Brief aan mijn loopmaatje:
Hi Man!
Je hebt wat gemist hoor…. Helaas voor jouw had je een verjaardagsverplichting aan de andere kant van het land, dus op deze vrijdag mocht je niet mee gaan hardlopen. Ik nam mijn vriendin mee en we wilden dolgraag de zonsverduistering gaan zien. Omdat ik nog iets goed te maken had, zouden we naar Schoorl rijden, ik had daar zoveel mooie onverharde paadjes gezien… Voor mijn vriendin was het de eerste kennismaking met onverhard lopen en ik begon haar meteen te vertellen dat kilometertijden van geen belang zijn!
Hopelijk voor jouw heb jij de zon wel gezien, maar op de A4 heeft mijn vriendin even een hapje uit de zon bewonderd alvorens de zon weer voorgoed achter de wolken verdween. Toen we (vanaf de verkeerde kant) Schoorl in navigeerden, werden we ineens bang dat het nog zou gaan regenen. Tot we ons ietsje later realiseerden dat het gewoon donker werd door de zonsverduistering! Verdwaald zijn in een unheimisch licht, was al een gewaarwording. Ik herkende de parkeerplaats wel, maar het beginpunt was daar niet. Dus we reden nog verder. De zon liet zich niet zien, maar mijn gevoel was wel gelijk met een eclips: het klopt niet qua wolkendek en regenkansen, te weinig licht en ik voelde me onrustig. We vonden het startpunt bij het centrum van Staatsbosbeheer. De vogels kwetterden en voelden zich ook vreemd.
Wij gingen de witte paaltjes volgen. Je kent mij en paaltjes, maar deze keer had ik het beter voorbereid (op het vooraf verdwalen na dan). 17 Kilometer in twee uur. Heel haalbaar toch? Toiletbezoek, betaald parkeren, kwart voor 11 en wij gingen het licht weer tegemoet lopen. Omdat de paaltjes rechtsom akelig richting de hoge trap gingen, kozen we de route linksom te lopen. We hadden zelfs vooraf gekeken of we eventueel konden afsnijden!
Geen zon, veel bomen en we begonnen meteen met stijgen en dalen. We liepen door het bos en het tempo hoefde en mocht niet hoog liggen. Mijn hartslag moest laag blijven, maar ik mocht ‘spelen’ in zone 1 en 2, dus ik had geen beperking. De hartslagmeter werkte direct mee, wat wel eens prettig was. Het was voor mijn vriendin even wennen toen ik riep na een kilometer dat ze niet naar de tijd mocht kijken en dat we niet op het asfalt liepen, maar het gaf wel rust.
En ze kon prima meekomen. We hoopten nog een glimpje zon op te vangen, maar dat mocht niet baten. Wel werd het lichter. Er liepen nog een paar anderen door het bos, maar het was stil en rustig.
Als jij denkt dat wij onderweg veel bepraten, dan zou je eens met ons ‘meiden’ mee moeten lopen! Alhoewel, ik denk dat we dan stil vallen; maar ik wil ermee zeggen dat wij echt alles bespreken, maar dan ook heel veel, aan één stuk door en onafgebroken. De bordjes wezen ons naar een mooi uitzichtpunt, je snapt dat we daarvoor flink moesten stijgen! We liepen langs de verharde weg waar ik met Zelia heb gelopen, maar nu over de bospaden. Het beviel me prima, al leek het weer veel meer omhoog te gaan dan omlaag. We liepen door de bossen over weggetjes met namen als de Basweg en de Keetweg. De witte pijlen waren goed te volgen, maar het was een groot nadeel dat ze op een witte achtergrond stonden, stel je voor…. Gelukkig waren er veel paaltjes en hebben we geen moment het idee gehad dat we een paaltje zouden kunnen missen.
We kwamen op een punt waar ik Zelia ook gefotografeerd heb. Nu namen we het glooiende naastgelegen duinpaadje in plaats van het asfalt fietspad. Ik zag mezelf daar nog lopen (als in wandelen) en ik kreeg het bijna te kwaad, in letterlijke en figuurlijke zin. Wij staken door richting het strand en ik weet dat ik dat destijds graag had gewild, dus het was heerlijk dat nu te kunnen doen! Het fietspad was op deze vrijdagochtend net zo verlaten als toen ik daar tijdens de Groet Uit Schoorl-run was.
Toen kwamen we het bos uit en in het mulle zand van de duinen terecht. Dat was voor mijn vriendin haar heup iets te zwaar, dus we wandelden een stukje. Weet je dat ik het nu helemaal niet erg vond? Ik was heerlijk op een lage hartslag onverhard door die prachtige duinen aan het lopen en het was niks erg als kilometertijden de pan uit zouden rijzen, want daar ga je nu een keer niet voor. Mijn vriendin ging niet aan het wandelen omdat ze baalde dat ze daar was, maar haar lijf protesteerde gewoon iets te heftig!
We kwamen voor een trap te staan omhoog en ik kon me helemaal uitleven. Hard omhoog (zal het best zone 2 geweest zijn) en door het mulle zand met mijn armen wijd nog harder naar beneden! Ik kon me helemaal laten gaan en ik genoot met volle teugen.
Zowel mijn vriendin als ik genoten van de duinen en we hadden geen enkele stap spijt van de route, de duinen of het zand. Zij ook niet. Ben je al jaloers?! Inmiddels waren we zo’n 5 of 6 kilometer onderweg en ook mijn vriendin was óm voor wat betreft onverhard lopen, maar dat mulle zand was haar keuze niet.
Nog 1 stuifduin en toen zagen we de zee! De zonsverduistering was voorbij, maar de zon liet zich nog niet zien. Het licht was weer normaal.
We kozen het harde zand langs het strand. Tegen de wind in, niet dat er veel wind was, maar op het strand hóór je wind tegen te hebben toch?! We dachten nog wel aan je hoor. Eventjes.
Alvorens ons een ogenblik zorgen te maken over het feit dat we de witte pijltjes-paaltjes niet meer konden zien. We wisten dat we tot de strandtent moesten en daar zat onze escape-route, maar het was helder dat we die niet gingen gebruiken. Voor ons liepen zestig-plussers te wandelen en wij gingen ze hoe-dan-ook inhalen. Het was heerlijk op het strand.
Gelukkig zagen we het paaltje op ruime afstand. Dit was de enige die een witte pijl op een grijze ondergrond had. Wel zo gemakkelijk! We moesten een iets te steil duin over, zelfs ik kon amper blijven rennen… Hier heb ik met Zelia gewandeld, maar nu mochten we het fietspad weer oversteken en de duinen door. Heerlijk. Buitenaards mooi. Lage begroeiing, mul zand, smalle paadjes. En geen haast. Ik droeg mijn metgezel op zich niet te forceren en als ze wilde, gewoon te wandelen, maar ze gaf niet op. Mijn benen zaten vol positieve kracht en wilden van paaltje naar paaltje, omhoog! De toppen langs! Verend naar beneden! Wat ik op 8 februari aan genieten miste, haalde ik nu dubbel en dwars in. Revanche, met een hoofdletter.
Wetend dat het fietspad een stukje verder loopt, terwijl je zelf nu over de duinpaadjes slingert, voelde als een ongekende weelde aan.
We kwamen bij een supersteile duin. De route ging er omheen, maar ik moest en zou naar boven. Je begrijpt dat wel…. Jij zou ook meegegaan zijn, mijn vriendin liet mij even zelf gaan. Het was Z W A A R. Voor de eerste keer deze week (na al die trappen en blokken sjouwen, na alle spierpijn) hielp de gedachte aan Eau Rouge me niet, dit was nóg zwaarder. Halverwege had ik spijt, echt waar. Mijn schoenen vol zand, amper houvast, mega-steil. Ik dacht: dit red ik niet. Maar terug ging ik niet, ik ging op handen en voeten omhoog! Heus! Jij zou me vast ingehaald hebben, maar ik dacht op een meter of 5 van de top nog: ik ga terug! Al was dat net zo lastig, dus ik deed het maar niet.

Het uitzicht was adembenemend. Onecht. Prachtig. Woordeloze rijkdom. Puur. Levende stilte. Kunst zonder lijst.
Heel in de diepte zag ik het roze jasje, maar verder was er niemand. Zelfs geen afdrukken in het zand.
Ik stoof naar beneden. Nog meer zand in mijn schoenen. Het grote nadeel was dat het nu niet mooier meer werd. Alhoewel… Er lag een duinmeer voor ons. Midden in het water stond het paaltje!
Er stond nog net niet op dat we rechtdoor moesten. Kun je wel geloven dat de modder een aangename verademing was na het zand?!
De ganzen schoten voor ons weg en toen ging het bijna mis, we benaderden het paaltje van de verkeerde kant en toen leek het of we terug moesten lopen. De route kon twee kanten op gelopen worden en wij waren inmiddels wat moe geworden. Het duurde even voor we snapten dat we uiteraard naar boven moesten lopen. We wilden even een vlak schelpenpad graag en jawel! Dat kregen we voorgeschoteld ook! 200 Meter. We werden meteen door fietsers ingehaald. Toen lagen de glooiende duinen met mul zand weer op de route. Helaas (?)
Het waren de laatste stukken mul zand. Ze waren zwaar. Ik had inmiddels honger en ik nam maar een dextro om nog omhoog te ploegen. We bedachten dat jij vast jaloers op ons zou zijn, dat wij hier door dit prachtige gebied liepen te genieten. Daarna bedachten we dat wij alle redenen hadden om jaloers op jouw te zijn, omdat jij vast lekker aan de taart zat. De volgende twee duinen liep ik met het mantra taart-taart-taart naar boven. Daarop besloten we dat wij toch iets door moesten lopen, zodat wij aan het einde ook nog tijd over hadden voor een stukje welverdiende taart. Toen kwamen we weer in het bos. Klaar met het mulle zand, hoopten we zo. We hadden er 15 kilometer op zitten en ik was eerlijk gezegd wel aan het aftellen. De twee uur waren ook om.
Het was wel leuk om weer eens een niet-plat hoogteverschil te hebben! Mijn hartslag bleef lekker laag. Toch moest ik ook omhoog ploegen en me telkens richten op de volgende berg, of het volgende paaltje met een witte pijl. Gelukkig is mijn vriendin een doorbijter, ze bleef in elk geval zo veel mogelijk hardlopen, misschien wel onder het mom van: dan zijn we d’r eerder, maar ze ging gewoon door. We kletsten wel minder nu inderdaad; het verhaal afmaken wat ze begonnen was, zat er niet in. Dat verhaal heeft ze in de auto op weg naar huis maar afgemaakt. Het mulle zand was nog niet voorbij. Het bleven maar duinen. De route heette dan ook de stuifduinenroute…
Toen was er 1 duin in het bos die heel, heel lang omhoog ging en maar bleef stijgen. Ik bleef hardlopen. Dit was echt minstens zo zwaar als de Belgische Ardennen, maar dan mul zand op de koop toe. En boven was nog niet boven, maar nog iets verder omhoog ook! En toen waren we er dan ook wel. Op de hoogste duinen van Nederland. Met uitzicht op het eindpunt, het centrum. Beneden. Heel ver naar beneden, onder aan de trap.
Ik voelde me heel erg rijk. Had ik halverwege nog ergens het idee dat het moeilijk zou zijn om geen halve marathon te willen lopen nu ik toch in Schoorl was, toen ik het eindpunt zag liggen onder me, vond ik dat niet meer zo belangrijk. Dat het geen 17 kilometer zou worden, kon me ook gestolen worden. Dat de twee uur al lang voorbij waren, deed me ook niks. Trap en taart.
Mijn vriendin ging eerst naar beneden en ik ging nog een keer terug omhoog om alle treden te tellen. En er was nog een trap en nog 1. We renden nog steeds snel naar beneden hoor. Ik telde me suf. 250 treden. Ha! Waren wij even blij dat we daar niet begonnen waren zeg. Stel dat we die trappen omhoog hadden moeten lopen! Met schoenen vol zand trok ik nog een sprintje op de laatste 100 meter. Heerlijk!
De biologische appeltaart was voortreffelijk en de zwarte thee meer dan welkom. Mijn gemiddelde hartslag was 136! Maar ja, ik heb niet enkel hard gelopen. Ik heb wel enkel genoten. Soms gestopt, soms gewandeld; maar alles was ongedwongen en alles was even mooi. Het leek Schotland soms, de Soesterduinen soms, de Utrechtse Heuvelrug was er niks bij, maar het was de hele tijd Schoorl van de beste kant. Die heb je mooi gemist maatje! En je hebt een nog groter probleem: mijn vriendin is nu ook om voor wat betreft onverhard lopen en kilometertijden loslaten. Tja, als jij straks ook hardloop’les’ hebt gehad en nog sneller loopt dan ik, moet ik ook naar een nieuw loopmaatje gaan uitkijken! Nee joh, geintje… Maar verzin jij maar eens een plek waar ik je naar toe mag rijden die minstens net zo leuk is als deze duinen! Egmond aan Zee? De Veluwe? Het Naardermeer? Kom maar op, ik vind het onverhard lopen in de lage zone ook superleuk tegenwoordig!
Veel succes bij je komende wedstrijd zondag. Hopelijk kun je lekker hard over het asfalt knallen en haal je de streeftijd die je zelf in je hoofd hebt, maar nog liever de streeftijd die ik voor je in gedachte heb! Welke tijd je ook haalt: geniet ervan.
Groetjes Anke
Revanche op de Schoorlse Duinen
T IJ d
7 Uur is vroeg, tenminste voor ons. Vroeg op. De bouwvakker komt een nieuwe muur zetten en twee nieuwe deuren plaatsen. Daarvoor moet eerst nog een muur worden gesloopt. 9 Uur zijn we klaar met dat laatste: de oude muur ligt in stukken beneden – twee trappen lager. Door ons naar beneden gesjouwd. Ik ga vandaag verdiepingen scoren!
11 Uur: Ik heb zo’n 18 cellen-beton blokken van 19 kilo per stuk twee verdiepingen op gesjouwd. Het was een lang uur. Ik dacht vaak: dit lukt me ook; als je Eau Rouge op kunt lopen…. In tijdsblokken van drie. ‘Neem de tijd‘ zegt de bouwvakker. Ik vraag me de hele tijd af of ik straks nog wel ga hardlopen. Straks…. Later…. Hoe laat? Alles draait om tijd.
Tijd is een subjectief begrip. Tijd is soms een eeuwigheid en soms te kort. Tijd is een minuut, een maand, een eeuw. Tijd staat op het horloge, maar er is ook gevoel voor tijd. Tijdelijk.
17:45 De muren en deuren staan. Ik heb mijn 10duizend stappen gezet en 90 verdiepingen op en neer gelopen. Om half negen moet ik nog snel rennen om te gaan stemmen.
Om 9 uur staat mijn loopmaatje voor de deur. Tijd om te gaan lopen. Hardlopen op een laag tempo. Door de seizoenen – buurt. We gaan de maanden langs: januaristraat, februaristraat….. Op en neer, op en neer. We gaan langzaam. De kilometertijden beginnen allemaal met een zeven. Meer zit er voor mij niet in. Maartstraat, Aprilstraat….
Ik heb medelijden met het loopmaatje: die moet zo langzaam met mij meesloffen en mijn hartslagmeter blijft piepen omdat ik het niet onder 135 kan houden. Meistraat, langs de winkel, junistraat, julistraat. We kletsen en dit half uur gaat sneller en gemakkelijker om dan dat uurtje blokken tillen. Augustusstraat.
Ik ben moe. Alles voelt moe aan en mijn tempo ligt niet hoog. Maar ik hou dit gemakkelijk vol. Septemberstraat (op tijd draaien), oktoberstraat. We hebben alle tijd voor gesprekken over instincten. Novemberstraat. En dan…. niet het decemberpad op!
We nemen een afslagje verder, ik wil nu een keer de bochtjes maken van de hofjes! Ik mag 5 kwartier lopen en het gaat niets sneller. De hartslag blijft redelijk binnen de perken nu. Hofje rond, hofje rond, hofje rond. Het figuurtje gaat kloppen! Dit is natuurlijk…. de Maandenweg! We lopen de minuten weg op de maandenweg.
Als we door het donkere bos moeten, gaat mijn hartslag weer omhoog, dus we kiezen de veilig verlichte weg. Het park. 5 Kwartier, de tijd is om. 10 Kilometer. Langzaam. Maar onafgebroken gelopen. De tijd goed doorgebracht. Tijd om te gaan slapen! Ik neem later wel de tijd voor het verslag. Als de tijd er rijp voor is. 🙂
Lost In Time -> Lost in Spierpijn
Op deze prachtige lentemiddag vond ik mezelf met een vriend en mijn kind lopend (en soms rennend) in Amersfoort achter een ipad aan. Het was een moderne speurtocht, die ons bij de tijdpoorten van Amersfoort bracht en ervoor zorgden dat we met emmers water (op de ipad) rondrenden en achter virtuele kazen aan holden! Het was een buitengewone leuke ervaring (www.lostintime.eu), maar ondanks dat het tempo niet hoog lag, was het toch wat vermoeiend… Niet dat ik er een training voor skip, maar ik had mijn tienduizend stappen al ruimschoots gezet!
Wat was ik blij dat er zich nog een dame meldde bij de snelle groep mannen die om de trainer stonden. Ik zou wel achteraan lopen, maar niet op een straatlengte afstand! Inlopen was blijkbaar zwaar: ik voelde me stijf, en blijkbaar moest mijn hart helemaal op gang komen.
Ik heb een hartslag van 223 gemeten!
Ik vermoed toch echt dat dit om een meetfout gaat…. Na twee en een halve minuut zwakte de hartslag af na 135, dus dat is een geruststelling!
We gingen met 3 steiger runs inlopen. We bleven op het kruispunt hangen vandaag, tussen de 2 houten bruggetjes en de hoge brug in. Lantaarnpalen tellen. Zes lantaarnpalen naar boven rustig duurtempo, naar beneden hoog tien-kilometer tempo. Keertje links, keertje rechtdoor, keertje rechts. Dan dat vier lantaarnpalen alle windrichtingen op en nog eens een keer zes en tussendoor mochten we rusten. Het klinkt allemaal lekker lost-in-time&tempo, maar ik hoefde alleen maar op de heren en dame voor me te letten… Ik kon bij de zes lantaarnpalen de dame voor me inhalen met mijn tien-kilometertempo en dat was wel fijn. In je uppie voorop rennen is niet echt leuk, maar in je eentje achteraan motiveert nog veel minder.
De trainer stond lekker op te scheppen dat hij nog best de 10 kilometer onder de 40 minuten zou kunnen lopen, zeker als hij ging trainen, maar nu bleef hij gewoon midden op de kruising staan om oefeningen voor ons te verzinnen. Wij meiden mochten 6 lantaarnpalen rennen, de heren moesten er 8 of 10 doen. Heen rustig, terug de helft op 10 kilometer tempo en daarna in een stijgende lijn (steigerrun) nog iets harder de andere helft doen.
De trainer vertelde me mijn knieën meer naar voren te duwen. Ik vond die opdracht wat raar, maar ik ging het toch proberen. Het zit niet zozeer in mijn knie, maar in het feit dat ik dan mijn voet meer afzet. Korter grondcontact, langere zweeffase, sneller. In plaats van steeds harder, probeerde ik steeds ‘hoger’ te komen. Dat maakte de oefening aanzienlijk anders en meer een oefening in loophouding als een steigerrun. Heel grappig. Het was wel zweten geblazen! Ik vond de uitleg heel waardevol en leerde echt iets over mijn loophouding. Nu ik er zo op lette, merkte ik dat ik ook in de rustige fase mijn grondcontact als vanzelf verminderde. We moesten 5 keer lantaarnpalen tellen en toen liepen wij dames ver uit (of achter) op de heren.
Wij kregen onze eigen kant om op te lopen: 10 lantaarnpalen rustig kletsend heen en 10 lantaarnpalen terug waarbij we elke 2 palen ietsje harder moesten gaan. Tijdens het kletsen blijkt dat ik met een ware marathon-virtuoos meeloop, die er al vier op haar naam heeft staan en niet langzamer dan 4 uur en 1 kwartier over de marathon doet. In de sprints was ze minder sterk. Toen moesten we tussendoor in squathouding gaan zitten, gehurkt zonder steun zeg maar. En nog eens tien lantaarnpalen aftellen en op en neer rennen. Ik voelde ineens dat ik spieren had! Zou ik een keer spierpijn kunnen krijgen?! Dat heb ik echt nooit, maar nu begon het er aardig op te lijken.
Omdat de mannen nog niet terug waren, mochten we nog een keer na een squat van 40 seconden voor de laatste keer lantaarnpalen tellen: zacht heen en voor mijn gevoel nu toch wel eens ietsje minder hard terug. Dat kan ik niet zo goed, ik ga gewoon toch lekker iedere keer ietsje harder! Ik merkte echter aan alle kanten dat er al 23000 stappen op zaten en dat mijn lichaam het meer dan genoeg vond.
We liepen rustig uit en deden nog een hele goede cooling-down, maar helaas: het mocht niet baten, mijn spieren protesteerden eigenlijk al meteen! Zeurende pijn in de kuiten en benen: jawel, ik kan ook spierpijn hebben! Het zit voornamelijk links in mijn onderbenen. Deze directe spierpijn komt door de ophoping van melkzuur, een afvalstof in de benen die niet snel genoeg kan worden afgebroken. Door de squathouding is het nog moeilijker gemaakt om het melkzuur snel af te breken en nu moet mijn lichaam leren om dat volgende keer sneller aan te pakken. Dat heeft de trainer uitgelegd. Misschien had ie mijn spieren hier niet aan moeten herinneren?!
update 17-3: Voor mij is het lastig om de spierpijn te onderscheiden van de blessure-pijn, want ook mijn rechter-enkel voelt stijfjes aan. Op deze ochtend krijg ik last van de verlate spierpijn: nu doen mijn hele benen pijn en ook mijn enkel voelt pijnlijk aan. Op de deze dag meer rechts dan links. Deze spierpijn komt van hele kleine spierscheurtjes. Vandaag moet het lichaam weer aan de gang om die op te lossen en de spieren worden daar sterker van. Uiteindelijk. Ga ik niet alleen in mijn hoofd een nieuwe loophouding leren, maar ook aan de spieren en het lichaam. Ik ben nog niet verloren! Maar om vandaag weer met een ipad op speurtocht te gaan, dat zou ik niet zien zitten….
Ank'ora' de Ontdekker Gaat Nuchter op Pad
Dit is Dora
De meeste ouders met kleine kinderen kennen Dora. Dora gaat in afleveringen van een kwartier op Ontdekkingsreis en de peuter/kleuter kijkt mee op TV. Dora neemt haar vriendje Boots mee. Vanmorgen ben ik als Ankora in haar voetsporen getreden, ik heb om half 9 mijn persoonlijke Boots aangedaan en ging op 1 bekertje water naar buiten (nuchter voor het ontbijt was de opdracht)
Dora’s andere metgezel is haar backpack Volgens het telkens weer klinkende liedje: Rugzak! Rugzak! Mooie dingen, gekke dingen! Rood, of geel, of blauw!! Ik heb alles wat je nodig hebt! En alles is voor jou!! Rugzak! Die neem ik voor dit uurtje hardlopen niet mee, maar ik doe mijn “camouflage rainjack” aan. En dan klinkt de muziek weer van de begintune: Kom mee Dora!Di dididi di Dora, di dididi di Dora Di dididi di Dora, di dididi di Dora
Dora, Dora, Dora klik op Dora! ‘t Is weer dolle pret ga mee met Dora
En jij moet helpen, doe mee, stap in. Come on… Jij gaat met ons mee!
Ik mis: De Kaart. “Moet je nodig ergens heen Treuzel dan niet en kijk meteen, op de kaart Op de kaart 10x ! Op de kaaaaart!!” Die kaart moet ik in mijn hoofd maar eerst eens uittekenen. Er moeten drie doelen op komen te staan: De Verre Brug, de Nog Te Bouwen Uitkijkheuvel en het Oostvaarderscentrum. En daar gaan we dan op laag tempo met een lage hartslag en als einddoel: Weer Thuis.De muziek start weer: Brug , Heuvel , Centrum Everybody come on, Kom allemaal mee
Wees niet bang, het lukt je Het wordt een heel leuk stukje
Waar gaan we heen? Naaaaaaaar De Burg!
Ergens hoorde ik dit muziekje tijdens het lopen in mijn hoofd en dan kom je er niet meer vanaf, in welk tempo je ook rent! Onderweg zijn er allemaal “uitdagingen” die moeten worden opgelost door Ankora:
Uitdaging 1 dient zich direct aan: Hoge hartslag. Hoe die te verlagen? 1 Kilometer later is het opgelost! Dat ging vanzelf. Zo gemakkelijk Check.Uitdaging 2: Honger. Niet aan denken. Straks paaseieren eten. Niet aan denken. Paasei-paasei. Neehee. Boterham met kaas. Met of zonder komkommer? Ik ga gewoon aan iets anders denken. Weegschaal. Ook geen goed idee in combinatie met eten. Chocolade. Melk. NEEHEE. Nog ‘s proberen aan iets anders te denken: Waarom kappen ze hier naast de ring de mooie hoge bomen om en komen er weer kleine boompjes te staan?! Typisch Almere. Gelukt 🙂 Check.
Daar is de Brug! Tamtam tamtam tamtatatamtam! de Brug! We hebben de verre brug! Door het bos naar de Uitkijkheuvel. Tamtam tamtam tamtatatamtam. Saai tempo, goede hartslag, lekker genieten. Het is niks koud.Uitdaging 3: Vogeltjes. Ik hoor heel veel vogeltjes en ik herken ze geen van allen. Ik zie een Vlaamse Gaai. Verder zie ik niemand anders. Tempo: check Hartslag: Check Omgeving: Check
Daar is de Uitkijkheuvel! Tamtam tamtam tam tata tamtam! de Uitkijkheuvel Die Nog niet Af is! We hebben De Uitkijkheuvel! Die ging lekker snel. Nu naar het trein-viaduct. Tamtam tamtam tamtatatamtam.
Uitdaging 4: Paarden tellen. De hele rand van de Oostvaardersplassen staat vol paardjes. 123456789 101112131415 1617181920212223 24252627282930…… Het zijn er teveel! Weet je wat? We bewonderen ze gewoon – wel een kilometer lang. Check.Uitdaging 5: 5 Kilometer. 32 minuten en 30 seconden. Snel? Nee Moe? Nee Zon? Nee Genieten? Ja! Check.
Daar is het Centrum! Tamtam tamtam tamtatatamtam! Het OostvaardersCentrum! We hebben het Oostvaarderscentrum gehaald! En nu? Door naar huis, via de verre kant en een hertje als het even mee zit. Tamtam tamtam tamtatatamtam.
Uitdaging 6: Het Intervallen Pad. Doen we het of niet?! 1 Paal (nog) rustiger, 1 paal hard. Voor deze keer dan…. Hard gaan is voor deze stukjes vreselijk leuk en gemakkelijk. Mijn benen zijn blij met me. Check.Uitdaging 7: Er rijdt een auto door het afgesloten bos. Het bos waar de herten mogen lopen. De auto verjaagt de herten. De auto mag dat. De auto is van staatsbosbeheer. Nu vind ik staatsbosbeheer even niet zo leuk. Ik zwaai toch naar de boswachters. Goede daad: Check.
Uitdaging 8: De brug op, langzaam. Nog langzamer. Andere hardlopers. Die gaan ook langzaam. Bootcampers. Zou ik dat ook moeten doen? Snel weer aan iets anders denken: paas-eieren. Fout. Maar ik realiseer me dat ik nu wel echt trek krijg. En plek moet maken voor de boterham-met-kaas. Liedje van Dora: Moet je nodig ergens heen …… Wel goed in combinatie met de weegschaal! Ik zwaai even naar de oma van een kind van school – aandacht afgeleid. Check.
Uitdaging 9: Tijdslimiet van 3 kwartier gehaald. 7 Kilometer. Grote Check. Nog niet thuis. Mag het park nog door. Eerder van de week 10 minuten over, dus die komen er nu lekker bij. Rustig uitlopen. Lastige combi met probleem 8. Moet je nodig ergens heen Treuzel dan niet en kijk meteen Toch maar rustig aan doen Kleine Check
Everybody come on, Kom allemaal mee Wees niet bang, het lukte Het was een heel leuk stukje We zijn thuis! We hebben het weer gehaald! 53 minuten. Acht kilometer.Gemiddelde hartslag:138, zonder de eerste kilometer 133; dus is de opdracht CHECKed ** De weegschaal laten we buiten beschouwing en het worden twee boterhammetjes met hagelslag en een beker chocomelk. Tijd om een muurtje verder te slopen op deze zaterdag.
Het Knarbos
Mijn loopmaatje en ik reden naar het Knarbos. Onderweg zagen we diverse hardlopers die in Almere bleven. Wij gingen echter naar de Knardijk, de dijk die Oostelijk en Zuidelijk Flevoland van elkaar scheidt. Waar vroeger de haven lag, ligt nu een bosrijk gebied wat er om vraagt om eens verkend te worden.
Kwart over 9 gingen de horloges aan voor een rondje onverhard. Ik moest in zone 1 blijven met een lage hartslag en ik wilde het eens uittesten of mij dat zonder hartslagbeperking op het horloge zou gaan lukken.
We liepen tussen de fluitende vogels door. Op al dat gekwetter na was het doodstil in het bos. Wij lieten het even zo. Mijn loopmaatje stelde een goede vraag, maar ik had nog geen zin om er antwoord op te geven. We volgden een pad met voetjes-aanduiding. Er was ook kunst te bewonderen. Ik moest naar de WC en na een kilometer zocht ik een boompje op. Mijn hartslag is de eerste anderhalve kilometer loeihoog, boven de 175. Ik voel nu als ik opgewarmd raak en dan daalt de hartslag spectaculair. Dan is de stijfheid weg, krijg ik het van binnen uit warm en komt het gelukzalige gevoel opzetten wat voor mij bij het hardlopen hoort.
We bleven lekker onverhard aan het lopen. Deze keer konden tijden en kilometers me helemaal niet boeien, ik ging gewoon lekker lopen. 1 Uur en 3 kwartier. Mijn loopmaatje had een route uitgezet en ik volgde hem blindelings. Na een kilometer of twee waren we het eerste rondje rond.
We kwamen bij de oude haven en ik verkoos het gras en het hoge pad boven de steentjes. Inmiddels had onze stilte plaats gemaakt voor bijkletsen over de andere lopers die we kennen en hun vorderingen. Het was maar goed dat de tijden me niet boeiden, want ze waren niet bepaald om over naar huis te schrijven.
Het zonnetje was voornamelijk fel, want de warmte ontbrak nog. Toen we het haventje rond waren, moesten we een stukje fietspad volgen langs de Vogelweg. Ik hield zo’n beetje mijn hartslag in de gaten, en die bleef aardig onder de 140 liggen. Aan het tempo voelde ik ook wel hoe het liep. Het volgende stukje lag even verderop. Overal in Flevoland zijn plekken gemarkeerd waar scheepswrakken liggen, maar hier was een ander soort markering:
We pakten de voete-route weer op. Inmiddels druk kletsend. Onderweg ‘bewonderden’ we wat kunst en bleven we lekker onverhard lopen. Na 7 kilometer klopte de route niet meer zo precies als die was uitgezet volgens mij, maar ik maakte me daar (nog steeds) niet druk om. We kozen een route over het natte gras. Nou ja, een keuze… Het liep meer zo…. Daar krijg je wel natte voeten en schone schoenen van.
Al kwebbelend over opvoedkwesties, kwamen we langs een soort kunst van schuilhutjes van Jenga-blokken. Zielig loopmaatje van me: die moet in sloom tempo lopen met een moeder kletsend over opvoeding die nog niet eens in de route geinteresseerd is ook! Desalniettemin was het gruwelijk mooi. Bos, ineens overwoekerd, watertjes, weilanden; Flevoland had het daar allemaal geëtaleerd! Er was zelfs enig hoogteverschil! We kwamen langs de weg te lopen en namen het gras in plaats van het fietspad. Zo snel mogelijk staken we het bos weer in. Daar stond warempel een auto van het Flevo Landschap. Een andere levende ziel zagen we echter niet.Al slingerend kwamen we het hele bos zo’n beetje door. Het was afgelopen met mijn lage hartslag. Ik had wat trek – waarom probeer ik toch steeds weer op wat magere yoghurt en een cracker te lopen?! We kwamen over een eng bruggetje en voor de foto moest ik er ook nog twee keer overheen. Terwijl ik stil stond om moed te verzamelen, lag de hartslag al niet onder de 130!

Zowel het einde van de tijd als het einde van de route kwam in zicht. Er lag nog een klein stukje verhard voor ons langs het Flevolandschaps-centrum, maar zo snel mogelijk schoten we het bos weer in terug naar de Knardijk. Inmiddels ging ik de vraag uit de eerste kilometer beantwoorden.
Mijn inschatting dat we een kilometer of twaalf hadden afgelegd was verre van juist: het waren er 15. Bij mij tenminste ook, na nog een extra rondje van 200 meter terwijl mijn loopmaatje in een deuk lag omdat ik extra moest lopen om hetzelfde te lopen als hij. Precies 1 uur en 3 kwartier. Dat maakt de snelheid niet al te hoog, maar ach, ook in dit tempo kun je in 5 uur een marathon volbrengen! Dat is namelijk de andere kant: dit levert vrijwel geen vermoeidheid op en zou je uren vol kunnen houden. De hartslag is nog wel een puntje: de gemiddelde hartslag lag op 144, dat is toch echt zone 2. Excuus: verkoudheid. Excuus 2: Onverhard. Excuus 3: Lekker niet belangrijk. We hebben namelijk heerlijk gelopen en dit prachtige bos met dit prachtige weer droeg zijn steentje aan een fijne ochtend bij.
Training die niet de mist in ging….. maar de mist uit!
Het was zo’n lente-ochtend die aan aan mooie dag vooraf gaat… Het had gevroren ‘s nachts en boven de laag rijp die over alles heen lag, hing een iele mist. Ik kon mijn vriendin bijtijds ophalen (om half 10) om mee het rondje te maken, zodat we iets verder konden rijden het Pampushout in. 1 Ding wist ik zeker: geen onverharde paden! Ik ben geen Pampushout-fan sinds de crosscup van dit jaar! Natuurlijk was het eerste pad wat we namen… onverhard! Er kwam een andere hardloopster uit de mist opdoemen en wij sloten aan. Een half uur op een hartslag tussen de 116 en 135 (Z1), een half uur op een hartslag tussen de 135 en de 154 (Z2) en dan nog een kwartiertje intervallen – zo luidde de opdracht.
Ik had in het begin even wat last van stijve benen, maar lastiger vond ik het dat mijn hartslag boven de 175 lag. Ik liet ‘m maar piepen even. Had ik het koud? Nee, ik had genoeg kleren aan, maar ik moet echt altijd even opstarten.
We namen het Da Vincipad. En dan ineens, binnen twee minuten daalt mijn hartslag van 175 naar 125. Heel raar. We zagen een zwaan en een reiger. Hier en daar een voetganger, maar de mist maakte alles wat minder ruimtelijk. Soms heb je mist die je opsluit en omringd, maar dit was een twinkelende mist, waar de zon al langzaam doorheen probeert te stralen.
We kwamen op de Oostvaardersdijk en besloten dat we het volgende punt eigenlijk niet konden missen, al konden we dan niet ver vooruit kijken in de mist. We kletsten de hele tijd door over het VOC schip waar ik gisteren met de school was en het glasblazen wat mijn vriendin heeft gedaan. We moesten een tandje harder gaan lopen. Dat was even wennen, want we gingen net de dijk af naar beneden en dan wil de hartslag niet zo snel omhoog. Heel langzaam won de zon meer en meer terrein. We kwamen langs het kunstwerk Love En Polder Garden.
En voor mijn gevoel ging in de volgende bocht ineens het zonlicht aan. De mist stijgt weg als optrekkende rook en dan kan de dag echt gaan beginnen, zo voelt het. De zachte kleuren maken plaats voor heldere licht.

En ineens zagen we mijn auto alweer staan! We waren nog niet rond en nog niet eens toe aan de intervallen! Dus we moesten er nog een stukje aan vastplakken. We namen een fietspad en kwamen allebei tot de ontdekking dat er nog steeds stukken Almere zijn die we niet kennen! Hier ligt een mooi stukje natuur verscholen en de zon won steeds meer kracht om het ons in al zijn pracht te laten zien.
De ene helft van de windmolens is al zichtbaar, de anderen staan nog wolken weg te blazen. Ik moest drie keer 1 minuut in zone 4 gaan lopen. Dat is flink versnellen en omdat de hartslag er een beetje achteraan hobbelt, ben je net in de goede zone als je alweer mag stoppen! Ik ga die ene minuut lekker loeihard. Mijn vriendin was al blij, die was wel zo’n beetje klaar met mijn tempo in zone 2 en nam weer heerlijk mijn zone 1 aan.
Na zone 4 mocht ik ook 4 minuten in zone 1 vertoeven. De mist die het landschap zo vernauwde, had nu plaats gemaakt voor de felle lentezon, waardoor de polder een scherp afgetekend beeld vertoonde. Engte maakte plaats voor weidsheid en het Pampushout lag te schitteren en liet zich van zijn allerbeste kant zien. Ik moest nog een keer in zone 4 er vandoor, maar echt verdwalen of elkaar uit het oog verliezen zit er niet meer in!
We volgen de Botterweg. Nu zien we in de verte de heuvel waar een scheepswrak ligt. Toen we hier op dezelfde weg nog geen half uur geleden ook waren, lag dat nog verborgen achter de mist. De laatste versnelling van 200 meter zet ik aan tot een sprint met een gemiddelde van 4:03 min/km, bijna 15 kilometer per uur! Daarna was het nog een cirkeltje om de auto om de laatste vier minuten op te vullen. We zagen in de wijdse polder twee hardlopers die voor een rondje zon gingen nu de mist was opgetrokken.
5 Kwartier, een grappig achtje door het Pampushout en 11 kilometer onder de beentjes door waren niet de mist in gegaan, integendeel: voor ons gevoel was de mist uitgegaan als een vriendelijk kaarsje. Op voor een mooie lentedag waarin de deur open kan en waar je veel energie uit kunt halen, ook al hoest je nog verkouden om je heen, zoals ik doe!
Training met de minst snelle groep op een hoog tempo
Ik mocht een rustige training doen. Dat kwam goed uit want ik ben snipverkouden. Dus ik ging met de ‘langzame’ groep mee. Al snel (bij het inlopen al) werd ik een beetje gek van het gekwebbel. Ik had mijn eigen verhaal, maar ik had niks te zeggen, zogezegd.
We gingen weer naar dezelfde brug als vorige week, bij het vogelhuisje en de busremise. Ik vond het allemaal best. We moesten rustig omhoog en dan snel naar beneden, drie keer. Heerlijk! Ik ging heel langzaam omhoog en naar beneden ging ik iedereen voorbij. Naar beneden gaan is niks meer tegenwoordig!
Toen moesten we helemaal tot boven op de brug op 10 kilometertempo rennen, dan 4 lantaarnpalen rustig naar beneden en “áls het kon” nog iets harder omhoog als het 10 kilometer tempo. Vervolgens helemaal naar beneden langzaam, daar 45 seconden wachten en dat alles drie keer. Omhoog stelt niks voor. Ik ga hard. Ik heb geen idee meer wat mijn tempo op de tien kilometer is. Ik liet het geneuzel achter me. Ver achter me. Heel rustig 4 lantaarnpalen terug en dan lekker keihard omhoog: het is een klein stukje, het is niet steil en in mijn hoofd zit stevig vastgespeld: ik heb eau rouge veroverd! 🙂
Naar beneden, en ik vergeet natuurlijk de pauze. Ik ben niet van het stilstaan, naar beneden op duurtempo is pauze genoeg voor mij. Omhoog hard, ver voorop, en ik denk er goed aan mijn knieën hoog op te trekken. De trainer heeft er niks van te zeggen. Rustig naar beneden en loeihard naar boven. Als ik weer beneden bij het fietsbordje sta, maak ik foto’s om de rusttijd door te brengen.
Ik kan ook de laatste keer hard omhoog (eau rouge/eau rouge), heel langzaam vier lantaarnpalen terug en weer hard omhoog. En dan is hard gewoon dik 15 kilometer per uur. Nee, de rest kan me even niet meer vervelen met gekwek! Ik moet ‘voor straf’ nog een keer extra 3 lantaarnpalen omhoog en achteraan weer omlaag lopen.
Dan vraagt iemand me hoe het weekend was en barst ik trots los…. Sorry meid, je had niks moeten vragen, gnagna. Ik mis de uitleg en loop even heerlijk in het midden, hoeft ik geen lantaarnpalen te tellen. 10 Langzaam heen en dan snel terug. Het is vlak dit keer. Uitrusten en dan nog twee keer. Ik ga maar niet te hard terug en rust ook niet te lang. Niet te hard als in zo’n 12 kilometer per uur. Ik denk dat dat het tienkilometer tempo zou zijn now-a-days.
Tot slot moeten we nog het hele fietspad aflopen tot de burgjes en in steigerung terugkomen. Ik tel twintig lantaarnpalen en ik begin veel te langzaam. Als er dan ook nog een fietser aankomt de laatste 5 vijf palen, is de superversnelling helemaal de mist in. Whatever.
We lopen heel langzaam uit en ik loop Achteraan. Achter de achterste. Heerlijk rustig in mezelf. Stil. Cooling down en dan zit er weer een uurtje op. Ik heb me niks ingehouden, ik heb niks gemerkt van een verkoudheid. Geen spierpijn, geen ademnood. Blijkbaar valt trots en tevredenheid er beter uit te trainen dan woede.
Ik heb de hele tijd mijn medaille in mijn jaszak gehad. Dit is de medaille waar ik meer dan trots op ben en waar ik alleen maar lachend aan kan denken. Waardevol.
Wensen vervullen in de vierde versnelling op Het Circuit.
Een week van tevoren: ‘Deze race moet wel leuk worden’, nam zo mijn dromen in beslag dat het me uit mijn slaap hield. Er lag sneeuw in de Ardennen. Stel dat het regent, zoals altijd in Belgie? Stel dat ik het niet leuk vind? Die laatste vraag hield me in zijn greep. Als je naar een een wedstrijd wilt voor de formule1 op Spa Francorchamps, kost alleen al een parkeerkaart 15 euro en mag je er 3 kilometer vandaan parkeren. Nu kost hardlopen over het circuit, inclusief parkeren hetzelfde geld. Hoe lang ga je erover doen, vragen ze me op een feestje; ik heb er nog niet over nagedacht, de tijd is van geen belang (dik anderhalf uur gok ik), leuk moet het worden.
Drie dagen van tevoren: Als ik maar niet ziek wordt! Ik MOET en ZAL lopen op het Circuit, dit is mijn ALLERGROOTSTE droom. Natuurlijk word ik niet ziek, maar stel dát…. Er doen maar 700 mensen mee. Zevenhonderd! Dat is niet veel! Verdeeld over drie afstanden. We mogen parkeren ín het paddock! In het slechtste geval staan we op P1, waar bij een wedstrijd alleen auto’s die een ton kosten mogen staan.
Twee dagen van tevoren: Ineens hoeft het niet meer alleen maar leuk te zijn, maar wil ik ook nog eens presteren! Dat klinkt als extra druk, maar dat is het juist niet. 218 deelnemers aan de 14 kilometer, 45 vrouwen, waarvan 19 nederlands zijn. Ik vind dat ik in de top 10 moet kunnen komen. Het is fijn te voelen dat mijn ambities ook een beetje terug zijn, het haalt de spanning eraf dat het leuk moet en zal zijn. Kan ik dat een beetje loslaten. Goed slapen de komende nachten, dan blijf ik gezond gespannen, maar ik droom elke nacht van Eau Rouge, van de onbekende route, van het asfalt en de hoogteverschillen. Vergelijken met de woondome is niet zo’n best idee, trainer– het haalt de druk even terug en de woondome was qua beleving anders als dit moet worden!
Een dag van tevoren: Ik zoek hoe de hoogteverschillen zijn, leg ALLES klaar. Het wordt 12 graden. De sneeuw is WEG. Wat moet ik aan!?!? Dat is een dilemma eerste klas. Ik wil het circuit op mijn hand tekenen, ik wil de weg kennen, weten waar ik blijf. Vorig jaar won Ricciardo de race in Spa in 1 uur 24 minuten en 36 seconden. Zo lang wil ik over twee rondjes doen! Het is een opluchting dat ik nu een richttijd heb. 6:02 per kilometer. Hoe zwaar zal het zijn? We starten Gran Turismo op om te rijden op het circuit. Als je mocht kiezen tussen rennen en rijden, zou je uiteindelijk toch rijden kiezen; vraagt Rob. Dat is een moeilijke vraag, de keuze tussen een supersnelle auto of mijn eigen benen.
De nacht: Word ik wakker met keelpijn. Geen aandacht geven. Ik word een paar keer ietwat onrustig wakker. Mijn eigen benen. Dat is het antwoord. Bijna zeker. Dit betekent zoveel voor me! Mijn eigen kracht, nog iets liever dan een supersnelle auto.
De ochtend van 7 maart: 7:00 uuur is vroeg! Veel inpakken. Broodjes smeren. Rob gaat tanken, om 5 over acht rijden we weg. Ik drink thee uit de thermosfles, dat is prima, maar net voorbij Maastricht moet ik naar de WC! Er staan nog meer lopers, allemaal mannen in fel gekleurde pakjes. Spannend!
10:45 We rijden door het stille dorp Francorchamps, geen duizenden mensen, geen parkeerplaatsen, geen geluid van race-auto’s. In de bossen ligt nog sneeuw! Dit is de Hautes Fagne, vergeet dat niet, hier heerst een eigen klimaat! Dan zie ik Eau Rouge, zoals ik het de allereerste keer zag toen we bijna 9 jaar geleden naar het race circuit liepen. Ik moet echt een brok wegslikken. Hier heb ik ooit als tiener op een mountainbike gefietst na een loodzware tocht door de Ardenner sneeuw. Hier heb ik de eerste race-auto’s gehoord. Als de dag van gisteren zie ik nu nog de gele auto naar boven rijden en voel ik de emoties die ik toen voelde. Dat staat in de top 3 van emotionele momenten naast een geboorte.
Hier ben ik verbrand, heb ik genoten en ben ik ijskoud en doornat geweest. In het natte gras heb ik gezeten, op tribune zilver buiten ben ik verbrand en een keer in de bocht La Source onder het afdak gelukkig en zelfs ‘tegenover’ de Ferraribox op de gouden tribune! De baan ken ik van de de busstop-chicane tot aan Les Combes. Ik herinner me dat Raikonnen langs komt in de regen bij Kemmel (schrijf je dat zo), ik zie de zilveren auto’s van Mercedes nog doordraaien in La Source en de auto van Massa die stuk terug de pitsstraat in komt. De auto’s zo vlak langs de muur, de kleine glimmende gele Tiago Monteiro die langskomt en omhoog rijdt…. Straks mag ik hier lopen!
Nu mogen we de paddock oprijden. Ik film het als we onder het circuit doorrijden. Het heilige der heilige. De dag is al geslaagd. We parkeren de auto naast de trap naar boven. Waar Hamilton ook loopt als hij naar de pitstraat gaat. Ik zag ze alleen vanuit de verte. Ik was jaloers op de cameraman aan de andere kant die ik destijds kende en nu loop ik er zelf! We mogen de pitboxen door!
Als ik dolblij met een startnummer sta, is Rob door een gat in het hek op de baan gesprongen – weer een kleine wens vervuld! Het is nog even helemaal stil op het asfalt. Ik ben er ook stil van.
Vincent geniet zich helemaal gek van de safety car, de pitsstraat en het hokje van Charlie Whiting.
We lopen naar la Source. Ik voel me wat ongelovig! Wel heuvelig hier…. Eau Rouge ziet er erg zwaar uit, de woondome is een eitje opeens. Ik ben erg gespannen, tel de tijd af. We lopen naar de Bus Stop Chicane. Het zonnetje is zacht. Alles is perfect geregeld, behalve dat ik bij de V naar mijn naam moet zoeken!
Naar de WC -in de rij dus. En dan wordt Vincent gegroet door nota bene zijn atletiekmeester! Met de veelzeggende woorden: Ja, Vincent, ik had het van jouw gehoord, nu weet ik het! En jawel, wij hebben hem op dit unieke idee gebracht en nu zijn we allebei hier. De 7 KM begint. En daarna doe ik mijn jasje uit en loop ook naar het startvak. Ik sta op de plek waar de auto’s ook staan, kijk naar het stoplicht en heb het koud! Dit t-shirt van de Berenloop heb ik nog nooit aangehad. Ik koos voor een lange broek, anders zijn de compressie-sokken zo stom. Nu is het vooral koud. Ik vind de groeven in het asfalt voor de waterafvoer bij de startplaatsen fascinerend, nog nooit gezien! Nu sta ik er met mijn neus bovenop. Op de eerste startrij.
Het licht gaat groen branden (volgens de mannen die iets verderop staan) na het aftellen en ….. start! Dag mijn mannen, tot straks. 1 uur 24 minuten en 36 seconden na nu!
Kilometer 1: La Source door, en vervolgens langs de zilveren tribunes omlaag. Gelukkig lopen er nog veel mensen om me heen, anders had ik de eerste kilometer van puur geluk lopen te janken! Helaas lopen er nog veel mensen om me heen die lopen te kletsen. Het gaat naar beneden. Vlak langs de muur, die vies is van de verf. Er rijdt een busje mee met fotograaf erin. Wat een goed idee! Daar ligt Eau Rouge (dat eigenlijk La Radillion heet), het is een enorme bérg.
Het gaat hard omhoog. Hier is de woondome niks bij! Ik ga tussen de andere mensen door mee in hun tempo en let nergens op. Het is stil om me heen, op de vele voetstappen en het gehijg na.
Kilometer 2: Verder omhoog. Dit is extra zwaar. De Woondome is klaar als je boven bent, hier betekent ‘boven’ dat je nog honderden meters moet stijgen. De brug is opgeruimd! Hoe weet ik nu waar Kemmel is?! Waar ik de eerste inhaalacties zag? Hier links zaten wij op 12 september 2005 de F1 race te kijken. Er loopt een klein riviertje. Even kijk ik op mijn horloge: 6:05 – dit komt goed, dit is het tempo voor de 1:24:36
Kilometer 3: De zendmast! Die staat boven! Naast de baan tellen de borden af tot de bochten van Les Combes: nog 200 meter, nog 100 meter. Ik tel niet tot de bocht, maar tot ‘boven’. In Les Combes staat drinken, 1 slokje water is even genoeg. Het begint verspreid te raken hier op de baan. Wat een ruimte om me heen! Er lopen verschillende mannen met gele en rode reclametruitjes, ik weet niet welke ik wel en niet inhaal. Er staan hier lelijke caravans! België…..
Ik heb het nog steeds koud zeg! Blij met de lange broek nu….. Meestal heb ik het sneller warm! Het shirt zit gelukkig erg goed. Alles zit goed eigenlijk.Kilometer 4: Ik draai weer terug ‘naar binnen’ en mijn adem stokt in mijn keel. Het is dat we dalen, anders was ik stil blijven staan. De zon komt erdoor en daar in de verte ligt de start, dit is adembenemend mooi. Dit is geweldig. Ik ben hier en wat ben ik daar blij om. Het gaat hard omlaag en dat is prettig. What goes up must come down! Hard gaat het omlaag. Is het nu een voordeel dat ik mijn voeten voor mijn lichaam plaats? Het gaat heerlijk! Wat voel ik me gelukkig en rijk.
Kilometer 5: Hoezo begint mijn tijd over de vorige kilometer met een vier?! Lekker belangrijk, ik kijk gauw weer om me heen. Aftelbordjes voor de volgende bocht. Is dit Pouhon al? Het daalt maar en daalt maar. Ik maak bochten die ik niet ken of herken. Moet mijn schoenveter opnieuwe strikken -f**k, dat heb ik ook nooit zeg.
Volgens mij staan hier geen camera’s op het circuit. Het is duidelijk dat we hier tussen de prachtige heuvels van de Ardennen zijn. Ik hoor de vogels. Loop ik hier en net op het moment dat de lente begint ook nog! Wat een heerlijkheid. Ik wist niet dat hier een gebouw lag. Wat is het in ‘s hemelsnaam? Dan kom ik de eerste 7-kilometer achterblijvers tegen. Ik ren gewoon door. Het is fijn iemand in te halen. De oude weg. Hier fietste ik, ja. Het is even vlak.Kilometer 6: De kartbaan ligt rechts en daar hoor ik het geluid van de auto’s dus alsnog, maar dan zachtjes. Links liggen de onvolprezen bossen van de Ardennen en daarboven vliegen de roofvogels in de blauwe lucht. Dit is precies waarom ik dit één van Europa’s mooiste gebieden vind: de natuur ligt hier naast de techniek en op deze plek komt dat samen. En ik mag hier lopen! Hardlopen! Mooier wordt het inderdaad nooit meer, realiseer ik me.
De weg stijgt weer. Daarom vallen er nu zoveel mensen af van de 7 kilometer, dit is niet gemakkelijk. De safety wagen komt langs en slingert keurig tussen de lopers door zonder ze in de weg te zitten. Ik wist het van de stijging, maar na de kartbaan zitten er twee blinde bochten. Je ziet niks als het asfalt en de bosrand. Niks om naar uit te kijken of je op te richten. Ik ben blij dat ik dit weet voor straks. Na kilometer 12 moet ik dus oppassen! Nu haal ik mensen in en denk: kom op, jij bent er bijna, maar ik mag nog! Dan klinkt de muziek.Kilometer 7: Ik zie de busstop chicane! De start-finish in de verte! Alleen ligt het nog steeds daarboven… Ik ga er heen, hier zijn veel meer toeschouwers, hier loopt het meer door elkaar qua afstanden. De chicane is leuk! Ik ben even verward, moet ik ook over het tijdvlak lopen? Een Belg spreekt me aan: gaat u ook twee ronden? Ik heb nog genoeg over om te antwoorden van wel en dat het aan het startnummer te zien is. Ik schrik: 51 minuten over de eerste ronde?! Dan zegt de Belg: Trek daar maar 10 minuten vanaf! Nee, 15! Ik schrik weer: 7 kilometer in 36 minuten?! Ik zie mijn mannen nergens, maar dat is logisch: ik ging uit van 40 minuten. Ik neem een paar slokken water. Ik kan de volgende ronde langzamer doen. Ik laat de Belg achter me.
Kilometer 8: La Source. Hier duikelde Grosjean over Alonso heen. Naar beneden. Het is rustiger geworden. Daarom lukt het me nu net niet de emoties te bedwingen. Niks aan de hand, medelopers (alle twee), dit is puur geluk! Dat rode hoofd is omdat ik het eindelijk warm heb. Mijn keel voelt wat ruw aan. Zilveren tribune. Muur. He, daar staat dat het 11 graden is. Ik trek mijn telefoon tevoorschijn en maak een foto van mijn zicht op Eau Rouge (zo blijf ik het toch noemen!). Naar boven. Er zijn meer omstanders, maar het is zwaar. Lood- en loodzwaar. Ik denk wel: de Woondome heb ik ook 18 keer gedaan, maar nu heb ik niet zoveel frustratie mee te nemen! En dan … Willen mijn Benen NIET meer. Ik zet 4 stappen. WAT? Dadelijk staan Rob en Vincent daar voor een foto: ik moet blijven rennen. Blijven Rennen. Blijf Rennen. Ik zet nog eens 5 stappen. BLIJF rennen. Dribbel. Kleine passen. REN. Ik word aangespoord: “zwaar he” Bijna boven. Fotograaf! Lachen… Bijna boven. Blijf… rennen…..Kilometer 9: Schaduw! Ook even fijn. Naar boven. Niet even fijn. Straks mag ik naar beneden. Het stijgt maar en mijn hartslag stijgt mee. Kom op, anke, de Almeerse klei heb je ook overleefd, dit gaat ook lukken. Voor me gaat een meneer met tatoeages wandelen, ik kan hem inhalen. Dan word ik zelf ingehaald door een kerel in hemd en korte broek van de 21 kilometer. Die gaat zo hard, overal recht doorheen. Ik had daar nog niet op geteld, die had ik pas later verwacht. Waar blijft het bord van 200 meter nou? 6:37 over deze kilometer? Het was een hel, maar ik ben boven! Ik hoeft niks te drinken nu. Mijn buik klotst nog van net. Eten hoeft ook even niet, al heb ik circa 6 seconden spijt dat ik de dextro’s niet bij me heb.
Kilometer 10: Les Combes door. Ik pak mijn telefoon en maak al rennend foto’s. Ik hou ‘m even vast voor dadelijk. Naar beneden. Neem de snelheid maar mee. Het uitzicht is minder verbazingwekkend als de eerste keer, omdat ik het nu weet. Zo gaat dat. Hier ligt nog sneeuw naast de baan! Hard naar beneden. Dit is zo fijn. Ik ben blij dat ik voor de witte sokken heb gekozen, want naar beneden levert meer wrijving op in de voet. Ik ga hier gewoon voluit, kan het mij schelen. Ik denk wel dat ik hier meer spierpijn van krijg! 10 Kilometer in 54 minuten, zie ik dat goed? Met zo’n 20 keer de Woondome daarin verwerkt? Moet ik echt nog een half uur doen over die laatste 4 kilometer?! Ik denk er serieus enige honderden meters over na.Kilometer 11: Nog meer omlaag. Ik ben even de weg kwijt. Er wandelen mensen langs de kant. Die grappige meiden liggen nu in het zonnetje. Waar zouden mijn jongens zijn? Die verdraaide snelle 21 kilometer lopers! Er is me nog geen vrouw gepasseerd. Ik kijk niet hoe hard ik ga. Echt, ik heb geen idee meer waar ik ben op het circuit. Ook niet als ik kijk op mijn hand. Even is het blanco en denk ik er maar aan mijn voeten onder me te zetten. Ik voel me een ogenblik wat misselijk, maar het gaat me hier op het circuit toch niet gebeuren…..Verder denk ik even niet zoveel, zelfs niet hoe fijn het daalt.
Kilometer 12: Daar is de man met het camouflagepak die ik bij de start zag, oei, die is te hard begonnen, nu is het op bij hem. We zijn alweer beneden bij waar-de-oude-weg-begon en de kartbaan. Kleine vergissing: we moeten nog om het centrum en de kartbaan heen, daarna ben ik pas beneden. De bocht extra vereenvoudigd dit niet. Het wordt nu nog even zwaar, dat voel ik. Niet langer voor mijn benen, maar in mijn hoofd. Ik ga bedenken wat ik straks wil: mijn groene trui aan en een mandarijn. Dat helpt altijd, om vooruit te kijken. En anders ga ik dadelijk stappen tellen, net als ze in Vincents leesboek deden.Kilometer 13: Hier is tie dan, de zware kilometer. Langs de kartbaan. Ik kan de camouflage-man niet inhalen. Ik kijk alleen maar vooruit naar het stijgende asfalt. Er staat iemand bij de kartbaan die duidelijk denkt: neem een auto lieden (in het frans)! De mevrouw met de hond. Ik blijf lopen en lopen. Hier zitten de twee blinde bochten. Ik dacht dat het er 1 was. Weer haken er mensen af. Ik haal ze in zonder triomf. Ik ga alleen maar door.
Het genieten is nog niet weg, maar het is deze kilometer even op de achtergrond geraakt tussen het asfalt, de vangrail en de hekken.Kilometer 14: De bus-stop chicane! Muziek! Daar zitten mijn jongens! Ik herken het groene jasje en het rode petje erboven! Ineens is het gemakkelijker en ik neem me voor na de bus-stop nog sneller te gaan en het camouflagepak te pakken. Ik roep en ik word gefotografeerd door de heren. Ging het hier net ook zo hard omhoog? Verdraaid dat ik nu niet kan stoppen met rennen, want ze zien me nog….! Doorrennen dus maar. Het gaat niet meer zo hard. De chicane is groter dan daarnet, ik weet het zeker. Ik weet ook zeker dat ik niet ga wachten tot 1:24:36… En ik weet zeker dat ik niet meer harder kan. Of is het ‘harder wil’. Een combinatie. Ik heb daarstraks niet gemerkt dat het hier ook nog omhoog ging. Nu wel. Ik ben er. 1 uur 15 minuten en 30 seconden.
één uur vijftien minuten en dertig seconden.
Goedendag. Ik krijg een prachtige medaille. Wat is ie mooi.Ik loop terug de mannen tegemoet en het is me te veel. Ik ben niet doodmoe, ik ben heel emotioneel. Ik heb het gedaan, ik heb over het circuit gerend. Het Circuit van Spa Francorchamps. Al mijn gevoelens zijn trots, blijdschap, geweldig, uitgelaten, blij, gelukkig, tevreden, adrenaline en dat in de beste mix. Vincent loopt even met de atletiekmeester op. Nu nog 1 ding: Vincent moet zijn renschoenen aan! Uitlopen gaan we samen doen, omdat het mijn grootste wens is met mijn kind over Eau Rouge te lopen.
De mannen hebben aan de binnenkant van het circuit gelopen, het is daar prachtig en bosrijk. Zij waren ook bij Eau Rouge: het riviertje waar het circuit omheen gebouwd is en wat in de prachtige natuur ligt. We gaan naar de auto, ik moet iets drinken, eten (rozijnen, bij gebrek aan mandarijn) en een jasje aan.
Dan loop ik met de kleine man aan de linkerkant over het circuit om de andere lopers niet in de weg te zitten. Ik start mijn horloge opnieuw. Door La Source: ik vertel hem van Alonso en Grosjean. Naar beneden, langs de muur die hij bewondert. Hij mag zeggen hoe ver we omhoog rennen. Ik maak ineens veel foto’s. Halverwege Eau Rouge haalt hij. Maar wel nog even iets verder voor de drempels. Ik kijk om. Dat deed ik niet bij de wedstrijd, maar wat is dit uniek! We maken een selfie en een andere loper maakt een foto van ons samen.
Naar beneden halen we een topsnelheid. Er lopen nog 21 kilometer -lopers. Blij dat ik niet hoeft, maar ik was er niet op ingesteld. Wij gaan terug wandelen. Foto’s maken. We zien nog maar eens de safety-car. Ik ben erg trots op deze medaille met een Belgisch koord eraan. Aan de ene kant wil ik naar huis, naar de WC, naar de douche; aan de andere kant wil ik hier de hele middag nog blijven! We lopen door de pitsstraat terug naar Rob en hoeven niet in de rij meer te staan voor de WC. Ik doe mijn groene trui aan, eet krentjes en om kwart over 2 staan we voor het tunneltje om het circuit af te gaan. Vijf uur zijn we thuis. Niks doet pijn. Adrenaline? Morgen? We zoeken uit van wie de GoPro is die we hebben gevonden, waar fascinerende racebeelden op staan. ‘s Avonds staat De Hamburger met patat op het menu. Die heb ik dubbel en dwars verdiend.
Het moest de Race van mijn Leven worden. Mooier kon het niet worden. Dit is het, dit moet het zijn, dit moest het worden. Hier heb ik naar uitgekeken. De lat lag hoog. Het Ultieme Genieten. En het klopte. Het was geen race, maar ik heb gewonnen. Alles Gewonnen (ook al heb ik uren later nog steeds niet op de site van Garmin gekeken naar de ‘uitslag’ en de tijden- die doen er niet toe). Alles was goed.
Het was Alles: mooi, geweldig, fantastisch, een achtbaan van 125 verdiepingen (volgens de fitbit), gaaf, indrukwekkend, formidabel, uniek, emotioneel, zwaar, adembenemend, hartverwarmend, mentaal, tranen van geluk, fascinerend, briljant, snel, goed, een glimlach, het einde, een wereldprestatie, de hoogste versnelling, een vervulde wens, een droom, de lente met de zon en sneeuw, samen en alleen, meesterlijk, heilig, stoer en ik heb er geen woorden voor. En dat in zo’n 22duizend onovertroffen stappen.
Een dag later: de uitslagen staan online! Ik heb slecht geslapen, deels doordat de adrenaline van zich laat spreken, deels door de heftige verkoudheid die is komen opzetten. De uitslagen zijn nog niet gecorrigeerd, en er staat dat ik derde ben geworden van de vrouwen!Het IDEE alléén al!
Goed idee: we stellen het lopen nog een dagje uit. Dinsdag was een off-day: buikpijn, moe en oh-nee-ik-zal-toch-niet-ziek-worden-maar-ja-NU-sneeuwt-het-nog-in-Spa! Woensdag ging beter, maar uitstellen kon. Goed idee!
Slecht idee: Meteen na de cranio-sacrale therapie gaan rennen. CS therapie maakt veel los (letterlijk en figuurlijk) en dat is vermoeiend. In je hoofd.
Goed idee: Samen met een vriendin gaan lopen! Goed idee met STIP***
Goed idee: Kan zij lekker kletsen en word ik niet depressief van mezelf
Goed idee: Houd zij lekker het tempo vast en hoeft ik alleen maar mee te lopen. En het tempo hoeft en mag niet omhoog.
Goed idee: Hoeft ik niet over de route te denken! Ook fijn…..
Goed idee: Anders had ik er na een half uur wandelend en somber een punt achter gezet, maar nu liep ik gewoon door-en-door
Goed idee: Laten we eens ontbijten met 2 boterhammen.
Goed idee: ‘s Avonds vast alles klaar leggen!
Slecht idee: HET HORLOGE VERVOLGENS VER GE TEN Heel, heel slecht idee.
Goed idee: Dan hebben we de telefoon nog altijd.
Slecht idee: De telefoon is bijna leeg gespeeld omdat de muziek niet uit is gegaan. 35% Accu is te weinig. Maar dat slechte idee kwam pas later…
Goed idee: Prestatieloos lopen. Heel goed idee. Gewoon gaan en het komt wel goed. Benen doen het, hoofd zo’n beetje – het komt wel goed.
Slecht idee: Vervolgens de steigerruns compleeeeeeeeeet vergeten.
Slecht idee: Gaan voor 3 kwartier en er maximaal een uur voor uittrekken omdat ik mijn kind tussen de middag wil ophalen in combinatie met rustig dribbelen Een Slecht Idee. Want het houdt de druk er juist wel op. Goed idee: dan kijk ik niet op mijn horloge.
Goed idee: Lekker weer!
Goed idee: Langs de Vaart gaan lopen.
Goed idee: Het sluisje!
Goed idee: Het schelpenpad!
Slecht idee: Langs de bank lopen van de crosscup, dat is TOO much mud. Goed idee: omkeren!
Goed idee: Een nieuw schelpenpad voor mijn vriendin
Goed idee: Ik maak foto’s als bewijs. Ik was wel bij de biatlon-brug.
Slecht idee: Nu is de telefoon nog sneller leeg.
Goed idee: Gewoon doorgaan! Rechtdoor.
Goed idee: Ik heb weer trek! Of is dat ook een slecht idee tegelijkertijd?
Slecht idee: Ik heb dorst. Ik moet.
Slecht idee: Aan het einde 3 van de 4 steigerruns doen zonder horloge aan en te vermoeid zijn om ze goed af te tellen. Hopeloos idee.
Goed idee: 9 Kilometer in een uur. Ik zal niet zeggen dat het moeiteloos ging, maar ik ben er niet moe van, al voel ik me vermoeid – maar dat komt door de CS therapie.
Goed idee: Telefoon opladen
Slecht idee: Ontdekken dat die <20% geen GPS meer gebruikt, dus ik heb niks Geen Bewijs. Vraag mijn vriendin maar, zij is mijn getuige!
Goed idee: Ik was op tijd voor het kind en at lekker twee porties Roer en een Banaan.
Goed idee: Ik ben er toch weer lekker uitgeweest!
Goed idee: Ik wilde DOLGraag gele bloemetjes na de therapie. Als we daar eens langs konden rennen…….
En wat had mijn vriendin voor de deur staan:

Ik voelde me heel welkom en ready to run.
Goed idee: Zaterdag wordt het in Spa ook lente en ik heb fysiek en mentaal alle blokkades opgeruimd om daar te gaan Genieten! Met een Grote G
Al met al was het dus een Prima Idee om te gaan lopen.
En ik krijg op de koop toe de titel van mijn blog voor zaterdag van mijn vriendin kado. Het idee alléén al is goed voor een brede lach! Die hou je tegoed.
De brug, de bussen en het vogelhuisje
Het hagelde. Dikke hagelstenen. Het waaide. Stormde. “Je gaat toch niet hardlopen?!” vroegen ze verbaasd thuis. Maar ik ging wel!Als het zaterdag slecht weer is in de Belgische Ardennen ga ik ook! Alle hagel en wind die gevallen was, kwam niet meer terug! “Als je tegen de wind in gefietst komt en je haalt het, moet je gaan” zei mijn vriend, “en als je terugkomt, moet je op tijd remmen, anders ben je ons huis alweer voorbij”. Ik vergat mijn handschoenen aan te doen bij het heenfietsen. Het was koud, maar Droog.
Het was een klein groepje. De C/D lopers waren maar met zijn tweetjes, dus mijn favoriete trainer kon de totale groep gemakkelijk aan. Om me heen gonsde het: ‘wedstrijd gisteren’, ‘zaterdag nog 25 kilometer gelopen’ ‘ik ga niet hard vandaag’. DUH. Ik ging aan het kletsen met een andere vrouw die komend weekend mee gaat doen aan de mud masters. Laat mij maar over het asfalt rennen! We gingen een kant op waar ik nog nooit geweest was. Leuk! Vlak achter de BASF gingen we loopscholing doen. Tripplings, skippings, rechte benen. Ik vond het erg leuk en deed goed mijn best. Hier moet ik het van leren en bij het uitlopen en teruglopen lette ik er goed op dat ik mijn voeten onder me zette en mijn knieën hoog optrok. Dan wordt het lopen een makkie! Ik heb deze keer dus eens heel veel geleerd van de loopscholing!
We moesten een steigerrung maken de brug op. Ik vergiste me deerlijk, want de brug hield niet op na de bocht, maar was pas op de helft! En mijn tempo lag al veel te hoog…. Dommmmm. Op de brug mochten we nog een paar keer opdrukken boven de Hogering. Toen weer brug af en daar begon de training pas echt, zeg maar. Naast de busremise. Lekker saai.
We moesten tot de tweede lantaarnpaal omhoog rennen, zo snel mogelijk en naar beneden mochten we rustig doen. De snelle lopers moesten dat drie keer doen, de langzamere (twee) twee keer. En tussendoor kregen we bootcamp-achtige oefeningen. We begonnen ermee dat je je knieën hoog moest optrekken en een loopmaatje die zijn handen op heuphoogte hield moest raken. Omhoog was simpel: kort en snel. Maar echt goed op snelheid kwam ik niet. Ik ben geen sprinter. Het aloude excuus. Oefening twee was samen squatten. Ik vind dat nooit een probleem en nu had je ook nog eens steun aan elkaar! We moesten naar boven lopen tot de derde lantaarnpaal deze keer! Dat ging al ietsje beter, al sloofde ik me niet echt uit. Drie keer dus voor mij. Hier en daar zie ik een mager drietje in de kilometertijden als ik naar boven ren, maar de hartslag haalt de 170 net niet. Ik ben ook niet buiten adem en ik ben voor ik beneden ben ook weer uitgerust. En dan zie ik het vogelhuisje. Op deze uiterst saaie, nietszeggende locatie hangt een vogelhuisje.
WIE zou hier een vogelhuisje neerhangen? Bij oefening 3 moesten we stappen op de plaats maken, knieën hoog optrekken en dat op hoog tempo. Ik was nog beduusd van het vogelhuisje en deed maar wat. Maar dat is wel voelbaar als je vervolgens tot de vierde lantaarnpaal moet lopen! Het leek erop dat bij de meesten het tempo er al wat uit ging en dat ze toch gelijk hadden met al hun excuses. Ik verbaas me drie keer weer over het vogelhuisje. Met uitzicht op de busremise. Oefening 4 was een planking-ding. Not my cup of tea, maar mijn benen vonden het wel oké, mijn armen niet zozeer. Op naar de vijfde lantaarnpaal! Ik raakte aan het kletsen, tenminste als we naar beneden liepen! Over hoe blessures zomaar kunnen verdwijnen, maar dat we daar niet over klagen! Deze dame, die bij de eerste lantaarnpalen toch echt voor mij liep, kon ik nu tamelijk moeiteloos bijhouden. Ik deed er mijn best niet voor, want ik vond het prima als zij eerder boven zou zijn, maar het was gewoon niet zo. Ik vond het fijn dat ik haar het tempo kon laten bepalen. Het vogelhuisje ligt langs een busbaan, waar ‘s avonds geen bus meer langs komt. Dat is dan wel weer een voordeeltje als je er zou willen wonen!
Oefening 5 noemde de trainer een ‘burpie’ . Ik moet eerlijk bekennen dat ik dat geen tien keer heb gedaan: hurken-benen strekken naar achteren-opdrukken-opspringen-uitrekken. Dat vergt nogal wat denkwerk en dan kan ik niet meer tegelijkertijd tellen. Ik deed mijn best niet meer bij de zesde lantaarnpaal omhoog. En al haalde ik nog steeds geen hartslag van 170, de kilometertijden begonnen gewoon nog met een 4 en ik werd er niet moe van! Of de rest nou langzamer ging weet ik niet, maar ik kon ze best bijhouden op de lange afstand! Het werd wel een beetje saai en ik begon me te ergeren aan het vogelhuisje. Ik denk dat het onbewoond is en dat is logisch op zo’n stomme lokatie natuurlijk! Ik zou er ook niet gaan wonen als ik een stukje verder kon vliegen. Nóg een oefening. We hadden de jumping jacks nog niet gehad en die lukken mij prima. Er verschoven een aantal mensen ter plekke van de AB naar de CD groep toen we tot de zevende lantaarnpaal mochten, wat gelijk staat aan boven op de brug.
Ik kreeg trek. Ik eet weer ‘s zo weinig mogelijk en ik had me daar toch opeens zin in een mandarijn! Ik nam mijn fototoestel er maar bij om het hinderlijke, achterlijke, nutteloze, lege vogelhuisje vast te leggen. Als er vogel in woont (de OEN), dan is die nu blind van de flits! Eigen schuld, had hij maar een stukje verder moeten vliegen.We liepen weer terug naar het beginpunt en de fietsen, waar we een ommetje van 8,5 kilometer voor hadden gemaakt. Helaas had ik geen mandarijn. We deden nog een cooling-down en toen kon ik tevreden vaststellen dat mijn regenjas helemaal voor niks was geweest! Geen druppel gevallen. Bij gebrek aan een mandarijn nam ik twee bekers water. Ik fietste weer naar huis, maar ik voelde me niet echt moe, waardoor ik niet het idee had dat ik me zo vreselijk had ingespannen. Eigenlijk voelde ik me net zo nutteloos als het vogelhuisje: klein stukje gerend, tig keer dezelfde brug op, tussendoor wat op en neer gesprongen en nog geeneens een leuk uitzicht ook, laat staan vermoeidheid dat je voelt dat je je vreselijk ingespannen hebt! Thuis at ik een ZURE mandarijn. Die paste precies.



