Nog een rustweek! Het moet niet gekker worden…

Maandag 3 oktober: Rustweek houdt dus niet in dat ik op de bank blijf hangen. ‘s Avonds ga ik gewoon lekker hardlopen. Lage intensiteiten, dus allemaal niet hard of ver deze week. Manuel gaat mee: die mag toch taperen in de week voor zijn marathon. Dan kan ik hem wel bijhouden. We gaan pas laat: om 21:00 uur. Ik ga in lange broek en met lange mouwen. De herfst treed nu echt in. We lopen te kwebbelen en ik bereid Manuel voor op de route door Eindhoven. Ik ga een 800 meter hard alsof ik op de baan ben, maar het fietspad rent anders. Het is pikkedonker! Ik haal Manuel weer bij en we kletsen verder en nemen de verlichtte paden. Ik versnel nog een keer, maar dan voor een kilometer lang. Best een eindje! We lopen nog een stukje om en dan ga ik door tot er tien kilometer op zitten in 63 minuten.
Dinsdag 4 oktober: Zwemmen! Ik heb er bijna zin in… Al heb ik nog wel buikpijn voor ik ga. Ik begin een bekend gezicht te worden. In baan 1. Langzaam aan. Vorige keer blijken we al 1700m te hebben gezwommen. Ik zwem rustig in, 100m. Er is een mij onbekende trainer. We
gaan 100m borstcrawlen zonder hulpmiddel, dan 100m school- 100m borst-100m rug-100m borst-100m benen-100m borst-100m armen en 100m borst. Ik krijg teveel water binnen tijdens de tweede borstcrawl en laat de andere even voorbij om uit te hoesten. Hoort er vast bij, bij zwemmen. De trainer vraagt of het me goed gaat (wat aardig) en dat ik gewoon rustig aan moet doen. Ik doe de borstcrawl zonder achtje. Het valt niet mee, maar voor iemand die in juni nog nooit geborstcrawld had, is het een hele overwinning!

1 van deze heb ik niet gedaan......


Dan drie keer 75m armen. “hou je eigen tempo aan”, zegt de vriendelijke trainer. Ik ga proberen 3 op 1 te ademen. Er zit veel meer rust in mijn slagen als in het begin. Ik verzuip niet meer zomaar. Dan 3 keer 75m de hele borstcrawl. Tussendoor heb je dan wat rust, maar die neem ik niet zo en ik kan niet goed zien hoe ver de anderen elke keer zijn. Ik ben nog niet goed in baantjes tellen. Slecht zelfs. Heel slecht eerlijk gezegd! Ik ga er van uit dat ik de laatste ben, maar 1 meneer smokkelt en die slaat regelmatig wat over. Dat doe ik dus niet. Ik kom hier om te zwemmen en ik wil net zoveel zwemmen als de rest. Tot slot 10 keer 50m (dat is op en neer) je mag 1 keer kiezen en 1 keer de borstcrawl. Bij het kiezen neem ik elke keer het achtje mee en adem 3 0p 1. Ik tel hardop mijn banen af. En dat helpt, want ik kom netjes tot 10. Zo heb ik deze keer toch al weer 1800 meter gezwommen. Dat is al bijna twee kilometer: zo zie ik het dan maar…. Het uur is voorbij en Dees verzekert me dat er een moment komt dat ik niet meer op wil houden. Dat moment is al zo’n beetje aangebroken…. 😉
Woensdag en donderdag: Woensdag wilden we gaan fietsen, heus, maar Vincents lekke band en de uren die daarop volgden voor we gewisseld-terug gewisseld en gepompt hadden waren genoeg om de zin voorgoed te doen verdwijnen. Donderdag zit vol met een open data middag in Den Haag en een vergadering in Almere. Geen training dus. Twee hele rustdagen. Twee dagen zonder sport. Potjandikkie: het lijkt wel een echte rustweek….
Vrijdag 7 oktober: hardlopen! Moet er ook weer eens van komen. Ik ga met Manuel mee die zijn beentjes losloopt voor de marathon dit weekend. Onverhard, of althans zoveel mogelijk. Lekker rustig aan. We hebben het over: * Manuels aanstaande marathonweekend * yoga * de ACR vergadering * open data * Vincent (willekeurige volgorde). Ondertussen lopen we door het bos en langs de plassen. Er staan honderden paarden. Prachtig! We stoppen voor een foto en hobbelen verder. Het is echt geen enkele moeite. Ik loop zo’n beetje onverhard, maar later ben ik het ook zat en neem lekker het asfalt mee. Het is me wel goed vandaag. Buitengewoon relaxed rondje.

zaterag 8 oktober: Time to Swimm again! Baan met zijn drietjes, maar ik blijf de langzaamste! Het gaat mij ook nog niet om snelheid. Inzwemmen gaat al lekker. Na een dag bankhangen naast een ziek kind. Ik oefen met pullboui en 3 op 1 ademen. Zou je van zwemmen een grotere longinhoud krijgen? Ik hou het prima vol in elk geval. We moeten slepen en dan gaat het om de arm hoog houden. Een soort hardloopscholing-oefeningen in het zwembad. Ik weet wel graag waar ik het om doe. We doen veel borstcrawlen en ik doe het zonder hulpmiddelen. Lukt. Ok na een half uur nog. Gewoon vol proberen te houden! We doen van alles en ik kijk af van de anderen. Ik probeer 4 op 1 te ademen en dat is nog gemakkelijker dan 3 op 1. Ik doe de schoolslag, de rugslag, veel borstcrawl: alleen benen (zo langzaaaaaaaam) en alleen armen: dan ben ik snel. Met andere woorden: ik zwem enkel op mijn armen en zal ergens ooit moeten leren meer kracht uit de benen te halen om sneller te zwemmen. Goed om te weten, maar nu vind ik het niet erg langzaam te zijn. De andere kant ademen is lastig. Ik kom volgens mij ergens een baantje te kort. Ik ben een beetje moe. Meer niet. Geen uitputting meer. Niet meer helemaal kapot. Gewoon een beetje moe. En volgens de meneer in mijn baan met horloge hebben we 2 kilometer gezwommen. Ik heb hooguit 50 meter minder gedaan, maar ik reken me niet rijk. Ik kan de oefeningen niet meer herhalen. Ik ben echt vooruit gegaan, en niet zo’n beetje ook. Ik heb alle vertrouwen in het water, ik durf het diepe in, ik ben geen één moment meer bang of onzeker. Ik ben alleen nog niet zo snel. Ik kan trots zijn op mezelf, want dat heb ik toch maar mooi helemaal zelf geleerd. 😀

GJ voorop!


anke voorop


Zondag 9 oktober  Ik zou met alle mannen mee gaan fietsen, maar Vincent was net ziek geweest en daarom bleef hij met Rob thuis. Bleef mijn zwager GJ over. Die heeft een mooiere fiets dan ik, maar we waren allebei bang dat de ander sneller zou zijn! Toen de grote helden van de marathon in toptijden binnen waren gekomen, vertrokken GJ en ik voor een rondje Oostvaardersplassen. Het begin ging hartstikke goed: wel veel wandelaars op de weg en zelfs paarden, maar het tempo lag best hoog. GJ fietste voor me uit, maar ik kon ook gemakkelijk bijhalen. We hadden een tempo van 28km/uur; redelijk stevig tempo, maar ik vond het wel opmerkelijk gemakkelijk met zijn tweetjes. De dijk op was mooi en ik kwebbelde maar raak. Ik kijk niet naar het tempo, maar naar mijn hartslag. Die lag na het rommelige begin weer onder de 150. Primo. De Knardijk was niet zo erg deze keer, we hadden wind mee. We werden ingehaald door een hele groep fietsers en bij het buitencentrum was het weer druk. We reden door tot de sluizen en GJ ging met gemak op kop. Ik kon hem bijhalen en gemakkelijk achter hem blijven hangen op het smalle pad. Ik ken elke bocht, en daarom was het logischer dat ik voorop zou gaan. GJ raakte wat vermoeid, dus dat was nog een reden om hem te trekken en het voortouw te nemen. Of zijn conditie nu op was, of dat het kwam omdat ik moeiteloos vooraan ging of omdat het tempo ineens lager kwam te liggen als GJ’s verwachting was; feit was dat GJ na een uur aanzienlijke moeite kreeg met fietsen. Te snel begonnen? Verkeerde onderwerp? Te weinig voeding? Ik had geen moeite met langzamer gaan, maar GJ had het best zwaar. We gingen door het Kotterbos en via de Evenaar naar huis. De brug over de Buitenring was echt lastig voor GJ. Ik had geen enkele moeite. Daar voelde ik me niet goed bij, eerder het tegengestelde, dat ik het voor GJ vervelend vond. Ik reed nog een klein stukje extra om ook aan de 35km te komen. We waren bijna anderhalf uur onderweg geweest. Ik had lekker gefietst. Relaxed en toch best op tempo.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nog een rustweek! Het moet niet gekker worden…

Rustweek – ach, dat is 'maar' 4 (vijf) keer sporten in een week….

De eerste keer was ‘vals’ Ik hoeft deze week maar 1 keer te lopen op de training op donderdag, maar ik ging vandaag ook al: DINSDAG 27 september. Jawel, jawel, de MAANDAG was een hele dag zonder sport: niks, nada, noppes, niets. Bijkomen van een koppeltraining, die wel directe spierpijn opleverde, maar een dag later nog nauwelijks pijn meer gaf. Dinsdagavond ging ik hardlopen. Met MZ – het nieuwe triatlon maatje. MZ kan al heel goed fietsen en heel hard rennen. Zwemmen nog niet. Volgend jaar gaan wij allebei de halve triatlon doen in Almere. We wonen bij elkaar in de buurt, hebben hetzelfde doel en dezelfde beperkingen: (familie)tijd,voeding en (hoewel om andere redenen) wedstrijd-fobie. En dat zijn de overeenkomsten. De verschillen zijn wellicht groter: MZ is een grote optimist en hij gaat er van uit dat hij volgend jaar de halve haalt. Ik ben een pessimist (met minder zelfvertrouwen) die denkt dat het een hele zware dobber wordt. En zo renden we op ‘uitlooptempo’ langs de Vaart door het donker. MZ mocht het eerste deel volkwebbelen, want ik loop eigenlijk iets te hard. Voor dit moment, voor deze rustweek, voor waar ik nu sta is dit geen uitlooptempo (boven de 10km/uur). Ik ben verbaasd over het gemak waarmee MZ er van uit gaat dat hij met een paar uren trainen per week een halve gaat volbrengen volgend jaar. Waarom hij geen wedstrijden doet: omdat het veel tijd kost en hij zelf ook hard kan trainen. Ik zou graag wat ‘gemak’ en ‘vertrouwen’ van hem overnemen, maar dan moeten we nog maar vaak gaan hardlopen samen! Het is namelijk wel erg gezellig en goed voor mij om het van de andere (optimistische) kant te bezien. We lopen voornamelijk over het asfalt, tot we bij de natuurbrug komen, dan moet ik onverhard. Dit is voor MZ nieuw en ik ga aan het genieten. Door het donker door het bos, hoe top is dat! Dat je de weg nog net ziet… Het brengt mij een dikke grijns en het kan me niet schelen dat mijn tempo verlaagt. Hierover moeten we het nog even eens worden! We lopen naar het Oostvaarderscentrum, wederom (in mijn geval: natuurlijk!) onverhard. Ik begin het wat zat te worden, maar op het smalle pad zet ik het tempo goed door en dan zit ik er eindelijk echt in en ga kwekken. Na een uur zijn we van het ene naar het andere huis gelopen. Bij de koffie aan onze bar kletsen we nog even verder.
De tweede keer: woensdag 28 september: Zwemmen. Na een dag op een congres rij ik gedachteloos naar het zwembad. Wéér het verkeerde zwembad _GRRRR_ maar ik heb nog tijd om door te rijden naar Poort en ben daar net op tijd. De langzame baan in. Met drie andere dames. Ik merk al bij het inzwemmen dat het me moeite kost vandaag. Is het omdat ik al zoveel gewerkt heb? Lichte verkoudheid? Even wennen? Ik heb moeite met adem halen en recht liggen. Zonder achtje ben ik nergens. We gaan 6 keer 100m inzwemmen: 15 seconden rust tussen de 100m in en de ene keer de hele borstcrawl, de andere keer alleen armen. Alleen armen lukt wel, de hele slag lukt maar 50 meter: dan voel ik me een verzuipende baksteen. Daarna gaan we oefeniningen doen: slepen en oksel aantikken lukt me nog wel (antilliaans zwemmen-gevoel), maar schouder/been/schouder aantikken is een motorische RAMP. Bijleggen is een ritmische ademhalingsramp en ik doe het nog fout ook. Dan iets van 300m verdeeld in rugslag, schoolslag en hele borstcrawl. Heel langzaam begin ik in een ritme te komen, maar vandaag blijft het een hele opgave om te zwemmen. Wil ik te hard? Eis ik te veel van mezelf? Zit het werk nog teveel in mijn hoofd? We gaan nog 200 meter de borstcrawl zwemmen. Ik kan de baantjes niet meer tellen, ik ben vermoeid. Niet meer doodmoe, maar algeheel vermoeid. Ik probeer het toch nog een keer met bijleggen bij het uitzwemmen en begrijp het denk ik, hopelijk kijkt de trainer niet. Dan is het tijd. Gek hoor, van een uurtje hardlopen wordt ik minder moe en meer ontspannen, maar dit zwemmen is nog geen repeterende beweging voor mij die me tot rust kan brengen. Voor Dees geldt het omgekeerde.
De derde keer: 29 september: TVA training. Hardlopen. Het regende, dus het was niet druk, dus de snelle en langzame volwassenen waren 1 groep. Ik was in gezelligheidsmode: vandaag kom ik voor de lol. De ultra-langzame. Ik ga lopen te kletsen als ik heb gehoord wie er voor de hele triatlon en marathon (!) gaan. Beide verrassingen. Weer op de baan volgen een aantal loopscholingsoefeningen zoals de skipping en zo. De lucht fascineert me mateloos en is prachtig: het is rood, de lucht lijkt te branden en de zon is al bijna onder. Ik kijk meer omhoog dan naar mijn voeten. En dan is er ook nog een regenboog. Nou ja, een regenboogstreep: de zon is al onder, dus deze is uniek! Mijn nieuwe Iphone maakt hier goede foto’s van. Dan gaan we rennen (ohja, daar kwamen we ook voor!). 6 Rondjes van 300 meter (driekwart baan) en dan 100 meter wandelen. De 300meter op flink tempo. En weg zijn rappe gasten. Ik loop lekker achteraan met een thee-wc-moeder die maar 1 ronde doet en dan naar de WC gaat. De tweede ronde ga ik maar iets sneller dan: iets meer mijn tempootje. Ik voel me wankel en onevenwichtig. Spierpijn in mijn bovenbenen-binnenkant en ik heb het idee te zwalken. Het voelt een beetje labiel gewoon. Maar ik blijf genieten van de prachtige kleuren in de lucht. En dan behoor ik tot de langzaamste 5 mensen op de baan: met 5 min/km. Ja, echt langzaam – NOT   Gelukkig kom ik daar niet voor en ik doe de rondjes werktuigelijk. Wandelen doe ik node. Na deze 6 rondjes (ik ben al twee keer gelapt), volgen 3 keer 700 meter op iets langzamer tempo en 100 meter wandelen. Ik kom er in! Ik pak lekker mijn eigen tempo op en neem soms Vincent mee en soms het licht wat om de baan heen aan gaat. Ik hobbel lekker door en haal de andere kwebbelkliek bij en in. De lucht is prachtig donkerblauw geworden. Ik geniet van deze avond. We gaan uitlopen en ik hoor de thee-wc-moeder uit. Het uur is omgevlogen en ik ben lekker sociaal bezig geweest met sporten.
De vierde keer: 30 september: Fietsen dan maar! Ik haalde Manuel op en we gingen een uurtje trappen en bijpraten. Manuel is met zijn marathon-conditie tien keer te snel voor mij, dus moeten we maar trappend kwebbelen. Ik hoeft toch maar cruise-tempo aan te houden. Op naar de sluizen! Het is bewolkt en niet zo warm. ‘t Blijft een rare gewaarwording voor mij, dat ik easy aan het fietsen ben en me inhou voor Manuel. Ik snap nu dat hij zegt dat dat niet erg is en niet lastig of moeilijk, maar rennend ligt het altijd omgekeerd. Bij de sluizen mag Manuel bepalen hoe we terug gaan en hij wil het rondje Oostvaardersplassen wel afmaken. Mijn best: zolang ik maar niet te veel hoeft te bedenken op mijn vrije dag! Waar wij het over hebben? Over (aankomende) triatleten, de werkster, het werk (van anderen) en wat we (niet) eten. Ik heb niet 1 keer moeite met de klikpedalen en fiets zonder moeite de nare Knardijk af. En dan komt de Oostvaardersdijk en de spijt…. het waait best wel eigenlijk. Nu praten we over Manuels vierde marathon (over een week al!) en ondanks dit eindeloos boeiende onderwerp blijft de dijk een lang end. Manuel maakt een mooie foto en we moeten een stukje om omdat ze aan het knutselen zijn op het fietspad. Ik hoefde maar een uurtje te fietsen, maar dat is niet gelukt. We praten over artikelen in de Runners World, ons aankomende huisgenootje en over concertkaartjes. Na 1 uur en drie kwartier zijn we 37 kilometer verder en heb ik buitengewoon heerlijk rond-gecruised.
En dan de vijfde keer: 1 oktober – zwemmen. Ik doe de hele dag rustig aan. Ik heb niet zoveel zin, omdat ik meer zin heb om op de bank te blijven lezen. Maar goed, ik ga toch maar. Eerst zwemt Vincent en ga ik nog even naar de stad. Ik ga inzwemmen en in dit zwembad heb ik de slag eerder te pakken. Omdat dit bekend is? Omdat ik de mensen hier ken? Omdat het hier dieper is? Omdat ik de hele dag rustig aan heb gedaan? Anyway: ik ga beter. Na het inzwemmen gaan we zonder hulpmiddelen 25 benen doen, dan 50 alleen armen en dan 75 de hele slag. Zonder hulpmiddelen! Het gaat me redelijk af zeg. Ik doe het eerste half uur zonder achtje of plankje en dat vind ik al goed van mezelf. En zonder te verzuipen er toevallig ook nog bij! Ik word er wel moe van hoor. Als we even rusten, sta ik te trillen op mijn benen van de inspanning! Daarna volgt iets met de hele borstcrawl en een stuk rugcrawl. Ook hierbij laat ik de hulpmiddelen achterwege. Dat is goed voor mijn zelfvertrouwen. Ik ga wel gruwelijk scheef bij de rugslag! Dan gaan we achter elkaar zwemmen 10 keer 50m. Ik ga niet voorop! Maar ik ben de derde en ik neem mooi mijn achtje mee. En dan moet ik me inhouden!! Dat is zo nieuw voor mij dat ik er van schrik. Het gebeurde net zo opeens als het moment waarop ik kon zwemmen: ik lag recht, ging hard vooruit en ademende nog maar 1 op 4. Ik had de slag, het ritme, het zwemmen ineens te pakken. Zomaar. Opeens. Van het ene op het andere moment. Alle angst is weg. Ik voel me thuis in het water. Ik ben niet bang dat ik geen adem kan halen, want ik haal het keer op keer. Ik neem me voor 1 op 3 ademhaling te gaan oefenen. Het valt niet mee. Soms lukt het een keer, maar meestal kom ik links te veel het water uit en dat kost snelheid. Ik merk het, ik voel het. Overduidelijk. De baantjes krijg ik niet geteld. Ik let alleen op mezelf. Ik probeer op links te ademen, probeer het te combineren. Ik blaas voornamelijk uit. En zo komt het dat het me steeds beter lukt. We gaan nog meer zwemmen, maar ik durf het niet aan om zonder het achtje te proberen. Ik geniet er enorm van dat ik de slag te pakken krijg. Snelheid komt later, ik hou dit vol! Het moeilijkste is altijd het bad uitgaan, want dan voel ik de vermoeidheid. Deze keer is het een tevreden moeheid. Geen uitputting meer! Het ging echt weer een hele stap beter deze les. Samen met GN tel ik uit dat ik wel 1,7 kilometer gezwommen heb. Ik kan dat niet bijhouden: ik ben alleen met zwemmen bezig.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rustweek – ach, dat is 'maar' 4 (vijf) keer sporten in een week….

Een blog met mopper, prikkelbaar, grenzen verleggen en een koppeltraining

foto tijdens fietsen


Maandag 19 september mocht ik gaan hardlopen: 30 minuten zone 1 en 30 minuten zone 2. Ik ging alleen. Ik was boos. Ik voelde me bedonderd op mijn werk en was echt woest eigenlijk. Meestal helpt lopen wel. Maar deze keer niet. Ik bleef mokkig, kwaad en ongelukkig. Dan loop het niet. Niet lekker. Toen ik het lichtje even uitdeed op het stille fietspad ging het even beter. Ik reageer morgen op de mails. Voor vanavond laat ik het bij deze mopperrun.
Dinsdag 20 september zwemmen. Laat op de avond, om 21:00 uur pas. Na twee werkdagen. Dat wordt wat… Ik ben niet meer zo zenuwachtig, maar nog wel afwachtend. Het wordt een uurtje zwemgrenzen verleggen++!! We slepen, doen een zwemsteigerun  (nog nooit van gehoord tot vandaag). We zwemmen veel. 5 keer 200 meter. We moeten om de drie slagen ademen. Ik ben net blij dat het me op twee lukt, haha! En we sprinten. Ik ben geen partij voor de meneer waar ik tegen zwem, maar hij wacht vriendelijk op me. Ik ben helemaal kapot. Zwemsprinten is het nog niet voor me! Tip van de trainer: nog een stukje meer afzetten met de handen en de bewegingen vloeiender maken. Hé! Dat betekent dat het ademhalen nu behoorlijk lukt! Er was een meisje wat veel te weinig adem kreeg. Ik doe mijn eigen ding. Moeilijk zat. En vermoeiend genoeg. We moesten ook nog een tik-aan oefening doen, maar die coördinatie mist bij mij nog volkomen! Ik moest er van lachen en dat werkt niet onder water. Ik heb het een uur volgehouden en was heel, heel erg moe. Maar ik vind het ook heel, heel erg LEUK.
Woensdag 21 september Fietsen Ik wilde ‘s middags met Vincent fietsen, maar dat lukte niet. Vincents band werkte niet mee. Ik werd er bloedje-geirriteerd van. Ik was al prikkelbaar vandaag. Ik hoefde maar drie kwartier. Dan om 7 uur maar, net voor het donker. Irritatie + invallende duisternis = geen mogelijkheid voor easy tempo. Ik ging lekker door. Dijk langs met mooie zonsondergang. Ik kon niet kiezen: Wilgenbos of fietspad later? Dus nam ik eerst het fietspad later en zou ik terug door het Wilgenbos. De zon ging echt al onder en ik trapte lekker door. Niks easy. Wel erg mooi. In het Wilgenbos begon ik echt te genieten van de vogels, de herfstgeuren en het vliegen over het fietspad. Weer terug op de dijk is de zon onder en het licht zo mogelijk nog mooier. Er springt een hert voor mijn fiets langs. Het tempo verlaagt iets, maar zo voelt het absoluut niet. Eigenlijk is het net te donker als ik om 8 uur thuiskom. De irritatie hangt nog om me heen, maar ik voel me iets beter.

foto door Vincent


donderdag 22 september Hardlooptraining op de baan. Een grote ‘langzame’ groep. Eerst een rondje buiten de baan, dan een hele serie oefeningen en ik kreeg er maar geen zin in. We moesten 800-tjes lopen op langzaam tempo. En dat deed ik. Liefst sloeg ik de rust over, en kachelde ik door. Ik liep lekker alleen en nam een advies ter harte: ik nam tijd voor een paar onverwerkte, opgekropte en opgeschoven emoties. Dus mijn benen liepen prima, maar mijn hoofd liep niet mee. En als ik stilstond druppelde ik leeg, dus ik ging liever alsmaar door. Ik was niet aanspreekbaar en blij dat het donker werd. Nog een rondje uitlopen om de baan en toen was ik blij dat ik klaar was.
vrijdag 23 september: de tri-together triathlon gaat niet door. Met mijn vriendin Joyce en haar dochter zouden we met zijn drietjes een triathlon doen: haar dochter zwemmen, ik fietsen en Joyce (met mij?) hardlopen. Een kwart triathlon: ik moest 40 km fietsen. Maar de zwemdochter viel van haar motor en had godzijdank niets meer als een hele flinke hersenschudding en spierpijnen, maar dat is voor zwemmen in buitenwater toch geen beste combinatie. Dan gaat het niet door: dit was ons drietjes of niet.
Toch hou ik mijn schema aan en ga ik vandaag losjes fietsen. Heel losjes zelfs. Ik ga langs een hardlopende Manuel fietsen. Ik heb nog honderd dingen te doen varieërend van werk tot poetsen, maar het is zulk lekker weer! De band van mijn racefiets is lek, dus ik achtervolg Manuel op de stadsfiets. Dat kan ook prima. Het is raar om naast iemand te fietsen die loopt. Ik had vandaag ook niet kunnen lopen, mijn buik doet te veel pijn. Ik baal er van dat ik daardoor morgen ook niet kan zwemmen. Manuel vertelt over zijn bezoek aan de podoloog. Dat had ik met mijn blessure ook moeten doen destijds. We gaan door het Kotterbos. Ik weet niet of de ramen dicht zijn en verlaat Manuel voor een stukje om snel langs huis te fietsen (tuurlijk waren ze dicht). Ik fiets nog mee tot de dijk en verder tot bij de gevangenis. Dan moet ik terug naar school. Kan ik nog een stukje wat sneller fietsen. Ik heb een uur te veel gefietst volgens het schema.
Zaterdag: niks gezwommen dus. Met pijn in het hart en wat mensen die me aanspreken van de triathlon-vereniging (want Vincent zwemt wel)
Zondag 25 september: De Eerste Koppeltraining. Ik zag er best tegenop om 40km in anderhalf uur te moeten fietsen. Dat is niet helemaal mijn tempo, net iets te snel. Ik ga een rondje Oostvaardersplassen doen. Ik eet twee broodjes en drink twee glazen melk. Eerst zou het nieuwe triathlon-maatje meegaan, maar die is te laat wakker. Joyce gaat om 11 uur mee hardlopen. Even voor half tien stap ik op mijn racefiets en dan ga ik. Het is al zonnig en ik heb meteen het tempo erin. Ik moet omfietsen richting de dijk. Het rondje Oostvaardersplassen is namelijk net iets te kort en de weg is opgebroken. Dat worden 14 kilometers Oostvaardersdijk! De wind valt tegen. Voor me fietst iemand en die wil ik inhalen. Helaas stopt degene en dat haalt mijn tempo (van 29km per uur) er even uit. Ik weet dat ik het hiervan moet hebben, dadelijk heb ik wind tegen. Er is nog iemand die voor me fietst en als ik die (wel) inhaal, knal ik bijna tegen een brommertje op. Verder gaat het prima, al is het lastig het tempo hoog te houden voortdurend. Ik kijk weinig om me heen, fiets alleen maar. De Knardijk. Ik hou er niet van. Wind tegen, veel lager tempo van 24km per uur. Ik zit op schema en ben met 20km onder de drie kwartier. Ik ga het net halen. Mijn benen voel ik verzuren. Dat gevoel ken ik nog niet, maar ik stop er ook niet voor. Bij een slokje drinken word ik tegelijkertijd ingehaald door twee fietsers en dat helpt me uit balans. Ik pak het weer op en neem de weg in plaats van het fietspad langs de Vaart. Bij de Praambult steek ik rechtdoor naar de Tuureluurweg. Ik hou van lange rechte polderwegen. Ook al is er wind tegen. Ik vind dit stuk zwaar. Net over de helft tot net over 30 kilometer: beetje “net niks”. Ik ga de brug over het Kotterbos in en merk meteen als ik wind mee heb! Fietsen lijkt meer op zeilen qua afhankelijkheid van de wind. Ik krijg er weer pret in. Voor twee mountainbikers moet ik inhouden. De Trekweg knal ik over, dat vind ik een prettig stuk. Niet dat ik echt hard ga, maar het voelt wel snel! Daarna achter de Stripheldenbuurt door, waar wandelaars zijn. Ik moet afstappen voor een auto en ik krijg haast. Ik wil de 40 km nu liever net wél als net níét binnen 90 minuten scoren. In razend tempo achter de Sieradenbuurt door. Gek genoeg gaan deze laatste 5 kilometer weer als een razende! Het lijf heeft nog wat over blijkbaar. Ik moet op het fietspad nog een paar mensen opzij bellen en dan haal ik de 40 kilometer net, maar dan ook nét binnen 90 minuten!(1:29:54) Ik ben blij en fiets snel terug naar huis in nog een hoog tempo.
Ik twijfel over het lopen: gaat dat lukken, hoe ver zal ik gaan? Deze koppeltraining houdt in dat ik oefen met twee sporten na elkaar. Dus na deze fietsinspanning volgt het hardlopen. Ik had een half uurtje met mijn vriendin mee gemogen volgens het schema. Ik zet thuis snel mijn fiets weg, helm af, hardloopschoenen aan. Is Joyce er nog niet! Ik sta te trappelen en luister naar Rob. Als ik de deur uit stap, komt Joyce er aan. We wachten tot zij ook satellieten heeft gevonden en dan gaan we hardlopen. Ik opteer voor 6 kilometer, maar dat kunnen we verlengen. Het doet PIJN. Mijn benen schreeuwen het uit van de pijn en ik schreeuw terug dat ze stil moeten zijn en door moeten gaan. Het tempo hoeft niet hoog, we moeten erbij blijven kwebbelen. De eerste twee, drie kilometer vind ik afzien. Toch twijfel ik nog even of we niet 8 kilometer zullen lopen, maar ik kies voor de bekende ruim 6 kilometer. Bij het Oostvaarderscentrum is mijn lijf gewend aan rennen en houden de protesten op. 6:15 gemiddeld per kilometer zitten we op. We lopen onverhard en ik vind het wel tof aan het worden. Gaan we al terug?! Nee, wat mij betreft pakken we een brug verder. We lopen te kletsen door het bos. Heerlijk! Het is best warm en Joyce heeft gisteren nog (hard) gelopen, dus nu kakt zij een beetje in. We wisselen elkaar af, maar laten het er niet bij zitten! Dan SMSt Rob dat hij onverwacht weg gaat en daarmee is Vincent alleen thuis. Mooie reden voor ons om terug te lopen. Ik heb genoeg bewezen dat ik in elk geval fietsen en lopen gekoppeld krijg. Dus het is onmogelijk maar waar: op 9 kilometer stoppen we voor de deur. Net geen tien kilometer. Daar heb ik het moeilijk mee, maar mijn lijf is te blij, mijn benen zijn er voor het eerst eerder klaar mee dan het hoofd. En de oogst? 4 Slokken water en 6 winegums onderweg. Daar blijf ik een ezel in. Ik heb spierpijn op plaatsen in mijn bovenbenen die ik nog niet kende. Het was een aparte ervaring en dan heb ik nog geeneens gezwommen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een blog met mopper, prikkelbaar, grenzen verleggen en een koppeltraining

De week van de ondergaande zonnetjes

Maandag 12 september: rustdag. Tenminste qua sport. Als de wandeling in de hete avond niet meetelt. Of die in de warme middagzon. En dit is nog maar het begin van de tropische week!

Zone 4 in de groene vlakken


Dinsdag 13 september is geen rustdag. Maar dit is rustweek, en daar hou ik me maar aan. Stukje rennen. Het wordt alweer vroeg donker. Ik neem Manuel maar weer eens een keer mee. Ik doe wat wisseltempo’s: 5 minuten in die vreselijk langzame zone 1, 7 minuten heerlijk zone 2 met ruimte genoeg om te kletsen en luisteren. Dan sprint ik weg voor 1 minuut zone 3 en 2 minuten zone 4. Daarna wandel ik tot Manuel weer bij is, haha – dat klinkt goed! Maar die hou ik in zone 1 niet bij. Hij vertelt van zijn laatste mooie loop rond Hilversum, ik mopper over het werk. De laatste zone 4 klets ik vol en die gaat niet zo hard daardoor. Verder is het tempo best aardig, al zeg ik het zelf. Omdat het rustweek is, zijn we binnen een uur weer thuis.
Woensdag 14 september. Ik zit twee uur met een doodzieke Baksteen bij de dierenarts. Heel lastig. En het is ook nog eens bloedjeheet. Ik wil gaan zwemmen en sta net op tijd bij het zwembad. Maar daar zitten wel erg veel kinderen… Ik zie geen plankjes of achtjes… Binnen een paar tellen snap ik het al: in de zomervakantie was het zwemmen in dit bad, maar nu die vakantie voorbij is, moet ik naar Poort. Ik ben het al zat. Ik ga naar huis terug. Na het eten ga ik lekker een rondje fietsen in plaats van zwemmen. Klikpedalen proberen. Ik ben relaxed en geniet van het zonnetje. Ik rijd weg langs de regenboogbuurt naar de Trekvogelweg. Als ik daar aan het doortrappen ben, bedenk ik dat ik op de oostvaardersdijk liever de zonsondergang had gezien. Ik ben nog onderweg en ga het proberen om daar bij zonsondergang te zijn. Ik zie de boswachter niet over het hoofd in de auto, maar hij laat me met een vriendelijk gebaar voorgaan. Ik trap op hoog tempo door richting de bruggen over de A6 en de Vaart. Ik zie de auto ruim op tijd, maar denk net te laat aan de klikpedalen. Gelukkig heb ik onverwacht de linker razendsnel los. Dan door het Kotterbos. Het licht is prachtig, maar de ondergaande zon lijkt nog wel een stukje weg! Het is heerlijk stil en dit lijkt een volle zomeravond, behalve dat het al september is. Ik trap echt flink door en voorbij het Oostvaarderscentrum haal ik heren in die me proberen bij te houden. Ik heb geen idee hoe hard ik fiets, maar ik ben nog een kleine 5 kilometer van de dijk verwijderd, dus ik ga het wel halen. Ik trap flink door en ben op tijd om van een prachtig plaatje te genieten met bootjes op het meer en de ondergaande zon. Nu terug naar huis, want een racefiets met licht heb ik niet. Maar de maan is ook prachtig. 25 kilometer in een uurtje. Dat moet iets sneller worden en iets langer ook voor de trio-triatlon.

Donderdag 15 september. Het is een rotdag. Vincent is ziek thuis, de poes gaat heel slecht, het is nog heet en benauwd en ik moet ‘s middags naar Schiedam. Het huis is een bende, mijn werk is een bende, mijn hoofd loopt om en het gaat steeds slechter met Baksteen. ‘s Avonds ga ik toch naar de training. Ik heb geen zin, ik hoeft niet hard te gaan, ik wil geen woord zeggen, maar ik gá wel. Rondje omlopen en iedereen heeft het nog over zijn of haar triathlon. Ik sluit me af. We doen loopscholingsdingen. Hoeft niet van mij, maar oké, ik huppel me ietsje blijer. Dan krijgen we in tweetallen een dobbelsteen. Een prachtig jong meisje die loopt als een hinde vertrouwt erop dat onze tempo’s gelijk liggen. Gooien met de dobbelsteen om het aantal honderd-meters te bepalen. Wij gooien elke keer 6 voor de 600 meter. In drie tempo’s: onder duurtempo (1 of 4), duurtempo (2 of 5) en boven duurtempo (3 of 6). Wij hebben een abbonnement op 6, maar voor mijn gevoel lopen we gewoon lekker een gewoon deurtempo: we kletsen er in elk geval bij. Mijn medeloopster studeert geneeskunde. Ze loopt niet alleen mooi, ze is nog slim ook! Tussendoor mogen we een minuut rusten en dan gooien we weer 6 en 6. Mij best. Ik vind het prima om te luisteren naar de knappe studente. Verder op de baan is het te druk voor mijn benevelde hoofd. Nog een keer 600 meter! Tempo 2 dit keer, maar nu krijgt mijn loopgenote last van haar knie-blessure en ze stopt. Ik loop door. In mijn eentje gooi ik 5 en 6. Dat is even uittellen, hoeveel 500 meter is op de baan! Ik gooi nog een keer en vind het niet erg alleen te lopen. Weer 5-en! Ik kom precies uit en dan is dit deel van de training voorbij. We gaan planken. Grappig genoeg knap ik daar een beetje van op. De meneer van vorige week is er ook; zal ik hem vragen of we samen de halve triatlon gaan doen volgend jaar?! Mijn hoofd staat er niet naar. Ik heb mijn trainer ook gezien vanuit een ooghoek, maar ook daar voel ik geen behoefte tot communicatie. De man van vorige week spreekt mij aan over het zwemmen en ik vraag hem maar of we volgend jaar samen voor de halve zullen gaan. Het antwoord is verrassend snel en volmondig ja. We wisselen gegevens uit en nu ik het niet alleen hoeft te doen, lijkt de halve triatlon geen onhaalbare zaak meer. Ik app de trainer terug dat het een goed plan is. Hij denkt dat ik door de andere verhalen ben geinspireerd, maar niets is minder waar. Eenmaal thuis eist een stervend huisdier alle aandacht en energie op.
Vrijdag 16 september. Weer een onrustige en korte nacht, want ik lig alleen maar naar de poes te luisteren. Bij elke stuiptrekking of spin-geluid van het beestje zit ik rechtop. We gaan er midden in de nacht zelfs alledrie bij zitten, omdat ik denk dat ze de ochtend niet meer haalt. Maar ze blijft in leven. Ze is zo verzwakt, afwezig en ongelukkig dat we moeten besluiten haar in te laten slapen. Dat is intens verdrietig en vermoeiend. We zijn heel teneergeslagen en rouwen om ons gezinslid dat 15 jaar bij ons was. Ik wil graag rennen of fietsen, maar het duurt een hele tijd voor ik iets kan beslissen. Vanwege het donker dat al voor 8 uur intreedt, wordt het rennen in plaats van fietsen. Ik wil nogmaals de zon onder zien gaan op de dijk. Kilometer 1 – 6:30  een mooie tijd die ik aan ga houden denk ik. Kilometer 2 gaat sneller en bij kilometer 3 zit ik er lekker in. Ik luister naar de muziek, hoor de natuurgeluiden er doorheen en ik wil de 5 kilometer in een half uur lopen. Dat is lekker doorgaan dus, want ik heb iets goed te maken! Ik haal het en in kilometer 6 sta ik op de dijk. Mooi, maar de zon zit achter de wolken. Ik pik het tempo weer op, het is nog niet donker. Ik loop over het fietspad terug en de lengte valt me deze keer mee. Eigenlijk zou ik nu ook wel de 10 kilometer binnen een uur willen lopen. Na 8 kilometer wordt dat zwaarder. Ik drup van het zweet, maar ik wil het ook! Kilometer 9 vind ik echt afzien en kilometer 10 moet ik nog een keer heel flink aanzetten. Ik moet van mezelf tot boven op de brug doorgaan, maar net daaronder springt het horloge naar de 10 kilometer. Precies binnen een uur! Het horloge is vol qua database, dus wandel ik al wissend de brug over. Dan ga ik joggen naar huis: ik heb nog een kwartier voor 2 kilometer. Inmiddels is het helemaal donker in de wijk. Als ik langs huis loop (geen enkele hardloper stopt op 11,9 km) is de buurpoes op knuffelvisite bij ons.
Zaterdag 17 september. Een heerlijk voortkabbelende dag. Met zwemmen. Ik ben voor het eerst niet in de zenuwen. Ik zie wel hoe het me gaat. Geen ambitieuze trainer en ik ga het gewoon proberen in de langzame baan. Het is weer eventjes wennen, ik moet na 2 weken even weer de slag te pakken krijgen. Maar het lukt me wel! Ohja, het ging om het uitademen onder water, om het ritme: kort in-ademen en contact met het water houden. Ik pak het achtje er maar even bij voor de ligging. Daar ben ik niet de enige in! Ik ben niet eens de allerlangzaamste in de baan. Voor iemand die drie maanden geleden nog nooit de borstcrawl had gedaan, is dit fantastisch hoor! Ik zwem toch zo’n 200 meter in en dan moeten we 4 keer 100 zwemmen en elke keer in een andere (gezamenlijk vrij te bepalen) slag. Eerst verzint het jonge meisje dat we de vingers over het water scheren. Ik doe 50 meter zonder achtje, 50 meter met. Dan verzint ze dat we schouder moeten aantikken. Daarna met twee armen vooruit liggen voor we de slag afmaken. Klink lastig en ik vond het alleen in het diepe bad echt eng, in het minder diepe stuk lukte het me wel! Tot slot twee keer dezelfde arm strekken. Ik word moe. Ik heb het warm, maar ik geniet ook. Ik blaas vooral onder water uit. Ik voel de bewegingen van het water van zoveel mensen en vang het meestal redelijk op. Nu volgt 100 meter langzaam zwemmen. Ik ga zonder achtje en neem mijn eigen trage tempo aan, maar dan doe ik de slag wel goed. We doen daarna 3 keer 100 meter: 25 meter alleen benen heen, 75 meter alleen armen. Ik krijg kramp in mijn benen elke keer, maar dan zijn ze goed gestrekt, komt de slag alleen uit mijn heupen en daar word ik moe van. Alleen de armen is wat ik gewend ben en dat gaat prima. Het ritme zit er na 3 kwartier wel in. Helemaal gewend aan het geluid van de bubbels, het water in mijn oren en de beweging. We moeten eerst 100 meter zwemmen, dan 200 meter en tot slot 300 meter. Onbekend of wij dat halen binnen de tijd. Tussendoor 25 meter schoolslag en pauzes. Ik kan het niet meer bevatten en hoor alleen het begin. 100 Meter doe ik zonder achtje. Daarna ben ik te moe en neem ik het achtje erbij. Ik ga gewoon aan de gang, raak de tel kwijt van de baantjes, sla de pauzes over en ga lekker verder. Te moe om te tellen? Kan best, maar ik heb een perfect ritme, het gaat gewoon goed en als er een ademhaling mist, schrik ik daar ook niet meer van. Ik haal de 200 meter zeker ook en wacht heel even. De 300 meter weet ik niet of ik die gehaald heb, misschien net wel, misschien net niet. Al met al heb ik uitgerekend toch wel ruim een kilometer gezwommen en dat vind ik een heel eind! Ik heb het warm, klets onder de douche en luister naar de verhalen van de triatlon-helden. Ik reken mezelf nog niet tot de geweldenaren die zich voor volgend jaar alweer hebben opgegeven. Ik ben vandaag trots als een pauw dat ik een uur gezwommen heb en dat ik alweer ietsje minder uitgeput ben als in het begin en dat het ook nog eens wat beter gaat.
Zondag 18 september: Familiedag, Rustdag, Klimdag.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De week van de ondergaande zonnetjes

Beter, better en de draad weer oppakken

Maandag was ik weer ietsje beter, maar nog wel erg moe van gewone dingen. Ik was nog een dag ziek op het werk en ik zat gewoon veel op de bank niks te kunnen doen. Het ligt niet aan mijn ijzer gehalte (HB van 8,3 is prima), mijn hartslag bij de dokter is laag (55!) en mijn bloeddruk is ook in orde. Ik voel me een aansteller, maar mijn lijf liegt niet: ik ben veel moe-er dan ik normaal ben. Overtraining lijkt het niet te zijn, daarvoor is dit te plotseling en overspannenheid lijkt ook vreemd. De laatste fietstraining moest ik overslaan. We wandelen een uurtje rond, en dat voel ik. Maar ik ben niet meer zo hondsmoe, dus morgen pak ik de draad weer op!
En dat deed ik dinsdag ook: weer aan het werk, met de trein het halve land door, mails verwerken: ineens paste alles weer op een rijtje in mijn hoofd. Van zo’n lange dag ben ik dan wel moe, maar dat is niet gek! ‘s Avonds doe ik aan sport: yoga. Ik vind er geen **** aan: het is mij te sloom, te weinig inspannend. Ik moet er wel van lachen en merk dat ik totaal niet in balans ben. Ik kan me redelijk in mezelf terugtrekken en ben blij als de les afgelopen is. Ik heb ontzettend

Scott wacht geduldig


zin gekregen om te gaan zwemmen, maar misschien is dat morgen nog iets te veel van het goede. Ik wil in elk geval weer sporten! Dat de zin terug is, dat maakt me energieker en beter.
Woensdag had ik het niet meer: veel werk verzet, Vincent weer van kamp gehaald en toen ontdekte ik dat het alweer vroeger donker wordt. Dus voor het eten ging ik een uurtje fietsen. Ik had de trainer geappt of dat mocht, maar die heeft het met het oog op de triathlon komend weekend te druk om te antwoorden. Het is heerlijk om te fietsen! Bewegen. Mezelf een beetje uitdagen. En me een beetje in proberen te houden. Ik ga door het bos en over de bruggen. Ik zie een vader in een ACR t-shirt harlopen met zijn zoon op de fiets ernaast. Ik zie andere fietsers: dat zijn de helden, ik ben de amateur. Maar ik ben het meest blij dat ik dit weer kan! Voor fietsen is de hartslag wat hoog. Ik kijk niet naar het tempo, maar naar de hartslag. Ik trap lekker door over de lange rechte weg. Wil ik al terug? Nee, ik ga de snelweg over en blijf trappen en trappen. Ik wil over het fietspad langs de bowlingbaan, maar daar besluit ik nog een stuk Trekweg mee te pakken. Ik ga gewoon lekker. De eerste 5 km in 12 minuten, de tweede en derde 5 km in 10 en een halve minuut. Ik ga dus flink door. En dat vind ik leuk! Ik neem de hele Trekweg. Ik ben nog geen uur onderweg en ik pees door. Dan langs de Hogering nog maar. Ik neem het weggetje achterom langs de Sieradenbuurt en dan naar huis terug. Ik heb ordinair veel honger. Verder voel ik me goed. Ik zou door kunnen fietsen, maar het is op dit moment verstandiger me in te houden. Dat was een mooi begin weer! Ik pak het sporten weer op.
En dan krijg ik een bericht terug van de trainer. Als ik in het krantje zit te kijken van de triatlon appt hij vrolijk dat hij blij is dat het weer goed gaat. En dan komt via mijn horloge een puntloos berichtje binnen waar ik eerst hard om moet lachen en daarna helemaal door van slag ben. Hij appt dat ik morgen best mee kan trainen met de club, want er zullen weinig mensen zijn zo vlak voor het triathlonweekend. Hij sluit af met de tekst: “iedereen doet wel iets dit weekend en jij volgend jaar jij die halve toch
Ik moet zeker anderhalf uur nadenken over een antwoord hierop! Wat een uitdaging, wat een vertrouwen… Over een jaar een halve marathon?! Anderhalve kilometer zwemmen, negentig kilometer fietsen en daarna nog een halve marathon lopen? Wat moet ik daar op zeggen: ik twijfel tussen ‘ohja, joh, makkie’ of ‘ben je helemaal van de pot gerukt’ en alles wat daar tussenin zit. Voor het eerst kan ik het niet met woorden oplossen en ik stuur een hele rits aan emoticons terug. Poppetje stil-poppetje denkt-meisje down-oh-bliksempje-poppetje ondersteboven-rood kruis-meisje denkt-tanden op elkaar-grijnzend duiveltje-spiralen-lachend poppetje-ondersteboven teken-uhoh-spookje-leeg tekstballonnetje. Ik kon het niet beter zeggen! En wat krijg ik als antwoord? “Mooie manier om top idee te zeggen”     😐
Donderdag weer een dag werken en dan is er training. Zoals gewoonlijk zie ik er tegenop. Als er alleen maar snelle mensen zijn, ga ik zelf, alleen hardlopen. Er zijn maar 12 mensen, en die lijken me allemaal sneller, maar nu hebben ze me al gezien. Ik ga gewoon langzaam mee. We lopen buiten de baan in en we zijn allemaal stil. Ik raak met een man aan de praat en dan doen we een paar korte steigeruns. Mijn hartslag zit al snel in zone 3. We rekken en strekken en dat voel ik wel! We moeten het trapje op op hoge frequentie en dat volhouden en dan loopt mijn hartslag al zomaar uit naar zone 4. Het is warm, maar deze hartslag is wel wat zorgelijk! We gaan de baan op en daar gaan we verschillende afstanden, verschillende tempo’s lopen. Ik loop met de meneer mee en de eerste 800 m kwebbelen we er op los. 200 m dribbelen. Dan 600 meter die we op duurtempo ook nog kunnen volpraten. Vincent moedigt me aan. 200 m dribbelen. Daarna volgen 400 m op flink tempo. And it does! Nu loopt mijn hartslag op naar 178. Dat is zone 5! geen paniek: adem blijven halen. 200 m dribbelen. Nog 200 meter op hoog constant tempo en dan loopt de meneer mij er hard uit. We wandelen terug. Dan doen we alles in gehalveerde afstanden nog een keer en dan op hogere tempo’s. De meneer en ik blijven samen lopen voor zolang dat lukt. 400 m op flink duurtempo gaan perfecto. 100 m dribbelen en bijpraten. De hartslag ligt hoog, maar daalt ook weer supersnel. 300 m op hoog tempo. Dat lukt ook nog, maar zonder een gesprek te voeren! Dit is zone 3-4, maar mijn hartslag noemt het zone 5 en die zit tegen de 180 aan. 100 m dribbelen. Dan 200 meter hoog tempo: Vincent loopt 150 meter met me mee en trekt me. 100 m dribbelen. Dan nog 100 meter sprinten. Ik laat de man iets voorgaan om me niet aan hem op te hoeven trekken en trek alles eruit, hoe zwaar het ook is. Hartslag 180. Zweet hoor je bijna stromen. Maar het lukt me wel! Even uitwandelen en dan daalt die hartslag razendsnel weer naar 130 terug. We lopen een rondje buiten de baan om uit en ik loop met de moeder van Ch mee, die dit al een jaar doet! Ik heb heerlijk gelopen: het was gezellig en gevarieerd. Maar die hoge hartslagen: tjeempie: ben ik toch nog niet echt opgeknapt dan? Ik loop met Vincent nog een rondje uit over de baan en dan gaat de zon onder.
Vrijdagmorgen snel een tien-uurtje kopen bij de winkel en door naar het zwembad! Ik zie er tegenop, ik zie er naar uit. Ik zie er tegenop omdat ik niet weet of ik de borstcrawl nog ken, ik zie er naar uit omdat ik zwemmen leuk vind! Het water is niet zo koud, jammer. Ik ga in de langzame baan zwemmen, ik ben niet snel, ik ben geen turbo! Eerst 5 minuten schoolslag. Ik bedenk het ter plekke, mijn eigen training! Zelfs mijn langzame schoolslag is al sneller dan de kwebbelaars in deze baan aanhouden, maar ik voel me hier prima thuis. Ik wil me vandaag niet op laten jagen, bij de TVA zijn ze toch allemaal zoveel sneller en beter dan ik. Ik moet even rustig voor mezelf kunnen oefenen. Dan de schoolslag met de ademhaling erbij. Ik moet er even aan wennen en voel dat ik opnieuw conditie ergens vandaan moet halen. Maar het gaat lekker en na 5 minuten heb ik de slag te pakken en geniet ik van het water. De rust, de bodem, de beweging: ik vind het heerlijk. Dan even bijkomen en ik neem het achtje en ga de borstcrawl doen. Ik let niet zozeer op de armslag, die lukt gewoon goed, maar ik let op de ademhaling. Ik hou mijn hoofd zo veel mogelijk in het water. In het begin is dat lastig en voel ik adem tekort te komen, maar al na 50 meter heb ik het te pakken. Ik ga dit 15 minuten doen. Op de ‘terugweg’ gaat het steeds op hetzelfde moment mis: als de bodem weer lager wordt, lukt het me moeilijk de slag vast te houden. Ik concentreer me op dit moment en merk dat het raar is als de bodem dichterbij komt, dat ik dan uit balans raak. Daar zwem ik doorheen en ik blijf kalm. Het voelt als een kleine overwinning wanneer het goed lukt! Ik moet elke keer kijken voor een vrije baan. Ik ga langzamer (maar dan nog haal ik iedereen in) en concentreer me op het uitademen. Dat blijkt de sleutel weer te zijn. En een opsteker is ook om terug te denken aan de eerste keren dat ik hier een baan van 25 meter al onoverkomelijk vond! Ik merk wel dat ik nog moe wordt en ondanks dat ik geniet, is het nog geen routine. Ik hou het nog even bij de armslag en ademhaling, de benen steunen op de pullboy (zo heet een achtje officieel) Ik zou door kunnen naar de snelle banen, maar dit inhalen bevalt me wel: het legt geen enkele druk op me. Na een kwartier ga ik de rugslag doen. Helemaal fantastisch fijn. Ontspannend zelfs. De benen moeten nu meeflipperen. Ik sta wel te tollen als ik even uitrust! Kletsen is niets voor mij deze 3 kwartier. Ik let heel goed op mijn persoonlijke energiebalans. Ik ga een keer in een hele rustige schoolslag op en neer. Ik ga ook nog een keer op en neer met flipperende beentjes, maar dat is zo suf! Toch ben ik net zo snel als de langzame schoolslagsters. En dan de hele borstcrawl. Heel rustig. Ik doe de hele slag echt superkalmpjes en let vooral op het uitademen. Het ritme is heerlijk. Het gaat goed. Mijn benen flipper ik enkel mee om te blijven liggen. Ik leg ze zo hoog mogelijk en vraag me af of dat de truc is. Langzaam houdt in dat ik de armbeweging met een pauze erin maak om onder water te kunnen uitademen. Ik kom nu prima op en neer in het bad. 3 Kwartier is voor mij lang genoeg, maar ik had dit ook nog wel wat langer willen vasthouden. De laatste banen doe ik als de rest uitstapt en ik het gaat echt weer een stukje beter. Ik ben moe, heb geen behoefte aan gepraat en kleed me kalm weer aan. Ik vond het heerlijk.
Motto van de Triathlon Almere

Motto van de Triathlon Almere


Zaterdag was een soort van rustdag. Niet bepaald een triatlon-loze dag, want we keken naar de hitte trotserende helden bij de Challenge Almere. Ik heb nog steeds grote bewondering voor mensen die een triatlon doen. Met tropische temperaturen. De meesten kijken er niet bij alsof het gemakkelijk is. Ik voel met ze mee! We zien de winnaar finishen en enkele teamgenoten op de halve triatlon komen binnen. Wat een helden zijn dat. De slogan is: If You Can Dream It, You Can Do It. Werkelijk?
Zondagochtend ga ik zelf maar weer eens hardlopen. Met C en W gaan we de ATBroute in het Kotterbos doen. Het is bewolkt en ik ben de eerste. Tien uur afspreken was niet in het bos, maar bij C thuis. Ik heb mijn rugzakje al om en wil gaan. Ik heb nog meer te doen vanmiddag! Al lopend begin ik te piekeren. Stap voor stap mijmer ik verder. Ik neem een ommetje om de rest voor te laten gaan. Veel hebben ze niet aan mij deze ochtend; mijn gezelligheid zit stil in mijn hoofd. Mijn hartslag is hoog. Erg hoog. Ik hobbel lekker door in mijn tempo en laat me door geen enkel heuveltje ontmoedigen. Ook natte voeten deren me niet. Mijn gedachten echter wel. Ik loop volkomen neutraal: ik vind het niet bijster leuk, niet vervelend. Ik ga over de brug voor de anderen uit lopen. Dit is echt mijn ‘stukje’ route: dit doe ik het liefst en gemakkelijkste alleen. Hard ga ik niet. Ik schuif maar met mijn gedachten tot het plan zich langzaam ontvouwd. Ik heb een beetje hulp nodig, maar ik voel me al wat lichter. Ik loop nog een rondje erbij en haal de andere twee op het asfalt in. Ik begin een beetje te kletsen. Het volgende stukje is ‘van C’. Daar maakt zij lekker tempo, maar ik blijf iets achter. Het ruikt er naar herfst. Moeten ze tien tellen op mij wachten voor we de brug weer overgaan. Ik ga langzaam wat bewuster aan het lopen en iets meer aan het genieten. Daarmee gaat de hartslag ook weer wat naar beneden en kom ik in de goede zones terecht voor een trailrun die best behoorlijk warm aan het worden is. Het stukje met de hoge heuvels achter de stripheldenbuurt vind ik altijd leuk, dat kun je niet doen zonder aandacht. Weer de brug over en dan heb ik geen zin meer. Ik moet mijn gedachten op een rij zien te krijgen en wel NU en daardoor gaat mijn tempo omhoog. Ik ben alles gewoon zat. Ik neem een ommetje en verbaas me erover dat ik de enige ben die de weg hier echt kent. Dan ga ik met ze mee aan het lopen en we raken aan de praat. Over de triathlon. C wil dat ook nog wel een keer doen. Ze wordt gebeld door haar dochter en we stoppen even. De zon komt er door. Dan komen we op mijn tempo-stuk langs het spoor en ik ga lekker stevig door. Mijn hartslag houdt zich eindelijk uitstekend en ik ben ook kwijt wat me dwarszat. Mijn rentijd zit er op. Ik baal een beetje dat ik mijn trailschoentjes niet aan heb, die hebben iets meer grip op alle modder. We gaan nog door het bos en eindelijk klets ik ook mee. Het zit er alweer bijna op. Het laatste stukje neem ik een sprint en de andere willen wel volgen, maar houden dat net iets minder lang vol. Ik spring snel op de fiets naar huis en dat gaat dan weer volkomen moeiteloos. Alsof ik niet net 14 kilometer door het bos heb gelopen over ongelijke paden. Maar ja, ook niet in een hoog tempo dan. Dat lijkt weer weggeëbd, dat tempo. Thuis wacht de douche en vanmiddag een verjaardag.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Beter, better en de draad weer oppakken

2 Heerlijke trainingen en toen viel ik om

29 augustus: Weer aan het werk na twee weken vakantie en een beetje moe daarvan. Hoe kan het toch dat ik zelfs buikpijn van de zenuwen heb als ik naar een fietstraining moet? Dat ik eventjes teleurgesteld ben als ik zie dat de training echt doorgaat? Mijn fiets fietste zelfs niet lekker op weg naar de groep. Ik ben er onzeker van. En dan mag ik met de langzame groep mee. Veel mensen alsnog. En een andere mevrouw en jongen zonder klikpedalen! Kijk, nu gaat mijn zin met elke trapronde omhoog. Ik fiets naast “Dees” en we gaan aan het kletsen over de F1, waar zij vrijdag ook waren. Wat een ongelooflijk vrolijke kwebbel is dat, die fleurt je hele avond in een oogwenk op. Maar we letten totaal niet op het rondje wat we fietsen en dat betaalt zich uit als we op snelheid het rondje moeten fietsen. Ik volg Dees en we constateren beide dat wij de weg niet weten en niet voorop zouden moeten fietsen! We moeten stoppen voor de bus en rijden verkeerd, waardoor het rondje langer wordt. Ik kom aardig mee en geniet van het fietsen op tempo. Omdat ik dubbel lig van het lachen van binnen. Dan fietsen we verder rond in Poort en we gaan rondjes fietsen. Ik doe mijn uiterste best om rond te fietsen op hun tempo en dat hou ik twee rondes vol. De derde ronde haak ik af en neem de afsnijroute binnendoor. Dat mag. Dan gaan we nog 6 keer die rondjes fietsen en dan als groep en sommigen krijgen een briefje dat ze moeten wegsprinten. Ik snap er helemaal geen hout van en krijg geen briefje. Ik ga meefietsen en hou het redelijk bij, maar niet helemaal. Ik geniet overigens wel van dit clubje: na een hele zomer achter de allersnelsten aanfietsen, is dit een verademing. De moeder van C is de langzaamste op haar gloedjenieuwe fiets. We stoppen na 3 ronden omdat we iets niet goed doen. Nog een keer proberen en ik blijf in de groep meerauschen. Het is inderdaad gemakkelijker. Ik wil klikpedalen: kijken of die echt het verschil maken. Dees is zo schattig om te zeggen dat ik inmiddels echt wel lekker meefiets. We gaan alweer terugfietsen en stom genoeg vind ik het vreselijk jammer. Ik kom langs een meneer te fietsen met kramp in 4 tenen en pijn in zijn voet. Die heeft de vierdaagse gelopen. En triatlons gedaan. Die stopt nu echt niet voor een “beetje” kramp! Het zijn giganten en hij lacht zich kapot om mijn verhaal van ons trouwen. En dan is de training weer voorbij. We staan nog heel lang te kletsen met Dees en haar vader, die echt mee gaan lopen in Spa volgend jaar. Ik ben enorm opgekikkerd. Buikpijn was voor niks. Energie gratis aangevuld.
30 augustus: Geen zin in rennen. Nergens zin meer in. Rotdag op het werk heeft alle energie opgezogen. Zelfs niks-doen is niet leuk. Niks is leuk vandaag. Morgen zien we wel weer verder.
31 augustus: En dan is het schema om zeep. Zo voelde het. Er stond vandaag zwemmen op het programma, maar ik wil werken en mezelf bewijzen en het liefst wil ik zwemmen en weer blij worden, maar zwemmen kan eigenlijk nog net niet. Ik heb ook slecht geslapen en dan zou zwemmen wel eens iets te vermoeiend kunnen zijn. Ik zit maar wat te werken en te dubben wat ik ga doen. Ga ik toch zwemmen? Of lopen? Of allebei niet en gewoon doorwerken? Of ga ik allebei wel doen. Wetend dat zwemmen eigenlijk nauwelijks een optie is, word ik nog ongeduriger. Om 4 uur besluit ik niet te gaan zwemmen. Wat niet maakt dat ik meer zin in wat-dan-ook heb. Een uur na het eten, om half 8 doe ik snel de renspullen aan. Ik zit nog even, maar dan moet ik toch echt gaan, wil ik voor het donker thuis zijn. Route geen idee, ik heb stom overgetikt wat er op het schema staat: 5 minuten zone 1, 8 minuten zone 2 en dan 2 minuten zone 3. En dat vier keer. Laat ik maar niet te ver weg gaan, dan kan ik snel naar huis. Ik piel met het horloge om het geluid aan te zetten en ga richting de Evenaar. Zomaar. Zone 1 voelt al aan als dikke traagheid. Dadelijk mag ik naar zone 2, acht heerlijke minuten lang. Er loopt een man voor me met zijn vrouw op de fiets ernaast. Ik ga bijna ten onder aan ambitie om ze in te halen. Daarom volg ik ze, omdat ik toch geen andere route of doel heb. Gniffel-gniffel. Ik haal ze niet in, maar ik zie wel een oude bekende van wie ik nooit had gedacht dat ze ooit zou gaan hardlopen! Ik zit inmiddels in zone 3 en ga flink door, maar ik wil wel omkeren om haar te zeggen hoe goed ze bezig is. Doe ik niet, ik moet nog iemand inhalen… Helaas, ik val terug naar hobbelzone 1, dus het gaat me niet lukken. Ik constateer dat de watten aan het oplossen zijn. Ik geniet van de prachtig gekleurde lucht en al die pokemon-vangers. Van het meisje op de racefiets zonder bel die twee hardlopers wil inhalen. Ik denk terug aan het gesprekje met de triatlete op het schoolplein vanmiddag. Ik krijg een SMSje van de andere baas, wat beter nieuws is naar ik hoop. Ik schakel heerlijk over naar zone 2 en loop langzaam zone genieten in daar langs de Vaart. Het moment om over de route te gaan denken. Het bos lokt. Lukt dat qua afstand? Zal ik echt onverhard gaan lopen? De vragen waren niet langer onzeker, ik was niet langer wattig en boos, maar ik klaarde op bij de ondergaande zon. Ik voelde langzaam aan dat het ongenoegen weg spoelde en ik begon weer te denken: aan zwemmen in de vaart, aan de tempo’s die me gemakkelijk af gingen, aan die grappige Pokemonjaagsters die ik inhaalde, aan dat prachtige licht, over wat ik de baas moet antwoorden. Ik was inderdaad wel even verbaasd hoe dat nu toch komt dat het lopen je uit een depressie kan trekken, maar toen alweer afgeleid door de prachtige wolken. Ik besloot het natuurpad te nemen. Toen ik “mijn” favoriete bospad voorbij liep, dacht ik alleen maar: waarom-waarom-waarom…. Waarom heuveltjes, omlopen, onverhard. Tot ik het poortje achter me hoorde dichtvallen, ik het geknerp onder mijn schoenen hoorde en ik heuvel op mocht. Ik lachte. Hardop. Stik maar met je gedoe op het werk. Ik hoor krekels en kikkers. Een eend in het water. Het schitterende licht. De rust. Het ruisen van het riet. De panoramafoto’s mislukken en ik ga te zacht als ik stilsta, maar het kan me geen ruk schelen. De waaroms zijn weg, de twijfel is weg en ik voel me een stuk beter. De zon gaat onder en ik duik het bos in. Anders is het te ver om. Jawel hoor, onverhard smal pad en zone 3. Waarom ook niet?! Als iemand vanmiddag had gezegd: ga je lekker uitleven in het bos in zone 3 over te smalle paden, was ik ingestort. Nu was het precies wat ik nodig had: snelheid, behendigheid en een beetje lef. Zone 1 stond ik weer op het fietspad. Ik hobbelde nog een bospad terug en in mijn koppie was ruimte voor het antwoord aan de baas, mijn eigenwaarde en een heldere kijk op de zaken. Nog een keer op hoge snelheid over het brede onverharde pad. Ha! Ik loop er gewoon lekker van te genieten. De brug op laat ik zone 2 wat hoger zijn als compensatie voor het stilstaan daarstraks. Ik word omringd door krekels. Het ruikt naar een zomeravond. Vochtig en bloemrijk. Ik zie de drone en ga over het skeelerpad. Ik heb last van spieren die ik nog niet kende: een combinatie van fietsen en stress? Het is niet ernstig. Ik geef nog een keer alles in zone 3 en had net tot het bruggetje willen komen, maar dat lukt niet binnen het uur. Ik hobbel naar huis in een fijn eigen tempo en precies voor de deur kan ik nog tien kilometer bijschrijven in augustus op de loopkalender. Toch weer 140 kilometer gerend. En bijna drie keer zoveel gefietst. En gezwommen. Waarom dacht ik vanmiddag ook alweer dat ik niks kon? Als ik uit de douche stap, verbaas ik me er nog over dat een rondje hardlopen zulk een goed medicijn kan zijn.
1 september, 2 september: Ik slaap. Op donderdag 1 september kruip ik doodmoe terug in bed en ik slaap verder en verder. Ik ben twee keer wakker en sta pas tegen half 6 op. Geen koorts, geen extreme pijn ergens, maar ik en moe-moe-moe en moe. Ook de hele nacht slaap ik moeiteloos verder. Vrijdag werk ik een uurtje om daarna weer voor langere tijd op de bank in slaap te liggen. Ik wil morgen wel zwemmen, maar ik vraag me af of dat verstandig is. Voor de trainer hét bewijs dat het niet verstandig is! Daar leg ik me – letterlijk- maar weer bij neer. Het stukje naar school fietsen is een wereldopgave en bij de keyboardles hou ik met moeite mijn ogen open. Vroeg naar bed is geen enkel probleem!
3 september: Ohja! Ik ben op en ik scharrel rond. Ik maak me zorgen of ik overspannen ben, want de mails van het werk brengen me keer op keer uit evenwicht. Of misschien ben ik overtraind? Dat zou ook raar zijn, want ik bouw het niet te snel op ofzo. Misschien heb ik een ijzertekort: daar lijkt het op. Tijdens Vincents zwemles (hij wel 😐 ) lopen we door de stad en daar ben ik extreem moe van, vallen mijn ogen dicht in de auto op weg naar huis. Ik snap het gewoon niet: een paar dagen geleden liep ik nog heerlijk en nu lukt NIKS me meer. Ik word moe van de winkel, van opstaan, van de wasmachine aanzetten!
4 september: Vandaag een stukje fietsen mag van de trainer. Maar ik kan het gewoon nog niet. Ik ben nog draaierig, ik ben nog moe en ik kan weinig onthouden. De hele dag ben ik wakker, ik klets met het bezoek (maar moet soms drie keer iets vragen) en ik drink veel ferro-ranja. Ik ben bang dat ik me aanstel, maar ik blijf me zo ontzettend moe voelen! Het fietsen lukt ook niet omdat het zoveel regent vandaag, maar ik weet dat het de werkelijke reden niet is. Zat ik vorige week nog boordevol energie, nu is het nergens meer te vinden en daar baal ik van. En nu ga ik weer slapen (het is 9 uur ‘s avonds).

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2 Heerlijke trainingen en toen viel ik om

Les Ardennes – rond Malmedy en weer thuis rond Almere

23 augustus: wandelen en fietsen. Vanmorgen gingen we met zijn drietjes wandelen. Gisteren hebben we de banden van de fietsen gerepareerd en heb ik me een helm gekocht, maar ik was op een step niet bij te houden voor een kleine jongen. Over een weg met losse stenen. Omlaag. Die weg liepen we vandaag weer omlaag, maar dan helemaal tot in Malmedy. Het is tien jaar en blijft maar kwebbelen: rara, over wie heb ik het… In Malmedy was het ook al lekker zonnig en aten we een ijsje. Toen weer naar boven door het bos. Ik deed de route die ik eerder ook al gerend had, maar dan met de klok mee. We liepen vrolijk door het zonnetje deze keer, hoewel er hier en daar nog modder lag. Voor mij is dat stukje maar 6 kilometer. Toen was het tijd voor petanque in de tuin en zitten en ranja drinken op het terras. Maar dat is niet mijn specialiteit: zeker niet als er een fiets in de schuur op avontuur staat te wachten! Dus tegen 5 uur vertrok ik met mijn nieuwe helm op en mijn nieuwe fietsshirt aan. (ik had de rest ook aan, maar dat is niet nieuw meer). Eerst het enge steentjespad af naar beneden. De remmen kraakten ervan toen ik Malmedy in ging! Ik had een wandeling uitgezocht die gemakkelijk was en die met een kinderwagen ook te doen was. Nou, dat was tot op zekere hoogte een goed idee: maar het dorp Malmedy verlaten in de avondspits met een fiets is anders dan lopend. Ik was binnen een minuut de markering van de liggende blauwe rechthoekjes kwijt. “Terug naar start” en opnieuw proberen. En dan ontdek ik meteen dat er paden zijn waar je wel mag wandelen, maar tegen het verkeer in fietsen is dan niet zo handig…. Ik ging het dorp uit en het ging omhoog. En omhoog. En Omhoog. Nergens meer een blauw rechthoekje te zien. Omhoog. Het werd me te gek en ik moest wel afstappen en wandelen. Blij dat ik geen kinderwagen bij me heb!! Ik moet nog maar een keer op en neer rijden om heel goed naar het bordje te kijken. Ik kom op de vlakkere wegen door het bos en ik ga erg aan het genieten. Het uitzicht is prachtig. Ik maak een foto van mezelf met de zelfontspanner. Ik neem alle tijd vandaag. Dit zijn maar 13 kilometer: makkie. (weer een inschattingsfout). Het gaat op en neer en de grootste makke zit ‘m in het vinden van de route-aanwijzingen. De wegen zijn zelf prachtig. Ik durf al een heel stuk sneller naar beneden en ik vlieg! Kijk, dat is dan weer top aan fietsen. Ik ga weer een keer terug voor de route-aanwijzing, maar die blijkt op zijn kop te hangen, omdat de bovenste spijker heeft losgelaten. Nogal een verschil tussen een pijltje links of rechts, hahaha. Dan ben ik op een smal pad beland. Kinderwagen-onvriendelijk, maar top voor een mountainbikester. En dan ga ik nog maar een keer de fout in met de route. Ik zie aan de overkant van het dal ons huisje bijna liggen, maar de weg loopt dood. Ik durf niet nog een keer langs de grasmaaiende dame en kies een gaaf bospad uit. Ik kom op een grotere weg en warempel: daar stikt het van de blauwe rechthoekjes! Ik volg het pad terug naar waar het mis ging en zie nu pas dat er inderdaad twee pijltjes op 1 bordje staan. Ik ga de goede kant weer op en steek de weg over. Ik passeer wat kinderen die net leren fietsen. Ik kom weer op de weg waar ik net al was en nu begin ik het een beetje zat te worden. Ik sta straks weer midden in Malmedy en dan moet ik dat rotpad omhoog, terwijl ik nu weet welke kant ik liever op wil terug naar huis. Ik twijfel nog even, maar als ik weer een eind moet stijgen, besluit ik de korte route naar Malmedy te nemen. Verharde wegen, naar beneden. Ik kom uit achter de Lidl en de sportwinkel. Precies goed. Dan ga ik de Ravel op. Dat was vroeger een spoorbaan, maar nu is het een verhard fietspad geworden. Ik hoop onder bij de snelweg te komen en dan de verharde weg naar het huisje te kunnen volgen die we met auto ook nemen en die de prachtige naam “Chemin du Bois du Loup” draagt, wat werkelijk gaaf is als de navigatie dat uitspreekt. Ik kom eerst door een stoere tunnel, waar de lichten voor mij aangaan! En dan langs de snelweg, waar ik de tentenkampen voor de F1 al zie verschijnen. En dan kom ik de Ravel niet meer af. Ik besluit om te keren. Er is 1 plek waar ik er tussendoor kan piepen, misschien kom ik dan op de rotonde. Ik ga de verkeerde kant op en daar waakt een hond die goddank aan een ketting zit. Ik stuit aan de andere kant op een 80-weg en ik kan daar absoluut niet fietsen. Terug de Ravel af dus tot in Malmedy. Ik wil naar huis en ik besluit het wandelpad naar boven te nemen. Ik ga wel een stukje lopen hoor. Eerst moet ik de rivier over en dan ben ik bij de bronnetjes en ga ik door. Dit stuk is veel te steil om te fietsen, het is onmogelijk. Dus ik wandel met de fiets in de hand, wat het ook niet gemakkelijker maakt. Inmiddels ben ik hier voor de derde keer (vorige week was ik hier nog nooit geweest), dus ik weet hoe ver ik moet stijgen. Ik SMS Rob dat ik nog leef. En dan kom ik op de brede bospaden. Hier kwamen we vanmorgen brommers tegen, dus ik verwacht ook wel een beetje te kunnen fietsen. Dat is gaaf. Of meer dan dat. Bospaden, modder, zonnetje en een portie lef. Ik maak een leuke foto en ga dan door. Ik weet dat er nog een vet stukje stijgen aankomt, maar dit is beter dan al die losse stenen. Naast de snelweg moet ik even wandelend omhoog vanwege de steilte. Dan stijg ik op met het idee niet meer af te stappen. Ik ben moe, ik heb trek en ik voel beide door mijn lijf trekken en mijn geest licht vertroebelen. Ik fiets, ik trap, ik ga door de modder, ik zweet me kapot en ik ga maar door. Ik wil nog een foto maken, maar ik ben niet snel genoeg op mijn fiets en de telefoon meld ‘vol’ te zitten. Ik wil het nog een keer proberen, maar ik besef dat ik gewoon door moet gaan in het goud van het zonnetje. En dan net voorbij het monument, als ik rond ben, dan ontwaar ik daar mijn schatje op zijn stepje die mij komt ophalen. Ik heb 24 kilometer gefietst en daar heb ik meer dan 2 uur over gedaan en ik ben vies, bezweet, modderig, moe en ontzettend trots en tevreden.
24 augustus: “Zullen we naar het zwembad gaan?” vroeg ik blij, maar ze knikten allebei nee. Ze gingen liever fietsen… Mountainbikes huren bij Coo. Het werd bloedheet! Maar goed, ik ben de beroerdste niet: camelbag mee en gaan dan maar. Ik had zadelpijn. Geen last van welke spier dan ook, nee ik heb zadelpijn. Na een klein stukje weg beginnen we meteen te stijgen. Over ongelijke steentjes. Door de felle middagzon. Vincent moet al snel lopen, Rob ook en ik tenslotte ook. Ik zweet me al kapot als ik boven kom. Naar boven is nog niet zo erg als over die ongelijke steentjes omlaag. Dan schud alles. We wandelen vaak. Het allerleukste is het om dwars door de modder te gaan! Ik doe het 1 keer voor en wordt gaarne gevolgd. De druppels zijn een fijne verkoeling! We volgen een route van de verhuurder van ‘slechts’ 23 kilometer. Blauwe pijlen volgen we. Dat gaat beter dan een wandelroute! Voor Vincent is het echt erg zwaar. Die is gewend aan fietsen op snelheid, niet aan dit geploeter! Wind is in onze polder een metgezel, maar de zon en 30 graden is thuis (of waar dan ook) een reden om heel stil te blijven zitten. Ineens staan we aan het allereerste kampterrein waar ik met scouting zat. Heel apart hoe ik dat onmiddellijk als de standaard herken. We gaan weer naar boven en ik ontdek dat ik nog een heel voorverzet kleiner kan! Ik heb tot nog toe alles vanaf standje 6 geschakeld ofzo. Nu wordt het bijna gemakkelijk. Ik fiets wel door, die benen van mij die blijven maar rondjes draaien. Totdat… het zweet me zo pijnlijk in de ogen loopt dat ik wel moet stoppen. Met ogen dicht fietsen is ietsje teveel gevraagd! Boven in het dorpje (en de schaduw) wacht ik op de rest. En dan zijn de heren stuk. Onbegrijpelijk voor mij. Niet dat ik me nog heel fris voel, maar helemaal kapot – nee, bij lange na niet! Dat ik moet zitten, nee, zo ver ben ik nog (lang) niet. Ik moet het zweet wegvegen en drinken. Ik voel me net een mama-kameel met mijn rugzakje vol water. Blij dat ik de rugzak heb deze keer. We steken het dorpje door en even wordt het pad zo smal dat ik terugga om te kijken of Rob en Vincent het ook gevonden hebben. Ik vind de schaduw een verademing. Dat gaat wel lekker. We komen bij een ‘gué’: een oversteekplek van het water. Ik stap over de steentjes met de fiets in de hand, Vincent neemt de brug en Rob: die gaat er dwars doorheen op de fiets! Dan komen we in La Gleize zelf en bij een restaurantje. Plof. We drinken iets. Eigenlijk zou eten ook goed zijn, maar ik heb er geen zin in. Ik wil verder fietsen! Terwijl de mannen een grote ijs verorberen, ga ik het stukje extra fietsen. Eerst over de weg en het asfalt. Ik word nagefloten en aangemoedigd door een passerende auto. Daarna omlaag. Heerlijk! Maar ik ga te hard omlaag. Gelukkig heb ik de kaart bij me en ontdek ik mijn fout als ik de rails oversteek en dus… weer een paar kilometer terug naar boven moet. Ik besluit de verharde wegen te volgen en terug naar La Gleize te gaan. Het is even zoeken en rommelen, maar als de ijs op is, kom ik er weer aan. Gedrieen gaan we verder. Omlaag. Over de steentjes. Not my cup of tea. We gaan dwars door riviertjes heen (of nemen het bruggetje). En dan weer naar boven. Ik merk dat mijn energievoorraad leeg aan het raken is. Logisch, want ik probeer weer eens op 3 boterhammen en een cola te sporten. Ik weet het, ik weet het… Dan hoor ik Vincent roepen beneden en ik fiets pissig terug. Maar hij heeft gelijk: zijn binnenband en buitenband lijken van plek te hebben gewisseld en zijn achterband is niet meer te draaien. Ik sleep de fiets omhoog en Vincent mijn fiets. Rob gaat de band plakken en terugleggen. Ik baal er alleen maar van dat dat in de volle zon moet gebeuren. Ik vreet net op tijd een paar stroopwafels weg en een handvol colaflessnoepjes. We gaan een stukje verder omhoog en dan zijn we op de top. Dan naar beneden. Daar is mama niet zo’n held in! We komen onderaan bij het spoor en daar is Vincents band echt lek. In de schaduw van een bus plakt Rob de band. Held. Onder het spoor door raken we de pijlen kwijt. Ik herken dit stuk van vroeger. Hier hebben we een wandeling met GPSen uitgezet. Dadelijk komen we bij de hoge spoorbrug. We moeten Vincents band blijven oppompen. Volgens de kaart klopt onze route nog precies. Door de modder, door de vermoeidheid, door de zon en door de huurtijd heen. Nog een keer omhoog in de brandende zon op die rotsteentjes. Laat dit de laatste keer zijn! Nog een keer de band oppompen. We zien de blauwe pijlen weer en hopen dat we binnendoor kunnen en niet om het stuwmeer meer heen hoeven. We gaan naar beneden en blijven fietsen: gewoon omdat dat sneller gaat. En dit een behoorlijk prettig bospad is met minimale stenen. Dan zien we PlopsaLand en een opening naar de parkeerplaats. Zonder aarzeling nemen we de shortcut. Ik ben nijdig door gebrek aan energie. Nog een heel klein stukje langs de weg en dan leveren we de fietsen in. Ik loop nog 40 meter om aan de 19 kilometer te komen. Bijan 3 uur over 19 kilometer! Als Rob ooit nog zegt dat ik langzaam ga in de Ardennen, onthoud ik dit! We willen alleen maar naar de douche, het huisje, de koekjes en de schaduwen. ‘s Avonds hebben we allemaal een hoop friet verdiend bij de Quick. Of ik moe ben? Jawel. Maar niet zo kapot als de rest. Ik laat mijn trail er morgen niet voor lopen, of juist: wel lopen?!
25 augustus: Wel zeker hardlopen! Terwijl het eerste dagen regende hier, is het nu tropisch heet. De dertig graden worden hier in de Ardennen ook gehaald. Vroeg hardlopen dus. Heel vroeg! Om half 7 staat mijn wekkertje en even voor 7 uur loop ik weg met mijn camelbag en mijn buikje gevuld. Ik ga de gele rechthoekjes volgen: een route van 13 kilometer. Op de valreep heb ik nog een foto gemaakt van de kaart. Ik ga eerst over het asfalt. Dat is nu nog koel, als de zon er straks op staat, zal het niet meer te harden zijn. Die zon komt al fel over de heuvel gepiept. Ik kom twee auto’s tegen op dit onzalige uur en dan ben ik het asfalt alweer een beetje zat. Ik ga toch niet hard. Ik mag het bos in. Nou ja, vroeger was dat bos, nu is het omgehakt. En daarmee is de route ook weggehakt. Ik klauter over bomen en ga het bos in zonder pad. Het gaat steil naar beneden. Na een heel smal pad (of is het een drooggevallen beekje?!) kom ik op een breed pad. Ik weet niet of ik naar links of naar rechts moet en raadpleeg de foto van de kaart. Raadselachtig: waar ben ik precies en waar moet ik heen… Ik wil graag naar het herkenningspunt bij de Ermitage. Dat is naar rechts en daar kom ik prima uit. Ik zie waar de gele route vandaan had moeten komen. Er staan bordjes alle kanten op. Ik wil niet naar Malmedy, niet nu tenminste. Ik probeer de beste route te kiezen, maar blijkbaar is het daar te vroeg voor achteraf bezien. Ik ga langs de Ermitage, een mooie kluizenaarskerkje. En dan door het bos omhoog. Het is heerlijk koel en rustig en vredig hier. Ik klim behoorlijk en het tempo lag al niet zo hoog… Ik ga tussen varens door, langs wortels en door de meest sprookjesachtige bossen. Hoe langzamer je gaat, hoe langer je kunt genieten. Eigenlijk is er elke keer iets: even naar het mooie uitzicht kijken op Malmedy (toen had ik als goed kaartlezer al bedenkingen moeten krijgen, maar hé, het was nog vroeg in ochtend!), een snoepje pakken, even op de kaart kijken, een enorme stijging. Het tempo en ritme bleef uit. Ik kwam op een breed verend bospad – ideaal voor een stukje doorrennen, maar daar klonk me een eng beest! Het was een onzichtbare vogel (denk ik), die geluid maakte als een groots beest in dat stille bos daar! Over de eerste 5 kilometer deed ik bijna een uur. Fijn hoor, die tempo’s in de Ardennen…. NOT. En toen ging ik de laatste bocht om en stuitte ik op hertjes. Ik dacht te weten waar ik was en ging naar rechts richting kruisbeeld. Ik liep onder hoogspanningsmasten door en toen zag ik de zendmast opdoemen. Nu moest ik op de kaart kunnen vinden waar ik was! Maar aan de vorm van de huisjes te zien en die zendmast…. Ik was bijna weer thuis. Ik was pas een uur onderweg. Nog een keer dat bos, dat asfalt; dat was te ver. Terug naar huis? Dat was te vroeg. Ik keerde om en zou naar beneden lopen naar Malmedy en daar op het bekende pad een andere afslag nemen. Het warmde inmiddels al op. Ik nam me voor een kilometer lang hard te lopen en dat ging goed. Ik daalde en nam een pad door het bos omhoog langs prachtige rotsen. Ik dacht aan de andere kant uit te komen boven Malmedy, maar ik stond weer op de plek bij het kruis, bijna bij de zendmast, waar de hertjes nu al lang weg waren. Toen dacht ik: ik neem gewoon hetzelfde pad terug als daarstraks tot de Ermitage. Het ziet er van de andere kant toch anders uit! En ik ga nu lekker doorlopen. Ik blijf gewoon rennen. Dat lukte beter. Of dat nu kwam door het bekende pad, doordat het iets meer daalde, doordat ik snoepjes had gegeten. Het ging erg lekker tegen de zon in. Ik nam een zelfontspannerfoto en rende weer verder. Bij de Ermitage begreep ik mijn fout. De weg waar ik uit kwam, had ik ook in gemoeten. Voor de omweg was het nu te laat, dat zou te ver om zijn. Ik nam deze keer de afslag naar Malmedy en nam me voor anderhalve kilometer lang te blijven rennen. Echt prettig als het ritme er een beetje in zit. De tweede vijf kilometer had ik in 50 minuten gedaan. Nog niet echt een top-snelheid, maar toch altijd leuk als de tweede helft sneller gaat dan de eerste! Ik kwam langs de trimbaan, langs het zwembad (jaren zeventig ellende) en liep over de stoep Malmedy in langs de wegwerkzaamheden. Ik rende lekker door tot ik bij de brug was. Ging ik nog helemaal omlopen? Nee, ik was het wel een beetje zat, ik was al twee uur onderweg en ik moest wel een beetje een toilet zien te vinden. Omhoog zou zwaar genoeg zijn, juist omdat ik dit pad inmiddels heel goed ken. Ik wilde wel rennen zolang er asfalt was, maar het ging niet meer echt. Flink doorwandelen dan maar. Ik nam nog een foto van het schattige ezeltje en stapte omhoog. Dan maar een dip in het toch al lage tempo aan het einde! Ik wilde best nog een ommetje maken door het bos, of toch niet, of wel: ik keek even, maar was verstandig genoeg om terug te gaan naar het huisje. Gek is dat: eigenlijk wil je zo lang mogelijk door en ik ‘mocht’ dan ook 2,5 uur volgens het schema, maar aan de andere kant is genoeg ook genoeg en vond ik 2 uur prima de luxe. Als ik wilde rennen, merkte ik dat ik nog meer naar de WC moest. Na 9 kwartier was ik weer bij het huisje. Er stonden 12 kilometer op de teller. Soms gaat het niet om hoe-ver, maar om de belevenis. ‘t Was een ware speurtocht.
26 augustus: Vroeg op, inpakken en naar het circuit van Spa Francorchamps wandelen met de camelbag vol water en de rugtas vol drank. Dat is nog een fijne wandeling over de heuvels en vol verwachting! Het is warm op het circuit, we zitten in de zon en genieten van de race-auto’s. Het is allemaal indrukwekkend. We lopen nog een paar keer over het circuit op en neer door de drukte en blijven veel op het stoeltje zitten kijken hoe Max Verstappen de snelste is in de trainingen. Ik ben erg moe als we teruglopen naar de auto, maar we zullen de heuvel nog een keer over moeten! Daarmee hebben we het qua sport voor deze dag wel gehad!
27 augustus: Op de planning staat nog een nuchtere onverharde loop voor het ontbijt. Welke dag beter dan deze, nu er geeneens ontbijt in huis is?! Ik ga dus vanuit bed met een glas water de onverharde paden van Almere opzoeken in de laagste zone. Het is bijna koel te noemen met de wind, haha. Het tempo ligt laag. Omdat ik gewoon nog wat moe ben. De heuveltjes in het park zijn altijd al niks, maar nu voelen ze echt lachwekkend. Ik maak een klein ommetje door het bos en ga de brug op. Ik loop gewoon langzaam aan en ga proberen de drie kwartier vol te krijgen. Het is allemaal bekend hier en ik kan mijn gedachten net zo goed horen als de auto’s. Grappig dat ik het lekker koel vindt, terwijl het al bijna 20 graden is op deze stille zaterdagochtend. Ik maak een fotootje en loop lekker kalmpjes aan tegen de zon in. Dit gaat lekker, denk ik. Ik hou mijn hartslag in de gaten en die hou ik echt laag. Ik heb wel wat trek ondertussen en ik moet eigenlijk naar de WC. Ik hobbel gewoon verder, maak nog een foto en ik ga wat rekenen of ik wel genoeg track heb tot de AH voor drie kwartier. Ik maak een lang ommetje over het pad langs het spoor en dan neemt de honger het wel zo’n beetje over. Ik heb niet veel zin meer, maar er volgt een heel lang geasfalteerd stuk tot de brug. Van de eerdere energie is niet meer veel over. Op de Evenaar ga ik wel weer door het gras, maar het gemak is verdwenen. Ik heb het heet in de zon en zwaar. Ik hobbel vooral door omdat ik er dan eerder klaar mee ben en eerder bij de AH ben. De drie kwartier haal ik gemakkelijk, en de 6,5 kilometer haal ik met moeite. Het blijft wel heerlijk een loopje in zone 1.
‘s Middags op naar de zwemles. Ik durf het aan… Ik ga in het ‘grote bad’ mee zwemmen. Ik ga het wel zien. Vooraf zie ik er tegenop, als ik het heerlijk koele water in spring ben ik alleen nog afwachtend. (Het lukt me wel). De lieve zwangere K is erbij om de opdracht te “vertalen” en ik heb haar al snel nodig! 5o Meter is het bad op en neer zwemmen en we gaan drie slagen op drie manieren elk 50 meter doen. Eerst de borstcrawl alleen benen (stom plankje), dan alleen armen (dat kan ik!), dan de hele slag (blijft toch lastig om recht te liggen, te flipperen, te blijven maaien én adem te halen). Daarna de rugslag alleen benen (dat lukt me wonderwel om vlak te liggen, ook als trainer R me maant nog strakker te gaan liggen), rugslag alleen armen (wat je wil) en dan de hele rugslag (voor de eerste keer in mijn leven valt het niet tegen!). Tot slot de schoolslag alleen benen (bah), dan alleen armen (dat is pas lastig zeg, ik ha het niet kunnen verzinnen) en dan is de rest al klaar en ik nog niet precies (ik had de hele schoolslag nog moeten doen) maar dat vind ik niet erg. We moeten twee keer 50 meter armen doen. Dan bedoelen ze de borstcrawl. Dat vind ik niet zo erg, dat kan ik wel hoor. En dan de hele borstcrawl, ik weet niet hoe vaak (voor mijn gevoel heel lang). Ik krijg nog maar een keer van R te horen dat ik echt alleen mijn hoofd moet draaien om adem te halen en mijn hoofd niet uit het water mag halen omdat ik dan meer kracht nodig heb (wat wel een mooie training is, maar overbodig) omdat ik niet meer vlak lig. Dan moet ik het rustiger aan doen (nog rustiger?!). De zwangere is al naar de snellere baan gegaan. Ik zwem met twee heren, 1 oudere man en een man die voor de eerste keer komt. Ik weet niet wat we nog meer doen, maar ik doe mee de rugslag (prima, dat is bijna een makkie), de benen alleen (dat gaat zo langzaam, maar dan kan ik wel oefenen met alleen het hoofd draaien) en ik doe echt erg mijn best om alleen mijn hoofd te draaien. Ik voel het verschil goed, maar het gaat ook nog vaak mis. Ik word moe. Dat voel ik heel goed, maar ik geef het niet op. Ik ga echt wel door. Ook de laatste keer 100 meter en dan ga ik langzamer en lukt het wel. We zouden het laatste baantje zo hard mogelijk moeten zwemmen, maar mijn beentjes en armpjes hebben de kracht niet meer. De bodem lijkt steeds dichterbij te komen. De oudere man is gestopt. Ik heb moeite met het bad uit klimmen, zo moe ben ik! Ik sta echt even op mijn beentjes te zwaaien. Als camouflage vraag ik K uit over haar vakantie. Maar ik heb het wel volgehouden! Ik heb het gedahaaan!
28 augustus: NIKS doen. Dat valt niet mee, maar ik doe het vandaag toch! Ik heb genoeg gefietst, gerend, gewandeld en gezwommen. Of zal ik nog even op Scott een vlak rondje doen? Half uurtje? Anders is de Apple-watch zo saai met 0 minuten training. Twijfel-twijfel….. Nee, ik doe gewoon eens echt een dagje N I K S

Categories: Uncategorized | Comments Off on Les Ardennes – rond Malmedy en weer thuis rond Almere

Na de Ardennen: leren zwemmen, rennen en weer de Ardennen in.

15 augustus – Beetje spierpijn in de bovenbenen. Een heel klein beetje. Meer niet. Geen blaren, geen pijn. Geen wondjes. Misschien een klein beetje verbrand in mijn gezicht. Maar MOE. In kapitalen. Ik sliep niet al te snel gisteren en vanmorgen om half 8 stond Vincent langs het bed. Intens moe. En vol verhalen en herinneringen. Tja en dan staat er op het programma een fietstraining. Uit compassie met de mede-TVA’ers laat ik die achterwege. Ik kan me moeilijk concentreren en dan is in de groep fietsen niet zo veilig. En ik ben niet zo snel. Dus ik charter de rest van de familie en paai ze met een bezoekje aan de McDonalds. De avond is mooi. Het stikt van de hardlopers. Ik fiets met moeite. Mijn bovenbenen en knieën doen steeds iets meer pijn en wat ben ik moe! Ik moet elke keer moeite doen om de route goed te bepalen. Ik hoeft niets bij de Mac. We fietsen een ruim uur. Het is wel lekker, maar de vermoeidheid zit iets dieper nu. Op tijd naar bed!
16 augustus – De Tol Betalen. Dit was ‘m: de Rustdag. De Rustdag van de maand. Nou ik vond het helemaal NIKS. NIKS NIKS NIKS. Ik stapte met het verkeerde been uit been, de bovenbenen hadden toch besloten dat ze recht hadden op een flinke dosis spierpijn, ik bleef moe en voelde me lastig en vervelend. Ik kon niet goed denken (welke moeder vergeet er nu een lunch als ze om 11 uur afspreekt in de natuurspeeltuin), ik had nergens zin in. Eigenlijk was het een grote ONRustdag. Niks voor mij. Snel vergeten. Morgen weer beter!
17 augustus – Onze kinderen gingen fietsen. Wij moeders keken ze na. Daar gingen ze: haar dochter van 25, mijn zoontje van 10 samen op de racefiets voor een rondje om de Oostvaardersplassen. En zo hadden wij moeders de handen vrij om lekker een rondje te lopen. De spierpijn was nog niet helemaal weg, maar we zouden langzaam aan gaan op deze zonnige dag. Lekker eerst asfalt, daarna bos en ik voelde wel dat er momenten zijn waarop het gemakkelijker ging, maar het tempo lag heerlijk laag en ik hield het gemakkelijk vol. Ook in de zon. We kletsten lekker door. De paarden stonden er nog en de gele planten roken nog altijd zalig. We gingen terug over het fietspad langs de Oostvaardersplassen. Fijn in de volle zon, maar dat deert me niet meer zo erg. Ik voelde mijn bovenbenen nog wel, maar langzaam aan liep ik de spierpijn er wel uit. Het is zo mooi langs de plas, zo weids en groots. We stopten even op het uitzichtspunt. Ik kreeg trek. Vandaag is het de niet te stillen honger die me onrustig maakt. Wat doe ik dan? Dan ga ik dus op het intervallenpad versnellen. Kijken hoe leeg je kunt raken. Met als enige gevolg dat ik aan niets anders meer dacht als aan de eierkoeken thuis. Nog 2 kilometer door de parkjes…. Ik had gewoon geen zin meer, wilde alleen maar eten-eten-eten. Ik werd er vervelend van en droeg Joyce op om maar iets te gaan vertellen. Maar ja, met 9,7 kilometer kunnen die eierkoeken nog zo hard roepen, er wordt toch een rondje omgelopen van 300 meter hoor! De cooling-down kon het echter niet meer winnen van de eierkoeken! hap slik weg. met zijn vieren tegelijk en een glas water.
En dan zwemmen enige uren later. Natuurlijk zag ik er een beetje tegenop, ik was wat laat en ik weet niet wat ik nog kan na een week niet in het water te hebben gelegen. Ik ga eerst trappelen met mijn benen achter het plankje aan. Vandaag wil ik de hele borstcrawl graag combineren, waar ik voorheen nog met het achtje zwom om zo recht mogelijk te liggen. Ik oefen de ademhaling ook vast, maar dan zit inderdaad je arm in de weg met het plankje. Na een kwartier pak ik de armslag op en warempel het voelt helemaal vertrouwd en gemakkelijk. Toch nog maar even met achtje. Ik moet nu wel ademhalen. Dan zegt de trainster mij dat mijn slag helemaal goed is *trots-trots-trots*, maar dat ik mijn hoofd bij het ademen echt nog veel meer in het water moet houden. Ze verzekert me dat mijn halve brilletje in het water moet blijven! Ik doe mijn best verder en begrijp haar wel, al is de praktijk weerbarstiger. Als ik er van uit ga dat ik niet alleen adem haal om in te ademen, maar vooral om onder water uit te blazen, wordt het veel gemakkelijker. De focus ligt dan anders en hoppa – I got it! Ik ga mijn rondjes cirkelen en 5 rondjes haal ik gemakkelijk. Ontdekking van het moment: lachen in het zwembad is niet zo geschikt, maar zwemmen kan wel tot op zekere hoogte met ogen dicht! Ik ben wel bang voor het diepe en ik stel het uit. Ik zwem nu ook twee rondjes zonder achtje als hulp. Vijf minuten achter elkaar blijven zwemmen vind ik nog best lastig, of is het pierebadje daarvoor te klein? De grootste winst zit m daarin dat ik niet meer bang ben in het water. Als de andere klaar zijn, spring ik in het grote bad. En ik zwem met een achtje naar de overkant op een borstcrawl. Het is nu niet meer zo druk, maar ik kan het!! Het lukt me!! Zonder ademnood, zonder al te veel angst voor het diepe gedeelte zwem ik naar de overkant en ook weer terug. Ik ben zeer trots op mezelf. Een enorme overwinning. Als ik niet zo moe was, was ik huppelend naar huis gegaan. Ik dacht tijdens de trail zondag: “is dit net zo zwaar als een marathon” en toen dacht ik erbij: nee, het is net zo zwaar als drie zwemlessen achter elkaar. Ik word doodmoe van dat uurtje. Respect voor mensen die uren achter elkaar blijven crawlen! En dat in vies, diep, koud buitenwater waar je niet kunt staan. Maar er komt een dag dat ik dat ook kan. Jaartal onbekend. Work in progress.
18 augustus En ik ga door met zwemmen. Er staat een zwemtraining voor morgen, maar die begint om half 7 ‘s morgens. Ja doei. Vandaag is Vincent op de BSO, ik ben erg onrustig en het warme zwembad is open en dat is wat dieper, maar nog niet heel diep. Ik ben de enige beetje officiele zwemmen tussen de bejaarde schoolslag-lieden. Ik ga eerst met achtje de ademhaling nog dooroefenen. Opeens heb ik door met wat ze bedoelt over de golf waarin je kunt ademen! Dan kijk je niet naar het plafond en kun je echt je ogen dicht doen! Al vinden de andere mensen in de baan dat geen goed idee. Dat is toch wel raar, die andere mensen. Ik heb de hele tijd het idee dat ik ze in de weg zit. Terwijl hun schoolslag veel meer ruimte inneemt. Ik ga ook met de beentjes flipperen, maar dan is het verschil in tempo ook erg groot. Ik leen een plankje. En dan is het alles in 1 keer proberen, zonder achtje. Ik snap het hoor! Je moet wel met je benen wiebelen om te blijven liggen. Ik ben bijna in tranen van trots dat ik zonder moeite, zonder te verdrinken, zonder onderbreking, zonder angst een hele baan kan crawlen! En daarna volgt heen en weer. En nog eens. Het bad is bijna te kort! Ik ga plat liggen en ga vanzelf aan het flipperen en crawlen. Ik hou mijn hoofd onder water en het gaat vanzelf nu. Niet snel, maar ik heb het onder de knie!! Ik ga ook nog een rondje onder water blijven en dat hou ik een hele baan vol. Dat stelt me helemaal gerust: ik ga echt niet zomaar verzuipen. Het laatste kwartier doe ik even rustig aan met een schoolslag (onding) en met het achtje terug. Op mijn rug zwemmen (dan val je helemaal in slaap) Ze zetten een soort van stroming aan en ik wil nog 1 keer op en neer op mijn snelste borstcrawl. Ik zal niet zeggen dat ik door kan naar baan 6 bij de TVA, maar het valt me niet tegen qua tempo en kracht. En dan ben ik kapot. Blijf at ik niet meer hoeft te fietsen en blij met de salade lunch die mijn vriendin voor me heeft gemaakt.
‘s Avonds hardlooptraining. Even word ik wanhopig als ik Merijn zie staan, maar hopelijk doet R de training. R gaat echter zelf verder lopen en geeft geen training. En ik had al zo geen zin…. Gelukkig voor mij doet K het eerste deel van de training. Mevrouw die de hele triatlon heeft gedaan laat ons inlopen. We lopen behoorlijk door, maar ik hou het prima vol. Het heuveltje op naast het viaduct vind ik echt een lachertje na zondag! Meewarig luister ik naar het gemopper om me heen. De tweede kilometer lopen we helemaal door met 5:36, maar ik krijg het er alleen maar warm van. We doen een paar oefeningen en dan neemt Merijn de training over. Van mijn rustige zone 1 training blijft weinig meer over. We lopen een steigerun in en ik ben duidelijk de minst snelle van dit stel. De langzame dames doen 50 minuten over hun 10 kilometer, bereken ik zo aan hun z3 tempo. Ikzelf heb al veel te lang geen 10km meer gelopen om te weten wat mijn tijd is. Maar 50 minuten; dat kan ik niet meer hoor. Beetje loopscholing en dan volgt een moeilijk uitleg: 4 rondjes baan, daarna tegengesteld lopen, dan 3, dan 2, zone 2, 3 en 4. Nou ja, het komt er op neer dat we eerst een rondje in zone 1 lopen en dan loop ik met 2 dames en 1 man al achterop en in zone 2. Daarna meteen door voor een rondje zone 2. Ik loop nog met ze mee, net in zone 2. Daarna zone 3 en dan hou ik ze al niet meer goed bij. Vervolgens een ronde in zone 4 en ik ga gewoon zo hard ik kan! Vervolgens lopen we een baantje tegen de richting in: eerst wandelen, daarna dribbelen. Wandelend haal ik ze weer bij. Dan een slokje drinken en daarna 3 rondes: te beginnen bij zone2. Ik laat de rest vooruitlopen, want ik bepaal mijn eigen tempo wel. Dat ligt niet zo hoog. Het is stom, want ik ben helemaal niet langzaam, maar het lijkt echt alsof ik niet meekom. De hele snelle jongens van 25 halen me al in, maar dat vind ik niet erg. Geweldenaren! In zone 3 ga ik tegenwoordig eigenlijk nog lekkerder als in zone 2. En dan zone 4. Ik kan het echt niet bijbenen en doe reuze mijn best. Enkel voor mezelf hoor. Volgens Merijn zwaai ik nu iets teveel met mijn armen, maar het duurt even voor ik dat begrijp. Weer terugwandelen en ik haal ze gemakkelijk bij in mijn wandeltempo. Dribbelen lukt ook nog. Slokje water en dan een ronde in Z3. Ik haal nu 1 dame in die wat inkakt. Ik ben net opgewarmd en besluit op techniek te gaan lopen: knieën optrekken, ferme passen. Daar heeft vermoeidheid in mijn hoofd niets mee van doen. Zone 4 gaat gemakkelijker en ik geloof dat Merijn mij naroept dat het nu goed gaat. Hij houdt keurig iedereen in de gaten, da’s wel weer knap. En dan wandelt de mevrouw die ik had achtergelaten ineens voor me! Ik snap er niks van, wanneer ze me dan heeft ingehaald?! Nog 1 rondje zone 4 vanaf de scratch. De snelle jongens zijn al klaar, maar ik mag het rondje ook nog doen. Dat vind ik leuk! De man die langzaam meeliep gaat er voluit voor en haalt me in omdat ik iets voor hen ben gestart en M kan me ook nog inhalen. Ik ga zo hard ik kan en ga er maar van uit dat mijn hart dit best aankan… ik zie dat ik gemiddeld zo’n 4:10 liep in dat rondje en dat is voor mij echt een puike snelheid. Ik zie dat pas thuis, want ik kijk alleen naar de hartslag. Dan zie ik dat die vrouw eerder omdraait en het rondje niet afmaakt. Ja hé!!! We mogen onze schoenen en sokken uitdoen en over het gras gaan. Eerst wandelen, dan dribbelen. Ik vind het leuk! Zo haal ik de anderen gemakkelijk in. Ook omdat ik geen moeite heb met door het zand stappen. Dribbelend kan ik er niks aan doen dat ik loop te lachen! Ik vind het zo leuk, ik geniet met volle teugen. Toch een mooi eindje van wat best een zware training was volgens mij. Ik ben er moe van en rood en bezweet. En – ik ben er lichamelijk ook weer snel van hersteld. Mijn hoofd moet nog even mee dat ik dan misschien bij lange na niet de snelste op de baan was, maar dat ik wel degelijk veel sneller en sterker aan het worden ben in een hele korte tijd.
Vrijdag was een dag met inpakken en reizen. Vermoeiend, onrustig en lekker zonder training. Zaterdag zijn we een “stukje” gaan wandelen in de Ardennen. Dat wil zeggen, zo’n kilometer of elf. 5 Naar het circuit van Spa toe en 6 terug (de ene met een rivieroverspringing en de terugweg met een ommetje over de brug). Ik twijfelde nog even of ik ‘s avonds zou gaan rennen, omdat er voor morgen zoveel regen wordt voorspeld, maar hé: een beetje Hollander kan wel tegen regen toch?
21 augustus – Hardlooprondje in de Ardennen. Het zou even droog zijn. Ik vind het prima: ik voel me nergens toe verplicht, ik ga gewoon lopen en ik heb al gekeken dat ik de groene staande rechthoekjes volg. Volgens de routekaart in het huisje 6 kilometer. Zou moeten lukken in 3 kwartier. Vincent stept een stukje mee voor een mooie foto van me in het bos en de volgende bocht om biedt een mooi uitzicht. Bospaden. Het gaat omlaag en het gaat lekker. Niet heel hard, maar wel heel mooi. Ik geniet echt van het bos en van elke stap. Dat je de hele tijd de snelweg hoort, is het enige minpuntje. Maar als ik die dan zie en ik er naast loop, is het weer geinig. Achter me op komt een helmloze MTB’er me voorbij. Ik ga een scherpe bocht door en dan lijk ik alleen te zijn in het grote bos. Groene bos. Modderige bos. Mooie bos. Ik heb mijn echte trailschoenen niet bij me en ik mis ze wel een beetje, want die gaan toch lekkerder naar beneden. Boomwortels. Modder. Ik mis bijna 1 bordje: het pijltje zit verstopt achter een blaadje. Riviertje in de diepte en ik realiseer me dat ik nog steeds afdaal en straks weer omhoog zal moeten! En dan opeens een jezusbeeldje bij een fonteintje en de achterbuurt van Malmedy. Ik loop op en neer, wil het bos niet uit, zie de weg niet, ben de groene blokjes kwijt. Troosteloosheid. Ik hoop even langs de huizen te lopen, maar het is er beton, vies, miezerig en somber. Ik doe mijn jasje weer aan, zoek groene bordjes die alleen de andere kant op lijken te wijzen en zo loop ik langs de zondagswinkel Malmedy in. Ik ben totaal overdonderd. Midden op het prieel sta ik stil. Ik lijk wifi te hebben en SMS Rob, maar het is een illusie. Ik ga terug en vind de groene bordjes als ik achterom kijk. Door naar de kathedraal, waar de klokken luiden. Er is veel volk om me heen. En daar is de wandelkaart! Ik sta op het begin- en eindpunt. Ik maak een foto en zie dan de bordjes de andere kant op duidelijk. Over de braderie en de mooie brug en dan de stad weer uit. Ik vind het niets erg! Behalve dat het klimgedeelte duidelijk hier zit! Het gaat steil omhoog. Ik probeer te blijven lopen, maar ik druppel nu harder onder de jas als dat het regent. Want het is weer droog. Wandelen dus. Dan gaat de hartslag ook omhoog. Een fietser slipt bijna voor mijn neus het asfalt af. Naar beneden. Nu is de route weer goed aangegeven en het pad wordt onverhard. Ik klim en klim. Dan merk ik dat ik op het pad zat waar ik gister een stukje heb gefietst (op slippertjes). Ik weet dat het alleen nog maar omhoog gaat en ik zet het op een hobbelen. Voor me uit gaat een fietser omhoog (waar komt die vandaan?!) en ik zou hem wel in willen halen. Dat kan natuurlijk niet, maar het lijkt iets meer op te schieten. En dan ben ik alweer bij het Apollinaire monumentje. Nog geen 7 kilometer. Sjonge, sjonge. In een uurtje. Het is erg mooi in de Ardennen, maar echt tempo maken: zover ben ik nog (lang) niet. Ik maak het driehoekje nog af en dan vind ik het wel leuk geweest en heb ik zin in thee op deze regenachtige koude zondagmiddag in de Ardennen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Na de Ardennen: leren zwemmen, rennen en weer de Ardennen in.

De Trail des Fantomes – 33 kilometer door de Ardennen

9 uur – Gisteravond nog vallende sterren gekeken: ik heb er drie gezien, maar weet niet wat ik moet wensen. Ik slaap op de bank in een slaapzak en dat is best onrurstig. Er staan mensen onder het huisje te kletsen tot heel laat, mijn medehuurster gaat wel 5 keer naar de WC en de klok luidt om 7 uur ‘s morgens al meer dan 50 keer. Dat zijn de enige redenen om wakker te liggen, want ik maak me totaal niet druk. Ik zoek alle spullen bij elkaar na 8 uur en eet al lezend drie bolletjes met stroop. Ik zou bijna zeggen dat ik er naar uitzag.
10 uur 50 – Daar stond ik dan: tussen al die mensen die me doorgewinterde trailers leken. Nieuw opvouwbaar bekertje erbij geduwd en een Trail de Fantome Buff ook. Met vrienden JP en C die vorige week al 33 kilometer alpentrail hebben gehad en nog een andere Almeerder stond ik daar. Ik vond het spannend, maar ik was niet op van de stress. We zouden bij elkaar blijven en dus hoefde ik niet zo hard. Tijd was van geen belang. Dit wordt de 14de dag in augustus dat ik sport (als een wandeling meetelt). Het was warm en zonnig en ik mocht deze zondag op mijn heerlijke trailschoenen in de Ardennen doorbrengen. Zo relaxed was ik eigenlijk nog nooit eerder geweest!
11 uur – Het eerste stukje ging over het asfalt. Dat was geen goed begin: ik vond het druk en mijn schoenen willen gewoon niet zo op harde ondergrond. En het ging vast omhoog. Het was ook langs de kant druk met toeschouwers. En zonnig. Toen we het onverharde pad op gingen vond ik het echt beginnen en toen werd het leuk. Ik ramde maar meteen dóór de modder heen, dan waren mijn voeten tenminste vast nat. Ik liep te kletsen met JP. Het tempo lag niet hoog, maar dat vond ik helemaal oké. We gingen aan het stijgen en ik hobbelde door. Maar de rest ging wandelen. Ze oefenden met stokken. Er kwam al ruimte en we liepen achterop. Ik vond het grappig. En zwaar. Mijn kuiten lieten zich voelen! Bovenaan wachtte ik. Heel monter en vrolijk. Toen gingen we naar beneden. Grappig genoeg haalden de anderen mij vanaf dat moment gemakkelijk in! Ik hou gewoon een laag tempo vast, maar zij gaan voluit sprinten waar dat kan. “Ach, dan kom ik straks weer bij” dacht ik nog. Maar toen was er een opstopping. Er waren bomen op de route waar iedereen overheen moest klimmen. Tijd voor een selfie! Gelukkig ging ik toch niet voor een snelle tijd en enkel voor het genieten. We staken een weg over en een brug waar een aardige meneer die ik ergens van ken (maar geen idee waarvan) ons toejuichte, en toen herkende ik een stuk van vroeger, van toen ik nog bij scouting zat en kampeerde in deze contreien. Ik wilde even mijn eigen tempo aanhouden om de brok in mijn keel weg te werken. Ik zou later wel op de rest gaan wachten. Dan haal ik vrij gemakkelijk een heel stel mensen in en dan is mijn tempo helemaal niet verkeerd. Maar die mensen zien mij even later weer aan de kant staan om op mijn maatjes te wachten met hun stokken. We gaan samen verder door het prachtige landschap met riviertjes en watervalletjes. Alles in dat prachtige gebroken zonlicht. De stukjes omhoog loop ik weer ietsje uit. Ik ga dan ook wandelen als het te steil is, maar ik hou wel heel flink de pas er in! En het allerbelangrijkste: ik hou de lol er ook in! Het uitzicht is adembenemend. Dan volgt een single track die ik dolblij in mijn uppie voorop doe. Ik moet voor me uit kunnen kijken en geniet met volle teugen van deze pracht. Ik ben blij dat ik hier mag zijn. Al ben ik bezweet, al moet ik goed oppassen voor de boomwortels, al ga ik niet zo snel: ik ben hartstikke tevreden hier te wezen! Boven wacht G (de andere Almeerder) me op. Ik wil de zon zo snel mogelijk uit en het bos in, dus we wachten even niet op de andere 2. Kletsend lopen we door. Het gaat een stukje steil naar beneden en dat vind ik minstens zo zwaar als stijgen, maar om een andere reden: het is een beetje eng en gevaarlijk! We maken nog een flinke klim en dan is daar de aardige meneer die roept nog 600 meter tot de post! Ik zie een groepje vertrekken met de auto en dat zijn ervaren traillopers. Eventjes ben ik confused. De cola is op. Dat vinden de vrijwilligers ook erg vervelend voor ons. Ik neem wel 10 kleine stroopwafeltjes en water en sportdrank in mijn nieuwe uitvouwbare bekertje. Ik (vr)eet pretsils, maar durf mijn rugzak eigenlijk niet af te doen om water te tappen omdat het nu allemaal lekker zit. We besluiten niet langer te wachten op de anderen nadat we al tien minuten stilstaan en G en ik gaan samen verder. Het gaat naar beneden; wat zeg ik; het gaat heel steil omlaag en ik laat G even achter. Een andere vrouw vertelt me dat mijn vriendin C gevallen is en vreesde voor haar knie. Ik voel me slecht dat ik ze in de steek heb gelaten en besluit bij G in de buurt te blijven. Onder wacht ik hem op. Een medetrailer zet mij op de foto. G komt op mijn foto te staan. Hij geeft aan last te hebben van krampen. We gaan samen verder langs de rivier en dan ineens is daar een hele steile klim in de volle zon. Ik vind het een ramp. Mijn hoofd vind het een ramp en G helpt me echt omhoog door op me in te blijven praten. Mijn adagio van de dag is “The body can stand almost everything, it’s the mind you have to convince” en dat wordt hier helemaal in praktijk gebracht: mijn hoofd vindt dit te zwaar, maar mijn benen kunnen het toch! We lopen door het bos verder en komen een nieuw fantastisch obstakel tegen: kettingen die je langs de rotsen omhoog leiden. Ik vind het heel erg spannend, maar mijn armen kunnen dit ook best! Hé, ik zwem toch niet voor niks, haha. Het is erg apart. We komen boven in het prachtige bos en samen met G klets en ren ik verder en dan is er opeens de RivierOversteek. Ik keek er al lang met gemengde gevoelens naar uit: ik vond het eng, want stel dat ik val en ik vond het leuk omdat het avontuur is. Het was in twee keer, die oversteek en we waren met een soort van clubje. Ik stap zonder vrees het water in en zoek stralend mijn weg. Op het tussenstukje mag mijn telefoon bij G in zijn hoesje. Nu kan ik ook vallen, maar dat doe ik niet. Het water is kniehoog en ik geniet er enorm van! Ik sta te schreeuwen van geluk! We lopen nog een stuk verder en ik zit zo vol trots en adrenaline van de rivieroversteek dat ik energie te over heb. Ik ga in mijn eigen tempo naar boven en blijf maar rennen en tempo houden. Ik ga hartstikke goed! En dan glijdend naar beneden. Ik stoot pijnlijk mijn teen. Ik ga samen met mevrouw K en begin me af te vragen waar de volgende rivieroversteek is. Die blijkt pas bijna aan het einde te zitten. G heeft mijn telefoon nog en ik wil niet dat hij daar voor verantwoordelijk is al die tijd. Aan deze kant van de rivier is het adembenemend mooi: alles is groen overwoekerd. Het lijkt zacht, het is licht en vriendelijk. Er zijn rotspartijen en de klauterpartijtjes volgen elkaar op. Ik voel me alsof ik in de film wandel of in een sprookjeslandschap. Ik verlaat K en ga wachten op G en mijn t
elefoon. Het duurt een hele tijd, wel ruim tien minuten. De mensen van de 65 kilometer komen erbij en ook daarvan gaan velen mij voorbij. Ze vragen of het goed met me gaat. Nou, het gaat uitstekend, maar ik ben liever bij mijn telefoon! G en ik en nog een meisje lopen een stuk samen op, maar als het gaat stijgen ligt mijn tempo toch weer iets hoger. G heeft me verzekerd dat ik mijn eigen tempo vast moet en mag houden en hoewel ik er wat moeite mee heb, doe ik het toch. Ik vind het heerlijk om door het bos te lopen en niets anders te horen dan de vogels. Ik ben bezig met mijn allerlangzaamste halve marathon ever! Sterker, mijn laatste marathon ging nog sneller dan dit… Ik geef er niets om, want dit is zo mooi en heerlijk om te doen. Ik begin me een beetje af te vragen waar de volgende post zit. Ik neem op tijd mijn gels, althans: ik heb er al twee op. Ik kan goed bijven denken, maar dat houdt ook in dat ik voel dat ik vermoeid raak. Ik ga gewoon door. Intussen word ik wel pissig op mijn trainer die mij hiervoor 4 uur in het schema heeft gezet. Dat toont niet echt interesse en ik vervloek hem erom. Zou hij me daarmee wat druk op willen leggen? Dat is dan mislukt. Ik besef dat het mijn deel is dat ik de laatste trainingen met onverharde heuveltjes niet serieus genoeg heb genomen. Mijn lijf houdt dit goed vol. Eigenlijk is dit mijn eerste serieuze trail, en dan meteen 33 kilometer. Ik schrik niet terug van een beetje uitdaging! Maar 1 keer vraag ik me af of ik nog goed zit, maar de pijlen zijn keer op keer overduidelijk. Als we weer een eind moeten klimmen beloof ik mezelf een snoepje als ik boven kom. En halverwege de klim beloof ik mezelf er dan twee. Dat werkt! Als ik afdaal kan ik perfect op de schoenen vertrouwen. Deze schoenen zijn hier echt voor gemaakt: wat een grip en wat een soepelheid houden ze vast! Ook als ze nat zijn. Er lopen me twee andere lopers van de 65 kilometer voorbij en ik hoor ze ruim voor ik ze zie en ze zeggen dat zij het nooit alleen zouden willen doen omdat alle kracht dan uit jezelf moet blijven komen. Ik doe het graag alleen. Wat dat betreft ben ik een triatleet van jewelste. Ik doe het zelf wel! Ik geniet van die stilte en mijn eigen strijd! Ik denk er vaak aan dat het zo jammer is dat ik niet eerder ben gaan rennen. Toen ik een als elfje verkleed scoutje was van een jaar of 14 voelde ik in deze Ardennen dezelfde vrijheid. Toen genoot ik zo dat ik de weg terug alleen maar kon rennen. Had ik dat toen maar vastgehouden! Nu maak ik het goed en ik ren dubbel genietend verder. Dat soort dingen bedenk ik alleen als ik solitair kan lopen. Er volgt een prachtig bruggetje. Mijn herinneringen lopen nu een beetje door elkaar. Ik herinner me andere mensen van de 65 kilometer die in mijn buurt komen te lopen tezamen met de 33 kilometer lopers die in de buurt blijven: de twee mannen die het samen doen, een meisje. Ergens haal ik ze definief in, want zij staan met kramp aan de kant. Dat stuk dat de 65 kilometer loopt alsof het een makkie is, haal ik ook in omdat hij stil valt opeens. Ik heb net snoepjes op en heb weer energie. Ik kom langs huisjes en ineens is het kilometers lang stil en lijkt de wereld van mij alleen. Ook als ik omhoog loop, blijf ik gewoon doorrennen. En dan komen we in de felle zon. We, want ik word net ingehaald. Het uitzicht is adembenemend en ik maak een panoramafoto. De lucht ruikt heerlijk en het zindert om me heen, maar ik wil liever blijven rennen om eerder in de schaduw van het bos te zijn en sneller bij de post te komen. Ik neem me voor om vanaf de post de laatste 5 kilometer te blijven rennen. Daar spaar ik wat voor en ik wandel als ik dat nodig vind. Mijn horloge geeft aan dat de batterij bijna leeg is en mijn got- wat baal ik daar van. Stom ding. Ik zet straks voor het laatste stuk mijn telefoon er wel bij aan, die heb ik tot nog toe als fototoestel gebruikt. En dan opeens nemen mijn benen het over van mijn hoofd en beginnen ze vanzelf te rennen! Mijn hoofd loopt mee en ik straal weer. Het zal wel naar beneden gaan en het bos is erg mooi, maar zo gaat het erg lekker! Breed pad, goede beentjes en hé, daar is de leuke (on)bekende meneer weer en een fotograaf en zij begroeten mij ook als een oude bekende. Ik ga de hoek om en BAM, daar is de tweede post. De 19-kilometer lopers komen erbij en het is er druk en onrustig. Ik weet niet meer waar ik kijken moet. Ik moet drinken, maar de kannen worden bijgevuld, de cola is net op en ik neem wat stroopwafeltjes en pretsils. Hier zijn ook veel toeschouwers en het is niks voor mij, ik voel me helemaal verloren in al die drukte. Ik zet mijn telefoon aan en vind dat ik voor die laatste kilometers meer heb aan minder gewicht in mijn rugzak dan aan extra vocht en een nieuwe balans. Na 7 minuten ga ik weer verder achter 14km-lopers aan. En dan volgt De Mauer. En toen wist ik weer dat ik daarvoor gewaarschuwd was. Het gaat omhoog. Alleen maar steil omhoog. Rennen is onmogelijk, stap voor stap omhoog is de enige manier. Niet omhoog kijken (want het is nog zo ver), niet omlaag kijken – alleen maar stap, stap, stap, stap. Het duurt eindeloos en alles wat ik gegeten heb, wordt opgemaakt. Boven komen we tussen de weilanden in de zon en dat is de doodsteek. Ik kan niet meer genieten, het is te druk met mensen die er ‘pas’ 14 km op hebben zitten en me voorbij gaan. Ik ben leeg, ik voel me op en ik krijg mezelf nauwelijks meer aan het hardlopen gezet. Ik wil het liefste hier en nu naar huis. De laatste 3 kilometer lijken onoverbrugbaar en de tijd tikt langzaam voorbij. De zon brandt en vermoord me. Van lieverlee prop ik een paar winegums in mijn mond, maar ik heb moeite met het ritsje van de rugzak. Als ik in het bos kom en er is weer wat ruimte, dat er minder mensen om me heen zijn, dan pak ik een joggingpas weer op. Nu ben ik te moe om goed na te kunnen blijven denken. En dan is daar het bordje van de laatste kilometer. Ik ben er blij om, maar dit wordt nog een zware kilometer, dat voel ik ook. Er lopen nu veel mensen van alle afstanden om me heen. We moeten afdalen en dat is steil en onwerkelijk zwaar. Ik voel dat ik moeite heb met de coördinatie en ik glij ook nog een keer uit. Daar zitten fotografen, maar ik kan me nergens meer druk om maken. Ik hoor de mensen op de camping en de stem van de finish. We moeten de rivier nog over. Ik stop nog om mijn telefoon veilig en ver weg te stoppen boven in de rugzak. Hoe ga ik dit doen? De stappen in het water zijn verfrissend en ik stap maar door. Deze keer geniet ik er niet van, maar spreek ik mezelf moed in: “Dit lukt Anke, dit kan je ook nog” Hardop! het kan me niet schelen. Ik haal de overkant best en geef K een high five. Dag leuke meneer, ik ga het nu halen. De Garmin heeft het niet gehaald, die is leeg. Op het asfalt bij de camping kan ik niet meer rennen. Het lukt me gewoon niet meer. Mijn benen willen echt niet meer. Ik doe er nu al zo lang over, dit maakt ook niet meer uit. Ik zit al ver over de 6 uur heen. Het kan me niks meer schelen. Het laatste stukje over de steentjes ren ik toch nog. En dan zegt de speaker mijn naam (verkeerd natuurlijk) en noemt de eindtijd van 6 uur en 50 minuten.Het maakt me niet uit, ik heb het gehaald, ik heb het gedaan en ik ben apetrots op mezelf en vooral erg moe.
5 uur 52 – Ik voel 1 klein blaartje, maar mijn spieren of knieen geven geen enkel protest. Ik pak een bakje toetje en zie dan pas dat het rijstepap is. Vind ik niet lekker, maar nu plof ik in het gras en ga aan het lepelen. Ik stuur een SMSje met moeite naar Rob en hoor dat er wifi beschikbaar is. Die pik ik in en ik ben even niet zo alleen, want ik app met Manuel, met Vincent en SMS met Rob. De trainer is zo dom om niet terug te appen. Er is niemand die ik ken en dan komt G binnen. Hij zit net boven de 7 uur. Ik huppel op hem af en we gaan op de stoelen na zitten te praten. Ik kan nog prima lopen, maar mijn natte sokken en schoenen hou ik even aan. Een half uurtje later komen de andere twee ook binnen. Ik heb eventjes gedacht, toen ik alleen in het gras zat: dit doe ik nooit meer, maar dat is alweer voorbij en ik maak plannen voor volgend jaar! We drinken nog wat op een terras (eindelijk de suiker en de cola) en dan teruglopen naar de auto. Ik heb alweer helemaal bijgekomen. Dát kan ik dus! Moeiteloos teruglopen naar de auto. Hopelijk heb ik morgen ook nergens last van. De blaar is weggetrokken. Schone sokken zijn wel fijn en de douche in het huisje is ook welkom, maar ik wil ook graag naar huis. Dat is nog een eind rijden! Ik let goed op en we kletsen de hele weg door. Ook al rijden we een stukje ‘om’ rondom Luik, het enige nadeel daarvan is dat we langer op de hamburger moeten wachten! Bij de McDonalds stoppen we en we herkennen andere trailers als we in no-time de hamburgers naar binnen werken. Ik ben pas om 1 uur thuis. Maar slapen lukt niet direct; ik zit vol indrukken en belevenissen. Wat was het mooi!

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Trail des Fantomes – 33 kilometer door de Ardennen

Fiets- en zwem-vooruitgang, pokemons vangen en regenlopen.

8-8 Fietstraining  Dit was de eerste fietstraining die leuk was. Vraag me niet waarom: omdat ik die trainer JC inmiddels wel kan hebben? Omdat ik de enige vrouw tussen 15 mannen was? Dus ik wist van tevoren dat ik de langzaamste mocht en zou zijn? Of omdat het weer zo lekker dreigend was? Omdat ik best mee kon komen, ook al was het achteraan? Of omdat ik gewoon die kleine snelle jochies grappig vond? Misschien omdat ik goed kon spieken nu? En omdat ik ongedeerd mocht stayeren? Misschien kwam het omdat ik als eerste moest vertrekken voor

Of het mooie uitzicht?


de tijdrit en me niet in wilde laten halen. Of het was leuk omdat er veel afwisseling in zat. Kwam het doordat ik het vijfde rondje sneller kon fietsen als het eerste rondje en daarmee JC achter me liet? Of lag het er toch aan dat ik lekker om me heen keek en me nergens iets van aantrok? Misschien was het wel de lol van de laatste training zonder klikpedalen? En gelukkig maar dat ik nog wat extra trapkracht moest geven, want anders was ik bij de onverwachte ontmoeting met de hond onderuit gegaan! Misschien maakte dat het wel leuk. Of het feit dat ik nooit hoeft te luisteren naar tot waar of hoe snel, tot JC ineens zei dat ik als eerste moest vertrekken. Ik genoot van het lef dat ik had om in iemands wiel te rijden en te merken hoeveel gemakkelijker dat ging. Of kwam het door die aardige meneer die voor zijn tweede ‘hele’ traint en wiens schema’s ik begrijp, omdat ze van dezelfde oranje tint voorzien zijn? Ik keek niet eens tegen die meneer op, ik vond hem gewoon een hele aardige hardwerkende triatleet. En achteraf was ik blij dat ik gemiddeld 25 kilometer per uur had gefietst. Misschien was dat het wel! Het gemiddelde tempo gedurende de fietstijd lag op 28 km/uur. En nu stap ik even van de fiets af.
Voor een stukje hardlopen. 9 augustus. Ik zou de telefoon meenemen van Vincent om het Pokemon ei uit te broeden. Maar zo betrouwbaar zijn mama’s niet die geen verstand hebben van Pokemons! Dus moest Vincent zelf maar mee. Kon hij onderweg ook nog wat Pokestops af voor Pokeballen. Niks erg dat mama intervallen ging doen, hoor: dat mocht best! Ook door het bos. En zo hebben we nieuwe Gyms ontdekt aan de rand van het bos. Ratata’s gevangen. Ondertussen had mama een zeer lastig onverhard pad uitgekozen vol nare hobbels. Kon Vincent even niet kijken op de telefoon. Dus wie weet heeft hij Braza’s gemist! En soms schoot mama er even vandoor. Als een echte Abra. (?) Ondertussen was het ei van 2 kilometer uitgebroed. Er kwam een gele Pokemon uit, maar dat was geen reden tot feest. Je hebt als mama toch even het nakijken als je Poke-kind je moeiteloos als een skwirtel inhaalt. Hij verkoos de heuveltjes. En toen zagen we een hertje voor ons uit! Hoe gaaf is dat! Ik moest 5 minuten in zone 2 en die waren erg leuk, dan 2 minuten zone 3 en dan stoof ik er vandoor en dan 1 zware minuut in zone 4. Daarna moest ik wandelen en dan haalde de knul me weer bij voor ik weer in zone 1 doorhobbelde. Ik wilde nog om, maar toen kreeg Vincent last van zijn buik en namen we de brug terug. Ik over het gras, hij over het asfalt met zijn ogen op de telefoon om zijn arm gericht. Want daar op de Evenaar is de ene Pokestop na de andere. En het basketbalveld is een gym die bezet wordt door 2000 punters van de tegenpartij. Ik snapte er allemaal niks van. Nog een ei! Daar kwam alleen maar een hele teleurstellende Piggywig uit. We wandelden aan het eind een stukje. 8,5 kilometer in een uur. En zo’n 20 Pokeballen. Het was hartstikke avontuurlijk met al die rondrennende Pokemons, Pokestops en uit te broeden eieren.
10 augustus Zwemtraining Ik zag er een beetje tegenop. Maar ik sprong “mijn” pierebadje in en het ging wel. Ik had de slag aardig te pakken en ik laat mijn beenslag nog even over aan het achtje. Ik merk dat ik wel echt kan ademen met mijn ene oor in het water. Ik doe behoorlijk mijn best. Ik besef heel goed dat ik nog erg blij ben met het pierebadje waar ik op elk moment op mijn beentjes kan staan. Volgens JC ligt het verschil tussen de snellen en de langzameren niet alleen in armkracht, maar ook in techniek. Ik zou het nu goed moeten leren, maar ik had dit beter op jongere leeftijd kunnen leren. Nou ja, dan maak ik er maar het beste van! En dan begin ik rondjes te zwemmen in het pierenbad in plaats van op en neer. Dat lukt me best aardig, maar ik merk hoe vermoeiend het is! Ik ben dolblij drie rondjes vol te houden. Ik heb een soort ritme gevonden en ik weet niet zeker of mijn slag nog goed is. Ik word er erg, erg moe van. Het grote bad durf ik nog niet in, want er zijn veel mensen in de langzame baan. Ik vind het wel erg leuk maar vooral heel, heel erg vermoeiend!
11 augustus: rondje regenlopen Het regende de hele dag. Zomer in Nederland. Ik mocht 40 minuutjes ‘losdribbelen’. En ik had met Joyce afgesproken. Dus regen of geen regen: we gaan toch! Regenjasjes aan en de huppelzusjes vertrekken de druilerige avond in. Ik heb heel hard gewerkt en nog steeds niet alles af, dus ik hang nog half met mijn hoofd bij het werk en dat terwijl nu mijn vakantie toch begint. We kletsen. We kwebbelen. We kakelen. We praten. We trainen. Onze kaakspieren. We worden nat. We hebben het over huizen. Over de kinderen. Over de plannen. Over fietsen. En we trainen. Onze benen. Langs de Vaart. Over de brug. En we kletsen. En we kwebbelen. En we praten maar door. En we worden nat. De tijd vliegt voorbij en 45 minuten later zijn we klaar. Nat. Nog niet uitgepraat. Nog niet afgetraind. Uitgedribbeld – dat wel.
12 augustus: Een soort van rustdag, omdat het zwemmen van alle kanten niet lukt. We zijn gaan wandelen. Maar daar slaat mijn hart niet van op hol en mijn horloge telt het net zo min mee als ik.
13 augustus: Inppakken en losfietsen. Morgen de trail des fantomes….. Ik rij vanavond al richting de Ardennen en overnacht bij een hardloopkennis. Ik ga via Eindhoven om te eten. Ik pak alles dubbel mee, voor de zekerheid. Dan moet ik nog een opvouwbare beker hebben. Die kan ik daar ook kopen, maar ik heb ‘m graag bij me. Dus dat valt te combineren met een rondje fietsen! Vincent gaat mee. In de straat, als ik nog stilsta, val ik om! Het doet geen pijn, de blauwe plek op het ego is groter. Klikpedaaltje zat onverwacht toch vast. Op naar de dijk! Natuurlijk…. We gaan soms een klein stukje eigen tempo en op de dijk ben ik de windvanger. We gaan deze keer de ophaalbrug bij het Bloq van Kuffelaar over en nemen de andere kant van de vaart. Het is lekker weer, het is lekker druk en het is lekker gezellig. Via een klein ommetje komen we bij de kampeerwinkel die hartstikke groot is. Maar opvouwbare bekers, die hebben ze dan weer niet. Onverrichter zake terug naar huis, maar wel met weer bijna 20 kilometer in de beentjes. Ik ben nauwelijks zenuwachtig en ga heel relaxed wel zien wat de trail me brengt. Dat ik het niet in de 4 uur die op het schema staat ga halen, weet ik alvast zeker! Ik ga er vol zelfvertrouwen heen en eet mijn energievoorraad helemaal vol. De reis gaat erg goed, de Ardennen zijn aan deze kant heel erg mooi en ik geniet enorm van het laatste stukje van de rit. ‘s Avonds kijken we nog naar de vallende sterren. Ik zie er drie.
Voor de Trail des Fantomes maak ik een eigen blogpost!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Fiets- en zwem-vooruitgang, pokemons vangen en regenlopen.