2. Onafgebroken kwebbelend. Moeiteloos. We gaan terug naar het buitencentrum, terwijl we om families, verveelde tieners en dreumessen heen moeten slingeren.

In de verte loopt Manuel op mij voor.


Ik wil nog naar de andere vogelkijkhut, maar dat ommetje is nauwelijks de moeite. Mij maakt het niet meer uit dat er nog niet eens helemaal 5 kwartier om zijn: dit gebied heb ik helemaal verkend. Ik kleed me lekker om en dan kopen we nog bekertjes met vogeltjes erop voor jouw vrouw. De meneer bij de balie heeft onze straatnamen verzonnen! We moeten weer terug naar huis fietsen. Zo nu en dan ga je me echt iets te hard. Grappig dat ik nu pas ontdek waar we eigenlijk gerend hebben! Ineens komt het in een kaartje in mijn hoofd te liggen. Het duurt nog veel langer voor ik besef wat een heerlijke loopje we hebben gehad: alsof dit soort korte stukjes niet meer meetellen. We lachen om mensen op hun electrische fiets die sportiever gekleed zijn als wij. En ik val bijna van mijn fiets als ik hoor dat jij 4 boterhammen hebt gegeten vanmorgen! Ik heb een bakje biogarde roer op en een ontbijtkoekje!
Tja, zo schrijf je dus een blogje – simpel toch? Maar als ik zeg dat jij het volgende keer mag doen, dan vrees ik dat ik in mijn eentje de hele oostvaarderplassen rond moet rennen volgende week en dat heb ik al een keer gedaan. Het is saampjes heel wat gezelliger. Dan mag jij de foto’s maken! Én de route bijhouden! En je mag naar mijn gekwebbel luisteren! En de hekjes openhouden! Deal? Dankjewel voor deze heerlijke zondagochtendbesteding.
Tot het volgende loopje en beterschap met je verkoudheid. Fijne zondagmiddag. Groetjes Anke.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Brief aan het loopmaatje

1 uur en 3 kwartier op een marathon – hartslag

Categories: Uncategorized | Comments Off on 1 uur en 3 kwartier op een marathon – hartslag