Eindelijk het Onverharde Hollandse Hout – in de regen.

Twee maanden geleden werd het Hollandse Hout aan de kant geschoven om naar de startbaan van Soesterberg te gaan. Drie weken later werd het Hollandse Hout aan de kant geschoven om plaats te maken voor een onverharde route op de Utrechtse Heuvelrug. Eind vorige maand werd het Hollandse Hout weer aan de kant geschoven voor de sneeuw in Lage Vuursche. Mijn loopmaatje en ik durfden de naam niet meer te noemen. Vandaag was er weer een mogelijkheid, maar pas toen we daadwerkelijk IN het bos liepen, konden we geloven dat er vandaag toch echt een vinkje op de wishlist bij zou komen! De route stond al maanden op de GPS op ons te wachten.
Het was kwart over 9 en het eerste stukje, zeg zo’n 500 meter,  liepen we verhard. Ik mocht in zone 2 lopen, wat wil zeggen dat mijn hartslag tussen de 135 en 154 slagen mocht liggen, wat het gemakkelijker maakt om onverhard te lopen zoals de opdracht was. Ik had er echt zin in, en ik ben erg blij dat de trainer dit voor mij vereenvoudigd heeft met deze hartslagzone. Bang voor modder of regen ben ik al lang niet meer en dat was mooi meegenomen! We hadden een grappig breed karrenspoor van stenen en het liep heerlijk. Ik kan niet anders zeggen: graadje of 6, lichte regen, nieuwe omgeving, goed vol te houden hartslagzone: helemaal mijn ding! Het ging en kon hard: de tweede kilometer ging zelfs in 5:55! En ondertussen nog gewoon kunnen kletsen he. De route was tamelijk duidelijk en de gps deed zijn werk. We liepen al snel onder het spoor door langs een kanaal. Ik hoefde me nergens druk om te maken en soms piepte het horloge even en dan hield ik wat in. Het ging redelijk vanzelf eerlijk gezegd. De eerste vijf kilometer waren na een half uurtje en 38 seconden al onder de voeten verdwenen. Dat toont wel aan hoe gemakkelijk het ging!
We hebben NIEMAND gezien in het bos, het was volkomen uitgestorven. Helaas bleven ook de herten, roofvogels en andere dieren liever beschut ‘binnen’ zitten. Toen begon het door te regenen. Het maakte het bos niet erg uitnodigend, al schrik ik niet terug voor de regen. We kletsten over vanalles: van verjaardagen, nieuwe wishlist-routes tot de kwalen en bowling-prestaties van de collega’s. Ik merkte dat ik iets vaker in moest houden omdat mijn hartslag wat eerder aan de hoge kant kwam. 1 Keer sprongen we over een balk en jawel hoor: pieppieppiep! De hartslag van 174 sprong er bovenuit, maar na 100 meter was het alweer terug in zone 2.
Toen begon de modder. We zagen wel auto’s op de paden staan en recente tekenen van  boskap werkzaamheden, maar er was geen levende ziel te bekennen. De tractoren hadden sporen op de zandpaden getrokken en dat was veranderd in modder, in van die grote blokken. Langzaam aan werden de schoenen en sokken wat vochtiger. En het roze jasje werd wat plakkerig van de doorzeurende regen. Ik kan me de route niet meer goed herinneren. Mijn loopmaatje was een goede chef-du-route en zei soms links of rechts en dan slingerden we verder. Alles onverhard. Alles. Alleen aan het geluid van de snelweg en soms de trein kon ik enigszins bepalen waar we waren, maar het was voor mij een doolhof-achtige ervaring. We liepen langs een rare heuvel, staken soms over, maar er is in mijn beleving geen moment wat er uit sprong, waardoor ik precies weet waar ik gelopen heb.
Mijn horloge met tijden hield ik allang niet meer in de gaten. We gingen tijden rond de 6:30 lopen en zelfs dat is voor het onverharde gedeelte geen enkele schande. De regen hield op. Niet ineens, maar zo geleidelijk dat je het amper merkt eigenlijk. Ik hoefde maar 5 kwartier te lopen. Na een uur en drie minuten hadden we er al 10 kilometer op zitten. Ik was niet echt moe, voelde nergens een pijntje, maar ik begon te merken dat 100 gram biogarde en 1 cracker niet helemaal voldoende voedingsgrond vormden voor een inspanning als deze. De hartslag liep wat vaker op en het tempo moest ik vaker laten vieren. We liepen langs een kruising waar we al eerder waren geweest, maar het zag mij er overal een beetje hetzelfde uit! De Flevolandse bossen zijn allemaal zo ontzettend keurig. Het gesprek ging over wasmiddelen! Het is toch niet te geloven dat je tijdens het sporten gaat uitwisselen welk wasmiddel je het best kunt gebruiken om de sportkleding te wassen 🙂
In de verte zagen we een hek op het pad staan. Dat beloofde niet veel goeds, maar het tegendeel was waar: we kwamen in een prachtig stukje natuur! Water, ganzen, stilte, groene grasbodem en…. modder. Lastige modder. Net iets te veel moerassige modder. Als het niet zo mooi was geweest en zo fotogeniek, was ik gaan klagen – misschien. Want ineens waren de 5 kwartier ook nog voorbij! Weg hartslagbeperking, goed rondkijken en zelfs stilstaan voor de foto’s mocht heel even (van mezelf, niet van mijn loopmaatje). Het was maar een klein stukje genieten en toen we het laatste hekje voorbij waren, zag ik mijn auto al weer staan! Eigenlijk was het me te snel. Het laatste stukje was onverhard (maar de tijd was toch voorbij) en omdat ook de hartslagbeperking was vervallen konden we nog net even aanzetten!
12 Kilometer verder, 1 uur en 20 minuten later en natgeregend met een keurig gemiddelde hartslag van 150 waren we weer bij de auto. Bij de thee in het thermoskannetje, bij een schone, droge broek (ik was de trui vergeten) en bij een banaan. Afstrepen van de wishlist! Eindelijk. Buitengewoon onverdiend is het Hollandse Hout veel te ver naar achteren geschoven, maar gelukkig komt van uitstel niet altijd afstel!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Eindelijk het Onverharde Hollandse Hout – in de regen.

Beestenboel over koude paarden, slakken en een zinkende eend!

Gisteravond had mijn loopmaatje me jaloers gemaakt met een foto van de woondome en hij voelde zich een ‘jong veulen‘ zoals hij op zijn voorvoet omhoog gehuppeld was. Deze koude ochtend was het mijn beurt: eerst inlopen met 4 steigerruns, dan zes keer de woondome op en daarna nog zo’n anderhalf uur in zone 1 lopen. Ik zag het meest op tegen zone 1!
Toen ik de wijk uitliep met mijn koptelefoon op, had ik het ijskoud. Ik voelde me bepaald geen veulen, meer een log paard, een log KOUD paard. Gelukkig had ik de hartslagbeperking nog niet aangezet, want de hartslag was ietwat aan de hoge kant! Ik dacht er werkelijk over terug te gaan voor een paardendekentje, toen ik besloot de TIJGERrun in te zetten. Ik ging steeds 15 seconden tellen en dan iets sneller. Ik had niet het gevoel écht op draaftempo te komen, maar ik werd er wel warm van! Ik besloot gewoon maar door te gaan met lopen en telde tussen de 4 TIJGERruns een minuut af in langzamer tempo. Ik kwam precies onder aan de Woondome uit! 17 % Omhoog, ik loop meteen in kleine passen naar boven. Naar beneden mag ik wandelen. Pas bij de derde keer maak ik foto’s en stuur ik mijn loopmaatje op kantoor een filmpje als tegenprestatie. De zon schijnt lekker fel en geeft prachtig strakke schaduwen af. Het is niet zo zwaar om naar boven te gaan, zolang ik maar korte pasjes maak en naar boven blijf kijken. Een jong veulen heb ik niet ontdekt bij mezelf, hoewel ik naar boven toe eigenlijk ALTIJD op mijn tenen loop. Pas de zesde keer dacht ik: het wordt nu een beetje zwaar. Het idee van de paardendeken verwierp ik, want ik was lekker opgewarmd.  Ik had mijn muziek aan en dat was erg fijn deze keer. Het was een goede afleiding, maar het valt niet mee om naar beneden te wandelen op mijn favoriete hardloopmuziekje: Human van de Killers. Tijd voor het vervolg van de opdracht: de rest van de tijd (ik was pas 23 minuten op weg om warm te worden) in zone 1 met een maximale hartslag van 135. Ik stelde het horloge in en daar kwam het slakje aan! De verkoudheid is aardig geweken, dus nu kan ik goed kijken of het beter gaat als vorige week. Mijn voornemen was het Weerwater rond te lopen en dan na anderhalf / twee uur de trein of bus terug naar huis te nemen. Zo trok het slakje zich terug in haar huisje met een muziekje aan en bevond ik mijn weer op het spoorbaanpad met de twee bruggen over de Vaart (iemand noemde het laatst een kanaal, maar zo bekijk ik het nooit, al is het dat wel). In tegenstelling tot vorige week, was er nu een zonnetje en dat maakte veel goed. Ik wende snel aan het tempo, maar wat zou ik graag dat petje opzetten waar met grote letters op staat: Ik kan harder! Ik hield mezelf voor dat ik dit doe omdat ik er uiteindelijk sneller van word, en eerlijk gezegd heb ik dat afgelopen zondag wel een beetje bewezen. De volgende brug op in slakkentempo en toen moest ik aan het einde even versnellen, want er kwam een bootje langs! Nu moet ik goed gaan onthouden dat dit de Hoge Vaart is. Het tempo van 7:30 – 7:40 viel me aardig mee en ik had het beter in de hand deze keer, wat betekent dat mijn horloge niet om te haverklap aan het piepen sloeg. Wie weet leer ik het nog wel ooit! Toen kwam ik bij Station Parkwijk en vanaf nu ga ik een rondje lopen. Mijn FitBit meld mij dat ik vandaag al aan de tienduizend stappen zit. Ik zie een schelpenpad en dat eis ik meteen op! Het leek lente-achtig met het zonnetje, maar ik moet zeggen dat de temperatuur daar niet direct aan deed denken. Overal vluchten de eendjes voor me weg, ik vond ze lollig. Ik hobbelde zo lang mogelijk onverhard, tot de busbaan. Daar heb ik nog nooit gelopen. Ik luister lekker naar de muziek en blijf strak in een ritme zitten. Ik kom erachter waarom ik schaafplekken op mijn knie krijg: de naad van deze broek is de boosdoener. Stom, want dit is de enige ‘middelwarme’ broek die ik heb. Ik ontdek dat hier bus 5 naar huis langskomt en dat troost me. Eerst ga ik nu langs het Weerwater! Ik vraag me tot ik in het centrum ben af hoe om ik ga lopen. Pas op het bruggetje naast de busbaan merk ik dat het tegen de klok in wordt. Dan doe ik het laatste stukje als de ACR (Almere City Run) en onverhard en loop ik eerst over de Esplanade. Hoe lang ik erover heb gedaan om hier te komen, weet ik niet. Hoe hard ik ga weet ik ook niet. Het maakt me niet uit. Ik ga gewoon en om het Weerwater heen, ga ik nog wel halen. Ik loop langs Pi en langs de ijsbaan en dan moet ik een trapje op! Mijn hartslag vind dat even te veel en bereikt de hoogste stand van 146, dat is nog steeds niet veel. Maar ik doe er het hele bruggetje (superlangzaam) over om het weer onder de 135 te krijgen, terwijl ik me vergaap aan het natuurcentrum midden in de stad. Hoe ongerijmd is dat? Ik ben al snel aan de zijkant van het Weerwater en daar is natuur genoeg: zwanen, eenden, bomen, een strandje; het ligt allemaal te stralen in het zonnetje en ik loop er ook bij te stralen. Er ligt een dun laagje ijs en de kleine vogels staan nu op het water, het ziet er mysterieus uit. Normaal volg je vanaf de andere kant het fietspad, maar vanuit deze kant lokt de groenstrook langs het wate
r me. Gras en oneffen grond vraagt onmiddellijk een hogere hartslag. Ik verbaas mezelf hoe moeiteloos ik deze onverharde route kies! Ik kom bij een artistiek uitkijkpunt op de skyline van Almere.

Het volgende stukje gras is wat lastiger, wat hobbeliger en natter en het horloge piept maar even. Ik ga de Limburgbrug over. Voor mijn gevoel kom ik nu aan de andere kant van het water. Ik moet mijn handschoenen weer aan doen, want hier waait de koude wind me tegemoet. Het dunne laagje ijs ga ik niet fotograferen en ik loop gewoon even lekker door. Niet hard, maar gestaag en ononderbroken. Toch kan ik de ganzen voor de skyline niet ongemoeid laten, ze moeten op de foto! Dit is zo het beeld van Almere! En ik sta zelf ook nog fel in beeld. Ik ga langs restaurant Atlantis en zie dezelfde hardloper als ik bij het ziekenhuis zag. Dan volgt het saaie stuk tussen de bomen door. Ja het Kan. Ook in deze zone, ook bij deze lage hartslag, ook in dit slakkentempo kun je in een flow komen. De toestand waarin snelheid, ruimte, omgeving en jezelf samenvalt, waarin er niks meer of minder is als ZIJN. Het duurt even voor ik het besef en ik ga het niet onderbreken om de mooie blauwe lucht boven het heldere water te fotograferen. Ik leg het vast in mezelf. Stap voor stap: dit hele fietspad, deze lucht, de razende snelweg, alles draait om mij en mijn gestage stappen. Het horloge piept niet, ik ga op in de muziek Verdronken Vlinder en in mezelf. Tot ik het brugje op moet. Het horloge piept me uit mijn staat-van-niets. Boven op de brug maak ik dan toch maar een fotootje van mezelf, de lucht, de skyline en het water met het laagje ijs. Vanaf hier volgt een herinneringsloop: de ACR komt hier na 18 km de stad weer in, hier hebben we hard gelopen met een kaartspel-training. Ik loop met mijn telefoon in de hand naar het volgende brugje om van daaruit ook een foto te maken. Een mannelijke, professioneel uitziende hardloper komt me voorbij. Hij gaat ook niet hard, constateer ik uiterst verbaasd. Ietsje harder dan ik, dat wel, maar deze heer doet net zo min als ik een tempoloop! Ik kijk naar de eendjes naast me die op het ijs staan en dan hoor ik gekraak. Ik zie het eendje zo naar beneden zakken! Het is een koddig gezicht, want voor zover ik kan zien, is de eend stomverbaasd en zijn maatje ernaast nog meer! Het ziet er zo grappig uit dat ik hardop moet lachen! Dat lachen helpt me om te relativeren en te bedenken waarom ik hier hongerig loop te wezen. Als ik dit soort lange, saaie duurlopen volhoudt, lukt me dat straks bij een marathon ook door de verveling heen. Ik hou mezelf duidelijk een groter doel voor ogen en negeer de trek met nog een Dextro en een slok water. Hier hebben we een stomme training gehad bij de bankjes, een andere keer liepen we hierboven een goede intervaltraining langs de flats. Ik hou de andere hardloper een beetje bij en gniffel nog na over de eend. Ondertussen blijft mijn eigen tempo en hartslag aardig constant. Dan staan er twee totaal verschillende mensen met eenzelfde hondje op de brug: een soort nep-pitbull. De pitbull van de opgemaakte, sjieke mevrouw heeft een jasje op waarop staat dat hij King heeft, de oude, ietwat sjofele man zegt als ik langsloop dat zijn bijna identieke hondje Bo heet. Ik lach weer om de dieren! Ik neem en stukje zand mee en ga het bos in langs het water, waar nog meer herinneringen aan de ACR en trainingen liggen. Ik zie ineens dat ik al heel wat tijd aan het rennen ben. Ik verheug me altijd op het laatste bruggetje, maar nu geniet ik nog even van de felle schaduwen en kijk ik het weerwater rond: de brug waar ik het trapje op moest, daar waar de zwanen zwommen, ik zie het uitkijkpunt en waar ik in the flow zat. Ik ben rond. Maar het laatste bruggetje ga ik níet over: die bewaar ik voor de Almere City Run dit jaar. Hopelijk in een ander tempo dan vandaag! En ik vermoed helaas dat de temperaturen dan ook anders zijn. Deze koelte bevalt me wel. Ik kruis de route-van-daarstraks en ga toch proberen naar station Parkwijk te rennen, ook al weet ik niet zeker of ik dat met de tijd haal. Dan ga ik toch ietsje langer rennen, neem ik me voor. Ik loop door de schaduw en dat is koud, daarom neem ik het Louis de Funes-tunneltje. Alle scholieren dwingen me op het gras en dan zit de anderhalf uur hartslagbeperking erop. Ik zet het horloge aan en ga de wijk in. Het lijkt erop dat ik de afgelopen twee uur meer heb gelopen dat vorige week, dus heeft een verkoudheid zeker invloed op je blijkbaar! Iemand heeft een tuin vol ganzenbeeldennepdieren! Ik kom langs een onbekende speeltuin en dan ga ik toch weer richting het spoorbaanpad en langzaamaan de brug op. Ik hou het tempo gewoon laag, ook nu het horloge mijn hartslag niet meer direct beperkt. Ik wil de gemiddelde hartslag op 134 houden. Bij de sporthal wordt het ineens onverwacht zwaar. Ik kijk uit naar het station en dat volgt gelukkig snel. Hoewel ik conditioneel nog gemakkelijk naar huis zou kunnen lopen, voel ik dat het goed is zo. De tijd en de opdracht zitten erop. De gemiddelde hartslag ligt nog steeds op 134. Super Keurig. Nu ben ik rond en zit ik op 20.000 stappen 🙂

Station Parkwijk


Mijn loopmaatje sms’t net op dat moment: hoe ver nog? Ik ijsbeer bij de bushalte op en neer en neem dan om kwart over 11 de trein. In het centrum stap ik uit om brood en papier te kopen en dan pas krijg ik het ietwat koud. Ik neem voor het laatste stukje de bus. In twee uur en tien minuten heb ik ongeveer 17 kilometer gelopen. 7min29 (telefoon) of 7min34 (garmin vanaf de woondome) gemiddeld. Het interesseert me niet. Raar genoeg maakt het me echt niets uit, ik ga niet meteen op de computer kijken hoe ver, hoe snel (langzaam), hoe goed. Ik denk meteen terug aan de zwanen, het zinkende eendje, de pitbulls, de ganzen, de paardendraf en het slakkentempo: dat heeft samen met het zonnetje voor mij de loop gemaakt wat ie is! Het duurt een paar uur voor ik me realiseer dat ik weer ‘s ‘zomaar’ 17 kilometer heb gelopen, zonder doodmoe te worden. Als ik thuiskom heeft mijn moeder onze “zwijnenstal” opgepoetst tot een blinkend, volledig spinnenvrij paleisje: dat is nog eens een binnenkomer!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Beestenboel over koude paarden, slakken en een zinkende eend!

Een Ietwat Saaie "MP3"-training

Van de crosscup heb ik geen spierpijn (waarvan wel ooit?), dus ik hoeft niet te gaan fietsen van het schema. Ik mag naar de training. Een CD-training, met de ‘langzame’ lopers mee. Als ik thuis zeg dat ik met de Cdtjes mee ga, krijg ik het verwijt dat dat zo uit de tijd is, het zijn MP3-tjes tegenwoordig waar je naar luistert en geen CD’s meer. Oké
De ‘nieuwe’ trainer gaat met het groepje mee. Ik loop voorop te kletsen en dat maakt het tempo voor de rest moeilijk bij te houden. Langzamer dames, horen we twee keer. Dan komt de trainer ook vooraan lopen en gaat het nog niet langzamer! Ik vind dat niet erg, maar we gaan wel weer op de woondome af! Ik heb niet de illusie dat we tien keer naar boven moeten, dus ik maak me niet druk. Om het niet koud te krijgen blijven we hardlopen.

Er stonden op deze avond geen auto's


We gaan rondjes lopen over de parkeerplaats. Slingertjes deze keer. Langs de parkeerhavens hard, langs de korte zijkantjes rustig. En bij de trainer krijgen we elke keer een korte loopoefening. Eerst het stoeprandje op en af en dan lekker rennen! Ik ga met een vrouw mee die me vertelt dat ze pas het mountainbike pad heeft gedaan in het Kotterbos. Ze stijgt onmiddellijk in mijn achting en we lopen samen vooraan! We doen lage skippings en de volgende slingerronde geef ik het tempo aan. Het zijn korte stukjes, dus we gaan goed hard. Het kost me weinig moeite en ik vind het leuk dat de vrouw naast me blijft lopen! Hoge skippings, haar tempo rondje (maar dat is ook lekker hoor), uitvalspas en dan weer een blokje hard rond. We mogen de woondome op! Ik word bijna blij… Tot het bovenste lampje? Dat is pas één derde omhoog! Makkie. We mogen een langzaam vol rondje uitlopen en ik kwebbel. Ik voel me niet thuis. Dit vormt net te weinig uitdaging voor me. Nogmaals stoeprandje en uit verveling ga ik me concentreren op mijn passen: zet mijn voeten onder me neer, zet flink af en ik kan nóg harder. Skippings, rustig rondje. Het is niet dat ik geen respect heb voor de andere, minder snellere lopers, maar voor mij is dit gewoon net iets te weinig uitdaging. Ik vermaak mezelf door goed op de passen te letten en laat me expres terugzakken. Ik ben hier niet om te presteren of me te bewijzen. Wel heb ik de neiging naar boven te hollen op de woondome, maar dat bewaar ik voor later deze week.
We gaan alweer uitlopen! Het is me snel voorbij gegaan. We kwebbelen vooraan weer verder over muziek maken. Ik denk even dat we naar de brug gaan, maar dat is niet zo. Soms heb ik last van kramp – In mijn BUIK. En niet eens van slecht eten, maar vanwege het moment…. Hier lopen mensen mee die dit voor het eerst doen en die zijn beter als die rappe kerels van de A-groep. We moeten nog 1 keer op hoog tempo het fietspad aflopen. Ik zet hoog in en blijf rond de 12 kilometer per uur lopen. De heren versnellen! Het is maar 300 meter en die zijn zo voorbij. We gaan een paar keer op en neer lopen om de achtersten op te halen. Zo kom ik ook eens achteraan te lopen! Wat fijn! 
Ik ga lopen kletsen met een Equadoriaanse dame. Ik kan haar goed verstaan en ik vind haar een kleine (ietwat gezette) held. ZIJ is toch maar degene die niet op de bank is blijven zitten! Zij loopt toch maar mooi mee met al die Hollanders terwijl het koud is. Zij trekt zich niks aan van die bewijsdrang en loopt gewoon lekker te trainen!  Omdat we al binnen een uur terug zijn, maken we een extra rondje. Ik word zwijgzaam, want ik heb nog plenty energie over en zou graag nóg eens die rondje sprinten! Maar ik doe het niet. Ik heb namelijk ook getraind. Ik was er ook weer bij en ik vind de cooling-down net zo leuk. Ik heb dorst en we kletsen nog na over de lange afstanden en dat het vermoeiender is vrijwilliger te zijn bij een hardloopwedstrijd als de halve marathon te lopen. Ik fiets vrolijk weer naar huis terug, maar ik heb wel zwaardere trainingen gehad.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een Ietwat Saaie "MP3"-training

Vaartsluisbos Cross

De kleine man in het zwart over het gras.


Zaterdag was een OFF-DAY: slecht geslapen door een uur hoesten, buikkrampen, schoonmaakwoede, sjacherein; dat kon alleen maar beter! Vandaag begon met betere nachtrust (hoewel niet langer), met een goede bui en met een zonnetje buiten. Ik had mijn kleren en startnummer al klaargelegd en at een keer twee boterhammen. Om half 11 stapte ik op mijn fiets, gewapend met 2 flesjes water, bananen en warme kleren aan. Het fietstochtje was even lekker. De heren kwamen ook en om kwart over 1 starte mijn kleine man op de twee kilometer. Hij vertrok als laatste, maar kwam niet als laatste aan. Het was een enorme domper voor hem, toen bleek dat hij niet eens een vaantje kreeg of een andere herinnering. Na vele tranen en teleurstelling kreeg hij toch een handdoek.
Ik voelde me op mijn plekkie; ik zag niet op tegen de race, ik had er best een beetje zin in. De angst voor de modder is weg, zeker nu ik weet dat het niet zo heftig is als vorige keer en ik het bos afgelopen vrijdag al had gezien.

Mooi vormpje voor het inlooprondje!


Samen met mijn loopmaatje die op de 8 kilometer gaat starten loop ik het bos door op laag tempo om in te lopen. We pikken het parcours op en ik ben extra blij dat ik straks niet verrast zal worden doordat ik twee keer een balk over moet en 1 keer een brede sloot door zal gaan. We pikken de mannelijke winnaar op van de 8 kilometer en dus ongeveer de snelste loper van Almere. Ik vind het een eer om met deze twee snelle heren te mogen inlopen en ook nog eens te horen dat zelfs een snelle man lange duurlopen in voorbereiding op de marathon doet in het tempo wat we nu aanhouden van 7 minuten per kilometer. En dat al bijna drie kilometer lang!
Het wordt hoog tijd voor omkleden en een laatste plas. Ik klets nog met een vader wiens kind klaar is en zich afvraagt of hij volgende keer zelf mee zal doen. Op de pot hoor ik dat ik nog 1 minuut heb en ik spoed me naar de startlijn. Dan blijkt mijn horloge nog niet aan te staan en die is dus op het moment van starten en de eerste drie bochten op zoek naar satellieten! Ik start daardoor wat hard, maar de modder deert me niet. Mijn telefoon ligt veilig in de auto, ik durf vies te worden en ik leg de lat niet te hoog: ik ben trots dat ik hier ben na het fiasco van vorige keer! En ik heb ervan geleerd, jammer dat ik geen tijd meer heb genomen voor een extra slok water voor ik vertrok. Ik loop met dezelfde mensen mee als ik al eerder heb gezien tijdens deze cross, dat vind ik grappig. Ik neem de tijd om rond te kijken en herinner me de wijze les van de trainer: bij een cross is het juist de grap om een ritme te vinden wat bij de omstandigheden past. Ik kijk waar ik mijn voeten kan plaatsen en welke route mij het beste (= minste modder of juist expres lekker niet het minste) lijkt. Ik neem de balkjes gewoon stap voor stap, ook al rem ik dan af en dan komt er een stuk met iets meer modder. De eerste keer hou ik het midden aan en kan ik de mensen-die-ik-eerder-zag inhalen, ook al glij ik wat meer – dat momentum neem ik mee. Er ligt een soort obstakel van balken midden op het pad en de eerste keer vraag ik me af waarom?
(als er foto’s zijn, zal ik die hierbij plaatsen in de toekomst)
We mogen niet over het schelpenpad, maar moeten door het gras ernaast en dat vind ik het lastigste stuk, zo oneffen. Daardoor valt het volgende stuk door de modder en het bos me zó mee dat ik daar heel wat tempo kan maken en zomaar wat mensen inhaal! Ben ik eindelijk van die zwaar ademende man in mijn nek af. Ik loop op hoog tempo, maar ik voel dat ik niet te hard ga. Ik ben blij dat ik weet dat de sloot komt en deze diepte bevalt me wel, er is genoeg ruimte om omhoog te gaan. We moeten een lastige balk over, maar ik spring hier wel overheen. Dan komt het boogje over het gras en ik geniet daarvan! Wind tegen, wind mee; dit vind ik zo fijn! Even denk ik terug aan vorige week en de wind, maar dit is Almere, hier hoort het! Ik ben blij dat ik nog een rondje mag.
De hele tijd dat ik loop ben ik trots op mezelf, trots dat ik dadelijk vier keer mee heb gedaan aan de cross, dat ik mezelf overwonnen heb en dat ik er zo van kan genieten. Ik loop met Britta (staat op haar trui) en haar vader mee. Britta is nog een kind en toch lopen we hetzelfde tempo! We komen weer bij een stuk modder en samen met Britta kies ik de rechterkant. Er ligt daar nauwelijks modder en dan haakt Britta even wat af, ze houdt het tempo niet vol. Of ga ik harder? Ik zit er helemaal in en ik vind het prima zoals het gaat. Trots constateer ik dat ik de juiste kledingkeuze heb gemaakt en dat ik nog een reden heb om trots op mezelf te zijn hierom! Heuveltje op, balkjes over en dan het meest modderige stukje. Deze keer houdt ik rechts aan en dat is de beste kant. De balkjes schijnen me een bankje te zijn. Midden op het pad! Het moet niet gekker worden.
Ik kan mijn tempo hoog houden en laat Britta en haar supportende vader achter me. Ik hoor vader nog zeggen dat ze links moet houden in het gras, waar ik rechts kies.  In het volgende stukje maak ik opnieuw vaart, maar ik kijk niet op mijn horloge welk tempo ik aanhoudt. Mijn trainer spoort me nog even aan en ik merk dat ik breed grijnzend aan het lopen ben. Ik vind het echt leuk deze keer! Sloot door, en net iets verder weg deze keer. Er is een peuter door de sloot aan het klimmen, de kleine schat. Het gras is wederom een heerlijke draafbaan. Het wordt al vlakker en in de schaduw van de grote weg, juich ik luidop omdat ik er vandaag al 10000 stappen op heb zitten, voel ik aan de FitBit. Ik ga lachend gewoon nog een ronde, terwijl de snelle tweeling me inhaalt en op de modder dringt, maar ik geef er niet om.
Het is minder druk nu en ik voel de ruimte om me heen. Heel even denk ik: ik ben te snel begonnen en ik heb het warm nu, maar meteen daarop denk ik: hé, ik ben hier, ik doe dit gewoon, dit mag ik lekker zelf doen op mijn tempo en dat ligt goed. Ik ga weer rechts langs de modder en voel het zonnetje. Blij constateer ik dat ik er goed aan heb gedaan geen ballast van handschoenen of telefoon mee te nemen. Er komt een wat oudere man bij me lopen en ik word heel soms ingehaald, maar enkel door heren. De snelle man met wie ik inliep, schiet me voorbij en op de balkjes volgt zijn ‘concurrent’, die bijna struikelt! Deze keer hou ik bij de modder links: nu heb ik alle kanten geprobeerd en rechts was het fijnst. Helaas is dit het laatste rondje, maar ik weet het nu toch maar mooi! Ik kijk waar het bankje nu toch op uitkijkt, maar dat is nogal saai bos enerzijds of de andere kant op, op een leeg, recht pad. Misschien is het toch geen bankje? Er komt geen rondje meer om me er nogmaals over te verbazen.
Ik waarschuw de oudere man achter me voor de takken waar ik doorheen loop en dan kom ik weer op het stukje gras langs het fijne schelpenpad. Ik hou links, Britta’s vaders advies in gedachte, maar ik verwerp het snel weer. Opeens krijg ik trek en ik heb enorme zin in een witte boterham met honing. Ik zie hem vast voor me en denk er de chocomelk ook vast bij. Voor me loopt een mevrouw met een roze shirt en ik heb haar al even in het vizier. Elleke lijkt ze te heten (als ik naar de omstanders luister) en ik gebruik haar als inhaaldoel. Langzaam maar zeker haal ik haar bij. Als ik weet door de modder in het bos loop, ga ik aan de kant voor snelle lieden en besluit ik om zelf deze crosscup ook op een hoger tempo af te sluiten. Ik tover een brede grijns tevoorschijn over dit besluit, wat het nog gemakkelijker maakt. Ik kán het tempo namelijk nog verhogen, ik dúrf het tempo nog te verhogen en ik geniet ervan ook nog! Wat een winst!!
Het is me ineens volkomen duidelijk dat ik de afgelopen maanden en de afgelopen vier crossen veel, heel veel heb geleerd! Ik loop hier gewoon púúr voor mijn plezier, ik héb er werkelijk plezier in en ik geniet enorm en ik kan het nog versnellen ook!! Ik durf mijn handen vuil te maken in de sloot, maar het is niet nodig, ik kom soepel weer omhoog. Soepel haal ik de roze trui in, dat voelt zo goed! Ik spring blij over de balk.
In de verte zie ik de meneer met wie ik ook gestart ben en die ik toen niet kon bijhouden, nu ga ik hem inhalen. Ik zet er mijn zinnen op, ga tegen de wind in en na de bocht neem ik de wind mee over het gras. Ik versnel op het gras en laat me door de 8 kilometer dame inhalen. Ik heb het net niet gehaald haar voor te bijven, jammer, maar ik doe wat ik kan. Een beetje wankel ga ik de man-van-de-start voorbij en ik versnel nog wat. In mijn hoofd staat de gedachte IK HEB DIT TOCH MAAR EVEN VIER KEER GEDAAN voorop en dat maakt dat ik breeduit lachend over de finish kom. Ik ben supertrots op mezelf en dat voelt prima aan!
Ik zet mijn horloge uit en zie dat ik ‘maar’ 5,37 kilometer heb getracked, ik kijk verbaasd nog een keer dat ik dat in dik 31 minuten heb gedaan! Dat is me even een snelle tijd door het bos en de modder! Ik heb zin in de ranja en voel het verschil met de finish van de vorige cross, wat ben ik blij deze keer! Ik ben snel weer op adem en haal mijn welverdiende handdoek op.
Ik feliciteer de snelle man nog even met zijn overwinning van deze circuitrun en hij weet niet meer waar hij mij heeft ingehaald. Ik heb nog energie over omdat ik zo opgewekt ben en haal drinken voor mijn loopmaatje die razendsnel de 8 kilometer heeft volbracht en het daar zwaarder mee heeft gehad dan ik, die alweer uitgerust is. Als we mijn telefoon uit de auto ophalen, zie ik ineens mijn hardloopvriendin komen aanlopen over de weg! Ze had pas toen ze de patatkraam zag door dat de cross hier werd gehouden op haar gekozen zondagmidddagrondje en verwachtte me niet meer te vinden tot we elkaar plots tegen het lijf liepen! We kletsten even en toen ging ik weer naar mijn fietsje.
Het was koud op de fiets, maar ik vond het even fijn toen de drukte achter me lag om bij te komen op de fiets en tot rust te komen terwijl ik toch aan het bewegen was. Vertel het niet aan de trainer, want dit was zijn idee en opdracht die ik eerder verwierp voor een luie autorit…. maar dit is een fijne cooling-down zeg! Thuis is de vermoeidheid weg en eet ik eerst lekker twee witte boterhammen met honing alvorens ik lang onder de douche ga staan. Ik win lekker het bordspelletje, wat deze dag nog beter maakt, zeker in vergelijking met de ellende van gisteren. Raar, dat het zo verschillend kan zijn van dag tot dag!
Dan sla ik aan het rekenen en nakijken. Ik heb volgens de site 33:16 gelopen en dat is knap rap, ook al was het niet helemaal 6 kilometer.

Volgens mij heb ik 400 meter te laat mijn horloge aangezet, wat de totale afstand 5,8 kilometer maakt. Dat betekent dat ik met 10,4 kilometer per uur door het bos ben gestoven (5:45 per kilometer)! Eerlijk gezegd voelde het zo niet aan, behalve het laatste stuk dan. Ik ga rekenen wie waar in de eindstand staat en ik reken mezelf de top 10 in. Dat klopt helemaal, als ik klaar ben met rekenen, blijk ik achtste te zijn geworden. Er zijn 13 dames die mee hebben gedaan in dit circuitje en 5 hebben geen drie van de vier wedstrijden gedaan.

En als ik er op basis hiervan van uitga, dat Katja pas later dit jaar veertig wordt en zij dus nog niet bij de 40+ers senioren hoort, ben ik toch lekker derde geworden van de senioren dames!! Dat maakt de verworven trots lekker nog groter. Wat een overwinning was deze cross-reeks!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Vaartsluisbos Cross

Loslopend op verkenning uit (en met de bus terug!)

Er stond een rondje “loslopen” (eigenlijk stond er losdribbelen) op het schema. Drie kwartiertjes. Met twee steigerruns erin. Mijn compagnon ging mee en de route ging naar het Vaartsluisbos. Aanstaande zondag wordt daar de laatste cross gehouden en ik wilde met eigen ogen zien of ik me wegens overmatige modder ziek zou moeten melden.
Het tempo hoefde niet hoog te liggen, maar ik was snipverkouden. Het was letterlijk en figuurlijk een verademing om de hartslagmeter niet in te stellen. De hartslag ging door de verkoudheid snel omhoog. Mijn loopmaatje had nog last van zijn spieren van zijn training op woensdag, dus ondanks het gehoest, liep ik er deze keer het meest soepel bij. Al na een kilometer ging ik aan het proberen om minder grondcontact te maken. Het voelt erg, erg raar aan voor mij, maar ik bereik er twee voordelen mee: ik kan veel meer afzetten met mijn voet en ik zet mijn voet meteen veel meer onder me neer. Ik hoeft ‘alleen maar’ mijn knieën meer op te trekken. Het is nog wel iets waar ik de hele tijd bij na moet denken, maar het loopt wel aardig.
Mijn hartslag daalde na 1 kilometer warmdraaien spectaculair van 160/165 terug naar 140/145, terwijl ik het beter vond gaan! De kilometertijden gingen ook weer met een zes beginnen, terwijl de eerste nog (net) met een 7  begon. Tijd voor de steigerruns van 1 minuut, die ik alleen ging doen. Ik telde netjes 15 seconden af en het ging prima.  Van 8,6 kilometer per uur naar 15,3 kilometer per uur! Ik dribbelde weer terug naar mijn loopmaatje en ging na het volgende viaduct voor de tweede en laatste steigerrun. Het ging misschien niet zo snel, maar de hartslag steeg van 138 naar 170 binnen een minuut. En weer verder dribbelen naar de stoplichten. Onder het poortje door en we gingen het industrieterrein over. Het was echt eens fijn om geen rekening te hoeven met de hartslag, de snelheid of andere trainingselementen.
Al kletsende liepen we het water over en ik vond het een fijn idee dat ik straks met de bus terug kon. Ik zou er dan inderdaad ongeveer een 3 kwartier – uur op hebben zitten en dat leek me perfect. Zo kwamen we na dik 5 kilometer bij het bos uit. Fijn hoor, zand onder de voeten! Nee serieus, dit was geen plakkerige, slijkerige, dikke modder; het was gewoon een beetje bosgrond. De tijd daalde wel weer en de route was nogal links-rechts-laten we hier weer ‘s die kant op gaan over de onverharde paden. Heuveltje over en al snel was het rechte asfaltpad nog maar een vage herinnering. Ik had tienduizend stappen gezet en keek verbaasd naar het ‘vuurwerk’ op mijn Fitbit horloge-minischermpje. De zon kwam er zelfs even door en toen werd het bos zo mogelijk nog aantrekkelijker! Deze kilometertijd begon weer fijn met een 7, maar ik heb er tijdens het lopen niet 1 keer naar gekeken. Ik word goed in het negeren van de piepjes! Toen gebeurde er iets heel raars. We kwamen uit bij de weg, zagen in de verte het sluisje en zouden even over de weg daarheen lopen om daarna het schelpjespad te pakken. Tot we bijna bij het sluisje waren, hadden we geen idee waar we liepen. We hebben daar al minstens elk apart en ook samen al tientallen keren gelopen, maar nu zag de hele bekende wereld er ineens totaal anders uit, enkel en alleen omdat wij van het zandpad afkwamen. Verbijsterd bleven we vlak bij het sluisje staan en draaiden ons om. Het was alsof ineens de wereld meedraaide, alsof de puzzelstukjes weer in elkaar vielen, want toen was het zo bekend en bleek dat we wegliepen van het schelpjespad! Een HarryPotter-ervaring alsof je door de muur heen loopt naar de Zweinstein express, zo voelde het. We keken elkaar even vol verbazing aan en zeiden: terug dan maar naar het schelpenpad? Waar komen we dan vandaan?! Na enig puzzelen en ronddraaien, was het erg logisch waar we waren en onbegrijpelijk dat we alle bordjes totaal niet hadden gezien omdat we ze niet verwachtten en liepen we het schelpenpad op. Het tempo kon weer iets omhoog, maar noodzakelijk was dat niet. Ik ging voor een uur lopen, omdat de drie kwartier al bijna om waren en de bushalte nog niet in zicht. We kletsten weer verder over hoe het leven er uit zou zien zonder hardlopen, wat ik vanavond bij de Thai moet gaan eten en hoe we de middaglunch gaan invullen. De hartslag bleef lekker in zone 2 hangen. Mijn loopmaatje ging rennend verder, maar ik pakte netjes volgens schema de bus. Niet omdat ik niet meer kon of wilde, maar omdat het gewoon genoeg was. Ik had een uur en drie minuten gelopen en daarvan genoten, ik had mijn doel bereikt (het Vaartsluisbos keuren) en gelukkig had ik ook een OV chipkaart bij me.  “Dat is geen hardlopen” zei de buschauffeuse, maar ik kon er om lachen, want ik wist dat ik toch 9,5 kilometer ‘in the pocket’ had. Ik zwaaide lekker naar mijn loopmaatje vanuit de bus, zonder jaloezie, want ik kon bij het overstappen de croissants en harde bolletjes voor de lunch verzorgen. Al met al was ik vijf minuten eerder thuis. Door de compressiekousen bleef spierpijn of last van enig ander loopkwaaltje uit. Helaas werd het hoesten er niet minder om, terwijl ik nu zeker weet dat ik geen smoes nodig heb om de modder van het Vaartsluisbos over te slaan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Loslopend op verkenning uit (en met de bus terug!)

Geld "verdienen" met hardlopen

Enige tijd geleden had de loopclub een thuisbasis bij de tennisvereniging waar je een parkeerkey nodig had. Ik heb er tien euro borg voor betaald, dus nu de loopclub verhuisd is, hoeft ik niet meer bij de tennisclub te parkeren. Afgelopen zaterdag mislukte het fietsen, dus vandaag ga ik lopend op en neer. Ik ga langs de Woondome, want in het schema staat dat ik daar 4 keer op tempo naar boven moet en wandelend naar beneden. Eitje.
Ik ga lopen voor 1 uur en 45 minuten, maar de hartslagbeperking stel ik in voor 2 uur op maximale hartslag 135. Zone 1. Zone Sloom. Zone langzaam. Tot aan de Woondome ga ik me er niks van aantrekken, want dan moet ik nog ‘opwarmen’. En ik moet 4 steigerungen doen. Die plan ik op de rechte stukken tussen het bejaardentehuis (ja, die hebben we hier in Almere ook) en de Woondome. Dus ik kom met een piepend horloge bij de helling aan. Nu is de poort open, dus het is nog hoger als maandagavond. Vier keer, makkie!  Ik sprint met kleine pasjes soepel naar boven. In het donker lijkt het toch korter… Jammer dat ik nu kan lezen dat het een helling van 17% is, dat heb ik maandag niet zien staan. Was zeker te donker 😉
Ik maak maar meteen foto’s van het uitzicht en wandel naar beneden. Dan daalt mijn hartslag tot onder zone 1! Snel weer omhoog, foto met de spiegel en naar beneden. Ik stuur de foto’s door naar mijn loopmaatje en ga soepel nog maar een keer omhoog. En wandelend omlaag. Ik heb het wel lekker warm! De laatste keer begin ik te voelen, maar ik laat me nu niet kennen en loop lachend naar boven. Nu door naar de tennisclub.
Dat valt vies tegen. Bij zone 1 + verkoudheid gaat de hartslag erg snel omhoog en is het tempo erg laag. Ik dribbel naar het fietspad langs het spoor en een tijdlang gaat het best redelijk. Ik ruik de lekkere broodjes bij de Dirk, zie paarden en vraag me af of je ook in zone 1 in de flow zou kunnen komen. Ik niet, want het gepiep houdt me wel wakker. Ik luister lekker mijn slome muziek en leg me neer bij het langzame tempo. De brug op is helemaal een “relaxed” dribbelpasje. Ik ben blij als ik eindelijk boven ben. Naar beneden gaat eigenlijk niet heel veel sneller. Ik blijf gewoon een soort van hardlopen, maar het tempo is net zoiets als afgelopen zondag. En daar had ik nou nét zo genoeg van gehad! Ik vind dit moeilijker als de Woondome op en af rennen eerlijk gezegd. En ik doe het ook weer eens in mijn uppie. En door de stad, waar alles bekend is. Kortom: het is eigenlijk gruwelijk saai. Ik concentreer me op de muziek. Ik loop langs het huis van mijn vriendin en zij raadde me gister het pad langs de Vaart af wegens de ganzen, dus ik loop wat langs de boompjes. Weer een brug op, ik maak foto’s om de hartslag te verlagen. Ik ga wel lekker naar beneden! Dan moet ik langs de vruchten-straten (de mandarijn straat en het sinaasappel pad ofzo) en ik krijg spontaan trek. Ik neem maar een dextro. Een op redelijk tempo wandelende oude heer haal ik met moeite in. En dan kom ik in de buurt van de tennisclub.
Ik schrik als ik op mijn horloge zie dat ik over deze 7,5 kilometer al dik een uur heb gedaan! Ik lever snel mijn parkeerkey in en krijg mijn borg van 10 euro terug. Nu ben ik een rijke hardloper ook nog! Ik ga de andere kant langs terug en kom langs de plek van die leuke intervaltraining toen ik te snel begon (wat precies de opdracht was). Ik zie zo’n schattig klein vogeltje op de muur en ik voel mijn OVkaart branden in mijn jaszak als ik langs de busbaan loop. Zaterdag was het hier miezerig, nu is het alleen nog maar koud. Mijn handschoenen heb ik niet bij me. Maar de OVkaart blijft voorlopig waar ie is. Ik zie dezelfde mensen met hun hondje weer en sprint voor de bus langs. Ik ga een andere brug op en nu slaat de vermoeidheid, de kou en het gebrek aan ontbijt een beetje toe. Ik ben het wat zat met dit tempo, dit troosteloze weer en dat gepiep. Ik spreek met mezelf af dat ik tot het centrum van Almere Buiten ga rennen en daar de bus neem. Ik reken uit dat ik dat haal en dat er dan 7 kwartier opzitten. Niet door het bos langs de manege dus, want daar is geen bushalte. De stad is saai. Ik ben geen stadsmeisje! Doe mij maar bos, zand en natuur. Heuveltjes zijn best oké, maar deze brug staat me op dit moment tegen. Ik heb koude handen.
Ik ga eens op een andere plek de wijk door en hoera! ik ontdek onverharde paadjes op heuveltjes. 4 Keer mag ik de trapjes op, de vijfde keer zijn er geen trapjes en neem ik toch het heuveltje mee. Ik kom langs de Albert Heijn en snak naar een banaan, maar ook die mag ik van mezelf in het centrum van Almere Buiten halen, vlak voor ik de bus instap. Ik vind zowaar nog een schelpenpad! Daar ik me nu echt begin te vervelen neem ik er maar eens een tip bij van vorige week: korter grondcontact. Ik voel het heel goed aan, knieën hoger, kortere pasjes en het gaat gemakkelijker en sneller nog ook! Jammer dat de hartslagmeter het op een piepen zet. Terug naar de verveling dan maar. Die flow gaat er niet meer komen vandaag.
Dan zie ik in de verte een wiebelbrug. Deze keer ga ik er overheen. Als er dan iets te beleven is, doe ik het ook maar nu! Ik vind die dingen DOODeng, maar ik ben vooral geshockeerd dat ik eerst door de rotmodder-slik moet. Ik sta met vieze schoenen op de brug en ik vind het spannend en leuk tegelijk. Ik ben blij aan de overkant te zijn en zowaar trots op mezelf. Nu ga ik deze wijk door tot ik rond ben bij de volgende brug ik neem gewoon 1 langzaam tempo aan en let niet op het gepiep. Ik zet de muziek iets harder en zowaar – ik kom in een ritme en dat fietspad gaat snel voorbij. Het was te snel voorbij en ik ga heel, heel langzaam de brug weer op. Naar beneden gaat iets sneller, maar het horloge piept nu eigenlijk voortdurend. Ik sla weer eens aan het rekenen en ga de bus mooi halen. Ik hoop van harte dat er 1 klaarstaat.
Nu is het nog een saai, lang, recht fietspad. Ik kan niet door het gras gaan lopen, want daar ligt stront. Ik kan niet harder, want dan piept het horloge helemaal. Ik kan nauwelijks zachter en ben het genieten een beetje kwijt. Ik kijk uit naar de bus. En als ik daar ben, rijdt bus 5 net weg. Ik app naar mijn loopmaatje, die op kantoor zit, en dan merk ik dat ik nog een kwartier te gaan heb voor de twee uur om zijn. Ach wat, nu ga ik ook verder ook! Ik heb nog tijd deze morgen, nu heb ik ‘aanspraak’ en het grappige is dat ik van mijn loopmaatje mag stoppen (hij dacht dat ik nog in de stad was) – wat een extra reden is om door te gaan 🙂
Appen en lopen op dit tempo gaan prima samen. Helemaal als je niet meer let op het gepiep en dat maar laat gebeuren (elke 400 meter ofzo). Mijn loopmaatje heeft de perfecte opmerking: “je weet waarvoor je het doet en waarom. En je weet dat je veel harder kunt als het moet“. Dat was ik nou precies weer uit het oog verloren! Al word ik totaal niet trots van het feit dat ik nog geen 15 kilometer in twee uur kan lopen over het asfalt. Exact, maar dan ook op de seconde af, sta ik na 2 uur weer voor de deur. De gemiddelde hartslag (inclusief de woondome-beklimmingen) blijft netjes op 138 steken. Ik ben een parkeerkey kwijt en een heb een tientje verdiend! En dan herinner ik me weer dat ik nog naar de winkel had gemoeten om bananen te kopen….

Categories: Uncategorized | Comments Off on Geld "verdienen" met hardlopen

WoonDome Doem training

Hier komt een verslag van een training waarin ik gefrustreerd was, hard liep en maar liefst 14 keer de woondome op naar boven holde (een supersteile helling naar het parkeerdak) omdat het mocht van de trainer, die hiermee blijk geeft van een enorm begrip en die duizend complimenten krijgt. Het laat nog even op zich wachten, zodat het strakjes mooi verstopt zit tussen de rest.
 
Ik voelde me prima, geen spierpijntjes of stijve enkel. Ik was misschien wat ongedurig, weinig trots op de prestatie in Schoorl en ik verwachtte niet te mogen gaan trainen. Maar rond 3 uur stuurde de trainer mij een app dat het schema pas later zou arriveren en dat ik vanavond flink mocht gaan trainen. Ik hoefde me niet in te houden!
En zo stonden we met een kleine groep en gingen we allemaal samen met een trainer en trainster naar de Woondome. Dat is een winkel in Almere met een parkeerdak en de route naar het parkeerdak ligt buiten en is een 17% steile helling. Ik vond het prima, de opwarmrondjes deed ik al mee met de snelle gasten. Ik voelde dat er best wat woede in me zat en ik had er zin in! De jongen die gisteren nog 30km liep (sneller dan wij 21 deden), was er vandaag ook weer bij, dus ik had geen reden tot klagen.
Toch was het even slikken toen de trainer de opdracht uitlegde: 1x de woondome op in hoog tempo en rustig naar beneden, dan een rondje om de parkeerplaats heen rennen op hoog tempo, daarna had hij een oefening met liggende trappetjes voor de souplesse en dan nog een keer omhoog en omlaag, nog een rondje en de oefening nogmaals. Daarna rust zodat hij de volgende oefening uit kon leggen. 7 Oefeningen had hij in gedachten. Veertien (14) keer de Woondome op! Ik timede de eerste ronde en alles bij elkaar kostte het zo’n 4 minuten hoge hartslag, dus dat viel wat mij betreft binnen de norm.
Dit waren de oefeningen bij het  op de grond liggende trappetje:
1-    vooruit lopen (makkie als ik het op mijn tenen doe en het ritme heb)
2-    vooruit lopen knie hoog heffen (net zo’n makkie: ik ben een paard – hinnik)
3-    zijwaarts lopen (hier laat ik me al in de steek, is me ontgaan)
4-    zijwaartse skippings? (geskipt uit mijn geheugen, ik weet er niks meer van)
5-    dansje in en uit (hier was ik er weer bij, het ierse dansje, goed opletten)
6-    hinkelen (1 been in het vak, twee naast het volgende vak: links/links-lied)
7-    achteruit teruglopen (ik deed alle souplesse oefeningen behoorlijk goed trouwens )
Ik was erg gefrustreerd. Ik voelde me boos. Ik maak me druk om wat ik gisteren heb gedaan en vooral niet gedaan. Ik had namelijk hard weg moeten lopen eigenlijk, zo voelt het. Waarom ga ik voor mijn plezier afzien op woondome en toch elke keer tot bovenaan lopen? vraag ik mij af. Ik kan gewoon afsteken, halverwege omdraaien en doen alsof ik van de CD (de rustige lopers) ben. Maar IK doe dat niet. Ik wil niemand spreken en als iemand het lef heeft iets tegen me te zeggen ga ik aan het schreeuwen. In mijn hoofd zitten voornamelijk pissige gedachten. Het lopen kan ik harder en harder. Ik haal allemaal tijden die met een 4 beginnen. Ik neem de frustratie mee om mensen in te halen, al die mensen die ik gisteren niet in mocht halen, die knal ik nu voorbij. Het liefst zou ik hier op de rand gaan zitten uithuilen, of boven blijven staan. Maar ik doe het één noch het ander en ik ga maar gewoon door en door en door. Ik ben die Woondome en het hardlopen uberhaupt zo zat nu, na deze training doe ik het gewoon nooit meer, neem ik me in gedachten voor. Ik zie alleen maar stoeptegels voor me en die andere medelopers lopen me gewoon expres in de weg, heb ik het gevoel. Ik ben alles behalve blij of opgewekt.
Ik liep alleen maar met doemgedachten rond. Maar ik deed alles, ik was er toch. (als iemand dat nog 1 keer zegt……..) Ik dacht dat ik dan maar beter gewoon lekker in het donker kon siepen en de frustratie kon wegwerken, want blijkbaar zat het er diep wel in. Dus ik was niet erg blij, maar ik wist de hele tijd ergens in mijn achterhoofd dat ik het eruit moest hardlopen, dat dat voor mij de enige manier was om de nare gevoelens van gisteren te verwerken. En daar kan niemand anders als ik zelf mee aan de slag, mee dealen, doorheen. En ik doe dat niet door te stoppen, door op te geven. Dat zit nog dieper ingebeiteld dan welke frustratie of woede dan ook. Ik geef niet op. Al was ik me daar niet van bewust toen ik over die parkeerplaats en die f*ck*n woondome liep.
Zo ging het tot de 5 km toen was ik door de frustratie heen en kon ik gewoon gaan genieten. Hartslag daalt, lach is terug, woede weg. Ik ben ZELF op eigen kracht door de frustratie heen gegaan! Ik vocht tegen de doem-dome in mezelf en ging keer op keer omhoog en door en door en door en ineens was het voorbij. Ik omarm het hardlopen weer en ben bang dat ik morgen ook weer wil doen. Ik zag de wolken langs de sterren bewegen en het leek of de sterren draaiden. Mooi hoor. Ik haal nu zonder moeite en zonder frustratie de anderen in. Zij zullen ook doen wat ze kunnen. Ben ik ze lekker voor bij de trapjes. Mijn gedachten zijn ineens weer gewoon opgewekt. Ik kan toch zeker niet hinkelen? Met welke voet begon ik ook weer? Hoe kom je hierop en eigenlijk is het wel grappig. Ik ga dus mooi niet meer zo hard die Woondome op, kom ik ook boven toch? En naar beneden kan ik weer lekker uit’vliegen’. Je kunt best ver kijken, even een foto maken.  Nog een rondje rennen, ik vind het best, dat rennen lukt me wel. Hup weer naar boven. Helpt weer voor de verdiepingen vandaag. Die tienduizend stappen zitten er al op, op naar de twintig… Ohnee, dat is wel wat veel gevraagd, want ik werk hier wel hard, maar we gaan niet echt ver.
Het is echt verbazingwekkend zo vrolijk als ik weer terug huppelde en kon vertellen van de halve marathon in drie uur. Ik ben nog een beetje emotioneel, maar ik heb het afgelopen uur een scala aan emoties doorlopen die veel hoger waren dan de woondome 14 keer op en af rennen. Vandaag ben ik een “Overachiever again” volgens de fitbit. Ik heb heel veel verdiepingen ‘gescoord’! Het nieuwe schema past me goed nu en ik lig helemaal dubbel als ik de opdracht voor woensdag zie: duurloop met tussenstop OP DE WOONDOME en die 4 keer op. Ik ga deze week dus 18 keer die heuvel op. WoondomeDoemWeek.

Categories: Uncategorized | Comments Off on WoonDome Doem training

Schoorl? De Groeten van de halve marathon van Anke en Zélia.

Gisteren voelde ik me al beter en ik heb een paar uur met Vincent door de regen gefietst. Het miezerde, het was voor niks (omdat de tennisvelden dicht waren waar ik de parkeerkey moest terugbrengen), het was koud en Vincent vond het niet leuk en ik daardoor (en door de ijskoude vingers) ook niet. Het ging langzaam en meneer morde maar. Maar ik voelde me weer opgeknapt en uitgerust en was vastbesloten naar Schoorl te gaan. Ik had zowaar zin in de halve marathon van Schoorl! Ik vond het wel moeilijk in te schatten of het niet een uitputtingsslag zou worden om zo lang te lopen en ik at een geroosterde boterham en nog wat roer met druiven ook. Lekker mijn muziek hard zetten in de auto en naar Schoorl crossen in de fijne Skoda. De zon brak door en ik voelde me pas ter hoogte van Schoorl een beetje zenuwachtig worden. Dadelijk zou ik Zelia gaan zien…. Gisteren heb ik haar voor het eerst gehoord door de telefoon en ik vind haar Eindhovens accent erg prettig. Via de blog die zij op internet bijhoudt ken ik haar (Just Keep Running). Zelia gaat in april in Parijs de marathon lopen en een vrouw met meer doorzettingsvermogen en mentale kracht zie ik niet vaak!
Op dezelfde parkeerplaats als vorig jaar trok ik mijn schoenen aan en om 10 uur loodste ik Zelia en haar vriend naar dezelfde plek. Zelia was onmiddelijk een hele lieve meid. We gingen samen inlopen richting de startvakken. Het was totaal ander weer dan vorig jaar: er was geen regen, wel een straf windje. De zon scheen, maar het was niet echt koud of kil. Ik heb mijn handschoenen niet aangehad. Weet je wat mij gebeurde?! Ik Struikelde! Midden op de kruising, over een suffe stoeptegel. Ik had niks, wel meteen mensen om me heen, maar ik was voornamelijk enorm verbaasd.

Voordat er iemand was....


We gingen vast een keer de heuvel op en dat ging niet snel, maar behoorlijk moeiteloos. Het gaf me in elk geval goede hoop. Ik zag er niet tegenop om kilometertijden rond de 8 minuten te gaan lopen, Zelia was uiterst prettig gezelschap. We liepen die eerste 2,5 kilometer mooi rond de 8 minuten.
In het startvak had ik een heel klein beetje last van spanning. Het duurde toch nog een minuut of vijf na het startschot voor we naar voor geschuifeld waren. Wat een hoop mensen en wat een drukte. Ik liep lekker met Zelia mee.  Ik hield veel rechts en we werden in grote getalen ingehaald, maar ons eigen tempo konden we goed aanhouden. We liepen met de stroom mee en hobbelden door de straten van Schoorl. Ik vond het wat te druk, maar ik genoot ook van al die rare mensen om me heen in korte broek, met bloemen op het hoofd of vol met plaktattoos op de benen. Mensen in korte broek, mensen met koptelefoons, groot, klein, gespierd: allemaal verschillend. En sommige doen de 21km en anderen de 30. De eerste post sloegen we over. We zagen de anderen aan de achterkant al langs gaan en even later waren wij daar ook. Op de hoek stonden herriemakers en een meisje met megafoon. Zij heeft vast (ook) keelpijn gekregen! Ik ben dol op de bosrand. We hadden kort discussie over of wij daar nou straks ook weer zouden komen. We kwebbelden er lustig op los, hoewel ik voornamelijk het woord deed en we stevenden recht op een PR voor Zelia af met tijden rond de 7. Voor mij was het zeer eenvoudig vol te houden. Ik vond de lichte glooiingen alleen maar prettig.

...en een paar uur later weer!


We gingen de heuvel op en er liepen nog een paar mensen voor ons en bijna niemand meer achter ons. Halverwege stond een mevrouw lekker te trommelen. Ik maakte een paar foto’s van Zelia en ook 1 op het punt waar ik al bij het inlopen een foto had gemaakt. We  gingen echt niet snel de heuvel op, maar we werden ingehaald door iemand en toen ging het mis. Er kwam een auto achter ons rijden en die jaagde Zelia heel erg op. Zij is getraumatiseerd toen ze laatste is geworden in Eindhoven en de hele tijd ‘achtervolgd’ werd. Nu raakte ze nog in paniek van het idee dat wij de laatsten zouden zijn. Ik beloofde na haar te finishen, want ik gaf er niks om. Het zat haar ontzettend dwars en daardoor raakte ze helemaal uit haar ritme. Compleet. Ik begreep het niet zo goed en kon haar ook niet helpen. Ik vind dat je verliest als je de race niet kunt lopen of niet kunt uitlopen en de meneer die ons geblesseerd tegemoet komt, die heeft pas verloren, maar wij zouden die halve marathon gaan uitlopen en dan heb je hoe dan ook gewonnen. Het was een trainings-wedstrijd, gewoon een rustige lange duurloop zou het zijn als er geen PR uit rolde en dan was het ook helemaal goed, vond ik.
De omgeving met de bossen was geweldig mooi, de zon scheen, de trui kon uit; maar het tempo konden we niet meer oppakken. Zelia was echt de kluts kwijt. Er stonden nog 1 keer een heleboel supporters met borden herrie te maken en daarna werd het stil en uitgestorven om ons heen. De auto bleef achter bij de volgende waterpost. Ik dronk er wat water. Met het wegblijven van de auto kwam het ritme en de rust bij Zelia niet terug. Integendeel. Ze was boos op zichzelf dat ze zich zo liet kennen en daardoor blokkeerde ze nog meer. Toen kwamen we in de duinen. Zandvlaktes van heb-ik-jouw-daar. We werden door wat lawaaiige jongeren ingehaald op de fiets en het was prettig dat de wildroosters voor ons hardlopers waren afgedekt. De jongeren gingen foto’s maken tussen de duinen bij eenzame boomstammen. Het leek inderdaad een beetje western-achtig!
Met de duinen en het zand kwam ook de wind. Ik heb niks tegen wind, dat ken ik wel, want dat hebben wij zat in Almere, maar in Eindhoven heb je dat niet. De patronen van de bomen waren kronkelig en zo mooi. Hoe ver nog tot de huizen vroeg Zelia zich steeds af. Soms twijfelde ik ook of we nog wel goed liepen. Ik zag dat als deel van het avontuur! En dan was er wel weer een bordje. Bij het 15km punt nam ik een bekertje koude-thee-met-suiker. Ze waren aan het opruimen, maar de vrijwilligers hadden nog steeds opbeurende woorden, dat wij de eersten waren en dat voor de rest iedereen verdwaald was. Wandelen en hardlopen wisselden elkaar af. Ik zag zelfs een glimp van de zee! We hebben ook wel veel gelachen om de situatie of we nog wel goed liepen en waar we toch allemaal bleven en wat een fijne wandeling we toch maakten op deze zondagmiddag. We grapten dat we de 10 kilometer nog best konden lopen, als we maar bijtijds binnen waren! Zelia was zich al aan het verheugen op de medaille en ik moest helaas een domper erop zetten dat het waarschijnlijk een handdoekje werd. Zelia heeft absoluut de medaille voor het meest afzien en toch doorzetten verdiend voor deze race. In het bos waar de wind minder was, werd Zelia’s stemming ook niet echt meer beter. Ineens hoorden we verderop weer leven en muziek en toen kwamen de 30km lopers er weer bij. Ineens waren er weer veel mensen.

Het hele pad voor ons alleen!


Ik keek nog even achterom en warempel daar liep nóg iemand achter ons met de reddingsbrigade auto erbij! We waren niet eens de allerlaatste. Zo gemakkelijk als het de eerste keer ging dat we daar liepen, zo futloos leek het nu.  We waren niet de enigen, maar de anderen die moesten lopen hadden er al 28 kilometer opzitten. Ik was zelf nog zo fit als wat. Ik maakte nog een foto van het klimduin en toen maakte ik heel even tempo. “Ga je nog omhoog?” vroeg de vrijwilliger, en eerlijk gezegd had dat nog best gekund. Vlak voor de finishlijn daagde ik Zelia uit: nu maken we hem sprintend af, laat zien wat jij nog kunt. Eerst riep ze ohnee, en toen ging ze. Loeihardgewoon. Dat kon mevrouw toch nog maar mooi, lachend. Ik liet haar voor mij over de finish komen. Mijn horloge zei 2 uur 59 minuten en 11 seconden. Op de klok stond 3 uur en 3 minuten. Ik was nauwelijks moe of bezweet.

Omdat we bruto net niet binnen de drie uur zijn geëindigd (netto wel), staan we in de totaaluitslag niet vermeld. Maar we waren niet de laatsten!


De handdoek en de AAdrink nam ik in ontvangst en toen was het gedaan. Ik vond het stoer dat Zelia nog zo kon sprinten op het laatst; fysiek is er niks aan de hand met ‘r. Mijn gemiddelde hartslag lag op 136, maar een deel daarvan was wandelen, dus het telt niet echt. Mijn garmin gaf preceis 21,1 kilometer aan, terwijl mijn telefoon deze keer eens degene was die minder had gelopen!
Doelen gehaald? Ja, ik heb persoonlijk wel genoten en ja, ik heb netjes de hele weg met Zelia meegelopen; dus ik heb aan mijn doelen voldaan. Was het leerzaam? Absoluut. Was het mooi? Definitely. Was het uniek? Ook. Ik heb wel 25 kilometer gelopen, mijn nieuwe FitBit barste zowat van trots op mij

Uiteindelijk heb ik de dag met bijna 39000 stappen afgesloten!


That’s an achievement, ik ben een overachiever volgens dat ding. Die heb ik toch maar mooi verdiend en die handdoek lekker ook. En als ik zo doorga, doe ik volgend jaar in Schoorl mee voor de dertig kilometer en de volgende kleur handdoek 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on Schoorl? De Groeten van de halve marathon van Anke en Zélia.

Griep? Nee toch!

Gisteravond hebben we nog gewandeld na een dagje sauna. Wat was het mooi bij de zonsondergang en wat was het gemakkelijk om het tempo hoog te houden! We liepen gewoon 6 kilometer om de plas heen. Maar een paar uur later deed mijn keel pijn en had ik last van mijn oren. Ik voelde me niet heel erg gezond en ging met een paracetamol mijn bed in. Ik sliep als een blok.
Toch werd ik moe wakker en hoewel de pijn niet dusdanig was dat ik niet op zou kunnen staan, was de keel nog rasperig en voelde ik me helemaal niet 100 procent. De hartslag was de eerste ‘red flag’; waar die normaal tussen de 46 en 53 slagen ligt net na het ontwaken, was dat nu in het beste geval 61. Dat is te hoog. Maar ik had gewone trek en kreeg het bakje yoghurt wel op. Ik liep mee naar school, ook al had ik deze keer ietwat moeite de heren bij te houden. Ik ben niet verkouden, ik ben niet echt ziek, ik hoeft niet terug naar bed en ik hoest ook niet. Maar ik ben niet helemaal fit.
De laatste keer dat ik ziek was, ligt inmiddels 2 jaar achter me. Zo’n koortsige griep waarbij je zweet en ziek bent. Ik heb wel eens dat ik me niet goed voel, dat ik overal spierpijn heb en moe ben – maar een dikke griep van een paar dagen: dat was februari 2013. Eind 2013 heb ik een buikgriep gehad en daar was ik zieker van, maar ik zou het uit 2014 niet meer weten. Dus zomaar ziek… Daar geef ik mijn hardlooprondje niet voor op!
Ik ging er van uit dat ik een intervaltraining nu maar even niet moest doen. Dus ik wilde toch echt gewoon een rondje gaan lopen, lekker rustig aan en in de buurt. Totdat ik mijn koorts opnam. Ik heb geen koorts, want met koorts moet je niet gaan sporten, maar ik had toch wel lichte verhoging (hoewel- onder de 38 graden nog altijd). En toen besloot ik
NIET TE GAAN HARDLOPEN
waarmee ik voor mijn doen officieel ziek verklaard ben!
Dus is dit het eerste verslag van de training-die-ik-NIET-gedaan heb!
Ik baalde ervan, maar ik zou toch graag proberen om zondag in Schoorl te staan en ik weet dat de beslissing om vandaag een keer over te slaan dan noodzakelijk is. Verstandig, maar niet gemakkelijk. Niettemin was ik flink sjachereinig, zeker toen mijn loopmaatje ‘easily’ 19 kilometer had gerend. Maar goed, ik kon het werk mooi afmaken met behulp van de poes. En alles een tandje langzamer doen. Soms is dat gewoon nodig en blijkbaar viel dat precies vandaag. Ik hoor om me heen allemaal mensen die ziek zijn! Ik hoop dat ik zo’n goede conditie heb dat ik maar 1 dag me wat minder voel. Ik wacht met spanning af tot na 4 uur, het tijdstip waarop het meestal slechter gaat. Maar het blijft redelijk op peil. Ik verwen mezelf ‘s avonds met een fitness tracker, zodat ik mijn slaapgedrag zonder telefoon kan bekijken en mijn stappen beter kan bijhouden. En dat doe ik op de eerste dag in twee weken tijd dat ik GEEN tienduizend stappen loop!
Nog een keertje vroeg naar bed en dan moet het wel vervelend lopen als ik morgen niet gewoon weer beter opsta! Dan baal ik nog dat ik vandaag de training heb laten schieten, want het is om zo moeilijk om verstandig te zijn!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Griep? Nee toch!

Trainen met de trainer

Ik vroeg de trainer om mijn vragen te beantwoorden, stelde hij voor samen een stukje te gaan lopen! Ik vond het op zijn zachtst gezegd nogal spannend, ik word van dat soort zaken erg onzeker en krijg nachtmerries dat ik ineens niet meer weet hoe ik hardlopen moet 🙂
Maar goed, ik wilde wel en dus belde ik om 1 uur aan bij hem. We hebben eerst mijn hartslagzones doorgenomen. Zittend op een stoel, ha!
Pas vanaf zone 2 zit er verschil in. Toen gingen we lopen. Ik had mijn zwarte jasje niet bij me, dus ik nam mijn handschoenen ook niet mee. Ik had mijn vragen gelukkig op een papiertje geschreven, zodat ik ze niet allemaal vergeten was! Dat zou mij spontaan overkomen namelijk. Het werd gewoon een uurtje hardlopen: inlopen, loopscholing en de trainer ging kijken naar mijn loopstijl en waar er nog wat te winnen valt. Ik constateerde opgelucht dat mij dat moest gaan lukken toen we de dijk op liepen. De eerste tip was een herhaling voor mij van drie jaar geleden, die ik inmiddels vergeten was: Lach! Ik mocht het tempo aangeven, maar dat vind ik al meteen zo moeilijk! Ik ging voor mijn gevoel niet al te hard, maar het zat toch mooi rond de 6:10 per kilometer in zone 2. We liepen de dijk op. Ik hoefde ‘alleen maar’ te luisteren. Ondertussen legde de trainer uit over hartslagzones, verschillen, waarom mijn hartslag aan het begin zo hoog is (de logische verklaring: spanning is zo waar, dat ik er nog nóóit aan gedacht heb), hoe je de hartslag snel kunt verlagen (wandelen-stilstaan!-weer gaan rennen), wat de hartslag over de conditie zegt (niet de laagste of hoogste hartslag zegt daar iets over, maar hoe snel je hartslag daalt na de inspanning), waarom het toch zo goed is om op onverhard terrein te lopen (je doet aan krachttraining, leert anticiperen als je vermoeid bent en je gebruikt meer spieren) en dat alles na de modder van de cross nu meevalt voor mij. We gingen de Rooibos weg in, ik kreeg meteen zin in thee! Ondertussen werden mijn vragen beantwoord over het eten (3 kilo minder is wel beter om harder te lopen, maar in mijn geval niet noodzakelijk), over de opbouw van het schema (rustig begonnen omdat de trainer mij verder nog niet kent) en de belangrijkste tip: Ik moet het einddoel in de gaten houden en dat is in het najaar de marathon. Ik hoeft nu nog niet heel veel te lopen, want dat komt allemaal heus wel. En tussen de regels door: de trainer stuurt me niet weg om over een marathon 6 uur te doen. De 10000 stappen hebben ook weinig toegevoegde waarde, maar het kan best zolang ik tussen het schema door maar gewoon wandel. De trainer had wel gezien dat ik de voorgaande (twee) weken meer had gelopen dan het schema aangaf, maar hij verzekerde mij lachend dat hij daar niet snel boos om zal worden.
Toen waren we in een parkje. Een heel aparte plek tussen kale nieuwbouw en lege onbebouwde grond. De bomen zijn nog ieniemienie en het ziet er enorm aangelegd uit. Ik mocht het bruggetje over, doodenge dingen, dus dat doe ik mooi ietsje sneller! De trainer stuurde me ook de andere bruggen over en keek eens hoe ik liep. Gelukkig had ik dat niet gelijk door, want als je daar zelf op let, dan ga je anders lopen! Ik ben een  glider qua loopstijl. Ik zet mijn middenvoet neer en rol mijn voet af. Daar is niks mis mee gelukkig. Maar nu ging ik zo mogelijk nog beter en intensiever luisteren. Er heeft nog nooit iemand gekeken naar hoe ik loop (in drie jaar tijd pas, dus waar gaat het over- maar toch)! Ik zet mijn voet wat lang aan de grond, waardoor ik veerkracht / energie verlies. Ik kan dat verbeteren door me te richten op een oefening die de tripling heet en die hebben we op de brug gedaan. Daarnaast heb ik baat bij de oefening die skipping heet en dan hoeft ik me alleen maar nog naar voren te laten vallen en dan kan ik efficiënter gaan lopen. En toen liepen we weer verder en moest ik het allemaal vergeten. 🙂 Anders ga je krampachtig lopen, vertelde de trainer, denk er per onderdeeltje maar eens aan in één of andere training en gebruik de kennis als je voelt dat je moe wordt van het lopen. Ik moest nog een steigerrun doen (steeds ietsje sneller), net na het ijs (maar dat is lang niet meer zo erg als die rotmodder). Ik zet mijn voet wat ver voor mijn lichaam, ook dat kost energie omdat ik er dan ‘overheen’ moet. Ik moet mijn pasfrequentie verhogen en eens leuk met een metronoom gaan lopen. Het lijkt heel wat, maar geloof me, dit is ongeveer de helft van alles wat de trainervertelde!

de steigerruns: hartslag en tempo gaan omhoog


We deden nog een steigerrun, maar die werd voor mij verstoord door een fietser en ik kwam niet zo best uit. Mijn hartslag ging tot 166 en toen gingen we terug de raadselachtige wijk in Almere Haven in. Ik zou daar nooit de weg kunnen vinden! Van het uurtje hardlopen was ik niet echt moe geworden, maar van alle informatie tolde mijn hoofd bijna! Natuurlijk was er achteraf niks om je druk over te maken, integendeel, maar degene die me dat kan afleren moet ik nog ontmoeten!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Trainen met de trainer