browser icon
You are using an insecure version of your web browser. Please update your browser!
Using an outdated browser makes your computer unsafe. For a safer, faster, more enjoyable user experience, please update your browser today or try a newer browser.

2026 – Wedstrijd 8: Hardman Waterville Half Triatlon

Posted by on 11 July 2026

Vincent begon er vorig jaar na de hele triatlon al meteen over, of we deze halve niet samen konden doen. Ik wilde nog helemaal niet aan een volgende denken, maar toen ik een paar dagen later in Waterville was maakte ik toch alvast een foto van de ‘wisselzone’. Toen Rob het ook een goed idee vond en we van de organisator Alan Ryan gratis tickets kregen voor “The Dutchies” schreven we ons snel in. Alan had ons al gewaarschuwd: het hardlopen is een silent killer, maar wij zagen op tegen zwemmen in de zee en fietsen met heel veel hoogtemeters!

11 juli 2026
De dag begon vroeg, want we zitten in Kenmare en vandaar is het nog wel zo’n dik uur rijden naar Waterville waar de wedstrijd is. Om kwart over 7 reden we al weg met de auto boordevol spullen en de fietsen achterop. We hebben de briefing goed doorgenomen en er doet nog een andere Hollander mee: de voormalig voorzitter van de Nederlandse Triatlonbond en een goede kennis van Alan. Ik ben erg gespannen voor de wedstrijd, maar deze keer is Vincent er erger aan toe: die wordt misselijk in de auto en we moeten even stoppen zodat hij adem kan halen.

Kan ik nog een keer of tig plassen. Ik ben al aan de diarree, dus dat hebben we ook alvast gehad. Grappig genoeg vindt Garmin dat ik prima geslapen heb! Eenmaal in Waterville parkeren we de auto een eindje weg bij de GAA club. Vincent en ik fietsen naar de Red Lobster, de pub waar we ons moeten inschrijven. Er zijn veel atleten en we komen meteen ER tegen, de andere Hollander in een oranje pakje. Ik geloof niet dat Vincent veel minder zenuwachtig wordt, maar ik best wel. Ik ga gewoon uit van niks en hopen dat de fiets heel blijft. ER wil zelf graag heel blijven, maar ik ken mezelf goed genoeg om daar geen moeite mee te hebben. Zodra we ons inschrijven, worden we herkend door Brenda, die ons nu voor de derde keer bij de Hardmans ziet. Vooral dat ze oprecht blij is dat Vincent nu zelf komt mee doen, doet hem goed. We spreken nog een andere Nederlandse die voor het eerst een halve triatlon komt doen. Ik denk bij mezelf: als zij het kan, moet het mij ook lukken toch? Rob prepareert de fietsen en ik drentel maar wat, onrustig als ik ben. Gelukkig hebben we de tijd.

Mijn telefoon gaat in het tasje, zodat Rob me kan volgen en ik hem voor noodgevallen kan bereiken. Maar ver genoeg weg om niet voor afleiding te zorgen.
Dan komt S van het account todayinireland omdat ik haar heb uitgenodigd. Ik ‘ken’ haar van Instagram en volg haar met het nieuws uit Waterville. Ze herkent mij ook meteen en het weerzien is als van een bekende. Ze informeert meteen naar mijn schouder en kletst met Rob.

De spullen klaar zetten gaat best ouderwets snel. Ik heb het wel voor elkaar intussen. 4 Bidons, gels voor onderweg en armstukken voor nood. We kletsen nog met ER. Ondertussen repareert Rob iemands fiets. De spullen blijven gewoon even op het muurtje liggen, geen enkel probleem hier.

Dan de ‘last few words’ en we zijn even stil voor een omgekomen atleet uit de buurt. S kent ook veel mensen en vertrouwt me toe dat AR wel stevig geworden is, alsof we elkaars vriendinnen zijn. Ze is een Amerikaanse van oorsprong. Ik ben gespannen en toch minder dan anders. Ik doe mijn pak aan en maak het brilletje nat. Het water is maar 16 graden. De boeien liggen vet ver weg.

Tijdens de toespraak noemt Alan mij en vertelt dat ik al 2 keer de hele Hardman heb gedaan, maar nooit ‘echt’. Schattig hoor en ik ben vereerd. Hij noemt ons Dutchies ook en steekt de draak met onze ‘bergen’. Ook sneert Alan naar de afgelaste wedstrijden in Frankrijk. Dit is de tiende keer in Waterville en er zijn 2 kerels die 10 keer mee hebben gedaan ook. Meestal is het net zo warm als het vandaag zal worden. Het passeert tien uur en we lopen met zijn allen naar de pier.

Ik stap het water in en vanaf dat moment is het heerlijk. Spanning weg. Ik vind het niet koud. Zoek Vincent even die al weer met een paar Ieren staat te kleppen. Ik doe een paar slagen en het gaat uitstekend.

Brilletje nog een keer schoonmaken en dan aftellen en hoppa- om 10 over 10 zijn we los!

Het gaat meteen eigenlijk geweldig. Wat een voorrecht om hier te mogen zwemmen! De zee is zout, natuurlijk, maar ik kan er tegen. Ik vind de temperatuur heerlijk. En hoe diep je kan kijken! Ik zie stenen en wier en de bodem. En ik zwem. Ik kan zwemmen! Voor me een scala aan oranje badmutsen en ik volg. Ik zie de boei ook liggen in de verte en heb een mooi doel. Wat voel ik me ontzettend ongelooflijk in mijn element. Ik heb genoeg ruimte, geen last van de anderen en ik realiseer me dat het echt super is dat ik hier kan zwemmen na de schouderbladbreuk. En dan lekker door. Ademen 1 op 2. Proberen zo snel mogelijk naar voren te komen. Niks golven, niks moeite, niks misselijk. Ik heb al om 7 uur gegeten en ben om een uur of 8 gestopt met water drinken. Dat zoute water smaakt wel smerig zeg! Daar zwem ik dan, tussen het volk wat niet van opgeven weet en de doordouwers. Ik ben echt trots dat ik tussen de Ieren mag zwemmen. Ik ben sneller bij de boei dan ik dacht en ga er netjes omheen. Mijn horloge heeft al aangegeven aan te staan en dat ik 500m heb gezwommen. Ik zoek even naar de volgende boei, maar die zie ik niet meteen. Ik moet naar het witte huisje zwemmen. Mijn dag kan dan al niet meer stuk! Nooit, nooit, nooit had ik gedacht helemaal over de top blij te zijn dat ik richting hét witte huisje zou zwemmen. Ik lig hier in de baai en zwem. Ik zoek voetjes, maar het is niet nodig. Ik adem 1 op 2 en bedenk me maar eens te gaan verheugen op een cola gel dadelijk om de zoutsmaak te verdrijven. De wonderen blijven maar komen. Ik vind het echt zo fantastisch om te zwemmen! Ik heb een kilometer gezwommen en ik zie zo snel een tijd staan van 19 minuten, wat wonderbaarlijk snel zou zijn! Ik zie nu onder me kwallen. Het zijn gouden kwallen. Ik vind ze niet erg en werkelijk mooi. Nog nooit gezien. Dan de volgende boei en ik wil er langs zwemmen, maar ik eindig er ónder en dat is DOODENG. Ik voel de paniek opkomen en ben er dan alweer onderuit, maar dat ene moment dat ik niet kon ademen en oranje boven me zag vond ik echt vreselijk. Ik moet er even van bijkomen en zwem wat slechter, zodat ik ook nog wat smerig water over me heen krijg. Even rustig zwemmen en als ik toch zo snel ben, dan moet ik hier maar van genieten. Ik zoek de laatste boei en dan wordt ik weer rustig als ik het merk: naar de kerk van Waterville toe zwemmen. Voor iemand die 10 jaar geleden nog nooit had gezwommen is ‘naar de kerk van Waterville zwemmen’ één van de grootste overwinningen die er te behalen vallen. Ik doe even wat kalmer aan, want ik had echt gedacht hier 45 minuten van te genieten. Ik zie onder me nog een paar keer een kwal en een vis. Dat is raar, maar achteraf zegt Rob dat het kleine zwarte haaien zijn. Wat mij betreft dragen ze alleen maar bij aan het geluk van zeezwemmen. Ik zie de bodem ook weer en dan komt de pier heel snel dichterbij. Voorbereiden op de volgende stap: wisselen en de cola gel!

Ik ga het water uit, kijk even en zie een tijd van 37 minuten, wat een dik record is op een halve triatlon zwem! Een sterke Ier trekt me mee het water uit en al snel is mijn brilletje omhoog en begin ik met het uittrekken van het pak.

Ik zie S van todayinireland en ik ben mega-mega blij. Ik zwaai ook nog naar Alan en even verderop staat Rob en is mijn pak al half uit. Ik juich van blijdschap dat het zwemmen zo top was en ik zie dat hij Vincents bidons heeft die los zijn geraakt. Ik neem een slok en dat helpt al en dan door om te wisselen. Alles rustig: sokken voor het fietsen, handschoentjes aan en ik neem de cola gel ook echt!

Dan rustig naar de straat toe en ik zeg ER nog even gedag. Heb ik sneller gezwommen blijkbaar! Opstappen en zwaaien naar S en naar Rob.

Dan gaan er twee dingen iets minder goed: ik heb Rob gevraagd om het schakelen van mijn fiets voor allebei de hendels gelijk te zetten. Daarbij heb ik gezegd dat links het uitgangspunt was, maar dat had rechts moeten zijn. Nu zijn de knoppen om omhoog en omlaag te schakelen dus omgewisseld! Ik heb het snel door en de komende kilometers naar Sneem kan ik oefenen. En het fietscomputertje start niet op. Die vindt maar geen GPS. Ik wil toch alleen de tijd zien, maar ik heb daar de route op staan. Ik heb allebei de zaken door voor ik Waterville uit ben en ga klimmen. De waterval is bijna niks nu. Het is ook nog best rustig qua verkeer. Ik ga aan het klimmen. De mannen halen me in. Ik word heel veel ingehaald en ook ER komt me voorbij. Ik kijk heel vaak naar rechts, waar de Skelligs in de zon liggen te stralen. Skellig Micheal met zijn piek en Little Skellig lijkt van zilver door de vogels. Ik vind de aanblik overweldigend. Ondertussen klim ik verder omhoog. Als ik word ingehaald denk ik er bij: maar ik heb beter gezwommen! En ik hoef niet te winnen vandaag. Dit fietsen zal mijn ding niet worden, als ik er maar van geniet. Om 11 uur ben ik al boven en dan gaat het fietscomputertje maar uit, want die werkt niet mee. Naar beneden vind ik nog moeilijker dan omhoog! Ik ben daar een schijtert in geloof ik. Maar vooral ook een genietert! De uitzichten, de huisjes, de omgeving: het is allemaal even prachtig en adembenemend. Ik ken het, ik heb hier al eens gereden en ik weet hoe en wat, maar toen de andere kant op. En met ander weer. Het is best nog een heel eind naar Sneem, zo’n 20 kilometer staat op de borden. Wat dus bijna een derde is van de hele route. Ik kan wel opzien tegen het stuk door de passen, maar voornamelijk blijf ik in het moment. Langs Caherdaniel, langs de Siopa Dubh, naar het strandje. Omhoog en omlaag. Ik leer het schakelen in een razend tempo! Ik ben blij dat die zeker is opgeladen, want ik blijf bezig met op en neer schakelen. Langs het strand waar het al druk wordt. Ik heb de armstukken ook niet mee, want het is hartstikke zonnig en warm, maar op de fiets heb je genoeg rijwind. Ik drink veel, ben ik gelijk al mee begonnen. De sportdrank. Normaal geeft het fietscomputertje aanwijzingen om te eten en drinken, maar nu moet ik het dus zelf doen. Ik vind dat erg prettig, dat er geen ‘moeten’ aan is. En ik drink gewoon zoveel mogelijk. Er zijn echt behoorlijk veel mensen die me inhalen en straks lig ik laatste! Maar dat zien we dan wel weer hoor. Ik doe gewoon mijn eigen ding en meer hoef ik niet te doen.

Dan door het ruige stukje en het zicht op de zee vanaf deze kant is verbluffend prachtig. Een serie auto’s en een bus rijden tussen de fietsers door. Lijkt me ook lastig als je precies vandaag de Ring wil rijden en je dan al die fietsers tegenkomt! Het is nog een flink eind naar Sneem. We moeten nog een keer omhoog en dat lukt me wel, als ik maar niet naar het tempo kijk en gewoon blijf trappen. Wat me heel goed lukt vandaag is in het moment blijven en hooguit herinneringen ophalen. Weinig vooruit denken aan de moeilijkheden die zullen komen.

Sommige stukken gaan ook gewoon voorbij in het moment van doorfietsen en verwonderen. Ik merk een keer op dat ik in een uur maar iets van 24 kilometer heb gefietst, maar aan de andere kant: so be it. Het is even schrikken als ik bedenk dat ik dan nog wel 3 uurtjes ga fietsen, maar dan kijk ik snel weer om me heen. Sneem laat lang op zicht wachten en het is wel 35 km. Logisch ook eigenlijk. Het dorpje door is makkelijk met de stewards die de brug vrij maken en dan op het pleintje naar links. Blij om, want dit is nieuw! En rustig. Superrustig. Ik hoor vogels en ik ben echt in de ban van de omgeving, van de groene dalen, van de weg die niet eens zo heel slecht is. Ik fiets met een paar mannen en die haal ik dan in als we omhoog gaan en dan razen ze mij voorbij als we afdalen. Ik weet nog dat we hier een keer midden op de weg zijn gestopt in 2023 omdat Rob naar de stilte wilde luisteren. Het is nu ook rust en kalmte. Authentiek. Inmiddels ben ik aan de tweede bidon met sportdrank begonnen. Ik neem ook aan de lopende band blokjes te ‘snoepen’. Ergens heb ik wel zin in iets wat kraakt, maar dat heb ik nou een keer niet. Ik dacht dat we voor de huisjes zouden afslaan, maar we komen nog bij het brugje over de Blackwater en de huisjes worden steeds verder overgenomen door de natuur. En dan nog wat verder opeens naar links. De weg is slecht en ik zit al tegen de 50km. Het fietscomputertje geeft nog geen sjoege. We gaan door het bos en dat is me een partij geweldig. Ik vind dit nieuwe stukje helemaal super. Hier ben ik nog nooit zo bewust geweest. Er staan bordjes wanneer de klim begint. Ik zie opeens voor me heel veel fietsers als ik uit het bos kom. We gaan een brugje over en ik pak de laagste versnelling en klim gewoon langs de ruine verder omhoog. Dit is zo intens gaaf! Midden in de Glen. Achter me zijn ook nog fietsers. Ik zie dat de klim nog 1,5km is. Zo lang mogelijk blijven zitten en trappen. Ik zie al mensen lopen. Ik vind het eng en ben bang dat ik niet snel genoeg kan uitklikken en dat ik een watje ben, maar ergens houdt het ook op! Ik moet zoveel energie leveren en dat heb ik niet. Ik stap af en wandel met veel mensen mee. Tussen de rotsen door. Ja, ik ben hier geweest toen ik filmde met Mathijs en toen hebben we hier gereden. Toen was hier fietsen ondenkbaar. Mijn horloge staat op automatische overgangen en ik maak me hele grote zorgen dat ie dit ziet als wissel en het een zooitje wordt nu het fietscomputertje er niet is voor de fietsroute. Er is ook verkeer en dat is mega lastig, want het is vreselijk smal. Toeristen met een electrische fiets kunnen wel naar boven. Ik vind het kriegelig. Boven bij de post is het vreselijk druk. Ik vul mijn bidon bij en doe er de gels bij. Ik neem nog een cola gel en er staat een meisje enorm te mokken. Ze vindt het een ‘torture’ en ik zeg dat dit pas de eerste is. Ik vertrek weer en dan naar beneden is minder aan mij besteed! Wow, wat eng om bij de bochten zo hard te gaan en de toeristen weer in te halen en op te letten. Ik zie dat mijn Garmin begrijpt dat we nog steeds fietsen en dat is een opluchting van jewelste. We gaan nu een vallei door met huizen en er is behoorlijk veel verkeer, raar genoeg. Busjes, auto’s: ze moeten inhalen. Ik vind het super irritant en het duurt best wel lang en er zijn ook best veel fietsers nu. Ben ik vast niet de laatste! Dan naar links en voor ons ligt de kloof. Het mopperige meisje haalt me weer in. Weer de bordjes met hoe ver het nog is naar de top. 10% helling is me te gortig. Die kilometer kan ik beter wandelen! Het andere meisje wandelt ook en er is een meneer die wat reepjes uitdeelt. Toch maar niet… Ik kom ook lopend boven en ik heb nu de energie om te genieten van het geweldige uitzicht. We reden hier 2 jaar geleden en ik dacht nog: hier fietsen… En nu doe ik het – min of meer. Een man pakt zijn telefoon en zegt: Call my wife to tell her I am still alive. Ik raad m aan een foto te maken. Er zijn ook nog mensen beneden op de weg. En boven staan ouders hun zoon van zonnebrand te voorzien. En ja, ik kom ook boven op deze manier, als een ‘watje’. Maar heel blijven is het belangrijkste! Dan naar beneden. MIJN GOT. ENG++++ Ik heb mijn adem nodig, anders had ik het uitgegild. Ik rem bij om te kunnen sturen en ik durf niet vast te klikken. Ik sta echt doodsangsten uit. Ik denk een kort moment: Vincent heeft dit ook gedaan. Ik denk ook: maar goed dat mama het niet weet. Verder ben ik alleen maar bezig met overleven van deze helse afdaling. Gelukkig is er niemand in de buurt. Ik weet dat het nog 20km is en dat dit en het hele fietsen me veel tijd en energie heeft gekost. Ik eet nog blokjes, als ik weer een beetje naar beneden rij. De weg is gelukkig goed. Er zijn huizen en wat stukjes schaduw. In de verte fietst 1 man en ik word 1 keer ingehaald. Dat snap ik dan weer niet, dan is er opeens niemand meer. Ik kan eindelijk ‘lekker’ fietsen, net als thuis. Redelijk vlak, het uitzicht is gewend na 80km hoewel het erg mooi blijft. Er is weinig verkeer. Alleen als de fotograaf er is heb ik een k-busje op de achtergrond…

Ik vind dat je de zee niet ziet. Eindelijk zit er ook wat tempo in, maar ik passeer de 4 uur toch echt wel. Wandelen hakt er wel in. Ik drink de bidon weer leeg en neem nog maar eens 2 blokjes tegelijk. 2,5 bidon; bijna 3 bidons met sportdrank leeg en zeker 10 blokjes en 2 cola gels: voor mij een prestatie! Bij de kerk (eindelijk) mag ik over de parkeerplaats naar links. Dan Waterville in. Nog een stukje en langs het vroegere vakantiehuisje en dan naar de kruising. Ik heb het fietsen overleefd!

Ik zie Rob en S en ik ben onwijs blij dat ik er zonder kleerscheuren doorheen gekomen ben. Alan roept me gedag en belooft me “just a half marathon to go”.

Ik moet even kijken waar mijn fiets moet staan. En dan andere sokken aandoen. Ik ga maar even zitten, want eindelijk moet ik plassen en ik doe dat gewoon zittend. Heb ik de bidon met water voor bijgehouden en die kiep ik leeg over mijzelf en het gras. Ik moet even bijkomen van het fietsen en wissel gewoon wat langer. Dan ga ik lopen en ik moet zelfs even kijken waar ik moet beginnen! Oei, druk opeens. Ik ben snel bij de post en de man vraagt of hij me nat zal maken en voor ik ‘ja’ kan zeggen ben ik alweer gekoeld.

Even kijken waar ik moet rennen en rustig aan doen. Ik ga denk ik zomaar 2,5 uur doen over de halve marathon. De energie is er namelijk al flink doorheen. Wel heb ik de gels bij me gestoken. Ik jog over de straten en ook daar is verkeer. En veel andere lopers, want we doen dit heen en weer. Ik kijk uit naar Vincent. Er zijn ook heuveltjes! Ik hobbel gewoon door naar de post en de eerste kilometer zit er al snel op. Mooie tijd van 5:45, maar het mag langzamer. Ik zie Vincent en dat vind ik fijn. Hij roept eerste Nederlander te zijn. Daar ben ik niet meer mee bezig. De tweede kilometer gaat nog iets sneller. Bij de post drink ik wat en gooi ik water over me heen. Het is er druk. Kilometer 3 gaat ook prima. Dan weer terug en ik zie de andere Nederlandse die dus blijkbaar achter me zit en ik zie ER die voor me zit. We groeten elkaar allemaal. Een man om wie ik heen heb gefietst en die elke keer zei: déjà-vu, herhaalt het bij het hardlopen.

Na 4km Waterville langs en daar is veel publiek. Leuk hoor dat mensen me hier en daar lijken te kennen ook! Helemaal naar het einde lopen en zelfstandig keren. Niks geen pillon of tijdsmat, je bent zelf verantwoordelijk. Ik begrijp al snel dat koelen het belangrijkste zal zijn. Dus langs de post weer koelen en drinken. Ik hoor een moeder aan haar kind uitleggen dat wij 90 kilometer hebben gefietst en nu 20 kilometer gaan lopen, dus dat het warm is. Ik verbeter haar niet en glimlach er om. Ik werk de 5km in een half uur af en dan weer omhoog. Daar ergens in kilometer 6 gaat het mis. Ik moet even wandelen, word misselijk en ik voel aandrang en me niet goed. Vincent roept dat hij voor een sub6 gaat. Ik ga proberen wandelen en rennen te wisselen en haal dat tot kilometer 7. Ik ben op een derde en het is eigenlijk op en klaar. Ik zie al veel mensen wandelen, ook al zitten ze een rondje voor me. Ik ben me er van bewust dat ik dit kilometer voor kilometer zal moeten afhandelen. In kilometer 8 stop ik bij de post en neem de cola gel. Ik ga wandelen met hardloopelementen. Als dat is wat ik moet doen om de finish te halen, is dat het! Het enige wat ik wil is de finish halen voor de cut off tijd. Ik wissel wandelen af met hardlopen naar beneden. Het is niet eens gemakkelijker, maar ik word er niet misselijk van en blijf in de race. Ik meet uit dat ik maximaal 10 minuten nodig heb als ik een kilometer wandel. Dat lukt me prima. Ik ren de stad weer in en roep naar Rob hoeveel tijd ik nog heb.

De 10 kilometer haal ik in 70 minuten nog. Ik weet nu al dat de andere 11 kilometer niet zo zullen gaan. Ik keer weer om en zie de bankjes. Er staat op iets van peace en dat vind ik wel mooi. Ik race nu alleen met het koppie en verstandig. Ik hoor de eerste vrouw finishen (of was dat al in ronde 1?). Ergens hebben ze ijsblokjes in zakjes. Ik krijg die mee, maar het werkt niet voor mij. Ik pak een paar losse ijsblokjes. Bij de post drink ik even wat en Rob roept me dat ik nog genoeg tijd heb. Ik besluit om kilometer 12 te gaan hardlopen, hoe rustig ook. Het zal altijd beter zijn dan wandelen. Ik doe alsof MvdB naast me loopt en ik haar tempo mag en ik dribbel voor mijn gevoel! Heel mijn lijf schreeuwt na 900m om te stoppen, maar ik ram even door. Ik ga weer richting de post. Ik ben ontzettend opgelucht als ik weer kan wandelen, maar de kilometer ging in 6:16. Het wordt al rustiger, veel mensen zullen ook in het laatste rondje zitten. Vincent ging ook wandelen en hij riep dat hij al op 21km zat toen ik hem in Waterville tegenkwam. Hij zal wel gefinisht zijn nu. Dat vind ik fijn, maar ik ben ook heel erg met mezelf bezig. Als ik dadelijk nog een kilometer kan rennen… Ik drink weer en koel weer en dan wandel ik verder. Ik zie het andere Nederlandse meisje en die ligt een halve ronde achter op me. Ik zie ER ook en die ligt een halve ronde voor en doet net als ik een wandeling met hardloopelementen. Ik kan niet meer rennen. Ik mis de energie. Daar baal ik van.

Ik hoor in mijn hoofd: Cola. Ik probeer nog kleine stukjes te rennen. Mijn lijf vind dat een slecht plan, maar de meiden moedigen zo hard aan! Rob heeft nog cola en die neem ik. Vincent is gefinisht en die is erg moe zie ik. Nog een keer op en neer en ik glimlach om de tekst op het bankje: Be the reason someone smiles today.

Ik keer om en hobbel dan terug langs Waterville. Ze gooien de ijsblokjes in mijn trisuit, wat top is en ik pak er een paar mee om op te sabbelen en over mijn gezicht uit te smeren. Het helpt me echt ontzettend. Alan roept me toe dat ik de laatste ronde mag doen. Ik zag ER met zijn dochter lopen, dus die gaat ook finishen. Het is ontzettend veel rustiger nu en dat vind ik heerlijk. Het andere Nederlandse meisje zit nog steeds achter me. Ik ga tot 18km en loop wel flink door. Elke kilometer onder de 10 minuten. Dan bedenk ik dat ik de oude strategie maar weer moet toepassen en dit buiten mezelf leggen: ik ga voor iemand anders lopen. Na de post als ik terugga, dan haal ik het zeker binnen de 8 uur. Bizar dat ik daar van uit ga zeg. Bij de post drink ik nog wat en ik bedank ze en dan ga ik rennen. Een klein stukje. Voor PL. Het gaat verbazingwekkend goed als ik aan zijn rare loopstijl denk en zijn instelling om van het hardlopen te genieten. Dan ben ik zelf niet bezig met hardlopen, maar mijn gedachten aan het verzetten. Ik wandel weer en bedenk SvtH en voor haar ren ik even. Dat zij hier teveel van zichzelf zou vragen en dus niet zou finishen. Voor deze uitdaging van de Hardman was beleid nodig. Voor mij tenminste. Dan loop ik voor trainster A. Ik bedenk dat ze ongeacht mijn tijd blij voor me zou zijn en het stoer zou vinden. Dat is wel leuk, want achteraf zal het dat precies zijn! Nu moet ik iemand met een E bedenken (dan kan ik het straks onthouden haha) en ik denk een EH. Ik kan even niet meer omhoog rennen, maar met haar rolstoel is het dan ook prima als ik blijf wandelen. Ik pik daarna mijn collega E op en dan ren ik een beetje het saaie stukje langs de zee. Ik vertel haar in gedachten dat deze collega rare dingen doet… Daarna weer even wandelen en ik denk aan Rob. Hoe hij hier weer is en weer support en ik ben benieuwd naar hoe zijn dag was. Ik weet even niemand meer en ga na een klein stukje wandelen terug naar mijn collega’s. Ik vertel Jo in gedachten dat hier de eerste lijn naar Amerika liep en ik wijs hem op het telegraafgebouw en op Waterville. Voor mijn andere collega kijk ik nog een keer heel goed naar de huisjes van Waterville en de zee. Nu ik goed kijk, merk ik dat ik de eerdere rondjes misschien iets teveel bezig was met ‘in leven blijven’.

Dan doe ik een stukje voor YV die haar moeder heeft begraven en die vandaag vrijwilliger was bij een andere wedstrijd. Namens haar bedank ik de vrijwilliger aldaar. Er staat een klein meisje in prinsessenkleren en we hi-fiven samen. Haar moeder lacht er net zo hard om als ik en ik vertel haar dat het kind werkelijk een Princess is. Haar broertje krijgt ook een hi-5. Rob en Vincent hebben cola voor me gehaald. Dat helpt nog net, maar ik moet wel even wandelen nog en ik wandel de 21km vol. Ik hobbel nog een stukje voor Alan omdat ik zo blij ben dat ik hier weer kan zijn, maar er komt net niet genoeg uit. Ik wandel langs de bankjes en snij maar niet af. Het laatste stukje ren ik voor mezelf. Ik bedankt mijn lijf en dat ik het gedaan heb en verstandig ben geweest en dat ik trots ben op mezelf. Dat loopt best lekker, haha! Ik moet even door het zand stappen en dan loop ik naar de finishboog en ik geef Alan nog een high-5 en ik ben blij dat ik het heb gehaald!

Ik ben wel echt af en ik ga meteen in de schaduw in het gras zitten. Ik krijg de medaille van Vincent. Ik ben smerig joh! Zout all over. Ik moet even bijkomen en krijg bijna een beroerte als de Garmin weer gaat herstarten, net als vanmorgen. Goddank pakt ie het op en wordt de activiteit alsnog opgeslagen. Ik drink wat en we maken een foto bij de finishboog.

Ik heb er 7 uur en 37 minuten over gedaan. Niet wat ik aan tijd had verwacht, maar ik geef er ook niets om. Vincent heeft nog gespuugd in het laatste stukje. Die was in 6 uur en een kwartier binnen. We mogen nog een interview doen in het Nederlands om andere Nederlanders te trekken. Dat gaat aardig, maar of het goed idee is… We zeggen nog wat mensen gedag, bedanken Alan een keer of tig en Brenda.

Bizar hoeveel mensen we gedag moeten zeggen eigenlijk… ER fietste al terug in mijn laatste rondje en moedigde me nog even aan. De andere Nederlandse haalt het ook binnen de cut off tijd. Ik heb opvallend weinig trek. Maar ik kom ook snel weer bij, wat een voordeel is van een trage halve marathon. Precies wat ik ook wilde: nu vakantie. We halen de spullen en kletsen nog even met de Nederlandse en horen dat N (die ook meedeed met de hele vorig jaar en Vincent kent van het zwemteam) gevallen is en daarom gewandeld heeft. Er zijn ook veel uitvallers. Van de 209 mensen zijn er 180 gefinisht en 171 binnen de cut-off tijd van 8 uur. Vincent en ik zijn allebei 3de geworden in onze leeftijdsgroep, ware het niet dat er bij Vincent 11 deelnemers waren en bij mij 3. Het overgrote deel is zoals altijd man, er zijn 28 vrouwen gefinisht (tegen 145 mannen). De Hardman Half staat op de derde plek van zwaarste halve marathons in de wereld. Nou, dat heb ik toch maar even gefikst!

Teruglopen met de fiets en de spullen valt me zwaar. Ik word wel moe. Dan maar wat langzamer. Op de parkeerplaats moet ik even zitten. Even de melk drinken. Er is nog een andere deelnemer die met ons op de foto wil. Vincent kwebbelt echt tegen iedereen! We gaan rond 7 uur weer weg. Alledrie verbrand! De weg naar Sneem is best lang. Ik wil nog even stoppen bij de Mace waar ik 2 lekkere broodjes haal. Ik hoef eigenlijk niet veel meer. Op de weg terug valt Vincent in slaap. We zijn om 8 uur in het huisje terug en halen de auto leeg. Ik ga eerst douchen en spoel het zout weg. Meer problemen heb ik niet als dat ik op mijn armen en in mijn gezicht verbrand ben. Ik ben blij als alles is opgeruimd en ik heb de trisuits meteen uitgespoeld. Ik merk s nachts wel dat ik nog veel te verwerken heb. Mijn benen en mijn hoofd zijn erg onrustig.
Het was een geweldige dag! Vooral het zwemmen was super en het fietsen geweldig en het hardlopen verstandig. Het moet allemaal nog indalen hoe fantastisch dit was. Maar dankbaar voor alles: voor de ervaring, de onvergetelijke herinnering, het zwemmen vol van geluk, de uitzichten, het gevoel van thuishoren, de vriendelijkheid, de kracht en kameraadschap en dat Vincent dit ook heeft mogen ervaren en dat mijn lijf dit heeft gepresteerd is echt onbetaalbaar. Dat Rob er was, dat de fiets het deed, dat de voeding gecontroleerd was: heel, heel blij en gelukkig.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

3 × four =