Veel schuiven met de trainingen, dat doe ik de laatste dagen. Ik probeer het goed te verdelen. Gisteren kwam het er maar niet van om te gaan hardlopen en dat drukte mijn toch al niet beste stemming danig. Maar vanmorgen stond ik op met de gedachte: vandaag mag het weer! Ik vroeg mijn vriendin of ze mee wilde en ze stond even voor twee uur aan de deur. Ik had in mijn horloge staan dat ik eerst twee kilometer ging inlopen, dan moest ik 12 minuten in zone 1 lopen en daarna 3 minuten in zone 4, nogmaals 12 minuten zone 1, 3 minuten zone 4 en dan nog 1 keer 12 minuten zone 1, 3 minuten zone 4 en het uitlopen. Er stond niks over onverhard, dus de route ging leuk over asfalt!
Het inlopen ging mooi langzaam en ik hield zone 1 ook vol. Ik had van tevoren niet nagedacht over de route, dus we liepen een beetje hap-snap. Naar de ene wijk tot mijn vriendin zei dat ze er al ooit was geweest, toen draaiden we terug onze wijk in, maar allemaal achterlangs. Het tempo was verre van vermoeiend en we hadden alle tijd om te kleppen. Toen gingen ineens mijn drie minuten sprinttempo in. Ik zette er flink de sokken in! Ik ging meteen aan het aftellen tot 180. Het was erg vermoeiend na 2 minuten en ik voelde mijn spieren voor de eerste keer. Ik trok flink door en haalde een tempo van 13
kilometer per uur. Mijn vriendin kwam achter me aan en na 3 minuten (ik vertelde me slechts 10 seconden) draaide ik me om en ik wandelde haar even tegemoet om de hartslag te verlagen. Het lukte me om na anderhalve minuut weer een lage hartslag te hebben. Daar was ik trotser op als op de sprint! Ik had wel iets te hard gelopen en zag op tegen de volgende drie minuten. We liepen langs de Hogering. Voor mij allemaal bekend terrein. Ik had geen idee hoe ver we zouden komen qua route. Maar ik maakte me ook geen zorgen. De volgende drie minuten sprint in zone 4 zette ik iets minder hoog in, maar ik hield het wel vol tot het einde van het fietspad. Ik vertelde me flink en het leken wel 4 minuten!
We besloten door het bos terug te steken en kletsten gewoon verder. Deze keer was mijn hartslag al binnen een minuut weer terug in zone 1. Inmiddels was het helemaal niet meer koud, maar er lag nog wel wat sneeuw in het bos. Op stukken waar de zon niet scheen, was het ook nog verraderlijk glad. De lucht was echter heerlijk koel, prachtig blauw en het was perfect hardloopweer. Veel te snel gingen de 12 minuten rust voorbij en moest ik voor de laatste keer de hartslag opvoeren. De hartslag volgt altijd iets na de versnelling en ik ging deze keer extra langzaam aan het tellen. Ik kon ook niet meer zo loeihard. Liep ik de eerste twee met 13,3 en 13,2 kilometer per uur, nu haalde ik ‘maar’ 12,6 kilometer per uur meer. Ik kwam dan ook tijd te kort en toen ik pas bij 150 was met tellen, waren de drie minuten alweer voorbij.
Ik liep mijn vriendin weer tegemoet en zover blijf je dan eigenlijk niet achter. Ik hoefde bij het uitlopen niet meer op de hartslag te letten, dat had ik expres uitgezet. De hartslag liep nog 1 keer op toen we de brug op moesten. Ik was nog helemaal niet moe eigenlijk, maar de drie kwartier die voor de oefening stond was alweer ruimschoots overschreden.
We liepen over de Evenaar terug langs alle hekjes slingerend en auto’s ontwijkend. Het was een raar rondje geworden en je kunt de versnellinkjes in het rood goed herkennen. Uiteindelijk hadden we 5 kwartier gelopen, die waren echt omgevlogen! We hadden 11,5 kilometer gelopen. Normaal zou ik denken:mwah, maar ik maakte me er deze keer niet druk om en merkte het zelfs nauwelijks op! Ik had lekker gelopen, een paar keer versneld en ik krijg mijn hartslag steeds beter onder controle. Er komt vast een tijd dat ik het ook zonder piepend horloge aan ga voelen.
Wisselduurloop met zijn tweetjes.
Een handvol nummertjes bij het geluid van sneeuw, kerkklokken en een hardloophorloge.

We zijn met de hele familie (opa, oma, 2 zussen met aanhang en 3 kleinkinderen) een weekend in een huisje in Noord Limburg. Bij de wandeling die ik gister rond het park heb gemaakt met mijn ouders, ontdekte ik de wandelroutekaart van het gebied en ‘s avonds zette ik de route uit van ongeveer 7 kilometer. Ik plaatste de nummers op mijn hand en hoefde alleen maar de pijltjes te volgen.
Een run van “drie kwartier in zone 1 voor het ontbijt” stond er op het programma. Het eerste wat ik vroeg toen ik om half 8 wakker werd was: sneeuwt het? Het antwoord was ontkennend, maar toen ik me aankleedde begonnen de vlokken naar beneden te dwarrelen. Ik liet me niet kisten en met een glas water als ontbijt ging ik aan het rennen. Het park af, waar het nog doodstil was om tien over 8.
Toen ik het hek achter me liet, kwam ik een andere hardloper tegen! Je hebt rare mensen…. Het sneeuwde volop in het bos. Ik was uiterst verbaasd over het geluid wat dat geeft: het lijkt wel harde regen! Voor de rest was het stil, nou ja, als je het voortdurende getik weg kon denken. De sneeuw bleef niet liggen, maar het leek er wel koud door. Het was erg sereen in het bos. En een beetje modderig. Mijn hartslag moest onder de 138 blijven, maar dat lukte niet erg goed. Dus naast het getik was zeer regelmatig het gepingel van het hardloophorloge te horen. Het volgen van de nummertjes was gemakkelijk, behalve dat de handschoenen ervoor uit moesten. Ik kwam aan de rand van het dorp Beesel. Ook daar lag iedereen op zondagmorgen om half 9 nog te rusten. Het hield op met sneeuwen en ik kreeg het lekker warm.
Ik liep me voortdurend af te vragen waarom ik eigenlijk zo ontzettend vroeg ging hardlopen door het slechte weer, maar het antwoord was keer op keer; omdat het zo heerlijk is! Ik ging tussen de boomgaarden door aan het lopen, langs de paddenpoel en de vogelnestplaats. Het was volledig kalm en uitgestorven tussen de modder. Ik zag ganzen, de maas en in de verte blafte een hond.
Ik liep een heel stuk van 2 kilometer zonder een paaltje tegen te komen. Soms sneeuwde het even, maar het was niet eens echt koud. Ik keek uit op het pontje en ontweek de grootste modderpoelen – kon mijn hartslag ook weer even dalen. Ik liep voorbij de landingsplaats van de pont en daar begon het even flink door te sneeuwen. Wat een herrie van dat getik van die sneeuw! Ik kon 1 nummertje niet meer goed lezen, maar ik zag wel dat er net zo goed 76 als 70 kon staan en 76 was het meest logisch.
Toen begon het luiden van de klokken in de verte. Als kind woonden wij vlak bij de kerk, dus dit geluid is me vertrouwd. Ik liep helemaal te genieten. Het was geweldig voor me! Het voelde zelfs een beetje emotioneel aan om door de sneeuw te lopen bij het geluid van kerkklokken. Ik liep langs een soort moerasgebied waar een enorme boom was omgevallen. Ik kwam in het bos. Hier ligt totaal anders bos als in de Flevopolder. De oude bomen zijn knoestig en statig en lijken veel warmer en wijzer als de rijen bomen in de polder. Ik genoot erg van de omgeving, ook al zaten er heel veel klimmetjes de rivierdijken op tussen, die flink glibberig waren. Het is grappig dat als er dus niks over onverhard in mijn schema staat, ik dat tegenwoordig blijkbaar graag opzoek.
Op de velden bleef de sneeuw even liggen en ik vond het fijn dat ik dat meemaakte, terwijl de rest van de familie de voorkeur gaf aan uitslapen. Het was na half 9 en ik zou langer dan 3 kwartier onderweg zijn, maar ik vond het helemaal geen zware training en ik genoot erg van de buitenlucht, de nieuwe omgeving en het tempo lag lekker laag. Degene die een hond hadden, moesten inmiddels ook de sneeuwvlokken trotseren. Maar het was nog steeds stil. Ik kwam bij het kapelletje.
Het was nog dicht en door de sneeuw zag het er uitzonderlijk christelijk uit omgeven door rust en kalmte. Omdat ik de tijd nam om foto’s te maken, piepte mijn horloge voor de verandering eens dat de hartslag te laag was! In de verte luidde de kerkklok negen uur, waarna het gebeier volgde als oproep voor de mis. Mijn oproep begon het ontbijt te wezen! Ik rende door en telde de nummertjes af. Na een uur was ik weer bij het park, maar ik ging terug door het bos en de ingang waar ik ook begonnen was. In dat uur had ik precies 7,5 kilometer gelopen. Geen topsnelheid nee, maar het gelukzalige gevoel wat dit uurtje mij oplevert is veel en veel meer waard dan een uurtje zo-snel-mogelijk-over-het-asfalt. Op het park zijn inmiddels veel mensen ontwaakt en lopen ze met verse broodjes. Het sneeuwt niet meer. Ik ga eerst wat eten en daarna ga ik douchen in het subtropisch zwembad! Ik leer van mijn kind de borstcrawl, maar ik merk dat de spieren toch best vermoeid zijn. Het sneeuwt inderdaad de rest van de dag niet meer en ‘s middags loop ik met opa, oma en de kleinkinderen nog een keer langs het kapelletje.
De sneeuw in Lage Vuursche
Mijn loopmaatje en ik waren op weg naar het natuurpark Hollandse Hout in Lelystad. Voor de derde keer proberen we om daar te gaan hardlopen. Eerder kwamen de startbaan van Soesterberg en de Utrechtse Heuvelrug er tussen, deze keer zouden we toch echt twee uur onverharde paden in Lelystad mee gaan pakken. Totdat….. mijn vriend op weg naar zijn werk belde: “hier in Midden-Nederland ligt sneeuw. Jullie zijn watjes als jullie niet hier komen lopen.” Dat lieten wij ons geen twee keer zeggen en we twijfelden heel even: dit was dé kans om door de sneeuw te lopen! We draaiden de auto en reden naar Lage Vuursche.
Op voor twee uur door een prachtig landschap! We waren de eerste op de parkeerplaats om tien uur. We gingen eerst even het dorp door en de harde sneeuw onder onze voeten klonk geweldig! Het kraakt bij elke stap en het werkte enorm op mijn lachspieren! Ik bedacht net buiten Lage Vuursche dat ik mijn hartslag moest beperken op 138. Dat zou moeilijk worden, want door de sneeuw en de kou lopen is zwaar. Maar wat was het mooi! De zon viel in het bos en het was echt enorm genieten.
Al snel gingen we van het rechte pad af. Er was werkelijk niks verhard! Op sommige plekken was de bosgrond zichtbaar, maar op een open vlakte lag er een paar centimater sneeuw. Het was heerlijk en al binnen een kilometer had ik het lekker warm. Het hartslaghorloge sloeg bij het minste of geringste aan het piepen. Ik liet ‘m maar. Ik liep gewoon enorm te genieten en wat was ik blij dat het Hollandse Hout weer een keer moest wachten!
Ze waren bezig met boswerkzaamheden. We namen een doodlopende afslag. En de hele tijd moest ik naar de WC voor een plas, maar dat is lastig in het bos! Op een gegeven moment raakten we op een modderpad waar de werktractors overheen hadden gereden. Al snel verlangde ik terug naar de sneeuw! Er waren ook nog heuvels, dus het was een echte trailroute. We kletsten een beetje en ik koos lekker expres hier een daar de heuvels. Om uit te kijken over de witte heide. Uiteindelijk zag ik een paar dennen om even tussen de gaan zitten. Toen we toch gestopt waren, konden we meteen ook foto’s nemen!
Door de zon op de sneeuw kwam er een soort feeërieke mist te hangen boven de velden. Inmiddels waren we de weg een beetje kwijt en liepen we tegen hekken aan. De snelheid van deze excersitie lag erg laag, maar daar ging het helemaal niet om. We keken gewoon niet naar de tijden en hobbelden genietend door. Na een uurtje gingen we kijken en bleken we richting Baarn te lopen. We gingen richting de weg en zouden aan de andere kant verder lopen. Het begon een beetje mee te tellen dat ik nog maar 1 boterham en 1 bakje kwark had gegeten. We staken de weg over en we waren verder als ik gedacht had. We stonden bij het Baarns Bosbad, meer een plek voor de zomer! Nu konden we nieuwe voetstappen in de verse sneeuw op de parkeerplaats zetten.
Ik nam een dextrootje. Water hadden we niet bij ons. We liepen op asfalt, maar dat mocht ik van mijn loopmaatje niet te enthousiast roepen! Eerlijk gezegd was het ook maar een klein stukje leuk! Het was een beetje zwerven aan de andere kant van de weg en we kwamen steeds bij de weg uit. Inmiddels was het gesprek gekomen op onze hardloophistories. Toen we voor de derde keer bij de weg stonden, besloten we terug over te steken. Ik voelde me moe worden en we hielden even wat asfalt aan. Er smolt erg veel water van de bomen af en dat gebeurde voornamelijk in ijsblokjes. Het kwam in grote getallen uit de lucht vallen en dat werd je toch best nat van, dus ik was blij met het regenjasje. We gingen van het asfalt af het bos weer in en toen moesten we veel modder ontwijken. Dat vond ik best zwaar. De hartslag bleef behoorlijk hoog. Na nog een foto van de zon prachtig door de besneeuwde bomen stapte ik vol in een plas en had ik natte (en koude) voeten.
En mijn voeten hebben het al zwaar met blaren en wintertenen de laatste tijd! Ineens stonden we weer op dezelfde plek als we eerder al waren! Gelukkig herkende ik het meteen en draaiden we gelijk om. We kwamen weer in de buurt van Lage Vuursche en het werd duidelijk drukker met wandelaars. Door de modder werden wij ook veroordeeld tot een stukje wandelen. Kon ik mooi even op adem komen! Daarna namen we het rechte gewone, rechte pad weer op. Onverhard, maar een verademing na alle modder!
Ik begon in de gaten te krijgen dat ik ook met minder dan twee uur door de sneeuw ploegen genoegen zou nemen. Langzaam aan begon ik me te ergeren aan alle hagelblokjes. We kwamen langs de Zwarte Weg en ik was blij weer zicht te hebben op de route en dat ik wist waar ik bleef. Aan de ene kant wilde ik ook nog achter de midgetgoflbaan langs, maar ik was ook vermoeid. Toen we bij de parkeerplaats stonden was er een uur en 50 minuten voorbij en het was genoeg. Al snel was ik weer op adem en toen….
was het tijd voor een overheerlijke, echt verdiende Lage Vuursche Pannenkoek!
We hadden een gemiddeld tempo van onder de 8 kilometer per uur gehaald en nog geen 15 kilometer gelopen in bijna twee uur, maar dat maakte niks uit! Het Hollandse Hout wacht nog op ons en dat was een prima beslissing, wat sneeuw blijft toch heel erg aantrekkelijk! Bedankt loopmakkertje, voor de flexibele instelling en het meegaan en de foto’s en voor de pannenkoek!
Door de Modder rocken met Beethoven
Om 9 uur stond ik al te trappelen om te gaan hardlopen: de rest van de dag beloofde regen en kou en wind, dus dat wilde ik voor zijn! Ook in de hoop dat het op de uitgekozen MTBroute nog rustig zou zijn. Ik ging eerst inlopen; lekker over het asfalt naar het dichtbijgelegen Kotterbos. Ik ging niet snel, maar dat was niet het doel vandaag. Offroad moest ik, maar deze keer mocht de hartslag tussen de 135 en 148 liggen in zone 2. Eigenlijk zou ik dit zondag moeten doen, maar dat gaat niet lukken, dus ik doe het vandaag vast. Kwart over negen stond ik op de MTBroute en het was modderig! Maar lang niet zo erg als tijdens de cross, dus ik kon het prima hebben. Hier waren ook nog steeds zijkanten waar je ‘iets minder’ door de modder liep.
Ik ken dit deel van het bos erg goed, maar het is verrassend om het eens vanuit deze fietsroute te bekijken! Bordjes volgen is een makkie en ik slinger op totaal nieuwe wijze het bos door. Ik had mijn eigen muziek aanstaan en mijn hartslag bleef al redelijk binnen de perken. Tegenwoordig schrik ik niet meer van kilometertijden die met een 7 beginnen gelukkig.
Op het asfalt kwam ik een andere hardloper tegen en toen zette ik de klassieke muziek aan. Hoe leuk is dat! Door de modder rocken met de carmina burana!
Ik kom helemaal niemand tegen. Ik doe mijn jasje even uit omdat ik het warm heb, maar dat is dan weer net iets te koud. Ik mag nog een stuk over het asfalt en nu kom ik in het gedeelte van het bos wat ik niet goed ken, omdat er maar 1 verhard fietspad loopt. En daar begint het hoor! Heuveltjes, niet te ontwijken modder, slingerpaadjes en waterplassen. De klassieke muziek geeft er een nog uniekere kijk op! Jaren geleden liep ik dit pad nog wel eens, maar nu is het een verademing om er te mogen hardlopen. Omdat dit geen wedstrijd is, kan de modder me niet schelen en de tijden ook niet. Ik hobbel gewoon lekker door en luister naar een concert! Ik kom niemand tegen: ik hoor het geluid van de snelweg, het tikken van de hoogspanningsmasten en violen, mannenkoren en symfonieën op mijn koptelefoon. Ik kom over de brug, waarvan de railingen gestolen zijn en hoewel het asfalt is, vind ik het doodeng! Ik laat de hartslag maar even piepen. Na de brug ga ik direct links en dan is er geen zijkantje meer met iets minder modder.
Ik glibber de heuveltjes op en af en -eerlijk is eerlijk- ik geniet er met volle teugen van! Beethovens ‘Alle Menschen Werden Bruder’ begeleidt me. Ik maak slingertjes, ben de hele tijd aan het opletten waar ik mijn voeten neer kan zetten en het is bijna een dans in plaats van hardlopen; het vergt concentratie en enig vakmanschap om de voeten keer op keer goed te plaatsen! Nu ik begrijp van de trainer dat het hier om gaat, kan ik er veel beter mee uit de voeten.
Inmiddels miezert het een heel klein beetje, maar het zorgt voor verkoeling en geeft geen hinder. Ik heb geen idee waar ik blijf, hoewel ik op een kaart zou kunnen aanwijzen waar ik ben, ziet het er volledig nieuw uit. Dan vlucht er voor mij uit een hert weg, het is een ree en ze is groot en snel. Mijn hele run zou in één keer geslaagd zijn, als ie dat al niet was geweest. Ik vind het echt leuk om zo dicht bij huis zo’n avontuur te beleven. Ik maak me alleen zorgen over het feit dat het uur veel te snel voorbij gaat op deze manier!
Ik kom naast de snelweg uit en moet een heuse sloot over… Ik begin moe te worden en mijn schoenen worden zwaar van alle klei en modder. Ergens merk ik ook dat ik honger begin te krijgen, want ik heb alleen maar wat yoghurt en ontbijtkoek gehad vanmorgen. Ik zou immers ‘maar een uurtje’ gaan lopen. Ineens mag ik weer even het asfalt op en herken ik waar ik (pas) ben. Dat is een klein stukje een verademing, maar ik volg meteen het pad het bos weer in als ik de mogelijkheid krijg, terwijl ik weet dat de asfaltweg veel korter en gemakkelijker is. Heel erg veel gemakkelijker, want 1 bocht verder wacht een stukgereden pad wat slechts bestaat uit enorme plassen. Mijn sokken worden nu ook nat. De paden die ik twintig minuten geleden nog glibberig vond, zijn nu de simpele gradatie en de modder waarop ik begon doet me bijna verhard aan. Zo dicht bij huis kun je uitstekend een trailrun oefenen, de trainer kan trots op me zijn dat ik dit doe en zelf ben ik ook maar wat blij! Ik moet onder de brug van de Hogering door over het asfalt en dan is het uur training om. Zeven-en-een-halve kilometer slechts, maar het was wel super-superleuk!! Ik ga de brug op via het MTBpad, wat een flinke klim is.
Op de brug ‘spijbel’ ik een stukje van de MTBroute en neem het asfalt. Maar aan de andere kant: nu zijn mijn schoenen toch al vuil en ik heb het saaie fietspad langs de TBSkliniek al zo vaak gedaan, laat ik gewoon de MTBroute nu ook nog nemen! Inschattingsfout: hier liggen nog hogere heuvels, nog gladder en omhoog klimmen is lastig en naar beneden glijden gaat iets te gemakkelijk. Ik kijk jaloers uit op het fietspad dat aan de andere kant van het water ligt, maar deze keer kom ik wel boven op de berg uit! Ik ben nu echt officieel moe en voel een hoop spieren in mijn lijf en mijn voeten, maar de lach is ook niet meer van mijn gezicht af te slaan! Ik heb last van blaren en pijn aan de huid mijn voeten, dus ik heb de compressiesokken vandaag uitgelaten. Ik merk dat in mijn knieën, maar niets kan de pret nu nog drukken.
Als ik weer op het fietspad sta met mijn modderpoten, besluit ik dat het genoeg is geweest en dat ik over het asfalt naar huis terug ga rennen. Ik ben toch al veel te lang onderweg en ik ben bij de brug naast het tankstation. Pas als ik het bos en de modder verlaat, krijg ik last van de wind die inmiddels behoorlijk aangewakkerd is. Hoewel het weer droog is, lijkt het opeens veel kouder en daarom blijf ik liever in jogtempo doorlopen dan dat ik echt ga wandelen, maar dit is een andere categorie van zwaar; het is veel minder uitdagend als het bos en de modder.
Ik had een uurtje mogen gaan, maar het werd een uur en vijftig minuten. Het waren wel 14 kilometers al met al! De gemiddelde hartslag is in de Garmin over drie ‘runs’ verdeeld: het inlopen (hartslag 141/ 2,4 km), de oefening van een uur (hartslag 144/ 7,5 km) en het uitlopen (hartslag 139/ 4 km) en komt gemiddeld op 142 uit. Ik vind dat allemaal prima! Het tempo ligt met 7:30 natuurlijk erg laag, maar daar ging het hier helemaal niet om! Het gaat erom dat ik in 1 ochtend genezen ben van mijn modderallergie, dat ik me heel erg gezond en opgewekt en trots voel na afloop en dat ik een hert van zo dichtbij heb mogen aanschouwen. Het gaat om de belevenis die ik ondergaan heb met deze nieuwe kijk op het bos wat om de hoek ligt en die ik met de aparte muziekkeuze heb omlijst.
Nadelen: De huid van mijn tenen is er niet best aan toe en ik heb trek in een appel en dorst en ik heb geen tijd meer om naar de supermarkt te gaan en ik krijg het pas in de douche weer een beetje warm (al kom ik vandaag niet meer echt op temperatuur). Het weegt niet op tegen de voordelen: Ik ben blij, tevreden, trots, heb genoten en nieuwe mogelijkheden ontdekt. Ik heb afgezien en ben doorgegaan en ik vond het leuk! Deze route ga ik onthouden en zeker nog eens een keer doen, maar dan met sneeuw ofzo en dan zoek ik leuke rockmuziek op en dan in zijn totaliteit, omdat dit maar een stuk ervan was. Ik heb geen enkele fietser gezien. Slim van ze, fijn voor mij 😀
Loslopen als eigen training
Ik had geen spierpijn of last van welke blessure dan ook. Eigenlijk wilde ik na een dagje werken ook niet luisteren en praten met anderen. Mijn loopmaatje had last van een opspelende blessure en ging ook liever alleen een rondje lopen, dus ik kon mooi mee zonder naar het gekakel te hoeven luisteren en zonder op de tijd te hoeven letten. Ik zou van hem een paar loopopdrachten krijgen.
We gingen verder langzaam lopen op een lage hartslag. Dat lukte niet erg goed en het horloge bleef de hele weg aan het piepen dat ik buiten zone 1 liep. Na anderhalve kilometer werd ik voor een steigerrun (steeds ietsje sneller lopen) weggestuurd. Ik had de afstand niet goed ingeschat en ging nog niet voluit. Bij de tweede ging het beter en bereikte ik een sprintsnelheid. Het was wel eens leuk om toch een soort van training te doen die half alleen was en toch ook weer niet. Mijn hartslag ging uiteraard met het tempo mee omhoog.
Er volgde nog een versnelling over tien lantaarnpalen en ik kon me even heerlijk uitleven! Ik ging netjes steeds sneller, zoals te zien is op het grafiekje waar het verticale streepje staat, ik eindigde in elk geval lekker snel! Dan duurt het nog iets langer voor de hartslag weer wat afneemt. Mijn loopmaatje bleef langzaam lopen, dat is een rare gewaarwording want ik kan hem nooit bijhouden! Ik hoefde ook niet over de route na te denken en ik ging gewoon links en rechts en ik vond het wel prima. Ik had ook niet erg veel tekst.
Ik ging 1 lantaarnpaal terug en moest dan zo snel mogelijk mijn loopmaatje die doorliep weer bijhalen. Dat deed ik drie keer achter elkaar. Toen waren de lantaarnpalen op en ik was moe en vond het dus niks erg dat er geen lantaarnpalen meer stonden…. Ik baalde dat ik hem niet voor het pad bijhaalde. Die piekjes in tempo en hartslag zie je ook mooi terug op het grafiek:

De vierde kilometer ging lekker snel zo! Ik werd nog een keer de brug op gestuurd op 10 kilometer tempo; nu weet ik hoe hard dat is. Brug af ging ik nóg sneller! Toen renden we langs de weg en ineens gingen we de wijk in. We raakten aan het kletsen over het werk wat Rob doet en wat mijn loopmaatje doet. Het was geen smoesje, maar ik moest er wel bij blijven lopen op deze manier en hoefde niet meer te versnellen, ha! 🙂
We liepen over het Gerrit Schultepad en dat zie ik vaak staan, maar ik kom nooit over dat fietspad. Ik was de weg dan ook volledig kwijt! Niet dat ik me daar druk over hoefde te maken, maar het was een raar gevoel om plaats en tijd kwijt te zijn. We liepen alsmaar rechtdoor en ik had wel herkenningspunten, want zo ver waren we niet weg. Toen was het rondje rond, maar het gesprek nog niet klaar, dus het werd een achtje.

En ineens begon het te regenen. Wij ontkenden dat, maar er vielen nogal veel koude natte druppels uit de lucht en ik was het opeens helemaal zat! Ik liep gewoon zo netjes mogelijk mee uit, maar in plaats van 1 uur en tien minuten werden het toch weer tachtig minuten. Doordat ik thuis niet snel genoeg mijn benen opwarmde, had ik van deze run met een gemiddeld tempo van 6:54 per kilometer en een gemiddelde hartslag van 144 meer opstartspierpijn de volgende dag dan van de Kidneyrun!
Kidney Run Almere Haven: out of box, volle bak!
De Kidney Run is een hardloopwedstrijd in het donker. Ik ging voor de 10 kilometer, zo’n beetje besloten door de trainer dat ik die eens voluit mocht gaan lopen en dan kan hij aan mijn hartslag zien waar het omslagpunt zou moeten liggen. “out of box volle bak” stond in het schema.
Ik stond ‘s morgens op met een hele lage hartslag van 44 slagen per minuut. Ook na enkele metingen kwam dat er nog steeds uit! We hadden een feestje ‘s middags en ook daar lag mijn hartslag nog onder de 50 slagen per minuut. Ik heb alle lekkernijen af moeten slaan, dat viel niet mee. Ook de tijdsplanning zat niet goed in mijn hoofd: tussen kwart voor 6 en 6 uur wilde Vincent dolgraag in het donker de twee kilometer lopen. We moesten dus op tijd weg op het feestje en ik had alles al bij me. Ik zou daar tussen 6 uur en half 8 wachten op mijn wedstrijd, maar het was koud en dan is anderhalf uur erg lang. Om vier uur besloot ik stante pede te gaan eten en wel rijst met roerbakgroente zodat wij om vijf uur naar Almere Haven konden rijden. Ik besloot mee terug naar huis te rijden om daar om te kleden, nog snel een beetje te eten en dan alleen weer terug te rijden naar de Kidneyrun.
Het jochie ging lekker hard en was vrolijk behangen met ietwat onzichtbare breeklichtjes. Hij ging snel, binnen elf minuten was hij de trotse eigenaar van een medaille! Ik reed mee op en neer naar huis en kende de weg al en had mijn startnummer al. Ik had ook gevoeld hoe koud het was en kon mijn outfit erop aanpassen (maar ik twijfelde me weer gek). Even over zeven was ik weer in Almere Haven en ging ik inlopen: heuveltje op en af. Nog een keertje naar de donkere toilet en dan het startvak in. Het was over met mijn lage hartslag… Ik vond het spannend omdat ik geen idee heb hoe hard tegenwoordig ‘out of the box’ is en wat de gevolgen blessuregewijs daarvan zullen zijn. Om precies half 8 klonk het startschot en ik had al gehoord dat het hier en daar een beetje glad was. Ik schrok daar niet van, maar ik schrok des te meer van alle midden op de weg opduikende pionnen. Ik slingerde een beetje om deze en gene heen en haalde snel een rennende kerstboom in. Ik nam een hoog tempo op, maar het voelde goed aan. Ik besloot dat ik zo lang mogelijk zou proberen om een snel, maar comfortabel tempo aan te houden. Geen modder om doorheen te ploegen, maar soms was het inderdaad wat glad. Ach, dacht ik, als ik onderuit ga, laat het dan hard gaan! We gingen de dijk op en wat zag het er mooi uit: lampjes, sterren die in het water weerkaatsten en een sikkelvormig maantje. Ik vond het fietspad een feestje en hield eigenlijk compleet moeiteloos het tempo vol. Ik haalde mensen in en kon lekker niet op mijn horloge kijken naar de kilometertijden.
“Helden” riepen twee toeschouwers aan de kant, “dat jullie door het donker rennen!” Ik dacht: jullie zijn mijn helden die in het donker niet echt iemand kunnen zien en ons toch supporten, dankjewel. Ineens vroeg ik me af of ik de auto wel goed had afgesloten! Ik maakte me zorgen, maar dacht dat ik er nu toch niks aan kon doen, behalve snel doorlopen en het binnen een uur gaan controleren. Voor me liep een man met verlichtte hakken en ik haalde hem langzaam maar zeker in. Zoals ik wat meer mensen (lees: mannen) steady, maar krachtig inhaalde. Ik vond het leuk dat mijn horloge gelijk liep met de bordjes. Bij het omkeerpunt stonden vrijwilligers ons aan te moedigen en tot straks te zeggen en hij hoopte ‘dat je straks ook nog zo lacht‘. We gingen hoog over de dijk terug en daar werden lichte stukken onder de straatlantaarns afgewisseld met hele donkere onverlichte gedeelten. Ik haalde een man bij die tegemoet werd gefietst door een trainer die riep: ‘blijf bij je groep’ naar die man. “Welke groep” mopperde de man; ik opperde nog dat we samen een groep waren, maar daarna heb ik hem ingehaald en niet meer gezien. Ik zag de snelste mannen die zonder lampjes voorop liepen alweer onder op het fietspad. En dan vond ik dat ik goed ging! Er liepen kerels te fluiten naar al die lopers en ik dacht: spaar de moeite, jij ziet niemand! We moesten nog een keer langs het startpunt en ik dacht even: laat ik de volgende keer eens een vijf-kilometer wedstrijd proberen. Op het fietspad was het glad én donker. Laat ik dit maar snel doen, dacht ik, dan ben ik er snel vanaf en nu weet ik het voor straks vast. Intussen was het veld uit elkaar komen te liggen en waren de pionnen goed te zien. Ik bedankte de vrijwilliger en toen zakte mijn hartslagmeter af! GVD, deze hele exercitie was begonnen om mijn hartslagen te berekenen, of dít ding wel wil blijven werken!
De trainer stond met zijn fiets met kinderzitje langs de kant en herkende mij wel in het donker. Knap van hem, hij moedigde me nog even aan en ik had adem zat om te zeggen: het gaat goed! Ik deed mijn hartslagmeter goed: wat een voordeel van donker en de ruimte tussen de lopers dat je je hele shirt omhoog kan doen zonder dat iemand het ziet, haha. Het was (laat ik het zo zeggen) verkoelend om te doen bij twee graden celcius! Weer het fietspad op en ik vond het erg fijn daar. Voor me uit veel lichtjes en degene die voor me liep moest zijn tempo laten verslappen. Kon ik hem mooi inhalen en hield ik mijn tempo hoog. Ik werd door twee kletsende jongeren ingehaald die hun tempo hadden liggen op 5:30, zo zeiden ze. Had ik even enig idee hoe hard ik ging en het viel me tegen eigenlijk. Het voelde niet zo aan eigenlijk, ik had het idee sneller te gaan. Onder de 6 minuten houden, dacht ik dan maar. Ik riep naar mijn loopmaatje die alweer boven op de dijk liep en nog steeds voelde mijn tempo comfortabel aan. Snel, maar vol te houden. Ik zat op 6 kilometer en ik dacht: ik moet straks het laatste stukje nog versnellen. Maar ik ben gewend aan 6 kilometer hard gaan, daarna begint het pas tegenwoordig. Op het 6 kilometerpunt werd er in de verte vuurwerk afgestoken. Ik vond dat fantastisch! Dankjewel zeg; voeg dat bij het sterrenlicht, de stroom lampjes voor me en de brug in de verte en het wordt echt fijn om in de nacht te lopen. Ik dacht bij mezelf: nu word het dus een uithoudingsslag, maar ík ga die winnen van mezelf. In tegenstelling tot de overheersende gedachte bij de crosscup dit is niet leuk dacht ik nu ik kan dit, ik kan ook een marathon lopen, dit lukt me. Bij het draaipunt bedankte ik de vrijwilligers weer. Ik had intussen een vuurrood hoofd, maar dat valt in het donker lekker niet op! Het werd inderdaad zwaarder. Ik werd ingehaald en dat vind ik zo knap: dat je dan nog kan versnellen en deze vrouw leek het moeiteloos te doen. Dat wil ik ook nog graag leren!
In het licht lijken de voorgangers nog best dichtbij te lopen, maar als je op de donkere stukken bent, valt het weer tegen. Ik vind het leuk om me over dat soort dingen nog te verbazen. 8 Kilometer. Ik had geen idee hoe lang ik onderweg was, maar ik droomde maar vast van een nieuw record. Het ging best lekker, maar het werd ook zwaar. Dan helpt het om vooruit te kijken naar de finish en je die vast voor te stellen. Ik was even misselijk, maar dat trok al snel weg. Ik dacht: zal ik nog harder gaan- en ik wilde best, maar ik kon eigenlijk niet meer goed. Mijn benen waren moe deze keer, in tegenstelling tot eerder waren het mijn koude benen die het eerder opgaven dan mijn hoofd wat nog graag wilde. ‘Nog maar een klein stukje’ sprak ik mezelf moed in. Ik hoorde iemand achter me op komen en ik had niemand voor me lopen om me aan op te trekken. Dat maakte het me niet gemakkelijk om nog harder te gaan. Negen kilometer. Ik ga tellen, dacht ik. Nog maximaal vijf minuten: vijf keer tot zestig tellen. Tempo houden. Voorblijven. We gingen de dijk af na ongeveer twee minuten en ik werd ingehaald. Ik raakte de tel kwijt en kwam op het gladde stukje, wat ik alweer vergeten was. Het was er ook donker op de prachtige blauwe lampjes aan de zijkanten na.
Die wezen elke keer de weg en stonden aan de zijkanten van donkere stukken en ik vond ze fantastisch! Alleen hier aan het einde even niet meer. Na 9,5 kilometer was ik moe en de tel kwijt. Er stonden nog wel mensen aan te moedigen. Ik had het inmiddels flink warm en ik had mijn jasje open gedaan, was het startnummer ook zichtbaar! Harder dan ik ging, kon ik eigenlijk niet meer. Ik keek in het finishgebied nog om me heen naar alle grappige discolichten en toen zag ik de finishklok: niet binnen de vijftig minuten gehaald, not even close. Het waren er al 52, maar ik was blij dat ik er was en ging toch maar mooi lachend en voldaan de finish over, terwijl ze mijn naam weer eens verkeerd zeiden.
Ik hoefde alleen maar water te drinken. Ik kreeg een medaille en was moe, maar opgelucht. Ik wist dat ik precies had gelopen wat ik op dit moment in mijn mars had. Ik ging aan het uitlopen met mijn loopmaatje en een bekertje water in mijn hand. Warm blijven. Eerst naar mijn auto, die natuurlijk op slot was! Toen rustig doorhobbelend naar zijn auto, die we moesten zoeken. Hier en daar was het echt glad, maar ik was blij, tevreden, opgewekt, trots, voldaan en warm. Ik rende weer een kwartiertje uit en zette lekker de stoelverwarming aan en de muziek hard. Autorijden na zo’n inspanning is best vermoeiend. De officiële tijd lag op 52 minuten en 21 seconden. Ik heb gemiddeld 5:19 op de kilometer gelopen, dat is 11,6 kilometer per uur. Nét iets sneller dan Vincent op zijn twee kilometer. 12de Bij de vrouwen 40+, van de 44 deelneemsters. Dat komt voor mijn gevoel overeen met waar ik nu sta, dus ik ben eigenlijk tevreden.
Waar ik ook blij om ben: ik vond het weer leuk om deze uitdaging aan te gaan en ik heb van vorige week geleerd de nare gedachten te vervangen en op het eten te letten. Ik heb gewoon weer eens genoten van een wedstrijd, ben de zenuwen de baas gebleven en heb lekker om me heen gekeken. Vorig jaar in Schoorl liep ik ook deze tijden, dus met wat afvallen (ik ben op de goede weg) en wat trainingsprogressie belooft dit jaar nog heel wat! Het was net ietsje meer dan 10 kilometer en de tien kilometer heb ik nét onder de 52 minuten gelopen. De hartslag was in het begin erg wisselend en daarna constant op 170-173. Dan volgt douchen, opruimen en afwachten wat de volgende dag brengt. De nacht bracht onrust met zich mee: kind uit bed, naar de toilet gaan om drie uur (ik merkte nog net op dat ik nergens last van had voor mijn ogen weer dichtvielen) en een kotsende poes maakte het niet soepel, maar ik kon goed uitslapen en om 9 uur voelde ik me lekker toen ik wakker werd. De hartslag was wederom laag en toen ik een uur later opstond, voelde ik N I K S. Geen pijn in mijn voet, geen last van mijn knie, geen spierpijn; maar een gezonde trek en wat vermoeidheid. Ik had geen zin om me deze dag uit te gaan sloven en ben niet gaan uitfietsen; ik had zin in rustig binnen blijven en spelletjes spelen.
Voor het eerst deze week de tienduizend stappen niet gehaald en het is goed dat ik me ook niet verplicht voel nu. Soms is dat nodig en ik ben blij dat ik dat ook van mijzelf accepteer.
TienDuizend Stappen Terreur
Ik ben in een paar dingen heel slecht geworden, waar ik pakweg 5 jaar geleden nog heel goed in was: stil zitten, niks doen, hangen. Nu moet ik gewoon bewegen en buiten komen.
Ik heb zitten kijken naar een activity tracker, maar daar zie ik (juist om gezondheidsredenen!) vanaf. Ik tel mijn stappen met de telefoon. En die zet ik in het programmaatje van de weegschaal. Dat zet mij aan om elke dag 10.000 stappen te ‘scoren’ Ik ben daarvoor te streberig, en wil elke week meer stappen maken! Dinsdagavond ben ik met een vriendin gaan wandelen voor de gezelligheid (en voor de stappen). Gisteravond zijn Rob en ik tijdens de atletiek van Vincent gaan wandelen langs de Vaart om warm te blijven en bij te praten (en voor de stappen). Vandaag stond er in het schema dat ik een half uurtje mocht fietsen. Een half uurtje! Samen met mijn loopmaatje ben ik naar de Kemphaan gefietst. Het viel tegen, want het was 40 minuten fietsen.
Het is koud geworden buiten. Koud, mistig en overal ligt bevroren dauw. Het ziet er kil uit buiten, maar dat heeft ook iets sprankelends. Het lijkt de film Frozen wel! Bij de Kemphaan maken we een rondwandeling. Gewoon lopen. Stappen zetten. Het uitzicht is niet bepaald wijds! Uit de mist doemen de bomen op en de hele wandeling is een beetje feeëriek.
We komen niemand tegen en lopen kletsend het bos door. Ik heb thermokleding aangedaan en daar heb ik geen spijt van! Tijdens het fietsen had ik het zelfs iets te warm! Ik heb twee paar handschoenen aan, maar de handen blijven koel. Na drie kwartier heb ik niet meer zoveel zin om te wandelen, maar we moeten nog terug naar de fietsen. We komen de fotograaf tegen die we anders op vrijdagochtend in de Oostvaardersplassen tegenkomen. Om 11 uur stappen we weer op de fiets. Ik ben inmiddels jaren ouder geworden, want mijn haar is grijs 🙂

De dauw is erop bevroren. Toch heb ik het niet echt koud. Het tempo van het terugfietsen ligt hoger, want mijn loopmaatje heeft het wel koud en die wil naar huis. We maken er een rondje van.
Het is nog mistiger geworden, waardoor de polder er wat eenzaam bij ligt. Ik vind het wel een verrassende schoonheid hebben! Zonder moeite haal ik de stappen weer vandaag. Volgens mij telt de telefoon ook fietsen als een soort van stappen…. hihihi. Mijn gemiddelde deze week staat op vijftienduizend stappen. Zou ik mezelf ervan kunnen overtuigen dat ik volgende week voor niets of niemand hoger uit zou moeten komen?! Hoewel ik me dus prima gezond voel bij de tienduizend stappen per dag, werkt het voor mij ook als een te grote uitdaging die ik juist uit de weg zou moeten gaan. Daarom is een activity tracker voor mijn gezondheid niet echt goed! Ik moest maar eens gaan oefenen in niks doen, luieren en bankhangen 😀 Daarom doe ik net zo graag de rest van de middag warm binnen bordspelletjes (maar zonder snoep daarbij)
Geheimtaal voor een hardlooptraining
In het schema stond de volgende omschrijving:
![]()
Voor 45 minuten. Dat verklaart de 3×15 waarschijnlijk voor iedereen, maar voor de rest is dit natuurlijk een soort geheimtaal voor niet-hardlopers! 10Z1 staat voor tien minuten lopen in zone 1, waarbij de hartslag tussen de 120 en 135 slagen ligt, vervolgens 3Z4. 3 Minuten in zone 4 lopen, dat vraagt een hoge hartslag tussen de 161 en 175 ligt. Deze hogere hartslag maakt ook een hoger tempo mogelijk. ‘2steiger z1-z5’ betekent een steigerung: je begint zacht te lopen in zone 1 tot sprintstand in zone 5. En dat dus twee minuten; ik had uitgeteld elke 20-30 seconden iets harder. En ja, als je dat drie keer doet ben je 45 minuten bezig. Ik wilde vooraf even inlopen en koos ervoor dat ook een kwartier te doen om de hartslagmeter en mijn hart op gelijke hoogte te brengen. Is dit duidelijker?

Ik moest de hele dag moed verzamelen. Ineens kreeg ik een brainwave voor mijn nieuwe website en die wilde ik eerst wat helderder hebben voor ik ging rennen.
Ik zag er ook een beetje tegenop: zou ik dit gedoe met intervallen nog wel kunnen? En ik had geen route idee meer. Om 2 uur had ik de warme hardloopkleren aan, die geen overbodige luxe waren! Het inlopen ging lekker. Ik voelde ineens dat de hartslag omlaag ging, dan krijg ik het vanuit mijn nek warm over mijn hele lijf. En jawel, in de grafiek duikt de hartslag dan terug van 160 naar 150 zonder tempoverlies. Ik liep langs de wijk richting de vaart, nog steeds zonder route-idee. Ik deed over de eerste twee kilometer precies 15 minuten en toen ging het horloge aan het piepen: hartslag moet lager – hartslag moet lager. GRRRRR. Tempo lager, maar het gepiep hield stand. Ik denk dat ik tegen de wind in liep ofzo? Het waren lange tien minuten. Ik besloot aan de andere kant de vaart langs terug te gaan over de trekweg.
Ik verheugde me enorm op even uitsprinten, maar ik heb geen idee hoe lang drie minuten dan zijn. Op de brug was het zover: ik zette er de sokken in! Het tempo gaat van 8 kilometer per uur door naar bijna 14 kilometer per uur. Ik zet het op een tellen zodat ik ongeveer kan inschatten hoe ver ik er naast kom te zitten bij drie minuten, dat is voor de steigerung van 2 minuten die dadelijk komt. De drie minuten vlogen letterlijk en figuurlijk voorbij! En dan meteen het tempo enorm laten dalen en elke 20 seconden ietsje harder gaan. Ik wilde aan het einde op volle sprint zitten, maar ik ging nog iets te langzaam. Er gingen weer 10 minuten trahahahaaag lopen in. Uitrusten. Hartslag laten dalen. Het is in het grafiek erg goed te zien:
De Trekweg is recht en behoorlijk saai. Ik liep gewoon verder te denken over de patronen voor de website. Wederom duurden deze tien minuten erg, erg lang. Ik kwam twee auto’s tegen – tegelijkertijd uiteraard.Net voor de volgende brug mocht ik weer tempo maken! Eerst een stukje omhoog, maar omlaag gingen mijn voeten vanzelf! Het duurde wel wat lang voor mijn hartslag mijn tempo volgde. Weer drie minuten in een handomdraai voorbij! Deze keer ging de steigerung heel goed. Ik ging elke twintig seconden iets sneller en na een minuut zat ik op een comfortabel tempo en na anderhalf minuut op een hoog tempo. Dus ik kwam inderdaad sprintend uit op twee minuten!
Aan de linkerkant ligt de snelweg, maar de velden tussen de vaart en de snelweg zitten vol ganzen. Ik nam mijn telefoon voor een foto en zag dat de mensen waar mijn kind aan het spelen is, hadden gebeld. Ik belde terug en ze vroegen of ik hem kon komen halen (niks ernstigs hoor). Uhhh, ik kom eraan… Ik heb dan geen idee hoe ver het nog is en hoe lang ik nog onderweg ben, maar ik kan met dat tempo zelfs nog telefoneren! De rust van de loop is dan wel weg en het is zo mogelijk nog moeilijker om de hartslag laag te houden. Ik ga de grote brug over en heb mooi de tijd om dat op laag tempo te doen.
In het park mocht ik weer hard. Ik wist wel dat ik dat park dus door ging ‘flitsen’. Ik nam de hondenvrije route en toen zat de hartslagmeter niet meer helemaal goed. De hartslag kwam te hoog uit. Ik had het moeilijk met deze laatste versnelling, want ik vergat te tellen en het is daar vals plat. Ik ben er al vaker ingetrapt, maar ik hield mijn tempo hoog. Net voor de grote weg was ik klaar. Toen kwam de steigerung nog. Maar dat is knap lastig met een oversteek middenin. Dan valt de versnelling net verkeerd. En ik was moe. Ik kreeg het niet zo mooi voor elkaar. De oefening over, 7 kilometer in 3 kwartier. Maar nu kon ik in mijn ‘eigen’ tempo verder en ik had een beetje haast. Ik kringelde door de laatste wijk. Mijn tempo als ik dan wat vermoeid ben en niet wordt afgeremd door de hartslagmeter, ligt dan fijn op de 6:30. Ik besloot het laatste stukje de steigerung nogmaals te doen. De laatste rechte weg, bij elke zijstraat ging ik versnellen.
Ik wist niet hoeveel zijstraten er waren, maar het ging supergoed. De tijd ging van 7:40 per kilometer naar 4:01 per kilometer (van 8 km/u naar 15 km/u). Ik kwam rood en warm aan om mijn kiddo op te halen. Saampjes hobbelden we naar huis, hij vond dat ik te sloom ging en vertelde moeiteloos honderuit verhalen tijdens het rennen. Had ik er toch 11,5 kilometer opzitten in 5 kwartier. kI dah em tseb tkaamrev (mijn eigen geheimtaaltje, al voelde ik me meer vooruit dan achteruit gegaan)Slakjes op Theevisite bij het Asfalt
Mijn vriendin ging lekker mee voor de hersteldribbel die op mijn schema stond. Ik had maar twee eisen: langzaam en asfalt. Ik was helemaal klaar met modder, slijk en vieze schoenen. Ik had overigens nergens last van, er was geen spier of pees of blaar ergens in mijn lijf die pijn deed, nog geen stijfheid. Helemaal niets. Daar was ik wel verbaasd over (zelfs een beetje trots). Mijn vriendin vond het ook prima om eens rustig te lopen en we wilden naar de manege vanuit haar huis. Dat is voor mij via de andere kant! De paarse schoenen waren nog hard bezig met opdrogen, dus ik deed de witte weer aan.
Mijn dankbare taak was het drukken van het tempo en blijven kletsen; en ook luisteren natuurlijk! Bij haar huis was geen mist te bekennen, terwijl voor mijn deur de mist aardig aanwezig was. We liepen langs de ene Vaart en de zwanen riepen ons toe. Mijn hartslag ligt de eerst kilometer torenhoog boven de 160. Daarna zakt het ineens en dan blijft het lekker comfortabel laag. We kletsten over het feit dat wij er achter zijn gekomen dat we altijd veel te snel hebben getraind, dat wij 3 keer per week een wedstrijd liepen. Voor de rest keken we maar niet naar ons jogging-tempo op horloges. We liepen over het industrieterrein en daar werden wij (twee veertig-plussers) nagefloten door de bouwvakkers. Haha! Die zagen twee goede voornemens lopen- wij voelden ons twee slakjes op theevisite!
We namen alle vakantieplannen door, de boekbespreking en de kerstdagen kwamen ook voorbij. We liepen de mist in. En alles, alles was asfalt en beton. Harde, niet meeverende, weinig dempende ondergrond.
We kwamen langs de manege en vanaf haar kant ziet die er eigenlijk net zo troosteloos uit in de mist. We volgden de fietspaden. We liepen de brug op en ik had echt het gevoel het tempo te moeten drukken. Werden we toch weer nagetoeterd op de weg! Wat?! Zo mistig was het nu ook weer niet hoor…..
Ik voel al aardig dat mijn hartslag brug op ook nauwlijks meer oploopt en rond de 130 blijft hangen.Er komt een moment (binnenkort?) dat ik het echt goed aanvoel. Hoe lang we over de eerste 5 kilometer deden maakte me niet uit, het bleken wel 36 minuten te zijn. Alle kilometertijden begonnen met 7 minuten.
Langs de Vaart begon ik te merken dat ik….. (ik durf het bijna niet op te schrijven)
….
….ehhh….
…. (oké dan)
….
…..misschien liever het schelpenpad had gepakt. Ik liet me niet kennen en had iets te nadrukkelijk om asfalt gevraagd om daar nu op terug te komen, maar als ik alleen was geweest, had ik het parallelpad gepakt! Nu kletsten we gewoon door en werden de gedachten snel weer op de rechte, gemakkelijke weg geleid.
Met de mist was alles een beetje mysterieus, maar het was niet warm. Met ons dribbeltempo had ik net even spijt van lange mouwen en 1 zwart jasje. Het was gewoon 1 laagje te weinig bij 8,2 kilometer per uur. Ik merkte ondanks het gemakkelijke tempo en de eenvoudige ondergrond dat ik gisteren ook al hard heb gewerkt en we houden het op het ‘kleine’ rondje van 8 kilometer. Nog 1 brug over, nog 1 wijk door en na 58 minuten waren we nog lang niet moe of ernstig bezweet of überhaupt in de buurt van uitgeput, maar we waren lekker buiten geweest, zo’n beetje bijgekletst (al zijn we dat op de één of andere manier nooit) en we hadden toch netjes uitgedribbeld met een gemiddelde hartslag van 135. Als ik de eerste kilometer met een hartslag van 158(!) niet meetel, ligt de gemiddelde hartslag op 131. In dat licht bezien is 8,1 kilometer per uur een aardig opstekertje, want met kerst haalde ik de 8 kilometer per uur (net) niet bij dezelfde hartslag!CrossCup Almere Pampushout had beter pampusMODDER kunnen heten!
Eerst ging het kind hardlopen, twee kilometer door de modder. Hij deed het leuk, vond het leuk en had vieze schoenen. Toen gingen de heren thuis douchen. Ik was helemaal niet meer nerveus. Ik had wel zin om te gaan hardlopen, maar ik keek niet echt uit naar de modder. Ik ben denk ik te schoon voor drek 🙂
Ik deed de warme broek uit en trok toch het regenjasje aan. Hoewel het nog droog was. Mijn schoenen waren paars. Mooi paars. Om kwart over 12 mochten we vertrekken, en het eerste stuk was dringen geblazen. De 4, 6 en 8 kilometer starten tegelijk en we moesten een balk over. Ach, van een beetje modder ga je niet dood en de trainer raadde me aan de zijkanten te zoeken, maar ook de zijden van het pad waar al 100 paar voeten overheen was gegleden, waren glad. Er was geen gewone “weg”, alles was drek. En het stonk nog ook! Het heeft veel geregend de afgelopen dagen, dus alles, maar dan ook alles, was modder-slik-slijk-klei-drek-dras-nat. Ik had binnen een kilometer door dat het niet mijn lievelingstype ondergrond was. Om wat mensen in te halen ging ik meteen maar dwars door de modder heen. Daar heb je nog de meeste grip. We moesten een sloot over. Die stond ‘droog’ (relatief begrip als alles onder de modder zit).
En daarna dwars een veld oversteken. Dat vond ik leuk! Lekker pollen overhoppen; gewoon van de ene naar de andere glijden. Dat was nog eens iets nieuws! En veel te snel voorbij. Weer meer modder. Op het bospad. Naast het bospad. De hele tijd ben je aan het balanceren en corrigeren. En ik ben bang om te vallen. Bang dat mijn telefoon onder de modder komt te zitten en ik zelf ook. Ik zag het om me heen regelmatig gebeuren. De hele tijd moet je op je qui-vive zijn. Aan het einde zat nog een slootje. Ik hoefde geen parcoursrecords te vestigen, dus nam ik de sloot verstandig en kalm. Het grootste voordeel was dat het rondje kort was. Jammer dat ik dit drie keer moest gaan doen. De spreker noemde netjes mijn naam goed, maar ik zag alleen maar modder voor me. Ik liep er wel bij te lachen, maar ik heb niet echt zo genoten als op het strand.
Mijn trainer stond op het kruispunt en riep me toe. Ik keek op en gleed net niet weg. Op blijven letten! Ik vind dit een beste ondergrond voor trainingen, maar het tempo lag duidelijk ook op trainingsnivo. Je komt gewoon niet vooruit. In het tweede rondje werd ik al ingehaald door snelle mannen die wel ergens grip vonden. Of wie het helemaal niets uitmaakte. Of die spikes hadden- voor het eerst ooit zag ik daar wel een voordeel in! Slootje door deed ik weer graag alleen en ik hopte nogmaals door het veld. Het deelnemersveld lag al ver uit elkaar en daardoor was het iets gemakkelijk een soort van minst-glibberige route te zoeken door het bos. Want die modder in Almere is gewoon van die slikkerige klei. Soms ging ik maar gewoon door de plas, maar dan zit er een paar kilo extra klei onder je voeten. Ik had het warm en bond het regenjasje om. Het laatste stukje ging iets soepeler over gras. Maar na honderden voeten kwam ook daar steeds meer modder. Nog 1 rondje. Ik was er blij om. Ik vond geen ritme. Ik had geen last van spieren of zo en ook mijn benen waren niet moe, maar ik vond het gewoon simpelweg niet leuk. Ik vond er geen hol aan, kon er niet van genieten, wilde niet vuil worden en was bang om te vallen.
Drie minuten te vroeg aangezet in het startvak. Niet eens een hele slechte gemiddelde tijd, de omstandigheden in aanmerking genomen.
Ik kreeg een handje van de meneer naast de sloot. Ik werd ingehaald door deze en gene en ik vond het wel best. Op het veld was ik bijna alleen en ik glibberde, gleed en genóót met mijn armen lekker wijd uit. “daar doe je het voor” riepen de laatste twee toeschouwers. Ja, daar deed ik het voor, maar helaas bestond de rest van de ronde uit minder prettige slijk. En ik moest een beetje rechts houden om ingehaald te worden. Mijn voeten voelden aan als de modderklompjes die ze ook waren. Het laatste stukje dacht ik: ‘ach wat’ en ik haalde de mensen die ik voorbij had laten gaan nog even in. Ging mijn hartslag -die de hele tijd rond de 170 had gelegen nog even door tot boven de 175 en het tempo ging eindelijk tijden in de 5 minuten vertonen. Nog 1 keer die balk over, onder de viaducten door (daar lag notabene weer rul zand) en na 37 minuten rende ik de finish over. Moe. Zwaar. Niet blij. Niet leuk. Stil. Het waren maar 5,5 kilometer. Waarvan een halve kilometer leuk door het veld was. Inmiddels was het gaan regenen, koude regen. En er was alleen maar ranja en geen water. Ik wachtte op mijn loopmaatje die slechts 3 minuten langer over twee kilometer meer had gedaan en toen was het een schone broek aandoen en snel weg van de modder. Mijn schoenen waren bruin met grijs en vies. Thuis at ik eerst wat. Mijn voeten waren ook zwart en vies. Ik ging me pas weer wat beter voelen toen mijn schoenen naast die van het jochie schoongespoten bij de verwarming stonden.
Een douche deed ook wonderen, maar het duurde toch nog een paar uur en 6 keer verliezen bij Rummikub om een beetje trots te zijn dat ik deze beproeving niet voortijdig verlaten heb. Het is nu uren later en de officiële tijd is 37:11. Tiende van de 18 dames op de 6 kilometer. Ik heb geen last van spierpijn of iets. Ik ben er wel heel, heel erg moe van. Bij het uitlopen morgen wil ik uitsluitend asfalt zien! (er komen vast nog meer foto’s)









