Beter, better en de draad weer oppakken

Maandag was ik weer ietsje beter, maar nog wel erg moe van gewone dingen. Ik was nog een dag ziek op het werk en ik zat gewoon veel op de bank niks te kunnen doen. Het ligt niet aan mijn ijzer gehalte (HB van 8,3 is prima), mijn hartslag bij de dokter is laag (55!) en mijn bloeddruk is ook in orde. Ik voel me een aansteller, maar mijn lijf liegt niet: ik ben veel moe-er dan ik normaal ben. Overtraining lijkt het niet te zijn, daarvoor is dit te plotseling en overspannenheid lijkt ook vreemd. De laatste fietstraining moest ik overslaan. We wandelen een uurtje rond, en dat voel ik. Maar ik ben niet meer zo hondsmoe, dus morgen pak ik de draad weer op!
En dat deed ik dinsdag ook: weer aan het werk, met de trein het halve land door, mails verwerken: ineens paste alles weer op een rijtje in mijn hoofd. Van zo’n lange dag ben ik dan wel moe, maar dat is niet gek! ‘s Avonds doe ik aan sport: yoga. Ik vind er geen **** aan: het is mij te sloom, te weinig inspannend. Ik moet er wel van lachen en merk dat ik totaal niet in balans ben. Ik kan me redelijk in mezelf terugtrekken en ben blij als de les afgelopen is. Ik heb ontzettend

Scott wacht geduldig


zin gekregen om te gaan zwemmen, maar misschien is dat morgen nog iets te veel van het goede. Ik wil in elk geval weer sporten! Dat de zin terug is, dat maakt me energieker en beter.
Woensdag had ik het niet meer: veel werk verzet, Vincent weer van kamp gehaald en toen ontdekte ik dat het alweer vroeger donker wordt. Dus voor het eten ging ik een uurtje fietsen. Ik had de trainer geappt of dat mocht, maar die heeft het met het oog op de triathlon komend weekend te druk om te antwoorden. Het is heerlijk om te fietsen! Bewegen. Mezelf een beetje uitdagen. En me een beetje in proberen te houden. Ik ga door het bos en over de bruggen. Ik zie een vader in een ACR t-shirt harlopen met zijn zoon op de fiets ernaast. Ik zie andere fietsers: dat zijn de helden, ik ben de amateur. Maar ik ben het meest blij dat ik dit weer kan! Voor fietsen is de hartslag wat hoog. Ik kijk niet naar het tempo, maar naar de hartslag. Ik trap lekker door over de lange rechte weg. Wil ik al terug? Nee, ik ga de snelweg over en blijf trappen en trappen. Ik wil over het fietspad langs de bowlingbaan, maar daar besluit ik nog een stuk Trekweg mee te pakken. Ik ga gewoon lekker. De eerste 5 km in 12 minuten, de tweede en derde 5 km in 10 en een halve minuut. Ik ga dus flink door. En dat vind ik leuk! Ik neem de hele Trekweg. Ik ben nog geen uur onderweg en ik pees door. Dan langs de Hogering nog maar. Ik neem het weggetje achterom langs de Sieradenbuurt en dan naar huis terug. Ik heb ordinair veel honger. Verder voel ik me goed. Ik zou door kunnen fietsen, maar het is op dit moment verstandiger me in te houden. Dat was een mooi begin weer! Ik pak het sporten weer op.
En dan krijg ik een bericht terug van de trainer. Als ik in het krantje zit te kijken van de triatlon appt hij vrolijk dat hij blij is dat het weer goed gaat. En dan komt via mijn horloge een puntloos berichtje binnen waar ik eerst hard om moet lachen en daarna helemaal door van slag ben. Hij appt dat ik morgen best mee kan trainen met de club, want er zullen weinig mensen zijn zo vlak voor het triathlonweekend. Hij sluit af met de tekst: “iedereen doet wel iets dit weekend en jij volgend jaar jij die halve toch
Ik moet zeker anderhalf uur nadenken over een antwoord hierop! Wat een uitdaging, wat een vertrouwen… Over een jaar een halve marathon?! Anderhalve kilometer zwemmen, negentig kilometer fietsen en daarna nog een halve marathon lopen? Wat moet ik daar op zeggen: ik twijfel tussen ‘ohja, joh, makkie’ of ‘ben je helemaal van de pot gerukt’ en alles wat daar tussenin zit. Voor het eerst kan ik het niet met woorden oplossen en ik stuur een hele rits aan emoticons terug. Poppetje stil-poppetje denkt-meisje down-oh-bliksempje-poppetje ondersteboven-rood kruis-meisje denkt-tanden op elkaar-grijnzend duiveltje-spiralen-lachend poppetje-ondersteboven teken-uhoh-spookje-leeg tekstballonnetje. Ik kon het niet beter zeggen! En wat krijg ik als antwoord? “Mooie manier om top idee te zeggen”     😐
Donderdag weer een dag werken en dan is er training. Zoals gewoonlijk zie ik er tegenop. Als er alleen maar snelle mensen zijn, ga ik zelf, alleen hardlopen. Er zijn maar 12 mensen, en die lijken me allemaal sneller, maar nu hebben ze me al gezien. Ik ga gewoon langzaam mee. We lopen buiten de baan in en we zijn allemaal stil. Ik raak met een man aan de praat en dan doen we een paar korte steigeruns. Mijn hartslag zit al snel in zone 3. We rekken en strekken en dat voel ik wel! We moeten het trapje op op hoge frequentie en dat volhouden en dan loopt mijn hartslag al zomaar uit naar zone 4. Het is warm, maar deze hartslag is wel wat zorgelijk! We gaan de baan op en daar gaan we verschillende afstanden, verschillende tempo’s lopen. Ik loop met de meneer mee en de eerste 800 m kwebbelen we er op los. 200 m dribbelen. Dan 600 meter die we op duurtempo ook nog kunnen volpraten. Vincent moedigt me aan. 200 m dribbelen. Daarna volgen 400 m op flink tempo. And it does! Nu loopt mijn hartslag op naar 178. Dat is zone 5! geen paniek: adem blijven halen. 200 m dribbelen. Nog 200 meter op hoog constant tempo en dan loopt de meneer mij er hard uit. We wandelen terug. Dan doen we alles in gehalveerde afstanden nog een keer en dan op hogere tempo’s. De meneer en ik blijven samen lopen voor zolang dat lukt. 400 m op flink duurtempo gaan perfecto. 100 m dribbelen en bijpraten. De hartslag ligt hoog, maar daalt ook weer supersnel. 300 m op hoog tempo. Dat lukt ook nog, maar zonder een gesprek te voeren! Dit is zone 3-4, maar mijn hartslag noemt het zone 5 en die zit tegen de 180 aan. 100 m dribbelen. Dan 200 meter hoog tempo: Vincent loopt 150 meter met me mee en trekt me. 100 m dribbelen. Dan nog 100 meter sprinten. Ik laat de man iets voorgaan om me niet aan hem op te hoeven trekken en trek alles eruit, hoe zwaar het ook is. Hartslag 180. Zweet hoor je bijna stromen. Maar het lukt me wel! Even uitwandelen en dan daalt die hartslag razendsnel weer naar 130 terug. We lopen een rondje buiten de baan om uit en ik loop met de moeder van Ch mee, die dit al een jaar doet! Ik heb heerlijk gelopen: het was gezellig en gevarieerd. Maar die hoge hartslagen: tjeempie: ben ik toch nog niet echt opgeknapt dan? Ik loop met Vincent nog een rondje uit over de baan en dan gaat de zon onder.
Vrijdagmorgen snel een tien-uurtje kopen bij de winkel en door naar het zwembad! Ik zie er tegenop, ik zie er naar uit. Ik zie er tegenop omdat ik niet weet of ik de borstcrawl nog ken, ik zie er naar uit omdat ik zwemmen leuk vind! Het water is niet zo koud, jammer. Ik ga in de langzame baan zwemmen, ik ben niet snel, ik ben geen turbo! Eerst 5 minuten schoolslag. Ik bedenk het ter plekke, mijn eigen training! Zelfs mijn langzame schoolslag is al sneller dan de kwebbelaars in deze baan aanhouden, maar ik voel me hier prima thuis. Ik wil me vandaag niet op laten jagen, bij de TVA zijn ze toch allemaal zoveel sneller en beter dan ik. Ik moet even rustig voor mezelf kunnen oefenen. Dan de schoolslag met de ademhaling erbij. Ik moet er even aan wennen en voel dat ik opnieuw conditie ergens vandaan moet halen. Maar het gaat lekker en na 5 minuten heb ik de slag te pakken en geniet ik van het water. De rust, de bodem, de beweging: ik vind het heerlijk. Dan even bijkomen en ik neem het achtje en ga de borstcrawl doen. Ik let niet zozeer op de armslag, die lukt gewoon goed, maar ik let op de ademhaling. Ik hou mijn hoofd zo veel mogelijk in het water. In het begin is dat lastig en voel ik adem tekort te komen, maar al na 50 meter heb ik het te pakken. Ik ga dit 15 minuten doen. Op de ‘terugweg’ gaat het steeds op hetzelfde moment mis: als de bodem weer lager wordt, lukt het me moeilijk de slag vast te houden. Ik concentreer me op dit moment en merk dat het raar is als de bodem dichterbij komt, dat ik dan uit balans raak. Daar zwem ik doorheen en ik blijf kalm. Het voelt als een kleine overwinning wanneer het goed lukt! Ik moet elke keer kijken voor een vrije baan. Ik ga langzamer (maar dan nog haal ik iedereen in) en concentreer me op het uitademen. Dat blijkt de sleutel weer te zijn. En een opsteker is ook om terug te denken aan de eerste keren dat ik hier een baan van 25 meter al onoverkomelijk vond! Ik merk wel dat ik nog moe wordt en ondanks dat ik geniet, is het nog geen routine. Ik hou het nog even bij de armslag en ademhaling, de benen steunen op de pullboy (zo heet een achtje officieel) Ik zou door kunnen naar de snelle banen, maar dit inhalen bevalt me wel: het legt geen enkele druk op me. Na een kwartier ga ik de rugslag doen. Helemaal fantastisch fijn. Ontspannend zelfs. De benen moeten nu meeflipperen. Ik sta wel te tollen als ik even uitrust! Kletsen is niets voor mij deze 3 kwartier. Ik let heel goed op mijn persoonlijke energiebalans. Ik ga een keer in een hele rustige schoolslag op en neer. Ik ga ook nog een keer op en neer met flipperende beentjes, maar dat is zo suf! Toch ben ik net zo snel als de langzame schoolslagsters. En dan de hele borstcrawl. Heel rustig. Ik doe de hele slag echt superkalmpjes en let vooral op het uitademen. Het ritme is heerlijk. Het gaat goed. Mijn benen flipper ik enkel mee om te blijven liggen. Ik leg ze zo hoog mogelijk en vraag me af of dat de truc is. Langzaam houdt in dat ik de armbeweging met een pauze erin maak om onder water te kunnen uitademen. Ik kom nu prima op en neer in het bad. 3 Kwartier is voor mij lang genoeg, maar ik had dit ook nog wel wat langer willen vasthouden. De laatste banen doe ik als de rest uitstapt en ik het gaat echt weer een stukje beter. Ik ben moe, heb geen behoefte aan gepraat en kleed me kalm weer aan. Ik vond het heerlijk.
Motto van de Triathlon Almere

Motto van de Triathlon Almere


Zaterdag was een soort van rustdag. Niet bepaald een triatlon-loze dag, want we keken naar de hitte trotserende helden bij de Challenge Almere. Ik heb nog steeds grote bewondering voor mensen die een triatlon doen. Met tropische temperaturen. De meesten kijken er niet bij alsof het gemakkelijk is. Ik voel met ze mee! We zien de winnaar finishen en enkele teamgenoten op de halve triatlon komen binnen. Wat een helden zijn dat. De slogan is: If You Can Dream It, You Can Do It. Werkelijk?
Zondagochtend ga ik zelf maar weer eens hardlopen. Met C en W gaan we de ATBroute in het Kotterbos doen. Het is bewolkt en ik ben de eerste. Tien uur afspreken was niet in het bos, maar bij C thuis. Ik heb mijn rugzakje al om en wil gaan. Ik heb nog meer te doen vanmiddag! Al lopend begin ik te piekeren. Stap voor stap mijmer ik verder. Ik neem een ommetje om de rest voor te laten gaan. Veel hebben ze niet aan mij deze ochtend; mijn gezelligheid zit stil in mijn hoofd. Mijn hartslag is hoog. Erg hoog. Ik hobbel lekker door in mijn tempo en laat me door geen enkel heuveltje ontmoedigen. Ook natte voeten deren me niet. Mijn gedachten echter wel. Ik loop volkomen neutraal: ik vind het niet bijster leuk, niet vervelend. Ik ga over de brug voor de anderen uit lopen. Dit is echt mijn ‘stukje’ route: dit doe ik het liefst en gemakkelijkste alleen. Hard ga ik niet. Ik schuif maar met mijn gedachten tot het plan zich langzaam ontvouwd. Ik heb een beetje hulp nodig, maar ik voel me al wat lichter. Ik loop nog een rondje erbij en haal de andere twee op het asfalt in. Ik begin een beetje te kletsen. Het volgende stukje is ‘van C’. Daar maakt zij lekker tempo, maar ik blijf iets achter. Het ruikt er naar herfst. Moeten ze tien tellen op mij wachten voor we de brug weer overgaan. Ik ga langzaam wat bewuster aan het lopen en iets meer aan het genieten. Daarmee gaat de hartslag ook weer wat naar beneden en kom ik in de goede zones terecht voor een trailrun die best behoorlijk warm aan het worden is. Het stukje met de hoge heuvels achter de stripheldenbuurt vind ik altijd leuk, dat kun je niet doen zonder aandacht. Weer de brug over en dan heb ik geen zin meer. Ik moet mijn gedachten op een rij zien te krijgen en wel NU en daardoor gaat mijn tempo omhoog. Ik ben alles gewoon zat. Ik neem een ommetje en verbaas me erover dat ik de enige ben die de weg hier echt kent. Dan ga ik met ze mee aan het lopen en we raken aan de praat. Over de triathlon. C wil dat ook nog wel een keer doen. Ze wordt gebeld door haar dochter en we stoppen even. De zon komt er door. Dan komen we op mijn tempo-stuk langs het spoor en ik ga lekker stevig door. Mijn hartslag houdt zich eindelijk uitstekend en ik ben ook kwijt wat me dwarszat. Mijn rentijd zit er op. Ik baal een beetje dat ik mijn trailschoentjes niet aan heb, die hebben iets meer grip op alle modder. We gaan nog door het bos en eindelijk klets ik ook mee. Het zit er alweer bijna op. Het laatste stukje neem ik een sprint en de andere willen wel volgen, maar houden dat net iets minder lang vol. Ik spring snel op de fiets naar huis en dat gaat dan weer volkomen moeiteloos. Alsof ik niet net 14 kilometer door het bos heb gelopen over ongelijke paden. Maar ja, ook niet in een hoog tempo dan. Dat lijkt weer weggeëbd, dat tempo. Thuis wacht de douche en vanmiddag een verjaardag.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Beter, better en de draad weer oppakken

2 Heerlijke trainingen en toen viel ik om

29 augustus: Weer aan het werk na twee weken vakantie en een beetje moe daarvan. Hoe kan het toch dat ik zelfs buikpijn van de zenuwen heb als ik naar een fietstraining moet? Dat ik eventjes teleurgesteld ben als ik zie dat de training echt doorgaat? Mijn fiets fietste zelfs niet lekker op weg naar de groep. Ik ben er onzeker van. En dan mag ik met de langzame groep mee. Veel mensen alsnog. En een andere mevrouw en jongen zonder klikpedalen! Kijk, nu gaat mijn zin met elke trapronde omhoog. Ik fiets naast “Dees” en we gaan aan het kletsen over de F1, waar zij vrijdag ook waren. Wat een ongelooflijk vrolijke kwebbel is dat, die fleurt je hele avond in een oogwenk op. Maar we letten totaal niet op het rondje wat we fietsen en dat betaalt zich uit als we op snelheid het rondje moeten fietsen. Ik volg Dees en we constateren beide dat wij de weg niet weten en niet voorop zouden moeten fietsen! We moeten stoppen voor de bus en rijden verkeerd, waardoor het rondje langer wordt. Ik kom aardig mee en geniet van het fietsen op tempo. Omdat ik dubbel lig van het lachen van binnen. Dan fietsen we verder rond in Poort en we gaan rondjes fietsen. Ik doe mijn uiterste best om rond te fietsen op hun tempo en dat hou ik twee rondes vol. De derde ronde haak ik af en neem de afsnijroute binnendoor. Dat mag. Dan gaan we nog 6 keer die rondjes fietsen en dan als groep en sommigen krijgen een briefje dat ze moeten wegsprinten. Ik snap er helemaal geen hout van en krijg geen briefje. Ik ga meefietsen en hou het redelijk bij, maar niet helemaal. Ik geniet overigens wel van dit clubje: na een hele zomer achter de allersnelsten aanfietsen, is dit een verademing. De moeder van C is de langzaamste op haar gloedjenieuwe fiets. We stoppen na 3 ronden omdat we iets niet goed doen. Nog een keer proberen en ik blijf in de groep meerauschen. Het is inderdaad gemakkelijker. Ik wil klikpedalen: kijken of die echt het verschil maken. Dees is zo schattig om te zeggen dat ik inmiddels echt wel lekker meefiets. We gaan alweer terugfietsen en stom genoeg vind ik het vreselijk jammer. Ik kom langs een meneer te fietsen met kramp in 4 tenen en pijn in zijn voet. Die heeft de vierdaagse gelopen. En triatlons gedaan. Die stopt nu echt niet voor een “beetje” kramp! Het zijn giganten en hij lacht zich kapot om mijn verhaal van ons trouwen. En dan is de training weer voorbij. We staan nog heel lang te kletsen met Dees en haar vader, die echt mee gaan lopen in Spa volgend jaar. Ik ben enorm opgekikkerd. Buikpijn was voor niks. Energie gratis aangevuld.
30 augustus: Geen zin in rennen. Nergens zin meer in. Rotdag op het werk heeft alle energie opgezogen. Zelfs niks-doen is niet leuk. Niks is leuk vandaag. Morgen zien we wel weer verder.
31 augustus: En dan is het schema om zeep. Zo voelde het. Er stond vandaag zwemmen op het programma, maar ik wil werken en mezelf bewijzen en het liefst wil ik zwemmen en weer blij worden, maar zwemmen kan eigenlijk nog net niet. Ik heb ook slecht geslapen en dan zou zwemmen wel eens iets te vermoeiend kunnen zijn. Ik zit maar wat te werken en te dubben wat ik ga doen. Ga ik toch zwemmen? Of lopen? Of allebei niet en gewoon doorwerken? Of ga ik allebei wel doen. Wetend dat zwemmen eigenlijk nauwelijks een optie is, word ik nog ongeduriger. Om 4 uur besluit ik niet te gaan zwemmen. Wat niet maakt dat ik meer zin in wat-dan-ook heb. Een uur na het eten, om half 8 doe ik snel de renspullen aan. Ik zit nog even, maar dan moet ik toch echt gaan, wil ik voor het donker thuis zijn. Route geen idee, ik heb stom overgetikt wat er op het schema staat: 5 minuten zone 1, 8 minuten zone 2 en dan 2 minuten zone 3. En dat vier keer. Laat ik maar niet te ver weg gaan, dan kan ik snel naar huis. Ik piel met het horloge om het geluid aan te zetten en ga richting de Evenaar. Zomaar. Zone 1 voelt al aan als dikke traagheid. Dadelijk mag ik naar zone 2, acht heerlijke minuten lang. Er loopt een man voor me met zijn vrouw op de fiets ernaast. Ik ga bijna ten onder aan ambitie om ze in te halen. Daarom volg ik ze, omdat ik toch geen andere route of doel heb. Gniffel-gniffel. Ik haal ze niet in, maar ik zie wel een oude bekende van wie ik nooit had gedacht dat ze ooit zou gaan hardlopen! Ik zit inmiddels in zone 3 en ga flink door, maar ik wil wel omkeren om haar te zeggen hoe goed ze bezig is. Doe ik niet, ik moet nog iemand inhalen… Helaas, ik val terug naar hobbelzone 1, dus het gaat me niet lukken. Ik constateer dat de watten aan het oplossen zijn. Ik geniet van de prachtig gekleurde lucht en al die pokemon-vangers. Van het meisje op de racefiets zonder bel die twee hardlopers wil inhalen. Ik denk terug aan het gesprekje met de triatlete op het schoolplein vanmiddag. Ik krijg een SMSje van de andere baas, wat beter nieuws is naar ik hoop. Ik schakel heerlijk over naar zone 2 en loop langzaam zone genieten in daar langs de Vaart. Het moment om over de route te gaan denken. Het bos lokt. Lukt dat qua afstand? Zal ik echt onverhard gaan lopen? De vragen waren niet langer onzeker, ik was niet langer wattig en boos, maar ik klaarde op bij de ondergaande zon. Ik voelde langzaam aan dat het ongenoegen weg spoelde en ik begon weer te denken: aan zwemmen in de vaart, aan de tempo’s die me gemakkelijk af gingen, aan die grappige Pokemonjaagsters die ik inhaalde, aan dat prachtige licht, over wat ik de baas moet antwoorden. Ik was inderdaad wel even verbaasd hoe dat nu toch komt dat het lopen je uit een depressie kan trekken, maar toen alweer afgeleid door de prachtige wolken. Ik besloot het natuurpad te nemen. Toen ik “mijn” favoriete bospad voorbij liep, dacht ik alleen maar: waarom-waarom-waarom…. Waarom heuveltjes, omlopen, onverhard. Tot ik het poortje achter me hoorde dichtvallen, ik het geknerp onder mijn schoenen hoorde en ik heuvel op mocht. Ik lachte. Hardop. Stik maar met je gedoe op het werk. Ik hoor krekels en kikkers. Een eend in het water. Het schitterende licht. De rust. Het ruisen van het riet. De panoramafoto’s mislukken en ik ga te zacht als ik stilsta, maar het kan me geen ruk schelen. De waaroms zijn weg, de twijfel is weg en ik voel me een stuk beter. De zon gaat onder en ik duik het bos in. Anders is het te ver om. Jawel hoor, onverhard smal pad en zone 3. Waarom ook niet?! Als iemand vanmiddag had gezegd: ga je lekker uitleven in het bos in zone 3 over te smalle paden, was ik ingestort. Nu was het precies wat ik nodig had: snelheid, behendigheid en een beetje lef. Zone 1 stond ik weer op het fietspad. Ik hobbelde nog een bospad terug en in mijn koppie was ruimte voor het antwoord aan de baas, mijn eigenwaarde en een heldere kijk op de zaken. Nog een keer op hoge snelheid over het brede onverharde pad. Ha! Ik loop er gewoon lekker van te genieten. De brug op laat ik zone 2 wat hoger zijn als compensatie voor het stilstaan daarstraks. Ik word omringd door krekels. Het ruikt naar een zomeravond. Vochtig en bloemrijk. Ik zie de drone en ga over het skeelerpad. Ik heb last van spieren die ik nog niet kende: een combinatie van fietsen en stress? Het is niet ernstig. Ik geef nog een keer alles in zone 3 en had net tot het bruggetje willen komen, maar dat lukt niet binnen het uur. Ik hobbel naar huis in een fijn eigen tempo en precies voor de deur kan ik nog tien kilometer bijschrijven in augustus op de loopkalender. Toch weer 140 kilometer gerend. En bijna drie keer zoveel gefietst. En gezwommen. Waarom dacht ik vanmiddag ook alweer dat ik niks kon? Als ik uit de douche stap, verbaas ik me er nog over dat een rondje hardlopen zulk een goed medicijn kan zijn.
1 september, 2 september: Ik slaap. Op donderdag 1 september kruip ik doodmoe terug in bed en ik slaap verder en verder. Ik ben twee keer wakker en sta pas tegen half 6 op. Geen koorts, geen extreme pijn ergens, maar ik en moe-moe-moe en moe. Ook de hele nacht slaap ik moeiteloos verder. Vrijdag werk ik een uurtje om daarna weer voor langere tijd op de bank in slaap te liggen. Ik wil morgen wel zwemmen, maar ik vraag me af of dat verstandig is. Voor de trainer hét bewijs dat het niet verstandig is! Daar leg ik me – letterlijk- maar weer bij neer. Het stukje naar school fietsen is een wereldopgave en bij de keyboardles hou ik met moeite mijn ogen open. Vroeg naar bed is geen enkel probleem!
3 september: Ohja! Ik ben op en ik scharrel rond. Ik maak me zorgen of ik overspannen ben, want de mails van het werk brengen me keer op keer uit evenwicht. Of misschien ben ik overtraind? Dat zou ook raar zijn, want ik bouw het niet te snel op ofzo. Misschien heb ik een ijzertekort: daar lijkt het op. Tijdens Vincents zwemles (hij wel 😐 ) lopen we door de stad en daar ben ik extreem moe van, vallen mijn ogen dicht in de auto op weg naar huis. Ik snap het gewoon niet: een paar dagen geleden liep ik nog heerlijk en nu lukt NIKS me meer. Ik word moe van de winkel, van opstaan, van de wasmachine aanzetten!
4 september: Vandaag een stukje fietsen mag van de trainer. Maar ik kan het gewoon nog niet. Ik ben nog draaierig, ik ben nog moe en ik kan weinig onthouden. De hele dag ben ik wakker, ik klets met het bezoek (maar moet soms drie keer iets vragen) en ik drink veel ferro-ranja. Ik ben bang dat ik me aanstel, maar ik blijf me zo ontzettend moe voelen! Het fietsen lukt ook niet omdat het zoveel regent vandaag, maar ik weet dat het de werkelijke reden niet is. Zat ik vorige week nog boordevol energie, nu is het nergens meer te vinden en daar baal ik van. En nu ga ik weer slapen (het is 9 uur ‘s avonds).

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2 Heerlijke trainingen en toen viel ik om

Les Ardennes – rond Malmedy en weer thuis rond Almere

23 augustus: wandelen en fietsen. Vanmorgen gingen we met zijn drietjes wandelen. Gisteren hebben we de banden van de fietsen gerepareerd en heb ik me een helm gekocht, maar ik was op een step niet bij te houden voor een kleine jongen. Over een weg met losse stenen. Omlaag. Die weg liepen we vandaag weer omlaag, maar dan helemaal tot in Malmedy. Het is tien jaar en blijft maar kwebbelen: rara, over wie heb ik het… In Malmedy was het ook al lekker zonnig en aten we een ijsje. Toen weer naar boven door het bos. Ik deed de route die ik eerder ook al gerend had, maar dan met de klok mee. We liepen vrolijk door het zonnetje deze keer, hoewel er hier en daar nog modder lag. Voor mij is dat stukje maar 6 kilometer. Toen was het tijd voor petanque in de tuin en zitten en ranja drinken op het terras. Maar dat is niet mijn specialiteit: zeker niet als er een fiets in de schuur op avontuur staat te wachten! Dus tegen 5 uur vertrok ik met mijn nieuwe helm op en mijn nieuwe fietsshirt aan. (ik had de rest ook aan, maar dat is niet nieuw meer). Eerst het enge steentjespad af naar beneden. De remmen kraakten ervan toen ik Malmedy in ging! Ik had een wandeling uitgezocht die gemakkelijk was en die met een kinderwagen ook te doen was. Nou, dat was tot op zekere hoogte een goed idee: maar het dorp Malmedy verlaten in de avondspits met een fiets is anders dan lopend. Ik was binnen een minuut de markering van de liggende blauwe rechthoekjes kwijt. “Terug naar start” en opnieuw proberen. En dan ontdek ik meteen dat er paden zijn waar je wel mag wandelen, maar tegen het verkeer in fietsen is dan niet zo handig…. Ik ging het dorp uit en het ging omhoog. En omhoog. En Omhoog. Nergens meer een blauw rechthoekje te zien. Omhoog. Het werd me te gek en ik moest wel afstappen en wandelen. Blij dat ik geen kinderwagen bij me heb!! Ik moet nog maar een keer op en neer rijden om heel goed naar het bordje te kijken. Ik kom op de vlakkere wegen door het bos en ik ga erg aan het genieten. Het uitzicht is prachtig. Ik maak een foto van mezelf met de zelfontspanner. Ik neem alle tijd vandaag. Dit zijn maar 13 kilometer: makkie. (weer een inschattingsfout). Het gaat op en neer en de grootste makke zit ‘m in het vinden van de route-aanwijzingen. De wegen zijn zelf prachtig. Ik durf al een heel stuk sneller naar beneden en ik vlieg! Kijk, dat is dan weer top aan fietsen. Ik ga weer een keer terug voor de route-aanwijzing, maar die blijkt op zijn kop te hangen, omdat de bovenste spijker heeft losgelaten. Nogal een verschil tussen een pijltje links of rechts, hahaha. Dan ben ik op een smal pad beland. Kinderwagen-onvriendelijk, maar top voor een mountainbikester. En dan ga ik nog maar een keer de fout in met de route. Ik zie aan de overkant van het dal ons huisje bijna liggen, maar de weg loopt dood. Ik durf niet nog een keer langs de grasmaaiende dame en kies een gaaf bospad uit. Ik kom op een grotere weg en warempel: daar stikt het van de blauwe rechthoekjes! Ik volg het pad terug naar waar het mis ging en zie nu pas dat er inderdaad twee pijltjes op 1 bordje staan. Ik ga de goede kant weer op en steek de weg over. Ik passeer wat kinderen die net leren fietsen. Ik kom weer op de weg waar ik net al was en nu begin ik het een beetje zat te worden. Ik sta straks weer midden in Malmedy en dan moet ik dat rotpad omhoog, terwijl ik nu weet welke kant ik liever op wil terug naar huis. Ik twijfel nog even, maar als ik weer een eind moet stijgen, besluit ik de korte route naar Malmedy te nemen. Verharde wegen, naar beneden. Ik kom uit achter de Lidl en de sportwinkel. Precies goed. Dan ga ik de Ravel op. Dat was vroeger een spoorbaan, maar nu is het een verhard fietspad geworden. Ik hoop onder bij de snelweg te komen en dan de verharde weg naar het huisje te kunnen volgen die we met auto ook nemen en die de prachtige naam “Chemin du Bois du Loup” draagt, wat werkelijk gaaf is als de navigatie dat uitspreekt. Ik kom eerst door een stoere tunnel, waar de lichten voor mij aangaan! En dan langs de snelweg, waar ik de tentenkampen voor de F1 al zie verschijnen. En dan kom ik de Ravel niet meer af. Ik besluit om te keren. Er is 1 plek waar ik er tussendoor kan piepen, misschien kom ik dan op de rotonde. Ik ga de verkeerde kant op en daar waakt een hond die goddank aan een ketting zit. Ik stuit aan de andere kant op een 80-weg en ik kan daar absoluut niet fietsen. Terug de Ravel af dus tot in Malmedy. Ik wil naar huis en ik besluit het wandelpad naar boven te nemen. Ik ga wel een stukje lopen hoor. Eerst moet ik de rivier over en dan ben ik bij de bronnetjes en ga ik door. Dit stuk is veel te steil om te fietsen, het is onmogelijk. Dus ik wandel met de fiets in de hand, wat het ook niet gemakkelijker maakt. Inmiddels ben ik hier voor de derde keer (vorige week was ik hier nog nooit geweest), dus ik weet hoe ver ik moet stijgen. Ik SMS Rob dat ik nog leef. En dan kom ik op de brede bospaden. Hier kwamen we vanmorgen brommers tegen, dus ik verwacht ook wel een beetje te kunnen fietsen. Dat is gaaf. Of meer dan dat. Bospaden, modder, zonnetje en een portie lef. Ik maak een leuke foto en ga dan door. Ik weet dat er nog een vet stukje stijgen aankomt, maar dit is beter dan al die losse stenen. Naast de snelweg moet ik even wandelend omhoog vanwege de steilte. Dan stijg ik op met het idee niet meer af te stappen. Ik ben moe, ik heb trek en ik voel beide door mijn lijf trekken en mijn geest licht vertroebelen. Ik fiets, ik trap, ik ga door de modder, ik zweet me kapot en ik ga maar door. Ik wil nog een foto maken, maar ik ben niet snel genoeg op mijn fiets en de telefoon meld ‘vol’ te zitten. Ik wil het nog een keer proberen, maar ik besef dat ik gewoon door moet gaan in het goud van het zonnetje. En dan net voorbij het monument, als ik rond ben, dan ontwaar ik daar mijn schatje op zijn stepje die mij komt ophalen. Ik heb 24 kilometer gefietst en daar heb ik meer dan 2 uur over gedaan en ik ben vies, bezweet, modderig, moe en ontzettend trots en tevreden.
24 augustus: “Zullen we naar het zwembad gaan?” vroeg ik blij, maar ze knikten allebei nee. Ze gingen liever fietsen… Mountainbikes huren bij Coo. Het werd bloedheet! Maar goed, ik ben de beroerdste niet: camelbag mee en gaan dan maar. Ik had zadelpijn. Geen last van welke spier dan ook, nee ik heb zadelpijn. Na een klein stukje weg beginnen we meteen te stijgen. Over ongelijke steentjes. Door de felle middagzon. Vincent moet al snel lopen, Rob ook en ik tenslotte ook. Ik zweet me al kapot als ik boven kom. Naar boven is nog niet zo erg als over die ongelijke steentjes omlaag. Dan schud alles. We wandelen vaak. Het allerleukste is het om dwars door de modder te gaan! Ik doe het 1 keer voor en wordt gaarne gevolgd. De druppels zijn een fijne verkoeling! We volgen een route van de verhuurder van ‘slechts’ 23 kilometer. Blauwe pijlen volgen we. Dat gaat beter dan een wandelroute! Voor Vincent is het echt erg zwaar. Die is gewend aan fietsen op snelheid, niet aan dit geploeter! Wind is in onze polder een metgezel, maar de zon en 30 graden is thuis (of waar dan ook) een reden om heel stil te blijven zitten. Ineens staan we aan het allereerste kampterrein waar ik met scouting zat. Heel apart hoe ik dat onmiddellijk als de standaard herken. We gaan weer naar boven en ik ontdek dat ik nog een heel voorverzet kleiner kan! Ik heb tot nog toe alles vanaf standje 6 geschakeld ofzo. Nu wordt het bijna gemakkelijk. Ik fiets wel door, die benen van mij die blijven maar rondjes draaien. Totdat… het zweet me zo pijnlijk in de ogen loopt dat ik wel moet stoppen. Met ogen dicht fietsen is ietsje teveel gevraagd! Boven in het dorpje (en de schaduw) wacht ik op de rest. En dan zijn de heren stuk. Onbegrijpelijk voor mij. Niet dat ik me nog heel fris voel, maar helemaal kapot – nee, bij lange na niet! Dat ik moet zitten, nee, zo ver ben ik nog (lang) niet. Ik moet het zweet wegvegen en drinken. Ik voel me net een mama-kameel met mijn rugzakje vol water. Blij dat ik de rugzak heb deze keer. We steken het dorpje door en even wordt het pad zo smal dat ik terugga om te kijken of Rob en Vincent het ook gevonden hebben. Ik vind de schaduw een verademing. Dat gaat wel lekker. We komen bij een ‘gué’: een oversteekplek van het water. Ik stap over de steentjes met de fiets in de hand, Vincent neemt de brug en Rob: die gaat er dwars doorheen op de fiets! Dan komen we in La Gleize zelf en bij een restaurantje. Plof. We drinken iets. Eigenlijk zou eten ook goed zijn, maar ik heb er geen zin in. Ik wil verder fietsen! Terwijl de mannen een grote ijs verorberen, ga ik het stukje extra fietsen. Eerst over de weg en het asfalt. Ik word nagefloten en aangemoedigd door een passerende auto. Daarna omlaag. Heerlijk! Maar ik ga te hard omlaag. Gelukkig heb ik de kaart bij me en ontdek ik mijn fout als ik de rails oversteek en dus… weer een paar kilometer terug naar boven moet. Ik besluit de verharde wegen te volgen en terug naar La Gleize te gaan. Het is even zoeken en rommelen, maar als de ijs op is, kom ik er weer aan. Gedrieen gaan we verder. Omlaag. Over de steentjes. Not my cup of tea. We gaan dwars door riviertjes heen (of nemen het bruggetje). En dan weer naar boven. Ik merk dat mijn energievoorraad leeg aan het raken is. Logisch, want ik probeer weer eens op 3 boterhammen en een cola te sporten. Ik weet het, ik weet het… Dan hoor ik Vincent roepen beneden en ik fiets pissig terug. Maar hij heeft gelijk: zijn binnenband en buitenband lijken van plek te hebben gewisseld en zijn achterband is niet meer te draaien. Ik sleep de fiets omhoog en Vincent mijn fiets. Rob gaat de band plakken en terugleggen. Ik baal er alleen maar van dat dat in de volle zon moet gebeuren. Ik vreet net op tijd een paar stroopwafels weg en een handvol colaflessnoepjes. We gaan een stukje verder omhoog en dan zijn we op de top. Dan naar beneden. Daar is mama niet zo’n held in! We komen onderaan bij het spoor en daar is Vincents band echt lek. In de schaduw van een bus plakt Rob de band. Held. Onder het spoor door raken we de pijlen kwijt. Ik herken dit stuk van vroeger. Hier hebben we een wandeling met GPSen uitgezet. Dadelijk komen we bij de hoge spoorbrug. We moeten Vincents band blijven oppompen. Volgens de kaart klopt onze route nog precies. Door de modder, door de vermoeidheid, door de zon en door de huurtijd heen. Nog een keer omhoog in de brandende zon op die rotsteentjes. Laat dit de laatste keer zijn! Nog een keer de band oppompen. We zien de blauwe pijlen weer en hopen dat we binnendoor kunnen en niet om het stuwmeer meer heen hoeven. We gaan naar beneden en blijven fietsen: gewoon omdat dat sneller gaat. En dit een behoorlijk prettig bospad is met minimale stenen. Dan zien we PlopsaLand en een opening naar de parkeerplaats. Zonder aarzeling nemen we de shortcut. Ik ben nijdig door gebrek aan energie. Nog een heel klein stukje langs de weg en dan leveren we de fietsen in. Ik loop nog 40 meter om aan de 19 kilometer te komen. Bijan 3 uur over 19 kilometer! Als Rob ooit nog zegt dat ik langzaam ga in de Ardennen, onthoud ik dit! We willen alleen maar naar de douche, het huisje, de koekjes en de schaduwen. ‘s Avonds hebben we allemaal een hoop friet verdiend bij de Quick. Of ik moe ben? Jawel. Maar niet zo kapot als de rest. Ik laat mijn trail er morgen niet voor lopen, of juist: wel lopen?!
25 augustus: Wel zeker hardlopen! Terwijl het eerste dagen regende hier, is het nu tropisch heet. De dertig graden worden hier in de Ardennen ook gehaald. Vroeg hardlopen dus. Heel vroeg! Om half 7 staat mijn wekkertje en even voor 7 uur loop ik weg met mijn camelbag en mijn buikje gevuld. Ik ga de gele rechthoekjes volgen: een route van 13 kilometer. Op de valreep heb ik nog een foto gemaakt van de kaart. Ik ga eerst over het asfalt. Dat is nu nog koel, als de zon er straks op staat, zal het niet meer te harden zijn. Die zon komt al fel over de heuvel gepiept. Ik kom twee auto’s tegen op dit onzalige uur en dan ben ik het asfalt alweer een beetje zat. Ik ga toch niet hard. Ik mag het bos in. Nou ja, vroeger was dat bos, nu is het omgehakt. En daarmee is de route ook weggehakt. Ik klauter over bomen en ga het bos in zonder pad. Het gaat steil naar beneden. Na een heel smal pad (of is het een drooggevallen beekje?!) kom ik op een breed pad. Ik weet niet of ik naar links of naar rechts moet en raadpleeg de foto van de kaart. Raadselachtig: waar ben ik precies en waar moet ik heen… Ik wil graag naar het herkenningspunt bij de Ermitage. Dat is naar rechts en daar kom ik prima uit. Ik zie waar de gele route vandaan had moeten komen. Er staan bordjes alle kanten op. Ik wil niet naar Malmedy, niet nu tenminste. Ik probeer de beste route te kiezen, maar blijkbaar is het daar te vroeg voor achteraf bezien. Ik ga langs de Ermitage, een mooie kluizenaarskerkje. En dan door het bos omhoog. Het is heerlijk koel en rustig en vredig hier. Ik klim behoorlijk en het tempo lag al niet zo hoog… Ik ga tussen varens door, langs wortels en door de meest sprookjesachtige bossen. Hoe langzamer je gaat, hoe langer je kunt genieten. Eigenlijk is er elke keer iets: even naar het mooie uitzicht kijken op Malmedy (toen had ik als goed kaartlezer al bedenkingen moeten krijgen, maar hé, het was nog vroeg in ochtend!), een snoepje pakken, even op de kaart kijken, een enorme stijging. Het tempo en ritme bleef uit. Ik kwam op een breed verend bospad – ideaal voor een stukje doorrennen, maar daar klonk me een eng beest! Het was een onzichtbare vogel (denk ik), die geluid maakte als een groots beest in dat stille bos daar! Over de eerste 5 kilometer deed ik bijna een uur. Fijn hoor, die tempo’s in de Ardennen…. NOT. En toen ging ik de laatste bocht om en stuitte ik op hertjes. Ik dacht te weten waar ik was en ging naar rechts richting kruisbeeld. Ik liep onder hoogspanningsmasten door en toen zag ik de zendmast opdoemen. Nu moest ik op de kaart kunnen vinden waar ik was! Maar aan de vorm van de huisjes te zien en die zendmast…. Ik was bijna weer thuis. Ik was pas een uur onderweg. Nog een keer dat bos, dat asfalt; dat was te ver. Terug naar huis? Dat was te vroeg. Ik keerde om en zou naar beneden lopen naar Malmedy en daar op het bekende pad een andere afslag nemen. Het warmde inmiddels al op. Ik nam me voor een kilometer lang hard te lopen en dat ging goed. Ik daalde en nam een pad door het bos omhoog langs prachtige rotsen. Ik dacht aan de andere kant uit te komen boven Malmedy, maar ik stond weer op de plek bij het kruis, bijna bij de zendmast, waar de hertjes nu al lang weg waren. Toen dacht ik: ik neem gewoon hetzelfde pad terug als daarstraks tot de Ermitage. Het ziet er van de andere kant toch anders uit! En ik ga nu lekker doorlopen. Ik blijf gewoon rennen. Dat lukte beter. Of dat nu kwam door het bekende pad, doordat het iets meer daalde, doordat ik snoepjes had gegeten. Het ging erg lekker tegen de zon in. Ik nam een zelfontspannerfoto en rende weer verder. Bij de Ermitage begreep ik mijn fout. De weg waar ik uit kwam, had ik ook in gemoeten. Voor de omweg was het nu te laat, dat zou te ver om zijn. Ik nam deze keer de afslag naar Malmedy en nam me voor anderhalve kilometer lang te blijven rennen. Echt prettig als het ritme er een beetje in zit. De tweede vijf kilometer had ik in 50 minuten gedaan. Nog niet echt een top-snelheid, maar toch altijd leuk als de tweede helft sneller gaat dan de eerste! Ik kwam langs de trimbaan, langs het zwembad (jaren zeventig ellende) en liep over de stoep Malmedy in langs de wegwerkzaamheden. Ik rende lekker door tot ik bij de brug was. Ging ik nog helemaal omlopen? Nee, ik was het wel een beetje zat, ik was al twee uur onderweg en ik moest wel een beetje een toilet zien te vinden. Omhoog zou zwaar genoeg zijn, juist omdat ik dit pad inmiddels heel goed ken. Ik wilde wel rennen zolang er asfalt was, maar het ging niet meer echt. Flink doorwandelen dan maar. Ik nam nog een foto van het schattige ezeltje en stapte omhoog. Dan maar een dip in het toch al lage tempo aan het einde! Ik wilde best nog een ommetje maken door het bos, of toch niet, of wel: ik keek even, maar was verstandig genoeg om terug te gaan naar het huisje. Gek is dat: eigenlijk wil je zo lang mogelijk door en ik ‘mocht’ dan ook 2,5 uur volgens het schema, maar aan de andere kant is genoeg ook genoeg en vond ik 2 uur prima de luxe. Als ik wilde rennen, merkte ik dat ik nog meer naar de WC moest. Na 9 kwartier was ik weer bij het huisje. Er stonden 12 kilometer op de teller. Soms gaat het niet om hoe-ver, maar om de belevenis. ‘t Was een ware speurtocht.
26 augustus: Vroeg op, inpakken en naar het circuit van Spa Francorchamps wandelen met de camelbag vol water en de rugtas vol drank. Dat is nog een fijne wandeling over de heuvels en vol verwachting! Het is warm op het circuit, we zitten in de zon en genieten van de race-auto’s. Het is allemaal indrukwekkend. We lopen nog een paar keer over het circuit op en neer door de drukte en blijven veel op het stoeltje zitten kijken hoe Max Verstappen de snelste is in de trainingen. Ik ben erg moe als we teruglopen naar de auto, maar we zullen de heuvel nog een keer over moeten! Daarmee hebben we het qua sport voor deze dag wel gehad!
27 augustus: Op de planning staat nog een nuchtere onverharde loop voor het ontbijt. Welke dag beter dan deze, nu er geeneens ontbijt in huis is?! Ik ga dus vanuit bed met een glas water de onverharde paden van Almere opzoeken in de laagste zone. Het is bijna koel te noemen met de wind, haha. Het tempo ligt laag. Omdat ik gewoon nog wat moe ben. De heuveltjes in het park zijn altijd al niks, maar nu voelen ze echt lachwekkend. Ik maak een klein ommetje door het bos en ga de brug op. Ik loop gewoon langzaam aan en ga proberen de drie kwartier vol te krijgen. Het is allemaal bekend hier en ik kan mijn gedachten net zo goed horen als de auto’s. Grappig dat ik het lekker koel vindt, terwijl het al bijna 20 graden is op deze stille zaterdagochtend. Ik maak een fotootje en loop lekker kalmpjes aan tegen de zon in. Dit gaat lekker, denk ik. Ik hou mijn hartslag in de gaten en die hou ik echt laag. Ik heb wel wat trek ondertussen en ik moet eigenlijk naar de WC. Ik hobbel gewoon verder, maak nog een foto en ik ga wat rekenen of ik wel genoeg track heb tot de AH voor drie kwartier. Ik maak een lang ommetje over het pad langs het spoor en dan neemt de honger het wel zo’n beetje over. Ik heb niet veel zin meer, maar er volgt een heel lang geasfalteerd stuk tot de brug. Van de eerdere energie is niet meer veel over. Op de Evenaar ga ik wel weer door het gras, maar het gemak is verdwenen. Ik heb het heet in de zon en zwaar. Ik hobbel vooral door omdat ik er dan eerder klaar mee ben en eerder bij de AH ben. De drie kwartier haal ik gemakkelijk, en de 6,5 kilometer haal ik met moeite. Het blijft wel heerlijk een loopje in zone 1.
‘s Middags op naar de zwemles. Ik durf het aan… Ik ga in het ‘grote bad’ mee zwemmen. Ik ga het wel zien. Vooraf zie ik er tegenop, als ik het heerlijk koele water in spring ben ik alleen nog afwachtend. (Het lukt me wel). De lieve zwangere K is erbij om de opdracht te “vertalen” en ik heb haar al snel nodig! 5o Meter is het bad op en neer zwemmen en we gaan drie slagen op drie manieren elk 50 meter doen. Eerst de borstcrawl alleen benen (stom plankje), dan alleen armen (dat kan ik!), dan de hele slag (blijft toch lastig om recht te liggen, te flipperen, te blijven maaien én adem te halen). Daarna de rugslag alleen benen (dat lukt me wonderwel om vlak te liggen, ook als trainer R me maant nog strakker te gaan liggen), rugslag alleen armen (wat je wil) en dan de hele rugslag (voor de eerste keer in mijn leven valt het niet tegen!). Tot slot de schoolslag alleen benen (bah), dan alleen armen (dat is pas lastig zeg, ik ha het niet kunnen verzinnen) en dan is de rest al klaar en ik nog niet precies (ik had de hele schoolslag nog moeten doen) maar dat vind ik niet erg. We moeten twee keer 50 meter armen doen. Dan bedoelen ze de borstcrawl. Dat vind ik niet zo erg, dat kan ik wel hoor. En dan de hele borstcrawl, ik weet niet hoe vaak (voor mijn gevoel heel lang). Ik krijg nog maar een keer van R te horen dat ik echt alleen mijn hoofd moet draaien om adem te halen en mijn hoofd niet uit het water mag halen omdat ik dan meer kracht nodig heb (wat wel een mooie training is, maar overbodig) omdat ik niet meer vlak lig. Dan moet ik het rustiger aan doen (nog rustiger?!). De zwangere is al naar de snellere baan gegaan. Ik zwem met twee heren, 1 oudere man en een man die voor de eerste keer komt. Ik weet niet wat we nog meer doen, maar ik doe mee de rugslag (prima, dat is bijna een makkie), de benen alleen (dat gaat zo langzaam, maar dan kan ik wel oefenen met alleen het hoofd draaien) en ik doe echt erg mijn best om alleen mijn hoofd te draaien. Ik voel het verschil goed, maar het gaat ook nog vaak mis. Ik word moe. Dat voel ik heel goed, maar ik geef het niet op. Ik ga echt wel door. Ook de laatste keer 100 meter en dan ga ik langzamer en lukt het wel. We zouden het laatste baantje zo hard mogelijk moeten zwemmen, maar mijn beentjes en armpjes hebben de kracht niet meer. De bodem lijkt steeds dichterbij te komen. De oudere man is gestopt. Ik heb moeite met het bad uit klimmen, zo moe ben ik! Ik sta echt even op mijn beentjes te zwaaien. Als camouflage vraag ik K uit over haar vakantie. Maar ik heb het wel volgehouden! Ik heb het gedahaaan!
28 augustus: NIKS doen. Dat valt niet mee, maar ik doe het vandaag toch! Ik heb genoeg gefietst, gerend, gewandeld en gezwommen. Of zal ik nog even op Scott een vlak rondje doen? Half uurtje? Anders is de Apple-watch zo saai met 0 minuten training. Twijfel-twijfel….. Nee, ik doe gewoon eens echt een dagje N I K S

Categories: Uncategorized | Comments Off on Les Ardennes – rond Malmedy en weer thuis rond Almere

Na de Ardennen: leren zwemmen, rennen en weer de Ardennen in.

15 augustus – Beetje spierpijn in de bovenbenen. Een heel klein beetje. Meer niet. Geen blaren, geen pijn. Geen wondjes. Misschien een klein beetje verbrand in mijn gezicht. Maar MOE. In kapitalen. Ik sliep niet al te snel gisteren en vanmorgen om half 8 stond Vincent langs het bed. Intens moe. En vol verhalen en herinneringen. Tja en dan staat er op het programma een fietstraining. Uit compassie met de mede-TVA’ers laat ik die achterwege. Ik kan me moeilijk concentreren en dan is in de groep fietsen niet zo veilig. En ik ben niet zo snel. Dus ik charter de rest van de familie en paai ze met een bezoekje aan de McDonalds. De avond is mooi. Het stikt van de hardlopers. Ik fiets met moeite. Mijn bovenbenen en knieën doen steeds iets meer pijn en wat ben ik moe! Ik moet elke keer moeite doen om de route goed te bepalen. Ik hoeft niets bij de Mac. We fietsen een ruim uur. Het is wel lekker, maar de vermoeidheid zit iets dieper nu. Op tijd naar bed!
16 augustus – De Tol Betalen. Dit was ‘m: de Rustdag. De Rustdag van de maand. Nou ik vond het helemaal NIKS. NIKS NIKS NIKS. Ik stapte met het verkeerde been uit been, de bovenbenen hadden toch besloten dat ze recht hadden op een flinke dosis spierpijn, ik bleef moe en voelde me lastig en vervelend. Ik kon niet goed denken (welke moeder vergeet er nu een lunch als ze om 11 uur afspreekt in de natuurspeeltuin), ik had nergens zin in. Eigenlijk was het een grote ONRustdag. Niks voor mij. Snel vergeten. Morgen weer beter!
17 augustus – Onze kinderen gingen fietsen. Wij moeders keken ze na. Daar gingen ze: haar dochter van 25, mijn zoontje van 10 samen op de racefiets voor een rondje om de Oostvaardersplassen. En zo hadden wij moeders de handen vrij om lekker een rondje te lopen. De spierpijn was nog niet helemaal weg, maar we zouden langzaam aan gaan op deze zonnige dag. Lekker eerst asfalt, daarna bos en ik voelde wel dat er momenten zijn waarop het gemakkelijker ging, maar het tempo lag heerlijk laag en ik hield het gemakkelijk vol. Ook in de zon. We kletsten lekker door. De paarden stonden er nog en de gele planten roken nog altijd zalig. We gingen terug over het fietspad langs de Oostvaardersplassen. Fijn in de volle zon, maar dat deert me niet meer zo erg. Ik voelde mijn bovenbenen nog wel, maar langzaam aan liep ik de spierpijn er wel uit. Het is zo mooi langs de plas, zo weids en groots. We stopten even op het uitzichtspunt. Ik kreeg trek. Vandaag is het de niet te stillen honger die me onrustig maakt. Wat doe ik dan? Dan ga ik dus op het intervallenpad versnellen. Kijken hoe leeg je kunt raken. Met als enige gevolg dat ik aan niets anders meer dacht als aan de eierkoeken thuis. Nog 2 kilometer door de parkjes…. Ik had gewoon geen zin meer, wilde alleen maar eten-eten-eten. Ik werd er vervelend van en droeg Joyce op om maar iets te gaan vertellen. Maar ja, met 9,7 kilometer kunnen die eierkoeken nog zo hard roepen, er wordt toch een rondje omgelopen van 300 meter hoor! De cooling-down kon het echter niet meer winnen van de eierkoeken! hap slik weg. met zijn vieren tegelijk en een glas water.
En dan zwemmen enige uren later. Natuurlijk zag ik er een beetje tegenop, ik was wat laat en ik weet niet wat ik nog kan na een week niet in het water te hebben gelegen. Ik ga eerst trappelen met mijn benen achter het plankje aan. Vandaag wil ik de hele borstcrawl graag combineren, waar ik voorheen nog met het achtje zwom om zo recht mogelijk te liggen. Ik oefen de ademhaling ook vast, maar dan zit inderdaad je arm in de weg met het plankje. Na een kwartier pak ik de armslag op en warempel het voelt helemaal vertrouwd en gemakkelijk. Toch nog maar even met achtje. Ik moet nu wel ademhalen. Dan zegt de trainster mij dat mijn slag helemaal goed is *trots-trots-trots*, maar dat ik mijn hoofd bij het ademen echt nog veel meer in het water moet houden. Ze verzekert me dat mijn halve brilletje in het water moet blijven! Ik doe mijn best verder en begrijp haar wel, al is de praktijk weerbarstiger. Als ik er van uit ga dat ik niet alleen adem haal om in te ademen, maar vooral om onder water uit te blazen, wordt het veel gemakkelijker. De focus ligt dan anders en hoppa – I got it! Ik ga mijn rondjes cirkelen en 5 rondjes haal ik gemakkelijk. Ontdekking van het moment: lachen in het zwembad is niet zo geschikt, maar zwemmen kan wel tot op zekere hoogte met ogen dicht! Ik ben wel bang voor het diepe en ik stel het uit. Ik zwem nu ook twee rondjes zonder achtje als hulp. Vijf minuten achter elkaar blijven zwemmen vind ik nog best lastig, of is het pierebadje daarvoor te klein? De grootste winst zit m daarin dat ik niet meer bang ben in het water. Als de andere klaar zijn, spring ik in het grote bad. En ik zwem met een achtje naar de overkant op een borstcrawl. Het is nu niet meer zo druk, maar ik kan het!! Het lukt me!! Zonder ademnood, zonder al te veel angst voor het diepe gedeelte zwem ik naar de overkant en ook weer terug. Ik ben zeer trots op mezelf. Een enorme overwinning. Als ik niet zo moe was, was ik huppelend naar huis gegaan. Ik dacht tijdens de trail zondag: “is dit net zo zwaar als een marathon” en toen dacht ik erbij: nee, het is net zo zwaar als drie zwemlessen achter elkaar. Ik word doodmoe van dat uurtje. Respect voor mensen die uren achter elkaar blijven crawlen! En dat in vies, diep, koud buitenwater waar je niet kunt staan. Maar er komt een dag dat ik dat ook kan. Jaartal onbekend. Work in progress.
18 augustus En ik ga door met zwemmen. Er staat een zwemtraining voor morgen, maar die begint om half 7 ‘s morgens. Ja doei. Vandaag is Vincent op de BSO, ik ben erg onrustig en het warme zwembad is open en dat is wat dieper, maar nog niet heel diep. Ik ben de enige beetje officiele zwemmen tussen de bejaarde schoolslag-lieden. Ik ga eerst met achtje de ademhaling nog dooroefenen. Opeens heb ik door met wat ze bedoelt over de golf waarin je kunt ademen! Dan kijk je niet naar het plafond en kun je echt je ogen dicht doen! Al vinden de andere mensen in de baan dat geen goed idee. Dat is toch wel raar, die andere mensen. Ik heb de hele tijd het idee dat ik ze in de weg zit. Terwijl hun schoolslag veel meer ruimte inneemt. Ik ga ook met de beentjes flipperen, maar dan is het verschil in tempo ook erg groot. Ik leen een plankje. En dan is het alles in 1 keer proberen, zonder achtje. Ik snap het hoor! Je moet wel met je benen wiebelen om te blijven liggen. Ik ben bijna in tranen van trots dat ik zonder moeite, zonder te verdrinken, zonder onderbreking, zonder angst een hele baan kan crawlen! En daarna volgt heen en weer. En nog eens. Het bad is bijna te kort! Ik ga plat liggen en ga vanzelf aan het flipperen en crawlen. Ik hou mijn hoofd onder water en het gaat vanzelf nu. Niet snel, maar ik heb het onder de knie!! Ik ga ook nog een rondje onder water blijven en dat hou ik een hele baan vol. Dat stelt me helemaal gerust: ik ga echt niet zomaar verzuipen. Het laatste kwartier doe ik even rustig aan met een schoolslag (onding) en met het achtje terug. Op mijn rug zwemmen (dan val je helemaal in slaap) Ze zetten een soort van stroming aan en ik wil nog 1 keer op en neer op mijn snelste borstcrawl. Ik zal niet zeggen dat ik door kan naar baan 6 bij de TVA, maar het valt me niet tegen qua tempo en kracht. En dan ben ik kapot. Blijf at ik niet meer hoeft te fietsen en blij met de salade lunch die mijn vriendin voor me heeft gemaakt.
‘s Avonds hardlooptraining. Even word ik wanhopig als ik Merijn zie staan, maar hopelijk doet R de training. R gaat echter zelf verder lopen en geeft geen training. En ik had al zo geen zin…. Gelukkig voor mij doet K het eerste deel van de training. Mevrouw die de hele triatlon heeft gedaan laat ons inlopen. We lopen behoorlijk door, maar ik hou het prima vol. Het heuveltje op naast het viaduct vind ik echt een lachertje na zondag! Meewarig luister ik naar het gemopper om me heen. De tweede kilometer lopen we helemaal door met 5:36, maar ik krijg het er alleen maar warm van. We doen een paar oefeningen en dan neemt Merijn de training over. Van mijn rustige zone 1 training blijft weinig meer over. We lopen een steigerun in en ik ben duidelijk de minst snelle van dit stel. De langzame dames doen 50 minuten over hun 10 kilometer, bereken ik zo aan hun z3 tempo. Ikzelf heb al veel te lang geen 10km meer gelopen om te weten wat mijn tijd is. Maar 50 minuten; dat kan ik niet meer hoor. Beetje loopscholing en dan volgt een moeilijk uitleg: 4 rondjes baan, daarna tegengesteld lopen, dan 3, dan 2, zone 2, 3 en 4. Nou ja, het komt er op neer dat we eerst een rondje in zone 1 lopen en dan loop ik met 2 dames en 1 man al achterop en in zone 2. Daarna meteen door voor een rondje zone 2. Ik loop nog met ze mee, net in zone 2. Daarna zone 3 en dan hou ik ze al niet meer goed bij. Vervolgens een ronde in zone 4 en ik ga gewoon zo hard ik kan! Vervolgens lopen we een baantje tegen de richting in: eerst wandelen, daarna dribbelen. Wandelend haal ik ze weer bij. Dan een slokje drinken en daarna 3 rondes: te beginnen bij zone2. Ik laat de rest vooruitlopen, want ik bepaal mijn eigen tempo wel. Dat ligt niet zo hoog. Het is stom, want ik ben helemaal niet langzaam, maar het lijkt echt alsof ik niet meekom. De hele snelle jongens van 25 halen me al in, maar dat vind ik niet erg. Geweldenaren! In zone 3 ga ik tegenwoordig eigenlijk nog lekkerder als in zone 2. En dan zone 4. Ik kan het echt niet bijbenen en doe reuze mijn best. Enkel voor mezelf hoor. Volgens Merijn zwaai ik nu iets teveel met mijn armen, maar het duurt even voor ik dat begrijp. Weer terugwandelen en ik haal ze gemakkelijk bij in mijn wandeltempo. Dribbelen lukt ook nog. Slokje water en dan een ronde in Z3. Ik haal nu 1 dame in die wat inkakt. Ik ben net opgewarmd en besluit op techniek te gaan lopen: knieën optrekken, ferme passen. Daar heeft vermoeidheid in mijn hoofd niets mee van doen. Zone 4 gaat gemakkelijker en ik geloof dat Merijn mij naroept dat het nu goed gaat. Hij houdt keurig iedereen in de gaten, da’s wel weer knap. En dan wandelt de mevrouw die ik had achtergelaten ineens voor me! Ik snap er niks van, wanneer ze me dan heeft ingehaald?! Nog 1 rondje zone 4 vanaf de scratch. De snelle jongens zijn al klaar, maar ik mag het rondje ook nog doen. Dat vind ik leuk! De man die langzaam meeliep gaat er voluit voor en haalt me in omdat ik iets voor hen ben gestart en M kan me ook nog inhalen. Ik ga zo hard ik kan en ga er maar van uit dat mijn hart dit best aankan… ik zie dat ik gemiddeld zo’n 4:10 liep in dat rondje en dat is voor mij echt een puike snelheid. Ik zie dat pas thuis, want ik kijk alleen naar de hartslag. Dan zie ik dat die vrouw eerder omdraait en het rondje niet afmaakt. Ja hé!!! We mogen onze schoenen en sokken uitdoen en over het gras gaan. Eerst wandelen, dan dribbelen. Ik vind het leuk! Zo haal ik de anderen gemakkelijk in. Ook omdat ik geen moeite heb met door het zand stappen. Dribbelend kan ik er niks aan doen dat ik loop te lachen! Ik vind het zo leuk, ik geniet met volle teugen. Toch een mooi eindje van wat best een zware training was volgens mij. Ik ben er moe van en rood en bezweet. En – ik ben er lichamelijk ook weer snel van hersteld. Mijn hoofd moet nog even mee dat ik dan misschien bij lange na niet de snelste op de baan was, maar dat ik wel degelijk veel sneller en sterker aan het worden ben in een hele korte tijd.
Vrijdag was een dag met inpakken en reizen. Vermoeiend, onrustig en lekker zonder training. Zaterdag zijn we een “stukje” gaan wandelen in de Ardennen. Dat wil zeggen, zo’n kilometer of elf. 5 Naar het circuit van Spa toe en 6 terug (de ene met een rivieroverspringing en de terugweg met een ommetje over de brug). Ik twijfelde nog even of ik ‘s avonds zou gaan rennen, omdat er voor morgen zoveel regen wordt voorspeld, maar hé: een beetje Hollander kan wel tegen regen toch?
21 augustus – Hardlooprondje in de Ardennen. Het zou even droog zijn. Ik vind het prima: ik voel me nergens toe verplicht, ik ga gewoon lopen en ik heb al gekeken dat ik de groene staande rechthoekjes volg. Volgens de routekaart in het huisje 6 kilometer. Zou moeten lukken in 3 kwartier. Vincent stept een stukje mee voor een mooie foto van me in het bos en de volgende bocht om biedt een mooi uitzicht. Bospaden. Het gaat omlaag en het gaat lekker. Niet heel hard, maar wel heel mooi. Ik geniet echt van het bos en van elke stap. Dat je de hele tijd de snelweg hoort, is het enige minpuntje. Maar als ik die dan zie en ik er naast loop, is het weer geinig. Achter me op komt een helmloze MTB’er me voorbij. Ik ga een scherpe bocht door en dan lijk ik alleen te zijn in het grote bos. Groene bos. Modderige bos. Mooie bos. Ik heb mijn echte trailschoenen niet bij me en ik mis ze wel een beetje, want die gaan toch lekkerder naar beneden. Boomwortels. Modder. Ik mis bijna 1 bordje: het pijltje zit verstopt achter een blaadje. Riviertje in de diepte en ik realiseer me dat ik nog steeds afdaal en straks weer omhoog zal moeten! En dan opeens een jezusbeeldje bij een fonteintje en de achterbuurt van Malmedy. Ik loop op en neer, wil het bos niet uit, zie de weg niet, ben de groene blokjes kwijt. Troosteloosheid. Ik hoop even langs de huizen te lopen, maar het is er beton, vies, miezerig en somber. Ik doe mijn jasje weer aan, zoek groene bordjes die alleen de andere kant op lijken te wijzen en zo loop ik langs de zondagswinkel Malmedy in. Ik ben totaal overdonderd. Midden op het prieel sta ik stil. Ik lijk wifi te hebben en SMS Rob, maar het is een illusie. Ik ga terug en vind de groene bordjes als ik achterom kijk. Door naar de kathedraal, waar de klokken luiden. Er is veel volk om me heen. En daar is de wandelkaart! Ik sta op het begin- en eindpunt. Ik maak een foto en zie dan de bordjes de andere kant op duidelijk. Over de braderie en de mooie brug en dan de stad weer uit. Ik vind het niets erg! Behalve dat het klimgedeelte duidelijk hier zit! Het gaat steil omhoog. Ik probeer te blijven lopen, maar ik druppel nu harder onder de jas als dat het regent. Want het is weer droog. Wandelen dus. Dan gaat de hartslag ook omhoog. Een fietser slipt bijna voor mijn neus het asfalt af. Naar beneden. Nu is de route weer goed aangegeven en het pad wordt onverhard. Ik klim en klim. Dan merk ik dat ik op het pad zat waar ik gister een stukje heb gefietst (op slippertjes). Ik weet dat het alleen nog maar omhoog gaat en ik zet het op een hobbelen. Voor me uit gaat een fietser omhoog (waar komt die vandaan?!) en ik zou hem wel in willen halen. Dat kan natuurlijk niet, maar het lijkt iets meer op te schieten. En dan ben ik alweer bij het Apollinaire monumentje. Nog geen 7 kilometer. Sjonge, sjonge. In een uurtje. Het is erg mooi in de Ardennen, maar echt tempo maken: zover ben ik nog (lang) niet. Ik maak het driehoekje nog af en dan vind ik het wel leuk geweest en heb ik zin in thee op deze regenachtige koude zondagmiddag in de Ardennen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Na de Ardennen: leren zwemmen, rennen en weer de Ardennen in.

De Trail des Fantomes – 33 kilometer door de Ardennen

9 uur – Gisteravond nog vallende sterren gekeken: ik heb er drie gezien, maar weet niet wat ik moet wensen. Ik slaap op de bank in een slaapzak en dat is best onrurstig. Er staan mensen onder het huisje te kletsen tot heel laat, mijn medehuurster gaat wel 5 keer naar de WC en de klok luidt om 7 uur ‘s morgens al meer dan 50 keer. Dat zijn de enige redenen om wakker te liggen, want ik maak me totaal niet druk. Ik zoek alle spullen bij elkaar na 8 uur en eet al lezend drie bolletjes met stroop. Ik zou bijna zeggen dat ik er naar uitzag.
10 uur 50 – Daar stond ik dan: tussen al die mensen die me doorgewinterde trailers leken. Nieuw opvouwbaar bekertje erbij geduwd en een Trail de Fantome Buff ook. Met vrienden JP en C die vorige week al 33 kilometer alpentrail hebben gehad en nog een andere Almeerder stond ik daar. Ik vond het spannend, maar ik was niet op van de stress. We zouden bij elkaar blijven en dus hoefde ik niet zo hard. Tijd was van geen belang. Dit wordt de 14de dag in augustus dat ik sport (als een wandeling meetelt). Het was warm en zonnig en ik mocht deze zondag op mijn heerlijke trailschoenen in de Ardennen doorbrengen. Zo relaxed was ik eigenlijk nog nooit eerder geweest!
11 uur – Het eerste stukje ging over het asfalt. Dat was geen goed begin: ik vond het druk en mijn schoenen willen gewoon niet zo op harde ondergrond. En het ging vast omhoog. Het was ook langs de kant druk met toeschouwers. En zonnig. Toen we het onverharde pad op gingen vond ik het echt beginnen en toen werd het leuk. Ik ramde maar meteen dóór de modder heen, dan waren mijn voeten tenminste vast nat. Ik liep te kletsen met JP. Het tempo lag niet hoog, maar dat vond ik helemaal oké. We gingen aan het stijgen en ik hobbelde door. Maar de rest ging wandelen. Ze oefenden met stokken. Er kwam al ruimte en we liepen achterop. Ik vond het grappig. En zwaar. Mijn kuiten lieten zich voelen! Bovenaan wachtte ik. Heel monter en vrolijk. Toen gingen we naar beneden. Grappig genoeg haalden de anderen mij vanaf dat moment gemakkelijk in! Ik hou gewoon een laag tempo vast, maar zij gaan voluit sprinten waar dat kan. “Ach, dan kom ik straks weer bij” dacht ik nog. Maar toen was er een opstopping. Er waren bomen op de route waar iedereen overheen moest klimmen. Tijd voor een selfie! Gelukkig ging ik toch niet voor een snelle tijd en enkel voor het genieten. We staken een weg over en een brug waar een aardige meneer die ik ergens van ken (maar geen idee waarvan) ons toejuichte, en toen herkende ik een stuk van vroeger, van toen ik nog bij scouting zat en kampeerde in deze contreien. Ik wilde even mijn eigen tempo aanhouden om de brok in mijn keel weg te werken. Ik zou later wel op de rest gaan wachten. Dan haal ik vrij gemakkelijk een heel stel mensen in en dan is mijn tempo helemaal niet verkeerd. Maar die mensen zien mij even later weer aan de kant staan om op mijn maatjes te wachten met hun stokken. We gaan samen verder door het prachtige landschap met riviertjes en watervalletjes. Alles in dat prachtige gebroken zonlicht. De stukjes omhoog loop ik weer ietsje uit. Ik ga dan ook wandelen als het te steil is, maar ik hou wel heel flink de pas er in! En het allerbelangrijkste: ik hou de lol er ook in! Het uitzicht is adembenemend. Dan volgt een single track die ik dolblij in mijn uppie voorop doe. Ik moet voor me uit kunnen kijken en geniet met volle teugen van deze pracht. Ik ben blij dat ik hier mag zijn. Al ben ik bezweet, al moet ik goed oppassen voor de boomwortels, al ga ik niet zo snel: ik ben hartstikke tevreden hier te wezen! Boven wacht G (de andere Almeerder) me op. Ik wil de zon zo snel mogelijk uit en het bos in, dus we wachten even niet op de andere 2. Kletsend lopen we door. Het gaat een stukje steil naar beneden en dat vind ik minstens zo zwaar als stijgen, maar om een andere reden: het is een beetje eng en gevaarlijk! We maken nog een flinke klim en dan is daar de aardige meneer die roept nog 600 meter tot de post! Ik zie een groepje vertrekken met de auto en dat zijn ervaren traillopers. Eventjes ben ik confused. De cola is op. Dat vinden de vrijwilligers ook erg vervelend voor ons. Ik neem wel 10 kleine stroopwafeltjes en water en sportdrank in mijn nieuwe uitvouwbare bekertje. Ik (vr)eet pretsils, maar durf mijn rugzak eigenlijk niet af te doen om water te tappen omdat het nu allemaal lekker zit. We besluiten niet langer te wachten op de anderen nadat we al tien minuten stilstaan en G en ik gaan samen verder. Het gaat naar beneden; wat zeg ik; het gaat heel steil omlaag en ik laat G even achter. Een andere vrouw vertelt me dat mijn vriendin C gevallen is en vreesde voor haar knie. Ik voel me slecht dat ik ze in de steek heb gelaten en besluit bij G in de buurt te blijven. Onder wacht ik hem op. Een medetrailer zet mij op de foto. G komt op mijn foto te staan. Hij geeft aan last te hebben van krampen. We gaan samen verder langs de rivier en dan ineens is daar een hele steile klim in de volle zon. Ik vind het een ramp. Mijn hoofd vind het een ramp en G helpt me echt omhoog door op me in te blijven praten. Mijn adagio van de dag is “The body can stand almost everything, it’s the mind you have to convince” en dat wordt hier helemaal in praktijk gebracht: mijn hoofd vindt dit te zwaar, maar mijn benen kunnen het toch! We lopen door het bos verder en komen een nieuw fantastisch obstakel tegen: kettingen die je langs de rotsen omhoog leiden. Ik vind het heel erg spannend, maar mijn armen kunnen dit ook best! Hé, ik zwem toch niet voor niks, haha. Het is erg apart. We komen boven in het prachtige bos en samen met G klets en ren ik verder en dan is er opeens de RivierOversteek. Ik keek er al lang met gemengde gevoelens naar uit: ik vond het eng, want stel dat ik val en ik vond het leuk omdat het avontuur is. Het was in twee keer, die oversteek en we waren met een soort van clubje. Ik stap zonder vrees het water in en zoek stralend mijn weg. Op het tussenstukje mag mijn telefoon bij G in zijn hoesje. Nu kan ik ook vallen, maar dat doe ik niet. Het water is kniehoog en ik geniet er enorm van! Ik sta te schreeuwen van geluk! We lopen nog een stuk verder en ik zit zo vol trots en adrenaline van de rivieroversteek dat ik energie te over heb. Ik ga in mijn eigen tempo naar boven en blijf maar rennen en tempo houden. Ik ga hartstikke goed! En dan glijdend naar beneden. Ik stoot pijnlijk mijn teen. Ik ga samen met mevrouw K en begin me af te vragen waar de volgende rivieroversteek is. Die blijkt pas bijna aan het einde te zitten. G heeft mijn telefoon nog en ik wil niet dat hij daar voor verantwoordelijk is al die tijd. Aan deze kant van de rivier is het adembenemend mooi: alles is groen overwoekerd. Het lijkt zacht, het is licht en vriendelijk. Er zijn rotspartijen en de klauterpartijtjes volgen elkaar op. Ik voel me alsof ik in de film wandel of in een sprookjeslandschap. Ik verlaat K en ga wachten op G en mijn t
elefoon. Het duurt een hele tijd, wel ruim tien minuten. De mensen van de 65 kilometer komen erbij en ook daarvan gaan velen mij voorbij. Ze vragen of het goed met me gaat. Nou, het gaat uitstekend, maar ik ben liever bij mijn telefoon! G en ik en nog een meisje lopen een stuk samen op, maar als het gaat stijgen ligt mijn tempo toch weer iets hoger. G heeft me verzekerd dat ik mijn eigen tempo vast moet en mag houden en hoewel ik er wat moeite mee heb, doe ik het toch. Ik vind het heerlijk om door het bos te lopen en niets anders te horen dan de vogels. Ik ben bezig met mijn allerlangzaamste halve marathon ever! Sterker, mijn laatste marathon ging nog sneller dan dit… Ik geef er niets om, want dit is zo mooi en heerlijk om te doen. Ik begin me een beetje af te vragen waar de volgende post zit. Ik neem op tijd mijn gels, althans: ik heb er al twee op. Ik kan goed bijven denken, maar dat houdt ook in dat ik voel dat ik vermoeid raak. Ik ga gewoon door. Intussen word ik wel pissig op mijn trainer die mij hiervoor 4 uur in het schema heeft gezet. Dat toont niet echt interesse en ik vervloek hem erom. Zou hij me daarmee wat druk op willen leggen? Dat is dan mislukt. Ik besef dat het mijn deel is dat ik de laatste trainingen met onverharde heuveltjes niet serieus genoeg heb genomen. Mijn lijf houdt dit goed vol. Eigenlijk is dit mijn eerste serieuze trail, en dan meteen 33 kilometer. Ik schrik niet terug van een beetje uitdaging! Maar 1 keer vraag ik me af of ik nog goed zit, maar de pijlen zijn keer op keer overduidelijk. Als we weer een eind moeten klimmen beloof ik mezelf een snoepje als ik boven kom. En halverwege de klim beloof ik mezelf er dan twee. Dat werkt! Als ik afdaal kan ik perfect op de schoenen vertrouwen. Deze schoenen zijn hier echt voor gemaakt: wat een grip en wat een soepelheid houden ze vast! Ook als ze nat zijn. Er lopen me twee andere lopers van de 65 kilometer voorbij en ik hoor ze ruim voor ik ze zie en ze zeggen dat zij het nooit alleen zouden willen doen omdat alle kracht dan uit jezelf moet blijven komen. Ik doe het graag alleen. Wat dat betreft ben ik een triatleet van jewelste. Ik doe het zelf wel! Ik geniet van die stilte en mijn eigen strijd! Ik denk er vaak aan dat het zo jammer is dat ik niet eerder ben gaan rennen. Toen ik een als elfje verkleed scoutje was van een jaar of 14 voelde ik in deze Ardennen dezelfde vrijheid. Toen genoot ik zo dat ik de weg terug alleen maar kon rennen. Had ik dat toen maar vastgehouden! Nu maak ik het goed en ik ren dubbel genietend verder. Dat soort dingen bedenk ik alleen als ik solitair kan lopen. Er volgt een prachtig bruggetje. Mijn herinneringen lopen nu een beetje door elkaar. Ik herinner me andere mensen van de 65 kilometer die in mijn buurt komen te lopen tezamen met de 33 kilometer lopers die in de buurt blijven: de twee mannen die het samen doen, een meisje. Ergens haal ik ze definief in, want zij staan met kramp aan de kant. Dat stuk dat de 65 kilometer loopt alsof het een makkie is, haal ik ook in omdat hij stil valt opeens. Ik heb net snoepjes op en heb weer energie. Ik kom langs huisjes en ineens is het kilometers lang stil en lijkt de wereld van mij alleen. Ook als ik omhoog loop, blijf ik gewoon doorrennen. En dan komen we in de felle zon. We, want ik word net ingehaald. Het uitzicht is adembenemend en ik maak een panoramafoto. De lucht ruikt heerlijk en het zindert om me heen, maar ik wil liever blijven rennen om eerder in de schaduw van het bos te zijn en sneller bij de post te komen. Ik neem me voor om vanaf de post de laatste 5 kilometer te blijven rennen. Daar spaar ik wat voor en ik wandel als ik dat nodig vind. Mijn horloge geeft aan dat de batterij bijna leeg is en mijn got- wat baal ik daar van. Stom ding. Ik zet straks voor het laatste stuk mijn telefoon er wel bij aan, die heb ik tot nog toe als fototoestel gebruikt. En dan opeens nemen mijn benen het over van mijn hoofd en beginnen ze vanzelf te rennen! Mijn hoofd loopt mee en ik straal weer. Het zal wel naar beneden gaan en het bos is erg mooi, maar zo gaat het erg lekker! Breed pad, goede beentjes en hé, daar is de leuke (on)bekende meneer weer en een fotograaf en zij begroeten mij ook als een oude bekende. Ik ga de hoek om en BAM, daar is de tweede post. De 19-kilometer lopers komen erbij en het is er druk en onrustig. Ik weet niet meer waar ik kijken moet. Ik moet drinken, maar de kannen worden bijgevuld, de cola is net op en ik neem wat stroopwafeltjes en pretsils. Hier zijn ook veel toeschouwers en het is niks voor mij, ik voel me helemaal verloren in al die drukte. Ik zet mijn telefoon aan en vind dat ik voor die laatste kilometers meer heb aan minder gewicht in mijn rugzak dan aan extra vocht en een nieuwe balans. Na 7 minuten ga ik weer verder achter 14km-lopers aan. En dan volgt De Mauer. En toen wist ik weer dat ik daarvoor gewaarschuwd was. Het gaat omhoog. Alleen maar steil omhoog. Rennen is onmogelijk, stap voor stap omhoog is de enige manier. Niet omhoog kijken (want het is nog zo ver), niet omlaag kijken – alleen maar stap, stap, stap, stap. Het duurt eindeloos en alles wat ik gegeten heb, wordt opgemaakt. Boven komen we tussen de weilanden in de zon en dat is de doodsteek. Ik kan niet meer genieten, het is te druk met mensen die er ‘pas’ 14 km op hebben zitten en me voorbij gaan. Ik ben leeg, ik voel me op en ik krijg mezelf nauwelijks meer aan het hardlopen gezet. Ik wil het liefste hier en nu naar huis. De laatste 3 kilometer lijken onoverbrugbaar en de tijd tikt langzaam voorbij. De zon brandt en vermoord me. Van lieverlee prop ik een paar winegums in mijn mond, maar ik heb moeite met het ritsje van de rugzak. Als ik in het bos kom en er is weer wat ruimte, dat er minder mensen om me heen zijn, dan pak ik een joggingpas weer op. Nu ben ik te moe om goed na te kunnen blijven denken. En dan is daar het bordje van de laatste kilometer. Ik ben er blij om, maar dit wordt nog een zware kilometer, dat voel ik ook. Er lopen nu veel mensen van alle afstanden om me heen. We moeten afdalen en dat is steil en onwerkelijk zwaar. Ik voel dat ik moeite heb met de coördinatie en ik glij ook nog een keer uit. Daar zitten fotografen, maar ik kan me nergens meer druk om maken. Ik hoor de mensen op de camping en de stem van de finish. We moeten de rivier nog over. Ik stop nog om mijn telefoon veilig en ver weg te stoppen boven in de rugzak. Hoe ga ik dit doen? De stappen in het water zijn verfrissend en ik stap maar door. Deze keer geniet ik er niet van, maar spreek ik mezelf moed in: “Dit lukt Anke, dit kan je ook nog” Hardop! het kan me niet schelen. Ik haal de overkant best en geef K een high five. Dag leuke meneer, ik ga het nu halen. De Garmin heeft het niet gehaald, die is leeg. Op het asfalt bij de camping kan ik niet meer rennen. Het lukt me gewoon niet meer. Mijn benen willen echt niet meer. Ik doe er nu al zo lang over, dit maakt ook niet meer uit. Ik zit al ver over de 6 uur heen. Het kan me niks meer schelen. Het laatste stukje over de steentjes ren ik toch nog. En dan zegt de speaker mijn naam (verkeerd natuurlijk) en noemt de eindtijd van 6 uur en 50 minuten.Het maakt me niet uit, ik heb het gehaald, ik heb het gedaan en ik ben apetrots op mezelf en vooral erg moe.
5 uur 52 – Ik voel 1 klein blaartje, maar mijn spieren of knieen geven geen enkel protest. Ik pak een bakje toetje en zie dan pas dat het rijstepap is. Vind ik niet lekker, maar nu plof ik in het gras en ga aan het lepelen. Ik stuur een SMSje met moeite naar Rob en hoor dat er wifi beschikbaar is. Die pik ik in en ik ben even niet zo alleen, want ik app met Manuel, met Vincent en SMS met Rob. De trainer is zo dom om niet terug te appen. Er is niemand die ik ken en dan komt G binnen. Hij zit net boven de 7 uur. Ik huppel op hem af en we gaan op de stoelen na zitten te praten. Ik kan nog prima lopen, maar mijn natte sokken en schoenen hou ik even aan. Een half uurtje later komen de andere twee ook binnen. Ik heb eventjes gedacht, toen ik alleen in het gras zat: dit doe ik nooit meer, maar dat is alweer voorbij en ik maak plannen voor volgend jaar! We drinken nog wat op een terras (eindelijk de suiker en de cola) en dan teruglopen naar de auto. Ik heb alweer helemaal bijgekomen. Dát kan ik dus! Moeiteloos teruglopen naar de auto. Hopelijk heb ik morgen ook nergens last van. De blaar is weggetrokken. Schone sokken zijn wel fijn en de douche in het huisje is ook welkom, maar ik wil ook graag naar huis. Dat is nog een eind rijden! Ik let goed op en we kletsen de hele weg door. Ook al rijden we een stukje ‘om’ rondom Luik, het enige nadeel daarvan is dat we langer op de hamburger moeten wachten! Bij de McDonalds stoppen we en we herkennen andere trailers als we in no-time de hamburgers naar binnen werken. Ik ben pas om 1 uur thuis. Maar slapen lukt niet direct; ik zit vol indrukken en belevenissen. Wat was het mooi!

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Trail des Fantomes – 33 kilometer door de Ardennen

Fiets- en zwem-vooruitgang, pokemons vangen en regenlopen.

8-8 Fietstraining  Dit was de eerste fietstraining die leuk was. Vraag me niet waarom: omdat ik die trainer JC inmiddels wel kan hebben? Omdat ik de enige vrouw tussen 15 mannen was? Dus ik wist van tevoren dat ik de langzaamste mocht en zou zijn? Of omdat het weer zo lekker dreigend was? Omdat ik best mee kon komen, ook al was het achteraan? Of omdat ik gewoon die kleine snelle jochies grappig vond? Misschien omdat ik goed kon spieken nu? En omdat ik ongedeerd mocht stayeren? Misschien kwam het omdat ik als eerste moest vertrekken voor

Of het mooie uitzicht?


de tijdrit en me niet in wilde laten halen. Of het was leuk omdat er veel afwisseling in zat. Kwam het doordat ik het vijfde rondje sneller kon fietsen als het eerste rondje en daarmee JC achter me liet? Of lag het er toch aan dat ik lekker om me heen keek en me nergens iets van aantrok? Misschien was het wel de lol van de laatste training zonder klikpedalen? En gelukkig maar dat ik nog wat extra trapkracht moest geven, want anders was ik bij de onverwachte ontmoeting met de hond onderuit gegaan! Misschien maakte dat het wel leuk. Of het feit dat ik nooit hoeft te luisteren naar tot waar of hoe snel, tot JC ineens zei dat ik als eerste moest vertrekken. Ik genoot van het lef dat ik had om in iemands wiel te rijden en te merken hoeveel gemakkelijker dat ging. Of kwam het door die aardige meneer die voor zijn tweede ‘hele’ traint en wiens schema’s ik begrijp, omdat ze van dezelfde oranje tint voorzien zijn? Ik keek niet eens tegen die meneer op, ik vond hem gewoon een hele aardige hardwerkende triatleet. En achteraf was ik blij dat ik gemiddeld 25 kilometer per uur had gefietst. Misschien was dat het wel! Het gemiddelde tempo gedurende de fietstijd lag op 28 km/uur. En nu stap ik even van de fiets af.
Voor een stukje hardlopen. 9 augustus. Ik zou de telefoon meenemen van Vincent om het Pokemon ei uit te broeden. Maar zo betrouwbaar zijn mama’s niet die geen verstand hebben van Pokemons! Dus moest Vincent zelf maar mee. Kon hij onderweg ook nog wat Pokestops af voor Pokeballen. Niks erg dat mama intervallen ging doen, hoor: dat mocht best! Ook door het bos. En zo hebben we nieuwe Gyms ontdekt aan de rand van het bos. Ratata’s gevangen. Ondertussen had mama een zeer lastig onverhard pad uitgekozen vol nare hobbels. Kon Vincent even niet kijken op de telefoon. Dus wie weet heeft hij Braza’s gemist! En soms schoot mama er even vandoor. Als een echte Abra. (?) Ondertussen was het ei van 2 kilometer uitgebroed. Er kwam een gele Pokemon uit, maar dat was geen reden tot feest. Je hebt als mama toch even het nakijken als je Poke-kind je moeiteloos als een skwirtel inhaalt. Hij verkoos de heuveltjes. En toen zagen we een hertje voor ons uit! Hoe gaaf is dat! Ik moest 5 minuten in zone 2 en die waren erg leuk, dan 2 minuten zone 3 en dan stoof ik er vandoor en dan 1 zware minuut in zone 4. Daarna moest ik wandelen en dan haalde de knul me weer bij voor ik weer in zone 1 doorhobbelde. Ik wilde nog om, maar toen kreeg Vincent last van zijn buik en namen we de brug terug. Ik over het gras, hij over het asfalt met zijn ogen op de telefoon om zijn arm gericht. Want daar op de Evenaar is de ene Pokestop na de andere. En het basketbalveld is een gym die bezet wordt door 2000 punters van de tegenpartij. Ik snapte er allemaal niks van. Nog een ei! Daar kwam alleen maar een hele teleurstellende Piggywig uit. We wandelden aan het eind een stukje. 8,5 kilometer in een uur. En zo’n 20 Pokeballen. Het was hartstikke avontuurlijk met al die rondrennende Pokemons, Pokestops en uit te broeden eieren.
10 augustus Zwemtraining Ik zag er een beetje tegenop. Maar ik sprong “mijn” pierebadje in en het ging wel. Ik had de slag aardig te pakken en ik laat mijn beenslag nog even over aan het achtje. Ik merk dat ik wel echt kan ademen met mijn ene oor in het water. Ik doe behoorlijk mijn best. Ik besef heel goed dat ik nog erg blij ben met het pierebadje waar ik op elk moment op mijn beentjes kan staan. Volgens JC ligt het verschil tussen de snellen en de langzameren niet alleen in armkracht, maar ook in techniek. Ik zou het nu goed moeten leren, maar ik had dit beter op jongere leeftijd kunnen leren. Nou ja, dan maak ik er maar het beste van! En dan begin ik rondjes te zwemmen in het pierenbad in plaats van op en neer. Dat lukt me best aardig, maar ik merk hoe vermoeiend het is! Ik ben dolblij drie rondjes vol te houden. Ik heb een soort ritme gevonden en ik weet niet zeker of mijn slag nog goed is. Ik word er erg, erg moe van. Het grote bad durf ik nog niet in, want er zijn veel mensen in de langzame baan. Ik vind het wel erg leuk maar vooral heel, heel erg vermoeiend!
11 augustus: rondje regenlopen Het regende de hele dag. Zomer in Nederland. Ik mocht 40 minuutjes ‘losdribbelen’. En ik had met Joyce afgesproken. Dus regen of geen regen: we gaan toch! Regenjasjes aan en de huppelzusjes vertrekken de druilerige avond in. Ik heb heel hard gewerkt en nog steeds niet alles af, dus ik hang nog half met mijn hoofd bij het werk en dat terwijl nu mijn vakantie toch begint. We kletsen. We kwebbelen. We kakelen. We praten. We trainen. Onze kaakspieren. We worden nat. We hebben het over huizen. Over de kinderen. Over de plannen. Over fietsen. En we trainen. Onze benen. Langs de Vaart. Over de brug. En we kletsen. En we kwebbelen. En we praten maar door. En we worden nat. De tijd vliegt voorbij en 45 minuten later zijn we klaar. Nat. Nog niet uitgepraat. Nog niet afgetraind. Uitgedribbeld – dat wel.
12 augustus: Een soort van rustdag, omdat het zwemmen van alle kanten niet lukt. We zijn gaan wandelen. Maar daar slaat mijn hart niet van op hol en mijn horloge telt het net zo min mee als ik.
13 augustus: Inppakken en losfietsen. Morgen de trail des fantomes….. Ik rij vanavond al richting de Ardennen en overnacht bij een hardloopkennis. Ik ga via Eindhoven om te eten. Ik pak alles dubbel mee, voor de zekerheid. Dan moet ik nog een opvouwbare beker hebben. Die kan ik daar ook kopen, maar ik heb ‘m graag bij me. Dus dat valt te combineren met een rondje fietsen! Vincent gaat mee. In de straat, als ik nog stilsta, val ik om! Het doet geen pijn, de blauwe plek op het ego is groter. Klikpedaaltje zat onverwacht toch vast. Op naar de dijk! Natuurlijk…. We gaan soms een klein stukje eigen tempo en op de dijk ben ik de windvanger. We gaan deze keer de ophaalbrug bij het Bloq van Kuffelaar over en nemen de andere kant van de vaart. Het is lekker weer, het is lekker druk en het is lekker gezellig. Via een klein ommetje komen we bij de kampeerwinkel die hartstikke groot is. Maar opvouwbare bekers, die hebben ze dan weer niet. Onverrichter zake terug naar huis, maar wel met weer bijna 20 kilometer in de beentjes. Ik ben nauwelijks zenuwachtig en ga heel relaxed wel zien wat de trail me brengt. Dat ik het niet in de 4 uur die op het schema staat ga halen, weet ik alvast zeker! Ik ga er vol zelfvertrouwen heen en eet mijn energievoorraad helemaal vol. De reis gaat erg goed, de Ardennen zijn aan deze kant heel erg mooi en ik geniet enorm van het laatste stukje van de rit. ‘s Avonds kijken we nog naar de vallende sterren. Ik zie er drie.
Voor de Trail des Fantomes maak ik een eigen blogpost!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Fiets- en zwem-vooruitgang, pokemons vangen en regenlopen.

Fietsweek Plus

maandag 1 augustus: Ik voelde me de hele dag niet lekker. Dat heb je soms zo. Buikpijn, hoofdpijn, suffig. En toen kwamen de op zondagavond bestelde klik-pedalen binnen. Ik durfde niet naar de TVA training. Daar voelde ik me niet goed genoeg voor (hoe je dat ook leest). Dus ging ik samen met Rob en Vincent de pedaaltjes uitproberen. Ik vond het eng. Bang om te vallen he. Langs de Oostvaardersplassen natuurlijk en fietsen met schoenen die aan je fiets vast geklikt zitten is een eitje! Het gaat gewoon nog net iets gemakkelijker. Je gebruikt nog een groepje extra spieren en ik floot er gewoon langs. Nu was ik natuurlijk extra alert op de klikkers bij het afstappen en ging het goed. Ik kreeg ze mee langs de dijk. Bij het gemaal deden we een fotostopje en toen wilde ik afstappen, stoppen, iets aan Rob vragen en daarbij ‘vergat’ ik 1 voet los te wrikken. En dan zit je dus aan je fiets vast… Gelukkig stond Rob er al en viel ik tegen hem aan en toen was ik al los. Geen schade. Langs het sluisje. Die schoenen lopen zo onhandig! Ik nam met Vincent het schelpenpad, Rob het bos. Het ging bijna mis en Vincent miste mij op een haar na toen ik remde. We fietsten weer richting huis, of beter: richting de IJspressi. Ik vloog vast vooruit om op het stoplichtknopje te drukken. Dat zijn net de dingen die gemakkelijker gaan. Rob stak hier en daar nog wat af door het bos en toen reden we door naar het welverdiende ijsje! Helaas: de hoofdpijn wist van weinig wijken en de stoel zat daarna ook nog heerlijk.
Dinsdag 2 augustus: Hardlopen Die arme Manuel moest weer ‘s mee op een -voor hem- wandelrondje. Ik noem het zone 1. Onverhard. We moesten Manuels schoenen toch testen! Die van mij werden een beetje nat in de miezer en van het natte gras en toen maakten ze leuke geluiden. Ik vond het moeilijk binnen zone 1 te blijven. Vooral tegelijk met praten. We gingen gewoon langs de oostvaardersplassen, gewoon door het kotterbos, gewoon over de natuurbrug waar ik soms ietsje harder mocht. Het werd langzaam aan donker en dat was wel gaaf. Ondanks de miezerigheid was het te warm voor mijn regenjasje. De lampjes voor de paal op het fietspad gingen aan. Die werken op zonne-energie. Dat was leuk. We kwamen niemand tegen. Jammer voor Manuel dat het zo sloompjes ging, maar ik kon het net als hij prima aan. Ik denk dat als ik het nog 1 keer zeg dat ie dan pissig wordt, die arme Manuel die zo langzaam mee moet hobbelen voor anderhalf uur, waarbij blessures nog niet eens de kans krijgen uit te groeien. Na 12 kilometer zat de dribbel er op voor Manuel en ik had er gewoon genoeg van en heb het op een wandelen gezet. Zelfs voor mijn doen. Op zo’n druilerige zomeravond is het om tien uur alweer donker.
3 augustus: Zwemmen werd fietsen Ik zou naar de zwemles, maar ik had (1) een dubbele afspraak en (2) zwemmen ging eigenlijk niet lukken op deze dag, dus na een middagje doorwerken werd het fietsen. Even oefenen met de klikpedalen en kijken of het echt iets helpt en hoe het voelt. Rondje Oostvaardersplassen moet lukken. 5 Kilometer langzaam infietsen en dan wind mee op de dijk. Wind mee, klikpedalen… Dat werd m! Ik ging hard. Heel hard en heel soepel. Ik vond de klimpedalen gewoon heerlijk! Je hebt net meer kracht. Ik ging gewoon 40 kilometer per uur. En wat?! Toen werd ik i n g e h a a l d . Door twee heren die lekker samen stayerden. Oké, ik speelde ook vals met mijn muziek aan! En later door nog een kerel zeg. Maar ik genoot van het rondje en ik maakte zelfs een foto. Toen was één van de mannen afgehaakt. Ik ging de knardijk op en dat was echt eng! De wind kwam van de zijkant en ik werd van mijn fiets geblazen. Ik ging door het bos. Allemaal bochten. Ik zag op tegen wind-tegen. Het was erg mooi buiten met de ondergaande zon. Er vloog een stukje een roofvogel naast me mee. In een uur fietste ik iets van 27 km. Ik was verbaasd. Wind tegen viel mee. Ik vind het ook wel weer leuk, lekker beuken. Het tempo ligt wel lager dan zeg. Mijn voeten waren wat stijfjes van al dat stilhouden en vastzitten. Doorgaan! Ik kwam uiteindelijk in het Kotterbos uit en ik wil straks de 40km in anderhalf uur voltooien. Nog even dooroefenen! Nu liet ik het tempo wat vieren en maakte de 35 km vol. Rustig fietste ik naar huis, blij met de klikpedalen. Het afstappen viel ook mee.
Donderdag 4 augustus: hardlooptraining Een klein groepje was het, heel klein eigenlijk, mannetje of tien, vrouwtje of 3. Vakantie he. JC stond voor deze selectie, waarbij ik zeker weet dat ik achteraan hoor. Inlopen. Lantaarnpalen tellen: 3 op tempo heen, 1 langzaam terug en dat een keer of 6. Ik kom als laatste aan. Ik merk dat ik meer moeite heb met lopen na een zware werkdag. Good to know. Op de baan een paar loopscholingsoefeningen die triatleten veel te snel afraffelen. En toen beloofde JC het simpel te houden: eerst 1 rondje, dan 2, dan 3, dan 4 en tot slot 5. Tot zover simpel! Na de ‘stint’ 15 seconden stilstaan per ronde, dus eerst 15 seconden, dan 30, dan 45 enzovoorts. En alles op hetzelfde tempo, 90% van je tien kilometer tempo. Simpel he…. Ik liep met een meneer mee die 6 weken geleden 5 ribben heeft gebroken bij een val van zijn fiets en die nog wat conditie miste. We liepen te praten. Ik liet hem praten! Dat ging 3 stints prima, al vond ik mijn tempo wat hoog liggen. De meneer zwakte wat af en ik ging alleen verder. Ook wel prettig. Maar na 3 van de 5 rondes in de laatste stint was ik er wel klaar mee. Ik had ouderwetse steken en ik wilde niet afzwakken. Heel langzaam haalde ik nog een knul in. Ik trapte maar door en door. Ik moest en zou die vijf rondes doen ook! Ik was de op 1 na laatste. We gingen uitlopen. Toch bijna 9,5 kilometer gelopen in 63 minuten, inclusief stilstaan! Ik vergeet heel snel hoe hoog de hartslag was in de laatste ronde en hoe zwaar ik het had. De hartslag ligt snel onder de 100 en ik heb lekker gelopen en afgezien.
Vrijdag 5 augustus: Fietsen met Vincent (en Murphy – die van de wet van…..) Ik heb er maar een aparte blog aan gewijd, want dat zijn die 100 kilometer zeker waard! Zie Onze Fietstocht.
Zaterdag 6 augustus: Geen spierpijn. Vermoeidheid. Geen zadelpijn. Verbrand in mijn snoet. Geen klachten verder. Ik heb mijn fiets helemaal schoongemaakt samen met Rob. Ik ging tijdens de zwemles van de jeugd in het pierebad oefenen. Ik vond het moeilijk. De slag in de armen heb ik nu wel te pakken en ik moet nog verder oefenen met recht liggen en flipperen, maar adem halen is nog een enorm karwei! En dan zie ik de andere dat zo moeiteloos doen. Heel soms lukt het een stukje. Ik wil te veel lijkt het wel. Het pierebad is iets te kort nu om echt door te oefenen. Tijdens de eerste tien minuten van de grote-mensen les ga ik het diepe bad in en dat is zo anders! Zo eng! Zolang ik kan staan, lukt het net, maar daarna is de baan oneindig en is ademen nog lastiger! Ik red het 1 baan goed te doen en dan ben ik kapot en doodmoe. Ik moet mijn hoofd alleen opzij doen om adem te halen. De kracht moet in mijn armen zitten en die moet oneindig zijn. Na het inzwemmen laat ik de mannen hun eigen langzame baan en ben ik een beetje wanhopig. Zou ik het ooit leren? Ik weet niet goed hoe ik het verder moet doen. Ik moet een tijd alleen gaan oefenen. Maar ik weet niet precies hoe. ‘s Avonds wil, moet en mag ik nog even mijn schoenen, gereviseerde fiets proberen. Ik scheur pas na half 9 weg. Ik moet en zal ‘even’ naar de sluizen. Ik zie twee andere wielrenners, een paar vissers, vier auto’s, een hert en veel konijnen. Ik ga hard. Lange stukken keihard. De sluis fiets ik voorzichtig over. Ik ga terug over de Knaldijk. Ietsje minder hard misschien, maar nog altijd boven de 25 km per uur. Dit is leuk, het is net vliegen. Het wordt donker en ik vraag me af wat ik mezelf toch wil bewijzen. Overigens heb ik nog steeds geen zadelpijn, geen spierpijn.
Zondag 7 augustus: Hardlopen Eigenlijk wilde ik blijven liggen in bed. Dus ik had een beetje de pest in toen Manuel me kwam ophalen. We gingen naar de Kemphaan om onverhard te lopen. Ik moest voor 7 kwartier, maar ik stelde mijn horloge in op anderhalf uur. Eerst vertelde Manuel van zijn 30kilometerloop’je’. We liepen zonder route gewoon lekker onverhard. Mijn horloge piepte lekker toch niet, want het geluid staat uit. Ik hield keurig zone 2 aan. We zwierven lekker en ik ging Manuel vertellen van onze fietstocht. Arme Manuel: had ik deze keer geen medelijden met hem omdat hij langzaam moest, maar omdat hij naar heel veel geleuter moest luisteren! Ik had er weer meer last van dan Manuel. We liepen een hele tijd over het ruiterpad en het mulle zand. Best zwaar, maar ik kwekte de tijd wel om hoor. Ik had de nieuwe rugzak mee om te testen. Hij zat prima, het is fijn dat alles goed bij de hand is en het drinken ging ook behoorlijk goed. Alleen het buisje zit wat in de weg. We gingen kriskras de Kemphaan over. Dat was wel leuk en heel wisselend zwaar! Door mijn eindeloze geleuter was Manuel het spoor even bijster, maar ik gelukkig nog net niet. Ik heb geen idee hoe hard we liepen ofzo. Het was best warm. Op een gegeven moment had ik er gewoon een beetje genoeg van. Ik vond het wel prima, alles ging goed. Langzaam, maar goed. Al heb ik geen idee hoe ik volgende week het driedubbele moet lopen mét heuveltjes! Maar ja, dat gaan we meemaken. Na 1 uur en 33 minuten waren we rond. 13 Kilometer. Ik had er trek van, was eventjes moe en bezweet en dat was het dan. Dankjewel Manuel voor het meelopen en luisteren!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Fietsweek Plus

Met Vincent (volgens de Wet van Murphy) naar Veldhoven fietsen.

Route op de telefoon, de Garmin fietscomputer, papiertjes aan Vincents stuur en in mijn tasje. We vertrokken in Zeist, waar Rob ons met de auto mee naar toe genomen had, voor de 100 of 110 kilometer naar Veldhoven. Het weer zag er goed uit en we gingen op zoek naar punt 82. Rustig aan. We hadden de tijd. Ik had snoepjes bij me, pasjes, geld en regenjasjes. We hobbelden Zeist door en kwamen langs weides en stiltegebieden. Langs mooie kastelen en over wegen met prachtige bomen. We kwamen door Houten (en vroegen ons af of de dorpen Papieren en Metalen ook bestonden) en Werkhoven, waar het stil was alsof iedereen werkte. We fluisterden in het stiltegebied en maakten moppen over de moppen. We telden koeien, wezen elkaar op paarden en het ging lekker. Tot net buiten Werkhoven. We haalden 2 mensen in en ik riep ‘naar rechts’, maar dat hoorde Vincent achter me niet en die ging rechtdoor. BOTSING!!!! En Vincent schoof over het asfalt. Zijn knie flink geschaafd. De mensen wilden al helpen, er kwam iemand uit het huis, maar ik had pleisters en zakdoeken bij me. Dikke tranen en veel bloed. Ik spoelde de wond uit. Verder leek er niks te zijn. Grote pleister erop. We zouden naar het volgende dorp en het pontje fietsen en daar jodium halen en als het niet ging, ons op laten halen. Fietsen lukte. Langzaam- maar fietsen ging goed. We gingen de Lek over. Er dreigde regen, maar die dans ontsprongen we net. Het was wel erg nat overal, maar wij waren echt precies droog gebleven. Het pontje vonden we wat eng, zeker toen er ook een vrachtwagen bij kwam staan! Lopen ging Vincent moeilijk af met zijn knie. De pleisterplaats was qua terras te nat om te blijven, dus we reden Beusichem in. Daar gingen we bij de snackbar zitten en namen iets te drinken. Vincent had pijn aan zijn knie. Veel pijn. Steken. In zijn knie. Maar er was niks dik. Behalve de tranen. Ik ging naar de supermarkt, maar de jodium, betadine én wondzalf waren allemaal op! Argh. Ik probeerde Vincent moed in te praten en Rob deed mee op de telefoon, om verder te gaan, maar Vincent had pijn en wilde naar huis. Ik dacht echt: hij krijgt er spijt van, volgende keer durft hij helemaal niet meer. Maar aan de andere kant: als er echt iets stuk is in zijn knie, dan is doorfietsen onverstandig. De knie werd niet dik en de schaafzalf-pleister deed even veel pijn, maar meer niet. We zaten lang te soebatten en ik moest terug naar de winkel voor afdekgaas voor de wond en tape. Na anderhalf uur dwong ik Vincent tot een soort compromis dat we door zouden fietsen naar Geldermalsen en als het daar niet lukte, zouden we de trein nemen. We stapten op en Vincent hield de felgele regenjas aan tegen de kou. Al snel reden we Beusichem uit en het ging goed. WE GAAN ERVOOR, schreeuwde Vincent uit. Nu gaan we ook doorfietsen ook!! zei hij keer op keer. Ik wist het wel…. Maar ik was ook stil van trots op deze kleine doorzetter met een pleister over zijn hele knie. Ik kon hem niet goed uitleggen dat ik niet boos keek, maar dat het een mengeling was van trots, van ik-wist-het-wel en van medelijden. Ik had zijn pijn graag overgenomen, die deed mij ook zeer. Ik zei hem voor een achterop komende wielrenner aan de kant te gaan, maar deze wielrenner sprak de kleine gele vogel aan over zijn pleister: “Ben je gevallen kerel?” Nou toen wilde Vincent wel even stoer doen en melden dat hij ging doorfietsen ook! Deze meneer wist waar hij het over had, want hij was zelf zo vaak gevallen. En dat het goed kwam, beloofde hij Vincent ook. Hij fietste met ons mee voor een stuk en vertelde dat hij zelf jarenlang professioneel had gefietst. Toen ging hij naast Vincent fietsen en gaf hem drie fietstips: hoe hij zijn voeten neer moest zetten op de pedalen, hoe hij zijn knieën moest houden (bijna tegen de stang aan) en welke versnelling hij moest nemen om zijn knieën niet stuk te rijden. “Ga maar een versnelling lager zitten”, zei de meneer en dat deed Vincent. “Nu kun je langer en sneller”, beloofde de man en toen moesten wij naar links en hij rechtdoor. Maar Vincent wilde deze meneer nog vragen waarom hij geen helm op had. De meneer antwoordde dat hij zichzelf en zijn fiets zo goed kende dat hij geen veiligheid meer nodig had. Hij had zelfs geen handschoenen! Hij kende de triatlon, want zijn broer was triatleet en had Ironman gedaan en Almere ook. “Hawaii?!” vroeg Vincent. “Is er een andere?” antwoordde de man. “Dat wil ik ook doen!” zei Vincent. “Dan moet je veel eten” verzekerde de man hem. In dat kwartiertje heeft de triatleet-to-be meer geleerd dan in een heel jaar! Het is ongelooflijk hoe zo’n kleine ontmoeting zoveel kan betekenen. Vincent luisterde en bleef in de lagere versnellingen rondtrappen. Of het kwam dat we wind mee hadden, omdat de jongen geïnspireerd was geraakt of vanwege een paar simpele tips: het tempo lag hoog en moeiteloos. De knie leek vergeten. Ware het niet dat de pleisters los lieten. We stopten nog een keer om de jas uit te doen en de pleister vast te plakken. In Geldermalsen bewonderde Vincent vanaf zijn fiets de electronica-winkel. Ik moest onthouden waar die was, hij onthield wat er voor mooie spullen in de etalage stonden! Toen kreeg ik het zwaar. Ik had trek en werd ongedurig en lastig. Dat vertelde ik Vincent ook. We reden richting de M die we zagen vanaf het moment dat we de A15 overstaken. Gave oversteek was dat: auto’s, een goederenspoor en het lege land weer in! De M liet lang op zich wachten en Waardenburg ook. Bij de McDonalds wilde Vincent een grote friet en ik een wrap. Inmiddels was de zon doorgebroken en nu nam de wind ook af. Ik heb stukken voor Vincent uit gefietst om de wind tegen te houden. Dat kon hij goed aangeven en dan probeerde ik het tempo vast te houden. Naast de grote friet at meneertje ook een deel van mijn patatjes op. Ik denk toch niet dat de meneer dát bedoelde met veel eten, maar goed… Vincent zag Corvettes, dus zijn dag was ook goed. De pleisters gingen er af en de wond zag er al ietsje beter uit. Het werd niet dik
ker. We waren pas op de helft en het was inmiddels al twee uur. Maar we gingen door! Ik zag nogal op tegen de grote brug samen met de A2 waar we over moesten: de Martinus Nijhof-brug. Het viel mee, het fietspad was breed, het uitzicht geweldig, maar stoppen durfde ik niet aan. Toen we de brug af reden voelde ik het gelijk: lekke band. Onder aan de brug stopten we en was mijn achterband lek. Nu moesten we voor mij stoppen. Ik wilde het graag zelf proberen om de band te vervangen. Ik vond het spannend en bleef Rob SMSen. Het ging redelijk goed, maar ik werd er wel smerig van. De band er af halen is een lastig werkje. Nieuwe binnenband er op en dan met het patroon proberen op te blazen. Nog nooit eerder gedaan! Dat was even wat irritatie toen het niet meteen lukte, maar uiteindelijk dan toch wel. En toen hoorden we PANG en liep alle lucht weer weg. Het ventiel was niet goed meer. Dan maar lopend naar de fietsenmaker in Zaltbommel, die gelukkig in de buurt zat. Ik zag onze tocht toch nog voortijdig eindigen… Maar de fietsenmaker zat er, had tijd, had een band en het was zo gepiept en nog niet duur ook! (onbetaalbaar) We liepen de boulevard op en dat was geweldig, maar toen stokte mijn Garmin horloge. Panic! Nog meer als de lekke band. Maar ook de Garmin kregen we weer aan de praat en we gingen maar weer verder. Ik raakte de tijd een beetje kwijt. Zaltbommel is best mooi. Het ging hartstikke goed met de papieren route: Vincent riep de nummers van de fietsknooppunten en ik zag voor mij het routestreepje, dus het ging uitstekend. 1 Keer reden we wat om, maar toen leidde ik ons weer terug naar de route. De nummers waren onlogisch. De papiertjes waren niet stevig genoeg, maar de tape bood uitkomst. Never leave home without….. plakband! We gingen de Maas over over een kleinere parallelbrug waar koeien pootje baden en toen gingen we Den Bosch in. We reden langer door de natuur als ik dacht, maar opeens werd het dan ook stads. Toen we het spoor overstaken, begonnen de bellen te rinkelen: Vincent schoot me toch weg! Het stonk in de oude wijk. We wilden een terrasje pakken in Den Bosch, maar er was een soort festival en het was ontzettend druk en onoverzichtelijk. We fietsen Den Bosch uit en gingen daarna ergens op een bank zitten om uit te rusten. Het was al 5 uur geweest. Rob zou ons tegemoet rijden en we spraken af bij de McDonalds in Best. Nog zeker anderhalf uur fietsen. We waren wel een beetje moe. Mama wilde graag dat we naar Veldhoven kwamen en dat waren we ook van plan, al zou het laat worden. We gingen weer door en toen ben ik ergens de weg kwijtgeraakt. De route voor mijn neus was leeg. Mijn telefoon kwam ook nauwelijks bijgeladen tijdens de korte rust en het horloge piepte ook al een keer dat de batterij het bijna opgaf. Gelukkig blijken tape en papier standvastig! Vincent riep de bingonummers en alles was perfect aangegeven. Het was erg mooi onder Den Bosch, maar doodstil. We kwamen over onverharde paden en dat is lastig op een racefiets. Extra zwaar. En dat terwijl we natuurlijk al moe werden. En die rust zo rond etenstijd hielp nu niet mee. En dat ik het spoor bijster was ook niet. We lachten nog wel hoor! Om de ongeneerde boer die Vincent liet; maar goed dat er niemand was. Wat een megaboer was dat zeg uit dat kleine lijffie wat maar door- en doortrapte op 25 kilometer per uur. Om de mooie brug en de domme Dommel. Om de paarden met zebradekens lachten we en het feit dat mama geen moppen kent. We zochten een villa uit in Sint Michielsgestel. Maar een ijskraam passeerden we niet. Er waren steeds meer onverharde paden. We fietsen een stukje langs de A2 en even wist ik ons te plaatsen. Ik dacht dat we aan de andere kant van de A2 bij Boxtel zaten! Niet dus. We kwamen bij Liempde en bij punt 52 hadden we het zo’n beetje gehad. Aan de ene kant wilden we zo snel mogelijk verder, aan de andere kant wilden we stoppen en er zijn. We stopten, wisselden de papiertjes om en belden Rob en SMSten (o)ma. Ik zag weer  een onverhard pad, maar dit stukje had ik op de kaart bestudeerd en ik wist waar de supermarkt was. Daar leidde ik Vincent heen. Ondanks dat oma ons lekker eten zou geven en dat we op weg waren naar de Mac voelde ik dat we NU iets substantieels moesten eten. Ik haalde ons ieder een hard broodje, iets te drinken en water voor in de bidons, want die waren -net als de apparaten- ook leeg. Het ging er zo in! Door naar punt 56, dan 57, daarna 36 en dan 19. Dat ik zelf moe was, merkte ik aan het feit dat ik die nummers nog maar per twee kon onthouden en niet per 4 zoals eerder op de dag. Nog een paar onverharde paden en we zagen de A2 alweer liggen. Punt 19 en daarna punt 70, waar de Mac was. Toen zei Vincent: Ik denk dat nu mijn band lek is. Ik wist 1 ding meteen zeker: die gaan we niet meer vervangen. Vincent voorband was zo plat als een dubbeltje en op punt 19 op de kruising van de Broekdijk en de Koppelstraat belde ik Rob. Die was slechts een paar minuten van ons vandaan met de auto zonder navigatie, maar hij kwam ons halen. Vincents tellertje stond op 99,4 kilometer. Zijn metertje zit in zijn wiel en hoeft niet opgeladen te worden, dus ook de wandeling in Zaltbommel telde mee. We liepen het kruispunt in alle vier de richtingen op en neer tot de teller op honderd kilometer stond. Even later haalde Rob ons op. Over die honderd kilometer hadden we 5 uur en 15 minuten gefietst. We waren echter wel bijna tien uur onderweg geweest. Ik twijfelde even of ik zelf door zou fietsen, maar dat zou gedoe worden, dus
onze fietstocht hield op. Door alle pech die met ons mee ging, zouden we kunnen zeggen dat we het niet hebben gehaald. Maar we reden door naar Veldhoven om oma’s boontjes en frikandellen helemaal op te eten! En te vertellen van onze avonturen. Ik voelde me best vies en smerig, maar ik vond het ook een hele belevenis. We hebben ons geen moment verveeld! En Vincent weet nog niet of hij het allemaal leuk vond, maar later zal hij hierop terugkijken als een prachtig avontuur waarin hij heeft doorgezet, niet opgegeven en heel veel pech overwonnen heeft. 10 Jaar en dan 100 kilometer fietsen! En laat naar bed. De volgende morgen zonder spierpijn weer op met een knie die nog steeds goed beweegt en zadelpijn hebben we ook niet. We vervingen Vincents band en raad ‘s: de reserveband was ook lek! Dus die pech hebben we mooi vermeden! En nat zijn we ook niet geworden. Het was een prachtige tocht. Waarin we hebben aangetoond dat je uren lol kunt hebben van drie moppen. “Er stonden twee koeien in de wei” “nee, Vincent: dat zijn er veel meer!” Die mop zijn we wel veertig keer begonnen! En ik ken geen mop, dus we vertelden elke keer dezelfde mop. Zo gezellig is het de hele tijd geweest.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Met Vincent (volgens de Wet van Murphy) naar Veldhoven fietsen.

Trainingsdagen, saampjes onverhard en wel of geen zwemles.

Eens in de vier weken krijg ik een nieuw schema. En dat is de laatste tijd toch elke keer eventjes ‘schrikken’. Na anderhalf jaar schema’s van Merijn was ik gewend aan 3 tot 6 uur hardlopen en daar zijn ook wat fietsuurtjes bijgekomen vanaf juni. Sinds een paar weken blijft het daar niet bij en zijn de uren aardig opgehoogd. Was het vorige keer al schrikken dat er 7 of 8 uur bij de totalen stond, nu staat er 9 uur, 12 uur, 8,5 uur en dan een rustweek met ‘maar’ 5 uur sporten. En ik ga nergens voor! De trainingsuren voor een triathlon zijn drie keer zo hoog per week. De loopuren zijn in verband met de trail half augustus nog niet echt verminderd. Dan valt mijn oog op augustus en de eerste 11 dagen van augustus staat er dagelijks een sportactiviteit op het programma. Maandag TVA-fietstraining, dinsdag zelf hardlopen, woensdag heb ik een extra zwemtraining aangevraagd (ook bij de TVA), donderdag TVA-hardlooptraining, vrijdag de lange duurloop, zaterdag TVA-zwemmen en zelf een duurrit fietsen en zondag is de rustdag. En soms wisselt er wat; dat het fietsen naar de zondag gaat en dan is er elke dag iets. Je zou er spontaan spierpijn in je voet of kuiten van krijgen, ware het niet dat die opspelende blessure door de verschillende sporten juist sneller afneemt! Dit zijn natuurlijk 3 verschillende sporten en mijn trainer weet als geen ander wat hij doet, maar als je zo op het eerste oog kijkt, dan is het elke keer toch even slikken. Ik heb er het volle vertrouwen in en wie weet went het! Dat ik er sterker van word, merk ik al en dat ik het leuk vind weet ik zeker. Ik krijg er echter ook veel meer honger van! Ik lijk soms onverzadigbaar. Kom maar op met al dat bewegen!

Zoek de zijdes

Zoek de Zijdes


Maandag 25 juli Fietstraining: Snel de fietsen op de auto! Rob gaat mountainbiken en ik ben om 1 minuut voor 7 bij de fietstraining. We gaan achter JC aan. Ik kom nooit in deze buurt, leuk hoor. Ik klets wat met AS en rij zelfs een beetje vooraan. Dan gaan we ‘het-rondje-van-de-tijdrit’ rijden. De snellen 4 keer, en ik hoeft maar drie keer. (geen idee wie nog meer langzaam zijn). 2 Zijdes hard, 1 zijde zacht. Ik vind dat al moeilijk, want een vierkant heeft 4 zijden; hoe lastig moet dat voor triatleten zijn? Dat blijkt al gauw: ze gaan gewoon alles hard. Ik ga maar twee zijden op mijn ‘hard’, maar de zijdes zijn me totaal onduidelijk. Haal ik iemand in de snelle zijde in, maar zijn derde zijde gaat later in ofzo? Het zal me wat. Ik ga op mijn eigen snelle tempo 2 zijdes hard en 1 zijde zacht, van dit vierkantje, wat niet vierkant is. Ook al ben ik de laatste! Ik doe ook mijn best. Misschien wel het meest van allemaal. In het derde rondje verwacht ik al ingehaald te worden, maar dan loopt mijn ketting eraf en vast. Ik heb het zo weer gemaakt, maar ik word al heel snel ingehaald in deze ronde. Omdat ik zelf de zijdes ook vaag blijf vinden, ga ik drie zijdes hard en een klein stukje wat minder hard. We moeten wachten op twee mannen die niet al te snel waren en toch vier rondes deden. Ik moet nog veel leren van dat fietsen, maar ik ga wel degelijk harder als in het begin. Ik ga heus vooruit. Achteraan. Op de terugweg spreekt een vriendelijk veelbelovend jeugdtalent me aan. Ze is prachtig bruin. Nu fiets ik achterop, want van 0 naar 18 kilometer per uur blijft een opgave voor me zonder klik-pedalen. Toch voel ik me geen moment on-welkom. Rob heeft ook lekker gefietst. Fietsen weer op de auto en lekker naar de douche.
Dinsdag 26 juli Looptraining: Ik hoeft ‘maar’ 5 kwartier onverhard in zone 1 te lopen. Ik rij naar Joyce in de avond om voor de zonsondergang rond te lopen door Almere. Zoveel mogelijk onverhard. We nemen de schelpenpaden, de graspaadjes en gaan door het Vaartsluisbos. Soms moeten we stukjes verhard, maar dat is ook prima. Anders kom je de bruggen niet over. Ik zet node het geluid van mijn horloge weer aan. Zone 1 is anders niet vol te houden. Maar ik word wel gek van het gepiep dat ik langzamer moet. Dat wil ik niet. Alle pijn uit mijn kuiten en mijn voet waar ik vorige week last van had, is verdwenen. Joyce kwebbelt heerlijk verder. We komen in het Vaartsluisbos en ik blijf iets achter bij Joyce.

Twee zonnetjes voor me


De ondergaande zon maakt het onwijs mooi. De hele wereld lijkt voorzien van een laagje bladgoud. Ik zit helemaal in het ritme van mijn voetstappen en geniet erg van deze avond. Het licht is onwijs mooi. Nog een schelpenpad en naast de verharde weg over het gras. Het gaat allemaal best lekker, maar het is niet heel gemakkelijk. Misschien is het toch nog wat benauwend. We maken nog een ommetje en Joyce heeft zelfs nog een bergje in de buurt om de vijf kwartier vol te maken. 11 Kilometer en dat niet eens echt in zone 1.
Woensdag 27 juli:
Beste JC,
Je bent een beste trainer. Je helpt me bij het zwemmen, je informeert me bij het fietsen, je bent zelf niet de snelste, maar wel degene die degelijke training geeft. Omdat je al die plusjes al hebt, kan dit minnetje er wel tussen. Ik had zin om te zwemmen. Niet een beetje, maar heel veel. Ik verheugde mij er op. Heel veel. Ik was ruim op tijd. Met GN stond ik voor de deur en er kwamen steeds meer triatleten met hun plankjes. Maar jij niet, JC; en jij had een sleutel. Jij zou training geven. Om half 6 belde MB je en was jij net weer thuis op je fiets. We zouden om 5 uur beginnen met de training beweerde je. Ammehoela! Overal staat half 6, ik had het nog zo gecontroleerd. Dus we stonden daar voor niks met zijn allen. 1 Man mopperde hardop: en op dinsdag mogen we ook al niet meer. Heel even dacht ik: fijn, daar kom ik onderuit, maar dat maakte onmiddellijk plaats voor En ik wil dit zo graag! Dat laatste bleef hangen. In de auto voelde ik me helemaal verslagen. Teneergeslagen. Je had toch kunnen wachten toen er om 5 uur niemand was?! Ik was niet boos; maar diep, diep teleurgesteld. Ik plofte thuis op de bank neer en bleef de hele avond zitten. Gelukkig was er een excuusmail, opgesteld in triatleten-taal qua zinsbouw en vergeef ik het je vanwege alle plusjes die al op je conto staan, maar wil je dit nooit meer doen JC?!
Donderdag 28 juli: Hardlooptraining.  Grimmig vroeg ik me af of we niet een half uurtje eerder zouden beginnen… Maar nee, JC was er wel, maar JV gaf de training. Ik had deze trainer nog nooit gezien en aan de reacties van de anderen begreep ik dat hij dan ook een tijd wegens een militaire opleiding tot sectie (niet sexy) commandant afwezig was geweest. Ik kreeg een stevige hand en had meteen een beeld van een schreeuwerige strenge man voor me. Het was een drukke dag geweest op het werk, het was warm en ik had laat gegeten. Waardige excuses. We liepen buiten de baan de brug over en toen commandeerde JV ons een setje skippings te doen. Niemand begon. MB probeerde het, maar werd gecorrigeerd. Ik werd er helemaal melig van: deze giganten, deze triatleten, ze weten niet wat een skipping is! Een soort kniehef joh. Er waren er maar heel weinig die het correct deden. Ik moest er inwendig om gniffelen. JV ws gelukkig niet heel streng. De steigerun begrepen ze dan weer wel. Zo’n beetje. Ze gaan meteen hard en dan nog harder dan hard. Brug op. Grote stappen brug af en dan gaan die helden extra lang rusten omdat JV ze toch niet kan zien. Ik moet er zo om lachen! We moesten nog het trapje op en JV wist precies wie aan te moedigen. Voor een commandant zat er veel zicht op zijn mensen in. Schreeuwen op de juiste toon. De baan op. Ik luisterde niet zo best: 800 meter, 600 meter, 400 meter; maar daartussen was me even een raadseltje. Iets met 300, 200 en 100 meter dribbelen. 800 meter net onder duurtempo ging nog wel, maar het was zo heet op de baan met de zon erop! No thanks. Hoe moet ik in ‘s hemelsnaam die dribbelmeters uittellen? Ik ben echt slecht in baanrondes afmeten. Vraag me elke keer af waar alle baantekens voor staan. JV kan aansluiten in de rij met mensen die me aanraden korter grondcontact te maken en mijn knieën hoger op te trekken. 600 meter op iets hoger dan duurtempo. Niet voor JV, maar voor mezelf ging ik toch maar weer eens aan het werk met mijn loophouding. Knieen optrekken, afzetten: het werkt wel… JV scoorde dikke punten door dit op te merken! En hij voegde er aan toe dat ik het niet voor hem hoefde te doen. Een commandant met een heel heldere kijk. De strenge schreeuwerige commandant met het Brabants accent is absoluut een prima trainer, weg met die vooroordelen! De 400 meter moest flink op tempo. Flink zweten. Toen van de baan af wandelen en twee keer het rondje met het trapje. Vanaf de baan kon de commandant de snelle mannen makkelijk toeroepen! Dus schreeuwen zat wel in de opleiding blijkbaar. Ik deed het ook netjes twee keer. En daarna moesten we 400, 600 en 800 meter rondjes lopen. Geen idee wat daartussen. Ik kwam bij S te lopen die te snel was gestart geloof ik. Ik was ook moe en vuurrood. We deden bijna een tomaten-wedstrijd. Wij maakten er 200 meter dribbelen van. Toen 600 meter wat langzamer (dat ging vanzelf) en ik haalde JC in. Ik zei maar niks meer van het zwemmen. Nog een keer 200 meter dribbelen en toen logen S en ik dat we al bijna op het tweede rondje zaten en deden we iets van 600 meter in plaats van 800. Anders moest de rest zo lang wachten – jaja. Vind ik zo lollig, dat die supersportieve triatleten afsnijden en smokkelen als het ze uitkomt! Grinnik. We liepen nog een rondje uit om de baan en zo kon ik weer 9,5 kilometer bijschrijven in een uur. De Garmin had het ook warm: die meet helemaal niet meer zo best. Hartslag en tempo sloeg ie maar over. Toch kom ik deze maand helemaal niet zo laag uit in de loopkilometers en ga ik de 150 wel weer over!
Vrijdag 29 juli: Het prachtige Rondje Hoge Veluwe wat zomaar een eigen blog verdient! Lees: De Hoge Veluwe
Zaterdag 30 juli: zwemles Ik durfde me niet echt te verheugen, stel dat het weer mis was? Maar deze keer stond RO als trainer klaar. De eerste trainer die begin deze maand vond ik dat een lange weg te gaan heb met zwemmen. Het pierenbad is nog een prima plek voor me dan! Ik heb veel filmpjes gekeken en weet nu goed wat de bedoeling is van een borstcrawl. Ik merk ontzettend goed het verschil met recht in het water liggen. Daar heb ik nog echt mijn pullboy (achtje) voor nodig. Ik doe de armslag rustig en elke keer zo goed mogelijk. Ik let op de stand van mijn handen en hoe ik mezelf door het water kan trekken. Ik probeer het ook wel zonder

Een achtje


het achtje, maar dan lig ik beduidend lager in het water. Als ik iets wil weten over de armslag of als ik me afvraag of je beter kunt trappelen als je op de waterlijn ligt, dan ga ik ‘spieken’ Ik kijk af bij de andere zwemmers. Ik zie dat ze hun benen iets uiteen houden. De armslag gaat behoorlijk goed nu. Eigenlijk is het pierenbadje nog iets te kort. Dan het ademhalen. Ik durf nu probleemloos onder water uit te ademen. Inademen is een enorme uitdaging. En dan komt RO me zeggen dat ik het dadelijk maar eens in baan 1 moet proberen. Dat is onmiddellijk Het Compliment van de Week. Ik voel me vereerd, maar ik ben er nog niet klaar voor. De lange weg te gaan doorloop ik niet in drie weekjes hoor. Ik moet de ademhaling nog onder controle krijgen. En dat is het moeilijkste deel. Ik ontdek dat ik door mijn mond moet ademen een weet waarom je recht moet liggen 9anders krijg je gewoon niet genoeg lucht). Heel soms heb ik de slag even te pakken. laat ik maar meteen om de drie keer proberen te ademen, moeilijk is het toch. Ik vind het leuk in het water. Ik zou het wel in het grote bad willen proberen, maar daar is het me te druk en -suffig- te diep. Dat is zo anders dan hier in het pierenbad, daar ben ik al voor gewaarschuwd dat het eng is als je ineens niet meer kunt staan! Maar als RO het verzoek voor de laatste 10 minuten herhaalt ga ik het toch proberen. Hij heeft het over 200 meter, maar die opdracht snap ik totaal niet. ‘Om aan het tempo te wennen’, voegt hij er aan toe en dat vat ik ook maar op als compliment. Ik ben er nog niet helemaal klaar voor, maar ik ga toch lekker letterlijk het diepe in! Het is inderdaad eng. De rest moet langzaam zwemmen, maar ik heb het gevoel dan niet de ruimte te hebben en heb geen idee hoe ver de meneer voor mij zwemt. Grappig. Maar ik heb genoeg om me zelf druk over te maken. Armslag goed doen en ademhalen en het ís diep! Ik kan hier niet meer staan! En het is ver! Ik worstel me er echt doorheen. En ik ben moe ook. RO geeft me nog mee dat ik mijn hoofd alleen opzij moet proberen te draaien om adem te halen. En dat ik mijn schouder niet meer aan hoeft te tikken: dat was goed als oefenen, maar nu moet ik doormaaien. Dat gedeelte lukt, maar ademhalen is nog een hoofdstuk apart. En wennen aan de diepte ook. GN blijkt (vandaag) ook in de langzame baan te zwemmen en zegt me dat ik ook heel goed vooruit ga en dat is het tweede compliment van de dag. Maar ik ben heel erg moe en vind het niet erg dat de les voorbij is. Dit is zwaarder dan trailrunnen zeg. En ik heb beretrek! Ik ga best vooruit op de lange weg, maar het einde is nog niet in zicht. Bedankt RO, voor het vertrouwen!
zondag 31 juli Duurritje fietsen. Het klinkt bijna als een rustdag: “alleen maar” anderhalf uur fietsen wat er gister niet van kwam. ‘s Ochtends doen we ons in de Decathlon tegoed aan klik-schoenen, een betere camelbag voor mij, goede handschoenen voor Rob, schoenen voor Vincent en een BH met ‘ingebouwde’ hartslagmeter voor mij. Na de F1-race trok ik me van de bank en ging bepakt en bezakt testen of de Garmin Edge (een fietscomputertje) de route goed kan aangeven. Dit voor de lange toch van Vincent en mij die op het programma staat. De klik-pedalen proberen we vanavond pas uit. Ik ga lekker rustig en ik ken de weg wel langs de plassen en over de dijk. Ik rij natuurlijk verkeerd om en heb wind tegen. De route is hartstikke duidelijk. Ik ga rustig aan en maak geen haast. Lekker een beetje naar de muziek luisteren en om me heen kijken naar de skyline, de plassen en de heldere lucht met witte wolken erin. Ik maak wat foto’s, neem de wind mee langs de Noorderplassen, slinger om de koe heen en bewonder de bootjes en het mooie groen. Dan ga ik de stad weer in en komt het opletten op de route. Samen met de knooppunten is het heel erg goed te doen. Ik wijk expres van de route af om de Leegwaterplas heen. Uiteindelijk kom ik weer bij punt 52. Punt 74 mis ik echt, maar gelukkig ken ik in Almere de weg en zit ik zo weer op de route. Ik versnel nog eventjes voor de lol, maar gewoon langzaam trappen is ook prima. Ik volg trouw de knooppunten en ga een rondje extra om de wijk heen om de anderhalf uur vol te maken. Dik 30 kilometer op de fietsteller. Na het eten gaan we naar buiten om de klik-pedalen te testen. Maar de mijne passen niet! Ik ben klaar om te vallen, klikt het niet eens tussen mij en de pedalen 🙁

Categories: Uncategorized | Comments Off on Trainingsdagen, saampjes onverhard en wel of geen zwemles.

nationaal park de Hoge Veluwe

Dit is er dan zo één. De weekpost komt wel. Maar dit is één van die keren dat de training te mooi was om te verstoppen in de weekpost. Ik heb het nog nagekeken, maar niet eerder was er een training dit jaar die een 8,5 kreeg. Dus dat verdient een ‘eigen’ hoekje!
Joyce nam mij mee. Ze vroeg wel of ik al op de Veluwe had gelopen, maar dat gebied is zo groot. Ze nam me mee. Ik was zo dom een half uurtje later dan afgesproken bij haar te zijn. Druk pratend reden we de A1 af. We namen de afslag naar Hoenderloo en toen pas had ik in de gaten dat we niet ‘gewoon’ op de Veluwe gingen lopen, maar door Het Nationale Park. Waar natuur en stilte de baas zijn. Rugzakje om, dagkaartje kopen, met de plattegrond bepalen dat we naar Schaarsbergen gaan lopen (19km) en terug op een witte fiets gaan. Nog een positief werktelefoontje en toen konden we gaan.
Al na 2 kilometer lag de bewoonde wereld achter ons. Leegte heerste. Wijdsheid. Stilte. Smalle paden en een duidelijke route. Het miezerde een beetje. Het was zo mooi. Ik mocht Joyce leren dat het in dit soort gevallen helemaal niet erg is om boven op de heuvel even stil te staan en te genieten. Welkom in de wereld van de trails! Ik was ongelooflijk dankbaar dat ik met Joyce mee mocht, dat ze dit voor ons had uitgekozen en dat ik daar samen met haar mocht zijn. Ik had de woorden niet om haar te bedanken. “Dankje” klinkt zo kleintjes, zo formeel. Ik voelde me veel grootser dan dat! Het was een eer, een blijheid, een groot hart en overlopende dank.
Joyce dacht er echter zelf iets anders over. Ze vond het zand zwaar. Dat was het ook. Mul zand. We wandelden een stukje. Ik jubelde van binnen: hoe langzamer, hoe langer we hier zijn! Het enige wat ik opgekregen had was een tijd van 2 uur en een kwartier. Ik kreeg Joyce moeilijk aan het verstand gebracht dat we hier enkel liepen om te genieten, ongeacht welk tempo. Tjeempie: dat heb ik dan ook uiteindelijk geleerd. Er was ook bos. Prachtige oude, originele bossen. Boomwortels en hele zachte ondergrond. En toen liepen er 3 kleine everzwijntjes voor ons weg. Ze zien er schattig uit, maar ik hoeft moeders niet te zien. Er staat een bordje “Pas op Grofwild”. Ongeacht hoe het verder gaat, deze dag is geslaagd.
De temperatuur is aangenaam. We lopen een klein stukje van de belevenisroute. We zien niemand. Nergens. Geen mens te bekennen. Ik kijk niet naar de kilometers. Het boeit me niet. Helemaal niks. Ik kwebbel maar door tegen Joyce. Ze is te slim voor een backbox: dan snap je de regel, maar kun je die nog niet toepassen. Ik werkte het vieze gelletje naar binnen op 7 km. Met mezelf had ik 7 en 14 kilometer afgesproken. En toen kwamen we bij het ‘keerpunt’. We waren bang dat niet te kunnen vinden, maar aldaar was het duidelijk. Nog meer zand op weg naar Schaarsbergen of nog een klein stukje zand en dan richting Otterlo lopen. Ik vond het allemaal goed. Als ik er maar bij mocht fietsen! Otterlo bood iets meer escape-mogelijkheden, dus verlieten we de oranje-rode route en ploeterden we over het ruiterpad. Wel zand. Ik  nam vooral het zand. Joyce nam de zijkanten.
Waar we de andere route kruiste kreeg Joyce een telefoontje. We stopten en toen zagen we de herten. Eerst één, maar het bleken er meer. Veel meer. Terwijl Joyce stond te bellen, keek ik met tranen in mijn ogen naar het bewegende roedel. Ik kon ze horen. Ze waren ver weg, maar zoveel herten heb ik nog nooit gezien. Ook niet in de Oostvaardersplassen. Er liep een meneer die de beesten opjoeg. Dat lag niet aan ons. Wij liepen weer door en kwamen op de route naar Otterlo uit. De regen was inmiddels helemaal verdwenen.
Toen liepen we door een hekje en daarachter was een lage struiken bos. Bomen die Italiaans aandeden. Lage bomen. Kruip door, sluip door. Kabouterpaadje. Helemaal geweldig. Ik kon alleen maar hardop lachen. En tussen de struiken door manoeuvreren. Het leek helemaal niet op Nederland! Daarvoor maakte de route dat rare ommetje! Dit was het meer dan waard. Het was geweldig. En leuk.
Weer op de zandwegen kwamen we de meneer van de herten tegen. Zijn excuus waren hele dure fototoestellen. Deze meneer wist dus best hoe een Iphone werkt voor een foto! De eerste mens die we zagen na anderhalf uur hardlopen – wat een wonderbaarlijke ervaring. Hij nam de zon mee. Dat had niet gehoeven van mij. Ik werd er mopperig van. Tot ik bedacht dat ik dus niet moest wachten tot 14 kilometer met de gel. Deze keer vroeg ik het stopje aan. Dat hielp wonderwel snel. Ik kon er weer tegen! De zon ging weer schuil achter wat wolken en bladeren.
We kwamen een oud stel tegen. Ze leken net papa en mama aan de wandel, hihi. Dat maakt het aantal mensen onderweg gelijk aan het aantal jonge everzwijntjes. Hoe vaak kun je dat nou zeggen?! We liepen al richting Otterlo toen de laatste verrassing kwam. Een single track. En niet zomaar een single-track, maar met kleine heuveltjes, de prachtigste kleur groen, een overdonderende stilte en de zon door het bladerdek was dit het meest perfecte stukje Nederland wat ik ooit heb gezien. Ik wilde het vastpakken en vasthouden. We namen een foto en toen ging ik even alleen verder. Meer mezelf kon ik niet worden. Dichterbij wat ik het liefste doe kon ik niet komen. Heuveltje. Bomen. Wortels. Licht. Ik was alleen maar daar op dat moment, helemaal in dat ene moment en dat realiseerde ik me ook en dat pakte ik vast zoals je iets vast kunt pakken wat tijd en ruimte omhult. Ik genoot tot in mijn tenen, in mijn hoofd en met mijn benen. Ik kon hardop zingen: “i will fly and touch the sky”, ik kon wel huilen van geluk, ik kon zo hard of zacht rennen als ik wilde. Wat ik daarvan wel of niet deed, hou ik lekker voor mezelf 🙂
Joyce vond de heuveltjes zwaar. Die zat aardig aan haar tax en dat kon ik me ook voorstellen. Jammer dat ik haar niet kon doorgeven hoe ik er over dacht. En toen stonden we bij de ingang van het park in Otterlo. Tientallen mensen. Die de asfaltweg nemen. Het is als wakker worden na een hele diepe slaap. Auto’s. Fietsen. En ik merkte dat ik best trek had. We zouden naar het parkrestaurant gaan. Hardlopen. Ik had nog tijd over. Energie ook. En ik kon me op een pannenkoek verheugen. Joyce had minder energie meer over. Zij nam het asfalt, ik nam zoveel mogelijk de onverharde paden. Deze schoenen zijn gewoon niet gemaakt voor asfalt! Dan voelen ze opeens niet lekker meer aan. Ik raakte Joyce al bijna even kwijt. Aan het einde nam ik het onverharde pad en zij de asfaltweg en toen presteerde ik het om de laatste paar honderd meter de verkeerde kant op te gaan. Ik voelde me net een kind wat mama Joyce kwijt was. Ik was ook moe hoor! En als dan blijkt dat je terug moet rennen, alleen, dan moet ik mijn best doen om niet in paniek te raken. Aan de ene kant wil ik dan snel stoppen en eten, aan de andere kant: in die onverschilligheid kun je ook nog gevaarlijk lang doorgaan omdat het besef een beetje weg is. Het duurde niet lang of ik zag het felgele t-shirtje zitten. Ruim 19 kilometer. Meer dan genoeg.
Een heerlijk bakje hangop en een pannenkoek verder zat het feestje er gelukkig nog niet op. Ik baalde dat ik ‘s middags een andere belofte had. Uit dit prachtige natuurpark wilde ik eigenlijk niet weg! We hadden nog tijd om een witte fiets uit te zoeken. Via het asfalt reden we richting Slot Hubertus. Hoe lekker is fietsen dan! Ik begon te begrijpen dat Joyce niet zomaar ‘moe’ of ‘op’ was, maar dat haar heup onwijs veel pijn doet met dat mulle zand. Daar loopt ze dus vaak doorheen. Voor de hertjes, de zwijntjes, de vergezichten en de lage bomen. Omdat je er zoveel meer energie voor terug krijgt als de pijn kost. Tjonge. Daar past alleen maar respectvolle stilte.
We fietsten nog 7 kilometer erbij. Laat dat zwemmen maar zitten vandaag. Dit was meer dan mooi genoeg. Ik heb enorm genoten en het geweldig gehad. Dit is Nederland in een trail. Dit is heel puur. En… heel veel zand 😉

Categories: Uncategorized | Comments Off on nationaal park de Hoge Veluwe