Onverhard, stond op het schema. In de herkansing: eerst een uur in zone1 en daarna een uur in zone2. Dus ik zocht en vond een route van natuurmonumenten in ‘s Graveland, bij Hilversum. Aangegeven met gele markeringen. 17 Kilometer lang. Dus om 9 uur stond ik voor de dichte deur van het gebouw en een vrij toilet was er niet te vinden. Die had ik wel even nodig! De zon piepte tussen de wolken door en ‘s Graveland kreeg op deze regenachtige en herfstige dag een gouden randje.
Ik besloot onderweg uit te kijken naar een ‘toilet’. Langs statige, grote huizen over brede lanen. De route was prima te volgen. Ik kwam langs tuinhuisjes, over glooiende gazons en langs prachtige doorkijkjes. En hoewel het vroeg was, bleek ook overal iets te doen. Mensen aan het sporten bij de oude ijskelder en ver voor me een paar hardlopers.
Dat toiletbezoek nodigde niet uit, maar was wel noodzakelijk. Met uitzicht op een vennetje met een paar bruine grazers zat ik even in het bos. Dat gaf opluchting en daardoor kon de hartslag iets omlaag. Een hartslag onder de 135 is waarlijk een uitdaging.
Als je het regenjasje uitdoet, begint het horloge alarm te slaan. Een paar stappen de lieflijke bruggetjes op worden gevolgd door gepiep. Eventjes een beetje op tempo komen op de onverharde ondergrond wordt piepend afgestraft.
Ik vind het moeilijk een ritme te vinden. Ik kom nog meer nordic wandelaars tegen en ga voor hen door het natte gras. Ze krijgen het koud van mij in mijn korte broek! Ikzelf heb daar geen last van. 1 Keer moet ik even terug om een pijltje te zoeken, maar ik gok goed. Er staan prachtige oude bomen.
Het lijkt allemaal chique en doet denken aan de fin-du-siecle. Ik heb de muziek al snel uitgezet om te luisteren naar de omgevingsgeluiden en de stilte van het bos. De doorkijkjes zijn bij tijd en wijle adembenemend. Watertjes, bruggetjes en sierlijke hekken markeren de omgeving. Er is zelfs een bergje waar ik natuurlijk overheen moet. Ik kom langs de allermooiste plekken en geniet enorm van de tocht die me aangenaam verrast. Langs heel schattige huisjes kom ik met het idee: je zult hier mogen wonen zeg. Aan de voortuin ligt een drukke weg en een tankstation. Het bruggetje van Monet bestaat! En het is gewoon vlakbij!
Als ik stop om foto’s te maken, daalt de hartslag elke keer net genoeg. Ik heb deze ochtend slechts wat kwark, druiven en twee stukjes ontbijtkoek op. Al snel krijg ik trek en ik ga de isostar-energytabletten opeten. Dat bevalt uitstekend! Ik kom op een stukje verhard pad, waar ik andere hardlopers en zelfs een vuilniswagen tegenkom. Ik neem het ruiterpad en juich als ik mag afslaan naar het gebied wat de Hilverbeek heet. Er staan paarden rustig te grazen en de wind steekt op. De zon is verstopt geraakt achter de wolken en ik denk dat het gaat regenen. Heel veel gepiep om een te hoge hartslag later, is de regenjas aan. Ik jog gewoon verder langs de boerderijen en kom bij weer een herenhuis. Er staan auto’s geparkeerd en ik zie verderop het paaltje met de gele route.
Ik kom in het bos uit, wat er donkergroen bij ligt te rusten. Het voelt zwaar aan, maar het is allemaal erg mooi.
Ik verheug me er vast op dat ik dadelijk een uur mag gaan hardlopen in de volgende hartslagzone. De handrem kan er dan af. Daar neem ik nog maar eens een tabletje op! Als ik kijk hoeveel kilometer ik ga halen in een uur ben ik op zijn zachtst gezegd teleurgesteld dat het er hooguit 8 worden. Ik vind dat er veel fietsers over dit pad zijn gegaan, maar de verklaring is simpeler en ik glimlach als ik de man achter een kinderwagen zie lopen.
Er zijn hier heel aparte paddenstoelen; ik wist niet dat er ook huisnummers op paddestoelen staan tegenwoordig! En dan zie ik tot mijn grote verbazing het centrum van Natuurmoumenten weer liggen. Ergens heb ik het ommetje van 7 kilometer gemist en daar baal ik van. Ik kan niet “even” teruglopen. Dan ga ik de komende drie kwartier nog maar eens dezelfde route lopen, maar dan in zone 2. Dat geeft ook een goed vergelijk met wat ik eerder vandaag heb gedaan en ik hoeft geen foto’s te maken. Ik ga gewoon nu lekker hardlopen, want tja; daar kwam ik toch voor! En zo stuif ik deze keer langs de statige panden, de tuinhuisjes, de brede (inmiddels lege) lanen en de ‘toiletplek’.
Ik kom langs dezelfde uitstekende boomwortels, de modderige stukjes en de vele bankjes waarop anderen rustig van het uitzicht kunnen genieten. Ik ga door hetzelfde natte gras om uit te wijken voor twee (andere) nordic-walkers. Het bergje sla ik over.
Het tempo zit er lekker in en de regenjas is inmiddels uit. Mooi bruggetje van Monet, lief huisje, de lange laan. Ik haal twee wandelaars in en wens ze een droge tocht toe. Ik hoop dat ik het ook zo houd, maar het gaat goed! Er ligt wel wat modder en ik slinger om de plassen heen. Omdat ik weet waar ik dadelijk de route ga kruisen, kan ik het nu duidelijk zien
! Ik ga dit rondje natuurlijk niet in 3 kwartier kunnen lopen, dus ik zal iets langer dan twee uur onderweg zijn. Ik geniet opnieuw van de statige natuur om me heen en
ik ben blij dat ik alles al op de foto heb en dat ik veel dingen herken. Ik kom bij het buitenhuis en er staan nu minder auto’s. Even stop ik om de foto te maken die ik heb gemist toen ik hier een uur geleden was. In het bos lijkt het nog donkerder, maar ik weet wat voor moois er dadelijk weer komt, dus ik maak me geen zorgen. Op de plek waar ik eerder mijn regenjas aandeed, vallen nu precies tien druppels uit de lucht. Ik fotografeer op snelheid nog 1 laan die ik mooi vind.
Ik vraag me af of ik straks de laatste kilometers lekker zone3 zal uitproberen. Ik kom de wandelaars nog een keer tegen en dan zitten de twee uur erop. Ik heb precies en exact 17 kilometer gelopen. De hele route was dus prachtig geweest en het verschil tussen zone1 en zone2 is ‘slechts’ anderhalve kilometer. Ik heb nog steeds geen toptijden gehaald de afgelopen twee uur (met respectievelijk 7:46 en 6:28 gemiddeld), maar het blijft onverhard lopen. De hartslag lag in het eerste deel gemiddeld op 131 en het tweede deel op 144. Ik zet nog even door voor de laatste anderhalve kilometer in zone 3 en pak dan een snelheid net onder de 6 minuten per kilometer. Het centrum van Natuurmonumenten heeft zijn deuren geopend.
Na 18,3 kilometer in 127 minuten ben ik rond en sta ik naast de auto om mijn droge kleren te pakken en me even om te kleden op het toilet. En dan barst er een hoosbui los! Jammer voor de wandelaars, maar ik stap snel in en kleed me thuis wel om. Het was een perfect rondje. Het was mooi, uniek, anders, statig, onverhard, sjiek, afwisselend en dan is het niet erg om twee keer te genieten!
De Buitenplaatsen van 's Graveland
Hielaanslag in roodtinten bij de Just Run training (klinkt als een enge ziekte….)
Gelukkig kenden de meesten mensen mij nog best bij Just Run! Ik ging als 1 van de twee dames mee met de snelle groep kerels. In regenjas. Gewoon voor de zekerheid… De herfst is ingetreden en de daarbij behorende regen laat ook van zich horen dezer dagen. Gelukkig had ik mijn regenjas niet nodig. Terwijl we inliepen rende ik vrolijk kwebbelend met de (soms op 1 na) snelste loper van Almere mee. Hij gaat met een eigengemaakt schema de marathon van Amsterdam onder de drie uur lopen: als er iemand is die ik dat gun is het deze held wel! Eerder moest hij net voor de finish afhaken en kwam ondersteund na 3 uur en 2 minuten over de finish. Hij praat over kilometertijden van 3:40 alsof iedereen dat kan!
Over helden gesproken: Harry was de trainer vandaag. Hij ging ons veel vertellen en laten oefenen met de hielaanslag. Dat klinkt als een enge vorm van schimmel die hardlopers niet moeten willen, maar niets is minder waar! Het gaat om het moment dat de hiel de grond loslaat en naar voren komt. Dit is een moment van rust, waarin de kracht voor het hoog optrekken van de knie en het neerkomen van de volgende stap wordt bepaalt. We kregen er nieuwe oefeningen voor om het eens goed aan te voelen. Eerlijk gezegd ging er een wereld voor me open: door me juist op die laatste beweging van het lopen te concentreren, werd mijn stap in zijn geheel soepeler. Rechterop en mijn knie kon hoger komen, waardoor de pas versnelde. Ondertussen kwebbelde ik verder her en der. Het was donker geworden, maar er viel geen druppel!
We renden naar de regenboogbuurt en daar gingen we straten versnellen en moesten we op die hielaanslag letten. Versnellen. Jawel. 1 Straat snel heen, dan de volgende straat op een dribbeltje door en dan omdraaien en versnellen. En dat 5 of 6 keer. We begonnen in de Vermiljoenstraat. Een warmrode kleur. Ik zette behoorlijk aan en liep mee. De
straat was minder lang als ik dacht, dus dat ging goed. Daarna liepen we de Karmijnstraat door. Een vriendelijke kleur rood. Mijn hoofd was inmiddels van hetzelfde kleurtje, maar dat zag niemand in het donker! Ik deed lekker mijn eigen ding. Wel flink op snelheid. Ik bedacht dat ik de kleuren van de straten maar eens moest leren. We gingen de Rougestraat door. Nog iets zachter rood. De hele straat door begonnen de kilometertijden met een 4. Ook al waren de heren sneller (bijna allemaal), ik schaamde me niet. Als ik niet aan de kleuren dacht, dan probeerde ik de passen krachtiger te krijgen door op de hielaanslag te concentreren. Tot mijn grote verbazing volgde de Lilaweg! Dat is een paarsrode kleur. Ik verwachtte roze ofzo! Ik ging ze hardop herhalen.Dat ging niet helemaal goed, want ik maakte van karmijn karwij en dat is een kruid en geen kleur. Ik weet niet of de rest expres harder ging, maar ik liep wat achter, ook al ging ik niet zachter. Gelukkig liep ik niet paars aan! En toen waren het maar vijf straten en de laatste van het kleurpalet was aquamarijn. Dat is ook de kleur van de huizen die daar staat. Ik wilde nog omdraaien voor een versnelling, maar de heren voor me waren al gestopt.
We gingen nog vier keer een steigerrun doen in de paletstraat. 1 Lantaarnpaal versnellen, 1 rustig lopen en dat herhalen. De eerste keer ging de mist in, omdat er een auto aankwam en ik de lantaarnpalen niet goed telde. De tweede ging ook niet best, omdat ik wederom vergat te tellen, ook al kwam er geen auto aan. Dan eindig ik niet op mijn maximale. De derde steigerrun ging beter, ik telde netjes telkens twee lantaarnpalen af, maar de andere dame liep mee op mijn tempo en dat vind ik dan net even lastig. Ik doe gewoon mijn eigen ding. De vierde steigerrun ging voorbeeldig: ik eindigde in een sprint en had de hartslagzones redelijk netjes doorlopen als ik niet te hoog begonnen was. Toen dribbelden we weer terug en het moet gezegd dat ik nog flink oefende met de hielaanslag en dat het me goed beviel. Ik was rood en bezweet en vermoeid, maar niet echt doodmoe. Er zaten er ‘maar’ 9 kilometer op. Bij de cooling-down begon het te regenen, had ik mijn regenjas toch lekker niet helemaal voor niks aan!
Hardlopen in het donker, maar niet in de regen.
Schema-aanpassingen
Op het schema stond oorspronkelijk dat ik mee zou gaan trainen bij Just Run. Maar de trainer opperde dat hij die training samen met mij zou gaan doen. Ook leuk. Echter, op zondagavond moest hij afzeggen vanwege zijn gezondheid. Omdat er veel dingen in de agenda staan komende week en ik eigenlijk gisteren pas gelopen heb, heb ik mijn schema uiteindelijk eigenhandig aangepast, omgewisseld en rondgeruild. De 7 loopuren staan er nog wel op, maar de volgorde is compleet gehusseld. Ik wacht tot de trainer het vanuit zijn bed goedkeurt.
Regen
Op het tijdstip dat ik met de trainer zou lopen (‘s morgens vroeg) regent het. ‘s Middags (als ik nog niet weet of ik een uurtje in wisselzones ‘mag’) regent het ook. Ik neem me voor om het Weerwater rond te rennen tijdens de aikido-les van Vincent. Maar dan regent het vreselijk hard! Deze wolkbreuk trekt me ook niet. En zo wordt het donker en laat ik mijn run niet in het water vallen! Als ik met mijn loopmaatje wil gaan, regent het weer, dus we stellen het nog even uit. De trainer mailt zijn goedkeuring voor het schema: net op tijd!
Van uitstel geen afstel
Het wordt donker en dan móét en mag het loopmaatje mee, dus om 9 uur is het eindelijk zo ver. Eerst 20 minuutjes in zone1. Opvallend lastig. De hele tijd lopen met de rem erop. Zonder een goed routeplan. Ik had alles: een goed schema, een route om het weerwater, een planning, een training; maar nu ik eenmaal buiten sta is alles anders! Naar de skeelerroute op de Evenaar dan maar. Het is droog. Ik vind het niet warm en ik ben blij dat ik een lange broek aan heb, terwijl mijn loopmaatje in korte broek naast me zich aan een veel te langzaam tempo moet houden, arme jongen. Maar verkouden is hij toch al! Ik heb last van mijn buik, maar ik trek me er niks van aan.
Comfortabele zone
We mogen door naar de volgende zone. Heerlijk! Het gepiep voor de hoge hartslag verstomt en we kunnen lekker 5:50 per kilometer gaan lopen. Ik voel het inmiddels feilloos aan. Hekjes rondlopen en plassen doorstappen. Het skeelerpad is behoorlijk saai! We komen de trainer en zijn vriendin van Just Run tegen… Dat hadden we liever niet gehad; we voelden ons net spijbelaars van de training! We kwamen aan het einde van het skeelerpad, maar de tijd was nog niet voorbij. Er stonden nog wat zones in de wachtrij. Bij gebrek aan beter, draaiden we gewoon maar om!
Flink hardlopen in zone 3
Na 20 minuten zit de comfortabele zone er weer op en mag ik 5 minuten in zone 3 gaan lopen. Kunnen we eindelijk een beetje opwarmen! We laten de hekjes voor wat ze zijn en gaan hard rechtdoor over het parallelfietspad. Het fijne voordeel van de herfst en dat het weer vroeg donker is, zit ‘m daarin dat je mijn rood bezweette hoofd niet ziet! Ik ga gewoon voluit. Ondertussen nemen we samen de loophoudingtips hardop door: rechtop lopen, kort grondcontact, armen goed recht meenemen, knieën optrekken. En hard gaat het! Ik let tijdens het lopen niet op de tijd, maar als ik naderhand terugkijk, verbaas ik me erover dat we binnen die 5 minuten een kilometer hebben afgelegd!

20minuten zone 1, 20 minuten zone 2, 5 minuten zone 3, 5 minuten zone 1, weer 5 minuten zone 3 en dan nog 5 minuten zone 1.
Het moeilijkste gedeelte komt daarna: terug naar zone 1. Mijn loopmaatje doet (vrolijk?) mee en als we de AH passeren, gaan we het skeelerpad weer op. Na anderhalve minuut zit ik pas in zone 1. Dribbelend. We gaan nogmaals naar zone 3 en het tempo ligt wederom hoog. Aan het einde van het skeelerpad keren we om en dan hebben we opeens wind tegen. Dat valt niet mee! Ik heb het idee dat het tempo omlaag gaat en laat het horloge even lekker piepen dat ik zone 4 aantik. Achteraf zit ik ernaast: we gaan zo mogelijk nog harder met een tijd onder de 4:50 op de kilometer en een hartslag die gemiddeld 161 is in plaats van 160 het eerste blok in zone 3.
Uitjoggen naar het toilet
Omdat we stilstaan bij het bordje op de spoorbrug wat het Maurice Garinpad als het Maurice GarDinpad vermeld, ligt de hartslag binnen een minuut alweer in zone 1. Ik vind het leuk geweest en laat het tempo helemaal varen. Hoewel ik wel behoefte heb aan een toilet inmiddels, ga ik niet versnellen om de tien kilometer vol te maken. Het lukt nét niet. Over de tien kilometer doen we een uur en dertig seconden. Dat is net zo snel als gisteren, maar bij een gemiddeld lager hartslag van 142 en waarvan ongeveer de helft van de tijd in zone 1. We zijn niet nat geworden van de regen! Wel van het zweten. Ik maak bij mijn loopmaatje gebruik van het toilet en wandel daarna weer naar huis. Dan ben ik ook weer helemaal niet meer moe, laat staan dat ik van zo’n uurtje spierpijn krijg.
Brief aan het loopmaatje
Hé Manuel
Volgens mij vraag je je tijdens het lopen vooral af hoe ik mijn verhaaltje maar weer eens ga bloggen – nou bij deze! Terwijl ik aan het lopen was, dacht ik er niet zo over na; want dat doe ik meestal pas als ik me ga vervelen, dus dat is een goed teken zullen we maar denken. Het was even wat gepuzzel he voor we deze ochtend aan het lopen waren: maar
dat hadden we kunnen weten, omdat het Hollandse Hout erg dichtbij de bestemming van deze dag ligt! Aan de andere kant van de Oostvaardersplassen, daar wilde ik heen toen ik twee weken geleden een vosje tegenkwam in dit gebied. Het is hier wijds en leeg vind ik. Ik moest en zou het je laten zien. Je ging natuurlijk ook nog mee toen ik met de fiets wilde. Jouw conditie evenaart die van mij op zijn minst, dus het is geen moeite om op een gemiddelde zondagochtend om half 9 voor mijn deur te staan. Voor wat je ietwat minachtend ‘een dik uurtje’ noemt. Als we eerst 3 kwartier gefietst hebben, blijkt het druk te zijn bij het buitencentrum. Je bent blij dat ik dat niet van tevoren bedacht heb, want anders had je nog eerder je bed uit gemoeten. Ik wil helemaal niet tussen de foto-cursisten doorlopen!
Maar meer routes zijn er niet. We gaan over het betonpad richting het poortje onder het spoor door. Er volgen circa veertig hekjes. Maar met de zon, de vlakte en de heerlijk onverharde ondergrond is het lekker soepel lopen en zijn de opstoppingen door fotografen en hekjes al snel vergeten. We kwebbelen over de cryptogrammen, de familie en wisselen looproddels uit. Telkens onderbroken door weer een hekje.
Ik mag de Kleine Praambult opsprinten en dat doe ik graag en volkomen moeiteloos. Voor deze ene unieke keer heb jij met de snelheid iets meer moeite en ik laat maar in het midden of dat komt door de verkoudheid of omdat jij deze week al zo’n 50 kilometer hebt gelopen: in beide gevallen is het prijzenswaardig dat je toch weer meerent. Ik let niet op de tijden, ik kijk niet naar de route en de paaltjes en ik ben volledig kwijt waar ik ben. Hoe we ineens voor mijn gevoel uit het niets een weg moeten oversteken, daar ben ik ook niet mee bezig. Ik loop gewoon. Niet meer en niet minder.
Het is gezellig. Zo simpel is het! We kletsen echt honderduit en als ik nu terugkijk naar de tijden die we daarbij gelopen hebben, ben ik verbaasd.
We gaan gewoon tien kilometer per uur. Het grappige is dat jij dat wel vermeld onderweg, maar dat ik glashard beweer dat jij dat alleen doet en ik niet (terwijl ik er naast loop!). Ik zie geen heuveltjes voor versnellingen meer en ik vind dat oké, maar omdat jij je nog even moet uitleven, ren je maar lekker vooruit voor een foto! We komen op deze zondagochtend andere mensen tegen, eigenlijk is het best druk.
We komen langs paarden, maar de heuvel die daar verderop ligt, lonkt veel meer. Het zou me moeten verbazen dat het mij allemaal vreselijk moeiteloos afgaat, maar daar op het Hollandse Veld maak ik me alleen maar druk over het feit dat ik straks weer terug moet fietsen. Ik sprint de heuvel werkelijk op en dat is echt leuk!We komen ook nog een brug over met maar 1 reling. Ik stop daarna wel voor een foto, niet óp de brug asjeblieft! We gaan door het gras rechtuit. En dan zijn we rond. We laten de paarse route voor wat ie is en ik wil de groene route nog doen. Helaas: deze is niet onverhard. Recentelijk is het pad rolstoelvriendelijk van beton voorzien. Er staan hertjes vlakbij te grazen, andere zondagstoeristen attenderen ons op de beestjes.
De bruggetjes zijn leuk, maar ik vind het beton sneu. We passeren de fotokliek weer. En de schattige paardenfamilie. Ik ga naast het betonpad lopen. We maken de detour door het vogelkijkhuisje, maar ik geloof niet dat wij echte vogelspotters zijn. We nemen een onverharde afslag over een breed pad en daar geniet ik echt even helemaal van het gebied. Jij zoekt op de kaart op de telefoon op of we dezelfde weg terug moeten lopen, maar er is een overduidelijk zichtbare afslag naar rechts, die je bijna mist door het kijken naar de kaart! Als ik zo aan het bloggen ben, dan kan ik wel een heleboel leuke momenten bedenken en dan was het echt er mooi en heerlijk, maar toen ik daar liep, realiseerde ik me dat niet zo. Ik ben dan niet altijd in het moment bezig, maar meer met ‘straks’ en ‘hierna moet….’ Ik ben blij dat jij de prachtige natuur wel vastlegt.
We passeren een heuse tractor die een kar vol toeristen voortrekt en dat is me echt teveel! Wij komen hier op een heerlijke, rustige zondagmorgen en blijkbaar bevinden we ons in een soort natuur-pretpark! Nu kan het me niet meer schelen en neem ik ook het betonpad. Wonderlijk maar waar hebben we over de 10 kilometer een uur en één minuut gedaan. Onverhard. Zone 2. Onafgebroken kwebbelend. Moeiteloos. We gaan terug naar het buitencentrum, terwijl we om families, verveelde tieners en dreumessen heen moeten slingeren.Ik wil nog naar de andere vogelkijkhut, maar dat ommetje is nauwelijks de moeite. Mij maakt het niet meer uit dat er nog niet eens helemaal 5 kwartier om zijn: dit gebied heb ik helemaal verkend. Ik kleed me lekker om en dan kopen we nog bekertjes met vogeltjes erop voor jouw vrouw. De meneer bij de balie heeft onze straatnamen verzonnen! We moeten weer terug naar huis fietsen. Zo nu en dan ga je me echt iets te hard. Grappig dat ik nu pas ontdek waar we eigenlijk gerend hebben! Ineens komt het in een kaartje in mijn hoofd te liggen. Het duurt nog veel langer voor ik besef wat een heerlijke loopje we hebben gehad: alsof dit soort korte stukjes niet meer meetellen. We lachen om mensen op hun electrische fiets die sportiever gekleed zijn als wij. En ik val bijna van mijn fiets als ik hoor dat jij 4 boterhammen hebt gegeten vanmorgen! Ik heb een bakje biogarde roer op en een ontbijtkoekje!

Tja, zo schrijf je dus een blogje – simpel toch? Maar als ik zeg dat jij het volgende keer mag doen, dan vrees ik dat ik in mijn eentje de hele oostvaarderplassen rond moet rennen volgende week en dat heb ik al een keer gedaan. Het is saampjes heel wat gezelliger. Dan mag jij de foto’s maken! Én de route bijhouden! En je mag naar mijn gekwebbel luisteren! En de hekjes openhouden! Deal? Dankjewel voor deze heerlijke zondagochtendbesteding.
Tot het volgende loopje en beterschap met je verkoudheid. Fijne zondagmiddag. Groetjes Anke.
1 uur en 3 kwartier op een marathon – hartslag
Omdat ik geen greintje spierpijn heb:
Uitdribbelen. Nuchter. Dat valt niet mee, want zodra ik wakker word heb ik al honger. Helaas: het ontbijt bestaat uit 3 glazen water. Om 10 over 8 ga ik met Vincent mee naar buiten. Halte 1: De school. Daar dribbel ik naar toe terwijl we natmiezeren. We zijn ruim op tijd. Na de korte stop, heb ik geen idee hoe ik eens verder zal joggen. Belachelijk dat ik een tempo onder de 6:30 joggen noem, maar het voelde super-relaxed aan. Ik ging langs jeugdland en over de brug. De drizzle was gestopt. Ik hobbel vrolijk, me vervelend voort.
Waar ik ooit de eerste keer 10 kilometer onder een uur liep, zijn er nu al moeiteloos vier voorbij gegaan. Mijn tijden zakken een beetje in, maar ik zie dat de hartslag alsmaar laag blijft. Als het boven de 135 komt, merk ik dat aan het tempo en hou ik me in. De lantaarnpalen lokken me voor een interval,
en ik besluit dat ik te benieuwd ben naar mijn marathontempo. De laatste 2 kilometer ga ik op een hartslag tussen de 150 en 155 lopen. Hoeveel zouden die 20 slagen uitmaken? Ik jog tussen de kassen door. Best saai eigenlijk. En dan kom ik op de 6 kilometer, het is nog twee kilometer naar huis. Ik zet lekker aan, maar wil niet te hard gaan lopen. Het tempo is goed vol te houden. Ik krijg het wel wat warm, maar dat kan aan de lange broek liggen en de regenjas. Fijn tempo. Nu krijgt de hartslagmeter het moeilijker dan ik en ik stijg nog wel langzaam de brug op. De hartslag stijgt naar 167 en daalt dan weer plotseling naar 145, terwijl mijn tempo gelijk blijft. Ik loop allebei de kilometers op 5:30. Later zal ik proberen of ik dit urenlang kan volhouden. Nu zitten de 3 kwartier joggen er voor vandaag op en heel sloompjes ga ik naar huis terug voor een bakje yoghurt met druiven.
kilometer 10, Run Aap Just -> De Just Aap Run 10km in omgekeerde volgorde.
Omgekeerde volgorde: we beginnen aan het einde! Op de dag na de wedstrijd: Dat is het NU, nu ik dit blogje schrijf. En ik voel me PRIMA. Perfect. Geeneens spierpijn! Geen last van mijn rechtervoet, mijn linkervoet, knieën – alle spieren en pezen voelen aan alsof ze gisteren -nou ja- niks hebben gedaan. Dat is een goed begin zo aan het einde dus. Geval van Eind Goed, Al Goed? Bijna….
De uitslag dan maar meteen: 49 minuten en 1 seconde netto.
Zesde van de dames, derde dame boven de veertig. En toen ging ik op het gras liggen om even uit te rusten en daarna fietste ik naar huis. Dat was na de wedstrijd.
Ik was niet beretrots op de 49 minuten, maar dat is onterecht. Het is gewoon supergoed gemaximaliseerd waar ik op dit moment sta. En in vergelijking met de vorige 10 kilometer wedstrijd voluit-gaan in januari maar liefst 2,5 minuten rapper. Terwijl ik niet aan het trainen ben op ‘sneller’.
Nog een stap terug: De wedstrijd zelf. De laatste twee kilometer waren zwaar. Ik wilde wel versnellen, maar eerlijk is eerlijk: dat lukte niet meer. Tempo van onder de 5 minuten vasthouden was zwaar genoeg. Beetje wind tegen, rechte wegen. Mijn hartslag ging nog wel omhoog en kwam boven
de 170 uit. Ik werd nogal soepel door nog een meneer voorbij gestreefd, maar ik kon niet bij hem aansluiten. Nog Even Nog Even, Nog Even, denk ik dan: dadelijk ga ik languit in het gras liggen. De zevende kilometer was een raar makkie: volgens mijn hartslagmeter steeg mijn hartslag enorm aan het begin van de kilometer, maar dat lijkt me een meetfout. Echter, daarna kwam er zoveel rust in me dat het gemakkelijker aanvoelde. In deze kilometer had ik graag een dextro uit mijn zak gehaald, maar die had ik niet bij me. Inmiddels liep ik alleen, en werd heel af en toe ingehaald door kerels die moeiteloos kunnen versnellen blijkbaar. We gingen 1 van de vier bruggen van het vierbruggenpad over. Kilometer 5 en 6 waren niet gemakkelijk: ik moest een stapje terug doen qua tempo en moest me laten inhalen door een andere (jongere) dame. Ik had last van mijn buik en wat lichte steken in mijn zij. Ik had denk ik teveel gedronken vooraf. Kilometer 5 liep ook nog eens over een onverhard smal slingerpad – dus nee, dat waren de beste kilometers niet. Ik was toen aan het aftellen en wilde de hartslag rond de 170 houden. Eén van deze kilometers begon ook met een 5 minuten -tijd. Kilometer 3 en 4 waren om mijn eigen tempo te zoeken. Ik liep lekker, maar wist ook al dat dit tempo niet haalbaar is over 10 kilometer.
Ik kreeg het warm en zweterig. Kilometer 2 was de eenvoudigste: ik had me een plekje veroverd, mijn tempo bleef lekker liggen op 4:40 en ik kwam er mooi in. De eerste kilometer moest ik veel mensen inhalen, veel slingeren. Iemand op blote voeten, de trainster die de 5km al heeft gelopen, een meneer met rinkelende munten in zijn zak: ik ga ze allemaal voorbij. Ik zwaai naar de oude trainer en ik ga zien waar het schip niet gaat stranden. De negatieve tekst maakt plaats voor de mantra: “vlieg ‘m d’r maar in”. Ik ben alle twijfels kwijt.
Aftellen in het startvak: Mijn hartslag is, vrolijk kletsend in het startvak met Vera nog onder de 100, maar ineens wordt het 120. Te laat om weg te rennen! Ik kan maar 1 kant op weglopen en dat is de wedstrijd in. Dat doe ik dan maar, ‘want ik ben er nu toch’. En dat is best wonderlijk als je het afgelopen uur bekijkt.
een kwartiertje eerder: Ik had geen zin. Ik durfde niet. Ik wilde niet. Ik haat wedstrijden. Ik ga trainer/coach Merijn een app sturen dat ik gewoon niet ga. Ik stap op de fiets en ga naar huis. Waarom heb ik niet gewoon aan de trail meegedaan?! Ik was bang dat ik het lopen verleerd was. Ik had geen idee hoe hard ik moest gaan. En ik had al helemaal geen idee waar het schip zou stranden, maar in mijn verbeelding was dat al gebeurt. Bij de ACR, bij de Zeebodemloop: ik had lang geen stress meer gehad, maar nu was het over-the-top. Onzekerheid en faalangst troef. Ik liep langzaam in, waarbij ik slechts lette op de loophouding en inwendig danste: ik weet nog best hoe het moet… Ik sprak een dame aan, want ik ken gelukkig veel mensen in Almere en zij wist al beter dan ik dat ik zou gáán, maar ze begreep ook dat ik gespannen was. Ik liep met hen mee het startvak in, anders was ik daar niet geweest.
Een half uurtje eerder: Ik kwam bij Harry die de startnummers uitdeelde en hij vroeg blij: hoe gaat het? Ik mopperde onder een donkere blik: niet goed. Oh! wat had ik zin om terug naar huis te vluchten zeg. Dat stukje in mijn eentje op mijn fietsje naar de Kemphaan had me erg, erg onzeker gemaakt. Uit het niets eigenlijk. In mijn hoofd zat de “opdracht” die ik van de trainer had gekregen: ‘Kijk maar waar het schip niet strand’. Door die formulering begon ik bang te worden dat het schip wel ergens zou stranden en ik wist niet waar. Ineens had ik geen idee welke hartslagzones ik moest aanhouden, hoe hard ik moest gaan, hoe snel ik zou moeten finishen om wie-dan-ook niet teleur te stellen. Ik werd er bang van. Het voelde als een proef en een test, maar ik wist niet waar het om ging. De winnaar van de vijf kilometer zei het wel te begrijpen, zo ‘vlak’ voor de marathon. Hij trooste me met de beste tekst ever: “Ach, ga nu maar gewoon dadelijk, je bent er nou toch.” Hij dacht hetzelfde over de 10 kilometer en zou tweede worden op die afstand. Ik vroeg Harry tegen me aan te kletsen toen ik was omgekleed om niet te verdwalen in mijn faalangstige gedrag. Zo achteraf was het natuurlijk allemaal vreselijk onnodig, maar daar op de Kemphaan vlak voor de wedstrijd was mijn angst levensgroot en belemmerend aanwezig. Ik dronk veel sportdrank en besloot de wedstrijd op 2 dextrootjes te gaan lopen. Ik had al zoveel gegeten.
Een paar uur eerder: Uitslapen, twee boterhammen eten, me nergens druk over maken. Snel de kleertjes bij elkaar zoeken. Geen stress: het zijn maar tien kilometertjes. Jammer dat het net ietsje te zonnig is.
Een paar dagen eerder: Heb je zin in de wedstrijd? vroeg iemand me. En ik riep: Ja! Op mijn schema stond dat ik “vollebak” moest gaan. Ik keek er enorm naar uit om weer eens te laten zien wat ik kan en te kijken waar ik sta. Na zo’n rustweek is een 10 kilometer wedstrijd echt waar ik zin in heb!
Kortom: Eind goed, al goed: ik heb laten zien waar ik sta, wat ik kan, hoe goed het gaat. Zonder veel naweeën kan ik tien kilometer binnen 50 minuten lopen. En nu heb ik geleerd dat ik het plan onmiddellijk moet laten varen om me in mijn uppie te melden bij de start van de marathon. Weer wat zaken geleerd. Fysiek ga ik die marathon wel lopen, mentaal moeten we nog een paar zware weken “uitrusten, energie sparen en herstellen”, zoals de trainer me beloofd heeft.
hardlopen met mama – door Vincent
ik en mama hebben vandaag 4 km gerend of beter gezegd Vincent heeft 4 km gelopen en mama 5 km gelopen.
het weer zat niet echt mee we hadden regen en zon of allebei maar het was voor mij en mama niet erg.wij hebben ons doel allebei gehaald
maar ik von het heerlijk maar bij de eerste straat had ik nog wat moeite om er in te komen maar toen ik een straat verder was was ik al op gang en toen rende mama weg maar ik hield mijn tempo aan en mama wachte op mij gelukkig maar het gaat steeds beter en makkelijker.
maar het was heerlijk met de regen en zon.
ik begon helemaal te blozen en toe ging me veter los en mama wachten en toen gaven wij elkaar een knuffel 🙂
het werd steeds moeilijker en makelijker maar het was wel geselig we hebben een spelletje gedaan dat ik iemand in mijn hoofd had maar ik maakte een fout ik had Max verstappen in me hoofd maar ik dacht dat hij in België woonde maar hij woonde in Nederland oeps sorry
we zijn door alle straten gerend van onze buurt
dankjewel Vincent voor het meelopen en het bloggen! Mama
Swappen in Hartslagzones.
Ik wilde een ingewikkeld blogje schrijven, maar door de domper op het einde had ik daar toch geen zin meer in. Na twee dagen rust (wandelen en fietsen niet meegeteld), was ik blij weer op pad te kunnen. Ik had een ingewikkelde training voor de boeg van “slechts” drie kwartier. Dit stond er in geheimtaal: 5z1-5z2-2×15(1z3-1z1-1z4-2z1-2z3-1z1-2z4-3z1-1z4-1W. En dat heb ik vertaald naar de Garmin. Iets later als mijn bedoeling was (met het oog op regenval) stond ik buiten en volgens de Garmin kon ik meteen aan de slag. Eerst 5 minuten in zone 1 gaan hardlopen. Nu is mijn hartslag bijna angstwekkend laag en kan ik vanaf hartslag 116 al aardig doorlopen: 6:20/6:30 de kilometer vind ik wel netjes. Na 5 minuten door naar zone 2 en dat is gewoon een makkie. Dan ga ik ongeveer 10 kilometer per uur. Ik hou op de Garmin de hartslag in de gaten en hoe lang ik in welke zone zit en op de Apple Watch is te zien hoe hard ik ga. Gelukkig kan ik het straks per zone-wisseling op de Garmin-site nakijken!
Zone 3 voor 1 minuut. Ik besluit eerst het industrieterrein over te gaan en terug te keren via het fietspad langs de Oostvaardersplassen. Ik heb een lange broek aan. Als ik net in zone 3 zit, is de minuut alweer voorbij. Ik ken zo’n rijtje niet uit mijn hoofd, dus ik moet elke keer op het horloge kijken en meteen reageren. In het groene gras verstopt zich een pikzwarte kat: tenminste: dat probeert het diertje. Ik vertel hem hardop dat ik dan net zal doen alsof ik hem niet zie! Zone 4 zien te bereiken in een minuut betekent loeihard sprinten. Ik doe mijn best en kan dan niet ook nog eens kijken hoe hard ik ga! Overigens is het net zo’n opgave om binnen een minuut weer terug in zone 1 te komen. Dat gaat steeds beter. Vooral ook omdat ik mijn schoenen moet her-strikken. Voor mij lijken de zones redelijk willekeurig en ik ga hard door zone 3 heen. Als ik eenmaal op tempo ben, hou ik het wel vol, maar ik zie er intussen uit als een tomaat die drupt. Dribbelend naar zone 1 terug en dan heerlijk over het fietspad sprinten in zone 4 voor twee lange minuten. Daarna ben ik alweer in 1 minuut in zone 1 en heb ik twee minuten “over” om op adem te komen. De W van wandelen verbaast me, maar ik doe het netjes. Ik ben bij de ingang van de Oostvaardersplassen en begin aan de tweede serie met zone 3. Het gaat nu al gemakkelijker. Binnen 40 seconden zit ik in de juiste zone. Terwijl ik daarna in zone 1 een foto
maak van de zon op de plas, komen er regenstralen naar beneden. Hier moet ik weg! Dus ik sprint in zone 4 uit de bui. Onderweg kom ik niemand tegen. Nergens niet. Ergens in een zone 3 of 4 gaat het mis: de hartslagmeter krijgt kuren en mijn hartslag stijgt veel sneller dan mijn tempo! Als ik langzamer ga, dondert de hartslag weer onevenredig naar beneden. Laat ik deze twee minuten gewoon lekker op tempo doorgaan! Daarna herpakt de hartslagmeter zich en ik zit snel weer in zone 1. Nog eventjes, denk ik dan maar. Gaandeweg word ik roder en wordt het wisselen van tempo’s gemakkelijker. Dit zal er wel voor zorgen dat mijn hartconditie nog verder vooruit gaat. Als ik moet uitwandelen ben ik bijna rond en zie ik het Oostvaarderscentrum al. Tot mijn verbazing zijn er van de 45 minuten pas 40 om! Ik heb dus ergens een fout gemaakt, maar ik kan ‘m niet vinden. Ik besluit het pad met de palen nog in intervallen te lopen en dat gaat me heerlijk gemakkelijk af. Lekker overzichtelijk: naar de ene paal snel, naar de volgende paal lijkt het een heel stuk verder. En daar kom ik wel mensen tegen.
Bij het centrum ga ik kalmpjes en ongedwongen uitlopen en zet ik op het horloge een nieuwe ronde in. Ik heb er al ruim 8 kilometer opzitten volgens de Apple Watch en kom op een tempo van 6:20 ongeveer uit. Dan zie ik dat de Garmin nog geen afstand heeft opgenomen! Zou het komen door het resetten? Dat hoop ik maar. Gelukkig loopt de telefoonmeting ook mee. Een paar meter voor me stijgt een reiger op. Omdat ik alle tijd heb gehad van ‘m om mijn telefoon te pakken, kan ik een mooie foto maken van zijn vlucht. Ik maak nog een heel klein ommetje om op de 10 kilometer te komen. Daar heb ik een uur over gedaan en dat vind ik gezien de wandelpauze erin en al die wisselende tempo’s heel goed gedaan. Maar helaas pindakaas: de Garmin heeft qua afstand helemaal niks opgenomen. De hartslagzones wel, maar ik heb nul komma nul kilometer afgelegd volgens dat ding.
Waarschijnlijk had hij toch geen GPS-ontvangst toen ik begon. Ik baal er wel even van, neem de gegevens over van de telefoon qua lengte en tijd en ga lekker douchen. Dus heb ik nog steeds geen idee hoe hard ik kan lopen in zone 4 en hoe langzaam ik ga in zone 1. Dat neemt niet weg dat ik fijn heb getraind: ik ben er moe, rood en bezweet van geworden en mijn hart heeft zich goed gedragen.
Maandtotalen en Spotify Music
Vanmorgen mocht ik van mezelf alleen als ik me echt goed zou voelen: ik voelde me prima: geen pijntjes, lage (hele lage) rusthartslag; maar wel een beetje weinig geslapen door een onrustige onweersnacht. Dit was de laatste kans om het maandrecord te verbreken. Het huidige maandtotaal staat net niet op de 250 kilometer. Mijn record stamt uit augustus 2013 met 257 kilometer. Eigenlijk staat er rustweek deze week. Na de 66 kilometer vorige week is dat geen overbodige luxe. Ook dat is nét geen record, want de beste week ooit bestond uit 70 kilometer. Het opgeven op zaterdag komt me duur te staan zo… En dat kan ik niet goed hebben. Sorry trainer: iets met ambitie en hardloopzin terugveroveren na het debacle van zaterdag…. dát in combinatie met het uitproberen van Spotify Running (maar daarover dadelijk meer) maakt rennen op deze ochtend een must.
We moesten in het hospitaal langs in Almere en ik had onder mijn rok een hardloopbroek aan! Half tien was de rok uit en een regenjasje aan voor noodgevallen. Het was droog, maar zelfs nu al was het tamelijk benauwd buiten met een hoog vochtgehalte. Ik had Spotify Running aangezet: je gaat lopen op een bepaald tempo, kiest een soort muziek en dan houdt de muziek je ritme aan. 170 stappen was mijn ritme volgens Spotify. Zo ging ik EPIC op weg!
Ik liep langs een kat op zoek naar een droge route het park in – tevergeefs. Ik ging over een pad (het nathalie wood-pad) waar ik nog nooit geweest was en ik had een heerlijk, zalig steady ritme. Ik hield lekker zone 1 aan. Al snel moest het jasje uit en omgebonden worden. Ik liep langs de Meregaard en langs de Hasselbraam. Mijn tempo was helemaal rustig en kilometer na kilometer tussen de 6:15 en 6:30. En dat in zone 1 met een hartslag van rond de 130-135 slagen per minuut. Als ik een trapje op ging, hoorde ik even later de ritmeverandering terug in Spotify Running! Lollig. Ik liep langs de scholen en de zon kwam er doorheen: dat maakte de doorweekte grond nog dampender.
Er heerst rust in Almere. Stilte. Kalmte. Lawaai werd overstemd door de muziek. Dat had ik zaterdag moeten hebben! Ik liep over de fietspaden en toen moest ik lang wachten bij het stoplicht. Ik wilde niet echt de meest voor de hand liggende paden, dus voor de manege sloeg ik linksaf om even verderop het ruiterpad te nemen. Er lag wat modder wat mij even ophield, maar zo snel mogelijk pakte ik het ritme weer op. Ik schrok en gilde toen er ineens uit het niets een bulldog tegen me opsprong! Geen baasje te bekennen en ik zei nog tegen de hond: “man, jij laat me schrikken” en toen rende het beest weer weg. Ik vervolgde de onverharde weg. Het tempo gaat dan wel iets omlaag en de schoentjes worden nat, maar het is zo heerlijk ontspannend!
Brug over en weer niet de meest geijkte paden door het park nemen, maar een ommetje naar de volgende brug maken. Ik liep gewoon lekker te genieten, om me heen te kijken en aan honderdduizend-en-één dingen te denken. De muziek werd wel een beetje eentonig na zo’n 50 minuten.
Inmiddels was het maandtotaal van 250 gehaald, maar ik ging nog even door tot ik thuis was en er tien kilometer op had zitten. In 1 uur en vijf minuten had ik ze erop zitten en was ik thuis. Bijna 260 kilometer in een maand! Sorry trainer: ik heb het weekprogramma overhoop gehaald en dat nog wel op de eerste dag van de rustweek. Ik beloof je (met pijn in mijn hart) dat ik morgen thuis blijf. Maar ik weet nu wel weer hoe leuk hardlopen ook kan zijn bij hitte: als je maar rustig aan doet, afleiding hebt (hoe saai de muziek ook is) en je aanpast aan de warmte.








