Hier komt een verslag van een training waarin ik gefrustreerd was, hard liep en maar liefst 14 keer de woondome op naar boven holde (een supersteile helling naar het parkeerdak) omdat het mocht van de trainer, die hiermee blijk geeft van een enorm begrip en die duizend complimenten krijgt. Het laat nog even op zich wachten, zodat het strakjes mooi verstopt zit tussen de rest.
Ik voelde me prima, geen spierpijntjes of stijve enkel. Ik was misschien wat ongedurig, weinig trots op de prestatie in Schoorl en ik verwachtte niet te mogen gaan trainen. Maar rond 3 uur stuurde de trainer mij een app dat het schema pas later zou arriveren en dat ik vanavond flink mocht gaan trainen. Ik hoefde me niet in te houden!
En zo stonden we met een kleine groep en gingen we allemaal samen met een trainer en trainster naar de Woondome. Dat is een winkel in Almere met een parkeerdak en de route naar het parkeerdak ligt buiten en is een 17% steile helling. Ik vond het prima, de opwarmrondjes deed ik al mee met de snelle gasten. Ik voelde dat er best wat woede in me zat en ik had er zin in! De jongen die gisteren nog 30km liep (sneller dan wij 21 deden), was er vandaag ook weer bij, dus ik had geen reden tot klagen.
Toch was het even slikken toen de trainer de opdracht uitlegde: 1x de woondome op in hoog tempo en rustig naar beneden, dan een rondje om de parkeerplaats heen rennen op hoog tempo, daarna had hij een oefening met liggende trappetjes voor de souplesse en dan nog een keer omhoog en omlaag, nog een rondje en de oefening nogmaals. Daarna rust zodat hij de volgende oefening uit kon leggen. 7 Oefeningen had hij in gedachten. Veertien (14) keer de Woondome op! Ik timede de eerste ronde en alles bij elkaar kostte het zo’n 4 minuten hoge hartslag, dus dat viel wat mij betreft binnen de norm.
Dit waren de oefeningen bij het op de grond liggende trappetje:
1- vooruit lopen (makkie als ik het op mijn tenen doe en het ritme heb)
2- vooruit lopen knie hoog heffen (net zo’n makkie: ik ben een paard – hinnik)
3- zijwaarts lopen (hier laat ik me al in de steek, is me ontgaan)
4- zijwaartse skippings? (geskipt uit mijn geheugen, ik weet er niks meer van)
5- dansje in en uit (hier was ik er weer bij, het ierse dansje, goed opletten)
6- hinkelen (1 been in het vak, twee naast het volgende vak: links/links-lied)
7- achteruit teruglopen (ik deed alle souplesse oefeningen behoorlijk goed trouwens )
Ik was erg gefrustreerd. Ik voelde me boos. Ik maak me druk om wat ik gisteren heb gedaan en vooral niet gedaan. Ik had namelijk hard weg moeten lopen eigenlijk, zo voelt het. Waarom ga ik voor mijn plezier afzien op woondome en toch elke keer tot bovenaan lopen? vraag ik mij af. Ik kan gewoon afsteken, halverwege omdraaien en doen alsof ik van de CD (de rustige lopers) ben. Maar IK doe dat niet. Ik wil niemand spreken en als iemand het lef heeft iets tegen me te zeggen ga ik aan het schreeuwen. In mijn hoofd zitten voornamelijk pissige gedachten. Het lopen kan ik harder en harder. Ik haal allemaal tijden die met een 4 beginnen. Ik neem de frustratie mee om mensen in te halen, al die mensen die ik gisteren niet in mocht halen, die knal ik nu voorbij.
Het liefst zou ik hier op de rand gaan zitten uithuilen, of boven blijven staan. Maar ik doe het één noch het ander en ik ga maar gewoon door en door en door. Ik ben die Woondome en het hardlopen uberhaupt zo zat nu, na deze training doe ik het gewoon nooit meer, neem ik me in gedachten voor. Ik zie alleen maar stoeptegels voor me en die andere medelopers lopen me gewoon expres in de weg, heb ik het gevoel. Ik ben alles behalve blij of opgewekt.
Ik liep alleen maar met doemgedachten rond. Maar ik deed alles, ik was er toch. (als iemand dat nog 1 keer zegt……..) Ik dacht dat ik dan maar beter gewoon lekker in het donker kon siepen en de frustratie kon wegwerken, want blijkbaar zat het er diep wel in. Dus ik was niet erg blij, maar ik wist de hele tijd ergens in mijn achterhoofd dat ik het eruit moest hardlopen, dat dat voor mij de enige manier was om de nare gevoelens van gisteren te verwerken. En daar kan niemand anders als ik zelf mee aan de slag, mee dealen, doorheen. En ik doe dat niet door te stoppen, door op te geven. Dat zit nog dieper ingebeiteld dan welke frustratie of woede dan ook. Ik geef niet op. Al was ik me daar niet van bewust toen ik over die parkeerplaats en die f*ck*n woondome liep.
Zo ging het tot de 5 km toen was ik door de frustratie heen en kon ik gewoon gaan genieten. Hartslag daalt, lach is terug, woede weg. Ik ben ZELF op eigen kracht door de frustratie heen gegaan! Ik vocht tegen de doem-dome in mezelf en ging keer op keer omhoog en door en door en door en ineens was het voorbij. Ik omarm het hardlopen weer en ben bang dat ik morgen ook weer wil doen. Ik zag de wolken langs de sterren bewegen en het leek of de sterren draaiden. Mooi hoor. Ik haal nu zonder moeite en zonder frustratie de anderen in. Zij zullen ook doen wat ze kunnen. Ben ik ze lekker voor bij de trapjes. Mijn gedachten zijn ineens weer gewoon opgewekt. Ik kan toch zeker niet hinkelen? Met welke voet begon ik ook weer? Hoe kom je hierop en eigenlijk is het wel grappig. Ik ga dus mooi niet meer zo hard die Woondome op, kom ik ook boven toch? En naar beneden kan ik weer lekker uit’vliegen’. Je kunt best ver kijken, even een foto maken.
Nog een rondje rennen, ik vind het best, dat rennen lukt me wel. Hup weer naar boven. Helpt weer voor de verdiepingen vandaag. Die tienduizend stappen zitten er al op, op naar de twintig… Ohnee, dat is wel wat veel gevraagd, want ik werk hier wel hard, maar we gaan niet echt ver.
Het is echt verbazingwekkend zo vrolijk als ik weer terug huppelde en kon vertellen van de halve marathon in drie uur. Ik ben nog een beetje emotioneel, maar ik heb het afgelopen uur een scala aan emoties doorlopen die veel hoger waren dan de woondome 14 keer op en af rennen. Vandaag ben ik een “Overachiever again” volgens de fitbit. Ik heb heel veel verdiepingen ‘gescoord’! Het nieuwe schema past me goed nu en ik lig helemaal dubbel als ik de opdracht voor woensdag zie: duurloop met tussenstop OP DE WOONDOME en die 4 keer op. Ik ga deze week dus 18 keer die heuvel op. WoondomeDoemWeek.
WoonDome Doem training
Schoorl? De Groeten van de halve marathon van Anke en Zélia.
Gisteren voelde ik me al beter en ik heb een paar uur met Vincent door de regen gefietst. Het miezerde, het was voor niks (omdat de tennisvelden dicht waren waar ik de parkeerkey moest terugbrengen), het was koud en Vincent vond het niet leuk en ik daardoor (en door de ijskoude vingers) ook niet. Het ging langzaam en meneer morde maar. Maar ik voelde me weer opgeknapt en uitgerust en was vastbesloten naar Schoorl te gaan. Ik had zowaar zin in de halve marathon van Schoorl!
Ik vond het wel moeilijk in te schatten of het niet een uitputtingsslag zou worden om zo lang te lopen en ik at een geroosterde boterham en nog wat roer met druiven ook. Lekker mijn muziek hard zetten in de auto en naar Schoorl crossen in de fijne Skoda. De zon brak door en ik voelde me pas ter hoogte van Schoorl een beetje zenuwachtig worden. Dadelijk zou ik Zelia gaan zien…. Gisteren heb ik haar voor het eerst gehoord door de telefoon en ik vind haar Eindhovens accent erg prettig. Via de blog die zij op internet bijhoudt ken ik haar (Just Keep Running). Zelia gaat in april in Parijs de marathon lopen en een vrouw met meer doorzettingsvermogen en mentale kracht zie ik niet vaak!
Op dezelfde parkeerplaats als vorig jaar trok ik mijn schoenen aan en om 10 uur loodste ik Zelia en haar vriend naar dezelfde plek. Zelia was onmiddelijk een hele lieve meid. We gingen samen inlopen richting de startvakken. Het was totaal ander weer dan vorig jaar: er was geen regen, wel een straf windje. De zon scheen, maar het was niet echt koud of kil. Ik heb mijn handschoenen niet aangehad. Weet je wat mij gebeurde?! Ik Struikelde! Midden op de kruising, over een suffe stoeptegel. Ik had niks, wel meteen mensen om me heen, maar ik was voornamelijk enorm verbaasd.
We gingen vast een keer de heuvel op en dat ging niet snel, maar behoorlijk moeiteloos. Het gaf me in elk geval goede hoop. Ik zag er niet tegenop om kilometertijden rond de 8 minuten te gaan lopen, Zelia was uiterst prettig gezelschap. We liepen die eerste 2,5 kilometer mooi rond de 8 minuten.
In het startvak had ik een heel klein beetje last van spanning. Het duurde toch nog een minuut of vijf na het startschot voor we naar voor geschuifeld waren. Wat een hoop mensen en wat een drukte. Ik liep lekker met Zelia mee. Ik hield veel rechts en we werden in grote getalen ingehaald, maar ons eigen tempo konden we goed aanhouden. We liepen met de stroom mee en hobbelden door de straten van Schoorl. Ik vond het wat te druk, maar ik genoot ook van al die rare mensen om me heen in korte broek, met bloemen op het hoofd of vol met plaktattoos op de benen. Mensen in korte broek, mensen met koptelefoons, groot, klein, gespierd: allemaal verschillend. En sommige doen de 21km en anderen de 30. De eerste post sloegen we over. We zagen de anderen aan de achterkant al langs gaan en even later waren wij daar ook. Op de hoek stonden herriemakers en een meisje met megafoon. Zij heeft vast (ook) keelpijn gekregen! Ik ben dol op de bosrand. We hadden kort discussie over of wij daar nou straks ook weer zouden komen. We kwebbelden er lustig op los, hoewel ik voornamelijk het woord deed en we stevenden recht op een PR voor Zelia af met tijden rond de 7. Voor mij was het zeer eenvoudig vol te houden. Ik vond de lichte glooiingen alleen maar prettig.
We gingen de heuvel op en er liepen nog een paar mensen voor ons en bijna niemand meer achter ons. Halverwege stond een mevrouw lekker te trommelen. Ik maakte een paar foto’s van Zelia en ook 1 op het punt waar ik al bij het inlopen een foto had gemaakt. We gingen echt niet snel de heuvel op, maar we werden ingehaald door iemand en toen ging het mis. Er kwam een auto achter ons rijden en die jaagde Zelia heel erg op. Zij is getraumatiseerd toen ze laatste is geworden in Eindhoven en de hele tijd ‘achtervolgd’ werd. Nu raakte ze nog in paniek van het idee dat wij de laatsten zouden zijn. Ik beloofde na haar te finishen, want ik gaf er niks om. Het zat haar ontzettend dwars en daardoor raakte ze helemaal uit haar ritme. Compleet. Ik begreep het niet zo goed en kon haar ook niet helpen. Ik vind dat je verliest als je de race niet kunt lopen of niet kunt uitlopen en de meneer die ons geblesseerd tegemoet komt, die heeft pas verloren, maar wij zouden die halve marathon gaan uitlopen en dan heb je hoe dan ook gewonnen. Het was een trainings-wedstrijd, gewoon een rustige lange duurloop zou het zijn als er geen PR uit rolde en dan was het ook helemaal goed, vond ik.
De omgeving met de bossen was geweldig mooi, de zon scheen, de trui kon uit; maar het tempo konden we niet meer oppakken. Zelia was echt de kluts kwijt. Er stonden nog 1 keer een heleboel supporters met borden herrie te maken en daarna werd het stil en uitgestorven om ons heen. De auto bleef achter bij de volgende waterpost. Ik dronk er wat water. Met het wegblijven van de auto kwam het ritme en de rust bij Zelia niet terug. Integendeel. Ze was boos op zichzelf dat ze zich zo liet kennen en daardoor blokkeerde ze nog meer.
Toen kwamen we in de duinen. Zandvlaktes van heb-ik-jouw-daar. We werden door wat lawaaiige jongeren ingehaald op de fiets en het was prettig dat de wildroosters voor ons hardlopers waren afgedekt. De jongeren gingen foto’s maken tussen de duinen bij eenzame boomstammen. Het leek inderdaad een beetje western-achtig!
Met de duinen en het zand kwam ook de wind. Ik heb niks tegen wind, dat ken ik wel, want dat hebben wij zat in Almere, maar in Eindhoven heb je dat niet. De patronen van de bomen waren kronkelig en zo mooi.
Hoe ver nog tot de huizen vroeg Zelia zich steeds af. Soms twijfelde ik ook of we nog wel goed liepen. Ik zag dat als deel van het avontuur! En dan was er wel weer een bordje. Bij het 15km punt nam ik een bekertje koude-thee-met-suiker. Ze waren aan het opruimen, maar de vrijwilligers hadden nog steeds opbeurende woorden, dat wij de eersten waren en dat voor de rest iedereen verdwaald was.
Wandelen en hardlopen wisselden elkaar af. Ik zag zelfs een glimp van de zee! We hebben ook wel veel gelachen om de situatie of we nog wel goed liepen en waar we toch allemaal bleven en wat een fijne wandeling we toch maakten op deze zondagmiddag. We grapten dat we de 10 kilometer nog best konden lopen, als we maar bijtijds binnen waren! Zelia was zich al aan het verheugen op de medaille en ik moest helaas een domper erop zetten dat het waarschijnlijk een handdoekje werd.
Zelia heeft absoluut de medaille voor het meest afzien en toch doorzetten verdiend voor deze race. In het bos waar de wind minder was, werd Zelia’s stemming ook niet echt meer beter. Ineens hoorden we verderop weer leven en muziek en toen kwamen de 30km lopers er weer bij. Ineens waren er weer veel mensen.Ik keek nog even achterom en warempel daar liep nóg iemand achter ons met de reddingsbrigade auto erbij! We waren niet eens de allerlaatste. Zo gemakkelijk als het de eerste keer ging dat we daar liepen, zo futloos leek het nu. We waren niet de enigen, maar de anderen die moesten lopen hadden er al 28 kilometer opzitten. Ik was zelf nog zo fit als wat. Ik maakte nog een foto van het klimduin en toen maakte ik heel even tempo. “Ga je nog omhoog?” vroeg de vrijwilliger, en eerlijk gezegd had dat nog best gekund. Vlak voor de finishlijn daagde ik Zelia uit: nu maken we hem sprintend af, laat zien wat jij nog kunt. Eerst riep ze ohnee, en toen ging ze. Loeihardgewoon. Dat kon mevrouw toch nog maar mooi, lachend. Ik liet haar voor mij over de finish komen. Mijn horloge zei 2 uur 59 minuten en 11 seconden. Op de klok stond 3 uur en 3 minuten. Ik was nauwelijks moe of bezweet.

Omdat we bruto net niet binnen de drie uur zijn geëindigd (netto wel), staan we in de totaaluitslag niet vermeld. Maar we waren niet de laatsten!
De handdoek en de AAdrink nam ik in ontvangst en toen was het gedaan. Ik vond het stoer dat Zelia nog zo kon sprinten op het laatst; fysiek is er niks aan de hand met ‘r.
Mijn gemiddelde hartslag lag op 136, maar een deel daarvan was wandelen, dus het telt niet echt. Mijn garmin gaf preceis 21,1 kilometer aan, terwijl mijn telefoon deze keer eens degene was die minder had gelopen!Doelen gehaald? Ja, ik heb persoonlijk wel genoten en ja, ik heb netjes de hele weg met Zelia meegelopen; dus ik heb aan mijn doelen voldaan. Was het leerzaam? Absoluut. Was het mooi? Definitely. Was het uniek? Ook. Ik heb wel 25 kilometer gelopen, mijn nieuwe FitBit barste zowat van trots op mij
That’s an achievement, ik ben een overachiever volgens dat ding. Die heb ik toch maar mooi verdiend en die handdoek lekker ook. En als ik zo doorga, doe ik volgend jaar in Schoorl mee voor de dertig kilometer en de volgende kleur handdoek 🙂
Griep? Nee toch!
Gisteravond hebben we nog gewandeld na een dagje sauna. Wat was het mooi bij de zonsondergang en wat was het gemakkelijk om het tempo hoog te houden! We liepen gewoon 6 kilometer om de plas heen. Maar een paar uur later deed mijn keel pijn en had ik last van mijn oren. Ik voelde me niet heel erg gezond en ging met een paracetamol mijn bed in. Ik sliep als een blok.
Toch werd ik moe wakker en hoewel de pijn niet dusdanig was dat ik niet op zou kunnen staan, was de keel nog rasperig en voelde ik me helemaal niet 100 procent. De hartslag was de eerste ‘red flag’; waar die normaal tussen de 46 en 53 slagen ligt net na het ontwaken, was dat nu in het beste geval 61. Dat is te hoog. Maar ik had gewone trek en kreeg het bakje yoghurt wel op. Ik liep mee naar school, ook al had ik deze keer ietwat moeite de heren bij te houden. Ik ben niet verkouden, ik ben niet echt ziek, ik hoeft niet terug naar bed en ik hoest ook niet. Maar ik ben niet helemaal fit.
De laatste keer dat ik ziek was, ligt inmiddels 2 jaar achter me. Zo’n koortsige griep waarbij je zweet en ziek bent. Ik heb wel eens dat ik me niet goed voel, dat ik overal spierpijn heb en moe ben – maar een dikke griep van een paar dagen: dat was februari 2013. Eind 2013 heb ik een buikgriep gehad en daar was ik zieker van, maar ik zou het uit 2014 niet meer weten. Dus zomaar ziek… Daar geef ik mijn hardlooprondje niet voor op!
Ik ging er van uit dat ik een intervaltraining nu maar even niet moest doen. Dus ik wilde toch echt gewoon een rondje gaan lopen, lekker rustig aan en in de buurt. Totdat ik mijn koorts opnam. Ik heb geen koorts, want met koorts moet je niet gaan sporten, maar ik had toch wel lichte verhoging (hoewel- onder de 38 graden nog altijd). En toen besloot ik
NIET TE GAAN HARDLOPEN
waarmee ik voor mijn doen officieel ziek verklaard ben!
Dus is dit het eerste verslag van de training-die-ik-NIET-gedaan heb!
Ik baalde ervan, maar ik zou toch graag proberen om zondag in Schoorl te staan en ik weet dat de beslissing om vandaag een keer over te slaan dan noodzakelijk is. Verstandig, maar niet gemakkelijk. Niettemin was ik flink sjachereinig, zeker toen mijn loopmaatje ‘easily’ 19 kilometer had gerend. Maar goed, ik kon het werk mooi afmaken met behulp van de poes.
En alles een tandje langzamer doen. Soms is dat gewoon nodig en blijkbaar viel dat precies vandaag. Ik hoor om me heen allemaal mensen die ziek zijn! Ik hoop dat ik zo’n goede conditie heb dat ik maar 1 dag me wat minder voel. Ik wacht met spanning af tot na 4 uur, het tijdstip waarop het meestal slechter gaat. Maar het blijft redelijk op peil.
Ik verwen mezelf ‘s avonds met een fitness tracker, zodat ik mijn slaapgedrag zonder telefoon kan bekijken en mijn stappen beter kan bijhouden. En dat doe ik op de eerste dag in twee weken tijd dat ik GEEN tienduizend stappen loop!
Nog een keertje vroeg naar bed en dan moet het wel vervelend lopen als ik morgen niet gewoon weer beter opsta! Dan baal ik nog dat ik vandaag de training heb laten schieten, want het is om zo moeilijk om verstandig te zijn!
Trainen met de trainer
Ik vroeg de trainer om mijn vragen te beantwoorden, stelde hij voor samen een stukje te gaan lopen! Ik vond het op zijn zachtst gezegd nogal spannend, ik word van dat soort zaken erg onzeker en krijg nachtmerries dat ik ineens niet meer weet hoe ik hardlopen moet 🙂
Maar goed, ik wilde wel en dus belde ik om 1 uur aan bij hem. We hebben eerst mijn hartslagzones doorgenomen.
Zittend op een stoel, ha!
Pas vanaf zone 2 zit er verschil in. Toen gingen we lopen. Ik had mijn zwarte jasje niet bij me, dus ik nam mijn handschoenen ook niet mee. Ik had mijn vragen gelukkig op een papiertje geschreven, zodat ik ze niet allemaal vergeten was! Dat zou mij spontaan overkomen namelijk.
Het werd gewoon een uurtje hardlopen: inlopen, loopscholing en de trainer ging kijken naar mijn loopstijl en waar er nog wat te winnen valt. Ik constateerde opgelucht dat mij dat moest gaan lukken toen we de dijk op liepen. De eerste tip was een herhaling voor mij van drie jaar geleden, die ik inmiddels vergeten was: Lach! Ik mocht het tempo aangeven, maar dat vind ik al meteen zo moeilijk! Ik ging voor mijn gevoel niet al te hard, maar het zat toch mooi rond de 6:10 per kilometer in zone 2. We liepen de dijk op. Ik hoefde ‘alleen maar’ te luisteren. Ondertussen legde de trainer uit over hartslagzones, verschillen, waarom mijn hartslag aan het begin zo hoog is (de logische verklaring: spanning is zo waar, dat ik er nog nóóit aan gedacht heb), hoe je de hartslag snel kunt verlagen (wandelen-stilstaan!-weer gaan rennen), wat de hartslag over de conditie zegt (niet de laagste of hoogste hartslag zegt daar iets over, maar hoe snel je hartslag daalt na de inspanning), waarom het toch zo goed is om op onverhard terrein te lopen (je doet aan krachttraining, leert anticiperen als je vermoeid bent en je gebruikt meer spieren) en dat alles na de modder van de cross nu meevalt voor mij. We gingen de Rooibos weg in, ik kreeg meteen zin in thee! Ondertussen werden mijn vragen beantwoord over het eten (3 kilo minder is wel beter om harder te lopen, maar in mijn geval niet noodzakelijk), over de opbouw van het schema (rustig begonnen omdat de trainer mij verder nog niet kent) en de belangrijkste tip: Ik moet het einddoel in de gaten houden en dat is in het najaar de marathon. Ik hoeft nu nog niet heel veel te lopen, want dat komt allemaal heus wel. En tussen de regels door: de trainer stuurt me niet weg om over een marathon 6 uur te doen. De 10000 stappen hebben ook weinig toegevoegde waarde, maar het kan best zolang ik tussen het schema door maar gewoon wandel. De trainer had wel gezien dat ik de voorgaande (twee) weken meer had gelopen dan het schema aangaf, maar hij verzekerde mij lachend dat hij daar niet snel boos om zal worden.
Toen waren we in een parkje. Een heel aparte plek tussen kale nieuwbouw en lege onbebouwde grond. De bomen zijn nog ieniemienie en het ziet er enorm aangelegd uit. Ik mocht het bruggetje over, doodenge dingen, dus dat doe ik mooi ietsje sneller!
De trainer stuurde me ook de andere bruggen over en keek eens hoe ik liep. Gelukkig had ik dat niet gelijk door, want als je daar zelf op let, dan ga je anders lopen! Ik ben een glider qua loopstijl. Ik zet mijn middenvoet neer en rol mijn voet af. Daar is niks mis mee gelukkig. Maar nu ging ik zo mogelijk nog beter en intensiever luisteren. Er heeft nog nooit iemand gekeken naar hoe ik loop (in drie jaar tijd pas, dus waar gaat het over- maar toch)! Ik zet mijn voet wat lang aan de grond, waardoor ik veerkracht / energie verlies. Ik kan dat verbeteren door me te richten op een oefening die de tripling heet en die hebben we op de brug gedaan. Daarnaast heb ik baat bij de oefening die skipping heet en dan hoeft ik me alleen maar nog naar voren te laten vallen en dan kan ik efficiënter gaan lopen. En toen liepen we weer verder en moest ik het allemaal vergeten. 🙂 Anders ga je krampachtig lopen, vertelde de trainer, denk er per onderdeeltje maar eens aan in één of andere training en gebruik de kennis als je voelt dat je moe wordt van het lopen. Ik moest nog een steigerrun doen (steeds ietsje sneller), net na het ijs (maar dat is lang niet meer zo erg als die rotmodder). Ik zet mijn voet wat ver voor mijn lichaam, ook dat kost energie omdat ik er dan ‘overheen’ moet. Ik moet mijn pasfrequentie verhogen en eens leuk met een metronoom gaan lopen. Het lijkt heel wat, maar geloof me, dit is ongeveer de helft van alles wat de trainervertelde!
We deden nog een steigerrun, maar die werd voor mij verstoord door een fietser en ik kwam niet zo best uit. Mijn hartslag ging tot 166 en toen gingen we terug de raadselachtige wijk in Almere Haven in. Ik zou daar nooit de weg kunnen vinden! Van het uurtje hardlopen was ik niet echt moe geworden, maar van alle informatie tolde mijn hoofd bijna! Natuurlijk was er achteraf niks om je druk over te maken, integendeel, maar degene die me dat kan afleren moet ik nog ontmoeten!
Wisselduurloop met zijn tweetjes.
Veel schuiven met de trainingen, dat doe ik de laatste dagen. Ik probeer het goed te verdelen. Gisteren kwam het er maar niet van om te gaan hardlopen en dat drukte mijn toch al niet beste stemming danig. Maar vanmorgen stond ik op met de gedachte: vandaag mag het weer! Ik vroeg mijn vriendin of ze mee wilde en ze stond even voor twee uur aan de deur. Ik had in mijn horloge staan dat ik eerst twee kilometer ging inlopen, dan moest ik 12 minuten in zone 1 lopen en daarna 3 minuten in zone 4, nogmaals 12 minuten zone 1, 3 minuten zone 4 en dan nog 1 keer 12 minuten zone 1, 3 minuten zone 4 en het uitlopen. Er stond niks over onverhard, dus de route ging leuk over asfalt!
Het inlopen ging mooi langzaam en ik hield zone 1 ook vol. Ik had van tevoren niet nagedacht over de route, dus we liepen een beetje hap-snap. Naar de ene wijk tot mijn vriendin zei dat ze er al ooit was geweest, toen draaiden we terug onze wijk in, maar allemaal achterlangs. Het tempo was verre van vermoeiend en we hadden alle tijd om te kleppen. Toen gingen ineens mijn drie minuten sprinttempo in. Ik zette er flink de sokken in! Ik ging meteen aan het aftellen tot 180. Het was erg vermoeiend na 2 minuten en ik voelde mijn spieren voor de eerste keer. Ik trok flink door en haalde een tempo van 13
kilometer per uur. Mijn vriendin kwam achter me aan en na 3 minuten (ik vertelde me slechts 10 seconden) draaide ik me om en ik wandelde haar even tegemoet om de hartslag te verlagen. Het lukte me om na anderhalve minuut weer een lage hartslag te hebben. Daar was ik trotser op als op de sprint! Ik had wel iets te hard gelopen en zag op tegen de volgende drie minuten. We liepen langs de Hogering. Voor mij allemaal bekend terrein. Ik had geen idee hoe ver we zouden komen qua route. Maar ik maakte me ook geen zorgen. De volgende drie minuten sprint in zone 4 zette ik iets minder hoog in, maar ik hield het wel vol tot het einde van het fietspad. Ik vertelde me flink en het leken wel 4 minuten!
We besloten door het bos terug te steken en kletsten gewoon verder. Deze keer was mijn hartslag al binnen een minuut weer terug in zone 1. Inmiddels was het helemaal niet meer koud, maar er lag nog wel wat sneeuw in het bos. Op stukken waar de zon niet scheen, was het ook nog verraderlijk glad. De lucht was echter heerlijk koel, prachtig blauw en het was perfect hardloopweer. Veel te snel gingen de 12 minuten rust voorbij en moest ik voor de laatste keer de hartslag opvoeren. De hartslag volgt altijd iets na de versnelling en ik ging deze keer extra langzaam aan het tellen. Ik kon ook niet meer zo loeihard. Liep ik de eerste twee met 13,3 en 13,2 kilometer per uur, nu haalde ik ‘maar’ 12,6 kilometer per uur meer. Ik kwam dan ook tijd te kort en toen ik pas bij 150 was met tellen, waren de drie minuten alweer voorbij.
Ik liep mijn vriendin weer tegemoet en zover blijf je dan eigenlijk niet achter. Ik hoefde bij het uitlopen niet meer op de hartslag te letten, dat had ik expres uitgezet. De hartslag liep nog 1 keer op toen we de brug op moesten. Ik was nog helemaal niet moe eigenlijk, maar de drie kwartier die voor de oefening stond was alweer ruimschoots overschreden.
We liepen over de Evenaar terug langs alle hekjes slingerend en auto’s ontwijkend. Het was een raar rondje geworden en je kunt de versnellinkjes in het rood goed herkennen. Uiteindelijk hadden we 5 kwartier gelopen, die waren echt omgevlogen! We hadden 11,5 kilometer gelopen. Normaal zou ik denken:mwah, maar ik maakte me er deze keer niet druk om en merkte het zelfs nauwelijks op! Ik had lekker gelopen, een paar keer versneld en ik krijg mijn hartslag steeds beter onder controle. Er komt vast een tijd dat ik het ook zonder piepend horloge aan ga voelen.
Een handvol nummertjes bij het geluid van sneeuw, kerkklokken en een hardloophorloge.

We zijn met de hele familie (opa, oma, 2 zussen met aanhang en 3 kleinkinderen) een weekend in een huisje in Noord Limburg. Bij de wandeling die ik gister rond het park heb gemaakt met mijn ouders, ontdekte ik de wandelroutekaart van het gebied en ‘s avonds zette ik de route uit van ongeveer 7 kilometer. Ik plaatste de nummers op mijn hand en hoefde alleen maar de pijltjes te volgen.
Een run van “drie kwartier in zone 1 voor het ontbijt” stond er op het programma. Het eerste wat ik vroeg toen ik om half 8 wakker werd was: sneeuwt het? Het antwoord was ontkennend, maar toen ik me aankleedde begonnen de vlokken naar beneden te dwarrelen. Ik liet me niet kisten en met een glas water als ontbijt ging ik aan het rennen. Het park af, waar het nog doodstil was om tien over 8.
Toen ik het hek achter me liet, kwam ik een andere hardloper tegen! Je hebt rare mensen…. Het sneeuwde volop in het bos. Ik was uiterst verbaasd over het geluid wat dat geeft: het lijkt wel harde regen! Voor de rest was het stil, nou ja, als je het voortdurende getik weg kon denken. De sneeuw bleef niet liggen, maar het leek er wel koud door. Het was erg sereen in het bos. En een beetje modderig. Mijn hartslag moest onder de 138 blijven, maar dat lukte niet erg goed. Dus naast het getik was zeer regelmatig het gepingel van het hardloophorloge te horen. Het volgen van de nummertjes was gemakkelijk, behalve dat de handschoenen ervoor uit moesten. Ik kwam aan de rand van het dorp Beesel. Ook daar lag iedereen op zondagmorgen om half 9 nog te rusten. Het hield op met sneeuwen en ik kreeg het lekker warm.
Ik liep me voortdurend af te vragen waarom ik eigenlijk zo ontzettend vroeg ging hardlopen door het slechte weer, maar het antwoord was keer op keer; omdat het zo heerlijk is! Ik ging tussen de boomgaarden door aan het lopen, langs de paddenpoel en de vogelnestplaats. Het was volledig kalm en uitgestorven tussen de modder. Ik zag ganzen, de maas en in de verte blafte een hond.
Ik liep een heel stuk van 2 kilometer zonder een paaltje tegen te komen. Soms sneeuwde het even, maar het was niet eens echt koud. Ik keek uit op het pontje en ontweek de grootste modderpoelen – kon mijn hartslag ook weer even dalen. Ik liep voorbij de landingsplaats van de pont en daar begon het even flink door te sneeuwen. Wat een herrie van dat getik van die sneeuw! Ik kon 1 nummertje niet meer goed lezen, maar ik zag wel dat er net zo goed 76 als 70 kon staan en 76 was het meest logisch.
Toen begon het luiden van de klokken in de verte. Als kind woonden wij vlak bij de kerk, dus dit geluid is me vertrouwd. Ik liep helemaal te genieten. Het was geweldig voor me! Het voelde zelfs een beetje emotioneel aan om door de sneeuw te lopen bij het geluid van kerkklokken. Ik liep langs een soort moerasgebied waar een enorme boom was omgevallen. Ik kwam in het bos. Hier ligt totaal anders bos als in de Flevopolder. De oude bomen zijn knoestig en statig en lijken veel warmer en wijzer als de rijen bomen in de polder. Ik genoot erg van de omgeving, ook al zaten er heel veel klimmetjes de rivierdijken op tussen, die flink glibberig waren. Het is grappig dat als er dus niks over onverhard in mijn schema staat, ik dat tegenwoordig blijkbaar graag opzoek.
Op de velden bleef de sneeuw even liggen en ik vond het fijn dat ik dat meemaakte, terwijl de rest van de familie de voorkeur gaf aan uitslapen. Het was na half 9 en ik zou langer dan 3 kwartier onderweg zijn, maar ik vond het helemaal geen zware training en ik genoot erg van de buitenlucht, de nieuwe omgeving en het tempo lag lekker laag. Degene die een hond hadden, moesten inmiddels ook de sneeuwvlokken trotseren. Maar het was nog steeds stil. Ik kwam bij het kapelletje.
Het was nog dicht en door de sneeuw zag het er uitzonderlijk christelijk uit omgeven door rust en kalmte. Omdat ik de tijd nam om foto’s te maken, piepte mijn horloge voor de verandering eens dat de hartslag te laag was! In de verte luidde de kerkklok negen uur, waarna het gebeier volgde als oproep voor de mis. Mijn oproep begon het ontbijt te wezen! Ik rende door en telde de nummertjes af. Na een uur was ik weer bij het park, maar ik ging terug door het bos en de ingang waar ik ook begonnen was. In dat uur had ik precies 7,5 kilometer gelopen. Geen topsnelheid nee, maar het gelukzalige gevoel wat dit uurtje mij oplevert is veel en veel meer waard dan een uurtje zo-snel-mogelijk-over-het-asfalt. Op het park zijn inmiddels veel mensen ontwaakt en lopen ze met verse broodjes. Het sneeuwt niet meer. Ik ga eerst wat eten en daarna ga ik douchen in het subtropisch zwembad! Ik leer van mijn kind de borstcrawl, maar ik merk dat de spieren toch best vermoeid zijn. Het sneeuwt inderdaad de rest van de dag niet meer en ‘s middags loop ik met opa, oma en de kleinkinderen nog een keer langs het kapelletje.
De sneeuw in Lage Vuursche
Mijn loopmaatje en ik waren op weg naar het natuurpark Hollandse Hout in Lelystad. Voor de derde keer proberen we om daar te gaan hardlopen. Eerder kwamen de startbaan van Soesterberg en de Utrechtse Heuvelrug er tussen, deze keer zouden we toch echt twee uur onverharde paden in Lelystad mee gaan pakken. Totdat….. mijn vriend op weg naar zijn werk belde: “hier in Midden-Nederland ligt sneeuw. Jullie zijn watjes als jullie niet hier komen lopen.” Dat lieten wij ons geen twee keer zeggen en we twijfelden heel even: dit was dé kans om door de sneeuw te lopen! We draaiden de auto en reden naar Lage Vuursche.
Op voor twee uur door een prachtig landschap! We waren de eerste op de parkeerplaats om tien uur. We gingen eerst even het dorp door en de harde sneeuw onder onze voeten klonk geweldig! Het kraakt bij elke stap en het werkte enorm op mijn lachspieren! Ik bedacht net buiten Lage Vuursche dat ik mijn hartslag moest beperken op 138. Dat zou moeilijk worden, want door de sneeuw en de kou lopen is zwaar. Maar wat was het mooi! De zon viel in het bos en het was echt enorm genieten.
Al snel gingen we van het rechte pad af. Er was werkelijk niks verhard! Op sommige plekken was de bosgrond zichtbaar, maar op een open vlakte lag er een paar centimater sneeuw. Het was heerlijk en al binnen een kilometer had ik het lekker warm. Het hartslaghorloge sloeg bij het minste of geringste aan het piepen. Ik liet ‘m maar. Ik liep gewoon enorm te genieten en wat was ik blij dat het Hollandse Hout weer een keer moest wachten!
Ze waren bezig met boswerkzaamheden. We namen een doodlopende afslag. En de hele tijd moest ik naar de WC voor een plas, maar dat is lastig in het bos! Op een gegeven moment raakten we op een modderpad waar de werktractors overheen hadden gereden. Al snel verlangde ik terug naar de sneeuw! Er waren ook nog heuvels, dus het was een echte trailroute. We kletsten een beetje en ik koos lekker expres hier een daar de heuvels. Om uit te kijken over de witte heide. Uiteindelijk zag ik een paar dennen om even tussen de gaan zitten. Toen we toch gestopt waren, konden we meteen ook foto’s nemen!
Door de zon op de sneeuw kwam er een soort feeërieke mist te hangen boven de velden. Inmiddels waren we de weg een beetje kwijt en liepen we tegen hekken aan. De snelheid van deze excersitie lag erg laag, maar daar ging het helemaal niet om. We keken gewoon niet naar de tijden en hobbelden genietend door. Na een uurtje gingen we kijken en bleken we richting Baarn te lopen. We gingen richting de weg en zouden aan de andere kant verder lopen. Het begon een beetje mee te tellen dat ik nog maar 1 boterham en 1 bakje kwark had gegeten. We staken de weg over en we waren verder als ik gedacht had. We stonden bij het Baarns Bosbad, meer een plek voor de zomer! Nu konden we nieuwe voetstappen in de verse sneeuw op de parkeerplaats zetten.
Ik nam een dextrootje. Water hadden we niet bij ons. We liepen op asfalt, maar dat mocht ik van mijn loopmaatje niet te enthousiast roepen! Eerlijk gezegd was het ook maar een klein stukje leuk! Het was een beetje zwerven aan de andere kant van de weg en we kwamen steeds bij de weg uit. Inmiddels was het gesprek gekomen op onze hardloophistories. Toen we voor de derde keer bij de weg stonden, besloten we terug over te steken. Ik voelde me moe worden en we hielden even wat asfalt aan. Er smolt erg veel water van de bomen af en dat gebeurde voornamelijk in ijsblokjes. Het kwam in grote getallen uit de lucht vallen en dat werd je toch best nat van, dus ik was blij met het regenjasje. We gingen van het asfalt af het bos weer in en toen moesten we veel modder ontwijken. Dat vond ik best zwaar. De hartslag bleef behoorlijk hoog. Na nog een foto van de zon prachtig door de besneeuwde bomen stapte ik vol in een plas en had ik natte (en koude) voeten.
En mijn voeten hebben het al zwaar met blaren en wintertenen de laatste tijd! Ineens stonden we weer op dezelfde plek als we eerder al waren! Gelukkig herkende ik het meteen en draaiden we gelijk om. We kwamen weer in de buurt van Lage Vuursche en het werd duidelijk drukker met wandelaars. Door de modder werden wij ook veroordeeld tot een stukje wandelen. Kon ik mooi even op adem komen! Daarna namen we het rechte gewone, rechte pad weer op. Onverhard, maar een verademing na alle modder!
Ik begon in de gaten te krijgen dat ik ook met minder dan twee uur door de sneeuw ploegen genoegen zou nemen. Langzaam aan begon ik me te ergeren aan alle hagelblokjes. We kwamen langs de Zwarte Weg en ik was blij weer zicht te hebben op de route en dat ik wist waar ik bleef. Aan de ene kant wilde ik ook nog achter de midgetgoflbaan langs, maar ik was ook vermoeid. Toen we bij de parkeerplaats stonden was er een uur en 50 minuten voorbij en het was genoeg. Al snel was ik weer op adem en toen….
was het tijd voor een overheerlijke, echt verdiende Lage Vuursche Pannenkoek!
We hadden een gemiddeld tempo van onder de 8 kilometer per uur gehaald en nog geen 15 kilometer gelopen in bijna twee uur, maar dat maakte niks uit! Het Hollandse Hout wacht nog op ons en dat was een prima beslissing, wat sneeuw blijft toch heel erg aantrekkelijk! Bedankt loopmakkertje, voor de flexibele instelling en het meegaan en de foto’s en voor de pannenkoek!
Door de Modder rocken met Beethoven
Om 9 uur stond ik al te trappelen om te gaan hardlopen: de rest van de dag beloofde regen en kou en wind, dus dat wilde ik voor zijn! Ook in de hoop dat het op de uitgekozen MTBroute nog rustig zou zijn. Ik ging eerst inlopen; lekker over het asfalt naar het dichtbijgelegen Kotterbos. Ik ging niet snel, maar dat was niet het doel vandaag. Offroad moest ik, maar deze keer mocht de hartslag tussen de 135 en 148 liggen in zone 2. Eigenlijk zou ik dit zondag moeten doen, maar dat gaat niet lukken, dus ik doe het vandaag vast. Kwart over negen stond ik op de MTBroute en het was modderig! Maar lang niet zo erg als tijdens de cross, dus ik kon het prima hebben. Hier waren ook nog steeds zijkanten waar je ‘iets minder’ door de modder liep.
Ik ken dit deel van het bos erg goed, maar het is verrassend om het eens vanuit deze fietsroute te bekijken! Bordjes volgen is een makkie en ik slinger op totaal nieuwe wijze het bos door. Ik had mijn eigen muziek aanstaan en mijn hartslag bleef al redelijk binnen de perken. Tegenwoordig schrik ik niet meer van kilometertijden die met een 7 beginnen gelukkig.
Op het asfalt kwam ik een andere hardloper tegen en toen zette ik de klassieke muziek aan. Hoe leuk is dat! Door de modder rocken met de carmina burana!
Ik kom helemaal niemand tegen. Ik doe mijn jasje even uit omdat ik het warm heb, maar dat is dan weer net iets te koud. Ik mag nog een stuk over het asfalt en nu kom ik in het gedeelte van het bos wat ik niet goed ken, omdat er maar 1 verhard fietspad loopt. En daar begint het hoor! Heuveltjes, niet te ontwijken modder, slingerpaadjes en waterplassen. De klassieke muziek geeft er een nog uniekere kijk op! Jaren geleden liep ik dit pad nog wel eens, maar nu is het een verademing om er te mogen hardlopen. Omdat dit geen wedstrijd is, kan de modder me niet schelen en de tijden ook niet. Ik hobbel gewoon lekker door en luister naar een concert! Ik kom niemand tegen: ik hoor het geluid van de snelweg, het tikken van de hoogspanningsmasten en violen, mannenkoren en symfonieën op mijn koptelefoon. Ik kom over de brug, waarvan de railingen gestolen zijn en hoewel het asfalt is, vind ik het doodeng! Ik laat de hartslag maar even piepen. Na de brug ga ik direct links en dan is er geen zijkantje meer met iets minder modder.
Ik glibber de heuveltjes op en af en -eerlijk is eerlijk- ik geniet er met volle teugen van! Beethovens ‘Alle Menschen Werden Bruder’ begeleidt me. Ik maak slingertjes, ben de hele tijd aan het opletten waar ik mijn voeten neer kan zetten en het is bijna een dans in plaats van hardlopen; het vergt concentratie en enig vakmanschap om de voeten keer op keer goed te plaatsen! Nu ik begrijp van de trainer dat het hier om gaat, kan ik er veel beter mee uit de voeten.
Inmiddels miezert het een heel klein beetje, maar het zorgt voor verkoeling en geeft geen hinder. Ik heb geen idee waar ik blijf, hoewel ik op een kaart zou kunnen aanwijzen waar ik ben, ziet het er volledig nieuw uit. Dan vlucht er voor mij uit een hert weg, het is een ree en ze is groot en snel. Mijn hele run zou in één keer geslaagd zijn, als ie dat al niet was geweest. Ik vind het echt leuk om zo dicht bij huis zo’n avontuur te beleven. Ik maak me alleen zorgen over het feit dat het uur veel te snel voorbij gaat op deze manier!
Ik kom naast de snelweg uit en moet een heuse sloot over… Ik begin moe te worden en mijn schoenen worden zwaar van alle klei en modder. Ergens merk ik ook dat ik honger begin te krijgen, want ik heb alleen maar wat yoghurt en ontbijtkoek gehad vanmorgen. Ik zou immers ‘maar een uurtje’ gaan lopen. Ineens mag ik weer even het asfalt op en herken ik waar ik (pas) ben. Dat is een klein stukje een verademing, maar ik volg meteen het pad het bos weer in als ik de mogelijkheid krijg, terwijl ik weet dat de asfaltweg veel korter en gemakkelijker is. Heel erg veel gemakkelijker, want 1 bocht verder wacht een stukgereden pad wat slechts bestaat uit enorme plassen. Mijn sokken worden nu ook nat. De paden die ik twintig minuten geleden nog glibberig vond, zijn nu de simpele gradatie en de modder waarop ik begon doet me bijna verhard aan. Zo dicht bij huis kun je uitstekend een trailrun oefenen, de trainer kan trots op me zijn dat ik dit doe en zelf ben ik ook maar wat blij! Ik moet onder de brug van de Hogering door over het asfalt en dan is het uur training om. Zeven-en-een-halve kilometer slechts, maar het was wel super-superleuk!! Ik ga de brug op via het MTBpad, wat een flinke klim is.
Op de brug ‘spijbel’ ik een stukje van de MTBroute en neem het asfalt. Maar aan de andere kant: nu zijn mijn schoenen toch al vuil en ik heb het saaie fietspad langs de TBSkliniek al zo vaak gedaan, laat ik gewoon de MTBroute nu ook nog nemen! Inschattingsfout: hier liggen nog hogere heuvels, nog gladder en omhoog klimmen is lastig en naar beneden glijden gaat iets te gemakkelijk. Ik kijk jaloers uit op het fietspad dat aan de andere kant van het water ligt, maar deze keer kom ik wel boven op de berg uit! Ik ben nu echt officieel moe en voel een hoop spieren in mijn lijf en mijn voeten, maar de lach is ook niet meer van mijn gezicht af te slaan! Ik heb last van blaren en pijn aan de huid mijn voeten, dus ik heb de compressiesokken vandaag uitgelaten. Ik merk dat in mijn knieën, maar niets kan de pret nu nog drukken.
Als ik weer op het fietspad sta met mijn modderpoten, besluit ik dat het genoeg is geweest en dat ik over het asfalt naar huis terug ga rennen. Ik ben toch al veel te lang onderweg en ik ben bij de brug naast het tankstation. Pas als ik het bos en de modder verlaat, krijg ik last van de wind die inmiddels behoorlijk aangewakkerd is. Hoewel het weer droog is, lijkt het opeens veel kouder en daarom blijf ik liever in jogtempo doorlopen dan dat ik echt ga wandelen, maar dit is een andere categorie van zwaar; het is veel minder uitdagend als het bos en de modder.
Ik had een uurtje mogen gaan, maar het werd een uur en vijftig minuten. Het waren wel 14 kilometers al met al! De gemiddelde hartslag is in de Garmin over drie ‘runs’ verdeeld: het inlopen (hartslag 141/ 2,4 km), de oefening van een uur (hartslag 144/ 7,5 km) en het uitlopen (hartslag 139/ 4 km) en komt gemiddeld op 142 uit. Ik vind dat allemaal prima! Het tempo ligt met 7:30 natuurlijk erg laag, maar daar ging het hier helemaal niet om! Het gaat erom dat ik in 1 ochtend genezen ben van mijn modderallergie, dat ik me heel erg gezond en opgewekt en trots voel na afloop en dat ik een hert van zo dichtbij heb mogen aanschouwen. Het gaat om de belevenis die ik ondergaan heb met deze nieuwe kijk op het bos wat om de hoek ligt en die ik met de aparte muziekkeuze heb omlijst.
Nadelen: De huid van mijn tenen is er niet best aan toe en ik heb trek in een appel en dorst en ik heb geen tijd meer om naar de supermarkt te gaan en ik krijg het pas in de douche weer een beetje warm (al kom ik vandaag niet meer echt op temperatuur). Het weegt niet op tegen de voordelen: Ik ben blij, tevreden, trots, heb genoten en nieuwe mogelijkheden ontdekt. Ik heb afgezien en ben doorgegaan en ik vond het leuk! Deze route ga ik onthouden en zeker nog eens een keer doen, maar dan met sneeuw ofzo en dan zoek ik leuke rockmuziek op en dan in zijn totaliteit, omdat dit maar een stuk ervan was. Ik heb geen enkele fietser gezien. Slim van ze, fijn voor mij 😀
Loslopen als eigen training
Ik had geen spierpijn of last van welke blessure dan ook. Eigenlijk wilde ik na een dagje werken ook niet luisteren en praten met anderen. Mijn loopmaatje had last van een opspelende blessure en ging ook liever alleen een rondje lopen, dus ik kon mooi mee zonder naar het gekakel te hoeven luisteren en zonder op de tijd te hoeven letten. Ik zou van hem een paar loopopdrachten krijgen.
We gingen verder langzaam lopen op een lage hartslag. Dat lukte niet erg goed en het horloge bleef de hele weg aan het piepen dat ik buiten zone 1 liep. Na anderhalve kilometer werd ik voor een steigerrun (steeds ietsje sneller lopen) weggestuurd. Ik had de afstand niet goed ingeschat en ging nog niet voluit. Bij de tweede ging het beter en bereikte ik een sprintsnelheid. Het was wel eens leuk om toch een soort van training te doen die half alleen was en toch ook weer niet. Mijn hartslag ging uiteraard met het tempo mee omhoog.
Er volgde nog een versnelling over tien lantaarnpalen en ik kon me even heerlijk uitleven! Ik ging netjes steeds sneller, zoals te zien is op het grafiekje waar het verticale streepje staat, ik eindigde in elk geval lekker snel! Dan duurt het nog iets langer voor de hartslag weer wat afneemt. Mijn loopmaatje bleef langzaam lopen, dat is een rare gewaarwording want ik kan hem nooit bijhouden! Ik hoefde ook niet over de route na te denken en ik ging gewoon links en rechts en ik vond het wel prima. Ik had ook niet erg veel tekst.
Ik ging 1 lantaarnpaal terug en moest dan zo snel mogelijk mijn loopmaatje die doorliep weer bijhalen. Dat deed ik drie keer achter elkaar. Toen waren de lantaarnpalen op en ik was moe en vond het dus niks erg dat er geen lantaarnpalen meer stonden…. Ik baalde dat ik hem niet voor het pad bijhaalde. Die piekjes in tempo en hartslag zie je ook mooi terug op het grafiek:

De vierde kilometer ging lekker snel zo! Ik werd nog een keer de brug op gestuurd op 10 kilometer tempo; nu weet ik hoe hard dat is. Brug af ging ik nóg sneller! Toen renden we langs de weg en ineens gingen we de wijk in. We raakten aan het kletsen over het werk wat Rob doet en wat mijn loopmaatje doet. Het was geen smoesje, maar ik moest er wel bij blijven lopen op deze manier en hoefde niet meer te versnellen, ha! 🙂
We liepen over het Gerrit Schultepad en dat zie ik vaak staan, maar ik kom nooit over dat fietspad. Ik was de weg dan ook volledig kwijt! Niet dat ik me daar druk over hoefde te maken, maar het was een raar gevoel om plaats en tijd kwijt te zijn. We liepen alsmaar rechtdoor en ik had wel herkenningspunten, want zo ver waren we niet weg. Toen was het rondje rond, maar het gesprek nog niet klaar, dus het werd een achtje.

En ineens begon het te regenen. Wij ontkenden dat, maar er vielen nogal veel koude natte druppels uit de lucht en ik was het opeens helemaal zat! Ik liep gewoon zo netjes mogelijk mee uit, maar in plaats van 1 uur en tien minuten werden het toch weer tachtig minuten. Doordat ik thuis niet snel genoeg mijn benen opwarmde, had ik van deze run met een gemiddeld tempo van 6:54 per kilometer en een gemiddelde hartslag van 144 meer opstartspierpijn de volgende dag dan van de Kidneyrun!
Kidney Run Almere Haven: out of box, volle bak!
De Kidney Run is een hardloopwedstrijd in het donker. Ik ging voor de 10 kilometer, zo’n beetje besloten door de trainer dat ik die eens voluit mocht gaan lopen en dan kan hij aan mijn hartslag zien waar het omslagpunt zou moeten liggen. “out of box volle bak” stond in het schema.
Ik stond ‘s morgens op met een hele lage hartslag van 44 slagen per minuut. Ook na enkele metingen kwam dat er nog steeds uit! We hadden een feestje ‘s middags en ook daar lag mijn hartslag nog onder de 50 slagen per minuut. Ik heb alle lekkernijen af moeten slaan, dat viel niet mee. Ook de tijdsplanning zat niet goed in mijn hoofd: tussen kwart voor 6 en 6 uur wilde Vincent dolgraag in het donker de twee kilometer lopen. We moesten dus op tijd weg op het feestje en ik had alles al bij me. Ik zou daar tussen 6 uur en half 8 wachten op mijn wedstrijd, maar het was koud en dan is anderhalf uur erg lang. Om vier uur besloot ik stante pede te gaan eten en wel rijst met roerbakgroente zodat wij om vijf uur naar Almere Haven konden rijden. Ik besloot mee terug naar huis te rijden om daar om te kleden, nog snel een beetje te eten en dan alleen weer terug te rijden naar de Kidneyrun.
Het jochie ging lekker hard en was vrolijk behangen met ietwat onzichtbare breeklichtjes. Hij ging snel, binnen elf minuten was hij de trotse eigenaar van een medaille! Ik reed mee op en neer naar huis en kende de weg al en had mijn startnummer al. Ik had ook gevoeld hoe koud het was en kon mijn outfit erop aanpassen (maar ik twijfelde me weer gek). Even over zeven was ik weer in Almere Haven en ging ik inlopen: heuveltje op en af. Nog een keertje naar de donkere toilet en dan het startvak in. Het was over met mijn lage hartslag… Ik vond het spannend omdat ik geen idee heb hoe hard tegenwoordig ‘out of the box’ is en wat de gevolgen blessuregewijs daarvan zullen zijn. Om precies half 8 klonk het startschot en ik had al gehoord dat het hier en daar een beetje glad was. Ik schrok daar niet van, maar ik schrok des te meer van alle midden op de weg opduikende pionnen. Ik slingerde een beetje om deze en gene heen en haalde snel een rennende kerstboom in. Ik nam een hoog tempo op, maar het voelde goed aan. Ik besloot dat ik zo lang mogelijk zou proberen om een snel, maar comfortabel tempo aan te houden. Geen modder om doorheen te ploegen, maar soms was het inderdaad wat glad. Ach, dacht ik, als ik onderuit ga, laat het dan hard gaan! We gingen de dijk op en wat zag het er mooi uit: lampjes, sterren die in het water weerkaatsten en een sikkelvormig maantje. Ik vond het fietspad een feestje en hield eigenlijk compleet moeiteloos het tempo vol. Ik haalde mensen in en kon lekker niet op mijn horloge kijken naar de kilometertijden.
“Helden” riepen twee toeschouwers aan de kant, “dat jullie door het donker rennen!” Ik dacht: jullie zijn mijn helden die in het donker niet echt iemand kunnen zien en ons toch supporten, dankjewel. Ineens vroeg ik me af of ik de auto wel goed had afgesloten! Ik maakte me zorgen, maar dacht dat ik er nu toch niks aan kon doen, behalve snel doorlopen en het binnen een uur gaan controleren. Voor me liep een man met verlichtte hakken en ik haalde hem langzaam maar zeker in. Zoals ik wat meer mensen (lees: mannen) steady, maar krachtig inhaalde. Ik vond het leuk dat mijn horloge gelijk liep met de bordjes. Bij het omkeerpunt stonden vrijwilligers ons aan te moedigen en tot straks te zeggen en hij hoopte ‘dat je straks ook nog zo lacht‘. We gingen hoog over de dijk terug en daar werden lichte stukken onder de straatlantaarns afgewisseld met hele donkere onverlichte gedeelten. Ik haalde een man bij die tegemoet werd gefietst door een trainer die riep: ‘blijf bij je groep’ naar die man. “Welke groep” mopperde de man; ik opperde nog dat we samen een groep waren, maar daarna heb ik hem ingehaald en niet meer gezien. Ik zag de snelste mannen die zonder lampjes voorop liepen alweer onder op het fietspad. En dan vond ik dat ik goed ging! Er liepen kerels te fluiten naar al die lopers en ik dacht: spaar de moeite, jij ziet niemand! We moesten nog een keer langs het startpunt en ik dacht even: laat ik de volgende keer eens een vijf-kilometer wedstrijd proberen. Op het fietspad was het glad én donker. Laat ik dit maar snel doen, dacht ik, dan ben ik er snel vanaf en nu weet ik het voor straks vast. Intussen was het veld uit elkaar komen te liggen en waren de pionnen goed te zien. Ik bedankte de vrijwilliger en toen zakte mijn hartslagmeter af! GVD, deze hele exercitie was begonnen om mijn hartslagen te berekenen, of dít ding wel wil blijven werken!
De trainer stond met zijn fiets met kinderzitje langs de kant en herkende mij wel in het donker. Knap van hem, hij moedigde me nog even aan en ik had adem zat om te zeggen: het gaat goed! Ik deed mijn hartslagmeter goed: wat een voordeel van donker en de ruimte tussen de lopers dat je je hele shirt omhoog kan doen zonder dat iemand het ziet, haha. Het was (laat ik het zo zeggen) verkoelend om te doen bij twee graden celcius! Weer het fietspad op en ik vond het erg fijn daar. Voor me uit veel lichtjes en degene die voor me liep moest zijn tempo laten verslappen. Kon ik hem mooi inhalen en hield ik mijn tempo hoog. Ik werd door twee kletsende jongeren ingehaald die hun tempo hadden liggen op 5:30, zo zeiden ze. Had ik even enig idee hoe hard ik ging en het viel me tegen eigenlijk. Het voelde niet zo aan eigenlijk, ik had het idee sneller te gaan. Onder de 6 minuten houden, dacht ik dan maar. Ik riep naar mijn loopmaatje die alweer boven op de dijk liep en nog steeds voelde mijn tempo comfortabel aan. Snel, maar vol te houden. Ik zat op 6 kilometer en ik dacht: ik moet straks het laatste stukje nog versnellen. Maar ik ben gewend aan 6 kilometer hard gaan, daarna begint het pas tegenwoordig. Op het 6 kilometerpunt werd er in de verte vuurwerk afgestoken. Ik vond dat fantastisch! Dankjewel zeg; voeg dat bij het sterrenlicht, de stroom lampjes voor me en de brug in de verte en het wordt echt fijn om in de nacht te lopen. Ik dacht bij mezelf: nu word het dus een uithoudingsslag, maar ík ga die winnen van mezelf. In tegenstelling tot de overheersende gedachte bij de crosscup dit is niet leuk dacht ik nu ik kan dit, ik kan ook een marathon lopen, dit lukt me. Bij het draaipunt bedankte ik de vrijwilligers weer. Ik had intussen een vuurrood hoofd, maar dat valt in het donker lekker niet op! Het werd inderdaad zwaarder. Ik werd ingehaald en dat vind ik zo knap: dat je dan nog kan versnellen en deze vrouw leek het moeiteloos te doen. Dat wil ik ook nog graag leren!
In het licht lijken de voorgangers nog best dichtbij te lopen, maar als je op de donkere stukken bent, valt het weer tegen. Ik vind het leuk om me over dat soort dingen nog te verbazen. 8 Kilometer. Ik had geen idee hoe lang ik onderweg was, maar ik droomde maar vast van een nieuw record. Het ging best lekker, maar het werd ook zwaar. Dan helpt het om vooruit te kijken naar de finish en je die vast voor te stellen. Ik was even misselijk, maar dat trok al snel weg. Ik dacht: zal ik nog harder gaan- en ik wilde best, maar ik kon eigenlijk niet meer goed. Mijn benen waren moe deze keer, in tegenstelling tot eerder waren het mijn koude benen die het eerder opgaven dan mijn hoofd wat nog graag wilde. ‘Nog maar een klein stukje’ sprak ik mezelf moed in. Ik hoorde iemand achter me op komen en ik had niemand voor me lopen om me aan op te trekken. Dat maakte het me niet gemakkelijk om nog harder te gaan. Negen kilometer. Ik ga tellen, dacht ik. Nog maximaal vijf minuten: vijf keer tot zestig tellen. Tempo houden. Voorblijven. We gingen de dijk af na ongeveer twee minuten en ik werd ingehaald. Ik raakte de tel kwijt en kwam op het gladde stukje, wat ik alweer vergeten was. Het was er ook donker op de prachtige blauwe lampjes aan de zijkanten na.
Die wezen elke keer de weg en stonden aan de zijkanten van donkere stukken en ik vond ze fantastisch! Alleen hier aan het einde even niet meer. Na 9,5 kilometer was ik moe en de tel kwijt. Er stonden nog wel mensen aan te moedigen. Ik had het inmiddels flink warm en ik had mijn jasje open gedaan, was het startnummer ook zichtbaar! Harder dan ik ging, kon ik eigenlijk niet meer. Ik keek in het finishgebied nog om me heen naar alle grappige discolichten en toen zag ik de finishklok: niet binnen de vijftig minuten gehaald, not even close. Het waren er al 52, maar ik was blij dat ik er was en ging toch maar mooi lachend en voldaan de finish over, terwijl ze mijn naam weer eens verkeerd zeiden.
Ik hoefde alleen maar water te drinken. Ik kreeg een medaille en was moe, maar opgelucht. Ik wist dat ik precies had gelopen wat ik op dit moment in mijn mars had. Ik ging aan het uitlopen met mijn loopmaatje en een bekertje water in mijn hand. Warm blijven. Eerst naar mijn auto, die natuurlijk op slot was! Toen rustig doorhobbelend naar zijn auto, die we moesten zoeken. Hier en daar was het echt glad, maar ik was blij, tevreden, opgewekt, trots, voldaan en warm. Ik rende weer een kwartiertje uit en zette lekker de stoelverwarming aan en de muziek hard. Autorijden na zo’n inspanning is best vermoeiend. De officiële tijd lag op 52 minuten en 21 seconden. Ik heb gemiddeld 5:19 op de kilometer gelopen, dat is 11,6 kilometer per uur. Nét iets sneller dan Vincent op zijn twee kilometer. 12de Bij de vrouwen 40+, van de 44 deelneemsters. Dat komt voor mijn gevoel overeen met waar ik nu sta, dus ik ben eigenlijk tevreden.
Waar ik ook blij om ben: ik vond het weer leuk om deze uitdaging aan te gaan en ik heb van vorige week geleerd de nare gedachten te vervangen en op het eten te letten. Ik heb gewoon weer eens genoten van een wedstrijd, ben de zenuwen de baas gebleven en heb lekker om me heen gekeken. Vorig jaar in Schoorl liep ik ook deze tijden, dus met wat afvallen (ik ben op de goede weg) en wat trainingsprogressie belooft dit jaar nog heel wat! Het was net ietsje meer dan 10 kilometer en de tien kilometer heb ik nét onder de 52 minuten gelopen. De hartslag was in het begin erg wisselend en daarna constant op 170-173. Dan volgt douchen, opruimen en afwachten wat de volgende dag brengt. De nacht bracht onrust met zich mee: kind uit bed, naar de toilet gaan om drie uur (ik merkte nog net op dat ik nergens last van had voor mijn ogen weer dichtvielen) en een kotsende poes maakte het niet soepel, maar ik kon goed uitslapen en om 9 uur voelde ik me lekker toen ik wakker werd. De hartslag was wederom laag en toen ik een uur later opstond, voelde ik N I K S. Geen pijn in mijn voet, geen last van mijn knie, geen spierpijn; maar een gezonde trek en wat vermoeidheid. Ik had geen zin om me deze dag uit te gaan sloven en ben niet gaan uitfietsen; ik had zin in rustig binnen blijven en spelletjes spelen.
Voor het eerst deze week de tienduizend stappen niet gehaald en het is goed dat ik me ook niet verplicht voel nu. Soms is dat nodig en ik ben blij dat ik dat ook van mijzelf accepteer.









