Doe maar wat

Geen schema, geen verplichtingen, geen doelen, ik kan rennend doen wat ik wil! Of ik kan niks doen. Maar dat is geen optie.
Vincent was een uur/drie kwartier onder de pannen, dus ik had hardloopkleding aan en ging maar gewoon. Waarheen? Geen idee. In 1 tempo, verschillende tempo’s? Ook geen idee. Al lopende werd het wel duidelijk. En jawel: ik liep over het fietspad en besloot 2 kilometer ‘rustig’ in te lopen. Het ging heerlijk. Rapide, op een lage hartslag: feestlijk! Ik zou daarna 2 kilometer op hoger tempo gaan lopen (=hogere hartslag). Om het Fannie Blankers Koen Park heen dan maar. Dat ging ook lekker. Alleen moest ik in de derde kilometer mijn schoenveter strikken. Net boven de 5 minuten op de kilometer: dat moet sneller kunnen. Ik liep langs de Vaart en in de verte liep ook een hardloopster. Ik haalde haar net niet in, maar de kilometertijd kwam onder de 5 minuten te liggen: bingo! Toen een kilometertje rustig aan. Lekker 6 minuten-plus. Ik kwam de mensen die hetzelfde rondje liepen, maar dan met de klok mee weer vrolijk tegen. 🙂
Ik besloot dat ik hierna nog een kilometer hard mocht lopen. Lekker snoeihard het asielzoekerscentrum voorbij en mannen op de fiets inhalen, grin. Een rondje om de atletiekbaan. De snelste kilometer, zo’n 12,5 kilometer per uur gerend; ook al is dat dan maar voor “eventjes”, nog geen 5 minuten. Toen kon ik het tempo niet helemaal laten gaan, want ik moest ook op tijd zijn om het mannetje weer op te halen. Het werden uiteindelijk 8 kilometers in drie kwartier. Ik kwam wat bezweet en rood aan! Dat was vooral vervelend omdat er een geblesseerde mede-loopster zat die ik ken en die ook zĂł graag weer gewoon zou rennen en de blessurebank wil verlaten. Ik ken dat wel en ik voel met haar mee. Ik moest met een vrolijk jongetje weer naar huis fietsen. Lekker rondje zonder druk gelopen: hoera, ik kan het nog!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Doe maar wat

De bossen van America uitgeschreven in het cryptogrammenboekje!

“Verslagje van 5km door de Schatrijkse bossen:
tegen 12 uur, nog steeds droog en al een uur niet meer gegeten (gesnoept!) Dus ik deed warme kleren aan (lange broek, lange mouwen Ă©n nog een jasje) voor minstens een half uur “uber uber rustig”. Stond gister al op het schema. Vincent liep mee tot de poort en fotografeerde z’n mama. De sleutel moest mee voor het hek van het park, maar die maakte (teveel) lawaai. Manuel liep in Lissabon, P. liep in Amsterdam en ik liep dolblij het bos in. Ik hou heel erg van het bos nu: onverhard,
en het ruikt zo lekker. Ik nam de sleutel in mijn hand en ging de zondagswandelaars inhalen.Mijn half uurtje! ‘t Is zo fijn met die verende ondergrond en de wisselende uitzichten en de kalmte van het bos. Het ging heerlijk, maar ik moest er even inkomen, getuige de 7min+ tijd van km1. In km2 zag ik op het routebord dat de oranje route die ik volgde 5km was en die kon ik dus blijven volgen.  Weer ‘n langzame kilometer. De foto’s waren lastig te maken met de uit-stekende wortels op de grond. Ik haalde mensen in met een stinkende sigaar. Het was wat druk met families aan de wandel. Die haalden de heerlijke bosgeur weg. De volgende familie had mandarijnen. De 4e km schoot op en ik had het ritme te pakken. Lekker tempo, fijne omgeving en ik kwam op temperatuur. Ik stak 2x de grote weg over. De 2e keer haalde ik meteen een stelletje in. De vol-
gende bosgrond was prachtig bemost.
Ik vond het best lastig om rustig te blijven lopen en me in te houden. Het ging zo supergoed, zo moeiteloos en zo fijn dat ik echt dacht: zal ik nog een tijd <6min neerzetten? Maar aan de andere kant: onverhard, het liep prima, waarom zou ik? Na 5 km in 34 minuten was ik rond en vond ik het gewoon goed. Ik had niet op de hartslag gelet die op 143 gemiddeld lag, ik was nauwelijks moe en ik kan het dus nog! P. en Manuel hebben toptijden gelopen op hun marathon: ik heb maar een fractie van hun afstand gelopen en ver van een toptijd, maar ik heb een toptijd beleefd in de bossen! Anke”
ps. nu de cryptogrammen nog oplossen……
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De bossen van America uitgeschreven in het cryptogrammenboekje!

1000 weken en een paar kilometer van meneertje en mevrouw de Boer

Alle naweeen van de marathon zijn uitgewist. Nog slechts een paar nachten slecht slapen bleven over tot vandaag. Want dit was de grote dag: dit is de dag die in mijn agenda vermeld stond als: “Anke de Boer maken”. Om kwart over 9 waren Rob en ik na 1000 weken samenzijn eindelijk zover dat we ja hebben gezegd tegen het huwelijk en alle voorwaarden die daaraan worden gesteld. In spijkerbroek. Met 2 getuigen (mijn hardloopvriendin), Vincent en de ambtenaar van de burgerlijke stand. Een goed begin van een druilerige dag!
Nadat we ons verrassende nieuws her en der in Zeist en Hilversum hadden vermeld, zijn we thuis met zijn drietjes een spelletje Catan gaan spelen wat door de kleinste de Boer werd gewonnen! Daarna aten we thuis aardappels met spinazie (het uit eten volgt morgen) en toen regende het. Daarom ging de training van Vincent niet door. (best raar, dat triatleten die normaal toch ook gaan zwemmen, bij regen hun training laten vervallen….) Toen werd mijn plan nog duidelijker: samen met de jongen met wie ik nu de achternaam eindelijk deel een rondje lopen! Het mocht van mijn trainer (als het echt nodig was) en ik had meteen een fijne snelheidsbegrenzer (dacht ik).
Het regende en het was best fris, maar na een paar honderd meter hadden we dat al niet meer door met onze mooie lampjes. We kwebbelden en kletsten. Aan het einde van onze straat (richting de seizoenenbuurt) hield mijn kleine makkertje het niet meer uit met zijn slome moeder en zette er tot drie keer toe een genadeloze sprint in die deze oude post-marathonner niet kon evenaren. Onder de brug door in de Seizoenenbuurt werd ik uitgenodigd voor een versnelling en samen deden we een prachtige steigerrun, die voor de kleine overfitte jongen eigenlijk nog te kort duurde, maar toen waren we op het schoolplein. Tijd voor een run-selfie en weer verder.
Terug liepen we over het fietspad en mama vond het wel mooi geweest qua training (die zag al anderhalve kilometer staan op de teller), maar Vincent rende tussen de april- en maart-straat nog even lekker op zijn ‘eigen’ tempo. Ik ging gewoon moeiteloos prima verder en voelde het hele loopje aan als een geweldig moment met zijn tweetjes. Bij de oude school aangekomen, had mijn kleintje er nog geen genoeg van en ik kon er ook geen genoeg van krijgen, dus haakten we er een klein lusje aan vast. Mijn compagnon bleef nu lekker op mijn lage tempo meerennen en vertelde honderduit over zijn lievelingsauto’s, over zijn hardloopzones die hij afmeet in auto-versnellingen en wat hem de dag had gebracht. We kwamen een andere (natgeregende) loopster tegen die een allervriendelijkste aanmoediging kreeg van een 9-jarige in een veel te grote regenjas. We liepen nog langs de Mustang die Vincent gaaf vindt en toen waren we na 3,5 kilometer in 24 minuten weer thuis. Nat, meer dan tevreden en heel gelukkig.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 1000 weken en een paar kilometer van meneertje en mevrouw de Boer

The days after…..

12 oktober
De serieuze spierpijn blijft uit. Ik loop de trap gewoon af. Dat voel ik, maar het is niet pijnlijk. Ik fiets door de kou met Vincent naar school. Lukt ook. Ik kleed me wel warm aan, want ik weet dat ik vatbaar ben. Honger? Totaal niet: ik eet wat yoghurt en dat is genoeg. Ik ben vandaag een kilo lichter als zaterdag. Daar ben ik stom genoeg nog trots op ook! Daarop wel
.

Deze heb ik van Joyce gekregen, dus ze mag ze ook mee opeten!


Ik ga naar J. om alles te vertellen. Hoe fijn! Ik had het beter kunnen opnemen, dat had schrijven gescheeld nu! ‘t Is echt zalig om het te vertellen, want dat zet het op zijn plaats. Maar de grote trots blijft maar uit. RenĂ©, Hugo, Alfred, Remko: allemaal hebben ze beter gelopen, maar niemand heeft 37 minuten van zijn PR af gehaald. Maar dat zegt misschien meer over de eerste keer! Ook de reacties op facebook raken niet het diepste van mijn ziel, zelfs niet Merijns plaatjes-serie. (kan ie ook geen punten vergeten)
Als Vincent bij Aikido is, gaan we nog wandelen ook! Moeiteloos. Hier liep ik de ACR. Gister liep ik de marathon en nu wandel ik volledig vrijwillig een rondje zonder moeite!
Ik breng mijn pakje naar Manuel en hij rent mee naar Just Run. Voor 1 keer ben ik niet echt jaloers. Ik voel me even niet op mijn plaats, maar het is heerlijk te horen hoe G. het beleefd heeft en hoe Harry zich voelt. Ik ben eigenlijk weer te fit. Fysiek ben ik het aller-sterkste. Mentaal niet. Ik hou mijn verhaal op afstand. Voor de anderen en voor mezelf. Wel brokjes: van het kind wat leert fietsen en de Noel die in de weg liep toen ik moest kokhalzen. Er daagt iets bij mij. Ik heb een wereldprestatie geleverd door door te gaan toen het eigenlijk niet meer lukte. Ik heb niets gewandeld. Op de fiets naar huis vertelt G. dat dit haar zesde marathon was en dan dringt er tot me door dat dit pas mijn tweede keer is. Harry heeft er ook 6 keer over gedaan om onder de vier uur te komen. Bijna iedereen denkt dat ik dat ook wil gaan doen.
Fysiek gaat me dat vast lukken. Volgend jaar al vermoed ik. Als ik dat zou willen, met hulp van Merijn. Maar! Mentaal kan ik het niet aan. Die paar uur van tevoren de druk hebben om onder de 4 uur te komen, zal ik niet aankunnen.
13 oktober.
Vanaf 3 uur slaap ik weer niet. Ik heb het heet en ben bang nu ziek te worden: dat kan niet!! Ik heb het niet verwerkt. Ik heb het niet op een rijtje. De marathon is nog niet in mij geland. Ik lijk koorts te hebben en mijn hartslag is hoog.  Ik ontbijt nu wel goed, want ik moet post rondbrengen. Het lukt niet goed met mijn fiets, het is veel post en na anderhalf uur ben ik nog lang niet klaar en word ik heel erg moe. De mars en de sportdrank helpen niet meer. Ik ben echt een beetje duizelig van vermoeidheid.
Thuis bel ik eerst Mieke, die snapt hoe zwaar de marathon is, omdat H. dat heeft toegegeven. H., die alles kan, vond de marathon onmetelijk zwaar. Ik sorteer de agenda’s, eet veel chocolaatjes en knap weer op. Ik ga de agenda’s met de auto brengen.
En dan heb ik de medaille vast. Het evoluon staat erop, StrijpS, de parken, de piek van de hovenbrug. Ik zie het opeens. Terwijl Mieke over de verbouwingen van hun huis kletst, dringt het door: ik heb de marathon van Eindhoven gelopen in een toptijd. Ik heb het perfect gedaan: gespaard de eerste kilometers, genoten, niet in paniek geraakt en doorgegaan toen ik het zwaar had. Dan is het eindelijk voelbaar: ik ben trots. Ape-trots. Trots waar je groter van wordt.
En ik herstel buitengewoon snel. Daar heb ik voor getraind. Eindelijk heb ik het surprise-ei gekraakt en hou ik de verrassing vast!
En zo loop ik 48 uur na de marathon met kratjes vol agenda’s te slepen en wandel ik van huis naar huis. Moeiteloos. Ik spring zelfs over de hekjes heen! Hoe kan dit?!
Dit jaar heb ik al meer gelopen tot nog toe als vorig jaar in zijn totaliteit. En wat mij betreft, kan ik morgen gewoon weer rennen. Ik vrees dat ik donderdag bij Merijn ga zeuren
.

Categories: Uncategorized | Comments Off on The days after…..

De Marathon van Eindhoven

Op zaterdag ga ik met Vincent losfietsen. We gaan over de dijk en het is vreselijk mooi. Ik overschat mijn conditie en het arme manneke heeft het zwaar om tien kilometer te moeten fietsen naast een topfitte moeder. Fysiek ben ik helemaal klaar voor de marathon, maar mentaal is een totaal ander verhaal. We halen nog net op tijd de nieuwe compressiesokken bij Run2Day en de verkoper vraagt welke tijd ik in gedachten heb en ik merk dat ik dat niet meer heb. Om twee uur neem ik de trein en Harry reist mee. Ik ben niet mijn vrolijke zorgeloze zelf. Heb minder te kwebbelen en zit veel om tekst verlegen. Spullen afgeven in Eindhoven: water inleveren en het startnummer krijgen. Ik blijf onrustig. Ik klets ook met Zelia bij de thee, maar er zit een enorme nervositeit in mij. Pas als papa me ophaalt bij het station, kalmeer ik van binnen ietsje. Ik kijk eerst of ik mijn schoenen bij me heb als ik in Veldhoven sta. Mama heeft precies de spullen gekookt waar ik om gevraagd heb: macaroni met roerbakgroente en hamblokjes.  Yoghurt toe.
Dan zie ik dat ik vanuit startvak G moet starten! Ik heb mezelf ingeschat op 4:30! Ik ben nu al teleurgesteld in mezelf. Ik weet dat ik daar niet thuishoor en dat maakt het erg moeilijk. Ik kan Harry nooit bijhalen zo. Ik moet het echt helemaal alleen doen.
De spullen liggen klaar, ik snoep nog een hoop gezond fruit en drink veel thee.  Om half elf ga ik naar bed. Ik slaap in en om 12 uur word ik wakker. Ik ga naar de WC en kom niet meer in slaap. Ik lig wel te rusten, maar uur na uur hoor ik de kerkklok. Ik ga nog drie keer naar de WC beneden en lijk amper te slapen. Ik weet nu hoe lang een kerkslag duurt. Als ik dat om drie uur ontdek, kan ik het om vier en vijf uur controleren. Om zes uur ben ik blij nog maar een half uur te hoeven uitzingen.
Om half 7 sta ik op en ben ik heel erg gespannen. Met moeite eet ik 3 boterhammen met stroop die ik niet eens echt lekker vind. Ik leg de spullen klaar en ga terug naar bed. Ik ga in de Margriet lezen en dat had ik uren eerder moeten doen, want mijn gedachten zijn een tijdlang afgeleid! Ik doe mijn kleren aan om een uurtje of half 9, kijk alles nogmaals na en ik weet wie ik waar kan verwachten. Om kwart voor 9 gaan we weg. Nu is er niks meer aan te doen, over een uur mag ik en het wordt steeds minder erg. Hier heb ik immers voor getraind. Ik weet waar ik ga komen: ik ken de route, ik kan het opdelen en ik weet dat ik de eerste 30 km moet gaan genieten. Volgens Merijn de eerste 30km en de laatste 100 meter. Ik hoop dat ik na 35 km nog wat over heb om te versnellen net als bij de 30 van almere. Om 2 minuten voor 10 ga ik het startvak in. Ik heb netjes alles gegeten wat ik moest doen, mijn kleding is helemaal in orde en in het startvak krijg ik nog een allerliefst SMSje van Vincent. Het is nogal koud. De angst is al weg. Het startvak is alles behalve strikt. Ik zie F-jes en I-tjes naast me. Sjit, had ik ook kunnen doen dus. Maar ik sta vooraan.
En dan gaan we. Weg spanning. Weg hekken. Precies op de startstreep gaat het horloge aan. Hartslag in de gaten houden. Onder de 155 proberen te houden.
Km1: Natuurlijk is de hartslag veel te hoog. Langs het stadion. Ik geniet en lach (hardop?): al die mensen die tegen de zon in moeten kijken, al die lopers: zo moet het zijn! Dit is inlopen, ik kan nu toch niks aan de hartslag doen. Straks. Strijp S. Het is mooi hier. Ik merk de schoorsteen op. Kijk goed om me heen. Voorlopig mag ik lekker hardlopen. De ballon met de 4 uurs pacer loopt net iets voor me. Ik ga het merken hoe het gaat. Voor nu is het koud, maar oke. Ik zal toch geen last van mijn sokken krijgen?!
Km2: Een smalle straat. Mensen die over de berm gaan. Ik vind het onhandig, maar ik zoek wel wat ruimte. Ik loop rechtop en kijk om me heen. Aha, zo loopt de route dus. Het evoluon. Hartslag nog steeds te hoog. Ik ga ook snel. Dat komt straks, nu laat ik het even gebeuren. Ik let niet erg op de kilometers. Ik zie wel een tijd langskomen die te snel is. Komt straks wel goed. Naat me lopen twee meiden met camel bag. Die zien er goed uit!
Km3-4 Ik loop lekker in een ritme en kom op temperatuur. Het is fijn over de busbaan te lopen. De hartslag daalt wel iets, maar niet genoeg. Ik kijk naar de andere mensen; meiden, snelheidsduivels, korte hempjes, lange broeken. In de verte zie ik de piek staan en daar staat mama. Ik kijk er naar uit. Ik krijg al een buzzer te horen uit mijn telefoon en begin aan een gelletje. Er staan veel kerels in de berm te pissen. Lekker langs de McDonalds. Zoveel mensen langs de kant! Ik zie mama niet op de Hovenring. Het is er te druk. Vanaf nu moet ik mijn eigen tempo en hartslag gaan oppakken. Laat de rest maar gaan, ik ga nu zorgen dat ik de marathon kan uitlopen. En dan ineens hoor ik superhelder: Anke! En daar links staat mama. Ik zwaai. Onder de snelweg door. Wat heerlijk dat wij lopers nu de wegen beheersen, dat was in de zomer bij de test wel anders!
Km5-7 Ik let niet meer zo op de afstand. De oranje ballonnen verdwijnen in de verte. Haal ik ze straks bij? Slokje water bij de verzorgingspost. Mijn hartslag komt lager te liggen en ik ga lekker verder. Mijn tempo komt ook lager te liggen, maar blijft onder de 5:50. Prima zo. Er loopt een man op slippers! Slippers! Door naar het kunstwerk. Ik denk helemaal niet in hoe ver het nog is: het zijn allemaal kleine stukjes voor me. Ik loop goed om me heen te kijken en lekker te genieten. Ik heb niet het gevoel dat ik te hard ga. Het is leuk om door rood te mogen lopen. En elke km staat er iemand een kilometerbord vast te houden. Die hebben het kortste strookje getrokken, want het is berekoud voor ze. Ik hoor de zoemer prima en eet dan ook meteen gel. Na het kastelenplein zie ik mama fietsen. Op de plek waar ik jarenlang naar de middelbare school fietste, fietst mama nu. Ze hoort me niet, maar ik heb wel steun aan haar als we de Run overgaan. Even later hoort ze me wel en ze blijft in de buurt: “zal ik je een lift geven?” nou nee, ik ga goed en ik wil dit natuurlijk helemaal op eigen kracht doen! Er rijdt een auto tussen de lopers door.
Km7-9 Ik zie dat papa en mama elkaar vinden en da’s prettig, want mama maakte zich even zorgen. Ik ga richting het science parc. De brug over en aan de andere kant lopen er al mensen terug. Het gaat verder uit elkaar lopen en ik krijg het gevoel dat ik ergens achteraan loop. Ik druk de gedachte weg, want het is onwaarschijnlijk met mijn tijden. Het science parc op: daar staan borden met aanmoedigingskreten langs de kant. Geweldig! En uit de luidsprekers komt de ene na de andere opbeurende tekst. Dat is leuk. Het helpt enorm, ik straal ervan. Ik merk als het gelletje inkickt: ca. twee km daarna komt er een snellere tijd voorbij
Km10-12 Er rennen voortdurend mensen langs die de estafette doen of gewoon sneller zijn. Het estafettepunt is rommelig en daar is weer een waterpost. Mijn bidon heb ik nog, dus de waterflesjes heb ik niet nodig, maar een vrijwilliger haalt me in en reikt me mijn eigen flesje aan. Ik ben beduusd en zo aangenaam verrast dat ik daar een kilometer lang stralend op kan doorlopen. Na 2 slokken gooi ik het flesje weer weg. Er loopt een jongen die op mijn neef lijkt en zijn pa op de fiets vraagt met een vet brabants accent of ie een gelletje moet. Ik geef ze de ruimte. Langs de snelweg. Toeterende auto’s. Dat is leuk! Er zijn wat mensen die de helling opfietsen, qua toeschouwers is het rustig hier. Er staat wel een aanmoedigingsteam en dat is gewoon heel prettig.
Km 13-15 Ik zie dat de poort van het science parc waar ik voor stond van de zomer nog steeds dicht is. Ik heb de andere ingang nooit gezien. Een rare plek voor een sponspost.  Ik heb het idee dat de 10km post net geweest is! Op de weg naar het science parc toe lopen nog nauwelijks mensen. Weer bekruipt me even het gevoel dat ik ergens achterop loop, maar achterom kijken doe je niet. Ik zie papa en mama en zwaai nog een keer. Ik ga erg goed.
Km 15-16? Ik weet niet meer welke kilometers ik ben. Het valt me op hoe stil het is zonder al dat verkeer. Hoe groen. En ik ga me aan het vervelen. Simpelweg vervelen. Op naar de witte bollen. De stilte voelt opeens saai aan. Nog 15km in mijn eentje, wat moet ik nog doen?! Ik ga maar aan het rekenen. Hoe lang kennen Rob en ik elkaar al? Ruim 19 jaar. Toen kwam de cameramotor langs. Het was in ‘ons’ stukje lekker rustig qua lopers dus hadden ze ruimte. Hoeveel is 5 jaar? 5 keer 365? Kan ik beter eerst tien jaar uitrekenen. Wat een lieve oma zit daar! Alsof ze alleen naar mij lacht. Tien keer 365 is 3duizend600vijftig. Ik ben al bij de witte bollen! En daar is de cameramotor alweer! Mijn rekensom schoot dus niet zo op! We rennen de Floralaan op en ik probeerde maar te blijven tellen. Maar ik werd afgeleid door de druiven op het tafeltje en de sjieke mensen die een middagje uit waren; aan het aanmoedigen. Ik kan dus het beste twee keer 3650 doen voor twintig jaar. Dat is best te doen. Langs de school met de rare naam: spilcentrum
Km 17 of was ik nog niet zover? De hartslag is redelijk. Zevenduizend en meer, het is gemakkelijk eigenlijk om uit te rekenen. Kijk! Daar staat de naam van Hugo en Rene in krijt op de weg, wat tof. En nog toffer: daar staat Jeroen G! Ik herken hem en zeg al rennend gedag. Dit is de wijk waar ik op kamers zat en met Jeroen een paar straten verder heel veel pannekoeken heb gebakken! Het is een feestje hier: veel supporters, muziek en echte gezelligheid. Mijn rekensom raakt even op de achtergrond. We steken de rondweg over en er staan veel auto’s te wachten. Ha! Op de volgende straat valt de stilte me echt op. Toen ik hier van de zomer liep werd ik gĂ©k van de herrie en de drukte, nu is er een serene rust. Een vader leert zijn kleine kind fietsen op straat zonder zijwieltjes, wat een perfecte timing! Die man moet ook lekker doorrennen. Ik geniet ervan. Van de kindertjes die met hun medailles van de minimarathon pronken. De torenspits. Ik lach in mezelf: afgelopen zomer wilde ik maar 1 ding: die toren niet in de felblauwe lucht zien en nu
 felblauw! Maar wel heel wat koeler.
Bij het bruggetje waar ik mijn rijbewijs haalde en het daf-museum is een man laaiend dat hij zo lang met zijn auto moet wachten. Ik zoek of het nummer van de winkel verderop het huisnummer is. Nu ga ik een heel stuk alleen moeten doen. Zevenduizendhonderdtwintig dus. En meer. Als we twintig jaar iets zouden hebben. Maar het is pas 19 jaar en een aantal maanden. Tjonge, wat lastig. De parkstraat. Hier straalt de rust er vanaf. Mijn hartslag komt zelfs even onder de 148! Krijg nou wa.
Km19-21 Ik loop maar door en hou het op 7000 dagen. We komen langs het station. Wat een drukte hier! Mensen die dadelijk de halve gaan lopen, muziek. Ik vind het gaaf om onder de spoorbrug door te lopen en kijk naar de beelden waar normaal de auto’s onderdoor razen. En dan staat rechts Sanne met haar heldenbord. Ik herken haar direct en ik voel me groot worden door haar support voor mij! Ik volg haar blog en kan even niet op haar naam komen, maar ze weet niet half hoe welkom ze is.
Km 21-23 De lange weg op richting winkelcentrum Woensel. Ik ga wat minder strak denken. De halve marathon vermeld een tijd van 2 uur, maar ik heb geen idee hoe laat ik weggegaan ben. Ik weet dan dat ik het waarschijnlijk niet binnen vier uur ga halen, maar dat vind ik niet erg. Dat ik pas of al op de helft ben, deert me niet. Ik zie de hekken voor de start van de halve marathon al staan. De weg is nu af en het loopt heerlijk. Ik loop al een tijdlang achter een belg met een groen shirtje aan. Benieuwd of ik het kan volhouden. Deze weg lijkt zo lang, maar niet half zo erg als afgelopen zomer. Ik heb het even moeilijk als ik langs de stoplichten kom waar ik toen moest afhaken. Nu weet ik dat de race nog niet eens begonnen is. Weer een bandje. Ik vind de muziek elke keer wat hard en loop graag snel voorbij. Er loopt een iets te dikke knul een stukje mee. Dwaas! Ik ken dit stuk helemaal niet. Geen idee hoe ver het nog is. Dat maakt me minder flexibel en ontspannen. Ik klink al wat in. Begin te hopen dat Manuel het gehaald heeft en er straks zal zijn. Moeilijk om daar nog zeven kilometer naar uit te kijken, da’s best ver.
Km23-25 In deze hoek ben ik echt nog helemaal nooit geweest. Het is mooi groen en stil en er staan grote huizen. Ik kan al iets minder de mensen aan de kant zien en raak het groene shirtje kwijt. De hartslag klopt nu. Ik voel me moe. Ik eet nog altijd netjes de gels bij de zoemer. Had ik maar meer geslapen vannacht! Bij de 25km drink ik rennend weer een paar slokken water. Ik besef het dan nog niet, maar het gaat al ietsje minder goed met me, ik ben minder gefocused aan het raken. Het genieten schuift naar de achtergrond. We gaan de brug weer over en nu komen we langs Miekes oude huis. Weer harde muziek.
Km26-29 Dadelijk komen we langs de speeltuin. Hoe ver nog tot Manuel? Ik wist dat dit lastig zou zijn, maar ik kijk nog wel goed om me heen. Zie de mevrouw die zo snel lijkt, naast de kant staan te spugen en de toeschouwers die haar scherp in de gaten houden. Hardop zeg ik: “Joyce, ik neem je even mee, loop maar naast me, dit tempo is nog hoog genoeg voor je hoor!” Ze is even vlakbij. Ik hoor de prachtige zangeressen: kijk, dat is nou mijn muziek, maar blijven luisteren doe ik maar niet! Hoeveel bochten nog? Ik raak het spoor bijster en neem nog een gelletje, omdat ik geen zoemer heb gehoord, door de muziek misschien of door het telefoontje wat ik (ongelegen) kreeg?
Km30-32 Manuel! Ik herken en zie hem direct. Nu al? Of nu pas? Dat weet ik niet meer zo goed. Ik geef hem mijn belt en tegelijkertijd neem ik nog een paar slokken gel. “hoe gaat het?” vraagt Manuel, maar ik merk dat ik moeite heb die vraag te beantwoorden. “laat mij maar praten”, grinnikt Manuel met zijn schattige accent. Dan hoor ik Mieke en Laura en ik werp ze mijn belt toe en ook mijn gel – dat is wat dom! Ik voel me een stuk lichter zonder belt. Ik praat met Manuel dat het moeilijker wordt en dat ik hem niet genoeg kan bedanken. Hij legt uit waarom ik zijn zondag niet verpest, maar verrijk. Ik meld trots dat ik nog niet boven de 5:50 heb gelopen. Dan gaat hij vertellen over de loopjes van ons samen. Ik luister terwijl hij zijn top-10 maakt. Toen ik riep dat ik het Hollandse Hout niets leuk vond, greep Manuel naar de gels. Ik neem nog een beetje: over een kwartier weer om half twee ofzo. Ik hoor geen zoemer meer. Ik wijs Manuel nog op de pitstop: het kindercentrum. Manuel is in deze hoek van Eindhoven nooit geweest. Langs de sportvelden. En dan gaat het mis. Omdat de tijd boven de 6 minuten komt voor het eerst? Ineens heb ik nog maar 1 gedachte: “dit is onmenselijk zwaar. Het is gekkenwerk!” In alarmrode hoofdletters.
Km 33-35 Dadelijk staat Mieke er weer. Op de hoek bij de brandweer zie ik haar en Laura. Jeroen heb ik niet gezien, gek genoeg. Aan de andere kant staat het juich-team. Manuel voelt zich wat ongemakkelijk erbij. Ik lach nog wel een beetje om de heerlijke aanmoedigingen. Van binnen denk ik alleen maar: dit kan een mens niet. Mijn tekst is op. Ik hoor Manuel niet meer als we de drukke Boschdijk oversteken. Ik kan hem en zijn plan voor zijn marathon niet meer volgen. Een meneer schat ons in op 4uur5, maar Manuel moppert dat we dat niet willen horen. Ik ben er amper mee bezig. Dan volgt de misselijkheid. Ik voel buikpijn en baal. Ik zie Mieke meefietsen en Laura meesteppen. Met moeite krijg ik het Manuel duidelijk gemaakt: mijn lieve nichtje stept mee!
Ik voel me niet lekker. Ik voel me helemaal niet goed. Of we over het fietspad of over de weg onder het spoor doorgaan weet ik niet eens meer. Alles wordt klein. Alles begint alleen nog maar te draaien om niet leuk-zwaar-pijn-kan niet-buikpijn. De stukken lijken eindeloos lang.
Laura aan de ene kant en Manuel aan de andere kant steunen mij, maar ze kunnen niks voor me doen. “Je gaat goed” roept Mieke, maar ik denk alleen maar: nee, het gaat heel, heel slecht. Ik geloof dat ik haar dat roep. Kon ze mijn gevoel maar even overnemen!
Ergens voor het 35km punt ben ik erg misselijk, geen gel meer voor mij, geen water. Ik wil niet kotsen, maar alles protesteert. “Verheug je vast op de hamburger” zegt Manuel – dat is zijn slechtste tekst, want ik moet nu niet aan eten denken!
Km 35-38 Manuel praat over de Hertgang: hij is er nooit geweest. Om me heen gaan veel mensen wandelen of rekken. Ik ben volledig uit balans. Wil niet meer. Ik kan Manuel met moeite volgen en iets terugzeggen is onmogelijk. Ik kokhals. Ik erger me aan mensen die wandelen, bijrennen, wandelen: de stomme man heet Leon. Het bord van 36km. Deze keer kijk ik of op de andere kant de hm-kilometervermelding staat, maar dat is niet zo. Nog 4 kilometer. Wat een eind! Ik kan echt niks meer zeggen of helder denken, liefst wil ik ook gaan wandelen, maar Manuel houdt me in looppas. Er staan supporters onafgebroken Petje-af te zingen met bijpassende beweging en petje. Leuk! Maar echt tot de onderste laag dringt niks meer door. Het genieten is helemaal weg. Dit is afzien. Hoezo is het nog vier kilometer, ik moet tot 42, dus het zijn er nog 6! Daarover moet ik al lang nadenken.
Ik hoeft niet meer onder de vier uur te komen, niet meer onder de 4:12, de belangrijkste zaak nu is om er te komen. Om de stad weer in te komen. Hou het klein! Versnellen is onmogelijk. Manuel houdt het simpel: in dit tempo halen we ook nog veel mensen in, ga door. Zijn beste tekst is: “dit is wat Merijn bedoelde met duwen, meer kun je nu niet doen”. Die gedachte kan ik zelf niet meer bedenken, maar het helpt me enorm.
Km 38-40 We gaan de stad in. En ik kan weer ademhalen. Nu zijn het echt nog 4 kilometer en Manuel gaat me er doorheen helpen. Als ik maar blijf rennen. Ik zie het heldenbord weer en wijs Manuel erop. Ik vind het weer zalig om door haar te worden aangemoedigd. Verschillende mensen die je alsmaar terug: de gele ballon, de surinaamse die blijft roepen hoe goed ze ons vindt. De misselijkheid ebt helemaal weg. Hier ken ik het weer! StrijpS. Ik kikker weer wat op en besef hoe moe ik ben. Dit hoort erbij. Het is onmenselijk, maar het hoort. Manuels tekst is alleen maar dat het goed gaat, dat het tempo goed ligt, dat het gaat lukken. Meer hoeft ik niet te weten. Maar het duurt even voor ik hem kan vragen het klappen na te laten. Ik wil hem vertellen dat Coy in Parijs gaat lopen als we iemand zien die op haar lijkt, maar dat kan ik niet meer. Dat ik hier al geweest ben en dezelfde kant langs de schoorsteen liep, daar heb ik ook geen adem meer voor. Het stadion. De opblaasknakker met de hamer. Het blijft bij registreren: er dringt weinig meer door. De mensen langs de kant, het zijn er veel, maar er komt niets meer echt binnen. Ik moet, kan en ga nu weer iets harder. Op naar Rob en papa! Onder de trappen door van de 40km. Ik wil dat Manuel meeloopt over Stratums Eind.
Km40-41 Ik zie nergens meer hoe ver het nog is. ‘De laatste kilometer’, zegt Manuel, maar is dat zo?! Het is druk op de markt, vol geluiden en mensen. De steentjes zijn niet glad, zoals twee jaar geleden in de regen. Stratumseind: de geur van bier, de mensen zonder dranghekken: het voelt feestelijk aan, maar nog steeds komt er weinig echt binnen. Die ene mevrouw die roept: “Kom op Anke, haal die heren in, je kunt het vrouw!” die komt aan. Ik haal de heren in.
Het bruggetje op. Hoe ver is het nog?! Ik heb geen enkel idee!
Km42 De haarspeldbocht door. Manuel wijst zijn studentenhuis aan. Ik zie het. Maar ik ben de weg totaal kwijt. Ik ga harder omdat ik er vanaf wil zijn. Manuel moet van het parcours af en hij rent nog een stuk mee tussen de menigte door. De rotherrie van de blauwe vlaggetjes. Ik zie Rob en Vincent niet op de tribune. Ik zie de klok in de verte: 4:08. I don’t care. Manuel strand en dit laatste stukje doe ik alleen. Sorry Merijn, ik geniet er niet van: ik ben er te moe voor. Dan zie ik papa en mama staan. Rob en Vincent zie ik niet en ik mis ze. De finish over. Ik juich en voel een enorme ontlading. Ik heb geen stap gewandeld. Ik zet mijn horloge direct uit, zoveel tegenwoordigheid van geest heb ik nog: 4:05. Ik weet direct zeker dat dat klopt. En het is goed zo.
 
In ferme wandelpas ga ik nu even verder. Een EHBO’er spreekt me even aan of ik tevreden ben, maar dat weet ik niet echt! Ik ben uitgeput. Ik zie papa en mama doorlopen. Ik krijg een flesje AA en een medaille. Ik weet precies wat ik voel en ik ga daar graag doorheen. Vorige keer kon ik dat niet, was ik te ver gezakt, dus gek genoeg geniet ik nu van de onovertroffen vermoeidheid. “Anke, je loopt nog”, roept Gertine. Ik zeg dat het zwaar was en vraag naar hun tijden: allemaal onder de 4 uur en Harry ook (hoewel hij kotste na de finish)! Ik ben blij voor hem, maar wil naar papa en mama en Vincent.
Ik loop door. Ik besef dat ik nog loop, dat ik niet geblesseerd ben. Ik besef dat ik heel, heel moe ben, maar niet dodelijk uitgeput. Dat ik dit alles bewust meemaak. En daar is papa met mijn trui. Ben je tevreden, vraagt mama. En ja, dat ben ik. Maar dat dringt niet echt tot me door. Dit is prima. Ineens staat Vincent daar en ik knuffel hem. Hij is bang dat ik niet blij ben omdat ik niet onder de vier uur gelopen heb. Maar dit is wat erin zit.
4:05:27. Ik vind het geweldig, maar het viel niet mee. Pap zegt dat hij hartstikke trots op me is en dat meent hij. Dan val ik om Rob heen en ik moet heel hard huilen. Mijn emotie is immens intens. Het is geen verdriet, niet eens trots, of geluk, maar één van de allerdiepste emoties die ik ooit heb gehad. Het is niet erg, ik ben ook blij dat ik nog kan “voelen”. Dan begin ik te trillen. Niet eens zozeer aan de buitenkant, maar van binnen. Niet dat ik het koud krijg, maar mijn lijf geeft aan dat het nu klaar is. Ik moet iets warms aan gaan doen. Dag Manuel, bedankt, wij gaan naar DLL. We moeten ver lopen. Ik loop gewoon mee. Ik voel wel dat mijn lichaam roept om warmte, maar ik wéét zo goed dat ik wandel. Mijn lijf is moe en heeft gepresteerd, maar ik kan de trappen over en lach om de martelgang die dat zou moeten zijn! Bij DLL moeten papa en mama naar huis. Rob en Vincent mogen ook niet mee doorlopen naar het lopersgedeelte. Ik ben doodmoe als ik mijn tas aanpak. Ik loop naar de kleedruimte en daar krijg ik kramp in mijn linkerkuit als ik mijn sok uitdoe. AUAUAU, maar ik zal het zelf moeten doen

De hele marathon heb ik gelopen. Alle 42km. In tegenstelling tot vele estafettelopers. Soms dringt er een brokje door. Maar echt beslissen kan ik nu niks. Rob vindt het goed als ik me laat masseren. Ik wacht tot ik aan de beurt ben en blijf een beetje mistig in mijn hoofd. Ik wil slapen. Het laatste waar ik behoefte aan heb is eten, ondanks de geuren die passeren. Ene Jan masseert mijn soms pijnlijke kuiten. Ik blijf wakker. Vertel hem dat ik overmorgen post wil rondbrengen. Met de auto? vraagt Jan lachend. Ik zeg dat ik hem weer opzoek als ik de auto moet nemen!
Ik neem een kwarkje, een eierkoek en werk een smoothie naar binnen. Geen enkel spoor van misselijkheid, maar ook geen honger. Met het kwarkje ga ik langs het shirt-standje en ik kies maar voor maat 36. Ik vind Rob die lekker warm zit  in de zon terwijl Vincent speelt. Naar de WC en naar de auto. Ik ben klaar hier! Het is ver lopen naar de auto. Dat doet me niks. Ik baal gruwelijk dat mijn horloge leeg is: deze stappen doe ik voor niks! Ik zoek andere tijden op op mijn telefoon en dan is die ook leeg. Dat vind ik veel en veel erger dan dat ik weer moet lopen. Heb je 42 km hardgelopen en dan wandel ik behoorlijk moeiteloos nog een kilometer extra naar de auto terug! Ik ga moeiteloos het trapje over. Dat verbaast me. Over het Wilhelminaplein waar ik ging stappen. Langs de dansschool van vroeger. Ik ben nog even in Eindhoven, nog even jong en klein. Dan stappen we in de Skoda.
We gaan meteen langs de snackbar en ik twijfel over de hamburger, de vorige keer dat ie ter sprake kwam was ik te misselijk. Ik neem ‘m toch maar! Thuis heeft Manuel een prachtig pakketje gebracht. Dingen die bij mij horen en het raakt me diep. Ik moet hĂ©m bedanken! Ik eet het bord friet maar half leeg. Bij het kijken naar de F1 wordt ik moe. Het lijkt erop dat dat komt doordat ik een nacht zo weinig geslapen heb!
Om half 11 ofzo gaan we naar bed en ik slaap snel in. Om 3 uur spuugt Baksteen en ik word onpasselijk van de geur. Ik moet het nu opruimen! Dus ik doe het licht aan en ruim de kots op. Ik ga naar de WC en daar stinkt het ook, naar sokken. Ik ga beide huisgeurtjes nog langs. Als ik in de slaapkamer komt, vraagt Rob: heb jij geen spierpijn?! Eh, nauwelijks. Ik voel mijn bovenbenen, maar niet genoeg om niet op en neer te willen lopen, niet genoeg om niet te kunnen bukken. Dat besef houdt me een uur lang wakker. En de vraag: en nu? Wat komt hierna?

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Marathon van Eindhoven

De laatste training voor de marathon.

Ik heb lang nagedacht over dit ‘laatste’ blogje: maak ik er een heel verhaal van, met een overzicht van alles wat ik heb geleerd? Of ga ik een mooie bespiegeling houden? Wordt een verhaal over hoe moeilijk die laatste korte training is? Over hoe lastig die laatste dagen voor een marathon zijn, waarin je ineens twijfelt of het wel gaat lukken en wat ‘het’ dan is?! Tot gisteren had ik inderdaad heel veel moeite om te geloven dat ik een marathon in een mooie tijd zou kunnen uitlopen. Ik sliep er slecht van en was ontzettend onrustig. Bij de cranio sacrale therapie kreeg de therapeute me rustig en kalm. Daardoor slaap ik weer goed en was ik de angst om nu nog ziek te worden, kwijt. De trainer maakte me aan het lachen met zijn vraag of ik er zin in heb. Ik heb mijn papieren lijstje af van wat er nog moet gebeuren en wat ik mee moet nemen naar Eindhoven.
Maar goed, ik ga er geen lange blog van maken! Een half uurtje buiten dribbelen (= op een laag tempo hardlopen) vraagt daar nu eenmaal niet om! Voor mij is dat een eitje. Makkie. Alhoewel…. Me inhouden terwijl ik zo graag hard en ver wil lopen is minder gemakkelijk als je zou denken! Ik wilde Manuel mee hebben, omdat blijkt dat elke keer voor een belangrijke wedstrijd die goed lukte, ik met hem meeliep in de laatste training. Dit was de eerste keer dat het NIET regende! Het was veel te mooi weer, potjandorie. Ach, het moet toch ergens aan liggen! Langs de plassen, over de bekende weg. Ik weet dat het iets te veel is voor een half uur, maar ik wil het toch! ‘t Is er zo mooi.
Ik mag twee steigerruns doen, waarbij het tempo (en de hartslag) van zacht (lage hartslag) naar hoog (hoge hartslag) gaan op gelijkmatige basis, van twee minuten per stuk. Met drie minuten pauze er tussenin. De eerste gaat voor geen meter: nou ja, het lukt 50 meter, dan ga ik al veel en veel te hard! De hartslag stijgt wel, maar het tempo is na twee minuten al “op”. In de drie minuten rust gaat Manuel een paar foto’s maken. De tweede steigerrun tel ik netjes 4 keer tot 25 en ga dan elke keer iets harder. En de laatste 20 seconden kan ik nog veel harder tot wel 15 kilometer per uur. Dan is het wel goed en moet ik het doen met nog eventjes uitdribbelen.
Na 4 kilometer gaat Manuel lekker verder door het bos en hobbel ik terug. Sloompjes, maar vol vertrouwen voor het komende avontuur. Veel geleerd, blabla, veel geoefend, blabla, veel getest en ontdekt, blabla enzovoorts: er zijn genoeg clichĂ©s van toepassing. Ik ga ze niet aanhalen. Ik zet nog 1 keer lekker aan en na 34 minuten en dik 5 km stop ik. Ik WANDEL naar huis. Ik vind het goed geweest. I’m ready. “Be the best you can be” staat er zondag in het schema. Er staat geen tijd bij.
Als ik onder het station door mijn eigen straat in wandel, zie ik een man die nog hardloopt en ondanks dat ik nét nog rende, ben ik nu al jaloers! Hoe raar?! Deze man is veel te warm gekleed. Eenmaal in onze straat, kijk ik om en herken de vader van Vincents vriendje. Deze man fietst voornamelijk en heeft net 4 kilometer gelopen na maanden niet hardlopen. Hij is blij me te zien zodat hij kan stoppen voor een praatje! Hij is fietsend precies dezelfde voedingsproblematiek tegen gekomen als ik. Leuk. Als ik naar binnen stap, ben ik nauwelijks nog moe van het rondje, in tegenstelling tot de vader. En dat is waar ik sta. Alles op orde. Mijn beste best gedaan!
De spullen liggen klaar. Dat geeft rust. I’m ready voor mijn ‘marathonfeestje‘.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De laatste training voor de marathon.

Het Verrassings Ei

Mijn trainer Merijn vergeleek in zijn mail de hele training naar de marathon toe met een VerrassingsEi: “hoe ik het vaak zeg: de kinder surprise. De chocolade er om heen heb je nu al bijna lekker op. tijdens de marathon maak je het ei open en bij de finish blijkt als je alles hebt gegeven of het een leuk kadootje was wat er in zat of een minder leuk kadootje, maar hoe dan ook de chocolade was lekker!” En die vergelijking zit nu in mijn hoofd vast.
Pel tijdens mijn laatste training vandaag maar eens mee aan het chocolade ei: altijd eerst dat stomme knisperende papiertje eraf. Het lijkt nergens voor nodig, dat stukje zilverfolie, maar zonder dĂĄt is het ei niks waard: het smelt waar je bij staat en niemand wil ‘m meer! Dat was de eerste stap in al die trainingen: leren langzaam aan te gaan lopen. Heel voorzichtig lospeuteren. Rustig aan. Ook vandaag begin ik met een warming up in zone 1 en zone 2 alsof ik zilverfolie in handen heb, want stel dat ik me nu nog verstap! Als ik het zilverpapiertje tot een bolletje maak en weg wil gooien, merk ik dat ik vandaag niet de juiste kleren aan heb: deze korte broek zit voor geen meter. Over een langere periode bekeken, heb ik met de trainingen langzaam en onverhard leren lopen: onder het zilverfolie werd de heerlijke chocolade al zichtbaar!
Verwachtingsvol breek je die chocolade voorzichtig doormidden. Zo bouwde ik ook door met de trainingen: ik vond het weer leuk om hard te lopen en dan weet je dat die lekkere chocolade opgegeten mag worden en dat is ook een genotsmomentje! De eerste stukjes zijn het lekkerst, de eerste keren dat de trainingen vruchten afwerpen en je in wedstrijden kunt laten zien dat je sneller geworden bent. Vandaag brak ik met 2 minuutjes zone 4 indraven de chocolade los. Wég angst om je te verstappen: dat heb ik maanden niet gedaan en gaat nu ook niet gebeuren!
Die chocolade is eigenlijk het lekkerste van het hele verrassingsei: je bent nog hoopvol over wat er komen gaat en soms ineens heb je een hapje wat de perfecte combinatie witte en bruine chocolade bevat! En soms wordt je afgeleid van de chocolade en proef je het niet goed genoeg. Zo gaat dat ook met trainingen: er zitten onvergetelijke hoogtepunten tussen die heerlijk smaken en brokjes die je vergeet omdat ze het genieten niet echt waard zijn. Wat was Spa gaaf en de ACR ook! En de training op de Veluwe smaakte perfect, net als de ellenlange route over de Hilversumse Hei. De bruggentraining, falende hartslagzones, door storm en wind: dat zijn de brokjes chocolade die ik zonder al te veel te genieten heb opgesnoept.
Vandaag liep ik een compleet nieuwe route over een industrieterrein. Geen overheerlijk stukje chocolade, maar wel één van de laatste stukjes. Door de herrie hoorde ik mijn horloge niet piepen en gooide ik wat zones door elkaar. Het kwam wel goed. Ik maak me niet meer zo druk of en wanneer ik zone 4 haal en hoe snel ik terug ben in zone 2 of 1. Ik heb het grootste deel van de chocolade op en dat was heel erg lekker. Ik denk dat ik wel weet hoe het smaakt inmiddels. En wat heb ik veel geleerd: nu ligt zone 1 lager als een half jaar geleden en het tempo ligt iets hoger. Ik durf moeiteloos door naar zone 4 en ga dan ronduit hard. De chocolade smelt heel langzaam in mijn mond. Moeilijk om er afscheid van te nemen.
De chocolade is bijna op. Er ligt nog één kruimeltje te wachten. Voor me ligt het gele plastic eitje waar de verrassing in zit. Vandaag is de verrassing op het einde de kilometerteller: ondanks dat ik veelvuldig op een net te lage hartslag heb gehold, heb ik na 3 kwartier 7,7 kilometer gelopen. Dat is toch best rap! Ik ren nog even kalmpjes door om het kind op te halen. In een doodgewone training met een gemiddelde hartslag van 144 zou ik de 10 kilometer binnen een uur kunnen lopen. Voor ik aan deze trainingen begon, had ik daar zeker een hartslag van rond de 160 voor nodig! Nu is 9,6 kilometer in 56 minuten me eigenlijk ook wel genoeg. De surprise van vandaag was de keurige man in pak die vriendelijk ‘goedendag’ zei bij het uitlaten van zijn huisdier: een varken!
De surprise voor de marathon moet ik nog openmaken. Eerst dat gele plastickje kraken: dat is altijd een zwaar werkje. Dat vraagt nog een pakketje kracht, terwijl de verwachtingen hoog zijn. En je weet dat je dat stomme papiertje tegen komt met al die voorschriften erop, dat is het zwaarste stuk van de marathon: dan zal ik aan dat papiertje denken! En dan zien we wel of het cadeautje leuk is! Misschien heb ik het cadeautje al en zet ik het in de vergeethoek, misschien is het één van die kleine verrassingen die je op een speciaal plekje neer gaat zetten, maar dat zullen we zien. Zoals Merijn zegt: de chocolade was heerlijk, en daar heb je zeker alvast van genoten! En eigenlijk gaat het daar toch om. Ik heb genoten van de trainingen. Die chocola viel me niks tegen. Ik ben onwijs vooruit gegaan in letterlijke en figuurlijke hardloopzin.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Het Verrassings Ei

Rondje met Harry door de mist

Finally, op deze zondagochtend liepen zowel Harry als ik het laatste lange rondje voor we volgende week allebei aan de marathon van Eindhoven beginnen en eindelijk konden we er eens samen op uit! Met Harry heb ik ook de marathon in drie dagen gelopen en we willen allebei ongeveer hetzelfde bereiken in Eindhoven op de marathon volgende week. Ik ben er als altijd wat gestrest voor. Harry wil 2 uur op 10 km/uur lopen, ik ga anderhalf uur voor de laatste keer de marathon hartslag uitproberen en testen hoe het met de voeding gaat. Die arme Harry moet zich aan mijn hartslag aanpassen. Mistig  in het Kotterbos. We komen al snel nog een andere medeloper tegen die ook meegaat naar Eindhoven. Als ik loop te kletsen, wil mijn hartslag niet onder de 155 blijven. Onverhard er ook nog bij en het horloge blijft irritant aan het piepen. Het uitzicht is ook om te huilen: mist, laaghangde wolken, grijzigheid. We lopen wel meer op mijn tempo als op Harry’s tempo. De hartslag wordt niet echt lager, ook niet op het asfalt, want ik kwebbel door. We laten het licht glooiende natuurpad links liggen omdat we aan het uitzicht op de berg ook niks missen. Mooi is dat, neem ik Harry mee door het Kotterbos, ziet hij d’r niks van! Door de vaagheid buiten raak ik de tijd en het tempo ook een beetje kwijt. Ik vond niet dat het hard ging, maar we haalden andere hardlopers in. Ik vond niet dat ik goed liep, maar ik werd er ook niet moe van. Ik nam bijtijds een beetje gel, hoewel dat voor anderhalf uur overdreven leek. Pas na het oostvaarderscentrum ging Harry aan het kwebbelen en ik kon ik luisteren. Toen ging de hartslag goed omlaag, en raar genoeg voor mijn gevoel het tempo ook! Dat was niet helemaal waar, maar ik nam er geen aanstoot meer aan. We kwamen de paardjes tegen die er mooi uitzagen in de mist. Harry maakte even een pitstop en op het fietspad in mijn eentje kon ik even de rust vinden om tempo en hartslag op orde te krijgen. Langzaam aan voelt het. Na 11 kilometer had ik het eindelijk op orde! En toen ging de hartslag weer omlaag tot te laag! Ik besteedde er geen aandacht meer aan en mijn hartslagmeter voelde zich zo genegeerd dat ie er maar mee stopte. In anderhalf uur hadden we ruim 15 kilometer gelopen. We waren bij de bekende trainersbrug en voor mij was de weg naar huis erg bekend. Ik kon het niet door Harry’s ogen bekijken. Het was wel leuk om naar Harry te luisteren en dat maakte het erg gezellig. Harry en ik wensen volgende week regen in Eindhoven, want Harry kan helemaal niet tegen de zon. Echt moe werd ik niet, maar erg voldaan raakte ik ook niet van 18,5 kilometer in een uur en vijftig minuten. Toen waren we rond. En brak de zon een beetje door. Ik heb nog steeds geen idee hoe het volgende week moet! Hopelijk kan ik deze week wat rust pakken, want ik ben in mijn hoofd erg onrustig.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rondje met Harry door de mist

Blijf maar op het plaatje klikken, tot je het goed kunt lezen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Blijf maar op het plaatje klikken, tot je het goed kunt lezen.

In het donker "vissen" met een fototoestel

Vorige keer had ik Manuel beloofd mee te gaan vissen, maar dat lijkt toch niet echt ons ding. Dus houden we het bij hardlopen en na de 30 Van Almere was dat vandaag een uurtje “uber rustig” uitdribbelen volgens mijn schema. Eigenlijk morgen pas, maar ja…. Ik had geen spierpijn meer en ik had ook geen zin. Ik voelde me niet 100 procent, het eten zat in de weg, ik was moe van een dagje Bataviawerf en post rondbrengen en het was donker. Manuel stond om kwart voor negen voor de deur en toen moest ik de gels nog pakken. Voor dit kleine stukje?! Ja, dit uurtje ging ik een andere belt proberen, dus ik liep bepakt op een laag tempo door de wijken. Gelukkig was het al donker en kon niemand me zien! Ik verloor 1x de bidon, maar deze belt zit tenminste niet in de weg. Al snel waren we gefascineerd door de prachtig heldere maan. Niet meer helemaal vol, maar groot en helder. Onze visafspraak veranderde in een fotosafari langs de Vaart. Het is enorm moeilijk om in het donker van een bewegend object voor de maan langs een mooie foto te maken! Aangezien een tempo van 7 minuten per kilometer geen moeite is (zelfs niet met deze fijnere belt om), houden we ons maar bezig met het maken van de perfecte foto. Dat is een tijdrovende en tot mislukken gedoemde onderneming. Er komt zelfs een tijd voorbij van net 8 minuten! Als we het opgeven om een foto te maken, komt het tempo weer terug en volgen er zelfs twee kilometers net onder de 7 minuten. Ik heb eigenlijk weinig zin meer. Mijn buik doet een beetje zeer en ik vind het tamelijk saai. Ligt niet aan het gezelschap hoor, want we hebben alle tijd om bij te miepen en ademnood of hoge hartslag komt in de hele run niet voor. De thee met koekjes ontbreekt er nog maar net aan.  Na stipt een uur zijn we rond en sta ik weer voor de deur. We hebben in die tijd ruim 8 kilometer gelopen, geconstateerd dat een foto maken in het donker moeilijk is met een telefoon, dat je van een uber rustig tempo niet moe wordt en niet gaat zweten en dat friet eten voor je gaat rennen ook niet zo handig is. Dat laatste is mijn persoonlijke conclusie. Ik lees nog een hele goede blog over de terreur van het halen van sta- en beweegdoelen voor je horloge en besluit dat het doel voor morgen wordt om geen doelen te halen. Deze maand heb ik 200 kilometer gelopen, dat is wel even genoeg.

Categories: Uncategorized | Comments Off on In het donker "vissen" met een fototoestel