Bergaf rennen met een hert in het donker.

Locatie: Uitkijkheuvel over de Oostvaardersplassen.
Tijdstip: Donker. Nachtelijke hemel met sterren en maansikkel. Rond kwart over 9.
Getuigen: Loopmaatje (die moest mee door het donker)
Situatieschets: Hardlopend (meer dan 15 km per uur zeker). Uit het water komt een hert. Veel gespetter. Lawaai in de stilte.
Gevoel: Dit is geweldig gaaf! We gaan even hard! Wat is dat hert groot! Ik zie zijn gewei. Herne! Dit appelleert ergens aan mijn allerdiepste oerkracht ever. Ik ben helemaal opgetogen; er is wat schrik, maar geen spoor van angst. Toch wil ik het wel uitgillen van puur geluk. Ik dribbel omhoog en roep maar naar mijn loopmaatje: zag je ‘m, hoe gaaf was dat!         Arm dier dat zo van mij schrikt.
De dag van vandaag: Vakantie zorgt niet alleen dat deze rustweek qua hardlopen zo verloopt als ie moet lopen (in alle rust), maar dat de enige twee trainingen in de avond moeten plaatsvinden. Loopmaatje gaat mee door het donker, want alleen durf ik niet hoor!
Opdrachten: 5 kwartier in zone 1. Daarin: 2 keer een steigerrun van 1 minuut van zone 1 naar zone 4 met 1 minuut pauze ertussen. Daarna: de brug op over de Hogering en vier keer de BRUG AF op hoog tempo in zone 4. Omhoog wandelen! Na 10 minuten een andere heuvel opzoeken die steiler is (“stijler“) en nog vier keer bergaf op hoog tempo. Het was even zoeken. In het donker door het Kotterbos, met die modder? Liever niet! Dus nog een andere brug zoeken en een andere heuvel. Brug 1: tussen de oostvaardersbuurt en de Almeer Plant. Heuvel 2: de uitkijkheuvel over de oostvaardersplassen.
part  I: SteigerunS ging goed. Moeiteloos. Tellen tot 15
part II: brug op alvast lekker inlopen, wandelen over de brug en hard naar beneden. LEUK. Wandelen omhoog is niet leuk. Hard naar beneden, nog 1 keer wandelen lukt me redelijk. Hard naar beneden drie: 17 km per uur is hard! Dribbel naar boven – oke, dan kom ik niet in zone 1 terug, maar het gaat tenminste ietsje beter. Nog 1 keer naar beneden.  Kei Hard.
Note voor de trainer: Waarom is dit?! Het is goed voor de coördinatie en om sneller te zijn in zone 4 in deze rustweek, maar wat is de be-doe-ling van deze training? Loopmaatje loopt hard omhoog, geluksvogel.
Part IV: Sloompjes lopen. Ik schrok me bijna dood toen iemand bij de auto op de donkere parkeerplaats ‘loeide’ en er geluiden uit het BOS kwamen – WHHAAAAAHHHH Ik ben blij dat ik niet alleen ben en ineens zijn de schaduwen heel eng….. En het licht is griezelig……
Part  V: Zie boven Heuvel, hert, loeihard naar beneden over onverharde, ongelijke grond. Donker. Genieten. Het is een korte explosie en puur genieten. Net iets minder hard dan de brug af (korter), maar het is helemaal buiten alle proporties gaaf en onwerkelijk en apart. Het mag niet, hier mag je na zonsondergang niet meer zijn. Voor hen, voor de herten. Sorry. (die is voor de dieren)
Vervolg: Uitlopen over het fietspad. Rustig aan. Langs de grote weg. Ik hou het tempo zo laag mogelijk. Als we eenmaal kletsen, wordt het net aan zone 2. Sorry Again. (die is voor de trainer) De brug over. Ik heb het gehad.
Tot slot: Ik heb geen zin meer. Klaar d’r mee. Ik wandel de brug op. Sorry voor de derde keer. (voor mijn loopmaatje dit keer) Maar ik ga het dus echt niet uit-wan-de-len. Ook al heb ik buikpijn. Ook al heb ik geen zin meer. Ook al zitten de koekjes dwars. Ook al moppert mijn hoofd dit-wil-ik-niet. Op de brug dribbel ik weer. Tot jouw straat? Goede nieuws is dat zone 1 weer gehaald wordt. Ik dribbel de hele straat ook nog door. En met een nieuw moestuintje weer naar huis – naar de plee.
Conclusie: Rare training. Ik heb het weer gedaan. Met tegenzin aan het einde. Met angst tussendoor. Met een soort onbegrip. Met de donkere sterrenhemel.                        met een Gaaf HERT.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Bergaf rennen met een hert in het donker.

Recept voor een hardlooptraining

Benodigheden:

  • circa 23 hardlopers met elk een lampje
  • 2 trainers: hou daarvan 1 over die niet ziek is en de hele groep aankan
  • Minstens vijf verschillende smaken loopscholing-oefeningen (tripling, skipping, pendelpassen, hakken-billen en gestrekte benen)
  • Een brug
  • En niet te vergeten: wat wind en kou erbij om het gerecht op smaak te brengen
Bereidingswijze:
Voorbereiding: Laat de hardlopers bij elkaar komen. Persoonlijk vond ik het jammer dat 1 van de medelopers terugkwam op de halve marathon in Schoorl, wat een ietwat bittere bijsmaak gaf aan het aperitiefje. Scheidt de trainers.
Voor het hoofdgerecht:
Begin met een kilometertje of anderhalf inlopen om bij te praten.
Vervolgens meng je groep in rijtjes en voeg je de loopscholingsoefeningen toe. Vergeet de hakken-billen niet aan het einde toe te voegen!
Meng daar voorzichtig de brug in met een duurloop-tempo omhoog en een steigerun naar beneden. Ik heb daar extra veel geklets aan toegevoegd, zodat het heel gemakkelijk te verteren was.
Vergeet niet de groep nu te splitsen in degene die dit 5 keer doen en degene (count me in) die het 3 keer doen!
Als deze voorbehanding achter de rug is, volgt de volgende stap:
DRIE KEER – 
Op hoog tempo de brug op (let op: tegen de wind in) en langzaam de brug af. De trap op omhoog moet weer op hoog tempo worden afgelegd en ook het laatste stukje omhoog brug op moet op snel tempo. De laatste afdaling mag weer rustig. In mijn geval beginnen de tijden omhoog met een 4minuten aanduiding en gaat omlaag extra goed door te kletsen over ouder-blunders met een medeloopster (die ik omhoog net niet kon bijhouden).
Belangrijk: Tussendoor 30 seconden PAUZE inlassen!
De trainer voegt er hier en daar een opmerking aan toe (“hoog tempo” “knietjes naar voor” “fel-fel-fel”)
Zet deze mix op een laag pitje aan het sudderen voor ongeveer een uurtje.

Daarna volgt het uitlopen, wat uiteraard weer gepaard gaat met het nodig gekwebbel (voor mij over verhuizen dit keer).
Voeg er nu allemaal geleuter aan toe over looptijden-lange duurlopen- wedstrijdjes – loopdoelen voor wat extra smaak en een bijzonder gerecht.
Als toetje volgt een cooling-down, die aanvoelt alsof die in de ijskast plaatsvindt. 

Drankadvies: 2 bekers water na afloop (met dank aan de medeloper voor dit idee)
Categories: Uncategorized | Comments Off on Recept voor een hardlooptraining

De wandeling die ontaardde in een trailrun-in-spijkerbroek!

Veluwezoom. Bezoekerscentrum Natuurmonumenten bij Rhenen. Omdat mijn vriend nog steeds ziek is, was ik er met mijn kind alleen naar toe gereden. We hadden er met vrienden afgesproken die (zij) 7 maanden zwanger zijn, een dochter hebben van dezelfde leeftijd als mijn kind en 2 honden bij zich hebben. De kinderen hadden om drie uur een anderhalf uur durende workshop uilenballen-pluizen. Toen hadden we al een minuut of twintig gewandeld en lekker uitgebreid geluncht. Het was heuvelig en bewolkt, waardoor het nog wat koud was. Tijdens de workshop zouden wij de hondjes uitlaten en in plaats van de korte blauwe route met de kids, zagen we de gele route al voor ons die 5,5 km was. Dat moest lukken in anderhalf uur, maar voor de zekerheid vertelde ik mijn kind dat hij op ons moest wachten in de speeltuin. Je weet nooit met de hoogteverschillen, de zwangere vrouw en de honden…

In de verte achter het pad is het pad hogerop ook te zien!


Ik had geen expliciete wandelschoenen aan. Gewoon goede stappers en een lekkere spijkerbroek en snoep mee in mijn rugzakje. We gingen heerlijk aan het kletsen en wandelen. De hondjes mochten los, luisterden uitstekend en het was erg gezellig. De gele markeringen waren uitstekend te volgen. Ik had mijn horloge om en zelfs mijn hartslagmeter. Puur voor de vorm om eens te kijken op welke hartslag je nou wandelt.

Dit loopt omhoog!


Het landschap was – op zijn zachtst gezegd- flink glooiend. Ik klaagde dat we vooral omhoog moesten keer op keer. Conditioneel maakt het mij allemaal niks uit, maar het hondje was niet topfit en onze vriend had ook wat last van zijn heup en enkel. Het bos was prachtig en toen het zonnetje zich liet zien, werd het helemaal een plaatje! Ik lette niet echt op hoe ver we liepen, we bespraken de baby-uitzet, de vakantieplannen, de werk-sores en de kilometers gingen aan ons voorbij. Tot het kwart over 4 werd. Het landschap werd er met bruggetjes en watertjes mooier en mooier op, maar de omgeving werd niet bekender! Terwijl we toch echt in de buurt moesten komen van het bezoekerscentrum waar onze kinderen aan het pluizen waren. Ik had er al 7 kilometer opzitten, inclusief de eerste kilometer. We begonnen ons om half 5 echt zorgen te maken en vroegen het andere wandelaars. De eerste hadden zelf geen idee, maar het tweede stel meldde dat we nog zeker een uur van het centrum gaans waren!

We stonden bij het puntje op ongeveer 7,5 kilometer.


We waren de langere route aan het volgen in plaats van de 5,5 kilometer! En het bereik van de telefoons was slecht. We deden er 10 minuten over om het telefoonnummer van het centrum te vinden. Ik had al besloten dat ik de resterende vier (?) kilometer op hoger tempo zou gaan afleggen. Ook al was het modderig en heuvelig. Terwijl de andere twee het centrum gingen bellen om de kinderen op te vangen, ging ik de gele route verder volgen, omdat ik dan zeker wist, dat ik uit zou komen. Zolang ik niet hoefde te klimmen door de modder, rende ik. Niet hard, maar wel op tempo. Ik hield mijn rugzak met daarin het water om. Er lag ook nog eens behoorlijk veel modder. Als ik ging lopen, liep ik flink door. We belden en de kinderen werden opgevangen door het centrum. Ze waren braaf naar de speeltuin gegaan. We volgden de route van 9 kilometer en ik telde snel dat ik dus nog maar twee kilometer hoefde. Heel even beangstigde het me dat ik zomaar alleen in het bos liep, maar het uitzicht op de paarden in de lage zon was prachtig en daar hield ik me aan vast. Ik liet de angst overschaduwen door het gevoel: maar dít kan ik, híér hou ik die conditie zo hoog voor, nu dóé ik het ergens voor! Ik ga mijn kind redden! En zo beklom ik de Posberg. Met een kilometertijd van 6:13. In Spijkerbroek. Op Gympen. OMHOOG. Door de Modder.
Toen zag ik een paddestoel waar op stond dat het nog 1,1 kilometer was. Het centrum was intussen afgesloten omdat het na vijven was en de kinderen hadden ze uit de speeltuin gehaald. Ik dacht: nog 5 á 6 minuten en ik ben er. Om kwart over vijf ben ik er, vanaf nu ga ik alleen nog maar hardlopen. Dit is asfalt, dit gaat alleen maar omlaag en ik moet nu zo snel mogelijk bij die kinderen komen!
Ik holde langs de schaapskooi, langs de uitgesneden beelden die we al eerder hadden gezien, ik wist waar ik was en om 20 over vijf was ik bij het centrum terug. De laatste kilometer had ik met een tempo van 5:43 volbracht. De kinderen kregen net iets te drinken en waren bezorgd geweest om ons, maar niet in paniek geraakt. Ik was bezweet, had een rood hoofd en dorst voor het water. Toen het drinken op was, nam ik de kinderen mee naar buiten.

Deze kreeg ik vanmorgen nog, vandaag heb ik de telefoon niet mee laten meten. Jammer, want die houdt de route veel beter bij!


We hebben nog een half uur (minstens) gewacht tot de anderen er ook waren en toen pas raakte mijn ventje in tranen “omdat ik me zo zorgen had gemaakt” snikte hij. We hadden voor deze ouder-blunder allemaal wel een pannenkoek verdiend! Het uilenballen-pluizen was een succes geweest en ik vond de wandeling ook zeer de moeite waard. Maar volgende keer letten we extra, extra, extra goed op de lengte en de te volgen kleur! En als ik daar nog eens ga trailrunnen (die kans is groot) doe ik hardloopschoenen en een hardloopbroek aan. 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on De wandeling die ontaardde in een trailrun-in-spijkerbroek!

Onder dreigende wolken met een kleine fietsende begeleider en onwillige hartslagzones.

Bij tijd en wijle goot het, dikke hagelstenen en koude buien. Terwijl we naar de AH liepen, kregen we er al mee te maken, mijn kind en ik. Bij de AH hebben ze moestuintjes en die modder vind mijn jochie leuk! Omdat papa ziek op bed lag, moest de kleine mee met mama’s hardloop-opdrachtje. Met de belofte aan twee nieuwe moestuintjes ophalen bij een vriend en van de buienradar een belofte op een droog uurtje, togen we gezamenlijk naar buiten om half 4.
Drie keer dezelfde opdracht: 5 minuten in zone 1, 5 minuten in zone 2, 3 minuten uitleven in zone 4 en dan 2 minuten wandelen. Ik heb honderd andere afkortingen voor een W bedacht, maar ik vrees toch echt dat de trainer Wandelen bedoelde. Dan heb ik even spijt van mijn vraag aan hem hoe de hartslag weer zo snel mogelijk omlaag kan krijgen: door te wandelen dus.
Langs het station, langs de Evenaar het skeelerpad op en voor me uit een jochie op de fiets. Het horloge ging helemaal over de rooie: mijn hartslag was torenhoog! Mag die in zone 1 niet boven de 135 zitten, het was aan één stuk door 175-177-180… Opwarmen is tot daar aan toe, maar dit was NIET leuk. Ik dacht toen we weer langs de AH liepen: ik begin dadelijk gewoon opnieuw! Dit slaat nergens op! Ik ga al zo belachelijk zacht! Bij het tennisveld wilde ik teruggaan, en toen ging zone 2 al in. Ook voor zone 2 is elke hartslag boven de 170 veeeeeel te hoog! Ik dacht dat de hartslagmeter stuk was en ging ineens wandelen. Binnen tien passen daalde de hartslag, dus aan de meter lag het niet.

De hartslagmeter die in het begin te hoog uitsloeg, maar daarna zijn de zones duidelijk herkenbaar.


Het horloge piepte weer: ik ging voor zone 2 te zacht. Dus moest het arme kind weer naast een mopperende moeder op het fietsje springen en haast maken. Ik zag de brug al komen en jawel: zone 4 kondigde zich aan! Het frappante was dat ik de hartslag nu niet meer OMHOOG kreeg. Ook niet toen ik woedend omhoog stormde! En weer naar beneden natuurlijk. De jongen wachtte op de hoek wel even tot mama uitgeraast was: letterlijk en figuurlijk!
Na twee minuutjes wandelen probeerde ik nogmaals zone 1 uit. In de heuvels en de modder zag het kind hele forten, kastelen en burchten. Een waterig zonnetje begeleide ons en hield de donkere wolken op afstand. Het was niet warm, maar ik had het al niet meer koud. Ik wachtte op het hinderlijke gepiep, maar er kwam niks. De eerstvolgende keer dat het horloge iets van zich liet horen, was toen ik na 5 minuten over mocht schakelen op zone 2. Inmiddels waren we het onverharde pad opgegaan, waardoor het kind op de fiets de mopperfase kon overnemen. Het fietste te zwaar, was te glibberig. We keken wel samen naar alle prachtige herten in de verte. De jongen nam een afslag naar het fietspad, terwijl ik om de plasjes bleef slingeren op het fijnste tempo van zone 2. Zodra de knul met de gelukssteen weg was, vielen er tien druppels en was de waterige zon achter de wolken verdwenen! Bij het centrum zouden we elkaar weer treffen, maar het liep (letterlijk en figuurlijk) anders.
Zone 4 ging in en de jongen fietste nog achter me. Ik zette aan en ging kei-hard verder het fietspad af. Toen ik eenmaal in zone 4 zat, liet ook daar het horloge niks meer van zich horen. Achter me hoorde ik mijn ventje schreeuwen: je gaat te hard, mama, ik ben hier! Het brak mijn hart zowat in 5 zones uiteen, maar ik wist dat hij me zo dadelijk bij kon halen als ik weer wandelde. Dat was de kleine vergeten en hij fietste zich te pletter. Snikkend haalde hij me bij het wandelen in; had je me niet gezien, vroeg hij. Hij had het nog benauwder dan ik! Gossie….
Ik ging voor de laatste keer aan het hardlopen in zone 1. We maakten duidelijke afspraken: we bleven op het fietspad naar de brug toe en hij zette me op de foto. Boven op de brug stond een klasgenootje van hem ons aan te gapen. We namen het buitenste fietspad en ik was alweer fijn in zone 2 aan het lopen. We spraken nu duidelijk af dat we het fietspad bleven volgen en dat hij niet naast me hoefde te blijven fietsen. Als ik ging wandelen, kon hij me inhalen. Zone 4 maakte dat mama er weer vandoor stoof. Ik haalde hem op zijn fietsje in! Het duurde ietsje langer voor ik in zone 4 kwam, het was ook moeilijker als ik gewend ben. Zou dat komen omdat ik gisteren nog zoveel heb gelopen? Maar ik hield het ook weer gewoon 3 minuten lang vol. Toen kon meneertje er weer bij komen fietsen en mee wandelen. 7 Kilometer had ik gedaan in 45 minuten. Ik dribbelde door de straat mee naar de vriend met de 2 moestuintjes omdat ik anders bang was het te koud te krijgen. Het was de hele tijd droog gebleven toen we buiten waren. Komt door zijn gelukssteen!
Het staatje ziet er keurig uit. Ik ging in zone 4 dus flink hard met zo’n 13 kilometer per uur! De eerste zone 1 klopt natuurlijk ook helemaal niet met een gemiddelde hartslag van 173! Echt lekker liep het deze keer niet. Was ik nog vermoeid van gisteren? Was ik gewoon niet goed van start gegaan door het overslaan van een warming-up? Of waren er gewoon net iets teveel dingen naast het lopen om me druk over te maken, nu mijn kind meefietste en mijn vriend zo ziek op bed ligt? Ik weet het niet ,maar ik heb de afgelopen week toch weer meer dan 40 kilometer hardgelopen. Misschien is het gewoon tijd voor een rustweek en laat díé nu net volgende week op de planning staan! Als ik het zelf had moeten doen, had ik volgende week nog meer willen lopen (en deze oefening nog een keer alleen willen overdoen), dus bewijst de trainer wederom zijn nut. De W van wandelen zorgde er namelijk voor dat de hartslag binnen een minuut van 165 daalt naar 115. Krijgt hij ook zijn gelijk mee. Als ik het eerste kwartier niet meetel, is het namelijk voortreffelijk verlopen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Onder dreigende wolken met een kleine fietsende begeleider en onwillige hartslagzones.

Eindelijk het Onverharde Hollandse Hout – in de regen.

Twee maanden geleden werd het Hollandse Hout aan de kant geschoven om naar de startbaan van Soesterberg te gaan. Drie weken later werd het Hollandse Hout aan de kant geschoven om plaats te maken voor een onverharde route op de Utrechtse Heuvelrug. Eind vorige maand werd het Hollandse Hout weer aan de kant geschoven voor de sneeuw in Lage Vuursche. Mijn loopmaatje en ik durfden de naam niet meer te noemen. Vandaag was er weer een mogelijkheid, maar pas toen we daadwerkelijk IN het bos liepen, konden we geloven dat er vandaag toch echt een vinkje op de wishlist bij zou komen! De route stond al maanden op de GPS op ons te wachten.
Het was kwart over 9 en het eerste stukje, zeg zo’n 500 meter,  liepen we verhard. Ik mocht in zone 2 lopen, wat wil zeggen dat mijn hartslag tussen de 135 en 154 slagen mocht liggen, wat het gemakkelijker maakt om onverhard te lopen zoals de opdracht was. Ik had er echt zin in, en ik ben erg blij dat de trainer dit voor mij vereenvoudigd heeft met deze hartslagzone. Bang voor modder of regen ben ik al lang niet meer en dat was mooi meegenomen! We hadden een grappig breed karrenspoor van stenen en het liep heerlijk. Ik kan niet anders zeggen: graadje of 6, lichte regen, nieuwe omgeving, goed vol te houden hartslagzone: helemaal mijn ding! Het ging en kon hard: de tweede kilometer ging zelfs in 5:55! En ondertussen nog gewoon kunnen kletsen he. De route was tamelijk duidelijk en de gps deed zijn werk. We liepen al snel onder het spoor door langs een kanaal. Ik hoefde me nergens druk om te maken en soms piepte het horloge even en dan hield ik wat in. Het ging redelijk vanzelf eerlijk gezegd. De eerste vijf kilometer waren na een half uurtje en 38 seconden al onder de voeten verdwenen. Dat toont wel aan hoe gemakkelijk het ging!
We hebben NIEMAND gezien in het bos, het was volkomen uitgestorven. Helaas bleven ook de herten, roofvogels en andere dieren liever beschut ‘binnen’ zitten. Toen begon het door te regenen. Het maakte het bos niet erg uitnodigend, al schrik ik niet terug voor de regen. We kletsten over vanalles: van verjaardagen, nieuwe wishlist-routes tot de kwalen en bowling-prestaties van de collega’s. Ik merkte dat ik iets vaker in moest houden omdat mijn hartslag wat eerder aan de hoge kant kwam. 1 Keer sprongen we over een balk en jawel hoor: pieppieppiep! De hartslag van 174 sprong er bovenuit, maar na 100 meter was het alweer terug in zone 2.
Toen begon de modder. We zagen wel auto’s op de paden staan en recente tekenen van  boskap werkzaamheden, maar er was geen levende ziel te bekennen. De tractoren hadden sporen op de zandpaden getrokken en dat was veranderd in modder, in van die grote blokken. Langzaam aan werden de schoenen en sokken wat vochtiger. En het roze jasje werd wat plakkerig van de doorzeurende regen. Ik kan me de route niet meer goed herinneren. Mijn loopmaatje was een goede chef-du-route en zei soms links of rechts en dan slingerden we verder. Alles onverhard. Alles. Alleen aan het geluid van de snelweg en soms de trein kon ik enigszins bepalen waar we waren, maar het was voor mij een doolhof-achtige ervaring. We liepen langs een rare heuvel, staken soms over, maar er is in mijn beleving geen moment wat er uit sprong, waardoor ik precies weet waar ik gelopen heb.
Mijn horloge met tijden hield ik allang niet meer in de gaten. We gingen tijden rond de 6:30 lopen en zelfs dat is voor het onverharde gedeelte geen enkele schande. De regen hield op. Niet ineens, maar zo geleidelijk dat je het amper merkt eigenlijk. Ik hoefde maar 5 kwartier te lopen. Na een uur en drie minuten hadden we er al 10 kilometer op zitten. Ik was niet echt moe, voelde nergens een pijntje, maar ik begon te merken dat 100 gram biogarde en 1 cracker niet helemaal voldoende voedingsgrond vormden voor een inspanning als deze. De hartslag liep wat vaker op en het tempo moest ik vaker laten vieren. We liepen langs een kruising waar we al eerder waren geweest, maar het zag mij er overal een beetje hetzelfde uit! De Flevolandse bossen zijn allemaal zo ontzettend keurig. Het gesprek ging over wasmiddelen! Het is toch niet te geloven dat je tijdens het sporten gaat uitwisselen welk wasmiddel je het best kunt gebruiken om de sportkleding te wassen 🙂
In de verte zagen we een hek op het pad staan. Dat beloofde niet veel goeds, maar het tegendeel was waar: we kwamen in een prachtig stukje natuur! Water, ganzen, stilte, groene grasbodem en…. modder. Lastige modder. Net iets te veel moerassige modder. Als het niet zo mooi was geweest en zo fotogeniek, was ik gaan klagen – misschien. Want ineens waren de 5 kwartier ook nog voorbij! Weg hartslagbeperking, goed rondkijken en zelfs stilstaan voor de foto’s mocht heel even (van mezelf, niet van mijn loopmaatje). Het was maar een klein stukje genieten en toen we het laatste hekje voorbij waren, zag ik mijn auto al weer staan! Eigenlijk was het me te snel. Het laatste stukje was onverhard (maar de tijd was toch voorbij) en omdat ook de hartslagbeperking was vervallen konden we nog net even aanzetten!
12 Kilometer verder, 1 uur en 20 minuten later en natgeregend met een keurig gemiddelde hartslag van 150 waren we weer bij de auto. Bij de thee in het thermoskannetje, bij een schone, droge broek (ik was de trui vergeten) en bij een banaan. Afstrepen van de wishlist! Eindelijk. Buitengewoon onverdiend is het Hollandse Hout veel te ver naar achteren geschoven, maar gelukkig komt van uitstel niet altijd afstel!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Eindelijk het Onverharde Hollandse Hout – in de regen.

Beestenboel over koude paarden, slakken en een zinkende eend!

Gisteravond had mijn loopmaatje me jaloers gemaakt met een foto van de woondome en hij voelde zich een ‘jong veulen‘ zoals hij op zijn voorvoet omhoog gehuppeld was. Deze koude ochtend was het mijn beurt: eerst inlopen met 4 steigerruns, dan zes keer de woondome op en daarna nog zo’n anderhalf uur in zone 1 lopen. Ik zag het meest op tegen zone 1!
Toen ik de wijk uitliep met mijn koptelefoon op, had ik het ijskoud. Ik voelde me bepaald geen veulen, meer een log paard, een log KOUD paard. Gelukkig had ik de hartslagbeperking nog niet aangezet, want de hartslag was ietwat aan de hoge kant! Ik dacht er werkelijk over terug te gaan voor een paardendekentje, toen ik besloot de TIJGERrun in te zetten. Ik ging steeds 15 seconden tellen en dan iets sneller. Ik had niet het gevoel écht op draaftempo te komen, maar ik werd er wel warm van! Ik besloot gewoon maar door te gaan met lopen en telde tussen de 4 TIJGERruns een minuut af in langzamer tempo. Ik kwam precies onder aan de Woondome uit! 17 % Omhoog, ik loop meteen in kleine passen naar boven. Naar beneden mag ik wandelen. Pas bij de derde keer maak ik foto’s en stuur ik mijn loopmaatje op kantoor een filmpje als tegenprestatie. De zon schijnt lekker fel en geeft prachtig strakke schaduwen af. Het is niet zo zwaar om naar boven te gaan, zolang ik maar korte pasjes maak en naar boven blijf kijken. Een jong veulen heb ik niet ontdekt bij mezelf, hoewel ik naar boven toe eigenlijk ALTIJD op mijn tenen loop. Pas de zesde keer dacht ik: het wordt nu een beetje zwaar. Het idee van de paardendeken verwierp ik, want ik was lekker opgewarmd.  Ik had mijn muziek aan en dat was erg fijn deze keer. Het was een goede afleiding, maar het valt niet mee om naar beneden te wandelen op mijn favoriete hardloopmuziekje: Human van de Killers. Tijd voor het vervolg van de opdracht: de rest van de tijd (ik was pas 23 minuten op weg om warm te worden) in zone 1 met een maximale hartslag van 135. Ik stelde het horloge in en daar kwam het slakje aan! De verkoudheid is aardig geweken, dus nu kan ik goed kijken of het beter gaat als vorige week. Mijn voornemen was het Weerwater rond te lopen en dan na anderhalf / twee uur de trein of bus terug naar huis te nemen. Zo trok het slakje zich terug in haar huisje met een muziekje aan en bevond ik mijn weer op het spoorbaanpad met de twee bruggen over de Vaart (iemand noemde het laatst een kanaal, maar zo bekijk ik het nooit, al is het dat wel). In tegenstelling tot vorige week, was er nu een zonnetje en dat maakte veel goed. Ik wende snel aan het tempo, maar wat zou ik graag dat petje opzetten waar met grote letters op staat: Ik kan harder! Ik hield mezelf voor dat ik dit doe omdat ik er uiteindelijk sneller van word, en eerlijk gezegd heb ik dat afgelopen zondag wel een beetje bewezen. De volgende brug op in slakkentempo en toen moest ik aan het einde even versnellen, want er kwam een bootje langs! Nu moet ik goed gaan onthouden dat dit de Hoge Vaart is. Het tempo van 7:30 – 7:40 viel me aardig mee en ik had het beter in de hand deze keer, wat betekent dat mijn horloge niet om te haverklap aan het piepen sloeg. Wie weet leer ik het nog wel ooit! Toen kwam ik bij Station Parkwijk en vanaf nu ga ik een rondje lopen. Mijn FitBit meld mij dat ik vandaag al aan de tienduizend stappen zit. Ik zie een schelpenpad en dat eis ik meteen op! Het leek lente-achtig met het zonnetje, maar ik moet zeggen dat de temperatuur daar niet direct aan deed denken. Overal vluchten de eendjes voor me weg, ik vond ze lollig. Ik hobbelde zo lang mogelijk onverhard, tot de busbaan. Daar heb ik nog nooit gelopen. Ik luister lekker naar de muziek en blijf strak in een ritme zitten. Ik kom erachter waarom ik schaafplekken op mijn knie krijg: de naad van deze broek is de boosdoener. Stom, want dit is de enige ‘middelwarme’ broek die ik heb. Ik ontdek dat hier bus 5 naar huis langskomt en dat troost me. Eerst ga ik nu langs het Weerwater! Ik vraag me tot ik in het centrum ben af hoe om ik ga lopen. Pas op het bruggetje naast de busbaan merk ik dat het tegen de klok in wordt. Dan doe ik het laatste stukje als de ACR (Almere City Run) en onverhard en loop ik eerst over de Esplanade. Hoe lang ik erover heb gedaan om hier te komen, weet ik niet. Hoe hard ik ga weet ik ook niet. Het maakt me niet uit. Ik ga gewoon en om het Weerwater heen, ga ik nog wel halen. Ik loop langs Pi en langs de ijsbaan en dan moet ik een trapje op! Mijn hartslag vind dat even te veel en bereikt de hoogste stand van 146, dat is nog steeds niet veel. Maar ik doe er het hele bruggetje (superlangzaam) over om het weer onder de 135 te krijgen, terwijl ik me vergaap aan het natuurcentrum midden in de stad. Hoe ongerijmd is dat? Ik ben al snel aan de zijkant van het Weerwater en daar is natuur genoeg: zwanen, eenden, bomen, een strandje; het ligt allemaal te stralen in het zonnetje en ik loop er ook bij te stralen. Er ligt een dun laagje ijs en de kleine vogels staan nu op het water, het ziet er mysterieus uit. Normaal volg je vanaf de andere kant het fietspad, maar vanuit deze kant lokt de groenstrook langs het wate
r me. Gras en oneffen grond vraagt onmiddellijk een hogere hartslag. Ik verbaas mezelf hoe moeiteloos ik deze onverharde route kies! Ik kom bij een artistiek uitkijkpunt op de skyline van Almere.

Het volgende stukje gras is wat lastiger, wat hobbeliger en natter en het horloge piept maar even. Ik ga de Limburgbrug over. Voor mijn gevoel kom ik nu aan de andere kant van het water. Ik moet mijn handschoenen weer aan doen, want hier waait de koude wind me tegemoet. Het dunne laagje ijs ga ik niet fotograferen en ik loop gewoon even lekker door. Niet hard, maar gestaag en ononderbroken. Toch kan ik de ganzen voor de skyline niet ongemoeid laten, ze moeten op de foto! Dit is zo het beeld van Almere! En ik sta zelf ook nog fel in beeld. Ik ga langs restaurant Atlantis en zie dezelfde hardloper als ik bij het ziekenhuis zag. Dan volgt het saaie stuk tussen de bomen door. Ja het Kan. Ook in deze zone, ook bij deze lage hartslag, ook in dit slakkentempo kun je in een flow komen. De toestand waarin snelheid, ruimte, omgeving en jezelf samenvalt, waarin er niks meer of minder is als ZIJN. Het duurt even voor ik het besef en ik ga het niet onderbreken om de mooie blauwe lucht boven het heldere water te fotograferen. Ik leg het vast in mezelf. Stap voor stap: dit hele fietspad, deze lucht, de razende snelweg, alles draait om mij en mijn gestage stappen. Het horloge piept niet, ik ga op in de muziek Verdronken Vlinder en in mezelf. Tot ik het brugje op moet. Het horloge piept me uit mijn staat-van-niets. Boven op de brug maak ik dan toch maar een fotootje van mezelf, de lucht, de skyline en het water met het laagje ijs. Vanaf hier volgt een herinneringsloop: de ACR komt hier na 18 km de stad weer in, hier hebben we hard gelopen met een kaartspel-training. Ik loop met mijn telefoon in de hand naar het volgende brugje om van daaruit ook een foto te maken. Een mannelijke, professioneel uitziende hardloper komt me voorbij. Hij gaat ook niet hard, constateer ik uiterst verbaasd. Ietsje harder dan ik, dat wel, maar deze heer doet net zo min als ik een tempoloop! Ik kijk naar de eendjes naast me die op het ijs staan en dan hoor ik gekraak. Ik zie het eendje zo naar beneden zakken! Het is een koddig gezicht, want voor zover ik kan zien, is de eend stomverbaasd en zijn maatje ernaast nog meer! Het ziet er zo grappig uit dat ik hardop moet lachen! Dat lachen helpt me om te relativeren en te bedenken waarom ik hier hongerig loop te wezen. Als ik dit soort lange, saaie duurlopen volhoudt, lukt me dat straks bij een marathon ook door de verveling heen. Ik hou mezelf duidelijk een groter doel voor ogen en negeer de trek met nog een Dextro en een slok water. Hier hebben we een stomme training gehad bij de bankjes, een andere keer liepen we hierboven een goede intervaltraining langs de flats. Ik hou de andere hardloper een beetje bij en gniffel nog na over de eend. Ondertussen blijft mijn eigen tempo en hartslag aardig constant. Dan staan er twee totaal verschillende mensen met eenzelfde hondje op de brug: een soort nep-pitbull. De pitbull van de opgemaakte, sjieke mevrouw heeft een jasje op waarop staat dat hij King heeft, de oude, ietwat sjofele man zegt als ik langsloop dat zijn bijna identieke hondje Bo heet. Ik lach weer om de dieren! Ik neem en stukje zand mee en ga het bos in langs het water, waar nog meer herinneringen aan de ACR en trainingen liggen. Ik zie ineens dat ik al heel wat tijd aan het rennen ben. Ik verheug me altijd op het laatste bruggetje, maar nu geniet ik nog even van de felle schaduwen en kijk ik het weerwater rond: de brug waar ik het trapje op moest, daar waar de zwanen zwommen, ik zie het uitkijkpunt en waar ik in the flow zat. Ik ben rond. Maar het laatste bruggetje ga ik níet over: die bewaar ik voor de Almere City Run dit jaar. Hopelijk in een ander tempo dan vandaag! En ik vermoed helaas dat de temperaturen dan ook anders zijn. Deze koelte bevalt me wel. Ik kruis de route-van-daarstraks en ga toch proberen naar station Parkwijk te rennen, ook al weet ik niet zeker of ik dat met de tijd haal. Dan ga ik toch ietsje langer rennen, neem ik me voor. Ik loop door de schaduw en dat is koud, daarom neem ik het Louis de Funes-tunneltje. Alle scholieren dwingen me op het gras en dan zit de anderhalf uur hartslagbeperking erop. Ik zet het horloge aan en ga de wijk in. Het lijkt erop dat ik de afgelopen twee uur meer heb gelopen dat vorige week, dus heeft een verkoudheid zeker invloed op je blijkbaar! Iemand heeft een tuin vol ganzenbeeldennepdieren! Ik kom langs een onbekende speeltuin en dan ga ik toch weer richting het spoorbaanpad en langzaamaan de brug op. Ik hou het tempo gewoon laag, ook nu het horloge mijn hartslag niet meer direct beperkt. Ik wil de gemiddelde hartslag op 134 houden. Bij de sporthal wordt het ineens onverwacht zwaar. Ik kijk uit naar het station en dat volgt gelukkig snel. Hoewel ik conditioneel nog gemakkelijk naar huis zou kunnen lopen, voel ik dat het goed is zo. De tijd en de opdracht zitten erop. De gemiddelde hartslag ligt nog steeds op 134. Super Keurig. Nu ben ik rond en zit ik op 20.000 stappen 🙂

Station Parkwijk


Mijn loopmaatje sms’t net op dat moment: hoe ver nog? Ik ijsbeer bij de bushalte op en neer en neem dan om kwart over 11 de trein. In het centrum stap ik uit om brood en papier te kopen en dan pas krijg ik het ietwat koud. Ik neem voor het laatste stukje de bus. In twee uur en tien minuten heb ik ongeveer 17 kilometer gelopen. 7min29 (telefoon) of 7min34 (garmin vanaf de woondome) gemiddeld. Het interesseert me niet. Raar genoeg maakt het me echt niets uit, ik ga niet meteen op de computer kijken hoe ver, hoe snel (langzaam), hoe goed. Ik denk meteen terug aan de zwanen, het zinkende eendje, de pitbulls, de ganzen, de paardendraf en het slakkentempo: dat heeft samen met het zonnetje voor mij de loop gemaakt wat ie is! Het duurt een paar uur voor ik me realiseer dat ik weer ‘s ‘zomaar’ 17 kilometer heb gelopen, zonder doodmoe te worden. Als ik thuiskom heeft mijn moeder onze “zwijnenstal” opgepoetst tot een blinkend, volledig spinnenvrij paleisje: dat is nog eens een binnenkomer!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Beestenboel over koude paarden, slakken en een zinkende eend!

Een Ietwat Saaie "MP3"-training

Van de crosscup heb ik geen spierpijn (waarvan wel ooit?), dus ik hoeft niet te gaan fietsen van het schema. Ik mag naar de training. Een CD-training, met de ‘langzame’ lopers mee. Als ik thuis zeg dat ik met de Cdtjes mee ga, krijg ik het verwijt dat dat zo uit de tijd is, het zijn MP3-tjes tegenwoordig waar je naar luistert en geen CD’s meer. Oké
De ‘nieuwe’ trainer gaat met het groepje mee. Ik loop voorop te kletsen en dat maakt het tempo voor de rest moeilijk bij te houden. Langzamer dames, horen we twee keer. Dan komt de trainer ook vooraan lopen en gaat het nog niet langzamer! Ik vind dat niet erg, maar we gaan wel weer op de woondome af! Ik heb niet de illusie dat we tien keer naar boven moeten, dus ik maak me niet druk. Om het niet koud te krijgen blijven we hardlopen.

Er stonden op deze avond geen auto's


We gaan rondjes lopen over de parkeerplaats. Slingertjes deze keer. Langs de parkeerhavens hard, langs de korte zijkantjes rustig. En bij de trainer krijgen we elke keer een korte loopoefening. Eerst het stoeprandje op en af en dan lekker rennen! Ik ga met een vrouw mee die me vertelt dat ze pas het mountainbike pad heeft gedaan in het Kotterbos. Ze stijgt onmiddellijk in mijn achting en we lopen samen vooraan! We doen lage skippings en de volgende slingerronde geef ik het tempo aan. Het zijn korte stukjes, dus we gaan goed hard. Het kost me weinig moeite en ik vind het leuk dat de vrouw naast me blijft lopen! Hoge skippings, haar tempo rondje (maar dat is ook lekker hoor), uitvalspas en dan weer een blokje hard rond. We mogen de woondome op! Ik word bijna blij… Tot het bovenste lampje? Dat is pas één derde omhoog! Makkie. We mogen een langzaam vol rondje uitlopen en ik kwebbel. Ik voel me niet thuis. Dit vormt net te weinig uitdaging voor me. Nogmaals stoeprandje en uit verveling ga ik me concentreren op mijn passen: zet mijn voeten onder me neer, zet flink af en ik kan nóg harder. Skippings, rustig rondje. Het is niet dat ik geen respect heb voor de andere, minder snellere lopers, maar voor mij is dit gewoon net iets te weinig uitdaging. Ik vermaak mezelf door goed op de passen te letten en laat me expres terugzakken. Ik ben hier niet om te presteren of me te bewijzen. Wel heb ik de neiging naar boven te hollen op de woondome, maar dat bewaar ik voor later deze week.
We gaan alweer uitlopen! Het is me snel voorbij gegaan. We kwebbelen vooraan weer verder over muziek maken. Ik denk even dat we naar de brug gaan, maar dat is niet zo. Soms heb ik last van kramp – In mijn BUIK. En niet eens van slecht eten, maar vanwege het moment…. Hier lopen mensen mee die dit voor het eerst doen en die zijn beter als die rappe kerels van de A-groep. We moeten nog 1 keer op hoog tempo het fietspad aflopen. Ik zet hoog in en blijf rond de 12 kilometer per uur lopen. De heren versnellen! Het is maar 300 meter en die zijn zo voorbij. We gaan een paar keer op en neer lopen om de achtersten op te halen. Zo kom ik ook eens achteraan te lopen! Wat fijn! 
Ik ga lopen kletsen met een Equadoriaanse dame. Ik kan haar goed verstaan en ik vind haar een kleine (ietwat gezette) held. ZIJ is toch maar degene die niet op de bank is blijven zitten! Zij loopt toch maar mooi mee met al die Hollanders terwijl het koud is. Zij trekt zich niks aan van die bewijsdrang en loopt gewoon lekker te trainen!  Omdat we al binnen een uur terug zijn, maken we een extra rondje. Ik word zwijgzaam, want ik heb nog plenty energie over en zou graag nóg eens die rondje sprinten! Maar ik doe het niet. Ik heb namelijk ook getraind. Ik was er ook weer bij en ik vind de cooling-down net zo leuk. Ik heb dorst en we kletsen nog na over de lange afstanden en dat het vermoeiender is vrijwilliger te zijn bij een hardloopwedstrijd als de halve marathon te lopen. Ik fiets vrolijk weer naar huis terug, maar ik heb wel zwaardere trainingen gehad.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een Ietwat Saaie "MP3"-training

Vaartsluisbos Cross

De kleine man in het zwart over het gras.


Zaterdag was een OFF-DAY: slecht geslapen door een uur hoesten, buikkrampen, schoonmaakwoede, sjacherein; dat kon alleen maar beter! Vandaag begon met betere nachtrust (hoewel niet langer), met een goede bui en met een zonnetje buiten. Ik had mijn kleren en startnummer al klaargelegd en at een keer twee boterhammen. Om half 11 stapte ik op mijn fiets, gewapend met 2 flesjes water, bananen en warme kleren aan. Het fietstochtje was even lekker. De heren kwamen ook en om kwart over 1 starte mijn kleine man op de twee kilometer. Hij vertrok als laatste, maar kwam niet als laatste aan. Het was een enorme domper voor hem, toen bleek dat hij niet eens een vaantje kreeg of een andere herinnering. Na vele tranen en teleurstelling kreeg hij toch een handdoek.
Ik voelde me op mijn plekkie; ik zag niet op tegen de race, ik had er best een beetje zin in. De angst voor de modder is weg, zeker nu ik weet dat het niet zo heftig is als vorige keer en ik het bos afgelopen vrijdag al had gezien.

Mooi vormpje voor het inlooprondje!


Samen met mijn loopmaatje die op de 8 kilometer gaat starten loop ik het bos door op laag tempo om in te lopen. We pikken het parcours op en ik ben extra blij dat ik straks niet verrast zal worden doordat ik twee keer een balk over moet en 1 keer een brede sloot door zal gaan. We pikken de mannelijke winnaar op van de 8 kilometer en dus ongeveer de snelste loper van Almere. Ik vind het een eer om met deze twee snelle heren te mogen inlopen en ook nog eens te horen dat zelfs een snelle man lange duurlopen in voorbereiding op de marathon doet in het tempo wat we nu aanhouden van 7 minuten per kilometer. En dat al bijna drie kilometer lang!
Het wordt hoog tijd voor omkleden en een laatste plas. Ik klets nog met een vader wiens kind klaar is en zich afvraagt of hij volgende keer zelf mee zal doen. Op de pot hoor ik dat ik nog 1 minuut heb en ik spoed me naar de startlijn. Dan blijkt mijn horloge nog niet aan te staan en die is dus op het moment van starten en de eerste drie bochten op zoek naar satellieten! Ik start daardoor wat hard, maar de modder deert me niet. Mijn telefoon ligt veilig in de auto, ik durf vies te worden en ik leg de lat niet te hoog: ik ben trots dat ik hier ben na het fiasco van vorige keer! En ik heb ervan geleerd, jammer dat ik geen tijd meer heb genomen voor een extra slok water voor ik vertrok. Ik loop met dezelfde mensen mee als ik al eerder heb gezien tijdens deze cross, dat vind ik grappig. Ik neem de tijd om rond te kijken en herinner me de wijze les van de trainer: bij een cross is het juist de grap om een ritme te vinden wat bij de omstandigheden past. Ik kijk waar ik mijn voeten kan plaatsen en welke route mij het beste (= minste modder of juist expres lekker niet het minste) lijkt. Ik neem de balkjes gewoon stap voor stap, ook al rem ik dan af en dan komt er een stuk met iets meer modder. De eerste keer hou ik het midden aan en kan ik de mensen-die-ik-eerder-zag inhalen, ook al glij ik wat meer – dat momentum neem ik mee. Er ligt een soort obstakel van balken midden op het pad en de eerste keer vraag ik me af waarom?
(als er foto’s zijn, zal ik die hierbij plaatsen in de toekomst)
We mogen niet over het schelpenpad, maar moeten door het gras ernaast en dat vind ik het lastigste stuk, zo oneffen. Daardoor valt het volgende stuk door de modder en het bos me zó mee dat ik daar heel wat tempo kan maken en zomaar wat mensen inhaal! Ben ik eindelijk van die zwaar ademende man in mijn nek af. Ik loop op hoog tempo, maar ik voel dat ik niet te hard ga. Ik ben blij dat ik weet dat de sloot komt en deze diepte bevalt me wel, er is genoeg ruimte om omhoog te gaan. We moeten een lastige balk over, maar ik spring hier wel overheen. Dan komt het boogje over het gras en ik geniet daarvan! Wind tegen, wind mee; dit vind ik zo fijn! Even denk ik terug aan vorige week en de wind, maar dit is Almere, hier hoort het! Ik ben blij dat ik nog een rondje mag.
De hele tijd dat ik loop ben ik trots op mezelf, trots dat ik dadelijk vier keer mee heb gedaan aan de cross, dat ik mezelf overwonnen heb en dat ik er zo van kan genieten. Ik loop met Britta (staat op haar trui) en haar vader mee. Britta is nog een kind en toch lopen we hetzelfde tempo! We komen weer bij een stuk modder en samen met Britta kies ik de rechterkant. Er ligt daar nauwelijks modder en dan haakt Britta even wat af, ze houdt het tempo niet vol. Of ga ik harder? Ik zit er helemaal in en ik vind het prima zoals het gaat. Trots constateer ik dat ik de juiste kledingkeuze heb gemaakt en dat ik nog een reden heb om trots op mezelf te zijn hierom! Heuveltje op, balkjes over en dan het meest modderige stukje. Deze keer houdt ik rechts aan en dat is de beste kant. De balkjes schijnen me een bankje te zijn. Midden op het pad! Het moet niet gekker worden.
Ik kan mijn tempo hoog houden en laat Britta en haar supportende vader achter me. Ik hoor vader nog zeggen dat ze links moet houden in het gras, waar ik rechts kies.  In het volgende stukje maak ik opnieuw vaart, maar ik kijk niet op mijn horloge welk tempo ik aanhoudt. Mijn trainer spoort me nog even aan en ik merk dat ik breed grijnzend aan het lopen ben. Ik vind het echt leuk deze keer! Sloot door, en net iets verder weg deze keer. Er is een peuter door de sloot aan het klimmen, de kleine schat. Het gras is wederom een heerlijke draafbaan. Het wordt al vlakker en in de schaduw van de grote weg, juich ik luidop omdat ik er vandaag al 10000 stappen op heb zitten, voel ik aan de FitBit. Ik ga lachend gewoon nog een ronde, terwijl de snelle tweeling me inhaalt en op de modder dringt, maar ik geef er niet om.
Het is minder druk nu en ik voel de ruimte om me heen. Heel even denk ik: ik ben te snel begonnen en ik heb het warm nu, maar meteen daarop denk ik: hé, ik ben hier, ik doe dit gewoon, dit mag ik lekker zelf doen op mijn tempo en dat ligt goed. Ik ga weer rechts langs de modder en voel het zonnetje. Blij constateer ik dat ik er goed aan heb gedaan geen ballast van handschoenen of telefoon mee te nemen. Er komt een wat oudere man bij me lopen en ik word heel soms ingehaald, maar enkel door heren. De snelle man met wie ik inliep, schiet me voorbij en op de balkjes volgt zijn ‘concurrent’, die bijna struikelt! Deze keer hou ik bij de modder links: nu heb ik alle kanten geprobeerd en rechts was het fijnst. Helaas is dit het laatste rondje, maar ik weet het nu toch maar mooi! Ik kijk waar het bankje nu toch op uitkijkt, maar dat is nogal saai bos enerzijds of de andere kant op, op een leeg, recht pad. Misschien is het toch geen bankje? Er komt geen rondje meer om me er nogmaals over te verbazen.
Ik waarschuw de oudere man achter me voor de takken waar ik doorheen loop en dan kom ik weer op het stukje gras langs het fijne schelpenpad. Ik hou links, Britta’s vaders advies in gedachte, maar ik verwerp het snel weer. Opeens krijg ik trek en ik heb enorme zin in een witte boterham met honing. Ik zie hem vast voor me en denk er de chocomelk ook vast bij. Voor me loopt een mevrouw met een roze shirt en ik heb haar al even in het vizier. Elleke lijkt ze te heten (als ik naar de omstanders luister) en ik gebruik haar als inhaaldoel. Langzaam maar zeker haal ik haar bij. Als ik weet door de modder in het bos loop, ga ik aan de kant voor snelle lieden en besluit ik om zelf deze crosscup ook op een hoger tempo af te sluiten. Ik tover een brede grijns tevoorschijn over dit besluit, wat het nog gemakkelijker maakt. Ik kán het tempo namelijk nog verhogen, ik dúrf het tempo nog te verhogen en ik geniet ervan ook nog! Wat een winst!!
Het is me ineens volkomen duidelijk dat ik de afgelopen maanden en de afgelopen vier crossen veel, heel veel heb geleerd! Ik loop hier gewoon púúr voor mijn plezier, ik héb er werkelijk plezier in en ik geniet enorm en ik kan het nog versnellen ook!! Ik durf mijn handen vuil te maken in de sloot, maar het is niet nodig, ik kom soepel weer omhoog. Soepel haal ik de roze trui in, dat voelt zo goed! Ik spring blij over de balk.
In de verte zie ik de meneer met wie ik ook gestart ben en die ik toen niet kon bijhouden, nu ga ik hem inhalen. Ik zet er mijn zinnen op, ga tegen de wind in en na de bocht neem ik de wind mee over het gras. Ik versnel op het gras en laat me door de 8 kilometer dame inhalen. Ik heb het net niet gehaald haar voor te bijven, jammer, maar ik doe wat ik kan. Een beetje wankel ga ik de man-van-de-start voorbij en ik versnel nog wat. In mijn hoofd staat de gedachte IK HEB DIT TOCH MAAR EVEN VIER KEER GEDAAN voorop en dat maakt dat ik breeduit lachend over de finish kom. Ik ben supertrots op mezelf en dat voelt prima aan!
Ik zet mijn horloge uit en zie dat ik ‘maar’ 5,37 kilometer heb getracked, ik kijk verbaasd nog een keer dat ik dat in dik 31 minuten heb gedaan! Dat is me even een snelle tijd door het bos en de modder! Ik heb zin in de ranja en voel het verschil met de finish van de vorige cross, wat ben ik blij deze keer! Ik ben snel weer op adem en haal mijn welverdiende handdoek op.
Ik feliciteer de snelle man nog even met zijn overwinning van deze circuitrun en hij weet niet meer waar hij mij heeft ingehaald. Ik heb nog energie over omdat ik zo opgewekt ben en haal drinken voor mijn loopmaatje die razendsnel de 8 kilometer heeft volbracht en het daar zwaarder mee heeft gehad dan ik, die alweer uitgerust is. Als we mijn telefoon uit de auto ophalen, zie ik ineens mijn hardloopvriendin komen aanlopen over de weg! Ze had pas toen ze de patatkraam zag door dat de cross hier werd gehouden op haar gekozen zondagmidddagrondje en verwachtte me niet meer te vinden tot we elkaar plots tegen het lijf liepen! We kletsten even en toen ging ik weer naar mijn fietsje.
Het was koud op de fiets, maar ik vond het even fijn toen de drukte achter me lag om bij te komen op de fiets en tot rust te komen terwijl ik toch aan het bewegen was. Vertel het niet aan de trainer, want dit was zijn idee en opdracht die ik eerder verwierp voor een luie autorit…. maar dit is een fijne cooling-down zeg! Thuis is de vermoeidheid weg en eet ik eerst lekker twee witte boterhammen met honing alvorens ik lang onder de douche ga staan. Ik win lekker het bordspelletje, wat deze dag nog beter maakt, zeker in vergelijking met de ellende van gisteren. Raar, dat het zo verschillend kan zijn van dag tot dag!
Dan sla ik aan het rekenen en nakijken. Ik heb volgens de site 33:16 gelopen en dat is knap rap, ook al was het niet helemaal 6 kilometer.

Volgens mij heb ik 400 meter te laat mijn horloge aangezet, wat de totale afstand 5,8 kilometer maakt. Dat betekent dat ik met 10,4 kilometer per uur door het bos ben gestoven (5:45 per kilometer)! Eerlijk gezegd voelde het zo niet aan, behalve het laatste stuk dan. Ik ga rekenen wie waar in de eindstand staat en ik reken mezelf de top 10 in. Dat klopt helemaal, als ik klaar ben met rekenen, blijk ik achtste te zijn geworden. Er zijn 13 dames die mee hebben gedaan in dit circuitje en 5 hebben geen drie van de vier wedstrijden gedaan.

En als ik er op basis hiervan van uitga, dat Katja pas later dit jaar veertig wordt en zij dus nog niet bij de 40+ers senioren hoort, ben ik toch lekker derde geworden van de senioren dames!! Dat maakt de verworven trots lekker nog groter. Wat een overwinning was deze cross-reeks!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Vaartsluisbos Cross

Loslopend op verkenning uit (en met de bus terug!)

Er stond een rondje “loslopen” (eigenlijk stond er losdribbelen) op het schema. Drie kwartiertjes. Met twee steigerruns erin. Mijn compagnon ging mee en de route ging naar het Vaartsluisbos. Aanstaande zondag wordt daar de laatste cross gehouden en ik wilde met eigen ogen zien of ik me wegens overmatige modder ziek zou moeten melden.
Het tempo hoefde niet hoog te liggen, maar ik was snipverkouden. Het was letterlijk en figuurlijk een verademing om de hartslagmeter niet in te stellen. De hartslag ging door de verkoudheid snel omhoog. Mijn loopmaatje had nog last van zijn spieren van zijn training op woensdag, dus ondanks het gehoest, liep ik er deze keer het meest soepel bij. Al na een kilometer ging ik aan het proberen om minder grondcontact te maken. Het voelt erg, erg raar aan voor mij, maar ik bereik er twee voordelen mee: ik kan veel meer afzetten met mijn voet en ik zet mijn voet meteen veel meer onder me neer. Ik hoeft ‘alleen maar’ mijn knieën meer op te trekken. Het is nog wel iets waar ik de hele tijd bij na moet denken, maar het loopt wel aardig.
Mijn hartslag daalde na 1 kilometer warmdraaien spectaculair van 160/165 terug naar 140/145, terwijl ik het beter vond gaan! De kilometertijden gingen ook weer met een zes beginnen, terwijl de eerste nog (net) met een 7  begon. Tijd voor de steigerruns van 1 minuut, die ik alleen ging doen. Ik telde netjes 15 seconden af en het ging prima.  Van 8,6 kilometer per uur naar 15,3 kilometer per uur! Ik dribbelde weer terug naar mijn loopmaatje en ging na het volgende viaduct voor de tweede en laatste steigerrun. Het ging misschien niet zo snel, maar de hartslag steeg van 138 naar 170 binnen een minuut. En weer verder dribbelen naar de stoplichten. Onder het poortje door en we gingen het industrieterrein over. Het was echt eens fijn om geen rekening te hoeven met de hartslag, de snelheid of andere trainingselementen.
Al kletsende liepen we het water over en ik vond het een fijn idee dat ik straks met de bus terug kon. Ik zou er dan inderdaad ongeveer een 3 kwartier – uur op hebben zitten en dat leek me perfect. Zo kwamen we na dik 5 kilometer bij het bos uit. Fijn hoor, zand onder de voeten! Nee serieus, dit was geen plakkerige, slijkerige, dikke modder; het was gewoon een beetje bosgrond. De tijd daalde wel weer en de route was nogal links-rechts-laten we hier weer ‘s die kant op gaan over de onverharde paden. Heuveltje over en al snel was het rechte asfaltpad nog maar een vage herinnering. Ik had tienduizend stappen gezet en keek verbaasd naar het ‘vuurwerk’ op mijn Fitbit horloge-minischermpje. De zon kwam er zelfs even door en toen werd het bos zo mogelijk nog aantrekkelijker! Deze kilometertijd begon weer fijn met een 7, maar ik heb er tijdens het lopen niet 1 keer naar gekeken. Ik word goed in het negeren van de piepjes! Toen gebeurde er iets heel raars. We kwamen uit bij de weg, zagen in de verte het sluisje en zouden even over de weg daarheen lopen om daarna het schelpjespad te pakken. Tot we bijna bij het sluisje waren, hadden we geen idee waar we liepen. We hebben daar al minstens elk apart en ook samen al tientallen keren gelopen, maar nu zag de hele bekende wereld er ineens totaal anders uit, enkel en alleen omdat wij van het zandpad afkwamen. Verbijsterd bleven we vlak bij het sluisje staan en draaiden ons om. Het was alsof ineens de wereld meedraaide, alsof de puzzelstukjes weer in elkaar vielen, want toen was het zo bekend en bleek dat we wegliepen van het schelpjespad! Een HarryPotter-ervaring alsof je door de muur heen loopt naar de Zweinstein express, zo voelde het. We keken elkaar even vol verbazing aan en zeiden: terug dan maar naar het schelpenpad? Waar komen we dan vandaan?! Na enig puzzelen en ronddraaien, was het erg logisch waar we waren en onbegrijpelijk dat we alle bordjes totaal niet hadden gezien omdat we ze niet verwachtten en liepen we het schelpenpad op. Het tempo kon weer iets omhoog, maar noodzakelijk was dat niet. Ik ging voor een uur lopen, omdat de drie kwartier al bijna om waren en de bushalte nog niet in zicht. We kletsten weer verder over hoe het leven er uit zou zien zonder hardlopen, wat ik vanavond bij de Thai moet gaan eten en hoe we de middaglunch gaan invullen. De hartslag bleef lekker in zone 2 hangen. Mijn loopmaatje ging rennend verder, maar ik pakte netjes volgens schema de bus. Niet omdat ik niet meer kon of wilde, maar omdat het gewoon genoeg was. Ik had een uur en drie minuten gelopen en daarvan genoten, ik had mijn doel bereikt (het Vaartsluisbos keuren) en gelukkig had ik ook een OV chipkaart bij me.  “Dat is geen hardlopen” zei de buschauffeuse, maar ik kon er om lachen, want ik wist dat ik toch 9,5 kilometer ‘in the pocket’ had. Ik zwaaide lekker naar mijn loopmaatje vanuit de bus, zonder jaloezie, want ik kon bij het overstappen de croissants en harde bolletjes voor de lunch verzorgen. Al met al was ik vijf minuten eerder thuis. Door de compressiekousen bleef spierpijn of last van enig ander loopkwaaltje uit. Helaas werd het hoesten er niet minder om, terwijl ik nu zeker weet dat ik geen smoes nodig heb om de modder van het Vaartsluisbos over te slaan!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Loslopend op verkenning uit (en met de bus terug!)

Geld "verdienen" met hardlopen

Enige tijd geleden had de loopclub een thuisbasis bij de tennisvereniging waar je een parkeerkey nodig had. Ik heb er tien euro borg voor betaald, dus nu de loopclub verhuisd is, hoeft ik niet meer bij de tennisclub te parkeren. Afgelopen zaterdag mislukte het fietsen, dus vandaag ga ik lopend op en neer. Ik ga langs de Woondome, want in het schema staat dat ik daar 4 keer op tempo naar boven moet en wandelend naar beneden. Eitje.
Ik ga lopen voor 1 uur en 45 minuten, maar de hartslagbeperking stel ik in voor 2 uur op maximale hartslag 135. Zone 1. Zone Sloom. Zone langzaam. Tot aan de Woondome ga ik me er niks van aantrekken, want dan moet ik nog ‘opwarmen’. En ik moet 4 steigerungen doen. Die plan ik op de rechte stukken tussen het bejaardentehuis (ja, die hebben we hier in Almere ook) en de Woondome. Dus ik kom met een piepend horloge bij de helling aan. Nu is de poort open, dus het is nog hoger als maandagavond. Vier keer, makkie!  Ik sprint met kleine pasjes soepel naar boven. In het donker lijkt het toch korter… Jammer dat ik nu kan lezen dat het een helling van 17% is, dat heb ik maandag niet zien staan. Was zeker te donker 😉
Ik maak maar meteen foto’s van het uitzicht en wandel naar beneden. Dan daalt mijn hartslag tot onder zone 1! Snel weer omhoog, foto met de spiegel en naar beneden. Ik stuur de foto’s door naar mijn loopmaatje en ga soepel nog maar een keer omhoog. En wandelend omlaag. Ik heb het wel lekker warm! De laatste keer begin ik te voelen, maar ik laat me nu niet kennen en loop lachend naar boven. Nu door naar de tennisclub.
Dat valt vies tegen. Bij zone 1 + verkoudheid gaat de hartslag erg snel omhoog en is het tempo erg laag. Ik dribbel naar het fietspad langs het spoor en een tijdlang gaat het best redelijk. Ik ruik de lekkere broodjes bij de Dirk, zie paarden en vraag me af of je ook in zone 1 in de flow zou kunnen komen. Ik niet, want het gepiep houdt me wel wakker. Ik luister lekker mijn slome muziek en leg me neer bij het langzame tempo. De brug op is helemaal een “relaxed” dribbelpasje. Ik ben blij als ik eindelijk boven ben. Naar beneden gaat eigenlijk niet heel veel sneller. Ik blijf gewoon een soort van hardlopen, maar het tempo is net zoiets als afgelopen zondag. En daar had ik nou nét zo genoeg van gehad! Ik vind dit moeilijker als de Woondome op en af rennen eerlijk gezegd. En ik doe het ook weer eens in mijn uppie. En door de stad, waar alles bekend is. Kortom: het is eigenlijk gruwelijk saai. Ik concentreer me op de muziek. Ik loop langs het huis van mijn vriendin en zij raadde me gister het pad langs de Vaart af wegens de ganzen, dus ik loop wat langs de boompjes. Weer een brug op, ik maak foto’s om de hartslag te verlagen. Ik ga wel lekker naar beneden! Dan moet ik langs de vruchten-straten (de mandarijn straat en het sinaasappel pad ofzo) en ik krijg spontaan trek. Ik neem maar een dextro. Een op redelijk tempo wandelende oude heer haal ik met moeite in. En dan kom ik in de buurt van de tennisclub.
Ik schrik als ik op mijn horloge zie dat ik over deze 7,5 kilometer al dik een uur heb gedaan! Ik lever snel mijn parkeerkey in en krijg mijn borg van 10 euro terug. Nu ben ik een rijke hardloper ook nog! Ik ga de andere kant langs terug en kom langs de plek van die leuke intervaltraining toen ik te snel begon (wat precies de opdracht was). Ik zie zo’n schattig klein vogeltje op de muur en ik voel mijn OVkaart branden in mijn jaszak als ik langs de busbaan loop. Zaterdag was het hier miezerig, nu is het alleen nog maar koud. Mijn handschoenen heb ik niet bij me. Maar de OVkaart blijft voorlopig waar ie is. Ik zie dezelfde mensen met hun hondje weer en sprint voor de bus langs. Ik ga een andere brug op en nu slaat de vermoeidheid, de kou en het gebrek aan ontbijt een beetje toe. Ik ben het wat zat met dit tempo, dit troosteloze weer en dat gepiep. Ik spreek met mezelf af dat ik tot het centrum van Almere Buiten ga rennen en daar de bus neem. Ik reken uit dat ik dat haal en dat er dan 7 kwartier opzitten. Niet door het bos langs de manege dus, want daar is geen bushalte. De stad is saai. Ik ben geen stadsmeisje! Doe mij maar bos, zand en natuur. Heuveltjes zijn best oké, maar deze brug staat me op dit moment tegen. Ik heb koude handen.
Ik ga eens op een andere plek de wijk door en hoera! ik ontdek onverharde paadjes op heuveltjes. 4 Keer mag ik de trapjes op, de vijfde keer zijn er geen trapjes en neem ik toch het heuveltje mee. Ik kom langs de Albert Heijn en snak naar een banaan, maar ook die mag ik van mezelf in het centrum van Almere Buiten halen, vlak voor ik de bus instap. Ik vind zowaar nog een schelpenpad! Daar ik me nu echt begin te vervelen neem ik er maar eens een tip bij van vorige week: korter grondcontact. Ik voel het heel goed aan, knieën hoger, kortere pasjes en het gaat gemakkelijker en sneller nog ook! Jammer dat de hartslagmeter het op een piepen zet. Terug naar de verveling dan maar. Die flow gaat er niet meer komen vandaag.
Dan zie ik in de verte een wiebelbrug. Deze keer ga ik er overheen. Als er dan iets te beleven is, doe ik het ook maar nu! Ik vind die dingen DOODeng, maar ik ben vooral geshockeerd dat ik eerst door de rotmodder-slik moet. Ik sta met vieze schoenen op de brug en ik vind het spannend en leuk tegelijk. Ik ben blij aan de overkant te zijn en zowaar trots op mezelf. Nu ga ik deze wijk door tot ik rond ben bij de volgende brug ik neem gewoon 1 langzaam tempo aan en let niet op het gepiep. Ik zet de muziek iets harder en zowaar – ik kom in een ritme en dat fietspad gaat snel voorbij. Het was te snel voorbij en ik ga heel, heel langzaam de brug weer op. Naar beneden gaat iets sneller, maar het horloge piept nu eigenlijk voortdurend. Ik sla weer eens aan het rekenen en ga de bus mooi halen. Ik hoop van harte dat er 1 klaarstaat.
Nu is het nog een saai, lang, recht fietspad. Ik kan niet door het gras gaan lopen, want daar ligt stront. Ik kan niet harder, want dan piept het horloge helemaal. Ik kan nauwelijks zachter en ben het genieten een beetje kwijt. Ik kijk uit naar de bus. En als ik daar ben, rijdt bus 5 net weg. Ik app naar mijn loopmaatje, die op kantoor zit, en dan merk ik dat ik nog een kwartier te gaan heb voor de twee uur om zijn. Ach wat, nu ga ik ook verder ook! Ik heb nog tijd deze morgen, nu heb ik ‘aanspraak’ en het grappige is dat ik van mijn loopmaatje mag stoppen (hij dacht dat ik nog in de stad was) – wat een extra reden is om door te gaan 🙂
Appen en lopen op dit tempo gaan prima samen. Helemaal als je niet meer let op het gepiep en dat maar laat gebeuren (elke 400 meter ofzo). Mijn loopmaatje heeft de perfecte opmerking: “je weet waarvoor je het doet en waarom. En je weet dat je veel harder kunt als het moet“. Dat was ik nou precies weer uit het oog verloren! Al word ik totaal niet trots van het feit dat ik nog geen 15 kilometer in twee uur kan lopen over het asfalt. Exact, maar dan ook op de seconde af, sta ik na 2 uur weer voor de deur. De gemiddelde hartslag (inclusief de woondome-beklimmingen) blijft netjes op 138 steken. Ik ben een parkeerkey kwijt en een heb een tientje verdiend! En dan herinner ik me weer dat ik nog naar de winkel had gemoeten om bananen te kopen….

Categories: Uncategorized | Comments Off on Geld "verdienen" met hardlopen