Ik heb lang nagedacht over dit ‘laatste’ blogje: maak ik er een heel verhaal van, met een overzicht van alles wat ik heb geleerd? Of ga ik een mooie bespiegeling houden? Wordt een verhaal over hoe moeilijk die laatste korte training is? Over hoe lastig die laatste dagen voor een marathon zijn, waarin je ineens twijfelt of het wel gaat lukken en wat ‘het’ dan is?! Tot gisteren had ik inderdaad heel veel moeite om te geloven dat ik een marathon in een mooie tijd zou kunnen uitlopen.
Ik sliep er slecht van en was ontzettend onrustig. Bij de cranio sacrale therapie kreeg de therapeute me rustig en kalm. Daardoor slaap ik weer goed en was ik de angst om nu nog ziek te worden, kwijt. De trainer maakte me aan het lachen met zijn vraag of ik er zin in heb. Ik heb mijn papieren lijstje af van wat er nog moet gebeuren en wat ik mee moet nemen naar Eindhoven.
Maar goed, ik ga er geen lange blog van maken! Een half uurtje buiten dribbelen (= op een laag tempo hardlopen) vraagt daar nu eenmaal niet om! Voor mij is dat een eitje. Makkie. Alhoewel…. Me inhouden terwijl ik zo graag hard en ver wil lopen is minder gemakkelijk als je zou denken! Ik wilde Manuel mee hebben, omdat blijkt dat elke keer voor een belangrijke wedstrijd die goed lukte, ik met hem meeliep in de laatste training. Dit was de eerste keer dat het NIET regende! Het was veel te mooi weer, potjandorie. Ach, het moet toch ergens aan liggen! Langs de plassen, over de bekende weg.
Ik weet dat het iets te veel is voor een half uur, maar ik wil het toch! ‘t Is er zo mooi.
Ik mag twee steigerruns doen, waarbij het tempo (en de hartslag) van zacht (lage hartslag) naar hoog (hoge hartslag) gaan
op gelijkmatige basis, van twee minuten per stuk. Met drie minuten pauze er tussenin. De eerste gaat voor geen meter: nou ja, het lukt 50 meter, dan ga ik al veel en veel te hard! De hartslag stijgt wel, maar het tempo is na twee minuten al “op”. In de drie minuten rust gaat Manuel een paar foto’s maken. De tweede steigerrun tel ik netjes 4 keer tot 25 en ga dan elke keer iets harder. En de laatste 20 seconden kan ik nog veel harder tot wel 15 kilometer per uur. Dan is het wel goed en moet ik het doen met nog eventjes uitdribbelen.
Na 4 kilometer gaat Manuel lekker verder door het bos en hobbel ik terug. Sloompjes, maar vol vertrouwen voor het komende avontuur. Veel geleerd, blabla, veel geoefend, blabla, veel getest en ontdekt, blabla enzovoorts: er zijn genoeg clichés van toepassing. Ik ga ze niet aanhalen. Ik zet nog 1 keer lekker aan en na 34 minuten en dik 5 km stop ik. Ik WANDEL naar huis. Ik vind het goed geweest. I’m ready. “Be the best you can be” staat er zondag in het schema. Er staat geen tijd bij.
Als ik onder het station door mijn eigen straat in wandel, zie ik een man die nog hardloopt en ondanks dat ik nét nog rende, ben ik nu al jaloers! Hoe raar?! Deze man is veel te warm gekleed. Eenmaal in onze straat, kijk ik om en herken de vader van Vincents vriendje. Deze man fietst voornamelijk en heeft net 4 kilometer gelopen na maanden niet hardlopen. Hij is blij me te zien zodat hij kan stoppen voor een praatje!
Hij is fietsend precies dezelfde voedingsproblematiek tegen gekomen als ik. Leuk. Als ik naar binnen stap, ben ik nauwelijks nog moe van het rondje, in tegenstelling tot de vader. En dat is waar ik sta. Alles op orde. Mijn beste best gedaan!
De spullen liggen klaar. Dat geeft rust. I’m ready voor mijn ‘marathonfeestje‘.
De laatste training voor de marathon.
Het Verrassings Ei
Mijn trainer Merijn vergeleek in zijn mail de hele training naar de marathon toe met een VerrassingsEi: “hoe ik het vaak zeg: de kinder surprise. De chocolade er om heen heb je nu al bijna lekker op. tijdens de marathon maak je het ei open en bij de finish blijkt als je alles hebt gegeven of het een leuk kadootje was wat er in zat of een minder leuk kadootje, maar hoe dan ook de chocolade was lekker!” En die vergelijking zit nu in mijn hoofd vast.
Pel tijdens mijn laatste training vandaag maar eens mee aan het chocolade ei: altijd eerst dat stomme knisperende papiertje eraf. Het lijkt nergens voor nodig, dat stukje zilverfolie, maar zonder dát is het ei niks waard: het smelt waar je bij staat en niemand wil ‘m meer!
Dat was de eerste stap in al die trainingen: leren langzaam aan te gaan lopen. Heel voorzichtig lospeuteren. Rustig aan. Ook vandaag begin ik met een warming up in zone 1 en zone 2 alsof ik zilverfolie in handen heb, want stel dat ik me nu nog verstap! Als ik het zilverpapiertje tot een bolletje maak en weg wil gooien, merk ik dat ik vandaag niet de juiste kleren aan heb: deze korte broek zit voor geen meter.
Over een langere periode bekeken, heb ik met de trainingen langzaam en onverhard leren lopen: onder het zilverfolie werd de heerlijke chocolade al zichtbaar!
Verwachtingsvol breek je die chocolade voorzichtig doormidden.
Zo bouwde ik ook door met de trainingen: ik vond het weer leuk om hard te lopen en dan weet je dat die lekkere chocolade opgegeten mag worden en dat is ook een genotsmomentje! De eerste stukjes zijn het lekkerst, de eerste keren dat de trainingen vruchten afwerpen en je in wedstrijden kunt laten zien dat je sneller geworden bent.
Vandaag brak ik met 2 minuutjes zone 4 indraven de chocolade los. Wég angst om je te verstappen: dat heb ik maanden niet gedaan en gaat nu ook niet gebeuren!
Die chocolade is eigenlijk het lekkerste van het hele verrassingsei: je bent nog hoopvol over wat er komen gaat en soms ineens heb je een hapje wat de perfecte combinatie witte en bruine chocolade bevat! En soms wordt je afgeleid van de chocolade en proef je het niet goed genoeg. Zo gaat dat ook met trainingen: er zitten onvergetelijke hoogtepunten tussen die heerlijk smaken en brokjes die je vergeet omdat ze het genieten niet echt waard zijn. Wat was Spa gaaf en de ACR ook! En de training op de Veluwe smaakte perfect, net als de ellenlange route over de Hilversumse Hei. De bruggentraining, falende hartslagzones, door storm en wind: dat zijn de brokjes chocolade die ik zonder al te veel te genieten heb opgesnoept.
Vandaag liep ik een compleet nieuwe route over een industrieterrein. Geen overheerlijk stukje chocolade, maar wel één van de laatste stukjes. Door de herrie hoorde ik mijn horloge niet piepen en gooide ik wat zones door elkaar. Het kwam wel goed. Ik maak me niet meer zo druk of en wanneer ik zone 4 haal en hoe snel ik terug ben in zone 2 of 1. Ik heb het grootste deel van de chocolade op en dat was heel erg lekker. Ik denk dat ik wel weet hoe het smaakt inmiddels. En wat heb ik veel geleerd: nu ligt zone 1 lager als een half jaar geleden en het tempo ligt iets hoger. Ik durf moeiteloos door naar zone 4 en ga dan ronduit hard. De chocolade smelt heel langzaam in mijn mond. Moeilijk om er afscheid van te nemen.
De chocolade is bijna op. Er ligt nog één kruimeltje te wachten. Voor me ligt het gele plastic eitje waar de verrassing in zit. Vandaag is de verrassing op het einde de kilometerteller: ondanks dat ik veelvuldig op een net te lage hartslag heb gehold, heb ik na 3 kwartier 7,7 kilometer gelopen. Dat is toch best rap! Ik ren nog even kalmpjes door om het kind op te halen. In een doodgewone training met een gemiddelde hartslag van 144 zou ik de 10 kilometer binnen een uur kunnen lopen. Voor ik aan deze trainingen begon, had ik daar zeker een hartslag van rond de 160 voor nodig! Nu is 9,6 kilometer in 56 minuten me eigenlijk ook wel genoeg. De surprise van vandaag was de keurige man in pak die vriendelijk ‘goedendag’ zei bij het uitlaten van zijn huisdier: een varken!
De surprise voor de marathon moet ik nog openmaken. Eerst dat gele plastickje kraken: dat is altijd een zwaar werkje. Dat vraagt nog een pakketje kracht, terwijl de verwachtingen hoog zijn.
En je weet dat je dat stomme papiertje tegen komt met al die voorschriften erop, dat is het zwaarste stuk van de marathon: dan zal ik aan dat papiertje denken! En dan zien we wel of het cadeautje leuk is! Misschien heb ik het cadeautje al en zet ik het in de vergeethoek, misschien is het één van die kleine verrassingen die je op een speciaal plekje neer gaat zetten, maar dat zullen we zien. Zoals Merijn zegt: de chocolade was heerlijk, en daar heb je zeker alvast van genoten! En eigenlijk gaat het daar toch om. Ik heb genoten van de trainingen. Die chocola viel me niks tegen. Ik ben onwijs vooruit gegaan in letterlijke en figuurlijke hardloopzin.
Rondje met Harry door de mist
Finally, op deze zondagochtend liepen zowel Harry als ik het laatste lange rondje voor we volgende week allebei aan de marathon van Eindhoven beginnen en eindelijk konden we er eens samen op uit! Met Harry heb ik ook de marathon in drie dagen gelopen en we willen allebei ongeveer hetzelfde bereiken in Eindhoven op de marathon volgende week. Ik ben er als altijd wat gestrest voor. Harry wil 2 uur op 10 km/uur lopen, ik ga anderhalf uur voor de laatste keer de marathon hartslag uitproberen en testen hoe het met de voeding gaat. Die arme Harry moet zich aan mijn hartslag aanpassen.
Mistig in het Kotterbos. We komen al snel nog een andere medeloper tegen die ook meegaat naar Eindhoven. Als ik loop te kletsen, wil mijn hartslag niet onder de 155 blijven. Onverhard er ook nog bij en het horloge blijft irritant aan het piepen. Het uitzicht is ook om te huilen: mist, laaghangde wolken, grijzigheid. We lopen wel meer op mijn tempo als op Harry’s tempo. De hartslag wordt niet echt lager, ook niet op het asfalt, want ik kwebbel door. We laten het licht glooiende natuurpad links liggen omdat we aan het uitzicht op de berg ook niks missen. Mooi is dat, neem ik Harry mee door het Kotterbos, ziet hij d’r niks van!
Door de vaagheid buiten raak ik de tijd en het tempo ook een beetje kwijt. Ik vond niet dat het hard ging, maar we haalden andere hardlopers in. Ik vond niet dat ik goed liep, maar ik werd er ook niet moe van. Ik nam bijtijds een beetje gel, hoewel dat voor anderhalf uur overdreven leek. Pas na het oostvaarderscentrum ging Harry aan het kwebbelen en ik kon ik luisteren. Toen ging de hartslag goed omlaag, en raar genoeg voor mijn gevoel het tempo ook! Dat was niet helemaal waar, maar ik nam er geen aanstoot meer aan. We kwamen de paardjes tegen die er mooi uitzagen in de mist.
Harry maakte even een pitstop en op het fietspad in mijn eentje kon ik even de rust vinden om tempo en hartslag op orde te krijgen. Langzaam aan voelt het. Na 11 kilometer had ik het eindelijk op orde! En toen ging de hartslag weer omlaag tot te laag! Ik besteedde er geen aandacht meer aan en mijn hartslagmeter voelde zich zo genegeerd dat ie er maar mee stopte. In anderhalf uur hadden we ruim 15 kilometer gelopen. We waren bij de bekende trainersbrug en voor mij was de weg naar huis erg bekend. Ik kon het niet door Harry’s ogen bekijken. Het was wel leuk om naar Harry te luisteren en dat maakte het erg gezellig. Harry en ik wensen volgende week regen in Eindhoven, want Harry kan helemaal niet tegen de zon. Echt moe werd ik niet, maar erg voldaan raakte ik ook niet van 18,5 kilometer in een uur en vijftig minuten. Toen waren we rond. En brak de zon een beetje door. Ik heb nog steeds geen idee hoe het volgende week moet! Hopelijk kan ik deze week wat rust pakken, want ik ben in mijn hoofd erg onrustig.
Blijf maar op het plaatje klikken, tot je het goed kunt lezen.
In het donker "vissen" met een fototoestel
Vorige keer had ik Manuel beloofd mee te gaan vissen, maar dat lijkt toch niet echt ons ding. Dus houden we het bij hardlopen en na de 30 Van Almere was dat vandaag een uurtje “uber rustig” uitdribbelen volgens mijn schema. Eigenlijk morgen pas, maar ja…. Ik had geen spierpijn meer en ik had ook geen zin. Ik voelde me niet 100 procent, het eten zat in de weg, ik was moe van een dagje Bataviawerf en post rondbrengen en het was donker. Manuel stond om kwart voor negen voor de deur en toen moest ik de gels nog pakken. Voor dit kleine stukje?! Ja, dit uurtje ging ik een andere belt proberen, dus ik liep bepakt op een laag tempo door de wijken. Gelukkig was het al donker en kon niemand me zien!
Ik verloor 1x de bidon, maar deze belt zit tenminste niet in de weg. Al snel waren we gefascineerd door de prachtig heldere maan. Niet meer helemaal vol, maar groot en helder. Onze visafspraak veranderde in een fotosafari langs de Vaart.
Het is enorm moeilijk om in het donker van een bewegend object voor de maan langs een mooie foto te maken!
Aangezien een tempo van 7 minuten per kilometer geen moeite is (zelfs niet met deze fijnere belt om), houden we ons maar bezig met het maken van de perfecte foto. Dat is een tijdrovende en tot mislukken gedoemde onderneming. Er komt zelfs een tijd voorbij van net 8 minuten! Als we het opgeven om een foto te maken, komt het tempo weer terug en volgen er zelfs twee kilometers net onder de 7 minuten. Ik heb eigenlijk weinig zin meer.
Mijn buik doet een beetje zeer en ik vind het tamelijk saai. Ligt niet aan het gezelschap hoor, want we hebben alle tijd om bij te miepen en ademnood of hoge hartslag komt in de hele run niet voor. De thee met koekjes ontbreekt er nog maar net aan. Na stipt een uur zijn we rond en sta ik weer voor de deur. We hebben in die tijd ruim 8 kilometer gelopen, geconstateerd dat een foto maken in het donker moeilijk is met een telefoon, dat je van een uber rustig tempo niet moe wordt en niet gaat zweten en dat friet eten voor je gaat rennen ook niet zo handig is. Dat laatste is mijn persoonlijke conclusie. Ik lees nog een hele goede blog over de terreur van het halen van sta- en beweegdoelen voor je horloge en besluit dat het doel voor morgen wordt om geen doelen te halen. Deze maand heb ik 200 kilometer gelopen, dat is wel even genoeg.
30 van almere
Ik schrijf elke keer een Wedstrijd evaluatie voor Merijn. Waarom zou ik de zaken dubbel doen? Dus hierbij de (soms aangepaste) versie.
Wedstrijd: 30 Van Almere -30km
Datum: 27 september 2015
Weersomstandigheden: Zonnig, weinig wind, koel
Doelstelling: 30 km op marathonhrf (150-155), laatste 5km versnellen, oefening eten
Voorbereiding (wedstrijddag)
Wat ging er goed? Alles lag klaar. Goed gegeten de avond van tevoren. Vroeg naar bed.
Wat kon er beter? Ik voelde me op 26september niet fit. Helemaal niet. Buikkrampen, moe, dik. Tijd van de maand.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Niks. Het is de vrouwelijke natuur zullen we maar zeggen.
Wat kan een ander voor mij doen? Het voedingsschema van Merijn (hoeveel gels/ eten avond tevoren/ ontbijt) werkte erg goed. Het was precies het houvast wat ik nodig had. Rob stuurde me op tijd naar bed.
Start
Wat ging er goed? De zenuwen waren niet overheersend. Ik had slechts ‘geen zin’. Er zat wel wat vertrouwen in. De voorbereidingen waren perfect: alles lag en was klaar en op tijd.
Wat kon er beter? Toch was ik weer wat bang of ik wel 30km op marathonhartslag zou halen. De 1:45u eerder waren me zwaar gevallen. Het is toch anders als 35km. Het viel me zwaar om zoveel te eten bij het ontbijt (3 boterhammen) en zo vroeg al (voor 8 uur) en dan nog een hele bidon sportdrank drinken.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Me overheen zetten en bedenken dat ik het doe voor mezelf en om het te halen. Een uitvlucht bedenken als in: ik kan na 15km altijd stoppen. Dat geeft me rust (terwijl ik weet dat ik het niet doe) Ik zeg tegen Manuel: ” Ik kan altijd stoppen na 1 rondje” ‘Dat doe je niet” zegt Manuel. Nee, hehe, dat weet ik ook wel, maar het idee dat het kan, maakte me rustiger.
Wat kan een ander voor mij doen? Ik zocht vlak voor de start naar medelopers en baalde dat ik ze niet vond. Waar waren Alex en Vera? Ik weet dat ik hun tempo aankan! Toen voelde ik me alsof ik alleen moest gaan lopen. Ik twijfel nog of ik met iemand mee ga lopen in Eindhoven.
Tijdens lopen
Wat ging er goed? Eten van gels ging goed. Ik kende de tijden gelukkig erg goed, want het voelen van de afspraak-tikjes op het horloge lukte niet goed. Elke 20 minuten stond een afspraak in mijn agenda die ik via mijn horloge binnen moest krijgen. Ik merkte erg goed dat de gel er 1 a 1,5 km over doet om ‘in te dalen’. Ik zou het in het begin niet nodig gevonden hebben als het niet móést! Na 20km dreigde ik het inderdaad te vergeten. Toen wilde ik het uitstellen, maar wederom was het ‘moeten’ sterker.
Kort wedstrijdverslagje:
KM1-3 Inlopen. Ik ging te hard. Ik luisterde naar de mensen om me heen. Die ene ietwat volle meid die voluit tetterde dat ze haar PR ging verbeteren met deze tijden. Ze haalde me op de dijk in. Ik keek even om me heen en dacht: ik moet kalmer aan gaan doen. Maar de wind op de dijk (hoe weinig ook) verantwoord de iets hogere hartslag. Het is mooi hier, de zon is wat fel.
KM4-8 Drank overgeslagen. Eerste gel naar binnen gepropt. Ik kwam in een groepje te lopen. Dat is wel fijn. Het op 1 mei 1943 verongelukte vliegtuig-wrak is hier op de mast geschilderd. De piloot zal verdronken zijn. Ik zei niks en liep gewoon mee. Laat die dames me maar inhalen. Mijn hartslag blijft met 156+ te hoog.
KM8-12 Ik ga met een man in een blauw shirt meelopen. Zijn tempo is heerlijk rond de 5:20. Pas na twee km vraag ik of hij zich aan me stoort, maar dat doet hij niet. Hij gaat in venetie de eerste marathon lopen. Ik onthoud zijn nummer: 661. Veel praten we niet. De hartslag blijft net te hoog. Ik moet nu langzamer gaan, want we zijn pas op een derde. Het is best saai qua route: lang en recht. De eerste man en winnaar-in-spe zijn we al tegengekomen, die loopt 7 km op ons voor. 15km Lopers halen me soms ook in. 
KM12-16 Ik verlaat de veilige haven en het strakke tempo. Ik laat mijn tempo iets zakken en moet opnieuw zoeken. Ik kijk naar de huizen, straks mag ik hier versnellen. Ik haat het fietspad langs het spoor. Natuurlijk stop ik niet na 1 ronde! Het is wel rommelig rond de start-finish. De rust daarna is wel lekker. Eenzaam. De voetstappen onder de brug klinken alsof ik op de wii loop, maar dit is echt. 10EM onder de anderhalf uur. Ik word ingehaald. Voor nu oké. Mentaal een bruggetje, maar ik moet nu een lagere hartslag op gaan pikken.
KM17-22 Op de dijk loop ik met een stelletje mee wat me vraagt welke doorkomsttijd ik de eerste ronde had. Ik heb de klok totaal gemist en ben ontdaan! Ik loop op hartslag. Die te hoog ligt. Mijn tempo zwakt af. Hij zegt tegen haar: we gaan over 7 km harder. Ik heb moeite met uittellen wanneer dat dan is, maar het lijkt ook mijn plan. Zij stoppen om te drinken. Ik vind het saai en probeer de moed erin te houden met rekenen, maar het is lastig. De HM gaat binnen de twee uur. Een meneer die normaal bij Just Run flink doorloopt, geeft het op. Ik ben daar wederom ontdaan door. Je gaat toch gewoon niet wandelen, wat er ook gebeurt?! Ik moet nog een gel eten. Het is echt een kwestie van moeten. Ik ben niet meer zo gefocust. Mijn gedachten gaan alle kanten op: stel dat ik op de marathon elke km in 5:40 loop, hoe snel ga ik dan? He, dat is de mevrouw die haar PR ging verbeteren, ik haal haar zo in: te snel gestart. Terug naar de rekensom. Ik moet wel netjes mijn voeten op blijven tillen. Minuten gaan tellen 5 keer 4 en een beetje. Nee. Had ik maar muziek bij me. Even denken: 40 maal 5 minuten is 200 minuten. Voel ik een tikje op mijn pols, is het een mailtje: wat een slecht moment. Die vrijwilliger heeft het koud. 200 Minuten plus 40 halve minuten is 220 minuten. Het is best mooi hier. En die laatste twee kilometer daar tel ik er 12 minuten voor bij. Zo gaat het dan in mijn hoofd: het is een soepzootje.
KM22-25 Het stel komt bij me lopen: maar we zouden dadelijk toch pas versnellen? Ik ga me aan het verheugen op het tempo-maken. Zonder me zorgen te maken ga ik gewoon kijken wat ik kan, wat er nog inzit, waar het schip strand, hoe snel ik dat rot-fietspad nog over kan. Nu zijn mijn tijden gezakt naar 5:30-5:40. De hartslag ligt nu regelmatig onder de 154, dus dat is goed. De gemiddelde hartslag ligt op 158 tot hier. Daar ga ik me vanaf dadelijk geen zorgen meer om maken!
KM26: bij de waterpost ga ik versnellen. 2 Slokken en dan mag ik! De mevrouw die voor me loopt, ga ik inhalen. Ineens is de focus er. Het tempo is perfect, gemiep over de hartslag voorbij. “Gaat ie goed?” roept een mevrouw met een hondje “ja” het gaat uitstekend! Dit is erg prettig en ik zie wel hoe de volgende kilometers gaan. Volgende mevrouw inhalen. 5:25. TOP
KM27: Ik ga dit gewoon volhouden. 5:28 Deze gaat ook goed. Ik voel me goed. Dit kan ik. Verhip, dit lukt me! Bedankt mensen voor het vier keer supporteren.
KM28: De meneer van Venetie! Hij wandelt! Nee, wat erg! Ik voel me ver-schrik-kelijk als ik hem inhaal. Ik hoop dat hij kan aansluiten, maar ik besef dat hem dat niet lukt. Node ga ik toch maar verder. Ik kan nog meer mensen inhalen. Rotonde over, geen huizen te zien deze keer. Er wandelen meer mensen. Dan is inhalen niet leuk, het is geen kunst. Een stel wat me op de dijk inhaalde komt in zicht. 5:09 Ohnee! Roep ik uit. Nu wil ik de laatste twee km nog elke keer ietsje sneller. Zou dat nog kunnen?
KM29: Een man haalt me in en praat tegen me over mijn eindsprint. Hij doet hetzelfde, maar dan beter. Respect. Hij haalt het stel in en zij vragen: eindsprintje ingezet? Ik hoor ze alleen maar zeggen: “kijk nou” als ik ze inhaal. Ik haat dit fietspad! Ik haat Merijn met zijn stomme ideeën nog meer. Maar Merijn is er niet, dus ik kan niet tegen hem schreeuwen (fijn he Manuel, het ligt niet aan het gezelschap), dan neem ik de woede maar mee en stop het in mijn benen. Die blijven het maar doen! Aan de andere kant is de focus heel helder: ik doe dit niet omdat het van Merijn moet, ik doe dit omdat ik het zelf wil. 5:06
KM30: ik moet en zal onder de 5 minuten komen. Focus. Strak. Geen water meer aannemen en dat laatste stukje loop ik ook wel met die stomme waterbelt. Muziek. Waar moet ik heen? Die uitleg kost kostbare seconden. Nog even Anke, nog even. Het gaat me niet om een eindtijd, ik mis weer de klok. Manuel staat al te wachten (natuurlijk) en dan zie ik Vincent. De eindsprint is formidabel. Ik heb de afgelopen 5 km zeker 10 tot 15 mensen ingehaald! Ik mis de laatste km-tijd. Finished in iets van 2:43. Trots ben ik. Moe, en vol trots.
Wat kon er beter? De hartslag was vaak te hoog. Tussen de 155 en 159. Terwijl het tempo prettig aanvoelde.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Tempo iets lager leggen mag en kan en daarmee komt de hartslag goed te liggen. Iets minder bezig zijn met straks-later in de wedstrijd-wat komt er nog.
Na de wedstrijd
Wat ging er goed? Wat was ik blij Rob en Vincent te zien! Ik was onwijs trots over hoe ik het had gedaan. Trots dat ik nog kon versnellen. In dat gevoel ging ik mooi even op met die zware medaille om mijn nek.
Wat kon er beter? Ik had iets meer mogen drinken na de wedstrijd. Even uitstrechen had de directe spierpijn eraf gehaald.
Ik vroeg aan de mevrouw van het stelletje hoe het ging en ze was blij en tevreden. Gaan zij ook in Venetie lopen! Voor de eerste keer! Ze is zeker twintig jaar jonger dan ik, dus ze gaat het redden. Meneer nummer 661 kwam toen pas binnen.
Tactiek
Wat ging er goed? Ik had het tempo de hele tijd in de hand. De eerste kilometers beschouwde ik als inlopen (beetje hard, maar goed, dat nam ik ook maar mee) De laatste 5 kilometer genoot ik van het versnellen. Mijn benen en mijn lijf bleven volgen. Het was dapper van me om na 11 of 12 km te besluiten de man met het heerlijke 5:20-tempo te lossen en zelf iets langzamer te gaan om te ‘sparen’ voor de laatste kilometers. Ik had het gevoel dat ik het de hele tijd in de hand had.
Wat kon er beter? Ik moet me niet uit het veld laten slaan als een ander die ik hoger inschat gaat wandelen. Dat bracht me tot 2 keer toe uit evenwicht. Ik bleef mijn eigen ding doen met een beetje schuldgevoel en liep hard verder. Ik blijf het moeilijk vinden mijn eigen tempo te bepalen en vast te houden, maar ik denk dat het ligt op 5:37 om precies te zijn. Dat hield ik kilometerslang in mijn eentje stipt vast.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Het gevoel alles in eigen hand te hebben moet ik koste wat kost vasthouden. Ik moet de marathon in de kleine stukken opdelen, anders wordt het te onoverzichtelijk. Ik moet rekensommen bedenken voor onderweg: die houden me kilometerslang bezig. En liever rekensommen die niet gaan over hoe-lang-ik-nog-onderweg-ben! 😉
Wat kan een ander voor mij doen? Zorgen dat ik die gels blijf nemen en op tijd bij de hand heb, zonder dat ik me verwond aan de belt. Te hoge verwachtingen moeten nu getemperd worden om teleurstellingen te voorkomen. Ik moet een heel goed en strak te volgen plan hebben, dan heb ik een houvast.
Coaching
Wat ging er goed? Het voedingsplan was uitmuntend. Ik heb er veel van geleerd en er veel vertrouwen van gekregen.
Wat kon er beter? Er is op dit moment geen betere manier om het vertrouwen te krijgen. De balans tussen wat ik ‘moet’ doen (bijv. de laatste 5km versnellen) en wat ik zelf nog zou willen (dat is dan écht niet de laatste 5km versnellen) is nu heel erg goed. Ik had het zelf niet gedurfd of gedaan, dat versnellen, maar in km28 dacht ik wel dat ik hier niemand de schuld van kon geven omdat ik het zelf deed. Ik wilde het aan de ene kant uitschreeuwen: ‘Merijn ik háát je om dit idiote idee om te versnellen,’ terwijl ik aan de andere kant realistisch bedacht dat íkzelf en niemand anders het toch aan het uitvoeren was en dat het me uitstekend beviel. Ikzelf en niemand anders vatte het plan op om binnen die 5km ook nog elke km te versnellen tot het einde.
Enige weken geleden had ik niet gedacht 25km in 5:45 te kunnen lopen bij de trainingsloop in Amsterdam, nu loop ik 30km in 5:30. En ik besef dat na de 30km de wedstrijd pas begint, dus dat een marathon ook een andere indeling vergt; dat heb ik ergens tijdens de 35km-training geleerd.
Voeding
Wat ging er goed? Ontbijten met 3 boterhammen met boter en appelstroop, vooraf energydrank drinken. Ik heb de reep 1,5 uur vooraf vervangen door een banaan; ik zat zo vol. Voor de wedstrijd een halve gel gegeten en de avond van tevoren macaroni met roerbakgroente. Ik vond het veel. Maar het was genoeg blijkbaar, want ik had geen trek onderweg en dat is lang geleden!
Wat kon er beter? Het eet-nu-1/3de-gel-schema onderweg valt in de wedstrijd een beetje weg. Ik voel het horloge niet tikken, maar ik kende de tijden. De belt om me heen met water en gels werkt niet goed, het hindert me.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Ik moet me aan het schema houden. De tijden op het horloge in de gaten houden, de hartslag op de garmin en met meer moet ik niet bezig zijn.
Overig
Wat ging er goed? Dat gevoel dat ik het de hele tijd in de hand had was erg prettig. Als ik dit kan op die ene dag in de maand dat je het beste in bed kunt blijven liggen, dan moet het goedkomen. Het versnellen leverde me erg veel vertrouwen op. Ik kan de hartslag dus best iets hoger leggen. Deze wedstrijd heeft me veel geleerd over wedstrijd-indeling, voeding en planning.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Blijven beseffen dat de marathon pas ná 30km begint.
Is je doelstelling gehaald? Jep. Weer ‘s.
Wat was hierin bepalend? De voeding moest op orde komen en ik moest weten hoe ver ik kon gaan en zelfvertrouwen opbouwen met de versnelling. De HRF lag na 25km op 158, iets te hoog eigenlijk, maar ik was niet te moe. Als de hrf op 154 of lager lag voelde het tempo wat geremd aan. 156-158 was een perfecte hartslag, op de dijk neigend naar 158, onder de bomen naar 156.
Voeding was helemaal goed onder controle nu. Wat een verschil.
Wat zou je volgende keer anders doen? Zonder waterbelt lopen.
Waar ben je trots op? Die spectaculaire versnellling aan het einde! Wow! Km25 in 5:39/km26 in 5:25/km27 in 5:28/km28 in 5:09/km29 in 5:06 en dan welbewust die laatste km onder de 5min willen komen! En dat lukte nog ook (4:56). Dat was een hele andere afsluiting als van de 35km een week eerder.
De puntjes staan op de i. Nu de i nog in de marathon zetten. i ‘m ready.
Wat een verschil met de tien km die ik vorig jaar hier in Poort liep. Nu geen gouden medaille, maar wél een gouden randje. Ik was tiende van de 33 40+dames. Het ging niet om de tijd.
Zaanstad met autosleutels
Een overvolle dag die er om schreeuwt om het hardlopen te schrappen: post bezorgen, een vriendin naar Zaandam rijden, een kind met een vrije middag. Wanneer moet ik dat half uurtje inpassen?! Ik ben zo wijs om het programma met de hartslagzones over tussendoor in mijn horloge te zetten en neem mijn hardloopkleding gewoon mee richting Zaanstad. We rijden van hot naar her en ik zie een hardloper door de wijk waar wij in moeten. De gesprekken van mijn vriendin volgen elkaar op. Dan heb ik ineens een drie kwartier over. Ik kleed me in de auto snel om. Een nieuw gebied, ik verheug me erop! Ik hou de autosleutels vast in mijn hand. Dat is niets voor mij, maar het werkt wel goed!
Eerst zone 1 en al snel sta ik tussen uitgestrekte velden en industrie op de achtergrond. Erboven hollandse lucht: grote witte wolken, scherp afgetekende kleuren. Ik vind een fietspad en zie wel waar ik uitkom.
Ik ben er klaar voor en ga breeduit lachend door naar zone 2. Ik kom langs de Belt: een grote berg aan de rand van het stedelijk gebied. Dan mag ik 1 minuut door naar zone 4 en ik ga hard, 15 kilometer per uur. In 30 seconden zit ik op de goede hartslag en die hou ik nog 30 seconden vol.
Ik moet lachen om de ROCers die een rolstoel de Belt op proberen te duwen. Dan moet ik 1 minuut wandelen om terug in zone 1 te komen en de laatste 30 seconden kan ik een slome looppas afleggen. Ik ben in de stad, langs een saaie drukke weg. Zone 4 voor 2 minuten. Ik zet gemakkelijk weer aan en zoef langs de drukke weg en de molen. Verdomd leuk, zo’n molen in Zaanstad. Maar ik ga te hard om een foto te maken.
Mijn schoenveter gaat los. Gelukkig heb ik twee minuten na zone 4 om te strikken en neem ik een rustige looppas aan. Zal ik teruggaan naar de molen? Dit stuk langs de drukke weg en het spoor is niet echt inspirerend.
Als ik besloten heb om te keren, blijkt dat ik nog een keer in zone 4 moet komen voor twee minuten. Dat is even schrikken, maar ik zet aan en bedenk dat ik zo lekker snel bij de molen terug ben! Dan mag ik gaan uitlopen in zone 2 voor 5 heerlijk lange minuten. Ik fotografeer de molen
en mezelf erbij en ga eens bedenken hoe ik terug bij mijn auto kom. Gelukkig laten mijn richtingsgevoel en de kaartsoftware op de telefoon me niet in de steek en wijzen ze eensgezind dezelfde kant op. Ik loop lekker door de wijk en ben binnen 5 minuten weer bijna terug. Ik mag nog 5 minuten zone 1 door om af te koelen. Dit is een doodgewone wijk: hofjes, huizen, bussen, hekjes.
Als ik de rand van de wijk weer gevonden heb, zie ik de hardloper die me inspireerde tegemoet komen lopen met net zo’n bezweet hoofd als ik zelf heb. Ik ben na 35 minuten rond en zit net in de auto mijn schoenen uit te trekken als m’n vriendin klaar is met haar gesprekken. De route naar huis duurt 3 keer zolang door de file en al snel moet ik doorrazen met de andere dingen. Het maakt de dag niet leuker of gemakkelijker, maar met een half uurtje rennen door het onbekende is mijn dag gered!
De Lange Rechte Polderwegen
Vanmorgen vroeg ik me af of de trainer echt boos was of dat hij nu echt ziek was, omdat mijn nieuwe en belangrijke schema niet komt. Maar zijn vrouw was ziek en daardoor had hij twee knulletjes om zich heen en daarom was het schema nog niet af. Het is overal hetzelfde!
Maar ik mocht anderhalf uur gaan hardlopen in zone 1 – lekker rustig aan doen. Ik mocht zelf kiezen off of on road. Op een woensdagochtend wordt dat al snel onroad over het asfalt, want ook al gaat het kind ergens spelen, toch lijkt de tijd kort. En wat is nou anderhalf uur? Dat lijkt amper lang. Terwijl een beginnende loopkennis door een park in Trier voor het eerst twee kilometer achter elkaar loopt en een heel kwartier hardlopend moet volmaken, ga ik de vlakke polderwegen op voor wat een klein stukkie is geworden en lekker rustig aan gaat. Zevens wil ik zien!
De hartslagbeperking staat op 136 en de tijd staat op 90 minuten, maar dan werk ik nog snel het laatste halve reepje naar binnen en neem water en een gelletje mee. Het zou dom zijn om te denken dat ik zo laat op de ochtend tegen lunchtijd aan op 1 bakje yoghurt en 1 ontbijtkoekje anderhalf uur zal kunnen lopen, ook al vind ik het niet zo lang. Ik ga maar eens onder de snelweg door, dat is inmiddels weer lang geleden. En dan hou ik de mogelijkheid open om terug over het onverharde pad in het Kotterbos te gaan. Geen idee hoeveel kilometer ik in zone 1 binnen 90 minuten kan halen, ik gok op 11 of 12.
De eerste kilometer gaat mooi in 7:03 en ik luister lekker naar de muziek. Elke lichte stijging wordt meteen door mijn horloge duidelijk gemaakt. Bij elke beweging om een foto te maken hoor ik gepiep van mijn rechterarm af komen.
Ik heb lange mouwen aan en een lange broek. Het is nog wel warm, maar ik denk dat ik het van dit tempo niet al te benauwd krijgt. Het lange fietspad op. Elke keer als ik wat snellere muziek op mijn koptelefoon kreeg, ging mijn hart te hard te keer. Ik was verbaasd te zien dat de derde kilometer al net onder de 7 minuten zat. Dat biedt perspectieven!De wegen zijn lang en recht en vlak. De lucht boven de wegen is blauw en de wolken zijn scherp wit. Heel even heb ik spijt van de lange mouwen, maar dan draai ik de lange weg op en ik denk dat ik wind mee heb, want ik ga aanzienlijk harder.
De tijden liggen rond de 6:50 en ik reken uit dat ik zo de 12 kilometer haal en dat 13 kilometer wel heel mooi zou zijn. Ik heb een fijn tempo en luister naar de muziek. Onderweg neem ik het kleverige gelletje. Dit is niet mijn merk. Het duurt ongeveer anderhalve kilometer voor de koolhydraten inkomen, maar ze kunnen niet voorkomen dat ik om half 1 trek krijg. Mijn buik weet best dat het etenstijd is. Maar mijn lijf moet het doen met 3 slokken water en nog een derde deel van de citrusgel die plakt.
Ik ga weer onder de snelweg door. Onderweg kom ik niemand tegen. Geen fietsers en al helemaal geen andere hardlopers of hondenuitlaters. Ik ga de Trekweg op en kom tot de conclusie dat ik nog prima door het Kotterbos kan gaan lopen! Ik heb tijd over en stel dat ik dadelijk echt naar het toilet moet, dan kan ik beter in het bos zijn! Ook al doe ik over de 10 kilometer ongeveer 70 minuten, ik geef er niet veel om. Ik kom in het bos en snuif de geur op van de herfst. Het tempo moet nu wel iets omlaag, maar ik geniet dan ook dubbel. Het is hier heerlijk! Ik krijg mails, SMSjes en app-berichten, maar ik laat ze allemaal even links liggen. Straks zal ik wel op alles en iedereen reageren. Ik hou de tijd scherp in de gaten en de afstand ook naarmate ik dichter bij huis kom. Ik durf absoluut niet meer al te veel van het schema af te wijken.
Dan belt de moeder van het kind waar Vincent speelt. Ik ben niet snel genoeg omdat ik in de knoop kom met een koptelefoon, maar alle alarmbellen gaan intern af. Ik bel meteen terug, maar krijg geen gehoor, ik hoor dat Vincent de voicemail inspreekt en dat doet mijn hartslag stijgen terwijl ik afdaal! Ik bel snel terug en Vincent heeft iets vervelends op school meegemaakt, wat hij aan me kwijt moet. Ik stel hem gerust dat ik niet boos ben. Ik kan lekker over de skeelerbaan verder lopen en voel al dat ik precies net wel of precies net niet tijdig thuis ben. Hier in de stad op woensdagmiddag moet ik vaak stoppen voor auto’s en andere medeweggebruikers. Ik kom op 12 kilometer en heb nog 5 en een halve minuut. Daar haal ik natuurlijk net de 13de kilometer niet in met deze hartslag. Ik heb even lak aan de hartslag en ga lekker iets harder, maar net binnen de grenzen. Als ik onder het station doorga heb ik 1 uur en 29 minuten gelopen en staat de teller op 12,6 kilometer. Die laatste 400 meter gaan er komen, al lukt dat niet in minder dan een minuut. Ik loop langs mijn huis en doe nog een extra rondje. Het buurjongetje snapt er niks van.
Na 1 uur en 31 minuten (dat is acceptabel) staan de 13 kilometer op de teller.Wie had er ooit gedacht dat ik 13 kilometer in anderhalf uur rennen goed zou vinden? Dat komt doordat de gemiddelde hartslag op 135 staat en de gemiddelde kilometertijd op 6:59. Ik vind het geweldig! Toen ik in zone 1 begon in december van vorig jaar haalde ik met heel veel moeite een hartslag van 138 bij een tempo van tegen de acht minuten. Ik heb het fundament zo stevig uitgebouwd dat mijn tempo inmiddels acceptabel is bij een lagere hartslag. Dat is een enorme winst. En die bevriende hardloper die 15 minuten achter elkaar door een mooie Duits park heeft gelopen, gaat dat uiteindelijk ook halen als hij in plaats van drie weken honderdtachtig weken bezig is!
Korte Blog van de Training
Donker. Trainster voor een snelle groep van 8 heren en 2 dames. Inlopen. Loopscholing in de regen, regenjas niet voor niks gehaald! Stukjes versnellen met lantaarnpalen. Rondje rennen met zijn allen, dan ieder het rondje iets sneller (maar ik ging al meteen net als de rest te snel) en dan nog een keer versnellen (wat wel lukte, maar ik kreeg er niet meer zoveel tijd af als de eerste keer). Kletsend deden wij dames 3:45 over het rondje van ruim 600 meter. Versnellen betekende dat ik het rondje in 2:58 kon doen. En toen nog wat sneller in 2:42: yeah een minuut eraf! Hoogtepuntje van de training. Brug nog op en af hollen na een stukje voedingstips aanhoren en dan nog maar eens een keer extra drie lantaarnpalen op tempo lopen. Ik hou de mannen redelijk bij. Redelijk. Maar voor mij gaat het snel genoeg met kilometertijden in de 4 minuten (12-13k/u). Nog een keer een paar stukken versnellen en ik mis de afslag voor de minder-snellen en probeer uit alle macht de heren die ruim 17 km/u rennen bij te houden. Leuk! Ik haal het “net” niet met mijn 16,7 kilometer per uur op de 200 meter. Terugdribbelen. Onder de bomen uitstrekken omdat het nog steeds regent. 9 kilometer. Mijn hartslagmeter sloeg op hol met hartslagen van 237! Het ging best weer goed.
Hoi Manuel!
Je moet je absoluut geen zorgen maken hoor, en voel je vooral absoluut niet schuldig omdat ik woedend tegen je uitviel dat het jouw idee was en dat álles me irriteerde en ik ook het gezelschap aan de kaak stelde. Ik was zo tussen de 26 en 28 kilometer te sacherijnig en onhebbelijk om daar enige waarde aan te hechten! Integendeel: ik ergerde me nog het meest aan het feit dat ik niks had om me aan te ergeren: de zon scheen prachtig, het uitzicht over het water was mooi en in mijn eentje had ik daar toch echt nooit meer aan hardlopen gedaan terwijl ik ook nog eens nergens pijn had. Laat ik het niet hebben over het tempo waarover ik ook al niet ontevreden kon zijn. Er zat toen gewoon erg veel woede in mij op dat moment en het was wel prettig om tegen je te kunnen snauwen en daarover te kunnen lachen terwijl je er een blackbox van maakte en probeerde te achterhalen wat er nou mis was. En dat was al de derde blackbox* van de dag, maar deze had geen oplossing. Tenzij het was om een paar kilometer flink door te lopen en de ergernis eruit te rennen. Dat lukte zeker 2 kilometer wonderwel. Volkomen bewust voerde ik het tempo op. Ik ergerde me natuurlijk ook dat je op je horloge bleef kijken en verder niks zei en nogal moeiteloos gewoon mee ging in het hogere tempo. En even later was het op en had ik je nog veel en veel harder nodig. Je hebt me helemaal tot aan het Oostvaarderscentrum meegetrokken, zelfs een stuk letterlijk! En daar ben ik zo blij mee! Ik was langs de kant gaan zitten als ik alleen was geweest en had niet eens meer de kracht gehad om iemand te bellen om me te komen halen. Er zat toen geen greintje kracht meer in me. Zelfs ‘ja’ knikken voor water, was eigenlijk te zwaar. Dat je naast me bleef voortgaan, hoe sloompjes ook, en dat je er amper bij kon maakte samen met mijn ijzeren wil dat we het hele rondje Oostvaardersplassen hebben gerend. Voel je niet schuldig dat ik me moest bewijzen, maar wees trots op jezelf dat je het probeerde te begrijpen en dat je bij me bleef om me net dat beetje kracht te geven door te gaan. Door jouw ben ik niet gestopt en samen hebben we 35 -VIJFENDERTIG- kilometer gelopen! Ik had alleen kunnen stoppen en gaan wandelen omdat ik wist dat jij de hele ronde zou uitrennen, maar doordat jij erbij was heb ik dat niet gedaan en dat vind ik zeer waardevol. Jammer dat ik zelfs de kracht niet had om je duidelijk te maken hoe slap, krachteloos en uitgeput ik was. Niet alleen het tempo vertraagde naar een kilometertijd boven de 7 minuten -wat ik nog oerzwaar vond, maar mijn hele gedachten vertraagden en alles voelde aan als een dikke mist. Denken en praten was er niet meer bij en enige actie ondernemen kon ik ook niet meer. Ik dacht alleen maar: nog even Anke, nog even, nog eeeven, nog eeeeveeeen, noooog eeevvveeeen….
*Terug naar de blackbox: onze lezertjes weten vast niet wat dat is, dus leg ik het ze even uit. In een virtuele blackbox stop je iets in en er staat een virtuele toegangs-regel op. Sommige dingen kunnen er volgens die regel wel in en andere niet en je moet achterhalen wat de regel is. Jij had een goeie dat er ‘op de blackbox stond’ dat het moest kunnen drijven of zwemmen. Dus past een auto er niet in, maar een kikker wel. Ik vraag je dan: kunnen er boten in en jij zegt ja en ik vraag of er een vliegtuig in kan en je zegt nee, ik vraag of jij er in kunt (ja) en of ik er in kan (ook). Ik had de moeilijke regel verzonnen dat door middel van energie iets moest kunnen bewegen en de hele Knardijk van de 13de tot de 20ste kilometer is zo voorbij gevlogen. Zonder moeite ongemerkt onder de voeten doorgegaan. Hoe had ik dat zonder je gezelschap moeten doen?! Dan was ik me zorgen gaan maken dat ik te langzaam ging en hoe ver het nog was. Nu was ik bezig een blackbox te vullen terwijl we voortrenden. Een halve marathon, daar deden we 2 uur en 8 minuten over, zo meldde jij, maar mij deed het niets; ik vond het hooguit niet snel genoeg.
We waren de helft dus al over voor we die eindeloze dijk op gingen. En eindeloos was het, ondanks de theezakjes! Op de theezakjes staan tegenwoordig open vragen zoals bijvoorbeeld: wat wil je nog doen in je leven wat je nog nooit hebt gedaan? Toen ik het zwaar en vervelend begon te vinden op de dijk, zijn we die vragen gaan beantwoorden en dat leidde perfect af. Iets anders om over na te denken. En jij mocht lekker praten, terwijl ik het tempo zo goed mogelijk vasthield. Klein verschil tussen ons: ik vond het na 23 kilometer een hele kluif worden en jij loopt nog vrolijk te kletsen alsof het niks is. Nu weet ik dat je de maanlanding had willen zien en een optreden van Genesis en dat we allebei nog wel eens op een niet slapende vulkaan willen staan.
Bedankt voor het inzicht dat je me hebt gegeven om de hele route in kleine stukjes op te delen. Niet in kilometers, maar in: tot de berg, tot de inham (die lang op zich liet wachten) of iets anders kleins wat bet dichtbij was. Ikzelf had de route in 5 stages opgedeeld: Kotterbos – inlopen, tot de sluizen – hoger tempo lopen, Knardijk – daar had ik nog niks over bedacht, Oostvaardersdijk en langs onze kant van de Oostvaardersplassen, dan wilde ik het tempo nog opvoeren en die laatste 4 kilometer harder lopen (maar dat
liep dus anders!). We gingen inderdaad het Kotterbos ‘rustig’ door met tijden van 6:10 de kilometer. Door de regen waarvan je drie keer zei dat het de laatste bui was. Je hebt in elk geval 1 keer gelijk gehad! En die buien waren beter als de zon, al lag dat grotendeels aan mijn bui en niet aan de zon. Verbaasde het je dat ik het tempo opvoerde na het Kotterbos? Je hebt er niks van gezegd en dat was prima hoor. Ik deed het welbewust en was ontzettend trots dat ik die macht had over mijn lichaam om sneller te kunnen gaan als ik dat wilde. Ik vond het cool dat we toen kilometerslang elke keer onder de 6 minuten zaten. Vet dat je gewoon meeliep zeg. Ik was namelijk niet verkouden en jij wel. Ondertussen waren we aan het kletsen over vanalles: andere hardlopers en hun schema’s (voornamelijk), familieperikelen en de laatste Runners World. 1 Van de onderwerpen was, dat we misschien toch beter kunnen gaan vissen als sport! Toen leek het grappig en was er niks leukers dan hardlopen, maar aan de andere kant van de Oostvaardersplassen toen ik zo leeg en op was, heb ik het serieus overwogen. Toen ik niet eens meer de kracht had om iets te zeggen. Het was tot de sluizen net als over de Knardijk: ik keek naar de kilometertijden, maar hoe ver we waren en hoe ver het nog was, dat liet me helemaal koud. Was jij daar mee bezig? Ben je daar niet veel meer mee bezig wanneer je alleen bent? Ik wel. Juist het ontbreken van die druk maakte je gezelschap erg plezierig en het rennen zorgeloos.
Ik vond het heerlijk weer: de regen aan het begin en net als je dan opgedroogd bent, dat het weer gaat regenen en de bewolking de hele tijd. Ik had geen spijt van mijn regenjasje. Heb jij het niet koud gehad? Ik had ook nog een rugzak om namelijk die me warm hield. Heb je je geergerd aan mijn rugzakje? Het maakt namelijk wel iets meer herrie. Maar goed, ik kon er alles in meenemen. Ik zal ‘m wel een keer beter laten zien als we geen hardlooptempo aanhouden. In het begin hield ik me best goed aan het eten en al snel begon ik aan de dextro’s. Ik had de halve gel al op voor de sluizen en op de Knardijk ofzo heb ik de gel opgegeten. Ik heb zelfs een halve reep opgegeten en dat was best smakelijk en viel me niet tegen. Maar blijkbaar was het toch te laat, want ik kon de man met de hamer niet vermijden. Ziedaar absoluut een taak voor jouw: je hebt gelijk dat je meteen als je naast me komt lopen in Eindhoven moet beginnen over het nemen van voeding. Dan mag je net zo bot reageren als ik op de dijk deed en het snauwen terugbetalen! Want dat heb ik, of beter, hebben we allebei geleerd vandaag: ik zal meer moeten eten. In vergelijking met jouw 4 boterhammen is mijn bakje yoghurt en mijn ontbijtkoekjes ook wel erg karig.
Nu heb ik er een beetje spierpijn aan over gehouden en 1 blauwe plek op mijn onderarm (geen idee hoe die daar komt) en 1 ernstig blauwe teennagel, maar hé, kleinigheden! We hebben het hele rondje Oostvaardersplassen gedaan en 35 kilometer in 3 uur en 38 minuten is niet echt langzaam. Twee jaar geleden deed ik er alleen nog dik 25 minuten langer over (en dat was maar 1 kilometer meer). Toen was er geen enkele kilometertijd die met een 5 begon en lag mijn gemiddelde hartslag 4 slagen hoger ook nog, terwijl mijn hartslagmeter ergens onderweg vandaag op hol sloeg en mijn hartslag deed alsof tie op 230 lag. Er is dus alle reden om trots te zijn voor ons beide. Voor ik ‘instorte’ lag de gemiddelde kilometertijd op 6:04 en dat is echt wel keurig zeg. Mijn weektotaal is nog nooit zo hoog geweest met 72 kilometer in een week. Helaas mag ik niet uitdribbelen van Merijn om er 75 kilometer van te maken getuige zijn appje: [19-9-2015, 15:27] anke: “Niet boos worden… Het waren 35km de Oostvaardersplassen rond. Dat lukte niet in drie uur! (3:37) Het ging zeker 32km loeigoed, maar de laatste 3km kwam ik de
met de
tegen. Gem hrf 150. Morgen uitdribbelen? Goed weekend! Anke” Merijn: Morgen uit fietsen lijkt mij beter
ik dacht: ik ben ‘m voor… Ik ga nu even goed naar hem luisteren, want tegenover Merijn schaam ik me nog het meest, die vond alles boven de 3 uur ‘niet nodig’. Ik denk dat hij gelijk zou kunnen hebben, gezien de hersteltijd, maar ik heb er nu wel veel meer van geleerd, zeker over het nemen van voeding onderweg en hoe die hamerknakker ook al weer aanvoelde en dat ik die in Eindhoven niet wil te zien!
Dankjewel Manuel; voor het gezelschap, de gezelligheid, de regen, de blackbox, je gekwebbel over naar welke dag in de geschiedenis je terug wilt gaan, het opdelen-principe, je zwijgen, het voortslepen, de foto’s en vooral het meelopen: op alle tempo’s tot en met het uitwandelen aan toe. Dankjewel dat je me 35 kilometer hebt meegenomen, dat was een goed idee. Een heel goed idee.
En dank je voor het meeschrijven aan de blog, hoewel jij liever nog 7 kilometer extra zou hebben gelopen in plaats van te moeten schrijven!
Ik heb een paar belangrijke grenzen verlegd en als daar gevolgen aan vast zitten (maar het lijkt erop van niet), dan zal ik ze jouw zeker niet aanrekenen! Het enige waar je schuldig aan bent is aan een fantastisch complete zaterdagochtend. 35 Kilometer Bedankt.
Anke
PS Jammer dat je niet gewonnen hebt: we hadden een gokspelletje voor we gingen rennen: Hoeveel hardlopers gaan we tegenkomen als wij aan het hardlopen zijn? Jij dacht 4, ik dacht 6 en het was er…. Één. Je zat er dichter bij dan ik, maar we hebben dat spel allebei verloren.
====================================
Hallo Anke,
Ik kan er nu echt niet aan ontkomen om een antwoord te schrijven over de 35 km die we zaterdag hebben afgelegd.
Laat ik bij het begin beginnen. Twee jaar geleden liep jij het rondje Oostvaardersplassen ook al een keer. En vanaf het moment dat je het vertelde nestelde het idee zich in mijn hoofd. Vorig jaar kwam het er niet van maar dit jaar was ik zeker van plan om het te gaan doen. Zeker toen jij zei dat je mee zou lopen. Want alleen zag er toch wel tegenop. Vooral het lange stuk over de Oostvaardersdijk. Nadat de datum was vastgesteld verheugde ik me er erg op. Een week lang checkte ik elke dag de weersverwachting, en die werd beter en beter.
Maar toch knaagde er iets…IK had als doel om 35 kilometer te gaan rennen. Dat paste in mijn schema en was gezien de vorige lange afstanden (30 km) ook een logische stap. Maar JIJ mocht ‘maar’ 3 uur. Dat past dus nooit. En dat feit heb ik onbewust weggestopt. Ik moest er niet aan denken dat ik het hele stuk in mijn uppie moest lopen.
Toen we op zaterdagochtend vertrokken regende het. Dat was dus eigenlijk niet de bedoeling. Gelukkig was het niet koud en waaide het amper. Daarom was het prima vol te houden. Het eerste stuk is bekend van alle korte loopjes in de buurt, maar als begin van een hele lange run kijk je toch heel anders tegen je omgeving aan. Het tempo is prettig: zo rond de 6 minuten per kilometer. Ik merk echt wel dat je het tempo graag vrij hoog houdt: is dat om niet te ver boven de drie uur uit te komen? Voor we het weten zijn we op de Knardijk. Omdat we daar het black box spelletje spelen gaat die als in een waas voorbij. Ik heb dus het oversteken van de weg en het bezoekerscentrum compleet gemist! Ik keek nog uit naar de ingang van het centrum toen we er al lang voorbij waren. Black box is echt een geweldige remedie tegen lange afstand loop saaiheid!
En toen draaiden we de Oostvaardersdijk op. Hier had ik tegenop gezien. En het viel inderdaad niet mee. Maar niet op de manier die ik verwacht had…
Het eerste stuk ging nog prima. Maar na driekwart van de dijk te hebben vertelde je plotseling dat je enorm sacherijnig was. Dat kon ik helemaal niet plaatsen. Lag het aan mij? Was je mijn geklets zat? Je vond het zakje gedroogde vruchten waaruit ik at irritant. En ook het kijken op het horloge. Ik nam me voor om er niet te veel op te reageren en gewoon zwijgend door te rennen. Ik zou het later wel horen. Ik zag wel aan je dat je het moeilijk had en maakte me een beetje zorgen. Het was nog een behoorlijk stuk.
Aan het einde van de dijk ontdooide je een beetje en stelde je voor om het laatste stuk langzamer te lopen. We hadden tot dan toe 6:04 minuut per kilometer gelopen. Dat was eigenlijk sneller dan dat ik van plan was geweest. Ik vond het daarom een prima idee. Op het fietspad door de Oostvaardersplassen merkte ik dat je het zwaarder en zwaarder kreeg. En op een bepaald punt zei je dat je helemaal leeg was. Dit was het moment dat ik besloot dat ik in ieder geval bij je zou blijven. Of je nou ging stilstaan, wandelen of zou doorrennen. Het maakte me toen niet meer uit of ik nou 35 kilometer of minder zou rennen. Aan alles was te merken dat je het heel zwaar had. Je had de kracht om het tot het Oostvaardercentrum vol te houden. Je wist zelfs nog een sprintje te trekken over de laatste 50 meter! Ik had toen nog wel energie over maar mijn spieren protesteerde heel erg toen ik je achterna moest.Het rondje was nu voltooid. De 35.200 meter afgelegd. Ik was aan de ene kant heel tevreden en opgetogen. Maar aan de andere kant was ik ook bezorgd over jouw toestand en voelde me schuldig dat ik je meegetrokken (letterlijk en figuurlijk) heb. Gelukkig had je na een paar minuten zitten en een dextrootje en wat water weer genoeg energie om naar huis te wandelen.
Ik geloof dat ik nog niet al je vragen opmerkingen beantwoord heb:
– Nee ik heb me niet geërgerd aan je rugzakje. Maar ik heb me wel verbaasd dat jij het niet irritant vindt om het rugzakje best vaak te moeten afdoen om er iets eetbaars uit te halen.
– Ik heb het niet koud gehad behalve in de eerste twee kilometer (maar wat is dat nu op totaal 35 km?)
Dankjewel voor alle dankbetuigingen. Maar ik wil ook jou bedanken! Voor de gezelligheid (behalve dat kleine stukje dan 😉 ) en de black boxen. Voor het idee en het meelopen. Voor de stok achter de deur om vroeg op te staan. Hopelijk volgen er nog veel gezamenlijke trainingen, met alle ups- en downs. Dat hoort erbij.
Groeten van je loopmaatje
P.S. Je hoeft je tegenover mij nergens over te schamen of verontschuldigen! Als we elkaar alleen in beste doen willen meemaken dan moeten we niet samen gaan rennen. Maar alleen bij elkaar op theevisite komen :-).
==================================
Volgende keer gaan we vissen! 😀


