TienDuizend Stappen Terreur

Ik ben in een paar dingen heel slecht geworden, waar ik pakweg 5 jaar geleden nog heel goed in was: stil zitten, niks doen, hangen. Nu moet ik gewoon bewegen en buiten komen. Ik heb zitten kijken naar een activity tracker, maar daar zie ik (juist om gezondheidsredenen!) vanaf. Ik tel mijn stappen met de telefoon. En die zet ik in het programmaatje van de weegschaal. Dat zet mij aan om elke dag 10.000 stappen te ‘scoren’ Ik ben daarvoor te streberig, en wil elke week meer stappen maken! Dinsdagavond ben ik met een vriendin gaan wandelen voor de gezelligheid (en voor de stappen). Gisteravond zijn Rob en ik tijdens de atletiek van Vincent gaan wandelen langs de Vaart om warm te blijven en bij te praten (en voor de stappen). Vandaag stond er in het schema dat ik een half uurtje mocht fietsen. Een half uurtje! Samen met mijn loopmaatje ben ik naar de Kemphaan gefietst. Het viel tegen, want het was 40 minuten fietsen. Het is koud geworden buiten. Koud, mistig en overal ligt bevroren dauw.  Het ziet er kil uit buiten, maar dat heeft ook iets sprankelends. Het lijkt de film Frozen wel! Bij de Kemphaan maken we een rondwandeling. Gewoon lopen. Stappen zetten. Het uitzicht is niet bepaald wijds! Uit de mist doemen de bomen op en de hele wandeling is een beetje feeëriek. We komen niemand tegen en lopen kletsend het bos door. Ik heb thermokleding aangedaan en daar heb ik geen spijt van! Tijdens het fietsen had ik het zelfs iets te warm! Ik heb twee paar handschoenen aan, maar de handen blijven koel. Na drie kwartier heb ik niet meer zoveel zin om te wandelen, maar we moeten nog terug naar de fietsen. We komen de fotograaf tegen die we anders op vrijdagochtend in de Oostvaardersplassen tegenkomen. Om 11 uur stappen we weer op de fiets. Ik ben inmiddels jaren ouder geworden, want mijn haar is grijs 🙂

De dauw is erop bevroren. Toch heb ik het niet echt koud. Het tempo van het terugfietsen ligt hoger, want mijn loopmaatje heeft het wel koud en die wil naar huis. We maken er een rondje van. Het is nog mistiger geworden, waardoor de polder er wat eenzaam bij ligt. Ik vind het wel een verrassende schoonheid hebben! Zonder moeite haal ik de stappen weer vandaag. Volgens mij telt de telefoon ook fietsen als een soort van stappen…. hihihi. Mijn gemiddelde deze week staat op vijftienduizend stappen. Zou ik mezelf ervan kunnen overtuigen dat ik volgende week voor niets of niemand hoger uit zou moeten komen?! Hoewel ik me dus prima gezond voel bij de tienduizend stappen per dag, werkt het voor mij ook als een te grote uitdaging die ik juist uit de weg zou moeten gaan. Daarom is een activity tracker voor mijn gezondheid niet echt goed!  Ik moest maar eens gaan oefenen in niks doen, luieren en bankhangen 😀 Daarom doe ik net zo graag de rest van de middag warm binnen bordspelletjes (maar zonder snoep daarbij)

Categories: Uncategorized | Comments Off on TienDuizend Stappen Terreur

Geheimtaal voor een hardlooptraining

In het schema stond de volgende omschrijving:

Voor 45 minuten. Dat verklaart de 3×15 waarschijnlijk voor iedereen, maar voor de rest is dit natuurlijk een soort geheimtaal voor niet-hardlopers! 10Z1 staat voor tien minuten lopen in zone 1, waarbij de hartslag tussen de 120 en 135 slagen ligt, vervolgens 3Z4. 3 Minuten in zone 4 lopen, dat vraagt een hoge hartslag tussen de 161 en 175 ligt. Deze hogere hartslag maakt ook een hoger tempo mogelijk. ‘2steiger z1-z5’ betekent een steigerung: je begint zacht te lopen in zone 1 tot sprintstand in zone 5. En dat dus twee minuten; ik had uitgeteld elke 20-30 seconden iets harder. En ja, als je dat drie keer doet ben je 45 minuten bezig. Ik wilde vooraf even inlopen en koos ervoor dat ook een kwartier te doen om de hartslagmeter en mijn hart op gelijke hoogte te brengen. Is dit duidelijker?

Ik moest de hele dag moed verzamelen. Ineens kreeg ik een brainwave voor mijn nieuwe website en die wilde ik eerst wat helderder hebben voor ik ging rennen.

In patronen over de website nadenken.....


Ik zag er ook een beetje tegenop: zou ik dit gedoe met intervallen nog wel kunnen? En ik had geen route idee meer. Om 2 uur had ik de warme hardloopkleren aan, die geen overbodige luxe waren! Het inlopen ging lekker. Ik voelde ineens dat de hartslag omlaag ging, dan krijg ik het vanuit mijn nek warm over mijn hele lijf. En jawel, in de grafiek duikt de hartslag dan terug van 160 naar 150 zonder tempoverlies. Ik liep langs de wijk richting de vaart, nog steeds zonder route-idee. Ik deed over de eerste twee kilometer precies 15 minuten en toen ging het horloge aan het piepen: hartslag moet lager – hartslag moet lager. GRRRRR. Tempo lager, maar het gepiep hield stand. Ik denk dat ik tegen de wind in liep ofzo? Het waren lange tien minuten. Ik besloot aan de andere kant de vaart langs terug te gaan over de trekweg. Ik verheugde me enorm op even uitsprinten, maar ik heb geen idee hoe lang drie minuten dan zijn. Op de brug was het zover: ik zette er de sokken in! Het tempo gaat van 8 kilometer per uur door naar bijna 14 kilometer per uur. Ik zet het op een tellen zodat ik ongeveer kan inschatten hoe ver ik er naast kom te zitten bij drie minuten, dat is voor de steigerung van 2 minuten die dadelijk komt. De drie minuten vlogen letterlijk en figuurlijk voorbij! En dan meteen het tempo enorm laten dalen en elke 20 seconden ietsje harder gaan. Ik wilde aan het einde op volle sprint zitten, maar ik ging nog iets te langzaam. Er gingen weer 10 minuten trahahahaaag lopen in. Uitrusten. Hartslag laten dalen. Het is in het grafiek erg goed te zien:

Rood is de hartslag, groen het tempo. De hartslag loopt altijd wat achter het tempo aan.


De Trekweg is recht en behoorlijk saai. Ik liep gewoon verder te denken over de patronen voor de website. Wederom duurden deze tien minuten erg, erg lang. Ik kwam twee auto’s tegen – tegelijkertijd uiteraard.
Net voor de volgende brug mocht ik weer tempo maken! Eerst een stukje omhoog, maar omlaag gingen mijn voeten vanzelf! Het duurde wel wat lang voor mijn hartslag mijn tempo volgde. Weer drie minuten in een handomdraai voorbij! Deze keer ging de steigerung heel goed. Ik ging elke twintig seconden iets sneller en na een minuut zat ik op een comfortabel tempo en na anderhalf minuut op een hoog tempo. Dus ik kwam inderdaad sprintend uit op twee minuten!
Aan de linkerkant ligt de snelweg, maar de velden tussen de vaart en de snelweg zitten vol ganzen. Ik nam mijn telefoon voor een foto en zag dat de mensen waar mijn kind aan het spelen is, hadden gebeld. Ik belde terug en ze vroegen of ik hem kon komen halen (niks ernstigs hoor). Uhhh, ik kom eraan… Ik heb dan geen idee hoe ver het nog is en hoe lang ik nog onderweg ben, maar ik kan met dat tempo zelfs nog telefoneren! De rust van de loop is dan wel weg en het is zo mogelijk nog moeilijker om de hartslag laag te houden. Ik ga de grote brug over en heb mooi de tijd om dat op laag tempo te doen. In het park mocht ik weer hard. Ik wist wel dat ik dat park dus door ging ‘flitsen’. Ik nam de hondenvrije route en toen zat de hartslagmeter niet meer helemaal goed. De hartslag kwam te hoog uit. Ik had het moeilijk met deze laatste versnelling, want ik vergat te tellen en het is daar vals plat. Ik ben er al vaker ingetrapt, maar ik hield mijn tempo hoog. Net voor de grote weg was ik klaar. Toen kwam de steigerung nog. Maar dat is knap lastig met een oversteek middenin. Dan valt de versnelling net verkeerd. En ik was moe. Ik kreeg het niet zo mooi voor elkaar. De oefening over, 7 kilometer in 3 kwartier. Maar nu kon ik in mijn ‘eigen’ tempo verder en ik had een beetje haast. Ik kringelde door de laatste wijk. Mijn tempo als ik dan wat vermoeid ben en niet wordt afgeremd door de hartslagmeter, ligt dan fijn op de 6:30. Ik besloot het laatste stukje de steigerung nogmaals te doen. De laatste rechte weg, bij elke zijstraat ging ik versnellen. Ik wist niet hoeveel zijstraten er waren, maar het ging supergoed. De tijd ging van 7:40 per kilometer naar 4:01 per kilometer (van 8 km/u naar 15 km/u). Ik kwam rood en warm aan om mijn kiddo op te halen. Saampjes hobbelden we naar huis, hij vond dat ik te sloom ging en vertelde moeiteloos honderuit verhalen tijdens het rennen. Had ik er toch 11,5 kilometer opzitten in 5 kwartier. kI dah em tseb tkaamrev (mijn eigen geheimtaaltje, al voelde ik me meer vooruit dan achteruit gegaan)
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Geheimtaal voor een hardlooptraining

Slakjes op Theevisite bij het Asfalt

Mijn vriendin ging lekker mee voor de hersteldribbel die op mijn schema stond. Ik had maar twee eisen: langzaam en asfalt. Ik was helemaal klaar met modder, slijk en vieze schoenen. Ik had overigens nergens last van, er was geen spier of pees of blaar ergens in mijn lijf die pijn deed, nog geen stijfheid. Helemaal niets. Daar was ik wel verbaasd over (zelfs een beetje trots). Mijn vriendin vond het ook prima om eens rustig te lopen en we wilden naar de manege vanuit haar huis. Dat is voor mij via de andere kant! De paarse schoenen waren nog hard bezig met opdrogen, dus ik deed de witte weer aan.
Mijn dankbare taak was het drukken van het tempo en blijven kletsen; en ook luisteren natuurlijk! Bij haar huis was geen mist te bekennen, terwijl voor mijn deur de mist aardig aanwezig was. We liepen langs de ene Vaart en de zwanen riepen ons toe. Mijn hartslag ligt de eerst kilometer torenhoog boven de 160. Daarna zakt het ineens en dan blijft het lekker comfortabel laag. We kletsten over het feit dat wij er achter zijn gekomen dat we altijd veel te snel hebben getraind, dat wij 3 keer per week een wedstrijd liepen. Voor de rest keken we maar niet naar ons jogging-tempo op horloges. We liepen over het industrieterrein en daar werden wij (twee veertig-plussers) nagefloten door de bouwvakkers. Haha! Die zagen twee goede voornemens lopen- wij voelden ons twee slakjes op theevisite! We namen alle vakantieplannen door, de boekbespreking en de kerstdagen kwamen ook voorbij. We liepen de mist in. En alles, alles was asfalt en beton. Harde, niet meeverende, weinig dempende ondergrond.
We kwamen langs de manege en vanaf haar kant ziet die er eigenlijk net zo troosteloos uit in de mist. We volgden de fietspaden. We liepen de brug op en ik had echt het gevoel het tempo te moeten drukken.  Werden we toch weer nagetoeterd op de weg! Wat?! Zo mistig was het nu ook weer niet hoor…..

over en onder de brug door


Ik voel al aardig dat mijn hartslag brug op ook nauwlijks meer oploopt en rond de 130 blijft hangen.Er komt een moment (binnenkort?) dat ik het echt goed aanvoel. Hoe lang we over de eerste 5 kilometer deden maakte me niet uit, het bleken wel 36 minuten te zijn. Alle kilometertijden begonnen met 7 minuten.
Langs de Vaart begon ik te merken dat ik….. (ik durf het bijna niet op te schrijven)
….
….ehhh….
…. (oké dan)
….
…..misschien liever het schelpenpad had gepakt. Ik liet me niet kennen en had iets te nadrukkelijk om asfalt gevraagd om daar nu op terug te komen, maar als ik alleen was geweest, had ik het parallelpad gepakt! Nu kletsten we gewoon door en werden de gedachten snel weer op de rechte, gemakkelijke weg geleid.  Met de mist was alles een beetje mysterieus, maar het was niet warm. Met ons dribbeltempo had ik net even spijt van lange mouwen en 1 zwart jasje. Het was gewoon 1 laagje te weinig bij 8,2 kilometer per uur. Ik merkte ondanks het gemakkelijke tempo en de  eenvoudige ondergrond dat ik gisteren ook al hard heb gewerkt en we houden het op het ‘kleine’ rondje van 8 kilometer. Nog 1 brug over, nog 1 wijk door en na 58 minuten waren we nog lang niet moe of ernstig bezweet of überhaupt in de buurt van uitgeput, maar we waren lekker buiten geweest, zo’n beetje bijgekletst (al zijn we dat op de één of andere manier nooit) en we hadden toch netjes uitgedribbeld met een gemiddelde hartslag van 135. Als ik de eerste kilometer met een hartslag van 158(!) niet meetel, ligt de gemiddelde hartslag op 131. In dat licht bezien is 8,1 kilometer per uur een aardig opstekertje, want met kerst haalde ik de 8 kilometer per uur (net) niet bij dezelfde hartslag!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Slakjes op Theevisite bij het Asfalt

CrossCup Almere Pampushout had beter pampusMODDER kunnen heten!

Eerst ging het kind hardlopen, twee kilometer door de modder. Hij deed het leuk, vond het leuk en had vieze schoenen. Toen gingen de heren thuis douchen. Ik was helemaal niet meer nerveus. Ik had wel zin om te gaan hardlopen, maar ik keek niet echt uit naar de modder. Ik ben denk ik te schoon voor drek 🙂

VOOR


Ik deed de warme broek uit en trok toch het regenjasje aan. Hoewel het nog droog was. Mijn schoenen waren paars. Mooi paars. Om kwart over 12 mochten we vertrekken, en het eerste stuk was dringen geblazen. De 4, 6 en 8 kilometer starten tegelijk en we moesten een balk over. Ach, van een beetje modder ga je niet dood en de trainer raadde me aan de zijkanten te zoeken, maar ook de zijden van het pad waar al 100 paar voeten overheen was gegleden, waren glad. Er was geen gewone “weg”, alles was drek. En het stonk nog ook! Het heeft veel geregend de afgelopen dagen, dus alles, maar dan ook alles, was modder-slik-slijk-klei-drek-dras-nat. Ik had binnen een kilometer door dat het niet mijn lievelingstype ondergrond was. Om wat mensen in te halen ging ik meteen maar dwars door de modder heen. Daar heb je nog de meeste grip. We moesten een sloot over. Die stond ‘droog’ (relatief begrip als alles onder de modder zit). En daarna dwars een veld oversteken. Dat vond ik leuk! Lekker pollen overhoppen; gewoon van de ene naar de andere glijden. Dat was nog eens iets nieuws! En veel te snel voorbij. Weer meer modder. Op het bospad. Naast het bospad. De hele tijd ben je aan het balanceren en corrigeren. En ik ben bang om te vallen. Bang dat mijn telefoon onder de modder komt te zitten en ik zelf ook. Ik zag het om me heen regelmatig gebeuren. De hele tijd moet je op je qui-vive zijn. Aan het einde zat nog een slootje. Ik hoefde geen parcoursrecords te vestigen, dus nam ik de sloot verstandig en kalm. Het grootste voordeel was dat het rondje kort was. Jammer dat ik dit drie keer moest gaan doen. De spreker noemde netjes mijn naam goed, maar ik zag alleen maar modder voor me. Ik liep er wel bij te lachen, maar ik heb niet echt zo genoten als op het strand. Mijn trainer stond op het kruispunt en riep me toe. Ik keek op en gleed net niet weg. Op blijven letten! Ik vind dit een beste ondergrond voor trainingen, maar het tempo lag duidelijk ook op trainingsnivo. Je komt gewoon niet vooruit. In het tweede rondje werd ik al ingehaald door snelle mannen die wel ergens grip vonden. Of wie het helemaal niets uitmaakte. Of die spikes hadden- voor het eerst ooit zag ik daar wel een voordeel in! Slootje door deed ik weer graag alleen en ik hopte nogmaals door het veld. Het deelnemersveld lag al ver uit elkaar en daardoor was het iets gemakkelijk een soort van minst-glibberige route te zoeken door het bos. Want die modder in Almere is gewoon van die slikkerige klei. Soms ging ik maar gewoon door de plas, maar dan zit er een paar kilo extra klei onder je voeten. Ik had het warm en bond het regenjasje om. Het laatste stukje ging iets soepeler over gras. Maar na honderden voeten kwam ook daar steeds meer modder. Nog 1 rondje. Ik was er blij om. Ik vond geen ritme. Ik had geen last van spieren of zo en ook mijn benen waren niet moe, maar ik vond het gewoon simpelweg niet leuk. Ik vond er geen hol aan, kon er niet van genieten, wilde niet vuil worden en was bang om te vallen.

Drie minuten te vroeg aangezet in het startvak. Niet eens een hele slechte gemiddelde tijd, de omstandigheden in aanmerking genomen.


NA


Ik kreeg een handje van de meneer naast de sloot. Ik werd ingehaald door deze en gene en ik vond het wel best. Op het veld was ik bijna alleen en ik glibberde, gleed en genóót met mijn armen lekker wijd uit. “daar doe je het voor” riepen de laatste twee toeschouwers. Ja, daar deed ik het voor, maar helaas bestond de rest van de ronde uit minder prettige slijk. En ik moest een beetje rechts houden om ingehaald te worden. Mijn voeten voelden aan als de modderklompjes die ze ook waren. Het laatste stukje dacht ik: ‘ach wat’ en ik haalde de mensen die ik voorbij had laten gaan nog even in. Ging mijn hartslag -die de hele tijd rond de 170 had gelegen nog even door tot boven de 175 en het tempo ging eindelijk tijden in de 5 minuten vertonen. Nog 1 keer die balk over, onder de viaducten door (daar lag notabene weer rul zand) en na 37 minuten rende ik de finish over. Moe. Zwaar. Niet blij. Niet leuk. Stil. Het waren maar 5,5 kilometer. Waarvan een halve kilometer leuk door het veld was. Inmiddels was het gaan regenen, koude regen. En er was alleen maar ranja en geen water. Ik wachtte op mijn loopmaatje die slechts 3 minuten langer over twee kilometer meer had gedaan en toen was het een schone broek aandoen en snel weg van de modder. Mijn schoenen waren bruin met grijs en vies. Thuis at ik eerst wat. Mijn voeten waren ook zwart en vies. Ik ging me pas weer wat beter voelen toen mijn schoenen naast die van het jochie schoongespoten bij de verwarming stonden. Een douche deed ook wonderen, maar het duurde toch nog een paar uur en 6 keer verliezen bij Rummikub om een beetje trots te zijn dat ik deze beproeving niet voortijdig verlaten heb. Het is nu uren later en de officiële tijd is 37:11. Tiende van de 18 dames op de 6 kilometer. Ik heb geen last van spierpijn of iets. Ik ben er wel heel, heel erg moe van. Bij het uitlopen morgen wil ik uitsluitend asfalt zien! (er komen vast nog meer foto’s)

Categories: Uncategorized | Comments Off on CrossCup Almere Pampushout had beter pampusMODDER kunnen heten!

Fietsen in hardlooptempo.

Nee, beste trainer; ik luister heel braaf, heus! Na een paar uur veel sjacherein en een paar dagen afkickverschijnselen omdat ik DRIE hele lange, bijna onoverkomelijke dagen niet mag lopen, heb ik me er met veel moeite bij neergelegd dat dit waarschijnlijk goed voor me is en dat ik daarom écht die trainer in de arm heb genomen. Maar geloof me, ik kijk uit naar de weken waarin ik leuk weer vier trainingen tegen kom.  Genoeg gemokt; ik kan nu eenmaal niet binnen blijven zitten. Gisteren zijn we in een uurtje op en neer naar de bakker gelopen, lekker 5 kilometer moeiteloos binnen het uur gehaald! Weet je wat een mooi weer het was? Ik wil toch graag elke dag de 10duizend stappen halen?
Morgen staat er in het schema dat ik op de fiets naar de cross wedstrijd moet gaan, maar met een ambitieus kind wat een uur eerder mag hardlopen en sneeuw in het vooruitzicht, ga ik toch overslaan. Ik vraag me even af of ik dat ook had gedaan als ik er hardlopend heen had gemogen 😉 Dat ambitieuze kind trouwens: gaat op donderdag naar de atletiekles als het regent, on-af-ge-bro-ken regent. Waarom zou je dat toch doen? Ik snapte hem pas toen de les bijna afgelopen was: er loopt een gedreven voorbeeld rond in huis. Ambitieus kind wil graag kennis maken met mijn trainer, want die gaat hij straks inpikken om voor de triathlon te trainen; hij kan wel zwemmen en rennen ook. Dus we moeten het fietsen nog leren! Dan gaan wij toch vandaag op de fiets?!
Bij aardrijkskunde ging het in zijn klas over polders, sloten, dijken en gemalen. En laten we die nu in Almere hebben! Dus wij stapten om kwart over 10 op de fiets voorzien van snoepjes en drinkflesjes en handschoenen (zelfs een handdoekje voor de pauzemomentjes). Fietsen is niet zijn ding, bedacht hij binnen twee kilometer. Werk aan de winkel trainer! 🙂  (maar ik eerst)
Het was koud en ik zette mijn eerste versnelling in, het tempo lag laag. Heel laag. Mijn loopmaatje had het lopend bij kunnen houden. En anders had hij ons bij de eerste stop bij kunnen halen. De hardlopende mevrouw die we inhaalden, voorbij lieten rennen en niet meer ingehaald kregen, lukte het ook. Toen gingen wij de dijk op, omhoog fietsen kerel! Het was duidelijk waarom de dijk er lag: aan de ene kant hoog water, aan de andere kant laag het land. We trapten voort tegen de kou in en genoten van het uitzicht. Zo kwamen we bij ons leerdoel: De Block van Kuffeler: het grootste gemaal van Flevoland, Europa en bijna  van de wereld. Ik heb ook iets geleerd! Dat doe je hardlopend nou niet: stoppen, borden lezen, binnen kijken. Rozijntjes eten, water drinken en nog een keer kijken. Het viel mee met de gladheid (maar de fietshelm mag niet af). We gingen door het Wilgenbos fietsen en hoe onmogelijk: we kwamen niemand tegen. Meneer vond de afgewaaide takken op het pad helemaal niks. Bij het sluisje namen we een lange pauze. Ik bleef zitten, terwijl mijn mannetje op verkenning uitging en ik moet toegeven: ook het sluisje ren ik meestal voorbij (en snel ook, want de doorkijk naar het water is NIETS voor mij). Heb ik ook bekeken. In de eerste versnelling gingen we verder. De zon scheen volop, maar het werd gewoon maar niet echt warm. We hebben gekletst over al die polders en Amerikanen zijn ‘dom’ verklaard omdat ze bang zouden zijn dat onze dijken doorbreken. Daarnaast is hij blij dat hij goed kan zwemmen. Omhoog fietsen het viaduct op, blijft een lastigere zaak. Maar hij mag van mij niet stoppen en gaan lopen, stug doortrappen brengt je ook boven, man!

"Hier stuurde ik jouw een SMS toen ik een paar weken geleden de HM liep, jochie" "Dat zeg je élke keer, mama"


We wilden zo snel mogelijk van het hobbelige fietspad af naar het nieuwe gladde pad. Het werd inmiddels een hele lange fietstocht voor meneer, maar het vooruitzicht van een lekker vers broodje hield hem op de been. Hij had al bedacht welke, maar die naam…. We fietsten naar de supermarkt en daar kwam ie: de kwarant ofzoiets. Na de wandeling door de supermarkt (“als jij spekjes wil, nemen we die mee, kleine trapheld”) had hij weer energie genoeg om snel naar huis te komen en de croissant in no-time te verorberen. We hadden bijna 16 kilometer gefietst. Daar hadden we 1 uur en 37 op getrapt en 2 uur en een kwartier over gedaan. Meneer ging naar buiten om verder te rennen, spelen en stoeien met zijn vriendje, mama was moe. Nouja, niet echt, maar wel voldaan en tevreden en voor vandaag uitgesport en uitgelaten.
Beste trainer, kan een ambitieus jongetje van 8 met een overschot aan energie alvast aan een triatlon training beginnen?  😀  (maar ik eerst)

Categories: Uncategorized | Comments Off on Fietsen in hardlooptempo.

Nogmaals dezelfde wisselduurloop, maar toch totaal anders als afgelopen zaterdag!

Mijn trainer was wel weer zo’n beetje beter, maar ik had nog geen schema van hem ontvangen. Ik dacht dus: ik ga gewoon lekker! Doe ik dezelfde training als ik zaterdag heb gedaan, maar dan zonder de wind en niet door wijken. Ik doe op het laatste moment mijn regenjasje aan en grijp de koptelefoon mee.
Eerst ga ik weer 2 kilometer inlopen. Mijn hartslagmeter slaat namelijk meteen op hol. Ik loop richting het bos op de hoek van de wijk en geniet lekker van de muziek. Ineens krijg ik het lekker warm en voel ik me vanaf mijn rug werkelijk warm worden en ik weet dat mijn hartslag dan daalt en dat is precies wat er gebeurt. Ik kijk op mijn horloge en terwijl ik doorloop zie ik de hartslag gewoon zakken! Ik besluit buitenom te lopen tot het trapje en daar het programma op te pakken. Ik zit dan op twee kilometer.
Toch blijkt zone 1 nog veel, heel veel langzamer te gaan. Het is moeilijk vol te houden. Ik rende hier de eerste kilometer, maar nu hou ik het niet vol om te blijven hardlopen. Mijn hart blijft op hol slaan. Ik moet wel wandelen om van dat hinderlijke gepiep af te zijn. Dan draai ik richting de plassen en ik bedenk dat het met muziek op niet gaat werken. Dan wil je het muziektempo aanhouden en zelfs mijn langzame muziek gaat te snel.
Ik kom op het bekende intervallenpad. Hier mag ik dadelijk vast door naar zone 2, dus toch een interval erin. Het is rustig, maar ik ben niet de enige buiten. Het druppelt een beetje, maar dat is niks erg. Ik mag harder en ga het ritme van mijn voeten volgen. Ik kom er goed in! Het tempo is nog steeds rustig, maar ik waardeer het kiezelpad enorm. Dan klinken je voetstappen zo leuk! Ik moet langs het centrum over het asfalt en zag werkelijk uit naar het zand! Dan is het ritme beter vol te houden. Behalve als er mensen voorbij lopen, dan ga ik al gauw te hard.
Er vliegen honderden ganzen op en het geluid van al die vleugels is overdonderend! En dan het gegak er tussendoor, het is overweldigend.
Ik kom een snelle hardloopster tegen, bah- ik wil een t-shirt met de tekst: “ik kan ook snel hoor” Ik ga heel langzaam onder het droge viaduct door om de hartslag weer te laten dalen tot binnen zone 1. Fijn dat ik die zone op het asfalt kan doormaken en dat ik ook nog wind mee heb, maar echt tempo zit er totaal niet in! Er komt me een man tegemoet op slechte schoenen en hij heeft het minder gemakkelijk dan ik getuige zijn ademhaling. Ik ga ‘mijn’ pad op door het kotterbos en dan begint een belevenis. Ik mag weer naar zone 2 en die voelt inmiddels heel goed aan. Ik loop onverhard en ik kom niemand tegen. Voor me vliegt een vlaamse gaai. En die (of misschien de hele familie) blijft om mij heen vliegen. Ik loop over wat ik de kale vlakte noem en ik ga door het bos in. Hoe ik het moet uitleggen weet ik niet precies, maar ik heb maar 1 besluit genomen: de komende tien minuten piept het horloge niet. Ik hoeft niet te kijken, ik kijk alleen maar om me heen. Ik hoeft niet te weten hoe laat het is, hoe hard ik ga, waar de route heen gaat, hoe ver ik nog kan. Ik voel alleen maar het hier en nu. Vlaamse gaai, zingende merel, druppels op mijn gezicht. Ik hoor alle geluiden, zie alles om me heen en toch loop ik als in een zeepbel. Ik zie alle vogels, bekijk de bomen, paaltjes die er vast al jaren staan en takken op de grond. Het is moeilijk uit te leggen als je nooit hebt hardgelopen, maar het is een soort zeer aangename verdoving. ‘In The Flow’ noemen ze het dan. Helemaal op je gemak zijn. Het is een soort toestand die je uren zou willen en kunnen volhouden. Deze tien minuten duren heel lang en gaan veel te snel ook weer voorbij. Ik stop nergens voor, het ritme gaat helemaal vanzelf. 1 Keer ging het horloge tóch piepen, maar toen sprong ik dan ook over een plas heen! Ik paste meteen mijn tempo aan en toen was het op de vogels na, weer stil om mij heen. Ik nam de wilgendoorgang en midden in het volgende bos zat het erop, terug naar zone 1, terug naar de opdracht, terug naar de realiteit: bepaal een route en neem het onbekende pad! Ik nam meteen een paar foto’s.Het bos is erg aangeplant en alle bomen hier in de polder staan op een rij, maar als je net vanuit een andere hoek kijkt, is een een mooi schouwspel van verticale lijnen. Ik merk op dat het gestopt is met zacht regenen en ik heb geen idee hoe lang dat al zo is! Ik kom op het brede pad en besluit die maar te volgen, want ik mag nog maar 1 keer in zone 2 lopen en dan moet ik weer thuis zijn. Ik heb trek gekregen, want ik heb vanmorgen alleen weer eens wat yoghurt en een cracker gegeten. Al die tijd in het bos ben ik niemand tegen gekomen! Het was voortdurend mijn bos, mijn stilte en ‘mijn’ vlaamse gaai. Ik bewonderde de regendruppelpatronen en neem afscheid van de onverharde paden. Ik zag een hele club wandelende heren en toen ging ik me realiseren dat ik dadelijk brug op ga, wind tegen krijg en dat het weer regent. Ik ben blij dat het in zone 2 mag gebeuren. Maar dat helpt me niet. Het begint te hagelen en ik voel me weer in de training op de brug, maar dan tempoloos. Ik baalde dat mijn jasje weer kleddernat was en dat ik nu de Evenaar over moest tegen de wind in. Ik zag dezelfde meneer met slechte schoenen en zonder regenjas, die ook zijn rondje had gemaakt, maar hij wandelde het laatste stukje naar huis. Ik dacht: ik ga tot de AH, maar al ruim daarvoor was de oefening voorbij. Ik was zwaar gedessilussioneerd over de lage afstand die ik had afgelegd, ook al weet ik dat het bospad niet geschikt is voor mijn garmin. Ik kreeg trek, had het koud en hobbelde maar door. Ik viel van mijn flow-wolkje af. 
Ik ging in de laatste straat lekker nog lantaarnpalen rennen, want ik vond dat ik mijn hart best nog wat kon helpen, maar ik deed het ook om sneller thuis te zijn! Uiteindelijk heb ik ruim 10 kilometer gelopen, maar ja, daar heb ik dik 5 kwartier over gedaan. De hartslag ligt wel weer iets lager als afgelopen zaterdag.

Dit schreef de trainer mij


Als ik het nieuwe schema krijg, word ik pas echt sjachereinig, want ik mag deze week niet meer lopen! (nu maar hopen dat de trainer deze keer niet meeleest) Ik doe zondag nog een wedstrijdje, en daar ga ik heen op de fiets (hoe komt ie erop). En volgende week haal ik de vier keer ook weer niet. 😐 Het is even wennen, maar ik ga me toch echt netjes aan het schema houden, want daarvoor heb ik de trainer ingehuurd – om mij in te dammen. Neemt niet weg dat ik tot het avondeten op zijn zachtst gezegd ‘lichtgeraakt‘ ben.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nogmaals dezelfde wisselduurloop, maar toch totaal anders als afgelopen zaterdag!

Trainen met 8 heren, windkracht 5, 1 brug, 4 oefeningen tussendoor én regen.

Van de zieke trainer had ik nog geen schema gekregen. Ik ben dus zelf maar naar de training gegaan. Omdat ik er zin in had! Ook al regende het. Ook al stormde het. Maar goed, regenjas aan en droge broek mee dan maar. Kregen we ook nog de trainer voorgeschoteld die dól is op bootcamp-achtige dingen. En tot overmaat van ramp: ik was de enige vrouw tussen 8 mannen. Hoefde ik in elk geval niet vooraan te lopen! Hoeveel ongeluk past er in 1 alinea?
Het was gelukkig niet koud. Ik vond het inlooptempo al redelijk hoog liggen, maar dat komt vast omdat ik tegenwoordig gewend ben aan superlangzaam. Ik geloof dat we onderweg al wat gingen springen en hupsen om warm te draaien voor het ‘grote werk’. We moesten in elk geval in een kringetje springen-met-tenen-aan-de-grond om de spieren los te maken, dat was lollig en loodzwaar voor de kuiten en peesplaten. Ik maakte me zorgen dat mijn blessures zouden opspelen, maar ik had nergens last van. Eigenlijk viel de regen ook wel mee als je toch eenmaal nat was. Dat was dus na 1 kilometer al zo.
We gingen bij de flats staan uit de wind. Van daaruit gingen we brug op lopen op een hoog tempo, ze noemen het dan 10-kilometer tempo, en ik vertaal het tegenwoordig naar zone 4, met een hartslag rond de 160-175. Ja hé! Al die mannen lopen tien kilometer in iets wat met veertig minuten begint en ik ben blij als het lukt met iets wat rond de 50 minuten ligt! Dat ik me met iemand zou kunnen meten, was dus direct uitgesloten. We moesten vaker die brug op en neer, zo meldde de trainer vast, en elke keer even snel proberen te wezen. Aan de andere kant een stukje de brug af en dan omkeren. En brug af hadden we wind mee, dus moesten we dat hoge tempo ook aanhouden. Dat was onze rust: wind mee en brug af. DUH.
Het viel tegen, de wind voornamelijk. Berg op lukt me wel, regen – ach, maar de wind was echt wel een factor om rekening mee te houden. Ik was als eerste gestart en ging wat hard. Bij het omdraaipunt zei 1 van de mannen: wat een stilte en ik dacht: je denkt toch niet dat we bij deze tempo’s nog hele verhalen vertellen?! Maar hij bedoelde dat bij het omdraaien het geraas van de wind wegviel! Heerlijk! Dan kan je inderdaad ietsje geruster lopen. De hele brug op en neer rennen was 780 meter. Hoe lang ik daar de eerste keer over deed, heb ik niet geklokt.
We kwamen weer samen bij de flats. Daar stond de trainer te wachten met zijn bootcampoefeningen. Eerst moesten we 30 squads doen. Diepe kniebuigingen. 1 Iemand begon lekker vals af te tellen, dat zal de trainer leren om ons uit Almere-Buiten dom te noemen! Toen moesten we de brug weer op en neer en we kregen mee op de pasjes te letten. Kleine pasjes omhoog, grote passen naar beneden. Ik liep al snel achter en dacht: ik ga aan het tellen, maar dat was niet zo interessant. Dus ging ik liedjes in mijn hoofd ‘zingen’. Ik kwam niet verder dan Op Een Grote Paddestoel. Omdraaien, terugsprinten en geen illusies dat ik die kerels bij kan houden. Deze keer klokte ik wel: 4:19. Mijn hartslag lag op de parkeerplaats bij de flats elke keer netjes rond de 170. Om binnen een minuut te dalen tot 150 en lager.

Op de hartslag grafiek is de brug ook duidelijk herkenbaar


Door naar de volgende oefening dan maar. Ik zal beter opletten. We moesten balanceren op 1 been. En een beetje zwaaien met dat been. Concentratie! Ik ben links echt sterker dan rechts. En jawel hoor: nog maar een keer die brug op en neer.
De vierde keer vond ik het zwaarst. De wind was echt nog harder geworden, tenminste op heenweg toen ik er tegenin moest. Op de weg terug, met wind mee, merkte ik er niks meer van. Ik lette maar eens goed op mijn pasjes en de armzwaai. Ik ging weer tellen hoelang de snelste loper op mijn moest wachten. 35 seconden deze keer. Was hij sneller of ik langzamer? Ik in elk geval 8 seconden langzamer, maar de armzwaai was nu goed.
De trainer had nog een oefening in petto: de laatste: met elk been 15x de uitvalspas. Ik voelde wel dat de spieren lekker warm bleven met deze inspanningen! Anders zou het toch maar koud worden, want ik was inmiddels doornat. De laatste keer de brug op: give it all! Ik ging echt wat harder voor mijn gevoel- ik hield ze iets dichter in het vizier, die laatste mannen. De hartslag lag hoger en ik moest nu echt wat meer naar adem happen. 4 minuten en 20 seconden. De mannen voor mij waren dus wat langzamer geworden, want ik was het niet die sneller ging!
De laatste oefening was vals: Nóg een keer de brug op, maar dan maar tot het midden. En met de handen vast op je rug. En niet uitzwaaien. Ik voelde me net een eend. En minstens zo nat als een eend trouwens. Ik deed het wel iets rustiger aan, want dat mocht lekker ook. Toen gingen we uitlopen. Het fietspad langs, 6 lantaarnpalen heen, 2 lantaarnpalen terug, 6 heen, 2 terug enzovoorts. Eigen tempo. Niet te snel. Ik kon de mannen bijhouden! En waar zij na zo’n 20 lantaarnpalen langzamer werden, begon ik een beetje in een ritme te komen! Eerlijk gezegd ging ik toen wat sneller, maar dat kwam vast omdat ik eindelijk ook de warming-up had gehad 🙂  Mijn Garmin houdt er niet van als we stante-pede omdraaien. Dan denkt ie dat ik stop. De trainer wandelde al kletsend met iemand mee! Die zal wel genoeg gerend hebben in zijn leven. Waar ik bijna 3 jaar ren, zit hij al op 33, dus ik mag nog ff.
We gingen gezamenlijk teruglopen en ik had alweer alle adem om te kletsen. Maar met de trainer kletsen kon ik nog even niet, ik weet niet zo goed wat ik hem moet vertellen: ja, ik leef nog en ja, het gaat best goed, maar ik loop alleen nog maar langzaam? En nee, ik heb nu geen last van blessures, maar ik hoop morgen ook niet? Die angst houdt me tegen om voluit te gaan. Ik durf niet te denken aan morgen, want ik ben bang dat alles dan weer op slot zit en ik dan minder tevreden zal zijn over de training als ik nu ben. Ik heb aan de snelste loper (die gemiddeld 35 seconden op mij moest wachten) gevraagd of hij vervelend vond om te wachten en hij zei van niet. Ik geloof dat hij het echt meende. Er heerst bij deze kant van de club niet zoveel geldingsdrang.
Ik kon mijn regenjas uitwringen. En de jas daaronder ook. Alles eigenlijk. Ik was wel blij met het donker, want ik had een vuurrood koppie! Ik deed geen droge broek aan, want die zou van het fietsen toch weer nat worden. Het fietsen was koud. En er stond veel wind, (misschien was dat al duidelijk) maar voor het fietsen maakte dat het koud. Ik voelde me een hele pief dat ik met die kerels mee had kunnen lopen. Thuis was het afpellen in plaats van uitkleden en warm worden in plaats van douchen, maar wel in die volgorde!
En dan die volgende dag he…. ik zag er tegenop om op te staan. Die pezen kunnen namelijk prima bewegen, maar een nachtje stilliggen zet ze vast en maakt ze pijnlijk. Ik voelde terwijl ik nog lag mijn andere voet al lichtjes steken! En mijn linkerknie! En mijn enkel voelde ik al midden in de nacht toen ik naar de WC liep. Hoewel, dat ik gewoon liep was al een teken dat er niks aan de hand was. Dus ik stond voorzichtig op (mijn hartslag was oke) en ik…. voelde…..  niks. NIKS. Beetje stijf, maar dat is na 1 stap weg. Knie? Check. Voet? Check. Enkel? Check. Achillespees? Tja, als ik iets voel is het daar, maar nu ik ‘s morgens de oefening op de trap doe, voel ik die ook al niet meer als ik naar school loop. Jammer dat het zo regent vandaag, maar des te meer een reden voor een goede rustdag in plaats van een wandeling. En de kans te over om écht trots en tevreden te zijn over de training!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Trainen met 8 heren, windkracht 5, 1 brug, 4 oefeningen tussendoor én regen.

Intervaltraining in de laagste twee hartslagzones

Zone 1 = supersloom en extra langzaam, hartslag tot 135
Zone 2 = langzaam aan, hartslag tussen 135 en 148
Het stormt. Het waait hard.
En het regent en hagelt soms. Maar dat is al gebeurt toen Vincent en ik naar de AH liepen en dus erg nat en verwaaid thuis kwamen.
Dit staat in het schema. Ik voel me nog wat moe van gisteren, maar als ik vandaag ga, heb ik het gedaan! Ik heb geen enkel route-idee meer.
Regenjas. Hartslagmeter werkt weer. Buienradar belooft dat het droog blijft de komende tijd. Storm radar zegt code geel. let’s go!
Een uur. 10 minuten zone 1, 10 minuten zone 2, 10 minuten zone 1, 10 minuten zone 2, 10 minuten zone 1 en 10 minuten zone 2. Ik besluit eerst eventjes in te lopen zodat de hartslagmeter er in kan komen en niet alleen maar blijft piepen op 170 in zone 1. Dat is fijn en pas na 1,5 kilometer krijg ik het warm en dan gaat de hartslag aan het dalen. Ik klik net iets te vroeg het programmaatje aan en ga langzamer. Ik blijf hardlopen, wat er ook piept, ik blijf hardlopende bewegingen maken!
Ik ga door het park, maar in het bos waait het wat hard voor de (vallende) takken, langs het water kom ik niet vooruit. Ik slinger op en neer en dat ga ik het komende uur doen: slingeren door de wijken. Tegen de wind in kost veel hartslagen, en de wind lijkt alleen van voor te komen! Maar ook afremmen kost hartslagen. Het is voortdurend balans zoeken. Ook in zone 2. De wolken razen over me heen. Ik ga links-rechts, door parkjes, over fietspaden, langs nieuwe straatnamen. En ik ben in de naastgelegen klerutjeswijk! Niet langs de bloesems en dan komt het moeilijkste weer: van zone 2 naar zone 1. Langzamer rennen. Alle auto’s mogen voor me oversteken! Ik kom langs de vaart, maar daar waait het te hard voor zone 1. De wijk weer in. Eiland-hoppen door de Eilandenbuurt. Ik krijg trek in suikers en ik voel mijn benen nog van gisteren. Er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt onverharde paden te nemen! Heel, heel langzaam haal ik de persoon voor me in, die wandelt. Omdat ik weer naar zone 2 mag. Ik loop rare kronkels in de weg en lach om een poes die ijverig blaadjes najaagt. Ik kom langs de kliniek en dan gaat de zon in de verte mooi onder. Ik ga nog maar ‘s vertragen en slinger tussen de raar genoemde hofjes door: wie kent het Paulus de Boskabouter Hof?

Paulus de Boskabouterhof


Leuk is dat daar mensen wonen die Paulus de Boskabouter in hun glas hebben gegraveerd. Rondom de school waait het loeihard! Ik verheug me verder in het Pietje Pluis Plantsoen, blij dat ik mag afronden in zone 2. Dat maakt het net iets gemakkelijker om de wind te trotseren. Ik loop zelfs niet over het geijkte pad over de evenaar, maar slinger tussen de nieuwe huizen door. Richting de AH is de wind zo sterk dat ik bijna stilsta. Kan ik het gepiep van het horloge ook lekker niet horen door het gebulder!
In de laatste straat is de oefening voorbij. Ik ga de trapjes en hellinkjes op en af en voel mijn spieren goed. Ik ben blij dat ik het heb gedaan. Dat het droog is gebleven en dat ik niet overdreven moe ben. De suiker-trek stil ik met rozijntjes.
 
 
 
 
 
 
 
 
Mijn telefoon is weer optimistischer als de Garmin. Echt snelle tijden heb ik niet gehaald, maar ik heb wel een keurige gemiddelde hartslag van 140. Zone 1 heb ik in respectievelijk hartslag 136, 135 en 134 gaan, zone twee elke keer gemiddeld in hartslag 145. (de laatste 136 is het uitlopen) Ik vond het deze keer alweer ietsje beter gaan, maar het blijft lastig! Ik was lekker uitgewaaid.
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Intervaltraining in de laagste twee hartslagzones

MTBpad over de Utrechtse Heuvelrug

Ik was erg zenuwachtig. Mijn zoon mocht een middag van school wegblijven omdat hij de “hoofdrol” in een filmpje ging spelen! Ik hoefde hem alleen maar af te zetten en kon daarna 5 uur doen wat ik wilde rondom Utrecht. Ik zou met mijn loopmaatje in Flevoland gaan hardlopen, maar dat werd snel omgebogen naar een plek op de Utrechtse Heuvelrug. Op het schema stond 7 kwartier onverhard op lage hartslag lopen. Onverhard is lastig te vinden, maar we kiezen een ATBpad uit dat bij ‘t Jagershuis in Zeist begint en ongeveer 16 kilometer beslaat. Ik hoop maar dat ik alles bij me heb; broodjes, schone kleren, hardloopschoenen; het is een hele operatie!
Om 12 uur eten we een broodje bij de auto die naast het restaurant staat. Het is droog, maar het waait behoorlijk in Nederland. We doen de hardloopschoenen aan en dan geeft mijn hartslagmeter geen sjoege. Niks. Hoe ga je op een lage hartslag lopen als je dat niet kan zien? Ik heb aan alles gedacht, maar nooit aan dit. Ik ben toch zeker een aantal minuten niet te genieten. We besluiten het tempo gewoon laag te houden.

Wij volgden een wit met rode variant van deze route-aanduidingen


Als ik naar de WC ga, zoekt mijn loopmaatje het startpunt. Dat valt niet mee! Weten wij veel wat het ‘internationale teken ATB’ inhoudt. Driehoekje en 2 rondjes.
We wandelen een stukje en vinden dan het ‘pad’, het is meer een smal strookje modder door het bos dan een pad. We gaan heuveltjes over. Het is veel modder ontwijken en het kost de nodige inspanning, maar we houden het tempo extreem laag. Het is L E U K. Het is avontuurlijk en onverwacht. We beginnen bij paaltje 37, en het blijft me een raadsel waarom, maar de nummers lopen op en het is allemaal duidelijk aangegeven. Over de eerste kilometer doen we 9 minuten! Negen, dat is geen typefout! We steken een weg over en al binnen een kilometer heeft mijn loopmaatje onze nieuwe vakantiebestemming geraden. Het is een verademing even verhard te lopen. Komt ook de tijd rond de 7 minuten te liggen. Maar lang duurt de pret niet.
We gaan steile heuvels op en weer af: “steile afdaling” staat er op het fietsbordje. Het is echt geweldig, dit. Ik voel me alleen een beetje bezwaard tegenover de MTB’ers, maar we gaan keurig aan de kant. Ineens is tijd per kilometer of hoeveel kilometer totaal van ondergeschikt belang geworden. Van het uitzicht op de schapen kunnen we niet zo lang genieten, omdat je vooral erg, erg goed voor je moet kijken naar de plassen! Het is wel uniek mooi en totaal anders als thuis in de polder. We pakken het vakantieverhaal op en de paden worden breder. Qua plassen maakt het niks uit, die worden ook gewoon breder! Het is veel zoeken naar het omweggetje door het bos over de verharde grond. Ik let goed op de route-aanduidingen, want het papiertje ligt nog in de auto. Als we foto’s willen maken, glijdt mijn loopmaatje bijna onderuit in de glibberige modder!
We hebben geen idee waar we blijven en zijn inmiddels bij paaltje nummer 45. We halen de fietsers die telkens stoppen twee keer in. Dan moeten zij afhaken, omdat er iets stuk is aan de fiets! We hebben MTB’ers ingehaald! Vanaf nu zien we geen fietsers meer. Ik zeg nog net dat wij geen technische mankementen kunnen oplopen, als ik bijna mijn voet op een tak verzwik. Om me er aan te herinneren dat dit een bos is en dat je waakzaam moet blijven!
We komen in de buurt van de Piramide van Austerlitz bij Helenahoeve, wat ik herken! Hier nemen we de groene MTB-route over en we mogen een heel stuk verhard rennen. Dat komt het tempo zeer ten goede. De kilometertijd begint zelfs met een 6! Maar we hebben over de eerste 6 kilometer bijna 50 minuten gedaan! Vijftig!! Dat is even wennen, maar ik leg het gauw naast me neer en we kiezen de zandpaden weer. Ik verwacht richting de Piramide te gaan, maar we gaan de andere kant op. Mijn loopmaatje is nog nooit bij de Piramide geweest. Wel in Nieuw-Zeeland, nog nooit bij de Piramide van Austerlitz!
We slingeren het bos door en het is overal even stil, rustig en afgelegen. Ik neem wat water en een half gelletje. Je moet gewoon niet élke keer dezelfde fout maken! We wennen al aan de modder en de schoenen kleuren zwart. Maar strak door de plassen heen rennen, verdom ik! Waar we waren was helemaal een groot raadsel en we keken maar eens op de telefoon. Hadden we het papiertje maar meegnomen! Uiteindelijk waren we ook niet zo ver van de bewoonde wereld vandaan.

hier waren we. al zei ons dat niet zoveel.


Er gebeurd een klein wondertje: we zagen nóg een hardloper! Daar was de rood-witte route weer! We gingen ‘m gelijk weer volgen, maar ik merkte wel al snel op dat het weer paaltje 45 was. En niet al te veel later volgde de conclusie dat we inderdaad de route nogmaals aan het volgen waren… Ergens hadden we een fout gemaakt. Achteraf was dat bij Helenheuvel waar we over zijn gegaan op de groen-witte route. Het was een klein wonder dat we niet verder uit de richting zijn gekomen. We gingen terugsteken door het bos en kwamen langs nog meer heuvels. Prettig om een telefoon bij je te hebben met kaarten erop!
Zo mochten we nogmaals langs de schapen.

We lieten de MTB’ers hun eigen pad en namen de wandelpaden. Op het moment dat het vakantieverhaal eindige en we terug waren in saai, grijs, koud en vooral plat Nederland, moesten we een steile heuvel op! Ik was extreem vrolijk en opgewekt, ook al waren we zo’n beetje de weg kwijt, deden we al zo’n zeven kwartier over 13 kilometer en was de route alles behalve gemakkelijk. Mijn beentjes deden het nog aardig en er was alle tijd voor uitgebreide gesprekken en korte stops om de route te vinden. We gingen uiteindelijk recht op het einddoel af. Het was wel zo’n beetje genoeg geweest. Hoewel je dit tempo en deze ondergrond heel lang kunt volhouden. Dat gaf aan dat we vast in de goede hartslagzone bleven lopen. En anders drukten we het tempo! En zo waren we terug bij ‘t Jeagershuys, mocht we toch nog het overbodige, maar schattige brugje over!

Het was droog gebleven en we hadden thee verdiend. Niet om de afstand, die lag tussen de 15,5 en 17 kilometer (het verschil tussen mijn Garmin en mijn telefoon app); maar om de enorme aanpassing die voeten/benen/spieren hebben moeten doen op deze nieuwe, maar o-zo leuke ondergrond. Het was een top-training! Mijn kind heeft het ook prima gedaan in zijn rol als razende reporter en is razend enthousiast!
Frustratie ‘s avonds: de batterij van de hartslagmeter was niet leeg, maar ergens had ik volkomen per ongeluk in mijn horloge aangevinkt dat de hartslagmeter niet gekoppeld hoefde te worden. ARGHHHH “je hebt toch fijn gelopen zonder dat ding” reageerde mijn loopmaatje op de SMS. En gelijk heeft ie!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on MTBpad over de Utrechtse Heuvelrug

Training vol Rondjes op de Parkeerplaats

Na drie maanden niet te zijn gaan trainen met de A/B groep mee, stond het deze avond weer in het schema. En tja, mijn goede voornemen is om dat schema netjes te volgen, dus ik ga op mijn fietsje tegen acht uur naar de verzamellokatie. Heel fijn om alle bekende gezichten weer te zien en zelfs mensen die lang niet geweest zijn!  Het is wel koud buiten en ik heb gelukkig mijn handschoenen bij me. Ik ging met de lange trainer mee en we hadden een behoorlijk groot groepje. Goed om te weten dat dit geen mensen met tijdelijke goede voornemens zijn! Mijn goede voornemen is weer hetzelfde aantal kilo’s verliezen als vorig jaar, dus ik eet aanzienlijk minder vanaf vandaag. Ik liep vrolijk te kletsen tijdens het inlopen, dat is mijn hartslagzone! We lopen naar de woondome…. Daar zit een steile helling die gevaarlijk favoriet is voor zware trainingen…..
We beginnen op de parkeerplaats met een rondje inrennen, terwijl de hangjongeren proberen uit alle macht hun auto aan te duwen. Ik vind dat soort dingen leuk! We doen eerst een rondje inlopen en ik kan bij de steigeren het tempo best bijhouden. Daarna gaan we springen en oefeningen doen. Hinkelen is zo ontzettend NIET mijn ding! Ik had nog nooit van de pendelsprong gehoord, maar vanavond heb ik ‘m meermaals gedaan. En die arme jongens maar duwen aan hun auto. 🙂

Rondjes op de parkeerplaats


We bleven op de parkeerplaats en moesten skippen met 1 been tussen de hoedjes die steeds dichter bij elkaar stonden. Ik kon het beter met links dan met rechts! Het lijkt een raar dansje. Konden de jongens met hun auto die geen sjoegge gaf, ook om ons lachen. Zij kregen steeds meer vrienden erbij in hun werkende warme auto’s. Ik had het intussen ook lekker warm gekregen. De hoedjes werden verzet en we mochten er nu wel doorheen rennen, maar de afstand werd steeds kleiner. En elke keer hetzelfde rondje over de parkeerplaats. Twee of drie dames bleven maar aan het kletsen om te proberen nieuwe loopafspraken te maken. Soms word ik gék van dat geleuter en dan ga ik maar iets harder rennen om erbij vandaan te zijn. Mannen gaan harder, maar houden tenminste hun mond dicht! De hoedjes kwamen ook verder van elkaar te liggen en dan voel ik me benadeeld ten opzichte van al die heren met lange benen. Ik kon de laatste niet halen! Volgens de trainer moest ik meer vaart maken in het begin en door hem aangemoedigd lukte het me de derde keer! Haha!
De auto’s die het nog deden vertrokken weer. Net toen wij weer eens rondjes gingen lopen en bij elk geel hoedje harder moesten gaan lopen. Ik verdeelde het in vier tempo’s: sloom, zacht, comfortabel en hard. Oranje betekende terug naar sloom. Blauw betekende tegen de klok in. Ik kon het geklets moeilijk achter me laten en werd bijna omver gereden door de auto toen de gradatie ‘net te hard’ er bij kwam. Fijn voor die gasten dat ze naar huis konden. Ik bleef bang voor de helling. Die uiteindelijk niet kwam. Nadeel was dat ik niet alles had gegeven in de training. Ik was ook bang als ik ook maar een spoortje van pijn in mijn voet of knie voelde.
Terwijl we terug uitliepen kletsten we over dieet-voornemens, bordspelletjes en de fysiotherapeute. We hadden 70 minuten gerend en mijn hartslag was alle kanten opgegaan tussen de 120 en 170, met een gemiddelde van 153. De tempo’s waren zo mogelijk nog uiteenlopender tussen de 7,5 kilometer per uur en 14,5 kilometer per uur.  Ik was niet uitgeput. We hadden dan ook maar 8 kilometer afgelegd. Maar ik heb wel weer zelfvertrouwen gekregen dat ik deze training best kan volgen!
Toen ik thuis van de fiets af stapte kreeg ik mail van de trainer terug. Ik had gemeld dat ik woensdag niets in het schema zag staan met het idee: dan loop ik geen vier keer in de week, maar het antwoord was: je mag best de training van het weekend of van de vrijdag verplaatsen naar woensdag. Uhm, ik blijf bij mijn goede voornemen numero uno en volg dus braaf het schema. Drie keer is het maximum deze week.
De volgende dag had ik nergens last van, al ben ik superalert op elk minuscuul pijntje in mijn enkel.
 
Op woensdag ben ik lekker een uur gaan wandelen!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Training vol Rondjes op de Parkeerplaats