Fietsen in hardlooptempo.

Nee, beste trainer; ik luister heel braaf, heus! Na een paar uur veel sjacherein en een paar dagen afkickverschijnselen omdat ik DRIE hele lange, bijna onoverkomelijke dagen niet mag lopen, heb ik me er met veel moeite bij neergelegd dat dit waarschijnlijk goed voor me is en dat ik daarom écht die trainer in de arm heb genomen. Maar geloof me, ik kijk uit naar de weken waarin ik leuk weer vier trainingen tegen kom.  Genoeg gemokt; ik kan nu eenmaal niet binnen blijven zitten. Gisteren zijn we in een uurtje op en neer naar de bakker gelopen, lekker 5 kilometer moeiteloos binnen het uur gehaald! Weet je wat een mooi weer het was? Ik wil toch graag elke dag de 10duizend stappen halen?
Morgen staat er in het schema dat ik op de fiets naar de cross wedstrijd moet gaan, maar met een ambitieus kind wat een uur eerder mag hardlopen en sneeuw in het vooruitzicht, ga ik toch overslaan. Ik vraag me even af of ik dat ook had gedaan als ik er hardlopend heen had gemogen 😉 Dat ambitieuze kind trouwens: gaat op donderdag naar de atletiekles als het regent, on-af-ge-bro-ken regent. Waarom zou je dat toch doen? Ik snapte hem pas toen de les bijna afgelopen was: er loopt een gedreven voorbeeld rond in huis. Ambitieus kind wil graag kennis maken met mijn trainer, want die gaat hij straks inpikken om voor de triathlon te trainen; hij kan wel zwemmen en rennen ook. Dus we moeten het fietsen nog leren! Dan gaan wij toch vandaag op de fiets?!
Bij aardrijkskunde ging het in zijn klas over polders, sloten, dijken en gemalen. En laten we die nu in Almere hebben! Dus wij stapten om kwart over 10 op de fiets voorzien van snoepjes en drinkflesjes en handschoenen (zelfs een handdoekje voor de pauzemomentjes). Fietsen is niet zijn ding, bedacht hij binnen twee kilometer. Werk aan de winkel trainer! 🙂  (maar ik eerst)
Het was koud en ik zette mijn eerste versnelling in, het tempo lag laag. Heel laag. Mijn loopmaatje had het lopend bij kunnen houden. En anders had hij ons bij de eerste stop bij kunnen halen. De hardlopende mevrouw die we inhaalden, voorbij lieten rennen en niet meer ingehaald kregen, lukte het ook. Toen gingen wij de dijk op, omhoog fietsen kerel! Het was duidelijk waarom de dijk er lag: aan de ene kant hoog water, aan de andere kant laag het land. We trapten voort tegen de kou in en genoten van het uitzicht. Zo kwamen we bij ons leerdoel: De Block van Kuffeler: het grootste gemaal van Flevoland, Europa en bijna  van de wereld. Ik heb ook iets geleerd! Dat doe je hardlopend nou niet: stoppen, borden lezen, binnen kijken. Rozijntjes eten, water drinken en nog een keer kijken. Het viel mee met de gladheid (maar de fietshelm mag niet af). We gingen door het Wilgenbos fietsen en hoe onmogelijk: we kwamen niemand tegen. Meneer vond de afgewaaide takken op het pad helemaal niks. Bij het sluisje namen we een lange pauze. Ik bleef zitten, terwijl mijn mannetje op verkenning uitging en ik moet toegeven: ook het sluisje ren ik meestal voorbij (en snel ook, want de doorkijk naar het water is NIETS voor mij). Heb ik ook bekeken. In de eerste versnelling gingen we verder. De zon scheen volop, maar het werd gewoon maar niet echt warm. We hebben gekletst over al die polders en Amerikanen zijn ‘dom’ verklaard omdat ze bang zouden zijn dat onze dijken doorbreken. Daarnaast is hij blij dat hij goed kan zwemmen. Omhoog fietsen het viaduct op, blijft een lastigere zaak. Maar hij mag van mij niet stoppen en gaan lopen, stug doortrappen brengt je ook boven, man!

"Hier stuurde ik jouw een SMS toen ik een paar weken geleden de HM liep, jochie" "Dat zeg je élke keer, mama"


We wilden zo snel mogelijk van het hobbelige fietspad af naar het nieuwe gladde pad. Het werd inmiddels een hele lange fietstocht voor meneer, maar het vooruitzicht van een lekker vers broodje hield hem op de been. Hij had al bedacht welke, maar die naam…. We fietsten naar de supermarkt en daar kwam ie: de kwarant ofzoiets. Na de wandeling door de supermarkt (“als jij spekjes wil, nemen we die mee, kleine trapheld”) had hij weer energie genoeg om snel naar huis te komen en de croissant in no-time te verorberen. We hadden bijna 16 kilometer gefietst. Daar hadden we 1 uur en 37 op getrapt en 2 uur en een kwartier over gedaan. Meneer ging naar buiten om verder te rennen, spelen en stoeien met zijn vriendje, mama was moe. Nouja, niet echt, maar wel voldaan en tevreden en voor vandaag uitgesport en uitgelaten.
Beste trainer, kan een ambitieus jongetje van 8 met een overschot aan energie alvast aan een triatlon training beginnen?  😀  (maar ik eerst)

Categories: Uncategorized | Comments Off on Fietsen in hardlooptempo.

Nogmaals dezelfde wisselduurloop, maar toch totaal anders als afgelopen zaterdag!

Mijn trainer was wel weer zo’n beetje beter, maar ik had nog geen schema van hem ontvangen. Ik dacht dus: ik ga gewoon lekker! Doe ik dezelfde training als ik zaterdag heb gedaan, maar dan zonder de wind en niet door wijken. Ik doe op het laatste moment mijn regenjasje aan en grijp de koptelefoon mee.
Eerst ga ik weer 2 kilometer inlopen. Mijn hartslagmeter slaat namelijk meteen op hol. Ik loop richting het bos op de hoek van de wijk en geniet lekker van de muziek. Ineens krijg ik het lekker warm en voel ik me vanaf mijn rug werkelijk warm worden en ik weet dat mijn hartslag dan daalt en dat is precies wat er gebeurt. Ik kijk op mijn horloge en terwijl ik doorloop zie ik de hartslag gewoon zakken! Ik besluit buitenom te lopen tot het trapje en daar het programma op te pakken. Ik zit dan op twee kilometer.
Toch blijkt zone 1 nog veel, heel veel langzamer te gaan. Het is moeilijk vol te houden. Ik rende hier de eerste kilometer, maar nu hou ik het niet vol om te blijven hardlopen. Mijn hart blijft op hol slaan. Ik moet wel wandelen om van dat hinderlijke gepiep af te zijn. Dan draai ik richting de plassen en ik bedenk dat het met muziek op niet gaat werken. Dan wil je het muziektempo aanhouden en zelfs mijn langzame muziek gaat te snel.
Ik kom op het bekende intervallenpad. Hier mag ik dadelijk vast door naar zone 2, dus toch een interval erin. Het is rustig, maar ik ben niet de enige buiten. Het druppelt een beetje, maar dat is niks erg. Ik mag harder en ga het ritme van mijn voeten volgen. Ik kom er goed in! Het tempo is nog steeds rustig, maar ik waardeer het kiezelpad enorm. Dan klinken je voetstappen zo leuk! Ik moet langs het centrum over het asfalt en zag werkelijk uit naar het zand! Dan is het ritme beter vol te houden. Behalve als er mensen voorbij lopen, dan ga ik al gauw te hard.
Er vliegen honderden ganzen op en het geluid van al die vleugels is overdonderend! En dan het gegak er tussendoor, het is overweldigend.
Ik kom een snelle hardloopster tegen, bah- ik wil een t-shirt met de tekst: “ik kan ook snel hoor” Ik ga heel langzaam onder het droge viaduct door om de hartslag weer te laten dalen tot binnen zone 1. Fijn dat ik die zone op het asfalt kan doormaken en dat ik ook nog wind mee heb, maar echt tempo zit er totaal niet in! Er komt me een man tegemoet op slechte schoenen en hij heeft het minder gemakkelijk dan ik getuige zijn ademhaling. Ik ga ‘mijn’ pad op door het kotterbos en dan begint een belevenis. Ik mag weer naar zone 2 en die voelt inmiddels heel goed aan. Ik loop onverhard en ik kom niemand tegen. Voor me vliegt een vlaamse gaai. En die (of misschien de hele familie) blijft om mij heen vliegen. Ik loop over wat ik de kale vlakte noem en ik ga door het bos in. Hoe ik het moet uitleggen weet ik niet precies, maar ik heb maar 1 besluit genomen: de komende tien minuten piept het horloge niet. Ik hoeft niet te kijken, ik kijk alleen maar om me heen. Ik hoeft niet te weten hoe laat het is, hoe hard ik ga, waar de route heen gaat, hoe ver ik nog kan. Ik voel alleen maar het hier en nu. Vlaamse gaai, zingende merel, druppels op mijn gezicht. Ik hoor alle geluiden, zie alles om me heen en toch loop ik als in een zeepbel. Ik zie alle vogels, bekijk de bomen, paaltjes die er vast al jaren staan en takken op de grond. Het is moeilijk uit te leggen als je nooit hebt hardgelopen, maar het is een soort zeer aangename verdoving. ‘In The Flow’ noemen ze het dan. Helemaal op je gemak zijn. Het is een soort toestand die je uren zou willen en kunnen volhouden. Deze tien minuten duren heel lang en gaan veel te snel ook weer voorbij. Ik stop nergens voor, het ritme gaat helemaal vanzelf. 1 Keer ging het horloge tóch piepen, maar toen sprong ik dan ook over een plas heen! Ik paste meteen mijn tempo aan en toen was het op de vogels na, weer stil om mij heen. Ik nam de wilgendoorgang en midden in het volgende bos zat het erop, terug naar zone 1, terug naar de opdracht, terug naar de realiteit: bepaal een route en neem het onbekende pad! Ik nam meteen een paar foto’s.Het bos is erg aangeplant en alle bomen hier in de polder staan op een rij, maar als je net vanuit een andere hoek kijkt, is een een mooi schouwspel van verticale lijnen. Ik merk op dat het gestopt is met zacht regenen en ik heb geen idee hoe lang dat al zo is! Ik kom op het brede pad en besluit die maar te volgen, want ik mag nog maar 1 keer in zone 2 lopen en dan moet ik weer thuis zijn. Ik heb trek gekregen, want ik heb vanmorgen alleen weer eens wat yoghurt en een cracker gegeten. Al die tijd in het bos ben ik niemand tegen gekomen! Het was voortdurend mijn bos, mijn stilte en ‘mijn’ vlaamse gaai. Ik bewonderde de regendruppelpatronen en neem afscheid van de onverharde paden. Ik zag een hele club wandelende heren en toen ging ik me realiseren dat ik dadelijk brug op ga, wind tegen krijg en dat het weer regent. Ik ben blij dat het in zone 2 mag gebeuren. Maar dat helpt me niet. Het begint te hagelen en ik voel me weer in de training op de brug, maar dan tempoloos. Ik baalde dat mijn jasje weer kleddernat was en dat ik nu de Evenaar over moest tegen de wind in. Ik zag dezelfde meneer met slechte schoenen en zonder regenjas, die ook zijn rondje had gemaakt, maar hij wandelde het laatste stukje naar huis. Ik dacht: ik ga tot de AH, maar al ruim daarvoor was de oefening voorbij. Ik was zwaar gedessilussioneerd over de lage afstand die ik had afgelegd, ook al weet ik dat het bospad niet geschikt is voor mijn garmin. Ik kreeg trek, had het koud en hobbelde maar door. Ik viel van mijn flow-wolkje af. 
Ik ging in de laatste straat lekker nog lantaarnpalen rennen, want ik vond dat ik mijn hart best nog wat kon helpen, maar ik deed het ook om sneller thuis te zijn! Uiteindelijk heb ik ruim 10 kilometer gelopen, maar ja, daar heb ik dik 5 kwartier over gedaan. De hartslag ligt wel weer iets lager als afgelopen zaterdag.

Dit schreef de trainer mij


Als ik het nieuwe schema krijg, word ik pas echt sjachereinig, want ik mag deze week niet meer lopen! (nu maar hopen dat de trainer deze keer niet meeleest) Ik doe zondag nog een wedstrijdje, en daar ga ik heen op de fiets (hoe komt ie erop). En volgende week haal ik de vier keer ook weer niet. 😐 Het is even wennen, maar ik ga me toch echt netjes aan het schema houden, want daarvoor heb ik de trainer ingehuurd – om mij in te dammen. Neemt niet weg dat ik tot het avondeten op zijn zachtst gezegd ‘lichtgeraakt‘ ben.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nogmaals dezelfde wisselduurloop, maar toch totaal anders als afgelopen zaterdag!

Trainen met 8 heren, windkracht 5, 1 brug, 4 oefeningen tussendoor én regen.

Van de zieke trainer had ik nog geen schema gekregen. Ik ben dus zelf maar naar de training gegaan. Omdat ik er zin in had! Ook al regende het. Ook al stormde het. Maar goed, regenjas aan en droge broek mee dan maar. Kregen we ook nog de trainer voorgeschoteld die dól is op bootcamp-achtige dingen. En tot overmaat van ramp: ik was de enige vrouw tussen 8 mannen. Hoefde ik in elk geval niet vooraan te lopen! Hoeveel ongeluk past er in 1 alinea?
Het was gelukkig niet koud. Ik vond het inlooptempo al redelijk hoog liggen, maar dat komt vast omdat ik tegenwoordig gewend ben aan superlangzaam. Ik geloof dat we onderweg al wat gingen springen en hupsen om warm te draaien voor het ‘grote werk’. We moesten in elk geval in een kringetje springen-met-tenen-aan-de-grond om de spieren los te maken, dat was lollig en loodzwaar voor de kuiten en peesplaten. Ik maakte me zorgen dat mijn blessures zouden opspelen, maar ik had nergens last van. Eigenlijk viel de regen ook wel mee als je toch eenmaal nat was. Dat was dus na 1 kilometer al zo.
We gingen bij de flats staan uit de wind. Van daaruit gingen we brug op lopen op een hoog tempo, ze noemen het dan 10-kilometer tempo, en ik vertaal het tegenwoordig naar zone 4, met een hartslag rond de 160-175. Ja hé! Al die mannen lopen tien kilometer in iets wat met veertig minuten begint en ik ben blij als het lukt met iets wat rond de 50 minuten ligt! Dat ik me met iemand zou kunnen meten, was dus direct uitgesloten. We moesten vaker die brug op en neer, zo meldde de trainer vast, en elke keer even snel proberen te wezen. Aan de andere kant een stukje de brug af en dan omkeren. En brug af hadden we wind mee, dus moesten we dat hoge tempo ook aanhouden. Dat was onze rust: wind mee en brug af. DUH.
Het viel tegen, de wind voornamelijk. Berg op lukt me wel, regen – ach, maar de wind was echt wel een factor om rekening mee te houden. Ik was als eerste gestart en ging wat hard. Bij het omdraaipunt zei 1 van de mannen: wat een stilte en ik dacht: je denkt toch niet dat we bij deze tempo’s nog hele verhalen vertellen?! Maar hij bedoelde dat bij het omdraaien het geraas van de wind wegviel! Heerlijk! Dan kan je inderdaad ietsje geruster lopen. De hele brug op en neer rennen was 780 meter. Hoe lang ik daar de eerste keer over deed, heb ik niet geklokt.
We kwamen weer samen bij de flats. Daar stond de trainer te wachten met zijn bootcampoefeningen. Eerst moesten we 30 squads doen. Diepe kniebuigingen. 1 Iemand begon lekker vals af te tellen, dat zal de trainer leren om ons uit Almere-Buiten dom te noemen! Toen moesten we de brug weer op en neer en we kregen mee op de pasjes te letten. Kleine pasjes omhoog, grote passen naar beneden. Ik liep al snel achter en dacht: ik ga aan het tellen, maar dat was niet zo interessant. Dus ging ik liedjes in mijn hoofd ‘zingen’. Ik kwam niet verder dan Op Een Grote Paddestoel. Omdraaien, terugsprinten en geen illusies dat ik die kerels bij kan houden. Deze keer klokte ik wel: 4:19. Mijn hartslag lag op de parkeerplaats bij de flats elke keer netjes rond de 170. Om binnen een minuut te dalen tot 150 en lager.

Op de hartslag grafiek is de brug ook duidelijk herkenbaar


Door naar de volgende oefening dan maar. Ik zal beter opletten. We moesten balanceren op 1 been. En een beetje zwaaien met dat been. Concentratie! Ik ben links echt sterker dan rechts. En jawel hoor: nog maar een keer die brug op en neer.
De vierde keer vond ik het zwaarst. De wind was echt nog harder geworden, tenminste op heenweg toen ik er tegenin moest. Op de weg terug, met wind mee, merkte ik er niks meer van. Ik lette maar eens goed op mijn pasjes en de armzwaai. Ik ging weer tellen hoelang de snelste loper op mijn moest wachten. 35 seconden deze keer. Was hij sneller of ik langzamer? Ik in elk geval 8 seconden langzamer, maar de armzwaai was nu goed.
De trainer had nog een oefening in petto: de laatste: met elk been 15x de uitvalspas. Ik voelde wel dat de spieren lekker warm bleven met deze inspanningen! Anders zou het toch maar koud worden, want ik was inmiddels doornat. De laatste keer de brug op: give it all! Ik ging echt wat harder voor mijn gevoel- ik hield ze iets dichter in het vizier, die laatste mannen. De hartslag lag hoger en ik moest nu echt wat meer naar adem happen. 4 minuten en 20 seconden. De mannen voor mij waren dus wat langzamer geworden, want ik was het niet die sneller ging!
De laatste oefening was vals: Nóg een keer de brug op, maar dan maar tot het midden. En met de handen vast op je rug. En niet uitzwaaien. Ik voelde me net een eend. En minstens zo nat als een eend trouwens. Ik deed het wel iets rustiger aan, want dat mocht lekker ook. Toen gingen we uitlopen. Het fietspad langs, 6 lantaarnpalen heen, 2 lantaarnpalen terug, 6 heen, 2 terug enzovoorts. Eigen tempo. Niet te snel. Ik kon de mannen bijhouden! En waar zij na zo’n 20 lantaarnpalen langzamer werden, begon ik een beetje in een ritme te komen! Eerlijk gezegd ging ik toen wat sneller, maar dat kwam vast omdat ik eindelijk ook de warming-up had gehad 🙂  Mijn Garmin houdt er niet van als we stante-pede omdraaien. Dan denkt ie dat ik stop. De trainer wandelde al kletsend met iemand mee! Die zal wel genoeg gerend hebben in zijn leven. Waar ik bijna 3 jaar ren, zit hij al op 33, dus ik mag nog ff.
We gingen gezamenlijk teruglopen en ik had alweer alle adem om te kletsen. Maar met de trainer kletsen kon ik nog even niet, ik weet niet zo goed wat ik hem moet vertellen: ja, ik leef nog en ja, het gaat best goed, maar ik loop alleen nog maar langzaam? En nee, ik heb nu geen last van blessures, maar ik hoop morgen ook niet? Die angst houdt me tegen om voluit te gaan. Ik durf niet te denken aan morgen, want ik ben bang dat alles dan weer op slot zit en ik dan minder tevreden zal zijn over de training als ik nu ben. Ik heb aan de snelste loper (die gemiddeld 35 seconden op mij moest wachten) gevraagd of hij vervelend vond om te wachten en hij zei van niet. Ik geloof dat hij het echt meende. Er heerst bij deze kant van de club niet zoveel geldingsdrang.
Ik kon mijn regenjas uitwringen. En de jas daaronder ook. Alles eigenlijk. Ik was wel blij met het donker, want ik had een vuurrood koppie! Ik deed geen droge broek aan, want die zou van het fietsen toch weer nat worden. Het fietsen was koud. En er stond veel wind, (misschien was dat al duidelijk) maar voor het fietsen maakte dat het koud. Ik voelde me een hele pief dat ik met die kerels mee had kunnen lopen. Thuis was het afpellen in plaats van uitkleden en warm worden in plaats van douchen, maar wel in die volgorde!
En dan die volgende dag he…. ik zag er tegenop om op te staan. Die pezen kunnen namelijk prima bewegen, maar een nachtje stilliggen zet ze vast en maakt ze pijnlijk. Ik voelde terwijl ik nog lag mijn andere voet al lichtjes steken! En mijn linkerknie! En mijn enkel voelde ik al midden in de nacht toen ik naar de WC liep. Hoewel, dat ik gewoon liep was al een teken dat er niks aan de hand was. Dus ik stond voorzichtig op (mijn hartslag was oke) en ik…. voelde…..  niks. NIKS. Beetje stijf, maar dat is na 1 stap weg. Knie? Check. Voet? Check. Enkel? Check. Achillespees? Tja, als ik iets voel is het daar, maar nu ik ‘s morgens de oefening op de trap doe, voel ik die ook al niet meer als ik naar school loop. Jammer dat het zo regent vandaag, maar des te meer een reden voor een goede rustdag in plaats van een wandeling. En de kans te over om écht trots en tevreden te zijn over de training!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Trainen met 8 heren, windkracht 5, 1 brug, 4 oefeningen tussendoor én regen.

Intervaltraining in de laagste twee hartslagzones

Zone 1 = supersloom en extra langzaam, hartslag tot 135
Zone 2 = langzaam aan, hartslag tussen 135 en 148
Het stormt. Het waait hard.
En het regent en hagelt soms. Maar dat is al gebeurt toen Vincent en ik naar de AH liepen en dus erg nat en verwaaid thuis kwamen.
Dit staat in het schema. Ik voel me nog wat moe van gisteren, maar als ik vandaag ga, heb ik het gedaan! Ik heb geen enkel route-idee meer.
Regenjas. Hartslagmeter werkt weer. Buienradar belooft dat het droog blijft de komende tijd. Storm radar zegt code geel. let’s go!
Een uur. 10 minuten zone 1, 10 minuten zone 2, 10 minuten zone 1, 10 minuten zone 2, 10 minuten zone 1 en 10 minuten zone 2. Ik besluit eerst eventjes in te lopen zodat de hartslagmeter er in kan komen en niet alleen maar blijft piepen op 170 in zone 1. Dat is fijn en pas na 1,5 kilometer krijg ik het warm en dan gaat de hartslag aan het dalen. Ik klik net iets te vroeg het programmaatje aan en ga langzamer. Ik blijf hardlopen, wat er ook piept, ik blijf hardlopende bewegingen maken!
Ik ga door het park, maar in het bos waait het wat hard voor de (vallende) takken, langs het water kom ik niet vooruit. Ik slinger op en neer en dat ga ik het komende uur doen: slingeren door de wijken. Tegen de wind in kost veel hartslagen, en de wind lijkt alleen van voor te komen! Maar ook afremmen kost hartslagen. Het is voortdurend balans zoeken. Ook in zone 2. De wolken razen over me heen. Ik ga links-rechts, door parkjes, over fietspaden, langs nieuwe straatnamen. En ik ben in de naastgelegen klerutjeswijk! Niet langs de bloesems en dan komt het moeilijkste weer: van zone 2 naar zone 1. Langzamer rennen. Alle auto’s mogen voor me oversteken! Ik kom langs de vaart, maar daar waait het te hard voor zone 1. De wijk weer in. Eiland-hoppen door de Eilandenbuurt. Ik krijg trek in suikers en ik voel mijn benen nog van gisteren. Er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt onverharde paden te nemen! Heel, heel langzaam haal ik de persoon voor me in, die wandelt. Omdat ik weer naar zone 2 mag. Ik loop rare kronkels in de weg en lach om een poes die ijverig blaadjes najaagt. Ik kom langs de kliniek en dan gaat de zon in de verte mooi onder. Ik ga nog maar ‘s vertragen en slinger tussen de raar genoemde hofjes door: wie kent het Paulus de Boskabouter Hof?

Paulus de Boskabouterhof


Leuk is dat daar mensen wonen die Paulus de Boskabouter in hun glas hebben gegraveerd. Rondom de school waait het loeihard! Ik verheug me verder in het Pietje Pluis Plantsoen, blij dat ik mag afronden in zone 2. Dat maakt het net iets gemakkelijker om de wind te trotseren. Ik loop zelfs niet over het geijkte pad over de evenaar, maar slinger tussen de nieuwe huizen door. Richting de AH is de wind zo sterk dat ik bijna stilsta. Kan ik het gepiep van het horloge ook lekker niet horen door het gebulder!
In de laatste straat is de oefening voorbij. Ik ga de trapjes en hellinkjes op en af en voel mijn spieren goed. Ik ben blij dat ik het heb gedaan. Dat het droog is gebleven en dat ik niet overdreven moe ben. De suiker-trek stil ik met rozijntjes.
 
 
 
 
 
 
 
 
Mijn telefoon is weer optimistischer als de Garmin. Echt snelle tijden heb ik niet gehaald, maar ik heb wel een keurige gemiddelde hartslag van 140. Zone 1 heb ik in respectievelijk hartslag 136, 135 en 134 gaan, zone twee elke keer gemiddeld in hartslag 145. (de laatste 136 is het uitlopen) Ik vond het deze keer alweer ietsje beter gaan, maar het blijft lastig! Ik was lekker uitgewaaid.
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Intervaltraining in de laagste twee hartslagzones

MTBpad over de Utrechtse Heuvelrug

Ik was erg zenuwachtig. Mijn zoon mocht een middag van school wegblijven omdat hij de “hoofdrol” in een filmpje ging spelen! Ik hoefde hem alleen maar af te zetten en kon daarna 5 uur doen wat ik wilde rondom Utrecht. Ik zou met mijn loopmaatje in Flevoland gaan hardlopen, maar dat werd snel omgebogen naar een plek op de Utrechtse Heuvelrug. Op het schema stond 7 kwartier onverhard op lage hartslag lopen. Onverhard is lastig te vinden, maar we kiezen een ATBpad uit dat bij ‘t Jagershuis in Zeist begint en ongeveer 16 kilometer beslaat. Ik hoop maar dat ik alles bij me heb; broodjes, schone kleren, hardloopschoenen; het is een hele operatie!
Om 12 uur eten we een broodje bij de auto die naast het restaurant staat. Het is droog, maar het waait behoorlijk in Nederland. We doen de hardloopschoenen aan en dan geeft mijn hartslagmeter geen sjoege. Niks. Hoe ga je op een lage hartslag lopen als je dat niet kan zien? Ik heb aan alles gedacht, maar nooit aan dit. Ik ben toch zeker een aantal minuten niet te genieten. We besluiten het tempo gewoon laag te houden.

Wij volgden een wit met rode variant van deze route-aanduidingen


Als ik naar de WC ga, zoekt mijn loopmaatje het startpunt. Dat valt niet mee! Weten wij veel wat het ‘internationale teken ATB’ inhoudt. Driehoekje en 2 rondjes.
We wandelen een stukje en vinden dan het ‘pad’, het is meer een smal strookje modder door het bos dan een pad. We gaan heuveltjes over. Het is veel modder ontwijken en het kost de nodige inspanning, maar we houden het tempo extreem laag. Het is L E U K. Het is avontuurlijk en onverwacht. We beginnen bij paaltje 37, en het blijft me een raadsel waarom, maar de nummers lopen op en het is allemaal duidelijk aangegeven. Over de eerste kilometer doen we 9 minuten! Negen, dat is geen typefout! We steken een weg over en al binnen een kilometer heeft mijn loopmaatje onze nieuwe vakantiebestemming geraden. Het is een verademing even verhard te lopen. Komt ook de tijd rond de 7 minuten te liggen. Maar lang duurt de pret niet.
We gaan steile heuvels op en weer af: “steile afdaling” staat er op het fietsbordje. Het is echt geweldig, dit. Ik voel me alleen een beetje bezwaard tegenover de MTB’ers, maar we gaan keurig aan de kant. Ineens is tijd per kilometer of hoeveel kilometer totaal van ondergeschikt belang geworden. Van het uitzicht op de schapen kunnen we niet zo lang genieten, omdat je vooral erg, erg goed voor je moet kijken naar de plassen! Het is wel uniek mooi en totaal anders als thuis in de polder. We pakken het vakantieverhaal op en de paden worden breder. Qua plassen maakt het niks uit, die worden ook gewoon breder! Het is veel zoeken naar het omweggetje door het bos over de verharde grond. Ik let goed op de route-aanduidingen, want het papiertje ligt nog in de auto. Als we foto’s willen maken, glijdt mijn loopmaatje bijna onderuit in de glibberige modder!
We hebben geen idee waar we blijven en zijn inmiddels bij paaltje nummer 45. We halen de fietsers die telkens stoppen twee keer in. Dan moeten zij afhaken, omdat er iets stuk is aan de fiets! We hebben MTB’ers ingehaald! Vanaf nu zien we geen fietsers meer. Ik zeg nog net dat wij geen technische mankementen kunnen oplopen, als ik bijna mijn voet op een tak verzwik. Om me er aan te herinneren dat dit een bos is en dat je waakzaam moet blijven!
We komen in de buurt van de Piramide van Austerlitz bij Helenahoeve, wat ik herken! Hier nemen we de groene MTB-route over en we mogen een heel stuk verhard rennen. Dat komt het tempo zeer ten goede. De kilometertijd begint zelfs met een 6! Maar we hebben over de eerste 6 kilometer bijna 50 minuten gedaan! Vijftig!! Dat is even wennen, maar ik leg het gauw naast me neer en we kiezen de zandpaden weer. Ik verwacht richting de Piramide te gaan, maar we gaan de andere kant op. Mijn loopmaatje is nog nooit bij de Piramide geweest. Wel in Nieuw-Zeeland, nog nooit bij de Piramide van Austerlitz!
We slingeren het bos door en het is overal even stil, rustig en afgelegen. Ik neem wat water en een half gelletje. Je moet gewoon niet élke keer dezelfde fout maken! We wennen al aan de modder en de schoenen kleuren zwart. Maar strak door de plassen heen rennen, verdom ik! Waar we waren was helemaal een groot raadsel en we keken maar eens op de telefoon. Hadden we het papiertje maar meegnomen! Uiteindelijk waren we ook niet zo ver van de bewoonde wereld vandaan.

hier waren we. al zei ons dat niet zoveel.


Er gebeurd een klein wondertje: we zagen nóg een hardloper! Daar was de rood-witte route weer! We gingen ‘m gelijk weer volgen, maar ik merkte wel al snel op dat het weer paaltje 45 was. En niet al te veel later volgde de conclusie dat we inderdaad de route nogmaals aan het volgen waren… Ergens hadden we een fout gemaakt. Achteraf was dat bij Helenheuvel waar we over zijn gegaan op de groen-witte route. Het was een klein wonder dat we niet verder uit de richting zijn gekomen. We gingen terugsteken door het bos en kwamen langs nog meer heuvels. Prettig om een telefoon bij je te hebben met kaarten erop!
Zo mochten we nogmaals langs de schapen.

We lieten de MTB’ers hun eigen pad en namen de wandelpaden. Op het moment dat het vakantieverhaal eindige en we terug waren in saai, grijs, koud en vooral plat Nederland, moesten we een steile heuvel op! Ik was extreem vrolijk en opgewekt, ook al waren we zo’n beetje de weg kwijt, deden we al zo’n zeven kwartier over 13 kilometer en was de route alles behalve gemakkelijk. Mijn beentjes deden het nog aardig en er was alle tijd voor uitgebreide gesprekken en korte stops om de route te vinden. We gingen uiteindelijk recht op het einddoel af. Het was wel zo’n beetje genoeg geweest. Hoewel je dit tempo en deze ondergrond heel lang kunt volhouden. Dat gaf aan dat we vast in de goede hartslagzone bleven lopen. En anders drukten we het tempo! En zo waren we terug bij ‘t Jeagershuys, mocht we toch nog het overbodige, maar schattige brugje over!

Het was droog gebleven en we hadden thee verdiend. Niet om de afstand, die lag tussen de 15,5 en 17 kilometer (het verschil tussen mijn Garmin en mijn telefoon app); maar om de enorme aanpassing die voeten/benen/spieren hebben moeten doen op deze nieuwe, maar o-zo leuke ondergrond. Het was een top-training! Mijn kind heeft het ook prima gedaan in zijn rol als razende reporter en is razend enthousiast!
Frustratie ‘s avonds: de batterij van de hartslagmeter was niet leeg, maar ergens had ik volkomen per ongeluk in mijn horloge aangevinkt dat de hartslagmeter niet gekoppeld hoefde te worden. ARGHHHH “je hebt toch fijn gelopen zonder dat ding” reageerde mijn loopmaatje op de SMS. En gelijk heeft ie!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on MTBpad over de Utrechtse Heuvelrug

Training vol Rondjes op de Parkeerplaats

Na drie maanden niet te zijn gaan trainen met de A/B groep mee, stond het deze avond weer in het schema. En tja, mijn goede voornemen is om dat schema netjes te volgen, dus ik ga op mijn fietsje tegen acht uur naar de verzamellokatie. Heel fijn om alle bekende gezichten weer te zien en zelfs mensen die lang niet geweest zijn!  Het is wel koud buiten en ik heb gelukkig mijn handschoenen bij me. Ik ging met de lange trainer mee en we hadden een behoorlijk groot groepje. Goed om te weten dat dit geen mensen met tijdelijke goede voornemens zijn! Mijn goede voornemen is weer hetzelfde aantal kilo’s verliezen als vorig jaar, dus ik eet aanzienlijk minder vanaf vandaag. Ik liep vrolijk te kletsen tijdens het inlopen, dat is mijn hartslagzone! We lopen naar de woondome…. Daar zit een steile helling die gevaarlijk favoriet is voor zware trainingen…..
We beginnen op de parkeerplaats met een rondje inrennen, terwijl de hangjongeren proberen uit alle macht hun auto aan te duwen. Ik vind dat soort dingen leuk! We doen eerst een rondje inlopen en ik kan bij de steigeren het tempo best bijhouden. Daarna gaan we springen en oefeningen doen. Hinkelen is zo ontzettend NIET mijn ding! Ik had nog nooit van de pendelsprong gehoord, maar vanavond heb ik ‘m meermaals gedaan. En die arme jongens maar duwen aan hun auto. 🙂

Rondjes op de parkeerplaats


We bleven op de parkeerplaats en moesten skippen met 1 been tussen de hoedjes die steeds dichter bij elkaar stonden. Ik kon het beter met links dan met rechts! Het lijkt een raar dansje. Konden de jongens met hun auto die geen sjoegge gaf, ook om ons lachen. Zij kregen steeds meer vrienden erbij in hun werkende warme auto’s. Ik had het intussen ook lekker warm gekregen. De hoedjes werden verzet en we mochten er nu wel doorheen rennen, maar de afstand werd steeds kleiner. En elke keer hetzelfde rondje over de parkeerplaats. Twee of drie dames bleven maar aan het kletsen om te proberen nieuwe loopafspraken te maken. Soms word ik gék van dat geleuter en dan ga ik maar iets harder rennen om erbij vandaan te zijn. Mannen gaan harder, maar houden tenminste hun mond dicht! De hoedjes kwamen ook verder van elkaar te liggen en dan voel ik me benadeeld ten opzichte van al die heren met lange benen. Ik kon de laatste niet halen! Volgens de trainer moest ik meer vaart maken in het begin en door hem aangemoedigd lukte het me de derde keer! Haha!
De auto’s die het nog deden vertrokken weer. Net toen wij weer eens rondjes gingen lopen en bij elk geel hoedje harder moesten gaan lopen. Ik verdeelde het in vier tempo’s: sloom, zacht, comfortabel en hard. Oranje betekende terug naar sloom. Blauw betekende tegen de klok in. Ik kon het geklets moeilijk achter me laten en werd bijna omver gereden door de auto toen de gradatie ‘net te hard’ er bij kwam. Fijn voor die gasten dat ze naar huis konden. Ik bleef bang voor de helling. Die uiteindelijk niet kwam. Nadeel was dat ik niet alles had gegeven in de training. Ik was ook bang als ik ook maar een spoortje van pijn in mijn voet of knie voelde.
Terwijl we terug uitliepen kletsten we over dieet-voornemens, bordspelletjes en de fysiotherapeute. We hadden 70 minuten gerend en mijn hartslag was alle kanten opgegaan tussen de 120 en 170, met een gemiddelde van 153. De tempo’s waren zo mogelijk nog uiteenlopender tussen de 7,5 kilometer per uur en 14,5 kilometer per uur.  Ik was niet uitgeput. We hadden dan ook maar 8 kilometer afgelegd. Maar ik heb wel weer zelfvertrouwen gekregen dat ik deze training best kan volgen!
Toen ik thuis van de fiets af stapte kreeg ik mail van de trainer terug. Ik had gemeld dat ik woensdag niets in het schema zag staan met het idee: dan loop ik geen vier keer in de week, maar het antwoord was: je mag best de training van het weekend of van de vrijdag verplaatsen naar woensdag. Uhm, ik blijf bij mijn goede voornemen numero uno en volg dus braaf het schema. Drie keer is het maximum deze week.
De volgende dag had ik nergens last van, al ben ik superalert op elk minuscuul pijntje in mijn enkel.
 
Op woensdag ben ik lekker een uur gaan wandelen!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Training vol Rondjes op de Parkeerplaats

Ruzie met de hartslagzones

Ik hoefde maar 3 kwartier te hardlopen: 1 kwartier in zone 1 (met een hartslag tot 135), 1 kwartier in zone 2 (met een hartslag tussen de 135 en 148) en nog 1 kwartier weer in zone 1. Ik was net wakker, het was nog net droog en ik dacht met twee bekers water dat 4 graden niet eens zo heel koud is en dat ik maar meteen ‘s moest vertrekken. Twee denkfouten: 4 graden is wél koud en zeker handschoenwaardig en ik had me iets beter moeten voorbereiden. Regenjas aan en lange mouwen is net te minnetjes en de compressiekousen zijn toch niet over te slaan omdat ze nog in de droger zitten…
Ik had het koud. Ik zette de telefoon aan onder de jas en ging langs het station aan het lopen. Piep-piep-piep: het horloge piept dat ik te hard ga, dat mijn hart in elk geval te hard gaat. De enige andere mogelijkheid is wandelen. De hartslag lag boven de 170! Terwijl ik aan het hobbelen was, of beter, joggen als een tachtig-jarige had ik de hartslag die je in een wedstrijd kunt verwachten! Wandelen, stukje opstarten met een ‘soort’ van hardlopen, piep-piep-piep; wandelen. Ik werd er echt niet goed van. piep-piep-piep Er was helemaal niks leuks aan! piep-piep-piep.Wandelen maakte me te koud, bij hardlopen sloeg mijn hart iets te veel op hol. piep-piep-piep Meestal is de hartslagmeter dan niet vochtig genoeg, wat bij kou vaker voorkomt. Maar van wandelen word ik niet warmer. piep-piep-piep Na een kilometer dacht ik: ik ga het piep-piep-piep even negeren en kijken hoe zacht ik moet hardlopen om de hartslag lager te krijgen. Piep-piep-pieppiep-piep-piep GRRRRRR piep-piep-piep. Ik had net zo goed die hele eerste kilometer kunnen wandelen, dat was net zo snel gegaan!
Maar toen hield het gepiep op en ging de hartslag omlaag. Of in elk geval de metingen.

Het tempo kon iets omhoog en kwam weer in de zeven minuten over kilometer twee terecht.
Ik moest de brug op en kwam een heel klein beetje in mijn tempo. En toen was het kwartier zone 1 al voorbij.
Joepie! Nu mag ik iets harder! En ik ging ook nog eens de brug af, dus het liep eindelijk lekker.
piep-piep-piep
Wattus?! Ik vertraagde mijn tempo maar weer. Het ging net lekker 🙁 
piep-piep-piep. DUH. Ik liep te zacht inmiddels!!! Ik moest juist  h a r d e r .
Mocht ik na 3 kilometer eindelijk een beetje op mijn eigen tempo gaan lopen, ga ik ineens weer te zacht! Ik baalde ervan, want ik kon het tempo op deze manier totaal niet vinden. Telefoon pakken is dan net te zwaar, dan begint het gepiep weer. Ik was blij dat er niemand anders was, maar ik werd door sjacherein in beslag genomen en genoot even niet van het hardlopen. Na een paar fotootjes zat mijn telefoon weer niet lekker en zo kwam ik er dus maar niet in. De tijd kwam welliswaar in de 6 minuten te liggen (al zag ik dat nergens), maar ik zat er gewoon niet lekker in en had weinig energie om te genieten. Ik had het nog steeds koud, ik had rare trek in stomme dingen en mijn kleren zaten niet lekker. Ik besloot maar eens om me heen te gaan kijken en vroeg me af of je naar de eilandjes kunt zwemmen bij de oostvaardersplassen. Zal wel niet mogen. Het leidde de aandacht af en zorgde voor een soort tempo wat sloompjes aanvoelde, maar redelijk comfortabel was. Toen zat het kwartier zone 2 er alweer op. Het ging net goed en ik begon warm te draaien!! Uiteindelijk lag kilometer vier op een kilometertijd van 6:12 – dat is niet slecht bij een hartslag van 142 gemiddeld. Dat wist ik toen ook niet hoor.
Ik kwam langs het pad waar ik vaak intervallen loop, maar nu was de interval: langzaam en nog langzamer….En stop-pen voor foto’s.

Op het horloge kijken.....


 

...of naar de omgeving.


Het begon te regenen. Heel zachtjes, maar het miezerde wel. Daar wordt je niet echt nat van, maar er kwam om half 11 toch echt vocht uit de lucht. De hartslag was ongeveer net zo drastisch gezakt als het tempo. Ik besloot het bos door te gaan en keek naar de vogels. Daar begon het: de Goede Voornemens Brigade. De ene hardloper na de andere werkelijk! Alsof die hadden gewacht tot het ging regenen, het moet niet gekker worden! De één had het nog harder nog nodig dan de volgende groep. Zelfs de brug op kwam de hartslag niet meer te hoog uit. Er staat een nieuw wit paaltje in plaats van de hekjes! Ik had moeite een mevrouw die met paraplu aan de wandel was in te halen, en dat zorgde voor een verhoogde hartslag, net voor de oefening erop zat! Hoi Hoi! Ik krijg een vrolijk piepend deuntje uit het horloge kado. Mijn telefoon bleek al die tijd niet aangestaan te hebben. *zucht*
Ik liep lekker op mijn eigen uitloop tempo. Langzaam, maar net niet koud. De hartslag ligt dan op 137. Het tempo rond de 8 kilometer per uur. Ik had er tabak van en was klaar met het gehobbel, maar ik begrijp heel goed dat ik nu een fundament aan het bouwen ben om de marathon nog een keer te lopen. Ik moet nog leren om ervan te genieten en me aan te passen, maar vrolijk word ik er niet van als ik zie dat ik nog geen 7 kilometer heb gelopen in 50 minuten. Eenmaal thuis was ik niet eens moe. Het zal vast goed zijn voor mij, maar na een jaar vol training om sneller te worden, is het even slikken om te aanvaarden dat ik nu eerst moet leren om langzamer te worden! Ik herken nog niet zo goed hoe ik me aan mijn hartslag aan moet passen, en dan realiseer ik me dat dit de eerste keer is dat ik dit heb getraind. Alsof ik de eerste keer toen ik op pad ging, meteen 5 kilometer achter elkaar hardliep! Dit ga ik ook leren! Die komt uit mijn eigen Goede Voornemens Brigade.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Ruzie met de hartslagzones

De Eerste Duurloop in het nieuwe jaar

Gisteravond heb ik lekker veel oliebollen gegeten en vannacht ben ik het jaar goed begonnen: een halve fles champagne binnen een uur is voor een non-alcoholist genoeg om een uur lang draaiend en vrolijk door het leven te gaan! Voor dit jaar zit de alcohol er weer in en dat maakte dat de nacht uitzonderlijk laat begon en pas weer tegen de middag eindigde. Zonder kater of koppijn, maar wel met een verstoord bioritme.

Mijn loopmaatje loopt voor me uit over de modder.


Pas om half 3 was ik ‘fit’ genoeg om te gaan rennen. Ik ging uit van maximaal 2 uur en Z1. Mijn loopmaatje durfde mee het slome tempo aan! Offroad werd het. Volgens de trainer: “Offroad is voor mij alles wat geen asfalt, straatstenen of beton is. Dus lekker in de natuur en dan alle soorten ondergronden, hoe meer variatie hoe beter. Dus puinpaden, grind, schelpen, gras, zand, modder etc etc. Ook hoogte verschillen zijn daarbij fijn. Mits je je wel probeert te houden aan de aangeven zone natuurlijk.” Het park, het pad langs de plassen, het Kotterbos. Hier vlakbij is wel aardig wat onverhard te vinden!
Mijn hartslagbeperking stond op 135. Ik wen al aan het langzame tempo en de beperking om nóg langzamer trapjes en bergjes op te gaan. We hebben eerst wat gekletst over het vuurwerk in de wijk, wie wanneer ging slapen en waarom en we waren snel de wijk uit en bij de Oostvaardersplassen. Het was niet koud, maar wel hartstikke druk! Al die goede voornemens: ‘we gaan dit jaar meer naar buiten’… 1 Mevrouw wenste ons spontaan een goed hardloopjaar, die mevrouw sluit ik in mijn hart. Hele families liepen langs de plassen. Ondanks dat we ons niet zo snel voelden, haalden we ze mooi in.
We namen het modderpad dan maar. En het pad door het bos. Inmiddels had mijn loopmaatje zijn verhaal van de vakantie opgepikt. De kilometertijden begonnen rijkelijk met 7 minuten. De hartslag bleef onder de 135 liggen. We gingen de berg op en toen over de natuurbrug terug. Hoewel het januari is, hebben ze de rustgebieden nog niet direct afgesloten. Zou ook dom zijn, want er waren bakken wandelaars! We wilden over de houtbalken lopen, maar gelukkig ging mijn maatje voor: de balken dreven nog maar net op het wateroppervlak! Ik lag dubbel (heel slecht voor de hartslag) en hij viel gelukkig net niet. We verkozen de heuveltjes. We gingen het zuidereiland van Nieuw-Zeeland vakantie-verhaal technisch verder over. Er stond een straffe wind, die niet zozeer lastig als wel koud was. Over 5 kilometer deden we maar liefst 38 minuten, gelukkig keek ik niet op mijn horloge! Na de heuveltjes waren we voor 50 meter tot asfalt veroordeeld. Mijn loopmaatje maakt een pitstop en ik kijk eens even goed om me heen naar de mooie zwanen.
 

We renden verder langs de Vaart over het modderige en vooral onverharde pad. Toen de modder te erg werd, draaiden we nog een keer terug naar het graspad. We hadden nog een heel klein stukje verhard fietspad en toen weer de onverharde paden op! Er vlogen twee roofvogels over ons heen, terwijl mijn loopmaatje de oversteek maakt naar het andere eiland. Ik ken dit pad niet goed, maar dat maakt het niet minder druk! We komen zelfs iemand tegen die ook bij de loopclub zit. 1 Van de 10 andere wandelaars daar! Ik had het langzaam aan een beetje gehad. Ik werd moe van het slome gehobbel, van de inspanning en mijn zin verdween in hetzelfde tempo als de zon. Toch waren de berkenboompjes erg lieflijk. We kwamen weer bij de heuvel. Ergens aldaar zette ik bij het pakken van de telefoon mijn horloge uit. We liepen al een tijdje dusdanig keurig in een lage hartslagzone dat het horloge niets van zich liet horen.  Nu gingen we de andere kant op, terug door het bos door het gebied wat ik tien jaar geleden ‘het moeras’ noemde. We namen nieuwe afslagen en ik wist eigenlijk de hele tijd wel zo’n beetje waar ik was. Mijn totale zin verdween toen ik merkte dat mijn horloge niet had gewerkt. Alsof ik voor niks zomaar door het bos aan het sloffen was… Slaat nergens op, maar ik had geen idee hoe lang ie had uitgestaan en hoe lang we nu nog moesten lopen. En daardoor raakte ik de weg kwijt. Figuurlijk. Want ik wist in het bos waar ik was: langs de heuvel waar we met de slee vanaf gingen, over mijn favoriete pad en daar waren de hekjes weg! We namen nu eens niet de weg over de open vlakte, maar over heuvelige modderige ATB-paadjes. Ik stapte de heuvels op en nog ging de hartslag omhoog! Nu ik dit type begrijp ik niet dat ik daar in de open lucht niet doorhad dat ik gewoon trek had, dat ik weer op 2 boterhammetjes aan het lopen was. We zouden tot de brug rennen, of de volgende brug. Dan was de onverharde route ook ‘op’. We kwamen nog een boel honden en hun bazen tegen en na wat me intussen een eeuwigheid leek waren we bij de brug. Hoelang we gelopen hadden was me intussen een raadsel. We gingen wandelen, maar dat was brug-op ijskoud en ook niet vol te houden. Dus hobbelden we gewoon maar door. Het verhaal over nieuw-zeeland gaat nu over de geothermische gebieden en dat lijkt me zo mooi dat ik er bijna jaloers van word! We liepen over het (geasfalteerde) skeelerpad, maar het tempo was wat mijn loopmaatje ‘ antilliaans joggen’ noemde: lekker supersloompjes. Het werd koud en donker. In een uur en drie kwartier hadden we uiteindelijk 13,7 kilometer gelopen. Ik had 1 kilometer gemist. De gemiddelde hartslag lag op 132. Ik (vr)at snel alle koekjes op en vroeg me af waarom ik dat van die trek niet eerder had bedacht. Hoe een ezel kun je twee keer in 1 week zijn? Gelukkig was het wel 1 keer per jaar 🙂 In de douche was de hartslag alweer gezakt naar 65 slagen per minuut. Volgens het schema had ik maar anderhalf uur hoeven te rennen. Als je kijkt naar het gedeelte off-road is dat mooi gelukt, haha. Ik hoop niet dat dit de gemakkelijkste run van 2015 was, want dan loop ik voorlopig niet meer; want ik vond het best zwaar ondanks het trage tempo. Ik merkte gewoon dat ik niet op mijn best was en laat de alcohol voortaan lekker weer staan tot 2016!

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Eerste Duurloop in het nieuwe jaar

De leukste, spannendste, meest unieke, moeilijkste, mooiste ….. van 2014

Het einde van het jaar. Daar horen lijstjes bij en overzichten. Ik vond 2014 niet mijn beste jaar (van de drie die ik al loop). Maar dat neemt niet weg dat ik niet veel heb geleerd, ontdekt en gepresteerd.
Op 24 december stond de teller nog net onder de 1700 kilometer: dat vraagt om een uitdaging! 
 
En jawel, op 31 december ben ik de 1700 kilometer gepasseerd.

Ter vergelijking: in 2013 liep ik een marathon en 1900 kilometer in een jaar.

Ter vergelijking: in 2013 liep ik een marathon en 1913 kilometer in een jaar.


Dat vind ik knap van mezelf. Want ik heb veel blessures gehad. In mei heb ik twee weken helemaal niet hardgelopen en in oktober zelfs drie weken niet. Ook de maand juni blinkt niet uit in hardlooptijden, ik heb weken achtereen alleen gefietst en gewerkt. Ik heb in 2013 precies even vaak gelopen, namelijk 177 runs.
Tja en dan? Wat was de mooiste, beste, vervelendste? Ik kan niet kiezen! Dus eerst:
 
De Genomineerden:
Wedstrijden:
Schoorl run: (https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140209) wat was het leuk, mijn eerste 10 kilometer wedstrijd! En in slecht weer met de heuvel! Ik was zo blij met de tijd van 52 minuten en 17 seconden!

Eemnesserpolderloop 30 maart 2014


Eemnesserpolderloop . (https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140330) Ik was trots om de eerste keer onder de 50 minuten te lopen, maar het was zwaar. Het was warm, ik had het slecht ingedeeld en de werkelijke afstand was langer!
Wisentloop: (https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140514) Tja, daar staat HET record van 47 minuten en 14 seconden. Maar echt leuk? Ja, de race zelf was een feestje, alles liep (bijna letterlijk) op rolletjes! Maar daarna, de start van de blessures, was het dat waard?!
Crosscups, dan vooral Almeerderstrand: (https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20141214) De races waar ik niet aan meedoe om een goede tijd neer te zetten. En dat bevalt, ook al is het geen tien kilometer! 
 
Lange duurlopen:

Langs Muiderslot tussen Weesp en Almere op 19 september


(https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140314Lelystad-Almere: Station tot Station. Een droom om over de witte brug te lopen!
( https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140408) Lange duurloop met hagel, tegenwind en zonnetje. De route die zo anders liep. En het verrassende weer.
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?p=621) De masten in de verte. 30 Kilometer in drie uur. Ik was goed bezig!
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?p=2041Weesp-Almere. Het was mooi, verrassend, ver en fijn om weer ‘s pijnvrij te lopen.
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?p=2517Koude loop met het mooie verhaal. De omgeving was zo sereen, het tempo zo fijn, het verhaal zo mooi

De Mooiste, Leukste Beste Training:
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?p=530) Het kaartspel. Ik vond het zo leuk! Het tempo lag lekker hoog en ik kon nog gezellig kletsen ook!
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?p=879) Spelen in het bos. Genieten vlakbij huis in het Kotterbos!
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?p=1773) Lopen in Hilversum! Niet echt een training, maar een waardige afsluiting. Met de mooiste regenboog EVER.

De Regenboog in Hilversum 17 augustus 2014

(https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140921) Eindhoven in de regen. Stil, regenachtig, zelf bedachte loopopdracht over de Oirschotse dijk. Heel apart.

 
De Dieptepunten:
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140517) Fietsen na 12 km met pijn lopen . De peesplaat blessure. Die heeft veel gekost dit jaar.
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140615) De Almere City Run. Geen 21,1 kilometer, nog geen 14 kilometer, maar 7 kilometer. Langzaam. Pijnlijk. Op vele fronten.
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140912) Missie Mislukt Afhaken tijdens een lange duurloop. Dat was heel moeilijk!

De Gouden Medaille tijdens de 10 van Almere


(https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20140928) De Gouden Medaille bij de 30 van Almere Net niet onder de 50 minuten en dat nog wel op een kortere race. Het subliem van slecht ingedeelde wedstrijden. Het moment waarop ik me realiseerde (achteraf) hoe fout ik bezig was met tijd, presteren en hardlopen.
 
 
 
Meest Speciaal:
(https://anke.badnews.nl/wordpress/?p=779) Hardlopen op Cyprus in april. Nieuwe routes, de zonsondergang, de hitte.

Cyprus 28 april 2014


(https://anke.badnews.nl/wordpress/?m=20141217Soesterberg! Lopen over de landingsbaan was zo apart! Zo uniek.
Maar het meest speciaal is wel de omslag die ik heb gemaakt. Ik wilde sneller, beter worden, nieuwe records vestigen, de grenzen opzoeken. Ik heb ze gevonden: de grens lag in blessures. De snelste tijd (Wisentloop) ging gepaard met een peesplaatblessure. Één van de leukste trainingen (Eindhoven) eindigde in een knie-blessure die lastig te bestrijden leek. Pas in november ging de knop om: langzaam kan ook, lopen moet weer leuk worden. Gelukkig is dat gelukt!
 
 De Winnaars van 2014:
De mooiste race: Gek genoeg niet die met de beste tijd, niet de beste prestatie, niet eens (juist vooral NIET) de gouden medaille!
DE GROET UIT SCHOORL run op 8 februari. Ondanks het weer, de zenuwen, de natte voeten, maar dankzij de trots, het genieten en de lokatie was het de leukste wedstrijd van 2014. En omdat ik daardoor nu zit te bloggen 🙂
De mooiste lange duurloop: Niet de langste, ook niet de zwaarste of de gemakkelijkste. Ik kan nu nog nagenieten van de hagel en de plots veranderende route die ik liep op 8 april. Toen ik de masten juist niet bereikte!

Hilversum, de vlondertjes


De beste training: Hilversum. Het markeerde zo’n periode. Toen was het werk pas echt afgerond. Niet alleen de regenboog, maar ook later het lopen over de vlondertjes in alle rust met een hoofd vol zeilserie.
Het dieptepunt. Hoe kan het nu dat ik opeens niet meer tevreden was met 50 minuten? Met een gouden medaille? Dat ik pijn bleef hebben? De blessures en het niet lopen waren natuurlijk veruit de dieptepunten van dit jaar, maar om 1 moment aan te wijzen: De Gouden Medaille voor Slecht Lopen. Superslecht ingedeeld, bijna opgegeven en nog pijn op de koop toe ook. Die doe ik niet meer over! Bij de Dertig van Almere op 28 september 2014 kwam alles samen en dat was een dieptepunt.
Tot slot de mooiste foto:

Ik loop rechtop, ik lach en ik geniet van het lopen.
Ik hoop dat elke race, elke training, elke keer dat ik naar buiten stap om te hardlopen in 2015 me ditzelfde doet uitstralen!
Op naar nog meer kilometers, nog meer mogelijkheden en een marathon in 2015. Op een goede, blessurevrije manier! 
Ik heb er zin in en neem er een glas champagne op en een oliebol. Morgen ren ik ze er weer af. 😉
 
 
 
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De leukste, spannendste, meest unieke, moeilijkste, mooiste ….. van 2014

Het oudejaarsrondje in trainingsvorm

Al twee jaar loop ik op 31 december hetzelfde rondje onder de snelwegen door. Als je dan terugkeert richting de stad, hoor je in de verte knallen. Dit jaar zou ‘m dat om twee redenen niet gaan worden: 31 december was druk en vol en vanaf 2014 mag je pas vanaf 18:00 uur vuurwerk afsteken. Dus heb ik het rondje verplaatst naar 30 december ‘s avonds met mijn loopmaatje. Er stond een training op de planning, dus mijn idee was om dit rondje niet zo-snel-mogelijk te lopen, maar er een training van te maken met versnellingen.
We gingen pas om 9 uur. Omdat het dan allang donker is, had ik mijn loopmaatje en mijn lichtjes meegenomen! Eerst een heel stuk inlopen de stad uit en ik heb verder geluisterd naar het vakantieverhaal. De eerste twee kilometer gingen op 6:40 en 6:30. Richting de snelweg ‘moesten ‘we versnellen, mijn loopmaatje ietsje meer dan ik, maar het is voor hem ook een stuk makkelijker. Ik hoefde geen zware training af te leggen, maar ik kon moeiteloos het tempo en de hartslag omhoog brengen. De tijden schieten de 4/5 minuten per kilometer in en de hartslag stijgt naar 170 slagen per minuut. Voor zo’n 500 meter hou ik dat best uit!
We vervolgen de route en het verhaal. Het is best donker, maar deze keer stormt het hier eens niet! Het miezert een beetje, maar daar geef ik helemaal niks om. We gaan de weg op en de komende 1,3 kilometer gaat het tempo weer omhoog. Mijn maatje blijft bij me lopen, maar na een paar honderd meter laat hij het verhaal achterwege “zodat ik me op het rennen kan concentreren”, jaja… Deze kilometer gaat in 5 minuten voorbij, dat is 12 kilometer per uur. Ik heb weinig adem over voor woorden. We komen twee auto’s tegen die ons op hele hoge snelheid tegemoet rijden. De laatste in de laatste 20 meter!
We gaan terug richting de stad, maar het is behoorlijk stil daar, geen vuurwerkgeluiden. We kletsen wat op het smalle pad over de afstanden van dit jaar. Mijn loopmaatje heeft er 2400 kilometer op zitten. Dat is een heel eind! Ik hou de kilometers bij en ben net de 1700 gepasseerd. Voor een blessure-jaar vind ik dat een hele prestatie!

We gaan het bruggetje over en weer onder de snelweg door. Daarna gaan we tot de weg nog een keer het tempo verhogen en zal mijn loopmaatje op me moeten wachten. Ik doe mijn best zijn lampje niet uit het oog te verliezen! De hartslag stijgt weer tot iets boven de 170 en het tempo gaat moeizamer omhoog naar 12 kilometer per uur. Ik merk dat ik er al 6 kilometer op heb zitten! Maar ik ga dapper door en luister naar het geluid van de hoogspanningsmasten. 400 Meter in 1 minuut 40; het lijkt snel voorbij, maar het is ook niet de tijd voor een goed gesprek! Op de trekweg kletsen we weer verder en reis ik mee Nieuw-Zeeland door.
We versnellen nog 1 keer de brug op. Een klein stukje berg-op en ik haal de 12 kilometer even niet meer. Ik ben blij als ik boven ben en de training erop zit. Nu rest de zware opdracht om niet te willen versnellen om de 10 kilometer binnen een uur te halen. Ik kan het niet goed zien omdat het donker is. We hobbelen in een tempootje van 7 minuten per kilometer verder en de hartslag daalt navenant. Mijn loopmaatje vind het prima zo en kletst weer door over de vakantie. Het is uitgesloten dat we de avonturen dit jaar nog afmaken! Over 10 kilometer doen we 1 uur en drie minuten. Omdat ik naar de toilet wil en zijn huis het dichtst bij is, maken we helaas dit rondje niet helemaal rond. Maar er komen toch weer 11 kilometer bij op de teller van 2014! De gemiddelde hartslag ligt rete-netjes op 150. Voor een ‘eenvoudige’ training hebben we veel te hard gelopen en veel te veel ook nog ‘s en zonder pauzes. Maar ik ben blij te merken dat langzaam lopen je toch sneller kan maken.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Het oudejaarsrondje in trainingsvorm